diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:11:36 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:11:36 -0700 |
| commit | 117849ebd96c2ce12d520aa40c32df383d1793c7 (patch) | |
| tree | 737c4136bca01bee69fd54d96544e6b785efe438 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 38975-8.txt | 12338 | ||||
| -rw-r--r-- | 38975-8.zip | bin | 0 -> 242308 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38975-h.zip | bin | 0 -> 453912 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38975-h/38975-h.htm | 16451 | ||||
| -rw-r--r-- | 38975-h/images/back.jpg | bin | 0 -> 79647 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38975-h/images/book.png | bin | 0 -> 364 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38975-h/images/card.png | bin | 0 -> 249 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38975-h/images/external.png | bin | 0 -> 172 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38975-h/images/front.jpg | bin | 0 -> 83142 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38975-h/images/titlepage.gif | bin | 0 -> 7035 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
13 files changed, 28805 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/38975-8.txt b/38975-8.txt new file mode 100644 index 0000000..6b9343c --- /dev/null +++ b/38975-8.txt @@ -0,0 +1,12338 @@ +Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Karl Marx en zijne voorgangers + +Author: Jos. Loopuit + +Release Date: February 24, 2012 [EBook #38975] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + + + + + KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS + + door JOS. LOOPUIT + + Cohen Zonen, Amsterdam + + + + + + + +VOORWOORD. + + + "Onwetendheid is de bron aller boosheid." + + Spinoza. + + +Er is zeer zeker in onze dagen geen belangrijker verschijnsel in +de samenleving dan het socialisme. Het heeft zich met zulk eene +elementaire macht, van den aanvang der vorige eeuw af baan gebroken, +dat niemand, die eenig oog heeft voor het algemeen belang, zich aan +die macht kan onttrekken, die er al meer en sterker van is uitgegaan. + +Iedereen die zijn tijd begrijpen en kennen wil, moet ook eene +kennismaking met de denkbeelden der socialisten en de volksbewegingen, +eene studie van de sociaal-demokratie en de arbeidersbeweging onzer +dagen, binnen den kring van zijn onderzoek betrekken. Het bestaan van +de sociaal-demokratie te loochenen valt niemand in onze dagen meer +in, en niet minder wordt algemeen erkend, dat het socialisme in het +algemeen en de theoriën van de sociaal-demokratie in het bijzonder, +niet van dien aard zijn, dat wij door ze te leeren kennen, ons weten, +ons denken en ons voelen er niet in groote mate door zouden kunnen +versterken. + +In een tijd van gisting, overal om ons heen, is er te meer reden +om dit te doen, opdat wij weten wat anderen willen, die, zonder dat +wij onderricht zijn over hetgeen zij leeren en voorstaan, voor ons +niet te begrijpen zouden zijn. En wij moeten anderen begrijpen, +willen wij ons-zelven begrijpen. Het moet ons duidelijk zijn wat +anderen willen, willen wij ons een klaar denkbeeld kunnen vormen, +van wat wij-zelf willen. + +En in het willen onzer dagen, neemt dat van de socialisten eene groote +plaats in. Wij begrijpen dat soms niet, wij zien hier alles aan voor +het werk van enkele personen, van enkele leiders, wanneer wij niet +leeren kennen, wat de werkelijke drijfkracht en de drijfveer hunner +handelingen is. Wij begrijpen de hartstochten en de handelingen niet, +zooals zij zich tegenwoordig openbaren in de arbeidersbewegingen van +alle landen rondom ons, en ook in ons eigen land, wanneer wij ons +niet op de hoogte stellen waaruit deze voortvloeien. + +Zeker, aan "voorlichting" van de publieke opinie ontbreekt het +in onze dagen allesbehalve. Den tijd, dien Ferguson komen zag, +waarin "zelfs het denken tot een speciaal beroep zal worden", +is reeds lang bereikt. De groote massa in onze dagen, denkt over +groote vraagstukken, denkt over groote bewegingen en theorieën, in +den regel niet meer zelfstandig na, maar laat voor zich denken, door +dag- en weekbladschrijvers. Zij haalt hare wijsheid uit couranten, +die voor het meerendeel hen de dingen mededeelen onvolledig, partijdig +dikwijls en, wat niet het minst erg is, zonder de minste samenhang. Hoe +zoude dit ook anders kunnen? De menschen hebben, in onze dagen van +strijd-om-het-bestaan, van een zenuwachtig druk leven, waarin soms geen +minuut mag verloren gaan voor de persoonlijke stoffelijke belangen, +niet den tijd en ook niet de noodige gelegenheid, niet de kalmte en +niet het geduld, die er noodig zijn om zich eenigszins volledig op +de hoogte te stellen van de groote maatschappelijke vraagstukken die +het socialisme heden ten dage, aan onze beschouwing ter oplossing +heeft voorgelegd. + +Ons dunkt het dan ook goed en eene voortreffelijke gedachte welke +den uitgevers van dit werk bezielde, toen zij meenden in een zoo kort +mogelijk bestek, een zoo volledig mogelijk overzicht te kunnen doen +geven, van datgene wat de groote denkers van het socialisme en de +groote grondvesters der sociaal-demokratische theorieën geleeraard +hebben en niet minder, in welk verband en in welke verhouding hunne +denkbeelden tot elkander stonden. + +Wat de theorieën der sociaal-demokratie aangaat, en inzonderheid die +harer grootste theoreticus Karel Marx, is het zeker zéér belangrijk, +dat het publiek in staat wordt gesteld óók te leeren kennen, de +afkomst van diens theorie en diens leven- en wereldbeschouwing. Groote +denkers en schrijvers, maar vooràl groote stichters van eene school, +komen geestelijk uit anderen voort. Zij vormen in geestelijk opzicht +afstammingsvormen, uit andere hen voorafgegane geestelijke vormen, +die zich belichaamden in vroegere denkers en schrijvers. + +Is dit zoo, en er is dunkt ons niet aan te twijfelen, dan behoeft men, +om een duidelijk beeld van de theorie voor zich te hebben, gelijk +zij ons wordt verklaard, ook te kennen, de wortels waaruit als 't +ware de stam is opgegroeid. Met andere woorden: men moet de stelsels +kennen, zij het dan ook in groote en algemeene trekken, waaruit zij +als theorieën zich hebben ontwikkeld. In de geheele wetenschap is dat +een systeem, dat door geen ernstig onderzoeker meer wordt ongebruikt +gelaten, waar het hem te doen is om een goed beeld van het terrein dat +hij moet overzien, te verkrijgen. Dit moet ook bij de wetenschap, die +het socialisme ons heeft verschaft, zoowel in de staathuishoudkunde, in +de philosophie als in de sociologie, de methode van ons onderzoek zijn. + +En daarom zal in de volgende bladzijden het socialisme, zooals het +zich heeft doen kennen in en na de Fransche Revolutie van 1789, +worden behandeld. Zoo zullen de lezers ook kennis kunnen nemen van +de scholen der eerste groote denkers van het socialisme, in de eerste +helft van de negentiende eeuw. + +En niet minder zullen zij worden in kennis gesteld, met de groote +philosophen uit dit tijdperk in Duitschland, omdat ook daaruit +de sappen zijn getrokken, die Karel Marx in zich heeft opgezogen, +ten einde daaruit zijne wereldbeschouwing te kunnen construeeren, +daarin bijgestaan door zijn talentvollen trouwen vriend Friedrich +Engels. Want het moet hier op den voorgrond worden geplaatst, +waar Marx genoemd wordt, kan dit bijna nooit anders geschieden, +zonder dat zijn vriend Engels er niet bij te pas komt. Waar wij den +laatsten dus niet altijd zullen noemen, daar, men vergete het niet, +geschiedt dit omdat Marx, Engels in-zich bevat; terwijl wij het aan +den laatste in zoo groote mate te danken hebben, dat wij den eerste +begrepen hebben. De grootste popularisator van Marx' denkbeelden en +de man, die dezen heeft uitgewerkt waar Marx ons alleen schema's heeft +kunnen geven, is ten allen tijde Friedrich Engels 't eerst geweest. + +En wij zullen vervolgens ook nog, om een meer volledig beeld te +verkrijgen, de staatkundige stelsels doen kennen, waaruit Marx' +economie is voortgekomen en ten slotte de stelsels van anderen, +die eenerzijdsch met die van Marx parallel liepen, anderzijdsch eene +andere richting gingen dan de zijne. + +Wij hopen hiermede te bereiken wat wij wenschen dat bereikt worde: +den lezer zelf in staat te stellen, zich een zelfstandig oordeel +te vormen over eene der belangrijkste, zoo niet het belangrijkste +verschijnsel van onzen tijd. Of wij daarin geslaagd zijn, wij weten +het niet, wij hopen het alleen maar. + +Niemand kan beoordeelen, welken indruk zijn werk op anderen maakt; wel, +of hij naar zijn beste weten en kunnen getracht heeft het bereikbare +in dat opzicht na te jagen. En wat ons aangaat, gegeven het bestek +van dit werk, hebben wij al het mogelijke beproefd, om het resultaat +dat er mede bereikt moet worden, ook te doen bereiken. + + + De Schrijver. + + + + + +INLEIDING. + + +De benamingen van socialist en sociaal-demokraat worden in onzen tijd +dikwerf gebruikt, in dezelfde beteekenis dikwerf ter onderscheiding van +elkander. Zoo zijn er een aantal personen die zich socialist noemen, +zonder daarom de leer en de consekwenties van de sociaal-demokratie te +aanvaarden; omgekeerd, spreken de vertegenwoordigers en de aanhangers, +van 't laatste dikwijls van het socialisme, hiermede bedoelende het +gansche stelsel van de gemeenschappelijk-making der productiemiddelen. + +Van lieverlede evenwel, is men desondanks goed gaan begrijpen, wat +er onder die benamingen verstaan wordt en weet men ook, dat onder +sociaal-demokraten in het algemeen verstaan worden de aanhangers +van de theorieën van Marx, zoowel zij, die men met de benaming +"Marxist" bestempelt, als zij die niet geheel en al vasthouden aan +alle consekwenties van dien leer. De algemeen-naam "socialist" is meer +toepasselijk op hen, die, òf een sterker en krachtdadiger ingrijpen van +den Staat en de overheid wenschen in de maatschappelijke positie van +den arbeider: in de verhouding tusschen kapitaal en arbeid, of van die +groepen, die het doel in het algemeen wel willen--n. l. voorstanders +zijn van gemeenschappelijke maatschappelijke voortbrenging en +verdeeling der goederen,--maar in de middelen om daartoe te geraken, +van de sociaal-demokraten afwijken. Die meer door propaganda van de +idée van het socialisme in het algemeen, op het volk wenschen in te +werken, terwijl zij dezen geestelijken arbeid geheel voorop stellende, +praktische middelen in het tegenwoordige als van onwaarde of als +van uiterst geringe waarde voor het doel achten. Onder deze laatsten +kunnen dan ook wel de "anarchisten" worden gerekend, voor zoover zij +geen voorstanders zijn van de z. g. n. "propaganda door de daad." + +Het woord socialisme dankt zijn ontstaan in de vorige eeuw +aan Pierre Leroux, een der scholieren van Saint-Simon en een +philosophisch socialist, die, gelijk hij zeide, dit woord smeedde +in de oppositie tegen het individualisme en daarmede eene politieke +organisatie bedoelde, waarin het individu opgeofferd zou worden aan +de gemeenschap. Dit begrip is dus, gelijk men ziet, zoo algemeen +mogelijk; want feitelijk van af het bestaan der georganiseerde staat +of gemeenschap, is steeds het individu, in meerdere of mindere mate, +opgeofferd aan het belang van de gemeenschap. Het geeft den feitelijken +inhoud van het woord dus, in 't geheel niet weêr. + +Er is nog een andere verklaring van het woord die eveneens van +een franschen socialist van beteekenis stamt, en evenmin iets zegt +en deze is van P. J. Proudhon. Toen deze in 't jaar 1848 voor de +Rechtbank stond, vroeg hem de president: of hij niet een socialist +was? "Zeker! meneer de president," antwoordde Proudhon; "Nu" +vroeg deze hem, "wat is dan eigenlijk het socialisme?"--"Elke +poging tot verbetering van de maatschappij," antwoordde de +ondervraagde.--"Maar dan," zeide den president, "zijn wij tegenwoordig +allen socialisten!"--"Precies zoo denk ik er ook over," was het +wederwoord van Proudhon. + +Hierbij sluit zich het bekende woord van den engelschen liberalen +Staatsman Sir William Harcourt aan, die voor jaren geleden in het +Engelsche Parlement uitriep: "Tegenwoordig zijn wij allen socialisten!" + +Is het woord socialisme, gelijk wij reeds zeiden, zeer onbestemd en +vaag, en kan, gelijk men ziet, daar onder begrepen worden, al wat +maatschappelijke verbetering der minder-gegoeden in onze samenleving +in zich sluit, het begrip sociaal-demokratie heeft eene meer scherp +belijnde, zeer wel te omschrijven beteekenis. Het sluit in-zich, een +stelsel van maatschappelijke verandering, volgens bepaalde regelen, +volgens bepaalde wetten, zou men kunnen zeggen. Het heeft een +wetenschap ten grondslag, eene gesloten levens- en wereldbeschouwing. + +In het algemeen genomen, is de grondslag van de sociaal-demokratie, +de erkenning dat geene duurzame en blijvende verbetering van de +maatschappelijke toestanden mogelijk is, zonder opheffing van het +privaat-bezit van de produktie-middelen der maatschappij, grond en +bodem, machines, fabrieken, middelen van vervoer en verkeer, kortom al +datgene waarmede tegenwoordig wordt voortgebracht. Dit beginsel is het +communisme, ongeacht of dit in praktijk gebracht zal worden door middel +van eene gecentraliseerden staat of streng demokratisch-ingerichte +gemeenschap, of dat de voortbrenging- en verdeelingswijze een meer +federatief karakter zal dragen, zooals het collectivisme dat bedoelt. + + + +Het communisme is zéér oud. Afgescheiden van het +z. g. n. oorspronkelijke of oer-communisme, dat bij de oude +volksstammen bijna zonder uitzondering gevonden werd en waarvan Morgan +nog zeer sterk levende vormen gevonden heeft bij de Indianenstammen +in N. Amerika, en den gemeenschappelijken eigendom bij de Germanen, +waarvan von Maurer de overblijfselen in de "marken" enz. heeft +opgespoord, vinden wij bij de eerste christelijke sekten, die +ontstonden onder het Romeinsche Keizerrijk reeds het communisme in +den vorm van gezamenlijk verbruik van de genotmiddelen. Het was een +communisme der consumptie, niet een van voortbrenging. + +In de Evangeliën, zijn dan ook tal van uitspraken te vinden, die op dit +communisme en de verachting van het persoonlijk bezit toespelen. De +communistische denkbeelden die in het Evangelie en in den Bijbel +worden gevonden, in verband met de komst van het "Duizendjarig Rijk", +hebben dan ook eeuwen op eeuwen achtereen een ontzaggelijken invloed +uitgeoefend op de ontwikkeling van vele sekten van communistische +christenen, welke meestal bloedig zijn onderdrukt of verdwenen zijn, +omdat de maatschappelijke praktijk zich niet met deze christelijke +theorie deed vereenigen. + +Het klooster, in de vroege middeneeuwen ontstaan, is als eene poging +tot verwerkelijking van het christelijk-communistisch ideaal te +beschouwen. Niet minder de eerste van die groote bédel-orden, waarvan +de stichter, de heilige Franciskus van Assisi als eerste voorwaarde +leeraarde, de verachting voor al het aardsche, een leven zooals de +stichter der Christelijke godsdienst dit zelve zou hebben geleid. + +Bij vele Kerkvaders der katholieke kerk vinden wij dan ook eene +veroordeeling van den privaat-eigendom. "De Rijke is een dief", zegt +de H. Bazelius.--"Het is noodzakelijk dat er eene soort gelijkheid +besta, waarin de een den ander van zijnen overvloed geeft. Het ware +beter als alle goederen gemeenzaam waren", zoo zegt de H. Johannes +Chrijsostemus. "De natuur heeft de gemeenschappelijkheid ingevoerd; +de wederrechtelijke inbezitname, het privaat-eigendom", zegt de +H. Ambrosius. "Naar recht en billijkheid moest alles aan allen +behooren. De ongerechtigheid is het die den privaten eigendom geschapen +heeft", zoo leerde de H. Clementius. Enz. + + + +De moderne sociaal-demokratie heeft, historisch gesproken: twee +wortels. Beiden komen uit denzelfden bodem voort--de bestaande +maatschappelijke- en eigendomsorde. De eene dezer wortels--het +communistische utopisme--komt uit de hoogere klassen voort. De dragers +van dit utopisme waren den geestelijk aan den spits staanden in de +maatschappij. Zij hebben hunne maatschappelijke idealen neêrgelegd in +een of meer hunner werken. Middelijk of onmiddellijk stonden zij onder +den invloed van den griekschen wijsgeer Plato, den grooten scholier +van Socrates, die in zijn "Staatsideaal" eene samenleving teekent, +volgens een vast plan ingericht, en dat als zoodanig dan ook als de +eerste maatschappelijke "Utopie" kan worden gerekend. + +Hem is als opsteller van een tweede staatsideaal, Thomas Morus +opgevolgd, die in 1516 "Utopia" schreef als staatsman in dienst van +Koning Hendrik VIII van Engeland. + +In deze "Utopia", dat "geluksland" beteekent, ontwikkelt More, +door gesprekken die hij zelve voert met gefingeerde tegenstanders, +het stelsel eener volkomen communistische samenleving. "Alleen +het communisme is in staat de verschrikkelijke euvelen van de zich +ontwikkelende kapitalistische maatschappij uit den weg te ruimen", +zegt hij, al erkent hij daarbij tevens, dat de tijd er toe nog niet +gekomen was. + +De andere wortel der sociaal-demokratie, is het +"gelijkheidscommunisme", hetwelk zijnen oorsprong vindt bij +de onderste klassen der maatschappij, aldus genoemd, omdat het +uitsluitend of voornamelijk steunde op den eisch van den "gelijkheid +der maatschappelijke goederen" en ruw als het was, eigenlijk zonder +preciesen vorm, ontsprong aan het religieus gevoel en overwegend +steunde op den Bijbel, voornamelijk op de reeds hier te voren +genoemde uitspraken en leeren van het Evangelie. Men vindt dit +Communisme in tal van bewegingen in de Middeleeuwen; zooals die der +Lollharden, de Begharden, de Waldenzen, de Hussiten, de Taborieten; +de Boheemsche en Moravische Broeders; vóór de groote beweging der +Hervorming van 1515 onder Luther, tot diep in die beweging toe, door +de Boerenoorlogen onder Thomas Münzer in Duitschland en de bewegingen +van de "Wederdoopers" in Munster heen. + +Behalve deze sekten, waaronder er zijn, die gedurende langen tijd een +grooten invloed hebben uitgeoefend op den voorarbeid en het tot stand +komen der Hervorming, is het ook wel merkwaardig, dat wij reeds in +1235 bij een dichter van nog bekenden en grooten naam, communistische +gedachten zien uitgesproken. + +In een gedicht: "Van de Wapene, Martijn," zegt Jacob van Maerlant: + + + "Martijn, die deutsce Loy vertelt; + Dat van onrechter gewelt, + Eigendom is comen. + + +En dan: + + + Twee worde in die werelt sijn: + Dats allene "Mijn" ende "Dijn", + Mochte men die verdriven; + Paijs ende vrede bleve fijn: + Het ware al vri, niemen eijgin + Manne metten wiven; + Het waer gemene tarwe ende wijn." + + +De religieus-Communistische sekten leefden nog tot in de zeventiende +eeuw voort. Zoo onder anderen ook in ons land nog onder de Labadisten, +eene sekte welke door een franschen predikant Jean de Labadie in het +leven geroepen, maar snel in het zand verloopen is. + +Nevens Thomas Morus, als schrijver van eenen uitgewerkten +communistischen ideaalstaat, moet ook Campanella worden genoemd, +een monnik, die de "Civita Solis" of "Zonnestaat" geschreven heeft +in het jaar 1620. + +In de eerste engelsche Revolutie vertoonden zich ook reeds genoegzame +sporen van communisme en socialisme in den meer modernen zin; al +wordt het geheel ook zeer sterk beheerscht door religieuze bijmengsels. + +Zoo de beweging der "Levellers" of "gelijkmakers." Een der takken +dezer beweging, de sekte der "ware" Leveller, had in 1651/52 +een boek uitgegeven getiteld: "De wet der vrijheid, als program +uiteengezet," of "de wederherstelling van het ware regeeringssysteem" +(The Law of Freedom in a platform of True Magistracy Restored), waarin +ontwikkeld wordt, wat koninklijke regeering en wat republikeinsche of +gemeentelijke regeering ("Commonwealth") te beteekenen heeft. Het +is "bescheidenlijk opgedragen aan Olivier Cromwell," zoo ook +"aan alle engelschen, die mijne broeders zijn, hetzij tot het +Kerkverband behooren of niet, en over hunne hoofden heen, aan alle +naties ter wereld." In dit boek ligt een gansch communistisch +stelsel uitgebeeld. Op het "koopen en verkoopen", worden daarin +de hoogste straffen gesteld; niemand mag "arbeid huren of zijnen +arbeid verhuren", en wie land- of de vruchten daarvan verkocht, was +des doods schuldig. Goud en zilver mag niet in munt worden omgezet, +alleen tot huisraad mag het worden versmolten. + +Ook ontstonden in Engeland in de 17e eeuw de "Staatsromans," +d. w. z. die litteratuur, waarin in romanvorm het plan eener +staatsinrichting werd neêrgelegd. Zoo de "Leviathan" door den +staatsrechtsleeraar Thomas Hobbes in 1651 geschreven, en den daarna +in 1656 verschenen "Oceana" van James Harrington. De eerste was +een utopie van den absolutistischen Staat, waarin voor alle standen +en geledingen der samenleving is gezorgd; de andere kan als zijnen +onmiddellijken tegenhanger gelden. + +Kommunistische tendenzen zaten er ook in sterke mate, in de, in de +zeventiende eeuw opgekomen sekte der "Kwakers", waarvan John Bellers +(geb. 1654) als de voornaamste en meest practische kan worden +beschouwd. + +Zoo ontstonden ook in de zeventiende en achttiende eeuw in Frankrijk, +de utopische staatsromans, in den vorm van reisbeschrijvingen. Zij +heetten o.a.: "La terre australe connue", waarvan Pierre Bayle +een zekeren Gabriel Toigni als auteur noemt, voorts het boek: "De +Reizen en Avonturen van Jacques Massé"; het boek van de Fontenelle: +"de Republiek der philosophen of de geschiedenis der Ajaoïer"; +Restif's boek: "La decouverte australe ou lettres d'un singe"; het +boek van den abt Fénélon: "Telemach"; Ramsay's: "Les Voyages de Pyrus" +en Pechméja's boek: "Télèphe". + +Hier moet ook nog worden melding gemaakt van den arbeid van Jean +Meslier, gemeenlijk het "Testament van Jean Meslier" genoemd, dat +in 1762 door Voltaire aan het publiek bekend werd en eene diepgaande +critiek van den schrijver,--een armen en verdrukten dorpspastoor die +bij zijn leven niet spreken dorst,--bevatte, zoowel op den godsdienst, +als op de geheele inrichting der maatschappij. Dit "Testament" welks +inhoud eerst later geheel bekend werd, daar Voltaire het slechts in +zooverre gaf als het dienst kon doen voor zijne propaganda tegen de +kerk, geeft de communistische gedachten weer over een gemeenschap, +gelijk de schrijver zich die gedacht heeft. + +"Ik wilde", roept Meslier uit aan het slot ervan, "dat mijn stem +konde gehoord worden van het eene einde van het koninkrijk tot aan het +andere, neen, van het eene einde der wereld, tot aan het andere. Ik zoû +dan uit al mijne krachten schreeuwen: "Gij zijt dwazen o, menschen! gij +zijt dwazen, u zoo te laten knevelen en zoo blind te gelooven aan een +aantal domheden! Ik zal u uwe dwaasheden toonen en u uwe leiders als +bedriegers en menschenschenners laten zien".... + +"Vereenigt u toch volk, vereenigt u proletariërs; vereenigt u zoo +gij het hart hebt om u te bevrijden van uwe onderdrukkers!" + +In 1755 verscheen er een boek in het licht "Code la Nature" genaamd, +door een vrij onbekend man, een schoolmeester Morelly genaamd, +geschreven. Tevoren had hij reeds een roman geschreven "Nauvrage des +îles flottantes ou la Basiliade" ("Schipbreuk van het drijvend eiland +of de Basiliade") genaamd. + +Aan den spits van zijn ontwerp tot inrichting van een samenleving +stelt hij drie grondstellingen, welke hij geheiligde grondpunten noemt, +die de sociale gelijkheid kunnen waarborgen. + +1. Niets mag in privaat-eigendom zijn, dan wat elk tot werkelijk +gebruik voor zijne behoeften, genoegens of dagelijkschen arbeid +noodig heeft. + +2. Elk burger is een publiek wezen, dat recht heeft op onderhoud en +op arbeid van wege de gemeenschap. + +3. Elk burger is verplicht, naar zijne krachten, talenten en volgens +zijnen ouderdom, tot het publiek welzijn bij te dragen, naar die mate +zullen zijn openbare plichten worden geregeld. + +Later nog, omstreeks de jaren van 1830, hebben onderscheidene +socialistische denkers en schrijvers, en onder hen Louis Blanc zich +dikwijls op deze stellingen van Morelly beroepen. + +Tot de onmiddellijke volgelingen van Morelly, behoorde in de eerste +plaats: Gabriel Bonnot de Mably, in 1709 geboren en in 1785 gestorven. + +In zijn boek, dat in 1768 uitkwam en getiteld is: "Doutes proposés +aux philosophes économistes sur l'ordre naturel et essentiel des +sociétés politiques" ("Twijfelingen voorgesteld aan de economische +wijsgeeren, nopens de natuurlijke en wezenlijke orde van de +politieke samenleving"), oefent hij eene diepgaande critiek uit op +de maatschappij in verband met de eigendomskwestie. Hij is vooral +hier in strijd met de "Physiokraten" waarmede hij tot op een zekere +hoogte kon samengaan,--dat de persoonlijke vrijheid zich niet laat +verbinden met den gemeenschappelijken eigendom, zooals dezen meenden. + +Vervolgens Brissot de Warville, in 1743 geboren en den 31sten Mei 1793 +onthoofd, als "Girondist", die in zijn "Recherches philosophiques" +("Wijsgeerige onderzoekingen") zeer vergaande conclusies trok, omtrent +de niet-noodzakelijkheid van den persoonlijken eigendom. Van dezen +stamt de stelling, later door Pierre Joseph Proudhon overgenomen: +"le propriété c'est le vol" ("eigendom is diefstal"), die men +meermalen--ten onrechte--eene zuiver sociaal-demokratische noemde. + +En hiermede zijn wij genaderd tot het tijdstip der Fransche Revolutie +van 1789, dat reeds lang te voren, door de geestelijke propaganda +der "Verlichting" was voorbereid door de fransche wijsgeeren van de +18e eeuw. + +Zij ontsluit een nieuwen tijd. Door haar is de burgerklasse tot +macht en invloed gekomen, na haar is de moderne kapitalistische +produktiewijze ontstaan en door haar zijn dus middelijk de voorwaarden +tot de sociaal-demokratie van Karel Marx geschapen. + +Wij zullen in het nu volgend hoofdstuk nog nagaan, op welke wijze er +reeds in die Revolutie-zelve, gearbeid werd aan of gedacht werd over, +socialistische of communistische idealen. + + + + + + + +EERSTE GEDEELTE. + + +HOOFDSTUK I. + +DE FRANSCHE REVOLUTIE VAN 1789. + + +Toen de achttiende eeuw ten einde neigde, had de economische +ontwikkeling van Engeland die van Frankrijk reeds vrijwel +ingehaald niet alleen, maar was haar reeds boven het hoofd +gewassen. Maar in Engeland hadden reeds in 1648, en daarna in 1688 +in de z. g. n. "glorious revolution" ("glorierijke omwenteling") +de burgerlijke klassen gezegevierd over den adel en het absolute +koningschap. + +De strijd der fransche burgerklasse richtte zich tegen alle bestaande +grondslagen der maatschappij en nergens is zoo van grond uit met het +oude opgeruimd, dan in Frankrijk in het Revolutietijdperk van 1789. + +De fransche burgerij, die den strijd had te voeren tegen de absolute +monarchie en de gepriviligeerde klassen van den adel en de groote +geestelijkheid, had in dezen strijd het gansche volk achter zich. Maar +dit duurde niet lang; spoedig genoeg, en wel voornamelijk toen het +gold de vaststelling van ieders rechten, kwam de verdeeldheid van +meening aan het licht, die reeds in den strijd om het bestaan die de +Republiek had te voeren, van grooten invloed moest wezen. + +Aan den eenen kant splitste de partij van den derden stand zich in +die der fabrikanten, groote grondbezitters en handelskapitalisten, +aan den anderen kant kwamen de arbeiders te staan en de kleine burgers. + +Als vertegenwoordiger der laatste belangen, komt in het +revolutie-tijdperk vooral Jean Paul Marat op, die hoewel zelve geen +arbeider maar geneesheer, méér den proletarischen kant van de Revolutie +zag, dan vele anderen die met hem aan haren spits stonden. + +Marat werd vroegtijdig vermoord, door Charlotte Cordaij. En op +aandringen van de Mirabeau, de edelman die in het voorspel tot de +Revolutie eene belangrijke rol had gespeeld, zou zelfs de burgerklasse +haren vrede hebben gesloten met de constitutioneele monarchie, wanneer +niet én Mirabeau vroegtijdig was overleden én de gebeurtenissen aan +den grenzen niet zóó geloopen waren, dat alles noodig was om den +inwendigen vrede te bewaren en dus aan de eischen der kleine burgerij +en der arbeiders toe te geven. + +Maar na het tijdperk van den "Terreur", toen het gematigde deel der +bourgeoisie weder de bovenhand had gekregen, werd er hoe langer hoe +meer opgetreden tegen de communistische tendenzen, vooral tegen die +van de groepen der jakobijnen. Van de laatsten verdient in de eerste +plaats hier vermeld te worden + + + +FRANÇOIS BOISSEL, + +geboren te Joijeux in Vivarais in 1728, die in 1753 advokaat van het +parijsche Parlement werd, later naar het eiland St. Domingo ging, maar +in 1789 bij het uitbreken van de Revolutie, naar Frankrijk terugkeerde. + +Hij trad in 1799 op, met een "Catechismus van het menschelijk +geslacht", waarin hij zeer koene conclusies trok uit de in 1789 +geproklameerde "Rechten van den Mensch" en zijne ideën bloot gaf +omtrent eene hervorming van de maatschappij. + +De voorwaarde om te komen tot eene maatschappij, waarin geen +eigenbelang zal heerschen, en den eigendom niet eene private zaak, +zag Boissel wel voornamelijk in eene sociale opvoeding. De kinderen +moesten derhalve door de gemeenschap worden opgevoed meende hij. + +Als overgangsmaatregel stelt Boissel, en dit is voor hem als +fransch socialist van de 18e eeuw typisch, eene "progressieve +inkomstenbelasting" voor, die den rijken ten-slotte zóó belasten zal, +dat voor hen het privaat-bezit elke waarde verliest. Uit de opbrengst +zullen pensioenen moeten worden bestreden voor ouden en invaliden. Ook +sloeg Boissel het oprichten van staatsmagazijnen van agricole produkten +voor, en publieke werkinrichtingen voor werkeloozen van staatswege. + +Na hem, komt hier in aanmerking als maatschappelijk hervormer, +Robespierre's vriend en volgeling + + + +SAINT-JUST. + +Deze, die in 1794 na Danton's val aan de regeering kwam, meende, dat +zoolang er nog armen en behoeftigen waren, de zaak van de vrijheid, +van de Republiek, in gevaar was. "Duldt in den Staat noch eene +ongelukkige, noch eene arme: alleen tot dien prijs zult gij eene ware +republiek kunnen in stand houden!" De economische gelijkstelling is +de levensvoorwaarde voor de republiek; de rijkdom der "aristokratie" +is voor de republiek evenzoo gevaarlijk als de ellende des volks. "Er +behooren noch rijken, noch armen te bestaan.... Daar waar er te groote +bezitters bestaan daar vindt men louter armen.... De rijkdom is een +infamie", enz., ziedaar zijn meeningen. + +De ellende, die wel het naast, volgens Saint-Just, een gevaar oplevert +voor de republiek, moest in de eerste plaats dan ook uitgeroeid +worden. Dit was te vinden door zeer strenge agrarische wetten: "Ten +einde de zeden te hervormen en den nood te bevredigen, moest men +beginnen, met een ieder wat land te geven. Het bedeldom moet worden +tegengegaan door verdeeling van de nationale goederen onder de armen." + +Voorál moest het volk zich op den landbouw kunnen toeleggen, daar +alleen een landbouwend volk een "deugdzaam" en een vrij volk kan wezen. + +De mogelijkheid om de maatschappij gelukkig te maken, zag +Saint-Just, evenals zoovele hervormers uit het midden der 18e eeuw +dan ook gelegen in de wetgeving en die wel uitsluitend van uit een +streng gecentraliseerden Staat. Saint-Just viel echter spoedig met +Robespierre, wiens handlanger en vriend bij was, en hiermede ging +ook zijn plan te gronde. + +Maar het eerst en het voornaamst werden communistische denkbeelden, +te midden van de Fransche Revolutie verkondigd door een man, die niet +aarzelde, zelfs niet onder het Schrikbewind, met zijn meeningen voor +den dag te komen. Die man was: + + + +FRANÇOIS NOËL BABEUF, + +of, gelijk hij zich-zelf gaarne noemde, met eene herinnering aan de +Romeinsche geschiedenis, Grachus Babeuf, werd in 1760 te Saint-Quentin +uit Calvinistische ouders geboren. + +Op 16-jarigen leeftijd als schrijver bij een landmeter werkzaam, werd +hij daarna ambtenaar bij het kadaster in Roije (Picardië). In deze +positie leerde hij den slimmen nood waarin het landvolk zich bevond +van nabij kennen en het is wel daaraan te wijten, dat hij zich reeds +in 1887 onledig hield met de studie van de werken van Meslier, Morelly +en Mably, en met het vraagstuk van de afschaffing van den eigendom. + +Na de bestorming der Bastille, waaraan hij deel had genomen, bekleedde +hij verschillende ambten in dienst van den Staat. In 1794 stichtte +hij het "Journal de la liberté de la presse", dat later in "Tribun du +peuple" werd omgedoopt. Na den val van Robespierre en zijnen aanval op +degenen welke dezen ten val hadden gebracht, de Thermidoristen, werd +hij, tezamen met een aantal eveneens radikale republikeinsch-gezinden, +in de gevangenis geworpen. Hier was het, dat Babeuf de gelegenheid +kreeg, om met hen van gedachten te wisselen, over het beginsel van +de gelijkheid en te onderzoeken of de gelijkheid, zooals die tot nog +toe was verstaan, wel eene grondstelling voor het maatschappelijk +leven kon heeten van genoegzame waarde, om het geluk en het leven +daarvoor te wagen. Zij werden tot twijfel daaraan gedreven, door de +gebeurtenissen van den laatsten tijd, en kwamen tot de slotsom, dat +het simpele politieke axioma van de gelijkheid alléén, geen ideaal +kon zijn waarmede de menschheid gelukkig te maken was. Zij trokken +uit de theorieën van Jean Jacques Rousseau, die in die dagen, wel +de bron waren van alle hervormers van voor en in 1789, de verdere +consekwenties en de conclusie, dat ook het onderscheid in bezit +moet worden weggenomen, wil de politieke gelijkheid geen chimère, +geen denkbeeldig iets blijken te zijn. + +In October 1795 weder vrijgelaten, ging Babeuf dadelijk aan het +agiteeren voor zijne denkbeelden, die communistisch waren en de +natuurrechtelijke politieke gelijkheids-ideën van Rousseau ten +grondslag hadden. "De mensch is van nature goed" gelijk Rousseau +leerde; "deze goede en onbedorven mensch werd eigenlijk nog maar +vertegenwoordigd door die uit de onderste standen der samenleving, +die van de weelde en de verdorvenheid daarmede gepaard gaande, bevrijd +waren gebleven. Daarom moest door de toekenning van alle politieke +rechten het volk tot de regeering brengen," omdat, gelijk men in 1793 +zeide: "le but de la société est le bonheur commun" (het doel van de +maatschappij is het gemeenschappelijk geluk.) Robespierre verklaarde: +"Nous voulons un ordre des choses, où toutes les passions basses +et cruelles soient enchainées, toutes les passions bienfaisantes +et généreuses éveillées par les lois.... Nous voulons substituer +dans notre pays, la morale à l'égoïsme, la probité à l'honneur, les +devoirs aux bienséances, le mépris du vice au mépris du malheur." (Wij +willen een orde van zaken, waarin alle lage en slechte hartstochten +zullen worden vastgelegd, alle edele en weldadige hartstochten +zullen worden opgewekt door de wetten... Wij willen in ons land de +moraal stellen in de plaats van de zelfzucht, de braafheid voor de +eer, de plichten voor de zeden, de smaad van de gebreken voor die +van het ongeluk). Babeuf wilde uitgaande van deze gedachten, als +grondstellingen voor een ideale maatschappij, de arbeidsplicht van +allen, wettelijke vaststelling van het getal arbeidsuren; leiding van +de produktie door eene, door het volk direkt gekozen opperste macht; +verdeeling van den noodzakelijken arbeid onder de burgers onderling; +afdoening van den onaangenamen arbeid door de burgers naar de rij +af; het recht van alle burgers op gezamenlijk genot, en diensvolgens +gezamenlijke verdeeling der gebruiksgoederen--welker voortbrenging, +door de algemeene deelname daaraan natuurlijk zeer zoude stijgen--onder +de individuen, naar de mate hunner behoeften. + +Dit communistisch stelsel verkreeg eene hoogere wijding bij Babeuf, +dewijl hij het verdedigde, niet zoozeer met wetenschappelijke, +als wel met godsdienstig-bijbelsche uitspraken en stellingen. Het +communisme zou daarnaar een wil van God, de aardsche gelukzaligheid +en de voorbereiding zijn tot de hemelsche; en de eenige drijfveer +tot dat alles, zal de "deugd" zijn. + +Maar daar deze phantazie niet zoo dadelijk te verwerkelijken was, +gelijk ook Babeuf wel begreep, zoo waren er een aantal maatregelen +noodig voor het tegenwoordige, opdat in de toekomst de menschheid +dit ideaal bereiken kon. In de eerste plaats dan moest er worden +ingesteld eene "groote nationale gemeenschap van goederen", waartoe +zullen moeten behooren alle staatseigendommen, al het vermogen van de +"vijanden der volkszaak" zoowel als alle goederen, welker aanbouw +door de eigenaren derzelven, niet werd uitgevoerd. Elke franschman +zal tot deze gemeenschap kunnen toetreden, doordien hij zijn vermogen +ten haren dienste stelt en haar zijne arbeidskracht aanbiedt. Dan zal +de gemeenschap de erfgename moeten zijn van elke private erfenis. De +medeleden arbeiden gezamenlijk en krijgen daarvoor voedingsmiddelen +in ruil, zooals eene "matige en sobere keuken, die plegen op te +leveren"; zoowel alles wat noodig is voor het leven. Wie met schulden +de gemeenschap bijtreedt, wordt van alle zijne verplichtingen ontheven. + +Dit zijn in 't kort, de denkbeelden waarvoor Babeuf in 1795 de agitatie +in zijn "Tribun du peuple" ondernam; die hij predikte in stad en land +en daar hij een meester van het woord was in alle opzichten, zoowel +door zeggingskracht als door woordenkeus zijn gehoor wist mede te +sleepen, maakte zijne propaganda een geweldigen indruk. Vooral na den +val der Jacobijnen, richtte hij er al zijne krachten op, dezen weder +uit hunne verstrooidheid en tot hereeniging te brengen. Hij richtte +weder een dier geheime genootschappen op--in de dagen van de 1789 +eene zoo geweldige kracht,--die hij het genootschap van de "Gelijken" +noemde. Daarnevens werden een aantal kleine "clubs" gesticht over +het geheele land; zoodat naar men meende in vrij korten tijd Babeuf +méér dan 17.000 aanhangers van zijne sociale theorieën om zich heen +had verzameld. + +Alsnu trad de regeering handelend op. De poging die er zoude worden +gedaan om zich meester te maken van de macht in den staat, teneinde +eene andere sociale orde van zaken in te stellen, was namelijk +verraden geworden. In het begin van Mei 1796, werd Babeuf zelf in +hechtenis genomen, nadat zijne vrienden reeds eerder gevat waren +en terecht waren gesteld. De rechtbank veroordeelde hem wegens +samenzwering tegen den staat ter dood, welk vonnis hij heldhaftig +den 8ste prairial 1797, op de place de la Vendôme onderging met +zijn vriend Darthé. Van zijn medestanders waren er enkelen gevlucht, +anderen tot deportatie veroordeeld. + +Dit was het einde van een man die in armoede geboren en in +armoede geleefd heeft, en meende, dat het aan den goeden wil van +een betrekkelijk klein aantal menschen lag, om de leuzen, die in +de Revolutie van 1789, eene zoo geweldigen dienst hadden gedaan, +tot werkelijkheid te maken. En hiermede hadden de socialistische +pogingen in de Fransche Revolutie geboren, en die welke ten doel +hadden deze hervorming tot eene radikale te doen zijn, voor goed +schipbreuk geleden. + +De geheele Revolutie verliep verder in het Keizerrijk van Napoleon +Bonaparte, die van eersten Consul der Republiek, weldra Keizer +werd. En onder diens regeering had Frankrijk te veel oorlogen te +voeren en genoot te veel eene betrekkelijken voorspoed, dan dat er +aan de verwerkelijking der leuzen van 1789 kon worden gedacht. + +Eerst in de periode van het herstel, die der "Restauratie", doken er +weder plannen op, die er op doelden eene grondige sociale vervorming +van de maatschappij, van eene kapitalistische in eene socialistische, +in het leven te roepen. + +De moderne socialistische Utopisten, of gelijk men ze noemt de +"groote Utopisten" kwamen als nu ten tooneele. De aanvang van de +negentiende eeuw zag de socialistische denkers opstaan; zag den +graaf de Saint-Simon en Charles Fourier in Frankrijk en Robert Owen +in Engeland aan den arbeid gaan, ten einde het menschelijk ideaal, +de algemeene welvaart en de grootste som van menschelijk geluk, +te trachten tot werkelijkheid te maken. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +DE SOCIALISTISCHE UTOPISTEN. + + +In alle kampen en verwarringen der Revolutie, als eenerzijds de +hartstochten den hoogsten graad hadden bereikt, anderzijds de +begeestering gloeide en zich in woorden en daden omzette, bleef er +evenwel iets, dat de menschen, in weerwil van al hun peinzen en hunne +inspanning niet begrijpen konden. De Revolutie had ontzaggelijke +menschenoffers gekost, maar met het guillotineeren van menschen, +bleef evenwel die toestand bestaan. + +Die toestand, een economische toestand, was het kapitalisme, dat +juist door de revolutie in Frankrijk zich eerst recht ontplooien kon. + +Het kapitalisme had uit alle inwendige, zoowel als buitenlandsche +verlegenheden der Republiek nut getrokken. Het had uit de confiscatie +der goederen, het had uit de assignatenzwendel, uit de instelling van +het wettelijk maximum, uit de rationeeringen, uit de veldtochten met +hunne wapen-, kleeding- en voedingsleveranties; uit het continentale +stelsel tegen Engeland; kortom, uit alle maatregelen, welke de +Constiuante, de Conventie en het "Comité voor publiek welzijn", +nam, door het Directoire het Consulaat en Keizerrijk heen zijn nut +getrokken en er baten voor zich weten uit te slaan. + +De groote vermogens kwamen als paddestoelen uit den grond; de +speculatie- en handelsgeest greep meer dan ooit om zich heen +en alom maakte zich de kapitalistische geest meester van alle +private verhoudingen van de menschen onder-elkander. De theorieën +van Adam Smith, die het individualisme tot den grondleer van de +Staathuishoudkunde had verheven, kwamen van Engeland naar Frankrijk +over en vonden daar geheel spontaan, ook hunne verwerkelijking. + +En onder het regime van Napoleon I was de oude orde van zaken weder +teruggekeerd. De begeestering voor de "gelijkheid der menschen" +verdween en na Napoleon's val kwam het "ancien regime" ("de oude +regeeringsorde") terug en alles scheen te gaan gelijken op de +toestanden van vóór 1789. + +Dat de geest van onderzoek echter nog bestond, bewezen wel op +verrassende wijze twee mannen, die tegelijk, en onafhankelijk van +elkander, opstonden in Frankrijk. De eerste, die wij hier zullen doen +kennen, was de graaf de Saint-Simon. + + + +CLAUDE HENRY DE ROUVRAIJ, graaf de Saint-Simon, + +werd den 17en October 1760 geboren. Hij was een achterneef van den +groothertog en pair van dien naam, die in zijne kroniek van het +hof-leven onder Lodewijk XIV, eene der beroemdste memoire-werken +geleverd heeft uit die dagen. + +Deze "voorvaderen" spelen dan ook in de Saint-Simon's leven geen +geringe rol. Inderdaad stamde het geslacht in rechten lijn af van +den lageren adel uit het graafschap Vermandois, waarvan onder de +regeering van Lodewijk XIII, een medelid tot den rang van hertog werd +verheven. Deze Vermandois nu, leidden hun geslacht af van Karel de +Groote. In den droom, vertelt de Saint-Simon ons, was hem eenmaal +Karel de Groote verschenen, om hem te profeteeren, dat hij éénmaal +als philosoof, het geslacht tot eene even groote eer zou wezen, +als dezen dit als Vorst geweest was. + +Saint-Simon geloofde inderdaad dat hij, als 't ware gepredestineerd +was tot den rol van wereldbeheerschend philosoof. Zijne overspannen +phantazie en zijne overigens levendige verbeeldingskracht, deden +hem dingen gelooven, die zich in de werkelijkheid niet zoo hebben +toegedragen als hij-zelf ze ons mededeelt. + +De Saint-Simon was een leerling van de groote d'Alembert, de man die +met Diderot en anderen medewerker was aan de beroemde Encyclopedie +der 18e eeuwsche materialistische wijsgeeren in Frankrijk, vóór +de groote Revolutie. Zijn jeugd verliep in onvaste bezigheden. Wij +vinden hem dan als officier in Frankrijk, dan als medestrijder van +Washington bij de vrijheidsoorlog van de staten van N.-Amerika tegen +Engeland; als diplomatiek agent op eigen gelegenheid in Nederland of +als raadgever van ministeries in Spanje en Mexiko, in welk laatste +land hij omvangrijke irrigatiewerken op touw zette. + +In de Revolutie verloor de Saint-Simon, evenals zoovelen, zijn +gansche vermogen en aldus werd hij gedwongen te gaan werken voor +zijn levensonderhoud. Dit deed hij zóó, dat hij, door middel van den +koophandel, waarop hij zich toelegde, alras een nieuw vermogen had +weten bijeen te krijgen. Maar ook dit was weder spoedig door een groote +luxe en verkwisting verdwenen. De Saint-Simon zegt opzettelijk zich +aan zoo groote verkwisting te hebben overgegeven, teneinde daardoor +zijne kennis van het leven te vervolmaken en al het menschelijke, +zelfs het méér dan menschelijke, bij de plannen die hij had voor de +toekomst van het menschelijk geslacht, daarbij in oogenschouw te kunnen +blijven houden. Dat hij ook lang genoeg gelegenheid heeft gehad de +psychologie van de armoede te bestudeeren, en dat eveneens aan zijn +eigen lijf, hinderde hem dan ook geenszins. Het is dan ook uit deze +laatste periode zijns levens, dat zijn werkzaamheid als publicist, +als denker en als hervormer dagteekent. + +Het uitgangspunt van de Saint-Simon's denken, was de erkenning +van het armzalige van al het bestaande, van de gansche materieele, +politieke en religieuze nood van zijnen tijd. Zijne critische blik, +kon zich niet laten verblinden, door den glansrijken pronk van de +weelde, die het nieuw-geschapen keizerrijk van Napoleon I ten toon +spreidde; hij zag zeer goed daarachter, de ellende van dat bloeiend +kapitalisme en zijn hart werd ten volle aangegrepen door der menschheid +ganschen jammer. Over het algemeen genomen, was de Saint-Simon een +Faustnatuur. Geniaal en vol van de hem verteerende weetgierigheid, +dreef hem dit alles rusteloos voort naar eene allesomvattende kennis +en tot een door niets in te toomen hartstocht, der menschheid gelukkig +te willen maken. Dat hij bij dit onbeperkt streven, meer dan eens +de reële feiten niet goed heeft kunnen zien, doet niets af aan dit +groote feit, dat hij dingen heeft gezien in een tijd, toen nog door +de geringe ontwikkeling van de kapitalistische maatschappij, geen +mensch heeft kunnen zien wat hij zag. + + + +De Saint-Simon was 43 jaren oud, toen hij zijn eerste publieke +geschrift schreef, genaamd: "Lettres d'un habitant de Genève à +ses contemporains." ("Brieven van een inwoner van Genève aan zijne +tijdgenooten.") Het kwam uit in 1803, maar werd vergeten, totdat het in +1823 door zijne leerlingen aan deze vergetelheid ontrukt was geworden. + +In deze "Brieven" toonde de Saint-Simon reeds zijn denkbeelden aan, van +der menschheid eene leiding te willen geven. Gelijk de maatschappij in +de middeneeuwen door de geestelijkheid was geleid, zoo moest dit ook nu +weder geschieden, thans door het denkend gedeelte van de samenleving. + +De hier door de Saint-Simon gedachte heerschappij van den geest, moest +in waarheid die van het genie zijn. Deze genieën moesten onafhankelijk +zijn; geen posten van de regeering behoeven aan te nemen en daardoor +niet verplicht zijn "secondairement" te denken. Zij moesten zich +niet verlamd gevoelen, en met stoutheid zouden zij de wieken van +hunne geestelijke meerderheid kunnen uitspreiden en daardoor de +menschelijke maatschappij steeds ten zegen kunnen verstrekken. "Ruimte +voor de Archimedessen!" was zijn uitroep--"geen hulde meer aan +de Alexanders!" Met andere woorden: de tijd die aangebroken was +beteekende volgens hem, een ten troon stijgen van de wetenschap, +die de plaats innam van de studie van den oorlog. + +Bij zijn plan tot organisatie van de maatschappij, verdeelde hij de +menschen in drie klassen. De eerste klasse was die van de vooruitgang; +zij was samengesteld uit de geleerden, de mannen van de kunst, en +allen, die liberale denkbeelden ten beste van de samenleving te geven +hadden. De tweede was die van het behoud, zij bestond uit de eigenaars +van den grond. De derde klasse was die van de gelijkheid. Zij bevatte +dat deel van de menschheid dat niets bezat, geen eigendom, ook niet +een geestelijk. + +Tot de eerste klasse zeide hij: "Gij geleerden en kunstenaars, gij +hebt den scepter der publieke opinie in uwen hand, grijpt dien aan +met moed. Overwint slecht der inertie van uwen stand. Mathematici +maakt een aanvang!" + +Tot de tweede klasse richtte zich de Saint-Simon met deze woorden: +"Aanvaardt mijn plan, doet het uit vrijen wil, want anders zoudt gij +er door de geleerden toe gedwongen kunnen worden en zou de geschiedenis +van 1789 zich voor u kunnen herhalen. Gij kunt de crisis nog beletten, +en taak van den overgangstoestand kunt gij helpen verlichten. Gij +kunt de "regulateurs" der beweging worden en op die wijze uwe plaatsen +blijven innemen!" + +En tot de derde klasse eindelijk zeide hij: "Vrienden maakt dat de +rijken, die tot nu toe geen andere bezigheid gehad hebben dan u bevelen +te geven, gedwongen worden u onderwijs te geven. Wie kunnen u anders +voorthelpen dan de geleerden? Een geleerde is iemand die voorziet, +iemand die voorspelt. + +"Bedenkt wel dat gij dáárom alleen, staat onder de heerschappij van +de klasse van de eigenaars,--die tien- en twintigmaal geringer in +aantal zijn dan gij--omdat de eigenaars u in verstand verre de meerdere +zijn. Zoekt met hen op gelijken trap van ontwikkeling te komen. Zoowel +geleerden, als kunstenaars moeten u daarbij ter hulpe komen. Door +mijn ontwerp heb ik getracht alle plannen ter uwer ontwikkeling tot +ééne straal te leiden. Helpt dus! Schrijft in zoo gij kunt. Bij de +keuze der benoemingen zal ik u helpen!" + +Het plan beoogde eene algemeene organisatie der maatschappij, op deze +grondslagen: "de geestelijke macht in handen van de geleerden; de +wereldlijke macht in hadden der eigenaars; de macht om hén te benoemen, +die de taak zouden te vervullen hebben van leiders der menschheid te +zijn, in handen van een ieder. Het loon der regeerders moest bestaan +in de algemeene achting en de eerbied die men hen zou toedragen." + +In deze "Brieven uit Genève" wilde de Saint-Simon dus aan de menschheid +eene nieuwe organisatie geven; een orde van zaken in de maatschappij, +steunende op het denkbeeld, dat de geheele menschheid één eenheid +was; dat er éénheid moest komen in het menschelijk arbeiden en dat +de geleerden en kunstenaars de mannen bij uitnemendheid waren, om +dat werken te leiden en te besturen. + +De taak der vrouw was hierbij niet over het hoofd gezien en ook werd +deze nieuwe orde van zaken door de Saint-Simon, tot een soort nieuwen +godsdienst verheven. + +In 1807, na een leven van ontbering te hebben geleden, schreef de +Saint-Simon zijn: "Introduction aux travaux scientifiques du XIX-me +Siècle." (Inleiding tot den wetenschappelijken arbeid der 19e eeuw). In +zekeren zin was dit boek een antwoord op een prijsvraag door Napoleon +Bonaparte uitgeschreven en aan het "Instituut" opgegeven onder het +opschrift: "geeft mij rekenschap van de vooruitgang der wetenschap +sedert 1789 en zegt mij, welke hare tegenwoordige toestand is en +welke de middelen zijn om haar vorderingen te doen maken." + +De Saint-Simon past in zijn boek voor het eerst,--en dit is werkelijk +een vooruitgang der wetenschap geweest, al werd het niet officieel +erkend,--deze tweeledige methode toe: die der analyse en die der +synthese. Door analyse, klimt men van bijzondere feiten óp tot een +algemeen feit; door synthese daalt men van het algemeene tot de +bijzondere feiten af, zoo stelde hij vast. + +De geleerden van de richting a priori waren voor hem die zoo als Bacon +van Verulam en Descartes. Vooral de laatste, die tot den menschheid +heeft durven zeggen, dat zij slechts gelooven moet die zaken welke haar +door de rede worden aangetoond en bevestigd zijn door de ervaring; +de man die het bijgeloof omverwierp en een volgens vaste methode te +werk gaanden twijfel onderwees. + +De richting a posteriori was begonnen bij Locke en Newton in +Engeland. De een op het gebied van de kennis van de georganiseerde +wezens, de ander op dat van de brute lichamen, verkregen hunne +bewonderenswaardige resultaten door toepassing van de analyse. + +Beide methodes zegt de Saint-Simon, moeten worden vereenigd; het +was de fout van de denkers der 18e eeuw, dat zij hierbij dachten +aan strijd en aan tegenstelling. Zoowel het generaliseeren als het +particulariseeren, zij hebben verder te zamen recht van bestaan. + +Na aldus de gansche wetenschap van de 18e eeuw te hebben getoetst +aan deze twee maatstaven, gaat de Saint-Simon zich in beschouwingen +verdiepen over den godsdienst. En dan krijgen wij eene krachtige +uiteenzetting van hem, dat de Kerk in de middeneeuwen dáárom zoo hoog +in aanzien stond, omdat werkelijk de geestelijken van toen beter en +intelligenter waren dan de leeken. Eerst toen die meerderheid van +verstand en gemoed ophield te bestaan, kwam er scheuring. + +Volgens zijne inzichten, gaat de richting in het godsdienstige deze +kant uit: het godsdienstig Deïsme maakt plaats voor het Physicisme, +een godsdienst op natuurkennis gebouwd. + +Wat de ethiek aangaat, meent de Saint-Simon, dat het negatief beginsel +van het Evangelie: "Doe niet aan anderen, wat gij niet wilt dat men +u doet", plaats moet maken voor een ander en een positief beginsel. + +"De mensch moet werken!" Het denkbeeld van den arbeid in den breedsten +zin opgevat altijd. Maar een rentenier, iemand die niet persoonlijk het +werk bestuurt dat zijn eigendom produktief moet maken, is een wezen +dat de maatschappij tot last is. De zedeleer dient hierop steeds de +aandacht gevestigd te houden. De wetgever moge het vrije en volledige +gebruik van den eigendom toestaan, de moralist is genoodzaakt der +menschheid en der openbare meening te drijven in de richting der +erkenning, dat den nietsdoenden eigenaar, alle achting moet worden +onthouden. + +In 't jaar 1813 schreef Saint-Simon twee groote manuscripten, zij zijn +het bij zijn leven gebleven, dewijl hij geen geld had om ze te laten +drukken. Eerst in 1858 zijn zij gedrukt geworden. Zij zijn getiteld: +"Mémoire sur la science de l'homme" en "Travail sur la gravitation +universelle" ("Memorie over de wetenschap van den mensch") en +("Studie over de algemeene zwaartekracht"). Het eerste is wederom +een poging om de Europeesche maatschappij te reorganiseeren. De +studie van den mensch moest allereerst uitgaan van de physiologie, +in de tweede plaats moesten de daden van het menschelijk geslacht +beantwoorden aan de wet der ontwikkeling. De physiologie is de eenige +positieve grondslag voor de kennis die de mensch noodig had. Volgens +de Saint-Simon, had de literatuur als zoodanig, als voortbrengend +middel van beschaving uitgediend; de kennis der natuur kon thans nog +alleen tot resultaten leiden. + +De Saint-Simon's uitgangspunt was, dat de mensch van dezelfde natuur is +als de dieren en alleen door eene betere organisatie van het lichaam, +zich boven de dieren heeft weten te verheffen. De menschheid heeft +evenwel gezorgd, de dieren op lageren trap te houden en daarom storend +gewerkt op hunne ontwikkeling. + +De Saint-Simon's betoog komt dan vervolgens hierop neer, dat het +geheele stelsel van onze kennis daarheen moet worden georganiseerd, +en gegrondvest moet worden op dit eene geloof: dat het geheel bestuurd +wordt door eene enkele vaste wet. Alle systemen van toepassing nu, alle +die van religie, van politiek, van moraal en van burgerlijk recht, zij +zullen in overeenstemming moeten worden gebracht met dit nieuwe stelsel +van kennis. De geheele maatschappij moest aldus worden geregeld, en +volgens hem was de tijd daarvan niet meer zoo ver af. Immers, politieke +en wetenschappelijke omwentelingen wisselen elkander beurtelings af. + +In zijn tweede geschrift, vervaardigd onder den indruk van +gebeurtenissen van 1813, geeft hij o. m. een schoon overzicht van +de philosophie, in den vorm van een toespraak van Socrates aan +zijne leerlingen. En dan nogmaals, een overzicht van de waarde van +de Middeneeuwen voor de beschavingsgeschiedenis der menschheid. Hij +toont aan, hoe slecht de geschiedschrijving dit tijdperk begrijpt, door +het te beschouwen als dat van de "donkere eeuwen der barbaarschheid". + +Verder uitwerkende het denkbeeld, dat zoowel de zedelijke als +de natuurwetenschappelijke, ja alle kennis berust op de wet der +zwaartekracht, moeten de geleerden zelven, als geestelijke macht bij +uitnemendheid, de leiding van de wereld op zich nemen. Het geleerdste +lichaam moest de priesterlijke functie vervullen en de nieuwe paus +van zulk eene nieuwe wereldorde, priester van positieve kennis, zal +het tijdperk van den oorlog sluiten, dat van den vrede inwijden en +de anarchie zal alsdan ophouden te bestaan. + +In 1814 verscheen onder den titel van: "De la réorganisation +de la Société Européenne, par M. le Comte de Saint-Simon et par +M. A. Thierry, son élève." ("Over de hervorming van de europeesche +maatschappij door de graaf de Saint-Simon en A. Thierry, zijn +leerling"), het eerste eigenlijke maatschappelijk hervormings-werk. + +De Saint-Simon stelde daarin voorop, dat de negentiende eeuw tot +taak had te organiseeren, gelijk de aan haar voorafgaande, de 18e, +tot taak had de critiek op de maatschappij te leveren. + +In de eerste plaats moesten de Mogendheden naar betere regeeringsvormen +zoeken. Men vergete niet, dat de Saint-Simon dit schreef onder +den geest van algemeene reaktie in de politieke gebeurtenissen na +den val van Napoleon I. Dit betere moest zijn criterium vinden in +de voorwaarde, dat onder zulk een regeeringsvorm elke quaestie van +openbaar belang, achtereenvolgens a priori synthetisch en a posteriori +analytisch werd onderzocht en behandeld. + +Dit was volgens hem alléén mogelijk--en ook verwezenlijkt in +het Engelsche parlementaire stelsel--waar voor het onderzoek a +posteriori afzonderlijke en goed onderscheiden politieke machten waren +gevestigd. Het Huis der Gemeenten ging alles na, uit het oogpunt der +locale belangen, onderzocht de zaken a posteriori, terwijl de Koning +daar te lande, het hooge standpunt vertegenwoordigde dat de zaken a +priori behandelde. En het Huis der pairs was werkzaam als "moderateur" +(middelaar) tusschen beiden. Daarbij waren dan maatregelen genomen +tegen het eventueele kwaad, dat de machtige koning het systeem +op zijn grondslagen kon doen wankelen, door de verdeeling van de +koninklijke uitvoerende autoriteit in twee deelen: den koning zelven +en de verantwoordelijke ministers. Zijn plan kwam ten slotte hierop +neêr, dat elke Europeesche staat een eigen parlement moest bezitten +en dat al die parlementen boven zich zouden hebben: een algemeen +Europeesch parlement. Dit zou zijn samengesteld uit twee Kamers, die +der Gemeenten en die van de Pairs. Ieder millioen menschen in Europa +dat lezen en schrijven kon, zou naar de Kamer der Gemeenten van dat +groot-Europeesch parlement, een koopman, een geleerde, een magistraat +en een administrateur benoemen. Van de berekening uitgaande, dat er in +Europa 60 millioen menschen waren, die lezen en schrijven verstonden, +zou men dus 240 leden hebben. Ieder lid van de Kamer zou voor 10 jaren +gekozen worden en ten minste 25,000 franken aan rente moeten zitten. + +Nevens die vermogende mannen, het element van de stabiliteit, zouden er +uit de niet-vermogenden 20 leden bij worden gekozen, uit de bekwaamste +geleerden, kooplieden, magistraten en administrateurs, die door die +toelating eene dotatie van 25,000 franken aan grondeigendom zouden +verkrijgen. + +De Pairs zouden door den Europeeschen koning worden benoemd uit +de allerrijksten van Europa; ieder Europeesch pair zou ten minste +500,000 francs aan rente moeten bezitten. Ook zouden hier nog 20 +pairs bij kunnen toegelaten worden en gedoteerd, uit de mannen van +wetenschap, industrie, magistratuur en administratie te kiezen. Over +een Europeeschen koning, wiens instelling eveneens in het plan lag, +heeft de Saint-Simon zich niet verder uitgelaten. + +Tot de bevoegdheden van het Europeesche parlement rekende de +Saint-Simon in de eerste plaats, twistpunten oplossen tusschen de +Mogendheden onderling. Verder het ondernemen en het leiden van groote +werken van openbaar nut voor de Europeesche maatschappij, bijv.: +het verbinden van den Rijn met den Donau en dat van den Rijn aan +de Oostzee, enz. Dan ook zou dit Parlement het openbaar onderwijs, +in zijn geheel, onder zijn beheer moeten nemen. Vervolgens, zou het +"een Wetboek van de zedeleer" moeten ontwerpen en invoeren, gesplitst +in voorschriften voor het algemeen en voor elke natie. Zulk een "code" +zou geheel Europa moeten worden ingeprent. + +Na zich aldus te hebben bezig gehouden met het najagen van +hersenschimmen; immers in de dagen waarin hij "De la Réorganisation" +schreef was er in de verste verte niet te denken aan de algemeene +vereeniging van de Europeesche Staten, ging de Saint-Simon zijn +groote denkkrachten besteden aan de hervorming van den arbeid. In +Mei van 't jaar 1817, kwam het eerste deel uit van "L'Industrie" +("Over de nijverheid") onder het motto: "Tout par l'Industrie, tout +pour elle". ("Alles door de industrie, alles voor haar.") Daarin was +Augustin Thierry, den reeds genoemden leerling van de Saint-Simon aan +het woord, die daarin een krachtig betoog hield over de nuttigheid +van de industrieele klasse. In het oude Europa was de krijgsman in +eere, hij achtte zich krachtig, omdat de menschen voor hem leefden; +in het nieuwe Europa is de industrieel de hoofdpersoon, hij heeft +het bewustzijn van zijn sterkte, omdat alle menschen zijn belang +voorstaan en behartigen. Volgens de nieuwe beschouwing is thans die +natie de eerste van allen, die het nuttigst voor de anderen is. Het +geluk van een volk bestaat in maatschappelijke werkzaamheid: eerst +werken dan genieten. "Werkt voor allen, want allen werken voor u," +dát is de leuze van den nieuwen tijd! En de groote strijd die nog +gevoerd moet worden, gaat thans tegen de onwetendheid en tegen allen +die door haar worden gevoed. De grondslag van de geheele politiek +moet worden: elke natie is eene industrieele maatschappij. + +In het tweede deel van 't boek is de Saint-Simon zelf aan het +woord. De maatschappij is volgens hem niet anders dan de éénheid, +van de menschen die arbeiden. Deze gemeenschap kent slechts twee +vijanden: de anarchie en het despotisme. Gedreven door hun eigen +belang, moeten alle menschen ongestoord kunnen arbeiden. Maar er +zwerven rondom hen, en in de maatschappij, een aantal parasieten rond, +die niet arbeiden. De groote taak van elke regeering moet het zijn +den arbeid tegen die schadelijken te beschermen. Een verbond van de +industrie met de denkers moest vervolgens tot stand komen. + +De Saint-Simon's gevolgtrekkingen in dat boek waren: "eerbied voor de +produktie en voor de producenten"; mannen van den arbeid moeten den +gang en de loop van den Staat regelen; het verderfelijke van oorlogen +en van monopoliën moesten de menschen inzien; eene verbetering van +de zedeleer was noodzakelijk, omdat aan den arbeid grooten eer +diende bewezen te worden; iedereen behoorde zich te beschouwen, +als behoorende tot het genootschap van arbeiders, De politiek is de +wetenschap der productie. Laat den arbeider dus fier den standaard +opheffen; industrie is gelijkbeteekenend met productie! + +In het derde deel, dat ook nog in 1817 verscheen, werd de wending +die de maatschappelijke orde te gemoet moest gaan, tengevolge van +het optreden van de industrie, uit een hooger standpunt bezien. Het +tegenwoordig tijdstip was een overgangstijdperk, zoowel in zeden en +gewoonten als in denkwijze. Geen regime kan zich vestigen, wanneer +niet een daarmede in overeenstemming zijnd philosophisch stelsel +zich eerst baan gebroken had en in de gedachten der menschen zich +had vastgezet. En dan gaat de Saint-Simon in zijn boek verder de +theologische zijde van het Christendom bestrijden. Zooals hij zeide: +de "morale céleste," had te wijken voor de "morale terrestre"; +hemel en hel moesten niet langer de menschelijke gedachten in beslag +nemen. Het rijk van de positieve ideën moest een aanvang nemen. Dit +alles moet evenwel zeer voorzichtig geschieden; men moet met geduld +te werk gaan; de bestaande kerken moeten niet worden met opheffing +bedreigd, van-zelf zou dit wel geschieden. Maar de priesters zouden +evenwel bij de wet gedwongen moeten worden, een examen af te leggen +in de positieve wetenschappen. + +In het vierde deel, dat in 1818 uitkwam, zijn wij weder op praktisch +terrein. De maatschappelijke kwestie, zegt de Saint-Simon daarin, geldt +de kwestie van den eigendom. De eigendom moet geconstitueerd worden, +met het oog op het groote welzijn van de maatschappij, onder het +tweeledige gezichtspunt dat van den rijkdom en dat der vrijheid. Men +moet het eigendomsrecht inrichten en bepalen op een wijze, die +het gunstigst is voor het aangroeien van den rijkdom en voor het +vermeerderen van de vrijheid van den arbeid. Het eigendomsrecht moet in +zijn volle kracht blijven, maar de uitoefening van dat recht op deze of +gene wijze, moet worden bepaald door een wet. En de Saint-Simon maakt +in dit opzicht geen onderscheid tusschen de landbouw, het handels- +en het fabriekswezen. Bij het handels- of fabriekswezen is de man +die werkt en kapitalen opgenomen heeft, de meester dier kapitalen; +bij den landbouw blijft hij die het land verpacht, die dus niet zelf +aan het land werkt, de voorname rol vervullen. De oude kooplieden en +handwerkers, hebben door vrijkooping hunner gemeenten hunne rechten +moeten koopen; de rechten van de eigenaars van den grond echter steunen +op verovering, steunen op het recht van den sterksten. De Saint-Simon +wil aldus aan de landbouwende standen, de "agricole industrieelen" +dezelfde rechten geven tegenover de grondeigenaren, als de kooplieden +en nijverheidsmannen die reeds bezitten tegenover de lieden van het +kapitaal. De vastheid van invloed, die den grondeigendom heeft, moest +volgens hem, ophouden te bestaan. Bij de volle eerbiediging van den +grondeigendom als zoodanig, wil hij den grondeigenaren niet geheel +vrij laten in de uitoefening van deze hunne rechten; het individueele +eigendomsrecht kan volgens hem, slechts worden gewettigd door het +algemeene en het gemeenschappelijke nut dat er verkregen wordt, door +de uitoefening van dat recht. Het nut kan veranderen, al naar mate +de tijdomstandigheden veranderen. + +Men schept daardoor eene klasse van landelijke industrieelen, die +opkomen voor hun grond, die mede betalen in de belasting, die dus +ook invloed uitoefenen op het parlement en die aldaar "de politieke +partij van den arbeid" kunnen helpen versterken. + +Saint-Simon wilde de voorwaarden waaronder de eigenaars hunne +gronden kunnen laten verpachten goed zien vastgesteld en evenzoo +de bepalingen, waarbij de eigenaars verplicht kunnen worden bij te +dragen, in de verbetering van dien grond. Van groote waarde is ook +voor de Saint-Simon het nut van grondcrediet-banken. + +Als dus zoodoende de landbouwkwestie zal kunnen worden gerangschikt +onder de categorie van industrieele zaken, dan zal de landbouw uit haar +staat van verval op te heffen zijn en een bloeiend leven kunnen gaan +leiden, evenals dit de industrie deed. Een zaak achtte de Saint-Simon +hard noodig, en dat was de meerdere verbreiding van de kennis der +economie. Onder die economie rekende hij vóóral die van Adam Smith +en J. B. Say. De economisten zijn volgens hem, en in bovenstaanden +zin opgevat, de beste bondgenooten van de arbeidende klassen. + +In 1819 gaf de Saint-Simon een verhandeling over de politiek +uit, getiteld: "La Politique", of zooals de ondertitel luidde: +"Verhandelingen over de politiek, zooals zij aan de menschen der 19e +eeuw voegt, door eene vereeniging van letterkundigen." Dit geschrift +is bijna uitsluitend van polemischen aard en is vooral gericht +tegen de geringschattende wijze, waarop er destijds over den arbeid, +van machthebbende zijden werd gesproken. De eigenaars, de bezitters +werden toenmaals verklaard te zijn de eenige mannen van kennis en +geschikt om het land te besturen. Dit was de Saint-Simon te veel. Hij +riep alle produceerenden op, om eene nationale partij te vormen, +tegenover de door de van reaktionaire zijde samengeperste nationale +partij van uitsluitend mannen van grondbezit en groot-kapitaal. De +klasse der produceerenden riep hij toe, dat zij zich moest bemoeien +met de politiek "dat zij was die der bijen van de maatschappij en +dat zij verlost moesten worden--zichzelven moesten verlossen--van de +hommels." Hij ried hun aan, eene petitie tot den koning te richten, +met de bede: "Sire, wij zijn de bijen, verlos ons van de hommels!" Dan +zal het begrepen worden, dat de producenten de kracht van het land +zijn en dat het niets dan materialisme is, wanneer alleen de nationale +vertegenwoordiging berustte op de macht van den grondeigendom en het +aktieve element van den arbeid van elken invloed op den gang van zaken +bleef buiten gesloten. Het geschrift is dan ook in twee afdeelingen +gesplitst. Het eerste heet: "Le parti national ou industriel, +comparé au parti anti-national" ("De nationale of industrieele +partij, vergeleken bij de anti-nationale partij.") Het tweede: +"Sur la querelle des abeilles et des frelons, ou sur la situation +respective des producteurs et des consommateurs non-producteurs" +("Over de twisten der bijen en der hommels of bijzonderlijk over de +positie van de voortbrengers en de verteerders niet-voorbrengers.") + +Omstreeks dezen tijd was het, dat de Saint-Simon de medewerking van +zijn leerling en "geadopteerden zoon," Augustin Thierry verloor. Zij +gingen uiteen omdat beider opvattingen bleken te zeer uiteen te +loopen. Thierry heeft later groote naam gemaakt als historicus, en +het is in deze hoedanigheid dat wij hem nog verderop met een enkel +woord ook zullen hebben te noemen. Hij is met zijn historische werken +tevens ook niet zonder eenige invloed op de ontwikkeling van Karl +Marx en diens geschiedsphilosophie geweest. + +In plaats van Thierry trad nu als "leerling", d. w. z. als medewerker +van de Saint-Simon Auguste Comte op, eveneens een man die zich later +onafhankelijk van zijnen vroegeren meester, een beroemden naam gemaakt +heeft, door zijn positivistisch-philosophische denkbeelden. Ook was +de tijd dat de Saint-Simon "L'Industrie" uitgaf, blijkbaar voor dezen +een goeden tijd, althans in finantieel opzicht. Dit laatste echter +in zooverre, dat de uitgave van dit boek met milde hand werd gesteund +door bankiers als Perier, Lafitte enz., zoowel als door edellieden van +naam als de hertog de Broglie en de hertog de la Rochefoucauld, van +wien er later weder terugkrabbelden toen de Saint-Simon zijn "morale +terrestre" in plaats van de "morale céleste" gesteld wenschte te zien. + +In den aanvang van 1820 verscheen "L'Organisateur", dat een positief +plan bevatte tot wijziging van het maatschappelijk bestuur en tot +samenstelling van het Parlement. + +De Saint-Simon ging hierin wederom van het begrip uit, dat de 19e +eeuw de nieuwe stelsels moest organiseeren, gelijk de 18e critisch +is te werk gegaan. Hij geeft hier al dadelijk zijn standpunt +omtrent den arbeid in zijn geheel aan, door het bekende beeld, +dat onder den naam van "le Parabole" ("de gelijkenis") beroemd +is geworden. Hij zegt: "Gesteld dat op een nacht in Frankrijk +stierven: de 50 eerste natuurkundigen, de 50 eerste scheikundigen, +de 50 eerste physiologen, de 50 eerste mathematici, de 50 eerste +dichters, de 50 eerste schilders, de 50 eerste beeldhouwers, de 50 +eerste musici, de 50 eerste letterkundigen, de 50 eerste mechanici, +de 50 eerste ingenieurs, de 50 eerste artilleristen, de 50 eerste +architecten, de 50 eerste doktoren, de 50 eerste wondheelers, de 50 +eerste pharmaceuten, de 50 eerste zeevaartkundigen, de 50 eerste +uurwerkkundigen, de 50 eerste bankiers, de 200 eerste kooplieden, +de 100 eerste landbouwers, de 50 eerste bestuurders van hoog-ovens +en van metaalfabrieken, de 50 eerste wapenfabrikanten, de 50 +eerste bestuurders van leerlooierijen, de 50 eerste metselaars, +de 50 eerste timmerlieden, de 50 eerste schrijnwerkers, de 50 +eerste smeden, de 50 eerste slotenmakers; kortom, een cijfer van +drieduizend van de eerste mannen van wetenschap, techniek, kunst +en arbeid, zou Frankrijk in ééne nacht moeten verliezen. Dan zou, +volgens de Saint-Simon, Frankrijk als met één slag de ziel van zijn +leven verliezen, in rang beneden andere natiën dalen en eene geheele +nieuwe generatie zou er noodig zijn om het geleden verlies weder te +boven te komen. Maar als nu eens Frankrijk al die mannen behield, +doch op ééne nacht, zou het land evenzoo plotseling verliezen: +"Monsieur" (de broeder van den Koning), de hertog van Angoulème, +de hertog van Berrij, de hertog van Orleans, de hertog van Bourbon, +de hertogin van Angoulème, de hertogin van Berrij, de hertogin van +Orleans, de hertogin van Bourbon en mejonkvrouwe van Condé. Gesteld +dat daarnevens op ééne nacht aan Frankrijk, àl de groot-officieren +van den Kroon, àl de ministers van Staat, àl de Staatsraden, àl de +leden van de rekenkamer, àl de Maarschalken, àl de Kardinalen, àl de +Aartsbisschoppen, groot-vicarissen en kanunikken; àl de prefecten en +onder-prefecten, àl de beambten der ministeries; alle rechters en nog +bovendien de tienduizend rijkste inwoners het land zouden ontvallen, +het ongeluk zou zeker te bejammeren zijn, zegt de Saint-Simon, maar +het land zou geen noemenswaarde schade door deze verliezen lijden. Het +verlies zou zéér spoedig te vergoeden zijn!--En toch zegt hij, hebben +al deze menschen, wiens verlies den Staat niet, of zeer weinig voelen +zou, den grootsten invloed in onze maatschappij, toch hebben zij méér +te zeggen, dan de overgroote massa van producenten en nijveren." + +"De armen moeten mild zijn voor de rijken; de onbekwamen hebben den +taak, den bekwamen te leiden en te regeeren. Het is zeker in Frankrijk +de omgekeerde wereld!" + +"Het is alsof de maan de zon verlicht," zoo zegt hij vervolgens, +"wanneer men ziet, dat de mannen der oude orde, de mannen der +conjecturale wetenschappen, leiding meenen te kunnen geven aan +nieuwe dingen, aan nieuwe wenschen, aan eene nieuwe orde van zaken, +aan den bedrijvige, positieve vooruitgang." De leiding moet komen +aan de kundigsten en aan de bedrijvigsten en de regeerders moeten er +toezicht op houden, dat de arbeid ongestoord plaats kan vinden. De +arbeid is er, volgens de Saint-Simon, niet om de regeering, omgekeerd, +de regeering is er om den arbeid. + +Er worde dus gevormd eene eerste Kamer, welke hij "Kamer van Inventie" +noemt. Zij zal bestaan uit drie secties. De eerste sectie zal bestaan +uit 200 ingenieurs, de tweede uit 50 dichters of literatoren, die +nieuwe denkbeelden hebben, de derde uit 25 schilders, 15 beeldhouwers +of architecten en uit 10 musici. Zij zal zich moeten bezig houden, +met het ontwerpen van werken van openbaar nut, ten doel hebbend +den rijkdom van Frankrijk te doen vermeerderen en het lot van zijn +inwoners te verbeteren. In de tweede plaats moet deze Kamer de openbare +instellingen organiseeren. De leden dezer Kamer hebben zitting voor +vijf jaren, zijn herkiesbaar en hebben eene persoonlijke toelage van +10,000 francs. + +Dan worde er gevormd een tweede Kamer, die "Kamer van Onderzoek" +zal genaamd zijn. Zij zal eveneens bestaan uit 300 leden, waarvan +100 natuurkundigen, die zich bezig hebben te houden met de kennis +van de georganiseerde natuur, 100 physici, die zich met lichamelijk +onderzoek, zoowel van menschen, dieren en insecten bezig houden en +100 beoefenaren van de meetkunde. Deze Kamer zal al de ontwerpen van +de Eerste Kamer moeten onderzoeken en toetsen aan hunne kennis en +aan de ervaring. Zij moet de ontwerpen van wetten voor het onderwijs +maken en invoeren. Het onderwijs moet zooveel mogelijk pasklaar, +aan de praktische behoeften des volks, worden gemaakt en daarom +in drie trappen worden verdeeld. Er mag alleen, in geen der drie +soorten van onderwijs, sprake wezen van godsdienstig onderwijs. De +Saint-Simon meent dat, daar ieder vrij is in het uitoefenen van den +godsdienst dien hij verkiest, iedereen ook persoonlijk moet weten, +welke godsdienstige opleiding hij zijne kinderen moet laten geven. Ook +moet deze Kamer een geregeld toezicht houden op de openbare opvoeding. + +De leden dezer Kamer genieten mede 10,000 francs per jaar persoonlijke +toelage, worden eveneens voor vijf jaren gekozen, en zijn eveneens +herkiesbaar. + +Daarna komt de derde Kamer, waaronder de Saint-Simon zooveel als het +"Huis der gemeenten" in Engeland verstaat, en die hij "Kamer van +uitvoering" noemt. En in deze moet elke tak van den arbeid goed +en evenredig vertegenwoordigd zijn. De leden dezer Kamer genieten +géénerlei toelage, omdat zij vrij zijn door den arbeid dien zij +verrichten. Zij is belast, niet alleen met de uitvoering van de door +de beide eerste Kamers vastgestelde en aangenomen wetsontwerpen, +maar ook met het uitschrijven en het heffen van belastingen. + +Het parlement zal eene nieuwe "Code civil" ("Burgerlijk wetboek") en +eene nieuwe "Code criminel" ("Wetboek van Strafrecht") vaststellen. Het +zal den eigendom op nieuwe grondslagen vestigen, gunstiger voor +de voortbrenging in de maatschappij; een stelsel van algemeene +verdediging, dat zoo weinig mogelijk een staande leger noodzakelijk +maakt en een stelsel van algemeene volksweerbaarheid ontwerpen. De +Saint-Simon verwacht, dat als alle staten rondom Frankrijk zich evenzoo +zullen hebben gereorganiseerd, oorlog niet zal voorkomen en dus alle +verdedigingsmiddelen overbodig zullen worden. Een schadeloosstelling +van twee milliard, zal worden toegestaan aan hen, die onder deze +nieuwe orde van zaken schade zullen lijden. + +De menschen zullen het een "utopie" noemen, zegt de Saint-Simon, zulk +een plan! Maar dit komt, volgens hem, omdat de menschen geen begrip +hebben van de geschiedenis; geen kennis hebbende van den loop der +beschaving spreken zij van "utopieën". Het is zeer te bejammeren, zegt +hij, dat de geschiedenis een tak is van de wetenschap der letteren, +en niet wordt beschouwd als een wetenschap op zich-zelve, wat zij is. + +Intusschen, terwijl zich een aantal leerlingen om de Saint-Simon +geschaard hadden, verergerde zijne pecuniaire positie zeer. Hij +ging zijn zestigsten levensjaar in, kon zijne geschriften alleen +maar gedrukt krijgen, door zich telkens en telkens te vernederen +en openlijk vernederd te worden, en de geringe opbrengst ervan, was +niet in staat om hem in het leven te houden. Van teleurstelling en +van armoê werd hij wanhopig en op een morgen in de maand Maart 1823, +vonden zijne jongeren hem met een kogel in het hoofd liggen op zijn +kamer, evenwel niet doodelijk gewond. Hij herstelde weder, maar moest +een oog verliezen, terwijl zijn gezondheid van nu af zeer zwak en +wankel was geworden. Twee jaren leefde hij nu nog, en in dien tijd +zagen nog het licht: "Catéchisme des Industriels" en het beroemde boek +"Le Nouveau Christianisme" ("Het nieuwe Christendom.") + +In de "Catéchisme" heeft de "science générale" waarover de Saint-Simon +het zoo vaak heeft, die hij met zooveel hopelooze inspanning verdedigt, +haar uitgangspunt in de "idee der Industrie." Wat de industrie is +naar haar wezen en welke gestalte zij in de geschiedenis van Frankrijk +heeft aangenomen, welke aanspraken zij kan doen gelden en welken som +van geluk in de samenleving zij heeft doen geboren worden, alle deze +vraagstukken liggen aan deze verhandeling ten grondslag. Hij begint +met de begrippen, industrieel en arbeider te ontleden. Een industrieel +is iemand, die der samenleving de middelen verschaft om in stand te +blijven en om de behoeften der menschen te bevredigen. De klasse van +menschen, die zulks doen, behooren den eersten rang in te nemen; zij +kan allen ontberen, niemand echter haar. Daar alles dóór de industrie +geschiedt, zoo geschiede ook alles vóór haar. Zij vormt de groote +massa van de natie, zij vormt het overwicht aan physieke kracht, zij +bezit de talenten en de intelligenties. Hoe was het nu mogelijk, dat +zij onderdrukt werd, door een kleiner en zwakker aantal? En hierop +antwoordt de Saint-Simon, door ons historisch uiteen te zetten, +de verhouding waarin de industrie tot de staatsmacht staat. + +De Franken zijn, naar zijne voorstelling, als de krijgslieden van +Frankrijk te beschouwen, en tegelijkertijd als de bezitters van +grond en bodem; door hen werden de Galliërs onderworpen, die nòch +wapens, nòch vermogen hadden, en niets als hunne arbeidskracht +bezaten. Beide deelen van het Fransche volk kwamen alsnu, vijandig +tegenover elkander te staan; deze heerschend en slechts verteerend, +gene onderworpen en werkzaam. Nog bij de troonsbestijding van +Lodewijk XI waren deze klassen scherp gescheiden. Deze koning echter +verbond zich met de industrieelen, de laatsten kwamen daardoor +langzamerhand tot persoonlijke vrijheid en bezit van geld, terwijl +de militaire klasse der Franken, nog altijd aan haar bezit van den +grond vasthield. Hierdoor ontstond voor het eerst in Frankrijk de +tegenstelling in bezit, die van de eigenaren van geld en industrie en +die van den grond. Tot aan Lodewijk XIV toe vormden grondbezitters, +fabrikanten en handelslieden, drie afzonderlijke corporaties. Maar +onder deze laatste koning begon de industrie zich te ontplooien en +een element in zich te vormen, dat hare geheele gestalte begon te +vervormen. Uit de concurrentie en de behoefte van den afzet, vormde +zich de wereldhandel, die op hare beurt eene klasse van bankheeren +in het leven riep, die bemiddelaars der betalingen werden en in wiens +handen het eigenlijke voordeel terecht kwam; met hen begon de periode +van het credietwezen in de geschiedenis. Het crediet behoort, naar zijn +wezen, den grooten bankheeren en kooplieden toe; om hen te gebruiken, +leenen dezen den fabrikanten en den arbeidenden. Dezen breiden +daardoor hunne zaken uit en daarvandaan komt het, dat de eigenlijke +macht van het geld en alles wat daardoor geschiedt en mogelijk is, +in handen van den bankiers over is gegaan. Als nu de Staat geld +noodig had, boden zij het hem aan, maar onder zekere voorwaarden, +en hier vangt den tijd aan, waarin de geldwisselaars, de bezitters +van het crediet zelfs over de industrieelen konden zegevieren en +zich van den Staat meester konden maken. Op deze wijze was het ook +mogelijk, dat zich de industrieele wereld zelve splitste in twee +klassen, die van de eigenlijke industrieelen, zij die arbeiden, en +die van de slechts-bezittenden; de eersten onderworpen, de laatsten +heerschend. De oude tegenspraak ziet men hier van nieuw af aan opkomen: +zij die het diepst onderdrukt zijn, vormen de beste klasse van de +maatschappij. Zoo komt het resultaat dan te voorschijn, dat de natie, +het volk is industrieel; de regeering feodaal. Terwijl de bankiers van +alle landen, den gouvernementen het crediet van de industrie tegen +hoogen interest verkoopend en zich verheffend op de puinhoopen van +de ineengeslagen leenheerschappij, den toestand van onderworpenheid +van voren af aan zijn gaan bevestigen. Nevens hen verheft zich eene +eigenaardige klasse, die zich tusschen beide klassen in stelt; beiden +dienend, maar die den eene in haar ziel vijandig is, terwijl zij de +andere beheerschend, beiden in stand houdt. Dat is de klasse der +"Legistes", waaronder speciaal de advokaten behooren. Zij vormen +met de bankheeren tezamen, eene middelklasse en zijn de eigenlijke +"liberalen," die tegenover de "Industrieelen" staan. Men vergist zich +zéér, zegt de Saint-Simon, wanneer men beide voor identiek houdt; +integendeel is het liberalisme van eerstgenoemde klasse, niets als +een verkapt egoïsme en de leuze van hunne leiders tegenover het +gouvernement, komt op niets anders neer, dan op het "ôte-toi de là, +que je m'y mette!" ("Verwijder u van deze plaats, opdat ik mij er +neder kunne zetten!") + +De ware grondzuilen van het eeuwigdurend welzijn der menschelijke +maatschappij, zijn de industrieelen. "Want," zoo roept hij uit, +"het is duidelijk, dat de industrieele heerschappij die is, welke +den menschen de grootste som van algemeene en individueele vrijheid +kan geven en dat zij alleen aan de moraal de grootste macht in de +samenleving kan verzekeren. Het is verder duidelijk, dat de samenleving +van-uit de feodale heerschappij naar die der industrieele, niet kan +worden overgeleid, door het bloote zakenleven van het bestuur; beiden +staan diametraal tegenover elkander. De eerste wil de grootst mogelijke +ongelijkheid onder de menschen, het laatste, het industrieele systeem, +is gebouwd op de grootst mogelijke gelijkheid van de menschen. + +"Daarom moet het rijk van de industrie a priori gekend worden en +deze "catechismus," is het bewijs, dat de menschelijke geest zich +reeds tot die hoogte opgewerkt heeft. Wat is evenwel de kracht eens +gewonen ondernemers anders dan de eenheid? Daarom moet de goddelijke, +zoowel als de menschelijke moraal, den meest uitstekenden geesten aan +het werk stellen; het industrieele systeem in zijn onderdeelen bloot +leggen en de industrieelen zelven opeischen zich, ter verwerkelijking +kunnen roeping te vereenigen." + +Dit is, in 't kort, de inhoud van de "Catéchisme des Industriels." De +Saint-Simon is de eerste, die naar de innerlijke wetten van de +samenleving en de wetten welke haar besturen en op hare vorming en +gestalte van invloed zijn, heeft opgespoord; die hare verschillende +gestalten heeft blootgelegd en onderzocht heeft, wáárdoor zij zich +tracht te vervolkomenen. Hij vond de klasse-tegenstellingen, in +primitieven vorm, tusschen bezit en niet-bezit; tusschen arbeid en +kapitaal en tusschen, wat hij nog noemde: "de strijd der standen." + +De Saint-Simon's laatste werk, waaraan hij arbeidde toen zijne +krachten hem reeds voor een goed deel begeven hadden, is "Le Nouveau +Christianisme" geweest. Reeds in zijn "Système Industriel" predikt +hij deze moraal: "God zeide: Bemint u en helpt u onder elkander!"; +hier begint hij de stelling te ontwikkelen, dat het waarachtig +goddelijke principe van de christelijke religie is: "de menschen +zullen elkander als broeders behandelen." God had zelf, wel-is-waar +de christelijke godsdienst gesticht, maar de later zich ontwikkelende +clerus is een misgeboorte der christelijke kerk; zij heeft den inhoud +van het goddelijke christendom, tot een menschelijke gemaakt. Het is +dus de taak van onzen tijd, om de godsdiensten weder terug te voeren +tot hunnen waren oorsprong; ze te zuiveren van elk egoïstisch en +tweeslachtig bijmengsel en om de menschheid op het nieuwe Christendom +voor te bereiden. + +Hij klaagde den Paus en zijn kerk van ketterij aan; het onderwijs dat +de geestelijkheid den leeken geeft, is valsch en leidt, volgens hem, +van het ware Christendom af. Want in plaats van de levende moraal der +liefde te prediken, stelt de katholieke kerk het doode dogma aan den +spits en in plaats van de kennis te doen vermeerderen, zoekt zij de +leeken absoluut zich van haar afhankelijk te maken. Hij klaagde den +paus van haeresie aan en ook dat hij in zijn eigen Staat een bestuur +in stand houdt, die de moreele en physieke belangen van de behoeftige +klasse in den weg staat, en dan ook nog hiervan, dat de Paus en de +kardinalen, zoomede de geheele geestelijkheid geheel uit den tijd +zijn en tegenwoordig zeer gemist kunnen worden. + +De protestantsche kerk critiseert hij eveneens. Hij erkent, dat +Luther met de Reformatie der beschaving een grooten dienst bewezen +heeft, maar in het andere gedeelte der Hervorming, dat der opbouw +van den godsdienst, heeft Luther zijnen navolgers nog veel te doen +overgelaten. De protestanten hebben dan ook eene moraal welke, bij +die zooals zij aan den tegenwoordigen stand der beschaving past, +verre ten achterstaat. De protestantsche cultus is bovendien "zonder +eenige bekoring, onschoon en koud", in plaats van de aanbidding van +het Hoogste te doen vieren met behulp van den kracht van den schilder, +den dichter en de macht van de muziek. Ook gelooft het protestantisme +aan een gebrekkig dogma. Luther gebood den Bijbel te lezen en niets +dan den Bijbel. Het lezen van den Bijbel heeft zeker groote voordeelen +gegeven, maar ook groote nadeelen. Het ware dogma heeft geen gebreken. + +De Saint-Simon stelt nu als positief dogma op deze moraal: "in het +nieuwe Christendom zullen de menschen zich wederzijdsch als broeders +beschouwen." Deze godsdienst "zal de samenleving haar grootste doel, +de snelste verbetering van het lot der arme klassen tegemoet doen +voeren." De godsdienst is van nu af eene sociale godsdienst geworden; +haar uitgangspunt is de toestand van de menschelijke samenleving +"de terugvoering naar het aardsche geluk." Het woord van Christus: +"Mijn Rijk is niet van deze wereld!" werd niet begrepen. "Der religie +moet men hare zinrijke zijde teruggeven en den eeuwigen strijd tusschen +materie en kennis, tusschen lichaam en geest moet, in haar verzoend, +ons tegentreden." + +Toen de Saint-Simon zijn "Nouveau Christianisme" voleindigd had, +hadden hem zijn laatste krachten reeds bijna begeven. Hij hield +zich toen bezig met de oprichting van het blad "Le Producteur," +maar hijzelf zag de verschijning daarvan niet meer. + +Toen hij zijn einde voelde naderen, riep hij de vertrouwden van zijne +gedachten voor zijn bed en zeide tot hen: "Gij gaat een tijd tegemoet, +waarin goed gecombineerde inspanningen tot een ongekend resultaat +moeten voeren; de vrucht is rijp, gij zult ze plukken." En zich tot +zijn meest geliefde scholier, Olinde Rodrigues, wendend, zeide hij: +"Vergeet niet, mijn zoon, dat men begeestering moet hebben, om +groote dingen tot stand te brengen! Mijn geheele werken laat zich +tezamen vatten in deze eene gedachte: alle menschen de verzekering +der meest vrije ontwikkeling te kunnen geven!" Na eenige minuten, +toen hij reeds met den dood streed, riep hij uit: "De toekomst is +aan ons!" Des morgens den 19en Mei 1825, ontsliep hij in de armen +van zijne leerlingen. + +De Saint-Simonistische School telde aanvankelijk vele jonge mannen, die +later tot de eersten intellecten hebben behoord. Het eerst stond zij +onder de leiding van Bazard en Enfantin, waarvan later de anderen zich +afscheidden. Tot hen behoorden behalve de reeds genoemden A. Thierry +en Comte, Buchez, Pierre Leroux, Adolphe Blanqui, Michel Chevalier, +Ferdinand de Lesseps, Felicien David, Armand Carrel enz. Velen hunner +hebben De Saint-Simon's denkbeelden later of geheel, of halverwege +losgelaten. + + + +Gelijk wij schreven, geheel onafhankelijk van De Saint-Simon leefde, +werkte en streed er in denzelfden tijd in Frankrijk een ander groot +denker en een genie van even grooten soort als hij, voor het geluk +van de menschheid. + +Beiden leefden in één land, doch kenden elkander niet, hadden elkander +nooit gezien of gesproken en voor zoover bekend, stelden zij zich +ook niet tegenover elkander, althans niet in het openbaar. + +Het tweede genie hier bedoeld was Fourier. + + + +FRANÇOIS MARIE CHARLES FOURIER + +werd den 7en Februari te Besançon geboren uit gegoede ouders. Zijn +vader was groothandelaar. De jonge Charles toonde reeds vroeg, een +groot gevoel van ingeboren rechtschapenheid. Hij was voor den handel +bestemd, maar hij kreeg reeds als knaap een zoo onoverwinnelijken +afkeer van den handel, dat die op zijn geheele leven den stempel heeft +afgedrukt. Hij leerde niet alleen den handel haten, maar ook verachten. + +Hij zeide later zelf, dat men in den handel ophoudt het onderscheid +te leeren kennen, tusschen oprecht zijn en liegen. In katechismus en +op school, had men hem geleerd nooit te liegen, maar dan leidde men +hem in den winkel, om hem vroegtijdig in het edele handwerk van den +leugen, of in de kunst om te verkoopen zich te doen oefenen. Getroffen +door het bedrog en den zwendel van den handel, had hij meermalen +den koopers terzijde genomen, om hen te vertellen, hoe zij bedrogen +werden. Een van hen was zoo dankbaar hem te verraden, hetgeen hem van +zijn vader een pak slaag deed oploopen. En op een toon van verwijt, +zeiden zijn ouders dan ook meermalen "die jongen zal voor den handel +nooit deugen." Inderdaad, bij Fourier was dan ook een diepen afkeer +van den handel gerijpt en, negen jaren oud, zwoer hij den handel een +eeuwigen haat. + +Fourier was jong op een bankierskantoor geplaatst in Lyon, maar hij +liep weg, verklarende nooit een koopman te willen worden. In 1790 +kwam hij naar Rouen, alwaar hij een positie als reiziger bekwam, +als reiziger naar Parijs, hetgeen in dien tijd een post van groot +vertrouwen was. Hij kreeg daardoor de gelegenheid, zoowat alle groote +steden van Frankrijk, Duitschland, Nederland en België te bezoeken en +daardoor kon hij veel studiën maken, omtrent buitenlandsche toestanden. + +Op al deze reizen bestudeerde Fourier het klimaat der verschillende +landen, de toestand van den bodem, de nijverheid, de bouworde van de +steden, de aanleg der straten en het karakter van de bewoners. Geen +architektuur was er in de door hem bezochte steden, die hij niet +kende. Alleen voor de talen had hij weinig zin, daarvandaan de +opmerking, door hem uitgedrukt in zijn hoofdwerk "De theorie van +de universeele eenheid", dat het eene der slimste gebreken van +het menschelijk geslacht was, de vele en verschillende talen te +hebben. Hij beschouwde ééne wereldtaal, waartoe hij het fransch als +de meest geëigende beschouwde, als eene der belangrijkste voorwaarden, +voor eene nieuwe, sociale orde van zaken. + +In de Revolutieperiode verloor Fourier zijn vermogen. Maar ook met den +gang van zaken in de Revolutie kon hij zich geenszins vereenigen. Naar +zijne meening had het volk maar zeer weinig bij de Revolutie gewonnen, +daarentegen had die klasse, welke hij het meest onder allen haatte, +de handeldrijvende klasse, het meest daarbij gewonnen. + +Niets kon dan ook Fourier meer in toorn brengen, bij de latere +ontwikkeling zijner denkbeelden, dan dat men hem op eene lijn stelde +met de "Jacobijnen" uit de Revolutie. "Neen en duizendmaal neen!" zoo +riep hij dan uit, "mijne theorieën hebben niets te maken met die van +deze lieden, noch iets met hunne omverwerpende denkbeelden!" .... + +Wat hij evenwel gezien had, dat was dit: terwijl de menschen der +Revolutie bezig waren alles met bloedig geweld neêr te slaan, wat +naar hunne begrippen aan het geluk van het vaderland in den weg stond, +het kapitaal evenwel, in den schrilste tegenspraak bleef ageeren, met +de gepredikte grondstellingen. Hij zag hoe de schaggerhandel, hoe de +levensmiddelenwoeker, de zwendel met de leverantiën bloeiden, en hoe +de plotseling rijk geworden opkomelingen hunne orgieën vierden. En +niet minder waren hem de oogen opengegaan voor de ellende der massa, +die haar leven voor de Republiek zoo heldhaftig gegeven had. Al +deze waarnemingen, die hij vooral de gelegenheid had volkomen te +maken, door wat hij dag aan dag in kleineren kring om zich heen zag, +brachten dezen denker op de gedachte, dat de samenleving niet juist +georganiseerd moest wezen. En hij zon op middelen, eene maatschappelijk +plan te ontwerpen, dat aan alle deze euvelen een einde kon maken. + +Fourier, die van nature reeds een tegenzin had in de studie van +politieke vraagstukken, werd in deze weerzin versterkt, door de +feiten om hem heen. Hij zag de politieke stelsels veranderen, maar +de maatschappelijke euvelen blijven. Dit deed bij hem de gedachte +ontstaan, dat er tusschen de sociale toestand van de maatschappij +en de politieke geen wezenlijk verband bestond; de eerste is even +willekeurig, als den laatste; maar samenhang tusschen beiden bestaat +er niet volgens hem. + +Voor hem was het véél gewichtiger het uitgangspunt te vinden, van +waaruit alle beschaving en ontwikkeling ontsproot, en hij meende, +dat datgene wat een Newton voor de natuurlijke wereld had gedaan, +n. l. het ontdekken van de wetten der zwaartekracht, dat dit moest +geschieden voor de materieele wereld, en dat hij het was die dit had +te doen. + +Dat hij, Fourier, deze wetten, die het uitgangspunt waren van een +geheel stelsel, hetwelk in staat was den menschheid het verloren +geluk te hergeven, had ontdekt was zuiver toeval, volgens hem. Andere +geleerden vóór hem hadden het ook kunnen doen, en een eigenaardige +beschouwing is het dan ook van hem, dat de 400,000 dikke boekdeelen, +welke er in den loop der tijden waren geschreven en die in Bibliotheken +opgestapeld lagen, van zéér twijfelachtige waarde voor de menschheid +en haar geluk waren. + + + +In 1808 publiceerde Fourier nu ook zijn eerste en +principieel-wetenschappelijke werk: "La théorie des quatres mouvements +et des destinées generales." ("De leer van de vier bewegingen en der +algemeene bepalingen") genaamd. + +De gedachtengang door Fourier daarin ontwikkeld, is de volgende. De +wereld bestaat uit drie eeuwige, ongeschapene en onverstoorbare +grondstellingen: + + + God, of den geest, actief en bewegend principe; + de materie, passief en bewogen principe; + de gerechtigheid of de mathematische wetten, regelend principe. + + +Analoog aan het wereld-al, bestaat ook den mensch uit drie principes, +namelijk: + + +de drijfveeren (passiones), aktief en bewegend principe; +het lichaam, passief en bewogen principe; +de intelligentie, neutraal en regelend principe. + + +God, welke de leider en bestierder is van het wereld-al, kan alleen +de éénheid en de harmonie ervan willen, anders zou hij met zichzelve +in tegenspraak komen. Daarom bestaat er een onafgebroken keten van +betrekkingen tusschen de drie rijken der natuur--dieren, planten, +mineralieën--en de menschen; tusschen den menschen en God, gelijk +tusschen den menschen en den aardbol en het gansche planeten- en +wereldsysteem. Terwijl God den menschen schiep, hen van drijfveeren +en hartstochten voorzag, wilde hij, dat de menschen daardoor gelukkig +zouden worden. Het is dus niet aan te nemen, dat deze drijfveeren +schadelijk zouden zijn, dat van deze hartstochten de eene of de +andere zoude moeten worden onderdrukt of onbevredigd behoeven te +blijven. Integendeel, eene bevrediging daarvan, schept veelmeer +de harmonie van den mensch met zich-zelf en met God. Wanneer wij +desniettegenstaande zoo dikwerf zien, dat deze hartstochten bij de +menschen, zich in eene schadelijke richting openbaren en werken, +dan bewijst dit niets tegen dezen, maar tegen de sociale organisatie +van de maatschappij, welke deze hartstochten op valsche wijze zoekt +werkzaam te doen zijn, of ze zoekt te onderdrukken. + +Het zijn vijf bewegingen, welke de wereld voortbewegen en haar hare +bestemming doen naderen: + + + 1. De normale beweging; wetten der aantrekking voor imponderabele + elementen, electriciteit, magnetisme, reuken. + 2. De dierlijke of instinktmatige beweging; wetten der aantrekking + voor drijfveeren en instinkten van alle geschapen wezens hoe en + wanneer zij ook waren, zijn en zullen zijn. + 3. De organische beweging: wetten der aantrekking voor de + eigenschappen der lichamen: vorm, kleur, smaak, reuk, enz. + 4. De materieele beweging--reeds door de mathematici (Newton) + ontdekt--wetten der aantrekking en gravitatie der wereldlichamen + (Planeten en vaste sterren). De kometen zijn, volgens Fourier, + irregulaire lichamen die het wereldruim doortrekken. + 5. De sociale beweging--het eigenlijke steunpunt van het geheel-- + de wetten, welke de orde en de opeenvolging van de verschillende + sociale gestalten op alle wereldlichamen regelen. + + +Het middelpunt dezer sociale wetten is de mensch, die daardoor, in den +grond der zaak, tot het middelpunt van het geheel wordt en om wien, ten +slotte, zich alles draait. Wat zou, zoo vraagt Fourier, de wereld voor +een ander doel hebben, wanneer zij niet geschapen was voor de menschen? + +De bestemming van den mensch is het geluk, dat in de ontwikkeling van +geheel zijnen aanleg, de bevrediging van al zijne hartstochten ligt. De +mensch behoort te genieten en nogeens te genieten, alles waartoe zijn +hart hem dringt. Deze bestemming was den mensch door God toegedacht. + + + +Fourier legt op het akkerbouwbedrijf of de agricole associatie het +hoofdgewicht; hij ziet het zelfs voor de eigenlijke grondslag aan +van het menschelijk bestaan, die welke de meeste en de aangenaamste +afwisseling geeft. Maar ook de gansche huiselijke bezigheid, de +huishouding in hare uitgebreidste opvatting; handel en nijverheid; +opvoeding; de kunsten en de wetenschappen, zij allen moeten sociëtair +bedreven worden. + +De arbeid is volgens Fourier, een noodzakelijkheid voor alle menschen +zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, maar zij moet geene last, +maar een lust wezen. Zij moet in een woord gezegd: aantrekkelijk +zijn. En dit kan zij alleen wezen, wanneer ieder in die richting +drijven kan, waarheen zijne gaven en aanleg hem dringen, tot wat +hem dus het meeste genoegen kon schenken. Daarnevens moet de arbeid, +dikwijls afwisselen en moeten ten dien einde, de arbeidstijden slechts +kort zijn. + +Ten einde de verschillende tegen elkander in dwarrelende elementen +te kunnen leiden, is het noodig, dat zich groepen vormen van +gelijkgezinden, voor bepaalde bezigheden. Elk van deze groepen, kan +slechts negen personen omvatten. Er vormen zich evenveel groepen, +als er ondersoorten van arbeid bij eene bepaalde produktietak +noodig zijn; de verschillende groepen vormen: eene serie. Daar +twee menschen niet in alles dezelfde smaak kunnen hebben en ook +niet de voor alles gelijke aandrift, worden dezelfde personen, die +zooeven tezamen gearbeid hebben in ééne groep, in tegenovergestelde +arbeidsgroepen, of serieën van andere produktietakken geplaatst. Niet +alleen dus, dat er voortdurend afwisseling is van arbeid, er is ook +eene voortdurende afwisseling in maatschappelijk verkeer bij dien +arbeid. Deze voortdurende afwisseling van arbeidsbeoefening en van +de personen die den arbeid beoefenen en de daaruit voortvloeiende, +dan weder aantrekkende, dan weder afstootende bewegingen, voldoen +volgens Fourier, aan de hoogste bevrediging, omdat juist daarbij +alle drijfkrachten in het spel komen. Maar zulk eene bevrediging +zou nog geen volkomene zijn, wanneer niet ook de voortbrenging van +den rijkdom door haar kon worden in stand gehouden. Daarom dacht +Fourier een stelsel uit, waarin den maatschappelijken arbeid, op den +grondslag van deze organisatie en samenwerking van alle drijfkrachten +en geaardheden, talenten en kundigheden, kon worden verricht. Het +was het systeem van de phalanstère. + +Deze planmatig georganiseerde en geassocieerde bezigheid van honderden +van families, zal, naar Fourier verklaarde, in tegenstelling tot de +private en individueele voortbrenging en het private ondernemerschap +eene groote mate van besparing aan arbeidskracht, werktuigen en tijd +ten gevolge kunnen hebben eenerzijds; en door geschikt aangewende en +gecombineerde werkzaamheid van allen anderzijds, eene vermeerdering +van den rijkdom ten gevolge hebben, die in vergelijking met die van +thans verveertigvoudigd zou kunnen worden en zelfs den armsten zoû +veroorloven eene bevrediging van zijne behoeften, zóó rijkelijk als +heden ten dage den rijkste alleen, dit mogelijk was. + +In de Fouriersche "phalanstère" blijft het onderscheid in bezit +voortbestaan. Fourier achtte dit zelfs noodzakelijk voor de harmonie, +die volgens hem juist uit eene geschikte en verstandige combinatie +van tegenstellingen voort kan komen. Zijn socialisme was dat +van verwijdering en van harmonie; van elkander dáárom bekampende +tegenstellingen, omdat zij niet onderling verbonden en dus niet tot +eenheid kunnen komen. + +Daarom wendde hij zich steeds tot de grooten en aanzienlijken en niet +tot de geringen, tot de arbeiders of tot het volk. Alleen de eersten +waren in staat zijn plan te doen verwezenlijken. + +In de "phalanstère" zou volgens Fourier kapitaal, arbeid en talent +zóó worden beloond, dat aan den arbeid vijf-twaalfde, aan het kapitaal +vier-twaalfde en aan het talent drie-twaalfde van de arbeidsopbrengst +ten goede komt. De beide geslachten zullen volkomen op gelijken voet +worden behandeld. Immers zij werken, vergenoegen en beminnen zich, +met- en onder elkander. Ook de opvoeding van de kinderen behoort +gemeenschappelijk te geschieden; de kinderen zijn het derde neutrale +geslacht en aan hunne opvoeding wijdt Charles Fourier in zijne werken, +groote en breede ruimte. Met grondige diepte en met een wonderbaarlijk +onderscheidingsvermogen, heeft hij steeds over de opvoeding geschreven +en geen pedagoog zal nog heden ten dage deze bladzijden, niet dan +met genoegen lezen. + +Wat de verhouding van de geslachten tot elkander aangaat, deze is +door Fourier van een zeer ruim standpunt bekeken. De critiek, dien hij +uitoefent op het tegenwoordig huwelijk, zoowel op zijnen vorm als op +zijne uitwassen, behoort tot het scherpste wat daarover ooit is gezegd. + +Onder de nieuwe levensverhoudingen, gelijk Fourier ze ons die +schilderde, genieten de menschen niet alleen het volle geluk, zij +kunnen zelfs bij hunne, zooveel betere, gezondere en natuurlijker +levensverhoudingen een hoogeren ouderdom bereiken. Fourier spreekt +van het bereiken van een leeftijd van 144 jaren, als doorsneê-leeftijd. + +Het gansche heelal, is volgens Fourier, die zich hierbij op Schelling +beroept "het spiegelbeeld van de menschelijke ziel." De wereld is ter +wille van de menschen geschapen; na zijn dood wandelt den mensch van +planeet tot planeet, tot een steeds hoogere volkomenheid. + +Elke planeet wordt geboren en heeft, gelijk den mensch, hare +kindschheid en hare ouderdom, op- en neêrgaande ontwikkeling, en +dood. Ook de menschheid sterft, en wel, na een totaal-levensduur +van 80,000 jaren, die zich afwikkelen in vier phazen. De phaze der +kindschheid, in welke laatste periode wij ons bevinden, duurt: 35,000 +jaar en die van den nedergang eveneens: 35,000 jaren. Dan volgt de +phaze van de ouderdomszwakte, weder met 5000 jaren, waarna de dood +der menschheid en die der aarde intreden. In de tijdruimte van 80,000 +jaren beleeft de menschheid 32 ontwikkelingsperioden--wij bevinden +ons in de vijfde, die der civilisatie--en in deze verschillende +perioden, zijn er verschillende hérscheppingen, door welke de dieren- +en plantenwereld en ook het klimaat, in overeenstemming met de hoogere +ontwikkeling der menschen, zich tot hoogere volkomenheid ontvouwen +zal. Met de achtste periode, die van de harmonie, vangt de dageraad +van het geluk aan. Dan wordt de noordpoolkroon (couronne boréale) +geboren, die dan gelijk de zon, niet alleen licht, maar ook warmte +verspreidt en daarmede zullen tal van nieuwe scheppingen ingeleid +worden. De werkingen daarvan zullen zijn, dat Petersburg zoowel als +Ochotsk een klimaat zullen verkrijgen, gelijk Cadix en Constantinopel; +dat het klimaat van de Siberische ijskusten, dat van Marseille en +van den golf van Genua verkrijgt en dat eene vruchtbaarheid van deze +noordelijke deelen der aarde aanvangt, die zal kunnen wedijveren met +die van deze tropische gewesten. Gelijktijdig zal door de inwerking +van dit fluïdum en door de verandering der klimaten, de zee zich +veranderen en haar water een anderen smaak verkrijgen. De bestaande, +thans den mensch nog vijandige en schadelijke zeemonsters als de +haai enz., zullen verdwijnen en door andere schepsels, als anti-haai, +anti-walvisch vervangen worden, die den menschen vriendelijk gezind +zullen worden en zich door hen zullen laten gebruiken tot het leiden +van hunne schepen enz. Evenzoo op het land. Alle wilde dieren, leeuwen, +tijgers, luipaarden, wolven enz., alle giftige reptielen en vergiftige +schadelijke planten zullen verdwijnen en plaats maken voor nieuwe, +der menschheid nuttige gewassen. + +Zoodra den ganschen aardbodem met phalanstères overdekt is, zal zij +twee millioen derzelven en vier milliard menschen aanwijzen. Dan +zal Constantinopel hoofdstad zijn van de wereld en zal de door alle +phalanstères gekozen "Omniarch", als heerscher der wereld, aldaar +zijn zetel innemen. + +Met het getal van vier milliard, is volgens Fourier, het maximum +bereikt dat het bevolkingscijfer bereiken kan; want wanneer ook de +menschen zich aanvankelijk sterk vermeerderen, de vruchtbaarheid +van het geslacht zal verminderen, naar mate nevens de mannen, ook +de vrouwen sterker zullen worden, hunne geestelijke en lichamelijke +ontwikkeling en opulente levenswijze toenemen zal. Fourier gelooft, +reeds voor onze samenleving de opmerking gemaakt te hebben, +dat vrouwen van groote lichaamskracht en lichaamsgestalte en onder +gunstige materieele verhoudingen levend, minder kinderen krijgen dan +die van een zwakkelijke en geringe constitutie. De eersten zijn zelfs +dikwerf onvruchtbaar. + +Dezelfde veranderingen als op aarde, voltrekken zich ook op alle +overige planeten. Geheele nieuwe planeetsystemen zullen zich nog +moeten vormen, ten einde in de sterrenwereld denzelfde harmonie, het +opperste klavier (clavier majeure) te kunnen vestigen, zooals deze +harmonie op aarde gevestigd is in het klavier van de menschelijke ziel, +dat 810 karaktereigenschappen aanwijst. + +Fourier rekent bij dit alles met bepaalde mathematische verhoudingen; +alle levensuitingen en levenschijnselen laten zich in bepaalde +mathematische getalverhoudingen uitdrukken. Fourier staat hierbij +geheel op den bodem van Pytagoras (540-500 vóór Chr.), die +gelijk bekend is, eene philosophie van de getallenleer voor alle +verschijnselen, leerde. + +In 1829 verscheen Fourier's tweede werk: "Le nouveau monde industriel +et sociétaire". ("De nieuwe industrieele en sociétaire wereld.") Dit +boek bestaat uit één deel en is van alle werken van Fourier wel het +duidelijkst en helderst geschreven. Het kan, om de beknoptheid waarin +zijne denkbeelden erin vervat zijn, als de quintessens van Fourier's +denkbeelden als hervormer, worden beschouwd. Zeven jaren later gaf +hij nogmaals een groot werk in het licht, dat "Valsche industrie" +genaamd was, maar dit boek bevat geen nieuwe denkbeelden en is van +beslist minder waarde, dan zijn "Nouveau monde" en zijn "Théorie des +quatres mouvements" dat zijn. + + + +In 1848 hebben de scholieren van Fourier zijn gezamenlijke werken +uitgegeven, onder den titel: "L'harmonie Universelle et le Phalanstère" +("De algemeene harmonie en de phalanstère"), waarin Fourier zelf +aan het woord is, omtrent zijne plannen en de ontdekkingen zijner +wetenschap. + +Hij zegt, dat nadat bij hem eenmaal den twijfel was geweken, dat de +toestand van ontbering, die overal heerschte, van nood en gebrek, het +overal-heerschend-bedrog, het handelsmonopolie en de slavenhandel, +een door God gewilde toestand was, dat hij toen tot de conclusie +kwam, dat deze gansche toestand er eene van overgang was voor de +menschheid; een toestand van verandering in de sociale orde van +zaken. En hij maakte 't zich tot een regel van zijn onderzoek: +de absolute twijfel, en de absolute vermijding van de tot dusverre +betreden wegen. Hij vroeg: wat kan er twijfelachtiger bestaan, dan +deze onvolkomene beschaving?--Wanneer er aan haar ook drie periodes +voorafgegaan waren, die van wildheid, patriarchaat en barbarisme, moet +dan daaruit worden opgemaakt dat zij de laatste is, alleen omdat zij +de vierde is? Kan er niet een vijfde, zesde of zevende sociale orde +komen, die wel-is-waar ons nog niet bekend kan zijn, maar dit alleen, +omdat tot nog toe niemand zich de moeite gegeven heeft van haar te +ontdekken! Men moet dus de noodzakelijkheid, de voortreffelijkheid, +zoowel als de voortduring van deze maatschappij, altijd en altijd +in twijfel blijven trekken. Dit hebben de philosophen nooit gedaan, +omdat zij, zoo zegt Fourier, dit nooit gewaagd hebben, dewijl dan de +nietswaardigheid van al hunne werken voor de menschheid meteen zou +aan het licht gekomen zijn! + +In de eerste plaats hield Fourier zich bezig met de landelijke +associatie (association agricole) en bij het nadenken over haar, +geraakte hij tot de theorie der bepalingen. De oplossing van +dit vraagstuk, leidt volgens hem, tot die van alle politieke +vraagstukken. "De philosophen hielden de akkerbouw-associatie voor +eene even zoo groote onmogelijkheid, als de afschaffing der slavernij, +omdat zulk eene associatie tot nog toe niet bestond. Ziende, dat bij +de dorpsbewoners elk gezin op eigen gelegenheid arbeidt, konden zij +zich geen middel denken om hen te vereenigen. En toch zouden er reeds +talrijke verbeteringen kunnen ontstaan, wanneer men de bewoners van elk +vlek, kon vereenigen tot gemeenschappelijke bezigheid, naar verhouding +van hun kapitaal en hunnen arbeid. Aldus zouden 2-300 families, met +ongelijk vermogen, een streek kunnen cultiveeren. Men kan nauwelijks +20, 30, 40 individuen tot gemeenschappelijke bezigheid verbinden, +hoe zoude men het honderden kunnen doen, zegt men. En toch zouden er +voor zulk een associatie op zijn minst genomen 800 personen noodig +zijn. Ik versta hieronder, verklaart Fourier verder, eene samenwerking +bij welke de medeleden door wedijver, eigenliefde en andere middelen, +aan den arbeid gehecht zouden kunnen worden gemaakt. + +"Eene zoodanige organisatie komt ons belachelijk voor en toch is zij +mogelijk. Eene agrarische associatie, gelijk ik mij die voorstel en +die wel duizend personen kan omvatten, levert zulke enorme voordeelen +op, dat zij in vergelijking met de tegenwoordige toestanden, aan een +toestand van zorgeloosheid gelijk zou zijn." + +De sterkste prikkel voor den landman, zoo gaat Fourier voort, +is de winst. Wanneer de verbondenen maar eenmaal zullen zien, +dat sociëtair-georganiseerden arbeid, hen vijf zesmaal meer winst +oplevert, dan hunne geïsoleerde bedrijven van vroeger dit deden, +zullen zij wel ál hunne onderlinge jalouzieën ter zijde zetten en +tot de associatie toetreden. + +"Dan zullen zich de associaties over regionen uitbreiden. Want overal +hebben de menschen den trek naar genot en naar rijkdommen." + + + +Het eerste wat Fourier daarna ontdekte, was de aantrekking der +hartstochten. "Ik zag in dat de voortschrijdende serieën, aan de +hartstochten der beide geslachten, de verschillende leeftijden +en klassen de volle ontwikkeling zouden kunnen geven; dat in de +nieuwe orde, men zooveel te meer kracht en vermogen zoude erlangen, +naar mate men meer hartstochten heeft, en ik concludeerde daaruit: +dat als God zooveel invloed gegeven heeft aan de aantrekking der +hartstochten en zoo weinig invloed aan de rede, hunnen vijand, dat +dit zeker geschiedde, om ons tot organisatie der voortschrijdende +serieën te voeren, welke in elk opzicht de aantrekking bevredigen." + +"In de schaduwen van de voorhanden zijnde sociale wetgeving," zoo zegt +hij voorts, "ziet men niet in, dat de ellende der volkeren aanwast, +juist met de sociale vooruitgang. Wij zien reeds die gevaarlijke +werking uit den invloed van den handelsgeest, die daarheen leidt, +de heete luchtstreek te bevolken met zwarte slaven, die men ontrukt +aan hun geboorteland en het gematigde klimaat met witte slaven, die +men in industrieele bagnoos drijft, gelijk men dit heden ten dage +in Engeland doet, iets dat gewis wel in andere landen navolging zal +vinden. Is er zelfs eene gerechtvaardigde zijde aan een toestand, +waarin de vooruitgang van de industrie, zelfs niet eens aan den armen +den behoorlijken arbeid kan garandeeren?" + +"Het verbond is de basis van elke economie, wij vinden de kiemen +daarvan verstrooid in het geheele sociale mechanisme, van-af de +machtige Oost-Indische Compagnie, tot aan de arme vereenigingen der +voor een bedrijf vereenigde dorpsbewoners toe.... Wij hebben overal, +zoowel in het kleine als in het groote deze kiemen voor ons welzijn +bij de hand; het zijn ruwe diamanten, welke door de wetenschap +geslepen moeten worden. Het problema is, deze kiemen der associatie, +die in alle takken van menschelijken arbeid terug te vinden zijn, +tot één mechanisme te verbinden, hen tot eene algemeene éénheid te +doen worden." + +Wat de sociale beweging aangaat, zoo ziet men elke belanghebbende +klasse, de andere het booze toewenschen; overal is het persoonlijke +belang in tegenspraak met het algemeene belang. De geheele +schrikkelijkheid van een dusdanige toestand, ziet men recht en +duidelijk in, wanneer men ze eerst goed leert begrijpen; wanneer men +de sociëtaire organisatie leert kennen, waarin de belangen een geheel +andere richting uitgaan, wanneer ieder voor het algemeen belang werkt, +juist omdat dit het meest parallel loopt met zijn persoonlijk belang. + +"De vrijheid is illusoir wanneer zij niet algemeen is. Waar de vrije +ontwikkeling van de hartstochten tot een zeer kleine minderheid beperkt +is, daar heerscht er slechts onderdrukking. Om de massa eene volkomene +ontvouwing en de bevrediging harer hartstochten te verzekeren, is +eene sociale organisatie noodig, die aan drie voorwaarden te voldoen +heeft. Men moet: 1e een regime der industrieele attractie zoeken, +ontdekken en organiseeren; 2e aan ieder moeten gewaarborgd kunnen +worden de zeven natuurlijke rechten, die ook de wilde bezit; en 3e, +de belangen des volks moet men verbinden met die van de grooten. Want +het volk zal op den grooten afgunstig zijn en hen haten, zoolang het +niet gradueel een aandeel heeft aan hun welzijn. Slechts onder deze +drie voorwaarden, kan men het volk een minimum aan voedingsmiddelen, +bekleeding, woning en hoofdzakelijk, ook aan het vergenoegen +verzekeren, want zonder er een aangename zijde aan te verbinden, +zal ook de nieuwe toestand voor de menschen niet voldoende zijn." + +Er is, volgens Fourier, geen voor altijd samengestelde vrijheid +mogelijk die niet in-zich bevat dat minimum. "Geen minimum zonder +industrieele attractie; geen industrieele attractie in den stuksgewijs +verrichten arbeid", waarmede hij bedoelt, in den arbeid gelijk hij +verricht wordt in de privaat-ondernemingen. + +De aantrekking tot den arbeid, kan slechts daar aanwezig zijn, waar die +arbeid aangenaam en lucratief is. De verdeeling heeft plaats, volgens +de drie industrieele eigenschappen: arbeid, kapitaal en talent. Het +bevolkingsaantal van een phalanstère mag niet grooter wezen dan van +1800 tot 2000 personen, omdat in dat getal naar Fourier's berekening, +de verschillende hartstochten en karaktereigenschappen ten volle en +doelmatig vereenigd zijn. De economie der hulpmiddelen verkrijgt men, +uit een zoo doelmatig mogelijk tezamenwerken van allen, met elkander +werkenden, omdat allen belang hebben bij de besparing van materialen, +van tijd en van arbeidskrachten. + +Zoo zal men in een phalanstère van 400 families, niet 400 keukenvuren +voor 400 private huisgezinnen noodig hebben, maar zullen vier of +vijf groote keukenvuren voldoende zijn. De bewoners zullen in vier +of vijf klassen, naar hunnen stand en naar hun vermogen ingedeeld +kunnen worden, en aldus één gemeenschappelijk paleis kunnen bewonen. + +Een phalanstère, die zich bijv. met de wijn- of olieproduktie bezig +houdt, zal slechts een enkele werkruimte noodig hebben, in plaats +van de velen, die thans in een wijn- of olieverbouwende streek bestaan. + +De juiste behandeling van den wijn, is den kleinen bezitter onmogelijk, +noch kan hij voor de behoorlijke ligging zorg dragen, noch voor de +verkoeling die noodig is. In eene phalanstère zal de wijn, tengevolge +van de deugdelijke bewaring en verzorging reeds na één jaar, vijfmaal +meer waard zijn. Bovendien kan de phalanstère steeds het produkt +verbeteren, door de kostenbesparing; betere zaden, betere planten +aan te schaffen. Zij kan de beste bodem uitzoeken en de doelmatigste +machines, gebouwen, stallen en bergruimten hebben. + +Eene der schitterendste kanten van het sociètaire systeem van den +arbeid, is wel deze, dat daarbij de waarheid in handel en wandel +kunnen worden ingevoerd. "Terwijl de associatie, de coöperatieve, +solidaire en zeer vereenvoudigde, op waarachtigheid en waarborgen +berustende concurrentie, in plaats van de individueele, onsoliede en +door leugenachtigheid opgevreten, willekeurige concurrentie onzer +beschaving stelt, zal zij maar een twintigste van de handen en de +kapitalen daarvoor noodig hebben. Men zal zoodoende den tegenwoordigen +handel als parasietisch kunnen onderdrukken. Men zal door de +phalanstère, in plaats van honderden concurreerende en tegen-elkander +intrigueerende kooplieden en winkeliers, met hunne marktplaatsen en +winkels slechts één groot Warenmagazijn en naar verhouding zeer weinig +personen noodig hebben, dewijl alle koopen en verkoopen naar buiten, +door de phalanstères onder-elkander afgesloten worden.-- + +"Zoodra mannen, vrouwen en kinderen, de laatsten van af den +leeftijd van drie jaren werkzaam zijn uit aantrekking; wanneer +hartstocht, geschiktheid, wedijver, het verbeterde mechanisme van den +arbeid, éénvormigheid in het doel der handelingen, vrijer verkeer, +verbeteringen van het klimaat, hoogere kracht en langeren levensduur +der menschen, tezamen werken, zullen de arbeidsmiddelen en -krachten +onberekenbaar zich vermeerderen, en het produkt kwantitatief en +kwalitatief zich, daaraan geëvenredigd veredelen en vermeerderen. + +"Het meest wel zal het lot van de kinderen in deze +sociétaire organisatie, zich verbeteren. In de slecht geleide +privaat-ondernemingen vinden de kinderen, in de hutten en de +arbeidsplaatsen, schuren en ellendige woningen nòch de verzorging, +nòch de beoordeeling, nòch de aandrift die zij zoo noodig hebben +om zich te kunnen ontwikkelen. Daarbij sterven zij bij massa's in +ongenoemde woningen, door slechte levenswijzen, of worden zij met +kwalen behept. In den sociètairen toestand, zal de sterfte buitengewoon +verminderen; het kinderaantal zal, zoowel lichamelijk als geestelijk, +op ongekende wijze toenemen. Dreigende overbevolking, zal alleen door +de sociètaire organisatie kunnen worden geneutraliseerd. + +"De beschaving bevindt zich tegenover alle deze vraagstukken in +een vicieuzen cirkel en dit erkent men allerwege. Men is er perplex +van dat in de beschaving, de armoede de overvloed voorbrengt. Onzen +toestand brengt ons niet het geluk, maar zij levert het niet-geluk op, +de excessen der industrie voeren tot de grootste euvelen, zij brengen +ons van Scylla in Charybdes. En waarom? Omdat wij zonder leiddraad, +omdat wij zonder gids, ronddolen in een labyrinth. Dat ziet men aan +alles. Wij moeten een wegwijzer in het maatschappelijk leven hebben, +eene nieuwe wetenschap en die is volgens Fourier, die van de serieën +der aandriften. Men zegt dat de menschen van heden niet slechter zijn, +dan die van vroeger. Maar een halve eeuw terug, kon men nog voor weinig +geld stoffen van goeden kleur en goede kwaliteit koopen voor weinig +geld. Men kon nog onvervalschte levensmiddelen krijgen, tegenwoordig +heerscht in alles bedrog en vervalsching. De landman-zelf is een +vervalscher moeten worden, gelijk het den koopman reeds lang voor +hem was; melk, olie, wijn, brandewijn, suiker, meel, koffie, alles +is vervalscht. De arme menigte kan geen natuurlijke levensmiddelen +meer bekomen, men verkoopt overal vergiften. + +"De handel is schrikwekkend toegenomen en in dezelfde mate het bedrog, +den zwendel en de opzuiging van kapitalen. + +"Ten allen tijden en overal, zal de aantrekking der hartstochten, tot +drie doeleinden trachten te komen. Tot de luxe of tot bevrediging der +vijf zinnen; tot groepvormingen en serieën van groepen of bonden van +toeneiging; tot het mechanisme der aandriften, der karakters en der +instinkten; en door alle deze drie, tot universeele gelijkvormigheid. + +"Alle groepen zoeken eene serie of een ontwikkelingstrap te vormen, +verschillend in paring en soort. Deze serieën van groepen, zijn +aldus het tweede doel van de aantrekking, terwijl zij zich voor +alle funkties der zinnen en der ziel vormen. Het derde doel, is +het mechanisme van de aandriften of de serieën van de aandriften of +de serieën van groepen. Het is het streven van de vijf zinnelijke +aandriften. 1. Smaak, 2. gevoel, 3. reuk, 4. gewicht, 5. gehoor met de +vier affektieve: 6. vriendschap, 7. eerzucht, 8. liefde, 9. ouderschap, +in overeenstemming te komen. Deze overeenstemming voltrekt zich door +bemiddeling der drie weinig bekende en veel miskende aandriften; +10. de aandrift door intrigue, naar vereeniging van gelijkstrevenden; +11. de aandrift naar afwisseling, naar contrasten; 12. de aandrift tot +beijvering, tot begeestering en tot het streven naar vervolkomening." + +Deze twaalf tezamenwerkende aandriften of hartstochten, bevatten +volgens Fourier, de harmonie van de aandriften.... "Tegenwoordig is +de mensch in oorlog met zich-zelven. Zijne aandriften werken tegen +elkander-in. De eerzucht werkt tegen de liefde, het ouderschap +tegen de vriendschap in; en aldus bevinden zich vele aandriften +in disharmonie. Ons doel moet het zijn, een vrijwillig in-elkander +grijpend mechanisme van aandriften te scheppen, zonder een derzelve te +onderdrukken. Dit kan geschieden, door dat ieder individu, terwijl hij +zijn persoonlijk belang beoogt, daarmede tegelijkertijd het algemeen +belang dient. + +"De kunst om te associeeren bestaat hierin, een phalanx van serieën van +aandriften, met elkander in volle overeenstemming te kunnen brengen +en te doen ontwikkelen, die volkomen vrij alleen door aantrekking +voortbewogen wordt en toegepast kan worden op de zeven voornoemde +industrieele functies: huishouding, akkerbouw, industrie, handel en +verkeer, onderwijs, wetenschappen en schoone kunsten. + +"Een serie der aandriften is een verbinding van verschillende, op en +neder gaande volgreeksen van verbonden groepen. Zij zijn vereenigd +door overeenstemming in smaak voor een of andere bezigheid, zooals +het verbouwen van een zekere vrucht, in welke voor elken tak van +arbeid, zich hierbij een speciale groep vormt. Wanneer eene serie +bijv. hyacinthen of aardappelen verbouwt, moet zij even zoovele groepen +vormen, als er soorten van hyacinthen of soorten van aardappelen in +cultuur gebracht moeten worden. Elke groep vormt zich uit de leden van +de serie, die voor eene bepaalde soort, neiging aan den dag leggen. Er +zijn minstens 40-50 serieën noodig, om eenigermate te voorzien in de +behoeften aan de noodige afwisseling en neutraliseering. De serieën +benuttigen de verscheidenheid van karakters, smaken en instinkten; +van de vermogens, aanspraken en van de trappen van ontwikkeling. Elke +serie is tezamengesteld uit contrasteerende ongelijkheden, zij behoeft +evenzoovele tegenstellingen of antipathiën, als zij overeenstemmingen +of sympathieën noodig heeft. Gelijk in de muziek, waarin men een +akkoord verkrijgt doordien men evenzoovele noten uit laat vallen, +als men aan den anderen kant er aan toevoegt en de contrasten der +tonen één akkoord leveren, zoo levert de vereeniging van de serieën +der groepen, voor de sociale harmonie hetzelfde effect op. Zij brengt +beweging, waarheid, gerechtigheid, direkte en indirekte overeenstemming +en eenheid in den vorm. + +"De verschillende groepen moeten zich tegen elkander-in bewegen. Dat +is mogelijk, doordat de groepen slechts gradueel van elkander +verschillende bezigheden verrichten, bijv. niet verschillende soorten +van ooft, maar verschillende soorten van een soort verbouwen. Verder +moeten de arbeidszittingen kort zijn en niet langer dan twee uren +duren. Een groep van zeven arbeiders is voldoende, zij is volkomen, +als zij er negen telt. Dan verdeelt zij zich onwillekeurig weder in +ondergroepen, in de beide vleugels en een centrum. Vier en twintig +groepen is het laagste getal voor eene serie. + +"De mensch", zegt Fourier "is uit instinkt een vijand van dwang en van +gelijkheid, hij streeft in elk opzicht gestadig naar verandering. In +de beschaving van thans wordt instinktmatig overal het valsche +bereikt. Steeds wordt het valsche aan het ware voorgetrokken en +het steunpunt van ons tegenwoordig systeem is eene valsche groep, +die welke zich tot het kleinste getal laat terugbrengen: tot de echt. + +"Deze groep is valsch door de beperking van het getal, valsch door +het ontbreken van de vrijheid, valsch door het uitelkandergaan en +de splitsing van de smaken. Reeds dadelijk zijn deze verschillen +voelbaar. Nà den eersten dag van het huwelijk, verschilt men bijv. al +over de gerechten, over de bezoeken, over de uitgaven, de conversatie +en over honderd andere dingen meer. Welnu, als de beschaafden van +onzen tijd, in de oorspronkelijkste hunner groepeering niet kunnen +harmonieeren, dan kunnen zij het nog veel minder met het geheel der +groepeeringen in de samenleving." + +In de phalanstère van Fourier, is men niet zonder eenige regeering. De +leiders van de serieën en groepen worden officieren genaamd en hebben +militaire graden. Zij hebben den titel van hoofdlieden, luitenants, +vaandeljonkers; er zijn geheele staven in de phalanstère en ten +opzichte van deze waardigheden is er geen verschil tusschen man en +vrouw. De medeleden van de serieën en groepen, verkiezen tot hunnen +leiders diegenen onder hen, die zich in hunnen kring het meest +verdienstelijk gemaakt hebben en daardoor het meest de sympathie +hebben van de anderen. + +Fourier is verder van oordeel, dat de menschen, met zeer weinig +uitzonderingen, reeds vrij spoedig hunne vreugde zullen hebben aan +schoone harmonieën van kleuren, aan prachtige en schoone feesten, +standbeelden en gebouwen. En naar alle deze richtingen heen, kan +alleen door de phalanstère het schoonste gewrocht kunnen worden. + +Zien wij nu nog voorts hoe, volgens Fourier een onbemiddelde en een +rijke in zulk eene phalanstère hunnen dag doorbrengen. Wij kiezen +daartoe den maand Juni. Des morgens 3 1/2 uur is het opstaan en +aankleeden; 4 uur "séance" in een groep voor de verzorging der +dieren in de stallingen; 5 uur arbeid in een groep van tuiniers; +7 uur ontbijt; 7 1/2 zitting van maaiers; 9 1/2 uur zitting van +groentekweekers. Om 11 uur, tweede zitting in de stallingen; 1 uur +middagtafel; 2 uur boscharbeid; 4 uur arbeid in een werkplaats; 8 uur +beurs; 8 1/2 uur avondeten; 9 uur conversaties en 10 uur slapen-gaan. + +De beurs van de phalanstère houdt zich niet bezig met schaggerhandel +in papieren of levensmiddelen, maar met den zorg voor den volgenden +dag. Dan weêr vormen zich nieuwe groepen en serieën. Ook worden +later als de phalanstère in volle werkzaamheid is, het getal der +rustpoozen en maaltijden verhoogd tot op vijf, en worden ook de +zittingen korter. Den korten slaaptijd, verklaart Fourier hiermede, +dat de menschen die in harmonie arbeiden, tengevolge van hun veel +aangenamer levenswijze, veel minder slaap noodig zullen hebben, +dan de beschaafden van tegenwoordig. + + + +Maatstaf van verdeeling van de opbrengst van het produkt in de +phalanstère is: ten 1e de direkte werking, die zij voor de banden der +eenvormigheid van de phalanx in het spel van het sociale mechanisme +heeft; ten 2e de waarde die zij heeft voor de uit-de-wegruiming +van tegenstrijdige hindernissen en ten 3e de omgekeerde verhouding +waarin zij staat tot de sterkte der aantrekking, die zij opwekt. Naar +deze wijze groepeeren zich de verschillende bezigheden, welker +klassificeering en ordening de medeleden der phalanx-zelve te bepalen +hebben. Een overeenstemming is zooveel te gemakkelijker, daar elk +medelid in een gansche menigte van serieën en in een nog grooter +aantal groepen werkzaam is. De gunst die het medelid eener serie +of groep in de bevoordeeling van dividend zou kunnen verkrijgen, +zou hen tot schade zijn in eene andere groep of serie. Zijn eigen +belang dwingt hem dus tot de grootst mogelijke objektiviteit. Ook +is hij erbij geïnteresseerd, dat de harmonie niet gestoord worde, +omdat dit dan tot schade zou wezen van het geheel en zonder twijfel +ook tot dat van hemzelf. Van deze gezichtspunten uit beoordeeld, +geschiedt ook de verdeeling van het inkomen over kapitaal, arbeid en +talent. Fourier geeft hiermede volgende voorbeelden: + +"Alippus is een rijke aktieënbezitter, die tot nu toe, ín de +beschaving, voor de uitleening van zijn kapitaal op goederen, 3 à +4 procent maakte. In de phalanstère heeft hij kans 12 à 15 procent +te maken. Hij is zéér voor een rechtvaardige verdeeling, maar zijn +hebzucht kan hem ertoe verleiden, als kapitalist de helft van het +overschot, als dividend voor zich op te eischen. Maar hij komt dan +dadelijk tot het inzicht, dat de beide andere talrijke klassen, welke +arbeid en talent aan de zaak gaven, daarmede zéér ontevreden zouden +zijn en waarschijnlijk binnen weinig jaren zou de phalanstère opgelost +en de schade dan nog veel grooter zijn. Dus vergenoegt hij zich met +eene regeling, die aan zijn kapitaal 4/12, den arbeid 5/12 en het +talent 3/12 toewijst. Hij heeft, naar deze maatstaf, nog driemaal meer +inkomen dan de beschaving hem gaf; hij leeft in de phalanstère veel +goedkooper, hij ziet bovendien de beide andere klassen bevredigd en het +bestaan der maatschappij daardoor verzekerd. Zijne hebzucht wordt in +evenwicht gehouden door twee tegenwichten. Hij heeft de overtuiging, +dat in het algemeen belang tevens zijn eigenbelang opgesloten ligt +en dat in de vooruitgang van de industrieele aantrekking, voor hem +een bron van grooter rijkdom opgesloten ligt. Een tweede voorbeeld: + +"Johannes heeft nòch kapitaal, nòch aktieën. Hij is als beschaafde +er dus zéér voor, dat den arbeid, op kosten van het kapitaal en het +talent het leeuwenaandeel bekomt en rekent dus 7/12 voor den arbeid, +3/12 voor het kapitaal, en 2/12 voor het talent. Maar Johannes, als lid +van de phalanstère, denkt er anders over. Als medelid van een groep, +juist dikwijls door het talent dat hij ten toon spreidt de eerste, +komt hij nu tot juiste waardeering van het talent. Bovendien begrijpt +hij, als praktisch burger, welke beteekenis het kapitaal heeft, +welke voordeelen den arbeid eruit kan trekken, hoevele voordeelen +er uit geboren worden voor de serie en de groepen, en vervolgens, +dat zijne kinderen het vooruitzicht hebben met kapitaal te worden +bedeeld. Hij zelve kan door toeneming zijner kennis tot hooger +waardigheid klimmen, ook besparingen maken. En ten slotte zal hij +gevoelen, dat tot een juist evenwicht in de maatschappij, hier den +arbeid iets of wat naar den achtergrond heeft te treden, tegenover +het kapitaal en het talent. Een derde voorbeeld: + +"Philintus is medelid van 36 serieën. In twaalf daarvan munt hij +uit, door groote geschiktheid en talent; in twaalf anderen is hij +middelmatig en in de twaalf laatsten, is hij een nieuweling. Als +nu bij het einde van het jaar zijne rekening opgemaakt wordt, zou +hij, in aanmerking genomen de talenten welke hij ontwikkelde in +twaalf serieën, zéér geneigd zijn, deze bijzonder hoog te willen +aanslaan. Maar verstandig als hij is, zal hij moeten inzien, dat +hiermede nòch zijn belang, nòch dat van de phalanstère kan gediend +zijn. Niet alleen staan tegenover de 12 serieën, waarin hij zich door +talent onderscheidde, 24 anderen waarin hij slechts een middelmatig +arbeider bleek, maar ook van die 12 serieën waarin hij uitmunt, +behooren slechts vier tot de eerste klasse, de hoogst beloonde, +die van de noodzakelijkheden; vier anderen in de tweede, en de vier +laatsten in de derde klasse. Hieruit dus, volgt voor hem van-zelf, +dat de eenzijdige maatstaf van de bevoorrechting van het talent hier +geenszins in toepassing kan worden gebracht. Maar daarbij komt nog +iets. Daar de belangen van alle medeleden in de dozijnen van serieën +en honderden van groepen persoonlijk van elkander verschillen; in eene +serie of groep, van twee of van meerdere weder harmonieeren, dezen +wederom in alle andere serieën en groepen in belang van elkander +uiteenloopen, is een intriguenspel ten gunste van enkele serieën +of groepen onmogelijk. In deze honderden, door elkander loopende en +elkander kruisende belangen, waarbij geen individu alleen iets vermag +en geen andere verbinding van gelijke belangen mogelijk is, moet ten +slotte wel het algemeen belang, en dus tegelijk het belang van allen, +op zich-zelve reeds zegevieren. + +"Het regime van de serieën der aandriften, is de gewilde gerechtigheid, +die de voorhanden zijnde ondeugd, de zucht naar goud, omzet in den +dorst naar gerechtigheid." + +De geheele verdeelingswet formuleert Fourier aldus: "De individueele +hebzucht moet door het collectief belang van elke serie en dat +der geheele phalanstère, als toebehoorende aan eene menigte van +serieën geabsorbeerd worden." En deze wet wordt bereikt, door de +direkte verhouding van het getal der frequente serieën, in omgekeerde +verhouding tot den duur van den arbeid; in de serieën op-zich-zelf. Met +andere woorden, tot hoe meer serieën het individu behoort en hoe +korter dientengevolge de enkele arbeidszittingen worden, zooveel te +lichter zal de neutraliseerende gerechtigheid in de verdeeling van +de arbeidsopbrengst zich voordoen. Met het getal der verschillende +belangen van de enkelingen, groeien ook de mogelijkheid van de meest +rechtvaardige verzoening en de eenvormigheid van het geheel aan. + +De hebzucht werkt aldus ten slotte verzoenend in de harmonie. Maar +tegenover haar staat nog een tweede impuls van verzoening: de +edelmoedigheid. Bijvoorbeeld. Het komt er op aan een bedrag van 216 +francs te verdeelen, zegt Fourier, onder negen medeleden eener groep, +waarbij het dan toevallig uitkomt, dat de rijksten en welhebbendsten +onder de negen groepsgenooten, tengevolge hunner verrichtingen het +meest uitgekeerd krijgen. Hierop verklaren dan de beide eersten, +dat zij hun kapitaalinkomen in aanmerking genomen, en ook om het +genoegen dat hen den arbeid gedaan heeft, zich met het minimum +zullen vergenoegen, hetgeen vier franken bedraagt. Dientengevolge +blijven en 52 franken over, om onder de overigen te verdeelen. Maar +het voorbeeld van de beide eersten volgen de anderen na, alleen deze +laten, met het oog op hun geringer vermogen, van het hen toekomende +maar de helft vallen, waardoor dus verder nog 20 franken te verdeelen +overblijven. De 72 franken worden nu onder vijf armere sociètaires +verdeeld, zoodat die 24, 18, 12, 9 en 9 franken krijgen. + +Wanneer nu hieruit ook voortspruit, dat de rijkste sociètaires slechts +het geringst mogelijk arbeidsaandeel ontvangen--en het grootste +deel van hun inkomen trekken al naar de mate van hun kapitaal--dan +resulteert daaruit, dat hun aandeel in de algemeene opbrengst, in +omgekeerde verhouding staat tot den afstand waarin de kapitalen tot +elkander staan; want voor arbeid en talent bedoelen zij slechts het +kleinste aandeel in beslag te nemen. Daarentegen staat hun aandeel +in de algemeene opbrengst, met betrekking tot het kapitaalaandeel, +in directe verhouding tot de massa der kapitalen. Er komen hier, +evenals in de physieke wereld, twee tegen elkander inwerkende krachten +in aanmerking: de centripetale, welke hier de hebzucht is, en de +centrifugale, die hier de edelmoedigheid vertegenwoordigt. + +Ook aan het bevolkingsvraagstuk, heeft Fourier een behoorlijken +aandacht gewijd. Juist in zijnen tijd n.l. kwam het boek van +Thomas Robert Malthus "Over de bevolkingsleer" uit, en werd veel +besproken. Malthus stelde de theorie op, dat de menschheid de tendenz +heeft zich in eene geometrische progressiereeks, dus in de reeks: 1, +2, 4, 8, 16, 32 enz., te vermeerderen; daarentegen vermeerderen de +voedingsmiddelen zich maar in eene arithmetischen reeks: 1, 2, 3, 4, 5, +6, 7, 8 enz. Uit deze, met elkander in tegenspraak zijnde tendenzen, +zou volgens Malthus, binnen vijf-en-twintig jaren--die voldoende zijn +om de verdubbeling van het aantal menschen voort te brengen--de aarde +zoo òverbevolkt zijn, dat de menschheid te gronde zal moeten gaan, +door gebrek aan levensmiddelen. + +Fourier nu pakt het vraagstuk van zijne andere zijde aan. Hij huldigt +de grondstelling: stijgende produktiekrachten geven een stijging van +produkt, beiden staan tot elkander in onmiskenbare verhouding. Maar +zegt hij, "vergeefsch zullen de beschaafden naar middelen moeten +omzien, om eene vier- ja, honderdvoudige vermeerdering te bereiken, +die er noodig is, wanneer de menschen veroordeeld moeten blijven zich +te vermeerderen onder den tegenwoordigen socialen toestand, die, +tengevolge van oneconomische toepassing, der maatschappij dwingt, +gestadig het drie- of viervoud van het produkt op te koopen, om het +door de gewoonte bestendigde levensonderhoud der verschillende klassen, +mogelijk te maken." + +Ten allen tijde in de beschaving was de bevolkingstoename, in +verhouding tot de voedingsmiddelen, een der klippen waarop de +politiek is gestrand. De Ouden kenden tegen de overbevolking geen +andere middelen dan uitzetting, kinderdooding en wurging van de +overtollige slaven. + +"In sociètaire toestand", zegt Fourier, "werpt de natuur tegenover +de excessieve vermeerdering van de bevolking, vier werkzame dammen +op. 1e. De grootere kracht en de lichamelijke ontwikkeling der +vrouwen; 2e. de ruimere levenswijze; 3e. de phanegoramische zeden +en 4e. de gelijkmatige lichamelijke oefening van alle krachten. Wat +de grootere lichamelijke ontwikkeling aangaat, dat zien wij bij de +vrouwen in onze steden; op elke vier vrouwen die onvruchtbaar zijn, +komen drie robuste, terwijl daarentegen de zwakkere vrouwen ook de +vruchtbaarste zijn. Men zal zeggen, dat de vrouwen ten platten meest +robust en tóch ook vruchtbaar zijn. Dit is juist, zegt Fourier, +maar een bewijs te meer, dat alle vier middelen moeten worden +gecombineerd en met elkander verknocht moeten worden gemaakt. De +vrouwen op het platte land zijn vruchtbaar, omdat zij matig leven +en een grove, hoofdzakelijk vegetabiele voeding tot zich nemen. De +vrouwen uit de steden, leven meest weelderiger en geraffineerder, +en daarvandaan hare grootere onvruchtbaarheid. Verbindt men nu in de +harmonie, de lichamelijke krachtsontwikkeling der vrouwen met luxueuser +levenswijze en voeding, dan zal men daardoor twee werkzame middelen, +die de vruchtbaarheid tegenwerken met elkander verbonden hebben." + +In de harmonie zullen de menschen dan ook later als tegenwoordig +hunne geslachtsrijpheid erlangen, omdat de niet-onderbroken en steeds +afwisselende lichamelijke oefeningen, alle ledematen in werking doen +komen en langeren tijd de levenskrachten opslurpen zullen. Zij zullen +aldus het oogenblik verlengen, waarop tengevolge van de ontbrekende +absorptie het overschot der sappen, onverwacht, de puberteit vóór het +door de natuurgewilde tijdstip, teweeg zoû brengen. Evenzoo zullen de +gelijkmatige gymnastische oefeningen bij de vrouwen, de vruchtbaarheid +tegengaan, en wel in die mate, dat eene vrouw, welke zwangerschap +wenschte, zich omgekeerd, door onthouding van lichamelijke oefeningen +en grootere industrieele inspanning, op dezen toestand zal moeten +voorbereiden. De ál te groote lichamelijke rust van de tegenwoordige +stedebewoonsters is het wel in hoofdzaak, welke de geslachtsdrift en +het zwanger worden doen stijgen. Een tegenwicht is er, in den regel, +niet aanwezig. + +Fourier verklaart, dat de tegenwoordige beschaving, ongeschikt is +om het bevolkingsvraagstuk op te lossen. Hij toont dat aan, door op +Ierland te wijzen, welks bevolking in dezelfde mate verarmt, als het +in aantal afneemt; terwijl het aantal van de onder de ploeg genomen +acres land en het hoofdcijfer van de veekudden, steeds stijgen. De +roof aan grond en bodem begunstigt de kunstmatige ontwikkeling van +de industrie en het verkeerswezen en zoo, zegt Fourier dan ook, dat +de beschaving de "armoede uit overvloed" voortbrengt en dat dit "elk +euvel, elke ondeugd, welke de periode van het barbarisme slechts op +eenvoudige wijze gekend hebben, tot een tweezijdige maakt. Zij gaat +aan haar cercle vicieux, aan hare inwendige tegenspraken ten gronde." + +Gelijk het menschelijk lichaam, zoo bezitten de maatschappijen +hunne vier, door bepaalde karaktereigenschappen zich kenmerkende +leeftijden, welke elkander opvolgen. Men kan nòch de opkomst, nòch +de nedergang van eene samenleving bepalen, zoolang men niet de zeer +verschillende karaktereigenschappen weet aan te duiden, welke eene +bepaalde samenleving bezit. + +Onze natuurwetenschapsleeraren zijn, wanneer er sprake is van de +onderscheiding bij vrij nuttelooze planten, zeer scrupuleus. Waarom, +vraagt Fourier, zijn onze politici en economisten niet ook zoo, +waar het samenlevingen te beoordeelen geldt? Waarom volgen zij hier +niet de natuurwetenschappelijke methode, bij het onderscheiden hunner +kenmerkende eigenschappen? + +Volgens Fourier, zijn de vier phazen der civilisatie en elk harer +kenmerkende eigenschappen, de volgende: + + +OPSTIJGENDE LINIE. + +1. Phaze: Kindschheid. + +Eenvoudige kiem Monogamie. +Samengestelde kiem Patriarchale of adellijke feodaliteit. +Steunpunt der periode Burgerlijke rechten der vrouw. +Tegenwicht Federatie der groote vazallen. +Toon of stemming Ridderlijke illusies. + + +2. Phaze: Jeugd. + +Eenvoudige kiem Stedelijke privilegies. +Samengestelde kiem Zorg voor wetenschappen en kunsten. +Steunpunt der periode Bevrijding van den arbeid. +Tegenwicht Vertegenwoordigend stelsel. +Toon of stemming Illusies der vrijheid. + + +MIDDAGSPHAZE. + +Kiem Zeevaartkunst, experimenteele chemie. +Karaktereigenaardigheden Ontgoochelingen, Staatsleeningen. + + +NEDERDALENDE LINIE. + +3. Phaze: Mannelijkheid. + +Eenvoudige kiem Handelsgeest, Fiskalisme. +Samengestelde kiem Maatschappijen op aandelen. +Steunpunt der periode Monopolie en Zeeheerschappij. +Tegenwicht Handelsanarchie. +Toon of stemming Economische illusies + + +4. Phaze: Ouderdomszwakte. + +Eenvoudige kiem Banken van leening. +Samengestelde kiem Ondernemenden van een bepaald aantal. +Steunpunt der periode Industrieele feodaliteit. +Tegenwicht Heerschappij van monopolisten. +Toon of stemming Illusies over associatie. + + +Fourier merkt bij dit tableau op, dat hij die karaktereigenschappen, +welke aan alle vier phazen eigen zijn, niet heeft op den voorgrond +gesteld, maar slechts die, welke den eene of de andere phaze +karakteriseeren en die, welke met den eene of met de andere phaze +vermengd zijn. Zoo is de tweede phaze, waar in de Atheners leefden, +eene onvolkomene, eene bastaardachtige periode, die nog merkteekenen +van het barbarisme draagt en waaraan het steunpunt van de tweede phaze, +de bevrijding van den arbeid ontbrak. In Engeland en Frankrijk, +bevindt de civilisatie zich in de nederdalende lijn van de derde +phaze en neigt sterk naar de vierde, welker beide kiemen zij reeds +bezit. Deze toestand wordt door een zich sterk voelbaar makende +stagnatie aangetoond; het genie voelt zich vermoeid van zijne +onvruchtbaarheid en als een gevangene, het pijnigt zich tevergeefsch +af, om eene nieuwe gedachte voort te brengen. De fiskalische geest +aarzelt evenwel niet, de middelen te ontdekken om de vierde phaze te +organiseeren, die wel-is-waar een vooruitgang, maar geen vooruitgang +ten goede is. Er moet een tusschen-phaze geschapen worden, die de +civilisatie, in een garantietoestand overbrengen moet. + +"Maatschappijen zoo goed als individuen gaan ten gronde," zegt Fourier, +"wanneer zij zich aan den woekeraars overgeven en het is een feit +van onze eeuw, van leening naar leening te hollen." + +Fourier begeeft zich hiermede in een critiek der staatsleeningen. Opdat +een Staat door de geldmachten beheerscht, economisch en finantieel kan +worden uitgebuit en uitgeplunderd, moet men hem tot het sluiten van +leeningen verleiden. Maar met élke nieuwe leening wordt hem den strik +vaster om den hals gedraaid, evenals dit met den privaten persoon het +geval is. De staatsmacht, zegt Fourier, wordt zoodoende ten slotte een +werktuig in de handen der groote finantieele machten, die méér dan de +ministers den gang van zaken beheerschen en leiden; wetten decreteeren, +oorlogen voeren of verhinderen, al naar hun belang dat medebrengt. En +opdat de Staatsmachine naar wensch ga, de regeering ten allen tijde +door de contrôle hare afhankelijke positie bewust zij; opdat verder de +nodige bronnen van inkomsten in den vorm van belastingen van allerlei +aard tot rente-betaling en schulddelging aanwezig zullen zijn, heeft +men het vertegenwoordigend stelsel noodig, door middel waarvan de +hooge persoonaadjes, die de touwtjes der finantieën in handen hebben, +den hun nog ontbrekenden invloed op de gansche wetgeving en het +staatsbestuur erlangen, en den Staat tevens tot hunne melkkoe maken. + +Onder de permanente euvelen van zijnen tijd, rekende Fourier de +heerschappij van de philosophen, die niet willen dat het volk tot +de erkenning zal komen van zijn oorspronkelijk recht en het recht +zal eischen, dat het bezit op een bestaansminimum, wat het alleen +maar gegarandeerd kan worden, onder het stelsel van de industrieele +aantrekking. + +De maatschappij is overvuld van armen, hare gebreken laten zich +samenvatten in 12 hoofdpunten: 1e Eene minderheid, de heerschende, +bewapent slaven, die eene meerderheid, ongewapende slaven, in +toom hoopt. 2e Gebrek aan solidariteit der menigte en daardoor een +ongedwongen egoïsme. 3e Dubbelzinnigheid aller handelingen in de +samenleving en hare sociale elementen. 4e Inwendige strijd van de +menschen onderling. 5e Het onverstand tot principe verheven. 6e In +de politiek wordt de uitzondering als grondslag van den regel. 7e +Het hardnekkigste en taaiste genie wordt kleinmoedig gemaakt. 8e +Ongedwongen begeestering voor het slechte. 9e voortdurende verergering, +terwijl men gelooft verbetering aan te brengen. 10e Alzijdig ongeluk +voor de groote massa. 11e Het ontbreken van een wetenschappelijke +oppositie tegen de heerschende theorie. 12e Verslechtering der +klimaten. Het laatste door de verminking van de wouden en de daaruit +voortkomende uitdroging van de bronnen, hetgeen volgens Fourier, +noodzakelijk tegen het einde der eeuw, tot excessen van het klimaat +zal moeten leiden. + +"De handel," zegt Fourier verder, "is het zwakke punt der civilisatie, +het punt waarbij men haar moet aantasten. In het geheim wordt de +handel, zoowel door de regeeringen, als door de volkeren gehaat. De +rechtschapen bezitter begrijpt niet eens de middelen, waardoor deze +agioteuren zich weten te verrijken. De economisten evenwel, slingeren +hunne anathema's naar de hoofden van allen, die deze grootaardigheid +van den handel verdacht willen maken. Welke schoone phrazes zijn er +niet tot mode geworden, ter hàrer verheerlijking?" + +Fourier, die er van hield alles te ordenen en te klassificeeren, +doet zulks ook ten opzichte van het bankroet. De ware aard van het +bankroet te leeren kennen, hiertoe deden de philosophen, volgens hem, +al even weinig moeite, als zij dit deden, tot het leeren kennen van +de waren aard van den handel en van den woeker. + +Napoleon I had gelijk, toen hij zeide, dat men het eigenlijke wezen van +den handel niet kent. Napoleon was bang geworden, door de ervaring die +hij opgedaan had, dat elke schade die men den handel toebracht, door +deze weder afgewenteld werd op de lagere en arbeidende klassen. Zoodra +de handel bedreigd wordt, trekt hij de kapitalen terug, zaait hij +wantrouwen, belemmert hij de circulatie. De handel is als den egel, +die men nergens aanvatten kan, zonder dat men zich zelf steekt. + +Fourier meende dat er een overgangsstand moet worden geschapen, die +de civilisatie in den kortst mogelijken tijd kon leiden naar een +hoogere ontwikkelings-phaze en die hij overal, naar wij zagen die +der harmonie noemt. Een stelsel dat in de eerste plaats den handel +van zijnen troon moet stooten. + +Hij stelt voor, dat de regeering zich van de banken, zoowel als +van den handel meester maakt. Dit kan geschieden langs tweeërlei +wegen. Een bruske en een zacht dwingende; een concurreerende en een +ondergravende. Ook zijn beide methoden te vereenigen. + +Hij veronderstelt dat er een koning bestond van het vaste en niets +ontziende karakter van een Mahmud II (Sultan van 1808 tot 1839), +die aan dwangmaatregelen in dezen de voorkeur geeft. Deze zal de +geheele arme klasse, welke niets bezit, vereenigen en staatshoeven +organiseeren. Men kan rekenen, dat het aantal van hen die geheel +zonder middelen zijn, ongeveer een tiende van de bevolking bedraagt +en op elke vierhonderd familiën veertig arme familieën wonen. Elke 200 +personen vormen dan een staatshoeve, die hare noodzakelijke gebouwen, +stallen, vee, grond, werktuigen enz. bevat. Dit aantal is groot +genoeg, om een doelmatig en niet kostbaar bestuur, afwisselenden +arbeid en een lucratieve opbrengst te verzekeren. Deze staatshoeven +moeten zich dan aansluiten bij de industrie, het instituut van het +gefixeerde ondernemerschap van private personen, die van jaar tot jaar +toegelaten zullen worden, onder voorwaarde, dat zij van jaar tot jaar +progressief stijgende retributieën aan den Staat hebben te betalen. Een +maatregel, zegt Fourier, die twee werkingen hebben zal. Ten eerste: +den Staat hooge inkomsten te bezorgen, ten tweede: den onbemiddelden +het ondernemerschap onmogelijk te maken of hen zal dwingen, het op +te geven. De aldus vrijkomende bevolking wordt daardoor naar de +staatshoeven gedrongen; de inkomende belastingen moeten evenwel, +nevens tot de dekking der staatsuitgaven, aangewend worden tot +delging der staatsschulden. Fourier stelt voorop, dat deze inkomsten +ten slotte zeer hoog zullen worden en een belangrijk deel van de +ondernemerswinst absorbeeren zullen, zoodat het private-ondernemerschap +alsdan onmogelijk zal worden en er een toestand zal worden geschapen +gelijk die noodig is, om tot de phaze van de "harmonie" te komen, +welk Fourier beschouwt de hoogste vervolkomening en de vervolmaking +van het menschelijke leven op aarde te zijn. + +Fourier stierf te Parijs den 10en Oktober 1837. Op zijn grafsteen staat +gebeiteld: "Hier liggen de overblijfselen van Charles Fourier. De +serie verdeelt de harmonieën. De attracties staan in verhouding tot +de bepalingen." + +Tot Fourier's meest bekende en meest ijverige scholieren behoorden: +Victor Considérant, een voormalig genie-officier, die het hoofdwerk +der Fouriersche school: "Destinée sociale, exposition élémentaire +complète de la theorie sociétaire" vervaardigde. + +Hij vestigde na veel moeite een phalanstère te Texas "La Reunion" +genaamd, die echter in 1869 te niet ging. + +Ook andere pogingen tot het oprichten van dergelijke phalanstères, +n. l. in 1832, nog tijdens Fourier's leven, door Baudet-Dulary in +het leven geroepen en een in Citeaux bij Dijon, met de finantieele +hulp van den engelschman Arthur Young; ook een in Algerije, allen +mislukten eveneens na korter of langer tijd. + + + +Tegelijkertijd met de Saint-Simon en ook met Fourier, werkte en +streed er in Engeland een man, die minder dan de twee eersten, in +geschriften zijn denkbeelden had uiteengezet, maar meer een man was +van de daad. Die man was Robert Owen. + + + +ROBERT OWEN + +werd den 14de Mei 1771 te Newtown, een landstadje in Montgomeryshire +(Wales) in Engeland, geboren, waar zijn vader winkelier +en posthuishouder was. Zijn moeder stamde uit een geachte +pachtersfamilie. Robert was de jongste van zeven kinderen. + +Na in het stadje zijner inwoning de school te hebben doorloopen, +kwam hij bij een koopman in Stanford in de leer, een zekere Mac +Guffog, die zich-zelf in zaken er bovenòp had gewerkt. De jonge Owen +bleef hier vier jaren en benuttigde zijnen vrijen tijd met lezen en +studeeren. Elke minuut die hij van de zaken af kon nemen, wijdde +hij aan de studie der mathematiek, de natuurwetenschappen en der +geschiedenis. Ook hield hij zich met godsdienstige studiën niet onledig +en werd hij al spoedig een twijfelaar in theologische aangelegenheden. + +In 't jaar 1795 ging Robert Owen naar Londen met aanbevelingen van +zijn patroon, die hem ongaarne van zich vertrekken zag. Hij vond hier +een betrekking voor 25 L. S. (300 gulden) jaarlijksch, voor een knaap +van 14 jaar, eene gunstige positie in die dagen. Vandaar ging hij in +betrekking in Manchester, eene positie die hem 15 L. St. per jaar méér +opleverde. Minder noch om het salaris, dan wel om eene andere reden, +nam hij de hem aangeboden nieuwe positie aan. De katoenindustrie had +in die dagen reuzenschreden gemaakt en hare hoofdzetel was Manchester. + +Het was overigens een geweldigen tijd. Eene machtige sociale revolutie +voltrok zich in Engeland. Terwijl in Frankrijk de politieke revoluties +als het ware over elkander vielen, vond er in het geheim, zonder dat +het iemand zag of kon zien, een revolutie in de maatschappelijke +verhoudingen in Engeland plaats, die bewerkstelligd werd door den +stoom en de stoommachine. Watt had de stoommachine, Arkwright had +de spinmachine en Cartwright had de stoomweefstoel uitgevonden. De +kleinproductie ging haren ondergang tegemoet en de handspinmachine en +de handweefstoel, zij moesten het afleggen tegen den met stoom gedreven +industrie van de groote fabrieken. De in 't raam van de kleinproductie +passende verhoudingen, deugden niet meer. Een zee van ontketende +"vrije concurrentie"--het hoofdleerstuk der staathuishoudkunde van den +econoom Adam Smith--was nu de industrieele maatschappij geworden. De +golven sloegen al hooger en hooger, en wie niet met goed uitgeruste +schepen kwam, ging onder. De machinekrachten ontketenden den strijd +van "allen tegen allen", een eeuw vroeger door den philosoof en +staatsrechtsleeraar Thomas Hobbes zoozeer voorzien. + +Niet alleen mannen, ook vrouwen en kinderen togen bij massa's naar die +groote fabrieken met hunne rookende schoorsteenen, hunne stampende en +ratelende machines. De groot-industrie begon haar hoogtijd te vieren +in Engeland, het eerste land dat daarvoor rijp was. + +Robert Owen zag dat alles, maar hij zag ook tegelijkertijd, dat de +groot-industrie de produktie op geweldige manier deed toenemen. Hij +zag zoowel voor- als nadeelen van het nieuwe stelsel. En meer dan +iemand van zijnen tijd, heeft hij het ook begrepen. De jonge man +peinsde op middelen, zon op een stelsel om de voordeelen te behouden, +maar de nadeelen zooveel mogelijk te neutraliseeren. + +Hij wilde aanstonds katoenfabrikant worden, want hij was inmiddels +in bijna alle geheimenissen van dat vak doorgedrongen. Maar toen hem +intusschen in 1789 een mechanikus met name Jones, dien hij had leeren +kennen, den voorslag deed, om met hem gezamenlijk een fabriek op te +richten, tot vervaardiging van nieuwe machines voor katoenfabrikatie, +greep hij dit denkbeeld aan en zeide zijne betrekking op. Hij werd +machinefabrikant met een kapitaal van 200 pd. sterling, dat hij +van zijn broeder in Londen had geleend. Jones evenwel betoonde zich +ongeschikt, en hij wilde ook geenerlei raad aannemen en in dat geval +hield Owen het voor geraden zijn deelhebberschap aan een kapitalist te +verkoopen en uit de zaak te treden, om tot zijn oorspronkelijk beroep +terug te keeren. Voor het ontvangen geld, richtte hij een gehuurd +fabrieksgebouw in, dat hij voor het grootste gedeelte aan anderen +onderverhuurde en stelde, in de hem overblijvende ruimte een paar +spinmachines op. De ervaringen die hij in zijn korten loopbaan als +machinefabrikant had opgedaan, kwamen hem nu voortreffelijk te stade +en in korten tijd had hij zich een goede cliëntèle verschaft. Alleen +het gebrek aan kapitaal, hinderde hem bij elken stap, dien hij wilde +doen. Tot dat men hem op zekeren dag mededeelde, dat een zekere +heer Drinkinwater, een rijke katoenfabrikant, wiens ouden chef hem +plotseling had verlaten, een nieuwen chef zocht. Owen nam een snel +besluit en bood zich aan. De heer Drinkinwater nam aanvankelijk den +nog geen twintigjarigen jongeling, die zich vermat aan het hoofd +te willen komen van eene der grootste katoenfabrieken van toenmaals +in Engeland, eens op. En met een blik waarin verbazing, zoowel als +geringschatting lag, zeide hij tot Owen: "U is mij te jong!"--"Voor +vier of vijf jaren was ik het wel," antwoordde de jonge Robert.--Nog +grooter verbazing bij den heer Drinkinwater; hij dacht voor het lapje +te worden gehouden. "Hoeveel malen per week bedrinkt u je wel?" vroeg +hij.--"Ik was nog nooit in mijn leven beschonken," antwoordde Owen +heel droog.--"Hoeveel salaris vraagt ge?" begon na een korte pauze +den fabrikant. "Driehonderd pond sterling!" was wederom het korte +antwoord van Owen. Het bleek dat zijn manier van antwoorden, den +grooten fabrikant zoozeer imponeerde, dat hij informaties inwon, +en het resultaat was dat Owen de betrekking kreeg. + +Dit was in 't jaar 1791, toen de fransche Revolutie op haar hoogste +punt was gekomen. De jonge Owen had voor politieke kwesties een niet +zeer levendige belangstelling. Of de gebeurtenissen in Frankrijk een +grooten indruk op hem gemaakt hebben, is niet gebleken. Praktische +vragen, vraagstukken die in onmiddellijk verband stonden met het leven, +hadden evenwel zoo veel te meer steeds zijne groote belangstelling +bezig gehouden. + +De heer Drinkinwater had geen reden om zijn besluit te betreuren. De +jonge Owen bracht weldra orde in het bedrijf en vervolkomende de +machinerie dermate, dat de fabriek binnen korten tijd, gelijk erkend +werd, het beste en fijnste spinwerk van Engeland leverde. Daarbij kwam, +dat de arbeiders goed werden betaald en humaan werden behandeld. Nadat +een jaar verstreken was, wilde de heer Drinkinwater dan ook van geen +veranderen meer weten; hij verhoogde ten dien einde dadelijk Owen's +salaris tot op 400 pd. st. en verplichtte zich, om, na het derde jaar +dat Owen in zijn dienst zou blijven op een salaris van 500 pd. st., +hij hem als deelgenoot in de zaak zou opnemen. + +Voor dat het contrakt tot stand kwam, verliet Owen de zaak, om eene, +naar hij later zelf toegaf, door hem verkeerd opgevatte handelwijze +des heeren Drinkinwater en richtte in Manchester eene eigene spinnerij +op, echter een voor zulk soort garens, die niet in de fabriek des +heeren Drinkinwater vervaardigd werden, ten einde dezen geen schade +te doen. De onderneming gelukte en Robert Owen werd wat men noemt een +"gemaakt man", door andere fabrikanten met jaloerschheid aangezien; +bewonderd als man van zaken en uitgekreten als een zonderling, omdat +hij absoluut geen vermaak vond in de gezellige omgang dier heeren, +die hun geld en hunnen tijd doodsloegen, terwijl hij zijnen vrijen +tijd doorbracht in litterarisch en philosophisch gezelschap; slechts +met menschen willende verkeeren, waarvan hij meende iets te kunnen +leeren. Hij stelde er meer een eer in, om te gaan met mannen als: +Coleridge, de dichter, Dalton, de scheikundige en Fulton, de uitvinder +van het eerste stoomschip, welke laatste hij vooral met beduidende +geldsommen steunde. + +En als Owen wel eens in het gezelschap was van zijne collega's de +fabrikanten, dan had hij zulke verschrikkelijke plannen op te stellen +en ideën te verkondigen, dat het er den anderen koud van werd. + +Deze denkbeelden echter liet daarom Owen niet varen, in tegendeel, +zij trokken hem juist aan. Wij zijn hier aangeland bij het keerpunt +in Robert Owen's leven, daar waar hij van een privaat-ondernemer, +een historische beteekenis krijgt als sociaal hervormer. + + + +Tegen het einde der 18e eeuw kwam Owen, op een handelsreis zijnde, +te New-Lanark in Schotland aan. Daar leerde hij een zekere heer Dale +kennen, den eigenaar van een aantal fabrieksinrichtingen aldaar. De +kennis met den vader, leidde tot kennismaking met de dochter; de +kennismaking leidde tot liefde en Owen werd met den vriend, ook +den schoonzoon van den heer Dale en alras den medeeigenaar van de +fabrieken te New-Lanark. In 1800 nam hij de leiding van de gezamenlijke +fabrieken aldaar, bekend onder den naam van "New-Lanark Mills" over, +met inbegrip van alle daarbij behoorende établisementen. + +De fabriek van den heer Dale was door hem en Richard Arkwright, de +beroemde uitvinder van de spinmachine, in 1784 opgericht geworden, +toen de katoenspinnerij in Schotland het eerst werd ingevoerd. De +voordeelen, die de waterkracht van de Clyde aanboden, had de keuze +bepaald van deze plaats, die overigens niets aantrekkelijks had. Het +land rond er om heen was onbebouwd; de inwoners dun gezaaid en zeer +ruw, bijna wild; de wegen zoo slecht dat zelfs de hartstochtelijkste +liefhebbers van natuurschoon het niet licht wagen dorsten tot deze +oorden aan de Clyde-watervallen, al te diep door te dringen. Men +moest "handen" hebben voor de fabriek, geen gemakkelijk iets, daar +de bevolking van de plaats geen bijzondere trek had in het werken +in gesloten ruimten. Kinderen voor den fabrieksarbeid waren er in 't +geheel niet te krijgen. Men moest zich dus wenden tot de "werkhuizen" +in het Engeland van die dagen, niet ten onrechte de "Bastilles van den +armen" genoemd, ten einde kinderkrachten te bekomen. En had zoodoende +500 kinderen bij elkander gekregen, meest uit Edinburgh, die in een +daarvoor gebouwd groot huis tezamen werden gebracht, om gekleed, +gevoed en opgevoed te worden. + +Ter aanlokking van arbeiders uit andere oorden, bouwde men een dorp om +de fabriek en verhuurde de huizen tegen een lagen prijs. Maar de arbeid +was er zóó impopulair, dat men bijna geen arbeiders kon krijgen, anders +dan verworden menschen en werkeloozen; van alle middelen ontbloote +individuen; menschen die over het algemeen, zedelijk zeer laag en +voor den arbeid bijna onbruikbaar waren, kortom het uitschot van de +armen. En niet zoodra hadden dezen door eenigen tijd te arbeiden er +geheel den slag van gekregen of zij werden weerspannig en onhandelbaar. + +Voor de kinderen was naar de toenmaals heerschende begrippen, vrij +goed gezorgd. De lokaliteit waar zij gehuisvest waren, was ruim, +de kamers vrij goed, de kost en de kleeding voldoende. Ook was er +voor voldoende geneeskundige hulp en verzorging, goed onderwijs en +behoorlijk toezicht zorg gedragen. De armenvoogden echter, verlangden +dat de kinderen reeds op 6-jarigen leeftijd zouden opgenomen worden. De +kinderen moesten dus van des morgens 6 tot des avonds 7 uur werken met +de grooten tezamen en daarna eerst, konde men hen onderwijs geven. De +gevolgen daarvan bleven niet uit; de kinderen liepen weg als zij +eenigszins daartoe in staat waren, om naar Glasgow en Edinburgh te +gaan en daar dan dikwijls hunnen ondergang te vinden. Maar alles was +hen liever dan 13 uren per dag te werken onder menschen, zooals het +arbeidspersoneel van den heer Dale was. + +Owen spreekt den heer Dale vrij van schuld; niet zijn wil was het, +dat de kinderen reeds met hun zesde jaar aan de spinmachine moesten +staan, zegt hij, maar die van het Armentoezicht, dat tot elken prijs +natuurlijk, van de arme, verlaten, ongelukkige kinderen af wilde zijn. + +En wat de toestanden aangaat, zegt hij: "als deze nu zoo waren bij +goede werkgevers als den heer Dale, kan men nagaan hoe het er moet +hebben uitgezien bij de slechten." + +De toestand van de dorpelingen van New-Lanark was dan ook eene +hoogst ongunstige. Drankzucht, luiheid en armoede waren er heer en +meester. Stelen was er aan de orde van den dag en in 't bijzonder +scheen het een formeel recht te zijn, zich aan den eigendom van den +heer Dale te mogen vergrijpen. Ook heerschte er een godsdienstig +sekte-fanatisme van de allerergste soort. De eene groep van een +zeker soort geloovigen verketterde den andere, en dit werd er niet +beter op, doordien den heer Dale zelve partij koos voor eene der +vele secte-gelooven. + +Nog een groot euvel was er, doordien de menschen van New-Lanark, +tengevolge van den grooten afstand van de marktplaatsen veel te dure +prijzen moesten betalen voor hunne levensmiddelen, hetgeen, naar te +begrijpen was onder hen een even groote bron van ontevredenheid, als +het voor den diefstal van andermans eigendom, een groote prikkel was. + +Het geheel evenwel scheen, met al zijn euvelen en al zijn ellende een +terrein te zijn, alwaar iemand als Robert Owen zich op tehuis gevoelen +kon. Dadelijk overzag hij het geheel en besloot hij onmiddellijk de +zaak radikaal aan te pakken. Hij ondernam een grondige hervorming. De +enorme moeielijkheden die hij hierbij ondervond verhoogden zijnen +ijver slechts. Hij deed als een wetenschappelijk ontdekker, die hoe +moeielijker de taak, dien hij zich gekozen had werd, met te meer +lust aan de nieuwe studie ging, wetende zijn doel toch te zullen +bereiken. Hij verklaarde zijnen vrienden, dat hij zou inwijden een +geheel nieuw systeem, dat geheel gebaseerd zal zijn op gerechtigheid +en goedheid, dat hij zijn hoofdoogmerk zoû wijden aan de opvoeding +van de kinderen, en alle straffen zoû afschaffen en zou weten te +vervangen door moreele middelen. Men lachte hem uit; maar de lachers +werden hier wel zeer beschaamd gemaakt. + +Owen toog aan den arbeid. "Onwetendheid," schrijft Owen's biograaf +Sargent, "immoraliteit, godsdienstige huichelarij, overmatige +arbeidstijd, verduurdering van levensmiddelen, en om op dit alles den +kroon te zetten, een hardnekkig vooroordeel dat men het tegen Owen +"den Engelschman," wiens spraak den schotschen hoog- en laaglanders +bijna niet verstonden, dat alles stond hem in den weg. Hierbij kwam +nog, dat de andere deelnemers hoofdzakelijk het oog hadden gevestigd +op de winsten, die er te maken vielen en alles van een zakenstandpunt +bekeken." + +De arbeiders wantrouwden de geheele zaak eveneens. Zij immers waren +zoozeer gewend te worden geëxploiteerd, dat zij onmiddellijk achter +elke vernieuwing van de dingen, eene poging zagen, om meer uit hunne +arbeidskracht te halen. Geen wonder dus, dat er in de eerste twee jaren +slechts weinig was volbracht. "Er was geen middel," schrijft Owen zelf, +"dat er niet tegen mij werd gebruikt; en de vesting van vooroordeelen +en misbruiken die te veroveren was, en wier verovering ik mij vast +voorgenomen had, werd dan ook systematisch en op hardnekkige wijze +tegen mij verdedigd." + +Owen was echter te verstandig om met geweld te werk te gaan. + +Hij zag in, dat de noodzakelijkste veranderingen zeer talrijk waren +en niet in één handomdraaien gedaan waren te krijgen, temeer, daar +hij van geen enkele zijde op medewerking te rekenen had. De beambten +der fabriek zagen in hun patroon een phantast, die de zaak te gronde +zou richten met zijne plannen en zij verklaarden liever hunne plaatsen +aan de fabriek te zullen verlaten, dan zich te zullen leenen tot zulke +belachelijke dingen, als Owen die met de fabriek voorhad. Hij moest +zich dus voor alles een vasten bodem onder de voeten scheppen, waarop +hij het gebouw zijner wenschen moest vestigen. Maar dit niet alleen, +hij moest zich ook het noodige bouwmateriaal zelf verschaffen. Het +voornaamste was in dat opzicht, mannen te krijgen, die hem bij +zijnen arbeid ondersteunen konden en genoeg vertrouwen in zijn zaak +hadden. Dat was niet gemakkelijk, maar gegeven de uitmuntende takt +die Owen bezat om met menschen om te gaan, om uit ieder te halen wat +erin zat, was deze moeielijkheid geene onoverkomelijke. Hij vond dan +ook wel de noodige krachten. + +En nu ging hij met onvermoeiden ijver aan den gang tot het volbrengen +van zijne tweeledige taak: verbetering van het lot der volwassenen +en de opvoeding der kinderen. + +Het was vóór alles noodig, in de fabriek-zelf eene zekere orde +te herstellen, omdat het gebrek aan systeem en de wanorde die er +heerschten, werkelijk de fabriek met een bankroet bedreigden, zelfs +onder het oude regime. Repressie-maatregelen, daaraan dacht Owen +niet. Wat zou het hem baten, een paar dozijn "handen" in het tuchthuis +en enkelen aan den galg te brengen? Daarmede waren noch de fabriek, +noch de menschen zelf gebaat, noch hadden Owen's plannen, die hij +met de menschen voor had, daarbij maar eenigszins een voordeel gehad. + +Owen geloofde niet aan wat men den "persoonlijken schuld" noemde, +daarvoor had hij een te diep inzicht in de omstandigheden, waaronder +die menschen van New-Lanark leefden en wat dezen van hen hadden +gemaakt. Owen zag dus van elk soort van bestraffing af. Hij zocht het +mistrouwen der werklieden op verstandsgronden te overwinnen, door +beleering hen de dingen te verklaren en door hen louter en steeds +op hun belang te wijzen, dat hen gebood eerlijk en arbeidzaam te +zijn. Ten einde de dieverijen op de fabriek tegen te gaan, trof hij +zeer vernuftige maatregelen, welke de ontdekking van de misdrijven +zeer verlichten en, als 't ware, het politietoezicht in de handen +der arbeiders zelven legde. + +Het was Owen's doel geenszins een modelfabriek te stichten, hem was +de sociale zijde van de hervormingen veel meer aangelegen, dan aan +de mercantiele zijde van het vraagstuk. Maar het ging bij hem hierom, +een modelsamenleving op kleine schaal in te richten. + +De fabriek was Owen slechts middel tot dat doel. Door haar zocht hij +zijn hervormingsplannen te verwezenlijken, die met de vooruitgang +in de praktijk van den dag, telkens grootere afmetingen begonnen aan +te nemen. + +De inrichtingen van New-Lanark waren Owen's proefstation voor sociale +hervormingen. Door deze maatschappij-in-het-klein wilde hij der +maatschappij in het groot, een bewijs leveren van de juistheid en +de uitvoerbaarheid van zijne sociale hervormingsplannen. Door deze +wilde hij beproeven, praktisch de argumenten te weêrleggen van hen, +die zijn plannen misschien in theorie prachtig, maar in de praktijk +voor onuitvoerbaar verklaarden. + +Het duurde niet lang of te New-Lanark was er zóóveel verbeterd, dat +de spotters en de lachers, althans niet meer zoo luide lachten en de +twijfelaars tot nadenken gestemd werden. Het stelen hield op, zonder +dat er één arbeider gerechtelijk vervolgd was geworden. En het optreden +en de manier-van-doen van de arbeiders, niet alleen binnen, maar +ook buiten de fabriek, was geheel anders geworden. Dronkenschap werd +steeds minder en dat, zonder dat men de drankwinkels in het dorp had +doen sluiten, wat men Owen aangeraden had. Owen was persoonlijk geen +vijand zoozeer van het alkoholgebruik als zoodanig, maar beschouwde het +drinken en wel, het zich bedrinken, in verband met de maatschappelijke +omstandigheden der arbeiders. Hij vroeg zich af, hoe het kwam, dat de +menschen zulk een misbruik maakten van den alkohol en kreeg allereerst +de overtuiging, dat dit voortsproot uit gebrek aan phijsiek voedsel, +dat den menschen dwong, kunstmatige prikkels tot zich te nemen. + +Ten tweede ontbrak het den menschen aan een goed en behoorlijk +"tehuis," aan een behoorlijk en gezellig familieleven, waardoor zij +zich in de kroeg meer thuis gevoelden, dan in hunne eigene woning. Ten +derde kwam het, omdat de menschen geestelijk op een te laag standpunt +stonden en verwaarloosd waren. De meesten van zijn fabriekarbeiders +konden niet eens lezen! Het was dus geen wonder, dat zij geen +denkbeeld hadden van hooger levensgenot en van geestelijk leven, +eene der beproefdste middelen, om de menschen uit de kroeg te houden. + +Owen ging planmatig te werk. Hij onderdrukte het "Trucksysteem," +hetwelk, zooals overal in Groot-Brittanje, ook in New-Lanark in +zwang was, en de arbeiders waren aldus niet meer gedwongen hunne +levensmiddelen te koopen waar die duurder en slechter waren, dan +overal elders. In plaats daarvan stichtte Owen eene coöperatie, +de eerste die bestaan heeft en zeker niet de minst slechte. Hij +kocht waren van de allereerste kwaliteit in het groot en deed ze +aan de arbeiders die ze koopen wilden--gedwongen was men niet--tegen +den kostenden prijs van de hand. Alleen de kosten van beheer werden +hen in rekening gebracht. Het gevolg was, dat weldra alle arbeiders +deelnamen en dat de bevolking van New-Lanark binnen vrij korten tijd, +tot de bestgevoede en de bestgekleede van Engelands arbeidersbevolking +behoorde. Voor de ongehuwden werd een kost- of eethuis opgericht, +eveneens op coöperatieven grondslag, waarin voor hunne voeding en +hunne kleeding den meesten zorg werd gedragen. + +Owen liet vervolgens de slechte woningen afbreken en liet er "Cottages" +bouwen van zijne eigene vinding en naar zijne eigene aanwijzingen, +met ruime lustige woon- en slaapkamers, een praktische keuken erbij +en tevens een stukje tuingrond eraan verbonden, om groenten, ooft en +bloemen te kweeken. Voor de kinderen werden bovendien speelplaatsen +opgericht. De nieuwe woningen, met de daarbij behoorende tuintjes +werden voor een lagen prijs verhuurd, zoodat niet meer dan de rente +van het kapitaal in rekening gebracht werd, die opgebracht moest +worden. Niet lang daarna verlieten alle arbeiders hunne ellendige +krotten, om de woningen van de fabriek binnen te trekken. + +Een moeielijker werk leverde de geestelijke verheffing van de arbeiders +op. Hier moest tegelijkertijd, van twee kanten uit worden begonnen. Met +bloote opvoeding van de kinderen was men alleen niet klaar, ook de +reeds opgegroeide generatie mocht niet onverzorgd gelaten worden. Voor +de jeugd was een groote school opgericht die binnen korten tijd, onder +de persoonlijke leiding van Owen, tot een modelschool werd. Geschikte +leeraren en leeraressen werden gevormd en aan de school verbonden; +het slaan was streng verboden. De kinderen werden er onderwezen in +lezen en schrijven, in mathematiek, in geschiedenis, geographie en +meer praktische vakken. + +Voor volwassenen werden aparte onderwijsklassen opgericht, leeszalen +en een bibliotheek gesticht en in weerwil dat voor de deelname aan +alle deze dingen geen dwang was ingevoerd, was de deelname weldra +zoo algemeen, dat na eenigen tijd New-Lanark, behalve den grijsaards +geen inwoner meer had, die niet ter dege kon lezen en schrijven. Het +intellektueele peil der bevolking rees dan ook zeer schielijk en kwam +zeker boven het doorsneêpeil van de fabrieksplaatsen, in het Engeland +dier dagen te staan. + +In de fabriek werd de behandeling eveneens op veel humaner en +praktischer manier ingericht, dan dit voorheen het geval was. Straffen +waren principieel verboden. Goede loonen werden betaald en Owen wist +de menschen het snel duidelijk te maken dat, hoe beter zij arbeidden, +des te meer dan hunne loonen zouden stijgen, en dat dan ook zooveel +te meer zoude gezorgd kunnen worden, voor hunne moreele en materieele +verheffing. Hij maakte er voor de menschen geen geheim uit, dat ook +dan de eigenaren van de fabriek daar beter bij zouden varen. Maar door +te wijzen op hetgeen hij had gedaan, en op hetgeen hij voornemens was +daarenboven te doen, kon hij met een goed geweten verklaren, dat voor +hem de fabriek geen doel, maar een middel was, om tot de oplossing te +komen van het problema, de arbeid die tot dusver voor den arbeiders +een vloek geweest, voor hen in een zegen te doen veranderen. + +En de eenige dwang, welke hij uitgeoefend had, was eene moreele, +n.l., de dwang van de publieke opinie. + +Ten einde, om zoo te zeggen, een soort gerecht onder de arbeiders, +uit de arbeiders zelven te verkrijgen, voerde Owen den "Silent Monitor" +("stille vermaner") in. Hij liet voor elken arbeider vier borden maken, +van verschillende kleur: een wit, een blauw, een geel en een zwart. De +eerste was goed, de tweede tamelijk goed, de derde middelmatig en de +laatste onvoldoende. Al naar het werk van de week uitviel, liet Owen +een der vier borden naast den arbeider neerhangen, op den Maandag +waarop het werk aanving, zoodat dan elkeen kon oordeelen over eens +anders arbeid en gedrag. Deze borden hadden bovendien nog dit voor, +dat de arbeiders die hunnen plicht niet gedaan hadden, geen standjes +kregen, maar zelven zien konden hoe men over hun werk dacht. Owen +controleerde zelf deze borden steeds en zorgde voor de meest stipte +gerechtigheid bij hunne verdeeling. + +Owen ging misschien hier wat schoolmeesterachtig te werk, maar +het was hem liever aldus te handelen, dan eene heerschappij van de +fabrieksopzichters langer te handhaven. Hij wilde den arbeiders dan +ook niet anders opvoeden dan met moreele middelen, als een werkelijk +pedagoog. + +In New-Lanark, werd door Owen in 't jaar 1809 de eerste +kleine-kinderenbewaarplaats en kleine-kinderenschool opgericht die +er tot dusver bestond, en alle scholen van dit soort waren geschoeid +op de leest van Robert Owen's eerste stichting van dien aard. + +In een rede door Owen in 1812 te Glasgow gehouden, ter eere van +zijnen vriend Lancaster, den beroemden schoolhervormer, zijn zijne +grondstellingen over opvoeding neergelegd. + +Hij zeide daarin: "Wat is de oorzaak van de lichamelijke en geestelijke +verschillen, welke wij in 't algemeen onder de menschen waarnemen? Zijn +zij ons aangeboren, of ontstaan zij uit den bodem, waarop wij ter +wereld komen? Noch het een, noch het ander. Deze verschillen zijn +eenig en alleen: werkingen van verschillende omstandigheden en van +de opvoeding. De mensch wordt een ruwe en een gruwzame wilde, een +kannibaal--of een beschaafd en een goedaardig wezen, al naar mate van +de omstandigheden, waarin hij van zijne geboorte af is gekomen. Hieruit +volgt dus, dat het cardinale punt voor ons is, te overwegen of wij +deze omstandigheden beïnvloeden, of wij ze beheerschen kunnen; en +als dit zoo is, in welke mate wij dit kunnen doen. + +"Stellen wij het geval eens, ten einde eene proef te nemen brachten +wij bijv. een aantal pasgeboren kinderen uit ons geboorteland naar +ver-afgelegen landen, leverden ze daar aan de inboorlingen over en +lieten ze daar achter. Zouden wij één oogenblik hebben te twijfelen +aan het resultaat? Neen! De kinderen zouden gezamenlijk, zonder +uitzondering, gelijk worden aan elke gewone inboorling en van die in +karakter niet verschillen. + +"En zouden op gelijke manier, een zeker aantal van jongegeboren +kinderen tusschen het "gezelschap der vrienden" ("genootschap van +kwakers") eenerzijds en tusschen het verwaarloosde gedeelte van de +Londensche bevolking welke St. Giles bewoont anderzijds uitgeruild +worden, dan zouden de kinderen van de eersten, opgroeien en gelijk +worden aan die van de laatsten; vóórbestemd voor elk misdrijf, +waarentegen de kinderen der laatsten tot evenzoo matige, goede +zedelijke menschen opgroeien, gelijk de eersten dat zijn." + + + +Dit waren, in 't kort, de grondprincipes van Owen; de beginselen van +zijn sociaal systeem, welke hij sedert 't jaar 1812, toen hij met zijne +agitatie begon, en in een gansche rij van brochures, voordrachten +voor het volk en in tal van memories aan staatslieden nederlegde: +"de mensch is het produkt der omstandigheden; ellende en misdaad, +zij zijn de gevolgen van de onnatuurlijke levensverhoudingen."--Het +moet alzoo onzen taak zijn, op de invoering van andere verhoudingen te +werken. En dit is in het belang van alle menschen, omdat alle menschen +zonder uitzondering, onder de bestaande omstandigheden te lijden +hebben. Elk mensch heeft een gelijk recht op welzijn, voorzoover dit de +vooruitgang van de beschaving en de stand der produktie mogelijk maken +en op de hoogst mogelijke graad van ontwikkeling, voorzoover dit zijn +lichamelijke en geestelijke eigenschappen mochten vereischen. Daarom +is het volgens Owen, eene maatschappelijke noodzakelijkheid, dat alle +kinderen een zoo goed mogelijke opvoeding verkregen, opdat de huidige +klassebevoorrechting in dit opzicht, ten minste niet meer heerschen, +en voor eene organisatie plaats maken zal, waarin elk lid van de +samenleving arbeiden kan voor de gemeenschap en deze hem wederkeerig, +een menschwaardig bestaan daarvoor in ruil waarborgen kan. + + + +Robert Owen vergenoegde zich niet met de hervormingen aan zijn eigen +fabriek te New-Lanark, hij strekte zijne bemoeiingen ook uit over +geheel Engeland. Het was een boozen tijd voor Engeland. De Coalitie-wet +verbood den arbeider op elke manier, zich te vereenigen. De +omstandigheden waren evenwel té verschrikkelijk voor den arbeiders, +dan dat zij zich zoo maar konden nederleggen bij hetgeen er in 't land +gebeurde. De wetten dreven hun echter tot het plegen van daden van +geweld. Vooral de jaren van 1814-1824, kenmerkten zich door geweldigen +strijd. In 't laatste jaar werd toen de coalitie-wet eerst ingetrokken, +door het werken van het parlementslid Joseph Hume. + +Robert Owen begreep, dat voor de kinderen althans iets moest worden +gedaan. In 1802 was er reeds een wet op de kinderarbeid in het +Parlement tot stand gekomen, maar deze wet werd of in het geheel +niet, of zeer slecht uitgevoerd. Owen riep ten dien einde in 1815 +eene Meeting van de schotsche fabrikanten, te Glasgow bijeen, maar +ondervond van geen enkele zijde medewerking. Toen ging hij zelf aan +den arbeid en op reis, teneinde de noodige gegevens te verzamelen voor +zijn agitatie. Hij deed deze reis vergezeld van zijn zoon Robert Dale +Owen; ging naar Engeland en door Schotland. + +Toen hij genoegzaam gegevens had, bezocht hij den minister Robert Peel, +bij wien hij aandrong op het indienen van een wetgeving op den arbeid +van jonge kinderen en volwassenen. Immers, het was hem gebleken, dat +er in die dagen, als regel en niet als uitzondering, door kinderen +van tien jaren doorgaans veertien uren per dag werd gewerkt, met +een oponthoud van een half uur per dag voor eten, dat niet buiten, +maar binnen de fabriek werd genuttigd. + +Na eene onnoemelijke tegenwerking, kwam in 1819 de eerste Wet op den +Kinderarbeid tot stand, niet in die mate zooals zij door Owen werd +gewenscht, maar dan toch als eerste stap, in de door hem aangewezen +richting. + +Van af 1813 tot 1816, publiceerde Owen zijn vier opstellen, getiteld: +"A New view of Society or Essays on the principle of the Formation +of the human Character and the Application of the Principle to +Practice". ("Nieuwe inzichten omtrent de samenleving, of studieën +over de vorming van het menschelijk karakter en de toepassing van +het beginsel in de praktijk"). + +In de aan de fabrikanten gerichte "Voorrede" tot deze uitgave zegt +Owen o.a.: + +"Sedert de algemeene invoering van een levenloos mechanisme in de +Britsche manufaktuur, wordt den mensch, zeer weinige uitzonderingen +hier buiten beschouwing gelaten, als eene machine van lagere orde +behandeld; men heeft er veel meer zorgen aan besteed, de ruwmaterialen +van het hout en het ijzer, dan die van het lichaam en ziel van de +menschen te verbeteren. Wijdt aan deze kwestie eens de haar toekomende +aandacht, en gij zult zien dat de mensch, zelfs in zijn hoedanigheid +als werktuig tot de voortbrenging van den rijkdom, nog beduidend +beter kan worden gemaakt! Maar nog een veel belangrijker opmerking, +valt er in dat opzicht te maken. Benuttigt de middelen, die thans +genoeg voor iedereen duidelijk waarneembaar kunnen zijn en gij zult +daardoor, niet alleen deze levende werktuigen volkomener maken, +maar gij zult ook leeren, dat men ze zoo voortreffelijk kan maken, +dat ze niet alleen het tegenwoordige, maar ook die van 't geheele +verleden in alle opzichten overtreffen zullen!" + +Owen had een vredelievend karakter en meende dat de belangen van +fabrikanten en arbeiders, langs den meest vredelievenden weg te +verzoenen waren. Dit belette hem evenwel niet in te zien, dat er +een groote klove tusschen hen gaapte; dat er een geweldige antagonie +bestond tusschen het kapitaal en den arbeid. Maar hij was overtuigd, +dat de vervulling van hetgeen hij meende dat de plichten waren van +de werkgevers ertoe zou leiden, dat er eene toenadering tot stand +zou kunnen komen, welke de hervorming van de maatschappij langs +vredelievenden weg, niet alleen niet in den weg stond maar ook in de +hand zoude werken. + +Daardoor, dat hij praktisch deze plichten wist te formuleeren, +stond hij reeds verre boven zijne tijdgenooten; zooals hij ook +verre boven economen van zijnen tijd, als Robert Malthus stond, op +wien hij reeds toentertijd het inzicht vòòr had: 1e dat een zekere +mate van welstand, de onbepaalde voorwaarde is, voor een zedelijken +levenswandel; en 2e dat de ontwikkeling van de groot-produktie, aan +de beschaafde menschheid eene buitengewone mate van produktiviteit +kan verzekeren. Zoodat dus diens vrees geenszins behoefde te worden +bewaarheid, dat de productie eenmaal te kort zou kunnen komen te +schieten. + +Zijn goede hart en zijn bijzonder praktische ervaring, deden hem +dan ook menig nieuw gezichtspunt aan de hand. Zijne theoretische +inzichten waren wel-is-waar, door die van den in zijn tijd levenden +liberalen apostel Jeremias Bentham sterk beïnvloed, maar zij waren +verder zelfstandig door hem uitgewerkt. "De mensch is," volgens Owen, +"uitgerust met een natuurlijk streven naar geluk, de regeering heeft +dus ten doel, ons, geregeerden en regeerenden gelukkig te maken. De +beste regeering is deze, welke in de praktijk de grootst mogelijke +som van geluk aan het grootste getal menschen weet te bezorgen, +waarbij allen, zoowel regeerders als onderdanen inbegrepen moeten zijn. + +"Alle gecompliceerde en elkander tegensprekende motieven voor goede +verhoudingen, zijn op een enkel principe der handelingen terug +te voeren, hetwelk door zijne voorlichtende werkzaamheid, het oude +verdorven systeem overbodig maakt en ten slotte zich in alle deelen der +wereld zal oplossen. Dit principe is het geluk van het eigen-Ik, goed +begrepen, en gelijkvormig verwerkelijkt, hetgeen slechts kan worden +bereikt door eene verhouding, waarin het geluk van de menschheid +bevorderd wordt. Want iedere macht, welke het wereld-al beheerscht +en doordringt, heeft den menschen zoo gevormd, dat zij progressief, +van uit eene toestand van onwetendheid, tot eene van intelligentie +moeten opklimmen, welker grenzen de menschen niet bepalen kunnen; +zoodat zij bij dit voortschrijden eerst ontdekken moeten, dat hun +individueel geluk slechts door het groeien en het uitbreiden van het +geluk van allen hen omgevenden, groeien en toenemen kan." + +Het is Owen's onomstootelijke overtuiging geweest, dat de wereld +alleen door deze erkenning kan worden verbeterd, dat slechts naar +die verhouding waarin het streven der menschen naar eigen geluk of de +liefde tot zich zelf geleid wordt, deugdzame en zegenrijke handelingen +overwogen kunnen worden. En zoowel karakter als opvoeding, berusten bij +den mensch op de erkenning van die waarheid. Owen was er van overtuigd, +dat de menschen tot nog toe eene valsche opvoeding hebben gehad; +valsch onderricht en valsch gevormd zijn geworden en dat daaruit, +alle menschelijke ellende is geboren geworden. Owen geloofde der +menschheid van deze waarheid te kunnen overtuigen, al had hij zelf, +eveneens een slechte en onware opvoeding gehad. Want hoezeer dat +laatste ook het geval is, toch maakt hij zich niettemin sterk, dat +het zijn meergevorderd inzicht was, dat hem der menschheid thans +aldus kon doen beleeren. + +Owen's overtuiging was het, dat aan elke maatschappij een zeker +karakter kon worden gegeven, hetzij goed of kwaad, hetzij vernuftig +hetzij dom, en dat de middelen daartoe zoo goed als in handen waren, +van hen die invloed konden uitoefenen op den gang van zaken in de +wereld. Die middelen moesten echter nu worden aangewend. Het was +een feit, dat drie-vierde gedeelte van de gansche bevolking van +Groot-Brittanje en Ierland behoorde, tot die der arbeidenden. Men +liet het echter toe, dat het karakter van die menschen werd +gevormd zonder eenige leiding, onder omstandigheden, die hen +noodwendig moesten brengen tot een levensloop van ellende, ondeugd +en onzedelijkheid. Terwijl de hoogere klassen, wel-is-waar zeiden te +gelooven aan beginselen, maar eveneens deden, alsof die beginselen +niet bestonden. Zulk een toestand zou als zij lang voortduurde tot +den opstand moeten leiden, omdat het lijden van de bevolking en van +de arbeidende klassen van Groot-Brittanje en Ierland werkelijk èrger +is, dan de toenmaals zooveel besproken slavernij van de negers in +Amerika. Owen gebruikte het eerst benaming voor de fabrieksarbeiders +van "blanke slaven" en leverde het bewijs, dat zij met betrekking tot +gezondheid, voeding en kleeding er veeltijds slechter aan toe zijn, +dan de zwarte slaven. + +De hoofdzaak was nu het allereerst te zorgen voor de jeugd; een zorg +die rustte op het denkbeeld dat de mensch zijn eigen karakter niet +vormt, maar dat dit voor hem gevormd wordt, door de omstandigheden +waardoor hij is omringd. + +Het doel van het gouvernement is om regeerders en geregeerden gelukkig +te maken, daarom behoorde elke regeering zich te laten leiden door +het denkbeeld, dat het beter is misdaden te voorkomen, dan ze te +bestraffen. Alle aanleidingen die tot het misdrijf aanzetten, behooren +daarom door de regeering te worden weggenomen. Oorlog behoorde er aan +de kroegen te worden aangedaan. De rechten op gedistilleerd behoorden +te worden verhoogd; een stelsel van licentieën (vergunningen) in +sterke en in strenge mate dient er te worden toegepast. Elk loterij, +ook die van den Staat uitgaande, moet worden afgeschaft. + +Het stelsel van de armenwetten dient grondig te worden herzien, +en er moet worden tegengegaan, dat den vlijtigen arbeid, voor +het onderhoud van luien en leegloopers heeft te zorgen. Dan moest +de geheele strafwetgeving herzien worden, en het beginsel van de +preventiviteit moest geheel worden doorgevoerd. + +Een hervorming van de Staatskerk achtte Owen niet minder noodig. Owen +was n.l. langzamerhand, door de ervaring geleerd, een vijand van +de officieele godsdienst geworden, hetgeen ten slotte niet het minst +geleid heeft, tot zijn maatschappelijk isolement en zijne verwijdering, +ook van diegenen zijner tijdgenooten, welke hem in den aanvang, +geldelijk tot het ten-uitvoer leggen van zijne plannen in staat +hadden gesteld. + +Owen vatte zijn betoog in de vier hier behandelde opstellen te zamen, +in de navolgende twee reeksen van wetten. De eene reeks zou moeten +bestaan in eene algemeene onderwijs-regeling voor het geheele land, +zoowel omvattend den geest van het onderwijs, als de voorziening +van de schoolgebouwen, de normaal-inrichtingen voor onderwijzers en +hunne gansche vorming op het oog hebbend. De tweede reeks, zou aan de +hervorming van den arbeid moeten zijn gewijd. Zij zou moeten worden +ingeleid door eene wettelijke enquête, naar de arbeidstoestanden in het +Vereenigd Koninkrijk, naar de verhoudingen tusschen kapitaal en arbeid +in hunnen ganschen omvang, ook wat aangaat de werkeloosheid. Owen hield +zich overtuigd, dat deze laatste geen maatschappelijk euvel zoozeer, +als wel een euvel der opvoeding was en dat daarin gelegen was een +reden tot armoede en niet in de z. g. n. "Wet van Malthus." Het was +z. i. niet de massa van menschen, die kwaad was voor de menschheid, +het waren de groote onwetendheid, de domheid en de verwaarloosde +opvoeding der menschen, die al het kwaad over de wereld gebracht +hadden. Ieder individu kon geleid worden, en wel in die richting, +dat hij veel meer produceert, dan dat hij verteert; daar er volgens +Owen's vaste overtuiging veel meer was of geschapen kon worden, +dan er noodig was om dadelijk te worden verteerd. + +Inmiddels was Owen steeds voortgegaan, de inrichtingen van New-Lanark +te verbeteren en steeds volkomener te maken. De bezoekers stroomden +naar dat oord, om het "wonder van dien tijd" in oogenschouw te +nemen. Jaarlijks kwamen meer dan tweeduizend belangstellenden naar +New-Lanark, en de hooge wereld was niet het minst, onder dat aantal +vertegenwoordigd. De Koning van Saksen zond Owen een medaille, de +Koning van Pruissen schreef hem eigenhandig brieven. Groot-Vorst +Nicolaas van Rusland begaf zich in 1816, persoonlijk derwaarts en +verwijlde zelfs een paar dagen in Owen's huis. De Hertogen van het +Koninklijk huis van Engeland, toonden de grootste belangstelling in +de instellingen van New-Lanark en de Hertog van Kent, de vader van +Koningin Victoria, was zelf op vriendschappelijken voet met Robert +Owen er door gekomen. + +Dit alles maakte Owen evenwel niet trotsch, of deed zijn +hervormingszucht omslaan in conservatisme, of in zucht om de grooten +der aarde wèlgevallig te zijn.--Juist, integendeel! Het is een bewijs +voor de groote naïviteit van Owen, voor het kinderlijk vertrouwen, +dat hij in de menschen stelde, dat hij deze blijken van belangstelling +aanzag voor aansporingen die men hem wilde geven, steeds verder voort +te gaan. Maar hij zou bittere ervaringen opdoen met dat vertrouwen. + +Telkens en telkens kwam er oppositie van den kant der geldschieters, +hoofdzakelijk Kwakers, die méér winsten verlangden, of wel het meest +van alles, nu eens wenschten opgehouden te zien met die oneindige +hervormingen, welke Owen nooit moede was in te voeren, teneinde aldoor +maar te verbeteren en te verbeteren. + +Maar erger werd deze oppositie, of liever zij verscherpte zich, door de +kwestie van het onderwijs. Owen had n. l. in zijn onderwijsinstituten +een neutraal onderwijs ingevoerd, van een soort, gelijk dat bij ons +nog gehuldigd wordt in de openbare school. + +Hij nam een Christendom aan, dat boven geloofsverdeeldheid stond, een +universeel Christendom dus. Hij was de meening toegedaan, reeds in zijn +"New View of Society" uitgesproken, dat men, om de ongelegenheden te +vermijden die altijd moeten oprijzen, wanneer men een bepaald geloof op +school invoert, de kinderen slechts behoorde te leeren uit die boeken, +welke zoodanige voorschriften der christelijke godsdienst inprenten, +die gemeen zijn aan alle uitingen of secten van het christendom. + +Dat was den kwakers, die een positief christendom voorstonden, zeker +niet naar den zin. Nog veel minder was het van hunne gading, dat Owen +de kinderen op school, onderricht liet geven in dansen, in muziek en +ze liet oefenen in militaire exercitieën. Owen gaf ter wille van zijn +drieduizend menschen, die in New-Lanark het zoo goed hadden, veel toe. + +Maar telkens en telkens herhaalden zich de grieven van de zijde +der financiers. Men liet niet na Owen wetten te stellen, hem op de +vingers te tikken; ten slotte wilde men hem zoo bedillen, dat hem het +handelen feitelijk, daardoor tot eene onmogelijkheid werd. In 1822 +nam Owen ontslag, verliet New-Lanark, na een bestuur van 25 jaren, +dat den grootsten zegen had aangebracht. + +Owen zegt zelf, dat hij zijne benijdenswaardige positie in New-Lanark +alleen prijs gaf, om volkomen vrijheid te verkrijgen voor zijne +agitatie en om al zijne krachten te kunnen aanwenden, tot eene grondige +hervorming van de menschelijke maatschappij. In New-Lanark vergewiste +hij zich, door de, onder de ongunstigste omstandigheden op zich genomen +praktische toepassing, van de juistheid van zijne principes--onder +ongunstige omstandigheden, die voor een deel voortvloeiden uit de +natuurlijke oppositiegeest van de menschen, tegen een experiment +dat, bij al de instemming die het vond, toch er toe geëigend was +als het ware, om de onhoudbaarheid aan te toonen van, en het geloof +te schokken, in, de principes waarop de tegenwoordige wereld was +gebouwd. Sedert de verbreking van den band, die er tusschen hem en +New-Lanark bestond, vestigde Owen zich weer in Londen. Tusschen +de herfst van 1824 en den zomer van 1829, was Owen eenmaal in de +Vereenigde Staten, eenmaal in West-Indië en eenmaal in Mexiko. Drie +jaren te voren bezocht hij Frankrijk, Oostenrijk, Pruissen, Beijeren +en Saksen. Al deze reizen deed hij, als studiereizen en met dat eene +doel voor oogen: de voortdurende welvaart van het menschelijk geslacht +te kunnen grondvesten. + + + +In 1825 stichtte Owen in Amerika de eerste kolonie op communistischen +grondslag. Hij noemde haar "New-Harmony". Owen had voor deze kolonie +30,000 acres land aangekocht van de sekte der Rappiten. De kolonie +bloeide een tijd lang, maar hoe langer hoe meer deze tot de praktijk +moest komen, zag Owen in, of liever het bleek, dat men kapitalistische +instellingen niet zoo maar tot Communistische kan maken, en dat +daartoe veel meer en veel andere dingen behoorden, dan de goeden wil, +het edel gemoed en de energie van een man, als hij was. + +Na het in Mexiko nog eens beproefd te hebben, keerde Owen naar Engeland +terug. Voor zijn familie had hij intusschen gezorgd en hij zou zich +nu geheel aan de arbeidende klassen gaan wijden. Reybeaud vertelt, +dat Owen van 1826 tot 1837, duizend openbare redevoeringen gehouden, +vijfhonderd adressen heeft verzonden, tweeduizend tijdschrift-artikelen +geschreven heeft en driehonderd reizen gedaan heeft. + +In 1829 deed Owen een diplomatieke poging, die gelukkig geslaagd mocht +heeten. Tusschen Engeland en de Vereenigde Staten waren n.l. kwesties +ontstaan, die tot een oorlog hadden kunnen leiden, en wel daarom +zoozeer de verhoudingen tusschen beide naties geprikkeld maakten, +omdat het in den grond van de zaak handelskwesties waren. Owen, +die bij den toenmaligen president van N. Amerika Jackson, zoowel als +bij den Staatssecretaris van Buren in hoog aanzien stond, gebruikte +zijne aanwezigheid in Amerika daartoe, om de verschilpunten met +de beide mannen grondig te bespreken. Het resultaat was, dat Owen +aan de Engelsche regeering kon melden, dat de Amerikaansche, de +bereidwilligheid tot een vredelievende oplossing van de kwesties toonde +en dat binnen weinige weken, een twist, die door de vakdiplomaten +behandeld, misschien tot een oorlog geleid zou hebben, door een +niet-diplomaat, op de beste wijze tot oplossing werd gebracht. + +In 't jaar 1832 stichtte Owen dan zijne bekende ruilbank, die in +verbinding met de Coöperaties en de produktieve-associaties door +wederzijdsch crediet, den arbeiders in staat zoude stellen, zich +te emancipeeren van het kapitalistendom. Het plan mislukte, evenzoo +als 17 jaren later de ruilbank door Proudhon in Frankrijk gesticht, +met ongeveer dezelfde bedoelingen mislukte, omdat het crediet van +hen die niets hebben, ook niets waard is. + +Tusschen 1836 en 1838, zag ook Owen's hoofdwerk "The New Moral World" +(De nieuwe moreele wereld) het licht, eerst als weekblad, later in +1844, als boek. Het bevatte zeven deelen en kan als samenvatting, +van datgene wat Owen wilde, worden beschouwd. Het is, naar zijn eigen +meening, zijn omvangrijkste werk geweest, waarin hij zijn diepste +gedachte heeft nedergelegd. + +Het Eerste deel verzamelt de gegevens over de menschelijke natuur. Owen +geeft hier niets nieuws en wij kunnen dus volstaan met hetgeen +daaromtrent vroeger omstandig is medegedeeld. De mensch vormt nòch +zichzelven, nòch zijne meeningen, nòch zijne gevoelens; zij-allen +worden voor hen gevormd, door de omstandigheden, waarin hij is +geplaatst. Hiermede valt dus de leer te zamen, dat men het allereerst +moet aanvangen, die omstandigheden te begrijpen. Men moet niet +oordeelen of veroordeelen, maar men moet leeren begrijpen. Men moet de +natuur beluisteren en haar volgen, want de natuur is niet slecht. Ook +de mensch is niet van nature-uit verkeerd; de maatschappij waarin +hij verkeert vormt hem zooals hij is. De tegenwoordige beschaving +is op den slechten weg. Men moet het natuurlijk instinct volgen en +bevredigen. Het tegenstreven der natuur, het gedurig tegenwerken harer +bedoelingen, dááraan is het te danken, dat de menschelijke karakters +dien betreurenswaardigen trek verkregen hebben, waaraan zij lijden. + +In plaats van het egoïsme der onwetendheid, moest er onder de +menschen gaan heerschen, de welwillendheid van het inzicht in de +werkelijkheid. De mensch is bestemd een sociaal wezen te zijn. De +verschillende onderscheidingen moeten wijken onder de menschen; de +religies zullen te-niet worden gedaan, de priesters overbodig worden +bevonden, de menschelijke trots verdwijnen en eene hérschepping van +den mensch zal er komen, zoo schoon als zij er nog nooit geweest +is. Owen meent, dat hij hetzelfde voor de menschheid op 't oog had, +als Gallileï gedaan had voor de natuurwetenschap, toen hij bewees, +dat de aarde om de zon en niet de zon om de aarde draaide. + +Het Tweede deel behandelt de leer en de kennis van de +maatschappij. Naar Owen's overtuiging moest de menschheid zich bezig +houden met vier onderwerpen: ten 1e, met de produktie van den rijkdom; +ten 2e, met de verdeeling van den rijkdom; ten 3e, met de opvoeding +en het onderwijs, en ten 4e: met de regeering. De produktie lijdt +tegenwoordig aan deze gebreken, dat alles tegen elkander inwerkt; +dat er geen harmonie, dat er geene samenwerking is; daar is overal +wanorde, daar is overal scheiding en er is verdeeldheid en daardoor +is er een enorme verspilling van arbeidskracht. Men werkt hard, +véél te hard en nog is er te weinig, nog steeds produceert men niet +genoeg. Elk beginsel van produktie, dat op een gezonde basis staat, +moet er op zijn ingericht: een vereeniging en eene verbinding van +de productiemiddelen tot stand te brengen; landbouw bij nijverheid, +geoefendheid en kennis bij kapitaal te brengen, dezen samen te +vereenigen, dàt moet het doel van de produktie zijn; dat is de gezonde +grondslag van de nieuwe moreele wereld, die Owen, aan de menschen +wilde laten zien. Maar terwijl de combinatie van al deze verschillende +elementen tot een eenvoudig en een overvloedig resultaat zou leiden, +wordt het heil gezocht in eene geweldige concurrentie, van den een +tegenover den ander, elk toegerust met zijn eigene middelen. Het is +een onafgebroken strijd, een worsteling, een hijgen en een zwoegen van +fragmenten tegen fragmenten, waarvan de gevolgen zijn: een verwijdering +van den mensch, van zijn voedsel en eene verwijdering van de natuur; +een ophooping van menschen in gangen, sloppen en stegen, zonder licht, +zonder lucht en zonder reinheid. + +Wat blijft er over van al datgene, waarop de mensch recht heeft, +van een fatsoenlijk dak, dat den mensch noodig heeft om er +onder te vertoeven; van goed onderwijs, van het genoegen, van het +gezellig verkeer, van liefde en van vriendschap? Door de gruwelijke +tijdsverkwisting van arbeid, van tijd en van kapitaal, wordt er door +de individuen gebrek geleden, hoe zij zich ook aftobben. Bij een +verstandige leiding van arbeidsassociatie, behoefde er zooveel te +minder te worden gearbeid,--misschien slechts vier uren daags--om +al de producten voort te brengen, welke er noodig zijn, om aan de +behoeften van de consumptie te voldoen. + +Bij de verdeeling der rijkdom is volgens Owen, deze verspilling van +arbeid en produkt nog meer zichtbaar. De ware leer van de verdeeling, +zegt Owen, is de producent zoo dicht mogelijk bij den consument +te plaatsen. De consumenten moesten als uit den voorraad of uit het +magazijn, kunnen putten. En in plaats daarvan, heeft zich tusschen den +producent en den consument eene klasse van tusschenpersonen genesteld: +die der kooplieden, die koopen en verkoopen in 't groot, in 't klein, +op de beurs of in den winkel. Zij nemen overal hunne winst, laten +zich geducht betalen en vormen het doode gewicht der maatschappij. + +Zij zien er niet tegen op, om voor meer winst de waren te bederven, +te vervalschen. Zij noemen zich verdeelers of verspreiders van den +rijkdom, maar moesten eigenlijk verspreiders van de menschheid genoemd +worden. Zij moesten bij elken gezonde regeling van de verdeeling +verdwijnen, want zij kosten der maatschappij te veel, veel meer +dan men oppervlakkig denkt. Owen, die een kwart-eeuw fabrikant was, +kon daar dan ook wel met verstand van zaken, een oordeel over vellen. + +Ook richten die verdeelers banken op, die in verband met het slechte +geld-systeem, alle voordeelen van den arbeid aan zich trekken en als +het ware de produkten, van hun weg, dien zij hebben af te leggen, van +producent naar consument, onderscheppen. Plaats den mensch naast zijn +voedsel, zegt Owen, en naast zijnen rijkdom, dan behoeft dit niet, +tot hem te worden gebracht. + +Opvoeding en onderwijs zijn slechts twee onderdeelen van de vorming +van het karakter, met welke taak de maatschappij zich bezig moet +houden. De tegenwoordige wetgevers deden dat tot nog toe niet. Want er +is noodig een vorming of eigenlijk een vervorming van de uitwendige +omstandigheden om de menschen heen, en zulk eene taak, kan alleen +door de georganiseerde maatschappij op zich genomen worden. Neemt zij +die taak op zich, dan is vóór alles noodig, dat zij tot het inzicht +komt, hoezeer o. a. de godsdienst een zonderlinge rol gespeeld +heeft, om het milieu waarin de menschen tot nog toe geleefd hebben, +te doen verworden. "De godsdienst, die voortkwam uit de imaginatie +van de menschen en niet uit hunne rede; de godsdienst, die òveral +donker-gekleurde glazen zette, waar het licht van de waarheid, helder +schijnen moest." + +Men zal ook de ongerijmdheid inzien, van stichtingen als Oxford en +Cambridge, die instellingen van gepriviligeerd Onderwijs, en men zal +overal instellingen van gelijk onderwijs in het leven roepen, men moet +dat onderwijs organiseeren, men moet de uitstekendste mannen aan dat +onderwijs kunnen weten te verbinden. Reeds van af de prilste jeugd, +moet men daarmeê beginnen. En het was dan ook volgens Owen's plannen, +dat in Engeland en ook in gansch de beschaafde wereld, de eerste +kleinkinderbewaarplaatsen (crèches) tot stand gekomen zijn. + +Ook omtrent het staatsbestuur, had Owen zijn eigen denkbeelden. De +taak van het gouvernement bestaat niet in onthouding, maar in +ingrijpen. Het gouvernement moet leiden en niet lijdzaam blijven. De +taak van het gouvernement is wel degelijk positief en niet negatief, +gelijk de economisten uit Owen's tijd, op het voetspoor van Adam Smith, +hadden geleerd. + +De slotsom van dat alles is deze: dat de elementen der maatschappij, +tot eene vaste eenheid en orde moeten worden georganiseerd. + +Om die harmonie te vestigen, die eerbied van gevoelens en belangen +in de maatschappij tot stand te brengen, wilde Owen een vaste +grondslag scheppen van het gemeenschapsleven. Deze bestond voor hem +in de genootschappelijkheid of de communiteit. Het is de keus, de +"nucleus", die den band van de enkele huisgezinnen vervangt. Op eene +juiste vestiging dezer "nuclei" komt het voor de maatschappij der +toekomst, in alles aan. + +Het Derde deel houdt zich bezig, met de opnoeming en de ontvouwing van +alles, wat voor het geluk der menschen noodig is. Die voorwaarden zijn +volgens Owen talrijk. Hij noemt er dertien op. Zij hebben betrekking +op goede gezondheid; op een zorgvuldige opvoeding; op het verkrijgen +van meerdere kennis; op het bekomen van genot; op het bewustzijn +en het streven om voortdurend tot het geluk van onze medemenschen +werkzaam te zijn; op het bezitten van vrienden; de vrijheid en de +gelegenheid van associatie,--van gedachte en geweten; de afwezigheid +van bijgeloof en op het zich bevinden in een maatschappij, wier wetten, +instellingen en schikkingen, in overeenstemming zijn met de wetten der +natuur. De arbeiderstoestanden, onderwerpt Owen dan aan de scherpste +critiek. De streng doorgevoerde arbeidsverdeeling, door welke den +arbeider-mensch opgeofferd wordt aan het product, wil Owen vervangen +zien worden, door een àlzijdigen arbeid, dien hij ook eischt, in 't +belang van de gezondheid van den mensch en in het strikte belang van +een harmonische ontwikkeling van lichaam en geest. Owen verklaart +zich een sterken voorstander van eene afwisselende bezigheid van +lichaam en geest, mits die geest zich niet bezig houdt met vakken, +als bijv. de theologie, rechtsgeleerdheid of de medicijnen. + +Owen meent dat het bestaan der prostitutie, wel het sterkste bewijs +is, op welken lagen trap van ontwikkeling wij nog staan. + +In het Vierde deel ontvouwt Owen, wat volgens hem, de inhoud van +een redelijke godsdienst der menschheid moet zijn. Hare geest +is gegrondvest op waarheid en liefde. Het wezen der Godheid, +is volgens Owen nu eenmaal onbegrijpelijk, daarom is er over +twisten, nutteloos. Godsdienst trouwens, bestaat in daden en niet in +begrippen. Het vraagstuk van het leven nà den dood is een, waarmede +de menschen wijs doen zich niet in te laten; de mensch moet slechts +bedenken, hoe hij hier op aarde heeft te leven en te werken. Hij moet +zijn liefde over alle schepselen--ook over de dieren--uitstrekken. Hij +moet er zijn doelwit op richten, de maatschappij waarin hij leeft, +voortdurend volkomener te maken. Deze godsdienst is eene praktische, +die alle andere, zeer onpraktische zal doen verdwijnen, meent Owen. + +Tal van gebreken onzer samenleving noemt Owen òngodsdienstig, niet +gebaseerd op de liefde en op de ware verhouding, van de menschen +tot elkander. + +Het heffen van ongelijk-drukkende belastingen is òngodsdienstig. De +verhouding van de twee geslachten--mannen en vrouwen--is volgens Owen +al het minst godsdienstig; de praktijk om de vrouwen tot slavinnen +van het gezin te maken, is een bewijs onzer òngodsdienstigheid. + +Ten slotte is onze geheele maatschappij òngodsdienstig, daar men er in +haar zich hard er-op toelegt, niet om waarheid, maar om onwaarheid te +spreken. De eenige taal, door woorden of blikken gesproken, moet de +taal der waarheid zijn. De waarheid zonder mysterie, zonder bijmengsels +en zonder eenige vrees voor menschen of hoogere machten. + +In het Vijfde deel, wordt op het vreemde verschijnsel gewezen, dat +aan het einde der 18e eeuw, wel werd gedacht aan het construeeren +van een nieuwen Staat, maar niet aan het vormen van een nieuwe +maatschappij. Dit laatste, is evenwel belangrijker dan het eerste. Owen +vindt dat de Amerikanen, die evenzoo handelden, op een zandgrond +gebouwd hadden. + +Onder het gezichtspunt van de voortbrenging, moet alles worden terzijde +gesteld, wat doet denken aan den ouden krijg om rijkdom. Hierin +moet Engeland de andere naties voorgaan. Er zal geen goede toestand +meer komen, dan voor dat, tot de vestiging van de communiteiten +wordt overgegaan. Zoolang men verstrikt blijft in de leeringen der +economisten, zoolang zullen de regeerders met de handen in den schoot +moeten blijven zitten. Maar reeds moet nu tot nationaliseering +worden overgegaan der spoorwegen; van staatswege moeten nieuwe +worden aangelegd en de gronden, die langs deze lijnen vrijkomen tot +"communiteiten" worden ingericht. + +De tegenwoordige standen en rangen behoorden, in een goed geregelde +maatschappij, niet te bestaan. Alleen ouderdom en ervaring, zouden +aanspraken kunnen doen gelden op eenig onderscheid. Kennis is de +eenige maatstaf, waarmede de menschen behooren te worden gemeten. Geen +mensch heeft het recht, zegt Owen uitdrukkelijk, van een ander mensch +te verlangen, dat deze iets voor hem doet, wat hij niet bereid is +voor anderen te doen, of in andere woorden uitgedrukt: alle menschen +hebben gelijke rechten. De natuurlijke en zedelijke klassenverdeeling +van het menschelijk geslacht, is de verdeeling naar den ouderdom, +die Owen in acht klassen verdeelt. + +Eerste klasse: Van-af de geboorte tot het einde van het vijfde jaar. Na +het eerste tijdstip van den zuigelingstijd, komen de kinderen in de +verplegingsinrichtingen en kleine kinderscholen, waar hunne eigenlijke +opvoeding een aanvang neemt. + +Tweede klasse: bestaande uit kinderen van vijf tot tien jaren. In de +eerste twee jaren, dus totdat het zevende jaar is afgelegd, wordt het +onderwijs der kleine-kinderscholen, met de door de noodzakelijkheid, +aan lichaams- en geestesontwikkeling gestelde behoeften voortgezet. Van +het achtste jaar af, wordt aan het onderwijs regelmatigen arbeid, +zoowel in huis als in tuin verbonden. Natuurlijk mag die arbeid de +krachten der kinderen nooit te boven gaan, integendeel daarmede in +volkomen overeenstemming zijn. Zij staan daarbij onder de leiding van +de jongere leden van de derde klasse. Deze arbeid vormt voor Owen een +deel der opvoeding, en het doel der opvoeding, moet hierbij geen enkel +oogenblik uit het oog worden verloren. In weerwil daarvan, zal ook dit +onderwijs nuttig zijn voor de maatschappij en zijnen winst dan ook, +ruimschoots loonen. + +Derde klasse, bestaande uit kinderen van 10 tot 15 jaren. In de eerste +drie jaren, alzoo tot de afgelegde 12 jaren, hebben de kinderen der +derde klasse--onder oppertoezicht van volwassenen--den arbeid van die +der tweede klasse te leiden en er het opzicht over te houden. Van af +het 13de jaar, worden zij ingewijd in de hoogere kunsten en takken +van bedrijf en zoodanig opgeleid, dat zij den rijkdom en het welzijn +van de gemeenschap, gepaard aan het zoo groot mogelijk genoegen +voor zich-zelf, kunnen bevorderen en dit op de meest praktische +manier. Hunnen arbeid omvat het gansche gebied van landbouw en +industrie, de mijnbouw, de visscherij enz. In alle deze verrichtingen +worden de medeleden der derde klasse regelmatig, zoo vele uren per +dag bezig gehouden, als in overeenstemming, is te brengen, met de +lichamelijke ontwikkeling en het doel van de opvoeding. Het onderwijs +strekt zich uit, over alle takken van wetenschap en voor een goede +en volkomene ontwikkeling van het lichaam, wordt mede zorg gedragen. + +De Vierde klasse bestaat uit de jonge personen van 15 tot 20 jaren. In +deze arbeids-klasse vindt de ontvouwing van het geslachtsleven +plaats. Der neigingen worden geen dwang opgelegd, en de volkomene +vrijheid, waarmede zij zich kunnen uiten, gepaard aan de volkomen +afwezigheid van velerlei omstandigheden, welke de verhouding van +de geslachten tot elkander in de huidige maatschappij onnatuurlijk +en immoreel maken, waarborgt eene reine en op wederzijdsch-geluk +gegrondveste, verbinding van de twee seksen. De leden der vierde +klasse, nemen naar de mate hunner hooger ontwikkelde arbeidskracht +in grooteren omvang dan de leden van de derde klasse, deel aan den +maatschappelijk-noodzakelijken arbeid, echter met de voortdurende +ondergeschiktmaking van dezen arbeid, aan het doel der opvoeding. Zij +hebben--onder oppertoezicht der volwassenen--den arbeid van de derde +klasse te leiden en tot onderricht derzelven, mede behulpzaam te zijn. + +Vijfde klasse: bestaande uit staatsburgers en staatsburgeressen van +20 tot 25 jaren. Deze klasse omvat, het tot arbeiders en onderwijzers +geschiktste gedeelte, van de leden der samenleving. Wie dezen leeftijd +achter den rug heeft, behoeft geen deel meer te nemen aan de eigenlijke +produktie. De leden der vijfde klasse zijn de werkmeesters en de +werkmeesteressen; de direkteuren en de direktrices in elken tak van +bedrijf, van produktie en van opvoeding. Zij hebben in het algemeen +genomen--maar alleen in hoogeren en volkomener graad--de leiding van de +bedrijven, inrichtingen enz. gelijk die heden ten dage de direkteuren, +leeraren etc. die hebben. + +Door deze vijf klassen, is volgens Owen, voor de vermeerdering van +den rijkdom der maatschappij, genoegzaam gezorgd en voor de vorming +van deugdelijke karakters, eveneens. + +De Zesde klasse: bestaande uit staatsburgers en staatsburgeressen +van 25 tot 30 jaren, heeft tot taak, de door de jongere leden +voortgebrachte rijkdom te bewaren en te verdeelen, en deze verdeeling +zoo praktisch mogelijk te organiseeren. Owen meent, dat twee uren +daags, bij een praktische organisatie daarvan, daardoor in beslag +genomen worden. De rest van den tijd, moet besteed worden, met het +bezoeken van de werkinrichtingen en het toezicht houden, dat, in +'t algemeen de zaken niet alleen gaan, maar ook dat de produktie +vooruit gaat. + +Daarom moet dit bezoeken der volwassenen, geen zuiver belangstellend +bezoeken zijn, om de nieuwsgierigheid te bevredigen, of een plichtmatig +iets doen, dat men liever nalaat. Neen, het moet evenzeer strekken +tot vermeerdering van kennis, als tot een prikkel om met de opgedane +ervaring te rade, de produktie steeds op een hoogere trap van volmaking +te brengen. + +Een ander deel van den dag, moet worden doorgebracht met het beoefenen +van schoone kunsten, wetenschappen, allerlei experimenten, lezingen, +conversatie, pleziertochten en beleering aan anderen op alle gebied, +en tot het aankweeken van vriendschap. + +De Zevende klasse, omvattende alle leden der gemeenschap van 30 tot +40 jaren, heeft tot taak de leiding der inwendige aangelegenheden van +de gemeenschap; het instandhouden van de vrede en de bevordering van +de welvaart, van de gansche gemeenschap. + +De Achtste klasse, omvattend de leden van de gemeenschap van 40 tot +60 jaren, vormt een "Raad der ouden" en, terwijl de geheele leiding +van alle inwendige aangelegenheden in handen der Zevende en die van +produktie en consumptie enz. in handen is van de Zesde klasse, is de +achtste klasse een Raad van appèl, die twisten beslecht, die er rijzen +mochten tusschen de overige klassen, en als laatste instantie daarover +moeten beslissen. Ook is het de taak van deze klasse, om zich bezig +te houden met de buitenlandsche aangelegenheden; eene bezigheid, die, +aangezien zij een pad is, waarop nog al veel moeielijkheden en veel +wrijvingen kunnen voorkomen, alleen gekend kan worden, door ervaren +en werkelijk wijze mannen, die geduld en omzichtigheid bezitten, +voor deze teere kwesties. + +Zij die boven 60 jaren zijn, worden in geen klasse meer ingedeeld. Zij +hebben, vindt Owen, hunne plichten tegenover de gemeenschap vervuld +en moeten nu verder ongestoord worden overgelaten aan het private +leven; het staat hun vrij om zich onledig te houden met verrichtingen, +die het geheel ten goede komen, maar verplicht daartoe zijn zij niet. + +De centrale regeering, bestaat bij Owen, uit commissies welke gekozen +worden, door de gedelegeerden van de beide regeerende klassen, dus +van de maatschappelijke leden der 7e en der 8ste ouderdomsklasse, +van 30 tot 60 jaar. Door zulke commissies, die terzijde worden +gestaan door de gedelegeerdenvergaderingen als Parlement, zullen +ook de betrekkingen tot de andere Staten, die ook op dezelfde manier +georganiseerd moeten zijn,--verzorgd en geregeld worden. + +In het Zesde deel van de "New-Moral World" bespreekt Owen de +algemeene constitutie der Regeering nog nader en behandelt hij de +overgangswetten. Zij zijn vijf en twintig in getal. De vier eersten +betreffen de volkomen vrijheid van geweten, van geloof en van +denken. De zeven daaraan volgende, over onderhouds- en levensrecht, +het onderwijs en de opvoeding en het huwelijk. Dan zes, die de regeling +omvatten der "communiteiten," het nadeel van den privateneigendom +tegengaan en op den arbeidstijd, zoowel als op den grondeigendom, +slaan. + +En ten slotte een zevental, dat betrekking heeft op de leiding en de +regeling van den tegenwoordigen toestand, naar eene nieuwe, zooals Owen +die geschetst heeft. De laatste en 25ste wet, geeft enkele regelen van +arbitrage aan, bij verschil over sommige punten van regeling. Wanneer +deze wetten ingevoerd zijn, kunnen alle anderen worden afgeschaft en +is de toestand genoegzaam, voor een nieuwe voorbereid. + +In het Zevende Deel, komen nu nog de conclusies der +voorafgaande. Vervolgens geeft Owen daarin een sterk betoog over +de noodzakelijkheid, de wereld op meer moreele grondslagen te +vestigen. Hij voorspelt daarin veel, hetgeen hem den naam van den +"ouden profeet" verschaft heeft. Hij ziet de anarchie naderen. Thans +heerschen weinigen over velen, maar die velen zullen zich vereenigen +en dan zullen die velen, op hunne beurt, een macht worden. De naties +zullen opstaan. Reeds nu zijn revoluties te voorzien en deze zullen +zich uitbreiden en vermeerderen. Groote rampen ziet Owen over de +menschen komen. En dit alles is te voorkomen, daar een zachte en +vriendelijke toekomst mogelijk is, zoo de menschen maar geneigd waren +den hand te slaan aan de vervorming hunner samenleving, wat Owen's +eenigste hoop is, voor de toekomst der menschheid. + + + +Wij deelen nu de "Vierentwintig stellingen" mede, die Owen den 5en +Maart 1889 verdedigde in een openbaar debat, tegenover den Reverend +Mr. Legg, een "dissenter." + +1. Van af de vroegste tijden der bekende geschiedenis, hebben alle +menschelijke aangelegenheden berust, op fundamenteele fouten. + +2. Die fouten waren: ten eerste, het geloof dat den mensch geschapen is +met een vrijen wil, te gelooven, dat hij gevoelde en handelde, zooals +het hem beliefde en dat hij daarom voor zijne gedachten, gevoelens en +handelingen aan zijne medemenschen verantwoordelijk moet zijn. Ten +tweede, het geloof dat de mensch zijn eigen karakter vormt, en dat +hij daarom de maatschappij voor dezelve verantwoordelijk moet zijn, +naar de mate van de begrippen van degenen met wien hij tezamen leeft, +hoe onverstandig en onzinnig deze begrippen ook mogen zijn. + +3. Deze beschouwingen staan in tegenspraak met de feiten. En het is +daarvandaan gemakkelijk te bewijzen, dat zij onverstandig en onzinnig +zijn--schadelijk in den hoogsten graad, voor de eenheid, de vrede, +de deugd en het geluk van het menschelijk geslacht--werkelijk van +nut voor geen énkel individu, welken rang of welke positie hij ook, +het zij in welk land ook mag toebehooren of bekleeden. + +4. Deze dwalingen loopen door alle menschelijke verrichtingen, van +af de vroegste tijden. Zij zijn van hetzelfde soort als deze dwaling, +die duizende jaren geduurd heeft, dat de aarde vlak is en onbewegelijk, +en dat de zon om haar heen draait. + +5. Deze, in het oogvallende feiten, zijn met de ingebeelde +voorstellingen, dat ieder mensch zijn eigen karakter, zijn eigen +gevoelens en handelingen bepaalt, zoo handtastelijk in tegenstelling, +dat deze dwalingen niet zoo lang den menschelijken geest hadden kunnen +beheerschen, waren zij haar niet voortdurend opgedwongen geworden, +door eene algemeene organisatie der maatschappij, bestaande uit +eene drie-eenheid van machten, waartegen tot op heden geen individu, +met het geringste uitzicht op succes, vermocht te strijden. + +6. Deze drie-éénheid van macht bestaat primo uit: de geopenbaarde +godsdiensten, door menschen uitgevonden; secundo: uit menschelijke +wetten, en tertio: uit regeeringen, gesteund door de onwetendheid en +door de zelfzucht der menschen. En deze maatschappelijke organisatie, +heeft de heerschappij gekregen, over alle volkeren der aarde. + +7. Deze organisatie kon bij die volken, welke de kunst hadden +verkregen, om feiten en wetten van de natuur af te zien, en de +wetenschappen uit haar af te leiden, niet in stand worden gehouden, +zonder dat de maatschappij werd ingedeeld in klassen, waardoor de +invloedrijksten en machtigste klassen, een open en schijnbaar recht +verkregen, om deze organisatie in het leven te houden. + +8. Geen lid der menschelijke familie, heeft eenig werkelijk belang +bij de instandhouding van deze grondfouten, waarop de tegenwoordige +samenleving berust, of bij de klassen-verdeeling, waardoor deze +dwalingen, der menschheid worden opgedwongen. + +9. Deze dwalingen, deze organisatie en deze klassen-indeeling, +zijn de eenige oorzaken der onwetendheid en van de armoede; van den +tweespalt tusschen geest en belang, van de hartstochten, de ondeugden, +de misdaden; kortom, van het totaal van ellende, waarvan tot nog toe, +de geheele menschelijke samenleving doordrongen is geweest. + +10. Zoolang deze grondfouten, deze organisatie en deze +klassenverdeeling door de autoriteiten en door de publieke opinie +worden ondersteund, is eene genezing van het kwaad niet te verwachten. + +11. Wanneer de wil van het volk ten opzichte van deze, de welvaart en +het geluk van elk individu in zich bevattende kwesties, verheldering +wenschte en tot eene oplossing wilde komen, zijn er tegenwoordig +genoeg middelen voorhanden, om allen die tot het menschelijk geslacht +behooren, beter, wijzer, deugdzamer, rijper en gezonder te maken dan +ooit te voren--zelfs met de individuen der bevoorrechte klassen--het +geval is geweest. + +12. Het is thans, buiten allen twijfel van het hoogste belang voor de +menschheid, voor elk menschelijk wezen, onverschillig van welken rang +of positie, dat deze grondfouten der samenleving, die der organisatie +en die verdeeling in klassen, publiek en zonder eenig voorbehoud +worden veroordeeld en worden opgegeven. + +13. De verwerving dezer kennis door een deel van de samenleving, +is een genoegzaam bewijs, dat de tijd gekomen is, waarin deze groote +omwenteling in den geest der menschen, zich begint te voltrekken. + +14. De ontdekking van deze zeer gewichtige waarheden en de mededeeling +derzelven aan het publiek van de beschaafde wereld, zal noodzakelijk +tengevolge hebben, dat eene groote verandering bewerkstelligd en +algemeen zal worden doorgevoerd; in weerwil van de nog heerschende +onkunde en het aangekweekte vooroordeel. + +15. Die omwenteling zal vrede, zal liefde en welstand, deugd en +geluk in het menschelijk leven brengen, en er kunnen de grootste en +de heerlijkste resultaten door worden bereikt. + +16. Die grondfouten, die desorganisatie en die klassenverdeeling, +zij hebben zekere verbindingen van uitwendige omstandigheden noodig +gemaakt, om bij de klagelijke omstandigheid en de verwarring waarmede +de zaken van de menschheid tot-nog-toe werden bestuurd en geleid, +zoovele dwalingen te kunnen doen samenwerken. + +17. De mensch was, is, en zal steeds zijn, het gewrocht zijner +omgeving; van de omstandigheden om hem heen. De werking dezer +omstandigheden wordt in geringe, niet nauwkeurig te bepalen mate +gemodificeerd, door de eigenlijke gesteldheid en de verbinding van +de organen en de geschiktheden van de individueele organisatie der +menschen. + +18. De hoogere of lagere ontwikkeling, de ellende, of het geluk van +de menschen, hangen in zeer hoogen graad af, van den aard en den +toestand der uiterlijke omstandigheden, welke den mensch omgeven. + +19. De bevrijding van die hoofddwalingen, van de desorganisatie en de +klassenverdeeling, welke in het verleden en het heden, den chaotischen, +foutieven en onzinnigen toestand van de samenleving geschapen hebben, +wordt in het leven geroepen door eene volkomene verandering van de, +tegen het gezond verstand indruischende uitwendige omstandigheden, +welke deze grondfouten, deze desorganisatie en deze klassenverdeeling +ter hunne voortduring noodzakelijk gemaakt hebben, in tegenstelling +met de nieuwe feiten, welke door den tijd en door de ervaring gestadig +in een of ander deel van de wereld, tot ontwikkeling gekomen zijn. + +20. Eene gansch nieuwe orde van de uitwendige omstandigheden, kan thans +in het leven geroepen worden, met behulp der middelen, die onder de +gemakkelijkste contrôle van de maatschappij kunnen staan. Eene orde +van zaken scheppen, die onfeilbaar voor het menschelijk geslacht een +hooger karakter als tot dusver bereikt is--en een verreweg hoogeren +welstand voor allen, als tot dusverre geheerscht heeft zullen in het +leven roepen, van omstandigheden, welke aan alle oorlogen en aan alle +tweedracht tusschen personen, zoowel als tusschen volkeren, een einde +kan maken. En eene welke vrede, vriendschap en liefde tot hun recht +zullen doen komen en die een verreweg hoogeren graad, van bestendig +toenemend weten en welzijn,--als tot dusverre gekend was,--voor alle +menschen grondvesten zal. + +21. Deze uitwendige omstandigheden zullen bestaan: uit zichzelf +instandhoudende en op wetenschappelijke grondslag berustende +instellingen voor de voortbrenging en de verdeeling van den rijkdom; +voor de huiselijke gemakkelijkheid van allen; voor de ontwikkeling +van het karakter van allen, van af de geboorte tot aan den ouderdom +en van de lokale en algemeene regeering van allen, zonder ter hulpe te +nemen, het tot dusver gevolgde onrechtvaardige en barbaarsche systeem, +van persoonlijke straffen en persoonlijke belooningen. + +22. Deze nieuwe instellingen zullen zijn, inrichtingen waarvan +elk, voor de opname en de instandhouding eener gemeente van 500 +tot 2000 personen (in de gewone verhouding van mannen, vrouwen +en kinderen); welke gemeenten zich rijkelijk zelven onderhouden +kunnen, met behulp van den hoogeren trap van hun weten en hun goed +geleide nijverheidsvlijt, en ondersteund worden door de onbegrensde +hulpmiddelen van de mechaniek en de chemie, welke tot bevrijding +van alle ongezonde en weerzinwekkende verrichtingen van het leven, +in praktijk kunnen worden gebracht. + +23. Deze doeltreffende veranderingen van de uitwendige toestanden, +welke er toe bestemd zijn, de gestadige vooruitgang en het steeds +groeiende geluk van het menschelijk geslacht te verzekeren, kunnen +met veel geringer offers van kapitaal, van tijd en van arbeid, +toegepast en in stand gehouden worden, als thans noodig is, om den +tegenwoordigen chaotischen en op tegenstrijdigheden berustenden +toestand van de maatschappij, in stand te houden + +24. De volkomen verandering van den tegenwoordigen, in den nieuwen +toestand, kan plaats vinden, zonder eenige wanorde of verwarring teweeg +te brengen, en kan door eene, op voor elk individu weldadige wijze, +worden in 't leven geroepen. + +In den loop dier discussie had Owen nog verder de gelegenheid, om +zijne meeningen nader uiteen te zetten. Hij zeide toen ook nog dit: + +"Wanneer het nu toch zoo gemakkelijk is de dwalingen van de samenleving +te bewijzen, hoe is het dan mogelijk, dat zij zich duizende jaren +achtereen, hebben kunnen staande houden? Ik moet hierop antwoorden: +door een drieëenigheid van machten--door geheimzinnige,--tegen het +gezond verstand indruischende godsdiensten; door menschelijke wetten, +die met de wetten der natuur in strijd zijn en door regeeringen, die +op onrecht en geweld steunen. De gansche wereld wordt volgens deze +principes geregeerd; ons geheele maatschappelijke systeem is er op +gebaseerd. En onze belachelijke en domme verdeeling van de menschen +in klassen, een toestand, wier weêrzinwekkendheid ik nu wil daar +laten, is tegenwoordig de hoofdsteunpilaar van deze avontuurlijke en +weêrzinwekkende verhoudingen." + +Owen nam nu een aantal houten wervels van verschillende grootte, +waarmede hij de positie en de verhouding der verschillende klassen +tot elkander, wilde aantoonen en verklaren. + +"De grootste dezer wervels," zeide hij, "stelt de totaal-bevolking van +Groot-Brittanje voor. Die welke er in grootte op volgt en ongeveer het +drie-vijfde van de grootte der grootste heeft, stelt de talrijkste +klasse voor: die der arbeiders, welke de voortbrengers zijn van +alle rijkdom en desniettegenstaande, in de diepste onwetendheid +en armoede leven. Dat deze belangrijkste, de eenig onontbeerlijke +klasse van de bevolking tot zulk een ellendig bestaan gedoemd is, +kan geen enkel lid van de menschelijke samenleving tot waar voordeel +strekken. De volgende wervel stelt voor: de dieven, de vagebonden en +de paupers. De vierde, die welke de kleine-kramers voorstelt, heeft +tot levensregel: goedkoop inkoopen en duur verkoopen. Dan volgen de +kooplieden, bankiers, de groothandelaren, fabrikanten en de zoogenaamd +geleerde standen. Dan het leger en de vloot, waarbij een mensch als +een ruw en ongevormd wezen toetreedt, na weinig weken is gevormd tot +een volkomen, niet-weder-te-herkennen individu, omgedrild en ingewijd +wordt in de verbazend verhevene wetenschap om zijne medemenschen, +op het gemakkelijkst naar een anderen wereld te helpen. + +"Dan komen de grondeigenaren en de adel. Dan de clerus en de Huizen +der Lords en de leden van het Lagerhuis. De kleinste wervel stelt de +koninklijke familie, de bisschoppen en de aartsbisschoppen voor. En de +groote massa nu wordt door dit allerkleinste werveltje geregeerd! Dit +is toch wel een kinderachtige orde van zaken, waarbij niemand voordeel +heeft!" + +"Men heeft mij tegengeworpen," zeide Owen vervolgens bij de discussie: +"ik troost de menschen met de toekomst, ik spijzig hen met een wissel +op de eeuwigheid! Wie kan echter van mij verlangen, dat ik de wereld +verander met één handomdraaien? Ik wil geen wonderen verrichten; +ik wil alleen de fouten en gebreken van den tegenwoordigen toestand +en hare ontwikkeling aantoonen en de mogelijkheid aangeven, om tot +verbetering dier toestanden te geraken. Heeft het Christendom soms het +welzijn van de menschheid bevorderd, op de een of andere manier? Ik +vraag U: wat hebben wij in de 1800 jaren, waarin de christelijke +religie bestaan heeft, door dat christendom gewonnen? Welk nut heeft +het ons gebracht? Wat waren zijne daden? Wat waren zijne werkingen? Ik +heb alleen ontdekt, dat sedert het Christendom bestaat, de christenen +van elken aard, van elke sekte, confessie en partij, gestadig elkander +hebben bevochten; wegens hunne geloofstellingen, elkander in de haren +zijn gevlogen en elkander uitgeroeid hebben! + +"En wanneer ik bedenk, hoe de christenen overal en sedert alle +tijden, door alle menschelijke ondeugden en fouten bevangen waren; +hoe liefdeloos, hatelijk, egoïstisch en gruwzaam zij overal en ten +allen tijde, onder elkander, en tegen andersdenkenden waren, dan, +moet ik zeggen houd ik het voor een zeer groote dwaasheid, te spreken +van de "zegeningen des christendoms.".... + +"Ik weet niet wanneer de menschelijke samenleving verstandig zal zijn +ingericht, maar dat weet ik er wel van, dat, wanneer dit eenmaal zal +zijn geschiedt--en ik hoop dat dit niet zoo lang meer zal duren,--dat +dan niet 1800 jaren behoefden te verloopen, alvorens de menschheid +geleerd zal hebben, in vrede en vriendschap gelukkig onder elkander +en met elkander te leven." + +...."Tegen de stelling, dat het karakter der menschen het produkt van +uitwendige inwerkingen is, heeft men voorts aangevoerd, elk mensch +heeft een hem aangeboren, hem ingeplant geweten. Niets kan meer +in strijd zijn met alle waarheid en elke ervaring. De waarheid is +deze: het geweten wordt juist zoo en net zoo gefabriceerd, als een +katoenenstof of een of andere waar. Voor een Hindoe kunnen wij een +Hindoe-geweten vervaardigen, voor een Kannibaal een kannibalen-geweten +enz..... + +"Men werpt mij tegen: ik wil den menschen tot machines maken. Laat +dit zoo zijn; dan wil ik toch in elk geval goede machines van +hen maken en dit is ongetwijfeld mogelijk. En zonderling, die +menschen, die het in mij laken, dat ik den mensch voor het produkt +der omstandigheden verklaar, loochenen het in weerwil daarvan, dat +de menschen de omstandigheden contrôleeren kunnen en drijven hunne +inkonsekwentie nog verder, waar zij aannemen, dat dezen mensch, +die de omstandigheden niet vermag te contrôleeren, tòch voor zijne +handelingen verantwoordelijk gesteld kan worden." + + + +Robert Owen had zijn gansche leven lang de illusie gekoesterd, +en dit had hij gemeen met zijne tijdgenooten, de Utopisten in +Frankrijk, dat de Vorsten en Grooten der aarde in hun eigen belang, +gelijk hij meende, zijne sterkste medewerkers zouden worden bij zijn +hervormingsplannen. Zijn geloof was ijdel; maar tot aan het laatst +van zijn leven, dat hij zonderling genoeg, als spiritist eindigde, +is hij, desondanks blijven gelooven aan de waarheid van zijn stelsels +en aan de toekomst van zijne plannen. + +In het jaar 1818, toen te Aken het congres der "Heilige Alliantie" +tezamen kwam, wendde Owen zich tot deze bijeenkomst, om te trachten +haar te winnen voor zijne wereld-hervorming. Hij richtte toen zijn +"Adres aan de hoofden der Regeeringen en der Kerken en aan de Mannen +van den leidenden invloed in de beschaafde Wereld", waarin hij +o. a. zeide: + +"Opdat de groote en glorierijke hervorming van den toestand der +menschen, zonder wanorde en verwarring, en zonder nadeel voor +welk individu ook, zich kan voltrekken, behoorden de bestaande +regeeringen, elk een of meer, van de ervarenste en voor dezen arbeid +meest geëigende persoonlijkheden in de respektieve Staten te benoemen, +welke een Congres zouden moeten bijeenroepen op een plaats, die zich +daartoe het best leende, ten einde zich daarop te verstaan, omtrent +de meest praktische maatregelen, waardoor eene hervorming op de voor +beide deelen, regeeringen als volken, heilzaamste manier is tot stand +te brengen." + +Natuurlijk had de "Heilige Alliantie" geen ooren naar Owen's +voorstellen, evenmin als zij dit had, naar die van de Saint-Simon of +Charles Fourier, die zich tot haar wendden. + + + +Wat de arbeidersbeweging in Engeland betreft, is Owen wel de eenige +econoom van zijnen tijd geweest, die de beteekenis van de Trade Unions +voor de positie van den arbeid tegenover die van het kapitaal, heeft +begrepen. In den tijd van Owen, was er niet één staathuishoudkundige +van naam, die niet in de individueele vrijheid het hoogste heil +van de menschheid en voor de nijverheid, van het allervoornaamste +gewicht achtte. + +Owen trachtte de Trade Unions dienstbaar te maken aan zijne algemeene +plannen, tot hervorming van den arbeid. Door middel van de algemeene +Vakbond der Engelsche arbeiders trachtte hij dat te doen. Hij streefde +hiermede, in den grond der zaak een denkbeeld na, dat aan de besten +onder de Engelsche Trade Union-mannen steeds heeft voor den geest +gestaan, maar tot op den huidigen dag, nog niet verwezenlijkt is. + +In September 1833 hield Owen een toespraak op het Congres der +"Builders-Union", waarin hij de stelling ontwikkelde, dat de arbeid +de bron is van alle rijkdom en dat die rijkdom voor de voortbrengers +kon behouden blijven door een wereldverbond van de voortbrengende +klassen. De stichting van een "Algemeenen Bond van de voortbrengende +klassen" in 1834, was het gevolg van de Owensche agitatie. Hij werd +gevolgd door die der "Grand National Consolidated Trade Unions", +die meerdere invloed had dan de eerstgenoemde, en welker agitatie en +propaganda, zelfs, nadat hij zelve niet meer bestond, van grooten +invloed is geweest op de denkbeelden van de vakvereenigingsmannen +in Engeland. Het Owensche socialisme heeft in Engeland lange jaren +eene krachtige school gevormd, onder arbeiders, zoowel als onder +intellektueelen. + +Tot Owen's beste scholieren kan William Thompson worden gerekend, +die, grondiger econoom, dan hij, vooral de theorieën uitwerkte en +ze propageerde. + +Den 17en November 1858 blies Owen, als een zwakke en op het laatst +geheel hulpelooze grijsaard, den laatsten adem uit. Zijn laatste +woorden waren, schrijft zijn zoon: "De verlossing is gekomen!" Zij +was dit inderdaad voor den man, die zoo oud werd en in zijn leven +van een groot vertrouwen in de menschheid, zooveel teleurstelling +ondervond en zooveel smaad oogstte. + +Wat Owen gemeen had met zijn groote tijdgenooten, Saint-Simon en +Fourier, dat was zijne utopistische wereldhervormingzucht; wat hem van +hen onderscheidde, dat was zijne praktische blik op de industrieele +vooruitgang, waarvan door hem zoo dikwerf de blijken gegeven zijn. + +Owen zag dan ook in de toename van de groot-industrie op +nijverheidsgebied niets, dat aan-zich slecht is en verderfelijk, +gelijk de conservatieve socialisten van zijn tijd bijv., maar iets +dat alleen in staat is, de wereld beter te maken. Door de geweldige +toename van den rijkdom, die alleen kon worden in het leven geroepen +door de produktie op den grootst mogelijken schaal, alleen daardoor +kon ook, volgens Owen, de menschheid datgene bereiken wat zij bereiken +moest, n.l. een algemeen-maken van de opbrengsten van den arbeid: +een communisatie van de nationale goederen. Owen wilde nooit terug, +maar steeds vooruit. + +En het is vooral hier, bij dat punt in Owen's beschouwingen, dat de +latere sociaal-demokraten, dat Marx heeft kunnen aanknoopen. Omdat, +gelijk men later zal zien, Marx het kapitalistisch produktiestelsel als +een historisch proces in de ontwikkeling der maatschappelijke produktie +beschouwt, dat zich, hoofdzakelijk door zijn eigene voortontwikkeling, +zelve oplossen moet. + +De ontwikkelings- en bewegingswetten van het kapitalistische stelsel, +waardoor dit zal moeten geschieden, heeft Marx later ontdekt. Maar +dat de moderne groot-produktie op den grootstmogelijken voet en +met de meest volmaakte produktiewerktuigen en krachten, de hefboom +is, voor de vooruitgang van de menschheid naar de communistische +samenleving, is een ontdekking door Robert Owen gedaan, in een tijd, +toen de kapitalistische groot-industrie, in verhouding tot de middelen +waarover zij later beschikte, nog in hare kinderschoenen stond. + + + +De eene groote Utopist, de graaf de Saint-Simon, profeteerde dat +de toekomst aan den arbeid was, en verklaarde de politiek voor de +wetenschap der produktie. De andere, Charles Fourier, uit burgerlijker +kringen voortgesproten, critiseerde op geweldige wijze de burgerlijke +samenleving en toonde aan, "dat de armoede in onze maatschappij uit +overvloed voortkomt." En de derde, Robert Owen eindelijk, ontdekte +den arbeid als den bron van allen rijkdom in de kapitalistische +maatschappij, d. w. z. als de eenige voortbrenger der ruilwaarden; +en ontdekte voorts, dat in de nijverheid, de menschheid niet terug +moet naar de klein-produktie, maar integendeel, vérder voort moet op +den weg van de groot-produktie. Bovendien heeft de laatste, praktisch +aangetoond, den grooten invloed die er uitgaat van het stoffelijk +milieu op den mensch en van de veranderingen, die deze als sociaal +wezen, daardoor kan ondergaan. Al heeft dit Owen ook hier en daar +overschat, het blijft een feit, dat hij der wereld met de bewijzen +in den hand heeft aangetoond, van hoeveel gewicht, de verandering +van het sociaal milieu op de samenleving is en kan worden. + + + + + + + +TWEEDE GEDEELTE. + + +HOOFDSTUK I. + +DE ONTWIKKELING DER PHILOSOPHIE. + + +De critiek op de physikalisch-materialistische en idealistische +philosophie van Kant, Fichte en Hegel, is ten allen tijde Marx' +sterkste wapen geweest. Hij is daardoor gekomen, tot zijne levens- +en wereldbeschouwing en als resultaat daarvan, tot de grondlegging +van de sociaal-demokratie als wetenschappelijk stelsel. + +Marx volgde hierbij--gelijk in zijn gansche werk--de induktieve +methode, die vanaf Bacon van Verulam en Descartes, tot de resultaten +der moderne natuurwetenschappen heeft geleid. Hij paste haar toe op +de geschiedenis en ook op de economie. + +Deze critiek nu moest leiden, tot eene vereeniging van de +materialistische levensbeschouwing met de philosophie van Kant, +Fichte en Hegel;--welke vereeniging tot het historisch materialisme +geleid heeft, en van dààruit, tot eene wetenschappelijke grondlegging +van het Socialisme heeft kunnen leiden. + +Deze vereeniging geschiedde niet, door eene bloote samenvoeging van +beiderlei wereld- en levensbeschouwingen, maar door de critiek daarop +uitgeoefend. Critiek van een zoodanigen aard, dat het mogelijk was, +het met de moderne ontwikkeling der maatschappij overeenkomende te +behouden voor eene voortontwikkeling, en eene verwerping, van wat in +het een, noch in het andere stelsel, houdbaar bleek te zijn. + +Uit den smeltkroes van deze critiek, die Marx met behulp van het +machtige wapen der dialektiek--de groote philosophische denkvrucht, +waaraan den naam van Hegel voor altijd is verbonden--uitoefende, kwam +het historisch-materialisme als een zuiver goud te voorschijn. En +het is met behulp van dit, door harden arbeid gewonnen resultaat, +dat Karel Marx in staat was, het kapitalisme, als produktievorm en +als maatschappelijk verschijnsel, als het ware onder den mikroscoop +van zijn geweldig critisch talent te nemen; het binnenste binnen van +dat stelsel, de wetten die het beheerschen en evolutioneeren na te +gaan en op deze wijze ook af te leiden, langs wélken weg en in wélken +vorm het zich zal en zich moet oplossen, in het communisme. + + + +De grondkwestie van alle philosophie, de strijd tusschen Idealisme +en Materialisme; de verhouding van Subject en Object; de vraag of +Denken of Zijn, of Geest of Natuur het oorspronkelijkst zijn; of een +God de wereld geschapen heeft, of dat de wereld van af de eeuwigheid +bestaat, heeft reeds den denkers van uit de oudheid bezig gehouden en +zelfs in het kerkgeloof van de middeneeuwen, vond dienzelfden strijd, +reeds dikwerf weêrklank. + +Zij dook met nieuwe kracht weder op, toen bij den aanvang van het +burgerlijk tijdvak, de economische ontwikkeling en dientengevolge +de natuurwetenschappen, een snellen opbloei begonnen te nemen. De +geboorteplaats van het nieuwere Materialisme is dan ook Engeland; +het land van de burgerlijke ontwikkeling door handel en industrie +bij uitnemendheid, en zijn baanbreker is Bacon van Verulam geweest. + +John Locke leerde daarna, dat niets in den geest kan zijn, dat niet +daarvóór in de zinnen bestond. Hij grondvestte de philosophie van het +gezonde menschelijk-verstand. Hij wilde daarmede zeggen, dat er geene +van de gezonde menschelijke zinnen en het op hen berustend verstand +verschillende, philosophie bestaan kon. Hij scheidde politiek en +godsdienst van elkander; bestreed in tegenstelling met Hobbes der +Staatsmacht het recht om de meeningen den menschen op te dringen of +ze uit te delgen; hij predikte voorts de burgerlijke verdraagzaamheid +als de hoogste moraal. + +In weerwil daarvan, bleef het Engelsche Materialisme een esoterische +theorie, een geheimleer voor de bovenste-tienduizend en nog meer +eene voor de aristokratie, dan voor de bourgeoisie. Het Engelsche +volk was er niet door beroerd geworden en reeds van boven-af, werd de +uitspraak gehoord, dat men het volk zijne religie niet ontnemen mocht. + +In de 18de eeuw ontdekte Hartley, een materialistisch denker, het +menschelijk denken en gevoelen door hersenbewegingen, verklaarde dit +laatste dus op materialistische wijze. Maar dezelfde wijsgeer trachtte +de zekerheid van de wonderen uit den Bijbel, eveneens aan te toonen, +op theologische wijze. + +Toenmaals gold voor den ongeloovigen denker, iemand die juist geen +materialist was, namelijk de philosoof David Hume, die wel-is-waar +elk kerkgeloof verwierp, maar evenzoo ook het Materialisme, doordien +hij aan de menschelijke zinnen, eene uitputtende kennis van de wereld +bestreed. + +Zooals Locke het fransche Materialisme, zoo deed Hume het duitsche +Idealisme geboren worden. Was de eerste, de erkende voorlooper +van Diderot, d'Alembert enz., de laatste was die van Kant. Op het +vasteland van Europa, had zich in de wijsbegeerte van de 17de eeuw, +doordien mannen als Descartes, Spinoza en Leibnitz meest beduidende +mathematici en physici waren, de Idealistische en de Materialistische +wereldbeschouwing tamelijk wel, in evenwicht gehouden. In den aanvang +van de 18de eeuw evenwel, ontwikkelde zich het fransche Materialisme, +als zelfstandige verschijning. Het splitste zich in twee richtingen, +die zich wel-is-waar menigmaal kruisten, maar toch in wezenlijkheid +van elkander verschilden. De eene van deze richtingen, ging van +Descartes uit en beperkte zich meer of minder, tot de zuivere +natuurwetenschappen. De andere, nam de door Locke gesponnen draden +weder op. Zij was aanvankelijk eene aristocratische leer, maar +allengs erkende de, naar de macht strevende burgerklasse, dat het +haar een machtig wapen kon zijn, in haren strijd tegen koningschap, +adel en geestelijkheid. + +Het fransche Materialisme van de 18de eeuw, verhelderde niet alleen +de hoofden ten opzichte der godsdienst, maar het greep diep in het +politieke en sociale leven van het Frankrijk dier dagen in. + +Helvetius, de eigenlijke grondlegger van het fransche Materialisme, +verklaarde in zijn boek "De l'Homme" ("Over den mensch") dat +de grondslagen der moraal waren: de zinnelijke eigenschappen +en de eigenliefde, het genot en het welbegrepen persoonlijk +belang. Hoofd-gezichtspunten van zijn systeem waren: de natuurlijke +gelijkheid van de menschelijke intelligenties, de éénheid tusschen +de vooruitgang van de rede en de vooruitgang van de industrie; de +natuurlijke goedheid van de menschen en de macht van de opvoeding. + +Het fransche Materialisme vond zijn toppunt in de beroemde +"Encyclopedie"; zooals het zijn politieke omzetting vond in de +verklaring van de beroemde "Rechten van den Mensch". Het verliep +in het utopistisch socialisme, dat aan zijne theorieën ontleende, +de beschouwingen over de "oorspronkelijke goedheid" en de "gelijke" +intellectueele begaafdheid van den mensch, de almacht der ervaring, +gewoonte en opvoeding; de invloed der uitwendige omstandigheden op den +mensch; de hooge beteekenis van de industrie, het recht op genot enz., +gelijk wij dit bij de behandeling van hunne stelsels, in het eerste +gedeelte van dit boek, hebben kunnen zien. + +In weerwil van deze schitterende resultaten, rustte het +fransche Materialisme evenwel nog op een wankelen grondslag. De +natuurwetenschappen hadden, wel-is-waar groote vorderingen +gemaakt, maar eerst de mechaniek was tot een behoorlijk resultaat +gekomen. Chemie en biologie stonden nog in hunne kinderschoenen; +men wist nog niets van eene ontwikkelingsleer der natuur en kon dus +nog niets weten omtrent eene evolutie in de geschiedenis. De natuur +bewoog zich in een eeuwige kringloop, en de menschelijke natuur, aldus +was de beschouwingswijze, was van den aanvang af gelijk, zij werd bij +tijd-en-wijle verduisterd, zooals in de Middeleeuwen, maar dan weder, +was zij strevende naar hare natuurlijke rechten. Het Materialisme +beroerde nog den innerlijken samenhang van de wereldraadsels niet. Zoo +kon het Idealisme, het nog weder eens op zich nemen, met te trachten +deze raadsels op te lossen en zij deed dit in de duitsche philosophie +van op het uiteinde der 18e en aan den aanvang van de 19e eeuw. + +Kant's "Kritiek van de zuivere Rede," werd in het Revolutiejaar 1789 +algemeen bekend. Het duitsche Idealisme, zooals het door Kant is +geleeraard, was wel-is-waar een terugslag op het engelsch-fransche +Materialisme, maar geenszins was het een reactie daarop. Kant versloeg +het Materialisme met succes op zijn eigen gebied, doordien hij het +principe van de ontwikkeling, in de natuur binnenleidde. Hij loste +de eeuwigen duur van het zonnesysteem op, doordien hij het ontstaan +van de Zon en dat van alle Planeten, uit roteerende nevelmassa's +verklaarde. Zelfs sprak hij in zijne "Populaire Voorlezingen" reeds +het denkbeeld van de ontwikkeling van de menschen uit het dierenrijk +uit, als iets dat van-zelf sprak. Uitdrukkelijk verwierp hij de leer +van het oudere Idealisme, dat alle kennis door ervaring en de zinnen +verkregen, niets was dan louter schijn en er slechts in de ideën van +de zuivere rede, waarheid is. Hij zeide omgekeerd: alle kennis van +dingen uit de enkele, zuivere rede, is niets dan louter schijn en +slechts in de ervaring is er waarheid. + +Kant's wezenlijke arbeid bestond juist hierin, dat hij, aanknoopend +aan David Hume, het kenvermogen van den mensch onderzocht en door de +critiek van de zuivere rede, de gansche ervaring, tezamen met alle +historische en exacte wetenschappen omkeerde, door de eenvoudige +stelling dat onze begrippen zich niet naar de voorwerpen richten, +maar de voorwerpen naar onze begrippen; dat wij de dingen buiten +ons niet zien, zooals zij zijn, maar zooals zij aan onze onvolkomen +zinnen zich voordoen; dat de gansche verschijningswereld tot op +de zinnelijke aanschouwing van ruimte en tijd, voor de menschen, +alleen slechts in de menschelijke voorstelling bestaat, terwijl zich +achter haar het absolute wezen van de dingen, het ding-aan-zich +verbergt, in een ondoordringbaar duister. Aan de eene zijde waren +hiermede Denken en Zijn verzoend, maar aan de andere zijde, gingen +zij daarmede zooveel te verder, weder uit elkander. Kant loste het +wereldraadsel niet óp, hij verklaarde het voor onoplosbaar. In de +dingen zelf kunnen geen tegenspraken bestaan, want alles wat een +tegenspraak bevat, is onmogelijk, daarentegen verwikkelt ons het +denken in onvermijdelijke tegenspraken. Dit was de grondslag van +de beroemde Antimonieën van Kant, zooals daar zijn: begrensdheid en +onbegrensdheid van de wereld, deelbaarheid en ondeelbaarheid van de +materie, vrijheid en noodwendigheid. + + + +Brak nu Kant de objektieve wereld geheel en al af, terwijl hij haar +bestaan in de werkzaamheid van het menschelijk bewustzijn oploste, +Fichte bouwde haar, tegelijkertijd op Kant's theorieën voortbouwend en +hen omscheppend, weder uit het menschelijk bewustzijn op. Fichte was +met de natuurwetenschappen van nabij, niet bekend. Het Ik, d. w. z. de +mensch, niet als individu, maar als soort, was voor hem het werkelijke +"Ding-aan-zich", het menschelijk bewustzijn niet de spiegel, maar +de schepper van de objektieve wereld, welker bestaan zich niet uit +de zuivere denkvormen laat verklaren, maar welker bestaansvormen, +door het zuivere denken voortgebracht geworden zijn. Uit hen leidde +Fichte, ruimte en tijd, kwantiteit en kwaliteit, mogelijkheid, +werkelijkheid en noodzakelijkheid af. Het denken is een zelfstandig +proces, dat zich met noodwendigheid voltrekt. "Met elke stelling is +zijne tegenstelling gegeven, en in de voortdurende overwinning van +deze gestadige tegenspraken, door eene hoogere eenheid, beweegt de +idee zich vooruit." + +Hiermede nam Johan Gottlieb Fichte de oud-Grieksche, +dialektische-philosophische methode weder op. Deed hij nu echter uit +de zuivere innerlijkheid van het subjekt, het objekt geboren worden, +zoo werden geest en natuur een en hetzelfde. En inderdaad verklaarde +Fichte, het Ik, dan ook voor het subject-objekt. + +Op zijne theorieën voortspinnend en tegelijk hen weder omscheppend, +voerden Schelling en Hegel daartegen aan: "wanneer subjekt en objekt +een-en-hetzelfde zijn, dan is geen van hen beiden de zaak-zelf; het +subjekt zoo min als het objekt, het denken zoo min als het zijn, +den geest zoo min als de natuur; maar elk van hen, is dan slechts +ééne zijde van de zaak en de geheele zaak is niets anders dan het +proces, dat door beide heengaat en in den geest van den mensch, +tot het bewustzijn van zich-zelf komt". + +Bij Schelling bleef de identiteit van subjekt en objekt een blooten +inval. Bij de pogingen om haar te begronden, geraakte hij hoe langer +hoe meer in eene phantastische natuurphilosophie verward, totdat hij +tenslotte belandde bij het openbaringsgeloof. + +Hegel daarentegen, vatte de absolute Idee, die hij voor de +levenwekkende ziel van de gansche wereld verklaarde, als een logisch +en historisch proces op. De geest, het aan-zich en voor-zich bestaande +Ik, wordt in verschillende ontwikkelingsphazes eerst bewustzijn, dan +zelfbewustzijn, dan beschouwend en dan handelend verstand, tenslotte +den zich-zelf-begrijpenden gevormde en religieuzen geest. Dan zet +bij zich om in de natuur, waarin hij als blinde noodzakelijkheid +werkt en arbeidt zich in de geschiedenis uit het ruwe weder op, +tot dat hij zich-zelf begrijpt. Dit historisch proces, is slechts +een afspiegeling van het logische proces, dat zich onbekend met het: +wanneer? en het: waarheen? voltrokken heeft. + +Hegel vatte aldus het historische, tevens als een logisch proces +op. Waar Kant de ontwikkeling in de natuur leidde, daar leidde Hegel +haar de geschiedenis binnen. Waar Fichte aan de dialektische methode +weder aanknoopte, daar maakte Hegel haar tot den springenden fontein +des levens. Met het begrip Zijn, is ook het begrip van niet-Zijn +gegeven, en uit den strijd van beiden, ontstaat het hoogere begrip van +het Worden. Alles bestaat en bestaat tegelijk niet, want alles is in +vloed en is voortdurend onderworpen aan eene gestadige verandering, +is onderworpen aan een voortdurend en nooit stilstaand proces van +Worden en Vergaan. + +De dialektische beweging van de duitsche philosophie voltrok zich +dus aldus, dat Kant's stelling: "Alles wat een tegenspraak in zich +bevatte is onmogelijk", omsloeg in de stelling van Hegel: "Wat over +het algemeen der wereld beweegt, is de tegenspraak." + +Hiermede nu was iets bereikt, dat men eene overwinning kon noemen +op het engelsch-fransche Materialisme. De dialektische beweging in +de natuur zelf in te voeren en haar aan te nemen, is eerst mogelijk +geworden, nadat de natuurwetenschappen die geweldige vooruitgang +hadden gemaakt, gelijk dat het eerst in de tweede helft van de 19e +eeuw het geval is geweest. Hier heeft de door Kant gegeven stoot, +zijne afsluiting het eerst gevonden in de theorie van Darwin, waardoor +de gansche organische natuur, planten en dieren en daarmede ook den +mensch, als het voortbrengsel van een ontwikkeling wordt opgevat, +die zich, in millioenen na millioenen jaren voortgezet heeft. + +Hegel evenwel, kwam in dit opzicht niet boven de meeningen van de +fransche Materialisten uit, de perken van de ontoereikende natuurkennis +lieten dat ook destijds niet toe. Hij deelde nog de meening van de +fransche Materialisten, dat de natuur een, zich in gelijke kringloopen +bewegend, zich steeds gelijkblijvend geheel met eeuwige wereldlichamen, +met onveranderlijke vormen van organische wezens was. Maar hij doorbrak +die beschouwingswijze toch, voor zoover zij namelijk, door de engelsche +Materialisten op de geschiedenis werd overgedragen. Hij vatte de +geschiedenis van de menschheid op, als een gestadig in beweging zijnd, +aan verandering en omschepping onderworpen, van lager naar hooger +opstijgend proces en hij beproefde door geweldigen geestesarbeid, in +de verschillende vakken van de historische wetenschap, de inwendige +tezamenhang, de voortdurende phazenloop van dit proces, door alle +schijnbare dwaalwegen en toevalligheden heen, te vervolgen. Dewijl +hij de dingen als afspiegelingen van de begrippen opvatte, kwam hij +wel-is-waar tot al te willekeurige geschiedenisconstrukties, maar +daar halsstarrige dingen als historische feiten dit zijn, zich niet +zoo gemakkelijk onder het juk der begrippen dwingen laten, kwam hij +toch ook tot geniale blikken, op de tezamenhang van de geschiedenis +der menschheid. + + + +Kant's grondgedachte van alle moraal: "Handel zóó dat gij de +menschheid, zoowel in uw persoon, als in de persoon van elk ander, +tegelijk als doel en niet alleen maar als middel gebruikt," kon +ontstaan in een land, waarin de burgerlijke klasse weinig en de +proletarische klasse, nog in het geheel niet ontwikkeld was. + +En Fichte liet erop volgen, dat "geen mensch andere krachten voor zich +mag in gebruik nemen; dat den mensch moet arbeiden, maar niet als een +lastdier, dat onder den last, in slaap neder zakt en na nooddruftige +verkwikking weder tot het dragen van denzelfden last gewekt zal +worden. De mensch behoort angstloos met list en met vreugde te werken +en tijd over te houden om zijnen geest en zijn oogen ten hemel te +verheffen, voor welker aanblik hij geboren is!" Fichte brandmerkte +met deze uitspraak en met anderen, de feodale adel van zijnen tijd, +die lui en ondeugend was. Hij proklameerde de majesteit van het Recht +in deze stelling: "Het Recht moet gewoonweg bestaan en wie dit niet +door zichzelven inziet, moet tot dat inzicht gedwongen worden." En +daarnevens predikte Fichte de vrijheid en de gelijkheid "voor alles +wat een menschelijk aangezicht draagt." + +In zijn "Rechtvaardiging van de fransche Revolutie" zegt hij o. a. "De +eigendom kan geen anderen oorsprong hebben, dan die van den arbeid. Wie +niet arbeidt, heeft niet het recht van de samenleving middelen tot +zijn bestaan te verlangen." In zijn "Grondslagen van het Natuurrecht," +schrijft hij: "Diegene, welke niet zoo veel heeft dat hij ervan leven +kan, behoeft noch den eigendom van anderen te erkennen, noch achting +te hebben voor dezelve, daar de grondslagen van het maatschappelijk +verdrag, tot zijne schade aangetast zijn geworden. Elkeen behoort +eigendom voor zich te hebben; de samenleving is verplicht, allen van +arbeidsmiddelen te voorzien en allen moeten arbeiden om te leven." + +In zijn "Rechtsstaat", voorspelt hij, dat eene gemeenschappelijke +organisatie komen moet, welke realiseeren zal, wat hij als Recht +verlangt. "De arbeid en de verdeeling zullen gemeenschappelijk +georganiseerd zijn; elkeen ontvangt voor een nauwkeurig bepaald deel +arbeids, een bepaald gedeelte van het kapitaal, hetwelk zijn eigendom, +naar de mate van het recht vaststelt. Het eigendom zal alzoo algemeen +verbreid zijn. Niemand mag overvloed hebben, zoolang niet allen van +het noodzakelijkste voorzien zijn. En het eigendomsrecht aan voorwerpen +van weelde, ontbeert dien grond in zooverre, dat niet elk burger zijn +aandeel kan bekomen, van dien eigendom. De landlieden en de arbeiders +zullen zich behooren te vereenigen, teneinde zoovéél mogelijk, met +zoo weinig mogelijk inspanning van krachten te kunnen voortbrengen." + +In zijne verhandeling over "De gesloten Handelsstaat", die in 1800 +verscheen en aan den pruisischen minister van finantiën Struensee +opgedragen was, werkte Fichte bovengenoemde socialistische gedachten +verder uit, bestreed hij de theorieën van Adam Smith, de vrije +concurrentie-leer en het denkbeeld, dat de Staat zich heeft te +beperken, tot een bescherming van het recht. Maar hij neemt daarbij +toch weder een ander standpunt in, dan de fransche en engelsche +socialisten van zijnen tijd; hij is ook dáárin een tegenstander van +Adam Smith, dat hij van de bepaling van de waarde der goederen door den +arbeid, niets wil weten; hij ziet in den vrijen handel, eene onhoudbare +overlevering uit de "denkwijze onzer voorouders." Voor de moderne +naties, meende hij, geldt niet meer, wat voor de middeneeuwsche +eenheid van het christelijk Europa gold. Fichte erkende evenwel +in zijn tijd reeds, de zware lasten die er op het volk kwamen te +drukken, door het uitzuigend militairisme en hij probeerde dan ook +den Staat geheel en al om te vormen. Als zoodanig, geldt dan ook hij +nog eenigszins voor eene der utopistische Socialisten, omdat hij in +zijn wereldhervormende sociale plannen niet uitging van de bestaande +feiten, maar van een aan zijn brein ontsprongen plan. Hij wilde den +Staat omvormen tot eene harmonische gemeenschap, waarvan de deelen op +zich-zelve, de individuen, hun natuurlijk recht zullen verzekerd zien, +op een gelukkig en tevreden bestaan. Maar aan den anderen kant, dacht +hij zich dien Staat als een verstands-Staat, geheel en al afgesloten +van het buitenland, met een bijzonder soort geld en met de overige +Staten slechts in gemeenschap, niet door middel van den handel, +maar door dat van de wetenschap alleen. + +Ook Hegel heeft eenmaal zijne philosophie den voorlooper genoemd, +van een tijd waarin er een vrij volk zal bestaan. Na de nederlaag +van de franschen bij Waterloo, verklaarde hij het voor de natuurlijke +roeping van de duitschers, voor den hoofdwinst hunner teruggewonnen +onafhankelijkheid, dat zij thans ongestoord het heilige vuur van de +philosophie in bewaring konden nemen. Toen hij naar Berlijn beroepen, +zijne "Philosophie van het Recht" schreef, teneinde het Recht als een +redelijk, zich uit zich-zelf ontwikkelend organisme voor te stellen, +ging hij van de stelling uit: "Het bestaande is redelijk en het +redelijke is dat wat bestaat." + +De polemiek welke Hegel gevoerd heeft, tegen de historische +Rechtsschool, bewees dat hij met deze stelling geenszins eene +verheerlijking van àl het bestaande bedoelde, gelijk men in zijnen tijd +zich niet ontzien heeft, op deze zijne woorden bij alle reaktionaire +maatregelen der Pruisische regeering, zich te beroepen. Hegel bedoelde +met deze stelling, dat de rede de historische noodzakelijkheid was, +de eeuwige vloeiing in het historische ontwikkelingsproces. Wat deze +schept, is werkelijk en redelijk, omdat het noodzakelijk is; zoodra +het ophoudt noodzakelijk te zijn, wordt het onwerkelijk en onredelijk. + +Hegel heeft de rijke schepping van het duitsche Idealisme in één +machtig systeem saâmgevat. Hij heeft alle bronnen en stroomen van +dit klassieke tijdperk in ééne bedding geleid, waar zij wel-is-waar +in bevroren zijn, door den ijskouden adem van de reaktie die over +Duitschland woei, maar die zijne jongeren toch weder, door hunnen +eigenen arbeid, konden doen ontdooien. + +Toen Hegel tegen de Juli-Revolutie in 1830 te velde trok, toen hij +de Engelsche "reformbill" een snijden noemde in de edele ingewanden +van een Groot-Brittanje's staatsregeling, toen verlieten hem de +scharen zijner jongeren, om naar zijnen eigenen leerling Eduard +Gans te gaan luisteren, die lezingen ging houden over des meesters +"Rechtsphilosophie", daarbij de revolutionaire zijde van des Meesters +methode op den voorgrond stellende en tegen de historische Rechtsschool +polemiseeren ging. Men zeide toentertijd dan ook in Berlijn, dat, +niet aan de cholera, maar aan deze smartelijke ervaring, zou den +grooten Meester overleden zijn. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +CRITIEK OP DE HEGELSCHE PHILOSOPHIE. + + +David Friederich Strausz, Bruno Bauer, Max Stirner en Ludwig Feuerbach, +waren de meest beteekenende scholieren van Hegel geweest, die elk +hun eigen weg gingen bij de ontwikkeling, van de philosophie van den +Meester. Ook Karel Marx behoorde tot de leerlingen van Hegel. + +Strausz had behalve zijn "Dogmatiek", de beroemde critiek op "het +leven van Jezus" geschreven. Bruno Bauer heeft voor het onderzoek +naar het "Ontstaan van het Christendom" beduidenden arbeid geleverd, +terwijl Max Stirner weder geheel zelfstandige paden insloeg met zijn +"Einzige und sein Eigenthum", welk werk wel eens als een voorlooper +van het latere anarchisme, van Bakounine en Krapotkine, is genoemd. + +Ludwig Feuerbach en Bruno Bauer behoorden tot de meest beteekenenden +van Hegels uitloopers op wijsgeerig terrein. Feuerbach baarde +het eerst als beduidend philosoof opzien, door zijn "Wesen des +Christenthums." Van-uit Hegel's Idealisme, ontwikkelde hij daarin weder +het materialistisch denken. "De natuur bestaat onafhankelijk van alle +philosophie," zoo zeide hij, "zij is de grondslag, waarop wij menschen, +zelven produkten van de natuur, gegroeid zijn. Buiten de natuur en +den menschen bestaat niets, en de hoogere wezens, die onze phantasie +geschapen had, zijn slechts phantastische weêrspiegelingen, van ons +eigen wezen. De mensch is, wat hij eet." De ban was dus verbroken, +het "systeem" was gesprongen en ter zijde geworpen en de tegenspraak +was--dewijl zij slechts in de verbeelding bestond--opgelost. + +Het materialisme van Feuerbach is evenwel doodgeloopen. En het was +Karel Marx die in 1845 er met de volgende 11 stellingen positie +tegen nam. + + +1. + +Het hoofdgebrek van alle tot nu toe bestaan hebbend Materialisme--dat +van L. Feuerbach niet uitgezonderd--was, dat het objekt, de +werkelijkheid, de zinnelijkheid, slechts onder den vorm van het objekt +of der aanschouwing werd opgevat; niet echter als menschelijke, +zinnelijke werkzaamheid, praktijk, niet subjektief. Daarvandaan +kon het geschieden, dat de werkzame zijde, in tegenstelling tot +het materialisme, door het Idealisme ontwikkeld werd--maar alleen +abstrakt, daar het Idealisme natuurlijk de werkelijke, zinrijke +werkzaamheid, als zoodanig, niet kent. Feuerbach wil zinnelijke, +van de gedachtenobjekten werkelijk-verschillende objekten; maar +hij vat de menschelijke werkzaamheid zelf, niet op als objektieve +werkzaamheid. Hij beschouwt daarom in het "Wesen des Christenthums" +slechts de theoretische verhouding als het echt menschelijke, terwijl +de praktijk slechts in haren smerig-joodschen verschijningsvorm opgevat +en gefixeerd kan worden. Hij begrijpt daarvandaan niet de beteekenis +van de "revolutionaire", van de praktisch-critische werkzaamheid. + + +2. + +De kwestie, of het menschelijk denken de objektieve waarheid +bijgebracht kan worden, is geen kwestie van theorie, maar een kwestie +van praktijk. In de praktijk moet de mensch de waarheid, d. w. z. de +werkelijkheid en de macht, de dezerzijdschheid van zijn denken, +bewijzen. De strijd over de werkelijkheid en de niet-werkelijkheid +van het denken, dat zich van de praktijk isoleert, is een van zuiver +scholastischen aard. + + +3. + +De Materialistische theorie, dat de menschen produkten zijn van +omstandigheden en van opvoeding, veranderde menschen dus, produkten +van andere omstandigheden en veranderde opvoeding zijn, vergeet, +dat de omstandigheden zelf door de menschen veranderd worden en +dat de opvoeders, zelf moeten worden opgevoed. Zij komt daarom met +noodwendigheid ertoe, de samenleving in twee deelen te splitsen, +waarvan het eene boven het andere verheven is. (Bijv. bij Robert Owen.) + +Het tezamenvallen van het veranderen der omstandigheden en der +menschelijke werkzaamheid, kan slechts als revolutionaire praktijk, +opgevat en rationeel worden begrepen. + + +4. + +Feuerbach gaat uit van het faktum der religieuze zelfontvreemding, +van de verdubbeling der wereld in eene religieus voorgestelde en eene +werkelijke wereld. Zijn arbeid bestaat hierin, de religieuze wereld +door hare wereldlijke grondslag te doen oplossen. Hij overziet, +dat na volbrenging van dezen arbeid, de hoofdtaak nog onafgedaan +blijft. Het feit namelijk, dat de wereldlijke grondslag zich vanzelf +opheft, en zich een zelfstandig rijk in de wolken fixeert, is juist +alleen maar uit de zelfverdeeldheid en het zichzelf-tegenspreken dezer +wereldlijken grondslag te verklaren. Deze zelf moet alzoo, eerstens, +in haren tegenspraak verstaan en daarna, door terzijdestelling van +die tegenspraak praktisch gerevolutioneerd worden. Alzoo bijv., nadat +de aardsche familie als het geheim van de heilige familie ontdekt +is, moet men de eerste zelve theoretisch gecritiseerd en praktisch +gerevolutioneerd hebben. + + +5. + +Feuerbach, niet tevreden met het abstrakte denken, appelleert aan +de zinnelijke aanschouwing; maar hij vat deze zinnelijkheid niet als +een practische, menschelijk-zinnelijke werkzaamheid op. + + +6. + +Feuerbach lost het religieuze wezen in het menschelijk wezen +op. Maar het menschelijk wezen is niet een, den individueelen mensch +inwonende abstraktie. In zijn werkelijkheid is 't, het ensemble van +de maatschappelijke verhoudingen. + +Feuerbach, die op de critiek van dit werkelijke wezen niet ingaat, +is daarom gedwongen: + + + 1e. Van het historisch verloop te abstraheeren en + het religieuze gemoed voor zich te fixeeren, en een + abstrakt-geïsoleerd-menschelijk individu voorop te zetten. + + 2e. Kan bij hem daardoor het menschelijk wezen, slechts als + "soort", als innerlijke stomme, de vele individuen alleen maar + natuurlijk verbindende algemeenheid, opgevat worden. + + +7. + +Feuerbach ziet daardoor niet in, dat het "religieuze gemoed", zelve +een maatschappelijk produkt is, en dat het abstrakte individu, hetwelk +hij analyseert, in de werkelijkheid tot eene bepaalde maatschappelijke +vorm behoort. + + +8. + +Het maatschappelijk leven is wezenlijk praktisch. Alle mysteriën, +welke de theorie verleidt en tot mysticisme maakt, vinden hunne +rationeele oplossing in de menschelijke praktijk en in het begrijpen +dezer praktijk. + + +9. + +Het hoogste waartoe het beschouwende Materialisme--d. w. z. het +Materialisme dat de zinnelijkheid niet als een praktische werkzaamheid +begrijpt--het brengt, is de beschouwing van de individu in de +"burgerlijke maatschappij". + + +10. + +Het standpunt van het oude Materialisme is de "burgerlijke" +maatschappij; het standpunt van het nieuwe, dat der menschelijke +samenleving of dat van de vermaatschappelijkte menschheid. + + +11. + +De philosophen hebben tot nog toe de wereld slechts verschillend +geïnterpreteerd, maar het komt er op aan haar te veranderen. + + + +HEINRICH KAREL MARX + +werd op den 5en Mei 1818 te Trier geboren als de zoon van den advokaat +en lateren Justitieraad Marx, die in 1824 met zijne familie van +het Jodendom tot het Christendom overging. Marx' stamboom moet van +af zijn vader opwaarts tot aan de 16e eeuw toe, slechts rabbijnen +aanwijzen; wat zekerder is, dat is, dat zijne moeder afstamde van +een hollandsche, joodsche familie. Beide zijne ouders, waren lieden +van hooge ontwikkeling. + +Nauwelijks de kinderschoenen ontwassen, ging de jonge Marx naar de +Universiteit van Bonn, daarna naar die van Berlijn, waar hij ter +wille van zijn vader rechtsgeleerdheid bestudeerde en, voor zijn +eigen genoegen, geschiedenis en philosophie. Met zijn verstand, +van nature als het ware aangelegd voor de dialektiek, moest de jonge +Karel Marx zich het sterkst aangetrokken gevoelen tot de philosophie +van Hegel. Geen onder die talrijke jongeren, heeft Hegel grondiger +bestudeerd, dan Marx. Wat Marx dan ook zoo machtig tot de philosophie +van Hegel aantrok, dat was hare dialektische methode, welker +revolutionaire spits, juist door het schaduwspel van nevelachtige +begrippen omhuld werd. Marx ruimde veelmeer deze begrippen op, terwijl +hij zich in de massa van historische stof wierp en met deze feiten de +theorie bevruchtte. Van jongs-af bezat hij een onverzadigbare dorst +naar weten en eene rustelooze zelfcritiek. Reeds de vrienden zijner +jeugd klaagden er over, dat hij door zijn nachtwaken om te werken, +zijne sterke gezondheid vaak geschokt heeft. Arnold Ruge schreef aan +Ludwig Feuerbach over Marx: "Hij leest zeer veel; hij arbeidt met +eene ongemeene intensiviteit en hij heeft een critisch talent, dat +somwijlen tot een in overmoed ontaardende dialektiek wordt,.... maar +hij voleindigt niets, hij breekt overal af en stort zich steeds van +voren af aan, in een eindelooze boekenzee. Hij behoort, volgens zijne +geleerde dispositie, gansch der duitsche wereld toe, maar door zijn +revolutionaire denkwijze, is hij van haar buitengesloten." Marx +vereenigde dan ook in zich, alle faustiaansche aandriften van de +duitsche geleerdheid. Hij droeg het leven der wetenschap binnen, zooals +hij de wetenschap in het leven binnendroeg. Dit was de vooruitgang, +die de duitsche wijsgeerige beschaving alleen nog maar maken kon, +die zij onder alle omstandigheden maken moest, wilde zij niet, +van een drijfrad der historische ontwikkeling, tot een traprad voor +kleinburgerlijke denkers worden. + +Van de grootste beteekenis voor Marx' jeugd, was zijne verhouding +tot de familie von Westphalen. Dát waren buren van het ouderlijke +huis. De graaf von Westphalen was een Pruisisch beambte, van een +niet gewoon slag en zeer ruim van opvattingen. Zijn vader was de +geheimsecretaris Philip von Westphalen, die in den zevenjarigen +oorlog, vijf fransche maarschalken in vijf veldslagen met succes +versloeg en daarnevens van nature zoo burgerlijk bleef, dat hij nooit +een soldatenuniform droeg en den titel van Generaal-Adjudant van +het leger, waarmede de koning van Engeland hem meende te vereeren, +lachend van de hand wees. Alleen de verheffing in den adelstand, +liet hij zich welgevallen, maar dit, teneinde een meisje te kunnen +huwen dat hem aan geesteseigenschappen evenaarde en de dochter van een +Schotsche baronnenfamilie was: zij stamde af van den beroemden Argyle, +den hertog, die door de veroordeeling onder de tyrannieke regeering +van Jacobus II en den heldenmoed waarmede hij zijn vonnis droeg, in de +geschiedenis van Engeland wèlbekend is. De jongste zoon uit dezen echt +was Lodewijk von Westphalen. In het huis van dezen vrijdenker vond +de jonge Marx een tweede tehuis. Terwijl zijn vader hem de fransche +beschaving deelachtig deed worden, hem Racine en Voltaire voorlas, +leidde de heer von Westphalen hem in de duitsche beschaving in; +las hem Homerus en Shakespeare voor, die dan ook voor altijd, Marx' +lijfdichters gebleven zijn. + +Westphalen's kinderen, werden de speelmakkers van den jongen Marx +en het is daarvandaan, dat Marx in de jonge Jenny von Westphalen, +die drie jaren ouder was dan hij, spoedig eene geliefde kreeg, die +hem geheel zijn leven is blijven aanhangen met de grootste trouw en +de grootste liefde. Bereids in 1836, toen Marx naar de Universiteit +ging, was de zaak van eeuwige trouw en liefde tusschen hen beiden +beklonken. Twee jaren later, verloor Karel Marx zijnen goeden en +zachten vader en hiermede eindigde een conflict tusschen hen beiden, +dat in den aanvang zich liet aanzien van genoegzaam ernstigen aard te +kunnen worden, om tot een scherpen breuk te leiden. Het liep nu nog +slechts over Marx' voorkeur voor de philosophie en des vaders neiging, +om een advokaat van hem te maken. + +Marx' beste vrienden aan de Hoogeschool waren: Bruno Bauer en +Karl Friedrich Köppen, aan beider omgang verdankt Marx veel van +zijn ontwikkeling. Zij waren beide Hegelianen, gelijk toenmaals in +Duitschland en vooral in Pruissen, geen beteekenende kop, zich aan +den invloed van den grooten Meester der philosophische redeneerkunst +heeft kunnen onttrekken. + +Bruno Bauer stamde uit Saksen-Altenburg, en was de zoon van +burgerouders; zijn vader was porceleinschilder in Berlijn. Bruno was +de oudste van drie broeders, die allen in de geleerde wereld naam +gemaakt hebben. Bruno echter, gold als de begaafdste van de drie. + +Het was de wensch van Bauer,--die inmiddels reeds in een polemiek met +David Friederich Strausz, den grooten schrijver van het "Leven van +Jezus", gewikkeld was--om Marx naast zich te hebben aan de redaktie +van een critisch tijdschrift, omdat hij van Marx' groote critische +en dialektische begaafdheden, wenschte te profiteeren. In de brieven +die hij Marx schreef, spoorde hij dezen aan examen te doen; hij wilde +Marx een positie zien krijgen aan de Universiteit als hoogleeraar. + +Friedrich Köppen was meer geschiedkundige dan philosoof. Beiden hadden +een tijdschrift gegrondvest de "Hallische Jahrbücher" genaamd, waarin +Köppen over historie en historische figuren schreef, en Bauer zijnen +strijd tegen de orthodoxie met groote scherpte streed. + +In 't jaar 1841 promoveerde Marx dan, als doktor in de philosophie aan +de Hoogeschool te Jena, met eene dissertatie: "Over de philosophie van +Epikurus", welke dissertatie toen niet in het licht is verschenen. Zijn +voornemen om zich te Bonn als privaatdocent te vestigen, liet hij +weldra varen. De wijze toch, waarop de minister Eichhorn zijnen vriend +Bauer behandelde, lokte een vrij man, zooals Marx zich dit voelde, +allesbehalve aan om zijn nek onder den pruisischen censuur te krommen. + +Spoedig daarna krijgt Marx, het was in 1842, de leiding van de radikale +"Rheinische Zeitung", waaraan hij vooràf reeds had medegewerkt. Onder +de medewerkers dier dagen aan dit blad, dat in Keulen verscheen, +en aan de belangen der politiek, handel en nijverheid dienstbaar +was gemaakt, telde men de besten onder de Hegelsche "jongeren" als: +Bruno Bauer, Köppen, Nauwerk, Max Stiner, Georg Jurg, Mozes Hesz, +Hermann Püttmann en den dichter en literator Georg Herwegh. + +In de opstellen in dat blad door hem geplaatst, staat Marx nog +geheel op het standpunt van de radikale Hegelianen, die uit zuiver +ideologische, vooròpgestelde meeningen hunne conclusiën trokken; maar +ook reeds, een echo van het fransche socialisme deden hooren. In een +polemiek uit die dagen, zeide hij reeds: De "Rheinische Zeitung", +die de communistische denkbeelden, in hunne huidige gestalte +geen verwerkelijking kan voorspellen ... zal deze ideën aan +eene grondige critiek onderwerpen. Dat evenwel de geschriften van +P. Leroux, V. Considérant en voor alles, de scherpzinnige werken van +P. J. Proudhon niet door invallen van het oogenblik kunnen worden +bestreden, maar na lange en diepgaande studieën kunnen worden +gecritiseerd ..., is onze vaste overtuiging .... "Op praktische +pogingen van communisme, kan men met kanonnen antwoorden, zoodra +zij gevaarlijk worden; maar ideën, die zich meester maken van onze +intelligentie, die onze gezindheid veroveren, waaraan het verstand +ons geweten gaat kluisteren, dat zijn ketens, waaraan men zich niet +onttrekt, zonder zijn hart te verscheuren; dat zijn demonen, welke +de mensch slechts overwinnen kan, doordien hij zich eraan onderwerpt." + +De 28ste Januari van 't jaar 1843, in hetzelfde jaar waarin Marx in +het huwelijk trad met Jenny von Westphalen, kwam het verbod van de +regeering tot het langer voortbestaan van de "Rheinische Zeitung".... + +Uit de noodzakelijkheid, die hieruit geboren werd voor de vrije +geesten in Duitschland om hunne denkbeelden te verkondigen, kwam +het maandschrift de "Deutsch-Französischen Jahrbücher" voort, dat +ternauwernood één jaar heeft bestaan. Herwegh, Arnold Ruge en Heinrich +Heine hebben eraan medegewerkt en Marx heeft er zijn eerste artikelen: +de critiek op Hegel en het Hegelianisme in gepubliceerd en Engels, zijn +eerste staathuishoudkundige opstellen. De opstellen der eerste heeten: +"critiek op de Hegelsche Rechtsphilosophie" en "over de Jodenkwestie," +een critiek op artikelen van Bruno Bauer over het Jodendom; die +der laatste: "Omtrekken eener critiek der nationale-economie" en +"de positie van Engeland". + +Marx was intusschen naar Parijs gegaan, om er zich voor goed te +vestigen en daar was het, dat hij het fransche socialisme bestudeerde +en dat hij tevens kennis maakte met Proudhon, in wiens bestrijding +hij later tevens de gelegenheid zal vinden, zijn wetenschappelijk +standpunt 't eerst, krachtig te ontvouwen. + +Maar éérst moeten wij terug, naar het tijdperk van de +"Deutsch-Französische Jahrbücher" en Marx' critiek op het +Hegelianisme. Hiermede vangen wij dus aan. + + + + + + +TOT CRITIEK DER HEGELSCHE "RECHTSPHILOSOPHIE." + +EENE INLEIDING. (1843) + +Voor Duitschland is de critiek der religie in wezenlijkheid reeds +beëindigd en de critiek der religie is de voorwaarde tot elke critiek. + +De profane existentie van de dwaling is gecompromiteerd, nadat +hare hemelsche oratio pro aris et focis weêrlegd is. De mensch, +die in de phantastische werkelijkheid van den hemel, alwaar hij +naar een, "übermensch" zoekend, slechts de weêrschijn van zich-zelf +gevonden heeft, zal niet meer geneigd zijn, slechts de weêrschijn +van zich-zelve, slechts den onmensch te vinden, waar hij zijne ware +werkelijkheid zocht, en vinden moet. + +Het fundament van de irreligieuze critiek is: de mensch maakt de +religie, de religie niet den mensch. En wel-is-waar is de religie +het zelfbewustzijn en het zelfgevoel der mensch, die zich-zelf +nog niet tot bewustzijn heeft kunnen brengen of, zich-zelf weder +verloren heeft. Maar de mensch is geen abstrakt, buiten de wereld +staand wezen. De mensch, dat is de wereld der menschen, de Staat, +de sociëteit. Dezen Staat, deze sociëteit, brengt de religie voort, +een omgekeerd zelfbewustzijn, omdat zij eene omgekeerde wereld is. De +religie is de algemeene theorie dezer wereld, haar encyclopedisch +compendium, hare logica in populairen vorm, haar spiritualistisch +point d'honneur, haar enthousiasme, haar moreele sanktie, hare slechte +vervolkomening, hare algemeene troost- en rechtvaardigingsgrond. Zij is +de phantastische verwerkelijking van het menschelijk wezen, omdat het +menschelijk wezen, geen ware werkelijkheid bezit. De strijd tegen de +religie, is dus middellijk den strijd dier wereld, welker geestelijk +dogma de religie is. + +De religieuze ellende is, in één woord, de uitdrukking der werkelijke +ellende en zij is het protest tegen die werkelijke ellende. De religie +is de zucht van het bedrukte schepsel, het gemoed van een hartelooze +wereld, zooals zij den geest van eene geestlooze toestand is. Zij is +het opium des volks. + +De opheffing der religie als het illusoire geluk des volks, is +de eisch voor zijn werkelijk geluk. De eisch, de illusies omtrent +zijn toestand op te geven, is de eisch om een toestand op te geven, +welke aan illusies behoefte heeft. De critiek op de religie is dus, +in den kiem, de critiek op het jammerdal, welks heiligheidsschijn de +godsdienst is. + +Die critiek heeft de imaginaire bloemen aan den stengel afgeplukt, +niet opdat de mensch deze phantazielooze, troostelooze stengel drage, +maar opdat hij daardoor dien stengel wegwerpen en de levende bloemen +er af zoude breken. Die critiek der religie ontgoochelt den mensch, +opdat hij denke, handele en zijne werkelijkheid duidelijk zal zien, +zooals een ontgoocheld en tot bezinning gekomen mensch; opdat hij +zich om zich-zelf en daarmee, om zijn werkelijke zon zich bewege. De +godsdienst is slechts de illusoire zon, die zich om den mensch beweegt, +zoolang hij zich niet om zich-zelf beweegt. + +Het is daarom de taak der geschiedenis, nadat het generzijdsch der +waarheid verdwenen is, de waarheid van het dezerzijdsch te doen +verspreiden. En het is in de eerste plaats de taak der philosophie, +die in dienst der geschiedenis staat, nadat de heiligengestalte van +de menschelijke zelfontvreemding ontmaskerd is, de zelfontvreemding, +in hare onheilige gestalte te ontmaskeren. De critiek op den hemel, +moet zich daarmede omzetten, in eene critiek op de aarde; de critiek +der religie in de critiek van het recht; de critiek der theologie in +die van de politiek. + +De hiervolgende uiteenzetting--een bijdrage tot dezen arbeid--sluit +in de eerste plaats niet bij het origineel, maar bij een copie aan, +bij de duitsche Staats- en Rechtsphilosophie, om geen andere oorzaak +als deze, dat zij zich aan Duitschland aansluit. + +Wilde men ook aan het duitsche status quo zelf aanknoopen, hetzij +dan op den eenig daartoe passende wijze, dit wil zeggen, negatief, +het resultaat zal steeds een anachronisme blijven. Zelfs de negatie +van onzen tegenwoordigen politieken toestand bevindt zich reeds als +een beschimmeld feit, in de rommelkamer der moderne volken. Wanneer +ik de gepoederde pruiken negeer, houd ik altijd nog de opgepoederde +pruiken over. Wanneer ik de duitsche toestanden van 1843 negeer, sta +ik, naar fransche tijdrekening, nog altijd nauwelijks in 't jaar 1789, +veel minder in het brandpunt van den tegenwoordigen tijd. + +Ja, de duitsche geschiedenis vleit zich, eene beweging te bezitten, die +haar geen volk aan den historischen hemel nog voorgedaan heeft, noch +na zal doen. Wij hebben namelijk in de Restauratie der moderne volken +gedeeld, zonder van hare Revoluties iets te hebben ontvangen. Wij zijn +gerestaureerd geworden, eerstens, omdat andere volken een Revolutie +waagden, en tweedens, omdat andere volken een contra-Revolutie leden; +de de eene keer, omdat onze Heeren vrees hadden, de andere keer, omdat +onze Heeren geene vrees hadden. Wij, met onze herders aan den spits, +bevonden ons altijd maar éénmaal in het gezelschap van de vrijheid, +op den dag harer begrafenis namelijk. + +Eene school, welke de lafhartigheid van heden, legitimeert door +de lafhartigheid van gisteren; een school, die elken schreeuw van +de lijfeigenen tegen den knoet, voor rebellisch verklaart, zoodra +die knoet een bejaarde, een afgestamde, een historische knoet is; +een school die de geschiedenis, gelijk Israël's God zijnen dienaar +Mozes, slechts haar a posteriori wijst, de historische Rechtsschool, +zij zoude zeker de duitsche geschiedenis uitgevonden hebben, ware zij +niet zelve eene uitvinding van de duitsche geschiedenis. Als Shijlock, +maar als Shijlock de bediende, zweert zij bij elk pond vleesch, +hetwelk uit het hart des volks gesneden wordt, op haar schuldbrief, +op hare christelijk-germaansche schuldbrief. + +Goedmoedige enthousiasten daarentegen, duitsche vaderlanders +naar den bloede en vrijzinnigen van reflektie, zoeken onze +geschiedenis der vrijheid, aan gene zijde van de geschiedenis in +de teutonische oer-wouden. Waardoor onderscheidt zich evenwel onze +vrijheidsgeschiedenis van de vrijheidsgeschiedenis van Ebers, wanneer +zij slechts in de wouden te vinden is? Bovendien is het bekend; +zooals men in het woud inschreeuwt, zoo schalt het uit het woud, +tot ons weder terug. + +Dus vrede zij er in de teutonische oer-wouden! + +De oorlog aan de duitsche toestanden! Zeer zeker! Zij staan onder +het niveau van de geschiedenis, zij staan beneden alle critiek, +maar zij blijven een voorwerp van de critiek, zooals de misdadiger, +die beneden het niveau van de humaniteit, een voorwerp van den +scherprechter blijft. Met hen in den strijd, is de critiek geen +hartstocht van het hoofd, zij is het hoofd van de hartstocht. Zij is +geen anatomisch mes, zij is een wapen. Haar objekt is haar vijand, +die zij niet nederleggen, maar die zij dooden wil. Want de geest +dezer toestanden is wederlegd. Op en voor zichzelf, zijn zij geene +gedenkwaardige objekten, maar evenzoo verachtelijke, als verachte +existenties. De critiek-aan-zich, behoeft niet de zelfovereenkomst +met dit onderwerp, want zij is met hem in 't reine. Zij geeft zich +niet meer als doel, maar zij is hem slechts als middel. Haar wezenlijk +pathos, is de onwaardigheid, haren wezenlijken arbeid, de aanklacht. + +Het geldt de schildering eener wisselwerkenden, dompigen druk, +van alle sociale spheren op elkander; eener algemeene, daadlooze +bepaling; eener zich evenzoozeer erkennende, als zich regeerende +bekrompenheid binnen het raam van een regeeringssysteem, hetwelk +van de conservatie van alle erbarmelijkheden levend, zelve niets is, +dan de erbarmelijkheid aan de regeering. + +Welk een schouwspel! De tot in het oneindige voortgaande verdeeling +der samenleving in menigvuldige klassen, welke met kleine antipathieën, +slechte gewetens en brutale middelmatigheid tegenover elkander staan, +welke juist ter wille harer wederzijdsche tweeslachtige en argwanende +positie, allen zonder onderscheid, hetzij dan ook met verschillende +formaliteiten, als geconcessioneerde existenties door hunne Heeren +worden behandeld. En zelfs dat; dat zij beheerscht, geregeerd, +bezeten worden, moeten zij als eene concessie des hemels erkennen +en bekennen. Anderzijdsch, deze heerschers zelven, wier grootte in +omgekeerde verhouding tot hun aantal staat! + +De critiek, welke zich met dezen inhoud bezig houdt, is de critiek die +reeds handgemeen is, en in handgemeenschap gaat het niet hierom, of de +tegenstander een edel, gelijkwaardig en interessant tegenstander is, +maar het gaat erom, hem te treffen. Het gaat dus hier om de duitschers +geen oogenblik van zelfbedrog en resignatie te gunnen. Men moet den +werkelijken druk nòg drukkender maken, doordat men er het bewustzijn +van den druk aan toevoegt; den smaad nòg smadelijker, doordat men ze +publiek maakt. Men moet èlken spheer van de duitsche samenleving als +de partie honteuse der duitsche samenleving schilderen; men moet de +versteende verhoudingen daardoor dwingen te dansen, door hen hunne +eigene melodie voor te zingen! Men moet het volk leeren te schrikken +van zich-zelf, om het moed in te blazen. Men vervult daarmede eene +onafwijsbare behoefte van het duitsche volk en de behoeften der +volkeren, zijn de laatste gronden hunner bevrediging zelf. + +En zelfs voor de moderne volken kan dezen strijd tegen den geborneerden +inhoud van het Duitsche status-quo niet van belang ontbloot zijn, +want dit Duitsche status-quo is de openhartigste voleindiging van het +ancien régime en dit ancien régime, is het verborgen gebrek van den +modernen Staat. De strijd tegen den Duitschen politieken toestand van +het oogenblik is de strijd tegen het verleden der moderne volken, +en door de reminicensen van dit verleden, worden zij nog steeds +bedreigd. Het is leerrijk voor hen, dit ancien régime, dat bij +hen zijn tragedie beleefde, als duitsch revenant, zijn komedie +te zien spelen. Tragisch was zijne geschiedenis, zoolang het de +preëxisteerende macht van de wereld, de vrijheid daarentegen een +persoonlijken inval was; in één woord: zoolang het zelve aan zijn +rechtmatigheid geloofde en gelooven moest. Zoolang het ancien régime +als de voorhanden wereldorde, met eene, eerst in wording zijnde wereld +streed, had het een wereldhistorische dwaling aan zijne zijde, maar +geen persoonlijke. Zijn ondergang was daardoor tragisch. + +Het tegenwoordige duitsche regime daarentegen--een anachronisme--een +flagrante tegenspraak tegen algemeen erkende axioma's; de voor +de wereld tentoongestelde nietswaardigheid van het ancien régime, +beeldt zich slechts in, aan zich-zelf te gelooven en verlangt van +de wereld, diezelfde inbeelding. Wanneer het aan zijn eigen bestaan +geloofde, zou het ditzelve dan verstoppen, achter den schijn van een +vreemd wezen en zijn redding zoeken in huichelarij en sophismen? Het +moderne ancien régime is slechts de komediant van eene wereldorde, +wier werkelijke helden gestorven zijn. De geschiedenis gaat grondig +te werk en maakt vele phazen door, wanneer zij eene oude gestalte +ten grave draagt. De laatste phaze eener wereldhistorische gestalte, +is hare komedie. De goden van Griekenland, die reeds eenmaal tragisch +ten doode gewond waren in den geketenden Prometheus van Aeschylos, +moesten nog eenmaal komisch den dood ondergaan, in de gesprekken van +Lucianus. Waarvoor deze gang der historie? Opdat de menschen vroolijk +van hun verleden zullen kunnen scheiden. Deze vroolijke historische +bestemming, vindiceeren wij voor Duitschland's politieke machten. + +Zoodra intusschen de moderne politiek-sociale werkelijkheid zelf aan +de critiek onderworpen wordt; zoodra dus de critiek zich verheft +tot waarlijk menschelijke problemen, bevindt zij zich buiten het +raam van het duitsche status quo of zij zal haar objekt, beneden het +objektieve aangrijpen. Een voorbeeld! De verhouding van de industrie, +der wereld van den rijkdom in het algemeen tot die der politieke +wereld, is het hoofdproblema van den modernen tijd. Onder welken vorm +evenwel, begint dit problema den duitschers bezig te houden? Onder +den vorm van beschermende rechten, het systeem van de prohibiviteit, +der nationaal-economie. Het duitsch-nationalisme is, van uit de +menschen in de materie gevaren en zoo zagen op een goeden morgen onze +katoenridders en onze ijzerhelden, zich veranderd in patriotten. Men +vangt dus in Duitschland aan de souvereiniteit van het monopolie +naar binnen te erkennen, doordat men het de souvereiniteit van het +monopolie naar buiten verleent. Men begint dus thans in Duitschland +met iets, waarmeê men in Frankrijk en Engeland aanvangt een einde te +maken. De oude rotte toestand, waartegen deze landen voortdurend in +opstand zijn, en die welke zij nog verdragen, gelijk men een ketting +verdraagt, wordt in Duitschland als de opgaande dageraad van een +schoone toekomst begroet, die het nauwelijks waagt, uit de listige +theorie, tot de niets ontziende praktijk over te gaan. Terwijl het +problema in Frankrijk en Engeland aldus is: staathuishoudkunde of +heerschappij van de gemeenschap over den rijkdom, is het in Duitschland +zoo gesteld: nationaal-economie of heerschappij van het privaat-bezit, +over den nationaliteit. In Frankrijk en Engeland gaat het dus om een +monopolie, dat tot aan zijn laatste consekwenties gekomen is op te +heffen; in Duitschland gaat het erom, tot op de laatste consekwenties +van het monopolie voort te gaan. Daar gaat het om de oplossing en +hier eerst om de collisie. Een duidelijk voorbeeld van den duitschen +vorm der moderne vraagstukken; een voorbeeld hoe onze geschiedenis, +als een onhandig rekruut, tot nu toe slechts de taak heeft vervuld, +afgekauwde geschiedenissen te mogen na-exerceeren. + +Stak aldus, de totale duitsche ontwikkeling niet boven die der +politieke ontwikkeling uit, een Duitscher zou hoogstens kunnen +deelnemen aan de vraagstukken van onzen tijd, zooals een Rus daar aan +deelnemen kan. Alleen, wanneer het individu op zich-zelf niet gebonden +is door de grenzen van de natie, wordt de gansche natie nog minder +bevrijd, door de bevrijding van een individu. De Scythen hebben der +Grieksche beschaving geen stap vooruit doen gaan, omdat Griekenland, +onder zijn philosophen, een Scyt geteld heeft. + +Gelukkig zijn wij duitschers geen Scythen. + +Gelijk de oude volken hunne vóórgeschiedenis doorleefd hebben in de +imaginatie, zoo hebben wij duitschers, onze nageschiedenis doorleefd in +de gedachte, in de philosophie. Wij zijn philosophische tijdgenooten +van het tegenwoordige, zonder zijne historische tijdgenooten te +zijn. De duitsche philosophie, is de ideale verlenging van de duitsche +geschiedenis. Wanneer wij dus in plaats van de oeuvres incomplètes +van onze werkelijke geschiedenis, de oeuvres posthumes van ideële +geschiedenis, de philosophie critiseeren, dan staat onze critiek in +het midden van de kwestie, waarvan de tegenwoordige tijd zegt: that is +the question. Wat bij de voortgeschreden landen, praktisch in verval +is met de moderne staatstoestanden, dat is in Duitschland, waar deze +toestanden nog niet eens bestaan, in de eerste plaats critisch verval, +van de philosophische weerkaatsing dezer toestanden. + +De duitsche Rechts- en Staatsphilosophie, is de eenige met den +officieelen, modernen tijd à pari staande duitsche geschiedenis. Het +duitsche volk moet daarvandaan deze zijne droomgeschiedenis, door +de ten zijnent bestaande toestanden, verdrijven en niet slechts +deze bestaande toestanden, maar ook tegelijk, hunne abstrakte +voortzetting, aan de critiek onderwerpen. Zijne toekomst kan zich +noch tot de onmiddellijke ontkenning zijner reële toestanden, +noch tot de onmiddellijke voltrekking van zijne ideële staats- +en rechtstoestanden beperken. Want de onmiddellijke ontkenning van +zijne reële toestanden, bezit het in zijne ideële toestanden, en de +onmiddellijke voltrekking van zijne ideële toestanden, heeft het in de +beschouwing der naburige volken, bijna reeds weder overleefd. Terecht +eischt dan ook de praktische politieke partij in Duitschland, de +negatie der philosophie. Haar ongelijk bestaat evenwel niet in den +eisch, maar in het staan-blijven bij dien eisch, dien zij, ernstig +genomen, noch doorzet, noch doorzetten kan. Zij gelooft deze negatie +daardoor te volvoeren, dat zij der philosophie den rug toekeert en +met een afgewend hoofd, eenige ergerlijke en banale phrazes over haar +prevelt. De bekrompenheid van hare gezichtskring, telt de philosophie +niet insgelijks in den cirkel der duitsche werkelijkheid of waant haar, +zelfs beneden de duitsche praktijk en de haar dienende theorieën te +staan. Gij verlangt, dat men bij de werkelijke levenskiemen aanknoopen +zal, maar gij vergeet, dat de werkelijke levenskiem van het duitsche +volk, tot dusver nog slechts onder zijn hersenpan gewoekerd heeft. In +één woord: gij kunt de philosophie niet opheffen, zonder haar tot +werkelijkheid te maken! + +Hetzelfde onrecht beging, alleen met omgekeerde faktoren, de +theoretische, van de uit de philosophie dagteekenende politieke partij. + +Zij zag in den tegenwoordigen strijd, slechts den critieschen strijd +van de philosophie met de duitsche wereld, zij bedacht echter niet, +dat de philosophie tot op heden, zelve tot deze wereld behoort, +al is zij ook hare ideële vervolkomening. Critisch tegenover hare +wederpartijders, verhield zij zich oncritisch tegenover zichzelf, +terwijl zij van de voorwaarden der philosophie uitging, en bij +hare gegeven resultaten, noch is blijven staan, noch van elders +hierheen gehaalde eischen en resultaten, voor onmiddellijke eischen +en resultaten van de philosophie uitgaf. Alhoewel dezelven, hunne +gerechtigheid vooropgesteld, integendeel slechts door de negatie +der tot nu bestaan hebbende philosophie,--de philosophie als +philosophie,--in stand zijn te houden. Een nadere en diepergaande +schildering van deze partij te leveren, behouden wij ons nog voor. Hare +grondgebreken zijn daarheen te reduceeren: zij geloofde de philosophie +te kunnen verwerkelijken, zonder haar op te heffen. + +De critiek der duitsche staats- en rechtsphilosophie, welke +door Hegel hare consekwentste, rijkste en laatste samenvatting +verkregen heeft, is beiden. Zij is zoowel de theoretische analyse +van den modernen Staat en de met hem samenhangende werkelijkheid, +als ook de besliste ontkenning van de gansche, tot-nog-toe bestaan +hebbende vorm van het duitsche politieke- en rechtsbewustzijn, welks +voornaamste, universeelste en tot wetenschap verheven uitdrukking, +juist de speculatieve Rechtsphilosophie zelve is. Was in Duitschland +de speculatieve Rechtsphilosophie slechts mogelijk,--dit abstrakte +overspannen denken van den modernen staat, welker werkelijkheid, +een aan genezijde liggende blijft, al ligt dit generzijdsch dan ook +over den Rhijn,--zoo was evenzoozeer omgekeerd, het duitsche, van den +werkelijken mensch abstraheeren, het abstraheerende gedachtenbeeld van +den modernen staat slechts mogelijk, omdat tot zoover, den modernen +staat zelf van den werkelijken mensch abstraheert, of den ganschen +mensch op eene slechts imaginaire wijze bevrediging schenkt. De +duitschers hebben in de politiek gedacht, wat de andere volken gedaan +hebben. Duitschland was hun politiek geweten. De abstractie en de +over-verhevenheid van zijn denken, hielden steeds gelijken tred met de +eenzijdigheid en de onverzettelijkheid harer werkelijkheid. Wanneer +dus het status quo van het duitsche staatswezen, de voltooidheid +van het ancien régime uitdrukt, het einde van den paal die in het +vleesch van den modernen Staat zit, dan drukt het status quo van het +duitsche staatswezen, de onvoltooidheid van den modernen Staat uit, +de beschadigdheid van zijn vleesch zelf. + +Reeds als besliste tegenstander van de tot nu toe bestaande +uitdrukkingswijze van het politiek bewustzijn, verliest de critiek +van de speculatieve Rechtsphilosophie zich niet, in zich-zelf, maar +in een opgave, voor welker oplossing er slechts één middel bestaat: +de praktijk. + +De kwestie is: kan Duitschland tot een praktijk à la hauteur du +principe zich opwerken; dat wil zeggen, tot eene revolutie, die het +niet alleen verheft tot op het officieele niveau van de moderne volken, +maar tot op de hoogte der humaniteit, die de aanstaande toekomst van +deze volken zijn zal. + +Het wapen der critiek kan in geen geval de critiek der wapenen +vervangen; het materieele geweld moet worden terneder gestort, door +het materieele geweld, zoodra dit de massa's aangrijpt. De theorie +is geschikt om de massa's aan te grijpen, zoodra zij ad hominem +demonstreert en zij demonstreert ad hominem, zoodat zij radikaal +wordt. Radikaal zijn, is de zaak bij den wortel aanvatten. De wortel +voor de menschen evenwel, is de mensch zelf. Het evidente bewijs voor +het radikalisme der duitsche theorie, dus voor hare praktische energie +is, dat zij uitgaat van de beslist positieve opheffing der religie. De +critiek der religie, eindigt met hare leer, dat de mensch voor den +mensch het hoogste wezen is; alzoo met de kategorische imperatief: +alle verhoudingen omver te werpen, waarin den mensch een vernederd, +een geknecht, een verlaten, een verachtelijk wezen is; verhoudingen +welke men niet beter kan schilderen, dan met de uitroep van den +franschman, na den beraamde hondenbelasting "Arme honden! Men gaat +u als menschen behandelen!" + +Zelfs historisch heeft de theoretische emancipatie een specifiek +praktische beteekenis voor Duitschland. Duitschland's revolutionair +verleden, is namelijk een theoretisch: het was de Reformatie. Gelijk +toenmaals in dat van den monnik, zoo is het thans in het hoofd van +den wijsgeer, waarin de Revolutie een aanvang neemt. + +Luther heeft dààrom de knechtschap uit devotie overwonnen, omdat hij de +knechtschap, uit overtuiging in hare plaats heeft kunnen zetten. Hij +heeft het autoriteitsgeloof gebroken, omdat hij de autoriteit des +geloofs, heeft kunnen herstellen. Hij heeft de priesters veranderd in +leeken, omdat hij de leeken in priesters veranderd heeft. Hij heeft +de menschen van de uitwendige religieuziteit bevrijd, omdat hij die +religieuziteit naar den inwendigen mensch teruggebracht heeft. Hij +heeft het lichaam van den keten geëmancipeerd, dewijl hij het hart +in ketenen gelegd heeft. + +Maar, al was het protestantisme niet de ware verlossing, het was de +stelling om tot die opgave te komen. Het gold daarna niet meer den +strijd van de leeken met de priesters, het gold den strijd met zijne +eigene inwendige priesters, zijne priesterlijke natuur. En wanneer +de protestantsche omzetting van de duitsche leeken in priesters, +de leekenpriesters, de vorsten met hunne clerus incluis, den +geprivileerden en de philisters emancipeerde, de philosophische +omzetting van de priesterlijke duitschers in menschen, zal het +volk emancipeeren. Zoo min echter deze emancipatie bij de vorsten, +zoo min zal de secularisatie der goederen bij den kerkroof staan +blijven, die voor allen, door het huichelachtig Pruissen in het +werk werd gezet. Toenmaals mislukte de Boerenoorlog, het radikaalste +feit van de duitsche geschiedenis, door de theologie. Heden, nu de +theologie zelve het meest verschipbreukt is, zal het meest onvrije +feit der duitsche geschiedenis, ons status quo zich aan de philosophie +stukstooten. Den dag voor de Reformatie was het officieele Duitschland +de onvoorwaardelijke knecht van Rome. Den dag voor zijne Revolutie, +is het de onvoorwaardelijke knecht van minder dan Rome, van Pruissen +en Oostenrijk; van verloopen jonkers en philisters. + +Aan eene radikale duitsche Revolutie schijnt intusschen een +hoofdbezwaar in den weg te staan. + +Revoluties behoeven namelijk een passief element, eene materieelen +grondslag. De theorie wordt in een volk altijd maar in zooverre +verwezenlijkt, als zij de verwezenlijking harer behoeften is. Zal +nu de ongekende tweespalt tusschen de eischen van de duitsche +gedachten en de eischen der duitsche werkelijkheid dan aan den +denzelfden tweespalt van de burgerlijke maatschappij met den Staat +en met zichzelve, beantwoorden? Zullen de theoretische behoeften, +onmiddellijk praktische behoeften worden? Het is niet voldoende, +dat de gedachte doordringt tot de werkelijkheid, de werkelijkheid +moet zich-zelf tot gedachten kunnen brengen. + +Duitschland heeft de middentreden der politieke emancipatie, niet +tegelijkertijd beklommen met de moderne volken. Zelfs die phazen, +welke het theoretisch overwonnen heeft, heeft het praktisch nog +niet bereikt. Hoe kan het dan met een salto mortale niet alleen zich +heenzetten over zijn eigene beperkingen, maar tegelijk ook over de +grenzen der moderne volken, over grenzen, die het in werkelijkheid als +de bevrijding van zijne werkelijke beperkingen, gevoelen en nastreven +moet? Een radikale Revolutie, kan alleen geen revolutie van radikale +behoeften zijn, als daar de voorwaarden en geboorteteekenen niet voor +schijnen aanwezig te zijn. + +Alleen, wanneer Duitschland slechts met de abstrakte werkzaamheid +van het denken de ontwikkeling der moderne volken begeleid heeft, +zonder werkdadig deel te nemen aan den werkelijken strijd dezer +ontwikkeling, dan heeft het anderzijds het lijden dezer ontwikkeling +gedeeld, zonder het genot, zonder de partieele bevrediging daarvan +te deelen. De abstrakte werkzaamheid eenerzijds, beantwoordt aan +het abstrakte lijden anderzijds. Duitschland zal zich daarvandaan +op een zekeren dag op het peil van europeesch verval bevinden, nog +alvorens het zich op het peil van de europeesche emancipatie heeft +bevonden. Men zou het bij een fetischdienaar kunnen vergelijken, +die aan de ziekten des christendoms wegsterft. + +Beschouwt men dan de duitsche regeeringen, dan ziet men ze door de +tijdsomstandigheden, door Duitschland's positie, door het standpunt +der duitsche beschaving, ten slotte door eigen gelukkig instinkt +gedreven, de geciviliseerde gebreken der moderne staatswereld, welker +voordeelen wij niet bezitten, combineeren, met de barbaarsche gebreken +van het ancien régime, die wij in volle maat mogen bezitten. Zoodat +Duitschland, al is het dan ook niet aan verstand, dan tenminste aan +ònverstand, ook de boven zijn status quo uitreikende staatsvormingen, +steeds meer participeeren moet. Is er bijv. een land in de wereld, +dat zoo naïef alle illusies van het constitutioneele staatswezen +deelt, zonder zijne realiteiten te deelen, dan het zoogenaamde +constitutioneele Duitschland? Of was het niet bepaald een duitsche +regeeringsinval, om de euvelen der censuur, met de euvelen der +fransche Septemberwetten, welke de persvrijheid tot voorwaarde hebben, +te verbinden? Gelijk men in het romeinsche Pantheon de goden aller +naties bijeenvond, zoo zal men in het heilige romeinsche-duitsche-Rijk, +de zonden aller staatsvormen bijeenvinden. Dat dit eklekticisme een +tot dusver nog niet gedachte hoogte bereiken zal, daarvoor staat +ons namelijk de politiek-aesthetische gourmandise eens duitschen +konings, die alle rollen van het koningschap, de feodale zoowel als +de bureaucratische, de absolute zoowel als de constitutioneele, de +autokratische zoowel als de demokratische, zij het niet door middel van +de persoon des volks, dan toch in eigen persoon, zij het niet voor het +volk, dan voor zichzelve, denkt te spelen. Duitschland, als het tot een +eigen wereld geconstitueerde gebrek der politieke oogenblikkelijkheid, +zal de specifiek duitsche kluisters niet verbreken kunnen, zonder de +algemeene kluisters van het politieke oogenblik af te werpen. + +Niet de radikale revolutie is een utopischen droom voor Duitschland, +niet de algemeen menschelijke emancipatie is dit, maar veeleer de +gedeeltelijke, de slechts-politieke Revolutie; die Revolutie welke de +pijlers waarop het huis gebouwd is, laat staan. Waarop toch, berust +eene gedeeltelijke, een slechts-politieke Revolutie? Hieróp, dat een +deel der burgerlijke samenleving zich emancipeert en tot algemeene +heerschappij komt; hierop, dat eene bepaalde klasse van hare bijzondere +situatie uit, de algemeene emancipatie der samenleving onderneemt. Deze +klasse bevrijdt de gansche samenleving, maar slechts op die voorwaarde, +dat de gansche samenleving zich in de situatie dezer klasse bevindt, +alzoo bijvoorbeeld, geld en beschaving, bezitten of naar believen, +verwerven kan. + +Geen klasse van de burgerlijke maatschappij kan deze rol spelen, +zonder een moment van het enthousiasme in zich en in de massa te +voorschijn te roepen; een moment waarin zij met de samenleving in +het algemeen zich verbroedert en met haar ineenvloeit; zich met haar +verwisselt en als haar algemeene representant gevoeld en erkend wordt; +een moment waarin hare aanspraken en rechten, in waarheid de rechten +en de aanspraken der samenleving zelve zijn, waarin zij werkelijk +het sociale hoofd en het sociale hart is. Slechts in naam van het +algemeene recht van de samenleving, kan eene bijzondere klasse de +algemeene heerschappij voor zich vindiceeren. Tot bestorming van +deze emancipatorische positie en daarmede tot politieke uitbuiting +van alle spheren der samenleving in het belang der eigene spheer, +zijn revolutionaire energie en geestelijk zelfbewustzijn, alléén niet +toereikend. Opdat de Revolutie van een volk en de emancipatie van +eene bijzondere klasse der burgerlijke samenleving tezamen vallen, +opdat eene stand, als de stand der gansche samenleving gelden kan, +daartoe moeten omgekeerd, alle gebreken der samenleving in eene +andere klasse geconcentreerd zijn; daartoe moet eene bepaalde stand, +de stand van de algemeene aanstoot, de incorporatie van de algemeene +beperkingen zijn, daartoe moet eene bijzondere, sociale spheer, als +de notoire misdaad van de gansche sociëteit gelden kunnen, zoodat +de bevrijding van deze spheer, als de algemeene zelfbevrijding zich +voordoet. Opdat de stand par excellence, die stand der bevrijding +zal zijn, daartoe moet omgekeerd, eene andere stand, de aangewezen +stand der onderdrukking zijn. De negatief-algemeene beteekenis van +den franschen adel en den franschen clerus, had de positief-algemeene +beteekenis der direkt aangrenzende en hen tegenovergestelde klasse +van de bourgeoisie, tot hare voorwaarde. + +Het ontbreekt evenwel elke bijzondere klasse in Duitschland, +niet alleen aan de consekwentie, aan de scherpte, den moed en de +roekeloosheid die er noodig zijn, om als negatieve representanten van +de samenleving te kunnen worden bestempeld. Het ontbreekt evenzoo +aan elken stand, die breedte van ziel die zich met de volksziel, +hetzij dan momenteel identificeeren kan; die genialiteit, welke de +materieele macht, tot politieke macht begeestert; die revolutionaire +koenheid, welke den tegenstanders het trotsche parool toeslingert: +Ik ben niets en ik moet álles zijn! + +De hoofdinhoud van de duitsche moraal en eerlijkheid, niet alleen +die der individuen, maar ook der klassen, is veeleer die bescheiden +zelfzucht, die zijne bekrompenheid doet gelden en tegen zich zelve +geldend laat maken. De verhouding tusschen de verschillende spheren +van de duitsche samenleving, is daarvandaan niet dramatisch, maar +episch. Elke op zich begint zich te gevoelen en dit naast de andere +met hunne bijzondere aanspraken, niet zoodra zij verdrukt worden, +maar zoodra zonder hun toedoen, de tijdsomstandigheden een gezellige +onderlaag scheppen, waarop zij wederzijdsch eenigen druk uitoefenen +kunnen. Zelfs het moreele zelfgevoel van de duitsche middelklasse, +berust slechts op het bewustzijn, de algemeene vertegenwoordigster +der klein-burgerlijke middelmatigheid van alle overige klassen te +zijn. Het zijn daarvandaan niet alleen slechts de duitsche koningen, +welke mal-à-propos op den troon komen, het is elke spheer van de +burgerlijke samenleving, die haren nederlaag lijdt, nog vóór zij +haren zege heeft kunnen vieren; hare eigene beperkingen ontwikkelt, +alvorens zij de haar tegenoverstaande beperkingen overwonnen; haar +kleinzielig wezen doet gelden, alvorens zij van eenig grootmoedig +wezen heeft kunnen doen blijken. Zoodat zelfs de gelegenheid tot +eene groote rol voor immer voorbij is, nog voordat zij voorhanden +was; zoodat elke klasse, zoodra zij de strijd met de boven haar +staande klasse begint, reeds in de strijd met de onder haar staande +gewikkeld is. Daarvandaan bevindt het vorstendom zich in strijd +met het koningschap; de bureaukratie in een strijd tegen den adel; +de bourgeoisie in strijd tegen hen allen, terwijl het proletariaat +reeds begint, zich in de strijd met de bourgeoisie te wikkelen. De +middelklasse waagt het nauwelijks, van haar standpunt uit de gedachte +harer emancipatie te formuleeren of reeds verklaart de ontwikkeling der +sociale toestanden, zooals de vooruitgang der politieke theorie, dit +standpunt-zelf voor antikwarisch, of minstens voor zeer problematisch. + +In Frankrijk is het voldoende dat iemand iets is, om alles te kunnen +zijn. In Duitschland durft niemand iets zijn, om niet van alles +afstand te moeten doen. In Frankrijk is de gedeeltelijke emancipatie, +den grond voor de universeele. In Duitschland is de universeele +emancipatie conditio sine qua non van elke partieele. In Frankrijk +moet de werkelijkheid, in Duitschland, moet de onmogelijkheid de +trapsgewijze bevrijding van de gansche vrijheid baren. In Frankrijk +is elke bijzondere volksklasse, politiek idealist en gevoelt zich +direkt, niet als een bijzondere klasse, maar als een representant van +de sociale nooden in 't algemeen. De rol van emancipator gaat alzoo +hier den rij langs in dramatische bewegingen, over op de verschillende +klassen van het fransche volk, totdat zij eindelijk aanlandt bij +eene klasse, welke de sociale vrijheid niet meer onder voorwaarde +van zekere, buiten de menschen liggende en toch voor de menschelijke +samenleving geschapene voorwaarden verwezenlijkt, maar veelmeer +alle voorwaarden van het menschelijk bestaan, met vooropstelling +der sociale vrijheid organiseert. In Duitschland daarentegen, waar +het praktische leven evenzoo geestloos, als het geestelijke leven +er onpraktisch is, heeft geen klasse der burgerlijke samenleving de +behoefte en de geschiktheid der algemeene emancipatie, zoo zij niet +door hare onmiddellijke positie, door de materieele noodzakelijkheid, +door hare ketens zelven, daartoe wordt gedwongen. + +Waarin bestaat alzoo de positieve mogelijkheid der duitsche +emancipatie? + +Antwoord: In de vorming eener klasse met radikale ketenen, eene +klasse der burgerlijke samenleving, welke geen klasse der burgerlijke +samenleving is; een stand, die de oplossing van alle standen beteekent, +een spheer, die een universeel karakter door haar universeel lijden +begint en geen bijzonder recht in beslag neemt, omdat geen bijzonder +onrecht, maar onrecht als zoodanig, aan haar gepleegd wordt. Die +niet meer op een historische, maar alleen nog op de menschelijke +titel provoceeren kan; die in geenerlei eenzijdige tegenstelling +tot de consekwenties, maar in eene alzijdige tegenstelling tot de +voorwaarden van het duitsche staatswezen staat; een spheer ten slotte, +die zich niet emancipeeren kàn, zonder zich van alle overige spheren +der samenleving te emancipeeren; die, in één woord het volle verlies +van de menschheid is, dus slechts door de volkomen hèrwinning van de +menschheid zich-zelf kan terugwinnen. Deze oplossing van de samenleving +als een bijzondere stand, is het proletariaat. + +Het proletariaat vangt eerst door de baanbrekende industrieele +beweging aan, in Duitschland iets te worden. Want niet door de +uit-de-natuur ontstane, maar de kunstmatig geproduceerde armoede, +niet de mechanische, door de zwaarte der samenleving neêrgedrukte, +maar de, uit hare acute oplossing, bij voorkeur uit de oplossing +der middenstanden te voorschijn komende menschenmassa, vormt dat +proletariaat; hoewel gaandeweg, zooals van zelf spreekt, ook de uit +natuurlijke oorzaken ontstane armoede en de christelijk-germaansche +lijfeigenschap, in zijne rangen komen. + +Wanneer het proletariaat de oplossing van de bestaande wereld-orde +verkondigt, dan spreekt dit slechts het geheim uit van zijn +eigen bestaan, want het is de faktische oplossing van deze +wereldorde. Wanneer het proletariaat de vernietiging verlangt van +den privaat-eigendom, dan verheft het slechts tot principe der +maatschappij, wat de maatschappij tot haar principe verheven heeft; +wat in hem, als negatief resultaat der maatschappij, reeds buiten +zijn toedoen belichaamd is. De proletariër bevindt zich dan ook, met +betrekking tot de wordende wereld op denzelfden rechtsgrond, waarop de +duitsche koning met betrekking tot de gewordene wereld zich bevindt, +wanneer hij het volk, zijn volk, zooals hij het paard, zijn paard +noemt. De koning--terwijl hij het volk voor zijn privaat-eigendom +verklaart--spreekt het slechts uit, dat de privaat-bezitter, de +koning is. + +Gelijk de philosophie in het proletariaat hare materieele, zoo bezit +het proletariaat in de philosophie, zijn geestelijke wapenen en zoodra +de bliksemschicht der gedachten, grondig in deze naïeve volksbodem zal +zijn ingeslagen, zal de emancipatie van den duitschers tot menschen, +worden voltrokken. + +Resumeeren wij ten slotte: de eenig praktisch-mogelijke bevrijding +van Duitschland, is de bevrijding op het standpunt van de theorie, +welke de menschen voor het hoogste wezen der menschheid verklaart. In +Duitschland is de emancipatie van de middeneeuwen slechts mogelijk, +als eene emancipatie die tegelijkertijd die van de gedeeltelijke +overwinningen der middeneeuwen is. In Duitschland kan geenerlei soort +van knechtschap gebroken worden, zonder dat élken vorm van knechtschap +gebroken wordt. Het grondige Duitschland kan zich niet revolutioneeren, +zonder van grond-uit te revolutioneeren. De emancipatie van de +duitschers, is de emancipatie van de menschheid. Het hoofd dezer +emancipatie is de philosophie, het hart is het proletariaat. De +philosophie kan niet worden verwezenlijkt, zonder de opheffing van +het proletariaat; het proletariaat kan zich niet opheffen, zonder de +verwezenlijking van de philosophie te worden. + +Wanneer alle inwendige voorwaarden daartoe vervuld zijn, zal de +duitsche opstandingsdag worden aangekondigd door het kraaien van den +Gallischen haan. + + + +Eveneens uit het jaar 1843, en geschreven te Brunswijk zijn de +opstellen van Karel Marx over: + + + +DE JODENKWESTIE. + +Bruno Bauer had in dat jaar twee artikelen geschreven over deze +kwestie. Het eerste was getiteld: "De Jodenkwestie"; het andere +"Over de geschiktheid der hedendaagsche Joden en Christenen zich te +emancipeeren", geschreven in Zwitserland en uitgegeven door George +Herwegh. + +De Jodenkwestie was in die dagen een der slippen waaraan het +duitsche idealisme, de economische ontwikkeling gepakt had. De +christelijk-germaansche Staat mishandelde, verdrukte en vervolgde +den joden, terwijl hij ze aan den anderen kant, tegelijk duldde, +begunstigde, ja zelfs liefkoosde. + +De duitsche-Bondsakte had in artikel 16, een algemeene jodenwetgeving +tot uitgangspunt genomen, maar aan die belofte was evenmin voldaan, +als aan zoovele anderen. De duitsche joden leefden staatsrechtelijk +nog in de ruïnes van de feodaal-middeneeuwsche Ghetto-toestanden. In +den Pruissischen Staat alleen, bestonden achttien verschillende +joden-wetgevingen, die naar gelang der verschillende lokale +gesteldheid, liepen, van af de gelijkstelling van de joden met de +christenen, tot aan de meest achterlijke en middeneeuwsch-barbaarsche +verhoudingen toe. + +Daarbij kwam dat de moorddadige rol die den joden opgedwongen was, +doordien men hen alleen het geldwoekerdom vrijliet, tegen hen een +verschrikkelijken haat had ontketend en dit niet alleen onder de +boeren en kleine handwerkers, maar ook in de steden, doordien juist +daar de joden aan economische macht en invloed wonnen voornamelijk +door den geldhandel, waarop zij zich hadden toegelegd. De joden +schudden daardoor zelf aan de ketenen hunner onmenschelijke positie +in de beschaafde maatschappij en vandaar dat er in die dagen, onder +de zich noemende "humanisten", algemeen over hunne positie werd +gesproken. Zoo ook door Bruno Bauer in genoemde opstellen. + +"De duitsche Joden," zegt Marx daarop, "begeeren emancipatie; +welke emancipatie begeeren zij? De Staatsburgerlijke, de politieke +emancipatie. Bauer zegt: Niemand in Duitschland is politiek +geëmancipeerd. Wij-zelf zijn onvrij! Gij Joden zijt egoïsten, omdat +gij een emancipatie voor U-zelf verlangt, gij behoort, als duitschers, +als menschen, deel te nemen aan de menschelijke emancipatie........ + +"Of verlangen de Joden gelijkstelling met de christelijke +onderdanen? Dan erkennen zij den christelijken Staat als gerechtigd, +erkennen zij het regiment der algemeene onderdrukking. Waarom +misvalt hun dit speciale juk, terwijl hun het algemeene juk niet +tegenstaat? Waarom moeten de duitschers zich voor de bevrijding der +joden warm maken, waar de jood zich niet warm maakt voor de bevrijding +der Duitschers?" Hierbij, en bij nog meer dergelijke belangrijke vragen +door Bauer gesteld, erkent Marx dat Bauer de kwestie wel nieuw gesteld +heeft, maar haar niet geheel heeft kunnen oplossen. "Wanneer Bauer," +zegt Marx, "den Joden vraagt: hebt gij, van uw standpunt bekeken +het recht, de politieke emancipatie te begeeren, dan vragen wij, +omgekeerd: "heeft het standpunt der politieke emancipatie het recht, +van de Joden de opheffing van het Jodendom, van de menschen in het +algemeen, de opheffing der religie te verlangen?" + +"De Jodenkwestie verkrijgt een ander gezicht, al naar den staat, +waarin den Jood zich bevindt. In Duitschland, waarin geen politieken +Staat, geen Staat als zoodanig bestaat, is de Jodenkwestie nog een +zuiver theologische. De Jood bevindt zich daar nog in de religieuze +tegenstelling tot den Staat, die het christendom als zijn grondslag +erkent. Dezen Staat is de theoloog ex professo. + +"In Frankrijk in den constitutioneelen Staat, is de Jodenkwestie een +kwestie van constitutionalisme, een kwestie van halfheid der politieke +emancipatie. Daar hier de schijn van een staatsreligie, hoewel ook in +de nietszeggende en zich zelf tegensprekende formule,--in de formule +van een religie der meerderheid--behouden is gebleven, zoo behoudt de +verhouding van de Joden tot den Staat, den schijn van een religieuze, +theologische tegenstelling. + +"Eerst in de Amerikaansche Vrijstaten--minstens in een deel +derzelven--verliest de Jodenkwestie hare theologische beteekenis +en wordt zij een zuiver wereldlijke kwestie. Slechts daar, waar +de politieke Staat het stadium van zijne volkomene ontwikkeling +is genaderd, kan de verhouding van den Jood, van den religieuzen +mensch in 't algemeen tot den politieken Staat, dus de verhouding +van de godsdienst tot den Staat, in hare eigenaardigheid en in hare +zuiverheid te voorschijn treden." + +Marx werkt deze vraag geheel in hare algemeenheid uit, en komt +daardoor ertoe, de verhouding van godsdienst en Staat meer diepgaand +te behandelen. + +"De politieke emancipatie van de Joden," vervolgt Marx dan, "van de +christenen, over het algemeen van den religieuze menschen, is de +emancipatie van den Staat van het jodendom, van het christendom, +van de religie in het algemeen. In zijnen vorm, in de aan zijn +wezen eigenaardige wijze als Staat, emancipeert de Staat zich van de +religie, d. w. z. "doordien den Staat als Staat, zich niet meer tot +eene religie bekent en zich als Staat gaat voelen. De grens van de +politieke emancipatie ligt schijnbaar juist daarin, dat de Staat zich +van een beperking bevrijden kan, zonder dat den mensch werkelijk van +haar vrijkomt; dat de Staat een vrijen Staat kan zijn, zonder dat de +mensch een vrije mensch is" .... + +"Maar de verhouding van den Staat tot de religie, namelijk van den +vrijen Staat, is toch slechts de verhouding waarin de menschen, die +den Staat vormen, zich tot de religie bevinden. Hier volgt dus uit, +dat den mensch door het medium van den Staat, zich politiek bevrijdt, +doordien hij zich in tegenspraak stelt met zich-zelf, doordien hij +op een abstrakte en beperkte, op partieele wijze zich boven deze +belemmeringen verheft, Er volgt verder uit, dat de mensch langs +een omweg, door een medium,--zij het dan ook door een noodzakelijk +medium--zich bevrijdt, wanneer hij zich politiek vrij maakt. Ten slotte +volgt er ook uit, dat de mensch, zelfs wanneer hij door de bemiddeling +van den Staat zich als atheïst proklameert, d. w. z. wanneer hij +den Staat atheïstisch maakt, steeds nog religieus bevangen blijft, +juist omdat hij langs een omweg, door middel van een medium tot +erkenning van zich-zelf komt. De religie is juist de erkenning van +den mensch langs een omweg, door eenen bemiddelaar. De Staat is de +bemiddelaar tusschen den mensch en zijne vrijheid. Zooals Christus +een bemiddelaar was, die den mensch zijne geheele goddelijkheid, +zijne gansche religieuziteit op den schouders legde, zoo is den +Staat de bemiddelaar, waarin hij zijne gansche ongoddelijkheid, +zijne geheele menschelijke onbevangenheid gelegd heeft. + +"De politieke verheffing der menschen boven de religie, deelt in alle +gebreken, zoo ook in de voorkeur, van de politieke verheffing in het +algemeen. De Staat als Staat, annuleert bijv. het privaat-eigendom, +de mensch verklaart op politieke wijze, het privaat-eigendom voor +opgeheven, zoodra hij den census opheft voor het aktieve en het +passieve kiesrecht, gelijk dit geschiedt is in de Amerikaansche +Staten. Hamilton interpreteert deze gebeurtenis, van uit een politiek +standpunt zeer juist aldus: "De groote hoop heeft de zege over het +eigendom en den geld-rijkdom behaald." Is het privaat-eigendom niet +ideëel opgeheven, wanneer de niet-bezittende, tot wetgever over de +bezittende geworden is?..... + +"De voltooide politieke Staat is naar zijn wezen, het paringsleven +van de menschen, in tegenoverstelling tot hun materieel leven. Alle +voorwaarden van dit egoïstisch leven, blijven buiten de staatsspheer +in de burgerlijke samenleving bestaan, maar als eigenschappen +van de burgerlijke samenleving. Waar de politieken Staat zijne +voltooiing bereikt heeft, leidt de mensch, niet alleen in gedachten, +in bewustzijn, maar in de werkelijkheid, in het leven, een dubbel +leven, een hemelsch en een aardsch leven; het leven in het politiek +gemeenschapswezen, waarin hij zich laat gelden als gemeenschapswezen en +het leven in de burgerlijke samenleving, waarin hij als privaat-persoon +werkzaam is, de andere menschen als middel beschouwt, zich-zelf tot +middel vernedert en tot speelbal van aan hem vreemde machten wordt. De +politieke Staat, staat in evenzoo spiritualistische verhouding tot de +burgerlijke samenleving, als de hemel tot de aarde. Hij bevindt zich +tot haar in dezelfde tegenstelling; hij moet die op dezelfde wijze +overwinnen, als de religie de bekrompenheid der profane wereld; +d. w. z. doordat hij haar eveneens weder erkennen, herstellen, +zich-zelf door haar moet laten beheerschen. De mensch in zijne naaste +werkelijkheid, in de burgerlijke maatschappij, is een profaan wezen. In +den Staat daarentegen, waar de mensch als gemeenschapswezen geldt, +is hij het ingebeelde lid, van een ingebeelde souvereiniteit; is hij +van zijn werkelijk individueel leven beroofd en van eene onwerkelijke +algemeenheid vervuld. + +"Het conflikt, waarin den mensch zich als bekenner eener +religie bevindt met zijn staatsburgerschap, met de andere +menschen als leden van de gemeenschap, laat zich terugbrengen +tot de wereldlijke splitsing, tusschen den politieken Staat en de +burgerlijke samenleving. Zeer zeker blijft de mensch als bourgeois, +evenals de jood, slechts sophistisch in het staatsleven, zooals +de citoyen slechts sophistisch jood of bourgeois blijft; maar +deze sophistiek is niet persoonlijk, zij is de sophistiek van den +politieken Staat zelf. Het verschil tusschen den religieuzen mensch +en den staatsburger, is het verschil tusschen den koopman en den +staatsburger, tusschen den daglooner en den staatsburger, tusschen +den grondbezitter en den staatsburger, tusschen het levende individu +en den staatsburger........................ + +"Wij zeggen aldus niet, met Bauer, tot de Joden: gij kunt niet politiek +geëmancipeerd worden, zonder u radikaal te emancipeeren van het +Jodendom. Wij zeggen eerder tot hen: omdàt gij politiek geëmancipeerd +kunt worden, zonder u volkomen en zonder tegenspraak los te kunnen +maken van het Jodendom, daarom is de politieke emancipatie-zelve, niet +de menschelijke emancipatie. Wanneer gij joden, politiek geëmancipeerd +kunt worden, zonder U menschelijk te kunnen emancipeeren, dan ligt +de halfheid en de tegenspraak daarvan in u-zelven niet alleen, maar +in het wezen en de categorie van de politieke emancipatie." + + + +Marx onderzoekt vervolgens het wezen van de in 1789 verkondigde +"Menschenrechten" en der "Burgerschapsrechten." De "droits de l'homme", +de menschenrechten, zijn als zoodanig te onderscheiden van den "droits +du citoyen", de rechten des staatsburgers. "Wie is de van den citoyen +verschillende homme? Niemand anders dan het lid van de burgerlijke +samenleving! Voor alles moet het feit geconstateerd worden, dat de +z. g. n. "Menschenrechten", de "droits de l'homme" in onderscheiding +van den "droits du citoyen" niets anders zijn, dan de rechten van het +mede-lid der burgerlijke samenleving, d. w. z. van den egoïstischen +mensch; de van de menschen en van de gemeenschap gescheiden individu." + + + +"Geen van de z. g. n. "Menschenrechten"," zegt Marx, "gaat +verder dan, en boven den egoïstischen mensch uit zooals hij is: +medelid der burgerlijke maatschappij; de mensch op zichzelf, de +op zijn privaat-belang en privaat-willekeur teruggetrokken en van +de gemeenschap verwijderde mensch. Verre van dien, dat de mensch +in haar als gemeenschapswezen opgevat wordt, schijnt veelmeer dat +gemeenschapsleven zelf, haar de samenleving toe en de beperking harer +oorspronkelijke zelfstandigheid. De eenige band die haar samenhoudt, +is de natuurnoodwendigheid; is de behoefte en het privaat-belang, +de conserveering van haren eigendom en van hare egoïstische +persoonlijkheid. + +"Het is reeds raadselachtig dat een volk, hetwelk zoo even aan +zijne bevrijding begon, door alle barrières tusschen de verschillende +volksdeelen neer te halen en een politieke samenleving te grondvesten, +dat een zoodanig volk, de berechtiging van den egoïstischen, de van +den medemensch en van het gemeenschapswezen afgezonderde menschen, +plechtiglijk proklameert (Declaration de 1791). Ja, deze proklamatie +op een oogenblik herhaalt, waarop de heldhaftige opoffering van allen, +de natie kan redden en daarom gebiedend noodzakelijk is geworden; op +een oogenblik, waarin de opoffering van alle belangen der burgerlijke +samenleving, aan de orde van den dag was, en het egoïsme als een +misdaad zou moeten worden zijn gestraft. (Declaration des droits de +l'homme etc. 1793). Nog raadselachtiger wordt dit feit, als wij zien +dat het staatsburgerschap, de politieke gemeenschap, door de politieke +emancipators zelven tot een bloot middel voor de instandhouding dezer +zoogenaamde menschenrechten verlaagd zijn geworden; dat aldus de +"citoyen" tot den dienaar van den egoïstischen "homme" verklaard +wordt; de spheer waarin de mensch als gemeenschapswezen leeft, +beneden de spheer waarin hij als deelgenoot leeft gedegradeerd wordt, +en ten slotte, dat niet den mensch als "citoyen" maar den mensch als +"bourgeois", voor den eigenlijken en den waarachtigen mensch wordt +aangezien. + +"Le but de toute association politique est la conservation des droits +naturelles et imprescriptibles de l'homme. (Declar. des droits etc. de +1791 art. 2). Le gouvernement est institué pour garantir à l'homme la +jouissance de ses droits naturels et imprescriptibles (Decl. etc. de +1793 art. 1). + +""Het doel van elke politieke associatie is, de instandhouding van +de natuurlijke en de onafwijsbare rechten van den mensch". "Het +gouvernement is ingesteld om te waarborgen aan den mensch, +de uitoefening van zijne natuurlijke en niet te vervreemden +rechten." ("Verklaring van de Rechten van den mensch" van 1793, +art. 1 en 2). + +"Alzoo in de momenten zelfs, van zijne nog jeugdig frisch en zijn, +door den drang der omstandigheden ten top gevoerd enthousiasme, +verklaart het politiek leven zich voor een bloot middel, welker +doel is, het leven der burgerlijke samenleving. Wel 't sterkst staat +hier de revolutionaire praktijk in flagranten tegenstrijd tot zijne +theorie. Terwijl bijv. de zekerheid voor een menschenrecht verklaard +wordt, wordt de schending van het briefgeheim openlijk op de dagorde +gezet. Terwijl de "liberté indéfinie de la presse", (Constitution +de 1793 art. 122), als consekwentie van het menschelijk recht +der individueele vrijheid gewaarborgd wordt, wordt de persvrijheid +volkomen vernietigd, want: "la liberté de la presse ne doit pas être +permise lorsqu'elle compromet la liberté publique." (Robespierre +jeune, histoire parlementaire de la Rev. française, par Buchez +et Roux V. 28 p. 135.) (De vrijheid van den pers kan niet worden +toegelaten, zoodra zij in botsing komt met de publieke vrijheid.) Dat +wil dus zeggen: het menschenrecht der vrijheid houdt op een recht te +zijn, zoodra het in conflikt komt met het politieke leven; terwijl +volgens de theorie het politieke leven slechts de waarborg van de +menschenrechten, der rechten van den individueelen mensch dus, moet +worden prijsgegeven zoodra het met zijn doel, deze menschenrechten +zelven in tegenstrijd komt. Maar de praktijk is slechts uitzondering +en de theorie regel. Wil men echter zelfs de revolutionaire praktijk, +als de juiste positie der verhouding beschouwen, dan blijft er steeds +een raadsel ter oplossing over, waarom in het bewustzijn der politieke +emancipators deze verhouding op haren kop gesteld is, en het doel, +als middel en het middel, als het doel zich vertoont. Dit optisch +bedrog van hun bewustzijn, zou dan altijd nog een raadsel blijven, +hoewel dan een psychologisch, een theoretisch raadsel. + +"Het raadsel is evenwel eenvoudiger op te lossen. + +"De politieke emancipatie is tegelijkertijd de oplossing der +oude maatschappij, waarop het den volke ontvreemde staatswezen, de +heerschersmacht berust. De politieke Revolutie is de Revolutie van de +burgerlijke maatschappij. Wat was het karakter der oude samenleving? De +feodaliteit. De oude burgerlijke samenleving had een onmiddellijk +politiek karakter; d. w. z. de elementen van het burgerlijke leven, +zooals bijvoorbeeld het bezit of de familie of de manier van arbeiden +waren in den vorm van grondheerlijkheid, van standen en corporatiën, +verheven tot elementen van het staatsleven. Zij bepaalden in +dezen vorm de verhouding van de individuen op zich-zelf, tot het +staatsgeheel, d. w. z. zijn politieke verhouding, zijn verhouding +van de scheiding en uitsluiting tot de andere bestanddeelen der +maatschappij. Want deze organisatie van het volksleven verhief het +bezit of den arbeid niet tot sociale elementen, maar voltooide veelmeer +hunne scheiding van het staatsgeheel en constitueerde hen aldus, tot +bijzondere maatschappijen, in de maatschappij. Zoo waren intusschen +altijd nog de levensfunkties en levensvoorwaarden der burgerlijke +maatschappij van politieken aard, zij het ook politiek, in den zin +van feodaal, d. w. z. dat zij het individu van het staatsgeheel +afsloten; dat zij de bijzondere verhouding zijner corporatiën tot +het staatsgeheel omzetten in zijn eigen algemeene verhouding tot het +volksleven, zooals tot zijne bepaalde burgerlijke werkzaamheid en +situatie. Als eene consekwentie van deze organisatie, doet zich, als +eene noodzakelijkheid de staatséénheid kennen, gelijk het bewustzijn, +den wil en de werkzaamheid der staatséénheid; de algemeene staatsmacht, +eveneens als eene bijzondere aangelegenheid van eene, van het volk +afgezonderden heerscher en van zijne dienaren. + +"De politieke Revolutie, welke aan deze heerschersmacht een einde +maakte en de Staatsaangelegenheden tot volksaangelegenheden verhief, +welke den politieken Staat als algemeene aangelegenheid, d. w. z. als +werkelijken Staat constitueerde, sloeg noodwendig alle standen, +corporatiën, gilden en privilegiën, welke evenzoovele uitdrukkingen van +de scheiding van zijn gemeenschapswezen waren, uiteen. De politieke +Revolutie hief daarmede het politiek karakter van de burgerlijke +samenleving op. Zij sloeg de burgerlijke samenleving in hare eenvoudige +bestanddeelen uiteen; eenerzijds in de individuen, anderzijds in +de materiëele en geestelijke elementen welke den levensinhoud, de +burgerlijke situatie van deze individuen vormden. Zij ontketende den +politieken geest, die geleidelijk in de verschillende doodloopende +stegen van de feodale maatschappij verdeeld, verbrokkeld en verloopen +was; zij verzamelde hem uit deze verstrooiing; zij maakte hem vrij van +zijne vermenging met het burgerlijk leven en constitueerde hem, als +de spheer van de gemeenschap, van de algemeene volksaangelegenheid, +in eene ideale onafhankelijkheid van de bijzondere elementen van +het burgerlijk leven. De bepaalde levenswerkzaamheid en de bepaalde +levenssituatie, zonken nu tot hunne individueele beteekenis terug. Zij +vormden niet meer de algemeene verhouding van de individuen tot het +Staatsgeheel. De publieke aangelegenheid als zoodanig, wordt veelmeer +tot eene algemeene aangelegenheid van ieder individu, en de politieke +funktie, tot zijne algemeene funktie. + +"Alleen de voltooiing van het idealisme van den Staat, was +tegelijkertijd de voltooiing van het materialisme der burgerlijke +samenleving. Het afschudden van het politieke juk, was tegelijk +het afschudden van de ketens, welke den egoïstischen geest der +burgerlijke samenleving geketend hielden. De politieke emancipatie, +was tegelijkertijd de emancipatie der burgerlijke maatschappij van de +politiek, van den schijn zelfs van eenen algemeenen inhoud. De feodale +maatschappij was opgelost in haren grond, in den mensch. Maar in den +mensch, zooals die werkelijk in den grond was: in den egoïstischen +mensch. + +"Deze mensch, dat lid van de burgerlijke samenleving nu, is de basis, +de voorwaarde tot den politieken Staat. Hij is door hem dan ook als +zoodanig erkend in de "Menschenrechten". + +"De vrijheid van den egoïstischen mensch en de erkenning dezer +vrijheid, is echter veelmeer de erkenning van de teugellooze beweging +der geestelijke en moreele elementen, welke zijn levensinhoud vormen. + +"De mensch wordt daarmede niet van de religie bevrijdt; hij verkrijgt +de vrijheid der religie. Hij wordt niet van den eigendom bevrijdt, +hij verkrijgt de vrijheid van den eigendom. Hij wordt niet bevrijd, +van de zelfzucht van het bedrijfswezen; hij verkrijgt de vrijheid +van het bedrijf." + + + +"Alle emancipatie is terugvoeren van de menschelijke wereld, van de +menschelijke verhoudingen, tot den menschen zelf. + +"De politieke emancipatie is de reduktie der menschen eenerzijds tot +op het lid van de burgerlijke samenleving, tot op het egoïstische +onafhankelijke individu; anderzijds, tot op den staatsburger, tot op +den moreelen persoon. + +"Eerst wanneer de werkelijke individueele mensch, den abstrakten +staatsburger die in hem is, naar zich terugneemt, en als individueelen +mensch in zijn empirisch leven, in zijnen individueelen arbeid, +in zijne individueele verhoudingen, paringswezen geworden is; eerst +wanneer de mensch zijne "forces propres" als maatschappelijke krachten +erkent en georganiseerd heeft en aldus de maatschappelijke kracht +niet meer in de gestalte der politieke kracht van zich afscheidt, +eerst dan is de menschelijke emancipatie volbracht." + + + +Bruno Bauer zocht nog steeds de Jodenkwestie langs theologischen weg +op te lossen. + +"Laten wij beproeven," zegt Marx, "om de theologische opvatting van de +kwestie te doorbreken. De vraag naar de emancipatiegeschiktheid van de +Joden, zet zich naar onze beschouwing om in de vraag, welk bijzonder +maatschappelijk element er is te overwinnen om het jodendom op te +heffen! Want de emancipatiegeschiktheid van de huidige Joden drukt +de verhouding uit van het Jodendom, tot de emancipatie der huidige +wereld. Deze verhouding spruit noodwendig voort uit de bijzondere +positie van het Jodendom in de huidige, geknechte wereld. + +"Beschouwen wij eens den werkelijken wereldlijken jood, niet den +sabath-jood gelijk Bauer het doet, maar den alledaagschen jood, +wat nader. + +"Zoeken wij het geheimzinnige van de joden, niet in hunne religie, maar +zoeken wij het geheimzinnige van de religie, in de werkelijke joden. + +"Welke is de wereldlijke grond des Jodendoms? De praktische behoeften, +het eigenbelang. Welke is de wereldlijke cultus der Joden? De +schagger. Welke is zijn wereldlijken God? Het geld! + +"Welnu. De emancipatie van den schagger en van het geld, dus van het +praktische, reële jodendom, dat beteekent de zelf-emancipatie van +onzen tijd. + +"Eene organisatie der maatschappij, welke de voorwaarden van den +schagger, dus de mogelijkheid om te schaggeren zou opheffen, zou den +joden onmogelijk maken. Zijn religieus bewustzijn zou dan als een ijle +mist zich oplossen, in den werkelijken levenslust der samenleving. Aan +den anderen kant: wanneer de jood, dit zijn praktisch wezen als nietig +beschouwt en aan zijne verheffing arbeidt, arbeidt hij boven zijne +tegenwoordige ontwikkeling uit, aan de menschelijke emancipatie in het +algemeen en keert hij zich tegen de hoogste, praktische uitdrukking +der menschelijke zelfvervreemding. + +"Wij erkennen dus in het Jodendom een algemeen aanwezig +zijnd, anti-sociaal element, hetwelk door de historische +ontwikkeling,--waaraan de Joden in deze slechte beteekenis ijverig +medegewerkt hebben--op zijne tegenwoordige hoogte gedreven is geworden, +op een hoogte, waarop het zich noodzakelijk oplossen moet. + +"De emancipatie der Joden in hare laatste instantie, zal de emancipatie +der menschheid van het Jodendom zijn." + + + +"Het geld is de naijverige God van Israël, waarnaast geen anderen God +bestaan kan. Het geld vernedert alle goden der menschen--en zet ze om +in waren. Het geld is de algemeene, voor-zich-zelf geconstitueerde +waarde aller dingen. Het heeft daarvandaan de gansche wereld, de +menschenwereld benevens de natuur, van hunne eigenaardige waarde +beroofd. Het geld is het, den mensch ontvreemde wezen van zijnen +arbeid en van zijn bestaan. En dit vreemde wezen beheerscht hem en +hij aanbidt het. + +"De god der Joden heeft zich verwereldlijkt; hij is tot een wereld-god +geworden. De wissel is de wereldlijke god der Joden. Hun god slechts +de illusoire wissel. + +"Die beschouwing, welke onder de heerschappij van het privaat-eigendom +en van het geld over de natuur, gewonnen werd, is de werkelijke +verachting, de praktische ontwijding van de natuur, welke in +den joodschen godsdienst wel-is-waar bestaat, maar slechts in de +verbeelding bestaat." + +In dezen zin verklaart Thomas Münzer het voor onverdragelijk: "dat +alle creaturen tot eigendom gemaakt worden, de visschen in 't water, +de vogels in de lucht, het gewas op de aarde--ook die schepselen +moeten vrij worden." + +Wat in de joodsche religie abstrakt opgesloten ligt, de verachting +der theorie, der kunst, der geschiedenis, die van den menschen als +doel, dat is het werkelijke bewuste standpunt, de deugd van den +geldmensch...... + +"Het jodendom bereikte zijn hoogste punt, met de voltooieng van de +burgerlijke maatschappij, maar de burgerlijke maatschappij voltooit +zich eerst in de christelijke wereld. Slechts onder de heerschappij +van het christendom, hetwelk alle nationale, natuurlijke, zedelijke, +theoretische verhoudingen der menschen tot uitwendige maakte, kon de +burgerlijke samenleving zich volkomen van het Staatsleven afzonderen, +alle samenlevingsbanden der menschen verscheuren; het egoïsme +stellen in de plaats dezer banden; de menschenwereld in een wereld +van atomistische, vijandig tegenover elkander staande individuen, +doen oplossen. + +"Het Christendom is uit het Jodendom ontsproten. Het heeft zich weder +in het Jodendom opgelost." ..... + +"Het Christendom is de sublieme gedachte van het Jodendom, het Jodendom +de ordinaire nuttigheidsaanwending van het Christendom. Maar deze +nuttigheidsaanwending kon eerst tot eene algemeene worden, nadat +het Christendom, als de voltooide religie, de zelfvervreemding van +den mensch, van zich-zelf en van de natuur, theoretisch voleindigd +had.... Omdat het reële wezen der joden zich in de burgerlijke +maatschappij algemeen verwezenlijkt, daarom kon de burgerlijke +maatschappij den Joden niet van de onwezenlijkheid van hun religieus +wezen, hetwelk juist slechts de ideale beschouwing van de praktische +behoefte is, overtuigen. Alzoo, noch in den Pentateuch, noch in den +Talmud, maar in de tegenwoordige samenleving vinden wij het wezen +van de huidige Joden; niet als een abstract, maar als een hoogst +empirisch wezen; niet slechts als de bekrompenheid der Joden, maar +als de joodsche bekrompenheid der samenleving. + +"Zoodra het der maatschappij gelukt, het empirische wezen van het +Jodendom, den schagger en zijne voorwaarden op te heffen, is de Jood +eene onmogelijkheid geworden, omdat dan zijn bewustzijn geen objekt +meer zal hebben, dewijl de subjektieve basis van het Jodendom, de +praktische behoefte, vermenschelijkt; dewijl dan het conflikt van +het individueel-zinnelijke bestaan, met het samenlevingsbestaan der +menschen, uit den weg geruimd zal zijn. + +"De maatschappelijke emancipatie van de Joden, zal de emancipatie +der samenleving van het Jodendom zijn." + + + +SAMENWERKING VAN MARX MET FRIEDRICH ENGELS. + +Te Manchester verwijlde Friedrich Engels, een fabrikantenzoon uit +Barmen en voor de industrie opgeleid, 21 maanden lang, van af December +1842 tot December 1844. Hij maakte aldaar de school der industrie +door en bestudeerde deze zoowel als het wereldhistorische proces +der groot-industrie, de philosophische grondslagen en de inwendige +tezamenhang der kapitalistische maatschappij. Hij verkreeg daardoor +een blik op het geheel, waartoe het engelsche socialisme van Owen in +die dagen, zich niet heeft vermogen op te werken. Engels arbeidde als +medewerker, aan de "Northern Star", aan den organen van de "Chartisten" +dier dagen, zoowel als aan de "New Moral World," van Robert Owen. + +Terwijl Marx uit de studie van het fransche socialisme leerde +concludeeren, dat niet de Staat de burgerlijke samenleving, maar +dat de burgerlijke samenleving den Staat tezamenhoudt, leerde +Engels uit de engelsche industrie, dat de economische feiten, die +in de tot nog toe geldende geschiedschrijving geenerlei of althans +maar een zeer geminachte rol speelden, minstens in de moderne +wereld, van een beslissend historische kracht zijn. Dat zij het +zijn, die de grondslagen uitmaken voor het ontstaan der huidige +klassetegenstellingen in die landen, die zich door middel van de +groot-industrie, economisch ontwikkeld hadden zooals Engeland. En dat +deze klassetegenstellingen, wederom de grondslag vormen der politieke +partijvorming, der partijstrijd en daarmede van de gansche politieke +geschiedenis. Langs verschillende wegen waren Marx en Engels dus +tot dezelfde conclusies gekomen. Bij Marx gaven de philosophische, +bij Engels gaven de economische feiten den doorslag. + +Toen Marx en Engels zich in den herfst van 1844 te Parijs voor de +tweede maal samentroffen, bleek het hun, dat zij het op het gebied +hunner theorieën volkomen eens waren. Hierop berustte dan ook in gansch +hun leven de wapenbroederschap, die later is overgegaan in vriendschap, +zooals die alleen twee denkers die evenhoog staan, kan vereenigen. + +Intusschen ging Engels weder naar Barmen terug en moest Marx te Parijs +blijven, daar men in Duitschland een bevel tot inhechtenisneming +tegen hem had uitgevaardigd. + +Marx werkte toen mede aan een blaadje de "Vorwärts" genaamd, dat +door een zekere Bornstein, met geld van den componist G. Meijerbeer +was opgericht geworden. Voor het blad schreven ook: Heinrich Heine, +die te Parijs een goed en gaarne gezien huisvriend der familie Marx +is geweest, de dichter George Herwegh, Michael Bakounine, Moritz Hesz, +Arnold Ruge e.a. + +Maar het blaadje moest spoedig ophouden te bestaan. De Pruisische +regeering had bij de fransche daarop aangedrongen en de laatste had +toegegeven. Spoedig daarna werd ook aan Marx het bevel gegeven, door +de regeering van den heer Guizot, om Frankrijk en daarmede Parijs te +verlaten en Marx, overal verjaagd, moest naar Brussel uitwijken. Aldaar +trof hij in het voorjaar van 1845 wederom met Engels tezamen, +die van verlangen brandde om met Marx van gedachten te wisselen, +over zijn rijp geworden communistische beginselen. Intusschen +had deze zijn eerste werk voltooid: "De positie der arbeidende +klassen in Engeland." getiteld, waarvan de voorrede nog in Barmen +was geschreven. In deze "voorrede" duidt Engels het als doel van dat +geschrift aan, de socialistische theorieën en de beoordeeling hunner +juistheid, een vasten grondslag te geven en aan alle phantazieën +daaromtrent een einde te maken. Een scheiding dus van het utopistisch +Socialisme. + +Engels hield het voor noodzakelijk, dat voornamelijk de duitsche +theoretici, waarvan bijna niet een, anders dan door middel van de +Feuerbachsche oplossing van de Hegelsche, speculatieve wijsbegeerte, +tot het Communisme gekomen was, de werkelijke levensomstandigheden +van het proletariaat zouden leeren kennen. In hunnen klassieken +vorm, in hunne voltooieng nu, bestonden zuiver proletarische +toestanden, in dien tijd alléén nog maar pas in Engeland, het land +der groot-industrie. Daarom schreef Friedrich Engels zijn boek dan +ook over engelsche arbeiderstoestanden. + +Toen beiden, Marx en Engels elkander te Brussel aantroffen, zetten zij +zich aan den arbeid, om naar alle richtingen heen, hun nieuw gewonnen +standpunt uiteen te zetten, ten opzichte van de Hegelsche philosophie, +om gelijk zij het noemden, "voor goed met hun philosophisch geweten in +'t reine te komen." Dat deden zij in een critiek op de Hegeliaansche +en de na-Hegeliaansche philosophie; een boek van twee deelen dik. Dat +boek is echter nooit gedrukt kunnen worden; de drukker weigerde ter +elfder ure iets van Marx te drukken, gelijk er jaren na dien nog geen +uitgever te vinden was in Duitschland, die iets van Marx wilde of +durfde uitgeven. Het manuscript lieten toen Marx en Engels, gelijk Marx +het eenmaal uitdrukte, aan de "knagende critiek der muizen over"; zij +hadden hun doel, een afrekening met zich-zelven, volkomen bereikt. Dit +manuscript hield ook de 11 stellingen in, van Marx tegen Feuerbach, +reeds vroeger medegedeeld en jaren later door Engels tot een geschrift +uitgewerkt, onder den naam van "Ludwig Feuerbach of het uiteinde +der klassieke Duitsche wijsbegeerte", in welk geschrift door Engels, +met groote bescheidenheid erkend wordt, dat de groote philosophische +lijnen van de gewonnen levensbeschouwing van hun beiden, geheel en +al door Marx getrokken zijn. "Marx was een genie," schrijft hij daar, +"waar anderen hoogstens talenten genoemd konden worden." + + + +Marx en Engels sponnen de draden van hunne positieve zelf-critiek +verder voort. Zij vereenigden zich tot een zelfstandigen arbeid, +eene critische oplossing van het duitsche Idealisme, voor zoover dit +in Bruno Bauer en de Berlijnsche "Vrijen," zijn vertegenwoordigers +vond. Hierdoor kwam voor 't eerst het geschrift tot stand, dat +getiteld was: + + + "De Heilige Familie" + + +"of de Critiek der critiseerende critiek van Bruno Bauer en consorten", +dat in 1845 in Frankfort a/M. het licht zag. Het geschrift staat in +geen uitwendige samenhang met de Deutsch-Französischen Jahrbücher; +naar het wezen evenwel, past het volkomen in het raam van den arbeid +der beiden, aan dit tijdschrift. + +Het doel der "Heilige Familie" is volgens het voorwoord der +auteurs, het publiek in te lichten omtrent de illusies van de +speculatieve philosophie. "Het reële Humanisme heeft in Duitschland +geen gevaarlijker vijand, dan het Spiritualisme of het speculatieve +Idealisme, dat in plaats van den werkelijken individueelen mensch, het +"zelfbewustzijn" of den "Geest" plaatst, en met den Evangelist leert: +"De geest is het, die levend maakt, het vleesch is van geen nut."" Het +spreekt vanzelf, dat dezen vleeschloozen geest, slechts in zijne +verbeelding, geest bevat. Wat wij aan de Bauersche critiek bestrijden, +dat is juist de als carricatuur zich reproduceerende speculatie. Zij +is voor ons de volmaaktste uitdrukking van het christelijk-germaansche +principe, dat er zijn laatste poging in doet, om de critiek zelve in +eene transcendentale om te zetten. + +Bauer c.s. hadden ons willen aantoonen, "dat alle groote akties in de +geschiedenis tot nog toe, daarom van begin af een misgreep waren of +wel succes hadden, naarmate de massa's zich er voor opgewonden en er +zich voor geïnteresseerd hadden, of omdat de idee waarom het ging, +van een soort was, dat zij zich met eene oppervlakkige opvatting +moest vergenoegen en alzoo ook op hunnen bijval rekenen moest." De +geest wist, zoo gingen zij bij de uiteenzetting van hun standpunt +verder, waarin hij zijne tegenstanders had te zoeken, namelijk in +het zelfbedrog en de kernloosheid van de massa's. + +In zeker opzicht geleek dit standpunt op dat, waarvan de fransche +Utopisten uitgegaan waren. Massabewegingen zooals de fransche +Revolutie, waren oogenschijnlijk mislukt en op het allerplatste +despotisme uitgeloopen. Elk vooruitgang van den geest bewees dus, +steeds meer tegen de vooruitgang van de massa der menschheid in te gaan +en haar in een steeds onmenschelijker situatie te brengen. Fourier en +Owen traden dan ook in zekere mate op als aktieve geesten, tegenover +de passieve massa. + +De "Allgemeine Literatur-Zeitung" het orgaan der Jong-Hegelianen +van het slag van Bauer en Feuerbach, kantte zich dan ook sterk +tegen de massabewegingen van destijds. In hare oogen kon de engelsche +industrie, even zoo weinig genade vinden, als de fransche Revolutie. De +beschaving van het Westen, was haar en hare medewerkers eigenlijk +een soort gruwel. + +Het was dus niet het minst in dat geschrift, dat Marx en Engels +de geheimenissen van de "speculatieve construktie" ontsluieren +moesten. Hierover zeiden zij het volgende: + +"Wanneer ik mij uit de werkelijke appelen, peren, aardbeien en +amandelen, de algemeene voorstelling "vrucht" vorm, wanneer ik verder +ga en mij verbeeld, dat mijne, uit de werkelijke vruchten getrokken +abstrakte voorstelling "de vrucht" een buiten mij bestaand iets, ja het +ware wezen der peren, der appels enz. is, dan verklaar ik--spekulatief +uitgedrukt--de vrucht, voor de substantie der peren, der appelen, +der amandelen enz. Ik zeg dan: de peer is een onwezenlijke peer, de +appel is een niet-wezenlijke appel. Het wezenlijke uit die dingen, +is niet hun werkelijk en zinnelijk te aanschouwen bestaan, maar het +door mij uit hen geabstraheerd en een hen ondergeschoven wezen, het +wezen mijner voorstelling: "de vrucht." Ik verklaar daarmede appels, +peren, amandelen enz. voor niets, dan voor bestaansvormen, voor +modi der vrucht. Mijn eindend, door de zinnen ondersteund verstand, +onderscheidt zeer zeker een appel van een peer, en een peer van een +amandel, maar mijn spekulatief verstand, verklaart deze zinnelijke +verschillen voor onwezenlijk, niet-verschillend. Zij ziet in den appel +hetzelfde als in den peer en in de peer hetzelfde als in den amandel, +namelijk: "de vrucht." De bijzondere werkelijke vruchten, gelden hier +dus voor schijnvruchten, welker werkelijk wezen de "substantie," de +"vrucht" is..... + +"Wanneer de appel, de peer, de amandel of aardbezie in waarheid niets +anders zijn dan "de substantie", de "vrucht," dan vraagt men zich +af, hoe komt het toch, dat de vrucht zich aan mij dan als appel, +dan als peer of dan als amandel vertoont; vanwaar komt deze schijn +der menigvuldigheid, die mijne speculatieve aanschouwing van de +eenheid, van "de substantie," van de vrucht, zoo in 't oogspringend +weerspreekt? Dat komt, zal de speculatieve philosoof u antwoorden, +omdat "de vrucht" geen dood, verschilloos en rustend, maar een levend, +een in zich-zelf verschillend en bewogen wezen is. De verschillendheid +van de profane vruchten, is niet alleen voor mijn zinnelijk verstand, +maar ook voor "de vrucht" zelf, voor het spekulatieve verstand van +beteekenis. De verschillende profane vruchten zijn verschillende +levensuitingen van de "eene vrucht," zij zijn kristallisaties, welke +"de vrucht" zelf vormen. Dus in den appel bijv. heeft "de vrucht" een +appelachtig, in de peer een perenachtig bestaan. Men moet dus niet +meer zeggen, zooals op het standpunt der substantie: de peer is de +vrucht, de appel is de vrucht, de amandel is de vrucht, maar veeleer: +de vrucht is als peer, de vrucht is als appel, de vrucht is als amandel +tezamen gesteld en de verschillen welke appel, peer en amandel van +elkander scheiden, zijn even zoovele zelfonderscheidingen van "de +vrucht" en maken de bijzondere vruchten evenzoo tot verschillende +ledematen van het levensproces der vrucht".... "Men ziet: wanneer +de christelijke religie slechts van één "inkarnatie gods" weet, +de spekulatieve philosophie bezit evenzoo veel "inkarnaties" als er +dingen bestaan, gelijk zij hier in elke vrucht eene inkarnatie van +de substantie, van de absolute vrucht bezit. Het hoofdbelang voor de +speculatieve philosophen bestaat dus hierin, de werkelijke profane +vruchten voort te brengen en dan op geheimzinnige wijze ervan te +zeggen, dat er appelen, peren, amandelen en rozijnen zijn..... "Het +spreekt van zelf, dat de spekulatieve philosoof deze voortdurende +schepping slechts verkrijgt, doordat hij algemeen bekende, in de +werkelijke aanschouwing voorhanden zijnde eigenschappen van appelen, +peren enz., als het ware door hem uitgevonden bepalingen onderschuift, +terwijl hij datgene, wat alleen het abstrakte verstand verschaffen kan, +namelijk de abstrakte verstandsformules, de namen der werkelijke dingen +geeft. Terwijl hij ten slotte zijn eigen werkzaamheid, waardoor hij +van de voorstelling appel, tot de voorstelling peer overgaat, voor de +zelfwerkzaamheid van het absolute subjekt "der vrucht" verklaart"..... + +"Tegen de hoofdstelling van Bruno Bauer, waarnaar alle groote akties +in de geschiedenis tot nu toe, derhalve van te voren reeds mislukt +zouden zijn en zonder ingrijpend succes, omdat de massa zich ervoor +geïnteresseerd en opgewonden had, of omdat de idee waarom het ging, +op den bijval der massa rekenen moest, voerde Marx aan: De "idee", +blameerde zich altijd, in zooverre zij met het "belang" in botsing +kwam. Aan den anderen kant, is het licht te begrijpen, dat elk massaal +en historisch en doorzettend "principe" als het voor het eerst het +wereldtooneel betreedt, in de "idee" of in de "voorstelling", verre +de werkelijke grenzen te buiten gaat en zich met menschelijke belangen +gewoonweg verwisselt. Het belang van de bourgeoisie in de Revolutie van +1789, verre ervan verwijderd, "mislukt" te zijn, heeft alles "gewonnen" +en heeft het "ingrijpendste" succes gehad, hoezeer ook het "pathos" +in rook vervlogen is en hoezeer ook de "enthusiastische" bloemen, +waarmede dit belang zijn wieg omkranste, verwelkt zijn. Dit belang +was zóó machtig, dat het de pen van een Marat, de guillotine van +de terroristen, den degen van Napoleon, zoowel als het crusifix der +Bourbons overwon. "Mislukt" is de Revolutie slechts voor die massa, +welke in de politieke "idee", niet de idee van haar werkelijk "belang" +bezat; welker waarachtig levensprincipe alzoo met het levensprincipe +der Revolutie niet tezamenviel; welker reële voorwaarden voor +emancipatie wezenlijk verschillend waren, van de voorwaarden, +waarbinnen de bourgeoisie zich in de samenleving emancipeeren kon. + +"De Revolutie is mislukt, omdat de massa binnen welker +levensvoorwaarden zij werkelijk is blijven stil staan, eene beperkte +en exclusieve, niet de totaliteit omvattende massa was; omdat het +talrijkste, van de bourgeoisie verschillende deel van de massa, +in haar principe geen werkelijk belang, maar slechts een idee +bezat. Het was een illusie der terroristen, den modernen Staat, +die berust op de burgerlijke samenleving, naar het model van den +antieken Staat te willen vormen, terwijl deze samenleving toch op +de slavernij berustte. Welk een kolossale vergissing! de moderne +burgerlijke samenleving, de samenleving der industrie, der algemeene +concurrentie, der, van de vrij hare doeleinden najagende private +belangen, der anarchie en de zichzelf vervreemdende natuurlijke +en geestelijke individualiteit, in de "Rechten van den Mensch" te +willen doen erkennen en te doen sanktioneeren; tegelijkertijd de +levensuitingen dezer samenleving, van opzichzelfstaande individuen +te willen annuleeren, en tevens de politieke kop dezer samenleving, +naar antiek model te willen vervormen. Het was de illusie van +een Napoleon, den Staat als doel te beschouwen en het burgerlijk +leven slechts als zijn schatmeester en zijne subalternen, die geen +eigen wil mogen hebben. De terroristen zoowel als Napoleon, leden +met hunne illusies volmaakt schipbreuk. Daarna kwam de bourgeoisie +nog weder eenmaal tegenover de contra-Revolutie te staan. Eindelijk +verwezenlijkten zich in het jaar 1830 hare wenschen van het jaar 1789, +slechts met dat verschil, dat hare politieke "verheldering" nu voltooid +was; dat zij in den constitutioneelen, representatieven Staat, niet +meer het ideaal van den Staat, niet meer het heil der wereld en der +algemeen-menschelijke doeleinden meende na te kunnen streven, maar in +hem veel meer, de officieele uitdrukking harer uitsluitende macht en +de politieke erkenning, van haar bijzonder belang heeft gezien."..... + +"De natuurnoodwendigheid, de menschelijke wezenseigenschappen, +hoe vervreemd of de menschen ook van elkaâr mogen schijnen,--het +belang, houdt de leden van de burgerlijke maatschappij te zamen; het +burgerlijke en niet het politieke leven is hunnen reëlen band. Niet de +Staat houdt de atomen der burgerlijke maatschappij bij elkander, gelijk +Bruno Bauer meende, maar dit, dat zij slechts atomen in de voorstelling +zijn, in den hemel harer verbeelding, terwijl zij in de werkelijkheid +echter, geweldig van atomen verschillen een wezenlijk namelijk, geen +goddelijke egoïsten, maar egoïstische menschen zijn. Slechts politiek +bijgeloof, kan zich tegenwoordig nog inbeelden, dat het burgerlijk +leven door den Staat bijeengehouden moet worden; terwijl omgekeerd +toch in de werkelijkheid den Staat door het burgerlijke leven tezamen +gehouden wordt. + +"Gelooft de critiseerende critiek in de kennis der historische +werkelijkheid, ook maar slechts aan haar begin te zijn gekomen, +zoolang zij de theoretische en de praktische verhouding van de +menschen tot de natuur, de natuurwetenschap en de industrie, buiten +hare historische wetenschap sluit? Of, meent zij een of andere periode +inderdaad reeds te hebben leeren kennen, zonder bijv. de industrie +dezer periode, de onmiddellijke produktiewijze van het leven-zelf +te hebben kunnen leeren kennen? Zeer zeker, de spiritualistische, +de theologische critiek kent slechts,--kent ten minste in hare +verbeelding--de politieke, de littéraire en de theologische hoofd- +en staatsakties der geschiedenis. Zooals zij het denken van de zinnen, +de ziel van het lichaam, zich-zelf van de wereld scheidt, zoo maakt zij +de geschiedenis los van de natuurwetenschap en van de industrie. Zoo +ook meent zij, niet in de gewone materieele produktie op aarde, maar +in de nevelachtige wolkenbeelden aan den hemel, de geboorteplaats +der geschiedenis te moeten zien." + + + +Van de utopistische Socialisten, was het wel het meest Fourier +en zijn denkbeelden, die hebben bijgedragen tot de inhoud van de +"Heilige Familie". Marx stelde op den voorgrond "dat de organisatie +van den arbeid" geen wachtwoord van de Socialen, maar een van +de politiek-radikale partij is, die in Frankrijk een bemiddeling +zocht te bewerken, tusschen de politiek en het socialisme. Beiden +toonen echter aan, wat ook de groote Utopisten nooit begrepen hebben +n.l.: de historische ontwikkeling, de zelfwerkende beweging van de +arbeidersklasse, zegt Marx. + +En op de bemerking van Bauer, dat de arbeider niets heeft, omdat hij +niets maakt en dat hij niets maakt, omdat zijn arbeid steeds eene +individueele blijft, een op zijn dagelijksche behoefte berekende +is, antwoordde Engels dit: "De critiseerende critiek voert niets +uit; de arbeider doet alles, ja, zoozéér alles, dat hij de gansche +critiek ook in zijn geestelijke scheppingen beschaamt; de engelsche +en fransche arbeiders kunnen hier getuigenis van afleggen." En wat de +tegenstelling tusschen geest en massa aangaat door Bauer geconstrueerd, +stelde Marx hierna in het licht, dat de communistische critiek der +Utopisten, praktisch wél deugdelijk heeft beantwoord aan de behoeften +der groote massa. Hij zeide, dat men om dit te weten, de studie, de +weetgierigheid, de zedelijke energie en de rustelooze aandrift tot +ontwikkeling van de fransche en engelsche werklieden moet hebben +leeren kennen, om zich een voorstelling te kunnen maken van den +menschelijken adel dier bewegingen. + +Voor het eerst behandelde Marx in de "Heilige Familie" ook den +arbeider-publicist en socialist: Pierre Joseph Proudhon. Edgar Bauer +had er zich lustig over gemaakt, dat Proudhon uit het principe +der gelijkheid, de laatste redelijke grond aller bewijzen voor +den eigendom zocht te concludeeren. Daarop nu antwoordde Marx, +dat Proudhon hier hetzelfde doet als Bauer, die aan alle zijne +ontwikkelingen het oneindige zelfbewustzijn te gronde legt en dit +principe, ook als het scheppende grondbeginsel van de, het oneindige +zelfbewustzijn--door hare oneindige bewusteloosheid--schijnbaar juist +elkander tegensprekende Evangeliën, te gronde legt. Marx wijst erop, +dat voor de praktische franschen het principe der gelijkheid juist +hetzelfde is, als voor de theoretische duitschers, het principe van het +zelfbewustzijn. Zooals in Duitschland de destruktieve critiek, voordat +zij met Feuerbach van de beschouwing der werkelijkheid uitgegaan was, +al het bepaalde en bestaande door het principe van het zelfbewustzijn +trachtte op te lossen, heeft de destruktieve critiek in Frankrijk +door het principe der gelijkheid, hetzelfde trachten te bereiken. + +En zooals Bruno Bauer de theologie critisch oploste, maar steeds +principieel van de theologie uit, zoo doet Proudhon het met de +nationaal-economie, principieel van de nationaal-economie uit. Maar de +groote vooruitgang door Proudhon bereikt, is volgens Marx deze, dat hij +den privaat-eigendom, de grondvoorwaarde van de Staathuishoudkunde, +welke hare vertegenwoordigers als een onomstootelijk, niet verder +uiteen te zetten feit behandelen, aan het eerste en tevens beslissende +en tegelijkertijd, wetenschappelijke onderzoek heeft onderworpen. + +Marx betoogt verder tegenover Bauer--die de eenzijdigheid van Proudhon +veroordeelde, waar hij zijne wapens ontleende aan de feiten van de +ellende en de armoede en deze feiten als absoluut gerechtigd en den +rijkdom als een absoluut ongerechtigd feit aanneemt--dat de voorwaarde +tot het bestaan van het geheel, de erkenning moet zijn van den aard +der beide zijden, dat proletariaat en rijkdom tegenstellingen zijn. Als +zoodanig vormen zij één geheel. Zij zijn beiden gestaltenissen van den +privaten eigendom. Het is echter hier niet genoeg, ze voor twee zijden +van een gehéél te verklaren, maar het gaat hier om de bepaalde positie, +welke beiden in die tegenstelling innemen: "Den privaat-eigendom als +rijkdom, is ertoe gedwongen, zich-zelf en daarmede zijne tegenstelling, +het proletariaat in stand te houden. Het is de positieve kant van +de tegenstelling, het inzich-zelf bevredigde privaat-bezit. Het +proletariaat omgekeerd, als proletariaat is gedwongen zich-zelf +en daarmede zijne noodzakelijke tegenstelling,--die het tot +proletariaat doet worden,--het privaatbezit dus op te heffen. Dit is +de negatieve kant van de tegenstelling; zijn onrust in zich-zelf, +het opgeloste en zich-oplossende privaat-bezit. In den boezem dier +tegenstelling, is den privaat-bezitter al dus de conservatieve, +de proletariër de destruktieve partij. Van gene gaat de aktie uit +tot het instandhouden, van deze de aktie tot de vernietiging der +tegenstelling. Het privaat-eigendom drijft zeer zeker zich-zelf, +in zijne economische beweging voort naar zijne eigene oplossing, +maar slechts door van hem onafhankelijke, bewustelooze, tegen zijnen +wil plaatsvindende, door den aard van den zaak bepaalde ontwikkeling; +slechts doordien het een proletariaat als proletariaat voortbrengt, +de zijn geestelijke en physieke ellende bewuste ellende; de hare +mensch-onteering bewuste, mensch-onteering en daarom, de zich-zelf +verheffende mensch-onteering. Het proletariaat voltrekt het oordeel, +dat het privaat-bezit door de voortbrenging van het proletariaat over +zich-zelf velt; zooals het 't oordeel voltrekt, dat de loonarbeid +over zich-zelf velt, doordien hij den vreemden rijkdom en de eigen +ellende voortbrengt. Wanneer het proletariaat zegeviert, dan is het +daarmede niet geworden tot eene absolute kant van de samenleving. Het +kan slechts zegevieren, doordien het zich-zelf en zijn tegendeel +opheft. Alsdan is evenzoowel het proletariaat, als zijn noodzakelijke +tegenstelling, den privaten eigendom verdwenen." + +Over het verwijt, dat men, door aan het proletariaat een historische +taak op den schouders te leggen, den proletariërs tot "godheden" +maakt, zegt Marx dit: "Veeleer is dit juist omgekeerd! Omdat de +abstraktie van alle menschelijkheid, zelfs van den schijn van +menschelijkheid in het proletariaat voltrokken is op praktische +wijze; omdat in de levensvoorwaarden van het proletariaat, alle +levensvoorwaarden van de huidige maatschappij in hare onmenschelijke +toppunten tezamengevat zijn; en omdat de mensch in hem zich-zelf +verloren heeft, maar tegelijkertijd weder hèrwonnen heeft en niet +alleen door het theoretisch bewustzijn van dit verlies, maar ook +door de onmiddellijke, door de niet meer af te wijzen, niet meer te +verbloemen nood--de praktische uitdrukking der noodwendigheid!--tot +opstand tegen deze onmenschelijkheid gedwongen is, daarom kan en moet +het proletariaat zich-zelf bevrijden. Het kan zich-zelf echter niet +bevrijden, zonder zijne eigene levensvoorwaarden op te heffen. Het kan +die levensvoorwaarden evenwel niet opheffen, zonder alle menschelijke +levensvoorwaarden van de huidige samenleving, die zich in zijne +situatie samenvatten, op te heffen. Het maakt niet te vergeefs de +harde, maar tevens stalende school van den arbeid door. Het komt er +niet op aan, wat deze of gene proletariër of zelfs ook het gansche +proletariaat, zich bij wijlen als doel voor oogen stelt. Het komt +er op aan, wat het is en wat het historisch genoodzaakt zal zijn +te doen. Zijn doel en zijn historische aktie, zijn hem in zijne +eigene levenssituatie, zooals in de gansche organisatie van de +huidige burgerlijke maatschappij, zinnebeeldig en onherroepelijk +voorgeteekend." + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +MARX TEGEN PROUDHON. + + +Ten tijde dat Marx in Parijs leefde, verkeerde hij ook aldaar, +met den reeds hier genoemden franschen socialist Pierre Joseph +Proudhon. Proudhon was letterzetter geweest en had het, na een jeugd +van armoede en ontbering, tot een bekend schrijver gebracht. Marx +vertelt zelve, dat hij met Proudhon lange nachten achtereen +gediscussieerd had over economische vraagstukken. Marx leidde hem de +Hegeliaansche philosophie binnen, wat hij later evenwel betreuren +moest, daar Proudhon, doordien hij geen duitsch verstond, nooit in +staat is geweest Hegel zelve te bestudeeren in diens eigen taal. Hem +is daardoor van de denkbeelden van dien wijsgeer, altijd een valsch +denkbeeld bijgebleven. Nadat Marx Parijs verlaten had, kwam Proudhon +onder den invloed van den duitschen socialist Karl Grün. + +In Juni van 1847 deed Marx in het fransch een geschrift het licht +zien, bij wijze van antwoord op Proudhon's geschrift "La philosophie +de la Misère" ("De philosophie der ellende") dat getiteld was: +"La misère de la philosophie" ("De ellende der philosophie") van +de grootste beteekenis, niet alleen om de polemiek, maar vooral +daardoor, omdat het de wetenschappelijke inleiding van Marx' lateren en +wetenschappelijken arbeid kan genoemd worden; zoowel in philosophisch +als in staathuishoudkundig opzicht. + + + +In de "Voorrede" tot dit geschrift, die gedagteekend is uit Brussel, +den 15e Juni 1847 zegt Marx: "De heer Proudhon heeft het ongeluk op +eene eigenaardige wijze te worden miskend. In Frankrijk heeft hij +het recht, een slecht econoom te zijn, omdat men hem aldaar voor +een geducht duitsch philosoof houdt; in Duitschland daarentegen, +mag hij een slecht philosoof zijn, omdat hij daar doorgaat voor een +sterk fransch staathuishoudkundige. In onze dubbele hoedanigheid +van duitscher èn van econoom, zien wij ons genoodzaakt, tegen deze +dubbele dwaling op te komen. + +"De lezer zal begrijpen, dat wij bij dezen ondankbaren arbeid, +meermalen de critiek van den heer Proudhon over de duitsche +philosophie, op den achtergrond zullen moeten laten treden en +daarnevens ons eenige bemerkingen over de politieke-economie in het +algemeen zullen moeten veroorloven." + +Van de twee gedeelten, waaruit het geschrift bestaat, houdt het eerste +zich bezig met Proudhon's "geconstitueerde waarde." + +Marx toont aan, dat de ruil der waren, naar de mate van de in +hen belichaamde arbeidstijd "de revolutionaire toekomsttheorie" +van Proudhon, niets anders is, dan wat de econoom Ricardo +heeft geconstateerd als te zijn de theorie van de burgerlijke +maatschappij. De waarde van den arbeid wordt bepaald door den +arbeidstijd die er benoodigd is, voor de voortbrenging van al datgene, +wat den arbeider voor zijn onderhoud en voor zijne voortplanting +noodig heeft. Ricardo heeft het dus al uiteengezet: "verminder de +onderhoudskosten der menschen door matiging van den natuurlijke +prijzen, der voor het leven noodzakelijke voeding en kleeding en gij +zult zien, hoe de loonen zullen dalen, zelfs wanneer de vraag naar +arbeiders ook sterk stijgt." De natuurlijke prijs van den arbeid, +is niets anders dan een minimum van het loon. Zoo is de door den +arbeidstijd gemeten waarde, noodzakelijkerwijs de formule voor de +moderne slavernij van den arbeider, inplaats van gelijk Proudhon +dit aannam, de "revolutionaire theorie" voor de emancipatie van het +proletariaat te wezen. + +Teneinde zijne utopie te steunen, verklaarde Proudhon, dat zich +aanbod en vraag ontwijfelbaar dekken zullen, wanneer de waarde van +een produkt bepaald wordt door de in hem belichaamde arbeidstijd. Voor +deze meening heeft hij het schijnbaar historische bewijs aangevoerd, +dat de nuttigste dingen, den geringsten produktietijd vorderen; dat +de samenleving steeds met de gemakkelijkste industrieën aanvangt, +en dan, geleidelijk tot de produktie van dingen voortgaat die grooter +arbeidstijd vorderen en aan hare behoeften beantwoorden. + +Marx voerde hiertegen aan, dat die dingen zich op gansch andere manier +hebben voltrokken dan Proudhon wel denkt. Op het moment waarop de +civilisatie een aanvang neemt, begint ook de produktie zich op te +bouwen op de tegenstelling der beroepen, der standen, der klassen +en ten slotte, op de tegenstelling tusschen den opgehoopten en den +onmiddellijken arbeid. Zonder tegenstelling geen vooruitgang; dat is +de wet welke de beschaving tot op heden gevolgd heeft. Tot nu toe, +hebben zich de produktiekrachten op grond van deze heerschappij der +klassentegenstellingen ontwikkeld. De geschiedenis evenwel toont +ook aan, dat de manier waarop de produkten zich tegen elkander +ruilen, in het algemeen zich richt, naar de manier waarop zij +voortgebracht worden. De individueele ruil beantwoordt aan een +bepaalde produktiewijze, die op klasse-tegenstellingen berust. Het +verbruik van de produkten wordt bepaald door de sociale verhoudingen, +waarin de consumenten zich tot elkander bevinden en deze verhoudingen, +berusten op de tegenstellingen der klassen. Weshalve zijn katoen, +aardappelen en brandewijn, de steunpunten van de burgerlijke +maatschappij, de voorwerpen van algemeen verbruik? Omdat zij +de maatschappelijk-nuttigste produkten zijn, of omdat zij als de +ellendigste produkten, in eene op ellende gegrondveste samenleving, +het natuurnoodzakelijke voorrecht genieten, tot gebruik van de groote +massa te dienen? + +Eerst in eene komende samenleving, waarin de klassetegenstellingen +zullen zijn verdwenen, waarin geene klassen meer zullen bestaan, zal +het gebruik niet meer van het minimum van den produktietijd afhankelijk +zijn, die men aan de verschillende voorwerpen besteedt, maar de +produktietijd zal dan afhankelijk zijn van hunne maatschappelijke +nuttigheid. + +In de burgerlijke maatschappij, worden aanbod en vraag niet door de, +in de arbeidswaarde opgesloten waarde der producten geregeld, maar +de oszillatorische (schommelende) beweging van vraag en aanbod, vormt +uit den arbeidstijd, hunne waardemeter. Elke nieuwe uitvinding, welke +het mogelijk maakt in één uur te produceeren, wat tot nog toe in twee +uren geproduceerd is kunnen worden, òntwaardigt alle gelijksoortige +produkten welke zich op de markt bevinden. De concurrentie dwingt den +producenten het produkt van twee uren, evenzoo goedkoop te verkoopen, +als het produkt van één uur arbeids. De concurrentie zet de wet door, +waarnaar de waarde van een produkt door de, tot zijn voortbrenging +noodwendige hoeveelheid arbeidstijd wordt bepaald. Niet den tijd +waarin een zaak wordt geproduceerd, maar den tijd waarin zij kan +worden geproduceerd, bepaalt hare waarde en dit minimum kan alleen +door de concurrentie worden bepaald. Het feit dat de arbeidstijd, +als de maat van de ruilwaarde dient, wordt op deze wijze tot de +wet van eene bestendige waarde-vermindering van den arbeid, die met +overproduktie en industrieele anarchie hand aan hand gaat. + +Marx stelt de utopie van Proudhon gelijk, met den wensch van iemand +die gaarne zoû zien, dat de waren in zulke proporties zouden worden +voortgebracht, dat men ze tot de gewone, hem believende prijs van de +hand zou kunnen zetten. Hij wijst erop, dat het van-huis-uit eene +burgerlijke illusie geweest is, zich den individueelen ruil zonder +klasse-tegenstellingen voor te spiegelen; om zich de burgerlijke +maatschappij, als een toestand van harmonie voor te stellen en als eene +van eeuwige gerechtigheid, die niemand veroorlooft zich te verrijken, +op kosten van anderen. Maar de "juiste proportie tusschen aanbod en +vraag" was slechts mogelijk in die tijden, waarin de produktie-middelen +beperkt waren, waarin den ruil zich binnen buitengewoon enge grenzen +voltrok; waarin de vraag het aanbod, de consumptie, de produktie +beheerschte. Zij is onmogelijk geworden met het ontstaan van de +groot-industrie, die al reeds door de instrumenten waarmede zij +werkt gedwongen is, gedurig in steeds grootere mate te produceeren; +die niet op de vraag kan wachten; die met natuur-noodzakelijkheid de +gestadige, aan elkander opvolgende wisselingen van prosperiteit en +depressie, krisis, stilstand, nieuwe prosperiteit en zoo vervolgens, +door moet maken. "In de huidige maatschappij," gaat Marx voort, "in de +op individueelen ruil gebaseerde industrie, is de anarchie die er in +de productie heerscht, de bron van zóóveel ellende, maar gelijktijdig +óók de oorzaak der vooruitgang. Nochtans, van tweeën een: of men wil +de juiste proporties van vroegere eeuwen, mèt de produktiemiddelen van +onzen tijd,--en dan is men reaktionair en utopist tegelijk,--of men wil +de vooruitgang zonder de anarchie, en dan moet men afstand doen van het +behoud der produktiekrachten op de basis van den individueelen ruil." + +Marx toont vervolgens aan, hoe het met de bijzondere +nuttigheidstoepassingen, die Proudhon gemaakt had omtrent het goud +en het zilver, eigenlijk precies is gesteld. + +Goud en zilver, zouden volgens Proudhon de eerste waren zijn, welker +waarde tot constitueering zijn gekomen en uit de souvereine wijding +zegt Proudhon: "die erop werd gedrukt door de zegels van de vorsten, +is er het geld uit voortgekomen." "Het geld," antwoordt Marx hierop, +"is niet een zaak maar eene maatschappelijke verhouding; een schakel in +den ganschen keten van de economischen verhoudingen en als zoodanig +op het innigst met hen verbonden. Gelijk de individueele ruil, +beantwoordt het aan eene bepaalde produktiewijze. Het believen +der souvereinen heeft het geld niet geschapen. Inderdaad, men +moet wel èlke historische kennis missen, om niet te weten, dat de +souvereinen zich ten allen tijden hebben moeten schikken naar de +maatschappelijke verhoudingen, maar dat zij dezen nooit de wet hebben +kunnen voorschrijven! Zoowel de politieke, als de burgerlijke wetgeving +proclameeren en protocoliseeren, slechts het willen van de economische +voorzienigheid; het recht is slechts de officieele erkenning van +dat feit. Het zegel der souvereinen drukte op het goud niet zijne +waarde, maar het gewicht; maar juist in hunne eigenschap als munt, +als waardeteeken, zijn goud en zilver onder alle waren de eenige, +die niet door hare produktiekosten worden bepaald, wat dan ook door +D. Ricardo reeds lang en helder in het licht gesteld is geworden. Het +geld, als praktische proef op de geconstitueerde waarde van Proudhon, +past daarop, zooals een tang op een varken past." + +Om het problema te verklaren, dat de samenleving voortdurend rijker +wordt en de arbeider voortdurend armer, vatte Proudhon de samenleving +op, als de Prometheus in persoon, wier levenswerkzaamheid aan andere +wetten gehoorzaamt, dan de levenswerkzaamheid van de individuen. De +"geconstitueerde waarde" evenwel, zal elken arbeider een steeds grooter +produkt verzekeren dan dat hij op elken arbeidsdag, door de vooruitgang +van den gemeenschappelijken arbeid behaalt. Marx merkt daartegen +op: "In de engelsche maatschappij heeft de arbeidsdag in zeventig +jaren, een overschot van 2700 procent aan produktiviteit gewonnen; +d. w. z. in het jaar 1840 produceerde hij zeven-en-twintig maal méér +dan in 1770." Volgens Proudhon nu, zou men de vraag volgenderwijs +moeten stellen: "Waarom was de engelsche arbeider van 1840 niet +zeven-en-twintigmaal rijker, dan die van 1770?" Om nu zulk een vraag +te poseeren, moet men natuurlijk van te voren aangenomen hebben, dat +de engelschen dien rijkdom zonder de historische voorwaarden hadden +kunnen produceeren, waaronder hij is voortgebracht; gelijk daar zijn: +opeenhoping van privaat-kapitalen, moderne arbeidsverdeeling, machinaal +bedrijf, anarchische concurrentiewijze, loonsysteem, in één woord, +louter die dingen, welke op klassetegenstellingen berusten. Dit +waren n.l., juist de bestaansvoorwaarden voor de ontwikkeling der +produktiekrachten en van het arbeidsoverschot. Het was zoomede, +en ten einde deze ontwikkeling van de produktiekrachten en dit +arbeidsoverschot te kunnen erlangen, noodzakelijk, dat er klassen +bestonden die profiteerden en anderen die ontbeerden. Wat is dus den +door Proudhon opgewekte Prometheus in laatste instantie? Het is de +samenleving, het zijn de maatschappelijke verhoudingen gebaseerd op +de klassetegenstellingen. + +Deze verhoudingen zijn niet die van individu tegenover individu, +maar van arbeider tegenover kapitalist, van pachter tegenover +grondbezitter enz. Hef deze verhoudingen op en gij hebt de gansche +samenleving opgeheven; uw Promotheus is niets meer dan een phantoom +zonder armen of beenen geworden, d. w. z. zonder machinebedrijf, zonder +arbeidsverdeeling; dien het in één woord aan alles ontbreekt, wat gij +hem oorspronkelijk gegeven hebt, om uit hem, het arbeidsoverschot te +kunnen erlangen. En Marx voegt hieraan toe: "dat het volgens Proudhon's +theorie praktisch voldoende zou wezen, onder den arbeiders eene gelijke +verdeeling van alle de verworven rijkdommen te ondernemen, zonder aan +de produktievoorwaarden, op een of andere manier iets noodig te hebben +te veranderen." En dan voegt Marx hier reeds bij voorbaat aan toe: "dat +eene zoodanige verdeeling zekerlijk aan den individueelen deelhebbers, +geen bijzonder groote mate van welstand zal kunnen verzekeren." + +Proudhon heeft zich ook onledig gehouden met een critiek op de +burgerlijke economie en het is hierover, dat Marx in het tweede +gedeelte van de "Misère de la philosophie" het zijne te zeggen heeft. + + + +Proudhon schreef: "Wij geven geen geschiedenis naar de orde des +tijds, maar naar de opvolging van de ideën. De economische phazen of +categorieën, treden in hunne manifestaties dan gelijktijdig, dan in +omgekeerde reeksen op... Die economische theorieën hebben niet voor +het minst hunne logische opeenvolging en hunne geleding in de rede; +deze orde vleien wij ons te hebben ontdekt." + +"De economen," zegt Marx hierop, "stellen de burgerlijke +produktieverhoudingen, arbeidsverdeeling, crediet, geld etc. als vaste, +onveranderlijke en eeuwige categorieën voor. De heer Proudhon nu, +wil ons met een gebaar van de onderlegdheid in deze, die categorieën, +principes, wetten en ideën verklaren! De economen toch verklaren ons +hoe men onder de hier boven gegeven verhoudingen produceert, wat +zij ons niet verklaren," zegt Marx, "hoe deze verhoudingen zelven +voortgebracht worden, d. w. z. de historische bewegingen, waardoor +ze in het leven geroepen worden. De materialen der economen zijn het +voortbewogen en het bewegende leven van de menschen; de materialen +van den heer Proudhon zijn de dogma's van de economen. Zoodra men +evenwel de historische ontwikkeling van de produktieverhoudingen +niet voortzet,--en deze categorieën zijn niets dan de theoretische +uitdrukkingen derzelven,--zoodra men in deze categorieën slechts +van-zelf ontstane denkbeelden, van de werkelijke verhoudingen +onafhankelijke gedachten ziet, is men,--of men wil of niet--gedwongen, +de oorsprong dezer gedachten naar de beweging van de zuivere rede +te verleggen." + +Hoe nu brengt deze zuivere, eeuwige en onpersoonlijke rede deze +gedachten voort? Hoe doet zij, om ze voort te brengen? + +Marx maakt zich daarbij vervolgens lustig, over Proudhon's manier om +à la Hegel te abstraheeren van de werkelijkheid, van de menschen en +van de maatschappelijke beweging. Zoo hebben de metaphysici, die zich +verbeeldden door middel van zulke abstrakties te kunnen analyseeren +en die, hoe meer zij zich verwijderden van de voorwerpen des te meer +waanden daarin door te dringen, hunnerzijds het recht te zeggen, +dat de dingen dezer wereld slechts stiksels zijn op het stramien +dat gemaakt wordt door de logische categorieën. Hier hebben wij het +verschil tusschen den philosoof en den christen. De christen kent +slechts één vleeschwording van den Logos, in weerwil van de logiek, +de philosoof is met die vleeschwording in het geheel nog niet aan +het einde. Dat alles wat bestaat, dat alles wat op de aarde en in +het water is, door abstraktie tot eene logische categorie kan worden +teruggebracht, dat men op deze manier, de totale werkelijke wereld +kan doen verdrinken in de wereld van de abstrakties, de wereld der +logische categorieën, is geen wonder. Alles wat bestaat, alles wat op +de aarde en in het water is, bestaat alléén door middel van beweging +van den een of anderen aard. Zoo brengt de beweging der geschiedenis, +de sociale betrekkingen; de industrieele beweging, de industrieele +produkten voort, enz. + +Wat is de absolute methode? De abstraktie der beweging. Wat is de +abstraktie der beweging? De beweging in abstrakten toestand. Wat is +de beweging der abstrakte toestanden? De zuiver-logische formule der +beweging of de beweging der zuivere rede. Waarin bestaat die beweging +der zuivere rede? In het in zich-zelf vast te stellen, in zich-zelf +tegen te stellen, ten slotte zich weder tezamen-zetten. In het zich +als thesis, antithesis en synthesis formuleeren; of: zich te stellen, +zich te negeeren en hare negatie dan weder opnieuw te negeeren. + +Eenmaal daartoe gekomen, zich als thesis te stellen, splitst zich +deze thesis, terwijl zij aan zich-zelf tegenover komt te staan, in +twee elkander tegensprekende ideën: in positief en negatief; in Ja en +Neen. De strijd dezer beiden, elkander tegengestelde elementen, vormt +de dialektische beweging. Het Ja wordt Neen, het Neen wordt Ja, het Ja +wordt gelijktijdig Ja en Neen; op deze manier houden de tegenstellingen +elkander in evenwicht, neutraliseeren zij zich, heffen zij elkander +op. Deze nieuwe gedachte nu, splitst zich wederom in twee elkander +weêrsprekende ideën, die hunnerzijds wederom eene nieuwe synthesis +vormen. Uit deze voortbrengingsarbeid komt de groep der gedachten +voort. Die gedachtengroep gaat in dialektische richting voort, als +eene eenvoudige categorie, en verkrijgt daardoor tot antithesis, +een tegenovergestelde groep. Uit deze twee gedachtengroepen, ontstaat +dan eene nieuwe gedachtengroep, de synthesis van beiden. + +Zooals uit de dialektische beweging der enkelvoudige categorie, de +groep ontstaat, zoo ontstaat uit de dialektische beweging der groepen, +de rij, en uit de dialektische beweging der rijen, het gansche systeem. + +Men passe deze rijen op de categorieën der Staathuishoudkunde +toe, en men bekomt de logiek, benevens de methaphysiek der +Staathuishoudkunde, of met andere woorden, men heeft de aan de gansche +wereld bekende economische categorieën, in een minder bekende spraak +vertaald. "Proudhon," zegt Marx, "is nog maar nauwelijks tot de twee +eerste schreden van deze dialektische methode gekomen, die welke van +Hegel stammen en die door Proudhon, in plaats van voortontwikkeld, +op klagelijke wijze plat zijn gedrukt. Hij geloofde de wereld, +door middel van de beweging der ideën te kunnen verklaren, terwijl +hij slechts de gedachten die in ieders hoofd wonen, systematisch +gereconstrueerd en volgens eene absolute methode geklassificeerd +heeft." Marx gaat dan verder: + +"De sociale verhoudingen zijn nauw verbonden met de +produktiekrachten. Met het verwerven van nieuwe produktiekrachten +veranderen de menschen hunne produktiewijzen; met de manier om +hun levensonderhoud te winnen, veranderen zij tevens al hunne +maatschappelijke verhoudingen. De handweefmolen, bracht eene +samenleving voort met feodale heeren, de stoomweefmolen eene +samenleving van industrieele kapitalisten. Maar dezelfde menschen, +welke aan de sociale verhoudingen, naar de mate hunner materieele +produktiewijze hunne gestalte geven, geven ook aan de principes, aan +de ideën, aan de categorieën eene gestalte, en deze eveneens naar de +mate hunner maatschappelijke verhoudingen. + +"Hierdoor zijn deze ideën, deze categorieën evenzoomin eeuwige, +als de verhoudingen welke zij opgedrukt zijn. Zij zijn historische, +vergankelijke en voorbijgaande producten. + +"Wij leven te midden van eene voortdurende aangroeiing der +produktiekrachten, eene verstoring der sociale verhoudingen, eene +vervorming van ideën. Onbewegelijk is slechts de abstraktie der +beweging,--mors immortalis." + + + +"De economen," zegt Marx, "gaan op zonderlinge wijze te werk. Volgens +hen bestaan er slechts twee soorten van instellingen: kunstmatige en +natuurlijke. De instellingen van het feodalisme waren kunstmatige, +die der bourgeoisie, zijn natuurlijke voor hen. Zij gelijken daarin +op de theologen, die ook twee soorten van religie onderscheiden, +n. l. die welke zij te verdedigen hebben en die welke zij te +bestrijden hebben. De eerste berust, op eene "openbaring Gods", de +ander is "een uitvinding van menschen". Wanneer de economen zeggen, +dat de tegenwoordige verhoudingen--de verhoudingen der burgerlijke +produktie--natuurlijke zijn, dan geven zij daarmede te kennen, dat +het verhoudingen zijn, waarin de voortbrenging van den rijkdom en +de ontwikkeling der produktiekrachten, zich volgens natuurwetten +ontwikkelen. Daarmede zijn deze verhoudingen-zelf, van den invloed +van den tijd onafhankelijke natuurwetten geworden. Het zijn eeuwige +wetten, welke de samenleving steeds te regeeren hebben. Aldus wás er +eens geschiedenis, maar bestaat zij van nu af aan niet meer. Er was +eenmaal geschiedenis, omdat er feodale inrichtingen hebben bestaan en +omdat men in deze feodale inrichtingen produktieverhoudingen vond, +volkomen verschillend van die der burgerlijke samenleving, welke de +economen als natuurlijke, en dus als eeuwige willen aangezien hebben. + +"Ook het feodalisme had zijn proletariaat: dat van de lijfeigenschap, +hetwelk in zijnen kiem, het burgerdom bevatte. Ook de feodale produktie +had twee antagonistische elementen, dewelken men eveneens zou kunnen +noemen: de goede en de slechte zijde van het feodalisme".... + +"Toen de bourgeoisie er bovenóp was gekomen, vroeg zij noch +naar de goede, noch naar de slechte zijde van het feodalisme. De +produktiekrachten, welke zich onder het feodalisme hadden ontwikkeld, +vielen haar in den schoot. Alle oude economische vormen, de +privaat-rechtelijke betrekkingen welke met hen in overeenstemming +waren; de politieke toestand, welke de erkende uitdrukking der oude +samenleving was, werden verbroken. + +"Wil men nu de feodale produktiewijze juist beoordeelen, dan +moet men haar opvatten, als een op de tegenstelling gebaseerde +produktiewijze. Men moet aantoonen, hoe den rijkdom binnen +het raam van deze tegenstelling voortgebracht werd; hoe de +produktiekrachten zich--gelijktijdig met de tegenstrijdigheid der +klassen--ontwikkeld hebben; hoe eene dezer klassen, de slechte zijde, +het maatschappelijk euvel steeds aangroeide, totdat de materieele +voorwaarden harer emancipatie tot rijpheid gekomen waren. Verklaart +dit niet duidelijk genoeg dat de produktiewijze, de verhoudingen +waarin de produktiekrachten zich ontwikkelen niets minder als +eenige wetten zijn, maar eene bepaalde ontwikkelingstoestand der +menschen en hunne produktiekrachten vertegenwoordigen, en dat +een in de produktiekrachten der menschen opgetreden verandering, +noodzakelijkerwijs eene verandering in hunne produktieverhoudingen +teweeg brengen moet? Daar het vóór alle dingen hierop aankomt, niet +van de vruchten der civilisatie, de verworven produktiekrachten +uitgesloten te zijn, wordt het noodzakelijk de overgebleven vormen +waarin zij geschapen werden, te verbreken. Van dat oogenblik af, +wordt eene revolutionaire klasse conservatief. + +"De bourgeoisie vangt met een proletariaat aan, dat zelve op zijne +beurt, een overblijfsel is van het proletariaat uit de feodalistische +periode. In het verloop harer historische ontwikkeling, ontwikkelde +de bourgeoisie noodzakelijkerwijs haar antagonistisch karakter, dat +zich bij haar eerste optreden slechts omsluierd, nog in latenten +toestand deed kennen. In die mate waarin de bourgeoisie zich +ontwikkelt, ontwikkelt zich in haren schoot een nieuw proletariaat: +het moderne proletariaat. Het ontwikkelt zich in eenen strijd tusschen +de proletariërsklasse en de bourgeoisklasse; een strijd die, alvorens +zij aan beide zijde wordt gevoeld, bespeurd, op hare waarde geschat, +begrepen, toegestemd en eindelijk luide wordt geproclameerd, zich +voorloopig maar bij gedeelten en in voorbijgaande conflikten, in +verstoringswerken openbaart. Aan den anderen kant, wanneer allen +die tot de moderne bourgeoisie behooren hetzelfde belang hebben, +in zooverre zij ééne klasse, tegenover de andere klasse vormen, +dan hebben zij aan elkander tegenovergestelde belangen, zoodra +zij-zelf tegenover elkander staan. Deze tegenstelling van belangen, +komt voort uit de economische voorwaarden van het burgerlijke +leven. Van dag tot dag wordt het hierom duidelijker, dat de +produktieverhoudingen waaronder de bourgeoisie zich bevindt, niet +een éénvormig, éénzijdig karakter hebben, maar een tweeslachtig. Dat +onder dezelfde verhoudingen, waaronder den rijkdom wordt geproduceerd, +ook de ellende wordt voortgebracht; dat onder dezelfde verhoudingen +waarin de ontwikkeling van de produktiekrachten haren weg gaat, +zich eene repressiekracht ontwikkelt; dat deze verhoudingen den +burgerlijken rijkdom, d. w. z. den rijkdom der bourgeoisie slechts +kunnen voortbrengen, onder voortgezette vernietiging van den rijkdom +der leden dezer klasse individueel en onder de voortbrenging van een +steeds aangroeiend proletariaat." + +"Hoe meer den toestand dezer tegenstellingen naar den voorgrond +treedt, des te meer geraken de economen, de wetenschappelijke +vertegenwoordigers van de burgerlijke produktiewijze, met hunne eigene +theorieën in tegenspraak en vandaar de verschillende scholen die er +onder hen bestaan. + +"Wij hebben de Fatalistische economen, die in hunne theorie +evenzoo onverschillig zijn tegenover datgene, wat zij de euvelen +van de burgerlijke produktiewijze noemen, als de bourgeois-zelf +in de praktijk dat is tegenover het lijden van den proletariër, +die hem aan het verzamelen van zijn rijkdommen geholpen heeft. Zij +onderscheiden zich in klassieken en romantieken. De Klassieken, +zooals Adam Smith en Ricardo, vertegenwoordigen eene bourgeoisie, +die nog in strijd is met de resten van de feodale maatschappij en die +slechts hieraan arbeidt, de economische verhoudingen van de feodale +smetten te zuiveren; de produktiekrachten te vermeerderen en der +industrie en den handel nieuwe drijfkrachten te verschaffen. Het aan +deze kampen deelnemende proletariaat kent, door dezen koortsachtigen +arbeid in beslag genomen, slechts voorbijgaand en toevallig lijden, +beschouwt hetzelve ook als zoodanig. De economen gelijk Adam Smith +en Ricardo, welke de geschiedkundigen dezer periode zijn, hebben +bloot de missie te bewijzen hoe de rijkdom onder de verhoudingen der +burgerlijke produktie verworven werd; deze verhoudingen in categorieën, +in wetten te formuleeren en aan te toonen, in hoeverre deze wetten, +deze categorieën voor de produktie van den rijkdommen voortreffelijker +zijn, dan de categorieën der feodale samenleving. De ellende is in +hunne oogen slechts de smart, die met elke geboorte gepaard gaat, +zoowel in de natuur als in de industrie. + +"De Romantieken behooren tot onze periode, die waarin de bourgeoisie +zich in eene direkte tegenstelling bevindt met het proletariaat; +die waarin de ellende in een even zoo groote mate aangroeit als +de rijkdom. De economen doen zich daarin voor als geblaseerde +fatalisten, en werpen, van uit de hoogte van hun standpunt een +trotschen blik van verachting op de menschelijke machines, die dien +rijkdom voortbrengen. Zij herhalen alle de door hunne voorgangers +gegeven uiteenzettingen, maar de onverschilligheid, die bij dezen +naïviteit was, is bij hen tot koketterie geworden. + +"Komt alsnu de Humanitaire school aan de beurt, welke zich de +slechte eigenschappen van de bestaande produktie-verhoudingen zoozéér +aantrekt. Deze zoekt, ten einde haar geweten gerust te stellen, de +werkelijke contrasten zoo goed het gaat te bemantelen; zij beklaagt +oprechtelijk den nood van het proletariaat, de teugellooze concurrentie +der bourgeois onder elkander; zij raadt het proletariaat aan matig +te zijn, vlijtig te werken en weinig kinderen voort te brengen; der +bourgeoisie beveelt zij eenig overleg aan bij haren produktieijver. De +geheele theorie van deze school bestaat in eindelooze onderscheidingen +tusschen theorie en praktijk, tusschen de principes en de resultaten; +tusschen de idee en de toepassing; tusschen inhoud en vorm; tusschen +het wezen en de werkelijkheid; tusschen het recht en de feiten; +tusschen den goeden en den slechten kant. + +"De Philantropische school is de volkomener gemaakte Humanitaire +school. Zij loochent de noodzakelijkheid der tegenstellingen. Zij wil +alle menschen tot bourgeois maken. Zij wil de theorie verwerkelijken, +in zooverre dezelve zich onderscheidt van de praktijk en het +antagonisme niet in zich sluit. Vanzelfsprekend is het in de theorie +gemakkelijk van de tegenspraken te abstraheeren, waaraan men bij elken +schrede in de werkelijkheid zich stoot. Deze theorie zou daarom die der +geïdealiseerde werkelijkheid moeten heeten. Deze philantropen willen +dus de categorieën behouden, welke de uitdrukking der burgerlijke +verhoudingen zijn, zonder de tegenspraak die in haar wezen opgesloten +ligt, en die van haar niet is te scheiden. Zij verbeelden zich nog +ernstig de burgerlijke praktijk te bestrijden en zij zijn toch nog +meer bourgeois, dan alle anderen! + +"Gelijk de economen de wetenschappelijke vertegenwoordigers van +de bourgeoisklasse zijn, zoo zijn de Socialisten en Communisten de +theoretici van de klasse van het proletariaat. Zoolang het proletariaat +nog niet genoegzaam ontwikkeld is om zich als klasse te constitueeren +en daarvandaan, den strijd van het proletariaat met de bourgeoisie +nog geen politiek karakter draagt; zoolang de produktiekrachten nog +in den schoot van de bourgeoisie zelve, niet genoeg zijn ontwikkeld +om de materieele voorwaarden te laten doorschijnen, die noodzakelijk +zijn tot bevrijding van het proletariaat en tot vorming van eene +nieuwe samenleving, zoo lang zijn deze theoretici slechts Utopisten, +die, om de behoeften der onderdrukte klassen te verhelpen, systemen +uitdenken en naar eene regenereerende samenleving zoeken. Maar naar +de mate waarin de geschiedenis voortschrijdt en daarmede den strijd +van het proletariaat zich duidelijker afteekent, hebben zij niet +meer noodig de wetenschap te zoeken in hunne hoofden; zij hebben +zich slechts rekenschap te geven van datgene wat zich voor hunne +oogen afspeelt en zich tot het orgaan daarvan te maken. Zoolang zij +de wetenschap zoeken en niets dan systemen maken, zoolang zij aan +den aanvang van den strijd staan, zien zij in de ellende slechts +ellende, zonder de revolutionaire gedachte die er zich in verbergt +en die in staat is de oude samenleving te doen verdwijnen. Van af +dat oogenblik wordt de wetenschap, een bewust voortbrengsel van de +historische beweging en heeft zij opgehouden doctrinair te zijn; +zij is revolutionair geworden." + + + +Marx onderzocht vervolgens van historische en economische +gezichtspunten uit, of de fabriek en de machine, later dan de +arbeidsverdeeling "het autoriteitsbeginsel in de samenleving hadden +ingevoerd", zooals Proudhon had beweerd. Of aan den eenen kant de +arbeider gerehabiliteerd is geworden, in weerwil dat hij aan de anderen +kant aan de autoriteit werd onderworpen; of de machine de recompositie +der gedeelden arbeid, de aan de analyse tegenovergestelde synthese +van den arbeid is, naar Proudhon's bewering. + +"De samenleving als geheel," zegt Marx, "heeft met het inwendige +van een fabriek dit gemeen, dat ook zij hare arbeidsverdeeling +heeft. Neemt men de arbeidsverdeeling als voorbeeld om haar op +eene gansche samenleving toe te passen, dan zou ongetwijfeld die +samenleving het best voor de produktie van haren rijkdom georganiseerd +zijn, welke slechts één enkelen ondernemer als leider heeft, die +nog in een vooropgezette, vastgestelde orde, de funkties onder de +verschillende leden der maatschappij verdeelt. Maar dit is geenszins +het geval. Terwijl in de moderne fabriek de arbeidsverdeeling, door +de autoriteit van den ondernemer tot in de onderdeelen geregeld is, +kent de moderne samenleving geen anderen regel, geen andere autoriteit +voor de verdeeling van den arbeid, dan de vrije concurrentie. + +"Onder het patriarchale régime, onder het régime van de kasten, +van het feodale- en het gildesysteem, bestond er arbeidsverdeeling +in de gansche maatschappij, volgens bepaalde regelen. Zijn deze +regelen door een wetgever gegeven geworden? Neen, oorspronkelijk uit +de voorwaarden der materieele produktie geboren, werden zij eerst +later tot wetten verheven. Aldus werden deze verschillende vormen +der arbeidsverdeeling tot even-zoovele grondslagen van sociale +organisatie. Wat de arbeidsverdeeling in de werkplaats aangaat, +zoo was deze in alle samenlevingsvormen, zeer laag ontwikkeld. + +"Men kan als algemeene regel stellen: hoe minder de autoriteit van de +deeling van den arbeid, binnen het raam der samenleving ingrijpend +werkt, des te meer ontwikkelt zich de arbeidsverdeeling binnen de +werkplaats en des te meer is zij aan de autoriteit van een enkele +onderworpen. Daarom dus, staan de autoriteiten in de werkplaats en de +autoriteit in de samenleving, met betrekking tot de arbeidsverdeeling, +tot elkander in eene omgekeerde verhouding." .... + +"Hoe is die werkplaats, die fabriek ontstaan?" "Ten dien einde," +antwoordt Marx: "hebben wij te onderzoeken hoe de eigenlijke +Manufaktuurindustrie zich ontwikkeld heeft." "Ik bedoel hier," zegt +Marx, "die industrie, welke nog niet de moderne groot-industrie +met hare machines is, die echter niet meer de industrie uit de +middeneeuwen, noch zelfs huisindustrie meer is.... + +"Eene der eerste behoeften voor de vorming der Manufaktuurindustrie, +was de akkumulatie van kapitalen, die vergemakkelijkt werd door de +ontdekking van Amerika en door de invoer van edele metalen. + +"Het is genoegzaam bewezen, dat de vermeerdering van ruilmiddelen +ten gevolge had, eenerzijds: de waardevermindering der loonen +en grondrenten, anderzijds: de vermeerdering der industrieele +winsten. Met andere woorden, met even zooveel als waarmede de klasse +der grondbezitters en de klasse der arbeiders, de feodale heeren +en het volk zonken, met even zooveel verhief zich de klasse van de +kapitalisten, de bourgeoisie. + +"Er waren nog andere omstandigheden, die gelijktijdig tot ontwikkeling +van de Manufaktuurindustrie bijdroegen. De vermeerdering van de +op de markt gebrachte waren, zoodra toen eenmaal de verbinding met +Oost-Indië, langs den zeeweg om de Kaap de Goede Hoop was ontdekt, +verder het koloniale stelsel en de ontwikkeling van den zeehandel. + +"Een anderen kant welke in de geschiedenis van de Manufaktuurindustrie +nog niet genoegzaam naar waarde is beoordeeld, is de afdanking van de +talrijke gevolgschappen door de feodale Heeren, welker onderhoorigen +landloopers werden, alvorens zij in de werkplaats kwamen. De schepping +van de in de fabriek overgaande werkplaats, werd in de 15e en 16e eeuw, +door een bijna universeel landloopersdom voorafgegaan. De werkplaats +vond verder, een machtigen ruggesteun in de talrijke landlieden, +die tengevolge van de verandering van akkers in weiden en tengevolge +der vooruitgang in de landbouw, die minder arbeiders voor de bewerking +van akkers noodig maakten, voortdurend uit den dienst ontslagen werden +en gansche eeuwen achtereen, naar de steden stroomden. + +"Het groeien van de markt, de akkumulatie van kapitalen, de in de +sociale positie der klassen ingetreden veranderingen en het groote +getal van personen, die zich van hunne bronnen van inkomsten zagen +beroofd, dat zijn even zoovele historische voorwaarden voor het +ontstaan van de Manufaktuur geweest."..... + +"De akkumulatie, benevens de concentratie van werktuigen en arbeiders, +werden voorafgegaan door de ontwikkeling van de arbeidsverdeeling +in het inwendige van het atelier. Een Manufaktuur bestond meer in de +vereeniging van vele arbeiders en vele handwerkers in een en hetzelfde +lokaal, in eene zaal, onder het commando van een kapitaal, dan in de +oplossing van de werkzaamheden en in de aanpassing van een specialen +arbeider aan een zeer eenvoudigen taak. + +"Het nut van een fabriekswerkplaats bestond veel minder in de +eigenlijke arbeidsverdeeling, dan wel in de omstandigheid, dat men +op uitgebreider voet kon arbeiden, vele nuttelooze onkosten besparen +kon, enz. Aan het einde der 16e en aan het begin van de 17e eeuw, +kende de hollandsche Manufaktuur nog maar nauwelijks de verdeeling +van den arbeid. + +"De ontwikkeling van de arbeidsverdeeling, heeft ook tot voorwaarde de +vereeniging van de véle arbeiders in ééne werkplaats. Er is zelfs niet +een enkel voorbeeld aan te halen, noch in de 16e noch in de 17e eeuw, +dat de verschillende takken van een en hetzelfde handwerk, in die +mate gescheiden werden beoefend, dat het noodig zou geweest zijn ze +op eene plaats te vereenigen en daarmede de fabriekswerkplaats kant +en klaar in het leven te roepen. Maar toen eenmaal èn menschen èn +werktuigen vereenigd waren, reproduceerde zich de arbeidsverdeeling +zooals zij ten tijde van de Gilden heeft bestaan en spiegelde zij +zich noodwendig terug in het inwendige van de fabriekswerkplaats."..... + +"De eigenlijke machines dateeren van het einde der 18e eeuw. Niets is +dommer dan in de machine de anti-thesis der arbeidsverdeeling te willen +zien; de synthesis die de eenheid in den verbrokkelden arbeid weder +terugbrengt. De machine is eene vereeniging van arbeidswerktuigen +en geensdeels eene verbinding van den arbeid voor den arbeider +zelve"..... "Eenvoudige werktuigen; akkumulatie van werktuigen; +samengestelde werktuigen; in beweging brengen van een samengesteld +werktuig, door een enkelen handmotor, den mensch; in beweging +brengen dezer instrumenten door natuurkrachten; machines; systeem +van machines, die slechts één motor hebben; systeem van machines, +die een automatische motor hebben, aldus is de ontwikkelingsgang van +de machine geweest."..... + +"Toen in Engeland de markt een zoodanige ontwikkeling had verkregen, +dat de handenarbeid voor haar niet meer toereikend was, gevoelde men de +behoefte aan machines. Men zon toen op de toepassing van de mechanische +wetenschap, die reeds in de 18e eeuw klaar was. Het eerste optreden van +de fabriek met krachtbedrijf, wordt gekenmerkt door handelingen, die +alles-behalve philantropisch waren. Kinderen werden met de zweep tot +den arbeid aangezet; zij werden een voorwerp van schagger, men sloot +contrakten met de Weeshuizen om hen. Men schafte alle wetten omtrent +den leertijd van den arbeiders af.... Ten slotte, waren sedert 1825 +bijna alle nieuwe uitvindingen, het gevolg van wrijvingen tusschen +arbeiders en ondernemers, die tot elken prijs de vakontwikkeling +van den arbeid van hare waarde wilden berooven. Na elke, eenigszins +beduidende werkstaking, werd er eene nieuwe machine ingevoerd. Zoo +weinig zag de arbeider, in de toepassing van machines een soort +rehabilitatie, een soort wederherstelling, dat hij in de 18e eeuw, +zéér lang weêrstand heeft geboden aan de ontstane heerschappij van +deze krachtautomaten." + + + +"Alles tezamen genomen, heeft de invoering van machines de +verdeeling van den arbeid in de samenleving doorgevoerd, het werk +van den arbeider in de werkplaats vereenvoudigd, het kapitaal +geconcentreerd en de menschen verbrokkeld.... Wat de verdeeling van +den arbeid in de mechanische fabrieken kenteekent, dat is, dat zij +elk speciaal karakter verloren heeft. Maar van het oogenblik af, +waarin elke bijzondere ontwikkeling ophoudt, wordt de behoefte aan +universaliteit, het streven naar eene alzijdige ontwikkeling van de +individu, meer voelbaar. De automatische fabriek doet de specialisten +en het vak-idiotisme verdwijnen. + +"De heer Proudhon, die niet eens deze revolutionaire zijde begrepen +heeft, doet eene schrede terug en slaat den arbeider voor, niet alleen +het twaalfde gedeelte van een speld, maar voor en na, alle twaalf +deelen van den speld te vervaardigen. De arbeider zou dan aldus tot de +wetenschap en tot het bewustzijn van den speld kunnen komen.... Alles +bij elkander genomen, komt den heer Proudhon niet verder dan tot het +ideaal van den kleinen burger. Teneinde dit ideaal te verwezenlijken, +valt hem niets beters in, dan ons terug te voeren naar de periode van +de handwerksgezellen, hoogstens naar die van de handwerksmeesters uit +de Middeneeuwen. "Het is genoeg," zoo zegt hij ergens in zijn boek, +"een enkele maal in zijn leven een meesterstuk vervaardigd te hebben, +om zich een enkele maal als een mensch te hebben gevoeld."..... Is +dit niet, zoowel naar den vorm als naar den inhoud, het door de Gilden +uit de Middeneeuwen steeds verlangde "meesterstuk?"" + + + +Marx toont dan, met eene beschouwing over "concurrentie" en "monopolie" +aan, dat deze niet zooals Proudhon had te kennen gegeven, natuurlijke, +maar maatschappelijke categorieën zijn. Hij zegt: "de geheele +geschiedenis, is eene voortdurende verandering der menschelijke +natuur."..... + +"De concurrentie is geene noodzakelijkheid van de menschelijke +natuur, zooals Proudhon meende, maar gelijk zij in de 18e eeuw, uit +historische oorzaken geboren is geworden, zoo zoû zij in de 19e, uit +historische oorzaken eveneens weder kunnen verdwijnen. Zij is niet de +industrieele, maar de commercieele wedijver, zij kampt niet om het +produkt maar om de winst. Er zijn zelfs phazen in het economische +leven der volken, waarin de geheele wereld aangegrepen was door een +soort van dolle woede, om winsten te maken zonder te produceeren. Deze +speculatiekoorts, die periodiek terugkomt, onthult ons dan het ware +karakter van de concurrentie, die aan de noodzakelijke voorwaarden van +den industrieelen wedijver zoekt te ontkomen. De slechte zijde van +de concurrentie, door Proudhon zoo op den voorgrond gesteld en die +hij daarom uitroeien wil, drijft juist de geschiedenis vooruit. Hoe +koortsachtiger de concurrentie nieuwe produkten schiep, des te meer +vertoonde zij de burgerlijke verhoudingen en schiep zij daarmede, +de materieele voorwaarden voor eene nieuwe samenleving." + + + +MARX OVER WERKSTAKINGEN EN OVER VAKVEREENIGINGEN. + +Proudhon had geschreven: "De werkstaking der arbeiders is onwettig. En +het is niet alleen het Wetboek van Strafrecht dat dit zegt, maar +ook het economisch systeem, de noodzakelijkheid van de bestaande +orde.... Dat elke individueele arbeider de vrije beschikking moet +hebben over zijn persoon en over zijn handen kan geduld worden; +maar dat de arbeiders door middel van samenspanning, zich vermeten +het monopolie geweld aan te doen, kan de maatschappij niet toelaten." + +"De economen en de socialisten," zegt Marx, "zijn het hier op één punt +samen eens: in het veroordeelen van de coalities der arbeiders. Zij +motiveeren deze hunne veroordeeling alleen maar verschillend. De +economen zeggen tot den arbeiders: vereenigt u niet. Want doordat +gij u vereenigt, houdt gij den regelmatigen gang van de industrie +tegen, verhindert gij er de fabrikanten in hunne bestellingen na te +komen; stoort gij den handel en bevordert gij de snellere invoering +van machines, die uwen arbeid voor een deel overbodig maken en u +daardoor dwingen zullen, een nog lager loon aan te nemen. Overigens +is uw werken om niet; uw loon zal steeds, door de verhouding van +het aantal gezochte handen tot die van het aantal aangeboden handen, +worden bepaald. En het is even zoo belachelijk als het gevaarlijk is, +u te verzetten tegen de eeuwige wetten van de Staathuishoudkunde. + +"De socialisten (d. w. z. de toenmalige: die van de school van Fourier +in Frankrijk en de volgelingen van Owen in Engeland) zeggen tot den +arbeiders: vereenigt u niet, want wat zoudt ge er ten slotte bij kunnen +winnen? Eene loonsverhooging? Welnu, de staathuishoudkunde zal u met +evidente bewijzen overtuigen, dat op de loonsverhooging van een paar +penningen, die gij in het gunstigste geval daarmede kunt bereiken, +een terugslag volgt van een veel langduriger aard. Goede rekenaars +zullen het u voorrekenen, dat gij jaren zult noodig hebben om door +middel van die loonsverhooging, slechts de kosten goed te maken dien +gij zult moeten uitgeven voor uwe organisatie en tot het behoud uwer +loonsverhooging benoodigd. Wij als socialisten, wij zeggen tot u, +dat nog afgezien van deze geldkwestie, gij met dat al nog steeds +de arbeiders zult moeten blijven, zooals uwe meesters steeds uwe +meesters zullen blijven, voor en na. Daarom: geen vakvereenigingen, +geen politiek; want vakvereenigingen oprichten en in stand houden, +is dit niet aan politiek meêdoen? + +"De Economisten willen, dat de arbeiders de maatschappij zullen doen +blijven zooals deze thans is en gelijk zij dit ons, in hunne handboeken +hebben voorgeteekend en bezegeld. + +"De Socialisten willen, dat de oude samenleving zal gelaten worden +voor wat zij is, om des te beter in de nieuwe samenleving binnen te +kunnen treden, die zij met zoo grooten voorzorg uitgewerkt hebben. + +"In weerwil van beiden; in weerwil van Handboeken en Utopisten hebben +de arbeidersvereenigingen geen oogenblik opgehouden te bestaan, +met de ontwikkeling van de industrie zich te ontwikkelen en tot +bloei te komen. Dit is heden ten dage zoozeer het geval, dat de +ontwikkelingsgraad van die vereenigingen in een zeker land, juist +den rang kenmerkt die dat land in de hiërarchie van de wereldmarkt +inneemt. Engeland, alwaar de industrie op het hoogst is ontwikkeld, +bezit de omvangrijkste en best-georganiseerde vakvereenigingen."..... + +"De eerste pogingen van de arbeiders om zich te vereenigen nemen +steeds den vorm van coalities aan. + +"De groot-industrie brengt een menigte, aan elkander onderling +onbekende lieden op eene plaats tezamen. De concurrentie verdeelt +ze naar hunne belangen, maar de instandhouding van het loon, het +gemeenschappelijk belang tegenover hunnen meester, drijft hen tot de +gemeenschappelijke gedachte van den weêrstand: tot de coalitie. Aldus +heeft de coalitie steeds een dubbel doel: n.l. het opheffen van de +concurrentie tusschen de arbeiders onderling en het vormen van eene +algemeene concurrentie, tegenover den ondernemer. Wanneer het eerste +doel van den weêrstand slechts geldt de instandhouding van het loon, +dan formeeren zich de aanvankelijk geïsoleerde coalities, in de +mate waarin, aan den anderen kant, de kapitalisten hunnerzijds zich +vereenigen tot het bieden van weêrstand, tot groepen; en tegenover +het steeds sterker vereenigde kapitaal, wordt de instandhouding +der associatie voor hen een sterker noodzakelijkheid zelfs, dan de +instandhouding van het loon. Dit is zóó waar, dat de engelsche economen +ganschelijk verstomd ervan staan, hoe de arbeiders een groot deel van +hun loon opofferen, ten gunste van hunne vakvereenigingen, een deel dat +in de oogen van de economen slechts aan het loon ten goede had mogen +komen. In deze kampen,--ware burgeroorlogen zijn het!--vereenigen +en ontwikkelen zich alle elementen voor den komenden krijg. Eenmaal +aangeland bij dat punt, neemt de coalitie een politiek karakter aan. + +"De economische verhoudingen, hebben voor het eerst de massa der +bevolking, in arbeiders omgezet. De heerschappij van het kapitaal heeft +voor deze massa gemeenschappelijke belangen en eene gemeenschappelijke +situatie geschapen. Zoo is deze massa bereids eene klasse tegenover +die van het kapitaal, maar zij is dit nòg niet, voor-zich-zelf. In +den strijd die wij slechts in eene enkele harer phasen gekenschetst +hebben, sluit zich de massa te zamen; constitueert zij zich als +klasse voor-zichzelf. De belangen welke zij verdedigt, worden +daardoor klasse-belangen. De strijd van klasse tegenover klasse is +een politieken strijd." + +...."Eene onderdrukte klasse is de levensvoorwaarde, voor elke, +op klassetegenstellingen berustende samenleving. De bevrijding van +de onderdrukte klasse, sluit aldus noodwendig in zich, de schepping +van eene nieuwe samenleving. Wil de onderdrukte klasse zich kunnen +bevrijden, dan moet er eene ontwikkelingshoogte bereikt wezen, waarop +de reeds verworven produktiekrachten en de geldende maatschappelijke +inrichtingen, niet meer naast elkander kunnen bestaan. Onder +alle produktie-instrumenten is de grootste produktiekracht: de +revolutionaire klasse zelf. De organisatie van de revolutionaire +elementen als klasse, stelt als voorwaarde, het gereedzijnde bestaan +van alle produktiekrachten, die zich over het algemeen in den schoot +der oude samenleving ontvouwen kunnen. + +"Wil dat zeggen, dat er nadat de oude samenleving zal zijn ingestort, +eene nieuwe klasseheerschappij tot stand zal komen, die in eene nieuwe +politieke heerschappij haar toppunt vinden zal? Neen! + +"De voorwaarde tot bevrijding van de arbeidende klasse, is de +afschaffing van èlke klasse; zooals de voorwaarde tot de bevrijding +van den "derden stand", de burgerlijke orde van zaken, de afschaffing +der oude standen geweest is. + +"De arbeidende klasse zal in den loop der ontwikkeling in de plaats +van de oude burgerlijke samenleving, eene associatie plaatsen, +welke de klassen en hunne tegenstelling uitsluit, en er zal geene +eigenlijke politieke macht meer bestaan, omdat juist de politieke +macht, de officieele uitdrukking is van de klassetegenstellingen in +de burgerlijke samenleving." + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +HET HISTORISCH MATERIALISME. + + +In het geschrift tegen Proudhon is reeds in de behandeling van de +stof, het wetenschappelijk standpunt van Marx, zijne philosophische, +historische en economische gezichtspunten duidelijk te zien. Dat nieuwe +standpunt was gewonnen, door eene vereeniging van het beste dat het +fransche Materialisme van de 18e eeuw in Holbach en Helvetius geleverd +heeft,--de revolutionaire kern uit die levensbeschouwing,--met het +uit de critiek op de speculatieve en de idealistische wijsbegeerte +der Hegelsche school, verkregen realisme. + +De grondslag voor die levensopvatting--eene vereeniging van de oude +tegenstellingen van Denken en Zijn, of die van geest en stof,--was het +bestaande, de ervaring, de mensch. Het klassieke fransche materialisme +van de 18e eeuw, kòn de wereld niet opvatten als één proces; van de +in gestadige en voortdurende, historische voort-ontwikkelingsgang +zich bevindende materie. + +Aan den anderen kant was het Idealisme van Hegel gedoemd om +te verstarren in de beschouwing van de "absolute idee." Bij de +Jong-Hegelianen ontwikkelde zij zich dan ook tot de zuivere burgerlijke +ideologie eenerzijds en tot de speculatieve wijsbegeerte anderzijds, +door het abstraheeren van de begrippen, van hunne eigen moeder: +de werkelijkheid. + +Maar Hegel had toch reeds de evolutie in de geschiedenis geconstateerd +en ook de weg ontdekt, al was dit slechts door zuiver abstraheeren, +waarlangs dit geschiedde: de dialektische ontwikkeling in de +geschiedenis. + +De begrippen "toeval" en "willekeur," waren reeds door Spinoza uit de +philosophische beschouwing der dingen buitengesloten en de causaliteit +tot eene absolute wet door hem verheven, waaraan alles in de natuur +zooals ook in den menschelijken wil, onderworpen was. + +De groote gedachte van de vooruitgang in beschaving, die het +voornaamste voortbrengsel van de Hegelsche philosophie was,--de +dialektische ontwikkeling--heeft, als sleutel tot het begrip van +het verleden, de geschiedeniswetenschap op een hooger plan kunnen +stellen. De toepassing van de evolutionaire, dus dialektische +ontwikkeling op de menschelijke samenleving is, in wetenschappelijken +zin en beteekenis, niet verschillend van die, welke Darwin toepaste +op de biologie en waarmede hij tot zijne, voor de vooruitgang der +biologische wetenschappen zoo baanbrekende resultaten was gekomen. En +het is in het algemeen geen toeval, dat beide wetenschappelijke +ontdekkingen, voor natuur en samenleving van het grootste belang, +in een en denzelfden tijd zijn tot stand gekomen. Darwin en Marx +kenden elkander echter niet. + +Maar in hetzelfde jaar,--alleen dit is er toevalligs aan--dat Charles +Darwin zijn "Ontstaan van de Soorten" publiceerde, zag ook van Marx +"Kritiek der Staathuishoudkunde" het licht. Dit was in 't jaar 1859. + + + +Met de nieuwe levensbeschouwing lieten zich, noch het standpunt +van de "humanistische" socialisten, noch dat van de "utopistische" +socialisten vereenigen. + +Vooral de laatsten hadden bij hunne beschouwingen, hoe nauw deze +dikwijls de werkelijkheid ook raakten, steeds ééne onveranderlijke +en vaste, "menschelijke natuur" aangenomen, waarvan zij ook steeds +uitgingen en ondanks alles steeds op terugkwamen. Dat deze niet +echter er was kon de geschiedenis aantoonen, zoodra zij maar op +hare reële basis, de menschheid zelve werd teruggevoerd. Wat is +echter de menschheid en wat beweegt haar? Wat maakt, in laatste +instantie de beweegkracht der geschiedenis uit? Is het het +toeval? Neen. Zijn het ideën dan? Maar deze wonen in menschen; +in de samenleving van produceerende en consumeerende, werkende en +niet-werkende individuen. En de ideën zelven, waren ook nooit eeuwige +en onvergankelijke, maar steeds naar den aard der samenleving die ze +produceerde, andere. + +Trouwens, reeds om die eeuwige vastheid van de menschelijke "natuur" +had Hegel zich in zijne "Geschiedenis-philosophie" lustig gemaakt. Het +was namelijk met betrekking tot de socialistische Utopisten, die +zich het hoofd stuk peinsden over de "beste" wetgeving en over de +"beste" maatschappij. + +En ook zelfs de burgerlijke geschiedschrijving, in den aanvang van +de 19e eeuw, van Augustin Thierry en Michelet voornamelijk, de eerste +in zijne geschiedschrijving van de burgerlijke revoluties in Engeland +en die van 1789 in Frankrijk, de tweede in zijne groote studiën over +de middeneeuwen; zoowel als de minister Guizot in zijn "Essai sur +l'histoire de France", hadden de samenleving zelve aangetoond als de +grondslag van de geschiedenis te zijn. + +Die grondslag evenwel, is evenmin een vaste en steeds blijvende; +zij zelve verandert en deze hare verandering is niet minder dan die +van de samenleving en de gansche natuur, aan de wetten der evolutie +onderworpen. + +De vrucht nu van de philosophische levensbeschouwing van Marx, die +gebouwd was op de dialektische ontwikkeling in natuur en samenleving, +hare revolutionaire vrucht dus, was het historisch materialisme. De +toepassing van deze beschouwingswijze op de geschiedenis, leidde tot +de opvatting van de burgerlijke samenleving, als te zijn gebaseerd op +de klasse-tegenstellingen van bezit, d. w. z. kapitaal eenerzijds en +niet-bezit, d. w. z. van arbeid anderzijds. De formuleering van het +begrip van den modernen klassenstrijd, was hiervan wederom het gevolg. + +Toen Marx zich aan de ontleding zette van de burgerlijke, de +kapitalistische samenleving van tegenwoordig, teneinde uit deze +analyse bloot te leggen, de drijvende krachten die hare produktiewijze +voortbewegen en oplossen; een arbeid die aangevangen is met "Zur Kritik +der politischen Ökonomie" en voortgezet is in zijn hoofdwerk "das +Kapital"; ging hij, naar hij in de Voorrede van het eerste geschrift +ons mededeelt, uit van de volgende wetenschappelijke denkmethode, +die in groote trekken, de grondslag is te noemen van het historisch +materialisme. Hij zegt daar: + +"Mijne onderzoekingen leidden tot het resultaat, dat +rechtsverhoudingen, zoowel als staatsvormen noch uit zich-zelf te +begrijpen zijn, noch uit de zoogenaamde algemeene ontwikkeling van den +menschelijken geest, maar veelmeer in de materieele levensverhoudingen +wortelen, welker totaal Hegel, naar het voorbeeld van de Engelschen +en Franschen uit de 18e eeuw onder den naam van de "burgerlijke +maatschappij" tezamenvat; dat evenwel, de anatomie der burgerlijke +maatschappij, in de staathuishoudkunde is te zoeken. De navorsching +van de laatste, in Parijs door mij aangevangen, heb ik te Brussel +voortgezet, waarheen ik tengevolge van het verbanningsbevel des heeren +Guizot heb moeten uitwijken. Het algemeene resultaat dat zich aan mij +opdrong, en dat eenmaal gewonnen, tot den leiddraad mijner studiën +werd, kan in het kort aldus worden geformuleerd: + +"In de maatschappelijke produktie huns levens, leven de menschen onder +bepaalde, noodzakelijke, van hunnen wil onafhankelijke verhoudingen, +produktieverhoudingen, die met eene bepaalde ontwikkelingstrap hunner +materieele produktiekrachten in overeenstemming zijn. Het totaal +dezer produktieverhoudingen, vormt de economische structuur van de +samenleving, de werkelijke basis waarop zich een juridische en een +politieke bovenbouw verheffen, en welke aan bepaalde maatschappelijke +bewustzijnsvormen beantwoorden. De produktiewijze van het materieele +leven, bepaalt het sociale, politieke en geestelijke levensproces +in het algemeen. Het is niet het bewustzijn der menschen, dat hun +Zijn, maar omgekeerd, het is hun maatschappelijk Zijn, dat hun +bewustzijn bepaalt. Op eene bepaalde ontwikkelingshoogte hunner +ontwikkeling, geraken de materieele produktiekrachten der samenleving +in tegenspraak met de voorhanden produktieverhoudingen, of gelijk de +juridische uitdrukking daarvoor luidt, met de eigendomsverhoudingen, +waarbinnen dezen zich tot dusverre bewogen hebben. Dan slaan deze +verhoudingen, van uit ontwikkelingsvormen der produktiekrachten, +om, in kluisters derzelven. Er treedt dan een tijdstip van sociale +revolutie in. Met de verandering van de economische grondslagen, +wentelt ook de gansche bovenbouw langzamer of sneller om. Bij +de beschouwing van zulke omwentelingen, behoort men steeds te +onderscheiden tusschen de materieele, natuurwetenschappelijk-nauwkeurig +te constateeren omwenteling in de economische produktievoorwaarden en +de juridische, politieke, religieuze, artistieke of philosophische, +kortom ideologische vormen, waarin de menschen zich dat conflikt +bewust worden en het uitvechten. Zoomin als men, dat wat als een +individu geldt, beoordeelt naar datgene wat dit van zich-zelf denkt, +zoomin kan men eene zoodanige omwentelingsperiode uit haar bewustzijn +beoordeelen, maar moet veelmeer, dit bewustzijn uit de tegenstellingen +van het materieele leven, uit het aanwezig zijnde conflikt tusschen +maatschappelijke produktiekrachten en produktieverhoudingen worden +verklaard. Een samenlevingsvorm gaat niet ten onder, dan alvorens +alle produktiekrachten ontwikkeld zijn; voor dat zij ver genoeg +heen is; en nieuwe, hoogere produktieverhoudingen nemen hare plaats +niet in, alvorens de materieele bestaansvoorwaarden derzelven, in +den schoot der oude samenleving zijn uitgebroed. Hierom ook stelt +de menschheid zich steeds eene taak, die zij volvoeren kan; want +nauwkeuriger beschouwd, zal zij steeds vinden, dat die taak zelf, +slechts daar haren oorsprong vindt, waar de materieele voorwaarden +harer oplossing reeds voorhanden zijn, of minstens in staat van wording +verkeeren. In groote omtrekken kunnen Aziatische, antieke, feodale +en modern-burgerlijke produktiewijzen, als progressieve tijdperken +van de economische maatschappij-formaties worden gekarakteriseerd. De +burgerlijke produktie-verhoudingen zijn de laatste antagonistischen +vorm van het maatschappelijk produktieproces; antagonistisch, +niet in den zin van een individueel antagonisme, maar van een, +uit de maatschappelijke levensbehoeften der individuen voortkomend +antagonisme. Maar, de in den schoot der burgerlijke maatschappij +zich ontwikkelende produktiekrachten, scheppen tegelijkertijd ook +de materieele voorwaarden tot oplossing van dit antagonisme. Met +dezen vorm van samenleving, sluit daarom de voorgeschiedenis van de +menschelijke maatschappij af." + + + +Het eerste groote resultaat van de geschieds-beschouwing, gelijk wij +die, èn in het geschrift over de Hegelsche Rechtsphilosophie èn in +dat tegen Proudhon geformuleerd zien, de beschouwing namelijk, dat +het de klassetegenstellingen zijn waarop de burgerlijke samenleving +gebaseerd is, was een geschrift dat tevens in zich bevatte, de eerste +samengedrongene, wetenschappelijke formuleering van het moderne +socialisme van Marx en Engels. + +Gedurende Marx' oponthoud te Brussel werkten hij en Engels geducht +mede aan een blad "Die Deutsche Brusseler Zeitung" genaamd, dat onder +leiding van v. Bornstedt twee malen 's weeks verscheen en aan een +duitsch tijdschrift "Das Westphälische Dampfboot" genaamd. Zoo ook +stichtten zij onder de politieke vluchtelingen, welke zich toenmaals +in Brussel bevonden, de "Deutsche Arbeiterverein" in vereeniging met +Moritz Hesz, Sebastian Seiler, Ernst Dronke, Stephan Born en Wilhelm +Wolff, dezelfde, aan wien later het eerste deel van "das Kapital" werd +opgedragen. Het was in die Vereeniging dat Marx zijn voordracht hield +over "Loonarbeid en Kapitaal", die met het critisch-staathuishoudkundig +overzicht van Marx tegelijk zal worden behandeld. + +Maar het is in deze periode te Brussel geweest, dat het +wetenschappelijk socialisme, of gelijk de beide mannen het toenmaals +om eene behoorlijke onderscheiding te maken noemden, het communisme +tot stand is gekomen. + +Tegen het destijds in Duitschland geleerde "ware" socialisme +van Hesz, Karl Grün en anderen, richtte Marx de scherpste pijlen +zijner realistische critiek, door den politieken klassenstrijd op +den voorgrond te stellen, terwijl Engels in Puttman's "Burgerbuch" +met nadruk, zoowel Wilhelm Weitling, als ook Fourier ten sterkste +verdedigde tegen hunne aanvallen. + +Marx en Engels wisten zéér goed, dat zij daarmede zoowel naar den +eenen als naar den anderen kant, een deel van hunne medestanders +van zich zouden af stooten. Maar met zich-zelf in 't reine zijn, +hun standpunt naar beide zijden scherp te kunnen afbakenen, dat was +hun eerste en gewichtigste doel naar zij meenden. + +"Zonder partijen geen ontwikkeling, zonder scheiding geen vooruitgang", +had Marx reeds in 1842 geschreven. En hij meende dat men bij het +innemen van zijn eigen wetenschappelijk standpunt, vóór alles zuiver +moest staan. + +Intusschen stonden Marx en Engels met de politieke vluchtelingen +in Londen, de sociaal-demokraten uit de "Chartistenbeweging" in +Engeland en voor een deel ook met de fransche sociaal-demokraten, +in eene nauwe betrekking. Nu bestond erin Londen zoowel als in +Parijs een "Bond der Rechtvaardigen", waartoe Engels noch Marx ooit +wenschten toe te treden. Hij was de stichting van Karel Schapper en +Heinrich Bauer, schrijvers, van Josef Moll, een horlogemaker, van den +miniatuurschilder Karl Pfänder en van den kleêrmaker Eccarius. Een +crisis in die organisatie ontstaan, deed Marx, Engels en Wilhelm Wolff +besluiten, zich bij de afgescheidenen te voegen en met hen den "Bond +der Communisten" op te richten. Als de eerste daad van dezen Bond +naar buiten is het, in 't najaar van 1847 ontworpen en in Februarij +1848 in het publiek verschenen + + +"Communistisch Manifest" + +te beschouwen, dat de klassieke uiteenzetting bevat van alle +resultaten welke Marx en Engels uit hunnen praktischen strijd en +hunne theoretische studiën hadden vermogen te trekken. + +In dit "Communistisch Manifest" wordt in enkele groote trekken +de economisch-sociale geschiedsdeduktie van de tijden der +lijfeigenschap in de middeneeuwen, tot aan onze huidige klassen- en +eigendomstegenstellingen doorgevoerd en komt het inzicht erin tot +uiting, en wordt er voor 't eerst in het bijzonder in aangetoond, +dat ook de tegenwoordige vorm van de samenleving tot den ondergang +is bestemd; terwijl alles wat de bourgeoisie in het werk stelt en +in het werk stellen moet, slechts de arbeid harer eigene ondergang +is. Naar de stelling van Hegel die eenmaal luidde: "dat in de +wereldgeschiedenis door de handelingen der menschen, nog in het +algemeen iets anders te voorschijn komt als zij bedoelen en bereiken, +als zij onmiddellijk weten en willen" is deze gansche beschouwingswijze +geformuleerd. Deterministisch is deze beschouwing der samenleving, +zoolang deze en voor zoover deze, kapitalistisch is. + +Het "Manifest" dat aanvangt met de verklaring dat er "een spook over +Europa rondwaart," welk spook het communisme is--"dat dit communisme +bereids door de machten van Europa als een macht is erkend"--zegt +vervolgens: "dat het hoog tijd is geworden, dat de communisten hunne +beschouwingswijze, hun doel en hunne tendenzen, voor de geheele +wereld open en bloot leggen, om aan het sprookje van het communisme, +een manifestatie daarvan, tegenover te plaatsen." Tot dit doel hebben +zich communisten van verschillende naties in Londen bijeenverzameld +en een "Manifest" ontworpen, dat in het engelsch, fransch, duitsch, +italiaansch, vlaamsch en deensch gepubliceerd zal worden. + +Het begint in zijn 1ste Hoofdstuk eene definitie te geven van de +begrippen: Bourgeoisie en Proletariaat. + +"De geschiedenis van alle der nog toe bestaan hebbende maatschappijen, +is de geschiedenis van klasseoorlogen. + +"Vrijen en slaven, patricieër en plebejer, baron en lijfeigene, +gildeburger en gezel, in 't kort, onderdrukten en onderdrukkers, +zij stonden in gestadige tegenstelling tot elkander, voerden een +ononderbroken, dan eens verkapte, dan eens open strijd tegen elkander, +die telkenmale met eene revolutionaire gedaante-verandering van de +gansche samenleving eindigde, of met den gemeenschappelijken ondergang +der strijdende klassen. + +"In de vroegere tijdstippen der geschiedenis, vinden wij bijna overal +eene volledige geleding der samenleving in verschillende standen, +eene menigvuldige en trapsgewijze vorming van maatschappelijke +stellingen. In het oude Rome hadden wij de patriciërs, ridders, +plebejers en slaven; in de Middeneeuwen de feodaal-Heeren, Vasallen, +gildeburgers, gezellen, lijfeigenen en bovendien, bestonden er nog +in bijna alle deze klassen weder, bijzondere trapsgewijze indeelingen. + +"De uit den ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen +moderne burgerlijke maatschappij, heeft die klassetegenstellingen +niet opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden +van onderdrukking, eene nieuwe gestalte aan dien strijd, in de plaats +van de oude gegeven. + +"Ons tijdstip, dat van de bourgeoisie, kenteekent zich echter daardoor, +dat zij deze klasse-tegenstellingen vereenvoudigd heeft. De gansche +maatschappij splitst zich meer en meer in twee groote, elkander +vijandige legers, in twee groote, elkander direkt tegenoverstaande +klassen: bourgeoisie en proletariaat. + +"Uit den lijfeigene van de Middeneeuwen, werden de paalburgers der +eerste steden geboren; uit dezen paalburgers ontwikkelden zich weder +de eerste elementen der bourgeoisie. + +"De ontdekking van Amerika, van de scheepvaart om Afrika, schiepen +voor de opkomende bourgeoisie een nieuw terrein. De Oost-Indische +en Chineesche markt, de koloniseering van Amerika, de ruil met deze +koloniën, de vermeerdering der ruilmiddelen en der waren over het +algemeen, verleenden aan den handel, aan de scheepvaart en aan de +industrie een ongekenden vlucht en daarmede aan het revolutionaire +element van de, in verval zijnde feodale maatschappij, eene even +snelle ontwikkeling. + +"De tot nu toe bestaan hebbende feodale of gildenachtige bedrijfswijze +van de industrie, was niet meer toereikend voor de met de nieuwe +markten, steeds aangroeiende behoefte. De Manufaktuur trad in hare +plaats. De gildenmeesters werden verdrongen door de industrieele +middenstand; de verdeeling van den arbeid tusschen de verschillende +corporaties maakte plaats voor de verdeeling van den arbeid, in den +afzonderlijken werkplaats, gelijk die op zich-zelf reeds bestond. + +"Maar steeds groeiden de markten aan, steeds steeg de behoefte. Ook de +Manufaktuur was niet meer voldoende. De stoom kwam en revolutioneerde +door middel van de machinerie de industrieele produktie. In plaats +van de Manufaktuur trad nu de moderne groot-industrie; in plaats van +den industrieelen middenstand traden nu, de industrieele millionairs, +de chefs van gansche industrieele legers, de moderne bourgeois in +het leven. + +"De groot-industrie heeft de wereldmarkt in het leven geroepen, die +door de ontdekking van Amerika was voorbereid. De wereldmarkt heeft +aan den handel, aan de scheepvaart en aan de landcommunikatie eene +onmetelijke ontwikkeling gegeven. Deze heeft wederom op de uitbreiding +van de industrie teruggewerkt, en in dezelfde mate waarin industrie, +handel, scheepvaart en spoorwegen zich uitbreidden, in diezelfde mate +ontwikkelde zich de bourgeoisie, vermeerderde zij hare kapitalen, +drong zij alle, van af de Middeneeuwen traditioneel geworden klassen, +meer en meer naar den achtergrond. + +"Wij zien dus hoezeer de moderne bourgeoisie-zelf, het produkt van een +lange ontwikkelingsgang, van een rij van omwentelingen in de produktie- +en verkeerswijze is. + +"Ieder dezer ontwikkelingstrappen der bourgeoisie, werd +begeleid door eene, met hen in overeenstemming zijnde politieke +vooruitgang. Onderdrukte stand onder de heerschappij van de feodale +Heeren; bewapende en zich-zelf beheerende associatie in de gemeenten; +hier onafhankelijke stedelijke Republiek, daar derde belastingplichtige +Stand van de monarchie; dan, ten tijde van de op gildenorganisatie +berustende Manufaktuur, tegenwicht tegenover den adel in de Standen +of in de absolute monarchie; hoofdgrondslag van de monarchieën in +het algemeen, veroverde zij eindelijk, sedert het bestaan van de +groot-industrie en der wereldmarkt in de moderne constitutioneele +staten, voor zich uitsluitend de politieke heerschappij. De moderne +staatsmacht is slechts eene commissie, die de gemeenschappelijke +belangen van de gansche bourgeoisklasse bestuurt. + +"De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire +rol gespeeld. + +"De bourgeoisie, waar zij tot heerschappij is gekomen, heeft alle +feodale, patriarchale en idyllische verhoudingen verstoord. Zij +heeft de bontgekleurde feodale banden, die den menschen aan hunne +natuurlijke meesters verbonden, onbarmhartig verscheurd en geen +anderen band tusschen mensch en mensch overgelaten, dan die van het +naakte belang, dan die van de gevoellooze "bare betaling". Zij heeft +de heilige rilling van de vrome dweperij, de ridderlijke begeestering, +de klein-burgerlijke weemoed, verdronken in het ijskoude water van +de egoïstische berekening. Zij heeft de persoonlijke waarde, in de +ruilwaarde opgelost en in de plaats van de tallooze, op vrijbrieven +berustende privilegiën en vrijheden, de eene, die van de gewetenlooze +handelsvrijheid gesteld. Zij heeft in één woord, in plaats van de met +religieuze en politieke illusies omhulde uitbuiting, de openlijke, +de onbeschaamde, direkte en dorre uitbuiting geplaatst. + +"De bourgeoisie heeft alle tot dusver eerwaardige en met vrome +schuwheid beschouwde handelingen, van hunnen schijn van heiligheid +ontdaan. Zij heeft den arts, den jurist, den priester, den poëet en +den man van de wetenschap tot hare betaalde loonarbeiders gemaakt. + +"De bourgeoisie heeft de familieverhouding van haren +roerend-sentimenteelen sluier beroofd en haar teruggevoerd tot op +een zuiver finantieele verhouding. + +"De bourgeoisie heeft ons het geheim onthuld, hoe de brute +krachtsuiting, die de reaktie zoo zeer bewondert in de Middeneeuwen, +in de luiste dagdieverij hare beste aanvulling kan vinden. Maar eerst +heeft zij ons bewezen, wat de werkzaamheid van menschen tot stand kan +brengen. Zij heeft nog gansch andere wonderwerken tot stand doen komen +als de Pyramiden van Egypte, romeinsche waterleidingen en gothische +Cathedralen dat waren; zij heeft nog geheel andere tochten tot stand +weten te brengen, als de Volkerentochten en de Kruistochten dat waren. + +"De bourgeoisie kan niet bestaan, zonder de produktie-instrumenten, +d. w. z., zonder de produktieverhoudingen, dus de +gezamenlijke maatschappelijke verhoudingen, voortdurend +te revolutioneeren. Onveranderde instandhouding van de oude +produktiewijzen, was daarentegen de eerste bestaansvoorwaarde van +de vroegere industrieele klassen. De voortdurende omwenteling van +de produktie, de ononderbroken schokking van alle maatschappelijke +toestanden, de eeuwigdurende onzekerheid en de toestand van +bewogenheid, onderscheidt de periode der bourgeoisie van al de +vroegere. Alle vaste, ingewortelde verhoudingen, mitsgaders +hunne gevolgen van oude en traditioneele voorstellingen +en beschouwingswijzen, zijn door haar opgelost geworden; +alle nieuwgevormde verouderen, nog voor zij zich hebben kunnen +vastnestelen. Al het bestaande en vaststaande verdampt, al het heilige +wordt ontwijd, en de menschen worden er eindelijk wel toe gedwongen, +hunne levenspositie en wederzijdsche betrekkingen, met nuchtere oogen +te gaan bekijken. + +"De behoefte aan een steeds uitgebreider afzetmarkt voor hare +produkten, jaagt de bourgeoisie over den ganschen aardbol. Overal +moet zij zich inburgeren, overal inwerken, overal moet zij connekties +aanknoopen. + +"De bourgeoisie heeft door hare exploitatie van de wereldmarkt, aan +de produktie en de consumptie van alle landen, eene cosmopolitische +gestalte gegeven. Zij heeft tot groote droefenis van de reaktionairen, +der industrie den nationalen bodem onder de voeten weggerukt. Over-oude +nationale industrieën zijn door haar vernietigd geworden en worden +er dagelijks nog meer vernietigd. Zij worden verdrongen door +nieuwe industrieën, welker invoering tot eene levenskwestie voor +alle beschaafde naties wordt; door industrieelen, welke niet meer +inheemsche ruwprodukten, maar de, van de verst verwijderde streken +komende ruwprodukten verwerken en welker fabrikaten, niet alleen in het +land zelve, maar in alle werelddeelen verbruikt worden. In de plaats +van de oude, door de produkten van het land zelf bevredigde behoeften, +komen er nieuwe, welke de produkten van de verstverwijderde landen +en klimaten, tot hunne bevrediging noodig hebben. In de plaats van +de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid en afgeslotenheid, +trad een alzijdig verkeer, eene alzijdige afhankelijkheid der +verschillende naties van elkander. En zooals het in de materieele +produktie ging, zoo ging het ook in de geestelijke produktie. De +geestelijke voortbrengselen der naties elk op zich, zijn gemeen-goed +geworden. De nationale eenzijdigheid en bekrompenheid wordt meer +en meer onmogelijk gemaakt, en uit de vele nationale en lokale +litteraturen, vormt zich ééne wereldlitteratuur. + +"De bourgeoisie trekt, door eene snelle verbetering van alle +produktie-instrumenten, door de oneindig vergemakkelijkte +communikaties, alle,--ook de barbaarsche--naties, binnen den kring +harer beschaving. De goedkoope prijzen harer waren, zijn de zware +artillerie, waarmede zij alle chineesche muren platschiet, waarmede +zij den hardnekkigsten vreemdenhaat der Barbaren tot capitulatie +dwingt. Zij dwingt alle naties, de produktiewijze der bourgeoisie zich +eigen te maken, willen deze niet te gronde gaan; zij dwingt ze, deze +zoogenaamde beschaving bij zich-zelf in te voeren, d. w. z. bourgeois +te worden. In een woord, zij schept zich een eigen wereld, naar haar +eigen beeld. + +"De bourgeoisie heeft het platte land onderworpen aan de heerschappij +van de steden. Zij heeft enorme steden geschapen. Zij heeft het getal +van de stedelijke bevolking, tegenover dat van het land in hoogen +graad doen toenemen en een beduidend deel van de bevolking aan het +idealisme van het landleven onttrokken. Gelijk zij het land van de +stad, zoo heeft zij de barbaarsche en half-barbaarsche landen van de +beschaafde, de boerenvolkeren van de bourgeoisvolkeren, het Oosten +van het Westen afhankelijk gemaakt. + +"De bourgeoisie heft meer en meer de versplintering van de +produktiemiddelen, van het bezit en van de bevolking òp. Zij heeft +de bevolking geaglomereerd, de productiemiddelen gecentraliseerd en +den eigendom, in weinige handen geconcentreerd. Het noodzakelijke +gevolg hiervan, was de politieke centralisatie. Onafhankelijke, +nauwelijks verbonden provinciën met verschillenderlei belangen, wetten, +regeeringen en tollen, werden tezamengedrongen tot ééne natie, ééne +regeering, ééne wet, één nationaal klassebelang en ééne douanelinie. + +"De bourgeoisie heeft in hare, nauwelijks honderdjarige +klasseheerschappij, méér massale en méér kolossale produktiekrachten +geschapen, als alle aan haar voorafgegane generaties, +tezamen. Onderwerping van natuurkrachten, machinerie, toepassing van +de chemie op de akkerbouw; stoomscheepvaart, spoorwegen, elektrische +telegraphen, exploitatie van gansche werelddeelen, bevaarbaarmaking +van stroomen, gansche, als uit den grond gestampte bevolkingen--welke +vroegere eeuw had er eenig begrip van, dat zulke produktiekrachten +in den schoot van den maatschappelijken arbeid, te sluimeren lagen! + +"Wij hebben dus gezien: De produktie- en verkeersmiddelen, op welker +grondslag zich de bourgeoisie kon verheffen, werden in de feodale +maatschappij voortgebracht. Op een gegeven ontwikkelingshoogte +dezer produktie- en verkeersmiddelen bleken de verhoudingen, +waarin de feodale maatschappij produceerde en ruilde, met de +feodale organisatie der Agrikultuur en der Manufaktuur, in één +woord, de feodale eigendomsverhoudingen bleken met de ontwikkelde +produktiekrachten, niet meer in overeenstemming te zijn. Zij hielden +de produktie tegen, in plaats van die te bevorderen. Zij moesten dan +ook springen en zij sprongen. + +"In hunne plaats trad de vrije concurrentie, met de aan haar +beantwoordende maatschappelijke en politieke constitutie, met de +economische en politieke heerschappij van de bourgeoisklasse. + +"Onder onze oogen nu, voltrekt zich eene gelijke beweging. De +burgerlijke produktie- en verkeersverhoudingen, de burgerlijke +eigendomsverhoudingen, de moderne burgerlijke maatschappij, die zulke +geweldige produktie- en verkeersmiddelen te voorschijn getooverd heeft, +gelijkt den heksenmeester, die de onderaardsche machten, die hij zelve +te voorschijn had geroepen, niet meer bezweren kan. Sedert tientallen +van jaren is de geschiedenis van de industrie en van den handel, +slechts de geschiedenis van den opstand der moderne produktiekrachten +tegen de eigendomsverhoudingen, welke de levensvoorwaarden zijn +voor de bourgeoisie en voor hare heerschappij. Het is voldoende, de +handelscrisissen aan te duiden, welke met hunne periodieke terugkeer, +steeds dreigender het bestaan van de gansche burgerlijke samenleving +tot eene kwestie van tijd maken. In de handelscrisissen breekt eene +maatschappelijke epidemie los, welke in alle vroegere tijdstippen als +iets onzinnigs zou zijn beschouwd: de epidemie van de overproduktie. De +maatschappij bevindt zich plotseling teruggezet in een toestand +van oogenblikkelijk barbarisme; een hongersnood, eene algemeene +vernietigingsoorlog schijnen haar alle levensmiddelen afgesneden te +hebben; de industrie, de handel schijnen vernietigd. En waarom? Omdat +zij te véél beschaving, omdat zij te véél levensmiddelen, te véél +industrie, te véél handel bezit. De produktiekrachten, die haar ter +beschikking staan, dienen niet meer tot bevordering der burgerlijke +eigendomsverhoudingen; integendeel, zij zijn te geweldig voor deze +verhoudingen geworden, zij worden door haar juist tegengehouden. En +zoodra zij dezen tegenstand overwinnen, brengen zij de gansche +burgerlijke samenleving in wanorde en, brengen zij het bestaan van den +burgerlijken eigendom, in gevaar. De burgerlijke verhoudingen zijn te +eng geworden om de door haar voortgebrachte rijkdom te bevatten. En +waardoor overwint de bourgeoisie nu de crisissen? Aan den eenen kant, +door eene gedwongen vernietiging van een massa van produktiekrachten; +aan den anderen kant, door de verovering van nieuwe markten en de +radikale uitbuiting van de oude markten. Waardoor dus? Daardoor, dat +zij nog veelzijdiger en nog veel geweldiger crisissen voorbereidt en +de middelen om die crisissen te voorkomen, juist worden verminderd. + +"De wapenen waarmede de bourgeoisie het feodalisme tegen den grond +geslagen heeft, richten zich nu tegen de bourgeoisie zelve. + +"Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de wapens gesmeed die haar +ten dood zullen brengen; zij heeft ook de menschen voortgebracht, die +deze wapens tegen haar zullen voeren. Dit zijn de moderne arbeiders: +het proletariaat. + +"In dezelfde mate waarin de bourgeoisie, d. w. z. het kapitaal zich +ontwikkelt, in diezelfde mate ontwikkelt zich óók het proletariaat; +die klasse van moderne arbeiders, die slechts zoo lang te leven +hebben, als zij arbeid kunnen vinden en die slechts zoo lang arbeid +vinden, als hunnen arbeid het kapitaal vermeerdert. Deze arbeiders +die zich stuksgewijs verkoopen moeten, zijn een waar, zooals elk +handelsartikel dat is en daarvandaan gelijkmatig aan alle wisselingen +van de concurrentie, aan alle schommelingen van de markt onderworpen. + +"De arbeid van de proletariërs heeft door de uitbreiding van de +machinerie en de verdeeling van den arbeid, elk zelfstandig karakter +en daarmede alle bekoorlijkheid voor den arbeider verloren. Hij is +een gewoon aanhangsel van de machine geworden, van wien slechts de +eenvoudigste, eentonigste en gemakkelijk aan te leeren handgrepen +worden verlangd. De kosten die de arbeider veroorzaakt, bepalen zich +daarvandaan tot die van de bloote levensmiddelen-hoeveelheid die +hij noodig heeft tot zijn onderhoud en tot voortplanting van zijn +geslacht. De prijs eener waar, ook die van den arbeid, is echter +gelijk aan die harer produktiekosten. In dezelfde mate, waarin +de walgelijkheid van den arbeid toeneemt, in diezelfde mate neemt +het loon àf. Meer nog, in dezelfde mate waarin de machinerie en de +verdeeling van den arbeid toenemen, in diezelfde mate neemt ook de +massa van den te verrichten arbeid toe, hetzij door vermeerdering +van de arbeidsuren, hetzij door vermeerdering van de in een bepaalden +tijd te leveren hoeveelheid arbeids, versnelde loop der machines enz. + +"De moderne industrie heeft de kleine werkplaats van den patriarchalen +meester doen veranderen in de groote fabriek van den kapitalistischen +ondernemer. Arbeidersmassa's tezamengedrongen in de fabriek, worden +aldaar op militaire wijze georganiseerd. Zij worden als ordinaire +industrie-soldaten, onder het toezicht van een volledige hiërarchie van +onder-officieren en officieren geplaatst. Zij zijn niet alleen knechten +der bourgeoisklasse, maar zij worden dagelijks en op elk uur van dien +dag geknecht door de machine, door den opzichter en voor alles, door +den individueelen bourgeois zelf, die fabrikant heet. Dit despotisme is +zooveel te kleiner, zooveel te hatelijker, zooveel te verbitterender, +naar mate het te openlijker de uitbuiting als zijn doel proklameert. + +"Hoe minder de handenarbeid geschiktheid, en krachtsuiting gaat +vereischen, d. w. z. hoe meer de moderne industrie zich ontwikkelt, +des te meer wordt de arbeid der mannen verdrongen door die van +de vrouwen. Geslachts- en ouderdomsverschillen zijn niet meer +maatschappelijk-geldig voor de arbeidersklasse. Er zijn slechts +arbeidsinstrumenten van hen over, die naar gelang van ouderdom en +van geslacht, verschillende kosten opleveren. + +"Is de uitbuiting van den arbeider door de fabrikanten eenmaal in +zooverre gedaan, dat hij zijn arbeidsloon in gereed geld uitbetaald +krijgt, dan vallen de andere deelen van de bourgeoisie hem op het lijf, +in den vorm van den huisheer, den winkelier, den pandjeshuishouder, +enz. + +"De tot dusver bestaan hebbende kleine middenstand, de kleine +industrieelen, kooplieden en renteniers, de handwerker en de boer, +alle deze klassen zinken tot het proletariaat af; deels hierdoor, +omdat hun klein kapitaal voor het bedrijf van de groote industrie +niet toereikend is, deels daardoor, omdat hunne geschiktheid door de +nieuwe produktiewijze van hare waarde wordt beroofd. Zoo wordt het +proletariaat gerecruteerd uit alle klassen der bevolking." + +Na een schildering van het ontstaan en het verloop van den strijd van +het proletariaat, ongeveer gelijk aan die welke in het geschrift tegen +Proudhon voorkwam, gaat het "Manifest" verder ons den klassenstrijd +schilderend. + +"Van alle klassen die heden ten dage tegenover de bourgeoisie +zich geplaatst zien, is alléén het proletariaat de werkelijk +revolutionaire klasse. De overige klassen komen om, en gaan onder +met de groot-industrie; het proletariaat is haar eigen produkt. + +"De middenstanden, de kleine industrie, de kleine koopman, de +handwerker, de boer, zij allen bestrijden de bourgeoisie, om hun +bestaan als middenstand voor den ondergang te vrijwaren. Zij zijn +aldus beschouwd, niet revolutionair, zij zijn conservatief. Sterker +nog, zij zijn reaktionair, zij zoeken het rad van de vooruitgang +terug te draaien. Als zij revolutionair zijn, dan zijn zij het met +betrekking tot hun aanstaande overgang tot het proletariaat, maar +alsdan verdedigen zij niet hunne tegenwoordige, maar hunne toekomstige +belangen; dan verlaten zij hun eigen standpunt, om zich op dat van +het proletariaat te stellen"......... + +"Elke samenleving die tot nog toe bestond, berustte gelijk wij +gezien hebben, op de tegenstelling van onderdrukkende en onderdrukte +klassen. Om evenwel een klasse te kunnen onderdrukken, moeten haar de +voorwaarden verzekerd zijn, waarop zij, minst genomen haar geknecht +bestaan kan voeren. De lijfeigene heeft zich in de lijfeigenschap tot +medelid van de commune opgewerkt, zooals de kleine burger tot bourgeois +onder het juk van het feodale absolutisme. De moderne arbeider +daarentegen, in plaats van zich met de vooruitgang van de industrie +te kunnen verheffen, zinkt steeds dieper onder de bestaansvoorwaarden +zijner eigene klasse. De arbeider wordt een pauper en het pauperisme +ontwikkelt zich nog sneller, dan de bevolking en dan de rijkdom. Het +wordt hiermede klaar en duidelijk, dat de bourgeoisie ongeschikt is +nog langer de heerschende klasse der samenleving te blijven en de +levensvoorwaarden harer klasse, der samenleving als eene regelende wet +op te dwingen. Zij is ongeschikt tot heerschen, omdat zij ongeschikt +is hare slaven, het bestaan, zelfs binnen het raam hunner slavernij +te verzekeren; omdat zij gedwongen is hun te laten neerzinken tot eene +positie, waarin zij hen voeden moet, in plaats van door hen gevoed te +worden. De maatschappij kan niet meer onder haar leven, d. w. z. haar +leven, laat zich niet meer vereenigen met dat der samenleving. + +"De wezenlijke voorwaarde tot het bestaan en de heerschappij der +bourgeoisklasse, is de ophoping van den rijkdom in de handen van +privaat-personen, de vorming en vermeerdering van het kapitaal; de +voorwaarde van het kapitaal is: de loonarbeid. De loonarbeid berust +uitsluitend op de concurrentie der arbeiders onderling. De vooruitgang +van de industrie, welker willooze en weêrstandslooze draagster de +bourgeoisie is, stelt echter in plaats van het isolement van den +arbeider door de concurrentie, hunne revolutionaire aaneensluiting door +de vereeniging. Met de ontwikkeling der groot-industrie wordt aldus +ook de grondslag onder de voeten der bourgeoisie weggerukt, die waarop +zij produceert en de produkten zich toeëigent. Hare ondergang en de +zegepraal van het proletariaat zijn beiden gelijkelijk onvermijdelijk." + + + +Het tweede gedeelte van het "Manifest" behandelt den "proletariër +en den communist" en de verhouding waarin beiden tot elkander staan, +benevens eene uiteenzetting van wat de communisten willen: + +"De theoretische stellingen der communisten berusten geensdeels op +ideën, op principes die door dezen of genen wereldverbeteraar zijn +uitgedacht. + +"Zij zijn de algemeene uitdrukkingen van feitelijke verhoudingen, van +een bestaanden klassenstrijd, eene, zich onder onze oogen afspelende +historische beweging. De afschaffing van de tot nu toe bestaande +eigendomsverhoudingen, is niet iets dat aan het communisme in het +bijzonder eigen is. + +"Alle eigendomsverhoudingen waren aan een gedurige historische +wisseling, aan eene gestadige historische verandering onderworpen. De +fransche revolutie bijv., schafte den feodalen eigendom, ten gunste +van den burgerlijken af. + +"Wat het communisme karakteriseert, dat is niet de afschaffing van +den eigendom in het algemeen, maar de afschaffing van den burgerlijken +eigendom." + +De moderne burgerlijke privaat-eigendom is echter de laatste en +meest volkomene uitdrukking van de voortbrenging en de toeëigening +der produkten, welke op klassetegenstellingen, op de uitbuiting van +den een door den ander berusten. + +In dezen zin kunnen de communisten hunne theorie in deze eene +uitdrukking: "opheffing van het privaat-bezit" samenvatten. + +Vervolgens weêrlegt het "Manifest" alle tegenwerpingen, die er +gemaakt zijn geworden tegen de doeleinden der communisten. In +de eerste plaats, dat zij "den eigendom" willen afschaffen. Het +antwoordt hierop: "dat de communisten niet den eigendom als zoodanig +willen afschaffen, om die reden, dat zij dat niet zouden kunnen. Iets +anders is het, dat zij den privaat-eigendom willen doen vervangen door +de gemeenschappelijke. Die privaten eigendom namelijk, welke zich +beweegt in de tegenstelling, tusschen kapitaal en loonarbeid. Het +kapitaal is geen persoonlijke maar eene maatschappelijke macht. Het +is een produkt van gemeenschappelijken arbeid en kan slechts door +eene gemeenschappelijke werkzaamheid van vele leden, in laatste +instantie van die van alle leden der gemeenschap, in beweging worden +gezet. Wordt het in gemeenschappelijk, aan alle leden der samenleving +toebehoorend eigendom veranderd, dan verandert niet de persoonlijke +eigendom in gemeenschappelijk, maar het maatschappelijk karakter van +den eigendom verandert, doordien dit zijn klasse-karakter verliest." + +"In de burgerlijke maatschappij is de levende arbeid slechts een middel +om den opgehoopten arbeid te doen vermeerderen. In de communistische +samenleving, zal de opgehoopte arbeid slechts een middel zijn om +het levensproces van den arbeider te verruimen, te verrijken en +te bevorderen. + +"In de burgerlijke samenleving heerscht dus het verleden over het +heden, in het communisme zal het heden over het verleden heerschen. In +de burgerlijke samenleving is het kapitaal zelfstandig en persoonlijk, +terwijl het werkende individu ònzelfstandig en ònpersoonlijk is.".... + +"Gij werpt ons voor," zoo roept het Manifest den tegenstanders toe, +"dat wij uw eigendom willen afschaffen! Zeker, dat is zoo!" + +"Van af het oogenblik, waarin de arbeid niet meer kan worden omgezet +in kapitaal, geld of grondrente, in 't kort tot een monopoliseerbaar +iets kan worden gemaakt.... van dat oogenblik af, verklaart gij den +persoon voor opgeheven." + +"Gij stemt aldus toe, dat gij onder den persoon, niemand anders +verstaat dan den bourgeois, den burgerlijken bezitter. En deze persoon +nu, zal zeer zeker moeten ophouden te bestaan! + +"Het communisme beneemt niemand de macht zich maatschappelijke +produkten toe te eigenen, het beneemt alleen hem de macht, door middel +van vreemden arbeid anderen te onderdrukken." + +"Men wierp ons voor, met de opheffing van het privaatbezit zal alle +werkzaamheid ophouden te bestaan en eene algemeene luiheid zal er +heerschen. + +"Ware dat zoo, dan moest de burgerlijke maatschappij reeds sinds +lang aan luiheid te gronde gegaan zijn; want die in haar arbeiden, +worden niet rijker en die in haar rijker worden, arbeiden niet. De +gansche bedenking loopt uit op de tautologie, dat er geen loonarbeid +meer bestaat, zoodra er geen kapitaal meer bestaat." + +Het "Manifest" weerlegt vervolgens alle aanklachten, die van +ideologisch, philosophisch en religieus standpunt gemaakt zijn tegen +het Communisme. "Met de levensverhoudingen der menschen," zegt het, +"met het maatschappelijk bestaan, veranderen ook hunne voorstellingen, +beschouwingen en begrippen, in één woord verandert hun bewustzijn. Wat +bewijst de geschiedenis anders, dan dat de geestelijke voortbrenging, +verandert met de materieele? De heerschende ideën van een zekeren tijd, +waren altijd maar de ideën van de in dien tijd heerschende klasse. + +"Men spreekt van ideën welke eene gansche samenleving revolutioneeren; +men constateert daarmede het feit, dat zich binnen het raam van de +oude samenleving de elementen tot eene nieuwe gevormd hebben dat met +de oplossing der oude levensverhoudingen; de oplossing der oude ideën +gelijken tred houdt. + +"Toen de oude wereld aan het òndergaan was, werden de oude godsdiensten +overwonnen door de christelijke religie. Toen de christelijke ideën +in de 18e eeuw het aflegden tegen de verlichtings-ideën, streed de +feodale maatschappij haren doodstrijd met de toenmalige revolutionaire +bourgeoisie. De ideën van de gewetens- en religievrijheid, waren +slechts de weerklank van de heerschappij der vrije concurrentie, +op het gebied van de wetenschap"..... + +De tegenwerping, dat er toch "eeuwige waarheden" zooals vrijheid, +gerechtigheid enz., zijn, die aan alle maatschappelijke toestanden +gemeen zijn, weêrlegt het Manifest met te zeggen: + +"Onder vrijheid verstaat men in de tegenwoordige burgerlijke +produktieverhoudingen, den vrijen handel, den vrijen koop en verkoop. + +"Vervalt evenwel den schagger, dan vervalt ook den vrijen +schagger. De tirades over den vrijen handel, gelijk alle overige +vrijheidsredevoeringen van onze bourgeoisie, hebben over het algemeen +maar eenigen zin tegenover den gebonden schagger, tegenover den +geknechten burger van uit de Middeneeuwen, niet echter, tegenover +de communistische opheffing van den schagger, der burgerlijke +produktieverhoudingen en der bourgeoisie zelf." + +"Gij zijt er verontrust over dat wij den privaat-eigendom willen +opheffen. Maar in uwe bestaande maatschappij, is het privaat-bezit voor +negen tiende harer leden reeds opgeheven; bestaat het juist dáárdoor +dat het voor 9/10 niet bestaat! Gij werpt ons dus voor, dat wij een +eigendom wenschen op te heffen, hetwelk de eigendomloosheid van de +overgroote massa, als eene noodzakelijke voorwaarde voorop stelt."..... + +"En de opheffing der familie" dan, welke men den communisten verwijt! + +"Waarop", vraagt het Manifest, "berust de tegenwoordige burgerlijke +familie? Op het kapitaal, op den privaten winst. Volkomen ontwikkeld +bestaat zij slechts bij de bourgeoisie; maar zij verkrijgt hare +aanvulling in de gedwongen familieloosheid van de proletariërs en de +publieke prostitutie. + +"De familie der bourgeois valt natuurlijk weg met het wegvallen van +deze hare aanvulling, en beiden verdwijnen met het verdwijnen van +het kapitaal. + +"Werpt gij ons nu voor, dat wij de uitbuiting van de kinderen +door hunne ouders opheffen willen? Dan stemmen wij met dat verwijt +volkomen in. + +"Maar, zegt gij, wij heffen de intiemste verhoudingen op, doordien +wij in de plaats van de huiselijke opvoeding die van de samenleving +willen plaatsen! + +"Maar wordt niet uwe opvoeding door de samenleving bepaald? Door +de maatschappelijke verhoudingen, binnen welke gij opvoedt, door +de direktere of indirektere inmenging van de maatschappij, door +middel van de scholen enz. De communisten hebben de inwerking van de +samenleving op de opvoeding niet uitgevonden: zij veranderen haar +karakter alleen, zij ontrukken alleen de opvoeding aan den invloed +van de heerschende klasse. + +"De burgerlijke tirades over familie en over opvoeding, over de intieme +verhoudingen van ouders tot kinderen, zijn evenwel te ellendiger, +naarmate te meer door en ten gevolge van de groot-industrie, +alle familiebanden van den proletariër zijn vaneengereten en zijne +kinderen tot eenvoudige handelsartikelen en produktie-instrumenten +zijn geworden." + +Het "Manifest" wijst er dan vervolgens op, dat de communistische +revolutie de radikaalste zal zijn, omdat zij zal breken met +de traditioneele eigendomsverhoudingen, geen "wonder dat in hare +ontwikkelingsgang op het radikaalst gebroken wordt met de traditioneele +ideën." + +Als eerste schrede van de arbeiders om tot de verheffing van het +proletariaat te geraken, wijst het "Manifest" de "verovering van +de demokratie aan." "Het proletariaat," zegt het verder, "zal zijne +politieke heerschappij daartoe aanwenden, der bourgeoisie voor en na +al het kapitaal te ontrukken, alle produktiemiddelen in handen van +den Staat, d. w. z. van het als heerschende klasse georganiseerde +proletariaat te centraliseeren en de massa der produktiekrachten, +zoo snel mogelijk te doen vermeerderen."....... + +"Zijn in den loop van de ontwikkeling de klasseverschillen +verdwenen en is alle produktie in handen van de geassocieerde +individuen samengetrokken, dan heeft de Staat zijn politiek +karakter verloren. De politieke macht in den eigenlijken zin, +is de georganiseerde macht van de eene klasse, tot onderdrukking +van de andere. Wanneer het proletariaat in den strijd tegen de +bourgeoisie, zich noodzakelijk tot klasse vereenigt; door een +revolutie zich tot heerschende klasse maakt en als heerschende +klasse, gewelddadig de oude produktieverhoudingen opheft, dan heft +het met deze produktieverhoudingen, de bestaansvoorwaarden van de +klassetegenstellingen, der klassen over het algemeen op, en daarmee +tegelijk: zijne eigene heerschappij als klasse. + +"In de plaats van de oude burgerlijke samenleving met hare klassen +en klassetegenstellingen treedt dan eene associatie, waarin de vrije +ontwikkeling van een ieder, de voorwaarde voor de vrije ontwikkeling +van allen is." + +Het "Manifest" behandelt in zijn derde gedeelte achtereenvolgens, +de vormen van socialisme, gelijk men die in de dagen vóór 1848 in +West-Europa aantrof: 1e. Het Reaktionaire socialisme, waaronder +a. "feudale socialisme", b. het "klein burgerlijk socialisme" en +c. het "duitsche" of het "ware socialisme" gerekend werden. Dan +2e. het "Conservatieve of het bourgeois-socialisme" en ten 3e. het +"Critisch-utopistische socialisme". + +In het vierde gedeelte stelt het "Manifest" de positie in het licht, +die de Communisten tegenover de verschillende oppositioneele partijen +innemen. + +"De communisten", zegt het, "strijden voor de bereiking van de +onmiddellijk voor de hand liggende doeleinden en belangen der +arbeidersklasse, maar zij vertegenwoordigen in de tegenwoordige +beweging de toekomst dier beweging".... "Zij laten geen +oogenblik verloren gaan om bij den arbeider een zoo mogelijk klaar +bewustzijn, over de vijandige tegenstelling tusschen bourgeoisie en +proletariaat te voorschijn te roepen".... "In één woord de communisten +ondersteunen overàl elke revolutionaire beweging, tegen de bestaande +maatschappelijke en de politieke toestanden gericht. + +"In alle deze bewegingen verheffen zij de eigendomskwestie, welke +meer of minder ontwikkelde vorm deze ook mag hebben aangenomen, +tot de principieele kwestie van de beweging. + +"De communisten arbeiden voorts overal aan de verbinding en de +verstandhouding der demokratische partijen van alle landen". + +"De communisten versmaden het hunne inzichten en doeleinden te +bemantelen. Zij verklaren het ronduit, dat hun doel alleen kan worden +bereikt door de gewelddadige omverwerping van de tot nu toe bestaande +maatschappelijke orde. Mogen de heerschende klassen, sidderen voor eene +communistische revolutie! De proletariërs hebben niets te verliezen +dan hunne ketenen! Zij hebben daarentegen een wereld te winnen!" + + + "Proletariërs aller landen vereenigt U!" + + +Aldus eindigt dit klassieke dokument van het wetenschappelijke +socialisme. Van af zijnen tijd dagteekent de eigenlijke +sociaal-demokratie. + +Wij moeten verder Marx' kleineren arbeid, na hem vluchtig te hebben +aangestipt laten rusten, om ons met zijn hoofdwerk de "Critiek op de +staathuishoudkunde" die later volkomener is gemaakt door "Das Kapital", +bezig te houden. + +Na de Revolutie van 1848 in Duitschland, door de verandering van de +toestanden, welke Marx e. d. weder de gelegenheid verschaften naar +Duitschland terug te keeren, richtte hij met medewerking van vrienden +waaronder ook Engels in Keulen de "Neue Rheinische Zeitung" op. Het +eerste nummer van dit blad, dat zich onmiddellijk in de politiek +op streng demokratischen en in sociale dingen op communistischen +grondslag plaatste, verscheen 1 Juni 1848. Onder zijne tijdelijke +medewerkers telde het blad o. a. de jonge Ferdinand Lasalle, die +eenige jaren later in Duitschland als pionier der socialistische +beweging zulk een groote rol zou spelen. + +Maar de reaktie had in Duitschland en vooral in Pruissen, spoedig +weder gezegevierd en met meer dan twee dozijn processen beladen wegens +wederspannigheid, en voornamelijk om haar aansporen tot het weigeren +van belastingbetalen aan eene regeering, die de pas verworven rechten +der burgerij met voeten trad, moest de "Neue Rheinische Zeitung" +den 19e Mei 1849 ophouden te verschijnen. + +Freiligrath de dichter had voor dit laatste nummer de volgende +dichtregelen geschreven: + + + "Kein offner Hieb in offner Schlacht-- + Es fällen die Nücken und Tücken, + Es fällt mich die schleichende Niedetracht + Der schmutzigen Westkalmücken! + Aus dem Dunkel flog der tötende Schaft, + Aus dem Hinterhalt fielen die Streiche-- + Und so lieg' ich nun da, in meiner Kraft, + Eine stolze Rebellenleiche!" + + +Marx toog weder naar Parijs, waar hij de later beroemd geworden +historische schets van de fransche Revolutie van 1848 schreef, +die de eerste toepassing van zijn geschiedschrijvingsmethode op de +gebeurtenissen van den dag was. + +Deze artikelen-reeks later uitgegeven onder den titel: "de Burgeroorlog +in Frankrijk," is later aangevuld met een niet minder prachtige +historische analyse van de overwinning der reaktie in Frankrijk onder +Napoleon III, door Marx betiteld met "Der 18e Brumaire des Louis +Bonaparte." Ook over de duitsche Revolutie van 1848 zijn toen door +Marx artikelen geschreven, die voor eenige jaren geleden uitgegeven +zijn onder den titel: "Revolutie en Contra-Revolutie in Duitschland +in 1848." + +Volledigheidshalve moet hier nog melding worden gemaakt, dat na een +proces, dat men den leden van den "Communistenbond" in Duitschland +aandeed wegens hoogverraad en waarbij een aantal hunner veroordeeld +werden, dezen Bond opgeheven moest worden. Marx heeft de gansche +historie van dien Bond, benevens zijn karakter en ook dat van de +op de revolutie gevolgde reaktie, terneergeschreven in een boekje: +"Het Keulsche Communisten-proces" genaamd. + +Marx toog, nadat ook Parijs hem voor de tweede maal als woonplaats +ontzegd was, naar Londen, om zich daar voor goed te vestigen. Aldaar +moest hij werken om zijn brood, door journalistieken arbeid te +verrichten en had hij inmiddels ook eenige kinderen gekregen. Maar +wat hem het meest in Londen bleef aantrekken, dat was de gelegenheid +die hij aldaar vond, om zijne economische studiën voort te +zetten. Eerstens, omdat Engeland het groote proefveld was voor iemand, +die in die dagen de groot-industrie met al hare voor- en nadeelen, +licht- en schaduwzijden wilde leeren kennen. Tweedens, omdat er in het +"British Museum" een ongekende hoeveelheid materiaal was te vinden +voor politiek-economische studiën. Derdens omdat Londen zelf, de +interessantste plaats was tot waarneming van het burgerlijk leven; en +ten laatste, door het nieuwe ontwikkelingsstadium waarin de burgerlijke +samenleving gekomen was door de ontdekking van de Californische en +Australische goudmijnen. Marx zelf verklaarde hieromtrent: + +"De physikus beschouwt natuurprocessen, of daar waar zij in hunnen +scherpst afgeteekenden vorm en van storenden invloeden onberoerd +zijn waar te nemen; of zoo mogelijk, maakt hij experimenten onder +voorwaarden, welke hem eene zuivere ontwikkeling van het proces +kunnen verzekeren. Wat ik in dit werk trachtte na te vorschen (in +"Das Kapital" n. l.) is de kapitalistische produktiewijze en de +aan haar beantwoordende produktie- en verkeersverhoudingen. Hunne +klassieke verblijfplaats is tot nu toe nog Engeland. Dit is de reden, +waarom dit land als hoofd-illustratie mijner theoretische ontwikkeling +dienst doet." Aldus luidt het in de "Voorrede" van het eerste deel van +"Das Kapital". + + + +MARX OVER VRIJ-HANDEL. + +Wij hebben nog melding te maken van een tweetal studiën van +staathuishoudkundigen aard, welke beiden dateeren uit de periode der +Brusselsche ballingschap van 1847. Het zijn Voordrachten, door Marx in +openbare vergaderingen gehouden. Zijne groote kennis van economische +toestanden en de proeven zijner critische gaven op dit gebied blijken +reeds uit beiden. + +De eene is getiteld "Over Loonarbeid en Kapitaal" en is gehouden in +de "Deutsche Arbeiterverein" aldaar. Zij is een begin, dat geheel +en al tehuis behoort bij Marx' critisch-economische beschouwingen en +behoeft dus hier niet opzichzelf te worden behandeld. + +Het andere is de in 1847 in de "Demokratische Gesellschaft" te dier +plaatse gehouden voordracht "Over Vrije-handel." + +Het was in het agitatietijdperk der graanrechtwetten in Engeland. Marx +komt hierin tot deze conclusies: "wat beteekent onder den huidigen +toestand der samenleving de vrije handel? Niet anders, dan de +vrijheid van het kapitaal..... Zoolang gij de verhouding van +loonarbeid tot kapitaal laat voortbestaan, moge de ruil der waren, +zich ook voortdurend voltrekken onder de gunstigste verhoudingen, +zal er steeds een klasse wezen die uitbuit, en eene die uitgebuit +wordt...... Niettemin, gelooft niet Mijne heeren, dat wanneer +wij den vrijen handel critiseeren, wij dan vrienden zijn van +beschermende rechten." Integendeel! "Men kan het constitutionalisme +bestrijden zonder een vriend van het absolutisme te wezen. Overigens +zijn beschermende rechten slechts een middel, om in een land de +groot-industrie op te voeden, d. w. z. haar van de wereldmarkt +afhankelijk te maken en van het oogenblik af waarop men van de +wereldmarkt afhankelijk begint te worden, hangt men in meerdere of +mindere mate reeds van den vrijen handel af. Bovendien ontwikkelt +bescherming de vrije concurrentie in het land zelf. Derhalve zien wij +het, dat in de landen waar de bourgeoisie begint zich als klasse te +doen gelden, zooals bijv. in Duitschland, zij reeds groote moeite +doet om bescherming te verkrijgen."..... "In 't algemeen echter +is tegenwoordig het systeem der beschermende rechten conservatief, +terwijl de vrije handel verstorend werkt. Het ontwricht de vroegere +nationaliteiten en drijft de tegenstelling tusschen proletariaat +en bourgeoisie op hunnen spits. In één woord: het systeem van den +vrijen handel bespoedigt de sociale revolutie." "En slechts in dezen, +revolutionairen zin Mijne Heeren," zoo eindigde Marx zijn rede, +"stem ik vóór den vrijen handel." + + + + + + + +DERDE GEDEELTE. + + +HOOFDSTUK V. + +DE KRITIEK OP HET KAPITALISME. + + +Zooals in de philosophie en in de wereldbeschouwing Marx' +wetenschappelijke inzichten aanknoopten aan Kant, Fichte, Hegel +en Feuerbach; in de geschiedenisbeschouwing aan Augustin Thierry +en Michelet, zoo knoopten zijne staathuishoudkundige inzichten aan +die van de, eveneens klassieke vertegenwoordigers der burgerlijke +staathuishoudkunde aan. Adam Smith en David Ricardo, beiden engelsche +economen waren zijne voorgangers. + +Voornamelijk was het kernpunt van elke principieele economie, het +concipieeren eener waarde-theorie. Deze is ook bij Marx, gelijk bij +elken econoom die een zeker tijdvak in zijn werk vertegenwoordigt, +de spil waarom alles draait. Maar bij Marx bovendien, de bron waaruit +de door hem geformuleerde theorie van de méérwaarde,--de polsader +in de kapitalistische produktiewijze,--wetenschappelijk door hem kon +worden vastgesteld. + +Tusschen de "Critiek op de staathuishoudkunde" en "Das Kapital", het +begin en de voortzetting, liggen negen jaren. Het eerste deel van: +"Das Kapital, zur Kritik der politischen Ökonomie" verscheen in 1867; +het tweede deel eerst in 1885, twee jaren na Marx' dood, zoo ook het +derde deel, beiden door Friedrich Engels uitgegeven. De jaren die er +liggen tusschen de "Critiek" en het groote dikke boek "Das Kapital", +waren voor Marx, die van een langdurig, steeds terugkeerend lichamelijk +lijden en van groote finantieele zorgen. Maar dat niet alleen. In die +periode viel ook de persoonlijke aktie van Karel Marx, de oprichting +van en de enorme werkzaamheden verbonden aan de "Internationale", +de stichting die in 1864 te Londen tot stand kwam, ten doel hebbend +de arbeidersbeweging van toenmaals in de verschillende landen, een +internationale band te geven. Marx was hare secretaris en tevens hare +ziel. De noodzakelijkheid om beknopt te zijn, waardoor ook alleen +maar de hoofdpunten van Marx' levenswerk kunnen worden weergegeven, +noopt ons van de "Internationale" en wat Marx er in deed, met een +enkel woord gewag te maken en er niet langer bij stil te staan. + +Wij behandelen vervolgens al het economische werk van Marx tezamen. Een +voornaam ding dient hierbij wèl te worden in 't oog gevat. + +Marx heeft geen bepaald nieuw nationaal-economisch systeem op +gesteld; hijzelf betitelde zijn werk als "critiek". En iets anders +zou dan ook met Marx' overtuiging en opvatting van de evolutie die de +samenleving doormaakt in de kapitalistische produktieperiode en de, +aan die produktiewijze immanente wetten die haar voortbewegen en tot +oplossing brengen, welker oplossing niet anders kan zijn dan hare +eigene negatie, niet te rijmen zijn geweest. + +"Voor Marx," zoo luidt het oordeel van een Russisch critikus, afgedrukt +in den tweeden druk van het eerste deel van "Das Kapital,".... "is +slechts één ding van gewicht: de wet der phenomenen te vinden met +welker onderzoek hij zich bezig houdt. En voor hem is niet alleen de +wet van gewicht die ze beheerscht, voor zoover zij hunnen ontwikkelden +vorm hebben en in samenhang met elkander staan en zooals zij in een +gegeven tijdperk kan worden waargenomen. Voor hem is het ook vóór +alles van gewicht, de wet harer verandering, harer ontwikkeling, +d. w. z. de overgang uit de eene vorm in de andere, uit de eene +orde van samenhang in de andere te vinden. Zoodra hij eenmaal eene +wet heeft ontdekt, onderzoekt hij in détails de gevolgen waarin zij +zich in het maatschappelijk leven demonstreert".... "Dientengevolge +geeft Marx zich slechts moeite voor één ding: door nauwkeurige +wetenschappelijke onderzoekingen, de noodzakelijkheid van bepaalde +orden van maatschappelijke verhoudingen aan te toonen en zooveel +mogelijk onkreukbaar de feiten te constateeren, die hem tot uitgangs- +en steunpunten dienen. Hiertoe is het volmaakt voldoende, wanneer +hij met de noodzakelijkheid van de tegenwoordige orde van zaken, +tegelijk de noodzakelijkheid van eene andere aantoont, waarin de +eerste onvermijdelijk moet overgaan, gansch onverschillig of de +menschen dat gelooven of niet gelooven, of zij zich hetzelve bewust +zijn of niet. Marx beschouwt de maatschappelijke beweging als een +natuurhistorisch proces, dat door wetten geleid wordt, die niet +alleen niet van den wil, het bewustzijn en doel van de menschen +afhankelijk zijn, maar veeleer omgekeerd, welker willen, bewustzijn +en doel er door bepaald wordt".... "Wanneer het bewuste element +in de beschavingsgeschiedenis een zoo ondergeschikte rol speelt, +dan spreekt het vanzelf, dat de critiek welker objekt de beschaving +zelf is, minder dan ergens anders, den een of anderen vorm of het een +of andere resultaat van het bewustzijn tot grondslag kan hebben. Dat +wil zeggen: niet de idee, maar het uitwendige verschijnsel alleen kan +dan als haar uitgangspunt dienen. De critiek zal zich beperken tot de +vergelijking en de confronteering van een feit, niet met de idee, maar +met het andere feit. Voor haar is het slechts van gewicht, dat de beide +feiten zooveel mogelijk nauwkeurig onderzocht worden en werkelijk de +een tegenover den ander verschillende ontwikkelingsmomenten vormen, +voor alles is 't voor haar evenwel van gewicht, dat niet minder +nauwkeurig de serie der orden opgespoord wordt, de opvolging en +de verbinding, waarin de trappen van ontwikkeling zich aan ons +voordoen. Maar, zoo zal men daartegen aanvoeren, de algemeene +wetten van het economische leven zijn een en hetzelfde; geheel +onverschillig, of men ze toepast op het tegenwoordige of op het +verleden! Juist dàt loochent Marx. Volgens hem bestaan zulke abstrakte +wetten niet... Volgens zijn meening bezit integendeel elke historische +periode hare eigen wetten.... Zoodra het leven eener maatschappij een +zekere ontwikkelingsperiode overleefd heeft, uit een bepaald stadium +in een ander overgaat, vangt het ook aan door andere wetten te worden +geleid. In één woord het economische leven biedt ons een, aan de +ontwikkelingsgeschiedenis op het andere gebied dat der biologie, +analoog verschijnsel aan...... De oude economen miskenden den aard +van de economische wetten, toen zij dezelven vergeleken met de wetten +der physiek en der chemie..... Een diepere analyse der verschijnselen +bewees, dat sociale organismen zich van elkander evenzoo grondig +onderscheiden als planten en dierlijke organismen. Ja een en hetzelfde +verschijnsel is aan geheel en al verschillende wetten onderworpen, +tengevolge van de verschillende totaal-struktuur dier organismen, +der afwijking van hunne onderlinge organen, van het verschil der +voorwaarden, waaronder zij funktioneeren..... Met de verschillende +ontwikkeling der produktiekrachten wijzigen zich de verhoudingen en +de hen regelende wetten. Daardien Marx zich ten doel stelt, van uit +dit gezichtspunt de kapitalistische maatschappij na te vorschen en te +verklaren, formuleert hij slechts streng wetenschappelijk het doel, +hetwelk ieder nauwgezet onderzoek van het economisch leven hebben kan. + +"..... De wetenschappelijke waarde van zulk onderzoek is te vinden +in de opheldering van de bijzondere wetten, welke ontstaan, leven, +ontwikkeling en dood van een bepaald maatschappelijke organisme en +zijn opvolging door een ander en hooger, regelen." + + + +DE ANALYSE VAN DE WAAR. + +De rijkdom der maatschappijen, in welke de kapitalistische +produktiewijze heerscht, doet zich aan ons voor, als eene ongehoorde +verzameling van waren, de individueele waar als zijn elementairen +vorm. Marx begin daarom "Das Kapital" met de analyse van de Waar. + +Een Waar is een arbeidsprodukt, dat niet voor het eigen gebruik, +hetzij van den producent of van met hem verbonden menschen, maar +voor den ruil tegen andere produkten, wordt voortgebracht. Het +zijn dus geen natuurlijke, maar maatschappelijke eigenaardigheden +die een zeker produkt tot waar maken. Aan de maatschappelijke rol, +de maatschappelijke funktie kan men 't zien of een produkt Waar is +of niet. + +In de kapitalistische maatschappij nu, nemen in steeds stijgender mate +de arbeidsprodukten de vorm van Waren aan. Wanneer heden ten dage nog +niet alle arbeidsprodukten bij ons tot Waren zijn geworden, dan is +dit deswegens omdat nog resten van vroegere produktiewijzen door de +tegenwoordige heenloopen. Ziet men nu hiervan af, dan kan men zeggen +dat tegenwoordig alle arbeidsprodukten, de vorm van Waren aannemen. + +Wij kunnen de tegenwoordige produktiewijze niet begrijpen, wanneer +ons niet helder voor oogen staat, hoe het karakter van de Waar is in +de huidige produktiewijze. + +"In de produktie betrekken de menschen zich niet alleen op de +natuur. Zij produceeren, doordien zij op eene bepaalde manier +tezamenwerken en de resultaten daarvan, tegen elkander ruilen. Om +te produceeren, komen zij in bepaalde verhoudingen en betrekkingen +tegenover elkander te staan en alleen binnen het raam van deze +maatschappelijke betrekkingen en verhoudingen, vinden hunne +betrekkingen tot de natuur, heeft de produktie plaats." + +Al naar het karakter der produktiemiddelen, kunnen natuurlijk deze +maatschappelijke verhoudingen waarin de producenten tegenover elkander +komen te staan; de voorwaarden waaronder zij hunne produkten ruilen +en aan de totaal-handeling der produktie deelnemen, verschillend +zijn. Met de uitvinding van een nieuw oorlogsinstrument, het geweer, +veranderde ook noodwendig de gansche inwendige organisatie van het +leger; veranderden de verhoudingen, waarin de individuen een leger +vormden en als leger werken konden; wijzigde zich ook de verhouding +van de verschillende legers tot elkander. + +De maatschappelijke verhoudingen waarin de individuen produceeren, +de maatschappelijke produktieverhoudingen wijzigen zich alzoo; +veranderen, naarmate dat er verandering en ontwikkeling komt in +de produktiemiddelen, de produktiekrachten in het algemeen. De +produktieverhoudingen als geheel, vormen datgene wat men de +maatschappelijke verhoudingen, de maatschappij noemt en wel een +maatschappij op eene bepaalde, historische hoogte van ontwikkeling; +een maatschappij met een eigenaardig, verschillend karakter. + +In de kapitalistische maatschappij, met hare privaat-produktiewijze, +hare voortbrenging door elken ondernemer afzonderlijk en de daaruit +noodwendigerwijs voortvloeiende private verhouding, waarin de ruilers +tegenover elkander zijn komen te staan; de produktie vervolgens, +niet ten eigen behoeve, niet om het produkt zelf, maar om den winst, +heeft de Waar noodwendigerwijs een ander karakter en een andere +beteekenis, dan in eene voorafgaande, eene andere samenleving, +met andere produktie-verhoudingen en krachten en een andere, +maatschappelijke wijze van ruilen. + +In de private produktiewijze, gelijk het kapitalisme van onzen tijd +haar heeft geschapen, arbeidt elk, oogenschijnlijk voor zichzelve, +en de manier waarop ieder aan het produkt van den ander komt schijnt +niet geweten te kunnen worden aan het karakter van hunnen arbeid, +maar aan de eigenaardigheden van het produkt-zelf. + +De verhoudingen dier personen onder elkander, gelijk zij door +het maatschappelijk karakter van den arbeid worden bepaald, +verkrijgen, onder de heerschappij van de warenproduktie den +schijn van verhoudingen van dingen, namelijk: van produkten onder +elkander. Zoolang de produktie een direkt maatschappelijke was, was +zij onderworpen aan de bepaling en aan de leiding van de maatschappij +en lagen de verhoudingen der producenten, onder elkander, duidelijk +voor de hand. Zoodra evenwel de arbeid tot privaat-arbeid werd, +die onafhankelijk werd bedreven; zoodra de produktie daardoor tot +een planlooze werd, verschenen de verhoudingen der producenten tot +elkander, als verhoudingen van produkten. Van nu af lag de bepaling +van de verhouding der producenten onderling, niet meer bij hen +zelf. Deze verhoudingen ontwikkelden zich, onafhankelijk van den wil +der menschen, de maatschappelijke machten groeiden hen over het hoofd, +zij verschenen voor de naïeve beschouwingswijze uit vroegere eeuwen, +als goddelijke machten, zooals zij later voor klaardere koppen, +machten der "natuur" geworden waren. Aan de natuurvorm der Waren, +werden nu eigenschappen toegeschreven, van een mystiek karakter, +omdat zij niet uit de verhoudingen der producenten onderling konden +worden verklaard. Marx noemt dit verschijnsel, de erkenning van +het "fetichisme dat den arbeidsprodukten aankleeft, zoodra zij als +Waren worden geproduceerd en dat daarom van de Waar onafscheidelijk +is. Dit fetichistisch karakter van de Waren-wereld ontspruit... uit +het eigenaardig maatschappelijk karakter van den arbeid, die Waren +voortbrengt. + +"Gebruiksgoederen worden in het algemeen slechts Waren, omdat zij +produkten der van elkander onafhankelijk gedreven privaat-arbeid +zijn. Het complex van deze privaat-arbeid vormt den maatschappelijken +totaal-arbeid. Daar de producenten eerst weder met elkander in +een maatschappelijk contakt komen door middel van den ruil hunner +arbeidsprodukten, komt ook het specifiek maatschappelijk karakter +van hunnen privaat-arbeid, eerst weder in dezen ruil aan den dag." + + + +WAARDE DER WAREN. + +Gelijk wij zagen, heeft de Waar ten doel te worden geruild tegen +een andere. Zij kan slechts aan dit doel beantwoorden onder de +voorwaarde, dat door haar eene menschelijke behoefte, van welken +aard ook, bevredigd wordt. Voor Marx maakt het geen verschil, of die +behoefte, eene werkelijke of een ingebeelde is; of het brood is of +katoen of een behoefte naar luxe. Deze onderscheidingen, door sommige +spitsvondige economen wel eens gemaakt, gelden in de werkelijkheid +dan ook inderdaad niet. + +De Waar moet dus een nuttig ding zijn: zij moet gebruikswaarde +bezitten. Deze laatste eigenschap, die de Waar noodzakelijk hebben +moet, wordt bepaald door de physieke eigenschappen van het lichaam +van de Waar. Gebruiksnuttigheid vormt de stoffelijke inhoud +van den rijkdom, hoedanig zijne maatschappelijke vorm ook zijn +mag. Gebruikswaarde is dus geene, der waren alléén aanklevende +eigenschap. Er zijn gebruiksnuttigheden die géén waren zijn, +bijv. produkten van een op communistischen grondslag ingericht +gemeenschapswezen, zooals die der oude indische dorpsgemeenten. Ja, +er zijn gebruikswaarden die niet eens arbeidsprodukten zijn, zooals +bijv. de vruchten van een oerwoud, water van een vloed enz. enz. Maar, +er kan geen Waar bestaan die niet gebruikswaarde heeft. + +Doordien de Waren worden wat zij zijn en waartoe zij bestemd zijn, +verkrijgen zij een tweede eigenschap, die van te worden geruild: hunne +ruilwaarde dus. De verhouding waarin zich de Waren tegen elkander +doen ruilen, wordt door hunne waarde bepaald. + +Wij hebben hier niet met abstrakte begrippen van waarde van een of +ander te doen. Wij hebben hier de Waar als maatschappelijk ding, wier +produktie aan bepaalde maatschappelijke verhoudingen en voorwaarden en +aan de aanwezigheid van bepaalde maatschappelijke krachten is gebonden. + +Wat bepaalt dus de waarde dier Waar? De waarde der Waar is niet +gelijk aan haren prijs. De laatste is alleen maar hare ruilwaarde +in geld uitgedrukt. Daardoor kan dus, als gezamenlijke produkten +van menschelijken arbeid, hunne waarde niet worden uitgemaakt. Als +gebruikswaarden worden zij slechts daarom tegen elkander geruild, +omdat zij juist verschillende, niet-gemeenschappelijke, natuurlijke +eigenschappen hebben, die wel de beweegredenen tot hunnen ruil, +maar in geen geval de verhouding van dien ruil, bepalen kunnen. + +Het raadsel laat zich slechts oplossen, zegt Marx, wanneer men +de algemeene eigenschap der Waren heeft ontdekt, n.l. deze, dat +zij arbeidsprodukten, d. w. z. produkten van menschelijken arbeid +überhaupt zijn. + +Een Waar heeft dus daardoor waarde, omdat in haar, menschelijke arbeid +überhaupt, is neêrgelegd. + +Die waarde-grootte van de Waren, hoe is die nu te meten? De +waarde-meter daarvan, is de hoeveelheid van de waarde-vorming die +zij in zich bevatten, van den menschelijken arbeid die in haar is +gekristalliseerd. En deze hoeveelheid kan op haren beurt, door niets +anders gemeten worden, dan door den arbeidstijd die er noodig was, +om de Waar voort te brengen. + +Maar niet den individueelen arbeidstijd. Immers dan zou, hoe luier +een arbeider was, zooveel te meer waarde zijnen arbeid hebben. Deze +arbeidstijd laat zich, volgens Marx, niet anders opvatten dan als +eene maatschappelijke faktor van de voortbrenging. In eene bepaalde +samenleving zijn deze voorwaarden eveneens gegevene en bepaalde; +blijven zij aan elkander gelijk, dan blijft ook de in de produktie +eener Waar neêrgelegde hoeveelheid arbeids gelijk; wijzigen zich deze, +dan veranderen gene eveneens. Want het totaal van de maatschappelijke +verhoudingen, waaronder de produktie plaats vindt, is van de +produktiviteit van den arbeid afhankelijk. Onder deze is mede te +rekenen, de oogenblikkelijke vorming der arbeiders, de hoogte die +de techniek bereikt heeft, de manier van samenwerking van de organen +der produktie, de natuurverhoudingen van menigvuldigen soort, zooals +daar zijn: rijkdom van den bodem, meteorologische invloeden etc. Al +deze omstandigheden zijn aan wisseling onderhevig en daarmede ook +de produktiviteit van de maatschappelijke arbeidsopbrengst in een +bepaald tijdperk. + +Tegelijk hiermede veranderen ook de arbeidshoeveelheden, die noodig +zijn om het gelijke produkt voort te brengen, en mede ook deszelfs +waarde-grootte. + +De waarde-grootte van tweeërlei waren staan dientengevolge in de +verhouding van kwantiteiten van den maatschappelijk noodzakelijken +arbeid, die tot hunne produktie gevorderd worden. Kan dus +de hoeveelheid arbeid, noodig tot de voortbrenging van een +warensoort, ingekrompen worden tot op de helft, door opvoering van de +produktiviteit van den arbeid, invoering van machinerie ter vervanging +van handenarbeid, volkomener maken van de machinerie enz., dan daalt +ook de waarde van die waren tot op de helft. Zoo is de waarde van +stalen veren bijv., binnen 60 à 70 jaren, gedaald tot op nog minder +dan het honderdste gedeelte harer oorspronkelijke waarde. + +Dit is dus het begrip maatschappelijk-noodwendige arbeidstijd, gelijk +dit bij Marx geldt. + +Reeds was die algemeene waardewet der arbeidsprodukten, hunne +bepaling door den arbeid, oorspronkelijk eene ontdekking van de +klassieke engelsche economie en in embryonalen vorm was zij reeds +bij den engelschen econoom Sir William Petty te vinden. Zij is later +door Adam Smith overgenomen en ten slotte op de kapitalistische, +half nog manufaktuurlijke, half groot-industrieele produktiewijze, +gelijk zij in het Engeland dier dagen (1772-1823) te vinden was, +toegepast door den staathuishoudkundige David Ricardo. + +Alleen, wat nòch Adam Smith nòch Ricardo zagen en doorschouwen konden, +dat doorzag Marx, die als econoom eene latere periode toebehoort, +n.l. die der groot-industrie met de stoom en de maatschappelijke +massa-produktie. Marx was het gegeven om het maatschappelijk karakter +van den arbeid-zelve te doorzien. + +Men moet bij de beoordeeling van deze waarde-theorie zich hoeden voor +vergissingen. Marx zelf wees hierop reeds. Een dier voornaamste is wel +de verwisseling van waarde met rijkdom. De waarde, zegt Marx duidelijk, +is eene historische categorie, slechts geldig voor de periode van +de warenproduktie; zij is eene maatschappelijke verhouding. De +rijkdom daarentegen, is iets stoffelijks en wordt samengesteld +uit gebruikswaarden. "Arbeid", zegt Marx, "is niet de eenige bron +der door hem voortgebrachte gebruikswaarden voor den stoffelijken +rijkdom. De arbeid is zijn vader, gelijk William Petty zegt de aarde +zijn moeder is!" + + + +DE WAAR: ARBEIDSKRACHT. + +Zooals de voortbrenging der waren verschilt in de eene +maatschappelijke periode met die van de andere, zoo zal ook die van +den voortbrenger daarvan verschillend moeten zijn in de verschillende +produktietijdvakken. + +Zoo was de positie van den voortbrenger, den arbeider, een geheel +andere in de periode van de oorspronkelijke naturalwirthschaft, +dan in die van het feodale Handwerk voor den engeren markt; in die +van de Manufaktuur anders dan onder die van de heerschappij der +op kapitalistische leest geschoeide fabriek of der kapitalistische +huis-industrie. + +Onder dit kapitalistisch systeem nu, dat waarin den arbeider gescheiden +is van het produkt, dat noch hem toebehoort, noch hem ten goede komt, +maar den ondernemer, den bezitter, kan men ten zijnen opzichte niet +spreken van zijn arbeid, maar van de geschiktheid die hem eigen +is om te arbeiden. Hij is niet de man van den arbeid, die behoort +zijnen meester, maar alleen de bezitter van de arbeidskracht. "Onder +arbeidskracht of arbeidsvermogen", zegt Marx, "verstaan wij, het +totaal physieke en geestelijke geschiktheid, dat in de lichamelijkheid +van de levende persoonlijkheid eens menschen bestaat en dat hij +in beweging brengt zoodra hij gebruiksnuttigheden van welken soort +vervaardigt.".... + +Deze arbeidskracht komt als een zuivere Waar aan de markt. Wat +beteekent dat? De ruil der waren in het algemeen heeft tot voorwaarde, +dat de bezitters tegenover elkander komen te staan als vrije +menschen. Datzelfde moet dus óók kunnen gelden voor den bezitter van +die waar welke arbeidskracht heet. + +De bezitter dezer waar moet dus ook een vrij man zijn, die zijn waar +niet voor eeuwig maar voor een bepaalden tijd verkoopt, anders wordt +hij een slaaf en wordt hij, van een warenbezitter zelve een waar, +gelijk de arbeiders, in de samenleving van de grieksche en romeinsche +oudheid dat waren. + +Nog een andere voorwaarde moet vervuld zijn. Een gebruiksnuttigheid, +moet geen gebruikswaarde hebben voor zijnen bezitter. De arbeider die +de beschikking heeft over de produktiemiddelen, verkoopt niet zijn +arbeidskracht, maar zijn arbeidsprodukt. De van zijn productiemiddelen, +van grond en den bodem gescheidene arbeider evenwel, heeft alleen zijn +arbeidskracht om ter markt te brengen. Daar vindt hij den ondernemer, +die haar koopt of huurt. + +De waarde dezer waar, arbeidskracht, wordt eveneens bepaald door de ter +harer voortbrenging en wedervoortbrenging maatschappelijk-noodwendige +hoeveelheid arbeidstijd. Het bestaan van de arbeidskracht, heeft +natuurlijk tot voorwaarde, het bestaan en de voortplanting van den +arbeider. Dit bestaan is neêrgelegd en wordt verstoffelijkt, in +een zekere som van levensmiddelen, die de arbeider daartoe noodig +heeft. Deze laatste verschilt ook alweder naar tijd en oord. Maar +ook kunnen hier nog bovendien allerlei geestelijke redenen in het +spel zijn. "In tegenstelling tot die van andere waren," zegt Marx +zeer duidelijk, "bevat (dus) de waardebepaling der arbeidskracht, +een historisch en een moreel element." Het geestelijk niveau van den +arbeider, de ontwikkelingshoogte van zijne organisatie enz., vormen +die elementen. + +Maar ook zijn onder de produktiekosten der arbeidskracht te rekenen, de +kosten benoodigd voor leertijd, in eene bepaalde tak van arbeid. Deze +laatsten worden natuurlijk minder, naarmate de arbeid meer en meer +een machinale wordt. + +Al deze gronden bewerken, dat de waarde van de arbeidskracht, van +eene bepaalde arbeidersklasse, in een bepaald land levend en in een +bepaald tijdstip, eene bepaalde grootte is. + +Men moet nadrukkelijk in 't oog houden, dat hier sprake is van de +waarde van de arbeidskracht en niet van haren prijs. De laatste toch, +wordt uitgedrukt in het arbeidsloon, het reële geldloon, dat de +arbeider, krachtens zijne overeenkomst met den kapitalist van dezen +bekomt, na gedanen arbeid. Marx wijst erop, dat de beschouwingswijze +der burgerlijke economie, krachtens welke de ondernemer den arbeider +zijn loon vóórschiet, omdat hij hem betaalt, alvorens het produkt +verkocht is, eene verkeerde voorstelling van zaken is, die met +de werkelijke economische verhoudingen in strijd is. Onder het +huidige systeem, riskeeren niet alleen de arbeiders hun loon, maar +zijn zij ook gedwongen op borg te leven. En daarom zijn zij ook de +grootste slachtoffers van de vervalsching en de verslechtering der +levensmiddelen, die door de tusschenhandelaren, rustig kan worden +bedreven. + +Maar ook streng economisch gesproken is het valsch. "De eigenaardige +zijde dezer specifieke waar, die der arbeidskracht, brengt het met +zich mede, dat met het afsluiten van het contrakt tusschen kooper +en verkooper, hare gebruikswaarde nog niet werkelijk, in de handen +van den kooper is overgegaan. Hare waarde, gelijk aan die van elke +andere waar, werd bepaald, alvorens zij in circulatie trad, want een +bepaald kwantum van maatschappelijken arbeid, werd er tot voortbrenging +aan ten koste gelegd, maar hare gebruikswaarde bestaat eerst in de +achterna komende krachtsinspanning."..... + +"Overal schiet hierom de arbeider, den kapitalist de gebruikswaarde +der arbeidskracht voor; hij laat ze door den kooper consumeeren, +alvorens zij haren prijs betaald heeft gekregen, overal crediteert +daarom de arbeider den kapitalist."..... + +Hieruit blijkt dus, dat kapitalist en arbeider, als ruilers van twee +gelijke waren, toch niet in gelijke conditie verkeeren. + +Maar ook nog in een ander voornaam opzicht is de waar arbeidskracht, +eene andere als de gewone waar, gelijk wij later zullen zien. Wij +moeten eerst weder terug tot de eenvoudige ruil en de funktie van +het geld daarbij. + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +HET GELD. + + +Wij zagen, dat de waardegrootte eener Waar wordt bepaald +door de tot hare voortbrenging benoodigde hoeveelheid, +maatschappelijk-noodzakelijken arbeidstijd. Maar daarin drukt zich de +waardegrootte evenwel niet uit. Men zegt niet: deze jas is veertig +arbeidsuren waard, maar hij is zoo en zooveel waard, bijv. zooveel +als 20 el linnen of als 10 gram goud. De waardegrootte wordt dus wel +bepaald, door de hoeveelheid van de maatschappelijk-noodzakelijken +arbeid, die er aan moet worden besteed, maar zij wordt uitgedrukt in +en door hare ruilverhouding. Er moet dus ook een zekere maat zijn, +een zeker medium, waardoor de ruil der waren kan geschieden en +die de uitdrukking der verhouding, van de waren onderling, in zich +belichaamt. Marx noemt dit het aequivalent, en den vorm waarin de +verhouding van de gebruikswaarden, als ruilprodukten zich wederzijds +uitdrukken, de aequivalentvorm der waren. + +Dit aequivalent treedt het minst naar den voorgrond in de perioden der +eenvoudigen warenruil; maar hoe ingewikkelder de produktieverhoudingen +worden, zooveel te minder kunnen waren als zulke aequivalentvormen +voldoen, zooals dat in primitieve maatschappijen, met primitieve +produktiewijzen: eenvoudige vorm van landbouw en bedrijf, eenvoudige +warenhandel enz., het geval is geweest. + +Hoe langer hoe meer dus de warenruil zich ontwikkelde, hoe meer +arbeidsprodukten tot waren werden, des te noodzakelijker werd een +algemeen aequivalent. In den aanvang van den ruil, ruilt een elk +datgene wat hij niet noodig heeft, onmiddellijk tegen datgene in +wat hij wèl noodig heeft. Dat wordt natuurlijk steeds moeilijker, +naarmate de warenproduktie steeds meer de algemeene vorm werd van de +maatschappelijke produktie. Er moest door deze ontwikkeling dus een +Waar komen, die een ieder gebruiken kon, een algemeene aequivalent +dus, eene onmiddellijke belichaming tevens van de waarde, die tevens +a priori gebruikswaarde voor elkeen bezit. En die ontstond in den +geldvorm. + +In den loop der tijden zijn verschillende dingen in dezen rol +opgetreden, bijv. vee, slaven, wapens enz., het laatst: edele +metalen. Dat de geldvorm van goud en zilver, ten slotte de meest +bruikbare werd voor eene, reeds op eene zekere hoogte van beschaving +staande samenleving, met een reeds ontwikkelde warenproduktie en een +vrij omvangrijk warenverkeer, vindt hare oorzaak in verschillende +omstandigheden. Voor een deel mag dit hieraan te wijten zijn geweest, +dat pronk en pronkvoorwerpen reeds van oudsher als gewichtige +ruilvoorwerpen dienst hebben gedaan; maar hoofdzakelijk besliste +hier de omstandigheid, dat goud en zilver, door de maatschappelijke +funkties, die zij als algemeen waren-aequivalent bezitten, het best +aan dat doel beantwoordden, door hunne natuurlijke eigenschappen. Ten +eerste zijn de edele metalen steeds van gelijke kwaliteit en lossen +zij zich, noch in lucht, noch in water op; zij zijn dus praktisch +niet veranderlijk. Ten tweede kunnen zij naar willekeur gedeeld en +samengesteld worden. + +Goud en zilver, konden het monopolie van als algemeen aequivalent +te dienen, slechts daardoor verkrijgen, doordien zij als waren, +tegenover de andere waren, konden komen te staan. Zij konden dus +alleen geld worden, omdat zij waren vertegenwoordigden. Het geld +is dus, noch uitgevonden door zekere soorten van menschen, noch is +het geld een bloot waardeteeken. De waarde van het geld en zijn +bepaalde maatschappelijke funkties, zijn niet willekeurig in het +leven geroepen. De edele metalen werden tot geldwaren, door de rol, +die zij als waren in het ruilproces speelden en nog spelen. + + + +De eerste funktie van het geld, bestaat dus hierin, als waardemaatstaf +te dienen. De waren worden niet door middel van het geld aan +elkander gelijk en met elkander te vergelijken; maar, doordien +zij waarde-belichamingen zijn van menschelijken arbeid, kunnen +zij als zoodanig, gemeenschappelijk door dezelfde bepaalde waarde +worden gemeten. Het geld als waardemeter, is dus de noodzakelijke +verschijningsvorm, van den in alle waren zich bevindende waardemaat, +de arbeidstijd namelijk. + +De uitdrukking eener waar in geldwaar, is de geldvorm der waar of haren +prijs. Dit laatste, is dus de tweede funktie van het geld, n.l. de +maatstaf van de prijzen te zijn. Als waardemeter zet het geld de waarde +der waren om, in bepaalde, aanschouwelijke hoeveelheden gelds. Als +maatstaf van de prijzen, meet het de verschillende hoeveelheden gelds +aan ééne bepaalde hoeveelheid goud, die als munteenheid aangenomen +wordt, bijv.: een pond goud. + +Het verschil is dus, dat de prijs de geldnaam voor de waarde-grootte +der waren is, maar tegelijkertijd óók de uitdrukking is van de +ruilverhouding der waar met de geldwaar, het goud of het zilver. De +waarde evenwel, kan nooit op zich zelf, voor zich alleen te voorschijn +komen en niet van de waar geabstraheerd worden, maar zit steeds, +aan de ruilverhouding met andere waren vast. Hierdoor is dus eene +afwijking mogelijk geworden, tusschen den prijs van de waren en +hunne waarde-grootte, gelijk die dan ook in de werkelijkheid steeds +voorkomt. De balans van het verschil tusschen beiden schept de +kapitalistische concurrentie. Met de volgende woorden van Engels is +dit duidelijk te maken: "In de huidige kapitalistische maatschappij, +produceert elke industrieele kapitalist op eigen hand, wat, hoe- en +zooveel, hij wil. De maatschappelijke behoefte evenwel, blijft voor +hem eene onbekende grootte, zoowel wat de kwaliteit en de soort van +de benoodigde voorwerpen, als de kwantiteit daarvan aangaat. Wat heden +niet snel genoeg geleverd kan worden, wordt in den tegenwoordigen tijd, +wordt morgen, verre boven de vraag aangeboden. In weerwil daarvan, +wordt ten slotte toch in de behoefte, hetzij slecht of goed, hoe 't ook +zij voorzien, en de produktie richt zich in het algemeen genomen, ten +slotte toch op de benoodigde voorwerpen. Hoe komt nu hier de verevening +van die tegenspraken tot stand? Door de concurrentie. En hoe speelt +de concurrentie deze oplossing klaar? Eenvoudig, doordien zij de +naar soort of hoeveelheid, voor het oogenblikkelijk maatschappelijk +verbruik niet benoodigde waren, ontwaardigt, d. w. z. beneden hunne +arbeidswaarde doet dalen, en langs dezen omweg den producenten het +voelbaar maakt, dat zij òf onbruikbare, òf op-zich-zelf bruikbare +artikelen in eene onbruikbare, overtollige hoeveelheid voortgebracht +hebben. Hieruit spruit dus tweeërlei voort: + +"Ten eerste, dat de voortdurende afwijkingen der warenprijzen van de +warenwaarde, de noodzakelijke voorwaarden zijn, waaronder en waardoor +alleen, de warenwaarde haar bestaan kan erlangen. Alleen door de +schommelingen van de concurrentie en hiermede die van de warenprijzen, +zet zich de waardewet onder de warenproduktie door; wordt de bepaling +van de waarde der waren door den maatschappelijk noodzakelijken +arbeidstijd, tot werkelijkheid. Dat daarbij de vereffeningsvorm van +de waar, haren prijs, in den regel iets of wat anders er uitziet, dan +de waarde die zij te voorschijn brengt, is een noodlot, dat de waarde +deelt met de meeste maatschappelijke verhoudingen. De koning ziet er +meestendeels gansch anders uit, dan de monarchie die hij voorstelt. + +"Ten tweede. Terwijl de concurrentie, in eene samenleving van met +elkander ruilende warenproducenten, de waardewet der warenproduktie +tot hare geldigheid doet komen, zet zij juist dáármede, de +onder die omstandigheden eenig mogelijke organisatie en orde, +der maatschappelijke produktie door. Alleen door middel van de +waardevermindering en de opvoering ervan boven hunne waarde, worden +de individueele warenproducenten er als het ware met hunnen neus +voorgezet, wat en hoeveel de samenleving van hunne waren noodig heeft, +of niet noodig heeft." + + + +De waren die aan de markt komen, veranderen daar in geld, daarna +weder in waren. Deze beweging is de eenvoudige warencirculatie, +W-G-W. Maar de waar, aan het einde van dit gansche proces, is +eene andere, dan die van aan het begin daarvan. De eerste was +niet-gebruikswaarde voor haren bezitter, de laatste is gebruikswaarde +voor hem geworden. De nuttigheid van de eerste Waar, bestond voor hem +in hare eigenschap als waarde, als produkt van algemeen-menschelijken +arbeid; in hare uitruilbaarheid met een ander produkt van algemeen +menschelijken arbeid, met geld. De nuttigheid van de andere Waar, +bestaat voor hem in hare lichamelijke eigenschappen, niet als produkt +van algemeen menschelijken arbeid, maar van een bepaalden vorm van +arbeid. De bovengenoemde formule is dus die van Waren,-Geld,-Waren: +verkoopen om te koopen. Elke verkoop is een koop en omgekeerd. Marx +schildert wat er nu vervolgens gebeurt aldus, onder wat hij noemt: +"De methamorphose der Waren": "W-G." Eerste methamorphose der Waar +of verkoop. Het overspringen van de warenwaarde uit het lijf van +de waar in het lijf van het goud is,.... de salto mortale van de +waar. Mislukt zij, dan is wel-is-waar de Waar niet in benauwdheid, +wel echter is dat de warenbezitter. De maatschappelijke verdeeling +van den arbeid, maakt zijnen arbeid evenzoo éénzijdig, als zij zijne +behoeften véélzijdig maakt. Maar juist daarom, doet het produkt voor +hem slechts als ruilwaarde dienst. Algemeen maatschappelijk geldige +aequivalentvorm, bezit het alleen slechts in het geld en dat geld +bevindt zich in eens andermans zak. Om het eruit te krijgen, moet +de Waar voor alles dus gebruikswaarde voor den geldbezitter hebben, +de aan haar ten koste gelegden arbeid dus in maatschappelijk-nuttigen +vorm er aan besteed zijn of zich in het verband van de maatschappelijke +verdeeling van den arbeid kunnen handhaven. Maar die verdeeling van +den arbeid, is een uit de natuur voortkomend produktie-organisme, +welker draden gesponnen worden, achter den rug van den warenproducent +om, en die zich aldaar voortweven. Wellicht is de Waar, produkt van +eene nieuwe arbeidsmethode, die aan eene nieuw opgekomen behoefte +bevrediging zoekt te geven, of op eigen gelegenheid, deze behoefte +eerst te voorschijn roepen wil. Gisteren nog een funktie, onder de +vele funkties van een en dezelfde warenproducent, rukt zich eene +bijzondere arbeidsverrichting heden wellicht los van deze samenhang, +verzelfstandigt zich en zendt juist deswegens, haar deelprodukt als +zelfstandige Waar ter markt..... "Onze warenbezitters bespeuren +daaruit, dat dezelfde verdeeling van den arbeid, welke hen tot +onafhankelijke particuliere voortbrengers, het maatschappelijke +produktieproces en zijne verhoudingen in dit proces van hen-zelf +afhankelijk maakt; dat de onafhankelijkheid der personen van +elkander, zich vervolkoment, in een systeem van alzijdige zakelijke +afhankelijkheid van elkander. + +"De verdeeling van den arbeid verandert het arbeidsprodukt in een Waar +en maakt dáármede zijne verandering in Geld tot eene noodzakelijkheid." + +"Wij kennen tot dusver geenerlei economische verhouding der menschen," +gaat Marx voort, "buiten dat van warenbezitters, een verhouding, +waarin zij vreemde arbeidsprodukten zich toeëigenen, doordien zij +eigene van zich vervreemden. De eene warenbezitter kan derhalve, den +andere dan ook slechts als geldbezitter tegemoet treden, hetzij omdat +zijn arbeidsprodukt van nature den geldvorm bezit, dus geldmateriaal +is, goud enz., hetzij omdat zijn eigene waar reeds van huid veranderd +is en haar oorspronkelijken gebruiksvorm afgestroopt heeft. Ten einde +als geld te kunnen funktioneeren, moet het goud natuurlijk een zeker +punt hebben, van waaruit het op de warenmarkt op kan treden. Dit +punt ligt in zijne produktiebron, waar het zich, als onmiddellijk +arbeidsprodukt, met een ander arbeidsprodukt van dezelfde waarde kan +doen ruilen. Maar van af dit oogenblik, stelt het gedurig gerealiseerde +warenprijzen voor. Afgezien van den ruil van het goud met waren, aan +zijne produktiebron, is het goud in de handen van elk warenbezitter, +de blootgelegde gestalte van de van hem vervreemde Waar, het produkt +van den verkoop of van de eerste waren-metamorphose: W-G. Ideaal +geld of waardemeter werd het goud, omdat alle waren hunne waarde in +hem maten en het, aldus tot het handtastelijke tegendeel van hunne +gebruiksgestalte, tot hunne waardegestalte maakten. Reëel geld werd +het, doordien de waren, door hunne alzijdige vervreemding, het tot aan +hem werkelijk vreemde of veranderde gebruiksgestalte en daardoor tot +hunne werkelijke waardegestalte maakten. In hare waardegestalte stroopt +de Waar, elk spoor van haar oorspronkelijke gebruikswaarde en van de +in 't bijzonder nuttigen arbeid, waaraan zij haren oorsprong te danken +heeft, af, om zich in de gelijkvormige maatschappelijke stoffelijkheid +van niet te onderscheiden menschelijken arbeid, weder te ontpoppen. + +"Men kan het 't Geld daarom niet aanzien, van welk slag de in hem +veranderde Waar is. De eene Waar ziet in haren geldvorm precies zoo +uit als de andere. Geld mag slijk zijn, hoewel slijk nog geen geld +is. Wij nemen aan, dat de twee geldwolven waaraan de linnenwever +bijv., zijne waar vervreemdt, de veranderde gestalten zijn van een +mud tarwe. De verkoop van het linnen: W-G, is tegelijk haren koop: G-W. + +"Maar als verkoop van linnen, vangt dit proces met eene beweging +aan, welke in haar tegendeel eindigt, met den koop van een bijbel +bijv.; als koop van het linnen, eindigt het met eene beweging die +met haar tegendeel aanving, met den verkoop van de tarwe bijv. W-G +(linnen-geld) deze eerste phaze van W-G-W (linnen-geld-bijbel), +is tegelijk G-W (geld-linnen), de laatste phaze van eene andere +beweging: W-G-W (tarwe-geld-linnen). De eerste metamorphose eener +Waar, hare verandering uit den warenvorm in geld, is steeds tegelijk +de tweede, haar tegenovergestelde metamorphose der andere waar; +hare terugontwikkeling van uit den geldvorm in den warenvorm. + +"G-W. Tweede of slot-metamorphose der waar: koop.--Dewijl het de +vervreemde gestalte is, van alle andere waren of het produkt hunner +algemeene ontvreemding, is geld, de absoluut vervreemde Waar. Het leest +alle prijzen achterwaarts en spiegelt zich aldus, in alle warenlichamen +terug, als de opofferende materie zijner eigene warenwording. Tegelijk +toonen de prijzen, de lonkjesoogen waarmede hem de waren wenken, hem +ook de grenzen zijner veranderingsgeschiktheid, namelijk die van zijn +eigen kwantiteit. Daar de Waar in hare geldwording ondergaat, ziet men +het 't geld niet aan, hoe het in de handen van zijn bezitter gekomen +is, of wat er zich in omgezet heeft. Non olet, hoe ook deszelfs +oorsprong moge wezen. Wanneer het aan den eenen kant, verkochte +Waren vertegenwoordigt, aan den anderen kant vertegenwoordigt het, +verkoopbare Waren. + +"G-W, de koop is tegelijktijd verkoop: W-G; de laatste metamorphose +eener Waar, is dus tegelijk de eerste metamorphose eener andere +Waar. Voor onzen linnenwever sluit de levensloop van zijnen waar af met +de gekochte bijbel, waarin hij de 2 pond St. terug omgezet heeft. Maar +de bijbelverkooper, zet de van den linnenwever gebeurde 2 pond St., +in brandewijn om. + +"G-W, de slotphaze van W-G-W (linnen-geld-bijbel) is tegelijk W-G, de +eerste phaze van W-G-W (bijbel-geld-brandewijn). Daar de warenproducent +slechts een eenzijdig produkt levert, verkoopt hij het dikwijls in +grootere hoeveelheden, terwijl zijn veelzijdige behoeften hem ertoe +dwingen, den gerealiseerden prijs of de gebeurde geldsom, gestadig in +talrijke koopen te versplinteren. Een verkoop mondt daarom, in vele +koopen van verschillende waren, uit. De slotmetamorphose eener Waar, +wordt dus door de som van eerste metamorphosen van andere waren, +gevormd. + +"Beschouwen wij nu de totaal-metamorphose eener Waar, bijv. van +linnen, dan zien wij in de eerste plaats, dat zij uit twee elkander +tegenovergestelde en elkander aanvullende bewegingen bestaat. W-G +en G-W. Deze twee, tegenoverelkander staande veranderingen der +Waar, voltrekken zich, in twee aan elkander tegenovergestelde +maatschappelijke processen der warenbezitters, en reflekteeren +zich, in twee elkander tegenovergestelde economische karakters +derzelven. Als agent van den verkoop, wordt hij verkooper, als agent +van den koop, kooper. Zooals echter in elke verandering der Waar, +hare beide vormen, warenvorm en geldvorm gelijktijdig bestaan, alleen +op elkander tegenovergestelde polen, zoo staat dezelfde warenbezitter +als verkooper, tegenover een andere kooper en als kooper, tegenover een +andere verkooper. Het zijn derhalve dus geen vaste, maar binnen het +raam der warencirculatie, gestadig van persoonlijkheid verwisselende +karakters. + +"De warencirculatie is niet alleen formeel, maar ook wezenlijk +verschillend van de onmiddellijke produktenruil. Men werpe slechts +een terugblik op hetgeen voorgevallen is. De linnenwever heeft, +zonder voorbehoud, linnen geruild tegen bijbels, eigen waren tegen +eene vreemde Waar. Maar dat verschijnsel bestaat slechts voor hem. De +bijbelagent, die heet aan koud de voorkeur geeft, dacht er niet aan +linnen te ruilen voor bijbels, gelijk de linnenwever er niets van wist, +dat er tarwe was ingeruild tegen zijn linnen enz. De Waar van B. komt +in plaats van de Waar van A; maar A en B, ruilen niet wederzijdsch +hunne waren tegen elkander. Het kan werkelijk voorkomen, dat A en B +wisselsgewijs van elkander koopen, maar zulke bijzondere betrekkingen, +zijn geenszins de voorwaarden tot de algemeene verhoudingen +der warencirculatie. Aan den eenen kant ziet men hieruit, hoe de +warenruil de individueele en lokale grenzen van den onmiddellijken +produktenruil doorbreekt en de stofwisseling der menschelijken arbeid +doet ontwikkelen. Aan den anderen kant, ontwikkelt zich hierdoor een +geheele kring van door de handelende personen, niet te controleeren, +maatschappelijke natuursamenhangsels. De wever kan slechts linnen +verkoopen, omdat de boer tarwe verkocht; de heethoofd den bijbel, +omdat de wever het linnen, de distillateur slechts gebrand water, +omdat de andere, het water des eeuwigen levens verkocht had, enz. enz. + +"Het circulatieproces lost zich deswegens ook niet, gelijk de +onmiddellijke produktenruil, op, in de plaats- of de handsverwisseling +van de gebruikswaarden. Het geld verdwijnt niet, omdat het +ten slotte uit de metamorphosenreeks eener Waar uitvalt. Het +slaat voortdurend weder neer, op een door de waren zelf voor hem +ingeruimde circulatie-plek. Bijv. van de totaal-metamorphoze van +het linnen--linnen-geld-bijbel--valt eerst het linnen buiten de +circulatie, het geld komt in zijn plaats; daarna valt de bijbel buiten +de circulatie en het geld treedt in zijn plaats. De vervanging van +waren door waren, doet tegelijkertijd in de derde hand, de geldwaren +hangen blijven. De circulatie zweet gestadig geld uit." + + + +VERANDERING VAN GELD IN KAPITAAL. + +Wij hebben de ontwikkeling van de warencirculatie uit de produktenruil +nagegaan en eveneens hebben wij den kringloop dier beweging +gadegeslagen. Welke is evenwel hare drijfkracht? De beweegreden +der kringloop: Waar-Geld-Waar, is duidelijk; is daarentegen die van +Geld-Waar-Geld niet zinneloos? Neen, zij zou zinneloos zijn, wanneer +de geldsom aan het einde van de transaktie, niet eene andere was, +dan die aan het begin daarvan. De kringloop G-W-G, heeft dus maar +één doel: de geldsom waarmede hij eindigt grooter te doen worden, +dan die, waarmede hij aanving. Deze vermeerdering is inderdaad het +drijvende motief in dien kringloop. + +Wij komen dus, nadat het proces zijn bekenden gang is gegaan, voor +de formule: + + + G-W - (G + g) te staan. + + +Dit "g", de toegevoegde waarde die boven en uit de oorspronkelijk +voorgeschoten waarde, aan het einde van den kringloop voor den +dag komt, noemt Marx: de Meerwaarde. Die laatste moet met hare +verschijningsvorm en winst, rente etc. evenmin verward worden, als de +waarde eener waar, met haren prijs. Want evenals daar, gaat het hier om +de grondslagen en niet om de uiterlijke vormen, de verschijningsvormen, +waaronder de economische verhouding aan het daglicht treedt. + +"De waarde wordt aldus tot processeerende waarde, processeerend geld +en als zoodanig tot kapitaal. Dit komt uit de circulatie vandaan, +gaat weder in haar onder en verveelvoudigt zich in haar; keert +vergroot uit haar terug en begint denzelfden kringloop weder van +voren af aan. G-G, geldbarend geld--"money which begets money",--zoo +luidde de beschrijving van het kapitaal, in den mond van zijn eerste +wegwijzers, de merkantilisten reeds, zegt Marx. + +"Koopen om te verkoopen, of vollediger, koopen om duurder te verkoopen, +G-W-G, schijnt wel-is-waar slechts eene vorm aan het koopmanskapitaal +eigen, maar ook het industrieele kapitaal is geld, dat zich verandert +in waren en door den verkoop de waren, in meer geld terug-verandert." + +Wij zien hieruit en ook uit hetgeen voorafging, dat dus niet alle +geld, niet elke Waar kapitaal is; dat deze dingen alleen dan tot +kapitaal worden, wanneer zij een bepaalde beweging doormaken; wanneer +zij dienen om een méér-produkt in het leven te roepen: méér-waarde +geboren te doen worden. Deze beweging heeft ook op haren beurt, +weder bepaalde historische voorwaarden. + +Wat Marx ons hier ook heeft doen zien, dat is, dat het niet waar is, +gelijk het in den gewonen akademisch-staathuishoudkundigen vorm luidt, +dat opgehoopte arbeid en produktiemiddelen, kapitaal zijn tout court, +maar dat dezen dan eerst tot kapitaal worden, als zij voldoen aan +zekere voorwaarden van historische en van maatschappelijken aard, +waaronder de voornaamste deze is: dat zij in beweging worden gezet, +om méérwaarde voort te brengen. + +Uit welken bron ontspringt nu deze méérwaarde? Men zou zoo oppervlakkig +zeggen, doordien de een van zijn macht (slimheid, ervaring enz.), +gebruik maakt om zijn tegenpartij te misleiden; overmacht van welken +aard ook. Zulk eene verklaring, die op zich-zelf al zeer weinig +bewijst, is bovendien economisch van niet de minste beteekenis, +daar een ieder, gelijk wij gezien hebben, bij afwisseling kooper en +verkooper is. Bovendien kan toepassing van overmacht enz. wel de een +voor een oogenblik zich-zelve doen verrijken, maar zij is absoluut +niet in staat de door beiden bezeten totaal-som, alzoo de som van +de circuleerende waarden, te doen vermeerderen. Wij verklaren er +dus niet anders mede, dan eene verplaatsing van de te deelen som +aan waarden, zonder meer. "De verandering van geld in kapitaal," +concludeert Marx, "moet worden verklaard, op den grondslag van de +in den warenruil zich bevindende immanente wetten, zóó, dat de ruil +van aequivalenten, ons daarbij steeds als uitgangspunt dient. Onze, +nog slechts als kapitalistenrups aanwezig zijnde geldbezitter, moet +de waren tegen hunne waarde koopen, tegen hunne waarde verkoopen +en desniettegenstaande moet hij aan het einde van dit proces, méér +waarde eruit halen, dan dat hij erin wierp."...... + +De oplossing dier vraag, is nevens die der waardetheorie, de spil van +het systeem van analyse, dat Marx toegepast heeft bij het onderzoek +van de kapitalistische produktiewijze. Zij bevat de ontdekking van een +faktor, die de waarde voortdurend vergroot; bron van waarde is, terwijl +zij zelve tegen hare waarde wordt gekocht door den kapitalistischen +ondernemer, die op de warenmarkt komt, om deze eigenaardige Waar op +te doen, alwaar hij den verkooper van die Waar te ontmoeten weet, die +dezen aan niemand anders, dan aan hem slijten kan. Deze Waar is die +der arbeidskracht namelijk, die wij vroeger reeds hebben leeren kennen. + +De bron der meerwaarde nu is te vinden, in den arbeidstijd, welke +de ondernemer, de kapitalist, den arbeider voor zich laat arbeiden, +boven den tijd welke noodig is om de waarde voort te brengen, die +hij zelf kostte. + +"Het kapitaal", zegt Marx "heeft de meerarbeid niet +uitgevonden. Overal, waar een deel der samenleving het monopolie +der produktiemiddelen bezit, moet de arbeider, vrij of onvrij, aan +de tot zijn onderhoud noodzakelijke arbeidstijd een overschot van +arbeidstijd toevoegen, ten einde de levensmiddelen voor de eigenaars +der produktiemiddelen voort te brengen." + +"Méérarbeid, arbeid boven den tot zelfbehoud van den arbeider +noodzakelijken tijd, en toeëigening van het produkt dezer méérarbeid +door anderen, uitbuiting van den arbeid dus, is aan alle tot nu +bestaan hebbende maatschappelijke vormen, voor zoover zij zich in +klassetegenstellingen bewogen hebben, gemeenzaam geweest. Maar eerst +wanneer het produkt dezer meerarbeid, de vorm van meerwaarde aanneemt, +wanneer de eigenaar der produktiemiddelen, den vrijen arbeider--vrij +van sociale banden en vrij van eigen bezit!--als voorwerp van +uitbuiting tegenover zich vindt en hem uitbuit, tot het doel van +de produktie van waren, eerst dàn neemt dit produktiemiddel, het +specifieke karakter van kapitaal aan. En dit is op groote schaal eerst +geschied, aan het einde van de 15e, en aan het begin van de 16e eeuw." + + + +DE VOORTBRENGING DER MEERWAARDE. + +Nemen wij, om de produktie van de meerwaarde met een voorbeeld +aanschouwelijk te maken, eens het volgende geval. De heer Jansen, +industrieel, richt zich in. Zijn vader stelt een groot kapitaal ter +zijner beschikking. Hij richt een katoenspinnerij op, neemt een +technisch- en een handelsdirekteur aan, die het gansche bedrijf +inrichten en leiden en de inkoop van katoen, de aanschaffing van +machines, de aanstelling van arbeiders enz. bezorgen. De katoen wordt +in de fabriek versponnen tot garen en deze wordt, door middel van +reizigers etc., van de hand gezet. + +De heer Jansen nu, men lette er wel op, heeft daarmede niet waren +tegen waren geruild, door middel van de waar geld, maar hij had +oorspronkelijk geld, hij heeft dit uitgegeven om waren te koopen +(fabriek, inrichting, ruwprodukten, arbeidskrachten), en dan verkoopt +hij weder zijn waren, om ze wederom tot geld te doen worden. De +ruilformule is hier niet: W-G-W, maar is hier: + + + Geld-Waar-Geld. + (G-W-G.) + + +Hij heeft zijn geld in waren omgezet en hij zet zijn waren weder in +geld om. Waarom doet hij dat? Dat doet hij om winst te maken; het geld +dat in des heeren Jansen's brandkast terugkomt, moet méér zijn dan +dat wat er uit ging. Anders zou de heer Jansen een gek geweest zijn, +om zijn geld in de circulatie te zenden. Maar het was des heeren +Jansen's doel niet, om het als een schat enkel te laten liggen, +maar om het als kapitaal te laten fungeeren, het te laten broeden dus. + +Alle waren die hij evenwel koopt (ruwprodukten, machines enz.), moet +hij naar hunne waarde betalen, bijgevolg zijn winst zal daardoor niet +vermeerderen. Maar de arbeidskracht der arbeiders die in zijnen dienst +zijn, betaalt hij niet naar hare waarde. Nemen wij daartoe, nog eens +het voorbeeld op en werken wij het verder uit. Een arbeider verspint +in 6 uren, 10 pond ruw-katoen tot garen. In deze 10 pond garen steekt, +nevens den zesurigen arbeid, ook een deel van de arbeidsmiddelen, +welke daarbij worden afgebruikt, vervat in de spindels. Het pond +katoen komt hem te staan op f 0.60, het pond garen brengt f 0.90 +op. Aan spinsel wordt 10 pond katoen ingewerkt, dus voor f 1.20. Het +arbeidsloon bedraagt f 1.80. Dus: + + + Uitgaven: + + 10 pond ruwkatoen f 6. + Spinsel - 1.20. + Arbeidsloon - 1.80. + + te zamen f 9.00. + + Inkomsten: + + 10 pond katoengaren à f 0.90 = f 9.00 + + +Inkomsten en uitgaven zijn gelijk. Maar het doel van den fabrikant is +anders. Zijn toch zes uren arbeidsloon voldoende, om de waarde der +waar arbeidskracht te voldoen, dan zou de arbeider daarna moeten +ophouden met arbeiden. Maar zóó zijn fabrikant en arbeider niet +samen getrouwd! De arbeider is gehuurd voor een zekeren tijd, die de +fabrikant goedvindt te bepalen, subsidiair zooals zij dien tezamen +overeengekomen zijn. Bijvoorbeeld: een arbeidsdag van 12 uren. Wij +nemen nu ons voorbeeld weêr op: + + + Uitgaven: + + voor de eerste zes uren van den dag: + + gelijk boven: 10 pond ruwkatoen f 6. + Spinsel - 1.20. + Arbeidsloon - 1.80. + + totaal f 9.00. + + voor de verdere arbeidsuren: + + 10 pond ruwkatoen f 6. + Spinsel - 1.20. + Arbeidsloon-- + + f 7.20 + f 9 = f 16.20. + + Inkomsten: + + 20 pond garen à f 0.90 = f 18.00. + + +Hij wint dus dagelijks aan een arbeider: f 1.80, juist zooveel als +het arbeidsloon van de zes uren bedraagt, die hij hem meer laat +arbeiden. In die méér-arbeid, ligt de meer-waarde. Der waardewet +is hier geen haartje gekrenkt en de kapitalist heeft tòch winst +gemaakt. Van andere waren, is de ruilwaarde namelijk vervlogen, zoodra +hun verbruik is afgeloopen; de waar arbeidskracht daarentegen, is, +nadat het proces afgeloopen is, nog bruikbaar, ook wanneer zooveel +van haar is verbruikt, als hare ruilwaarde bedraagt. Daar de waarde +van de waar arbeidskracht elastisch of variabel is, d. w. z. met +de voortschrijdende beschavingstoestanden steeds geringer wordt, +terwijl de voortbrengingsgeschiktheid van de arbeidskracht niet +inkrimpt,--d. w. z. de arbeider zou 12 en meer uren kunnen arbeiden, +ook wanneer tot reproduktie van zijne dagelijksche arbeidskracht +slechts 6 uren arbeids en minder noodig zouden zijn,--zoo kan de kooper +der arbeidskracht, in ons voorbeeld de heer Jansen dus, de warenwaarde +derzelve ten volle betalen en desniettemin méér-waarde overhouden. In +enkele woorden dus: het verschil tusschen de gebruikswaarde en de +ruilwaarde van de waar arbeidskracht, vormt de meerwaarde. + +Het historisch toeëigenen van de meerwaarde, geschiedde zonder +twijfel door het zich toeëigenen van vreemde waarde; hetzij door +middel der waren-cirkulatie van het koopmanskapitaal, of, geheel +onverbloemd, door het woekerkapitaal. Maar deze beide soorten van +kapitaal-formaties, konden alleen in de samenleving ontstaan, door +schennis van de wetten der warencirkulatie, door grove schennis van +haar grondwet, dat waarden, alleen tegen gelijke waarden geruild +kunnen worden. Het kapitaal stond daarvandaan, zoolang het handels- +en woekerkapitaal was, in eene tegenstelling tot de economische +organisatie van zijn tijd, en daarmede ook in tegenstelling, tot +de moreele inzichten van zijn tijd. In de Oudheid, evenals in de +Middeleeuwen stonden handel en woeker in een slechten reuk; zij werden +op gelijke wijze gebrandmerkt, zoowel door de antieke Philosophen, +door de heilige Kerkvaders, als door de Pausen. Met uitzondering van +Calvijn, hebben ook de Hervormers--Luther niet voor 't minst--handel +en woeker scherp veroordeeld. + +Wij moeten dan ook, om het kapitaal te onderkennen, tot deze zijne +voorwereldsche vormen teruggaan. Eerst nadat hoogere vormen van +kapitaal zich hadden ontwikkeld, konden zich ook tusschenvormen +ontwikkelen, die de funkties van het handelskapitaal en het rentegevend +kapitaal, in overeenstemming konden brengen, met de wetten van de +thans heerschende warenproduktie. Maar eerst ook van dat oogenblik af, +hebben zij opgehouden het karakter van eenvoudige afzetterij of van +direkten roof te dragen, zegt Marx. + +Marx heeft deze soorten van kapitaal, in de beide eerste deelen van +"Das Kapital", dan ook niet behandeld, omdat zij bij de navorsching van +het kapitalisme, als vorm van eene produktiewijze, als maatschappelijk +verschijnsel, rechtstreeks niet betrokken zijn. + +Men begrijpt evenwel nu, in het gansche proces van de voortbrenging +der meerwaarde, ook het groote gewicht, dat daarin + + + +DE ARBEIDSDAG + +bekleedt, waaraan bij Marx een zevental beschrijvende hoofdstukken zijn +gewijd, die historisch en economisch zeker behooren, tot het grootste +wat op dit gebied is verricht. Zijne onderzoekingen daaromtrent, +benevens die omtrent de verdeeling van den arbeid, haar ontstaan en +hare ontwikkeling in de periode der Manufaktuur, de machinerie en de +groot-industrie, vormen de klassieke gedeelten uit het eerste deel +van "Das Kapital". Hunne economische en historische waarde, wordt +door geen staathuishoudkundige van eenig gezag meer ontkend. In dat +opzicht, is zijn groote werk dan ook eene voortzetting geweest, van +Adam Smith's beroemde "Wealth of the Nations" (Rijkdom der volkeren). + +"De kapitalist,"--zegt Marx, aan den aanvang van de behandeling der +"Arbeidsdag",--"heeft de arbeidskracht tot hare dagwaarde gekocht. Hem +behoort dus hare gebruikswaarde toe, gedurende een arbeidsdag. Hij +heeft dus óók het recht verkregen den arbeider, gedurende dien dag, +voor zich te laten arbeiden. Maar wat is een arbeidsdag? In elk geval +minder dan een natuurlijken levensdag. En hoeveel minder? De kapitalist +(natuurlijk is hier sprake van den ondernemer in het algemeen), heeft +zijn eigen inzichten omtrent dit ultima thule, de noodzakelijke grenzen +van den arbeidsdag. Als kapitalist is hij slechts gepersonifieerd +kapitaal. Zijn ziel is de kapitalistenziel. Het kapitaal kent +slechts één levensaandrift, de aandrift zich in waarden om te +zetten; méérwaarde voort te brengen, en met zijn konstant gedeelte, +de produktiemiddelen, de grootst mogelijke massa meerarbeid in zich +op te zuigen. Kapitaal is gestorven arbeid, die op vampyr-achtige +wijze opleeft, door opzuiging van levenden arbeid en er zoo veel te +meer van leeft, naarmate het meer daarvan in zich opzuigt. De tijd +waarin de arbeider werkt, is de tijd waarin, door den kapitalist de +van hem gekochte arbeidskracht, wordt verbruikt".... + +..."Van zeer elastische grenzen hier afgezien, worden er door +den aard der warenruil zelf, geen grenzen van den arbeidsdag, dus +ook geen grenzen van de meerwaarde getrokken. De kapitalist staat +op zijn recht als kooper, wanneer hij den arbeidsdag zoo lang als +mogelijk is maakt, en, zoo mogelijk uit eenen arbeidsdag, er twee +tracht te maken. Aan den anderen kant, houdt de specifieken aard van +de verkochte waar (arbeidskracht) een grens van haar verbruik door +den kooper in, terwijl de arbeider op zijn recht staat als verkooper, +wanneer hij den arbeidsdag tot op eene bepaalde minimum-grootte tracht +te beperken. Hier is dus een antimonie voorhanden; recht tegenover +recht, beiden gelijkmatig bezegeld door de wet van den warenruil. En +zoo is dan ook in de geschiedenis der kapitalistische produktiewijze, +de normeering van den arbeidsdag, tot een strijd om de grenzen van den +arbeidsdag geworden; een strijd tusschen de gezamenlijke kapitalisten, +d. w. z. tusschen de klasse der kapitalisten en de gezamenlijke +arbeiders of de arbeidersklasse." + +Voor het eerst is men in Engeland, en wel in 1843, begonnen den +arbeidsdag wettelijk vast te stellen, nadat bijna een halve eeuw lang +de arbeiders in dat land daarvoor gestreden hadden en het bitterst +daarin door de economen zijn tegengewerkt geworden. + +"Desniettemin," zegt Marx, "heeft het principe gezegevierd en in +de groot-industrietakken, die zelve de schepping zijn der moderne +produktiewijze, was zijne wondervolle ontwikkeling, die hand aan +hand is gegaan, met de moreele wedergeboorte der fabrieksarbeiders, +zelfs voor blinden te zien." + +De economische beteekenis van den arbeidsdag voert ons tot eene +beschouwing van + + + +DE RELATIEVE MEERWAARDE. + +Tot nu toe, hebben wij gezien hoe de kapitalist zijn meerwaarde +vormt: uit onbetaalden arbeidstijd. Deze nu noemt Marx de: absolute +méérwaarde. Maar het spreekt van zelf, dat er nog een andere soort +moet bestaan; dit bleek ons reeds uit het exposé van de gansche +warencirculatie. Wij hebben gezien, dat de meerwaarde voortkomt uit +den onbetaalden arbeidstijd. Hare bron zit in den arbeidsdag. De +arbeidsdag kan echter niet tot in het oneindige verlengd worden. Aan +het streven der kapitalisten, hem te verlengen, worden grenzen gelegd, +zoowel van moreelen, als van politieken aard. "De door verlenging +van den arbeidsdag voortgebrachte meerwaarde noem ik," zegt Marx, +"absolute meerwaarde; de meerwaarde daarentegen, die uit de verkorting +van den noodwendigen arbeidstijd en de daarmede overeenstemmende +verandering, in de hoegrootheidsverhouding der beide bestanddeelen +van den arbeidsdag voortkomt: relatieve meerwaarde. + +"Om de waarde van de arbeidskracht te doen dalen, moet de stijging der +produktiekrachten die industrietakken aangrijpen, welker produkten de +waarde der arbeidskracht bepalen; die dus noch tot den kring van de +door de gewoonte vastgestelde levensmiddelen behooren, noch daarvoor in +de plaats kunnen treden. De waarde eener waar, wordt echter niet alléén +bepaald door het kwantum arbeid, hetwelk haar den laatsten vorm doet +verkrijgen, maar evenzoogoed, door de massa der produktiemiddelen, +die zij in zich bevat. Bijv. de waarde van een paar schoenen, +wordt niet alleen door den arbeid des schoenmakers, maar ook door +de waarde van het leder, het pek, draad enz. bepaald. Stijging van +de produktiekracht en de daarmede gepaard gaande goedkoopermaking +der waren, in de industrieën welke de stoffelijke elementen van +het constant-kapitaal, de arbeidsmiddelen en het arbeidsmateriaal, +tot voortbrenging der noodzakelijke levensmiddelen leveren, doen dus +eveneens de waarde van de arbeidskracht dalen.".... + +"De goedkooper geworden waar, doet natuurlijk de waarde der +arbeidskracht, slechts pro tanto, d. w. z. alleen maar in die +verhouding, waarin zij in de reproduktie van de arbeidskracht +overgaat, dalen. Hemden bijv., zijn een noodzakelijk levensmiddel, +maar een van de velen. Hunne goedkoopermaking, vermindert alleen de +uitgaven der arbeiders voor hemden. De totaalsom van de noodzakelijke +levensmiddelen bestaat echter uit verschillende waren, louter produkten +van de bijzondere industrieën, en de waarde van ieder dier waren, +vormt steeds een zich gelijkverdeelend deel, van de waarde der +arbeidskracht. Deze waarde neemt af, met de tot hare reproduktie +noodzakelijken arbeidstijd, welker totaalverkorting gelijk is +aan de som van hare verkortingen, in alle bijzondere takken van +voortbrenging.".... + +"De waarde der waren, staat in omgekeerde verhouding tot de +produktiekracht van den arbeid. Evenzoo,--omdat zij door de waarde der +waren bepaald wordt,--de waarde der arbeidskracht. Daarentegen staat +de relatieve meerwaarde, in direkte verhouding tot de produktiekracht +van den arbeid. Zij stijgt met stijgende- en daalt, met dalende +produktiekracht. Een maatschappelijke doorsneê-arbeidsdag van 12 +uren, geldswaarde als gelijkblijvend verondersteld, produceert steeds +hetzelfde waardeprodukt van 6 Shilling, hoe deze som van waarden zich +ook immer moge verdeelen, tusschen het aequivalent voor de waarde +der arbeidskracht en de meerwaarde. Dalen evenwel, ten gevolge van de +gestegen produktiekracht der waarden, de dagelijksche levensmiddelen +en dientengevolge, de dagelijksche waarde der arbeidskracht van 5 +shilling op 3 sh., dan rijst de meerwaarde van 1 sh. op 3 sh. Ten +einde de waarde der arbeidskracht te reproduceeren, waren er 10 en +zijn er thans nog slechts 6 arbeidsuren vrij gekomen en kunnen deze +bij de domeinen van den meerarbeid worden ingelijfd. Het is daarom +de immanente drijfveer en de gestadige tendens van het kapitaal, de +produktiekracht der arbeid te doen stijgen, en te dien einde de waar, +en door de goedkoopermaking van de waar, den arbeider-zelve goedkooper +te maken." + +Een verhooging van de produktiekracht van den arbeid, die +van verkorting van den arbeidsdag het noodwendige gevolg moet +zijn, is echter alleen mogelijk, door eene verandering van de +produktiewijze, door verbetering van de arbeidsmiddelen en van de +arbeidsmethoden. Produktie van relatieve meerwaarde, heeft dus tot +voorwaarde, eene revolutie van het arbeidsproces. + +"De produktie van de absolute meerwaarde," zegt Marx verder, "draait +zich slechts om de lengte van den arbeidsdag; de produktie van de +relatieve meerwaarde, revolutioneert door en door de technische +processen van den arbeid en de maatschappelijke groepeeringen. + +"Zij veronderstelt dus eene specifiek-kapitalistische produktiewijze, +die, met hare methoden, middelen en voorwaarden zelven eerst op den +grondslag van de formeele subsumtie van den arbeid onder het kapitaal, +op natuurlijke wijze ontstaat en verder ontwikkeld wordt".... + +"Wij zien dan ook bij stijgende produktiekracht van den arbeid, het +percentage van de meerwaarde aanhoudend stijgen, terwijl de waarde van +het produkt daalt. Zoo zien wij in de kapitalistische produktiewijze, +in hare specifiek groot-industrieele uiting, den oogenschijnlijken +tegenspraak zich ontwikkelen, dat de kapitalisten onophoudelijk zich +moeite geven, steeds goedkooper te produceeren, d. w. z. de waarde +der waren steeds te doen dalen, terwijl zij daarbij steeds meer +waarde, zich toe-eigenen kunnen. Wij zien ook dat, hoe grooter de +produktiekracht van den arbeid, des te grooter wordt de meerwaarde, +de overschietende arbeidstijd van den arbeider. De kapitalistische +produktiewijze streeft er naar, de produktiekracht van den arbeider +reusachtig te doen stijgen, den noodwendigen arbeidstijd tot op een +minimum te reduceeren, maar gelijktijdig evenwel, den arbeidsdag zoo +veel als mogelijk is te verlengen." + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +MACHINERIE EN GROOT-INDUSTRIE. + + +In een belangrijk hoofdstuk, onderzoekt Marx vervolgens de omwenteling, +die de machine heeft doen ontstaan in de industrie uit de Manufaktuur +gesproten, en welke deze, op zijne beurt, tot groot-industrie heeft +doen worden. Die omwenteling zelf draagt mede een ander karakter. + +"De omwenteling der produktiewijze heeft in Manufaktuur de +arbeidskracht tot uitgangspunt genomen en in de groot-industrie de +arbeidsmiddelen." Marx wijst vervolgens, op de absoluut onvoldoende +verklaring, die de mathematici en de mechanici van de machine gegeven +hebben, waar zij het werktuig voor een enkelvoudig en de machine voor +een samengesteld werktuig hebben verklaard. "Van economisch standpunt, +deugt deze verklaring niet, omdat bij haar het historisch element +wordt gemist." Ook is de verklaring, door het verschil dat men maakt +tusschen werktuig en machine en die welke hierin gezocht wordt, dat +bij het werktuig de mensch de bewegende kracht is en bij de machine, +eene van den mensch afgescheiden natuurkracht, zooals die van het +dier, het water, de wind enz., historisch even onjuist. Dewijl de +toepassing van de dierlijke kracht, eene der oudste uitvindingen is +van de menschheid, zoo zou aldus geredeneerd, de machinale produktie, +vooraf hebben moeten gegaan aan die van het Handwerk!...... + +"De machine waarvan de industrieele revolutie haar uitgangspunt neemt, +vervangt den arbeider, die een ènkelvoudig werktuig hanteert, door +een mechanisme, dat met eene massa van dezelfde of gelijksoortige +werktuigen tegelijk opereert en door een enkele drijfkracht, hoe +ook steeds haren vorm moge zijn, voortbewogen wordt. Hier hebben +wij de machine voor ons, maar eerst als een eenvoudig element van de +machinale produktie. + +"De uitbreiding van den omvang der arbeidsmachine en het getal +harer gelijktijdig opereerende werktuigen, vorderde een meer +massaal bewegingsmechanisme en dit mechanisme, tot overweldiging +van zijnen eigenen weêrstand, een machtiger drijfkracht dan de +menschelijke. Afgezien nog hiervan, dat de mensch een zeer onvolkomen +produktieinstrument van gelijkvormige en continueerende beweging is, +gegeven, dat hij nog slechts als eenvoudige drijfkracht werkt, dus +in de plaats van zijn werktuig een werktuigmachine gekomen is en de +natuurkrachten hem thans ook als drijfkracht kunnen vervangen. Van alle +uit de Manufaktuurperiode ons overgeleverde, groote bewegingskrachten, +was de paardenkracht de slechtste; eensdeels, omdat een paard zijn +eigen zin heeft, anderdeels, wegens zijne kostbaarheid en den beperkten +omvang, waarmede zij in de fabrieken alleen toe te passen was."..... + +Eerst met James Watt's uitvinding van de z. g. n. dubbelwerkende +stoommachine, was de motor geschapen, die zijne beweegkracht zelf +voortbrengt en uit de voedering met kolen en water, wier krachtpotentie +geheel onder menschelijke contrôle, onafhankelijk van natuurkrachten +van lokalen aard staat, en aldus de toepassing van de machinale +industrie op elke, willekeurige plaats mogelijk maakte. + +"Nadat eerst de werktuigen, van werktuigen van het menschelijk +organisme, tot werktuigen van een mechanisch apparaat, tot +werktuig-machines konden worden, verkreeg dan ook de bewegings-machine +een zelfstandige, van de grenzen van menschelijke kracht, volkomen +geëmancipeerden vorm. Daarmede zonk de enkelvoudige werktuigmachine, +zooals wij tot nu toe die hebben beschouwd, tot een bloot element +van de machine-produktie. Eéne bewegingsmachine was thans in staat, +véle arbeidsmachines gelijktijdig te drijven. Met het aantal van de +gelijktijdig voortbewogen arbeidsmachines, groeide de bewegingsmachine +en breidde zich het transmissie-mechanisme, tot een wijdloopig apparaat +uit." .... + +Dan zet Marx het verschil uiteen, tusschen het karakter der machine in +de Manufaktuurperiode en in die van de fabrieksmatige industrie. Hij +zegt: + +"In de Manufaktuur moeten de arbeiders, individueel of in groepen, +elk bijzonder deelproces met hun handwerktuig uitvoeren. Maakte +de arbeider zich eenmaal het proces eigen, dan was evenwel van te +voren reeds het proces voor den arbeider geëigend. Dit objektieve +principe van de verdeeling van den arbeid, valt bij de machinale +produktie geheel weg. Het totaalproces wordt hier objektief, aan en +op zichzelf beschouwd, in zijne constitueerende phazen geanalyseerd; +en het problema van elk deelproces ten uitvoer te brengen en de +verschillende deelprocessen te verbinden, door technische toepassing +van de mechaniek, de chemie enz. opgelost,--waarbij natuurlijk voor +en na de theoretische conceptie, door opgehoopte praktische ervaring +op groote schaal, volkomener moet worden gemaakt.... De gecombineerde +arbeidsmachine, nu tot een geledend systeem van verschillenderlei +op-zich-zelf staande arbeidsmachines en van groepen derzelven +geworden, is des te volkomener, hoe voortdurender haar totaal-proces +is. D. w. z. met hoe minder onderbreking het ruwmateriaal van zijne +eerste phaze tot zijn laatste overgaat, hoe meer dus, in plaats van de +menschelijke hand, van het mechanisme zelf, van de eene produktiephaze +in de andere wordt vereischt. Wanneer in de Manufaktuur het isolement +van het bijzondere proces, een principe is dat uit de verdeeling +van den arbeid als van-zelf voortspruit, in de ontwikkelde fabriek +daarentegen, heerscht de continuïteit van het bijzondere proces.".... + +"In het geledend systeem van arbeidsmachines, die hunne beweging +door middel van de transmissie-machinerie, van een centralen automaat +ontvangen, bezit het machinebedrijf zijne ontwikkeldste gestalte. In +de plaats van eene enkele machine, treedt hier een mechanisch monster, +welker lijf gansche fabrieksgebouwen vervult en welker demonische +kracht, eerst verborgen door de bijna plechtstatige, afgemeten beweging +van zijne reusachtige ledematen, in een koortsachtig dollen maalstroom +zijner tallooze, eigenaardige arbeidsorganen, uitbreekt.".... + +Marx schetst hierna, de gevolgen, die de intrede van die +machineproduktie in de industrie teweeg bracht. + +"De omwenteling van de produktiewijze in de eene spheer van de +industrie, bepaalde hare omwenteling in eene andere. Dit gold in de +eerste plaats voor zulke takken van industrie, welke wel-is-waar door +de maatschappelijke verdeeling van den arbeid geïsoleerd waren--zoodat +elk derzelve eene zelfstandige waar produceerde,--maar die toch weder, +als phazen van een totaalproces, door elkander liepen. Zoo werd door +de machinale spinnerij, de machinale weverij noodzakelijk, en beiden +te zamen, deden de mechanisch-chemische revolutie in de bleekerij, +drukkerij en verwerij ontstaan. Zoo riep aan den anderen kant, +de revolutie van de katoenspinnerij de uitvinding van het gin, +tot afscheiding van de katoendraden uit het zaad te voorschijn, +waardoor eerst de katoenproduktie op de daardoor vereischte hoogte van +ontwikkeling kon komen te staan. De revolutie in de produktiewijze +van de industrie en van de agrikultuur noodzaakte namelijk ook tot +eene revolutie, in de algemeene voorwaarden van het maatschappelijk +produktieproces, d. w. z. van de communikatie- en transportmiddelen. + +"Afgezien van de geheel gerevolutioneerde zeil-scheepsbouw, +werden de kommunikatie- en transportwegen aldus geheel en al +door een systeem van rivierstoombooten, spoorwegen, overzeesche +stoombooten en telegraphen aan de produktiewijze van de grootindustrie +aangepast. De verschrikkelijke massa's ijzer evenwel, die er thans te +snijden, te hameren te boren en te vormen waren gekomen, vereischten +hunnerzijds cyclopische machines, welker schepping in de machinebouw +op manufaktuur-achtige grondslag, geheel onmogelijk was. + +"De groot-industrie moest zich dusdoende van haar karakteristiek +produktiemiddel, de machinerie, zelf meester maken en machines doen +voortbrengen door machines. + +"Zoo werd," eindigt Marx dit historisch-technische onderzoek, "het +coöperatieve karakter van het arbeidsproces, (de verdringing van den +individueelen arbeider door den vermaatschappelijkten) tot een, haar +door den aard van de arbeidsmiddelen, zelve gedicteerde technische +noodzakelijkheid." + + + +De machine wordt door Marx tot het "constante" kapitaal gerekend. Zij +schept geene waarde, maar zet slechts hare eigene waarde aan het +produkt toe. Zij lost zich in het arbeidsproces telkens geheel, maar +in het waarde-vormingsproces, slechts maar gedeeltelijk op. Zij geeft +niet meer waarde van zich af, dan zij in doorsneê verliest door haar +gebruik. Er is dus een groot verschil, tusschen het waarde-deel dat de +machine, en het periodiek door haar op het produkt overgedragen, deel +van de waarde. Er is dus een groot verschil tusschen de machine als +waardevormend en als produktenvormend element. Hoe grooter de periode, +in welke dezelfde machine, herhaaldelijk in hetzelfde arbeidsproces +dienst doet, des te grooter zal dit verschil zijn. + +Hoe minder arbeid de machine zelf kost, d. w. z. hoe veel te minder +arbeid erin is neergelegd, des te minder waarde zet zij aan het produkt +toe. Hoe minder waarde van zich afgevend, des te produktiever is zij en +des te meer, nadert haren dienst die der natuurkrachten. De produktie +van machines door machines, doet hare waarde echter inkrimpen, naar +verhouding van hare uitbreiding en werking. + +"Uitsluitend als middel tot goedkoopermaking van het produkt beschouwd, +vindt het gebruik van de machinerie daarin hare grenzen, dat hare +eigen produktie minder arbeid kost, dan hare toepassing ervoor in +plaats geeft. Voor het kapitaal echter, laat zich deze grens enger +uitdrukken. Daar het niet, de ten koste gelegden arbeid, maar de +waarde der ten koste gelegde arbeidskracht betaalt, wordt voor hem het +machinegebruik begrensd, door het verschil tusschen de machinewaarde +en de waarde van de door haar vervangene arbeidskracht. Daar de +verdeeling van den arbeidsdag, in noodwendigen arbeid en méér-arbeid, +in verschillende landen in verschillende periodes, of gedurende +dezelfde periode voor verschillende takken van bedrijf, verschillend +is; dan beneden de waarde van zijn arbeidskracht, dan weder daarboven +stijgt, kan het verschil tusschen den prijs der machinerie en den +prijs van de door haar vervangen arbeidskracht, zéér varieeren. Ook, +wanneer het verschil tusschen het, voor de produktie van de machine +benoodigde kwantum arbeids en het totaalkwantum van de door haar +vervangen arbeidskracht, hetzelfde blijft. Het is evenwel alleen +maar het eerste verschil, dat de produktiekosten der waar, voor de +kapitalisten zelven bepaalt en door middel van de dwangwetten van de +concurrentie invloed erop uitoefent." Het is daardoor, zegt Marx, dat +men in het eene land machines in een tak van bedrijf invoert, terwijl +ze in een ander land, absoluut niet toegepast kunnen worden, doordien, +de arbeidskracht in die tak als te goedkoop zijnde, eene toepassing +van de machinerie het produkt duurder, in plaats van goedkooper zou +maken. Ook hier is dus de maatschappelijke tegenstelling, tusschen +het groote belang, dat de menschheid heeft bij machines en het belang +dat bij de produktie-leidende klasse overheerscht, merkbaar. + +Hoe de machine de verhoudingen revolutionneert, zet Marx nu verder +uiteen. + +"In zooverre," zegt hij, "als de machinerie spierkracht ontbeerlijk +doet worden, wordt zij tot een middel om arbeid zonder spierkracht +en van een onrijpe lichaamsontwikkeling, maar van grooter lenigheid +aan te wenden. Vrouwen- en kinder-arbeid was daarvandaan het éérste +woord, dat de kapitalistische toepassing van de machinerie wist te +spreken! Dit geweldige vervangingsmiddel van den arbeid en van de +arbeiders, veranderde dan ook aanstonds in een middel, om het getal +loonarbeiders te doen vermeerderen, doordien het in zich opreeg +alle leden van de arbeidersfamilie, zonder verschil in geslacht of +ouderdom, en deze, onder de onmiddellijke heerschappij van het kapitaal +plaatste.".... "De waarde van de arbeidskracht wordt bepaald, niet +alleen door de, tot instandhouding van den individueelen, volwassen +arbeider noodzakelijken arbeidstrijd, maar ook door die, welke er +noodig is, om de arbeidersfamilie in stand te houden. Terwijl de +machinerie alle leden der arbeidersfamilie op de arbeidsmarkt werpt, +verdeelt zij de waarde van de arbeidskracht van den man, over zijn +gansche gezin. Zij ontwaardigt daardoor zijne arbeidskracht. De +aankoop van in vier arbeidskrachten bijv. geparcelleerde familie, +kost wellicht méér, dan vroeger de aankoop van de arbeidskracht van +één gezinshoofd, maar daarvoor komen dan ook vier arbeidsdagen in de +plaats van een; en hunne prijs daalt in de verhouding tot het overschot +van de méér-arbeid van die vier, over den prijs van de méér-arbeid van +die eene. Vier moeten niet alleen den arbeid, maar ook den méér-arbeid +aan het kapitaal leveren, opdat één gezin in het leven blijve. Zoo +verwijdt de machinerie reeds van te voren, met het menschelijk +exploitatiemateriaal, tevens haar eigen uitbuitingsterrein voor het +kapitaal, en tegelijk daarmede, tevens den graad van exploitatie. + +"Zij revolutioneert evenzoo goed van grond uit, de formeele +tusschenkomst van de kapitaalsverhoudingen, als zij dit het contract +tusschen kapitaal en arbeid doet. Op den grondslag van den warenruil, +was het eene eerste voorwaarde, dat kapitalist en arbeider als +vrije personen, de een als onafhankelijke warenbezitter, van geld en +produktiemiddelen, de ander als bezitter van arbeidskracht, tegenover +elkander kwamen te staan. Maar nu koopt het kapitaal onmondige of +half-mondigen. De arbeider verkocht vroeger zijne eigene arbeidskracht, +waarover hij, als formeel vrije persoon de beschikking had. Hij +verkoopt thans vrouw en kind. Hij is een slavenhandelaar geworden." + +Marx gaat thans over tot een historisch overzicht, gestaafd door +officieele berichten van de fabrieksinspecteurs in Engeland over den +kinderarbeid, van af den aanvang der negentiende eeuw; benevens van de +drooge, maar toch zoo hartverscheurende rapporten van de ellende door +vrouwen- en kinderarbeid, die de eerste bloeiperiode van het engelsche +kapitalisme, tot ver in de jaren 1830 toe, te lezen geven. Wij hebben +ons bij Robert Owen's beschrijving daarmede reeds bezig gehouden. Maar +Marx ziet ook in deze ellende, niet de ellende aan en voor zich, +maar eene die in zich, een revolutioneerend element tevens bevat. + +Hij zegt: "door die overwegende toevoeging van vrouwen- en +kinderarbeid, breekt de machinerie eindelijk den tegenstand welke +de mannelijke arbeiders in de Manufaktuur, aan de despotie van het +kapitaal nog konden blijven bieden." + +De machine, zoo zegt Marx verder in dit dertiende hoofdstuk, voert tot: + + + +VERLENGING VAN DEN ARBEIDSDAG. + +"Zooals de machinerie het machtigste middel is, om de produktiviteit +van den arbeid te doen stijgen, d. w. z. de tot voortbrenging eener +waar noodwendige hoeveelheid arbeidstijd te verkorten, zoo wordt +zij als draagster van kapitaal, reeds dadelijk in de, onmiddellijk +door haar aangegrepen industrieën, tot het machtigste middel +om den arbeidsdag, boven elke natuurlijke beperking uit, te doen +verlengen. Zij verschaft aan den eenen kant, nieuwe voorwaarden die +het kapitaal geschikt maken, deze zijne gestadige tendens den vrijen +teugel te laten vieren, aan den anderen kant echter nieuwe motieven, +tot het wettigen van zijn geeuwhonger naar vreemden arbeid. + +"In de eerste plaats maakten, in de machinerie, de beweging en de +aktiviteit van de arbeidsmiddelen zich zelfstandig, tegenover den +arbeider. Zij wordt aan en op zichzelf, een industrieel perpetuum +mobile, dat ononderbroken voort zou moeten produceeren, als zij daarbij +niet stuitte op zekere natuurlijke grenzen in hare menschelijke +bedienden: hunne lichaamszwakte en hunne eigenzinnigheid. Als +kapitaal,--en als zoodanig bezit de automaat in handen van den +kapitalist bewustzijn en wil,--is het daarom met de tendens behept, +de weêrstrevende, maar elastische menschelijk-natuurlijke grenzen tot +een minimum van weêrstand terug te dringen. Dezen worden buitendien +nog verminderd, door de schijnbare gemakkelijkheid van den arbeid aan +de machine en het meer voeg- en buigzame element, dat den vrouwen- +en kinderarbeid oplevert.".... + +"De machine produceert relatieve méérwaarde; niet alleen doordien +zij de arbeidskracht direkt in waarde doet dalen en deze, indirekt, +door billijkermaking van de in hare reproduktie op te nemen waren, +goedkooper maakt, maar ook, doordien zij bij hare eerste sporadische +invoering, de door de machinebezitter verwerkten arbeid, omzet +in gepotentiëerde arbeid; de maatschappelijke waarde van het +machineprodukt, boven zijne individueele waarde uit verhoogt en +den kapitalist aldus in staat stelt, met een geringer waardedeel +van het dagelijksch produkt, de dagwaarde van de arbeidskracht +te vervangen. Gedurende de overgangsperioden, die waarin het +machinebedrijf een soort monopolie blijft, zijn daarvandaan de +winsten buitengewoon en de kapitalist zocht deze "eersten tijd van +jeugdige liefde" zoo grondig mogelijk uit-te-buiten, door een zoo +groot mogelijke verlenging van den arbeidsdag. De grootte van den +winst verscherpt den geeuwhonger naar méérdere winst. + +"Door het algemeener worden van de machinerie, in dezelfde +produktietak, zinkt de maatschappelijke waarde van het machineprodukt +tot op zijne individueele waarde en maakt zich de wet voelbaar, +dat de meerwaarde niet uit de arbeidskrachten voortkomt, welke de +kapitalist door de machine vervangen heeft, maar omgekeerd, uit de +arbeidskrachten die hij aan haar doet aan den arbeid stellen. De +méérwaarde komt slechts uit het variabel deel van het kapitaal voort, +terwijl zij zagen, dat de massa van de meerwaarde bepaald wordt door +twee faktoren: het percentage der meerwaarde en het aantal van de +gelijktijdig in dienst zijnde arbeiders. Bij een bepaalde lengte van +den arbeidsdag, wordt het percentage van de méérwaarde bepaald, door +de verhouding waarin de arbeid van een arbeidsdag, in noodzakelijke +en in méérarbeid uiteenvalt. Het aantal van gelijktijdig aan het +werk gehouden arbeiders, hangt hunnerzijds af van de verhouding van +het variabel kapitaal-deel tot die van het constante. Het is dus +duidelijk, dat het machinebedrijf, hoe het ook steeds door verhooging +van de produktiekracht van den arbeid, den méérarbeid ten koste van +den noodzakelijken arbeid uitdijt, dit resultaat slechts kan doen te +voorschijn roepen, doordien 't het aantal van de voor een gegeven +kapitaal, aan het werk zijnde arbeiders doet verminderen. Het +verandert een deel van het kapitaal, dat vroeger variabel was, +d. w. z. zich omzette in levende arbeidskracht, in machinerie, +dus in constant kapitaal dat geen méérwaarde voortbrengt. Het is +onmogelijk bijv., uit twee arbeiders evenzooveel meerwaarde te persen, +als uit 24. Wanneer elk der 24 arbeiders in 12 uren, maar één uur +meerarbeid levert, leveren zij tezamen 24 uren meerarbeid, terwijl de +totaal-arbeid der twee arbeiders eigenlijk maar 24 uur bedraagt. Er +is dus in de toepassing der machinerie, tot produktie van meerwaarde +eene immanente tegenspraak; naardien zij van de beide faktoren der +méérwaarde, die een kapitaal van een zekere grootte oplevert, de eene +faktor, het percentage van de méérwaarde slechts dáárdoor kan doen +vergrooten, door den anderen faktor, het getal arbeiders namelijk, +te doen verkleinen."... + +"Wanneer dus de kapitalistische toepassing van de machinerie +eenerzijds nieuwe, machtige motieven tot eene matelooze verlenging +van den arbeidsdag schept en de wijze van arbeiden zelve, evenzoo +als het karakter van het maatschappelijke arbeidslichaam op eene +manier revolutioneert, die den weêrstand tegen dezen tendens breekt, +produceert zij anderzijds, deels uit van voor het kapitaal, vroeger +ontoegankelijke groepen der arbeidersklasse, eene overvloedige +arbeidersbevolking, die zich door het kapitaal de wet moet laten +voorschrijven. Daarvandaan het merkwaardige verschijnsel in de +geschiedenis van de moderne industrie, dat de machine alle zedelijke +en natuurlijke grenzen van den arbeidsdag overschrijdt. Daarvandaan +de economische paradox, dat het machtigste middel tot verkorting van +den arbeidstijd, in het onfeilbaarste middel omslaat, alle levenstijd +van den arbeider en zijne familie in disponibele arbeidstijd voor de +waardevorming van het kapitaal om te doen zetten.".... + +Hoe meer het machinewezen en met hem, eene bijzondere klasse van +ervaren machinearbeiders zich ontwikkelen, zooveel te meer neemt dus +een nieuwe oorzaak daarvan, namelijk: + + + +DE INTENSIVITEIT VAN DEN ARBEID + +toe. "Op dien grondslag (van den normaalarbeidsdag) ontwikkelt zich +een verschijnsel ... tot een beslissende belangrijkheid--namelijk de +intensifikatie van den arbeid".... + +"Het is vanzelfsprekend, dat met de vooruitgang van het machinewezen en +de opgehoopte ervaring eener bijzondere klasse van machinearbeiders, +de snelheid en daarmede de intensiviteit van den arbeid, langs +natuurlijken weg toenemen. Zoo gaat in Engeland sedert eene +halve eeuw de verlenging van den arbeidsdag hand in hand met de +groeiende intensiviteit van de fabrieksarbeid.".... "Zoodra het +gestadig zwellende verzet van de arbeidersklasse, den Staat dwong, +de arbeidstijd gewelddadig te verkorten en in de eerste plaats voor +de eigenlijke fabriek een normalen arbeidsdag voor te schrijven, +van het oogenblik af aan dus, waarin verhoogde produktiviteit van +méérwaarde door verlenging van den arbeidsdag buitengesloten was, +wierp zich het kapitaal, met volle macht en bewustzijn op de produktie +van relatieve méérwaarde, door bespoedigde ontwikkeling van het +machinesysteem. Gelijktijdig trad daarmede eene verandering in het +karakter van de relatieve méérwaarde in het leven." + +De vraag doet zich alsnu voor, hóe de arbeid geïntensiveerd +wordt. "Zoodra de verkorting van den arbeidsdag, welke in de eerste +plaats de subjektieve voorwaarde voor de condensatie van den arbeid +schept, namelijk de geschiktheid van den arbeider meer kracht in +een bepaalden tijd vlottend te maken, wettelijk-dwingend werd, +werd de machine in den hand van het kapitaal tot een objektief +en systematisch toegepast middel, méér-arbeid in denzelfden tijd, +uit denzelfden arbeid te persen. Dit geschiedde op dubbele manier: +door verhoogde versnelling der machines en door uitgebreider omvang +van de, door denzelfden arbeider te bewaken machinerie, of van +het terrein zijner arbeid. Verbeterde construktie der machinerie, +werd deels noodzakelijk ter uitoefening van grooteren druk op den +arbeider, deels begeleidde zij vanzelf, de intensifikatie van den +arbeid, omdat de grenzen van den arbeidsdag den kapitalist tot de +strengste economie van produktiekosten dwongen. De verbetering van de +stoommachine verhoogde het getal van hare cylinder-omwentelingen in +eene minuut en veroorloofde tegelijk, door grootere krachtsbesparing, +een omvangrijker mechanisme met denzelfden motor te drijven, bij +gelijkblijvende, ja zelfs bij verminderende kolen-vertering. De +verbetering van het transmissie-mechanisme verminderde de wrijving, +en wat de moderne machinerie zoo in het oogvallend onderscheidt van +de oudere, zij reduceerde de doorsneê en het gewicht van de groote en +kleine assen, tot op een, steeds dalend minimum. De verbeteringen +van de arbeidsmachinerie ten slotte, verminderen bij verhoogde +snelheid en uitgebreider werking haren omvang, zooals bij de moderne +stoomweefstoel; of vergrooten met haren romp, den omvang en 't getal +der door haar gedreven werktuigen, zooals bij de spinmachine; of wel +vermeerderen de bewegelijkheid dezer werktuigen, door onzichtbare +detailveranderingen derwijze als dit bij de "self-acting mule", in +het midden van de jaren 1850 het geval was, toen de snelheid van de +spindels met 1/5 verhoogd is geworden." + + + +DE FABRIEK. + +Na de beschouwing van den invloed der machine op de maatschappelijke +voortbrenging en daarmede, op de maatschappelijke verhoudingen, +wijdt Marx eene bespreking aan de moderne fabriek, waarbij hij +het principieele verschil uiteenzet, tusschen de kapitalistische +werkplaats uit de Manufaktuur-periode en de industrieele fabriek, +die met de stoommachine wordt gedreven. + +"In de Manufaktuur en onder het Handwerk, bedient de arbeider zich +van het werktuig; in de fabriek dient de arbeider onder de machine; +ginds gaat van hem de beweging van het arbeidsmiddel uit, welker +beweging hij hier evenwel te volgen heeft. In de Manufaktuur vormden +de arbeiders de leden van een levend mechanisme. In de fabriek bestaat +een dood mechanisme, onafhankelijk van hen, en zij worden daarbij +als levende aanhangsels ingelijfd".... + +"Aan alle kapitalistische produktie, in zooverre zij niet alleen +arbeidsproces, maar ook tegelijk waarde-vormend proces van het +kapitaal is, is het eigen, dat niet de arbeider de arbeidsmiddelen, +maar omgekeerd, de arbeidsmiddelen den arbeider aanwenden; maar +eerst met de machinerie, wordt deze omkeering tot eene technische en +handtastelijke werkelijkheid. Door zijne verandering in een automaat, +treedt het arbeidsmiddel gedurende het arbeidsproces zelf, den arbeider +als kapitaal tegenover en wel als dooden arbeid welke den levenden +arbeid overheerscht en hem uitzuigt." + +"De technische ondergeschiktheid van den arbeider, onder den +gelijkvormigen gang van de arbeidsmiddelen en de eigenaardige +samengesteldheid van het arbeidslichaam, uit individuen van beiderlei +geslacht en verschillenderlei ouderdom, doen een kazerneachtige +discipline ontstaan, die zich tot een volkomen fabrieksrégime +vervormt, en den reeds vroeger aangeduiden arbeid van het toezicht, +dus tegelijk de verdeeling van de arbeiders in handenarbeiders en +arbeidsopzichters, in gemeene industriesoldaten en industrieofficieren, +ten volle doet ontwikkelen.".... "De fabrieks-codex, waarin het +kapitaal zijn autocratie over de arbeiders,--zonder de anders door +de bourgeoisie zoo geliefde verdeeling der machten en het nog +veel geliefder vertegenwoordigende stelsel,--privaat-rechtelijk +en eigenmachtig heeft geformuleerd, is slechts de kapitalistische +karrikatuur van de maatschappelijke regeling van het arbeidsproces, +die noodig werd door de coöperatie op groote schaal en de aanwending +van gemeenschappelijke arbeidsmiddelen, der machinerie namelijk. In +de plaats van den zweep des slavendrijvers is nu het strafwetboek +van den opzichter gekomen. Alle straffen lossen zich natuurlijk op in +geldstraffen en loonkortingen. En de wetgevende scherpzinnigheid van +de fabrieks-Lycurgussen, maakt voor hem de overtreding harer wetten, +zoo mogelijk, nog winstgevender dan hunne opvolging. Wij wijzen hier +slechts op de materieele voorwaarden waaronder de fabrieksarbeid +verricht wordt. Alle zinnelijke organen worden gelijkmatig geschaad, +door de kunstmatig verhoogde temperatuur, de met afval van het +ruwmateriaal bezwangerde atmosfeer, het oorverdoovend alarm enz.; +afgezien nog van het levensgevaar onder dicht op elkander geplaatste +machinerie, die met de regelmatigheid van de jaargetijden, hare +industrieele veldslag-bulletins voortbrengt. De economiseering van de +maatschappelijke produktiemiddelen, eerst in het fabriekssysteem +broeikasmatig gerijpt, wordt in de hand van het kapitaal, +tegelijkertijd tot eene systematischen roof aan de levensvoorwaarden +van den arbeider tijdens den arbeid; roof aan ruimte, lucht, licht en +aan persoonlijke beschuttingsmiddelen tegen levensgevaarlijke of voor +de gezondheid schadelijke omstandigheden van het produktieproces; +om van inrichtingen tot gemak van den arbeider hier niet eens te +spreken. Noemt nu Fourier,--zoo eindigt Marx zijne analyse van de +fabriek,--ten onrechte de fabrieken verzachte galeien?" + + + +MACHINES EN ARBEIDERS. + +De machine maakt den arbeider overbodig, dat is met de kapitalistische +produktiewijze, tot een onloochenbaar feit geworden. "Een groote +reeks van burgerlijke economen," zegt Marx, "neemt aan, dat +alle machinerie die arbeiders verdringt, steeds tegelijkertijd en +noodwendig een, daaraan gelijkblijvend kapitaal, tot werkverschaffing +van aan hetzelve identieken arbeid vrij doet komen. Dit kapitaal, +althans opgevat in den zin van levensmiddelen, welke de arbeiders +verteerd zouden hebben, wanneer zij aan den arbeid gebleven waren, +en dat nu de behoefte heeft arbeid voor deze vrijgekomen groepen van +arbeiders in het leven te roepen, ten einde daarna door hen te worden +geconsumeerd". Deze theorie die van de "compensatie", gelijk zij in +de engelsche economie van Mc. Culloch, Torrens, Senior, John Stuart +Mill e. a. wordt geheten, wordt door Marx scherp gecritiseerd. Het +werkelijke, door het economisch optimisme, geparodieerde feit zegt +Marx, is dit: de door de machinerie verdrongen arbeiders, worden uit +de werkplaats op de arbeidsmarkt geworpen en vermeerderen aldaar, +het getal der reeds voor kapitalistische uitbuiting disponibele +arbeidskrachten".... "De uit de eene tak van industrie geworpen +arbeiders, kunnen gewis in een andere werk vinden! Vinden zij dat, +en wordt daardoor den band tusschen hen en de met hen vrijgekomen +levensmiddelen weder aangeknoopt, dan geschiedt dit door middel +van een nieuw, er aan toegevoegd kapitaal dat naar belegging haakt, +geenszins echter door middel van een reeds vroeger gefunktioneerd +hebbend en thans in machinerie veranderd kapitaal"... + +"Verder trekt elke tak van industrie jaarlijksch een nieuwe +menschenstroom aan, die haar zijn contingent, ter regelmatige +vervanging en wasdom, levert. Zoodra de machinerie, een deel van de +tot dusver in eene bepaalde tak van industrie werkende arbeiders, +vrij doet komen, wordt ook het plaatsvervangingscontingent op nieuw +verdeeld en in andere takken van arbeid geabsorbeerd, terwijl de +oorspronkelijke slachtoffers in het overgangstijdperk, grootendeels +verworden en omkomen".... + +"Dat de machinerie, waar zij noodzakelijkerwijs arbeiders uit een tak +van produktie verdringt, eene toename van arbeidskrachten in een andere +tak te voorschijn kan roepen, is een werking, zegt Marx, die met de +"compensatie-theorie" niets van doen heeft. De machine schept een +nieuwe soort van arbeid, niet alleen door het bouwen van machines; maar +met de uitbreiding van het machinebedrijf in een tak van industrie, +wordt ook dadelijk de produktie in andere takken van het bedrijf +opgevoerd, die welke er de produktiemiddelen voor moeten leveren.".... + +"Het onmiddellijke resultaat der machinerie is, de méérwaarde en +tegelijk daarmede de produktenmassa waarin zij zich vertoont, dus met +de substantie waarop de kapitalistenklasse benevens haren aanhang +teert, die maatschappelijke groepen zelven, te vergrooten. Haren +groeienden rijkdom en het relatief gestadig verminderend getal van, +voor de produktie der eerste levensbehoeften benoodigde arbeiders, +brengen met nieuwe weeldebehoeften, tegelijk nieuwe middelen ter +hunner bevrediging voort. Een grooter deel van het maatschappelijk +produkt, verandert zich in surplus-produkt en een grooter deel van +dat surplus-produkt, wordt in verfijnder en vermenigvuldigder vormen, +gereproduceerd en verteerd. Met andere woorden dus: de produktie van +de weelde neemt toe." + +"De vermeerdering van produktie- en levensmiddelen, bij relatief +afnemend getal arbeiders, drijft weder tot uitbreiding van den arbeid +in industrietakken, welker produkten als kanalen, warendokken, tunnels, +bruggen etc., slechts in den verren toekomst vruchten dragen. Er vormen +zich, hetzij direkt op den grondslag der machinerie, hetzij op een +daarmede gelijkstaand, algemeen stadium van industrieele omwenteling, +geheel nieuwe takken van produktie en dus nieuwe terreinen voor +den arbeid." + +"Ten slotte veroorlooft de buitengewoon verhoogde produktiekracht, in +de spheren van de groot-industrie, vergezeld als zij gaat van intensief +en extensief verhoogde uitbuiting van de arbeidskracht in alle overige +produktiespheren, een steeds grooter deel van de arbeidersklasse, +als onproduktief in gebruik te nemen en aldus de oude huisslaven, +onder den naam van "dienstbare klasse", zooals lakeien, dienstboden, +livreiknechts enz., op steeds massaler wijze te reproduceeren." + +Marx critiseert ook vervolgens de theorie, dat de machinerie, nadat de +schriktijd van hare invoering en hare ontwikkeling afgeloopen was, ten +slotte bewezen heeft, het aantal arbeiders te vermeerderen in plaats +van te verminderen. Dat is, zegt hij, zeker waar maar die toename, +was niet minder eene toename van grooter en steeds aangroeiender +levensonzekerheid bij de arbeidende klasse! + +De ongehoorde, stootenderwijs verkregen rekbaarheid van het +fabriekswezen en zijne afhankelijkheid van de wereldmarkt, brengen +noodwendig koortsachtige produktie voort, waarmede dan eene volgende +overvulling van de markten, met de daarop contrakteerende verlamming +intreedt. Het leven der industrie, zet zich om in een elkander +opeenvolgende reeks tijdperken, van middelmatige levendigheid, +prosperiteit, overproductie, crisissen en stagnaties. Voor den arbeider +beteekent deze kringloop, het gestadig zweven tusschen overarbeid en +werkeloosheid, volkomen onzekerheid van den arbeid en de loonshoogte, +kortom van zijn gansche levenspositie in het algemeen. + +Het groot-industrieele bedrijf heeft de oude verhoudingen +der huisindustrie gerevolutioneerd. Deze revolutie wordt nog +bespoedigd door de, met de algemeene invoering en ontwikkeling van +de fabriek noodzakelijk geworden, fabrieks- en arbeidswetgeving. "De +arbeidswetgeving," zegt Marx, "deze eerste bewuste en planmatige +terugwerking van de maatschappij op de natuurlijke gestalte van haar +produktieproces, is, zooals wij hebben gezien, evenzoo een noodzakelijk +produkt der groot-industrie, als katoenen garens, self-actors en de +electrische telegraaf dat zijn." + +Marx gaat hier verder, historisch de werking na van de arbeidswetgeving +en komt tot deze conclusie: + +"Daar waar de veralgemeening van de fabriekswetgeving, als physiek +en geestelijk beschuttingsmiddel der arbeidersklasse, onvermijdelijk +geworden is, bespoedigt zij aan den anderen kant.... de verandering van +verstrooide in arbeidsprocessen op grooter, maatschappelijker schaal, +dus de concentratie van kapitaal en de alleenheerschappij van het +fabrieksregiment. Zij verstoort alle traditioneele en overgangsvormen, +waarachter zich de heerschappij van het kapitaal nog gedeeltelijk +heeft kunnen verstoppen en zet er voor in de plaats, zijn direkte, +onverkapte heerschappij.".... + +"Met de spheren van het kleinbedrijf en der huisarbeid vernietigt +zij de laatste toevluchtsoorden "der overtolligen", en daarmede +de bestaande veiligheidsklep van het gansche mechanisme der +samenleving. Door de materieele voorwaarden en met de maatschappelijke +combinatie van het produktieproces, doet zij de tegenspraken en +antagonismen van zijn kapitalistischen vorm rijpen, en daarmede +ook gelijktijdig, de elementen tot vorming eener nieuwe en de +omwentelingsmomenten, ter verstoring der oude samenleving geboren +worden." + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +HET ARBEIDSLOON. + + +Het zesde gedeelte (zeventiende hoofdstuk) van "Das Kapital" behandelt +het arbeidsloon. Marx werkt hierin breeder uit, zijn beschouwingen +over het arbeidsloon, zooals die reeds door hem in groote trekken +zijn weêrgegeven in het te voren vermelde geschrift "Lohnarbeit und +Kapital" uit het jaar 1847. + +Alleen is Marx hier het onderscheid tusschen hetgeen de officieele +economie betitelde met de prijs van den arbeid en die van de +arbeidskracht, dat beiden zeer verschillende dingen zijn, geheel op het +spoor gekomen. Marx bewees dan ook, dat de arbeid geen waar kan zijn, +in eene maatschappij als de kapitalistische, welker voortbrengingswijze +juist tot voorwaarde heeft, de bezitloosheid aan arbeidsmiddelen +(grondstoffen, machines, vervoermiddelen enz.) bij den arbeider. + +"Wat de geldbezitter op de warenmarkt direkt tegenover zich vindt, +is inderdaad niet den arbeid, maar het is den arbeider. Wat de laatste +verkoopt, is zijn arbeidskracht. Zoodra zijn arbeid werkelijk begint, +heeft hij reeds opgehouden hem toe te behooren, kan deze dus niet meer +door hem verkocht worden. De arbeid is de substantie en de immanente +maat van de waarde, maar hij zelf heeft geen waarde." + +Wij hebben vroeger gezien, dat de prijs eener waar, is, de in geld +uitgedrukte waarde der waar. Wij wezen er evenwel reeds toen op, dat +volgens Marx, deze beide vormen: waarde en prijs, door verschillende +faktoren worden bepaald en niet met elkander verward mogen worden. + +Hetgeen zich als de waarde van de arbeidskracht, in haren geldvorm +uitdrukt, is het arbeidsloon. Marx onderscheidt dit in: tijd- +en stukloon. + +"De geldsom die de arbeider voor zijn dagarbeid, weekarbeid +enz. bekomt, vormt het bedrag van zijn nominaal, of naar de waarde +geschat arbeidsloon. Het is echter duidelijk, dat al naar de lengte +van den arbeidsdag, alzoo naar mate der dagelijks door hem geleverde +hoeveelheid arbeids, hetzelfde dagloon, weekloon enz. een zeer +verschillende prijs van den arbeid, d. w. z., zeer verschillende +geldsommen, voor hetzelfde kwantum arbeid, vertegenwoordigen kan. Men +moet dus bij het tijdloon weder onderscheid maken, tusschen het +totaal-bedrag van het arbeidsloon,--dagloon, weekloon enz.,--en den +prijs van arbeid." + +De gemiddelde prijs van een arbeids-uur dient hier tot maatéénheid +van den prijs der arbeidskracht. + +"Daaruit volgt," zegt Marx vervolgens, "dat het dagloon of weekloon +enz. hetzelfde kan blijven, hoewel de prijs van de arbeidskracht +voortdurend dalen kan. Omgekeerd, kunnen dag- en weekloon stijgen, +hoewel de prijs van den arbeid, constant blijft of zelfs daalt. Het +rijzen van de nominale dag- of weekloonen, kan daarom begeleid zijn +van een gelijkblijvenden, of een zinkenden prijs van de arbeidskracht." + +Marx onderzoekt dit verschil nader en ook de juiste rol, die de lengte +van den arbeidsdag hierbij speelt. + +"Het is een algemeen bekend feit, dat hoe langer de arbeidsdag in +een tak van industrie, zooveel te lager is het arbeidsloon.... In +de eerste plaats volgt uit de wet: "bij eene bepaalden prijs van den +arbeid, hangt het dag- of weekloon van de kwantiteit der geleverden +arbeid af", dat, hoe lager de prijs van den arbeid is, des te grooter +het kwantum arbeids zijn moet of des te langer de arbeidsdag, opdat +de arbeider van een, al is het dan ook maar kommervol doorsneêloon, +verzekerd kan zijn. Het lage peil van den arbeidsprijs, werkt hier als +een aansporing, tot verlenging van den arbeidstijd. Omgekeerd evenwel, +produceert harerzijds de verlenging van den arbeidstijd, een daling +van de arbeidsprijzen en daarmede ook eene in dag- en weekloonen. + +"Het stukloon, is niets dan een veranderden vorm van het tijdloon, +zooals het tijdloon de veranderde vorm is, van de waarde, of van den +prijs der arbeidskracht. + +"Bij het stukloon, ziet het er op 't eerste gezicht uit, alsof de +door den arbeider verkochte gebruikswaarde, niet de funktie van zijn +arbeidskracht is, de levende arbeid, maar de reeds in het produkt +belichaamde arbeid, en alsof de prijs van dezen arbeid niet, gelijk +bij het tijdloon, door de breuk: + + + Dagwaarde der arbeidskracht. + -------------------------------------- + Arbeidsdag van een bepaald getal uren, + + +maar door de voortbrengingsgeschiktheid van den producent wordt +bepaald. + +"Reeds aanstonds moet het geloof, dat zich aan dezen schijn vastklampt, +sterk aan het wankelen worden gebracht, door het feit, dat beide +vormen van het arbeidsloon ter zelfder tijd, in denzelfden tak van +het bedrijf, nevens elkander kunnen bestaan".... + +"Op zich-zelf is het echter reeds duidelijk, dat het verschil van vorm +in de uitbetaling van het arbeidsloon, aan zijn wezen niets verandert, +hoewel de eene vorm, voor de ontwikkeling van het kapitalisme ook +gunstiger kan zijn, dan de andere". + +Marx beschouwt vervolgens, de karakteristieke eigenschappen van het +stukloon nader. + +"De kwaliteit van den arbeid, wordt hier door het werk-zelf +gecontrôleerd, dat de gemiddelde deugdzaamheid moet bezitten, wil de +stukprijs ervan ten volle worden behaald. Het stukloon wordt dus naar +deze zijde, tot eene der verschrikkelijkste bronnen van loonaftrek +en van kapitalistische knevelarij. + +"Het biedt den kapitalist, een geheel bepaalden maat aan, voor de +intensiteit van den arbeid. Slechts arbeidstijd, die zich in een +van-te-voren bepaalde en langs den weg der ervaring vastgestelde +hoeveelheid waren belichaamt, geldt hier als maatschappelijk +noodwendigen arbeidstijd en wordt als zoodanig betaald. In de grootere +kleêrmakerswerkplaatsen van Londen, wordt daarvandaan een zeker stuk +arbeid, bijv. een vest, herleid tot een uur, een half uur etc.; het +uur op 6 d. geraamd. Uit de praktijk is het daar bekend, hoe groot het +gemiddelde produkt van een uur is. Bij nieuwe modes, reparaties etc., +ontstaat dan kwestie tusschen ondernemer en arbeider, of een bepaald +stuk arbeids = een uur etc. is, totdat ook hier de ervaring weder +heeft beslist" ... "Daar kwaliteit en intensiteit van den arbeid, +hier dus door den vorm van het loon zelve worden gecontrôleerd, +wordt een groot deel van het arbeidstoezicht hiermede overbodig. Het +vormt daarvandaan, zoowel de grondslag van het, vroeger geschilderde +systeem der moderne huisarbeid, als een hiërarchisch geledend systeem +van exploitatie en onderdrukking.... "Het stukloon vergemakkelijkt +eenerzijds het tusschenschuiven van parasieten, tusschen kapitalisten +en loonarbeiders; anderzijds onder-verhuring van den arbeid (subletting +of labour). De winst van de tusschenpersonen, vloeit uitsluitend voort +uit het verschil tusschen den arbeidsprijs, die de kapitalist betaalt +en dat deel van dien prijs, dat aan den arbeider werkelijk ten goede +komt. Dit systeem heet in Engeland karakteristiek "Zweetsysteem" +("Sweating system"). Aan den anderen kant, veroorlooft het stukloon +den kapitalist om met den hoofdarbeider,--in de manufaktuur met den +chef van de groep, in de mijnen met den uitbreker der kolen etc., +in de fabriek met den eigenlijken machinearbeider,--een contrakt voor +zoo en zooveel per stuk af te sluiten; tegen een prijs, waarvoor die +hoofdarbeider-zelf de aanwerving en de betaling van zijn hulparbeiders +voor zijne rekening moet nemen. De exploitatie van den arbeider door +het kapitaal, verwerkelijkt zich hier, door middel van de exploitatie +van den arbeider door den arbeider".... "Bij het tijdloon, heerscht op +enkele uitzonderingen na, gelijk arbeidsloon voor dezelfde funkties, +terwijl bij het stukloon de prijs van den arbeidstijd, als het ware +door een bepaald kwantum van produkten gemeten wordt; het dag- of +weekloon daarentegen wisselt af, met de individueele verschillen der +arbeiders, waarvan de een slechts het minimum van een produkt in een +bepaalden tijd levert, de ander het gemiddelde, de derde weder meer +dan het gemiddelde. Met betrekking tot de werkelijke inkomsten (der +arbeiders), springen hier dus groote verschillen in het oog, al naar +de verschillen van geschiktheid, kracht, energie, uithoudingsvermogen +etc. van den individueelen arbeider. Dit verandert natuurlijk niets, +aan de algemeene verhouding tusschen kapitaal en loonarbeid. Eerstens, +houden zich die individueele verschillen, voor de werkplaats in haar +geheel, tegenover elkander in evenwicht, zoodat zij in een bepaalde +arbeidstijd het gemiddelde produkt oplevert en het betaalde totaalloon, +het gemiddelde loon voor de tak van bedrijf wordt. Tweedens, blijft +de proportie tusschen arbeidsloon en méérwaarde onveranderd, omdat het +individueele loon van den individueelen arbeider, in overeenstemming is +met de door hem individueel geleverde hoeveelheid méérwaarde. Maar de +grootere speelruimte, die het stukloon der individualiteit aanbiedt, +streeft eenerzijds dáárheen, die individualiteit en daarmede het +vrijheidsgevoel, de zelfstandigheid en de zelfcontrôle van den +arbeider te ontwikkelen, anderzijds hunne concurrentie onder en +tegenover elkander, te bevorderen. Het heeft daarvandaan de tendens, +om, met de verheffing van de individueele arbeidsloonen boven het +gemiddelde niveau, dit niveau-zelf te doen dalen. Waar een beproefd +stukloon, zich sedert lang en traditioneel ingeburgerd heeft, en +zijne naar-beneden-drukking bijzondere moeielijkheden opleverde, +namen de werkmeesters dan ook maar zelden hunnen toevlucht, tot zijne +gewelddadige verandering in tijdloon." + +"In elk land geldt een zekere gemiddelde intensiteit van den arbeid, +beneden waarvan de arbeid, die bij de produktie eener waar méér dan +den maatschappelijk-noodwendigen tijd verbruikt, er daarvandaan, niet +als arbeid van normale kwaliteit kan gelden. Slechts een, boven de +nationale doorsnede zich verheffende graad van intensiteit, verandert +in een bepaald land de maat van de waarde, door den enkelen duur +van den arbeidstijd. De middengraad van intensiteit van den arbeid, +wisselt af van land tot land; zij is hier grooter, daar kleiner. Deze +nationale doorsneden, vormen daarvandaan eene ontwikkelingstrap, +welker maat-éénheid, de doorsneê-éénheid van den universeelen arbeid +is. Vergeleken met de minder intensieve, produceert alzoo de meer +intensieve nationale arbeid, in denzelfden tijd méér waarde, die zich +dus in méér geld uitdrukt."..... + +"In de mate waarin in een land de kapitalistische produktiewijze +ontwikkeld is, in diezelfde mate, verheffen zich daar ook de nationale +intensiteit en produktiviteit van den arbeid, boven het internationale +niveau. De verschillende quanta waren van denzelfden soort, die in de +verschillende landen, onder gelijken arbeidstijd voortgebracht worden, +hebben aldus ongelijke internationale waarde, die zich in verschillende +prijzen uitdrukt, d. w. z. elk naar de internationale waarde van +de verschillende geldsommen. De relatieve waarde van het geld, zal +dus kleiner zijn, bij de natie met een ontwikkelde kapitalistische +produktiewijze, dan bij die met een minder ontwikkelde. Hieruit +volgt dus, dat het nominale arbeidsloon, het aequivalent van de +arbeidskracht uitgedrukt in geld, eveneens hooger zal zijn bij de +eerste natie, dan bij de laatste; wat geensdeels nog zeggen wil, +dat dit als werkelijk loon geldt, d. w. z. als de, voor den arbeider +ter beschikking gestelde hoeveelheid levensmiddelen." + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + +HET AKKUMULATIEPROCES VAN HET KAPITAAL. + + +Wij hebben gezien, hoe geld tot kapitaal wordt en de loonarbeider +voor zijnen arbeid, niet alleen niet de waarde van het voor de +noodige produktiemiddelen uitgelegde deel van het kapitaal bekomt, +maar ook nieuwe waarde voortbrengt, die gelijk is aan de waarde zijner +arbeidskracht, plus de méérwaarde daarvan. + +Maar met de verschijning van de méérwaarde, is de beweging van het +kapitaal nog niet afgesloten. Zooals de waarde zich moet omzetten in +geld, zoo moet ook de méérwaarde, op hare beurt, weder gerealiseerd +worden in geld. Dit proces nu, gaat steeds voort, telkens evenwel, +met eene waardevermeerdering, van de in de spheer der circulatie +geworpen hoeveelheid waren. + +"De kapitalist die de méérwaarde produceert, d. w. z. onbetaalden +arbeid onmiddellijk uit de arbeiders pompt en in waren fixeert, +is wel-is-waar, de eerste toe-eigenaar, maar geenszins de laatste +bezitter dezer méérwaarde. Hij heeft haar achteraf steeds te +deelen gehad, met kapitalisten, die in 't algemeen genomen, andere +funkties van de maatschappelijke produktie te vervullen hebben, +met de grondeigenaren, enz. De méérwaarde splitst zich daarvandaan +in verschillende deelen. Zijne onderdeelen komen aan verschillende +categorieën van personen ten goede en verkrijgen verschillende, +tegenover elkander, zelfstandig opgroeiende vormen, zooals winst, +rente, handelswinst, grondrente etc." Deze veranderde vormen van de +méérwaarde, worden door Marx in het derde boek van "Das Kapital", +elk op zich zelf behandeld en geanalyseerd; het eerste Boek behandelt +enkel maar eene kant van het totaalproces, n.l. het "onmiddellijke +produktieproces van de méérwaarde." + +Dit produktieproces is ook, evenals het maatschappelijk proces, +tegelijk een reproduktieproces. De maatschappij moet, onder welke +voortbrengingsvorm dan ook, niet alleen consumptiemiddelen, +maar ook produktiemiddelen voortbrengen. Is dus de produktie +kapitalistisch van vorm, de reproduktie moet dit natuurlijk óók +wezen. Brengt de maatschappelijke produktie méérwaarde voort, zoo +ook de reproduktie. Wij houden ons dus op dit oogenblik met deze +"eenvoudige reproduktie" gelijk Marx haar noemt, bezig. + +"Het produktieproces wordt ingeleid, met den koop van de arbeidskracht +voor een bepaalden tijd, en deze inleiding vernieuwt zich bestendig, +zoodra de verkoopstermijn van den arbeid komt te vervallen en +daarmede eene bepaalde produktie-periode, week, maand enz. afgeloopen +is. Betaald wordt den arbeider echter eerst, nadat zijn arbeidskracht +gewerkt heeft en zoowel hare eigene waarde, als de méérwaarde, daardoor +in waren gerealiseerd zijn. Hij heeft aldus evenals de méérwaarde,--die +wij voorshands slechts zullen beschouwen als het consumptiefonds der +kapitalisten,--ook het fonds voor zijn eigene betaling, het variabel +kapitaal voortgebracht, alvorens het in den vorm van arbeidsloon +terugvloeit, en hij wordt slechts zoolang aan den arbeid gehouden, +als hij dit gestadig op nieuw voortbrengt" ... "Het is een deel, van +het door den arbeider-zelf gestadig gereproduceerde product, hetwelk +in den vorm van arbeidsloon, voortdurend tot hem terugvloeit. De +kapitalist betaalt hem de warenwaarde, zeer zeker in geld uit. Dit +geld is evenwel de veranderde vorm van het arbeidsprodukt. Terwijl de +arbeider, een deel van de produktiemiddelen in produkten verandert, +zet zich een deel van zijn vroeger produkt terug om, in geld. Het +is een arbeid van de vorige week, misschien een van het laatste half +jaar, waarmede zijnen arbeid van heden, of die van het volgende half +jaar, wordt betaald. De illusie welke de geldvorm hier teweeg brengt, +verdwijnt dan ook dadelijk, zoodra in plaats van den individueelen +kapitalist en den individueelen arbeider, de beschouwing treedt van: +kapitalistenklasse en van arbeidersklasse. De kapitalistenklasse geeft +der arbeidersklasse gedurig, aanwijzingen in geldvorm, op een deel +van het door de laatste voortgebrachte en het door de eerste zich +toe-geëigende produkt. Deze aanwijzingen geeft de arbeidersklasse, +der kapitalistenklasse evenzoo gestadig weder terug en zij onttrekt +haar daarmede, het haarzelve toevallend gedeelte van haar eigen +produkt. De warenvorm van het produkt en de geldvorm van de waar, +omsluieren slechts deze transaktie. + +"Het variabel kapitaal, is aldus slechts eene bepaalde historische +verschijningsvorm van het fonds voor levensmiddelen of het +arbeidsfonds, dat de arbeider voor zijn zelfbehoud en reproduktie +behoeft, en dat hij, onder alle systemen van maatschappelijke +produktie, steeds zelf produceeren en zelf reproduceeren +moet. Dit arbeidsfonds, vloeit hem gedurig daarom in den vorm van +betalingsmiddelen van zijn eigen arbeid toe, omdat zijn eigen produkt +gedurig, in den vorm van kapitaal, van hem vervreemd wordt."... + +Om geld te veranderen in kapitaal, was het aanwezig zijn van eene +waardeproduktie en eene warencirculatie, niet voldoende. Er moesten +daartoe eerst, hier bezitters van waarde en ginds bezitters van +waardescheppende substantie; hier bezitters van productie- en +levensmiddelen, daar bezitters van niets dan arbeidskracht, tegen +over elkander komen te staan, als koopers en verkoopers. Scheiding +tusschen het arbeidsproduct en den arbeid-zelf, tusschen de +objectieve arbeidsvoorwaarden en de subjektieve arbeidskrachten, +was dus de feitelijk gegeven grondslag, was het uitgangspunt van het +kapitalistisch produktie-proces. + +"Wat echter in den aanvang het uitgangspunt was, dat wordt door middel +van de enkele continuïteit van het proces, de eenvoudige reproduktie, +steeds op nieuw geproduceerd en vereeuwigd, als het eigen resultaat van +de kapitalistische produktie. Eenerzijds verandert het produktie-proces +voortdurend den stoffelijken rijkdom in kapitaal, in waarde- en +genotmiddelen voor de kapitalisten. Anderzijds komt de arbeider +gestadig uit het proces, zooals hij er intrad,--persoonlijke bron +van rijkdom, maar ontbloot van alle middelen om dezen rijkdom voor +zich te verwerkelijken. Daar vóór zijn intrede in het proces, +zijn eigen arbeid hem zelf ontvreemd wordt, dezen, door de +kapitalisten zich wordt toegeëigend en bij het kapitaal wordt +ingelijfd, belichaamt hij zich gedurende het proces, gestadig, +in het produkt van vreemden. Daar het produktieproces, tegelijk +het consumptieproces van de arbeidskracht door de kapitalisten is, +verandert het produkt des arbeiders, niet alleen voortdurend in waren, +maar in kapitaal; waarde, die de waardescheppende kracht uitzuigt, +en levensmiddelen die personen koopen; produktiemiddelen, die den +producenten tewerk zetten. De arbeider zelf, produceert daarvandaan +gestadig den objektieven rijkdom als kapitaal, de hem vreemde, hem +beheerschende en hem uitbuitende macht; en de kapitalist produceert +even zoo gestadig, de arbeidskracht als subjektieve, van haar eigen +belichamings- en verwerkelijkingsmiddelen gescheiden, abstrakte, +een in de bloote lichamelijkheid van den arbeider bestaanden, bron +van rijkdom, kortom den arbeider als loonarbeider. Deze gestadige +reproduktie, of de vereeuwiging van den arbeider, is het sine-qua-non +der kapitalistische produktiewijze.".... + +"Van maatschappelijk standpunt beschouwd, is dus de arbeidersklasse, +ook buiten het onmiddellijk arbeidsproces, even zoozeer het +eigendom van het kapitaal, als het doode arbeidsinstrument. Zelfs +hare individueele consumptie, is binnen zekere grenzen, niets dan +een moment in het reproduktieproces van het kapitaal. Dit proces +zelf, zorgt er wel voor, dat die zelfbewuste produktieinstrumenten +niet wegloopen; terwijl het hun produkt, gestadig van pool naar +tegenpool van het kapitaal verwijdert. De individueele consumptie +zorgt eenerzijds, voor hare eigen instandhouding en reproduktie, +anderzijds,--door vernietiging van levensmiddelen,--voor hare +gestadige wederverschijning op de arbeidsmarkt. De romeinsche slaven +waren door ketens, de loonarbeiders zijn door onzichtbare draden, +aan hunne eigenaren gebonden. De schijn van hunne onafhankelijkheid, +wordt hier echter, door de gestadige verwisseling der individueele +loonheeren en door de fictio juris van het contrakt, gehandhaafd.".... + +"Het kapitalistisch produktie-proces reproduceert alzoo, door +zijn eigene voltrekking, de scheiding tusschen arbeidskracht en +arbeidsvoorwaarden. Het reproduceert en vereeuwigt daarmede, de +exploitatievoorwaarden van den arbeider. Het dwingt den arbeider +gestadig tot verkoop van zijn arbeidskracht, om daarvan te leven +en maakt telkens de kapitalisten geschikter tot dien koop, om er +zich door te verrijken. Het is nu niet meer het toeval, hetwelk +kapitalist en arbeider, als kooper en verkooper, tegenover elkander +op de arbeidsmarkt brengt. Het is het alternatief van het proces-zelf, +dat den een steeds als verkooper zijner arbeidskracht op de waren-markt +terugslingert en zijn eigen produkt steeds in het koopmiddel van den +ander doet veranderen. Inderdaad behoort de arbeider aan het kapitaal +toe alvorens hij zich aan den kapitalist verkoopt. Zijne economische +onderhoorigheid, wordt tegelijk tot een middel, en tegelijk omhuld door +de periodieke vernieuwing van zijn zelf-verkoop, door de verwisseling +zijner individueele loonheeren en de oscillatie (slingering), in den +marktprijs van den arbeid. + +"Het kapitalistisch produktieproces, in zijnen samenhang beschouwd of +als reproduktieproces genomen, produceert dus niet alleen méérwaarde, +het produceert en reproduceert de kapitaalsverhouding zelf; aan de +eene zijde dus kapitalisten, aan de andere zijde loonarbeiders." + + + +HOE MÉÉRWAARDE KAPITAAL WORDT. + +Het geval dat de méérwaarde, in haar geheel, door den kapitalist +individueel wordt geconsumeerd, is uitzondering. De meerwaarde +verandert, minstens voor een deel, weder in kapitaal. "Aanwending +van méérwaarde of terugverandering van méérwaarde in kapitaal, is: +akkumulatie van kapitaal. + +"Beschouwen wij dit proces, in de eerste plaats van het standpunt van +den individueelen kapitalist. Een spinner heeft bijv. een kapitaal van +10,000 pd. St. uitgelegd, waarvan 4/5 in katoen, machines etc., het +laatste vijfde in arbeidsloon. Hij produceert jaarlijks 240,000 pond +garen, ter waarde van 12,000 pd. St. Bij een percentage van méérwaarde +van 100 proc., steekt de méérwaarde in het meerprodukt of nettoprodukt +van 40,000 pond garen, een zesde gedeelte van het brutoprodukt, tot +een waarde van 2000 pd. St., dat door den verkoop gerealiseerd moet +worden. Een waardesom van 2000 pd. St., is gelijk een waardesom van +2000 pd. St. Men kan het echter, noch dat geld aanzien noch kan men +het eraan ruiken, dat het méérwaarde is. Het karakter van een waarde +als méérwaarde toont aan, hoe het tot zijn eigenaar kwam, maar het +verandert daardoor niets, aan den aard van die waarde of van het geld. + +"Om nu de nieuw gewonnen som van 2000 pd. St., in kapitaal +om te zetten, zal dus de spinner,--alle andere omstandigheden +gelijkblijvend,--vier-vijfde daarvan uitleggen in den aankoop van +katoen etc. en een vijfde in den aankoop van nieuwe spinners, die +op de markt, de levensmiddelen vinden zullen, welker waarde hij +hen voorgeschoten heeft. Dan fungeert dat nieuwe kapitaal van 2000 +pd. St. in de spinnerij, en brengt zijnerzijds weder een méérwaarde +van 400 pd. St. voort."... + +"Het is dus de oude geschiedenis: Abraham gewan Izaäk, Izaäk gewan +Jakob enz. Het oorspronkelijke kapitaal van 10,000 pd. St., brengt +een méérwaarde van 400 pd. St. voort, deze, wederom gekapitaliseerd, +aldus in een tweede toegevoegd kapitaal veranderd, brengt een nieuwe +méérwaarde van 80 pd. St. voort, enz." + + + +"De oorspronkelijke verandering van geld in kapitaal, voltrekt zich +alzoo in de nauwkeurigste overeenstemming, met de economische wetten +van de warenproduktie en met het uit hen afgeleid eigendomsrecht. In +weerwil daarvan, leidt zij tot het volgende resultaat: + +"1) Dat het produkt den kapitalist toebehoort en niet den arbeider; + +"2) Dat de waarde van dit produkt, buiten de waarde van het uitgelegde +kapitaal, eene méérwaarde bevat die den arbeider arbeid, maar den +kapitalist niets gekost heeft en die, desniettegenstaande het eigendom +van den kapitalist wordt; + +"3) Dat de arbeider zijn arbeidskracht behouden heeft en ze opnieuw +verkoopen kan, zoodra hij daarvoor een kooper vindt.".... + +"Dit resultaat wordt onvermijdelijk, zoodra de arbeidskracht door +den arbeider-zelf, als waar, dus vrij wordt verkocht. Maar ook +van deze stonde af aan, wordt de warenproduktie de algemeene--en +wordt zij de typische produktievorm; eerst van hier af aan, wordt +elk produkt a priori voor den verkoop geproduceerd, en gaat alle +geproduceerde rijkdom door de circulatie heen. Eerst van daar, waar +de loonarbeid haren basis is, dwingt de warenproduktie zich aan +de geheele samenleving op. Maar ook eerst daar is het, dat zij al +hare verborgene krachten ontvouwt. Te zeggen, dat de tusschenkomst +van den loonarbeid de warenproduktie vervalscht, wil zeggen, dat de +warenproduktie wil zij onvervalscht blijven, zich niet ontwikkelen +mag. In dezelfde mate, zooals zij zich volgens hare eigene, immanente +wetten voortontwikkelt tot kapitalistische produktie, in diezelfde +mate slaan de eigendomswetten der warenproduktie om in wetten der +kapitalistische toe-eigening." + +Marx keert zich vervolgens tegen die economisten, welke de akkumulatie +van het kapitaal verklaarden uit de "onthouding" of de "spaarzaamheid" +der kapitalisten; de z.g.n.: abstinentie- of onthoudingstheorie +van de officieele economie, door den Engelschen econoom W. Nassau +Senior het eerst geformuleerd. Deze laatste verklaarde, zegt Marx, +"ik vertaal het woord kapitaal, als produktie-instrument beschouwd, +door het woord onthouding!" + +"Een deel der meerwaarde," zegt Marx, "wordt door de kapitalisten +als revenue verteerd, een ander deel als kapitaal aangewend of +geakkumuleerd. + +"Bij een bepaalde hoeveelheid méérwaarde, zal een dezer deelen +zooveel te grooter zijn, naar mate het andere kleiner is. Alle +andere omstandigheden, als gelijkblijvend vooropgesteld, bepaalt +de verhouding waaronder deze verdeeling zich voltrekt, de grootte +der akkumulatie. Wie evenwel deze verdeeling onderneemt, dat is de +kapitalist. Zij is dus de handeling van zijnen wil. Van dat deel +van de door hem geheven schatting, dat hij akkumuleert, zegt men, +hij bespaart het, omdat hij het niet opeet, d. w. z. omdat hij zijne +funktie als kapitalist ermede uitoefent, n.l. de funktie om zich te +verrijken, die hem is opgelegd. + +"Slechts in zooverre, als de kapitalist gepersonifieerd kapitaal is, +heeft hij eene historische waarde, en dat historische recht van +bestaan, als waarvan de geestige Lichnowsky zegt: "er geen datum +van bestaat". Slechts in zooverre, steekt zijn eigene transitive +noodzakelijkheid, in de transitive noodzakelijkheid der kapitalistische +produktiewijze. Maar in zooverre zijn dan ook, niet de gebruikswaarde +en het genot, maar de ruilwaarde en derzelver vermeerdering, de +hem voortstuwende motieven. Als fanatikus van de tot-waarde-making +der waarden, dwingt hij onbarmhartig de menschheid tot produktie, +om der produktie wille; daarvandaan dus, tot eene ontwikkeling van +de maatschappelijke produktiekrachten en tot de voortbrenging van +materieele produktievoorwaarden, welke alleen de reale basis voor eene +hoogere ontwikkelingsvorm kunnen vormen, wier grondslag de volle en de +vrije ontwikkeling van elk individu is. Slechts als personifikatie van +het kapitaal, is de kapitalist respectabel. Als zoodanig, deelt hij +met den schattenverzamelaar, de absolute tendens naar verrijking. Wat +evenwel bij dezen, eene individueele manie schijnt te zijn, is bij +den kapitalist, de werking van het maatschappelijk mechanisme, waarin +hij niets dan een drijfrad is. Buitendien maakt de ontwikkeling +der kapitalistische produktie, eene voortdurende verhooging, van +het in eene industrieele onderneming vastgelegd kapitaal, tot eene +noodzakelijkheid, en de concurrentie legt aan elken individueelen +kapitalist, de immanente wetten van de kapitalistische produktiewijze, +als uitwendige dwangwetten op de schouders. Zij dwingt hem voortdurend, +zijn kapitaal uit te breiden, ten einde het te behouden en uitbreiden +kan hij dit alleen, door middel van eene progressieve akkumulatie. + +"In zooverre als zijn doen-en-laten, slechts funkties zijn van het +in hem levend, met een wil en bewustzijn begaafd zijnd kapitaal, +geldt voor hem, zijn eigen private consumptie als een roof aan de +akkumulatie van zijn kapitaal, gelijk in de italiaansche boekhouding, +privaat-uitgaven op de débetzijde van den kapitalist tegenover het +kapitaal figureeren. De akkumulatie, beteekent de verovering van de +wereld, door den maatschappelijken rijkdom. Zij breidt met de massa +van het geëxploiteerde menschen-materiaal, tegelijk, de direkte en +de indirekte heerschappij van het kapitaal uit. + +"Maar deze erfzonde werkt overal door. Met de ontwikkeling der +kapitalistische produktiewijze, van de akkumulatie en van den +maatschappelijken rijkdom, houdt de kapitalist op eene bloote +incarnatie van het kapitaal te wezen." + +Hij voelt een "menschelijk roeren" voor zijn eigene Adam en wordt er +zoodoende toe gestemd, de dweperij voor ascese, als een vooroordeel +van den ouderwetschen schattenverzamelaar te belachen. Terwijl de +klassieke kapitalist, de individueele consumptie als een zonde aan +zijne funktie en tegen de "onthouding" van de akkumulatie brandmerkt, +is de meer moderne kapitalist in staat, de akkumulatie als een +"ontzeggen" van het drijven naar genot, op te vatten. "Twee zielen +wonen er, ach! in zijn borst, de eene wil zich van de andere scheiden!" + +"In het historische begin van de kapitalistische produktiewijze,--en +ieder kapitalistisch parvenu maakt zulk een historisch stadium, +individueel door,--zijn de drang naar verrijking en de gierigheid, +als absolute hartstochten overheerschend. Maar de vooruitgang van de +kapitalistische produktie, schept niet alleen een wereld van genot, +zij opent met de speculatie, benevens het credietwezen, duizenderlei +bronnen voor plotselinge verrijking. Op een bepaalde hoogte van +ontwikkeling, wordt eene conventioneele graad van verkwisting, die +tevens te-pronk-stelling van rijkdom en daarvandaan credietmiddel +is, zelfs tot eene noodzakelijkheid voor de affaire van den +"ongelukkigen" kapitalist. De weelde wordt een onderdeel, dat in +de representatiekosten van het kapitaal opgaat. Buitendien verrijkt +de kapitalist zich niet, gelijk de gierigaard, naar verhouding van +zijnen persoonlijken arbeid en zijne persoonlijke niet-consumptie, +maar in die mate, waarin hij vreemde arbeidskracht uitzuigt en den +arbeider onthouding van levensgenot opdwingt. Alhoewel daarom de +verkwisting van den kapitalist, niet het bona fide karakter van de +verkwisting der feodale heeren bezit, maar in haren achtergrond, +veel meer smerige gierigheid en angstiger berekening op den loer +liggen, groeit desniettegenstaande zijne verkwisting met zijne +akkumulatie aan, zonder dat de een den ander afbreuk behoeft te +doen. Daardoor ontwikkelt zich gelijktijdig in den trotschen borst +van het kapitalistisch individu, een faust-achtig conflikt, tusschen +den drang naar akkumulatie en den drang naar genot." + +Marx stelt in het licht, hoe tal van omstandigheden de akkumulatie +in de hand kunnen werken en doen toenemen, door de expansiekracht van +het kapitaal te doen vergrooten, zooals de exploitatie van mijnwerken, +die van den bodem etc. + +Algemeen resultaat: Terwijl het kapitaal de beide oer-vormen van den +rijkdom,--arbeidskracht en bodem--bij zich inlijft, verwijdt het zijne +expansiekracht, die hem veroorlooft de elementen zijner akkumulatie uit +te breiden ook naar de overzijde van de, schijnbaar door zijn eigen +grootte getrokken grenzen, getrokken door de waarde en de massa der +reeds geproduceerde produktiemiddelen, uit welke het zijn bestaan put. + +Een andere gewichtige faktor in de akkumulatie van het kapitaal, +is de produktiegraad van den maatschappelijken arbeid. + +"Met de produktiekracht van den arbeid groeit de produktenmassa aan, +waarin zich eene bepaalde waarde, alzoo ook de méérwaarde van eene +gegeven grootte, vertoont. Bij gelijkblijvende en zelfs bij dalende +voet van de méérwaarde,--in zooverre zij slechts langzamer daalt, +als de produktiekracht van den arbeid stijgt,--groeit de massa van +het meerprodukt aan. Bij gelijkblijvende verdeeling derzelve, in +revenue en toeslagkapitaal, kan daarvandaan de consumptie aangroeien, +zonder afname van het akkumulatiefonds. De proportioneele grootte +van het akkumulatiefonds kan zelfs op kosten van het consumptiefonds +aangroeien, terwijl de goedkoopermaking der waren, voor de kapitalisten +even zoo vele of meer genotmiddelen als voorheen, ter beschikking +stelt. Maar met de aangroeiende produktiviteit van den arbeid, +gaat, zooals men gezien heeft, de goedkoopermaking van den arbeider, +alzoo een aangroeiend percentage van de méérwaarde hand aan hand, +zelfs wanneer het reële arbeidsloon ook stijgt. Dit stijgt niet in +verhouding tot de produktiviteit van den arbeid. Hetzelfde variabel +kapitaal, zet alzoo meer arbeidskracht en daardoor meer arbeid in +beweging. Dezelfde constante kapitaalwaarde, belichaamt zich in méér +produktiemiddelen, d. w. z. in meer arbeidsmiddelen, arbeidsmateriaal +en hulpstoffen, levert dus zoowel meer produkten vormers, als meer +waardevormers of arbeidsopslurpers. Bij gelijkblijvende en zelfs +afnemende waarde van het toegezet kapitaal, vindt daarom bespoedigde +akkumulatie plaats. Niet alleen breidt zich de ontwikkelingstrap van +de reproduktie stoffelijk uit, maar de produktie van de méérwaarde +groeit ook sneller aan dan de waarde van het toegezet kapitaal.".... + +"Bij een bepaalde exploitatiegraad van de arbeidskracht"--zoo +eindigt Marx deze beschouwing--"wordt de hoeveelheid van de méérwaarde +bepaald door het getal van de gelijktijdig uitgebuite arbeiders en dit +beantwoordt, hoewel in afwisselende verhouding, aan de hoegrootheid +van het kapitaal. Hoe meer het kapitaal dus door middel van de +successievelijke akkumulatie aangroeit, des te meer groeit ook de +som van waarden aan, die zich in consumptiefonds en akkumulatiefonds +splitst. De kapitalist kan daarom flinker leven en tegelijkertijd +zich meer "ontzeggen". En tenslotte werken alle springveeren van de +produktie zooveel te energieker, naarmate hare ontwikkelingshoogte +zich, met de hoeveelheid van het voorgeschoten kapitaal, meer en +meer verwijdt." + +Men zal uit deze beschouwingen bemerkt hebben, dat bij Marx, het +kapitaal geen vaste grootte heeft, maar integendeel zéér elastisch +is. Dit, in tegenoverstelling met de klassieke staathuishoudkunde die +van oudsher ervan hield om het maatschappelijk kapitaal op te vatten +als zijnde van een vaste grootte en van eene vaste werkingsgraad. + +Als de typische vertegenwoordigers van die opvatting, noemt Marx +in de eerste plaats, de staathuishoudkundige Jeremias Bentham. Maar +zoowel Robert Malthus als James Mill, (de vader van John Stuart Mill) +en MacCulloch, hielden aan dit dogma van de staathuishoudkunde +vast. Zoodoende kwam de officieele economie na Adam Smith, tot +de theorie van het "arbeidsfonds". "Tot welke tautologie het voeren +moet", zegt Marx, "om de kapitalistische grenzen van het arbeidsfonds, +om te dichten in zijn maatschappelijke natuurgrenzen," leert ons +Prof. Fawcett: "Het circuleerende kapitaal van een land is zijn +arbeidsfonds. Om daarom het doorsneê-geldloon dat elke arbeider bekomt +te berekenen, hebben wij slechts eenvoudig dit kapitaal te deelen door +het getal dat de arbeidersbevolking groot is", zoo zegt deze professor. + +Van den grootsten invloed was deze theorie van het "arbeidsfonds" zeer +zeker op de stelsels die men er op heeft gebouwd. Als het variabel +kapitaal van een vaste grootte is, dan is het begrijpelijk, dat er +maar een zekere hoeveelheid levensmiddelen enz. onder de twee klassen, +onder kapitalisten en arbeiders te verdeelen valt. Theoretiseert men +nu nog verder, dat van die hoeveelheid er een gedeelte afgaat, bestemd +voor het loon van de arbeiders, dat eveneens zijn vaste grootte heeft, +dan spreekt het van zelve, dat men tot conclusies kan komen gelijk +Robert Malthus er als volgt trok: + +"Het getal arbeiders, dat in een land aan den arbeid kan worden +gesteld, en de hoogte van hun loon, hangen af van de hoeveelheid +der voorradige levensmiddelen. Is het loon te laag of kunnen vele +arbeiders werk vinden, dan zal dit alleenlijk daarheen leiden, dat +het getal der arbeiders zich sneller vermeerdert, dan de voorraad +levensmiddelen. Het is de natuur, niet de produktiewijze, waaraan de +ellende der arbeidersklasse moet worden geweten." + +Uit deze theorie, is de z. g. n. "bevolkingswet van Malthus" geboren, +die nagenoeg door de gansche economische wetenschap echter sedert jaren +is opgegeven. In den tijd waarin Marx evenwel schreef, was zij een +dogma van de officieele staathuishoudkunde, waaraan niet mocht worden +getwijfeld. Marx is haar het eerst, en wel zoo grondig te lijf gegaan, +dat men kan zeggen, dat al wat nà hem over die "wet van Malthus" in +kritischen zin is geschreven, slechts min of meer bedekt plagiaat is +geweest, van de wijze waarop Marx aantoonde, hoe élke produktiewijze +haar eigen bevolkingsleer heeft en hoe élke phaze in de kapitalistische +produktiewijze, hare bevolkingstoestand met zich mede brengt zoo dat +aldus van "natuurlijke bevolkingswetten" geen sprake kan zijn. + +In het drie-en-twintigste hoofdstuk van "Das Kapital" gaat Marx de +invloed na, die de aangroeiende akkumulatie van het maatschappelijk +kapitaal op de arbeidersklasse heeft. + +"Wasdom van kapitaal," zegt hij, "sluit wasdom van zijn variabel, +of in arbeidskracht omgezet bestanddeel, in zich. Een deel +van de in het toeslagkapitaal omgezette méérwaarde, moet steeds +terug-veranderd worden, in variabel kapitaal of in het voorgeschoten +arbeidsfonds. Veronderstellen wij dat, nevens overigens gelijk gebleven +omstandigheden, de samenstelling van het kapitaal onveranderd blijft, +d. w. z. eene bepaalde massa productiemiddelen of constant kapitaal, +steeds dezelfde massa productiemiddelen vereischen om in beweging +te worden gezet, dan groeit klaarblijkelijk de vraag naar arbeid en +het substitutiefonds der arbeiders, in verhouding tot het kapitaal +zooveel te sneller aan, als het kapitaal te sneller aangroeit. Dewijl +het kapitaal jaarlijks eene méérwaarde produceert, waarvan een deel +jaarlijks tot origineel kapitaal geslagen wordt; daar dit inkrement +[aanwas] zelf jaarlijks aangroeit met den toenemenden omvang van het +bereids in funktie gestelde kapitaal, en daar eindelijk, onder de +bijzondere spoorslag van den drang naar verrijking, zooals bijv. het +openen van nieuwe markten, nieuwe spheren van kapitaalbelegging--als +gevolg van nieuw-ontwikkelde maatschappelijke behoeften enz.--de +ontwikkelingshoogte van de akkumulatie plotseling uitzetbaar kan +worden, door enkel veranderde verdeeling van de méérwaarde of het +meerprodukt in kapitaal en revenue; kunnen de akkumulatie-behoeften van +het kapitaal, de aangroeing van de arbeidskrachten of van het aantal +arbeiders, de vraag naar arbeiders hunnen toevoer overvleugelen, en +zullen daarvandaan de arbeidsloonen stijgen.... "De meer of minder +gunstige omstandigheden, waarin de loonarbeiders zich in het leven +houden en vermeerderen, veranderen niets, aan het grondkarakter van +de kapitalistische produktiewijze. Zooals de eenvoudige reproductie, +voortdurend de kapitaalsverhoudingen zelven reproduceert,--kapitalisten +aan den eenen kant, loonarbeiders aan den anderen,--zoo reproduceert +de reproductie op uitgebreider schaal of de akkumulatie, de +kapitaalsverhoudingen op uitgebreider schaal, in meer kapitalisten, +of grootere kapitalisten aan de ééne pool, meer loonarbeiders aan +de andere. De reproduktie van de arbeidskracht, die zich bij het +kapitaal onophoudelijk als een middel tot waardevorming moet doen +inlijven, die niet van hem loskomen kan, en welker onderhoorigheid aan +het kapitaal alleen verduisterd wordt, door de verwisseling van den +individueelen kapitalist waaraan zij zich verkoopt,--vormt inderdaad +maar een moment in de reproduktie van het kapitaal-zelf. Akkumulatie +van kapitaal is dus tevens vermeerdering van het proletariaat".... + +"De wet van de kapitalistische produktie, die klaarblijkelijk aan de +"natuurlijke bevolkingswet" ten grondslag ligt, komt eenvoudig hierop +neer. De verhouding tusschen kapitaal, akkumulatie en de percentage +van het loon, is niets dan de verhouding tusschen den onbetaalden, in +kapitaal omgezetten arbeid en de tot beweging van het toeslag-kapitaal +benoodigde hoeveelheid toegevoegden arbeid. Zij is dus geenszins +een verhouding van twee van elkander onafhankelijke grootheden: +eenerzijds de grootte van het kapitaal, anderzijds het getal van de +arbeidersbevolking; zij is veelmeer in laatste instantie, de verhouding +tusschen den onbetaalden en den betaalden arbeid, van dezelfde +arbeidersbevolking. Groeit de hoeveelheid der door de arbeidersklasse +geleverden, en door de kapitalistenklasse geakkumuleerden onbetaalden +arbeid, snel genoeg aan, om slechts door eene buitengewone toeslag van +betaalden arbeid, zich om te kunnen zetten in kapitaal, dan stijgt het +loon, en, al het andere gelijkgebleven, neemt de onbetaalde arbeid dan +in verhouding af. Zoodra evenwel deze afname het punt beroert, waar de, +het kapitaal voedende méérwaarde, niet meer in normale hoeveelheid +aangeboden wordt, dan treedt er eene reaktie in: een geringer deel +van de revenue wordt gekapitaliseerd, de akkumulatie verlamt en +de stijgende loonbeweging verkrijgt een terugslag. De verhooging +van den arbeidsprijs, blijft dus eng besloten binnen grenzen, +welke de grondslagen van het kapitalistisch systeem niet alleen +onaangetast laten, maar ook nog zijne reproduktie op aangroeiende +schaal blijven verzekeren. Deze in een natuurwet gemystificeerde, wet +van de kapitalistische akkumulatie, wil dus feitelijk slechts zeggen, +dat hare aard, elke zoodanige afname in den exploitatiegraad van den +arbeid of elke zoodanige verhooging van den arbeidsprijs uitsluit, +welke de gestadige reproduktie van de kapitaalsverhoudingen en hunne +reproduktie op steeds uitgebreider schaal, ernstig in gevaar kunnen +doen brengen. Dit kan niet anders zijn, onder een produktiewijze, +waarin de arbeiders voor de behoeften van de waarde-schepping der +voorradige waarden bestaan, in plaats van omgekeerd, dat de belichaamde +rijkdom er voor de ontwikkelingsbehoefte van de arbeiders is. Zooals +de mensch, in den godsdienst door het maaksel van zijn eigen hoofd, +zoo wordt hij onder de kapitalistische produktiewijze, door het +maaksel zijner eigene handen beheerscht." + + + +CONCENTRATIE VAN HET KAPITAAL. + +De algemeene grondslagen van het kapitalistisch systeem eenmaal +gegeven, treedt in het verloop van de akkumulatie telkens een +punt te voorschijn, waarop de ontwikkeling der produktiviteit +van den maatschappelijken arbeid, de machtigste hefboom wordt der +akkumulatie. "Dezelfde oorzaak," zeide reeds Adam Smith, "welke de +loonen verhoogt, n.l. de toename van kapitaal, drijft tot verhooging +der produktieve geschiktheden van den arbeid en stelt eene kleinere +hoeveelheid arbeids, in staat, om eene grootere hoeveelheid van +produkten voort te brengen." Marx zegt: + +"Afgezien van natuurlijke voorwaarden, als vruchtbaarheid van den +bodem etc., en van de omstandigheden onafhankelijke, en geïsoleerd +arbeidende producenten, dewelke zich echter meer kwalitatief, in de +deugdelijkheid, dan kwantitatief in de massa van het gemaakte werk zal +vertoonen, drukt zich de maatschappelijke produktiegraad van den arbeid +uit, in de relatieve grootheidsomvang der produktiemiddelen, welke +een arbeider gedurende een zekeren tijd, met dezelfde inspanning van +arbeidskracht, in produkt kan omzetten. De massa der produktiemiddelen, +waarmede hij funktioneert, groeit aan, met de produktiviteit van +den arbeid.".... "Bijv. met de manufaktuurmatige verdeeling van den +arbeid en de toepassing der machinerie, wordt in denzelfden tijd meer +grondstof verwerkt, treedt dus eene grootere massa van grondstof +met hulpmaterieel, het arbeidsproces binnen. Dat is het gevolg +van de aangroeiende produktiviteit van den arbeid. Aan den anderen +kant, is de massa van in gebruik genomen machinerie, arbeidsvee, +minerale mest, draineerings-inrichtingen enz. de voorwaarde voor +groeiende produktiviteit van den arbeid. Evenzoo, de massa van de +in bouwwerken, hoogovens, transportmiddelen etc. geconcentreerde +hoeveelheid produktiemiddelen. Hetzij evenwel voorwaarde, hetzij +gevolg, de groeiende grootte-omvang van de produktiemiddelen, +in vergelijking tot de bij haar ingelijfde arbeidskracht, drukt +de aangroeiende produktiviteit van den arbeid uit. De toename der +laatste, verschijnt dus in de afname der arbeidsmassa, in verhouding +tot de door haar voortbewogen massa van produktiemiddelen, of in de +grootte-afname van den subjektieven faktor van het arbeidsproces, +vergeleken met zijne objektieve faktoren. + +"Deze verandering in de technische samenstelling van het kapitaal, +de groeiing der massa van produktiemiddelen, vergeleken met de massa +van de haar doen-levende arbeidskracht, spiegelt zich terug in hunne +waardesamenstelling, in de toename van het constante bestanddeel der +kapitaalswaarde, op kosten van zijn variabel bestanddeel. Er worden +bijv. van een kapitaal, procentsgewijs berekend, oorspronkelijk elke +50 proc. in produktiemiddelen en elke 50 proc. in arbeidskrachten +vastgelegd; later, met de ontwikkeling van den produktiegraad +van den arbeid, elke 80 proc. in produktiemiddelen en elke +20 proc. in arbeidskrachten etc. Deze wet van den stijgenden +groei van het constante deel van het kapitaal, in verhouding tot +zijn variabel deel, wordt bij elke schrede bevestigd, door eene +vergelijkende analyse van de prijzen der waren, hetzij dat wij +verschillende economische tijdperken van eene enkele natie bij +elkaâr vergelijken, of die van verschillende naties, in hetzelfde +tijdstip. De relatieve grootte van het prijselement, die slechts de +waarde van de verteerde produktiemiddelen, of het constante deel van +het kapitaal vertegenwoordigt, zal in direkte, de relatieve grootte +van het andere, de arbeid betalende of het variabel deel van het +kapitaal vertegenwoordigende prijselement, zal, over het algemeen, +in omgekeerde verhouding staan, tot de vooruitgang der akkumulatie."... + +"Op de grondslag der waren-produktie, waarbij de produktiemiddelen +het eigendom van private personen zijn, waarin de handarbeider, of +geïsoleerd en zelfstandig waren voortbrengt of zijn arbeidskracht +als waar verkoopt,--omdat hem de middelen tot eigenbedrijf +ontbreken--realiseert zich deze voorwaarde slechts door den +groei van de individueele kapitalen, of in die mate, waarin de +maatschappelijke produktie- en levensmiddelen tot privaat eigendom +der kapitalisten worden omgezet. De bodem der waren-produktie, kan de +produktie op groote schaal slechts dragen, in haren kapitalistischen +vorm. Een zekere akkumulatie van kapitaal in handen van individueele +waren-producenten, vormen daarom de voorwaarde voor de specifiek +kapitalistische voortbrengingswijze"..... "Maar methodes tot +vermeerdering van de maatschappelijke produktiekracht van den +arbeid, die op dezen grondslag verrijzen, zijn tegelijkertijd, +methodes tot vermeerderende produktie van de méérwaarde of van het +meerprodukt, hetwelk zijnerzijds, wederom het scheppingselement +van de akkumulatie is. Zij zijn dus tegelijkertijd, methodes ter +voortbrenging van kapitaal door kapitaal, of methodes tot zijne +bespoedigde akkumulatie. De onophoudelijke terugontwikkeling van +méérwaarde in kapitaal, doet zich kennen, als de aangroeiende grootte, +van het in 't produktieproces opgaande kapitaal. Deze wordt harerzijds +tot grondslag eener meer uitgebreide voet van produktie, van de haar +begeleidende methodes tot verhooging van de produktiekracht van den +arbeid en tevens tot bespoedigder produktie van méérwaarde. Wanneer dus +telkens, een zekere graad van kapitaals-akkumulatie, als voorwaarde +voor de specifiek kapitalistische produktiewijze te voorschijn komt, +veroorzaakt deze laatste, op terugwerkende wijze, een bespoedigde +akkumulatie van het kapitaal. Deze beide economische faktoren brengen, +naar mate van de samengestelde verhouding, van de afstooting die zij +wederzijds op elkander uitoefenen, de wisseling voort in de technische +samenstelling van kapitaal, waardoor zijn variabel bestanddeel steeds +kleiner en kleiner wordt, vergeleken met zijn constant deel. + +"Elk individueel kapitaal is een grootere of kleinere concentratie van +productiemiddelen, met een zich daarmede in overeenstemming bevindend +commando, over een grooter of kleiner leger van arbeiders. Het breidt, +met de vermeerderde massa van den als kapitaal funktioneerenden +rijkdom, ook zijne concentratie in de handen der individueele +kapitalisten, daarvandaan de grondslag van de produktie op groote +schaal, en de specifiek kapitalistische produktie-methoden uit. De +groei van het maatschappelijk kapitaal, voltrekt zich in den groei +van vele, individueele kapitalen. Alle andere omstandigheden als +gelijkblijvend aangenomen, groeien de individueele kapitalen,--en met +hen de concentraties van produktiemiddelen,--in die verhouding aan, +waarin zij aliquote (gelijkdeelende) deelen van het maatschappelijk +totaal-kapitaal vormen. Tegelijkertijd scheuren zich dan afstootsels +van de oorsprong-kapitalen los en funktioneeren als nieuwe, +zelfstandige kapitalen. Een groote rol speelt hierbij, onder +anderen, de verdeeling van vermogens in kapitalisten-families. Met +de akkumulatie van kapitaal groeit daarvandaan ook, meer of minder, +het aantal kapitalisten aan. Twee punten karakteriseeren deze soort van +concentratie, welke onmiddellijk op de akkumulatie berust, of veelmeer, +met haar identiek is. Ten eerste: de aangroeiende concentratie der +maatschappelijke produktiemiddelen in de handen van de individueele +kapitalisten wordt, onder overigens gelijkblijvende omstandigheden, +beperkt, door den graad van wasdom in den maatschappelijken +rijkdom. Ten tweede: het in elke produktiespheer vastgelegde +deel van het maatschappelijk kapitaal, wordt verdeeld onder vele +kapitalisten, welke tegenover elkander staan als onafhankelijke, en +met elkander concurreerende warenvoortbrengers. De akkumulatie en de +haar begeleidende concentratie, worden dus niet alleen op vele punten +gesplitst, maar ook de aangroeing van de funktioneerende kapitalen, +wordt doorkruist door de vorming van nieuwe, en de splitsing van oude +kapitalen. Doet zich daarvandaan de akkumulatie eenerzijds voor, als +de aangroeiende concentratie der produktiemiddelen en van commando's +over arbeid, zoo doet zij zich anderzijds aan ons kennen, als repulsie +(afstooting) van vele individueele kapitalen onder elkander. + +"Deze versplintering van het maatschappelijk totaal-kapitaal, in +vele individueele kapitalen, of deze repulsie van zijn onderdeelen +van elkander, werkt zijne attraktie tegen. Het is hier niet +meer de eenvoudige, met de akkumulatie identieke, concentratie +van produktiemiddelen en het commando over den arbeid, het is de +concentratie van reeds gevormde kapitalen, de opheffing van hunne +individueele zelfstandigheid, de onteigening van kapitalist door +kapitalist, het omzetten van vele kleinere, in weinige grootere +kapitalen. Dit proces onderscheidt zich van het eerste daardoor, +dat het slechts veranderde verdeeling van reeds voorradige en +funktioneerende kapitalen veronderstelt en zijn speelruimte, dus +niet door de absolute wasdom van den maatschappelijken rijkdom of +de absolute grenzen der akkumulatie wordt beperkt. Het kapitaal +zwelt hier, in eene hand tot een groote massa aan, omdat het daar, +in vele handen, verloren gaat. Dit is de eigenlijke centralisatie, +in onderscheiding met akkumulatie en concentratie." + +Welke de wetten zijn, die deze centralisatie der kapitalen of de +attrakties van kapitaal tot kapitaal beheerschen, wordt hier door +Marx niet verder behandeld, dat geschiedt in het tweede deel van zijn +werk. Eene aanduiding evenwel wordt hier in algemeene trekken gegeven: +"De concurrentiestrijd wordt gevoerd door de goedkoopermaking der +waren. Deze goedkoopermaking der waren hangt, caeteris paribus, +(onder overigens gelijke omstandigheden) af van de produktiviteit +van den arbeid, deze echter weder, van de ontwikkelingstrap welke de +produktie heeft bereikt. De grootere kapitalen verslaan daarvandaan +de kleinere. Verder herinnert men zich, dat met de ontwikkeling +van de kapitalistische produktiewijze, de minimum-omvang van het +individueele kapitaal, dat benoodigd is om een bedrijf onder zijn +normale voorwaarden te drijven, aangroeit. De kleinere kapitalen +dringen zich daarvandaan in produktiespheren, welke door de groote +industrie nog maar sporadisch, of onvolkomen zijn aangetast. De +concurrentie werkt hier onvermoeid voort, in direkte verhouding +tot het aantal, en in omgekeerde verhouding, tot de grootte der +rivaliseerende kapitalen. Zij eindigt steeds met den ondergang van +vele kleine kapitalisten, welker kapitalen, deels overgaan in handen +van den overwinnaar, deels ondergaan. Afgezien hiervan, vormt zich +nog met de kapitalistische produktiewijze een gansch nieuwe macht, +het credietwezen, dat in zijn begin op den achtergrond,--als de +bescheidene helper van de akkumulatie,--nu naar binnen sluipt langs +onzichtbare draden, de over de oppervlakte der samenleving, in grootere +of kleinere massa's verspreide geldmiddelen, in handen van individueele +of met elkander geassocieerde kapitalisten trekt, maar dan schielijk +een nieuw en vruchtbaar wapen wordt in den concurrentiestrijd, om zich +ten slotte in een reusachtig sociaal mechanisme, dat tot centralisatie +van kapitalen dient, te veranderen." + +"De centralisatie," zegt Marx verder, "vervolkoment het werk der +akkumulatie, doordien zij de industrieele kapitalisten in staat stelt, +de voet hunner operaties uit te breiden. Hetzij dit laatste resultaat +nu het gevolg is, van de akkumulatie of van de centralisatie; +hetzij zich de centralisatie voltrekt langs den gewelddadigen +weg van annexatie,--waar zekere kapitalen op zoo overwegende wijze +gravitatie-middelpunten worden voor anderen, dat zij diens individueele +cohesie breken en dan de op zichzelf-staande deelen tot zich +trekken,--of dat de versmelting der reeds gevormde, respektievelijk +in die vorming inbegrepen kapitalen, door middel van de geleidelijke +aktie, door de vorming van naamlooze vennootschappen geschiedt--de +economische uitwerking blijft dezelfde. De aangegroeide uitdijding +van de industrieele établissementen, vormt overal het uitgangspunt +voor een omvattender organisatie der totaal-arbeid van velen; voor +een breeder ontwikkeling harer materieele drijfkrachten, d. w. z. voor +de voortschrijdende revolutioneering van individueele, en volgens de +traditie gedreven produktie-processen, in maatschappelijk-gecombineerde +en wetenschappelijk-gedisponeerde produktieprocessen." + +Marx wijst er nog vervolgens op, dat de akkumulatie een veel +langduriger proces is, dan de centralisatie. "De wereld," zegt +hij, "ware nog niet van spoorwegen voorzien, als zij had moeten +wachten, totdat de akkumulatie enkele kapitalisten ertoe gebracht +had, opgewassen te zijn, tegen het bouwen van een spoorweg. De +centralisatie daarentegen, heeft dit met een handomdraaien klaar +gespeeld, door middel van de maatschappijen op aandeelen. En terwijl +de centralisatie, aldus de werkingen der akkumulatie verhoogt en +bespoedigt, breidt zij uit,--en bespoedigt zij gelijktijdig,--de +omwentelingen in de technische samenstelling van het kapitaal, die +deszelfs constant deel, doen vermeerderen op kosten van zijn variabel +deel en daarmede de relatieve vraag naar arbeid doen verminderen. + +"De door centralisatie, over nacht als het ware, tezaâm gesmede +kapitaal-massa's, reproduceeren en vermeerderen zich gelijk de anderen, +slechts vlugger, en worden hiermede tot nieuwe, machtige hefboomen voor +de maatschappelijke akkumulatie. Als er dus sprake is van vooruitgang +der maatschappelijke akkumulatie, dan zijn daar--heden ten dage--de +werkingen der centralisatie stilzwijgend onder begrepen." + + + +DE INDUSTRIEELE RESERVEARMÉE. + +Het, door de voortgang der akkumulatie, opnieuw gevormde kapitaal, +verschaft in verhouding tot zijne grootte, steeds aan minder arbeiders +werk. Gelijktijdig met de akkumulatie, gaat ook de revolutioneering van +het oude kapitaal haren gang. Marx toonde het aan, hoe de centralisatie +daarvoor de machtigste hefboom is. Volgens de Malthusianen is de +"overbevolking" het gevolg hiervan, dat de levensmiddelen, (men +moest zeggen: het variabel kapitaal) aangroeien, in de arithmetische +progressie-reeks van 1: 2: 3: 4: 5: enz. terwijl de bevolking de +tendens heeft, zich in de geometrische reeks van 1: 2: 4: 8: 16: +enz. te vermeerderen. Daarom leerden Malthus c. s., dat de bevolking +de produktie der levensmiddelen vooruit ijlde ten gevolge waarvan de +ondeugd en de ellende ontstonden. + +Wat evenwel progressief voortgaat, is de afname van het variabel +kapitaal, gelijktijdig met de wasdom van het totaal-kapitaal. Het +variabel kapitaal, zoo het oorspronkelijk 1/2 was van het +totaal-kapitaal, wordt progressief 1/3, 1/4, 1/5, 1/6 enz. van het +totaal-kapitaal. Marx zegt: + +"Deze, door de wasdom van het totaal-kapitaal bespoedigde en +sneller dan zijn eigen aanwas bespoedigde, relatieve afname van +zijn variabel bestanddeel, schijnt aan de andere zijde, omgekeerd +steeds sneller absolute aanwas der arbeidersbevolking te zijn, +als aanwas van het variabel kapitaal of van de middelen ter hunner +werkverschaffing. De kapitalistische akkumulatie produceert veeleer, +en wel in verhouding tot hare energie en haren omvang, gestadig eene +relatieve, d. w. z. eene voor de gemiddelde behoefte tot waardemaking +van het kapitaal overtollige, dus eene overvloedige of bijgevoegde +arbeidersbevolking.".... + +"Met de grootte van het reeds funktioneerend, maatschappelijk +kapitaal en de graad van zijn aanwas; met de uitbreiding van de +produktie-trappen en de massa der in beweging gezette arbeiders; met +de ontwikkeling der produktiekracht hunner arbeid, met den breederen +en volleren stroom van alle fonteinen des rijkdoms, verwijdt zich +ook de ontwikkelingshoogte, waarop grootere attraktie der arbeiders +door het kapitaal, met grootere repulsie van hetzelve verbonden is, +nemen de snelheid van de wisseling in de organische samenstelling +van het kapitaal en zijn technische vorm toe en zwelt de cirkel der +produktiespheren aan, welke er dan gelijktijdig, dan bij afwisseling, +door worden aangegrepen. Met de door haar zelf geproduceerde +akkumulatie van het kapitaal, produceert de arbeidersbevolking alzoo, +in steeds groeiender mate, de middelen voor haar eigene relatieve +overtolligmaking. Dit is eene, aan de kapitalistische produktiewijze +eigenaardige bevolkingswet, gelijk feitelijk elke produktiewijze, hare +bijzondere, historisch geldende bevolkingswet heeft. Eene abstrakte +bevolkingswet, kan alleen maar onder planten en dieren heerschen, +in zooverre daar althans de mensch niet historisch ingrijpt. + +"Waar evenwel een surplus-arbeidersbevolking, het noodwendig produkt +is van de akkumulatie of van de ontwikkeling van den rijkdom op +kapitalistischen grondslag, daar wordt deze arbeidersbevolking, +omgekeerd, tot een hefboom der kapitalistische akkumulatie, ja, tot +een bestaans-noodzakelijkheid voor de kapitalistische produktiewijze +zelve. Zij vormt een disponibele, industrieele reserve-armée, +die aan het kapitaal evenzoo absoluut toebehoort, alsof hij haar +op zijn eigen kosten grootgebracht had. Zij schept het, voor zijne +afwisselende waarde-scheppings-behoeften, steeds bereidvaardige, +exploitabele menschen-materiaal, dat onafhankelijk is van de grenzen +der feitelijke bevolkingstoename." + +Marx voert verder, historische en economische bewijzen uit de engelsche +industrietoestanden aan, voor de absolute afname van het aantal aan +den arbeid zijnde arbeiders, bij, naar verhouding gelijkblijvende, +uitbreiding van de produktie. "De beweging van de wetten van vraag +en aanbod van den arbeid, op deze basis, voltooit de despotie van +het kapitaal," zegt hij. "De ijzeren loonwet" eveneens een dogma der +oudere officieele economie, wordt echter daardoor geen werkelijkheid. + +"Zoodra," eindigt Marx hier, "de arbeiders achter het geheim komen, +dat in dezelfde mate waarin zij meer arbeiden, meer vreemden rijkdom +produceeren, en de produktiekracht hunner arbeid aangroeit, zelfs hunne +funktie, als een middel tot waardeschepping voor het kapitaal, meer +precair voor hen wordt; zoodra zij ontdekken, dat de intensiteitsgraad +van de concurrentie onder hen, zelfs geheel en al van den druk der +relatieve overbevolking afhankelijk geworden is; zoodra zij daarvandaan +door Trade Unions enz. een planmatige samenwerking tusschen arbeidenden +en arbeidsloozen pogen te organiseeren, om de ruïneerende gevolgen van +deze natuurwet der kapitalistische produktiewijze op hunne klasse, te +breken of te verzwakken, toornen het kapitalisme en zijn sykophanten, +de staathuishoudkunde, terstond over aantasting der "eeuwige" +en om zoo te zeggen "heilige" wetten van vraag en aanbod. Elke +samenwerking tusschen arbeidenden en arbeidsloozen, stoort dan +namelijk het "zuivere" spel van deze wet! Zoodra anderzijds echter, +in de koloniën bijv., tegenwerkende omstandigheden, de schepping der +industrieele reserve-armee en met haar, de absolute afhankelijkheid +der arbeidersklasse van de kapitalistenklasse verhinderen, rebelleert +het kapitaal tegen deze "heilige" wet van vraag en toevoer en zoekt +haar door dwangmiddelen op te heffen." + + + + + + +HOOFDSTUK X. + +DE TENDENSEN DER KAPITALISTISCHE PRODUKTIEWIJZE. + + +Zagen wij tot nog toe, hoe het kapitaal zijn eigen bestaansvoorwaarden, +steeds van voren af aan, op nieuw voortbrengt, het is ons tevens +duidelijk geworden, dat er oorspronkelijk voorwaarden aanwezig moeten +geweest zijn, waaronder dit zich kon ontwikkelen, tot het moderne +kapitalisme dat wij kennen. + +Het vierentwintigste hoofdstuk van Bd. I van "Das Kapital" bevat een +uitvoerig onderzoek van buitengewone historische waarde; dit hoofdstuk +is getiteld: "De zoogenaamde oorspronkelijke akkumulatie". Marx +wendt zich daarin tegelijkertijd, polemisch tegen de officieele +staathuishoudkunde en tegen hare beschouwing van den oorsprong van +het moderne kapitalisme. + +"De geheimen van de oorspronkelijke akkumulatie," zoo is de eerste +paragraaf van dit klassieke hoofdstuk genoemd, die aldus aanvangt: + +"Men heeft gezien hoe geld tot kapitaal wordt; door kapitaal +tot méérwaarde en uit die méérwaarde, meer kapitaal gemaakt +wordt. Intusschen heeft de akkumulatie van het kapitaal de +méérwaarde tot voorwaarde, de méérwaarde op haren beurt, de +kapitalistische produktiewijze, deze heeft evenwel het aanwezig zijn +van grootere massa's van kapitaal en van arbeidskracht, in handen +van warenproducenten tot voorwaarde. Deze geheele beweging nu, +schijnt aldus te draaien in een vicieusen cirkel, waar wij alleen +kunnen uitkomen, wanneer wij eene,--aan de kapitalistische akkumulatie +voorafgaande--"oorspronkelijke" akkumulatie, ("precious accumulation" +volgens Ad. Smith), veronderstellen; eene akkumulatie, welke niet het +resultaat, van de kapitalistische produktiewijze, maar alleen maar, +haar uitgangspunt vormt. + +"Deze oorspronkelijke akkumulatie, speelt in de staathuishoudkunde +dezelfde rol, die de zondenval speelt in de theologie. Adam beet in den +appel en daardoor kwam de zonde over het menschelijk geslacht! Hare +oorsprong wordt ons verklaard, doordien zij ons, als eene anecdote +uit het verleden wordt verteld. In een lang vervlogen tijd, bestond +er aan den eenen kant, eene vlijtige, intelligente en vóór alles, +eene spaarzame élite, en aan den anderen kant, eene luierende, al +het hunne en meer dan dat, verbrassende troep schooierds. De legende +van de theologische zondeval, vertelt ons alleen maar, hoe de mensch +ertoe verdoemd werd, zijn brood in 't zweet zijns aanschijns te moeten +eten, de historie van de economische zondeval evenwel, onthult ons, +hoe er lieden zijn, die ook dát niet noodig hebben. Het komt echter +op 't zelfde neer. Maar zoo zou het dan gekomen zijn, dat de eersten, +rijkdom konden akkumuleeren, en de laatsten ten slotte niets meer over +hadden dan hun eigen huid. En van af deze zondeval, dateert de armoede +van de groote massa, die altijd nog, ondanks al haren arbeid, niets +te verkoopen heeft als zichzelve, nevens den rijkdom der weinigen, +die voortdurend aangroeit, alhoewel dezen reeds lang opgehouden hebben +te arbeiden".... + +"Geld en waren, zijn niet a priori kapitaal, evenzoomin als +produktie- en levensmiddelen. Zij moeten tot kapitaal worden +omgezet. Deze verandering zelve, kan slechts geschieden onder bepaalde +omstandigheden, die zich daarheen toespitsen, dat tweeërlei zeer +verschillende soorten van warenbezitters, elkander moeten tegemoet- +en met elkander in contakt moeten komen; aan de eene zijde eigenaren +van geld, produktie- en levensmiddelen,--want het geldt, de in hun +bezit zijnde som van waarden weder tot waarde te maken, door middel +van den aankoop van vreemde arbeidskracht,--aan den anderen kant +vrije arbeiders, verkoopers van de eigen arbeidskracht en daardoor +verkoopers van arbeid. Vrije arbeiders in dien dubbelen zin, dat +zij, noch zelven onmiddellijk behooren tot de produktiemiddelen, +zooals slaven, lijfeigenen etc., noch de produktiemiddelen hèn +toebehooren, zooals bij den het eigenbedrijf voerenden boer +enz. dit het geval is. Zij moeten daarvan los en leeg zijn. Met +deze polarisatie (vaststelling der beide polen) van de warenmarkt, +zijn de grondvoorwaarden voor de kapitalistische produktiewijze +gegeven. De kapitaalsverhouding, stelt de scheiding van de arbeiders +en hun eigendom aan de verwerkelijkingsvoorwaarden van den arbeid, +op den voorgrond. Zoodra de kapitalistische productiewijze eenmaal +op eigen beenen staat, is deze scheiding niet alleen aanwezig, +maar reproduceert zij zich telkens weder, op steeds uitgebreider +schaal. Het proces dat de kapitaalsverhouding schept, kan alzoo +niets anders zijn, dan het scheidingsproces van den arbeider van +het bezit zijner arbeidsvoorwaarden; een proces, dat eenerzijds de +maatschappelijke levens- en produktiemiddelen in kapitaal verandert, +anderzijds de onmiddellijke producenten in loonarbeiders. De +zoogenaamde oorspronkelijke akkumulatie, is niets anders, dan het +historische scheidingsproces van producent en produktiemiddelen. Zij +schijnt ons eene "oorspronkelijke" toe, omdat zij de vóórgeschiedenis +van het kapitaal en de aan hem beantwoordende produktiewijze, uitmaakt. + +"De economische struktuur der kapitalistische samenleving +is voortgekomen uit de economische struktuur van de feodale +maatschappij. De oplossing van deze, heeft de elementen voor gene, +vrij doen komen. + +"De onmiddellijke producent, de arbeider, kon eerst dàn over zijn +persoon beschikken, nadat hij had opgehouden geketend te zijn aan den +bodem en aan een ander persoon lijfeigen of onderhoorig te wezen. Om +een vrijen verkooper van arbeidskracht te kunnen worden, die zijne +waar overal heendragen kan, waar een markt daarvoor te vinden is, +moest hij vervolgens, aan de heerschappij van gilden, met hunne +leerlingen- en gezellenverordeningen en beperkende arbeidsvoorwaarden, +zijn ontgroeid. Daardoor schijnt ons de historische beweging, +welke de producenten in loonarbeiders verandert, eenerzijds toe, +als eene bevrijding van de dienstbaarheid en gildedwang,--en het is +dan ook deze zijde alleen, die er voor de geschiedschrijving van onze +burgerlijke economie bestaat. Maar aan de andere zijde evenwel, werden +deze nieuw-bevrijden, eerst verkoopers van zich zelven, nàdat hun, al +hunne produktiemiddelen, en hun alle, door de oude feodale inrichtingen +van de maatschappij aangeboden garanties voor een bestaan waren geroofd +geworden. En deze geschiedenis der expropriatie (onteigening), is in +de annalen der menschheid, gegrift, met sporen van bloed en vuur. + +"De industrieele kapitalisten, deze nieuwe potentaten, moesten +hunnerzijds, niet alleen de handwerkmeesters der Gilden verdringen, +maar ook in het bezit komen van de bronnen van rijkdom, die in +het bezit waren van de feodale Heeren. Van deze zijde, doet zich +hunne opkomst dan ook kennen, als een vrucht van den zegenrijken +strijd, zoowel tegen de feodale machten en hunne opstandverwekkende +voorrechten, als tegen de Gilden en de banden welke dezen, aan de vrije +ontwikkeling der produktie en aan de vrije uitbuiting van menschen +door menschen, hadden in den weg gelegd. De ridders van de industrie, +speelden het nochtans alleen daardoor klaar, de ridders van den +degen te verdringen, doordien zij gebeurtenissen uitbuitten, waaraan +zij gansch onschuldig waren. Zij hebben zich naar boven gewerkt door +middelen, even zoo gemeen, als die waardoor de romeinsche vrijgelatene +zich, voormaals, tot heer van zijn patronus heeft weten te maken. + +"Het uitgangspunt der ontwikkeling, die zoowel de loonarbeiders, +als de kapitalisten heeft voortgebracht, was de knechtschap der +arbeiders. De voortgang, bestond in een verwisseling van den vorm dezer +knechtschap; in de verandering van de feodale, in de kapitalistische +maatschappij. Om haren gang te begrijpen, behoeven wij in het geheel +niet zoo vèr in de geschiedenis terug te gaan. Alhoewel wij den +eersten aanvangen van de kapitalistische produktiewijze, reeds in de +14e en 15e eeuw in eenige steden aan de Middellandsche Zee sporadisch +tegenkomen, dateert de aera van het kapitalisme, eerst van af de 16e +eeuw. Daar waar zij optreedt, is de opheffing van de lijfeigenschap +reeds lang een voldongen feit, en het glanspunt van de Middeleeuwen, +het bestaan van de souvereine steden, is daar een geruimen tijd reeds +aan het verbleeken. + +"Historisch, hun tijdperk kenteekenend in de geschiedenis der +oorspronkelijke akkumulatie, zijn alle revoluties, die der zich +vormende kapitalisten-klasse als hefboomen dienden; voor alles +evenwel die momenten, waarin groote menschenmassa's plotseling +en gewelddadig van hunne bestaansmiddelen werden losgerukt en als +vogelvrije proletariërs op de arbeidsmarkt werden geslingerd. Deze +expropriatie van de landelijke producenten, van de boeren, van grond +en bodem, vormt de grondslag van dit gansche proces. Hare geschiedenis +neemt in verschillende landen, verschillende kleuren aan en doorloopt +verschillende phazen in verschillende achtereenvolgende reeksen en in +verschillende tijdperken der geschiedenis. Alleen in die van Engeland, +bezit zij een klassieken vorm." + + + +De historische bewijzen, die Marx vervolgens aanhaalt om aan te +toonen, op welk een gewelddadige manier men in den aanvang van het +kapitalistisch stelsel in Engeland, zich van den bodem der vrije +boeren heeft bemachtigd, welke men dan bovendien naar de steden heeft +gejaagd, om ze aldaar bij de industrie als loonarbeiders in te lijven, +zijn een doorloopende staving voor het voorgaande. + +Zoowel tot beschutting van den eigendom tegen vagebonden (in den regel +van hunnen grond beroofde eigen-boeren), als ter bevordering van de +omzetting van gemeenschappelijk eigendom in privaat-eigendom, zoo als +Marx dit, met historische feiten in de hand, van Engeland weergeeft, +zoo trad de staatsmacht ook daar handelend op, waar het gold de +arbeiders te doen gewennen, aan de subordinatie en de discipline +van het kapitalisme. Strenge wetten stelde de Staat, zoowel op de +vagabondage (z. g. n. bloedwetgeving onder Hendrik VIII in 1530 en +onder Elisabeth in 1572); als op het maximum dat het arbeidsloon +mocht bedragen, en tegen arbeiders-coalities. Deze laatsten bleven +in Engeland nog heerschen, tot aan het jaar 1825, toen zij moesten +bezwijken voor den drang der arbeiders. Dit hoofdstuk over de +"onteigening van het landvolk van grond en bodem", eindigt Marx aldus: + +"De roof der kerkelijke goederen, de frauduleuze ontvreemding van +de staatsdomeinen, de diefstal van gemeenschappelijk-eigendom; +de usurpatorische en met onbarmhartig terrorisme voltrokken +revolutioneering van Feodaal en Clan-eigendom (zooals bijv. in +Schotland), in modern privaat-eigendom, dat waren evenzoovele +idyllische methodes van de oorspronkelijke akkumulatie. Zij veroverden +het veld voor de kapitalistische agrikultuur, lijfden den grond en den +bodem bij het kapitaal in, en schiepen daarmede voor de industrieën +in de steden, de noodige toevoer van een vogelvrij proletariaat." + + + +Met het proletariaat, ontstond evenwel ook, de inwendige markt +voor het kapitaal. Vroeger produceerde elke boerenfamilie zelf +levensmiddelen en de voorwerpen voor huiselijk gebruik, die zij noodig +had. Thans werd dit natuurlijk ook anders. De levensmiddelen kwamen, +met de opkomst van het kapitalisme in de voortbrenging, als waren +op de markt. De produkten der kapitalistische industrie,--in dit +tijdstip: de periode der Manufaktuur,--vonden nu hunnen aftrek bij +de loonarbeiders der industrie van de groote landgoederen, zoo ook +bij de boeren zelf. Veeltijds was hun land te klein geworden, om ze +voort te brengen; de landbouw werd voor hen tot nevenbedrijf en de +huisindustrie voor het doel van eigen verbruik, trad op den achtergrond +en maakte plaats voor een huisindustrie, die was voortbracht voor de +kapitalisten. Voor den koopman in den aanvang, maar later voor den +landelijken industrieel; eene der afschuwelijkste, maar tevens een +der meest winstgevende vormen, van de kapitalistische uitbuiting. + +"Zoo gaat," zegt Marx, "hand aan hand met de expropriatie van vroeger +hun eigen-bedrijf beoefenende boeren en met de losmaking van hunne +produktiemiddelen, de vernietiging van landelijke nevenindustrie, +het scheidingsproces van manufaktuur en agrikultuur." + +Een volgende paragraaf betitelt Marx: + + + +HET GENESIS DER INDUSTRIEELE KAPITALISTEN. + +Hij schetst daarin het ontstaan van het industrie-kapitaal. + +Wij zagen n.l. hoe het eigenlijke proletariaat werd geschapen, wij +zagen ook hoe de kunstmatige overbevolking geschapen werd. Waarvan +stamden evenwel, die groote kapitaalsrijkdommen in weinige handen, +die de grondslag konden vormen, voor een verdere ontwikkeling van de +kapitalistische produktiewijze? + +De middeleeuwen kenden, als van uit de oudheid overgeërfd, twee soorten +van kapitaal: het woekerkapitaal en het koopmanskapitaal. Sedert de +Kruistochten toch, was het handelsverkeer met het Oosten verbazend +toegenomen en daarmede het koopmanskapitaal, en deszelfs centralisatie, +in betrekkelijk weinige handen. Maar deze bronnen waren nochtans de +eenige niet. + +"Het door woeker en handel gevormde geldkapitaal, werd door het feodale +staatswezen op het land; door de gilde-inrichting in de steden, +in zijne revolutioneering tot industrieel kapitaal gehinderd. Deze +beperkingen, vervielen met de oplossing der feodale gevolgschappen, met +de expropriatie en met de gedeeltelijke verjaging van het landvolk. De +nieuwe Manufaktuur werd dan in een zee-exporthaven opgericht, of op +zekere punten van het platteland, waar zij buiten de contrôle van +het oude stadswezen en zijn gildewetten stond. In Engeland, heerschte +daardoor een langen verbitterde strijd van de corporate towns, tegen +deze nieuwe industrieele aanplant-scholen. + +"De ontdekking van goud- en zilverlanden in Amerika, de uitroeing +en verslaving der ingezeten bevolking in de mijnen; de aangevangen +verovering van Oost-Indië; de verandering van Afrika, in een +jachtveld naar zwarte slaven, zij allen teekenen de dageraad van de +kapitalistische produktie-aera. Deze idyllische processen, vormen +de hoofdmomenten van de oorspronkelijke akkumulatie. Op den voet +worden zij gevolgd, door de handelsoorlogen der Europeesche naties, +met het aardrond als toeschouwplaats. Deze worden geopend, door den +afval der Nederlanden van Spanje, nemen een reusachtigen omvang aan +in Engeland's anti-Jakobussenoorlog, terwijl zij nog voort spelen, +in de opiumoorlogen tegen China, enz. + +"De verschillende momenten der oorspronkelijke akkumulatie, verdeelen +zich nu meer of minder, naar tijdelijke rij-opvolging namelijk, +over Spanje, Portugal, Nederland, Frankrijk en Engeland. In Engeland +worden zij aan het einde van de 17e eeuw, systematisch tezamengevat +in koloniaal-systeem, staatsschulden-systeem, modern belastingsysteem +en protektiesysteem. Deze methoden, berusten zelfs voor een deel +op het brutaalste geweld, bijv. bij het koloniale systeem. Allen +evenwel, nemen de Staatsmacht daartoe in hun dienst,--deze +geconcentreerde en georganiseerde macht in de samenleving,--ten einde +het revolutioneeringsproces van de feodale in de kapitalistische +produktiewijze, kunstmatig te bevorderen en de overgangen daarvan, af +te korten. Het geweld, is de vroedmeester van elke oude samenleving, +die met een nieuwe zwanger gaat. Hij-zelf is een economische macht." + +Marx voert nog, in dit hoofdstuk tal van bewijzen van uitbuiting aan, +door het Engelsche koloniale systeem en het systeem van het openbare +crediet, dat der staatsschulden. Hij zegt: "het protektiesysteem was +een middel tot het fabriceeren van onafhankelijke fabrikanten, tot +het onteigenen van onafhankelijke arbeiders, om nationale produktie- +en levensmiddelen te verkapitaliseeren en de overgang, van uit de oude +in de moderne produktiewijze, op gewelddadige wijze te verkorten. De +Europeesche staten verscheurden zich, om het patent dezer uitvinding te +bekomen en eenmaal in dienst van de plusmakers getreden, brandschatten +zij ten diens behoeve, niet alleen het eigen volk, indirekt door +beschermende rechten, maar ook direkt door exportpremies enz. In de +afhankelijke naburige landen, werden alle industrieën gewelddadig +uitgeroeid, zooals dit bijv. geschiedde met de Iersche wolmanufaktuur +door Engeland. Op het Europeesche vasteland werd, naar Colbert's +voorbeeld, dit proces nog zeer vereenvoudigd. Het oorspronkelijke +kapitaal, dat de industrieelen behoefden, vloeide hier voor een deel +zelfs direkt uit de staatsschatkist." + +"Met de ontwikkeling der kapitalistische produktie gedurende de +Manufaktuur-periode, had de publieke opinie in Europa, de laatste +rest van haar schaamtegevoel en haar geweten ingeboet. De naties +renommeerden op cynische wijze met elke infamie, die een middel tot +kapitaals-akkumulatie kon zijn".... + +"Terwijl zij de kinderslavernij in Engeland invoerde, gaf de +katoenindustrie tegelijkertijd den stoot, tot omzetting van de vroeger +meer of minder patriarchale slaven-economie in de Vereenigde Staten, +in een commercieel exploitatiesysteem. Over het algemeen, behoefde +de omsluierde slavernij van de loonarbeiders in Europa, dan ook tot +pièdestal, de slavernij sans phrase in de nieuwe Wereld. + +"Tantae molis erat, "de eeuwige" natuurwetten van de kapitalistische +produktiewijze te ontbinden, het scheidingsproces tusschen arbeiders en +arbeidsvoorwaarden te voltrekken; op de eene pool, de maatschappelijke +produktie- en levensmiddelen in kapitaal om te zetten, op de tegenpool, +de volksmassa in loonarbeiders, in vrije "arbeidende armen", dàt was +het kunstprodukt, dat de moderne geschiedenis ons aanbood. Wanneer +het geld, volgens Augier, "met natuurlijke bloedvlekken op den wang +ter wereld komt", dan is het kapitaal ter wereld gekomen, besmet van +kop tot teenen en druipend uit alle poriën, van bloed en vuil." + +Het nu volgende hoofdstuk handelt over: + + + +DE HISTORISCHE ZENDING VAN DE KAPITALISTISCHE AKKUMULATIE. + +In een kort overzicht, resumeert hier Marx de resultaten, uit zijn +analyse en zijn onderzoek gewonnen. Thans gaat hij over tot het bepalen +van de richting die het kapitalisme, eenmaal gekomen op de hoogte +waarop het staat, consekwent en op de weg der ontwikkeling voortgaande, +zal volgen. Marx heeft hier niet anders gedaan, dan in groote lijnen +den weg van het proces aangegeven, niet de snelheid van dit proces, +dat door tal van omstandigheden, soms kan worden onderbroken, soms +kan worden vertraagd. Dit zagen wij ook reeds uit Marx zelf, bij +het schetsen o. a. van het concentratieproces van het kapitaal. Men +heeft Marx vaak, moedwillig zelfs, onderschoven, een profetie te +hebben gegeven in deze bladzijden voor het heden, en dan verklaard, +dat deze niet "uit is gekomen!" Het is zeker zeer gemakkelijk, eerst +een carricatuur te maken van groote denkbeelden, die afgeleid zijn +uit ervaring en analyse,--de grondpijlers voor elk wetenschappelijk +onderzoek,--en dan deze te gaan bespotten. Marx profeteert niets. Marx +leerde ons uit het verleden, het heden, uit het heden de toekomst af +te leiden. Niet de toekomst-maatschappij, die eene afspiegeling zal +moeten zijn van de economische en politieke verhoudingen, die dan de +heerschende zullen zijn, maar van de toekomstige oplossing van het +kapitalistisch produktiesysteem. Marx zegt dan: + +"Zoodra dit omwentelingsproces (van de oude verhoudingen tot +zuiver privaat-kapitalistische) naar diepte en naar omvang, de oude +samenleving in genoegzame mate heeft gerevolutioneerd; zoodra de +arbeiders in proletariërs, hunne arbeidsvoorwaarden in kapitaal zijn +omgezet, zoodra de kapitalistische produktiewijze op eigen beenen +staat, verkrijgen de verdere socialiseering van den arbeid en de +verdere verandering van den bodem en andere produktiemiddelen in +maatschappelijk uitgebuitte, dus gemeenschappelijke produktiemiddelen, +daarvandaan ook de verdere onteigening van den privaatbezitters, +eenen nieuwen vorm. Wat thans onteigend moet worden, is niet langer +meer de, zijn bedrijf zelf uitoefenenden arbeider, maar het is de +vele-arbeiders-exploiteerende kapitalist! + +"Deze onteigening voltrekt zich, door de werking van de +immanente wetten der kapitalistische productiewijze-zelf: door +de centralisatie der kapitalen. Eén kapitalist slaat er velen +dood. Hand-aan-hand met deze centralisatie, of expropriatie van +vele kapitalisten door weinigen, ontwikkelt zich de coöperatieve +vorm van het arbeidsproces, op steeds stijgender ontwikkelingstrap; +de bewuste, technische toepassing van de wetenschap; de planmatige +uitbuiting van de aarde; de revolutioneering van de arbeidsmiddelen, +in slechts gemeenschappelijk te gebruiken arbeidsmiddelen, de +economiseering van alle produktiemiddelen, door hun gebruik als +produktiemiddelen van gecombineerden maatschappelijken arbeid; +de omslingering van alle volken in het net van de wereldmarkt, +en daarmede, het internationale karakter van het kapitalistische +régime. Met het gestadig afnemende aantal kapitaal-magnaten, welke alle +voordeelen van dit omwentelingsproces usurpeeren en monopoliseeren, +groeien de massa van ellende en van verdrukking, de knechtschap, de +ontaarding en de uitbuiting aan, maar óók de opstand daartegen, van +de steeds aanzwellende en door het mechanisme van het kapitalistisch +produktieproces-zelf, geschoolde, vereenigde en georganiseerde +arbeidersklasse. Het kapitaal-monopolie wordt tot een band voor de +produktiewijze, die met en onder haar is opgebloeid. De centralisatie +der produktiemiddelen en de socialiseering van den arbeid, bereiken +een punt, waarop zij onverdragelijk worden met dit hun kapitalistisch +omhulsel. Dat springt dan uiteen. Het uur der kapitalistische +productiewijze heeft dan geslagen. De onteigenaars worden onteigend. + +"De, uit de kapitalistische produktiewijze voortkomende +kapitalistische toeeigeningswijze, de kapitalistische eigendom dus, +is de eerste negatie van het individueele, op eigen-arbeid gebaseerde, +privaat-eigendom. Maar de kapitalistische produktiewijze, brengt +met de noodzakelijkheid van een natuurproces, hare eigene negatie +voort. Er is dus hier negatie van de negatie. Deze herstelt niet +het privaat-eigendom, maar wel het individueele eigendom weder, +op den grondslag van het door de kapitalistische aera veroverde: +de coöperatieve arbeid en het gemeenschappelijk bezit van de aarde +benevens de door den arbeid zelve geproduceerde produktiemiddelen. + +"De revolutioneering van het, op eigen arbeid der individuen +berustende, versplinterde privaat-eigendom in den kapitalistischen, is +natuurlijk een proces, onevenredig langdurig, hard en moeielijk, aan de +revolutioneering van den feitelijk reeds op maatschappelijken grondslag +berustenden, kapitalistischen eigendom, in maatschappelijken. Dáár +was het te doen, om de expropriatie van de geheele volksmassa door +enkele overweldigers, hier zal het te doen zijn, om de onteigening +van enkele overweldigers door de gezamenlijke volksmassa." + + + + + + + +SLOT. + + +Met deze uiteenzetting van de kritiek, door Marx geoefend op het +kapitalisme, is het belangrijkste, uit het Eerste deel van "Das +Kapital" in hoofdtrekken weêrgegeven. De inhoud der volgende deelen, +die tot nog toe verschenen zijn, hier weer te geven, zou een dubbel +zoo dik boek als dit is, noodzakelijk maken. Marx behandelt in de +andere deelen, den zoo belangrijken détailarbeid, die voortsproot uit +de algemeene wedergave van zijn critiek en van zijne analyse van het +kapitalistisch produktieproces. Deze volgende deelen, zijn dan ook +in hooge mate interessant voor den vak-geleerde, maar eigenen zich +uiteraard niet, tot een eenigszins populaire verkorting. + +Wat het hier weêrgegevene betreft, verklaren wij,--en dit is om alle +misverstand op te heffen,--slechts op de belangrijkste gedeelten uit +Marx de aandacht te hebben gevestigd. Uit den aard van de zaak moet +dit dus wel onvolledig werk zijn. + +De ruimte waaraan wij gebonden waren, heeft ons overal zeer groote +beperkingen opgelegd. + +Waar het vervolgens mogelijk en doenbaar was, lieten wij Marx met +zijn eigen woorden en in zijn eigen taal aan het woord. Het noodige +verband is er door ons,--hier en daar door middel van de populaire +uiteenzetting van Karel Kautsky daarbij te gebruiken,--aan de +brokstukken toegevoegd. Maar wij vleien ons, den gemiddelden lezer, +een goed begrip te hebben gegeven van Marx' denkbeelden. Zoo ook van +zijn levenswerk "Das Kapital" voor een belangrijk gedeelte, duidelijk +te hebben ontwikkeld, datgene, wat er, naar men zou kunnen zeggen, +de grondpijlers van vormt. + + + + + + + +INHOUD. + + +Voorwoord Bladz. I. + +Inleiding. Bladz. VII. + +Beteekenis van het socialisme, bladz. VI. Communisme der Evangelieën +en Middeneeuwen, bladz. VII. Wortels van de moderne sociaal-demokratie: +Plato, Thomas Morus, Sekten vóór de Hervorming, bladz. VIII. Sekte der +Kwakers: John Bellers;--Staatsromans van Thomas Hobbes en in de 18e +eeuw--"Testament van Jean Meslier", bladz. X. Utopieën der 18e eeuw: +Morelly, de Mably, Brissot de Warville, bladz. XI. + + + +Eerste Gedeelte Bladz. 13. + +Hoofdstuk I. + +De Fransche Revolutie van 1789, bladz. 13. Jean Paul Marat, François +Boissel, bladz. 14. Saint-Just en Babeuf, bladz. 15. Het Eerste +fransche Keizerrijk, bladz. 18. + + +Hoofdstuk II Bladz. 20. + +De Socialistische Utopisten. Graaf de Saint-Simon, bladz. 21. Brieven +uit Genève, bladz. 22. "Inleiding tot een wetenschappelijken arbeid +der 19e eeuw", bladz. 24. Saint-Simon's ethiek, bladz. 25. Over +de hervorming van de europeesche samenleving, bladz. 27. "Over de +Industrie", bladz. 28. Verhandelingen over de politiek,--Scheiding van +Saint-Simon en A. Thierry, bladz. 31. Verschijning van L'organisateur; +le "Parabole" (de gelijkenissen), bladz. 32. "Het nieuwe Christendom," +bladz. 35. Saint-Simon's einde, bladz. 39. + +Charles Fourier, bladz. 40. "Theorie van de vier Bewegingen", +bladz. 42. De "nieuwe industrieele en sociëtaire wereld", +bladz. 47. "L'harmonie Universelle et le Phalanstère", bladz. 48. Leven +in een Fouriersche "Phalanstère", bladz. 55. Verdeeling der +arbeidsopbrengst, bladz. 56. Fourier over Bevolkingsleer, +bladz. 59. De "phazen der beschaving en hare eigenschappen" bij +Fourier, bladz. 61. Critiek op Handel en Staatswezen, bladz. 63. De +Fouriersche school, Fourier's dood, bladz. 65. + +Robert Owen, bladz. 65. Owen's eerste optreden als fabrikant, +bladz. 68-69. Owen's optreden als sociaal fabrikant,--de +Inrichtingen van "New Lanark", bladz. 73. De eerste kleine-kinderen +bewaarplaats door Owen gesticht, bladz. 75. Owen's grondprincipes, +bladz. 76. "Nieuwe inzichten omtrent de samenleving" enz., +bladz. 77. Owen in aanzien, bladz. 81. Owen verlaat New-Lanark, +bladz. 82. Kolonie "New Harmony", bladz. 83. Ruilbank-plannen, +bladz. 84. Het werk "The New Moral World", bladz. 84. Denkbeelden over +de menschelijke natuur, bladz. 84. Over de verdeeling van den rijkdom, +bladz. 85. Over de taak van het staatsbestuur, bladz. 87. Critiek +op de arbeidstoestanden en op den Godsdienst, bladz. 87. Over +belastingen, bladz. 88. Over de vestiging der "Communiteiten", +bladz. 89. Overgangsbepalingen van de oude maatschappij naar +de communiteiten, bladz. 92. De "Vierentwintig stellingen", +bladz. 92-93. Owen's vergelijking met de wervels, bladz. 96. Owen en +de "Heilige Alliantie", bladz. 98. Hervormingen der Trade Unions, +bladz. 99. Owen's einde, bladz. 100. Samenvatting der utopistische +denkbeelden, bladz. 101. + + + +Tweede Gedeelte Bladz. 102. + +Hoofdstuk I. + +De ontwikkeling der philosophie. Verband van Kant, Fichte en Hegel +met de denkbeelden van Marx, bladz. 103. Het engelsche Materialisme +der 17e eeuw, 103-104. Invloed van John Locke en David Hume op +het fransche Materialisme der 18e eeuw;--Helvetius "De L'Homme", +bladz. 104. Kant's "Kritiek der zuivere Rede", bladz. 105. Kant's +"Antimonieën", bladz. 106. Fichte's aanknooping aan Kant, +bladz. 106. Schelling en Hegel, bladz. 107. Hegel's "dialektiek" +in de geschiedeniswetenschap, bladz. 108. Kant's Moraal en Fichte's +"Rechtsstaat," bladz. 110. Hegel's philosophische grondstelling, +bladz. 110-111. + + +Hoofdstuk II. + +De critiek op de Hegelsche philosophie, bladz. 112. L. Feuerbach's +"Wesen des Christenthums", De stellingen van Marx over Feuerbach, +bladz. 112-113. Karel Marx' eerste optreden, bladz. 115. Marx' +jongelingsjaren en zijn connekties met Arnold Ruge enz., +bladz. 116. Verhouding tot de familie von Westphalen, +bladz. 116. Marx in connektie met Bruno Bauer, Köppen, enz., +bladz. 117. Marx' promotie aan de Hoogeschool te Jena--"Die Rheinische +Zeitung"--Opheffing dier Courant. Huwelijk van Marx--Marx' vertrek +naar Parijs--"Deutsch-Französische Jahrbücher", bladz. 118-119. + +Arbeid van 1843--Critiek op de Rechtsphilosophie, +bladz. 120-134. Artikelen van Marx over "de Jodenkwestie", +bladz. 135-146. Eerste samentreffen met Friedrich Engels, +bladz. 146. De "Vorwärts" uit Parijs en Engels' "Positie der arbeidende +klassen in Engeland", bladz. 147. Samenwerking met Engels te Brussel, +bladz. 147-148. "De Heilige Familie", bladz. 148-155. + + +Hoofdstuk III. + +Marx tegen Proudhon.--"De ellende der Philosophie" +antwoord van Marx aan Proudhon, bladz. 156. Proudhon's +Economie, bladz. 158-160. Proudhon's geschiedenisconstruktie, +bladz. 161-163. Marx' eerste, systematische beschouwing over de +ontwikkeling der klassen, bladz. 164-166. Over de "Economen", +bladz. 166-167. Over de "Socialisten", bladz. 167-168. Marx' +systematische beschouwingen over de werkplaats en de ontwikkeling +der Fabriek, bladz. 169-172. Marx over "werkstakingen en +vakvereenigingen." Systematische beschouwing, over de historische +taak van vak-arbeiders, bladz. 173-175. + + +Hoofdstuk IV. + +Het historisch Materialisme, bladz. 176. Ontwikkeling der dialektiek +van Hegel, bladz. 177. "De nieuwe levensbeschouwing en het +"Humanitaire" socialisme", bladz. 177. Systematische uiteenzetting +van het Historisch Materialisme--Voorrede van "De critiek der +staathuishoudkunde" (1839). bladz. 178-180. "Deutsche Brusseler +Zeitung" en "Westphälisches Dampfboot"--Arbeid in Brussel--Samenwerking +met Moritz Hesz, Wilhelm Wolff enz. bladz. 180. Tegen het "ware" +Socialisme,--Oprichting van den "Communistenbond" te Londen, +bladz. 180-181. Het Communistisch Manifest, bladz. 181-195. Periode +der "Neue Rheinische Zeitung".--Ondergang dier Courant--Dichtregelen +van Freiligrath, bladz. 195-197. Over "Vrije Handel", bladz. 198-199. + + + +Derde Gedeelte Bladz. 200. + +Hoofdstuk V. + +De critiek op het kapitalisme.--"Das Kapital"--Oordeel van een Russisch +critikus uit het "Voorwoord," bladz. 201-203. De Analyse van de Waar, +203-205. De Waarde der Waren, bladz. 205-208. De Arbeidskracht als +Waar, bladz. 208-210. + + +Hoofdstuk VI. + +Het Geld. Funktie en beweging van het geld onder het +kapitalisme, bladz. 211-218. Verandering van geld in kapitaal, +bladz. 118-221. Voortbrenging van de Méérwaarde, bladz. 221-224. Het +gewicht van de arbeidskracht daarbij, bladz. 224-225. De "relatieve" +meerwaarde, bladz. 225-227. + + +Hoofdstuk VII. + +Machinerie en groot-industrie, bladz. 228-234. Verlenging van +den arbeidsdag daardoor, 234-236. Intensiviteit van den arbeid, +236-237. De Fabriek, 237-239. Machine en Arbeiders, bladz. 239-241. + + +Hoofdstuk VIII. + +Het Arbeidsloon, bladz. 242-244. Dagwaarde van de arbeidskracht, +bladz. 244-246. + + +Hoofdstuk IX. + +Het Akkumulatieproces van het kapitaal, bladz. 247-250. Hoe meerwaarde +tot kapitaal wordt, bladz. 250-259. Concentratie van het Kapitaal, +bladz. 259-269. De Industrieele reservearmée, bladz. 264-266. + + +Hoofdstuk X. + +De tendenzen der kapitalistische +produktiewijze--z. g. n. "Oorspronkelijke" akkumulatie, +bladz. 267-272. Het "Genesis der industrieele kapitalisten." De +historische zending van de kapitalistische akkumulatie, bladz. 274. De +"onteigening der onteigenaars", bladz. 272-276. Slot, bladz. 276. + + + + + + + +VERBETERINGEN. + + + Bladz. 126, 17e regel van boven af, staat: à pari, moet zijn: + al pari. + ,, 203, 12e regel van boven af, staat: vormt, moet zijn: vorm. + ,, 207, 16e regel van boven af, staat: staan, moet zijn: staat. + ,, 208, 11e regel van onder af, staat: geschikte, moet zijn: + geschiktheid. + ,, 226, 8ste regel van onderaf staat: waren der waarde, moet + zijn: waarde der waren. + + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS *** + +***** This file should be named 38975-8.txt or 38975-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/8/9/7/38975/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/38975-8.zip b/38975-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..fb0f37b --- /dev/null +++ b/38975-8.zip diff --git a/38975-h.zip b/38975-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c31e81b --- /dev/null +++ b/38975-h.zip diff --git a/38975-h/38975-h.htm b/38975-h/38975-h.htm new file mode 100644 index 0000000..50a6973 --- /dev/null +++ b/38975-h/38975-h.htm @@ -0,0 +1,16451 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2012-02-24T20:29:04Z. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta name="generator" content= +"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> +<title>Karl Marx en zijne voorgangers</title> +<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii"> +<meta name="generator" content= +"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/"> +<meta name="author" content="Jos. Loopuit"> +<link rel="schema.DC" href= +"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="DC.Creator" content="Jos. Loopuit"> +<meta name="DC.Title" content="Karl Marx en zijne voorgangers"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content= +"Marx, Karl (Karl Heinrich), 1818-1883."> +<meta name="DC:Subject" content="Filosofie."> +<style type="text/css"> +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/* Titlepage */ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/* End Titlepage */ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.correctiontable +{ +width: 75%; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +table.alignedtext +{ +border-collapse: collapse; +} +table.alignedtext td +{ +vertical-align: top; +width: 50%; +} +table.alignedtext td.first +{ +border-width: 0 0.2px 0 0; +border-color: gray; +border-style: solid; +padding-right: 10px; +} +table.alignedtext td.second +{ +padding-left: 10px; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, .h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocPart +{ +margin:1.58em 0%; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +.opener, .address +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline +{ +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.hangq +{ +text-indent: -0.35em; +} +.hangqq +{ +text-indent: -0.44em; +} +.hangqqq +{ +text-indent: -0.78em; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.marginnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/* Tables */ +tr, td, th +{ +vertical-align: top; +} +td.bottom +{ +vertical-align: bottom; +} +td.label, tr.label td +{ +font-weight: bold; +} +td.unit, tr.unit td +{ +font-style: italic; +} +td.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/* Poetry */ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left: 16%; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/* Drama */ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/* End Drama */ +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +table.tocList +{ +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum +{ +text-align: right; +width: 10%; +border-width: 0; +} +td.tocDivNum +{ +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +} +td.tocPageNum +{ +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +} +td.tocDivTitle +{ +width: auto; +} +span.corr, span.gap +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/* Font Styles and Colors */ +.ex +{ +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc +{ +font-variant: small-caps; +} +.uc +{ +text-transform: uppercase; +} +.tt +{ +font-family: monospace; +} +.underline +{ +text-decoration: underline; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/* End Font Styles and Colors */ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote, div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +/* External Links */ +.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink +{ +background-repeat: no-repeat; +background-position: right center; +} +.pglink +{ +background-image: url(images/book.png); +padding-right: 18px; +} +.catlink +{ +background-image: url(images/card.png); +padding-right: 17px; +} +.exlink, .wplink, .biblink +{ +background-image: url(images/external.png); +padding-right: 13px; +} +.pglink:hover +{ +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover +{ +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover +{ +background-color: #FFDCDC; +} +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +.titlePage +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} +sub, sup +{ +line-height: 0; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +</style> + +<style type="text/css"> +.xd19e85width +{ +width:551px; +} +.xd19e101width +{ +width:535px; +} +.xd19e106 +{ +text-align:center; +} +.xd19e126 +{ +text-align:right; +} +.xd19e6612 +{ +margin:0px auto; display:table; +} +.xd19e6614 +{ +text-align:center; +} +.xd19e7710width +{ +width:546px; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Karl Marx en zijne voorgangers + +Author: Jos. Loopuit + +Release Date: February 24, 2012 [EBook #38975] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd19e85width"><img src="images/front.jpg" alt= +"Oorspronkelijke voorkant." width="551" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">De groote denkers der eeuwen.</div> +</div> +<div class="docImprint">Algemeene bibliotheek van wijsbegeerte.<br> +Amsterdam, Cohen zonen.</div> +</div> +<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd19e101width"><img src="images/titlepage.gif" alt= +"Oorspronkelijke titelpagina." width="535" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first xd19e106">Karl Marx en zijne voorgangers.</p> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">Karl Marx en zijne voorgangers</div> +</div> +<div class="byline">door <span class="docAuthor">Jos. +Loopuit</span></div> +<div class="docImprint">Cohen Zonen, Amsterdam</div> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd19e119" href="#xd19e119" name= +"xd19e119">I</a>]</span></p> +<div id="voorwoord" class="div1 preface"><span class= +"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="main">Voorwoord.</h2> +<div class="epigraph"> +<p class="first">„Onwetendheid is de bron aller +boosheid.”</p> +<p class="xd19e126"><span class="sc">Spinoza.</span></p> +</div> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Er is zeer zeker in onze dagen geen belangrijker +verschijnsel in de samenleving dan het socialisme. Het heeft zich met +zulk eene elementaire macht, van den aanvang der vorige eeuw af baan +gebroken, dat niemand, die eenig oog heeft voor het algemeen belang, +zich aan die macht kan onttrekken, die er al meer en sterker van is +uitgegaan.</p> +<p>Iedereen die zijn tijd begrijpen en kennen wil, moet ook eene +kennismaking met de denkbeelden der socialisten en de volksbewegingen, +eene studie van de sociaal-demokratie en de arbeidersbeweging onzer +dagen, binnen den kring van zijn onderzoek betrekken. Het bestaan van +de sociaal-demokratie te loochenen valt niemand in onze dagen meer in, +en niet minder wordt algemeen erkend, dat het socialisme in het +algemeen en de theoriën van de sociaal-demokratie in het +bijzonder, niet van dien aard zijn, dat wij door ze te leeren kennen, +ons weten, ons denken en ons voelen er niet in groote mate door zouden +kunnen versterken.</p> +<p>In een tijd van gisting, overal om ons heen, is er te meer reden om +dit te doen, opdat wij weten wat anderen willen, die, zonder dat wij +onderricht zijn over hetgeen zij leeren en voorstaan, voor ons niet te +begrijpen zouden zijn. En wij moeten anderen begrijpen, willen wij +ons-zelven begrijpen. Het moet ons duidelijk zijn wat anderen willen, +willen wij ons een klaar denkbeeld kunnen vormen, van wat wij-zelf +willen. <span class="pagenum">[<a id="xd19e135" href="#xd19e135" name= +"xd19e135">II</a>]</span></p> +<p>En in het willen onzer dagen, neemt dat van de socialisten eene +groote plaats in. Wij begrijpen dat soms niet, wij zien hier alles aan +voor het werk van enkele <i>personen</i>, van enkele leiders, wanneer +wij niet leeren kennen, wat de werkelijke drijfkracht en de drijfveer +hunner handelingen is. Wij begrijpen de hartstochten en de handelingen +niet, zooals zij zich tegenwoordig openbaren in de arbeidersbewegingen +van alle landen rondom ons, en ook in ons eigen land, wanneer wij ons +niet op de hoogte stellen waaruit deze voortvloeien.</p> +<p>Zeker, aan „voorlichting” van de publieke opinie +ontbreekt het in onze dagen allesbehalve. Den tijd, dien Ferguson komen +zag, waarin „zelfs het denken tot een speciaal beroep zal +worden”, <i>is</i> reeds lang bereikt. De groote massa in onze +dagen, <i>denkt</i> over groote vraagstukken, <i>denkt</i> over groote +bewegingen en theorieën, in den regel niet meer <i>zelfstandig</i> +na, maar laat voor zich denken, door dag- en weekbladschrijvers. Zij +haalt hare wijsheid uit couranten, die voor het meerendeel hen de +dingen mededeelen onvolledig, partijdig dikwijls en, wat niet het minst +erg is, zonder de minste samenhang. Hoe zoude dit ook anders kunnen? De +menschen hebben, in onze dagen van strijd-om-het-bestaan, van een +zenuwachtig druk leven, waarin soms geen minuut mag verloren gaan voor +de persoonlijke stoffelijke belangen, niet den tijd en ook niet de +noodige gelegenheid, niet de kalmte en niet het geduld, die er noodig +zijn om zich <span class="corr" id="xd19e155" title= +"Bron: eenigzins">eenigszins</span> volledig op de hoogte te stellen +van de groote maatschappelijke vraagstukken die het socialisme heden +ten dage, aan onze beschouwing ter oplossing heeft voorgelegd.</p> +<p>Ons dunkt het dan ook goed en eene voortreffelijke gedachte welke +den uitgevers van dit werk bezielde, toen zij meenden in een zoo kort +mogelijk bestek, een zoo volledig mogelijk overzicht te kunnen doen +geven, van datgene wat de groote denkers van het socialisme en de +groote grondvesters der sociaal-demokratische theorieën geleeraard +hebben en niet minder, in welk verband en in welke verhouding hunne +denkbeelden tot elkander stonden.</p> +<p>Wat de theorieën der <span class="corr" id="xd19e162" title= +"Bron: sociaal-demakratie">sociaal-demokratie</span> aangaat, en +inzonderheid die harer grootste theoreticus Karel Marx, is het zeker +zéér belangrijk, dat het publiek in staat wordt gesteld +óók te leeren kennen, de afkomst van diens theorie en +diens leven- en wereldbeschouwing. Groote denkers en schrijvers, maar +vooràl groote stichters van eene school, komen geestelijk uit +anderen voort. Zij vormen in geestelijk opzicht afstammingsvormen, uit +andere hen voorafgegane geestelijke vormen, die zich belichaamden in +vroegere denkers en schrijvers. <span class="pagenum">[<a id="xd19e165" +href="#xd19e165" name="xd19e165">III</a>]</span></p> +<p>Is dit zoo, en er is dunkt ons niet aan te twijfelen, dan behoeft +men, om een duidelijk beeld van de theorie voor zich te hebben, gelijk +zij ons wordt verklaard, ook te kennen, de wortels waaruit als ’t +ware de stam is opgegroeid. Met andere woorden: men moet de stelsels +kennen, zij het dan ook in groote en algemeene trekken, waaruit zij als +theorieën zich hebben ontwikkeld. In de geheele wetenschap is dat +een systeem, dat door geen ernstig onderzoeker meer wordt ongebruikt +gelaten, waar het hem te doen is om een goed beeld van het terrein dat +hij moet overzien, te verkrijgen. Dit moet ook bij de wetenschap, die +het socialisme ons heeft verschaft, zoowel in de staathuishoudkunde, in +de philosophie als in de sociologie, de methode van ons onderzoek +zijn.</p> +<p>En daarom zal in de volgende bladzijden het socialisme, zooals het +zich heeft doen kennen in en na de <span class="corr" id="xd19e170" +title="Bron: fransche">Fransche</span> Revolutie van 1789, worden +behandeld. Zoo zullen de lezers ook kennis kunnen nemen van de scholen +der eerste groote denkers van het socialisme, in de eerste helft van de +negentiende eeuw.</p> +<p>En niet minder zullen zij worden in kennis gesteld, met de groote +philosophen uit dit tijdperk in Duitschland, omdat ook daaruit de +sappen zijn getrokken, die Karel Marx in zich heeft opgezogen, ten +einde daaruit zijne wereldbeschouwing te kunnen construeeren, daarin +bijgestaan door zijn talentvollen trouwen vriend <span class="corr" id= +"xd19e176" title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels. Want het +moet hier op den voorgrond worden geplaatst, waar Marx genoemd wordt, +kan dit bijna nooit anders geschieden, zonder dat zijn vriend Engels er +niet bij te pas komt. Waar wij den laatsten dus niet altijd zullen +noemen, daar, men vergete het niet, geschiedt dit omdat Marx, Engels +in-zich bevat; terwijl wij het aan den laatste in zoo groote mate te +danken hebben, dat wij den eerste begrepen hebben. De grootste +popularisator van Marx’ denkbeelden en de man, die dezen heeft +uitgewerkt waar <span class="corr" id="xd19e179" title= +"Bron: Marx’">Marx</span> ons alleen schema’s heeft kunnen +geven, is ten allen tijde Friedrich Engels ’t eerst geweest.</p> +<p>En wij zullen vervolgens ook nog, om een meer volledig beeld te +verkrijgen, de staatkundige stelsels doen kennen, waaruit Marx’ +economie is voortgekomen en ten slotte de stelsels van anderen, die +eenerzijdsch met die van Marx <span class="corr" id="xd19e184" title= +"Bron: paralel">parallel</span> liepen, anderzijdsch eene andere +richting gingen dan de zijne.</p> +<p>Wij hopen hiermede te bereiken wat wij wenschen dat bereikt worde: +den lezer zelf in staat te stellen, zich een zelfstandig oordeel te +vormen over eene der belangrijkste, zoo niet het <i>belangrijkste</i> +verschijnsel van onzen tijd. Of wij daarin geslaagd <span class= +"pagenum">[<a id="xd19e192" href="#xd19e192" name= +"xd19e192">IV</a>]</span>zijn, wij weten het niet, wij hopen het alleen +maar.</p> +<p>Niemand kan beoordeelen, welken indruk zijn werk op anderen maakt; +wel, of hij naar zijn beste weten en kunnen getracht heeft het +bereikbare in dat opzicht na te jagen. En wat ons aangaat, gegeven het +bestek van dit werk, hebben wij al het mogelijke beproefd, om het +resultaat dat er mede bereikt moet worden, ook te doen bereiken.</p> +<p class="signed"><span class="sc">De Schrijver.</span> <span class= +"pagenum">[<a id="xd19e200" href="#xd19e200" name= +"xd19e200">V</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="inleiding" class="div1 introduction"><span class= +"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="main">Inleiding.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De benamingen van socialist en <span class="corr" id= +"xd19e206" title="Bron: sociaal-democraat">sociaal-demokraat</span> +worden in onzen tijd dikwerf gebruikt, in dezelfde beteekenis dikwerf +ter onderscheiding van elkander. Zoo zijn er een aantal personen die +zich socialist noemen, zonder daarom de leer en de consekwenties van de +<i><span class="corr" id="xd19e210" title= +"Bron: sociaal-democratie">sociaal-demokratie</span></i> te aanvaarden; +omgekeerd, spreken de vertegenwoordigers en de aanhangers, van ’t +laatste dikwijls van het socialisme, hiermede bedoelende het gansche +stelsel van de gemeenschappelijk-making der productiemiddelen.</p> +<p>Van lieverlede evenwel, is men desondanks goed gaan begrijpen, wat +er onder die benamingen verstaan wordt en weet men ook, dat onder +sociaal-demokraten in het algemeen verstaan worden de aanhangers van de +theorieën van Marx, zoowel zij, die men met de benaming +„Marxist” bestempelt, als zij die niet geheel en al +vasthouden aan <i>alle</i> consekwenties van dien leer. De +algemeen-naam „socialist” is meer toepasselijk op hen, die, +òf een sterker en krachtdadiger ingrijpen van den Staat en de +overheid wenschen in de maatschappelijke positie van den arbeider: in +de verhouding tusschen kapitaal en arbeid, of van die groepen, die het +doel in het algemeen wel willen—n. l. voorstanders zijn van +gemeenschappelijke maatschappelijke voortbrenging en verdeeling der +goederen,—maar in de middelen om daartoe te geraken, van de +<span class="corr" id="xd19e218" title= +"Bron: sociaal-democraten">sociaal-demokraten</span> afwijken. Die meer +door propaganda van de idée van het socialisme in het algemeen, +op het volk wenschen in te werken, terwijl zij dezen geestelijken +arbeid geheel voorop stellende, praktische middelen in het +tegenwoordige als van onwaarde of als van uiterst geringe waarde voor +het doel achten. Onder deze laatsten kunnen dan ook wel de +„anarchisten” worden gerekend, voor zoover zij <span class= +"pagenum">[<a id="xd19e221" href="#xd19e221" name= +"xd19e221">VI</a>]</span>geen voorstanders zijn van de z. g. n. +„propaganda door de daad.”</p> +<p>Het woord socialisme dankt zijn ontstaan in de vorige eeuw aan +Pierre Leroux, een der scholieren van Saint-Simon en een philosophisch +socialist, die, gelijk hij zeide, dit woord smeedde in de oppositie +tegen het individualisme en daarmede eene politieke organisatie +bedoelde, waarin het individu opgeofferd zou worden aan de gemeenschap. +Dit begrip is dus, gelijk men ziet, zoo algemeen mogelijk; want +feitelijk van af het bestaan der georganiseerde staat of gemeenschap, +is steeds het individu, in meerdere of mindere mate, opgeofferd aan het +belang van de gemeenschap. Het geeft den <i>feitelijken inhoud</i> van +het woord dus, in ’t geheel niet weêr.</p> +<p>Er is nog een andere verklaring van het woord die eveneens van een +franschen socialist van beteekenis stamt, en evenmin iets zegt en deze +is van P. J. Proudhon<span class="corr" id="xd19e230" title= +"Bron: ,">.</span> Toen deze in ’t jaar 1848 voor de Rechtbank +stond, vroeg hem de president: of hij niet een socialist was? +„Zeker! meneer de president,” antwoordde Proudhon; +„Nu” vroeg deze hem, „wat is dan eigenlijk het +socialisme?”—„<i>Elke poging tot verbetering van de +maatschappij</i>,” antwoordde de +ondervraagde.—„<i>Maar dan</i>,” zeide den +president<span class="corr" id="xd19e239" title="Niet in bron">,</span> +„<i><span class="corr" id="xd19e243" title= +"Bron: Zijn">zijn</span> wij tegenwoordig allen <span class="corr" id= +"xd19e246" title="Bron: soalisten">socialisten</span>!</i><span class= +"corr" id="xd19e249" title= +"Niet in bron">”</span>—„<i>Precies zoo denk ik er +ook over</i>,” was het wederwoord van Proudhon.</p> +<p>Hierbij sluit zich het bekende woord van den engelschen liberalen +Staatsman Sir William Harcourt aan, die voor jaren geleden in het +Engelsche Parlement uitriep: „Tegenwoordig zijn wij allen +socialisten!”</p> +<p>Is het woord socialisme, gelijk wij reeds zeiden, zeer onbestemd en +vaag, en kan, gelijk men ziet, daar onder begrepen worden, al wat +maatschappelijke verbetering der minder-gegoeden in onze samenleving in +zich sluit, het begrip sociaal-demokratie heeft eene meer scherp +belijnde, zeer wel te omschrijven beteekenis. Het sluit in-zich, een +stelsel van maatschappelijke verandering, volgens bepaalde regelen, +volgens bepaalde wetten, zou men kunnen zeggen. Het heeft een +wetenschap ten grondslag, eene gesloten levens- en +wereldbeschouwing.</p> +<p>In het algemeen genomen, is de grondslag van de sociaal-demokratie, +de erkenning dat geene duurzame en blijvende verbetering van de +maatschappelijke toestanden mogelijk is, zonder opheffing van het +privaat-bezit van de produktie-middelen der maatschappij, grond en +bodem, machines, fabrieken, middelen van vervoer en verkeer, kortom al +datgene waarmede tegenwoordig wordt voortgebracht. Dit beginsel is het +communisme, ongeacht of dit in praktijk gebracht zal worden door middel +<span class="pagenum">[<a id="xd19e262" href="#xd19e262" name= +"xd19e262">VII</a>]</span>van eene gecentraliseerden staat of streng +demokratisch-ingerichte gemeenschap, of dat de voortbrenging- en +verdeelingswijze een meer federatief karakter zal dragen, zooals het +<span class="ex">collectivisme</span> dat bedoelt.</p> +<hr class="tb"> +<p>Het communisme is zéér oud. Afgescheiden van het z. g. +n<span class="corr" id="xd19e271" title="Niet in bron">.</span> +oorspronkelijke of <i>oer</i>-communisme, dat bij de oude volksstammen +bijna zonder uitzondering gevonden werd en waarvan Morgan nog zeer +sterk levende vormen gevonden heeft bij de Indianenstammen in N. +Amerika, en den gemeenschappelijken eigendom bij de Germanen, waarvan +von Maurer de overblijfselen in de „marken” enz. heeft +opgespoord, vinden wij bij de eerste christelijke sekten, die +ontstonden onder het Romeinsche Keizerrijk reeds het communisme in den +vorm van gezamenlijk verbruik van de genotmiddelen. Het was een +communisme der consumptie, niet een van voortbrenging.</p> +<p>In de Evangeliën, zijn dan ook tal van uitspraken te vinden, +die op dit communisme en de verachting van het persoonlijk bezit +toespelen. De communistische denkbeelden die in het Evangelie en in den +Bijbel worden gevonden, in verband met de komst van het +„Duizendjarig Rijk”, hebben dan ook eeuwen op eeuwen +achtereen een ontzaggelijken invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van +vele sekten van communistische christenen, welke meestal bloedig zijn +onderdrukt of verdwenen zijn, omdat de maatschappelijke praktijk zich +niet met deze christelijke theorie deed vereenigen.</p> +<p>Het klooster, in de vroege middeneeuwen ontstaan, is als eene poging +tot verwerkelijking van het christelijk-communistisch ideaal te +beschouwen. Niet minder de eerste van die groote bédel-orden, +waarvan de stichter, de heilige Franciskus van Assisi als eerste +voorwaarde leeraarde, de verachting voor al het aardsche, een leven +zooals de stichter der Christelijke godsdienst dit zelve zou hebben +geleid.</p> +<p>Bij vele Kerkvaders der katholieke kerk vinden wij dan ook eene +veroordeeling van den privaat-eigendom. „De Rijke is een +dief”, zegt de H. Bazelius.—„Het is noodzakelijk dat +er eene soort gelijkheid besta, waarin de een den ander van zijnen +overvloed geeft. Het ware beter als alle goederen gemeenzaam +waren”, zoo zegt de H. Johannes Chrijsostemus. „De natuur +heeft de gemeenschappelijkheid ingevoerd; de wederrechtelijke +inbezitname, het privaat-eigendom”, zegt de H. Ambrosius. +„Naar <span class="pagenum">[<a id="xd19e284" href="#xd19e284" +name="xd19e284">VIII</a>]</span>recht en billijkheid moest alles aan +allen behooren. De ongerechtigheid is het die den privaten eigendom +geschapen heeft”, zoo leerde de H. Clementius. Enz.</p> +<hr class="tb"> +<p>De moderne sociaal-demokratie heeft, historisch gesproken: twee +wortels. Beiden komen uit denzelfden bodem voort—de bestaande +maatschappelijke- en eigendomsorde. De eene dezer wortels—het +communistische utopisme—komt uit de hoogere klassen voort. De +dragers van dit utopisme waren<a id="xd19e290" name="xd19e290"></a> den +geestelijk aan den spits staanden in de maatschappij. Zij hebben hunne +maatschappelijke idealen neêrgelegd in een of meer hunner werken. +Middelijk of <span class="corr" id="xd19e292" title= +"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> stonden zij onder den invloed +van den griekschen wijsgeer Plato, den grooten scholier van Socrates, +die in zijn „<i>Staatsideaal</i>” eene samenleving teekent, +volgens een vast plan ingericht, en dat als zoodanig dan ook als de +eerste maatschappelijke „Utopie” kan worden gerekend.</p> +<p>Hem is als opsteller van een tweede staatsideaal, Thomas Morus +opgevolgd, die in 1516 „<i>Utopia</i>” schreef als +staatsman in dienst van Koning Hendrik VIII van Engeland.</p> +<p>In deze „<i>Utopia</i>”, dat +„<i>geluksland</i>” beteekent, ontwikkelt More, door +gesprekken die hij zelve voert met gefingeerde tegenstanders, het +stelsel eener volkomen communistische samenleving. „Alleen het +communisme is in staat de verschrikkelijke euvelen van de zich +ontwikkelende kapitalistische maatschappij uit den weg te +ruimen”, zegt hij, al erkent hij daarbij tevens, dat de tijd er +toe nog niet gekomen was.</p> +<p>De andere wortel der sociaal-demokratie, is het +„gelijkheidscommunisme”, hetwelk zijnen oorsprong vindt bij +de onderste klassen der maatschappij, aldus genoemd, omdat het +uitsluitend of voornamelijk steunde op den eisch van den +„gelijkheid der maatschappelijke goederen” en ruw als het +was, eigenlijk zonder preciesen vorm, ontsprong aan het religieus +gevoel en overwegend steunde op den Bijbel, voornamelijk op de reeds +hier te voren genoemde uitspraken en leeren van het Evangelie. Men +vindt dit Communisme in tal van bewegingen in de Middeleeuwen; zooals +die der Lollharden, de Begharden, de Waldenzen, de Hussiten, de +Taborieten; de Boheemsche en Moravische Broeders; vóór de +groote beweging der Hervorming van 1515 onder Luther, tot diep in die +beweging toe, door de Boerenoorlogen onder Thomas Münzer in +Duitschland en de bewegingen van de „Wederdoopers” in +Munster heen. <span class="pagenum">[<a id="xd19e313" href="#xd19e313" +name="xd19e313">IX</a>]</span></p> +<p>Behalve deze sekten, waaronder er zijn, die gedurende langen tijd +een grooten invloed hebben uitgeoefend op den voorarbeid en het tot +stand komen der Hervorming, is het ook wel merkwaardig, dat wij reeds +in 1235 bij een dichter van nog bekenden en grooten naam, +communistische gedachten zien uitgesproken.</p> +<p>In een gedicht: „<i>Van de Wapene, Martijn</i>,<span class= +"corr" id="xd19e321" title="Niet in bron">”</span> zegt Jacob van +Maerlant:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">„Martijn, die deutsce Loy vertelt;</p> +<p class="line">Dat van onrechter gewelt,</p> +<p class="line">Eigendom is comen.</p> +</div> +<p class="first">En dan:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Twee worde in die werelt sijn:</p> +<p class="line">Dats allene „Mijn” ende +„Dijn”,</p> +<p class="line">Mochte men die verdriven;</p> +<p class="line">Paijs ende vrede bleve fijn:</p> +<p class="line">Het ware al vri, niemen eijgin</p> +<p class="line">Manne metten wiven;</p> +<p class="line">Het waer gemene tarwe ende wijn.”</p> +</div> +<p class="first">De religieus-Communistische sekten leefden nog tot in +de zeventiende eeuw voort. Zoo onder anderen ook in ons land nog onder +de Labadisten, eene sekte welke door een franschen predikant Jean de +Labadie in het leven geroepen, maar snel in het zand verloopen is.</p> +<p>Nevens Thomas Morus, als schrijver van eenen uitgewerkten +communistischen ideaalstaat, moet ook <span class="corr" id="xd19e353" +title="Bron: Campannella">Campanella</span> worden genoemd, een monnik, +die de „<i lang="la">Civita Solis</i>” of +„<i>Zonnestaat</i>” geschreven heeft in het jaar 1620.</p> +<p>In de eerste engelsche Revolutie vertoonden zich ook reeds +genoegzame sporen van communisme en socialisme in den meer modernen +zin; al wordt het geheel ook zeer sterk beheerscht door religieuze +bijmengsels.</p> +<p>Zoo de beweging der „<span class="ex" lang= +"en">Levellers</span>” of „gelijkmakers.” Een der +takken dezer beweging, de sekte der „ware” Leveller, had in +1651/52 een boek uitgegeven getiteld: „De wet der vrijheid, als +program uiteengezet,” of „de wederherstelling van het ware +regeeringssysteem<span class="corr" id="xd19e369" title= +"Niet in bron">”</span> (<span lang="en">The Law of Freedom in a +platform of True Magistracy Restored</span>), waarin ontwikkeld wordt, +wat koninklijke regeering en wat republikeinsche of gemeentelijke +regeering („<span lang="en">Commonwealth</span>”) te +beteekenen heeft. Het is „bescheidenlijk <span class= +"pagenum">[<a id="xd19e378" href="#xd19e378" name= +"xd19e378">X</a>]</span>opgedragen aan Olivier Cromwell,” zoo ook +„aan alle engelschen, die mijne broeders zijn, hetzij tot het +Kerkverband behooren of niet, en over hunne hoofden heen, aan alle +naties ter wereld.” In dit boek ligt een gansch communistisch +stelsel uitgebeeld. Op het „koopen en verkoopen”, worden +daarin de hoogste straffen gesteld; niemand mag „arbeid huren of +zijnen arbeid verhuren”, en wie land- of de vruchten daarvan +verkocht, was des doods schuldig. Goud en zilver mag niet in munt +worden omgezet, alleen tot huisraad mag het worden versmolten.</p> +<p>Ook ontstonden in Engeland in de 17e eeuw de +„<i>Staatsromans</i>,” d. w. z. die litteratuur, waarin in +romanvorm het plan eener staatsinrichting werd neêrgelegd. Zoo de +„<i>Leviathan</i>” door den staatsrechtsleeraar Thomas +Hobbes in 1651 geschreven, en den daarna in 1656 verschenen +„<i>Oceana</i>” van James Harrington. De eerste was een +utopie van den absolutistischen Staat, waarin voor alle standen en +geledingen der samenleving is gezorgd; de andere kan als zijnen +<span class="corr" id="xd19e391" title= +"Bron: onmiddelijken">onmiddellijken</span> tegenhanger gelden.</p> +<p>Kommunistische tendenzen zaten er ook in sterke mate, in de, in de +zeventiende eeuw opgekomen sekte der „<i>Kwakers</i>”, +waarvan John Bellers (geb. 1654) als de voornaamste en meest practische +kan worden beschouwd.</p> +<p>Zoo ontstonden ook in de zeventiende en <span class="corr" id= +"xd19e401" title="Bron: achtiende">achttiende</span> eeuw in Frankrijk, +de utopische staatsromans, in den vorm van reisbeschrijvingen. Zij +heetten o.a.: „<span lang="fr">La terre australe +connue</span>”, waarvan Pierre Bayle een zekeren Gabriel Toigni +als auteur noemt, voorts het boek: „<i>De Reizen en Avonturen van +<span class="corr" id="xd19e409" title="Bron: Jeacques">Jacques</span> +Massé</i>”; het boek van de Fontenelle: „de +Republiek der philosophen of de geschiedenis der Ajaoïer”; +Restif’s boek: „<i lang="fr">La decouverte australe ou +lettres d’un singe</i>”; het boek van den abt +Fénélon: „<i lang="fr">Telemach</i>”; +Ramsay’s<span class="corr" id="xd19e420" title="Bron: ;">:</span> +„<i lang="fr">Les Voyages de Pyrus</i>” en +Pechméja’s boek: „<i lang= +"fr">Télèphe</i>”.</p> +<p>Hier moet ook nog worden melding gemaakt van den arbeid van <i>Jean +Meslier</i>, gemeenlijk het „<i><span class="corr" id="xd19e435" +title="Bron: Testatement">Testament</span> van Jean Meslier</i>” +genoemd, dat in 1762 door Voltaire aan het publiek bekend werd en eene +diepgaande critiek van den schrijver,—een armen en verdrukten +dorpspastoor die bij zijn leven niet spreken dorst,—bevatte, +zoowel op den godsdienst, als op de geheele inrichting der +maatschappij. Dit „<i>Testament</i>” welks inhoud eerst +later geheel bekend werd, daar Voltaire het slechts in zooverre gaf als +het dienst kon doen voor <i>zijne</i> propaganda tegen de kerk, geeft +de communistische gedachten weer over een gemeenschap, gelijk de +schrijver zich die gedacht heeft.</p> +<p>„Ik wilde”, roept Meslier uit aan het slot +ervan<span class="corr" id="xd19e447" title="Niet in bron">,</span> +„dat mijn stem <span class="pagenum">[<a id="xd19e450" href= +"#xd19e450" name="xd19e450">XI</a>]</span>konde gehoord worden van het +eene einde van het koninkrijk tot aan het andere, neen, van het eene +einde der wereld, tot aan het andere. Ik zoû dan uit al mijne +krachten schreeuwen: „Gij zijt dwazen o, menschen! gij zijt +dwazen, u zoo te laten knevelen en zoo blind te gelooven aan een aantal +domheden! Ik zal u uwe dwaasheden toonen en u uwe leiders als +bedriegers en menschenschenners laten zien”....</p> +<p>„Vereenigt u toch volk, vereenigt u proletariërs<a id= +"xd19e454" name="xd19e454"></a>; vereenigt u zoo gij het hart hebt om u +te bevrijden van uwe onderdrukkers!”</p> +<p>In 1755 verscheen er een boek in het licht „<i lang="fr">Code +la Nature</i>” genaamd, door een vrij onbekend man, een +schoolmeester <i><span class="corr" id="xd19e462" title= +"Bron: Morellij">Morelly</span></i> genaamd, geschreven. Tevoren had +hij reeds een roman geschreven „<i lang="fr">Nauvrage des +îles flottantes ou la Basiliade</i>” („Schipbreuk van +het drijvend eiland of de Basiliade”) genaamd.</p> +<p>Aan den spits van zijn ontwerp tot inrichting van een samenleving +stelt hij <i>drie grondstellingen</i>, welke hij geheiligde grondpunten +noemt, die de sociale gelijkheid kunnen waarborgen.</p> +<p><a id="xd19e475" name="xd19e475"></a>1. Niets mag in +privaat-eigendom zijn, dan wat elk tot werkelijk gebruik voor zijne +behoeften, genoegens of dagelijkschen arbeid noodig heeft.</p> +<p>2. Elk burger is een publiek wezen, dat recht heeft op onderhoud en +op arbeid van wege de gemeenschap.</p> +<p>3. Elk burger is verplicht, naar zijne krachten, talenten en volgens +zijnen ouderdom, tot het publiek welzijn bij te dragen, naar die mate +zullen zijn openbare plichten worden geregeld.</p> +<p>Later nog, omstreeks de jaren van 1830, hebben onderscheidene +socialistische denkers en schrijvers, en onder hen Louis Blanc zich +dikwijls op deze stellingen van Morelly beroepen.</p> +<p>Tot de <span class="corr" id="xd19e485" title= +"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> volgelingen van <span class= +"corr" id="xd19e488" title="Bron: Morrelly">Morelly</span>, behoorde in +de eerste plaats: <i>Gabriel Bonnot de <span class="corr" id="xd19e493" +title="Bron: Mablij">Mably</span></i>, in 1709 geboren en in 1785 +gestorven.</p> +<p>In zijn boek, dat in 1768 uitkwam en getiteld is: „<i lang= +"fr">Doutes proposés aux philosophes économistes sur +l’ordre naturel et essentiel des sociétés +politiques</i>” („Twijfelingen voorgesteld aan de +economische wijsgeeren, nopens de natuurlijke en wezenlijke orde van de +politieke samenleving”), oefent hij eene diepgaande critiek uit +op de maatschappij in verband met de eigendomskwestie. Hij is vooral +<i>hier</i> in strijd met de „<i>Physiokraten</i>” waarmede +hij tot op een zekere hoogte kon samengaan,—dat de persoonlijke +vrijheid zich niet laat verbinden met den gemeenschappelijken eigendom, +zooals dezen meenden.</p> +<p>Vervolgens <i>Brissot de Warville</i>, in 1743 geboren en den +31<sup>sten</sup> Mei <span class="pagenum">[<a id="xd19e515" href= +"#xd19e515" name="xd19e515">XII</a>]</span>1793 onthoofd, als +„Girondist”, die in zijn „<i lang="fr">Recherches +philosophiques</i>” („Wijsgeerige onderzoekingen”) +zeer vergaande conclusies trok, omtrent de niet-noodzakelijkheid van +den persoonlijken eigendom. Van dezen stamt de stelling, later door +Pierre Joseph Proudhon overgenomen: „<span lang="fr">le +propriété c’est le vol</span>” +(„eigendom is diefstal”), die men meermalen—ten +onrechte—eene zuiver sociaal-demokratische noemde.</p> +<p>En hiermede zijn wij genaderd tot het tijdstip der Fransche +Revolutie van 1789, dat reeds lang te voren, door de geestelijke +<span class="corr" id="xd19e525" title= +"Bron: propagande">propaganda</span> der „Verlichting” was +voorbereid door de fransche wijsgeeren van de 18<sup>e</sup> eeuw.</p> +<p>Zij ontsluit een nieuwen tijd. Door haar is de burgerklasse tot +macht en invloed gekomen, na haar is de moderne kapitalistische +produktiewijze ontstaan en door haar<a id="xd19e533" name= +"xd19e533"></a> zijn dus middelijk de voorwaarden tot de +sociaal-demokratie van Karel Marx geschapen.</p> +<p>Wij zullen in het nu volgend hoofdstuk nog nagaan, op welke wijze er +reeds in die Revolutie-zelve, gearbeid werd aan of gedacht werd over, +socialistische of communistische idealen. <span class="pagenum">[<a id= +"pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="pt1" class="div0 part"> +<h2 class="main">Eerste gedeelte.</h2> +<div id="ch1.1" class="div1 introduction"><span class= +"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk I.</h2> +<h2 class="main">De Fransche Revolutie van 1789.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Toen de <span class="corr" id="xd19e549" title= +"Bron: achtiende">achttiende</span> eeuw ten einde neigde, had de +economische ontwikkeling van Engeland die van Frankrijk reeds vrijwel +ingehaald niet alleen, maar was haar reeds boven het hoofd gewassen. +Maar in Engeland hadden reeds in 1648, en daarna in 1688 in de z. g. n. +„<span class="ex" lang="en">glorious revolution</span>” +(„glorierijke omwenteling”) de burgerlijke klassen +gezegevierd over den adel en het absolute koningschap.</p> +<p>De strijd der fransche burgerklasse richtte zich tegen alle +bestaande grondslagen der maatschappij en nergens is zoo van grond uit +met het oude opgeruimd, dan in Frankrijk in het Revolutietijdperk van +1789.</p> +<p>De fransche burgerij, die den strijd had te voeren tegen de absolute +monarchie en de gepriviligeerde klassen van den adel en de groote +geestelijkheid, had in dezen strijd het gansche volk achter zich. Maar +dit duurde niet lang; spoedig genoeg, en wel voornamelijk toen het gold +de vaststelling van ieders rechten, kwam de verdeeldheid van meening +aan het licht, die reeds in den strijd om het bestaan die de Republiek +had te voeren, van grooten invloed moest wezen.</p> +<p>Aan den eenen kant splitste de partij van den derden stand zich in +die der fabrikanten, groote grondbezitters en handelskapitalisten, aan +den anderen kant kwamen de arbeiders te staan en de <span class="corr" +id="xd19e561" title="Bron: kleineburgers">kleine burgers</span>.</p> +<p>Als vertegenwoordiger der laatste belangen, komt in het <span class= +"corr" id="xd19e566" title= +"Bron: revolutie-tijperk">revolutie-tijdperk</span> vooral <i>Jean Paul +Marat</i> op, die hoewel zelve geen arbeider maar geneesheer, +méér den proletarischen kant van <span class= +"pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span>de +Revolutie zag, dan vele anderen die met hem aan haren spits +stonden.</p> +<p>Marat werd vroegtijdig vermoord, door Charlotte Cordaij. En op +aandringen van de <span class="corr" id="xd19e576" title= +"Bron: Mirabeaux">Mirabeau</span>, de edelman die in het voorspel tot +de Revolutie eene belangrijke rol had gespeeld, zou zelfs de +burgerklasse haren vrede hebben gesloten met de constitutioneele +monarchie, wanneer niet én Mirabeau vroegtijdig was overleden +én de gebeurtenissen aan den grenzen niet zóó +geloopen waren, dat alles noodig was om den inwendigen vrede te bewaren +en dus aan de eischen der kleine burgerij en der arbeiders toe te +geven.</p> +<p>Maar na het tijdperk van den „Terreur”, toen het +gematigde deel der bourgeoisie weder de bovenhand had gekregen, werd er +hoe langer hoe meer opgetreden tegen de communistische tendenzen, +vooral tegen die van de groepen der jakobijnen. Van de laatsten +verdient in de eerste plaats hier vermeld te worden</p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">François Boissel,</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">geboren te Joijeux in Vivarais in 1728, die in 1753 +advokaat van het parijsche Parlement werd, later naar het eiland St. +Domingo ging, maar in 1789 bij het uitbreken van de Revolutie, naar +Frankrijk terugkeerde.</p> +<p>Hij trad in 1799 op, met een „<i>Catechismus van het +menschelijk geslacht</i>”, waarin hij zeer koene conclusies trok +uit de in 1789 geproklameerde „Rechten van den Mensch” en +zijne ideën bloot gaf omtrent eene hervorming van de +maatschappij.</p> +<p>De voorwaarde om te komen tot eene maatschappij, waarin geen +eigenbelang zal heerschen, en den eigendom niet eene private zaak, zag +Boissel wel voornamelijk in eene <i>sociale opvoeding</i>. De kinderen +moesten derhalve door de gemeenschap worden opgevoed meende hij.</p> +<p>Als overgangsmaatregel stelt Boissel, en dit is voor hem als fransch +socialist van de 18<sup>e</sup> eeuw typisch, eene „progressieve +inkomstenbelasting” voor, die den rijken ten-slotte +zóó belasten zal, dat voor hen het privaat-bezit elke +waarde verliest. Uit de opbrengst zullen pensioenen moeten worden +bestreden voor ouden en invaliden. Ook sloeg Boissel het oprichten van +staatsmagazijnen van agricole produkten voor, en publieke +werkinrichtingen voor werkeloozen van staatswege.</p> +<p>Na hem, komt hier in aanmerking als maatschappelijk hervormer, +Robespierre’s vriend en volgeling</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name= +"pb15">15</a>]</span></p> +<h3 class="main">Saint-Just.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Deze, die in 1794 na Danton’s val aan de +regeering kwam, meende, dat zoolang er nog armen en behoeftigen waren, +de zaak van de vrijheid, van de Republiek, in gevaar was. „Duldt +in den Staat noch eene ongelukkige, noch eene arme: alleen tot dien +prijs zult gij eene ware republiek kunnen in stand houden!” De +economische gelijkstelling is de levensvoorwaarde voor de republiek; de +rijkdom der „aristokratie” is voor de republiek evenzoo +gevaarlijk als de ellende des volks. „Er behooren noch rijken, +noch armen te bestaan.... <a id="xd19e609" name="xd19e609"></a>Daar +waar er te groote bezitters bestaan daar vindt men louter armen.... +<a id="xd19e611" name="xd19e611"></a>De rijkdom is een infamie”, +enz., ziedaar zijn meeningen.</p> +<p>De ellende, die wel het naast, volgens Saint-Just, een gevaar +oplevert voor de republiek, moest in de eerste plaats dan ook +uitgeroeid worden. Dit was te vinden door zeer strenge agrarische +wetten: „Ten einde de zeden te hervormen en den nood te +bevredigen, moest men beginnen, met een ieder wat land te geven. Het +bedeldom moet worden tegengegaan door verdeeling van de nationale +goederen onder de armen.”</p> +<p>Voorál moest het volk zich op den landbouw kunnen toeleggen, +daar alleen een landbouwend volk een „deugdzaam” en een +vrij volk kan wezen.</p> +<p>De mogelijkheid om de maatschappij gelukkig te maken, zag +Saint-Just, evenals zoovele hervormers uit het midden der 18e eeuw dan +ook gelegen in de wetgeving en die wel uitsluitend van uit een streng +gecentraliseerden Staat. Saint-Just viel echter spoedig met +Robespierre, wiens handlanger en vriend bij was, en hiermede ging ook +zijn plan te gronde.</p> +<p>Maar het eerst en het voornaamst werden communistische denkbeelden, +te midden van de Fransche Revolutie verkondigd door een man, die niet +aarzelde, zelfs niet onder het Schrikbewind, met zijn meeningen voor +den dag te komen. Die man was:</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">François Noël Babeuf,</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">of, gelijk hij zich-zelf gaarne noemde, met eene +herinnering aan de Romeinsche geschiedenis, <span class="ex">Grachus +Babeuf</span>, werd in 1760 te Saint-Quentin uit Calvinistische ouders +geboren.</p> +<p>Op 16-jarigen leeftijd als schrijver bij een landmeter werkzaam, +werd hij daarna ambtenaar bij het kadaster in Roije (Picardië). In +deze positie leerde hij den slimmen nood waarin <span class= +"pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>het +landvolk zich bevond van nabij kennen en het is wel daaraan te wijten, +dat hij zich reeds in 1887 onledig hield met de studie van de werken +van Meslier, <span class="corr" id="xd19e634" title= +"Bron: Morellij">Morelly</span> en <span class="corr" id="xd19e637" +title="Bron: Mablij">Mably</span>, en met het vraagstuk van de +afschaffing van den eigendom.</p> +<p>Na de bestorming der Bastille, waaraan hij deel had genomen, +bekleedde hij verschillende ambten in dienst van den Staat. In 1794 +stichtte hij het „<span class="ex" lang="fr">Journal de la +liberté de la presse</span>”, dat later in +„<span class="ex" lang="fr">Tribun du peuple</span>” werd +omgedoopt. Na den val van Robespierre en zijnen aanval op degenen welke +dezen ten val hadden gebracht, de Thermidoristen, werd hij, tezamen met +een aantal eveneens radikale republikeinsch-gezinden, in de gevangenis +geworpen. Hier was het, dat Babeuf de gelegenheid kreeg, om met hen van +gedachten te wisselen, over het beginsel van de gelijkheid en te +onderzoeken of de gelijkheid, zooals die tot nog toe was verstaan, wel +eene grondstelling voor het maatschappelijk leven kon heeten van +genoegzame waarde, om het geluk en het leven daarvoor te wagen. Zij +werden tot twijfel daaraan gedreven, door de gebeurtenissen van den +laatsten tijd, en kwamen tot de slotsom, dat het simpele <span class= +"ex">politieke</span> axioma van de gelijkheid alléén, +geen ideaal kon zijn waarmede de menschheid gelukkig te maken was. Zij +trokken uit de theorieën van Jean <span class="corr" id="xd19e651" +title="Bron: Jeaeques">Jacques</span> Rousseau, die in die dagen, wel +<i>de</i> bron waren van alle hervormers van voor en in 1789, de +verdere consekwenties en de conclusie, dat ook het onderscheid in bezit +moet worden weggenomen, wil de politieke gelijkheid geen +chimère, geen denkbeeldig iets blijken te zijn.</p> +<p>In October 1795 weder vrijgelaten, ging Babeuf dadelijk aan het +agiteeren voor zijne denkbeelden, die communistisch waren en de +natuurrechtelijke politieke gelijkheids-ideën van Rousseau ten +grondslag hadden. „De mensch is van nature goed” gelijk +Rousseau leerde; <span class="corr" id="xd19e659" title= +"Niet in bron">„</span>deze goede en onbedorven mensch werd +eigenlijk nog maar vertegenwoordigd door die uit de onderste standen +der samenleving, die van de weelde en de verdorvenheid daarmede gepaard +gaande, bevrijd waren gebleven. Daarom moest door de toekenning van +alle politieke rechten het volk tot de regeering brengen,” omdat, +gelijk men in 1793 zeide: „<span lang="fr">le but de la +société est le bonheur <span class="corr" id="xd19e664" +title="Bron: commmun">commun</span></span>” (het doel van de +maatschappij is het gemeenschappelijk geluk.) <span class="corr" id= +"xd19e667" title="Bron: Robespiere">Robespierre</span> verklaarde: +„<span lang="fr">Nous voulons un ordre des choses, où +toutes les passions basses et cruelles soient enchainées, toutes +les passions bienfaisantes et généreuses +éveillées par les lois.... <a id="xd19e672" name= +"xd19e672"></a>Nous voulons substituer dans notre pays, la morale +à l’égoïsme, la probité à +l’honneur, les devoirs <span class="pagenum">[<a id="pb17" href= +"#pb17" name="pb17">17</a>]</span>aux bienséances, le +mépris du vice au mépris du malheur.</span>” (Wij +willen een orde van zaken, waarin alle lage en slechte hartstochten +zullen worden vastgelegd, alle edele en weldadige hartstochten zullen +worden opgewekt door de wetten... <a id="xd19e677" name= +"xd19e677"></a>Wij willen in ons land de moraal stellen in de plaats +van de zelfzucht, de braafheid<a id="xd19e680" name="xd19e680"></a> +voor de eer, de plichten voor de zeden, de smaad van de gebreken voor +die van het ongeluk). Babeuf wilde uitgaande van deze gedachten, als +grondstellingen voor een ideale maatschappij, de arbeidsplicht van +allen, wettelijke <span class="corr" id="xd19e682" title= +"Bron: vasstelling">vaststelling</span> van het getal arbeidsuren; +leiding van de produktie door eene, door het volk direkt gekozen +opperste macht; verdeeling van den noodzakelijken arbeid onder de +burgers onderling; afdoening van den <i>onaangenamen</i> arbeid door de +burgers naar de rij af; het recht van alle burgers op gezamenlijk +genot, en diensvolgens gezamenlijke verdeeling der +gebruiksgoederen—welker voortbrenging, door de algemeene deelname +daaraan natuurlijk zeer zoude stijgen—onder de individuen, naar +de mate hunner behoeften.</p> +<p>Dit communistisch stelsel verkreeg eene hoogere wijding bij Babeuf, +dewijl hij het verdedigde, niet zoozeer met wetenschappelijke, als wel +met godsdienstig-bijbelsche uitspraken en stellingen. Het communisme +zou daarnaar een wil van God, de aardsche gelukzaligheid en de +voorbereiding zijn tot de hemelsche; en de eenige drijfveer tot dat +alles, zal de „deugd” zijn.</p> +<p>Maar daar deze phantazie niet zoo dadelijk te verwerkelijken was, +gelijk ook Babeuf wel begreep, zoo waren er een aantal maatregelen +noodig voor het tegenwoordige, opdat in de toekomst de menschheid dit +ideaal bereiken kon. In de eerste plaats dan moest er worden ingesteld +eene „groote nationale gemeenschap van goederen”, waartoe +zullen moeten behooren alle staatseigendommen, al het vermogen van de +„vijanden der volkszaak” zoowel als alle goederen, welker +aanbouw door de eigenaren derzelven, niet werd uitgevoerd. Elke +franschman zal tot deze gemeenschap kunnen toetreden, doordien hij zijn +vermogen ten haren dienste stelt en haar zijne arbeidskracht aanbiedt. +Dan zal de gemeenschap de erfgename moeten zijn van elke private +erfenis. De medeleden arbeiden gezamenlijk en krijgen daarvoor +voedingsmiddelen in ruil, zooals eene „matige en sobere keuken, +die plegen op te leveren”; zoowel alles wat noodig is voor het +leven. Wie met schulden de gemeenschap bijtreedt, wordt van alle zijne +verplichtingen ontheven.</p> +<p>Dit zijn in ’t kort, de denkbeelden waarvoor Babeuf in 1795 +<span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name= +"pb18">18</a>]</span>de agitatie in zijn „<span class="ex" lang= +"fr">Tribun du peuple</span>” ondernam; die hij predikte in stad +en land en daar hij een meester van het woord was in alle opzichten, +zoowel door zeggingskracht als door woordenkeus zijn gehoor wist mede +te sleepen, maakte zijne propaganda een geweldigen indruk. Vooral na +den val der Jacobijnen, richtte hij er al zijne krachten op, dezen +weder uit hunne verstrooidheid en tot hereeniging te brengen. Hij +richtte weder een dier geheime genootschappen op—in de dagen van +de 1789 eene zoo geweldige kracht,—die hij het genootschap van de +„<i>Gelijken</i>” noemde. Daarnevens werden een aantal +kleine „clubs” gesticht over het geheele land; zoodat naar +men meende in vrij korten tijd Babeuf méér dan 17.000 +aanhangers van zijne sociale theorieën om zich heen had +verzameld.</p> +<p>Alsnu trad de regeering handelend op. De poging die er zoude worden +gedaan om zich meester te maken van de macht in den staat, teneinde +eene andere sociale orde van zaken in te stellen, was namelijk verraden +geworden. In het begin van Mei 1796, werd Babeuf zelf in hechtenis +genomen, nadat zijne vrienden reeds eerder gevat waren en terecht waren +gesteld. De rechtbank veroordeelde hem wegens samenzwering tegen den +staat ter dood, welk vonnis hij heldhaftig den 8ste prairial 1797, op +de place de la Vendôme onderging met zijn vriend Darthé. +Van zijn medestanders waren er enkelen gevlucht, anderen tot deportatie +veroordeeld.</p> +<p>Dit was het einde van een man die in armoede geboren en in armoede +geleefd heeft, en meende, dat het aan den goeden wil van een +betrekkelijk klein aantal menschen lag, om de leuzen, die in de +Revolutie van 1789, eene zoo geweldigen dienst hadden gedaan, tot +werkelijkheid te maken. En hiermede hadden de socialistische pogingen +in de Fransche Revolutie geboren, en die welke ten doel hadden deze +hervorming tot eene radikale te doen zijn, voor goed schipbreuk +geleden.</p> +<p>De geheele Revolutie verliep verder in het Keizerrijk van Napoleon +Bonaparte, die van eersten Consul der Republiek, weldra Keizer werd. En +onder diens regeering had Frankrijk te veel oorlogen te voeren en +genoot te veel eene betrekkelijken voorspoed, dan dat er aan de +verwerkelijking der leuzen van 1789 kon worden gedacht.</p> +<p>Eerst in de periode van het herstel, die der +„Restauratie”, doken er weder plannen op, die er op doelden +eene grondige sociale vervorming van de maatschappij, van eene +kapitalistische in eene socialistische, in het leven te roepen.</p> +<p>De moderne socialistische Utopisten, of gelijk men ze noemt +<span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name= +"pb19">19</a>]</span>de „groote Utopisten” kwamen als nu +ten tooneele. De aanvang van de negentiende eeuw zag de socialistische +denkers opstaan; zag den graaf de Saint-Simon en Charles Fourier in +Frankrijk en Robert Owen in Engeland aan den arbeid gaan, ten einde het +menschelijk ideaal, de algemeene welvaart en de grootste som van +menschelijk geluk, te trachten tot werkelijkheid te maken. <span class= +"pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch1.2" class="div1 introduction"><span class= +"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk II.</h2> +<h2 class="main">De Socialistische Utopisten.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In alle kampen en verwarringen der Revolutie, als +eenerzijds de hartstochten den hoogsten graad hadden bereikt, +anderzijds de begeestering gloeide en zich in woorden en daden omzette, +bleef er evenwel iets, dat de menschen, in weerwil van al hun peinzen +en hunne inspanning niet begrijpen konden. De Revolutie had +ontzaggelijke menschenoffers gekost, maar met het guillotineeren van +menschen, bleef evenwel die toestand bestaan.</p> +<p>Die toestand, een economische toestand, was het kapitalisme, dat +juist door de revolutie in Frankrijk zich eerst recht ontplooien +kon.</p> +<p>Het kapitalisme had uit alle inwendige, zoowel als buitenlandsche +verlegenheden der Republiek nut getrokken. Het had uit de confiscatie +der goederen, het had uit de assignatenzwendel, uit de instelling van +het wettelijk maximum, uit de rationeeringen, uit de veldtochten met +hunne wapen-, kleeding- en voedingsleveranties; uit het continentale +stelsel tegen Engeland; kortom, uit alle maatregelen, welke de +Constiuante, de Conventie en het „Comité voor publiek +welzijn”, nam, door het Directoire het Consulaat en Keizerrijk +heen zijn nut getrokken en er baten voor zich weten uit te slaan.</p> +<p>De groote vermogens kwamen als paddestoelen uit den grond; de +speculatie- en handelsgeest greep meer dan ooit om zich heen en alom +maakte zich de <span class="corr" id="xd19e729" title= +"Bron: kapitalische">kapitalistische</span> geest meester van alle +private verhoudingen van de menschen onder-elkander. De theorieën +van Adam Smith, die het individualisme tot den grondleer van de +Staathuishoudkunde had verheven, kwamen van Engeland naar Frankrijk +over en vonden daar geheel spontaan, ook hunne verwerkelijking.</p> +<p>En onder het regime van Napoleon I was de oude orde van <span class= +"pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>zaken +weder teruggekeerd. De begeestering voor de „gelijkheid der +menschen” verdween en na Napoleon’s val kwam het +„<span class="ex" lang="fr">ancien regime</span>” +(„de oude regeeringsorde”) terug en alles scheen te gaan +gelijken op de toestanden van vóór 1789.</p> +<p>Dat de geest van onderzoek echter nog bestond, bewezen wel op +verrassende wijze twee mannen, die tegelijk, en onafhankelijk van +elkander, opstonden in Frankrijk. De eerste, die wij hier zullen doen +kennen, was de <span class="ex">graaf de Saint-Simon</span>.</p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Claude Henry de Rouvraij, graaf de Saint-Simon,</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">werd den 17en October 1760 geboren. Hij was een +achterneef van den groothertog en pair van dien naam, die in zijne +kroniek van het hof-leven onder Lodewijk XIV, eene der <span class= +"corr" id="xd19e749" title="Bron: beroemste">beroemdste</span> +memoire-werken geleverd heeft uit die dagen.</p> +<p>Deze „voorvaderen” spelen dan ook in de +Saint-Simon’s leven geen geringe rol. Inderdaad stamde het +geslacht in rechten lijn af van den lageren adel uit het graafschap +Vermandois, waarvan onder de regeering van Lodewijk XIII, een medelid +tot den rang van hertog werd verheven. Deze Vermandois nu, leidden hun +geslacht af van Karel de Groote. In den droom, vertelt de Saint-Simon +ons, was hem eenmaal Karel de Groote verschenen, om hem te profeteeren, +dat hij éénmaal als philosoof, het geslacht tot eene even +groote eer zou wezen, als dezen dit als Vorst geweest was.</p> +<p>Saint-Simon geloofde inderdaad dat hij, als ’t ware +gepredestineerd was tot den rol van wereldbeheerschend philosoof. Zijne +overspannen phantazie en zijne overigens levendige verbeeldingskracht, +deden hem dingen gelooven, die zich in de werkelijkheid niet zoo hebben +toegedragen als hij-zelf ze ons mededeelt.</p> +<p>De Saint-Simon was een leerling van de groote d’Alembert, de +man die met Diderot en anderen medewerker was aan de beroemde +Encyclopedie der 18e eeuwsche materialistische wijsgeeren in Frankrijk, +vóór de groote Revolutie. Zijn jeugd verliep in onvaste +bezigheden. Wij vinden hem dan als officier in Frankrijk, dan als +medestrijder van Washington bij de vrijheidsoorlog van de staten van +N.-Amerika tegen Engeland; als diplomatiek agent op eigen gelegenheid +in Nederland of als raadgever van ministeries in Spanje en Mexiko, in +welk laatste land hij omvangrijke irrigatiewerken op touw zette.</p> +<p>In de Revolutie verloor de Saint-Simon, evenals zoovelen, zijn +gansche vermogen en aldus werd hij gedwongen te gaan werken voor zijn +levensonderhoud. Dit deed hij zóó, dat hij, door +<span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name= +"pb22">22</a>]</span>middel van den koophandel, waarop hij zich +toelegde, alras een nieuw vermogen had weten bijeen te krijgen. Maar +ook dit was weder spoedig door een groote luxe en verkwisting +verdwenen. De Saint-Simon zegt opzettelijk zich aan zoo groote +verkwisting te hebben overgegeven, teneinde daardoor zijne kennis van +het leven te vervolmaken en al het menschelijke, zelfs het +méér dan menschelijke, bij de plannen die hij had voor de +toekomst van het menschelijk geslacht, daarbij in oogenschouw te kunnen +blijven houden. Dat hij ook lang genoeg gelegenheid heeft gehad de +psychologie van de armoede te bestudeeren, en dat eveneens aan zijn +eigen lijf, hinderde hem dan ook geenszins. Het is dan ook uit deze +laatste periode zijns levens, dat zijn werkzaamheid als publicist, als +denker en als hervormer dagteekent.</p> +<p>Het uitgangspunt van de Saint-Simon’s denken, was de erkenning +van het armzalige van al het bestaande, van de gansche materieele, +politieke en religieuze nood van zijnen tijd. Zijne critische blik, kon +zich niet laten verblinden, door den glansrijken pronk van de weelde, +die het nieuw-geschapen keizerrijk van Napoleon I ten toon spreidde; +hij zag zeer goed daarachter, de ellende van dat bloeiend kapitalisme +en zijn hart werd ten volle aangegrepen door der menschheid ganschen +jammer. Over het algemeen genomen, was de Saint-Simon een Faustnatuur. +Geniaal en vol van de hem verteerende weetgierigheid, dreef hem dit +alles rusteloos voort naar eene allesomvattende kennis en tot een door +niets in te toomen hartstocht, der menschheid gelukkig te willen maken. +Dat hij bij dit onbeperkt streven, meer dan eens de reële feiten +niet goed heeft kunnen zien, doet niets af aan dit groote feit, dat hij +dingen heeft gezien in een tijd, toen nog door de geringe ontwikkeling +van de kapitalistische maatschappij, geen mensch heeft kunnen zien wat +<i>hij</i> zag.</p> +<hr class="tb"> +<p>De Saint-Simon was 43 jaren oud, toen hij zijn eerste publieke +geschrift schreef, genaamd: „<span class="ex" lang="fr">Lettres +d’un habitant de Genève à ses +contemporains</span>.” („Brieven van een inwoner van +Genève aan zijne tijdgenooten.”) Het kwam uit in 1803, +maar werd vergeten, totdat het in 1823 door zijne leerlingen aan deze +vergetelheid ontrukt was geworden.</p> +<p>In deze „Brieven” toonde de Saint-Simon reeds zijn +denkbeelden aan, van der menschheid eene leiding te willen geven. +Gelijk de maatschappij in de middeneeuwen door de geestelijkheid was +<span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name= +"pb23">23</a>]</span>geleid, zoo moest dit ook nu weder geschieden, +thans door het denkend gedeelte van de samenleving.</p> +<p>De hier door de Saint-Simon gedachte heerschappij van den geest, +moest in waarheid die van het genie zijn. Deze genieën moesten +onafhankelijk zijn; geen posten van de regeering behoeven aan te nemen +en daardoor niet verplicht zijn „<span lang= +"fr">secondairement</span>” te denken. Zij moesten zich niet +verlamd gevoelen, en met stoutheid zouden zij de wieken van hunne +geestelijke meerderheid kunnen uitspreiden en daardoor de menschelijke +maatschappij steeds ten zegen kunnen verstrekken. „Ruimte voor de +Archimedessen!” was zijn uitroep—„geen hulde meer aan +de Alexanders!” Met andere woorden: de tijd die aangebroken was +beteekende volgens hem, een ten troon stijgen van de wetenschap, die de +plaats innam van de studie van den oorlog.</p> +<p>Bij zijn plan tot organisatie van de maatschappij, verdeelde hij de +menschen in drie klassen. De eerste klasse was die van de vooruitgang; +zij was samengesteld uit de geleerden, de mannen van de kunst, en +allen, die liberale denkbeelden ten beste van de samenleving te geven +hadden. De tweede was die van het behoud, zij bestond uit de eigenaars +van den grond. De derde klasse was die van de gelijkheid. Zij bevatte +dat deel van de menschheid dat niets bezat, geen eigendom, ook niet een +geestelijk.</p> +<p>Tot de eerste klasse zeide hij: „Gij geleerden en kunstenaars, +gij hebt den scepter der publieke opinie in uwen hand, grijpt dien aan +met moed<span class="corr" id="xd19e788" title="Niet in bron">.</span> +Overwint slecht der inertie van uwen stand. Mathematici maakt een +aanvang!”</p> +<p>Tot de tweede klasse richtte zich de Saint-Simon met deze woorden: +„Aanvaardt mijn plan, doet het uit vrijen wil, want anders zoudt +gij er door de geleerden toe gedwongen kunnen worden en zou de +geschiedenis van 1789 zich voor u kunnen herhalen. Gij kunt de crisis +nog beletten, en taak van den overgangstoestand kunt gij helpen +verlichten. Gij kunt de „regulateurs” der beweging worden +en op die wijze uwe plaatsen blijven innemen!<span class="corr" id= +"xd19e793" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>En tot de derde klasse eindelijk zeide hij: <span class="corr" id= +"xd19e798" title="Niet in bron">„</span>Vrienden maakt dat de +rijken, die tot nu toe geen andere bezigheid gehad hebben dan u bevelen +te geven, gedwongen worden u onderwijs te geven. Wie kunnen u anders +voorthelpen dan de geleerden? Een geleerde is iemand die +voor<i>ziet</i>, iemand die voor<i>spelt</i>.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e808" title= +"Niet in bron">„</span>Bedenkt wel dat gij dáárom +alleen, staat onder de heerschappij van de klasse van de +eigenaars,—die tien- en twintigmaal geringer in aantal zijn dan +gij—omdat de eigenaars u in verstand <span class= +"pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>verre de +meerdere zijn. Zoekt met hen op gelijken trap van ontwikkeling te +komen. Zoowel geleerden, als kunstenaars moeten u daarbij ter hulpe +komen. Door mijn ontwerp heb ik getracht alle plannen ter uwer +ontwikkeling tot ééne straal te leiden. Helpt dus! +Schrijft in zoo gij kunt. Bij de keuze der benoemingen zal ik u +helpen!”</p> +<p>Het plan beoogde eene algemeene organisatie der maatschappij, op +deze grondslagen: „de geestelijke macht in handen van de +geleerden; de wereldlijke macht in hadden der eigenaars; de macht om +hén te benoemen, die de taak zouden te vervullen hebben van +leiders der menschheid te zijn, in handen van een ieder. Het loon der +regeerders moest bestaan in de algemeene achting en de eerbied die men +hen zou toedragen.”</p> +<p>In deze „<span class="ex">Brieven uit <span class="corr" id= +"xd19e819" title= +"Bron: Genéve">Genève</span></span>” wilde de +Saint-Simon dus aan de menschheid eene nieuwe organisatie geven; een +orde van zaken in de maatschappij, steunende op het denkbeeld, dat de +geheele menschheid één eenheid was; dat er +éénheid moest komen in het menschelijk arbeiden en dat de +geleerden en kunstenaars de mannen bij uitnemendheid waren, om dat +werken te leiden en te besturen.</p> +<p>De taak der vrouw was hierbij niet over het hoofd gezien en ook werd +deze nieuwe orde van zaken door de Saint-Simon, tot een soort nieuwen +godsdienst verheven.</p> +<p>In 1807, na een leven van ontbering te hebben geleden, schreef de +Saint-Simon zijn: „<i lang="fr">Introduction aux travaux +scientifiques du XIX-me Siècle</i>.” (Inleiding tot den +wetenschappelijken arbeid der 19e eeuw). In zekeren zin was dit boek +een antwoord op een prijsvraag door Napoleon Bonaparte uitgeschreven en +aan het „Instituut” opgegeven onder het opschrift: +„geeft mij rekenschap van de vooruitgang der wetenschap sedert +1789 en zegt mij, welke hare tegenwoordige toestand is en welke de +middelen zijn om haar vorderingen te doen maken.”</p> +<p>De Saint-Simon past in zijn boek voor het eerst,—en dit is +werkelijk een vooruitgang der wetenschap geweest, al werd het niet +officieel erkend,—deze tweeledige methode toe: die der analyse en +die der synthese. Door analyse, klimt men van bijzondere feiten +óp tot een algemeen feit; door synthese daalt men van het +algemeene tot de bijzondere feiten af, zoo stelde hij vast.</p> +<p>De geleerden van de richting <i>a priori</i> waren voor hem die zoo +als Bacon van Verulam en Descartes. Vooral de laatste, die tot den +menschheid heeft durven zeggen, dat zij slechts gelooven moet die zaken +welke haar door de rede worden aangetoond en <span class= +"pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name= +"pb25">25</a>]</span>bevestigd zijn door de ervaring; de man die het +bijgeloof omverwierp en een volgens vaste methode te werk gaanden +twijfel onderwees.</p> +<p>De richting <i>a posteriori</i> was begonnen bij Locke en Newton in +Engeland. De een op het gebied van de kennis van de georganiseerde +wezens<span class="corr" id="xd19e843" title="Niet in bron">,</span> de +ander op dat van de brute lichamen, verkregen hunne bewonderenswaardige +resultaten door toepassing van de analyse.</p> +<p>Beide methodes zegt de Saint-Simon, moeten worden vereenigd; het was +de fout van de denkers der 18e eeuw, dat zij hierbij dachten aan strijd +en aan tegenstelling. Zoowel het generaliseeren als het +particulariseeren, zij hebben verder te zamen recht van bestaan.</p> +<p>Na aldus de gansche wetenschap van de 18e eeuw te hebben getoetst +aan deze twee maatstaven, gaat de Saint-Simon zich in beschouwingen +verdiepen over den godsdienst. En dan krijgen wij eene krachtige +uiteenzetting van hem, dat de Kerk in de middeneeuwen +dáárom zoo hoog in aanzien stond, omdat werkelijk de +geestelijken van toen beter en intelligenter waren dan de leeken. Eerst +toen die meerderheid van verstand en gemoed ophield te bestaan, kwam er +scheuring.</p> +<p>Volgens zijne inzichten, gaat de richting in het godsdienstige deze +kant uit: het godsdienstig <span class="corr" id="xd19e853" title= +"Bron: Dëisme">Deïsme</span> maakt plaats voor het +Physicisme, een godsdienst op natuurkennis gebouwd.</p> +<p>Wat de ethiek aangaat, meent de Saint-Simon, dat het negatief +beginsel van het Evangelie: „Doe niet aan anderen, wat gij niet +wilt dat men u doet”, plaats moet maken voor een ander en een +positief beginsel.</p> +<p>„<i>De mensch moet werken!</i>” Het denkbeeld van den +arbeid in den breedsten zin opgevat altijd. Maar een rentenier, iemand +die niet persoonlijk het werk bestuurt dat zijn eigendom produktief +moet maken, is een wezen dat de maatschappij tot last is. De zedeleer +dient hierop steeds de aandacht gevestigd te houden. De wetgever moge +het vrije en volledige gebruik van den eigendom toestaan, de moralist +is genoodzaakt der menschheid en der openbare meening te drijven in de +richting der erkenning, dat den nietsdoenden eigenaar, alle achting +moet worden onthouden.</p> +<p>In ’t jaar 1813 schreef Saint-Simon twee groote manuscripten, +zij zijn het bij zijn leven gebleven, dewijl hij geen geld had om ze te +laten drukken. Eerst in 1858 zijn zij gedrukt geworden. Zij zijn +getiteld: „<span lang="fr">Mémoire sur la science de +l’homme</span>” en „<span lang="fr">Travail sur la +gravitation universelle</span>” („Memorie over de +wetenschap <span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name= +"pb26">26</a>]</span>van den mensch”) en („Studie over de +algemeene zwaartekracht”)<span class="corr" id="xd19e873" title= +"Niet in bron">.</span> Het eerste is wederom een poging om de +Europeesche maatschappij te reorganiseeren. De studie van den mensch +moest allereerst uitgaan van de physiologie, in de tweede plaats +moesten de daden van het menschelijk geslacht beantwoorden aan de wet +der ontwikkeling. De physiologie is de eenige positieve grondslag voor +de kennis die de mensch noodig had. Volgens de Saint-Simon, had de +literatuur als zoodanig, als voortbrengend middel van beschaving +uitgediend; de kennis der natuur kon thans nog alleen tot resultaten +leiden.</p> +<p>De Saint-Simon’s uitgangspunt was, dat de mensch van dezelfde +natuur is als de dieren en alleen door eene betere organisatie van het +lichaam, zich boven de dieren heeft weten te verheffen. De menschheid +heeft evenwel gezorgd, de dieren op lageren trap te houden en daarom +storend gewerkt op hunne ontwikkeling.</p> +<p>De <span class="corr" id="xd19e880" title= +"Bron: Saint Simon’s">Saint-Simon’s</span> betoog komt dan +vervolgens hierop neer, dat het geheele stelsel van onze kennis +daarheen moet worden georganiseerd, en gegrondvest moet worden op dit +eene geloof: dat het geheel bestuurd wordt door eene enkele vaste wet. +Alle systemen van toepassing nu, alle die van religie, van politiek, +van moraal en van burgerlijk recht, zij zullen in overeenstemming +moeten worden gebracht met dit nieuwe stelsel van kennis. De geheele +maatschappij moest aldus worden geregeld, en volgens hem was de tijd +daarvan niet meer zoo ver af. Immers, politieke en wetenschappelijke +omwentelingen wisselen elkander beurtelings af.</p> +<p>In zijn tweede geschrift, vervaardigd onder den indruk van +gebeurtenissen van 1813, geeft hij o. m. een schoon overzicht van de +philosophie, in den vorm van een toespraak van Socrates aan zijne +leerlingen. En dan nogmaals, een overzicht van de waarde van de +Middeneeuwen voor de beschavingsgeschiedenis der menschheid. Hij toont +aan, hoe slecht de geschiedschrijving dit tijdperk begrijpt, door het +te beschouwen als dat van de „donkere eeuwen der +barbaarschheid”.</p> +<p>Verder uitwerkende het denkbeeld, dat zoowel de zedelijke als de +natuurwetenschappelijke, ja alle kennis berust op de wet der +zwaartekracht, moeten de geleerden zelven, als geestelijke macht bij +uitnemendheid, de leiding van de wereld op zich nemen. Het geleerdste +lichaam moest de priesterlijke functie vervullen en de nieuwe paus van +zulk eene nieuwe wereldorde, priester van positieve kennis, zal het +tijdperk van den oorlog sluiten, dat van den vrede inwijden en de +anarchie zal alsdan ophouden te bestaan.</p> +<p>In 1814 verscheen onder den titel van: <span lang= +"fr">„<span class="ex">De la réorganisation <span class= +"pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>de la +Société Européenne</span>,<a id="xd19e896" name= +"xd19e896"></a> par M. le Comte de Saint-Simon et par M. A. Thierry, +son élève.<span class="corr" id="xd19e898" title= +"Niet in bron">”</span></span> („Over de hervorming van de +europeesche maatschappij door de graaf de Saint-Simon en A. Thierry, +zijn leerling”), het eerste eigenlijke maatschappelijk +hervormings-werk.</p> +<p>De Saint-Simon stelde daarin voorop, dat de negentiende eeuw tot +taak had te organiseeren, gelijk de aan haar voorafgaande, de +18<sup>e</sup>, tot taak had de critiek op de maatschappij te +leveren<span class="corr" id="xd19e907" title= +"Niet in bron">.</span></p> +<p>In de eerste plaats moesten de Mogendheden naar betere +regeeringsvormen zoeken. Men vergete niet, dat de Saint-Simon dit +schreef onder den geest van algemeene reaktie in de politieke +gebeurtenissen na den val van Napoleon I. Dit betere moest zijn +criterium vinden in de voorwaarde, dat onder zulk een regeeringsvorm +elke <span class="corr" id="xd19e912" title= +"Bron: questie">quaestie</span> van openbaar belang, achtereenvolgens +<i>a priori</i> synthetisch en <i>a posteriori</i> analytisch werd +onderzocht en behandeld.</p> +<p>Dit was volgens hem alléén mogelijk—en ook +verwezenlijkt in het Engelsche parlementaire stelsel—waar voor +het onderzoek <i>a posteriori</i> afzonderlijke en goed onderscheiden +politieke machten waren gevestigd. Het Huis der Gemeenten ging alles +na, uit het oogpunt der locale belangen, onderzocht de zaken <i>a +posteriori</i>, terwijl de Koning daar te lande, het hooge standpunt +vertegenwoordigde dat de zaken <i>a priori</i> behandelde. En het Huis +der pairs was werkzaam als „<span class="ex" lang= +"fr">moderateur</span>” (middelaar) tusschen beiden. Daarbij +waren dan maatregelen genomen tegen het eventueele kwaad, dat de +machtige koning het systeem op zijn grondslagen kon doen wankelen, door +de verdeeling van de koninklijke uitvoerende autoriteit in twee deelen: +den koning zelven en de verantwoordelijke ministers. Zijn plan kwam ten +slotte hierop <span class="corr" id="xd19e935" title= +"Bron: nêer">neêr</span>, dat elke Europeesche staat een +eigen parlement moest bezitten en dat al die parlementen boven zich +zouden hebben: <i>een algemeen Europeesch parlement</i>. Dit zou zijn +samengesteld uit twee Kamers, die der Gemeenten en die van de Pairs. +Ieder millioen menschen in Europa dat lezen en schrijven kon, zou naar +de Kamer der Gemeenten van dat groot-Europeesch parlement, een koopman, +een geleerde, een magistraat en een administrateur benoemen. Van de +berekening uitgaande, dat er in Europa 60 millioen menschen waren, die +lezen en schrijven verstonden, zou men dus 240 leden hebben. Ieder lid +van de Kamer zou voor 10 jaren gekozen worden en ten minste 25,000 +franken aan rente moeten zitten.</p> +<p>Nevens die vermogende mannen, het element van de stabiliteit, +<span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name= +"pb28">28</a>]</span>zouden er uit de niet-vermogenden 20 leden bij +worden gekozen, uit de bekwaamste geleerden, kooplieden, magistraten en +administrateurs, die door die toelating eene dotatie van 25,000 franken +aan grondeigendom zouden verkrijgen.</p> +<p>De Pairs zouden door den Europeeschen koning worden benoemd uit de +allerrijksten van Europa; ieder Europeesch pair zou ten minste 500,000 +francs aan rente moeten bezitten. Ook zouden hier nog 20 pairs bij +kunnen toegelaten worden en gedoteerd, uit de mannen van wetenschap, +industrie, magistratuur en administratie te kiezen. Over een +Europeeschen koning, wiens instelling eveneens in het plan lag, heeft +de Saint-Simon zich niet verder uitgelaten.</p> +<p>Tot de <span class="corr" id="xd19e956" title= +"Bron: bevoegheden">bevoegdheden</span> van het Europeesche parlement +rekende de Saint-Simon in de eerste plaats, twistpunten oplossen +tusschen de Mogendheden onderling. Verder het ondernemen en het leiden +van groote werken van openbaar nut voor de Europeesche maatschappij, +bijv.: het verbinden van den Rijn met den Donau en dat van den Rijn aan +de Oostzee, enz. Dan ook zou dit Parlement het openbaar onderwijs, in +zijn geheel, onder zijn beheer moeten nemen. Vervolgens, zou het +„<span class="ex">een Wetboek van de zedeleer</span>” +moeten ontwerpen en invoeren, gesplitst in voorschriften voor het +algemeen en voor elke natie. Zulk een „<span class= +"ex">code</span>” zou geheel Europa moeten worden ingeprent.</p> +<p>Na zich aldus te hebben bezig gehouden met het najagen van +hersenschimmen; immers in de dagen waarin hij „<span lang="fr">De +la Réorganisation</span>” schreef was er in de verste +verte niet te denken aan de algemeene vereeniging van de Europeesche +Staten, ging de Saint-Simon zijn groote denkkrachten besteden aan de +hervorming van den arbeid. In Mei van ’t jaar 1817, kwam het +eerste deel uit van „<i lang="fr">L’Industrie</i>” +(„Over de nijverheid”) onder het motto<span class="corr" +id="xd19e973" title="Bron: ;">:</span> <span class="corr" id="xd19e976" +title="Niet in bron">„</span><span class="ex" lang="fr">Tout par +l’Industrie, tout pour elle</span>”. (<span class="corr" +id="xd19e981" title="Niet in bron">„</span>Alles door de +industrie, alles voor haar.”) Daarin was Augustin Thierry, den +reeds genoemden leerling van de Saint-Simon aan het woord, die daarin +een krachtig betoog hield over de nuttigheid van de industrieele +klasse. In het oude Europa was de krijgsman in eere, hij achtte zich +krachtig, omdat de menschen voor hem leefden; in het nieuwe Europa is +de industrieel de hoofdpersoon, hij heeft het bewustzijn van zijn +sterkte, omdat alle menschen zijn belang voorstaan en behartigen. +Volgens de nieuwe beschouwing is thans <i>die</i> natie de eerste van +allen, die het nuttigst voor de anderen is. Het geluk van een volk +bestaat in maatschappelijke werkzaamheid: <span class="ex">eerst werken +dan genieten</span>. „Werkt voor allen, want allen werken voor +u,” dát is de leuze van den nieuwen tijd! En de groote +strijd die <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name= +"pb29">29</a>]</span>nog gevoerd moet worden, gaat thans tegen de +onwetendheid en tegen allen die door haar worden gevoed. De grondslag +van de geheele politiek moet worden: elke natie is eene industrieele +maatschappij.</p> +<p>In het tweede deel van ’t boek is de Saint-Simon zelf aan het +woord. De maatschappij is volgens hem niet anders dan de +éénheid, van de menschen die arbeiden. Deze gemeenschap +kent slechts twee vijanden: de anarchie en het despotisme. Gedreven +door hun eigen belang, moeten alle menschen ongestoord kunnen arbeiden. +Maar er zwerven rondom hen, en in de maatschappij, een aantal +<span class="ex">parasieten</span> rond, die niet arbeiden. De groote +taak van elke regeering moet het zijn den arbeid tegen die schadelijken +te beschermen. Een verbond van de industrie met de denkers moest +vervolgens tot stand komen.</p> +<p>De Saint-Simon’s gevolgtrekkingen in dat boek waren: +„eerbied voor de produktie en voor de producenten”; mannen +van den arbeid moeten den gang en de loop van den Staat regelen; het +verderfelijke van oorlogen en van <span class="corr" id="xd19e1000" +title="Bron: monopolieën">monopoliën</span> moesten de +menschen inzien; eene verbetering van de zedeleer was noodzakelijk, +omdat aan den arbeid grooten eer diende bewezen te worden; iedereen +behoorde zich te beschouwen, als behoorende tot het genootschap van +arbeiders, <i>De politiek is de wetenschap der productie</i>. Laat den +arbeider dus fier den standaard opheffen; industrie is +gelijkbeteekenend met productie!</p> +<p>In het derde deel, dat ook nog in 1817 verscheen, werd de wending +die de maatschappelijke orde te gemoet moest gaan, tengevolge van het +optreden van de industrie, uit een hooger standpunt bezien. Het +tegenwoordig tijdstip was een overgangstijdperk, zoowel in zeden en +gewoonten als in denkwijze. Geen regime kan zich vestigen, wanneer niet +een daarmede in overeenstemming zijnd philosophisch stelsel zich eerst +baan gebroken had en in de gedachten der menschen zich had <span class= +"corr" id="xd19e1008" title="Bron: vasgezet">vastgezet</span>. En dan +gaat de Saint-Simon in zijn boek verder de theologische zijde van het +Christendom bestrijden. Zooals hij zeide: de „<i lang="fr">morale +céleste</i>,” had te wijken voor de „<i lang= +"fr">morale terrestre</i>”; hemel en hel moesten niet langer de +menschelijke gedachten in beslag nemen. Het rijk van de positieve +ideën moest een aanvang nemen. Dit alles moet evenwel zeer +voorzichtig geschieden; men moet met geduld te werk gaan; de bestaande +kerken moeten niet worden met opheffing bedreigd, van-zelf zou dit wel +geschieden. Maar de priesters zouden evenwel bij de wet gedwongen +moeten worden, een examen af te leggen in de positieve +wetenschappen.</p> +<p>In het vierde deel, dat in 1818 uitkwam, zijn wij weder op +<span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name= +"pb30">30</a>]</span>praktisch terrein. De maatschappelijke kwestie, +zegt de Saint-Simon daarin, geldt <span class="ex">de kwestie van den +eigendom</span>. De eigendom moet geconstitueerd worden, met het oog op +het groote welzijn van de maatschappij, onder het tweeledige +gezichtspunt dat van den rijkdom en dat der vrijheid. Men moet het +eigendomsrecht inrichten en bepalen op een wijze, die het gunstigst is +voor het aangroeien van den rijkdom en voor het vermeerderen van de +vrijheid van den arbeid. Het eigendomsrecht moet in zijn volle kracht +blijven, maar de <span class="ex">uitoefening</span> van dat recht op +deze of gene wijze, moet worden bepaald door een wet. En de Saint-Simon +maakt in dit opzicht geen onderscheid tusschen de landbouw, het +handels<span class="corr" id="xd19e1027" title="Niet in bron">-</span> +en het fabriekswezen. Bij het <span class="corr" id="xd19e1030" title= +"Bron: handel-">handels-</span> of fabriekswezen is de man die werkt en +kapitalen opgenomen heeft, de meester dier kapitalen; bij den landbouw +blijft hij die het land verpacht, die dus niet zelf aan het land werkt, +de voorname rol vervullen. De oude kooplieden en handwerkers, hebben +door vrijkooping hunner gemeenten hunne rechten moeten koopen; de +rechten van de eigenaars van den grond echter steunen op verovering, +steunen op het recht van den sterksten. De Saint-Simon wil aldus aan de +landbouwende standen, de „agricole industrieelen” dezelfde +rechten geven tegenover de grondeigenaren, als de kooplieden en +nijverheidsmannen die reeds bezitten tegenover de lieden van het +kapitaal. De vastheid van invloed, die den grondeigendom heeft, moest +volgens hem, ophouden te bestaan. Bij de volle eerbiediging van den +grondeigendom als zoodanig, wil hij den grondeigenaren niet geheel vrij +laten in de uitoefening van deze hunne rechten; het individueele +eigendomsrecht kan volgens hem, slechts worden gewettigd door het +algemeene en het gemeenschappelijke nut dat er verkregen wordt, door de +uitoefening van dat recht. Het nut kan veranderen, al naar mate de +tijdomstandigheden veranderen.</p> +<p>Men schept daardoor eene klasse van landelijke industrieelen, die +opkomen voor hun grond, die mede betalen in de belasting, die dus ook +invloed uitoefenen op het parlement en die aldaar „de politieke +partij van den arbeid” kunnen helpen versterken.</p> +<p>Saint-Simon wilde de voorwaarden waaronder de eigenaars hunne +gronden kunnen laten verpachten goed zien vastgesteld en evenzoo de +bepalingen, waarbij de eigenaars verplicht kunnen worden bij te dragen, +in de verbetering van dien grond. Van groote waarde is ook voor de +Saint-Simon het nut van grondcrediet-banken.</p> +<p>Als dus zoodoende de landbouwkwestie zal kunnen worden gerangschikt +onder de categorie van industrieele zaken, dan zal <span class= +"pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span>de +landbouw uit haar staat van verval op te heffen zijn en een bloeiend +leven kunnen gaan leiden, evenals dit de industrie deed. Een zaak +achtte de Saint-Simon hard noodig, en dat was de meerdere verbreiding +van de kennis der economie. Onder die economie rekende hij +vóóral die van Adam Smith en J. B. Say. De economisten +zijn volgens hem, en in bovenstaanden zin opgevat, de beste +bondgenooten van de arbeidende klassen.</p> +<p>In 1819 gaf de Saint-Simon een verhandeling over de politiek uit, +getiteld: „<i lang="fr">La Politique</i>”, of zooals de +ondertitel luidde: „<span class="ex">Verhandelingen over de +politiek, zooals zij aan de menschen der 19e eeuw voegt, door eene +vereeniging van letterkundigen</span>.” Dit geschrift is bijna +uitsluitend van polemischen aard en is vooral gericht tegen de +geringschattende wijze, waarop er destijds over den arbeid, van +machthebbende zijden werd gesproken. De eigenaars, de bezitters werden +toenmaals verklaard te zijn de eenige mannen van kennis en geschikt om +het land te besturen. Dit was de Saint-Simon te veel. Hij riep alle +produceerenden op, om eene nationale partij te vormen, tegenover de +door de van reaktionaire zijde samengeperste nationale partij van +uitsluitend mannen van grondbezit en groot-kapitaal. De klasse der +produceerenden riep hij toe, dat zij zich moest bemoeien met de +politiek „dat zij was die der bijen van de maatschappij en dat +zij verlost moesten worden—zichzelven moesten verlossen—van +de hommels.” Hij ried hun aan, eene petitie tot den koning te +richten, met de bede: „<i>Sire, wij zijn de bijen, verlos ons van +de hommels!</i>” Dan zal het begrepen worden, dat de producenten +de kracht van het land zijn en dat het niets dan materialisme is, +wanneer alleen de nationale vertegenwoordiging berustte op de macht van +den grondeigendom en het aktieve element van den arbeid van elken +invloed op den gang van zaken bleef buiten gesloten. Het geschrift is +dan ook in twee afdeelingen gesplitst. Het eerste heet: „<i lang= +"fr">Le parti national ou industriel, comparé au parti +anti-national</i>” („De nationale of industrieele partij, +vergeleken bij de anti-nationale partij.”) Het tweede: +„<span lang="fr">Sur la querelle des abeilles et des frelons, ou +sur <span class="corr" id="xd19e1058" title="Bron: ls">la</span> +situation respective des producteurs et des consommateurs +non-producteurs</span>” („Over de twisten der bijen en der +hommels of bijzonderlijk over de positie van de voortbrengers en de +verteerders niet-voorbrengers.”)</p> +<p>Omstreeks dezen tijd was het, dat de Saint-Simon de medewerking van +zijn leerling <span class="corr" id="xd19e1064" title= +"Bron: en en">en</span> „geadopteerden zoon,” Augustin +Thierry verloor. Zij gingen uiteen omdat beider opvattingen bleken te +zeer uiteen te loopen. Thierry heeft later groote naam gemaakt als +historicus, <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name= +"pb32">32</a>]</span>en het is in deze hoedanigheid dat wij hem nog +verderop met een enkel woord ook zullen hebben te noemen. Hij is met +zijn historische werken tevens ook niet zonder eenige invloed op de +ontwikkeling van Karl Marx en diens geschiedsphilosophie geweest.</p> +<p>In plaats van Thierry trad nu als „leerling”, d. w. z. +als medewerker van de Saint-Simon Auguste Comte op, eveneens een man +die zich later onafhankelijk van zijnen vroegeren meester, een +beroemden naam gemaakt heeft, door zijn positivistisch-philosophische +denkbeelden. Ook was de tijd dat de Saint-Simon „<span class="ex" +lang="fr">L’Industrie</span>” uitgaf, blijkbaar voor dezen +een goeden tijd, althans in finantieel opzicht. Dit laatste echter in +zooverre, dat de uitgave van dit boek met milde hand werd gesteund door +bankiers als Perier, Lafitte enz., zoowel als door edellieden van naam +als de hertog de Broglie en de hertog de la Rochefoucauld, van wien er +later weder terugkrabbelden toen de Saint-Simon zijn +„<span class="ex" lang="fr">morale terrestre</span>” in +plaats van de „<span class="ex" lang="fr">morale <span class= +"corr" id="xd19e1079" title= +"Bron: céléste">céleste</span></span>” +gesteld wenschte te zien.</p> +<p>In den aanvang van 1820 verscheen „<i lang= +"fr">L’Organisateur</i>”, dat een positief plan bevatte tot +wijziging van het maatschappelijk bestuur en tot samenstelling van het +Parlement.</p> +<p>De Saint-Simon ging hierin wederom van het begrip uit, dat de +19<sup>e</sup> eeuw de nieuwe stelsels moest organiseeren, gelijk de +18<sup>e</sup> <span class="corr" id="xd19e1095" title= +"Bron: critiesch">critisch</span> is te werk gegaan. Hij geeft hier al +dadelijk zijn standpunt omtrent den arbeid in zijn geheel aan, door het +bekende beeld, dat onder den naam van „<i lang="fr">le +Parabole</i>” („de gelijkenis”) beroemd is geworden. +Hij zegt: „Gesteld dat op een nacht in Frankrijk stierven: de 50 +eerste natuurkundigen, de 50 eerste scheikundigen, de 50 eerste +physiologen, de 50 eerste mathematici, de 50 eerste dichters, de 50 +eerste schilders, de 50 eerste beeldhouwers, de 50 eerste musici, de 50 +eerste letterkundigen, de 50 eerste mechanici, de 50 eerste ingenieurs, +de 50 eerste artilleristen, de 50 eerste architecten, de 50 eerste +doktoren, de 50 eerste wondheelers, de 50 eerste pharmaceuten, de 50 +eerste zeevaartkundigen, de 50 eerste uurwerkkundigen, de 50 eerste +bankiers, de 200 eerste kooplieden, de 100 eerste +landbouwers<span class="corr" id="xd19e1101" title="Bron: ;">,</span> +de 50 eerste bestuurders van hoog-ovens en van metaalfabrieken, de 50 +eerste wapenfabrikanten, de 50 eerste bestuurders van leerlooierijen, +de 50 eerste metselaars, de 50 eerste timmerlieden, de 50 eerste +schrijnwerkers, de 50 eerste smeden, de 50 eerste slotenmakers; kortom, +een cijfer van drieduizend van de eerste mannen van wetenschap, +techniek, kunst en arbeid, zou Frankrijk in ééne nacht +moeten verliezen. Dan zou, volgens de Saint-Simon, Frankrijk als met +één slag de <span class="pagenum">[<a id="pb33" href= +"#pb33" name="pb33">33</a>]</span>ziel van zijn leven verliezen, in +rang beneden andere <span class="corr" id="xd19e1107" title= +"Bron: natieën">natiën</span> dalen en eene geheele nieuwe +generatie zou er noodig zijn om het geleden verlies weder te boven te +komen. Maar als nu eens Frankrijk al die mannen behield, doch op +ééne nacht, zou het land evenzoo plotseling verliezen: +„Monsieur” (de broeder van den Koning), de hertog van +Angoulème, de hertog van Berrij, de hertog van Orleans, de +hertog van Bourbon, de hertogin van Angoulème, de hertogin van +Berrij, de hertogin van Orleans, de hertogin van Bourbon en +mejonkvrouwe van Condé. Gesteld dat daarnevens op +ééne nacht aan Frankrijk, àl de groot-officieren +van den Kroon, àl de ministers van Staat, <span class="corr" id= +"xd19e1110" title="Bron: al">àl</span> de Staatsraden, àl +de leden van de rekenkamer, àl de Maarschalken, <span class= +"corr" id="xd19e1113" title="Bron: ál">àl</span> de +Kardinalen, àl de Aartsbisschoppen, groot-vicarissen en +kanunikken; àl de prefecten en onder-prefecten, àl de +beambten der ministeries; alle rechters en nog bovendien de tienduizend +rijkste inwoners het land zouden ontvallen, het ongeluk zou zeker te +bejammeren zijn, zegt de Saint-Simon, maar het land zou geen +noemenswaarde schade door deze <span class="corr" id="xd19e1116" title= +"Bron: verlezen">verliezen</span> lijden. Het verlies zou +zéér spoedig te vergoeden zijn!—En toch zegt hij, +hebben al deze menschen, wiens verlies den Staat niet, of zeer weinig +voelen zou, den grootsten invloed in onze maatschappij, toch hebben zij +méér te zeggen, dan de overgroote massa van producenten +en nijveren.”</p> +<p>„De armen moeten mild zijn voor de rijken; de onbekwamen +hebben den taak, den bekwamen te leiden en te regeeren. Het is zeker in +Frankrijk de omgekeerde wereld!”</p> +<p>„Het is alsof de maan de zon verlicht,” zoo zegt hij +vervolgens, „wanneer men ziet, dat de mannen der oude orde, de +mannen der conjecturale wetenschappen, leiding meenen te kunnen geven +aan nieuwe dingen, aan nieuwe wenschen, aan eene nieuwe orde van zaken, +aan den bedrijvige, positieve vooruitgang.” De leiding moet komen +aan de kundigsten en aan de bedrijvigsten en de regeerders moeten er +toezicht op houden, dat de arbeid ongestoord plaats kan vinden. De +arbeid is er, volgens de Saint-Simon, niet om de regeering, omgekeerd, +de regeering is er om den arbeid.</p> +<p>Er worde dus gevormd eene eerste Kamer, welke hij „Kamer van +Inventie” noemt. Zij zal bestaan uit drie secties. De eerste +sectie zal bestaan uit 200 ingenieurs, de tweede uit 50 dichters of +literatoren, die nieuwe denkbeelden hebben, de derde uit 25 schilders, +15 beeldhouwers of architecten en uit 10 musici. Zij zal zich moeten +bezig houden, met het ontwerpen van werken van openbaar nut, ten doel +hebbend den rijkdom van Frankrijk <span class="pagenum">[<a id="pb34" +href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>te doen vermeerderen en het lot +van zijn inwoners te verbeteren. In de tweede plaats moet deze Kamer de +openbare instellingen organiseeren. De leden dezer Kamer hebben zitting +voor vijf jaren, zijn herkiesbaar en hebben eene persoonlijke toelage +van 10,000 francs.</p> +<p>Dan worde er gevormd een tweede Kamer, die „Kamer van +Onderzoek” zal genaamd zijn. Zij zal eveneens bestaan uit 300 +leden, waarvan 100 natuurkundigen, die zich <span class="corr" id= +"xd19e1130" title="Bron: hevig">bezig</span> hebben <span class="corr" +id="xd19e1133" title="Bron: gehouden">te houden</span> met de kennis +van de georganiseerde natuur, 100 physici, die zich met lichamelijk +onderzoek, zoowel van menschen, dieren en insecten bezig houden en 100 +beoefenaren van de meetkunde. Deze Kamer zal al de ontwerpen van de +Eerste Kamer moeten onderzoeken en toetsen aan hunne kennis en aan de +ervaring. Zij moet de ontwerpen van wetten voor het onderwijs<a id= +"xd19e1136" name="xd19e1136"></a> maken en invoeren. Het onderwijs moet +zooveel mogelijk pasklaar, aan de praktische behoeften des volks, +worden gemaakt en daarom in drie trappen worden verdeeld. Er mag +alleen, in geen der drie soorten van onderwijs, sprake wezen van +godsdienstig onderwijs. De Saint-Simon meent dat, daar ieder vrij is in +het uitoefenen van den godsdienst dien hij verkiest, iedereen ook +persoonlijk moet weten, welke godsdienstige opleiding hij zijne +kinderen moet laten geven. Ook moet deze Kamer een geregeld toezicht +houden op de openbare opvoeding.</p> +<p>De leden dezer Kamer genieten mede 10,000 francs per jaar +persoonlijke toelage, worden eveneens voor vijf jaren gekozen, en zijn +eveneens herkiesbaar.</p> +<p>Daarna komt de derde Kamer, waaronder de Saint-Simon zooveel als het +„Huis der gemeenten” in Engeland verstaat, en die hij +„<span class="ex">Kamer van uitvoering</span>” noemt. En in +deze moet elke tak van den arbeid goed en evenredig vertegenwoordigd +zijn. De leden dezer Kamer genieten géénerlei toelage, +omdat zij vrij zijn door den arbeid dien zij verrichten. Zij is belast, +niet alleen met de uitvoering van de door de beide eerste Kamers +vastgestelde en aangenomen wetsontwerpen, maar ook met het uitschrijven +en het heffen van belastingen.</p> +<p>Het parlement zal eene nieuwe „<span class="ex" lang="fr">Code +civil</span>” (<span class="corr" id="xd19e1150" title= +"Niet in bron">„</span>Burgerlijk wetboek<span class="corr" id= +"xd19e1153" title="Niet in bron">”</span>) en eene nieuwe +„<span class="ex" lang="fr">Code criminel</span>” +(<span class="corr" id="xd19e1159" title= +"Niet in bron">„</span>Wetboek van Strafrecht”) +vaststellen. Het zal den eigendom op nieuwe grondslagen vestigen, +gunstiger voor de voortbrenging in de maatschappij; een stelsel van +algemeene verdediging, dat zoo weinig mogelijk een staande leger +noodzakelijk maakt en een stelsel van algemeene volksweerbaarheid +ontwerpen. De Saint-Simon verwacht, dat als alle staten rondom +Frankrijk zich evenzoo zullen hebben gereorganiseerd, <span class= +"pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>oorlog +niet zal voorkomen en dus alle verdedigingsmiddelen overbodig zullen +worden. Een schadeloosstelling van twee milliard, zal worden toegestaan +aan hen, die onder deze nieuwe orde van zaken schade zullen lijden.</p> +<p>De menschen zullen het een „utopie” noemen, zegt de +Saint-Simon, zulk een plan! Maar dit komt, volgens hem, omdat de +menschen geen begrip hebben van de geschiedenis; geen kennis hebbende +van den loop der beschaving spreken zij van +„utopieën”. Het is zeer te bejammeren, zegt hij, dat +de geschiedenis een tak is van de wetenschap der letteren, en niet +wordt beschouwd als een wetenschap op zich-zelve, wat zij is.</p> +<p>Intusschen, terwijl zich een aantal leerlingen om de Saint-Simon +geschaard hadden, verergerde zijne pecuniaire positie zeer. Hij ging +zijn zestigsten levensjaar in, kon zijne geschriften alleen maar +gedrukt krijgen, door zich telkens en telkens te vernederen en openlijk +vernederd te worden, en de geringe opbrengst ervan, was niet in staat +om hem in het leven te houden. Van teleurstelling en van armoê +werd hij wanhopig en op een morgen in de maand Maart 1823, vonden zijne +jongeren hem met een kogel in het hoofd liggen op zijn kamer, evenwel +niet doodelijk gewond. Hij herstelde weder, maar moest een oog +verliezen, terwijl zijn gezondheid van nu af zeer zwak en wankel was +geworden. Twee jaren leefde hij nu nog, en in dien tijd zagen nog het +licht: „<span class="ex" lang="fr">Catéchisme des +<span class="corr" id="xd19e1171" title= +"Bron: Industrieels">Industriels</span></span>” en het beroemde +boek „<span class="ex" lang="fr">Le Nouveau +Christianisme</span>” („Het nieuwe Christendom.”)</p> +<p>In de „<span class="ex">Catéchisme</span>” heeft +de „<span lang="fr">science générale</span>” +waarover de Saint-Simon het zoo vaak heeft, die hij met zooveel +hopelooze inspanning verdedigt, haar uitgangspunt in de „idee der +Industrie.” Wat de industrie is naar haar wezen en welke gestalte +zij in de geschiedenis van Frankrijk heeft aangenomen, welke aanspraken +zij kan doen gelden en welken som van geluk in de samenleving zij heeft +doen geboren worden, alle deze vraagstukken liggen aan deze +verhandeling ten grondslag. Hij begint met de begrippen, industrieel en +arbeider te ontleden. Een industrieel is iemand, die der samenleving de +middelen verschaft om in stand te blijven en om de behoeften der +menschen te bevredigen. De klasse van menschen, die zulks doen, +behooren den eersten rang in te nemen; zij kan allen ontberen, niemand +echter haar. Daar alles dóór de industrie geschiedt, zoo +geschiede ook alles vóór haar. Zij vormt de groote massa +van de natie, zij vormt het overwicht aan physieke kracht, zij bezit de +talenten en de intelligenties. Hoe was het nu mogelijk, dat +<span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name= +"pb36">36</a>]</span>zij onderdrukt werd, door een kleiner en zwakker +aantal? En hierop antwoordt de Saint-Simon, door ons historisch uiteen +te zetten, de verhouding waarin de industrie tot de staatsmacht +staat.</p> +<p>De Franken zijn, naar zijne voorstelling, als de krijgslieden van +Frankrijk te beschouwen, en tegelijkertijd als de bezitters van grond +en bodem; door hen werden de Galliërs onderworpen, die nòch +wapens, nòch vermogen hadden, en niets als hunne arbeidskracht +bezaten. Beide deelen van het Fransche volk kwamen alsnu, vijandig +tegenover elkander te staan; deze heerschend en slechts verteerend, +gene onderworpen en werkzaam. Nog bij de troonsbestijding van Lodewijk +XI waren deze klassen scherp gescheiden. Deze koning echter verbond +zich met de industrieelen, de laatsten kwamen daardoor langzamerhand +tot persoonlijke vrijheid en bezit van geld, terwijl de militaire +klasse der Franken, nog altijd aan haar bezit van den grond vasthield. +Hierdoor ontstond voor het eerst in Frankrijk de tegenstelling in +bezit, die van de eigenaren van geld en industrie en die van den grond. +Tot aan Lodewijk XIV toe vormden grondbezitters, fabrikanten en +handelslieden, drie afzonderlijke corporaties. Maar onder deze laatste +koning begon de industrie zich te ontplooien en een element in zich te +vormen, dat hare geheele gestalte begon te vervormen. Uit de +concurrentie en de behoefte van den afzet, vormde zich de wereldhandel, +die op hare beurt eene klasse van bankheeren in het leven riep, die +bemiddelaars der betalingen werden en in wiens handen het eigenlijke +voordeel terecht kwam; met hen begon de periode van het credietwezen in +de geschiedenis. Het crediet behoort, naar zijn wezen, den grooten +bankheeren en kooplieden toe; om hen te gebruiken, leenen dezen den +fabrikanten en den arbeidenden. Dezen breiden daardoor hunne zaken uit +en daarvandaan komt het, dat de eigenlijke macht van het geld en alles +wat daardoor geschiedt en mogelijk is, in handen van den bankiers over +is gegaan. Als nu de Staat geld noodig had, boden zij het hem aan, maar +onder zekere voorwaarden, en hier vangt den tijd aan, waarin de +geldwisselaars, de bezitters van het crediet zelfs over de +industrieelen konden zegevieren en zich van den Staat meester konden +maken. Op deze wijze was het ook mogelijk, dat zich de industrieele +wereld zelve splitste in twee klassen, die van de <i>eigenlijke</i> +industrieelen, zij die <i>arbeiden</i>, en die van de +slechts-bezittenden; de eersten onderworpen, de laatsten heerschend. De +oude tegenspraak ziet men hier van nieuw af aan opkomen: zij die het +diepst onderdrukt zijn, vormen de beste klasse van de maatschappij. Zoo +komt het resultaat dan te voorschijn, dat de natie, het volk is +<span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name= +"pb37">37</a>]</span>industrieel; de regeering <span class="corr" id= +"xd19e1197" title="Bron: fëodaal">feodaal</span>. Terwijl de +bankiers van alle landen, den gouvernementen het crediet van de +industrie tegen hoogen interest verkoopend en zich verheffend op de +puinhoopen van de ineengeslagen leenheerschappij, den toestand van +onderworpenheid van voren af aan zijn gaan bevestigen. Nevens hen +verheft zich eene eigenaardige klasse, die zich tusschen beide klassen +in stelt; beiden dienend, maar die den eene in haar ziel vijandig is, +terwijl zij de andere beheerschend, beiden in stand houdt. Dat is de +klasse der „Legistes”, waaronder speciaal de advokaten +behooren. Zij vormen met de bankheeren tezamen, eene middelklasse en +zijn de eigenlijke „liberalen,” die tegenover de +„<span class="corr" id="xd19e1200" title= +"Bron: Industrieeleen">Industrieelen</span>” staan. Men vergist +zich zéér, zegt de Saint-Simon, wanneer men beide voor +identiek houdt; integendeel is het liberalisme van eerstgenoemde +klasse, niets als een verkapt egoïsme en de leuze van hunne +leiders tegenover het gouvernement, komt op niets anders neer, dan op +het „<span lang="fr">ôte-toi de là, que je m’y +mette!</span>” („Verwijder u van deze plaats, opdat ik mij +er neder kunne zetten!”)</p> +<p>De ware grondzuilen van het eeuwigdurend welzijn der menschelijke +maatschappij, zijn de <span class="corr" id="xd19e1209" title= +"Bron: industriëelen">industrieelen</span>. „Want,” +zoo roept hij uit, „het is duidelijk, dat de industrieele +heerschappij die is, welke den menschen de grootste som van algemeene +en <span class="corr" id="xd19e1212" title= +"Bron: indus-dueele">individueele</span> vrijheid kan geven en dat +<i>zij</i> alleen aan de moraal de grootste macht in de samenleving kan +verzekeren. Het is verder duidelijk, dat de samenleving van-uit de +feodale heerschappij naar die der industrieele, niet kan worden +overgeleid, door het bloote zakenleven van het bestuur; beiden staan +diametraal tegenover elkander. De eerste wil de grootst mogelijke +ongelijkheid onder de menschen, het laatste, het industrieele systeem, +is gebouwd op de <span class="corr" id="xd19e1218" title= +"Bron: grootste">grootst</span> mogelijke gelijkheid van de +menschen.</p> +<p>„Daarom moet het rijk van de industrie <span class="ex">a +priori</span> gekend worden en deze „<span class="corr" id= +"xd19e1226" title="Bron: catechismis">catechismus</span>,” is het +bewijs, dat de menschelijke geest zich reeds tot die hoogte opgewerkt +heeft. Wat is evenwel de kracht eens gewonen ondernemers anders dan de +eenheid?<a id="xd19e1229" name="xd19e1229"></a> Daarom moet de +goddelijke, zoowel als de menschelijke moraal, den meest uitstekenden +geesten aan het werk stellen; het industrieele systeem in zijn +onderdeelen bloot leggen en de industrieelen zelven opeischen zich, ter +verwerkelijking kunnen roeping te vereenigen.”</p> +<p>Dit is, in ’t kort, de inhoud van de „<span class="ex" +lang="fr">Catéchisme des Industriels</span>.” De +Saint-Simon is de eerste, die naar de innerlijke wetten van de +samenleving en de wetten welke haar besturen en op hare vorming en +gestalte van invloed zijn, heeft opgespoord; die hare verschillende +gestalten heeft blootgelegd en <span class="pagenum">[<a id="pb38" +href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>onderzocht heeft, +wáárdoor zij zich tracht te vervolkomenen. Hij vond de +klasse-tegenstellingen, in primitieven vorm, tusschen bezit en +niet-bezit; tusschen arbeid en kapitaal en tusschen, wat hij nog +noemde: „<span class="ex">de strijd der +standen</span>.”</p> +<p>De Saint-Simon’s laatste werk, waaraan hij arbeidde toen zijne +krachten hem reeds voor een goed deel begeven hadden, is +„<span class="ex" lang="fr">Le Nouveau +Christianisme</span>” geweest. Reeds in zijn „<i lang= +"fr"><span class="corr" id="xd19e1248" title= +"Bron: Systeme">Système</span> Industriel</i>” predikt hij +deze moraal: „God zeide: Bemint u en helpt u onder +elkander!”; hier begint hij de stelling te ontwikkelen, dat het +waarachtig goddelijke principe van de christelijke <span class="corr" +id="xd19e1252" title="Bron: regilie">religie</span> is: +„<span class="ex">de menschen zullen elkander als broeders +behandelen</span>.” God had zelf, wel-is-waar de christelijke +godsdienst gesticht, maar de later zich ontwikkelende clerus is een +misgeboorte der christelijke kerk; zij heeft den inhoud van het +goddelijke christendom, tot een <span class="corr" id="xd19e1258" +title="Bron: menschelijk">menschelijke</span> gemaakt. Het is dus de +taak van onzen tijd, om de godsdiensten weder terug te voeren tot +hunnen waren oorsprong; ze te zuiveren van elk <span class="corr" id= +"xd19e1262" title="Bron: egöistisch">egoïstisch</span> en +tweeslachtig bijmengsel en om de menschheid op het nieuwe Christendom +voor te bereiden.</p> +<p>Hij klaagde den Paus en zijn kerk van ketterij aan; het onderwijs +dat de geestelijkheid den leeken geeft, is valsch en leidt, volgens +hem, van het ware Christendom af. Want in plaats van de levende moraal +der liefde te prediken, stelt de katholieke kerk het doode dogma aan +den spits en in plaats van de kennis te doen vermeerderen, zoekt zij de +leeken absoluut zich van haar afhankelijk te maken. Hij klaagde den +paus van <span class="corr" id="xd19e1267" title= +"Bron: hearesie">haeresie</span> aan en ook dat hij in zijn eigen Staat +een bestuur in stand houdt, die de moreele en physieke belangen van de +behoeftige klasse in den weg staat, en dan ook nog hiervan, dat de Paus +en de kardinalen, zoomede de geheele geestelijkheid geheel uit den tijd +zijn en tegenwoordig zeer gemist kunnen worden.</p> +<p>De protestantsche kerk critiseert hij eveneens. Hij erkent, dat +Luther met de Reformatie der beschaving een grooten dienst bewezen +heeft, maar in het andere gedeelte der Hervorming, dat der opbouw van +den godsdienst, heeft Luther zijnen navolgers nog veel te doen +overgelaten. De protestanten hebben dan ook eene moraal welke, bij die +zooals zij aan den tegenwoordigen stand der beschaving past, verre ten +achterstaat. De protestantsche cultus is bovendien „zonder eenige +bekoring, onschoon en koud”, in plaats van de aanbidding van het +Hoogste te doen vieren met behulp van den kracht van den schilder, den +dichter en de macht van de muziek. Ook gelooft het protestantisme aan +een gebrekkig dogma. Luther gebood den Bijbel te lezen en niets +<span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name= +"pb39">39</a>]</span>dan den Bijbel. Het lezen van den Bijbel heeft +zeker groote voordeelen gegeven, maar ook groote nadeelen. Het +<span class="ex">ware</span> dogma heeft geen gebreken.</p> +<p>De Saint-Simon stelt nu als positief dogma op deze moraal: „in +het nieuwe Christendom zullen de menschen zich wederzijdsch als +broeders beschouwen.” Deze godsdienst „zal de samenleving +haar grootste doel, de snelste verbetering van het lot der arme klassen +tegemoet doen voeren.” De godsdienst is van nu af eene sociale +godsdienst geworden; haar uitgangspunt is de toestand van de +menschelijke samenleving „de terugvoering naar het aardsche +geluk.” Het woord van Christus: „Mijn Rijk is niet van deze +wereld!” werd niet begrepen. „Der religie moet men hare +zinrijke zijde teruggeven en den eeuwigen strijd tusschen materie en +kennis, tusschen lichaam en geest moet, in haar verzoend, ons +tegentreden.”</p> +<p>Toen de Saint-Simon zijn „<i lang="fr">Nouveau +Christianisme</i>” voleindigd had, hadden hem zijn laatste +krachten reeds bijna begeven. Hij hield zich toen bezig met de +oprichting van het blad „<span class="ex">Le +Producteur</span>,” maar hijzelf zag de verschijning daarvan niet +meer.</p> +<p>Toen hij zijn einde voelde naderen, riep hij de vertrouwden van +zijne gedachten voor zijn bed en zeide tot hen: „<span class= +"ex">Gij gaat een tijd tegemoet</span>, <i>waarin goed gecombineerde +inspanningen tot een ongekend resultaat moeten voeren; de vrucht is +rijp, gij zult ze plukken</i>.” En zich tot zijn meest geliefde +scholier, Olinde Rodrigues, wendend, zeide hij: „<i>Vergeet niet, +mijn zoon, dat men begeestering moet hebben, om groote dingen tot stand +te brengen! Mijn geheele werken laat zich tezamen vatten in deze eene +gedachte: alle menschen de verzekering der meest vrije ontwikkeling te +kunnen geven!</i>” Na eenige minuten, toen hij reeds met den dood +streed, riep hij uit: „<i>De toekomst is aan ons!</i>” Des +morgens den 19en Mei 1825, ontsliep hij in de armen van zijne +leerlingen.</p> +<p>De Saint-Simonistische School telde aanvankelijk vele jonge mannen, +die later tot de eersten intellecten hebben behoord. Het eerst stond +zij onder de leiding van <span class="ex">Bazard</span> en <span class= +"ex">Enfantin</span>, waarvan later de anderen zich afscheidden. Tot +hen behoorden behalve de reeds genoemden A. <span class="corr" id= +"xd19e1309" title="Bron: Thierrij">Thierry</span> en Comte, Buchez, +<span class="corr" id="xd19e1312" title="Bron: Pieure">Pierre</span> +Leroux, Adolphe Blanqui, Michel Chevalier, Ferdinand de Lesseps, +Felicien David, Armand Carrel enz. Velen hunner hebben De +Saint-Simon’s denkbeelden later of geheel, of halverwege +losgelaten.</p> +<hr class="tb"> +<p>Gelijk wij schreven, geheel onafhankelijk van De Saint-Simon leefde, +werkte en streed er in denzelfden tijd in Frankrijk een <span class= +"pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>ander +groot denker en een genie van even grooten soort als hij, voor het +geluk van de menschheid.</p> +<p>Beiden leefden in één land, doch kenden elkander niet, +hadden elkander nooit gezien of gesproken en voor zoover bekend, +stelden zij zich ook niet tegenover elkander, althans niet in het +openbaar.</p> +<p>Het tweede genie hier bedoeld was Fourier.</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">François Marie Charles Fourier</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">werd den 7en Februari te Besançon geboren uit +gegoede ouders. Zijn vader was groothandelaar. De jonge Charles toonde +reeds vroeg, een groot gevoel van ingeboren rechtschapenheid. Hij was +voor den handel bestemd, maar hij kreeg reeds als knaap een zoo +onoverwinnelijken afkeer van den handel, dat die op zijn geheele leven +den stempel heeft afgedrukt. Hij leerde niet alleen den handel haten, +maar ook verachten.</p> +<p>Hij zeide later zelf, dat men in den handel ophoudt het onderscheid +te leeren kennen, tusschen oprecht zijn en liegen. In katechismus en op +school, had men hem geleerd nooit te liegen, maar dan leidde men hem in +den winkel, om hem vroegtijdig in het edele handwerk van den leugen, of +in de kunst om te verkoopen zich te doen oefenen. Getroffen door het +bedrog en den zwendel van den handel, had hij meermalen den koopers +terzijde genomen, om hen te vertellen, hoe zij bedrogen werden. Een van +hen was zoo dankbaar hem te verraden, hetgeen hem van zijn vader een +pak slaag deed oploopen. En op een toon van verwijt, zeiden zijn ouders +dan ook meermalen „die jongen zal voor den handel nooit +deugen.” Inderdaad, bij Fourier was dan ook een diepen afkeer van +den handel gerijpt en, negen jaren oud, zwoer hij den handel een +eeuwigen haat.</p> +<p>Fourier was jong op een bankierskantoor geplaatst in Lyon, maar hij +liep weg, verklarende nooit een koopman te willen worden. In 1790 kwam +hij naar Rouen, alwaar hij een positie als reiziger bekwam, als +reiziger naar Parijs, hetgeen in dien tijd een post van groot +vertrouwen was. Hij kreeg daardoor de gelegenheid, zoowat alle groote +steden van Frankrijk, Duitschland, Nederland en België te bezoeken +en daardoor kon hij veel studiën maken, omtrent buitenlandsche +toestanden.</p> +<p>Op al deze reizen bestudeerde <span class="corr" id="xd19e1336" +title="Bron: Forier">Fourier</span> het klimaat der verschillende +landen, de toestand van den bodem, de nijverheid, de bouworde van de +steden, de aanleg der straten en het karakter van de bewoners. Geen +architektuur was er in de door hem bezochte steden, die hij niet kende. +Alleen voor de talen <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" +name="pb41">41</a>]</span>had hij weinig zin, daarvandaan de opmerking, +door hem uitgedrukt in zijn hoofdwerk „<i>De theorie van de +universeele eenheid</i>”, dat het eene der slimste gebreken van +het menschelijk geslacht was, de vele en verschillende talen te hebben. +Hij beschouwde ééne wereldtaal, waartoe hij het fransch +als de meest geëigende beschouwde, als eene der belangrijkste +voorwaarden, voor eene nieuwe, sociale orde van zaken.</p> +<p>In de Revolutieperiode verloor Fourier zijn vermogen. Maar ook met +den gang van zaken in de Revolutie kon hij zich geenszins vereenigen. +Naar zijne meening had het volk maar zeer weinig bij de Revolutie +gewonnen, daarentegen had die klasse, welke hij het meest onder allen +haatte, de handeldrijvende klasse, het meest daarbij gewonnen.</p> +<p>Niets kon dan ook Fourier meer in toorn brengen, bij de latere +ontwikkeling zijner <span class="corr" id="xd19e1348" title= +"Bron: dankbeelden">denkbeelden</span>, dan dat men hem op eene lijn +stelde met de „Jacobijnen” uit de Revolutie. „Neen en +duizendmaal neen!” zoo riep hij dan uit<span class="corr" id= +"xd19e1351" title="Niet in bron">,</span> „mijne theorieën +hebben niets te maken met die van deze lieden, noch iets met hunne +omverwerpende denkbeelden!” ....</p> +<p>Wat hij evenwel gezien had, dat was dit: terwijl de menschen der +Revolutie bezig waren alles met bloedig geweld neêr te slaan, wat +naar hunne begrippen aan het geluk van het vaderland in den weg stond, +het kapitaal evenwel, in den schrilste tegenspraak bleef ageeren, met +de gepredikte grondstellingen. Hij zag hoe de schaggerhandel, hoe de +levensmiddelenwoeker, de zwendel met de leverantiën bloeiden, en +hoe de plotseling rijk geworden opkomelingen hunne orgieën +vierden. En niet minder waren hem de oogen opengegaan voor de ellende +der massa, die haar leven voor de Republiek zoo heldhaftig gegeven had. +Al deze waarnemingen, die hij vooral de gelegenheid had volkomen te +maken, door wat hij dag aan dag in kleineren kring om zich heen zag, +brachten dezen denker op de gedachte, dat de samenleving niet juist +georganiseerd moest wezen. En hij zon op middelen, eene maatschappelijk +plan te ontwerpen, dat aan alle deze euvelen een einde kon maken.</p> +<p>Fourier, die van nature reeds een tegenzin had in de studie van +politieke vraagstukken, werd in deze weerzin versterkt, door de feiten +om hem heen. Hij zag de politieke stelsels <i>veranderen</i>, maar de +maatschappelijke euvelen <i>blijven</i>. Dit deed bij hem de gedachte +ontstaan, dat er tusschen de sociale toestand van de maatschappij en de +politieke geen wezenlijk verband bestond; de eerste is even +willekeurig, als den laatste; maar samenhang <span class="corr" id= +"xd19e1364" title="Bron: tusschenbeiden">tusschen beiden</span> bestaat +er niet volgens hem. <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" +name="pb42">42</a>]</span></p> +<p>Voor hem was het véél gewichtiger het uitgangspunt te +vinden, van waaruit alle beschaving en ontwikkeling ontsproot, en hij +meende, dat datgene wat een Newton voor de natuurlijke wereld had +gedaan, n. l. het ontdekken van de wetten der zwaartekracht, dat dit +moest geschieden voor de materieele wereld, en dat hij het was die dit +had te doen.</p> +<p>Dat hij, Fourier, deze wetten, die het uitgangspunt waren van een +geheel stelsel, hetwelk in staat was den menschheid het verloren geluk +te hergeven, had ontdekt was zuiver toeval, volgens hem. Andere +geleerden vóór hem hadden het ook kunnen doen, en een +eigenaardige beschouwing is het dan ook van hem, dat de 400,000 dikke +boekdeelen, welke er in den loop der tijden waren geschreven en die in +Bibliotheken opgestapeld lagen, van zéér twijfelachtige +waarde voor de menschheid en haar geluk waren.</p> +<hr class="tb"> +<p>In 1808 publiceerde Fourier nu ook zijn <span class="corr" id= +"xd19e1377" title="Bron: zeerste">eerste</span> en +principieel-wetenschappelijke werk: „<i lang="fr">La <span class= +"corr" id="xd19e1382" title="Bron: theorie">théorie</span> des +quatres mouvements et des destinées generales</i>.” +(„De leer van de vier bewegingen en der algemeene +bepalingen”) genaamd.</p> +<p>De gedachtengang door Fourier daarin ontwikkeld, is de volgende. De +wereld bestaat uit drie eeuwige, ongeschapene en onverstoorbare +grondstellingen:</p> +<ul> +<li>God, of den geest, actief en bewegend principe;</li> +<li>de materie, passief en bewogen principe;</li> +<li>de gerechtigheid of de mathematische wetten, regelend +principe.</li> +</ul> +<p>Analoog aan het wereld-al, bestaat ook den mensch uit drie +principes, namelijk:</p> +<ul> +<li>de drijfveeren (passiones), aktief en bewegend principe;</li> +<li>het lichaam, passief en bewogen principe;</li> +<li>de intelligentie, neutraal en regelend principe.</li> +</ul> +<p>God, welke de leider en bestierder is van het wereld-al, kan alleen +de éénheid en de harmonie ervan willen, anders zou hij +met zichzelve in tegenspraak komen. Daarom bestaat er een onafgebroken +keten van betrekkingen tusschen de drie rijken der natuur—dieren, +planten, mineralieën—en de menschen; tusschen den menschen +en God, gelijk tusschen den menschen en den aardbol en het gansche +planeten- en wereldsysteem. Terwijl God den menschen schiep, hen van +drijfveeren en hartstochten voorzag, wilde hij, dat de menschen +daardoor gelukkig zouden worden. Het is dus niet aan te nemen, dat deze +drijfveeren schadelijk zouden zijn, dat van deze hartstochten +<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name= +"pb43">43</a>]</span>de eene of de andere zoude moeten worden +onderdrukt of onbevredigd behoeven te blijven. Integendeel, eene +bevrediging daarvan, schept veelmeer de harmonie van den mensch met +zich-zelf en met God. Wanneer wij desniettegenstaande zoo dikwerf zien, +dat deze hartstochten bij de menschen, zich in eene schadelijke +richting openbaren en werken, dan bewijst dit niets tegen dezen, +<i>maar tegen de sociale organisatie van de maatschappij, welke deze +hartstochten op valsche wijze zoekt werkzaam te doen zijn, of ze zoekt +te onderdrukken</i>.</p> +<p>Het zijn vijf bewegingen, welke de wereld voortbewegen en haar hare +bestemming doen naderen:</p> +<ul> +<li>1. De normale beweging; wetten der aantrekking voor imponderabele +elementen, electriciteit, magnetisme, reuken.</li> +<li>2. De dierlijke of <span class="corr" id="xd19e1420" title= +"Bron: instinkmatige">instinktmatige</span> beweging; wetten der +aantrekking voor drijfveeren en instinkten van alle geschapen wezens +hoe en wanneer zij ook waren, zijn en zullen zijn.</li> +<li>3. De organische beweging: wetten der aantrekking voor de +eigenschappen der lichamen: vorm, kleur, smaak, reuk, enz.</li> +<li>4. De materieele beweging—reeds door de mathematici (Newton) +ontdekt—wetten der aantrekking en gravitatie der wereldlichamen +(Planeten en vaste sterren). De kometen zijn, volgens Fourier, +irregulaire lichamen die het wereldruim doortrekken.</li> +<li>5. De sociale beweging—het eigenlijke steunpunt van het +geheel—de wetten, welke de orde en de opeenvolging van de +verschillende sociale gestalten op alle wereldlichamen regelen.</li> +</ul> +<p>Het middelpunt dezer sociale wetten is de mensch, die daardoor, in +den grond der zaak, tot het middelpunt van het geheel wordt en om wien, +ten slotte, zich alles draait. Wat zou, zoo vraagt Fourier, de wereld +voor een ander doel hebben, wanneer zij niet geschapen was voor de +menschen?</p> +<p>De bestemming van den mensch is het geluk, dat in de ontwikkeling +van geheel zijnen aanleg, de bevrediging van al zijne hartstochten +ligt. De mensch behoort te genieten en nogeens te genieten, alles +waartoe zijn hart hem dringt. Deze bestemming was den mensch door God +toegedacht.</p> +<hr class="tb"> +<p>Fourier legt op het akkerbouwbedrijf of de agricole associatie het +hoofdgewicht; hij ziet het zelfs voor de eigenlijke grondslag aan van +het menschelijk bestaan, die welke de meeste en de <span class= +"pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name= +"pb44">44</a>]</span>aangenaamste afwisseling geeft. Maar ook de +gansche huiselijke bezigheid, de huishouding in hare uitgebreidste +opvatting; handel en nijverheid; opvoeding; de kunsten en de +wetenschappen, zij allen moeten sociëtair bedreven worden.</p> +<p>De arbeid is volgens Fourier, een noodzakelijkheid voor alle +menschen zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, maar zij moet +geene last, maar een lust wezen. Zij moet in een woord gezegd: +aantrekkelijk zijn. En dit kan zij alleen wezen, wanneer ieder in die +richting drijven kan, waarheen zijne gaven en aanleg hem dringen, tot +wat hem dus het meeste genoegen kon schenken. Daarnevens moet de +arbeid, dikwijls afwisselen en moeten ten dien einde, de arbeidstijden +slechts kort zijn.</p> +<p>Ten einde de verschillende tegen elkander in dwarrelende elementen +te kunnen leiden, is het noodig, dat zich groepen vormen van +gelijkgezinden, voor bepaalde bezigheden. Elk van deze groepen, kan +slechts negen personen omvatten. Er vormen zich evenveel groepen, als +er ondersoorten van arbeid bij eene bepaalde produktietak noodig zijn; +de verschillende groepen vormen: <span class="ex">eene serie</span>. +Daar twee menschen niet in alles dezelfde smaak kunnen hebben en ook +niet de voor alles gelijke aandrift, worden dezelfde personen, die +zooeven tezamen gearbeid hebben in ééne groep, in +tegenovergestelde arbeidsgroepen, of serieën van andere +produktietakken geplaatst. Niet alleen dus, dat er voortdurend +afwisseling is van arbeid, er is ook eene voortdurende afwisseling in +maatschappelijk verkeer bij dien arbeid. Deze voortdurende afwisseling +van arbeidsbeoefening en van de <span class="ex">personen</span> die +den arbeid beoefenen en de daaruit voortvloeiende, dan weder +aantrekkende, dan weder afstootende bewegingen, voldoen volgens +Fourier, aan de hoogste bevrediging, omdat juist daarbij alle +drijfkrachten in het spel komen. Maar zulk eene bevrediging zou nog +geen volkomene zijn, wanneer niet ook de voortbrenging van den rijkdom +door haar kon worden in stand gehouden. Daarom dacht Fourier een +stelsel uit, waarin den maatschappelijken arbeid, op den grondslag van +deze organisatie en samenwerking van alle drijfkrachten en geaardheden, +talenten en kundigheden, kon worden verricht. Het was het systeem van +de phalanstère.</p> +<p>Deze planmatig georganiseerde en geassocieerde bezigheid van +honderden van families, zal, naar Fourier verklaarde, in tegenstelling +tot de private en individueele voortbrenging en het private +ondernemerschap eene groote mate van besparing aan arbeidskracht, +werktuigen en tijd ten gevolge kunnen hebben eenerzijds; en door +geschikt aangewende en gecombineerde <span class="pagenum">[<a id= +"pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span>werkzaamheid van allen +anderzijds, eene vermeerdering van den rijkdom ten gevolge hebben, die +in vergelijking met die van thans verveertigvoudigd zou kunnen worden +en zelfs den armsten <span class="corr" id="xd19e1454" title= +"Bron: zôu">zoû</span> veroorloven eene bevrediging van +zijne behoeften, zóó rijkelijk als heden ten dage den +rijkste alleen, dit mogelijk was.</p> +<p>In de Fouriersche „phalanstère” blijft het +onderscheid in bezit voortbestaan. Fourier achtte dit zelfs +noodzakelijk voor de harmonie, die volgens hem juist uit eene geschikte +en verstandige combinatie van tegenstellingen voort kan komen. Zijn +socialisme was dat van verwijdering en van harmonie; van elkander +dáárom bekampende tegenstellingen, omdat zij niet +onderling verbonden en dus niet tot eenheid kunnen komen.</p> +<p>Daarom wendde hij zich steeds tot de grooten en aanzienlijken en +niet tot de geringen, tot de arbeiders of tot het volk. Alleen de +eersten waren in staat zijn plan te doen verwezenlijken.</p> +<p>In de „phalanstère” zou volgens Fourier kapitaal, +arbeid en talent zóó worden beloond, dat aan den arbeid +vijf-twaalfde, aan het kapitaal vier-twaalfde en aan het talent +drie-twaalfde van de arbeidsopbrengst ten goede komt. De beide +geslachten zullen volkomen op gelijken voet worden behandeld. Immers +zij werken, vergenoegen en beminnen zich, met- en onder elkander. Ook +de opvoeding van de kinderen behoort gemeenschappelijk te geschieden; +de kinderen zijn het derde neutrale geslacht en aan hunne opvoeding +wijdt Charles Fourier in zijne werken, groote en breede ruimte. Met +grondige diepte en met een wonderbaarlijk onderscheidingsvermogen, +heeft hij steeds over de opvoeding geschreven en geen pedagoog zal nog +heden ten dage deze bladzijden, niet dan met genoegen lezen.</p> +<p>Wat de verhouding van de geslachten tot elkander aangaat, deze is +door Fourier van een zeer ruim standpunt bekeken. De critiek, dien hij +uitoefent op het tegenwoordig huwelijk, zoowel op zijnen vorm als op +zijne uitwassen, behoort tot het scherpste wat daarover ooit is +gezegd.</p> +<p>Onder de nieuwe levensverhoudingen, gelijk Fourier ze ons die +schilderde, genieten de menschen niet alleen het volle geluk, zij +kunnen zelfs bij hunne, zooveel betere, gezondere en natuurlijker +levensverhoudingen een hoogeren ouderdom bereiken. Fourier spreekt van +het bereiken van een leeftijd van 144 jaren, als <span class="corr" id= +"xd19e1468" title= +"Bron: doorsnêe-leeftijd">doorsneê-leeftijd</span>.</p> +<p>Het gansche heelal, is volgens Fourier, die zich hierbij op +Schelling beroept „het spiegelbeeld van de menschelijke +ziel.” De wereld is ter wille van de menschen geschapen; na zijn +<span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name= +"pb46">46</a>]</span>dood wandelt den mensch van planeet tot planeet, +tot een steeds hoogere volkomenheid.</p> +<p>Elke planeet wordt geboren en heeft, gelijk den mensch, hare +kindschheid en hare ouderdom, op- en neêrgaande ontwikkeling, en +dood. Ook de menschheid sterft, en wel, na een totaal-levensduur van +80,000 jaren, die zich afwikkelen in vier phazen. De phaze der +kindschheid, in welke laatste periode wij ons bevinden, duurt: 35,000 +jaar en die van den nedergang eveneens<span class="corr" id="xd19e1477" +title="Bron: ;">:</span> 35,000 jaren. Dan volgt de phaze van de +ouderdomszwakte, weder met 5000 jaren, waarna de dood der menschheid en +die der aarde intreden. In de tijdruimte van 80,000 jaren beleeft de +menschheid 32 ontwikkelingsperioden—wij bevinden ons in de +vijfde, die der civilisatie—en in deze verschillende perioden, +zijn er <span class="corr" id="xd19e1480" title= +"Bron: verschillendde">verschillende</span> hérscheppingen, door +welke de dieren- en plantenwereld en ook het klimaat, in +overeenstemming met de hoogere ontwikkeling der menschen, zich tot +hoogere volkomenheid ontvouwen zal. Met de achtste periode, die van de +harmonie, vangt de dageraad van het geluk aan. Dan wordt de +noordpoolkroon (couronne boréale) geboren, die dan gelijk de +zon, niet alleen licht, maar ook warmte verspreidt en daarmede zullen +tal van nieuwe scheppingen ingeleid worden. De werkingen daarvan zullen +zijn, dat Petersburg zoowel als Ochotsk een klimaat zullen verkrijgen, +gelijk Cadix en Constantinopel; dat het klimaat van de Siberische +ijskusten, dat van Marseille en van den golf van Genua verkrijgt en dat +eene vruchtbaarheid van deze noordelijke deelen der aarde aanvangt, die +zal kunnen wedijveren met die van deze tropische gewesten. Gelijktijdig +zal door de inwerking van dit fluïdum en door de verandering der +klimaten, de zee zich veranderen en haar water een anderen smaak +verkrijgen. De bestaande, thans den mensch nog vijandige en schadelijke +zeemonsters als de haai enz., zullen verdwijnen en door andere +schepsels, als anti-haai, anti-walvisch vervangen worden, die den +menschen vriendelijk gezind zullen worden en zich door hen zullen laten +gebruiken tot het leiden van hunne schepen enz. Evenzoo op het land. +Alle wilde dieren, leeuwen, tijgers, luipaarden, wolven enz., alle +giftige reptielen en vergiftige schadelijke planten zullen verdwijnen +en plaats maken voor nieuwe, der menschheid nuttige gewassen.</p> +<p>Zoodra den ganschen aardbodem met phalanstères overdekt is, +zal zij twee millioen derzelven en vier milliard menschen aanwijzen. +Dan zal Constantinopel hoofdstad zijn van de wereld en zal de door alle +phalanstères gekozen „Omniarch”, als heerscher der +wereld, aldaar zijn zetel innemen. <span class="pagenum">[<a id="pb47" +href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span></p> +<p>Met het getal van vier milliard, is volgens Fourier, het maximum +bereikt dat het bevolkingscijfer bereiken kan; want wanneer ook de +menschen zich aanvankelijk sterk vermeerderen, de vruchtbaarheid van +het geslacht zal verminderen, naar mate nevens de mannen, ook de +vrouwen sterker zullen worden, hunne geestelijke en lichamelijke +ontwikkeling en opulente levenswijze toenemen zal. Fourier gelooft, +reeds voor onze samenleving de opmerking gemaakt te hebben, dat vrouwen +van groote lichaamskracht en lichaamsgestalte en onder gunstige +materieele verhoudingen levend, minder kinderen krijgen dan die van een +zwakkelijke en geringe constitutie. De eersten zijn zelfs dikwerf +onvruchtbaar.</p> +<p>Dezelfde veranderingen als op aarde, voltrekken zich ook op alle +overige planeten. Geheele nieuwe planeetsystemen zullen zich nog moeten +vormen, ten einde in de sterrenwereld denzelfde harmonie, het opperste +klavier (clavier majeure) te kunnen vestigen, zooals deze harmonie op +aarde gevestigd is in het klavier van de menschelijke ziel, dat 810 +karaktereigenschappen aanwijst.</p> +<p>Fourier rekent bij dit alles met bepaalde mathematische +verhoudingen; alle levensuitingen en levenschijnselen laten zich in +bepaalde mathematische getalverhoudingen uitdrukken. Fourier staat +hierbij geheel op den bodem van Pytagoras (540–500 +vóór Chr.), die gelijk bekend is, eene philosophie van de +getallenleer voor alle verschijnselen, leerde.</p> +<p>In 1829 verscheen Fourier’s tweede werk: „<span lang= +"fr">Le nouveau monde industriel et sociétaire</span>”. +(„De nieuwe industrieele en sociétaire wereld.”) Dit +boek bestaat uit één deel en is van alle werken van +Fourier wel het duidelijkst en helderst geschreven. Het kan, om de +beknoptheid waarin zijne denkbeelden erin vervat zijn, als de +quintessens van Fourier’s denkbeelden als hervormer, worden +beschouwd. Zeven jaren later gaf hij nogmaals een groot werk in het +licht, dat „Valsche industrie” genaamd was, maar dit boek +bevat geen nieuwe denkbeelden en is van beslist minder waarde, dan zijn +„<span lang="fr">Nouveau monde</span>” en zijn +„<span lang="fr"><span class="corr" id="xd19e1502" title= +"Bron: Theorie">Théorie</span> des quatres +mouvements</span>” dat zijn.</p> +<hr class="tb"> +<p>In 1848 hebben de scholieren van Fourier zijn gezamenlijke werken +uitgegeven, onder den titel: „<span class="ex" lang= +"fr">L’harmonie Universelle et le +Phalanstère</span>” („De algemeene harmonie en de +<span class="corr" id="xd19e1513" title= +"Bron: phanlanstère">phalanstère</span>”), waarin +Fourier zelf aan het woord is, omtrent zijne plannen en de ontdekkingen +zijner wetenschap. <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" +name="pb48">48</a>]</span></p> +<p>Hij zegt, dat nadat bij hem eenmaal den twijfel was geweken, dat de +toestand van ontbering, die overal heerschte, van nood en gebrek, het +overal-heerschend-bedrog, het handelsmonopolie en de slavenhandel, een +door God gewilde toestand was, dat hij toen tot de conclusie kwam, dat +deze gansche toestand er eene van overgang was voor de menschheid; een +toestand van verandering in de sociale orde van zaken. En hij maakte +’t zich tot een regel van zijn onderzoek: <i>de absolute twijfel, +en de absolute vermijding van de tot dusverre betreden wegen</i>. Hij +vroeg: wat kan er twijfelachtiger bestaan, dan deze onvolkomene +beschaving?—Wanneer er aan haar ook drie periodes voorafgegaan +waren, die van wildheid, patriarchaat en barbarisme, moet dan daaruit +worden opgemaakt dat zij de laatste is, alleen omdat zij de vierde is? +Kan er niet een vijfde, zesde of zevende sociale orde komen, die +wel-is-waar ons nog niet bekend kan zijn, maar dit alleen, omdat tot +nog toe niemand zich de moeite gegeven heeft van haar te ontdekken! Men +moet dus de noodzakelijkheid, de voortreffelijkheid, zoowel als de +voortduring van deze maatschappij, altijd en altijd in twijfel blijven +trekken. Dit hebben de philosophen nooit gedaan, omdat zij, zoo zegt +Fourier, dit nooit gewaagd hebben, dewijl dan de nietswaardigheid van +al hunne werken voor de menschheid meteen zou aan het licht gekomen +zijn!</p> +<p>In de eerste plaats hield Fourier zich bezig met de landelijke +associatie (association agricole) en bij het nadenken over haar, +geraakte hij tot de theorie der bepalingen. De oplossing van dit +vraagstuk, leidt volgens hem, tot die van alle politieke vraagstukken. +„De philosophen hielden de akkerbouw-associatie voor eene even +zoo groote onmogelijkheid, als de afschaffing der slavernij, omdat zulk +eene associatie tot nog toe niet bestond. Ziende, dat bij de +dorpsbewoners elk gezin op eigen gelegenheid arbeidt, konden zij zich +geen middel denken om hen te vereenigen. En toch zouden er reeds +talrijke verbeteringen kunnen ontstaan, wanneer men de bewoners van elk +vlek, kon vereenigen tot gemeenschappelijke bezigheid, naar verhouding +van hun kapitaal en hunnen arbeid. Aldus zouden 2–300 families, +met ongelijk vermogen, een streek kunnen cultiveeren. Men kan +nauwelijks 20, 30, 40 individuen tot gemeenschappelijke bezigheid +verbinden, hoe zoude men het honderden kunnen doen, zegt men. En toch +zouden er voor zulk een associatie op zijn minst genomen 800 personen +noodig zijn. Ik versta hieronder, verklaart Fourier verder, eene +samenwerking bij welke de medeleden door wedijver, eigenliefde en +andere middelen, aan den arbeid gehecht zouden kunnen worden +gemaakt.</p> +<p>„Eene zoodanige organisatie komt ons belachelijk voor en +<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name= +"pb49">49</a>]</span>toch is zij mogelijk. Eene agrarische associatie, +gelijk ik mij die voorstel en die wel duizend personen kan omvatten, +levert zulke enorme voordeelen op, dat zij in vergelijking met de +tegenwoordige toestanden, aan een toestand van zorgeloosheid gelijk zou +zijn.”</p> +<p>De sterkste prikkel voor den landman, zoo gaat Fourier voort, is de +winst. Wanneer de verbondenen maar eenmaal zullen zien, dat +sociëtair-georganiseerden arbeid, hen vijf zesmaal meer winst +oplevert, dan hunne <span class="corr" id="xd19e1530" title= +"Bron: geisoleerde">geïsoleerde</span> bedrijven van vroeger dit +deden, zullen zij wel ál hunne onderlinge jalouzieën ter +zijde zetten en tot de associatie toetreden.</p> +<p>„Dan zullen zich de associaties over regionen uitbreiden. +<i>Want overal hebben de menschen den trek naar genot en naar +rijkdommen.</i>”</p> +<hr class="tb"> +<p>Het eerste wat Fourier daarna ontdekte, was de aantrekking der +hartstochten. „Ik zag in dat de voortschrijdende serieën, +aan de hartstochten der beide geslachten, de verschillende leeftijden +en klassen de volle ontwikkeling zouden kunnen geven; dat in de nieuwe +orde, men zooveel te meer kracht en vermogen zoude erlangen, naar mate +men meer hartstochten heeft, en ik concludeerde daaruit: dat als God +zooveel invloed gegeven heeft aan de aantrekking der hartstochten en +zoo weinig invloed aan de rede, hunnen vijand, dat dit zeker +geschiedde, om ons tot organisatie der voortschrijdende serieën te +voeren, welke in elk opzicht de aantrekking bevredigen.”</p> +<p>„In de schaduwen van de voorhanden zijnde sociale +wetgeving,” zoo zegt hij voorts, „ziet men niet in, dat de +ellende der volkeren aanwast, juist met de sociale vooruitgang. Wij +zien reeds die gevaarlijke werking uit den invloed van den +handelsgeest, die daarheen leidt, de heete luchtstreek te bevolken met +zwarte slaven, die men ontrukt aan hun geboorteland en het gematigde +klimaat met witte slaven, die men in industrieele bagnoos drijft, +gelijk men dit heden ten dage in Engeland doet, iets dat gewis wel in +andere landen navolging zal vinden. Is er zelfs eene gerechtvaardigde +zijde aan een toestand, waarin de vooruitgang van de industrie, zelfs +niet eens aan den armen den behoorlijken arbeid kan +garandeeren?”</p> +<p>„Het verbond is de basis van elke economie, wij vinden de +kiemen daarvan verstrooid in het geheele sociale mechanisme, van-af de +machtige Oost-Indische Compagnie, tot aan de arme vereenigingen der +voor een bedrijf vereenigde dorpsbewoners <span class="pagenum">[<a id= +"pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span>toe.... <a id="xd19e1548" +name="xd19e1548"></a>Wij hebben overal, zoowel in het kleine als in het +groote deze kiemen voor ons welzijn bij de hand; het zijn ruwe +diamanten, welke door de wetenschap geslepen moeten worden. Het +problema is, deze kiemen der associatie, die in alle takken van +menschelijken arbeid terug te vinden zijn, tot één +mechanisme te verbinden, hen tot eene algemeene éénheid +te doen worden.”</p> +<p>Wat de sociale beweging aangaat, zoo ziet men elke belanghebbende +klasse, de andere het booze toewenschen; overal is het +<i>persoonlijke</i> belang in tegenspraak met het <i>algemeene</i> +belang. De geheele schrikkelijkheid van een dusdanige toestand, ziet +men recht en duidelijk in, wanneer men ze eerst goed leert begrijpen; +wanneer men de sociëtaire organisatie leert kennen, waarin de +belangen een geheel andere richting uitgaan, wanneer ieder voor het +algemeen belang werkt, <i>juist omdat dit het meest <span class="corr" +id="xd19e1560" title="Bron: paralel">parallel</span> loopt met zijn +persoonlijk belang</i>.</p> +<p>„De vrijheid is illusoir wanneer zij niet algemeen is. Waar de +vrije ontwikkeling van de hartstochten tot een zeer kleine minderheid +beperkt is, daar heerscht er slechts onderdrukking. Om de massa eene +volkomene ontvouwing en de bevrediging harer hartstochten te +verzekeren, is eene sociale organisatie noodig, die aan drie +voorwaarden te voldoen heeft. Men moet: 1e een regime der industrieele +attractie zoeken, ontdekken en organiseeren; 2e aan ieder moeten +gewaarborgd kunnen worden de zeven natuurlijke rechten, die ook de +wilde bezit; en 3e, de belangen des volks moet men verbinden met die +van de grooten. Want het volk zal op den grooten afgunstig zijn en hen +haten, zoolang het niet gradueel een aandeel heeft aan hun welzijn. +Slechts onder deze drie voorwaarden, kan men het volk een minimum aan +voedingsmiddelen, bekleeding, woning en hoofdzakelijk, ook aan het +vergenoegen verzekeren, want zonder er een aangename zijde aan te +verbinden, zal ook de nieuwe toestand voor de menschen niet voldoende +zijn.<span class="corr" id="xd19e1567" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<p>Er is, volgens Fourier, geen voor altijd samengestelde vrijheid +mogelijk die niet in-zich bevat dat minimum. „Geen minimum zonder +industrieele attractie; geen industrieele attractie in den stuksgewijs +verrichten arbeid”, waarmede hij bedoelt, in den arbeid gelijk +hij verricht wordt in de privaat-ondernemingen.</p> +<p>De aantrekking tot den arbeid, kan slechts daar aanwezig zijn, waar +die arbeid aangenaam en lucratief is. De verdeeling heeft plaats, +volgens de drie industrieele eigenschappen: arbeid, kapitaal en talent. +Het bevolkingsaantal van een phalanstère mag niet grooter wezen +dan van 1800 tot 2000 personen, omdat in dat getal naar Fourier’s +berekening, de verschillende <span class="pagenum">[<a id="pb51" href= +"#pb51" name="pb51">51</a>]</span>hartstochten en karaktereigenschappen +ten volle en doelmatig vereenigd zijn. De economie der hulpmiddelen +verkrijgt men, uit een zoo doelmatig mogelijk tezamenwerken van allen, +met elkander werkenden, omdat allen belang hebben bij de besparing van +materialen, van tijd en van arbeidskrachten.</p> +<p>Zoo zal men in een phalanstère van 400 families, niet 400 +keukenvuren voor 400 private huisgezinnen noodig hebben, maar zullen +vier of vijf groote keukenvuren voldoende zijn. De bewoners zullen in +vier of vijf klassen, naar hunnen stand en naar hun vermogen ingedeeld +kunnen worden, en aldus één gemeenschappelijk paleis +kunnen bewonen.</p> +<p>Een phalanstère, die zich bijv. met de wijn- of olieproduktie +bezig houdt, zal slechts een enkele werkruimte noodig hebben, in plaats +van de velen, die thans in een wijn- of olieverbouwende streek +bestaan.</p> +<p>De juiste behandeling van den wijn, is den kleinen bezitter +onmogelijk, noch kan hij voor de behoorlijke ligging zorg dragen, noch +voor de verkoeling die noodig is. In eene phalanstère zal de +wijn, tengevolge van de deugdelijke bewaring en verzorging reeds na +één jaar, vijfmaal meer waard zijn. Bovendien kan de +phalanstère steeds het produkt verbeteren, door de +kostenbesparing; betere zaden, betere planten aan te schaffen. Zij kan +de beste bodem uitzoeken en de doelmatigste machines, gebouwen, stallen +en bergruimten hebben.</p> +<p>Eene der schitterendste kanten van het sociètaire systeem van +den arbeid, is wel deze, dat daarbij de waarheid in handel en wandel +kunnen worden ingevoerd. „Terwijl de associatie, de +coöperatieve, solidaire en zeer vereenvoudigde, op waarachtigheid +en waarborgen berustende concurrentie, in plaats van de individueele, +onsoliede en door leugenachtigheid opgevreten, willekeurige +concurrentie onzer beschaving stelt, zal zij maar een twintigste van de +handen en de kapitalen daarvoor noodig hebben. Men zal zoodoende den +tegenwoordigen handel als parasietisch kunnen onderdrukken. Men zal +door de <span class="corr" id="xd19e1584" title= +"Bron: phalanstéré">phalanstère</span>, in plaats +van honderden concurreerende en tegen-elkander intrigueerende +kooplieden en winkeliers, met hunne marktplaatsen en winkels slechts +één groot Warenmagazijn en naar verhouding zeer weinig +personen noodig hebben, dewijl alle koopen en verkoopen naar buiten, +door de <span class="corr" id="xd19e1587" title= +"Bron: phalanstéres">phalanstères</span> onder-elkander +afgesloten worden.—</p> +<p>„Zoodra mannen, vrouwen en kinderen, de laatsten van af den +leeftijd van drie jaren werkzaam zijn uit aantrekking; wanneer +hartstocht, geschiktheid, wedijver, het verbeterde mechanisme van den +arbeid, éénvormigheid in het doel der handelingen, vrijer +<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name= +"pb52">52</a>]</span>verkeer, verbeteringen van het klimaat, hoogere +kracht en langeren levensduur der menschen, tezamen werken, zullen de +arbeidsmiddelen<a id="xd19e1594" name="xd19e1594"></a> en <span class= +"corr" id="xd19e1596" title="Niet in bron">-</span>krachten +onberekenbaar zich vermeerderen, en het produkt kwantitatief en +kwalitatief zich, daaraan <span class="corr" id="xd19e1599" title= +"Bron: gëevenredigd">geëvenredigd</span> veredelen en +vermeerderen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1603" title= +"Niet in bron">„</span>Het meest wel zal het lot van de kinderen +in deze sociétaire organisatie, zich verbeteren. In de slecht +geleide privaat-ondernemingen vinden de kinderen, in de hutten en de +arbeidsplaatsen, schuren en ellendige woningen nòch de +verzorging, nòch de beoordeeling, nòch de aandrift die +zij zoo noodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Daarbij sterven +zij bij <span class="corr" id="xd19e1606" title= +"Bron: massas">massa’s</span> in ongenoemde woningen, door +slechte levenswijzen, of worden zij met kwalen behept. In den +sociètairen toestand, zal de sterfte buitengewoon verminderen; +het kinderaantal zal, zoowel lichamelijk als geestelijk, op ongekende +wijze toenemen. Dreigende overbevolking, zal alleen door de +sociètaire organisatie kunnen worden geneutraliseerd.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1610" title= +"Niet in bron">„</span>De beschaving bevindt zich tegenover alle +deze vraagstukken in een vicieuzen cirkel en dit erkent men allerwege. +Men is er perplex van dat in de beschaving, de armoede de overvloed +voorbrengt. Onzen toestand brengt ons niet het geluk, maar zij levert +het niet-geluk op, de excessen der industrie voeren tot de grootste +euvelen, zij brengen ons van Scylla in Charybdes. En waarom? Omdat wij +zonder leiddraad, omdat wij zonder gids, ronddolen in een labyrinth. +Dat ziet men aan alles. Wij moeten een wegwijzer in het maatschappelijk +leven hebben, eene nieuwe wetenschap en die is volgens Fourier, die van +de serieën der aandriften. Men zegt dat de menschen van heden niet +slechter zijn, dan die van vroeger. Maar een halve eeuw terug, kon men +nog voor weinig geld stoffen van goeden kleur en goede kwaliteit koopen +voor weinig geld. Men kon nog onvervalschte levensmiddelen krijgen, +tegenwoordig heerscht in alles bedrog en vervalsching. De landman-zelf +is een vervalscher moeten worden, gelijk het den koopman reeds lang +voor hem was; melk, olie, wijn, brandewijn, suiker, meel, koffie, alles +is vervalscht. De arme menigte kan geen natuurlijke levensmiddelen meer +bekomen, men verkoopt overal vergiften.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1614" title= +"Niet in bron">„</span>De handel is schrikwekkend toegenomen en +in dezelfde mate het bedrog, den zwendel en de opzuiging van +kapitalen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1619" title= +"Niet in bron">„</span>Ten allen tijden en overal, zal de +aantrekking der hartstochten, tot drie doeleinden trachten te komen. +Tot de luxe of tot bevrediging der vijf zinnen; tot groepvormingen en +serieën van groepen of bonden van toeneiging; tot het mechanisme +der aandriften, <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name= +"pb53">53</a>]</span>der karakters en der instinkten; en door alle deze +drie, tot universeele gelijkvormigheid.</p> +<p>„Alle groepen zoeken eene serie of een ontwikkelingstrap te +vormen, verschillend in paring en soort. Deze serieën van groepen, +zijn aldus het tweede doel van de aantrekking, terwijl zij zich voor +alle funkties der zinnen en der ziel vormen. Het derde doel, is het +mechanisme van de aandriften of de serieën van de aandriften of de +serieën van groepen. Het is het streven van de vijf zinnelijke +aandriften. 1. Smaak, 2. gevoel, 3. reuk, 4. gewicht, 5. gehoor met de +vier affektieve: 6. vriendschap, 7. eerzucht, 8. liefde, 9. ouderschap, +in overeenstemming te komen. Deze overeenstemming voltrekt zich door +bemiddeling der drie weinig bekende en veel miskende aandriften; 10. de +aandrift door intrigue, naar vereeniging van gelijkstrevenden; 11. de +aandrift naar afwisseling, naar contrasten; 12. de aandrift tot +beijvering, tot begeestering en tot het streven naar +vervolkomening.”</p> +<p>Deze twaalf tezamenwerkende aandriften of hartstochten, bevatten +volgens Fourier, de harmonie van de aandriften.... „Tegenwoordig +is de mensch in oorlog met zich-zelven. Zijne aandriften werken tegen +elkander-in. De eerzucht werkt tegen de liefde, het ouderschap tegen de +vriendschap in; en aldus bevinden zich vele aandriften in disharmonie. +Ons doel moet het zijn, een vrijwillig in-elkander grijpend mechanisme +van aandriften te scheppen, zonder een derzelve te onderdrukken. Dit +kan geschieden, door dat ieder individu, terwijl hij zijn persoonlijk +belang beoogt, daarmede tegelijkertijd het algemeen belang dient.</p> +<p>„De kunst om te associeeren bestaat hierin, een phalanx van +serieën van aandriften, met elkander in volle overeenstemming te +kunnen brengen en te doen ontwikkelen, die volkomen vrij alleen door +aantrekking voortbewogen wordt en toegepast kan worden op de zeven +voornoemde industrieele functies: huishouding, akkerbouw, industrie, +handel en verkeer, onderwijs, wetenschappen en schoone kunsten.<a id= +"xd19e1630" name="xd19e1630"></a></p> +<p>„Een serie der aandriften is een verbinding van verschillende, +op en neder gaande volgreeksen van verbonden groepen. Zij zijn +vereenigd door overeenstemming in smaak voor een of andere bezigheid, +zooals het verbouwen van een zekere vrucht, in welke voor elken tak van +arbeid, zich hierbij een speciale groep vormt. Wanneer eene serie bijv. +hyacinthen of aardappelen verbouwt, moet zij even zoovele groepen +vormen, als er soorten van hyacinthen of soorten van aardappelen in +cultuur gebracht moeten worden. Elke groep vormt zich uit de leden van +de serie, die <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name= +"pb54">54</a>]</span>voor eene bepaalde soort, neiging aan den dag +leggen. Er zijn minstens 40–50 serieën noodig, om +eenigermate te voorzien in de behoeften aan de noodige afwisseling en +neutraliseering. De serieën benuttigen de verscheidenheid van +karakters, smaken en instinkten; van de vermogens, aanspraken en van de +trappen van ontwikkeling. Elke serie is tezamengesteld uit +contrasteerende ongelijkheden, zij behoeft evenzoovele tegenstellingen +of antipathiën, als zij overeenstemmingen of sympathieën +noodig heeft. Gelijk in de muziek, waarin men een akkoord verkrijgt +doordien men evenzoovele noten uit laat vallen, als men aan den anderen +kant er aan toevoegt en de contrasten der tonen één +akkoord leveren, zoo levert de vereeniging van de serieën der +groepen, voor de sociale harmonie hetzelfde effect op. Zij brengt +beweging, waarheid, gerechtigheid, direkte en indirekte overeenstemming +en eenheid in den vorm.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1637" title= +"Niet in bron">„</span>De verschillende groepen moeten zich tegen +elkander-in bewegen. Dat is mogelijk, doordat de groepen slechts +gradueel van elkander verschillende bezigheden verrichten, bijv. niet +verschillende soorten van ooft, maar verschillende soorten van een +soort verbouwen. Verder moeten de arbeidszittingen kort zijn en niet +langer dan twee uren duren. Een groep van zeven arbeiders is voldoende, +zij is volkomen, als zij er negen telt. Dan verdeelt zij zich +onwillekeurig weder in ondergroepen, in de beide vleugels en een +centrum. Vier en twintig groepen is het laagste getal voor eene +serie.</p> +<p>„De mensch”, zegt Fourier „is uit instinkt een +vijand van dwang en van gelijkheid, hij streeft in elk opzicht gestadig +naar verandering. In de beschaving van thans wordt instinktmatig overal +het valsche bereikt. Steeds wordt het valsche aan het ware +voorgetrokken en het steunpunt van ons tegenwoordig systeem is eene +valsche groep, die welke zich tot het kleinste getal laat terugbrengen: +tot de echt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1643" title= +"Niet in bron">„</span>Deze groep is valsch door de beperking van +het getal, valsch door het ontbreken van de vrijheid, valsch door het +uitelkandergaan en de splitsing van de smaken. Reeds dadelijk zijn deze +verschillen voelbaar. Nà den eersten dag van het huwelijk, +verschilt men bijv. al over de gerechten, over de bezoeken, over de +uitgaven, de conversatie en over honderd andere dingen meer. Welnu, als +de beschaafden van onzen tijd, in de oorspronkelijkste hunner +groepeering niet kunnen harmonieeren, dan kunnen zij het nog veel +minder met het geheel der groepeeringen in de samenleving.” +<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name= +"pb55">55</a>]</span></p> +<p>In de <span class="corr" id="xd19e1649" title= +"Bron: phalansère">phalanstère</span> van Fourier, is men +niet zonder eenige regeering. De leiders van de serieën en groepen +worden officieren genaamd en hebben militaire graden. Zij hebben den +titel van hoofdlieden, luitenants, vaandeljonkers; er zijn geheele +staven in de <span class="corr" id="xd19e1652" title= +"Bron: phalanstére">phalanstère</span> en ten opzichte +van deze waardigheden is er geen verschil tusschen man en vrouw. De +medeleden van de serieën en groepen, verkiezen tot hunnen leiders +diegenen onder hen, die zich in hunnen kring het meest verdienstelijk +gemaakt hebben en daardoor het meest de sympathie hebben van de +anderen.</p> +<p>Fourier is verder van oordeel, dat de menschen, met zeer weinig +uitzonderingen, reeds vrij spoedig hunne vreugde zullen hebben aan +schoone harmonieën van kleuren, aan prachtige en schoone feesten, +standbeelden en gebouwen. En naar alle deze richtingen heen, kan alleen +door de <span class="corr" id="xd19e1657" title= +"Bron: phalansitére">phalanstère</span> het schoonste +gewrocht kunnen worden.</p> +<p>Zien wij nu nog voorts hoe, volgens Fourier een onbemiddelde en een +rijke in zulk eene phalanstère hunnen dag doorbrengen. Wij +kiezen daartoe den maand Juni. Des morgens 3½ uur is het opstaan +en aankleeden; 4 uur „<span class="corr" id="xd19e1662" title= +"Bron: sèance">séance</span>” in een groep voor de +verzorging der dieren in de stallingen; 5 uur arbeid in een groep van +tuiniers; 7 uur ontbijt; 7½ zitting van maaiers; 9½ uur +zitting van groentekweekers. Om 11 uur, tweede zitting in de +stallingen; 1 uur middagtafel; 2 uur boscharbeid; 4 uur arbeid in een +werkplaats; 8 uur beurs; 8½ uur avondeten; 9 uur conversaties en +10 uur slapen-gaan.</p> +<p>De beurs van de phalanstère houdt zich niet bezig met +schaggerhandel in papieren of levensmiddelen, maar met den zorg voor +den volgenden dag. Dan <span class="corr" id="xd19e1668" title= +"Bron: wêer">weêr</span> vormen zich nieuwe groepen en +serieën. Ook worden later als de <span class="corr" id="xd19e1671" +title="Bron: phalanstére">phalanstère</span> in volle +werkzaamheid is, het getal der rustpoozen en maaltijden verhoogd tot op +vijf, en worden ook de zittingen korter. Den korten slaaptijd, +verklaart Fourier hiermede, dat de menschen die in harmonie arbeiden, +tengevolge van hun veel aangenamer levenswijze, veel minder slaap +noodig zullen hebben, dan de beschaafden van tegenwoordig.</p> +<hr class="tb"> +<p>Maatstaf van verdeeling van de opbrengst van het produkt in de +phalanstère is: ten 1e de direkte werking, die zij voor de +banden der eenvormigheid van de phalanx in het spel van het sociale +mechanisme heeft; ten 2e de waarde die zij heeft voor de +uit-de-wegruiming van tegenstrijdige hindernissen en ten 3e de +omgekeerde verhouding waarin zij staat tot de sterkte der aantrekking, +die <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name= +"pb56">56</a>]</span>zij opwekt. Naar deze wijze groepeeren zich de +verschillende bezigheden, welker klassificeering en ordening de +medeleden der phalanx-zelve te bepalen hebben. Een overeenstemming is +zooveel te gemakkelijker, daar elk medelid in een gansche menigte van +serieën en in een nog grooter aantal groepen werkzaam is. De gunst +die het medelid eener serie of groep in de bevoordeeling van dividend +zou <i>kunnen</i> verkrijgen, zou hen tot schade zijn in eene andere +groep of serie. Zijn eigen belang dwingt hem dus tot de grootst +mogelijke objektiviteit. Ook is hij erbij geïnteresseerd, dat de +harmonie niet gestoord worde, omdat dit dan tot schade zou wezen van +het geheel en zonder twijfel ook tot dat van hemzelf. Van deze +gezichtspunten uit beoordeeld, geschiedt ook de verdeeling van het +inkomen over kapitaal, arbeid en talent. Fourier geeft hiermede +volgende voorbeelden:</p> +<p>„Alippus is een rijke aktieënbezitter, die tot nu toe, +ín de beschaving, voor de uitleening van zijn kapitaal op +goederen, 3 à 4 procent maakte. In de phalanstère heeft +hij kans 12 à 15 procent te maken. Hij is zéér +voor een rechtvaardige verdeeling, maar zijn hebzucht kan hem ertoe +verleiden, als kapitalist de helft van het overschot, als dividend voor +zich op te eischen. Maar hij komt dan dadelijk tot het inzicht, dat de +beide andere talrijke klassen, welke arbeid en talent aan de zaak +gaven, daarmede zéér ontevreden zouden zijn en +waarschijnlijk binnen weinig jaren zou de phalanstère opgelost +en de schade dan nog veel grooter zijn. Dus vergenoegt hij zich met +eene regeling, die aan zijn kapitaal 4/12, den arbeid 5/12 en het +talent 3/12 toewijst. Hij heeft, naar deze maatstaf, nog driemaal meer +inkomen dan de beschaving hem gaf; hij leeft in de phalanstère +veel goedkooper, hij ziet bovendien de beide andere klassen bevredigd +en het bestaan der maatschappij daardoor verzekerd. Zijne hebzucht +wordt in evenwicht gehouden door twee tegenwichten. Hij heeft de +overtuiging, dat in het algemeen belang tevens zijn eigenbelang +opgesloten ligt en dat in de vooruitgang van de industrieele +aantrekking, voor hem een bron van grooter rijkdom opgesloten ligt. Een +tweede voorbeeld:</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1686" title= +"Niet in bron">„</span>Johannes heeft nòch kapitaal, +nòch aktieën. Hij is als beschaafde er dus +zéér voor, dat den arbeid, op kosten van het kapitaal en +het talent het leeuwenaandeel bekomt en rekent dus 7/12 voor den +arbeid, 3/12 voor het kapitaal, en 2/12 voor het talent. Maar Johannes, +als lid van de phalanstère, denkt er anders over. Als medelid +van een groep, juist dikwijls door het talent dat hij ten toon spreidt +de eerste, komt hij nu tot juiste waardeering van het talent. Bovendien +begrijpt hij, als praktisch burger, <span class="pagenum">[<a id="pb57" +href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>welke beteekenis het kapitaal +heeft, welke voordeelen den arbeid eruit kan trekken, hoevele +voordeelen er uit geboren worden voor de serie en de groepen, en +vervolgens, dat zijne kinderen het vooruitzicht hebben met kapitaal te +worden bedeeld. Hij zelve kan door toeneming zijner kennis tot hooger +waardigheid klimmen, ook besparingen maken. En ten slotte zal hij +gevoelen, dat tot een juist evenwicht in de maatschappij, hier den +arbeid iets of wat naar den achtergrond heeft te treden, tegenover het +kapitaal en het talent. Een derde voorbeeld:</p> +<p><span class="corr" id="xd19e1692" title= +"Niet in bron">„</span>Philintus is medelid van 36 serieën. +In twaalf daarvan munt hij uit, door groote geschiktheid en talent; in +twaalf anderen is hij middelmatig en in de twaalf laatsten, is hij een +nieuweling. Als nu bij het einde van het jaar zijne rekening opgemaakt +wordt, zou hij, in aanmerking genomen de talenten welke hij ontwikkelde +in twaalf serieën, zéér geneigd zijn, deze bijzonder +hoog te willen aanslaan. Maar verstandig als hij is, zal hij moeten +inzien, dat hiermede nòch zijn belang, nòch dat van de +phalanstère kan gediend zijn. Niet alleen staan tegenover de 12 +serieën, waarin hij zich door talent onderscheidde, 24 anderen +waarin hij slechts een middelmatig arbeider bleek, maar ook van die 12 +serieën waarin hij uitmunt, behooren slechts vier tot de eerste +klasse, de hoogst beloonde, die van de noodzakelijkheden; vier anderen +in de tweede, en de vier laatsten in de derde klasse. Hieruit dus, +volgt voor hem van-zelf, dat de eenzijdige maatstaf van de +bevoorrechting van het talent hier geenszins in toepassing kan worden +gebracht. Maar daarbij komt nog iets. Daar de belangen van alle +medeleden in de dozijnen van serieën en honderden van groepen +persoonlijk van elkander verschillen; in eene serie of groep, van twee +of van meerdere weder harmonieeren, dezen wederom in alle andere +serieën en groepen in belang van elkander uiteenloopen, is een +intriguenspel ten gunste van enkele serieën of groepen onmogelijk. +In deze honderden, door elkander loopende en elkander kruisende +belangen, waarbij geen individu alleen iets vermag en geen andere +verbinding van gelijke belangen mogelijk is, moet ten slotte wel het +algemeen belang, en dus tegelijk het belang van allen, op zich-zelve +reeds zegevieren.</p> +<p>„Het regime van de serieën der aandriften, is de gewilde +gerechtigheid, die de voorhanden zijnde ondeugd, de zucht naar goud, +omzet in den dorst naar gerechtigheid.”</p> +<p>De geheele verdeelingswet formuleert Fourier aldus: „De +individueele hebzucht moet door het collectief belang van elke serie en +dat der geheele <span class="corr" id="xd19e1699" title= +"Bron: phalanstèrie">phalanstère</span>, als +toebehoorende aan eene menigte <span class="pagenum">[<a id="pb58" +href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>van serieën geabsorbeerd +worden.” En deze wet wordt bereikt, door de direkte verhouding +van het getal der frequente serieën, in omgekeerde verhouding tot +den duur van den arbeid; in de serieën op-zich-zelf. Met andere +woorden, tot hoe meer serieën het individu behoort en hoe korter +dientengevolge de enkele arbeidszittingen worden, zooveel te lichter +zal de neutraliseerende gerechtigheid in de verdeeling van de +<span class="corr" id="xd19e1704" title= +"Bron: arbeidsopbrengt">arbeidsopbrengst</span> zich voordoen. Met het +getal der verschillende belangen van de enkelingen, groeien ook de +mogelijkheid van de meest rechtvaardige verzoening en de eenvormigheid +van het geheel aan.</p> +<p>De hebzucht werkt aldus ten slotte verzoenend in de <span class= +"corr" id="xd19e1709" title="Bron: harmoniet">harmonie</span>. Maar +tegenover haar staat nog een tweede impuls van verzoening: <span class= +"ex">de edelmoedigheid</span>. Bijvoorbeeld. Het komt er op aan een +bedrag van 216 francs te verdeelen, zegt Fourier, onder negen medeleden +eener groep, waarbij het dan toevallig uitkomt, dat de rijksten en +welhebbendsten onder de negen groepsgenooten, tengevolge hunner +verrichtingen het meest uitgekeerd krijgen. Hierop verklaren dan de +beide eersten, dat zij hun kapitaalinkomen in aanmerking genomen, en +ook om het genoegen dat hen den arbeid gedaan heeft, zich met het +minimum zullen vergenoegen, hetgeen vier franken bedraagt. +Dientengevolge blijven en 52 franken over, om onder de overigen te +verdeelen. Maar het voorbeeld van de beide eersten volgen de anderen +na, alleen deze laten, met het oog op hun geringer vermogen, van het +hen toekomende maar de helft vallen, waardoor dus verder nog 20 franken +te verdeelen overblijven. De 72 franken worden nu onder vijf armere +sociètaires verdeeld, zoodat die 24, 18, 12, 9 en 9 franken +krijgen.</p> +<p>Wanneer nu hieruit ook voortspruit, dat de rijkste +sociètaires slechts het geringst mogelijk arbeidsaandeel +ontvangen—en het grootste deel van hun inkomen trekken al naar de +mate van hun kapitaal—dan resulteert daaruit, dat hun aandeel in +de algemeene opbrengst, in omgekeerde verhouding staat tot den afstand +waarin de kapitalen tot elkander staan; want voor arbeid en talent +bedoelen zij slechts het kleinste aandeel in beslag te nemen. +Daarentegen staat hun aandeel in de algemeene opbrengst, met betrekking +tot het kapitaalaandeel, in directe verhouding tot de massa der +kapitalen. Er komen hier, evenals in de physieke wereld, twee tegen +elkander inwerkende krachten in aanmerking: de <span class= +"ex">centripetale</span>, welke hier de hebzucht is, en de <span class= +"ex">centrifugale</span>, die hier de edelmoedigheid +vertegenwoordigt.</p> +<p>Ook aan het bevolkingsvraagstuk, heeft Fourier een behoorlijken +aandacht gewijd. Juist in zijnen tijd n.l. kwam het boek <span class= +"pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>van +Thomas Robert Malthus „Over de bevolkingsleer” uit, en werd +veel besproken. Malthus stelde de theorie op, dat de menschheid de +tendenz heeft zich in eene geometrische progressiereeks, dus in de +reeks: 1, 2, 4, 8, 16, 32 enz., te vermeerderen; daarentegen +vermeerderen de voedingsmiddelen zich maar in eene arithmetischen +reeks: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 enz. Uit deze, met elkander in +tegenspraak zijnde tendenzen, zou volgens Malthus, binnen +vijf-en-twintig jaren—die voldoende zijn om de verdubbeling van +het aantal menschen voort te brengen—de aarde zoo +òverbevolkt zijn, dat de menschheid te gronde zal moeten gaan, +door gebrek aan levensmiddelen.</p> +<p>Fourier nu pakt het vraagstuk van zijne andere zijde aan. Hij +huldigt de grondstelling: stijgende produktiekrachten geven een +stijging van produkt, beiden staan tot elkander in onmiskenbare +verhouding. Maar zegt hij, „vergeefsch zullen de beschaafden naar +middelen moeten omzien, om eene vier- ja, honderdvoudige vermeerdering +te bereiken, die er noodig is, wanneer de menschen veroordeeld moeten +blijven zich te vermeerderen onder den tegenwoordigen socialen +toestand, die, tengevolge van oneconomische toepassing, der +maatschappij dwingt, gestadig het drie- of viervoud van het produkt op +te koopen, om het door de gewoonte bestendigde levensonderhoud der +verschillende klassen, mogelijk te maken.”</p> +<p>Ten allen tijde in de beschaving was de bevolkingstoename, in +verhouding tot de voedingsmiddelen, een der klippen waarop de politiek +is gestrand. De Ouden kenden tegen de overbevolking geen andere +middelen dan uitzetting, kinderdooding en wurging van de overtollige +slaven.</p> +<p>„In sociètaire toestand”, zegt Fourier, +„werpt de natuur tegenover de excessieve vermeerdering van de +bevolking, vier werkzame dammen op. 1e. De grootere kracht en de +lichamelijke ontwikkeling der vrouwen; 2e. de ruimere levenswijze; 3e. +de phanegoramische zeden en 4e. de gelijkmatige lichamelijke oefening +van alle krachten. Wat de grootere lichamelijke ontwikkeling aangaat, +dat zien wij bij de vrouwen in onze steden; op elke vier vrouwen die +onvruchtbaar zijn, komen drie robuste, terwijl daarentegen de zwakkere +vrouwen ook de vruchtbaarste zijn. Men zal zeggen, dat de vrouwen ten +platten meest robust en tóch ook vruchtbaar zijn. Dit is juist, +zegt Fourier, maar een bewijs te meer, dat alle <i>vier</i> middelen +moeten worden gecombineerd en met elkander verknocht moeten worden +gemaakt. De vrouwen op het platte land zijn vruchtbaar, omdat zij matig +leven en een grove, hoofdzakelijk vegetabiele voeding tot zich nemen. +<span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name= +"pb60">60</a>]</span>De vrouwen uit de steden, leven meest weelderiger +en geraffineerder, en daarvandaan hare grootere onvruchtbaarheid. +Verbindt men nu in de harmonie, de lichamelijke krachtsontwikkeling der +vrouwen met luxueuser levenswijze en voeding, dan zal men daardoor twee +werkzame middelen, die de vruchtbaarheid tegenwerken met elkander +verbonden hebben.”</p> +<p>In de harmonie zullen de menschen dan ook later als tegenwoordig +hunne geslachtsrijpheid erlangen, omdat de niet-onderbroken en steeds +afwisselende lichamelijke oefeningen, alle ledematen in werking doen +komen en langeren tijd de levenskrachten opslurpen zullen. Zij zullen +aldus het oogenblik verlengen, waarop tengevolge van de ontbrekende +absorptie het overschot der sappen, onverwacht, de puberteit +vóór het door de natuurgewilde tijdstip, teweeg zoû +brengen. Evenzoo zullen de gelijkmatige gymnastische oefeningen bij de +vrouwen, de <span class="corr" id="xd19e1741" title= +"Bron: vrucbtbaarheid">vruchtbaarheid</span> tegengaan, en wel in die +mate, dat eene vrouw, welke zwangerschap wenschte, zich omgekeerd, door +onthouding van lichamelijke oefeningen en grootere industrieele +inspanning, op dezen toestand zal moeten voorbereiden. De ál te +groote lichamelijke rust van de tegenwoordige stedebewoonsters is het +wel in hoofdzaak, welke de geslachtsdrift en het zwanger worden doen +stijgen. Een tegenwicht is er, in den regel, niet aanwezig.</p> +<p>Fourier verklaart, dat de tegenwoordige beschaving, ongeschikt is om +het bevolkingsvraagstuk op te lossen. Hij toont dat aan, door op +Ierland te wijzen, welks bevolking in dezelfde mate verarmt, als het in +aantal afneemt; terwijl het aantal van de onder de ploeg genomen acres +land en het hoofdcijfer van de veekudden, steeds stijgen. De roof aan +grond en bodem begunstigt de kunstmatige ontwikkeling van de industrie +en het verkeerswezen en zoo, zegt Fourier dan ook, dat de beschaving de +„armoede uit overvloed” voortbrengt en dat dit „elk +euvel, elke ondeugd, welke de periode van het barbarisme slechts op +eenvoudige wijze gekend hebben, tot een tweezijdige maakt. Zij gaat aan +haar <i lang="fr">cercle vicieux</i>, aan hare inwendige tegenspraken +ten gronde.”</p> +<p>Gelijk het menschelijk lichaam, zoo bezitten de maatschappijen hunne +vier, door bepaalde karaktereigenschappen zich kenmerkende leeftijden, +welke elkander opvolgen. Men kan nòch de opkomst, nòch de +nedergang van eene samenleving bepalen, zoolang men niet de zeer +verschillende karaktereigenschappen weet aan te duiden, welke eene +bepaalde samenleving bezit.</p> +<p>Onze natuurwetenschapsleeraren zijn, wanneer er sprake is van de +onderscheiding bij vrij nuttelooze planten, zeer scrupuleus. Waarom, +vraagt Fourier, zijn onze politici en economisten niet <span class= +"pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>ook zoo, +waar het samenlevingen te beoordeelen geldt? Waarom volgen zij hier +niet de natuurwetenschappelijke methode, bij het onderscheiden hunner +kenmerkende eigenschappen?</p> +<p>Volgens Fourier, zijn de vier phazen der civilisatie en elk harer +kenmerkende eigenschappen, de volgende:</p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td colspan="2">Opstijgende Linie.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">1. <i>Phaze</i>: <i>Kindschheid</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>Eenvoudige kiem</td> +<td>Monogamie.</td> +</tr> +<tr> +<td>Samengestelde kiem</td> +<td>Patriarchale of <span class="corr" id="xd19e1780" title= +"Bron: adelijke">adellijke</span> feodaliteit.</td> +</tr> +<tr> +<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td> +<td>Burgerlijke rechten der vrouw.</td> +</tr> +<tr> +<td>Tegenwicht</td> +<td>Federatie der groote vazallen.</td> +</tr> +<tr> +<td>Toon of stemming</td> +<td>Ridderlijke illusies.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">2. <i>Phaze</i>: <i>Jeugd</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>Eenvoudige kiem</td> +<td>Stedelijke privilegies.</td> +</tr> +<tr> +<td>Samengestelde kiem</td> +<td>Zorg voor wetenschappen en kunsten.</td> +</tr> +<tr> +<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td> +<td>Bevrijding van den arbeid.</td> +</tr> +<tr> +<td>Tegenwicht</td> +<td>Vertegenwoordigend stelsel.</td> +</tr> +<tr> +<td>Toon of stemming</td> +<td>Illusies der vrijheid.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2"><i>Middagsphaze</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>Kiem</td> +<td>Zeevaartkunst, experimenteele chemie.</td> +</tr> +<tr> +<td>Karaktereigenaardigheden</td> +<td>Ontgoochelingen, Staatsleeningen.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">Nederdalende Linie.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">3. <i>Phaze</i>: <i>Mannelijkheid</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>Eenvoudige kiem</td> +<td>Handelsgeest, Fiskalisme.</td> +</tr> +<tr> +<td>Samengestelde kiem</td> +<td>Maatschappijen op aandelen.</td> +</tr> +<tr> +<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td> +<td>Monopolie en Zeeheerschappij.</td> +</tr> +<tr> +<td>Tegenwicht</td> +<td>Handelsanarchie.</td> +</tr> +<tr> +<td>Toon of stemming</td> +<td>Economische illusies</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">4. <i>Phaze</i>: <i>Ouderdomszwakte</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>Eenvoudige kiem</td> +<td>Banken van leening.</td> +</tr> +<tr> +<td>Samengestelde kiem</td> +<td>Ondernemenden van een bepaald aantal.</td> +</tr> +<tr> +<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td> +<td>Industrieele feodaliteit.</td> +</tr> +<tr> +<td>Tegenwicht</td> +<td>Heerschappij van monopolisten.</td> +</tr> +<tr> +<td>Toon of stemming</td> +<td>Illusies over associatie.</td> +</tr> +</table> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name= +"pb62">62</a>]</span></p> +<p>Fourier merkt bij dit tableau op, dat hij die karaktereigenschappen, +welke aan alle vier phazen eigen zijn, niet heeft op den voorgrond +gesteld, maar slechts die, welke den eene of de andere phaze +karakteriseeren en die, welke met den eene of met de andere phaze +vermengd zijn. Zoo is de tweede phaze, waar in de Atheners leefden, +eene onvolkomene, eene bastaardachtige periode, die nog merkteekenen +van het barbarisme draagt en waaraan het steunpunt van de tweede phaze, +de bevrijding van den arbeid ontbrak. In Engeland en Frankrijk, bevindt +de civilisatie zich in de nederdalende lijn van de derde phaze en neigt +sterk naar de vierde, welker beide kiemen zij reeds bezit. Deze +toestand wordt door een zich sterk voelbaar makende stagnatie +aangetoond; het genie voelt zich vermoeid van zijne onvruchtbaarheid en +als een gevangene, het <span class="corr" id="xd19e1932" title= +"Bron: peinigt">pijnigt</span> zich tevergeefsch af, om eene nieuwe +gedachte voort te brengen. De fiskalische geest aarzelt evenwel niet, +de middelen te ontdekken om de vierde phaze te organiseeren, die +wel-is-waar een vooruitgang, maar geen vooruitgang ten goede is. Er +moet een tusschen-phaze geschapen worden, die de civilisatie, in een +garantietoestand overbrengen moet.</p> +<p>„Maatschappijen zoo goed als individuen gaan ten +gronde,<span class="corr" id="xd19e1937" title= +"Niet in bron">”</span> zegt Fourier<span class="corr" id= +"xd19e1940" title="Niet in bron">,</span> „wanneer zij zich aan +den woekeraars overgeven en het is een feit van onze eeuw, van leening +naar leening te hollen.”</p> +<p>Fourier begeeft zich hiermede in een critiek der staatsleeningen. +Opdat een Staat door de geldmachten beheerscht, economisch en +finantieel kan worden uitgebuit en uitgeplunderd, moet men hem tot het +sluiten van leeningen verleiden. Maar met élke nieuwe leening +wordt hem den strik vaster om den hals gedraaid, evenals dit met den +privaten persoon het geval is. De staatsmacht, zegt Fourier, wordt +zoodoende ten slotte een werktuig in de handen der groote finantieele +machten, die méér dan de ministers den gang van zaken +beheerschen en leiden; wetten decreteeren, oorlogen voeren of +verhinderen, al naar hun belang dat medebrengt. En opdat de +Staatsmachine naar wensch ga, de regeering ten allen tijde door de +contrôle hare afhankelijke positie bewust zij; opdat verder de +nodige bronnen van inkomsten in den vorm van belastingen van allerlei +aard tot rente-betaling en schulddelging aanwezig zullen zijn, heeft +men het vertegenwoordigend stelsel noodig, door middel waarvan de hooge +persoonaadjes, die de touwtjes der finantieën in handen hebben, +den hun nog ontbrekenden invloed op de gansche wetgeving en het +staatsbestuur erlangen, en den Staat tevens tot hunne melkkoe maken. +<span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name= +"pb63">63</a>]</span></p> +<p>Onder de permanente euvelen van zijnen tijd, rekende Fourier de +heerschappij van de philosophen, die niet willen dat het volk tot de +erkenning zal komen van zijn oorspronkelijk recht en het recht zal +eischen, dat het bezit op een bestaansminimum, wat het alleen maar +gegarandeerd kan worden, onder het stelsel van de industrieele +aantrekking.</p> +<p>De maatschappij is overvuld van armen, hare gebreken laten zich +samenvatten in 12 hoofdpunten: 1e Eene minderheid, de heerschende, +bewapent slaven, die eene meerderheid, ongewapende slaven, in toom +hoopt. 2e Gebrek aan solidariteit der menigte en daardoor een +ongedwongen egoïsme. 3e Dubbelzinnigheid aller handelingen in de +samenleving en hare sociale elementen. 4e<a id="xd19e1951" name= +"xd19e1951"></a> Inwendige strijd van de menschen onderling. 5e Het +onverstand tot principe verheven. 6e In de politiek wordt de +uitzondering als grondslag van den regel. 7e Het hardnekkigste en +taaiste genie wordt kleinmoedig gemaakt. 8e<a id="xd19e1953" name= +"xd19e1953"></a> Ongedwongen begeestering voor het slechte. 9e +voortdurende verergering, terwijl men gelooft verbetering aan te +brengen. 10e Alzijdig ongeluk voor de groote massa. 11e Het ontbreken +van een wetenschappelijke oppositie tegen de heerschende theorie. 12e +Verslechtering der klimaten. Het laatste door de verminking van de +wouden en de daaruit voortkomende uitdroging van de bronnen, hetgeen +volgens Fourier, noodzakelijk tegen het einde der eeuw, tot excessen +van het klimaat zal moeten leiden.</p> +<p>„De handel,” zegt Fourier verder, „is het zwakke +punt der civilisatie, het punt waarbij men haar moet aantasten. In het +geheim wordt de handel, zoowel door de regeeringen, als door de +volkeren gehaat. De rechtschapen bezitter begrijpt niet eens de +middelen, waardoor deze agioteuren zich weten te verrijken. De +economisten evenwel, slingeren hunne anathema’s naar de hoofden +van allen, die deze grootaardigheid van den handel verdacht willen +maken. Welke schoone phrazes zijn er niet tot mode geworden, ter +hàrer verheerlijking?”</p> +<p>Fourier, die er van hield alles te ordenen en te klassificeeren, +doet zulks ook ten opzichte van het bankroet. De ware aard van het +bankroet te leeren kennen, hiertoe deden de philosophen, volgens hem, +al even weinig moeite, als zij dit deden, tot het leeren kennen van de +waren aard van den handel en van den woeker.</p> +<p>Napoleon I had gelijk, toen hij zeide, dat men het eigenlijke wezen +van den handel niet kent. Napoleon was bang geworden, door de ervaring +die hij opgedaan had, dat elke schade die men den handel toebracht, +door deze weder afgewenteld werd op de <span class="pagenum">[<a id= +"pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>lagere en arbeidende +klassen. Zoodra de handel bedreigd wordt, trekt hij de kapitalen terug, +zaait hij wantrouwen, belemmert hij de circulatie. De handel is als den +egel, die men nergens aanvatten kan, zonder dat men zich zelf +steekt.</p> +<p>Fourier meende dat er een <span class="corr" id="xd19e1965" title= +"Bron: overgangstand">overgangsstand</span> moet worden geschapen, die +de civilisatie in den kortst mogelijken tijd kon leiden naar een +hoogere <span class="corr" id="xd19e1968" title= +"Bron: ontwikkeligs-phaze">ontwikkelings-phaze</span> en die hij +overal, naar wij zagen die der harmonie noemt. Een stelsel dat in de +eerste plaats den handel van zijnen troon moet stooten.</p> +<p>Hij stelt voor, dat de regeering zich van de banken, zoowel als van +den handel meester maakt. Dit kan geschieden langs tweeërlei +wegen. Een bruske en een zacht dwingende; een concurreerende en een +ondergravende. Ook zijn beide methoden te vereenigen.</p> +<p>Hij veronderstelt dat er een koning bestond van het vaste en niets +ontziende karakter van een Mahmud II (Sultan van 1808 tot 1839), die +aan dwangmaatregelen in dezen de voorkeur geeft. Deze zal de geheele +arme klasse, welke niets bezit, vereenigen en staatshoeven +organiseeren. Men kan rekenen, dat het aantal van hen die geheel zonder +middelen zijn, ongeveer een tiende van de bevolking bedraagt en op elke +vierhonderd familiën veertig arme familieën wonen. Elke 200 +personen vormen dan een staatshoeve, die hare noodzakelijke gebouwen, +stallen, vee, grond, werktuigen enz. bevat. Dit aantal is groot genoeg, +om een doelmatig en niet kostbaar bestuur, afwisselenden arbeid en een +lucratieve opbrengst te verzekeren. Deze staatshoeven moeten zich dan +aansluiten bij de industrie, het instituut van het gefixeerde +ondernemerschap van private personen, die van jaar tot jaar toegelaten +zullen worden, onder voorwaarde, dat zij van jaar tot jaar progressief +stijgende retributieën aan den Staat hebben te betalen. Een +maatregel, zegt Fourier, die twee werkingen hebben zal. Ten eerste: den +Staat hooge inkomsten te bezorgen, ten tweede: den onbemiddelden het +ondernemerschap onmogelijk te maken of hen zal dwingen, het op te +geven. De aldus vrijkomende bevolking wordt daardoor naar de +staatshoeven gedrongen; de inkomende belastingen moeten evenwel, nevens +tot de dekking der staatsuitgaven, aangewend worden tot delging der +staatsschulden. Fourier stelt voorop, dat deze inkomsten ten slotte +zeer hoog zullen worden en een belangrijk deel van de <span class= +"corr" id="xd19e1975" title= +"Bron: ondernemenswinst">ondernemerswinst</span> absorbeeren zullen, +zoodat het private-ondernemerschap alsdan onmogelijk zal worden en er +een toestand zal worden geschapen gelijk die noodig is, om tot de phaze +van de „harmonie” te komen, welk Fourier beschouwt de +hoogste vervolkomening en de vervolmaking van het menschelijke leven op +aarde te zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name= +"pb65">65</a>]</span></p> +<p>Fourier stierf te Parijs den 10<sup>en</sup> Oktober 1837. Op zijn +grafsteen staat gebeiteld: „<span class="ex">Hier liggen de +overblijfselen van Charles Fourier. De serie verdeelt de +harmonieën. De attracties staan in verhouding tot de +bepalingen.</span>”</p> +<p>Tot <span class="corr" id="xd19e1989" title= +"Bron: Fourrier’s">Fourier’s</span> meest bekende en meest +ijverige scholieren behoorden: Victor Considérant, een voormalig +genie-officier, die het hoofdwerk der Fouriersche school: +„<span class="ex" lang="fr">Destinée sociale, exposition +élémentaire complète de la theorie <span class= +"corr" id="xd19e1994" title= +"Bron: sociètaire">sociétaire</span></span>” +vervaardigde.</p> +<p>Hij vestigde na veel moeite een phalanstère te Texas +„<span class="ex" lang="fr">La Reunion</span>” genaamd, die +echter in 1869 te niet ging.</p> +<p>Ook andere pogingen tot het oprichten van dergelijke +phalanstères<span class="corr" id="xd19e2004" title= +"Bron: .">,</span> n. l. in 1832, nog tijdens Fourier’s leven, +door Baudet-Dulary in het leven geroepen en een in Citeaux bij Dijon, +met de finantieele hulp van den engelschman Arthur <span class="corr" +id="xd19e2007" title="Bron: Joung">Young</span>; ook een in +<span class="corr" id="xd19e2010" title= +"Bron: Algerië">Algerije</span>, allen mislukten eveneens na +korter of langer tijd.</p> +<hr class="tb"> +<p>Tegelijkertijd met de Saint-Simon en ook met Fourier, werkte en +streed er in Engeland een man, die minder dan de twee eersten, in +geschriften zijn denkbeelden had uiteengezet, maar meer een man was van +de daad. Die man was Robert Owen.</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Robert Owen</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">werd den 14<sup>de</sup> Mei 1771 te Newtown, een +landstadje in Montgomeryshire (Wales) in Engeland, geboren, waar zijn +vader winkelier en posthuishouder was. Zijn moeder stamde uit een +geachte pachtersfamilie. Robert was de jongste van zeven kinderen.</p> +<p>Na in het stadje zijner inwoning de school te hebben doorloopen, +kwam hij bij een koopman in Stanford in de leer, een zekere Mac Guffog, +die zich-zelf in zaken er bovenòp had gewerkt. De jonge Owen +bleef hier vier jaren en benuttigde zijnen vrijen tijd met lezen en +studeeren. Elke minuut die hij van de zaken af kon nemen, wijdde hij +aan de studie der mathematiek, de natuurwetenschappen en der +geschiedenis. Ook hield hij zich met godsdienstige studiën niet +onledig en werd hij al spoedig een twijfelaar in theologische +aangelegenheden.</p> +<p>In ’t jaar 1795 ging Robert Owen naar Londen met aanbevelingen +van zijn patroon, die hem ongaarne van zich vertrekken zag. Hij vond +hier een betrekking voor 25 L. S. (300 gulden) <span class= +"pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name= +"pb66">66</a>]</span>jaarlijksch, voor een knaap van 14 jaar, eene +gunstige positie in die dagen. Vandaar ging hij in betrekking in +Manchester, eene positie die hem 15 L. St. per jaar méér +opleverde. Minder noch om het salaris, dan wel om eene andere reden, +nam hij de hem aangeboden nieuwe positie aan. De katoenindustrie had in +die dagen reuzenschreden gemaakt en hare hoofdzetel was Manchester.</p> +<p>Het was overigens een geweldigen tijd. Eene machtige sociale +revolutie voltrok zich in Engeland. Terwijl in Frankrijk de politieke +revoluties als het ware over elkander vielen, vond er in het geheim, +zonder dat het iemand zag of kon zien, een revolutie in de +maatschappelijke verhoudingen in Engeland plaats, die bewerkstelligd +werd door den stoom en de stoommachine. Watt had de stoommachine, +Arkwright had de spinmachine en Cartwright had de stoomweefstoel +uitgevonden. De <span class="corr" id="xd19e2034" title= +"Bron: klein-produkte">kleinproductie</span> ging haren ondergang +tegemoet en de handspinmachine en de handweefstoel, zij moesten het +afleggen tegen den met stoom gedreven industrie van de groote +fabrieken. De in ’t raam van de kleinproductie passende +verhoudingen, deugden niet meer. Een zee van ontketende „vrije +concurrentie”—het hoofdleerstuk der staathuishoudkunde van +den econoom Adam Smith—was nu de industrieele maatschappij +geworden. De golven sloegen al hooger en hooger, en wie niet met goed +uitgeruste schepen kwam, ging onder. De machinekrachten ontketenden den +strijd van „allen tegen allen”, een eeuw vroeger door den +philosoof en staatsrechtsleeraar Thomas Hobbes zoozeer voorzien.</p> +<p>Niet alleen mannen, ook vrouwen en kinderen togen bij massa’s +naar die groote fabrieken met hunne rookende schoorsteenen, hunne +stampende en ratelende machines. De groot-industrie begon haar hoogtijd +te vieren in Engeland, het eerste land dat daarvoor rijp was.</p> +<p>Robert Owen zag dat alles, maar hij zag ook tegelijkertijd, dat de +groot-industrie de produktie op geweldige manier deed toenemen. Hij zag +zoowel voor- als nadeelen van het nieuwe stelsel. En meer dan iemand +van zijnen tijd, heeft hij het ook begrepen. De jonge man peinsde op +middelen, zon op een stelsel om de voordeelen te behouden, maar de +nadeelen zooveel mogelijk te neutraliseeren.</p> +<p>Hij wilde aanstonds katoenfabrikant worden, want hij was inmiddels +in bijna alle geheimenissen van dat vak doorgedrongen. Maar toen hem +intusschen in 1789 een mechanikus met name Jones, dien hij had leeren +kennen, den voorslag deed, om met hem gezamenlijk een fabriek op te +richten, tot vervaardiging van nieuwe <span class="pagenum">[<a id= +"pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span>machines voor +katoenfabrikatie, greep hij dit denkbeeld aan en zeide zijne betrekking +op. Hij werd machinefabrikant met een kapitaal van 200 pd. sterling, +dat hij van zijn broeder in <span class="corr" id="xd19e2045" title= +"Bron: London">Londen</span> had geleend. Jones evenwel betoonde zich +ongeschikt, en hij wilde ook geenerlei raad aannemen en in dat geval +hield Owen het voor geraden zijn deelhebberschap aan een kapitalist te +verkoopen en uit de zaak te treden, om tot zijn oorspronkelijk beroep +terug te keeren. Voor het ontvangen geld, richtte hij een gehuurd +fabrieksgebouw in, dat hij voor het grootste gedeelte aan anderen +onderverhuurde en stelde, in de hem overblijvende ruimte een paar +spinmachines op. De ervaringen die hij in zijn korten loopbaan als +machinefabrikant had opgedaan, kwamen hem nu voortreffelijk te stade en +in korten tijd had hij zich een goede <span class="corr" id="xd19e2048" +title="Bron: cliëntéle">cliëntèle</span> +verschaft. Alleen het gebrek aan kapitaal, hinderde hem bij elken stap, +dien hij wilde doen. Tot dat men hem op zekeren dag mededeelde, dat een +zekere heer Drinkinwater, een rijke katoenfabrikant, wiens ouden chef +hem plotseling had verlaten, een nieuwen chef zocht. Owen nam een snel +besluit en bood zich aan. De heer Drinkinwater nam aanvankelijk den nog +geen twintigjarigen jongeling, die zich vermat aan het hoofd te willen +komen van eene der grootste katoenfabrieken van toenmaals in Engeland, +eens op. En met een blik waarin verbazing, zoowel als geringschatting +lag, zeide hij tot Owen: „U is mij te +jong!”—„Voor vier of vijf jaren was ik het +wel,” antwoordde de jonge Robert.—Nog grooter verbazing bij +den heer Drinkinwater; hij dacht voor het lapje te worden gehouden. +„Hoeveel malen per week bedrinkt u je wel?” vroeg +hij<span class="corr" id="xd19e2051" title= +"Niet in bron">.</span>—„Ik was nog nooit in mijn leven +beschonken,” antwoordde Owen heel droog.—„Hoeveel +salaris vraagt ge?” begon na een korte pauze den fabrikant. +„Driehonderd pond sterling!” was wederom het korte antwoord +van Owen. Het bleek dat zijn manier van antwoorden, den grooten +fabrikant zoozeer imponeerde, dat hij informaties inwon, en het +resultaat was dat Owen de betrekking kreeg.</p> +<p>Dit was in ’t jaar 1791, toen de fransche Revolutie op haar +hoogste punt was gekomen. De jonge Owen had voor politieke kwesties een +niet zeer levendige belangstelling. Of de gebeurtenissen in Frankrijk +een grooten indruk op hem gemaakt hebben, is niet gebleken. Praktische +vragen, vraagstukken die in <span class="corr" id="xd19e2056" title= +"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> verband stonden met het leven, +hadden evenwel zoo veel te meer steeds zijne groote belangstelling +bezig gehouden.</p> +<p>De heer Drinkinwater had geen reden om zijn besluit te betreuren. De +jonge Owen bracht weldra orde in het bedrijf en <span class= +"pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name= +"pb68">68</a>]</span>vervolkomende de machinerie dermate, dat de +fabriek binnen korten tijd, gelijk erkend werd, het beste en fijnste +spinwerk van Engeland leverde. Daarbij kwam, dat de arbeiders goed +werden betaald en humaan werden behandeld. Nadat een jaar verstreken +was, wilde de heer Drinkinwater dan ook van geen veranderen meer weten; +hij verhoogde ten dien einde dadelijk Owen’s salaris tot op 400 +pd. st. en verplichtte zich, om, na het derde jaar dat Owen in zijn +dienst zou blijven op een salaris van 500 pd. st., hij hem als +deelgenoot in de zaak zou opnemen.</p> +<p>Voor dat het contrakt tot stand kwam, verliet Owen de zaak, om eene, +naar hij later zelf toegaf, door hem verkeerd opgevatte handelwijze des +heeren Drinkinwater en richtte in Manchester eene eigene spinnerij op, +echter een voor zulk soort garens, die niet in de fabriek des heeren +Drinkinwater vervaardigd werden, ten einde dezen geen schade te doen. +De onderneming gelukte en Robert Owen werd wat men noemt een +„gemaakt man”, door andere fabrikanten met jaloerschheid +aangezien; bewonderd als man van zaken en uitgekreten als een +zonderling, omdat hij absoluut geen vermaak vond in de gezellige omgang +dier heeren, die hun geld en hunnen tijd doodsloegen, terwijl hij +zijnen vrijen tijd doorbracht in litterarisch en philosophisch +gezelschap; slechts met menschen willende verkeeren, waarvan hij meende +iets te kunnen leeren. Hij stelde er meer een eer in, om te gaan met +mannen als: Coleridge, de dichter, Dalton, de scheikundige en Fulton, +de uitvinder van het eerste stoomschip, welke laatste hij vooral met +beduidende geldsommen steunde.</p> +<p>En als Owen wel eens in het gezelschap was van zijne collega’s +de fabrikanten, dan had hij zulke verschrikkelijke plannen op te +stellen en ideën te verkondigen, dat het er den anderen koud van +werd.</p> +<p>Deze denkbeelden echter liet daarom Owen niet varen, in tegendeel, +zij trokken hem juist aan. Wij zijn hier aangeland bij het keerpunt in +Robert Owen’s leven, daar waar hij van een privaat-ondernemer, +een historische beteekenis krijgt als <span class="ex">sociaal +hervormer</span>.</p> +<hr class="tb"> +<p>Tegen het einde der 18<sup>e</sup> eeuw kwam Owen, op een +handelsreis zijnde, te New-Lanark in Schotland aan. Daar leerde hij een +zekere heer Dale kennen, den eigenaar van een aantal +fabrieksinrichtingen aldaar. De kennis met den vader, leidde tot +<span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name= +"pb69">69</a>]</span>kennismaking met de dochter; de kennismaking +leidde tot liefde en Owen werd met den vriend, ook den schoonzoon van +den heer Dale en alras den medeeigenaar van de fabrieken te New-Lanark. +In 1800 nam hij de leiding van de gezamenlijke fabrieken aldaar, bekend +onder den naam van „<i lang="en">New-Lanark Mills</i>” +over, met inbegrip van alle daarbij behoorende +établisementen.</p> +<p>De fabriek van den heer Dale was door hem en Richard Arkwright, de +beroemde uitvinder van de spinmachine, in 1784 opgericht geworden, toen +de katoenspinnerij in Schotland het eerst werd ingevoerd. De +voordeelen, die de waterkracht van de Clyde aanboden, had de keuze +bepaald van deze plaats, die overigens niets aantrekkelijks had. Het +land rond er om heen was onbebouwd; de inwoners dun gezaaid en zeer +ruw, bijna wild; de wegen zoo slecht dat zelfs de hartstochtelijkste +liefhebbers van natuurschoon het niet licht wagen dorsten tot deze +oorden aan de Clyde-watervallen, al te diep door te dringen. Men moest +„handen” hebben voor de fabriek, geen gemakkelijk iets, +daar de bevolking van de plaats geen bijzondere trek had in het werken +in gesloten ruimten. Kinderen voor den fabrieksarbeid waren er in +’t geheel niet te krijgen. Men moest zich dus wenden tot de +„werkhuizen” in het Engeland van die dagen, niet ten +<span class="corr" id="xd19e2087" title= +"Bron: onrechtte">onrechte</span> de „Bastilles van den +armen” genoemd, ten einde kinderkrachten te bekomen. En had +zoodoende 500 kinderen bij elkander gekregen, meest uit Edinburgh, die +in een daarvoor gebouwd groot huis tezamen werden gebracht, om gekleed, +gevoed en opgevoed te worden.</p> +<p>Ter aanlokking van arbeiders uit andere oorden, bouwde men een dorp +om de fabriek en verhuurde de huizen tegen een lagen prijs. Maar de +arbeid was er zóó impopulair, dat men bijna geen +arbeiders kon krijgen, anders dan verworden menschen en werkeloozen; +van alle middelen ontbloote individuen; menschen die over het algemeen, +zedelijk zeer laag en voor den arbeid bijna onbruikbaar waren, kortom +het uitschot van de armen. En niet zoodra hadden dezen door eenigen +tijd te arbeiden er geheel den slag van gekregen of zij werden +weerspannig en onhandelbaar.</p> +<p>Voor de kinderen was naar de toenmaals heerschende begrippen, vrij +goed gezorgd. De lokaliteit waar zij gehuisvest waren, was ruim, de +kamers vrij goed, de kost en de kleeding voldoende. Ook was er voor +voldoende geneeskundige hulp en verzorging, goed onderwijs en +behoorlijk toezicht zorg gedragen. De armenvoogden echter, verlangden +dat de kinderen reeds op 6-jarigen leeftijd zouden opgenomen worden. De +kinderen moesten dus van des morgens 6 tot des avonds 7 uur werken met +de grooten <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name= +"pb70">70</a>]</span>tezamen en daarna eerst, konde men hen onderwijs +geven. De gevolgen daarvan bleven niet uit; de kinderen liepen weg als +zij <span class="corr" id="xd19e2096" title= +"Bron: eenigzins">eenigszins</span> daartoe in staat waren, om naar +Glasgow en Edinburgh te gaan en daar dan dikwijls hunnen ondergang te +vinden. Maar alles was hen liever dan 13 uren per dag te werken onder +menschen, zooals het arbeidspersoneel van den heer Dale was.</p> +<p>Owen spreekt den heer Dale vrij van schuld; niet zijn wil was het, +dat de kinderen reeds met hun zesde jaar aan de spinmachine moesten +staan, zegt hij, maar die van het Armentoezicht, dat tot elken prijs +natuurlijk, van de arme, verlaten, ongelukkige kinderen af wilde +zijn.</p> +<p>En wat de toestanden aangaat, zegt hij: „als deze nu zoo waren +bij goede werkgevers als den heer Dale, kan men nagaan hoe het er moet +hebben uitgezien bij de slechten.<span class="corr" id="xd19e2103" +title="Niet in bron">”</span></p> +<p>De toestand van de dorpelingen van New-Lanark was dan ook eene +hoogst ongunstige. Drankzucht, luiheid en armoede waren er heer en +meester. Stelen was er aan de orde van den dag en in ’t bijzonder +scheen het een formeel recht te zijn, zich aan den eigendom van den +heer Dale te mogen vergrijpen. Ook heerschte er een godsdienstig +sekte-fanatisme van de allerergste soort. De eene groep van een zeker +soort geloovigen verketterde den andere, en dit werd er niet beter op, +doordien den heer Dale zelve partij koos voor eene der vele +secte-gelooven.</p> +<p>Nog een groot euvel was er, doordien de menschen van New-Lanark, +tengevolge van den grooten afstand van de marktplaatsen veel te dure +prijzen moesten betalen voor hunne levensmiddelen, hetgeen, naar te +begrijpen was onder hen een even groote bron van ontevredenheid, als +het voor den diefstal van andermans eigendom, een groote prikkel +was.</p> +<p>Het geheel evenwel scheen, met al zijn euvelen en al zijn ellende +een terrein te zijn, alwaar iemand als Robert Owen zich op tehuis +gevoelen kon. Dadelijk overzag hij het geheel en besloot hij +<span class="corr" id="xd19e2112" title= +"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> de zaak radikaal aan te pakken. +Hij ondernam een grondige hervorming. De enorme moeielijkheden die hij +hierbij ondervond verhoogden zijnen ijver slechts. Hij deed als een +wetenschappelijk ontdekker, die hoe moeielijker de taak, dien hij zich +gekozen had werd, met te meer lust aan de nieuwe studie ging, wetende +zijn doel toch te zullen bereiken. Hij verklaarde zijnen vrienden, dat +hij zou inwijden een geheel nieuw systeem, dat geheel <span class= +"corr" id="xd19e2115" title="Bron: gebasseerd">gebaseerd</span> zal +zijn op <span class="ex">gerechtigheid</span> en <span class= +"ex">goedheid</span>, dat hij zijn hoofdoogmerk zoû wijden aan de +opvoeding van de kinderen, en alle straffen zoû afschaffen en zou +weten te vervangen <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" +name="pb71">71</a>]</span>door moreele middelen. Men lachte hem uit; +maar de lachers werden hier wel zeer beschaamd gemaakt.</p> +<p>Owen toog aan den arbeid. „Onwetendheid,<span class="corr" id= +"xd19e2129" title="Niet in bron">”</span> schrijft Owen’s +biograaf Sargent, „immoraliteit, godsdienstige huichelarij, +overmatige arbeidstijd, verduurdering van levensmiddelen, en om op dit +alles den kroon te zetten, een hardnekkig vooroordeel dat men het tegen +Owen „den Engelschman,” wiens spraak den schotschen hoog- +en laaglanders bijna niet verstonden, dat alles stond hem in den weg. +Hierbij kwam nog, dat de andere deelnemers hoofdzakelijk het oog hadden +gevestigd op de winsten, die er te maken vielen en alles van een +zakenstandpunt bekeken.”</p> +<p>De arbeiders wantrouwden de geheele zaak eveneens. Zij immers waren +zoozeer gewend te worden geëxploiteerd, dat zij onmiddellijk +achter elke vernieuwing van de dingen, eene poging zagen, om meer uit +hunne arbeidskracht te halen. Geen wonder dus, dat er in de eerste twee +jaren slechts weinig was volbracht. „Er was geen +middel,<span class="corr" id="xd19e2134" title= +"Niet in bron">”</span> schrijft Owen zelf, <span class="corr" +id="xd19e2137" title="Niet in bron">„</span>dat er niet tegen mij +werd gebruikt; en de vesting van vooroordeelen en misbruiken die te +veroveren was, en wier verovering ik mij vast voorgenomen had, werd dan +ook systematisch en op hardnekkige wijze tegen mij +verdedigd.”</p> +<p>Owen was echter te verstandig om met geweld te werk te gaan.</p> +<p>Hij zag in, dat de noodzakelijkste veranderingen zeer talrijk waren +en niet in één handomdraaien gedaan waren te krijgen, +temeer, daar hij van geen enkele zijde op medewerking te rekenen had. +De beambten der fabriek zagen in hun patroon een phantast, die de zaak +te gronde zou richten met zijne plannen en zij verklaarden liever hunne +plaatsen aan de fabriek te zullen verlaten, dan zich te zullen leenen +tot zulke belachelijke dingen, als Owen die met de fabriek voorhad. Hij +moest zich dus voor alles een vasten bodem onder de voeten scheppen, +waarop hij het gebouw zijner wenschen moest vestigen. Maar dit niet +alleen, hij moest zich ook het noodige bouwmateriaal zelf verschaffen. +Het voornaamste was in dat opzicht, mannen te krijgen, die hem bij +zijnen arbeid ondersteunen konden en genoeg vertrouwen in zijn zaak +hadden. Dat was niet gemakkelijk, maar gegeven de uitmuntende takt die +Owen bezat om met menschen om te gaan, om uit ieder te halen wat erin +zat, was deze moeielijkheid geene onoverkomelijke. Hij vond dan ook wel +de noodige krachten.</p> +<p>En nu ging hij met onvermoeiden ijver aan den gang tot het +volbrengen van zijne tweeledige taak: verbetering van het lot der +volwassenen en de opvoeding der kinderen.</p> +<p>Het was vóór alles noodig, in de fabriek-zelf eene +zekere <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name= +"pb72">72</a>]</span>orde te herstellen, omdat het gebrek aan systeem +en de wanorde die er heerschten, werkelijk de fabriek met een bankroet +bedreigden, zelfs onder het oude regime. Repressie-maatregelen, daaraan +dacht Owen niet. Wat zou het hem baten, een paar dozijn +„handen” in het tuchthuis en enkelen aan den galg te +brengen? Daarmede waren noch de fabriek, noch de menschen zelf gebaat, +noch hadden Owen’s plannen, die hij met de menschen voor had, +daarbij maar <span class="corr" id="xd19e2150" title= +"Bron: eenigzins">eenigszins</span> een voordeel gehad.</p> +<p>Owen geloofde niet aan wat men den „<span class= +"ex">persoonlijken schuld</span>” noemde, daarvoor had hij een te +diep inzicht in de omstandigheden, waaronder die menschen van +<span class="ex">New-Lanark</span> leefden en wat dezen van hen hadden +gemaakt. Owen zag dus van elk soort van bestraffing af. Hij zocht het +mistrouwen der werklieden op verstandsgronden te overwinnen, door +beleering hen de dingen te verklaren en door hen louter en steeds op +hun belang te wijzen, dat hen gebood eerlijk en arbeidzaam te zijn. Ten +einde de dieverijen op de fabriek tegen te gaan, trof hij zeer +vernuftige maatregelen, welke de ontdekking van de misdrijven zeer +verlichten en, als ’t ware, het politietoezicht in de handen der +arbeiders zelven legde.</p> +<p>Het was Owen’s doel geenszins een modelfabriek te stichten, +hem was de <i>sociale zijde</i> van de hervormingen veel meer +aangelegen, <span class="corr" id="xd19e2166" title= +"Bron: als">dan</span> aan de mercantiele zijde van het vraagstuk. Maar +het ging bij hem hierom, een modelsamenleving op kleine schaal in te +richten.</p> +<p>De fabriek was Owen slechts middel tot dat doel. Door haar zocht hij +zijn hervormingsplannen te verwezenlijken, die met de vooruitgang in de +praktijk van den dag, telkens grootere afmetingen begonnen aan te +nemen.</p> +<p>De inrichtingen van New-Lanark waren Owen’s proefstation voor +sociale hervormingen. Door deze maatschappij-in-het-klein wilde hij der +maatschappij in het groot, een bewijs leveren van de juistheid en de +uitvoerbaarheid van zijne sociale hervormingsplannen. Door deze wilde +hij beproeven, praktisch de argumenten te <span class="corr" id= +"xd19e2173" title="Bron: wêerleggen">weêrleggen</span> van +hen, die zijn plannen misschien in theorie prachtig, maar in de +praktijk voor onuitvoerbaar verklaarden.</p> +<p>Het duurde niet lang of te New-Lanark was er zóóveel +verbeterd, dat de spotters en de lachers, althans niet meer zoo luide +lachten en de twijfelaars tot nadenken gestemd werden. Het stelen hield +op, zonder dat er één arbeider gerechtelijk vervolgd was +geworden. En het optreden en de manier-van-doen van de arbeiders, niet +alleen binnen, maar ook buiten de fabriek, was <span class= +"pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>geheel +anders geworden. Dronkenschap werd steeds minder en dat, zonder dat men +de drankwinkels in het dorp had doen sluiten, wat men Owen aangeraden +had. Owen was persoonlijk geen vijand zoozeer van het alkoholgebruik +als zoodanig, maar beschouwde het drinken en wel, het zich bedrinken, +in verband met de maatschappelijke omstandigheden der arbeiders. Hij +vroeg zich af, hoe het kwam, dat de menschen zulk een misbruik maakten +van den alkohol en kreeg allereerst de overtuiging, dat dit voortsproot +uit gebrek aan phijsiek voedsel, dat den menschen dwong, kunstmatige +prikkels tot zich te nemen.</p> +<p>Ten tweede ontbrak het den menschen aan een goed en behoorlijk +„tehuis,” aan een behoorlijk en gezellig familieleven, +waardoor zij zich in de kroeg meer thuis gevoelden, dan in hunne eigene +woning. Ten derde kwam het, omdat de menschen geestelijk op een te laag +standpunt stonden en verwaarloosd waren. De meesten van zijn +fabriekarbeiders konden niet eens lezen! Het was dus geen wonder, dat +zij geen denkbeeld hadden van hooger levensgenot en van geestelijk +leven, eene der beproefdste middelen, om de menschen uit de kroeg te +houden.</p> +<p>Owen ging planmatig <span class="corr" id="xd19e2185" title= +"Bron: tewerk">te werk</span>. Hij onderdrukte het +„Trucksysteem,” hetwelk, zooals overal in Groot-Brittanje, +ook in New-Lanark in zwang was, en de arbeiders waren aldus niet meer +gedwongen hunne levensmiddelen te koopen waar die duurder en slechter +waren, dan overal elders. In plaats daarvan stichtte Owen eene +coöperatie, de eerste die bestaan heeft en zeker niet de minst +slechte. Hij kocht waren van de allereerste kwaliteit in het groot en +deed ze aan de arbeiders die ze koopen wilden—gedwongen was men +niet—tegen den kostenden prijs van de hand. Alleen de kosten van +beheer werden hen in rekening gebracht. Het gevolg was, dat weldra alle +arbeiders deelnamen en dat de bevolking van New-Lanark binnen vrij +korten tijd, tot de bestgevoede en de bestgekleede van Engelands +arbeidersbevolking behoorde. Voor de ongehuwden werd een kost- of +eethuis opgericht, eveneens op <span class="corr" id="xd19e2191" title= +"Bron: cöoperatieven">coöperatieven</span> grondslag, waarin +voor hunne voeding en hunne kleeding den meesten zorg werd +gedragen.</p> +<p>Owen liet vervolgens de slechte woningen afbreken en liet er +„<span class="ex" lang="en">Cottages</span>” bouwen van +zijne eigene vinding en naar zijne eigene aanwijzingen, met ruime +lustige woon- en slaapkamers, een praktische keuken erbij en tevens een +stukje tuingrond eraan verbonden, om groenten, ooft en bloemen te +kweeken. Voor de kinderen werden bovendien speelplaatsen opgericht. De +nieuwe woningen, met de daarbij behoorende tuintjes werden <span class= +"pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span>voor een +lagen prijs verhuurd, zoodat niet meer dan de rente van het kapitaal in +rekening gebracht werd, die opgebracht moest worden. Niet lang daarna +verlieten alle arbeiders hunne ellendige krotten, om de woningen van de +fabriek binnen te trekken.</p> +<p>Een moeielijker werk leverde de geestelijke verheffing van de +arbeiders op. Hier moest tegelijkertijd, van twee kanten uit worden +begonnen. Met bloote opvoeding van de kinderen was men alleen niet +klaar, ook de reeds opgegroeide generatie mocht niet onverzorgd gelaten +worden. Voor de jeugd was een groote school opgericht die binnen korten +tijd, onder de persoonlijke leiding van Owen, tot een <span class= +"ex">modelschool</span> werd. Geschikte leeraren en leeraressen werden +gevormd en aan de school verbonden; het slaan was streng verboden. De +kinderen werden er onderwezen in lezen en schrijven, in mathematiek, in +geschiedenis, geographie en meer praktische vakken.</p> +<p>Voor volwassenen werden aparte onderwijsklassen opgericht, leeszalen +en een bibliotheek gesticht en in weerwil dat voor de deelname aan alle +deze dingen geen dwang was ingevoerd, was de deelname weldra zoo +algemeen, dat na eenigen tijd New-Lanark, behalve den grijsaards geen +inwoner meer had, die niet ter dege kon lezen en schrijven. Het +intellektueele peil der bevolking rees dan ook zeer schielijk en kwam +zeker boven het doorsneêpeil van de fabrieksplaatsen, in het +Engeland dier dagen te staan.</p> +<p>In de fabriek werd de behandeling eveneens op veel humaner en +praktischer manier ingericht, dan dit voorheen het geval was. Straffen +waren <i>principieel</i> verboden. Goede loonen werden betaald en Owen +wist de menschen het snel duidelijk te maken dat, hoe beter zij +arbeidden, des te meer dan hunne loonen zouden stijgen, en dat dan ook +zooveel te meer zoude gezorgd kunnen worden, voor hunne moreele en +materieele verheffing. Hij maakte er voor de menschen geen geheim uit, +dat ook dan de eigenaren van de fabriek daar beter bij zouden varen. +Maar door te wijzen op hetgeen hij had gedaan, en op hetgeen hij +voornemens was daarenboven te doen, kon hij met een goed geweten +verklaren, dat voor hem de fabriek geen <i>doel</i>, maar een +<i>middel</i> was, om tot de oplossing te komen van het problema, de +arbeid die tot dusver voor den arbeiders een vloek geweest, voor hen in +een zegen te doen veranderen.</p> +<p>En de eenige dwang, welke hij uitgeoefend had, was eene moreele, +n.l., <span class="ex">de dwang van de publieke opinie</span>.</p> +<p>Ten einde, om zoo te zeggen, een soort gerecht onder de <span class= +"pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name= +"pb75">75</a>]</span>arbeiders, uit de arbeiders zelven te verkrijgen, +voerde Owen den „<i lang="en">Silent Monitor</i>” +(<span class="corr" id="xd19e2231" title= +"Niet in bron">„</span>stille vermaner”) in. Hij liet voor +elken arbeider vier borden maken, van verschillende kleur: een wit, een +blauw, een geel en een zwart. De eerste was goed, de tweede tamelijk +goed, de derde middelmatig en de laatste onvoldoende. Al naar het werk +van de week uitviel, liet Owen een der vier borden naast den arbeider +neerhangen, op den Maandag waarop het werk aanving, zoodat dan elkeen +kon oordeelen over eens anders arbeid en gedrag. Deze borden hadden +bovendien nog dit voor, dat de arbeiders die hunnen plicht niet gedaan +hadden, geen standjes kregen, maar zelven zien konden hoe men over hun +werk dacht. Owen controleerde zelf deze borden steeds en zorgde voor de +meest stipte gerechtigheid bij hunne verdeeling.</p> +<p>Owen ging misschien hier wat schoolmeesterachtig te werk, maar het +was hem liever aldus te handelen, dan eene heerschappij van de +fabrieksopzichters langer te handhaven. Hij wilde den arbeiders dan ook +niet anders opvoeden dan met moreele middelen, als een werkelijk +pedagoog.</p> +<p>In New-Lanark, werd door Owen in ’t jaar 1809 de eerste +kleine-kinderenbewaarplaats en kleine-kinderenschool opgericht die er +tot dusver bestond, en alle scholen van dit soort waren geschoeid op de +leest van Robert Owen’s eerste stichting van dien aard.</p> +<p>In een rede door Owen in 1812 te Glasgow gehouden, ter eere van +zijnen vriend Lancaster, den beroemden schoolhervormer, zijn zijne +grondstellingen over opvoeding neergelegd.</p> +<p>Hij zeide daarin: „Wat is de oorzaak van de lichamelijke en +geestelijke verschillen, welke wij in ’t algemeen onder de +menschen waarnemen? Zijn zij ons aangeboren, of ontstaan zij uit den +bodem, waarop wij ter wereld komen? Noch het een, noch het ander. Deze +verschillen zijn eenig en alleen: werkingen van verschillende +omstandigheden en van de opvoeding. De mensch wordt een ruwe en een +gruwzame wilde, een kannibaal—of een beschaafd en een goedaardig +wezen, al naar mate van de omstandigheden, waarin hij van zijne +geboorte af is gekomen. Hieruit volgt dus, dat het cardinale punt voor +ons is, te overwegen of wij deze omstandigheden <span class="corr" id= +"xd19e2243" title="Bron: beinvloeden">beïnvloeden</span>, of wij +ze beheerschen kunnen; en als dit zoo is, in welke mate wij dit kunnen +doen.</p> +<p>„Stellen wij het geval eens, ten einde eene proef te nemen +brachten wij bijv. een aantal pasgeboren kinderen uit ons geboorteland +naar ver-afgelegen landen, leverden ze daar aan de inboorlingen +<span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name= +"pb76">76</a>]</span>over en lieten ze daar achter. Zouden wij +één oogenblik hebben te twijfelen aan het resultaat? +Neen! De kinderen zouden gezamenlijk, zonder uitzondering, gelijk +worden aan elke gewone inboorling en van die in karakter niet +verschillen.</p> +<p>„En zouden op gelijke manier, een zeker aantal van +jongegeboren kinderen tusschen het „gezelschap der +vrienden” („genootschap van kwakers”) eenerzijds en +tusschen het verwaarloosde gedeelte van de <span class="corr" id= +"xd19e2252" title="Bron: Londonsche">Londensche</span> bevolking welke +St. Giles bewoont anderzijds uitgeruild worden, dan zouden de kinderen +van de eersten, opgroeien en gelijk worden aan die van de laatsten; +vóórbestemd voor elk misdrijf, waarentegen de kinderen +der laatsten tot evenzoo matige, goede zedelijke menschen opgroeien, +gelijk de eersten dat zijn.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Dit waren, in ’t kort, de grondprincipes van Owen; de +beginselen van zijn sociaal systeem, welke hij sedert ’t jaar +1812, toen hij met zijne agitatie begon, en in een gansche rij van +brochures, voordrachten voor het volk en in tal van memories aan +staatslieden nederlegde: „<i>de mensch is het produkt der +omstandigheden; ellende en misdaad, zij zijn de <span class="corr" id= +"xd19e2261" title="Bron: gevolgea">gevolgen</span> van de onnatuurlijke +levensverhoudingen</i>.”—Het moet alzoo onzen taak zijn, op +de invoering van andere verhoudingen te werken. En dit is in het belang +van alle menschen, omdat alle menschen zonder uitzondering, onder de +bestaande omstandigheden te lijden hebben. Elk mensch heeft een gelijk +recht op welzijn, voorzoover dit de vooruitgang van de beschaving en de +stand der produktie mogelijk maken en op de hoogst mogelijke graad van +ontwikkeling, voorzoover dit zijn lichamelijke en geestelijke +eigenschappen mochten vereischen. Daarom is het volgens Owen, eene +maatschappelijke noodzakelijkheid, dat alle kinderen een zoo goed +mogelijke opvoeding verkregen, <span class="corr" id="xd19e2265" title= +"Bron: opdat dat">opdat</span> de huidige klassebevoorrechting in dit +opzicht, ten minste niet meer heerschen, en voor eene organisatie +plaats maken zal, waarin elk lid van de samenleving arbeiden kan voor +de gemeenschap en deze hem wederkeerig, een menschwaardig bestaan +daarvoor in ruil waarborgen kan.</p> +<hr class="tb"> +<p>Robert Owen vergenoegde zich niet met de hervormingen aan zijn eigen +fabriek te New-Lanark, hij strekte zijne <span class="corr" id= +"xd19e2272" title="Bron: bemoeiengen">bemoeiingen</span> ook uit over +geheel Engeland. Het was een boozen tijd voor Engeland. <span class= +"pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>De +Coalitie-wet verbood den arbeider op elke manier, zich te vereenigen. +De omstandigheden waren evenwel té verschrikkelijk voor den +arbeiders, dan dat zij zich zoo maar konden nederleggen bij hetgeen er +in ’t land gebeurde. De wetten dreven hun echter tot het plegen +van daden van geweld. Vooral de jaren van 1814–1824, kenmerkten +zich door geweldigen strijd. In ’t laatste jaar werd toen de +coalitie-wet eerst ingetrokken, door het werken van het parlementslid +Joseph Hume.</p> +<p>Robert Owen begreep, dat voor de kinderen althans iets moest worden +gedaan. In 1802 was er reeds een wet op de kinderarbeid in het +Parlement tot stand gekomen, maar deze wet werd of in het geheel niet, +of zeer slecht uitgevoerd. Owen riep ten dien einde in 1815 eene +Meeting van de schotsche fabrikanten, te Glasgow bijeen, maar ondervond +van geen enkele zijde medewerking. Toen ging hij zelf aan den arbeid en +op reis, teneinde de noodige gegevens te verzamelen voor zijn agitatie. +Hij deed deze reis vergezeld van zijn zoon Robert Dale Owen; ging naar +Engeland en door Schotland.</p> +<p>Toen hij genoegzaam gegevens had, bezocht <span class="corr" id= +"xd19e2281" title="Bron: bij">hij</span> den minister Robert Peel, bij +wien hij aandrong op het indienen van een wetgeving op den arbeid van +jonge kinderen en volwassenen. Immers<span class="corr" id="xd19e2284" +title="Niet in bron">,</span> het was hem gebleken, dat er in die +dagen, als regel en niet als uitzondering, door kinderen van tien jaren +doorgaans veertien uren per dag werd gewerkt, met een oponthoud van een +half uur per dag voor eten, dat niet buiten, maar binnen de fabriek +werd genuttigd.</p> +<p>Na eene onnoemelijke tegenwerking, kwam in 1819 de eerste Wet op den +Kinderarbeid tot stand, niet in die mate zooals zij door Owen werd +gewenscht, maar dan toch als eerste stap, in de door hem aangewezen +richting.</p> +<p>Van af 1813 tot 1816, publiceerde Owen zijn vier opstellen, +getiteld: „<i lang="en">A New view of <span class="corr" id= +"xd19e2293" title="Bron: Societij">Society</span> or <span class="corr" +id="xd19e2296" title="Bron: Essaijs">Essays</span> on the principle of +the Formation of the human Character and the Application of the +Principle to Practice</i>”. („Nieuwe inzichten omtrent de +samenleving, of studieën over de vorming van het menschelijk +karakter en de toepassing van het beginsel in de praktijk”).</p> +<p>In de aan de fabrikanten <span class="corr" id="xd19e2302" title= +"Bron: gerichtte">gerichte</span> „Voorrede” tot deze +uitgave zegt Owen o.a.:</p> +<p>„Sedert de algemeene invoering van een levenloos mechanisme in +de Britsche manufaktuur, wordt den mensch, zeer weinige uitzonderingen +hier buiten beschouwing gelaten, als eene machine van lagere orde +behandeld; men heeft er veel meer zorgen <span class="pagenum">[<a id= +"pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>aan besteed, de +ruwmaterialen van het hout en het ijzer, dan die van het lichaam en +ziel van de menschen te verbeteren. Wijdt aan deze kwestie eens de haar +toekomende aandacht, en gij zult zien dat de mensch, zelfs in zijn +hoedanigheid als werktuig tot de voortbrenging van den rijkdom, nog +beduidend beter kan worden gemaakt! Maar nog een veel belangrijker +opmerking, valt er in dat opzicht te maken. Benuttigt de middelen, die +thans genoeg voor iedereen duidelijk waarneembaar kunnen zijn en gij +zult daardoor, niet alleen deze levende werktuigen volkomener maken, +maar gij zult ook leeren, dat men ze zoo voortreffelijk kan maken, dat +ze niet alleen het tegenwoordige, maar ook die van ’t geheele +verleden in alle opzichten overtreffen zullen!”</p> +<p>Owen had een vredelievend karakter en meende dat de belangen van +fabrikanten en arbeiders, langs den meest vredelievenden weg te +verzoenen waren. Dit belette hem evenwel niet in te zien, dat er een +groote klove tusschen hen gaapte; dat er een geweldige antagonie +bestond tusschen het kapitaal en den arbeid. Maar hij was overtuigd, +dat de vervulling van hetgeen hij meende dat de plichten waren van de +werkgevers ertoe zou leiden, dat er eene toenadering tot stand zou +kunnen komen, welke de hervorming van de maatschappij langs +vredelievenden weg, niet alleen niet in den weg stond <span class= +"corr" id="xd19e2312" title="Bron: waar">maar</span> ook in de hand +zoude werken.</p> +<p>Daardoor, dat hij praktisch deze plichten wist te formuleeren, stond +hij reeds verre boven zijne tijdgenooten; zooals hij ook verre boven +economen van zijnen tijd, als Robert Malthus stond, op wien hij reeds +toentertijd het inzicht vòòr had: 1e dat een zekere mate +van welstand, de onbepaalde voorwaarde is, voor een zedelijken +levenswandel; en 2e dat de ontwikkeling van de groot-produktie, aan de +beschaafde menschheid eene buitengewone mate van produktiviteit kan +verzekeren. Zoodat dus diens vrees geenszins behoefde te worden +bewaarheid, dat de productie eenmaal te kort zou kunnen komen te +schieten.</p> +<p>Zijn goede hart en zijn bijzonder praktische ervaring, deden hem dan +ook menig nieuw gezichtspunt aan de hand. Zijne theoretische inzichten +waren wel-is-waar, door die van den in zijn tijd levenden liberalen +apostel Jeremias Bentham sterk <span class="corr" id="xd19e2319" title= +"Bron: bëinvloed">beïnvloed</span>, maar zij waren verder +zelfstandig door hem uitgewerkt. <span class="corr" id="xd19e2322" +title="Niet in bron">„</span>De mensch is,<span class="corr" id= +"xd19e2325" title="Niet in bron">”</span> volgens Owen, +<span class="corr" id="xd19e2328" title= +"Niet in bron">„</span>uitgerust met een natuurlijk streven naar +geluk, de regeering heeft dus ten doel, ons, geregeerden en regeerenden +gelukkig te maken. De beste regeering is deze, welke in de praktijk de +grootst mogelijke som van geluk aan het grootste <span class= +"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>getal +menschen weet te bezorgen, waarbij allen, zoowel regeerders als +onderdanen inbegrepen moeten zijn.<a id="xd19e2334" name= +"xd19e2334"></a></p> +<p>„Alle gecompliceerde en elkander tegensprekende motieven voor +goede verhoudingen, zijn op een enkel principe der handelingen terug te +voeren, hetwelk door zijne voorlichtende werkzaamheid, het oude +verdorven systeem overbodig maakt en ten slotte zich in alle deelen der +wereld zal oplossen. Dit principe is het geluk van het eigen-Ik, goed +begrepen, en gelijkvormig verwerkelijkt, hetgeen slechts kan worden +bereikt door eene verhouding, waarin het geluk van de menschheid +bevorderd wordt. Want iedere macht, welke het wereld-al beheerscht en +doordringt, heeft den menschen zoo gevormd, dat zij progressief, van +uit eene toestand van onwetendheid, tot eene van intelligentie moeten +opklimmen, welker grenzen de menschen niet bepalen kunnen; zoodat zij +bij dit voortschrijden eerst ontdekken moeten, dat hun individueel +geluk slechts door het groeien en het uitbreiden van het geluk van +allen hen omgevenden, groeien en toenemen kan.”</p> +<p>Het is Owen’s onomstootelijke overtuiging geweest, dat de +wereld alleen door deze erkenning kan worden verbeterd, dat slechts +naar die verhouding waarin het streven der menschen naar eigen geluk of +de liefde tot zich zelf geleid wordt, deugdzame en zegenrijke +handelingen overwogen kunnen worden. En zoowel karakter als opvoeding, +berusten bij den mensch op de erkenning van die waarheid. Owen was er +van overtuigd, dat de menschen tot nog toe eene valsche opvoeding +hebben gehad; valsch onderricht en valsch gevormd zijn geworden en dat +daaruit, alle menschelijke ellende is geboren geworden. Owen geloofde +der menschheid van deze waarheid te kunnen overtuigen, al had hij zelf, +eveneens een slechte en onware opvoeding gehad. Want hoezeer dat +laatste ook het geval is, toch maakt hij zich niettemin sterk, dat het +zijn meergevorderd inzicht was, dat hem der menschheid thans aldus kon +doen beleeren.</p> +<p>Owen’s overtuiging was het, dat aan elke maatschappij een +zeker karakter kon worden gegeven, hetzij goed of kwaad, hetzij +vernuftig hetzij dom, en dat de middelen daartoe zoo goed als in handen +waren, van hen die invloed konden uitoefenen op den gang van zaken in +de wereld. Die middelen moesten echter nu worden aangewend. Het was een +feit, dat drie-vierde gedeelte van de gansche bevolking van +Groot-Brittanje en Ierland behoorde, tot die der arbeidenden. Men liet +het echter toe, dat het karakter van die menschen werd gevormd zonder +eenige leiding, onder omstandigheden, die hen <span class= +"pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name= +"pb80">80</a>]</span>noodwendig moesten brengen tot een levensloop van +ellende, ondeugd en onzedelijkheid. Terwijl de hoogere klassen, +wel-is-waar zeiden te gelooven aan beginselen, maar eveneens deden, +alsof die beginselen niet bestonden. Zulk een toestand zou als zij lang +voortduurde tot den opstand moeten leiden, omdat het lijden van de +bevolking en van de arbeidende klassen van <span class="corr" id= +"xd19e2344" title="Bron: groot-Brittanje">Groot-Brittanje</span> en +Ierland werkelijk èrger is, dan de toenmaals zooveel besproken +slavernij van de negers in Amerika. Owen gebruikte het eerst benaming +voor de fabrieksarbeiders van „<span class="ex">blanke +slaven</span>” en leverde het bewijs, dat zij met betrekking tot +gezondheid, voeding <span class="corr" id="xd19e2350" title= +"Niet in bron">en</span> kleeding er veeltijds slechter aan toe zijn, +dan de zwarte slaven.</p> +<p>De hoofdzaak was nu het allereerst te zorgen voor de jeugd; een zorg +die rustte op het denkbeeld dat de mensch zijn eigen karakter niet +vormt, maar dat dit voor hem gevormd wordt, door de omstandigheden +waardoor hij is omringd.</p> +<p>Het doel van het gouvernement is om regeerders en geregeerden +gelukkig te maken, daarom behoorde elke regeering zich te laten leiden +door het denkbeeld, dat het beter is misdaden te voorkomen, dan ze te +bestraffen. Alle aanleidingen die tot het misdrijf aanzetten, behooren +daarom door de regeering te worden weggenomen. Oorlog behoorde er aan +de kroegen te worden aangedaan. De rechten op gedistilleerd behoorden +te worden verhoogd; een stelsel van licentieën (vergunningen) in +sterke en in strenge mate dient er te worden toegepast. Elk loterij, +ook die van den Staat uitgaande, moet worden afgeschaft.</p> +<p>Het stelsel van de armenwetten dient grondig te worden herzien, en +er moet worden tegengegaan, dat den vlijtigen arbeid, voor het +onderhoud van luien en leegloopers heeft te zorgen. Dan moest de +geheele strafwetgeving herzien worden, en het beginsel van de +preventiviteit moest geheel worden doorgevoerd.</p> +<p>Een hervorming van de Staatskerk achtte Owen niet minder noodig. +Owen was n.l. langzamerhand, door de ervaring geleerd, een vijand van +de <span class="ex">officieele</span> godsdienst geworden, hetgeen ten +slotte niet het minst geleid heeft, tot zijn maatschappelijk isolement +en zijne verwijdering, ook van diegenen zijner tijdgenooten, welke hem +in den aanvang, geldelijk tot het ten-uitvoer leggen van zijne plannen +in staat hadden gesteld.</p> +<p>Owen vatte zijn betoog in de vier hier behandelde opstellen te +zamen, in de navolgende twee reeksen van wetten. De eene reeks zou +moeten bestaan in eene algemeene onderwijs-regeling voor het geheele +land, zoowel <span class="corr" id="xd19e2366" title= +"Bron: omvatten">omvattend</span> den geest van het onderwijs, als de +voorziening van de schoolgebouwen, de normaal-inrichtingen <span class= +"pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>voor +onderwijzers en hunne gansche vorming op het oog <span class="corr" id= +"xd19e2371" title="Bron: hebben">hebbend</span>. De tweede reeks, zou +aan de hervorming van den arbeid moeten zijn gewijd. Zij zou moeten +worden ingeleid door eene wettelijke <span class="corr" id="xd19e2374" +title="Bron: enquète">enquête</span>, naar de +arbeidstoestanden in het Vereenigd Koninkrijk, naar de verhoudingen +tusschen kapitaal en arbeid in hunnen ganschen omvang, ook wat aangaat +de werkeloosheid. Owen hield zich overtuigd, dat deze laatste geen +maatschappelijk euvel zoozeer, als wel een euvel der opvoeding was en +dat daarin gelegen was een reden tot armoede en niet in de z. g. n. +„Wet van Malthus.” Het was z. i. niet de massa van +menschen, die kwaad was voor de menschheid, het waren de groote +onwetendheid, de domheid en de verwaarloosde opvoeding der menschen, +die al het kwaad over de wereld gebracht hadden. Ieder individu kon +geleid worden, en wel in die richting, dat hij veel meer produceert, +dan dat hij verteert; daar er volgens Owen’s vaste overtuiging +veel meer was of geschapen kon worden, dan er noodig was om dadelijk te +worden verteerd.</p> +<p>Inmiddels was Owen steeds voortgegaan, de inrichtingen van +<i>New-Lanark</i> te verbeteren en steeds volkomener te maken. De +bezoekers stroomden naar dat oord, om het „wonder van dien +tijd” in oogenschouw te nemen. Jaarlijks kwamen meer dan +tweeduizend belangstellenden naar New-Lanark, en de hooge wereld was +niet het minst, onder dat aantal vertegenwoordigd. De Koning van Saksen +zond Owen een medaille, de Koning van Pruissen schreef hem eigenhandig +brieven. Groot-Vorst Nicolaas van Rusland begaf zich in 1816, +persoonlijk derwaarts en verwijlde zelfs een paar dagen in Owen’s +huis. De Hertogen van het Koninklijk huis van Engeland, toonden de +grootste belangstelling in de instellingen van New-Lanark en de Hertog +van Kent, de vader van Koningin Victoria, was zelf op +vriendschappelijken voet met Robert Owen er door gekomen.</p> +<p>Dit alles maakte Owen evenwel niet trotsch, of deed zijn +hervormingszucht omslaan in conservatisme, of in zucht om de grooten +der aarde wèlgevallig te zijn.—Juist, integendeel! Het is +een bewijs voor de groote naïviteit van Owen, voor het kinderlijk +vertrouwen, dat hij in de menschen stelde, dat hij deze blijken van +belangstelling aanzag voor aansporingen die men hem wilde geven, steeds +verder voort te gaan. Maar hij zou bittere ervaringen opdoen met dat +vertrouwen.</p> +<p>Telkens en telkens kwam er oppositie van den kant der geldschieters, +hoofdzakelijk Kwakers, die méér winsten verlangden, of +wel het meest van alles, nu eens wenschten opgehouden te zien met die +oneindige hervormingen, welke Owen <i>nooit</i> moede was <span class= +"pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>in te +voeren, teneinde aldoor maar te verbeteren en te verbeteren.</p> +<p>Maar erger werd deze oppositie, of liever zij verscherpte zich, door +de kwestie van het onderwijs. Owen had n. l. in zijn +onderwijsinstituten een neutraal onderwijs ingevoerd, van een soort, +gelijk dat bij ons nog gehuldigd wordt in de openbare school.</p> +<p>Hij nam een Christendom aan, dat boven geloofsverdeeldheid stond, +een universeel Christendom dus. Hij was de meening toegedaan, reeds in +zijn „<i lang="en">New View of Society</i>” uitgesproken, +dat men, om de ongelegenheden te vermijden die altijd moeten oprijzen, +wanneer men een bepaald geloof op school invoert, de kinderen slechts +behoorde te leeren uit die boeken, welke zoodanige voorschriften der +christelijke godsdienst inprenten, die gemeen zijn aan alle uitingen of +secten van het christendom.</p> +<p>Dat was den kwakers, die een <i>positief</i> christendom +voorstonden, zeker niet naar den zin. Nog veel minder was het van hunne +gading, dat Owen de kinderen op school, onderricht liet geven in +dansen, in muziek en ze liet oefenen in militaire exercitieën. +Owen gaf ter wille van zijn drieduizend menschen, die in New-Lanark het +zoo goed hadden, veel toe.</p> +<p>Maar telkens en telkens herhaalden zich de grieven van de zijde der +financiers. Men liet niet na Owen wetten te stellen, hem op de vingers +te tikken; ten slotte wilde men hem zoo bedillen, dat hem het handelen +feitelijk, daardoor tot eene onmogelijkheid werd. In 1822 nam Owen +ontslag, verliet New-Lanark, na een bestuur van 25 jaren, dat den +grootsten zegen had aangebracht.</p> +<p>Owen zegt zelf, dat hij zijne benijdenswaardige positie in +New-Lanark alleen prijs gaf, om volkomen vrijheid te verkrijgen voor +zijne agitatie en om al zijne krachten te kunnen aanwenden, tot eene +grondige hervorming van de menschelijke maatschappij. In New-Lanark +vergewiste hij zich, door de, onder de ongunstigste omstandigheden op +zich genomen praktische toepassing, van de juistheid van zijne +principes—onder ongunstige omstandigheden, die voor een deel +voortvloeiden uit de natuurlijke<a id="xd19e2408" name="xd19e2408"></a> +oppositiegeest van de menschen, tegen een experiment dat, bij al de +instemming die het vond, toch er toe geëigend was als het ware, om +de onhoudbaarheid aan te toonen van, en het geloof te schokken, in, de +principes waarop de tegenwoordige wereld was gebouwd. Sedert de +verbreking van den band, die er tusschen hem en New-Lanark bestond, +vestigde Owen zich weer in Londen. Tusschen de herfst van 1824 en den +zomer van 1829, was Owen eenmaal in de Vereenigde Staten, eenmaal in +West-Indië en eenmaal in <span class="corr" id="xd19e2410" title= +"Bron: Mejïko">Mexiko</span>. Drie jaren te voren bezocht hij +Frankrijk, <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name= +"pb83">83</a>]</span>Oostenrijk, Pruissen, Beijeren en Saksen. Al deze +reizen deed hij, als studiereizen en met dat eene doel voor oogen: +<i>de voortdurende welvaart van het menschelijk geslacht te kunnen +grondvesten</i>.</p> +<hr class="tb"> +<p>In 1825 stichtte Owen in Amerika de eerste kolonie op <span class= +"ex">communistischen grondslag</span>. Hij noemde haar +„<i>New-Harmony</i>”. Owen had voor deze kolonie 30,000 +acres land aangekocht van de sekte der Rappiten. De kolonie bloeide een +tijd lang, maar hoe langer hoe meer deze tot de praktijk moest komen, +zag Owen in, of liever het bleek, dat men kapitalistische instellingen +niet zoo maar tot Communistische kan maken, en dat daartoe veel meer en +veel andere dingen behoorden, dan de goeden wil, het edel gemoed en de +energie van een man, als hij was.</p> +<p>Na het in Mexiko nog eens beproefd te hebben, keerde Owen naar +Engeland terug. Voor zijn familie had hij intusschen gezorgd en hij zou +zich nu geheel aan de arbeidende klassen gaan wijden. Reybeaud vertelt, +dat Owen van 1826 tot 1837, duizend openbare redevoeringen gehouden, +vijfhonderd adressen heeft verzonden, tweeduizend tijdschrift-artikelen +geschreven heeft en driehonderd reizen gedaan heeft.</p> +<p>In 1829 deed Owen een diplomatieke poging, die gelukkig geslaagd +mocht heeten. Tusschen Engeland en de Vereenigde Staten waren n.l. +kwesties ontstaan, die tot een oorlog hadden kunnen leiden, en wel +daarom zoozeer de verhoudingen tusschen beide naties geprikkeld +maakten, omdat het in den grond van de zaak <i>handels</i>kwesties +waren. Owen, die bij den toenmaligen president van N. Amerika Jackson, +zoowel als bij den Staatssecretaris van Buren in hoog aanzien stond, +gebruikte zijne aanwezigheid in Amerika daartoe, om de verschilpunten +met de beide mannen grondig te bespreken. Het resultaat was, dat Owen +aan de Engelsche regeering kon melden, dat de Amerikaansche, de +bereidwilligheid tot een vredelievende oplossing van de kwesties toonde +en dat binnen weinige weken, een twist, die door de vakdiplomaten +behandeld, misschien tot een oorlog geleid zou hebben, door een +niet-diplomaat, op de beste wijze tot oplossing werd gebracht.</p> +<p>In ’t jaar 1832 stichtte Owen dan zijne bekende ruilbank, die +in verbinding met de Coöperaties en de produktieve-associaties +door wederzijdsch crediet, den arbeiders in staat zoude stellen, zich +te emancipeeren van het kapitalistendom. Het <span class= +"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>plan +mislukte, evenzoo als 17 jaren later de ruilbank door Proudhon in +Frankrijk gesticht, met ongeveer dezelfde bedoelingen mislukte, omdat +het crediet van hen die niets hebben, ook niets waard is.</p> +<p>Tusschen 1836 en 1838, zag ook Owen’s hoofdwerk +„<span class="ex" lang="en">The New Moral World</span>” (De +nieuwe moreele wereld) het licht, eerst als weekblad, later in 1844, +als boek. Het bevatte <i>zeven</i> deelen en kan als samenvatting, van +datgene wat Owen wilde, worden beschouwd. Het is, naar zijn eigen +meening, zijn omvangrijkste werk geweest, waarin hij zijn diepste +gedachte heeft nedergelegd.</p> +<p>Het <span class="ex">Eerste deel</span> verzamelt de gegevens over +de menschelijke natuur. Owen geeft hier niets nieuws en wij kunnen dus +volstaan met hetgeen daaromtrent vroeger omstandig is medegedeeld. De +mensch vormt nòch zichzelven, nòch zijne meeningen, +nòch zijne gevoelens; zij-allen worden voor hen gevormd, door de +omstandigheden, waarin hij is geplaatst. Hiermede valt dus de leer te +zamen, dat men het allereerst moet aanvangen, die omstandigheden te +begrijpen. Men moet niet oordeelen of veroordeelen, maar men moet +leeren begrijpen. Men moet de natuur beluisteren en haar volgen, want +de natuur is niet slecht. Ook de mensch is niet van nature-uit +verkeerd; de maatschappij waarin hij verkeert vormt hem zooals hij is. +De tegenwoordige beschaving is op den slechten weg. Men moet het +natuurlijk instinct volgen en bevredigen. Het tegenstreven der natuur, +het gedurig tegenwerken harer bedoelingen, dááraan is het +te danken, dat de menschelijke karakters dien betreurenswaardigen trek +verkregen hebben, waaraan zij lijden.</p> +<p>In plaats van het egoïsme der onwetendheid, moest er onder de +menschen gaan heerschen, de welwillendheid van het inzicht in de +werkelijkheid. De mensch is bestemd een sociaal wezen te zijn. De +verschillende onderscheidingen moeten wijken onder de menschen; de +religies zullen te-niet worden gedaan, de priesters overbodig worden +bevonden, de menschelijke trots verdwijnen en eene hérschepping +van den mensch zal er komen, zoo schoon als zij er nog nooit geweest +is. Owen meent, dat hij hetzelfde voor de menschheid op ’t oog +had, als <span class="corr" id="xd19e2455" title= +"Bron: Gallilëi">Gallileï</span> gedaan had voor de +natuurwetenschap, toen hij bewees, dat de aarde om de zon en niet de +zon om de aarde draaide.</p> +<p>Het <span class="ex">Tweede deel</span> behandelt de leer en de +kennis van de maatschappij. Naar Owen’s overtuiging moest de +menschheid zich bezig houden met vier onderwerpen: ten 1e, met de +produktie van den rijkdom; ten 2e, met de verdeeling van den rijkdom; +<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name= +"pb85">85</a>]</span>ten 3e, met de opvoeding en het onderwijs, en ten +4e: met de regeering. De produktie lijdt tegenwoordig aan deze +gebreken, dat alles tegen elkander inwerkt; dat er geen harmonie, dat +er geene samenwerking is; daar is overal wanorde, daar is overal +scheiding en er is verdeeldheid en daardoor is er een enorme +verspilling van arbeidskracht. Men werkt hard, véél te +hard en nog is er te weinig, nog steeds produceert men niet genoeg. Elk +beginsel van produktie, dat op een gezonde basis staat, moet er op zijn +ingericht: een vereeniging en eene verbinding van de productiemiddelen +tot stand te brengen; landbouw bij nijverheid, geoefendheid en kennis +bij kapitaal te brengen, dezen samen te vereenigen, dàt moet het +doel van de produktie zijn; dat is de gezonde grondslag van de nieuwe +moreele wereld, die Owen, aan de menschen wilde laten zien. Maar +terwijl de combinatie van al deze verschillende elementen tot een +eenvoudig en een overvloedig resultaat zou leiden, wordt het heil +gezocht in eene geweldige concurrentie, van den een tegenover den +ander, elk toegerust met zijn eigene middelen. Het is een onafgebroken +strijd, een worsteling, een hijgen en een zwoegen van fragmenten tegen +fragmenten, waarvan de gevolgen zijn: een verwijdering van den mensch, +van zijn voedsel en eene verwijdering van de natuur; een ophooping van +menschen in gangen, sloppen en stegen, zonder licht, zonder lucht en +zonder reinheid.</p> +<p>Wat blijft er over van al datgene, waarop de mensch recht heeft, van +een fatsoenlijk dak, dat den mensch noodig heeft om er onder te +vertoeven; van goed onderwijs, van het genoegen, van het gezellig +verkeer, van liefde en van vriendschap? Door de gruwelijke +tijdsverkwisting van arbeid, van tijd en van kapitaal, wordt er door de +individuen gebrek geleden, hoe zij zich ook aftobben. Bij een +verstandige leiding van arbeidsassociatie, behoefde er zooveel te +minder te worden gearbeid,—misschien slechts vier uren +daags—om al de producten voort te brengen, welke er noodig zijn, +om aan de behoeften van de consumptie te voldoen.</p> +<p>Bij de verdeeling der rijkdom is volgens Owen, deze verspilling van +arbeid en produkt nog meer zichtbaar. De ware leer van de verdeeling, +zegt Owen, is de producent zoo dicht mogelijk bij den consument te +plaatsen. De consumenten moesten als uit den voorraad of uit het +magazijn, kunnen putten. En in plaats daarvan, heeft zich tusschen den +producent en den consument eene klasse van tusschenpersonen genesteld: +die der kooplieden, die koopen en verkoopen in ’t groot, in +’t klein, op de beurs of <span class="pagenum">[<a id="pb86" +href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>in den winkel. Zij nemen overal +hunne winst, laten zich geducht betalen en vormen het doode gewicht der +maatschappij.</p> +<p>Zij zien er niet tegen op, om voor meer winst de waren te bederven, +te vervalschen. Zij noemen zich verdeelers of verspreiders van den +rijkdom, maar moesten eigenlijk verspreiders van de menschheid genoemd +worden. Zij moesten bij elken gezonde regeling van de verdeeling +verdwijnen, want zij kosten der maatschappij te veel, veel meer dan men +oppervlakkig denkt. Owen, die een kwart-eeuw fabrikant was, kon daar +dan ook wel met verstand van zaken, een oordeel over vellen.</p> +<p>Ook richten die verdeelers banken op, die in verband met het slechte +geld-systeem, alle voordeelen van den arbeid aan zich trekken en als +het ware de produkten, van hun weg, dien zij hebben af te leggen, van +producent naar consument, onderscheppen. Plaats den mensch <i>naast</i> +zijn voedsel, zegt Owen, en naast zijnen rijkdom, dan behoeft dit niet, +tot hem te worden gebracht.</p> +<p>Opvoeding en onderwijs zijn slechts twee onderdeelen van de vorming +van het karakter, met welke taak de maatschappij zich bezig moet +houden. De tegenwoordige wetgevers deden dat tot nog toe niet. Want er +is noodig een vorming of eigenlijk een vervorming van de uitwendige +omstandigheden om de menschen heen, en zulk eene taak, kan alleen door +de georganiseerde maatschappij op zich genomen worden. Neemt zij die +taak op zich, dan is vóór alles noodig, dat zij tot het +inzicht komt, hoezeer o. a. de godsdienst een zonderlinge rol gespeeld +heeft, om het milieu waarin de menschen tot nog toe geleefd hebben, te +doen verworden. „De godsdienst, die voortkwam uit de imaginatie +van de menschen en niet uit hunne rede; de godsdienst, die +òveral donker-gekleurde glazen zette, waar het licht van de +waarheid, helder schijnen moest.”</p> +<p>Men zal ook de ongerijmdheid inzien, van stichtingen als Oxford en +Cambridge, die instellingen van gepriviligeerd Onderwijs, en men zal +overal instellingen van gelijk onderwijs in het leven roepen, men moet +dat onderwijs organiseeren, men moet de uitstekendste mannen aan dat +onderwijs kunnen weten te verbinden. Reeds van af de prilste jeugd, +moet men daarmeê beginnen. En het was dan ook volgens +Owen’s plannen, dat in Engeland en ook in gansch de beschaafde +wereld, de eerste kleinkinderbewaarplaatsen (crèches) tot stand +gekomen zijn.</p> +<p>Ook omtrent het staatsbestuur, had Owen zijn eigen denkbeelden. De +taak van het gouvernement bestaat niet in onthouding, maar in +ingrijpen. Het gouvernement moet leiden en niet <span class="corr" id= +"xd19e2485" title="Bron: leidzaam">lijdzaam</span> blijven. De taak van +het gouvernement is wel degelijk <span class="pagenum">[<a id="pb87" +href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>positief en niet negatief, +gelijk de economisten uit Owen’s tijd, op het voetspoor van Adam +Smith, hadden geleerd.</p> +<p>De slotsom van dat alles is deze: dat de elementen der maatschappij, +tot eene vaste eenheid en orde moeten worden georganiseerd.</p> +<p>Om die harmonie te vestigen, die eerbied van gevoelens en belangen +in de maatschappij tot stand te brengen, wilde Owen een vaste grondslag +scheppen van het gemeenschapsleven. Deze bestond voor hem in de +genootschappelijkheid of de <span class="ex">communiteit</span>. Het is +de keus, de „<span class="corr" id="xd19e2497" title= +"Bron: nuclëus">nucleus</span>”, die den band van de enkele +huisgezinnen vervangt. Op eene juiste vestiging dezer +„<span class="corr" id="xd19e2500" title= +"Bron: nuclëi">nuclei</span>” komt het voor de maatschappij +der toekomst, in alles aan.</p> +<p>Het <span class="ex">Derde deel</span> houdt zich bezig, met de +opnoeming en de ontvouwing van alles, wat voor het geluk der menschen +noodig is. Die voorwaarden zijn volgens Owen talrijk. Hij noemt er +dertien op. Zij hebben betrekking op goede gezondheid; op een +zorgvuldige opvoeding; op het verkrijgen van meerdere kennis; op het +bekomen van genot; op het bewustzijn en het streven om voortdurend tot +het geluk van onze medemenschen werkzaam te zijn; op het bezitten van +vrienden; de vrijheid en de gelegenheid van associatie,—van +gedachte en geweten; de afwezigheid van bijgeloof en op het zich +bevinden in een maatschappij, wier wetten, instellingen en schikkingen, +in overeenstemming zijn met de wetten der natuur. De +arbeiderstoestanden, onderwerpt Owen dan aan de scherpste critiek. De +streng doorgevoerde arbeidsverdeeling, door welke den arbeider-mensch +opgeofferd wordt aan het product, wil Owen vervangen zien worden, door +een àlzijdigen arbeid, dien hij ook eischt, in ’t belang +van de gezondheid van den mensch en in het strikte belang van een +harmonische ontwikkeling van lichaam en geest. Owen verklaart zich een +sterken voorstander van eene afwisselende bezigheid van lichaam en +geest, mits die geest zich niet bezig houdt met vakken, als bijv. de +theologie, rechtsgeleerdheid of de medicijnen.</p> +<p>Owen meent dat het bestaan der prostitutie, wel het sterkste bewijs +is, op welken lagen trap van ontwikkeling wij nog staan.</p> +<p>In het <span class="ex">Vierde deel</span> ontvouwt Owen, wat +volgens hem, de inhoud van een redelijke godsdienst der menschheid moet +zijn. Hare geest is gegrondvest op waarheid en liefde. Het wezen der +Godheid, is volgens Owen nu eenmaal onbegrijpelijk, daarom is er over +twisten, nutteloos. Godsdienst trouwens, bestaat in daden en niet in +begrippen. Het vraagstuk van het leven nà den dood is een, +waarmede de menschen wijs doen zich niet in te laten; de mensch moet +slechts bedenken, hoe hij hier op <span class="pagenum">[<a id="pb88" +href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>aarde heeft te leven en te +werken. Hij moet zijn liefde over alle schepselen—ook over de +dieren—uitstrekken. Hij moet er zijn doelwit op richten, de +maatschappij waarin hij leeft, voortdurend volkomener te maken. Deze +godsdienst is eene praktische, die alle andere, zeer onpraktische zal +doen verdwijnen, meent Owen.</p> +<p>Tal van gebreken onzer samenleving noemt Owen òngodsdienstig, +niet gebaseerd op de liefde en op de ware verhouding, van de menschen +tot elkander.</p> +<p>Het heffen van ongelijk-drukkende belastingen is +òngodsdienstig. De verhouding van de twee +geslachten—mannen en vrouwen—is volgens Owen al het minst +godsdienstig; de praktijk om de vrouwen tot slavinnen van het gezin te +maken, is een bewijs onzer òngodsdienstigheid.</p> +<p>Ten slotte is onze geheele maatschappij òngodsdienstig, daar +men er in haar zich hard er-op toelegt, niet om waarheid, maar om +onwaarheid te spreken. De eenige taal, door woorden of blikken +gesproken, moet de taal der waarheid zijn. De waarheid zonder mysterie, +zonder bijmengsels en zonder eenige vrees voor menschen of hoogere +machten.</p> +<p>In het <span class="ex">Vijfde deel</span>, wordt op het vreemde +verschijnsel gewezen, dat aan het einde der 18e eeuw, wel werd gedacht +aan het construeeren van een nieuwen Staat, maar niet aan het vormen +van een nieuwe maatschappij. Dit laatste, is evenwel belangrijker dan +het eerste. Owen vindt dat de Amerikanen, die evenzoo handelden, op een +zandgrond gebouwd hadden.</p> +<p>Onder het gezichtspunt van de voortbrenging, moet alles worden +terzijde gesteld, wat doet denken aan den ouden krijg om rijkdom. +Hierin moet Engeland de andere naties voorgaan. Er zal geen goede +toestand meer komen, dan voor dat, tot de vestiging van de <span class= +"ex">communiteiten</span> wordt overgegaan. Zoolang men verstrikt +blijft in de <span class="corr" id="xd19e2533" title= +"Bron: leerlingen">leeringen</span> der economisten, zoolang zullen de +regeerders met de handen in den schoot moeten blijven zitten. Maar +reeds moet nu tot nationaliseering worden overgegaan der spoorwegen; +van staatswege moeten nieuwe worden aangelegd en de gronden, die langs +deze lijnen vrijkomen tot „communiteiten” worden +ingericht.</p> +<p>De tegenwoordige standen en rangen behoorden, in een goed geregelde +maatschappij, niet te bestaan. Alleen ouderdom en ervaring, zouden +aanspraken kunnen doen gelden op eenig onderscheid. Kennis is de eenige +maatstaf, waarmede de menschen behooren te worden gemeten. Geen mensch +heeft het recht, zegt Owen uitdrukkelijk, van een ander mensch te +verlangen, dat <span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name= +"pb89">89</a>]</span>deze iets voor hem doet, wat hij niet bereid is +voor anderen te doen, of in andere woorden uitgedrukt: <i>alle menschen +hebben gelijke rechten</i>. De natuurlijke en zedelijke +klassenverdeeling van het menschelijk geslacht, is de verdeeling naar +den ouderdom, die Owen in acht klassen verdeelt.</p> +<p><span class="ex">Eerste klasse</span>: Van-af de geboorte tot het +einde van het vijfde jaar. Na het eerste tijdstip van den +zuigelingstijd, komen de kinderen in de verplegingsinrichtingen en +kleine kinderscholen, waar hunne eigenlijke opvoeding een aanvang +neemt.</p> +<p><span class="ex">Tweede klasse</span>: bestaande uit kinderen van +vijf tot tien jaren. In de eerste twee jaren, dus totdat het zevende +jaar is afgelegd, wordt het onderwijs der kleine-kinderscholen, met de +door de noodzakelijkheid, aan lichaams- en geestesontwikkeling gestelde +behoeften voortgezet. Van het achtste jaar af, wordt aan het onderwijs +regelmatigen arbeid, zoowel in huis als in tuin verbonden. Natuurlijk +mag die arbeid de krachten der kinderen nooit te boven gaan, +integendeel daarmede in volkomen overeenstemming zijn. Zij staan +daarbij onder de leiding van de jongere leden van de derde klasse. Deze +arbeid vormt voor Owen een deel der opvoeding, en het doel der +opvoeding, moet hierbij geen enkel oogenblik uit het oog worden +verloren. In weerwil daarvan, zal ook dit onderwijs nuttig zijn voor de +maatschappij en zijnen winst dan ook, ruimschoots loonen.</p> +<p><span class="ex">Derde klasse</span>, bestaande uit kinderen van 10 +tot 15 jaren. In de eerste drie jaren, alzoo tot de afgelegde 12 jaren, +hebben de kinderen der derde klasse—onder oppertoezicht van +volwassenen—den arbeid van die der tweede klasse te leiden en er +het opzicht over te houden. Van af het 13de jaar, worden zij ingewijd +in de hoogere kunsten en takken van bedrijf en zoodanig opgeleid, dat +zij den rijkdom en het welzijn van de gemeenschap, gepaard aan het zoo +groot mogelijk genoegen voor zich-zelf, kunnen bevorderen en dit op de +meest praktische manier. Hunnen arbeid omvat het gansche gebied van +landbouw en industrie, de mijnbouw, de visscherij enz. In alle deze +verrichtingen worden de medeleden der derde klasse regelmatig, zoo vele +uren per dag bezig gehouden, als in overeenstemming, is te brengen, met +de lichamelijke ontwikkeling en het doel van de opvoeding. Het +onderwijs strekt zich uit, over alle takken van wetenschap en voor een +goede en volkomene ontwikkeling van het lichaam, wordt mede zorg +gedragen.</p> +<p>De <span class="ex"><span class="corr" id="xd19e2559" title= +"Bron: vierde">Vierde</span> klasse</span> bestaat uit de jonge +personen van 15 tot 20 jaren. In deze arbeids-klasse vindt de +ontvouwing van het geslachtsleven plaats. Der neigingen worden geen +dwang opgelegd, <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name= +"pb90">90</a>]</span>en de volkomene vrijheid, waarmede zij zich kunnen +uiten, gepaard aan de volkomen afwezigheid van velerlei omstandigheden, +welke de verhouding van de geslachten tot elkander in de huidige +maatschappij onnatuurlijk en immoreel maken, waarborgt eene reine en op +wederzijdsch-geluk gegrondveste, verbinding van de twee seksen. De +leden der vierde klasse, nemen naar de mate hunner hooger ontwikkelde +arbeidskracht in grooteren omvang dan de leden van de derde klasse, +deel aan den maatschappelijk-noodzakelijken arbeid, echter met de +voortdurende ondergeschiktmaking van dezen arbeid, aan het doel der +opvoeding. Zij hebben—onder oppertoezicht der +volwassenen—den arbeid van de derde klasse te leiden en tot +onderricht derzelven, mede behulpzaam te zijn.</p> +<p><span class="ex">Vijfde klasse</span>: bestaande uit staatsburgers +en staatsburgeressen van 20 tot 25 jaren. Deze klasse omvat, het tot +arbeiders en onderwijzers <span class="corr" id="xd19e2569" title= +"Bron: geschikste">geschiktste</span> gedeelte, van de leden der +samenleving. Wie dezen leeftijd achter den rug heeft, behoeft geen deel +meer te nemen aan de eigenlijke produktie. De leden der vijfde klasse +zijn de werkmeesters en de werkmeesteressen; de direkteuren en de +direktrices in elken tak van bedrijf, van produktie en van opvoeding. +Zij hebben in het algemeen genomen—maar alleen in hoogeren en +volkomener graad—de leiding van de bedrijven, inrichtingen enz. +gelijk die heden ten dage de direkteuren, leeraren etc. die hebben.</p> +<p>Door deze vijf klassen, is volgens Owen, voor de vermeerdering van +den rijkdom der maatschappij, genoegzaam gezorgd en voor de vorming van +deugdelijke karakters, eveneens.</p> +<p>De <span class="ex">Zesde klasse</span>: bestaande uit staatsburgers +en staatsburgeressen van 25 tot 30 jaren, heeft tot taak, de door de +jongere leden voortgebrachte rijkdom te bewaren en te verdeelen, en +deze verdeeling zoo praktisch mogelijk te organiseeren. Owen meent, dat +twee uren daags, bij een praktische organisatie daarvan, daardoor in +beslag genomen worden. De rest van den tijd, moet besteed worden, met +het bezoeken van de werkinrichtingen en het toezicht houden, dat, in +’t algemeen de zaken niet alleen <i>gaan</i>, maar ook dat de +produktie <i>vooruit gaat</i>.</p> +<p>Daarom moet dit bezoeken der volwassenen, geen zuiver belangstellend +bezoeken zijn, om de nieuwsgierigheid te bevredigen, of een plichtmatig +iets doen, dat men liever nalaat. Neen, het moet evenzeer strekken tot +vermeerdering van kennis, als tot een prikkel om met de opgedane +ervaring te rade, de produktie steeds op een hoogere trap van volmaking +te brengen.</p> +<p>Een ander deel van den dag, moet worden doorgebracht met het +beoefenen van schoone kunsten, wetenschappen, allerlei <span class= +"pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name= +"pb91">91</a>]</span>experimenten, lezingen, conversatie, +pleziertochten en beleering aan anderen op alle gebied, en tot het +aankweeken van vriendschap.</p> +<p>De <span class="ex">Zevende klasse</span>, omvattende alle leden der +gemeenschap van 30 tot 40 jaren, heeft tot taak de leiding der +inwendige aangelegenheden van de gemeenschap; het instandhouden van de +vrede en de bevordering van de welvaart, van de gansche +gemeenschap.</p> +<p>De <span class="ex">Achtste klasse</span>, omvattend de leden van de +gemeenschap van 40 tot 60 jaren, vormt een „Raad der ouden” +en, terwijl de geheele leiding van alle inwendige aangelegenheden in +handen der Zevende en die van produktie en consumptie enz. in handen is +van de Zesde klasse, is de achtste klasse een Raad van appèl, +die twisten beslecht, die er rijzen mochten tusschen de overige +klassen, en als laatste instantie daarover moeten beslissen. Ook is het +de taak van deze klasse, om zich bezig te houden met de buitenlandsche +aangelegenheden; eene bezigheid, die, aangezien zij een pad is, waarop +nog al veel moeielijkheden en veel wrijvingen kunnen voorkomen, alleen +gekend kan worden, door ervaren en werkelijk wijze mannen, die geduld +en omzichtigheid bezitten, voor deze teere kwesties.</p> +<p>Zij die boven 60 jaren zijn, worden in geen klasse meer ingedeeld. +Zij hebben, vindt Owen, hunne plichten tegenover de gemeenschap vervuld +en moeten nu verder ongestoord worden overgelaten aan het private +leven; het staat hun vrij om zich onledig te houden met verrichtingen, +die het geheel ten goede komen, maar verplicht daartoe zijn +<span class="corr" id="xd19e2604" title="Bron: zijn">zij</span> +niet.</p> +<p>De centrale regeering, bestaat bij Owen, uit commissies welke +gekozen worden, door de gedelegeerden van de beide regeerende klassen, +dus van de maatschappelijke leden der 7e en der 8ste ouderdomsklasse, +van 30 tot 60 jaar. Door zulke commissies, die terzijde worden gestaan +door de gedelegeerdenvergaderingen als Parlement, zullen ook de +betrekkingen tot de andere Staten, die ook op dezelfde manier +georganiseerd moeten zijn,—verzorgd en geregeld worden.</p> +<p>In het <span class="ex"><span class="corr" id="xd19e2612" title= +"Bron: zesde">Zesde</span> deel</span> van de „<span class="ex" +lang="en">New-Moral World</span>” bespreekt Owen de algemeene +constitutie der Regeering nog nader en behandelt hij de +overgangswetten. Zij zijn vijf en twintig in getal. De vier eersten +betreffen de volkomen vrijheid van geweten, van geloof en van denken. +De zeven daaraan volgende, over onderhouds- en levensrecht, het +onderwijs en de opvoeding en het huwelijk. Dan zes, die de regeling +omvatten der „communiteiten,” het nadeel van den +privateneigendom tegengaan en op den arbeidstijd, zoowel als op den +grondeigendom, slaan. <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" +name="pb92">92</a>]</span></p> +<p>En ten slotte een zevental, dat betrekking heeft op de leiding en de +regeling van den tegenwoordigen toestand, naar eene nieuwe, zooals Owen +die geschetst heeft. De laatste en 25ste wet, geeft enkele regelen van +arbitrage aan, bij verschil over sommige punten van regeling. Wanneer +deze wetten ingevoerd zijn, kunnen alle anderen worden afgeschaft en is +de toestand genoegzaam, voor een nieuwe voorbereid.</p> +<p>In het <span class="ex">Zevende Deel</span>, komen nu nog de +conclusies der voorafgaande. Vervolgens geeft Owen daarin een sterk +betoog over de noodzakelijkheid, de wereld op meer moreele grondslagen +te vestigen. Hij voorspelt daarin veel, hetgeen hem den naam van den +„ouden profeet” verschaft heeft. Hij ziet de anarchie +naderen. Thans heerschen weinigen over velen, maar die velen zullen +zich vereenigen en dan zullen die velen, op hunne beurt, een macht +worden. De naties zullen opstaan. Reeds nu zijn revoluties te voorzien +en deze zullen zich uitbreiden en vermeerderen. Groote rampen ziet Owen +over de menschen komen. En dit alles is te voorkomen, daar een zachte +en vriendelijke toekomst mogelijk is, zoo de menschen maar geneigd +waren den hand te slaan aan de vervorming hunner samenleving, wat +Owen’s eenigste hoop is, voor de toekomst der menschheid.</p> +<hr class="tb"> +<p>Wij deelen nu de „<span class="ex">Vierentwintig +stellingen</span>” mede, die Owen den 5<sup>en</sup> Maart 1889 +verdedigde in een openbaar debat, tegenover den Reverend Mr. +Legg<span class="corr" id="xd19e2637" title="Niet in bron">,</span> een +„<span lang="en">dissenter</span>.”</p> +<p>1. Van af de vroegste tijden der bekende geschiedenis, hebben alle +menschelijke aangelegenheden berust, op fundamenteele fouten.</p> +<p>2. Die fouten waren: ten eerste, het geloof dat den mensch geschapen +is met een vrijen wil, te gelooven, dat hij gevoelde en handelde, +zooals het hem beliefde en dat hij daarom voor zijne gedachten, +gevoelens en handelingen aan zijne medemenschen verantwoordelijk moet +zijn. Ten tweede, het geloof dat de mensch zijn eigen karakter vormt, +en dat hij daarom de maatschappij voor dezelve verantwoordelijk moet +zijn, naar de mate van de begrippen van degenen met wien hij tezamen +leeft, hoe onverstandig en onzinnig deze begrippen ook mogen zijn.</p> +<p>3. Deze beschouwingen staan in tegenspraak met de feiten. En het is +daarvandaan gemakkelijk te bewijzen, dat zij onverstandig en onzinnig +zijn—schadelijk in den hoogsten graad, voor de eenheid, de vrede, +de deugd en het geluk van <span class="pagenum">[<a id="pb93" href= +"#pb93" name="pb93">93</a>]</span>het menschelijk +geslacht—werkelijk van nut voor geen énkel individu, +welken rang of welke positie hij ook, het zij in welk land ook mag +toebehooren of bekleeden.</p> +<p>4. Deze dwalingen loopen door <i>alle</i> menschelijke +verrichtingen, van af de vroegste tijden. Zij zijn van hetzelfde soort +als deze dwaling, die duizende jaren geduurd heeft, dat de aarde vlak +is en onbewegelijk, en dat de zon om haar heen draait.</p> +<p>5. Deze, in het oogvallende feiten, zijn met de ingebeelde +voorstellingen, dat ieder mensch zijn eigen karakter, zijn eigen +gevoelens en handelingen bepaalt, zoo handtastelijk in tegenstelling, +dat deze dwalingen niet zoo lang den menschelijken geest hadden kunnen +beheerschen, waren zij haar niet voortdurend opgedwongen geworden, door +eene algemeene organisatie der maatschappij, bestaande uit eene +drie-eenheid van machten, waartegen tot op heden geen individu, met het +geringste uitzicht op succes, vermocht te strijden.</p> +<p>6. Deze drie-éénheid van macht bestaat primo uit: de +geopenbaarde godsdiensten, door menschen uitgevonden; secundo: uit +menschelijke wetten, en tertio: uit regeeringen, gesteund door de +onwetendheid en door de zelfzucht der menschen. En deze +maatschappelijke organisatie, heeft de heerschappij gekregen, over alle +volkeren der aarde.</p> +<p>7. Deze organisatie kon bij die volken, welke de kunst hadden +verkregen, om feiten en wetten van de natuur af te zien, en de +wetenschappen uit haar af te leiden, niet in stand worden gehouden, +zonder dat de maatschappij werd ingedeeld in klassen, waardoor de +invloedrijksten en machtigste klassen, een open en schijnbaar recht +verkregen, om deze organisatie in het leven te houden.</p> +<p>8. Geen lid der menschelijke familie, heeft eenig <i>werkelijk +belang</i> bij de instandhouding van deze grondfouten, waarop de +tegenwoordige samenleving berust, of bij de klassen-verdeeling, +waardoor deze dwalingen, der menschheid worden opgedwongen.</p> +<p>9. Deze dwalingen, deze organisatie en deze klassen-indeeling, zijn +de eenige oorzaken der onwetendheid en van de armoede; van den +tweespalt tusschen geest en belang, van de hartstochten, de ondeugden, +de misdaden; kortom, van het totaal van ellende, waarvan tot nog toe, +de geheele menschelijke samenleving doordrongen is geweest.</p> +<p>10. Zoolang deze grondfouten, deze organisatie en deze +klassenverdeeling door de autoriteiten en door de publieke opinie +worden ondersteund, is eene genezing van het kwaad niet te verwachten. +<span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name= +"pb94">94</a>]</span></p> +<p>11. Wanneer de wil van het volk ten opzichte van deze, de welvaart +en het geluk van elk individu in zich bevattende kwesties, verheldering +wenschte en tot eene oplossing wilde komen, zijn er tegenwoordig genoeg +middelen voorhanden, om allen die tot het menschelijk geslacht +behooren, beter, wijzer, deugdzamer, rijper en gezonder te maken dan +ooit te voren—zelfs met de individuen der bevoorrechte +klassen—het geval is geweest.</p> +<p>12. Het is thans, buiten allen twijfel van het hoogste belang voor +de menschheid, voor elk menschelijk wezen, onverschillig van welken +rang of positie, dat deze grondfouten der samenleving, die der +organisatie en die verdeeling in klassen, publiek en zonder eenig +voorbehoud worden veroordeeld en worden opgegeven.</p> +<p>13. De verwerving dezer kennis door een deel van de samenleving, is +een genoegzaam bewijs, dat de tijd gekomen is, waarin deze groote +omwenteling in den geest der menschen, zich begint te voltrekken.</p> +<p>14. De ontdekking van deze zeer gewichtige waarheden en de +mededeeling derzelven aan het publiek van de beschaafde wereld, zal +noodzakelijk tengevolge hebben, dat eene groote verandering +bewerkstelligd en algemeen zal worden doorgevoerd; in weerwil van de +nog heerschende onkunde en het aangekweekte vooroordeel.</p> +<p>15. Die omwenteling zal vrede, zal liefde en welstand, deugd en +geluk in het menschelijk leven brengen, en er kunnen de grootste en de +heerlijkste resultaten door worden bereikt.</p> +<p>16. Die grondfouten, die desorganisatie en die klassenverdeeling, +zij hebben zekere verbindingen van uitwendige omstandigheden noodig +gemaakt, om bij de klagelijke omstandigheid en de verwarring waarmede +de zaken van de menschheid tot-nog-toe werden bestuurd en geleid, +zoovele dwalingen te kunnen doen samenwerken.</p> +<p>17. De mensch was, is, en zal steeds zijn, het gewrocht zijner +omgeving; van de omstandigheden om hem heen. De werking dezer +omstandigheden wordt in geringe, niet nauwkeurig te bepalen mate +gemodificeerd, door de eigenlijke gesteldheid en de verbinding van de +organen en de geschiktheden van de individueele organisatie der +menschen.</p> +<p>18. De hoogere of lagere ontwikkeling, de ellende, of het geluk van +de menschen, hangen in zeer hoogen graad af, van den aard en den +toestand der uiterlijke omstandigheden, welke den mensch omgeven. +<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name= +"pb95">95</a>]</span></p> +<p>19. De bevrijding van die hoofddwalingen, van de desorganisatie en +de klassenverdeeling, welke in het verleden en het heden, den +chaotischen, foutieven en onzinnigen toestand van de samenleving +geschapen hebben, wordt in het leven geroepen door eene volkomene +verandering van de, tegen het gezond verstand indruischende uitwendige +omstandigheden, welke deze grondfouten, deze desorganisatie en deze +<span class="corr" id="xd19e2693" title= +"Bron: klasseverdeeling">klassenverdeeling</span> ter hunne voortduring +noodzakelijk gemaakt hebben, in tegenstelling met de nieuwe feiten, +welke door den tijd en door de ervaring gestadig in een of ander deel +van de wereld, tot ontwikkeling gekomen zijn.</p> +<p>20. Eene gansch nieuwe orde van de uitwendige omstandigheden, kan +thans in het leven geroepen worden, met behulp der middelen, die onder +de gemakkelijkste contrôle van de maatschappij kunnen staan. Eene +orde van zaken scheppen, die onfeilbaar voor het menschelijk geslacht +een hooger karakter als tot dusver bereikt is—en een verreweg +hoogeren welstand voor allen, als tot dusverre geheerscht heeft zullen +in het leven roepen, van omstandigheden, welke aan alle oorlogen en aan +alle tweedracht tusschen personen, zoowel als tusschen volkeren, een +einde kan maken. En eene welke vrede, vriendschap en liefde tot hun +recht zullen doen komen en die een verreweg hoogeren graad, van +bestendig toenemend weten en welzijn,—als tot dusverre gekend +was,—voor alle menschen grondvesten zal.</p> +<p>21. Deze uitwendige omstandigheden zullen bestaan: uit zichzelf +instandhoudende en op wetenschappelijke grondslag berustende +instellingen voor de voortbrenging en de verdeeling van den rijkdom; +voor de huiselijke gemakkelijkheid van allen; voor de ontwikkeling van +het karakter van allen, van af de geboorte tot aan den ouderdom en van +de lokale en algemeene regeering van allen, zonder ter hulpe te nemen, +het tot dusver gevolgde onrechtvaardige en barbaarsche systeem, van +persoonlijke straffen en persoonlijke belooningen.</p> +<p>22. Deze nieuwe instellingen zullen zijn, inrichtingen waarvan elk, +voor de opname en de instandhouding eener gemeente van 500 tot 2000 +personen (in de gewone verhouding van mannen, vrouwen en kinderen); +welke gemeenten zich rijkelijk zelven onderhouden kunnen, met behulp +van den hoogeren trap van hun weten en hun goed geleide +nijverheidsvlijt, en ondersteund worden door de onbegrensde +hulpmiddelen van de mechaniek en de chemie, welke tot bevrijding van +alle ongezonde en weerzinwekkende verrichtingen van het leven, in +praktijk kunnen worden gebracht.</p> +<p>23. Deze doeltreffende veranderingen van de uitwendige toestanden, +<span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name= +"pb96">96</a>]</span>welke er toe bestemd zijn, de gestadige +vooruitgang en het steeds groeiende geluk van het menschelijk geslacht +te verzekeren, kunnen met veel geringer offers van kapitaal, van tijd +en van arbeid, toegepast en in stand gehouden worden, als thans noodig +is, om den tegenwoordigen <span class="corr" id="xd19e2706" title= +"Bron: chaötischen">chaotischen</span> en op tegenstrijdigheden +berustenden toestand van de maatschappij, in stand te houden<a id= +"xd19e2709" name="xd19e2709"></a></p> +<p>24. De volkomen verandering van den tegenwoordigen, in den nieuwen +toestand, kan plaats vinden, zonder eenige wanorde of verwarring teweeg +te brengen, en kan door eene, op voor elk individu weldadige wijze, +worden in ’t leven geroepen.</p> +<p>In den loop dier discussie had Owen nog verder de gelegenheid, om +zijne meeningen nader uiteen te zetten. Hij zeide toen ook nog dit:</p> +<p>„Wanneer het nu toch zoo gemakkelijk is de dwalingen van de +samenleving te bewijzen, hoe is het dan mogelijk, dat zij zich duizende +jaren achtereen, hebben kunnen staande houden? Ik moet hierop +antwoorden: door een drieëenigheid van machten—door +geheimzinnige,—tegen het gezond verstand indruischende +godsdiensten; door menschelijke wetten, die met de wetten der natuur in +strijd zijn en door regeeringen, die op onrecht en geweld steunen. De +gansche wereld wordt volgens deze principes geregeerd; ons geheele +maatschappelijke systeem is er op gebaseerd. En onze belachelijke en +domme verdeeling van de menschen in klassen, een toestand, wier +<span class="corr" id="xd19e2717" title= +"Bron: wêerzinwekkendheid">weêrzinwekkendheid</span> ik nu +wil daar laten, is tegenwoordig de hoofdsteunpilaar van deze +avontuurlijke en <span class="corr" id="xd19e2720" title= +"Bron: weerzinwekkende">weêrzinwekkende</span> +verhoudingen.”</p> +<p>Owen nam nu een aantal houten wervels van verschillende grootte, +waarmede hij de positie en de verhouding der verschillende klassen tot +elkander, wilde aantoonen en verklaren.</p> +<p>„De grootste dezer wervels,” zeide hij<span class="corr" +id="xd19e2728" title="Niet in bron">,</span> „stelt de +totaal-bevolking van Groot-Brittanje voor. Die welke er in grootte op +volgt en ongeveer het drie-vijfde van de grootte der grootste heeft, +stelt de talrijkste klasse voor: die der arbeiders, welke de +voortbrengers zijn van alle rijkdom en desniettegenstaande, in de +diepste onwetendheid en armoede leven. Dat deze belangrijkste, de eenig +onontbeerlijke klasse van de bevolking tot zulk een ellendig bestaan +gedoemd is, kan geen <i>enkel</i> lid van de menschelijke samenleving +tot waar voordeel strekken. De volgende wervel stelt voor: de dieven, +de vagebonden en de paupers. De vierde, die welke de kleine-kramers +voorstelt, heeft tot levensregel: goedkoop inkoopen en duur verkoopen. +Dan volgen de kooplieden, bankiers, de groothandelaren, fabrikanten en +de <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name= +"pb97">97</a>]</span>zoogenaamd geleerde standen. Dan het leger en de +vloot, waarbij een mensch als een ruw en ongevormd wezen toetreedt, na +weinig weken is gevormd tot een volkomen, niet-weder-te-herkennen +individu, omgedrild en ingewijd wordt in de verbazend verhevene +wetenschap om zijne medemenschen, op het gemakkelijkst naar een anderen +wereld te helpen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e2737" title= +"Niet in bron">„</span>Dan komen de grondeigenaren en de adel. +Dan de clerus en de Huizen der Lords en de leden van het Lagerhuis. De +kleinste wervel stelt de koninklijke familie, de bisschoppen en de +aartsbisschoppen voor. En de groote massa nu wordt door dit +allerkleinste werveltje geregeerd! Dit is toch wel een kinderachtige +orde van zaken, waarbij niemand voordeel heeft!”</p> +<p>„Men heeft mij tegengeworpen,” zeide Owen vervolgens bij +de discussie: „ik troost de menschen met de toekomst, ik spijzig +hen met een wissel op de eeuwigheid! Wie kan echter van mij verlangen, +dat ik de wereld verander met één handomdraaien? Ik wil +geen wonderen verrichten; ik wil alleen de fouten en gebreken van den +tegenwoordigen toestand en hare ontwikkeling aantoonen en de +mogelijkheid aangeven, om tot verbetering dier toestanden te geraken. +Heeft het Christendom soms het welzijn van de menschheid bevorderd, op +de een of andere manier? Ik vraag U: wat hebben wij in de 1800 jaren, +waarin de christelijke religie bestaan heeft, door dat christendom +gewonnen? Welk nut heeft het ons gebracht? Wat waren zijne daden? Wat +waren zijne werkingen? Ik heb alleen ontdekt, dat sedert het +Christendom bestaat, de christenen van elken aard, van elke sekte, +confessie en partij, gestadig elkander hebben bevochten; wegens hunne +geloofstellingen, elkander in de haren zijn gevlogen en elkander +uitgeroeid hebben!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e2743" title= +"Niet in bron">„</span>En wanneer ik bedenk, hoe de christenen +overal en sedert alle tijden, door alle menschelijke ondeugden en +fouten bevangen waren; hoe liefdeloos, hatelijk, egoïstisch en +gruwzaam zij overal en ten allen tijde, onder elkander, en tegen +andersdenkenden waren, dan, moet ik zeggen houd ik het voor een zeer +groote dwaasheid, te spreken van de „zegeningen des +christendoms.”....</p> +<p>„Ik weet niet <i>wanneer</i> de menschelijke samenleving +verstandig zal zijn ingericht, maar dat weet ik er wel van, dat, +wanneer dit eenmaal zal zijn geschiedt—en ik hoop dat dit niet +zoo lang meer zal duren,—dat dan niet 1800 jaren behoefden te +verloopen, alvorens de menschheid geleerd zal hebben, in vrede en +vriendschap gelukkig onder elkander en met elkander te +leven.”</p> +<p>....„Tegen de stelling, dat het karakter der menschen het +produkt van uitwendige inwerkingen is, heeft men voorts <span class= +"pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name= +"pb98">98</a>]</span>aangevoerd, elk mensch heeft een hem aangeboren, +hem ingeplant geweten. Niets kan meer in strijd zijn met alle waarheid +en elke ervaring. De waarheid is deze: het geweten wordt juist zoo en +net zoo gefabriceerd, als een katoenenstof of een of andere waar. Voor +een Hindoe kunnen wij een Hindoe-geweten vervaardigen, voor een +Kannibaal een kannibalen-geweten enz.....</p> +<p>„Men werpt mij tegen: ik wil den menschen tot machines maken. +Laat dit zoo zijn; dan wil ik toch in elk geval <i>goede</i> machines +van hen maken en dit is ongetwijfeld mogelijk. En zonderling, die +menschen, die het in mij laken, dat ik den mensch voor het produkt der +omstandigheden verklaar, loochenen het in weerwil daarvan, dat de +menschen de omstandigheden contrôleeren kunnen en drijven hunne +inkonsekwentie nog verder, waar zij aannemen, dat dezen mensch, die de +omstandigheden niet vermag te contrôleeren, tòch voor +zijne handelingen verantwoordelijk gesteld kan worden.<span class= +"corr" id="xd19e2760" title="Niet in bron">”</span></p> +<hr class="tb"> +<p>Robert Owen had zijn gansche leven lang de illusie gekoesterd, en +dit had hij gemeen met zijne tijdgenooten, de Utopisten in Frankrijk, +dat de Vorsten en Grooten der aarde in hun eigen belang, gelijk hij +meende, zijne sterkste medewerkers zouden worden bij zijn +hervormingsplannen. Zijn geloof was ijdel; maar tot aan het laatst van +zijn leven, dat hij zonderling genoeg, als spiritist eindigde, is hij, +desondanks blijven gelooven aan de waarheid van zijn stelsels en aan de +toekomst van zijne plannen.</p> +<p>In het jaar 1818, toen te Aken het congres der „<span class= +"ex">Heilige Alliantie</span>” tezamen kwam, wendde Owen zich tot +deze bijeenkomst, om te trachten haar te winnen voor zijne +wereld-hervorming. Hij richtte toen zijn „<i>Adres aan de hoofden +der Regeeringen en der Kerken en aan de Mannen van den leidenden +invloed in de beschaafde Wereld</i>”, waarin hij o. a. zeide:</p> +<p>„Opdat de groote en glorierijke hervorming van den toestand +der menschen, zonder wanorde en verwarring, en zonder nadeel voor welk +individu ook, zich kan voltrekken, behoorden de bestaande regeeringen, +elk een of meer, van de ervarenste en voor dezen arbeid meest +<span class="corr" id="xd19e2777" title= +"Bron: gëeigende">geëigende</span> persoonlijkheden in de +respektieve Staten te benoemen, welke een Congres zouden moeten +bijeenroepen op een plaats, die zich daartoe het best leende, ten einde +zich daarop te verstaan, omtrent de meest praktische maatregelen, +waardoor eene hervorming op de voor beide deelen, <span class= +"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name= +"pb99">99</a>]</span>regeeringen als volken, heilzaamste manier is tot +stand te brengen.”</p> +<p>Natuurlijk had de „Heilige Alliantie” geen ooren naar +Owen’s voorstellen, evenmin als zij dit had, naar die van de +Saint-Simon of Charles Fourier, die zich tot haar wendden.</p> +<hr class="tb"> +<p>Wat de arbeidersbeweging in Engeland betreft, is Owen wel de +<i>eenige</i> econoom van zijnen tijd geweest, die de beteekenis van de +<span class="corr" id="xd19e2792" title="Bron: Trades-Unions">Trade +Unions</span> voor de positie van den arbeid tegenover die van het +kapitaal, heeft begrepen. In den tijd van Owen, was er niet +één staathuishoudkundige van naam, die niet in de +individueele vrijheid het hoogste heil van de menschheid en voor de +nijverheid, van het allervoornaamste gewicht achtte.</p> +<p>Owen trachtte de <span class="corr" id="xd19e2797" title= +"Bron: Trades-Unions">Trade Unions</span> dienstbaar te maken aan zijne +algemeene plannen, tot hervorming van den arbeid. Door middel van de +algemeene Vakbond der Engelsche arbeiders trachtte hij dat te doen. Hij +streefde hiermede, in den grond der zaak een denkbeeld na, dat aan de +besten onder de Engelsche <span class="corr" id="xd19e2800" title= +"Bron: Trades-Unions-mannen">Trade Union-mannen</span> steeds heeft +voor den geest gestaan, maar tot op den huidigen dag, nog niet +verwezenlijkt is.</p> +<p>In September 1833 hield Owen een toespraak op het Congres der +„<span class="ex" lang="en">Builders-Union</span>”, waarin +hij de stelling ontwikkelde, dat de arbeid de bron is van alle rijkdom +en dat die rijkdom voor de voortbrengers kon behouden blijven door een +wereldverbond van de voortbrengende klassen. De stichting van een +„<i>Algemeenen Bond van de voortbrengende klassen</i>” in +1834, was het gevolg van de Owensche agitatie. Hij werd gevolgd door +die der „<i lang="en">Grand National Consolidated <span class= +"corr" id="xd19e2813" title="Bron: Trades-Unions">Trade +Unions</span></i>”, die meerdere invloed had dan de +eerstgenoemde, en welker agitatie en propaganda, zelfs, nadat hij zelve +niet meer bestond, van grooten invloed is geweest op de denkbeelden van +de vakvereenigingsmannen in Engeland. Het Owensche socialisme heeft in +Engeland lange jaren eene krachtige school gevormd, onder arbeiders, +zoowel als onder intellektueelen.</p> +<p>Tot Owen’s beste scholieren kan William Thompson worden +gerekend, die, grondiger econoom, dan hij, vooral de theorieën +uitwerkte en ze propageerde.</p> +<p>Den 17<sup>en</sup> November 1858 blies Owen, als een zwakke en op +het laatst geheel hulpelooze grijsaard, den laatsten adem uit. Zijn +laatste woorden waren, schrijft zijn zoon: „<span class="ex">De +verlossing is gekomen!</span>” Zij was dit inderdaad voor den +man, die <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name= +"pb100">100</a>]</span>zoo oud werd en in zijn leven van een groot +vertrouwen in de menschheid, zooveel teleurstelling ondervond en +zooveel smaad oogstte.</p> +<p>Wat Owen gemeen had met zijn groote tijdgenooten, Saint-Simon en +Fourier, dat was zijne utopistische wereldhervormingzucht; wat hem van +hen onderscheidde, dat was zijne praktische blik op de industrieele +vooruitgang, waarvan door hem zoo dikwerf de blijken gegeven zijn.</p> +<p>Owen zag dan ook in de toename van de groot-industrie op +nijverheidsgebied niets, dat aan-zich slecht is en verderfelijk, gelijk +de conservatieve socialisten van zijn tijd bijv., maar iets dat alleen +in staat is, de wereld beter te maken. Door de geweldige toename van +den rijkdom, die alleen kon worden in het leven geroepen door de +produktie op den grootst mogelijken schaal, alleen daardoor kon ook, +volgens Owen, de menschheid datgene bereiken wat zij bereiken moest, +n.l. een algemeen-maken van de opbrengsten van den arbeid: een +communisatie van de nationale goederen. Owen wilde nooit <i>terug</i>, +maar steeds <i>vooruit</i>.</p> +<p>En het is vooral hier, bij dat punt in Owen’s beschouwingen, +dat de latere sociaal-demokraten, dat Marx heeft kunnen aanknoopen. +Omdat, gelijk men later zal zien, Marx het kapitalistisch +produktiestelsel als een historisch proces in de ontwikkeling der +maatschappelijke produktie beschouwt, dat zich, hoofdzakelijk door zijn +eigene voortontwikkeling, zelve oplossen moet.</p> +<p>De ontwikkelings- en bewegingswetten van het kapitalistische +stelsel, waardoor dit zal moeten geschieden, heeft Marx later ontdekt. +Maar dat de moderne groot-produktie op den grootstmogelijken voet en +met de meest volmaakte produktiewerktuigen en krachten, de hefboom is, +voor de vooruitgang van de menschheid naar de communistische +samenleving, is een ontdekking door Robert Owen gedaan, in een tijd, +toen de kapitalistische groot-industrie, in verhouding tot de middelen +waarover zij later beschikte, nog in hare kinderschoenen stond.</p> +<hr class="tb"> +<p>De eene groote Utopist, de graaf de Saint-Simon, profeteerde dat de +toekomst aan den arbeid was, en verklaarde de politiek voor de +wetenschap der produktie. De andere, Charles Fourier, uit burgerlijker +kringen voortgesproten, critiseerde op geweldige wijze de burgerlijke +samenleving en toonde aan, „dat de armoede in onze maatschappij +uit overvloed voortkomt.” En de derde, Robert Owen eindelijk, +ontdekte den arbeid als den bron van <span class="pagenum">[<a id= +"pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>allen rijkdom in de +kapitalistische maatschappij, d. w. z. als de eenige voortbrenger der +ruilwaarden; en ontdekte voorts, dat in de nijverheid, de menschheid +niet terug moet naar de klein-produktie, maar integendeel, +vérder voort moet op den weg van de groot-produktie. Bovendien +heeft de laatste, praktisch aangetoond, den grooten invloed die er +uitgaat van het stoffelijk milieu op den mensch en van de +veranderingen, die deze als sociaal wezen, daardoor kan ondergaan. Al +heeft dit Owen ook hier en daar overschat, het blijft een feit, dat hij +der wereld met de bewijzen in den hand heeft aangetoond, van hoeveel +gewicht, de verandering van het sociaal milieu op de samenleving is en +kan worden. <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name= +"pb102">102</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="pt2" class="div0 part"> +<h2 class="main">Tweede gedeelte.</h2> +<div id="ch2.1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk I.</h2> +<h2 class="main">De ontwikkeling der philosophie.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De critiek op de physikalisch-materialistische en +idealistische philosophie van Kant, Fichte en Hegel, is ten allen tijde +Marx’ sterkste wapen geweest. Hij is daardoor gekomen, tot zijne +levens- en wereldbeschouwing en als resultaat daarvan, tot de +grondlegging van de sociaal-demokratie als wetenschappelijk +stelsel.</p> +<p>Marx volgde hierbij—gelijk in zijn gansche werk—de +induktieve methode, die vanaf Bacon van Verulam en Descartes, tot de +resultaten der moderne natuurwetenschappen heeft geleid. Hij paste haar +toe op de geschiedenis en ook op de economie.</p> +<p>Deze critiek nu moest leiden, tot eene vereeniging van de +materialistische levensbeschouwing met de philosophie van Kant, Fichte +en Hegel;—welke vereeniging tot het historisch materialisme +geleid heeft, en van dààruit, tot eene wetenschappelijke +grondlegging van het Socialisme heeft kunnen leiden.</p> +<p>Deze vereeniging geschiedde niet, door eene bloote samenvoeging van +beiderlei wereld- en levensbeschouwingen, maar door de critiek daarop +uitgeoefend. Critiek van een zoodanigen aard, dat het mogelijk was, het +met de moderne ontwikkeling der maatschappij overeenkomende te behouden +voor eene voortontwikkeling, en eene verwerping, van wat in het een, +noch in het andere stelsel, houdbaar bleek te zijn.</p> +<p>Uit den smeltkroes van deze critiek, die Marx met behulp van het +machtige wapen der dialektiek—de groote philosophische +denkvrucht, waaraan den naam van Hegel voor altijd is +verbonden<span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name= +"pb103">103</a>]</span>—uitoefende, kwam het +historisch-materialisme als een zuiver goud te voorschijn. En het is +met behulp van dit, door harden arbeid gewonnen resultaat, dat Karel +Marx in staat was, het kapitalisme, als produktievorm en als +maatschappelijk verschijnsel, als het ware onder den mikroscoop van +zijn geweldig critisch talent te nemen; het binnenste binnen van dat +stelsel, de wetten die het beheerschen en evolutioneeren na te gaan en +op deze wijze ook af te leiden, langs wélken weg en in +wélken vorm het zich zal en zich moet oplossen, in het +communisme.</p> +<hr class="tb"> +<p>De grondkwestie van alle philosophie, de strijd tusschen Idealisme +en Materialisme; de verhouding van Subject en Object; de vraag of +Denken of Zijn, of Geest of Natuur het oorspronkelijkst zijn; of een +God de wereld geschapen heeft, of dat de wereld van af de eeuwigheid +bestaat, heeft reeds den denkers van uit de oudheid bezig gehouden en +zelfs in het kerkgeloof van de middeneeuwen, vond dienzelfden strijd, +reeds dikwerf weêrklank.</p> +<p>Zij dook met nieuwe kracht weder op, toen bij den aanvang van het +burgerlijk tijdvak, de economische ontwikkeling en dientengevolge de +natuurwetenschappen, een snellen opbloei begonnen te nemen. De +geboorteplaats van het nieuwere Materialisme is dan ook Engeland; het +land van de burgerlijke ontwikkeling door handel en industrie bij +uitnemendheid, en zijn baanbreker is Bacon van Verulam geweest.</p> +<p>John Locke leerde daarna, dat niets in den geest kan zijn, dat niet +daarvóór in de zinnen bestond. Hij grondvestte de +philosophie van het gezonde menschelijk-verstand. Hij wilde daarmede +zeggen, dat er geene van de gezonde menschelijke zinnen en het op hen +berustend verstand verschillende, philosophie bestaan kon. Hij scheidde +politiek en godsdienst van elkander; bestreed in tegenstelling met +Hobbes der Staatsmacht het recht om de meeningen den menschen op te +dringen of ze uit te delgen; hij predikte voorts de burgerlijke +verdraagzaamheid als de hoogste moraal.</p> +<p>In weerwil daarvan, bleef het Engelsche Materialisme een esoterische +theorie, een geheimleer voor de bovenste-tienduizend en nog meer eene +voor de aristokratie, dan voor de bourgeoisie. Het Engelsche volk was +er niet door beroerd geworden en reeds van boven-af, werd de uitspraak +gehoord, dat men het volk zijne religie niet ontnemen mocht. +<span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name= +"pb104">104</a>]</span></p> +<p>In de 18<sup>de</sup> eeuw ontdekte Hartley, een materialistisch +denker, het menschelijk denken en gevoelen door hersenbewegingen, +verklaarde dit laatste dus op materialistische wijze. Maar dezelfde +wijsgeer trachtte de zekerheid van de wonderen uit den Bijbel, eveneens +aan te toonen, op theologische wijze.</p> +<p>Toenmaals gold voor den ongeloovigen denker, iemand die juist geen +materialist was, namelijk de philosoof David Hume, die wel-is-waar elk +kerkgeloof verwierp, maar evenzoo ook het Materialisme, doordien hij +aan de menschelijke zinnen, eene uitputtende kennis van de wereld +bestreed.</p> +<p>Zooals Locke het fransche Materialisme, zoo deed Hume het duitsche +Idealisme geboren worden. Was de eerste, de erkende voorlooper van +Diderot, d’Alembert enz., de laatste was die van Kant. Op het +vasteland van Europa, had zich in de wijsbegeerte van de 17de eeuw, +doordien mannen als Descartes, Spinoza en Leibnitz meest beduidende +mathematici en physici waren, de Idealistische en de Materialistische +wereldbeschouwing tamelijk wel, in evenwicht gehouden. In den aanvang +van de 18de eeuw evenwel, ontwikkelde zich het fransche Materialisme, +als zelfstandige verschijning. Het splitste zich in twee richtingen, +die zich wel-is-waar menigmaal kruisten, maar toch in wezenlijkheid van +elkander verschilden. De eene van deze richtingen, ging van Descartes +uit en beperkte zich meer of minder, tot de zuivere +natuurwetenschappen. De andere, nam de door Locke gesponnen draden +weder op. Zij was aanvankelijk eene aristocratische leer, maar allengs +erkende de, naar de macht strevende burgerklasse, dat het haar een +machtig wapen kon zijn, in haren strijd tegen koningschap, adel en +geestelijkheid.</p> +<p>Het fransche Materialisme van de 18de eeuw, verhelderde niet alleen +de hoofden ten opzichte der godsdienst, maar het greep diep in het +politieke en sociale leven van het Frankrijk dier dagen in.</p> +<p><span class="ex">Helvetius</span>, de eigenlijke grondlegger van het +fransche Materialisme, verklaarde in zijn boek „<span class="ex" +lang="fr">De l’Homme</span>” (<span class="corr" id= +"xd19e2899" title="Niet in bron">„</span>Over den mensch”) +dat de grondslagen der moraal waren: de zinnelijke eigenschappen en de +eigenliefde, het genot en het welbegrepen persoonlijk belang. +Hoofd-gezichtspunten van zijn systeem waren: de natuurlijke gelijkheid +van de menschelijke intelligenties, de éénheid tusschen +de vooruitgang van de rede en de vooruitgang van de industrie; de +natuurlijke goedheid van de menschen en de macht van de opvoeding.</p> +<p>Het fransche Materialisme vond zijn toppunt in de beroemde +„<span class="ex" lang="fr">Encyclopedie</span>”; zooals +het zijn politieke omzetting vond in de verklaring van de beroemde +„<span class="ex">Rechten van den Mensch</span>”. +<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name= +"pb105">105</a>]</span>Het verliep in het utopistisch socialisme, dat +aan zijne theorieën ontleende, de beschouwingen over de +„oorspronkelijke goedheid” en de „gelijke” +intellectueele begaafdheid van den mensch, de almacht der ervaring, +gewoonte en opvoeding; de invloed der uitwendige omstandigheden op den +mensch; de hooge beteekenis van de industrie, het recht op genot enz., +gelijk wij dit bij de behandeling van hunne stelsels, in het eerste +gedeelte van dit boek, hebben kunnen zien.</p> +<p>In weerwil van deze schitterende resultaten, rustte het fransche +Materialisme evenwel nog op een wankelen grondslag. De +natuurwetenschappen hadden, wel-is-waar groote vorderingen gemaakt, +maar eerst de mechaniek was tot een behoorlijk resultaat gekomen. +Chemie en biologie stonden nog in hunne kinderschoenen; men wist nog +niets van eene ontwikkelingsleer der natuur en kon dus nog niets weten +omtrent eene evolutie in de geschiedenis. De natuur bewoog zich in een +eeuwige kringloop, en de menschelijke natuur, aldus was de +beschouwingswijze, was van den aanvang af gelijk, zij werd bij +tijd-en-wijle verduisterd, zooals in de Middeleeuwen, maar dan weder, +was zij strevende naar hare natuurlijke rechten. Het Materialisme +beroerde nog den innerlijken samenhang van de wereldraadsels niet. Zoo +kon het Idealisme, het nog weder eens op zich nemen, met te trachten +deze raadsels op te lossen en zij deed dit in de duitsche philosophie +van op het uiteinde der 18<sup>e</sup> en aan den aanvang van de +19<sup>e</sup> eeuw.</p> +<p>Kant’s „<span class="ex">Kritiek van de zuivere +Rede</span>,” werd in het Revolutiejaar 1789 algemeen bekend. Het +duitsche Idealisme, zooals het door Kant is geleeraard, was wel-is-waar +een terugslag op het engelsch-fransche Materialisme, maar geenszins was +het een <i>reactie</i> daarop. Kant versloeg het Materialisme met +succes op zijn eigen gebied, doordien hij het principe van de +ontwikkeling, in de natuur binnenleidde. Hij loste de eeuwigen duur van +het zonnesysteem op, doordien hij het ontstaan van de Zon en dat van +alle Planeten, uit roteerende <span class="corr" id="xd19e2928" title= +"Bron: nevelmassas">nevelmassa’s</span> verklaarde. Zelfs sprak +hij in zijne „Populaire Voorlezingen” reeds het denkbeeld +van de ontwikkeling van de menschen uit het dierenrijk uit, als iets +dat van-zelf sprak. Uitdrukkelijk verwierp hij de leer van het oudere +Idealisme, dat alle kennis door ervaring en de zinnen verkregen, niets +was dan louter schijn en er slechts in de ideën van de zuivere +rede, waarheid is. Hij zeide omgekeerd: alle kennis van dingen uit de +enkele, zuivere rede, is niets dan louter schijn en slechts in de +ervaring is er waarheid.</p> +<p>Kant’s wezenlijke arbeid bestond juist hierin, dat hij, +aanknoopend <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name= +"pb106">106</a>]</span>aan David Hume, het kenvermogen van den mensch +onderzocht en door de critiek van de zuivere rede, de gansche ervaring, +tezamen met alle historische en exacte wetenschappen omkeerde, door de +eenvoudige stelling dat onze begrippen zich niet naar de voorwerpen +richten, maar de voorwerpen naar onze begrippen; dat wij de dingen +buiten ons niet zien, zooals zij zijn, maar zooals zij aan onze +onvolkomen zinnen zich voordoen; dat de gansche verschijningswereld tot +op de zinnelijke aanschouwing van ruimte en tijd, voor de menschen, +alleen slechts in de menschelijke voorstelling bestaat, terwijl zich +achter haar het absolute wezen van de dingen, het ding-aan-zich +verbergt, in een ondoordringbaar duister. Aan de eene zijde waren +hiermede Denken en Zijn verzoend, maar aan de andere zijde, gingen zij +daarmede zooveel te verder, weder uit elkander. Kant loste het +wereldraadsel niet óp, hij verklaarde het voor +<i>on</i>oplosbaar. In de dingen zelf kunnen geen tegenspraken bestaan, +want alles wat een tegenspraak bevat, is onmogelijk, daarentegen +verwikkelt ons het denken in onvermijdelijke tegenspraken. Dit was de +grondslag <span class="corr" id="xd19e2938" title= +"Niet in bron">van</span> de beroemde Antimonieën van Kant, zooals +daar zijn: begrensdheid en onbegrensdheid van de wereld, deelbaarheid +en ondeelbaarheid van de materie, vrijheid en noodwendigheid.</p> +<hr class="tb"> +<p>Brak nu Kant de objektieve wereld geheel en al af, terwijl hij haar +bestaan in de werkzaamheid van het menschelijk bewustzijn oploste, +Fichte bouwde haar, tegelijkertijd op Kant’s theorieën +voortbouwend en hen omscheppend, weder uit het menschelijk bewustzijn +op. Fichte was met de natuurwetenschappen van nabij, niet bekend. Het +Ik, d. w. z. de mensch, niet als individu, maar als soort, was voor hem +het werkelijke „Ding-aan-zich”, het menschelijk bewustzijn +niet de spiegel, maar de schepper van de objektieve wereld, welker +bestaan zich niet uit de zuivere denkvormen laat verklaren, maar welker +bestaansvormen, door het zuivere denken voortgebracht geworden zijn. +Uit hen leidde Fichte, ruimte en tijd, kwantiteit en kwaliteit, +mogelijkheid, werkelijkheid en noodzakelijkheid af. Het denken is een +zelfstandig proces, dat zich met noodwendigheid voltrekt. „Met +elke <i>stelling</i> is zijne <i>tegenstelling</i> gegeven, en in de +voortdurende overwinning van deze gestadige tegenspraken, door eene +hoogere eenheid, beweegt de idee zich vooruit.”</p> +<p>Hiermede nam Johan Gottlieb Fichte de oud-Grieksche, +dialektische-philosophische methode weder op. Deed hij nu echter +<span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name= +"pb107">107</a>]</span>uit de zuivere innerlijkheid van het subjekt, +het objekt geboren worden, zoo werden geest en natuur een en hetzelfde. +En inderdaad verklaarde Fichte, het Ik, dan ook voor het +subject-objekt.</p> +<p>Op zijne theorieën voortspinnend en tegelijk hen weder +omscheppend, voerden Schelling en Hegel daartegen aan: „wanneer +subjekt en objekt een-en-hetzelfde zijn, dan is geen van hen beiden de +zaak-zelf; het subjekt zoo min als het objekt, het denken zoo min als +het zijn, den geest zoo min als de natuur; maar elk van hen, is dan +slechts ééne zijde van de zaak en de geheele zaak is +niets anders dan het proces, dat door beide heengaat en in den geest +van den mensch, tot het bewustzijn van zich-zelf komt”.</p> +<p>Bij Schelling bleef de identiteit van subjekt en objekt een blooten +inval. Bij de pogingen om haar te begronden, geraakte hij hoe langer +hoe meer in eene phantastische natuurphilosophie verward, totdat hij +tenslotte belandde bij het openbaringsgeloof.</p> +<p>Hegel daarentegen, vatte de absolute Idee, die hij voor de +levenwekkende ziel van de gansche wereld verklaarde, als een logisch en +historisch proces op. De geest, het aan-zich en voor-zich bestaande Ik, +wordt in verschillende ontwikkelingsphazes eerst bewustzijn, dan +zelfbewustzijn, dan beschouwend en dan handelend verstand, tenslotte +den zich-zelf-begrijpenden gevormde en religieuzen geest. Dan zet bij +zich om in de natuur, waarin hij als blinde noodzakelijkheid werkt en +arbeidt zich in de geschiedenis uit het ruwe weder op, tot dat hij +zich-zelf begrijpt. Dit historisch proces, is slechts een afspiegeling +van het logische proces, dat zich onbekend met het: wanneer? en het: +waarheen? voltrokken heeft.</p> +<p>Hegel vatte aldus het historische, tevens als een logisch proces op. +Waar Kant de ontwikkeling in de natuur leidde, daar leidde Hegel haar +de geschiedenis binnen. Waar Fichte aan de dialektische methode weder +aanknoopte, daar maakte Hegel haar tot den springenden fontein des +levens<span class="corr" id="xd19e2964" title="Bron: ,">.</span> Met +het begrip Zijn, is ook het begrip van niet-Zijn gegeven, en uit den +strijd van beiden, ontstaat het hoogere begrip van het Worden. Alles +bestaat en bestaat tegelijk niet, want alles is in vloed en is +voortdurend onderworpen aan eene gestadige verandering, is onderworpen +aan een voortdurend en nooit stilstaand proces van Worden en +Vergaan.</p> +<p>De dialektische beweging van de duitsche philosophie voltrok zich +dus aldus, dat Kant’s stelling: „<i>Alles wat een +tegenspraak in zich bevatte is onmogelijk</i>”, omsloeg in de +stelling van Hegel: „<i>Wat over het algemeen der wereld beweegt, +is de tegenspraak.</i>” <span class="pagenum">[<a id="pb108" +href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span></p> +<p>Hiermede nu was iets bereikt, dat men eene overwinning kon noemen op +het engelsch-fransche Materialisme. De dialektische beweging in de +natuur zelf in te voeren en haar aan te nemen, is eerst mogelijk +geworden, nadat de natuurwetenschappen die geweldige vooruitgang hadden +gemaakt, gelijk dat het eerst in de tweede helft van de 19e eeuw het +geval is geweest. Hier heeft de door Kant gegeven stoot, zijne +afsluiting het eerst gevonden in de theorie van Darwin, waardoor de +gansche organische natuur, planten en dieren en daarmede ook den +mensch, als het voortbrengsel van een ontwikkeling wordt opgevat, die +zich, in millioenen na millioenen jaren voortgezet heeft.</p> +<p>Hegel evenwel, kwam in dit opzicht niet boven de meeningen van de +fransche Materialisten uit, de perken van de ontoereikende natuurkennis +lieten dat ook destijds niet toe. Hij deelde nog de meening van de +fransche Materialisten, dat de natuur een, zich in gelijke kringloopen +bewegend, zich steeds gelijkblijvend geheel met eeuwige wereldlichamen, +met onveranderlijke vormen van organische wezens was. Maar hij doorbrak +die beschouwingswijze toch, voor zoover zij namelijk, door de engelsche +Materialisten op de geschiedenis werd overgedragen. Hij vatte de +geschiedenis van de menschheid op, als een gestadig in beweging zijnd, +aan verandering en omschepping onderworpen, van lager naar hooger +opstijgend proces en hij beproefde door geweldigen geestesarbeid, in de +verschillende vakken van de historische wetenschap, de inwendige +tezamenhang, de voortdurende phazenloop van dit proces, door alle +schijnbare dwaalwegen en toevalligheden heen, te vervolgen. Dewijl hij +de dingen als afspiegelingen van de begrippen opvatte, kwam hij +wel-is-waar tot al te willekeurige geschiedenisconstrukties, maar daar +<span class="corr" id="xd19e2980" title= +"Bron: halstarrige">halsstarrige</span> dingen als historische feiten +dit zijn, zich niet zoo gemakkelijk onder het juk der begrippen dwingen +laten, kwam hij toch ook tot geniale blikken, op de tezamenhang van de +geschiedenis der menschheid.</p> +<hr class="tb"> +<p>Kant’s grondgedachte van alle moraal: „<span class= +"ex">Handel zóó dat gij de menschheid, zoowel in uw +persoon, als in de persoon van elk ander, tegelijk als doel en niet +alleen maar als middel gebruikt</span>,” kon ontstaan in een +land, waarin de burgerlijke klasse weinig en de proletarische klasse, +nog in het geheel niet ontwikkeld was.</p> +<p>En Fichte liet erop volgen, dat <span class="corr" id="xd19e2992" +title="Niet in bron">„</span>geen mensch andere krachten +<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name= +"pb109">109</a>]</span>voor zich mag in gebruik nemen; dat den mensch +moet arbeiden, maar niet als een lastdier, dat onder den last, in slaap +neder zakt en na nooddruftige verkwikking weder tot het dragen van +denzelfden last gewekt zal worden<span class="corr" id="xd19e2997" +title="Bron: ,">.</span> De <span class="corr" id="xd19e3000" title= +"Bron: menscb">mensch</span> behoort angstloos met list en met vreugde +te werken en tijd over te houden om zijnen geest en zijn oogen ten +hemel te verheffen, voor welker aanblik hij geboren is!” Fichte +brandmerkte met deze uitspraak en met anderen, de feodale adel van +zijnen tijd, die lui en ondeugend was. Hij proklameerde de majesteit +van het Recht in deze stelling: „<i>Het Recht moet gewoonweg +bestaan en wie dit niet door zichzelven inziet, moet tot dat inzicht +gedwongen worden.</i>” En daarnevens predikte Fichte de vrijheid +en de gelijkheid „voor alles wat een menschelijk aangezicht +draagt.”</p> +<p>In zijn „<span class="ex">Rechtvaardiging van de fransche +Revolutie</span>” zegt hij o. a. „De eigendom kan geen +anderen oorsprong hebben, dan die van den arbeid. Wie niet arbeidt, +heeft niet het recht van de samenleving middelen tot zijn bestaan te +verlangen.” In zijn „Grondslagen van het +Natuurrecht,<span class="corr" id="xd19e3011" title= +"Niet in bron">”</span> schrijft hij: „Diegene, welke niet +zoo veel heeft dat hij ervan leven kan, behoeft noch den eigendom van +anderen te erkennen, noch achting te hebben voor dezelve, daar de +grondslagen van het maatschappelijk verdrag, tot zijne schade aangetast +zijn geworden. Elkeen behoort eigendom voor zich te hebben; de +samenleving is verplicht, allen van arbeidsmiddelen te voorzien en +allen moeten arbeiden om te leven.”</p> +<p>In zijn „Rechtsstaat”, voorspelt hij, dat eene +gemeenschappelijke organisatie komen moet, welke realiseeren zal, wat +hij als Recht verlangt. „De arbeid en de verdeeling zullen +gemeenschappelijk georganiseerd zijn; elkeen ontvangt voor een +nauwkeurig bepaald deel arbeids, een bepaald gedeelte van het kapitaal, +hetwelk zijn eigendom, naar de mate van het recht vaststelt. Het +eigendom zal alzoo algemeen verbreid zijn. Niemand mag overvloed +hebben, zoolang niet allen van het noodzakelijkste voorzien zijn. En +het eigendomsrecht aan voorwerpen van weelde, ontbeert dien grond in +zooverre, dat niet elk burger zijn aandeel kan bekomen, van dien +eigendom. De landlieden en de arbeiders zullen zich behooren te +vereenigen, teneinde zoovéél mogelijk, met zoo weinig +mogelijk inspanning van krachten te kunnen voortbrengen.”</p> +<p>In zijne verhandeling over „De gesloten Handelsstaat”, +die in 1800 verscheen en aan den pruisischen minister van +finantiën Struensee opgedragen was, werkte Fichte bovengenoemde +socialistische gedachten verder uit, bestreed hij de <span class="corr" +id="xd19e3019" title="Bron: theoriën">theorieën</span> van +<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name= +"pb110">110</a>]</span>Adam Smith, de vrije concurrentie-leer en het +denkbeeld, dat de Staat zich heeft te beperken, tot een bescherming van +het recht. Maar hij neemt daarbij toch weder een ander standpunt in, +dan de fransche en engelsche socialisten van zijnen tijd; hij is ook +dáárin een tegenstander van Adam Smith, dat hij van de +bepaling van de waarde der goederen door den arbeid, niets wil weten; +hij ziet in den vrijen handel, eene onhoudbare overlevering uit de +„denkwijze onzer voorouders.” Voor de moderne naties, +meende hij, geldt niet meer, wat voor de middeneeuwsche eenheid van het +christelijk Europa gold. Fichte erkende evenwel in zijn tijd reeds, de +zware lasten die er op het volk kwamen te drukken, door het uitzuigend +militairisme en hij probeerde dan ook den Staat geheel en al om te +vormen. Als zoodanig, geldt dan ook hij nog <span class="corr" id= +"xd19e3024" title="Bron: eenigzins">eenigszins</span> voor eene der +utopistische Socialisten, omdat hij in zijn wereldhervormende sociale +plannen niet uitging van de bestaande feiten, maar van een aan zijn +brein ontsprongen plan. Hij wilde den Staat omvormen tot eene +harmonische gemeenschap, waarvan de deelen op zich-zelve, de +individuen, hun natuurlijk recht zullen verzekerd zien, op een gelukkig +en tevreden bestaan. Maar aan den anderen kant, dacht hij zich dien +Staat als een verstands-Staat, geheel en al afgesloten van het +buitenland, met een bijzonder soort geld en met de overige Staten +slechts in gemeenschap, niet door middel van den handel, maar door dat +van de wetenschap alleen.</p> +<p>Ook Hegel heeft eenmaal zijne philosophie den voorlooper genoemd, +van een tijd waarin er een vrij volk zal bestaan. Na de nederlaag van +de franschen bij Waterloo, verklaarde hij het voor de natuurlijke +roeping van de duitschers, voor den hoofdwinst hunner teruggewonnen +onafhankelijkheid, dat zij thans ongestoord het heilige vuur van de +philosophie in bewaring konden nemen. Toen hij naar Berlijn beroepen, +zijne „Philosophie van het Recht” schreef, teneinde het +Recht als een redelijk, zich uit zich-zelf ontwikkelend organisme voor +te stellen, ging hij van de stelling uit: „Het bestaande is +redelijk en het redelijke is dat wat bestaat.”</p> +<p>De polemiek welke Hegel gevoerd heeft, tegen de historische +Rechtsschool, bewees dat hij met deze stelling geenszins eene +verheerlijking van àl het bestaande bedoelde, gelijk men in +zijnen tijd zich niet ontzien heeft, op deze zijne woorden bij alle +reaktionaire maatregelen der Pruisische regeering, zich te beroepen. +Hegel bedoelde met deze stelling, dat de rede de historische +noodzakelijkheid was, de eeuwige <span class="corr" id="xd19e3031" +title="Bron: vloeing">vloeiing</span> in het historische +ontwikkelingsproces. Wat deze schept, is werkelijk en <span class= +"pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name= +"pb111">111</a>]</span>redelijk, omdat het noodzakelijk is; zoodra het +ophoudt noodzakelijk te zijn, wordt het onwerkelijk en onredelijk.</p> +<p>Hegel heeft de rijke schepping van het duitsche Idealisme in +één machtig systeem saâmgevat. Hij heeft alle +bronnen en stroomen van dit klassieke tijdperk in ééne +bedding geleid, waar zij wel-is-waar in bevroren zijn, door den +ijskouden adem van de reaktie die over Duitschland woei, maar die zijne +jongeren toch weder, door hunnen eigenen arbeid, konden doen +ontdooien.</p> +<p>Toen Hegel tegen de Juli-Revolutie in 1830 te velde trok, toen hij +de Engelsche „reformbill” een snijden noemde in de edele +ingewanden van een Groot-Brittanje’s staatsregeling, toen +verlieten hem de scharen zijner jongeren, om naar zijnen eigenen +leerling Eduard Gans te gaan luisteren, die lezingen ging houden over +des meesters „Rechtsphilosophie”, daarbij de revolutionaire +zijde van des Meesters methode op den voorgrond stellende en tegen de +historische Rechtsschool polemiseeren ging. Men zeide toentertijd dan +ook in Berlijn, dat, niet aan de cholera, maar aan deze smartelijke +ervaring, zou den grooten Meester overleden zijn. <span class= +"pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch2.2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk II.</h2> +<h2 class="main">Critiek op de Hegelsche philosophie.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">David Friederich Strausz, Bruno Bauer, Max Stirner en +Ludwig Feuerbach, waren de meest beteekenende scholieren van Hegel +geweest, die elk hun eigen weg gingen bij de ontwikkeling, van de +philosophie van den Meester. Ook Karel Marx behoorde tot de leerlingen +van Hegel.</p> +<p>Strausz had behalve zijn „Dogmatiek”, de beroemde +critiek op „het leven van Jezus” geschreven. Bruno Bauer +heeft voor het onderzoek naar het „Ontstaan van het +Christendom” beduidenden arbeid geleverd, terwijl Max Stirner +weder geheel zelfstandige paden insloeg met zijn „<span lang= +"de">Einzige und sein Eigenthum</span>”, welk werk wel eens als +een voorlooper van het latere anarchisme, van Bakounine en Krapotkine, +is genoemd.</p> +<p>Ludwig Feuerbach en Bruno Bauer behoorden tot de meest beteekenenden +van Hegels uitloopers op wijsgeerig terrein. Feuerbach baarde het eerst +als beduidend philosoof opzien, door zijn „<span class="ex" lang= +"de">Wesen des Christenthums</span>.” Van-uit Hegel’s +Idealisme, ontwikkelde hij daarin weder het materialistisch denken. +„De natuur bestaat onafhankelijk van alle philosophie,” zoo +zeide hij, „zij is de grondslag, waarop wij menschen, zelven +produkten van de natuur, gegroeid zijn. Buiten de natuur en den +menschen bestaat niets, en de hoogere wezens, die onze phantasie +geschapen had, zijn slechts phantastische weêrspiegelingen, van +ons eigen wezen. De mensch is, wat hij eet.” De ban was dus +verbroken, het „systeem” was gesprongen en ter zijde +geworpen en de tegenspraak was—dewijl zij slechts in de +verbeelding bestond—opgelost.</p> +<p>Het materialisme van Feuerbach is evenwel doodgeloopen. En het was +Karel Marx die in 1845 er met de volgende 11 stellingen positie tegen +nam. <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name= +"pb113">113</a>]</span></p> +<p>1.</p> +<p>Het hoofdgebrek van alle tot nu toe bestaan hebbend +Materialisme—dat van L. Feuerbach niet uitgezonderd—was, +dat het objekt, de werkelijkheid, de zinnelijkheid, slechts onder den +vorm van het objekt of der aanschouwing werd opgevat; niet echter als +menschelijke, zinnelijke werkzaamheid, praktijk, niet subjektief. +Daarvandaan kon het geschieden, dat de werkzame zijde, in tegenstelling +tot het materialisme, door het Idealisme ontwikkeld werd—maar +alleen abstrakt, daar het Idealisme natuurlijk de werkelijke, zinrijke +werkzaamheid, als zoodanig, niet kent. Feuerbach wil zinnelijke, van de +gedachtenobjekten werkelijk-verschillende objekten; maar hij vat de +menschelijke werkzaamheid zelf, niet op als objektieve werkzaamheid. +Hij beschouwt daarom in het „<span class="ex" lang="de">Wesen des +Christenthums</span>” slechts de theoretische verhouding als het +echt menschelijke, terwijl de praktijk slechts in haren +smerig-joodschen verschijningsvorm opgevat en gefixeerd kan worden. Hij +begrijpt daarvandaan niet de beteekenis van de +„revolutionaire”, van de praktisch-critische +werkzaamheid.</p> +<p>2.</p> +<p>De kwestie, of het menschelijk denken de objektieve waarheid +bijgebracht kan worden, is geen kwestie van theorie, maar een kwestie +van praktijk. In de praktijk moet de mensch de waarheid, d. w. z. de +werkelijkheid en de macht, de dezerzijdschheid van zijn denken, +bewijzen. De strijd over de werkelijkheid en de niet-werkelijkheid van +het denken, dat zich van de praktijk isoleert, is een van zuiver +scholastischen aard.</p> +<p>3.</p> +<p>De Materialistische theorie, dat de menschen produkten zijn van +omstandigheden en van opvoeding, veranderde menschen dus, produkten van +andere omstandigheden en veranderde opvoeding zijn, vergeet, dat de +omstandigheden zelf door de menschen veranderd worden en dat de +opvoeders, zelf moeten worden opgevoed. Zij komt daarom met +noodwendigheid ertoe, de samenleving in twee deelen te splitsen, +waarvan het eene boven het andere verheven is. (Bijv. bij Robert +Owen.)</p> +<p>Het tezamenvallen van het veranderen der omstandigheden en der +menschelijke werkzaamheid, kan slechts als revolutionaire praktijk, +opgevat en rationeel worden begrepen. <span class="pagenum">[<a id= +"pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span></p> +<p>4.</p> +<p>Feuerbach gaat uit van het faktum der religieuze zelfontvreemding, +van de verdubbeling der wereld in eene religieus voorgestelde en eene +werkelijke wereld. Zijn arbeid bestaat hierin, de religieuze wereld +door hare wereldlijke grondslag te doen oplossen. Hij overziet, dat na +volbrenging van dezen arbeid, de hoofdtaak nog onafgedaan blijft. Het +feit namelijk, dat de wereldlijke grondslag zich vanzelf opheft, en +zich een zelfstandig rijk in de wolken fixeert, is juist alleen maar +uit de zelfverdeeldheid en het zichzelf-tegenspreken dezer wereldlijken +grondslag te verklaren. Deze zelf moet alzoo, eerstens, in haren +tegenspraak verstaan en daarna, door terzijdestelling van die +tegenspraak praktisch gerevolutioneerd worden. Alzoo bijv., nadat de +aardsche familie als het geheim van de heilige familie ontdekt is, moet +men de eerste zelve theoretisch gecritiseerd en praktisch +gerevolutioneerd hebben.</p> +<p>5.</p> +<p>Feuerbach, niet tevreden met het <i>abstrakte</i> denken, appelleert +aan de <i>zinnelijke aanschouwing</i>; maar hij vat deze zinnelijkheid +niet als een practische, menschelijk-zinnelijke werkzaamheid op.</p> +<p>6.</p> +<p>Feuerbach lost het religieuze wezen in het menschelijk wezen op. +Maar het menschelijk wezen is niet een, den individueelen mensch +inwonende abstraktie. In zijn werkelijkheid is ’t, het ensemble +van de maatschappelijke verhoudingen.</p> +<p>Feuerbach, die op de critiek van dit werkelijke wezen niet ingaat, +is daarom gedwongen:</p> +<ul> +<li>1e. Van het historisch verloop te abstraheeren en het religieuze +gemoed voor zich te fixeeren, en een +abstrakt-geïsoleerd-menschelijk individu voorop te zetten.</li> +<li>2e. Kan bij hem daardoor het menschelijk wezen, slechts als +„soort”, als innerlijke stomme, de vele individuen alleen +maar <i>natuurlijk</i> verbindende algemeenheid, opgevat worden.</li> +</ul> +<p>7.</p> +<p>Feuerbach ziet daardoor niet in, dat het „religieuze +gemoed”, <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name= +"pb115">115</a>]</span>zelve een maatschappelijk produkt is, en dat het +abstrakte individu, hetwelk hij analyseert, in de werkelijkheid tot +eene bepaalde maatschappelijke vorm behoort.</p> +<p>8.</p> +<p>Het maatschappelijk leven is wezenlijk <i>praktisch</i>. Alle +<span class="corr" id="xd19e3124" title= +"Bron: mysterieën">mysteriën</span>, welke de theorie +verleidt en tot mysticisme maakt, vinden hunne rationeele oplossing in +de menschelijke praktijk en in het begrijpen dezer praktijk.</p> +<p>9.</p> +<p>Het hoogste waartoe het beschouwende Materialisme—d. w. z. het +Materialisme dat de zinnelijkheid niet als een praktische werkzaamheid +begrijpt—het brengt, is de beschouwing van de individu in de +„burgerlijke maatschappij”.</p> +<p>10.</p> +<p>Het standpunt van het <i>oude</i> Materialisme is de +„burgerlijke” maatschappij; het standpunt van het +<i>nieuwe</i>, dat der menschelijke samenleving of dat van de +vermaatschappelijkte menschheid.</p> +<p>11.</p> +<p>De philosophen hebben tot nog toe de wereld slechts verschillend +<i><span class="corr" id="xd19e3146" title= +"Bron: gëinterpreteerd">geïnterpreteerd</span></i>, maar het +komt er op aan haar te <i>veranderen</i>.</p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Heinrich Karel Marx</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">werd op den 5<sup>en</sup> Mei 1818 te Trier geboren +als de zoon van den advokaat en lateren Justitieraad Marx, die in 1824 +met zijne familie van het Jodendom tot het Christendom overging. +Marx’ stamboom moet van af zijn vader opwaarts tot aan de +16<sup>e</sup> eeuw toe, slechts rabbijnen aanwijzen; wat zekerder is, +dat is, dat zijne moeder afstamde van een hollandsche, joodsche +familie. Beide zijne ouders, waren lieden van hooge ontwikkeling.</p> +<p>Nauwelijks de kinderschoenen ontwassen, ging de jonge Marx naar de +Universiteit van Bonn, daarna naar die van Berlijn, waar hij ter wille +van zijn vader rechtsgeleerdheid bestudeerde en, voor zijn <i>eigen</i> +genoegen, geschiedenis en philosophie. Met <span class= +"pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>zijn +verstand, van nature als het ware aangelegd voor de dialektiek, moest +de jonge Karel Marx zich het sterkst aangetrokken gevoelen tot de +philosophie van Hegel. Geen onder die talrijke jongeren, heeft Hegel +grondiger bestudeerd, dan Marx. Wat Marx dan ook zoo machtig tot de +philosophie van Hegel aantrok, dat was hare <i>dialektische +methode</i>, welker revolutionaire spits, juist door het schaduwspel +van nevelachtige begrippen omhuld werd. Marx ruimde veelmeer deze +begrippen op, terwijl hij zich in de massa van historische stof wierp +en met deze feiten de theorie bevruchtte. Van jongs-af bezat hij een +onverzadigbare dorst naar weten en eene rustelooze zelfcritiek. Reeds +de vrienden zijner jeugd klaagden er over, dat hij door zijn nachtwaken +om te werken, zijne sterke gezondheid vaak geschokt heeft. Arnold Ruge +schreef aan Ludwig Feuerbach over Marx: „Hij leest zeer veel; hij +arbeidt met eene ongemeene intensiviteit en hij heeft een critisch +talent, dat somwijlen tot een in overmoed ontaardende dialektiek +wordt,.... maar hij voleindigt niets, hij breekt overal af en stort +zich steeds van voren af aan, in een eindelooze boekenzee. Hij behoort, +volgens zijne geleerde dispositie, gansch der duitsche wereld toe, maar +door zijn revolutionaire denkwijze, is hij van haar +buitengesloten.” Marx vereenigde dan ook in zich, alle +faustiaansche aandriften van de duitsche geleerdheid. Hij droeg het +leven der wetenschap binnen, zooals hij de wetenschap in het leven +binnendroeg. Dit was de vooruitgang, die de duitsche wijsgeerige +beschaving alleen nog maar maken kon, die zij onder alle omstandigheden +maken <i>moest</i>, wilde zij niet, van een drijfrad der historische +ontwikkeling, tot een traprad voor kleinburgerlijke denkers worden.</p> +<p>Van de grootste beteekenis voor Marx’ jeugd, was zijne +verhouding tot de familie von Westphalen. Dát waren buren van +het ouderlijke huis. De graaf von Westphalen was een Pruisisch beambte, +van een niet gewoon slag en zeer ruim van opvattingen. Zijn vader was +de geheimsecretaris Philip von Westphalen, die in den zevenjarigen +oorlog, vijf fransche maarschalken in vijf veldslagen met succes +versloeg en daarnevens van nature zoo burgerlijk bleef, dat hij nooit +een soldatenuniform droeg en den titel van Generaal-Adjudant van het +leger, waarmede de koning van Engeland hem meende te vereeren, lachend +van de hand wees. Alleen de verheffing in den adelstand, liet hij zich +welgevallen, maar dit, teneinde een meisje te kunnen huwen dat hem aan +geesteseigenschappen evenaarde en de dochter van een Schotsche +baronnenfamilie was: zij stamde af van den <span class= +"pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name= +"pb117">117</a>]</span>beroemden Argyle, den hertog, die door de +veroordeeling onder de tyrannieke regeering van Jacobus II en den +heldenmoed waarmede hij zijn vonnis droeg, in de geschiedenis van +Engeland wèlbekend is. De jongste zoon uit dezen echt was +Lodewijk von Westphalen. In het huis van dezen vrijdenker vond de jonge +Marx een tweede tehuis. Terwijl zijn vader hem de fransche beschaving +deelachtig deed worden, hem Racine en Voltaire voorlas, leidde de heer +von Westphalen hem in de duitsche beschaving in; las hem Homerus en +Shakespeare voor, die dan ook voor altijd, Marx’ lijfdichters +gebleven zijn.</p> +<p>Westphalen’s kinderen, werden de speelmakkers van den jongen +Marx en het is daarvandaan, dat Marx in de jonge Jenny von Westphalen, +die drie jaren ouder was dan hij, spoedig eene geliefde kreeg, die hem +geheel zijn leven is blijven aanhangen met de grootste trouw en de +grootste liefde. Bereids in 1836, toen Marx naar de Universiteit ging, +was de zaak van eeuwige trouw en liefde tusschen hen beiden beklonken. +Twee jaren later, verloor Karel Marx zijnen goeden en zachten vader en +hiermede eindigde een conflict tusschen hen beiden, dat in den aanvang +zich liet aanzien van genoegzaam ernstigen aard te kunnen worden, om +tot een scherpen breuk te leiden. Het liep nu nog slechts over +Marx’ voorkeur voor de philosophie en des vaders neiging, om een +advokaat van hem te maken.</p> +<p>Marx’ beste vrienden aan de Hoogeschool waren: Bruno Bauer en +Karl Friedrich Köppen, aan beider omgang verdankt Marx veel van +zijn ontwikkeling. Zij waren beide Hegelianen, gelijk toenmaals in +Duitschland en vooral in Pruissen, geen beteekenende kop, zich aan den +invloed van den grooten Meester der philosophische redeneerkunst heeft +kunnen onttrekken.</p> +<p>Bruno Bauer stamde uit Saksen-Altenburg, en was de zoon van +burgerouders; zijn vader was porceleinschilder in Berlijn. Bruno was de +oudste van drie broeders, die allen in de geleerde wereld naam gemaakt +hebben. Bruno echter, gold als de begaafdste van de drie.</p> +<p>Het was de wensch van Bauer,—die inmiddels reeds in een +polemiek met David Friederich Strausz, den grooten schrijver van het +„Leven van Jezus”, gewikkeld was—om Marx naast zich +te hebben aan de redaktie van een critisch tijdschrift, omdat hij van +Marx’ groote critische en dialektische begaafdheden, wenschte te +profiteeren. In de brieven die hij Marx schreef, spoorde hij dezen aan +examen te doen; hij wilde Marx een positie zien krijgen aan de +Universiteit als hoogleeraar.</p> +<p>Friedrich Köppen was meer geschiedkundige dan philosoof. +<span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name= +"pb118">118</a>]</span>Beiden hadden een tijdschrift gegrondvest de +„<span lang="de">Hallische Jahrbücher</span>” genaamd, +waarin Köppen over historie en historische figuren schreef, en +Bauer zijnen strijd tegen de orthodoxie met groote scherpte streed.</p> +<p>In <span class="corr" id="xd19e3197" title= +"Bron: ’tjaar">’t jaar</span> 1841 promoveerde Marx dan, +als doktor in de philosophie aan de Hoogeschool te Jena, met eene +dissertatie: „Over de philosophie van Epikurus”, welke +dissertatie toen niet in het licht is verschenen. Zijn voornemen om +zich te Bonn als privaatdocent te vestigen, liet hij weldra varen. De +wijze toch, waarop de minister Eichhorn zijnen vriend Bauer behandelde, +lokte een vrij man, zooals Marx zich dit voelde, allesbehalve aan om +zijn nek onder den pruisischen censuur te krommen.</p> +<p>Spoedig daarna krijgt Marx, het was in 1842, de leiding van de +radikale „<i lang="de">Rheinische <span class="corr" id= +"xd19e3204" title="Bron: zeitung">Zeitung</span></i>”, waaraan +hij <span class="corr" id="xd19e3207" title= +"Bron: vooàf">vooràf</span> reeds had medegewerkt. Onder +de medewerkers dier dagen aan dit blad, dat in Keulen verscheen, en aan +de belangen der politiek, handel en nijverheid dienstbaar was gemaakt, +telde men de besten onder de Hegelsche „jongeren” als: +<i>Bruno Bauer</i>, <i>Köppen</i>, <i>Nauwerk</i>, <i>Max +Stiner</i>, <i>Georg Jurg</i>, <i>Mozes Hesz</i>, <i>Hermann +Püttmann</i> en den dichter en literator <i>Georg Herwegh</i>.</p> +<p>In de opstellen in dat blad door hem geplaatst, staat Marx nog +geheel op het standpunt van de radikale Hegelianen, die uit zuiver +ideologische, vooròpgestelde meeningen hunne conclusiën +trokken; maar ook reeds, een echo van het fransche socialisme deden +hooren. In een polemiek uit die dagen, zeide hij reeds: De +„<span lang="de">Rheinische <span class="corr" id="xd19e3240" +title="Bron: zeitung">Zeitung</span></span>”, die de +communistische denkbeelden, in hunne huidige gestalte geen +verwerkelijking kan voorspellen ... zal deze ideën aan eene +grondige critiek onderwerpen. Dat evenwel de geschriften van P. Leroux, +V. Considérant en voor alles, de scherpzinnige werken van P. J. +Proudhon niet door invallen van het oogenblik kunnen worden bestreden, +maar na lange en diepgaande studieën kunnen worden gecritiseerd +..., is onze vaste overtuiging .... „Op praktische pogingen van +communisme, kan men met kanonnen antwoorden, zoodra zij gevaarlijk +worden; maar ideën, die zich meester maken van onze intelligentie, +die onze gezindheid veroveren, waaraan het verstand ons geweten gaat +kluisteren, dat zijn ketens, waaraan men zich niet onttrekt, zonder +zijn hart te verscheuren; dat zijn demonen, welke de mensch slechts +overwinnen kan, doordien hij zich eraan onderwerpt.”</p> +<p>De 28<sup>ste</sup> Januari van ’t jaar 1843, in hetzelfde +jaar waarin Marx in het huwelijk trad met Jenny von Westphalen, kwam +<span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name= +"pb119">119</a>]</span>het verbod van de regeering tot het langer +voortbestaan van de „<span class="ex" lang="de">Rheinische +Zeitung</span>”....</p> +<p>Uit de noodzakelijkheid, die hieruit geboren werd voor de vrije +geesten in Duitschland om hunne denkbeelden te verkondigen, kwam het +maandschrift de „<i lang="de">Deutsch-Französischen +Jahrbücher</i>” voort, dat ternauwernood één +jaar heeft bestaan. Herwegh, Arnold Ruge en Heinrich Heine hebben eraan +medegewerkt en Marx heeft er zijn eerste artikelen: de critiek op Hegel +en het Hegelianisme in gepubliceerd en Engels, zijn eerste +staathuishoudkundige opstellen. De opstellen der eerste heeten: +„<i>critiek op de Hegelsche Rechtsphilosophie</i>” en +„<i>over de Jodenkwestie</i>,” een critiek op artikelen van +Bruno Bauer over het Jodendom; die der laatste: „Omtrekken eener +critiek der nationale-economie” en „de positie van +Engeland”.</p> +<p>Marx was intusschen naar Parijs gegaan, om er zich voor goed te +vestigen en daar was het, dat hij het fransche socialisme bestudeerde +en dat hij tevens kennis maakte met Proudhon, in wiens bestrijding hij +later tevens de gelegenheid zal vinden, zijn wetenschappelijk standpunt +’t eerst, krachtig te ontvouwen.</p> +<p>Maar éérst moeten wij terug, naar het tijdperk van de +„<span lang="de">Deutsch-Französische +Jahrbücher</span>” en Marx’ critiek op het +Hegelianisme. Hiermede vangen wij dus aan. <span class= +"pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Tot critiek der Hegelsche +„Rechtsphilosophie.”</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">EENE INLEIDING. (1843)</p> +<p><a id="xd19e3278" name="xd19e3278"></a>Voor Duitschland is de +critiek der religie in wezenlijkheid reeds beëindigd en de critiek +der religie is de voorwaarde tot elke critiek.</p> +<p>De profane existentie van de dwaling is gecompromiteerd, nadat hare +hemelsche <i lang="la">oratio pro aris et focis</i> weêrlegd is. +De mensch, die in de phantastische werkelijkheid van den hemel, alwaar +hij naar een, „<span class="corr" id="xd19e3285" title= +"Bron: uebermensch">übermensch</span>” zoekend, slechts de +<span class="corr" id="xd19e3288" title= +"Bron: weerschijn">weêrschijn</span> van zich-zelf gevonden +heeft, zal niet meer geneigd zijn, slechts de weêrschijn van +zich-zelve, slechts den onmensch te vinden, waar hij zijne ware +werkelijkheid zocht, en vinden moet.</p> +<p>Het fundament van de irreligieuze critiek is: <i>de mensch maakt de +religie, de religie niet den mensch</i>. En wel-is-waar is de religie +het zelfbewustzijn en het zelfgevoel der mensch, die zich-zelf nog niet +tot bewustzijn heeft kunnen brengen of, zich-zelf weder verloren heeft. +Maar de mensch is geen abstrakt, buiten de wereld staand wezen. De +mensch, dat is de wereld der menschen, de Staat, de <span class="corr" +id="xd19e3296" title="Bron: societeit">sociëteit</span>. Dezen +Staat, deze <span class="corr" id="xd19e3299" title= +"Bron: socièteit">sociëteit</span>, brengt de religie +voort, een omgekeerd zelfbewustzijn, omdat zij eene omgekeerde wereld +is. De religie is de algemeene theorie dezer wereld, haar +encyclopedisch compendium, hare logica in populairen vorm, haar +spiritualistisch point d’honneur, haar enthousiasme, haar moreele +sanktie, hare slechte vervolkomening, hare algemeene troost- en +rechtvaardigingsgrond. <span class="pagenum">[<a id="pb121" href= +"#pb121" name="pb121">121</a>]</span>Zij is de phantastische +verwerkelijking van het menschelijk wezen, omdat het menschelijk wezen, +geen ware werkelijkheid bezit. De strijd tegen de religie, is dus +middellijk den strijd dier wereld, welker geestelijk dogma de religie +is.</p> +<p>De religieuze ellende is, in <span class="corr" id="xd19e3306" +title="Bron: éèn">één</span> woord, de +uitdrukking der werkelijke ellende en zij is het protest tegen die +werkelijke ellende. De religie is de zucht van het bedrukte schepsel, +het gemoed van een hartelooze wereld, zooals zij den geest van eene +geestlooze toestand is. Zij is het opium des volks.</p> +<p>De opheffing der religie als het illusoire geluk des volks, is de +eisch voor zijn werkelijk geluk. De eisch, de illusies omtrent zijn +toestand op te geven, is de eisch om een toestand op te geven, welke +aan illusies behoefte heeft. De critiek op de religie is dus, in den +kiem, de critiek op het jammerdal, welks heiligheidsschijn de +godsdienst is.</p> +<p>Die critiek heeft de imaginaire bloemen aan den stengel afgeplukt, +niet opdat de mensch deze phantazielooze, troostelooze stengel drage, +maar opdat hij daardoor dien stengel wegwerpen en de levende bloemen er +af zoude breken. Die critiek der religie ontgoochelt den mensch, opdat +hij denke, handele en zijne werkelijkheid duidelijk zal zien, zooals +een ontgoocheld en tot bezinning gekomen mensch; opdat hij zich om +zich-zelf en daarmee, om zijn werkelijke zon zich bewege. De godsdienst +is slechts de <i>illusoire</i> zon, die zich om den mensch beweegt, +zoolang hij zich niet om zich-zelf beweegt.</p> +<p>Het is daarom de taak der geschiedenis, nadat het generzijdsch der +waarheid verdwenen is, de waarheid van het dezerzijdsch te doen +verspreiden. En het is in de eerste plaats de taak der philosophie, die +in dienst der geschiedenis staat, nadat de heiligengestalte van de +menschelijke zelfontvreemding ontmaskerd is, de zelfontvreemding, in +hare onheilige gestalte te ontmaskeren. De critiek op den hemel, moet +zich daarmede omzetten, in eene critiek op de aarde; de critiek der +religie in de critiek van het recht; de critiek der theologie in die +van de politiek.</p> +<p>De hiervolgende uiteenzetting—een bijdrage tot dezen +arbeid—sluit in de eerste plaats niet bij het origineel, maar bij +een copie aan, bij de duitsche Staats- en Rechtsphilosophie, om geen +andere oorzaak als deze, dat zij zich aan Duitschland aansluit.</p> +<p>Wilde men ook aan het duitsche status quo zelf aanknoopen, hetzij +dan op den eenig daartoe passende wijze, dit wil zeggen, negatief, het +resultaat zal steeds een anachronisme blijven. Zelfs de negatie van +onzen tegenwoordigen politieken toestand <span class="pagenum">[<a id= +"pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>bevindt zich reeds +als een beschimmeld feit, in de rommelkamer der moderne volken. Wanneer +ik de gepoederde pruiken negeer, houd ik altijd nog de opgepoederde +pruiken over. Wanneer ik de duitsche toestanden van 1843 negeer, sta +ik, naar fransche tijdrekening, nog altijd nauwelijks in ’t jaar +1789, veel minder in het brandpunt van den tegenwoordigen tijd.</p> +<p>Ja, de duitsche geschiedenis vleit zich, eene beweging te bezitten, +die haar geen volk aan den historischen hemel nog voorgedaan heeft, +noch na zal doen. Wij hebben namelijk in de Restauratie der moderne +volken gedeeld, zonder van hare Revoluties iets te hebben ontvangen. +Wij zijn gerestaureerd geworden, eerstens, omdat andere volken een +Revolutie waagden, en tweedens, omdat andere volken een +contra-Revolutie leden; de de eene keer, omdat onze Heeren vrees +hadden, de andere keer, omdat onze Heeren geene vrees hadden. Wij, met +onze herders aan den spits, bevonden ons altijd maar +éénmaal in het gezelschap van de vrijheid, op den dag +harer begrafenis namelijk.</p> +<p>Eene school, welke de lafhartigheid van heden, legitimeert door de +lafhartigheid van gisteren; een school, die elken schreeuw van de +lijfeigenen tegen den knoet, voor rebellisch verklaart, zoodra die +knoet een bejaarde, een afgestamde, een historische knoet is; een +school die de geschiedenis, gelijk Israël’s God zijnen +dienaar Mozes<span class="corr" id="xd19e3329" title="Bron: .">,</span> +slechts haar a posteriori wijst, de historische Rechtsschool, zij zoude +zeker de duitsche geschiedenis uitgevonden hebben, ware zij niet zelve +eene uitvinding van de duitsche geschiedenis. Als Shijlock, maar als +Shijlock de bediende, zweert zij bij elk pond vleesch, hetwelk uit het +hart des volks gesneden wordt, op haar schuldbrief, op hare +christelijk-germaansche schuldbrief.</p> +<p>Goedmoedige enthousiasten daarentegen, duitsche vaderlanders naar +den bloede en vrijzinnigen van reflektie, zoeken onze geschiedenis der +vrijheid, aan gene zijde van de geschiedenis in de teutonische +oer-wouden. Waardoor onderscheidt zich evenwel onze +vrijheidsgeschiedenis van de vrijheidsgeschiedenis van Ebers, wanneer +zij slechts in de wouden te vinden is? Bovendien is het bekend; zooals +men in het woud <span class="corr" id="xd19e3334" title= +"Bron: inschreewt">inschreeuwt</span>, zoo schalt het uit het woud, tot +ons weder terug.</p> +<p>Dus vrede zij er in de teutonische oer-wouden!</p> +<p>De oorlog aan de duitsche toestanden! Zeer zeker! Zij staan onder +het niveau van de geschiedenis, zij staan beneden alle critiek, maar +zij blijven een voorwerp <i>van</i> de critiek, zooals de misdadiger, +die beneden het niveau van de humaniteit, een voorwerp van den +scherprechter blijft. Met hen in den <span class="pagenum">[<a id= +"pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>strijd, is de critiek +geen hartstocht van het hoofd, zij is het hoofd van de hartstocht. Zij +is geen anatomisch mes, zij is een wapen. Haar objekt is haar vijand, +die zij niet nederleggen, maar die zij dooden wil. Want de geest dezer +toestanden is wederlegd. Op en voor zichzelf, zijn zij geene +gedenkwaardige objekten, maar evenzoo verachtelijke, als verachte +existenties. De critiek-aan-zich, behoeft niet de zelfovereenkomst met +dit onderwerp, want zij is met hem in ’t reine. Zij geeft zich +niet meer als doel, maar zij is hem slechts als middel. Haar wezenlijk +pathos, is de onwaardigheid, haren wezenlijken arbeid, de +aanklacht.</p> +<p>Het geldt de schildering eener wisselwerkenden, dompigen druk, van +alle sociale spheren op elkander; eener algemeene, daadlooze bepaling; +eener zich evenzoozeer erkennende, als zich regeerende bekrompenheid +binnen het raam van een regeeringssysteem, hetwelk van de conservatie +van alle erbarmelijkheden levend, zelve niets is, dan de +erbarmelijkheid aan de regeering.</p> +<p>Welk een schouwspel! De tot in het oneindige voortgaande verdeeling +der samenleving in menigvuldige klassen, welke met kleine +antipathieën, slechte gewetens en brutale middelmatigheid +tegenover elkander staan, welke juist ter wille harer wederzijdsche +tweeslachtige en argwanende positie, allen zonder onderscheid, hetzij +dan ook met verschillende formaliteiten, als geconcessioneerde +existenties door hunne Heeren worden behandeld. En zelfs dat; dat zij +beheerscht, geregeerd, bezeten worden, moeten zij als eene concessie +des hemels erkennen en bekennen. Anderzijdsch, deze heerschers zelven, +wier grootte in omgekeerde verhouding tot hun aantal staat!</p> +<p>De critiek, welke zich met dezen inhoud bezig houdt, is de critiek +die reeds handgemeen is, en in handgemeenschap gaat het niet hierom, of +de tegenstander een edel, gelijkwaardig en interessant tegenstander is, +maar het gaat erom, hem te treffen. Het gaat dus hier om de duitschers +geen oogenblik van zelfbedrog en resignatie te gunnen. Men moet den +werkelijken druk nòg drukkender maken, doordat men er het +<i>bewustzijn</i> van den druk aan toevoegt; den smaad nòg +smadelijker, doordat men ze publiek maakt. Men moet èlken spheer +van de duitsche samenleving als de <i>partie honteuse</i> der duitsche +samenleving schilderen; men moet de versteende verhoudingen daardoor +dwingen te dansen, door hen hunne eigene melodie voor te zingen! Men +moet het volk leeren te schrikken van zich-zelf, om het moed in te +blazen. Men vervult daarmede eene onafwijsbare behoefte van +<span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name= +"pb124">124</a>]</span>het duitsche volk en de behoeften der volkeren, +zijn de laatste gronden hunner bevrediging zelf.</p> +<p>En zelfs voor de moderne volken kan dezen strijd tegen den +geborneerden inhoud van het Duitsche <span class="ex">status-quo</span> +niet van belang ontbloot zijn, want dit Duitsche <span class= +"ex">status-quo</span> is de openhartigste voleindiging van het +<span class="ex" lang="fr">ancien régime</span> en dit +<span class="ex" lang="fr">ancien régime</span>, is het +verborgen gebrek van den modernen Staat. De strijd tegen den Duitschen +politieken toestand van het oogenblik is de strijd tegen het verleden +der moderne volken, en door de reminicensen van dit verleden, worden +zij nog steeds bedreigd. Het is leerrijk voor hen, dit <i lang= +"fr">ancien régime</i>, dat bij hen zijn tragedie beleefde, als +duitsch revenant, zijn komedie te zien spelen. Tragisch was zijne +geschiedenis, zoolang het de preëxisteerende macht van de wereld, +de vrijheid daarentegen een persoonlijken inval was; in +één woord: zoolang het zelve aan zijn rechtmatigheid +geloofde en gelooven <i>moest</i>. Zoolang het <i lang="fr">ancien +régime</i> als de voorhanden wereldorde, met eene, eerst in +wording zijnde wereld streed, had het een wereldhistorische dwaling aan +zijne zijde, maar geen persoonlijke. Zijn ondergang was daardoor +tragisch.</p> +<p>Het tegenwoordige duitsche regime daarentegen—een +anachronisme—een flagrante tegenspraak tegen algemeen erkende +axioma’s; de voor de wereld tentoongestelde nietswaardigheid van +het <span lang="fr">ancien régime</span>, beeldt zich slechts +in, aan zich-zelf te gelooven en verlangt van de wereld, diezelfde +inbeelding. Wanneer het aan zijn eigen bestaan geloofde, zou het +ditzelve dan verstoppen, achter den schijn van een vreemd wezen en zijn +redding zoeken in huichelarij en sophismen? Het moderne <span class= +"ex" lang="fr">ancien régime</span> is slechts de komediant van +eene wereldorde, wier werkelijke helden gestorven zijn. De geschiedenis +gaat grondig te werk en maakt vele phazen door, wanneer zij eene oude +gestalte ten grave draagt. De laatste phaze eener wereldhistorische +gestalte, is hare komedie. De goden van Griekenland, die reeds eenmaal +tragisch ten doode gewond waren in den geketenden Prometheus van +Aeschylos, moesten nog eenmaal komisch den dood ondergaan, in de +gesprekken van Lucianus. Waarvoor deze gang der historie? Opdat de +menschen vroolijk van hun verleden zullen kunnen scheiden. Deze +vroolijke historische bestemming, vindiceeren wij voor +Duitschland’s politieke machten.</p> +<p>Zoodra intusschen de moderne politiek-sociale werkelijkheid zelf aan +de critiek onderworpen wordt; zoodra dus de critiek zich verheft tot +waarlijk menschelijke problemen, bevindt zij zich <span class= +"pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name= +"pb125">125</a>]</span>buiten het raam van het duitsche status quo of +zij zal haar objekt, beneden het objektieve aangrijpen. Een voorbeeld! +De verhouding van de industrie, der wereld van den rijkdom in het +algemeen tot die der politieke wereld, is het hoofdproblema van den +modernen tijd. Onder welken vorm evenwel, begint dit problema den +duitschers bezig te houden? Onder den vorm van beschermende rechten, +het systeem van de prohibiviteit, der nationaal-economie. Het +duitsch-nationalisme is, van uit de menschen in de materie gevaren en +zoo zagen op een goeden morgen onze katoenridders en onze ijzerhelden, +zich veranderd in patriotten. Men vangt dus in Duitschland aan de +souvereiniteit van het monopolie naar binnen te erkennen, doordat men +het de souvereiniteit van het monopolie naar buiten verleent. Men +begint dus thans in Duitschland met iets, waarmeê men in +Frankrijk en Engeland aanvangt een einde te maken. De oude rotte +toestand, waartegen deze landen voortdurend in opstand zijn, en die +welke zij nog verdragen, gelijk men een ketting verdraagt, wordt in +Duitschland als de opgaande dageraad van een schoone toekomst begroet, +die het nauwelijks waagt, uit de listige theorie, tot de niets +ontziende praktijk over te gaan. Terwijl het problema in Frankrijk en +Engeland aldus is: staathuishoudkunde of heerschappij van de +gemeenschap over den rijkdom, is het in Duitschland zoo gesteld: +nationaal-economie of heerschappij van het privaat-bezit, over den +nationaliteit. In Frankrijk en Engeland gaat het dus om een monopolie, +dat tot aan zijn laatste consekwenties gekomen is op te heffen; in +Duitschland gaat het erom, tot op de laatste consekwenties van het +monopolie voort te gaan. Daar gaat het om de oplossing en hier eerst om +de collisie. Een duidelijk voorbeeld van den duitschen vorm der moderne +vraagstukken; een voorbeeld hoe onze geschiedenis, als een onhandig +rekruut, tot nu toe slechts de taak heeft vervuld, afgekauwde +geschiedenissen te mogen na-exerceeren.</p> +<p>Stak aldus, de totale duitsche ontwikkeling niet boven die der +politieke ontwikkeling uit, een Duitscher zou hoogstens kunnen +deelnemen aan de vraagstukken van onzen tijd, zooals een Rus daar aan +deelnemen kan. Alleen, wanneer het individu op zich-zelf niet gebonden +is door de grenzen van de natie, wordt de gansche natie nog minder +bevrijd, door de bevrijding van een individu. De Scythen hebben der +Grieksche beschaving geen stap vooruit doen gaan, omdat Griekenland, +onder zijn philosophen, een Scyt geteld heeft.</p> +<p>Gelukkig zijn wij duitschers geen Scythen. <span class= +"pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span></p> +<p>Gelijk de oude volken hunne vóórgeschiedenis doorleefd +hebben in de imaginatie, zoo hebben wij duitschers, onze nageschiedenis +doorleefd in de gedachte, in de philosophie. Wij zijn philosophische +tijdgenooten van het tegenwoordige, zonder zijne historische +tijdgenooten te zijn. De duitsche philosophie, is de ideale verlenging +van de duitsche geschiedenis. Wanneer wij dus in plaats van de +<span lang="fr">oeuvres incomplètes</span> van onze werkelijke +geschiedenis, de oeuvres posthumes van ideële geschiedenis, de +philosophie critiseeren, dan staat onze critiek in het midden van de +kwestie, waarvan de tegenwoordige tijd zegt: <i lang="en">that is the +question</i>. Wat bij de voortgeschreden landen, praktisch in verval is +met de moderne staatstoestanden, dat is in Duitschland, waar deze +toestanden nog niet eens bestaan, in de eerste plaats critisch verval, +van de philosophische weerkaatsing dezer toestanden.</p> +<p>De duitsche Rechts- en Staatsphilosophie, is de eenige met den +officieelen, modernen tijd à pari staande duitsche geschiedenis. +Het duitsche volk moet daarvandaan deze zijne droomgeschiedenis, door +de ten zijnent bestaande toestanden, verdrijven en niet slechts deze +bestaande toestanden, maar ook tegelijk, hunne abstrakte voortzetting, +aan de critiek onderwerpen. Zijne toekomst kan zich noch tot de +onmiddellijke ontkenning zijner reële toestanden, noch tot de +onmiddellijke voltrekking van zijne ideële staats- en +rechtstoestanden beperken. Want de onmiddellijke ontkenning van zijne +reële toestanden, bezit het in zijne ideële toestanden, en de +onmiddellijke voltrekking van zijne ideële toestanden, heeft het +in de beschouwing der naburige volken, bijna reeds weder overleefd. +Terecht eischt dan ook de praktische politieke partij in Duitschland, +de negatie der philosophie. Haar ongelijk bestaat evenwel niet in den +eisch, maar in het <i>staan-blijven</i> bij dien eisch, dien zij, +ernstig genomen, noch doorzet, noch doorzetten kan. Zij gelooft deze +negatie daardoor te volvoeren, dat zij der philosophie den rug toekeert +en met een afgewend hoofd, eenige ergerlijke en banale phrazes over +haar prevelt. De bekrompenheid van hare gezichtskring, telt de +philosophie niet insgelijks in den cirkel der duitsche werkelijkheid of +waant haar, zelfs beneden de duitsche praktijk en de haar dienende +theorieën te staan. Gij verlangt, dat men bij de werkelijke +levenskiemen aanknoopen zal, maar gij vergeet, dat de werkelijke +levenskiem van het duitsche volk, tot dusver nog slechts onder zijn +hersenpan gewoekerd heeft. In één woord: <i>gij kunt de +philosophie niet opheffen, zonder haar tot werkelijkheid te maken!</i> +<span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name= +"pb127">127</a>]</span></p> +<p>Hetzelfde onrecht beging, alleen met omgekeerde faktoren, de +theoretische, van de uit de philosophie dagteekenende politieke +partij.</p> +<p>Zij zag in den tegenwoordigen strijd, slechts den critieschen strijd +van de philosophie met de duitsche wereld, zij bedacht echter niet, dat +de philosophie tot op heden, zelve tot deze wereld behoort, al is zij +ook hare ideële vervolkomening. Critisch tegenover hare +wederpartijders, verhield zij zich oncritisch tegenover zichzelf, +terwijl zij van de voorwaarden der philosophie uitging, en bij hare +gegeven resultaten, noch is blijven staan, noch van elders hierheen +gehaalde eischen en resultaten, voor onmiddellijke eischen en +resultaten van de philosophie uitgaf. Alhoewel dezelven, hunne +gerechtigheid vooropgesteld, integendeel slechts door de negatie der +tot nu bestaan hebbende philosophie,—de philosophie als +philosophie,—in stand zijn te houden. Een nadere en diepergaande +schildering van deze partij te leveren, behouden wij ons nog voor. Hare +grondgebreken zijn daarheen te reduceeren: zij geloofde de philosophie +te kunnen verwerkelijken, zonder haar op te heffen.<a id="xd19e3423" +name="xd19e3423"></a></p> +<p>De critiek der duitsche staats- en rechtsphilosophie, welke door +Hegel hare <span class="corr" id="xd19e3427" title= +"Bron: consekwenste">consekwentste</span>, rijkste en laatste +samenvatting verkregen heeft, is beiden. Zij is zoowel de theoretische +analyse van den modernen Staat en de met hem samenhangende +werkelijkheid, als ook de besliste ontkenning van de gansche, +tot-nog-toe bestaan hebbende vorm van het duitsche politieke- en +rechtsbewustzijn, welks voornaamste, universeelste en tot wetenschap +verheven uitdrukking, juist de speculatieve Rechtsphilosophie zelve is. +Was in Duitschland de speculatieve Rechtsphilosophie slechts +mogelijk<span class="corr" id="xd19e3430" title= +"Bron: .">,</span>—dit abstrakte overspannen denken van den +modernen staat, welker werkelijkheid, een aan genezijde liggende +blijft, al ligt dit generzijdsch dan ook over den Rhijn,—zoo was +evenzoozeer omgekeerd, het duitsche, van den werkelijken mensch +abstraheeren, het abstraheerende gedachtenbeeld van den modernen staat +slechts mogelijk, omdat tot zoover, den modernen staat zelf van den +werkelijken mensch abstraheert, of den ganschen mensch op eene slechts +imaginaire wijze bevrediging schenkt. De duitschers hebben in de +politiek <span class="ex">gedacht</span>, wat de andere volken +<span class="ex">gedaan</span> hebben. Duitschland was hun politiek +geweten. De abstractie en de over-verhevenheid van zijn denken, hielden +steeds gelijken tred met de eenzijdigheid en de onverzettelijkheid +harer werkelijkheid. Wanneer dus het status quo van het duitsche +staatswezen, de voltooidheid van het <span lang="fr">ancien +régime</span> uitdrukt, het einde van den paal die in het +vleesch van den modernen Staat zit, dan drukt het <span class= +"pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name= +"pb128">128</a>]</span>status quo van het duitsche staatswezen, de +onvoltooidheid van den modernen Staat uit, de beschadigdheid van zijn +vleesch zelf.</p> +<p>Reeds als besliste tegenstander van de tot nu toe bestaande +uitdrukkingswijze van het politiek bewustzijn, verliest de critiek van +de speculatieve Rechtsphilosophie zich niet, in zich-zelf, maar in een +opgave, voor welker oplossing er slechts één middel +bestaat: de praktijk.</p> +<p>De kwestie is: kan Duitschland tot een praktijk <span lang= +"fr">à la hauteur du principe</span> zich opwerken; dat wil +zeggen, tot eene revolutie, die het niet alleen verheft tot op het +officieele niveau van de moderne volken, maar tot op de hoogte der +humaniteit, die de aanstaande toekomst van deze volken zijn zal.</p> +<p>Het wapen der critiek kan in geen geval de critiek der wapenen +vervangen; het materieele geweld moet worden terneder gestort, door het +materieele geweld, zoodra dit de <span class="corr" id="xd19e3454" +title="Bron: massas">massa’s</span> aangrijpt. De theorie is +geschikt om de <span class="corr" id="xd19e3457" title= +"Bron: massas">massa’s</span> aan te grijpen, zoodra zij +<span lang="la">ad hominem</span> demonstreert en zij demonstreert +<span lang="la">ad hominem</span>, zoodat zij radikaal wordt. Radikaal +zijn, is de zaak bij den wortel aanvatten. De wortel voor de menschen +evenwel, is de mensch zelf. Het evidente bewijs voor het radikalisme +der duitsche theorie, dus voor hare praktische energie is, dat zij +uitgaat van de beslist positieve opheffing der religie. De critiek der +religie, eindigt met hare leer, dat de mensch voor den mensch het +hoogste wezen is; alzoo met de kategorische imperatief: alle +verhoudingen omver te werpen, waarin den mensch een vernederd, een +geknecht, een verlaten, een verachtelijk wezen is; verhoudingen welke +men niet beter kan schilderen, dan met de uitroep van den franschman, +na den beraamde hondenbelasting „Arme honden! Men gaat u als +menschen behandelen!”</p> +<p>Zelfs historisch heeft de <span class="corr" id="xd19e3468" title= +"Bron: theoretisch">theoretische</span> emancipatie een specifiek +praktische beteekenis voor Duitschland. Duitschland’s +revolutionair verleden, is namelijk een theoretisch: het was de +Reformatie. Gelijk toenmaals in dat van den monnik, zoo is het thans in +het hoofd van den wijsgeer, waarin de Revolutie een aanvang neemt.</p> +<p>Luther heeft dààrom de knechtschap uit devotie +overwonnen, omdat hij de knechtschap, <span class="ex">uit +overtuiging</span> in hare plaats heeft kunnen zetten. Hij heeft het +autoriteitsgeloof gebroken, omdat hij de autoriteit des geloofs, heeft +kunnen herstellen. Hij heeft de priesters veranderd in leeken, omdat +hij de leeken in priesters veranderd heeft. Hij heeft de menschen van +de uitwendige religieuziteit bevrijd, omdat hij die religieuziteit naar +den inwendigen mensch teruggebracht heeft. Hij heeft het lichaam van +<span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name= +"pb129">129</a>]</span>den keten geëmancipeerd, dewijl hij het +hart in ketenen gelegd heeft.</p> +<p>Maar, al was het protestantisme niet de ware verlossing, het was de +stelling om tot die opgave te komen. Het gold daarna niet meer den +strijd van de leeken met de priesters, het gold den strijd met zijne +eigene inwendige priesters, zijne priesterlijke natuur. En wanneer de +protestantsche omzetting van de duitsche leeken in priesters, de +leekenpriesters, de vorsten met hunne clerus incluis, den +geprivileerden en de philisters emancipeerde, de philosophische +omzetting van de priesterlijke duitschers in menschen, zal het volk +emancipeeren. Zoo min echter deze emancipatie bij de vorsten, zoo min +zal de secularisatie der goederen bij den kerkroof staan blijven, die +voor allen, door het huichelachtig Pruissen in het werk werd gezet. +Toenmaals mislukte de Boerenoorlog, het radikaalste feit van de +duitsche geschiedenis, door de theologie. Heden, nu de theologie zelve +het meest verschipbreukt is, zal het meest onvrije feit der duitsche +geschiedenis, ons status quo zich aan de philosophie stukstooten. Den +dag voor de Reformatie was het officieele Duitschland de +onvoorwaardelijke knecht van Rome. Den dag voor zijne Revolutie, is het +de onvoorwaardelijke knecht van minder dan Rome, van Pruissen en +Oostenrijk; van verloopen jonkers en philisters.</p> +<p>Aan eene radikale duitsche Revolutie schijnt intusschen een +hoofdbezwaar in den weg te staan.</p> +<p>Revoluties behoeven namelijk een passief element, eene materieelen +grondslag. De theorie wordt in een volk altijd maar in zooverre +verwezenlijkt, als zij de verwezenlijking harer behoeften is. Zal nu de +ongekende tweespalt tusschen de eischen van de duitsche gedachten en de +eischen der duitsche werkelijkheid dan aan den denzelfden tweespalt van +de burgerlijke maatschappij met den Staat en met zichzelve, +beantwoorden? Zullen de theoretische behoeften, <span class="corr" id= +"xd19e3485" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> praktische +behoeften worden? Het is niet voldoende, dat de gedachte doordringt tot +de werkelijkheid, de <span class="corr" id="xd19e3488" title= +"Bron: werkeijkheid">werkelijkheid</span> moet zich-zelf tot gedachten +kunnen brengen.</p> +<p>Duitschland heeft de middentreden der politieke emancipatie, niet +tegelijkertijd beklommen met de moderne volken. Zelfs die phazen, welke +het theoretisch overwonnen heeft, heeft het praktisch nog <i>niet</i> +bereikt. Hoe kan het dan met een <i>salto mortale</i> niet alleen zich +heenzetten over zijn eigene beperkingen, maar tegelijk ook over de +grenzen der moderne volken, over grenzen, die het in werkelijkheid als +de bevrijding van zijne werkelijke beperkingen, gevoelen en nastreven +moet? Een radikale <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" +name="pb130">130</a>]</span>Revolutie, kan alleen geen revolutie van +radikale behoeften zijn, als daar de voorwaarden en geboorteteekenen +niet voor schijnen aanwezig te zijn.</p> +<p>Alleen, wanneer Duitschland slechts met de abstrakte werkzaamheid +van het denken de ontwikkeling der moderne volken begeleid heeft, +zonder werkdadig deel te nemen aan den werkelijken strijd dezer +ontwikkeling, dan heeft het anderzijds het lijden dezer ontwikkeling +gedeeld, zonder het genot, zonder de partieele bevrediging daarvan te +deelen. De abstrakte werkzaamheid eenerzijds, beantwoordt aan het +abstrakte lijden anderzijds. Duitschland zal zich daarvandaan op een +zekeren dag op het peil van europeesch verval bevinden, nog alvorens +het zich op het peil van de europeesche emancipatie heeft bevonden. Men +zou het bij een fetischdienaar kunnen vergelijken, die aan de ziekten +des christendoms wegsterft.</p> +<p>Beschouwt men dan de duitsche regeeringen, dan ziet men ze door de +tijdsomstandigheden, door Duitschland’s positie, door het +standpunt der duitsche beschaving, ten slotte door eigen gelukkig +instinkt gedreven, de geciviliseerde gebreken der moderne staatswereld, +welker voordeelen wij niet bezitten, combineeren, met de barbaarsche +gebreken van het <i lang="fr">ancien régime</i>, die wij in +volle maat mogen bezitten. Zoodat Duitschland, al is het dan ook niet +aan verstand, dan tenminste aan ònverstand, ook de boven zijn +status quo uitreikende staatsvormingen, steeds meer participeeren moet. +Is er bijv. een land in de wereld, dat zoo naïef alle illusies van +het constitutioneele staatswezen deelt, zonder zijne <span class="corr" +id="xd19e3508" title="Bron: rëaliteiten">realiteiten</span> te +deelen, dan het zoogenaamde constitutioneele Duitschland? Of was het +niet bepaald een duitsche regeeringsinval, om de euvelen der censuur, +met de euvelen der fransche Septemberwetten, welke de persvrijheid tot +voorwaarde hebben, te verbinden? Gelijk men in het romeinsche Pantheon +de goden aller naties bijeenvond, zoo zal men in het heilige +romeinsche-duitsche-Rijk, de zonden aller staatsvormen bijeenvinden. +Dat dit eklekticisme een tot dusver nog niet gedachte hoogte bereiken +zal, daarvoor staat ons namelijk de politiek-aesthetische gourmandise +eens duitschen konings, die alle rollen van het koningschap, de feodale +zoowel als de bureaucratische, de absolute zoowel als de +constitutioneele, de autokratische zoowel als de demokratische, zij het +niet door middel van de persoon des volks, dan toch in eigen persoon, +zij het niet voor het volk, dan voor zichzelve, denkt te spelen. +Duitschland, als het tot een eigen wereld geconstitueerde gebrek der +politieke oogenblikkelijkheid, zal de specifiek duitsche kluisters niet +verbreken <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name= +"pb131">131</a>]</span>kunnen, zonder de algemeene kluisters van het +politieke oogenblik af te werpen.<a id="xd19e3513" name= +"xd19e3513"></a></p> +<p><a id="xd19e3516" name="xd19e3516"></a>Niet de radikale revolutie is +een utopischen droom voor Duitschland, niet de algemeen menschelijke +emancipatie is dit, maar veeleer de gedeeltelijke, de slechts-politieke +Revolutie; die Revolutie welke de pijlers waarop het huis gebouwd is, +laat staan. Waarop toch, berust eene gedeeltelijke, een +slechts-politieke Revolutie? Hieróp, dat een deel der +burgerlijke samenleving zich emancipeert en tot algemeene heerschappij +komt; hierop, dat eene bepaalde klasse van hare bijzondere situatie +uit, de algemeene emancipatie der samenleving onderneemt. Deze klasse +bevrijdt de gansche samenleving, maar slechts op die voorwaarde, dat de +gansche samenleving zich in de situatie dezer klasse bevindt, alzoo +bijvoorbeeld, geld en beschaving, bezitten of naar believen, verwerven +kan.</p> +<p>Geen klasse van de burgerlijke maatschappij kan deze rol spelen, +zonder een moment van het enthousiasme in zich en in de massa te +voorschijn te roepen; een moment waarin zij met de samenleving in het +algemeen zich verbroedert en met haar ineenvloeit; zich met haar +verwisselt en als haar algemeene representant gevoeld en erkend wordt; +een moment waarin hare aanspraken en rechten, in waarheid de rechten en +de aanspraken der samenleving zelve zijn, waarin zij werkelijk het +sociale hoofd en het sociale hart is. Slechts in naam van het algemeene +recht van de samenleving, kan eene bijzondere klasse de algemeene +heerschappij voor zich vindiceeren. Tot bestorming van deze +emancipatorische positie en daarmede tot politieke uitbuiting van alle +spheren der samenleving in het belang der eigene spheer, zijn +revolutionaire energie en geestelijk zelfbewustzijn, +alléén niet toereikend. Opdat de Revolutie van een volk +en de emancipatie van eene bijzondere klasse der burgerlijke +samenleving tezamen vallen, opdat eene stand, als de stand der gansche +samenleving gelden kan, daartoe moeten omgekeerd, alle gebreken der +samenleving in eene andere klasse geconcentreerd zijn; daartoe moet +eene bepaalde stand, de stand van de algemeene aanstoot, de +incorporatie van de algemeene beperkingen zijn, daartoe moet eene +bijzondere, sociale spheer, als de notoire misdaad van de gansche +sociëteit gelden kunnen, zoodat de bevrijding van deze spheer, als +de algemeene zelfbevrijding zich voordoet. Opdat de stand <i lang= +"fr">par excellence</i>, die stand der bevrijding zal zijn, daartoe +moet omgekeerd, eene andere stand, de aangewezen stand der +onderdrukking zijn. De negatief-algemeene beteekenis van den franschen +adel en den franschen clerus, had de positief-algemeene beteekenis +<span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name= +"pb132">132</a>]</span>der direkt aangrenzende en hen tegenovergestelde +klasse van de bourgeoisie, tot hare voorwaarde.</p> +<p>Het ontbreekt evenwel elke bijzondere klasse in Duitschland, niet +alleen aan de consekwentie, aan de scherpte, den moed en de +roekeloosheid die er noodig zijn, om als negatieve representanten van +de samenleving te kunnen worden bestempeld. Het ontbreekt evenzoo aan +elken stand, die breedte van ziel die zich met de volksziel, hetzij dan +momenteel identificeeren kan; die genialiteit, welke de materieele +macht, tot politieke macht begeestert; die revolutionaire koenheid, +welke den tegenstanders het trotsche parool toeslingert: Ik ben niets +en ik moet álles zijn!</p> +<p>De hoofdinhoud van de duitsche moraal en eerlijkheid, niet alleen +die der individuen, maar ook der klassen, is veeleer die bescheiden +zelfzucht, die zijne bekrompenheid doet gelden en tegen zich zelve +geldend laat maken. De verhouding tusschen de verschillende spheren van +de duitsche samenleving, is daarvandaan niet dramatisch, maar +<span class="corr" id="xd19e3529" title="Bron: epiesch">episch</span>. +Elke op zich begint zich te gevoelen en dit naast de andere met hunne +bijzondere aanspraken, niet zoodra zij verdrukt worden, maar zoodra +zonder hun toedoen, de tijdsomstandigheden een gezellige onderlaag +scheppen, waarop zij wederzijdsch eenigen druk uitoefenen kunnen. +<span class="corr" id="xd19e3532" title="Bron: Zels">Zelfs</span> het +moreele zelfgevoel van de duitsche middelklasse, berust slechts op het +bewustzijn, de algemeene vertegenwoordigster der klein-burgerlijke +middelmatigheid van alle overige klassen te zijn. Het zijn daarvandaan +niet alleen slechts de duitsche koningen, welke <span lang= +"fr">mal-à-propos</span> op den troon komen, het is elke spheer +van de burgerlijke samenleving, die haren nederlaag lijdt, nog +vóór zij haren zege heeft kunnen vieren; hare eigene +beperkingen ontwikkelt, alvorens zij de haar tegenoverstaande +beperkingen overwonnen; haar kleinzielig wezen doet gelden, alvorens +zij van eenig grootmoedig wezen heeft kunnen doen blijken. Zoodat zelfs +de gelegenheid tot eene groote rol voor immer voorbij is, nog voordat +zij voorhanden was; zoodat elke klasse, zoodra zij de strijd met de +boven haar staande klasse begint, reeds in de strijd met de onder haar +staande gewikkeld is. Daarvandaan bevindt het vorstendom zich in strijd +met het koningschap; de bureaukratie in een strijd tegen den adel; de +bourgeoisie in strijd tegen hen allen, terwijl het proletariaat reeds +begint, zich in de strijd met de bourgeoisie te wikkelen. De +middelklasse waagt het nauwelijks, van haar standpunt uit de gedachte +harer emancipatie te formuleeren of reeds verklaart de ontwikkeling der +sociale toestanden, zooals de vooruitgang der politieke theorie, dit +standpunt-zelf <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name= +"pb133">133</a>]</span>voor antikwarisch, of minstens voor zeer +problematisch.</p> +<p>In Frankrijk is het voldoende dat iemand iets is, om alles te kunnen +zijn. In Duitschland durft niemand iets zijn, om niet van alles afstand +te moeten doen. In Frankrijk is de gedeeltelijke emancipatie, den grond +voor de universeele. In Duitschland is de universeele emancipatie +<span class="ex" lang="la">conditio sine qua non</span> van elke +partieele. In Frankrijk moet de werkelijkheid, in Duitschland, moet de +onmogelijkheid de trapsgewijze bevrijding van de gansche vrijheid +baren. In Frankrijk is elke bijzondere volksklasse, politiek idealist +en gevoelt zich direkt, niet als een bijzondere klasse, maar als een +representant van de sociale nooden in ’t algemeen. De rol van +emancipator gaat alzoo hier den rij langs in dramatische bewegingen, +over op de verschillende klassen van het fransche volk, totdat zij +eindelijk aanlandt bij eene klasse, welke de sociale vrijheid niet meer +onder voorwaarde van zekere, buiten de menschen liggende en toch voor +de menschelijke samenleving geschapene voorwaarden verwezenlijkt, maar +veelmeer alle voorwaarden van het menschelijk bestaan, met +vooropstelling der sociale vrijheid organiseert. In Duitschland +daarentegen, waar het praktische leven evenzoo geestloos, als het +geestelijke leven er onpraktisch is, heeft geen klasse der burgerlijke +samenleving de behoefte en de geschiktheid der algemeene emancipatie, +zoo zij niet door hare <span class="corr" id="xd19e3546" title= +"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> positie, door de materieele +noodzakelijkheid, door hare ketens zelven, daartoe wordt gedwongen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3550" title= +"Bron: Waar in">Waarin</span> bestaat alzoo de positieve mogelijkheid +der duitsche emancipatie?</p> +<p>Antwoord: In de vorming eener klasse met radikale ketenen, eene +klasse der burgerlijke samenleving, welke geen klasse der burgerlijke +samenleving is; een stand, die de oplossing van alle standen beteekent, +een spheer, die een universeel karakter door haar universeel lijden +begint en geen bijzonder recht in beslag neemt, omdat geen bijzonder +onrecht, maar onrecht als zoodanig, aan haar gepleegd wordt. Die niet +meer op een historische, maar alleen nog op de menschelijke titel +provoceeren kan; die in geenerlei eenzijdige tegenstelling tot de +consekwenties, maar in eene alzijdige tegenstelling tot de voorwaarden +van het duitsche staatswezen staat; een spheer ten slotte, die zich +niet emancipeeren kàn, zonder zich van alle overige spheren der +samenleving te emancipeeren; die, in één woord het volle +verlies van de menschheid is, dus slechts door de volkomen +hèrwinning van de menschheid zich-zelf kan terugwinnen. Deze +oplossing van de samenleving als een bijzondere stand, is het +proletariaat. <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name= +"pb134">134</a>]</span></p> +<p>Het proletariaat vangt eerst door de baanbrekende industrieele +beweging aan, in Duitschland iets te worden. Want niet door de +uit-de-natuur ontstane, maar de kunstmatig geproduceerde armoede, niet +de mechanische, door de zwaarte der samenleving neêrgedrukte, +maar de, uit hare acute oplossing, bij voorkeur uit de oplossing der +middenstanden te voorschijn komende menschenmassa, vormt dat +proletariaat; hoewel gaandeweg, zooals van zelf spreekt, ook de uit +natuurlijke oorzaken ontstane armoede en de christelijk-germaansche +lijfeigenschap, in zijne rangen komen.</p> +<p>Wanneer het proletariaat de oplossing van de bestaande wereld-orde +verkondigt, dan spreekt dit slechts het geheim uit van zijn eigen +bestaan, want het is de faktische oplossing van deze wereldorde. +Wanneer het proletariaat de vernietiging verlangt van den +privaat-eigendom, dan verheft het slechts tot principe der +maatschappij, wat de maatschappij tot haar principe verheven heeft; wat +in hem, als negatief resultaat der maatschappij, reeds buiten zijn +toedoen belichaamd is. De proletariër bevindt zich dan ook, met +betrekking tot de wordende wereld op denzelfden rechtsgrond, waarop de +duitsche koning met betrekking tot de gewordene wereld zich bevindt, +wanneer hij <i>het</i> volk, <i>zijn</i> volk, zooals hij <i>het</i> +paard, <i>zijn</i> paard noemt. De koning—terwijl hij het volk +voor zijn privaat-eigendom verklaart—spreekt het slechts uit, dat +de privaat-bezitter, de koning is.</p> +<p>Gelijk de philosophie in het proletariaat hare materieele, zoo bezit +het proletariaat in de philosophie, zijn geestelijke wapenen en zoodra +de bliksemschicht der gedachten, grondig in deze naïeve volksbodem +zal zijn ingeslagen, zal de emancipatie van den duitschers tot +menschen, worden voltrokken.</p> +<p>Resumeeren wij ten slotte: de eenig praktisch-mogelijke bevrijding +van Duitschland, is de bevrijding op het standpunt van de theorie, +welke de menschen voor het hoogste wezen der menschheid verklaart. In +Duitschland is de emancipatie van de middeneeuwen slechts mogelijk, als +eene emancipatie die tegelijkertijd die van de gedeeltelijke +overwinningen der middeneeuwen is. In Duitschland kan geenerlei soort +van knechtschap gebroken worden, zonder dat élken vorm van +knechtschap gebroken wordt. Het grondige Duitschland kan zich niet +revolutioneeren, zonder van grond-uit te revolutioneeren. De +emancipatie van de duitschers, is de emancipatie van de menschheid. Het +hoofd dezer emancipatie is de philosophie, het hart is het +proletariaat. De philosophie kan niet worden verwezenlijkt, zonder de +opheffing van <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name= +"pb135">135</a>]</span>het proletariaat; het proletariaat kan zich niet +opheffen, zonder de verwezenlijking van de philosophie te worden.</p> +<p>Wanneer alle inwendige voorwaarden daartoe vervuld zijn, zal de +duitsche opstandingsdag worden aangekondigd door het kraaien van den +Gallischen haan.</p> +<hr class="tb"> +<p>Eveneens uit het jaar 1843, en geschreven te Brunswijk zijn de +opstellen van Karel Marx over:</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De Jodenkwestie.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Bruno Bauer had in dat jaar twee artikelen geschreven +over deze kwestie. Het eerste was getiteld: „De +Jodenkwestie”; het andere „Over de geschiktheid der +hedendaagsche Joden en Christenen zich te emancipeeren”, +geschreven in Zwitserland en uitgegeven door George Herwegh.</p> +<p>De Jodenkwestie was in die dagen een der slippen waaraan het +duitsche idealisme, de economische ontwikkeling gepakt had. De +christelijk-germaansche Staat mishandelde, verdrukte en vervolgde den +joden, terwijl hij ze aan den anderen kant, tegelijk duldde, +begunstigde, ja zelfs liefkoosde.</p> +<p>De duitsche-Bondsakte had in artikel 16, een algemeene +jodenwetgeving tot uitgangspunt genomen, maar aan die belofte was +evenmin voldaan, als aan zoovele anderen. De duitsche joden leefden +staatsrechtelijk nog in de ruïnes van de feodaal-middeneeuwsche +Ghetto-toestanden. In den Pruissischen Staat alleen, bestonden +<span class="corr" id="xd19e3593" title="Bron: achtien">achttien</span> +verschillende joden-wetgevingen, die naar gelang der verschillende +lokale gesteldheid, liepen, van af de gelijkstelling van de joden met +de christenen, tot aan de meest achterlijke en +middeneeuwsch-barbaarsche verhoudingen toe.</p> +<p>Daarbij kwam dat de moorddadige rol die den joden opgedwongen was, +doordien men hen alleen het geldwoekerdom vrijliet, tegen hen een +verschrikkelijken haat had ontketend en dit niet alleen onder de boeren +en kleine handwerkers, maar ook in de steden, doordien juist daar de +joden aan economische macht en invloed wonnen voornamelijk door den +geldhandel, waarop zij zich hadden toegelegd. De joden schudden +daardoor zelf aan de ketenen hunner onmenschelijke positie in de +beschaafde maatschappij en vandaar dat er in die dagen, onder de zich +noemende „humanisten”, algemeen over hunne positie werd +gesproken. <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name= +"pb136">136</a>]</span>Zoo ook door Bruno Bauer in genoemde +opstellen.</p> +<p>„De duitsche Joden,” zegt Marx daarop, „begeeren +emancipatie; welke emancipatie begeeren zij? De Staatsburgerlijke, de +politieke emancipatie. Bauer zegt: Niemand in Duitschland is politiek +geëmancipeerd. Wij-zelf zijn onvrij! Gij Joden zijt egoïsten, +omdat gij een emancipatie voor U-zelf verlangt, gij behoort, als +duitschers, als menschen, deel te nemen aan de menschelijke +emancipatie.<a id="xd19e3602" name="xd19e3602"></a>.......</p> +<p>„Of verlangen de Joden gelijkstelling met de christelijke +onderdanen? Dan erkennen zij den christelijken Staat als gerechtigd, +erkennen zij het regiment der algemeene onderdrukking. Waarom misvalt +hun dit speciale juk, terwijl hun het algemeene juk niet tegenstaat? +Waarom moeten de duitschers zich voor de bevrijding der joden warm +maken, waar de jood zich niet warm maakt voor de bevrijding der +Duitschers?” Hierbij, en bij nog meer dergelijke belangrijke +vragen door Bauer gesteld, erkent Marx dat Bauer de kwestie wel nieuw +gesteld heeft, maar haar niet geheel heeft kunnen oplossen. +„Wanneer Bauer,” zegt Marx, „den Joden vraagt: hebt +gij, van uw standpunt bekeken het recht, de politieke emancipatie te +begeeren, dan vragen wij, omgekeerd: „heeft het standpunt der +politieke emancipatie het recht, van de Joden de opheffing van het +Jodendom, van de menschen in het algemeen, de opheffing der religie te +verlangen?”</p> +<p>„De Jodenkwestie verkrijgt een ander gezicht, al naar den +staat, waarin den Jood zich bevindt. In Duitschland, waarin geen +politieken Staat, geen Staat als zoodanig bestaat, is de Jodenkwestie +nog een zuiver theologische. De Jood bevindt zich daar nog in de +religieuze tegenstelling tot den Staat, die het christendom als zijn +grondslag erkent. Dezen Staat is de theoloog <i lang="la">ex +professo</i>.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3612" title= +"Niet in bron">„</span>In Frankrijk in den constitutioneelen +Staat, is de Jodenkwestie een kwestie van constitutionalisme, een +kwestie van halfheid der politieke emancipatie. Daar hier de schijn van +een staatsreligie, hoewel ook in de nietszeggende en zich zelf +tegensprekende formule,—in de formule van een religie der +meerderheid—behouden is gebleven, zoo behoudt de verhouding van +de Joden tot den Staat, den schijn van een religieuze, theologische +tegenstelling<a id="xd19e3615" name="xd19e3615"></a>.</p> +<p>„Eerst in de Amerikaansche Vrijstaten—minstens in een +deel derzelven—verliest de Jodenkwestie hare theologische +beteekenis en wordt zij een zuiver wereldlijke kwestie. Slechts daar, +waar de politieke Staat het stadium van zijne volkomene ontwikkeling is +genaderd, kan de verhouding van den Jood, van den <span class= +"pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name= +"pb137">137</a>]</span>religieuzen mensch in ’t algemeen tot den +politieken Staat, dus de verhouding van de godsdienst tot den Staat, in +hare eigenaardigheid en in hare zuiverheid te voorschijn +treden.”</p> +<p>Marx werkt deze vraag geheel in hare algemeenheid uit, en komt +daardoor ertoe, de verhouding van godsdienst en Staat meer diepgaand te +behandelen.</p> +<p>„De politieke emancipatie van de Joden,” vervolgt Marx +dan, „van de christenen, over het algemeen van den religieuze +menschen, is de emancipatie van den Staat van het jodendom, van het +christendom, van de religie in het algemeen. In zijnen vorm, in de aan +zijn wezen eigenaardige wijze als Staat, emancipeert de Staat zich van +de religie, d. w. z. „doordien den Staat als Staat, zich niet +meer tot eene religie bekent en zich als Staat gaat voelen. De grens +van de politieke emancipatie ligt schijnbaar juist daarin, dat de Staat +zich van een beperking bevrijden kan, zonder dat den mensch werkelijk +van haar vrijkomt; dat de Staat een vrijen Staat kan zijn, zonder dat +de mensch een vrije mensch is” ....</p> +<p>„Maar de verhouding van den Staat tot de religie, namelijk van +den vrijen Staat, is toch slechts de verhouding waarin de menschen, die +den Staat vormen, zich tot de religie bevinden. Hier volgt dus uit, dat +den mensch door het medium van den Staat, zich politiek bevrijdt, +doordien hij zich in tegenspraak stelt met zich-zelf, doordien hij op +een abstrakte en beperkte, op partieele wijze zich boven deze +belemmeringen verheft, Er volgt verder uit, dat de mensch langs een +omweg, door een medium,—zij het dan ook door een noodzakelijk +medium—zich bevrijdt, wanneer hij zich politiek vrij maakt. Ten +slotte volgt er ook uit, dat de mensch, zelfs wanneer hij door de +bemiddeling van den Staat zich als atheïst proklameert, d. w. z. +wanneer hij den Staat atheïstisch maakt, steeds nog religieus +bevangen blijft, juist omdat hij langs een omweg, door middel van een +medium tot erkenning van zich-zelf komt. De religie is juist de +erkenning van den mensch langs een omweg, door eenen bemiddelaar. De +Staat is de bemiddelaar tusschen den mensch en zijne vrijheid. Zooals +Christus een bemiddelaar was, die den mensch zijne geheele +goddelijkheid, zijne gansche religieuziteit op den schouders legde, zoo +is den Staat de bemiddelaar, waarin hij zijne gansche ongoddelijkheid, +zijne geheele menschelijke onbevangenheid gelegd heeft.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3629" title= +"Niet in bron">„</span>De politieke verheffing der menschen boven +de religie, deelt in alle gebreken, zoo ook in de voorkeur, van de +politieke verheffing in het algemeen. De Staat als Staat, annuleert +bijv. <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name= +"pb138">138</a>]</span>het privaat-eigendom, de mensch verklaart op +politieke wijze, het privaat-eigendom voor opgeheven, zoodra hij den +census opheft voor het aktieve en het passieve kiesrecht, gelijk dit +geschiedt is in de Amerikaansche Staten. Hamilton interpreteert deze +gebeurtenis, van uit een politiek standpunt zeer juist aldus: „De +groote hoop heeft de zege over het eigendom en den geld-rijkdom +behaald.” Is het privaat-eigendom niet <span class="corr" id= +"xd19e3634" title="Bron: idëel">ideëel</span> opgeheven, +wanneer de niet-bezittende, tot wetgever over de bezittende geworden +is?.....</p> +<p>„De voltooide politieke Staat is naar zijn wezen, het +paringsleven van de menschen, in tegenoverstelling tot hun materieel +leven. Alle voorwaarden van dit egoïstisch leven, blijven buiten +de staatsspheer in de burgerlijke samenleving bestaan, maar als +eigenschappen van de burgerlijke samenleving. Waar de politieken Staat +zijne <span class="corr" id="xd19e3639" title= +"Bron: voltooieng">voltooiing</span> bereikt heeft, leidt de mensch, +niet alleen in gedachten, in bewustzijn, maar in de werkelijkheid, in +het leven, een dubbel leven, een hemelsch en een aardsch leven; het +leven in het politiek gemeenschapswezen, waarin hij zich laat gelden +als gemeenschapswezen en het leven in de burgerlijke samenleving, +waarin hij als privaat-persoon werkzaam is, de andere menschen als +middel beschouwt, zich-zelf tot middel vernedert en tot speelbal van +aan hem vreemde machten wordt. De politieke Staat, staat in evenzoo +spiritualistische verhouding tot de burgerlijke samenleving, als de +hemel tot de aarde. Hij bevindt zich tot haar in dezelfde +tegenstelling; hij moet die op dezelfde wijze overwinnen, als de +religie de bekrompenheid der profane wereld; d. w. z. doordat hij haar +eveneens weder erkennen, herstellen, zich-zelf door haar moet laten +beheerschen. De mensch in zijne naaste werkelijkheid, in de burgerlijke +maatschappij, is een profaan wezen. In den Staat daarentegen, waar de +mensch als <span class="corr" id="xd19e3642" title= +"Bron: gemeenscpapswezen">gemeenschapswezen</span> geldt, is hij het +ingebeelde lid, van een ingebeelde souvereiniteit; is hij van zijn +werkelijk individueel leven beroofd en van eene onwerkelijke +algemeenheid vervuld<span class="corr" id="xd19e3645" title= +"Bron: ,">.</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e3649" title= +"Niet in bron">„</span>Het conflikt, waarin den mensch zich als +bekenner eener religie bevindt met zijn staatsburgerschap, met de +andere menschen als leden van de gemeenschap, laat zich terugbrengen +tot de wereldlijke splitsing, tusschen den politieken Staat en de +burgerlijke samenleving. Zeer zeker blijft de mensch als bourgeois, +evenals de jood, slechts sophistisch in het staatsleven, zooals de +<span lang="fr">citoyen</span> slechts sophistisch jood of bourgeois +blijft; maar deze sophistiek is niet persoonlijk, <span class="corr" +id="xd19e3655" title="Bron: Zij">zij</span> is de sophistiek van den +politieken Staat zelf. Het verschil tusschen den religieuzen mensch +<span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name= +"pb139">139</a>]</span>en den staatsburger, is het verschil tusschen +den koopman en den staatsburger, tusschen den daglooner en den +staatsburger, tusschen den grondbezitter en den staatsburger, tusschen +het levende individu en den staatsburger........................</p> +<p>„Wij zeggen aldus niet, met Bauer, tot de Joden: gij kunt niet +politiek <span class="corr" id="xd19e3662" title= +"Bron: gëemancipeerd">geëmancipeerd</span> worden, zonder u +radikaal te emancipeeren van het Jodendom. Wij zeggen eerder tot hen: +omdàt gij politiek geëmancipeerd kunt worden, zonder u +volkomen en zonder tegenspraak los te kunnen maken van het Jodendom, +daarom is de politieke emancipatie-zelve, niet de menschelijke +emancipatie. Wanneer gij joden, politiek <span class="corr" id= +"xd19e3665" title="Bron: gëemancipeerd">geëmancipeerd</span> +kunt worden, zonder U menschelijk te kunnen emancipeeren, dan ligt de +halfheid en de tegenspraak daarvan in u-zelven niet alleen, maar in het +wezen en de categorie van de politieke emancipatie<span class="corr" +id="xd19e3668" title="Bron: ,">.”</span></p> +<hr class="tb"> +<p>Marx onderzoekt vervolgens het wezen van de in 1789 verkondigde +„<span class="ex">Menschenrechten</span>” en der +„Burgerschapsrechten.” De „<span lang="fr">droits de +l’homme</span>”<span class="corr" id="xd19e3681" title= +"Niet in bron">,</span> de menschenrechten, zijn als zoodanig te +onderscheiden van den „<span lang="fr">droits du +citoyen</span>”, de rechten des staatsburgers. „Wie is de +van den <span class="ex" lang="fr">citoyen</span> verschillende +<span class="ex" lang="fr">homme</span>? Niemand anders dan het lid van +de burgerlijke samenleving! Voor alles moet het feit geconstateerd +worden, dat de z. g. n. „<span class= +"ex">Menschenrechten</span>”, de „<span class="ex" lang= +"fr">droits de l’homme</span>” in onderscheiding van den +„<span lang="fr">droits du citoyen</span>” niets anders +zijn, dan de rechten van het mede-lid der burgerlijke samenleving, d. +w. z. van den egoïstischen mensch; de van de menschen en van de +gemeenschap gescheiden individu.”</p> +<hr class="tb"> +<p>„Geen van de z. g. n. „<span class= +"ex">Menschenrechten</span>”<span class="corr" id="xd19e3710" +title="Niet in bron">,</span><span class="corr" id="xd19e3712" title= +"Niet in bron">”</span> zegt Marx, „gaat verder +dan<span class="corr" id="xd19e3715" title="Bron: -">,</span> en boven +den egoïstischen mensch uit zooals hij is: medelid der burgerlijke +maatschappij; de mensch op zichzelf, de op zijn privaat-belang en +privaat-willekeur teruggetrokken en van de gemeenschap verwijderde +mensch. Verre van dien, dat de mensch in haar als gemeenschapswezen +opgevat wordt, schijnt veelmeer dat gemeenschapsleven zelf, haar de +samenleving toe en de beperking harer oorspronkelijke zelfstandigheid. +De eenige band die haar samenhoudt, is de natuurnoodwendigheid; is de +behoefte en het privaat-belang, de conserveering van haren eigendom en +van hare <span class="corr" id="xd19e3718" title= +"Bron: egöistische">egoïstische</span> persoonlijkheid.</p> +<p>„Het is reeds raadselachtig dat een volk, hetwelk zoo even aan +zijne bevrijding begon, door alle barrières tusschen de +verschillende <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name= +"pb140">140</a>]</span>volksdeelen neer te halen en een politieke +samenleving te grondvesten, dat een zoodanig volk, de berechtiging van +den egoïstischen, de van den medemensch en van het +gemeenschapswezen afgezonderde menschen, plechtiglijk proklameert +(<span lang="fr">Declaration de 1791</span>). Ja, deze proklamatie op +een oogenblik herhaalt, waarop de heldhaftige opoffering van allen, de +natie kan redden en daarom gebiedend noodzakelijk is geworden; op een +oogenblik, waarin de opoffering van alle belangen der burgerlijke +samenleving, aan de orde van den dag was, en het egoïsme als een +misdaad zou moeten worden zijn gestraft. (<span lang="fr">Declaration +des droits de l’homme etc. 1793</span>). Nog raadselachtiger +wordt dit feit, als wij zien dat het staatsburgerschap, de politieke +gemeenschap, door de politieke emancipators zelven tot een bloot middel +voor de instandhouding dezer zoogenaamde menschenrechten verlaagd zijn +geworden; dat aldus de „<i lang="fr">citoyen</i>” tot den +dienaar van den egoïstischen „<i lang="fr">homme</i>” +verklaard wordt; de spheer waarin de mensch als gemeenschapswezen +leeft, beneden de spheer waarin hij als deelgenoot leeft gedegradeerd +wordt, en ten slotte, dat niet den mensch als „<i lang= +"fr">citoyen</i>” maar den mensch als +„<i>bourgeois</i>”, voor den eigenlijken en den +waarachtigen mensch wordt aangezien.</p> +<p lang="fr"><span class="corr" id="xd19e3745" title= +"Niet in bron">„</span>Le but de toute association politique est +la conservation des droits naturelles et imprescriptibles de +l’homme. (<span class="corr" id="xd19e3748" title= +"Bron: Delar.">Declar.</span> des droits etc. de 1791 art. 2). Le +gouvernement est institué pour garantir à l’homme +la jouissance de ses droits naturels et imprescriptibles (Decl. etc. de +1793 art. 1).</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3752" title= +"Niet in bron">„„</span>Het doel van elke politieke +associatie is, de instandhouding van de natuurlijke en de onafwijsbare +rechten van den mensch”. „Het gouvernement is ingesteld om +te waarborgen aan den mensch, de uitoefening van zijne natuurlijke en +niet te vervreemden rechten.” („Verklaring van de Rechten +van den mensch” van 1793, art. 1 en 2<span class="corr" id= +"xd19e3755" title="Bron: .)">).</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e3760" title= +"Niet in bron">„</span>Alzoo in de momenten zelfs, van zijne nog +jeugdig frisch en zijn, door den drang der omstandigheden ten top +gevoerd enthousiasme, verklaart het politiek leven zich voor een bloot +middel, welker doel is, het leven der burgerlijke samenleving. Wel +’t sterkst staat hier de revolutionaire praktijk in flagranten +tegenstrijd tot zijne theorie. Terwijl bijv. de zekerheid voor een +menschenrecht verklaard wordt, wordt de schending van het briefgeheim +openlijk op de dagorde gezet. Terwijl de „<span lang= +"fr">liberté indéfinie de la presse</span>”, +(<span lang="fr">Constitution de 1793 art. 122</span>), als +consekwentie van het menschelijk recht der individueele vrijheid +gewaarborgd wordt, wordt de persvrijheid volkomen vernietigd, want: +„<span lang="fr">la liberté de la presse ne doit pas +être permise lorsqu’elle compromet <span class= +"pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span>la +liberté publique.</span>” (<span lang="fr">Robespierre +jeune, histoire parlementaire de la Rev. française, par Buchez +et Roux V. 28 p. 135.</span>) (De vrijheid van den pers kan niet worden +toegelaten, zoodra zij in botsing komt met de publieke vrijheid.) Dat +wil dus zeggen: het menschenrecht der vrijheid houdt op een recht te +zijn, zoodra het in conflikt komt met het politieke leven; terwijl +volgens de theorie het politieke leven slechts de waarborg van de +menschenrechten, der rechten van den individueelen mensch dus, moet +worden prijsgegeven zoodra het met zijn doel, deze menschenrechten +zelven in tegenstrijd komt. Maar de praktijk is slechts uitzondering en +de theorie regel. Wil men echter zelfs de revolutionaire praktijk, als +de juiste positie der verhouding beschouwen, dan blijft er steeds een +raadsel ter oplossing over, waarom in het bewustzijn der politieke +emancipators deze verhouding op haren kop gesteld is, en het doel, als +middel en het middel, als het doel zich vertoont. Dit optisch bedrog +van hun bewustzijn, zou dan altijd nog een raadsel blijven, hoewel dan +een <span class="corr" id="xd19e3777" title= +"Bron: phsychologisch">psychologisch</span>, een theoretisch +raadsel.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3781" title= +"Niet in bron">„</span>Het raadsel is evenwel eenvoudiger op te +lossen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3785" title= +"Niet in bron">„</span>De politieke emancipatie is tegelijkertijd +de oplossing der oude maatschappij, waarop het den volke ontvreemde +staatswezen, de heerschersmacht berust. De politieke Revolutie is de +Revolutie van de burgerlijke maatschappij. Wat was het karakter der +oude samenleving? De feodaliteit. De oude burgerlijke samenleving had +een <span class="corr" id="xd19e3788" title= +"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> politiek karakter; d. w. z. de +elementen van het burgerlijke leven, zooals bijvoorbeeld het bezit of +de familie of de manier van arbeiden waren in den vorm van +grondheerlijkheid, van standen en corporatiën, verheven tot +elementen van het staatsleven. Zij bepaalden in dezen vorm de +verhouding van de individuen op zich-zelf, tot het staatsgeheel, d. w. +z. zijn politieke verhouding, zijn verhouding van de scheiding en +uitsluiting tot de andere bestanddeelen der maatschappij. Want deze +organisatie van het volksleven verhief het bezit of den arbeid niet tot +sociale elementen, maar voltooide veelmeer hunne scheiding van het +<span class="corr" id="xd19e3791" title= +"Bron: staatsgebeel">staatsgeheel</span> en constitueerde hen aldus, +tot bijzondere maatschappijen, in de maatschappij. Zoo waren intusschen +altijd nog de levensfunkties en levensvoorwaarden der burgerlijke +maatschappij van politieken aard, zij het ook politiek, in den zin van +feodaal, d. w. z. dat zij het individu van het staatsgeheel afsloten; +dat zij de bijzondere verhouding zijner corporatiën tot het +staatsgeheel omzetten in zijn eigen algemeene verhouding tot het +volksleven, zooals tot zijne bepaalde burgerlijke werkzaamheid en +situatie. Als <span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name= +"pb142">142</a>]</span>eene consekwentie van deze organisatie, doet +zich, als eene noodzakelijkheid de staatséénheid kennen, +gelijk het bewustzijn, den wil en de werkzaamheid der +staatséénheid; de algemeene staatsmacht, eveneens als +eene bijzondere aangelegenheid van eene, van het volk afgezonderden +heerscher en van zijne dienaren.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3797" title= +"Niet in bron">„</span>De politieke Revolutie, welke aan deze +heerschersmacht een einde maakte en de Staatsaangelegenheden tot +volksaangelegenheden verhief, welke den politieken Staat als algemeene +aangelegenheid, d. w. z. als werkelijken Staat constitueerde, sloeg +noodwendig alle standen, corporatiën, gilden en privilegiën, +welke evenzoovele uitdrukkingen van de scheiding van zijn +gemeenschapswezen waren, uiteen. De politieke Revolutie hief daarmede +het politiek karakter van de burgerlijke samenleving op. Zij sloeg de +burgerlijke samenleving in hare eenvoudige bestanddeelen uiteen; +eenerzijds in de individuen, anderzijds in de materiëele en +geestelijke elementen welke den levensinhoud, de burgerlijke situatie +van deze individuen vormden. Zij ontketende den politieken geest, die +geleidelijk in de verschillende doodloopende stegen van de feodale +maatschappij verdeeld, verbrokkeld en verloopen was; zij verzamelde hem +uit deze <span class="corr" id="xd19e3800" title= +"Bron: verstrooing">verstrooiing</span>; zij maakte hem vrij van zijne +vermenging met het burgerlijk leven en constitueerde hem, als de spheer +van de gemeenschap, van de algemeene volksaangelegenheid, in eene +ideale onafhankelijkheid van de bijzondere elementen van het burgerlijk +leven. De bepaalde levenswerkzaamheid en de bepaalde levenssituatie, +zonken nu tot hunne individueele beteekenis terug. Zij vormden niet +meer de algemeene verhouding van de individuen tot het Staatsgeheel. De +publieke aangelegenheid als zoodanig, wordt veelmeer tot eene algemeene +aangelegenheid van ieder individu, en de politieke funktie, tot zijne +algemeene funktie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3804" title= +"Niet in bron">„</span>Alleen de voltooiing van het idealisme van +den Staat, was tegelijkertijd de <span class="corr" id="xd19e3807" +title="Bron: voltooing">voltooiing</span> van het materialisme der +burgerlijke samenleving. Het afschudden van het politieke juk, was +tegelijk het afschudden van de ketens, welke den egoïstischen +geest der burgerlijke samenleving geketend hielden. De politieke +emancipatie, was tegelijkertijd de emancipatie der burgerlijke +maatschappij van de politiek, van den schijn zelfs van eenen algemeenen +inhoud. De feodale maatschappij was opgelost in haren grond, in den +mensch. Maar in den mensch, zooals die werkelijk in den grond was: in +den egoïstischen mensch.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3811" title= +"Niet in bron">„</span>Deze mensch, dat lid van de burgerlijke +samenleving nu, is de basis, de voorwaarde tot den politieken Staat. +Hij is door <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name= +"pb143">143</a>]</span>hem dan ook als zoodanig erkend in de +„Menschenrechten”.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3817" title= +"Niet in bron">„</span>De vrijheid van den egoïstischen +mensch en de erkenning dezer vrijheid, is echter veelmeer de erkenning +van de teugellooze beweging der geestelijke en moreele elementen, welke +zijn levensinhoud vormen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3821" title= +"Niet in bron">„</span>De mensch wordt daarmede niet van de +religie bevrijdt; hij verkrijgt de vrijheid der religie. Hij wordt niet +van den eigendom bevrijdt, hij verkrijgt de vrijheid van den eigendom. +Hij wordt niet bevrijd, van de zelfzucht van het bedrijfswezen; hij +verkrijgt de vrijheid van het bedrijf.”</p> +<hr class="tb"> +<hr class="tb"> +<p>„Alle emancipatie is terugvoeren van de menschelijke wereld, +van de menschelijke verhoudingen, tot den menschen zelf.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3831" title= +"Niet in bron">„</span>De politieke emancipatie is de reduktie +der menschen eenerzijds tot op het lid van de burgerlijke samenleving, +tot op het egoïstische onafhankelijke individu; anderzijds, tot op +den staatsburger, tot op den moreelen persoon.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3835" title= +"Niet in bron">„</span>Eerst wanneer de werkelijke individueele +mensch, den abstrakten staatsburger die in hem is, naar zich +terugneemt, en als individueelen mensch in zijn empirisch leven, in +zijnen individueelen arbeid, in zijne individueele verhoudingen, +paringswezen geworden is; eerst wanneer de mensch zijne +„<span class="ex" lang="fr">forces propres</span>” als +maatschappelijke krachten erkent en georganiseerd heeft en aldus de +maatschappelijke kracht niet meer in de gestalte der politieke kracht +van zich afscheidt, eerst dan is de menschelijke emancipatie +volbracht.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Bruno Bauer zocht nog steeds de Jodenkwestie langs theologischen weg +op te lossen.</p> +<p>„Laten wij beproeven<span class="corr" id="xd19e3848" title= +"Niet in bron">,</span>” zegt Marx, „om de theologische +opvatting van de kwestie te doorbreken. De vraag naar de +emancipatiegeschiktheid van de Joden, zet zich naar onze beschouwing om +in de vraag, welk bijzonder maatschappelijk element er is te overwinnen +om het jodendom op te heffen! Want de emancipatiegeschiktheid van de +huidige Joden<a id="xd19e3851" name="xd19e3851"></a> drukt de +verhouding uit van het Jodendom, tot de emancipatie der huidige wereld. +Deze verhouding<a id="xd19e3853" name="xd19e3853"></a> spruit +noodwendig voort uit de bijzondere positie van het Jodendom in de +huidige, geknechte wereld.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3856" title= +"Niet in bron">„</span>Beschouwen wij eens den werkelijken +wereldlijken jood, niet den sabath-jood gelijk Bauer het doet, maar den +alledaagschen jood, wat nader. <span class="pagenum">[<a id="pb144" +href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e3861" title= +"Niet in bron">„</span>Zoeken wij het geheimzinnige van de joden, +niet in hunne religie, maar zoeken wij het geheimzinnige van de +religie, in de werkelijke joden.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3865" title= +"Niet in bron">„</span>Welke is de wereldlijke grond des +Jodendoms? De praktische behoeften, het eigenbelang. Welke is de +wereldlijke cultus der Joden? De schagger. Welke is zijn wereldlijken +God? Het geld!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3869" title= +"Niet in bron">„</span>Welnu. De emancipatie van den schagger en +van het geld, dus van het praktische, reële jodendom, dat +beteekent de zelf-emancipatie van onzen tijd.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3873" title= +"Niet in bron">„</span>Eene organisatie der maatschappij, welke +de voorwaarden van den schagger, dus de mogelijkheid om te schaggeren +zou opheffen, zou den joden onmogelijk maken. Zijn religieus bewustzijn +zou dan als een ijle mist zich oplossen, in den werkelijken levenslust +der samenleving. Aan den anderen kant: wanneer de jood, dit zijn +praktisch wezen als nietig beschouwt en aan zijne verheffing arbeidt, +arbeidt hij boven zijne tegenwoordige ontwikkeling uit, aan de +menschelijke emancipatie in het algemeen en keert hij zich tegen de +hoogste, praktische uitdrukking der menschelijke zelfvervreemding.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3877" title= +"Niet in bron">„</span>Wij erkennen dus in het Jodendom een +algemeen aanwezig zijnd, anti-sociaal element, hetwelk door de +historische ontwikkeling,—waaraan de Joden in deze slechte +beteekenis ijverig medegewerkt hebben—op zijne tegenwoordige +hoogte gedreven is geworden, op een hoogte, waarop het zich +noodzakelijk oplossen moet.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3881" title= +"Niet in bron">„</span>De emancipatie der Joden in hare laatste +instantie, zal de emancipatie der menschheid van het Jodendom +zijn.”</p> +<hr class="tb"> +<p>„Het geld is de naijverige God van <span class="corr" id= +"xd19e3888" title="Bron: Israel">Israël</span>, waarnaast geen +anderen God bestaan kan. Het geld vernedert alle goden der +menschen—en zet ze om in waren. Het geld is de algemeene, +voor-zich-zelf geconstitueerde waarde aller dingen. Het heeft +daarvandaan de gansche wereld, de menschenwereld benevens de natuur, +van hunne eigenaardige waarde beroofd. Het geld is het, den mensch +ontvreemde wezen van zijnen arbeid en van zijn bestaan. En dit vreemde +wezen beheerscht hem en hij aanbidt het.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3892" title= +"Niet in bron">„</span>De god der Joden heeft zich +verwereldlijkt; hij is tot een wereld-god geworden. De wissel is de +wereldlijke god der Joden. Hun god slechts de illusoire wissel.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3897" title= +"Niet in bron">„</span>Die beschouwing, welke onder de +heerschappij van het privaat-eigendom en van het geld over de natuur, +gewonnen werd, is de werkelijke verachting, de praktische ontwijding +van de <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name= +"pb145">145</a>]</span>natuur, welke in den joodschen godsdienst +wel-is-waar bestaat, maar slechts in de verbeelding +bestaat.<span class="corr" id="xd19e3902" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<p>In dezen zin verklaart Thomas Münzer het voor onverdragelijk: +„dat alle creaturen tot eigendom gemaakt worden, de visschen in +’t water, de vogels in de lucht, het gewas op de aarde—ook +die schepselen moeten vrij worden.”</p> +<p>Wat in de joodsche religie abstrakt opgesloten ligt, de verachting +der theorie, der kunst, der geschiedenis, die van den menschen als +doel, dat is het werkelijke bewuste standpunt, de deugd van den +geldmensch......</p> +<p>„Het jodendom bereikte zijn hoogste punt, met de voltooieng +van de burgerlijke maatschappij, maar de burgerlijke maatschappij +voltooit zich eerst in de christelijke wereld. Slechts onder de +heerschappij van het christendom, hetwelk alle nationale, natuurlijke, +zedelijke, theoretische verhoudingen der menschen tot uitwendige +maakte, kon de burgerlijke samenleving zich volkomen van het +Staatsleven afzonderen, alle samenlevingsbanden der menschen +verscheuren; het <span class="corr" id="xd19e3911" title= +"Bron: egöisme">egoïsme</span> stellen in de plaats dezer +banden; de menschenwereld in een wereld van atomistische, vijandig +tegenover elkander staande individuen, doen oplossen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3915" title= +"Niet in bron">„</span>Het Christendom is uit het Jodendom +ontsproten. Het heeft zich weder in het Jodendom opgelost.” +<span class="corr" id="xd19e3918" title="Bron: .,...">.....</span></p> +<p>„Het Christendom is de sublieme gedachte van het Jodendom, het +Jodendom de ordinaire nuttigheidsaanwending van het Christendom. Maar +deze nuttigheidsaanwending kon eerst tot eene algemeene worden, nadat +het Christendom, als de voltooide religie, de zelfvervreemding van den +mensch, van zich-zelf en van de natuur, theoretisch voleindigd had.... +<a id="xd19e3923" name="xd19e3923"></a>Omdat het reële wezen der +joden zich in de burgerlijke maatschappij algemeen verwezenlijkt, +daarom kon de burgerlijke maatschappij den Joden niet van de +onwezenlijkheid van hun religieus wezen, hetwelk juist slechts de +ideale beschouwing van de praktische behoefte is, overtuigen. Alzoo, +noch in den Pentateuch, noch in den Talmud, maar in de tegenwoordige +samenleving vinden wij het wezen van de huidige Joden; niet als een +abstract, maar als een hoogst empirisch wezen; niet slechts als de +bekrompenheid der Joden, maar als de joodsche bekrompenheid der +samenleving.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3926" title= +"Niet in bron">„</span>Zoodra het der maatschappij gelukt, het +empirische wezen van het Jodendom, den schagger en zijne voorwaarden op +te heffen, is de Jood eene onmogelijkheid geworden, omdat dan zijn +bewustzijn geen objekt meer zal hebben, dewijl de subjektieve basis van +het Jodendom, de praktische behoefte, vermenschelijkt; <span class= +"pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name= +"pb146">146</a>]</span>dewijl dan het conflikt van het +individueel-zinnelijke bestaan, met het samenlevingsbestaan der +menschen, uit den weg geruimd zal zijn.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e3932" title= +"Niet in bron">„</span>De maatschappelijke emancipatie van de +Joden, zal de emancipatie der samenleving van het Jodendom +zijn.<span class="corr" id="xd19e3935" title= +"Niet in bron">”</span></p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Samenwerking van Marx met <span class="corr" id= +"xd19e3942" title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Te Manchester <span class="corr" id="xd19e3947" title= +"Bron: vewijlde">verwijlde</span> <span class="corr" id="xd19e3950" +title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels, een fabrikantenzoon +uit Barmen en voor de industrie opgeleid, 21 maanden lang, van af +December 1842 tot December 1844. Hij maakte aldaar de school der +industrie door en bestudeerde deze zoowel als het wereldhistorische +proces der groot-industrie, de philosophische grondslagen en de +inwendige tezamenhang der kapitalistische maatschappij. Hij verkreeg +daardoor een blik op het geheel, waartoe het engelsche socialisme van +Owen in die dagen, zich niet heeft vermogen op te werken. Engels +arbeidde als medewerker, aan de „<span lang="en">Northern +Star</span>”, aan den organen van de „Chartisten” +dier dagen, zoowel als aan de „<span lang="en">New Moral +World</span>,” van Robert Owen.</p> +<p>Terwijl Marx uit de studie van het fransche socialisme leerde +concludeeren, dat niet de Staat de burgerlijke samenleving, maar dat de +burgerlijke samenleving den Staat tezamenhoudt, leerde Engels uit de +engelsche industrie, dat de economische feiten, die in de tot nog toe +geldende geschiedschrijving geenerlei of althans maar een zeer +geminachte rol speelden, minstens in de moderne wereld, van een +beslissend historische kracht zijn. Dat zij het zijn, die de +grondslagen uitmaken voor het ontstaan der huidige +klassetegenstellingen in die landen, die zich door middel van de +groot-industrie, economisch ontwikkeld hadden zooals Engeland. En dat +deze klassetegenstellingen, wederom de grondslag vormen der politieke +partijvorming, der partijstrijd en daarmede van de gansche politieke +geschiedenis. Langs verschillende wegen waren Marx en Engels dus tot +dezelfde conclusies gekomen. Bij Marx gaven de philosophische, bij +Engels gaven de economische feiten den doorslag.</p> +<p>Toen Marx en Engels zich in den herfst van 1844 te Parijs voor de +tweede maal samentroffen, bleek het hun, dat zij het op het gebied +hunner theorieën volkomen eens waren. Hierop berustte dan ook in +gansch hun leven de <span class="corr" id="xd19e3963" title= +"Bron: wapenbroerderschap">wapenbroederschap</span>, die later is +overgegaan in vriendschap, zooals die alleen twee denkers die evenhoog +staan, kan vereenigen. <span class="pagenum">[<a id="pb147" href= +"#pb147" name="pb147">147</a>]</span></p> +<p>Intusschen ging Engels weder naar Barmen terug en moest Marx te +Parijs blijven, daar men in Duitschland een bevel tot inhechtenisneming +tegen hem had uitgevaardigd.</p> +<p>Marx werkte toen mede aan een blaadje de „<i lang= +"de">Vorwärts</i>” genaamd, dat door een zekere Bornstein, +met geld van den componist G. Meijerbeer was opgericht geworden. Voor +het blad schreven ook: Heinrich Heine, die te Parijs een goed en gaarne +gezien huisvriend der familie Marx is geweest, de dichter George +Herwegh, Michael Bakounine, Moritz Hesz, Arnold Ruge e.a.</p> +<p>Maar het blaadje moest spoedig ophouden te bestaan. De Pruisische +regeering had bij de fransche daarop aangedrongen en de laatste had +toegegeven. Spoedig daarna werd ook aan Marx <span class="corr" id= +"xd19e3976" title="Bron: het het">het</span> bevel gegeven, door de +regeering van den heer Guizot, om Frankrijk en daarmede Parijs te +verlaten en Marx, overal verjaagd, moest naar Brussel uitwijken. Aldaar +trof hij in het voorjaar van 1845 wederom met Engels tezamen, die van +verlangen brandde om met Marx van gedachten te wisselen, over zijn rijp +geworden communistische beginselen. Intusschen had deze zijn eerste +werk voltooid: „De positie der arbeidende klassen in +Engeland.” getiteld, waarvan de voorrede nog in Barmen was +geschreven. In deze „voorrede” duidt Engels het als doel +van dat geschrift aan, de socialistische theorieën en de +beoordeeling hunner juistheid, een vasten grondslag te geven en aan +alle phantazieën daaromtrent een einde te maken. Een scheiding dus +van het utopistisch Socialisme.</p> +<p>Engels hield het voor noodzakelijk, dat voornamelijk de duitsche +theoretici, waarvan bijna niet een, anders dan door middel van de +Feuerbachsche oplossing van de Hegelsche, speculatieve wijsbegeerte, +tot het Communisme gekomen was, de werkelijke levensomstandigheden van +het proletariaat zouden leeren kennen. In hunnen klassieken vorm, in +hunne voltooieng nu, bestonden zuiver proletarische toestanden, in dien +tijd alléén nog maar pas in Engeland, het land der +groot-industrie. Daarom schreef <span class="corr" id="xd19e3981" +title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels zijn boek dan ook over +<i>engelsche</i> arbeiderstoestanden.</p> +<p>Toen beiden, Marx en Engels elkander te Brussel aantroffen, zetten +zij zich aan den arbeid, om naar alle richtingen heen, hun nieuw +gewonnen standpunt uiteen te zetten, ten opzichte van de Hegelsche +philosophie, om gelijk zij het noemden, „voor goed met hun +philosophisch geweten in ’t reine te komen.” Dat deden zij +in een critiek op de Hegeliaansche en de na-Hegeliaansche philosophie; +een boek van twee deelen dik. Dat boek is echter nooit gedrukt kunnen +worden; de drukker weigerde ter elfder ure iets van Marx te drukken, +gelijk er jaren na dien nog geen uitgever te vinden was in Duitschland, +die iets van Marx wilde of durfde uitgeven<span class="corr" id= +"xd19e3989" title="Niet in bron">.</span> <span class="pagenum">[<a id= +"pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span>Het manuscript lieten +toen Marx en Engels, gelijk Marx het eenmaal uitdrukte, aan de +„knagende critiek der muizen over”; zij hadden hun doel, +een afrekening met <span class="corr" id="xd19e3994" title= +"Bron: zich-zeven">zich-zelven</span>, volkomen bereikt. Dit manuscript +hield ook de 11 stellingen in, van Marx tegen Feuerbach, reeds vroeger +medegedeeld en jaren later door Engels tot een geschrift uitgewerkt, +onder den naam van „Ludwig Feuerbach of het uiteinde der +klassieke Duitsche wijsbegeerte”, in welk geschrift door Engels, +met groote bescheidenheid erkend wordt, dat de groote philosophische +lijnen van de gewonnen levensbeschouwing van hun beiden, geheel<a id= +"xd19e3997" name="xd19e3997"></a> en al door Marx getrokken zijn. +„Marx was een genie,” schrijft hij daar, „waar +anderen hoogstens talenten genoemd konden worden.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Marx en Engels sponnen de draden van hunne positieve zelf-critiek +verder voort. Zij vereenigden zich tot een zelfstandigen arbeid, eene +<span class="corr" id="xd19e4003" title= +"Bron: critiesche">critische</span> oplossing van het duitsche +<span class="corr" id="xd19e4006" title= +"Bron: Idalisme">Idealisme</span>, voor zoover dit in Bruno Bauer en de +Berlijnsche „Vrijen,” zijn vertegenwoordigers vond. +Hierdoor kwam voor ’t eerst het geschrift tot stand, dat getiteld +was:</p> +<p>„<span class="sc">De <span class="corr" id="xd19e4013" title= +"Bron: heilige">Heilige</span> Familie</span>”</p> +<p>„of de Critiek der critiseerende critiek van Bruno Bauer en +consorten”, dat in 1845 in Frankfort <span class="corr" id= +"xd19e4020" title="Bron: a/m.">a/M.</span> het licht zag. Het geschrift +staat in geen uitwendige samenhang met de <span lang= +"de">Deutsch-Französischen Jahrbücher</span>; naar het wezen +evenwel, past het volkomen in het raam van den arbeid der beiden, aan +dit tijdschrift.</p> +<p>Het doel der „Heilige Familie” is volgens het voorwoord +der auteurs, het publiek in te lichten omtrent de illusies van de +speculatieve philosophie. „Het reële Humanisme heeft in +Duitschland geen gevaarlijker vijand, dan het <span class="corr" id= +"xd19e4028" title="Bron: Spritualisme">Spiritualisme</span> of het +speculatieve <span class="corr" id="xd19e4031" title= +"Bron: Idalisme">Idealisme</span>, dat in plaats van den werkelijken +individueelen mensch, het „zelfbewustzijn” of den +„Geest” plaatst, en met den Evangelist leert: „De +geest is het, die levend maakt, het vleesch is van geen +nut.”<span class="corr" id="xd19e4034" title= +"Niet in bron">”</span> Het spreekt vanzelf, dat dezen +vleeschloozen geest, slechts in zijne verbeelding, geest bevat. Wat wij +aan de Bauersche critiek bestrijden, dat is juist de als carricatuur +zich reproduceerende speculatie. Zij is voor ons de <span class="corr" +id="xd19e4037" title="Bron: volmaakste">volmaaktste</span> uitdrukking +van het christelijk-germaansche principe, dat er zijn laatste poging in +doet, om de critiek zelve in eene transcendentale om te zetten. +<span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name= +"pb149">149</a>]</span></p> +<p>Bauer c.s. hadden ons willen aantoonen, „dat alle groote +akties in de geschiedenis tot nog toe, daarom van begin af een misgreep +waren of wel succes hadden, naarmate de massa’s zich er voor +opgewonden en er zich voor geïnteresseerd hadden, of omdat de +<span class="corr" id="xd19e4043" title="Bron: idée">idee</span> +waarom het ging, van een soort was, dat zij zich met eene oppervlakkige +opvatting moest vergenoegen en alzoo ook op hunnen bijval rekenen +moest.” De geest wist, zoo gingen zij bij de uiteenzetting van +hun standpunt verder, waarin hij zijne tegenstanders had te zoeken, +namelijk in het zelfbedrog en de kernloosheid van de massa’s.</p> +<p>In zeker opzicht geleek dit standpunt op dat, waarvan de fransche +Utopisten uitgegaan waren. Massabewegingen zooals de fransche +Revolutie, waren oogenschijnlijk mislukt en op het allerplatste +despotisme uitgeloopen. Elk vooruitgang van den geest bewees dus, +steeds meer tegen de vooruitgang van de massa der menschheid in te gaan +en haar in een steeds onmenschelijker situatie te brengen. Fourier en +Owen traden dan ook in zekere mate op als <i>aktieve</i> geesten, +tegenover de <i>passieve</i> massa.</p> +<p>De „<span lang="de">Allgemeine <span class="corr" id= +"xd19e4058" title= +"Bron: Litteratuur Zeitung">Literatur-Zeitung</span></span>” het +orgaan der Jong-Hegelianen van het slag van Bauer en Feuerbach, kantte +zich dan ook sterk tegen de massabewegingen van destijds. In hare oogen +kon de engelsche industrie, even zoo weinig genade vinden, als de +fransche Revolutie. De beschaving van het Westen, was haar en hare +medewerkers eigenlijk een soort gruwel.</p> +<p>Het was dus niet het minst in dat geschrift, dat Marx en Engels de +geheimenissen van de „speculatieve construktie” ontsluieren +moesten. Hierover zeiden zij het volgende:</p> +<p>„Wanneer ik mij uit de werkelijke appelen, peren, aardbeien en +amandelen, de algemeene voorstelling „vrucht” vorm, wanneer +ik verder ga en mij <span class="corr" id="xd19e4065" title= +"Bron: verbeeldt">verbeeld</span>, dat mijne, uit de werkelijke +vruchten getrokken abstrakte voorstelling „de vrucht” een +buiten mij bestaand iets, ja het ware wezen der peren, der appels enz. +is, dan verklaar ik—spekulatief uitgedrukt—de vrucht, voor +de substantie der peren, der appelen, der amandelen enz. Ik zeg dan: de +peer is een <span class="corr" id="xd19e4068" title= +"Bron: onwezelijke">onwezenlijke</span> peer, de appel is een +niet-wezenlijke appel. Het wezenlijke uit die dingen, is niet hun +werkelijk en zinnelijk te aanschouwen bestaan, maar het door mij uit +hen geabstraheerd en een hen ondergeschoven wezen, het wezen mijner +voorstelling: „de vrucht.” Ik verklaar daarmede appels, +peren, amandelen enz. voor niets, dan voor bestaansvormen, voor modi +der vrucht. Mijn eindend, door de zinnen ondersteund verstand, +<span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name= +"pb150">150</a>]</span>onderscheidt zeer zeker een appel van een peer, +en een peer van een amandel, maar mijn spekulatief verstand, verklaart +deze zinnelijke verschillen voor onwezenlijk, niet-verschillend. Zij +ziet in den appel hetzelfde als in den peer en in de peer hetzelfde als +in den amandel, namelijk: „de vrucht.” De bijzondere +werkelijke vruchten, gelden hier dus voor schijnvruchten, welker +werkelijk wezen de „substantie,” de „vrucht” +is.....</p> +<p>„Wanneer de appel, de peer, de amandel of aardbezie in +<span class="corr" id="xd19e4075" title= +"Bron: waarhied">waarheid</span> niets anders zijn dan „de +substantie”<span class="corr" id="xd19e4078" title= +"Niet in bron">,</span> de „vrucht,” dan vraagt men zich +af, hoe komt het toch, dat de vrucht zich aan mij dan als appel, dan +als peer of dan als amandel vertoont; vanwaar komt deze schijn der +menigvuldigheid, die mijne speculatieve aanschouwing van de eenheid, +van „de substantie,” van de vrucht, zoo in ’t +oogspringend weerspreekt? Dat komt, zal de speculatieve philosoof u +antwoorden, omdat „de vrucht” geen dood, verschilloos en +rustend, maar een levend, een in zich-zelf verschillend en bewogen +wezen is. De verschillendheid van de profane vruchten, is niet alleen +voor mijn zinnelijk verstand, maar ook voor „de vrucht” +zelf, voor het spekulatieve verstand van beteekenis. De verschillende +profane vruchten zijn verschillende levensuitingen van de „eene +vrucht,” zij zijn kristallisaties, welke „de vrucht” +zelf vormen. Dus in den appel bijv. heeft „de vrucht” een +appelachtig, in de peer een perenachtig bestaan. Men moet dus niet meer +zeggen, zooals op het standpunt der substantie: de peer is <span class= +"ex">de</span> vrucht, de appel is <span class="ex">de</span> vrucht, +de amandel is <span class="ex">de</span> vrucht, maar veeleer: de +vrucht is als peer, de vrucht is als appel, de vrucht is als amandel +tezamen gesteld en de verschillen welke appel, peer en amandel van +elkander scheiden, zijn even zoovele zelfonderscheidingen van „de +vrucht” en maken de bijzondere vruchten evenzoo tot verschillende +ledematen van het levensproces der vrucht”.... „Men ziet: +wanneer de christelijke religie slechts van één +„inkarnatie gods” weet, de spekulatieve philosophie bezit +evenzoo veel „inkarnaties” als er dingen bestaan, gelijk +zij hier in elke vrucht eene inkarnatie van de substantie, van de +absolute vrucht bezit. Het hoofdbelang voor de speculatieve philosophen +bestaat dus hierin, de werkelijke profane vruchten voort te brengen en +dan op geheimzinnige wijze ervan te zeggen, dat er appelen, peren, +amandelen en rozijnen zijn..... „Het spreekt van zelf, dat de +spekulatieve philosoof deze voortdurende schepping slechts verkrijgt, +doordat hij algemeen bekende, in de werkelijke aanschouwing voorhanden +zijnde eigenschappen van appelen, peren enz., als het ware door hem +uitgevonden bepalingen onderschuift, terwijl <span class= +"pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span>hij +datgene, wat alleen het abstrakte verstand verschaffen kan, namelijk de +abstrakte verstandsformules, de <i>namen</i> der werkelijke dingen +geeft. Terwijl hij ten slotte zijn eigen werkzaamheid, waardoor hij van +de voorstelling appel, tot de voorstelling peer overgaat, voor de +zelfwerkzaamheid van het absolute subjekt „der vrucht” +verklaart”.....</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4097" title= +"Niet in bron">„</span>Tegen de hoofdstelling van Bruno Bauer, +waarnaar alle groote akties in de geschiedenis tot nu toe, derhalve van +te voren reeds mislukt zouden zijn en zonder ingrijpend <span class= +"corr" id="xd19e4100" title="Bron: succés">succes</span>, omdat +de massa zich ervoor geïnteresseerd en opgewonden had, of omdat de +idee waarom het ging, op den bijval der massa rekenen moest, voerde +Marx aan: De „idee”, blameerde zich altijd, in zooverre zij +met het „belang” in botsing kwam. Aan den anderen kant, is +het licht te begrijpen, dat elk massaal en historisch en doorzettend +„principe” als het voor het eerst het wereldtooneel +betreedt, in de „idee” of in de „voorstelling”, +verre de werkelijke grenzen te buiten gaat en zich met menschelijke +belangen gewoonweg verwisselt. Het belang van de bourgeoisie in de +Revolutie van 1789, verre ervan verwijderd, „mislukt” te +zijn, heeft alles „gewonnen” en heeft het +„ingrijpendste” succes gehad, hoezeer ook het +„pathos” in rook vervlogen is en hoezeer ook de +„enthusiastische” bloemen, waarmede dit belang zijn wieg +omkranste, verwelkt zijn. Dit belang was zóó machtig, dat +het de pen van een Marat, de guillotine van de terroristen, den degen +van <span class="corr" id="xd19e4103" title= +"Bron: Napolèon">Napoleon</span>, zoowel als het crusifix der +Bourbons overwon. „Mislukt” is de Revolutie slechts voor +die massa, welke in de politieke „idee”, niet de idee van +haar werkelijk „belang” bezat; welker waarachtig +levensprincipe alzoo met het <span class="corr" id="xd19e4106" title= +"Bron: leven-principe">levensprincipe</span> der Revolutie niet +tezamenviel; welker reële voorwaarden voor emancipatie wezenlijk +verschillend waren, van de voorwaarden, waarbinnen de bourgeoisie zich +in de samenleving emancipeeren kon.<a id="xd19e4109" name= +"xd19e4109"></a></p> +<p>„De Revolutie is mislukt, omdat de massa binnen welker +levensvoorwaarden zij <span class="corr" id="xd19e4113" title= +"Bron: wérkelijk">werkelijk</span> is blijven stil staan, eene +beperkte en exclusieve, niet de totaliteit omvattende massa was; omdat +het talrijkste, van de bourgeoisie verschillende deel van de massa, in +haar principe geen werkelijk belang, maar slechts een idee bezat. Het +was een illusie der terroristen, den modernen Staat, die berust op de +burgerlijke samenleving, naar het model van den antieken Staat te +willen vormen, terwijl deze samenleving toch op de slavernij berustte. +Welk een kolossale vergissing! de moderne burgerlijke samenleving, de +samenleving der <span class="corr" id="xd19e4116" title= +"Bron: idustrie">industrie</span>, der algemeene concurrentie, der, van +de vrij hare doeleinden najagende private <span class="pagenum">[<a id= +"pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>belangen, der +anarchie en de zichzelf vervreemdende natuurlijke en geestelijke +individualiteit, in de „Rechten van den Mensch” te willen +doen erkennen en te doen sanktioneeren; tegelijkertijd de +levensuitingen dezer samenleving, van opzichzelfstaande individuen te +willen <span class="corr" id="xd19e4121" title= +"Bron: annulleeren">annuleeren</span>, en tevens de politieke kop dezer +samenleving, naar antiek model te willen vervormen. Het was de illusie +van een Napoleon, den Staat als doel te beschouwen en het burgerlijk +leven slechts als zijn schatmeester en zijne subalternen, die geen +eigen wil mogen hebben. De terroristen zoowel als Napoleon, leden met +hunne illusies volmaakt schipbreuk. Daarna kwam de bourgeoisie nog +weder eenmaal tegenover de contra-Revolutie te staan. Eindelijk +verwezenlijkten zich in het jaar 1830 hare wenschen van het jaar 1789, +slechts met dat verschil, dat hare politieke „verheldering” +nu voltooid was; dat zij in den constitutioneelen, representatieven +Staat, niet meer het ideaal van den Staat, niet meer het heil der +wereld en der algemeen-menschelijke doeleinden meende na te kunnen +streven, maar in hem veel meer, de officieele uitdrukking harer +uitsluitende macht en de politieke erkenning, van haar bijzonder belang +heeft gezien.”.....</p> +<p>„De natuurnoodwendigheid, de menschelijke wezenseigenschappen, +hoe vervreemd of de menschen ook van elkaâr mogen +schijnen,—het belang, houdt de leden van de burgerlijke +maatschappij te zamen; het burgerlijke en niet het politieke leven is +hunnen reëlen band. Niet de Staat houdt de atomen der burgerlijke +maatschappij bij elkander, gelijk Bruno Bauer meende, maar dit, dat zij +slechts atomen in de voorstelling zijn, in den hemel harer verbeelding, +terwijl zij in de werkelijkheid echter, geweldig van atomen verschillen +een wezenlijk namelijk, geen goddelijke egoïsten, maar +egoïstische menschen zijn. Slechts politiek bijgeloof, kan zich +tegenwoordig nog inbeelden, dat het burgerlijk leven door den Staat +bijeengehouden moet worden; terwijl omgekeerd toch in de werkelijkheid +den Staat door het burgerlijke leven tezamen gehouden wordt.<a id= +"xd19e4126" name="xd19e4126"></a></p> +<p>„Gelooft de critiseerende critiek in de kennis der historische +werkelijkheid, ook maar slechts aan haar begin te zijn gekomen, zoolang +zij de theoretische en de praktische verhouding van de menschen tot de +natuur, de natuurwetenschap en de industrie, buiten hare historische +wetenschap sluit? Of, meent zij een of andere periode inderdaad reeds +te hebben leeren kennen, zonder bijv. de industrie dezer periode, de +<span class="corr" id="xd19e4131" title= +"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> produktiewijze van het +leven-zelf te hebben kunnen leeren kennen? Zeer zeker, de +spiritualistische, de theologische critiek kent slechts,—kent ten +minste in hare verbeelding—de politieke, de littéraire en +<span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name= +"pb153">153</a>]</span>de theologische hoofd- en staatsakties der +geschiedenis. Zooals zij het denken van de zinnen, de ziel van het +lichaam, zich-zelf van de wereld scheidt, zoo maakt zij de geschiedenis +los van de natuurwetenschap en van de industrie. Zoo ook meent zij, +niet in de gewone materieele produktie op aarde, maar in de +nevelachtige wolkenbeelden aan den hemel, de geboorteplaats der +geschiedenis te moeten zien.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Van de utopistische Socialisten, was het wel het meest Fourier en +zijn denkbeelden, die hebben bijgedragen tot de inhoud van de +„<span class="ex">Heilige Familie</span>”. Marx stelde op +den voorgrond „dat de organisatie van den arbeid” geen +wachtwoord van de Socialen, maar een van de politiek-radikale partij +is, die in Frankrijk een bemiddeling zocht te bewerken, tusschen de +politiek en het socialisme. Beiden toonen echter aan, wat ook de groote +Utopisten nooit begrepen hebben n.l.: de historische ontwikkeling, de +zelfwerkende beweging van de arbeidersklasse, zegt Marx.</p> +<p>En op de bemerking van Bauer, dat de arbeider niets heeft, omdat hij +niets maakt en dat hij niets maakt, omdat zijn arbeid steeds eene +individueele blijft, een op zijn dagelijksche behoefte berekende is, +antwoordde Engels dit: „De critiseerende critiek voert niets uit; +de arbeider doet alles, ja, zoozéér alles, dat hij de +gansche critiek ook in zijn geestelijke scheppingen beschaamt; de +engelsche en fransche arbeiders kunnen hier getuigenis van +afleggen.” En wat de tegenstelling tusschen geest en massa +aangaat door Bauer geconstrueerd, stelde Marx hierna in het licht, dat +de communistische critiek der Utopisten, praktisch wél +deugdelijk heeft beantwoord aan de behoeften der groote massa. Hij +zeide, dat men om dit te weten, de studie, de weetgierigheid, de +zedelijke energie en de rustelooze aandrift tot ontwikkeling van de +fransche en engelsche werklieden moet hebben leeren kennen, om zich een +voorstelling te kunnen maken van den menschelijken adel dier +bewegingen.<a id="xd19e4145" name="xd19e4145"></a></p> +<p>Voor het eerst behandelde Marx in de „Heilige Familie” +ook den arbeider-publicist en socialist: Pierre Joseph <span class= +"corr" id="xd19e4149" title="Bron: Prondhon">Proudhon</span>. Edgar +Bauer had er zich lustig over gemaakt, dat Proudhon uit het principe +der gelijkheid, de laatste redelijke grond aller bewijzen voor den +eigendom zocht te concludeeren. Daarop nu antwoordde Marx, dat Proudhon +hier hetzelfde doet als Bauer, die aan alle zijne ontwikkelingen het +oneindige zelfbewustzijn te gronde legt en dit principe, ook als het +scheppende grondbeginsel van de, het oneindige +zelfbewustzijn—door hare oneindige +bewusteloosheid—<span class="pagenum">[<a id="pb154" href= +"#pb154" name="pb154">154</a>]</span>schijnbaar juist elkander +tegensprekende <span class="corr" id="xd19e4154" title= +"Bron: Evangelieën">Evangeliën</span>, te gronde legt. Marx +wijst erop, dat voor de praktische franschen het principe der +gelijkheid juist hetzelfde is, als voor de <span class="corr" id= +"xd19e4157" title="Bron: teoretische">theoretische</span> duitschers, +het principe van het zelfbewustzijn. Zooals in Duitschland de +destruktieve critiek, voordat zij met Feuerbach van de beschouwing der +werkelijkheid uitgegaan was, al het bepaalde en bestaande door het +principe van het zelfbewustzijn trachtte op te lossen, heeft de +destruktieve critiek in Frankrijk door het principe der gelijkheid, +hetzelfde trachten te bereiken.</p> +<p>En zooals Bruno Bauer de theologie <span class="corr" id="xd19e4162" +title="Bron: critiesch">critisch</span> <span class="corr" id= +"xd19e4165" title="Bron: oplostte">oploste</span>, maar steeds +principieel van de theologie uit, zoo doet Proudhon het met de +nationaal-economie, principieel van de nationaal-economie uit. Maar de +groote vooruitgang door Proudhon bereikt, is volgens Marx deze, dat hij +den privaat-eigendom, de grondvoorwaarde van de Staathuishoudkunde, +welke hare vertegenwoordigers als een onomstootelijk, niet verder +uiteen te zetten feit behandelen, aan het eerste en tevens beslissende +en tegelijkertijd, wetenschappelijke onderzoek heeft onderworpen.</p> +<p>Marx betoogt verder tegenover Bauer—die de eenzijdigheid van +Proudhon veroordeelde, waar hij zijne wapens ontleende aan de feiten +van de ellende en de armoede en deze feiten als absoluut gerechtigd en +den rijkdom als een absoluut ongerechtigd feit aanneemt—dat de +voorwaarde tot het bestaan van het geheel, de erkenning moet zijn van +den aard der beide zijden, dat proletariaat en rijkdom tegenstellingen +zijn. Als zoodanig vormen zij één geheel. Zij zijn beiden +gestaltenissen van den privaten eigendom. Het is echter hier niet +genoeg, ze voor twee zijden van een gehéél te verklaren, +maar het gaat hier om de bepaalde positie, welke beiden in die +tegenstelling innemen: „Den privaat-eigendom als rijkdom, is +ertoe gedwongen, zich-zelf en daarmede zijne tegenstelling, het +proletariaat in stand te houden. Het is de positieve kant van de +tegenstelling, het inzich-zelf bevredigde privaat-bezit. Het +proletariaat omgekeerd, als proletariaat is gedwongen zich-zelf en +daarmede zijne noodzakelijke tegenstelling,—die het tot +proletariaat doet worden,—het privaatbezit dus op te heffen. Dit +is de negatieve kant van de tegenstelling; zijn onrust in zich-zelf, +het opgeloste en zich-oplossende privaat-bezit. In den boezem dier +tegenstelling, is den privaat-bezitter al dus de conservatieve, de +proletariër de destruktieve partij. Van gene gaat de aktie uit tot +het instandhouden, van deze de aktie tot de vernietiging der +tegenstelling. Het privaat-eigendom drijft zeer zeker zich-zelf, in +zijne economische beweging voort naar zijne eigene oplossing, maar +slechts door van hem onafhankelijke, <span class="pagenum">[<a id= +"pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span>bewustelooze, tegen +zijnen wil plaatsvindende, door den aard van den zaak bepaalde +ontwikkeling; slechts doordien het een proletariaat als proletariaat +voortbrengt, de zijn geestelijke en physieke ellende <span class= +"ex">bewuste ellende</span>; de hare mensch-onteering bewuste, +mensch-onteering en daarom, de zich-zelf verheffende mensch-onteering. +Het proletariaat voltrekt het oordeel, dat het privaat-bezit door de +voortbrenging van het proletariaat over zich-zelf velt; zooals het +’t oordeel voltrekt, dat de loonarbeid over zich-zelf velt, +doordien hij den vreemden rijkdom en de eigen ellende voortbrengt. +Wanneer het proletariaat zegeviert, dan is het daarmede niet geworden +tot eene absolute kant van de samenleving. Het kan slechts zegevieren, +doordien het zich-zelf en zijn tegendeel opheft. Alsdan is evenzoowel +het proletariaat, als zijn noodzakelijke tegenstelling, den privaten +eigendom verdwenen.”</p> +<p>Over het verwijt, dat men, door aan het proletariaat een historische +taak op den schouders te leggen, den proletariërs tot +„godheden” maakt, zegt Marx dit: „Veeleer is dit +juist omgekeerd! Omdat de abstraktie van alle menschelijkheid, zelfs +van den schijn van menschelijkheid in het proletariaat voltrokken is op +praktische wijze; omdat in de levensvoorwaarden van het proletariaat, +alle levensvoorwaarden van de huidige maatschappij in hare +onmenschelijke toppunten tezamengevat zijn; en omdat de mensch in hem +zich-zelf verloren heeft, maar tegelijkertijd weder hèrwonnen +heeft en niet alleen door het theoretisch bewustzijn van dit verlies, +maar ook door de <span class="corr" id="xd19e4177" title= +"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span>, door de niet meer af te +wijzen, niet meer te verbloemen nood—de praktische uitdrukking +der noodwendigheid!—tot opstand tegen deze onmenschelijkheid +gedwongen is, daarom kan en moet het proletariaat zich-zelf bevrijden. +Het kan zich-zelf echter niet bevrijden, zonder zijne eigene +levensvoorwaarden op te heffen. Het kan die levensvoorwaarden evenwel +niet opheffen, zonder <i>alle</i> menschelijke levensvoorwaarden van de +huidige samenleving, die zich in zijne situatie samenvatten, op te +heffen. Het maakt niet te vergeefs de harde, maar tevens stalende +school van den arbeid door. Het komt er niet op aan, wat deze of gene +proletariër of zelfs ook het gansche proletariaat, zich bij wijlen +als doel voor oogen stelt. Het komt er op aan, wat het <i>is</i> en wat +het historisch genoodzaakt zal <i>zijn</i> te doen. Zijn doel en zijn +historische aktie, zijn hem in zijne eigene levenssituatie, zooals in +de gansche organisatie van de huidige burgerlijke maatschappij, +zinnebeeldig en onherroepelijk voorgeteekend.” <span class= +"pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch2.3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk III.</h2> +<h2 class="main">Marx tegen Proudhon.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Ten tijde dat Marx in Parijs leefde, verkeerde hij ook +aldaar, met den reeds hier genoemden franschen socialist Pierre Joseph +Proudhon. Proudhon was letterzetter geweest en had het, na een jeugd +van armoede en ontbering, tot een bekend schrijver gebracht. Marx +vertelt zelve, dat hij met Proudhon lange nachten achtereen +<span class="corr" id="xd19e4197" title= +"Bron: gediscusieerd">gediscussieerd</span> had over economische +vraagstukken. Marx leidde hem de Hegeliaansche philosophie binnen, wat +hij later evenwel betreuren moest, daar Proudhon, doordien hij geen +duitsch verstond, nooit in staat is geweest Hegel zelve te bestudeeren +in diens eigen taal. Hem is daardoor van de denkbeelden van dien +wijsgeer, altijd een valsch denkbeeld bijgebleven. Nadat Marx Parijs +verlaten had, kwam Proudhon onder den invloed van den duitschen +socialist Karl Grün.</p> +<p>In Juni van 1847 deed Marx in het fransch een geschrift het licht +zien, bij wijze van antwoord op Proudhon’s geschrift +„<span class="ex" lang="fr">La philosophie de la +Misère</span>” („De philosophie der ellende”) +dat getiteld was: „<span lang="fr">La misère de la +philosophie</span>” („De ellende der philosophie”) +van de grootste beteekenis, niet alleen om de polemiek, maar vooral +daardoor, omdat het de wetenschappelijke inleiding van Marx’ +lateren en wetenschappelijken arbeid kan genoemd worden; zoowel in +philosophisch als in staathuishoudkundig opzicht.</p> +<hr class="tb"> +<p>In de „Voorrede” tot dit geschrift, die gedagteekend is +uit Brussel, den 15<sup>e</sup> Juni 1847 zegt Marx: „De heer +Proudhon heeft het ongeluk op eene eigenaardige wijze te worden +miskend. In Frankrijk heeft hij het recht, een slecht econoom te +<span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name= +"pb157">157</a>]</span>zijn, omdat men hem aldaar voor een geducht +duitsch philosoof houdt; in Duitschland daarentegen, mag hij een slecht +philosoof zijn, omdat hij daar doorgaat voor een sterk fransch +staathuishoudkundige. In onze dubbele hoedanigheid van duitscher +èn van econoom, zien wij ons genoodzaakt, tegen deze dubbele +dwaling op te komen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4218" title= +"Niet in bron">„</span>De lezer zal begrijpen, dat wij bij dezen +ondankbaren arbeid, meermalen de critiek van den heer Proudhon over de +duitsche philosophie, op den achtergrond zullen moeten laten treden en +daarnevens ons eenige bemerkingen over de politieke-economie in het +algemeen zullen moeten veroorloven.”</p> +<p>Van de twee gedeelten, waaruit het geschrift bestaat, houdt het +eerste zich bezig met Proudhon’s „geconstitueerde +waarde.”</p> +<p>Marx toont aan, dat de ruil der waren, naar de mate van de in hen +belichaamde arbeidstijd „de revolutionaire <span class="corr" id= +"xd19e4225" title="Bron: toekomstheorie">toekomsttheorie</span>” +van Proudhon, niets anders is, dan wat de econoom Ricardo heeft +geconstateerd als te zijn de theorie van de burgerlijke maatschappij. +De waarde van den arbeid wordt bepaald door den arbeidstijd die er +benoodigd is, voor de voortbrenging van al datgene, wat den arbeider +voor zijn onderhoud en voor zijne voortplanting noodig heeft. Ricardo +heeft het dus al uiteengezet: „verminder de onderhoudskosten der +menschen door matiging van den natuurlijke prijzen, der voor het leven +noodzakelijke voeding en kleeding en gij zult zien, hoe de loonen +zullen dalen, zelfs wanneer de vraag naar arbeiders ook sterk +stijgt.” De natuurlijke prijs van den arbeid, is niets anders dan +een minimum van het loon. Zoo is de door den arbeidstijd gemeten +waarde, noodzakelijkerwijs de formule voor de moderne slavernij van den +arbeider, inplaats van gelijk Proudhon dit aannam, de +„revolutionaire theorie” voor de emancipatie van het +proletariaat te wezen.</p> +<p>Teneinde zijne utopie te steunen, verklaarde <span class="corr" id= +"xd19e4230" title="Bron: Poudhon">Proudhon</span>, dat zich aanbod en +vraag ontwijfelbaar dekken zullen, wanneer de waarde van een produkt +bepaald wordt door de in hem belichaamde arbeidstijd. Voor deze meening +heeft hij het schijnbaar historische bewijs aangevoerd, dat de +nuttigste dingen, den geringsten produktietijd vorderen; dat de +samenleving steeds met de gemakkelijkste industrieën aanvangt, en +dan, geleidelijk tot de produktie van dingen voortgaat die grooter +arbeidstijd vorderen en aan hare behoeften beantwoorden.</p> +<p>Marx voerde hiertegen aan, dat die dingen zich op gansch andere +manier hebben voltrokken <span class="corr" id="xd19e4235" title= +"Bron: als">dan</span> Proudhon wel denkt. Op het moment waarop de +civilisatie een aanvang neemt, begint ook de produktie zich op te +bouwen op de tegenstelling der beroepen, der standen, der klassen en +ten slotte, op de tegenstelling tusschen <span class="pagenum">[<a id= +"pb158" href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span>den opgehoopten en +den <span class="corr" id="xd19e4240" title= +"Bron: onmiddelijken">onmiddellijken</span> arbeid. Zonder +tegenstelling geen vooruitgang; dat is de wet welke de beschaving tot +op heden gevolgd heeft. Tot nu toe, hebben zich de produktiekrachten op +grond van deze heerschappij der klassentegenstellingen ontwikkeld. De +geschiedenis evenwel toont ook aan, dat de manier waarop de produkten +zich tegen elkander ruilen, in het algemeen zich richt, naar de manier +waarop zij voortgebracht worden. De individueele ruil beantwoordt aan +een bepaalde produktiewijze, die op klasse-tegenstellingen berust. Het +verbruik van de produkten wordt bepaald door de sociale verhoudingen, +waarin de consumenten zich tot elkander bevinden en deze verhoudingen, +berusten op de tegenstellingen der klassen. Weshalve zijn katoen, +aardappelen en brandewijn, de steunpunten van de burgerlijke +maatschappij, de voorwerpen van algemeen verbruik? Omdat zij de +maatschappelijk-nuttigste produkten zijn, of omdat zij als de +ellendigste produkten, in eene op ellende gegrondveste samenleving, het +natuurnoodzakelijke voorrecht genieten, tot gebruik van de groote massa +te dienen?</p> +<p>Eerst in eene komende samenleving, waarin de klassetegenstellingen +zullen zijn verdwenen, waarin geene klassen meer zullen bestaan, zal +het gebruik niet meer van het minimum van den produktietijd afhankelijk +zijn, die men aan de verschillende voorwerpen besteedt, maar de +produktietijd zal dan afhankelijk zijn van hunne maatschappelijke +nuttigheid.</p> +<p>In de burgerlijke maatschappij, worden aanbod en vraag niet door de, +in de arbeidswaarde opgesloten waarde der producten geregeld, maar de +oszillatorische (schommelende) beweging van vraag en aanbod, vormt uit +den arbeidstijd, hunne waardemeter. Elke nieuwe uitvinding, welke het +mogelijk maakt in één uur te produceeren, wat tot nog toe +in twee uren geproduceerd is kunnen worden, òntwaardigt alle +gelijksoortige produkten welke zich op de markt bevinden. De +concurrentie dwingt den producenten het produkt van twee uren, evenzoo +goedkoop te verkoopen, als het produkt van één uur +arbeids. De concurrentie zet de wet door, waarnaar de waarde van een +produkt door de, tot zijn voortbrenging noodwendige hoeveelheid +arbeidstijd wordt bepaald. Niet den tijd waarin een zaak <i>wordt</i> +geproduceerd, maar den tijd waarin zij <i>kan</i> worden geproduceerd, +bepaalt hare waarde en dit minimum kan alleen door de concurrentie +worden bepaald. Het feit dat de arbeidstijd, als de maat van de +ruilwaarde dient, wordt op deze wijze tot de wet van eene bestendige +waarde-vermindering van den arbeid, die met overproduktie en +industrieele anarchie hand aan hand gaat. <span class="pagenum">[<a id= +"pb159" href="#pb159" name="pb159">159</a>]</span></p> +<p>Marx stelt de utopie van Proudhon gelijk, met den wensch van iemand +die gaarne zoû zien, dat de waren in zulke proporties zouden +worden voortgebracht, dat men ze tot de gewone, hem believende prijs +van de hand zou kunnen zetten. Hij wijst erop, dat het van-huis-uit +eene burgerlijke illusie geweest is, zich den individueelen ruil zonder +klasse-tegenstellingen voor te spiegelen; om zich de burgerlijke +maatschappij, als een toestand van harmonie voor te stellen en als eene +van eeuwige gerechtigheid, die niemand veroorlooft zich te verrijken, +op kosten van anderen. Maar de „juiste proportie tusschen aanbod +en vraag” was slechts mogelijk in die tijden, waarin de +produktie-middelen beperkt waren, waarin den ruil zich binnen +buitengewoon enge grenzen voltrok; waarin de vraag het aanbod, de +consumptie, de produktie beheerschte. Zij is onmogelijk geworden met +het ontstaan van de groot-industrie, die al reeds door de instrumenten +waarmede zij werkt gedwongen is, gedurig in steeds grootere mate te +produceeren; die niet op de vraag kan wachten; die met +natuur-noodzakelijkheid de gestadige, aan elkander opvolgende +wisselingen van prosperiteit en depressie, krisis, stilstand, nieuwe +prosperiteit en zoo vervolgens, door moet maken. „In de huidige +maatschappij,” gaat Marx voort, „in de op individueelen +ruil gebaseerde industrie, is de anarchie die er in de productie +heerscht, de bron van zóóveel ellende, maar gelijktijdig +óók de oorzaak der vooruitgang. <span class="corr" id= +"xd19e4257" title="Bron: Nochthans">Nochtans</span>, van tweeën +een: of men wil de juiste proporties van vroegere eeuwen, mèt de +produktiemiddelen van onzen tijd,—en dan is men reaktionair en +utopist tegelijk,—of men wil de vooruitgang zonder de anarchie, +en dan moet men afstand doen van het behoud der produktiekrachten op de +basis van den individueelen ruil.”</p> +<p>Marx toont vervolgens aan, hoe het met de bijzondere +nuttigheidstoepassingen, die Proudhon gemaakt had omtrent het goud en +het zilver, eigenlijk precies is gesteld.</p> +<p>Goud en zilver, zouden volgens Proudhon de eerste waren zijn, welker +waarde tot constitueering zijn gekomen en uit de souvereine wijding +zegt Proudhon<span class="corr" id="xd19e4264" title="Bron: .">:</span> +„die erop werd gedrukt door de zegels van de vorsten, is er het +geld uit voortgekomen.” „Het geld,” antwoordt Marx +hierop, „is niet een zaak maar eene maatschappelijke verhouding; +een schakel in den ganschen keten van de <span class="corr" id= +"xd19e4267" title="Bron: ecomischen verhoudingenen">economischen +verhoudingen</span> en als zoodanig op het innigst met hen verbonden. +Gelijk de individueele ruil, beantwoordt het aan eene bepaalde +produktiewijze. Het believen der souvereinen heeft het geld niet +geschapen. Inderdaad, men moet wel èlke historische kennis +missen, om niet te weten, dat de souvereinen <span class= +"pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span>zich +ten allen tijden hebben moeten schikken naar de maatschappelijke +verhoudingen, maar dat zij dezen nooit de wet hebben kunnen +voorschrijven! Zoowel de politieke, als de <span class="corr" id= +"xd19e4272" title="Bron: burgelijke">burgerlijke</span> wetgeving +proclameeren en protocoliseeren, slechts het willen van de <span class= +"corr" id="xd19e4275" title="Bron: ecomische">economische</span> +voorzienigheid; het recht is slechts de officieele erkenning van dat +feit. Het zegel der souvereinen drukte op het goud niet zijne +<i>waarde</i>, maar het <i>gewicht</i>; maar juist in hunne eigenschap +als munt, als waardeteeken, zijn goud en zilver onder alle waren de +eenige, die niet door hare produktiekosten worden bepaald, wat dan ook +door D. Ricardo reeds lang en helder in het licht gesteld is geworden. +Het geld, als praktische proef op de geconstitueerde waarde van +Proudhon, past daarop, zooals een tang op een varken past.”</p> +<p>Om het problema te verklaren, dat de samenleving voortdurend rijker +wordt en de arbeider voortdurend armer, vatte Proudhon de samenleving +op, als de Prometheus in persoon, wier levenswerkzaamheid aan andere +wetten gehoorzaamt, dan de levenswerkzaamheid van de individuen. De +„geconstitueerde waarde” evenwel, zal elken arbeider een +steeds grooter produkt verzekeren dan dat hij op elken arbeidsdag, door +de vooruitgang van den gemeenschappelijken arbeid behaalt. Marx merkt +daartegen op: „In de engelsche maatschappij heeft de arbeidsdag +in zeventig jaren, een overschot van 2700 procent aan produktiviteit +gewonnen; d. w. z. in het jaar 1840 produceerde hij zeven-en-twintig +maal méér dan in 1770.<span class="corr" id="xd19e4287" +title="Niet in bron">”</span> Volgens Proudhon nu, zou men de +vraag volgenderwijs moeten stellen: „Waarom was de engelsche +arbeider van 1840 niet zeven-en-twintigmaal rijker, dan die van +1770?” Om nu zulk een vraag te poseeren, moet men natuurlijk van +te voren aangenomen hebben, dat de engelschen dien rijkdom zonder de +historische voorwaarden hadden kunnen produceeren, waaronder hij is +voortgebracht; gelijk daar zijn: opeenhoping van privaat-kapitalen, +moderne arbeidsverdeeling, machinaal bedrijf, anarchische +concurrentiewijze, loonsysteem, in één woord, louter die +dingen, welke op klassetegenstellingen berusten. Dit waren n.l., juist +de bestaansvoorwaarden voor de ontwikkeling der produktiekrachten en +van het arbeidsoverschot. Het was zoomede, en ten einde deze +ontwikkeling van de produktiekrachten en dit arbeidsoverschot te kunnen +erlangen, noodzakelijk, dat er klassen bestonden die profiteerden en +anderen die ontbeerden. Wat is dus den door Proudhon opgewekte +Prometheus in laatste instantie? Het is de samenleving, het zijn de +maatschappelijke verhoudingen gebaseerd op de +klassetegenstellingen.</p> +<p>Deze verhoudingen zijn niet die van individu tegenover individu, +<span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name= +"pb161">161</a>]</span>maar van arbeider tegenover kapitalist, van +pachter tegenover grondbezitter enz. Hef deze verhoudingen op en gij +hebt de gansche samenleving opgeheven; uw Promotheus is niets meer dan +een phantoom zonder armen of beenen geworden, d. w. z. zonder +machinebedrijf, zonder arbeidsverdeeling; dien het in één +woord aan alles ontbreekt, wat gij hem oorspronkelijk gegeven hebt, om +uit hem, het arbeidsoverschot te kunnen erlangen. En Marx voegt hieraan +toe: „dat het volgens Proudhon’s theorie praktisch +voldoende zou wezen, onder den arbeiders eene gelijke verdeeling van +alle de verworven rijkdommen te ondernemen, zonder aan de +produktievoorwaarden, op een of andere manier iets noodig te hebben te +veranderen.” En dan voegt Marx hier reeds bij voorbaat aan toe: +„<i>dat eene zoodanige verdeeling zekerlijk aan den individueelen +deelhebbers, geen bijzonder groote mate van welstand zal kunnen +verzekeren</i>.”</p> +<p>Proudhon heeft zich ook onledig gehouden met een critiek op de +burgerlijke economie en het is hierover, dat Marx in het tweede +gedeelte van de „<span class="ex" lang="fr">Misère de la +philosophie</span>” het zijne te zeggen heeft.</p> +<hr class="tb"> +<p>Proudhon schreef: „Wij geven geen geschiedenis naar de orde +des tijds, maar naar de opvolging van de ideën. De economische +phazen of categorieën, treden in hunne manifestaties dan +gelijktijdig, dan in omgekeerde reeksen op... Die economische +theorieën hebben niet voor het minst hunne logische opeenvolging +en hunne geleding in de rede; deze orde vleien wij ons te hebben +ontdekt<span class="corr" id="xd19e4306" title= +"Bron: ,">.</span>”</p> +<p>„De economen<span class="corr" id="xd19e4311" title= +"Niet in bron">,</span>” zegt Marx hierop<span class="corr" id= +"xd19e4314" title="Niet in bron">,</span> „stellen de burgerlijke +produktieverhoudingen, arbeidsverdeeling, crediet, geld etc. als vaste, +onveranderlijke en eeuwige categorieën voor. De heer Proudhon nu, +wil ons met een gebaar van de onderlegdheid in deze, die +categorieën, principes, wetten en ideën verklaren! De +economen toch verklaren ons hoe men onder de hier boven gegeven +verhoudingen produceert, wat zij ons niet verklaren<span class="corr" +id="xd19e4317" title="Niet in bron">,”</span> zegt Marx, +„hoe deze verhoudingen zelven voortgebracht worden, d. w. z. de +historische bewegingen, waardoor ze in het leven geroepen worden. De +materialen der economen zijn het voortbewogen en het bewegende leven +van de menschen; de materialen van den heer Proudhon zijn de +<span class="corr" id="xd19e4320" title= +"Bron: dogmas">dogma’s</span> van de economen. Zoodra men evenwel +de historische ontwikkeling van de produktieverhoudingen niet +voortzet,—en deze categorieën zijn niets dan de theoretische +uitdrukkingen <span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name= +"pb162">162</a>]</span>derzelven,—zoodra men in deze +categorieën slechts van-zelf ontstane denkbeelden, van de +werkelijke verhoudingen onafhankelijke gedachten ziet, is men,—of +men wil of niet—gedwongen, de oorsprong dezer gedachten naar de +beweging van de zuivere rede te verleggen.”</p> +<p>Hoe nu brengt deze zuivere, eeuwige en onpersoonlijke rede deze +gedachten voort? Hoe doet zij, om ze voort te brengen?</p> +<p>Marx maakt zich daarbij vervolgens lustig, over Proudhon’s +manier om à la Hegel te abstraheeren van de werkelijkheid, van +de menschen en van de maatschappelijke beweging. <a id="xd19e4329" +name="xd19e4329"></a>Zoo hebben de <span class="corr" id="xd19e4331" +title="Bron: methaphisici">metaphysici</span>, die zich verbeeldden +door middel van zulke abstrakties te kunnen analyseeren en die, hoe +meer zij zich verwijderden van de voorwerpen des te meer waanden daarin +door te dringen, hunnerzijds het recht te zeggen, dat de dingen dezer +wereld slechts stiksels zijn op het stramien dat gemaakt wordt door de +logische categorieën. Hier hebben wij het verschil tusschen den +philosoof en den christen. De christen kent slechts één +vleeschwording van den Logos, in weerwil van de logiek, de philosoof is +met die vleeschwording in het geheel nog niet aan het einde. Dat alles +wat bestaat, dat alles wat op de aarde en in het water is, door +abstraktie tot eene logische categorie kan worden teruggebracht, dat +men op deze manier, de totale werkelijke wereld kan doen verdrinken in +de wereld van de abstrakties, de wereld der logische categorieën, +is geen wonder. Alles wat bestaat, alles wat op de aarde en in het +water is, bestaat alléén door middel van beweging van den +een of anderen aard. Zoo brengt de beweging der geschiedenis, de +sociale betrekkingen; de industrieele beweging, de industrieele +produkten voort, enz.</p> +<p>Wat is de absolute methode? De abstraktie der beweging. Wat is de +abstraktie der beweging? De beweging in abstrakten toestand. Wat is de +beweging der abstrakte toestanden? De zuiver-logische formule der +beweging of de beweging der zuivere rede. Waarin bestaat die beweging +der zuivere rede? In het in zich-zelf vast te stellen, in zich-zelf +tegen te stellen, ten slotte zich weder tezamen-zetten. In het zich als +thesis, antithesis en synthesis formuleeren; of: zich te stellen, zich +te negeeren en hare negatie dan weder opnieuw te negeeren.</p> +<p>Eenmaal daartoe gekomen, zich als thesis te stellen, splitst zich +deze thesis, terwijl zij aan zich-zelf tegenover komt te staan, in twee +elkander tegensprekende ideën: in positief en negatief; in Ja en +Neen. De strijd dezer beiden, elkander tegengestelde elementen, vormt +de dialektische beweging. Het Ja wordt <span class="pagenum">[<a id= +"pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span>Neen, het Neen wordt +Ja, het Ja wordt gelijktijdig Ja en Neen; op deze manier houden de +tegenstellingen elkander in evenwicht, neutraliseeren zij zich, heffen +zij elkander op. Deze nieuwe gedachte nu, splitst zich wederom in twee +elkander weêrsprekende ideën, die hunnerzijds wederom eene +nieuwe synthesis vormen. Uit deze voortbrengingsarbeid komt de groep +der <span class="corr" id="xd19e4341" title= +"Bron: gedachen">gedachten</span> voort. Die gedachtengroep gaat in +dialektische richting voort, als eene eenvoudige categorie, en +verkrijgt daardoor tot antithesis, een tegenovergestelde groep. Uit +deze twee gedachtengroepen, ontstaat dan eene nieuwe gedachtengroep, de +synthesis van beiden.</p> +<p>Zooals uit de dialektische beweging der enkelvoudige categorie, de +groep ontstaat, zoo ontstaat uit de dialektische beweging der groepen, +de rij, en uit de dialektische beweging der rijen, het gansche +systeem.</p> +<p>Men passe deze rijen op de categorieën der Staathuishoudkunde +toe, en men bekomt de logiek, benevens de methaphysiek der +Staathuishoudkunde, of met andere woorden, men heeft de aan de gansche +wereld bekende economische <span class="corr" id="xd19e4348" title= +"Bron: categoriën">categorieën</span>, in een minder bekende +spraak vertaald. „Proudhon,” zegt Marx, „is nog maar +nauwelijks tot de twee eerste schreden van deze dialektische methode +gekomen, die welke van Hegel stammen en die door Proudhon, in plaats +van voortontwikkeld, op klagelijke wijze plat zijn gedrukt. Hij +geloofde de wereld, door middel van de beweging der ideën te +kunnen verklaren, terwijl hij slechts de gedachten die in ieders hoofd +wonen, systematisch gereconstrueerd en volgens eene absolute methode +geklassificeerd heeft.” Marx gaat dan verder:</p> +<p>„De sociale verhoudingen zijn nauw verbonden met de +produktiekrachten. Met het verwerven van nieuwe produktiekrachten +veranderen de menschen hunne produktiewijzen; met de manier om hun +levensonderhoud te winnen, veranderen zij tevens al hunne +maatschappelijke verhoudingen. De handweefmolen, bracht eene +samenleving voort met feodale heeren, de stoomweefmolen eene +samenleving van industrieele kapitalisten. Maar dezelfde menschen, +welke aan de sociale verhoudingen, naar de mate hunner materieele +produktiewijze hunne gestalte geven, geven ook aan de principes, aan de +ideën, aan de categorieën eene gestalte, en deze eveneens +naar de mate hunner maatschappelijke verhoudingen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4354" title= +"Niet in bron">„</span>Hierdoor zijn deze ideën, deze +<span class="corr" id="xd19e4357" title= +"Bron: categoriën">categorieën</span> evenzoomin eeuwige, als +de verhoudingen welke zij opgedrukt zijn. Zij zijn historische, +vergankelijke en voorbijgaande producten.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4361" title= +"Niet in bron">„</span>Wij leven te midden van eene voortdurende +<span class="corr" id="xd19e4364" title= +"Bron: aangroeieng">aangroeiing</span> der <span class= +"pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name= +"pb164">164</a>]</span>produktiekrachten, eene verstoring der sociale +verhoudingen, eene vervorming van ideën. Onbewegelijk is slechts +de abstraktie der beweging,—<span lang="la">mors +immortalis</span>.”</p> +<hr class="tb"> +<p>„De economen,” zegt Marx, „gaan op zonderlinge +wijze te werk. Volgens hen bestaan er slechts twee soorten van +instellingen: kunstmatige en natuurlijke. De instellingen van het +feodalisme waren kunstmatige, die der bourgeoisie, zijn natuurlijke +voor hen. Zij gelijken daarin op de theologen, die ook twee soorten van +religie onderscheiden, n. l. die welke zij te <i>verdedigen</i> hebben +en die welke zij te <i>bestrijden</i> hebben. De eerste berust, op eene +„openbaring Gods”, de ander is „een uitvinding van +menschen”. Wanneer de economen zeggen, dat de tegenwoordige +verhoudingen—de verhoudingen der burgerlijke +produktie—natuurlijke zijn, dan geven zij daarmede te kennen, dat +het verhoudingen zijn, waarin de voortbrenging van den rijkdom en de +ontwikkeling der produktiekrachten, zich volgens natuurwetten +ontwikkelen. Daarmede zijn deze verhoudingen-zelf, van den invloed van +den tijd onafhankelijke natuurwetten geworden. Het zijn eeuwige wetten, +welke de samenleving steeds te regeeren hebben. Aldus wás er +eens geschiedenis, maar bestaat zij van nu af aan niet meer. Er was +eenmaal geschiedenis, omdat er feodale inrichtingen hebben bestaan en +omdat men in deze feodale inrichtingen produktieverhoudingen vond, +volkomen verschillend van die der burgerlijke samenleving, welke de +economen als natuurlijke, en dus als eeuwige willen aangezien +hebben.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4383" title= +"Niet in bron">„</span>Ook het feodalisme had zijn proletariaat: +dat van de lijfeigenschap, hetwelk in zijnen kiem, het burgerdom +bevatte. Ook de feodale produktie had twee antagonistische elementen, +dewelken men eveneens zou kunnen noemen: de goede en de slechte zijde +van het feodalisme”....</p> +<p>„Toen de bourgeoisie er bovenóp was gekomen, vroeg zij +noch naar de goede, noch naar de slechte zijde van het feodalisme. De +produktiekrachten, welke zich onder het feodalisme hadden ontwikkeld, +vielen haar in den schoot. Alle oude economische vormen, de +privaat-rechtelijke betrekkingen welke met hen in overeenstemming +waren; de politieke toestand, welke de erkende uitdrukking der oude +samenleving was, werden verbroken.</p> +<p>„Wil men nu de feodale produktiewijze juist beoordeelen, dan +moet men haar opvatten, als een op de tegenstelling gebaseerde +produktiewijze. Men moet aantoonen, hoe den rijkdom binnen het raam van +deze tegenstelling voortgebracht werd; hoe de <span class= +"pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name= +"pb165">165</a>]</span>produktiekrachten zich—gelijktijdig met de +tegenstrijdigheid der klassen—ontwikkeld hebben; hoe eene dezer +klassen, de slechte zijde, het maatschappelijk euvel steeds aangroeide, +totdat de materieele voorwaarden harer emancipatie tot rijpheid gekomen +waren. Verklaart dit niet duidelijk genoeg dat de produktiewijze, de +verhoudingen waarin de produktiekrachten zich ontwikkelen niets minder +als eenige wetten zijn, maar eene bepaalde ontwikkelingstoestand der +menschen en hunne produktiekrachten vertegenwoordigen, en dat een in de +produktiekrachten der menschen opgetreden verandering, +noodzakelijkerwijs eene verandering in hunne produktieverhoudingen +teweeg brengen moet? Daar het vóór alle dingen hierop +aankomt, niet van de vruchten der civilisatie, de verworven +produktiekrachten uitgesloten te zijn, wordt het noodzakelijk de +overgebleven vormen waarin zij geschapen werden, te verbreken. Van dat +oogenblik af, wordt eene revolutionaire klasse conservatief.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4394" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie vangt met een proletariaat +aan, dat zelve op zijne beurt, een overblijfsel is van het proletariaat +uit de feodalistische periode. In het verloop harer historische +ontwikkeling, ontwikkelde de bourgeoisie noodzakelijkerwijs haar +antagonistisch karakter, dat zich bij haar eerste optreden slechts +omsluierd, nog in latenten toestand deed kennen. In die mate waarin de +<span class="corr" id="xd19e4397" title= +"Bron: bourgeousie">bourgeoisie</span> zich ontwikkelt, ontwikkelt zich +in haren schoot een nieuw proletariaat: het moderne proletariaat. Het +ontwikkelt zich in eenen strijd tusschen de proletariërsklasse en +de bourgeoisklasse; een strijd die, alvorens zij aan beide zijde wordt +gevoeld, bespeurd, op hare waarde geschat, begrepen, toegestemd en +eindelijk luide wordt geproclameerd, zich voorloopig maar bij gedeelten +en in voorbijgaande conflikten, in verstoringswerken openbaart. Aan den +anderen kant, wanneer allen die tot de moderne bourgeoisie behooren +hetzelfde belang hebben, in zooverre zij ééne klasse, +tegenover de andere klasse vormen, dan hebben zij aan elkander +tegenovergestelde belangen, zoodra zij-zelf tegenover elkander staan. +Deze tegenstelling van belangen, komt voort uit de economische +voorwaarden van het burgerlijke leven. Van dag tot dag wordt het hierom +duidelijker, dat de produktieverhoudingen waaronder de bourgeoisie zich +bevindt, niet een éénvormig, éénzijdig +karakter hebben, maar een tweeslachtig. Dat onder dezelfde +verhoudingen, waaronder den rijkdom wordt geproduceerd, ook de ellende +wordt voortgebracht; dat onder dezelfde verhoudingen waarin de +ontwikkeling van de produktiekrachten haren weg gaat, zich eene +repressiekracht ontwikkelt; dat deze verhoudingen den burgerlijken +rijkdom, d. w. z. den rijkdom <span class="pagenum">[<a id="pb166" +href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span>der bourgeoisie slechts +kunnen voortbrengen, onder voortgezette vernietiging van den rijkdom +der leden dezer klasse individueel en onder de voortbrenging van een +steeds aangroeiend proletariaat.”</p> +<p>„Hoe meer den toestand dezer tegenstellingen naar den +voorgrond treedt, des te meer geraken de economen, de wetenschappelijke +vertegenwoordigers van de burgerlijke produktiewijze, met hunne eigene +theorieën in tegenspraak en vandaar de verschillende scholen die +er onder hen bestaan.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4405" title= +"Niet in bron">„</span>Wij hebben de Fatalistische economen, die +in hunne theorie evenzoo onverschillig zijn tegenover datgene, wat zij +de euvelen van de burgerlijke produktiewijze noemen, als de +bourgeois-zelf in de praktijk dat is tegenover het lijden van den +proletariër, die hem aan het verzamelen van zijn rijkdommen +geholpen heeft. Zij onderscheiden zich in klassieken en romantieken. De +Klassieken, zooals Adam Smith en Ricardo, vertegenwoordigen eene +bourgeoisie, die nog in strijd is met de resten van de feodale +maatschappij en die slechts hieraan arbeidt, de economische +verhoudingen van de feodale smetten te zuiveren; de produktiekrachten +te vermeerderen en der industrie en den handel nieuwe drijfkrachten te +verschaffen. Het aan deze kampen deelnemende proletariaat kent, door +dezen koortsachtigen arbeid in beslag genomen, slechts voorbijgaand en +toevallig lijden, beschouwt hetzelve ook als zoodanig. De economen +gelijk Adam Smith en Ricardo, welke de geschiedkundigen dezer periode +zijn, hebben bloot de missie te bewijzen hoe de rijkdom onder de +verhoudingen der burgerlijke produktie verworven werd; deze +verhoudingen in categorieën, in wetten te formuleeren en aan te +toonen, in hoeverre deze wetten, deze categorieën voor de +produktie van den rijkdommen voortreffelijker zijn, dan de +categorieën der feodale samenleving. De ellende is in hunne oogen +slechts de smart, die met elke geboorte gepaard gaat, zoowel in de +natuur als in de industrie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4409" title= +"Niet in bron">„</span>De Romantieken behooren tot onze periode, +die waarin de bourgeoisie zich in eene direkte tegenstelling bevindt +met het proletariaat; die waarin de ellende in een even zoo groote mate +aangroeit als de rijkdom. De economen doen zich daarin voor als +geblaseerde fatalisten, en werpen, van uit de hoogte van hun standpunt +een trotschen blik van verachting op de menschelijke machines, die dien +rijkdom voortbrengen. Zij herhalen alle de door hunne voorgangers +gegeven uiteenzettingen, maar de onverschilligheid, die bij dezen +<span class="corr" id="xd19e4412" title= +"Bron: näiviteit">naïviteit</span> was, is bij hen tot +koketterie geworden.</p> +<p>„Komt alsnu de Humanitaire school aan de beurt, welke zich +<span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name= +"pb167">167</a>]</span>de slechte eigenschappen van de bestaande +produktie-verhoudingen zoozéér aantrekt. Deze zoekt, ten +einde haar geweten gerust te stellen, de werkelijke contrasten zoo goed +het gaat te bemantelen; zij beklaagt oprechtelijk den nood van het +proletariaat, de teugellooze concurrentie der bourgeois onder +elkander<span class="corr" id="xd19e4419" title="Niet in bron">;</span> +zij raadt het proletariaat aan matig te zijn, vlijtig te werken en +weinig kinderen voort te brengen; der bourgeoisie beveelt zij eenig +overleg aan bij haren produktieijver. De geheele theorie van deze +school bestaat in eindelooze onderscheidingen tusschen theorie en +praktijk, tusschen de principes en de resultaten; tusschen de idee en +de toepassing; tusschen inhoud en vorm; tusschen het wezen en de +werkelijkheid; tusschen het recht en de feiten; tusschen den goeden en +den slechten kant.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4423" title= +"Niet in bron">„</span>De Philantropische school is de volkomener +gemaakte Humanitaire school. Zij loochent de noodzakelijkheid der +tegenstellingen. Zij wil alle menschen tot bourgeois maken. Zij wil de +theorie verwerkelijken, in zooverre dezelve zich onderscheidt van de +praktijk en het antagonisme niet in zich sluit. Vanzelfsprekend is het +in de theorie gemakkelijk van de tegenspraken te abstraheeren, waaraan +men bij elken schrede in de werkelijkheid zich stoot. Deze theorie zou +daarom die der <span class="corr" id="xd19e4426" title= +"Bron: gëidealiseerde">geïdealiseerde</span> werkelijkheid +moeten heeten. Deze philantropen willen dus de categorieën +behouden, welke de uitdrukking der burgerlijke verhoudingen zijn, +zonder de tegenspraak die in haar wezen opgesloten ligt, en die van +haar niet is te scheiden. Zij verbeelden zich nog ernstig de +burgerlijke praktijk te bestrijden en zij zijn toch nog meer bourgeois, +dan alle anderen!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4430" title= +"Niet in bron">„</span>Gelijk de economen de wetenschappelijke +vertegenwoordigers van de bourgeoisklasse zijn, zoo zijn de Socialisten +en Communisten de theoretici van de klasse van het proletariaat. +Zoolang het proletariaat nog niet genoegzaam ontwikkeld is om zich als +klasse te constitueeren en daarvandaan, den strijd van het proletariaat +met de bourgeoisie nog geen politiek karakter draagt; zoolang de +produktiekrachten nog in den schoot van de bourgeoisie zelve, niet +genoeg zijn ontwikkeld om de materieele voorwaarden te laten +doorschijnen, die noodzakelijk zijn tot bevrijding van het proletariaat +en tot vorming van eene nieuwe samenleving, zoo lang zijn deze +theoretici slechts Utopisten, die, om de behoeften der onderdrukte +klassen te verhelpen, systemen uitdenken en naar eene regenereerende +samenleving zoeken. Maar naar de mate waarin de geschiedenis +voortschrijdt en daarmede den strijd van het proletariaat zich +duidelijker afteekent, hebben zij niet meer noodig de wetenschap te +zoeken in hunne hoofden; <span class="pagenum">[<a id="pb168" href= +"#pb168" name="pb168">168</a>]</span>zij hebben zich slechts rekenschap +te geven van datgene wat zich voor hunne oogen afspeelt en zich tot het +orgaan daarvan te maken. Zoolang zij de wetenschap zoeken en niets dan +systemen maken, zoolang zij aan den aanvang van den strijd staan, zien +zij in de ellende <i>slechts</i> ellende, zonder de revolutionaire +gedachte die er zich in verbergt en die in staat is de oude samenleving +te doen verdwijnen. Van af dat oogenblik wordt de wetenschap, een +bewust voortbrengsel van de historische beweging en heeft zij +opgehouden doctrinair te zijn; zij is revolutionair +geworden.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Marx onderzocht vervolgens van historische en economische +gezichtspunten uit, of de fabriek en de machine, later dan de +arbeidsverdeeling „het autoriteitsbeginsel in de samenleving +hadden ingevoerd”, zooals Proudhon had beweerd. Of aan den eenen +kant de arbeider gerehabiliteerd is geworden, in weerwil dat hij aan de +anderen kant aan de autoriteit werd onderworpen; of de machine de +recompositie der gedeelden arbeid, de aan de analyse tegenovergestelde +synthese van den arbeid is, naar Proudhon’s bewering.</p> +<p>„De samenleving als geheel,<span class="corr" id="xd19e4444" +title="Niet in bron">”</span> zegt Marx, <span class="corr" id= +"xd19e4447" title="Niet in bron">„</span>heeft met het inwendige +van een fabriek dit gemeen, dat ook zij hare arbeidsverdeeling heeft. +Neemt men de arbeidsverdeeling als voorbeeld om haar op eene gansche +samenleving toe te passen, dan zou ongetwijfeld die samenleving het +best voor de produktie van haren rijkdom georganiseerd zijn, welke +slechts één enkelen ondernemer als leider heeft, die nog +in een vooropgezette, vastgestelde orde, de funkties onder de +verschillende leden der maatschappij verdeelt. Maar dit is geenszins +het geval. Terwijl in de moderne fabriek de arbeidsverdeeling, door de +autoriteit van den ondernemer tot in de onderdeelen geregeld is, kent +de moderne samenleving geen anderen regel, geen andere autoriteit voor +de verdeeling van den arbeid, dan de vrije concurrentie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4451" title= +"Niet in bron">„</span>Onder het patriarchale <span class="corr" +id="xd19e4454" title="Bron: règime">régime</span>, onder +het <span class="corr" id="xd19e4457" title= +"Bron: règime">régime</span> van de kasten, van het +feodale- en het gildesysteem, bestond er arbeidsverdeeling in de +gansche maatschappij, volgens bepaalde regelen. Zijn deze regelen door +een wetgever gegeven geworden? Neen, oorspronkelijk uit de voorwaarden +der materieele produktie geboren, werden zij eerst later tot wetten +verheven. Aldus werden deze verschillende vormen der arbeidsverdeeling +tot even-zoovele grondslagen van sociale organisatie. Wat de +arbeidsverdeeling in de werkplaats aangaat, zoo was deze in alle +samenlevingsvormen, zeer laag ontwikkeld.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4461" title= +"Niet in bron">„</span>Men kan als algemeene regel stellen: hoe +minder de autoriteit <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" +name="pb169">169</a>]</span>van de deeling van den arbeid, binnen het +raam der samenleving ingrijpend werkt, des te meer ontwikkelt zich de +arbeidsverdeeling binnen de werkplaats en des te meer is zij aan de +<span class="corr" id="xd19e4466" title= +"Bron: autorireit">autoriteit</span> van een enkele onderworpen. Daarom +dus, staan de autoriteiten in de werkplaats en de autoriteit in de +samenleving, met betrekking tot de arbeidsverdeeling, tot elkander in +eene omgekeerde verhouding.” ....</p> +<p>„Hoe is die werkplaats, die fabriek ontstaan?<span class= +"corr" id="xd19e4472" title="Niet in bron">”</span> „Ten +dien einde,” antwoordt Marx: „hebben wij te onderzoeken hoe +de eigenlijke Manufaktuurindustrie zich ontwikkeld heeft.” +„Ik bedoel hier,” zegt Marx, „die industrie, welke +nog niet de moderne groot-industrie met hare machines is, die echter +niet meer de industrie uit de middeneeuwen, noch zelfs huisindustrie +meer is....</p> +<p>„Eene der eerste behoeften voor de vorming der +Manufaktuurindustrie, was de akkumulatie van kapitalen, die +vergemakkelijkt werd door de ontdekking van Amerika en door de invoer +van edele metalen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4478" title= +"Niet in bron">„</span>Het is genoegzaam bewezen, dat de +vermeerdering van ruilmiddelen ten gevolge had, eenerzijds: de +waardevermindering der loonen en grondrenten, anderzijds: de +vermeerdering der industrieele winsten. Met andere woorden, met even +zooveel als waarmede de klasse der grondbezitters en de klasse der +arbeiders, de feodale heeren en het volk zonken, met even zooveel +verhief zich de klasse van de kapitalisten, de bourgeoisie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4482" title= +"Niet in bron">„</span>Er waren nog andere omstandigheden, die +gelijktijdig tot ontwikkeling van de Manufaktuurindustrie bijdroegen. +De vermeerdering van de op de markt gebrachte waren, zoodra toen +eenmaal de verbinding met Oost-Indië, langs den zeeweg om de Kaap +de Goede Hoop was ontdekt, verder het koloniale stelsel en de +ontwikkeling van den zeehandel.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4486" title= +"Niet in bron">„</span>Een anderen kant welke in de geschiedenis +van de Manufaktuurindustrie nog niet genoegzaam naar waarde is +beoordeeld, is de afdanking van de talrijke gevolgschappen door de +feodale Heeren, welker onderhoorigen landloopers werden, alvorens zij +in de werkplaats kwamen. De schepping van de in de fabriek overgaande +werkplaats, werd in de 15<sup>e</sup> en 16<sup>e</sup> eeuw, door een +bijna universeel landloopersdom voorafgegaan. De werkplaats vond +verder, een machtigen ruggesteun in de talrijke landlieden, die +tengevolge van de verandering van akkers in weiden en tengevolge der +vooruitgang in de landbouw, die minder arbeiders voor de bewerking van +akkers noodig maakten, voortdurend uit den dienst ontslagen werden en +gansche eeuwen achtereen, naar de steden stroomden. <span class= +"pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e4497" title= +"Niet in bron">„</span>Het groeien van de markt, de akkumulatie +van kapitalen, de in de sociale positie der klassen ingetreden +veranderingen en het groote getal van personen, die zich van hunne +bronnen van inkomsten zagen beroofd, dat zijn even zoovele historische +voorwaarden voor het ontstaan van de Manufaktuur +geweest.”.....</p> +<p>„De akkumulatie, benevens de concentratie van werktuigen en +arbeiders, werden voorafgegaan door de ontwikkeling van de +arbeidsverdeeling in het inwendige van het atelier. Een Manufaktuur +bestond meer in de vereeniging van vele arbeiders en vele handwerkers +in een en hetzelfde lokaal, in eene zaal, onder het commando van een +kapitaal, dan in de oplossing van de werkzaamheden en in de aanpassing +van een specialen arbeider aan een zeer eenvoudigen taak.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4503" title= +"Niet in bron">„</span>Het nut van een fabriekswerkplaats bestond +veel minder in de eigenlijke arbeidsverdeeling, dan wel in de +omstandigheid, dat men op uitgebreider voet kon arbeiden, vele +nuttelooze onkosten besparen kon, enz. Aan het einde der 16<sup>e</sup> +en aan het begin van de 17<sup>e</sup> eeuw, kende de hollandsche +Manufaktuur nog maar nauwelijks de verdeeling van den arbeid.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4513" title= +"Niet in bron">„</span>De ontwikkeling van de arbeidsverdeeling, +heeft ook tot voorwaarde de vereeniging van de véle arbeiders in +ééne werkplaats. Er is zelfs niet een enkel voorbeeld aan +te halen, noch in de 16<sup>e</sup> noch in de 17<sup>e</sup> eeuw, dat +de verschillende takken van een en hetzelfde handwerk, in die mate +gescheiden werden beoefend, dat het noodig zou geweest zijn ze op eene +plaats te vereenigen en daarmede de fabriekswerkplaats kant en klaar in +het leven te roepen. Maar toen eenmaal èn menschen èn +werktuigen vereenigd waren, reproduceerde zich de arbeidsverdeeling +zooals zij ten tijde van de Gilden heeft bestaan en spiegelde zij zich +noodwendig terug in het inwendige van de +fabriekswerkplaats.”.....</p> +<p>„De eigenlijke machines dateeren van het einde der +18<sup>e</sup> eeuw. Niets is dommer dan in de machine de anti-thesis +der arbeidsverdeeling te willen zien; de synthesis die de eenheid in +den verbrokkelden arbeid weder terugbrengt. De machine is eene +vereeniging van arbeidswerktuigen en geensdeels eene verbinding van den +arbeid voor den arbeider zelve”..... „Eenvoudige +werktuigen; akkumulatie van werktuigen; samengestelde werktuigen; in +beweging brengen van een samengesteld werktuig, door een enkelen +handmotor, den mensch; in beweging brengen dezer instrumenten door +natuurkrachten; machines; systeem van machines, die slechts +één motor hebben; systeem van machines, die een +automatische motor hebben, aldus is de ontwikkelingsgang van de machine +geweest.”..... <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" +name="pb171">171</a>]</span></p> +<p>„Toen in Engeland de markt een zoodanige ontwikkeling had +verkregen, dat de handenarbeid voor haar niet meer toereikend was, +gevoelde men de behoefte aan machines. Men zon toen op de toepassing +van de mechanische wetenschap, die reeds in de 18<sup>e</sup> eeuw +klaar was. Het eerste optreden van de fabriek met krachtbedrijf, wordt +gekenmerkt door handelingen, die alles-behalve philantropisch waren. +Kinderen werden met de zweep tot den arbeid aangezet; zij werden een +voorwerp van schagger, men sloot contrakten met de Weeshuizen om hen. +Men schafte alle wetten omtrent den leertijd van den arbeiders af.... +<a id="xd19e4533" name="xd19e4533"></a>Ten slotte, waren sedert 1825 +bijna alle nieuwe uitvindingen, het gevolg van wrijvingen tusschen +arbeiders en ondernemers, die tot elken prijs de vakontwikkeling van +den arbeid van hare waarde wilden berooven. Na elke, <span class="corr" +id="xd19e4535" title="Bron: eenigzins">eenigszins</span> beduidende +werkstaking, werd er eene nieuwe machine ingevoerd. Zoo weinig zag de +arbeider, in de toepassing van machines een soort rehabilitatie, een +soort wederherstelling, dat hij in de 18<sup>e</sup> eeuw, +zéér lang weêrstand heeft geboden aan de ontstane +heerschappij van deze krachtautomaten.<span class="corr" id="xd19e4541" +title="Niet in bron">”</span></p> +<hr class="tb"> +<p>„Alles tezamen genomen, heeft de invoering van machines de +verdeeling van den arbeid in de samenleving doorgevoerd, het werk van +den arbeider in de werkplaats vereenvoudigd, het kapitaal +geconcentreerd en de menschen verbrokkeld.... <a id="xd19e4550" name= +"xd19e4550"></a>Wat de verdeeling van den arbeid in de mechanische +fabrieken kenteekent, dat is, dat zij elk speciaal karakter verloren +heeft. Maar van het oogenblik af, waarin elke bijzondere ontwikkeling +ophoudt, wordt de behoefte aan universaliteit, het streven naar eene +alzijdige ontwikkeling van de individu, meer voelbaar. De automatische +fabriek doet de specialisten en het vak-idiotisme verdwijnen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4553" title= +"Niet in bron">„</span>De heer Proudhon, die niet eens deze +revolutionaire zijde begrepen heeft, doet eene schrede terug en slaat +den arbeider voor, niet alleen het twaalfde gedeelte van een speld, +maar voor en na, alle twaalf deelen van den speld te vervaardigen. De +arbeider zou dan aldus tot de wetenschap en tot het bewustzijn van den +speld kunnen komen.... <a id="xd19e4556" name="xd19e4556"></a>Alles bij +elkander genomen, komt den heer Proudhon niet verder dan tot het ideaal +van den kleinen burger. Teneinde dit ideaal te verwezenlijken, valt hem +niets beters in, dan ons terug te voeren naar de periode van de +handwerksgezellen, hoogstens naar die van de handwerksmeesters uit de +Middeneeuwen. „Het is genoeg,” zoo zegt hij ergens in zijn +boek, „een enkele maal in zijn leven een meesterstuk vervaardigd +te hebben, om zich een enkele maal als een mensch te hebben +gevoeld.”..... Is dit <span class="pagenum">[<a id="pb172" href= +"#pb172" name="pb172">172</a>]</span>niet, zoowel naar den vorm als +naar den inhoud, het door de Gilden uit de Middeneeuwen steeds +verlangde „meesterstuk?”<span class="corr" id="xd19e4560" +title="Niet in bron">”</span></p> +<p class="tb"></p> +<p>Marx toont dan, met eene beschouwing over „concurrentie” +en „monopolie” aan, dat deze niet zooals Proudhon had te +kennen gegeven, natuurlijke, maar maatschappelijke categorieën +zijn. Hij zegt: „de geheele geschiedenis, is eene voortdurende +verandering der menschelijke natuur.”.....</p> +<p>„De concurrentie is geene noodzakelijkheid van de menschelijke +natuur, zooals Proudhon meende, maar gelijk zij in de 18<sup>e</sup> +eeuw, uit historische oorzaken geboren is geworden, zoo zoû zij +in de 19<sup>e</sup>, uit historische oorzaken eveneens weder kunnen +verdwijnen. Zij is niet de industrieele, maar de commercieele wedijver, +zij kampt niet om het <i>produkt</i> maar om de <i>winst</i>. Er zijn +zelfs phazen in het economische leven der volken, waarin de geheele +wereld aangegrepen was door een soort van dolle woede, om winsten te +maken <i>zonder</i> te produceeren. Deze speculatiekoorts, die +periodiek terugkomt, onthult ons dan het ware karakter van de +concurrentie, die aan de noodzakelijke voorwaarden van den +industrieelen wedijver zoekt te ontkomen. De slechte zijde van de +concurrentie, door Proudhon zoo op den voorgrond gesteld en die hij +daarom uitroeien wil, drijft juist de geschiedenis vooruit. Hoe +koortsachtiger de concurrentie nieuwe produkten schiep, des te meer +vertoonde zij de burgerlijke verhoudingen en schiep zij daarmede, de +materieele voorwaarden voor eene nieuwe samenleving.” +<span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name= +"pb173">173</a>]</span></p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Marx over Werkstakingen en over Vakvereenigingen.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Proudhon had geschreven: „De werkstaking der +arbeiders is onwettig. En het is niet alleen het Wetboek van Strafrecht +dat dit zegt, maar ook het economisch systeem, de noodzakelijkheid van +de bestaande orde.... Dat elke individueele arbeider de vrije +beschikking moet hebben over zijn persoon en over zijn handen kan +geduld worden; maar dat de arbeiders door middel van samenspanning, +zich vermeten het <span class="corr" id="xd19e4591" title= +"Bron: mopolie">monopolie</span> geweld aan te doen, kan de +maatschappij niet toelaten.”</p> +<p>„De economen en de socialisten,” zegt Marx, „zijn +het hier op één punt samen eens: in het veroordeelen van +de coalities der arbeiders. Zij <i>motiveeren</i> deze hunne +veroordeeling alleen maar verschillend. De economen zeggen tot den +arbeiders: vereenigt u niet. Want doordat gij u vereenigt, houdt gij +den regelmatigen gang van de industrie tegen, verhindert gij er de +fabrikanten in hunne bestellingen na te komen; stoort gij den handel en +bevordert gij de snellere invoering van machines, die uwen arbeid voor +een deel overbodig maken en u daardoor dwingen zullen, een nog lager +loon aan te nemen. Overigens is uw werken om niet; uw loon zal steeds, +door de verhouding van het aantal gezochte handen tot die van het +aantal aangeboden handen, worden bepaald. En het is even zoo +belachelijk als het gevaarlijk is, u te verzetten tegen de eeuwige +wetten van de Staathuishoudkunde.</p> +<p>„De socialisten (d. w. z. de toenmalige: die van de school van +Fourier in Frankrijk en de volgelingen van Owen in Engeland) zeggen tot +den arbeiders: vereenigt u niet, want wat zoudt ge er ten slotte bij +kunnen winnen? Eene loonsverhooging? Welnu, de staathuishoudkunde zal u +met evidente bewijzen overtuigen, dat op de loonsverhooging van een +paar penningen, die gij in het gunstigste geval daarmede kunt bereiken, +een terugslag volgt van een veel langduriger aard. Goede rekenaars +zullen het u voorrekenen, dat gij jaren zult noodig hebben om door +middel van die loonsverhooging, slechts de <i>kosten</i> goed te maken +dien <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name= +"pb174">174</a>]</span>gij zult moeten uitgeven <span class="corr" id= +"xd19e4606" title="Bron: voort">voor</span> uwe organisatie en tot het +behoud uwer loonsverhooging benoodigd. Wij als socialisten, wij zeggen +tot u, dat nog afgezien van deze geldkwestie, gij met dat al nog steeds +de arbeiders zult moeten blijven, zooals uwe meesters steeds uwe +meesters zullen blijven, voor en na. Daarom: geen vakvereenigingen, +geen politiek; want vakvereenigingen oprichten en in stand houden, is +dit niet aan politiek <span class="corr" id="xd19e4609" title= +"Bron: mêedoen">meêdoen</span>?</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4613" title= +"Niet in bron">„</span>De Economisten willen, dat de arbeiders de +maatschappij zullen doen blijven zooals deze thans is en gelijk zij dit +ons, in hunne handboeken hebben voorgeteekend en bezegeld.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4617" title= +"Niet in bron">„</span>De Socialisten willen, dat de oude +<span class="corr" id="xd19e4620" title= +"Bron: semenleving">samenleving</span> zal gelaten worden voor wat zij +is, om des te beter in de nieuwe samenleving binnen te kunnen treden, +die zij met zoo grooten voorzorg uitgewerkt hebben.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4624" title= +"Niet in bron">„</span>In weerwil van beiden; in weerwil van +Handboeken en Utopisten hebben de arbeidersvereenigingen geen oogenblik +opgehouden te bestaan, met de ontwikkeling van de industrie zich te +ontwikkelen en tot bloei te komen. Dit is heden ten dage zoozeer het +geval, dat de ontwikkelingsgraad van die vereenigingen in een zeker +land, juist den rang kenmerkt die dat land in de hiërarchie van de +wereldmarkt inneemt. Engeland, alwaar de industrie op het hoogst is +ontwikkeld, bezit de omvangrijkste en best-georganiseerde +vakvereenigingen.”.....</p> +<p>„De eerste pogingen van de arbeiders om zich te vereenigen +nemen steeds den vorm van coalities aan.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4630" title= +"Niet in bron">„</span>De groot-industrie brengt een menigte, aan +elkander onderling onbekende lieden op eene plaats tezamen. De +concurrentie verdeelt ze naar hunne belangen, maar de instandhouding +van het loon, het gemeenschappelijk belang tegenover hunnen meester, +drijft hen tot de gemeenschappelijke gedachte van den weêrstand: +tot de coalitie. Aldus heeft de coalitie steeds een dubbel doel: n.l. +het opheffen van de concurrentie tusschen de arbeiders onderling en het +vormen van eene algemeene concurrentie, tegenover den ondernemer. +Wanneer het eerste doel van den weêrstand <span class="corr" id= +"xd19e4633" title="Bron: slechst">slechts</span> geldt de +instandhouding van het loon, dan formeeren zich de aanvankelijk +<span class="corr" id="xd19e4636" title= +"Bron: gëisoleerde">geïsoleerde</span> coalities, in de mate +waarin, aan den anderen kant, de kapitalisten hunnerzijds zich +vereenigen tot het bieden van weêrstand, tot groepen; en +tegenover het steeds sterker vereenigde kapitaal, wordt de +instandhouding der associatie voor hen een sterker noodzakelijkheid +zelfs, dan de instandhouding van het loon. Dit is zóó +waar, dat de engelsche economen ganschelijk verstomd ervan staan, hoe +de arbeiders een groot deel van hun loon opofferen, ten gunste van +hunne vakvereenigingen, <span class="pagenum">[<a id="pb175" href= +"#pb175" name="pb175">175</a>]</span>een deel dat in de oogen van de +economen slechts aan het loon ten goede had mogen komen. In deze +kampen,—ware burgeroorlogen zijn het!—vereenigen en +ontwikkelen zich alle elementen voor den komenden krijg. Eenmaal +aangeland bij dat punt, neemt de coalitie een politiek karakter +aan.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4642" title= +"Niet in bron">„</span>De economische verhoudingen, hebben voor +het eerst de massa der bevolking, in arbeiders omgezet. De heerschappij +van het kapitaal heeft voor deze massa gemeenschappelijke belangen en +eene gemeenschappelijke situatie geschapen. Zoo is deze massa bereids +eene klasse tegenover die van het kapitaal, maar zij is dit nòg +niet, voor-zich-zelf. In den strijd die wij slechts in eene enkele +harer phasen gekenschetst hebben, sluit zich de massa te zamen; +constitueert zij zich als klasse voor-zichzelf. De belangen welke zij +verdedigt, worden daardoor klasse-belangen. De strijd van klasse +tegenover klasse is een politieken strijd.”</p> +<p>....„Eene onderdrukte klasse is de levensvoorwaarde, voor +elke, op klassetegenstellingen berustende samenleving. De bevrijding +van de onderdrukte klasse, sluit aldus noodwendig in zich, de schepping +van eene nieuwe samenleving. Wil de onderdrukte klasse zich kunnen +bevrijden, dan moet er eene ontwikkelingshoogte bereikt wezen, waarop +de reeds verworven produktiekrachten en de geldende maatschappelijke +inrichtingen, niet meer naast elkander kunnen bestaan. Onder alle +produktie-instrumenten is de grootste produktiekracht: de +revolutionaire klasse zelf. De organisatie van de revolutionaire +elementen als klasse, stelt als voorwaarde, het gereedzijnde bestaan +van alle produktiekrachten, die zich over het algemeen in den schoot +der oude samenleving ontvouwen kunnen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4649" title= +"Niet in bron">„</span>Wil dat zeggen, dat er nadat de oude +samenleving zal zijn ingestort, eene nieuwe klasseheerschappij tot +stand zal komen, die in eene nieuwe politieke heerschappij haar toppunt +vinden zal? Neen!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4653" title= +"Niet in bron">„</span>De voorwaarde tot bevrijding van de +arbeidende klasse, is de afschaffing van èlke klasse; zooals de +voorwaarde tot de bevrijding van den „derden stand”, de +burgerlijke orde van zaken, de afschaffing der oude standen geweest +is.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4657" title= +"Niet in bron">„</span>De arbeidende klasse zal in den loop der +ontwikkeling in de plaats van de oude burgerlijke samenleving, eene +associatie plaatsen, welke de klassen en hunne tegenstelling uitsluit, +en er zal geene eigenlijke politieke macht meer bestaan, omdat juist de +politieke macht, de officieele uitdrukking is van de +klassetegenstellingen in de burgerlijke samenleving.” +<span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name= +"pb176">176</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch2.4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk IV.</h2> +<h2 class="main">Het historisch materialisme.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In het geschrift tegen Proudhon is reeds in de +behandeling van de stof, het wetenschappelijk standpunt van Marx, zijne +philosophische, historische en economische gezichtspunten duidelijk te +zien. Dat nieuwe standpunt was gewonnen, door eene vereeniging van het +beste dat het fransche Materialisme van de 18<sup>e</sup> eeuw in +Holbach en Helvetius geleverd heeft,—de revolutionaire kern uit +die levensbeschouwing,—met het uit de critiek op de speculatieve +en de idealistische wijsbegeerte der Hegelsche school, verkregen +realisme.</p> +<p>De grondslag voor die levensopvatting—eene vereeniging van de +oude tegenstellingen van Denken en Zijn, of die van geest en +stof,—was het bestaande, de ervaring, de mensch. Het klassieke +fransche materialisme van de 18<sup>e</sup> eeuw, kòn de wereld +niet opvatten als één proces; van de in gestadige en +voortdurende, historische voort-ontwikkelingsgang zich bevindende +materie.</p> +<p>Aan den anderen kant was het Idealisme van Hegel gedoemd om te +verstarren in de beschouwing van de „absolute idee.” Bij de +Jong-Hegelianen ontwikkelde zij zich dan ook tot de zuivere burgerlijke +ideologie eenerzijds en tot de speculatieve wijsbegeerte anderzijds, +door het abstraheeren van de begrippen, van hunne eigen moeder: de +werkelijkheid.</p> +<p>Maar Hegel had toch reeds de evolutie in de geschiedenis +geconstateerd en ook de weg ontdekt, al was dit slechts door zuiver +abstraheeren, waarlangs dit geschiedde: de dialektische ontwikkeling in +de geschiedenis.</p> +<p>De begrippen „toeval” en „willekeur,” waren +reeds door Spinoza uit de philosophische beschouwing der dingen +buitengesloten <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name= +"pb177">177</a>]</span>en de causaliteit tot eene absolute wet door hem +verheven, waaraan alles in de natuur zooals ook in den menschelijken +wil, onderworpen was.</p> +<p>De groote gedachte van de vooruitgang in beschaving, die het +voornaamste voortbrengsel van de Hegelsche philosophie was,—de +dialektische ontwikkeling—heeft, als sleutel tot het begrip van +het verleden, de geschiedeniswetenschap op een hooger plan kunnen +stellen. De toepassing van de evolutionaire, dus dialektische +ontwikkeling op de menschelijke samenleving is, in wetenschappelijken +zin en beteekenis, niet verschillend van die, welke Darwin toepaste op +de biologie en waarmede hij tot zijne, voor de vooruitgang der +biologische wetenschappen zoo baanbrekende resultaten was gekomen. En +het is in het algemeen geen toeval, dat beide wetenschappelijke +ontdekkingen, voor natuur en samenleving van het grootste belang, in +een en denzelfden tijd zijn tot stand gekomen. Darwin en Marx kenden +elkander echter niet.</p> +<p>Maar in hetzelfde jaar,—alleen dit is er toevalligs +aan—dat Charles Darwin zijn „<span class="ex">Ontstaan van +de Soorten</span>” publiceerde, zag ook van Marx +„<span class="ex">Kritiek der Staathuishoudkunde</span>” +het licht. Dit was in ’t jaar 1859.</p> +<hr class="tb"> +<p>Met de nieuwe levensbeschouwing lieten zich, noch het standpunt van +de „humanistische” socialisten, noch dat van de +„utopistische” socialisten vereenigen.</p> +<p>Vooral de laatsten hadden bij hunne beschouwingen, hoe nauw deze +dikwijls de werkelijkheid ook raakten, steeds ééne +onveranderlijke en vaste, „menschelijke natuur” aangenomen, +waarvan zij ook steeds uitgingen en ondanks alles steeds op +terugkwamen. Dat deze niet echter er was kon de geschiedenis aantoonen, +zoodra zij maar op hare reële basis, de menschheid zelve werd +teruggevoerd. Wat is echter de menschheid en wat beweegt haar? Wat +maakt, in laatste instantie de beweegkracht der geschiedenis uit? Is +het het toeval? Neen. Zijn het <span class="corr" id="xd19e4703" title= +"Bron: idéën">ideën</span> dan? Maar deze wonen in +menschen; in de samenleving van produceerende en consumeerende, +werkende en niet-werkende individuen. En de ideën zelven, waren +ook nooit eeuwige en onvergankelijke, maar steeds naar den aard der +samenleving die ze produceerde, andere.</p> +<p>Trouwens, reeds om die eeuwige vastheid van de menschelijke +„natuur” had Hegel zich in zijne +„Geschiedenis-philosophie” lustig gemaakt. Het was namelijk +met betrekking tot de socialistische Utopisten, die zich het hoofd stuk +peinsden over de „beste” wetgeving en over de +„beste” maatschappij. <span class="pagenum">[<a id="pb178" +href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span></p> +<p>En ook zelfs de burgerlijke geschiedschrijving, in den aanvang van +de 19<sup>e</sup> eeuw, van Augustin Thierry en Michelet voornamelijk, +de eerste in zijne geschiedschrijving van de burgerlijke revoluties in +Engeland en die van 1789 in Frankrijk, de tweede in zijne groote +studiën over de middeneeuwen; zoowel als de minister Guizot in +zijn „<span lang="fr">Essai sur l’histoire de +France</span>”, hadden de samenleving zelve aangetoond als de +grondslag van de geschiedenis te zijn.</p> +<p>Die grondslag evenwel, is evenmin een vaste en steeds blijvende; zij +zelve verandert en deze hare verandering is niet minder dan die van de +samenleving en de gansche natuur, aan de wetten der evolutie +onderworpen.</p> +<p>De vrucht nu van de philosophische levensbeschouwing van Marx, die +gebouwd was op de dialektische ontwikkeling in natuur en samenleving, +hare revolutionaire vrucht dus, was het historisch materialisme. De +toepassing van deze beschouwingswijze op de geschiedenis, leidde tot de +opvatting van de burgerlijke samenleving, als te zijn gebaseerd op de +klasse-tegenstellingen van bezit, d. w. z. kapitaal eenerzijds en +niet-bezit, d. w. z. van arbeid anderzijds. De formuleering van het +begrip van den modernen klassenstrijd, was hiervan wederom het +gevolg.</p> +<p>Toen Marx zich aan de ontleding zette van de burgerlijke, de +kapitalistische samenleving van tegenwoordig, teneinde uit deze analyse +bloot te leggen, de drijvende krachten die hare produktiewijze +voortbewegen en oplossen; een arbeid die aangevangen is met +„<span class="corr" id="xd19e4724" title= +"Bron: Zur kritiek der politische economie">Zur Kritik der politischen +Ökonomie</span>” en voortgezet is in zijn hoofdwerk +„<span lang="de">das Kapital</span>”; ging hij, naar hij in +de Voorrede van het eerste geschrift ons mededeelt, uit van de volgende +wetenschappelijke denkmethode, die in groote trekken, de grondslag is +te noemen van het historisch materialisme. Hij zegt daar:</p> +<p>„Mijne onderzoekingen leidden tot het resultaat, dat +rechtsverhoudingen, zoowel als staatsvormen noch uit zich-zelf te +begrijpen zijn, noch uit de zoogenaamde algemeene ontwikkeling van den +menschelijken geest, maar veelmeer in de materieele levensverhoudingen +wortelen, welker totaal Hegel, naar het voorbeeld van de Engelschen en +Franschen uit de 18<sup>e</sup> eeuw onder den naam van de +„burgerlijke maatschappij” tezamenvat; dat evenwel, de +anatomie der burgerlijke maatschappij, in de staathuishoudkunde is te +zoeken. De navorsching van de laatste, in Parijs door mij aangevangen, +heb ik te Brussel voortgezet, waarheen ik tengevolge van het +verbanningsbevel des heeren Guizot heb moeten uitwijken. Het algemeene +resultaat dat zich aan mij opdrong, en dat eenmaal gewonnen, tot den +leiddraad mijner <span class="corr" id="xd19e4735" title= +"Bron: studieën">studiën</span> werd, kan in het kort aldus +worden geformuleerd: <span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" +name="pb179">179</a>]</span></p> +<p>„In de maatschappelijke produktie huns levens, leven de +menschen onder bepaalde, noodzakelijke, van hunnen wil onafhankelijke +verhoudingen, produktieverhoudingen, die met eene bepaalde +ontwikkelingstrap hunner materieele produktiekrachten in +overeenstemming zijn. Het totaal dezer produktieverhoudingen, vormt de +economische structuur van de samenleving, de werkelijke basis waarop +zich een juridische en een politieke bovenbouw verheffen, en welke aan +bepaalde maatschappelijke bewustzijnsvormen beantwoorden. De +produktiewijze van het materieele leven, bepaalt het sociale, politieke +en geestelijke levensproces in het algemeen. Het is niet het bewustzijn +der menschen, dat hun Zijn, maar omgekeerd, het is hun maatschappelijk +Zijn, dat hun bewustzijn bepaalt. Op eene bepaalde ontwikkelingshoogte +hunner ontwikkeling, geraken de materieele produktiekrachten der +samenleving in tegenspraak met de voorhanden produktieverhoudingen, of +gelijk de juridische uitdrukking daarvoor luidt, met de +eigendomsverhoudingen, waarbinnen dezen zich tot dusverre bewogen +hebben. Dan slaan deze verhoudingen, van uit ontwikkelingsvormen der +produktiekrachten, om, in kluisters derzelven. Er treedt dan een +tijdstip van sociale revolutie in. Met de verandering van de +economische grondslagen, wentelt ook de gansche bovenbouw langzamer of +sneller om. Bij de beschouwing van zulke omwentelingen, behoort men +steeds te onderscheiden tusschen de materieele, +natuurwetenschappelijk-nauwkeurig te constateeren omwenteling in de +economische produktievoorwaarden en de juridische, politieke, +religieuze, artistieke of philosophische, kortom <span class="corr" id= +"xd19e4741" title="Bron: idëologische">ideologische</span> vormen, +waarin de menschen zich dat conflikt bewust worden en het uitvechten. +Zoomin als men, dat wat als een individu geldt, beoordeelt naar datgene +wat dit van zich-zelf denkt, zoomin kan men eene zoodanige +omwentelingsperiode uit haar bewustzijn beoordeelen, maar moet +veelmeer, dit bewustzijn uit de tegenstellingen van het materieele +leven, uit het aanwezig zijnde conflikt tusschen maatschappelijke +produktiekrachten en produktieverhoudingen worden verklaard. Een +samenlevingsvorm gaat niet ten onder, dan alvorens alle +produktiekrachten ontwikkeld zijn; voor dat zij ver genoeg heen is; en +nieuwe, hoogere produktieverhoudingen nemen hare plaats niet in, +alvorens de materieele bestaansvoorwaarden derzelven, in den schoot der +oude samenleving zijn <span class="corr" id="xd19e4744" title= +"Bron: uitgebroeid">uitgebroed</span>. Hierom ook stelt de menschheid +zich steeds eene taak, die zij volvoeren kan; want nauwkeuriger +beschouwd, zal zij steeds vinden, dat die taak zelf, slechts daar haren +oorsprong vindt, waar de materieele voorwaarden harer oplossing reeds +voorhanden <span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name= +"pb180">180</a>]</span>zijn, of minstens in staat van wording +verkeeren. In groote omtrekken kunnen <span class="corr" id="xd19e4749" +title="Bron: aziatische">Aziatische</span>, antieke, feodale en +modern-burgerlijke produktiewijzen, als progressieve tijdperken van de +economische maatschappij-formaties worden gekarakteriseerd. De +burgerlijke produktie-verhoudingen zijn de laatste antagonistischen +vorm van het maatschappelijk produktieproces; antagonistisch, niet in +den zin van een individueel antagonisme, maar van een, uit de +maatschappelijke levensbehoeften der individuen voortkomend +antagonisme. Maar, de in den schoot der burgerlijke maatschappij zich +ontwikkelende produktiekrachten, scheppen tegelijkertijd ook de +materieele voorwaarden tot oplossing van dit antagonisme. Met dezen +vorm van samenleving, sluit daarom de voorgeschiedenis van de +menschelijke maatschappij af.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Het eerste groote resultaat van de geschieds-beschouwing, gelijk wij +die, èn in het geschrift over de Hegelsche Rechtsphilosophie +èn in dat tegen Proudhon geformuleerd zien, de beschouwing +namelijk, dat het de klassetegenstellingen zijn waarop de <span class= +"corr" id="xd19e4756" title="Bron: burgelijke">burgerlijke</span> +samenleving gebaseerd is, was een geschrift dat tevens in zich bevatte, +de eerste samengedrongene, wetenschappelijke formuleering van het +moderne socialisme van Marx en Engels.</p> +<p>Gedurende Marx’ oponthoud te Brussel werkten hij en Engels +geducht mede aan een blad „<i lang="de">Die Deutsche Brusseler +Zeitung</i>” genaamd, dat onder leiding van v. Bornstedt twee +malen ’s weeks verscheen en aan een duitsch tijdschrift +„<i lang="de"><span class="corr" id="xd19e4765" title= +"Bron: Die „Wetsphalische">Das Westphälische</span> +Dampfboot</i>” genaamd. Zoo ook stichtten zij onder de politieke +vluchtelingen, welke zich toenmaals in Brussel bevonden, de +„<i lang="de">Deutsche Arbeiterverein</i>” in vereeniging +met Moritz Hesz, Sebastian Seiler, Ernst Dronke, Stephan Born en +Wilhelm Wolff, dezelfde, aan wien later het eerste deel van „das +Kapital” werd opgedragen. Het was in die Vereeniging dat Marx +zijn voordracht hield over „<span class="ex">Loonarbeid en +Kapitaal</span>”, die met het critisch-staathuishoudkundig +overzicht van Marx tegelijk zal worden behandeld.</p> +<p>Maar het is in deze periode te Brussel geweest, dat het +wetenschappelijk socialisme, of gelijk de beide mannen het toenmaals om +eene behoorlijke onderscheiding te maken noemden, het communisme tot +stand is gekomen.</p> +<p>Tegen het destijds in Duitschland geleerde „ware” +socialisme van Hesz, Karl Grün en anderen, richtte Marx de +scherpste pijlen zijner realistische critiek, door den politieken +klassenstrijd <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name= +"pb181">181</a>]</span>op den voorgrond te stellen, terwijl Engels in +Puttman’s „<span lang="de">Burgerbuch</span>” met +nadruk, zoowel Wilhelm Weitling, als ook Fourier ten sterkste +verdedigde tegen hunne aanvallen.</p> +<p>Marx en Engels wisten zéér goed, dat zij daarmede +zoowel naar den eenen als naar den anderen kant, een deel van hunne +medestanders van zich zouden af stooten. Maar met zich-zelf in ’t +reine zijn, hun standpunt naar beide zijden scherp te kunnen afbakenen, +dat was hun eerste en gewichtigste doel naar zij meenden.</p> +<p>„Zonder partijen geen ontwikkeling, zonder scheiding geen +vooruitgang”, had Marx reeds in 1842 geschreven. En hij meende +dat men bij het innemen van zijn eigen wetenschappelijk standpunt, +vóór alles zuiver moest staan.</p> +<p>Intusschen stonden Marx en Engels met de politieke vluchtelingen in +<span class="corr" id="xd19e4791" title="Bron: London">Londen</span>, +de sociaal-demokraten uit de „Chartistenbeweging” in +Engeland en voor een deel ook met de fransche sociaal-demokraten, in +eene nauwe betrekking. Nu bestond erin Londen zoowel als in Parijs een +„Bond der Rechtvaardigen”, waartoe Engels noch Marx ooit +wenschten toe te treden. Hij was de stichting van Karel Schapper en +Heinrich Bauer, schrijvers, van Josef Moll, een <span class="corr" id= +"xd19e4794" title="Bron: horlogomaker">horlogemaker</span>, van den +miniatuurschilder Karl Pfänder en van den kleêrmaker +Eccarius. Een crisis in die organisatie ontstaan, deed Marx, Engels en +Wilhelm Wolff besluiten, zich bij de afgescheidenen te voegen en met +hen den „Bond der Communisten” op te richten. Als de eerste +daad van dezen Bond naar buiten is het, in ’t najaar van 1847 +ontworpen en in Februarij 1848 in het publiek verschenen</p> +<p>„<span class="sc">Communistisch Manifest</span>”</p> +<p>te beschouwen, dat de klassieke uiteenzetting bevat van alle +resultaten welke Marx en Engels uit hunnen praktischen strijd en hunne +theoretische studiën hadden vermogen te trekken.</p> +<p>In dit „Communistisch Manifest” wordt in enkele groote +trekken de economisch-sociale geschiedsdeduktie van de tijden der +lijfeigenschap in de middeneeuwen, tot aan onze huidige klassen- en +eigendomstegenstellingen doorgevoerd en komt het inzicht erin tot +uiting, en wordt er voor ’t eerst in het bijzonder in aangetoond, +dat ook de tegenwoordige vorm van de samenleving tot den ondergang is +bestemd; terwijl alles wat de bourgeoisie in het werk stelt en in het +werk stellen <i>moet</i>, slechts de arbeid harer eigene ondergang is. +Naar de stelling van Hegel die eenmaal luidde: „dat in de +wereldgeschiedenis door de handelingen der menschen, nog in het +algemeen iets anders te voorschijn komt als zij bedoelen en bereiken, +als zij <span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182" name= +"pb182">182</a>]</span><span class="corr" id="xd19e4810" title= +"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> weten en willen” is deze +gansche beschouwingswijze geformuleerd. Deterministisch is deze +beschouwing der samenleving, zoolang deze en voor zoover deze, +kapitalistisch is.</p> +<p>Het „Manifest” dat aanvangt met de verklaring dat er +„een spook over Europa rondwaart,” welk spook het +communisme is—„dat dit communisme bereids door de machten +van Europa als een macht is erkend”—zegt vervolgens: +„dat het hoog tijd is geworden, dat de communisten hunne +beschouwingswijze, hun doel en hunne tendenzen, voor de geheele wereld +open en bloot leggen, om aan het sprookje van het communisme, een +manifestatie daarvan, tegenover te plaatsen.<span class="corr" id= +"xd19e4815" title="Niet in bron">”</span> Tot dit doel hebben +zich communisten van verschillende naties in <span class="corr" id= +"xd19e4818" title="Bron: London">Londen</span> bijeenverzameld en een +„Manifest” ontworpen, dat in het engelsch, fransch, +duitsch, italiaansch, vlaamsch en deensch gepubliceerd zal worden.</p> +<p>Het begint in zijn 1<sup>ste</sup> Hoofdstuk eene definitie te geven +van de begrippen: <span class="corr" id="xd19e4826" title= +"Bron: Bourgeoise">Bourgeoisie</span> en Proletariaat.</p> +<p>„De geschiedenis van alle der nog toe bestaan hebbende +maatschappijen, is de geschiedenis van klasseoorlogen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4832" title= +"Niet in bron">„</span>Vrijen en slaven, patricieër en +plebejer, baron en lijfeigene, gildeburger en gezel, in ’t kort, +onderdrukten en onderdrukkers, zij stonden in gestadige tegenstelling +tot elkander, voerden een ononderbroken, dan eens verkapte, dan eens +open strijd tegen elkander, die telkenmale met eene revolutionaire +gedaante-verandering van de gansche samenleving eindigde, of met den +gemeenschappelijken ondergang der strijdende klassen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4836" title= +"Niet in bron">„</span>In de vroegere tijdstippen der +geschiedenis, vinden wij bijna overal eene volledige geleding der +samenleving in verschillende standen, eene menigvuldige en trapsgewijze +vorming van maatschappelijke stellingen. In het oude Rome hadden wij de +patriciërs, ridders, plebejers en slaven; in de Middeneeuwen de +feodaal-Heeren, Vasallen, gildeburgers, gezellen, lijfeigenen en +bovendien, bestonden er nog in bijna alle deze klassen weder, +bijzondere trapsgewijze indeelingen.</p> +<p>„De uit den ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen +moderne burgerlijke maatschappij, heeft die klassetegenstellingen niet +opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden van +onderdrukking, eene nieuwe gestalte aan dien strijd, in de plaats van +de oude gegeven.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4843" title= +"Niet in bron">„</span>Ons tijdstip, dat van de +bourgeoisie<span class="corr" id="xd19e4846" title= +"Niet in bron">,</span> kenteekent zich echter daardoor, dat zij deze +klasse-tegenstellingen vereenvoudigd heeft. De gansche maatschappij +splitst zich meer en meer in twee groote, elkander vijandige legers, in +twee groote, elkander direkt tegenoverstaande klassen: bourgeoisie en +proletariaat. <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name= +"pb183">183</a>]</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e4851" title= +"Niet in bron">„</span>Uit den lijfeigene van de Middeneeuwen, +werden de paalburgers der eerste steden geboren; uit dezen paalburgers +ontwikkelden zich weder de eerste elementen der bourgeoisie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4855" title= +"Niet in bron">„</span>De ontdekking van Amerika, van de +scheepvaart om Afrika, schiepen voor de opkomende bourgeoisie een nieuw +terrein. De Oost-Indische en Chineesche markt, de koloniseering van +Amerika, de ruil met deze koloniën, de vermeerdering der +ruilmiddelen en der waren over het algemeen, verleenden aan den handel, +aan de scheepvaart en aan de industrie een ongekenden vlucht en +daarmede aan het revolutionaire element van de, in verval zijnde +feodale maatschappij, eene even snelle ontwikkeling.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4859" title= +"Niet in bron">„</span>De tot nu toe bestaan hebbende feodale of +gildenachtige bedrijfswijze van de industrie, was niet meer toereikend +voor de met de nieuwe markten, steeds aangroeiende behoefte. De +Manufaktuur trad in hare plaats. De gildenmeesters werden verdrongen +door de industrieele middenstand; de verdeeling van den arbeid tusschen +de verschillende corporaties maakte plaats voor de verdeeling van den +arbeid, in den afzonderlijken werkplaats, gelijk die op zich-zelf reeds +bestond.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4863" title= +"Niet in bron">„</span>Maar steeds groeiden de markten aan, +steeds steeg de behoefte. Ook de Manufaktuur was niet meer voldoende. +De stoom kwam en revolutioneerde door middel van de machinerie de +industrieele produktie. In plaats van de Manufaktuur trad nu de moderne +groot-industrie; in plaats van den industrieelen middenstand traden nu, +de industrieele millionairs, de chefs van gansche industrieele legers, +de moderne bourgeois in het leven.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4867" title= +"Niet in bron">„</span>De groot-industrie heeft de wereldmarkt in +het leven geroepen, die door de ontdekking van Amerika was voorbereid. +De wereldmarkt heeft aan den handel, aan de scheepvaart en aan de +landcommunikatie eene onmetelijke ontwikkeling gegeven. Deze heeft +wederom op de uitbreiding van de industrie <span class="corr" id= +"xd19e4870" title="Bron: terruggewerkt">teruggewerkt</span>, en in +dezelfde mate waarin industrie, handel, scheepvaart en spoorwegen zich +uitbreidden, in diezelfde mate ontwikkelde zich de bourgeoisie, +vermeerderde zij hare kapitalen, drong zij alle, van af de Middeneeuwen +traditioneel geworden klassen, meer en meer naar den achtergrond.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4874" title= +"Niet in bron">„</span>Wij zien dus hoezeer de moderne +bourgeoisie-zelf, het produkt van een lange ontwikkelingsgang, van een +rij van omwentelingen in de produktie- en verkeerswijze is.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4878" title= +"Niet in bron">„</span>Ieder dezer ontwikkelingstrappen der +bourgeoisie, werd begeleid door eene, met hen in overeenstemming zijnde +politieke vooruitgang. Onderdrukte stand onder de heerschappij van de +feodale Heeren; bewapende en zich-zelf beheerende associatie in de +gemeenten; <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name= +"pb184">184</a>]</span>hier onafhankelijke stedelijke Republiek, daar +derde belastingplichtige Stand van de monarchie; dan, ten tijde van de +op gildenorganisatie berustende Manufaktuur, tegenwicht tegenover den +adel in de Standen of in de absolute monarchie; hoofdgrondslag van de +monarchieën in het algemeen, veroverde zij eindelijk, sedert het +bestaan van de groot-industrie en der wereldmarkt in de moderne +constitutioneele staten, voor zich uitsluitend de politieke +heerschappij. De moderne staatsmacht is slechts eene commissie, die de +gemeenschappelijke belangen van de gansche bourgeoisklasse +bestuurt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4884" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heeft in de geschiedenis +een hoogst revolutionaire rol gespeeld.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4888" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie, waar zij tot <span class= +"corr" id="xd19e4891" title="Bron: heerschapij">heerschappij</span> is +gekomen, heeft alle feodale, patriarchale en idyllische verhoudingen +verstoord. Zij heeft de bontgekleurde feodale banden, die den menschen +aan hunne natuurlijke meesters verbonden, onbarmhartig verscheurd en +geen anderen band tusschen mensch en mensch overgelaten, dan die van +het naakte belang, dan die van de gevoellooze „bare +betaling”. Zij heeft de heilige rilling van de vrome dweperij, de +ridderlijke begeestering, de klein-burgerlijke weemoed, verdronken in +het ijskoude water van de egoïstische berekening. Zij heeft de +persoonlijke waarde, in de ruilwaarde opgelost en in de plaats van de +tallooze, op vrijbrieven berustende <span class="corr" id="xd19e4894" +title="Bron: privilegieën">privilegiën</span> en vrijheden, +de eene, die van de gewetenlooze handelsvrijheid gesteld. Zij heeft in +één woord, in plaats van de met <span class="corr" id= +"xd19e4897" title="Bron: religeuze">religieuze</span> en politieke +illusies omhulde uitbuiting, de openlijke, de onbeschaamde, direkte en +dorre uitbuiting geplaatst.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4902" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heeft alle tot dusver +eerwaardige en met vrome schuwheid beschouwde handelingen, van hunnen +schijn van heiligheid ontdaan. Zij heeft den arts, den jurist, den +priester, den <span class="corr" id="xd19e4905" title= +"Bron: pöeet">poëet</span> en den man van de wetenschap tot +hare betaalde loonarbeiders gemaakt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4909" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heeft de familieverhouding +van haren roerend-sentimenteelen sluier beroofd en haar teruggevoerd +tot op een zuiver finantieele verhouding.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4913" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heeft ons het geheim +onthuld, hoe de brute krachtsuiting, die de reaktie zoo zeer bewondert +in de Middeneeuwen, in de luiste dagdieverij hare beste aanvulling kan +vinden. Maar eerst heeft zij ons bewezen, wat de werkzaamheid van +menschen tot stand kan brengen. Zij heeft nog gansch andere +wonderwerken tot stand doen komen als de Pyramiden van Egypte, +romeinsche waterleidingen en gothische <span class="corr" id= +"xd19e4916" title="Bron: Chatedralen">Cathedralen</span> dat waren; zij +heeft nog geheel andere tochten tot stand weten te brengen, als de +Volkerentochten en de Kruistochten dat waren.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4920" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie kan niet bestaan, zonder de +produktie-instrumenten, <span class="pagenum">[<a id="pb185" href= +"#pb185" name="pb185">185</a>]</span>d. w. z<span class="corr" id= +"xd19e4925" title="Niet in bron">.</span>, zonder de +produktieverhoudingen, dus de gezamenlijke maatschappelijke +verhoudingen, voortdurend te revolutioneeren. Onveranderde +instandhouding van de oude produktiewijzen, was daarentegen de eerste +bestaansvoorwaarde van de vroegere industrieele klassen. De +voortdurende omwenteling van de produktie, de ononderbroken schokking +van alle maatschappelijke toestanden, de eeuwigdurende onzekerheid en +de toestand van bewogenheid, onderscheidt de periode der <span class= +"corr" id="xd19e4928" title="Bron: borgeoisie">bourgeoisie</span> van +al de vroegere. Alle vaste, ingewortelde verhoudingen, mitsgaders hunne +gevolgen van oude en traditioneele voorstellingen en +beschouwingswijzen, zijn door haar opgelost geworden; alle +nieuwgevormde verouderen, nog voor zij zich hebben kunnen vastnestelen. +Al het bestaande en vaststaande verdampt, al het heilige wordt ontwijd, +en de menschen worden er eindelijk wel toe <i>gedwongen</i>, hunne +levenspositie en wederzijdsche betrekkingen, met nuchtere oogen te gaan +bekijken.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4935" title= +"Niet in bron">„</span>De behoefte aan een steeds uitgebreider +afzetmarkt voor hare produkten, jaagt de bourgeoisie over den ganschen +aardbol. Overal moet zij zich inburgeren, overal inwerken, overal moet +zij connekties aanknoopen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4939" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heeft door hare exploitatie +van de wereldmarkt, aan de produktie en de <span class="corr" id= +"xd19e4942" title="Bron: comsumptie">consumptie</span> van alle landen, +eene cosmopolitische gestalte gegeven. Zij heeft tot groote droefenis +van de reaktionairen, der industrie den nationalen bodem onder de +voeten weggerukt. Over-oude nationale <span class="corr" id="xd19e4945" +title="Bron: industriën">industrieën</span> zijn door haar +vernietigd geworden en worden er dagelijks nog meer vernietigd. Zij +worden verdrongen door nieuwe <span class="corr" id="xd19e4948" title= +"Bron: industriën">industrieën</span>, welker invoering tot +eene levenskwestie voor alle beschaafde naties wordt; door +industrieelen, welke niet meer inheemsche ruwprodukten, maar de, van de +verst verwijderde streken komende ruwprodukten verwerken en welker +fabrikaten, niet alleen in het land zelve, maar in alle werelddeelen +verbruikt worden. In de plaats van de oude, door de produkten van het +land zelf bevredigde behoeften, komen er nieuwe, welke de produkten van +de verstverwijderde landen en klimaten, tot hunne bevrediging noodig +hebben. In de plaats van de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid +en afgeslotenheid, trad een alzijdig verkeer, eene alzijdige +afhankelijkheid der verschillende naties van elkander. En zooals het in +de <span class="corr" id="xd19e4951" title= +"Bron: materiëele">materieele</span> produktie ging, zoo ging het +ook in de geestelijke produktie. De geestelijke voortbrengselen der +naties elk op zich, zijn gemeen-goed geworden. De nationale +eenzijdigheid en bekrompenheid wordt meer en meer onmogelijk gemaakt, +en uit de vele nationale en lokale litteraturen, vormt zich +ééne wereldlitteratuur. <span class="pagenum">[<a id= +"pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e4956" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie trekt, door eene snelle +verbetering van alle produktie-instrumenten, door de oneindig +vergemakkelijkte communikaties, alle,—ook de +barbaarsche—naties, binnen den kring harer beschaving. De +goedkoope prijzen harer waren, zijn de zware artillerie, waarmede zij +alle chineesche muren platschiet, waarmede zij den hardnekkigsten +vreemdenhaat der Barbaren tot capitulatie dwingt. Zij dwingt alle +naties, de produktiewijze der bourgeoisie zich eigen te maken, willen +deze niet te gronde gaan; zij dwingt ze, deze zoogenaamde beschaving +bij zich-zelf <span class="corr" id="xd19e4959" title= +"Bron: intevoeren">in te voeren</span>, d. w. z. bourgeois te worden. +In een woord, zij schept zich een eigen wereld, naar haar eigen +beeld.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4963" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heeft het platte land +onderworpen aan de heerschappij van de steden. Zij heeft enorme steden +geschapen. Zij heeft het getal van de stedelijke bevolking, tegenover +dat van het land in hoogen graad doen toenemen en een beduidend deel +van de bevolking aan het idealisme van het landleven onttrokken. Gelijk +zij het land van de stad, zoo heeft zij de barbaarsche en +half-barbaarsche landen van de beschaafde, de boerenvolkeren van de +bourgeoisvolkeren, het Oosten van het Westen afhankelijk gemaakt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4967" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heft meer en meer de +versplintering van de produktiemiddelen, van het bezit en van de +bevolking òp. Zij heeft de bevolking <span class="corr" id= +"xd19e4970" title="Bron: gëaglomereerd">geaglomereerd</span>, de +productiemiddelen gecentraliseerd en den eigendom, in weinige handen +geconcentreerd. Het noodzakelijke gevolg hiervan, was de politieke +centralisatie. Onafhankelijke, nauwelijks verbonden <span class="corr" +id="xd19e4973" title="Bron: provincieën">provinciën</span> +met verschillenderlei belangen, wetten, regeeringen en tollen, werden +tezamengedrongen tot ééne natie, ééne +regeering, ééne wet, één nationaal +klassebelang en ééne douanelinie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4977" title= +"Niet in bron">„</span>De bourgeoisie heeft in hare, nauwelijks +honderdjarige klasseheerschappij, méér massale en +méér kolossale produktiekrachten geschapen, als alle aan +haar voorafgegane generaties, tezamen. Onderwerping van natuurkrachten, +machinerie, toepassing van de chemie op de akkerbouw; stoomscheepvaart, +spoorwegen, elektrische telegraphen, exploitatie van gansche +werelddeelen, bevaarbaarmaking van stroomen, gansche, als uit den grond +gestampte bevolkingen—welke vroegere eeuw had er eenig begrip +van, dat zulke produktiekrachten in den schoot van den +maatschappelijken arbeid, te sluimeren lagen!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4981" title= +"Niet in bron">„</span>Wij hebben dus gezien: De produktie- en +verkeersmiddelen, op welker grondslag zich de bourgeoisie kon +verheffen, werden in de feodale maatschappij voortgebracht. Op een +gegeven ontwikkelingshoogte dezer <span class="corr" id="xd19e4984" +title="Bron: produkte-">produktie-</span> en verkeersmiddelen bleken de +<span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name= +"pb187">187</a>]</span>verhoudingen, waarin de feodale maatschappij +produceerde en ruilde, met de feodale organisatie der Agrikultuur en +der Manufaktuur, in één woord, de feodale +eigendomsverhoudingen bleken met de ontwikkelde produktiekrachten, niet +meer in overeenstemming te zijn. Zij hielden de produktie tegen, in +plaats van die te bevorderen. Zij moesten dan ook springen en zij +sprongen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4991" title= +"Niet in bron">„</span>In hunne plaats trad de vrije +concurrentie, met de aan haar beantwoordende maatschappelijke en +politieke constitutie, met de economische en politieke heerschappij van +de bourgeoisklasse.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e4995" title= +"Niet in bron">„</span>Onder onze oogen nu, voltrekt zich eene +gelijke beweging. De burgerlijke produktie- en verkeersverhoudingen, de +burgerlijke eigendomsverhoudingen, de moderne burgerlijke maatschappij, +die zulke geweldige produktie- en verkeersmiddelen te voorschijn +getooverd heeft, gelijkt den heksenmeester, die de onderaardsche +machten, die hij zelve te voorschijn had geroepen, niet meer bezweren +kan. Sedert tientallen van jaren is de geschiedenis van de industrie en +van den handel, slechts de geschiedenis van den opstand der moderne +produktiekrachten tegen de eigendomsverhoudingen, welke de +levensvoorwaarden zijn voor de bourgeoisie en voor hare heerschappij. +Het is voldoende, de handelscrisissen aan te duiden, welke met hunne +periodieke terugkeer, steeds dreigender het bestaan van de gansche +burgerlijke samenleving tot eene kwestie van tijd maken. In de +handelscrisissen breekt eene maatschappelijke epidemie los, welke in +alle vroegere tijdstippen als iets onzinnigs zou zijn beschouwd: de +epidemie van de overproduktie. De maatschappij bevindt zich plotseling +teruggezet in een toestand van oogenblikkelijk barbarisme; een +hongersnood, eene algemeene vernietigingsoorlog schijnen haar alle +levensmiddelen afgesneden te hebben; de industrie, de handel schijnen +vernietigd. En waarom? Omdat zij te véél beschaving, +omdat zij te véél levensmiddelen, te véél +industrie, te véél handel bezit. De produktiekrachten, +die haar ter beschikking staan, dienen niet meer tot bevordering der +burgerlijke eigendomsverhoudingen; integendeel, zij zijn te geweldig +voor deze verhoudingen geworden, zij worden door haar juist +tegengehouden. En zoodra zij dezen tegenstand overwinnen, brengen zij +de gansche burgerlijke samenleving in wanorde en, brengen zij het +bestaan van den burgerlijken eigendom, in gevaar. De burgerlijke +verhoudingen zijn te eng geworden om de door haar voortgebrachte +rijkdom te bevatten. En waardoor overwint de bourgeoisie nu de +crisissen? Aan den eenen kant, door eene gedwongen vernietiging van een +massa van produktiekrachten; aan den anderen kant, door de verovering +van nieuwe markten en de radikale <span class="pagenum">[<a id="pb188" +href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>uitbuiting van de oude +markten. Waardoor dus? Daardoor, dat zij nog veelzijdiger en nog veel +geweldiger crisissen voorbereidt en de middelen om die crisissen te +voorkomen, juist worden verminderd.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5001" title= +"Niet in bron">„</span>De wapenen waarmede de bourgeoisie het +feodalisme tegen den grond geslagen heeft, richten zich nu tegen de +bourgeoisie zelve.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5005" title= +"Niet in bron">„</span>Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de +wapens gesmeed die haar ten dood zullen brengen; zij heeft ook de +menschen voortgebracht, die deze wapens tegen haar zullen voeren. Dit +zijn de moderne arbeiders: het proletariaat.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5009" title= +"Niet in bron">„</span>In dezelfde mate waarin de bourgeoisie, d. +w. z. het kapitaal zich ontwikkelt<span class="corr" id="xd19e5012" +title="Niet in bron">,</span> in diezelfde mate ontwikkelt zich +óók het proletariaat; die klasse van moderne arbeiders, +die slechts zoo lang te leven hebben, als zij arbeid kunnen vinden en +die slechts zoo lang arbeid vinden, als hunnen arbeid het kapitaal +vermeerdert. Deze arbeiders die zich stuksgewijs verkoopen moeten, zijn +een waar, zooals elk handelsartikel dat is en daarvandaan gelijkmatig +aan alle wisselingen van de concurrentie, aan alle schommelingen van de +markt onderworpen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5016" title= +"Niet in bron">„</span>De arbeid van de proletariërs heeft +door de uitbreiding van de machinerie en de verdeeling van den arbeid, +elk zelfstandig karakter en daarmede alle bekoorlijkheid voor den +arbeider verloren. Hij is een gewoon aanhangsel van de machine +geworden, van wien slechts de eenvoudigste, eentonigste en gemakkelijk +aan te leeren handgrepen worden verlangd. De kosten die de arbeider +veroorzaakt, bepalen zich daarvandaan tot die van de bloote +levensmiddelen-hoeveelheid die hij noodig heeft tot zijn onderhoud en +tot voortplanting van zijn geslacht. De prijs eener waar, ook die van +den arbeid, is echter gelijk aan die harer produktiekosten. In dezelfde +mate, waarin de walgelijkheid van den arbeid toeneemt, in diezelfde +mate neemt het loon àf. Meer nog, in dezelfde mate waarin de +machinerie en de verdeeling van den arbeid toenemen, in diezelfde mate +neemt ook de massa van den te verrichten arbeid toe, hetzij door +vermeerdering van de arbeidsuren, hetzij door vermeerdering van de in +een bepaalden tijd te leveren hoeveelheid arbeids, versnelde loop der +machines enz.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5020" title= +"Niet in bron">„</span>De moderne industrie heeft de kleine +werkplaats van den patriarchalen meester doen veranderen in de groote +fabriek van den kapitalistischen ondernemer. Arbeidersmassa’s +tezamengedrongen in de fabriek, worden aldaar op militaire wijze +georganiseerd. Zij worden als ordinaire industrie-soldaten, onder het +toezicht van een volledige hiërarchie van onder-officieren en +officieren geplaatst. Zij zijn niet alleen knechten der +bourgeoisklasse, maar <span class="pagenum">[<a id="pb189" href= +"#pb189" name="pb189">189</a>]</span>zij worden dagelijks en op elk uur +van dien dag geknecht door de machine, door den opzichter en voor +alles, door den individueelen bourgeois zelf, die fabrikant heet. Dit +despotisme is zooveel te kleiner, zooveel te hatelijker, zooveel te +verbitterender, naar mate het te openlijker de uitbuiting als zijn doel +proklameert.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5026" title= +"Niet in bron">„</span>Hoe minder de handenarbeid geschiktheid, +en krachtsuiting gaat vereischen, d. w. z. hoe meer de moderne +industrie zich ontwikkelt, des te meer wordt de arbeid der mannen +verdrongen door die van de vrouwen. Geslachts- en ouderdomsverschillen +zijn niet meer maatschappelijk-geldig voor de arbeidersklasse. Er zijn +slechts arbeidsinstrumenten van hen over, die naar gelang van ouderdom +en van geslacht, verschillende kosten opleveren.<a id="xd19e5029" name= +"xd19e5029"></a></p> +<p>„Is de uitbuiting van den arbeider door de fabrikanten eenmaal +in zooverre gedaan, dat hij zijn arbeidsloon in gereed geld uitbetaald +krijgt, dan vallen de andere deelen van de bourgeoisie hem op het lijf, +in den vorm van den huisheer, den winkelier, den pandjeshuishouder, +enz.</p> +<p>„De tot dusver bestaan hebbende kleine middenstand, de kleine +industrieelen, kooplieden en renteniers, de handwerker en de boer, alle +deze klassen zinken tot het proletariaat af; deels hierdoor, omdat hun +klein kapitaal voor het bedrijf van de groote industrie niet toereikend +is, deels daardoor, omdat hunne geschiktheid door de nieuwe +produktiewijze van hare waarde wordt beroofd. Zoo wordt het +proletariaat gerecruteerd uit alle klassen der bevolking.”</p> +<p>Na een schildering van het ontstaan en het verloop van den strijd +van het proletariaat, ongeveer gelijk aan die welke in het geschrift +tegen Proudhon voorkwam, gaat het „Manifest” verder ons den +klassenstrijd schilderend.</p> +<p>„Van alle klassen die heden ten dage tegenover de bourgeoisie +zich geplaatst zien, is alléén het proletariaat de +werkelijk revolutionaire klasse<span class="corr" id="xd19e5040" title= +"Bron: ,">.</span> De overige klassen komen om, en gaan onder met de +groot-industrie; het proletariaat is haar eigen produkt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5044" title= +"Niet in bron">„</span>De middenstanden, de kleine industrie, de +kleine koopman, de handwerker, de boer, zij allen bestrijden de +bourgeoisie, om hun bestaan als middenstand voor den ondergang te +vrijwaren. Zij zijn aldus beschouwd, niet revolutionair, zij zijn +conservatief. Sterker nog, zij zijn reaktionair, zij zoeken het rad van +de vooruitgang terug te draaien. Als zij revolutionair zijn, dan zijn +zij het met betrekking tot hun aanstaande overgang tot <span class= +"pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span>het +proletariaat, maar alsdan verdedigen zij niet hunne tegenwoordige, maar +hunne toekomstige belangen; dan verlaten zij hun eigen standpunt, om +zich op dat van het proletariaat te stellen”.........</p> +<p>„Elke <span class="corr" id="xd19e5051" title= +"Bron: samenleveng">samenleving</span> die tot nog toe bestond, +berustte gelijk wij gezien hebben, op de tegenstelling van +onderdrukkende en onderdrukte klassen. Om evenwel een klasse te kunnen +onderdrukken, moeten haar de voorwaarden verzekerd zijn, waarop zij, +minst genomen haar geknecht bestaan kan voeren. De lijfeigene heeft +zich in de lijfeigenschap tot medelid van de commune opgewerkt, zooals +de kleine burger tot bourgeois onder het juk van het feodale +absolutisme. De moderne arbeider daarentegen, <span class="corr" id= +"xd19e5054" title="Bron: inplaats">in plaats</span> van zich met de +vooruitgang van de industrie te kunnen verheffen, zinkt steeds dieper +onder de bestaansvoorwaarden zijner eigene klasse. De arbeider wordt +een pauper en het pauperisme ontwikkelt zich nog sneller, dan de +bevolking en dan de rijkdom. Het wordt hiermede klaar en duidelijk, dat +de bourgeoisie ongeschikt is nog langer de heerschende klasse der +samenleving te blijven en de levensvoorwaarden harer klasse, der +samenleving als eene regelende wet op te dwingen. Zij is ongeschikt tot +heerschen, omdat zij ongeschikt is hare slaven, het bestaan, zelfs +binnen het raam hunner slavernij te verzekeren; omdat zij gedwongen is +hun te laten neerzinken tot eene positie, waarin zij hen voeden moet, +<span class="corr" id="xd19e5057" title="Bron: inplaats">in +plaats</span> van door hen gevoed te worden. De maatschappij kan niet +meer onder haar leven, d. w. z. haar leven, laat zich niet meer +vereenigen met dat der samenleving.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5061" title= +"Niet in bron">„</span>De wezenlijke voorwaarde tot het bestaan +en de heerschappij der bourgeoisklasse, is de ophoping van den rijkdom +in de handen van privaat-personen, de vorming en vermeerdering van het +kapitaal; de voorwaarde van het kapitaal is: de loonarbeid. De +loonarbeid berust uitsluitend op de concurrentie der arbeiders +onderling. De vooruitgang van de industrie, welker willooze en +weêrstandslooze draagster de bourgeoisie is, stelt echter +<span class="corr" id="xd19e5064" title="Bron: inplaats">in +plaats</span> van het isolement van den arbeider door de concurrentie, +hunne revolutionaire aaneensluiting door de vereeniging. Met de +ontwikkeling der groot-industrie wordt aldus ook de grondslag onder de +voeten der bourgeoisie weggerukt, die waarop zij produceert en de +produkten zich <span class="corr" id="xd19e5067" title= +"Bron: toeeigent">toeëigent</span>. Hare ondergang en de zegepraal +van het proletariaat zijn beiden gelijkelijk onvermijdelijk.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Het tweede gedeelte van het „Manifest” behandelt den +„proletariër en den communist” en de verhouding waarin +beiden tot <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name= +"pb191">191</a>]</span>elkander staan, benevens eene uiteenzetting van +wat de communisten willen:</p> +<p>„De theoretische stellingen der communisten berusten +geensdeels op ideën, op principes die door dezen of genen +wereldverbeteraar zijn uitgedacht.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5079" title= +"Niet in bron">„</span>Zij zijn de algemeene uitdrukkingen van +feitelijke verhoudingen, van een bestaanden klassenstrijd, eene, zich +onder onze oogen afspelende historische beweging. De afschaffing van de +tot nu toe bestaande eigendomsverhoudingen, is niet iets dat aan het +communisme in het bijzonder eigen is.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5083" title= +"Niet in bron">„</span>Alle eigendomsverhoudingen waren aan een +gedurige historische wisseling, aan eene gestadige historische +verandering onderworpen. De fransche revolutie bijv., schafte den +feodalen eigendom, ten gunste van den burgerlijken af.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5087" title= +"Niet in bron">„</span>Wat het communisme karakteriseert, dat is +niet de afschaffing van den eigendom in het algemeen, maar de +afschaffing van den burgerlijken eigendom.<span class="corr" id= +"xd19e5090" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>De moderne burgerlijke privaat-eigendom is echter de laatste en +meest volkomene uitdrukking van de voortbrenging en de <span class= +"corr" id="xd19e5095" title="Bron: toeeigening">toeëigening</span> +der produkten, welke op klassetegenstellingen, op de uitbuiting van den +een door den ander berusten.</p> +<p>In dezen zin kunnen de communisten hunne theorie in deze eene +uitdrukking: „opheffing van het privaat-bezit” +samenvatten.</p> +<p>Vervolgens <span class="corr" id="xd19e5103" title= +"Bron: wêerlegt">weêrlegt</span> het „Manifest” +alle tegenwerpingen, die er gemaakt zijn geworden tegen de doeleinden +der communisten. In de eerste plaats, dat zij „den +eigendom” willen afschaffen. Het antwoordt hierop: „dat de +communisten niet den eigendom als zoodanig willen afschaffen, om die +reden, dat zij dat niet zouden kunnen. Iets anders is het, dat zij den +privaat-eigendom willen doen vervangen door de gemeenschappelijke. Die +<span class="corr" id="xd19e5106" title= +"Bron: privateneigendom">privaten eigendom</span> namelijk, welke zich +beweegt in de tegenstelling, tusschen kapitaal en loonarbeid. Het +kapitaal is geen persoonlijke maar eene maatschappelijke macht. Het is +een produkt van gemeenschappelijken arbeid en kan slechts door eene +gemeenschappelijke werkzaamheid van vele leden, in laatste instantie +van die van alle leden der gemeenschap, in beweging worden gezet. Wordt +het in gemeenschappelijk, aan alle leden der samenleving toebehoorend +eigendom veranderd, dan verandert niet de persoonlijke eigendom in +gemeenschappelijk, maar het maatschappelijk karakter van den eigendom +verandert, doordien dit zijn klasse-karakter verliest.”</p> +<p>„In de burgerlijke maatschappij is de levende arbeid slechts +een middel om den opgehoopten arbeid te doen vermeerderen. In de +<span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name= +"pb192">192</a>]</span>communistische samenleving, zal de opgehoopte +arbeid slechts een middel zijn om het levensproces van den arbeider te +verruimen, te verrijken en te bevorderen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5114" title= +"Niet in bron">„</span>In de burgerlijke samenleving heerscht dus +het verleden over het heden, in het communisme zal het heden over het +verleden heerschen. In de burgerlijke samenleving is het kapitaal +zelfstandig en persoonlijk, terwijl het werkende individu +ònzelfstandig en ònpersoonlijk is.”....</p> +<p>„Gij werpt ons voor,” zoo roept het Manifest den +tegenstanders toe, „dat wij <span class="ex">uw</span> eigendom +willen afschaffen! Zeker, dat is zoo!<span class="corr" id="xd19e5122" +title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Van af het oogenblik, waarin de arbeid niet meer kan worden +omgezet in kapitaal, geld of grondrente, in ’t kort tot een +monopoliseerbaar iets kan worden gemaakt.... van dat oogenblik af, +verklaart gij den persoon voor opgeheven.”</p> +<p>„Gij stemt aldus toe, dat gij onder den persoon, niemand +anders verstaat dan den bourgeois, den burgerlijken bezitter. En deze +persoon nu, zal zeer zeker moeten ophouden te bestaan!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5130" title= +"Niet in bron">„</span>Het communisme beneemt niemand de macht +zich maatschappelijke produkten toe te eigenen, het beneemt alleen hem +de macht, door middel van vreemden arbeid anderen te +onderdrukken.”</p> +<p>„Men wierp ons voor, met de opheffing van het privaatbezit zal +alle werkzaamheid ophouden te bestaan en eene algemeene luiheid zal er +heerschen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5136" title= +"Niet in bron">„</span>Ware dat zoo, dan moest de burgerlijke +maatschappij reeds <span class="corr" id="xd19e5139" title= +"Bron: sints">sinds</span> lang aan luiheid te gronde gegaan zijn; want +die in haar arbeiden, worden niet rijker en die in haar rijker worden, +arbeiden niet. De gansche bedenking loopt uit op de tautologie, dat er +geen loonarbeid meer bestaat, zoodra er geen kapitaal meer +bestaat.”</p> +<p>Het „Manifest” weerlegt vervolgens alle aanklachten, die +van <span class="corr" id="xd19e5144" title= +"Bron: idëologisch">ideologisch</span>, philosophisch en religieus +standpunt gemaakt zijn tegen het Communisme. „Met de +levensverhoudingen der menschen,” zegt het, „met het +maatschappelijk bestaan, veranderen ook hunne voorstellingen, +beschouwingen en begrippen, in één woord verandert hun +bewustzijn. Wat bewijst de geschiedenis anders, dan dat de geestelijke +voortbrenging, verandert met de materieele? De heerschende ideën +van een zekeren tijd, waren altijd maar de ideën van de in dien +tijd heerschende klasse.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5148" title= +"Niet in bron">„</span>Men spreekt van ideën welke eene +gansche samenleving revolutioneeren; men constateert daarmede het feit, +dat zich binnen het raam van de oude samenleving de elementen tot +<span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name= +"pb193">193</a>]</span>eene nieuwe gevormd hebben dat met de oplossing +der oude levensverhoudingen; de oplossing der oude ideën gelijken +tred houdt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5155" title= +"Niet in bron">„</span>Toen de oude wereld aan het +òndergaan was, werden de oude godsdiensten overwonnen door de +christelijke religie. Toen de christelijke ideën in de +18<sup>e</sup> eeuw het aflegden tegen de verlichtings-ideën, +streed de feodale maatschappij haren doodstrijd met de toenmalige +revolutionaire bourgeoisie. De ideën van de gewetens- en +religievrijheid, waren slechts de weerklank van de heerschappij der +vrije concurrentie, op het gebied van de wetenschap”.....</p> +<p>De tegenwerping, dat er toch „eeuwige waarheden” zooals +vrijheid, gerechtigheid enz., zijn, die aan alle maatschappelijke +toestanden gemeen zijn, weêrlegt het <span class= +"ex">Manifest</span> met te zeggen:</p> +<p>„Onder vrijheid<a id="xd19e5168" name="xd19e5168"></a> +verstaat men in de tegenwoordige burgerlijke produktieverhoudingen, den +vrijen handel, den vrijen koop en verkoop.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5171" title= +"Niet in bron">„</span>Vervalt evenwel den schagger, dan vervalt +ook den vrijen schagger. De tirades over den vrijen handel, gelijk alle +overige vrijheidsredevoeringen van onze bourgeoisie, hebben over het +algemeen maar eenigen zin tegenover den gebonden schagger, tegenover +den geknechten burger van uit de Middeneeuwen, niet echter, tegenover +de communistische opheffing van den schagger, der burgerlijke +produktieverhoudingen en der bourgeoisie zelf.”</p> +<p>„Gij zijt er verontrust over dat wij den privaat-eigendom +willen opheffen. Maar in uwe bestaande maatschappij, is het +privaat-bezit voor negen tiende harer leden reeds opgeheven; bestaat +het juist dáárdoor dat het voor 9/10 niet bestaat! Gij +werpt ons dus voor, dat wij een eigendom wenschen op te heffen, hetwelk +de eigendomloosheid van de overgroote massa, als eene noodzakelijke +voorwaarde voorop stelt.”.....</p> +<p>„En de opheffing der familie” dan, welke men den +communisten verwijt!</p> +<p>„Waarop”, vraagt het Manifest, <span class="corr" id= +"xd19e5180" title="Niet in bron">„</span>berust de tegenwoordige +burgerlijke familie? Op het kapitaal, op den privaten winst. Volkomen +ontwikkeld bestaat zij slechts bij de bourgeoisie; maar zij verkrijgt +hare aanvulling in de gedwongen familieloosheid van de +proletariërs en de publieke prostitutie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5184" title= +"Niet in bron">„</span>De familie der bourgeois valt natuurlijk +weg met het wegvallen van deze hare aanvulling, en beiden verdwijnen +met het verdwijnen van het kapitaal.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5188" title= +"Niet in bron">„</span>Werpt gij ons nu voor, dat wij de +uitbuiting van de kinderen door hunne ouders opheffen willen? Dan +stemmen wij met dat verwijt volkomen in. <span class="pagenum">[<a id= +"pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e5193" title= +"Niet in bron">„</span>Maar, zegt gij, wij heffen de intiemste +verhoudingen op, doordien wij in de plaats van de huiselijke opvoeding +die van de samenleving willen plaatsen!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5197" title= +"Niet in bron">„</span>Maar wordt niet uwe opvoeding door de +samenleving bepaald? Door de maatschappelijke verhoudingen, binnen +welke gij opvoedt, door de direktere of indirektere inmenging van de +maatschappij, door middel van de scholen enz. De communisten hebben de +inwerking van de samenleving op de opvoeding niet uitgevonden: zij +veranderen haar karakter alleen, zij ontrukken alleen de opvoeding aan +den invloed van de heerschende klasse.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5202" title= +"Niet in bron">„</span>De burgerlijke tirades over familie en +over opvoeding, over de intieme verhoudingen van ouders tot kinderen, +zijn evenwel te ellendiger, naarmate te meer door en ten gevolge van de +groot-industrie, alle familiebanden van den proletariër zijn +vaneengereten en zijne kinderen tot eenvoudige handelsartikelen en +produktie-instrumenten zijn geworden.”</p> +<p>Het „Manifest” wijst er dan vervolgens op, dat de +communistische revolutie de radikaalste zal zijn, omdat zij zal breken +met de traditioneele eigendomsverhoudingen, geen „wonder dat in +hare ontwikkelingsgang op het radikaalst gebroken wordt met de +traditioneele ideën.”</p> +<p>Als eerste schrede van de arbeiders om tot de verheffing van het +proletariaat te geraken, wijst het „Manifest” de +„verovering van de demokratie aan.” „Het +proletariaat,” zegt het verder, „zal zijne politieke +heerschappij daartoe aanwenden, der bourgeoisie voor en na al het +kapitaal te ontrukken, alle produktiemiddelen in handen van den Staat, +d. w. z. van het als heerschende klasse georganiseerde proletariaat te +centraliseeren en de massa der produktiekrachten, zoo snel mogelijk te +doen vermeerderen.”.......</p> +<p>„Zijn in den loop van de ontwikkeling de klasseverschillen +verdwenen en is alle produktie in handen van de geassocieerde +individuen samengetrokken, dan heeft de Staat zijn politiek karakter +verloren. De politieke macht in den eigenlijken zin, is de +georganiseerde macht van de eene klasse, tot <span class="corr" id= +"xd19e5211" title="Bron: onderukking">onderdrukking</span> van de +andere. Wanneer het proletariaat in den strijd tegen de bourgeoisie, +zich noodzakelijk tot klasse vereenigt; door een revolutie zich tot +heerschende klasse maakt en als heerschende klasse, gewelddadig de oude +produktieverhoudingen opheft, dan heft het met deze +produktieverhoudingen, de bestaansvoorwaarden van de +klassetegenstellingen, der klassen over het algemeen op, en daarmee +tegelijk: zijne eigene heerschappij als klasse.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5215" title= +"Niet in bron">„</span>In de plaats van de oude burgerlijke +samenleving met hare <span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" +name="pb195">195</a>]</span>klassen en klassetegenstellingen treedt dan +eene associatie, waarin de vrije ontwikkeling van een <i>ieder</i>, de +voorwaarde voor de vrije ontwikkeling van <i>allen</i> is.”</p> +<p>Het „Manifest” behandelt in zijn derde gedeelte +achtereenvolgens, de vormen van socialisme, gelijk men die in de dagen +vóór 1848 in West-Europa aantrof: 1<sup>e</sup>. Het +Reaktionaire socialisme, waaronder a. „feudale +socialisme”<span class="corr" id="xd19e5231" title= +"Niet in bron">,</span> b. het „klein burgerlijk +socialisme” en c. het „duitsche” of het +„ware<a id="xd19e5234" name="xd19e5234"></a> socialisme” +gerekend werden. Dan 2<sup>e</sup>. het „Conservatieve of het +bourgeois-socialisme” en ten 3<sup>e</sup>. het +„Critisch-utopistische socialisme”.</p> +<p>In het vierde gedeelte stelt het „Manifest” de positie +in het licht, die de Communisten tegenover de verschillende +<span class="corr" id="xd19e5244" title= +"Bron: oppostioneele">oppositioneele</span> partijen innemen.</p> +<p>„De communisten”, zegt het<span class="corr" id= +"xd19e5249" title="Niet in bron">,</span> „strijden voor de +bereiking van de <span class="corr" id="xd19e5252" title= +"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> voor de hand liggende +doeleinden en belangen der arbeidersklasse, maar zij vertegenwoordigen +in de tegenwoordige beweging de toekomst dier beweging”.... +„Zij laten geen oogenblik verloren gaan om bij den arbeider een +zoo mogelijk klaar bewustzijn, over de vijandige tegenstelling tusschen +bourgeoisie en proletariaat te voorschijn te roepen”.... +„In <span class="corr" id="xd19e5255" title= +"Bron: een">één</span> woord de communisten ondersteunen +overàl elke revolutionaire beweging, tegen de bestaande +maatschappelijke en de politieke toestanden gericht.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5259" title= +"Niet in bron">„</span>In alle deze bewegingen verheffen zij de +eigendomskwestie, welke meer of minder ontwikkelde vorm deze ook mag +hebben aangenomen, tot de principieele kwestie van de beweging.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5263" title= +"Niet in bron">„</span>De communisten arbeiden voorts overal aan +de verbinding en de verstandhouding der demokratische partijen van alle +landen”.</p> +<p>„De communisten versmaden het hunne inzichten en doeleinden te +bemantelen. Zij verklaren het ronduit, dat hun doel alleen kan worden +bereikt door de gewelddadige omverwerping van de tot nu toe bestaande +maatschappelijke orde. Mogen de heerschende klassen, sidderen voor eene +communistische revolutie! De proletariërs hebben niets te +verliezen dan hunne ketenen! Zij hebben daarentegen een wereld te +winnen!<span class="corr" id="xd19e5268" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">„<span class="ex">Proletariërs aller landen +vereenigt U!</span>”</p> +</div> +<p class="first">Aldus eindigt dit klassieke dokument van het +wetenschappelijke socialisme. Van af zijnen tijd dagteekent de +eigenlijke sociaal-demokratie.</p> +<p>Wij moeten verder Marx’ kleineren arbeid, na hem vluchtig te +hebben <span class="corr" id="xd19e5282" title= +"Bron: aangestip">aangestipt</span> laten rusten, om ons met zijn +hoofdwerk de „Critiek <span class="pagenum">[<a id="pb196" href= +"#pb196" name="pb196">196</a>]</span>op de staathuishoudkunde” +die later volkomener is gemaakt door „<span class="ex" lang= +"de">Das Kapital</span>”, bezig te houden.</p> +<p>Na de Revolutie van 1848 in Duitschland, door de verandering van de +toestanden, welke Marx e. d. weder de gelegenheid verschaften naar +Duitschland terug te keeren, richtte hij met medewerking van vrienden +waaronder ook Engels in Keulen de „<span lang="de">Neue +Rheinische Zeitung</span>” op. Het eerste nummer van dit blad, +dat zich <span class="corr" id="xd19e5295" title= +"Bron: onmiddllijk">onmiddellijk</span> in de politiek op streng +demokratischen en in sociale dingen op communistischen grondslag +plaatste, verscheen 1 Juni 1848. Onder zijne tijdelijke medewerkers +telde het blad o. a. de jonge Ferdinand Lasalle, die eenige jaren later +in Duitschland als pionier der socialistische beweging zulk een groote +rol zou spelen.</p> +<p>Maar de reaktie had in Duitschland en vooral in Pruissen, spoedig +weder gezegevierd en met meer dan twee dozijn processen beladen wegens +wederspannigheid, en voornamelijk om haar aansporen tot het weigeren +van belastingbetalen aan eene regeering, die de pas verworven rechten +der burgerij met voeten trad, moest de „<span lang="de">Neue +Rheinische Zeitung</span>” den 19<sup>e</sup> Mei 1849 ophouden +te verschijnen.</p> +<p>Freiligrath de dichter had voor dit laatste nummer de volgende +dichtregelen geschreven:</p> +<div lang="de" class="lgouter"> +<p class="line">„Kein offner Hieb in offner Schlacht—</p> +<p class="line">Es fällen die <span class="corr" id="xd19e5313" +title="Bron: Mücken">Nücken</span> und Tücken,</p> +<p class="line">Es fällt mich die schleichende <span class="corr" +id="xd19e5318" title="Bron: niedertracht">Niedetracht</span></p> +<p class="line">Der <span class="corr" id="xd19e5323" title= +"Bron: Schmutzigen">schmutzigen</span> Westkalmücken!</p> +<p class="line"><span class="corr" id="xd19e5327" title= +"Niet in bron">Aus dem Dunkel flog der tötende Schaft,</span></p> +<p class="line">Aus dem <span class="corr" id="xd19e5332" title= +"Bron: hinderhalt">Hinterhalt</span> fielen die Streiche—</p> +<p class="line">Und so lieg<span class="corr" id="xd19e5337" title= +"Niet in bron">’</span> ich nun da, in <span class="corr" id= +"xd19e5340" title="Bron: meinen">meiner</span> Kraft,</p> +<p class="line">Eine stolze Rebellenleiche!<span class="corr" id= +"xd19e5345" title="Niet in bron">”</span></p> +</div> +<hr class="tb"> +<p>Marx toog weder naar Parijs, waar hij de later beroemd geworden +historische schets van de fransche Revolutie van 1848 schreef, die de +eerste toepassing van zijn geschiedschrijvingsmethode op de +gebeurtenissen van den dag was.</p> +<p>Deze artikelen-reeks later uitgegeven onder den <span class="corr" +id="xd19e5352" title="Bron: tifel">titel</span>: „de Burgeroorlog +in Frankrijk,” is later aangevuld met een niet minder prachtige +historische analyse van de overwinning der reaktie in Frankrijk onder +Napoleon III, door Marx betiteld met „<span lang="de">Der +18<sup>e</sup> Brumaire des Louis Bonaparte.</span>” Ook over de +duitsche Revolutie van 1848 zijn toen door Marx artikelen geschreven, +die voor eenige jaren <span class="pagenum">[<a id="pb197" href= +"#pb197" name="pb197">197</a>]</span>geleden uitgegeven zijn onder den +titel: „Revolutie en Contra-Revolutie in Duitschland in +1848.”</p> +<p>Volledigheidshalve moet hier nog melding worden gemaakt, dat na een +proces, dat men den leden van den „Communistenbond” in +Duitschland aandeed wegens hoogverraad en waarbij een aantal hunner +veroordeeld werden, dezen Bond <span class="corr" id="xd19e5365" title= +"Bron: opgheven">opgeheven</span> moest worden. Marx heeft de gansche +historie van dien Bond, benevens zijn karakter en ook dat van de op de +revolutie gevolgde reaktie, terneergeschreven in een boekje: „Het +Keulsche Communisten-proces” genaamd.</p> +<p>Marx toog, nadat ook Parijs hem voor de tweede maal als woonplaats +ontzegd was, naar Londen, om zich daar voor goed te vestigen. Aldaar +moest hij werken om zijn brood, door journalistieken arbeid te +verrichten en had hij inmiddels ook eenige kinderen gekregen. Maar wat +hem het meest in Londen bleef aantrekken, dat was de gelegenheid die +hij aldaar vond, om zijne economische <span class="corr" id="xd19e5371" +title="Bron: studieën">studiën</span> voort te zetten. +Eerstens, omdat Engeland het groote proefveld was voor iemand, die in +die dagen de groot-industrie met al hare voor- en nadeelen, licht- en +schaduwzijden wilde leeren kennen. Tweedens, omdat er in het +„<span lang="en">British Museum</span>” een ongekende +hoeveelheid materiaal was te vinden voor politiek-economische +<span class="corr" id="xd19e5377" title= +"Bron: studieën">studiën</span>. Derdens omdat Londen zelf, +de interessantste plaats was tot waarneming van het burgerlijk leven; +en ten laatste, door het nieuwe ontwikkelingsstadium waarin de +burgerlijke samenleving gekomen was door de ontdekking van de +Californische en Australische goudmijnen. Marx zelf verklaarde +hieromtrent:</p> +<p>„De physikus beschouwt natuurprocessen, of daar waar zij in +hunnen scherpst afgeteekenden vorm en van storenden invloeden onberoerd +zijn waar te nemen; of zoo mogelijk, maakt hij experimenten onder +voorwaarden, welke hem eene zuivere ontwikkeling van het proces kunnen +verzekeren. Wat ik in dit werk trachtte na te vorschen (in +„<span class="ex" lang="de">Das Kapital</span>” n. l.) is +de kapitalistische produktiewijze en de aan haar beantwoordende +produktie- en verkeersverhoudingen. Hunne klassieke verblijfplaats is +tot nu toe nog Engeland. Dit is de reden, waarom dit land als +hoofd-illustratie mijner theoretische ontwikkeling dienst doet.” +Aldus luidt het in de „Voorrede” van het eerste deel van +„<span lang="de">Das Kapital</span>”. <span class= +"pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span></p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Marx over Vrij-handel.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wij hebben nog melding te maken van een tweetal +<span class="corr" id="xd19e5394" title= +"Bron: studieën">studiën</span> van staathuishoudkundigen +aard, welke beiden dateeren uit de periode der Brusselsche ballingschap +van 1847. Het zijn Voordrachten, door Marx in openbare vergaderingen +gehouden. Zijne groote kennis van economische toestanden en de proeven +zijner critische gaven op dit gebied blijken reeds uit beiden.</p> +<p>De eene is getiteld „Over Loonarbeid en Kapitaal” en is +gehouden in de „<span lang="de">Deutsche +Arbeiterverein</span>” aldaar. Zij is een begin, dat geheel en al +tehuis behoort bij Marx’ <span class="corr" id="xd19e5402" title= +"Bron: critisch-economie">critisch-economische</span> beschouwingen en +behoeft dus hier niet opzichzelf te worden behandeld.</p> +<p>Het andere is de in 1847 in de „<span class="ex" lang= +"de">Demokratische Gesellschaft</span>” te dier plaatse gehouden +voordracht „<span class="ex">Over Vrije-handel</span>.”</p> +<p>Het was in het agitatietijdperk der graanrechtwetten in Engeland. +Marx komt hierin tot deze conclusies: „wat beteekent onder den +huidigen toestand der samenleving de vrije handel? Niet anders, dan de +vrijheid van het kapitaal..... <a id="xd19e5415" name= +"xd19e5415"></a>Zoolang gij de verhouding van loonarbeid tot kapitaal +laat voortbestaan, moge de ruil der waren, zich ook voortdurend +voltrekken onder de gunstigste verhoudingen, zal er steeds een klasse +wezen die uitbuit, en eene die uitgebuit wordt...... <a id="xd19e5417" +name="xd19e5417"></a>Niettemin, gelooft niet Mijne heeren, dat wanneer +wij den vrijen handel critiseeren, wij dan vrienden zijn van +beschermende rechten.” Integendeel! „Men kan het +constitutionalisme bestrijden zonder een vriend van het absolutisme te +wezen. Overigens zijn beschermende rechten slechts een middel, om in +een land de groot-industrie op te voeden, d. w. z. haar van de +wereldmarkt afhankelijk te maken en van het oogenblik af waarop men van +de wereldmarkt <span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name= +"pb199">199</a>]</span>afhankelijk begint te worden, hangt men in +meerdere of mindere mate reeds van den vrijen handel af. Bovendien +ontwikkelt bescherming de vrije concurrentie in het land zelf. Derhalve +zien wij het, dat in de landen waar de bourgeoisie begint zich als +klasse te doen gelden, zooals bijv. in Duitschland, zij reeds groote +moeite doet om bescherming te verkrijgen.”..... „In +’t algemeen echter is tegenwoordig het systeem der beschermende +rechten conservatief, terwijl de vrije handel verstorend werkt. Het +ontwricht de vroegere nationaliteiten en drijft de tegenstelling +tusschen proletariaat en bourgeoisie op hunnen spits. In +één woord: het systeem van den vrijen handel bespoedigt +de sociale revolutie.” <span class="corr" id="xd19e5421" title= +"Niet in bron">„</span>En slechts in dezen, revolutionairen zin +Mijne Heeren,<span class="corr" id="xd19e5424" title= +"Niet in bron">”</span> zoo eindigde Marx zijn rede<span class= +"corr" id="xd19e5428" title="Niet in bron">,</span> „stem ik +vóór den vrijen handel.” <span class= +"pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="pt3" class="div0 part"> +<h2 class="main">Derde gedeelte.</h2> +<div id="ch3.5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk V.</h2> +<h2 class="main">De kritiek op het Kapitalisme.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Zooals in de philosophie en in de wereldbeschouwing +Marx’ wetenschappelijke inzichten aanknoopten aan Kant, Fichte, +Hegel en Feuerbach; in de geschiedenisbeschouwing aan Augustin Thierry +en Michelet, zoo knoopten zijne staathuishoudkundige inzichten aan die +van de, eveneens klassieke vertegenwoordigers der burgerlijke +staathuishoudkunde aan. Adam Smith en David Ricardo, beiden engelsche +economen waren zijne voorgangers.</p> +<p>Voornamelijk was het kernpunt van elke principieele economie, het +concipieeren eener waarde-theorie. Deze is ook bij Marx, gelijk bij +elken econoom die een zeker tijdvak in zijn werk vertegenwoordigt, de +spil waarom alles draait. Maar bij Marx bovendien, de bron waaruit de +door hem geformuleerde theorie van de +méérwaarde,—de polsader in de kapitalistische +produktiewijze,—wetenschappelijk door hem kon worden +vastgesteld.</p> +<p>Tusschen de „Critiek op de staathuishoudkunde” en +„<span class="ex" lang="de">Das Kapital</span>”, het begin +en de voortzetting, liggen negen jaren. Het eerste deel van: +„<span class="corr" id="xd19e5449" title= +"Bron: Das Kapital, critiek der politische economie">Das Kapital, zur +Kritik der politischen Ökonomie</span>” verscheen in 1867; +het tweede deel eerst in 1885, twee jaren na Marx’ dood, zoo ook +het derde deel, beiden door <span class="corr" id="xd19e5452" title= +"Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels uitgegeven. De jaren die er +liggen tusschen de „Critiek” en het groote dikke boek +„<span lang="de">Das Kapital</span>”, waren voor Marx, die +van een langdurig, steeds terugkeerend lichamelijk lijden en van groote +finantieele zorgen. Maar dat niet alleen. In die periode viel ook de +<span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name= +"pb201">201</a>]</span>persoonlijke aktie van Karel Marx, de oprichting +van en de enorme werkzaamheden verbonden aan de +„Internationale”, de stichting die in 1864 te <span class= +"corr" id="xd19e5461" title="Bron: London">Londen</span> tot stand +kwam, ten doel hebbend de arbeidersbeweging van toenmaals in de +verschillende landen, een internationale band te geven. Marx was hare +secretaris en tevens hare ziel. De noodzakelijkheid om beknopt te zijn, +waardoor ook alleen maar de hoofdpunten van Marx’ levenswerk +kunnen worden weergegeven, noopt ons van de +„Internationale” en wat Marx er in deed, met een enkel +woord gewag te maken en er niet langer bij stil te staan.</p> +<p>Wij behandelen vervolgens al het economische werk van Marx tezamen. +Een voornaam ding dient hierbij wèl te worden in ’t oog +gevat.</p> +<p>Marx heeft geen bepaald nieuw nationaal-economisch systeem op +gesteld; hijzelf betitelde zijn werk als „<i>critiek</i>”. +En iets anders zou dan ook met Marx’ overtuiging en opvatting van +de evolutie die de samenleving doormaakt in de kapitalistische +produktieperiode en de, aan die produktiewijze immanente wetten die +haar voortbewegen en tot oplossing brengen, welker oplossing niet +anders kan zijn dan hare eigene negatie, niet te rijmen zijn +geweest.</p> +<p>„Voor Marx,” zoo luidt het oordeel van een Russisch +critikus, afgedrukt in den tweeden druk van het eerste deel van +„<span lang="de">Das Kapital</span>,”.... „is slechts +één ding van gewicht: de wet der phenomenen te vinden met +welker onderzoek hij zich bezig houdt. En voor hem is niet alleen de +wet van gewicht die ze beheerscht, voor zoover zij hunnen ontwikkelden +vorm hebben en in samenhang met elkander staan en zooals zij in een +gegeven tijdperk kan worden waargenomen. Voor hem is het ook +vóór alles van gewicht, de wet harer verandering, harer +ontwikkeling, d. w. z. de overgang uit de eene vorm in de andere, uit +de eene orde van samenhang in de andere te vinden. Zoodra hij eenmaal +eene wet heeft ontdekt, onderzoekt hij in détails de gevolgen +waarin zij zich in het maatschappelijk leven demonstreert”.... +„Dientengevolge geeft Marx zich slechts moeite voor <span class= +"corr" id="xd19e5476" title="Bron: een">één</span> ding: +door nauwkeurige wetenschappelijke onderzoekingen, de noodzakelijkheid +van bepaalde orden van maatschappelijke verhoudingen aan te toonen en +zooveel mogelijk onkreukbaar de feiten te constateeren, die hem tot +uitgangs- en steunpunten dienen. Hiertoe is het volmaakt voldoende, +wanneer hij met de noodzakelijkheid van de tegenwoordige orde van +zaken, tegelijk de noodzakelijkheid van eene andere aantoont, waarin de +eerste onvermijdelijk moet overgaan, gansch onverschillig of de +menschen dat gelooven of <span class="pagenum">[<a id="pb202" href= +"#pb202" name="pb202">202</a>]</span>niet gelooven, of zij zich +hetzelve bewust zijn of niet. Marx beschouwt de maatschappelijke +beweging als een natuurhistorisch proces, dat door wetten geleid wordt, +die niet alleen niet van den wil, het bewustzijn en doel van de +menschen afhankelijk zijn, maar veeleer omgekeerd, welker willen, +bewustzijn en doel er door bepaald wordt”.... „Wanneer het +bewuste element in de beschavingsgeschiedenis een zoo ondergeschikte +rol speelt, dan spreekt het vanzelf, dat de critiek welker objekt de +beschaving zelf is, minder dan ergens anders, den een of anderen vorm +of het een of andere resultaat van het bewustzijn tot grondslag kan +hebben. Dat wil zeggen: niet de idee, maar het uitwendige verschijnsel +alleen kan dan als haar uitgangspunt dienen. De critiek zal zich +beperken tot de vergelijking en de confronteering van een feit, niet +met de idee, maar met het andere feit. Voor haar is het slechts van +gewicht, dat de beide feiten zooveel mogelijk nauwkeurig onderzocht +worden en werkelijk de een tegenover den ander verschillende +ontwikkelingsmomenten vormen, voor alles is ’t voor haar evenwel +van gewicht, dat niet minder nauwkeurig de serie der orden opgespoord +<span class="corr" id="xd19e5481" title="Bron: worden">wordt</span>, de +opvolging en de verbinding, waarin de trappen van ontwikkeling zich aan +ons voordoen. Maar, zoo zal men daartegen aanvoeren, de algemeene +wetten van het economische leven zijn een en hetzelfde; geheel +onverschillig, of men ze toepast op het tegenwoordige of op het +verleden! Juist dàt loochent Marx. Volgens hem bestaan zulke +abstrakte wetten niet... <a id="xd19e5484" name="xd19e5484"></a>Volgens +zijn meening bezit integendeel elke historische periode hare eigen +wetten.... <a id="xd19e5487" name="xd19e5487"></a>Zoodra het leven +eener maatschappij een zekere ontwikkelingsperiode overleefd heeft, uit +een bepaald stadium in een ander overgaat, vangt het ook aan door +andere wetten te worden geleid. In één woord het +economische leven biedt ons een, aan de ontwikkelingsgeschiedenis op +het andere gebied dat der biologie, analoog verschijnsel aan...... +<a id="xd19e5489" name="xd19e5489"></a>De oude economen miskenden den +aard van de economische wetten, toen zij dezelven vergeleken met de +wetten der physiek en der chemie..... <a id="xd19e5491" name= +"xd19e5491"></a>Een diepere analyse der verschijnselen bewees, dat +sociale organismen zich van elkander evenzoo grondig onderscheiden als +planten<a id="xd19e5493" name="xd19e5493"></a> en dierlijke organismen. +Ja een en hetzelfde verschijnsel is aan geheel en al verschillende +wetten onderworpen, tengevolge van de verschillende totaal-struktuur +dier organismen, der afwijking van hunne onderlinge organen, van het +verschil der voorwaarden, waaronder zij funktioneeren..... <a id= +"xd19e5495" name="xd19e5495"></a>Met de verschillende ontwikkeling der +produktiekrachten wijzigen zich de verhoudingen en de hen regelende +wetten. Daardien Marx zich ten doel stelt, van uit dit gezichtspunt de +kapitalistische maatschappij na te <span class="pagenum">[<a id="pb203" +href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span>vorschen en te verklaren, +formuleert hij slechts streng wetenschappelijk het doel, hetwelk ieder +nauwgezet onderzoek van het economisch leven hebben kan.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5500" title= +"Niet in bron">„</span>..... <a id="xd19e5503" name= +"xd19e5503"></a>De wetenschappelijke waarde van zulk onderzoek is te +vinden in de opheldering van de bijzondere wetten, welke ontstaan, +leven, ontwikkeling en dood van een bepaald maatschappelijke organisme +en zijn opvolging door een ander en hooger, regelen.”</p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De analyse van de Waar.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first"><a id="xd19e5509" name="xd19e5509"></a>De rijkdom der +maatschappijen, in welke de kapitalistische produktiewijze heerscht, +doet zich aan ons voor, als eene ongehoorde verzameling van waren, de +individueele waar als zijn elementairen <span class="corr" id= +"xd19e5511" title="Bron: vormt">vorm</span>. Marx begin daarom +„<span lang="de">Das Kapital</span>” met de analyse van de +Waar.</p> +<p>Een Waar is een arbeidsprodukt, dat niet voor het <span class= +"ex">eigen gebruik</span>, hetzij van den producent of van met hem +verbonden menschen, maar voor den <span class="ex">ruil</span> tegen +andere produkten, wordt voortgebracht. Het zijn dus geen +<i>natuurlijke</i>, maar <i>maatschappelijke</i> eigenaardigheden die +een zeker produkt tot waar maken. Aan de maatschappelijke rol, de +maatschappelijke funktie kan men ’t zien of een produkt Waar is +of niet.</p> +<p>In de kapitalistische maatschappij nu, nemen in steeds stijgender +mate de arbeidsprodukten de vorm van <span class="ex">Waren</span> aan. +Wanneer heden ten dage nog niet <i>alle</i> arbeidsprodukten bij ons +tot <span class="corr" id="xd19e5539" title="Bron: waren">Waren</span> +zijn geworden, dan is dit deswegens omdat nog resten van vroegere +produktiewijzen door de tegenwoordige heenloopen. Ziet men nu hiervan +af, dan kan men zeggen dat tegenwoordig alle arbeidsprodukten, de vorm +van Waren aannemen.</p> +<p>Wij kunnen de tegenwoordige produktiewijze niet begrijpen, wanneer +ons niet helder voor oogen staat, hoe het karakter van de Waar is in de +huidige produktiewijze.</p> +<p>„In de produktie betrekken de menschen zich niet alleen op de +natuur. Zij produceeren, doordien zij op eene bepaalde manier +tezamenwerken en de resultaten daarvan, tegen elkander ruilen. Om te +produceeren, komen zij in bepaalde verhoudingen en betrekkingen +tegenover elkander te staan en alleen binnen het raam van deze +maatschappelijke betrekkingen en verhoudingen, vinden hunne +betrekkingen tot de natuur, heeft de produktie plaats.”</p> +<p>Al naar het karakter der produktiemiddelen, kunnen natuurlijk deze +maatschappelijke verhoudingen waarin de producenten tegenover elkander +komen te staan; de voorwaarden waaronder zij <span class= +"pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name= +"pb204">204</a>]</span>hunne produkten ruilen en aan de +totaal-handeling der produktie deelnemen, verschillend zijn. Met de +uitvinding van een nieuw oorlogsinstrument, het geweer, veranderde ook +noodwendig de gansche inwendige organisatie van het leger; veranderden +de verhoudingen, waarin de individuen een leger vormden en als leger +werken konden; wijzigde zich ook de verhouding van de verschillende +legers tot elkander.</p> +<p>De maatschappelijke verhoudingen waarin de individuen produceeren, +de maatschappelijke produktieverhoudingen wijzigen zich alzoo; +veranderen, naarmate dat er verandering en ontwikkeling komt in de +produktiemiddelen, de produktiekrachten in het algemeen. De +produktieverhoudingen als geheel, vormen datgene wat men de +maatschappelijke verhoudingen, de maatschappij noemt en wel een +maatschappij op eene bepaalde, historische hoogte van ontwikkeling; een +maatschappij met een eigenaardig, verschillend karakter.</p> +<p>In de kapitalistische maatschappij, met hare privaat-produktiewijze, +hare voortbrenging door elken ondernemer afzonderlijk en de daaruit +noodwendigerwijs voortvloeiende private verhouding, waarin de ruilers +tegenover elkander zijn komen te staan; de produktie vervolgens, niet +ten eigen behoeve, niet om het produkt zelf, maar om den <span class= +"ex">winst</span>, heeft de Waar noodwendigerwijs een ander karakter en +een andere beteekenis, dan in eene voorafgaande, eene andere +samenleving, met andere produktie-verhoudingen en krachten en een +andere, maatschappelijke wijze van ruilen.</p> +<p>In de private produktiewijze, gelijk het kapitalisme van onzen tijd +haar heeft geschapen, arbeidt elk, oogenschijnlijk voor zichzelve, en +de manier waarop ieder aan het produkt van den ander komt schijnt niet +geweten te kunnen worden aan het karakter van hunnen arbeid, maar aan +de eigenaardigheden van het produkt-zelf.</p> +<p>De verhoudingen dier personen onder elkander, gelijk zij door het +maatschappelijk karakter van den arbeid worden bepaald, verkrijgen, +onder de heerschappij van de warenproduktie den schijn van verhoudingen +van dingen, namelijk: van <span class="ex">produkten</span> onder +elkander. Zoolang de produktie een direkt maatschappelijke was, was zij +onderworpen aan de bepaling en aan de leiding van de maatschappij en +lagen de verhoudingen der producenten, onder elkander<span class="corr" +id="xd19e5564" title="Bron: ;">,</span> duidelijk voor de hand. Zoodra +evenwel de arbeid tot privaat-arbeid werd, die onafhankelijk werd +bedreven; zoodra de produktie daardoor tot een planlooze werd, +verschenen de verhoudingen der producenten tot elkander, als +<span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name= +"pb205">205</a>]</span>verhoudingen van produkten. Van nu af lag de +bepaling van de verhouding der producenten onderling, niet meer bij hen +zelf. Deze verhoudingen ontwikkelden zich, onafhankelijk van den wil +der menschen, de maatschappelijke machten groeiden hen over het hoofd, +zij verschenen voor de <span class="corr" id="xd19e5569" title= +"Bron: naieve">naïeve</span> beschouwingswijze uit vroegere +eeuwen, als goddelijke machten, zooals zij later voor <a id="xd19e5572" +name="xd19e5572"></a>klaardere koppen, machten der „natuur” +geworden waren. Aan de natuurvorm der Waren, werden nu eigenschappen +toegeschreven, van een mystiek karakter, omdat zij niet uit de +verhoudingen der producenten onderling konden worden verklaard. Marx +noemt dit verschijnsel, de erkenning van het „<span class= +"ex">fetichisme</span> dat den arbeidsprodukten aankleeft, zoodra zij +als Waren worden geproduceerd en dat daarom van de Waar onafscheidelijk +is. Dit fetichistisch karakter van de <span class="corr" id="xd19e5578" +title="Bron: waren-wereld">Waren-wereld</span> ontspruit... uit het +eigenaardig maatschappelijk karakter van den arbeid, die Waren +voortbrengt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5583" title= +"Niet in bron">„</span>Gebruiksgoederen worden in het algemeen +slechts Waren, omdat zij produkten der van elkander onafhankelijk +gedreven privaat-arbeid zijn. Het complex van deze privaat-arbeid vormt +den maatschappelijken totaal-arbeid. Daar de producenten eerst weder +met elkander in een maatschappelijk contakt komen door middel van den +ruil hunner arbeidsprodukten, komt ook het specifiek maatschappelijk +karakter van hunnen privaat-arbeid, eerst weder in dezen ruil aan den +dag.”</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Waarde der <span class="corr" id="xd19e5589" title= +"Bron: waren">Waren</span>.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Gelijk wij zagen, heeft de Waar ten doel te worden +geruild tegen een andere. Zij kan slechts aan dit doel beantwoorden +onder de voorwaarde, dat door haar eene menschelijke behoefte, van +welken aard ook, bevredigd wordt. Voor Marx maakt het geen verschil, of +die behoefte, eene werkelijke of een ingebeelde is; of het brood is of +katoen of een behoefte naar luxe. Deze onderscheidingen, door sommige +<span class="corr" id="xd19e5594" title= +"Bron: spitsvoudige">spitsvondige</span> economen wel eens gemaakt, +gelden in de werkelijkheid dan ook inderdaad niet.</p> +<p>De Waar moet dus een nuttig ding zijn: zij moet <span class= +"ex">gebruikswaarde</span> bezitten. Deze laatste eigenschap, die de +Waar noodzakelijk hebben moet, wordt bepaald door de physieke +eigenschappen van het lichaam van de Waar. Gebruiksnuttigheid vormt de +stoffelijke inhoud van den <span class="corr" id="xd19e5602" title= +"Bron: rijdom">rijkdom</span>, hoedanig zijne maatschappelijke vorm ook +zijn mag. Gebruikswaarde is dus geene, der waren alléén +aanklevende eigenschap. Er zijn gebruiksnuttigheden die +géén waren zijn, bijv. produkten van een op <span class= +"pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206" name= +"pb206">206</a>]</span>communistischen grondslag ingericht +gemeenschapswezen, zooals die der oude indische dorpsgemeenten. Ja, er +zijn gebruikswaarden die niet eens <span class="corr" id="xd19e5607" +title="Bron: arbeids-produkten">arbeidsprodukten</span> zijn, zooals +bijv. de vruchten van een oerwoud, water van een vloed enz. enz. Maar, +er kan geen Waar bestaan die niet gebruikswaarde heeft.</p> +<p>Doordien de <span class="corr" id="xd19e5612" title= +"Bron: waren">Waren</span> worden wat zij zijn en waartoe zij bestemd +zijn, verkrijgen zij een tweede eigenschap, die van te worden geruild: +hunne <span class="ex">ruilwaarde</span> dus. De verhouding waarin zich +de <span class="corr" id="xd19e5618" title="Bron: waren">Waren</span> +tegen elkander doen ruilen, wordt door hunne waarde bepaald.<a id= +"xd19e5621" name="xd19e5621"></a></p> +<p>Wij hebben hier niet met <span class="ex">abstrakte</span> begrippen +van waarde van een of ander te doen. Wij hebben hier de <span class= +"corr" id="xd19e5628" title="Bron: waar">Waar</span> <i>als +maatschappelijk ding</i>, wier produktie aan bepaalde maatschappelijke +verhoudingen en voorwaarden en aan de aanwezigheid van bepaalde +maatschappelijke krachten is gebonden.</p> +<p>Wat bepaalt dus de waarde dier Waar? De waarde der Waar is +<i>niet</i> gelijk aan haren prijs. De laatste is alleen maar hare +<span class="ex">ruilwaarde</span> in geld uitgedrukt. Daardoor kan +dus, als gezamenlijke produkten van menschelijken arbeid, hunne waarde +niet worden uitgemaakt. Als gebruikswaarden worden zij slechts daarom +tegen elkander geruild, omdat zij juist verschillende, +niet-gemeenschappelijke, natuurlijke eigenschappen hebben, die wel de +beweegredenen tot hunnen ruil, maar in geen geval de verhouding van +dien ruil, bepalen kunnen.</p> +<p>Het raadsel laat zich slechts <span class="corr" id="xd19e5644" +title="Bron: op lossen">oplossen,</span> zegt Marx, wanneer men de +algemeene eigenschap der <span class="corr" id="xd19e5647" title= +"Bron: waren">Waren</span> heeft ontdekt, n.l. deze, dat zij +arbeidsprodukten, d. w. z. produkten van menschelijken arbeid +<span class="ex"><span class="corr" id="xd19e5651" title= +"Bron: üeberhaupt">überhaupt</span></span> zijn.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5655" title="Bron: En">Een</span> Waar +heeft dus daardoor waarde, omdat in haar, menschelijke arbeid +<span class="corr" id="xd19e5658" title= +"Bron: ueberhaupt">überhaupt</span>, is neêrgelegd.</p> +<p>Die waarde-grootte van de <span class="corr" id="xd19e5663" title= +"Bron: waren">Waren</span>, hoe is die nu te meten? De waarde-meter +daarvan, is de hoeveelheid van de waarde-vorming die zij in zich +bevatten, van den menschelijken arbeid die in haar is <span class= +"corr" id="xd19e5666" title= +"Bron: gekristallyseerd">gekristalliseerd</span>. En deze <span class= +"corr" id="xd19e5669" title="Bron: hoeveveelheid">hoeveelheid</span> +kan op haren beurt, door niets anders gemeten worden, dan door den +arbeidstijd die er noodig was, om de Waar voort te brengen.</p> +<p>Maar niet den individueelen arbeidstijd. Immers dan zou, hoe luier +een arbeider was, zooveel te meer waarde zijnen arbeid hebben. Deze +arbeidstijd laat zich, volgens Marx, niet anders opvatten dan als eene +maatschappelijke faktor van de voortbrenging. In eene bepaalde +samenleving zijn deze voorwaarden eveneens gegevene en bepaalde; +blijven zij aan elkander gelijk, dan blijft ook de in de produktie +eener Waar neêrgelegde <span class="pagenum">[<a id="pb207" href= +"#pb207" name="pb207">207</a>]</span>hoeveelheid arbeids gelijk; +wijzigen zich deze, dan veranderen gene eveneens. Want het totaal van +de maatschappelijke verhoudingen, waaronder de produktie plaats vindt, +is van de produktiviteit van den arbeid afhankelijk. Onder deze is mede +te rekenen, de oogenblikkelijke vorming der arbeiders, de hoogte die de +<span class="corr" id="xd19e5676" title= +"Bron: teckniek">techniek</span> bereikt heeft, de manier van +samenwerking van de organen der produktie, de natuurverhoudingen van +menigvuldigen soort, zooals daar zijn: rijkdom van den bodem, +meteorologische invloeden etc. Al deze omstandigheden zijn aan +wisseling onderhevig en daarmede ook de produktiviteit van de +maatschappelijke arbeidsopbrengst in een bepaald tijdperk.</p> +<p>Tegelijk hiermede veranderen ook de arbeidshoeveelheden, die noodig +zijn om het gelijke produkt voort te brengen, en mede ook deszelfs +<span class="corr" id="xd19e5681" title= +"Bron: waardegrootte">waarde-grootte</span>.</p> +<p>De waarde-grootte van <span class="corr" id="xd19e5687" title= +"Bron: tweërlei">tweeërlei</span> waren staan dientengevolge +in de verhouding van kwantiteiten van den <span class= +"ex">maatschappelijk noodzakelijken</span> arbeid, die tot hunne +produktie gevorderd worden. Kan dus de hoeveelheid arbeid, noodig tot +de voortbrenging van een warensoort, ingekrompen worden tot op de +helft, door opvoering van de produktiviteit van den arbeid, invoering +van machinerie ter vervanging van handenarbeid, volkomener maken van de +machinerie enz., dan daalt ook de waarde van die waren tot op de helft. +Zoo is de waarde van stalen veren bijv., binnen 60 à 70 jaren, +gedaald tot op nog minder dan het honderdste gedeelte harer +oorspronkelijke waarde.</p> +<p>Dit is dus het begrip maatschappelijk-noodwendige arbeidstijd, +gelijk dit bij Marx geldt.</p> +<p>Reeds was die algemeene waardewet der arbeidsprodukten, <span class= +"corr" id="xd19e5697" title="Bron: hune">hunne</span> bepaling door den +arbeid, oorspronkelijk eene ontdekking van de klassieke engelsche +economie en in embryonalen vorm was zij reeds bij den engelschen +econoom Sir William Petty te vinden. Zij is later door Adam Smith +overgenomen en ten slotte op de kapitalistische, half nog +manufaktuurlijke, half <span class="corr" id="xd19e5700" title= +"Bron: groot-industrieele-produktiewijze">groot-industrieele +produktiewijze</span>, gelijk zij in het Engeland dier dagen +(1772–1823) te vinden was, toegepast door den <span class="corr" +id="xd19e5703" title= +"Bron: staatkunshoudkundige">staathuishoudkundige</span> David +Ricardo.</p> +<p>Alleen, wat nòch Adam Smith nòch Ricardo zagen en +doorschouwen konden, dat doorzag Marx, die als econoom eene latere +periode toebehoort, n.l. die der <span class="corr" id="xd19e5708" +title="Bron: groot-idustrie">groot-industrie</span> met de stoom en de +maatschappelijke massa-produktie. Marx was het gegeven om het +maatschappelijk karakter van den arbeid-zelve te doorzien. <span class= +"pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span></p> +<p>Men moet bij de beoordeeling van deze waarde-theorie zich hoeden +voor vergissingen. Marx zelf wees hierop reeds. Een dier voornaamste is +wel de verwisseling van <i>waarde</i> met <i>rijkdom</i>. De waarde, +zegt Marx duidelijk, is eene historische categorie, slechts geldig voor +de periode van de warenproduktie; zij is eene maatschappelijke +verhouding. De rijkdom daarentegen, is iets stoffelijks en wordt +samengesteld uit gebruikswaarden. „Arbeid”, zegt +Marx<span class="corr" id="xd19e5720" title="Niet in bron">,</span> +„is niet de eenige bron der door hem <span class="corr" id= +"xd19e5723" title="Bron: voortgebracht">voortgebrachte</span> +gebruikswaarden voor den stoffelijken rijkdom. De arbeid is zijn vader, +gelijk William Petty zegt de aarde zijn moeder is!”</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De <span class="corr" id="xd19e5730" title= +"Bron: waar: arbeidskracht">Waar: Arbeidskracht</span>.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Zooals de voortbrenging der waren verschilt in de eene +maatschappelijke periode met die van de andere, zoo zal ook die van den +voortbrenger daarvan verschillend moeten zijn in de verschillende +produktietijdvakken.</p> +<p>Zoo was de positie van den voortbrenger, den arbeider, een geheel +andere in de periode van de oorspronkelijke <span lang= +"de">naturalwirthschaft</span>, dan in die van het feodale Handwerk +voor den engeren markt; in die van de Manufaktuur anders dan onder die +van de heerschappij der op kapitalistische leest geschoeide fabriek of +der kapitalistische huis-industrie.</p> +<p>Onder dit <span class="corr" id="xd19e5742" title= +"Bron: kapilalistich">kapitalistisch</span> systeem nu, dat waarin den +arbeider <span class="ex">gescheiden is</span> van het produkt, dat +noch hem toebehoort, noch hem ten goede komt, maar den ondernemer, den +bezitter, kan men ten zijnen opzichte niet spreken van zijn +<span class="ex">arbeid</span>, maar van de <span class= +"ex">geschiktheid</span> die hem eigen is om te arbeiden. Hij is niet +de man van den arbeid, die behoort zijnen meester, maar alleen de +bezitter van de arbeidskracht. „Onder arbeidskracht of +arbeidsvermogen”, zegt Marx, „verstaan wij, het totaal +physieke en geestelijke <span class="corr" id="xd19e5754" title= +"Bron: geschikte">geschiktheid</span>, dat in de lichamelijkheid van de +levende persoonlijkheid eens menschen bestaat en dat hij in beweging +brengt zoodra hij gebruiksnuttigheden van welken soort +vervaardigt.”....</p> +<p>Deze arbeidskracht komt als een zuivere Waar aan de markt. Wat +beteekent dat? De ruil der waren in het algemeen heeft tot voorwaarde, +dat de bezitters tegenover elkander komen te staan als vrije menschen. +Datzelfde moet dus óók kunnen gelden voor den bezitter +van die waar welke arbeidskracht heet.</p> +<p>De bezitter dezer waar moet dus ook een vrij man zijn, die zijn waar +niet voor eeuwig maar voor een bepaalden tijd verkoopt, <span class= +"pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name= +"pb209">209</a>]</span>anders wordt hij een slaaf en wordt hij, van een +warenbezitter zelve een waar, gelijk de arbeiders, in de samenleving +van de grieksche en romeinsche oudheid dat waren.</p> +<p>Nog een andere voorwaarde moet vervuld zijn. Een gebruiksnuttigheid, +moet geen gebruikswaarde hebben voor zijnen bezitter. De arbeider die +de beschikking heeft over de produktiemiddelen, verkoopt niet zijn +<span class="ex">arbeidskracht</span>, maar zijn <span class= +"ex">arbeidsprodukt</span>. De van zijn productiemiddelen, van grond en +den bodem gescheidene arbeider evenwel, heeft alleen zijn arbeidskracht +om ter markt te brengen. Daar vindt hij den ondernemer, die haar koopt +of huurt.</p> +<p>De waarde dezer waar, arbeidskracht, wordt eveneens bepaald door de +ter harer voortbrenging en wedervoortbrenging +maatschappelijk-noodwendige hoeveelheid arbeidstijd. Het bestaan van de +arbeidskracht, heeft natuurlijk tot voorwaarde, het bestaan en de +voortplanting van den arbeider. Dit bestaan is neêrgelegd en +wordt verstoffelijkt, in een zekere som van levensmiddelen, die de +arbeider daartoe noodig heeft. Deze laatste verschilt ook alweder naar +tijd en oord. Maar ook kunnen hier nog bovendien allerlei geestelijke +redenen in het spel zijn. „In tegenstelling tot die van andere +waren,” zegt Marx zeer duidelijk, „bevat (dus) de +waardebepaling der arbeidskracht, een historisch en een moreel +element.” Het geestelijk niveau van den arbeider, de +ontwikkelingshoogte van zijne organisatie enz., vormen die +elementen.</p> +<p>Maar ook zijn onder de produktiekosten der arbeidskracht te rekenen, +de kosten benoodigd voor leertijd, in eene bepaalde tak van arbeid. +Deze laatsten worden natuurlijk minder, naarmate de arbeid meer en meer +een machinale wordt.</p> +<p>Al deze gronden bewerken, dat de waarde van de arbeidskracht, van +eene bepaalde arbeidersklasse, in een bepaald land levend en in een +bepaald tijdstip, eene bepaalde grootte is.</p> +<p>Men moet nadrukkelijk in ’t oog houden, dat hier sprake is van +de <i>waarde</i> van de arbeidskracht en niet van haren <i>prijs</i>. +De laatste toch, wordt uitgedrukt in het arbeidsloon, het reële +<span class="ex">geldloon</span>, dat de arbeider, krachtens zijne +overeenkomst met den kapitalist van dezen bekomt, na gedanen arbeid. +Marx wijst erop, dat de beschouwingswijze der burgerlijke economie, +krachtens welke de ondernemer den arbeider zijn loon +vóórschiet, omdat hij hem betaalt, alvorens het produkt +verkocht is, eene verkeerde voorstelling van zaken is, die met de +werkelijke economische verhoudingen in strijd is. Onder het huidige +systeem, riskeeren niet alleen de arbeiders hun loon, maar zijn zij ook +gedwongen op <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name= +"pb210">210</a>]</span>borg te leven. En daarom zijn zij ook de +grootste slachtoffers van de vervalsching en de verslechtering der +levensmiddelen, die door de tusschenhandelaren, rustig kan worden +bedreven.</p> +<p>Maar ook streng economisch gesproken is het valsch. „De +eigenaardige zijde dezer specifieke waar, die der arbeidskracht, brengt +het met zich mede, dat met het afsluiten van het contrakt tusschen +kooper en verkooper, hare gebruikswaarde nog niet werkelijk, in de +handen van den kooper is overgegaan. Hare waarde, gelijk aan die van +elke andere waar, werd bepaald, alvorens zij in circulatie trad, want +een bepaald kwantum van maatschappelijken arbeid, werd er tot +voortbrenging aan ten koste gelegd, maar hare gebruikswaarde bestaat +eerst in de achterna komende krachtsinspanning.”.....</p> +<p>„Overal schiet hierom de arbeider, den kapitalist de +gebruikswaarde der arbeidskracht voor; hij laat ze door den kooper +consumeeren, alvorens zij haren prijs betaald heeft gekregen, overal +crediteert daarom de arbeider den kapitalist.”.....</p> +<p>Hieruit blijkt dus, dat kapitalist en arbeider, als ruilers van twee +gelijke waren, toch niet in gelijke conditie verkeeren.</p> +<p>Maar ook nog in een ander voornaam opzicht is de waar arbeidskracht, +eene andere als de gewone waar, gelijk wij later zullen zien. Wij +moeten eerst weder terug tot de eenvoudige ruil en de funktie van het +geld daarbij. <span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name= +"pb211">211</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch3.6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk VI.</h2> +<h2 class="main">Het geld.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wij zagen, dat de <span class="corr" id="xd19e5807" +title="Bron: waardgrootte">waardegrootte</span> eener Waar wordt +bepaald<a id="xd19e5810" name="xd19e5810"></a> door de tot hare +voortbrenging benoodigde hoeveelheid, maatschappelijk-noodzakelijken +arbeidstijd. Maar daarin drukt zich de waardegrootte evenwel niet uit. +Men zegt niet: deze jas is veertig arbeidsuren waard, maar hij is zoo +en zooveel waard, bijv. zooveel als 20 el linnen of als 10 gram goud. +De waardegrootte wordt dus wel bepaald, door de hoeveelheid van de +maatschappelijk-noodzakelijken arbeid, die er aan moet worden besteed, +maar zij wordt uitgedrukt in en door hare ruilverhouding. Er moet dus +ook een zekere maat zijn, een zeker medium, waardoor de ruil der waren +kan geschieden en die de uitdrukking der verhouding, van de waren +onderling, in zich belichaamt. Marx noemt dit het <i>aequivalent</i>, +en den vorm waarin de verhouding van de gebruikswaarden, als +ruilprodukten zich wederzijds uitdrukken, de aequivalentvorm der +waren.</p> +<p>Dit aequivalent treedt het minst naar den voorgrond in de perioden +der eenvoudigen warenruil; maar hoe ingewikkelder de +produktieverhoudingen worden, zooveel te minder kunnen waren als zulke +aequivalentvormen voldoen, zooals dat in primitieve maatschappijen, met +primitieve produktiewijzen: eenvoudige vorm van landbouw en bedrijf, +eenvoudige warenhandel enz., het geval is geweest.</p> +<p>Hoe langer hoe meer dus de warenruil zich ontwikkelde, hoe meer +arbeidsprodukten tot waren werden, des te noodzakelijker werd een +algemeen aequivalent. In den aanvang van den ruil, ruilt een elk +datgene wat hij niet noodig heeft, onmiddellijk tegen datgene in wat +hij wèl noodig heeft. Dat wordt natuurlijk steeds <span class= +"pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name= +"pb212">212</a>]</span>moeilijker, naarmate de warenproduktie steeds +meer de algemeene vorm werd van de maatschappelijke produktie. Er moest +door deze ontwikkeling dus een Waar komen, die een ieder gebruiken kon, +een algemeene aequivalent dus, eene onmiddellijke belichaming tevens +van de waarde, die tevens <i>a priori</i> gebruikswaarde voor elkeen +bezit. En die ontstond in den geldvorm.</p> +<p>In den loop der tijden zijn verschillende dingen in dezen rol +opgetreden, bijv. vee, slaven, wapens enz., het laatst: edele metalen. +Dat de geldvorm van goud en zilver, ten slotte de meest bruikbare werd +voor eene, reeds op eene zekere hoogte van beschaving staande +samenleving, met een reeds ontwikkelde warenproduktie en een vrij +omvangrijk warenverkeer, vindt hare oorzaak in verschillende +omstandigheden. Voor een deel mag dit hieraan te wijten zijn geweest, +dat pronk<a id="xd19e5826" name="xd19e5826"></a> en pronkvoorwerpen +reeds van <span class="corr" id="xd19e5828" title= +"Bron: oudshèr">oudsher</span> als gewichtige ruilvoorwerpen +dienst hebben gedaan; maar hoofdzakelijk besliste hier de +omstandigheid, dat goud en zilver, door de maatschappelijke funkties, +die zij als algemeen waren-aequivalent bezitten, het best aan dat doel +beantwoordden, door hunne natuurlijke eigenschappen. Ten eerste zijn de +edele metalen steeds van gelijke kwaliteit en lossen zij zich, noch in +lucht, noch in water op; zij zijn dus praktisch niet veranderlijk. Ten +tweede kunnen zij naar willekeur gedeeld en samengesteld worden.</p> +<p>Goud en zilver, konden het monopolie van als algemeen aequivalent te +dienen, slechts daardoor verkrijgen, doordien zij als waren, tegenover +de andere waren, konden komen te staan. Zij konden dus alleen +<i>geld</i> worden, omdat zij <i>waren</i> vertegenwoordigden. Het geld +is dus, noch uitgevonden door zekere soorten van menschen, noch is het +geld een bloot waardeteeken. De waarde van het geld en zijn bepaalde +maatschappelijke funkties, zijn niet willekeurig in het leven geroepen. +De edele metalen werden tot geldwaren, door de rol, die zij als waren +in het ruilproces speelden en nog spelen.</p> +<hr class="tb"> +<p>De eerste funktie van het geld, bestaat dus hierin, als +waardemaatstaf te dienen. De waren worden niet door middel van het geld +aan elkander gelijk en met elkander te vergelijken; maar, doordien zij +waarde-belichamingen zijn van menschelijken arbeid, kunnen zij als +zoodanig, gemeenschappelijk door dezelfde bepaalde waarde worden +gemeten. Het geld als waardemeter, is dus de noodzakelijke +verschijningsvorm, van den in alle waren zich bevindende waardemaat, de +arbeidstijd namelijk. <span class="pagenum">[<a id="pb213" href= +"#pb213" name="pb213">213</a>]</span></p> +<p>De uitdrukking eener waar in geldwaar, is de geldvorm der waar of +haren prijs. Dit laatste, is dus de tweede funktie van het geld, n.l. +de maatstaf van de prijzen te zijn. Als waardemeter zet het geld de +waarde der waren om, in bepaalde, aanschouwelijke hoeveelheden gelds. +Als maatstaf van de prijzen, meet het de verschillende hoeveelheden +gelds aan ééne bepaalde hoeveelheid goud, die als +munteenheid aangenomen wordt, bijv.: een pond goud.</p> +<p>Het verschil is dus, dat de prijs de geldnaam voor de waarde-grootte +der waren is, maar tegelijkertijd óók de uitdrukking is +van de ruilverhouding der waar met de geldwaar, het goud of het zilver. +De waarde evenwel, kan nooit op zich zelf, voor zich alleen te +voorschijn komen en niet van de waar geabstraheerd worden, maar zit +steeds, aan de ruilverhouding met andere waren vast. Hierdoor is dus +eene afwijking mogelijk geworden, tusschen den prijs van de waren en +hunne waarde-grootte, gelijk die dan ook in de werkelijkheid steeds +voorkomt. De balans van het verschil tusschen beiden schept de +kapitalistische concurrentie. Met de volgende woorden van Engels is dit +duidelijk te maken: „In de huidige kapitalistische maatschappij, +produceert elke industrieele kapitalist op eigen hand, wat, hoe- en +zooveel, hij wil. De maatschappelijke behoefte evenwel, blijft voor hem +eene onbekende grootte, zoowel wat de kwaliteit en de soort van de +benoodigde voorwerpen, als de kwantiteit daarvan aangaat. Wat heden +niet snel genoeg geleverd kan worden, wordt in den tegenwoordigen tijd, +wordt morgen, verre boven de vraag aangeboden. In weerwil daarvan, +wordt ten slotte toch in de behoefte, hetzij slecht of goed, hoe +’t ook zij voorzien, en de produktie richt zich in het algemeen +genomen, ten slotte toch op de benoodigde voorwerpen. Hoe komt nu hier +de verevening van die tegenspraken tot stand? Door de concurrentie. En +hoe speelt de concurrentie deze oplossing klaar? Eenvoudig, doordien +zij de naar soort of hoeveelheid, voor het oogenblikkelijk +maatschappelijk verbruik niet benoodigde waren, ontwaardigt, d. w. z. +beneden hunne arbeidswaarde doet dalen, en langs dezen omweg den +producenten het voelbaar maakt, dat zij <span class="corr" id= +"xd19e5848" title="Bron: óf">òf</span> onbruikbare, +òf op-zich-zelf bruikbare artikelen in eene onbruikbare, +overtollige hoeveelheid voortgebracht hebben. Hieruit spruit dus +tweeërlei voort:</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5852" title= +"Niet in bron">„</span>Ten eerste, dat de voortdurende +afwijkingen der warenprijzen van de warenwaarde, de noodzakelijke +voorwaarden zijn, waaronder en waardoor alleen, de warenwaarde haar +bestaan kan erlangen. Alleen door de schommelingen van de concurrentie +en <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name= +"pb214">214</a>]</span>hiermede die van de warenprijzen, zet zich de +waardewet onder de warenproduktie door; wordt de bepaling van de waarde +der waren door den maatschappelijk noodzakelijken arbeidstijd, tot +werkelijkheid. Dat daarbij de vereffeningsvorm van de waar, haren +prijs, in den regel iets of wat anders er uitziet, dan de waarde die +zij te voorschijn brengt, is een noodlot, dat de waarde deelt met de +meeste maatschappelijke verhoudingen. De koning ziet er meestendeels +gansch anders uit, dan de monarchie die hij voorstelt.<a id="xd19e5857" +name="xd19e5857"></a></p> +<p>„Ten tweede. Terwijl de concurrentie, in eene samenleving van +met elkander ruilende warenproducenten, de waardewet der warenproduktie +tot hare geldigheid doet komen, zet zij juist dáármede, +de onder die omstandigheden eenig mogelijke organisatie en orde, der +maatschappelijke produktie door. Alleen door middel van de +waardevermindering en de opvoering ervan boven hunne waarde, worden de +individueele warenproducenten er als het ware met hunnen neus +voorgezet, wat en hoeveel de samenleving van hunne waren noodig heeft, +of niet noodig heeft.”</p> +<hr class="tb"> +<p>De waren die aan de markt komen, veranderen daar in geld, daarna +weder in waren. Deze beweging is de <i>eenvoudige</i> warencirculatie, +W–G–W. Maar de waar, aan het einde van dit gansche proces, +is eene andere, dan die van aan het begin daarvan. De eerste was +niet-gebruikswaarde voor haren bezitter, de laatste is gebruikswaarde +voor hem geworden. De nuttigheid van de eerste Waar, bestond voor hem +in hare eigenschap als waarde, als produkt van algemeen-menschelijken +arbeid; in hare uitruilbaarheid met een ander produkt van algemeen +menschelijken arbeid, met geld. De nuttigheid van de andere Waar, +bestaat voor hem in hare lichamelijke eigenschappen, niet als produkt +van algemeen menschelijken arbeid, maar van een bepaalden <i>vorm</i> +van arbeid. De bovengenoemde formule is dus die van +Waren,–Geld,–Waren: verkoopen om te koopen. Elke verkoop is +een koop en omgekeerd. Marx schildert wat er nu vervolgens gebeurt +aldus, onder wat hij noemt: „<span class="ex">De methamorphose +der Waren</span>”: „W–G.” Eerste methamorphose +der Waar of verkoop. Het overspringen van de warenwaarde uit het lijf +van de waar in het lijf van het goud is,.... de <i>salto mortale</i> +van de waar. Mislukt zij, dan is wel-is-waar de Waar niet in +benauwdheid, wel echter is dat de warenbezitter. De maatschappelijke +verdeeling <span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name= +"pb215">215</a>]</span>van den arbeid, maakt zijnen arbeid evenzoo +éénzijdig, als zij zijne behoeften +véélzijdig maakt. Maar juist daarom, doet het produkt +voor hem slechts als ruilwaarde dienst. Algemeen maatschappelijk +geldige aequivalentvorm, bezit het alleen slechts in het geld en dat +geld bevindt zich in eens andermans zak. Om het eruit te krijgen, moet +de Waar voor alles dus gebruikswaarde voor den geldbezitter hebben, de +aan haar ten koste gelegden arbeid dus in maatschappelijk-nuttigen vorm +er aan besteed zijn of zich in het verband van de maatschappelijke +verdeeling van den arbeid kunnen handhaven. Maar die verdeeling van den +arbeid, is een uit de natuur voortkomend produktie-organisme, welker +draden gesponnen worden, achter den rug van den warenproducent om, en +die zich aldaar voortweven. Wellicht is de Waar, produkt van eene +nieuwe arbeidsmethode, die aan eene nieuw opgekomen behoefte +bevrediging zoekt te geven, of op eigen gelegenheid, deze behoefte +eerst te voorschijn roepen wil. Gisteren nog een funktie, onder de vele +funkties van een en dezelfde warenproducent, rukt zich eene bijzondere +arbeidsverrichting heden wellicht los van deze samenhang, +verzelfstandigt zich en zendt juist deswegens, haar deelprodukt als +zelfstandige Waar ter markt..... „Onze warenbezitters bespeuren +daaruit, dat dezelfde verdeeling van den arbeid, welke hen tot +onafhankelijke particuliere voortbrengers, het maatschappelijke +produktieproces en zijne verhoudingen in dit proces van hen-zelf +afhankelijk maakt; dat de onafhankelijkheid der personen van elkander, +zich vervolkoment, in een systeem van alzijdige zakelijke +afhankelijkheid van elkander.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5881" title= +"Niet in bron">„</span>De verdeeling van den arbeid verandert het +arbeidsprodukt in een Waar en maakt dáármede zijne +verandering in Geld tot eene noodzakelijkheid.”</p> +<p>„Wij kennen tot dusver geenerlei economische verhouding der +menschen<span class="corr" id="xd19e5886" title= +"Niet in bron">,</span>” gaat Marx voort, „buiten dat van +warenbezitters, een verhouding, waarin zij vreemde arbeidsprodukten +zich toeëigenen, doordien zij eigene van zich vervreemden. De eene +warenbezitter kan derhalve, den andere dan ook slechts als geldbezitter +tegemoet treden, hetzij omdat zijn arbeidsprodukt van nature den +geldvorm bezit, dus geldmateriaal is, goud enz., hetzij omdat zijn +eigene waar reeds van huid veranderd is en haar oorspronkelijken +gebruiksvorm afgestroopt heeft. Ten einde als geld te kunnen +funktioneeren, moet het goud natuurlijk een zeker punt hebben, van +waaruit het op de warenmarkt op kan treden. Dit punt ligt in zijne +produktiebron, waar het zich, als onmiddellijk arbeidsprodukt, met een +ander arbeidsprodukt van dezelfde waarde kan doen ruilen. Maar van af +dit oogenblik, stelt het gedurig gerealiseerde <span class= +"pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name= +"pb216">216</a>]</span>warenprijzen voor. Afgezien van den ruil van het +goud met waren, aan zijne produktiebron, is het goud in de handen van +elk warenbezitter, de blootgelegde gestalte van de van hem vervreemde +Waar, het produkt van den verkoop of van de eerste waren-metamorphose: +W–G. Ideaal geld of waardemeter werd het goud, omdat alle waren +hunne waarde in hem maten en het, aldus tot het handtastelijke +tegendeel van hunne gebruiksgestalte, tot hunne waardegestalte maakten. +<span class="corr" id="xd19e5891" title= +"Bron: Reël">Reëel</span> geld werd het, doordien de waren, +door hunne alzijdige vervreemding, het tot aan hem werkelijk vreemde of +veranderde gebruiksgestalte en daardoor tot hunne werkelijke +waardegestalte maakten. In hare waardegestalte stroopt de Waar, elk +spoor van haar oorspronkelijke gebruikswaarde en van de in ’t +bijzonder nuttigen arbeid, waaraan zij haren oorsprong te danken heeft, +af, om zich in de gelijkvormige maatschappelijke stoffelijkheid van +niet te onderscheiden menschelijken arbeid, weder te ontpoppen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5895" title= +"Niet in bron">„</span>Men kan het ’t Geld daarom niet +aanzien, van welk slag de in hem veranderde Waar is. De eene Waar ziet +in haren geldvorm precies zoo uit als de andere. Geld mag slijk zijn, +hoewel slijk nog geen geld is. Wij nemen aan, dat de twee geldwolven +waaraan de linnenwever bijv., zijne waar vervreemdt, de veranderde +gestalten zijn van een mud tarwe. De verkoop van het linnen: W–G, +is tegelijk haren koop: G–W.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5899" title= +"Niet in bron">„</span>Maar als verkoop van linnen, vangt dit +proces met eene beweging aan, welke in haar tegendeel eindigt, met den +koop van een bijbel bijv.; als koop van het linnen, eindigt het met +eene beweging die met haar tegendeel aanving, met den verkoop van de +tarwe bijv. W–G (linnen-geld) deze eerste phaze van +W–G–W (linnen-geld-bijbel), is tegelijk G–W +(geld-linnen), de laatste phaze van eene andere beweging: +W–G–W (tarwe-geld-linnen). De eerste metamorphose eener +Waar, hare verandering uit den warenvorm in geld, is steeds tegelijk de +tweede, haar tegenovergestelde metamorphose der andere waar; hare +terugontwikkeling van uit den geldvorm in den warenvorm.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5903" title= +"Niet in bron">„</span>G–W. Tweede of <span class="corr" +id="xd19e5906" title= +"Bron: slot-methamorphose">slot-metamorphose</span> der waar: +koop.—Dewijl het de vervreemde gestalte is, van alle andere waren +of het produkt hunner algemeene ontvreemding, is geld, de absoluut +vervreemde Waar. Het leest alle prijzen achterwaarts en spiegelt zich +aldus, in alle warenlichamen terug, als de opofferende materie zijner +eigene warenwording. Tegelijk toonen de prijzen, de lonkjesoogen +waarmede hem de waren wenken, hem ook de grenzen zijner +veranderingsgeschiktheid, namelijk die van zijn eigen kwantiteit. Daar +de Waar in hare geldwording ondergaat, ziet <span class= +"pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217" name="pb217">217</a>]</span>men +het ’t geld niet aan, hoe het in de handen van zijn bezitter +gekomen is, of wat er zich in omgezet heeft. Non olet, hoe ook deszelfs +oorsprong moge wezen. Wanneer het aan den eenen kant, verkochte Waren +vertegenwoordigt, aan den anderen kant vertegenwoordigt het, +verkoopbare Waren.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5912" title= +"Niet in bron">„</span>G–W, de koop is tegelijktijd +verkoop: W–G; de laatste metamorphose eener Waar, is dus tegelijk +de eerste metamorphose eener andere Waar. Voor onzen linnenwever sluit +de levensloop van zijnen waar af met de gekochte bijbel, waarin hij de +2 pond St. terug omgezet heeft. Maar de bijbelverkooper, zet de van den +linnenwever gebeurde 2 pond St., in brandewijn om.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5916" title= +"Niet in bron">„</span>G–W, de slotphaze van +W–G–W (linnen–geld–bijbel<a id="xd19e5919" +name="xd19e5919"></a>) is tegelijk W–G, de eerste phaze van +W–G–W (bijbel–geld–brandewijn). Daar de +warenproducent slechts een eenzijdig produkt levert, verkoopt hij het +dikwijls in grootere hoeveelheden, terwijl zijn veelzijdige behoeften +hem ertoe dwingen, den gerealiseerden prijs of de gebeurde geldsom, +gestadig in talrijke koopen te versplinteren. Een verkoop mondt daarom, +in vele koopen van verschillende waren, uit. De <span class="corr" id= +"xd19e5921" title="Bron: slotmetamorphoze">slotmetamorphose</span> +eener Waar, wordt dus door de som van eerste <span class="corr" id= +"xd19e5924" title="Bron: methamorphozen">metamorphosen</span> van +andere waren, gevormd.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5928" title= +"Niet in bron">„</span>Beschouwen wij nu de <span class="corr" +id="xd19e5931" title= +"Bron: totaal-methamorphoze">totaal-metamorphose</span> eener Waar, +bijv. van linnen, dan zien wij in de eerste plaats, dat zij uit twee +elkander tegenovergestelde en elkander aanvullende bewegingen bestaat. +W–G en G–W. Deze twee, tegenoverelkander staande +veranderingen der Waar, voltrekken zich, in twee aan elkander +tegenovergestelde maatschappelijke processen der warenbezitters, en +reflekteeren zich, in twee elkander tegenovergestelde economische +karakters derzelven. Als agent van den verkoop, wordt hij verkooper, +als agent van den koop, kooper. Zooals echter in elke verandering der +Waar, hare beide vormen, warenvorm en geldvorm gelijktijdig bestaan, +alleen op elkander tegenovergestelde polen, zoo staat dezelfde +warenbezitter als verkooper, tegenover een andere kooper en als kooper, +tegenover een andere verkooper. Het zijn derhalve dus geen vaste, maar +binnen het raam der warencirculatie, gestadig van persoonlijkheid +verwisselende karakters<span class="corr" id="xd19e5934" title= +"Bron: ,">.</span><a id="xd19e5936" name="xd19e5936"></a></p> +<p>„De warencirculatie is niet alleen formeel, maar ook wezenlijk +verschillend van de onmiddellijke produktenruil. Men werpe slechts een +terugblik op hetgeen voorgevallen is. De linnenwever heeft, zonder +voorbehoud, linnen geruild tegen bijbels, eigen waren tegen eene +vreemde Waar. Maar dat verschijnsel bestaat slechts voor hem. De +bijbelagent, die heet aan koud de voorkeur geeft, dacht er niet aan +linnen te ruilen voor bijbels, gelijk de <span class="pagenum">[<a id= +"pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span>linnenwever er niets +van wist, dat er tarwe was ingeruild tegen zijn linnen enz. De Waar van +B. komt in plaats van de Waar van A; maar A en B, ruilen niet +wederzijdsch hunne waren tegen elkander. Het kan werkelijk voorkomen, +dat A en B wisselsgewijs van elkander koopen, maar zulke bijzondere +betrekkingen, zijn geenszins de voorwaarden tot de algemeene +verhoudingen der warencirculatie. Aan den eenen kant ziet men hieruit, +hoe de warenruil de individueele en lokale grenzen van den +onmiddellijken produktenruil doorbreekt en de stofwisseling der +menschelijken arbeid doet ontwikkelen. Aan den anderen kant, ontwikkelt +zich hierdoor een geheele kring van door de handelende personen, niet +te controleeren, maatschappelijke natuursamenhangsels. De wever kan +slechts linnen verkoopen, omdat de boer tarwe verkocht; de heethoofd +den bijbel, omdat de wever het linnen, de distillateur slechts gebrand +water, omdat de andere, het water des eeuwigen levens verkocht had, +enz. enz.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5944" title= +"Niet in bron">„</span>Het circulatieproces lost zich deswegens +ook niet, gelijk de <span class="corr" id="xd19e5947" title= +"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> produktenruil, op, in de +plaats- of de handsverwisseling van de gebruikswaarden. Het geld +verdwijnt niet, omdat het ten slotte uit de <span class="corr" id= +"xd19e5950" title="Bron: methamorphozenreeks">metamorphosenreeks</span> +eener Waar uitvalt. Het slaat voortdurend weder neer, op een door de +waren zelf voor hem ingeruimde circulatie-plek. Bijv. van de +totaal-metamorphoze van het +linnen—linnen–geld–bijbel—valt eerst het linnen +buiten de circulatie, het geld komt in zijn plaats; daarna valt de +bijbel buiten de circulatie en het geld treedt in zijn plaats. De +vervanging van waren door waren, doet tegelijkertijd in de derde hand, +de geldwaren hangen blijven. De circulatie zweet gestadig geld +uit.<span class="corr" id="xd19e5953" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Verandering van geld in kapitaal.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wij hebben de ontwikkeling van de warencirculatie uit +de produktenruil nagegaan en eveneens hebben wij den kringloop dier +beweging gadegeslagen. Welke is evenwel hare drijfkracht? De +beweegreden der kringloop: Waar–Geld–Waar, is duidelijk; is +daarentegen die van Geld–Waar–Geld niet zinneloos? Neen, +zij zou zinneloos zijn, wanneer de geldsom aan het einde van de +transaktie, niet eene <span class="ex">andere</span> was, dan die aan +het begin daarvan. De kringloop G–W–G, heeft dus maar +één doel: de geldsom waarmede hij eindigt grooter te doen +worden, dan die, waarmede hij aanving. Deze vermeerdering is inderdaad +het drijvende motief in dien kringloop.</p> +<p>Wij komen dus, nadat het proces zijn bekenden gang is gegaan, voor +de formule: <span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name= +"pb219">219</a>]</span></p> +<p class="xd19e106">G–W - (G + g) te staan.</p> +<p>Dit „g”, de toegevoegde waarde die boven en uit de +oorspronkelijk voorgeschoten waarde, aan het einde van den kringloop +voor den dag komt, noemt Marx: de <span class="ex">Meerwaarde</span>. +Die laatste moet met hare verschijningsvorm en winst, rente etc. +evenmin verward worden, als de waarde eener waar, met haren prijs. Want +evenals daar, gaat het hier om de <span class="ex">grondslagen</span> +en niet om de uiterlijke vormen, de verschijningsvormen, waaronder de +economische verhouding aan het daglicht treedt.</p> +<p>„De waarde wordt aldus tot processeerende waarde, +processeerend geld en als zoodanig tot kapitaal. Dit komt uit de +<span class="corr" id="xd19e5979" title= +"Bron: cirkulatie">circulatie</span> vandaan, gaat weder in haar onder +en verveelvoudigt zich in haar; keert vergroot uit haar terug en begint +denzelfden kringloop weder van voren af aan. G–G, geldbarend +geld—„<span lang="en">money which begets +money</span>”,—zoo luidde de beschrijving van het kapitaal, +in den mond van zijn eerste wegwijzers, de merkantilisten reeds, zegt +Marx.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e5986" title= +"Niet in bron">„</span>Koopen om te verkoopen, of vollediger, +koopen om duurder te verkoopen, G–W–G, schijnt wel-is-waar +slechts eene vorm aan het koopmanskapitaal eigen, maar ook het +industrieele kapitaal is geld, dat zich verandert in waren en door den +verkoop de waren, in meer geld terug-verandert.”</p> +<p>Wij zien hieruit en ook uit hetgeen voorafging, dat dus niet alle +geld, niet elke Waar kapitaal is; dat deze dingen alleen dan tot +kapitaal worden, wanneer zij een bepaalde beweging doormaken; wanneer +zij dienen om een méér-produkt in het leven te roepen: +méér-waarde geboren te doen worden. Deze beweging heeft +ook op haren beurt, weder bepaalde historische voorwaarden.</p> +<p>Wat Marx ons hier ook heeft doen zien, dat is, dat het niet waar is, +gelijk het in den gewonen akademisch-staathuishoudkundigen vorm luidt, +dat opgehoopte arbeid en produktiemiddelen, kapitaal zijn <span lang= +"fr">tout court</span>, maar dat dezen dan eerst tot kapitaal worden, +als zij voldoen aan zekere voorwaarden van historische en van +maatschappelijken aard, waaronder de voornaamste deze is: dat zij in +beweging worden gezet, om méérwaarde voort te +brengen.</p> +<p>Uit welken bron ontspringt nu deze méérwaarde? Men zou +zoo oppervlakkig zeggen, doordien de een van zijn macht (slimheid, +ervaring enz.), gebruik maakt om zijn tegenpartij te misleiden; +overmacht van welken aard ook. Zulk eene verklaring, die op zich-zelf +al zeer weinig bewijst, is bovendien economisch van niet de minste +beteekenis, daar een ieder, gelijk wij gezien hebben, bij afwisseling +kooper en verkooper is. Bovendien <span class="pagenum">[<a id="pb220" +href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span>kan toepassing van overmacht +enz. wel de een voor een oogenblik zich-zelve doen verrijken, maar zij +is absoluut niet in staat de door beiden bezeten totaal-som, alzoo de +som van de circuleerende waarden, te doen vermeerderen. Wij verklaren +er dus niet anders mede, dan eene verplaatsing van de te deelen som aan +waarden, zonder meer. „De verandering van geld in +kapitaal,” concludeert Marx<span class="corr" id="xd19e6000" +title="Niet in bron">,</span> „moet worden verklaard, op den +grondslag van de in den warenruil zich bevindende immanente wetten, +zóó, dat de ruil van aequivalenten, ons daarbij steeds +als uitgangspunt dient. Onze, nog slechts als kapitalistenrups aanwezig +zijnde geldbezitter, moet de waren tegen hunne waarde koopen, tegen +hunne waarde verkoopen en desniettegenstaande moet hij aan het einde +van dit proces, méér waarde eruit halen, dan dat hij erin +wierp.”......</p> +<p>De oplossing dier vraag, is nevens die der waardetheorie, de spil +van het systeem van analyse, dat Marx toegepast heeft bij het onderzoek +van de kapitalistische produktiewijze. Zij bevat de ontdekking van een +faktor, die de waarde voortdurend vergroot; bron van waarde is, terwijl +zij zelve tegen hare waarde wordt gekocht door den kapitalistischen +ondernemer, die op de warenmarkt komt, om deze eigenaardige Waar op te +doen, alwaar hij den verkooper van die Waar te ontmoeten weet, die +dezen aan niemand anders, dan aan hem slijten kan. Deze Waar is die der +arbeidskracht namelijk, die wij vroeger reeds hebben leeren kennen.</p> +<p>De bron der meerwaarde nu is te vinden, in den arbeidstijd, welke de +ondernemer, de kapitalist, den arbeider voor zich laat arbeiden, boven +den tijd welke noodig is om de waarde voort te brengen, die hij zelf +kostte.</p> +<p>„Het kapitaal”, zegt Marx „heeft de meerarbeid +niet uitgevonden. Overal, waar een deel der samenleving het monopolie +der produktiemiddelen bezit, moet de arbeider, vrij of onvrij, aan de +tot zijn onderhoud noodzakelijke arbeidstijd een overschot van +arbeidstijd toevoegen, ten einde de levensmiddelen voor de eigenaars +der produktiemiddelen voort te brengen.”</p> +<p>„Méérarbeid, arbeid boven den tot zelfbehoud van +den arbeider noodzakelijken tijd, en toeëigening van het produkt +dezer méérarbeid door anderen, uitbuiting van den arbeid +dus, is aan alle tot nu bestaan hebbende maatschappelijke vormen, voor +zoover zij zich in klassetegenstellingen bewogen hebben, gemeenzaam +geweest. Maar eerst wanneer het produkt dezer meerarbeid, de vorm van +meerwaarde aanneemt, wanneer de eigenaar der produktiemiddelen, den +vrijen arbeider—vrij van sociale banden en vrij van eigen +bezit!—als voorwerp van uitbuiting tegenover <span class= +"pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span>zich +vindt en hem uitbuit, tot het doel van de produktie van <i>waren</i>, +eerst dàn neemt dit produktiemiddel, het specifieke karakter van +kapitaal aan. En dit is op groote schaal eerst geschied, aan het einde +van de 15<sup>e</sup>, en aan het begin van de 16<sup>e</sup> +eeuw.”</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De voortbrenging der <span class="corr" id="xd19e6026" +title="Bron: meerwaadre">meerwaarde</span>.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Nemen wij, om de produktie van de meerwaarde met een +voorbeeld aanschouwelijk te maken, eens het volgende geval. De heer +Jansen, industrieel, richt zich in. Zijn vader stelt een groot kapitaal +ter zijner beschikking. Hij richt een katoenspinnerij op, neemt een +technisch- en een handelsdirekteur aan, die het gansche bedrijf +inrichten en leiden en de inkoop van katoen, de aanschaffing van +machines, de aanstelling van arbeiders enz. bezorgen. De katoen wordt +in de fabriek versponnen tot garen en deze wordt, door middel van +reizigers etc., van de hand gezet.</p> +<p>De heer Jansen nu, men lette er wel op, heeft daarmede niet waren +tegen waren geruild, door middel van de waar geld, maar hij had +oorspronkelijk geld, hij heeft dit uitgegeven om waren te koopen +(fabriek, inrichting, ruwprodukten, arbeidskrachten<span class="corr" +id="xd19e6033" title="Bron: ,)">),</span> en dan verkoopt hij weder +zijn waren, om ze wederom tot geld te doen worden. De ruilformule is +hier niet: W–G–W, maar is hier:</p> +<p class="xd19e106">Geld–Waar–Geld.<br> +(G–W–G.)</p> +<p>Hij heeft zijn geld in waren omgezet en hij zet zijn waren weder in +geld om. Waarom doet hij dat? Dat doet hij om winst te maken; het geld +dat in des heeren Jansen’s brandkast terugkomt, moet +méér zijn dan dat wat er uit ging. Anders zou de heer +Jansen een gek geweest zijn, om zijn geld in de circulatie te zenden. +Maar het was des heeren Jansen’s doel niet, om het als een schat +enkel te laten liggen, maar om het als <i>kapitaal</i> te laten +fungeeren, het te laten broeden dus.</p> +<p>Alle waren die hij evenwel koopt (ruwprodukten, machines enz.), moet +hij naar hunne waarde betalen, bijgevolg zijn winst zal daardoor niet +vermeerderen. Maar de arbeidskracht der arbeiders die in zijnen dienst +zijn, betaalt hij niet naar hare waarde. Nemen wij daartoe, nog eens +het voorbeeld op en werken wij het verder uit. Een arbeider verspint in +6 uren, 10 pond ruw-katoen tot garen. In deze 10 pond garen steekt, +nevens den zesurigen arbeid, ook <span class="pagenum">[<a id="pb222" +href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span>een deel van de +arbeidsmiddelen, welke daarbij worden afgebruikt, vervat in de +spindels. Het pond katoen komt hem te staan op f 0.60, het pond garen +brengt f 0.90 op. Aan spinsel wordt 10 pond katoen ingewerkt, dus voor +f 1.20. Het arbeidsloon bedraagt f 1.80. Dus:</p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td colspan="2">Uitgaven:</td> +</tr> +<tr> +<td>10 pond ruwkatoen</td> +<td>f 6.</td> +</tr> +<tr> +<td>Spinsel</td> +<td>- 1.20.</td> +</tr> +<tr> +<td>Arbeidsloon</td> +<td>- 1.80.</td> +</tr> +<tr> +<td>te zamen</td> +<td class="sum">f 9.00.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">Inkomsten:</td> +</tr> +<tr> +<td>10 pond katoengaren à f 0.90 =</td> +<td>f 9.<span class="corr" id="xd19e6081" title= +"Niet in bron">00</span></td> +</tr> +</table> +</div> +<p>Inkomsten en uitgaven zijn gelijk. Maar het doel van den fabrikant +is anders. Zijn toch zes uren arbeidsloon voldoende, om de waarde der +waar arbeidskracht te voldoen, dan zou de arbeider daarna moeten +ophouden met arbeiden. Maar zóó zijn fabrikant en +arbeider niet samen getrouwd! De arbeider is gehuurd voor een zekeren +tijd, die de fabrikant goedvindt te bepalen, subsidiair zooals zij dien +tezamen overeengekomen zijn. Bijvoorbeeld: een arbeidsdag van 12 uren. +Wij nemen nu ons voorbeeld weêr op:</p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td colspan="2">Uitgaven:</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">voor de eerste zes uren van den dag:</td> +</tr> +<tr> +<td>gelijk boven: 10 pond ruwkatoen</td> +<td>f 6.</td> +</tr> +<tr> +<td>Spinsel</td> +<td>- 1.20.</td> +</tr> +<tr> +<td>Arbeidsloon</td> +<td>- 1.80.</td> +</tr> +<tr> +<td>totaal</td> +<td>f 9.00.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">voor de verdere arbeidsuren:</td> +</tr> +<tr> +<td>10 pond ruwkatoen</td> +<td>f 6.</td> +</tr> +<tr> +<td>Spinsel</td> +<td>- 1.20.</td> +</tr> +<tr> +<td>Arbeidsloon—</td> +</tr> +<tr> +<td></td> +<td>f 7.20 + f 9 =</td> +<td>f 16.20.</td> +</tr> +<tr> +<td colspan="2">Inkomsten:</td> +</tr> +<tr> +<td>20 pond garen à f 0.90 =</td> +<td>f 18.<span class="corr" id="xd19e6145" title= +"Bron: —">00</span>.</td> +</tr> +</table> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name= +"pb223">223</a>]</span></p> +<p>Hij wint dus dagelijks aan een arbeider: f 1.80, juist zooveel als +het arbeidsloon van de zes uren bedraagt, die hij hem meer laat +arbeiden. In die méér-arbeid, ligt de meer-waarde. Der +waardewet is hier geen haartje gekrenkt en de kapitalist heeft +tòch winst gemaakt. Van andere waren, is de ruilwaarde namelijk +vervlogen, zoodra hun verbruik is afgeloopen; de waar arbeidskracht +daarentegen, is, nadat het proces afgeloopen is, nog bruikbaar, ook +wanneer zooveel van haar is verbruikt, als hare ruilwaarde bedraagt. +Daar de waarde van de waar arbeidskracht elastisch of variabel is, d. +w. z. met de voortschrijdende beschavingstoestanden steeds geringer +wordt, terwijl de voortbrengingsgeschiktheid van de arbeidskracht niet +inkrimpt,—d. w. z. de arbeider zou 12 en meer uren kunnen +arbeiden, ook wanneer tot reproduktie van zijne dagelijksche +arbeidskracht slechts 6 uren arbeids en minder noodig zouden +zijn,—zoo kan de kooper der arbeidskracht, in ons voorbeeld de +heer Jansen dus, de warenwaarde derzelve ten volle betalen en +desniettemin méér-waarde overhouden. In enkele woorden +dus: het verschil tusschen de gebruikswaarde en de ruilwaarde van de +waar arbeidskracht, vormt de meerwaarde.</p> +<p>Het historisch toeëigenen van de meerwaarde, geschiedde zonder +twijfel door het zich toeëigenen van vreemde waarde; hetzij door +middel der waren-cirkulatie van het koopmanskapitaal, of, geheel +onverbloemd, door het woekerkapitaal. Maar deze beide soorten van +kapitaal-formaties, konden alleen in de samenleving ontstaan, door +schennis van de wetten der warencirkulatie, door grove schennis van +haar grondwet, dat waarden, alleen tegen gelijke waarden geruild kunnen +worden. Het kapitaal stond daarvandaan, zoolang het handels- en +woekerkapitaal was, in eene tegenstelling tot de economische +organisatie van zijn tijd, en daarmede ook in tegenstelling, tot de +moreele inzichten van zijn tijd. In de Oudheid, evenals in de +Middeleeuwen stonden handel en woeker in een slechten reuk; zij werden +op gelijke wijze gebrandmerkt, zoowel door de antieke Philosophen, door +de heilige Kerkvaders, als door de Pausen. Met uitzondering van +Calvijn, hebben ook de Hervormers—Luther niet voor ’t +minst—handel en woeker scherp veroordeeld.</p> +<p>Wij moeten dan ook, om het kapitaal te onderkennen, tot deze zijne +voorwereldsche vormen teruggaan. Eerst nadat hoogere vormen van +kapitaal zich hadden ontwikkeld, konden zich ook tusschenvormen +ontwikkelen, die de funkties van het handelskapitaal en het rentegevend +kapitaal, in overeenstemming konden brengen, met de wetten van de thans +heerschende warenproduktie. <span class="pagenum">[<a id="pb224" href= +"#pb224" name="pb224">224</a>]</span>Maar eerst ook van dat oogenblik +af, hebben zij opgehouden het karakter van eenvoudige afzetterij of van +direkten roof te dragen, zegt Marx.</p> +<p>Marx heeft deze soorten van kapitaal, in de beide eerste deelen van +„<span lang="de">Das Kapital</span>”, dan ook niet +behandeld, omdat zij bij de navorsching van het kapitalisme, als vorm +van eene produktiewijze, als maatschappelijk verschijnsel, rechtstreeks +niet betrokken zijn.</p> +<p>Men begrijpt evenwel nu, in het gansche proces van de voortbrenging +der meerwaarde, ook het groote gewicht, dat daarin</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De Arbeidsdag</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">bekleedt, waaraan bij Marx een zevental beschrijvende +hoofdstukken zijn gewijd, die historisch en economisch zeker behooren, +tot het grootste wat op dit gebied is verricht. Zijne onderzoekingen +daaromtrent, benevens die omtrent de verdeeling van den arbeid, haar +ontstaan en hare ontwikkeling in de periode der Manufaktuur, de +machinerie en de groot-industrie, vormen de klassieke gedeelten uit het +eerste deel van „<span lang="de">Das Kapital</span>”. Hunne +economische en historische waarde, wordt door geen staathuishoudkundige +van eenig gezag meer ontkend. In dat opzicht, is zijn groote werk dan +ook eene voortzetting geweest, van Adam Smith’s beroemde +„<i lang="en">Wealth of the Nations</i>” (Rijkdom der +volkeren).</p> +<p>„De kapitalist,”—zegt Marx, aan den aanvang van de +behandeling der „Arbeidsdag”,—„heeft de +arbeidskracht tot hare dagwaarde gekocht. Hem behoort dus hare +gebruikswaarde toe, gedurende een arbeidsdag. Hij heeft dus +óók het recht verkregen den arbeider, gedurende dien dag, +voor zich te laten arbeiden. Maar wat is een arbeidsdag? In elk geval +minder dan een natuurlijken levensdag. En hoeveel minder? De kapitalist +(natuurlijk is hier sprake van den ondernemer in het algemeen), heeft +zijn eigen inzichten omtrent dit <span class="ex">ultima thule</span>, +de noodzakelijke grenzen van den arbeidsdag. Als kapitalist is hij +slechts gepersonifieerd kapitaal. Zijn ziel is de kapitalistenziel. Het +kapitaal kent slechts één levensaandrift, de aandrift +zich in waarden om te zetten; méérwaarde voort te +brengen, en met zijn konstant gedeelte, de produktiemiddelen, de +grootst mogelijke massa meerarbeid in zich op te zuigen. Kapitaal is +gestorven arbeid, die op vampyr-achtige wijze opleeft, door opzuiging +van levenden arbeid en er zoo veel te meer van leeft, naarmate het meer +daarvan in zich opzuigt. De tijd waarin de arbeider werkt, is de tijd +waarin, door den kapitalist de van hem gekochte arbeidskracht, wordt +verbruikt”.... <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225" +name="pb225">225</a>]</span></p> +<p>...<span class="corr" id="xd19e6185" title= +"Niet in bron">„</span>Van zeer elastische grenzen hier afgezien, +worden er door den aard der <span class="corr" id="xd19e6188" title= +"Bron: waren ruil">warenruil</span> zelf, geen grenzen van den +arbeidsdag, dus ook geen grenzen van de meerwaarde getrokken. De +kapitalist staat op zijn recht als kooper, wanneer hij den arbeidsdag +zoo lang als mogelijk is maakt, en, zoo mogelijk uit eenen arbeidsdag, +er twee tracht te maken. Aan den anderen kant, houdt de specifieken +aard van de verkochte waar (arbeidskracht) een grens van haar verbruik +door den kooper in, terwijl de arbeider op zijn recht staat als +verkooper, wanneer hij den arbeidsdag tot op eene bepaalde +minimum-grootte tracht te beperken. Hier is dus een antimonie +voorhanden; recht tegenover recht, beiden gelijkmatig bezegeld door de +wet van den warenruil. En zoo is dan ook in de geschiedenis der +kapitalistische produktiewijze, de normeering van den arbeidsdag, tot +een strijd om de grenzen van den arbeidsdag geworden; een strijd +tusschen de gezamenlijke kapitalisten, d. w. z. tusschen de klasse der +kapitalisten en de gezamenlijke arbeiders of de +arbeidersklasse.”</p> +<p>Voor het eerst is men in Engeland, en wel in 1843, begonnen den +arbeidsdag wettelijk vast te stellen, nadat bijna een halve eeuw lang +de arbeiders in dat land daarvoor gestreden hadden en het bitterst +daarin door de economen zijn tegengewerkt geworden.</p> +<p>„Desniettemin,” zegt Marx<span class="corr" id= +"xd19e6195" title="Niet in bron">,</span> „heeft het principe +gezegevierd en in de groot-industrietakken, die zelve de schepping zijn +der moderne produktiewijze, was zijne wondervolle ontwikkeling, die +hand aan hand is gegaan, met de <i>moreele wedergeboorte</i> der +fabrieksarbeiders, zelfs voor blinden te zien.”</p> +<p>De economische beteekenis van den arbeidsdag voert ons tot eene +beschouwing van</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De relatieve meerwaarde.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Tot nu toe, hebben wij gezien hoe de kapitalist zijn +meerwaarde vormt: uit onbetaalden arbeidstijd. Deze nu noemt Marx de: +<i>absolute</i> méérwaarde. Maar het spreekt van zelf, +dat er nog een andere soort moet bestaan; dit bleek ons reeds uit het +exposé van de gansche warencirculatie. Wij hebben gezien, dat de +meerwaarde voortkomt uit den onbetaalden arbeidstijd. Hare bron zit in +den arbeidsdag. De arbeidsdag kan echter niet tot in het oneindige +verlengd worden. Aan het streven der kapitalisten, hem te verlengen, +worden grenzen gelegd, zoowel van moreelen, als van politieken aard. +„De door verlenging van den arbeidsdag voortgebrachte meerwaarde +noem ik,” zegt Marx<span class="corr" id="xd19e6211" title= +"Niet in bron">,</span> „absolute meerwaarde; de meerwaarde +daarentegen, die uit de verkorting van <span class="pagenum">[<a id= +"pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span>den noodwendigen +arbeidstijd en de daarmede overeenstemmende verandering, in de +hoegrootheidsverhouding der beide bestanddeelen van den arbeidsdag +voortkomt: <span class="ex">relatieve</span> meerwaarde.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6220" title= +"Niet in bron">„</span>Om de waarde van de arbeidskracht te doen +dalen, moet de stijging der produktiekrachten die industrietakken +aangrijpen, welker produkten de waarde der arbeidskracht bepalen; die +dus noch tot den kring van de door de gewoonte vastgestelde +levensmiddelen behooren, noch daarvoor in de plaats kunnen treden. De +waarde eener waar, wordt echter niet alléén bepaald door +het kwantum arbeid, hetwelk haar den laatsten vorm doet verkrijgen, +maar evenzoogoed, door de massa der produktiemiddelen, die zij in zich +bevat. Bijv. de waarde van een paar schoenen, wordt niet alleen door +den arbeid des schoenmakers, maar ook door de waarde van het leder, het +pek, draad enz. bepaald. Stijging van de produktiekracht en de daarmede +gepaard gaande goedkoopermaking der waren, in de industrieën welke +de stoffelijke elementen van het constant-kapitaal, de arbeidsmiddelen +en het arbeidsmateriaal, tot voortbrenging der noodzakelijke +levensmiddelen leveren, doen dus eveneens de waarde van de +arbeidskracht dalen.”....</p> +<p>„De goedkooper geworden waar, doet natuurlijk de waarde der +arbeidskracht, slechts pro tanto, d. w. z. alleen maar in die +verhouding, waarin zij in de reproduktie van de arbeidskracht overgaat, +dalen. Hemden bijv., zijn een noodzakelijk levensmiddel, maar een van +de velen. Hunne goedkoopermaking, vermindert alleen de uitgaven der +arbeiders voor hemden. De totaalsom van de noodzakelijke levensmiddelen +bestaat echter uit verschillende waren, louter produkten van de +bijzondere industrieën, en de waarde van ieder dier waren, vormt +steeds een zich gelijkverdeelend deel, van de waarde der arbeidskracht. +Deze waarde neemt af, met de tot hare reproduktie noodzakelijken +arbeidstijd, welker totaalverkorting gelijk is aan de som van hare +verkortingen, in alle bijzondere takken van +voortbrenging.”....</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6226" title= +"Niet in bron">„</span>De waarde der waren, staat in omgekeerde +verhouding tot de produktiekracht van den arbeid. Evenzoo,—omdat +zij door de <span class="corr" id="xd19e6229" title= +"Bron: waren der waarde">waarde der waren</span> bepaald +wordt,—de waarde der arbeidskracht. Daarentegen staat de +relatieve meerwaarde, in direkte verhouding tot de produktiekracht van +den arbeid. Zij stijgt met stijgende- en daalt, met dalende +produktiekracht. Een maatschappelijke doorsneê-arbeidsdag van 12 +uren, geldswaarde als gelijkblijvend verondersteld, produceert steeds +hetzelfde waardeprodukt van 6 Shilling, hoe deze som van waarden zich +ook immer moge verdeelen, tusschen het aequivalent voor de waarde der +<span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name= +"pb227">227</a>]</span>arbeidskracht en de meerwaarde. Dalen evenwel, +ten gevolge van de gestegen produktiekracht der waarden, de +dagelijksche levensmiddelen en dientengevolge, de dagelijksche waarde +der arbeidskracht van 5 shilling op 3 sh., dan rijst de meerwaarde van +1 sh. op 3 sh. Ten einde de waarde der arbeidskracht te reproduceeren, +waren er 10<a id="xd19e6234" name="xd19e6234"></a> en zijn er thans nog +slechts 6 arbeidsuren vrij gekomen en kunnen deze bij de domeinen van +den meerarbeid worden ingelijfd. Het is daarom de immanente drijfveer +en de gestadige <span class="corr" id="xd19e6236" title= +"Bron: tendenz">tendens</span> van het kapitaal, de produktiekracht der +arbeid te doen stijgen, en te dien einde de waar, en door de +goedkoopermaking van de waar, den arbeider-zelve goedkooper te +maken.”</p> +<p>Een verhooging van de produktiekracht van den arbeid, die van +verkorting van den arbeidsdag het noodwendige gevolg moet zijn, is +echter alleen mogelijk, door eene verandering van de produktiewijze, +door verbetering van de arbeidsmiddelen en van de arbeidsmethoden. +Produktie van relatieve meerwaarde, heeft dus tot voorwaarde, eene +revolutie van het arbeidsproces.</p> +<p>„De produktie van de absolute meerwaarde,” zegt Marx +verder<span class="corr" id="xd19e6243" title="Niet in bron">,</span> +„draait zich slechts om de lengte van den arbeidsdag; de +produktie van de relatieve meerwaarde, revolutioneert door en door de +technische processen van den arbeid en de maatschappelijke +groepeeringen.</p> +<p>„Zij veronderstelt dus eene specifiek-kapitalistische +produktiewijze, die, met hare methoden, middelen en voorwaarden zelven +eerst op den grondslag van de formeele subsumtie van den arbeid onder +het kapitaal, op natuurlijke wijze ontstaat en verder ontwikkeld +wordt”....</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6249" title= +"Niet in bron">„</span>Wij zien dan ook bij stijgende +produktiekracht van den arbeid, het percentage van de meerwaarde +aanhoudend stijgen, terwijl de waarde van het produkt daalt. Zoo zien +wij in de kapitalistische produktiewijze, in hare specifiek +groot-industrieele uiting, den oogenschijnlijken tegenspraak zich +ontwikkelen, dat de kapitalisten onophoudelijk zich moeite geven, +steeds goedkooper te produceeren, d. w. z. de waarde der waren steeds +te doen dalen, terwijl zij daarbij steeds meer waarde, zich toe-eigenen +kunnen. Wij zien ook dat, hoe grooter de produktiekracht van den +arbeid, des te grooter wordt de meerwaarde, de overschietende +arbeidstijd van den arbeider. De kapitalistische produktiewijze streeft +er naar, de produktiekracht van den arbeider reusachtig te doen +stijgen, den noodwendigen arbeidstijd tot op een minimum te reduceeren, +maar gelijktijdig evenwel, den arbeidsdag zoo veel als mogelijk is te +verlengen.” <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" +name="pb228">228</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch3.7" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk <span class="corr" id="xd19e6256" title= +"Bron: VI">VII</span>.</h2> +<h2 class="main">Machinerie en groot-industrie.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In een belangrijk hoofdstuk, onderzoekt Marx +vervolgens de omwenteling, die de machine heeft doen ontstaan in de +industrie uit de Manufaktuur gesproten, en welke deze, op zijne beurt, +tot groot-industrie heeft doen worden. Die omwenteling zelf draagt mede +een ander karakter.</p> +<p>„De omwenteling der produktiewijze heeft in Manufaktuur de +arbeidskracht tot uitgangspunt genomen en in de groot-industrie de +arbeidsmiddelen.” Marx wijst vervolgens, op de absoluut +onvoldoende verklaring, die de mathematici en de mechanici van de +machine gegeven hebben, waar zij het werktuig voor een +enkelvoudig<a id="xd19e6265" name="xd19e6265"></a> en de machine voor +een samengesteld werktuig hebben verklaard. „Van economisch +standpunt, deugt deze verklaring niet, omdat bij haar het historisch +element wordt gemist.” Ook is de verklaring, door het verschil +dat men maakt tusschen werktuig en machine en die welke hierin gezocht +wordt, dat bij het werktuig de mensch de bewegende kracht is en bij de +machine, eene van den mensch afgescheiden natuurkracht, zooals die van +het dier, het water, de wind enz., historisch even onjuist. Dewijl de +toepassing van de dierlijke kracht, eene der oudste uitvindingen is van +de menschheid, zoo zou aldus geredeneerd, de machinale produktie, +vooraf hebben moeten gegaan aan die van het Handwerk!......</p> +<p>„De machine waarvan de industrieele revolutie haar +uitgangspunt neemt, vervangt den arbeider, die een ènkelvoudig +werktuig hanteert, door een mechanisme, dat met eene massa van dezelfde +of gelijksoortige werktuigen tegelijk opereert en door een enkele +drijfkracht, hoe ook steeds haren vorm moge zijn, voortbewogen wordt. +<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name= +"pb229">229</a>]</span>Hier hebben wij de machine voor ons, maar eerst +als een eenvoudig element van de machinale produktie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6272" title= +"Niet in bron">„</span>De uitbreiding van den omvang der +arbeidsmachine en het getal harer gelijktijdig opereerende werktuigen, +vorderde een meer massaal bewegingsmechanisme en dit mechanisme, tot +overweldiging van zijnen eigenen weêrstand, een machtiger +drijfkracht dan de menschelijke. Afgezien nog hiervan, dat de mensch +een zeer onvolkomen produktieinstrument van gelijkvormige en +continueerende beweging is, gegeven, dat hij nog slechts als eenvoudige +drijfkracht werkt, dus in de plaats van zijn werktuig een +werktuigmachine gekomen is en de natuurkrachten hem thans ook als +drijfkracht kunnen vervangen. Van alle uit de Manufaktuurperiode ons +overgeleverde, groote bewegingskrachten, was de paardenkracht de +slechtste; eensdeels, omdat een paard zijn eigen zin heeft, anderdeels, +wegens zijne kostbaarheid en den beperkten omvang, waarmede zij in de +fabrieken alleen toe te passen was.”.....</p> +<p>Eerst met James Watt’s uitvinding van de z. g. n. +dubbelwerkende stoommachine, was de motor geschapen, die zijne +beweegkracht zelf voortbrengt en uit de voedering met kolen en water, +wier krachtpotentie geheel onder menschelijke contrôle, +onafhankelijk van natuurkrachten van lokalen aard staat, en aldus de +toepassing van de machinale industrie op elke, willekeurige plaats +mogelijk maakte.</p> +<p>„Nadat eerst de werktuigen, van werktuigen van het menschelijk +organisme, tot werktuigen van een mechanisch apparaat, tot +werktuig-machines konden worden, verkreeg dan ook de bewegings-machine +een zelfstandige, van de grenzen van menschelijke kracht, volkomen +geëmancipeerden vorm. Daarmede zonk de enkelvoudige +werktuigmachine, zooals wij tot nu toe die hebben beschouwd, tot een +bloot element van de machine-produktie. Eéne bewegingsmachine +was thans in staat, véle arbeidsmachines gelijktijdig te +drijven. Met het aantal van de gelijktijdig voortbewogen +arbeidsmachines, groeide de bewegingsmachine en breidde zich het +transmissie-mechanisme, tot een wijdloopig apparaat uit.” +....</p> +<p>Dan zet Marx het verschil uiteen, tusschen het karakter der machine +in de Manufaktuurperiode en in die van de <span class="corr" id= +"xd19e6281" title="Bron: fabriekmatige">fabrieksmatige</span> +industrie. Hij zegt:</p> +<p>„In de Manufaktuur moeten de arbeiders, individueel of in +groepen, elk bijzonder <span class="corr" id="xd19e6286" title= +"Bron: deel-proces">deelproces</span> met hun handwerktuig uitvoeren. +Maakte de arbeider zich eenmaal het proces eigen, dan was evenwel van +te voren reeds het proces voor den arbeider <span class="corr" id= +"xd19e6289" title="Bron: geeigend">geëigend</span>. <span class= +"pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>Dit +objektieve principe van de verdeeling van den arbeid, valt bij de +machinale produktie geheel weg. Het totaalproces wordt hier objektief, +aan<a id="xd19e6294" name="xd19e6294"></a> en op zichzelf beschouwd, in +zijne constitueerende phazen geanalyseerd; en het problema van elk +deelproces ten uitvoer te brengen en de verschillende deelprocessen te +verbinden, door technische toepassing van de mechaniek, de chemie enz. +opgelost,—waarbij natuurlijk voor en na de theoretische +conceptie, door opgehoopte praktische ervaring op groote schaal, +volkomener moet worden gemaakt.... <a id="xd19e6296" name= +"xd19e6296"></a>De gecombineerde arbeidsmachine, nu tot een geledend +systeem van verschillenderlei op-zich-zelf staande arbeidsmachines en +van groepen derzelven geworden, is des te volkomener, hoe voortdurender +haar totaal-proces is. D. w. z. met hoe minder onderbreking het +ruwmateriaal van zijne eerste phaze tot zijn laatste overgaat, hoe meer +dus, in plaats van de menschelijke hand, van het mechanisme zelf, van +de eene produktiephaze in de andere wordt vereischt. Wanneer in de +Manufaktuur het isolement van het bijzondere proces, een principe is +dat uit de verdeeling van den arbeid als van-zelf voortspruit, in de +ontwikkelde fabriek daarentegen, heerscht de continuïteit van het +bijzondere proces.<span class="corr" id="xd19e6299" title= +"Bron: ”......................,...">”....</span></p> +<p>„In het geledend <span class="corr" id="xd19e6304" title= +"Bron: sijsteem">systeem</span> van arbeidsmachines, die hunne beweging +door middel van de transmissie-machinerie, van een centralen automaat +ontvangen, bezit het machinebedrijf zijne ontwikkeldste gestalte. In de +plaats van eene enkele machine, treedt hier een mechanisch monster, +welker lijf gansche fabrieksgebouwen vervult en welker demonische +kracht, eerst verborgen door de bijna plechtstatige, afgemeten beweging +van zijne reusachtige ledematen, in een koortsachtig dollen maalstroom +zijner tallooze, eigenaardige arbeidsorganen, uitbreekt.”....</p> +<p>Marx schetst hierna, de gevolgen, die de intrede van die +machineproduktie in de industrie teweeg bracht.</p> +<p>„De omwenteling van de produktiewijze in de eene spheer van de +industrie, bepaalde hare omwenteling in eene andere. Dit gold in de +eerste plaats voor zulke takken van industrie, welke wel-is-waar door +de maatschappelijke verdeeling van den arbeid <span class="corr" id= +"xd19e6312" title="Bron: geisoleerd">geïsoleerd</span> +waren—zoodat elk derzelve eene zelfstandige waar +produceerde,—maar die toch weder, als phazen van een +totaalproces, door elkander liepen. Zoo werd door de machinale +spinnerij, de machinale weverij noodzakelijk, en beiden te zamen, deden +de mechanisch-chemische revolutie in de bleekerij, drukkerij en +verwerij ontstaan. Zoo riep aan den anderen kant, de revolutie van de +katoenspinnerij de uitvinding van het gin, tot afscheiding <span class= +"pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span>van +de katoendraden uit het zaad te voorschijn, waardoor eerst de +katoenproduktie op de<a id="xd19e6317" name="xd19e6317"></a> daardoor +vereischte hoogte van ontwikkeling kon komen te staan. De revolutie in +de produktiewijze van de industrie en van de agrikultuur noodzaakte +namelijk ook tot eene revolutie, in de algemeene voorwaarden van het +maatschappelijk produktieproces, d. w. z. van de communikatie- en +transportmiddelen.</p> +<p>„Afgezien van de geheel gerevolutioneerde zeil-scheepsbouw, +<span class="corr" id="xd19e6321" title="Bron: werd het">werden +de</span> kommunikatie- en transportwegen aldus geheel en al door een +systeem van rivierstoombooten, spoorwegen, overzeesche stoombooten en +telegraphen aan de produktiewijze <span class="corr" id="xd19e6324" +title="Bron: de">van de</span> grootindustrie aangepast. De +verschrikkelijke <span class="corr" id="xd19e6327" title= +"Bron: massas">massa’s</span> ijzer evenwel, die er thans te +snijden, te hameren te boren en te vormen waren gekomen, vereischten +hunnerzijds cyclopische machines, welker schepping in de machinebouw op +manufaktuur-achtige grondslag, geheel onmogelijk was.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6331" title= +"Niet in bron">„</span>De groot-industrie moest zich dusdoende +van haar karakteristiek produktiemiddel, de machinerie, zelf meester +maken en machines doen voortbrengen door machines.<a id="xd19e6334" +name="xd19e6334"></a></p> +<p>„Zoo werd,” eindigt Marx dit historisch-technische +onderzoek, „het coöperatieve karakter van het arbeidsproces, +(de verdringing van den individueelen arbeider door den +vermaatschappelijkten) tot een, haar door den aard van de +arbeidsmiddelen, zelve gedicteerde technische +noodzakelijkheid.”</p> +<hr class="tb"> +<p>De machine wordt door Marx tot het „constante” kapitaal +gerekend. Zij schept geene waarde, maar zet slechts hare eigene waarde +aan het produkt toe. Zij lost zich in het arbeidsproces telkens geheel, +maar in het waarde-vormingsproces, slechts maar gedeeltelijk op. Zij +geeft niet meer waarde van zich af, dan zij in <span class="corr" id= +"xd19e6342" title="Bron: doorsnêe">doorsneê</span> verliest +door haar gebruik. Er is dus een groot verschil, tusschen het +waarde-deel dat de machine, en het periodiek door haar op het produkt +overgedragen, deel van de waarde. Er is dus een groot verschil tusschen +de machine als <i>waarde</i><span class="ex">vormend</span> en als +<i>produkten</i><span class="ex">vormend</span> element. Hoe grooter de +periode, in welke dezelfde machine, herhaaldelijk in hetzelfde +arbeidsproces dienst doet, des te grooter zal dit verschil zijn.</p> +<p>Hoe minder arbeid de machine zelf kost, d. w. z. hoe veel te minder +arbeid erin is neergelegd, des te minder waarde zet zij aan het produkt +toe. Hoe minder waarde van zich afgevend, des te produktiever is zij en +des te meer, nadert haren dienst die der <span class="pagenum">[<a id= +"pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span>natuurkrachten. De +produktie van machines door machines, doet hare waarde echter +inkrimpen, naar verhouding van hare uitbreiding en werking<span class= +"corr" id="xd19e6359" title="Bron: ,">.</span></p> +<p>„Uitsluitend als middel tot goedkoopermaking van het produkt +beschouwd, vindt het gebruik van de machinerie daarin hare grenzen, dat +hare eigen produktie minder arbeid kost, dan hare toepassing ervoor in +plaats geeft. Voor het kapitaal echter, laat zich deze grens enger +uitdrukken. Daar het niet, de ten koste gelegden arbeid, maar de waarde +der ten koste gelegde arbeidskracht betaalt, wordt voor hem het +machinegebruik begrensd, door het verschil tusschen de machinewaarde en +de waarde van de door haar vervangene arbeidskracht. Daar de verdeeling +van den arbeidsdag, in noodwendigen arbeid en +méér-arbeid, in verschillende landen in verschillende +periodes, of gedurende dezelfde periode voor verschillende takken van +bedrijf, verschillend is; dan beneden de waarde van zijn arbeidskracht, +dan weder daarboven stijgt, kan het verschil tusschen den prijs der +machinerie en den prijs van de door haar vervangen arbeidskracht, +zéér varieeren. Ook, wanneer het verschil tusschen het, +voor de produktie van de machine benoodigde kwantum arbeids en het +totaalkwantum van de door haar vervangen arbeidskracht, hetzelfde +blijft. Het is evenwel alleen maar het eerste verschil, dat de +produktiekosten der waar, voor de kapitalisten zelven bepaalt en door +middel van de dwangwetten van de concurrentie invloed erop +uitoefent.” Het is daardoor, zegt Marx, dat men in het eene land +machines in een tak van bedrijf invoert, terwijl ze in een ander land, +absoluut niet toegepast kunnen worden, doordien, de arbeidskracht in +die tak als te goedkoop zijnde, eene toepassing van de machinerie het +produkt duurder, in plaats van goedkooper zou maken. Ook hier is dus de +maatschappelijke tegenstelling, tusschen het groote belang, dat de +menschheid heeft bij machines en het belang dat bij de +produktie-leidende klasse overheerscht, merkbaar.</p> +<p>Hoe de machine de verhoudingen revolutionneert, zet Marx nu verder +uiteen.</p> +<p>„In zooverre,” zegt hij, „als de machinerie +spierkracht ontbeerlijk doet worden, wordt zij tot een middel om arbeid +zonder spierkracht en van een onrijpe lichaamsontwikkeling, maar van +grooter lenigheid aan te wenden. Vrouwen- en kinder-arbeid was +daarvandaan het éérste woord, dat de kapitalistische +toepassing van de machinerie wist te spreken! Dit geweldige +vervangingsmiddel van den arbeid en van de arbeiders, veranderde dan +ook aanstonds in een middel, om het getal loonarbeiders te <span class= +"pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span>doen +vermeerderen, doordien het in zich opreeg alle leden van de +arbeidersfamilie, zonder verschil in geslacht of ouderdom, en deze, +onder de onmiddellijke heerschappij van het kapitaal +plaatste.”.... „De waarde van de arbeidskracht wordt +bepaald, niet alleen door de, tot <span class="corr" id="xd19e6370" +title="Bron: in standhouding">instandhouding</span> van den +individueelen, volwassen arbeider noodzakelijken arbeidstrijd, maar ook +door die, welke er noodig is, om de arbeidersfamilie in stand te +houden. Terwijl de machinerie alle leden der arbeidersfamilie op de +arbeidsmarkt werpt, verdeelt zij de waarde van de arbeidskracht van den +man, over zijn gansche gezin. Zij ontwaardigt daardoor zijne +arbeidskracht. De aankoop van in vier arbeidskrachten bijv. +geparcelleerde familie, kost wellicht méér, dan vroeger +de aankoop van de arbeidskracht van één gezinshoofd, maar +daarvoor komen dan ook vier arbeidsdagen in de plaats van <span class= +"ex">een</span>; en hunne prijs daalt in de verhouding tot het +overschot van de méér-arbeid van die vier, over den prijs +van de méér-arbeid van die eene. Vier moeten niet alleen +den arbeid, maar ook den méér-arbeid aan het kapitaal +leveren, opdat één gezin in het leven blijve. Zoo +verwijdt de machinerie reeds van te voren, met het menschelijk +exploitatiemateriaal, tevens haar eigen uitbuitingsterrein voor het +kapitaal, en tegelijk daarmede, tevens den graad van exploitatie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6377" title= +"Niet in bron">„</span>Zij revolutioneert evenzoo goed van grond +uit, de formeele tusschenkomst van de kapitaalsverhoudingen, als zij +dit het contract tusschen kapitaal en arbeid doet. Op den grondslag van +den warenruil, was het eene eerste voorwaarde, dat kapitalist en +arbeider als vrije personen, de een als onafhankelijke warenbezitter, +van geld en produktiemiddelen, de ander als bezitter van arbeidskracht, +tegenover elkander kwamen te staan. Maar nu koopt het kapitaal +onmondige of half-mondigen. De arbeider verkocht vroeger zijne eigene +arbeidskracht, waarover hij, als formeel vrije persoon de beschikking +had. Hij verkoopt thans vrouw en kind. Hij is een slavenhandelaar +geworden<span class="corr" id="xd19e6380" title= +"Bron: ’.">.”</span></p> +<p>Marx gaat thans over tot een historisch overzicht, gestaafd door +officieele berichten van de fabrieksinspecteurs in Engeland over den +kinderarbeid, van af den aanvang der negentiende eeuw; benevens van de +drooge, maar toch zoo hartverscheurende rapporten van de ellende door +vrouwen- en kinderarbeid, die de eerste bloeiperiode van het engelsche +kapitalisme, tot ver in de jaren 1830 toe, te lezen geven. Wij hebben +ons bij Robert Owen’s beschrijving daarmede reeds bezig gehouden. +Maar Marx ziet ook in deze ellende, niet de ellende aan<a id= +"xd19e6386" name="xd19e6386"></a> en voor zich, maar eene die in zich, +een revolutioneerend element tevens bevat.</p> +<p>Hij zegt: „door die overwegende toevoeging van vrouwen- +<span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name= +"pb234">234</a>]</span>en kinderarbeid, breekt de machinerie eindelijk +den tegenstand welke de mannelijke arbeiders in de Manufaktuur, aan de +despotie van het kapitaal nog konden blijven bieden.”</p> +<p>De machine, zoo zegt Marx verder in dit dertiende hoofdstuk, voert +tot:</p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Verlenging van den arbeidsdag.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Zooals de machinerie het machtigste middel is, +om de produktiviteit van den arbeid te doen stijgen, d. w. z. de tot +voortbrenging eener waar noodwendige hoeveelheid arbeidstijd te +verkorten, zoo wordt zij als draagster van kapitaal, reeds dadelijk in +de, onmiddellijk door haar aangegrepen industrieën, tot het +machtigste middel om den arbeidsdag, boven elke natuurlijke beperking +uit, te doen verlengen. Zij verschaft aan den eenen kant, nieuwe +voorwaarden die het kapitaal geschikt maken, deze zijne gestadige +<span class="corr" id="xd19e6399" title="Bron: tendenz">tendens</span> +den vrijen teugel te laten vieren, aan den anderen kant echter nieuwe +motieven, tot het wettigen van zijn geeuwhonger naar vreemden +arbeid.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6403" title= +"Niet in bron">„</span>In de eerste plaats maakten, in de +machinerie, de beweging en de aktiviteit van de arbeidsmiddelen zich +zelfstandig, tegenover den arbeider. Zij wordt aan<a id="xd19e6406" +name="xd19e6406"></a> en op zichzelf, een industrieel <i><span class= +"corr" id="xd19e6409" title="Bron: perpetiüm">perpetuum</span> +mobile</i>, dat ononderbroken voort zou moeten produceeren, als zij +daarbij niet stuitte op zekere natuurlijke grenzen in hare menschelijke +bedienden: hunne lichaamszwakte en hunne eigenzinnigheid. Als +kapitaal,—en als zoodanig bezit de automaat in handen van den +kapitalist bewustzijn en wil,—is het daarom met de <span class= +"corr" id="xd19e6413" title="Bron: tendenz">tendens</span> behept, de +weêrstrevende, maar elastische menschelijk-natuurlijke grenzen +tot een minimum van weêrstand terug te dringen. Dezen worden +buitendien nog verminderd, door de schijnbare gemakkelijkheid van den +arbeid aan de machine en het meer voeg- en buigzame element, dat den +vrouwen- en kinderarbeid oplevert.”....</p> +<p>„De machine produceert relatieve méérwaarde; +niet alleen doordien zij de arbeidskracht direkt in waarde doet dalen +en deze, indirekt, door billijkermaking van de in hare reproduktie op +te nemen waren, goedkooper maakt, maar ook, doordien zij bij hare +eerste sporadische invoering, de door de machinebezitter verwerkten +arbeid, omzet in <span class="corr" id="xd19e6418" title= +"Bron: gepotenzeerde">gepotentiëerde</span> arbeid; de +maatschappelijke waarde van het machineprodukt, boven zijne +individueele waarde uit verhoogt en den kapitalist aldus in staat +stelt, met een geringer waardedeel van het dagelijksch produkt, de +dagwaarde van de arbeidskracht te vervangen. Gedurende de +overgangsperioden, die waarin het machinebedrijf een soort monopolie +<span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name= +"pb235">235</a>]</span>blijft, zijn daarvandaan de winsten buitengewoon +en de kapitalist zocht deze „eersten tijd van jeugdige +liefde” zoo grondig mogelijk <span class="corr" id="xd19e6423" +title="Bron: uit-te-buitten">uit-te-buiten</span>, door een zoo groot +mogelijke verlenging van den arbeidsdag. De grootte van den winst +verscherpt den geeuwhonger naar méérdere winst.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6427" title= +"Niet in bron">„</span>Door het algemeener worden van de +machinerie, in dezelfde produktietak, zinkt de maatschappelijke waarde +van het machineprodukt tot op zijne individueele waarde en maakt zich +de wet voelbaar, dat de meerwaarde niet uit de arbeidskrachten +voortkomt, welke de kapitalist door de machine vervangen heeft, maar +omgekeerd, uit de arbeidskrachten die hij aan haar doet aan den arbeid +stellen. De méérwaarde komt slechts uit het variabel deel +van het kapitaal voort, terwijl zij zagen, dat de massa van de +meerwaarde bepaald wordt door twee faktoren: het percentage der +meerwaarde en het aantal van de gelijktijdig in dienst zijnde +arbeiders. Bij een bepaalde lengte van den arbeidsdag, wordt het +percentage van de méérwaarde bepaald, door de verhouding +waarin de arbeid van een arbeidsdag, in noodzakelijke en in +méérarbeid uiteenvalt. Het aantal van gelijktijdig aan +het werk gehouden arbeiders, hangt hunnerzijds af van de verhouding van +het variabel kapitaal-deel tot die van het constante. Het is dus +duidelijk, dat het machinebedrijf, hoe het ook steeds door verhooging +van de produktiekracht van den arbeid, den méérarbeid ten +koste van den noodzakelijken arbeid <span class="corr" id="xd19e6430" +title="Bron: uitdijdt">uitdijt</span>, dit resultaat slechts kan doen +te voorschijn roepen, doordien ’t het aantal van de voor een +gegeven kapitaal, aan het werk zijnde arbeiders doet verminderen. Het +verandert een deel van het kapitaal, dat vroeger variabel was, d. w. z. +zich omzette in levende arbeidskracht, in machinerie, dus in constant +kapitaal dat geen méérwaarde voortbrengt. Het is +onmogelijk bijv., uit twee arbeiders evenzooveel meerwaarde te persen, +als uit 24. Wanneer elk der 24 arbeiders in 12 uren, maar +één uur meerarbeid levert, leveren zij tezamen 24 uren +meerarbeid, terwijl de totaal-arbeid der twee arbeiders eigenlijk maar +24 uur bedraagt. Er is dus in de toepassing der machinerie, tot +produktie van <span class="corr" id="xd19e6433" title= +"Bron: meêrwaarde">meerwaarde</span> eene immanente tegenspraak; +naardien zij van de beide faktoren der méérwaarde, die +een kapitaal van een zekere grootte oplevert, de eene faktor, het +percentage van de méérwaarde slechts +dáárdoor kan doen vergrooten, door den anderen faktor, +het getal arbeiders namelijk, te doen verkleinen.”...</p> +<p>„Wanneer dus de kapitalistische toepassing van de machinerie +eenerzijds nieuwe, machtige motieven tot eene matelooze verlenging van +den arbeidsdag schept en de wijze van arbeiden zelve, evenzoo als het +karakter van het maatschappelijke arbeidslichaam op <span class= +"pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span>eene +manier revolutioneert, die den weêrstand tegen dezen <span class= +"corr" id="xd19e6440" title="Bron: tendenz">tendens</span> breekt, +produceert zij anderzijds, deels uit van voor het kapitaal, vroeger +ontoegankelijke groepen der arbeidersklasse, eene overvloedige +arbeidersbevolking, die zich door het kapitaal de wet moet laten +voorschrijven. Daarvandaan het merkwaardige verschijnsel in de +geschiedenis van de moderne industrie, dat de machine alle zedelijke en +natuurlijke grenzen van den arbeidsdag overschrijdt. Daarvandaan de +economische paradox, dat het machtigste middel tot verkorting van den +arbeidstijd, in het onfeilbaarste middel omslaat, alle levenstijd van +den arbeider en zijne familie in disponibele arbeidstijd voor de +waardevorming van het kapitaal om te doen zetten.”....</p> +<p>Hoe meer het machinewezen en met hem, eene bijzondere klasse van +ervaren machinearbeiders zich ontwikkelen, zooveel te meer neemt dus +een nieuwe oorzaak daarvan, namelijk:</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">de intensiviteit van den arbeid</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">toe. „Op dien grondslag (van den +normaalarbeidsdag) ontwikkelt zich een verschijnsel ... tot een +beslissende belangrijkheid—namelijk de intensifikatie van den +arbeid”....</p> +<p>„Het is vanzelfsprekend, dat met de vooruitgang van het +machinewezen en de opgehoopte ervaring eener bijzondere klasse van +machinearbeiders, de snelheid en daarmede de intensiviteit van den +arbeid, langs natuurlijken weg toenemen. Zoo gaat in Engeland sedert +eene halve eeuw de verlenging van den arbeidsdag hand in hand met de +groeiende intensiviteit van de fabrieksarbeid.”.... „Zoodra +het gestadig zwellende verzet van de arbeidersklasse, den Staat dwong, +de arbeidstijd gewelddadig te verkorten en in de eerste plaats voor de +eigenlijke fabriek een normalen arbeidsdag voor te schrijven, van het +oogenblik af aan dus, waarin verhoogde produktiviteit van +méérwaarde door verlenging van den arbeidsdag +buitengesloten was, wierp zich het kapitaal, met volle macht en +bewustzijn op de produktie van relatieve méérwaarde, door +bespoedigde ontwikkeling van het machinesysteem. Gelijktijdig trad +daarmede eene verandering in het karakter van de relatieve +méérwaarde in het leven.”</p> +<p>De vraag doet zich alsnu voor, hóe de arbeid <span class= +"corr" id="xd19e6454" title= +"Bron: geïntensiviceerd">geïntensiveerd</span> wordt. +„Zoodra de verkorting van den arbeidsdag, welke in de eerste +plaats de subjektieve voorwaarde voor de condensatie van den arbeid +schept, namelijk de geschiktheid van den arbeider meer kracht in een +bepaalden tijd vlottend te maken, wettelijk-dwingend werd, werd de +machine in den hand van het kapitaal tot <span class="pagenum">[<a id= +"pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span>een objektief en +systematisch toegepast middel, méér-arbeid in denzelfden +tijd, uit denzelfden arbeid te persen<span class="corr" id="xd19e6459" +title="Bron: ,">.</span> Dit geschiedde op dubbele manier: door +verhoogde versnelling der machines en door uitgebreider omvang van de, +door denzelfden arbeider te bewaken machinerie, of van het terrein +zijner arbeid. Verbeterde construktie der machinerie, werd deels +noodzakelijk ter uitoefening van grooteren druk op den arbeider, deels +begeleidde zij vanzelf, de intensifikatie van den arbeid, omdat de +grenzen van den arbeidsdag den kapitalist tot de strengste economie van +produktiekosten dwongen. De verbetering van de stoommachine verhoogde +het getal van hare cylinder-omwentelingen in eene minuut en +veroorloofde tegelijk, door grootere krachtsbesparing, een omvangrijker +mechanisme met denzelfden motor te drijven, bij gelijkblijvende, ja +zelfs bij verminderende kolen-vertering. De verbetering van het +transmissie-mechanisme verminderde de wrijving, en wat de moderne +machinerie zoo in het oogvallend onderscheidt van de oudere, zij +reduceerde de doorsneê en het gewicht van de groote en kleine +assen, tot op een, steeds dalend minimum. De verbeteringen van de +arbeidsmachinerie ten slotte, verminderen bij verhoogde snelheid en +uitgebreider werking haren omvang, zooals bij de moderne +stoomweefstoel; of vergrooten met haren romp, den omvang en ’t +getal der door haar gedreven werktuigen, zooals bij de spinmachine; of +wel vermeerderen de bewegelijkheid dezer werktuigen, door onzichtbare +detailveranderingen derwijze als dit bij de „<span lang= +"en"><span class="corr" id="xd19e6463" title= +"Bron: selfacting">self-acting</span> mule</span>”, in het midden +van de jaren 1850 het geval was, toen de snelheid van de spindels met +⅕ verhoogd is geworden.”</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De Fabriek.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Na de beschouwing van den invloed der machine op de +maatschappelijke voortbrenging en daarmede, op de maatschappelijke +verhoudingen, wijdt Marx eene bespreking aan de moderne fabriek, +waarbij hij het principieele verschil uiteenzet, tusschen de +kapitalistische werkplaats uit de Manufaktuur-periode en de +industrieele fabriek, die met de stoommachine wordt gedreven.</p> +<p>„In de Manufaktuur en onder het Handwerk, bedient de arbeider +zich van het werktuig; in de fabriek dient de arbeider onder de +machine; ginds gaat van hem de beweging van het arbeidsmiddel uit, +welker beweging hij hier evenwel te volgen heeft. In de Manufaktuur +vormden de arbeiders de leden van een levend mechanisme. In de fabriek +bestaat een dood mechanisme, onafhankelijk van hen, en zij worden +daarbij als levende aanhangsels ingelijfd”.... <span class= +"pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span></p> +<p>„Aan alle kapitalistische produktie, in zooverre zij niet +alleen arbeidsproces, maar ook tegelijk waarde-vormend proces van het +kapitaal is, is het eigen, dat niet de arbeider de arbeidsmiddelen, +maar omgekeerd, de arbeidsmiddelen den arbeider aanwenden; maar eerst +met de machinerie, wordt deze omkeering tot eene technische en +handtastelijke werkelijkheid. Door zijne verandering in een automaat, +treedt het arbeidsmiddel gedurende het arbeidsproces zelf, den arbeider +als kapitaal tegenover en wel als dooden arbeid welke den levenden +arbeid overheerscht en hem uitzuigt.”</p> +<p>„De technische ondergeschiktheid van den arbeider, onder den +gelijkvormigen gang van de arbeidsmiddelen en de eigenaardige +samengesteldheid van het arbeidslichaam, uit individuen van beiderlei +geslacht en verschillenderlei ouderdom, doen een kazerneachtige +discipline ontstaan, die zich tot een volkomen fabrieksrégime +vervormt, en den reeds vroeger aangeduiden arbeid van het toezicht, dus +tegelijk de verdeeling van de arbeiders in handenarbeiders en +arbeidsopzichters, in gemeene industriesoldaten en industrieofficieren, +ten volle doet ontwikkelen.”.... „De fabrieks-codex, waarin +het kapitaal zijn autocratie over de arbeiders,—zonder de anders +door de bourgeoisie zoo geliefde verdeeling der machten en het nog veel +geliefder vertegenwoordigende stelsel,—privaat-rechtelijk en +eigenmachtig heeft geformuleerd, is slechts de kapitalistische +karrikatuur van de maatschappelijke regeling van het arbeidsproces, die +noodig werd door de coöperatie op groote schaal en de aanwending +van gemeenschappelijke arbeidsmiddelen, der machinerie namelijk. In de +plaats van den zweep des slavendrijvers is nu het strafwetboek van den +opzichter gekomen. Alle straffen lossen zich natuurlijk op in +geldstraffen en loonkortingen. En de wetgevende scherpzinnigheid van de +fabrieks-Lycurgussen, maakt voor hem de overtreding harer wetten, zoo +mogelijk, nog winstgevender dan hunne opvolging. Wij wijzen hier +slechts op de materieele voorwaarden waaronder de fabrieksarbeid +verricht wordt. Alle zinnelijke organen worden gelijkmatig geschaad, +door de kunstmatig verhoogde temperatuur, de met afval van het +ruwmateriaal bezwangerde atmosfeer, het oorverdoovend alarm enz.; +afgezien nog van het levensgevaar onder dicht op elkander geplaatste +machinerie, die met de regelmatigheid van de jaargetijden, hare +industrieele veldslag-bulletins voortbrengt. De economiseering van de +maatschappelijke produktiemiddelen, eerst in het fabriekssysteem +broeikasmatig gerijpt, wordt in de hand van het kapitaal, +tegelijkertijd tot eene systematischen roof aan de levensvoorwaarden +<span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" name= +"pb239">239</a>]</span>van den arbeider tijdens den arbeid; roof aan +ruimte, lucht, licht en aan persoonlijke beschuttingsmiddelen tegen +levensgevaarlijke<a id="xd19e6481" name="xd19e6481"></a> of voor de +gezondheid schadelijke omstandigheden van het produktieproces; om van +inrichtingen tot gemak van den arbeider hier niet eens te spreken. +Noemt nu Fourier,—zoo eindigt Marx zijne analyse van de +fabriek,—ten onrechte de fabrieken verzachte galeien?”</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Machines en arbeiders.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De machine maakt den arbeider overbodig, dat is met de +kapitalistische <span class="corr" id="xd19e6488" title= +"Bron: produktie wijze">produktiewijze</span>, tot een onloochenbaar +feit geworden. „Een groote reeks van burgerlijke economen,” +zegt Marx, „neemt aan, dat alle machinerie die arbeiders +verdringt, steeds tegelijkertijd en noodwendig een, daaraan +gelijkblijvend kapitaal, tot werkverschaffing van aan hetzelve +identieken arbeid vrij doet komen.<a id="xd19e6491" name= +"xd19e6491"></a> Dit kapitaal, althans opgevat in den zin van +levensmiddelen, welke de arbeiders verteerd zouden hebben, wanneer zij +aan den arbeid gebleven waren, en dat nu de behoefte heeft arbeid voor +deze vrijgekomen groepen van arbeiders in het leven te roepen, ten +einde daarna door hen te worden geconsumeerd”. Deze theorie die +van de „compensatie”, gelijk zij in de engelsche economie +van Mc. Culloch, Torrens, Senior, John Stuart Mill e. a. wordt geheten, +wordt door Marx scherp gecritiseerd. Het werkelijke, door het +economisch <span class="corr" id="xd19e6493" title= +"Bron: optinisme">optimisme</span>, geparodieerde feit zegt Marx, is +dit: de door de machinerie verdrongen arbeiders, worden uit de +werkplaats op de arbeidsmarkt geworpen en vermeerderen aldaar, het +getal der reeds voor kapitalistische uitbuiting disponibele +arbeidskrachten”.... „De uit de eene tak van industrie +geworpen arbeiders, kunnen gewis in een andere werk vinden! Vinden zij +dat, en wordt daardoor den band tusschen hen en de met hen vrijgekomen +levensmiddelen weder aangeknoopt, dan geschiedt dit door middel van een +nieuw, er aan toegevoegd kapitaal dat naar belegging haakt, geenszins +echter door middel van een reeds vroeger gefunktioneerd hebbend en +thans in machinerie veranderd kapitaal”...</p> +<p>„Verder trekt elke tak van industrie jaarlijksch een nieuwe +menschenstroom aan, die haar zijn contingent, ter regelmatige +vervanging en wasdom, levert. Zoodra de machinerie, een deel van de tot +dusver in eene bepaalde tak van industrie werkende arbeiders, vrij doet +komen, wordt ook het plaatsvervangingscontingent op nieuw verdeeld en +in andere takken van arbeid geabsorbeerd, terwijl de oorspronkelijke +slachtoffers in het overgangstijdperk, grootendeels verworden en +omkomen”....</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6499" title= +"Niet in bron">„</span>Dat de machinerie, waar zij +noodzakelijkerwijs arbeiders uit <span class="pagenum">[<a id="pb240" +href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span>een tak van produktie +verdringt, eene toename van arbeidskrachten in een andere tak te +voorschijn kan roepen, is een werking, zegt Marx<span class="corr" id= +"xd19e6504" title="Niet in bron">,</span> die met de +„compensatie-theorie” niets van doen heeft. De machine +schept een nieuwe soort van arbeid, niet alleen door het bouwen van +machines; maar met de uitbreiding van het machinebedrijf in een tak van +industrie, wordt ook dadelijk de produktie in andere takken van het +bedrijf opgevoerd, die welke er de produktiemiddelen voor moeten +leveren.”....</p> +<p>„Het onmiddellijke resultaat der machinerie is, de +méérwaarde en tegelijk daarmede de produktenmassa waarin +zij zich vertoont, dus met de substantie waarop de kapitalistenklasse +benevens haren aanhang teert, die maatschappelijke groepen zelven, te +vergrooten. Haren groeienden rijkdom en het relatief gestadig +verminderend getal van, voor de produktie der eerste levensbehoeften +benoodigde arbeiders, brengen met nieuwe weeldebehoeften, tegelijk +nieuwe middelen ter hunner bevrediging voort. Een grooter deel van het +maatschappelijk produkt, verandert zich in surplus-produkt en een +grooter deel van dat surplus-produkt, wordt in <span class="corr" id= +"xd19e6509" title="Bron: verfijnerde">verfijnder</span> en +vermenigvuldigder vormen, gereproduceerd en verteerd. Met andere +woorden dus: de produktie van de weelde neemt toe.”</p> +<p>„De vermeerdering van produktie- en levensmiddelen, bij +relatief afnemend getal arbeiders, drijft weder tot uitbreiding van den +arbeid in industrietakken, welker produkten als kanalen, warendokken, +tunnels, bruggen etc., slechts in den verren toekomst vruchten dragen. +Er vormen zich, hetzij direkt op den grondslag der machinerie, hetzij +op een daarmede gelijkstaand, algemeen stadium van industrieele +omwenteling, geheel nieuwe takken van produktie en dus nieuwe terreinen +voor den arbeid.”</p> +<p>„Ten slotte veroorlooft de buitengewoon verhoogde +produktiekracht, in de spheren van de groot-industrie, vergezeld als +zij gaat van intensief en extensief verhoogde uitbuiting van de +arbeidskracht in alle overige produktiespheren, een steeds grooter deel +van de arbeidersklasse, als onproduktief in gebruik te nemen en aldus +de oude huisslaven, onder den naam van „dienstbare klasse”, +zooals lakeien, dienstboden, livreiknechts enz., op steeds massaler +wijze te reproduceeren.”</p> +<p>Marx critiseert ook vervolgens de theorie, dat de machinerie, nadat +de schriktijd van hare invoering en hare ontwikkeling afgeloopen was, +ten slotte bewezen heeft, het aantal arbeiders te vermeerderen in +plaats van te verminderen. Dat is<span class="corr" id="xd19e6518" +title="Niet in bron">,</span> zegt hij, zeker waar maar die toename, +was niet minder eene toename van grooter en steeds aangroeiender +levensonzekerheid bij de arbeidende klasse!</p> +<p><a id="xd19e6522" name="xd19e6522"></a>De ongehoorde, stootenderwijs +verkregen rekbaarheid van het <span class="pagenum">[<a id="pb241" +href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span>fabriekswezen en zijne +afhankelijkheid van de wereldmarkt, brengen noodwendig koortsachtige +produktie voort, waarmede dan eene volgende overvulling van de markten, +met de daarop contrakteerende verlamming intreedt. Het leven der +industrie, zet zich om in een elkander opeenvolgende reeks tijdperken, +van middelmatige levendigheid, prosperiteit, overproductie, crisissen +en stagnaties. Voor den arbeider beteekent deze kringloop, het gestadig +zweven tusschen overarbeid en werkeloosheid, volkomen onzekerheid van +den arbeid en de loonshoogte, kortom van zijn gansche levenspositie in +het algemeen.</p> +<p>Het groot-industrieele bedrijf heeft de oude verhoudingen der +huisindustrie gerevolutioneerd. Deze revolutie wordt nog bespoedigd +door de, met de algemeene invoering en ontwikkeling van de fabriek +noodzakelijk geworden, fabrieks- en arbeidswetgeving. „De +arbeidswetgeving,” zegt Marx, „deze eerste bewuste en +planmatige terugwerking van de maatschappij op de natuurlijke gestalte +van haar produktieproces, is, zooals wij hebben gezien, evenzoo een +noodzakelijk produkt der groot-industrie, als katoenen garens, +self-actors en de electrische telegraaf dat zijn.”</p> +<p>Marx gaat hier verder, historisch de werking na van de +arbeidswetgeving en komt tot deze conclusie:</p> +<p>„Daar waar de veralgemeening van de fabriekswetgeving, als +physiek en geestelijk beschuttingsmiddel der arbeidersklasse, +onvermijdelijk geworden is, bespoedigt zij aan den anderen kant.... de +verandering van verstrooide<a id="xd19e6533" name="xd19e6533"></a> in +arbeidsprocessen op grooter, maatschappelijker schaal, dus de +concentratie van kapitaal en de alleenheerschappij van het +fabrieksregiment. Zij verstoort alle traditioneele<a id="xd19e6535" +name="xd19e6535"></a> en overgangsvormen, waarachter zich de +heerschappij van het kapitaal nog gedeeltelijk heeft kunnen verstoppen +en zet er voor in de plaats, zijn direkte, onverkapte +heerschappij.”....</p> +<p>„Met de spheren van het kleinbedrijf en der huisarbeid +vernietigt zij de laatste toevluchtsoorden „der +overtolligen”, en daarmede de bestaande veiligheidsklep van het +gansche mechanisme der samenleving. Door de <span class="corr" id= +"xd19e6539" title="Bron: materiëele">materieele</span> voorwaarden +en met de maatschappelijke combinatie van het produktieproces, doet zij +de tegenspraken en antagonismen van zijn kapitalistischen vorm rijpen, +en daarmede ook gelijktijdig, de elementen tot vorming eener nieuwe en +de omwentelingsmomenten, ter verstoring der oude samenleving geboren +worden.” <span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name= +"pb242">242</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch3.8" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk VIII.</h2> +<h2 class="main">Het arbeidsloon.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het zesde gedeelte (zeventiende hoofdstuk) van +„<span lang="de">Das Kapital</span>” behandelt het +arbeidsloon. Marx werkt hierin breeder uit, zijn beschouwingen over het +arbeidsloon, zooals die reeds door hem in groote trekken zijn +weêrgegeven in het te voren vermelde geschrift „<span lang= +"de">Lohnarbeit und Kapital</span>” uit het jaar 1847.</p> +<p>Alleen is Marx hier het onderscheid tusschen hetgeen de officieele +economie betitelde met de prijs van den <span class="ex">arbeid</span> +en die van de <span class="ex">arbeidskracht</span>, dat beiden zeer +verschillende dingen zijn, geheel op het spoor gekomen. Marx bewees dan +ook, dat de <span class="ex">arbeid</span> geen waar kan zijn, in eene +maatschappij als de kapitalistische, welker voortbrengingswijze juist +tot voorwaarde heeft, de bezitloosheid aan arbeidsmiddelen +(grondstoffen, machines, vervoermiddelen enz.) bij den arbeider.</p> +<p>„Wat de geldbezitter op de warenmarkt direkt tegenover zich +vindt, is inderdaad niet den arbeid, maar het is den arbeider. Wat de +laatste verkoopt, is zijn <span class="ex">arbeidskracht</span>. Zoodra +zijn <span class="ex">arbeid</span> werkelijk begint, heeft hij reeds +opgehouden hem toe te behooren, kan deze dus niet meer door hem +verkocht worden. De arbeid is de substantie en de immanente maat van de +waarde, maar hij zelf heeft geen waarde.”</p> +<p>Wij hebben vroeger gezien, dat de prijs eener waar, is, de in geld +uitgedrukte waarde der waar. Wij wezen er evenwel reeds toen op, dat +volgens Marx, deze beide vormen: waarde en prijs, door verschillende +faktoren worden bepaald en niet met elkander verward mogen worden.</p> +<p>Hetgeen zich als de waarde van de arbeidskracht, in haren geldvorm +uitdrukt, is het arbeidsloon. Marx onderscheidt dit in: tijd- en +stukloon. <span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name= +"pb243">243</a>]</span></p> +<p>„De geldsom die de arbeider voor zijn dagarbeid, weekarbeid +enz. bekomt, vormt het bedrag van zijn nominaal, of naar de waarde +geschat arbeidsloon. Het is echter duidelijk, dat al naar de lengte van +den arbeidsdag, alzoo naar mate der dagelijks door hem geleverde +hoeveelheid arbeids, hetzelfde dagloon, weekloon enz. een zeer +verschillende prijs van den arbeid, d. w. z., zeer verschillende +geldsommen, voor hetzelfde kwantum arbeid, vertegenwoordigen kan. Men +moet dus bij het tijdloon weder onderscheid maken, tusschen het +totaal-bedrag van het arbeidsloon,—dagloon, weekloon +enz.,—en den prijs van arbeid.”</p> +<p>De gemiddelde prijs van een arbeids-uur dient hier tot +maatéénheid van den prijs der arbeidskracht.</p> +<p>„Daaruit volgt,<span class="corr" id="xd19e6586" title= +"Niet in bron">”</span> zegt Marx vervolgens, „dat het +dagloon of weekloon enz. hetzelfde kan blijven, hoewel de prijs van de +arbeidskracht voortdurend dalen kan. Omgekeerd, kunnen dag- en weekloon +stijgen, hoewel de prijs van den arbeid, constant blijft of zelfs +daalt. Het rijzen van de nominale dag- of weekloonen, kan daarom +begeleid zijn van een gelijkblijvenden, of een zinkenden prijs van de +arbeidskracht.<span class="corr" id="xd19e6589" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<p>Marx onderzoekt dit verschil nader en ook de juiste rol, die de +lengte van den arbeidsdag hierbij speelt.</p> +<p>„Het is een algemeen bekend feit, dat hoe langer de arbeidsdag +in een tak van industrie, zooveel te lager is het arbeidsloon<a id= +"xd19e6597" name="xd19e6597"></a>.... In de eerste plaats volgt uit de +wet: „bij eene bepaalden prijs van den arbeid, hangt het dag- of +weekloon van de kwantiteit der geleverden arbeid af”, dat, hoe +lager de prijs van den arbeid is, des te grooter het kwantum arbeids +zijn moet of des te langer de arbeidsdag, opdat de arbeider van een, al +is het dan ook maar kommervol <span class="corr" id="xd19e6599" title= +"Bron: doorsnêeloon">doorsneêloon</span>, verzekerd kan +zijn. Het lage peil van den arbeidsprijs, werkt hier als een +aansporing, tot verlenging van den arbeidstijd. Omgekeerd evenwel, +produceert harerzijds de verlenging van den arbeidstijd, een daling van +de arbeidsprijzen en daarmede ook eene in dag- en weekloonen.<a id= +"xd19e6602" name="xd19e6602"></a></p> +<p>„Het stukloon, is niets dan een veranderden vorm van het +tijdloon, zooals het tijdloon de veranderde vorm is, van de waarde, of +van den prijs der arbeidskracht.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6607" title= +"Niet in bron">„</span>Bij het stukloon, ziet het er op ’t +eerste gezicht uit, alsof de door den arbeider verkochte +gebruikswaarde, niet de funktie van zijn arbeidskracht is, de levende +arbeid, maar de reeds in het produkt belichaamde arbeid, en alsof de +prijs van dezen arbeid niet, gelijk bij het tijdloon, door de breuk: +<span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name= +"pb244">244</a>]</span></p> +<div class="table"> +<table class="xd19e6612"> +<tr> +<td class="xd19e6614"><span class="ex">Dagwaarde der +arbeidskracht</span>.</td> +</tr> +<tr> +<td class="xd19e6614"> +—————————————————————</td> +</tr> +<tr> +<td class="xd19e6614"><span class="ex">Arbeidsdag van een bepaald getal +uren</span>,</td> +</tr> +</table> +</div> +<p>maar door de voortbrengingsgeschiktheid van den producent wordt +bepaald.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6630" title= +"Niet in bron">„</span>Reeds aanstonds moet het geloof, dat zich +aan dezen <span class="ex">schijn</span> vastklampt, sterk aan het +wankelen worden gebracht, door het feit, dat beide vormen van het +arbeidsloon ter zelfder tijd, in denzelfden tak van het bedrijf, nevens +elkander kunnen bestaan”....</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6637" title= +"Niet in bron">„</span>Op zich-zelf is het echter reeds +duidelijk, dat het verschil van vorm in de uitbetaling van het +arbeidsloon, aan zijn wezen niets verandert, hoewel de eene vorm, voor +de ontwikkeling van het kapitalisme ook gunstiger kan zijn, dan de +andere”.</p> +<p>Marx beschouwt vervolgens, de karakteristieke eigenschappen van het +stukloon nader.</p> +<p>„De kwaliteit van den arbeid, wordt hier door het werk-zelf +gecontrôleerd, dat de gemiddelde deugdzaamheid moet bezitten, wil +de stukprijs ervan ten volle worden behaald. Het stukloon wordt dus +naar deze zijde, tot eene der verschrikkelijkste bronnen van loonaftrek +en van kapitalistische knevelarij.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6645" title= +"Niet in bron">„</span>Het biedt den kapitalist, een geheel +bepaalden maat aan, voor de intensiteit van den arbeid. Slechts +arbeidstijd, die zich in een van-te-voren bepaalde en langs den weg der +ervaring vastgestelde hoeveelheid <span class="ex">waren</span> +belichaamt, geldt hier als maatschappelijk noodwendigen arbeidstijd en +wordt als zoodanig betaald. In de grootere <span class="corr" id= +"xd19e6651" title= +"Bron: klêermakerswerkplaatsen">kleêrmakerswerkplaatsen</span> +van <span class="corr" id="xd19e6654" title= +"Bron: London">Londen</span>, wordt daarvandaan een zeker stuk arbeid, +bijv. een vest, herleid tot een uur, een half uur etc.; het uur op 6 d. +geraamd. Uit de praktijk is het daar bekend, hoe groot het gemiddelde +produkt van een uur is. Bij nieuwe modes, reparaties etc., ontstaat dan +kwestie tusschen ondernemer en arbeider, of een bepaald stuk arbeids = +een uur etc. is, totdat ook hier de ervaring weder heeft beslist” +... „Daar kwaliteit en intensiteit van den arbeid, hier dus door +den vorm van het loon zelve worden gecontrôleerd, wordt een groot +deel van het arbeidstoezicht hiermede overbodig. Het vormt daarvandaan, +zoowel de grondslag van het, vroeger geschilderde systeem der moderne +huisarbeid, als een hiërarchisch geledend systeem van exploitatie +en onderdrukking.... „Het stukloon vergemakkelijkt eenerzijds het +tusschenschuiven van parasieten, tusschen kapitalisten en +loonarbeiders; anderzijds onder-verhuring van den arbeid (<span lang= +"en"><span class="corr" id="xd19e6658" title= +"Bron: subbleting">subletting</span> of labour</span>). De winst van de +tusschenpersonen, vloeit uitsluitend voort uit het verschil tusschen +den arbeidsprijs, die de kapitalist betaalt <span class= +"pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span>en +dat deel van dien prijs, dat aan den arbeider werkelijk ten goede komt. +Dit systeem heet in Engeland karakteristiek +„<i>Zweetsysteem</i>” („<span class="corr" id= +"xd19e6668" title="Bron: Sweatingsystem">Sweating +system</span>”). Aan den anderen kant, veroorlooft het stukloon +den kapitalist om met den hoofdarbeider,—in de manufaktuur met +den chef van de groep, in de mijnen met den uitbreker der kolen etc., +in de fabriek met den eigenlijken machinearbeider,—een contrakt +voor zoo en zooveel per stuk af te sluiten; tegen een prijs, waarvoor +die hoofdarbeider-zelf de aanwerving en de betaling van zijn +hulparbeiders voor zijne rekening moet nemen. De exploitatie van den +arbeider door het kapitaal, verwerkelijkt zich hier, door middel van de +exploitatie van den arbeider door den arbeider”.... „Bij +het tijdloon, heerscht op enkele uitzonderingen na, gelijk arbeidsloon +voor dezelfde funkties, terwijl bij het stukloon de prijs van den +arbeidstijd, als het ware door een bepaald kwantum van produkten +gemeten wordt; het dag- of weekloon daarentegen wisselt af, met de +individueele verschillen der arbeiders, waarvan de een slechts het +minimum van een produkt in een bepaalden tijd levert, de ander het +gemiddelde, de derde weder meer dan het gemiddelde. Met betrekking tot +de werkelijke inkomsten (der arbeiders), springen hier dus groote +verschillen in het oog, al naar de verschillen van geschiktheid, +kracht, energie, uithoudingsvermogen etc. van den individueelen +arbeider. Dit verandert natuurlijk niets, aan de algemeene verhouding +tusschen kapitaal en loonarbeid. Eerstens, houden zich die individueele +verschillen, voor de werkplaats in haar geheel, tegenover elkander in +evenwicht, zoodat zij in een bepaalde arbeidstijd het gemiddelde +produkt oplevert en het betaalde totaalloon, het gemiddelde loon voor +de tak van bedrijf wordt. Tweedens, blijft de proportie tusschen +arbeidsloon en méérwaarde onveranderd, omdat het +individueele loon van den individueelen arbeider, in overeenstemming is +met de door hem individueel geleverde hoeveelheid +méérwaarde. Maar de grootere speelruimte, die het +stukloon der individualiteit aanbiedt, streeft eenerzijds +dáárheen, die <span class="corr" id="xd19e6671" title= +"Bron: individualitet">individualiteit</span> en daarmede het +vrijheidsgevoel, de zelfstandigheid en de zelfcontrôle van den +arbeider te ontwikkelen, anderzijds hunne concurrentie onder<a id= +"xd19e6674" name="xd19e6674"></a> en tegenover elkander, te bevorderen. +Het heeft daarvandaan de <span class="corr" id="xd19e6676" title= +"Bron: tendenz">tendens</span>, om, met de verheffing van de +individueele arbeidsloonen boven het gemiddelde niveau, dit niveau-zelf +te doen dalen. Waar een beproefd stukloon, zich sedert lang en +traditioneel ingeburgerd heeft, en zijne naar-beneden-drukking +bijzondere moeielijkheden opleverde, namen de werkmeesters dan ook maar +zelden hunnen toevlucht, tot zijne gewelddadige verandering in +tijdloon.” <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" +name="pb246">246</a>]</span></p> +<p>„In elk land geldt een zekere gemiddelde intensiteit van den +arbeid, beneden waarvan de arbeid, die bij de produktie eener +<span class="ex">waar</span> méér dan den +maatschappelijk-noodwendigen tijd verbruikt, er daarvandaan, niet als +arbeid van normale kwaliteit kan gelden. Slechts een, boven de +nationale doorsnede zich verheffende graad van intensiteit, verandert +in een bepaald land de maat van de waarde, door den enkelen duur van +den arbeidstijd. De middengraad van intensiteit van den arbeid, wisselt +af van land tot land; zij is hier grooter, daar kleiner. Deze nationale +doorsneden, vormen daarvandaan eene ontwikkelingstrap, welker +maat-éénheid, de doorsneê-éénheid van +den universeelen arbeid is. Vergeleken met de minder intensieve, +produceert alzoo de meer intensieve nationale arbeid, in denzelfden +tijd méér waarde, die zich dus in méér geld +uitdrukt.”.....</p> +<p>„In de mate waarin in een land de kapitalistische +produktiewijze ontwikkeld is, in diezelfde mate, verheffen zich daar +ook de nationale intensiteit en <span class="corr" id="xd19e6687" +title="Bron: produktieviteit">produktiviteit</span> van den arbeid, +boven het internationale niveau. De verschillende quanta <span class= +"ex">waren</span> van denzelfden soort, die in de verschillende landen, +onder gelijken arbeidstijd voortgebracht worden, hebben aldus ongelijke +internationale <span class="ex">waarde</span>, die zich in +verschillende prijzen uitdrukt, d. w. z. elk naar de internationale +waarde van de verschillende geldsommen. De relatieve waarde van het +geld, zal dus kleiner zijn, bij de natie met een ontwikkelde +kapitalistische produktiewijze, dan bij die met een minder ontwikkelde. +Hieruit volgt dus, dat het nominale arbeidsloon, het aequivalent van de +arbeidskracht uitgedrukt in geld, eveneens hooger zal zijn bij de +eerste natie, dan bij de laatste; wat geensdeels nog zeggen wil, dat +dit als werkelijk loon geldt, d. w. z. als de, voor den arbeider ter +beschikking gestelde hoeveelheid levensmiddelen.<span class="corr" id= +"xd19e6696" title="Niet in bron">”</span> <span class= +"pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch3.9" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk IX.</h2> +<h2 class="main">Het akkumulatieproces van het kapitaal.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Wij hebben gezien, hoe geld tot kapitaal wordt en de +loonarbeider voor zijnen arbeid, niet alleen niet de waarde van het +voor de noodige produktiemiddelen uitgelegde deel van het kapitaal +bekomt, maar ook nieuwe waarde voortbrengt, die gelijk is aan de waarde +zijner arbeidskracht, plus de méérwaarde daarvan.</p> +<p>Maar met de verschijning van de méérwaarde, is de +beweging van het kapitaal nog niet afgesloten. Zooals de waarde zich +moet omzetten in geld, zoo moet ook de méérwaarde, op +hare beurt, weder gerealiseerd worden in geld. Dit proces nu, gaat +steeds voort, telkens evenwel, met eene waardevermeerdering, van de in +de spheer der circulatie geworpen hoeveelheid waren.</p> +<p>„De kapitalist die de méérwaarde produceert, d. +w. z. onbetaalden arbeid onmiddellijk uit de arbeiders pompt en in +waren fixeert, is wel-is-waar, de eerste toe-eigenaar, maar geenszins +de laatste bezitter dezer méérwaarde. Hij heeft haar +achteraf steeds te deelen gehad, met kapitalisten, die in ’t +algemeen genomen, andere funkties van de maatschappelijke produktie te +vervullen hebben, met de grondeigenaren, enz. De +méérwaarde splitst zich daarvandaan in verschillende +deelen. Zijne onderdeelen komen aan verschillende categorieën van +personen ten goede en verkrijgen verschillende, tegenover elkander, +zelfstandig opgroeiende vormen, zooals winst, rente, handelswinst, +grondrente etc.” Deze veranderde vormen van de +méérwaarde, worden door Marx in het derde boek van +„<span lang="de">Das Kapital</span>”, elk op zich zelf +behandeld en geanalyseerd; het eerste Boek behandelt enkel maar eene +kant van het totaalproces, n.l. het „onmiddellijke +produktieproces van de méérwaarde.”</p> +<p>Dit produktieproces is ook, evenals het maatschappelijk proces, +<span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name= +"pb248">248</a>]</span>tegelijk een reproduktieproces. De maatschappij +moet, onder welke voortbrengingsvorm dan ook, niet alleen +consumptiemiddelen, maar ook produktiemiddelen voortbrengen. Is dus de +produktie <span class="ex">kapitalistisch</span> van vorm, de +reproduktie moet dit natuurlijk óók wezen. Brengt de +maatschappelijke produktie méérwaarde voort, zoo ook de +reproduktie. Wij houden ons dus op dit oogenblik met deze +„<span class="ex">eenvoudige reproduktie</span>” gelijk +Marx haar noemt, bezig.</p> +<p>„Het produktieproces wordt ingeleid, met den koop van de +arbeidskracht voor een bepaalden tijd, en deze inleiding vernieuwt zich +bestendig, zoodra de verkoopstermijn van den arbeid komt te vervallen +en daarmede eene bepaalde <span class="corr" id="xd19e6726" title= +"Bron: produktie periode">produktie-periode</span>, week, maand enz. +afgeloopen is. Betaald wordt den arbeider echter eerst, nadat zijn +arbeidskracht gewerkt heeft en zoowel hare eigene waarde, als de +méérwaarde, daardoor in <span class="ex">waren</span> +gerealiseerd zijn. Hij heeft aldus evenals de +méérwaarde,—die wij voorshands slechts zullen +beschouwen als het consumptiefonds der kapitalisten,—ook het +fonds voor zijn eigene betaling, het variabel kapitaal voortgebracht, +alvorens het in den vorm van arbeidsloon terugvloeit, en hij wordt +slechts zoolang aan den arbeid gehouden, als hij dit gestadig op nieuw +voortbrengt” ... „Het is een deel, van het door den +arbeider-zelf gestadig gereproduceerde product, hetwelk in den vorm van +arbeidsloon, voortdurend tot hem terugvloeit<span class="corr" id= +"xd19e6732" title="Bron: ,">.</span> De kapitalist betaalt hem de +warenwaarde, zeer zeker in geld uit. Dit geld is evenwel de veranderde +vorm van het arbeidsprodukt. Terwijl de arbeider, een deel van de +produktiemiddelen in produkten verandert, zet zich een deel van zijn +vroeger produkt terug om, in geld. Het is een arbeid van de vorige +week, misschien een van het laatste half jaar, waarmede zijnen arbeid +van heden, of die van het volgende half jaar, wordt betaald. De illusie +welke de geldvorm hier teweeg brengt, verdwijnt dan ook dadelijk, +zoodra in plaats van den individueelen kapitalist en den individueelen +arbeider, de beschouwing treedt van: <span class= +"ex">kapitalistenklasse</span> en van <span class= +"ex">arbeidersklasse</span>. De kapitalistenklasse geeft der +arbeidersklasse gedurig, aanwijzingen in geldvorm, op een deel van het +door de laatste voortgebrachte en het door de eerste zich <span class= +"corr" id="xd19e6742" title= +"Bron: toe-gëeigende">toe-geëigende</span> produkt. Deze +aanwijzingen geeft de arbeidersklasse, der kapitalistenklasse evenzoo +gestadig weder terug en zij onttrekt haar daarmede, het haarzelve +toevallend gedeelte van haar eigen produkt. De warenvorm van het +produkt en de geldvorm van de waar, omsluieren slechts deze +transaktie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6746" title= +"Niet in bron">„</span>Het variabel kapitaal, is aldus slechts +eene bepaalde historische verschijningsvorm van het fonds voor +levensmiddelen of het arbeidsfonds, <span class="pagenum">[<a id= +"pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span>dat de arbeider voor +zijn zelfbehoud en reproduktie behoeft, en dat hij, onder alle systemen +van maatschappelijke produktie, steeds zelf produceeren en zelf +reproduceeren moet. Dit arbeidsfonds, vloeit hem gedurig daarom in den +vorm van betalingsmiddelen van zijn eigen arbeid toe, omdat zijn eigen +produkt gedurig, in den vorm van kapitaal, van hem vervreemd +wordt.”...</p> +<p>Om geld te veranderen in kapitaal, was het aanwezig zijn van eene +waardeproduktie en eene warencirculatie, niet voldoende. Er moesten +daartoe eerst, <span class="ex">hier</span> bezitters van waarde en +<span class="ex">ginds</span> bezitters van waardescheppende +substantie; hier bezitters van productie- en levensmiddelen, daar +bezitters van niets dan arbeidskracht, tegen over elkander komen te +staan, als koopers en verkoopers. Scheiding tusschen het arbeidsproduct +en den arbeid-zelf, tusschen de objectieve arbeidsvoorwaarden en de +subjektieve arbeidskrachten, was dus de feitelijk gegeven grondslag, +was het uitgangspunt van het kapitalistisch produktie-proces.</p> +<p>„Wat echter in den aanvang het uitgangspunt was, dat wordt +door middel van de enkele continuïteit van het proces, de +eenvoudige reproduktie, steeds op nieuw geproduceerd en vereeuwigd, als +het eigen resultaat van de kapitalistische produktie. Eenerzijds +verandert het produktie-proces voortdurend den stoffelijken rijkdom in +kapitaal, in waarde- en genotmiddelen voor de kapitalisten. Anderzijds +komt de arbeider gestadig uit het proces, zooals hij er +intrad,—persoonlijke bron van rijkdom, maar ontbloot van alle +middelen om dezen rijkdom voor <span class="ex">zich</span> te +verwerkelijken. Daar vóór zijn intrede in het proces, +zijn eigen arbeid hem zelf ontvreemd wordt, dezen, door de kapitalisten +zich wordt toegeëigend en bij het kapitaal wordt ingelijfd, +belichaamt hij zich gedurende het proces, gestadig, in het produkt van +vreemden. Daar het produktieproces, tegelijk het consumptieproces van +de arbeidskracht door de kapitalisten is, verandert het produkt des +arbeiders, niet alleen voortdurend in waren, maar in kapitaal; waarde, +die de waardescheppende kracht uitzuigt, en levensmiddelen die personen +koopen; produktiemiddelen, die den producenten tewerk zetten. De +arbeider zelf, produceert daarvandaan gestadig den objektieven rijkdom +als kapitaal, de hem vreemde, hem beheerschende en hem uitbuitende +macht; en de kapitalist produceert even zoo gestadig, de arbeidskracht +als subjektieve, van haar eigen belichamings- en +verwerkelijkingsmiddelen gescheiden, abstrakte, een in de bloote +lichamelijkheid van den arbeider bestaanden, bron van rijkdom, kortom +den arbeider als <span class="ex">loonarbeider</span>. Deze gestadige +reproduktie, of de vereeuwiging van den arbeider, is het sine-qua-non +der kapitalistische produktiewijze.”.... <span class= +"pagenum">[<a id="pb250" href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span></p> +<p>„Van maatschappelijk standpunt beschouwd, is dus de +arbeidersklasse, ook buiten het onmiddellijk arbeidsproces, even +zoozeer het eigendom van het kapitaal, als het doode arbeidsinstrument. +Zelfs hare individueele consumptie, is binnen zekere grenzen, niets dan +een <span class="ex">moment</span> in het reproduktieproces van het +kapitaal. Dit proces zelf, zorgt er wel voor, dat die zelfbewuste +produktieinstrumenten niet wegloopen; terwijl het hun produkt, gestadig +van pool naar tegenpool van het kapitaal verwijdert. De individueele +consumptie zorgt eenerzijds, voor hare eigen instandhouding en +reproduktie, anderzijds,—door vernietiging van +levensmiddelen,—voor hare gestadige wederverschijning op de +arbeidsmarkt. De romeinsche slaven waren door <span class= +"ex">ketens</span>, de loonarbeiders zijn door <span class= +"ex">onzichtbare draden</span>, aan hunne eigenaren gebonden. De schijn +van hunne onafhankelijkheid, wordt hier echter, door de gestadige +verwisseling der individueele loonheeren en door de <span lang= +"la">fictio juris</span> van het contrakt, gehandhaafd.”....</p> +<p>„Het kapitalistisch produktie-proces reproduceert alzoo, door +zijn eigene voltrekking, de scheiding tusschen arbeidskracht en +arbeidsvoorwaarden. Het reproduceert en vereeuwigt daarmede, de +exploitatievoorwaarden van den arbeider. Het dwingt den arbeider +gestadig tot verkoop van zijn arbeidskracht, om daarvan te leven en +maakt telkens de kapitalisten geschikter tot dien koop, om er zich door +te verrijken. Het is nu niet meer het toeval, hetwelk kapitalist en +arbeider, als kooper en verkooper, tegenover elkander op de +arbeidsmarkt brengt. Het is het alternatief van het proces-zelf, dat +den een steeds als verkooper zijner arbeidskracht op de waren-markt +terugslingert en zijn eigen produkt steeds in het koopmiddel van den +ander doet veranderen. Inderdaad behoort de arbeider aan het +<span class="ex">kapitaal</span> toe alvorens hij zich aan den +<span class="ex">kapitalist</span> verkoopt. Zijne economische +onderhoorigheid, wordt tegelijk tot een middel, en tegelijk omhuld door +de periodieke vernieuwing van zijn zelf-verkoop, door de verwisseling +zijner individueele loonheeren en de oscillatie (slingering), in den +marktprijs van den arbeid.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6792" title= +"Niet in bron">„</span>Het kapitalistisch produktieproces, in +zijnen samenhang beschouwd of als reproduktieproces genomen, produceert +dus niet alleen méérwaarde, het produceert en +reproduceert de kapitaalsverhouding zelf; aan de eene zijde dus +kapitalisten, aan de andere zijde loonarbeiders.”</p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Hoe méérwaarde kapitaal wordt.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het geval dat de méérwaarde, in haar +geheel, door den kapitalist <span class="pagenum">[<a id="pb251" href= +"#pb251" name="pb251">251</a>]</span>individueel wordt geconsumeerd, is +uitzondering. De meerwaarde verandert, minstens voor een deel, weder in +kapitaal. „Aanwending van méérwaarde of +terugverandering van méérwaarde in kapitaal, is: +<span class="ex">akkumulatie van kapitaal</span>.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6806" title= +"Niet in bron">„</span>Beschouwen wij dit proces, in de eerste +plaats van het standpunt van den individueelen kapitalist. Een spinner +heeft bijv. een kapitaal van 10,000 pd. <span class="corr" id= +"xd19e6809" title="Bron: st.">St.</span> uitgelegd, waarvan ⅘ in +katoen, machines etc., het laatste vijfde in arbeidsloon. Hij +produceert jaarlijks <span class="corr" id="xd19e6812" title= +"Bron: 240.000">240,000</span> pond garen, ter waarde van <span class= +"corr" id="xd19e6815" title="Bron: 12.000">12,000</span> pd. +<span class="corr" id="xd19e6818" title="Bron: st.">St.</span> Bij een +percentage van méérwaarde van 100 proc., steekt de +méérwaarde in het meerprodukt of nettoprodukt van 40,000 +pond garen, een zesde gedeelte van het brutoprodukt, tot een waarde van +2000 pd. St., dat door den verkoop <span class="corr" id="xd19e6821" +title="Bron: gerëaliseerd">gerealiseerd</span> moet worden. Een +waardesom van 2000 pd. St., is gelijk een waardesom van 2000 pd. St. +Men kan het echter, noch dat geld aanzien noch kan men het eraan +ruiken, dat het méérwaarde is. Het karakter van een +waarde als méérwaarde toont aan, hoe het tot zijn +eigenaar kwam, maar het verandert daardoor niets, aan den aard van die +waarde of van het geld.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6825" title= +"Niet in bron">„</span>Om nu de nieuw gewonnen som van 2000 pd. +St., in kapitaal om te zetten, zal dus de spinner,—alle andere +omstandigheden gelijkblijvend,—vier-vijfde daarvan uitleggen in +den aankoop van katoen etc. en een vijfde in den aankoop van nieuwe +spinners, die op de markt, de levensmiddelen vinden zullen, welker +waarde hij hen voorgeschoten heeft. Dan fungeert dat nieuwe kapitaal +van 2000 pd. St. in de spinnerij, en brengt zijnerzijds weder een +méérwaarde van 400 pd. St. voort.”...</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6829" title= +"Niet in bron">„</span>Het is dus de oude geschiedenis: Abraham +gewan <span class="corr" id="xd19e6832" title= +"Bron: Izäak, Izäak">Izaäk, Izaäk</span> gewan +Jakob enz. Het oorspronkelijke kapitaal van 10,000 pd. St., brengt een +méérwaarde van 400 pd. St. voort, deze, wederom +gekapitaliseerd, aldus in een tweede toegevoegd kapitaal veranderd, +brengt een nieuwe méérwaarde van 80 pd. St. voort, +enz.”</p> +<hr class="tb"> +<p>„De oorspronkelijke verandering van geld in kapitaal, voltrekt +zich alzoo in de nauwkeurigste overeenstemming, met de economische +wetten van de warenproduktie en met het uit hen afgeleid +eigendomsrecht. In weerwil daarvan, leidt zij tot het volgende +resultaat:</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6840" title= +"Niet in bron">„</span>1) Dat het produkt den kapitalist +toebehoort en niet den arbeider;</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6844" title= +"Niet in bron">„</span>2) Dat de waarde van dit produkt, buiten +de waarde van het uitgelegde kapitaal, eene méérwaarde +bevat die den arbeider arbeid, <span class="pagenum">[<a id="pb252" +href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span>maar den kapitalist niets +gekost heeft en die, desniettegenstaande het eigendom van den +kapitalist wordt;</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6850" title= +"Niet in bron">„</span>3) Dat de arbeider zijn arbeidskracht +behouden heeft en ze opnieuw verkoopen kan, zoodra hij daarvoor een +kooper vindt.”....</p> +<p>„Dit resultaat wordt onvermijdelijk, zoodra de arbeidskracht +door den arbeider-zelf, <span class="ex">als waar</span>, dus vrij +wordt verkocht. Maar ook van deze stonde af aan, wordt de +warenproduktie de algemeene—en wordt zij de typische +produktievorm; eerst van hier af aan, wordt elk produkt <i>a priori</i> +voor den verkoop geproduceerd, en gaat alle geproduceerde rijkdom door +de circulatie heen. Eerst van daar, waar de loonarbeid haren basis is, +dwingt de warenproduktie zich aan de geheele samenleving op. Maar ook +eerst daar is het, dat zij al hare verborgene krachten ontvouwt. Te +zeggen, dat de tusschenkomst van den loonarbeid de warenproduktie +vervalscht, wil zeggen, dat de warenproduktie wil zij onvervalscht +blijven, zich niet ontwikkelen mag. In dezelfde mate, zooals zij zich +volgens hare eigene, immanente wetten voortontwikkelt tot +kapitalistische produktie, in diezelfde mate slaan de eigendomswetten +der warenproduktie<a id="xd19e6861" name="xd19e6861"></a> om in wetten +der kapitalistische toe-eigening.”</p> +<p>Marx keert zich vervolgens tegen die economisten, welke de +akkumulatie van het kapitaal verklaarden uit de +„onthouding” of de „spaarzaamheid” der +kapitalisten; de z.g.n.: <span class="corr" id="xd19e6865" title= +"Bron: abstinenz">abstinentie</span>- of onthoudingstheorie van de +officieele economie, door den Engelschen econoom W. Nassau Senior het +eerst geformuleerd. Deze laatste verklaarde, zegt Marx, „ik +vertaal het woord kapitaal, als produktie-instrument beschouwd, door +het woord onthouding!”</p> +<p>„Een deel der meerwaarde,” zegt Marx, „wordt door +de kapitalisten als revenue verteerd, een ander deel als kapitaal +aangewend of geakkumuleerd.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6872" title= +"Niet in bron">„</span>Bij een bepaalde hoeveelheid +méérwaarde, zal een dezer deelen zooveel te grooter zijn, +naar mate het andere kleiner is. Alle andere omstandigheden, als +gelijkblijvend vooropgesteld, bepaalt de verhouding waaronder deze +verdeeling zich voltrekt, de grootte der akkumulatie. Wie evenwel deze +verdeeling onderneemt, dat is de kapitalist. Zij is dus de handeling +van zijnen wil. Van dat deel van de door hem geheven schatting, dat hij +akkumuleert, zegt men, hij bespaart het, omdat hij het niet opeet, d. +w. z. omdat hij zijne funktie als kapitalist ermede uitoefent, n.l. de +funktie om zich te verrijken, die hem is opgelegd.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6876" title= +"Niet in bron">„</span>Slechts in zooverre, als de kapitalist +gepersonifieerd kapitaal is, heeft hij eene historische waarde, en dat +historische recht van <span class="pagenum">[<a id="pb253" href= +"#pb253" name="pb253">253</a>]</span>bestaan, als waarvan de geestige +Lichnowsky zegt: „er geen datum van bestaat”. Slechts in +zooverre, steekt zijn eigene transitive noodzakelijkheid, in de +transitive noodzakelijkheid der kapitalistische produktiewijze. Maar in +zooverre zijn dan ook, niet de gebruikswaarde en het genot, maar de +ruilwaarde en derzelver vermeerdering, de hem voortstuwende motieven. +Als fanatikus van de tot-waarde-making der waarden, dwingt hij +onbarmhartig de menschheid tot produktie, om der produktie wille; +daarvandaan dus, tot eene ontwikkeling van de maatschappelijke +produktiekrachten en tot de voortbrenging van materieele +produktievoorwaarden, welke alleen de reale basis voor eene hoogere +ontwikkelingsvorm kunnen vormen, wier grondslag de volle en de vrije +ontwikkeling van elk individu is. Slechts als personifikatie van het +kapitaal, is de kapitalist respectabel. Als zoodanig, deelt hij met den +schattenverzamelaar, de absolute <span class="corr" id="xd19e6881" +title="Bron: tendenz">tendens</span> naar verrijking. Wat evenwel bij +dezen, eene individueele manie schijnt te zijn, is bij den kapitalist, +de werking van het maatschappelijk mechanisme, waarin hij niets dan een +drijfrad is. Buitendien maakt de ontwikkeling der kapitalistische +produktie, eene voortdurende verhooging, van het in eene industrieele +onderneming vastgelegd kapitaal, tot eene noodzakelijkheid, en de +concurrentie legt aan elken individueelen kapitalist, de immanente +wetten van de kapitalistische produktiewijze, als uitwendige +dwangwetten op de schouders. Zij dwingt hem voortdurend, zijn kapitaal +uit te breiden, ten einde het te behouden en uitbreiden kan hij dit +alleen, door middel van eene progressieve akkumulatie.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6885" title= +"Niet in bron">„</span>In zooverre als zijn doen-en-laten, +slechts funkties zijn van het in hem levend, met een wil en bewustzijn +begaafd zijnd kapitaal, geldt voor hem, zijn eigen private consumptie +als een roof aan de akkumulatie van zijn kapitaal, gelijk in de +italiaansche boekhouding, privaat-uitgaven op de débetzijde van +den kapitalist tegenover het kapitaal figureeren. De akkumulatie, +beteekent de verovering van de wereld, door den maatschappelijken +rijkdom. Zij breidt met de massa van het geëxploiteerde +menschen-materiaal, tegelijk, de direkte en de indirekte heerschappij +van het kapitaal uit.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6889" title= +"Niet in bron">„</span>Maar deze erfzonde werkt overal door. Met +de ontwikkeling der kapitalistische produktiewijze, van de akkumulatie +en van den maatschappelijken rijkdom, houdt de kapitalist op eene +bloote incarnatie van het kapitaal te wezen.”</p> +<p>Hij voelt een „menschelijk roeren” voor zijn eigene Adam +en wordt er zoodoende toe gestemd, de dweperij voor ascese, als een +vooroordeel van den ouderwetschen schattenverzamelaar te belachen. +Terwijl de klassieke kapitalist, de individueele consumptie als een +zonde <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name= +"pb254">254</a>]</span>aan zijne funktie en tegen de +„onthouding” van de akkumulatie brandmerkt, is de meer +moderne kapitalist in staat, de akkumulatie als een +„ontzeggen” van het drijven naar genot, op te vatten. +„Twee zielen wonen er, ach! in zijn borst, de eene wil zich van +de andere scheiden!”</p> +<p>„In het historische begin van de kapitalistische +produktiewijze,—en ieder kapitalistisch parvenu maakt zulk een +historisch stadium, individueel door,—zijn de drang naar +verrijking en de gierigheid, als absolute hartstochten overheerschend. +Maar de vooruitgang van de kapitalistische produktie, schept niet +alleen een wereld van genot, zij opent met de speculatie, benevens het +credietwezen, duizenderlei bronnen voor plotselinge verrijking. Op een +bepaalde hoogte van ontwikkeling, wordt eene conventioneele graad van +verkwisting, die tevens te-pronk-stelling van rijkdom en daarvandaan +credietmiddel is, zelfs tot eene noodzakelijkheid voor de affaire van +den „ongelukkigen” kapitalist. De weelde wordt een +onderdeel, dat in de representatiekosten van het kapitaal opgaat. +Buitendien verrijkt de kapitalist zich niet, gelijk de gierigaard, naar +verhouding van zijnen persoonlijken arbeid en zijne persoonlijke +niet-consumptie, maar in die mate, waarin hij vreemde arbeidskracht +uitzuigt en den arbeider onthouding van levensgenot opdwingt. Alhoewel +daarom de verkwisting van den kapitalist, niet het bona fide karakter +van de verkwisting der feodale heeren bezit, maar in haren achtergrond, +veel meer smerige gierigheid en angstiger berekening op den loer +liggen, groeit desniettegenstaande zijne verkwisting met zijne +akkumulatie aan, zonder dat de een den ander afbreuk behoeft te doen. +Daardoor ontwikkelt zich gelijktijdig in den trotschen borst van het +kapitalistisch individu, een faust-achtig conflikt, tusschen den drang +naar akkumulatie en den drang naar genot.”</p> +<p>Marx stelt in het licht, hoe tal van omstandigheden de akkumulatie +in de hand kunnen werken en doen toenemen, door de expansiekracht van +het kapitaal te doen vergrooten, zooals de exploitatie van mijnwerken, +die van den bodem etc.</p> +<p>Algemeen resultaat: Terwijl het kapitaal de beide oer-vormen van den +rijkdom,—arbeidskracht en bodem—bij zich inlijft, verwijdt +het zijne expansiekracht, die hem veroorlooft de elementen zijner +akkumulatie uit te breiden ook naar de overzijde van de, schijnbaar +door zijn eigen grootte getrokken grenzen, getrokken door de waarde en +de massa der reeds geproduceerde produktiemiddelen, uit welke het zijn +bestaan put.</p> +<p>Een andere gewichtige faktor in de akkumulatie van het <span class= +"pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name= +"pb255">255</a>]</span>kapitaal, is de produktiegraad van den +maatschappelijken arbeid.</p> +<p>„Met de produktiekracht van den arbeid groeit de +produktenmassa aan, waarin zich eene bepaalde waarde, alzoo ook de +méérwaarde van eene gegeven grootte, vertoont. Bij +gelijkblijvende en zelfs bij dalende voet van de +méérwaarde,—in zooverre zij slechts langzamer +daalt, als de produktiekracht van den arbeid stijgt,—groeit de +massa van het meerprodukt aan. Bij gelijkblijvende verdeeling derzelve, +in revenue en toeslagkapitaal, kan daarvandaan de consumptie +aangroeien, zonder afname van het akkumulatiefonds. De proportioneele +grootte van het akkumulatiefonds kan zelfs op kosten van het +consumptiefonds aangroeien, terwijl de <span class="corr" id= +"xd19e6908" title="Bron: goedkooper-making">goedkoopermaking</span> der +waren, voor de kapitalisten even zoo vele of meer genotmiddelen als +voorheen, ter beschikking stelt. Maar met de aangroeiende +produktiviteit van den arbeid, gaat, zooals men gezien heeft, de +<span class="corr" id="xd19e6911" title= +"Bron: goedkooper making">goedkoopermaking</span> van den arbeider, +alzoo een aangroeiend percentage van de méérwaarde hand +aan hand, zelfs wanneer het reële arbeidsloon ook stijgt. Dit +stijgt niet in verhouding tot de produktiviteit van den arbeid. +Hetzelfde variabel kapitaal, zet alzoo meer arbeidskracht en daardoor +meer arbeid in beweging. Dezelfde constante kapitaalwaarde, belichaamt +zich in méér produktiemiddelen, d. w. z. in meer +arbeidsmiddelen, arbeidsmateriaal en hulpstoffen, levert dus zoowel +meer produkten vormers, als meer waardevormers of arbeidsopslurpers. +Bij gelijkblijvende en zelfs afnemende waarde van het toegezet +kapitaal, vindt daarom bespoedigde akkumulatie plaats. Niet alleen +breidt zich de ontwikkelingstrap van de reproduktie stoffelijk uit, +maar de produktie van de méérwaarde groeit ook sneller +aan dan de waarde van het toegezet kapitaal.”....</p> +<p>„Bij een bepaalde exploitatiegraad van de +arbeidskracht”—zoo eindigt Marx deze +beschouwing—„wordt de hoeveelheid van de +méérwaarde bepaald door het getal van de gelijktijdig +uitgebuite arbeiders en dit beantwoordt, hoewel in afwisselende +verhouding, aan de hoegrootheid van het kapitaal. Hoe meer het kapitaal +dus door middel van de successievelijke akkumulatie aangroeit, des te +meer groeit ook de som van waarden aan, die zich in consumptiefonds en +akkumulatiefonds splitst. De kapitalist kan daarom flinker leven en +tegelijkertijd zich meer „ontzeggen”. En <span class="corr" +id="xd19e6917" title="Bron: ten slotte">tenslotte</span> werken alle +springveeren van de produktie zooveel te energieker, naarmate hare +ontwikkelingshoogte zich, met de hoeveelheid van het voorgeschoten +kapitaal, meer en meer verwijdt.”</p> +<p>Men zal uit deze beschouwingen bemerkt hebben, dat bij Marx, het +kapitaal geen vaste grootte heeft, maar integendeel <span class= +"pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name= +"pb256">256</a>]</span>zéér elastisch is. Dit, in +tegenoverstelling met de klassieke staathuishoudkunde die van oudsher +ervan hield om het maatschappelijk kapitaal op te vatten als zijnde van +een vaste grootte en van eene vaste werkingsgraad.</p> +<p>Als de typische vertegenwoordigers van die opvatting, noemt Marx in +de eerste plaats, de staathuishoudkundige Jeremias Bentham. Maar zoowel +Robert Malthus als James Mill, (de vader van John Stuart Mill) en +<span class="corr" id="xd19e6926" title= +"Bron: Mac. Culloch">MacCulloch</span>, hielden aan dit dogma van de +staathuishoudkunde vast. Zoodoende kwam de officieele economie na Adam +Smith, tot de theorie van het „arbeidsfonds”. „Tot +welke <span class="corr" id="xd19e6929" title= +"Bron: tautalogie">tautologie</span> het voeren moet”, zegt +Marx<span class="corr" id="xd19e6932" title="Niet in bron">,</span> +„om de <span class="ex"><span class="corr" id="xd19e6936" title= +"Bron: kapitalische">kapitalistische</span></span> grenzen van het +arbeidsfonds, om te dichten in zijn <span class="ex">maatschappelijke +natuurgrenzen</span>,<span class="corr" id="xd19e6943" title= +"Niet in bron">”</span> leert ons Prof. Fawcett: „Het +circuleerende kapitaal van een land is zijn arbeidsfonds. Om daarom het +doorsneê-geldloon dat elke arbeider bekomt te berekenen, hebben +wij slechts eenvoudig dit kapitaal te deelen door het getal dat de +arbeidersbevolking groot is”, zoo zegt deze professor.</p> +<p>Van den grootsten invloed was deze theorie van het +„arbeidsfonds” zeer zeker op de stelsels die men er op +heeft gebouwd. Als het variabel kapitaal van een vaste grootte is, dan +is het begrijpelijk, dat er maar een zekere hoeveelheid levensmiddelen +enz. onder de twee klassen, onder kapitalisten en arbeiders te +verdeelen valt. Theoretiseert men nu nog verder, dat van die +hoeveelheid er een gedeelte afgaat, bestemd voor het loon van de +arbeiders, dat eveneens zijn vaste grootte heeft, dan spreekt het van +zelve, dat men tot conclusies kan komen gelijk Robert Malthus er als +volgt trok:</p> +<p>„Het getal arbeiders, dat in een land aan den arbeid kan +worden gesteld, en de hoogte van hun loon, hangen af van de hoeveelheid +der voorradige levensmiddelen. Is het loon te laag of kunnen vele +arbeiders werk vinden, dan zal dit alleenlijk daarheen leiden, dat het +getal der arbeiders zich sneller vermeerdert, dan de voorraad +levensmiddelen. Het is de natuur, niet de produktiewijze, waaraan de +ellende der arbeidersklasse moet worden geweten.”</p> +<p>Uit deze theorie, is de z. g. n. „bevolkingswet van +Malthus” geboren, die nagenoeg door de gansche economische +wetenschap echter sedert jaren is opgegeven. In den tijd waarin Marx +evenwel schreef, was zij een dogma van de officieele +staathuishoudkunde, waaraan niet mocht worden getwijfeld. Marx is haar +het eerst, en wel zoo grondig te lijf gegaan, dat men kan zeggen, dat +al wat nà hem over die „wet van Malthus” in +kritischen zin is geschreven, <span class="pagenum">[<a id="pb257" +href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>slechts min of meer bedekt +plagiaat is geweest, van de wijze waarop Marx aantoonde, hoe +élke produktiewijze haar eigen bevolkingsleer heeft en hoe +élke phaze in de kapitalistische produktiewijze, hare +bevolkingstoestand met zich mede brengt zoo dat aldus van +„natuurlijke bevolkingswetten” geen sprake kan zijn.</p> +<p>In het drie-en-twintigste hoofdstuk van „<span lang="de">Das +Kapital</span>” gaat Marx de invloed na, die de aangroeiende +akkumulatie van het maatschappelijk kapitaal op de arbeidersklasse +heeft.</p> +<p>„Wasdom van kapitaal,” zegt hij<span class="corr" id= +"xd19e6961" title="Niet in bron">,</span> „sluit wasdom van zijn +variabel, of in arbeidskracht omgezet bestanddeel, in zich. Een deel +van de in het toeslagkapitaal omgezette méérwaarde, moet +steeds terug-veranderd worden, in variabel kapitaal of in het +voorgeschoten arbeidsfonds. Veronderstellen wij dat, nevens overigens +gelijk gebleven omstandigheden, de samenstelling van het kapitaal +onveranderd blijft, d. w. z. eene bepaalde massa productiemiddelen of +constant kapitaal, steeds dezelfde massa productiemiddelen vereischen +om in beweging te worden gezet, dan groeit klaarblijkelijk de vraag +naar arbeid en het substitutiefonds der arbeiders, in verhouding tot +het kapitaal zooveel te sneller aan, als het kapitaal te sneller +aangroeit. Dewijl het kapitaal jaarlijks eene méérwaarde +produceert, waarvan een deel jaarlijks tot origineel kapitaal geslagen +wordt; daar dit inkrement [aanwas] zelf jaarlijks aangroeit met den +toenemenden omvang van het bereids in funktie gestelde kapitaal, en +daar eindelijk, onder de bijzondere spoorslag van den drang naar +verrijking, zooals bijv. het openen van nieuwe markten, nieuwe spheren +van kapitaalbelegging—als gevolg van nieuw-ontwikkelde +maatschappelijke behoeften enz.—de ontwikkelingshoogte van de +akkumulatie plotseling uitzetbaar kan worden, door enkel veranderde +verdeeling van de méérwaarde of het meerprodukt in +kapitaal en revenue; kunnen de akkumulatie-behoeften van het kapitaal, +de aangroeing van de arbeidskrachten of van het aantal arbeiders, de +vraag naar arbeiders hunnen toevoer overvleugelen, en zullen +daarvandaan de arbeidsloonen stijgen.... „De meer of minder +gunstige omstandigheden, waarin de loonarbeiders zich in het leven +houden en vermeerderen, veranderen niets, aan het grondkarakter van de +kapitalistische produktiewijze. Zooals de eenvoudige reproductie, +voortdurend de kapitaalsverhoudingen zelven +reproduceert,—kapitalisten aan den eenen kant, loonarbeiders aan +den anderen,—zoo reproduceert de reproductie op uitgebreider +schaal of de akkumulatie, de kapitaalsverhoudingen op uitgebreider +schaal, in meer kapitalisten, of grootere kapitalisten aan de +ééne pool, meer loonarbeiders aan de andere. De +reproduktie van de <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258" +name="pb258">258</a>]</span>arbeidskracht, die zich bij het kapitaal +onophoudelijk als een middel tot waardevorming moet doen inlijven, die +niet van hem loskomen kan, en welker onderhoorigheid aan het kapitaal +alleen verduisterd wordt, door de verwisseling van den individueelen +kapitalist waaraan zij zich verkoopt,—vormt inderdaad maar een +<span class="ex">moment</span> in de reproduktie van het kapitaal-zelf. +Akkumulatie van kapitaal is dus tevens vermeerdering van het +proletariaat”....</p> +<p>„De wet van de kapitalistische produktie, die klaarblijkelijk +aan de „natuurlijke bevolkingswet” ten grondslag ligt, komt +eenvoudig hierop neer. De verhouding tusschen kapitaal, akkumulatie en +de percentage van het loon, is niets dan de verhouding tusschen den +onbetaalden, in kapitaal omgezetten arbeid en de tot beweging van het +toeslag-kapitaal benoodigde hoeveelheid toegevoegden arbeid. Zij is dus +geenszins een verhouding van twee van elkander onafhankelijke +grootheden: eenerzijds de grootte van het kapitaal, anderzijds het +getal van de arbeidersbevolking; zij is veelmeer in laatste instantie, +de verhouding tusschen den onbetaalden en den betaalden arbeid, van +dezelfde arbeidersbevolking. Groeit de hoeveelheid der door de +arbeidersklasse geleverden, en door de kapitalistenklasse +geakkumuleerden onbetaalden arbeid, snel genoeg aan, om slechts door +eene buitengewone toeslag van betaalden arbeid, zich om te kunnen +zetten in kapitaal, dan stijgt het loon, en, al het andere +gelijkgebleven, neemt de onbetaalde arbeid dan in verhouding af. Zoodra +evenwel deze afname het punt beroert, waar de, het kapitaal voedende +méérwaarde, niet meer in normale hoeveelheid aangeboden +wordt, dan treedt er eene reaktie in: een geringer deel van de revenue +wordt gekapitaliseerd, de akkumulatie verlamt en de stijgende +loonbeweging verkrijgt een terugslag. De verhooging van den +arbeidsprijs, blijft dus eng besloten binnen grenzen, welke de +grondslagen van het kapitalistisch systeem niet alleen onaangetast +laten, maar ook nog zijne reproduktie op aangroeiende schaal blijven +verzekeren. Deze in een natuurwet gemystificeerde, wet van de +kapitalistische akkumulatie, wil dus feitelijk slechts zeggen, dat hare +aard, elke zoodanige afname in den exploitatiegraad van den arbeid of +elke zoodanige verhooging van den arbeidsprijs uitsluit, welke de +gestadige <span class="corr" id="xd19e6971" title= +"Bron: reprodukte">reproduktie</span> van de kapitaalsverhoudingen en +hunne reproduktie op steeds uitgebreider schaal, ernstig in gevaar +kunnen doen brengen. Dit kan niet anders zijn, onder een +produktiewijze, waarin de arbeiders voor de behoeften van de +waarde-schepping der voorradige waarden bestaan, in plaats van +omgekeerd, dat de belichaamde rijkdom er voor de ontwikkelingsbehoefte +van de arbeiders is. Zooals de mensch, in den <span class= +"pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259" name= +"pb259">259</a>]</span>godsdienst door het maaksel van zijn eigen +hoofd, zoo wordt hij onder de kapitalistische produktiewijze, door het +maaksel zijner eigene handen beheerscht.”</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Concentratie van het kapitaal.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De algemeene grondslagen van het kapitalistisch +systeem eenmaal gegeven, treedt in het verloop van de akkumulatie +telkens een punt te voorschijn, waarop de ontwikkeling der +produktiviteit van den maatschappelijken arbeid, de machtigste hefboom +wordt der akkumulatie. „Dezelfde oorzaak,” zeide reeds Adam +Smith, „welke de loonen verhoogt, n.l. de toename van kapitaal, +drijft tot verhooging der produktieve geschiktheden van den arbeid en +stelt eene kleinere hoeveelheid arbeids, in staat, om eene grootere +hoeveelheid van produkten voort te brengen.” Marx zegt:</p> +<p>„Afgezien van natuurlijke voorwaarden, als vruchtbaarheid van +den bodem etc., en van de omstandigheden onafhankelijke, en +<span class="corr" id="xd19e6983" title= +"Bron: gëisoleerd">geïsoleerd</span> arbeidende producenten, +dewelke zich echter meer kwalitatief, in de deugdelijkheid, dan +kwantitatief in de massa van het gemaakte werk zal vertoonen, drukt +zich de maatschappelijke produktiegraad van den arbeid uit, in de +relatieve grootheidsomvang der produktiemiddelen, welke een arbeider +gedurende een zekeren tijd, met dezelfde inspanning van arbeidskracht, +in produkt kan omzetten. De massa der produktiemiddelen, waarmede hij +funktioneert, groeit aan, met de produktiviteit van den +arbeid.”.... „Bijv. met de manufaktuurmatige verdeeling van +den arbeid en de toepassing der machinerie, wordt in denzelfden tijd +meer grondstof verwerkt, treedt dus eene grootere massa van grondstof +met hulpmaterieel, het arbeidsproces binnen. Dat is het gevolg van de +aangroeiende produktiviteit van den arbeid. Aan den anderen kant, is de +massa van in gebruik genomen machinerie, arbeidsvee, <span class="corr" +id="xd19e6986" title="Bron: mineralemest">minerale mest</span>, +draineerings-inrichtingen enz. de voorwaarde voor groeiende +produktiviteit van den arbeid. Evenzoo, de massa van de in bouwwerken, +hoogovens, transportmiddelen etc. geconcentreerde hoeveelheid +produktiemiddelen. Hetzij evenwel voorwaarde, hetzij gevolg, de +groeiende grootte-omvang van de produktiemiddelen, in vergelijking tot +de bij haar ingelijfde arbeidskracht, drukt de aangroeiende +produktiviteit van den arbeid uit. De toename der laatste, verschijnt +dus in de afname der arbeidsmassa, in verhouding tot de door haar +voortbewogen massa van produktiemiddelen, of in de grootte-afname van +den subjektieven faktor van het arbeidsproces, vergeleken met zijne +objektieve faktoren.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e6990" title= +"Niet in bron">„</span>Deze verandering in de technische +samenstelling van het kapitaal, <span class="pagenum">[<a id="pb260" +href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>de groeiing der massa van +produktiemiddelen, vergeleken met de massa van de haar doen-levende +arbeidskracht, spiegelt zich terug in hunne waardesamenstelling, in de +toename van het constante bestanddeel der kapitaalswaarde, op kosten +van zijn variabel bestanddeel. Er worden bijv. van een kapitaal, +procentsgewijs berekend, oorspronkelijk elke 50 proc. in +produktiemiddelen en elke 50 proc. in arbeidskrachten vastgelegd; +later, met de ontwikkeling van den produktiegraad van den arbeid, elke +80 proc. in <span class="corr" id="xd19e6995" title= +"Bron: produktiemidden">produktiemiddelen</span> en elke 20 proc. in +arbeidskrachten etc. Deze wet van den stijgenden groei van het +constante deel van het kapitaal, in verhouding tot zijn variabel deel, +wordt bij elke schrede bevestigd, door eene vergelijkende analyse van +de prijzen der waren, hetzij dat wij verschillende economische +tijdperken van eene enkele natie bij elkaâr vergelijken, of die +van verschillende naties, in hetzelfde tijdstip. De relatieve grootte +van het prijselement, die slechts de waarde van de verteerde +produktiemiddelen, of het constante deel van het kapitaal +vertegenwoordigt, zal in direkte, de relatieve grootte van het andere, +de arbeid betalende of het variabel deel van het kapitaal +vertegenwoordigende prijselement, zal, over het algemeen, in omgekeerde +verhouding staan, tot de vooruitgang der akkumulatie.”...</p> +<p>„Op de grondslag der waren-produktie, waarbij de +produktiemiddelen het eigendom van private personen zijn, waarin de +handarbeider, of <span class="corr" id="xd19e7000" title= +"Bron: geisoleerd">geïsoleerd</span> en zelfstandig <span class= +"ex">waren</span> voortbrengt of zijn arbeidskracht als <span class= +"ex">waar</span> verkoopt,—omdat hem de middelen tot eigenbedrijf +ontbreken—realiseert zich deze voorwaarde slechts door den groei +van de individueele kapitalen, of in die mate, waarin de +maatschappelijke produktie- en levensmiddelen tot privaat eigendom der +kapitalisten worden omgezet. De bodem der waren-produktie, kan de +produktie op groote schaal slechts dragen, in haren kapitalistischen +vorm. Een zekere akkumulatie van kapitaal in handen van individueele +waren-producenten, vormen daarom de voorwaarde voor de specifiek +kapitalistische voortbrengingswijze<span class="corr" id="xd19e7009" +title="Niet in bron">”</span>..... „Maar methodes tot +vermeerdering van de maatschappelijke produktiekracht van den arbeid, +die op dezen grondslag verrijzen, zijn tegelijkertijd, methodes tot +vermeerderende produktie van de méérwaarde of van het +meerprodukt, hetwelk zijnerzijds, wederom het scheppingselement van de +akkumulatie is. Zij zijn dus tegelijkertijd, methodes ter voortbrenging +van kapitaal door kapitaal, of methodes tot zijne bespoedigde +akkumulatie. De onophoudelijke terugontwikkeling van +méérwaarde in kapitaal, doet zich kennen, als de +aangroeiende grootte, van het in ’t produktieproces opgaande +kapitaal. Deze wordt harerzijds tot <span class="pagenum">[<a id= +"pb261" href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span>grondslag eener meer +uitgebreide voet van produktie, van de haar begeleidende methodes tot +verhooging van de produktiekracht van den arbeid en tevens tot +bespoedigder produktie van méérwaarde. Wanneer dus +telkens, een zekere graad van kapitaals-akkumulatie, als voorwaarde +voor de specifiek kapitalistische produktiewijze te voorschijn komt, +veroorzaakt deze laatste, op terugwerkende wijze, een bespoedigde +akkumulatie van het kapitaal. Deze beide economische faktoren brengen, +naar mate van de samengestelde verhouding, van de afstooting die zij +wederzijds op elkander uitoefenen, de wisseling voort in de technische +samenstelling van kapitaal, waardoor zijn variabel bestanddeel steeds +kleiner en kleiner wordt, vergeleken met zijn constant deel.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7015" title= +"Niet in bron">„</span>Elk individueel kapitaal is een grootere +of kleinere concentratie van productiemiddelen, met een zich daarmede +in overeenstemming bevindend commando, over een grooter of kleiner +leger van arbeiders. Het breidt, met de vermeerderde massa van den als +kapitaal funktioneerenden rijkdom, ook zijne concentratie in de handen +der individueele kapitalisten, daarvandaan de grondslag van de +produktie op groote schaal, en de specifiek kapitalistische +produktie-methoden uit. De groei van het maatschappelijk kapitaal, +voltrekt zich in den groei van vele, individueele kapitalen. Alle +andere omstandigheden als gelijkblijvend aangenomen, groeien de +individueele kapitalen,—en met hen de concentraties van +produktiemiddelen,—in die verhouding aan, waarin zij aliquote +(gelijkdeelende) deelen van het maatschappelijk totaal-kapitaal vormen. +Tegelijkertijd scheuren zich dan afstootsels van de oorsprong-kapitalen +los en funktioneeren als nieuwe, zelfstandige kapitalen. Een groote rol +speelt hierbij, onder anderen, de verdeeling van vermogens in +kapitalisten-families. Met de akkumulatie van kapitaal groeit +daarvandaan ook, meer of minder, het aantal kapitalisten aan. Twee +punten karakteriseeren deze soort van concentratie, welke onmiddellijk +op de akkumulatie berust, of veelmeer, met haar identiek is. Ten +eerste: de aangroeiende concentratie der maatschappelijke +produktiemiddelen in de handen van de individueele kapitalisten wordt, +onder overigens gelijkblijvende omstandigheden, beperkt, door den graad +van wasdom in den maatschappelijken rijkdom. Ten tweede: het in elke +produktiespheer vastgelegde deel van het maatschappelijk kapitaal, +wordt verdeeld onder vele kapitalisten, welke tegenover elkander staan +als onafhankelijke, en met elkander concurreerende warenvoortbrengers. +De akkumulatie en de haar begeleidende concentratie, worden dus niet +alleen op vele punten gesplitst, maar ook de aangroeing van de +funktioneerende kapitalen, wordt doorkruist <span class= +"pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name="pb262">262</a>]</span>door +de vorming van nieuwe<span class="corr" id="xd19e7020" title= +"Bron: -">,</span> en de splitsing van oude kapitalen. Doet zich +daarvandaan de akkumulatie eenerzijds voor, als de aangroeiende +concentratie der produktiemiddelen en van commando’s over arbeid, +zoo doet zij zich anderzijds aan ons kennen, als <span class= +"ex">repulsie</span> (afstooting) van vele individueele kapitalen onder +elkander.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7027" title= +"Niet in bron">„</span>Deze versplintering van het +maatschappelijk totaal-kapitaal, in vele individueele kapitalen, of +deze repulsie van zijn onderdeelen van elkander, werkt zijne attraktie +tegen. Het is hier niet meer de eenvoudige, met de akkumulatie +identieke, concentratie van produktiemiddelen en het commando over den +arbeid, het is de concentratie van reeds gevormde kapitalen, de +opheffing van hunne individueele zelfstandigheid, de onteigening van +kapitalist door kapitalist, het omzetten van vele kleinere, in weinige +grootere kapitalen. Dit proces onderscheidt zich van het eerste +daardoor, dat het slechts veranderde verdeeling van reeds voorradige en +funktioneerende kapitalen veronderstelt en zijn speelruimte, dus niet +door de absolute wasdom van den maatschappelijken rijkdom of de +absolute grenzen der akkumulatie wordt beperkt. Het kapitaal zwelt +<span class="ex">hier</span>, in eene hand tot een groote massa aan, +omdat het <span class="ex">daar</span>, in vele handen, verloren gaat. +Dit is de eigenlijke centralisatie, in onderscheiding met akkumulatie +en concentratie.”</p> +<p>Welke de wetten zijn, die deze centralisatie der kapitalen of de +attrakties van kapitaal tot kapitaal beheerschen, wordt hier door Marx +niet verder behandeld, dat geschiedt in het tweede deel van zijn werk. +Eene aanduiding evenwel wordt hier in algemeene trekken gegeven: +„De concurrentiestrijd wordt gevoerd door de goedkoopermaking der +waren. Deze goedkoopermaking der waren hangt, caeteris paribus, (onder +overigens gelijke omstandigheden) af van de produktiviteit van den +arbeid, deze echter weder, van de ontwikkelingstrap welke de produktie +heeft bereikt. De grootere kapitalen verslaan daarvandaan de kleinere. +Verder herinnert men zich, dat met de ontwikkeling van de +kapitalistische produktiewijze, de minimum-omvang van het individueele +kapitaal, dat benoodigd is om een bedrijf onder zijn normale +voorwaarden te drijven, aangroeit. De kleinere kapitalen dringen zich +daarvandaan in produktiespheren, welke door de groote industrie nog +maar sporadisch, of onvolkomen zijn aangetast. De concurrentie werkt +hier onvermoeid voort, in direkte verhouding tot het aantal, en in +omgekeerde verhouding, tot de grootte der rivaliseerende kapitalen. Zij +eindigt steeds met den ondergang van vele kleine kapitalisten, welker +kapitalen, deels overgaan in handen van den overwinnaar, deels +ondergaan. Afgezien hiervan, vormt zich nog met de kapitalistische +produktiewijze <span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name= +"pb263">263</a>]</span>een gansch nieuwe macht, het credietwezen, dat +in zijn begin op den achtergrond,—als de bescheidene helper van +de akkumulatie,—nu naar binnen sluipt langs onzichtbare draden, +de over de oppervlakte der samenleving, in grootere of kleinere +massa’s verspreide geldmiddelen, in handen van individueele of +met elkander <span class="corr" id="xd19e7040" title= +"Bron: gëassocieerde">geassocieerde</span> kapitalisten trekt, +maar dan schielijk een nieuw en vruchtbaar wapen wordt in den +concurrentiestrijd, om zich ten slotte in een reusachtig sociaal +mechanisme, dat tot centralisatie van kapitalen dient, te +veranderen.”</p> +<p>„De centralisatie<span class="corr" id="xd19e7045" title= +"Niet in bron">,</span>” zegt Marx verder, „vervolkoment +het werk der akkumulatie, doordien zij de industrieele kapitalisten in +staat stelt, de voet hunner operaties uit te breiden. Hetzij dit +laatste resultaat nu het gevolg is, van de akkumulatie of van de +centralisatie; hetzij zich de centralisatie voltrekt langs den +gewelddadigen weg van annexatie,—waar zekere kapitalen op zoo +overwegende wijze gravitatie-middelpunten worden voor anderen, dat zij +diens individueele cohesie breken en dan de op zichzelf-staande deelen +tot zich trekken,—of dat de versmelting der reeds gevormde, +respektievelijk in die vorming inbegrepen kapitalen, door middel van de +geleidelijke aktie, door de vorming van naamlooze vennootschappen +geschiedt—de economische uitwerking blijft dezelfde. De +aangegroeide uitdijding van de industrieele établissementen, +vormt overal het uitgangspunt voor een omvattender organisatie der +totaal-arbeid van velen; voor een breeder ontwikkeling harer materieele +drijfkrachten, d. w. z. voor de voortschrijdende revolutioneering van +individueele, en volgens de traditie gedreven produktie-processen, in +maatschappelijk-gecombineerde en wetenschappelijk-gedisponeerde +produktieprocessen.”</p> +<p>Marx wijst er nog vervolgens op, dat de akkumulatie een veel +langduriger proces is, dan de centralisatie. „De wereld,” +zegt hij<span class="corr" id="xd19e7050" title="Niet in bron">,</span> +„ware nog niet van spoorwegen voorzien, als zij had moeten +wachten, totdat de akkumulatie enkele kapitalisten ertoe gebracht had, +opgewassen te zijn, tegen het bouwen van een spoorweg. De centralisatie +daarentegen, heeft dit met een handomdraaien klaar gespeeld, door +middel van de maatschappijen op aandeelen. En terwijl de centralisatie, +aldus de werkingen der akkumulatie verhoogt en bespoedigt, breidt zij +uit,—en bespoedigt zij gelijktijdig,—de omwentelingen in de +technische samenstelling van het kapitaal, die deszelfs constant deel, +doen vermeerderen op kosten van zijn variabel deel en daarmede de +relatieve vraag naar arbeid doen verminderen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7054" title= +"Niet in bron">„</span>De door centralisatie, over nacht als het +ware, tezaâm gesmede kapitaal-massa’s, reproduceeren en +vermeerderen zich gelijk de <span class="pagenum">[<a id="pb264" href= +"#pb264" name="pb264">264</a>]</span>anderen, slechts vlugger, en +worden hiermede tot nieuwe, machtige hefboomen voor de maatschappelijke +akkumulatie. Als er dus sprake is van vooruitgang der maatschappelijke +akkumulatie, dan zijn daar—heden ten dage—de werkingen der +centralisatie stilzwijgend onder begrepen.”</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De industrieele reservearmée.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het, door de voortgang der akkumulatie, opnieuw +gevormde kapitaal, verschaft in verhouding tot zijne grootte, steeds +aan minder arbeiders werk. Gelijktijdig met de akkumulatie, gaat ook de +revolutioneering van het oude kapitaal haren gang. Marx toonde het aan, +hoe de centralisatie daarvoor de machtigste hefboom is. Volgens de +Malthusianen is de „overbevolking” het gevolg hiervan, dat +de levensmiddelen, (men moest zeggen: het variabel kapitaal) +aangroeien, in de arithmetische progressie-reeks van 1: 2: 3: 4: 5: +enz. terwijl de bevolking de <span class="corr" id="xd19e7064" title= +"Bron: tendenz">tendens</span> heeft, zich in de <span class="corr" id= +"xd19e7067" title="Bron: gëometrische">geometrische</span> reeks +van 1: 2: 4: 8: 16: enz. te vermeerderen. Daarom leerden Malthus c. s., +dat de bevolking de produktie der levensmiddelen vooruit ijlde ten +gevolge waarvan de ondeugd en de ellende ontstonden.</p> +<p>Wat evenwel progressief voortgaat, is de afname van het variabel +kapitaal, gelijktijdig met de wasdom van het totaal-kapitaal. Het +variabel kapitaal, zoo het oorspronkelijk ½ was van het +totaal-kapitaal, wordt progressief ⅓, ¼, ⅕, ⅙ +enz. van het totaal-kapitaal. Marx zegt:</p> +<p>„Deze, door de wasdom van het totaal-kapitaal bespoedigde en +sneller dan zijn eigen aanwas bespoedigde, relatieve afname van zijn +variabel bestanddeel, schijnt aan de andere zijde, omgekeerd steeds +sneller absolute aanwas der arbeidersbevolking te zijn, als aanwas van +het variabel kapitaal of van de middelen ter hunner <span class="corr" +id="xd19e7074" title="Bron: werk verschaffing">werkverschaffing</span>. +De kapitalistische akkumulatie produceert veeleer, en wel in verhouding +tot hare energie en haren omvang, gestadig eene relatieve, d. w. z. +eene voor de gemiddelde behoefte tot waardemaking van het kapitaal +overtollige, dus eene overvloedige of bijgevoegde +arbeidersbevolking.”....</p> +<p>„Met de grootte van het reeds funktioneerend, maatschappelijk +kapitaal en de graad van zijn aanwas; met de uitbreiding van de +produktie-trappen en de massa der in beweging gezette arbeiders; met de +ontwikkeling der produktiekracht hunner arbeid, met den breederen en +volleren stroom van alle fonteinen des rijkdoms, verwijdt zich ook de +ontwikkelingshoogte, waarop grootere attraktie der arbeiders door het +kapitaal, met grootere repulsie van hetzelve verbonden is, nemen de +snelheid van de wisseling in <span class="pagenum">[<a id="pb265" href= +"#pb265" name="pb265">265</a>]</span>de organische samenstelling van +het kapitaal en zijn technische vorm toe en zwelt de cirkel der +produktiespheren aan, welke er dan gelijktijdig, dan bij afwisseling, +door worden aangegrepen. Met de door haar zelf geproduceerde +akkumulatie van het kapitaal, produceert de arbeidersbevolking alzoo, +in steeds groeiender mate, de middelen voor haar eigene relatieve +overtolligmaking. Dit is eene, aan de kapitalistische produktiewijze +eigenaardige bevolkingswet, gelijk feitelijk elke produktiewijze, hare +bijzondere, historisch geldende bevolkingswet heeft. Eene abstrakte +bevolkingswet, kan alleen maar onder planten en dieren heerschen, in +zooverre daar althans de mensch niet historisch ingrijpt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7082" title= +"Niet in bron">„</span>Waar evenwel een +surplus-arbeidersbevolking, het noodwendig produkt is van de +akkumulatie of van de ontwikkeling van den rijkdom op kapitalistischen +grondslag, daar wordt deze arbeidersbevolking, omgekeerd, tot een +hefboom der kapitalistische akkumulatie, ja, tot een +bestaans-noodzakelijkheid voor de kapitalistische produktiewijze zelve. +Zij vormt een disponibele, industrieele reserve-armée, die aan +het kapitaal evenzoo absoluut toebehoort, alsof hij haar op zijn eigen +kosten grootgebracht had. Zij schept het, voor zijne afwisselende +waarde-scheppings-behoeften, steeds bereidvaardige, exploitabele +menschen-materiaal, dat onafhankelijk is van de grenzen der feitelijke +bevolkingstoename.”</p> +<p>Marx voert verder, historische en economische bewijzen uit de +engelsche industrietoestanden aan, voor de absolute afname van het +aantal aan den arbeid zijnde arbeiders, bij, naar verhouding +gelijkblijvende, uitbreiding van de produktie. „De beweging van +de wetten van vraag en aanbod van den arbeid, op deze basis, voltooit +de despotie van het kapitaal<span class="corr" id="xd19e7087" title= +"Niet in bron">,</span>” zegt hij. „De ijzeren +loonwet” eveneens een dogma der oudere officieele economie, wordt +echter daardoor geen werkelijkheid.</p> +<p>„Zoodra,<span class="corr" id="xd19e7092" title= +"Niet in bron">”</span> eindigt Marx hier, „de arbeiders +achter het geheim komen, dat in dezelfde mate waarin zij meer arbeiden, +meer vreemden rijkdom produceeren, en de produktiekracht hunner arbeid +aangroeit, zelfs hunne funktie, als een middel tot waardeschepping voor +het kapitaal, meer precair voor hen wordt; zoodra zij ontdekken, dat de +intensiteitsgraad van de concurrentie onder hen, zelfs geheel en al van +den druk der relatieve overbevolking afhankelijk geworden is; zoodra +zij daarvandaan door <span class="corr" id="xd19e7095" title= +"Bron: Trades-Unions">Trade Unions</span> enz. een planmatige +samenwerking tusschen arbeidenden en arbeidsloozen pogen te +organiseeren, om de ruïneerende gevolgen van deze natuurwet der +kapitalistische produktiewijze op hunne klasse, te breken of te +verzwakken, toornen het kapitalisme en zijn sykophanten, de +staathuishoudkunde, terstond <span class="pagenum">[<a id="pb266" href= +"#pb266" name="pb266">266</a>]</span>over aantasting der +„eeuwige” en om zoo te zeggen „heilige” wetten +van vraag en aanbod. Elke samenwerking tusschen arbeidenden en +arbeidsloozen, stoort dan namelijk het „zuivere” spel van +deze wet! Zoodra anderzijds echter, in de koloniën bijv., +tegenwerkende omstandigheden, de schepping der industrieele +reserve-armee en met haar, de absolute afhankelijkheid der +arbeidersklasse van de kapitalistenklasse verhinderen, rebelleert het +kapitaal tegen deze „heilige” wet van vraag en toevoer en +zoekt haar door dwangmiddelen op te heffen.” <span class= +"pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267" name="pb267">267</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div id="ch3.10" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="label">Hoofdstuk X.</h2> +<h2 class="main">De <span class="corr" id="xd19e7106" title= +"Bron: tendenzen">tendensen</span> der kapitalistische +produktiewijze.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Zagen wij tot nog toe, hoe het kapitaal zijn eigen +bestaansvoorwaarden, steeds van voren af aan, op nieuw voortbrengt, het +is ons tevens duidelijk geworden, dat er oorspronkelijk voorwaarden +aanwezig moeten geweest zijn, waaronder dit zich kon ontwikkelen, tot +het moderne kapitalisme dat wij kennen.</p> +<p>Het vierentwintigste hoofdstuk van Bd. I van „<span lang= +"de">Das Kapital</span>” bevat een uitvoerig onderzoek van +buitengewone historische waarde; dit hoofdstuk is getiteld: „De +zoogenaamde oorspronkelijke akkumulatie”. Marx wendt zich daarin +tegelijkertijd, polemisch tegen de officieele staathuishoudkunde en +tegen hare beschouwing van den oorsprong van het moderne +kapitalisme.</p> +<p>„De geheimen van de oorspronkelijke akkumulatie,” zoo is +de eerste paragraaf van dit klassieke hoofdstuk genoemd, die aldus +aanvangt:</p> +<p>„Men heeft gezien hoe geld tot kapitaal wordt; door kapitaal +tot méérwaarde en uit die méérwaarde, meer +kapitaal gemaakt wordt. Intusschen heeft de akkumulatie van het +kapitaal de méérwaarde tot voorwaarde, de +méérwaarde op haren beurt, de kapitalistische +produktiewijze, deze heeft evenwel het aanwezig zijn van grootere +massa’s van kapitaal en van arbeidskracht, in handen van +warenproducenten tot voorwaarde. Deze geheele beweging nu, schijnt +aldus te draaien in een vicieusen cirkel, waar wij alleen kunnen +uitkomen, wanneer wij eene,—aan de kapitalistische akkumulatie +voorafgaande—„oorspronkelijke” akkumulatie, +(„<span lang="en">precious accumulation</span>” volgens Ad. +Smith), veronderstellen; eene akkumulatie, welke niet het <span class= +"ex">resultaat</span>, van de kapitalistische produktiewijze, maar +alleen maar, haar <span class="ex">uitgangspunt</span> vormt. +<span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name= +"pb268">268</a>]</span></p> +<p>„Deze oorspronkelijke akkumulatie, speelt in de +staathuishoudkunde dezelfde rol, die de zondenval speelt in de +theologie. Adam beet in den appel en daardoor kwam de zonde over het +menschelijk geslacht! Hare oorsprong wordt ons verklaard, doordien zij +ons, als eene anecdote uit het verleden wordt verteld. In een lang +vervlogen tijd, bestond er aan den eenen kant, eene vlijtige, +<span class="corr" id="xd19e7132" title= +"Bron: intellegente">intelligente</span> en vóór alles, +eene spaarzame élite, en aan den anderen kant, eene luierende, +al het hunne en meer dan dat, verbrassende troep schooierds. De legende +van de theologische zondeval, vertelt ons alleen maar, hoe de mensch +ertoe verdoemd werd, zijn brood in ’t zweet zijns aanschijns te +moeten eten, de historie van de economische zondeval evenwel, onthult +ons, hoe er lieden zijn, die ook dát niet noodig hebben. Het +komt echter op ’t zelfde neer. Maar zoo zou het dan gekomen zijn, +dat de eersten, rijkdom konden akkumuleeren, en de laatsten ten slotte +niets meer over hadden dan hun eigen huid. En van af deze zondeval, +dateert de armoede van de groote massa, die altijd nog, ondanks al +haren arbeid, niets te verkoopen heeft als zichzelve, nevens den +rijkdom der weinigen, die voortdurend aangroeit, alhoewel dezen reeds +lang opgehouden hebben te arbeiden”....</p> +<p>„Geld en waren, zijn niet <i>a priori</i> kapitaal, evenzoomin +als produktie- en levensmiddelen. Zij moeten tot kapitaal worden +omgezet. Deze verandering zelve, kan slechts geschieden onder bepaalde +omstandigheden, die zich daarheen toespitsen, dat tweeërlei zeer +verschillende soorten van warenbezitters, elkander moeten tegemoet- en +met elkander in contakt moeten komen; aan de eene zijde eigenaren van +geld, produktie- en levensmiddelen,—want het geldt, de in hun +bezit zijnde som van waarden weder tot waarde te maken, door middel van +den aankoop van vreemde arbeidskracht,—aan den anderen kant vrije +arbeiders, verkoopers van de eigen arbeidskracht en daardoor verkoopers +van arbeid. Vrije arbeiders in dien dubbelen zin, dat zij, noch zelven +onmiddellijk behooren tot de produktiemiddelen, zooals slaven, +lijfeigenen etc., noch de produktiemiddelen hèn toebehooren, +zooals bij den het eigenbedrijf voerenden boer enz. dit het geval is. +Zij moeten daarvan los en leeg zijn. Met deze polarisatie (vaststelling +der beide polen) van de warenmarkt, zijn de grondvoorwaarden voor de +kapitalistische produktiewijze gegeven. De kapitaalsverhouding, stelt +de scheiding van de arbeiders en hun eigendom aan de +verwerkelijkingsvoorwaarden van den arbeid, op den voorgrond. Zoodra de +kapitalistische productiewijze eenmaal op eigen beenen staat, is deze +scheiding niet alleen aanwezig, maar reproduceert zij zich telkens +weder, op steeds uitgebreider schaal. Het proces dat de +kapitaalsverhouding <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" +name="pb269">269</a>]</span>schept, kan alzoo niets anders zijn, dan +het scheidingsproces van den arbeider van het bezit zijner +arbeidsvoorwaarden; een proces, dat eenerzijds de maatschappelijke +levens- en produktiemiddelen in kapitaal verandert, anderzijds de +onmiddellijke producenten in loonarbeiders. De zoogenaamde +oorspronkelijke akkumulatie, is niets anders, dan het historische +scheidingsproces van producent en produktiemiddelen. Zij schijnt ons +eene „oorspronkelijke” toe, omdat zij de +vóórgeschiedenis van het kapitaal en de aan hem +beantwoordende produktiewijze, uitmaakt.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7143" title= +"Niet in bron">„</span>De economische struktuur der +kapitalistische samenleving is voortgekomen uit de economische +struktuur van de feodale maatschappij. De oplossing van deze, heeft de +elementen voor gene, vrij doen komen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7147" title= +"Niet in bron">„</span>De onmiddellijke producent, de arbeider, +kon eerst dàn over zijn persoon beschikken, nadat hij had +opgehouden geketend te zijn aan den bodem en aan een ander persoon +lijfeigen of onderhoorig te wezen. Om een vrijen verkooper van +arbeidskracht te kunnen worden, die zijne <span class="ex">waar</span> +overal heendragen kan, waar een markt daarvoor te vinden is, moest hij +vervolgens, aan de heerschappij van gilden, met hunne leerlingen- en +gezellenverordeningen en beperkende arbeidsvoorwaarden, zijn ontgroeid. +Daardoor schijnt ons de historische beweging, welke de producenten in +loonarbeiders verandert, eenerzijds toe, als eene bevrijding van de +dienstbaarheid en gildedwang,—en het is dan ook deze zijde +alleen, die er voor de geschiedschrijving van onze burgerlijke economie +bestaat. Maar aan de andere zijde evenwel, werden deze nieuw-bevrijden, +eerst verkoopers van zich zelven, nàdat hun, al hunne +<span class="corr" id="xd19e7153" title= +"Bron: produktie-middelen">produktiemiddelen</span>, en hun alle, door +de oude <span class="corr" id="xd19e7156" title= +"Bron: feadale">feodale</span> inrichtingen van de maatschappij +aangeboden garanties voor een bestaan waren geroofd geworden. En deze +geschiedenis der expropriatie<a id="xd19e7159" name="xd19e7159"></a> +(onteigening), is in de annalen der menschheid, gegrift, met sporen van +bloed en vuur.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7162" title= +"Niet in bron">„</span>De industrieele kapitalisten, deze nieuwe +potentaten, moesten hunnerzijds, niet alleen de handwerkmeesters der +Gilden verdringen, maar ook in het bezit komen van de bronnen van +rijkdom, die in het bezit waren van de feodale Heeren. Van deze zijde, +doet zich hunne opkomst dan ook kennen, als een vrucht van den +zegenrijken strijd, zoowel tegen de feodale machten en hunne +opstandverwekkende voorrechten, als tegen de Gilden en de banden welke +dezen, aan de vrije ontwikkeling der produktie en aan de vrije +uitbuiting van menschen door menschen, hadden in den weg gelegd. De +ridders van de industrie, speelden het <span class="corr" id= +"xd19e7165" title="Bron: nochthans">nochtans</span> alleen daardoor +klaar, de ridders van den degen te <span class="pagenum">[<a id="pb270" +href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>verdringen, doordien zij +gebeurtenissen uitbuitten, waaraan zij gansch onschuldig waren. Zij +hebben zich naar boven gewerkt door middelen, even zoo gemeen, als die +waardoor de romeinsche vrijgelatene zich, voormaals, tot heer van zijn +patronus heeft weten te maken.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7172" title= +"Niet in bron">„</span>Het uitgangspunt der ontwikkeling, die +zoowel de loonarbeiders, als de kapitalisten heeft voortgebracht, was +de knechtschap der arbeiders. De voortgang, bestond in een verwisseling +van den vorm dezer knechtschap; in de verandering van de feodale, in de +kapitalistische maatschappij. Om haren gang te begrijpen, behoeven wij +in het geheel niet zoo vèr in de geschiedenis terug te gaan. +Alhoewel wij den eersten <span class="corr" id="xd19e7175" title= +"Bron: aanvang en">aanvangen</span> van de kapitalistische +produktiewijze, reeds in de 14<sup>e</sup> en 15<sup>e</sup> eeuw in +eenige steden aan de Middellandsche Zee sporadisch tegenkomen, dateert +de aera van het kapitalisme, eerst van af de 16<sup>e</sup> eeuw. Daar +waar zij optreedt, is de opheffing van de lijfeigenschap reeds lang een +voldongen feit, en het glanspunt van de Middeleeuwen, het bestaan van +de souvereine steden, is daar een geruimen tijd reeds aan het +verbleeken.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7188" title= +"Niet in bron">„</span>Historisch, hun tijdperk kenteekenend in +de geschiedenis der oorspronkelijke akkumulatie, zijn alle revoluties, +die der zich vormende kapitalisten-klasse als hefboomen dienden; voor +alles evenwel die momenten, waarin groote menschenmassa’s +plotseling en gewelddadig van hunne bestaansmiddelen werden losgerukt +en als vogelvrije proletariërs op de arbeidsmarkt werden +geslingerd. Deze expropriatie van de landelijke producenten, van de +boeren, van grond en bodem, vormt de grondslag van dit gansche proces. +Hare geschiedenis neemt in verschillende landen, verschillende kleuren +aan en doorloopt verschillende phazen in verschillende +achtereenvolgende reeksen en in <span class="corr" id="xd19e7191" +title="Bron: verschill nde">verschillende</span> tijdperken der +geschiedenis. Alleen in die van Engeland, bezit zij een klassieken +vorm.”</p> +<hr class="tb"> +<p>De historische bewijzen, die Marx vervolgens aanhaalt om aan te +toonen, op welk een gewelddadige manier men in den aanvang van het +kapitalistisch stelsel in Engeland, zich van den bodem der vrije boeren +heeft bemachtigd, welke men dan bovendien naar de steden heeft gejaagd, +om ze aldaar bij de industrie als loonarbeiders in te lijven, zijn een +doorloopende staving voor het voorgaande.</p> +<p>Zoowel tot beschutting van den eigendom tegen vagebonden (in den +regel van hunnen grond beroofde eigen-boeren), als <span class= +"pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name="pb271">271</a>]</span>ter +bevordering van de omzetting van gemeenschappelijk eigendom in +privaat-eigendom, zoo als Marx dit, met historische feiten in de hand, +van Engeland weergeeft, zoo trad de staatsmacht ook daar handelend op, +waar het gold de arbeiders te doen gewennen, aan de subordinatie en de +discipline van het kapitalisme. Strenge wetten stelde de Staat, zoowel +op de vagabondage (z. g. n. bloedwetgeving onder Hendrik VIII in 1530 +en onder Elisabeth in 1572); als op het maximum dat het arbeidsloon +mocht bedragen, en tegen arbeiders-coalities. Deze laatsten bleven in +Engeland nog heerschen, tot aan het jaar 1825, toen zij moesten +bezwijken voor den drang der arbeiders. Dit hoofdstuk over de +„<span class="ex">onteigening van het landvolk van grond en +bodem</span>”, eindigt Marx aldus:</p> +<p>„De roof der kerkelijke goederen, de frauduleuze ontvreemding +van de staatsdomeinen, de diefstal van gemeenschappelijk-eigendom; de +usurpatorische en met onbarmhartig terrorisme voltrokken +revolutioneering van Feodaal en Clan-eigendom (zooals bijv. in +Schotland), in modern privaat-eigendom, dat waren evenzoovele +idyllische methodes van de oorspronkelijke akkumulatie. Zij veroverden +het veld voor de kapitalistische agrikultuur, lijfden den grond en den +bodem bij het kapitaal in, en schiepen daarmede voor de +industrieën in de steden, de noodige toevoer van een vogelvrij +proletariaat.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Met het proletariaat, ontstond evenwel ook, de inwendige markt voor +het kapitaal. Vroeger produceerde elke boerenfamilie zelf +levensmiddelen en de voorwerpen voor huiselijk gebruik, die zij noodig +had. Thans werd dit natuurlijk ook anders. De levensmiddelen kwamen, +met de opkomst van het kapitalisme in de voortbrenging, als +<span class="ex">waren</span> op de markt. De produkten der +kapitalistische industrie,—in dit tijdstip: de periode der +Manufaktuur,—vonden nu hunnen aftrek bij de loonarbeiders der +industrie van de groote landgoederen, zoo ook bij de boeren zelf. +Veeltijds was hun land te klein geworden, om ze voort te brengen; de +landbouw werd voor hen tot nevenbedrijf en de huisindustrie voor het +doel van eigen verbruik, trad op den achtergrond en maakte plaats voor +een huisindustrie, die <span class="ex"><span class="corr" id= +"xd19e7215" title="Bron: waren">was</span></span> voortbracht voor de +<span class="ex">kapitalisten</span>. Voor den koopman in den aanvang, +maar later voor den landelijken industrieel; eene der afschuwelijkste, +maar tevens een der meest winstgevende vormen, van de kapitalistische +uitbuiting.</p> +<p>„Zoo gaat,” zegt Marx, „hand aan hand met de +expropriatie <span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name= +"pb272">272</a>]</span>van vroeger hun eigen-bedrijf beoefenende boeren +en met de losmaking van hunne produktiemiddelen, de vernietiging van +landelijke nevenindustrie, het scheidingsproces van manufaktuur en +agrikultuur.”</p> +<p>Een volgende paragraaf betitelt Marx:</p> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">Het Genesis der industrieele kapitalisten.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Hij schetst daarin het ontstaan van het +industrie-kapitaal.</p> +<p>Wij zagen n.l. hoe het eigenlijke proletariaat werd geschapen, wij +zagen ook hoe de kunstmatige overbevolking geschapen werd. Waarvan +stamden evenwel, die groote kapitaalsrijkdommen in weinige handen, die +de grondslag konden vormen, voor een verdere ontwikkeling van de +kapitalistische produktiewijze?</p> +<p>De middeleeuwen kenden, als van uit de oudheid overgeërfd, twee +soorten van kapitaal: het woekerkapitaal en het koopmanskapitaal. +Sedert de Kruistochten toch, was het handelsverkeer met het Oosten +verbazend toegenomen en daarmede het koopmanskapitaal, en deszelfs +centralisatie, in betrekkelijk weinige handen. Maar deze bronnen waren +<span class="corr" id="xd19e7236" title= +"Bron: nochthans">nochtans</span> de eenige niet.</p> +<p>„Het door woeker en handel gevormde geldkapitaal, werd door +het feodale staatswezen op het land; door de gilde-inrichting in de +steden, in zijne revolutioneering tot industrieel kapitaal gehinderd. +Deze beperkingen, vervielen met de oplossing der feodale +gevolgschappen, met de expropriatie en met de gedeeltelijke verjaging +van het landvolk. De nieuwe Manufaktuur werd dan in een zee-exporthaven +opgericht, of op zekere punten van het platteland, waar zij buiten de +contrôle van het oude stadswezen en zijn gildewetten stond. In +Engeland, heerschte daardoor een langen verbitterde strijd van de +corporate towns, tegen deze nieuwe industrieele <span class="corr" id= +"xd19e7241" title= +"Bron: aan plant-scholen">aanplant-scholen</span>.</p> +<p>„De ontdekking van goud- en zilverlanden in Amerika, de +uitroeing en verslaving der ingezeten bevolking in de mijnen; de +aangevangen verovering van Oost-Indië; de verandering van Afrika, +in een jachtveld naar zwarte slaven, zij allen teekenen de dageraad van +de kapitalistische produktie-aera. Deze idyllische processen, vormen de +hoofdmomenten van de oorspronkelijke akkumulatie. Op den voet worden +zij gevolgd, door de handelsoorlogen der Europeesche naties, met het +aardrond als toeschouwplaats. Deze worden geopend, door den afval der +Nederlanden van Spanje, nemen een reusachtigen omvang aan in +Engeland’s anti-Jakobussenoorlog, terwijl zij nog voort spelen, +in de opiumoorlogen tegen China, enz.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7247" title= +"Niet in bron">„</span>De verschillende momenten der +oorspronkelijke akkumulatie, <span class="pagenum">[<a id="pb273" href= +"#pb273" name="pb273">273</a>]</span>verdeelen zich nu meer of minder, +naar tijdelijke rij-opvolging namelijk, over Spanje, Portugal, +Nederland, Frankrijk en Engeland. In Engeland worden zij aan het einde +van de 17<sup>e</sup> eeuw, systematisch tezamengevat in <span class= +"corr" id="xd19e7255" title= +"Bron: kolaniaal-systeem">koloniaal-systeem</span>, +staatsschulden-systeem, modern belastingsysteem en protektiesysteem. +Deze methoden, berusten zelfs voor een deel op het brutaalste geweld, +bijv. bij het koloniale systeem. Allen evenwel, nemen de Staatsmacht +daartoe in hun dienst,—deze geconcentreerde en georganiseerde +macht in de samenleving,—ten einde het revolutioneeringsproces +van de feodale<a id="xd19e7258" name="xd19e7258"></a> in de +kapitalistische produktiewijze, kunstmatig te bevorderen en de +overgangen daarvan, af te korten. Het geweld, is de vroedmeester van +elke oude samenleving, die met een nieuwe zwanger gaat. Hij-zelf is een +economische macht.”</p> +<p>Marx voert nog, in dit hoofdstuk tal van bewijzen van uitbuiting +aan, door het Engelsche koloniale systeem en het systeem van het +openbare crediet, dat der staatsschulden. Hij zegt: „het +protektiesysteem was een middel tot <a id="xd19e7262" name= +"xd19e7262"></a>het fabriceeren van onafhankelijke fabrikanten, tot het +onteigenen van onafhankelijke arbeiders, om nationale produktie- en +levensmiddelen te verkapitaliseeren en de overgang, van uit de +oude<a id="xd19e7264" name="xd19e7264"></a> in de moderne +produktiewijze, op gewelddadige wijze te verkorten. De Europeesche +staten verscheurden zich, om het patent dezer uitvinding te bekomen en +eenmaal in dienst van de plusmakers getreden, brandschatten zij ten +diens behoeve, niet alleen het eigen volk, indirekt door beschermende +rechten, maar ook direkt door exportpremies enz. In de afhankelijke +naburige landen, werden alle industrieën gewelddadig uitgeroeid, +zooals dit bijv. geschiedde met de Iersche wolmanufaktuur door +Engeland. Op het Europeesche vasteland werd, naar Colbert’s +voorbeeld, dit proces nog zeer vereenvoudigd. Het oorspronkelijke +kapitaal, dat de industrieelen behoefden, vloeide hier voor een deel +zelfs direkt uit de staatsschatkist.”</p> +<p>„Met de ontwikkeling der kapitalistische produktie gedurende +de Manufaktuur-periode, had de publieke opinie in Europa, de laatste +rest van haar schaamtegevoel en haar geweten ingeboet. De naties +renommeerden op cynische wijze met elke infamie, die een middel tot +kapitaals-akkumulatie kon zijn”....</p> +<p>„Terwijl zij de kinderslavernij in Engeland invoerde, gaf de +katoenindustrie tegelijkertijd den stoot, tot omzetting van de vroeger +meer of minder patriarchale slaven-economie in de Vereenigde Staten, in +een commercieel exploitatiesysteem. Over het algemeen, behoefde de +omsluierde slavernij van de loonarbeiders in Europa, dan ook tot +pièdestal, de slavernij sans phrase in de nieuwe Wereld. +<span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name= +"pb274">274</a>]</span></p> +<p><span class="corr" id="xd19e7272" title= +"Niet in bron">„</span><span lang="la">Tantae molis erat</span>, +„de eeuwige” natuurwetten van de kapitalistische +produktiewijze te ontbinden, het scheidingsproces tusschen arbeiders en +arbeidsvoorwaarden te voltrekken; op de eene pool, de maatschappelijke +produktie- en levensmiddelen in kapitaal om te zetten, op de tegenpool, +de volksmassa in loonarbeiders, in vrije „arbeidende +armen”, dàt was het kunstprodukt, dat de moderne +geschiedenis ons aanbood. Wanneer het geld, volgens Augier, „met +natuurlijke bloedvlekken op den wang ter wereld komt”, dan is het +kapitaal ter wereld gekomen, besmet van kop tot teenen en druipend uit +alle poriën, van bloed en vuil.”</p> +<p>Het nu volgende hoofdstuk handelt over:</p> +</div> +</div> +<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">De historische zending van de kapitalistische +akkumulatie.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In een kort overzicht, resumeert hier Marx de +resultaten, uit zijn analyse en zijn onderzoek gewonnen. Thans gaat hij +over tot het bepalen van de richting die het kapitalisme, eenmaal +gekomen op de hoogte waarop het staat, consekwent en op de weg der +ontwikkeling voortgaande, zal volgen. Marx heeft hier niet anders +gedaan, dan in groote lijnen den <span class="ex">weg</span> van het +proces aangegeven, niet de <span class="ex">snelheid</span> van dit +proces, dat door tal van omstandigheden, soms kan worden onderbroken, +soms kan worden vertraagd. Dit zagen wij ook reeds uit Marx zelf, bij +het schetsen o. a. van het concentratieproces van het kapitaal. Men +heeft Marx vaak, moedwillig zelfs, onderschoven, een profetie te hebben +gegeven in deze bladzijden voor het heden, en dan verklaard, dat deze +niet „uit is gekomen!” Het is zeker zeer gemakkelijk, eerst +een carricatuur te maken van groote denkbeelden, die afgeleid zijn uit +ervaring en analyse,—de grondpijlers voor elk wetenschappelijk +onderzoek,—en dan deze te gaan bespotten. Marx profeteert niets. +Marx leerde ons uit het verleden, het heden, uit het heden de toekomst +af te leiden. Niet de toekomst-<span class="ex">maatschappij</span>, +die eene afspiegeling zal moeten zijn van de economische en politieke +verhoudingen, die dan de heerschende zullen zijn, maar van de +toekomstige <span class="ex">oplossing van het kapitalistisch +produktiesysteem</span>. Marx zegt dan:</p> +<p>„Zoodra dit omwentelingsproces (van de oude verhoudingen tot +zuiver privaat-kapitalistische) naar diepte en naar omvang, de oude +samenleving in genoegzame mate heeft gerevolutioneerd; zoodra de +arbeiders in proletariërs, hunne arbeidsvoorwaarden in kapitaal +zijn omgezet, zoodra de kapitalistische produktiewijze op eigen beenen +staat, verkrijgen de verdere socialiseering <span class= +"pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>van +den arbeid en de verdere verandering van den bodem en andere +produktiemiddelen in maatschappelijk uitgebuitte, dus +gemeenschappelijke produktiemiddelen, daarvandaan ook de verdere +onteigening van den privaatbezitters, eenen nieuwen vorm. Wat thans +onteigend moet worden, is niet langer meer de, zijn bedrijf zelf +uitoefenenden arbeider, maar het is de vele-arbeiders-exploiteerende +kapitalist!</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7302" title= +"Niet in bron">„</span>Deze onteigening voltrekt zich, door de +werking van de <span class="corr" id="xd19e7305" title= +"Bron: immannente">immanente</span> wetten der kapitalistische +productiewijze-zelf: door de centralisatie der kapitalen. Eén +kapitalist slaat er velen dood. Hand-aan-hand met deze centralisatie, +of expropriatie van vele kapitalisten door weinigen, ontwikkelt zich de +coöperatieve vorm van het arbeidsproces, op steeds stijgender +ontwikkelingstrap; de bewuste, technische toepassing van de wetenschap; +de planmatige uitbuiting van de aarde; de revolutioneering van de +arbeidsmiddelen, in slechts gemeenschappelijk te gebruiken +arbeidsmiddelen, de economiseering van alle produktiemiddelen, door hun +gebruik als produktiemiddelen van gecombineerden maatschappelijken +arbeid; de omslingering van alle volken in het net van de wereldmarkt, +en daarmede, het internationale karakter van het kapitalistische +régime. Met het gestadig afnemende aantal kapitaal-magnaten, +welke alle voordeelen van dit omwentelingsproces usurpeeren en +monopoliseeren, groeien de massa van ellende en van verdrukking, de +knechtschap, de ontaarding en de uitbuiting aan, maar óók +de opstand daartegen, van de steeds aanzwellende en door het mechanisme +van het kapitalistisch produktieproces-zelf, geschoolde, vereenigde en +georganiseerde arbeidersklasse. Het kapitaal-monopolie wordt tot een +band voor de produktiewijze, die met en onder haar is opgebloeid. De +centralisatie der produktiemiddelen en de socialiseering van den +arbeid, bereiken een punt, waarop zij onverdragelijk worden met dit hun +<span class="corr" id="xd19e7308" title= +"Bron: kapitalisch">kapitalistisch</span> omhulsel. Dat springt dan +uiteen. Het uur der kapitalistische productiewijze heeft dan geslagen. +De onteigenaars worden onteigend.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7312" title= +"Niet in bron">„</span>De, uit de kapitalistische produktiewijze +voortkomende kapitalistische toeeigeningswijze, de kapitalistische +eigendom dus, is de eerste negatie van het individueele, op +eigen-arbeid gebaseerde, privaat-eigendom. Maar de kapitalistische +produktiewijze, brengt met de noodzakelijkheid van een natuurproces, +hare eigene negatie voort. Er is dus hier negatie van de negatie. Deze +herstelt niet het privaat-eigendom, maar wel het individueele eigendom +weder, op <span class="corr" id="xd19e7315" title= +"Bron: dengrondslag">den grondslag</span> van het door de +kapitalistische aera veroverde: de coöperatieve arbeid en het +gemeenschappelijk bezit van de aarde <span class="pagenum">[<a id= +"pb276" href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span>benevens de door den +arbeid zelve geproduceerde produktiemiddelen.</p> +<p><span class="corr" id="xd19e7321" title= +"Niet in bron">„</span>De revolutioneering van het, op eigen +arbeid der individuen berustende, versplinterde privaat-eigendom in den +kapitalistischen, is natuurlijk een proces, onevenredig langdurig, hard +en moeielijk, aan de revolutioneering van den feitelijk reeds op +maatschappelijken grondslag berustenden, kapitalistischen eigendom, in +maatschappelijken. <span class="ex">Dáár</span> was het +te doen, om de expropriatie van de geheele volksmassa door enkele +overweldigers, <span class="ex">hier</span> zal het te doen zijn, om de +onteigening van enkele overweldigers door de gezamenlijke +volksmassa.” <span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" +name="pb277">277</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="main">Slot.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Met deze uiteenzetting van de kritiek, door Marx +geoefend op het kapitalisme, is het belangrijkste, uit het Eerste deel +van „<span lang="de">Das Kapital</span>” in hoofdtrekken +weêrgegeven. De inhoud der volgende deelen, die tot nog toe +verschenen zijn, hier weer te geven, zou een dubbel zoo dik boek als +dit is, noodzakelijk maken. Marx behandelt in de andere deelen, den zoo +belangrijken détailarbeid, die voortsproot uit de algemeene +wedergave van zijn critiek en van zijne analyse van het kapitalistisch +produktieproces. Deze volgende deelen, zijn dan ook in hooge mate +interessant voor den vak-geleerde, maar eigenen zich uiteraard niet, +tot een eenigszins populaire verkorting.</p> +<p>Wat het hier weêrgegevene betreft, verklaren wij,—en dit +is om alle misverstand op te heffen,—slechts op de <span class= +"ex">belangrijkste</span> gedeelten uit Marx de aandacht te hebben +gevestigd. Uit den aard van de zaak moet dit dus wel onvolledig werk +zijn.</p> +<p>De ruimte waaraan wij gebonden waren, heeft ons overal zeer groote +beperkingen opgelegd.</p> +<p>Waar het vervolgens mogelijk en doenbaar was, lieten wij Marx met +zijn eigen woorden en in zijn eigen taal aan het woord. Het noodige +verband is er door ons,—hier en daar door middel van de populaire +uiteenzetting van Karel Kautsky daarbij te gebruiken,—aan de +brokstukken toegevoegd. Maar wij vleien ons, den gemiddelden lezer, een +goed begrip te hebben gegeven van Marx’ denkbeelden. Zoo ook van +zijn levenswerk „<span lang="de">Das Kapital</span>” voor +een belangrijk gedeelte, duidelijk te hebben ontwikkeld, datgene, wat +er, naar men zou kunnen zeggen, de grondpijlers van vormt. <span class= +"pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">I</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="main">Inhoud.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first tocChapter"><a href="#voorwoord">Voorwoord</a> + <span class="tocPagenum">Bladz. I.</span></p> +<p class="tocChapter"><a href="#inleiding">Inleiding</a>. + <span class="tocPagenum">Bladz. +VII.</span></p> +<p class="tocArgument">Beteekenis van het socialisme, <span class= +"corr" id="xd19e7374" title="Bron: blaz.">bladz.</span> VI. Communisme +der Evangelieën en Middeneeuwen, bladz. VII. Wortels van de +moderne sociaal-demokratie: Plato, Thomas Morus, Sekten +vóór de Hervorming, bladz. VIII. Sekte der Kwakers: John +Bellers;—Staatsromans van Thomas Hobbes en in de 18<sup>e</sup> +eeuw—„Testament van Jean Meslier”<span class="corr" +id="xd19e7380" title="Niet in bron">,</span> bladz. X. Utopieën +der 18<sup>e</sup> eeuw: Morelly, de Mably, Brissot de Warville, bladz. +XI.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#pt1"><i>Eerste Gedeelte</i></a> + <span class="tocPagenum">Bladz. 13.</span></p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch1.1">Hoofdstuk I</a>.</p> +<p class="tocArgument">De Fransche Revolutie van 1789<span class="corr" +id="xd19e7400" title="Bron: .">,</span> bladz. 13. Jean Paul Marat, +François Boissel<span class="corr" id="xd19e7403" title= +"Niet in bron">,</span> bladz. 14. Saint-Just en Babeuf<span class= +"corr" id="xd19e7406" title="Niet in bron">,</span> bladz. 15. Het +Eerste fransche Keizerrijk, bladz. 18.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch1.2">Hoofdstuk II</a> + <span class="tocPagenum">Bladz. 20.</span></p> +<p class="tocArgument"><span class="ex">De Socialistische +Utopisten</span>. Graaf de Saint-Simon, bladz. 21. Brieven uit +Genève, bladz. 22. „Inleiding tot een wetenschappelijken +arbeid der 19<sup>e</sup> eeuw”, bladz. 24. Saint-Simon’s +ethiek, bladz. 25. Over de hervorming van de europeesche samenleving, +bladz. 27. „Over de Industrie<span class="corr" id="xd19e7423" +title="Bron: ,”">”,</span> bladz. 28. Verhandelingen +<span class="corr" id="xd19e7426" title="Bron: overder">over de</span> +politiek,—Scheiding van Saint-Simon en A. Thierry, bladz. 31. +Verschijning van L’organisateur; le „Parabole” (de +gelijkenissen)<span class="corr" id="xd19e7429" title= +"Niet in bron">,</span> bladz. 32. „Het nieuwe +Christendom,” bladz. 35. Saint-Simon’s einde, bladz. +39.</p> +<p class="tocArgument">Charles Fourier, bladz. 40. „Theorie van +de vier Bewegingen”, bladz. 42. De „nieuwe industrieele en +<span class="corr" id="xd19e7434" title= +"Bron: sociètaire">sociëtaire</span> wereld”, bladz. +47. „<span lang="fr">L’harmonie Universelle et le +Phalanstère</span><span class="corr" id="xd19e7439" title= +"Bron: ,”">”,</span> bladz. 48. Leven in een Fouriersche +„<span class="corr" id="xd19e7442" title= +"Bron: Phalansthère">Phalanstère</span>”, bladz. +55. Verdeeling der arbeidsopbrengst, bladz. 56. Fourier over +Bevolkingsleer, bladz. 59. De „phazen der beschaving en hare +eigenschappen” bij Fourier, bladz. 61. Critiek op Handel en +Staatswezen, bladz. 63. De Fouriersche school, Fourier’s dood, +bladz. 65. <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name= +"pb279">II</a>]</span></p> +<p class="tocArgument">Robert Owen, bladz. 65. Owen’s eerste +optreden als fabrikant, bladz. 68–69. Owen’s optreden als +sociaal fabrikant,—de Inrichtingen van „New Lanark”, +bladz. 73. De eerste kleine-kinderen bewaarplaats door Owen gesticht, +bladz. 75. Owen’s grondprincipes, bladz. 76. „Nieuwe +inzichten omtrent de samenleving” enz., bladz. 77. Owen in +aanzien, bladz. 81. Owen verlaat New-Lanark, bladz. 82. Kolonie +„New Harmony”, bladz. 83. Ruilbank-plannen, bladz. 84. Het +werk „<span lang="en">The New Moral World</span>”, bladz. +84. Denkbeelden over de menschelijke natuur, bladz. 84. Over de +verdeeling van den rijkdom, bladz. 85. Over de taak van het +staatsbestuur, bladz. 87. Critiek op de arbeidstoestanden en op den +Godsdienst, bladz. 87. Over belastingen, bladz. 88. Over de vestiging +der „<span class="corr" id="xd19e7451" title= +"Bron: Communiëteiten">Communiteiten</span>”, bladz. 89. +Overgangsbepalingen van de oude maatschappij naar de <span class="corr" +id="xd19e7454" title="Bron: communiëteiten">communiteiten</span>, +bladz. 92. De „Vierentwintig stellingen”, bladz. +92–93. Owen’s vergelijking met de wervels, bladz. 96. Owen +en de „Heilige Alliantie”, bladz. 98. Hervormingen der +<span class="corr" id="xd19e7457" title="Bron: Trades-Unions">Trade +Unions</span>, bladz. 99. Owen’s einde, bladz. 100. Samenvatting +der utopistische denkbeelden, bladz. 101.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#pt2"><i>Tweede Gedeelte</i></a> + <span class="tocPagenum">Bladz. +102.</span></p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch2.1">Hoofdstuk I</a>.</p> +<p class="tocArgument">De ontwikkeling der philosophie. Verband van +Kant, Fichte en Hegel met de denkbeelden van Marx, bladz. 103. Het +engelsche Materialisme der 17<sup>e</sup> eeuw, 103–104. Invloed +van John Locke en David Hume op het fransche Materialisme der +18<sup>e</sup> eeuw;—Helvetius „De L’Homme”, +bladz. 104. Kant’s <span class="corr" id="xd19e7481" title= +"Niet in bron">„</span><span class="corr" id="xd19e7483" title= +"Bron: kritiek">Kritiek</span> der zuivere Rede”, bladz. 105. +Kant’s „Antimonieën”, bladz. 106. Fichte’s +aanknooping aan Kant, bladz. 106. Schelling en Hegel, bladz. 107. +Hegel’s „dialektiek” in de geschiedeniswetenschap, +bladz. 108. Kant’s Moraal en Fichte’s +„Rechtsstaat,” bladz. 110. Hegel’s philosophische +grondstelling, bladz. 110–111.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch2.2">Hoofdstuk II</a>.</p> +<p class="tocArgument">De critiek op de Hegelsche philosophie, bladz. +112. L. Feuerbach’s „<span lang="de">Wesen des +Christenthums</span>”, De stellingen van Marx over Feuerbach, +bladz. 112–113. Karel Marx’ eerste optreden, bladz. 115. +Marx’ jongelingsjaren en zijn connekties met Arnold Ruge enz., +bladz. 116. Verhouding tot de familie von Westphalen, bladz. 116. Marx +in connektie met Bruno Bauer, Köppen, enz., bladz. 117. +Marx’ promotie aan de Hoogeschool te +Jena—„<span lang="de"><span class="corr" id="xd19e7496" +title="Bron: De">Die</span> Rheinische +Zeitung</span>”—Opheffing dier Courant. Huwelijk van +Marx—Marx’ vertrek naar Parijs—„<span lang= +"de"><span class="corr" id="xd19e7501" title= +"Bron: Deutsch-Französichen">Deutsch-Französische</span> +<span class="corr" id="xd19e7504" title= +"Bron: Jahrbûcher">Jahrbücher</span></span>”, bladz. +118–119.</p> +<p class="tocArgument">Arbeid van 1843—Critiek op de +Rechtsphilosophie, bladz. 120–134. Artikelen van Marx over +„de Jodenkwestie”, bladz. 135–146. Eerste +samentreffen met Friedrich Engels, bladz. 146. De „<span class= +"corr" id="xd19e7509" title= +"Bron: Vorwârts">Vorwärts</span>” uit Parijs en +<span class="corr" id="xd19e7512" title= +"Bron: Engel’s">Engels’</span> „Positie der +arbeidende klassen in Engeland”, bladz. 147. Samenwerking met +Engels te Brussel, bladz. 147–148. „De Heilige +Familie”, bladz. 148–155. <span class="pagenum">[<a id= +"pb280" href="#pb280" name="pb280">III</a>]</span></p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch2.3">Hoofdstuk III</a>.</p> +<p class="tocArgument"><span class="ex">Marx tegen +Proudhon.</span>—„De ellende der Philosophie” +antwoord van Marx aan Proudhon, bladz. 156. Proudhon’s Economie, +bladz. 158–160. Proudhon’s geschiedenisconstruktie, bladz. +161–163. Marx’ eerste, systematische beschouwing over de +ontwikkeling der klassen, bladz. 164–166. Over de +„Economen”, bladz. 166–167. Over de +„Socialisten”, bladz. 167–168. Marx’ +systematische beschouwingen over de werkplaats en de ontwikkeling der +Fabriek, bladz. 169–172. Marx <span class="ex">over</span> +„<span class="ex">werkstakingen en +vakvereenigingen</span>.” Systematische beschouwing, over de +historische taak van vak-arbeiders, bladz. 173–175.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch2.4">Hoofdstuk IV</a>.</p> +<p class="tocArgument">Het historisch Materialisme, bladz. 176. +Ontwikkeling der dialektiek van Hegel, bladz. 177. „De nieuwe +levensbeschouwing en het „Humanitaire” +socialisme<span class="corr" id="xd19e7536" title= +"Niet in bron">”</span>, bladz. 177. Systematische uiteenzetting +van het Historisch Materialisme—<span class="ex">Voorrede</span> +van „De critiek der staathuishoudkunde<span class="corr" id= +"xd19e7542" title="Niet in bron">”</span> (1839). bladz. +178–180. „<span lang="de">Deutsche Brusseler +Zeitung</span>” en „<span lang="de"><span class="corr" id= +"xd19e7549" title="Bron: Westphalische">Westphälisches</span> +Dampfboot</span>”—Arbeid in Brussel—Samenwerking met +Moritz Hesz, Wilhelm Wolff enz. bladz. 180. Tegen het +„ware” Socialisme,—Oprichting<a id="xd19e7554" name= +"xd19e7554"></a> van den „Communistenbond” te <span class= +"corr" id="xd19e7556" title="Bron: London">Londen</span>, bladz. +180–181. Het Communistisch Manifest, bladz. 181–195. +Periode der „<span lang="de">Neue Rheinische +Zeitung</span>”.—Ondergang dier Courant—Dichtregelen +van Freiligrath<span class="corr" id="xd19e7562" title= +"Niet in bron">,</span> bladz. 195–197. Over „Vrije +Handel”, bladz. 198–199.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#pt3"><i>Derde Gedeelte</i></a> + <span class="tocPagenum">Bladz. +200.</span></p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch3.5">Hoofdstuk V</a>.</p> +<p class="tocArgument"><span class="ex">De critiek op het +kapitalisme</span>.—„<span lang="de">Das +Kapital</span>”—Oordeel van een Russisch critikus uit het +„Voorwoord,” bladz. 201–<span class="corr" id= +"xd19e7585" title="Bron: 103">203</span>. De Analyse van de Waar, +203–205. De Waarde der Waren<span class="corr" id="xd19e7588" +title="Niet in bron">,</span> bladz. 205–208. De Arbeidskracht +als Waar, bladz. 208–210.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch3.6">Hoofdstuk VI</a>.</p> +<p class="tocArgument"><span class="ex">Het Geld.</span> Funktie en +beweging van het geld onder het kapitalisme, bladz. 211–218. +Verandering van geld in kapitaal, bladz. 118–221. Voortbrenging +van de Méérwaarde, bladz. 221–224. Het gewicht van +de arbeidskracht daarbij, bladz. 224–225. De +„relatieve” meerwaarde, bladz. 225–227.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch3.7">Hoofdstuk VII</a>.</p> +<p class="tocArgument"><span class="ex">Machinerie en +groot-industrie</span>, bladz. 228–234. Verlenging van den +arbeidsdag daardoor, 234–236. Intensiviteit van den arbeid, +236–237. De Fabriek, 237–239. Machine en Arbeiders, bladz. +239–241. <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name= +"pb281">IV</a>]</span></p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch3.8">Hoofdstuk VIII</a>.</p> +<p class="tocArgument"><span class="ex">Het Arbeidsloon</span>, bladz. +242–244. Dagwaarde van de arbeidskracht, bladz. +244–246.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch3.9">Hoofdstuk IX</a>.</p> +<p class="tocArgument"><span class="ex">Het Akkumulatieproces van het +kapitaal</span>, bladz. 247–250. Hoe meerwaarde tot kapitaal +wordt, bladz. 250–259. Concentratie van het Kapitaal, bladz. +259–269. De Industrieele reservearmée, bladz. +264–266.</p> +<p class="tocChapter"><a href="#ch3.10">Hoofdstuk X</a>.</p> +<p class="tocArgument">De tendenzen der kapitalistische +produktiewijze—z. g. n. „Oorspronkelijke” +akkumulatie, bladz. 267–272. Het „Genesis der industrieele +kapitalisten.” De historische zending van de kapitalistische +akkumulatie, bladz. 274. De „onteigening der onteigenaars”, +bladz. 272–276. Slot, bladz. 276.</p> +</div> +</div> +<div class="div1 errata"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 class="main">Verbeteringen.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td>Bladz.</td> +<td>126, 17<sup>e</sup> regel van boven af, staat: <span class= +"ex">à pari</span>, moet zijn: <i>al pari</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>„</td> +<td>203, 12<sup>e</sup> regel van boven af, staat: <span class= +"ex">vormt</span>, moet zijn: <i>vorm</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>„</td> +<td>207, 16<sup>e</sup> regel van boven af, staat: <span class= +"ex">staan</span>, moet zijn: <i>staat</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>„</td> +<td>208, 11<sup>e</sup> regel van onder af, staat: <span class= +"ex">geschikte</span>, moet zijn: <i>geschiktheid</i>.</td> +</tr> +<tr> +<td>„</td> +<td>226, 8<sup>ste</sup> regel van onderaf staat: <span class= +"ex">waren der waarde</span>, moet zijn: <i>waarde der waren</i>.</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> +<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd19e7710width"><img src="images/back.jpg" alt= +"Oorspronkelijke achterkant." width="546" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> +<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen +overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de +<a class="exlink xd19e27" title="Externe link" href= +"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg +Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd19e27" +title="Externe link" href= +"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie +team op <a class="exlink xd19e27" title="Externe link" href= +"https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p class="first">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen +poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in +het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd +met het corr-element.</p> +<p>De oorspronkelijke eindredactie van dit werk liet op een aantal +punten te wensen over. Met name het gebruik van aanhalingstekens was +erg inconsistent. Er is gepoogd in deze editie hier enige verbetering +in aan te brengen, maar het kan zijn dat hierbij toch nog wat fouten +zijn geslopen. Ook is niet in alle gevallen de spelling van woorden +consistent gemaakt.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2010-08-14 Begonnen.</li> +</ul> +<h3 class="main">Externe Referenties</h3> +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn +dat deze links voor u niet werken.</p> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctiontable" summary= +"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e155">II</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2096">70</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2150">72</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3024">110</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4535">171</a></td> +<td class="width40 bottom">eenigzins</td> +<td class="width40 bottom">eenigszins</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e162">II</a></td> +<td class="width40 bottom">sociaal-demakratie</td> +<td class="width40 bottom">sociaal-demokratie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e170">III</a></td> +<td class="width40 bottom">fransche</td> +<td class="width40 bottom">Fransche</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e176">III</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3942">146</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3950">146</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3981">147</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5452">200</a></td> +<td class="width40 bottom">Friederich</td> +<td class="width40 bottom">Friedrich</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e179">III</a></td> +<td class="width40 bottom">Marx’</td> +<td class="width40 bottom">Marx</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e184">III</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1560">50</a></td> +<td class="width40 bottom">paralel</td> +<td class="width40 bottom">parallel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e206">V</a></td> +<td class="width40 bottom">sociaal-democraat</td> +<td class="width40 bottom">sociaal-demokraat</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e210">V</a></td> +<td class="width40 bottom">sociaal-democratie</td> +<td class="width40 bottom">sociaal-demokratie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e218">V</a></td> +<td class="width40 bottom">sociaal-democraten</td> +<td class="width40 bottom">sociaal-demokraten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e230">VI</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2964">107</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2997">109</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3645">138</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4306">161</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5040">189</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5934">217</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6359">232</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6459">237</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6732">248</a></td> +<td class="width40 bottom">,</td> +<td class="width40 bottom">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e239">VI</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e447">X</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e843">25</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1351">41</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1940">62</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2284">77</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2637">92</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2728">96</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3681">139</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3710">139</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3848">143</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4078">150</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4311">161</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4314">161</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4846">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5012">188</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5231">195</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5249">195</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5428">199</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5720">208</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5886">215</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6000">220</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6195">225</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6211">225</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6243">227</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6504">240</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6518">240</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6932">256</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6961">257</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7045">263</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7050">263</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7087">265</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7380">I</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7403">I</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7406">I</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7429">I</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7562">III</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7588">III</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e243">VI</a></td> +<td class="width40 bottom">Zijn</td> +<td class="width40 bottom">zijn</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e246">VI</a></td> +<td class="width40 bottom">soalisten</td> +<td class="width40 bottom">socialisten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e249">VI</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e321">IX</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e369">IX</a>, <a class="pageref" href="#xd19e793">23</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e898">27</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1153">34</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1567">50</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1937">62</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2103">70</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2129">71</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2134">71</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2325">78</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2760">98</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3011">109</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3712">139</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3902">145</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3935">146</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4034">148</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4287">160</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4444">168</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4472">169</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4541">171</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4560">172</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4815">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5090">191</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5122">192</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5268">195</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5345">196</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5424">199</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5953">218</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6586">243</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6589">243</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6696">246</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6943">256</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7009">260</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7092">265</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7536">III</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7542">III</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e271">VII</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e788">23</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e873">26</a>, <a class="pageref" href="#xd19e907">27</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2051">67</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3989">147</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4925">185</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e290">VIII</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e533">XII</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e680">17</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1136">34</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2408">82</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2709">96</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3851">143</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3853">143</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5810">211</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6317">231</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6861">252</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7159">269</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7554">III</a></td> +<td class="width40 bottom">,</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e292">VIII</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2056">67</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2112">70</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3485">129</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3788">141</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4810">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5252">195</a></td> +<td class="width40 bottom">onmiddelijk</td> +<td class="width40 bottom">onmiddellijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e353">IX</a></td> +<td class="width40 bottom">Campannella</td> +<td class="width40 bottom">Campanella</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e391">X</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4240">158</a></td> +<td class="width40 bottom">onmiddelijken</td> +<td class="width40 bottom">onmiddellijken</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e401">X</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e549">13</a></td> +<td class="width40 bottom">achtiende</td> +<td class="width40 bottom">achttiende</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e409">X</a></td> +<td class="width40 bottom">Jeacques</td> +<td class="width40 bottom">Jacques</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e420">X</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e973">28</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1477">46</a></td> +<td class="width40 bottom">;</td> +<td class="width40 bottom">:</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e435">X</a></td> +<td class="width40 bottom">Testatement</td> +<td class="width40 bottom">Testament</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e454">XI</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1630">53</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2334">79</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3423">127</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3513">131</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3602">136</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3615">136</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4109">151</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4126">152</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4145">153</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5029">189</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5168">193</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5234">195</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5621">206</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5857">214</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5936">217</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6334">231</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6491">239</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6597">243</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6602">243</a></td> +<td class="width40 bottom">”</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e462">XI</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e634">16</a></td> +<td class="width40 bottom">Morellij</td> +<td class="width40 bottom">Morelly</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e475">XI</a></td> +<td class="width40 bottom">‘</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e485">XI</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3546">133</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4131">152</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4177">155</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5947">218</a></td> +<td class="width40 bottom">onmiddelijke</td> +<td class="width40 bottom">onmiddellijke</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e488">XI</a></td> +<td class="width40 bottom">Morrelly</td> +<td class="width40 bottom">Morelly</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e493">XI</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e637">16</a></td> +<td class="width40 bottom">Mablij</td> +<td class="width40 bottom">Mably</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e525">XII</a></td> +<td class="width40 bottom">propagande</td> +<td class="width40 bottom">propaganda</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e561">13</a></td> +<td class="width40 bottom">kleineburgers</td> +<td class="width40 bottom">kleine burgers</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e566">13</a></td> +<td class="width40 bottom">revolutie-tijperk</td> +<td class="width40 bottom">revolutie-tijdperk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e576">14</a></td> +<td class="width40 bottom">Mirabeaux</td> +<td class="width40 bottom">Mirabeau</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e609">15</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e611">15</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e672">16</a>, <a class="pageref" href="#xd19e677">17</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e896">27</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1548">50</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3278">120</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3516">131</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3923">145</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4329">162</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4533">171</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4550">171</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4556">171</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5415">198</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5417">198</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5484">202</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5487">202</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5489">202</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5491">202</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5495">202</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5503">203</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5509">203</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6296">230</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6522">240</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7262">273</a></td> +<td class="width40 bottom">„</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e651">16</a></td> +<td class="width40 bottom">Jeaeques</td> +<td class="width40 bottom">Jacques</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e659">16</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e798">23</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e808">23</a>, <a class="pageref" href="#xd19e976">28</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e981">28</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1150">34</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1159">34</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1603">52</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1610">52</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1614">52</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1619">52</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1637">54</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1643">54</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1686">56</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1692">57</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2137">71</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2231">75</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2322">78</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2328">78</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2737">97</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2743">97</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2899">104</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2992">108</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3612">136</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3629">137</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3649">138</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3745">140</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3760">140</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3781">141</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3785">141</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3797">142</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3804">142</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3811">142</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3817">143</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3821">143</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3831">143</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3835">143</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3856">143</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3861">144</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3865">144</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3869">144</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3873">144</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3877">144</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3881">144</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3892">144</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3897">144</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3915">145</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3926">145</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3932">146</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4097">151</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4218">157</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4354">163</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4361">163</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4383">164</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4394">165</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4405">166</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4409">166</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4423">167</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4430">167</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4447">168</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4451">168</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4461">168</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4478">169</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4482">169</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4486">169</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4497">170</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4503">170</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4513">170</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4553">171</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4613">174</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4617">174</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4624">174</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4630">174</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4642">175</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4649">175</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4653">175</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4657">175</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4832">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4836">182</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4843">182</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4851">183</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4855">183</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4859">183</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4863">183</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4867">183</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4874">183</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4878">183</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4884">184</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4888">184</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4902">184</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4909">184</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4913">184</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4920">184</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4935">185</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4939">185</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4956">186</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4963">186</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4967">186</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4977">186</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4981">186</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4991">187</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4995">187</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5001">188</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5005">188</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5009">188</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5016">188</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5020">188</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5026">189</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5044">189</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5061">190</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5079">191</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5083">191</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5087">191</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5114">192</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5130">192</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5136">192</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5148">192</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5155">193</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5171">193</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5180">193</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5184">193</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5188">193</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5193">194</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5197">194</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5202">194</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5215">194</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5259">195</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5263">195</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5421">199</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5500">203</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5583">205</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5852">213</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5881">215</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5895">216</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5899">216</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5903">216</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5912">217</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5916">217</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5928">217</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5944">218</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5986">219</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6185">225</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6220">226</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6226">226</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6249">227</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6272">229</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6331">231</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6377">233</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6403">234</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6427">235</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6499">239</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6607">243</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6630">244</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6637">244</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6645">244</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6746">248</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6792">250</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6806">251</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6825">251</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6829">251</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6840">251</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6844">251</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6850">252</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6872">252</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6876">252</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6885">253</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6889">253</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6990">259</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7015">261</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7027">262</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7054">263</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7082">265</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7143">269</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7147">269</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7162">269</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7172">270</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7188">270</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7247">272</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7272">274</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7302">275</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7312">275</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7321">276</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7481">II</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e664">16</a></td> +<td class="width40 bottom">commmun</td> +<td class="width40 bottom">commun</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e667">16</a></td> +<td class="width40 bottom">Robespiere</td> +<td class="width40 bottom">Robespierre</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e682">17</a></td> +<td class="width40 bottom">vasstelling</td> +<td class="width40 bottom">vaststelling</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e729">20</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6936">256</a></td> +<td class="width40 bottom">kapitalische</td> +<td class="width40 bottom">kapitalistische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e749">21</a></td> +<td class="width40 bottom">beroemste</td> +<td class="width40 bottom">beroemdste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e819">24</a></td> +<td class="width40 bottom">Genéve</td> +<td class="width40 bottom">Genève</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e853">25</a></td> +<td class="width40 bottom">Dëisme</td> +<td class="width40 bottom">Deïsme</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e880">26</a></td> +<td class="width40 bottom">Saint Simon’s</td> +<td class="width40 bottom">Saint-Simon’s</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e912">27</a></td> +<td class="width40 bottom">questie</td> +<td class="width40 bottom">quaestie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e935">27</a></td> +<td class="width40 bottom">nêer</td> +<td class="width40 bottom">neêr</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e956">28</a></td> +<td class="width40 bottom">bevoegheden</td> +<td class="width40 bottom">bevoegdheden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1000">29</a></td> +<td class="width40 bottom">monopolieën</td> +<td class="width40 bottom">monopoliën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1008">29</a></td> +<td class="width40 bottom">vasgezet</td> +<td class="width40 bottom">vastgezet</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1027">30</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1596">52</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">-</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1030">30</a></td> +<td class="width40 bottom">handel-</td> +<td class="width40 bottom">handels-</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1058">31</a></td> +<td class="width40 bottom">ls</td> +<td class="width40 bottom">la</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1064">31</a></td> +<td class="width40 bottom">en en</td> +<td class="width40 bottom">en</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1079">32</a></td> +<td class="width40 bottom">céléste</td> +<td class="width40 bottom">céleste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1095">32</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4162">154</a></td> +<td class="width40 bottom">critiesch</td> +<td class="width40 bottom">critisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1101">32</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5564">204</a></td> +<td class="width40 bottom">;</td> +<td class="width40 bottom">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1107">33</a></td> +<td class="width40 bottom">natieën</td> +<td class="width40 bottom">natiën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1110">33</a></td> +<td class="width40 bottom">al</td> +<td class="width40 bottom">àl</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1113">33</a></td> +<td class="width40 bottom">ál</td> +<td class="width40 bottom">àl</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1116">33</a></td> +<td class="width40 bottom">verlezen</td> +<td class="width40 bottom">verliezen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1130">34</a></td> +<td class="width40 bottom">hevig</td> +<td class="width40 bottom">bezig</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1133">34</a></td> +<td class="width40 bottom">gehouden</td> +<td class="width40 bottom">te houden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1171">35</a></td> +<td class="width40 bottom">Industrieels</td> +<td class="width40 bottom">Industriels</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1197">37</a></td> +<td class="width40 bottom">fëodaal</td> +<td class="width40 bottom">feodaal</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1200">37</a></td> +<td class="width40 bottom">Industrieeleen</td> +<td class="width40 bottom">Industrieelen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1209">37</a></td> +<td class="width40 bottom">industriëelen</td> +<td class="width40 bottom">industrieelen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1212">37</a></td> +<td class="width40 bottom">indus-dueele</td> +<td class="width40 bottom">individueele</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1218">37</a></td> +<td class="width40 bottom">grootste</td> +<td class="width40 bottom">grootst</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1226">37</a></td> +<td class="width40 bottom">catechismis</td> +<td class="width40 bottom">catechismus</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1229">37</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1951">63</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e1953">63</a></td> +<td class="width40 bottom">.</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1248">38</a></td> +<td class="width40 bottom">Systeme</td> +<td class="width40 bottom">Système</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1252">38</a></td> +<td class="width40 bottom">regilie</td> +<td class="width40 bottom">religie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1258">38</a></td> +<td class="width40 bottom">menschelijk</td> +<td class="width40 bottom">menschelijke</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1262">38</a></td> +<td class="width40 bottom">egöistisch</td> +<td class="width40 bottom">egoïstisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1267">38</a></td> +<td class="width40 bottom">hearesie</td> +<td class="width40 bottom">haeresie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1309">39</a></td> +<td class="width40 bottom">Thierrij</td> +<td class="width40 bottom">Thierry</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1312">39</a></td> +<td class="width40 bottom">Pieure</td> +<td class="width40 bottom">Pierre</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1336">40</a></td> +<td class="width40 bottom">Forier</td> +<td class="width40 bottom">Fourier</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1348">41</a></td> +<td class="width40 bottom">dankbeelden</td> +<td class="width40 bottom">denkbeelden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1364">41</a></td> +<td class="width40 bottom">tusschenbeiden</td> +<td class="width40 bottom">tusschen beiden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1377">42</a></td> +<td class="width40 bottom">zeerste</td> +<td class="width40 bottom">eerste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1382">42</a></td> +<td class="width40 bottom">theorie</td> +<td class="width40 bottom">théorie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1420">43</a></td> +<td class="width40 bottom">instinkmatige</td> +<td class="width40 bottom">instinktmatige</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1454">45</a></td> +<td class="width40 bottom">zôu</td> +<td class="width40 bottom">zoû</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1468">45</a></td> +<td class="width40 bottom">doorsnêe-leeftijd</td> +<td class="width40 bottom">doorsneê-leeftijd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1480">46</a></td> +<td class="width40 bottom">verschillendde</td> +<td class="width40 bottom">verschillende</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1502">47</a></td> +<td class="width40 bottom">Theorie</td> +<td class="width40 bottom">Théorie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1513">47</a></td> +<td class="width40 bottom">phanlanstère</td> +<td class="width40 bottom">phalanstère</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1530">49</a></td> +<td class="width40 bottom">geisoleerde</td> +<td class="width40 bottom">geïsoleerde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1584">51</a></td> +<td class="width40 bottom">phalanstéré</td> +<td class="width40 bottom">phalanstère</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1587">51</a></td> +<td class="width40 bottom">phalanstéres</td> +<td class="width40 bottom">phalanstères</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1594">52</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3997">148</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5493">202</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5826">212</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6234">227</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6265">228</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6294">230</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6386">233</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6406">234</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6481">239</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6533">241</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6535">241</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6674">245</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7258">273</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7264">273</a></td> +<td class="width40 bottom">-</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1599">52</a></td> +<td class="width40 bottom">gëevenredigd</td> +<td class="width40 bottom">geëvenredigd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1606">52</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3454">128</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3457">128</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6327">231</a></td> +<td class="width40 bottom">massas</td> +<td class="width40 bottom">massa’s</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1649">55</a></td> +<td class="width40 bottom">phalansère</td> +<td class="width40 bottom">phalanstère</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1652">55</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e1671">55</a></td> +<td class="width40 bottom">phalanstére</td> +<td class="width40 bottom">phalanstère</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1657">55</a></td> +<td class="width40 bottom">phalansitére</td> +<td class="width40 bottom">phalanstère</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1662">55</a></td> +<td class="width40 bottom">sèance</td> +<td class="width40 bottom">séance</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1668">55</a></td> +<td class="width40 bottom">wêer</td> +<td class="width40 bottom">weêr</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1699">57</a></td> +<td class="width40 bottom">phalanstèrie</td> +<td class="width40 bottom">phalanstère</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1704">58</a></td> +<td class="width40 bottom">arbeidsopbrengt</td> +<td class="width40 bottom">arbeidsopbrengst</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1709">58</a></td> +<td class="width40 bottom">harmoniet</td> +<td class="width40 bottom">harmonie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1741">60</a></td> +<td class="width40 bottom">vrucbtbaarheid</td> +<td class="width40 bottom">vruchtbaarheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1780">61</a></td> +<td class="width40 bottom">adelijke</td> +<td class="width40 bottom">adellijke</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1932">62</a></td> +<td class="width40 bottom">peinigt</td> +<td class="width40 bottom">pijnigt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1965">64</a></td> +<td class="width40 bottom">overgangstand</td> +<td class="width40 bottom">overgangsstand</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1968">64</a></td> +<td class="width40 bottom">ontwikkeligs-phaze</td> +<td class="width40 bottom">ontwikkelings-phaze</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1975">64</a></td> +<td class="width40 bottom">ondernemenswinst</td> +<td class="width40 bottom">ondernemerswinst</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1989">65</a></td> +<td class="width40 bottom">Fourrier’s</td> +<td class="width40 bottom">Fourier’s</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1994">65</a></td> +<td class="width40 bottom">sociètaire</td> +<td class="width40 bottom">sociétaire</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2004">65</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3329">122</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e3430">127</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7400">I</a></td> +<td class="width40 bottom">.</td> +<td class="width40 bottom">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2007">65</a></td> +<td class="width40 bottom">Joung</td> +<td class="width40 bottom">Young</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2010">65</a></td> +<td class="width40 bottom">Algerië</td> +<td class="width40 bottom">Algerije</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2034">66</a></td> +<td class="width40 bottom">klein-produkte</td> +<td class="width40 bottom">kleinproductie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2045">67</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4791">181</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e4818">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5461">201</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6654">244</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e7556">III</a></td> +<td class="width40 bottom">London</td> +<td class="width40 bottom">Londen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2048">67</a></td> +<td class="width40 bottom">cliëntéle</td> +<td class="width40 bottom">cliëntèle</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2087">69</a></td> +<td class="width40 bottom">onrechtte</td> +<td class="width40 bottom">onrechte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2115">70</a></td> +<td class="width40 bottom">gebasseerd</td> +<td class="width40 bottom">gebaseerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2166">72</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4235">157</a></td> +<td class="width40 bottom">als</td> +<td class="width40 bottom">dan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2173">72</a></td> +<td class="width40 bottom">wêerleggen</td> +<td class="width40 bottom">weêrleggen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2185">73</a></td> +<td class="width40 bottom">tewerk</td> +<td class="width40 bottom">te werk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2191">73</a></td> +<td class="width40 bottom">cöoperatieven</td> +<td class="width40 bottom">coöperatieven</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2243">75</a></td> +<td class="width40 bottom">beinvloeden</td> +<td class="width40 bottom">beïnvloeden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2252">76</a></td> +<td class="width40 bottom">Londonsche</td> +<td class="width40 bottom">Londensche</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2261">76</a></td> +<td class="width40 bottom">gevolgea</td> +<td class="width40 bottom">gevolgen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2265">76</a></td> +<td class="width40 bottom">opdat dat</td> +<td class="width40 bottom">opdat</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2272">76</a></td> +<td class="width40 bottom">bemoeiengen</td> +<td class="width40 bottom">bemoeiingen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2281">77</a></td> +<td class="width40 bottom">bij</td> +<td class="width40 bottom">hij</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2293">77</a></td> +<td class="width40 bottom">Societij</td> +<td class="width40 bottom">Society</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2296">77</a></td> +<td class="width40 bottom">Essaijs</td> +<td class="width40 bottom">Essays</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2302">77</a></td> +<td class="width40 bottom">gerichtte</td> +<td class="width40 bottom">gerichte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2312">78</a></td> +<td class="width40 bottom">waar</td> +<td class="width40 bottom">maar</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2319">78</a></td> +<td class="width40 bottom">bëinvloed</td> +<td class="width40 bottom">beïnvloed</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2344">80</a></td> +<td class="width40 bottom">groot-Brittanje</td> +<td class="width40 bottom">Groot-Brittanje</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2350">80</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">en</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2366">80</a></td> +<td class="width40 bottom">omvatten</td> +<td class="width40 bottom">omvattend</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2371">81</a></td> +<td class="width40 bottom">hebben</td> +<td class="width40 bottom">hebbend</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2374">81</a></td> +<td class="width40 bottom">enquète</td> +<td class="width40 bottom">enquête</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2410">82</a></td> +<td class="width40 bottom">Mejïko</td> +<td class="width40 bottom">Mexiko</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2455">84</a></td> +<td class="width40 bottom">Gallilëi</td> +<td class="width40 bottom">Gallileï</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2485">86</a></td> +<td class="width40 bottom">leidzaam</td> +<td class="width40 bottom">lijdzaam</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2497">87</a></td> +<td class="width40 bottom">nuclëus</td> +<td class="width40 bottom">nucleus</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2500">87</a></td> +<td class="width40 bottom">nuclëi</td> +<td class="width40 bottom">nuclei</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2533">88</a></td> +<td class="width40 bottom">leerlingen</td> +<td class="width40 bottom">leeringen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2559">89</a></td> +<td class="width40 bottom">vierde</td> +<td class="width40 bottom">Vierde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2569">90</a></td> +<td class="width40 bottom">geschikste</td> +<td class="width40 bottom">geschiktste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2604">91</a></td> +<td class="width40 bottom">zijn</td> +<td class="width40 bottom">zij</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2612">91</a></td> +<td class="width40 bottom">zesde</td> +<td class="width40 bottom">Zesde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2693">95</a></td> +<td class="width40 bottom">klasseverdeeling</td> +<td class="width40 bottom">klassenverdeeling</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2706">96</a></td> +<td class="width40 bottom">chaötischen</td> +<td class="width40 bottom">chaotischen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2717">96</a></td> +<td class="width40 bottom">wêerzinwekkendheid</td> +<td class="width40 bottom">weêrzinwekkendheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2720">96</a></td> +<td class="width40 bottom">weerzinwekkende</td> +<td class="width40 bottom">weêrzinwekkende</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2777">98</a></td> +<td class="width40 bottom">gëeigende</td> +<td class="width40 bottom">geëigende</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2792">99</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e2797">99</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e2813">99</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7095">265</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7457">II</a></td> +<td class="width40 bottom">Trades-Unions</td> +<td class="width40 bottom">Trade Unions</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2800">99</a></td> +<td class="width40 bottom">Trades-Unions-mannen</td> +<td class="width40 bottom">Trade Union-mannen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2928">105</a></td> +<td class="width40 bottom">nevelmassas</td> +<td class="width40 bottom">nevelmassa’s</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2938">106</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">van</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2980">108</a></td> +<td class="width40 bottom">halstarrige</td> +<td class="width40 bottom">halsstarrige</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3000">109</a></td> +<td class="width40 bottom">menscb</td> +<td class="width40 bottom">mensch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3019">109</a></td> +<td class="width40 bottom">theoriën</td> +<td class="width40 bottom">theorieën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3031">110</a></td> +<td class="width40 bottom">vloeing</td> +<td class="width40 bottom">vloeiing</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3124">115</a></td> +<td class="width40 bottom">mysterieën</td> +<td class="width40 bottom">mysteriën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3146">115</a></td> +<td class="width40 bottom">gëinterpreteerd</td> +<td class="width40 bottom">geïnterpreteerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3197">118</a></td> +<td class="width40 bottom">’tjaar</td> +<td class="width40 bottom">’t jaar</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3204">118</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3240">118</a></td> +<td class="width40 bottom">zeitung</td> +<td class="width40 bottom">Zeitung</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3207">118</a></td> +<td class="width40 bottom">vooàf</td> +<td class="width40 bottom">vooràf</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3285">120</a></td> +<td class="width40 bottom">uebermensch</td> +<td class="width40 bottom">übermensch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3288">120</a></td> +<td class="width40 bottom">weerschijn</td> +<td class="width40 bottom">weêrschijn</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3296">120</a></td> +<td class="width40 bottom">societeit</td> +<td class="width40 bottom">sociëteit</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3299">120</a></td> +<td class="width40 bottom">socièteit</td> +<td class="width40 bottom">sociëteit</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3306">121</a></td> +<td class="width40 bottom">éèn</td> +<td class="width40 bottom">één</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3334">122</a></td> +<td class="width40 bottom">inschreewt</td> +<td class="width40 bottom">inschreeuwt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3427">127</a></td> +<td class="width40 bottom">consekwenste</td> +<td class="width40 bottom">consekwentste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3468">128</a></td> +<td class="width40 bottom">theoretisch</td> +<td class="width40 bottom">theoretische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3488">129</a></td> +<td class="width40 bottom">werkeijkheid</td> +<td class="width40 bottom">werkelijkheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3508">130</a></td> +<td class="width40 bottom">rëaliteiten</td> +<td class="width40 bottom">realiteiten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3529">132</a></td> +<td class="width40 bottom">epiesch</td> +<td class="width40 bottom">episch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3532">132</a></td> +<td class="width40 bottom">Zels</td> +<td class="width40 bottom">Zelfs</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3550">133</a></td> +<td class="width40 bottom">Waar in</td> +<td class="width40 bottom">Waarin</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3593">135</a></td> +<td class="width40 bottom">achtien</td> +<td class="width40 bottom">achttien</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3634">138</a></td> +<td class="width40 bottom">idëel</td> +<td class="width40 bottom">ideëel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3639">138</a></td> +<td class="width40 bottom">voltooieng</td> +<td class="width40 bottom">voltooiing</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3642">138</a></td> +<td class="width40 bottom">gemeenscpapswezen</td> +<td class="width40 bottom">gemeenschapswezen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3655">138</a></td> +<td class="width40 bottom">Zij</td> +<td class="width40 bottom">zij</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3662">139</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e3665">139</a></td> +<td class="width40 bottom">gëemancipeerd</td> +<td class="width40 bottom">geëmancipeerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3668">139</a></td> +<td class="width40 bottom">,</td> +<td class="width40 bottom">.”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3715">139</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7020">262</a></td> +<td class="width40 bottom">-</td> +<td class="width40 bottom">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3718">139</a></td> +<td class="width40 bottom">egöistische</td> +<td class="width40 bottom">egoïstische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3748">140</a></td> +<td class="width40 bottom">Delar.</td> +<td class="width40 bottom">Declar.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3752">140</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">„„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3755">140</a></td> +<td class="width40 bottom">.)</td> +<td class="width40 bottom">).</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3777">141</a></td> +<td class="width40 bottom">phsychologisch</td> +<td class="width40 bottom">psychologisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3791">141</a></td> +<td class="width40 bottom">staatsgebeel</td> +<td class="width40 bottom">staatsgeheel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3800">142</a></td> +<td class="width40 bottom">verstrooing</td> +<td class="width40 bottom">verstrooiing</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3807">142</a></td> +<td class="width40 bottom">voltooing</td> +<td class="width40 bottom">voltooiing</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3888">144</a></td> +<td class="width40 bottom">Israel</td> +<td class="width40 bottom">Israël</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3911">145</a></td> +<td class="width40 bottom">egöisme</td> +<td class="width40 bottom">egoïsme</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3918">145</a></td> +<td class="width40 bottom">.,...</td> +<td class="width40 bottom">.....</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3947">146</a></td> +<td class="width40 bottom">vewijlde</td> +<td class="width40 bottom">verwijlde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3963">146</a></td> +<td class="width40 bottom">wapenbroerderschap</td> +<td class="width40 bottom">wapenbroederschap</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3976">147</a></td> +<td class="width40 bottom">het het</td> +<td class="width40 bottom">het</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3994">148</a></td> +<td class="width40 bottom">zich-zeven</td> +<td class="width40 bottom">zich-zelven</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4003">148</a></td> +<td class="width40 bottom">critiesche</td> +<td class="width40 bottom">critische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4006">148</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4031">148</a></td> +<td class="width40 bottom">Idalisme</td> +<td class="width40 bottom">Idealisme</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4013">148</a></td> +<td class="width40 bottom">heilige</td> +<td class="width40 bottom">Heilige</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4020">148</a></td> +<td class="width40 bottom">a/m.</td> +<td class="width40 bottom">a/M.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4028">148</a></td> +<td class="width40 bottom">Spritualisme</td> +<td class="width40 bottom">Spiritualisme</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4037">148</a></td> +<td class="width40 bottom">volmaakste</td> +<td class="width40 bottom">volmaaktste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4043">149</a></td> +<td class="width40 bottom">idée</td> +<td class="width40 bottom">idee</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4058">149</a></td> +<td class="width40 bottom">Litteratuur Zeitung</td> +<td class="width40 bottom">Literatur-Zeitung</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4065">149</a></td> +<td class="width40 bottom">verbeeldt</td> +<td class="width40 bottom">verbeeld</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4068">149</a></td> +<td class="width40 bottom">onwezelijke</td> +<td class="width40 bottom">onwezenlijke</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4075">150</a></td> +<td class="width40 bottom">waarhied</td> +<td class="width40 bottom">waarheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4100">151</a></td> +<td class="width40 bottom">succés</td> +<td class="width40 bottom">succes</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4103">151</a></td> +<td class="width40 bottom">Napolèon</td> +<td class="width40 bottom">Napoleon</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4106">151</a></td> +<td class="width40 bottom">leven-principe</td> +<td class="width40 bottom">levensprincipe</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4113">151</a></td> +<td class="width40 bottom">wérkelijk</td> +<td class="width40 bottom">werkelijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4116">151</a></td> +<td class="width40 bottom">idustrie</td> +<td class="width40 bottom">industrie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4121">152</a></td> +<td class="width40 bottom">annulleeren</td> +<td class="width40 bottom">annuleeren</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4149">153</a></td> +<td class="width40 bottom">Prondhon</td> +<td class="width40 bottom">Proudhon</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4154">154</a></td> +<td class="width40 bottom">Evangelieën</td> +<td class="width40 bottom">Evangeliën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4157">154</a></td> +<td class="width40 bottom">teoretische</td> +<td class="width40 bottom">theoretische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4165">154</a></td> +<td class="width40 bottom">oplostte</td> +<td class="width40 bottom">oploste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4197">156</a></td> +<td class="width40 bottom">gediscusieerd</td> +<td class="width40 bottom">gediscussieerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4225">157</a></td> +<td class="width40 bottom">toekomstheorie</td> +<td class="width40 bottom">toekomsttheorie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4230">157</a></td> +<td class="width40 bottom">Poudhon</td> +<td class="width40 bottom">Proudhon</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4257">159</a></td> +<td class="width40 bottom">Nochthans</td> +<td class="width40 bottom">Nochtans</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4264">159</a></td> +<td class="width40 bottom">.</td> +<td class="width40 bottom">:</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4267">159</a></td> +<td class="width40 bottom">ecomischen verhoudingenen</td> +<td class="width40 bottom">economischen verhoudingen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4272">160</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4756">180</a></td> +<td class="width40 bottom">burgelijke</td> +<td class="width40 bottom">burgerlijke</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4275">160</a></td> +<td class="width40 bottom">ecomische</td> +<td class="width40 bottom">economische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4317">161</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">,”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4320">161</a></td> +<td class="width40 bottom">dogmas</td> +<td class="width40 bottom">dogma’s</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4331">162</a></td> +<td class="width40 bottom">methaphisici</td> +<td class="width40 bottom">metaphysici</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4341">163</a></td> +<td class="width40 bottom">gedachen</td> +<td class="width40 bottom">gedachten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4348">163</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4357">163</a></td> +<td class="width40 bottom">categoriën</td> +<td class="width40 bottom">categorieën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4364">163</a></td> +<td class="width40 bottom">aangroeieng</td> +<td class="width40 bottom">aangroeiing</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4397">165</a></td> +<td class="width40 bottom">bourgeousie</td> +<td class="width40 bottom">bourgeoisie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4412">166</a></td> +<td class="width40 bottom">näiviteit</td> +<td class="width40 bottom">naïviteit</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4419">167</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">;</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4426">167</a></td> +<td class="width40 bottom">gëidealiseerde</td> +<td class="width40 bottom">geïdealiseerde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4454">168</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4457">168</a></td> +<td class="width40 bottom">règime</td> +<td class="width40 bottom">régime</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4466">169</a></td> +<td class="width40 bottom">autorireit</td> +<td class="width40 bottom">autoriteit</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4591">173</a></td> +<td class="width40 bottom">mopolie</td> +<td class="width40 bottom">monopolie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4606">174</a></td> +<td class="width40 bottom">voort</td> +<td class="width40 bottom">voor</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4609">174</a></td> +<td class="width40 bottom">mêedoen</td> +<td class="width40 bottom">meêdoen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4620">174</a></td> +<td class="width40 bottom">semenleving</td> +<td class="width40 bottom">samenleving</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4633">174</a></td> +<td class="width40 bottom">slechst</td> +<td class="width40 bottom">slechts</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4636">174</a></td> +<td class="width40 bottom">gëisoleerde</td> +<td class="width40 bottom">geïsoleerde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4703">177</a></td> +<td class="width40 bottom">idéën</td> +<td class="width40 bottom">ideën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4724">178</a></td> +<td class="width40 bottom">Zur kritiek der politische economie</td> +<td class="width40 bottom">Zur Kritik der politischen +Ökonomie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4735">178</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5371">197</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5377">197</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5394">198</a></td> +<td class="width40 bottom">studieën</td> +<td class="width40 bottom">studiën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4741">179</a></td> +<td class="width40 bottom">idëologische</td> +<td class="width40 bottom">ideologische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4744">179</a></td> +<td class="width40 bottom">uitgebroeid</td> +<td class="width40 bottom">uitgebroed</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4749">180</a></td> +<td class="width40 bottom">aziatische</td> +<td class="width40 bottom">Aziatische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4765">180</a></td> +<td class="width40 bottom">Die „Wetsphalische</td> +<td class="width40 bottom">Das Westphälische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4794">181</a></td> +<td class="width40 bottom">horlogomaker</td> +<td class="width40 bottom">horlogemaker</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4826">182</a></td> +<td class="width40 bottom">Bourgeoise</td> +<td class="width40 bottom">Bourgeoisie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4870">183</a></td> +<td class="width40 bottom">terruggewerkt</td> +<td class="width40 bottom">teruggewerkt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4891">184</a></td> +<td class="width40 bottom">heerschapij</td> +<td class="width40 bottom">heerschappij</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4894">184</a></td> +<td class="width40 bottom">privilegieën</td> +<td class="width40 bottom">privilegiën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4897">184</a></td> +<td class="width40 bottom">religeuze</td> +<td class="width40 bottom">religieuze</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4905">184</a></td> +<td class="width40 bottom">pöeet</td> +<td class="width40 bottom">poëet</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4916">184</a></td> +<td class="width40 bottom">Chatedralen</td> +<td class="width40 bottom">Cathedralen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4928">185</a></td> +<td class="width40 bottom">borgeoisie</td> +<td class="width40 bottom">bourgeoisie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4942">185</a></td> +<td class="width40 bottom">comsumptie</td> +<td class="width40 bottom">consumptie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4945">185</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e4948">185</a></td> +<td class="width40 bottom">industriën</td> +<td class="width40 bottom">industrieën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4951">185</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6539">241</a></td> +<td class="width40 bottom">materiëele</td> +<td class="width40 bottom">materieele</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4959">186</a></td> +<td class="width40 bottom">intevoeren</td> +<td class="width40 bottom">in te voeren</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4970">186</a></td> +<td class="width40 bottom">gëaglomereerd</td> +<td class="width40 bottom">geaglomereerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4973">186</a></td> +<td class="width40 bottom">provincieën</td> +<td class="width40 bottom">provinciën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4984">186</a></td> +<td class="width40 bottom">produkte-</td> +<td class="width40 bottom">produktie-</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5051">190</a></td> +<td class="width40 bottom">samenleveng</td> +<td class="width40 bottom">samenleving</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5054">190</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5057">190</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5064">190</a></td> +<td class="width40 bottom">inplaats</td> +<td class="width40 bottom">in plaats</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5067">190</a></td> +<td class="width40 bottom">toeeigent</td> +<td class="width40 bottom">toeëigent</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5095">191</a></td> +<td class="width40 bottom">toeeigening</td> +<td class="width40 bottom">toeëigening</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5103">191</a></td> +<td class="width40 bottom">wêerlegt</td> +<td class="width40 bottom">weêrlegt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5106">191</a></td> +<td class="width40 bottom">privateneigendom</td> +<td class="width40 bottom">privaten eigendom</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5139">192</a></td> +<td class="width40 bottom">sints</td> +<td class="width40 bottom">sinds</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5144">192</a></td> +<td class="width40 bottom">idëologisch</td> +<td class="width40 bottom">ideologisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5211">194</a></td> +<td class="width40 bottom">onderukking</td> +<td class="width40 bottom">onderdrukking</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5244">195</a></td> +<td class="width40 bottom">oppostioneele</td> +<td class="width40 bottom">oppositioneele</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5255">195</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5476">201</a></td> +<td class="width40 bottom">een</td> +<td class="width40 bottom">één</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5282">195</a></td> +<td class="width40 bottom">aangestip</td> +<td class="width40 bottom">aangestipt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5295">196</a></td> +<td class="width40 bottom">onmiddllijk</td> +<td class="width40 bottom">onmiddellijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5313">196</a></td> +<td class="width40 bottom">Mücken</td> +<td class="width40 bottom">Nücken</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5318">196</a></td> +<td class="width40 bottom">niedertracht</td> +<td class="width40 bottom">Niedetracht</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5323">196</a></td> +<td class="width40 bottom">Schmutzigen</td> +<td class="width40 bottom">schmutzigen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5327">196</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">Aus dem Dunkel flog der tötende +Schaft,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5332">196</a></td> +<td class="width40 bottom">hinderhalt</td> +<td class="width40 bottom">Hinterhalt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5337">196</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">’</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5340">196</a></td> +<td class="width40 bottom">meinen</td> +<td class="width40 bottom">meiner</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5352">196</a></td> +<td class="width40 bottom">tifel</td> +<td class="width40 bottom">titel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5365">197</a></td> +<td class="width40 bottom">opgheven</td> +<td class="width40 bottom">opgeheven</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5402">198</a></td> +<td class="width40 bottom">critisch-economie</td> +<td class="width40 bottom">critisch-economische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5449">200</a></td> +<td class="width40 bottom">Das Kapital, critiek der politische +economie</td> +<td class="width40 bottom">Das Kapital, zur Kritik der politischen +Ökonomie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5481">202</a></td> +<td class="width40 bottom">worden</td> +<td class="width40 bottom">wordt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5511">203</a></td> +<td class="width40 bottom">vormt</td> +<td class="width40 bottom">vorm</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5539">203</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5589">205</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5612">206</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5618">206</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e5647">206</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e5663">206</a></td> +<td class="width40 bottom">waren</td> +<td class="width40 bottom">Waren</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5569">205</a></td> +<td class="width40 bottom">naieve</td> +<td class="width40 bottom">naïeve</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5572">205</a></td> +<td class="width40 bottom">meer</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5578">205</a></td> +<td class="width40 bottom">waren-wereld</td> +<td class="width40 bottom">Waren-wereld</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5594">205</a></td> +<td class="width40 bottom">spitsvoudige</td> +<td class="width40 bottom">spitsvondige</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5602">205</a></td> +<td class="width40 bottom">rijdom</td> +<td class="width40 bottom">rijkdom</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5607">206</a></td> +<td class="width40 bottom">arbeids-produkten</td> +<td class="width40 bottom">arbeidsprodukten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5628">206</a></td> +<td class="width40 bottom">waar</td> +<td class="width40 bottom">Waar</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5644">206</a></td> +<td class="width40 bottom">op lossen</td> +<td class="width40 bottom">oplossen,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5651">206</a></td> +<td class="width40 bottom">üeberhaupt</td> +<td class="width40 bottom">überhaupt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5655">206</a></td> +<td class="width40 bottom">En</td> +<td class="width40 bottom">Een</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5658">206</a></td> +<td class="width40 bottom">ueberhaupt</td> +<td class="width40 bottom">überhaupt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5666">206</a></td> +<td class="width40 bottom">gekristallyseerd</td> +<td class="width40 bottom">gekristalliseerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5669">206</a></td> +<td class="width40 bottom">hoeveveelheid</td> +<td class="width40 bottom">hoeveelheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5676">207</a></td> +<td class="width40 bottom">teckniek</td> +<td class="width40 bottom">techniek</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5681">207</a></td> +<td class="width40 bottom">waardegrootte</td> +<td class="width40 bottom">waarde-grootte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5687">207</a></td> +<td class="width40 bottom">tweërlei</td> +<td class="width40 bottom">tweeërlei</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5697">207</a></td> +<td class="width40 bottom">hune</td> +<td class="width40 bottom">hunne</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5700">207</a></td> +<td class="width40 bottom">groot-industrieele-produktiewijze</td> +<td class="width40 bottom">groot-industrieele produktiewijze</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5703">207</a></td> +<td class="width40 bottom">staatkunshoudkundige</td> +<td class="width40 bottom">staathuishoudkundige</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5708">207</a></td> +<td class="width40 bottom">groot-idustrie</td> +<td class="width40 bottom">groot-industrie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5723">208</a></td> +<td class="width40 bottom">voortgebracht</td> +<td class="width40 bottom">voortgebrachte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5730">208</a></td> +<td class="width40 bottom">waar: arbeidskracht</td> +<td class="width40 bottom">Waar: Arbeidskracht</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5742">208</a></td> +<td class="width40 bottom">kapilalistich</td> +<td class="width40 bottom">kapitalistisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5754">208</a></td> +<td class="width40 bottom">geschikte</td> +<td class="width40 bottom">geschiktheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5807">211</a></td> +<td class="width40 bottom">waardgrootte</td> +<td class="width40 bottom">waardegrootte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5828">212</a></td> +<td class="width40 bottom">oudshèr</td> +<td class="width40 bottom">oudsher</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5848">213</a></td> +<td class="width40 bottom">óf</td> +<td class="width40 bottom">òf</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5891">216</a></td> +<td class="width40 bottom">Reël</td> +<td class="width40 bottom">Reëel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5906">216</a></td> +<td class="width40 bottom">slot-methamorphose</td> +<td class="width40 bottom">slot-metamorphose</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5919">217</a></td> +<td class="width40 bottom">–</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5921">217</a></td> +<td class="width40 bottom">slotmetamorphoze</td> +<td class="width40 bottom">slotmetamorphose</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5924">217</a></td> +<td class="width40 bottom">methamorphozen</td> +<td class="width40 bottom">metamorphosen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5931">217</a></td> +<td class="width40 bottom">totaal-methamorphoze</td> +<td class="width40 bottom">totaal-metamorphose</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5950">218</a></td> +<td class="width40 bottom">methamorphozenreeks</td> +<td class="width40 bottom">metamorphosenreeks</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5979">219</a></td> +<td class="width40 bottom">cirkulatie</td> +<td class="width40 bottom">circulatie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6026">221</a></td> +<td class="width40 bottom">meerwaadre</td> +<td class="width40 bottom">meerwaarde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6033">221</a></td> +<td class="width40 bottom">,)</td> +<td class="width40 bottom">),</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6081">222</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">00</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6145">222</a></td> +<td class="width40 bottom">—</td> +<td class="width40 bottom">00</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6188">225</a></td> +<td class="width40 bottom">waren ruil</td> +<td class="width40 bottom">warenruil</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6229">226</a></td> +<td class="width40 bottom">waren der waarde</td> +<td class="width40 bottom">waarde der waren</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6236">227</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6399">234</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6413">234</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6440">236</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6676">245</a>, <a class="pageref" href= +"#xd19e6881">253</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7064">264</a></td> +<td class="width40 bottom">tendenz</td> +<td class="width40 bottom">tendens</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6256">228</a></td> +<td class="width40 bottom">VI</td> +<td class="width40 bottom">VII</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6281">229</a></td> +<td class="width40 bottom">fabriekmatige</td> +<td class="width40 bottom">fabrieksmatige</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6286">229</a></td> +<td class="width40 bottom">deel-proces</td> +<td class="width40 bottom">deelproces</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6289">229</a></td> +<td class="width40 bottom">geeigend</td> +<td class="width40 bottom">geëigend</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6299">230</a></td> +<td class="width40 bottom">”......................,...</td> +<td class="width40 bottom">”....</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6304">230</a></td> +<td class="width40 bottom">sijsteem</td> +<td class="width40 bottom">systeem</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6312">230</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7000">260</a></td> +<td class="width40 bottom">geisoleerd</td> +<td class="width40 bottom">geïsoleerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6321">231</a></td> +<td class="width40 bottom">werd het</td> +<td class="width40 bottom">werden de</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6324">231</a></td> +<td class="width40 bottom">de</td> +<td class="width40 bottom">van de</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6342">231</a></td> +<td class="width40 bottom">doorsnêe</td> +<td class="width40 bottom">doorsneê</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6370">233</a></td> +<td class="width40 bottom">in standhouding</td> +<td class="width40 bottom">instandhouding</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6380">233</a></td> +<td class="width40 bottom">’.</td> +<td class="width40 bottom">.”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6409">234</a></td> +<td class="width40 bottom">perpetiüm</td> +<td class="width40 bottom">perpetuum</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6418">234</a></td> +<td class="width40 bottom">gepotenzeerde</td> +<td class="width40 bottom">gepotentiëerde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6423">235</a></td> +<td class="width40 bottom">uit-te-buitten</td> +<td class="width40 bottom">uit-te-buiten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6430">235</a></td> +<td class="width40 bottom">uitdijdt</td> +<td class="width40 bottom">uitdijt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6433">235</a></td> +<td class="width40 bottom">meêrwaarde</td> +<td class="width40 bottom">meerwaarde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6454">236</a></td> +<td class="width40 bottom">geïntensiviceerd</td> +<td class="width40 bottom">geïntensiveerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6463">237</a></td> +<td class="width40 bottom">selfacting</td> +<td class="width40 bottom">self-acting</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6488">239</a></td> +<td class="width40 bottom">produktie wijze</td> +<td class="width40 bottom">produktiewijze</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6493">239</a></td> +<td class="width40 bottom">optinisme</td> +<td class="width40 bottom">optimisme</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6509">240</a></td> +<td class="width40 bottom">verfijnerde</td> +<td class="width40 bottom">verfijnder</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6599">243</a></td> +<td class="width40 bottom">doorsnêeloon</td> +<td class="width40 bottom">doorsneêloon</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6651">244</a></td> +<td class="width40 bottom">klêermakerswerkplaatsen</td> +<td class="width40 bottom">kleêrmakerswerkplaatsen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6658">244</a></td> +<td class="width40 bottom">subbleting</td> +<td class="width40 bottom">subletting</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6668">245</a></td> +<td class="width40 bottom">Sweatingsystem</td> +<td class="width40 bottom">Sweating system</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6671">245</a></td> +<td class="width40 bottom">individualitet</td> +<td class="width40 bottom">individualiteit</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6687">246</a></td> +<td class="width40 bottom">produktieviteit</td> +<td class="width40 bottom">produktiviteit</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6726">248</a></td> +<td class="width40 bottom">produktie periode</td> +<td class="width40 bottom">produktie-periode</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6742">248</a></td> +<td class="width40 bottom">toe-gëeigende</td> +<td class="width40 bottom">toe-geëigende</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6809">251</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e6818">251</a></td> +<td class="width40 bottom">st.</td> +<td class="width40 bottom">St.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6812">251</a></td> +<td class="width40 bottom">240.000</td> +<td class="width40 bottom">240,000</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6815">251</a></td> +<td class="width40 bottom">12.000</td> +<td class="width40 bottom">12,000</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6821">251</a></td> +<td class="width40 bottom">gerëaliseerd</td> +<td class="width40 bottom">gerealiseerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6832">251</a></td> +<td class="width40 bottom">Izäak, Izäak</td> +<td class="width40 bottom">Izaäk, Izaäk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6865">252</a></td> +<td class="width40 bottom">abstinenz</td> +<td class="width40 bottom">abstinentie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6908">255</a></td> +<td class="width40 bottom">goedkooper-making</td> +<td class="width40 bottom">goedkoopermaking</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6911">255</a></td> +<td class="width40 bottom">goedkooper making</td> +<td class="width40 bottom">goedkoopermaking</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6917">255</a></td> +<td class="width40 bottom">ten slotte</td> +<td class="width40 bottom">tenslotte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6926">256</a></td> +<td class="width40 bottom">Mac. Culloch</td> +<td class="width40 bottom">MacCulloch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6929">256</a></td> +<td class="width40 bottom">tautalogie</td> +<td class="width40 bottom">tautologie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6971">258</a></td> +<td class="width40 bottom">reprodukte</td> +<td class="width40 bottom">reproduktie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6983">259</a></td> +<td class="width40 bottom">gëisoleerd</td> +<td class="width40 bottom">geïsoleerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6986">259</a></td> +<td class="width40 bottom">mineralemest</td> +<td class="width40 bottom">minerale mest</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6995">260</a></td> +<td class="width40 bottom">produktiemidden</td> +<td class="width40 bottom">produktiemiddelen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7040">263</a></td> +<td class="width40 bottom">gëassocieerde</td> +<td class="width40 bottom">geassocieerde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7067">264</a></td> +<td class="width40 bottom">gëometrische</td> +<td class="width40 bottom">geometrische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7074">264</a></td> +<td class="width40 bottom">werk verschaffing</td> +<td class="width40 bottom">werkverschaffing</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7106">267</a></td> +<td class="width40 bottom">tendenzen</td> +<td class="width40 bottom">tendensen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7132">268</a></td> +<td class="width40 bottom">intellegente</td> +<td class="width40 bottom">intelligente</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7153">269</a></td> +<td class="width40 bottom">produktie-middelen</td> +<td class="width40 bottom">produktiemiddelen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7156">269</a></td> +<td class="width40 bottom">feadale</td> +<td class="width40 bottom">feodale</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7165">269</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7236">272</a></td> +<td class="width40 bottom">nochthans</td> +<td class="width40 bottom">nochtans</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7175">270</a></td> +<td class="width40 bottom">aanvang en</td> +<td class="width40 bottom">aanvangen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7191">270</a></td> +<td class="width40 bottom">verschill nde</td> +<td class="width40 bottom">verschillende</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7215">271</a></td> +<td class="width40 bottom">waren</td> +<td class="width40 bottom">was</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7241">272</a></td> +<td class="width40 bottom">aan plant-scholen</td> +<td class="width40 bottom">aanplant-scholen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7255">273</a></td> +<td class="width40 bottom">kolaniaal-systeem</td> +<td class="width40 bottom">koloniaal-systeem</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7305">275</a></td> +<td class="width40 bottom">immannente</td> +<td class="width40 bottom">immanente</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7308">275</a></td> +<td class="width40 bottom">kapitalisch</td> +<td class="width40 bottom">kapitalistisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7315">275</a></td> +<td class="width40 bottom">dengrondslag</td> +<td class="width40 bottom">den grondslag</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7374">I</a></td> +<td class="width40 bottom">blaz.</td> +<td class="width40 bottom">bladz.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7423">I</a>, +<a class="pageref" href="#xd19e7439">I</a></td> +<td class="width40 bottom">,”</td> +<td class="width40 bottom">”,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7426">I</a></td> +<td class="width40 bottom">overder</td> +<td class="width40 bottom">over de</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7434">I</a></td> +<td class="width40 bottom">sociètaire</td> +<td class="width40 bottom">sociëtaire</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7442">I</a></td> +<td class="width40 bottom">Phalansthère</td> +<td class="width40 bottom">Phalanstère</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7451">II</a></td> +<td class="width40 bottom">Communiëteiten</td> +<td class="width40 bottom">Communiteiten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7454">II</a></td> +<td class="width40 bottom">communiëteiten</td> +<td class="width40 bottom">communiteiten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7483">II</a></td> +<td class="width40 bottom">kritiek</td> +<td class="width40 bottom">Kritiek</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7496">II</a></td> +<td class="width40 bottom">De</td> +<td class="width40 bottom">Die</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7501">II</a></td> +<td class="width40 bottom">Deutsch-Französichen</td> +<td class="width40 bottom">Deutsch-Französische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7504">II</a></td> +<td class="width40 bottom">Jahrbûcher</td> +<td class="width40 bottom">Jahrbücher</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7509">II</a></td> +<td class="width40 bottom">Vorwârts</td> +<td class="width40 bottom">Vorwärts</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7512">II</a></td> +<td class="width40 bottom">Engel’s</td> +<td class="width40 bottom">Engels’</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7549">III</a></td> +<td class="width40 bottom">Westphalische</td> +<td class="width40 bottom">Westphälisches</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7585">III</a></td> +<td class="width40 bottom">103</td> +<td class="width40 bottom">203</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS *** + +***** This file should be named 38975-h.htm or 38975-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/8/9/7/38975/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/38975-h/images/back.jpg b/38975-h/images/back.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9118d63 --- /dev/null +++ b/38975-h/images/back.jpg diff --git a/38975-h/images/book.png b/38975-h/images/book.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..963d165 --- /dev/null +++ b/38975-h/images/book.png diff --git a/38975-h/images/card.png b/38975-h/images/card.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1ffbe1a --- /dev/null +++ b/38975-h/images/card.png diff --git a/38975-h/images/external.png b/38975-h/images/external.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba4f205 --- /dev/null +++ b/38975-h/images/external.png diff --git a/38975-h/images/front.jpg b/38975-h/images/front.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4e1f225 --- /dev/null +++ b/38975-h/images/front.jpg diff --git a/38975-h/images/titlepage.gif b/38975-h/images/titlepage.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4e5d1b8 --- /dev/null +++ b/38975-h/images/titlepage.gif diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..fbb9935 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #38975 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38975) |
