summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:11:36 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:11:36 -0700
commit117849ebd96c2ce12d520aa40c32df383d1793c7 (patch)
tree737c4136bca01bee69fd54d96544e6b785efe438
initial commit of ebook 38975HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--38975-8.txt12338
-rw-r--r--38975-8.zipbin0 -> 242308 bytes
-rw-r--r--38975-h.zipbin0 -> 453912 bytes
-rw-r--r--38975-h/38975-h.htm16451
-rw-r--r--38975-h/images/back.jpgbin0 -> 79647 bytes
-rw-r--r--38975-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--38975-h/images/card.pngbin0 -> 249 bytes
-rw-r--r--38975-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--38975-h/images/front.jpgbin0 -> 83142 bytes
-rw-r--r--38975-h/images/titlepage.gifbin0 -> 7035 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
13 files changed, 28805 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/38975-8.txt b/38975-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..6b9343c
--- /dev/null
+++ b/38975-8.txt
@@ -0,0 +1,12338 @@
+Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Karl Marx en zijne voorgangers
+
+Author: Jos. Loopuit
+
+Release Date: February 24, 2012 [EBook #38975]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS
+
+ door JOS. LOOPUIT
+
+ Cohen Zonen, Amsterdam
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+ "Onwetendheid is de bron aller boosheid."
+
+ Spinoza.
+
+
+Er is zeer zeker in onze dagen geen belangrijker verschijnsel in
+de samenleving dan het socialisme. Het heeft zich met zulk eene
+elementaire macht, van den aanvang der vorige eeuw af baan gebroken,
+dat niemand, die eenig oog heeft voor het algemeen belang, zich aan
+die macht kan onttrekken, die er al meer en sterker van is uitgegaan.
+
+Iedereen die zijn tijd begrijpen en kennen wil, moet ook eene
+kennismaking met de denkbeelden der socialisten en de volksbewegingen,
+eene studie van de sociaal-demokratie en de arbeidersbeweging onzer
+dagen, binnen den kring van zijn onderzoek betrekken. Het bestaan van
+de sociaal-demokratie te loochenen valt niemand in onze dagen meer
+in, en niet minder wordt algemeen erkend, dat het socialisme in het
+algemeen en de theoriën van de sociaal-demokratie in het bijzonder,
+niet van dien aard zijn, dat wij door ze te leeren kennen, ons weten,
+ons denken en ons voelen er niet in groote mate door zouden kunnen
+versterken.
+
+In een tijd van gisting, overal om ons heen, is er te meer reden
+om dit te doen, opdat wij weten wat anderen willen, die, zonder dat
+wij onderricht zijn over hetgeen zij leeren en voorstaan, voor ons
+niet te begrijpen zouden zijn. En wij moeten anderen begrijpen,
+willen wij ons-zelven begrijpen. Het moet ons duidelijk zijn wat
+anderen willen, willen wij ons een klaar denkbeeld kunnen vormen,
+van wat wij-zelf willen.
+
+En in het willen onzer dagen, neemt dat van de socialisten eene groote
+plaats in. Wij begrijpen dat soms niet, wij zien hier alles aan voor
+het werk van enkele personen, van enkele leiders, wanneer wij niet
+leeren kennen, wat de werkelijke drijfkracht en de drijfveer hunner
+handelingen is. Wij begrijpen de hartstochten en de handelingen niet,
+zooals zij zich tegenwoordig openbaren in de arbeidersbewegingen van
+alle landen rondom ons, en ook in ons eigen land, wanneer wij ons
+niet op de hoogte stellen waaruit deze voortvloeien.
+
+Zeker, aan "voorlichting" van de publieke opinie ontbreekt het
+in onze dagen allesbehalve. Den tijd, dien Ferguson komen zag,
+waarin "zelfs het denken tot een speciaal beroep zal worden",
+is reeds lang bereikt. De groote massa in onze dagen, denkt over
+groote vraagstukken, denkt over groote bewegingen en theorieën, in
+den regel niet meer zelfstandig na, maar laat voor zich denken, door
+dag- en weekbladschrijvers. Zij haalt hare wijsheid uit couranten,
+die voor het meerendeel hen de dingen mededeelen onvolledig, partijdig
+dikwijls en, wat niet het minst erg is, zonder de minste samenhang. Hoe
+zoude dit ook anders kunnen? De menschen hebben, in onze dagen van
+strijd-om-het-bestaan, van een zenuwachtig druk leven, waarin soms geen
+minuut mag verloren gaan voor de persoonlijke stoffelijke belangen,
+niet den tijd en ook niet de noodige gelegenheid, niet de kalmte en
+niet het geduld, die er noodig zijn om zich eenigszins volledig op
+de hoogte te stellen van de groote maatschappelijke vraagstukken die
+het socialisme heden ten dage, aan onze beschouwing ter oplossing
+heeft voorgelegd.
+
+Ons dunkt het dan ook goed en eene voortreffelijke gedachte welke
+den uitgevers van dit werk bezielde, toen zij meenden in een zoo kort
+mogelijk bestek, een zoo volledig mogelijk overzicht te kunnen doen
+geven, van datgene wat de groote denkers van het socialisme en de
+groote grondvesters der sociaal-demokratische theorieën geleeraard
+hebben en niet minder, in welk verband en in welke verhouding hunne
+denkbeelden tot elkander stonden.
+
+Wat de theorieën der sociaal-demokratie aangaat, en inzonderheid die
+harer grootste theoreticus Karel Marx, is het zeker zéér belangrijk,
+dat het publiek in staat wordt gesteld óók te leeren kennen, de
+afkomst van diens theorie en diens leven- en wereldbeschouwing. Groote
+denkers en schrijvers, maar vooràl groote stichters van eene school,
+komen geestelijk uit anderen voort. Zij vormen in geestelijk opzicht
+afstammingsvormen, uit andere hen voorafgegane geestelijke vormen,
+die zich belichaamden in vroegere denkers en schrijvers.
+
+Is dit zoo, en er is dunkt ons niet aan te twijfelen, dan behoeft men,
+om een duidelijk beeld van de theorie voor zich te hebben, gelijk
+zij ons wordt verklaard, ook te kennen, de wortels waaruit als 't
+ware de stam is opgegroeid. Met andere woorden: men moet de stelsels
+kennen, zij het dan ook in groote en algemeene trekken, waaruit zij
+als theorieën zich hebben ontwikkeld. In de geheele wetenschap is dat
+een systeem, dat door geen ernstig onderzoeker meer wordt ongebruikt
+gelaten, waar het hem te doen is om een goed beeld van het terrein dat
+hij moet overzien, te verkrijgen. Dit moet ook bij de wetenschap, die
+het socialisme ons heeft verschaft, zoowel in de staathuishoudkunde, in
+de philosophie als in de sociologie, de methode van ons onderzoek zijn.
+
+En daarom zal in de volgende bladzijden het socialisme, zooals het
+zich heeft doen kennen in en na de Fransche Revolutie van 1789,
+worden behandeld. Zoo zullen de lezers ook kennis kunnen nemen van
+de scholen der eerste groote denkers van het socialisme, in de eerste
+helft van de negentiende eeuw.
+
+En niet minder zullen zij worden in kennis gesteld, met de groote
+philosophen uit dit tijdperk in Duitschland, omdat ook daaruit
+de sappen zijn getrokken, die Karel Marx in zich heeft opgezogen,
+ten einde daaruit zijne wereldbeschouwing te kunnen construeeren,
+daarin bijgestaan door zijn talentvollen trouwen vriend Friedrich
+Engels. Want het moet hier op den voorgrond worden geplaatst,
+waar Marx genoemd wordt, kan dit bijna nooit anders geschieden,
+zonder dat zijn vriend Engels er niet bij te pas komt. Waar wij den
+laatsten dus niet altijd zullen noemen, daar, men vergete het niet,
+geschiedt dit omdat Marx, Engels in-zich bevat; terwijl wij het aan
+den laatste in zoo groote mate te danken hebben, dat wij den eerste
+begrepen hebben. De grootste popularisator van Marx' denkbeelden en
+de man, die dezen heeft uitgewerkt waar Marx ons alleen schema's heeft
+kunnen geven, is ten allen tijde Friedrich Engels 't eerst geweest.
+
+En wij zullen vervolgens ook nog, om een meer volledig beeld te
+verkrijgen, de staatkundige stelsels doen kennen, waaruit Marx'
+economie is voortgekomen en ten slotte de stelsels van anderen,
+die eenerzijdsch met die van Marx parallel liepen, anderzijdsch eene
+andere richting gingen dan de zijne.
+
+Wij hopen hiermede te bereiken wat wij wenschen dat bereikt worde:
+den lezer zelf in staat te stellen, zich een zelfstandig oordeel
+te vormen over eene der belangrijkste, zoo niet het belangrijkste
+verschijnsel van onzen tijd. Of wij daarin geslaagd zijn, wij weten
+het niet, wij hopen het alleen maar.
+
+Niemand kan beoordeelen, welken indruk zijn werk op anderen maakt; wel,
+of hij naar zijn beste weten en kunnen getracht heeft het bereikbare
+in dat opzicht na te jagen. En wat ons aangaat, gegeven het bestek
+van dit werk, hebben wij al het mogelijke beproefd, om het resultaat
+dat er mede bereikt moet worden, ook te doen bereiken.
+
+
+ De Schrijver.
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+De benamingen van socialist en sociaal-demokraat worden in onzen tijd
+dikwerf gebruikt, in dezelfde beteekenis dikwerf ter onderscheiding van
+elkander. Zoo zijn er een aantal personen die zich socialist noemen,
+zonder daarom de leer en de consekwenties van de sociaal-demokratie te
+aanvaarden; omgekeerd, spreken de vertegenwoordigers en de aanhangers,
+van 't laatste dikwijls van het socialisme, hiermede bedoelende het
+gansche stelsel van de gemeenschappelijk-making der productiemiddelen.
+
+Van lieverlede evenwel, is men desondanks goed gaan begrijpen, wat
+er onder die benamingen verstaan wordt en weet men ook, dat onder
+sociaal-demokraten in het algemeen verstaan worden de aanhangers
+van de theorieën van Marx, zoowel zij, die men met de benaming
+"Marxist" bestempelt, als zij die niet geheel en al vasthouden aan
+alle consekwenties van dien leer. De algemeen-naam "socialist" is meer
+toepasselijk op hen, die, òf een sterker en krachtdadiger ingrijpen van
+den Staat en de overheid wenschen in de maatschappelijke positie van
+den arbeider: in de verhouding tusschen kapitaal en arbeid, of van die
+groepen, die het doel in het algemeen wel willen--n. l. voorstanders
+zijn van gemeenschappelijke maatschappelijke voortbrenging en
+verdeeling der goederen,--maar in de middelen om daartoe te geraken,
+van de sociaal-demokraten afwijken. Die meer door propaganda van de
+idée van het socialisme in het algemeen, op het volk wenschen in te
+werken, terwijl zij dezen geestelijken arbeid geheel voorop stellende,
+praktische middelen in het tegenwoordige als van onwaarde of als
+van uiterst geringe waarde voor het doel achten. Onder deze laatsten
+kunnen dan ook wel de "anarchisten" worden gerekend, voor zoover zij
+geen voorstanders zijn van de z. g. n. "propaganda door de daad."
+
+Het woord socialisme dankt zijn ontstaan in de vorige eeuw
+aan Pierre Leroux, een der scholieren van Saint-Simon en een
+philosophisch socialist, die, gelijk hij zeide, dit woord smeedde
+in de oppositie tegen het individualisme en daarmede eene politieke
+organisatie bedoelde, waarin het individu opgeofferd zou worden aan
+de gemeenschap. Dit begrip is dus, gelijk men ziet, zoo algemeen
+mogelijk; want feitelijk van af het bestaan der georganiseerde staat
+of gemeenschap, is steeds het individu, in meerdere of mindere mate,
+opgeofferd aan het belang van de gemeenschap. Het geeft den feitelijken
+inhoud van het woord dus, in 't geheel niet weêr.
+
+Er is nog een andere verklaring van het woord die eveneens van
+een franschen socialist van beteekenis stamt, en evenmin iets zegt
+en deze is van P. J. Proudhon. Toen deze in 't jaar 1848 voor de
+Rechtbank stond, vroeg hem de president: of hij niet een socialist
+was? "Zeker! meneer de president," antwoordde Proudhon; "Nu"
+vroeg deze hem, "wat is dan eigenlijk het socialisme?"--"Elke
+poging tot verbetering van de maatschappij," antwoordde de
+ondervraagde.--"Maar dan," zeide den president, "zijn wij tegenwoordig
+allen socialisten!"--"Precies zoo denk ik er ook over," was het
+wederwoord van Proudhon.
+
+Hierbij sluit zich het bekende woord van den engelschen liberalen
+Staatsman Sir William Harcourt aan, die voor jaren geleden in het
+Engelsche Parlement uitriep: "Tegenwoordig zijn wij allen socialisten!"
+
+Is het woord socialisme, gelijk wij reeds zeiden, zeer onbestemd en
+vaag, en kan, gelijk men ziet, daar onder begrepen worden, al wat
+maatschappelijke verbetering der minder-gegoeden in onze samenleving
+in zich sluit, het begrip sociaal-demokratie heeft eene meer scherp
+belijnde, zeer wel te omschrijven beteekenis. Het sluit in-zich, een
+stelsel van maatschappelijke verandering, volgens bepaalde regelen,
+volgens bepaalde wetten, zou men kunnen zeggen. Het heeft een
+wetenschap ten grondslag, eene gesloten levens- en wereldbeschouwing.
+
+In het algemeen genomen, is de grondslag van de sociaal-demokratie,
+de erkenning dat geene duurzame en blijvende verbetering van de
+maatschappelijke toestanden mogelijk is, zonder opheffing van het
+privaat-bezit van de produktie-middelen der maatschappij, grond en
+bodem, machines, fabrieken, middelen van vervoer en verkeer, kortom al
+datgene waarmede tegenwoordig wordt voortgebracht. Dit beginsel is het
+communisme, ongeacht of dit in praktijk gebracht zal worden door middel
+van eene gecentraliseerden staat of streng demokratisch-ingerichte
+gemeenschap, of dat de voortbrenging- en verdeelingswijze een meer
+federatief karakter zal dragen, zooals het collectivisme dat bedoelt.
+
+
+
+Het communisme is zéér oud. Afgescheiden van het
+z. g. n. oorspronkelijke of oer-communisme, dat bij de oude
+volksstammen bijna zonder uitzondering gevonden werd en waarvan Morgan
+nog zeer sterk levende vormen gevonden heeft bij de Indianenstammen
+in N. Amerika, en den gemeenschappelijken eigendom bij de Germanen,
+waarvan von Maurer de overblijfselen in de "marken" enz. heeft
+opgespoord, vinden wij bij de eerste christelijke sekten, die
+ontstonden onder het Romeinsche Keizerrijk reeds het communisme in
+den vorm van gezamenlijk verbruik van de genotmiddelen. Het was een
+communisme der consumptie, niet een van voortbrenging.
+
+In de Evangeliën, zijn dan ook tal van uitspraken te vinden, die op dit
+communisme en de verachting van het persoonlijk bezit toespelen. De
+communistische denkbeelden die in het Evangelie en in den Bijbel
+worden gevonden, in verband met de komst van het "Duizendjarig Rijk",
+hebben dan ook eeuwen op eeuwen achtereen een ontzaggelijken invloed
+uitgeoefend op de ontwikkeling van vele sekten van communistische
+christenen, welke meestal bloedig zijn onderdrukt of verdwenen zijn,
+omdat de maatschappelijke praktijk zich niet met deze christelijke
+theorie deed vereenigen.
+
+Het klooster, in de vroege middeneeuwen ontstaan, is als eene poging
+tot verwerkelijking van het christelijk-communistisch ideaal te
+beschouwen. Niet minder de eerste van die groote bédel-orden, waarvan
+de stichter, de heilige Franciskus van Assisi als eerste voorwaarde
+leeraarde, de verachting voor al het aardsche, een leven zooals de
+stichter der Christelijke godsdienst dit zelve zou hebben geleid.
+
+Bij vele Kerkvaders der katholieke kerk vinden wij dan ook eene
+veroordeeling van den privaat-eigendom. "De Rijke is een dief", zegt
+de H. Bazelius.--"Het is noodzakelijk dat er eene soort gelijkheid
+besta, waarin de een den ander van zijnen overvloed geeft. Het ware
+beter als alle goederen gemeenzaam waren", zoo zegt de H. Johannes
+Chrijsostemus. "De natuur heeft de gemeenschappelijkheid ingevoerd;
+de wederrechtelijke inbezitname, het privaat-eigendom", zegt de
+H. Ambrosius. "Naar recht en billijkheid moest alles aan allen
+behooren. De ongerechtigheid is het die den privaten eigendom geschapen
+heeft", zoo leerde de H. Clementius. Enz.
+
+
+
+De moderne sociaal-demokratie heeft, historisch gesproken: twee
+wortels. Beiden komen uit denzelfden bodem voort--de bestaande
+maatschappelijke- en eigendomsorde. De eene dezer wortels--het
+communistische utopisme--komt uit de hoogere klassen voort. De dragers
+van dit utopisme waren den geestelijk aan den spits staanden in de
+maatschappij. Zij hebben hunne maatschappelijke idealen neêrgelegd in
+een of meer hunner werken. Middelijk of onmiddellijk stonden zij onder
+den invloed van den griekschen wijsgeer Plato, den grooten scholier
+van Socrates, die in zijn "Staatsideaal" eene samenleving teekent,
+volgens een vast plan ingericht, en dat als zoodanig dan ook als de
+eerste maatschappelijke "Utopie" kan worden gerekend.
+
+Hem is als opsteller van een tweede staatsideaal, Thomas Morus
+opgevolgd, die in 1516 "Utopia" schreef als staatsman in dienst van
+Koning Hendrik VIII van Engeland.
+
+In deze "Utopia", dat "geluksland" beteekent, ontwikkelt More,
+door gesprekken die hij zelve voert met gefingeerde tegenstanders,
+het stelsel eener volkomen communistische samenleving. "Alleen
+het communisme is in staat de verschrikkelijke euvelen van de zich
+ontwikkelende kapitalistische maatschappij uit den weg te ruimen",
+zegt hij, al erkent hij daarbij tevens, dat de tijd er toe nog niet
+gekomen was.
+
+De andere wortel der sociaal-demokratie, is het
+"gelijkheidscommunisme", hetwelk zijnen oorsprong vindt bij
+de onderste klassen der maatschappij, aldus genoemd, omdat het
+uitsluitend of voornamelijk steunde op den eisch van den "gelijkheid
+der maatschappelijke goederen" en ruw als het was, eigenlijk zonder
+preciesen vorm, ontsprong aan het religieus gevoel en overwegend
+steunde op den Bijbel, voornamelijk op de reeds hier te voren
+genoemde uitspraken en leeren van het Evangelie. Men vindt dit
+Communisme in tal van bewegingen in de Middeleeuwen; zooals die der
+Lollharden, de Begharden, de Waldenzen, de Hussiten, de Taborieten;
+de Boheemsche en Moravische Broeders; vóór de groote beweging der
+Hervorming van 1515 onder Luther, tot diep in die beweging toe, door
+de Boerenoorlogen onder Thomas Münzer in Duitschland en de bewegingen
+van de "Wederdoopers" in Munster heen.
+
+Behalve deze sekten, waaronder er zijn, die gedurende langen tijd een
+grooten invloed hebben uitgeoefend op den voorarbeid en het tot stand
+komen der Hervorming, is het ook wel merkwaardig, dat wij reeds in
+1235 bij een dichter van nog bekenden en grooten naam, communistische
+gedachten zien uitgesproken.
+
+In een gedicht: "Van de Wapene, Martijn," zegt Jacob van Maerlant:
+
+
+ "Martijn, die deutsce Loy vertelt;
+ Dat van onrechter gewelt,
+ Eigendom is comen.
+
+
+En dan:
+
+
+ Twee worde in die werelt sijn:
+ Dats allene "Mijn" ende "Dijn",
+ Mochte men die verdriven;
+ Paijs ende vrede bleve fijn:
+ Het ware al vri, niemen eijgin
+ Manne metten wiven;
+ Het waer gemene tarwe ende wijn."
+
+
+De religieus-Communistische sekten leefden nog tot in de zeventiende
+eeuw voort. Zoo onder anderen ook in ons land nog onder de Labadisten,
+eene sekte welke door een franschen predikant Jean de Labadie in het
+leven geroepen, maar snel in het zand verloopen is.
+
+Nevens Thomas Morus, als schrijver van eenen uitgewerkten
+communistischen ideaalstaat, moet ook Campanella worden genoemd,
+een monnik, die de "Civita Solis" of "Zonnestaat" geschreven heeft
+in het jaar 1620.
+
+In de eerste engelsche Revolutie vertoonden zich ook reeds genoegzame
+sporen van communisme en socialisme in den meer modernen zin; al
+wordt het geheel ook zeer sterk beheerscht door religieuze bijmengsels.
+
+Zoo de beweging der "Levellers" of "gelijkmakers." Een der takken
+dezer beweging, de sekte der "ware" Leveller, had in 1651/52
+een boek uitgegeven getiteld: "De wet der vrijheid, als program
+uiteengezet," of "de wederherstelling van het ware regeeringssysteem"
+(The Law of Freedom in a platform of True Magistracy Restored), waarin
+ontwikkeld wordt, wat koninklijke regeering en wat republikeinsche of
+gemeentelijke regeering ("Commonwealth") te beteekenen heeft. Het
+is "bescheidenlijk opgedragen aan Olivier Cromwell," zoo ook
+"aan alle engelschen, die mijne broeders zijn, hetzij tot het
+Kerkverband behooren of niet, en over hunne hoofden heen, aan alle
+naties ter wereld." In dit boek ligt een gansch communistisch
+stelsel uitgebeeld. Op het "koopen en verkoopen", worden daarin
+de hoogste straffen gesteld; niemand mag "arbeid huren of zijnen
+arbeid verhuren", en wie land- of de vruchten daarvan verkocht, was
+des doods schuldig. Goud en zilver mag niet in munt worden omgezet,
+alleen tot huisraad mag het worden versmolten.
+
+Ook ontstonden in Engeland in de 17e eeuw de "Staatsromans,"
+d. w. z. die litteratuur, waarin in romanvorm het plan eener
+staatsinrichting werd neêrgelegd. Zoo de "Leviathan" door den
+staatsrechtsleeraar Thomas Hobbes in 1651 geschreven, en den daarna
+in 1656 verschenen "Oceana" van James Harrington. De eerste was
+een utopie van den absolutistischen Staat, waarin voor alle standen
+en geledingen der samenleving is gezorgd; de andere kan als zijnen
+onmiddellijken tegenhanger gelden.
+
+Kommunistische tendenzen zaten er ook in sterke mate, in de, in de
+zeventiende eeuw opgekomen sekte der "Kwakers", waarvan John Bellers
+(geb. 1654) als de voornaamste en meest practische kan worden
+beschouwd.
+
+Zoo ontstonden ook in de zeventiende en achttiende eeuw in Frankrijk,
+de utopische staatsromans, in den vorm van reisbeschrijvingen. Zij
+heetten o.a.: "La terre australe connue", waarvan Pierre Bayle
+een zekeren Gabriel Toigni als auteur noemt, voorts het boek: "De
+Reizen en Avonturen van Jacques Massé"; het boek van de Fontenelle:
+"de Republiek der philosophen of de geschiedenis der Ajaoïer";
+Restif's boek: "La decouverte australe ou lettres d'un singe"; het
+boek van den abt Fénélon: "Telemach"; Ramsay's: "Les Voyages de Pyrus"
+en Pechméja's boek: "Télèphe".
+
+Hier moet ook nog worden melding gemaakt van den arbeid van Jean
+Meslier, gemeenlijk het "Testament van Jean Meslier" genoemd, dat
+in 1762 door Voltaire aan het publiek bekend werd en eene diepgaande
+critiek van den schrijver,--een armen en verdrukten dorpspastoor die
+bij zijn leven niet spreken dorst,--bevatte, zoowel op den godsdienst,
+als op de geheele inrichting der maatschappij. Dit "Testament" welks
+inhoud eerst later geheel bekend werd, daar Voltaire het slechts in
+zooverre gaf als het dienst kon doen voor zijne propaganda tegen de
+kerk, geeft de communistische gedachten weer over een gemeenschap,
+gelijk de schrijver zich die gedacht heeft.
+
+"Ik wilde", roept Meslier uit aan het slot ervan, "dat mijn stem
+konde gehoord worden van het eene einde van het koninkrijk tot aan het
+andere, neen, van het eene einde der wereld, tot aan het andere. Ik zoû
+dan uit al mijne krachten schreeuwen: "Gij zijt dwazen o, menschen! gij
+zijt dwazen, u zoo te laten knevelen en zoo blind te gelooven aan een
+aantal domheden! Ik zal u uwe dwaasheden toonen en u uwe leiders als
+bedriegers en menschenschenners laten zien"....
+
+"Vereenigt u toch volk, vereenigt u proletariërs; vereenigt u zoo
+gij het hart hebt om u te bevrijden van uwe onderdrukkers!"
+
+In 1755 verscheen er een boek in het licht "Code la Nature" genaamd,
+door een vrij onbekend man, een schoolmeester Morelly genaamd,
+geschreven. Tevoren had hij reeds een roman geschreven "Nauvrage des
+îles flottantes ou la Basiliade" ("Schipbreuk van het drijvend eiland
+of de Basiliade") genaamd.
+
+Aan den spits van zijn ontwerp tot inrichting van een samenleving
+stelt hij drie grondstellingen, welke hij geheiligde grondpunten noemt,
+die de sociale gelijkheid kunnen waarborgen.
+
+1. Niets mag in privaat-eigendom zijn, dan wat elk tot werkelijk
+gebruik voor zijne behoeften, genoegens of dagelijkschen arbeid
+noodig heeft.
+
+2. Elk burger is een publiek wezen, dat recht heeft op onderhoud en
+op arbeid van wege de gemeenschap.
+
+3. Elk burger is verplicht, naar zijne krachten, talenten en volgens
+zijnen ouderdom, tot het publiek welzijn bij te dragen, naar die mate
+zullen zijn openbare plichten worden geregeld.
+
+Later nog, omstreeks de jaren van 1830, hebben onderscheidene
+socialistische denkers en schrijvers, en onder hen Louis Blanc zich
+dikwijls op deze stellingen van Morelly beroepen.
+
+Tot de onmiddellijke volgelingen van Morelly, behoorde in de eerste
+plaats: Gabriel Bonnot de Mably, in 1709 geboren en in 1785 gestorven.
+
+In zijn boek, dat in 1768 uitkwam en getiteld is: "Doutes proposés
+aux philosophes économistes sur l'ordre naturel et essentiel des
+sociétés politiques" ("Twijfelingen voorgesteld aan de economische
+wijsgeeren, nopens de natuurlijke en wezenlijke orde van de
+politieke samenleving"), oefent hij eene diepgaande critiek uit op
+de maatschappij in verband met de eigendomskwestie. Hij is vooral
+hier in strijd met de "Physiokraten" waarmede hij tot op een zekere
+hoogte kon samengaan,--dat de persoonlijke vrijheid zich niet laat
+verbinden met den gemeenschappelijken eigendom, zooals dezen meenden.
+
+Vervolgens Brissot de Warville, in 1743 geboren en den 31sten Mei 1793
+onthoofd, als "Girondist", die in zijn "Recherches philosophiques"
+("Wijsgeerige onderzoekingen") zeer vergaande conclusies trok, omtrent
+de niet-noodzakelijkheid van den persoonlijken eigendom. Van dezen
+stamt de stelling, later door Pierre Joseph Proudhon overgenomen:
+"le propriété c'est le vol" ("eigendom is diefstal"), die men
+meermalen--ten onrechte--eene zuiver sociaal-demokratische noemde.
+
+En hiermede zijn wij genaderd tot het tijdstip der Fransche Revolutie
+van 1789, dat reeds lang te voren, door de geestelijke propaganda
+der "Verlichting" was voorbereid door de fransche wijsgeeren van de
+18e eeuw.
+
+Zij ontsluit een nieuwen tijd. Door haar is de burgerklasse tot
+macht en invloed gekomen, na haar is de moderne kapitalistische
+produktiewijze ontstaan en door haar zijn dus middelijk de voorwaarden
+tot de sociaal-demokratie van Karel Marx geschapen.
+
+Wij zullen in het nu volgend hoofdstuk nog nagaan, op welke wijze er
+reeds in die Revolutie-zelve, gearbeid werd aan of gedacht werd over,
+socialistische of communistische idealen.
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE GEDEELTE.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DE FRANSCHE REVOLUTIE VAN 1789.
+
+
+Toen de achttiende eeuw ten einde neigde, had de economische
+ontwikkeling van Engeland die van Frankrijk reeds vrijwel
+ingehaald niet alleen, maar was haar reeds boven het hoofd
+gewassen. Maar in Engeland hadden reeds in 1648, en daarna in 1688
+in de z. g. n. "glorious revolution" ("glorierijke omwenteling")
+de burgerlijke klassen gezegevierd over den adel en het absolute
+koningschap.
+
+De strijd der fransche burgerklasse richtte zich tegen alle bestaande
+grondslagen der maatschappij en nergens is zoo van grond uit met het
+oude opgeruimd, dan in Frankrijk in het Revolutietijdperk van 1789.
+
+De fransche burgerij, die den strijd had te voeren tegen de absolute
+monarchie en de gepriviligeerde klassen van den adel en de groote
+geestelijkheid, had in dezen strijd het gansche volk achter zich. Maar
+dit duurde niet lang; spoedig genoeg, en wel voornamelijk toen het
+gold de vaststelling van ieders rechten, kwam de verdeeldheid van
+meening aan het licht, die reeds in den strijd om het bestaan die de
+Republiek had te voeren, van grooten invloed moest wezen.
+
+Aan den eenen kant splitste de partij van den derden stand zich in
+die der fabrikanten, groote grondbezitters en handelskapitalisten,
+aan den anderen kant kwamen de arbeiders te staan en de kleine burgers.
+
+Als vertegenwoordiger der laatste belangen, komt in het
+revolutie-tijdperk vooral Jean Paul Marat op, die hoewel zelve geen
+arbeider maar geneesheer, méér den proletarischen kant van de Revolutie
+zag, dan vele anderen die met hem aan haren spits stonden.
+
+Marat werd vroegtijdig vermoord, door Charlotte Cordaij. En op
+aandringen van de Mirabeau, de edelman die in het voorspel tot de
+Revolutie eene belangrijke rol had gespeeld, zou zelfs de burgerklasse
+haren vrede hebben gesloten met de constitutioneele monarchie, wanneer
+niet én Mirabeau vroegtijdig was overleden én de gebeurtenissen aan
+den grenzen niet zóó geloopen waren, dat alles noodig was om den
+inwendigen vrede te bewaren en dus aan de eischen der kleine burgerij
+en der arbeiders toe te geven.
+
+Maar na het tijdperk van den "Terreur", toen het gematigde deel der
+bourgeoisie weder de bovenhand had gekregen, werd er hoe langer hoe
+meer opgetreden tegen de communistische tendenzen, vooral tegen die
+van de groepen der jakobijnen. Van de laatsten verdient in de eerste
+plaats hier vermeld te worden
+
+
+
+FRANÇOIS BOISSEL,
+
+geboren te Joijeux in Vivarais in 1728, die in 1753 advokaat van het
+parijsche Parlement werd, later naar het eiland St. Domingo ging, maar
+in 1789 bij het uitbreken van de Revolutie, naar Frankrijk terugkeerde.
+
+Hij trad in 1799 op, met een "Catechismus van het menschelijk
+geslacht", waarin hij zeer koene conclusies trok uit de in 1789
+geproklameerde "Rechten van den Mensch" en zijne ideën bloot gaf
+omtrent eene hervorming van de maatschappij.
+
+De voorwaarde om te komen tot eene maatschappij, waarin geen
+eigenbelang zal heerschen, en den eigendom niet eene private zaak,
+zag Boissel wel voornamelijk in eene sociale opvoeding. De kinderen
+moesten derhalve door de gemeenschap worden opgevoed meende hij.
+
+Als overgangsmaatregel stelt Boissel, en dit is voor hem als
+fransch socialist van de 18e eeuw typisch, eene "progressieve
+inkomstenbelasting" voor, die den rijken ten-slotte zóó belasten zal,
+dat voor hen het privaat-bezit elke waarde verliest. Uit de opbrengst
+zullen pensioenen moeten worden bestreden voor ouden en invaliden. Ook
+sloeg Boissel het oprichten van staatsmagazijnen van agricole produkten
+voor, en publieke werkinrichtingen voor werkeloozen van staatswege.
+
+Na hem, komt hier in aanmerking als maatschappelijk hervormer,
+Robespierre's vriend en volgeling
+
+
+
+SAINT-JUST.
+
+Deze, die in 1794 na Danton's val aan de regeering kwam, meende, dat
+zoolang er nog armen en behoeftigen waren, de zaak van de vrijheid,
+van de Republiek, in gevaar was. "Duldt in den Staat noch eene
+ongelukkige, noch eene arme: alleen tot dien prijs zult gij eene ware
+republiek kunnen in stand houden!" De economische gelijkstelling is
+de levensvoorwaarde voor de republiek; de rijkdom der "aristokratie"
+is voor de republiek evenzoo gevaarlijk als de ellende des volks. "Er
+behooren noch rijken, noch armen te bestaan.... Daar waar er te groote
+bezitters bestaan daar vindt men louter armen.... De rijkdom is een
+infamie", enz., ziedaar zijn meeningen.
+
+De ellende, die wel het naast, volgens Saint-Just, een gevaar oplevert
+voor de republiek, moest in de eerste plaats dan ook uitgeroeid
+worden. Dit was te vinden door zeer strenge agrarische wetten: "Ten
+einde de zeden te hervormen en den nood te bevredigen, moest men
+beginnen, met een ieder wat land te geven. Het bedeldom moet worden
+tegengegaan door verdeeling van de nationale goederen onder de armen."
+
+Voorál moest het volk zich op den landbouw kunnen toeleggen, daar
+alleen een landbouwend volk een "deugdzaam" en een vrij volk kan wezen.
+
+De mogelijkheid om de maatschappij gelukkig te maken, zag
+Saint-Just, evenals zoovele hervormers uit het midden der 18e eeuw
+dan ook gelegen in de wetgeving en die wel uitsluitend van uit een
+streng gecentraliseerden Staat. Saint-Just viel echter spoedig met
+Robespierre, wiens handlanger en vriend bij was, en hiermede ging
+ook zijn plan te gronde.
+
+Maar het eerst en het voornaamst werden communistische denkbeelden,
+te midden van de Fransche Revolutie verkondigd door een man, die niet
+aarzelde, zelfs niet onder het Schrikbewind, met zijn meeningen voor
+den dag te komen. Die man was:
+
+
+
+FRANÇOIS NOËL BABEUF,
+
+of, gelijk hij zich-zelf gaarne noemde, met eene herinnering aan de
+Romeinsche geschiedenis, Grachus Babeuf, werd in 1760 te Saint-Quentin
+uit Calvinistische ouders geboren.
+
+Op 16-jarigen leeftijd als schrijver bij een landmeter werkzaam, werd
+hij daarna ambtenaar bij het kadaster in Roije (Picardië). In deze
+positie leerde hij den slimmen nood waarin het landvolk zich bevond
+van nabij kennen en het is wel daaraan te wijten, dat hij zich reeds
+in 1887 onledig hield met de studie van de werken van Meslier, Morelly
+en Mably, en met het vraagstuk van de afschaffing van den eigendom.
+
+Na de bestorming der Bastille, waaraan hij deel had genomen, bekleedde
+hij verschillende ambten in dienst van den Staat. In 1794 stichtte
+hij het "Journal de la liberté de la presse", dat later in "Tribun du
+peuple" werd omgedoopt. Na den val van Robespierre en zijnen aanval op
+degenen welke dezen ten val hadden gebracht, de Thermidoristen, werd
+hij, tezamen met een aantal eveneens radikale republikeinsch-gezinden,
+in de gevangenis geworpen. Hier was het, dat Babeuf de gelegenheid
+kreeg, om met hen van gedachten te wisselen, over het beginsel van
+de gelijkheid en te onderzoeken of de gelijkheid, zooals die tot nog
+toe was verstaan, wel eene grondstelling voor het maatschappelijk
+leven kon heeten van genoegzame waarde, om het geluk en het leven
+daarvoor te wagen. Zij werden tot twijfel daaraan gedreven, door de
+gebeurtenissen van den laatsten tijd, en kwamen tot de slotsom, dat
+het simpele politieke axioma van de gelijkheid alléén, geen ideaal
+kon zijn waarmede de menschheid gelukkig te maken was. Zij trokken
+uit de theorieën van Jean Jacques Rousseau, die in die dagen, wel
+de bron waren van alle hervormers van voor en in 1789, de verdere
+consekwenties en de conclusie, dat ook het onderscheid in bezit
+moet worden weggenomen, wil de politieke gelijkheid geen chimère,
+geen denkbeeldig iets blijken te zijn.
+
+In October 1795 weder vrijgelaten, ging Babeuf dadelijk aan het
+agiteeren voor zijne denkbeelden, die communistisch waren en de
+natuurrechtelijke politieke gelijkheids-ideën van Rousseau ten
+grondslag hadden. "De mensch is van nature goed" gelijk Rousseau
+leerde; "deze goede en onbedorven mensch werd eigenlijk nog maar
+vertegenwoordigd door die uit de onderste standen der samenleving,
+die van de weelde en de verdorvenheid daarmede gepaard gaande, bevrijd
+waren gebleven. Daarom moest door de toekenning van alle politieke
+rechten het volk tot de regeering brengen," omdat, gelijk men in 1793
+zeide: "le but de la société est le bonheur commun" (het doel van de
+maatschappij is het gemeenschappelijk geluk.) Robespierre verklaarde:
+"Nous voulons un ordre des choses, où toutes les passions basses
+et cruelles soient enchainées, toutes les passions bienfaisantes
+et généreuses éveillées par les lois.... Nous voulons substituer
+dans notre pays, la morale à l'égoïsme, la probité à l'honneur, les
+devoirs aux bienséances, le mépris du vice au mépris du malheur." (Wij
+willen een orde van zaken, waarin alle lage en slechte hartstochten
+zullen worden vastgelegd, alle edele en weldadige hartstochten
+zullen worden opgewekt door de wetten... Wij willen in ons land de
+moraal stellen in de plaats van de zelfzucht, de braafheid voor de
+eer, de plichten voor de zeden, de smaad van de gebreken voor die
+van het ongeluk). Babeuf wilde uitgaande van deze gedachten, als
+grondstellingen voor een ideale maatschappij, de arbeidsplicht van
+allen, wettelijke vaststelling van het getal arbeidsuren; leiding van
+de produktie door eene, door het volk direkt gekozen opperste macht;
+verdeeling van den noodzakelijken arbeid onder de burgers onderling;
+afdoening van den onaangenamen arbeid door de burgers naar de rij
+af; het recht van alle burgers op gezamenlijk genot, en diensvolgens
+gezamenlijke verdeeling der gebruiksgoederen--welker voortbrenging,
+door de algemeene deelname daaraan natuurlijk zeer zoude stijgen--onder
+de individuen, naar de mate hunner behoeften.
+
+Dit communistisch stelsel verkreeg eene hoogere wijding bij Babeuf,
+dewijl hij het verdedigde, niet zoozeer met wetenschappelijke,
+als wel met godsdienstig-bijbelsche uitspraken en stellingen. Het
+communisme zou daarnaar een wil van God, de aardsche gelukzaligheid
+en de voorbereiding zijn tot de hemelsche; en de eenige drijfveer
+tot dat alles, zal de "deugd" zijn.
+
+Maar daar deze phantazie niet zoo dadelijk te verwerkelijken was,
+gelijk ook Babeuf wel begreep, zoo waren er een aantal maatregelen
+noodig voor het tegenwoordige, opdat in de toekomst de menschheid
+dit ideaal bereiken kon. In de eerste plaats dan moest er worden
+ingesteld eene "groote nationale gemeenschap van goederen", waartoe
+zullen moeten behooren alle staatseigendommen, al het vermogen van de
+"vijanden der volkszaak" zoowel als alle goederen, welker aanbouw
+door de eigenaren derzelven, niet werd uitgevoerd. Elke franschman
+zal tot deze gemeenschap kunnen toetreden, doordien hij zijn vermogen
+ten haren dienste stelt en haar zijne arbeidskracht aanbiedt. Dan zal
+de gemeenschap de erfgename moeten zijn van elke private erfenis. De
+medeleden arbeiden gezamenlijk en krijgen daarvoor voedingsmiddelen
+in ruil, zooals eene "matige en sobere keuken, die plegen op te
+leveren"; zoowel alles wat noodig is voor het leven. Wie met schulden
+de gemeenschap bijtreedt, wordt van alle zijne verplichtingen ontheven.
+
+Dit zijn in 't kort, de denkbeelden waarvoor Babeuf in 1795 de agitatie
+in zijn "Tribun du peuple" ondernam; die hij predikte in stad en land
+en daar hij een meester van het woord was in alle opzichten, zoowel
+door zeggingskracht als door woordenkeus zijn gehoor wist mede te
+sleepen, maakte zijne propaganda een geweldigen indruk. Vooral na den
+val der Jacobijnen, richtte hij er al zijne krachten op, dezen weder
+uit hunne verstrooidheid en tot hereeniging te brengen. Hij richtte
+weder een dier geheime genootschappen op--in de dagen van de 1789
+eene zoo geweldige kracht,--die hij het genootschap van de "Gelijken"
+noemde. Daarnevens werden een aantal kleine "clubs" gesticht over
+het geheele land; zoodat naar men meende in vrij korten tijd Babeuf
+méér dan 17.000 aanhangers van zijne sociale theorieën om zich heen
+had verzameld.
+
+Alsnu trad de regeering handelend op. De poging die er zoude worden
+gedaan om zich meester te maken van de macht in den staat, teneinde
+eene andere sociale orde van zaken in te stellen, was namelijk
+verraden geworden. In het begin van Mei 1796, werd Babeuf zelf in
+hechtenis genomen, nadat zijne vrienden reeds eerder gevat waren
+en terecht waren gesteld. De rechtbank veroordeelde hem wegens
+samenzwering tegen den staat ter dood, welk vonnis hij heldhaftig
+den 8ste prairial 1797, op de place de la Vendôme onderging met
+zijn vriend Darthé. Van zijn medestanders waren er enkelen gevlucht,
+anderen tot deportatie veroordeeld.
+
+Dit was het einde van een man die in armoede geboren en in
+armoede geleefd heeft, en meende, dat het aan den goeden wil van
+een betrekkelijk klein aantal menschen lag, om de leuzen, die in
+de Revolutie van 1789, eene zoo geweldigen dienst hadden gedaan,
+tot werkelijkheid te maken. En hiermede hadden de socialistische
+pogingen in de Fransche Revolutie geboren, en die welke ten doel
+hadden deze hervorming tot eene radikale te doen zijn, voor goed
+schipbreuk geleden.
+
+De geheele Revolutie verliep verder in het Keizerrijk van Napoleon
+Bonaparte, die van eersten Consul der Republiek, weldra Keizer
+werd. En onder diens regeering had Frankrijk te veel oorlogen te
+voeren en genoot te veel eene betrekkelijken voorspoed, dan dat er
+aan de verwerkelijking der leuzen van 1789 kon worden gedacht.
+
+Eerst in de periode van het herstel, die der "Restauratie", doken er
+weder plannen op, die er op doelden eene grondige sociale vervorming
+van de maatschappij, van eene kapitalistische in eene socialistische,
+in het leven te roepen.
+
+De moderne socialistische Utopisten, of gelijk men ze noemt de
+"groote Utopisten" kwamen als nu ten tooneele. De aanvang van de
+negentiende eeuw zag de socialistische denkers opstaan; zag den
+graaf de Saint-Simon en Charles Fourier in Frankrijk en Robert Owen
+in Engeland aan den arbeid gaan, ten einde het menschelijk ideaal,
+de algemeene welvaart en de grootste som van menschelijk geluk,
+te trachten tot werkelijkheid te maken.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+DE SOCIALISTISCHE UTOPISTEN.
+
+
+In alle kampen en verwarringen der Revolutie, als eenerzijds de
+hartstochten den hoogsten graad hadden bereikt, anderzijds de
+begeestering gloeide en zich in woorden en daden omzette, bleef er
+evenwel iets, dat de menschen, in weerwil van al hun peinzen en hunne
+inspanning niet begrijpen konden. De Revolutie had ontzaggelijke
+menschenoffers gekost, maar met het guillotineeren van menschen,
+bleef evenwel die toestand bestaan.
+
+Die toestand, een economische toestand, was het kapitalisme, dat
+juist door de revolutie in Frankrijk zich eerst recht ontplooien kon.
+
+Het kapitalisme had uit alle inwendige, zoowel als buitenlandsche
+verlegenheden der Republiek nut getrokken. Het had uit de confiscatie
+der goederen, het had uit de assignatenzwendel, uit de instelling van
+het wettelijk maximum, uit de rationeeringen, uit de veldtochten met
+hunne wapen-, kleeding- en voedingsleveranties; uit het continentale
+stelsel tegen Engeland; kortom, uit alle maatregelen, welke de
+Constiuante, de Conventie en het "Comité voor publiek welzijn",
+nam, door het Directoire het Consulaat en Keizerrijk heen zijn nut
+getrokken en er baten voor zich weten uit te slaan.
+
+De groote vermogens kwamen als paddestoelen uit den grond; de
+speculatie- en handelsgeest greep meer dan ooit om zich heen
+en alom maakte zich de kapitalistische geest meester van alle
+private verhoudingen van de menschen onder-elkander. De theorieën
+van Adam Smith, die het individualisme tot den grondleer van de
+Staathuishoudkunde had verheven, kwamen van Engeland naar Frankrijk
+over en vonden daar geheel spontaan, ook hunne verwerkelijking.
+
+En onder het regime van Napoleon I was de oude orde van zaken weder
+teruggekeerd. De begeestering voor de "gelijkheid der menschen"
+verdween en na Napoleon's val kwam het "ancien regime" ("de oude
+regeeringsorde") terug en alles scheen te gaan gelijken op de
+toestanden van vóór 1789.
+
+Dat de geest van onderzoek echter nog bestond, bewezen wel op
+verrassende wijze twee mannen, die tegelijk, en onafhankelijk van
+elkander, opstonden in Frankrijk. De eerste, die wij hier zullen doen
+kennen, was de graaf de Saint-Simon.
+
+
+
+CLAUDE HENRY DE ROUVRAIJ, graaf de Saint-Simon,
+
+werd den 17en October 1760 geboren. Hij was een achterneef van den
+groothertog en pair van dien naam, die in zijne kroniek van het
+hof-leven onder Lodewijk XIV, eene der beroemdste memoire-werken
+geleverd heeft uit die dagen.
+
+Deze "voorvaderen" spelen dan ook in de Saint-Simon's leven geen
+geringe rol. Inderdaad stamde het geslacht in rechten lijn af van
+den lageren adel uit het graafschap Vermandois, waarvan onder de
+regeering van Lodewijk XIII, een medelid tot den rang van hertog werd
+verheven. Deze Vermandois nu, leidden hun geslacht af van Karel de
+Groote. In den droom, vertelt de Saint-Simon ons, was hem eenmaal
+Karel de Groote verschenen, om hem te profeteeren, dat hij éénmaal
+als philosoof, het geslacht tot eene even groote eer zou wezen,
+als dezen dit als Vorst geweest was.
+
+Saint-Simon geloofde inderdaad dat hij, als 't ware gepredestineerd
+was tot den rol van wereldbeheerschend philosoof. Zijne overspannen
+phantazie en zijne overigens levendige verbeeldingskracht, deden
+hem dingen gelooven, die zich in de werkelijkheid niet zoo hebben
+toegedragen als hij-zelf ze ons mededeelt.
+
+De Saint-Simon was een leerling van de groote d'Alembert, de man die
+met Diderot en anderen medewerker was aan de beroemde Encyclopedie
+der 18e eeuwsche materialistische wijsgeeren in Frankrijk, vóór
+de groote Revolutie. Zijn jeugd verliep in onvaste bezigheden. Wij
+vinden hem dan als officier in Frankrijk, dan als medestrijder van
+Washington bij de vrijheidsoorlog van de staten van N.-Amerika tegen
+Engeland; als diplomatiek agent op eigen gelegenheid in Nederland of
+als raadgever van ministeries in Spanje en Mexiko, in welk laatste
+land hij omvangrijke irrigatiewerken op touw zette.
+
+In de Revolutie verloor de Saint-Simon, evenals zoovelen, zijn
+gansche vermogen en aldus werd hij gedwongen te gaan werken voor
+zijn levensonderhoud. Dit deed hij zóó, dat hij, door middel van den
+koophandel, waarop hij zich toelegde, alras een nieuw vermogen had
+weten bijeen te krijgen. Maar ook dit was weder spoedig door een groote
+luxe en verkwisting verdwenen. De Saint-Simon zegt opzettelijk zich
+aan zoo groote verkwisting te hebben overgegeven, teneinde daardoor
+zijne kennis van het leven te vervolmaken en al het menschelijke,
+zelfs het méér dan menschelijke, bij de plannen die hij had voor de
+toekomst van het menschelijk geslacht, daarbij in oogenschouw te kunnen
+blijven houden. Dat hij ook lang genoeg gelegenheid heeft gehad de
+psychologie van de armoede te bestudeeren, en dat eveneens aan zijn
+eigen lijf, hinderde hem dan ook geenszins. Het is dan ook uit deze
+laatste periode zijns levens, dat zijn werkzaamheid als publicist,
+als denker en als hervormer dagteekent.
+
+Het uitgangspunt van de Saint-Simon's denken, was de erkenning
+van het armzalige van al het bestaande, van de gansche materieele,
+politieke en religieuze nood van zijnen tijd. Zijne critische blik,
+kon zich niet laten verblinden, door den glansrijken pronk van de
+weelde, die het nieuw-geschapen keizerrijk van Napoleon I ten toon
+spreidde; hij zag zeer goed daarachter, de ellende van dat bloeiend
+kapitalisme en zijn hart werd ten volle aangegrepen door der menschheid
+ganschen jammer. Over het algemeen genomen, was de Saint-Simon een
+Faustnatuur. Geniaal en vol van de hem verteerende weetgierigheid,
+dreef hem dit alles rusteloos voort naar eene allesomvattende kennis
+en tot een door niets in te toomen hartstocht, der menschheid gelukkig
+te willen maken. Dat hij bij dit onbeperkt streven, meer dan eens
+de reële feiten niet goed heeft kunnen zien, doet niets af aan dit
+groote feit, dat hij dingen heeft gezien in een tijd, toen nog door
+de geringe ontwikkeling van de kapitalistische maatschappij, geen
+mensch heeft kunnen zien wat hij zag.
+
+
+
+De Saint-Simon was 43 jaren oud, toen hij zijn eerste publieke
+geschrift schreef, genaamd: "Lettres d'un habitant de Genève à
+ses contemporains." ("Brieven van een inwoner van Genève aan zijne
+tijdgenooten.") Het kwam uit in 1803, maar werd vergeten, totdat het in
+1823 door zijne leerlingen aan deze vergetelheid ontrukt was geworden.
+
+In deze "Brieven" toonde de Saint-Simon reeds zijn denkbeelden aan, van
+der menschheid eene leiding te willen geven. Gelijk de maatschappij in
+de middeneeuwen door de geestelijkheid was geleid, zoo moest dit ook nu
+weder geschieden, thans door het denkend gedeelte van de samenleving.
+
+De hier door de Saint-Simon gedachte heerschappij van den geest, moest
+in waarheid die van het genie zijn. Deze genieën moesten onafhankelijk
+zijn; geen posten van de regeering behoeven aan te nemen en daardoor
+niet verplicht zijn "secondairement" te denken. Zij moesten zich
+niet verlamd gevoelen, en met stoutheid zouden zij de wieken van
+hunne geestelijke meerderheid kunnen uitspreiden en daardoor de
+menschelijke maatschappij steeds ten zegen kunnen verstrekken. "Ruimte
+voor de Archimedessen!" was zijn uitroep--"geen hulde meer aan
+de Alexanders!" Met andere woorden: de tijd die aangebroken was
+beteekende volgens hem, een ten troon stijgen van de wetenschap,
+die de plaats innam van de studie van den oorlog.
+
+Bij zijn plan tot organisatie van de maatschappij, verdeelde hij de
+menschen in drie klassen. De eerste klasse was die van de vooruitgang;
+zij was samengesteld uit de geleerden, de mannen van de kunst, en
+allen, die liberale denkbeelden ten beste van de samenleving te geven
+hadden. De tweede was die van het behoud, zij bestond uit de eigenaars
+van den grond. De derde klasse was die van de gelijkheid. Zij bevatte
+dat deel van de menschheid dat niets bezat, geen eigendom, ook niet
+een geestelijk.
+
+Tot de eerste klasse zeide hij: "Gij geleerden en kunstenaars, gij
+hebt den scepter der publieke opinie in uwen hand, grijpt dien aan
+met moed. Overwint slecht der inertie van uwen stand. Mathematici
+maakt een aanvang!"
+
+Tot de tweede klasse richtte zich de Saint-Simon met deze woorden:
+"Aanvaardt mijn plan, doet het uit vrijen wil, want anders zoudt gij
+er door de geleerden toe gedwongen kunnen worden en zou de geschiedenis
+van 1789 zich voor u kunnen herhalen. Gij kunt de crisis nog beletten,
+en taak van den overgangstoestand kunt gij helpen verlichten. Gij
+kunt de "regulateurs" der beweging worden en op die wijze uwe plaatsen
+blijven innemen!"
+
+En tot de derde klasse eindelijk zeide hij: "Vrienden maakt dat de
+rijken, die tot nu toe geen andere bezigheid gehad hebben dan u bevelen
+te geven, gedwongen worden u onderwijs te geven. Wie kunnen u anders
+voorthelpen dan de geleerden? Een geleerde is iemand die voorziet,
+iemand die voorspelt.
+
+"Bedenkt wel dat gij dáárom alleen, staat onder de heerschappij van
+de klasse van de eigenaars,--die tien- en twintigmaal geringer in
+aantal zijn dan gij--omdat de eigenaars u in verstand verre de meerdere
+zijn. Zoekt met hen op gelijken trap van ontwikkeling te komen. Zoowel
+geleerden, als kunstenaars moeten u daarbij ter hulpe komen. Door
+mijn ontwerp heb ik getracht alle plannen ter uwer ontwikkeling tot
+ééne straal te leiden. Helpt dus! Schrijft in zoo gij kunt. Bij de
+keuze der benoemingen zal ik u helpen!"
+
+Het plan beoogde eene algemeene organisatie der maatschappij, op deze
+grondslagen: "de geestelijke macht in handen van de geleerden; de
+wereldlijke macht in hadden der eigenaars; de macht om hén te benoemen,
+die de taak zouden te vervullen hebben van leiders der menschheid te
+zijn, in handen van een ieder. Het loon der regeerders moest bestaan
+in de algemeene achting en de eerbied die men hen zou toedragen."
+
+In deze "Brieven uit Genève" wilde de Saint-Simon dus aan de menschheid
+eene nieuwe organisatie geven; een orde van zaken in de maatschappij,
+steunende op het denkbeeld, dat de geheele menschheid één eenheid
+was; dat er éénheid moest komen in het menschelijk arbeiden en dat
+de geleerden en kunstenaars de mannen bij uitnemendheid waren, om
+dat werken te leiden en te besturen.
+
+De taak der vrouw was hierbij niet over het hoofd gezien en ook werd
+deze nieuwe orde van zaken door de Saint-Simon, tot een soort nieuwen
+godsdienst verheven.
+
+In 1807, na een leven van ontbering te hebben geleden, schreef de
+Saint-Simon zijn: "Introduction aux travaux scientifiques du XIX-me
+Siècle." (Inleiding tot den wetenschappelijken arbeid der 19e eeuw). In
+zekeren zin was dit boek een antwoord op een prijsvraag door Napoleon
+Bonaparte uitgeschreven en aan het "Instituut" opgegeven onder het
+opschrift: "geeft mij rekenschap van de vooruitgang der wetenschap
+sedert 1789 en zegt mij, welke hare tegenwoordige toestand is en
+welke de middelen zijn om haar vorderingen te doen maken."
+
+De Saint-Simon past in zijn boek voor het eerst,--en dit is werkelijk
+een vooruitgang der wetenschap geweest, al werd het niet officieel
+erkend,--deze tweeledige methode toe: die der analyse en die der
+synthese. Door analyse, klimt men van bijzondere feiten óp tot een
+algemeen feit; door synthese daalt men van het algemeene tot de
+bijzondere feiten af, zoo stelde hij vast.
+
+De geleerden van de richting a priori waren voor hem die zoo als Bacon
+van Verulam en Descartes. Vooral de laatste, die tot den menschheid
+heeft durven zeggen, dat zij slechts gelooven moet die zaken welke haar
+door de rede worden aangetoond en bevestigd zijn door de ervaring;
+de man die het bijgeloof omverwierp en een volgens vaste methode te
+werk gaanden twijfel onderwees.
+
+De richting a posteriori was begonnen bij Locke en Newton in
+Engeland. De een op het gebied van de kennis van de georganiseerde
+wezens, de ander op dat van de brute lichamen, verkregen hunne
+bewonderenswaardige resultaten door toepassing van de analyse.
+
+Beide methodes zegt de Saint-Simon, moeten worden vereenigd; het
+was de fout van de denkers der 18e eeuw, dat zij hierbij dachten
+aan strijd en aan tegenstelling. Zoowel het generaliseeren als het
+particulariseeren, zij hebben verder te zamen recht van bestaan.
+
+Na aldus de gansche wetenschap van de 18e eeuw te hebben getoetst
+aan deze twee maatstaven, gaat de Saint-Simon zich in beschouwingen
+verdiepen over den godsdienst. En dan krijgen wij eene krachtige
+uiteenzetting van hem, dat de Kerk in de middeneeuwen dáárom zoo hoog
+in aanzien stond, omdat werkelijk de geestelijken van toen beter en
+intelligenter waren dan de leeken. Eerst toen die meerderheid van
+verstand en gemoed ophield te bestaan, kwam er scheuring.
+
+Volgens zijne inzichten, gaat de richting in het godsdienstige deze
+kant uit: het godsdienstig Deïsme maakt plaats voor het Physicisme,
+een godsdienst op natuurkennis gebouwd.
+
+Wat de ethiek aangaat, meent de Saint-Simon, dat het negatief beginsel
+van het Evangelie: "Doe niet aan anderen, wat gij niet wilt dat men
+u doet", plaats moet maken voor een ander en een positief beginsel.
+
+"De mensch moet werken!" Het denkbeeld van den arbeid in den breedsten
+zin opgevat altijd. Maar een rentenier, iemand die niet persoonlijk het
+werk bestuurt dat zijn eigendom produktief moet maken, is een wezen
+dat de maatschappij tot last is. De zedeleer dient hierop steeds de
+aandacht gevestigd te houden. De wetgever moge het vrije en volledige
+gebruik van den eigendom toestaan, de moralist is genoodzaakt der
+menschheid en der openbare meening te drijven in de richting der
+erkenning, dat den nietsdoenden eigenaar, alle achting moet worden
+onthouden.
+
+In 't jaar 1813 schreef Saint-Simon twee groote manuscripten, zij zijn
+het bij zijn leven gebleven, dewijl hij geen geld had om ze te laten
+drukken. Eerst in 1858 zijn zij gedrukt geworden. Zij zijn getiteld:
+"Mémoire sur la science de l'homme" en "Travail sur la gravitation
+universelle" ("Memorie over de wetenschap van den mensch") en
+("Studie over de algemeene zwaartekracht"). Het eerste is wederom
+een poging om de Europeesche maatschappij te reorganiseeren. De
+studie van den mensch moest allereerst uitgaan van de physiologie,
+in de tweede plaats moesten de daden van het menschelijk geslacht
+beantwoorden aan de wet der ontwikkeling. De physiologie is de eenige
+positieve grondslag voor de kennis die de mensch noodig had. Volgens
+de Saint-Simon, had de literatuur als zoodanig, als voortbrengend
+middel van beschaving uitgediend; de kennis der natuur kon thans nog
+alleen tot resultaten leiden.
+
+De Saint-Simon's uitgangspunt was, dat de mensch van dezelfde natuur is
+als de dieren en alleen door eene betere organisatie van het lichaam,
+zich boven de dieren heeft weten te verheffen. De menschheid heeft
+evenwel gezorgd, de dieren op lageren trap te houden en daarom storend
+gewerkt op hunne ontwikkeling.
+
+De Saint-Simon's betoog komt dan vervolgens hierop neer, dat het
+geheele stelsel van onze kennis daarheen moet worden georganiseerd,
+en gegrondvest moet worden op dit eene geloof: dat het geheel bestuurd
+wordt door eene enkele vaste wet. Alle systemen van toepassing nu, alle
+die van religie, van politiek, van moraal en van burgerlijk recht, zij
+zullen in overeenstemming moeten worden gebracht met dit nieuwe stelsel
+van kennis. De geheele maatschappij moest aldus worden geregeld, en
+volgens hem was de tijd daarvan niet meer zoo ver af. Immers, politieke
+en wetenschappelijke omwentelingen wisselen elkander beurtelings af.
+
+In zijn tweede geschrift, vervaardigd onder den indruk van
+gebeurtenissen van 1813, geeft hij o. m. een schoon overzicht van
+de philosophie, in den vorm van een toespraak van Socrates aan
+zijne leerlingen. En dan nogmaals, een overzicht van de waarde van
+de Middeneeuwen voor de beschavingsgeschiedenis der menschheid. Hij
+toont aan, hoe slecht de geschiedschrijving dit tijdperk begrijpt, door
+het te beschouwen als dat van de "donkere eeuwen der barbaarschheid".
+
+Verder uitwerkende het denkbeeld, dat zoowel de zedelijke als
+de natuurwetenschappelijke, ja alle kennis berust op de wet der
+zwaartekracht, moeten de geleerden zelven, als geestelijke macht bij
+uitnemendheid, de leiding van de wereld op zich nemen. Het geleerdste
+lichaam moest de priesterlijke functie vervullen en de nieuwe paus
+van zulk eene nieuwe wereldorde, priester van positieve kennis, zal
+het tijdperk van den oorlog sluiten, dat van den vrede inwijden en
+de anarchie zal alsdan ophouden te bestaan.
+
+In 1814 verscheen onder den titel van: "De la réorganisation
+de la Société Européenne, par M. le Comte de Saint-Simon et par
+M. A. Thierry, son élève." ("Over de hervorming van de europeesche
+maatschappij door de graaf de Saint-Simon en A. Thierry, zijn
+leerling"), het eerste eigenlijke maatschappelijk hervormings-werk.
+
+De Saint-Simon stelde daarin voorop, dat de negentiende eeuw tot
+taak had te organiseeren, gelijk de aan haar voorafgaande, de 18e,
+tot taak had de critiek op de maatschappij te leveren.
+
+In de eerste plaats moesten de Mogendheden naar betere regeeringsvormen
+zoeken. Men vergete niet, dat de Saint-Simon dit schreef onder
+den geest van algemeene reaktie in de politieke gebeurtenissen na
+den val van Napoleon I. Dit betere moest zijn criterium vinden in
+de voorwaarde, dat onder zulk een regeeringsvorm elke quaestie van
+openbaar belang, achtereenvolgens a priori synthetisch en a posteriori
+analytisch werd onderzocht en behandeld.
+
+Dit was volgens hem alléén mogelijk--en ook verwezenlijkt in
+het Engelsche parlementaire stelsel--waar voor het onderzoek a
+posteriori afzonderlijke en goed onderscheiden politieke machten waren
+gevestigd. Het Huis der Gemeenten ging alles na, uit het oogpunt der
+locale belangen, onderzocht de zaken a posteriori, terwijl de Koning
+daar te lande, het hooge standpunt vertegenwoordigde dat de zaken a
+priori behandelde. En het Huis der pairs was werkzaam als "moderateur"
+(middelaar) tusschen beiden. Daarbij waren dan maatregelen genomen
+tegen het eventueele kwaad, dat de machtige koning het systeem
+op zijn grondslagen kon doen wankelen, door de verdeeling van de
+koninklijke uitvoerende autoriteit in twee deelen: den koning zelven
+en de verantwoordelijke ministers. Zijn plan kwam ten slotte hierop
+neêr, dat elke Europeesche staat een eigen parlement moest bezitten
+en dat al die parlementen boven zich zouden hebben: een algemeen
+Europeesch parlement. Dit zou zijn samengesteld uit twee Kamers, die
+der Gemeenten en die van de Pairs. Ieder millioen menschen in Europa
+dat lezen en schrijven kon, zou naar de Kamer der Gemeenten van dat
+groot-Europeesch parlement, een koopman, een geleerde, een magistraat
+en een administrateur benoemen. Van de berekening uitgaande, dat er in
+Europa 60 millioen menschen waren, die lezen en schrijven verstonden,
+zou men dus 240 leden hebben. Ieder lid van de Kamer zou voor 10 jaren
+gekozen worden en ten minste 25,000 franken aan rente moeten zitten.
+
+Nevens die vermogende mannen, het element van de stabiliteit, zouden er
+uit de niet-vermogenden 20 leden bij worden gekozen, uit de bekwaamste
+geleerden, kooplieden, magistraten en administrateurs, die door die
+toelating eene dotatie van 25,000 franken aan grondeigendom zouden
+verkrijgen.
+
+De Pairs zouden door den Europeeschen koning worden benoemd uit
+de allerrijksten van Europa; ieder Europeesch pair zou ten minste
+500,000 francs aan rente moeten bezitten. Ook zouden hier nog 20
+pairs bij kunnen toegelaten worden en gedoteerd, uit de mannen van
+wetenschap, industrie, magistratuur en administratie te kiezen. Over
+een Europeeschen koning, wiens instelling eveneens in het plan lag,
+heeft de Saint-Simon zich niet verder uitgelaten.
+
+Tot de bevoegdheden van het Europeesche parlement rekende de
+Saint-Simon in de eerste plaats, twistpunten oplossen tusschen de
+Mogendheden onderling. Verder het ondernemen en het leiden van groote
+werken van openbaar nut voor de Europeesche maatschappij, bijv.:
+het verbinden van den Rijn met den Donau en dat van den Rijn aan
+de Oostzee, enz. Dan ook zou dit Parlement het openbaar onderwijs,
+in zijn geheel, onder zijn beheer moeten nemen. Vervolgens, zou het
+"een Wetboek van de zedeleer" moeten ontwerpen en invoeren, gesplitst
+in voorschriften voor het algemeen en voor elke natie. Zulk een "code"
+zou geheel Europa moeten worden ingeprent.
+
+Na zich aldus te hebben bezig gehouden met het najagen van
+hersenschimmen; immers in de dagen waarin hij "De la Réorganisation"
+schreef was er in de verste verte niet te denken aan de algemeene
+vereeniging van de Europeesche Staten, ging de Saint-Simon zijn
+groote denkkrachten besteden aan de hervorming van den arbeid. In
+Mei van 't jaar 1817, kwam het eerste deel uit van "L'Industrie"
+("Over de nijverheid") onder het motto: "Tout par l'Industrie, tout
+pour elle". ("Alles door de industrie, alles voor haar.") Daarin was
+Augustin Thierry, den reeds genoemden leerling van de Saint-Simon aan
+het woord, die daarin een krachtig betoog hield over de nuttigheid
+van de industrieele klasse. In het oude Europa was de krijgsman in
+eere, hij achtte zich krachtig, omdat de menschen voor hem leefden;
+in het nieuwe Europa is de industrieel de hoofdpersoon, hij heeft
+het bewustzijn van zijn sterkte, omdat alle menschen zijn belang
+voorstaan en behartigen. Volgens de nieuwe beschouwing is thans die
+natie de eerste van allen, die het nuttigst voor de anderen is. Het
+geluk van een volk bestaat in maatschappelijke werkzaamheid: eerst
+werken dan genieten. "Werkt voor allen, want allen werken voor u,"
+dát is de leuze van den nieuwen tijd! En de groote strijd die nog
+gevoerd moet worden, gaat thans tegen de onwetendheid en tegen allen
+die door haar worden gevoed. De grondslag van de geheele politiek
+moet worden: elke natie is eene industrieele maatschappij.
+
+In het tweede deel van 't boek is de Saint-Simon zelf aan het
+woord. De maatschappij is volgens hem niet anders dan de éénheid,
+van de menschen die arbeiden. Deze gemeenschap kent slechts twee
+vijanden: de anarchie en het despotisme. Gedreven door hun eigen
+belang, moeten alle menschen ongestoord kunnen arbeiden. Maar er
+zwerven rondom hen, en in de maatschappij, een aantal parasieten rond,
+die niet arbeiden. De groote taak van elke regeering moet het zijn
+den arbeid tegen die schadelijken te beschermen. Een verbond van de
+industrie met de denkers moest vervolgens tot stand komen.
+
+De Saint-Simon's gevolgtrekkingen in dat boek waren: "eerbied voor de
+produktie en voor de producenten"; mannen van den arbeid moeten den
+gang en de loop van den Staat regelen; het verderfelijke van oorlogen
+en van monopoliën moesten de menschen inzien; eene verbetering van
+de zedeleer was noodzakelijk, omdat aan den arbeid grooten eer
+diende bewezen te worden; iedereen behoorde zich te beschouwen,
+als behoorende tot het genootschap van arbeiders, De politiek is de
+wetenschap der productie. Laat den arbeider dus fier den standaard
+opheffen; industrie is gelijkbeteekenend met productie!
+
+In het derde deel, dat ook nog in 1817 verscheen, werd de wending
+die de maatschappelijke orde te gemoet moest gaan, tengevolge van
+het optreden van de industrie, uit een hooger standpunt bezien. Het
+tegenwoordig tijdstip was een overgangstijdperk, zoowel in zeden en
+gewoonten als in denkwijze. Geen regime kan zich vestigen, wanneer
+niet een daarmede in overeenstemming zijnd philosophisch stelsel
+zich eerst baan gebroken had en in de gedachten der menschen zich
+had vastgezet. En dan gaat de Saint-Simon in zijn boek verder de
+theologische zijde van het Christendom bestrijden. Zooals hij zeide:
+de "morale céleste," had te wijken voor de "morale terrestre";
+hemel en hel moesten niet langer de menschelijke gedachten in beslag
+nemen. Het rijk van de positieve ideën moest een aanvang nemen. Dit
+alles moet evenwel zeer voorzichtig geschieden; men moet met geduld
+te werk gaan; de bestaande kerken moeten niet worden met opheffing
+bedreigd, van-zelf zou dit wel geschieden. Maar de priesters zouden
+evenwel bij de wet gedwongen moeten worden, een examen af te leggen
+in de positieve wetenschappen.
+
+In het vierde deel, dat in 1818 uitkwam, zijn wij weder op praktisch
+terrein. De maatschappelijke kwestie, zegt de Saint-Simon daarin, geldt
+de kwestie van den eigendom. De eigendom moet geconstitueerd worden,
+met het oog op het groote welzijn van de maatschappij, onder het
+tweeledige gezichtspunt dat van den rijkdom en dat der vrijheid. Men
+moet het eigendomsrecht inrichten en bepalen op een wijze, die
+het gunstigst is voor het aangroeien van den rijkdom en voor het
+vermeerderen van de vrijheid van den arbeid. Het eigendomsrecht moet in
+zijn volle kracht blijven, maar de uitoefening van dat recht op deze of
+gene wijze, moet worden bepaald door een wet. En de Saint-Simon maakt
+in dit opzicht geen onderscheid tusschen de landbouw, het handels-
+en het fabriekswezen. Bij het handels- of fabriekswezen is de man
+die werkt en kapitalen opgenomen heeft, de meester dier kapitalen;
+bij den landbouw blijft hij die het land verpacht, die dus niet zelf
+aan het land werkt, de voorname rol vervullen. De oude kooplieden en
+handwerkers, hebben door vrijkooping hunner gemeenten hunne rechten
+moeten koopen; de rechten van de eigenaars van den grond echter steunen
+op verovering, steunen op het recht van den sterksten. De Saint-Simon
+wil aldus aan de landbouwende standen, de "agricole industrieelen"
+dezelfde rechten geven tegenover de grondeigenaren, als de kooplieden
+en nijverheidsmannen die reeds bezitten tegenover de lieden van het
+kapitaal. De vastheid van invloed, die den grondeigendom heeft, moest
+volgens hem, ophouden te bestaan. Bij de volle eerbiediging van den
+grondeigendom als zoodanig, wil hij den grondeigenaren niet geheel
+vrij laten in de uitoefening van deze hunne rechten; het individueele
+eigendomsrecht kan volgens hem, slechts worden gewettigd door het
+algemeene en het gemeenschappelijke nut dat er verkregen wordt, door
+de uitoefening van dat recht. Het nut kan veranderen, al naar mate
+de tijdomstandigheden veranderen.
+
+Men schept daardoor eene klasse van landelijke industrieelen, die
+opkomen voor hun grond, die mede betalen in de belasting, die dus
+ook invloed uitoefenen op het parlement en die aldaar "de politieke
+partij van den arbeid" kunnen helpen versterken.
+
+Saint-Simon wilde de voorwaarden waaronder de eigenaars hunne
+gronden kunnen laten verpachten goed zien vastgesteld en evenzoo
+de bepalingen, waarbij de eigenaars verplicht kunnen worden bij te
+dragen, in de verbetering van dien grond. Van groote waarde is ook
+voor de Saint-Simon het nut van grondcrediet-banken.
+
+Als dus zoodoende de landbouwkwestie zal kunnen worden gerangschikt
+onder de categorie van industrieele zaken, dan zal de landbouw uit haar
+staat van verval op te heffen zijn en een bloeiend leven kunnen gaan
+leiden, evenals dit de industrie deed. Een zaak achtte de Saint-Simon
+hard noodig, en dat was de meerdere verbreiding van de kennis der
+economie. Onder die economie rekende hij vóóral die van Adam Smith
+en J. B. Say. De economisten zijn volgens hem, en in bovenstaanden
+zin opgevat, de beste bondgenooten van de arbeidende klassen.
+
+In 1819 gaf de Saint-Simon een verhandeling over de politiek
+uit, getiteld: "La Politique", of zooals de ondertitel luidde:
+"Verhandelingen over de politiek, zooals zij aan de menschen der 19e
+eeuw voegt, door eene vereeniging van letterkundigen." Dit geschrift
+is bijna uitsluitend van polemischen aard en is vooral gericht
+tegen de geringschattende wijze, waarop er destijds over den arbeid,
+van machthebbende zijden werd gesproken. De eigenaars, de bezitters
+werden toenmaals verklaard te zijn de eenige mannen van kennis en
+geschikt om het land te besturen. Dit was de Saint-Simon te veel. Hij
+riep alle produceerenden op, om eene nationale partij te vormen,
+tegenover de door de van reaktionaire zijde samengeperste nationale
+partij van uitsluitend mannen van grondbezit en groot-kapitaal. De
+klasse der produceerenden riep hij toe, dat zij zich moest bemoeien
+met de politiek "dat zij was die der bijen van de maatschappij en
+dat zij verlost moesten worden--zichzelven moesten verlossen--van de
+hommels." Hij ried hun aan, eene petitie tot den koning te richten,
+met de bede: "Sire, wij zijn de bijen, verlos ons van de hommels!" Dan
+zal het begrepen worden, dat de producenten de kracht van het land
+zijn en dat het niets dan materialisme is, wanneer alleen de nationale
+vertegenwoordiging berustte op de macht van den grondeigendom en het
+aktieve element van den arbeid van elken invloed op den gang van zaken
+bleef buiten gesloten. Het geschrift is dan ook in twee afdeelingen
+gesplitst. Het eerste heet: "Le parti national ou industriel,
+comparé au parti anti-national" ("De nationale of industrieele
+partij, vergeleken bij de anti-nationale partij.") Het tweede:
+"Sur la querelle des abeilles et des frelons, ou sur la situation
+respective des producteurs et des consommateurs non-producteurs"
+("Over de twisten der bijen en der hommels of bijzonderlijk over de
+positie van de voortbrengers en de verteerders niet-voorbrengers.")
+
+Omstreeks dezen tijd was het, dat de Saint-Simon de medewerking van
+zijn leerling en "geadopteerden zoon," Augustin Thierry verloor. Zij
+gingen uiteen omdat beider opvattingen bleken te zeer uiteen te
+loopen. Thierry heeft later groote naam gemaakt als historicus, en
+het is in deze hoedanigheid dat wij hem nog verderop met een enkel
+woord ook zullen hebben te noemen. Hij is met zijn historische werken
+tevens ook niet zonder eenige invloed op de ontwikkeling van Karl
+Marx en diens geschiedsphilosophie geweest.
+
+In plaats van Thierry trad nu als "leerling", d. w. z. als medewerker
+van de Saint-Simon Auguste Comte op, eveneens een man die zich later
+onafhankelijk van zijnen vroegeren meester, een beroemden naam gemaakt
+heeft, door zijn positivistisch-philosophische denkbeelden. Ook was
+de tijd dat de Saint-Simon "L'Industrie" uitgaf, blijkbaar voor dezen
+een goeden tijd, althans in finantieel opzicht. Dit laatste echter
+in zooverre, dat de uitgave van dit boek met milde hand werd gesteund
+door bankiers als Perier, Lafitte enz., zoowel als door edellieden van
+naam als de hertog de Broglie en de hertog de la Rochefoucauld, van
+wien er later weder terugkrabbelden toen de Saint-Simon zijn "morale
+terrestre" in plaats van de "morale céleste" gesteld wenschte te zien.
+
+In den aanvang van 1820 verscheen "L'Organisateur", dat een positief
+plan bevatte tot wijziging van het maatschappelijk bestuur en tot
+samenstelling van het Parlement.
+
+De Saint-Simon ging hierin wederom van het begrip uit, dat de 19e
+eeuw de nieuwe stelsels moest organiseeren, gelijk de 18e critisch
+is te werk gegaan. Hij geeft hier al dadelijk zijn standpunt
+omtrent den arbeid in zijn geheel aan, door het bekende beeld,
+dat onder den naam van "le Parabole" ("de gelijkenis") beroemd
+is geworden. Hij zegt: "Gesteld dat op een nacht in Frankrijk
+stierven: de 50 eerste natuurkundigen, de 50 eerste scheikundigen,
+de 50 eerste physiologen, de 50 eerste mathematici, de 50 eerste
+dichters, de 50 eerste schilders, de 50 eerste beeldhouwers, de 50
+eerste musici, de 50 eerste letterkundigen, de 50 eerste mechanici,
+de 50 eerste ingenieurs, de 50 eerste artilleristen, de 50 eerste
+architecten, de 50 eerste doktoren, de 50 eerste wondheelers, de 50
+eerste pharmaceuten, de 50 eerste zeevaartkundigen, de 50 eerste
+uurwerkkundigen, de 50 eerste bankiers, de 200 eerste kooplieden,
+de 100 eerste landbouwers, de 50 eerste bestuurders van hoog-ovens
+en van metaalfabrieken, de 50 eerste wapenfabrikanten, de 50
+eerste bestuurders van leerlooierijen, de 50 eerste metselaars,
+de 50 eerste timmerlieden, de 50 eerste schrijnwerkers, de 50
+eerste smeden, de 50 eerste slotenmakers; kortom, een cijfer van
+drieduizend van de eerste mannen van wetenschap, techniek, kunst
+en arbeid, zou Frankrijk in ééne nacht moeten verliezen. Dan zou,
+volgens de Saint-Simon, Frankrijk als met één slag de ziel van zijn
+leven verliezen, in rang beneden andere natiën dalen en eene geheele
+nieuwe generatie zou er noodig zijn om het geleden verlies weder te
+boven te komen. Maar als nu eens Frankrijk al die mannen behield,
+doch op ééne nacht, zou het land evenzoo plotseling verliezen:
+"Monsieur" (de broeder van den Koning), de hertog van Angoulème,
+de hertog van Berrij, de hertog van Orleans, de hertog van Bourbon,
+de hertogin van Angoulème, de hertogin van Berrij, de hertogin van
+Orleans, de hertogin van Bourbon en mejonkvrouwe van Condé. Gesteld
+dat daarnevens op ééne nacht aan Frankrijk, àl de groot-officieren
+van den Kroon, àl de ministers van Staat, àl de Staatsraden, àl de
+leden van de rekenkamer, àl de Maarschalken, àl de Kardinalen, àl de
+Aartsbisschoppen, groot-vicarissen en kanunikken; àl de prefecten en
+onder-prefecten, àl de beambten der ministeries; alle rechters en nog
+bovendien de tienduizend rijkste inwoners het land zouden ontvallen,
+het ongeluk zou zeker te bejammeren zijn, zegt de Saint-Simon, maar
+het land zou geen noemenswaarde schade door deze verliezen lijden. Het
+verlies zou zéér spoedig te vergoeden zijn!--En toch zegt hij, hebben
+al deze menschen, wiens verlies den Staat niet, of zeer weinig voelen
+zou, den grootsten invloed in onze maatschappij, toch hebben zij méér
+te zeggen, dan de overgroote massa van producenten en nijveren."
+
+"De armen moeten mild zijn voor de rijken; de onbekwamen hebben den
+taak, den bekwamen te leiden en te regeeren. Het is zeker in Frankrijk
+de omgekeerde wereld!"
+
+"Het is alsof de maan de zon verlicht," zoo zegt hij vervolgens,
+"wanneer men ziet, dat de mannen der oude orde, de mannen der
+conjecturale wetenschappen, leiding meenen te kunnen geven aan
+nieuwe dingen, aan nieuwe wenschen, aan eene nieuwe orde van zaken,
+aan den bedrijvige, positieve vooruitgang." De leiding moet komen
+aan de kundigsten en aan de bedrijvigsten en de regeerders moeten er
+toezicht op houden, dat de arbeid ongestoord plaats kan vinden. De
+arbeid is er, volgens de Saint-Simon, niet om de regeering, omgekeerd,
+de regeering is er om den arbeid.
+
+Er worde dus gevormd eene eerste Kamer, welke hij "Kamer van Inventie"
+noemt. Zij zal bestaan uit drie secties. De eerste sectie zal bestaan
+uit 200 ingenieurs, de tweede uit 50 dichters of literatoren, die
+nieuwe denkbeelden hebben, de derde uit 25 schilders, 15 beeldhouwers
+of architecten en uit 10 musici. Zij zal zich moeten bezig houden,
+met het ontwerpen van werken van openbaar nut, ten doel hebbend
+den rijkdom van Frankrijk te doen vermeerderen en het lot van zijn
+inwoners te verbeteren. In de tweede plaats moet deze Kamer de openbare
+instellingen organiseeren. De leden dezer Kamer hebben zitting voor
+vijf jaren, zijn herkiesbaar en hebben eene persoonlijke toelage van
+10,000 francs.
+
+Dan worde er gevormd een tweede Kamer, die "Kamer van Onderzoek"
+zal genaamd zijn. Zij zal eveneens bestaan uit 300 leden, waarvan
+100 natuurkundigen, die zich bezig hebben te houden met de kennis
+van de georganiseerde natuur, 100 physici, die zich met lichamelijk
+onderzoek, zoowel van menschen, dieren en insecten bezig houden en
+100 beoefenaren van de meetkunde. Deze Kamer zal al de ontwerpen van
+de Eerste Kamer moeten onderzoeken en toetsen aan hunne kennis en
+aan de ervaring. Zij moet de ontwerpen van wetten voor het onderwijs
+maken en invoeren. Het onderwijs moet zooveel mogelijk pasklaar,
+aan de praktische behoeften des volks, worden gemaakt en daarom
+in drie trappen worden verdeeld. Er mag alleen, in geen der drie
+soorten van onderwijs, sprake wezen van godsdienstig onderwijs. De
+Saint-Simon meent dat, daar ieder vrij is in het uitoefenen van den
+godsdienst dien hij verkiest, iedereen ook persoonlijk moet weten,
+welke godsdienstige opleiding hij zijne kinderen moet laten geven. Ook
+moet deze Kamer een geregeld toezicht houden op de openbare opvoeding.
+
+De leden dezer Kamer genieten mede 10,000 francs per jaar persoonlijke
+toelage, worden eveneens voor vijf jaren gekozen, en zijn eveneens
+herkiesbaar.
+
+Daarna komt de derde Kamer, waaronder de Saint-Simon zooveel als het
+"Huis der gemeenten" in Engeland verstaat, en die hij "Kamer van
+uitvoering" noemt. En in deze moet elke tak van den arbeid goed
+en evenredig vertegenwoordigd zijn. De leden dezer Kamer genieten
+géénerlei toelage, omdat zij vrij zijn door den arbeid dien zij
+verrichten. Zij is belast, niet alleen met de uitvoering van de door
+de beide eerste Kamers vastgestelde en aangenomen wetsontwerpen,
+maar ook met het uitschrijven en het heffen van belastingen.
+
+Het parlement zal eene nieuwe "Code civil" ("Burgerlijk wetboek") en
+eene nieuwe "Code criminel" ("Wetboek van Strafrecht") vaststellen. Het
+zal den eigendom op nieuwe grondslagen vestigen, gunstiger voor
+de voortbrenging in de maatschappij; een stelsel van algemeene
+verdediging, dat zoo weinig mogelijk een staande leger noodzakelijk
+maakt en een stelsel van algemeene volksweerbaarheid ontwerpen. De
+Saint-Simon verwacht, dat als alle staten rondom Frankrijk zich evenzoo
+zullen hebben gereorganiseerd, oorlog niet zal voorkomen en dus alle
+verdedigingsmiddelen overbodig zullen worden. Een schadeloosstelling
+van twee milliard, zal worden toegestaan aan hen, die onder deze
+nieuwe orde van zaken schade zullen lijden.
+
+De menschen zullen het een "utopie" noemen, zegt de Saint-Simon, zulk
+een plan! Maar dit komt, volgens hem, omdat de menschen geen begrip
+hebben van de geschiedenis; geen kennis hebbende van den loop der
+beschaving spreken zij van "utopieën". Het is zeer te bejammeren, zegt
+hij, dat de geschiedenis een tak is van de wetenschap der letteren,
+en niet wordt beschouwd als een wetenschap op zich-zelve, wat zij is.
+
+Intusschen, terwijl zich een aantal leerlingen om de Saint-Simon
+geschaard hadden, verergerde zijne pecuniaire positie zeer. Hij
+ging zijn zestigsten levensjaar in, kon zijne geschriften alleen
+maar gedrukt krijgen, door zich telkens en telkens te vernederen
+en openlijk vernederd te worden, en de geringe opbrengst ervan, was
+niet in staat om hem in het leven te houden. Van teleurstelling en
+van armoê werd hij wanhopig en op een morgen in de maand Maart 1823,
+vonden zijne jongeren hem met een kogel in het hoofd liggen op zijn
+kamer, evenwel niet doodelijk gewond. Hij herstelde weder, maar moest
+een oog verliezen, terwijl zijn gezondheid van nu af zeer zwak en
+wankel was geworden. Twee jaren leefde hij nu nog, en in dien tijd
+zagen nog het licht: "Catéchisme des Industriels" en het beroemde boek
+"Le Nouveau Christianisme" ("Het nieuwe Christendom.")
+
+In de "Catéchisme" heeft de "science générale" waarover de Saint-Simon
+het zoo vaak heeft, die hij met zooveel hopelooze inspanning verdedigt,
+haar uitgangspunt in de "idee der Industrie." Wat de industrie is
+naar haar wezen en welke gestalte zij in de geschiedenis van Frankrijk
+heeft aangenomen, welke aanspraken zij kan doen gelden en welken som
+van geluk in de samenleving zij heeft doen geboren worden, alle deze
+vraagstukken liggen aan deze verhandeling ten grondslag. Hij begint
+met de begrippen, industrieel en arbeider te ontleden. Een industrieel
+is iemand, die der samenleving de middelen verschaft om in stand te
+blijven en om de behoeften der menschen te bevredigen. De klasse van
+menschen, die zulks doen, behooren den eersten rang in te nemen; zij
+kan allen ontberen, niemand echter haar. Daar alles dóór de industrie
+geschiedt, zoo geschiede ook alles vóór haar. Zij vormt de groote
+massa van de natie, zij vormt het overwicht aan physieke kracht, zij
+bezit de talenten en de intelligenties. Hoe was het nu mogelijk, dat
+zij onderdrukt werd, door een kleiner en zwakker aantal? En hierop
+antwoordt de Saint-Simon, door ons historisch uiteen te zetten,
+de verhouding waarin de industrie tot de staatsmacht staat.
+
+De Franken zijn, naar zijne voorstelling, als de krijgslieden van
+Frankrijk te beschouwen, en tegelijkertijd als de bezitters van
+grond en bodem; door hen werden de Galliërs onderworpen, die nòch
+wapens, nòch vermogen hadden, en niets als hunne arbeidskracht
+bezaten. Beide deelen van het Fransche volk kwamen alsnu, vijandig
+tegenover elkander te staan; deze heerschend en slechts verteerend,
+gene onderworpen en werkzaam. Nog bij de troonsbestijding van
+Lodewijk XI waren deze klassen scherp gescheiden. Deze koning echter
+verbond zich met de industrieelen, de laatsten kwamen daardoor
+langzamerhand tot persoonlijke vrijheid en bezit van geld, terwijl
+de militaire klasse der Franken, nog altijd aan haar bezit van den
+grond vasthield. Hierdoor ontstond voor het eerst in Frankrijk de
+tegenstelling in bezit, die van de eigenaren van geld en industrie en
+die van den grond. Tot aan Lodewijk XIV toe vormden grondbezitters,
+fabrikanten en handelslieden, drie afzonderlijke corporaties. Maar
+onder deze laatste koning begon de industrie zich te ontplooien en
+een element in zich te vormen, dat hare geheele gestalte begon te
+vervormen. Uit de concurrentie en de behoefte van den afzet, vormde
+zich de wereldhandel, die op hare beurt eene klasse van bankheeren
+in het leven riep, die bemiddelaars der betalingen werden en in wiens
+handen het eigenlijke voordeel terecht kwam; met hen begon de periode
+van het credietwezen in de geschiedenis. Het crediet behoort, naar zijn
+wezen, den grooten bankheeren en kooplieden toe; om hen te gebruiken,
+leenen dezen den fabrikanten en den arbeidenden. Dezen breiden
+daardoor hunne zaken uit en daarvandaan komt het, dat de eigenlijke
+macht van het geld en alles wat daardoor geschiedt en mogelijk is,
+in handen van den bankiers over is gegaan. Als nu de Staat geld
+noodig had, boden zij het hem aan, maar onder zekere voorwaarden,
+en hier vangt den tijd aan, waarin de geldwisselaars, de bezitters
+van het crediet zelfs over de industrieelen konden zegevieren en
+zich van den Staat meester konden maken. Op deze wijze was het ook
+mogelijk, dat zich de industrieele wereld zelve splitste in twee
+klassen, die van de eigenlijke industrieelen, zij die arbeiden, en
+die van de slechts-bezittenden; de eersten onderworpen, de laatsten
+heerschend. De oude tegenspraak ziet men hier van nieuw af aan opkomen:
+zij die het diepst onderdrukt zijn, vormen de beste klasse van de
+maatschappij. Zoo komt het resultaat dan te voorschijn, dat de natie,
+het volk is industrieel; de regeering feodaal. Terwijl de bankiers van
+alle landen, den gouvernementen het crediet van de industrie tegen
+hoogen interest verkoopend en zich verheffend op de puinhoopen van
+de ineengeslagen leenheerschappij, den toestand van onderworpenheid
+van voren af aan zijn gaan bevestigen. Nevens hen verheft zich eene
+eigenaardige klasse, die zich tusschen beide klassen in stelt; beiden
+dienend, maar die den eene in haar ziel vijandig is, terwijl zij de
+andere beheerschend, beiden in stand houdt. Dat is de klasse der
+"Legistes", waaronder speciaal de advokaten behooren. Zij vormen
+met de bankheeren tezamen, eene middelklasse en zijn de eigenlijke
+"liberalen," die tegenover de "Industrieelen" staan. Men vergist zich
+zéér, zegt de Saint-Simon, wanneer men beide voor identiek houdt;
+integendeel is het liberalisme van eerstgenoemde klasse, niets als
+een verkapt egoïsme en de leuze van hunne leiders tegenover het
+gouvernement, komt op niets anders neer, dan op het "ôte-toi de là,
+que je m'y mette!" ("Verwijder u van deze plaats, opdat ik mij er
+neder kunne zetten!")
+
+De ware grondzuilen van het eeuwigdurend welzijn der menschelijke
+maatschappij, zijn de industrieelen. "Want," zoo roept hij uit,
+"het is duidelijk, dat de industrieele heerschappij die is, welke
+den menschen de grootste som van algemeene en individueele vrijheid
+kan geven en dat zij alleen aan de moraal de grootste macht in de
+samenleving kan verzekeren. Het is verder duidelijk, dat de samenleving
+van-uit de feodale heerschappij naar die der industrieele, niet kan
+worden overgeleid, door het bloote zakenleven van het bestuur; beiden
+staan diametraal tegenover elkander. De eerste wil de grootst mogelijke
+ongelijkheid onder de menschen, het laatste, het industrieele systeem,
+is gebouwd op de grootst mogelijke gelijkheid van de menschen.
+
+"Daarom moet het rijk van de industrie a priori gekend worden en
+deze "catechismus," is het bewijs, dat de menschelijke geest zich
+reeds tot die hoogte opgewerkt heeft. Wat is evenwel de kracht eens
+gewonen ondernemers anders dan de eenheid? Daarom moet de goddelijke,
+zoowel als de menschelijke moraal, den meest uitstekenden geesten aan
+het werk stellen; het industrieele systeem in zijn onderdeelen bloot
+leggen en de industrieelen zelven opeischen zich, ter verwerkelijking
+kunnen roeping te vereenigen."
+
+Dit is, in 't kort, de inhoud van de "Catéchisme des Industriels." De
+Saint-Simon is de eerste, die naar de innerlijke wetten van de
+samenleving en de wetten welke haar besturen en op hare vorming en
+gestalte van invloed zijn, heeft opgespoord; die hare verschillende
+gestalten heeft blootgelegd en onderzocht heeft, wáárdoor zij zich
+tracht te vervolkomenen. Hij vond de klasse-tegenstellingen, in
+primitieven vorm, tusschen bezit en niet-bezit; tusschen arbeid en
+kapitaal en tusschen, wat hij nog noemde: "de strijd der standen."
+
+De Saint-Simon's laatste werk, waaraan hij arbeidde toen zijne
+krachten hem reeds voor een goed deel begeven hadden, is "Le Nouveau
+Christianisme" geweest. Reeds in zijn "Système Industriel" predikt
+hij deze moraal: "God zeide: Bemint u en helpt u onder elkander!";
+hier begint hij de stelling te ontwikkelen, dat het waarachtig
+goddelijke principe van de christelijke religie is: "de menschen
+zullen elkander als broeders behandelen." God had zelf, wel-is-waar
+de christelijke godsdienst gesticht, maar de later zich ontwikkelende
+clerus is een misgeboorte der christelijke kerk; zij heeft den inhoud
+van het goddelijke christendom, tot een menschelijke gemaakt. Het is
+dus de taak van onzen tijd, om de godsdiensten weder terug te voeren
+tot hunnen waren oorsprong; ze te zuiveren van elk egoïstisch en
+tweeslachtig bijmengsel en om de menschheid op het nieuwe Christendom
+voor te bereiden.
+
+Hij klaagde den Paus en zijn kerk van ketterij aan; het onderwijs dat
+de geestelijkheid den leeken geeft, is valsch en leidt, volgens hem,
+van het ware Christendom af. Want in plaats van de levende moraal der
+liefde te prediken, stelt de katholieke kerk het doode dogma aan den
+spits en in plaats van de kennis te doen vermeerderen, zoekt zij de
+leeken absoluut zich van haar afhankelijk te maken. Hij klaagde den
+paus van haeresie aan en ook dat hij in zijn eigen Staat een bestuur
+in stand houdt, die de moreele en physieke belangen van de behoeftige
+klasse in den weg staat, en dan ook nog hiervan, dat de Paus en de
+kardinalen, zoomede de geheele geestelijkheid geheel uit den tijd
+zijn en tegenwoordig zeer gemist kunnen worden.
+
+De protestantsche kerk critiseert hij eveneens. Hij erkent, dat
+Luther met de Reformatie der beschaving een grooten dienst bewezen
+heeft, maar in het andere gedeelte der Hervorming, dat der opbouw
+van den godsdienst, heeft Luther zijnen navolgers nog veel te doen
+overgelaten. De protestanten hebben dan ook eene moraal welke, bij
+die zooals zij aan den tegenwoordigen stand der beschaving past,
+verre ten achterstaat. De protestantsche cultus is bovendien "zonder
+eenige bekoring, onschoon en koud", in plaats van de aanbidding van
+het Hoogste te doen vieren met behulp van den kracht van den schilder,
+den dichter en de macht van de muziek. Ook gelooft het protestantisme
+aan een gebrekkig dogma. Luther gebood den Bijbel te lezen en niets
+dan den Bijbel. Het lezen van den Bijbel heeft zeker groote voordeelen
+gegeven, maar ook groote nadeelen. Het ware dogma heeft geen gebreken.
+
+De Saint-Simon stelt nu als positief dogma op deze moraal: "in het
+nieuwe Christendom zullen de menschen zich wederzijdsch als broeders
+beschouwen." Deze godsdienst "zal de samenleving haar grootste doel,
+de snelste verbetering van het lot der arme klassen tegemoet doen
+voeren." De godsdienst is van nu af eene sociale godsdienst geworden;
+haar uitgangspunt is de toestand van de menschelijke samenleving
+"de terugvoering naar het aardsche geluk." Het woord van Christus:
+"Mijn Rijk is niet van deze wereld!" werd niet begrepen. "Der religie
+moet men hare zinrijke zijde teruggeven en den eeuwigen strijd tusschen
+materie en kennis, tusschen lichaam en geest moet, in haar verzoend,
+ons tegentreden."
+
+Toen de Saint-Simon zijn "Nouveau Christianisme" voleindigd had,
+hadden hem zijn laatste krachten reeds bijna begeven. Hij hield
+zich toen bezig met de oprichting van het blad "Le Producteur,"
+maar hijzelf zag de verschijning daarvan niet meer.
+
+Toen hij zijn einde voelde naderen, riep hij de vertrouwden van zijne
+gedachten voor zijn bed en zeide tot hen: "Gij gaat een tijd tegemoet,
+waarin goed gecombineerde inspanningen tot een ongekend resultaat
+moeten voeren; de vrucht is rijp, gij zult ze plukken." En zich tot
+zijn meest geliefde scholier, Olinde Rodrigues, wendend, zeide hij:
+"Vergeet niet, mijn zoon, dat men begeestering moet hebben, om
+groote dingen tot stand te brengen! Mijn geheele werken laat zich
+tezamen vatten in deze eene gedachte: alle menschen de verzekering
+der meest vrije ontwikkeling te kunnen geven!" Na eenige minuten,
+toen hij reeds met den dood streed, riep hij uit: "De toekomst is
+aan ons!" Des morgens den 19en Mei 1825, ontsliep hij in de armen
+van zijne leerlingen.
+
+De Saint-Simonistische School telde aanvankelijk vele jonge mannen, die
+later tot de eersten intellecten hebben behoord. Het eerst stond zij
+onder de leiding van Bazard en Enfantin, waarvan later de anderen zich
+afscheidden. Tot hen behoorden behalve de reeds genoemden A. Thierry
+en Comte, Buchez, Pierre Leroux, Adolphe Blanqui, Michel Chevalier,
+Ferdinand de Lesseps, Felicien David, Armand Carrel enz. Velen hunner
+hebben De Saint-Simon's denkbeelden later of geheel, of halverwege
+losgelaten.
+
+
+
+Gelijk wij schreven, geheel onafhankelijk van De Saint-Simon leefde,
+werkte en streed er in denzelfden tijd in Frankrijk een ander groot
+denker en een genie van even grooten soort als hij, voor het geluk
+van de menschheid.
+
+Beiden leefden in één land, doch kenden elkander niet, hadden elkander
+nooit gezien of gesproken en voor zoover bekend, stelden zij zich
+ook niet tegenover elkander, althans niet in het openbaar.
+
+Het tweede genie hier bedoeld was Fourier.
+
+
+
+FRANÇOIS MARIE CHARLES FOURIER
+
+werd den 7en Februari te Besançon geboren uit gegoede ouders. Zijn
+vader was groothandelaar. De jonge Charles toonde reeds vroeg, een
+groot gevoel van ingeboren rechtschapenheid. Hij was voor den handel
+bestemd, maar hij kreeg reeds als knaap een zoo onoverwinnelijken
+afkeer van den handel, dat die op zijn geheele leven den stempel heeft
+afgedrukt. Hij leerde niet alleen den handel haten, maar ook verachten.
+
+Hij zeide later zelf, dat men in den handel ophoudt het onderscheid
+te leeren kennen, tusschen oprecht zijn en liegen. In katechismus en
+op school, had men hem geleerd nooit te liegen, maar dan leidde men
+hem in den winkel, om hem vroegtijdig in het edele handwerk van den
+leugen, of in de kunst om te verkoopen zich te doen oefenen. Getroffen
+door het bedrog en den zwendel van den handel, had hij meermalen
+den koopers terzijde genomen, om hen te vertellen, hoe zij bedrogen
+werden. Een van hen was zoo dankbaar hem te verraden, hetgeen hem van
+zijn vader een pak slaag deed oploopen. En op een toon van verwijt,
+zeiden zijn ouders dan ook meermalen "die jongen zal voor den handel
+nooit deugen." Inderdaad, bij Fourier was dan ook een diepen afkeer
+van den handel gerijpt en, negen jaren oud, zwoer hij den handel een
+eeuwigen haat.
+
+Fourier was jong op een bankierskantoor geplaatst in Lyon, maar hij
+liep weg, verklarende nooit een koopman te willen worden. In 1790
+kwam hij naar Rouen, alwaar hij een positie als reiziger bekwam,
+als reiziger naar Parijs, hetgeen in dien tijd een post van groot
+vertrouwen was. Hij kreeg daardoor de gelegenheid, zoowat alle groote
+steden van Frankrijk, Duitschland, Nederland en België te bezoeken en
+daardoor kon hij veel studiën maken, omtrent buitenlandsche toestanden.
+
+Op al deze reizen bestudeerde Fourier het klimaat der verschillende
+landen, de toestand van den bodem, de nijverheid, de bouworde van de
+steden, de aanleg der straten en het karakter van de bewoners. Geen
+architektuur was er in de door hem bezochte steden, die hij niet
+kende. Alleen voor de talen had hij weinig zin, daarvandaan de
+opmerking, door hem uitgedrukt in zijn hoofdwerk "De theorie van
+de universeele eenheid", dat het eene der slimste gebreken van
+het menschelijk geslacht was, de vele en verschillende talen te
+hebben. Hij beschouwde ééne wereldtaal, waartoe hij het fransch als
+de meest geëigende beschouwde, als eene der belangrijkste voorwaarden,
+voor eene nieuwe, sociale orde van zaken.
+
+In de Revolutieperiode verloor Fourier zijn vermogen. Maar ook met den
+gang van zaken in de Revolutie kon hij zich geenszins vereenigen. Naar
+zijne meening had het volk maar zeer weinig bij de Revolutie gewonnen,
+daarentegen had die klasse, welke hij het meest onder allen haatte,
+de handeldrijvende klasse, het meest daarbij gewonnen.
+
+Niets kon dan ook Fourier meer in toorn brengen, bij de latere
+ontwikkeling zijner denkbeelden, dan dat men hem op eene lijn stelde
+met de "Jacobijnen" uit de Revolutie. "Neen en duizendmaal neen!" zoo
+riep hij dan uit, "mijne theorieën hebben niets te maken met die van
+deze lieden, noch iets met hunne omverwerpende denkbeelden!" ....
+
+Wat hij evenwel gezien had, dat was dit: terwijl de menschen der
+Revolutie bezig waren alles met bloedig geweld neêr te slaan, wat
+naar hunne begrippen aan het geluk van het vaderland in den weg stond,
+het kapitaal evenwel, in den schrilste tegenspraak bleef ageeren, met
+de gepredikte grondstellingen. Hij zag hoe de schaggerhandel, hoe de
+levensmiddelenwoeker, de zwendel met de leverantiën bloeiden, en hoe
+de plotseling rijk geworden opkomelingen hunne orgieën vierden. En
+niet minder waren hem de oogen opengegaan voor de ellende der massa,
+die haar leven voor de Republiek zoo heldhaftig gegeven had. Al
+deze waarnemingen, die hij vooral de gelegenheid had volkomen te
+maken, door wat hij dag aan dag in kleineren kring om zich heen zag,
+brachten dezen denker op de gedachte, dat de samenleving niet juist
+georganiseerd moest wezen. En hij zon op middelen, eene maatschappelijk
+plan te ontwerpen, dat aan alle deze euvelen een einde kon maken.
+
+Fourier, die van nature reeds een tegenzin had in de studie van
+politieke vraagstukken, werd in deze weerzin versterkt, door de
+feiten om hem heen. Hij zag de politieke stelsels veranderen, maar
+de maatschappelijke euvelen blijven. Dit deed bij hem de gedachte
+ontstaan, dat er tusschen de sociale toestand van de maatschappij
+en de politieke geen wezenlijk verband bestond; de eerste is even
+willekeurig, als den laatste; maar samenhang tusschen beiden bestaat
+er niet volgens hem.
+
+Voor hem was het véél gewichtiger het uitgangspunt te vinden, van
+waaruit alle beschaving en ontwikkeling ontsproot, en hij meende,
+dat datgene wat een Newton voor de natuurlijke wereld had gedaan,
+n. l. het ontdekken van de wetten der zwaartekracht, dat dit moest
+geschieden voor de materieele wereld, en dat hij het was die dit had
+te doen.
+
+Dat hij, Fourier, deze wetten, die het uitgangspunt waren van een
+geheel stelsel, hetwelk in staat was den menschheid het verloren
+geluk te hergeven, had ontdekt was zuiver toeval, volgens hem. Andere
+geleerden vóór hem hadden het ook kunnen doen, en een eigenaardige
+beschouwing is het dan ook van hem, dat de 400,000 dikke boekdeelen,
+welke er in den loop der tijden waren geschreven en die in Bibliotheken
+opgestapeld lagen, van zéér twijfelachtige waarde voor de menschheid
+en haar geluk waren.
+
+
+
+In 1808 publiceerde Fourier nu ook zijn eerste en
+principieel-wetenschappelijke werk: "La théorie des quatres mouvements
+et des destinées generales." ("De leer van de vier bewegingen en der
+algemeene bepalingen") genaamd.
+
+De gedachtengang door Fourier daarin ontwikkeld, is de volgende. De
+wereld bestaat uit drie eeuwige, ongeschapene en onverstoorbare
+grondstellingen:
+
+
+ God, of den geest, actief en bewegend principe;
+ de materie, passief en bewogen principe;
+ de gerechtigheid of de mathematische wetten, regelend principe.
+
+
+Analoog aan het wereld-al, bestaat ook den mensch uit drie principes,
+namelijk:
+
+
+de drijfveeren (passiones), aktief en bewegend principe;
+het lichaam, passief en bewogen principe;
+de intelligentie, neutraal en regelend principe.
+
+
+God, welke de leider en bestierder is van het wereld-al, kan alleen
+de éénheid en de harmonie ervan willen, anders zou hij met zichzelve
+in tegenspraak komen. Daarom bestaat er een onafgebroken keten van
+betrekkingen tusschen de drie rijken der natuur--dieren, planten,
+mineralieën--en de menschen; tusschen den menschen en God, gelijk
+tusschen den menschen en den aardbol en het gansche planeten- en
+wereldsysteem. Terwijl God den menschen schiep, hen van drijfveeren
+en hartstochten voorzag, wilde hij, dat de menschen daardoor gelukkig
+zouden worden. Het is dus niet aan te nemen, dat deze drijfveeren
+schadelijk zouden zijn, dat van deze hartstochten de eene of de
+andere zoude moeten worden onderdrukt of onbevredigd behoeven te
+blijven. Integendeel, eene bevrediging daarvan, schept veelmeer
+de harmonie van den mensch met zich-zelf en met God. Wanneer wij
+desniettegenstaande zoo dikwerf zien, dat deze hartstochten bij de
+menschen, zich in eene schadelijke richting openbaren en werken,
+dan bewijst dit niets tegen dezen, maar tegen de sociale organisatie
+van de maatschappij, welke deze hartstochten op valsche wijze zoekt
+werkzaam te doen zijn, of ze zoekt te onderdrukken.
+
+Het zijn vijf bewegingen, welke de wereld voortbewegen en haar hare
+bestemming doen naderen:
+
+
+ 1. De normale beweging; wetten der aantrekking voor imponderabele
+ elementen, electriciteit, magnetisme, reuken.
+ 2. De dierlijke of instinktmatige beweging; wetten der aantrekking
+ voor drijfveeren en instinkten van alle geschapen wezens hoe en
+ wanneer zij ook waren, zijn en zullen zijn.
+ 3. De organische beweging: wetten der aantrekking voor de
+ eigenschappen der lichamen: vorm, kleur, smaak, reuk, enz.
+ 4. De materieele beweging--reeds door de mathematici (Newton)
+ ontdekt--wetten der aantrekking en gravitatie der wereldlichamen
+ (Planeten en vaste sterren). De kometen zijn, volgens Fourier,
+ irregulaire lichamen die het wereldruim doortrekken.
+ 5. De sociale beweging--het eigenlijke steunpunt van het geheel--
+ de wetten, welke de orde en de opeenvolging van de verschillende
+ sociale gestalten op alle wereldlichamen regelen.
+
+
+Het middelpunt dezer sociale wetten is de mensch, die daardoor, in den
+grond der zaak, tot het middelpunt van het geheel wordt en om wien, ten
+slotte, zich alles draait. Wat zou, zoo vraagt Fourier, de wereld voor
+een ander doel hebben, wanneer zij niet geschapen was voor de menschen?
+
+De bestemming van den mensch is het geluk, dat in de ontwikkeling van
+geheel zijnen aanleg, de bevrediging van al zijne hartstochten ligt. De
+mensch behoort te genieten en nogeens te genieten, alles waartoe zijn
+hart hem dringt. Deze bestemming was den mensch door God toegedacht.
+
+
+
+Fourier legt op het akkerbouwbedrijf of de agricole associatie het
+hoofdgewicht; hij ziet het zelfs voor de eigenlijke grondslag aan
+van het menschelijk bestaan, die welke de meeste en de aangenaamste
+afwisseling geeft. Maar ook de gansche huiselijke bezigheid, de
+huishouding in hare uitgebreidste opvatting; handel en nijverheid;
+opvoeding; de kunsten en de wetenschappen, zij allen moeten sociëtair
+bedreven worden.
+
+De arbeid is volgens Fourier, een noodzakelijkheid voor alle menschen
+zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, maar zij moet geene last,
+maar een lust wezen. Zij moet in een woord gezegd: aantrekkelijk
+zijn. En dit kan zij alleen wezen, wanneer ieder in die richting
+drijven kan, waarheen zijne gaven en aanleg hem dringen, tot wat
+hem dus het meeste genoegen kon schenken. Daarnevens moet de arbeid,
+dikwijls afwisselen en moeten ten dien einde, de arbeidstijden slechts
+kort zijn.
+
+Ten einde de verschillende tegen elkander in dwarrelende elementen
+te kunnen leiden, is het noodig, dat zich groepen vormen van
+gelijkgezinden, voor bepaalde bezigheden. Elk van deze groepen, kan
+slechts negen personen omvatten. Er vormen zich evenveel groepen,
+als er ondersoorten van arbeid bij eene bepaalde produktietak
+noodig zijn; de verschillende groepen vormen: eene serie. Daar
+twee menschen niet in alles dezelfde smaak kunnen hebben en ook
+niet de voor alles gelijke aandrift, worden dezelfde personen, die
+zooeven tezamen gearbeid hebben in ééne groep, in tegenovergestelde
+arbeidsgroepen, of serieën van andere produktietakken geplaatst. Niet
+alleen dus, dat er voortdurend afwisseling is van arbeid, er is ook
+eene voortdurende afwisseling in maatschappelijk verkeer bij dien
+arbeid. Deze voortdurende afwisseling van arbeidsbeoefening en van
+de personen die den arbeid beoefenen en de daaruit voortvloeiende,
+dan weder aantrekkende, dan weder afstootende bewegingen, voldoen
+volgens Fourier, aan de hoogste bevrediging, omdat juist daarbij
+alle drijfkrachten in het spel komen. Maar zulk eene bevrediging
+zou nog geen volkomene zijn, wanneer niet ook de voortbrenging van
+den rijkdom door haar kon worden in stand gehouden. Daarom dacht
+Fourier een stelsel uit, waarin den maatschappelijken arbeid, op den
+grondslag van deze organisatie en samenwerking van alle drijfkrachten
+en geaardheden, talenten en kundigheden, kon worden verricht. Het
+was het systeem van de phalanstère.
+
+Deze planmatig georganiseerde en geassocieerde bezigheid van honderden
+van families, zal, naar Fourier verklaarde, in tegenstelling tot de
+private en individueele voortbrenging en het private ondernemerschap
+eene groote mate van besparing aan arbeidskracht, werktuigen en tijd
+ten gevolge kunnen hebben eenerzijds; en door geschikt aangewende en
+gecombineerde werkzaamheid van allen anderzijds, eene vermeerdering
+van den rijkdom ten gevolge hebben, die in vergelijking met die van
+thans verveertigvoudigd zou kunnen worden en zelfs den armsten zoû
+veroorloven eene bevrediging van zijne behoeften, zóó rijkelijk als
+heden ten dage den rijkste alleen, dit mogelijk was.
+
+In de Fouriersche "phalanstère" blijft het onderscheid in bezit
+voortbestaan. Fourier achtte dit zelfs noodzakelijk voor de harmonie,
+die volgens hem juist uit eene geschikte en verstandige combinatie
+van tegenstellingen voort kan komen. Zijn socialisme was dat
+van verwijdering en van harmonie; van elkander dáárom bekampende
+tegenstellingen, omdat zij niet onderling verbonden en dus niet tot
+eenheid kunnen komen.
+
+Daarom wendde hij zich steeds tot de grooten en aanzienlijken en niet
+tot de geringen, tot de arbeiders of tot het volk. Alleen de eersten
+waren in staat zijn plan te doen verwezenlijken.
+
+In de "phalanstère" zou volgens Fourier kapitaal, arbeid en talent
+zóó worden beloond, dat aan den arbeid vijf-twaalfde, aan het kapitaal
+vier-twaalfde en aan het talent drie-twaalfde van de arbeidsopbrengst
+ten goede komt. De beide geslachten zullen volkomen op gelijken voet
+worden behandeld. Immers zij werken, vergenoegen en beminnen zich,
+met- en onder elkander. Ook de opvoeding van de kinderen behoort
+gemeenschappelijk te geschieden; de kinderen zijn het derde neutrale
+geslacht en aan hunne opvoeding wijdt Charles Fourier in zijne werken,
+groote en breede ruimte. Met grondige diepte en met een wonderbaarlijk
+onderscheidingsvermogen, heeft hij steeds over de opvoeding geschreven
+en geen pedagoog zal nog heden ten dage deze bladzijden, niet dan
+met genoegen lezen.
+
+Wat de verhouding van de geslachten tot elkander aangaat, deze is
+door Fourier van een zeer ruim standpunt bekeken. De critiek, dien hij
+uitoefent op het tegenwoordig huwelijk, zoowel op zijnen vorm als op
+zijne uitwassen, behoort tot het scherpste wat daarover ooit is gezegd.
+
+Onder de nieuwe levensverhoudingen, gelijk Fourier ze ons die
+schilderde, genieten de menschen niet alleen het volle geluk, zij
+kunnen zelfs bij hunne, zooveel betere, gezondere en natuurlijker
+levensverhoudingen een hoogeren ouderdom bereiken. Fourier spreekt
+van het bereiken van een leeftijd van 144 jaren, als doorsneê-leeftijd.
+
+Het gansche heelal, is volgens Fourier, die zich hierbij op Schelling
+beroept "het spiegelbeeld van de menschelijke ziel." De wereld is ter
+wille van de menschen geschapen; na zijn dood wandelt den mensch van
+planeet tot planeet, tot een steeds hoogere volkomenheid.
+
+Elke planeet wordt geboren en heeft, gelijk den mensch, hare
+kindschheid en hare ouderdom, op- en neêrgaande ontwikkeling, en
+dood. Ook de menschheid sterft, en wel, na een totaal-levensduur
+van 80,000 jaren, die zich afwikkelen in vier phazen. De phaze der
+kindschheid, in welke laatste periode wij ons bevinden, duurt: 35,000
+jaar en die van den nedergang eveneens: 35,000 jaren. Dan volgt de
+phaze van de ouderdomszwakte, weder met 5000 jaren, waarna de dood
+der menschheid en die der aarde intreden. In de tijdruimte van 80,000
+jaren beleeft de menschheid 32 ontwikkelingsperioden--wij bevinden
+ons in de vijfde, die der civilisatie--en in deze verschillende
+perioden, zijn er verschillende hérscheppingen, door welke de dieren-
+en plantenwereld en ook het klimaat, in overeenstemming met de hoogere
+ontwikkeling der menschen, zich tot hoogere volkomenheid ontvouwen
+zal. Met de achtste periode, die van de harmonie, vangt de dageraad
+van het geluk aan. Dan wordt de noordpoolkroon (couronne boréale)
+geboren, die dan gelijk de zon, niet alleen licht, maar ook warmte
+verspreidt en daarmede zullen tal van nieuwe scheppingen ingeleid
+worden. De werkingen daarvan zullen zijn, dat Petersburg zoowel als
+Ochotsk een klimaat zullen verkrijgen, gelijk Cadix en Constantinopel;
+dat het klimaat van de Siberische ijskusten, dat van Marseille en
+van den golf van Genua verkrijgt en dat eene vruchtbaarheid van deze
+noordelijke deelen der aarde aanvangt, die zal kunnen wedijveren met
+die van deze tropische gewesten. Gelijktijdig zal door de inwerking
+van dit fluïdum en door de verandering der klimaten, de zee zich
+veranderen en haar water een anderen smaak verkrijgen. De bestaande,
+thans den mensch nog vijandige en schadelijke zeemonsters als de
+haai enz., zullen verdwijnen en door andere schepsels, als anti-haai,
+anti-walvisch vervangen worden, die den menschen vriendelijk gezind
+zullen worden en zich door hen zullen laten gebruiken tot het leiden
+van hunne schepen enz. Evenzoo op het land. Alle wilde dieren, leeuwen,
+tijgers, luipaarden, wolven enz., alle giftige reptielen en vergiftige
+schadelijke planten zullen verdwijnen en plaats maken voor nieuwe,
+der menschheid nuttige gewassen.
+
+Zoodra den ganschen aardbodem met phalanstères overdekt is, zal zij
+twee millioen derzelven en vier milliard menschen aanwijzen. Dan
+zal Constantinopel hoofdstad zijn van de wereld en zal de door alle
+phalanstères gekozen "Omniarch", als heerscher der wereld, aldaar
+zijn zetel innemen.
+
+Met het getal van vier milliard, is volgens Fourier, het maximum
+bereikt dat het bevolkingscijfer bereiken kan; want wanneer ook de
+menschen zich aanvankelijk sterk vermeerderen, de vruchtbaarheid
+van het geslacht zal verminderen, naar mate nevens de mannen, ook
+de vrouwen sterker zullen worden, hunne geestelijke en lichamelijke
+ontwikkeling en opulente levenswijze toenemen zal. Fourier gelooft,
+reeds voor onze samenleving de opmerking gemaakt te hebben,
+dat vrouwen van groote lichaamskracht en lichaamsgestalte en onder
+gunstige materieele verhoudingen levend, minder kinderen krijgen dan
+die van een zwakkelijke en geringe constitutie. De eersten zijn zelfs
+dikwerf onvruchtbaar.
+
+Dezelfde veranderingen als op aarde, voltrekken zich ook op alle
+overige planeten. Geheele nieuwe planeetsystemen zullen zich nog
+moeten vormen, ten einde in de sterrenwereld denzelfde harmonie, het
+opperste klavier (clavier majeure) te kunnen vestigen, zooals deze
+harmonie op aarde gevestigd is in het klavier van de menschelijke ziel,
+dat 810 karaktereigenschappen aanwijst.
+
+Fourier rekent bij dit alles met bepaalde mathematische verhoudingen;
+alle levensuitingen en levenschijnselen laten zich in bepaalde
+mathematische getalverhoudingen uitdrukken. Fourier staat hierbij
+geheel op den bodem van Pytagoras (540-500 vóór Chr.), die
+gelijk bekend is, eene philosophie van de getallenleer voor alle
+verschijnselen, leerde.
+
+In 1829 verscheen Fourier's tweede werk: "Le nouveau monde industriel
+et sociétaire". ("De nieuwe industrieele en sociétaire wereld.") Dit
+boek bestaat uit één deel en is van alle werken van Fourier wel het
+duidelijkst en helderst geschreven. Het kan, om de beknoptheid waarin
+zijne denkbeelden erin vervat zijn, als de quintessens van Fourier's
+denkbeelden als hervormer, worden beschouwd. Zeven jaren later gaf
+hij nogmaals een groot werk in het licht, dat "Valsche industrie"
+genaamd was, maar dit boek bevat geen nieuwe denkbeelden en is van
+beslist minder waarde, dan zijn "Nouveau monde" en zijn "Théorie des
+quatres mouvements" dat zijn.
+
+
+
+In 1848 hebben de scholieren van Fourier zijn gezamenlijke werken
+uitgegeven, onder den titel: "L'harmonie Universelle et le Phalanstère"
+("De algemeene harmonie en de phalanstère"), waarin Fourier zelf
+aan het woord is, omtrent zijne plannen en de ontdekkingen zijner
+wetenschap.
+
+Hij zegt, dat nadat bij hem eenmaal den twijfel was geweken, dat de
+toestand van ontbering, die overal heerschte, van nood en gebrek, het
+overal-heerschend-bedrog, het handelsmonopolie en de slavenhandel,
+een door God gewilde toestand was, dat hij toen tot de conclusie
+kwam, dat deze gansche toestand er eene van overgang was voor de
+menschheid; een toestand van verandering in de sociale orde van
+zaken. En hij maakte 't zich tot een regel van zijn onderzoek:
+de absolute twijfel, en de absolute vermijding van de tot dusverre
+betreden wegen. Hij vroeg: wat kan er twijfelachtiger bestaan, dan
+deze onvolkomene beschaving?--Wanneer er aan haar ook drie periodes
+voorafgegaan waren, die van wildheid, patriarchaat en barbarisme, moet
+dan daaruit worden opgemaakt dat zij de laatste is, alleen omdat zij
+de vierde is? Kan er niet een vijfde, zesde of zevende sociale orde
+komen, die wel-is-waar ons nog niet bekend kan zijn, maar dit alleen,
+omdat tot nog toe niemand zich de moeite gegeven heeft van haar te
+ontdekken! Men moet dus de noodzakelijkheid, de voortreffelijkheid,
+zoowel als de voortduring van deze maatschappij, altijd en altijd
+in twijfel blijven trekken. Dit hebben de philosophen nooit gedaan,
+omdat zij, zoo zegt Fourier, dit nooit gewaagd hebben, dewijl dan de
+nietswaardigheid van al hunne werken voor de menschheid meteen zou
+aan het licht gekomen zijn!
+
+In de eerste plaats hield Fourier zich bezig met de landelijke
+associatie (association agricole) en bij het nadenken over haar,
+geraakte hij tot de theorie der bepalingen. De oplossing van
+dit vraagstuk, leidt volgens hem, tot die van alle politieke
+vraagstukken. "De philosophen hielden de akkerbouw-associatie voor
+eene even zoo groote onmogelijkheid, als de afschaffing der slavernij,
+omdat zulk eene associatie tot nog toe niet bestond. Ziende, dat bij
+de dorpsbewoners elk gezin op eigen gelegenheid arbeidt, konden zij
+zich geen middel denken om hen te vereenigen. En toch zouden er reeds
+talrijke verbeteringen kunnen ontstaan, wanneer men de bewoners van elk
+vlek, kon vereenigen tot gemeenschappelijke bezigheid, naar verhouding
+van hun kapitaal en hunnen arbeid. Aldus zouden 2-300 families, met
+ongelijk vermogen, een streek kunnen cultiveeren. Men kan nauwelijks
+20, 30, 40 individuen tot gemeenschappelijke bezigheid verbinden,
+hoe zoude men het honderden kunnen doen, zegt men. En toch zouden er
+voor zulk een associatie op zijn minst genomen 800 personen noodig
+zijn. Ik versta hieronder, verklaart Fourier verder, eene samenwerking
+bij welke de medeleden door wedijver, eigenliefde en andere middelen,
+aan den arbeid gehecht zouden kunnen worden gemaakt.
+
+"Eene zoodanige organisatie komt ons belachelijk voor en toch is zij
+mogelijk. Eene agrarische associatie, gelijk ik mij die voorstel en
+die wel duizend personen kan omvatten, levert zulke enorme voordeelen
+op, dat zij in vergelijking met de tegenwoordige toestanden, aan een
+toestand van zorgeloosheid gelijk zou zijn."
+
+De sterkste prikkel voor den landman, zoo gaat Fourier voort,
+is de winst. Wanneer de verbondenen maar eenmaal zullen zien,
+dat sociëtair-georganiseerden arbeid, hen vijf zesmaal meer winst
+oplevert, dan hunne geïsoleerde bedrijven van vroeger dit deden,
+zullen zij wel ál hunne onderlinge jalouzieën ter zijde zetten en
+tot de associatie toetreden.
+
+"Dan zullen zich de associaties over regionen uitbreiden. Want overal
+hebben de menschen den trek naar genot en naar rijkdommen."
+
+
+
+Het eerste wat Fourier daarna ontdekte, was de aantrekking der
+hartstochten. "Ik zag in dat de voortschrijdende serieën, aan de
+hartstochten der beide geslachten, de verschillende leeftijden
+en klassen de volle ontwikkeling zouden kunnen geven; dat in de
+nieuwe orde, men zooveel te meer kracht en vermogen zoude erlangen,
+naar mate men meer hartstochten heeft, en ik concludeerde daaruit:
+dat als God zooveel invloed gegeven heeft aan de aantrekking der
+hartstochten en zoo weinig invloed aan de rede, hunnen vijand, dat
+dit zeker geschiedde, om ons tot organisatie der voortschrijdende
+serieën te voeren, welke in elk opzicht de aantrekking bevredigen."
+
+"In de schaduwen van de voorhanden zijnde sociale wetgeving," zoo zegt
+hij voorts, "ziet men niet in, dat de ellende der volkeren aanwast,
+juist met de sociale vooruitgang. Wij zien reeds die gevaarlijke
+werking uit den invloed van den handelsgeest, die daarheen leidt,
+de heete luchtstreek te bevolken met zwarte slaven, die men ontrukt
+aan hun geboorteland en het gematigde klimaat met witte slaven, die
+men in industrieele bagnoos drijft, gelijk men dit heden ten dage
+in Engeland doet, iets dat gewis wel in andere landen navolging zal
+vinden. Is er zelfs eene gerechtvaardigde zijde aan een toestand,
+waarin de vooruitgang van de industrie, zelfs niet eens aan den armen
+den behoorlijken arbeid kan garandeeren?"
+
+"Het verbond is de basis van elke economie, wij vinden de kiemen
+daarvan verstrooid in het geheele sociale mechanisme, van-af de
+machtige Oost-Indische Compagnie, tot aan de arme vereenigingen der
+voor een bedrijf vereenigde dorpsbewoners toe.... Wij hebben overal,
+zoowel in het kleine als in het groote deze kiemen voor ons welzijn
+bij de hand; het zijn ruwe diamanten, welke door de wetenschap
+geslepen moeten worden. Het problema is, deze kiemen der associatie,
+die in alle takken van menschelijken arbeid terug te vinden zijn,
+tot één mechanisme te verbinden, hen tot eene algemeene éénheid te
+doen worden."
+
+Wat de sociale beweging aangaat, zoo ziet men elke belanghebbende
+klasse, de andere het booze toewenschen; overal is het persoonlijke
+belang in tegenspraak met het algemeene belang. De geheele
+schrikkelijkheid van een dusdanige toestand, ziet men recht en
+duidelijk in, wanneer men ze eerst goed leert begrijpen; wanneer men
+de sociëtaire organisatie leert kennen, waarin de belangen een geheel
+andere richting uitgaan, wanneer ieder voor het algemeen belang werkt,
+juist omdat dit het meest parallel loopt met zijn persoonlijk belang.
+
+"De vrijheid is illusoir wanneer zij niet algemeen is. Waar de vrije
+ontwikkeling van de hartstochten tot een zeer kleine minderheid beperkt
+is, daar heerscht er slechts onderdrukking. Om de massa eene volkomene
+ontvouwing en de bevrediging harer hartstochten te verzekeren, is
+eene sociale organisatie noodig, die aan drie voorwaarden te voldoen
+heeft. Men moet: 1e een regime der industrieele attractie zoeken,
+ontdekken en organiseeren; 2e aan ieder moeten gewaarborgd kunnen
+worden de zeven natuurlijke rechten, die ook de wilde bezit; en 3e,
+de belangen des volks moet men verbinden met die van de grooten. Want
+het volk zal op den grooten afgunstig zijn en hen haten, zoolang het
+niet gradueel een aandeel heeft aan hun welzijn. Slechts onder deze
+drie voorwaarden, kan men het volk een minimum aan voedingsmiddelen,
+bekleeding, woning en hoofdzakelijk, ook aan het vergenoegen
+verzekeren, want zonder er een aangename zijde aan te verbinden,
+zal ook de nieuwe toestand voor de menschen niet voldoende zijn."
+
+Er is, volgens Fourier, geen voor altijd samengestelde vrijheid
+mogelijk die niet in-zich bevat dat minimum. "Geen minimum zonder
+industrieele attractie; geen industrieele attractie in den stuksgewijs
+verrichten arbeid", waarmede hij bedoelt, in den arbeid gelijk hij
+verricht wordt in de privaat-ondernemingen.
+
+De aantrekking tot den arbeid, kan slechts daar aanwezig zijn, waar die
+arbeid aangenaam en lucratief is. De verdeeling heeft plaats, volgens
+de drie industrieele eigenschappen: arbeid, kapitaal en talent. Het
+bevolkingsaantal van een phalanstère mag niet grooter wezen dan van
+1800 tot 2000 personen, omdat in dat getal naar Fourier's berekening,
+de verschillende hartstochten en karaktereigenschappen ten volle en
+doelmatig vereenigd zijn. De economie der hulpmiddelen verkrijgt men,
+uit een zoo doelmatig mogelijk tezamenwerken van allen, met elkander
+werkenden, omdat allen belang hebben bij de besparing van materialen,
+van tijd en van arbeidskrachten.
+
+Zoo zal men in een phalanstère van 400 families, niet 400 keukenvuren
+voor 400 private huisgezinnen noodig hebben, maar zullen vier of
+vijf groote keukenvuren voldoende zijn. De bewoners zullen in vier
+of vijf klassen, naar hunnen stand en naar hun vermogen ingedeeld
+kunnen worden, en aldus één gemeenschappelijk paleis kunnen bewonen.
+
+Een phalanstère, die zich bijv. met de wijn- of olieproduktie bezig
+houdt, zal slechts een enkele werkruimte noodig hebben, in plaats
+van de velen, die thans in een wijn- of olieverbouwende streek bestaan.
+
+De juiste behandeling van den wijn, is den kleinen bezitter onmogelijk,
+noch kan hij voor de behoorlijke ligging zorg dragen, noch voor de
+verkoeling die noodig is. In eene phalanstère zal de wijn, tengevolge
+van de deugdelijke bewaring en verzorging reeds na één jaar, vijfmaal
+meer waard zijn. Bovendien kan de phalanstère steeds het produkt
+verbeteren, door de kostenbesparing; betere zaden, betere planten
+aan te schaffen. Zij kan de beste bodem uitzoeken en de doelmatigste
+machines, gebouwen, stallen en bergruimten hebben.
+
+Eene der schitterendste kanten van het sociètaire systeem van den
+arbeid, is wel deze, dat daarbij de waarheid in handel en wandel
+kunnen worden ingevoerd. "Terwijl de associatie, de coöperatieve,
+solidaire en zeer vereenvoudigde, op waarachtigheid en waarborgen
+berustende concurrentie, in plaats van de individueele, onsoliede en
+door leugenachtigheid opgevreten, willekeurige concurrentie onzer
+beschaving stelt, zal zij maar een twintigste van de handen en de
+kapitalen daarvoor noodig hebben. Men zal zoodoende den tegenwoordigen
+handel als parasietisch kunnen onderdrukken. Men zal door de
+phalanstère, in plaats van honderden concurreerende en tegen-elkander
+intrigueerende kooplieden en winkeliers, met hunne marktplaatsen en
+winkels slechts één groot Warenmagazijn en naar verhouding zeer weinig
+personen noodig hebben, dewijl alle koopen en verkoopen naar buiten,
+door de phalanstères onder-elkander afgesloten worden.--
+
+"Zoodra mannen, vrouwen en kinderen, de laatsten van af den
+leeftijd van drie jaren werkzaam zijn uit aantrekking; wanneer
+hartstocht, geschiktheid, wedijver, het verbeterde mechanisme van den
+arbeid, éénvormigheid in het doel der handelingen, vrijer verkeer,
+verbeteringen van het klimaat, hoogere kracht en langeren levensduur
+der menschen, tezamen werken, zullen de arbeidsmiddelen en -krachten
+onberekenbaar zich vermeerderen, en het produkt kwantitatief en
+kwalitatief zich, daaraan geëvenredigd veredelen en vermeerderen.
+
+"Het meest wel zal het lot van de kinderen in deze
+sociétaire organisatie, zich verbeteren. In de slecht geleide
+privaat-ondernemingen vinden de kinderen, in de hutten en de
+arbeidsplaatsen, schuren en ellendige woningen nòch de verzorging,
+nòch de beoordeeling, nòch de aandrift die zij zoo noodig hebben
+om zich te kunnen ontwikkelen. Daarbij sterven zij bij massa's in
+ongenoemde woningen, door slechte levenswijzen, of worden zij met
+kwalen behept. In den sociètairen toestand, zal de sterfte buitengewoon
+verminderen; het kinderaantal zal, zoowel lichamelijk als geestelijk,
+op ongekende wijze toenemen. Dreigende overbevolking, zal alleen door
+de sociètaire organisatie kunnen worden geneutraliseerd.
+
+"De beschaving bevindt zich tegenover alle deze vraagstukken in
+een vicieuzen cirkel en dit erkent men allerwege. Men is er perplex
+van dat in de beschaving, de armoede de overvloed voorbrengt. Onzen
+toestand brengt ons niet het geluk, maar zij levert het niet-geluk op,
+de excessen der industrie voeren tot de grootste euvelen, zij brengen
+ons van Scylla in Charybdes. En waarom? Omdat wij zonder leiddraad,
+omdat wij zonder gids, ronddolen in een labyrinth. Dat ziet men aan
+alles. Wij moeten een wegwijzer in het maatschappelijk leven hebben,
+eene nieuwe wetenschap en die is volgens Fourier, die van de serieën
+der aandriften. Men zegt dat de menschen van heden niet slechter zijn,
+dan die van vroeger. Maar een halve eeuw terug, kon men nog voor weinig
+geld stoffen van goeden kleur en goede kwaliteit koopen voor weinig
+geld. Men kon nog onvervalschte levensmiddelen krijgen, tegenwoordig
+heerscht in alles bedrog en vervalsching. De landman-zelf is een
+vervalscher moeten worden, gelijk het den koopman reeds lang voor
+hem was; melk, olie, wijn, brandewijn, suiker, meel, koffie, alles
+is vervalscht. De arme menigte kan geen natuurlijke levensmiddelen
+meer bekomen, men verkoopt overal vergiften.
+
+"De handel is schrikwekkend toegenomen en in dezelfde mate het bedrog,
+den zwendel en de opzuiging van kapitalen.
+
+"Ten allen tijden en overal, zal de aantrekking der hartstochten, tot
+drie doeleinden trachten te komen. Tot de luxe of tot bevrediging der
+vijf zinnen; tot groepvormingen en serieën van groepen of bonden van
+toeneiging; tot het mechanisme der aandriften, der karakters en der
+instinkten; en door alle deze drie, tot universeele gelijkvormigheid.
+
+"Alle groepen zoeken eene serie of een ontwikkelingstrap te vormen,
+verschillend in paring en soort. Deze serieën van groepen, zijn
+aldus het tweede doel van de aantrekking, terwijl zij zich voor
+alle funkties der zinnen en der ziel vormen. Het derde doel, is
+het mechanisme van de aandriften of de serieën van de aandriften of
+de serieën van groepen. Het is het streven van de vijf zinnelijke
+aandriften. 1. Smaak, 2. gevoel, 3. reuk, 4. gewicht, 5. gehoor met de
+vier affektieve: 6. vriendschap, 7. eerzucht, 8. liefde, 9. ouderschap,
+in overeenstemming te komen. Deze overeenstemming voltrekt zich door
+bemiddeling der drie weinig bekende en veel miskende aandriften;
+10. de aandrift door intrigue, naar vereeniging van gelijkstrevenden;
+11. de aandrift naar afwisseling, naar contrasten; 12. de aandrift tot
+beijvering, tot begeestering en tot het streven naar vervolkomening."
+
+Deze twaalf tezamenwerkende aandriften of hartstochten, bevatten
+volgens Fourier, de harmonie van de aandriften.... "Tegenwoordig is
+de mensch in oorlog met zich-zelven. Zijne aandriften werken tegen
+elkander-in. De eerzucht werkt tegen de liefde, het ouderschap
+tegen de vriendschap in; en aldus bevinden zich vele aandriften
+in disharmonie. Ons doel moet het zijn, een vrijwillig in-elkander
+grijpend mechanisme van aandriften te scheppen, zonder een derzelve te
+onderdrukken. Dit kan geschieden, door dat ieder individu, terwijl hij
+zijn persoonlijk belang beoogt, daarmede tegelijkertijd het algemeen
+belang dient.
+
+"De kunst om te associeeren bestaat hierin, een phalanx van serieën van
+aandriften, met elkander in volle overeenstemming te kunnen brengen
+en te doen ontwikkelen, die volkomen vrij alleen door aantrekking
+voortbewogen wordt en toegepast kan worden op de zeven voornoemde
+industrieele functies: huishouding, akkerbouw, industrie, handel en
+verkeer, onderwijs, wetenschappen en schoone kunsten.
+
+"Een serie der aandriften is een verbinding van verschillende, op en
+neder gaande volgreeksen van verbonden groepen. Zij zijn vereenigd
+door overeenstemming in smaak voor een of andere bezigheid, zooals
+het verbouwen van een zekere vrucht, in welke voor elken tak van
+arbeid, zich hierbij een speciale groep vormt. Wanneer eene serie
+bijv. hyacinthen of aardappelen verbouwt, moet zij even zoovele groepen
+vormen, als er soorten van hyacinthen of soorten van aardappelen in
+cultuur gebracht moeten worden. Elke groep vormt zich uit de leden van
+de serie, die voor eene bepaalde soort, neiging aan den dag leggen. Er
+zijn minstens 40-50 serieën noodig, om eenigermate te voorzien in de
+behoeften aan de noodige afwisseling en neutraliseering. De serieën
+benuttigen de verscheidenheid van karakters, smaken en instinkten;
+van de vermogens, aanspraken en van de trappen van ontwikkeling. Elke
+serie is tezamengesteld uit contrasteerende ongelijkheden, zij behoeft
+evenzoovele tegenstellingen of antipathiën, als zij overeenstemmingen
+of sympathieën noodig heeft. Gelijk in de muziek, waarin men een
+akkoord verkrijgt doordien men evenzoovele noten uit laat vallen,
+als men aan den anderen kant er aan toevoegt en de contrasten der
+tonen één akkoord leveren, zoo levert de vereeniging van de serieën
+der groepen, voor de sociale harmonie hetzelfde effect op. Zij brengt
+beweging, waarheid, gerechtigheid, direkte en indirekte overeenstemming
+en eenheid in den vorm.
+
+"De verschillende groepen moeten zich tegen elkander-in bewegen. Dat
+is mogelijk, doordat de groepen slechts gradueel van elkander
+verschillende bezigheden verrichten, bijv. niet verschillende soorten
+van ooft, maar verschillende soorten van een soort verbouwen. Verder
+moeten de arbeidszittingen kort zijn en niet langer dan twee uren
+duren. Een groep van zeven arbeiders is voldoende, zij is volkomen,
+als zij er negen telt. Dan verdeelt zij zich onwillekeurig weder in
+ondergroepen, in de beide vleugels en een centrum. Vier en twintig
+groepen is het laagste getal voor eene serie.
+
+"De mensch", zegt Fourier "is uit instinkt een vijand van dwang en van
+gelijkheid, hij streeft in elk opzicht gestadig naar verandering. In
+de beschaving van thans wordt instinktmatig overal het valsche
+bereikt. Steeds wordt het valsche aan het ware voorgetrokken en
+het steunpunt van ons tegenwoordig systeem is eene valsche groep,
+die welke zich tot het kleinste getal laat terugbrengen: tot de echt.
+
+"Deze groep is valsch door de beperking van het getal, valsch door
+het ontbreken van de vrijheid, valsch door het uitelkandergaan en
+de splitsing van de smaken. Reeds dadelijk zijn deze verschillen
+voelbaar. Nà den eersten dag van het huwelijk, verschilt men bijv. al
+over de gerechten, over de bezoeken, over de uitgaven, de conversatie
+en over honderd andere dingen meer. Welnu, als de beschaafden van
+onzen tijd, in de oorspronkelijkste hunner groepeering niet kunnen
+harmonieeren, dan kunnen zij het nog veel minder met het geheel der
+groepeeringen in de samenleving."
+
+In de phalanstère van Fourier, is men niet zonder eenige regeering. De
+leiders van de serieën en groepen worden officieren genaamd en hebben
+militaire graden. Zij hebben den titel van hoofdlieden, luitenants,
+vaandeljonkers; er zijn geheele staven in de phalanstère en ten
+opzichte van deze waardigheden is er geen verschil tusschen man en
+vrouw. De medeleden van de serieën en groepen, verkiezen tot hunnen
+leiders diegenen onder hen, die zich in hunnen kring het meest
+verdienstelijk gemaakt hebben en daardoor het meest de sympathie
+hebben van de anderen.
+
+Fourier is verder van oordeel, dat de menschen, met zeer weinig
+uitzonderingen, reeds vrij spoedig hunne vreugde zullen hebben aan
+schoone harmonieën van kleuren, aan prachtige en schoone feesten,
+standbeelden en gebouwen. En naar alle deze richtingen heen, kan
+alleen door de phalanstère het schoonste gewrocht kunnen worden.
+
+Zien wij nu nog voorts hoe, volgens Fourier een onbemiddelde en een
+rijke in zulk eene phalanstère hunnen dag doorbrengen. Wij kiezen
+daartoe den maand Juni. Des morgens 3 1/2 uur is het opstaan en
+aankleeden; 4 uur "séance" in een groep voor de verzorging der
+dieren in de stallingen; 5 uur arbeid in een groep van tuiniers;
+7 uur ontbijt; 7 1/2 zitting van maaiers; 9 1/2 uur zitting van
+groentekweekers. Om 11 uur, tweede zitting in de stallingen; 1 uur
+middagtafel; 2 uur boscharbeid; 4 uur arbeid in een werkplaats; 8 uur
+beurs; 8 1/2 uur avondeten; 9 uur conversaties en 10 uur slapen-gaan.
+
+De beurs van de phalanstère houdt zich niet bezig met schaggerhandel
+in papieren of levensmiddelen, maar met den zorg voor den volgenden
+dag. Dan weêr vormen zich nieuwe groepen en serieën. Ook worden
+later als de phalanstère in volle werkzaamheid is, het getal der
+rustpoozen en maaltijden verhoogd tot op vijf, en worden ook de
+zittingen korter. Den korten slaaptijd, verklaart Fourier hiermede,
+dat de menschen die in harmonie arbeiden, tengevolge van hun veel
+aangenamer levenswijze, veel minder slaap noodig zullen hebben,
+dan de beschaafden van tegenwoordig.
+
+
+
+Maatstaf van verdeeling van de opbrengst van het produkt in de
+phalanstère is: ten 1e de direkte werking, die zij voor de banden der
+eenvormigheid van de phalanx in het spel van het sociale mechanisme
+heeft; ten 2e de waarde die zij heeft voor de uit-de-wegruiming
+van tegenstrijdige hindernissen en ten 3e de omgekeerde verhouding
+waarin zij staat tot de sterkte der aantrekking, die zij opwekt. Naar
+deze wijze groepeeren zich de verschillende bezigheden, welker
+klassificeering en ordening de medeleden der phalanx-zelve te bepalen
+hebben. Een overeenstemming is zooveel te gemakkelijker, daar elk
+medelid in een gansche menigte van serieën en in een nog grooter
+aantal groepen werkzaam is. De gunst die het medelid eener serie
+of groep in de bevoordeeling van dividend zou kunnen verkrijgen,
+zou hen tot schade zijn in eene andere groep of serie. Zijn eigen
+belang dwingt hem dus tot de grootst mogelijke objektiviteit. Ook
+is hij erbij geïnteresseerd, dat de harmonie niet gestoord worde,
+omdat dit dan tot schade zou wezen van het geheel en zonder twijfel
+ook tot dat van hemzelf. Van deze gezichtspunten uit beoordeeld,
+geschiedt ook de verdeeling van het inkomen over kapitaal, arbeid en
+talent. Fourier geeft hiermede volgende voorbeelden:
+
+"Alippus is een rijke aktieënbezitter, die tot nu toe, ín de
+beschaving, voor de uitleening van zijn kapitaal op goederen, 3 à
+4 procent maakte. In de phalanstère heeft hij kans 12 à 15 procent
+te maken. Hij is zéér voor een rechtvaardige verdeeling, maar zijn
+hebzucht kan hem ertoe verleiden, als kapitalist de helft van het
+overschot, als dividend voor zich op te eischen. Maar hij komt dan
+dadelijk tot het inzicht, dat de beide andere talrijke klassen, welke
+arbeid en talent aan de zaak gaven, daarmede zéér ontevreden zouden
+zijn en waarschijnlijk binnen weinig jaren zou de phalanstère opgelost
+en de schade dan nog veel grooter zijn. Dus vergenoegt hij zich met
+eene regeling, die aan zijn kapitaal 4/12, den arbeid 5/12 en het
+talent 3/12 toewijst. Hij heeft, naar deze maatstaf, nog driemaal meer
+inkomen dan de beschaving hem gaf; hij leeft in de phalanstère veel
+goedkooper, hij ziet bovendien de beide andere klassen bevredigd en het
+bestaan der maatschappij daardoor verzekerd. Zijne hebzucht wordt in
+evenwicht gehouden door twee tegenwichten. Hij heeft de overtuiging,
+dat in het algemeen belang tevens zijn eigenbelang opgesloten ligt
+en dat in de vooruitgang van de industrieele aantrekking, voor hem
+een bron van grooter rijkdom opgesloten ligt. Een tweede voorbeeld:
+
+"Johannes heeft nòch kapitaal, nòch aktieën. Hij is als beschaafde
+er dus zéér voor, dat den arbeid, op kosten van het kapitaal en het
+talent het leeuwenaandeel bekomt en rekent dus 7/12 voor den arbeid,
+3/12 voor het kapitaal, en 2/12 voor het talent. Maar Johannes, als lid
+van de phalanstère, denkt er anders over. Als medelid van een groep,
+juist dikwijls door het talent dat hij ten toon spreidt de eerste,
+komt hij nu tot juiste waardeering van het talent. Bovendien begrijpt
+hij, als praktisch burger, welke beteekenis het kapitaal heeft,
+welke voordeelen den arbeid eruit kan trekken, hoevele voordeelen
+er uit geboren worden voor de serie en de groepen, en vervolgens,
+dat zijne kinderen het vooruitzicht hebben met kapitaal te worden
+bedeeld. Hij zelve kan door toeneming zijner kennis tot hooger
+waardigheid klimmen, ook besparingen maken. En ten slotte zal hij
+gevoelen, dat tot een juist evenwicht in de maatschappij, hier den
+arbeid iets of wat naar den achtergrond heeft te treden, tegenover
+het kapitaal en het talent. Een derde voorbeeld:
+
+"Philintus is medelid van 36 serieën. In twaalf daarvan munt hij
+uit, door groote geschiktheid en talent; in twaalf anderen is hij
+middelmatig en in de twaalf laatsten, is hij een nieuweling. Als
+nu bij het einde van het jaar zijne rekening opgemaakt wordt, zou
+hij, in aanmerking genomen de talenten welke hij ontwikkelde in
+twaalf serieën, zéér geneigd zijn, deze bijzonder hoog te willen
+aanslaan. Maar verstandig als hij is, zal hij moeten inzien, dat
+hiermede nòch zijn belang, nòch dat van de phalanstère kan gediend
+zijn. Niet alleen staan tegenover de 12 serieën, waarin hij zich door
+talent onderscheidde, 24 anderen waarin hij slechts een middelmatig
+arbeider bleek, maar ook van die 12 serieën waarin hij uitmunt,
+behooren slechts vier tot de eerste klasse, de hoogst beloonde,
+die van de noodzakelijkheden; vier anderen in de tweede, en de vier
+laatsten in de derde klasse. Hieruit dus, volgt voor hem van-zelf,
+dat de eenzijdige maatstaf van de bevoorrechting van het talent hier
+geenszins in toepassing kan worden gebracht. Maar daarbij komt nog
+iets. Daar de belangen van alle medeleden in de dozijnen van serieën
+en honderden van groepen persoonlijk van elkander verschillen; in eene
+serie of groep, van twee of van meerdere weder harmonieeren, dezen
+wederom in alle andere serieën en groepen in belang van elkander
+uiteenloopen, is een intriguenspel ten gunste van enkele serieën
+of groepen onmogelijk. In deze honderden, door elkander loopende en
+elkander kruisende belangen, waarbij geen individu alleen iets vermag
+en geen andere verbinding van gelijke belangen mogelijk is, moet ten
+slotte wel het algemeen belang, en dus tegelijk het belang van allen,
+op zich-zelve reeds zegevieren.
+
+"Het regime van de serieën der aandriften, is de gewilde gerechtigheid,
+die de voorhanden zijnde ondeugd, de zucht naar goud, omzet in den
+dorst naar gerechtigheid."
+
+De geheele verdeelingswet formuleert Fourier aldus: "De individueele
+hebzucht moet door het collectief belang van elke serie en dat
+der geheele phalanstère, als toebehoorende aan eene menigte van
+serieën geabsorbeerd worden." En deze wet wordt bereikt, door de
+direkte verhouding van het getal der frequente serieën, in omgekeerde
+verhouding tot den duur van den arbeid; in de serieën op-zich-zelf. Met
+andere woorden, tot hoe meer serieën het individu behoort en hoe
+korter dientengevolge de enkele arbeidszittingen worden, zooveel te
+lichter zal de neutraliseerende gerechtigheid in de verdeeling van
+de arbeidsopbrengst zich voordoen. Met het getal der verschillende
+belangen van de enkelingen, groeien ook de mogelijkheid van de meest
+rechtvaardige verzoening en de eenvormigheid van het geheel aan.
+
+De hebzucht werkt aldus ten slotte verzoenend in de harmonie. Maar
+tegenover haar staat nog een tweede impuls van verzoening: de
+edelmoedigheid. Bijvoorbeeld. Het komt er op aan een bedrag van 216
+francs te verdeelen, zegt Fourier, onder negen medeleden eener groep,
+waarbij het dan toevallig uitkomt, dat de rijksten en welhebbendsten
+onder de negen groepsgenooten, tengevolge hunner verrichtingen het
+meest uitgekeerd krijgen. Hierop verklaren dan de beide eersten,
+dat zij hun kapitaalinkomen in aanmerking genomen, en ook om het
+genoegen dat hen den arbeid gedaan heeft, zich met het minimum
+zullen vergenoegen, hetgeen vier franken bedraagt. Dientengevolge
+blijven en 52 franken over, om onder de overigen te verdeelen. Maar
+het voorbeeld van de beide eersten volgen de anderen na, alleen deze
+laten, met het oog op hun geringer vermogen, van het hen toekomende
+maar de helft vallen, waardoor dus verder nog 20 franken te verdeelen
+overblijven. De 72 franken worden nu onder vijf armere sociètaires
+verdeeld, zoodat die 24, 18, 12, 9 en 9 franken krijgen.
+
+Wanneer nu hieruit ook voortspruit, dat de rijkste sociètaires slechts
+het geringst mogelijk arbeidsaandeel ontvangen--en het grootste
+deel van hun inkomen trekken al naar de mate van hun kapitaal--dan
+resulteert daaruit, dat hun aandeel in de algemeene opbrengst, in
+omgekeerde verhouding staat tot den afstand waarin de kapitalen tot
+elkander staan; want voor arbeid en talent bedoelen zij slechts het
+kleinste aandeel in beslag te nemen. Daarentegen staat hun aandeel
+in de algemeene opbrengst, met betrekking tot het kapitaalaandeel,
+in directe verhouding tot de massa der kapitalen. Er komen hier,
+evenals in de physieke wereld, twee tegen elkander inwerkende krachten
+in aanmerking: de centripetale, welke hier de hebzucht is, en de
+centrifugale, die hier de edelmoedigheid vertegenwoordigt.
+
+Ook aan het bevolkingsvraagstuk, heeft Fourier een behoorlijken
+aandacht gewijd. Juist in zijnen tijd n.l. kwam het boek van
+Thomas Robert Malthus "Over de bevolkingsleer" uit, en werd veel
+besproken. Malthus stelde de theorie op, dat de menschheid de tendenz
+heeft zich in eene geometrische progressiereeks, dus in de reeks: 1,
+2, 4, 8, 16, 32 enz., te vermeerderen; daarentegen vermeerderen de
+voedingsmiddelen zich maar in eene arithmetischen reeks: 1, 2, 3, 4, 5,
+6, 7, 8 enz. Uit deze, met elkander in tegenspraak zijnde tendenzen,
+zou volgens Malthus, binnen vijf-en-twintig jaren--die voldoende zijn
+om de verdubbeling van het aantal menschen voort te brengen--de aarde
+zoo òverbevolkt zijn, dat de menschheid te gronde zal moeten gaan,
+door gebrek aan levensmiddelen.
+
+Fourier nu pakt het vraagstuk van zijne andere zijde aan. Hij huldigt
+de grondstelling: stijgende produktiekrachten geven een stijging van
+produkt, beiden staan tot elkander in onmiskenbare verhouding. Maar
+zegt hij, "vergeefsch zullen de beschaafden naar middelen moeten
+omzien, om eene vier- ja, honderdvoudige vermeerdering te bereiken,
+die er noodig is, wanneer de menschen veroordeeld moeten blijven zich
+te vermeerderen onder den tegenwoordigen socialen toestand, die,
+tengevolge van oneconomische toepassing, der maatschappij dwingt,
+gestadig het drie- of viervoud van het produkt op te koopen, om het
+door de gewoonte bestendigde levensonderhoud der verschillende klassen,
+mogelijk te maken."
+
+Ten allen tijde in de beschaving was de bevolkingstoename, in
+verhouding tot de voedingsmiddelen, een der klippen waarop de
+politiek is gestrand. De Ouden kenden tegen de overbevolking geen
+andere middelen dan uitzetting, kinderdooding en wurging van de
+overtollige slaven.
+
+"In sociètaire toestand", zegt Fourier, "werpt de natuur tegenover
+de excessieve vermeerdering van de bevolking, vier werkzame dammen
+op. 1e. De grootere kracht en de lichamelijke ontwikkeling der
+vrouwen; 2e. de ruimere levenswijze; 3e. de phanegoramische zeden
+en 4e. de gelijkmatige lichamelijke oefening van alle krachten. Wat
+de grootere lichamelijke ontwikkeling aangaat, dat zien wij bij de
+vrouwen in onze steden; op elke vier vrouwen die onvruchtbaar zijn,
+komen drie robuste, terwijl daarentegen de zwakkere vrouwen ook de
+vruchtbaarste zijn. Men zal zeggen, dat de vrouwen ten platten meest
+robust en tóch ook vruchtbaar zijn. Dit is juist, zegt Fourier,
+maar een bewijs te meer, dat alle vier middelen moeten worden
+gecombineerd en met elkander verknocht moeten worden gemaakt. De
+vrouwen op het platte land zijn vruchtbaar, omdat zij matig leven
+en een grove, hoofdzakelijk vegetabiele voeding tot zich nemen. De
+vrouwen uit de steden, leven meest weelderiger en geraffineerder,
+en daarvandaan hare grootere onvruchtbaarheid. Verbindt men nu in de
+harmonie, de lichamelijke krachtsontwikkeling der vrouwen met luxueuser
+levenswijze en voeding, dan zal men daardoor twee werkzame middelen,
+die de vruchtbaarheid tegenwerken met elkander verbonden hebben."
+
+In de harmonie zullen de menschen dan ook later als tegenwoordig
+hunne geslachtsrijpheid erlangen, omdat de niet-onderbroken en steeds
+afwisselende lichamelijke oefeningen, alle ledematen in werking doen
+komen en langeren tijd de levenskrachten opslurpen zullen. Zij zullen
+aldus het oogenblik verlengen, waarop tengevolge van de ontbrekende
+absorptie het overschot der sappen, onverwacht, de puberteit vóór het
+door de natuurgewilde tijdstip, teweeg zoû brengen. Evenzoo zullen de
+gelijkmatige gymnastische oefeningen bij de vrouwen, de vruchtbaarheid
+tegengaan, en wel in die mate, dat eene vrouw, welke zwangerschap
+wenschte, zich omgekeerd, door onthouding van lichamelijke oefeningen
+en grootere industrieele inspanning, op dezen toestand zal moeten
+voorbereiden. De ál te groote lichamelijke rust van de tegenwoordige
+stedebewoonsters is het wel in hoofdzaak, welke de geslachtsdrift en
+het zwanger worden doen stijgen. Een tegenwicht is er, in den regel,
+niet aanwezig.
+
+Fourier verklaart, dat de tegenwoordige beschaving, ongeschikt is
+om het bevolkingsvraagstuk op te lossen. Hij toont dat aan, door op
+Ierland te wijzen, welks bevolking in dezelfde mate verarmt, als het
+in aantal afneemt; terwijl het aantal van de onder de ploeg genomen
+acres land en het hoofdcijfer van de veekudden, steeds stijgen. De
+roof aan grond en bodem begunstigt de kunstmatige ontwikkeling van
+de industrie en het verkeerswezen en zoo, zegt Fourier dan ook, dat
+de beschaving de "armoede uit overvloed" voortbrengt en dat dit "elk
+euvel, elke ondeugd, welke de periode van het barbarisme slechts op
+eenvoudige wijze gekend hebben, tot een tweezijdige maakt. Zij gaat
+aan haar cercle vicieux, aan hare inwendige tegenspraken ten gronde."
+
+Gelijk het menschelijk lichaam, zoo bezitten de maatschappijen
+hunne vier, door bepaalde karaktereigenschappen zich kenmerkende
+leeftijden, welke elkander opvolgen. Men kan nòch de opkomst, nòch
+de nedergang van eene samenleving bepalen, zoolang men niet de zeer
+verschillende karaktereigenschappen weet aan te duiden, welke eene
+bepaalde samenleving bezit.
+
+Onze natuurwetenschapsleeraren zijn, wanneer er sprake is van de
+onderscheiding bij vrij nuttelooze planten, zeer scrupuleus. Waarom,
+vraagt Fourier, zijn onze politici en economisten niet ook zoo,
+waar het samenlevingen te beoordeelen geldt? Waarom volgen zij hier
+niet de natuurwetenschappelijke methode, bij het onderscheiden hunner
+kenmerkende eigenschappen?
+
+Volgens Fourier, zijn de vier phazen der civilisatie en elk harer
+kenmerkende eigenschappen, de volgende:
+
+
+OPSTIJGENDE LINIE.
+
+1. Phaze: Kindschheid.
+
+Eenvoudige kiem Monogamie.
+Samengestelde kiem Patriarchale of adellijke feodaliteit.
+Steunpunt der periode Burgerlijke rechten der vrouw.
+Tegenwicht Federatie der groote vazallen.
+Toon of stemming Ridderlijke illusies.
+
+
+2. Phaze: Jeugd.
+
+Eenvoudige kiem Stedelijke privilegies.
+Samengestelde kiem Zorg voor wetenschappen en kunsten.
+Steunpunt der periode Bevrijding van den arbeid.
+Tegenwicht Vertegenwoordigend stelsel.
+Toon of stemming Illusies der vrijheid.
+
+
+MIDDAGSPHAZE.
+
+Kiem Zeevaartkunst, experimenteele chemie.
+Karaktereigenaardigheden Ontgoochelingen, Staatsleeningen.
+
+
+NEDERDALENDE LINIE.
+
+3. Phaze: Mannelijkheid.
+
+Eenvoudige kiem Handelsgeest, Fiskalisme.
+Samengestelde kiem Maatschappijen op aandelen.
+Steunpunt der periode Monopolie en Zeeheerschappij.
+Tegenwicht Handelsanarchie.
+Toon of stemming Economische illusies
+
+
+4. Phaze: Ouderdomszwakte.
+
+Eenvoudige kiem Banken van leening.
+Samengestelde kiem Ondernemenden van een bepaald aantal.
+Steunpunt der periode Industrieele feodaliteit.
+Tegenwicht Heerschappij van monopolisten.
+Toon of stemming Illusies over associatie.
+
+
+Fourier merkt bij dit tableau op, dat hij die karaktereigenschappen,
+welke aan alle vier phazen eigen zijn, niet heeft op den voorgrond
+gesteld, maar slechts die, welke den eene of de andere phaze
+karakteriseeren en die, welke met den eene of met de andere phaze
+vermengd zijn. Zoo is de tweede phaze, waar in de Atheners leefden,
+eene onvolkomene, eene bastaardachtige periode, die nog merkteekenen
+van het barbarisme draagt en waaraan het steunpunt van de tweede phaze,
+de bevrijding van den arbeid ontbrak. In Engeland en Frankrijk,
+bevindt de civilisatie zich in de nederdalende lijn van de derde
+phaze en neigt sterk naar de vierde, welker beide kiemen zij reeds
+bezit. Deze toestand wordt door een zich sterk voelbaar makende
+stagnatie aangetoond; het genie voelt zich vermoeid van zijne
+onvruchtbaarheid en als een gevangene, het pijnigt zich tevergeefsch
+af, om eene nieuwe gedachte voort te brengen. De fiskalische geest
+aarzelt evenwel niet, de middelen te ontdekken om de vierde phaze te
+organiseeren, die wel-is-waar een vooruitgang, maar geen vooruitgang
+ten goede is. Er moet een tusschen-phaze geschapen worden, die de
+civilisatie, in een garantietoestand overbrengen moet.
+
+"Maatschappijen zoo goed als individuen gaan ten gronde," zegt Fourier,
+"wanneer zij zich aan den woekeraars overgeven en het is een feit
+van onze eeuw, van leening naar leening te hollen."
+
+Fourier begeeft zich hiermede in een critiek der staatsleeningen. Opdat
+een Staat door de geldmachten beheerscht, economisch en finantieel kan
+worden uitgebuit en uitgeplunderd, moet men hem tot het sluiten van
+leeningen verleiden. Maar met élke nieuwe leening wordt hem den strik
+vaster om den hals gedraaid, evenals dit met den privaten persoon het
+geval is. De staatsmacht, zegt Fourier, wordt zoodoende ten slotte een
+werktuig in de handen der groote finantieele machten, die méér dan de
+ministers den gang van zaken beheerschen en leiden; wetten decreteeren,
+oorlogen voeren of verhinderen, al naar hun belang dat medebrengt. En
+opdat de Staatsmachine naar wensch ga, de regeering ten allen tijde
+door de contrôle hare afhankelijke positie bewust zij; opdat verder de
+nodige bronnen van inkomsten in den vorm van belastingen van allerlei
+aard tot rente-betaling en schulddelging aanwezig zullen zijn, heeft
+men het vertegenwoordigend stelsel noodig, door middel waarvan de
+hooge persoonaadjes, die de touwtjes der finantieën in handen hebben,
+den hun nog ontbrekenden invloed op de gansche wetgeving en het
+staatsbestuur erlangen, en den Staat tevens tot hunne melkkoe maken.
+
+Onder de permanente euvelen van zijnen tijd, rekende Fourier de
+heerschappij van de philosophen, die niet willen dat het volk tot
+de erkenning zal komen van zijn oorspronkelijk recht en het recht
+zal eischen, dat het bezit op een bestaansminimum, wat het alleen
+maar gegarandeerd kan worden, onder het stelsel van de industrieele
+aantrekking.
+
+De maatschappij is overvuld van armen, hare gebreken laten zich
+samenvatten in 12 hoofdpunten: 1e Eene minderheid, de heerschende,
+bewapent slaven, die eene meerderheid, ongewapende slaven, in
+toom hoopt. 2e Gebrek aan solidariteit der menigte en daardoor een
+ongedwongen egoïsme. 3e Dubbelzinnigheid aller handelingen in de
+samenleving en hare sociale elementen. 4e Inwendige strijd van de
+menschen onderling. 5e Het onverstand tot principe verheven. 6e In
+de politiek wordt de uitzondering als grondslag van den regel. 7e
+Het hardnekkigste en taaiste genie wordt kleinmoedig gemaakt. 8e
+Ongedwongen begeestering voor het slechte. 9e voortdurende verergering,
+terwijl men gelooft verbetering aan te brengen. 10e Alzijdig ongeluk
+voor de groote massa. 11e Het ontbreken van een wetenschappelijke
+oppositie tegen de heerschende theorie. 12e Verslechtering der
+klimaten. Het laatste door de verminking van de wouden en de daaruit
+voortkomende uitdroging van de bronnen, hetgeen volgens Fourier,
+noodzakelijk tegen het einde der eeuw, tot excessen van het klimaat
+zal moeten leiden.
+
+"De handel," zegt Fourier verder, "is het zwakke punt der civilisatie,
+het punt waarbij men haar moet aantasten. In het geheim wordt de
+handel, zoowel door de regeeringen, als door de volkeren gehaat. De
+rechtschapen bezitter begrijpt niet eens de middelen, waardoor deze
+agioteuren zich weten te verrijken. De economisten evenwel, slingeren
+hunne anathema's naar de hoofden van allen, die deze grootaardigheid
+van den handel verdacht willen maken. Welke schoone phrazes zijn er
+niet tot mode geworden, ter hàrer verheerlijking?"
+
+Fourier, die er van hield alles te ordenen en te klassificeeren,
+doet zulks ook ten opzichte van het bankroet. De ware aard van het
+bankroet te leeren kennen, hiertoe deden de philosophen, volgens hem,
+al even weinig moeite, als zij dit deden, tot het leeren kennen van
+de waren aard van den handel en van den woeker.
+
+Napoleon I had gelijk, toen hij zeide, dat men het eigenlijke wezen van
+den handel niet kent. Napoleon was bang geworden, door de ervaring die
+hij opgedaan had, dat elke schade die men den handel toebracht, door
+deze weder afgewenteld werd op de lagere en arbeidende klassen. Zoodra
+de handel bedreigd wordt, trekt hij de kapitalen terug, zaait hij
+wantrouwen, belemmert hij de circulatie. De handel is als den egel,
+die men nergens aanvatten kan, zonder dat men zich zelf steekt.
+
+Fourier meende dat er een overgangsstand moet worden geschapen, die
+de civilisatie in den kortst mogelijken tijd kon leiden naar een
+hoogere ontwikkelings-phaze en die hij overal, naar wij zagen die
+der harmonie noemt. Een stelsel dat in de eerste plaats den handel
+van zijnen troon moet stooten.
+
+Hij stelt voor, dat de regeering zich van de banken, zoowel als
+van den handel meester maakt. Dit kan geschieden langs tweeërlei
+wegen. Een bruske en een zacht dwingende; een concurreerende en een
+ondergravende. Ook zijn beide methoden te vereenigen.
+
+Hij veronderstelt dat er een koning bestond van het vaste en niets
+ontziende karakter van een Mahmud II (Sultan van 1808 tot 1839),
+die aan dwangmaatregelen in dezen de voorkeur geeft. Deze zal de
+geheele arme klasse, welke niets bezit, vereenigen en staatshoeven
+organiseeren. Men kan rekenen, dat het aantal van hen die geheel
+zonder middelen zijn, ongeveer een tiende van de bevolking bedraagt
+en op elke vierhonderd familiën veertig arme familieën wonen. Elke 200
+personen vormen dan een staatshoeve, die hare noodzakelijke gebouwen,
+stallen, vee, grond, werktuigen enz. bevat. Dit aantal is groot
+genoeg, om een doelmatig en niet kostbaar bestuur, afwisselenden
+arbeid en een lucratieve opbrengst te verzekeren. Deze staatshoeven
+moeten zich dan aansluiten bij de industrie, het instituut van het
+gefixeerde ondernemerschap van private personen, die van jaar tot jaar
+toegelaten zullen worden, onder voorwaarde, dat zij van jaar tot jaar
+progressief stijgende retributieën aan den Staat hebben te betalen. Een
+maatregel, zegt Fourier, die twee werkingen hebben zal. Ten eerste:
+den Staat hooge inkomsten te bezorgen, ten tweede: den onbemiddelden
+het ondernemerschap onmogelijk te maken of hen zal dwingen, het op
+te geven. De aldus vrijkomende bevolking wordt daardoor naar de
+staatshoeven gedrongen; de inkomende belastingen moeten evenwel,
+nevens tot de dekking der staatsuitgaven, aangewend worden tot
+delging der staatsschulden. Fourier stelt voorop, dat deze inkomsten
+ten slotte zeer hoog zullen worden en een belangrijk deel van de
+ondernemerswinst absorbeeren zullen, zoodat het private-ondernemerschap
+alsdan onmogelijk zal worden en er een toestand zal worden geschapen
+gelijk die noodig is, om tot de phaze van de "harmonie" te komen,
+welk Fourier beschouwt de hoogste vervolkomening en de vervolmaking
+van het menschelijke leven op aarde te zijn.
+
+Fourier stierf te Parijs den 10en Oktober 1837. Op zijn grafsteen staat
+gebeiteld: "Hier liggen de overblijfselen van Charles Fourier. De
+serie verdeelt de harmonieën. De attracties staan in verhouding tot
+de bepalingen."
+
+Tot Fourier's meest bekende en meest ijverige scholieren behoorden:
+Victor Considérant, een voormalig genie-officier, die het hoofdwerk
+der Fouriersche school: "Destinée sociale, exposition élémentaire
+complète de la theorie sociétaire" vervaardigde.
+
+Hij vestigde na veel moeite een phalanstère te Texas "La Reunion"
+genaamd, die echter in 1869 te niet ging.
+
+Ook andere pogingen tot het oprichten van dergelijke phalanstères,
+n. l. in 1832, nog tijdens Fourier's leven, door Baudet-Dulary in
+het leven geroepen en een in Citeaux bij Dijon, met de finantieele
+hulp van den engelschman Arthur Young; ook een in Algerije, allen
+mislukten eveneens na korter of langer tijd.
+
+
+
+Tegelijkertijd met de Saint-Simon en ook met Fourier, werkte en
+streed er in Engeland een man, die minder dan de twee eersten, in
+geschriften zijn denkbeelden had uiteengezet, maar meer een man was
+van de daad. Die man was Robert Owen.
+
+
+
+ROBERT OWEN
+
+werd den 14de Mei 1771 te Newtown, een landstadje in Montgomeryshire
+(Wales) in Engeland, geboren, waar zijn vader winkelier
+en posthuishouder was. Zijn moeder stamde uit een geachte
+pachtersfamilie. Robert was de jongste van zeven kinderen.
+
+Na in het stadje zijner inwoning de school te hebben doorloopen,
+kwam hij bij een koopman in Stanford in de leer, een zekere Mac
+Guffog, die zich-zelf in zaken er bovenòp had gewerkt. De jonge Owen
+bleef hier vier jaren en benuttigde zijnen vrijen tijd met lezen en
+studeeren. Elke minuut die hij van de zaken af kon nemen, wijdde
+hij aan de studie der mathematiek, de natuurwetenschappen en der
+geschiedenis. Ook hield hij zich met godsdienstige studiën niet onledig
+en werd hij al spoedig een twijfelaar in theologische aangelegenheden.
+
+In 't jaar 1795 ging Robert Owen naar Londen met aanbevelingen van
+zijn patroon, die hem ongaarne van zich vertrekken zag. Hij vond hier
+een betrekking voor 25 L. S. (300 gulden) jaarlijksch, voor een knaap
+van 14 jaar, eene gunstige positie in die dagen. Vandaar ging hij in
+betrekking in Manchester, eene positie die hem 15 L. St. per jaar méér
+opleverde. Minder noch om het salaris, dan wel om eene andere reden,
+nam hij de hem aangeboden nieuwe positie aan. De katoenindustrie had
+in die dagen reuzenschreden gemaakt en hare hoofdzetel was Manchester.
+
+Het was overigens een geweldigen tijd. Eene machtige sociale revolutie
+voltrok zich in Engeland. Terwijl in Frankrijk de politieke revoluties
+als het ware over elkander vielen, vond er in het geheim, zonder dat
+het iemand zag of kon zien, een revolutie in de maatschappelijke
+verhoudingen in Engeland plaats, die bewerkstelligd werd door den
+stoom en de stoommachine. Watt had de stoommachine, Arkwright had
+de spinmachine en Cartwright had de stoomweefstoel uitgevonden. De
+kleinproductie ging haren ondergang tegemoet en de handspinmachine en
+de handweefstoel, zij moesten het afleggen tegen den met stoom gedreven
+industrie van de groote fabrieken. De in 't raam van de kleinproductie
+passende verhoudingen, deugden niet meer. Een zee van ontketende
+"vrije concurrentie"--het hoofdleerstuk der staathuishoudkunde van den
+econoom Adam Smith--was nu de industrieele maatschappij geworden. De
+golven sloegen al hooger en hooger, en wie niet met goed uitgeruste
+schepen kwam, ging onder. De machinekrachten ontketenden den strijd
+van "allen tegen allen", een eeuw vroeger door den philosoof en
+staatsrechtsleeraar Thomas Hobbes zoozeer voorzien.
+
+Niet alleen mannen, ook vrouwen en kinderen togen bij massa's naar die
+groote fabrieken met hunne rookende schoorsteenen, hunne stampende en
+ratelende machines. De groot-industrie begon haar hoogtijd te vieren
+in Engeland, het eerste land dat daarvoor rijp was.
+
+Robert Owen zag dat alles, maar hij zag ook tegelijkertijd, dat de
+groot-industrie de produktie op geweldige manier deed toenemen. Hij
+zag zoowel voor- als nadeelen van het nieuwe stelsel. En meer dan
+iemand van zijnen tijd, heeft hij het ook begrepen. De jonge man
+peinsde op middelen, zon op een stelsel om de voordeelen te behouden,
+maar de nadeelen zooveel mogelijk te neutraliseeren.
+
+Hij wilde aanstonds katoenfabrikant worden, want hij was inmiddels
+in bijna alle geheimenissen van dat vak doorgedrongen. Maar toen hem
+intusschen in 1789 een mechanikus met name Jones, dien hij had leeren
+kennen, den voorslag deed, om met hem gezamenlijk een fabriek op te
+richten, tot vervaardiging van nieuwe machines voor katoenfabrikatie,
+greep hij dit denkbeeld aan en zeide zijne betrekking op. Hij werd
+machinefabrikant met een kapitaal van 200 pd. sterling, dat hij
+van zijn broeder in Londen had geleend. Jones evenwel betoonde zich
+ongeschikt, en hij wilde ook geenerlei raad aannemen en in dat geval
+hield Owen het voor geraden zijn deelhebberschap aan een kapitalist te
+verkoopen en uit de zaak te treden, om tot zijn oorspronkelijk beroep
+terug te keeren. Voor het ontvangen geld, richtte hij een gehuurd
+fabrieksgebouw in, dat hij voor het grootste gedeelte aan anderen
+onderverhuurde en stelde, in de hem overblijvende ruimte een paar
+spinmachines op. De ervaringen die hij in zijn korten loopbaan als
+machinefabrikant had opgedaan, kwamen hem nu voortreffelijk te stade
+en in korten tijd had hij zich een goede cliëntèle verschaft. Alleen
+het gebrek aan kapitaal, hinderde hem bij elken stap, dien hij wilde
+doen. Tot dat men hem op zekeren dag mededeelde, dat een zekere
+heer Drinkinwater, een rijke katoenfabrikant, wiens ouden chef hem
+plotseling had verlaten, een nieuwen chef zocht. Owen nam een snel
+besluit en bood zich aan. De heer Drinkinwater nam aanvankelijk den
+nog geen twintigjarigen jongeling, die zich vermat aan het hoofd
+te willen komen van eene der grootste katoenfabrieken van toenmaals
+in Engeland, eens op. En met een blik waarin verbazing, zoowel als
+geringschatting lag, zeide hij tot Owen: "U is mij te jong!"--"Voor
+vier of vijf jaren was ik het wel," antwoordde de jonge Robert.--Nog
+grooter verbazing bij den heer Drinkinwater; hij dacht voor het lapje
+te worden gehouden. "Hoeveel malen per week bedrinkt u je wel?" vroeg
+hij.--"Ik was nog nooit in mijn leven beschonken," antwoordde Owen
+heel droog.--"Hoeveel salaris vraagt ge?" begon na een korte pauze
+den fabrikant. "Driehonderd pond sterling!" was wederom het korte
+antwoord van Owen. Het bleek dat zijn manier van antwoorden, den
+grooten fabrikant zoozeer imponeerde, dat hij informaties inwon,
+en het resultaat was dat Owen de betrekking kreeg.
+
+Dit was in 't jaar 1791, toen de fransche Revolutie op haar hoogste
+punt was gekomen. De jonge Owen had voor politieke kwesties een niet
+zeer levendige belangstelling. Of de gebeurtenissen in Frankrijk een
+grooten indruk op hem gemaakt hebben, is niet gebleken. Praktische
+vragen, vraagstukken die in onmiddellijk verband stonden met het leven,
+hadden evenwel zoo veel te meer steeds zijne groote belangstelling
+bezig gehouden.
+
+De heer Drinkinwater had geen reden om zijn besluit te betreuren. De
+jonge Owen bracht weldra orde in het bedrijf en vervolkomende de
+machinerie dermate, dat de fabriek binnen korten tijd, gelijk erkend
+werd, het beste en fijnste spinwerk van Engeland leverde. Daarbij kwam,
+dat de arbeiders goed werden betaald en humaan werden behandeld. Nadat
+een jaar verstreken was, wilde de heer Drinkinwater dan ook van geen
+veranderen meer weten; hij verhoogde ten dien einde dadelijk Owen's
+salaris tot op 400 pd. st. en verplichtte zich, om, na het derde jaar
+dat Owen in zijn dienst zou blijven op een salaris van 500 pd. st.,
+hij hem als deelgenoot in de zaak zou opnemen.
+
+Voor dat het contrakt tot stand kwam, verliet Owen de zaak, om eene,
+naar hij later zelf toegaf, door hem verkeerd opgevatte handelwijze
+des heeren Drinkinwater en richtte in Manchester eene eigene spinnerij
+op, echter een voor zulk soort garens, die niet in de fabriek des
+heeren Drinkinwater vervaardigd werden, ten einde dezen geen schade
+te doen. De onderneming gelukte en Robert Owen werd wat men noemt een
+"gemaakt man", door andere fabrikanten met jaloerschheid aangezien;
+bewonderd als man van zaken en uitgekreten als een zonderling, omdat
+hij absoluut geen vermaak vond in de gezellige omgang dier heeren,
+die hun geld en hunnen tijd doodsloegen, terwijl hij zijnen vrijen
+tijd doorbracht in litterarisch en philosophisch gezelschap; slechts
+met menschen willende verkeeren, waarvan hij meende iets te kunnen
+leeren. Hij stelde er meer een eer in, om te gaan met mannen als:
+Coleridge, de dichter, Dalton, de scheikundige en Fulton, de uitvinder
+van het eerste stoomschip, welke laatste hij vooral met beduidende
+geldsommen steunde.
+
+En als Owen wel eens in het gezelschap was van zijne collega's de
+fabrikanten, dan had hij zulke verschrikkelijke plannen op te stellen
+en ideën te verkondigen, dat het er den anderen koud van werd.
+
+Deze denkbeelden echter liet daarom Owen niet varen, in tegendeel,
+zij trokken hem juist aan. Wij zijn hier aangeland bij het keerpunt
+in Robert Owen's leven, daar waar hij van een privaat-ondernemer,
+een historische beteekenis krijgt als sociaal hervormer.
+
+
+
+Tegen het einde der 18e eeuw kwam Owen, op een handelsreis zijnde,
+te New-Lanark in Schotland aan. Daar leerde hij een zekere heer Dale
+kennen, den eigenaar van een aantal fabrieksinrichtingen aldaar. De
+kennis met den vader, leidde tot kennismaking met de dochter; de
+kennismaking leidde tot liefde en Owen werd met den vriend, ook
+den schoonzoon van den heer Dale en alras den medeeigenaar van de
+fabrieken te New-Lanark. In 1800 nam hij de leiding van de gezamenlijke
+fabrieken aldaar, bekend onder den naam van "New-Lanark Mills" over,
+met inbegrip van alle daarbij behoorende établisementen.
+
+De fabriek van den heer Dale was door hem en Richard Arkwright, de
+beroemde uitvinder van de spinmachine, in 1784 opgericht geworden,
+toen de katoenspinnerij in Schotland het eerst werd ingevoerd. De
+voordeelen, die de waterkracht van de Clyde aanboden, had de keuze
+bepaald van deze plaats, die overigens niets aantrekkelijks had. Het
+land rond er om heen was onbebouwd; de inwoners dun gezaaid en zeer
+ruw, bijna wild; de wegen zoo slecht dat zelfs de hartstochtelijkste
+liefhebbers van natuurschoon het niet licht wagen dorsten tot deze
+oorden aan de Clyde-watervallen, al te diep door te dringen. Men
+moest "handen" hebben voor de fabriek, geen gemakkelijk iets, daar
+de bevolking van de plaats geen bijzondere trek had in het werken
+in gesloten ruimten. Kinderen voor den fabrieksarbeid waren er in 't
+geheel niet te krijgen. Men moest zich dus wenden tot de "werkhuizen"
+in het Engeland van die dagen, niet ten onrechte de "Bastilles van den
+armen" genoemd, ten einde kinderkrachten te bekomen. En had zoodoende
+500 kinderen bij elkander gekregen, meest uit Edinburgh, die in een
+daarvoor gebouwd groot huis tezamen werden gebracht, om gekleed,
+gevoed en opgevoed te worden.
+
+Ter aanlokking van arbeiders uit andere oorden, bouwde men een dorp om
+de fabriek en verhuurde de huizen tegen een lagen prijs. Maar de arbeid
+was er zóó impopulair, dat men bijna geen arbeiders kon krijgen, anders
+dan verworden menschen en werkeloozen; van alle middelen ontbloote
+individuen; menschen die over het algemeen, zedelijk zeer laag en
+voor den arbeid bijna onbruikbaar waren, kortom het uitschot van de
+armen. En niet zoodra hadden dezen door eenigen tijd te arbeiden er
+geheel den slag van gekregen of zij werden weerspannig en onhandelbaar.
+
+Voor de kinderen was naar de toenmaals heerschende begrippen, vrij
+goed gezorgd. De lokaliteit waar zij gehuisvest waren, was ruim,
+de kamers vrij goed, de kost en de kleeding voldoende. Ook was er
+voor voldoende geneeskundige hulp en verzorging, goed onderwijs en
+behoorlijk toezicht zorg gedragen. De armenvoogden echter, verlangden
+dat de kinderen reeds op 6-jarigen leeftijd zouden opgenomen worden. De
+kinderen moesten dus van des morgens 6 tot des avonds 7 uur werken met
+de grooten tezamen en daarna eerst, konde men hen onderwijs geven. De
+gevolgen daarvan bleven niet uit; de kinderen liepen weg als zij
+eenigszins daartoe in staat waren, om naar Glasgow en Edinburgh te
+gaan en daar dan dikwijls hunnen ondergang te vinden. Maar alles was
+hen liever dan 13 uren per dag te werken onder menschen, zooals het
+arbeidspersoneel van den heer Dale was.
+
+Owen spreekt den heer Dale vrij van schuld; niet zijn wil was het,
+dat de kinderen reeds met hun zesde jaar aan de spinmachine moesten
+staan, zegt hij, maar die van het Armentoezicht, dat tot elken prijs
+natuurlijk, van de arme, verlaten, ongelukkige kinderen af wilde zijn.
+
+En wat de toestanden aangaat, zegt hij: "als deze nu zoo waren bij
+goede werkgevers als den heer Dale, kan men nagaan hoe het er moet
+hebben uitgezien bij de slechten."
+
+De toestand van de dorpelingen van New-Lanark was dan ook eene
+hoogst ongunstige. Drankzucht, luiheid en armoede waren er heer en
+meester. Stelen was er aan de orde van den dag en in 't bijzonder
+scheen het een formeel recht te zijn, zich aan den eigendom van den
+heer Dale te mogen vergrijpen. Ook heerschte er een godsdienstig
+sekte-fanatisme van de allerergste soort. De eene groep van een
+zeker soort geloovigen verketterde den andere, en dit werd er niet
+beter op, doordien den heer Dale zelve partij koos voor eene der
+vele secte-gelooven.
+
+Nog een groot euvel was er, doordien de menschen van New-Lanark,
+tengevolge van den grooten afstand van de marktplaatsen veel te dure
+prijzen moesten betalen voor hunne levensmiddelen, hetgeen, naar te
+begrijpen was onder hen een even groote bron van ontevredenheid, als
+het voor den diefstal van andermans eigendom, een groote prikkel was.
+
+Het geheel evenwel scheen, met al zijn euvelen en al zijn ellende een
+terrein te zijn, alwaar iemand als Robert Owen zich op tehuis gevoelen
+kon. Dadelijk overzag hij het geheel en besloot hij onmiddellijk de
+zaak radikaal aan te pakken. Hij ondernam een grondige hervorming. De
+enorme moeielijkheden die hij hierbij ondervond verhoogden zijnen
+ijver slechts. Hij deed als een wetenschappelijk ontdekker, die hoe
+moeielijker de taak, dien hij zich gekozen had werd, met te meer
+lust aan de nieuwe studie ging, wetende zijn doel toch te zullen
+bereiken. Hij verklaarde zijnen vrienden, dat hij zou inwijden een
+geheel nieuw systeem, dat geheel gebaseerd zal zijn op gerechtigheid
+en goedheid, dat hij zijn hoofdoogmerk zoû wijden aan de opvoeding
+van de kinderen, en alle straffen zoû afschaffen en zou weten te
+vervangen door moreele middelen. Men lachte hem uit; maar de lachers
+werden hier wel zeer beschaamd gemaakt.
+
+Owen toog aan den arbeid. "Onwetendheid," schrijft Owen's biograaf
+Sargent, "immoraliteit, godsdienstige huichelarij, overmatige
+arbeidstijd, verduurdering van levensmiddelen, en om op dit alles den
+kroon te zetten, een hardnekkig vooroordeel dat men het tegen Owen
+"den Engelschman," wiens spraak den schotschen hoog- en laaglanders
+bijna niet verstonden, dat alles stond hem in den weg. Hierbij kwam
+nog, dat de andere deelnemers hoofdzakelijk het oog hadden gevestigd
+op de winsten, die er te maken vielen en alles van een zakenstandpunt
+bekeken."
+
+De arbeiders wantrouwden de geheele zaak eveneens. Zij immers waren
+zoozeer gewend te worden geëxploiteerd, dat zij onmiddellijk achter
+elke vernieuwing van de dingen, eene poging zagen, om meer uit hunne
+arbeidskracht te halen. Geen wonder dus, dat er in de eerste twee jaren
+slechts weinig was volbracht. "Er was geen middel," schrijft Owen zelf,
+"dat er niet tegen mij werd gebruikt; en de vesting van vooroordeelen
+en misbruiken die te veroveren was, en wier verovering ik mij vast
+voorgenomen had, werd dan ook systematisch en op hardnekkige wijze
+tegen mij verdedigd."
+
+Owen was echter te verstandig om met geweld te werk te gaan.
+
+Hij zag in, dat de noodzakelijkste veranderingen zeer talrijk waren
+en niet in één handomdraaien gedaan waren te krijgen, temeer, daar
+hij van geen enkele zijde op medewerking te rekenen had. De beambten
+der fabriek zagen in hun patroon een phantast, die de zaak te gronde
+zou richten met zijne plannen en zij verklaarden liever hunne plaatsen
+aan de fabriek te zullen verlaten, dan zich te zullen leenen tot zulke
+belachelijke dingen, als Owen die met de fabriek voorhad. Hij moest
+zich dus voor alles een vasten bodem onder de voeten scheppen, waarop
+hij het gebouw zijner wenschen moest vestigen. Maar dit niet alleen,
+hij moest zich ook het noodige bouwmateriaal zelf verschaffen. Het
+voornaamste was in dat opzicht, mannen te krijgen, die hem bij
+zijnen arbeid ondersteunen konden en genoeg vertrouwen in zijn zaak
+hadden. Dat was niet gemakkelijk, maar gegeven de uitmuntende takt
+die Owen bezat om met menschen om te gaan, om uit ieder te halen wat
+erin zat, was deze moeielijkheid geene onoverkomelijke. Hij vond dan
+ook wel de noodige krachten.
+
+En nu ging hij met onvermoeiden ijver aan den gang tot het volbrengen
+van zijne tweeledige taak: verbetering van het lot der volwassenen
+en de opvoeding der kinderen.
+
+Het was vóór alles noodig, in de fabriek-zelf eene zekere orde
+te herstellen, omdat het gebrek aan systeem en de wanorde die er
+heerschten, werkelijk de fabriek met een bankroet bedreigden, zelfs
+onder het oude regime. Repressie-maatregelen, daaraan dacht Owen
+niet. Wat zou het hem baten, een paar dozijn "handen" in het tuchthuis
+en enkelen aan den galg te brengen? Daarmede waren noch de fabriek,
+noch de menschen zelf gebaat, noch hadden Owen's plannen, die hij
+met de menschen voor had, daarbij maar eenigszins een voordeel gehad.
+
+Owen geloofde niet aan wat men den "persoonlijken schuld" noemde,
+daarvoor had hij een te diep inzicht in de omstandigheden, waaronder
+die menschen van New-Lanark leefden en wat dezen van hen hadden
+gemaakt. Owen zag dus van elk soort van bestraffing af. Hij zocht het
+mistrouwen der werklieden op verstandsgronden te overwinnen, door
+beleering hen de dingen te verklaren en door hen louter en steeds
+op hun belang te wijzen, dat hen gebood eerlijk en arbeidzaam te
+zijn. Ten einde de dieverijen op de fabriek tegen te gaan, trof hij
+zeer vernuftige maatregelen, welke de ontdekking van de misdrijven
+zeer verlichten en, als 't ware, het politietoezicht in de handen
+der arbeiders zelven legde.
+
+Het was Owen's doel geenszins een modelfabriek te stichten, hem was
+de sociale zijde van de hervormingen veel meer aangelegen, dan aan
+de mercantiele zijde van het vraagstuk. Maar het ging bij hem hierom,
+een modelsamenleving op kleine schaal in te richten.
+
+De fabriek was Owen slechts middel tot dat doel. Door haar zocht hij
+zijn hervormingsplannen te verwezenlijken, die met de vooruitgang
+in de praktijk van den dag, telkens grootere afmetingen begonnen aan
+te nemen.
+
+De inrichtingen van New-Lanark waren Owen's proefstation voor sociale
+hervormingen. Door deze maatschappij-in-het-klein wilde hij der
+maatschappij in het groot, een bewijs leveren van de juistheid en
+de uitvoerbaarheid van zijne sociale hervormingsplannen. Door deze
+wilde hij beproeven, praktisch de argumenten te weêrleggen van hen,
+die zijn plannen misschien in theorie prachtig, maar in de praktijk
+voor onuitvoerbaar verklaarden.
+
+Het duurde niet lang of te New-Lanark was er zóóveel verbeterd, dat
+de spotters en de lachers, althans niet meer zoo luide lachten en de
+twijfelaars tot nadenken gestemd werden. Het stelen hield op, zonder
+dat er één arbeider gerechtelijk vervolgd was geworden. En het optreden
+en de manier-van-doen van de arbeiders, niet alleen binnen, maar
+ook buiten de fabriek, was geheel anders geworden. Dronkenschap werd
+steeds minder en dat, zonder dat men de drankwinkels in het dorp had
+doen sluiten, wat men Owen aangeraden had. Owen was persoonlijk geen
+vijand zoozeer van het alkoholgebruik als zoodanig, maar beschouwde het
+drinken en wel, het zich bedrinken, in verband met de maatschappelijke
+omstandigheden der arbeiders. Hij vroeg zich af, hoe het kwam, dat de
+menschen zulk een misbruik maakten van den alkohol en kreeg allereerst
+de overtuiging, dat dit voortsproot uit gebrek aan phijsiek voedsel,
+dat den menschen dwong, kunstmatige prikkels tot zich te nemen.
+
+Ten tweede ontbrak het den menschen aan een goed en behoorlijk
+"tehuis," aan een behoorlijk en gezellig familieleven, waardoor zij
+zich in de kroeg meer thuis gevoelden, dan in hunne eigene woning. Ten
+derde kwam het, omdat de menschen geestelijk op een te laag standpunt
+stonden en verwaarloosd waren. De meesten van zijn fabriekarbeiders
+konden niet eens lezen! Het was dus geen wonder, dat zij geen
+denkbeeld hadden van hooger levensgenot en van geestelijk leven,
+eene der beproefdste middelen, om de menschen uit de kroeg te houden.
+
+Owen ging planmatig te werk. Hij onderdrukte het "Trucksysteem,"
+hetwelk, zooals overal in Groot-Brittanje, ook in New-Lanark in
+zwang was, en de arbeiders waren aldus niet meer gedwongen hunne
+levensmiddelen te koopen waar die duurder en slechter waren, dan
+overal elders. In plaats daarvan stichtte Owen eene coöperatie,
+de eerste die bestaan heeft en zeker niet de minst slechte. Hij
+kocht waren van de allereerste kwaliteit in het groot en deed ze
+aan de arbeiders die ze koopen wilden--gedwongen was men niet--tegen
+den kostenden prijs van de hand. Alleen de kosten van beheer werden
+hen in rekening gebracht. Het gevolg was, dat weldra alle arbeiders
+deelnamen en dat de bevolking van New-Lanark binnen vrij korten tijd,
+tot de bestgevoede en de bestgekleede van Engelands arbeidersbevolking
+behoorde. Voor de ongehuwden werd een kost- of eethuis opgericht,
+eveneens op coöperatieven grondslag, waarin voor hunne voeding en
+hunne kleeding den meesten zorg werd gedragen.
+
+Owen liet vervolgens de slechte woningen afbreken en liet er "Cottages"
+bouwen van zijne eigene vinding en naar zijne eigene aanwijzingen,
+met ruime lustige woon- en slaapkamers, een praktische keuken erbij
+en tevens een stukje tuingrond eraan verbonden, om groenten, ooft en
+bloemen te kweeken. Voor de kinderen werden bovendien speelplaatsen
+opgericht. De nieuwe woningen, met de daarbij behoorende tuintjes
+werden voor een lagen prijs verhuurd, zoodat niet meer dan de rente
+van het kapitaal in rekening gebracht werd, die opgebracht moest
+worden. Niet lang daarna verlieten alle arbeiders hunne ellendige
+krotten, om de woningen van de fabriek binnen te trekken.
+
+Een moeielijker werk leverde de geestelijke verheffing van de arbeiders
+op. Hier moest tegelijkertijd, van twee kanten uit worden begonnen. Met
+bloote opvoeding van de kinderen was men alleen niet klaar, ook de
+reeds opgegroeide generatie mocht niet onverzorgd gelaten worden. Voor
+de jeugd was een groote school opgericht die binnen korten tijd, onder
+de persoonlijke leiding van Owen, tot een modelschool werd. Geschikte
+leeraren en leeraressen werden gevormd en aan de school verbonden;
+het slaan was streng verboden. De kinderen werden er onderwezen in
+lezen en schrijven, in mathematiek, in geschiedenis, geographie en
+meer praktische vakken.
+
+Voor volwassenen werden aparte onderwijsklassen opgericht, leeszalen
+en een bibliotheek gesticht en in weerwil dat voor de deelname aan
+alle deze dingen geen dwang was ingevoerd, was de deelname weldra
+zoo algemeen, dat na eenigen tijd New-Lanark, behalve den grijsaards
+geen inwoner meer had, die niet ter dege kon lezen en schrijven. Het
+intellektueele peil der bevolking rees dan ook zeer schielijk en kwam
+zeker boven het doorsneêpeil van de fabrieksplaatsen, in het Engeland
+dier dagen te staan.
+
+In de fabriek werd de behandeling eveneens op veel humaner en
+praktischer manier ingericht, dan dit voorheen het geval was. Straffen
+waren principieel verboden. Goede loonen werden betaald en Owen wist
+de menschen het snel duidelijk te maken dat, hoe beter zij arbeidden,
+des te meer dan hunne loonen zouden stijgen, en dat dan ook zooveel
+te meer zoude gezorgd kunnen worden, voor hunne moreele en materieele
+verheffing. Hij maakte er voor de menschen geen geheim uit, dat ook
+dan de eigenaren van de fabriek daar beter bij zouden varen. Maar door
+te wijzen op hetgeen hij had gedaan, en op hetgeen hij voornemens was
+daarenboven te doen, kon hij met een goed geweten verklaren, dat voor
+hem de fabriek geen doel, maar een middel was, om tot de oplossing te
+komen van het problema, de arbeid die tot dusver voor den arbeiders
+een vloek geweest, voor hen in een zegen te doen veranderen.
+
+En de eenige dwang, welke hij uitgeoefend had, was eene moreele,
+n.l., de dwang van de publieke opinie.
+
+Ten einde, om zoo te zeggen, een soort gerecht onder de arbeiders,
+uit de arbeiders zelven te verkrijgen, voerde Owen den "Silent Monitor"
+("stille vermaner") in. Hij liet voor elken arbeider vier borden maken,
+van verschillende kleur: een wit, een blauw, een geel en een zwart. De
+eerste was goed, de tweede tamelijk goed, de derde middelmatig en de
+laatste onvoldoende. Al naar het werk van de week uitviel, liet Owen
+een der vier borden naast den arbeider neerhangen, op den Maandag
+waarop het werk aanving, zoodat dan elkeen kon oordeelen over eens
+anders arbeid en gedrag. Deze borden hadden bovendien nog dit voor,
+dat de arbeiders die hunnen plicht niet gedaan hadden, geen standjes
+kregen, maar zelven zien konden hoe men over hun werk dacht. Owen
+controleerde zelf deze borden steeds en zorgde voor de meest stipte
+gerechtigheid bij hunne verdeeling.
+
+Owen ging misschien hier wat schoolmeesterachtig te werk, maar
+het was hem liever aldus te handelen, dan eene heerschappij van de
+fabrieksopzichters langer te handhaven. Hij wilde den arbeiders dan
+ook niet anders opvoeden dan met moreele middelen, als een werkelijk
+pedagoog.
+
+In New-Lanark, werd door Owen in 't jaar 1809 de eerste
+kleine-kinderenbewaarplaats en kleine-kinderenschool opgericht die
+er tot dusver bestond, en alle scholen van dit soort waren geschoeid
+op de leest van Robert Owen's eerste stichting van dien aard.
+
+In een rede door Owen in 1812 te Glasgow gehouden, ter eere van
+zijnen vriend Lancaster, den beroemden schoolhervormer, zijn zijne
+grondstellingen over opvoeding neergelegd.
+
+Hij zeide daarin: "Wat is de oorzaak van de lichamelijke en geestelijke
+verschillen, welke wij in 't algemeen onder de menschen waarnemen? Zijn
+zij ons aangeboren, of ontstaan zij uit den bodem, waarop wij ter
+wereld komen? Noch het een, noch het ander. Deze verschillen zijn
+eenig en alleen: werkingen van verschillende omstandigheden en van
+de opvoeding. De mensch wordt een ruwe en een gruwzame wilde, een
+kannibaal--of een beschaafd en een goedaardig wezen, al naar mate van
+de omstandigheden, waarin hij van zijne geboorte af is gekomen. Hieruit
+volgt dus, dat het cardinale punt voor ons is, te overwegen of wij
+deze omstandigheden beïnvloeden, of wij ze beheerschen kunnen; en
+als dit zoo is, in welke mate wij dit kunnen doen.
+
+"Stellen wij het geval eens, ten einde eene proef te nemen brachten
+wij bijv. een aantal pasgeboren kinderen uit ons geboorteland naar
+ver-afgelegen landen, leverden ze daar aan de inboorlingen over en
+lieten ze daar achter. Zouden wij één oogenblik hebben te twijfelen
+aan het resultaat? Neen! De kinderen zouden gezamenlijk, zonder
+uitzondering, gelijk worden aan elke gewone inboorling en van die in
+karakter niet verschillen.
+
+"En zouden op gelijke manier, een zeker aantal van jongegeboren
+kinderen tusschen het "gezelschap der vrienden" ("genootschap van
+kwakers") eenerzijds en tusschen het verwaarloosde gedeelte van de
+Londensche bevolking welke St. Giles bewoont anderzijds uitgeruild
+worden, dan zouden de kinderen van de eersten, opgroeien en gelijk
+worden aan die van de laatsten; vóórbestemd voor elk misdrijf,
+waarentegen de kinderen der laatsten tot evenzoo matige, goede
+zedelijke menschen opgroeien, gelijk de eersten dat zijn."
+
+
+
+Dit waren, in 't kort, de grondprincipes van Owen; de beginselen van
+zijn sociaal systeem, welke hij sedert 't jaar 1812, toen hij met zijne
+agitatie begon, en in een gansche rij van brochures, voordrachten
+voor het volk en in tal van memories aan staatslieden nederlegde:
+"de mensch is het produkt der omstandigheden; ellende en misdaad,
+zij zijn de gevolgen van de onnatuurlijke levensverhoudingen."--Het
+moet alzoo onzen taak zijn, op de invoering van andere verhoudingen te
+werken. En dit is in het belang van alle menschen, omdat alle menschen
+zonder uitzondering, onder de bestaande omstandigheden te lijden
+hebben. Elk mensch heeft een gelijk recht op welzijn, voorzoover dit de
+vooruitgang van de beschaving en de stand der produktie mogelijk maken
+en op de hoogst mogelijke graad van ontwikkeling, voorzoover dit zijn
+lichamelijke en geestelijke eigenschappen mochten vereischen. Daarom
+is het volgens Owen, eene maatschappelijke noodzakelijkheid, dat alle
+kinderen een zoo goed mogelijke opvoeding verkregen, opdat de huidige
+klassebevoorrechting in dit opzicht, ten minste niet meer heerschen,
+en voor eene organisatie plaats maken zal, waarin elk lid van de
+samenleving arbeiden kan voor de gemeenschap en deze hem wederkeerig,
+een menschwaardig bestaan daarvoor in ruil waarborgen kan.
+
+
+
+Robert Owen vergenoegde zich niet met de hervormingen aan zijn eigen
+fabriek te New-Lanark, hij strekte zijne bemoeiingen ook uit over
+geheel Engeland. Het was een boozen tijd voor Engeland. De Coalitie-wet
+verbood den arbeider op elke manier, zich te vereenigen. De
+omstandigheden waren evenwel té verschrikkelijk voor den arbeiders,
+dan dat zij zich zoo maar konden nederleggen bij hetgeen er in 't land
+gebeurde. De wetten dreven hun echter tot het plegen van daden van
+geweld. Vooral de jaren van 1814-1824, kenmerkten zich door geweldigen
+strijd. In 't laatste jaar werd toen de coalitie-wet eerst ingetrokken,
+door het werken van het parlementslid Joseph Hume.
+
+Robert Owen begreep, dat voor de kinderen althans iets moest worden
+gedaan. In 1802 was er reeds een wet op de kinderarbeid in het
+Parlement tot stand gekomen, maar deze wet werd of in het geheel
+niet, of zeer slecht uitgevoerd. Owen riep ten dien einde in 1815
+eene Meeting van de schotsche fabrikanten, te Glasgow bijeen, maar
+ondervond van geen enkele zijde medewerking. Toen ging hij zelf aan
+den arbeid en op reis, teneinde de noodige gegevens te verzamelen voor
+zijn agitatie. Hij deed deze reis vergezeld van zijn zoon Robert Dale
+Owen; ging naar Engeland en door Schotland.
+
+Toen hij genoegzaam gegevens had, bezocht hij den minister Robert Peel,
+bij wien hij aandrong op het indienen van een wetgeving op den arbeid
+van jonge kinderen en volwassenen. Immers, het was hem gebleken, dat
+er in die dagen, als regel en niet als uitzondering, door kinderen
+van tien jaren doorgaans veertien uren per dag werd gewerkt, met
+een oponthoud van een half uur per dag voor eten, dat niet buiten,
+maar binnen de fabriek werd genuttigd.
+
+Na eene onnoemelijke tegenwerking, kwam in 1819 de eerste Wet op den
+Kinderarbeid tot stand, niet in die mate zooals zij door Owen werd
+gewenscht, maar dan toch als eerste stap, in de door hem aangewezen
+richting.
+
+Van af 1813 tot 1816, publiceerde Owen zijn vier opstellen, getiteld:
+"A New view of Society or Essays on the principle of the Formation
+of the human Character and the Application of the Principle to
+Practice". ("Nieuwe inzichten omtrent de samenleving, of studieën
+over de vorming van het menschelijk karakter en de toepassing van
+het beginsel in de praktijk").
+
+In de aan de fabrikanten gerichte "Voorrede" tot deze uitgave zegt
+Owen o.a.:
+
+"Sedert de algemeene invoering van een levenloos mechanisme in de
+Britsche manufaktuur, wordt den mensch, zeer weinige uitzonderingen
+hier buiten beschouwing gelaten, als eene machine van lagere orde
+behandeld; men heeft er veel meer zorgen aan besteed, de ruwmaterialen
+van het hout en het ijzer, dan die van het lichaam en ziel van de
+menschen te verbeteren. Wijdt aan deze kwestie eens de haar toekomende
+aandacht, en gij zult zien dat de mensch, zelfs in zijn hoedanigheid
+als werktuig tot de voortbrenging van den rijkdom, nog beduidend
+beter kan worden gemaakt! Maar nog een veel belangrijker opmerking,
+valt er in dat opzicht te maken. Benuttigt de middelen, die thans
+genoeg voor iedereen duidelijk waarneembaar kunnen zijn en gij zult
+daardoor, niet alleen deze levende werktuigen volkomener maken,
+maar gij zult ook leeren, dat men ze zoo voortreffelijk kan maken,
+dat ze niet alleen het tegenwoordige, maar ook die van 't geheele
+verleden in alle opzichten overtreffen zullen!"
+
+Owen had een vredelievend karakter en meende dat de belangen van
+fabrikanten en arbeiders, langs den meest vredelievenden weg te
+verzoenen waren. Dit belette hem evenwel niet in te zien, dat er
+een groote klove tusschen hen gaapte; dat er een geweldige antagonie
+bestond tusschen het kapitaal en den arbeid. Maar hij was overtuigd,
+dat de vervulling van hetgeen hij meende dat de plichten waren van
+de werkgevers ertoe zou leiden, dat er eene toenadering tot stand
+zou kunnen komen, welke de hervorming van de maatschappij langs
+vredelievenden weg, niet alleen niet in den weg stond maar ook in de
+hand zoude werken.
+
+Daardoor, dat hij praktisch deze plichten wist te formuleeren,
+stond hij reeds verre boven zijne tijdgenooten; zooals hij ook
+verre boven economen van zijnen tijd, als Robert Malthus stond, op
+wien hij reeds toentertijd het inzicht vòòr had: 1e dat een zekere
+mate van welstand, de onbepaalde voorwaarde is, voor een zedelijken
+levenswandel; en 2e dat de ontwikkeling van de groot-produktie, aan
+de beschaafde menschheid eene buitengewone mate van produktiviteit
+kan verzekeren. Zoodat dus diens vrees geenszins behoefde te worden
+bewaarheid, dat de productie eenmaal te kort zou kunnen komen te
+schieten.
+
+Zijn goede hart en zijn bijzonder praktische ervaring, deden hem
+dan ook menig nieuw gezichtspunt aan de hand. Zijne theoretische
+inzichten waren wel-is-waar, door die van den in zijn tijd levenden
+liberalen apostel Jeremias Bentham sterk beïnvloed, maar zij waren
+verder zelfstandig door hem uitgewerkt. "De mensch is," volgens Owen,
+"uitgerust met een natuurlijk streven naar geluk, de regeering heeft
+dus ten doel, ons, geregeerden en regeerenden gelukkig te maken. De
+beste regeering is deze, welke in de praktijk de grootst mogelijke
+som van geluk aan het grootste getal menschen weet te bezorgen,
+waarbij allen, zoowel regeerders als onderdanen inbegrepen moeten zijn.
+
+"Alle gecompliceerde en elkander tegensprekende motieven voor goede
+verhoudingen, zijn op een enkel principe der handelingen terug
+te voeren, hetwelk door zijne voorlichtende werkzaamheid, het oude
+verdorven systeem overbodig maakt en ten slotte zich in alle deelen der
+wereld zal oplossen. Dit principe is het geluk van het eigen-Ik, goed
+begrepen, en gelijkvormig verwerkelijkt, hetgeen slechts kan worden
+bereikt door eene verhouding, waarin het geluk van de menschheid
+bevorderd wordt. Want iedere macht, welke het wereld-al beheerscht
+en doordringt, heeft den menschen zoo gevormd, dat zij progressief,
+van uit eene toestand van onwetendheid, tot eene van intelligentie
+moeten opklimmen, welker grenzen de menschen niet bepalen kunnen;
+zoodat zij bij dit voortschrijden eerst ontdekken moeten, dat hun
+individueel geluk slechts door het groeien en het uitbreiden van het
+geluk van allen hen omgevenden, groeien en toenemen kan."
+
+Het is Owen's onomstootelijke overtuiging geweest, dat de wereld
+alleen door deze erkenning kan worden verbeterd, dat slechts naar
+die verhouding waarin het streven der menschen naar eigen geluk of de
+liefde tot zich zelf geleid wordt, deugdzame en zegenrijke handelingen
+overwogen kunnen worden. En zoowel karakter als opvoeding, berusten bij
+den mensch op de erkenning van die waarheid. Owen was er van overtuigd,
+dat de menschen tot nog toe eene valsche opvoeding hebben gehad;
+valsch onderricht en valsch gevormd zijn geworden en dat daaruit,
+alle menschelijke ellende is geboren geworden. Owen geloofde der
+menschheid van deze waarheid te kunnen overtuigen, al had hij zelf,
+eveneens een slechte en onware opvoeding gehad. Want hoezeer dat
+laatste ook het geval is, toch maakt hij zich niettemin sterk, dat
+het zijn meergevorderd inzicht was, dat hem der menschheid thans
+aldus kon doen beleeren.
+
+Owen's overtuiging was het, dat aan elke maatschappij een zeker
+karakter kon worden gegeven, hetzij goed of kwaad, hetzij vernuftig
+hetzij dom, en dat de middelen daartoe zoo goed als in handen waren,
+van hen die invloed konden uitoefenen op den gang van zaken in de
+wereld. Die middelen moesten echter nu worden aangewend. Het was
+een feit, dat drie-vierde gedeelte van de gansche bevolking van
+Groot-Brittanje en Ierland behoorde, tot die der arbeidenden. Men
+liet het echter toe, dat het karakter van die menschen werd
+gevormd zonder eenige leiding, onder omstandigheden, die hen
+noodwendig moesten brengen tot een levensloop van ellende, ondeugd
+en onzedelijkheid. Terwijl de hoogere klassen, wel-is-waar zeiden te
+gelooven aan beginselen, maar eveneens deden, alsof die beginselen
+niet bestonden. Zulk een toestand zou als zij lang voortduurde tot
+den opstand moeten leiden, omdat het lijden van de bevolking en van
+de arbeidende klassen van Groot-Brittanje en Ierland werkelijk èrger
+is, dan de toenmaals zooveel besproken slavernij van de negers in
+Amerika. Owen gebruikte het eerst benaming voor de fabrieksarbeiders
+van "blanke slaven" en leverde het bewijs, dat zij met betrekking tot
+gezondheid, voeding en kleeding er veeltijds slechter aan toe zijn,
+dan de zwarte slaven.
+
+De hoofdzaak was nu het allereerst te zorgen voor de jeugd; een zorg
+die rustte op het denkbeeld dat de mensch zijn eigen karakter niet
+vormt, maar dat dit voor hem gevormd wordt, door de omstandigheden
+waardoor hij is omringd.
+
+Het doel van het gouvernement is om regeerders en geregeerden gelukkig
+te maken, daarom behoorde elke regeering zich te laten leiden door
+het denkbeeld, dat het beter is misdaden te voorkomen, dan ze te
+bestraffen. Alle aanleidingen die tot het misdrijf aanzetten, behooren
+daarom door de regeering te worden weggenomen. Oorlog behoorde er aan
+de kroegen te worden aangedaan. De rechten op gedistilleerd behoorden
+te worden verhoogd; een stelsel van licentieën (vergunningen) in
+sterke en in strenge mate dient er te worden toegepast. Elk loterij,
+ook die van den Staat uitgaande, moet worden afgeschaft.
+
+Het stelsel van de armenwetten dient grondig te worden herzien,
+en er moet worden tegengegaan, dat den vlijtigen arbeid, voor
+het onderhoud van luien en leegloopers heeft te zorgen. Dan moest
+de geheele strafwetgeving herzien worden, en het beginsel van de
+preventiviteit moest geheel worden doorgevoerd.
+
+Een hervorming van de Staatskerk achtte Owen niet minder noodig. Owen
+was n.l. langzamerhand, door de ervaring geleerd, een vijand van
+de officieele godsdienst geworden, hetgeen ten slotte niet het minst
+geleid heeft, tot zijn maatschappelijk isolement en zijne verwijdering,
+ook van diegenen zijner tijdgenooten, welke hem in den aanvang,
+geldelijk tot het ten-uitvoer leggen van zijne plannen in staat
+hadden gesteld.
+
+Owen vatte zijn betoog in de vier hier behandelde opstellen te zamen,
+in de navolgende twee reeksen van wetten. De eene reeks zou moeten
+bestaan in eene algemeene onderwijs-regeling voor het geheele land,
+zoowel omvattend den geest van het onderwijs, als de voorziening
+van de schoolgebouwen, de normaal-inrichtingen voor onderwijzers en
+hunne gansche vorming op het oog hebbend. De tweede reeks, zou aan de
+hervorming van den arbeid moeten zijn gewijd. Zij zou moeten worden
+ingeleid door eene wettelijke enquête, naar de arbeidstoestanden in het
+Vereenigd Koninkrijk, naar de verhoudingen tusschen kapitaal en arbeid
+in hunnen ganschen omvang, ook wat aangaat de werkeloosheid. Owen hield
+zich overtuigd, dat deze laatste geen maatschappelijk euvel zoozeer,
+als wel een euvel der opvoeding was en dat daarin gelegen was een
+reden tot armoede en niet in de z. g. n. "Wet van Malthus." Het was
+z. i. niet de massa van menschen, die kwaad was voor de menschheid,
+het waren de groote onwetendheid, de domheid en de verwaarloosde
+opvoeding der menschen, die al het kwaad over de wereld gebracht
+hadden. Ieder individu kon geleid worden, en wel in die richting,
+dat hij veel meer produceert, dan dat hij verteert; daar er volgens
+Owen's vaste overtuiging veel meer was of geschapen kon worden,
+dan er noodig was om dadelijk te worden verteerd.
+
+Inmiddels was Owen steeds voortgegaan, de inrichtingen van New-Lanark
+te verbeteren en steeds volkomener te maken. De bezoekers stroomden
+naar dat oord, om het "wonder van dien tijd" in oogenschouw te
+nemen. Jaarlijks kwamen meer dan tweeduizend belangstellenden naar
+New-Lanark, en de hooge wereld was niet het minst, onder dat aantal
+vertegenwoordigd. De Koning van Saksen zond Owen een medaille, de
+Koning van Pruissen schreef hem eigenhandig brieven. Groot-Vorst
+Nicolaas van Rusland begaf zich in 1816, persoonlijk derwaarts en
+verwijlde zelfs een paar dagen in Owen's huis. De Hertogen van het
+Koninklijk huis van Engeland, toonden de grootste belangstelling in
+de instellingen van New-Lanark en de Hertog van Kent, de vader van
+Koningin Victoria, was zelf op vriendschappelijken voet met Robert
+Owen er door gekomen.
+
+Dit alles maakte Owen evenwel niet trotsch, of deed zijn
+hervormingszucht omslaan in conservatisme, of in zucht om de grooten
+der aarde wèlgevallig te zijn.--Juist, integendeel! Het is een bewijs
+voor de groote naïviteit van Owen, voor het kinderlijk vertrouwen,
+dat hij in de menschen stelde, dat hij deze blijken van belangstelling
+aanzag voor aansporingen die men hem wilde geven, steeds verder voort
+te gaan. Maar hij zou bittere ervaringen opdoen met dat vertrouwen.
+
+Telkens en telkens kwam er oppositie van den kant der geldschieters,
+hoofdzakelijk Kwakers, die méér winsten verlangden, of wel het meest
+van alles, nu eens wenschten opgehouden te zien met die oneindige
+hervormingen, welke Owen nooit moede was in te voeren, teneinde aldoor
+maar te verbeteren en te verbeteren.
+
+Maar erger werd deze oppositie, of liever zij verscherpte zich, door de
+kwestie van het onderwijs. Owen had n. l. in zijn onderwijsinstituten
+een neutraal onderwijs ingevoerd, van een soort, gelijk dat bij ons
+nog gehuldigd wordt in de openbare school.
+
+Hij nam een Christendom aan, dat boven geloofsverdeeldheid stond, een
+universeel Christendom dus. Hij was de meening toegedaan, reeds in zijn
+"New View of Society" uitgesproken, dat men, om de ongelegenheden te
+vermijden die altijd moeten oprijzen, wanneer men een bepaald geloof op
+school invoert, de kinderen slechts behoorde te leeren uit die boeken,
+welke zoodanige voorschriften der christelijke godsdienst inprenten,
+die gemeen zijn aan alle uitingen of secten van het christendom.
+
+Dat was den kwakers, die een positief christendom voorstonden, zeker
+niet naar den zin. Nog veel minder was het van hunne gading, dat Owen
+de kinderen op school, onderricht liet geven in dansen, in muziek en
+ze liet oefenen in militaire exercitieën. Owen gaf ter wille van zijn
+drieduizend menschen, die in New-Lanark het zoo goed hadden, veel toe.
+
+Maar telkens en telkens herhaalden zich de grieven van de zijde
+der financiers. Men liet niet na Owen wetten te stellen, hem op de
+vingers te tikken; ten slotte wilde men hem zoo bedillen, dat hem het
+handelen feitelijk, daardoor tot eene onmogelijkheid werd. In 1822
+nam Owen ontslag, verliet New-Lanark, na een bestuur van 25 jaren,
+dat den grootsten zegen had aangebracht.
+
+Owen zegt zelf, dat hij zijne benijdenswaardige positie in New-Lanark
+alleen prijs gaf, om volkomen vrijheid te verkrijgen voor zijne
+agitatie en om al zijne krachten te kunnen aanwenden, tot eene grondige
+hervorming van de menschelijke maatschappij. In New-Lanark vergewiste
+hij zich, door de, onder de ongunstigste omstandigheden op zich genomen
+praktische toepassing, van de juistheid van zijne principes--onder
+ongunstige omstandigheden, die voor een deel voortvloeiden uit de
+natuurlijke oppositiegeest van de menschen, tegen een experiment
+dat, bij al de instemming die het vond, toch er toe geëigend was
+als het ware, om de onhoudbaarheid aan te toonen van, en het geloof
+te schokken, in, de principes waarop de tegenwoordige wereld was
+gebouwd. Sedert de verbreking van den band, die er tusschen hem en
+New-Lanark bestond, vestigde Owen zich weer in Londen. Tusschen
+de herfst van 1824 en den zomer van 1829, was Owen eenmaal in de
+Vereenigde Staten, eenmaal in West-Indië en eenmaal in Mexiko. Drie
+jaren te voren bezocht hij Frankrijk, Oostenrijk, Pruissen, Beijeren
+en Saksen. Al deze reizen deed hij, als studiereizen en met dat eene
+doel voor oogen: de voortdurende welvaart van het menschelijk geslacht
+te kunnen grondvesten.
+
+
+
+In 1825 stichtte Owen in Amerika de eerste kolonie op communistischen
+grondslag. Hij noemde haar "New-Harmony". Owen had voor deze kolonie
+30,000 acres land aangekocht van de sekte der Rappiten. De kolonie
+bloeide een tijd lang, maar hoe langer hoe meer deze tot de praktijk
+moest komen, zag Owen in, of liever het bleek, dat men kapitalistische
+instellingen niet zoo maar tot Communistische kan maken, en dat
+daartoe veel meer en veel andere dingen behoorden, dan de goeden wil,
+het edel gemoed en de energie van een man, als hij was.
+
+Na het in Mexiko nog eens beproefd te hebben, keerde Owen naar Engeland
+terug. Voor zijn familie had hij intusschen gezorgd en hij zou zich
+nu geheel aan de arbeidende klassen gaan wijden. Reybeaud vertelt,
+dat Owen van 1826 tot 1837, duizend openbare redevoeringen gehouden,
+vijfhonderd adressen heeft verzonden, tweeduizend tijdschrift-artikelen
+geschreven heeft en driehonderd reizen gedaan heeft.
+
+In 1829 deed Owen een diplomatieke poging, die gelukkig geslaagd mocht
+heeten. Tusschen Engeland en de Vereenigde Staten waren n.l. kwesties
+ontstaan, die tot een oorlog hadden kunnen leiden, en wel daarom
+zoozeer de verhoudingen tusschen beide naties geprikkeld maakten,
+omdat het in den grond van de zaak handelskwesties waren. Owen,
+die bij den toenmaligen president van N. Amerika Jackson, zoowel als
+bij den Staatssecretaris van Buren in hoog aanzien stond, gebruikte
+zijne aanwezigheid in Amerika daartoe, om de verschilpunten met
+de beide mannen grondig te bespreken. Het resultaat was, dat Owen
+aan de Engelsche regeering kon melden, dat de Amerikaansche, de
+bereidwilligheid tot een vredelievende oplossing van de kwesties toonde
+en dat binnen weinige weken, een twist, die door de vakdiplomaten
+behandeld, misschien tot een oorlog geleid zou hebben, door een
+niet-diplomaat, op de beste wijze tot oplossing werd gebracht.
+
+In 't jaar 1832 stichtte Owen dan zijne bekende ruilbank, die in
+verbinding met de Coöperaties en de produktieve-associaties door
+wederzijdsch crediet, den arbeiders in staat zoude stellen, zich
+te emancipeeren van het kapitalistendom. Het plan mislukte, evenzoo
+als 17 jaren later de ruilbank door Proudhon in Frankrijk gesticht,
+met ongeveer dezelfde bedoelingen mislukte, omdat het crediet van
+hen die niets hebben, ook niets waard is.
+
+Tusschen 1836 en 1838, zag ook Owen's hoofdwerk "The New Moral World"
+(De nieuwe moreele wereld) het licht, eerst als weekblad, later in
+1844, als boek. Het bevatte zeven deelen en kan als samenvatting,
+van datgene wat Owen wilde, worden beschouwd. Het is, naar zijn eigen
+meening, zijn omvangrijkste werk geweest, waarin hij zijn diepste
+gedachte heeft nedergelegd.
+
+Het Eerste deel verzamelt de gegevens over de menschelijke natuur. Owen
+geeft hier niets nieuws en wij kunnen dus volstaan met hetgeen
+daaromtrent vroeger omstandig is medegedeeld. De mensch vormt nòch
+zichzelven, nòch zijne meeningen, nòch zijne gevoelens; zij-allen
+worden voor hen gevormd, door de omstandigheden, waarin hij is
+geplaatst. Hiermede valt dus de leer te zamen, dat men het allereerst
+moet aanvangen, die omstandigheden te begrijpen. Men moet niet
+oordeelen of veroordeelen, maar men moet leeren begrijpen. Men moet de
+natuur beluisteren en haar volgen, want de natuur is niet slecht. Ook
+de mensch is niet van nature-uit verkeerd; de maatschappij waarin
+hij verkeert vormt hem zooals hij is. De tegenwoordige beschaving
+is op den slechten weg. Men moet het natuurlijk instinct volgen en
+bevredigen. Het tegenstreven der natuur, het gedurig tegenwerken harer
+bedoelingen, dááraan is het te danken, dat de menschelijke karakters
+dien betreurenswaardigen trek verkregen hebben, waaraan zij lijden.
+
+In plaats van het egoïsme der onwetendheid, moest er onder de
+menschen gaan heerschen, de welwillendheid van het inzicht in de
+werkelijkheid. De mensch is bestemd een sociaal wezen te zijn. De
+verschillende onderscheidingen moeten wijken onder de menschen; de
+religies zullen te-niet worden gedaan, de priesters overbodig worden
+bevonden, de menschelijke trots verdwijnen en eene hérschepping van
+den mensch zal er komen, zoo schoon als zij er nog nooit geweest
+is. Owen meent, dat hij hetzelfde voor de menschheid op 't oog had,
+als Gallileï gedaan had voor de natuurwetenschap, toen hij bewees,
+dat de aarde om de zon en niet de zon om de aarde draaide.
+
+Het Tweede deel behandelt de leer en de kennis van de
+maatschappij. Naar Owen's overtuiging moest de menschheid zich bezig
+houden met vier onderwerpen: ten 1e, met de produktie van den rijkdom;
+ten 2e, met de verdeeling van den rijkdom; ten 3e, met de opvoeding
+en het onderwijs, en ten 4e: met de regeering. De produktie lijdt
+tegenwoordig aan deze gebreken, dat alles tegen elkander inwerkt;
+dat er geen harmonie, dat er geene samenwerking is; daar is overal
+wanorde, daar is overal scheiding en er is verdeeldheid en daardoor
+is er een enorme verspilling van arbeidskracht. Men werkt hard,
+véél te hard en nog is er te weinig, nog steeds produceert men niet
+genoeg. Elk beginsel van produktie, dat op een gezonde basis staat,
+moet er op zijn ingericht: een vereeniging en eene verbinding van
+de productiemiddelen tot stand te brengen; landbouw bij nijverheid,
+geoefendheid en kennis bij kapitaal te brengen, dezen samen te
+vereenigen, dàt moet het doel van de produktie zijn; dat is de gezonde
+grondslag van de nieuwe moreele wereld, die Owen, aan de menschen
+wilde laten zien. Maar terwijl de combinatie van al deze verschillende
+elementen tot een eenvoudig en een overvloedig resultaat zou leiden,
+wordt het heil gezocht in eene geweldige concurrentie, van den een
+tegenover den ander, elk toegerust met zijn eigene middelen. Het is
+een onafgebroken strijd, een worsteling, een hijgen en een zwoegen van
+fragmenten tegen fragmenten, waarvan de gevolgen zijn: een verwijdering
+van den mensch, van zijn voedsel en eene verwijdering van de natuur;
+een ophooping van menschen in gangen, sloppen en stegen, zonder licht,
+zonder lucht en zonder reinheid.
+
+Wat blijft er over van al datgene, waarop de mensch recht heeft,
+van een fatsoenlijk dak, dat den mensch noodig heeft om er
+onder te vertoeven; van goed onderwijs, van het genoegen, van het
+gezellig verkeer, van liefde en van vriendschap? Door de gruwelijke
+tijdsverkwisting van arbeid, van tijd en van kapitaal, wordt er door
+de individuen gebrek geleden, hoe zij zich ook aftobben. Bij een
+verstandige leiding van arbeidsassociatie, behoefde er zooveel te
+minder te worden gearbeid,--misschien slechts vier uren daags--om
+al de producten voort te brengen, welke er noodig zijn, om aan de
+behoeften van de consumptie te voldoen.
+
+Bij de verdeeling der rijkdom is volgens Owen, deze verspilling van
+arbeid en produkt nog meer zichtbaar. De ware leer van de verdeeling,
+zegt Owen, is de producent zoo dicht mogelijk bij den consument
+te plaatsen. De consumenten moesten als uit den voorraad of uit het
+magazijn, kunnen putten. En in plaats daarvan, heeft zich tusschen den
+producent en den consument eene klasse van tusschenpersonen genesteld:
+die der kooplieden, die koopen en verkoopen in 't groot, in 't klein,
+op de beurs of in den winkel. Zij nemen overal hunne winst, laten
+zich geducht betalen en vormen het doode gewicht der maatschappij.
+
+Zij zien er niet tegen op, om voor meer winst de waren te bederven,
+te vervalschen. Zij noemen zich verdeelers of verspreiders van den
+rijkdom, maar moesten eigenlijk verspreiders van de menschheid genoemd
+worden. Zij moesten bij elken gezonde regeling van de verdeeling
+verdwijnen, want zij kosten der maatschappij te veel, veel meer
+dan men oppervlakkig denkt. Owen, die een kwart-eeuw fabrikant was,
+kon daar dan ook wel met verstand van zaken, een oordeel over vellen.
+
+Ook richten die verdeelers banken op, die in verband met het slechte
+geld-systeem, alle voordeelen van den arbeid aan zich trekken en als
+het ware de produkten, van hun weg, dien zij hebben af te leggen, van
+producent naar consument, onderscheppen. Plaats den mensch naast zijn
+voedsel, zegt Owen, en naast zijnen rijkdom, dan behoeft dit niet,
+tot hem te worden gebracht.
+
+Opvoeding en onderwijs zijn slechts twee onderdeelen van de vorming
+van het karakter, met welke taak de maatschappij zich bezig moet
+houden. De tegenwoordige wetgevers deden dat tot nog toe niet. Want er
+is noodig een vorming of eigenlijk een vervorming van de uitwendige
+omstandigheden om de menschen heen, en zulk eene taak, kan alleen
+door de georganiseerde maatschappij op zich genomen worden. Neemt zij
+die taak op zich, dan is vóór alles noodig, dat zij tot het inzicht
+komt, hoezeer o. a. de godsdienst een zonderlinge rol gespeeld
+heeft, om het milieu waarin de menschen tot nog toe geleefd hebben,
+te doen verworden. "De godsdienst, die voortkwam uit de imaginatie
+van de menschen en niet uit hunne rede; de godsdienst, die òveral
+donker-gekleurde glazen zette, waar het licht van de waarheid, helder
+schijnen moest."
+
+Men zal ook de ongerijmdheid inzien, van stichtingen als Oxford en
+Cambridge, die instellingen van gepriviligeerd Onderwijs, en men zal
+overal instellingen van gelijk onderwijs in het leven roepen, men moet
+dat onderwijs organiseeren, men moet de uitstekendste mannen aan dat
+onderwijs kunnen weten te verbinden. Reeds van af de prilste jeugd,
+moet men daarmeê beginnen. En het was dan ook volgens Owen's plannen,
+dat in Engeland en ook in gansch de beschaafde wereld, de eerste
+kleinkinderbewaarplaatsen (crèches) tot stand gekomen zijn.
+
+Ook omtrent het staatsbestuur, had Owen zijn eigen denkbeelden. De
+taak van het gouvernement bestaat niet in onthouding, maar in
+ingrijpen. Het gouvernement moet leiden en niet lijdzaam blijven. De
+taak van het gouvernement is wel degelijk positief en niet negatief,
+gelijk de economisten uit Owen's tijd, op het voetspoor van Adam Smith,
+hadden geleerd.
+
+De slotsom van dat alles is deze: dat de elementen der maatschappij,
+tot eene vaste eenheid en orde moeten worden georganiseerd.
+
+Om die harmonie te vestigen, die eerbied van gevoelens en belangen
+in de maatschappij tot stand te brengen, wilde Owen een vaste
+grondslag scheppen van het gemeenschapsleven. Deze bestond voor hem
+in de genootschappelijkheid of de communiteit. Het is de keus, de
+"nucleus", die den band van de enkele huisgezinnen vervangt. Op eene
+juiste vestiging dezer "nuclei" komt het voor de maatschappij der
+toekomst, in alles aan.
+
+Het Derde deel houdt zich bezig, met de opnoeming en de ontvouwing van
+alles, wat voor het geluk der menschen noodig is. Die voorwaarden zijn
+volgens Owen talrijk. Hij noemt er dertien op. Zij hebben betrekking
+op goede gezondheid; op een zorgvuldige opvoeding; op het verkrijgen
+van meerdere kennis; op het bekomen van genot; op het bewustzijn
+en het streven om voortdurend tot het geluk van onze medemenschen
+werkzaam te zijn; op het bezitten van vrienden; de vrijheid en de
+gelegenheid van associatie,--van gedachte en geweten; de afwezigheid
+van bijgeloof en op het zich bevinden in een maatschappij, wier wetten,
+instellingen en schikkingen, in overeenstemming zijn met de wetten der
+natuur. De arbeiderstoestanden, onderwerpt Owen dan aan de scherpste
+critiek. De streng doorgevoerde arbeidsverdeeling, door welke den
+arbeider-mensch opgeofferd wordt aan het product, wil Owen vervangen
+zien worden, door een àlzijdigen arbeid, dien hij ook eischt, in 't
+belang van de gezondheid van den mensch en in het strikte belang van
+een harmonische ontwikkeling van lichaam en geest. Owen verklaart
+zich een sterken voorstander van eene afwisselende bezigheid van
+lichaam en geest, mits die geest zich niet bezig houdt met vakken,
+als bijv. de theologie, rechtsgeleerdheid of de medicijnen.
+
+Owen meent dat het bestaan der prostitutie, wel het sterkste bewijs
+is, op welken lagen trap van ontwikkeling wij nog staan.
+
+In het Vierde deel ontvouwt Owen, wat volgens hem, de inhoud van
+een redelijke godsdienst der menschheid moet zijn. Hare geest
+is gegrondvest op waarheid en liefde. Het wezen der Godheid,
+is volgens Owen nu eenmaal onbegrijpelijk, daarom is er over
+twisten, nutteloos. Godsdienst trouwens, bestaat in daden en niet in
+begrippen. Het vraagstuk van het leven nà den dood is een, waarmede
+de menschen wijs doen zich niet in te laten; de mensch moet slechts
+bedenken, hoe hij hier op aarde heeft te leven en te werken. Hij moet
+zijn liefde over alle schepselen--ook over de dieren--uitstrekken. Hij
+moet er zijn doelwit op richten, de maatschappij waarin hij leeft,
+voortdurend volkomener te maken. Deze godsdienst is eene praktische,
+die alle andere, zeer onpraktische zal doen verdwijnen, meent Owen.
+
+Tal van gebreken onzer samenleving noemt Owen òngodsdienstig, niet
+gebaseerd op de liefde en op de ware verhouding, van de menschen
+tot elkander.
+
+Het heffen van ongelijk-drukkende belastingen is òngodsdienstig. De
+verhouding van de twee geslachten--mannen en vrouwen--is volgens Owen
+al het minst godsdienstig; de praktijk om de vrouwen tot slavinnen
+van het gezin te maken, is een bewijs onzer òngodsdienstigheid.
+
+Ten slotte is onze geheele maatschappij òngodsdienstig, daar men er in
+haar zich hard er-op toelegt, niet om waarheid, maar om onwaarheid te
+spreken. De eenige taal, door woorden of blikken gesproken, moet de
+taal der waarheid zijn. De waarheid zonder mysterie, zonder bijmengsels
+en zonder eenige vrees voor menschen of hoogere machten.
+
+In het Vijfde deel, wordt op het vreemde verschijnsel gewezen, dat
+aan het einde der 18e eeuw, wel werd gedacht aan het construeeren
+van een nieuwen Staat, maar niet aan het vormen van een nieuwe
+maatschappij. Dit laatste, is evenwel belangrijker dan het eerste. Owen
+vindt dat de Amerikanen, die evenzoo handelden, op een zandgrond
+gebouwd hadden.
+
+Onder het gezichtspunt van de voortbrenging, moet alles worden terzijde
+gesteld, wat doet denken aan den ouden krijg om rijkdom. Hierin
+moet Engeland de andere naties voorgaan. Er zal geen goede toestand
+meer komen, dan voor dat, tot de vestiging van de communiteiten
+wordt overgegaan. Zoolang men verstrikt blijft in de leeringen der
+economisten, zoolang zullen de regeerders met de handen in den schoot
+moeten blijven zitten. Maar reeds moet nu tot nationaliseering
+worden overgegaan der spoorwegen; van staatswege moeten nieuwe
+worden aangelegd en de gronden, die langs deze lijnen vrijkomen tot
+"communiteiten" worden ingericht.
+
+De tegenwoordige standen en rangen behoorden, in een goed geregelde
+maatschappij, niet te bestaan. Alleen ouderdom en ervaring, zouden
+aanspraken kunnen doen gelden op eenig onderscheid. Kennis is de
+eenige maatstaf, waarmede de menschen behooren te worden gemeten. Geen
+mensch heeft het recht, zegt Owen uitdrukkelijk, van een ander mensch
+te verlangen, dat deze iets voor hem doet, wat hij niet bereid is
+voor anderen te doen, of in andere woorden uitgedrukt: alle menschen
+hebben gelijke rechten. De natuurlijke en zedelijke klassenverdeeling
+van het menschelijk geslacht, is de verdeeling naar den ouderdom,
+die Owen in acht klassen verdeelt.
+
+Eerste klasse: Van-af de geboorte tot het einde van het vijfde jaar. Na
+het eerste tijdstip van den zuigelingstijd, komen de kinderen in de
+verplegingsinrichtingen en kleine kinderscholen, waar hunne eigenlijke
+opvoeding een aanvang neemt.
+
+Tweede klasse: bestaande uit kinderen van vijf tot tien jaren. In de
+eerste twee jaren, dus totdat het zevende jaar is afgelegd, wordt het
+onderwijs der kleine-kinderscholen, met de door de noodzakelijkheid,
+aan lichaams- en geestesontwikkeling gestelde behoeften voortgezet. Van
+het achtste jaar af, wordt aan het onderwijs regelmatigen arbeid,
+zoowel in huis als in tuin verbonden. Natuurlijk mag die arbeid de
+krachten der kinderen nooit te boven gaan, integendeel daarmede in
+volkomen overeenstemming zijn. Zij staan daarbij onder de leiding van
+de jongere leden van de derde klasse. Deze arbeid vormt voor Owen een
+deel der opvoeding, en het doel der opvoeding, moet hierbij geen enkel
+oogenblik uit het oog worden verloren. In weerwil daarvan, zal ook dit
+onderwijs nuttig zijn voor de maatschappij en zijnen winst dan ook,
+ruimschoots loonen.
+
+Derde klasse, bestaande uit kinderen van 10 tot 15 jaren. In de eerste
+drie jaren, alzoo tot de afgelegde 12 jaren, hebben de kinderen der
+derde klasse--onder oppertoezicht van volwassenen--den arbeid van die
+der tweede klasse te leiden en er het opzicht over te houden. Van af
+het 13de jaar, worden zij ingewijd in de hoogere kunsten en takken
+van bedrijf en zoodanig opgeleid, dat zij den rijkdom en het welzijn
+van de gemeenschap, gepaard aan het zoo groot mogelijk genoegen
+voor zich-zelf, kunnen bevorderen en dit op de meest praktische
+manier. Hunnen arbeid omvat het gansche gebied van landbouw en
+industrie, de mijnbouw, de visscherij enz. In alle deze verrichtingen
+worden de medeleden der derde klasse regelmatig, zoo vele uren per
+dag bezig gehouden, als in overeenstemming, is te brengen, met de
+lichamelijke ontwikkeling en het doel van de opvoeding. Het onderwijs
+strekt zich uit, over alle takken van wetenschap en voor een goede
+en volkomene ontwikkeling van het lichaam, wordt mede zorg gedragen.
+
+De Vierde klasse bestaat uit de jonge personen van 15 tot 20 jaren. In
+deze arbeids-klasse vindt de ontvouwing van het geslachtsleven
+plaats. Der neigingen worden geen dwang opgelegd, en de volkomene
+vrijheid, waarmede zij zich kunnen uiten, gepaard aan de volkomen
+afwezigheid van velerlei omstandigheden, welke de verhouding van
+de geslachten tot elkander in de huidige maatschappij onnatuurlijk
+en immoreel maken, waarborgt eene reine en op wederzijdsch-geluk
+gegrondveste, verbinding van de twee seksen. De leden der vierde
+klasse, nemen naar de mate hunner hooger ontwikkelde arbeidskracht
+in grooteren omvang dan de leden van de derde klasse, deel aan den
+maatschappelijk-noodzakelijken arbeid, echter met de voortdurende
+ondergeschiktmaking van dezen arbeid, aan het doel der opvoeding. Zij
+hebben--onder oppertoezicht der volwassenen--den arbeid van de derde
+klasse te leiden en tot onderricht derzelven, mede behulpzaam te zijn.
+
+Vijfde klasse: bestaande uit staatsburgers en staatsburgeressen van
+20 tot 25 jaren. Deze klasse omvat, het tot arbeiders en onderwijzers
+geschiktste gedeelte, van de leden der samenleving. Wie dezen leeftijd
+achter den rug heeft, behoeft geen deel meer te nemen aan de eigenlijke
+produktie. De leden der vijfde klasse zijn de werkmeesters en de
+werkmeesteressen; de direkteuren en de direktrices in elken tak van
+bedrijf, van produktie en van opvoeding. Zij hebben in het algemeen
+genomen--maar alleen in hoogeren en volkomener graad--de leiding van de
+bedrijven, inrichtingen enz. gelijk die heden ten dage de direkteuren,
+leeraren etc. die hebben.
+
+Door deze vijf klassen, is volgens Owen, voor de vermeerdering van
+den rijkdom der maatschappij, genoegzaam gezorgd en voor de vorming
+van deugdelijke karakters, eveneens.
+
+De Zesde klasse: bestaande uit staatsburgers en staatsburgeressen
+van 25 tot 30 jaren, heeft tot taak, de door de jongere leden
+voortgebrachte rijkdom te bewaren en te verdeelen, en deze verdeeling
+zoo praktisch mogelijk te organiseeren. Owen meent, dat twee uren
+daags, bij een praktische organisatie daarvan, daardoor in beslag
+genomen worden. De rest van den tijd, moet besteed worden, met het
+bezoeken van de werkinrichtingen en het toezicht houden, dat, in
+'t algemeen de zaken niet alleen gaan, maar ook dat de produktie
+vooruit gaat.
+
+Daarom moet dit bezoeken der volwassenen, geen zuiver belangstellend
+bezoeken zijn, om de nieuwsgierigheid te bevredigen, of een plichtmatig
+iets doen, dat men liever nalaat. Neen, het moet evenzeer strekken
+tot vermeerdering van kennis, als tot een prikkel om met de opgedane
+ervaring te rade, de produktie steeds op een hoogere trap van volmaking
+te brengen.
+
+Een ander deel van den dag, moet worden doorgebracht met het beoefenen
+van schoone kunsten, wetenschappen, allerlei experimenten, lezingen,
+conversatie, pleziertochten en beleering aan anderen op alle gebied,
+en tot het aankweeken van vriendschap.
+
+De Zevende klasse, omvattende alle leden der gemeenschap van 30 tot
+40 jaren, heeft tot taak de leiding der inwendige aangelegenheden van
+de gemeenschap; het instandhouden van de vrede en de bevordering van
+de welvaart, van de gansche gemeenschap.
+
+De Achtste klasse, omvattend de leden van de gemeenschap van 40 tot
+60 jaren, vormt een "Raad der ouden" en, terwijl de geheele leiding
+van alle inwendige aangelegenheden in handen der Zevende en die van
+produktie en consumptie enz. in handen is van de Zesde klasse, is de
+achtste klasse een Raad van appèl, die twisten beslecht, die er rijzen
+mochten tusschen de overige klassen, en als laatste instantie daarover
+moeten beslissen. Ook is het de taak van deze klasse, om zich bezig
+te houden met de buitenlandsche aangelegenheden; eene bezigheid, die,
+aangezien zij een pad is, waarop nog al veel moeielijkheden en veel
+wrijvingen kunnen voorkomen, alleen gekend kan worden, door ervaren
+en werkelijk wijze mannen, die geduld en omzichtigheid bezitten,
+voor deze teere kwesties.
+
+Zij die boven 60 jaren zijn, worden in geen klasse meer ingedeeld. Zij
+hebben, vindt Owen, hunne plichten tegenover de gemeenschap vervuld
+en moeten nu verder ongestoord worden overgelaten aan het private
+leven; het staat hun vrij om zich onledig te houden met verrichtingen,
+die het geheel ten goede komen, maar verplicht daartoe zijn zij niet.
+
+De centrale regeering, bestaat bij Owen, uit commissies welke gekozen
+worden, door de gedelegeerden van de beide regeerende klassen, dus
+van de maatschappelijke leden der 7e en der 8ste ouderdomsklasse,
+van 30 tot 60 jaar. Door zulke commissies, die terzijde worden
+gestaan door de gedelegeerdenvergaderingen als Parlement, zullen
+ook de betrekkingen tot de andere Staten, die ook op dezelfde manier
+georganiseerd moeten zijn,--verzorgd en geregeld worden.
+
+In het Zesde deel van de "New-Moral World" bespreekt Owen de
+algemeene constitutie der Regeering nog nader en behandelt hij de
+overgangswetten. Zij zijn vijf en twintig in getal. De vier eersten
+betreffen de volkomen vrijheid van geweten, van geloof en van
+denken. De zeven daaraan volgende, over onderhouds- en levensrecht,
+het onderwijs en de opvoeding en het huwelijk. Dan zes, die de regeling
+omvatten der "communiteiten," het nadeel van den privateneigendom
+tegengaan en op den arbeidstijd, zoowel als op den grondeigendom,
+slaan.
+
+En ten slotte een zevental, dat betrekking heeft op de leiding en de
+regeling van den tegenwoordigen toestand, naar eene nieuwe, zooals Owen
+die geschetst heeft. De laatste en 25ste wet, geeft enkele regelen van
+arbitrage aan, bij verschil over sommige punten van regeling. Wanneer
+deze wetten ingevoerd zijn, kunnen alle anderen worden afgeschaft en
+is de toestand genoegzaam, voor een nieuwe voorbereid.
+
+In het Zevende Deel, komen nu nog de conclusies der
+voorafgaande. Vervolgens geeft Owen daarin een sterk betoog over
+de noodzakelijkheid, de wereld op meer moreele grondslagen te
+vestigen. Hij voorspelt daarin veel, hetgeen hem den naam van den
+"ouden profeet" verschaft heeft. Hij ziet de anarchie naderen. Thans
+heerschen weinigen over velen, maar die velen zullen zich vereenigen
+en dan zullen die velen, op hunne beurt, een macht worden. De naties
+zullen opstaan. Reeds nu zijn revoluties te voorzien en deze zullen
+zich uitbreiden en vermeerderen. Groote rampen ziet Owen over de
+menschen komen. En dit alles is te voorkomen, daar een zachte en
+vriendelijke toekomst mogelijk is, zoo de menschen maar geneigd waren
+den hand te slaan aan de vervorming hunner samenleving, wat Owen's
+eenigste hoop is, voor de toekomst der menschheid.
+
+
+
+Wij deelen nu de "Vierentwintig stellingen" mede, die Owen den 5en
+Maart 1889 verdedigde in een openbaar debat, tegenover den Reverend
+Mr. Legg, een "dissenter."
+
+1. Van af de vroegste tijden der bekende geschiedenis, hebben alle
+menschelijke aangelegenheden berust, op fundamenteele fouten.
+
+2. Die fouten waren: ten eerste, het geloof dat den mensch geschapen is
+met een vrijen wil, te gelooven, dat hij gevoelde en handelde, zooals
+het hem beliefde en dat hij daarom voor zijne gedachten, gevoelens en
+handelingen aan zijne medemenschen verantwoordelijk moet zijn. Ten
+tweede, het geloof dat de mensch zijn eigen karakter vormt, en dat
+hij daarom de maatschappij voor dezelve verantwoordelijk moet zijn,
+naar de mate van de begrippen van degenen met wien hij tezamen leeft,
+hoe onverstandig en onzinnig deze begrippen ook mogen zijn.
+
+3. Deze beschouwingen staan in tegenspraak met de feiten. En het is
+daarvandaan gemakkelijk te bewijzen, dat zij onverstandig en onzinnig
+zijn--schadelijk in den hoogsten graad, voor de eenheid, de vrede,
+de deugd en het geluk van het menschelijk geslacht--werkelijk van
+nut voor geen énkel individu, welken rang of welke positie hij ook,
+het zij in welk land ook mag toebehooren of bekleeden.
+
+4. Deze dwalingen loopen door alle menschelijke verrichtingen, van
+af de vroegste tijden. Zij zijn van hetzelfde soort als deze dwaling,
+die duizende jaren geduurd heeft, dat de aarde vlak is en onbewegelijk,
+en dat de zon om haar heen draait.
+
+5. Deze, in het oogvallende feiten, zijn met de ingebeelde
+voorstellingen, dat ieder mensch zijn eigen karakter, zijn eigen
+gevoelens en handelingen bepaalt, zoo handtastelijk in tegenstelling,
+dat deze dwalingen niet zoo lang den menschelijken geest hadden kunnen
+beheerschen, waren zij haar niet voortdurend opgedwongen geworden,
+door eene algemeene organisatie der maatschappij, bestaande uit
+eene drie-eenheid van machten, waartegen tot op heden geen individu,
+met het geringste uitzicht op succes, vermocht te strijden.
+
+6. Deze drie-éénheid van macht bestaat primo uit: de geopenbaarde
+godsdiensten, door menschen uitgevonden; secundo: uit menschelijke
+wetten, en tertio: uit regeeringen, gesteund door de onwetendheid en
+door de zelfzucht der menschen. En deze maatschappelijke organisatie,
+heeft de heerschappij gekregen, over alle volkeren der aarde.
+
+7. Deze organisatie kon bij die volken, welke de kunst hadden
+verkregen, om feiten en wetten van de natuur af te zien, en de
+wetenschappen uit haar af te leiden, niet in stand worden gehouden,
+zonder dat de maatschappij werd ingedeeld in klassen, waardoor de
+invloedrijksten en machtigste klassen, een open en schijnbaar recht
+verkregen, om deze organisatie in het leven te houden.
+
+8. Geen lid der menschelijke familie, heeft eenig werkelijk belang
+bij de instandhouding van deze grondfouten, waarop de tegenwoordige
+samenleving berust, of bij de klassen-verdeeling, waardoor deze
+dwalingen, der menschheid worden opgedwongen.
+
+9. Deze dwalingen, deze organisatie en deze klassen-indeeling,
+zijn de eenige oorzaken der onwetendheid en van de armoede; van den
+tweespalt tusschen geest en belang, van de hartstochten, de ondeugden,
+de misdaden; kortom, van het totaal van ellende, waarvan tot nog toe,
+de geheele menschelijke samenleving doordrongen is geweest.
+
+10. Zoolang deze grondfouten, deze organisatie en deze
+klassenverdeeling door de autoriteiten en door de publieke opinie
+worden ondersteund, is eene genezing van het kwaad niet te verwachten.
+
+11. Wanneer de wil van het volk ten opzichte van deze, de welvaart en
+het geluk van elk individu in zich bevattende kwesties, verheldering
+wenschte en tot eene oplossing wilde komen, zijn er tegenwoordig
+genoeg middelen voorhanden, om allen die tot het menschelijk geslacht
+behooren, beter, wijzer, deugdzamer, rijper en gezonder te maken dan
+ooit te voren--zelfs met de individuen der bevoorrechte klassen--het
+geval is geweest.
+
+12. Het is thans, buiten allen twijfel van het hoogste belang voor de
+menschheid, voor elk menschelijk wezen, onverschillig van welken rang
+of positie, dat deze grondfouten der samenleving, die der organisatie
+en die verdeeling in klassen, publiek en zonder eenig voorbehoud
+worden veroordeeld en worden opgegeven.
+
+13. De verwerving dezer kennis door een deel van de samenleving,
+is een genoegzaam bewijs, dat de tijd gekomen is, waarin deze groote
+omwenteling in den geest der menschen, zich begint te voltrekken.
+
+14. De ontdekking van deze zeer gewichtige waarheden en de mededeeling
+derzelven aan het publiek van de beschaafde wereld, zal noodzakelijk
+tengevolge hebben, dat eene groote verandering bewerkstelligd en
+algemeen zal worden doorgevoerd; in weerwil van de nog heerschende
+onkunde en het aangekweekte vooroordeel.
+
+15. Die omwenteling zal vrede, zal liefde en welstand, deugd en
+geluk in het menschelijk leven brengen, en er kunnen de grootste en
+de heerlijkste resultaten door worden bereikt.
+
+16. Die grondfouten, die desorganisatie en die klassenverdeeling,
+zij hebben zekere verbindingen van uitwendige omstandigheden noodig
+gemaakt, om bij de klagelijke omstandigheid en de verwarring waarmede
+de zaken van de menschheid tot-nog-toe werden bestuurd en geleid,
+zoovele dwalingen te kunnen doen samenwerken.
+
+17. De mensch was, is, en zal steeds zijn, het gewrocht zijner
+omgeving; van de omstandigheden om hem heen. De werking dezer
+omstandigheden wordt in geringe, niet nauwkeurig te bepalen mate
+gemodificeerd, door de eigenlijke gesteldheid en de verbinding van
+de organen en de geschiktheden van de individueele organisatie der
+menschen.
+
+18. De hoogere of lagere ontwikkeling, de ellende, of het geluk van
+de menschen, hangen in zeer hoogen graad af, van den aard en den
+toestand der uiterlijke omstandigheden, welke den mensch omgeven.
+
+19. De bevrijding van die hoofddwalingen, van de desorganisatie en de
+klassenverdeeling, welke in het verleden en het heden, den chaotischen,
+foutieven en onzinnigen toestand van de samenleving geschapen hebben,
+wordt in het leven geroepen door eene volkomene verandering van de,
+tegen het gezond verstand indruischende uitwendige omstandigheden,
+welke deze grondfouten, deze desorganisatie en deze klassenverdeeling
+ter hunne voortduring noodzakelijk gemaakt hebben, in tegenstelling
+met de nieuwe feiten, welke door den tijd en door de ervaring gestadig
+in een of ander deel van de wereld, tot ontwikkeling gekomen zijn.
+
+20. Eene gansch nieuwe orde van de uitwendige omstandigheden, kan thans
+in het leven geroepen worden, met behulp der middelen, die onder de
+gemakkelijkste contrôle van de maatschappij kunnen staan. Eene orde
+van zaken scheppen, die onfeilbaar voor het menschelijk geslacht een
+hooger karakter als tot dusver bereikt is--en een verreweg hoogeren
+welstand voor allen, als tot dusverre geheerscht heeft zullen in het
+leven roepen, van omstandigheden, welke aan alle oorlogen en aan alle
+tweedracht tusschen personen, zoowel als tusschen volkeren, een einde
+kan maken. En eene welke vrede, vriendschap en liefde tot hun recht
+zullen doen komen en die een verreweg hoogeren graad, van bestendig
+toenemend weten en welzijn,--als tot dusverre gekend was,--voor alle
+menschen grondvesten zal.
+
+21. Deze uitwendige omstandigheden zullen bestaan: uit zichzelf
+instandhoudende en op wetenschappelijke grondslag berustende
+instellingen voor de voortbrenging en de verdeeling van den rijkdom;
+voor de huiselijke gemakkelijkheid van allen; voor de ontwikkeling
+van het karakter van allen, van af de geboorte tot aan den ouderdom
+en van de lokale en algemeene regeering van allen, zonder ter hulpe te
+nemen, het tot dusver gevolgde onrechtvaardige en barbaarsche systeem,
+van persoonlijke straffen en persoonlijke belooningen.
+
+22. Deze nieuwe instellingen zullen zijn, inrichtingen waarvan
+elk, voor de opname en de instandhouding eener gemeente van 500
+tot 2000 personen (in de gewone verhouding van mannen, vrouwen
+en kinderen); welke gemeenten zich rijkelijk zelven onderhouden
+kunnen, met behulp van den hoogeren trap van hun weten en hun goed
+geleide nijverheidsvlijt, en ondersteund worden door de onbegrensde
+hulpmiddelen van de mechaniek en de chemie, welke tot bevrijding
+van alle ongezonde en weerzinwekkende verrichtingen van het leven,
+in praktijk kunnen worden gebracht.
+
+23. Deze doeltreffende veranderingen van de uitwendige toestanden,
+welke er toe bestemd zijn, de gestadige vooruitgang en het steeds
+groeiende geluk van het menschelijk geslacht te verzekeren, kunnen
+met veel geringer offers van kapitaal, van tijd en van arbeid,
+toegepast en in stand gehouden worden, als thans noodig is, om den
+tegenwoordigen chaotischen en op tegenstrijdigheden berustenden
+toestand van de maatschappij, in stand te houden
+
+24. De volkomen verandering van den tegenwoordigen, in den nieuwen
+toestand, kan plaats vinden, zonder eenige wanorde of verwarring teweeg
+te brengen, en kan door eene, op voor elk individu weldadige wijze,
+worden in 't leven geroepen.
+
+In den loop dier discussie had Owen nog verder de gelegenheid, om
+zijne meeningen nader uiteen te zetten. Hij zeide toen ook nog dit:
+
+"Wanneer het nu toch zoo gemakkelijk is de dwalingen van de samenleving
+te bewijzen, hoe is het dan mogelijk, dat zij zich duizende jaren
+achtereen, hebben kunnen staande houden? Ik moet hierop antwoorden:
+door een drieëenigheid van machten--door geheimzinnige,--tegen het
+gezond verstand indruischende godsdiensten; door menschelijke wetten,
+die met de wetten der natuur in strijd zijn en door regeeringen, die
+op onrecht en geweld steunen. De gansche wereld wordt volgens deze
+principes geregeerd; ons geheele maatschappelijke systeem is er op
+gebaseerd. En onze belachelijke en domme verdeeling van de menschen
+in klassen, een toestand, wier weêrzinwekkendheid ik nu wil daar
+laten, is tegenwoordig de hoofdsteunpilaar van deze avontuurlijke en
+weêrzinwekkende verhoudingen."
+
+Owen nam nu een aantal houten wervels van verschillende grootte,
+waarmede hij de positie en de verhouding der verschillende klassen
+tot elkander, wilde aantoonen en verklaren.
+
+"De grootste dezer wervels," zeide hij, "stelt de totaal-bevolking van
+Groot-Brittanje voor. Die welke er in grootte op volgt en ongeveer het
+drie-vijfde van de grootte der grootste heeft, stelt de talrijkste
+klasse voor: die der arbeiders, welke de voortbrengers zijn van
+alle rijkdom en desniettegenstaande, in de diepste onwetendheid
+en armoede leven. Dat deze belangrijkste, de eenig onontbeerlijke
+klasse van de bevolking tot zulk een ellendig bestaan gedoemd is,
+kan geen enkel lid van de menschelijke samenleving tot waar voordeel
+strekken. De volgende wervel stelt voor: de dieven, de vagebonden en
+de paupers. De vierde, die welke de kleine-kramers voorstelt, heeft
+tot levensregel: goedkoop inkoopen en duur verkoopen. Dan volgen de
+kooplieden, bankiers, de groothandelaren, fabrikanten en de zoogenaamd
+geleerde standen. Dan het leger en de vloot, waarbij een mensch als
+een ruw en ongevormd wezen toetreedt, na weinig weken is gevormd tot
+een volkomen, niet-weder-te-herkennen individu, omgedrild en ingewijd
+wordt in de verbazend verhevene wetenschap om zijne medemenschen,
+op het gemakkelijkst naar een anderen wereld te helpen.
+
+"Dan komen de grondeigenaren en de adel. Dan de clerus en de Huizen
+der Lords en de leden van het Lagerhuis. De kleinste wervel stelt de
+koninklijke familie, de bisschoppen en de aartsbisschoppen voor. En de
+groote massa nu wordt door dit allerkleinste werveltje geregeerd! Dit
+is toch wel een kinderachtige orde van zaken, waarbij niemand voordeel
+heeft!"
+
+"Men heeft mij tegengeworpen," zeide Owen vervolgens bij de discussie:
+"ik troost de menschen met de toekomst, ik spijzig hen met een wissel
+op de eeuwigheid! Wie kan echter van mij verlangen, dat ik de wereld
+verander met één handomdraaien? Ik wil geen wonderen verrichten;
+ik wil alleen de fouten en gebreken van den tegenwoordigen toestand
+en hare ontwikkeling aantoonen en de mogelijkheid aangeven, om tot
+verbetering dier toestanden te geraken. Heeft het Christendom soms het
+welzijn van de menschheid bevorderd, op de een of andere manier? Ik
+vraag U: wat hebben wij in de 1800 jaren, waarin de christelijke
+religie bestaan heeft, door dat christendom gewonnen? Welk nut heeft
+het ons gebracht? Wat waren zijne daden? Wat waren zijne werkingen? Ik
+heb alleen ontdekt, dat sedert het Christendom bestaat, de christenen
+van elken aard, van elke sekte, confessie en partij, gestadig elkander
+hebben bevochten; wegens hunne geloofstellingen, elkander in de haren
+zijn gevlogen en elkander uitgeroeid hebben!
+
+"En wanneer ik bedenk, hoe de christenen overal en sedert alle
+tijden, door alle menschelijke ondeugden en fouten bevangen waren;
+hoe liefdeloos, hatelijk, egoïstisch en gruwzaam zij overal en ten
+allen tijde, onder elkander, en tegen andersdenkenden waren, dan,
+moet ik zeggen houd ik het voor een zeer groote dwaasheid, te spreken
+van de "zegeningen des christendoms."....
+
+"Ik weet niet wanneer de menschelijke samenleving verstandig zal zijn
+ingericht, maar dat weet ik er wel van, dat, wanneer dit eenmaal zal
+zijn geschiedt--en ik hoop dat dit niet zoo lang meer zal duren,--dat
+dan niet 1800 jaren behoefden te verloopen, alvorens de menschheid
+geleerd zal hebben, in vrede en vriendschap gelukkig onder elkander
+en met elkander te leven."
+
+...."Tegen de stelling, dat het karakter der menschen het produkt van
+uitwendige inwerkingen is, heeft men voorts aangevoerd, elk mensch
+heeft een hem aangeboren, hem ingeplant geweten. Niets kan meer
+in strijd zijn met alle waarheid en elke ervaring. De waarheid is
+deze: het geweten wordt juist zoo en net zoo gefabriceerd, als een
+katoenenstof of een of andere waar. Voor een Hindoe kunnen wij een
+Hindoe-geweten vervaardigen, voor een Kannibaal een kannibalen-geweten
+enz.....
+
+"Men werpt mij tegen: ik wil den menschen tot machines maken. Laat
+dit zoo zijn; dan wil ik toch in elk geval goede machines van
+hen maken en dit is ongetwijfeld mogelijk. En zonderling, die
+menschen, die het in mij laken, dat ik den mensch voor het produkt
+der omstandigheden verklaar, loochenen het in weerwil daarvan, dat
+de menschen de omstandigheden contrôleeren kunnen en drijven hunne
+inkonsekwentie nog verder, waar zij aannemen, dat dezen mensch,
+die de omstandigheden niet vermag te contrôleeren, tòch voor zijne
+handelingen verantwoordelijk gesteld kan worden."
+
+
+
+Robert Owen had zijn gansche leven lang de illusie gekoesterd,
+en dit had hij gemeen met zijne tijdgenooten, de Utopisten in
+Frankrijk, dat de Vorsten en Grooten der aarde in hun eigen belang,
+gelijk hij meende, zijne sterkste medewerkers zouden worden bij zijn
+hervormingsplannen. Zijn geloof was ijdel; maar tot aan het laatst
+van zijn leven, dat hij zonderling genoeg, als spiritist eindigde,
+is hij, desondanks blijven gelooven aan de waarheid van zijn stelsels
+en aan de toekomst van zijne plannen.
+
+In het jaar 1818, toen te Aken het congres der "Heilige Alliantie"
+tezamen kwam, wendde Owen zich tot deze bijeenkomst, om te trachten
+haar te winnen voor zijne wereld-hervorming. Hij richtte toen zijn
+"Adres aan de hoofden der Regeeringen en der Kerken en aan de Mannen
+van den leidenden invloed in de beschaafde Wereld", waarin hij
+o. a. zeide:
+
+"Opdat de groote en glorierijke hervorming van den toestand der
+menschen, zonder wanorde en verwarring, en zonder nadeel voor
+welk individu ook, zich kan voltrekken, behoorden de bestaande
+regeeringen, elk een of meer, van de ervarenste en voor dezen arbeid
+meest geëigende persoonlijkheden in de respektieve Staten te benoemen,
+welke een Congres zouden moeten bijeenroepen op een plaats, die zich
+daartoe het best leende, ten einde zich daarop te verstaan, omtrent
+de meest praktische maatregelen, waardoor eene hervorming op de voor
+beide deelen, regeeringen als volken, heilzaamste manier is tot stand
+te brengen."
+
+Natuurlijk had de "Heilige Alliantie" geen ooren naar Owen's
+voorstellen, evenmin als zij dit had, naar die van de Saint-Simon of
+Charles Fourier, die zich tot haar wendden.
+
+
+
+Wat de arbeidersbeweging in Engeland betreft, is Owen wel de eenige
+econoom van zijnen tijd geweest, die de beteekenis van de Trade Unions
+voor de positie van den arbeid tegenover die van het kapitaal, heeft
+begrepen. In den tijd van Owen, was er niet één staathuishoudkundige
+van naam, die niet in de individueele vrijheid het hoogste heil
+van de menschheid en voor de nijverheid, van het allervoornaamste
+gewicht achtte.
+
+Owen trachtte de Trade Unions dienstbaar te maken aan zijne algemeene
+plannen, tot hervorming van den arbeid. Door middel van de algemeene
+Vakbond der Engelsche arbeiders trachtte hij dat te doen. Hij streefde
+hiermede, in den grond der zaak een denkbeeld na, dat aan de besten
+onder de Engelsche Trade Union-mannen steeds heeft voor den geest
+gestaan, maar tot op den huidigen dag, nog niet verwezenlijkt is.
+
+In September 1833 hield Owen een toespraak op het Congres der
+"Builders-Union", waarin hij de stelling ontwikkelde, dat de arbeid
+de bron is van alle rijkdom en dat die rijkdom voor de voortbrengers
+kon behouden blijven door een wereldverbond van de voortbrengende
+klassen. De stichting van een "Algemeenen Bond van de voortbrengende
+klassen" in 1834, was het gevolg van de Owensche agitatie. Hij werd
+gevolgd door die der "Grand National Consolidated Trade Unions",
+die meerdere invloed had dan de eerstgenoemde, en welker agitatie en
+propaganda, zelfs, nadat hij zelve niet meer bestond, van grooten
+invloed is geweest op de denkbeelden van de vakvereenigingsmannen
+in Engeland. Het Owensche socialisme heeft in Engeland lange jaren
+eene krachtige school gevormd, onder arbeiders, zoowel als onder
+intellektueelen.
+
+Tot Owen's beste scholieren kan William Thompson worden gerekend,
+die, grondiger econoom, dan hij, vooral de theorieën uitwerkte en
+ze propageerde.
+
+Den 17en November 1858 blies Owen, als een zwakke en op het laatst
+geheel hulpelooze grijsaard, den laatsten adem uit. Zijn laatste
+woorden waren, schrijft zijn zoon: "De verlossing is gekomen!" Zij
+was dit inderdaad voor den man, die zoo oud werd en in zijn leven
+van een groot vertrouwen in de menschheid, zooveel teleurstelling
+ondervond en zooveel smaad oogstte.
+
+Wat Owen gemeen had met zijn groote tijdgenooten, Saint-Simon en
+Fourier, dat was zijne utopistische wereldhervormingzucht; wat hem van
+hen onderscheidde, dat was zijne praktische blik op de industrieele
+vooruitgang, waarvan door hem zoo dikwerf de blijken gegeven zijn.
+
+Owen zag dan ook in de toename van de groot-industrie op
+nijverheidsgebied niets, dat aan-zich slecht is en verderfelijk,
+gelijk de conservatieve socialisten van zijn tijd bijv., maar iets
+dat alleen in staat is, de wereld beter te maken. Door de geweldige
+toename van den rijkdom, die alleen kon worden in het leven geroepen
+door de produktie op den grootst mogelijken schaal, alleen daardoor
+kon ook, volgens Owen, de menschheid datgene bereiken wat zij bereiken
+moest, n.l. een algemeen-maken van de opbrengsten van den arbeid:
+een communisatie van de nationale goederen. Owen wilde nooit terug,
+maar steeds vooruit.
+
+En het is vooral hier, bij dat punt in Owen's beschouwingen, dat de
+latere sociaal-demokraten, dat Marx heeft kunnen aanknoopen. Omdat,
+gelijk men later zal zien, Marx het kapitalistisch produktiestelsel als
+een historisch proces in de ontwikkeling der maatschappelijke produktie
+beschouwt, dat zich, hoofdzakelijk door zijn eigene voortontwikkeling,
+zelve oplossen moet.
+
+De ontwikkelings- en bewegingswetten van het kapitalistische stelsel,
+waardoor dit zal moeten geschieden, heeft Marx later ontdekt. Maar
+dat de moderne groot-produktie op den grootstmogelijken voet en
+met de meest volmaakte produktiewerktuigen en krachten, de hefboom
+is, voor de vooruitgang van de menschheid naar de communistische
+samenleving, is een ontdekking door Robert Owen gedaan, in een tijd,
+toen de kapitalistische groot-industrie, in verhouding tot de middelen
+waarover zij later beschikte, nog in hare kinderschoenen stond.
+
+
+
+De eene groote Utopist, de graaf de Saint-Simon, profeteerde dat
+de toekomst aan den arbeid was, en verklaarde de politiek voor de
+wetenschap der produktie. De andere, Charles Fourier, uit burgerlijker
+kringen voortgesproten, critiseerde op geweldige wijze de burgerlijke
+samenleving en toonde aan, "dat de armoede in onze maatschappij uit
+overvloed voortkomt." En de derde, Robert Owen eindelijk, ontdekte
+den arbeid als den bron van allen rijkdom in de kapitalistische
+maatschappij, d. w. z. als de eenige voortbrenger der ruilwaarden;
+en ontdekte voorts, dat in de nijverheid, de menschheid niet terug
+moet naar de klein-produktie, maar integendeel, vérder voort moet op
+den weg van de groot-produktie. Bovendien heeft de laatste, praktisch
+aangetoond, den grooten invloed die er uitgaat van het stoffelijk
+milieu op den mensch en van de veranderingen, die deze als sociaal
+wezen, daardoor kan ondergaan. Al heeft dit Owen ook hier en daar
+overschat, het blijft een feit, dat hij der wereld met de bewijzen
+in den hand heeft aangetoond, van hoeveel gewicht, de verandering
+van het sociaal milieu op de samenleving is en kan worden.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE GEDEELTE.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DE ONTWIKKELING DER PHILOSOPHIE.
+
+
+De critiek op de physikalisch-materialistische en idealistische
+philosophie van Kant, Fichte en Hegel, is ten allen tijde Marx'
+sterkste wapen geweest. Hij is daardoor gekomen, tot zijne levens-
+en wereldbeschouwing en als resultaat daarvan, tot de grondlegging
+van de sociaal-demokratie als wetenschappelijk stelsel.
+
+Marx volgde hierbij--gelijk in zijn gansche werk--de induktieve
+methode, die vanaf Bacon van Verulam en Descartes, tot de resultaten
+der moderne natuurwetenschappen heeft geleid. Hij paste haar toe op
+de geschiedenis en ook op de economie.
+
+Deze critiek nu moest leiden, tot eene vereeniging van de
+materialistische levensbeschouwing met de philosophie van Kant,
+Fichte en Hegel;--welke vereeniging tot het historisch materialisme
+geleid heeft, en van dààruit, tot eene wetenschappelijke grondlegging
+van het Socialisme heeft kunnen leiden.
+
+Deze vereeniging geschiedde niet, door eene bloote samenvoeging van
+beiderlei wereld- en levensbeschouwingen, maar door de critiek daarop
+uitgeoefend. Critiek van een zoodanigen aard, dat het mogelijk was,
+het met de moderne ontwikkeling der maatschappij overeenkomende te
+behouden voor eene voortontwikkeling, en eene verwerping, van wat in
+het een, noch in het andere stelsel, houdbaar bleek te zijn.
+
+Uit den smeltkroes van deze critiek, die Marx met behulp van het
+machtige wapen der dialektiek--de groote philosophische denkvrucht,
+waaraan den naam van Hegel voor altijd is verbonden--uitoefende, kwam
+het historisch-materialisme als een zuiver goud te voorschijn. En
+het is met behulp van dit, door harden arbeid gewonnen resultaat,
+dat Karel Marx in staat was, het kapitalisme, als produktievorm en
+als maatschappelijk verschijnsel, als het ware onder den mikroscoop
+van zijn geweldig critisch talent te nemen; het binnenste binnen van
+dat stelsel, de wetten die het beheerschen en evolutioneeren na te
+gaan en op deze wijze ook af te leiden, langs wélken weg en in wélken
+vorm het zich zal en zich moet oplossen, in het communisme.
+
+
+
+De grondkwestie van alle philosophie, de strijd tusschen Idealisme
+en Materialisme; de verhouding van Subject en Object; de vraag of
+Denken of Zijn, of Geest of Natuur het oorspronkelijkst zijn; of een
+God de wereld geschapen heeft, of dat de wereld van af de eeuwigheid
+bestaat, heeft reeds den denkers van uit de oudheid bezig gehouden en
+zelfs in het kerkgeloof van de middeneeuwen, vond dienzelfden strijd,
+reeds dikwerf weêrklank.
+
+Zij dook met nieuwe kracht weder op, toen bij den aanvang van het
+burgerlijk tijdvak, de economische ontwikkeling en dientengevolge
+de natuurwetenschappen, een snellen opbloei begonnen te nemen. De
+geboorteplaats van het nieuwere Materialisme is dan ook Engeland;
+het land van de burgerlijke ontwikkeling door handel en industrie
+bij uitnemendheid, en zijn baanbreker is Bacon van Verulam geweest.
+
+John Locke leerde daarna, dat niets in den geest kan zijn, dat niet
+daarvóór in de zinnen bestond. Hij grondvestte de philosophie van het
+gezonde menschelijk-verstand. Hij wilde daarmede zeggen, dat er geene
+van de gezonde menschelijke zinnen en het op hen berustend verstand
+verschillende, philosophie bestaan kon. Hij scheidde politiek en
+godsdienst van elkander; bestreed in tegenstelling met Hobbes der
+Staatsmacht het recht om de meeningen den menschen op te dringen of
+ze uit te delgen; hij predikte voorts de burgerlijke verdraagzaamheid
+als de hoogste moraal.
+
+In weerwil daarvan, bleef het Engelsche Materialisme een esoterische
+theorie, een geheimleer voor de bovenste-tienduizend en nog meer
+eene voor de aristokratie, dan voor de bourgeoisie. Het Engelsche
+volk was er niet door beroerd geworden en reeds van boven-af, werd de
+uitspraak gehoord, dat men het volk zijne religie niet ontnemen mocht.
+
+In de 18de eeuw ontdekte Hartley, een materialistisch denker, het
+menschelijk denken en gevoelen door hersenbewegingen, verklaarde dit
+laatste dus op materialistische wijze. Maar dezelfde wijsgeer trachtte
+de zekerheid van de wonderen uit den Bijbel, eveneens aan te toonen,
+op theologische wijze.
+
+Toenmaals gold voor den ongeloovigen denker, iemand die juist geen
+materialist was, namelijk de philosoof David Hume, die wel-is-waar
+elk kerkgeloof verwierp, maar evenzoo ook het Materialisme, doordien
+hij aan de menschelijke zinnen, eene uitputtende kennis van de wereld
+bestreed.
+
+Zooals Locke het fransche Materialisme, zoo deed Hume het duitsche
+Idealisme geboren worden. Was de eerste, de erkende voorlooper
+van Diderot, d'Alembert enz., de laatste was die van Kant. Op het
+vasteland van Europa, had zich in de wijsbegeerte van de 17de eeuw,
+doordien mannen als Descartes, Spinoza en Leibnitz meest beduidende
+mathematici en physici waren, de Idealistische en de Materialistische
+wereldbeschouwing tamelijk wel, in evenwicht gehouden. In den aanvang
+van de 18de eeuw evenwel, ontwikkelde zich het fransche Materialisme,
+als zelfstandige verschijning. Het splitste zich in twee richtingen,
+die zich wel-is-waar menigmaal kruisten, maar toch in wezenlijkheid
+van elkander verschilden. De eene van deze richtingen, ging van
+Descartes uit en beperkte zich meer of minder, tot de zuivere
+natuurwetenschappen. De andere, nam de door Locke gesponnen draden
+weder op. Zij was aanvankelijk eene aristocratische leer, maar
+allengs erkende de, naar de macht strevende burgerklasse, dat het
+haar een machtig wapen kon zijn, in haren strijd tegen koningschap,
+adel en geestelijkheid.
+
+Het fransche Materialisme van de 18de eeuw, verhelderde niet alleen
+de hoofden ten opzichte der godsdienst, maar het greep diep in het
+politieke en sociale leven van het Frankrijk dier dagen in.
+
+Helvetius, de eigenlijke grondlegger van het fransche Materialisme,
+verklaarde in zijn boek "De l'Homme" ("Over den mensch") dat
+de grondslagen der moraal waren: de zinnelijke eigenschappen
+en de eigenliefde, het genot en het welbegrepen persoonlijk
+belang. Hoofd-gezichtspunten van zijn systeem waren: de natuurlijke
+gelijkheid van de menschelijke intelligenties, de éénheid tusschen
+de vooruitgang van de rede en de vooruitgang van de industrie; de
+natuurlijke goedheid van de menschen en de macht van de opvoeding.
+
+Het fransche Materialisme vond zijn toppunt in de beroemde
+"Encyclopedie"; zooals het zijn politieke omzetting vond in de
+verklaring van de beroemde "Rechten van den Mensch". Het verliep
+in het utopistisch socialisme, dat aan zijne theorieën ontleende,
+de beschouwingen over de "oorspronkelijke goedheid" en de "gelijke"
+intellectueele begaafdheid van den mensch, de almacht der ervaring,
+gewoonte en opvoeding; de invloed der uitwendige omstandigheden op den
+mensch; de hooge beteekenis van de industrie, het recht op genot enz.,
+gelijk wij dit bij de behandeling van hunne stelsels, in het eerste
+gedeelte van dit boek, hebben kunnen zien.
+
+In weerwil van deze schitterende resultaten, rustte het
+fransche Materialisme evenwel nog op een wankelen grondslag. De
+natuurwetenschappen hadden, wel-is-waar groote vorderingen
+gemaakt, maar eerst de mechaniek was tot een behoorlijk resultaat
+gekomen. Chemie en biologie stonden nog in hunne kinderschoenen;
+men wist nog niets van eene ontwikkelingsleer der natuur en kon dus
+nog niets weten omtrent eene evolutie in de geschiedenis. De natuur
+bewoog zich in een eeuwige kringloop, en de menschelijke natuur, aldus
+was de beschouwingswijze, was van den aanvang af gelijk, zij werd bij
+tijd-en-wijle verduisterd, zooals in de Middeleeuwen, maar dan weder,
+was zij strevende naar hare natuurlijke rechten. Het Materialisme
+beroerde nog den innerlijken samenhang van de wereldraadsels niet. Zoo
+kon het Idealisme, het nog weder eens op zich nemen, met te trachten
+deze raadsels op te lossen en zij deed dit in de duitsche philosophie
+van op het uiteinde der 18e en aan den aanvang van de 19e eeuw.
+
+Kant's "Kritiek van de zuivere Rede," werd in het Revolutiejaar 1789
+algemeen bekend. Het duitsche Idealisme, zooals het door Kant is
+geleeraard, was wel-is-waar een terugslag op het engelsch-fransche
+Materialisme, maar geenszins was het een reactie daarop. Kant versloeg
+het Materialisme met succes op zijn eigen gebied, doordien hij het
+principe van de ontwikkeling, in de natuur binnenleidde. Hij loste
+de eeuwigen duur van het zonnesysteem op, doordien hij het ontstaan
+van de Zon en dat van alle Planeten, uit roteerende nevelmassa's
+verklaarde. Zelfs sprak hij in zijne "Populaire Voorlezingen" reeds
+het denkbeeld van de ontwikkeling van de menschen uit het dierenrijk
+uit, als iets dat van-zelf sprak. Uitdrukkelijk verwierp hij de leer
+van het oudere Idealisme, dat alle kennis door ervaring en de zinnen
+verkregen, niets was dan louter schijn en er slechts in de ideën van
+de zuivere rede, waarheid is. Hij zeide omgekeerd: alle kennis van
+dingen uit de enkele, zuivere rede, is niets dan louter schijn en
+slechts in de ervaring is er waarheid.
+
+Kant's wezenlijke arbeid bestond juist hierin, dat hij, aanknoopend
+aan David Hume, het kenvermogen van den mensch onderzocht en door de
+critiek van de zuivere rede, de gansche ervaring, tezamen met alle
+historische en exacte wetenschappen omkeerde, door de eenvoudige
+stelling dat onze begrippen zich niet naar de voorwerpen richten,
+maar de voorwerpen naar onze begrippen; dat wij de dingen buiten
+ons niet zien, zooals zij zijn, maar zooals zij aan onze onvolkomen
+zinnen zich voordoen; dat de gansche verschijningswereld tot op
+de zinnelijke aanschouwing van ruimte en tijd, voor de menschen,
+alleen slechts in de menschelijke voorstelling bestaat, terwijl zich
+achter haar het absolute wezen van de dingen, het ding-aan-zich
+verbergt, in een ondoordringbaar duister. Aan de eene zijde waren
+hiermede Denken en Zijn verzoend, maar aan de andere zijde, gingen
+zij daarmede zooveel te verder, weder uit elkander. Kant loste het
+wereldraadsel niet óp, hij verklaarde het voor onoplosbaar. In de
+dingen zelf kunnen geen tegenspraken bestaan, want alles wat een
+tegenspraak bevat, is onmogelijk, daarentegen verwikkelt ons het
+denken in onvermijdelijke tegenspraken. Dit was de grondslag van
+de beroemde Antimonieën van Kant, zooals daar zijn: begrensdheid en
+onbegrensdheid van de wereld, deelbaarheid en ondeelbaarheid van de
+materie, vrijheid en noodwendigheid.
+
+
+
+Brak nu Kant de objektieve wereld geheel en al af, terwijl hij haar
+bestaan in de werkzaamheid van het menschelijk bewustzijn oploste,
+Fichte bouwde haar, tegelijkertijd op Kant's theorieën voortbouwend en
+hen omscheppend, weder uit het menschelijk bewustzijn op. Fichte was
+met de natuurwetenschappen van nabij, niet bekend. Het Ik, d. w. z. de
+mensch, niet als individu, maar als soort, was voor hem het werkelijke
+"Ding-aan-zich", het menschelijk bewustzijn niet de spiegel, maar
+de schepper van de objektieve wereld, welker bestaan zich niet uit
+de zuivere denkvormen laat verklaren, maar welker bestaansvormen,
+door het zuivere denken voortgebracht geworden zijn. Uit hen leidde
+Fichte, ruimte en tijd, kwantiteit en kwaliteit, mogelijkheid,
+werkelijkheid en noodzakelijkheid af. Het denken is een zelfstandig
+proces, dat zich met noodwendigheid voltrekt. "Met elke stelling is
+zijne tegenstelling gegeven, en in de voortdurende overwinning van
+deze gestadige tegenspraken, door eene hoogere eenheid, beweegt de
+idee zich vooruit."
+
+Hiermede nam Johan Gottlieb Fichte de oud-Grieksche,
+dialektische-philosophische methode weder op. Deed hij nu echter uit
+de zuivere innerlijkheid van het subjekt, het objekt geboren worden,
+zoo werden geest en natuur een en hetzelfde. En inderdaad verklaarde
+Fichte, het Ik, dan ook voor het subject-objekt.
+
+Op zijne theorieën voortspinnend en tegelijk hen weder omscheppend,
+voerden Schelling en Hegel daartegen aan: "wanneer subjekt en objekt
+een-en-hetzelfde zijn, dan is geen van hen beiden de zaak-zelf; het
+subjekt zoo min als het objekt, het denken zoo min als het zijn,
+den geest zoo min als de natuur; maar elk van hen, is dan slechts
+ééne zijde van de zaak en de geheele zaak is niets anders dan het
+proces, dat door beide heengaat en in den geest van den mensch,
+tot het bewustzijn van zich-zelf komt".
+
+Bij Schelling bleef de identiteit van subjekt en objekt een blooten
+inval. Bij de pogingen om haar te begronden, geraakte hij hoe langer
+hoe meer in eene phantastische natuurphilosophie verward, totdat hij
+tenslotte belandde bij het openbaringsgeloof.
+
+Hegel daarentegen, vatte de absolute Idee, die hij voor de
+levenwekkende ziel van de gansche wereld verklaarde, als een logisch
+en historisch proces op. De geest, het aan-zich en voor-zich bestaande
+Ik, wordt in verschillende ontwikkelingsphazes eerst bewustzijn, dan
+zelfbewustzijn, dan beschouwend en dan handelend verstand, tenslotte
+den zich-zelf-begrijpenden gevormde en religieuzen geest. Dan zet
+bij zich om in de natuur, waarin hij als blinde noodzakelijkheid
+werkt en arbeidt zich in de geschiedenis uit het ruwe weder op,
+tot dat hij zich-zelf begrijpt. Dit historisch proces, is slechts
+een afspiegeling van het logische proces, dat zich onbekend met het:
+wanneer? en het: waarheen? voltrokken heeft.
+
+Hegel vatte aldus het historische, tevens als een logisch proces
+op. Waar Kant de ontwikkeling in de natuur leidde, daar leidde Hegel
+haar de geschiedenis binnen. Waar Fichte aan de dialektische methode
+weder aanknoopte, daar maakte Hegel haar tot den springenden fontein
+des levens. Met het begrip Zijn, is ook het begrip van niet-Zijn
+gegeven, en uit den strijd van beiden, ontstaat het hoogere begrip van
+het Worden. Alles bestaat en bestaat tegelijk niet, want alles is in
+vloed en is voortdurend onderworpen aan eene gestadige verandering,
+is onderworpen aan een voortdurend en nooit stilstaand proces van
+Worden en Vergaan.
+
+De dialektische beweging van de duitsche philosophie voltrok zich
+dus aldus, dat Kant's stelling: "Alles wat een tegenspraak in zich
+bevatte is onmogelijk", omsloeg in de stelling van Hegel: "Wat over
+het algemeen der wereld beweegt, is de tegenspraak."
+
+Hiermede nu was iets bereikt, dat men eene overwinning kon noemen
+op het engelsch-fransche Materialisme. De dialektische beweging in
+de natuur zelf in te voeren en haar aan te nemen, is eerst mogelijk
+geworden, nadat de natuurwetenschappen die geweldige vooruitgang
+hadden gemaakt, gelijk dat het eerst in de tweede helft van de 19e
+eeuw het geval is geweest. Hier heeft de door Kant gegeven stoot,
+zijne afsluiting het eerst gevonden in de theorie van Darwin, waardoor
+de gansche organische natuur, planten en dieren en daarmede ook den
+mensch, als het voortbrengsel van een ontwikkeling wordt opgevat,
+die zich, in millioenen na millioenen jaren voortgezet heeft.
+
+Hegel evenwel, kwam in dit opzicht niet boven de meeningen van de
+fransche Materialisten uit, de perken van de ontoereikende natuurkennis
+lieten dat ook destijds niet toe. Hij deelde nog de meening van de
+fransche Materialisten, dat de natuur een, zich in gelijke kringloopen
+bewegend, zich steeds gelijkblijvend geheel met eeuwige wereldlichamen,
+met onveranderlijke vormen van organische wezens was. Maar hij doorbrak
+die beschouwingswijze toch, voor zoover zij namelijk, door de engelsche
+Materialisten op de geschiedenis werd overgedragen. Hij vatte de
+geschiedenis van de menschheid op, als een gestadig in beweging zijnd,
+aan verandering en omschepping onderworpen, van lager naar hooger
+opstijgend proces en hij beproefde door geweldigen geestesarbeid, in
+de verschillende vakken van de historische wetenschap, de inwendige
+tezamenhang, de voortdurende phazenloop van dit proces, door alle
+schijnbare dwaalwegen en toevalligheden heen, te vervolgen. Dewijl
+hij de dingen als afspiegelingen van de begrippen opvatte, kwam hij
+wel-is-waar tot al te willekeurige geschiedenisconstrukties, maar
+daar halsstarrige dingen als historische feiten dit zijn, zich niet
+zoo gemakkelijk onder het juk der begrippen dwingen laten, kwam hij
+toch ook tot geniale blikken, op de tezamenhang van de geschiedenis
+der menschheid.
+
+
+
+Kant's grondgedachte van alle moraal: "Handel zóó dat gij de
+menschheid, zoowel in uw persoon, als in de persoon van elk ander,
+tegelijk als doel en niet alleen maar als middel gebruikt," kon
+ontstaan in een land, waarin de burgerlijke klasse weinig en de
+proletarische klasse, nog in het geheel niet ontwikkeld was.
+
+En Fichte liet erop volgen, dat "geen mensch andere krachten voor zich
+mag in gebruik nemen; dat den mensch moet arbeiden, maar niet als een
+lastdier, dat onder den last, in slaap neder zakt en na nooddruftige
+verkwikking weder tot het dragen van denzelfden last gewekt zal
+worden. De mensch behoort angstloos met list en met vreugde te werken
+en tijd over te houden om zijnen geest en zijn oogen ten hemel te
+verheffen, voor welker aanblik hij geboren is!" Fichte brandmerkte
+met deze uitspraak en met anderen, de feodale adel van zijnen tijd,
+die lui en ondeugend was. Hij proklameerde de majesteit van het Recht
+in deze stelling: "Het Recht moet gewoonweg bestaan en wie dit niet
+door zichzelven inziet, moet tot dat inzicht gedwongen worden." En
+daarnevens predikte Fichte de vrijheid en de gelijkheid "voor alles
+wat een menschelijk aangezicht draagt."
+
+In zijn "Rechtvaardiging van de fransche Revolutie" zegt hij o. a. "De
+eigendom kan geen anderen oorsprong hebben, dan die van den arbeid. Wie
+niet arbeidt, heeft niet het recht van de samenleving middelen tot
+zijn bestaan te verlangen." In zijn "Grondslagen van het Natuurrecht,"
+schrijft hij: "Diegene, welke niet zoo veel heeft dat hij ervan leven
+kan, behoeft noch den eigendom van anderen te erkennen, noch achting
+te hebben voor dezelve, daar de grondslagen van het maatschappelijk
+verdrag, tot zijne schade aangetast zijn geworden. Elkeen behoort
+eigendom voor zich te hebben; de samenleving is verplicht, allen van
+arbeidsmiddelen te voorzien en allen moeten arbeiden om te leven."
+
+In zijn "Rechtsstaat", voorspelt hij, dat eene gemeenschappelijke
+organisatie komen moet, welke realiseeren zal, wat hij als Recht
+verlangt. "De arbeid en de verdeeling zullen gemeenschappelijk
+georganiseerd zijn; elkeen ontvangt voor een nauwkeurig bepaald deel
+arbeids, een bepaald gedeelte van het kapitaal, hetwelk zijn eigendom,
+naar de mate van het recht vaststelt. Het eigendom zal alzoo algemeen
+verbreid zijn. Niemand mag overvloed hebben, zoolang niet allen van
+het noodzakelijkste voorzien zijn. En het eigendomsrecht aan voorwerpen
+van weelde, ontbeert dien grond in zooverre, dat niet elk burger zijn
+aandeel kan bekomen, van dien eigendom. De landlieden en de arbeiders
+zullen zich behooren te vereenigen, teneinde zoovéél mogelijk, met
+zoo weinig mogelijk inspanning van krachten te kunnen voortbrengen."
+
+In zijne verhandeling over "De gesloten Handelsstaat", die in 1800
+verscheen en aan den pruisischen minister van finantiën Struensee
+opgedragen was, werkte Fichte bovengenoemde socialistische gedachten
+verder uit, bestreed hij de theorieën van Adam Smith, de vrije
+concurrentie-leer en het denkbeeld, dat de Staat zich heeft te
+beperken, tot een bescherming van het recht. Maar hij neemt daarbij
+toch weder een ander standpunt in, dan de fransche en engelsche
+socialisten van zijnen tijd; hij is ook dáárin een tegenstander van
+Adam Smith, dat hij van de bepaling van de waarde der goederen door den
+arbeid, niets wil weten; hij ziet in den vrijen handel, eene onhoudbare
+overlevering uit de "denkwijze onzer voorouders." Voor de moderne
+naties, meende hij, geldt niet meer, wat voor de middeneeuwsche
+eenheid van het christelijk Europa gold. Fichte erkende evenwel
+in zijn tijd reeds, de zware lasten die er op het volk kwamen te
+drukken, door het uitzuigend militairisme en hij probeerde dan ook
+den Staat geheel en al om te vormen. Als zoodanig, geldt dan ook hij
+nog eenigszins voor eene der utopistische Socialisten, omdat hij in
+zijn wereldhervormende sociale plannen niet uitging van de bestaande
+feiten, maar van een aan zijn brein ontsprongen plan. Hij wilde den
+Staat omvormen tot eene harmonische gemeenschap, waarvan de deelen op
+zich-zelve, de individuen, hun natuurlijk recht zullen verzekerd zien,
+op een gelukkig en tevreden bestaan. Maar aan den anderen kant, dacht
+hij zich dien Staat als een verstands-Staat, geheel en al afgesloten
+van het buitenland, met een bijzonder soort geld en met de overige
+Staten slechts in gemeenschap, niet door middel van den handel,
+maar door dat van de wetenschap alleen.
+
+Ook Hegel heeft eenmaal zijne philosophie den voorlooper genoemd,
+van een tijd waarin er een vrij volk zal bestaan. Na de nederlaag
+van de franschen bij Waterloo, verklaarde hij het voor de natuurlijke
+roeping van de duitschers, voor den hoofdwinst hunner teruggewonnen
+onafhankelijkheid, dat zij thans ongestoord het heilige vuur van de
+philosophie in bewaring konden nemen. Toen hij naar Berlijn beroepen,
+zijne "Philosophie van het Recht" schreef, teneinde het Recht als een
+redelijk, zich uit zich-zelf ontwikkelend organisme voor te stellen,
+ging hij van de stelling uit: "Het bestaande is redelijk en het
+redelijke is dat wat bestaat."
+
+De polemiek welke Hegel gevoerd heeft, tegen de historische
+Rechtsschool, bewees dat hij met deze stelling geenszins eene
+verheerlijking van àl het bestaande bedoelde, gelijk men in zijnen tijd
+zich niet ontzien heeft, op deze zijne woorden bij alle reaktionaire
+maatregelen der Pruisische regeering, zich te beroepen. Hegel bedoelde
+met deze stelling, dat de rede de historische noodzakelijkheid was,
+de eeuwige vloeiing in het historische ontwikkelingsproces. Wat deze
+schept, is werkelijk en redelijk, omdat het noodzakelijk is; zoodra
+het ophoudt noodzakelijk te zijn, wordt het onwerkelijk en onredelijk.
+
+Hegel heeft de rijke schepping van het duitsche Idealisme in één
+machtig systeem saâmgevat. Hij heeft alle bronnen en stroomen van
+dit klassieke tijdperk in ééne bedding geleid, waar zij wel-is-waar
+in bevroren zijn, door den ijskouden adem van de reaktie die over
+Duitschland woei, maar die zijne jongeren toch weder, door hunnen
+eigenen arbeid, konden doen ontdooien.
+
+Toen Hegel tegen de Juli-Revolutie in 1830 te velde trok, toen hij
+de Engelsche "reformbill" een snijden noemde in de edele ingewanden
+van een Groot-Brittanje's staatsregeling, toen verlieten hem de
+scharen zijner jongeren, om naar zijnen eigenen leerling Eduard
+Gans te gaan luisteren, die lezingen ging houden over des meesters
+"Rechtsphilosophie", daarbij de revolutionaire zijde van des Meesters
+methode op den voorgrond stellende en tegen de historische Rechtsschool
+polemiseeren ging. Men zeide toentertijd dan ook in Berlijn, dat,
+niet aan de cholera, maar aan deze smartelijke ervaring, zou den
+grooten Meester overleden zijn.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+CRITIEK OP DE HEGELSCHE PHILOSOPHIE.
+
+
+David Friederich Strausz, Bruno Bauer, Max Stirner en Ludwig Feuerbach,
+waren de meest beteekenende scholieren van Hegel geweest, die elk
+hun eigen weg gingen bij de ontwikkeling, van de philosophie van den
+Meester. Ook Karel Marx behoorde tot de leerlingen van Hegel.
+
+Strausz had behalve zijn "Dogmatiek", de beroemde critiek op "het
+leven van Jezus" geschreven. Bruno Bauer heeft voor het onderzoek
+naar het "Ontstaan van het Christendom" beduidenden arbeid geleverd,
+terwijl Max Stirner weder geheel zelfstandige paden insloeg met zijn
+"Einzige und sein Eigenthum", welk werk wel eens als een voorlooper
+van het latere anarchisme, van Bakounine en Krapotkine, is genoemd.
+
+Ludwig Feuerbach en Bruno Bauer behoorden tot de meest beteekenenden
+van Hegels uitloopers op wijsgeerig terrein. Feuerbach baarde
+het eerst als beduidend philosoof opzien, door zijn "Wesen des
+Christenthums." Van-uit Hegel's Idealisme, ontwikkelde hij daarin weder
+het materialistisch denken. "De natuur bestaat onafhankelijk van alle
+philosophie," zoo zeide hij, "zij is de grondslag, waarop wij menschen,
+zelven produkten van de natuur, gegroeid zijn. Buiten de natuur en
+den menschen bestaat niets, en de hoogere wezens, die onze phantasie
+geschapen had, zijn slechts phantastische weêrspiegelingen, van ons
+eigen wezen. De mensch is, wat hij eet." De ban was dus verbroken,
+het "systeem" was gesprongen en ter zijde geworpen en de tegenspraak
+was--dewijl zij slechts in de verbeelding bestond--opgelost.
+
+Het materialisme van Feuerbach is evenwel doodgeloopen. En het was
+Karel Marx die in 1845 er met de volgende 11 stellingen positie
+tegen nam.
+
+
+1.
+
+Het hoofdgebrek van alle tot nu toe bestaan hebbend Materialisme--dat
+van L. Feuerbach niet uitgezonderd--was, dat het objekt, de
+werkelijkheid, de zinnelijkheid, slechts onder den vorm van het objekt
+of der aanschouwing werd opgevat; niet echter als menschelijke,
+zinnelijke werkzaamheid, praktijk, niet subjektief. Daarvandaan
+kon het geschieden, dat de werkzame zijde, in tegenstelling tot
+het materialisme, door het Idealisme ontwikkeld werd--maar alleen
+abstrakt, daar het Idealisme natuurlijk de werkelijke, zinrijke
+werkzaamheid, als zoodanig, niet kent. Feuerbach wil zinnelijke,
+van de gedachtenobjekten werkelijk-verschillende objekten; maar
+hij vat de menschelijke werkzaamheid zelf, niet op als objektieve
+werkzaamheid. Hij beschouwt daarom in het "Wesen des Christenthums"
+slechts de theoretische verhouding als het echt menschelijke, terwijl
+de praktijk slechts in haren smerig-joodschen verschijningsvorm opgevat
+en gefixeerd kan worden. Hij begrijpt daarvandaan niet de beteekenis
+van de "revolutionaire", van de praktisch-critische werkzaamheid.
+
+
+2.
+
+De kwestie, of het menschelijk denken de objektieve waarheid
+bijgebracht kan worden, is geen kwestie van theorie, maar een kwestie
+van praktijk. In de praktijk moet de mensch de waarheid, d. w. z. de
+werkelijkheid en de macht, de dezerzijdschheid van zijn denken,
+bewijzen. De strijd over de werkelijkheid en de niet-werkelijkheid
+van het denken, dat zich van de praktijk isoleert, is een van zuiver
+scholastischen aard.
+
+
+3.
+
+De Materialistische theorie, dat de menschen produkten zijn van
+omstandigheden en van opvoeding, veranderde menschen dus, produkten
+van andere omstandigheden en veranderde opvoeding zijn, vergeet,
+dat de omstandigheden zelf door de menschen veranderd worden en
+dat de opvoeders, zelf moeten worden opgevoed. Zij komt daarom met
+noodwendigheid ertoe, de samenleving in twee deelen te splitsen,
+waarvan het eene boven het andere verheven is. (Bijv. bij Robert Owen.)
+
+Het tezamenvallen van het veranderen der omstandigheden en der
+menschelijke werkzaamheid, kan slechts als revolutionaire praktijk,
+opgevat en rationeel worden begrepen.
+
+
+4.
+
+Feuerbach gaat uit van het faktum der religieuze zelfontvreemding,
+van de verdubbeling der wereld in eene religieus voorgestelde en eene
+werkelijke wereld. Zijn arbeid bestaat hierin, de religieuze wereld
+door hare wereldlijke grondslag te doen oplossen. Hij overziet,
+dat na volbrenging van dezen arbeid, de hoofdtaak nog onafgedaan
+blijft. Het feit namelijk, dat de wereldlijke grondslag zich vanzelf
+opheft, en zich een zelfstandig rijk in de wolken fixeert, is juist
+alleen maar uit de zelfverdeeldheid en het zichzelf-tegenspreken dezer
+wereldlijken grondslag te verklaren. Deze zelf moet alzoo, eerstens,
+in haren tegenspraak verstaan en daarna, door terzijdestelling van
+die tegenspraak praktisch gerevolutioneerd worden. Alzoo bijv., nadat
+de aardsche familie als het geheim van de heilige familie ontdekt
+is, moet men de eerste zelve theoretisch gecritiseerd en praktisch
+gerevolutioneerd hebben.
+
+
+5.
+
+Feuerbach, niet tevreden met het abstrakte denken, appelleert aan
+de zinnelijke aanschouwing; maar hij vat deze zinnelijkheid niet als
+een practische, menschelijk-zinnelijke werkzaamheid op.
+
+
+6.
+
+Feuerbach lost het religieuze wezen in het menschelijk wezen
+op. Maar het menschelijk wezen is niet een, den individueelen mensch
+inwonende abstraktie. In zijn werkelijkheid is 't, het ensemble van
+de maatschappelijke verhoudingen.
+
+Feuerbach, die op de critiek van dit werkelijke wezen niet ingaat,
+is daarom gedwongen:
+
+
+ 1e. Van het historisch verloop te abstraheeren en
+ het religieuze gemoed voor zich te fixeeren, en een
+ abstrakt-geïsoleerd-menschelijk individu voorop te zetten.
+
+ 2e. Kan bij hem daardoor het menschelijk wezen, slechts als
+ "soort", als innerlijke stomme, de vele individuen alleen maar
+ natuurlijk verbindende algemeenheid, opgevat worden.
+
+
+7.
+
+Feuerbach ziet daardoor niet in, dat het "religieuze gemoed", zelve
+een maatschappelijk produkt is, en dat het abstrakte individu, hetwelk
+hij analyseert, in de werkelijkheid tot eene bepaalde maatschappelijke
+vorm behoort.
+
+
+8.
+
+Het maatschappelijk leven is wezenlijk praktisch. Alle mysteriën,
+welke de theorie verleidt en tot mysticisme maakt, vinden hunne
+rationeele oplossing in de menschelijke praktijk en in het begrijpen
+dezer praktijk.
+
+
+9.
+
+Het hoogste waartoe het beschouwende Materialisme--d. w. z. het
+Materialisme dat de zinnelijkheid niet als een praktische werkzaamheid
+begrijpt--het brengt, is de beschouwing van de individu in de
+"burgerlijke maatschappij".
+
+
+10.
+
+Het standpunt van het oude Materialisme is de "burgerlijke"
+maatschappij; het standpunt van het nieuwe, dat der menschelijke
+samenleving of dat van de vermaatschappelijkte menschheid.
+
+
+11.
+
+De philosophen hebben tot nog toe de wereld slechts verschillend
+geïnterpreteerd, maar het komt er op aan haar te veranderen.
+
+
+
+HEINRICH KAREL MARX
+
+werd op den 5en Mei 1818 te Trier geboren als de zoon van den advokaat
+en lateren Justitieraad Marx, die in 1824 met zijne familie van
+het Jodendom tot het Christendom overging. Marx' stamboom moet van
+af zijn vader opwaarts tot aan de 16e eeuw toe, slechts rabbijnen
+aanwijzen; wat zekerder is, dat is, dat zijne moeder afstamde van
+een hollandsche, joodsche familie. Beide zijne ouders, waren lieden
+van hooge ontwikkeling.
+
+Nauwelijks de kinderschoenen ontwassen, ging de jonge Marx naar de
+Universiteit van Bonn, daarna naar die van Berlijn, waar hij ter
+wille van zijn vader rechtsgeleerdheid bestudeerde en, voor zijn
+eigen genoegen, geschiedenis en philosophie. Met zijn verstand,
+van nature als het ware aangelegd voor de dialektiek, moest de jonge
+Karel Marx zich het sterkst aangetrokken gevoelen tot de philosophie
+van Hegel. Geen onder die talrijke jongeren, heeft Hegel grondiger
+bestudeerd, dan Marx. Wat Marx dan ook zoo machtig tot de philosophie
+van Hegel aantrok, dat was hare dialektische methode, welker
+revolutionaire spits, juist door het schaduwspel van nevelachtige
+begrippen omhuld werd. Marx ruimde veelmeer deze begrippen op, terwijl
+hij zich in de massa van historische stof wierp en met deze feiten de
+theorie bevruchtte. Van jongs-af bezat hij een onverzadigbare dorst
+naar weten en eene rustelooze zelfcritiek. Reeds de vrienden zijner
+jeugd klaagden er over, dat hij door zijn nachtwaken om te werken,
+zijne sterke gezondheid vaak geschokt heeft. Arnold Ruge schreef aan
+Ludwig Feuerbach over Marx: "Hij leest zeer veel; hij arbeidt met
+eene ongemeene intensiviteit en hij heeft een critisch talent, dat
+somwijlen tot een in overmoed ontaardende dialektiek wordt,.... maar
+hij voleindigt niets, hij breekt overal af en stort zich steeds van
+voren af aan, in een eindelooze boekenzee. Hij behoort, volgens zijne
+geleerde dispositie, gansch der duitsche wereld toe, maar door zijn
+revolutionaire denkwijze, is hij van haar buitengesloten." Marx
+vereenigde dan ook in zich, alle faustiaansche aandriften van de
+duitsche geleerdheid. Hij droeg het leven der wetenschap binnen, zooals
+hij de wetenschap in het leven binnendroeg. Dit was de vooruitgang,
+die de duitsche wijsgeerige beschaving alleen nog maar maken kon,
+die zij onder alle omstandigheden maken moest, wilde zij niet,
+van een drijfrad der historische ontwikkeling, tot een traprad voor
+kleinburgerlijke denkers worden.
+
+Van de grootste beteekenis voor Marx' jeugd, was zijne verhouding
+tot de familie von Westphalen. Dát waren buren van het ouderlijke
+huis. De graaf von Westphalen was een Pruisisch beambte, van een
+niet gewoon slag en zeer ruim van opvattingen. Zijn vader was de
+geheimsecretaris Philip von Westphalen, die in den zevenjarigen
+oorlog, vijf fransche maarschalken in vijf veldslagen met succes
+versloeg en daarnevens van nature zoo burgerlijk bleef, dat hij nooit
+een soldatenuniform droeg en den titel van Generaal-Adjudant van
+het leger, waarmede de koning van Engeland hem meende te vereeren,
+lachend van de hand wees. Alleen de verheffing in den adelstand,
+liet hij zich welgevallen, maar dit, teneinde een meisje te kunnen
+huwen dat hem aan geesteseigenschappen evenaarde en de dochter van een
+Schotsche baronnenfamilie was: zij stamde af van den beroemden Argyle,
+den hertog, die door de veroordeeling onder de tyrannieke regeering
+van Jacobus II en den heldenmoed waarmede hij zijn vonnis droeg, in de
+geschiedenis van Engeland wèlbekend is. De jongste zoon uit dezen echt
+was Lodewijk von Westphalen. In het huis van dezen vrijdenker vond
+de jonge Marx een tweede tehuis. Terwijl zijn vader hem de fransche
+beschaving deelachtig deed worden, hem Racine en Voltaire voorlas,
+leidde de heer von Westphalen hem in de duitsche beschaving in;
+las hem Homerus en Shakespeare voor, die dan ook voor altijd, Marx'
+lijfdichters gebleven zijn.
+
+Westphalen's kinderen, werden de speelmakkers van den jongen Marx
+en het is daarvandaan, dat Marx in de jonge Jenny von Westphalen,
+die drie jaren ouder was dan hij, spoedig eene geliefde kreeg, die
+hem geheel zijn leven is blijven aanhangen met de grootste trouw en
+de grootste liefde. Bereids in 1836, toen Marx naar de Universiteit
+ging, was de zaak van eeuwige trouw en liefde tusschen hen beiden
+beklonken. Twee jaren later, verloor Karel Marx zijnen goeden en
+zachten vader en hiermede eindigde een conflict tusschen hen beiden,
+dat in den aanvang zich liet aanzien van genoegzaam ernstigen aard te
+kunnen worden, om tot een scherpen breuk te leiden. Het liep nu nog
+slechts over Marx' voorkeur voor de philosophie en des vaders neiging,
+om een advokaat van hem te maken.
+
+Marx' beste vrienden aan de Hoogeschool waren: Bruno Bauer en
+Karl Friedrich Köppen, aan beider omgang verdankt Marx veel van
+zijn ontwikkeling. Zij waren beide Hegelianen, gelijk toenmaals in
+Duitschland en vooral in Pruissen, geen beteekenende kop, zich aan
+den invloed van den grooten Meester der philosophische redeneerkunst
+heeft kunnen onttrekken.
+
+Bruno Bauer stamde uit Saksen-Altenburg, en was de zoon van
+burgerouders; zijn vader was porceleinschilder in Berlijn. Bruno was
+de oudste van drie broeders, die allen in de geleerde wereld naam
+gemaakt hebben. Bruno echter, gold als de begaafdste van de drie.
+
+Het was de wensch van Bauer,--die inmiddels reeds in een polemiek met
+David Friederich Strausz, den grooten schrijver van het "Leven van
+Jezus", gewikkeld was--om Marx naast zich te hebben aan de redaktie
+van een critisch tijdschrift, omdat hij van Marx' groote critische
+en dialektische begaafdheden, wenschte te profiteeren. In de brieven
+die hij Marx schreef, spoorde hij dezen aan examen te doen; hij wilde
+Marx een positie zien krijgen aan de Universiteit als hoogleeraar.
+
+Friedrich Köppen was meer geschiedkundige dan philosoof. Beiden hadden
+een tijdschrift gegrondvest de "Hallische Jahrbücher" genaamd, waarin
+Köppen over historie en historische figuren schreef, en Bauer zijnen
+strijd tegen de orthodoxie met groote scherpte streed.
+
+In 't jaar 1841 promoveerde Marx dan, als doktor in de philosophie aan
+de Hoogeschool te Jena, met eene dissertatie: "Over de philosophie van
+Epikurus", welke dissertatie toen niet in het licht is verschenen. Zijn
+voornemen om zich te Bonn als privaatdocent te vestigen, liet hij
+weldra varen. De wijze toch, waarop de minister Eichhorn zijnen vriend
+Bauer behandelde, lokte een vrij man, zooals Marx zich dit voelde,
+allesbehalve aan om zijn nek onder den pruisischen censuur te krommen.
+
+Spoedig daarna krijgt Marx, het was in 1842, de leiding van de radikale
+"Rheinische Zeitung", waaraan hij vooràf reeds had medegewerkt. Onder
+de medewerkers dier dagen aan dit blad, dat in Keulen verscheen,
+en aan de belangen der politiek, handel en nijverheid dienstbaar
+was gemaakt, telde men de besten onder de Hegelsche "jongeren" als:
+Bruno Bauer, Köppen, Nauwerk, Max Stiner, Georg Jurg, Mozes Hesz,
+Hermann Püttmann en den dichter en literator Georg Herwegh.
+
+In de opstellen in dat blad door hem geplaatst, staat Marx nog
+geheel op het standpunt van de radikale Hegelianen, die uit zuiver
+ideologische, vooròpgestelde meeningen hunne conclusiën trokken; maar
+ook reeds, een echo van het fransche socialisme deden hooren. In een
+polemiek uit die dagen, zeide hij reeds: De "Rheinische Zeitung",
+die de communistische denkbeelden, in hunne huidige gestalte
+geen verwerkelijking kan voorspellen ... zal deze ideën aan
+eene grondige critiek onderwerpen. Dat evenwel de geschriften van
+P. Leroux, V. Considérant en voor alles, de scherpzinnige werken van
+P. J. Proudhon niet door invallen van het oogenblik kunnen worden
+bestreden, maar na lange en diepgaande studieën kunnen worden
+gecritiseerd ..., is onze vaste overtuiging .... "Op praktische
+pogingen van communisme, kan men met kanonnen antwoorden, zoodra
+zij gevaarlijk worden; maar ideën, die zich meester maken van onze
+intelligentie, die onze gezindheid veroveren, waaraan het verstand
+ons geweten gaat kluisteren, dat zijn ketens, waaraan men zich niet
+onttrekt, zonder zijn hart te verscheuren; dat zijn demonen, welke
+de mensch slechts overwinnen kan, doordien hij zich eraan onderwerpt."
+
+De 28ste Januari van 't jaar 1843, in hetzelfde jaar waarin Marx in
+het huwelijk trad met Jenny von Westphalen, kwam het verbod van de
+regeering tot het langer voortbestaan van de "Rheinische Zeitung"....
+
+Uit de noodzakelijkheid, die hieruit geboren werd voor de vrije
+geesten in Duitschland om hunne denkbeelden te verkondigen, kwam
+het maandschrift de "Deutsch-Französischen Jahrbücher" voort, dat
+ternauwernood één jaar heeft bestaan. Herwegh, Arnold Ruge en Heinrich
+Heine hebben eraan medegewerkt en Marx heeft er zijn eerste artikelen:
+de critiek op Hegel en het Hegelianisme in gepubliceerd en Engels, zijn
+eerste staathuishoudkundige opstellen. De opstellen der eerste heeten:
+"critiek op de Hegelsche Rechtsphilosophie" en "over de Jodenkwestie,"
+een critiek op artikelen van Bruno Bauer over het Jodendom; die
+der laatste: "Omtrekken eener critiek der nationale-economie" en
+"de positie van Engeland".
+
+Marx was intusschen naar Parijs gegaan, om er zich voor goed te
+vestigen en daar was het, dat hij het fransche socialisme bestudeerde
+en dat hij tevens kennis maakte met Proudhon, in wiens bestrijding
+hij later tevens de gelegenheid zal vinden, zijn wetenschappelijk
+standpunt 't eerst, krachtig te ontvouwen.
+
+Maar éérst moeten wij terug, naar het tijdperk van de
+"Deutsch-Französische Jahrbücher" en Marx' critiek op het
+Hegelianisme. Hiermede vangen wij dus aan.
+
+
+
+
+
+
+TOT CRITIEK DER HEGELSCHE "RECHTSPHILOSOPHIE."
+
+EENE INLEIDING. (1843)
+
+Voor Duitschland is de critiek der religie in wezenlijkheid reeds
+beëindigd en de critiek der religie is de voorwaarde tot elke critiek.
+
+De profane existentie van de dwaling is gecompromiteerd, nadat
+hare hemelsche oratio pro aris et focis weêrlegd is. De mensch,
+die in de phantastische werkelijkheid van den hemel, alwaar hij
+naar een, "übermensch" zoekend, slechts de weêrschijn van zich-zelf
+gevonden heeft, zal niet meer geneigd zijn, slechts de weêrschijn
+van zich-zelve, slechts den onmensch te vinden, waar hij zijne ware
+werkelijkheid zocht, en vinden moet.
+
+Het fundament van de irreligieuze critiek is: de mensch maakt de
+religie, de religie niet den mensch. En wel-is-waar is de religie
+het zelfbewustzijn en het zelfgevoel der mensch, die zich-zelf
+nog niet tot bewustzijn heeft kunnen brengen of, zich-zelf weder
+verloren heeft. Maar de mensch is geen abstrakt, buiten de wereld
+staand wezen. De mensch, dat is de wereld der menschen, de Staat,
+de sociëteit. Dezen Staat, deze sociëteit, brengt de religie voort,
+een omgekeerd zelfbewustzijn, omdat zij eene omgekeerde wereld is. De
+religie is de algemeene theorie dezer wereld, haar encyclopedisch
+compendium, hare logica in populairen vorm, haar spiritualistisch
+point d'honneur, haar enthousiasme, haar moreele sanktie, hare slechte
+vervolkomening, hare algemeene troost- en rechtvaardigingsgrond. Zij is
+de phantastische verwerkelijking van het menschelijk wezen, omdat het
+menschelijk wezen, geen ware werkelijkheid bezit. De strijd tegen de
+religie, is dus middellijk den strijd dier wereld, welker geestelijk
+dogma de religie is.
+
+De religieuze ellende is, in één woord, de uitdrukking der werkelijke
+ellende en zij is het protest tegen die werkelijke ellende. De religie
+is de zucht van het bedrukte schepsel, het gemoed van een hartelooze
+wereld, zooals zij den geest van eene geestlooze toestand is. Zij is
+het opium des volks.
+
+De opheffing der religie als het illusoire geluk des volks, is
+de eisch voor zijn werkelijk geluk. De eisch, de illusies omtrent
+zijn toestand op te geven, is de eisch om een toestand op te geven,
+welke aan illusies behoefte heeft. De critiek op de religie is dus,
+in den kiem, de critiek op het jammerdal, welks heiligheidsschijn de
+godsdienst is.
+
+Die critiek heeft de imaginaire bloemen aan den stengel afgeplukt,
+niet opdat de mensch deze phantazielooze, troostelooze stengel drage,
+maar opdat hij daardoor dien stengel wegwerpen en de levende bloemen
+er af zoude breken. Die critiek der religie ontgoochelt den mensch,
+opdat hij denke, handele en zijne werkelijkheid duidelijk zal zien,
+zooals een ontgoocheld en tot bezinning gekomen mensch; opdat hij
+zich om zich-zelf en daarmee, om zijn werkelijke zon zich bewege. De
+godsdienst is slechts de illusoire zon, die zich om den mensch beweegt,
+zoolang hij zich niet om zich-zelf beweegt.
+
+Het is daarom de taak der geschiedenis, nadat het generzijdsch der
+waarheid verdwenen is, de waarheid van het dezerzijdsch te doen
+verspreiden. En het is in de eerste plaats de taak der philosophie,
+die in dienst der geschiedenis staat, nadat de heiligengestalte van
+de menschelijke zelfontvreemding ontmaskerd is, de zelfontvreemding,
+in hare onheilige gestalte te ontmaskeren. De critiek op den hemel,
+moet zich daarmede omzetten, in eene critiek op de aarde; de critiek
+der religie in de critiek van het recht; de critiek der theologie in
+die van de politiek.
+
+De hiervolgende uiteenzetting--een bijdrage tot dezen arbeid--sluit
+in de eerste plaats niet bij het origineel, maar bij een copie aan,
+bij de duitsche Staats- en Rechtsphilosophie, om geen andere oorzaak
+als deze, dat zij zich aan Duitschland aansluit.
+
+Wilde men ook aan het duitsche status quo zelf aanknoopen, hetzij
+dan op den eenig daartoe passende wijze, dit wil zeggen, negatief,
+het resultaat zal steeds een anachronisme blijven. Zelfs de negatie
+van onzen tegenwoordigen politieken toestand bevindt zich reeds als
+een beschimmeld feit, in de rommelkamer der moderne volken. Wanneer
+ik de gepoederde pruiken negeer, houd ik altijd nog de opgepoederde
+pruiken over. Wanneer ik de duitsche toestanden van 1843 negeer, sta
+ik, naar fransche tijdrekening, nog altijd nauwelijks in 't jaar 1789,
+veel minder in het brandpunt van den tegenwoordigen tijd.
+
+Ja, de duitsche geschiedenis vleit zich, eene beweging te bezitten, die
+haar geen volk aan den historischen hemel nog voorgedaan heeft, noch
+na zal doen. Wij hebben namelijk in de Restauratie der moderne volken
+gedeeld, zonder van hare Revoluties iets te hebben ontvangen. Wij zijn
+gerestaureerd geworden, eerstens, omdat andere volken een Revolutie
+waagden, en tweedens, omdat andere volken een contra-Revolutie leden;
+de de eene keer, omdat onze Heeren vrees hadden, de andere keer, omdat
+onze Heeren geene vrees hadden. Wij, met onze herders aan den spits,
+bevonden ons altijd maar éénmaal in het gezelschap van de vrijheid,
+op den dag harer begrafenis namelijk.
+
+Eene school, welke de lafhartigheid van heden, legitimeert door
+de lafhartigheid van gisteren; een school, die elken schreeuw van
+de lijfeigenen tegen den knoet, voor rebellisch verklaart, zoodra
+die knoet een bejaarde, een afgestamde, een historische knoet is;
+een school die de geschiedenis, gelijk Israël's God zijnen dienaar
+Mozes, slechts haar a posteriori wijst, de historische Rechtsschool,
+zij zoude zeker de duitsche geschiedenis uitgevonden hebben, ware zij
+niet zelve eene uitvinding van de duitsche geschiedenis. Als Shijlock,
+maar als Shijlock de bediende, zweert zij bij elk pond vleesch,
+hetwelk uit het hart des volks gesneden wordt, op haar schuldbrief,
+op hare christelijk-germaansche schuldbrief.
+
+Goedmoedige enthousiasten daarentegen, duitsche vaderlanders
+naar den bloede en vrijzinnigen van reflektie, zoeken onze
+geschiedenis der vrijheid, aan gene zijde van de geschiedenis in
+de teutonische oer-wouden. Waardoor onderscheidt zich evenwel onze
+vrijheidsgeschiedenis van de vrijheidsgeschiedenis van Ebers, wanneer
+zij slechts in de wouden te vinden is? Bovendien is het bekend;
+zooals men in het woud inschreeuwt, zoo schalt het uit het woud,
+tot ons weder terug.
+
+Dus vrede zij er in de teutonische oer-wouden!
+
+De oorlog aan de duitsche toestanden! Zeer zeker! Zij staan onder
+het niveau van de geschiedenis, zij staan beneden alle critiek,
+maar zij blijven een voorwerp van de critiek, zooals de misdadiger,
+die beneden het niveau van de humaniteit, een voorwerp van den
+scherprechter blijft. Met hen in den strijd, is de critiek geen
+hartstocht van het hoofd, zij is het hoofd van de hartstocht. Zij is
+geen anatomisch mes, zij is een wapen. Haar objekt is haar vijand,
+die zij niet nederleggen, maar die zij dooden wil. Want de geest
+dezer toestanden is wederlegd. Op en voor zichzelf, zijn zij geene
+gedenkwaardige objekten, maar evenzoo verachtelijke, als verachte
+existenties. De critiek-aan-zich, behoeft niet de zelfovereenkomst
+met dit onderwerp, want zij is met hem in 't reine. Zij geeft zich
+niet meer als doel, maar zij is hem slechts als middel. Haar wezenlijk
+pathos, is de onwaardigheid, haren wezenlijken arbeid, de aanklacht.
+
+Het geldt de schildering eener wisselwerkenden, dompigen druk,
+van alle sociale spheren op elkander; eener algemeene, daadlooze
+bepaling; eener zich evenzoozeer erkennende, als zich regeerende
+bekrompenheid binnen het raam van een regeeringssysteem, hetwelk
+van de conservatie van alle erbarmelijkheden levend, zelve niets is,
+dan de erbarmelijkheid aan de regeering.
+
+Welk een schouwspel! De tot in het oneindige voortgaande verdeeling
+der samenleving in menigvuldige klassen, welke met kleine antipathieën,
+slechte gewetens en brutale middelmatigheid tegenover elkander staan,
+welke juist ter wille harer wederzijdsche tweeslachtige en argwanende
+positie, allen zonder onderscheid, hetzij dan ook met verschillende
+formaliteiten, als geconcessioneerde existenties door hunne Heeren
+worden behandeld. En zelfs dat; dat zij beheerscht, geregeerd,
+bezeten worden, moeten zij als eene concessie des hemels erkennen
+en bekennen. Anderzijdsch, deze heerschers zelven, wier grootte in
+omgekeerde verhouding tot hun aantal staat!
+
+De critiek, welke zich met dezen inhoud bezig houdt, is de critiek die
+reeds handgemeen is, en in handgemeenschap gaat het niet hierom, of de
+tegenstander een edel, gelijkwaardig en interessant tegenstander is,
+maar het gaat erom, hem te treffen. Het gaat dus hier om de duitschers
+geen oogenblik van zelfbedrog en resignatie te gunnen. Men moet den
+werkelijken druk nòg drukkender maken, doordat men er het bewustzijn
+van den druk aan toevoegt; den smaad nòg smadelijker, doordat men ze
+publiek maakt. Men moet èlken spheer van de duitsche samenleving als
+de partie honteuse der duitsche samenleving schilderen; men moet de
+versteende verhoudingen daardoor dwingen te dansen, door hen hunne
+eigene melodie voor te zingen! Men moet het volk leeren te schrikken
+van zich-zelf, om het moed in te blazen. Men vervult daarmede eene
+onafwijsbare behoefte van het duitsche volk en de behoeften der
+volkeren, zijn de laatste gronden hunner bevrediging zelf.
+
+En zelfs voor de moderne volken kan dezen strijd tegen den geborneerden
+inhoud van het Duitsche status-quo niet van belang ontbloot zijn,
+want dit Duitsche status-quo is de openhartigste voleindiging van het
+ancien régime en dit ancien régime, is het verborgen gebrek van den
+modernen Staat. De strijd tegen den Duitschen politieken toestand van
+het oogenblik is de strijd tegen het verleden der moderne volken,
+en door de reminicensen van dit verleden, worden zij nog steeds
+bedreigd. Het is leerrijk voor hen, dit ancien régime, dat bij
+hen zijn tragedie beleefde, als duitsch revenant, zijn komedie
+te zien spelen. Tragisch was zijne geschiedenis, zoolang het de
+preëxisteerende macht van de wereld, de vrijheid daarentegen een
+persoonlijken inval was; in één woord: zoolang het zelve aan zijn
+rechtmatigheid geloofde en gelooven moest. Zoolang het ancien régime
+als de voorhanden wereldorde, met eene, eerst in wording zijnde wereld
+streed, had het een wereldhistorische dwaling aan zijne zijde, maar
+geen persoonlijke. Zijn ondergang was daardoor tragisch.
+
+Het tegenwoordige duitsche regime daarentegen--een anachronisme--een
+flagrante tegenspraak tegen algemeen erkende axioma's; de voor
+de wereld tentoongestelde nietswaardigheid van het ancien régime,
+beeldt zich slechts in, aan zich-zelf te gelooven en verlangt van
+de wereld, diezelfde inbeelding. Wanneer het aan zijn eigen bestaan
+geloofde, zou het ditzelve dan verstoppen, achter den schijn van een
+vreemd wezen en zijn redding zoeken in huichelarij en sophismen? Het
+moderne ancien régime is slechts de komediant van eene wereldorde,
+wier werkelijke helden gestorven zijn. De geschiedenis gaat grondig
+te werk en maakt vele phazen door, wanneer zij eene oude gestalte
+ten grave draagt. De laatste phaze eener wereldhistorische gestalte,
+is hare komedie. De goden van Griekenland, die reeds eenmaal tragisch
+ten doode gewond waren in den geketenden Prometheus van Aeschylos,
+moesten nog eenmaal komisch den dood ondergaan, in de gesprekken van
+Lucianus. Waarvoor deze gang der historie? Opdat de menschen vroolijk
+van hun verleden zullen kunnen scheiden. Deze vroolijke historische
+bestemming, vindiceeren wij voor Duitschland's politieke machten.
+
+Zoodra intusschen de moderne politiek-sociale werkelijkheid zelf aan
+de critiek onderworpen wordt; zoodra dus de critiek zich verheft
+tot waarlijk menschelijke problemen, bevindt zij zich buiten het
+raam van het duitsche status quo of zij zal haar objekt, beneden het
+objektieve aangrijpen. Een voorbeeld! De verhouding van de industrie,
+der wereld van den rijkdom in het algemeen tot die der politieke
+wereld, is het hoofdproblema van den modernen tijd. Onder welken vorm
+evenwel, begint dit problema den duitschers bezig te houden? Onder
+den vorm van beschermende rechten, het systeem van de prohibiviteit,
+der nationaal-economie. Het duitsch-nationalisme is, van uit de
+menschen in de materie gevaren en zoo zagen op een goeden morgen onze
+katoenridders en onze ijzerhelden, zich veranderd in patriotten. Men
+vangt dus in Duitschland aan de souvereiniteit van het monopolie
+naar binnen te erkennen, doordat men het de souvereiniteit van het
+monopolie naar buiten verleent. Men begint dus thans in Duitschland
+met iets, waarmeê men in Frankrijk en Engeland aanvangt een einde te
+maken. De oude rotte toestand, waartegen deze landen voortdurend in
+opstand zijn, en die welke zij nog verdragen, gelijk men een ketting
+verdraagt, wordt in Duitschland als de opgaande dageraad van een
+schoone toekomst begroet, die het nauwelijks waagt, uit de listige
+theorie, tot de niets ontziende praktijk over te gaan. Terwijl het
+problema in Frankrijk en Engeland aldus is: staathuishoudkunde of
+heerschappij van de gemeenschap over den rijkdom, is het in Duitschland
+zoo gesteld: nationaal-economie of heerschappij van het privaat-bezit,
+over den nationaliteit. In Frankrijk en Engeland gaat het dus om een
+monopolie, dat tot aan zijn laatste consekwenties gekomen is op te
+heffen; in Duitschland gaat het erom, tot op de laatste consekwenties
+van het monopolie voort te gaan. Daar gaat het om de oplossing en
+hier eerst om de collisie. Een duidelijk voorbeeld van den duitschen
+vorm der moderne vraagstukken; een voorbeeld hoe onze geschiedenis,
+als een onhandig rekruut, tot nu toe slechts de taak heeft vervuld,
+afgekauwde geschiedenissen te mogen na-exerceeren.
+
+Stak aldus, de totale duitsche ontwikkeling niet boven die der
+politieke ontwikkeling uit, een Duitscher zou hoogstens kunnen
+deelnemen aan de vraagstukken van onzen tijd, zooals een Rus daar aan
+deelnemen kan. Alleen, wanneer het individu op zich-zelf niet gebonden
+is door de grenzen van de natie, wordt de gansche natie nog minder
+bevrijd, door de bevrijding van een individu. De Scythen hebben der
+Grieksche beschaving geen stap vooruit doen gaan, omdat Griekenland,
+onder zijn philosophen, een Scyt geteld heeft.
+
+Gelukkig zijn wij duitschers geen Scythen.
+
+Gelijk de oude volken hunne vóórgeschiedenis doorleefd hebben in de
+imaginatie, zoo hebben wij duitschers, onze nageschiedenis doorleefd in
+de gedachte, in de philosophie. Wij zijn philosophische tijdgenooten
+van het tegenwoordige, zonder zijne historische tijdgenooten te
+zijn. De duitsche philosophie, is de ideale verlenging van de duitsche
+geschiedenis. Wanneer wij dus in plaats van de oeuvres incomplètes
+van onze werkelijke geschiedenis, de oeuvres posthumes van ideële
+geschiedenis, de philosophie critiseeren, dan staat onze critiek in
+het midden van de kwestie, waarvan de tegenwoordige tijd zegt: that is
+the question. Wat bij de voortgeschreden landen, praktisch in verval
+is met de moderne staatstoestanden, dat is in Duitschland, waar deze
+toestanden nog niet eens bestaan, in de eerste plaats critisch verval,
+van de philosophische weerkaatsing dezer toestanden.
+
+De duitsche Rechts- en Staatsphilosophie, is de eenige met den
+officieelen, modernen tijd à pari staande duitsche geschiedenis. Het
+duitsche volk moet daarvandaan deze zijne droomgeschiedenis, door
+de ten zijnent bestaande toestanden, verdrijven en niet slechts
+deze bestaande toestanden, maar ook tegelijk, hunne abstrakte
+voortzetting, aan de critiek onderwerpen. Zijne toekomst kan zich
+noch tot de onmiddellijke ontkenning zijner reële toestanden,
+noch tot de onmiddellijke voltrekking van zijne ideële staats-
+en rechtstoestanden beperken. Want de onmiddellijke ontkenning van
+zijne reële toestanden, bezit het in zijne ideële toestanden, en de
+onmiddellijke voltrekking van zijne ideële toestanden, heeft het in de
+beschouwing der naburige volken, bijna reeds weder overleefd. Terecht
+eischt dan ook de praktische politieke partij in Duitschland, de
+negatie der philosophie. Haar ongelijk bestaat evenwel niet in den
+eisch, maar in het staan-blijven bij dien eisch, dien zij, ernstig
+genomen, noch doorzet, noch doorzetten kan. Zij gelooft deze negatie
+daardoor te volvoeren, dat zij der philosophie den rug toekeert en
+met een afgewend hoofd, eenige ergerlijke en banale phrazes over haar
+prevelt. De bekrompenheid van hare gezichtskring, telt de philosophie
+niet insgelijks in den cirkel der duitsche werkelijkheid of waant haar,
+zelfs beneden de duitsche praktijk en de haar dienende theorieën te
+staan. Gij verlangt, dat men bij de werkelijke levenskiemen aanknoopen
+zal, maar gij vergeet, dat de werkelijke levenskiem van het duitsche
+volk, tot dusver nog slechts onder zijn hersenpan gewoekerd heeft. In
+één woord: gij kunt de philosophie niet opheffen, zonder haar tot
+werkelijkheid te maken!
+
+Hetzelfde onrecht beging, alleen met omgekeerde faktoren, de
+theoretische, van de uit de philosophie dagteekenende politieke partij.
+
+Zij zag in den tegenwoordigen strijd, slechts den critieschen strijd
+van de philosophie met de duitsche wereld, zij bedacht echter niet,
+dat de philosophie tot op heden, zelve tot deze wereld behoort,
+al is zij ook hare ideële vervolkomening. Critisch tegenover hare
+wederpartijders, verhield zij zich oncritisch tegenover zichzelf,
+terwijl zij van de voorwaarden der philosophie uitging, en bij
+hare gegeven resultaten, noch is blijven staan, noch van elders
+hierheen gehaalde eischen en resultaten, voor onmiddellijke eischen
+en resultaten van de philosophie uitgaf. Alhoewel dezelven, hunne
+gerechtigheid vooropgesteld, integendeel slechts door de negatie
+der tot nu bestaan hebbende philosophie,--de philosophie als
+philosophie,--in stand zijn te houden. Een nadere en diepergaande
+schildering van deze partij te leveren, behouden wij ons nog voor. Hare
+grondgebreken zijn daarheen te reduceeren: zij geloofde de philosophie
+te kunnen verwerkelijken, zonder haar op te heffen.
+
+De critiek der duitsche staats- en rechtsphilosophie, welke
+door Hegel hare consekwentste, rijkste en laatste samenvatting
+verkregen heeft, is beiden. Zij is zoowel de theoretische analyse
+van den modernen Staat en de met hem samenhangende werkelijkheid,
+als ook de besliste ontkenning van de gansche, tot-nog-toe bestaan
+hebbende vorm van het duitsche politieke- en rechtsbewustzijn, welks
+voornaamste, universeelste en tot wetenschap verheven uitdrukking,
+juist de speculatieve Rechtsphilosophie zelve is. Was in Duitschland
+de speculatieve Rechtsphilosophie slechts mogelijk,--dit abstrakte
+overspannen denken van den modernen staat, welker werkelijkheid,
+een aan genezijde liggende blijft, al ligt dit generzijdsch dan ook
+over den Rhijn,--zoo was evenzoozeer omgekeerd, het duitsche, van den
+werkelijken mensch abstraheeren, het abstraheerende gedachtenbeeld van
+den modernen staat slechts mogelijk, omdat tot zoover, den modernen
+staat zelf van den werkelijken mensch abstraheert, of den ganschen
+mensch op eene slechts imaginaire wijze bevrediging schenkt. De
+duitschers hebben in de politiek gedacht, wat de andere volken gedaan
+hebben. Duitschland was hun politiek geweten. De abstractie en de
+over-verhevenheid van zijn denken, hielden steeds gelijken tred met de
+eenzijdigheid en de onverzettelijkheid harer werkelijkheid. Wanneer
+dus het status quo van het duitsche staatswezen, de voltooidheid
+van het ancien régime uitdrukt, het einde van den paal die in het
+vleesch van den modernen Staat zit, dan drukt het status quo van het
+duitsche staatswezen, de onvoltooidheid van den modernen Staat uit,
+de beschadigdheid van zijn vleesch zelf.
+
+Reeds als besliste tegenstander van de tot nu toe bestaande
+uitdrukkingswijze van het politiek bewustzijn, verliest de critiek
+van de speculatieve Rechtsphilosophie zich niet, in zich-zelf, maar
+in een opgave, voor welker oplossing er slechts één middel bestaat:
+de praktijk.
+
+De kwestie is: kan Duitschland tot een praktijk à la hauteur du
+principe zich opwerken; dat wil zeggen, tot eene revolutie, die het
+niet alleen verheft tot op het officieele niveau van de moderne volken,
+maar tot op de hoogte der humaniteit, die de aanstaande toekomst van
+deze volken zijn zal.
+
+Het wapen der critiek kan in geen geval de critiek der wapenen
+vervangen; het materieele geweld moet worden terneder gestort, door
+het materieele geweld, zoodra dit de massa's aangrijpt. De theorie
+is geschikt om de massa's aan te grijpen, zoodra zij ad hominem
+demonstreert en zij demonstreert ad hominem, zoodat zij radikaal
+wordt. Radikaal zijn, is de zaak bij den wortel aanvatten. De wortel
+voor de menschen evenwel, is de mensch zelf. Het evidente bewijs voor
+het radikalisme der duitsche theorie, dus voor hare praktische energie
+is, dat zij uitgaat van de beslist positieve opheffing der religie. De
+critiek der religie, eindigt met hare leer, dat de mensch voor den
+mensch het hoogste wezen is; alzoo met de kategorische imperatief:
+alle verhoudingen omver te werpen, waarin den mensch een vernederd,
+een geknecht, een verlaten, een verachtelijk wezen is; verhoudingen
+welke men niet beter kan schilderen, dan met de uitroep van den
+franschman, na den beraamde hondenbelasting "Arme honden! Men gaat
+u als menschen behandelen!"
+
+Zelfs historisch heeft de theoretische emancipatie een specifiek
+praktische beteekenis voor Duitschland. Duitschland's revolutionair
+verleden, is namelijk een theoretisch: het was de Reformatie. Gelijk
+toenmaals in dat van den monnik, zoo is het thans in het hoofd van
+den wijsgeer, waarin de Revolutie een aanvang neemt.
+
+Luther heeft dààrom de knechtschap uit devotie overwonnen, omdat hij de
+knechtschap, uit overtuiging in hare plaats heeft kunnen zetten. Hij
+heeft het autoriteitsgeloof gebroken, omdat hij de autoriteit des
+geloofs, heeft kunnen herstellen. Hij heeft de priesters veranderd in
+leeken, omdat hij de leeken in priesters veranderd heeft. Hij heeft
+de menschen van de uitwendige religieuziteit bevrijd, omdat hij die
+religieuziteit naar den inwendigen mensch teruggebracht heeft. Hij
+heeft het lichaam van den keten geëmancipeerd, dewijl hij het hart
+in ketenen gelegd heeft.
+
+Maar, al was het protestantisme niet de ware verlossing, het was de
+stelling om tot die opgave te komen. Het gold daarna niet meer den
+strijd van de leeken met de priesters, het gold den strijd met zijne
+eigene inwendige priesters, zijne priesterlijke natuur. En wanneer
+de protestantsche omzetting van de duitsche leeken in priesters,
+de leekenpriesters, de vorsten met hunne clerus incluis, den
+geprivileerden en de philisters emancipeerde, de philosophische
+omzetting van de priesterlijke duitschers in menschen, zal het
+volk emancipeeren. Zoo min echter deze emancipatie bij de vorsten,
+zoo min zal de secularisatie der goederen bij den kerkroof staan
+blijven, die voor allen, door het huichelachtig Pruissen in het
+werk werd gezet. Toenmaals mislukte de Boerenoorlog, het radikaalste
+feit van de duitsche geschiedenis, door de theologie. Heden, nu de
+theologie zelve het meest verschipbreukt is, zal het meest onvrije
+feit der duitsche geschiedenis, ons status quo zich aan de philosophie
+stukstooten. Den dag voor de Reformatie was het officieele Duitschland
+de onvoorwaardelijke knecht van Rome. Den dag voor zijne Revolutie,
+is het de onvoorwaardelijke knecht van minder dan Rome, van Pruissen
+en Oostenrijk; van verloopen jonkers en philisters.
+
+Aan eene radikale duitsche Revolutie schijnt intusschen een
+hoofdbezwaar in den weg te staan.
+
+Revoluties behoeven namelijk een passief element, eene materieelen
+grondslag. De theorie wordt in een volk altijd maar in zooverre
+verwezenlijkt, als zij de verwezenlijking harer behoeften is. Zal
+nu de ongekende tweespalt tusschen de eischen van de duitsche
+gedachten en de eischen der duitsche werkelijkheid dan aan den
+denzelfden tweespalt van de burgerlijke maatschappij met den Staat
+en met zichzelve, beantwoorden? Zullen de theoretische behoeften,
+onmiddellijk praktische behoeften worden? Het is niet voldoende,
+dat de gedachte doordringt tot de werkelijkheid, de werkelijkheid
+moet zich-zelf tot gedachten kunnen brengen.
+
+Duitschland heeft de middentreden der politieke emancipatie, niet
+tegelijkertijd beklommen met de moderne volken. Zelfs die phazen,
+welke het theoretisch overwonnen heeft, heeft het praktisch nog
+niet bereikt. Hoe kan het dan met een salto mortale niet alleen zich
+heenzetten over zijn eigene beperkingen, maar tegelijk ook over de
+grenzen der moderne volken, over grenzen, die het in werkelijkheid als
+de bevrijding van zijne werkelijke beperkingen, gevoelen en nastreven
+moet? Een radikale Revolutie, kan alleen geen revolutie van radikale
+behoeften zijn, als daar de voorwaarden en geboorteteekenen niet voor
+schijnen aanwezig te zijn.
+
+Alleen, wanneer Duitschland slechts met de abstrakte werkzaamheid
+van het denken de ontwikkeling der moderne volken begeleid heeft,
+zonder werkdadig deel te nemen aan den werkelijken strijd dezer
+ontwikkeling, dan heeft het anderzijds het lijden dezer ontwikkeling
+gedeeld, zonder het genot, zonder de partieele bevrediging daarvan
+te deelen. De abstrakte werkzaamheid eenerzijds, beantwoordt aan
+het abstrakte lijden anderzijds. Duitschland zal zich daarvandaan
+op een zekeren dag op het peil van europeesch verval bevinden, nog
+alvorens het zich op het peil van de europeesche emancipatie heeft
+bevonden. Men zou het bij een fetischdienaar kunnen vergelijken,
+die aan de ziekten des christendoms wegsterft.
+
+Beschouwt men dan de duitsche regeeringen, dan ziet men ze door de
+tijdsomstandigheden, door Duitschland's positie, door het standpunt
+der duitsche beschaving, ten slotte door eigen gelukkig instinkt
+gedreven, de geciviliseerde gebreken der moderne staatswereld, welker
+voordeelen wij niet bezitten, combineeren, met de barbaarsche gebreken
+van het ancien régime, die wij in volle maat mogen bezitten. Zoodat
+Duitschland, al is het dan ook niet aan verstand, dan tenminste aan
+ònverstand, ook de boven zijn status quo uitreikende staatsvormingen,
+steeds meer participeeren moet. Is er bijv. een land in de wereld,
+dat zoo naïef alle illusies van het constitutioneele staatswezen
+deelt, zonder zijne realiteiten te deelen, dan het zoogenaamde
+constitutioneele Duitschland? Of was het niet bepaald een duitsche
+regeeringsinval, om de euvelen der censuur, met de euvelen der
+fransche Septemberwetten, welke de persvrijheid tot voorwaarde hebben,
+te verbinden? Gelijk men in het romeinsche Pantheon de goden aller
+naties bijeenvond, zoo zal men in het heilige romeinsche-duitsche-Rijk,
+de zonden aller staatsvormen bijeenvinden. Dat dit eklekticisme een
+tot dusver nog niet gedachte hoogte bereiken zal, daarvoor staat
+ons namelijk de politiek-aesthetische gourmandise eens duitschen
+konings, die alle rollen van het koningschap, de feodale zoowel als
+de bureaucratische, de absolute zoowel als de constitutioneele, de
+autokratische zoowel als de demokratische, zij het niet door middel van
+de persoon des volks, dan toch in eigen persoon, zij het niet voor het
+volk, dan voor zichzelve, denkt te spelen. Duitschland, als het tot een
+eigen wereld geconstitueerde gebrek der politieke oogenblikkelijkheid,
+zal de specifiek duitsche kluisters niet verbreken kunnen, zonder de
+algemeene kluisters van het politieke oogenblik af te werpen.
+
+Niet de radikale revolutie is een utopischen droom voor Duitschland,
+niet de algemeen menschelijke emancipatie is dit, maar veeleer de
+gedeeltelijke, de slechts-politieke Revolutie; die Revolutie welke de
+pijlers waarop het huis gebouwd is, laat staan. Waarop toch, berust
+eene gedeeltelijke, een slechts-politieke Revolutie? Hieróp, dat een
+deel der burgerlijke samenleving zich emancipeert en tot algemeene
+heerschappij komt; hierop, dat eene bepaalde klasse van hare bijzondere
+situatie uit, de algemeene emancipatie der samenleving onderneemt. Deze
+klasse bevrijdt de gansche samenleving, maar slechts op die voorwaarde,
+dat de gansche samenleving zich in de situatie dezer klasse bevindt,
+alzoo bijvoorbeeld, geld en beschaving, bezitten of naar believen,
+verwerven kan.
+
+Geen klasse van de burgerlijke maatschappij kan deze rol spelen,
+zonder een moment van het enthousiasme in zich en in de massa te
+voorschijn te roepen; een moment waarin zij met de samenleving in
+het algemeen zich verbroedert en met haar ineenvloeit; zich met haar
+verwisselt en als haar algemeene representant gevoeld en erkend wordt;
+een moment waarin hare aanspraken en rechten, in waarheid de rechten
+en de aanspraken der samenleving zelve zijn, waarin zij werkelijk
+het sociale hoofd en het sociale hart is. Slechts in naam van het
+algemeene recht van de samenleving, kan eene bijzondere klasse de
+algemeene heerschappij voor zich vindiceeren. Tot bestorming van
+deze emancipatorische positie en daarmede tot politieke uitbuiting
+van alle spheren der samenleving in het belang der eigene spheer,
+zijn revolutionaire energie en geestelijk zelfbewustzijn, alléén niet
+toereikend. Opdat de Revolutie van een volk en de emancipatie van
+eene bijzondere klasse der burgerlijke samenleving tezamen vallen,
+opdat eene stand, als de stand der gansche samenleving gelden kan,
+daartoe moeten omgekeerd, alle gebreken der samenleving in eene
+andere klasse geconcentreerd zijn; daartoe moet eene bepaalde stand,
+de stand van de algemeene aanstoot, de incorporatie van de algemeene
+beperkingen zijn, daartoe moet eene bijzondere, sociale spheer, als
+de notoire misdaad van de gansche sociëteit gelden kunnen, zoodat
+de bevrijding van deze spheer, als de algemeene zelfbevrijding zich
+voordoet. Opdat de stand par excellence, die stand der bevrijding
+zal zijn, daartoe moet omgekeerd, eene andere stand, de aangewezen
+stand der onderdrukking zijn. De negatief-algemeene beteekenis van
+den franschen adel en den franschen clerus, had de positief-algemeene
+beteekenis der direkt aangrenzende en hen tegenovergestelde klasse
+van de bourgeoisie, tot hare voorwaarde.
+
+Het ontbreekt evenwel elke bijzondere klasse in Duitschland,
+niet alleen aan de consekwentie, aan de scherpte, den moed en de
+roekeloosheid die er noodig zijn, om als negatieve representanten van
+de samenleving te kunnen worden bestempeld. Het ontbreekt evenzoo
+aan elken stand, die breedte van ziel die zich met de volksziel,
+hetzij dan momenteel identificeeren kan; die genialiteit, welke de
+materieele macht, tot politieke macht begeestert; die revolutionaire
+koenheid, welke den tegenstanders het trotsche parool toeslingert:
+Ik ben niets en ik moet álles zijn!
+
+De hoofdinhoud van de duitsche moraal en eerlijkheid, niet alleen
+die der individuen, maar ook der klassen, is veeleer die bescheiden
+zelfzucht, die zijne bekrompenheid doet gelden en tegen zich zelve
+geldend laat maken. De verhouding tusschen de verschillende spheren
+van de duitsche samenleving, is daarvandaan niet dramatisch, maar
+episch. Elke op zich begint zich te gevoelen en dit naast de andere
+met hunne bijzondere aanspraken, niet zoodra zij verdrukt worden,
+maar zoodra zonder hun toedoen, de tijdsomstandigheden een gezellige
+onderlaag scheppen, waarop zij wederzijdsch eenigen druk uitoefenen
+kunnen. Zelfs het moreele zelfgevoel van de duitsche middelklasse,
+berust slechts op het bewustzijn, de algemeene vertegenwoordigster
+der klein-burgerlijke middelmatigheid van alle overige klassen te
+zijn. Het zijn daarvandaan niet alleen slechts de duitsche koningen,
+welke mal-à-propos op den troon komen, het is elke spheer van de
+burgerlijke samenleving, die haren nederlaag lijdt, nog vóór zij
+haren zege heeft kunnen vieren; hare eigene beperkingen ontwikkelt,
+alvorens zij de haar tegenoverstaande beperkingen overwonnen; haar
+kleinzielig wezen doet gelden, alvorens zij van eenig grootmoedig
+wezen heeft kunnen doen blijken. Zoodat zelfs de gelegenheid tot
+eene groote rol voor immer voorbij is, nog voordat zij voorhanden
+was; zoodat elke klasse, zoodra zij de strijd met de boven haar
+staande klasse begint, reeds in de strijd met de onder haar staande
+gewikkeld is. Daarvandaan bevindt het vorstendom zich in strijd
+met het koningschap; de bureaukratie in een strijd tegen den adel;
+de bourgeoisie in strijd tegen hen allen, terwijl het proletariaat
+reeds begint, zich in de strijd met de bourgeoisie te wikkelen. De
+middelklasse waagt het nauwelijks, van haar standpunt uit de gedachte
+harer emancipatie te formuleeren of reeds verklaart de ontwikkeling der
+sociale toestanden, zooals de vooruitgang der politieke theorie, dit
+standpunt-zelf voor antikwarisch, of minstens voor zeer problematisch.
+
+In Frankrijk is het voldoende dat iemand iets is, om alles te kunnen
+zijn. In Duitschland durft niemand iets zijn, om niet van alles
+afstand te moeten doen. In Frankrijk is de gedeeltelijke emancipatie,
+den grond voor de universeele. In Duitschland is de universeele
+emancipatie conditio sine qua non van elke partieele. In Frankrijk
+moet de werkelijkheid, in Duitschland, moet de onmogelijkheid de
+trapsgewijze bevrijding van de gansche vrijheid baren. In Frankrijk
+is elke bijzondere volksklasse, politiek idealist en gevoelt zich
+direkt, niet als een bijzondere klasse, maar als een representant van
+de sociale nooden in 't algemeen. De rol van emancipator gaat alzoo
+hier den rij langs in dramatische bewegingen, over op de verschillende
+klassen van het fransche volk, totdat zij eindelijk aanlandt bij
+eene klasse, welke de sociale vrijheid niet meer onder voorwaarde
+van zekere, buiten de menschen liggende en toch voor de menschelijke
+samenleving geschapene voorwaarden verwezenlijkt, maar veelmeer
+alle voorwaarden van het menschelijk bestaan, met vooropstelling
+der sociale vrijheid organiseert. In Duitschland daarentegen, waar
+het praktische leven evenzoo geestloos, als het geestelijke leven
+er onpraktisch is, heeft geen klasse der burgerlijke samenleving de
+behoefte en de geschiktheid der algemeene emancipatie, zoo zij niet
+door hare onmiddellijke positie, door de materieele noodzakelijkheid,
+door hare ketens zelven, daartoe wordt gedwongen.
+
+Waarin bestaat alzoo de positieve mogelijkheid der duitsche
+emancipatie?
+
+Antwoord: In de vorming eener klasse met radikale ketenen, eene
+klasse der burgerlijke samenleving, welke geen klasse der burgerlijke
+samenleving is; een stand, die de oplossing van alle standen beteekent,
+een spheer, die een universeel karakter door haar universeel lijden
+begint en geen bijzonder recht in beslag neemt, omdat geen bijzonder
+onrecht, maar onrecht als zoodanig, aan haar gepleegd wordt. Die
+niet meer op een historische, maar alleen nog op de menschelijke
+titel provoceeren kan; die in geenerlei eenzijdige tegenstelling
+tot de consekwenties, maar in eene alzijdige tegenstelling tot de
+voorwaarden van het duitsche staatswezen staat; een spheer ten slotte,
+die zich niet emancipeeren kàn, zonder zich van alle overige spheren
+der samenleving te emancipeeren; die, in één woord het volle verlies
+van de menschheid is, dus slechts door de volkomen hèrwinning van de
+menschheid zich-zelf kan terugwinnen. Deze oplossing van de samenleving
+als een bijzondere stand, is het proletariaat.
+
+Het proletariaat vangt eerst door de baanbrekende industrieele
+beweging aan, in Duitschland iets te worden. Want niet door de
+uit-de-natuur ontstane, maar de kunstmatig geproduceerde armoede,
+niet de mechanische, door de zwaarte der samenleving neêrgedrukte,
+maar de, uit hare acute oplossing, bij voorkeur uit de oplossing
+der middenstanden te voorschijn komende menschenmassa, vormt dat
+proletariaat; hoewel gaandeweg, zooals van zelf spreekt, ook de uit
+natuurlijke oorzaken ontstane armoede en de christelijk-germaansche
+lijfeigenschap, in zijne rangen komen.
+
+Wanneer het proletariaat de oplossing van de bestaande wereld-orde
+verkondigt, dan spreekt dit slechts het geheim uit van zijn
+eigen bestaan, want het is de faktische oplossing van deze
+wereldorde. Wanneer het proletariaat de vernietiging verlangt van
+den privaat-eigendom, dan verheft het slechts tot principe der
+maatschappij, wat de maatschappij tot haar principe verheven heeft;
+wat in hem, als negatief resultaat der maatschappij, reeds buiten
+zijn toedoen belichaamd is. De proletariër bevindt zich dan ook, met
+betrekking tot de wordende wereld op denzelfden rechtsgrond, waarop de
+duitsche koning met betrekking tot de gewordene wereld zich bevindt,
+wanneer hij het volk, zijn volk, zooals hij het paard, zijn paard
+noemt. De koning--terwijl hij het volk voor zijn privaat-eigendom
+verklaart--spreekt het slechts uit, dat de privaat-bezitter, de
+koning is.
+
+Gelijk de philosophie in het proletariaat hare materieele, zoo bezit
+het proletariaat in de philosophie, zijn geestelijke wapenen en zoodra
+de bliksemschicht der gedachten, grondig in deze naïeve volksbodem zal
+zijn ingeslagen, zal de emancipatie van den duitschers tot menschen,
+worden voltrokken.
+
+Resumeeren wij ten slotte: de eenig praktisch-mogelijke bevrijding
+van Duitschland, is de bevrijding op het standpunt van de theorie,
+welke de menschen voor het hoogste wezen der menschheid verklaart. In
+Duitschland is de emancipatie van de middeneeuwen slechts mogelijk,
+als eene emancipatie die tegelijkertijd die van de gedeeltelijke
+overwinningen der middeneeuwen is. In Duitschland kan geenerlei soort
+van knechtschap gebroken worden, zonder dat élken vorm van knechtschap
+gebroken wordt. Het grondige Duitschland kan zich niet revolutioneeren,
+zonder van grond-uit te revolutioneeren. De emancipatie van de
+duitschers, is de emancipatie van de menschheid. Het hoofd dezer
+emancipatie is de philosophie, het hart is het proletariaat. De
+philosophie kan niet worden verwezenlijkt, zonder de opheffing van
+het proletariaat; het proletariaat kan zich niet opheffen, zonder de
+verwezenlijking van de philosophie te worden.
+
+Wanneer alle inwendige voorwaarden daartoe vervuld zijn, zal de
+duitsche opstandingsdag worden aangekondigd door het kraaien van den
+Gallischen haan.
+
+
+
+Eveneens uit het jaar 1843, en geschreven te Brunswijk zijn de
+opstellen van Karel Marx over:
+
+
+
+DE JODENKWESTIE.
+
+Bruno Bauer had in dat jaar twee artikelen geschreven over deze
+kwestie. Het eerste was getiteld: "De Jodenkwestie"; het andere
+"Over de geschiktheid der hedendaagsche Joden en Christenen zich te
+emancipeeren", geschreven in Zwitserland en uitgegeven door George
+Herwegh.
+
+De Jodenkwestie was in die dagen een der slippen waaraan het
+duitsche idealisme, de economische ontwikkeling gepakt had. De
+christelijk-germaansche Staat mishandelde, verdrukte en vervolgde
+den joden, terwijl hij ze aan den anderen kant, tegelijk duldde,
+begunstigde, ja zelfs liefkoosde.
+
+De duitsche-Bondsakte had in artikel 16, een algemeene jodenwetgeving
+tot uitgangspunt genomen, maar aan die belofte was evenmin voldaan,
+als aan zoovele anderen. De duitsche joden leefden staatsrechtelijk
+nog in de ruïnes van de feodaal-middeneeuwsche Ghetto-toestanden. In
+den Pruissischen Staat alleen, bestonden achttien verschillende
+joden-wetgevingen, die naar gelang der verschillende lokale
+gesteldheid, liepen, van af de gelijkstelling van de joden met de
+christenen, tot aan de meest achterlijke en middeneeuwsch-barbaarsche
+verhoudingen toe.
+
+Daarbij kwam dat de moorddadige rol die den joden opgedwongen was,
+doordien men hen alleen het geldwoekerdom vrijliet, tegen hen een
+verschrikkelijken haat had ontketend en dit niet alleen onder de
+boeren en kleine handwerkers, maar ook in de steden, doordien juist
+daar de joden aan economische macht en invloed wonnen voornamelijk
+door den geldhandel, waarop zij zich hadden toegelegd. De joden
+schudden daardoor zelf aan de ketenen hunner onmenschelijke positie
+in de beschaafde maatschappij en vandaar dat er in die dagen, onder
+de zich noemende "humanisten", algemeen over hunne positie werd
+gesproken. Zoo ook door Bruno Bauer in genoemde opstellen.
+
+"De duitsche Joden," zegt Marx daarop, "begeeren emancipatie;
+welke emancipatie begeeren zij? De Staatsburgerlijke, de politieke
+emancipatie. Bauer zegt: Niemand in Duitschland is politiek
+geëmancipeerd. Wij-zelf zijn onvrij! Gij Joden zijt egoïsten, omdat
+gij een emancipatie voor U-zelf verlangt, gij behoort, als duitschers,
+als menschen, deel te nemen aan de menschelijke emancipatie........
+
+"Of verlangen de Joden gelijkstelling met de christelijke
+onderdanen? Dan erkennen zij den christelijken Staat als gerechtigd,
+erkennen zij het regiment der algemeene onderdrukking. Waarom
+misvalt hun dit speciale juk, terwijl hun het algemeene juk niet
+tegenstaat? Waarom moeten de duitschers zich voor de bevrijding der
+joden warm maken, waar de jood zich niet warm maakt voor de bevrijding
+der Duitschers?" Hierbij, en bij nog meer dergelijke belangrijke vragen
+door Bauer gesteld, erkent Marx dat Bauer de kwestie wel nieuw gesteld
+heeft, maar haar niet geheel heeft kunnen oplossen. "Wanneer Bauer,"
+zegt Marx, "den Joden vraagt: hebt gij, van uw standpunt bekeken
+het recht, de politieke emancipatie te begeeren, dan vragen wij,
+omgekeerd: "heeft het standpunt der politieke emancipatie het recht,
+van de Joden de opheffing van het Jodendom, van de menschen in het
+algemeen, de opheffing der religie te verlangen?"
+
+"De Jodenkwestie verkrijgt een ander gezicht, al naar den staat,
+waarin den Jood zich bevindt. In Duitschland, waarin geen politieken
+Staat, geen Staat als zoodanig bestaat, is de Jodenkwestie nog een
+zuiver theologische. De Jood bevindt zich daar nog in de religieuze
+tegenstelling tot den Staat, die het christendom als zijn grondslag
+erkent. Dezen Staat is de theoloog ex professo.
+
+"In Frankrijk in den constitutioneelen Staat, is de Jodenkwestie een
+kwestie van constitutionalisme, een kwestie van halfheid der politieke
+emancipatie. Daar hier de schijn van een staatsreligie, hoewel ook in
+de nietszeggende en zich zelf tegensprekende formule,--in de formule
+van een religie der meerderheid--behouden is gebleven, zoo behoudt de
+verhouding van de Joden tot den Staat, den schijn van een religieuze,
+theologische tegenstelling.
+
+"Eerst in de Amerikaansche Vrijstaten--minstens in een deel
+derzelven--verliest de Jodenkwestie hare theologische beteekenis
+en wordt zij een zuiver wereldlijke kwestie. Slechts daar, waar
+de politieke Staat het stadium van zijne volkomene ontwikkeling
+is genaderd, kan de verhouding van den Jood, van den religieuzen
+mensch in 't algemeen tot den politieken Staat, dus de verhouding
+van de godsdienst tot den Staat, in hare eigenaardigheid en in hare
+zuiverheid te voorschijn treden."
+
+Marx werkt deze vraag geheel in hare algemeenheid uit, en komt
+daardoor ertoe, de verhouding van godsdienst en Staat meer diepgaand
+te behandelen.
+
+"De politieke emancipatie van de Joden," vervolgt Marx dan, "van de
+christenen, over het algemeen van den religieuze menschen, is de
+emancipatie van den Staat van het jodendom, van het christendom,
+van de religie in het algemeen. In zijnen vorm, in de aan zijn
+wezen eigenaardige wijze als Staat, emancipeert de Staat zich van de
+religie, d. w. z. "doordien den Staat als Staat, zich niet meer tot
+eene religie bekent en zich als Staat gaat voelen. De grens van de
+politieke emancipatie ligt schijnbaar juist daarin, dat de Staat zich
+van een beperking bevrijden kan, zonder dat den mensch werkelijk van
+haar vrijkomt; dat de Staat een vrijen Staat kan zijn, zonder dat de
+mensch een vrije mensch is" ....
+
+"Maar de verhouding van den Staat tot de religie, namelijk van den
+vrijen Staat, is toch slechts de verhouding waarin de menschen, die
+den Staat vormen, zich tot de religie bevinden. Hier volgt dus uit,
+dat den mensch door het medium van den Staat, zich politiek bevrijdt,
+doordien hij zich in tegenspraak stelt met zich-zelf, doordien hij
+op een abstrakte en beperkte, op partieele wijze zich boven deze
+belemmeringen verheft, Er volgt verder uit, dat de mensch langs
+een omweg, door een medium,--zij het dan ook door een noodzakelijk
+medium--zich bevrijdt, wanneer hij zich politiek vrij maakt. Ten slotte
+volgt er ook uit, dat de mensch, zelfs wanneer hij door de bemiddeling
+van den Staat zich als atheïst proklameert, d. w. z. wanneer hij
+den Staat atheïstisch maakt, steeds nog religieus bevangen blijft,
+juist omdat hij langs een omweg, door middel van een medium tot
+erkenning van zich-zelf komt. De religie is juist de erkenning van
+den mensch langs een omweg, door eenen bemiddelaar. De Staat is de
+bemiddelaar tusschen den mensch en zijne vrijheid. Zooals Christus
+een bemiddelaar was, die den mensch zijne geheele goddelijkheid,
+zijne gansche religieuziteit op den schouders legde, zoo is den
+Staat de bemiddelaar, waarin hij zijne gansche ongoddelijkheid,
+zijne geheele menschelijke onbevangenheid gelegd heeft.
+
+"De politieke verheffing der menschen boven de religie, deelt in alle
+gebreken, zoo ook in de voorkeur, van de politieke verheffing in het
+algemeen. De Staat als Staat, annuleert bijv. het privaat-eigendom,
+de mensch verklaart op politieke wijze, het privaat-eigendom voor
+opgeheven, zoodra hij den census opheft voor het aktieve en het
+passieve kiesrecht, gelijk dit geschiedt is in de Amerikaansche
+Staten. Hamilton interpreteert deze gebeurtenis, van uit een politiek
+standpunt zeer juist aldus: "De groote hoop heeft de zege over het
+eigendom en den geld-rijkdom behaald." Is het privaat-eigendom niet
+ideëel opgeheven, wanneer de niet-bezittende, tot wetgever over de
+bezittende geworden is?.....
+
+"De voltooide politieke Staat is naar zijn wezen, het paringsleven
+van de menschen, in tegenoverstelling tot hun materieel leven. Alle
+voorwaarden van dit egoïstisch leven, blijven buiten de staatsspheer
+in de burgerlijke samenleving bestaan, maar als eigenschappen
+van de burgerlijke samenleving. Waar de politieken Staat zijne
+voltooiing bereikt heeft, leidt de mensch, niet alleen in gedachten,
+in bewustzijn, maar in de werkelijkheid, in het leven, een dubbel
+leven, een hemelsch en een aardsch leven; het leven in het politiek
+gemeenschapswezen, waarin hij zich laat gelden als gemeenschapswezen en
+het leven in de burgerlijke samenleving, waarin hij als privaat-persoon
+werkzaam is, de andere menschen als middel beschouwt, zich-zelf tot
+middel vernedert en tot speelbal van aan hem vreemde machten wordt. De
+politieke Staat, staat in evenzoo spiritualistische verhouding tot de
+burgerlijke samenleving, als de hemel tot de aarde. Hij bevindt zich
+tot haar in dezelfde tegenstelling; hij moet die op dezelfde wijze
+overwinnen, als de religie de bekrompenheid der profane wereld;
+d. w. z. doordat hij haar eveneens weder erkennen, herstellen,
+zich-zelf door haar moet laten beheerschen. De mensch in zijne naaste
+werkelijkheid, in de burgerlijke maatschappij, is een profaan wezen. In
+den Staat daarentegen, waar de mensch als gemeenschapswezen geldt,
+is hij het ingebeelde lid, van een ingebeelde souvereiniteit; is hij
+van zijn werkelijk individueel leven beroofd en van eene onwerkelijke
+algemeenheid vervuld.
+
+"Het conflikt, waarin den mensch zich als bekenner eener
+religie bevindt met zijn staatsburgerschap, met de andere
+menschen als leden van de gemeenschap, laat zich terugbrengen
+tot de wereldlijke splitsing, tusschen den politieken Staat en de
+burgerlijke samenleving. Zeer zeker blijft de mensch als bourgeois,
+evenals de jood, slechts sophistisch in het staatsleven, zooals
+de citoyen slechts sophistisch jood of bourgeois blijft; maar
+deze sophistiek is niet persoonlijk, zij is de sophistiek van den
+politieken Staat zelf. Het verschil tusschen den religieuzen mensch
+en den staatsburger, is het verschil tusschen den koopman en den
+staatsburger, tusschen den daglooner en den staatsburger, tusschen
+den grondbezitter en den staatsburger, tusschen het levende individu
+en den staatsburger........................
+
+"Wij zeggen aldus niet, met Bauer, tot de Joden: gij kunt niet politiek
+geëmancipeerd worden, zonder u radikaal te emancipeeren van het
+Jodendom. Wij zeggen eerder tot hen: omdàt gij politiek geëmancipeerd
+kunt worden, zonder u volkomen en zonder tegenspraak los te kunnen
+maken van het Jodendom, daarom is de politieke emancipatie-zelve, niet
+de menschelijke emancipatie. Wanneer gij joden, politiek geëmancipeerd
+kunt worden, zonder U menschelijk te kunnen emancipeeren, dan ligt
+de halfheid en de tegenspraak daarvan in u-zelven niet alleen, maar
+in het wezen en de categorie van de politieke emancipatie."
+
+
+
+Marx onderzoekt vervolgens het wezen van de in 1789 verkondigde
+"Menschenrechten" en der "Burgerschapsrechten." De "droits de l'homme",
+de menschenrechten, zijn als zoodanig te onderscheiden van den "droits
+du citoyen", de rechten des staatsburgers. "Wie is de van den citoyen
+verschillende homme? Niemand anders dan het lid van de burgerlijke
+samenleving! Voor alles moet het feit geconstateerd worden, dat de
+z. g. n. "Menschenrechten", de "droits de l'homme" in onderscheiding
+van den "droits du citoyen" niets anders zijn, dan de rechten van het
+mede-lid der burgerlijke samenleving, d. w. z. van den egoïstischen
+mensch; de van de menschen en van de gemeenschap gescheiden individu."
+
+
+
+"Geen van de z. g. n. "Menschenrechten"," zegt Marx, "gaat
+verder dan, en boven den egoïstischen mensch uit zooals hij is:
+medelid der burgerlijke maatschappij; de mensch op zichzelf, de
+op zijn privaat-belang en privaat-willekeur teruggetrokken en van
+de gemeenschap verwijderde mensch. Verre van dien, dat de mensch
+in haar als gemeenschapswezen opgevat wordt, schijnt veelmeer dat
+gemeenschapsleven zelf, haar de samenleving toe en de beperking harer
+oorspronkelijke zelfstandigheid. De eenige band die haar samenhoudt,
+is de natuurnoodwendigheid; is de behoefte en het privaat-belang,
+de conserveering van haren eigendom en van hare egoïstische
+persoonlijkheid.
+
+"Het is reeds raadselachtig dat een volk, hetwelk zoo even aan
+zijne bevrijding begon, door alle barrières tusschen de verschillende
+volksdeelen neer te halen en een politieke samenleving te grondvesten,
+dat een zoodanig volk, de berechtiging van den egoïstischen, de van
+den medemensch en van het gemeenschapswezen afgezonderde menschen,
+plechtiglijk proklameert (Declaration de 1791). Ja, deze proklamatie
+op een oogenblik herhaalt, waarop de heldhaftige opoffering van allen,
+de natie kan redden en daarom gebiedend noodzakelijk is geworden; op
+een oogenblik, waarin de opoffering van alle belangen der burgerlijke
+samenleving, aan de orde van den dag was, en het egoïsme als een
+misdaad zou moeten worden zijn gestraft. (Declaration des droits de
+l'homme etc. 1793). Nog raadselachtiger wordt dit feit, als wij zien
+dat het staatsburgerschap, de politieke gemeenschap, door de politieke
+emancipators zelven tot een bloot middel voor de instandhouding dezer
+zoogenaamde menschenrechten verlaagd zijn geworden; dat aldus de
+"citoyen" tot den dienaar van den egoïstischen "homme" verklaard
+wordt; de spheer waarin de mensch als gemeenschapswezen leeft,
+beneden de spheer waarin hij als deelgenoot leeft gedegradeerd wordt,
+en ten slotte, dat niet den mensch als "citoyen" maar den mensch als
+"bourgeois", voor den eigenlijken en den waarachtigen mensch wordt
+aangezien.
+
+"Le but de toute association politique est la conservation des droits
+naturelles et imprescriptibles de l'homme. (Declar. des droits etc. de
+1791 art. 2). Le gouvernement est institué pour garantir à l'homme la
+jouissance de ses droits naturels et imprescriptibles (Decl. etc. de
+1793 art. 1).
+
+""Het doel van elke politieke associatie is, de instandhouding van
+de natuurlijke en de onafwijsbare rechten van den mensch". "Het
+gouvernement is ingesteld om te waarborgen aan den mensch,
+de uitoefening van zijne natuurlijke en niet te vervreemden
+rechten." ("Verklaring van de Rechten van den mensch" van 1793,
+art. 1 en 2).
+
+"Alzoo in de momenten zelfs, van zijne nog jeugdig frisch en zijn,
+door den drang der omstandigheden ten top gevoerd enthousiasme,
+verklaart het politiek leven zich voor een bloot middel, welker
+doel is, het leven der burgerlijke samenleving. Wel 't sterkst staat
+hier de revolutionaire praktijk in flagranten tegenstrijd tot zijne
+theorie. Terwijl bijv. de zekerheid voor een menschenrecht verklaard
+wordt, wordt de schending van het briefgeheim openlijk op de dagorde
+gezet. Terwijl de "liberté indéfinie de la presse", (Constitution
+de 1793 art. 122), als consekwentie van het menschelijk recht
+der individueele vrijheid gewaarborgd wordt, wordt de persvrijheid
+volkomen vernietigd, want: "la liberté de la presse ne doit pas être
+permise lorsqu'elle compromet la liberté publique." (Robespierre
+jeune, histoire parlementaire de la Rev. française, par Buchez
+et Roux V. 28 p. 135.) (De vrijheid van den pers kan niet worden
+toegelaten, zoodra zij in botsing komt met de publieke vrijheid.) Dat
+wil dus zeggen: het menschenrecht der vrijheid houdt op een recht te
+zijn, zoodra het in conflikt komt met het politieke leven; terwijl
+volgens de theorie het politieke leven slechts de waarborg van de
+menschenrechten, der rechten van den individueelen mensch dus, moet
+worden prijsgegeven zoodra het met zijn doel, deze menschenrechten
+zelven in tegenstrijd komt. Maar de praktijk is slechts uitzondering
+en de theorie regel. Wil men echter zelfs de revolutionaire praktijk,
+als de juiste positie der verhouding beschouwen, dan blijft er steeds
+een raadsel ter oplossing over, waarom in het bewustzijn der politieke
+emancipators deze verhouding op haren kop gesteld is, en het doel,
+als middel en het middel, als het doel zich vertoont. Dit optisch
+bedrog van hun bewustzijn, zou dan altijd nog een raadsel blijven,
+hoewel dan een psychologisch, een theoretisch raadsel.
+
+"Het raadsel is evenwel eenvoudiger op te lossen.
+
+"De politieke emancipatie is tegelijkertijd de oplossing der
+oude maatschappij, waarop het den volke ontvreemde staatswezen, de
+heerschersmacht berust. De politieke Revolutie is de Revolutie van de
+burgerlijke maatschappij. Wat was het karakter der oude samenleving? De
+feodaliteit. De oude burgerlijke samenleving had een onmiddellijk
+politiek karakter; d. w. z. de elementen van het burgerlijke leven,
+zooals bijvoorbeeld het bezit of de familie of de manier van arbeiden
+waren in den vorm van grondheerlijkheid, van standen en corporatiën,
+verheven tot elementen van het staatsleven. Zij bepaalden in
+dezen vorm de verhouding van de individuen op zich-zelf, tot het
+staatsgeheel, d. w. z. zijn politieke verhouding, zijn verhouding
+van de scheiding en uitsluiting tot de andere bestanddeelen der
+maatschappij. Want deze organisatie van het volksleven verhief het
+bezit of den arbeid niet tot sociale elementen, maar voltooide veelmeer
+hunne scheiding van het staatsgeheel en constitueerde hen aldus, tot
+bijzondere maatschappijen, in de maatschappij. Zoo waren intusschen
+altijd nog de levensfunkties en levensvoorwaarden der burgerlijke
+maatschappij van politieken aard, zij het ook politiek, in den zin
+van feodaal, d. w. z. dat zij het individu van het staatsgeheel
+afsloten; dat zij de bijzondere verhouding zijner corporatiën tot
+het staatsgeheel omzetten in zijn eigen algemeene verhouding tot het
+volksleven, zooals tot zijne bepaalde burgerlijke werkzaamheid en
+situatie. Als eene consekwentie van deze organisatie, doet zich, als
+eene noodzakelijkheid de staatséénheid kennen, gelijk het bewustzijn,
+den wil en de werkzaamheid der staatséénheid; de algemeene staatsmacht,
+eveneens als eene bijzondere aangelegenheid van eene, van het volk
+afgezonderden heerscher en van zijne dienaren.
+
+"De politieke Revolutie, welke aan deze heerschersmacht een einde
+maakte en de Staatsaangelegenheden tot volksaangelegenheden verhief,
+welke den politieken Staat als algemeene aangelegenheid, d. w. z. als
+werkelijken Staat constitueerde, sloeg noodwendig alle standen,
+corporatiën, gilden en privilegiën, welke evenzoovele uitdrukkingen van
+de scheiding van zijn gemeenschapswezen waren, uiteen. De politieke
+Revolutie hief daarmede het politiek karakter van de burgerlijke
+samenleving op. Zij sloeg de burgerlijke samenleving in hare eenvoudige
+bestanddeelen uiteen; eenerzijds in de individuen, anderzijds in
+de materiëele en geestelijke elementen welke den levensinhoud, de
+burgerlijke situatie van deze individuen vormden. Zij ontketende den
+politieken geest, die geleidelijk in de verschillende doodloopende
+stegen van de feodale maatschappij verdeeld, verbrokkeld en verloopen
+was; zij verzamelde hem uit deze verstrooiing; zij maakte hem vrij van
+zijne vermenging met het burgerlijk leven en constitueerde hem, als
+de spheer van de gemeenschap, van de algemeene volksaangelegenheid,
+in eene ideale onafhankelijkheid van de bijzondere elementen van
+het burgerlijk leven. De bepaalde levenswerkzaamheid en de bepaalde
+levenssituatie, zonken nu tot hunne individueele beteekenis terug. Zij
+vormden niet meer de algemeene verhouding van de individuen tot het
+Staatsgeheel. De publieke aangelegenheid als zoodanig, wordt veelmeer
+tot eene algemeene aangelegenheid van ieder individu, en de politieke
+funktie, tot zijne algemeene funktie.
+
+"Alleen de voltooiing van het idealisme van den Staat, was
+tegelijkertijd de voltooiing van het materialisme der burgerlijke
+samenleving. Het afschudden van het politieke juk, was tegelijk
+het afschudden van de ketens, welke den egoïstischen geest der
+burgerlijke samenleving geketend hielden. De politieke emancipatie,
+was tegelijkertijd de emancipatie der burgerlijke maatschappij van de
+politiek, van den schijn zelfs van eenen algemeenen inhoud. De feodale
+maatschappij was opgelost in haren grond, in den mensch. Maar in den
+mensch, zooals die werkelijk in den grond was: in den egoïstischen
+mensch.
+
+"Deze mensch, dat lid van de burgerlijke samenleving nu, is de basis,
+de voorwaarde tot den politieken Staat. Hij is door hem dan ook als
+zoodanig erkend in de "Menschenrechten".
+
+"De vrijheid van den egoïstischen mensch en de erkenning dezer
+vrijheid, is echter veelmeer de erkenning van de teugellooze beweging
+der geestelijke en moreele elementen, welke zijn levensinhoud vormen.
+
+"De mensch wordt daarmede niet van de religie bevrijdt; hij verkrijgt
+de vrijheid der religie. Hij wordt niet van den eigendom bevrijdt,
+hij verkrijgt de vrijheid van den eigendom. Hij wordt niet bevrijd,
+van de zelfzucht van het bedrijfswezen; hij verkrijgt de vrijheid
+van het bedrijf."
+
+
+
+"Alle emancipatie is terugvoeren van de menschelijke wereld, van de
+menschelijke verhoudingen, tot den menschen zelf.
+
+"De politieke emancipatie is de reduktie der menschen eenerzijds tot
+op het lid van de burgerlijke samenleving, tot op het egoïstische
+onafhankelijke individu; anderzijds, tot op den staatsburger, tot op
+den moreelen persoon.
+
+"Eerst wanneer de werkelijke individueele mensch, den abstrakten
+staatsburger die in hem is, naar zich terugneemt, en als individueelen
+mensch in zijn empirisch leven, in zijnen individueelen arbeid,
+in zijne individueele verhoudingen, paringswezen geworden is; eerst
+wanneer de mensch zijne "forces propres" als maatschappelijke krachten
+erkent en georganiseerd heeft en aldus de maatschappelijke kracht
+niet meer in de gestalte der politieke kracht van zich afscheidt,
+eerst dan is de menschelijke emancipatie volbracht."
+
+
+
+Bruno Bauer zocht nog steeds de Jodenkwestie langs theologischen weg
+op te lossen.
+
+"Laten wij beproeven," zegt Marx, "om de theologische opvatting van de
+kwestie te doorbreken. De vraag naar de emancipatiegeschiktheid van de
+Joden, zet zich naar onze beschouwing om in de vraag, welk bijzonder
+maatschappelijk element er is te overwinnen om het jodendom op te
+heffen! Want de emancipatiegeschiktheid van de huidige Joden drukt
+de verhouding uit van het Jodendom, tot de emancipatie der huidige
+wereld. Deze verhouding spruit noodwendig voort uit de bijzondere
+positie van het Jodendom in de huidige, geknechte wereld.
+
+"Beschouwen wij eens den werkelijken wereldlijken jood, niet den
+sabath-jood gelijk Bauer het doet, maar den alledaagschen jood,
+wat nader.
+
+"Zoeken wij het geheimzinnige van de joden, niet in hunne religie, maar
+zoeken wij het geheimzinnige van de religie, in de werkelijke joden.
+
+"Welke is de wereldlijke grond des Jodendoms? De praktische behoeften,
+het eigenbelang. Welke is de wereldlijke cultus der Joden? De
+schagger. Welke is zijn wereldlijken God? Het geld!
+
+"Welnu. De emancipatie van den schagger en van het geld, dus van het
+praktische, reële jodendom, dat beteekent de zelf-emancipatie van
+onzen tijd.
+
+"Eene organisatie der maatschappij, welke de voorwaarden van den
+schagger, dus de mogelijkheid om te schaggeren zou opheffen, zou den
+joden onmogelijk maken. Zijn religieus bewustzijn zou dan als een ijle
+mist zich oplossen, in den werkelijken levenslust der samenleving. Aan
+den anderen kant: wanneer de jood, dit zijn praktisch wezen als nietig
+beschouwt en aan zijne verheffing arbeidt, arbeidt hij boven zijne
+tegenwoordige ontwikkeling uit, aan de menschelijke emancipatie in het
+algemeen en keert hij zich tegen de hoogste, praktische uitdrukking
+der menschelijke zelfvervreemding.
+
+"Wij erkennen dus in het Jodendom een algemeen aanwezig
+zijnd, anti-sociaal element, hetwelk door de historische
+ontwikkeling,--waaraan de Joden in deze slechte beteekenis ijverig
+medegewerkt hebben--op zijne tegenwoordige hoogte gedreven is geworden,
+op een hoogte, waarop het zich noodzakelijk oplossen moet.
+
+"De emancipatie der Joden in hare laatste instantie, zal de emancipatie
+der menschheid van het Jodendom zijn."
+
+
+
+"Het geld is de naijverige God van Israël, waarnaast geen anderen God
+bestaan kan. Het geld vernedert alle goden der menschen--en zet ze om
+in waren. Het geld is de algemeene, voor-zich-zelf geconstitueerde
+waarde aller dingen. Het heeft daarvandaan de gansche wereld, de
+menschenwereld benevens de natuur, van hunne eigenaardige waarde
+beroofd. Het geld is het, den mensch ontvreemde wezen van zijnen
+arbeid en van zijn bestaan. En dit vreemde wezen beheerscht hem en
+hij aanbidt het.
+
+"De god der Joden heeft zich verwereldlijkt; hij is tot een wereld-god
+geworden. De wissel is de wereldlijke god der Joden. Hun god slechts
+de illusoire wissel.
+
+"Die beschouwing, welke onder de heerschappij van het privaat-eigendom
+en van het geld over de natuur, gewonnen werd, is de werkelijke
+verachting, de praktische ontwijding van de natuur, welke in
+den joodschen godsdienst wel-is-waar bestaat, maar slechts in de
+verbeelding bestaat."
+
+In dezen zin verklaart Thomas Münzer het voor onverdragelijk: "dat
+alle creaturen tot eigendom gemaakt worden, de visschen in 't water,
+de vogels in de lucht, het gewas op de aarde--ook die schepselen
+moeten vrij worden."
+
+Wat in de joodsche religie abstrakt opgesloten ligt, de verachting
+der theorie, der kunst, der geschiedenis, die van den menschen als
+doel, dat is het werkelijke bewuste standpunt, de deugd van den
+geldmensch......
+
+"Het jodendom bereikte zijn hoogste punt, met de voltooieng van de
+burgerlijke maatschappij, maar de burgerlijke maatschappij voltooit
+zich eerst in de christelijke wereld. Slechts onder de heerschappij
+van het christendom, hetwelk alle nationale, natuurlijke, zedelijke,
+theoretische verhoudingen der menschen tot uitwendige maakte, kon de
+burgerlijke samenleving zich volkomen van het Staatsleven afzonderen,
+alle samenlevingsbanden der menschen verscheuren; het egoïsme
+stellen in de plaats dezer banden; de menschenwereld in een wereld
+van atomistische, vijandig tegenover elkander staande individuen,
+doen oplossen.
+
+"Het Christendom is uit het Jodendom ontsproten. Het heeft zich weder
+in het Jodendom opgelost." .....
+
+"Het Christendom is de sublieme gedachte van het Jodendom, het Jodendom
+de ordinaire nuttigheidsaanwending van het Christendom. Maar deze
+nuttigheidsaanwending kon eerst tot eene algemeene worden, nadat
+het Christendom, als de voltooide religie, de zelfvervreemding van
+den mensch, van zich-zelf en van de natuur, theoretisch voleindigd
+had.... Omdat het reële wezen der joden zich in de burgerlijke
+maatschappij algemeen verwezenlijkt, daarom kon de burgerlijke
+maatschappij den Joden niet van de onwezenlijkheid van hun religieus
+wezen, hetwelk juist slechts de ideale beschouwing van de praktische
+behoefte is, overtuigen. Alzoo, noch in den Pentateuch, noch in den
+Talmud, maar in de tegenwoordige samenleving vinden wij het wezen
+van de huidige Joden; niet als een abstract, maar als een hoogst
+empirisch wezen; niet slechts als de bekrompenheid der Joden, maar
+als de joodsche bekrompenheid der samenleving.
+
+"Zoodra het der maatschappij gelukt, het empirische wezen van het
+Jodendom, den schagger en zijne voorwaarden op te heffen, is de Jood
+eene onmogelijkheid geworden, omdat dan zijn bewustzijn geen objekt
+meer zal hebben, dewijl de subjektieve basis van het Jodendom, de
+praktische behoefte, vermenschelijkt; dewijl dan het conflikt van
+het individueel-zinnelijke bestaan, met het samenlevingsbestaan der
+menschen, uit den weg geruimd zal zijn.
+
+"De maatschappelijke emancipatie van de Joden, zal de emancipatie
+der samenleving van het Jodendom zijn."
+
+
+
+SAMENWERKING VAN MARX MET FRIEDRICH ENGELS.
+
+Te Manchester verwijlde Friedrich Engels, een fabrikantenzoon uit
+Barmen en voor de industrie opgeleid, 21 maanden lang, van af December
+1842 tot December 1844. Hij maakte aldaar de school der industrie
+door en bestudeerde deze zoowel als het wereldhistorische proces
+der groot-industrie, de philosophische grondslagen en de inwendige
+tezamenhang der kapitalistische maatschappij. Hij verkreeg daardoor
+een blik op het geheel, waartoe het engelsche socialisme van Owen in
+die dagen, zich niet heeft vermogen op te werken. Engels arbeidde als
+medewerker, aan de "Northern Star", aan den organen van de "Chartisten"
+dier dagen, zoowel als aan de "New Moral World," van Robert Owen.
+
+Terwijl Marx uit de studie van het fransche socialisme leerde
+concludeeren, dat niet de Staat de burgerlijke samenleving, maar
+dat de burgerlijke samenleving den Staat tezamenhoudt, leerde
+Engels uit de engelsche industrie, dat de economische feiten, die
+in de tot nog toe geldende geschiedschrijving geenerlei of althans
+maar een zeer geminachte rol speelden, minstens in de moderne
+wereld, van een beslissend historische kracht zijn. Dat zij het
+zijn, die de grondslagen uitmaken voor het ontstaan der huidige
+klassetegenstellingen in die landen, die zich door middel van de
+groot-industrie, economisch ontwikkeld hadden zooals Engeland. En dat
+deze klassetegenstellingen, wederom de grondslag vormen der politieke
+partijvorming, der partijstrijd en daarmede van de gansche politieke
+geschiedenis. Langs verschillende wegen waren Marx en Engels dus
+tot dezelfde conclusies gekomen. Bij Marx gaven de philosophische,
+bij Engels gaven de economische feiten den doorslag.
+
+Toen Marx en Engels zich in den herfst van 1844 te Parijs voor de
+tweede maal samentroffen, bleek het hun, dat zij het op het gebied
+hunner theorieën volkomen eens waren. Hierop berustte dan ook in gansch
+hun leven de wapenbroederschap, die later is overgegaan in vriendschap,
+zooals die alleen twee denkers die evenhoog staan, kan vereenigen.
+
+Intusschen ging Engels weder naar Barmen terug en moest Marx te Parijs
+blijven, daar men in Duitschland een bevel tot inhechtenisneming
+tegen hem had uitgevaardigd.
+
+Marx werkte toen mede aan een blaadje de "Vorwärts" genaamd, dat
+door een zekere Bornstein, met geld van den componist G. Meijerbeer
+was opgericht geworden. Voor het blad schreven ook: Heinrich Heine,
+die te Parijs een goed en gaarne gezien huisvriend der familie Marx
+is geweest, de dichter George Herwegh, Michael Bakounine, Moritz Hesz,
+Arnold Ruge e.a.
+
+Maar het blaadje moest spoedig ophouden te bestaan. De Pruisische
+regeering had bij de fransche daarop aangedrongen en de laatste had
+toegegeven. Spoedig daarna werd ook aan Marx het bevel gegeven, door
+de regeering van den heer Guizot, om Frankrijk en daarmede Parijs te
+verlaten en Marx, overal verjaagd, moest naar Brussel uitwijken. Aldaar
+trof hij in het voorjaar van 1845 wederom met Engels tezamen,
+die van verlangen brandde om met Marx van gedachten te wisselen,
+over zijn rijp geworden communistische beginselen. Intusschen
+had deze zijn eerste werk voltooid: "De positie der arbeidende
+klassen in Engeland." getiteld, waarvan de voorrede nog in Barmen
+was geschreven. In deze "voorrede" duidt Engels het als doel van dat
+geschrift aan, de socialistische theorieën en de beoordeeling hunner
+juistheid, een vasten grondslag te geven en aan alle phantazieën
+daaromtrent een einde te maken. Een scheiding dus van het utopistisch
+Socialisme.
+
+Engels hield het voor noodzakelijk, dat voornamelijk de duitsche
+theoretici, waarvan bijna niet een, anders dan door middel van de
+Feuerbachsche oplossing van de Hegelsche, speculatieve wijsbegeerte,
+tot het Communisme gekomen was, de werkelijke levensomstandigheden
+van het proletariaat zouden leeren kennen. In hunnen klassieken
+vorm, in hunne voltooieng nu, bestonden zuiver proletarische
+toestanden, in dien tijd alléén nog maar pas in Engeland, het land
+der groot-industrie. Daarom schreef Friedrich Engels zijn boek dan
+ook over engelsche arbeiderstoestanden.
+
+Toen beiden, Marx en Engels elkander te Brussel aantroffen, zetten zij
+zich aan den arbeid, om naar alle richtingen heen, hun nieuw gewonnen
+standpunt uiteen te zetten, ten opzichte van de Hegelsche philosophie,
+om gelijk zij het noemden, "voor goed met hun philosophisch geweten in
+'t reine te komen." Dat deden zij in een critiek op de Hegeliaansche
+en de na-Hegeliaansche philosophie; een boek van twee deelen dik. Dat
+boek is echter nooit gedrukt kunnen worden; de drukker weigerde ter
+elfder ure iets van Marx te drukken, gelijk er jaren na dien nog geen
+uitgever te vinden was in Duitschland, die iets van Marx wilde of
+durfde uitgeven. Het manuscript lieten toen Marx en Engels, gelijk Marx
+het eenmaal uitdrukte, aan de "knagende critiek der muizen over"; zij
+hadden hun doel, een afrekening met zich-zelven, volkomen bereikt. Dit
+manuscript hield ook de 11 stellingen in, van Marx tegen Feuerbach,
+reeds vroeger medegedeeld en jaren later door Engels tot een geschrift
+uitgewerkt, onder den naam van "Ludwig Feuerbach of het uiteinde
+der klassieke Duitsche wijsbegeerte", in welk geschrift door Engels,
+met groote bescheidenheid erkend wordt, dat de groote philosophische
+lijnen van de gewonnen levensbeschouwing van hun beiden, geheel en
+al door Marx getrokken zijn. "Marx was een genie," schrijft hij daar,
+"waar anderen hoogstens talenten genoemd konden worden."
+
+
+
+Marx en Engels sponnen de draden van hunne positieve zelf-critiek
+verder voort. Zij vereenigden zich tot een zelfstandigen arbeid,
+eene critische oplossing van het duitsche Idealisme, voor zoover dit
+in Bruno Bauer en de Berlijnsche "Vrijen," zijn vertegenwoordigers
+vond. Hierdoor kwam voor 't eerst het geschrift tot stand, dat
+getiteld was:
+
+
+ "De Heilige Familie"
+
+
+"of de Critiek der critiseerende critiek van Bruno Bauer en consorten",
+dat in 1845 in Frankfort a/M. het licht zag. Het geschrift staat in
+geen uitwendige samenhang met de Deutsch-Französischen Jahrbücher;
+naar het wezen evenwel, past het volkomen in het raam van den arbeid
+der beiden, aan dit tijdschrift.
+
+Het doel der "Heilige Familie" is volgens het voorwoord der
+auteurs, het publiek in te lichten omtrent de illusies van de
+speculatieve philosophie. "Het reële Humanisme heeft in Duitschland
+geen gevaarlijker vijand, dan het Spiritualisme of het speculatieve
+Idealisme, dat in plaats van den werkelijken individueelen mensch, het
+"zelfbewustzijn" of den "Geest" plaatst, en met den Evangelist leert:
+"De geest is het, die levend maakt, het vleesch is van geen nut."" Het
+spreekt vanzelf, dat dezen vleeschloozen geest, slechts in zijne
+verbeelding, geest bevat. Wat wij aan de Bauersche critiek bestrijden,
+dat is juist de als carricatuur zich reproduceerende speculatie. Zij
+is voor ons de volmaaktste uitdrukking van het christelijk-germaansche
+principe, dat er zijn laatste poging in doet, om de critiek zelve in
+eene transcendentale om te zetten.
+
+Bauer c.s. hadden ons willen aantoonen, "dat alle groote akties in de
+geschiedenis tot nog toe, daarom van begin af een misgreep waren of
+wel succes hadden, naarmate de massa's zich er voor opgewonden en er
+zich voor geïnteresseerd hadden, of omdat de idee waarom het ging,
+van een soort was, dat zij zich met eene oppervlakkige opvatting
+moest vergenoegen en alzoo ook op hunnen bijval rekenen moest." De
+geest wist, zoo gingen zij bij de uiteenzetting van hun standpunt
+verder, waarin hij zijne tegenstanders had te zoeken, namelijk in
+het zelfbedrog en de kernloosheid van de massa's.
+
+In zeker opzicht geleek dit standpunt op dat, waarvan de fransche
+Utopisten uitgegaan waren. Massabewegingen zooals de fransche
+Revolutie, waren oogenschijnlijk mislukt en op het allerplatste
+despotisme uitgeloopen. Elk vooruitgang van den geest bewees dus,
+steeds meer tegen de vooruitgang van de massa der menschheid in te gaan
+en haar in een steeds onmenschelijker situatie te brengen. Fourier en
+Owen traden dan ook in zekere mate op als aktieve geesten, tegenover
+de passieve massa.
+
+De "Allgemeine Literatur-Zeitung" het orgaan der Jong-Hegelianen
+van het slag van Bauer en Feuerbach, kantte zich dan ook sterk
+tegen de massabewegingen van destijds. In hare oogen kon de engelsche
+industrie, even zoo weinig genade vinden, als de fransche Revolutie. De
+beschaving van het Westen, was haar en hare medewerkers eigenlijk
+een soort gruwel.
+
+Het was dus niet het minst in dat geschrift, dat Marx en Engels
+de geheimenissen van de "speculatieve construktie" ontsluieren
+moesten. Hierover zeiden zij het volgende:
+
+"Wanneer ik mij uit de werkelijke appelen, peren, aardbeien en
+amandelen, de algemeene voorstelling "vrucht" vorm, wanneer ik verder
+ga en mij verbeeld, dat mijne, uit de werkelijke vruchten getrokken
+abstrakte voorstelling "de vrucht" een buiten mij bestaand iets, ja het
+ware wezen der peren, der appels enz. is, dan verklaar ik--spekulatief
+uitgedrukt--de vrucht, voor de substantie der peren, der appelen,
+der amandelen enz. Ik zeg dan: de peer is een onwezenlijke peer, de
+appel is een niet-wezenlijke appel. Het wezenlijke uit die dingen,
+is niet hun werkelijk en zinnelijk te aanschouwen bestaan, maar het
+door mij uit hen geabstraheerd en een hen ondergeschoven wezen, het
+wezen mijner voorstelling: "de vrucht." Ik verklaar daarmede appels,
+peren, amandelen enz. voor niets, dan voor bestaansvormen, voor
+modi der vrucht. Mijn eindend, door de zinnen ondersteund verstand,
+onderscheidt zeer zeker een appel van een peer, en een peer van een
+amandel, maar mijn spekulatief verstand, verklaart deze zinnelijke
+verschillen voor onwezenlijk, niet-verschillend. Zij ziet in den appel
+hetzelfde als in den peer en in de peer hetzelfde als in den amandel,
+namelijk: "de vrucht." De bijzondere werkelijke vruchten, gelden hier
+dus voor schijnvruchten, welker werkelijk wezen de "substantie," de
+"vrucht" is.....
+
+"Wanneer de appel, de peer, de amandel of aardbezie in waarheid niets
+anders zijn dan "de substantie", de "vrucht," dan vraagt men zich
+af, hoe komt het toch, dat de vrucht zich aan mij dan als appel,
+dan als peer of dan als amandel vertoont; vanwaar komt deze schijn
+der menigvuldigheid, die mijne speculatieve aanschouwing van de
+eenheid, van "de substantie," van de vrucht, zoo in 't oogspringend
+weerspreekt? Dat komt, zal de speculatieve philosoof u antwoorden,
+omdat "de vrucht" geen dood, verschilloos en rustend, maar een levend,
+een in zich-zelf verschillend en bewogen wezen is. De verschillendheid
+van de profane vruchten, is niet alleen voor mijn zinnelijk verstand,
+maar ook voor "de vrucht" zelf, voor het spekulatieve verstand van
+beteekenis. De verschillende profane vruchten zijn verschillende
+levensuitingen van de "eene vrucht," zij zijn kristallisaties, welke
+"de vrucht" zelf vormen. Dus in den appel bijv. heeft "de vrucht" een
+appelachtig, in de peer een perenachtig bestaan. Men moet dus niet
+meer zeggen, zooals op het standpunt der substantie: de peer is de
+vrucht, de appel is de vrucht, de amandel is de vrucht, maar veeleer:
+de vrucht is als peer, de vrucht is als appel, de vrucht is als amandel
+tezamen gesteld en de verschillen welke appel, peer en amandel van
+elkander scheiden, zijn even zoovele zelfonderscheidingen van "de
+vrucht" en maken de bijzondere vruchten evenzoo tot verschillende
+ledematen van het levensproces der vrucht".... "Men ziet: wanneer
+de christelijke religie slechts van één "inkarnatie gods" weet,
+de spekulatieve philosophie bezit evenzoo veel "inkarnaties" als er
+dingen bestaan, gelijk zij hier in elke vrucht eene inkarnatie van
+de substantie, van de absolute vrucht bezit. Het hoofdbelang voor de
+speculatieve philosophen bestaat dus hierin, de werkelijke profane
+vruchten voort te brengen en dan op geheimzinnige wijze ervan te
+zeggen, dat er appelen, peren, amandelen en rozijnen zijn..... "Het
+spreekt van zelf, dat de spekulatieve philosoof deze voortdurende
+schepping slechts verkrijgt, doordat hij algemeen bekende, in de
+werkelijke aanschouwing voorhanden zijnde eigenschappen van appelen,
+peren enz., als het ware door hem uitgevonden bepalingen onderschuift,
+terwijl hij datgene, wat alleen het abstrakte verstand verschaffen kan,
+namelijk de abstrakte verstandsformules, de namen der werkelijke dingen
+geeft. Terwijl hij ten slotte zijn eigen werkzaamheid, waardoor hij
+van de voorstelling appel, tot de voorstelling peer overgaat, voor de
+zelfwerkzaamheid van het absolute subjekt "der vrucht" verklaart".....
+
+"Tegen de hoofdstelling van Bruno Bauer, waarnaar alle groote akties
+in de geschiedenis tot nu toe, derhalve van te voren reeds mislukt
+zouden zijn en zonder ingrijpend succes, omdat de massa zich ervoor
+geïnteresseerd en opgewonden had, of omdat de idee waarom het ging,
+op den bijval der massa rekenen moest, voerde Marx aan: De "idee",
+blameerde zich altijd, in zooverre zij met het "belang" in botsing
+kwam. Aan den anderen kant, is het licht te begrijpen, dat elk massaal
+en historisch en doorzettend "principe" als het voor het eerst het
+wereldtooneel betreedt, in de "idee" of in de "voorstelling", verre
+de werkelijke grenzen te buiten gaat en zich met menschelijke belangen
+gewoonweg verwisselt. Het belang van de bourgeoisie in de Revolutie van
+1789, verre ervan verwijderd, "mislukt" te zijn, heeft alles "gewonnen"
+en heeft het "ingrijpendste" succes gehad, hoezeer ook het "pathos"
+in rook vervlogen is en hoezeer ook de "enthusiastische" bloemen,
+waarmede dit belang zijn wieg omkranste, verwelkt zijn. Dit belang
+was zóó machtig, dat het de pen van een Marat, de guillotine van
+de terroristen, den degen van Napoleon, zoowel als het crusifix der
+Bourbons overwon. "Mislukt" is de Revolutie slechts voor die massa,
+welke in de politieke "idee", niet de idee van haar werkelijk "belang"
+bezat; welker waarachtig levensprincipe alzoo met het levensprincipe
+der Revolutie niet tezamenviel; welker reële voorwaarden voor
+emancipatie wezenlijk verschillend waren, van de voorwaarden,
+waarbinnen de bourgeoisie zich in de samenleving emancipeeren kon.
+
+"De Revolutie is mislukt, omdat de massa binnen welker
+levensvoorwaarden zij werkelijk is blijven stil staan, eene beperkte
+en exclusieve, niet de totaliteit omvattende massa was; omdat het
+talrijkste, van de bourgeoisie verschillende deel van de massa,
+in haar principe geen werkelijk belang, maar slechts een idee
+bezat. Het was een illusie der terroristen, den modernen Staat,
+die berust op de burgerlijke samenleving, naar het model van den
+antieken Staat te willen vormen, terwijl deze samenleving toch op
+de slavernij berustte. Welk een kolossale vergissing! de moderne
+burgerlijke samenleving, de samenleving der industrie, der algemeene
+concurrentie, der, van de vrij hare doeleinden najagende private
+belangen, der anarchie en de zichzelf vervreemdende natuurlijke
+en geestelijke individualiteit, in de "Rechten van den Mensch" te
+willen doen erkennen en te doen sanktioneeren; tegelijkertijd de
+levensuitingen dezer samenleving, van opzichzelfstaande individuen
+te willen annuleeren, en tevens de politieke kop dezer samenleving,
+naar antiek model te willen vervormen. Het was de illusie van
+een Napoleon, den Staat als doel te beschouwen en het burgerlijk
+leven slechts als zijn schatmeester en zijne subalternen, die geen
+eigen wil mogen hebben. De terroristen zoowel als Napoleon, leden
+met hunne illusies volmaakt schipbreuk. Daarna kwam de bourgeoisie
+nog weder eenmaal tegenover de contra-Revolutie te staan. Eindelijk
+verwezenlijkten zich in het jaar 1830 hare wenschen van het jaar 1789,
+slechts met dat verschil, dat hare politieke "verheldering" nu voltooid
+was; dat zij in den constitutioneelen, representatieven Staat, niet
+meer het ideaal van den Staat, niet meer het heil der wereld en der
+algemeen-menschelijke doeleinden meende na te kunnen streven, maar in
+hem veel meer, de officieele uitdrukking harer uitsluitende macht en
+de politieke erkenning, van haar bijzonder belang heeft gezien.".....
+
+"De natuurnoodwendigheid, de menschelijke wezenseigenschappen,
+hoe vervreemd of de menschen ook van elkaâr mogen schijnen,--het
+belang, houdt de leden van de burgerlijke maatschappij te zamen; het
+burgerlijke en niet het politieke leven is hunnen reëlen band. Niet de
+Staat houdt de atomen der burgerlijke maatschappij bij elkander, gelijk
+Bruno Bauer meende, maar dit, dat zij slechts atomen in de voorstelling
+zijn, in den hemel harer verbeelding, terwijl zij in de werkelijkheid
+echter, geweldig van atomen verschillen een wezenlijk namelijk, geen
+goddelijke egoïsten, maar egoïstische menschen zijn. Slechts politiek
+bijgeloof, kan zich tegenwoordig nog inbeelden, dat het burgerlijk
+leven door den Staat bijeengehouden moet worden; terwijl omgekeerd
+toch in de werkelijkheid den Staat door het burgerlijke leven tezamen
+gehouden wordt.
+
+"Gelooft de critiseerende critiek in de kennis der historische
+werkelijkheid, ook maar slechts aan haar begin te zijn gekomen,
+zoolang zij de theoretische en de praktische verhouding van de
+menschen tot de natuur, de natuurwetenschap en de industrie, buiten
+hare historische wetenschap sluit? Of, meent zij een of andere periode
+inderdaad reeds te hebben leeren kennen, zonder bijv. de industrie
+dezer periode, de onmiddellijke produktiewijze van het leven-zelf
+te hebben kunnen leeren kennen? Zeer zeker, de spiritualistische,
+de theologische critiek kent slechts,--kent ten minste in hare
+verbeelding--de politieke, de littéraire en de theologische hoofd-
+en staatsakties der geschiedenis. Zooals zij het denken van de zinnen,
+de ziel van het lichaam, zich-zelf van de wereld scheidt, zoo maakt zij
+de geschiedenis los van de natuurwetenschap en van de industrie. Zoo
+ook meent zij, niet in de gewone materieele produktie op aarde, maar
+in de nevelachtige wolkenbeelden aan den hemel, de geboorteplaats
+der geschiedenis te moeten zien."
+
+
+
+Van de utopistische Socialisten, was het wel het meest Fourier
+en zijn denkbeelden, die hebben bijgedragen tot de inhoud van de
+"Heilige Familie". Marx stelde op den voorgrond "dat de organisatie
+van den arbeid" geen wachtwoord van de Socialen, maar een van
+de politiek-radikale partij is, die in Frankrijk een bemiddeling
+zocht te bewerken, tusschen de politiek en het socialisme. Beiden
+toonen echter aan, wat ook de groote Utopisten nooit begrepen hebben
+n.l.: de historische ontwikkeling, de zelfwerkende beweging van de
+arbeidersklasse, zegt Marx.
+
+En op de bemerking van Bauer, dat de arbeider niets heeft, omdat hij
+niets maakt en dat hij niets maakt, omdat zijn arbeid steeds eene
+individueele blijft, een op zijn dagelijksche behoefte berekende
+is, antwoordde Engels dit: "De critiseerende critiek voert niets
+uit; de arbeider doet alles, ja, zoozéér alles, dat hij de gansche
+critiek ook in zijn geestelijke scheppingen beschaamt; de engelsche
+en fransche arbeiders kunnen hier getuigenis van afleggen." En wat de
+tegenstelling tusschen geest en massa aangaat door Bauer geconstrueerd,
+stelde Marx hierna in het licht, dat de communistische critiek der
+Utopisten, praktisch wél deugdelijk heeft beantwoord aan de behoeften
+der groote massa. Hij zeide, dat men om dit te weten, de studie, de
+weetgierigheid, de zedelijke energie en de rustelooze aandrift tot
+ontwikkeling van de fransche en engelsche werklieden moet hebben
+leeren kennen, om zich een voorstelling te kunnen maken van den
+menschelijken adel dier bewegingen.
+
+Voor het eerst behandelde Marx in de "Heilige Familie" ook den
+arbeider-publicist en socialist: Pierre Joseph Proudhon. Edgar Bauer
+had er zich lustig over gemaakt, dat Proudhon uit het principe
+der gelijkheid, de laatste redelijke grond aller bewijzen voor
+den eigendom zocht te concludeeren. Daarop nu antwoordde Marx,
+dat Proudhon hier hetzelfde doet als Bauer, die aan alle zijne
+ontwikkelingen het oneindige zelfbewustzijn te gronde legt en dit
+principe, ook als het scheppende grondbeginsel van de, het oneindige
+zelfbewustzijn--door hare oneindige bewusteloosheid--schijnbaar juist
+elkander tegensprekende Evangeliën, te gronde legt. Marx wijst erop,
+dat voor de praktische franschen het principe der gelijkheid juist
+hetzelfde is, als voor de theoretische duitschers, het principe van het
+zelfbewustzijn. Zooals in Duitschland de destruktieve critiek, voordat
+zij met Feuerbach van de beschouwing der werkelijkheid uitgegaan was,
+al het bepaalde en bestaande door het principe van het zelfbewustzijn
+trachtte op te lossen, heeft de destruktieve critiek in Frankrijk
+door het principe der gelijkheid, hetzelfde trachten te bereiken.
+
+En zooals Bruno Bauer de theologie critisch oploste, maar steeds
+principieel van de theologie uit, zoo doet Proudhon het met de
+nationaal-economie, principieel van de nationaal-economie uit. Maar de
+groote vooruitgang door Proudhon bereikt, is volgens Marx deze, dat hij
+den privaat-eigendom, de grondvoorwaarde van de Staathuishoudkunde,
+welke hare vertegenwoordigers als een onomstootelijk, niet verder
+uiteen te zetten feit behandelen, aan het eerste en tevens beslissende
+en tegelijkertijd, wetenschappelijke onderzoek heeft onderworpen.
+
+Marx betoogt verder tegenover Bauer--die de eenzijdigheid van Proudhon
+veroordeelde, waar hij zijne wapens ontleende aan de feiten van de
+ellende en de armoede en deze feiten als absoluut gerechtigd en den
+rijkdom als een absoluut ongerechtigd feit aanneemt--dat de voorwaarde
+tot het bestaan van het geheel, de erkenning moet zijn van den aard
+der beide zijden, dat proletariaat en rijkdom tegenstellingen zijn. Als
+zoodanig vormen zij één geheel. Zij zijn beiden gestaltenissen van den
+privaten eigendom. Het is echter hier niet genoeg, ze voor twee zijden
+van een gehéél te verklaren, maar het gaat hier om de bepaalde positie,
+welke beiden in die tegenstelling innemen: "Den privaat-eigendom als
+rijkdom, is ertoe gedwongen, zich-zelf en daarmede zijne tegenstelling,
+het proletariaat in stand te houden. Het is de positieve kant van
+de tegenstelling, het inzich-zelf bevredigde privaat-bezit. Het
+proletariaat omgekeerd, als proletariaat is gedwongen zich-zelf
+en daarmede zijne noodzakelijke tegenstelling,--die het tot
+proletariaat doet worden,--het privaatbezit dus op te heffen. Dit is
+de negatieve kant van de tegenstelling; zijn onrust in zich-zelf,
+het opgeloste en zich-oplossende privaat-bezit. In den boezem dier
+tegenstelling, is den privaat-bezitter al dus de conservatieve,
+de proletariër de destruktieve partij. Van gene gaat de aktie uit
+tot het instandhouden, van deze de aktie tot de vernietiging der
+tegenstelling. Het privaat-eigendom drijft zeer zeker zich-zelf,
+in zijne economische beweging voort naar zijne eigene oplossing,
+maar slechts door van hem onafhankelijke, bewustelooze, tegen zijnen
+wil plaatsvindende, door den aard van den zaak bepaalde ontwikkeling;
+slechts doordien het een proletariaat als proletariaat voortbrengt,
+de zijn geestelijke en physieke ellende bewuste ellende; de hare
+mensch-onteering bewuste, mensch-onteering en daarom, de zich-zelf
+verheffende mensch-onteering. Het proletariaat voltrekt het oordeel,
+dat het privaat-bezit door de voortbrenging van het proletariaat over
+zich-zelf velt; zooals het 't oordeel voltrekt, dat de loonarbeid
+over zich-zelf velt, doordien hij den vreemden rijkdom en de eigen
+ellende voortbrengt. Wanneer het proletariaat zegeviert, dan is het
+daarmede niet geworden tot eene absolute kant van de samenleving. Het
+kan slechts zegevieren, doordien het zich-zelf en zijn tegendeel
+opheft. Alsdan is evenzoowel het proletariaat, als zijn noodzakelijke
+tegenstelling, den privaten eigendom verdwenen."
+
+Over het verwijt, dat men, door aan het proletariaat een historische
+taak op den schouders te leggen, den proletariërs tot "godheden"
+maakt, zegt Marx dit: "Veeleer is dit juist omgekeerd! Omdat de
+abstraktie van alle menschelijkheid, zelfs van den schijn van
+menschelijkheid in het proletariaat voltrokken is op praktische
+wijze; omdat in de levensvoorwaarden van het proletariaat, alle
+levensvoorwaarden van de huidige maatschappij in hare onmenschelijke
+toppunten tezamengevat zijn; en omdat de mensch in hem zich-zelf
+verloren heeft, maar tegelijkertijd weder hèrwonnen heeft en niet
+alleen door het theoretisch bewustzijn van dit verlies, maar ook
+door de onmiddellijke, door de niet meer af te wijzen, niet meer te
+verbloemen nood--de praktische uitdrukking der noodwendigheid!--tot
+opstand tegen deze onmenschelijkheid gedwongen is, daarom kan en moet
+het proletariaat zich-zelf bevrijden. Het kan zich-zelf echter niet
+bevrijden, zonder zijne eigene levensvoorwaarden op te heffen. Het kan
+die levensvoorwaarden evenwel niet opheffen, zonder alle menschelijke
+levensvoorwaarden van de huidige samenleving, die zich in zijne
+situatie samenvatten, op te heffen. Het maakt niet te vergeefs de
+harde, maar tevens stalende school van den arbeid door. Het komt er
+niet op aan, wat deze of gene proletariër of zelfs ook het gansche
+proletariaat, zich bij wijlen als doel voor oogen stelt. Het komt
+er op aan, wat het is en wat het historisch genoodzaakt zal zijn
+te doen. Zijn doel en zijn historische aktie, zijn hem in zijne
+eigene levenssituatie, zooals in de gansche organisatie van de
+huidige burgerlijke maatschappij, zinnebeeldig en onherroepelijk
+voorgeteekend."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+MARX TEGEN PROUDHON.
+
+
+Ten tijde dat Marx in Parijs leefde, verkeerde hij ook aldaar,
+met den reeds hier genoemden franschen socialist Pierre Joseph
+Proudhon. Proudhon was letterzetter geweest en had het, na een jeugd
+van armoede en ontbering, tot een bekend schrijver gebracht. Marx
+vertelt zelve, dat hij met Proudhon lange nachten achtereen
+gediscussieerd had over economische vraagstukken. Marx leidde hem de
+Hegeliaansche philosophie binnen, wat hij later evenwel betreuren
+moest, daar Proudhon, doordien hij geen duitsch verstond, nooit in
+staat is geweest Hegel zelve te bestudeeren in diens eigen taal. Hem
+is daardoor van de denkbeelden van dien wijsgeer, altijd een valsch
+denkbeeld bijgebleven. Nadat Marx Parijs verlaten had, kwam Proudhon
+onder den invloed van den duitschen socialist Karl Grün.
+
+In Juni van 1847 deed Marx in het fransch een geschrift het licht
+zien, bij wijze van antwoord op Proudhon's geschrift "La philosophie
+de la Misère" ("De philosophie der ellende") dat getiteld was:
+"La misère de la philosophie" ("De ellende der philosophie") van
+de grootste beteekenis, niet alleen om de polemiek, maar vooral
+daardoor, omdat het de wetenschappelijke inleiding van Marx' lateren en
+wetenschappelijken arbeid kan genoemd worden; zoowel in philosophisch
+als in staathuishoudkundig opzicht.
+
+
+
+In de "Voorrede" tot dit geschrift, die gedagteekend is uit Brussel,
+den 15e Juni 1847 zegt Marx: "De heer Proudhon heeft het ongeluk op
+eene eigenaardige wijze te worden miskend. In Frankrijk heeft hij
+het recht, een slecht econoom te zijn, omdat men hem aldaar voor
+een geducht duitsch philosoof houdt; in Duitschland daarentegen,
+mag hij een slecht philosoof zijn, omdat hij daar doorgaat voor een
+sterk fransch staathuishoudkundige. In onze dubbele hoedanigheid
+van duitscher èn van econoom, zien wij ons genoodzaakt, tegen deze
+dubbele dwaling op te komen.
+
+"De lezer zal begrijpen, dat wij bij dezen ondankbaren arbeid,
+meermalen de critiek van den heer Proudhon over de duitsche
+philosophie, op den achtergrond zullen moeten laten treden en
+daarnevens ons eenige bemerkingen over de politieke-economie in het
+algemeen zullen moeten veroorloven."
+
+Van de twee gedeelten, waaruit het geschrift bestaat, houdt het eerste
+zich bezig met Proudhon's "geconstitueerde waarde."
+
+Marx toont aan, dat de ruil der waren, naar de mate van de in
+hen belichaamde arbeidstijd "de revolutionaire toekomsttheorie"
+van Proudhon, niets anders is, dan wat de econoom Ricardo
+heeft geconstateerd als te zijn de theorie van de burgerlijke
+maatschappij. De waarde van den arbeid wordt bepaald door den
+arbeidstijd die er benoodigd is, voor de voortbrenging van al datgene,
+wat den arbeider voor zijn onderhoud en voor zijne voortplanting
+noodig heeft. Ricardo heeft het dus al uiteengezet: "verminder de
+onderhoudskosten der menschen door matiging van den natuurlijke
+prijzen, der voor het leven noodzakelijke voeding en kleeding en gij
+zult zien, hoe de loonen zullen dalen, zelfs wanneer de vraag naar
+arbeiders ook sterk stijgt." De natuurlijke prijs van den arbeid,
+is niets anders dan een minimum van het loon. Zoo is de door den
+arbeidstijd gemeten waarde, noodzakelijkerwijs de formule voor de
+moderne slavernij van den arbeider, inplaats van gelijk Proudhon
+dit aannam, de "revolutionaire theorie" voor de emancipatie van het
+proletariaat te wezen.
+
+Teneinde zijne utopie te steunen, verklaarde Proudhon, dat zich
+aanbod en vraag ontwijfelbaar dekken zullen, wanneer de waarde van
+een produkt bepaald wordt door de in hem belichaamde arbeidstijd. Voor
+deze meening heeft hij het schijnbaar historische bewijs aangevoerd,
+dat de nuttigste dingen, den geringsten produktietijd vorderen; dat
+de samenleving steeds met de gemakkelijkste industrieën aanvangt,
+en dan, geleidelijk tot de produktie van dingen voortgaat die grooter
+arbeidstijd vorderen en aan hare behoeften beantwoorden.
+
+Marx voerde hiertegen aan, dat die dingen zich op gansch andere manier
+hebben voltrokken dan Proudhon wel denkt. Op het moment waarop de
+civilisatie een aanvang neemt, begint ook de produktie zich op te
+bouwen op de tegenstelling der beroepen, der standen, der klassen
+en ten slotte, op de tegenstelling tusschen den opgehoopten en den
+onmiddellijken arbeid. Zonder tegenstelling geen vooruitgang; dat is
+de wet welke de beschaving tot op heden gevolgd heeft. Tot nu toe,
+hebben zich de produktiekrachten op grond van deze heerschappij der
+klassentegenstellingen ontwikkeld. De geschiedenis evenwel toont
+ook aan, dat de manier waarop de produkten zich tegen elkander
+ruilen, in het algemeen zich richt, naar de manier waarop zij
+voortgebracht worden. De individueele ruil beantwoordt aan een
+bepaalde produktiewijze, die op klasse-tegenstellingen berust. Het
+verbruik van de produkten wordt bepaald door de sociale verhoudingen,
+waarin de consumenten zich tot elkander bevinden en deze verhoudingen,
+berusten op de tegenstellingen der klassen. Weshalve zijn katoen,
+aardappelen en brandewijn, de steunpunten van de burgerlijke
+maatschappij, de voorwerpen van algemeen verbruik? Omdat zij
+de maatschappelijk-nuttigste produkten zijn, of omdat zij als de
+ellendigste produkten, in eene op ellende gegrondveste samenleving,
+het natuurnoodzakelijke voorrecht genieten, tot gebruik van de groote
+massa te dienen?
+
+Eerst in eene komende samenleving, waarin de klassetegenstellingen
+zullen zijn verdwenen, waarin geene klassen meer zullen bestaan, zal
+het gebruik niet meer van het minimum van den produktietijd afhankelijk
+zijn, die men aan de verschillende voorwerpen besteedt, maar de
+produktietijd zal dan afhankelijk zijn van hunne maatschappelijke
+nuttigheid.
+
+In de burgerlijke maatschappij, worden aanbod en vraag niet door de,
+in de arbeidswaarde opgesloten waarde der producten geregeld, maar
+de oszillatorische (schommelende) beweging van vraag en aanbod, vormt
+uit den arbeidstijd, hunne waardemeter. Elke nieuwe uitvinding, welke
+het mogelijk maakt in één uur te produceeren, wat tot nog toe in twee
+uren geproduceerd is kunnen worden, òntwaardigt alle gelijksoortige
+produkten welke zich op de markt bevinden. De concurrentie dwingt den
+producenten het produkt van twee uren, evenzoo goedkoop te verkoopen,
+als het produkt van één uur arbeids. De concurrentie zet de wet door,
+waarnaar de waarde van een produkt door de, tot zijn voortbrenging
+noodwendige hoeveelheid arbeidstijd wordt bepaald. Niet den tijd
+waarin een zaak wordt geproduceerd, maar den tijd waarin zij kan
+worden geproduceerd, bepaalt hare waarde en dit minimum kan alleen
+door de concurrentie worden bepaald. Het feit dat de arbeidstijd,
+als de maat van de ruilwaarde dient, wordt op deze wijze tot de
+wet van eene bestendige waarde-vermindering van den arbeid, die met
+overproduktie en industrieele anarchie hand aan hand gaat.
+
+Marx stelt de utopie van Proudhon gelijk, met den wensch van iemand
+die gaarne zoû zien, dat de waren in zulke proporties zouden worden
+voortgebracht, dat men ze tot de gewone, hem believende prijs van de
+hand zou kunnen zetten. Hij wijst erop, dat het van-huis-uit eene
+burgerlijke illusie geweest is, zich den individueelen ruil zonder
+klasse-tegenstellingen voor te spiegelen; om zich de burgerlijke
+maatschappij, als een toestand van harmonie voor te stellen en als eene
+van eeuwige gerechtigheid, die niemand veroorlooft zich te verrijken,
+op kosten van anderen. Maar de "juiste proportie tusschen aanbod en
+vraag" was slechts mogelijk in die tijden, waarin de produktie-middelen
+beperkt waren, waarin den ruil zich binnen buitengewoon enge grenzen
+voltrok; waarin de vraag het aanbod, de consumptie, de produktie
+beheerschte. Zij is onmogelijk geworden met het ontstaan van de
+groot-industrie, die al reeds door de instrumenten waarmede zij
+werkt gedwongen is, gedurig in steeds grootere mate te produceeren;
+die niet op de vraag kan wachten; die met natuur-noodzakelijkheid de
+gestadige, aan elkander opvolgende wisselingen van prosperiteit en
+depressie, krisis, stilstand, nieuwe prosperiteit en zoo vervolgens,
+door moet maken. "In de huidige maatschappij," gaat Marx voort, "in de
+op individueelen ruil gebaseerde industrie, is de anarchie die er in
+de productie heerscht, de bron van zóóveel ellende, maar gelijktijdig
+óók de oorzaak der vooruitgang. Nochtans, van tweeën een: of men wil
+de juiste proporties van vroegere eeuwen, mèt de produktiemiddelen van
+onzen tijd,--en dan is men reaktionair en utopist tegelijk,--of men wil
+de vooruitgang zonder de anarchie, en dan moet men afstand doen van het
+behoud der produktiekrachten op de basis van den individueelen ruil."
+
+Marx toont vervolgens aan, hoe het met de bijzondere
+nuttigheidstoepassingen, die Proudhon gemaakt had omtrent het goud
+en het zilver, eigenlijk precies is gesteld.
+
+Goud en zilver, zouden volgens Proudhon de eerste waren zijn, welker
+waarde tot constitueering zijn gekomen en uit de souvereine wijding
+zegt Proudhon: "die erop werd gedrukt door de zegels van de vorsten,
+is er het geld uit voortgekomen." "Het geld," antwoordt Marx hierop,
+"is niet een zaak maar eene maatschappelijke verhouding; een schakel in
+den ganschen keten van de economischen verhoudingen en als zoodanig
+op het innigst met hen verbonden. Gelijk de individueele ruil,
+beantwoordt het aan eene bepaalde produktiewijze. Het believen
+der souvereinen heeft het geld niet geschapen. Inderdaad, men
+moet wel èlke historische kennis missen, om niet te weten, dat de
+souvereinen zich ten allen tijden hebben moeten schikken naar de
+maatschappelijke verhoudingen, maar dat zij dezen nooit de wet hebben
+kunnen voorschrijven! Zoowel de politieke, als de burgerlijke wetgeving
+proclameeren en protocoliseeren, slechts het willen van de economische
+voorzienigheid; het recht is slechts de officieele erkenning van
+dat feit. Het zegel der souvereinen drukte op het goud niet zijne
+waarde, maar het gewicht; maar juist in hunne eigenschap als munt,
+als waardeteeken, zijn goud en zilver onder alle waren de eenige,
+die niet door hare produktiekosten worden bepaald, wat dan ook door
+D. Ricardo reeds lang en helder in het licht gesteld is geworden. Het
+geld, als praktische proef op de geconstitueerde waarde van Proudhon,
+past daarop, zooals een tang op een varken past."
+
+Om het problema te verklaren, dat de samenleving voortdurend rijker
+wordt en de arbeider voortdurend armer, vatte Proudhon de samenleving
+op, als de Prometheus in persoon, wier levenswerkzaamheid aan andere
+wetten gehoorzaamt, dan de levenswerkzaamheid van de individuen. De
+"geconstitueerde waarde" evenwel, zal elken arbeider een steeds grooter
+produkt verzekeren dan dat hij op elken arbeidsdag, door de vooruitgang
+van den gemeenschappelijken arbeid behaalt. Marx merkt daartegen
+op: "In de engelsche maatschappij heeft de arbeidsdag in zeventig
+jaren, een overschot van 2700 procent aan produktiviteit gewonnen;
+d. w. z. in het jaar 1840 produceerde hij zeven-en-twintig maal méér
+dan in 1770." Volgens Proudhon nu, zou men de vraag volgenderwijs
+moeten stellen: "Waarom was de engelsche arbeider van 1840 niet
+zeven-en-twintigmaal rijker, dan die van 1770?" Om nu zulk een vraag
+te poseeren, moet men natuurlijk van te voren aangenomen hebben, dat
+de engelschen dien rijkdom zonder de historische voorwaarden hadden
+kunnen produceeren, waaronder hij is voortgebracht; gelijk daar zijn:
+opeenhoping van privaat-kapitalen, moderne arbeidsverdeeling, machinaal
+bedrijf, anarchische concurrentiewijze, loonsysteem, in één woord,
+louter die dingen, welke op klassetegenstellingen berusten. Dit
+waren n.l., juist de bestaansvoorwaarden voor de ontwikkeling der
+produktiekrachten en van het arbeidsoverschot. Het was zoomede,
+en ten einde deze ontwikkeling van de produktiekrachten en dit
+arbeidsoverschot te kunnen erlangen, noodzakelijk, dat er klassen
+bestonden die profiteerden en anderen die ontbeerden. Wat is dus den
+door Proudhon opgewekte Prometheus in laatste instantie? Het is de
+samenleving, het zijn de maatschappelijke verhoudingen gebaseerd op
+de klassetegenstellingen.
+
+Deze verhoudingen zijn niet die van individu tegenover individu,
+maar van arbeider tegenover kapitalist, van pachter tegenover
+grondbezitter enz. Hef deze verhoudingen op en gij hebt de gansche
+samenleving opgeheven; uw Promotheus is niets meer dan een phantoom
+zonder armen of beenen geworden, d. w. z. zonder machinebedrijf, zonder
+arbeidsverdeeling; dien het in één woord aan alles ontbreekt, wat gij
+hem oorspronkelijk gegeven hebt, om uit hem, het arbeidsoverschot te
+kunnen erlangen. En Marx voegt hieraan toe: "dat het volgens Proudhon's
+theorie praktisch voldoende zou wezen, onder den arbeiders eene gelijke
+verdeeling van alle de verworven rijkdommen te ondernemen, zonder aan
+de produktievoorwaarden, op een of andere manier iets noodig te hebben
+te veranderen." En dan voegt Marx hier reeds bij voorbaat aan toe: "dat
+eene zoodanige verdeeling zekerlijk aan den individueelen deelhebbers,
+geen bijzonder groote mate van welstand zal kunnen verzekeren."
+
+Proudhon heeft zich ook onledig gehouden met een critiek op de
+burgerlijke economie en het is hierover, dat Marx in het tweede
+gedeelte van de "Misère de la philosophie" het zijne te zeggen heeft.
+
+
+
+Proudhon schreef: "Wij geven geen geschiedenis naar de orde des
+tijds, maar naar de opvolging van de ideën. De economische phazen of
+categorieën, treden in hunne manifestaties dan gelijktijdig, dan in
+omgekeerde reeksen op... Die economische theorieën hebben niet voor
+het minst hunne logische opeenvolging en hunne geleding in de rede;
+deze orde vleien wij ons te hebben ontdekt."
+
+"De economen," zegt Marx hierop, "stellen de burgerlijke
+produktieverhoudingen, arbeidsverdeeling, crediet, geld etc. als vaste,
+onveranderlijke en eeuwige categorieën voor. De heer Proudhon nu,
+wil ons met een gebaar van de onderlegdheid in deze, die categorieën,
+principes, wetten en ideën verklaren! De economen toch verklaren ons
+hoe men onder de hier boven gegeven verhoudingen produceert, wat
+zij ons niet verklaren," zegt Marx, "hoe deze verhoudingen zelven
+voortgebracht worden, d. w. z. de historische bewegingen, waardoor
+ze in het leven geroepen worden. De materialen der economen zijn het
+voortbewogen en het bewegende leven van de menschen; de materialen
+van den heer Proudhon zijn de dogma's van de economen. Zoodra men
+evenwel de historische ontwikkeling van de produktieverhoudingen
+niet voortzet,--en deze categorieën zijn niets dan de theoretische
+uitdrukkingen derzelven,--zoodra men in deze categorieën slechts
+van-zelf ontstane denkbeelden, van de werkelijke verhoudingen
+onafhankelijke gedachten ziet, is men,--of men wil of niet--gedwongen,
+de oorsprong dezer gedachten naar de beweging van de zuivere rede
+te verleggen."
+
+Hoe nu brengt deze zuivere, eeuwige en onpersoonlijke rede deze
+gedachten voort? Hoe doet zij, om ze voort te brengen?
+
+Marx maakt zich daarbij vervolgens lustig, over Proudhon's manier om
+à la Hegel te abstraheeren van de werkelijkheid, van de menschen en
+van de maatschappelijke beweging. Zoo hebben de metaphysici, die zich
+verbeeldden door middel van zulke abstrakties te kunnen analyseeren
+en die, hoe meer zij zich verwijderden van de voorwerpen des te meer
+waanden daarin door te dringen, hunnerzijds het recht te zeggen,
+dat de dingen dezer wereld slechts stiksels zijn op het stramien
+dat gemaakt wordt door de logische categorieën. Hier hebben wij het
+verschil tusschen den philosoof en den christen. De christen kent
+slechts één vleeschwording van den Logos, in weerwil van de logiek,
+de philosoof is met die vleeschwording in het geheel nog niet aan
+het einde. Dat alles wat bestaat, dat alles wat op de aarde en in
+het water is, door abstraktie tot eene logische categorie kan worden
+teruggebracht, dat men op deze manier, de totale werkelijke wereld
+kan doen verdrinken in de wereld van de abstrakties, de wereld der
+logische categorieën, is geen wonder. Alles wat bestaat, alles wat op
+de aarde en in het water is, bestaat alléén door middel van beweging
+van den een of anderen aard. Zoo brengt de beweging der geschiedenis,
+de sociale betrekkingen; de industrieele beweging, de industrieele
+produkten voort, enz.
+
+Wat is de absolute methode? De abstraktie der beweging. Wat is de
+abstraktie der beweging? De beweging in abstrakten toestand. Wat is
+de beweging der abstrakte toestanden? De zuiver-logische formule der
+beweging of de beweging der zuivere rede. Waarin bestaat die beweging
+der zuivere rede? In het in zich-zelf vast te stellen, in zich-zelf
+tegen te stellen, ten slotte zich weder tezamen-zetten. In het zich
+als thesis, antithesis en synthesis formuleeren; of: zich te stellen,
+zich te negeeren en hare negatie dan weder opnieuw te negeeren.
+
+Eenmaal daartoe gekomen, zich als thesis te stellen, splitst zich
+deze thesis, terwijl zij aan zich-zelf tegenover komt te staan, in
+twee elkander tegensprekende ideën: in positief en negatief; in Ja en
+Neen. De strijd dezer beiden, elkander tegengestelde elementen, vormt
+de dialektische beweging. Het Ja wordt Neen, het Neen wordt Ja, het Ja
+wordt gelijktijdig Ja en Neen; op deze manier houden de tegenstellingen
+elkander in evenwicht, neutraliseeren zij zich, heffen zij elkander
+op. Deze nieuwe gedachte nu, splitst zich wederom in twee elkander
+weêrsprekende ideën, die hunnerzijds wederom eene nieuwe synthesis
+vormen. Uit deze voortbrengingsarbeid komt de groep der gedachten
+voort. Die gedachtengroep gaat in dialektische richting voort, als
+eene eenvoudige categorie, en verkrijgt daardoor tot antithesis,
+een tegenovergestelde groep. Uit deze twee gedachtengroepen, ontstaat
+dan eene nieuwe gedachtengroep, de synthesis van beiden.
+
+Zooals uit de dialektische beweging der enkelvoudige categorie, de
+groep ontstaat, zoo ontstaat uit de dialektische beweging der groepen,
+de rij, en uit de dialektische beweging der rijen, het gansche systeem.
+
+Men passe deze rijen op de categorieën der Staathuishoudkunde
+toe, en men bekomt de logiek, benevens de methaphysiek der
+Staathuishoudkunde, of met andere woorden, men heeft de aan de gansche
+wereld bekende economische categorieën, in een minder bekende spraak
+vertaald. "Proudhon," zegt Marx, "is nog maar nauwelijks tot de twee
+eerste schreden van deze dialektische methode gekomen, die welke van
+Hegel stammen en die door Proudhon, in plaats van voortontwikkeld,
+op klagelijke wijze plat zijn gedrukt. Hij geloofde de wereld,
+door middel van de beweging der ideën te kunnen verklaren, terwijl
+hij slechts de gedachten die in ieders hoofd wonen, systematisch
+gereconstrueerd en volgens eene absolute methode geklassificeerd
+heeft." Marx gaat dan verder:
+
+"De sociale verhoudingen zijn nauw verbonden met de
+produktiekrachten. Met het verwerven van nieuwe produktiekrachten
+veranderen de menschen hunne produktiewijzen; met de manier om
+hun levensonderhoud te winnen, veranderen zij tevens al hunne
+maatschappelijke verhoudingen. De handweefmolen, bracht eene
+samenleving voort met feodale heeren, de stoomweefmolen eene
+samenleving van industrieele kapitalisten. Maar dezelfde menschen,
+welke aan de sociale verhoudingen, naar de mate hunner materieele
+produktiewijze hunne gestalte geven, geven ook aan de principes, aan
+de ideën, aan de categorieën eene gestalte, en deze eveneens naar de
+mate hunner maatschappelijke verhoudingen.
+
+"Hierdoor zijn deze ideën, deze categorieën evenzoomin eeuwige,
+als de verhoudingen welke zij opgedrukt zijn. Zij zijn historische,
+vergankelijke en voorbijgaande producten.
+
+"Wij leven te midden van eene voortdurende aangroeiing der
+produktiekrachten, eene verstoring der sociale verhoudingen, eene
+vervorming van ideën. Onbewegelijk is slechts de abstraktie der
+beweging,--mors immortalis."
+
+
+
+"De economen," zegt Marx, "gaan op zonderlinge wijze te werk. Volgens
+hen bestaan er slechts twee soorten van instellingen: kunstmatige en
+natuurlijke. De instellingen van het feodalisme waren kunstmatige,
+die der bourgeoisie, zijn natuurlijke voor hen. Zij gelijken daarin
+op de theologen, die ook twee soorten van religie onderscheiden,
+n. l. die welke zij te verdedigen hebben en die welke zij te
+bestrijden hebben. De eerste berust, op eene "openbaring Gods", de
+ander is "een uitvinding van menschen". Wanneer de economen zeggen,
+dat de tegenwoordige verhoudingen--de verhoudingen der burgerlijke
+produktie--natuurlijke zijn, dan geven zij daarmede te kennen, dat
+het verhoudingen zijn, waarin de voortbrenging van den rijkdom en
+de ontwikkeling der produktiekrachten, zich volgens natuurwetten
+ontwikkelen. Daarmede zijn deze verhoudingen-zelf, van den invloed
+van den tijd onafhankelijke natuurwetten geworden. Het zijn eeuwige
+wetten, welke de samenleving steeds te regeeren hebben. Aldus wás er
+eens geschiedenis, maar bestaat zij van nu af aan niet meer. Er was
+eenmaal geschiedenis, omdat er feodale inrichtingen hebben bestaan en
+omdat men in deze feodale inrichtingen produktieverhoudingen vond,
+volkomen verschillend van die der burgerlijke samenleving, welke de
+economen als natuurlijke, en dus als eeuwige willen aangezien hebben.
+
+"Ook het feodalisme had zijn proletariaat: dat van de lijfeigenschap,
+hetwelk in zijnen kiem, het burgerdom bevatte. Ook de feodale produktie
+had twee antagonistische elementen, dewelken men eveneens zou kunnen
+noemen: de goede en de slechte zijde van het feodalisme"....
+
+"Toen de bourgeoisie er bovenóp was gekomen, vroeg zij noch
+naar de goede, noch naar de slechte zijde van het feodalisme. De
+produktiekrachten, welke zich onder het feodalisme hadden ontwikkeld,
+vielen haar in den schoot. Alle oude economische vormen, de
+privaat-rechtelijke betrekkingen welke met hen in overeenstemming
+waren; de politieke toestand, welke de erkende uitdrukking der oude
+samenleving was, werden verbroken.
+
+"Wil men nu de feodale produktiewijze juist beoordeelen, dan
+moet men haar opvatten, als een op de tegenstelling gebaseerde
+produktiewijze. Men moet aantoonen, hoe den rijkdom binnen
+het raam van deze tegenstelling voortgebracht werd; hoe de
+produktiekrachten zich--gelijktijdig met de tegenstrijdigheid der
+klassen--ontwikkeld hebben; hoe eene dezer klassen, de slechte zijde,
+het maatschappelijk euvel steeds aangroeide, totdat de materieele
+voorwaarden harer emancipatie tot rijpheid gekomen waren. Verklaart
+dit niet duidelijk genoeg dat de produktiewijze, de verhoudingen
+waarin de produktiekrachten zich ontwikkelen niets minder als
+eenige wetten zijn, maar eene bepaalde ontwikkelingstoestand der
+menschen en hunne produktiekrachten vertegenwoordigen, en dat
+een in de produktiekrachten der menschen opgetreden verandering,
+noodzakelijkerwijs eene verandering in hunne produktieverhoudingen
+teweeg brengen moet? Daar het vóór alle dingen hierop aankomt, niet
+van de vruchten der civilisatie, de verworven produktiekrachten
+uitgesloten te zijn, wordt het noodzakelijk de overgebleven vormen
+waarin zij geschapen werden, te verbreken. Van dat oogenblik af,
+wordt eene revolutionaire klasse conservatief.
+
+"De bourgeoisie vangt met een proletariaat aan, dat zelve op zijne
+beurt, een overblijfsel is van het proletariaat uit de feodalistische
+periode. In het verloop harer historische ontwikkeling, ontwikkelde
+de bourgeoisie noodzakelijkerwijs haar antagonistisch karakter, dat
+zich bij haar eerste optreden slechts omsluierd, nog in latenten
+toestand deed kennen. In die mate waarin de bourgeoisie zich
+ontwikkelt, ontwikkelt zich in haren schoot een nieuw proletariaat:
+het moderne proletariaat. Het ontwikkelt zich in eenen strijd tusschen
+de proletariërsklasse en de bourgeoisklasse; een strijd die, alvorens
+zij aan beide zijde wordt gevoeld, bespeurd, op hare waarde geschat,
+begrepen, toegestemd en eindelijk luide wordt geproclameerd, zich
+voorloopig maar bij gedeelten en in voorbijgaande conflikten, in
+verstoringswerken openbaart. Aan den anderen kant, wanneer allen
+die tot de moderne bourgeoisie behooren hetzelfde belang hebben,
+in zooverre zij ééne klasse, tegenover de andere klasse vormen,
+dan hebben zij aan elkander tegenovergestelde belangen, zoodra
+zij-zelf tegenover elkander staan. Deze tegenstelling van belangen,
+komt voort uit de economische voorwaarden van het burgerlijke
+leven. Van dag tot dag wordt het hierom duidelijker, dat de
+produktieverhoudingen waaronder de bourgeoisie zich bevindt, niet
+een éénvormig, éénzijdig karakter hebben, maar een tweeslachtig. Dat
+onder dezelfde verhoudingen, waaronder den rijkdom wordt geproduceerd,
+ook de ellende wordt voortgebracht; dat onder dezelfde verhoudingen
+waarin de ontwikkeling van de produktiekrachten haren weg gaat,
+zich eene repressiekracht ontwikkelt; dat deze verhoudingen den
+burgerlijken rijkdom, d. w. z. den rijkdom der bourgeoisie slechts
+kunnen voortbrengen, onder voortgezette vernietiging van den rijkdom
+der leden dezer klasse individueel en onder de voortbrenging van een
+steeds aangroeiend proletariaat."
+
+"Hoe meer den toestand dezer tegenstellingen naar den voorgrond
+treedt, des te meer geraken de economen, de wetenschappelijke
+vertegenwoordigers van de burgerlijke produktiewijze, met hunne eigene
+theorieën in tegenspraak en vandaar de verschillende scholen die er
+onder hen bestaan.
+
+"Wij hebben de Fatalistische economen, die in hunne theorie
+evenzoo onverschillig zijn tegenover datgene, wat zij de euvelen
+van de burgerlijke produktiewijze noemen, als de bourgeois-zelf
+in de praktijk dat is tegenover het lijden van den proletariër,
+die hem aan het verzamelen van zijn rijkdommen geholpen heeft. Zij
+onderscheiden zich in klassieken en romantieken. De Klassieken,
+zooals Adam Smith en Ricardo, vertegenwoordigen eene bourgeoisie,
+die nog in strijd is met de resten van de feodale maatschappij en die
+slechts hieraan arbeidt, de economische verhoudingen van de feodale
+smetten te zuiveren; de produktiekrachten te vermeerderen en der
+industrie en den handel nieuwe drijfkrachten te verschaffen. Het aan
+deze kampen deelnemende proletariaat kent, door dezen koortsachtigen
+arbeid in beslag genomen, slechts voorbijgaand en toevallig lijden,
+beschouwt hetzelve ook als zoodanig. De economen gelijk Adam Smith
+en Ricardo, welke de geschiedkundigen dezer periode zijn, hebben
+bloot de missie te bewijzen hoe de rijkdom onder de verhoudingen der
+burgerlijke produktie verworven werd; deze verhoudingen in categorieën,
+in wetten te formuleeren en aan te toonen, in hoeverre deze wetten,
+deze categorieën voor de produktie van den rijkdommen voortreffelijker
+zijn, dan de categorieën der feodale samenleving. De ellende is in
+hunne oogen slechts de smart, die met elke geboorte gepaard gaat,
+zoowel in de natuur als in de industrie.
+
+"De Romantieken behooren tot onze periode, die waarin de bourgeoisie
+zich in eene direkte tegenstelling bevindt met het proletariaat;
+die waarin de ellende in een even zoo groote mate aangroeit als
+de rijkdom. De economen doen zich daarin voor als geblaseerde
+fatalisten, en werpen, van uit de hoogte van hun standpunt een
+trotschen blik van verachting op de menschelijke machines, die dien
+rijkdom voortbrengen. Zij herhalen alle de door hunne voorgangers
+gegeven uiteenzettingen, maar de onverschilligheid, die bij dezen
+naïviteit was, is bij hen tot koketterie geworden.
+
+"Komt alsnu de Humanitaire school aan de beurt, welke zich de
+slechte eigenschappen van de bestaande produktie-verhoudingen zoozéér
+aantrekt. Deze zoekt, ten einde haar geweten gerust te stellen, de
+werkelijke contrasten zoo goed het gaat te bemantelen; zij beklaagt
+oprechtelijk den nood van het proletariaat, de teugellooze concurrentie
+der bourgeois onder elkander; zij raadt het proletariaat aan matig
+te zijn, vlijtig te werken en weinig kinderen voort te brengen; der
+bourgeoisie beveelt zij eenig overleg aan bij haren produktieijver. De
+geheele theorie van deze school bestaat in eindelooze onderscheidingen
+tusschen theorie en praktijk, tusschen de principes en de resultaten;
+tusschen de idee en de toepassing; tusschen inhoud en vorm; tusschen
+het wezen en de werkelijkheid; tusschen het recht en de feiten;
+tusschen den goeden en den slechten kant.
+
+"De Philantropische school is de volkomener gemaakte Humanitaire
+school. Zij loochent de noodzakelijkheid der tegenstellingen. Zij wil
+alle menschen tot bourgeois maken. Zij wil de theorie verwerkelijken,
+in zooverre dezelve zich onderscheidt van de praktijk en het
+antagonisme niet in zich sluit. Vanzelfsprekend is het in de theorie
+gemakkelijk van de tegenspraken te abstraheeren, waaraan men bij elken
+schrede in de werkelijkheid zich stoot. Deze theorie zou daarom die der
+geïdealiseerde werkelijkheid moeten heeten. Deze philantropen willen
+dus de categorieën behouden, welke de uitdrukking der burgerlijke
+verhoudingen zijn, zonder de tegenspraak die in haar wezen opgesloten
+ligt, en die van haar niet is te scheiden. Zij verbeelden zich nog
+ernstig de burgerlijke praktijk te bestrijden en zij zijn toch nog
+meer bourgeois, dan alle anderen!
+
+"Gelijk de economen de wetenschappelijke vertegenwoordigers van
+de bourgeoisklasse zijn, zoo zijn de Socialisten en Communisten de
+theoretici van de klasse van het proletariaat. Zoolang het proletariaat
+nog niet genoegzaam ontwikkeld is om zich als klasse te constitueeren
+en daarvandaan, den strijd van het proletariaat met de bourgeoisie
+nog geen politiek karakter draagt; zoolang de produktiekrachten nog
+in den schoot van de bourgeoisie zelve, niet genoeg zijn ontwikkeld
+om de materieele voorwaarden te laten doorschijnen, die noodzakelijk
+zijn tot bevrijding van het proletariaat en tot vorming van eene
+nieuwe samenleving, zoo lang zijn deze theoretici slechts Utopisten,
+die, om de behoeften der onderdrukte klassen te verhelpen, systemen
+uitdenken en naar eene regenereerende samenleving zoeken. Maar naar
+de mate waarin de geschiedenis voortschrijdt en daarmede den strijd
+van het proletariaat zich duidelijker afteekent, hebben zij niet
+meer noodig de wetenschap te zoeken in hunne hoofden; zij hebben
+zich slechts rekenschap te geven van datgene wat zich voor hunne
+oogen afspeelt en zich tot het orgaan daarvan te maken. Zoolang zij
+de wetenschap zoeken en niets dan systemen maken, zoolang zij aan
+den aanvang van den strijd staan, zien zij in de ellende slechts
+ellende, zonder de revolutionaire gedachte die er zich in verbergt
+en die in staat is de oude samenleving te doen verdwijnen. Van af
+dat oogenblik wordt de wetenschap, een bewust voortbrengsel van de
+historische beweging en heeft zij opgehouden doctrinair te zijn;
+zij is revolutionair geworden."
+
+
+
+Marx onderzocht vervolgens van historische en economische
+gezichtspunten uit, of de fabriek en de machine, later dan de
+arbeidsverdeeling "het autoriteitsbeginsel in de samenleving hadden
+ingevoerd", zooals Proudhon had beweerd. Of aan den eenen kant de
+arbeider gerehabiliteerd is geworden, in weerwil dat hij aan de anderen
+kant aan de autoriteit werd onderworpen; of de machine de recompositie
+der gedeelden arbeid, de aan de analyse tegenovergestelde synthese
+van den arbeid is, naar Proudhon's bewering.
+
+"De samenleving als geheel," zegt Marx, "heeft met het inwendige
+van een fabriek dit gemeen, dat ook zij hare arbeidsverdeeling
+heeft. Neemt men de arbeidsverdeeling als voorbeeld om haar op
+eene gansche samenleving toe te passen, dan zou ongetwijfeld die
+samenleving het best voor de produktie van haren rijkdom georganiseerd
+zijn, welke slechts één enkelen ondernemer als leider heeft, die
+nog in een vooropgezette, vastgestelde orde, de funkties onder de
+verschillende leden der maatschappij verdeelt. Maar dit is geenszins
+het geval. Terwijl in de moderne fabriek de arbeidsverdeeling, door
+de autoriteit van den ondernemer tot in de onderdeelen geregeld is,
+kent de moderne samenleving geen anderen regel, geen andere autoriteit
+voor de verdeeling van den arbeid, dan de vrije concurrentie.
+
+"Onder het patriarchale régime, onder het régime van de kasten,
+van het feodale- en het gildesysteem, bestond er arbeidsverdeeling
+in de gansche maatschappij, volgens bepaalde regelen. Zijn deze
+regelen door een wetgever gegeven geworden? Neen, oorspronkelijk uit
+de voorwaarden der materieele produktie geboren, werden zij eerst
+later tot wetten verheven. Aldus werden deze verschillende vormen
+der arbeidsverdeeling tot even-zoovele grondslagen van sociale
+organisatie. Wat de arbeidsverdeeling in de werkplaats aangaat,
+zoo was deze in alle samenlevingsvormen, zeer laag ontwikkeld.
+
+"Men kan als algemeene regel stellen: hoe minder de autoriteit van de
+deeling van den arbeid, binnen het raam der samenleving ingrijpend
+werkt, des te meer ontwikkelt zich de arbeidsverdeeling binnen de
+werkplaats en des te meer is zij aan de autoriteit van een enkele
+onderworpen. Daarom dus, staan de autoriteiten in de werkplaats en de
+autoriteit in de samenleving, met betrekking tot de arbeidsverdeeling,
+tot elkander in eene omgekeerde verhouding." ....
+
+"Hoe is die werkplaats, die fabriek ontstaan?" "Ten dien einde,"
+antwoordt Marx: "hebben wij te onderzoeken hoe de eigenlijke
+Manufaktuurindustrie zich ontwikkeld heeft." "Ik bedoel hier," zegt
+Marx, "die industrie, welke nog niet de moderne groot-industrie
+met hare machines is, die echter niet meer de industrie uit de
+middeneeuwen, noch zelfs huisindustrie meer is....
+
+"Eene der eerste behoeften voor de vorming der Manufaktuurindustrie,
+was de akkumulatie van kapitalen, die vergemakkelijkt werd door de
+ontdekking van Amerika en door de invoer van edele metalen.
+
+"Het is genoegzaam bewezen, dat de vermeerdering van ruilmiddelen
+ten gevolge had, eenerzijds: de waardevermindering der loonen
+en grondrenten, anderzijds: de vermeerdering der industrieele
+winsten. Met andere woorden, met even zooveel als waarmede de klasse
+der grondbezitters en de klasse der arbeiders, de feodale heeren
+en het volk zonken, met even zooveel verhief zich de klasse van de
+kapitalisten, de bourgeoisie.
+
+"Er waren nog andere omstandigheden, die gelijktijdig tot ontwikkeling
+van de Manufaktuurindustrie bijdroegen. De vermeerdering van de
+op de markt gebrachte waren, zoodra toen eenmaal de verbinding met
+Oost-Indië, langs den zeeweg om de Kaap de Goede Hoop was ontdekt,
+verder het koloniale stelsel en de ontwikkeling van den zeehandel.
+
+"Een anderen kant welke in de geschiedenis van de Manufaktuurindustrie
+nog niet genoegzaam naar waarde is beoordeeld, is de afdanking van de
+talrijke gevolgschappen door de feodale Heeren, welker onderhoorigen
+landloopers werden, alvorens zij in de werkplaats kwamen. De schepping
+van de in de fabriek overgaande werkplaats, werd in de 15e en 16e eeuw,
+door een bijna universeel landloopersdom voorafgegaan. De werkplaats
+vond verder, een machtigen ruggesteun in de talrijke landlieden,
+die tengevolge van de verandering van akkers in weiden en tengevolge
+der vooruitgang in de landbouw, die minder arbeiders voor de bewerking
+van akkers noodig maakten, voortdurend uit den dienst ontslagen werden
+en gansche eeuwen achtereen, naar de steden stroomden.
+
+"Het groeien van de markt, de akkumulatie van kapitalen, de in de
+sociale positie der klassen ingetreden veranderingen en het groote
+getal van personen, die zich van hunne bronnen van inkomsten zagen
+beroofd, dat zijn even zoovele historische voorwaarden voor het
+ontstaan van de Manufaktuur geweest.".....
+
+"De akkumulatie, benevens de concentratie van werktuigen en arbeiders,
+werden voorafgegaan door de ontwikkeling van de arbeidsverdeeling
+in het inwendige van het atelier. Een Manufaktuur bestond meer in de
+vereeniging van vele arbeiders en vele handwerkers in een en hetzelfde
+lokaal, in eene zaal, onder het commando van een kapitaal, dan in de
+oplossing van de werkzaamheden en in de aanpassing van een specialen
+arbeider aan een zeer eenvoudigen taak.
+
+"Het nut van een fabriekswerkplaats bestond veel minder in de
+eigenlijke arbeidsverdeeling, dan wel in de omstandigheid, dat men
+op uitgebreider voet kon arbeiden, vele nuttelooze onkosten besparen
+kon, enz. Aan het einde der 16e en aan het begin van de 17e eeuw,
+kende de hollandsche Manufaktuur nog maar nauwelijks de verdeeling
+van den arbeid.
+
+"De ontwikkeling van de arbeidsverdeeling, heeft ook tot voorwaarde de
+vereeniging van de véle arbeiders in ééne werkplaats. Er is zelfs niet
+een enkel voorbeeld aan te halen, noch in de 16e noch in de 17e eeuw,
+dat de verschillende takken van een en hetzelfde handwerk, in die
+mate gescheiden werden beoefend, dat het noodig zou geweest zijn ze
+op eene plaats te vereenigen en daarmede de fabriekswerkplaats kant
+en klaar in het leven te roepen. Maar toen eenmaal èn menschen èn
+werktuigen vereenigd waren, reproduceerde zich de arbeidsverdeeling
+zooals zij ten tijde van de Gilden heeft bestaan en spiegelde zij
+zich noodwendig terug in het inwendige van de fabriekswerkplaats.".....
+
+"De eigenlijke machines dateeren van het einde der 18e eeuw. Niets is
+dommer dan in de machine de anti-thesis der arbeidsverdeeling te willen
+zien; de synthesis die de eenheid in den verbrokkelden arbeid weder
+terugbrengt. De machine is eene vereeniging van arbeidswerktuigen
+en geensdeels eene verbinding van den arbeid voor den arbeider
+zelve"..... "Eenvoudige werktuigen; akkumulatie van werktuigen;
+samengestelde werktuigen; in beweging brengen van een samengesteld
+werktuig, door een enkelen handmotor, den mensch; in beweging
+brengen dezer instrumenten door natuurkrachten; machines; systeem
+van machines, die slechts één motor hebben; systeem van machines,
+die een automatische motor hebben, aldus is de ontwikkelingsgang van
+de machine geweest.".....
+
+"Toen in Engeland de markt een zoodanige ontwikkeling had verkregen,
+dat de handenarbeid voor haar niet meer toereikend was, gevoelde men de
+behoefte aan machines. Men zon toen op de toepassing van de mechanische
+wetenschap, die reeds in de 18e eeuw klaar was. Het eerste optreden van
+de fabriek met krachtbedrijf, wordt gekenmerkt door handelingen, die
+alles-behalve philantropisch waren. Kinderen werden met de zweep tot
+den arbeid aangezet; zij werden een voorwerp van schagger, men sloot
+contrakten met de Weeshuizen om hen. Men schafte alle wetten omtrent
+den leertijd van den arbeiders af.... Ten slotte, waren sedert 1825
+bijna alle nieuwe uitvindingen, het gevolg van wrijvingen tusschen
+arbeiders en ondernemers, die tot elken prijs de vakontwikkeling
+van den arbeid van hare waarde wilden berooven. Na elke, eenigszins
+beduidende werkstaking, werd er eene nieuwe machine ingevoerd. Zoo
+weinig zag de arbeider, in de toepassing van machines een soort
+rehabilitatie, een soort wederherstelling, dat hij in de 18e eeuw,
+zéér lang weêrstand heeft geboden aan de ontstane heerschappij van
+deze krachtautomaten."
+
+
+
+"Alles tezamen genomen, heeft de invoering van machines de
+verdeeling van den arbeid in de samenleving doorgevoerd, het werk
+van den arbeider in de werkplaats vereenvoudigd, het kapitaal
+geconcentreerd en de menschen verbrokkeld.... Wat de verdeeling van
+den arbeid in de mechanische fabrieken kenteekent, dat is, dat zij
+elk speciaal karakter verloren heeft. Maar van het oogenblik af,
+waarin elke bijzondere ontwikkeling ophoudt, wordt de behoefte aan
+universaliteit, het streven naar eene alzijdige ontwikkeling van de
+individu, meer voelbaar. De automatische fabriek doet de specialisten
+en het vak-idiotisme verdwijnen.
+
+"De heer Proudhon, die niet eens deze revolutionaire zijde begrepen
+heeft, doet eene schrede terug en slaat den arbeider voor, niet alleen
+het twaalfde gedeelte van een speld, maar voor en na, alle twaalf
+deelen van den speld te vervaardigen. De arbeider zou dan aldus tot de
+wetenschap en tot het bewustzijn van den speld kunnen komen.... Alles
+bij elkander genomen, komt den heer Proudhon niet verder dan tot het
+ideaal van den kleinen burger. Teneinde dit ideaal te verwezenlijken,
+valt hem niets beters in, dan ons terug te voeren naar de periode van
+de handwerksgezellen, hoogstens naar die van de handwerksmeesters uit
+de Middeneeuwen. "Het is genoeg," zoo zegt hij ergens in zijn boek,
+"een enkele maal in zijn leven een meesterstuk vervaardigd te hebben,
+om zich een enkele maal als een mensch te hebben gevoeld."..... Is
+dit niet, zoowel naar den vorm als naar den inhoud, het door de Gilden
+uit de Middeneeuwen steeds verlangde "meesterstuk?""
+
+
+
+Marx toont dan, met eene beschouwing over "concurrentie" en "monopolie"
+aan, dat deze niet zooals Proudhon had te kennen gegeven, natuurlijke,
+maar maatschappelijke categorieën zijn. Hij zegt: "de geheele
+geschiedenis, is eene voortdurende verandering der menschelijke
+natuur.".....
+
+"De concurrentie is geene noodzakelijkheid van de menschelijke
+natuur, zooals Proudhon meende, maar gelijk zij in de 18e eeuw, uit
+historische oorzaken geboren is geworden, zoo zoû zij in de 19e, uit
+historische oorzaken eveneens weder kunnen verdwijnen. Zij is niet de
+industrieele, maar de commercieele wedijver, zij kampt niet om het
+produkt maar om de winst. Er zijn zelfs phazen in het economische
+leven der volken, waarin de geheele wereld aangegrepen was door een
+soort van dolle woede, om winsten te maken zonder te produceeren. Deze
+speculatiekoorts, die periodiek terugkomt, onthult ons dan het ware
+karakter van de concurrentie, die aan de noodzakelijke voorwaarden van
+den industrieelen wedijver zoekt te ontkomen. De slechte zijde van
+de concurrentie, door Proudhon zoo op den voorgrond gesteld en die
+hij daarom uitroeien wil, drijft juist de geschiedenis vooruit. Hoe
+koortsachtiger de concurrentie nieuwe produkten schiep, des te meer
+vertoonde zij de burgerlijke verhoudingen en schiep zij daarmede,
+de materieele voorwaarden voor eene nieuwe samenleving."
+
+
+
+MARX OVER WERKSTAKINGEN EN OVER VAKVEREENIGINGEN.
+
+Proudhon had geschreven: "De werkstaking der arbeiders is onwettig. En
+het is niet alleen het Wetboek van Strafrecht dat dit zegt, maar
+ook het economisch systeem, de noodzakelijkheid van de bestaande
+orde.... Dat elke individueele arbeider de vrije beschikking moet
+hebben over zijn persoon en over zijn handen kan geduld worden;
+maar dat de arbeiders door middel van samenspanning, zich vermeten
+het monopolie geweld aan te doen, kan de maatschappij niet toelaten."
+
+"De economen en de socialisten," zegt Marx, "zijn het hier op één punt
+samen eens: in het veroordeelen van de coalities der arbeiders. Zij
+motiveeren deze hunne veroordeeling alleen maar verschillend. De
+economen zeggen tot den arbeiders: vereenigt u niet. Want doordat
+gij u vereenigt, houdt gij den regelmatigen gang van de industrie
+tegen, verhindert gij er de fabrikanten in hunne bestellingen na te
+komen; stoort gij den handel en bevordert gij de snellere invoering
+van machines, die uwen arbeid voor een deel overbodig maken en u
+daardoor dwingen zullen, een nog lager loon aan te nemen. Overigens
+is uw werken om niet; uw loon zal steeds, door de verhouding van
+het aantal gezochte handen tot die van het aantal aangeboden handen,
+worden bepaald. En het is even zoo belachelijk als het gevaarlijk is,
+u te verzetten tegen de eeuwige wetten van de Staathuishoudkunde.
+
+"De socialisten (d. w. z. de toenmalige: die van de school van Fourier
+in Frankrijk en de volgelingen van Owen in Engeland) zeggen tot den
+arbeiders: vereenigt u niet, want wat zoudt ge er ten slotte bij kunnen
+winnen? Eene loonsverhooging? Welnu, de staathuishoudkunde zal u met
+evidente bewijzen overtuigen, dat op de loonsverhooging van een paar
+penningen, die gij in het gunstigste geval daarmede kunt bereiken,
+een terugslag volgt van een veel langduriger aard. Goede rekenaars
+zullen het u voorrekenen, dat gij jaren zult noodig hebben om door
+middel van die loonsverhooging, slechts de kosten goed te maken dien
+gij zult moeten uitgeven voor uwe organisatie en tot het behoud uwer
+loonsverhooging benoodigd. Wij als socialisten, wij zeggen tot u,
+dat nog afgezien van deze geldkwestie, gij met dat al nog steeds
+de arbeiders zult moeten blijven, zooals uwe meesters steeds uwe
+meesters zullen blijven, voor en na. Daarom: geen vakvereenigingen,
+geen politiek; want vakvereenigingen oprichten en in stand houden,
+is dit niet aan politiek meêdoen?
+
+"De Economisten willen, dat de arbeiders de maatschappij zullen doen
+blijven zooals deze thans is en gelijk zij dit ons, in hunne handboeken
+hebben voorgeteekend en bezegeld.
+
+"De Socialisten willen, dat de oude samenleving zal gelaten worden
+voor wat zij is, om des te beter in de nieuwe samenleving binnen te
+kunnen treden, die zij met zoo grooten voorzorg uitgewerkt hebben.
+
+"In weerwil van beiden; in weerwil van Handboeken en Utopisten hebben
+de arbeidersvereenigingen geen oogenblik opgehouden te bestaan,
+met de ontwikkeling van de industrie zich te ontwikkelen en tot
+bloei te komen. Dit is heden ten dage zoozeer het geval, dat de
+ontwikkelingsgraad van die vereenigingen in een zeker land, juist
+den rang kenmerkt die dat land in de hiërarchie van de wereldmarkt
+inneemt. Engeland, alwaar de industrie op het hoogst is ontwikkeld,
+bezit de omvangrijkste en best-georganiseerde vakvereenigingen.".....
+
+"De eerste pogingen van de arbeiders om zich te vereenigen nemen
+steeds den vorm van coalities aan.
+
+"De groot-industrie brengt een menigte, aan elkander onderling
+onbekende lieden op eene plaats tezamen. De concurrentie verdeelt
+ze naar hunne belangen, maar de instandhouding van het loon, het
+gemeenschappelijk belang tegenover hunnen meester, drijft hen tot de
+gemeenschappelijke gedachte van den weêrstand: tot de coalitie. Aldus
+heeft de coalitie steeds een dubbel doel: n.l. het opheffen van de
+concurrentie tusschen de arbeiders onderling en het vormen van eene
+algemeene concurrentie, tegenover den ondernemer. Wanneer het eerste
+doel van den weêrstand slechts geldt de instandhouding van het loon,
+dan formeeren zich de aanvankelijk geïsoleerde coalities, in de
+mate waarin, aan den anderen kant, de kapitalisten hunnerzijds zich
+vereenigen tot het bieden van weêrstand, tot groepen; en tegenover
+het steeds sterker vereenigde kapitaal, wordt de instandhouding
+der associatie voor hen een sterker noodzakelijkheid zelfs, dan de
+instandhouding van het loon. Dit is zóó waar, dat de engelsche economen
+ganschelijk verstomd ervan staan, hoe de arbeiders een groot deel van
+hun loon opofferen, ten gunste van hunne vakvereenigingen, een deel dat
+in de oogen van de economen slechts aan het loon ten goede had mogen
+komen. In deze kampen,--ware burgeroorlogen zijn het!--vereenigen
+en ontwikkelen zich alle elementen voor den komenden krijg. Eenmaal
+aangeland bij dat punt, neemt de coalitie een politiek karakter aan.
+
+"De economische verhoudingen, hebben voor het eerst de massa der
+bevolking, in arbeiders omgezet. De heerschappij van het kapitaal heeft
+voor deze massa gemeenschappelijke belangen en eene gemeenschappelijke
+situatie geschapen. Zoo is deze massa bereids eene klasse tegenover
+die van het kapitaal, maar zij is dit nòg niet, voor-zich-zelf. In
+den strijd die wij slechts in eene enkele harer phasen gekenschetst
+hebben, sluit zich de massa te zamen; constitueert zij zich als
+klasse voor-zichzelf. De belangen welke zij verdedigt, worden
+daardoor klasse-belangen. De strijd van klasse tegenover klasse is
+een politieken strijd."
+
+...."Eene onderdrukte klasse is de levensvoorwaarde, voor elke,
+op klassetegenstellingen berustende samenleving. De bevrijding van
+de onderdrukte klasse, sluit aldus noodwendig in zich, de schepping
+van eene nieuwe samenleving. Wil de onderdrukte klasse zich kunnen
+bevrijden, dan moet er eene ontwikkelingshoogte bereikt wezen, waarop
+de reeds verworven produktiekrachten en de geldende maatschappelijke
+inrichtingen, niet meer naast elkander kunnen bestaan. Onder
+alle produktie-instrumenten is de grootste produktiekracht: de
+revolutionaire klasse zelf. De organisatie van de revolutionaire
+elementen als klasse, stelt als voorwaarde, het gereedzijnde bestaan
+van alle produktiekrachten, die zich over het algemeen in den schoot
+der oude samenleving ontvouwen kunnen.
+
+"Wil dat zeggen, dat er nadat de oude samenleving zal zijn ingestort,
+eene nieuwe klasseheerschappij tot stand zal komen, die in eene nieuwe
+politieke heerschappij haar toppunt vinden zal? Neen!
+
+"De voorwaarde tot bevrijding van de arbeidende klasse, is de
+afschaffing van èlke klasse; zooals de voorwaarde tot de bevrijding
+van den "derden stand", de burgerlijke orde van zaken, de afschaffing
+der oude standen geweest is.
+
+"De arbeidende klasse zal in den loop der ontwikkeling in de plaats
+van de oude burgerlijke samenleving, eene associatie plaatsen,
+welke de klassen en hunne tegenstelling uitsluit, en er zal geene
+eigenlijke politieke macht meer bestaan, omdat juist de politieke
+macht, de officieele uitdrukking is van de klassetegenstellingen in
+de burgerlijke samenleving."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+HET HISTORISCH MATERIALISME.
+
+
+In het geschrift tegen Proudhon is reeds in de behandeling van de
+stof, het wetenschappelijk standpunt van Marx, zijne philosophische,
+historische en economische gezichtspunten duidelijk te zien. Dat nieuwe
+standpunt was gewonnen, door eene vereeniging van het beste dat het
+fransche Materialisme van de 18e eeuw in Holbach en Helvetius geleverd
+heeft,--de revolutionaire kern uit die levensbeschouwing,--met het
+uit de critiek op de speculatieve en de idealistische wijsbegeerte
+der Hegelsche school, verkregen realisme.
+
+De grondslag voor die levensopvatting--eene vereeniging van de oude
+tegenstellingen van Denken en Zijn, of die van geest en stof,--was het
+bestaande, de ervaring, de mensch. Het klassieke fransche materialisme
+van de 18e eeuw, kòn de wereld niet opvatten als één proces; van de
+in gestadige en voortdurende, historische voort-ontwikkelingsgang
+zich bevindende materie.
+
+Aan den anderen kant was het Idealisme van Hegel gedoemd om
+te verstarren in de beschouwing van de "absolute idee." Bij de
+Jong-Hegelianen ontwikkelde zij zich dan ook tot de zuivere burgerlijke
+ideologie eenerzijds en tot de speculatieve wijsbegeerte anderzijds,
+door het abstraheeren van de begrippen, van hunne eigen moeder:
+de werkelijkheid.
+
+Maar Hegel had toch reeds de evolutie in de geschiedenis geconstateerd
+en ook de weg ontdekt, al was dit slechts door zuiver abstraheeren,
+waarlangs dit geschiedde: de dialektische ontwikkeling in de
+geschiedenis.
+
+De begrippen "toeval" en "willekeur," waren reeds door Spinoza uit de
+philosophische beschouwing der dingen buitengesloten en de causaliteit
+tot eene absolute wet door hem verheven, waaraan alles in de natuur
+zooals ook in den menschelijken wil, onderworpen was.
+
+De groote gedachte van de vooruitgang in beschaving, die het
+voornaamste voortbrengsel van de Hegelsche philosophie was,--de
+dialektische ontwikkeling--heeft, als sleutel tot het begrip van
+het verleden, de geschiedeniswetenschap op een hooger plan kunnen
+stellen. De toepassing van de evolutionaire, dus dialektische
+ontwikkeling op de menschelijke samenleving is, in wetenschappelijken
+zin en beteekenis, niet verschillend van die, welke Darwin toepaste
+op de biologie en waarmede hij tot zijne, voor de vooruitgang der
+biologische wetenschappen zoo baanbrekende resultaten was gekomen. En
+het is in het algemeen geen toeval, dat beide wetenschappelijke
+ontdekkingen, voor natuur en samenleving van het grootste belang,
+in een en denzelfden tijd zijn tot stand gekomen. Darwin en Marx
+kenden elkander echter niet.
+
+Maar in hetzelfde jaar,--alleen dit is er toevalligs aan--dat Charles
+Darwin zijn "Ontstaan van de Soorten" publiceerde, zag ook van Marx
+"Kritiek der Staathuishoudkunde" het licht. Dit was in 't jaar 1859.
+
+
+
+Met de nieuwe levensbeschouwing lieten zich, noch het standpunt
+van de "humanistische" socialisten, noch dat van de "utopistische"
+socialisten vereenigen.
+
+Vooral de laatsten hadden bij hunne beschouwingen, hoe nauw deze
+dikwijls de werkelijkheid ook raakten, steeds ééne onveranderlijke
+en vaste, "menschelijke natuur" aangenomen, waarvan zij ook steeds
+uitgingen en ondanks alles steeds op terugkwamen. Dat deze niet
+echter er was kon de geschiedenis aantoonen, zoodra zij maar op
+hare reële basis, de menschheid zelve werd teruggevoerd. Wat is
+echter de menschheid en wat beweegt haar? Wat maakt, in laatste
+instantie de beweegkracht der geschiedenis uit? Is het het
+toeval? Neen. Zijn het ideën dan? Maar deze wonen in menschen;
+in de samenleving van produceerende en consumeerende, werkende en
+niet-werkende individuen. En de ideën zelven, waren ook nooit eeuwige
+en onvergankelijke, maar steeds naar den aard der samenleving die ze
+produceerde, andere.
+
+Trouwens, reeds om die eeuwige vastheid van de menschelijke "natuur"
+had Hegel zich in zijne "Geschiedenis-philosophie" lustig gemaakt. Het
+was namelijk met betrekking tot de socialistische Utopisten, die
+zich het hoofd stuk peinsden over de "beste" wetgeving en over de
+"beste" maatschappij.
+
+En ook zelfs de burgerlijke geschiedschrijving, in den aanvang van
+de 19e eeuw, van Augustin Thierry en Michelet voornamelijk, de eerste
+in zijne geschiedschrijving van de burgerlijke revoluties in Engeland
+en die van 1789 in Frankrijk, de tweede in zijne groote studiën over
+de middeneeuwen; zoowel als de minister Guizot in zijn "Essai sur
+l'histoire de France", hadden de samenleving zelve aangetoond als de
+grondslag van de geschiedenis te zijn.
+
+Die grondslag evenwel, is evenmin een vaste en steeds blijvende;
+zij zelve verandert en deze hare verandering is niet minder dan die
+van de samenleving en de gansche natuur, aan de wetten der evolutie
+onderworpen.
+
+De vrucht nu van de philosophische levensbeschouwing van Marx, die
+gebouwd was op de dialektische ontwikkeling in natuur en samenleving,
+hare revolutionaire vrucht dus, was het historisch materialisme. De
+toepassing van deze beschouwingswijze op de geschiedenis, leidde tot
+de opvatting van de burgerlijke samenleving, als te zijn gebaseerd op
+de klasse-tegenstellingen van bezit, d. w. z. kapitaal eenerzijds en
+niet-bezit, d. w. z. van arbeid anderzijds. De formuleering van het
+begrip van den modernen klassenstrijd, was hiervan wederom het gevolg.
+
+Toen Marx zich aan de ontleding zette van de burgerlijke, de
+kapitalistische samenleving van tegenwoordig, teneinde uit deze
+analyse bloot te leggen, de drijvende krachten die hare produktiewijze
+voortbewegen en oplossen; een arbeid die aangevangen is met "Zur Kritik
+der politischen Ökonomie" en voortgezet is in zijn hoofdwerk "das
+Kapital"; ging hij, naar hij in de Voorrede van het eerste geschrift
+ons mededeelt, uit van de volgende wetenschappelijke denkmethode,
+die in groote trekken, de grondslag is te noemen van het historisch
+materialisme. Hij zegt daar:
+
+"Mijne onderzoekingen leidden tot het resultaat, dat
+rechtsverhoudingen, zoowel als staatsvormen noch uit zich-zelf te
+begrijpen zijn, noch uit de zoogenaamde algemeene ontwikkeling van den
+menschelijken geest, maar veelmeer in de materieele levensverhoudingen
+wortelen, welker totaal Hegel, naar het voorbeeld van de Engelschen
+en Franschen uit de 18e eeuw onder den naam van de "burgerlijke
+maatschappij" tezamenvat; dat evenwel, de anatomie der burgerlijke
+maatschappij, in de staathuishoudkunde is te zoeken. De navorsching
+van de laatste, in Parijs door mij aangevangen, heb ik te Brussel
+voortgezet, waarheen ik tengevolge van het verbanningsbevel des heeren
+Guizot heb moeten uitwijken. Het algemeene resultaat dat zich aan mij
+opdrong, en dat eenmaal gewonnen, tot den leiddraad mijner studiën
+werd, kan in het kort aldus worden geformuleerd:
+
+"In de maatschappelijke produktie huns levens, leven de menschen onder
+bepaalde, noodzakelijke, van hunnen wil onafhankelijke verhoudingen,
+produktieverhoudingen, die met eene bepaalde ontwikkelingstrap hunner
+materieele produktiekrachten in overeenstemming zijn. Het totaal
+dezer produktieverhoudingen, vormt de economische structuur van de
+samenleving, de werkelijke basis waarop zich een juridische en een
+politieke bovenbouw verheffen, en welke aan bepaalde maatschappelijke
+bewustzijnsvormen beantwoorden. De produktiewijze van het materieele
+leven, bepaalt het sociale, politieke en geestelijke levensproces
+in het algemeen. Het is niet het bewustzijn der menschen, dat hun
+Zijn, maar omgekeerd, het is hun maatschappelijk Zijn, dat hun
+bewustzijn bepaalt. Op eene bepaalde ontwikkelingshoogte hunner
+ontwikkeling, geraken de materieele produktiekrachten der samenleving
+in tegenspraak met de voorhanden produktieverhoudingen, of gelijk de
+juridische uitdrukking daarvoor luidt, met de eigendomsverhoudingen,
+waarbinnen dezen zich tot dusverre bewogen hebben. Dan slaan deze
+verhoudingen, van uit ontwikkelingsvormen der produktiekrachten,
+om, in kluisters derzelven. Er treedt dan een tijdstip van sociale
+revolutie in. Met de verandering van de economische grondslagen,
+wentelt ook de gansche bovenbouw langzamer of sneller om. Bij
+de beschouwing van zulke omwentelingen, behoort men steeds te
+onderscheiden tusschen de materieele, natuurwetenschappelijk-nauwkeurig
+te constateeren omwenteling in de economische produktievoorwaarden en
+de juridische, politieke, religieuze, artistieke of philosophische,
+kortom ideologische vormen, waarin de menschen zich dat conflikt
+bewust worden en het uitvechten. Zoomin als men, dat wat als een
+individu geldt, beoordeelt naar datgene wat dit van zich-zelf denkt,
+zoomin kan men eene zoodanige omwentelingsperiode uit haar bewustzijn
+beoordeelen, maar moet veelmeer, dit bewustzijn uit de tegenstellingen
+van het materieele leven, uit het aanwezig zijnde conflikt tusschen
+maatschappelijke produktiekrachten en produktieverhoudingen worden
+verklaard. Een samenlevingsvorm gaat niet ten onder, dan alvorens
+alle produktiekrachten ontwikkeld zijn; voor dat zij ver genoeg
+heen is; en nieuwe, hoogere produktieverhoudingen nemen hare plaats
+niet in, alvorens de materieele bestaansvoorwaarden derzelven, in
+den schoot der oude samenleving zijn uitgebroed. Hierom ook stelt
+de menschheid zich steeds eene taak, die zij volvoeren kan; want
+nauwkeuriger beschouwd, zal zij steeds vinden, dat die taak zelf,
+slechts daar haren oorsprong vindt, waar de materieele voorwaarden
+harer oplossing reeds voorhanden zijn, of minstens in staat van wording
+verkeeren. In groote omtrekken kunnen Aziatische, antieke, feodale
+en modern-burgerlijke produktiewijzen, als progressieve tijdperken
+van de economische maatschappij-formaties worden gekarakteriseerd. De
+burgerlijke produktie-verhoudingen zijn de laatste antagonistischen
+vorm van het maatschappelijk produktieproces; antagonistisch,
+niet in den zin van een individueel antagonisme, maar van een,
+uit de maatschappelijke levensbehoeften der individuen voortkomend
+antagonisme. Maar, de in den schoot der burgerlijke maatschappij
+zich ontwikkelende produktiekrachten, scheppen tegelijkertijd ook
+de materieele voorwaarden tot oplossing van dit antagonisme. Met
+dezen vorm van samenleving, sluit daarom de voorgeschiedenis van de
+menschelijke maatschappij af."
+
+
+
+Het eerste groote resultaat van de geschieds-beschouwing, gelijk wij
+die, èn in het geschrift over de Hegelsche Rechtsphilosophie èn in
+dat tegen Proudhon geformuleerd zien, de beschouwing namelijk, dat
+het de klassetegenstellingen zijn waarop de burgerlijke samenleving
+gebaseerd is, was een geschrift dat tevens in zich bevatte, de eerste
+samengedrongene, wetenschappelijke formuleering van het moderne
+socialisme van Marx en Engels.
+
+Gedurende Marx' oponthoud te Brussel werkten hij en Engels geducht
+mede aan een blad "Die Deutsche Brusseler Zeitung" genaamd, dat onder
+leiding van v. Bornstedt twee malen 's weeks verscheen en aan een
+duitsch tijdschrift "Das Westphälische Dampfboot" genaamd. Zoo ook
+stichtten zij onder de politieke vluchtelingen, welke zich toenmaals
+in Brussel bevonden, de "Deutsche Arbeiterverein" in vereeniging met
+Moritz Hesz, Sebastian Seiler, Ernst Dronke, Stephan Born en Wilhelm
+Wolff, dezelfde, aan wien later het eerste deel van "das Kapital" werd
+opgedragen. Het was in die Vereeniging dat Marx zijn voordracht hield
+over "Loonarbeid en Kapitaal", die met het critisch-staathuishoudkundig
+overzicht van Marx tegelijk zal worden behandeld.
+
+Maar het is in deze periode te Brussel geweest, dat het
+wetenschappelijk socialisme, of gelijk de beide mannen het toenmaals
+om eene behoorlijke onderscheiding te maken noemden, het communisme
+tot stand is gekomen.
+
+Tegen het destijds in Duitschland geleerde "ware" socialisme
+van Hesz, Karl Grün en anderen, richtte Marx de scherpste pijlen
+zijner realistische critiek, door den politieken klassenstrijd op
+den voorgrond te stellen, terwijl Engels in Puttman's "Burgerbuch"
+met nadruk, zoowel Wilhelm Weitling, als ook Fourier ten sterkste
+verdedigde tegen hunne aanvallen.
+
+Marx en Engels wisten zéér goed, dat zij daarmede zoowel naar den
+eenen als naar den anderen kant, een deel van hunne medestanders
+van zich zouden af stooten. Maar met zich-zelf in 't reine zijn,
+hun standpunt naar beide zijden scherp te kunnen afbakenen, dat was
+hun eerste en gewichtigste doel naar zij meenden.
+
+"Zonder partijen geen ontwikkeling, zonder scheiding geen vooruitgang",
+had Marx reeds in 1842 geschreven. En hij meende dat men bij het
+innemen van zijn eigen wetenschappelijk standpunt, vóór alles zuiver
+moest staan.
+
+Intusschen stonden Marx en Engels met de politieke vluchtelingen
+in Londen, de sociaal-demokraten uit de "Chartistenbeweging" in
+Engeland en voor een deel ook met de fransche sociaal-demokraten,
+in eene nauwe betrekking. Nu bestond erin Londen zoowel als in
+Parijs een "Bond der Rechtvaardigen", waartoe Engels noch Marx ooit
+wenschten toe te treden. Hij was de stichting van Karel Schapper en
+Heinrich Bauer, schrijvers, van Josef Moll, een horlogemaker, van den
+miniatuurschilder Karl Pfänder en van den kleêrmaker Eccarius. Een
+crisis in die organisatie ontstaan, deed Marx, Engels en Wilhelm Wolff
+besluiten, zich bij de afgescheidenen te voegen en met hen den "Bond
+der Communisten" op te richten. Als de eerste daad van dezen Bond
+naar buiten is het, in 't najaar van 1847 ontworpen en in Februarij
+1848 in het publiek verschenen
+
+
+"Communistisch Manifest"
+
+te beschouwen, dat de klassieke uiteenzetting bevat van alle
+resultaten welke Marx en Engels uit hunnen praktischen strijd en
+hunne theoretische studiën hadden vermogen te trekken.
+
+In dit "Communistisch Manifest" wordt in enkele groote trekken
+de economisch-sociale geschiedsdeduktie van de tijden der
+lijfeigenschap in de middeneeuwen, tot aan onze huidige klassen- en
+eigendomstegenstellingen doorgevoerd en komt het inzicht erin tot
+uiting, en wordt er voor 't eerst in het bijzonder in aangetoond,
+dat ook de tegenwoordige vorm van de samenleving tot den ondergang
+is bestemd; terwijl alles wat de bourgeoisie in het werk stelt en
+in het werk stellen moet, slechts de arbeid harer eigene ondergang
+is. Naar de stelling van Hegel die eenmaal luidde: "dat in de
+wereldgeschiedenis door de handelingen der menschen, nog in het
+algemeen iets anders te voorschijn komt als zij bedoelen en bereiken,
+als zij onmiddellijk weten en willen" is deze gansche beschouwingswijze
+geformuleerd. Deterministisch is deze beschouwing der samenleving,
+zoolang deze en voor zoover deze, kapitalistisch is.
+
+Het "Manifest" dat aanvangt met de verklaring dat er "een spook over
+Europa rondwaart," welk spook het communisme is--"dat dit communisme
+bereids door de machten van Europa als een macht is erkend"--zegt
+vervolgens: "dat het hoog tijd is geworden, dat de communisten hunne
+beschouwingswijze, hun doel en hunne tendenzen, voor de geheele
+wereld open en bloot leggen, om aan het sprookje van het communisme,
+een manifestatie daarvan, tegenover te plaatsen." Tot dit doel hebben
+zich communisten van verschillende naties in Londen bijeenverzameld
+en een "Manifest" ontworpen, dat in het engelsch, fransch, duitsch,
+italiaansch, vlaamsch en deensch gepubliceerd zal worden.
+
+Het begint in zijn 1ste Hoofdstuk eene definitie te geven van de
+begrippen: Bourgeoisie en Proletariaat.
+
+"De geschiedenis van alle der nog toe bestaan hebbende maatschappijen,
+is de geschiedenis van klasseoorlogen.
+
+"Vrijen en slaven, patricieër en plebejer, baron en lijfeigene,
+gildeburger en gezel, in 't kort, onderdrukten en onderdrukkers,
+zij stonden in gestadige tegenstelling tot elkander, voerden een
+ononderbroken, dan eens verkapte, dan eens open strijd tegen elkander,
+die telkenmale met eene revolutionaire gedaante-verandering van de
+gansche samenleving eindigde, of met den gemeenschappelijken ondergang
+der strijdende klassen.
+
+"In de vroegere tijdstippen der geschiedenis, vinden wij bijna overal
+eene volledige geleding der samenleving in verschillende standen,
+eene menigvuldige en trapsgewijze vorming van maatschappelijke
+stellingen. In het oude Rome hadden wij de patriciërs, ridders,
+plebejers en slaven; in de Middeneeuwen de feodaal-Heeren, Vasallen,
+gildeburgers, gezellen, lijfeigenen en bovendien, bestonden er nog
+in bijna alle deze klassen weder, bijzondere trapsgewijze indeelingen.
+
+"De uit den ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen
+moderne burgerlijke maatschappij, heeft die klassetegenstellingen
+niet opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden
+van onderdrukking, eene nieuwe gestalte aan dien strijd, in de plaats
+van de oude gegeven.
+
+"Ons tijdstip, dat van de bourgeoisie, kenteekent zich echter daardoor,
+dat zij deze klasse-tegenstellingen vereenvoudigd heeft. De gansche
+maatschappij splitst zich meer en meer in twee groote, elkander
+vijandige legers, in twee groote, elkander direkt tegenoverstaande
+klassen: bourgeoisie en proletariaat.
+
+"Uit den lijfeigene van de Middeneeuwen, werden de paalburgers der
+eerste steden geboren; uit dezen paalburgers ontwikkelden zich weder
+de eerste elementen der bourgeoisie.
+
+"De ontdekking van Amerika, van de scheepvaart om Afrika, schiepen
+voor de opkomende bourgeoisie een nieuw terrein. De Oost-Indische
+en Chineesche markt, de koloniseering van Amerika, de ruil met deze
+koloniën, de vermeerdering der ruilmiddelen en der waren over het
+algemeen, verleenden aan den handel, aan de scheepvaart en aan de
+industrie een ongekenden vlucht en daarmede aan het revolutionaire
+element van de, in verval zijnde feodale maatschappij, eene even
+snelle ontwikkeling.
+
+"De tot nu toe bestaan hebbende feodale of gildenachtige bedrijfswijze
+van de industrie, was niet meer toereikend voor de met de nieuwe
+markten, steeds aangroeiende behoefte. De Manufaktuur trad in hare
+plaats. De gildenmeesters werden verdrongen door de industrieele
+middenstand; de verdeeling van den arbeid tusschen de verschillende
+corporaties maakte plaats voor de verdeeling van den arbeid, in den
+afzonderlijken werkplaats, gelijk die op zich-zelf reeds bestond.
+
+"Maar steeds groeiden de markten aan, steeds steeg de behoefte. Ook de
+Manufaktuur was niet meer voldoende. De stoom kwam en revolutioneerde
+door middel van de machinerie de industrieele produktie. In plaats
+van de Manufaktuur trad nu de moderne groot-industrie; in plaats van
+den industrieelen middenstand traden nu, de industrieele millionairs,
+de chefs van gansche industrieele legers, de moderne bourgeois in
+het leven.
+
+"De groot-industrie heeft de wereldmarkt in het leven geroepen, die
+door de ontdekking van Amerika was voorbereid. De wereldmarkt heeft
+aan den handel, aan de scheepvaart en aan de landcommunikatie eene
+onmetelijke ontwikkeling gegeven. Deze heeft wederom op de uitbreiding
+van de industrie teruggewerkt, en in dezelfde mate waarin industrie,
+handel, scheepvaart en spoorwegen zich uitbreidden, in diezelfde mate
+ontwikkelde zich de bourgeoisie, vermeerderde zij hare kapitalen,
+drong zij alle, van af de Middeneeuwen traditioneel geworden klassen,
+meer en meer naar den achtergrond.
+
+"Wij zien dus hoezeer de moderne bourgeoisie-zelf, het produkt van een
+lange ontwikkelingsgang, van een rij van omwentelingen in de produktie-
+en verkeerswijze is.
+
+"Ieder dezer ontwikkelingstrappen der bourgeoisie, werd
+begeleid door eene, met hen in overeenstemming zijnde politieke
+vooruitgang. Onderdrukte stand onder de heerschappij van de feodale
+Heeren; bewapende en zich-zelf beheerende associatie in de gemeenten;
+hier onafhankelijke stedelijke Republiek, daar derde belastingplichtige
+Stand van de monarchie; dan, ten tijde van de op gildenorganisatie
+berustende Manufaktuur, tegenwicht tegenover den adel in de Standen
+of in de absolute monarchie; hoofdgrondslag van de monarchieën in
+het algemeen, veroverde zij eindelijk, sedert het bestaan van de
+groot-industrie en der wereldmarkt in de moderne constitutioneele
+staten, voor zich uitsluitend de politieke heerschappij. De moderne
+staatsmacht is slechts eene commissie, die de gemeenschappelijke
+belangen van de gansche bourgeoisklasse bestuurt.
+
+"De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire
+rol gespeeld.
+
+"De bourgeoisie, waar zij tot heerschappij is gekomen, heeft alle
+feodale, patriarchale en idyllische verhoudingen verstoord. Zij
+heeft de bontgekleurde feodale banden, die den menschen aan hunne
+natuurlijke meesters verbonden, onbarmhartig verscheurd en geen
+anderen band tusschen mensch en mensch overgelaten, dan die van het
+naakte belang, dan die van de gevoellooze "bare betaling". Zij heeft
+de heilige rilling van de vrome dweperij, de ridderlijke begeestering,
+de klein-burgerlijke weemoed, verdronken in het ijskoude water van
+de egoïstische berekening. Zij heeft de persoonlijke waarde, in de
+ruilwaarde opgelost en in de plaats van de tallooze, op vrijbrieven
+berustende privilegiën en vrijheden, de eene, die van de gewetenlooze
+handelsvrijheid gesteld. Zij heeft in één woord, in plaats van de met
+religieuze en politieke illusies omhulde uitbuiting, de openlijke,
+de onbeschaamde, direkte en dorre uitbuiting geplaatst.
+
+"De bourgeoisie heeft alle tot dusver eerwaardige en met vrome
+schuwheid beschouwde handelingen, van hunnen schijn van heiligheid
+ontdaan. Zij heeft den arts, den jurist, den priester, den poëet en
+den man van de wetenschap tot hare betaalde loonarbeiders gemaakt.
+
+"De bourgeoisie heeft de familieverhouding van haren
+roerend-sentimenteelen sluier beroofd en haar teruggevoerd tot op
+een zuiver finantieele verhouding.
+
+"De bourgeoisie heeft ons het geheim onthuld, hoe de brute
+krachtsuiting, die de reaktie zoo zeer bewondert in de Middeneeuwen,
+in de luiste dagdieverij hare beste aanvulling kan vinden. Maar eerst
+heeft zij ons bewezen, wat de werkzaamheid van menschen tot stand kan
+brengen. Zij heeft nog gansch andere wonderwerken tot stand doen komen
+als de Pyramiden van Egypte, romeinsche waterleidingen en gothische
+Cathedralen dat waren; zij heeft nog geheel andere tochten tot stand
+weten te brengen, als de Volkerentochten en de Kruistochten dat waren.
+
+"De bourgeoisie kan niet bestaan, zonder de produktie-instrumenten,
+d. w. z., zonder de produktieverhoudingen, dus de
+gezamenlijke maatschappelijke verhoudingen, voortdurend
+te revolutioneeren. Onveranderde instandhouding van de oude
+produktiewijzen, was daarentegen de eerste bestaansvoorwaarde van
+de vroegere industrieele klassen. De voortdurende omwenteling van
+de produktie, de ononderbroken schokking van alle maatschappelijke
+toestanden, de eeuwigdurende onzekerheid en de toestand van
+bewogenheid, onderscheidt de periode der bourgeoisie van al de
+vroegere. Alle vaste, ingewortelde verhoudingen, mitsgaders
+hunne gevolgen van oude en traditioneele voorstellingen
+en beschouwingswijzen, zijn door haar opgelost geworden;
+alle nieuwgevormde verouderen, nog voor zij zich hebben kunnen
+vastnestelen. Al het bestaande en vaststaande verdampt, al het heilige
+wordt ontwijd, en de menschen worden er eindelijk wel toe gedwongen,
+hunne levenspositie en wederzijdsche betrekkingen, met nuchtere oogen
+te gaan bekijken.
+
+"De behoefte aan een steeds uitgebreider afzetmarkt voor hare
+produkten, jaagt de bourgeoisie over den ganschen aardbol. Overal
+moet zij zich inburgeren, overal inwerken, overal moet zij connekties
+aanknoopen.
+
+"De bourgeoisie heeft door hare exploitatie van de wereldmarkt, aan
+de produktie en de consumptie van alle landen, eene cosmopolitische
+gestalte gegeven. Zij heeft tot groote droefenis van de reaktionairen,
+der industrie den nationalen bodem onder de voeten weggerukt. Over-oude
+nationale industrieën zijn door haar vernietigd geworden en worden
+er dagelijks nog meer vernietigd. Zij worden verdrongen door
+nieuwe industrieën, welker invoering tot eene levenskwestie voor
+alle beschaafde naties wordt; door industrieelen, welke niet meer
+inheemsche ruwprodukten, maar de, van de verst verwijderde streken
+komende ruwprodukten verwerken en welker fabrikaten, niet alleen in het
+land zelve, maar in alle werelddeelen verbruikt worden. In de plaats
+van de oude, door de produkten van het land zelf bevredigde behoeften,
+komen er nieuwe, welke de produkten van de verstverwijderde landen
+en klimaten, tot hunne bevrediging noodig hebben. In de plaats van
+de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid en afgeslotenheid,
+trad een alzijdig verkeer, eene alzijdige afhankelijkheid der
+verschillende naties van elkander. En zooals het in de materieele
+produktie ging, zoo ging het ook in de geestelijke produktie. De
+geestelijke voortbrengselen der naties elk op zich, zijn gemeen-goed
+geworden. De nationale eenzijdigheid en bekrompenheid wordt meer
+en meer onmogelijk gemaakt, en uit de vele nationale en lokale
+litteraturen, vormt zich ééne wereldlitteratuur.
+
+"De bourgeoisie trekt, door eene snelle verbetering van alle
+produktie-instrumenten, door de oneindig vergemakkelijkte
+communikaties, alle,--ook de barbaarsche--naties, binnen den kring
+harer beschaving. De goedkoope prijzen harer waren, zijn de zware
+artillerie, waarmede zij alle chineesche muren platschiet, waarmede
+zij den hardnekkigsten vreemdenhaat der Barbaren tot capitulatie
+dwingt. Zij dwingt alle naties, de produktiewijze der bourgeoisie zich
+eigen te maken, willen deze niet te gronde gaan; zij dwingt ze, deze
+zoogenaamde beschaving bij zich-zelf in te voeren, d. w. z. bourgeois
+te worden. In een woord, zij schept zich een eigen wereld, naar haar
+eigen beeld.
+
+"De bourgeoisie heeft het platte land onderworpen aan de heerschappij
+van de steden. Zij heeft enorme steden geschapen. Zij heeft het getal
+van de stedelijke bevolking, tegenover dat van het land in hoogen
+graad doen toenemen en een beduidend deel van de bevolking aan het
+idealisme van het landleven onttrokken. Gelijk zij het land van de
+stad, zoo heeft zij de barbaarsche en half-barbaarsche landen van de
+beschaafde, de boerenvolkeren van de bourgeoisvolkeren, het Oosten
+van het Westen afhankelijk gemaakt.
+
+"De bourgeoisie heft meer en meer de versplintering van de
+produktiemiddelen, van het bezit en van de bevolking òp. Zij heeft
+de bevolking geaglomereerd, de productiemiddelen gecentraliseerd en
+den eigendom, in weinige handen geconcentreerd. Het noodzakelijke
+gevolg hiervan, was de politieke centralisatie. Onafhankelijke,
+nauwelijks verbonden provinciën met verschillenderlei belangen, wetten,
+regeeringen en tollen, werden tezamengedrongen tot ééne natie, ééne
+regeering, ééne wet, één nationaal klassebelang en ééne douanelinie.
+
+"De bourgeoisie heeft in hare, nauwelijks honderdjarige
+klasseheerschappij, méér massale en méér kolossale produktiekrachten
+geschapen, als alle aan haar voorafgegane generaties,
+tezamen. Onderwerping van natuurkrachten, machinerie, toepassing van
+de chemie op de akkerbouw; stoomscheepvaart, spoorwegen, elektrische
+telegraphen, exploitatie van gansche werelddeelen, bevaarbaarmaking
+van stroomen, gansche, als uit den grond gestampte bevolkingen--welke
+vroegere eeuw had er eenig begrip van, dat zulke produktiekrachten
+in den schoot van den maatschappelijken arbeid, te sluimeren lagen!
+
+"Wij hebben dus gezien: De produktie- en verkeersmiddelen, op welker
+grondslag zich de bourgeoisie kon verheffen, werden in de feodale
+maatschappij voortgebracht. Op een gegeven ontwikkelingshoogte
+dezer produktie- en verkeersmiddelen bleken de verhoudingen,
+waarin de feodale maatschappij produceerde en ruilde, met de
+feodale organisatie der Agrikultuur en der Manufaktuur, in één
+woord, de feodale eigendomsverhoudingen bleken met de ontwikkelde
+produktiekrachten, niet meer in overeenstemming te zijn. Zij hielden
+de produktie tegen, in plaats van die te bevorderen. Zij moesten dan
+ook springen en zij sprongen.
+
+"In hunne plaats trad de vrije concurrentie, met de aan haar
+beantwoordende maatschappelijke en politieke constitutie, met de
+economische en politieke heerschappij van de bourgeoisklasse.
+
+"Onder onze oogen nu, voltrekt zich eene gelijke beweging. De
+burgerlijke produktie- en verkeersverhoudingen, de burgerlijke
+eigendomsverhoudingen, de moderne burgerlijke maatschappij, die zulke
+geweldige produktie- en verkeersmiddelen te voorschijn getooverd heeft,
+gelijkt den heksenmeester, die de onderaardsche machten, die hij zelve
+te voorschijn had geroepen, niet meer bezweren kan. Sedert tientallen
+van jaren is de geschiedenis van de industrie en van den handel,
+slechts de geschiedenis van den opstand der moderne produktiekrachten
+tegen de eigendomsverhoudingen, welke de levensvoorwaarden zijn
+voor de bourgeoisie en voor hare heerschappij. Het is voldoende, de
+handelscrisissen aan te duiden, welke met hunne periodieke terugkeer,
+steeds dreigender het bestaan van de gansche burgerlijke samenleving
+tot eene kwestie van tijd maken. In de handelscrisissen breekt eene
+maatschappelijke epidemie los, welke in alle vroegere tijdstippen als
+iets onzinnigs zou zijn beschouwd: de epidemie van de overproduktie. De
+maatschappij bevindt zich plotseling teruggezet in een toestand
+van oogenblikkelijk barbarisme; een hongersnood, eene algemeene
+vernietigingsoorlog schijnen haar alle levensmiddelen afgesneden te
+hebben; de industrie, de handel schijnen vernietigd. En waarom? Omdat
+zij te véél beschaving, omdat zij te véél levensmiddelen, te véél
+industrie, te véél handel bezit. De produktiekrachten, die haar ter
+beschikking staan, dienen niet meer tot bevordering der burgerlijke
+eigendomsverhoudingen; integendeel, zij zijn te geweldig voor deze
+verhoudingen geworden, zij worden door haar juist tegengehouden. En
+zoodra zij dezen tegenstand overwinnen, brengen zij de gansche
+burgerlijke samenleving in wanorde en, brengen zij het bestaan van den
+burgerlijken eigendom, in gevaar. De burgerlijke verhoudingen zijn te
+eng geworden om de door haar voortgebrachte rijkdom te bevatten. En
+waardoor overwint de bourgeoisie nu de crisissen? Aan den eenen kant,
+door eene gedwongen vernietiging van een massa van produktiekrachten;
+aan den anderen kant, door de verovering van nieuwe markten en de
+radikale uitbuiting van de oude markten. Waardoor dus? Daardoor, dat
+zij nog veelzijdiger en nog veel geweldiger crisissen voorbereidt en
+de middelen om die crisissen te voorkomen, juist worden verminderd.
+
+"De wapenen waarmede de bourgeoisie het feodalisme tegen den grond
+geslagen heeft, richten zich nu tegen de bourgeoisie zelve.
+
+"Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de wapens gesmeed die haar
+ten dood zullen brengen; zij heeft ook de menschen voortgebracht, die
+deze wapens tegen haar zullen voeren. Dit zijn de moderne arbeiders:
+het proletariaat.
+
+"In dezelfde mate waarin de bourgeoisie, d. w. z. het kapitaal zich
+ontwikkelt, in diezelfde mate ontwikkelt zich óók het proletariaat;
+die klasse van moderne arbeiders, die slechts zoo lang te leven
+hebben, als zij arbeid kunnen vinden en die slechts zoo lang arbeid
+vinden, als hunnen arbeid het kapitaal vermeerdert. Deze arbeiders
+die zich stuksgewijs verkoopen moeten, zijn een waar, zooals elk
+handelsartikel dat is en daarvandaan gelijkmatig aan alle wisselingen
+van de concurrentie, aan alle schommelingen van de markt onderworpen.
+
+"De arbeid van de proletariërs heeft door de uitbreiding van de
+machinerie en de verdeeling van den arbeid, elk zelfstandig karakter
+en daarmede alle bekoorlijkheid voor den arbeider verloren. Hij is
+een gewoon aanhangsel van de machine geworden, van wien slechts de
+eenvoudigste, eentonigste en gemakkelijk aan te leeren handgrepen
+worden verlangd. De kosten die de arbeider veroorzaakt, bepalen zich
+daarvandaan tot die van de bloote levensmiddelen-hoeveelheid die
+hij noodig heeft tot zijn onderhoud en tot voortplanting van zijn
+geslacht. De prijs eener waar, ook die van den arbeid, is echter
+gelijk aan die harer produktiekosten. In dezelfde mate, waarin
+de walgelijkheid van den arbeid toeneemt, in diezelfde mate neemt
+het loon àf. Meer nog, in dezelfde mate waarin de machinerie en de
+verdeeling van den arbeid toenemen, in diezelfde mate neemt ook de
+massa van den te verrichten arbeid toe, hetzij door vermeerdering
+van de arbeidsuren, hetzij door vermeerdering van de in een bepaalden
+tijd te leveren hoeveelheid arbeids, versnelde loop der machines enz.
+
+"De moderne industrie heeft de kleine werkplaats van den patriarchalen
+meester doen veranderen in de groote fabriek van den kapitalistischen
+ondernemer. Arbeidersmassa's tezamengedrongen in de fabriek, worden
+aldaar op militaire wijze georganiseerd. Zij worden als ordinaire
+industrie-soldaten, onder het toezicht van een volledige hiërarchie van
+onder-officieren en officieren geplaatst. Zij zijn niet alleen knechten
+der bourgeoisklasse, maar zij worden dagelijks en op elk uur van dien
+dag geknecht door de machine, door den opzichter en voor alles, door
+den individueelen bourgeois zelf, die fabrikant heet. Dit despotisme is
+zooveel te kleiner, zooveel te hatelijker, zooveel te verbitterender,
+naar mate het te openlijker de uitbuiting als zijn doel proklameert.
+
+"Hoe minder de handenarbeid geschiktheid, en krachtsuiting gaat
+vereischen, d. w. z. hoe meer de moderne industrie zich ontwikkelt,
+des te meer wordt de arbeid der mannen verdrongen door die van
+de vrouwen. Geslachts- en ouderdomsverschillen zijn niet meer
+maatschappelijk-geldig voor de arbeidersklasse. Er zijn slechts
+arbeidsinstrumenten van hen over, die naar gelang van ouderdom en
+van geslacht, verschillende kosten opleveren.
+
+"Is de uitbuiting van den arbeider door de fabrikanten eenmaal in
+zooverre gedaan, dat hij zijn arbeidsloon in gereed geld uitbetaald
+krijgt, dan vallen de andere deelen van de bourgeoisie hem op het lijf,
+in den vorm van den huisheer, den winkelier, den pandjeshuishouder,
+enz.
+
+"De tot dusver bestaan hebbende kleine middenstand, de kleine
+industrieelen, kooplieden en renteniers, de handwerker en de boer,
+alle deze klassen zinken tot het proletariaat af; deels hierdoor,
+omdat hun klein kapitaal voor het bedrijf van de groote industrie
+niet toereikend is, deels daardoor, omdat hunne geschiktheid door de
+nieuwe produktiewijze van hare waarde wordt beroofd. Zoo wordt het
+proletariaat gerecruteerd uit alle klassen der bevolking."
+
+Na een schildering van het ontstaan en het verloop van den strijd van
+het proletariaat, ongeveer gelijk aan die welke in het geschrift tegen
+Proudhon voorkwam, gaat het "Manifest" verder ons den klassenstrijd
+schilderend.
+
+"Van alle klassen die heden ten dage tegenover de bourgeoisie
+zich geplaatst zien, is alléén het proletariaat de werkelijk
+revolutionaire klasse. De overige klassen komen om, en gaan onder
+met de groot-industrie; het proletariaat is haar eigen produkt.
+
+"De middenstanden, de kleine industrie, de kleine koopman, de
+handwerker, de boer, zij allen bestrijden de bourgeoisie, om hun
+bestaan als middenstand voor den ondergang te vrijwaren. Zij zijn
+aldus beschouwd, niet revolutionair, zij zijn conservatief. Sterker
+nog, zij zijn reaktionair, zij zoeken het rad van de vooruitgang
+terug te draaien. Als zij revolutionair zijn, dan zijn zij het met
+betrekking tot hun aanstaande overgang tot het proletariaat, maar
+alsdan verdedigen zij niet hunne tegenwoordige, maar hunne toekomstige
+belangen; dan verlaten zij hun eigen standpunt, om zich op dat van
+het proletariaat te stellen".........
+
+"Elke samenleving die tot nog toe bestond, berustte gelijk wij
+gezien hebben, op de tegenstelling van onderdrukkende en onderdrukte
+klassen. Om evenwel een klasse te kunnen onderdrukken, moeten haar de
+voorwaarden verzekerd zijn, waarop zij, minst genomen haar geknecht
+bestaan kan voeren. De lijfeigene heeft zich in de lijfeigenschap tot
+medelid van de commune opgewerkt, zooals de kleine burger tot bourgeois
+onder het juk van het feodale absolutisme. De moderne arbeider
+daarentegen, in plaats van zich met de vooruitgang van de industrie
+te kunnen verheffen, zinkt steeds dieper onder de bestaansvoorwaarden
+zijner eigene klasse. De arbeider wordt een pauper en het pauperisme
+ontwikkelt zich nog sneller, dan de bevolking en dan de rijkdom. Het
+wordt hiermede klaar en duidelijk, dat de bourgeoisie ongeschikt is
+nog langer de heerschende klasse der samenleving te blijven en de
+levensvoorwaarden harer klasse, der samenleving als eene regelende wet
+op te dwingen. Zij is ongeschikt tot heerschen, omdat zij ongeschikt
+is hare slaven, het bestaan, zelfs binnen het raam hunner slavernij
+te verzekeren; omdat zij gedwongen is hun te laten neerzinken tot eene
+positie, waarin zij hen voeden moet, in plaats van door hen gevoed te
+worden. De maatschappij kan niet meer onder haar leven, d. w. z. haar
+leven, laat zich niet meer vereenigen met dat der samenleving.
+
+"De wezenlijke voorwaarde tot het bestaan en de heerschappij der
+bourgeoisklasse, is de ophoping van den rijkdom in de handen van
+privaat-personen, de vorming en vermeerdering van het kapitaal; de
+voorwaarde van het kapitaal is: de loonarbeid. De loonarbeid berust
+uitsluitend op de concurrentie der arbeiders onderling. De vooruitgang
+van de industrie, welker willooze en weêrstandslooze draagster de
+bourgeoisie is, stelt echter in plaats van het isolement van den
+arbeider door de concurrentie, hunne revolutionaire aaneensluiting door
+de vereeniging. Met de ontwikkeling der groot-industrie wordt aldus
+ook de grondslag onder de voeten der bourgeoisie weggerukt, die waarop
+zij produceert en de produkten zich toeëigent. Hare ondergang en de
+zegepraal van het proletariaat zijn beiden gelijkelijk onvermijdelijk."
+
+
+
+Het tweede gedeelte van het "Manifest" behandelt den "proletariër
+en den communist" en de verhouding waarin beiden tot elkander staan,
+benevens eene uiteenzetting van wat de communisten willen:
+
+"De theoretische stellingen der communisten berusten geensdeels op
+ideën, op principes die door dezen of genen wereldverbeteraar zijn
+uitgedacht.
+
+"Zij zijn de algemeene uitdrukkingen van feitelijke verhoudingen, van
+een bestaanden klassenstrijd, eene, zich onder onze oogen afspelende
+historische beweging. De afschaffing van de tot nu toe bestaande
+eigendomsverhoudingen, is niet iets dat aan het communisme in het
+bijzonder eigen is.
+
+"Alle eigendomsverhoudingen waren aan een gedurige historische
+wisseling, aan eene gestadige historische verandering onderworpen. De
+fransche revolutie bijv., schafte den feodalen eigendom, ten gunste
+van den burgerlijken af.
+
+"Wat het communisme karakteriseert, dat is niet de afschaffing van
+den eigendom in het algemeen, maar de afschaffing van den burgerlijken
+eigendom."
+
+De moderne burgerlijke privaat-eigendom is echter de laatste en
+meest volkomene uitdrukking van de voortbrenging en de toeëigening
+der produkten, welke op klassetegenstellingen, op de uitbuiting van
+den een door den ander berusten.
+
+In dezen zin kunnen de communisten hunne theorie in deze eene
+uitdrukking: "opheffing van het privaat-bezit" samenvatten.
+
+Vervolgens weêrlegt het "Manifest" alle tegenwerpingen, die er
+gemaakt zijn geworden tegen de doeleinden der communisten. In
+de eerste plaats, dat zij "den eigendom" willen afschaffen. Het
+antwoordt hierop: "dat de communisten niet den eigendom als zoodanig
+willen afschaffen, om die reden, dat zij dat niet zouden kunnen. Iets
+anders is het, dat zij den privaat-eigendom willen doen vervangen door
+de gemeenschappelijke. Die privaten eigendom namelijk, welke zich
+beweegt in de tegenstelling, tusschen kapitaal en loonarbeid. Het
+kapitaal is geen persoonlijke maar eene maatschappelijke macht. Het
+is een produkt van gemeenschappelijken arbeid en kan slechts door
+eene gemeenschappelijke werkzaamheid van vele leden, in laatste
+instantie van die van alle leden der gemeenschap, in beweging worden
+gezet. Wordt het in gemeenschappelijk, aan alle leden der samenleving
+toebehoorend eigendom veranderd, dan verandert niet de persoonlijke
+eigendom in gemeenschappelijk, maar het maatschappelijk karakter van
+den eigendom verandert, doordien dit zijn klasse-karakter verliest."
+
+"In de burgerlijke maatschappij is de levende arbeid slechts een middel
+om den opgehoopten arbeid te doen vermeerderen. In de communistische
+samenleving, zal de opgehoopte arbeid slechts een middel zijn om
+het levensproces van den arbeider te verruimen, te verrijken en
+te bevorderen.
+
+"In de burgerlijke samenleving heerscht dus het verleden over het
+heden, in het communisme zal het heden over het verleden heerschen. In
+de burgerlijke samenleving is het kapitaal zelfstandig en persoonlijk,
+terwijl het werkende individu ònzelfstandig en ònpersoonlijk is."....
+
+"Gij werpt ons voor," zoo roept het Manifest den tegenstanders toe,
+"dat wij uw eigendom willen afschaffen! Zeker, dat is zoo!"
+
+"Van af het oogenblik, waarin de arbeid niet meer kan worden omgezet
+in kapitaal, geld of grondrente, in 't kort tot een monopoliseerbaar
+iets kan worden gemaakt.... van dat oogenblik af, verklaart gij den
+persoon voor opgeheven."
+
+"Gij stemt aldus toe, dat gij onder den persoon, niemand anders
+verstaat dan den bourgeois, den burgerlijken bezitter. En deze persoon
+nu, zal zeer zeker moeten ophouden te bestaan!
+
+"Het communisme beneemt niemand de macht zich maatschappelijke
+produkten toe te eigenen, het beneemt alleen hem de macht, door middel
+van vreemden arbeid anderen te onderdrukken."
+
+"Men wierp ons voor, met de opheffing van het privaatbezit zal alle
+werkzaamheid ophouden te bestaan en eene algemeene luiheid zal er
+heerschen.
+
+"Ware dat zoo, dan moest de burgerlijke maatschappij reeds sinds
+lang aan luiheid te gronde gegaan zijn; want die in haar arbeiden,
+worden niet rijker en die in haar rijker worden, arbeiden niet. De
+gansche bedenking loopt uit op de tautologie, dat er geen loonarbeid
+meer bestaat, zoodra er geen kapitaal meer bestaat."
+
+Het "Manifest" weerlegt vervolgens alle aanklachten, die van
+ideologisch, philosophisch en religieus standpunt gemaakt zijn tegen
+het Communisme. "Met de levensverhoudingen der menschen," zegt het,
+"met het maatschappelijk bestaan, veranderen ook hunne voorstellingen,
+beschouwingen en begrippen, in één woord verandert hun bewustzijn. Wat
+bewijst de geschiedenis anders, dan dat de geestelijke voortbrenging,
+verandert met de materieele? De heerschende ideën van een zekeren tijd,
+waren altijd maar de ideën van de in dien tijd heerschende klasse.
+
+"Men spreekt van ideën welke eene gansche samenleving revolutioneeren;
+men constateert daarmede het feit, dat zich binnen het raam van de
+oude samenleving de elementen tot eene nieuwe gevormd hebben dat met
+de oplossing der oude levensverhoudingen; de oplossing der oude ideën
+gelijken tred houdt.
+
+"Toen de oude wereld aan het òndergaan was, werden de oude godsdiensten
+overwonnen door de christelijke religie. Toen de christelijke ideën
+in de 18e eeuw het aflegden tegen de verlichtings-ideën, streed de
+feodale maatschappij haren doodstrijd met de toenmalige revolutionaire
+bourgeoisie. De ideën van de gewetens- en religievrijheid, waren
+slechts de weerklank van de heerschappij der vrije concurrentie,
+op het gebied van de wetenschap".....
+
+De tegenwerping, dat er toch "eeuwige waarheden" zooals vrijheid,
+gerechtigheid enz., zijn, die aan alle maatschappelijke toestanden
+gemeen zijn, weêrlegt het Manifest met te zeggen:
+
+"Onder vrijheid verstaat men in de tegenwoordige burgerlijke
+produktieverhoudingen, den vrijen handel, den vrijen koop en verkoop.
+
+"Vervalt evenwel den schagger, dan vervalt ook den vrijen
+schagger. De tirades over den vrijen handel, gelijk alle overige
+vrijheidsredevoeringen van onze bourgeoisie, hebben over het algemeen
+maar eenigen zin tegenover den gebonden schagger, tegenover den
+geknechten burger van uit de Middeneeuwen, niet echter, tegenover
+de communistische opheffing van den schagger, der burgerlijke
+produktieverhoudingen en der bourgeoisie zelf."
+
+"Gij zijt er verontrust over dat wij den privaat-eigendom willen
+opheffen. Maar in uwe bestaande maatschappij, is het privaat-bezit voor
+negen tiende harer leden reeds opgeheven; bestaat het juist dáárdoor
+dat het voor 9/10 niet bestaat! Gij werpt ons dus voor, dat wij een
+eigendom wenschen op te heffen, hetwelk de eigendomloosheid van de
+overgroote massa, als eene noodzakelijke voorwaarde voorop stelt.".....
+
+"En de opheffing der familie" dan, welke men den communisten verwijt!
+
+"Waarop", vraagt het Manifest, "berust de tegenwoordige burgerlijke
+familie? Op het kapitaal, op den privaten winst. Volkomen ontwikkeld
+bestaat zij slechts bij de bourgeoisie; maar zij verkrijgt hare
+aanvulling in de gedwongen familieloosheid van de proletariërs en de
+publieke prostitutie.
+
+"De familie der bourgeois valt natuurlijk weg met het wegvallen van
+deze hare aanvulling, en beiden verdwijnen met het verdwijnen van
+het kapitaal.
+
+"Werpt gij ons nu voor, dat wij de uitbuiting van de kinderen
+door hunne ouders opheffen willen? Dan stemmen wij met dat verwijt
+volkomen in.
+
+"Maar, zegt gij, wij heffen de intiemste verhoudingen op, doordien
+wij in de plaats van de huiselijke opvoeding die van de samenleving
+willen plaatsen!
+
+"Maar wordt niet uwe opvoeding door de samenleving bepaald? Door
+de maatschappelijke verhoudingen, binnen welke gij opvoedt, door
+de direktere of indirektere inmenging van de maatschappij, door
+middel van de scholen enz. De communisten hebben de inwerking van de
+samenleving op de opvoeding niet uitgevonden: zij veranderen haar
+karakter alleen, zij ontrukken alleen de opvoeding aan den invloed
+van de heerschende klasse.
+
+"De burgerlijke tirades over familie en over opvoeding, over de intieme
+verhoudingen van ouders tot kinderen, zijn evenwel te ellendiger,
+naarmate te meer door en ten gevolge van de groot-industrie,
+alle familiebanden van den proletariër zijn vaneengereten en zijne
+kinderen tot eenvoudige handelsartikelen en produktie-instrumenten
+zijn geworden."
+
+Het "Manifest" wijst er dan vervolgens op, dat de communistische
+revolutie de radikaalste zal zijn, omdat zij zal breken met
+de traditioneele eigendomsverhoudingen, geen "wonder dat in hare
+ontwikkelingsgang op het radikaalst gebroken wordt met de traditioneele
+ideën."
+
+Als eerste schrede van de arbeiders om tot de verheffing van het
+proletariaat te geraken, wijst het "Manifest" de "verovering van
+de demokratie aan." "Het proletariaat," zegt het verder, "zal zijne
+politieke heerschappij daartoe aanwenden, der bourgeoisie voor en na
+al het kapitaal te ontrukken, alle produktiemiddelen in handen van
+den Staat, d. w. z. van het als heerschende klasse georganiseerde
+proletariaat te centraliseeren en de massa der produktiekrachten,
+zoo snel mogelijk te doen vermeerderen.".......
+
+"Zijn in den loop van de ontwikkeling de klasseverschillen
+verdwenen en is alle produktie in handen van de geassocieerde
+individuen samengetrokken, dan heeft de Staat zijn politiek
+karakter verloren. De politieke macht in den eigenlijken zin,
+is de georganiseerde macht van de eene klasse, tot onderdrukking
+van de andere. Wanneer het proletariaat in den strijd tegen de
+bourgeoisie, zich noodzakelijk tot klasse vereenigt; door een
+revolutie zich tot heerschende klasse maakt en als heerschende
+klasse, gewelddadig de oude produktieverhoudingen opheft, dan heft
+het met deze produktieverhoudingen, de bestaansvoorwaarden van de
+klassetegenstellingen, der klassen over het algemeen op, en daarmee
+tegelijk: zijne eigene heerschappij als klasse.
+
+"In de plaats van de oude burgerlijke samenleving met hare klassen
+en klassetegenstellingen treedt dan eene associatie, waarin de vrije
+ontwikkeling van een ieder, de voorwaarde voor de vrije ontwikkeling
+van allen is."
+
+Het "Manifest" behandelt in zijn derde gedeelte achtereenvolgens,
+de vormen van socialisme, gelijk men die in de dagen vóór 1848 in
+West-Europa aantrof: 1e. Het Reaktionaire socialisme, waaronder
+a. "feudale socialisme", b. het "klein burgerlijk socialisme" en
+c. het "duitsche" of het "ware socialisme" gerekend werden. Dan
+2e. het "Conservatieve of het bourgeois-socialisme" en ten 3e. het
+"Critisch-utopistische socialisme".
+
+In het vierde gedeelte stelt het "Manifest" de positie in het licht,
+die de Communisten tegenover de verschillende oppositioneele partijen
+innemen.
+
+"De communisten", zegt het, "strijden voor de bereiking van de
+onmiddellijk voor de hand liggende doeleinden en belangen der
+arbeidersklasse, maar zij vertegenwoordigen in de tegenwoordige
+beweging de toekomst dier beweging".... "Zij laten geen
+oogenblik verloren gaan om bij den arbeider een zoo mogelijk klaar
+bewustzijn, over de vijandige tegenstelling tusschen bourgeoisie en
+proletariaat te voorschijn te roepen".... "In één woord de communisten
+ondersteunen overàl elke revolutionaire beweging, tegen de bestaande
+maatschappelijke en de politieke toestanden gericht.
+
+"In alle deze bewegingen verheffen zij de eigendomskwestie, welke
+meer of minder ontwikkelde vorm deze ook mag hebben aangenomen,
+tot de principieele kwestie van de beweging.
+
+"De communisten arbeiden voorts overal aan de verbinding en de
+verstandhouding der demokratische partijen van alle landen".
+
+"De communisten versmaden het hunne inzichten en doeleinden te
+bemantelen. Zij verklaren het ronduit, dat hun doel alleen kan worden
+bereikt door de gewelddadige omverwerping van de tot nu toe bestaande
+maatschappelijke orde. Mogen de heerschende klassen, sidderen voor eene
+communistische revolutie! De proletariërs hebben niets te verliezen
+dan hunne ketenen! Zij hebben daarentegen een wereld te winnen!"
+
+
+ "Proletariërs aller landen vereenigt U!"
+
+
+Aldus eindigt dit klassieke dokument van het wetenschappelijke
+socialisme. Van af zijnen tijd dagteekent de eigenlijke
+sociaal-demokratie.
+
+Wij moeten verder Marx' kleineren arbeid, na hem vluchtig te hebben
+aangestipt laten rusten, om ons met zijn hoofdwerk de "Critiek op de
+staathuishoudkunde" die later volkomener is gemaakt door "Das Kapital",
+bezig te houden.
+
+Na de Revolutie van 1848 in Duitschland, door de verandering van de
+toestanden, welke Marx e. d. weder de gelegenheid verschaften naar
+Duitschland terug te keeren, richtte hij met medewerking van vrienden
+waaronder ook Engels in Keulen de "Neue Rheinische Zeitung" op. Het
+eerste nummer van dit blad, dat zich onmiddellijk in de politiek
+op streng demokratischen en in sociale dingen op communistischen
+grondslag plaatste, verscheen 1 Juni 1848. Onder zijne tijdelijke
+medewerkers telde het blad o. a. de jonge Ferdinand Lasalle, die
+eenige jaren later in Duitschland als pionier der socialistische
+beweging zulk een groote rol zou spelen.
+
+Maar de reaktie had in Duitschland en vooral in Pruissen, spoedig
+weder gezegevierd en met meer dan twee dozijn processen beladen wegens
+wederspannigheid, en voornamelijk om haar aansporen tot het weigeren
+van belastingbetalen aan eene regeering, die de pas verworven rechten
+der burgerij met voeten trad, moest de "Neue Rheinische Zeitung"
+den 19e Mei 1849 ophouden te verschijnen.
+
+Freiligrath de dichter had voor dit laatste nummer de volgende
+dichtregelen geschreven:
+
+
+ "Kein offner Hieb in offner Schlacht--
+ Es fällen die Nücken und Tücken,
+ Es fällt mich die schleichende Niedetracht
+ Der schmutzigen Westkalmücken!
+ Aus dem Dunkel flog der tötende Schaft,
+ Aus dem Hinterhalt fielen die Streiche--
+ Und so lieg' ich nun da, in meiner Kraft,
+ Eine stolze Rebellenleiche!"
+
+
+Marx toog weder naar Parijs, waar hij de later beroemd geworden
+historische schets van de fransche Revolutie van 1848 schreef,
+die de eerste toepassing van zijn geschiedschrijvingsmethode op de
+gebeurtenissen van den dag was.
+
+Deze artikelen-reeks later uitgegeven onder den titel: "de Burgeroorlog
+in Frankrijk," is later aangevuld met een niet minder prachtige
+historische analyse van de overwinning der reaktie in Frankrijk onder
+Napoleon III, door Marx betiteld met "Der 18e Brumaire des Louis
+Bonaparte." Ook over de duitsche Revolutie van 1848 zijn toen door
+Marx artikelen geschreven, die voor eenige jaren geleden uitgegeven
+zijn onder den titel: "Revolutie en Contra-Revolutie in Duitschland
+in 1848."
+
+Volledigheidshalve moet hier nog melding worden gemaakt, dat na een
+proces, dat men den leden van den "Communistenbond" in Duitschland
+aandeed wegens hoogverraad en waarbij een aantal hunner veroordeeld
+werden, dezen Bond opgeheven moest worden. Marx heeft de gansche
+historie van dien Bond, benevens zijn karakter en ook dat van de
+op de revolutie gevolgde reaktie, terneergeschreven in een boekje:
+"Het Keulsche Communisten-proces" genaamd.
+
+Marx toog, nadat ook Parijs hem voor de tweede maal als woonplaats
+ontzegd was, naar Londen, om zich daar voor goed te vestigen. Aldaar
+moest hij werken om zijn brood, door journalistieken arbeid te
+verrichten en had hij inmiddels ook eenige kinderen gekregen. Maar
+wat hem het meest in Londen bleef aantrekken, dat was de gelegenheid
+die hij aldaar vond, om zijne economische studiën voort te
+zetten. Eerstens, omdat Engeland het groote proefveld was voor iemand,
+die in die dagen de groot-industrie met al hare voor- en nadeelen,
+licht- en schaduwzijden wilde leeren kennen. Tweedens, omdat er in het
+"British Museum" een ongekende hoeveelheid materiaal was te vinden
+voor politiek-economische studiën. Derdens omdat Londen zelf, de
+interessantste plaats was tot waarneming van het burgerlijk leven; en
+ten laatste, door het nieuwe ontwikkelingsstadium waarin de burgerlijke
+samenleving gekomen was door de ontdekking van de Californische en
+Australische goudmijnen. Marx zelf verklaarde hieromtrent:
+
+"De physikus beschouwt natuurprocessen, of daar waar zij in hunnen
+scherpst afgeteekenden vorm en van storenden invloeden onberoerd
+zijn waar te nemen; of zoo mogelijk, maakt hij experimenten onder
+voorwaarden, welke hem eene zuivere ontwikkeling van het proces
+kunnen verzekeren. Wat ik in dit werk trachtte na te vorschen (in
+"Das Kapital" n. l.) is de kapitalistische produktiewijze en de
+aan haar beantwoordende produktie- en verkeersverhoudingen. Hunne
+klassieke verblijfplaats is tot nu toe nog Engeland. Dit is de reden,
+waarom dit land als hoofd-illustratie mijner theoretische ontwikkeling
+dienst doet." Aldus luidt het in de "Voorrede" van het eerste deel van
+"Das Kapital".
+
+
+
+MARX OVER VRIJ-HANDEL.
+
+Wij hebben nog melding te maken van een tweetal studiën van
+staathuishoudkundigen aard, welke beiden dateeren uit de periode der
+Brusselsche ballingschap van 1847. Het zijn Voordrachten, door Marx in
+openbare vergaderingen gehouden. Zijne groote kennis van economische
+toestanden en de proeven zijner critische gaven op dit gebied blijken
+reeds uit beiden.
+
+De eene is getiteld "Over Loonarbeid en Kapitaal" en is gehouden in
+de "Deutsche Arbeiterverein" aldaar. Zij is een begin, dat geheel
+en al tehuis behoort bij Marx' critisch-economische beschouwingen en
+behoeft dus hier niet opzichzelf te worden behandeld.
+
+Het andere is de in 1847 in de "Demokratische Gesellschaft" te dier
+plaatse gehouden voordracht "Over Vrije-handel."
+
+Het was in het agitatietijdperk der graanrechtwetten in Engeland. Marx
+komt hierin tot deze conclusies: "wat beteekent onder den huidigen
+toestand der samenleving de vrije handel? Niet anders, dan de
+vrijheid van het kapitaal..... Zoolang gij de verhouding van
+loonarbeid tot kapitaal laat voortbestaan, moge de ruil der waren,
+zich ook voortdurend voltrekken onder de gunstigste verhoudingen,
+zal er steeds een klasse wezen die uitbuit, en eene die uitgebuit
+wordt...... Niettemin, gelooft niet Mijne heeren, dat wanneer
+wij den vrijen handel critiseeren, wij dan vrienden zijn van
+beschermende rechten." Integendeel! "Men kan het constitutionalisme
+bestrijden zonder een vriend van het absolutisme te wezen. Overigens
+zijn beschermende rechten slechts een middel, om in een land de
+groot-industrie op te voeden, d. w. z. haar van de wereldmarkt
+afhankelijk te maken en van het oogenblik af waarop men van de
+wereldmarkt afhankelijk begint te worden, hangt men in meerdere of
+mindere mate reeds van den vrijen handel af. Bovendien ontwikkelt
+bescherming de vrije concurrentie in het land zelf. Derhalve zien wij
+het, dat in de landen waar de bourgeoisie begint zich als klasse te
+doen gelden, zooals bijv. in Duitschland, zij reeds groote moeite
+doet om bescherming te verkrijgen."..... "In 't algemeen echter
+is tegenwoordig het systeem der beschermende rechten conservatief,
+terwijl de vrije handel verstorend werkt. Het ontwricht de vroegere
+nationaliteiten en drijft de tegenstelling tusschen proletariaat
+en bourgeoisie op hunnen spits. In één woord: het systeem van den
+vrijen handel bespoedigt de sociale revolutie." "En slechts in dezen,
+revolutionairen zin Mijne Heeren," zoo eindigde Marx zijn rede,
+"stem ik vóór den vrijen handel."
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE GEDEELTE.
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE KRITIEK OP HET KAPITALISME.
+
+
+Zooals in de philosophie en in de wereldbeschouwing Marx'
+wetenschappelijke inzichten aanknoopten aan Kant, Fichte, Hegel
+en Feuerbach; in de geschiedenisbeschouwing aan Augustin Thierry
+en Michelet, zoo knoopten zijne staathuishoudkundige inzichten aan
+die van de, eveneens klassieke vertegenwoordigers der burgerlijke
+staathuishoudkunde aan. Adam Smith en David Ricardo, beiden engelsche
+economen waren zijne voorgangers.
+
+Voornamelijk was het kernpunt van elke principieele economie, het
+concipieeren eener waarde-theorie. Deze is ook bij Marx, gelijk bij
+elken econoom die een zeker tijdvak in zijn werk vertegenwoordigt,
+de spil waarom alles draait. Maar bij Marx bovendien, de bron waaruit
+de door hem geformuleerde theorie van de méérwaarde,--de polsader
+in de kapitalistische produktiewijze,--wetenschappelijk door hem kon
+worden vastgesteld.
+
+Tusschen de "Critiek op de staathuishoudkunde" en "Das Kapital", het
+begin en de voortzetting, liggen negen jaren. Het eerste deel van:
+"Das Kapital, zur Kritik der politischen Ökonomie" verscheen in 1867;
+het tweede deel eerst in 1885, twee jaren na Marx' dood, zoo ook het
+derde deel, beiden door Friedrich Engels uitgegeven. De jaren die er
+liggen tusschen de "Critiek" en het groote dikke boek "Das Kapital",
+waren voor Marx, die van een langdurig, steeds terugkeerend lichamelijk
+lijden en van groote finantieele zorgen. Maar dat niet alleen. In die
+periode viel ook de persoonlijke aktie van Karel Marx, de oprichting
+van en de enorme werkzaamheden verbonden aan de "Internationale",
+de stichting die in 1864 te Londen tot stand kwam, ten doel hebbend
+de arbeidersbeweging van toenmaals in de verschillende landen, een
+internationale band te geven. Marx was hare secretaris en tevens hare
+ziel. De noodzakelijkheid om beknopt te zijn, waardoor ook alleen
+maar de hoofdpunten van Marx' levenswerk kunnen worden weergegeven,
+noopt ons van de "Internationale" en wat Marx er in deed, met een
+enkel woord gewag te maken en er niet langer bij stil te staan.
+
+Wij behandelen vervolgens al het economische werk van Marx tezamen. Een
+voornaam ding dient hierbij wèl te worden in 't oog gevat.
+
+Marx heeft geen bepaald nieuw nationaal-economisch systeem op
+gesteld; hijzelf betitelde zijn werk als "critiek". En iets anders
+zou dan ook met Marx' overtuiging en opvatting van de evolutie die de
+samenleving doormaakt in de kapitalistische produktieperiode en de,
+aan die produktiewijze immanente wetten die haar voortbewegen en tot
+oplossing brengen, welker oplossing niet anders kan zijn dan hare
+eigene negatie, niet te rijmen zijn geweest.
+
+"Voor Marx," zoo luidt het oordeel van een Russisch critikus, afgedrukt
+in den tweeden druk van het eerste deel van "Das Kapital,".... "is
+slechts één ding van gewicht: de wet der phenomenen te vinden met
+welker onderzoek hij zich bezig houdt. En voor hem is niet alleen de
+wet van gewicht die ze beheerscht, voor zoover zij hunnen ontwikkelden
+vorm hebben en in samenhang met elkander staan en zooals zij in een
+gegeven tijdperk kan worden waargenomen. Voor hem is het ook vóór
+alles van gewicht, de wet harer verandering, harer ontwikkeling,
+d. w. z. de overgang uit de eene vorm in de andere, uit de eene
+orde van samenhang in de andere te vinden. Zoodra hij eenmaal eene
+wet heeft ontdekt, onderzoekt hij in détails de gevolgen waarin zij
+zich in het maatschappelijk leven demonstreert".... "Dientengevolge
+geeft Marx zich slechts moeite voor één ding: door nauwkeurige
+wetenschappelijke onderzoekingen, de noodzakelijkheid van bepaalde
+orden van maatschappelijke verhoudingen aan te toonen en zooveel
+mogelijk onkreukbaar de feiten te constateeren, die hem tot uitgangs-
+en steunpunten dienen. Hiertoe is het volmaakt voldoende, wanneer
+hij met de noodzakelijkheid van de tegenwoordige orde van zaken,
+tegelijk de noodzakelijkheid van eene andere aantoont, waarin de
+eerste onvermijdelijk moet overgaan, gansch onverschillig of de
+menschen dat gelooven of niet gelooven, of zij zich hetzelve bewust
+zijn of niet. Marx beschouwt de maatschappelijke beweging als een
+natuurhistorisch proces, dat door wetten geleid wordt, die niet
+alleen niet van den wil, het bewustzijn en doel van de menschen
+afhankelijk zijn, maar veeleer omgekeerd, welker willen, bewustzijn
+en doel er door bepaald wordt".... "Wanneer het bewuste element
+in de beschavingsgeschiedenis een zoo ondergeschikte rol speelt,
+dan spreekt het vanzelf, dat de critiek welker objekt de beschaving
+zelf is, minder dan ergens anders, den een of anderen vorm of het een
+of andere resultaat van het bewustzijn tot grondslag kan hebben. Dat
+wil zeggen: niet de idee, maar het uitwendige verschijnsel alleen kan
+dan als haar uitgangspunt dienen. De critiek zal zich beperken tot de
+vergelijking en de confronteering van een feit, niet met de idee, maar
+met het andere feit. Voor haar is het slechts van gewicht, dat de beide
+feiten zooveel mogelijk nauwkeurig onderzocht worden en werkelijk de
+een tegenover den ander verschillende ontwikkelingsmomenten vormen,
+voor alles is 't voor haar evenwel van gewicht, dat niet minder
+nauwkeurig de serie der orden opgespoord wordt, de opvolging en
+de verbinding, waarin de trappen van ontwikkeling zich aan ons
+voordoen. Maar, zoo zal men daartegen aanvoeren, de algemeene
+wetten van het economische leven zijn een en hetzelfde; geheel
+onverschillig, of men ze toepast op het tegenwoordige of op het
+verleden! Juist dàt loochent Marx. Volgens hem bestaan zulke abstrakte
+wetten niet... Volgens zijn meening bezit integendeel elke historische
+periode hare eigen wetten.... Zoodra het leven eener maatschappij een
+zekere ontwikkelingsperiode overleefd heeft, uit een bepaald stadium
+in een ander overgaat, vangt het ook aan door andere wetten te worden
+geleid. In één woord het economische leven biedt ons een, aan de
+ontwikkelingsgeschiedenis op het andere gebied dat der biologie,
+analoog verschijnsel aan...... De oude economen miskenden den aard
+van de economische wetten, toen zij dezelven vergeleken met de wetten
+der physiek en der chemie..... Een diepere analyse der verschijnselen
+bewees, dat sociale organismen zich van elkander evenzoo grondig
+onderscheiden als planten en dierlijke organismen. Ja een en hetzelfde
+verschijnsel is aan geheel en al verschillende wetten onderworpen,
+tengevolge van de verschillende totaal-struktuur dier organismen,
+der afwijking van hunne onderlinge organen, van het verschil der
+voorwaarden, waaronder zij funktioneeren..... Met de verschillende
+ontwikkeling der produktiekrachten wijzigen zich de verhoudingen en
+de hen regelende wetten. Daardien Marx zich ten doel stelt, van uit
+dit gezichtspunt de kapitalistische maatschappij na te vorschen en te
+verklaren, formuleert hij slechts streng wetenschappelijk het doel,
+hetwelk ieder nauwgezet onderzoek van het economisch leven hebben kan.
+
+"..... De wetenschappelijke waarde van zulk onderzoek is te vinden
+in de opheldering van de bijzondere wetten, welke ontstaan, leven,
+ontwikkeling en dood van een bepaald maatschappelijke organisme en
+zijn opvolging door een ander en hooger, regelen."
+
+
+
+DE ANALYSE VAN DE WAAR.
+
+De rijkdom der maatschappijen, in welke de kapitalistische
+produktiewijze heerscht, doet zich aan ons voor, als eene ongehoorde
+verzameling van waren, de individueele waar als zijn elementairen
+vorm. Marx begin daarom "Das Kapital" met de analyse van de Waar.
+
+Een Waar is een arbeidsprodukt, dat niet voor het eigen gebruik,
+hetzij van den producent of van met hem verbonden menschen, maar
+voor den ruil tegen andere produkten, wordt voortgebracht. Het
+zijn dus geen natuurlijke, maar maatschappelijke eigenaardigheden
+die een zeker produkt tot waar maken. Aan de maatschappelijke rol,
+de maatschappelijke funktie kan men 't zien of een produkt Waar is
+of niet.
+
+In de kapitalistische maatschappij nu, nemen in steeds stijgender mate
+de arbeidsprodukten de vorm van Waren aan. Wanneer heden ten dage nog
+niet alle arbeidsprodukten bij ons tot Waren zijn geworden, dan is
+dit deswegens omdat nog resten van vroegere produktiewijzen door de
+tegenwoordige heenloopen. Ziet men nu hiervan af, dan kan men zeggen
+dat tegenwoordig alle arbeidsprodukten, de vorm van Waren aannemen.
+
+Wij kunnen de tegenwoordige produktiewijze niet begrijpen, wanneer
+ons niet helder voor oogen staat, hoe het karakter van de Waar is in
+de huidige produktiewijze.
+
+"In de produktie betrekken de menschen zich niet alleen op de
+natuur. Zij produceeren, doordien zij op eene bepaalde manier
+tezamenwerken en de resultaten daarvan, tegen elkander ruilen. Om
+te produceeren, komen zij in bepaalde verhoudingen en betrekkingen
+tegenover elkander te staan en alleen binnen het raam van deze
+maatschappelijke betrekkingen en verhoudingen, vinden hunne
+betrekkingen tot de natuur, heeft de produktie plaats."
+
+Al naar het karakter der produktiemiddelen, kunnen natuurlijk deze
+maatschappelijke verhoudingen waarin de producenten tegenover elkander
+komen te staan; de voorwaarden waaronder zij hunne produkten ruilen
+en aan de totaal-handeling der produktie deelnemen, verschillend
+zijn. Met de uitvinding van een nieuw oorlogsinstrument, het geweer,
+veranderde ook noodwendig de gansche inwendige organisatie van het
+leger; veranderden de verhoudingen, waarin de individuen een leger
+vormden en als leger werken konden; wijzigde zich ook de verhouding
+van de verschillende legers tot elkander.
+
+De maatschappelijke verhoudingen waarin de individuen produceeren,
+de maatschappelijke produktieverhoudingen wijzigen zich alzoo;
+veranderen, naarmate dat er verandering en ontwikkeling komt in
+de produktiemiddelen, de produktiekrachten in het algemeen. De
+produktieverhoudingen als geheel, vormen datgene wat men de
+maatschappelijke verhoudingen, de maatschappij noemt en wel een
+maatschappij op eene bepaalde, historische hoogte van ontwikkeling;
+een maatschappij met een eigenaardig, verschillend karakter.
+
+In de kapitalistische maatschappij, met hare privaat-produktiewijze,
+hare voortbrenging door elken ondernemer afzonderlijk en de daaruit
+noodwendigerwijs voortvloeiende private verhouding, waarin de ruilers
+tegenover elkander zijn komen te staan; de produktie vervolgens,
+niet ten eigen behoeve, niet om het produkt zelf, maar om den winst,
+heeft de Waar noodwendigerwijs een ander karakter en een andere
+beteekenis, dan in eene voorafgaande, eene andere samenleving,
+met andere produktie-verhoudingen en krachten en een andere,
+maatschappelijke wijze van ruilen.
+
+In de private produktiewijze, gelijk het kapitalisme van onzen tijd
+haar heeft geschapen, arbeidt elk, oogenschijnlijk voor zichzelve,
+en de manier waarop ieder aan het produkt van den ander komt schijnt
+niet geweten te kunnen worden aan het karakter van hunnen arbeid,
+maar aan de eigenaardigheden van het produkt-zelf.
+
+De verhoudingen dier personen onder elkander, gelijk zij door
+het maatschappelijk karakter van den arbeid worden bepaald,
+verkrijgen, onder de heerschappij van de warenproduktie den
+schijn van verhoudingen van dingen, namelijk: van produkten onder
+elkander. Zoolang de produktie een direkt maatschappelijke was, was
+zij onderworpen aan de bepaling en aan de leiding van de maatschappij
+en lagen de verhoudingen der producenten, onder elkander, duidelijk
+voor de hand. Zoodra evenwel de arbeid tot privaat-arbeid werd,
+die onafhankelijk werd bedreven; zoodra de produktie daardoor tot
+een planlooze werd, verschenen de verhoudingen der producenten tot
+elkander, als verhoudingen van produkten. Van nu af lag de bepaling
+van de verhouding der producenten onderling, niet meer bij hen
+zelf. Deze verhoudingen ontwikkelden zich, onafhankelijk van den wil
+der menschen, de maatschappelijke machten groeiden hen over het hoofd,
+zij verschenen voor de naïeve beschouwingswijze uit vroegere eeuwen,
+als goddelijke machten, zooals zij later voor klaardere koppen,
+machten der "natuur" geworden waren. Aan de natuurvorm der Waren,
+werden nu eigenschappen toegeschreven, van een mystiek karakter,
+omdat zij niet uit de verhoudingen der producenten onderling konden
+worden verklaard. Marx noemt dit verschijnsel, de erkenning van
+het "fetichisme dat den arbeidsprodukten aankleeft, zoodra zij als
+Waren worden geproduceerd en dat daarom van de Waar onafscheidelijk
+is. Dit fetichistisch karakter van de Waren-wereld ontspruit... uit
+het eigenaardig maatschappelijk karakter van den arbeid, die Waren
+voortbrengt.
+
+"Gebruiksgoederen worden in het algemeen slechts Waren, omdat zij
+produkten der van elkander onafhankelijk gedreven privaat-arbeid
+zijn. Het complex van deze privaat-arbeid vormt den maatschappelijken
+totaal-arbeid. Daar de producenten eerst weder met elkander in
+een maatschappelijk contakt komen door middel van den ruil hunner
+arbeidsprodukten, komt ook het specifiek maatschappelijk karakter
+van hunnen privaat-arbeid, eerst weder in dezen ruil aan den dag."
+
+
+
+WAARDE DER WAREN.
+
+Gelijk wij zagen, heeft de Waar ten doel te worden geruild tegen
+een andere. Zij kan slechts aan dit doel beantwoorden onder de
+voorwaarde, dat door haar eene menschelijke behoefte, van welken
+aard ook, bevredigd wordt. Voor Marx maakt het geen verschil, of die
+behoefte, eene werkelijke of een ingebeelde is; of het brood is of
+katoen of een behoefte naar luxe. Deze onderscheidingen, door sommige
+spitsvondige economen wel eens gemaakt, gelden in de werkelijkheid
+dan ook inderdaad niet.
+
+De Waar moet dus een nuttig ding zijn: zij moet gebruikswaarde
+bezitten. Deze laatste eigenschap, die de Waar noodzakelijk hebben
+moet, wordt bepaald door de physieke eigenschappen van het lichaam
+van de Waar. Gebruiksnuttigheid vormt de stoffelijke inhoud
+van den rijkdom, hoedanig zijne maatschappelijke vorm ook zijn
+mag. Gebruikswaarde is dus geene, der waren alléén aanklevende
+eigenschap. Er zijn gebruiksnuttigheden die géén waren zijn,
+bijv. produkten van een op communistischen grondslag ingericht
+gemeenschapswezen, zooals die der oude indische dorpsgemeenten. Ja,
+er zijn gebruikswaarden die niet eens arbeidsprodukten zijn, zooals
+bijv. de vruchten van een oerwoud, water van een vloed enz. enz. Maar,
+er kan geen Waar bestaan die niet gebruikswaarde heeft.
+
+Doordien de Waren worden wat zij zijn en waartoe zij bestemd zijn,
+verkrijgen zij een tweede eigenschap, die van te worden geruild: hunne
+ruilwaarde dus. De verhouding waarin zich de Waren tegen elkander
+doen ruilen, wordt door hunne waarde bepaald.
+
+Wij hebben hier niet met abstrakte begrippen van waarde van een of
+ander te doen. Wij hebben hier de Waar als maatschappelijk ding, wier
+produktie aan bepaalde maatschappelijke verhoudingen en voorwaarden en
+aan de aanwezigheid van bepaalde maatschappelijke krachten is gebonden.
+
+Wat bepaalt dus de waarde dier Waar? De waarde der Waar is niet
+gelijk aan haren prijs. De laatste is alleen maar hare ruilwaarde
+in geld uitgedrukt. Daardoor kan dus, als gezamenlijke produkten
+van menschelijken arbeid, hunne waarde niet worden uitgemaakt. Als
+gebruikswaarden worden zij slechts daarom tegen elkander geruild,
+omdat zij juist verschillende, niet-gemeenschappelijke, natuurlijke
+eigenschappen hebben, die wel de beweegredenen tot hunnen ruil,
+maar in geen geval de verhouding van dien ruil, bepalen kunnen.
+
+Het raadsel laat zich slechts oplossen, zegt Marx, wanneer men
+de algemeene eigenschap der Waren heeft ontdekt, n.l. deze, dat
+zij arbeidsprodukten, d. w. z. produkten van menschelijken arbeid
+überhaupt zijn.
+
+Een Waar heeft dus daardoor waarde, omdat in haar, menschelijke arbeid
+überhaupt, is neêrgelegd.
+
+Die waarde-grootte van de Waren, hoe is die nu te meten? De
+waarde-meter daarvan, is de hoeveelheid van de waarde-vorming die
+zij in zich bevatten, van den menschelijken arbeid die in haar is
+gekristalliseerd. En deze hoeveelheid kan op haren beurt, door niets
+anders gemeten worden, dan door den arbeidstijd die er noodig was,
+om de Waar voort te brengen.
+
+Maar niet den individueelen arbeidstijd. Immers dan zou, hoe luier
+een arbeider was, zooveel te meer waarde zijnen arbeid hebben. Deze
+arbeidstijd laat zich, volgens Marx, niet anders opvatten dan als
+eene maatschappelijke faktor van de voortbrenging. In eene bepaalde
+samenleving zijn deze voorwaarden eveneens gegevene en bepaalde;
+blijven zij aan elkander gelijk, dan blijft ook de in de produktie
+eener Waar neêrgelegde hoeveelheid arbeids gelijk; wijzigen zich deze,
+dan veranderen gene eveneens. Want het totaal van de maatschappelijke
+verhoudingen, waaronder de produktie plaats vindt, is van de
+produktiviteit van den arbeid afhankelijk. Onder deze is mede te
+rekenen, de oogenblikkelijke vorming der arbeiders, de hoogte die
+de techniek bereikt heeft, de manier van samenwerking van de organen
+der produktie, de natuurverhoudingen van menigvuldigen soort, zooals
+daar zijn: rijkdom van den bodem, meteorologische invloeden etc. Al
+deze omstandigheden zijn aan wisseling onderhevig en daarmede ook
+de produktiviteit van de maatschappelijke arbeidsopbrengst in een
+bepaald tijdperk.
+
+Tegelijk hiermede veranderen ook de arbeidshoeveelheden, die noodig
+zijn om het gelijke produkt voort te brengen, en mede ook deszelfs
+waarde-grootte.
+
+De waarde-grootte van tweeërlei waren staan dientengevolge in de
+verhouding van kwantiteiten van den maatschappelijk noodzakelijken
+arbeid, die tot hunne produktie gevorderd worden. Kan dus
+de hoeveelheid arbeid, noodig tot de voortbrenging van een
+warensoort, ingekrompen worden tot op de helft, door opvoering van de
+produktiviteit van den arbeid, invoering van machinerie ter vervanging
+van handenarbeid, volkomener maken van de machinerie enz., dan daalt
+ook de waarde van die waren tot op de helft. Zoo is de waarde van
+stalen veren bijv., binnen 60 à 70 jaren, gedaald tot op nog minder
+dan het honderdste gedeelte harer oorspronkelijke waarde.
+
+Dit is dus het begrip maatschappelijk-noodwendige arbeidstijd, gelijk
+dit bij Marx geldt.
+
+Reeds was die algemeene waardewet der arbeidsprodukten, hunne
+bepaling door den arbeid, oorspronkelijk eene ontdekking van de
+klassieke engelsche economie en in embryonalen vorm was zij reeds
+bij den engelschen econoom Sir William Petty te vinden. Zij is later
+door Adam Smith overgenomen en ten slotte op de kapitalistische,
+half nog manufaktuurlijke, half groot-industrieele produktiewijze,
+gelijk zij in het Engeland dier dagen (1772-1823) te vinden was,
+toegepast door den staathuishoudkundige David Ricardo.
+
+Alleen, wat nòch Adam Smith nòch Ricardo zagen en doorschouwen konden,
+dat doorzag Marx, die als econoom eene latere periode toebehoort,
+n.l. die der groot-industrie met de stoom en de maatschappelijke
+massa-produktie. Marx was het gegeven om het maatschappelijk karakter
+van den arbeid-zelve te doorzien.
+
+Men moet bij de beoordeeling van deze waarde-theorie zich hoeden voor
+vergissingen. Marx zelf wees hierop reeds. Een dier voornaamste is wel
+de verwisseling van waarde met rijkdom. De waarde, zegt Marx duidelijk,
+is eene historische categorie, slechts geldig voor de periode van
+de warenproduktie; zij is eene maatschappelijke verhouding. De
+rijkdom daarentegen, is iets stoffelijks en wordt samengesteld
+uit gebruikswaarden. "Arbeid", zegt Marx, "is niet de eenige bron
+der door hem voortgebrachte gebruikswaarden voor den stoffelijken
+rijkdom. De arbeid is zijn vader, gelijk William Petty zegt de aarde
+zijn moeder is!"
+
+
+
+DE WAAR: ARBEIDSKRACHT.
+
+Zooals de voortbrenging der waren verschilt in de eene
+maatschappelijke periode met die van de andere, zoo zal ook die van
+den voortbrenger daarvan verschillend moeten zijn in de verschillende
+produktietijdvakken.
+
+Zoo was de positie van den voortbrenger, den arbeider, een geheel
+andere in de periode van de oorspronkelijke naturalwirthschaft,
+dan in die van het feodale Handwerk voor den engeren markt; in die
+van de Manufaktuur anders dan onder die van de heerschappij der
+op kapitalistische leest geschoeide fabriek of der kapitalistische
+huis-industrie.
+
+Onder dit kapitalistisch systeem nu, dat waarin den arbeider gescheiden
+is van het produkt, dat noch hem toebehoort, noch hem ten goede komt,
+maar den ondernemer, den bezitter, kan men ten zijnen opzichte niet
+spreken van zijn arbeid, maar van de geschiktheid die hem eigen
+is om te arbeiden. Hij is niet de man van den arbeid, die behoort
+zijnen meester, maar alleen de bezitter van de arbeidskracht. "Onder
+arbeidskracht of arbeidsvermogen", zegt Marx, "verstaan wij, het
+totaal physieke en geestelijke geschiktheid, dat in de lichamelijkheid
+van de levende persoonlijkheid eens menschen bestaat en dat hij
+in beweging brengt zoodra hij gebruiksnuttigheden van welken soort
+vervaardigt."....
+
+Deze arbeidskracht komt als een zuivere Waar aan de markt. Wat
+beteekent dat? De ruil der waren in het algemeen heeft tot voorwaarde,
+dat de bezitters tegenover elkander komen te staan als vrije
+menschen. Datzelfde moet dus óók kunnen gelden voor den bezitter van
+die waar welke arbeidskracht heet.
+
+De bezitter dezer waar moet dus ook een vrij man zijn, die zijn waar
+niet voor eeuwig maar voor een bepaalden tijd verkoopt, anders wordt
+hij een slaaf en wordt hij, van een warenbezitter zelve een waar,
+gelijk de arbeiders, in de samenleving van de grieksche en romeinsche
+oudheid dat waren.
+
+Nog een andere voorwaarde moet vervuld zijn. Een gebruiksnuttigheid,
+moet geen gebruikswaarde hebben voor zijnen bezitter. De arbeider die
+de beschikking heeft over de produktiemiddelen, verkoopt niet zijn
+arbeidskracht, maar zijn arbeidsprodukt. De van zijn productiemiddelen,
+van grond en den bodem gescheidene arbeider evenwel, heeft alleen zijn
+arbeidskracht om ter markt te brengen. Daar vindt hij den ondernemer,
+die haar koopt of huurt.
+
+De waarde dezer waar, arbeidskracht, wordt eveneens bepaald door de ter
+harer voortbrenging en wedervoortbrenging maatschappelijk-noodwendige
+hoeveelheid arbeidstijd. Het bestaan van de arbeidskracht, heeft
+natuurlijk tot voorwaarde, het bestaan en de voortplanting van den
+arbeider. Dit bestaan is neêrgelegd en wordt verstoffelijkt, in
+een zekere som van levensmiddelen, die de arbeider daartoe noodig
+heeft. Deze laatste verschilt ook alweder naar tijd en oord. Maar
+ook kunnen hier nog bovendien allerlei geestelijke redenen in het
+spel zijn. "In tegenstelling tot die van andere waren," zegt Marx
+zeer duidelijk, "bevat (dus) de waardebepaling der arbeidskracht,
+een historisch en een moreel element." Het geestelijk niveau van den
+arbeider, de ontwikkelingshoogte van zijne organisatie enz., vormen
+die elementen.
+
+Maar ook zijn onder de produktiekosten der arbeidskracht te rekenen, de
+kosten benoodigd voor leertijd, in eene bepaalde tak van arbeid. Deze
+laatsten worden natuurlijk minder, naarmate de arbeid meer en meer
+een machinale wordt.
+
+Al deze gronden bewerken, dat de waarde van de arbeidskracht, van
+eene bepaalde arbeidersklasse, in een bepaald land levend en in een
+bepaald tijdstip, eene bepaalde grootte is.
+
+Men moet nadrukkelijk in 't oog houden, dat hier sprake is van de
+waarde van de arbeidskracht en niet van haren prijs. De laatste toch,
+wordt uitgedrukt in het arbeidsloon, het reële geldloon, dat de
+arbeider, krachtens zijne overeenkomst met den kapitalist van dezen
+bekomt, na gedanen arbeid. Marx wijst erop, dat de beschouwingswijze
+der burgerlijke economie, krachtens welke de ondernemer den arbeider
+zijn loon vóórschiet, omdat hij hem betaalt, alvorens het produkt
+verkocht is, eene verkeerde voorstelling van zaken is, die met
+de werkelijke economische verhoudingen in strijd is. Onder het
+huidige systeem, riskeeren niet alleen de arbeiders hun loon, maar
+zijn zij ook gedwongen op borg te leven. En daarom zijn zij ook de
+grootste slachtoffers van de vervalsching en de verslechtering der
+levensmiddelen, die door de tusschenhandelaren, rustig kan worden
+bedreven.
+
+Maar ook streng economisch gesproken is het valsch. "De eigenaardige
+zijde dezer specifieke waar, die der arbeidskracht, brengt het met
+zich mede, dat met het afsluiten van het contrakt tusschen kooper
+en verkooper, hare gebruikswaarde nog niet werkelijk, in de handen
+van den kooper is overgegaan. Hare waarde, gelijk aan die van elke
+andere waar, werd bepaald, alvorens zij in circulatie trad, want een
+bepaald kwantum van maatschappelijken arbeid, werd er tot voortbrenging
+aan ten koste gelegd, maar hare gebruikswaarde bestaat eerst in de
+achterna komende krachtsinspanning.".....
+
+"Overal schiet hierom de arbeider, den kapitalist de gebruikswaarde
+der arbeidskracht voor; hij laat ze door den kooper consumeeren,
+alvorens zij haren prijs betaald heeft gekregen, overal crediteert
+daarom de arbeider den kapitalist.".....
+
+Hieruit blijkt dus, dat kapitalist en arbeider, als ruilers van twee
+gelijke waren, toch niet in gelijke conditie verkeeren.
+
+Maar ook nog in een ander voornaam opzicht is de waar arbeidskracht,
+eene andere als de gewone waar, gelijk wij later zullen zien. Wij
+moeten eerst weder terug tot de eenvoudige ruil en de funktie van
+het geld daarbij.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+HET GELD.
+
+
+Wij zagen, dat de waardegrootte eener Waar wordt bepaald
+door de tot hare voortbrenging benoodigde hoeveelheid,
+maatschappelijk-noodzakelijken arbeidstijd. Maar daarin drukt zich de
+waardegrootte evenwel niet uit. Men zegt niet: deze jas is veertig
+arbeidsuren waard, maar hij is zoo en zooveel waard, bijv. zooveel
+als 20 el linnen of als 10 gram goud. De waardegrootte wordt dus wel
+bepaald, door de hoeveelheid van de maatschappelijk-noodzakelijken
+arbeid, die er aan moet worden besteed, maar zij wordt uitgedrukt in
+en door hare ruilverhouding. Er moet dus ook een zekere maat zijn,
+een zeker medium, waardoor de ruil der waren kan geschieden en
+die de uitdrukking der verhouding, van de waren onderling, in zich
+belichaamt. Marx noemt dit het aequivalent, en den vorm waarin de
+verhouding van de gebruikswaarden, als ruilprodukten zich wederzijds
+uitdrukken, de aequivalentvorm der waren.
+
+Dit aequivalent treedt het minst naar den voorgrond in de perioden der
+eenvoudigen warenruil; maar hoe ingewikkelder de produktieverhoudingen
+worden, zooveel te minder kunnen waren als zulke aequivalentvormen
+voldoen, zooals dat in primitieve maatschappijen, met primitieve
+produktiewijzen: eenvoudige vorm van landbouw en bedrijf, eenvoudige
+warenhandel enz., het geval is geweest.
+
+Hoe langer hoe meer dus de warenruil zich ontwikkelde, hoe meer
+arbeidsprodukten tot waren werden, des te noodzakelijker werd een
+algemeen aequivalent. In den aanvang van den ruil, ruilt een elk
+datgene wat hij niet noodig heeft, onmiddellijk tegen datgene in
+wat hij wèl noodig heeft. Dat wordt natuurlijk steeds moeilijker,
+naarmate de warenproduktie steeds meer de algemeene vorm werd van de
+maatschappelijke produktie. Er moest door deze ontwikkeling dus een
+Waar komen, die een ieder gebruiken kon, een algemeene aequivalent
+dus, eene onmiddellijke belichaming tevens van de waarde, die tevens
+a priori gebruikswaarde voor elkeen bezit. En die ontstond in den
+geldvorm.
+
+In den loop der tijden zijn verschillende dingen in dezen rol
+opgetreden, bijv. vee, slaven, wapens enz., het laatst: edele
+metalen. Dat de geldvorm van goud en zilver, ten slotte de meest
+bruikbare werd voor eene, reeds op eene zekere hoogte van beschaving
+staande samenleving, met een reeds ontwikkelde warenproduktie en een
+vrij omvangrijk warenverkeer, vindt hare oorzaak in verschillende
+omstandigheden. Voor een deel mag dit hieraan te wijten zijn geweest,
+dat pronk en pronkvoorwerpen reeds van oudsher als gewichtige
+ruilvoorwerpen dienst hebben gedaan; maar hoofdzakelijk besliste
+hier de omstandigheid, dat goud en zilver, door de maatschappelijke
+funkties, die zij als algemeen waren-aequivalent bezitten, het best
+aan dat doel beantwoordden, door hunne natuurlijke eigenschappen. Ten
+eerste zijn de edele metalen steeds van gelijke kwaliteit en lossen
+zij zich, noch in lucht, noch in water op; zij zijn dus praktisch
+niet veranderlijk. Ten tweede kunnen zij naar willekeur gedeeld en
+samengesteld worden.
+
+Goud en zilver, konden het monopolie van als algemeen aequivalent
+te dienen, slechts daardoor verkrijgen, doordien zij als waren,
+tegenover de andere waren, konden komen te staan. Zij konden dus
+alleen geld worden, omdat zij waren vertegenwoordigden. Het geld
+is dus, noch uitgevonden door zekere soorten van menschen, noch is
+het geld een bloot waardeteeken. De waarde van het geld en zijn
+bepaalde maatschappelijke funkties, zijn niet willekeurig in het
+leven geroepen. De edele metalen werden tot geldwaren, door de rol,
+die zij als waren in het ruilproces speelden en nog spelen.
+
+
+
+De eerste funktie van het geld, bestaat dus hierin, als waardemaatstaf
+te dienen. De waren worden niet door middel van het geld aan
+elkander gelijk en met elkander te vergelijken; maar, doordien
+zij waarde-belichamingen zijn van menschelijken arbeid, kunnen
+zij als zoodanig, gemeenschappelijk door dezelfde bepaalde waarde
+worden gemeten. Het geld als waardemeter, is dus de noodzakelijke
+verschijningsvorm, van den in alle waren zich bevindende waardemaat,
+de arbeidstijd namelijk.
+
+De uitdrukking eener waar in geldwaar, is de geldvorm der waar of haren
+prijs. Dit laatste, is dus de tweede funktie van het geld, n.l. de
+maatstaf van de prijzen te zijn. Als waardemeter zet het geld de waarde
+der waren om, in bepaalde, aanschouwelijke hoeveelheden gelds. Als
+maatstaf van de prijzen, meet het de verschillende hoeveelheden gelds
+aan ééne bepaalde hoeveelheid goud, die als munteenheid aangenomen
+wordt, bijv.: een pond goud.
+
+Het verschil is dus, dat de prijs de geldnaam voor de waarde-grootte
+der waren is, maar tegelijkertijd óók de uitdrukking is van de
+ruilverhouding der waar met de geldwaar, het goud of het zilver. De
+waarde evenwel, kan nooit op zich zelf, voor zich alleen te voorschijn
+komen en niet van de waar geabstraheerd worden, maar zit steeds,
+aan de ruilverhouding met andere waren vast. Hierdoor is dus eene
+afwijking mogelijk geworden, tusschen den prijs van de waren en
+hunne waarde-grootte, gelijk die dan ook in de werkelijkheid steeds
+voorkomt. De balans van het verschil tusschen beiden schept de
+kapitalistische concurrentie. Met de volgende woorden van Engels is
+dit duidelijk te maken: "In de huidige kapitalistische maatschappij,
+produceert elke industrieele kapitalist op eigen hand, wat, hoe- en
+zooveel, hij wil. De maatschappelijke behoefte evenwel, blijft voor
+hem eene onbekende grootte, zoowel wat de kwaliteit en de soort van
+de benoodigde voorwerpen, als de kwantiteit daarvan aangaat. Wat heden
+niet snel genoeg geleverd kan worden, wordt in den tegenwoordigen tijd,
+wordt morgen, verre boven de vraag aangeboden. In weerwil daarvan,
+wordt ten slotte toch in de behoefte, hetzij slecht of goed, hoe 't ook
+zij voorzien, en de produktie richt zich in het algemeen genomen, ten
+slotte toch op de benoodigde voorwerpen. Hoe komt nu hier de verevening
+van die tegenspraken tot stand? Door de concurrentie. En hoe speelt
+de concurrentie deze oplossing klaar? Eenvoudig, doordien zij de
+naar soort of hoeveelheid, voor het oogenblikkelijk maatschappelijk
+verbruik niet benoodigde waren, ontwaardigt, d. w. z. beneden hunne
+arbeidswaarde doet dalen, en langs dezen omweg den producenten het
+voelbaar maakt, dat zij òf onbruikbare, òf op-zich-zelf bruikbare
+artikelen in eene onbruikbare, overtollige hoeveelheid voortgebracht
+hebben. Hieruit spruit dus tweeërlei voort:
+
+"Ten eerste, dat de voortdurende afwijkingen der warenprijzen van de
+warenwaarde, de noodzakelijke voorwaarden zijn, waaronder en waardoor
+alleen, de warenwaarde haar bestaan kan erlangen. Alleen door de
+schommelingen van de concurrentie en hiermede die van de warenprijzen,
+zet zich de waardewet onder de warenproduktie door; wordt de bepaling
+van de waarde der waren door den maatschappelijk noodzakelijken
+arbeidstijd, tot werkelijkheid. Dat daarbij de vereffeningsvorm van
+de waar, haren prijs, in den regel iets of wat anders er uitziet, dan
+de waarde die zij te voorschijn brengt, is een noodlot, dat de waarde
+deelt met de meeste maatschappelijke verhoudingen. De koning ziet er
+meestendeels gansch anders uit, dan de monarchie die hij voorstelt.
+
+"Ten tweede. Terwijl de concurrentie, in eene samenleving van met
+elkander ruilende warenproducenten, de waardewet der warenproduktie
+tot hare geldigheid doet komen, zet zij juist dáármede, de
+onder die omstandigheden eenig mogelijke organisatie en orde,
+der maatschappelijke produktie door. Alleen door middel van de
+waardevermindering en de opvoering ervan boven hunne waarde, worden
+de individueele warenproducenten er als het ware met hunnen neus
+voorgezet, wat en hoeveel de samenleving van hunne waren noodig heeft,
+of niet noodig heeft."
+
+
+
+De waren die aan de markt komen, veranderen daar in geld, daarna
+weder in waren. Deze beweging is de eenvoudige warencirculatie,
+W-G-W. Maar de waar, aan het einde van dit gansche proces, is
+eene andere, dan die van aan het begin daarvan. De eerste was
+niet-gebruikswaarde voor haren bezitter, de laatste is gebruikswaarde
+voor hem geworden. De nuttigheid van de eerste Waar, bestond voor hem
+in hare eigenschap als waarde, als produkt van algemeen-menschelijken
+arbeid; in hare uitruilbaarheid met een ander produkt van algemeen
+menschelijken arbeid, met geld. De nuttigheid van de andere Waar,
+bestaat voor hem in hare lichamelijke eigenschappen, niet als produkt
+van algemeen menschelijken arbeid, maar van een bepaalden vorm van
+arbeid. De bovengenoemde formule is dus die van Waren,-Geld,-Waren:
+verkoopen om te koopen. Elke verkoop is een koop en omgekeerd. Marx
+schildert wat er nu vervolgens gebeurt aldus, onder wat hij noemt:
+"De methamorphose der Waren": "W-G." Eerste methamorphose der Waar
+of verkoop. Het overspringen van de warenwaarde uit het lijf van
+de waar in het lijf van het goud is,.... de salto mortale van de
+waar. Mislukt zij, dan is wel-is-waar de Waar niet in benauwdheid,
+wel echter is dat de warenbezitter. De maatschappelijke verdeeling
+van den arbeid, maakt zijnen arbeid evenzoo éénzijdig, als zij zijne
+behoeften véélzijdig maakt. Maar juist daarom, doet het produkt voor
+hem slechts als ruilwaarde dienst. Algemeen maatschappelijk geldige
+aequivalentvorm, bezit het alleen slechts in het geld en dat geld
+bevindt zich in eens andermans zak. Om het eruit te krijgen, moet
+de Waar voor alles dus gebruikswaarde voor den geldbezitter hebben,
+de aan haar ten koste gelegden arbeid dus in maatschappelijk-nuttigen
+vorm er aan besteed zijn of zich in het verband van de maatschappelijke
+verdeeling van den arbeid kunnen handhaven. Maar die verdeeling van
+den arbeid, is een uit de natuur voortkomend produktie-organisme,
+welker draden gesponnen worden, achter den rug van den warenproducent
+om, en die zich aldaar voortweven. Wellicht is de Waar, produkt van
+eene nieuwe arbeidsmethode, die aan eene nieuw opgekomen behoefte
+bevrediging zoekt te geven, of op eigen gelegenheid, deze behoefte
+eerst te voorschijn roepen wil. Gisteren nog een funktie, onder de
+vele funkties van een en dezelfde warenproducent, rukt zich eene
+bijzondere arbeidsverrichting heden wellicht los van deze samenhang,
+verzelfstandigt zich en zendt juist deswegens, haar deelprodukt als
+zelfstandige Waar ter markt..... "Onze warenbezitters bespeuren
+daaruit, dat dezelfde verdeeling van den arbeid, welke hen tot
+onafhankelijke particuliere voortbrengers, het maatschappelijke
+produktieproces en zijne verhoudingen in dit proces van hen-zelf
+afhankelijk maakt; dat de onafhankelijkheid der personen van
+elkander, zich vervolkoment, in een systeem van alzijdige zakelijke
+afhankelijkheid van elkander.
+
+"De verdeeling van den arbeid verandert het arbeidsprodukt in een Waar
+en maakt dáármede zijne verandering in Geld tot eene noodzakelijkheid."
+
+"Wij kennen tot dusver geenerlei economische verhouding der menschen,"
+gaat Marx voort, "buiten dat van warenbezitters, een verhouding,
+waarin zij vreemde arbeidsprodukten zich toeëigenen, doordien zij
+eigene van zich vervreemden. De eene warenbezitter kan derhalve, den
+andere dan ook slechts als geldbezitter tegemoet treden, hetzij omdat
+zijn arbeidsprodukt van nature den geldvorm bezit, dus geldmateriaal
+is, goud enz., hetzij omdat zijn eigene waar reeds van huid veranderd
+is en haar oorspronkelijken gebruiksvorm afgestroopt heeft. Ten einde
+als geld te kunnen funktioneeren, moet het goud natuurlijk een zeker
+punt hebben, van waaruit het op de warenmarkt op kan treden. Dit
+punt ligt in zijne produktiebron, waar het zich, als onmiddellijk
+arbeidsprodukt, met een ander arbeidsprodukt van dezelfde waarde kan
+doen ruilen. Maar van af dit oogenblik, stelt het gedurig gerealiseerde
+warenprijzen voor. Afgezien van den ruil van het goud met waren, aan
+zijne produktiebron, is het goud in de handen van elk warenbezitter,
+de blootgelegde gestalte van de van hem vervreemde Waar, het produkt
+van den verkoop of van de eerste waren-metamorphose: W-G. Ideaal
+geld of waardemeter werd het goud, omdat alle waren hunne waarde in
+hem maten en het, aldus tot het handtastelijke tegendeel van hunne
+gebruiksgestalte, tot hunne waardegestalte maakten. Reëel geld werd
+het, doordien de waren, door hunne alzijdige vervreemding, het tot aan
+hem werkelijk vreemde of veranderde gebruiksgestalte en daardoor tot
+hunne werkelijke waardegestalte maakten. In hare waardegestalte stroopt
+de Waar, elk spoor van haar oorspronkelijke gebruikswaarde en van de
+in 't bijzonder nuttigen arbeid, waaraan zij haren oorsprong te danken
+heeft, af, om zich in de gelijkvormige maatschappelijke stoffelijkheid
+van niet te onderscheiden menschelijken arbeid, weder te ontpoppen.
+
+"Men kan het 't Geld daarom niet aanzien, van welk slag de in hem
+veranderde Waar is. De eene Waar ziet in haren geldvorm precies zoo
+uit als de andere. Geld mag slijk zijn, hoewel slijk nog geen geld
+is. Wij nemen aan, dat de twee geldwolven waaraan de linnenwever
+bijv., zijne waar vervreemdt, de veranderde gestalten zijn van een
+mud tarwe. De verkoop van het linnen: W-G, is tegelijk haren koop: G-W.
+
+"Maar als verkoop van linnen, vangt dit proces met eene beweging
+aan, welke in haar tegendeel eindigt, met den koop van een bijbel
+bijv.; als koop van het linnen, eindigt het met eene beweging die
+met haar tegendeel aanving, met den verkoop van de tarwe bijv. W-G
+(linnen-geld) deze eerste phaze van W-G-W (linnen-geld-bijbel),
+is tegelijk G-W (geld-linnen), de laatste phaze van eene andere
+beweging: W-G-W (tarwe-geld-linnen). De eerste metamorphose eener
+Waar, hare verandering uit den warenvorm in geld, is steeds tegelijk
+de tweede, haar tegenovergestelde metamorphose der andere waar;
+hare terugontwikkeling van uit den geldvorm in den warenvorm.
+
+"G-W. Tweede of slot-metamorphose der waar: koop.--Dewijl het de
+vervreemde gestalte is, van alle andere waren of het produkt hunner
+algemeene ontvreemding, is geld, de absoluut vervreemde Waar. Het leest
+alle prijzen achterwaarts en spiegelt zich aldus, in alle warenlichamen
+terug, als de opofferende materie zijner eigene warenwording. Tegelijk
+toonen de prijzen, de lonkjesoogen waarmede hem de waren wenken, hem
+ook de grenzen zijner veranderingsgeschiktheid, namelijk die van zijn
+eigen kwantiteit. Daar de Waar in hare geldwording ondergaat, ziet men
+het 't geld niet aan, hoe het in de handen van zijn bezitter gekomen
+is, of wat er zich in omgezet heeft. Non olet, hoe ook deszelfs
+oorsprong moge wezen. Wanneer het aan den eenen kant, verkochte
+Waren vertegenwoordigt, aan den anderen kant vertegenwoordigt het,
+verkoopbare Waren.
+
+"G-W, de koop is tegelijktijd verkoop: W-G; de laatste metamorphose
+eener Waar, is dus tegelijk de eerste metamorphose eener andere
+Waar. Voor onzen linnenwever sluit de levensloop van zijnen waar af met
+de gekochte bijbel, waarin hij de 2 pond St. terug omgezet heeft. Maar
+de bijbelverkooper, zet de van den linnenwever gebeurde 2 pond St.,
+in brandewijn om.
+
+"G-W, de slotphaze van W-G-W (linnen-geld-bijbel) is tegelijk W-G, de
+eerste phaze van W-G-W (bijbel-geld-brandewijn). Daar de warenproducent
+slechts een eenzijdig produkt levert, verkoopt hij het dikwijls in
+grootere hoeveelheden, terwijl zijn veelzijdige behoeften hem ertoe
+dwingen, den gerealiseerden prijs of de gebeurde geldsom, gestadig in
+talrijke koopen te versplinteren. Een verkoop mondt daarom, in vele
+koopen van verschillende waren, uit. De slotmetamorphose eener Waar,
+wordt dus door de som van eerste metamorphosen van andere waren,
+gevormd.
+
+"Beschouwen wij nu de totaal-metamorphose eener Waar, bijv. van
+linnen, dan zien wij in de eerste plaats, dat zij uit twee elkander
+tegenovergestelde en elkander aanvullende bewegingen bestaat. W-G
+en G-W. Deze twee, tegenoverelkander staande veranderingen der
+Waar, voltrekken zich, in twee aan elkander tegenovergestelde
+maatschappelijke processen der warenbezitters, en reflekteeren
+zich, in twee elkander tegenovergestelde economische karakters
+derzelven. Als agent van den verkoop, wordt hij verkooper, als agent
+van den koop, kooper. Zooals echter in elke verandering der Waar,
+hare beide vormen, warenvorm en geldvorm gelijktijdig bestaan, alleen
+op elkander tegenovergestelde polen, zoo staat dezelfde warenbezitter
+als verkooper, tegenover een andere kooper en als kooper, tegenover een
+andere verkooper. Het zijn derhalve dus geen vaste, maar binnen het
+raam der warencirculatie, gestadig van persoonlijkheid verwisselende
+karakters.
+
+"De warencirculatie is niet alleen formeel, maar ook wezenlijk
+verschillend van de onmiddellijke produktenruil. Men werpe slechts
+een terugblik op hetgeen voorgevallen is. De linnenwever heeft,
+zonder voorbehoud, linnen geruild tegen bijbels, eigen waren tegen
+eene vreemde Waar. Maar dat verschijnsel bestaat slechts voor hem. De
+bijbelagent, die heet aan koud de voorkeur geeft, dacht er niet aan
+linnen te ruilen voor bijbels, gelijk de linnenwever er niets van wist,
+dat er tarwe was ingeruild tegen zijn linnen enz. De Waar van B. komt
+in plaats van de Waar van A; maar A en B, ruilen niet wederzijdsch
+hunne waren tegen elkander. Het kan werkelijk voorkomen, dat A en B
+wisselsgewijs van elkander koopen, maar zulke bijzondere betrekkingen,
+zijn geenszins de voorwaarden tot de algemeene verhoudingen
+der warencirculatie. Aan den eenen kant ziet men hieruit, hoe de
+warenruil de individueele en lokale grenzen van den onmiddellijken
+produktenruil doorbreekt en de stofwisseling der menschelijken arbeid
+doet ontwikkelen. Aan den anderen kant, ontwikkelt zich hierdoor een
+geheele kring van door de handelende personen, niet te controleeren,
+maatschappelijke natuursamenhangsels. De wever kan slechts linnen
+verkoopen, omdat de boer tarwe verkocht; de heethoofd den bijbel,
+omdat de wever het linnen, de distillateur slechts gebrand water,
+omdat de andere, het water des eeuwigen levens verkocht had, enz. enz.
+
+"Het circulatieproces lost zich deswegens ook niet, gelijk de
+onmiddellijke produktenruil, op, in de plaats- of de handsverwisseling
+van de gebruikswaarden. Het geld verdwijnt niet, omdat het
+ten slotte uit de metamorphosenreeks eener Waar uitvalt. Het
+slaat voortdurend weder neer, op een door de waren zelf voor hem
+ingeruimde circulatie-plek. Bijv. van de totaal-metamorphoze van
+het linnen--linnen-geld-bijbel--valt eerst het linnen buiten de
+circulatie, het geld komt in zijn plaats; daarna valt de bijbel buiten
+de circulatie en het geld treedt in zijn plaats. De vervanging van
+waren door waren, doet tegelijkertijd in de derde hand, de geldwaren
+hangen blijven. De circulatie zweet gestadig geld uit."
+
+
+
+VERANDERING VAN GELD IN KAPITAAL.
+
+Wij hebben de ontwikkeling van de warencirculatie uit de produktenruil
+nagegaan en eveneens hebben wij den kringloop dier beweging
+gadegeslagen. Welke is evenwel hare drijfkracht? De beweegreden
+der kringloop: Waar-Geld-Waar, is duidelijk; is daarentegen die van
+Geld-Waar-Geld niet zinneloos? Neen, zij zou zinneloos zijn, wanneer
+de geldsom aan het einde van de transaktie, niet eene andere was,
+dan die aan het begin daarvan. De kringloop G-W-G, heeft dus maar
+één doel: de geldsom waarmede hij eindigt grooter te doen worden,
+dan die, waarmede hij aanving. Deze vermeerdering is inderdaad het
+drijvende motief in dien kringloop.
+
+Wij komen dus, nadat het proces zijn bekenden gang is gegaan, voor
+de formule:
+
+
+ G-W - (G + g) te staan.
+
+
+Dit "g", de toegevoegde waarde die boven en uit de oorspronkelijk
+voorgeschoten waarde, aan het einde van den kringloop voor den
+dag komt, noemt Marx: de Meerwaarde. Die laatste moet met hare
+verschijningsvorm en winst, rente etc. evenmin verward worden, als de
+waarde eener waar, met haren prijs. Want evenals daar, gaat het hier om
+de grondslagen en niet om de uiterlijke vormen, de verschijningsvormen,
+waaronder de economische verhouding aan het daglicht treedt.
+
+"De waarde wordt aldus tot processeerende waarde, processeerend geld
+en als zoodanig tot kapitaal. Dit komt uit de circulatie vandaan,
+gaat weder in haar onder en verveelvoudigt zich in haar; keert
+vergroot uit haar terug en begint denzelfden kringloop weder van
+voren af aan. G-G, geldbarend geld--"money which begets money",--zoo
+luidde de beschrijving van het kapitaal, in den mond van zijn eerste
+wegwijzers, de merkantilisten reeds, zegt Marx.
+
+"Koopen om te verkoopen, of vollediger, koopen om duurder te verkoopen,
+G-W-G, schijnt wel-is-waar slechts eene vorm aan het koopmanskapitaal
+eigen, maar ook het industrieele kapitaal is geld, dat zich verandert
+in waren en door den verkoop de waren, in meer geld terug-verandert."
+
+Wij zien hieruit en ook uit hetgeen voorafging, dat dus niet alle
+geld, niet elke Waar kapitaal is; dat deze dingen alleen dan tot
+kapitaal worden, wanneer zij een bepaalde beweging doormaken; wanneer
+zij dienen om een méér-produkt in het leven te roepen: méér-waarde
+geboren te doen worden. Deze beweging heeft ook op haren beurt,
+weder bepaalde historische voorwaarden.
+
+Wat Marx ons hier ook heeft doen zien, dat is, dat het niet waar is,
+gelijk het in den gewonen akademisch-staathuishoudkundigen vorm luidt,
+dat opgehoopte arbeid en produktiemiddelen, kapitaal zijn tout court,
+maar dat dezen dan eerst tot kapitaal worden, als zij voldoen aan
+zekere voorwaarden van historische en van maatschappelijken aard,
+waaronder de voornaamste deze is: dat zij in beweging worden gezet,
+om méérwaarde voort te brengen.
+
+Uit welken bron ontspringt nu deze méérwaarde? Men zou zoo oppervlakkig
+zeggen, doordien de een van zijn macht (slimheid, ervaring enz.),
+gebruik maakt om zijn tegenpartij te misleiden; overmacht van welken
+aard ook. Zulk eene verklaring, die op zich-zelf al zeer weinig
+bewijst, is bovendien economisch van niet de minste beteekenis,
+daar een ieder, gelijk wij gezien hebben, bij afwisseling kooper en
+verkooper is. Bovendien kan toepassing van overmacht enz. wel de een
+voor een oogenblik zich-zelve doen verrijken, maar zij is absoluut
+niet in staat de door beiden bezeten totaal-som, alzoo de som van
+de circuleerende waarden, te doen vermeerderen. Wij verklaren er
+dus niet anders mede, dan eene verplaatsing van de te deelen som
+aan waarden, zonder meer. "De verandering van geld in kapitaal,"
+concludeert Marx, "moet worden verklaard, op den grondslag van de
+in den warenruil zich bevindende immanente wetten, zóó, dat de ruil
+van aequivalenten, ons daarbij steeds als uitgangspunt dient. Onze,
+nog slechts als kapitalistenrups aanwezig zijnde geldbezitter, moet
+de waren tegen hunne waarde koopen, tegen hunne waarde verkoopen
+en desniettegenstaande moet hij aan het einde van dit proces, méér
+waarde eruit halen, dan dat hij erin wierp."......
+
+De oplossing dier vraag, is nevens die der waardetheorie, de spil van
+het systeem van analyse, dat Marx toegepast heeft bij het onderzoek
+van de kapitalistische produktiewijze. Zij bevat de ontdekking van een
+faktor, die de waarde voortdurend vergroot; bron van waarde is, terwijl
+zij zelve tegen hare waarde wordt gekocht door den kapitalistischen
+ondernemer, die op de warenmarkt komt, om deze eigenaardige Waar op
+te doen, alwaar hij den verkooper van die Waar te ontmoeten weet, die
+dezen aan niemand anders, dan aan hem slijten kan. Deze Waar is die
+der arbeidskracht namelijk, die wij vroeger reeds hebben leeren kennen.
+
+De bron der meerwaarde nu is te vinden, in den arbeidstijd, welke
+de ondernemer, de kapitalist, den arbeider voor zich laat arbeiden,
+boven den tijd welke noodig is om de waarde voort te brengen, die
+hij zelf kostte.
+
+"Het kapitaal", zegt Marx "heeft de meerarbeid niet
+uitgevonden. Overal, waar een deel der samenleving het monopolie
+der produktiemiddelen bezit, moet de arbeider, vrij of onvrij, aan
+de tot zijn onderhoud noodzakelijke arbeidstijd een overschot van
+arbeidstijd toevoegen, ten einde de levensmiddelen voor de eigenaars
+der produktiemiddelen voort te brengen."
+
+"Méérarbeid, arbeid boven den tot zelfbehoud van den arbeider
+noodzakelijken tijd, en toeëigening van het produkt dezer méérarbeid
+door anderen, uitbuiting van den arbeid dus, is aan alle tot nu
+bestaan hebbende maatschappelijke vormen, voor zoover zij zich in
+klassetegenstellingen bewogen hebben, gemeenzaam geweest. Maar eerst
+wanneer het produkt dezer meerarbeid, de vorm van meerwaarde aanneemt,
+wanneer de eigenaar der produktiemiddelen, den vrijen arbeider--vrij
+van sociale banden en vrij van eigen bezit!--als voorwerp van
+uitbuiting tegenover zich vindt en hem uitbuit, tot het doel van
+de produktie van waren, eerst dàn neemt dit produktiemiddel, het
+specifieke karakter van kapitaal aan. En dit is op groote schaal eerst
+geschied, aan het einde van de 15e, en aan het begin van de 16e eeuw."
+
+
+
+DE VOORTBRENGING DER MEERWAARDE.
+
+Nemen wij, om de produktie van de meerwaarde met een voorbeeld
+aanschouwelijk te maken, eens het volgende geval. De heer Jansen,
+industrieel, richt zich in. Zijn vader stelt een groot kapitaal ter
+zijner beschikking. Hij richt een katoenspinnerij op, neemt een
+technisch- en een handelsdirekteur aan, die het gansche bedrijf
+inrichten en leiden en de inkoop van katoen, de aanschaffing van
+machines, de aanstelling van arbeiders enz. bezorgen. De katoen wordt
+in de fabriek versponnen tot garen en deze wordt, door middel van
+reizigers etc., van de hand gezet.
+
+De heer Jansen nu, men lette er wel op, heeft daarmede niet waren
+tegen waren geruild, door middel van de waar geld, maar hij had
+oorspronkelijk geld, hij heeft dit uitgegeven om waren te koopen
+(fabriek, inrichting, ruwprodukten, arbeidskrachten), en dan verkoopt
+hij weder zijn waren, om ze wederom tot geld te doen worden. De
+ruilformule is hier niet: W-G-W, maar is hier:
+
+
+ Geld-Waar-Geld.
+ (G-W-G.)
+
+
+Hij heeft zijn geld in waren omgezet en hij zet zijn waren weder in
+geld om. Waarom doet hij dat? Dat doet hij om winst te maken; het geld
+dat in des heeren Jansen's brandkast terugkomt, moet méér zijn dan
+dat wat er uit ging. Anders zou de heer Jansen een gek geweest zijn,
+om zijn geld in de circulatie te zenden. Maar het was des heeren
+Jansen's doel niet, om het als een schat enkel te laten liggen,
+maar om het als kapitaal te laten fungeeren, het te laten broeden dus.
+
+Alle waren die hij evenwel koopt (ruwprodukten, machines enz.), moet
+hij naar hunne waarde betalen, bijgevolg zijn winst zal daardoor niet
+vermeerderen. Maar de arbeidskracht der arbeiders die in zijnen dienst
+zijn, betaalt hij niet naar hare waarde. Nemen wij daartoe, nog eens
+het voorbeeld op en werken wij het verder uit. Een arbeider verspint
+in 6 uren, 10 pond ruw-katoen tot garen. In deze 10 pond garen steekt,
+nevens den zesurigen arbeid, ook een deel van de arbeidsmiddelen,
+welke daarbij worden afgebruikt, vervat in de spindels. Het pond
+katoen komt hem te staan op f 0.60, het pond garen brengt f 0.90
+op. Aan spinsel wordt 10 pond katoen ingewerkt, dus voor f 1.20. Het
+arbeidsloon bedraagt f 1.80. Dus:
+
+
+ Uitgaven:
+
+ 10 pond ruwkatoen f 6.
+ Spinsel - 1.20.
+ Arbeidsloon - 1.80.
+
+ te zamen f 9.00.
+
+ Inkomsten:
+
+ 10 pond katoengaren à f 0.90 = f 9.00
+
+
+Inkomsten en uitgaven zijn gelijk. Maar het doel van den fabrikant is
+anders. Zijn toch zes uren arbeidsloon voldoende, om de waarde der
+waar arbeidskracht te voldoen, dan zou de arbeider daarna moeten
+ophouden met arbeiden. Maar zóó zijn fabrikant en arbeider niet
+samen getrouwd! De arbeider is gehuurd voor een zekeren tijd, die de
+fabrikant goedvindt te bepalen, subsidiair zooals zij dien tezamen
+overeengekomen zijn. Bijvoorbeeld: een arbeidsdag van 12 uren. Wij
+nemen nu ons voorbeeld weêr op:
+
+
+ Uitgaven:
+
+ voor de eerste zes uren van den dag:
+
+ gelijk boven: 10 pond ruwkatoen f 6.
+ Spinsel - 1.20.
+ Arbeidsloon - 1.80.
+
+ totaal f 9.00.
+
+ voor de verdere arbeidsuren:
+
+ 10 pond ruwkatoen f 6.
+ Spinsel - 1.20.
+ Arbeidsloon--
+
+ f 7.20 + f 9 = f 16.20.
+
+ Inkomsten:
+
+ 20 pond garen à f 0.90 = f 18.00.
+
+
+Hij wint dus dagelijks aan een arbeider: f 1.80, juist zooveel als
+het arbeidsloon van de zes uren bedraagt, die hij hem meer laat
+arbeiden. In die méér-arbeid, ligt de meer-waarde. Der waardewet
+is hier geen haartje gekrenkt en de kapitalist heeft tòch winst
+gemaakt. Van andere waren, is de ruilwaarde namelijk vervlogen, zoodra
+hun verbruik is afgeloopen; de waar arbeidskracht daarentegen, is,
+nadat het proces afgeloopen is, nog bruikbaar, ook wanneer zooveel
+van haar is verbruikt, als hare ruilwaarde bedraagt. Daar de waarde
+van de waar arbeidskracht elastisch of variabel is, d. w. z. met
+de voortschrijdende beschavingstoestanden steeds geringer wordt,
+terwijl de voortbrengingsgeschiktheid van de arbeidskracht niet
+inkrimpt,--d. w. z. de arbeider zou 12 en meer uren kunnen arbeiden,
+ook wanneer tot reproduktie van zijne dagelijksche arbeidskracht
+slechts 6 uren arbeids en minder noodig zouden zijn,--zoo kan de kooper
+der arbeidskracht, in ons voorbeeld de heer Jansen dus, de warenwaarde
+derzelve ten volle betalen en desniettemin méér-waarde overhouden. In
+enkele woorden dus: het verschil tusschen de gebruikswaarde en de
+ruilwaarde van de waar arbeidskracht, vormt de meerwaarde.
+
+Het historisch toeëigenen van de meerwaarde, geschiedde zonder
+twijfel door het zich toeëigenen van vreemde waarde; hetzij door
+middel der waren-cirkulatie van het koopmanskapitaal, of, geheel
+onverbloemd, door het woekerkapitaal. Maar deze beide soorten van
+kapitaal-formaties, konden alleen in de samenleving ontstaan, door
+schennis van de wetten der warencirkulatie, door grove schennis van
+haar grondwet, dat waarden, alleen tegen gelijke waarden geruild
+kunnen worden. Het kapitaal stond daarvandaan, zoolang het handels-
+en woekerkapitaal was, in eene tegenstelling tot de economische
+organisatie van zijn tijd, en daarmede ook in tegenstelling, tot
+de moreele inzichten van zijn tijd. In de Oudheid, evenals in de
+Middeleeuwen stonden handel en woeker in een slechten reuk; zij werden
+op gelijke wijze gebrandmerkt, zoowel door de antieke Philosophen,
+door de heilige Kerkvaders, als door de Pausen. Met uitzondering van
+Calvijn, hebben ook de Hervormers--Luther niet voor 't minst--handel
+en woeker scherp veroordeeld.
+
+Wij moeten dan ook, om het kapitaal te onderkennen, tot deze zijne
+voorwereldsche vormen teruggaan. Eerst nadat hoogere vormen van
+kapitaal zich hadden ontwikkeld, konden zich ook tusschenvormen
+ontwikkelen, die de funkties van het handelskapitaal en het rentegevend
+kapitaal, in overeenstemming konden brengen, met de wetten van de
+thans heerschende warenproduktie. Maar eerst ook van dat oogenblik af,
+hebben zij opgehouden het karakter van eenvoudige afzetterij of van
+direkten roof te dragen, zegt Marx.
+
+Marx heeft deze soorten van kapitaal, in de beide eerste deelen van
+"Das Kapital", dan ook niet behandeld, omdat zij bij de navorsching van
+het kapitalisme, als vorm van eene produktiewijze, als maatschappelijk
+verschijnsel, rechtstreeks niet betrokken zijn.
+
+Men begrijpt evenwel nu, in het gansche proces van de voortbrenging
+der meerwaarde, ook het groote gewicht, dat daarin
+
+
+
+DE ARBEIDSDAG
+
+bekleedt, waaraan bij Marx een zevental beschrijvende hoofdstukken zijn
+gewijd, die historisch en economisch zeker behooren, tot het grootste
+wat op dit gebied is verricht. Zijne onderzoekingen daaromtrent,
+benevens die omtrent de verdeeling van den arbeid, haar ontstaan en
+hare ontwikkeling in de periode der Manufaktuur, de machinerie en de
+groot-industrie, vormen de klassieke gedeelten uit het eerste deel
+van "Das Kapital". Hunne economische en historische waarde, wordt
+door geen staathuishoudkundige van eenig gezag meer ontkend. In dat
+opzicht, is zijn groote werk dan ook eene voortzetting geweest, van
+Adam Smith's beroemde "Wealth of the Nations" (Rijkdom der volkeren).
+
+"De kapitalist,"--zegt Marx, aan den aanvang van de behandeling der
+"Arbeidsdag",--"heeft de arbeidskracht tot hare dagwaarde gekocht. Hem
+behoort dus hare gebruikswaarde toe, gedurende een arbeidsdag. Hij
+heeft dus óók het recht verkregen den arbeider, gedurende dien dag,
+voor zich te laten arbeiden. Maar wat is een arbeidsdag? In elk geval
+minder dan een natuurlijken levensdag. En hoeveel minder? De kapitalist
+(natuurlijk is hier sprake van den ondernemer in het algemeen), heeft
+zijn eigen inzichten omtrent dit ultima thule, de noodzakelijke grenzen
+van den arbeidsdag. Als kapitalist is hij slechts gepersonifieerd
+kapitaal. Zijn ziel is de kapitalistenziel. Het kapitaal kent
+slechts één levensaandrift, de aandrift zich in waarden om te
+zetten; méérwaarde voort te brengen, en met zijn konstant gedeelte,
+de produktiemiddelen, de grootst mogelijke massa meerarbeid in zich
+op te zuigen. Kapitaal is gestorven arbeid, die op vampyr-achtige
+wijze opleeft, door opzuiging van levenden arbeid en er zoo veel te
+meer van leeft, naarmate het meer daarvan in zich opzuigt. De tijd
+waarin de arbeider werkt, is de tijd waarin, door den kapitalist de
+van hem gekochte arbeidskracht, wordt verbruikt"....
+
+..."Van zeer elastische grenzen hier afgezien, worden er door
+den aard der warenruil zelf, geen grenzen van den arbeidsdag, dus
+ook geen grenzen van de meerwaarde getrokken. De kapitalist staat
+op zijn recht als kooper, wanneer hij den arbeidsdag zoo lang als
+mogelijk is maakt, en, zoo mogelijk uit eenen arbeidsdag, er twee
+tracht te maken. Aan den anderen kant, houdt de specifieken aard van
+de verkochte waar (arbeidskracht) een grens van haar verbruik door
+den kooper in, terwijl de arbeider op zijn recht staat als verkooper,
+wanneer hij den arbeidsdag tot op eene bepaalde minimum-grootte tracht
+te beperken. Hier is dus een antimonie voorhanden; recht tegenover
+recht, beiden gelijkmatig bezegeld door de wet van den warenruil. En
+zoo is dan ook in de geschiedenis der kapitalistische produktiewijze,
+de normeering van den arbeidsdag, tot een strijd om de grenzen van den
+arbeidsdag geworden; een strijd tusschen de gezamenlijke kapitalisten,
+d. w. z. tusschen de klasse der kapitalisten en de gezamenlijke
+arbeiders of de arbeidersklasse."
+
+Voor het eerst is men in Engeland, en wel in 1843, begonnen den
+arbeidsdag wettelijk vast te stellen, nadat bijna een halve eeuw lang
+de arbeiders in dat land daarvoor gestreden hadden en het bitterst
+daarin door de economen zijn tegengewerkt geworden.
+
+"Desniettemin," zegt Marx, "heeft het principe gezegevierd en in
+de groot-industrietakken, die zelve de schepping zijn der moderne
+produktiewijze, was zijne wondervolle ontwikkeling, die hand aan
+hand is gegaan, met de moreele wedergeboorte der fabrieksarbeiders,
+zelfs voor blinden te zien."
+
+De economische beteekenis van den arbeidsdag voert ons tot eene
+beschouwing van
+
+
+
+DE RELATIEVE MEERWAARDE.
+
+Tot nu toe, hebben wij gezien hoe de kapitalist zijn meerwaarde
+vormt: uit onbetaalden arbeidstijd. Deze nu noemt Marx de: absolute
+méérwaarde. Maar het spreekt van zelf, dat er nog een andere soort
+moet bestaan; dit bleek ons reeds uit het exposé van de gansche
+warencirculatie. Wij hebben gezien, dat de meerwaarde voortkomt uit
+den onbetaalden arbeidstijd. Hare bron zit in den arbeidsdag. De
+arbeidsdag kan echter niet tot in het oneindige verlengd worden. Aan
+het streven der kapitalisten, hem te verlengen, worden grenzen gelegd,
+zoowel van moreelen, als van politieken aard. "De door verlenging
+van den arbeidsdag voortgebrachte meerwaarde noem ik," zegt Marx,
+"absolute meerwaarde; de meerwaarde daarentegen, die uit de verkorting
+van den noodwendigen arbeidstijd en de daarmede overeenstemmende
+verandering, in de hoegrootheidsverhouding der beide bestanddeelen
+van den arbeidsdag voortkomt: relatieve meerwaarde.
+
+"Om de waarde van de arbeidskracht te doen dalen, moet de stijging der
+produktiekrachten die industrietakken aangrijpen, welker produkten de
+waarde der arbeidskracht bepalen; die dus noch tot den kring van de
+door de gewoonte vastgestelde levensmiddelen behooren, noch daarvoor in
+de plaats kunnen treden. De waarde eener waar, wordt echter niet alléén
+bepaald door het kwantum arbeid, hetwelk haar den laatsten vorm doet
+verkrijgen, maar evenzoogoed, door de massa der produktiemiddelen,
+die zij in zich bevat. Bijv. de waarde van een paar schoenen,
+wordt niet alleen door den arbeid des schoenmakers, maar ook door
+de waarde van het leder, het pek, draad enz. bepaald. Stijging van
+de produktiekracht en de daarmede gepaard gaande goedkoopermaking
+der waren, in de industrieën welke de stoffelijke elementen van
+het constant-kapitaal, de arbeidsmiddelen en het arbeidsmateriaal,
+tot voortbrenging der noodzakelijke levensmiddelen leveren, doen dus
+eveneens de waarde van de arbeidskracht dalen."....
+
+"De goedkooper geworden waar, doet natuurlijk de waarde der
+arbeidskracht, slechts pro tanto, d. w. z. alleen maar in die
+verhouding, waarin zij in de reproduktie van de arbeidskracht
+overgaat, dalen. Hemden bijv., zijn een noodzakelijk levensmiddel,
+maar een van de velen. Hunne goedkoopermaking, vermindert alleen de
+uitgaven der arbeiders voor hemden. De totaalsom van de noodzakelijke
+levensmiddelen bestaat echter uit verschillende waren, louter produkten
+van de bijzondere industrieën, en de waarde van ieder dier waren,
+vormt steeds een zich gelijkverdeelend deel, van de waarde der
+arbeidskracht. Deze waarde neemt af, met de tot hare reproduktie
+noodzakelijken arbeidstijd, welker totaalverkorting gelijk is
+aan de som van hare verkortingen, in alle bijzondere takken van
+voortbrenging."....
+
+"De waarde der waren, staat in omgekeerde verhouding tot de
+produktiekracht van den arbeid. Evenzoo,--omdat zij door de waarde der
+waren bepaald wordt,--de waarde der arbeidskracht. Daarentegen staat
+de relatieve meerwaarde, in direkte verhouding tot de produktiekracht
+van den arbeid. Zij stijgt met stijgende- en daalt, met dalende
+produktiekracht. Een maatschappelijke doorsneê-arbeidsdag van 12
+uren, geldswaarde als gelijkblijvend verondersteld, produceert steeds
+hetzelfde waardeprodukt van 6 Shilling, hoe deze som van waarden zich
+ook immer moge verdeelen, tusschen het aequivalent voor de waarde
+der arbeidskracht en de meerwaarde. Dalen evenwel, ten gevolge van de
+gestegen produktiekracht der waarden, de dagelijksche levensmiddelen
+en dientengevolge, de dagelijksche waarde der arbeidskracht van 5
+shilling op 3 sh., dan rijst de meerwaarde van 1 sh. op 3 sh. Ten
+einde de waarde der arbeidskracht te reproduceeren, waren er 10 en
+zijn er thans nog slechts 6 arbeidsuren vrij gekomen en kunnen deze
+bij de domeinen van den meerarbeid worden ingelijfd. Het is daarom
+de immanente drijfveer en de gestadige tendens van het kapitaal, de
+produktiekracht der arbeid te doen stijgen, en te dien einde de waar,
+en door de goedkoopermaking van de waar, den arbeider-zelve goedkooper
+te maken."
+
+Een verhooging van de produktiekracht van den arbeid, die
+van verkorting van den arbeidsdag het noodwendige gevolg moet
+zijn, is echter alleen mogelijk, door eene verandering van de
+produktiewijze, door verbetering van de arbeidsmiddelen en van de
+arbeidsmethoden. Produktie van relatieve meerwaarde, heeft dus tot
+voorwaarde, eene revolutie van het arbeidsproces.
+
+"De produktie van de absolute meerwaarde," zegt Marx verder, "draait
+zich slechts om de lengte van den arbeidsdag; de produktie van de
+relatieve meerwaarde, revolutioneert door en door de technische
+processen van den arbeid en de maatschappelijke groepeeringen.
+
+"Zij veronderstelt dus eene specifiek-kapitalistische produktiewijze,
+die, met hare methoden, middelen en voorwaarden zelven eerst op den
+grondslag van de formeele subsumtie van den arbeid onder het kapitaal,
+op natuurlijke wijze ontstaat en verder ontwikkeld wordt"....
+
+"Wij zien dan ook bij stijgende produktiekracht van den arbeid, het
+percentage van de meerwaarde aanhoudend stijgen, terwijl de waarde van
+het produkt daalt. Zoo zien wij in de kapitalistische produktiewijze,
+in hare specifiek groot-industrieele uiting, den oogenschijnlijken
+tegenspraak zich ontwikkelen, dat de kapitalisten onophoudelijk zich
+moeite geven, steeds goedkooper te produceeren, d. w. z. de waarde
+der waren steeds te doen dalen, terwijl zij daarbij steeds meer
+waarde, zich toe-eigenen kunnen. Wij zien ook dat, hoe grooter de
+produktiekracht van den arbeid, des te grooter wordt de meerwaarde,
+de overschietende arbeidstijd van den arbeider. De kapitalistische
+produktiewijze streeft er naar, de produktiekracht van den arbeider
+reusachtig te doen stijgen, den noodwendigen arbeidstijd tot op een
+minimum te reduceeren, maar gelijktijdig evenwel, den arbeidsdag zoo
+veel als mogelijk is te verlengen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+MACHINERIE EN GROOT-INDUSTRIE.
+
+
+In een belangrijk hoofdstuk, onderzoekt Marx vervolgens de omwenteling,
+die de machine heeft doen ontstaan in de industrie uit de Manufaktuur
+gesproten, en welke deze, op zijne beurt, tot groot-industrie heeft
+doen worden. Die omwenteling zelf draagt mede een ander karakter.
+
+"De omwenteling der produktiewijze heeft in Manufaktuur de
+arbeidskracht tot uitgangspunt genomen en in de groot-industrie de
+arbeidsmiddelen." Marx wijst vervolgens, op de absoluut onvoldoende
+verklaring, die de mathematici en de mechanici van de machine gegeven
+hebben, waar zij het werktuig voor een enkelvoudig en de machine voor
+een samengesteld werktuig hebben verklaard. "Van economisch standpunt,
+deugt deze verklaring niet, omdat bij haar het historisch element
+wordt gemist." Ook is de verklaring, door het verschil dat men maakt
+tusschen werktuig en machine en die welke hierin gezocht wordt, dat
+bij het werktuig de mensch de bewegende kracht is en bij de machine,
+eene van den mensch afgescheiden natuurkracht, zooals die van het
+dier, het water, de wind enz., historisch even onjuist. Dewijl de
+toepassing van de dierlijke kracht, eene der oudste uitvindingen is
+van de menschheid, zoo zou aldus geredeneerd, de machinale produktie,
+vooraf hebben moeten gegaan aan die van het Handwerk!......
+
+"De machine waarvan de industrieele revolutie haar uitgangspunt neemt,
+vervangt den arbeider, die een ènkelvoudig werktuig hanteert, door
+een mechanisme, dat met eene massa van dezelfde of gelijksoortige
+werktuigen tegelijk opereert en door een enkele drijfkracht, hoe
+ook steeds haren vorm moge zijn, voortbewogen wordt. Hier hebben
+wij de machine voor ons, maar eerst als een eenvoudig element van de
+machinale produktie.
+
+"De uitbreiding van den omvang der arbeidsmachine en het getal
+harer gelijktijdig opereerende werktuigen, vorderde een meer
+massaal bewegingsmechanisme en dit mechanisme, tot overweldiging
+van zijnen eigenen weêrstand, een machtiger drijfkracht dan de
+menschelijke. Afgezien nog hiervan, dat de mensch een zeer onvolkomen
+produktieinstrument van gelijkvormige en continueerende beweging is,
+gegeven, dat hij nog slechts als eenvoudige drijfkracht werkt, dus
+in de plaats van zijn werktuig een werktuigmachine gekomen is en de
+natuurkrachten hem thans ook als drijfkracht kunnen vervangen. Van alle
+uit de Manufaktuurperiode ons overgeleverde, groote bewegingskrachten,
+was de paardenkracht de slechtste; eensdeels, omdat een paard zijn
+eigen zin heeft, anderdeels, wegens zijne kostbaarheid en den beperkten
+omvang, waarmede zij in de fabrieken alleen toe te passen was.".....
+
+Eerst met James Watt's uitvinding van de z. g. n. dubbelwerkende
+stoommachine, was de motor geschapen, die zijne beweegkracht zelf
+voortbrengt en uit de voedering met kolen en water, wier krachtpotentie
+geheel onder menschelijke contrôle, onafhankelijk van natuurkrachten
+van lokalen aard staat, en aldus de toepassing van de machinale
+industrie op elke, willekeurige plaats mogelijk maakte.
+
+"Nadat eerst de werktuigen, van werktuigen van het menschelijk
+organisme, tot werktuigen van een mechanisch apparaat, tot
+werktuig-machines konden worden, verkreeg dan ook de bewegings-machine
+een zelfstandige, van de grenzen van menschelijke kracht, volkomen
+geëmancipeerden vorm. Daarmede zonk de enkelvoudige werktuigmachine,
+zooals wij tot nu toe die hebben beschouwd, tot een bloot element
+van de machine-produktie. Eéne bewegingsmachine was thans in staat,
+véle arbeidsmachines gelijktijdig te drijven. Met het aantal van de
+gelijktijdig voortbewogen arbeidsmachines, groeide de bewegingsmachine
+en breidde zich het transmissie-mechanisme, tot een wijdloopig apparaat
+uit." ....
+
+Dan zet Marx het verschil uiteen, tusschen het karakter der machine in
+de Manufaktuurperiode en in die van de fabrieksmatige industrie. Hij
+zegt:
+
+"In de Manufaktuur moeten de arbeiders, individueel of in groepen,
+elk bijzonder deelproces met hun handwerktuig uitvoeren. Maakte
+de arbeider zich eenmaal het proces eigen, dan was evenwel van te
+voren reeds het proces voor den arbeider geëigend. Dit objektieve
+principe van de verdeeling van den arbeid, valt bij de machinale
+produktie geheel weg. Het totaalproces wordt hier objektief, aan en
+op zichzelf beschouwd, in zijne constitueerende phazen geanalyseerd;
+en het problema van elk deelproces ten uitvoer te brengen en de
+verschillende deelprocessen te verbinden, door technische toepassing
+van de mechaniek, de chemie enz. opgelost,--waarbij natuurlijk voor
+en na de theoretische conceptie, door opgehoopte praktische ervaring
+op groote schaal, volkomener moet worden gemaakt.... De gecombineerde
+arbeidsmachine, nu tot een geledend systeem van verschillenderlei
+op-zich-zelf staande arbeidsmachines en van groepen derzelven
+geworden, is des te volkomener, hoe voortdurender haar totaal-proces
+is. D. w. z. met hoe minder onderbreking het ruwmateriaal van zijne
+eerste phaze tot zijn laatste overgaat, hoe meer dus, in plaats van de
+menschelijke hand, van het mechanisme zelf, van de eene produktiephaze
+in de andere wordt vereischt. Wanneer in de Manufaktuur het isolement
+van het bijzondere proces, een principe is dat uit de verdeeling
+van den arbeid als van-zelf voortspruit, in de ontwikkelde fabriek
+daarentegen, heerscht de continuïteit van het bijzondere proces."....
+
+"In het geledend systeem van arbeidsmachines, die hunne beweging
+door middel van de transmissie-machinerie, van een centralen automaat
+ontvangen, bezit het machinebedrijf zijne ontwikkeldste gestalte. In
+de plaats van eene enkele machine, treedt hier een mechanisch monster,
+welker lijf gansche fabrieksgebouwen vervult en welker demonische
+kracht, eerst verborgen door de bijna plechtstatige, afgemeten beweging
+van zijne reusachtige ledematen, in een koortsachtig dollen maalstroom
+zijner tallooze, eigenaardige arbeidsorganen, uitbreekt."....
+
+Marx schetst hierna, de gevolgen, die de intrede van die
+machineproduktie in de industrie teweeg bracht.
+
+"De omwenteling van de produktiewijze in de eene spheer van de
+industrie, bepaalde hare omwenteling in eene andere. Dit gold in de
+eerste plaats voor zulke takken van industrie, welke wel-is-waar door
+de maatschappelijke verdeeling van den arbeid geïsoleerd waren--zoodat
+elk derzelve eene zelfstandige waar produceerde,--maar die toch weder,
+als phazen van een totaalproces, door elkander liepen. Zoo werd door
+de machinale spinnerij, de machinale weverij noodzakelijk, en beiden
+te zamen, deden de mechanisch-chemische revolutie in de bleekerij,
+drukkerij en verwerij ontstaan. Zoo riep aan den anderen kant,
+de revolutie van de katoenspinnerij de uitvinding van het gin,
+tot afscheiding van de katoendraden uit het zaad te voorschijn,
+waardoor eerst de katoenproduktie op de daardoor vereischte hoogte van
+ontwikkeling kon komen te staan. De revolutie in de produktiewijze
+van de industrie en van de agrikultuur noodzaakte namelijk ook tot
+eene revolutie, in de algemeene voorwaarden van het maatschappelijk
+produktieproces, d. w. z. van de communikatie- en transportmiddelen.
+
+"Afgezien van de geheel gerevolutioneerde zeil-scheepsbouw,
+werden de kommunikatie- en transportwegen aldus geheel en al
+door een systeem van rivierstoombooten, spoorwegen, overzeesche
+stoombooten en telegraphen aan de produktiewijze van de grootindustrie
+aangepast. De verschrikkelijke massa's ijzer evenwel, die er thans te
+snijden, te hameren te boren en te vormen waren gekomen, vereischten
+hunnerzijds cyclopische machines, welker schepping in de machinebouw
+op manufaktuur-achtige grondslag, geheel onmogelijk was.
+
+"De groot-industrie moest zich dusdoende van haar karakteristiek
+produktiemiddel, de machinerie, zelf meester maken en machines doen
+voortbrengen door machines.
+
+"Zoo werd," eindigt Marx dit historisch-technische onderzoek, "het
+coöperatieve karakter van het arbeidsproces, (de verdringing van den
+individueelen arbeider door den vermaatschappelijkten) tot een, haar
+door den aard van de arbeidsmiddelen, zelve gedicteerde technische
+noodzakelijkheid."
+
+
+
+De machine wordt door Marx tot het "constante" kapitaal gerekend. Zij
+schept geene waarde, maar zet slechts hare eigene waarde aan het
+produkt toe. Zij lost zich in het arbeidsproces telkens geheel, maar
+in het waarde-vormingsproces, slechts maar gedeeltelijk op. Zij geeft
+niet meer waarde van zich af, dan zij in doorsneê verliest door haar
+gebruik. Er is dus een groot verschil, tusschen het waarde-deel dat de
+machine, en het periodiek door haar op het produkt overgedragen, deel
+van de waarde. Er is dus een groot verschil tusschen de machine als
+waardevormend en als produktenvormend element. Hoe grooter de periode,
+in welke dezelfde machine, herhaaldelijk in hetzelfde arbeidsproces
+dienst doet, des te grooter zal dit verschil zijn.
+
+Hoe minder arbeid de machine zelf kost, d. w. z. hoe veel te minder
+arbeid erin is neergelegd, des te minder waarde zet zij aan het produkt
+toe. Hoe minder waarde van zich afgevend, des te produktiever is zij en
+des te meer, nadert haren dienst die der natuurkrachten. De produktie
+van machines door machines, doet hare waarde echter inkrimpen, naar
+verhouding van hare uitbreiding en werking.
+
+"Uitsluitend als middel tot goedkoopermaking van het produkt beschouwd,
+vindt het gebruik van de machinerie daarin hare grenzen, dat hare
+eigen produktie minder arbeid kost, dan hare toepassing ervoor in
+plaats geeft. Voor het kapitaal echter, laat zich deze grens enger
+uitdrukken. Daar het niet, de ten koste gelegden arbeid, maar de
+waarde der ten koste gelegde arbeidskracht betaalt, wordt voor hem het
+machinegebruik begrensd, door het verschil tusschen de machinewaarde
+en de waarde van de door haar vervangene arbeidskracht. Daar de
+verdeeling van den arbeidsdag, in noodwendigen arbeid en méér-arbeid,
+in verschillende landen in verschillende periodes, of gedurende
+dezelfde periode voor verschillende takken van bedrijf, verschillend
+is; dan beneden de waarde van zijn arbeidskracht, dan weder daarboven
+stijgt, kan het verschil tusschen den prijs der machinerie en den
+prijs van de door haar vervangen arbeidskracht, zéér varieeren. Ook,
+wanneer het verschil tusschen het, voor de produktie van de machine
+benoodigde kwantum arbeids en het totaalkwantum van de door haar
+vervangen arbeidskracht, hetzelfde blijft. Het is evenwel alleen
+maar het eerste verschil, dat de produktiekosten der waar, voor de
+kapitalisten zelven bepaalt en door middel van de dwangwetten van de
+concurrentie invloed erop uitoefent." Het is daardoor, zegt Marx, dat
+men in het eene land machines in een tak van bedrijf invoert, terwijl
+ze in een ander land, absoluut niet toegepast kunnen worden, doordien,
+de arbeidskracht in die tak als te goedkoop zijnde, eene toepassing
+van de machinerie het produkt duurder, in plaats van goedkooper zou
+maken. Ook hier is dus de maatschappelijke tegenstelling, tusschen
+het groote belang, dat de menschheid heeft bij machines en het belang
+dat bij de produktie-leidende klasse overheerscht, merkbaar.
+
+Hoe de machine de verhoudingen revolutionneert, zet Marx nu verder
+uiteen.
+
+"In zooverre," zegt hij, "als de machinerie spierkracht ontbeerlijk
+doet worden, wordt zij tot een middel om arbeid zonder spierkracht
+en van een onrijpe lichaamsontwikkeling, maar van grooter lenigheid
+aan te wenden. Vrouwen- en kinder-arbeid was daarvandaan het éérste
+woord, dat de kapitalistische toepassing van de machinerie wist te
+spreken! Dit geweldige vervangingsmiddel van den arbeid en van de
+arbeiders, veranderde dan ook aanstonds in een middel, om het getal
+loonarbeiders te doen vermeerderen, doordien het in zich opreeg
+alle leden van de arbeidersfamilie, zonder verschil in geslacht of
+ouderdom, en deze, onder de onmiddellijke heerschappij van het kapitaal
+plaatste.".... "De waarde van de arbeidskracht wordt bepaald, niet
+alleen door de, tot instandhouding van den individueelen, volwassen
+arbeider noodzakelijken arbeidstrijd, maar ook door die, welke er
+noodig is, om de arbeidersfamilie in stand te houden. Terwijl de
+machinerie alle leden der arbeidersfamilie op de arbeidsmarkt werpt,
+verdeelt zij de waarde van de arbeidskracht van den man, over zijn
+gansche gezin. Zij ontwaardigt daardoor zijne arbeidskracht. De
+aankoop van in vier arbeidskrachten bijv. geparcelleerde familie,
+kost wellicht méér, dan vroeger de aankoop van de arbeidskracht van
+één gezinshoofd, maar daarvoor komen dan ook vier arbeidsdagen in de
+plaats van een; en hunne prijs daalt in de verhouding tot het overschot
+van de méér-arbeid van die vier, over den prijs van de méér-arbeid van
+die eene. Vier moeten niet alleen den arbeid, maar ook den méér-arbeid
+aan het kapitaal leveren, opdat één gezin in het leven blijve. Zoo
+verwijdt de machinerie reeds van te voren, met het menschelijk
+exploitatiemateriaal, tevens haar eigen uitbuitingsterrein voor het
+kapitaal, en tegelijk daarmede, tevens den graad van exploitatie.
+
+"Zij revolutioneert evenzoo goed van grond uit, de formeele
+tusschenkomst van de kapitaalsverhoudingen, als zij dit het contract
+tusschen kapitaal en arbeid doet. Op den grondslag van den warenruil,
+was het eene eerste voorwaarde, dat kapitalist en arbeider als
+vrije personen, de een als onafhankelijke warenbezitter, van geld en
+produktiemiddelen, de ander als bezitter van arbeidskracht, tegenover
+elkander kwamen te staan. Maar nu koopt het kapitaal onmondige of
+half-mondigen. De arbeider verkocht vroeger zijne eigene arbeidskracht,
+waarover hij, als formeel vrije persoon de beschikking had. Hij
+verkoopt thans vrouw en kind. Hij is een slavenhandelaar geworden."
+
+Marx gaat thans over tot een historisch overzicht, gestaafd door
+officieele berichten van de fabrieksinspecteurs in Engeland over den
+kinderarbeid, van af den aanvang der negentiende eeuw; benevens van de
+drooge, maar toch zoo hartverscheurende rapporten van de ellende door
+vrouwen- en kinderarbeid, die de eerste bloeiperiode van het engelsche
+kapitalisme, tot ver in de jaren 1830 toe, te lezen geven. Wij hebben
+ons bij Robert Owen's beschrijving daarmede reeds bezig gehouden. Maar
+Marx ziet ook in deze ellende, niet de ellende aan en voor zich,
+maar eene die in zich, een revolutioneerend element tevens bevat.
+
+Hij zegt: "door die overwegende toevoeging van vrouwen- en
+kinderarbeid, breekt de machinerie eindelijk den tegenstand welke
+de mannelijke arbeiders in de Manufaktuur, aan de despotie van het
+kapitaal nog konden blijven bieden."
+
+De machine, zoo zegt Marx verder in dit dertiende hoofdstuk, voert tot:
+
+
+
+VERLENGING VAN DEN ARBEIDSDAG.
+
+"Zooals de machinerie het machtigste middel is, om de produktiviteit
+van den arbeid te doen stijgen, d. w. z. de tot voortbrenging eener
+waar noodwendige hoeveelheid arbeidstijd te verkorten, zoo wordt
+zij als draagster van kapitaal, reeds dadelijk in de, onmiddellijk
+door haar aangegrepen industrieën, tot het machtigste middel
+om den arbeidsdag, boven elke natuurlijke beperking uit, te doen
+verlengen. Zij verschaft aan den eenen kant, nieuwe voorwaarden die
+het kapitaal geschikt maken, deze zijne gestadige tendens den vrijen
+teugel te laten vieren, aan den anderen kant echter nieuwe motieven,
+tot het wettigen van zijn geeuwhonger naar vreemden arbeid.
+
+"In de eerste plaats maakten, in de machinerie, de beweging en de
+aktiviteit van de arbeidsmiddelen zich zelfstandig, tegenover den
+arbeider. Zij wordt aan en op zichzelf, een industrieel perpetuum
+mobile, dat ononderbroken voort zou moeten produceeren, als zij daarbij
+niet stuitte op zekere natuurlijke grenzen in hare menschelijke
+bedienden: hunne lichaamszwakte en hunne eigenzinnigheid. Als
+kapitaal,--en als zoodanig bezit de automaat in handen van den
+kapitalist bewustzijn en wil,--is het daarom met de tendens behept,
+de weêrstrevende, maar elastische menschelijk-natuurlijke grenzen tot
+een minimum van weêrstand terug te dringen. Dezen worden buitendien
+nog verminderd, door de schijnbare gemakkelijkheid van den arbeid aan
+de machine en het meer voeg- en buigzame element, dat den vrouwen-
+en kinderarbeid oplevert."....
+
+"De machine produceert relatieve méérwaarde; niet alleen doordien
+zij de arbeidskracht direkt in waarde doet dalen en deze, indirekt,
+door billijkermaking van de in hare reproduktie op te nemen waren,
+goedkooper maakt, maar ook, doordien zij bij hare eerste sporadische
+invoering, de door de machinebezitter verwerkten arbeid, omzet
+in gepotentiëerde arbeid; de maatschappelijke waarde van het
+machineprodukt, boven zijne individueele waarde uit verhoogt en
+den kapitalist aldus in staat stelt, met een geringer waardedeel
+van het dagelijksch produkt, de dagwaarde van de arbeidskracht
+te vervangen. Gedurende de overgangsperioden, die waarin het
+machinebedrijf een soort monopolie blijft, zijn daarvandaan de
+winsten buitengewoon en de kapitalist zocht deze "eersten tijd van
+jeugdige liefde" zoo grondig mogelijk uit-te-buiten, door een zoo
+groot mogelijke verlenging van den arbeidsdag. De grootte van den
+winst verscherpt den geeuwhonger naar méérdere winst.
+
+"Door het algemeener worden van de machinerie, in dezelfde
+produktietak, zinkt de maatschappelijke waarde van het machineprodukt
+tot op zijne individueele waarde en maakt zich de wet voelbaar,
+dat de meerwaarde niet uit de arbeidskrachten voortkomt, welke de
+kapitalist door de machine vervangen heeft, maar omgekeerd, uit de
+arbeidskrachten die hij aan haar doet aan den arbeid stellen. De
+méérwaarde komt slechts uit het variabel deel van het kapitaal voort,
+terwijl zij zagen, dat de massa van de meerwaarde bepaald wordt door
+twee faktoren: het percentage der meerwaarde en het aantal van de
+gelijktijdig in dienst zijnde arbeiders. Bij een bepaalde lengte van
+den arbeidsdag, wordt het percentage van de méérwaarde bepaald, door
+de verhouding waarin de arbeid van een arbeidsdag, in noodzakelijke
+en in méérarbeid uiteenvalt. Het aantal van gelijktijdig aan het
+werk gehouden arbeiders, hangt hunnerzijds af van de verhouding van
+het variabel kapitaal-deel tot die van het constante. Het is dus
+duidelijk, dat het machinebedrijf, hoe het ook steeds door verhooging
+van de produktiekracht van den arbeid, den méérarbeid ten koste van
+den noodzakelijken arbeid uitdijt, dit resultaat slechts kan doen te
+voorschijn roepen, doordien 't het aantal van de voor een gegeven
+kapitaal, aan het werk zijnde arbeiders doet verminderen. Het
+verandert een deel van het kapitaal, dat vroeger variabel was,
+d. w. z. zich omzette in levende arbeidskracht, in machinerie,
+dus in constant kapitaal dat geen méérwaarde voortbrengt. Het is
+onmogelijk bijv., uit twee arbeiders evenzooveel meerwaarde te persen,
+als uit 24. Wanneer elk der 24 arbeiders in 12 uren, maar één uur
+meerarbeid levert, leveren zij tezamen 24 uren meerarbeid, terwijl de
+totaal-arbeid der twee arbeiders eigenlijk maar 24 uur bedraagt. Er
+is dus in de toepassing der machinerie, tot produktie van meerwaarde
+eene immanente tegenspraak; naardien zij van de beide faktoren der
+méérwaarde, die een kapitaal van een zekere grootte oplevert, de eene
+faktor, het percentage van de méérwaarde slechts dáárdoor kan doen
+vergrooten, door den anderen faktor, het getal arbeiders namelijk,
+te doen verkleinen."...
+
+"Wanneer dus de kapitalistische toepassing van de machinerie
+eenerzijds nieuwe, machtige motieven tot eene matelooze verlenging
+van den arbeidsdag schept en de wijze van arbeiden zelve, evenzoo
+als het karakter van het maatschappelijke arbeidslichaam op eene
+manier revolutioneert, die den weêrstand tegen dezen tendens breekt,
+produceert zij anderzijds, deels uit van voor het kapitaal, vroeger
+ontoegankelijke groepen der arbeidersklasse, eene overvloedige
+arbeidersbevolking, die zich door het kapitaal de wet moet laten
+voorschrijven. Daarvandaan het merkwaardige verschijnsel in de
+geschiedenis van de moderne industrie, dat de machine alle zedelijke
+en natuurlijke grenzen van den arbeidsdag overschrijdt. Daarvandaan
+de economische paradox, dat het machtigste middel tot verkorting van
+den arbeidstijd, in het onfeilbaarste middel omslaat, alle levenstijd
+van den arbeider en zijne familie in disponibele arbeidstijd voor de
+waardevorming van het kapitaal om te doen zetten."....
+
+Hoe meer het machinewezen en met hem, eene bijzondere klasse van
+ervaren machinearbeiders zich ontwikkelen, zooveel te meer neemt dus
+een nieuwe oorzaak daarvan, namelijk:
+
+
+
+DE INTENSIVITEIT VAN DEN ARBEID
+
+toe. "Op dien grondslag (van den normaalarbeidsdag) ontwikkelt zich
+een verschijnsel ... tot een beslissende belangrijkheid--namelijk de
+intensifikatie van den arbeid"....
+
+"Het is vanzelfsprekend, dat met de vooruitgang van het machinewezen en
+de opgehoopte ervaring eener bijzondere klasse van machinearbeiders,
+de snelheid en daarmede de intensiviteit van den arbeid, langs
+natuurlijken weg toenemen. Zoo gaat in Engeland sedert eene
+halve eeuw de verlenging van den arbeidsdag hand in hand met de
+groeiende intensiviteit van de fabrieksarbeid.".... "Zoodra het
+gestadig zwellende verzet van de arbeidersklasse, den Staat dwong,
+de arbeidstijd gewelddadig te verkorten en in de eerste plaats voor
+de eigenlijke fabriek een normalen arbeidsdag voor te schrijven,
+van het oogenblik af aan dus, waarin verhoogde produktiviteit van
+méérwaarde door verlenging van den arbeidsdag buitengesloten was,
+wierp zich het kapitaal, met volle macht en bewustzijn op de produktie
+van relatieve méérwaarde, door bespoedigde ontwikkeling van het
+machinesysteem. Gelijktijdig trad daarmede eene verandering in het
+karakter van de relatieve méérwaarde in het leven."
+
+De vraag doet zich alsnu voor, hóe de arbeid geïntensiveerd
+wordt. "Zoodra de verkorting van den arbeidsdag, welke in de eerste
+plaats de subjektieve voorwaarde voor de condensatie van den arbeid
+schept, namelijk de geschiktheid van den arbeider meer kracht in
+een bepaalden tijd vlottend te maken, wettelijk-dwingend werd,
+werd de machine in den hand van het kapitaal tot een objektief
+en systematisch toegepast middel, méér-arbeid in denzelfden tijd,
+uit denzelfden arbeid te persen. Dit geschiedde op dubbele manier:
+door verhoogde versnelling der machines en door uitgebreider omvang
+van de, door denzelfden arbeider te bewaken machinerie, of van
+het terrein zijner arbeid. Verbeterde construktie der machinerie,
+werd deels noodzakelijk ter uitoefening van grooteren druk op den
+arbeider, deels begeleidde zij vanzelf, de intensifikatie van den
+arbeid, omdat de grenzen van den arbeidsdag den kapitalist tot de
+strengste economie van produktiekosten dwongen. De verbetering van de
+stoommachine verhoogde het getal van hare cylinder-omwentelingen in
+eene minuut en veroorloofde tegelijk, door grootere krachtsbesparing,
+een omvangrijker mechanisme met denzelfden motor te drijven, bij
+gelijkblijvende, ja zelfs bij verminderende kolen-vertering. De
+verbetering van het transmissie-mechanisme verminderde de wrijving,
+en wat de moderne machinerie zoo in het oogvallend onderscheidt van
+de oudere, zij reduceerde de doorsneê en het gewicht van de groote en
+kleine assen, tot op een, steeds dalend minimum. De verbeteringen
+van de arbeidsmachinerie ten slotte, verminderen bij verhoogde
+snelheid en uitgebreider werking haren omvang, zooals bij de moderne
+stoomweefstoel; of vergrooten met haren romp, den omvang en 't getal
+der door haar gedreven werktuigen, zooals bij de spinmachine; of wel
+vermeerderen de bewegelijkheid dezer werktuigen, door onzichtbare
+detailveranderingen derwijze als dit bij de "self-acting mule", in
+het midden van de jaren 1850 het geval was, toen de snelheid van de
+spindels met 1/5 verhoogd is geworden."
+
+
+
+DE FABRIEK.
+
+Na de beschouwing van den invloed der machine op de maatschappelijke
+voortbrenging en daarmede, op de maatschappelijke verhoudingen,
+wijdt Marx eene bespreking aan de moderne fabriek, waarbij hij
+het principieele verschil uiteenzet, tusschen de kapitalistische
+werkplaats uit de Manufaktuur-periode en de industrieele fabriek,
+die met de stoommachine wordt gedreven.
+
+"In de Manufaktuur en onder het Handwerk, bedient de arbeider zich
+van het werktuig; in de fabriek dient de arbeider onder de machine;
+ginds gaat van hem de beweging van het arbeidsmiddel uit, welker
+beweging hij hier evenwel te volgen heeft. In de Manufaktuur vormden
+de arbeiders de leden van een levend mechanisme. In de fabriek bestaat
+een dood mechanisme, onafhankelijk van hen, en zij worden daarbij
+als levende aanhangsels ingelijfd"....
+
+"Aan alle kapitalistische produktie, in zooverre zij niet alleen
+arbeidsproces, maar ook tegelijk waarde-vormend proces van het
+kapitaal is, is het eigen, dat niet de arbeider de arbeidsmiddelen,
+maar omgekeerd, de arbeidsmiddelen den arbeider aanwenden; maar
+eerst met de machinerie, wordt deze omkeering tot eene technische en
+handtastelijke werkelijkheid. Door zijne verandering in een automaat,
+treedt het arbeidsmiddel gedurende het arbeidsproces zelf, den arbeider
+als kapitaal tegenover en wel als dooden arbeid welke den levenden
+arbeid overheerscht en hem uitzuigt."
+
+"De technische ondergeschiktheid van den arbeider, onder den
+gelijkvormigen gang van de arbeidsmiddelen en de eigenaardige
+samengesteldheid van het arbeidslichaam, uit individuen van beiderlei
+geslacht en verschillenderlei ouderdom, doen een kazerneachtige
+discipline ontstaan, die zich tot een volkomen fabrieksrégime
+vervormt, en den reeds vroeger aangeduiden arbeid van het toezicht,
+dus tegelijk de verdeeling van de arbeiders in handenarbeiders en
+arbeidsopzichters, in gemeene industriesoldaten en industrieofficieren,
+ten volle doet ontwikkelen.".... "De fabrieks-codex, waarin het
+kapitaal zijn autocratie over de arbeiders,--zonder de anders door
+de bourgeoisie zoo geliefde verdeeling der machten en het nog
+veel geliefder vertegenwoordigende stelsel,--privaat-rechtelijk
+en eigenmachtig heeft geformuleerd, is slechts de kapitalistische
+karrikatuur van de maatschappelijke regeling van het arbeidsproces,
+die noodig werd door de coöperatie op groote schaal en de aanwending
+van gemeenschappelijke arbeidsmiddelen, der machinerie namelijk. In
+de plaats van den zweep des slavendrijvers is nu het strafwetboek
+van den opzichter gekomen. Alle straffen lossen zich natuurlijk op in
+geldstraffen en loonkortingen. En de wetgevende scherpzinnigheid van
+de fabrieks-Lycurgussen, maakt voor hem de overtreding harer wetten,
+zoo mogelijk, nog winstgevender dan hunne opvolging. Wij wijzen hier
+slechts op de materieele voorwaarden waaronder de fabrieksarbeid
+verricht wordt. Alle zinnelijke organen worden gelijkmatig geschaad,
+door de kunstmatig verhoogde temperatuur, de met afval van het
+ruwmateriaal bezwangerde atmosfeer, het oorverdoovend alarm enz.;
+afgezien nog van het levensgevaar onder dicht op elkander geplaatste
+machinerie, die met de regelmatigheid van de jaargetijden, hare
+industrieele veldslag-bulletins voortbrengt. De economiseering van de
+maatschappelijke produktiemiddelen, eerst in het fabriekssysteem
+broeikasmatig gerijpt, wordt in de hand van het kapitaal,
+tegelijkertijd tot eene systematischen roof aan de levensvoorwaarden
+van den arbeider tijdens den arbeid; roof aan ruimte, lucht, licht en
+aan persoonlijke beschuttingsmiddelen tegen levensgevaarlijke of voor
+de gezondheid schadelijke omstandigheden van het produktieproces;
+om van inrichtingen tot gemak van den arbeider hier niet eens te
+spreken. Noemt nu Fourier,--zoo eindigt Marx zijne analyse van de
+fabriek,--ten onrechte de fabrieken verzachte galeien?"
+
+
+
+MACHINES EN ARBEIDERS.
+
+De machine maakt den arbeider overbodig, dat is met de kapitalistische
+produktiewijze, tot een onloochenbaar feit geworden. "Een groote
+reeks van burgerlijke economen," zegt Marx, "neemt aan, dat
+alle machinerie die arbeiders verdringt, steeds tegelijkertijd en
+noodwendig een, daaraan gelijkblijvend kapitaal, tot werkverschaffing
+van aan hetzelve identieken arbeid vrij doet komen. Dit kapitaal,
+althans opgevat in den zin van levensmiddelen, welke de arbeiders
+verteerd zouden hebben, wanneer zij aan den arbeid gebleven waren,
+en dat nu de behoefte heeft arbeid voor deze vrijgekomen groepen van
+arbeiders in het leven te roepen, ten einde daarna door hen te worden
+geconsumeerd". Deze theorie die van de "compensatie", gelijk zij in
+de engelsche economie van Mc. Culloch, Torrens, Senior, John Stuart
+Mill e. a. wordt geheten, wordt door Marx scherp gecritiseerd. Het
+werkelijke, door het economisch optimisme, geparodieerde feit zegt
+Marx, is dit: de door de machinerie verdrongen arbeiders, worden uit
+de werkplaats op de arbeidsmarkt geworpen en vermeerderen aldaar,
+het getal der reeds voor kapitalistische uitbuiting disponibele
+arbeidskrachten".... "De uit de eene tak van industrie geworpen
+arbeiders, kunnen gewis in een andere werk vinden! Vinden zij dat,
+en wordt daardoor den band tusschen hen en de met hen vrijgekomen
+levensmiddelen weder aangeknoopt, dan geschiedt dit door middel
+van een nieuw, er aan toegevoegd kapitaal dat naar belegging haakt,
+geenszins echter door middel van een reeds vroeger gefunktioneerd
+hebbend en thans in machinerie veranderd kapitaal"...
+
+"Verder trekt elke tak van industrie jaarlijksch een nieuwe
+menschenstroom aan, die haar zijn contingent, ter regelmatige
+vervanging en wasdom, levert. Zoodra de machinerie, een deel van de
+tot dusver in eene bepaalde tak van industrie werkende arbeiders,
+vrij doet komen, wordt ook het plaatsvervangingscontingent op nieuw
+verdeeld en in andere takken van arbeid geabsorbeerd, terwijl de
+oorspronkelijke slachtoffers in het overgangstijdperk, grootendeels
+verworden en omkomen"....
+
+"Dat de machinerie, waar zij noodzakelijkerwijs arbeiders uit een tak
+van produktie verdringt, eene toename van arbeidskrachten in een andere
+tak te voorschijn kan roepen, is een werking, zegt Marx, die met de
+"compensatie-theorie" niets van doen heeft. De machine schept een
+nieuwe soort van arbeid, niet alleen door het bouwen van machines; maar
+met de uitbreiding van het machinebedrijf in een tak van industrie,
+wordt ook dadelijk de produktie in andere takken van het bedrijf
+opgevoerd, die welke er de produktiemiddelen voor moeten leveren."....
+
+"Het onmiddellijke resultaat der machinerie is, de méérwaarde en
+tegelijk daarmede de produktenmassa waarin zij zich vertoont, dus met
+de substantie waarop de kapitalistenklasse benevens haren aanhang
+teert, die maatschappelijke groepen zelven, te vergrooten. Haren
+groeienden rijkdom en het relatief gestadig verminderend getal van,
+voor de produktie der eerste levensbehoeften benoodigde arbeiders,
+brengen met nieuwe weeldebehoeften, tegelijk nieuwe middelen ter
+hunner bevrediging voort. Een grooter deel van het maatschappelijk
+produkt, verandert zich in surplus-produkt en een grooter deel van
+dat surplus-produkt, wordt in verfijnder en vermenigvuldigder vormen,
+gereproduceerd en verteerd. Met andere woorden dus: de produktie van
+de weelde neemt toe."
+
+"De vermeerdering van produktie- en levensmiddelen, bij relatief
+afnemend getal arbeiders, drijft weder tot uitbreiding van den arbeid
+in industrietakken, welker produkten als kanalen, warendokken, tunnels,
+bruggen etc., slechts in den verren toekomst vruchten dragen. Er vormen
+zich, hetzij direkt op den grondslag der machinerie, hetzij op een
+daarmede gelijkstaand, algemeen stadium van industrieele omwenteling,
+geheel nieuwe takken van produktie en dus nieuwe terreinen voor
+den arbeid."
+
+"Ten slotte veroorlooft de buitengewoon verhoogde produktiekracht, in
+de spheren van de groot-industrie, vergezeld als zij gaat van intensief
+en extensief verhoogde uitbuiting van de arbeidskracht in alle overige
+produktiespheren, een steeds grooter deel van de arbeidersklasse,
+als onproduktief in gebruik te nemen en aldus de oude huisslaven,
+onder den naam van "dienstbare klasse", zooals lakeien, dienstboden,
+livreiknechts enz., op steeds massaler wijze te reproduceeren."
+
+Marx critiseert ook vervolgens de theorie, dat de machinerie, nadat de
+schriktijd van hare invoering en hare ontwikkeling afgeloopen was, ten
+slotte bewezen heeft, het aantal arbeiders te vermeerderen in plaats
+van te verminderen. Dat is, zegt hij, zeker waar maar die toename,
+was niet minder eene toename van grooter en steeds aangroeiender
+levensonzekerheid bij de arbeidende klasse!
+
+De ongehoorde, stootenderwijs verkregen rekbaarheid van het
+fabriekswezen en zijne afhankelijkheid van de wereldmarkt, brengen
+noodwendig koortsachtige produktie voort, waarmede dan eene volgende
+overvulling van de markten, met de daarop contrakteerende verlamming
+intreedt. Het leven der industrie, zet zich om in een elkander
+opeenvolgende reeks tijdperken, van middelmatige levendigheid,
+prosperiteit, overproductie, crisissen en stagnaties. Voor den arbeider
+beteekent deze kringloop, het gestadig zweven tusschen overarbeid en
+werkeloosheid, volkomen onzekerheid van den arbeid en de loonshoogte,
+kortom van zijn gansche levenspositie in het algemeen.
+
+Het groot-industrieele bedrijf heeft de oude verhoudingen
+der huisindustrie gerevolutioneerd. Deze revolutie wordt nog
+bespoedigd door de, met de algemeene invoering en ontwikkeling van
+de fabriek noodzakelijk geworden, fabrieks- en arbeidswetgeving. "De
+arbeidswetgeving," zegt Marx, "deze eerste bewuste en planmatige
+terugwerking van de maatschappij op de natuurlijke gestalte van haar
+produktieproces, is, zooals wij hebben gezien, evenzoo een noodzakelijk
+produkt der groot-industrie, als katoenen garens, self-actors en de
+electrische telegraaf dat zijn."
+
+Marx gaat hier verder, historisch de werking na van de arbeidswetgeving
+en komt tot deze conclusie:
+
+"Daar waar de veralgemeening van de fabriekswetgeving, als physiek
+en geestelijk beschuttingsmiddel der arbeidersklasse, onvermijdelijk
+geworden is, bespoedigt zij aan den anderen kant.... de verandering van
+verstrooide in arbeidsprocessen op grooter, maatschappelijker schaal,
+dus de concentratie van kapitaal en de alleenheerschappij van het
+fabrieksregiment. Zij verstoort alle traditioneele en overgangsvormen,
+waarachter zich de heerschappij van het kapitaal nog gedeeltelijk
+heeft kunnen verstoppen en zet er voor in de plaats, zijn direkte,
+onverkapte heerschappij."....
+
+"Met de spheren van het kleinbedrijf en der huisarbeid vernietigt
+zij de laatste toevluchtsoorden "der overtolligen", en daarmede
+de bestaande veiligheidsklep van het gansche mechanisme der
+samenleving. Door de materieele voorwaarden en met de maatschappelijke
+combinatie van het produktieproces, doet zij de tegenspraken en
+antagonismen van zijn kapitalistischen vorm rijpen, en daarmede
+ook gelijktijdig, de elementen tot vorming eener nieuwe en de
+omwentelingsmomenten, ter verstoring der oude samenleving geboren
+worden."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+HET ARBEIDSLOON.
+
+
+Het zesde gedeelte (zeventiende hoofdstuk) van "Das Kapital" behandelt
+het arbeidsloon. Marx werkt hierin breeder uit, zijn beschouwingen
+over het arbeidsloon, zooals die reeds door hem in groote trekken
+zijn weêrgegeven in het te voren vermelde geschrift "Lohnarbeit und
+Kapital" uit het jaar 1847.
+
+Alleen is Marx hier het onderscheid tusschen hetgeen de officieele
+economie betitelde met de prijs van den arbeid en die van de
+arbeidskracht, dat beiden zeer verschillende dingen zijn, geheel op het
+spoor gekomen. Marx bewees dan ook, dat de arbeid geen waar kan zijn,
+in eene maatschappij als de kapitalistische, welker voortbrengingswijze
+juist tot voorwaarde heeft, de bezitloosheid aan arbeidsmiddelen
+(grondstoffen, machines, vervoermiddelen enz.) bij den arbeider.
+
+"Wat de geldbezitter op de warenmarkt direkt tegenover zich vindt,
+is inderdaad niet den arbeid, maar het is den arbeider. Wat de laatste
+verkoopt, is zijn arbeidskracht. Zoodra zijn arbeid werkelijk begint,
+heeft hij reeds opgehouden hem toe te behooren, kan deze dus niet meer
+door hem verkocht worden. De arbeid is de substantie en de immanente
+maat van de waarde, maar hij zelf heeft geen waarde."
+
+Wij hebben vroeger gezien, dat de prijs eener waar, is, de in geld
+uitgedrukte waarde der waar. Wij wezen er evenwel reeds toen op, dat
+volgens Marx, deze beide vormen: waarde en prijs, door verschillende
+faktoren worden bepaald en niet met elkander verward mogen worden.
+
+Hetgeen zich als de waarde van de arbeidskracht, in haren geldvorm
+uitdrukt, is het arbeidsloon. Marx onderscheidt dit in: tijd-
+en stukloon.
+
+"De geldsom die de arbeider voor zijn dagarbeid, weekarbeid
+enz. bekomt, vormt het bedrag van zijn nominaal, of naar de waarde
+geschat arbeidsloon. Het is echter duidelijk, dat al naar de lengte
+van den arbeidsdag, alzoo naar mate der dagelijks door hem geleverde
+hoeveelheid arbeids, hetzelfde dagloon, weekloon enz. een zeer
+verschillende prijs van den arbeid, d. w. z., zeer verschillende
+geldsommen, voor hetzelfde kwantum arbeid, vertegenwoordigen kan. Men
+moet dus bij het tijdloon weder onderscheid maken, tusschen het
+totaal-bedrag van het arbeidsloon,--dagloon, weekloon enz.,--en den
+prijs van arbeid."
+
+De gemiddelde prijs van een arbeids-uur dient hier tot maatéénheid
+van den prijs der arbeidskracht.
+
+"Daaruit volgt," zegt Marx vervolgens, "dat het dagloon of weekloon
+enz. hetzelfde kan blijven, hoewel de prijs van de arbeidskracht
+voortdurend dalen kan. Omgekeerd, kunnen dag- en weekloon stijgen,
+hoewel de prijs van den arbeid, constant blijft of zelfs daalt. Het
+rijzen van de nominale dag- of weekloonen, kan daarom begeleid zijn
+van een gelijkblijvenden, of een zinkenden prijs van de arbeidskracht."
+
+Marx onderzoekt dit verschil nader en ook de juiste rol, die de lengte
+van den arbeidsdag hierbij speelt.
+
+"Het is een algemeen bekend feit, dat hoe langer de arbeidsdag in
+een tak van industrie, zooveel te lager is het arbeidsloon.... In
+de eerste plaats volgt uit de wet: "bij eene bepaalden prijs van den
+arbeid, hangt het dag- of weekloon van de kwantiteit der geleverden
+arbeid af", dat, hoe lager de prijs van den arbeid is, des te grooter
+het kwantum arbeids zijn moet of des te langer de arbeidsdag, opdat
+de arbeider van een, al is het dan ook maar kommervol doorsneêloon,
+verzekerd kan zijn. Het lage peil van den arbeidsprijs, werkt hier als
+een aansporing, tot verlenging van den arbeidstijd. Omgekeerd evenwel,
+produceert harerzijds de verlenging van den arbeidstijd, een daling
+van de arbeidsprijzen en daarmede ook eene in dag- en weekloonen.
+
+"Het stukloon, is niets dan een veranderden vorm van het tijdloon,
+zooals het tijdloon de veranderde vorm is, van de waarde, of van den
+prijs der arbeidskracht.
+
+"Bij het stukloon, ziet het er op 't eerste gezicht uit, alsof de
+door den arbeider verkochte gebruikswaarde, niet de funktie van zijn
+arbeidskracht is, de levende arbeid, maar de reeds in het produkt
+belichaamde arbeid, en alsof de prijs van dezen arbeid niet, gelijk
+bij het tijdloon, door de breuk:
+
+
+ Dagwaarde der arbeidskracht.
+ --------------------------------------
+ Arbeidsdag van een bepaald getal uren,
+
+
+maar door de voortbrengingsgeschiktheid van den producent wordt
+bepaald.
+
+"Reeds aanstonds moet het geloof, dat zich aan dezen schijn vastklampt,
+sterk aan het wankelen worden gebracht, door het feit, dat beide
+vormen van het arbeidsloon ter zelfder tijd, in denzelfden tak van
+het bedrijf, nevens elkander kunnen bestaan"....
+
+"Op zich-zelf is het echter reeds duidelijk, dat het verschil van vorm
+in de uitbetaling van het arbeidsloon, aan zijn wezen niets verandert,
+hoewel de eene vorm, voor de ontwikkeling van het kapitalisme ook
+gunstiger kan zijn, dan de andere".
+
+Marx beschouwt vervolgens, de karakteristieke eigenschappen van het
+stukloon nader.
+
+"De kwaliteit van den arbeid, wordt hier door het werk-zelf
+gecontrôleerd, dat de gemiddelde deugdzaamheid moet bezitten, wil de
+stukprijs ervan ten volle worden behaald. Het stukloon wordt dus naar
+deze zijde, tot eene der verschrikkelijkste bronnen van loonaftrek
+en van kapitalistische knevelarij.
+
+"Het biedt den kapitalist, een geheel bepaalden maat aan, voor de
+intensiteit van den arbeid. Slechts arbeidstijd, die zich in een
+van-te-voren bepaalde en langs den weg der ervaring vastgestelde
+hoeveelheid waren belichaamt, geldt hier als maatschappelijk
+noodwendigen arbeidstijd en wordt als zoodanig betaald. In de grootere
+kleêrmakerswerkplaatsen van Londen, wordt daarvandaan een zeker stuk
+arbeid, bijv. een vest, herleid tot een uur, een half uur etc.; het
+uur op 6 d. geraamd. Uit de praktijk is het daar bekend, hoe groot het
+gemiddelde produkt van een uur is. Bij nieuwe modes, reparaties etc.,
+ontstaat dan kwestie tusschen ondernemer en arbeider, of een bepaald
+stuk arbeids = een uur etc. is, totdat ook hier de ervaring weder
+heeft beslist" ... "Daar kwaliteit en intensiteit van den arbeid,
+hier dus door den vorm van het loon zelve worden gecontrôleerd,
+wordt een groot deel van het arbeidstoezicht hiermede overbodig. Het
+vormt daarvandaan, zoowel de grondslag van het, vroeger geschilderde
+systeem der moderne huisarbeid, als een hiërarchisch geledend systeem
+van exploitatie en onderdrukking.... "Het stukloon vergemakkelijkt
+eenerzijds het tusschenschuiven van parasieten, tusschen kapitalisten
+en loonarbeiders; anderzijds onder-verhuring van den arbeid (subletting
+of labour). De winst van de tusschenpersonen, vloeit uitsluitend voort
+uit het verschil tusschen den arbeidsprijs, die de kapitalist betaalt
+en dat deel van dien prijs, dat aan den arbeider werkelijk ten goede
+komt. Dit systeem heet in Engeland karakteristiek "Zweetsysteem"
+("Sweating system"). Aan den anderen kant, veroorlooft het stukloon
+den kapitalist om met den hoofdarbeider,--in de manufaktuur met den
+chef van de groep, in de mijnen met den uitbreker der kolen etc.,
+in de fabriek met den eigenlijken machinearbeider,--een contrakt voor
+zoo en zooveel per stuk af te sluiten; tegen een prijs, waarvoor die
+hoofdarbeider-zelf de aanwerving en de betaling van zijn hulparbeiders
+voor zijne rekening moet nemen. De exploitatie van den arbeider door
+het kapitaal, verwerkelijkt zich hier, door middel van de exploitatie
+van den arbeider door den arbeider".... "Bij het tijdloon, heerscht op
+enkele uitzonderingen na, gelijk arbeidsloon voor dezelfde funkties,
+terwijl bij het stukloon de prijs van den arbeidstijd, als het ware
+door een bepaald kwantum van produkten gemeten wordt; het dag- of
+weekloon daarentegen wisselt af, met de individueele verschillen der
+arbeiders, waarvan de een slechts het minimum van een produkt in een
+bepaalden tijd levert, de ander het gemiddelde, de derde weder meer
+dan het gemiddelde. Met betrekking tot de werkelijke inkomsten (der
+arbeiders), springen hier dus groote verschillen in het oog, al naar
+de verschillen van geschiktheid, kracht, energie, uithoudingsvermogen
+etc. van den individueelen arbeider. Dit verandert natuurlijk niets,
+aan de algemeene verhouding tusschen kapitaal en loonarbeid. Eerstens,
+houden zich die individueele verschillen, voor de werkplaats in haar
+geheel, tegenover elkander in evenwicht, zoodat zij in een bepaalde
+arbeidstijd het gemiddelde produkt oplevert en het betaalde totaalloon,
+het gemiddelde loon voor de tak van bedrijf wordt. Tweedens, blijft
+de proportie tusschen arbeidsloon en méérwaarde onveranderd, omdat het
+individueele loon van den individueelen arbeider, in overeenstemming is
+met de door hem individueel geleverde hoeveelheid méérwaarde. Maar de
+grootere speelruimte, die het stukloon der individualiteit aanbiedt,
+streeft eenerzijds dáárheen, die individualiteit en daarmede het
+vrijheidsgevoel, de zelfstandigheid en de zelfcontrôle van den
+arbeider te ontwikkelen, anderzijds hunne concurrentie onder en
+tegenover elkander, te bevorderen. Het heeft daarvandaan de tendens,
+om, met de verheffing van de individueele arbeidsloonen boven het
+gemiddelde niveau, dit niveau-zelf te doen dalen. Waar een beproefd
+stukloon, zich sedert lang en traditioneel ingeburgerd heeft, en
+zijne naar-beneden-drukking bijzondere moeielijkheden opleverde,
+namen de werkmeesters dan ook maar zelden hunnen toevlucht, tot zijne
+gewelddadige verandering in tijdloon."
+
+"In elk land geldt een zekere gemiddelde intensiteit van den arbeid,
+beneden waarvan de arbeid, die bij de produktie eener waar méér dan
+den maatschappelijk-noodwendigen tijd verbruikt, er daarvandaan, niet
+als arbeid van normale kwaliteit kan gelden. Slechts een, boven de
+nationale doorsnede zich verheffende graad van intensiteit, verandert
+in een bepaald land de maat van de waarde, door den enkelen duur
+van den arbeidstijd. De middengraad van intensiteit van den arbeid,
+wisselt af van land tot land; zij is hier grooter, daar kleiner. Deze
+nationale doorsneden, vormen daarvandaan eene ontwikkelingstrap,
+welker maat-éénheid, de doorsneê-éénheid van den universeelen arbeid
+is. Vergeleken met de minder intensieve, produceert alzoo de meer
+intensieve nationale arbeid, in denzelfden tijd méér waarde, die zich
+dus in méér geld uitdrukt.".....
+
+"In de mate waarin in een land de kapitalistische produktiewijze
+ontwikkeld is, in diezelfde mate, verheffen zich daar ook de nationale
+intensiteit en produktiviteit van den arbeid, boven het internationale
+niveau. De verschillende quanta waren van denzelfden soort, die in de
+verschillende landen, onder gelijken arbeidstijd voortgebracht worden,
+hebben aldus ongelijke internationale waarde, die zich in verschillende
+prijzen uitdrukt, d. w. z. elk naar de internationale waarde van
+de verschillende geldsommen. De relatieve waarde van het geld, zal
+dus kleiner zijn, bij de natie met een ontwikkelde kapitalistische
+produktiewijze, dan bij die met een minder ontwikkelde. Hieruit
+volgt dus, dat het nominale arbeidsloon, het aequivalent van de
+arbeidskracht uitgedrukt in geld, eveneens hooger zal zijn bij de
+eerste natie, dan bij de laatste; wat geensdeels nog zeggen wil,
+dat dit als werkelijk loon geldt, d. w. z. als de, voor den arbeider
+ter beschikking gestelde hoeveelheid levensmiddelen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+HET AKKUMULATIEPROCES VAN HET KAPITAAL.
+
+
+Wij hebben gezien, hoe geld tot kapitaal wordt en de loonarbeider
+voor zijnen arbeid, niet alleen niet de waarde van het voor de
+noodige produktiemiddelen uitgelegde deel van het kapitaal bekomt,
+maar ook nieuwe waarde voortbrengt, die gelijk is aan de waarde zijner
+arbeidskracht, plus de méérwaarde daarvan.
+
+Maar met de verschijning van de méérwaarde, is de beweging van het
+kapitaal nog niet afgesloten. Zooals de waarde zich moet omzetten in
+geld, zoo moet ook de méérwaarde, op hare beurt, weder gerealiseerd
+worden in geld. Dit proces nu, gaat steeds voort, telkens evenwel,
+met eene waardevermeerdering, van de in de spheer der circulatie
+geworpen hoeveelheid waren.
+
+"De kapitalist die de méérwaarde produceert, d. w. z. onbetaalden
+arbeid onmiddellijk uit de arbeiders pompt en in waren fixeert,
+is wel-is-waar, de eerste toe-eigenaar, maar geenszins de laatste
+bezitter dezer méérwaarde. Hij heeft haar achteraf steeds te
+deelen gehad, met kapitalisten, die in 't algemeen genomen, andere
+funkties van de maatschappelijke produktie te vervullen hebben,
+met de grondeigenaren, enz. De méérwaarde splitst zich daarvandaan
+in verschillende deelen. Zijne onderdeelen komen aan verschillende
+categorieën van personen ten goede en verkrijgen verschillende,
+tegenover elkander, zelfstandig opgroeiende vormen, zooals winst,
+rente, handelswinst, grondrente etc." Deze veranderde vormen van de
+méérwaarde, worden door Marx in het derde boek van "Das Kapital",
+elk op zich zelf behandeld en geanalyseerd; het eerste Boek behandelt
+enkel maar eene kant van het totaalproces, n.l. het "onmiddellijke
+produktieproces van de méérwaarde."
+
+Dit produktieproces is ook, evenals het maatschappelijk proces,
+tegelijk een reproduktieproces. De maatschappij moet, onder welke
+voortbrengingsvorm dan ook, niet alleen consumptiemiddelen,
+maar ook produktiemiddelen voortbrengen. Is dus de produktie
+kapitalistisch van vorm, de reproduktie moet dit natuurlijk óók
+wezen. Brengt de maatschappelijke produktie méérwaarde voort, zoo
+ook de reproduktie. Wij houden ons dus op dit oogenblik met deze
+"eenvoudige reproduktie" gelijk Marx haar noemt, bezig.
+
+"Het produktieproces wordt ingeleid, met den koop van de arbeidskracht
+voor een bepaalden tijd, en deze inleiding vernieuwt zich bestendig,
+zoodra de verkoopstermijn van den arbeid komt te vervallen en
+daarmede eene bepaalde produktie-periode, week, maand enz. afgeloopen
+is. Betaald wordt den arbeider echter eerst, nadat zijn arbeidskracht
+gewerkt heeft en zoowel hare eigene waarde, als de méérwaarde, daardoor
+in waren gerealiseerd zijn. Hij heeft aldus evenals de méérwaarde,--die
+wij voorshands slechts zullen beschouwen als het consumptiefonds der
+kapitalisten,--ook het fonds voor zijn eigene betaling, het variabel
+kapitaal voortgebracht, alvorens het in den vorm van arbeidsloon
+terugvloeit, en hij wordt slechts zoolang aan den arbeid gehouden,
+als hij dit gestadig op nieuw voortbrengt" ... "Het is een deel, van
+het door den arbeider-zelf gestadig gereproduceerde product, hetwelk
+in den vorm van arbeidsloon, voortdurend tot hem terugvloeit. De
+kapitalist betaalt hem de warenwaarde, zeer zeker in geld uit. Dit
+geld is evenwel de veranderde vorm van het arbeidsprodukt. Terwijl de
+arbeider, een deel van de produktiemiddelen in produkten verandert,
+zet zich een deel van zijn vroeger produkt terug om, in geld. Het
+is een arbeid van de vorige week, misschien een van het laatste half
+jaar, waarmede zijnen arbeid van heden, of die van het volgende half
+jaar, wordt betaald. De illusie welke de geldvorm hier teweeg brengt,
+verdwijnt dan ook dadelijk, zoodra in plaats van den individueelen
+kapitalist en den individueelen arbeider, de beschouwing treedt van:
+kapitalistenklasse en van arbeidersklasse. De kapitalistenklasse geeft
+der arbeidersklasse gedurig, aanwijzingen in geldvorm, op een deel
+van het door de laatste voortgebrachte en het door de eerste zich
+toe-geëigende produkt. Deze aanwijzingen geeft de arbeidersklasse,
+der kapitalistenklasse evenzoo gestadig weder terug en zij onttrekt
+haar daarmede, het haarzelve toevallend gedeelte van haar eigen
+produkt. De warenvorm van het produkt en de geldvorm van de waar,
+omsluieren slechts deze transaktie.
+
+"Het variabel kapitaal, is aldus slechts eene bepaalde historische
+verschijningsvorm van het fonds voor levensmiddelen of het
+arbeidsfonds, dat de arbeider voor zijn zelfbehoud en reproduktie
+behoeft, en dat hij, onder alle systemen van maatschappelijke
+produktie, steeds zelf produceeren en zelf reproduceeren
+moet. Dit arbeidsfonds, vloeit hem gedurig daarom in den vorm van
+betalingsmiddelen van zijn eigen arbeid toe, omdat zijn eigen produkt
+gedurig, in den vorm van kapitaal, van hem vervreemd wordt."...
+
+Om geld te veranderen in kapitaal, was het aanwezig zijn van eene
+waardeproduktie en eene warencirculatie, niet voldoende. Er moesten
+daartoe eerst, hier bezitters van waarde en ginds bezitters van
+waardescheppende substantie; hier bezitters van productie- en
+levensmiddelen, daar bezitters van niets dan arbeidskracht, tegen
+over elkander komen te staan, als koopers en verkoopers. Scheiding
+tusschen het arbeidsproduct en den arbeid-zelf, tusschen de
+objectieve arbeidsvoorwaarden en de subjektieve arbeidskrachten,
+was dus de feitelijk gegeven grondslag, was het uitgangspunt van het
+kapitalistisch produktie-proces.
+
+"Wat echter in den aanvang het uitgangspunt was, dat wordt door middel
+van de enkele continuïteit van het proces, de eenvoudige reproduktie,
+steeds op nieuw geproduceerd en vereeuwigd, als het eigen resultaat van
+de kapitalistische produktie. Eenerzijds verandert het produktie-proces
+voortdurend den stoffelijken rijkdom in kapitaal, in waarde- en
+genotmiddelen voor de kapitalisten. Anderzijds komt de arbeider
+gestadig uit het proces, zooals hij er intrad,--persoonlijke bron
+van rijkdom, maar ontbloot van alle middelen om dezen rijkdom voor
+zich te verwerkelijken. Daar vóór zijn intrede in het proces,
+zijn eigen arbeid hem zelf ontvreemd wordt, dezen, door de
+kapitalisten zich wordt toegeëigend en bij het kapitaal wordt
+ingelijfd, belichaamt hij zich gedurende het proces, gestadig,
+in het produkt van vreemden. Daar het produktieproces, tegelijk
+het consumptieproces van de arbeidskracht door de kapitalisten is,
+verandert het produkt des arbeiders, niet alleen voortdurend in waren,
+maar in kapitaal; waarde, die de waardescheppende kracht uitzuigt,
+en levensmiddelen die personen koopen; produktiemiddelen, die den
+producenten tewerk zetten. De arbeider zelf, produceert daarvandaan
+gestadig den objektieven rijkdom als kapitaal, de hem vreemde, hem
+beheerschende en hem uitbuitende macht; en de kapitalist produceert
+even zoo gestadig, de arbeidskracht als subjektieve, van haar eigen
+belichamings- en verwerkelijkingsmiddelen gescheiden, abstrakte,
+een in de bloote lichamelijkheid van den arbeider bestaanden, bron
+van rijkdom, kortom den arbeider als loonarbeider. Deze gestadige
+reproduktie, of de vereeuwiging van den arbeider, is het sine-qua-non
+der kapitalistische produktiewijze."....
+
+"Van maatschappelijk standpunt beschouwd, is dus de arbeidersklasse,
+ook buiten het onmiddellijk arbeidsproces, even zoozeer het
+eigendom van het kapitaal, als het doode arbeidsinstrument. Zelfs
+hare individueele consumptie, is binnen zekere grenzen, niets dan
+een moment in het reproduktieproces van het kapitaal. Dit proces
+zelf, zorgt er wel voor, dat die zelfbewuste produktieinstrumenten
+niet wegloopen; terwijl het hun produkt, gestadig van pool naar
+tegenpool van het kapitaal verwijdert. De individueele consumptie
+zorgt eenerzijds, voor hare eigen instandhouding en reproduktie,
+anderzijds,--door vernietiging van levensmiddelen,--voor hare
+gestadige wederverschijning op de arbeidsmarkt. De romeinsche slaven
+waren door ketens, de loonarbeiders zijn door onzichtbare draden,
+aan hunne eigenaren gebonden. De schijn van hunne onafhankelijkheid,
+wordt hier echter, door de gestadige verwisseling der individueele
+loonheeren en door de fictio juris van het contrakt, gehandhaafd."....
+
+"Het kapitalistisch produktie-proces reproduceert alzoo, door
+zijn eigene voltrekking, de scheiding tusschen arbeidskracht en
+arbeidsvoorwaarden. Het reproduceert en vereeuwigt daarmede, de
+exploitatievoorwaarden van den arbeider. Het dwingt den arbeider
+gestadig tot verkoop van zijn arbeidskracht, om daarvan te leven
+en maakt telkens de kapitalisten geschikter tot dien koop, om er
+zich door te verrijken. Het is nu niet meer het toeval, hetwelk
+kapitalist en arbeider, als kooper en verkooper, tegenover elkander
+op de arbeidsmarkt brengt. Het is het alternatief van het proces-zelf,
+dat den een steeds als verkooper zijner arbeidskracht op de waren-markt
+terugslingert en zijn eigen produkt steeds in het koopmiddel van den
+ander doet veranderen. Inderdaad behoort de arbeider aan het kapitaal
+toe alvorens hij zich aan den kapitalist verkoopt. Zijne economische
+onderhoorigheid, wordt tegelijk tot een middel, en tegelijk omhuld door
+de periodieke vernieuwing van zijn zelf-verkoop, door de verwisseling
+zijner individueele loonheeren en de oscillatie (slingering), in den
+marktprijs van den arbeid.
+
+"Het kapitalistisch produktieproces, in zijnen samenhang beschouwd of
+als reproduktieproces genomen, produceert dus niet alleen méérwaarde,
+het produceert en reproduceert de kapitaalsverhouding zelf; aan de
+eene zijde dus kapitalisten, aan de andere zijde loonarbeiders."
+
+
+
+HOE MÉÉRWAARDE KAPITAAL WORDT.
+
+Het geval dat de méérwaarde, in haar geheel, door den kapitalist
+individueel wordt geconsumeerd, is uitzondering. De meerwaarde
+verandert, minstens voor een deel, weder in kapitaal. "Aanwending
+van méérwaarde of terugverandering van méérwaarde in kapitaal, is:
+akkumulatie van kapitaal.
+
+"Beschouwen wij dit proces, in de eerste plaats van het standpunt van
+den individueelen kapitalist. Een spinner heeft bijv. een kapitaal van
+10,000 pd. St. uitgelegd, waarvan 4/5 in katoen, machines etc., het
+laatste vijfde in arbeidsloon. Hij produceert jaarlijks 240,000 pond
+garen, ter waarde van 12,000 pd. St. Bij een percentage van méérwaarde
+van 100 proc., steekt de méérwaarde in het meerprodukt of nettoprodukt
+van 40,000 pond garen, een zesde gedeelte van het brutoprodukt, tot
+een waarde van 2000 pd. St., dat door den verkoop gerealiseerd moet
+worden. Een waardesom van 2000 pd. St., is gelijk een waardesom van
+2000 pd. St. Men kan het echter, noch dat geld aanzien noch kan men
+het eraan ruiken, dat het méérwaarde is. Het karakter van een waarde
+als méérwaarde toont aan, hoe het tot zijn eigenaar kwam, maar het
+verandert daardoor niets, aan den aard van die waarde of van het geld.
+
+"Om nu de nieuw gewonnen som van 2000 pd. St., in kapitaal
+om te zetten, zal dus de spinner,--alle andere omstandigheden
+gelijkblijvend,--vier-vijfde daarvan uitleggen in den aankoop van
+katoen etc. en een vijfde in den aankoop van nieuwe spinners, die
+op de markt, de levensmiddelen vinden zullen, welker waarde hij
+hen voorgeschoten heeft. Dan fungeert dat nieuwe kapitaal van 2000
+pd. St. in de spinnerij, en brengt zijnerzijds weder een méérwaarde
+van 400 pd. St. voort."...
+
+"Het is dus de oude geschiedenis: Abraham gewan Izaäk, Izaäk gewan
+Jakob enz. Het oorspronkelijke kapitaal van 10,000 pd. St., brengt
+een méérwaarde van 400 pd. St. voort, deze, wederom gekapitaliseerd,
+aldus in een tweede toegevoegd kapitaal veranderd, brengt een nieuwe
+méérwaarde van 80 pd. St. voort, enz."
+
+
+
+"De oorspronkelijke verandering van geld in kapitaal, voltrekt zich
+alzoo in de nauwkeurigste overeenstemming, met de economische wetten
+van de warenproduktie en met het uit hen afgeleid eigendomsrecht. In
+weerwil daarvan, leidt zij tot het volgende resultaat:
+
+"1) Dat het produkt den kapitalist toebehoort en niet den arbeider;
+
+"2) Dat de waarde van dit produkt, buiten de waarde van het uitgelegde
+kapitaal, eene méérwaarde bevat die den arbeider arbeid, maar den
+kapitalist niets gekost heeft en die, desniettegenstaande het eigendom
+van den kapitalist wordt;
+
+"3) Dat de arbeider zijn arbeidskracht behouden heeft en ze opnieuw
+verkoopen kan, zoodra hij daarvoor een kooper vindt."....
+
+"Dit resultaat wordt onvermijdelijk, zoodra de arbeidskracht door
+den arbeider-zelf, als waar, dus vrij wordt verkocht. Maar ook
+van deze stonde af aan, wordt de warenproduktie de algemeene--en
+wordt zij de typische produktievorm; eerst van hier af aan, wordt
+elk produkt a priori voor den verkoop geproduceerd, en gaat alle
+geproduceerde rijkdom door de circulatie heen. Eerst van daar, waar
+de loonarbeid haren basis is, dwingt de warenproduktie zich aan
+de geheele samenleving op. Maar ook eerst daar is het, dat zij al
+hare verborgene krachten ontvouwt. Te zeggen, dat de tusschenkomst
+van den loonarbeid de warenproduktie vervalscht, wil zeggen, dat de
+warenproduktie wil zij onvervalscht blijven, zich niet ontwikkelen
+mag. In dezelfde mate, zooals zij zich volgens hare eigene, immanente
+wetten voortontwikkelt tot kapitalistische produktie, in diezelfde
+mate slaan de eigendomswetten der warenproduktie om in wetten der
+kapitalistische toe-eigening."
+
+Marx keert zich vervolgens tegen die economisten, welke de akkumulatie
+van het kapitaal verklaarden uit de "onthouding" of de "spaarzaamheid"
+der kapitalisten; de z.g.n.: abstinentie- of onthoudingstheorie
+van de officieele economie, door den Engelschen econoom W. Nassau
+Senior het eerst geformuleerd. Deze laatste verklaarde, zegt Marx,
+"ik vertaal het woord kapitaal, als produktie-instrument beschouwd,
+door het woord onthouding!"
+
+"Een deel der meerwaarde," zegt Marx, "wordt door de kapitalisten
+als revenue verteerd, een ander deel als kapitaal aangewend of
+geakkumuleerd.
+
+"Bij een bepaalde hoeveelheid méérwaarde, zal een dezer deelen
+zooveel te grooter zijn, naar mate het andere kleiner is. Alle
+andere omstandigheden, als gelijkblijvend vooropgesteld, bepaalt
+de verhouding waaronder deze verdeeling zich voltrekt, de grootte
+der akkumulatie. Wie evenwel deze verdeeling onderneemt, dat is de
+kapitalist. Zij is dus de handeling van zijnen wil. Van dat deel
+van de door hem geheven schatting, dat hij akkumuleert, zegt men,
+hij bespaart het, omdat hij het niet opeet, d. w. z. omdat hij zijne
+funktie als kapitalist ermede uitoefent, n.l. de funktie om zich te
+verrijken, die hem is opgelegd.
+
+"Slechts in zooverre, als de kapitalist gepersonifieerd kapitaal is,
+heeft hij eene historische waarde, en dat historische recht van
+bestaan, als waarvan de geestige Lichnowsky zegt: "er geen datum
+van bestaat". Slechts in zooverre, steekt zijn eigene transitive
+noodzakelijkheid, in de transitive noodzakelijkheid der kapitalistische
+produktiewijze. Maar in zooverre zijn dan ook, niet de gebruikswaarde
+en het genot, maar de ruilwaarde en derzelver vermeerdering, de
+hem voortstuwende motieven. Als fanatikus van de tot-waarde-making
+der waarden, dwingt hij onbarmhartig de menschheid tot produktie,
+om der produktie wille; daarvandaan dus, tot eene ontwikkeling van
+de maatschappelijke produktiekrachten en tot de voortbrenging van
+materieele produktievoorwaarden, welke alleen de reale basis voor eene
+hoogere ontwikkelingsvorm kunnen vormen, wier grondslag de volle en de
+vrije ontwikkeling van elk individu is. Slechts als personifikatie van
+het kapitaal, is de kapitalist respectabel. Als zoodanig, deelt hij
+met den schattenverzamelaar, de absolute tendens naar verrijking. Wat
+evenwel bij dezen, eene individueele manie schijnt te zijn, is bij
+den kapitalist, de werking van het maatschappelijk mechanisme, waarin
+hij niets dan een drijfrad is. Buitendien maakt de ontwikkeling
+der kapitalistische produktie, eene voortdurende verhooging, van
+het in eene industrieele onderneming vastgelegd kapitaal, tot eene
+noodzakelijkheid, en de concurrentie legt aan elken individueelen
+kapitalist, de immanente wetten van de kapitalistische produktiewijze,
+als uitwendige dwangwetten op de schouders. Zij dwingt hem voortdurend,
+zijn kapitaal uit te breiden, ten einde het te behouden en uitbreiden
+kan hij dit alleen, door middel van eene progressieve akkumulatie.
+
+"In zooverre als zijn doen-en-laten, slechts funkties zijn van het
+in hem levend, met een wil en bewustzijn begaafd zijnd kapitaal,
+geldt voor hem, zijn eigen private consumptie als een roof aan de
+akkumulatie van zijn kapitaal, gelijk in de italiaansche boekhouding,
+privaat-uitgaven op de débetzijde van den kapitalist tegenover het
+kapitaal figureeren. De akkumulatie, beteekent de verovering van de
+wereld, door den maatschappelijken rijkdom. Zij breidt met de massa
+van het geëxploiteerde menschen-materiaal, tegelijk, de direkte en
+de indirekte heerschappij van het kapitaal uit.
+
+"Maar deze erfzonde werkt overal door. Met de ontwikkeling der
+kapitalistische produktiewijze, van de akkumulatie en van den
+maatschappelijken rijkdom, houdt de kapitalist op eene bloote
+incarnatie van het kapitaal te wezen."
+
+Hij voelt een "menschelijk roeren" voor zijn eigene Adam en wordt er
+zoodoende toe gestemd, de dweperij voor ascese, als een vooroordeel
+van den ouderwetschen schattenverzamelaar te belachen. Terwijl de
+klassieke kapitalist, de individueele consumptie als een zonde aan
+zijne funktie en tegen de "onthouding" van de akkumulatie brandmerkt,
+is de meer moderne kapitalist in staat, de akkumulatie als een
+"ontzeggen" van het drijven naar genot, op te vatten. "Twee zielen
+wonen er, ach! in zijn borst, de eene wil zich van de andere scheiden!"
+
+"In het historische begin van de kapitalistische produktiewijze,--en
+ieder kapitalistisch parvenu maakt zulk een historisch stadium,
+individueel door,--zijn de drang naar verrijking en de gierigheid,
+als absolute hartstochten overheerschend. Maar de vooruitgang van de
+kapitalistische produktie, schept niet alleen een wereld van genot,
+zij opent met de speculatie, benevens het credietwezen, duizenderlei
+bronnen voor plotselinge verrijking. Op een bepaalde hoogte van
+ontwikkeling, wordt eene conventioneele graad van verkwisting, die
+tevens te-pronk-stelling van rijkdom en daarvandaan credietmiddel
+is, zelfs tot eene noodzakelijkheid voor de affaire van den
+"ongelukkigen" kapitalist. De weelde wordt een onderdeel, dat in
+de representatiekosten van het kapitaal opgaat. Buitendien verrijkt
+de kapitalist zich niet, gelijk de gierigaard, naar verhouding van
+zijnen persoonlijken arbeid en zijne persoonlijke niet-consumptie,
+maar in die mate, waarin hij vreemde arbeidskracht uitzuigt en den
+arbeider onthouding van levensgenot opdwingt. Alhoewel daarom de
+verkwisting van den kapitalist, niet het bona fide karakter van de
+verkwisting der feodale heeren bezit, maar in haren achtergrond,
+veel meer smerige gierigheid en angstiger berekening op den loer
+liggen, groeit desniettegenstaande zijne verkwisting met zijne
+akkumulatie aan, zonder dat de een den ander afbreuk behoeft te
+doen. Daardoor ontwikkelt zich gelijktijdig in den trotschen borst
+van het kapitalistisch individu, een faust-achtig conflikt, tusschen
+den drang naar akkumulatie en den drang naar genot."
+
+Marx stelt in het licht, hoe tal van omstandigheden de akkumulatie
+in de hand kunnen werken en doen toenemen, door de expansiekracht van
+het kapitaal te doen vergrooten, zooals de exploitatie van mijnwerken,
+die van den bodem etc.
+
+Algemeen resultaat: Terwijl het kapitaal de beide oer-vormen van den
+rijkdom,--arbeidskracht en bodem--bij zich inlijft, verwijdt het zijne
+expansiekracht, die hem veroorlooft de elementen zijner akkumulatie uit
+te breiden ook naar de overzijde van de, schijnbaar door zijn eigen
+grootte getrokken grenzen, getrokken door de waarde en de massa der
+reeds geproduceerde produktiemiddelen, uit welke het zijn bestaan put.
+
+Een andere gewichtige faktor in de akkumulatie van het kapitaal,
+is de produktiegraad van den maatschappelijken arbeid.
+
+"Met de produktiekracht van den arbeid groeit de produktenmassa aan,
+waarin zich eene bepaalde waarde, alzoo ook de méérwaarde van eene
+gegeven grootte, vertoont. Bij gelijkblijvende en zelfs bij dalende
+voet van de méérwaarde,--in zooverre zij slechts langzamer daalt,
+als de produktiekracht van den arbeid stijgt,--groeit de massa van
+het meerprodukt aan. Bij gelijkblijvende verdeeling derzelve, in
+revenue en toeslagkapitaal, kan daarvandaan de consumptie aangroeien,
+zonder afname van het akkumulatiefonds. De proportioneele grootte
+van het akkumulatiefonds kan zelfs op kosten van het consumptiefonds
+aangroeien, terwijl de goedkoopermaking der waren, voor de kapitalisten
+even zoo vele of meer genotmiddelen als voorheen, ter beschikking
+stelt. Maar met de aangroeiende produktiviteit van den arbeid,
+gaat, zooals men gezien heeft, de goedkoopermaking van den arbeider,
+alzoo een aangroeiend percentage van de méérwaarde hand aan hand,
+zelfs wanneer het reële arbeidsloon ook stijgt. Dit stijgt niet in
+verhouding tot de produktiviteit van den arbeid. Hetzelfde variabel
+kapitaal, zet alzoo meer arbeidskracht en daardoor meer arbeid in
+beweging. Dezelfde constante kapitaalwaarde, belichaamt zich in méér
+produktiemiddelen, d. w. z. in meer arbeidsmiddelen, arbeidsmateriaal
+en hulpstoffen, levert dus zoowel meer produkten vormers, als meer
+waardevormers of arbeidsopslurpers. Bij gelijkblijvende en zelfs
+afnemende waarde van het toegezet kapitaal, vindt daarom bespoedigde
+akkumulatie plaats. Niet alleen breidt zich de ontwikkelingstrap van
+de reproduktie stoffelijk uit, maar de produktie van de méérwaarde
+groeit ook sneller aan dan de waarde van het toegezet kapitaal."....
+
+"Bij een bepaalde exploitatiegraad van de arbeidskracht"--zoo
+eindigt Marx deze beschouwing--"wordt de hoeveelheid van de méérwaarde
+bepaald door het getal van de gelijktijdig uitgebuite arbeiders en dit
+beantwoordt, hoewel in afwisselende verhouding, aan de hoegrootheid
+van het kapitaal. Hoe meer het kapitaal dus door middel van de
+successievelijke akkumulatie aangroeit, des te meer groeit ook de
+som van waarden aan, die zich in consumptiefonds en akkumulatiefonds
+splitst. De kapitalist kan daarom flinker leven en tegelijkertijd
+zich meer "ontzeggen". En tenslotte werken alle springveeren van de
+produktie zooveel te energieker, naarmate hare ontwikkelingshoogte
+zich, met de hoeveelheid van het voorgeschoten kapitaal, meer en
+meer verwijdt."
+
+Men zal uit deze beschouwingen bemerkt hebben, dat bij Marx, het
+kapitaal geen vaste grootte heeft, maar integendeel zéér elastisch
+is. Dit, in tegenoverstelling met de klassieke staathuishoudkunde die
+van oudsher ervan hield om het maatschappelijk kapitaal op te vatten
+als zijnde van een vaste grootte en van eene vaste werkingsgraad.
+
+Als de typische vertegenwoordigers van die opvatting, noemt Marx
+in de eerste plaats, de staathuishoudkundige Jeremias Bentham. Maar
+zoowel Robert Malthus als James Mill, (de vader van John Stuart Mill)
+en MacCulloch, hielden aan dit dogma van de staathuishoudkunde
+vast. Zoodoende kwam de officieele economie na Adam Smith, tot
+de theorie van het "arbeidsfonds". "Tot welke tautologie het voeren
+moet", zegt Marx, "om de kapitalistische grenzen van het arbeidsfonds,
+om te dichten in zijn maatschappelijke natuurgrenzen," leert ons
+Prof. Fawcett: "Het circuleerende kapitaal van een land is zijn
+arbeidsfonds. Om daarom het doorsneê-geldloon dat elke arbeider bekomt
+te berekenen, hebben wij slechts eenvoudig dit kapitaal te deelen door
+het getal dat de arbeidersbevolking groot is", zoo zegt deze professor.
+
+Van den grootsten invloed was deze theorie van het "arbeidsfonds" zeer
+zeker op de stelsels die men er op heeft gebouwd. Als het variabel
+kapitaal van een vaste grootte is, dan is het begrijpelijk, dat er
+maar een zekere hoeveelheid levensmiddelen enz. onder de twee klassen,
+onder kapitalisten en arbeiders te verdeelen valt. Theoretiseert men
+nu nog verder, dat van die hoeveelheid er een gedeelte afgaat, bestemd
+voor het loon van de arbeiders, dat eveneens zijn vaste grootte heeft,
+dan spreekt het van zelve, dat men tot conclusies kan komen gelijk
+Robert Malthus er als volgt trok:
+
+"Het getal arbeiders, dat in een land aan den arbeid kan worden
+gesteld, en de hoogte van hun loon, hangen af van de hoeveelheid
+der voorradige levensmiddelen. Is het loon te laag of kunnen vele
+arbeiders werk vinden, dan zal dit alleenlijk daarheen leiden, dat
+het getal der arbeiders zich sneller vermeerdert, dan de voorraad
+levensmiddelen. Het is de natuur, niet de produktiewijze, waaraan de
+ellende der arbeidersklasse moet worden geweten."
+
+Uit deze theorie, is de z. g. n. "bevolkingswet van Malthus" geboren,
+die nagenoeg door de gansche economische wetenschap echter sedert jaren
+is opgegeven. In den tijd waarin Marx evenwel schreef, was zij een
+dogma van de officieele staathuishoudkunde, waaraan niet mocht worden
+getwijfeld. Marx is haar het eerst, en wel zoo grondig te lijf gegaan,
+dat men kan zeggen, dat al wat nà hem over die "wet van Malthus" in
+kritischen zin is geschreven, slechts min of meer bedekt plagiaat is
+geweest, van de wijze waarop Marx aantoonde, hoe élke produktiewijze
+haar eigen bevolkingsleer heeft en hoe élke phaze in de kapitalistische
+produktiewijze, hare bevolkingstoestand met zich mede brengt zoo dat
+aldus van "natuurlijke bevolkingswetten" geen sprake kan zijn.
+
+In het drie-en-twintigste hoofdstuk van "Das Kapital" gaat Marx de
+invloed na, die de aangroeiende akkumulatie van het maatschappelijk
+kapitaal op de arbeidersklasse heeft.
+
+"Wasdom van kapitaal," zegt hij, "sluit wasdom van zijn variabel,
+of in arbeidskracht omgezet bestanddeel, in zich. Een deel
+van de in het toeslagkapitaal omgezette méérwaarde, moet steeds
+terug-veranderd worden, in variabel kapitaal of in het voorgeschoten
+arbeidsfonds. Veronderstellen wij dat, nevens overigens gelijk gebleven
+omstandigheden, de samenstelling van het kapitaal onveranderd blijft,
+d. w. z. eene bepaalde massa productiemiddelen of constant kapitaal,
+steeds dezelfde massa productiemiddelen vereischen om in beweging
+te worden gezet, dan groeit klaarblijkelijk de vraag naar arbeid en
+het substitutiefonds der arbeiders, in verhouding tot het kapitaal
+zooveel te sneller aan, als het kapitaal te sneller aangroeit. Dewijl
+het kapitaal jaarlijks eene méérwaarde produceert, waarvan een deel
+jaarlijks tot origineel kapitaal geslagen wordt; daar dit inkrement
+[aanwas] zelf jaarlijks aangroeit met den toenemenden omvang van het
+bereids in funktie gestelde kapitaal, en daar eindelijk, onder de
+bijzondere spoorslag van den drang naar verrijking, zooals bijv. het
+openen van nieuwe markten, nieuwe spheren van kapitaalbelegging--als
+gevolg van nieuw-ontwikkelde maatschappelijke behoeften enz.--de
+ontwikkelingshoogte van de akkumulatie plotseling uitzetbaar kan
+worden, door enkel veranderde verdeeling van de méérwaarde of het
+meerprodukt in kapitaal en revenue; kunnen de akkumulatie-behoeften van
+het kapitaal, de aangroeing van de arbeidskrachten of van het aantal
+arbeiders, de vraag naar arbeiders hunnen toevoer overvleugelen, en
+zullen daarvandaan de arbeidsloonen stijgen.... "De meer of minder
+gunstige omstandigheden, waarin de loonarbeiders zich in het leven
+houden en vermeerderen, veranderen niets, aan het grondkarakter van
+de kapitalistische produktiewijze. Zooals de eenvoudige reproductie,
+voortdurend de kapitaalsverhoudingen zelven reproduceert,--kapitalisten
+aan den eenen kant, loonarbeiders aan den anderen,--zoo reproduceert
+de reproductie op uitgebreider schaal of de akkumulatie, de
+kapitaalsverhoudingen op uitgebreider schaal, in meer kapitalisten,
+of grootere kapitalisten aan de ééne pool, meer loonarbeiders aan
+de andere. De reproduktie van de arbeidskracht, die zich bij het
+kapitaal onophoudelijk als een middel tot waardevorming moet doen
+inlijven, die niet van hem loskomen kan, en welker onderhoorigheid aan
+het kapitaal alleen verduisterd wordt, door de verwisseling van den
+individueelen kapitalist waaraan zij zich verkoopt,--vormt inderdaad
+maar een moment in de reproduktie van het kapitaal-zelf. Akkumulatie
+van kapitaal is dus tevens vermeerdering van het proletariaat"....
+
+"De wet van de kapitalistische produktie, die klaarblijkelijk aan de
+"natuurlijke bevolkingswet" ten grondslag ligt, komt eenvoudig hierop
+neer. De verhouding tusschen kapitaal, akkumulatie en de percentage
+van het loon, is niets dan de verhouding tusschen den onbetaalden, in
+kapitaal omgezetten arbeid en de tot beweging van het toeslag-kapitaal
+benoodigde hoeveelheid toegevoegden arbeid. Zij is dus geenszins
+een verhouding van twee van elkander onafhankelijke grootheden:
+eenerzijds de grootte van het kapitaal, anderzijds het getal van de
+arbeidersbevolking; zij is veelmeer in laatste instantie, de verhouding
+tusschen den onbetaalden en den betaalden arbeid, van dezelfde
+arbeidersbevolking. Groeit de hoeveelheid der door de arbeidersklasse
+geleverden, en door de kapitalistenklasse geakkumuleerden onbetaalden
+arbeid, snel genoeg aan, om slechts door eene buitengewone toeslag van
+betaalden arbeid, zich om te kunnen zetten in kapitaal, dan stijgt het
+loon, en, al het andere gelijkgebleven, neemt de onbetaalde arbeid dan
+in verhouding af. Zoodra evenwel deze afname het punt beroert, waar de,
+het kapitaal voedende méérwaarde, niet meer in normale hoeveelheid
+aangeboden wordt, dan treedt er eene reaktie in: een geringer deel
+van de revenue wordt gekapitaliseerd, de akkumulatie verlamt en
+de stijgende loonbeweging verkrijgt een terugslag. De verhooging
+van den arbeidsprijs, blijft dus eng besloten binnen grenzen,
+welke de grondslagen van het kapitalistisch systeem niet alleen
+onaangetast laten, maar ook nog zijne reproduktie op aangroeiende
+schaal blijven verzekeren. Deze in een natuurwet gemystificeerde, wet
+van de kapitalistische akkumulatie, wil dus feitelijk slechts zeggen,
+dat hare aard, elke zoodanige afname in den exploitatiegraad van den
+arbeid of elke zoodanige verhooging van den arbeidsprijs uitsluit,
+welke de gestadige reproduktie van de kapitaalsverhoudingen en hunne
+reproduktie op steeds uitgebreider schaal, ernstig in gevaar kunnen
+doen brengen. Dit kan niet anders zijn, onder een produktiewijze,
+waarin de arbeiders voor de behoeften van de waarde-schepping der
+voorradige waarden bestaan, in plaats van omgekeerd, dat de belichaamde
+rijkdom er voor de ontwikkelingsbehoefte van de arbeiders is. Zooals
+de mensch, in den godsdienst door het maaksel van zijn eigen hoofd,
+zoo wordt hij onder de kapitalistische produktiewijze, door het
+maaksel zijner eigene handen beheerscht."
+
+
+
+CONCENTRATIE VAN HET KAPITAAL.
+
+De algemeene grondslagen van het kapitalistisch systeem eenmaal
+gegeven, treedt in het verloop van de akkumulatie telkens een
+punt te voorschijn, waarop de ontwikkeling der produktiviteit
+van den maatschappelijken arbeid, de machtigste hefboom wordt der
+akkumulatie. "Dezelfde oorzaak," zeide reeds Adam Smith, "welke de
+loonen verhoogt, n.l. de toename van kapitaal, drijft tot verhooging
+der produktieve geschiktheden van den arbeid en stelt eene kleinere
+hoeveelheid arbeids, in staat, om eene grootere hoeveelheid van
+produkten voort te brengen." Marx zegt:
+
+"Afgezien van natuurlijke voorwaarden, als vruchtbaarheid van den
+bodem etc., en van de omstandigheden onafhankelijke, en geïsoleerd
+arbeidende producenten, dewelke zich echter meer kwalitatief, in de
+deugdelijkheid, dan kwantitatief in de massa van het gemaakte werk zal
+vertoonen, drukt zich de maatschappelijke produktiegraad van den arbeid
+uit, in de relatieve grootheidsomvang der produktiemiddelen, welke
+een arbeider gedurende een zekeren tijd, met dezelfde inspanning van
+arbeidskracht, in produkt kan omzetten. De massa der produktiemiddelen,
+waarmede hij funktioneert, groeit aan, met de produktiviteit van
+den arbeid.".... "Bijv. met de manufaktuurmatige verdeeling van den
+arbeid en de toepassing der machinerie, wordt in denzelfden tijd meer
+grondstof verwerkt, treedt dus eene grootere massa van grondstof
+met hulpmaterieel, het arbeidsproces binnen. Dat is het gevolg
+van de aangroeiende produktiviteit van den arbeid. Aan den anderen
+kant, is de massa van in gebruik genomen machinerie, arbeidsvee,
+minerale mest, draineerings-inrichtingen enz. de voorwaarde voor
+groeiende produktiviteit van den arbeid. Evenzoo, de massa van de
+in bouwwerken, hoogovens, transportmiddelen etc. geconcentreerde
+hoeveelheid produktiemiddelen. Hetzij evenwel voorwaarde, hetzij
+gevolg, de groeiende grootte-omvang van de produktiemiddelen,
+in vergelijking tot de bij haar ingelijfde arbeidskracht, drukt
+de aangroeiende produktiviteit van den arbeid uit. De toename der
+laatste, verschijnt dus in de afname der arbeidsmassa, in verhouding
+tot de door haar voortbewogen massa van produktiemiddelen, of in de
+grootte-afname van den subjektieven faktor van het arbeidsproces,
+vergeleken met zijne objektieve faktoren.
+
+"Deze verandering in de technische samenstelling van het kapitaal,
+de groeiing der massa van produktiemiddelen, vergeleken met de massa
+van de haar doen-levende arbeidskracht, spiegelt zich terug in hunne
+waardesamenstelling, in de toename van het constante bestanddeel der
+kapitaalswaarde, op kosten van zijn variabel bestanddeel. Er worden
+bijv. van een kapitaal, procentsgewijs berekend, oorspronkelijk elke
+50 proc. in produktiemiddelen en elke 50 proc. in arbeidskrachten
+vastgelegd; later, met de ontwikkeling van den produktiegraad
+van den arbeid, elke 80 proc. in produktiemiddelen en elke
+20 proc. in arbeidskrachten etc. Deze wet van den stijgenden
+groei van het constante deel van het kapitaal, in verhouding tot
+zijn variabel deel, wordt bij elke schrede bevestigd, door eene
+vergelijkende analyse van de prijzen der waren, hetzij dat wij
+verschillende economische tijdperken van eene enkele natie bij
+elkaâr vergelijken, of die van verschillende naties, in hetzelfde
+tijdstip. De relatieve grootte van het prijselement, die slechts de
+waarde van de verteerde produktiemiddelen, of het constante deel van
+het kapitaal vertegenwoordigt, zal in direkte, de relatieve grootte
+van het andere, de arbeid betalende of het variabel deel van het
+kapitaal vertegenwoordigende prijselement, zal, over het algemeen,
+in omgekeerde verhouding staan, tot de vooruitgang der akkumulatie."...
+
+"Op de grondslag der waren-produktie, waarbij de produktiemiddelen
+het eigendom van private personen zijn, waarin de handarbeider, of
+geïsoleerd en zelfstandig waren voortbrengt of zijn arbeidskracht
+als waar verkoopt,--omdat hem de middelen tot eigenbedrijf
+ontbreken--realiseert zich deze voorwaarde slechts door den
+groei van de individueele kapitalen, of in die mate, waarin de
+maatschappelijke produktie- en levensmiddelen tot privaat eigendom
+der kapitalisten worden omgezet. De bodem der waren-produktie, kan de
+produktie op groote schaal slechts dragen, in haren kapitalistischen
+vorm. Een zekere akkumulatie van kapitaal in handen van individueele
+waren-producenten, vormen daarom de voorwaarde voor de specifiek
+kapitalistische voortbrengingswijze"..... "Maar methodes tot
+vermeerdering van de maatschappelijke produktiekracht van den
+arbeid, die op dezen grondslag verrijzen, zijn tegelijkertijd,
+methodes tot vermeerderende produktie van de méérwaarde of van het
+meerprodukt, hetwelk zijnerzijds, wederom het scheppingselement
+van de akkumulatie is. Zij zijn dus tegelijkertijd, methodes ter
+voortbrenging van kapitaal door kapitaal, of methodes tot zijne
+bespoedigde akkumulatie. De onophoudelijke terugontwikkeling van
+méérwaarde in kapitaal, doet zich kennen, als de aangroeiende grootte,
+van het in 't produktieproces opgaande kapitaal. Deze wordt harerzijds
+tot grondslag eener meer uitgebreide voet van produktie, van de haar
+begeleidende methodes tot verhooging van de produktiekracht van den
+arbeid en tevens tot bespoedigder produktie van méérwaarde. Wanneer dus
+telkens, een zekere graad van kapitaals-akkumulatie, als voorwaarde
+voor de specifiek kapitalistische produktiewijze te voorschijn komt,
+veroorzaakt deze laatste, op terugwerkende wijze, een bespoedigde
+akkumulatie van het kapitaal. Deze beide economische faktoren brengen,
+naar mate van de samengestelde verhouding, van de afstooting die zij
+wederzijds op elkander uitoefenen, de wisseling voort in de technische
+samenstelling van kapitaal, waardoor zijn variabel bestanddeel steeds
+kleiner en kleiner wordt, vergeleken met zijn constant deel.
+
+"Elk individueel kapitaal is een grootere of kleinere concentratie van
+productiemiddelen, met een zich daarmede in overeenstemming bevindend
+commando, over een grooter of kleiner leger van arbeiders. Het breidt,
+met de vermeerderde massa van den als kapitaal funktioneerenden
+rijkdom, ook zijne concentratie in de handen der individueele
+kapitalisten, daarvandaan de grondslag van de produktie op groote
+schaal, en de specifiek kapitalistische produktie-methoden uit. De
+groei van het maatschappelijk kapitaal, voltrekt zich in den groei
+van vele, individueele kapitalen. Alle andere omstandigheden als
+gelijkblijvend aangenomen, groeien de individueele kapitalen,--en met
+hen de concentraties van produktiemiddelen,--in die verhouding aan,
+waarin zij aliquote (gelijkdeelende) deelen van het maatschappelijk
+totaal-kapitaal vormen. Tegelijkertijd scheuren zich dan afstootsels
+van de oorsprong-kapitalen los en funktioneeren als nieuwe,
+zelfstandige kapitalen. Een groote rol speelt hierbij, onder
+anderen, de verdeeling van vermogens in kapitalisten-families. Met
+de akkumulatie van kapitaal groeit daarvandaan ook, meer of minder,
+het aantal kapitalisten aan. Twee punten karakteriseeren deze soort van
+concentratie, welke onmiddellijk op de akkumulatie berust, of veelmeer,
+met haar identiek is. Ten eerste: de aangroeiende concentratie der
+maatschappelijke produktiemiddelen in de handen van de individueele
+kapitalisten wordt, onder overigens gelijkblijvende omstandigheden,
+beperkt, door den graad van wasdom in den maatschappelijken
+rijkdom. Ten tweede: het in elke produktiespheer vastgelegde
+deel van het maatschappelijk kapitaal, wordt verdeeld onder vele
+kapitalisten, welke tegenover elkander staan als onafhankelijke, en
+met elkander concurreerende warenvoortbrengers. De akkumulatie en de
+haar begeleidende concentratie, worden dus niet alleen op vele punten
+gesplitst, maar ook de aangroeing van de funktioneerende kapitalen,
+wordt doorkruist door de vorming van nieuwe, en de splitsing van oude
+kapitalen. Doet zich daarvandaan de akkumulatie eenerzijds voor, als
+de aangroeiende concentratie der produktiemiddelen en van commando's
+over arbeid, zoo doet zij zich anderzijds aan ons kennen, als repulsie
+(afstooting) van vele individueele kapitalen onder elkander.
+
+"Deze versplintering van het maatschappelijk totaal-kapitaal, in
+vele individueele kapitalen, of deze repulsie van zijn onderdeelen
+van elkander, werkt zijne attraktie tegen. Het is hier niet
+meer de eenvoudige, met de akkumulatie identieke, concentratie
+van produktiemiddelen en het commando over den arbeid, het is de
+concentratie van reeds gevormde kapitalen, de opheffing van hunne
+individueele zelfstandigheid, de onteigening van kapitalist door
+kapitalist, het omzetten van vele kleinere, in weinige grootere
+kapitalen. Dit proces onderscheidt zich van het eerste daardoor,
+dat het slechts veranderde verdeeling van reeds voorradige en
+funktioneerende kapitalen veronderstelt en zijn speelruimte, dus
+niet door de absolute wasdom van den maatschappelijken rijkdom of
+de absolute grenzen der akkumulatie wordt beperkt. Het kapitaal
+zwelt hier, in eene hand tot een groote massa aan, omdat het daar,
+in vele handen, verloren gaat. Dit is de eigenlijke centralisatie,
+in onderscheiding met akkumulatie en concentratie."
+
+Welke de wetten zijn, die deze centralisatie der kapitalen of de
+attrakties van kapitaal tot kapitaal beheerschen, wordt hier door
+Marx niet verder behandeld, dat geschiedt in het tweede deel van zijn
+werk. Eene aanduiding evenwel wordt hier in algemeene trekken gegeven:
+"De concurrentiestrijd wordt gevoerd door de goedkoopermaking der
+waren. Deze goedkoopermaking der waren hangt, caeteris paribus,
+(onder overigens gelijke omstandigheden) af van de produktiviteit
+van den arbeid, deze echter weder, van de ontwikkelingstrap welke de
+produktie heeft bereikt. De grootere kapitalen verslaan daarvandaan
+de kleinere. Verder herinnert men zich, dat met de ontwikkeling
+van de kapitalistische produktiewijze, de minimum-omvang van het
+individueele kapitaal, dat benoodigd is om een bedrijf onder zijn
+normale voorwaarden te drijven, aangroeit. De kleinere kapitalen
+dringen zich daarvandaan in produktiespheren, welke door de groote
+industrie nog maar sporadisch, of onvolkomen zijn aangetast. De
+concurrentie werkt hier onvermoeid voort, in direkte verhouding
+tot het aantal, en in omgekeerde verhouding, tot de grootte der
+rivaliseerende kapitalen. Zij eindigt steeds met den ondergang van
+vele kleine kapitalisten, welker kapitalen, deels overgaan in handen
+van den overwinnaar, deels ondergaan. Afgezien hiervan, vormt zich
+nog met de kapitalistische produktiewijze een gansch nieuwe macht,
+het credietwezen, dat in zijn begin op den achtergrond,--als de
+bescheidene helper van de akkumulatie,--nu naar binnen sluipt langs
+onzichtbare draden, de over de oppervlakte der samenleving, in grootere
+of kleinere massa's verspreide geldmiddelen, in handen van individueele
+of met elkander geassocieerde kapitalisten trekt, maar dan schielijk
+een nieuw en vruchtbaar wapen wordt in den concurrentiestrijd, om zich
+ten slotte in een reusachtig sociaal mechanisme, dat tot centralisatie
+van kapitalen dient, te veranderen."
+
+"De centralisatie," zegt Marx verder, "vervolkoment het werk der
+akkumulatie, doordien zij de industrieele kapitalisten in staat stelt,
+de voet hunner operaties uit te breiden. Hetzij dit laatste resultaat
+nu het gevolg is, van de akkumulatie of van de centralisatie;
+hetzij zich de centralisatie voltrekt langs den gewelddadigen
+weg van annexatie,--waar zekere kapitalen op zoo overwegende wijze
+gravitatie-middelpunten worden voor anderen, dat zij diens individueele
+cohesie breken en dan de op zichzelf-staande deelen tot zich
+trekken,--of dat de versmelting der reeds gevormde, respektievelijk
+in die vorming inbegrepen kapitalen, door middel van de geleidelijke
+aktie, door de vorming van naamlooze vennootschappen geschiedt--de
+economische uitwerking blijft dezelfde. De aangegroeide uitdijding
+van de industrieele établissementen, vormt overal het uitgangspunt
+voor een omvattender organisatie der totaal-arbeid van velen; voor
+een breeder ontwikkeling harer materieele drijfkrachten, d. w. z. voor
+de voortschrijdende revolutioneering van individueele, en volgens de
+traditie gedreven produktie-processen, in maatschappelijk-gecombineerde
+en wetenschappelijk-gedisponeerde produktieprocessen."
+
+Marx wijst er nog vervolgens op, dat de akkumulatie een veel
+langduriger proces is, dan de centralisatie. "De wereld," zegt
+hij, "ware nog niet van spoorwegen voorzien, als zij had moeten
+wachten, totdat de akkumulatie enkele kapitalisten ertoe gebracht
+had, opgewassen te zijn, tegen het bouwen van een spoorweg. De
+centralisatie daarentegen, heeft dit met een handomdraaien klaar
+gespeeld, door middel van de maatschappijen op aandeelen. En terwijl
+de centralisatie, aldus de werkingen der akkumulatie verhoogt en
+bespoedigt, breidt zij uit,--en bespoedigt zij gelijktijdig,--de
+omwentelingen in de technische samenstelling van het kapitaal, die
+deszelfs constant deel, doen vermeerderen op kosten van zijn variabel
+deel en daarmede de relatieve vraag naar arbeid doen verminderen.
+
+"De door centralisatie, over nacht als het ware, tezaâm gesmede
+kapitaal-massa's, reproduceeren en vermeerderen zich gelijk de anderen,
+slechts vlugger, en worden hiermede tot nieuwe, machtige hefboomen voor
+de maatschappelijke akkumulatie. Als er dus sprake is van vooruitgang
+der maatschappelijke akkumulatie, dan zijn daar--heden ten dage--de
+werkingen der centralisatie stilzwijgend onder begrepen."
+
+
+
+DE INDUSTRIEELE RESERVEARMÉE.
+
+Het, door de voortgang der akkumulatie, opnieuw gevormde kapitaal,
+verschaft in verhouding tot zijne grootte, steeds aan minder arbeiders
+werk. Gelijktijdig met de akkumulatie, gaat ook de revolutioneering van
+het oude kapitaal haren gang. Marx toonde het aan, hoe de centralisatie
+daarvoor de machtigste hefboom is. Volgens de Malthusianen is de
+"overbevolking" het gevolg hiervan, dat de levensmiddelen, (men
+moest zeggen: het variabel kapitaal) aangroeien, in de arithmetische
+progressie-reeks van 1: 2: 3: 4: 5: enz. terwijl de bevolking de
+tendens heeft, zich in de geometrische reeks van 1: 2: 4: 8: 16:
+enz. te vermeerderen. Daarom leerden Malthus c. s., dat de bevolking
+de produktie der levensmiddelen vooruit ijlde ten gevolge waarvan de
+ondeugd en de ellende ontstonden.
+
+Wat evenwel progressief voortgaat, is de afname van het variabel
+kapitaal, gelijktijdig met de wasdom van het totaal-kapitaal. Het
+variabel kapitaal, zoo het oorspronkelijk 1/2 was van het
+totaal-kapitaal, wordt progressief 1/3, 1/4, 1/5, 1/6 enz. van het
+totaal-kapitaal. Marx zegt:
+
+"Deze, door de wasdom van het totaal-kapitaal bespoedigde en
+sneller dan zijn eigen aanwas bespoedigde, relatieve afname van
+zijn variabel bestanddeel, schijnt aan de andere zijde, omgekeerd
+steeds sneller absolute aanwas der arbeidersbevolking te zijn,
+als aanwas van het variabel kapitaal of van de middelen ter hunner
+werkverschaffing. De kapitalistische akkumulatie produceert veeleer,
+en wel in verhouding tot hare energie en haren omvang, gestadig eene
+relatieve, d. w. z. eene voor de gemiddelde behoefte tot waardemaking
+van het kapitaal overtollige, dus eene overvloedige of bijgevoegde
+arbeidersbevolking."....
+
+"Met de grootte van het reeds funktioneerend, maatschappelijk
+kapitaal en de graad van zijn aanwas; met de uitbreiding van de
+produktie-trappen en de massa der in beweging gezette arbeiders; met
+de ontwikkeling der produktiekracht hunner arbeid, met den breederen
+en volleren stroom van alle fonteinen des rijkdoms, verwijdt zich
+ook de ontwikkelingshoogte, waarop grootere attraktie der arbeiders
+door het kapitaal, met grootere repulsie van hetzelve verbonden is,
+nemen de snelheid van de wisseling in de organische samenstelling
+van het kapitaal en zijn technische vorm toe en zwelt de cirkel der
+produktiespheren aan, welke er dan gelijktijdig, dan bij afwisseling,
+door worden aangegrepen. Met de door haar zelf geproduceerde
+akkumulatie van het kapitaal, produceert de arbeidersbevolking alzoo,
+in steeds groeiender mate, de middelen voor haar eigene relatieve
+overtolligmaking. Dit is eene, aan de kapitalistische produktiewijze
+eigenaardige bevolkingswet, gelijk feitelijk elke produktiewijze, hare
+bijzondere, historisch geldende bevolkingswet heeft. Eene abstrakte
+bevolkingswet, kan alleen maar onder planten en dieren heerschen,
+in zooverre daar althans de mensch niet historisch ingrijpt.
+
+"Waar evenwel een surplus-arbeidersbevolking, het noodwendig produkt
+is van de akkumulatie of van de ontwikkeling van den rijkdom op
+kapitalistischen grondslag, daar wordt deze arbeidersbevolking,
+omgekeerd, tot een hefboom der kapitalistische akkumulatie, ja, tot
+een bestaans-noodzakelijkheid voor de kapitalistische produktiewijze
+zelve. Zij vormt een disponibele, industrieele reserve-armée,
+die aan het kapitaal evenzoo absoluut toebehoort, alsof hij haar
+op zijn eigen kosten grootgebracht had. Zij schept het, voor zijne
+afwisselende waarde-scheppings-behoeften, steeds bereidvaardige,
+exploitabele menschen-materiaal, dat onafhankelijk is van de grenzen
+der feitelijke bevolkingstoename."
+
+Marx voert verder, historische en economische bewijzen uit de engelsche
+industrietoestanden aan, voor de absolute afname van het aantal aan
+den arbeid zijnde arbeiders, bij, naar verhouding gelijkblijvende,
+uitbreiding van de produktie. "De beweging van de wetten van vraag
+en aanbod van den arbeid, op deze basis, voltooit de despotie van
+het kapitaal," zegt hij. "De ijzeren loonwet" eveneens een dogma der
+oudere officieele economie, wordt echter daardoor geen werkelijkheid.
+
+"Zoodra," eindigt Marx hier, "de arbeiders achter het geheim komen,
+dat in dezelfde mate waarin zij meer arbeiden, meer vreemden rijkdom
+produceeren, en de produktiekracht hunner arbeid aangroeit, zelfs hunne
+funktie, als een middel tot waardeschepping voor het kapitaal, meer
+precair voor hen wordt; zoodra zij ontdekken, dat de intensiteitsgraad
+van de concurrentie onder hen, zelfs geheel en al van den druk der
+relatieve overbevolking afhankelijk geworden is; zoodra zij daarvandaan
+door Trade Unions enz. een planmatige samenwerking tusschen arbeidenden
+en arbeidsloozen pogen te organiseeren, om de ruïneerende gevolgen van
+deze natuurwet der kapitalistische produktiewijze op hunne klasse, te
+breken of te verzwakken, toornen het kapitalisme en zijn sykophanten,
+de staathuishoudkunde, terstond over aantasting der "eeuwige"
+en om zoo te zeggen "heilige" wetten van vraag en aanbod. Elke
+samenwerking tusschen arbeidenden en arbeidsloozen, stoort dan
+namelijk het "zuivere" spel van deze wet! Zoodra anderzijds echter,
+in de koloniën bijv., tegenwerkende omstandigheden, de schepping der
+industrieele reserve-armee en met haar, de absolute afhankelijkheid
+der arbeidersklasse van de kapitalistenklasse verhinderen, rebelleert
+het kapitaal tegen deze "heilige" wet van vraag en toevoer en zoekt
+haar door dwangmiddelen op te heffen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+DE TENDENSEN DER KAPITALISTISCHE PRODUKTIEWIJZE.
+
+
+Zagen wij tot nog toe, hoe het kapitaal zijn eigen bestaansvoorwaarden,
+steeds van voren af aan, op nieuw voortbrengt, het is ons tevens
+duidelijk geworden, dat er oorspronkelijk voorwaarden aanwezig moeten
+geweest zijn, waaronder dit zich kon ontwikkelen, tot het moderne
+kapitalisme dat wij kennen.
+
+Het vierentwintigste hoofdstuk van Bd. I van "Das Kapital" bevat een
+uitvoerig onderzoek van buitengewone historische waarde; dit hoofdstuk
+is getiteld: "De zoogenaamde oorspronkelijke akkumulatie". Marx
+wendt zich daarin tegelijkertijd, polemisch tegen de officieele
+staathuishoudkunde en tegen hare beschouwing van den oorsprong van
+het moderne kapitalisme.
+
+"De geheimen van de oorspronkelijke akkumulatie," zoo is de eerste
+paragraaf van dit klassieke hoofdstuk genoemd, die aldus aanvangt:
+
+"Men heeft gezien hoe geld tot kapitaal wordt; door kapitaal
+tot méérwaarde en uit die méérwaarde, meer kapitaal gemaakt
+wordt. Intusschen heeft de akkumulatie van het kapitaal de
+méérwaarde tot voorwaarde, de méérwaarde op haren beurt, de
+kapitalistische produktiewijze, deze heeft evenwel het aanwezig zijn
+van grootere massa's van kapitaal en van arbeidskracht, in handen
+van warenproducenten tot voorwaarde. Deze geheele beweging nu,
+schijnt aldus te draaien in een vicieusen cirkel, waar wij alleen
+kunnen uitkomen, wanneer wij eene,--aan de kapitalistische akkumulatie
+voorafgaande--"oorspronkelijke" akkumulatie, ("precious accumulation"
+volgens Ad. Smith), veronderstellen; eene akkumulatie, welke niet het
+resultaat, van de kapitalistische produktiewijze, maar alleen maar,
+haar uitgangspunt vormt.
+
+"Deze oorspronkelijke akkumulatie, speelt in de staathuishoudkunde
+dezelfde rol, die de zondenval speelt in de theologie. Adam beet in den
+appel en daardoor kwam de zonde over het menschelijk geslacht! Hare
+oorsprong wordt ons verklaard, doordien zij ons, als eene anecdote
+uit het verleden wordt verteld. In een lang vervlogen tijd, bestond
+er aan den eenen kant, eene vlijtige, intelligente en vóór alles,
+eene spaarzame élite, en aan den anderen kant, eene luierende, al
+het hunne en meer dan dat, verbrassende troep schooierds. De legende
+van de theologische zondeval, vertelt ons alleen maar, hoe de mensch
+ertoe verdoemd werd, zijn brood in 't zweet zijns aanschijns te moeten
+eten, de historie van de economische zondeval evenwel, onthult ons,
+hoe er lieden zijn, die ook dát niet noodig hebben. Het komt echter
+op 't zelfde neer. Maar zoo zou het dan gekomen zijn, dat de eersten,
+rijkdom konden akkumuleeren, en de laatsten ten slotte niets meer over
+hadden dan hun eigen huid. En van af deze zondeval, dateert de armoede
+van de groote massa, die altijd nog, ondanks al haren arbeid, niets
+te verkoopen heeft als zichzelve, nevens den rijkdom der weinigen,
+die voortdurend aangroeit, alhoewel dezen reeds lang opgehouden hebben
+te arbeiden"....
+
+"Geld en waren, zijn niet a priori kapitaal, evenzoomin als
+produktie- en levensmiddelen. Zij moeten tot kapitaal worden
+omgezet. Deze verandering zelve, kan slechts geschieden onder bepaalde
+omstandigheden, die zich daarheen toespitsen, dat tweeërlei zeer
+verschillende soorten van warenbezitters, elkander moeten tegemoet-
+en met elkander in contakt moeten komen; aan de eene zijde eigenaren
+van geld, produktie- en levensmiddelen,--want het geldt, de in hun
+bezit zijnde som van waarden weder tot waarde te maken, door middel
+van den aankoop van vreemde arbeidskracht,--aan den anderen kant
+vrije arbeiders, verkoopers van de eigen arbeidskracht en daardoor
+verkoopers van arbeid. Vrije arbeiders in dien dubbelen zin, dat
+zij, noch zelven onmiddellijk behooren tot de produktiemiddelen,
+zooals slaven, lijfeigenen etc., noch de produktiemiddelen hèn
+toebehooren, zooals bij den het eigenbedrijf voerenden boer
+enz. dit het geval is. Zij moeten daarvan los en leeg zijn. Met
+deze polarisatie (vaststelling der beide polen) van de warenmarkt,
+zijn de grondvoorwaarden voor de kapitalistische produktiewijze
+gegeven. De kapitaalsverhouding, stelt de scheiding van de arbeiders
+en hun eigendom aan de verwerkelijkingsvoorwaarden van den arbeid,
+op den voorgrond. Zoodra de kapitalistische productiewijze eenmaal
+op eigen beenen staat, is deze scheiding niet alleen aanwezig,
+maar reproduceert zij zich telkens weder, op steeds uitgebreider
+schaal. Het proces dat de kapitaalsverhouding schept, kan alzoo
+niets anders zijn, dan het scheidingsproces van den arbeider van
+het bezit zijner arbeidsvoorwaarden; een proces, dat eenerzijds de
+maatschappelijke levens- en produktiemiddelen in kapitaal verandert,
+anderzijds de onmiddellijke producenten in loonarbeiders. De
+zoogenaamde oorspronkelijke akkumulatie, is niets anders, dan het
+historische scheidingsproces van producent en produktiemiddelen. Zij
+schijnt ons eene "oorspronkelijke" toe, omdat zij de vóórgeschiedenis
+van het kapitaal en de aan hem beantwoordende produktiewijze, uitmaakt.
+
+"De economische struktuur der kapitalistische samenleving
+is voortgekomen uit de economische struktuur van de feodale
+maatschappij. De oplossing van deze, heeft de elementen voor gene,
+vrij doen komen.
+
+"De onmiddellijke producent, de arbeider, kon eerst dàn over zijn
+persoon beschikken, nadat hij had opgehouden geketend te zijn aan den
+bodem en aan een ander persoon lijfeigen of onderhoorig te wezen. Om
+een vrijen verkooper van arbeidskracht te kunnen worden, die zijne
+waar overal heendragen kan, waar een markt daarvoor te vinden is,
+moest hij vervolgens, aan de heerschappij van gilden, met hunne
+leerlingen- en gezellenverordeningen en beperkende arbeidsvoorwaarden,
+zijn ontgroeid. Daardoor schijnt ons de historische beweging,
+welke de producenten in loonarbeiders verandert, eenerzijds toe,
+als eene bevrijding van de dienstbaarheid en gildedwang,--en het is
+dan ook deze zijde alleen, die er voor de geschiedschrijving van onze
+burgerlijke economie bestaat. Maar aan de andere zijde evenwel, werden
+deze nieuw-bevrijden, eerst verkoopers van zich zelven, nàdat hun, al
+hunne produktiemiddelen, en hun alle, door de oude feodale inrichtingen
+van de maatschappij aangeboden garanties voor een bestaan waren geroofd
+geworden. En deze geschiedenis der expropriatie (onteigening), is in
+de annalen der menschheid, gegrift, met sporen van bloed en vuur.
+
+"De industrieele kapitalisten, deze nieuwe potentaten, moesten
+hunnerzijds, niet alleen de handwerkmeesters der Gilden verdringen,
+maar ook in het bezit komen van de bronnen van rijkdom, die in
+het bezit waren van de feodale Heeren. Van deze zijde, doet zich
+hunne opkomst dan ook kennen, als een vrucht van den zegenrijken
+strijd, zoowel tegen de feodale machten en hunne opstandverwekkende
+voorrechten, als tegen de Gilden en de banden welke dezen, aan de vrije
+ontwikkeling der produktie en aan de vrije uitbuiting van menschen
+door menschen, hadden in den weg gelegd. De ridders van de industrie,
+speelden het nochtans alleen daardoor klaar, de ridders van den
+degen te verdringen, doordien zij gebeurtenissen uitbuitten, waaraan
+zij gansch onschuldig waren. Zij hebben zich naar boven gewerkt door
+middelen, even zoo gemeen, als die waardoor de romeinsche vrijgelatene
+zich, voormaals, tot heer van zijn patronus heeft weten te maken.
+
+"Het uitgangspunt der ontwikkeling, die zoowel de loonarbeiders,
+als de kapitalisten heeft voortgebracht, was de knechtschap der
+arbeiders. De voortgang, bestond in een verwisseling van den vorm dezer
+knechtschap; in de verandering van de feodale, in de kapitalistische
+maatschappij. Om haren gang te begrijpen, behoeven wij in het geheel
+niet zoo vèr in de geschiedenis terug te gaan. Alhoewel wij den
+eersten aanvangen van de kapitalistische produktiewijze, reeds in de
+14e en 15e eeuw in eenige steden aan de Middellandsche Zee sporadisch
+tegenkomen, dateert de aera van het kapitalisme, eerst van af de 16e
+eeuw. Daar waar zij optreedt, is de opheffing van de lijfeigenschap
+reeds lang een voldongen feit, en het glanspunt van de Middeleeuwen,
+het bestaan van de souvereine steden, is daar een geruimen tijd reeds
+aan het verbleeken.
+
+"Historisch, hun tijdperk kenteekenend in de geschiedenis der
+oorspronkelijke akkumulatie, zijn alle revoluties, die der zich
+vormende kapitalisten-klasse als hefboomen dienden; voor alles
+evenwel die momenten, waarin groote menschenmassa's plotseling
+en gewelddadig van hunne bestaansmiddelen werden losgerukt en als
+vogelvrije proletariërs op de arbeidsmarkt werden geslingerd. Deze
+expropriatie van de landelijke producenten, van de boeren, van grond
+en bodem, vormt de grondslag van dit gansche proces. Hare geschiedenis
+neemt in verschillende landen, verschillende kleuren aan en doorloopt
+verschillende phazen in verschillende achtereenvolgende reeksen en in
+verschillende tijdperken der geschiedenis. Alleen in die van Engeland,
+bezit zij een klassieken vorm."
+
+
+
+De historische bewijzen, die Marx vervolgens aanhaalt om aan te
+toonen, op welk een gewelddadige manier men in den aanvang van het
+kapitalistisch stelsel in Engeland, zich van den bodem der vrije
+boeren heeft bemachtigd, welke men dan bovendien naar de steden heeft
+gejaagd, om ze aldaar bij de industrie als loonarbeiders in te lijven,
+zijn een doorloopende staving voor het voorgaande.
+
+Zoowel tot beschutting van den eigendom tegen vagebonden (in den regel
+van hunnen grond beroofde eigen-boeren), als ter bevordering van de
+omzetting van gemeenschappelijk eigendom in privaat-eigendom, zoo als
+Marx dit, met historische feiten in de hand, van Engeland weergeeft,
+zoo trad de staatsmacht ook daar handelend op, waar het gold de
+arbeiders te doen gewennen, aan de subordinatie en de discipline
+van het kapitalisme. Strenge wetten stelde de Staat, zoowel op de
+vagabondage (z. g. n. bloedwetgeving onder Hendrik VIII in 1530 en
+onder Elisabeth in 1572); als op het maximum dat het arbeidsloon
+mocht bedragen, en tegen arbeiders-coalities. Deze laatsten bleven
+in Engeland nog heerschen, tot aan het jaar 1825, toen zij moesten
+bezwijken voor den drang der arbeiders. Dit hoofdstuk over de
+"onteigening van het landvolk van grond en bodem", eindigt Marx aldus:
+
+"De roof der kerkelijke goederen, de frauduleuze ontvreemding van
+de staatsdomeinen, de diefstal van gemeenschappelijk-eigendom;
+de usurpatorische en met onbarmhartig terrorisme voltrokken
+revolutioneering van Feodaal en Clan-eigendom (zooals bijv. in
+Schotland), in modern privaat-eigendom, dat waren evenzoovele
+idyllische methodes van de oorspronkelijke akkumulatie. Zij veroverden
+het veld voor de kapitalistische agrikultuur, lijfden den grond en den
+bodem bij het kapitaal in, en schiepen daarmede voor de industrieën
+in de steden, de noodige toevoer van een vogelvrij proletariaat."
+
+
+
+Met het proletariaat, ontstond evenwel ook, de inwendige markt
+voor het kapitaal. Vroeger produceerde elke boerenfamilie zelf
+levensmiddelen en de voorwerpen voor huiselijk gebruik, die zij noodig
+had. Thans werd dit natuurlijk ook anders. De levensmiddelen kwamen,
+met de opkomst van het kapitalisme in de voortbrenging, als waren
+op de markt. De produkten der kapitalistische industrie,--in dit
+tijdstip: de periode der Manufaktuur,--vonden nu hunnen aftrek bij
+de loonarbeiders der industrie van de groote landgoederen, zoo ook
+bij de boeren zelf. Veeltijds was hun land te klein geworden, om ze
+voort te brengen; de landbouw werd voor hen tot nevenbedrijf en de
+huisindustrie voor het doel van eigen verbruik, trad op den achtergrond
+en maakte plaats voor een huisindustrie, die was voortbracht voor de
+kapitalisten. Voor den koopman in den aanvang, maar later voor den
+landelijken industrieel; eene der afschuwelijkste, maar tevens een
+der meest winstgevende vormen, van de kapitalistische uitbuiting.
+
+"Zoo gaat," zegt Marx, "hand aan hand met de expropriatie van vroeger
+hun eigen-bedrijf beoefenende boeren en met de losmaking van hunne
+produktiemiddelen, de vernietiging van landelijke nevenindustrie,
+het scheidingsproces van manufaktuur en agrikultuur."
+
+Een volgende paragraaf betitelt Marx:
+
+
+
+HET GENESIS DER INDUSTRIEELE KAPITALISTEN.
+
+Hij schetst daarin het ontstaan van het industrie-kapitaal.
+
+Wij zagen n.l. hoe het eigenlijke proletariaat werd geschapen, wij
+zagen ook hoe de kunstmatige overbevolking geschapen werd. Waarvan
+stamden evenwel, die groote kapitaalsrijkdommen in weinige handen,
+die de grondslag konden vormen, voor een verdere ontwikkeling van de
+kapitalistische produktiewijze?
+
+De middeleeuwen kenden, als van uit de oudheid overgeërfd, twee soorten
+van kapitaal: het woekerkapitaal en het koopmanskapitaal. Sedert de
+Kruistochten toch, was het handelsverkeer met het Oosten verbazend
+toegenomen en daarmede het koopmanskapitaal, en deszelfs centralisatie,
+in betrekkelijk weinige handen. Maar deze bronnen waren nochtans de
+eenige niet.
+
+"Het door woeker en handel gevormde geldkapitaal, werd door het feodale
+staatswezen op het land; door de gilde-inrichting in de steden,
+in zijne revolutioneering tot industrieel kapitaal gehinderd. Deze
+beperkingen, vervielen met de oplossing der feodale gevolgschappen, met
+de expropriatie en met de gedeeltelijke verjaging van het landvolk. De
+nieuwe Manufaktuur werd dan in een zee-exporthaven opgericht, of op
+zekere punten van het platteland, waar zij buiten de contrôle van
+het oude stadswezen en zijn gildewetten stond. In Engeland, heerschte
+daardoor een langen verbitterde strijd van de corporate towns, tegen
+deze nieuwe industrieele aanplant-scholen.
+
+"De ontdekking van goud- en zilverlanden in Amerika, de uitroeing
+en verslaving der ingezeten bevolking in de mijnen; de aangevangen
+verovering van Oost-Indië; de verandering van Afrika, in een
+jachtveld naar zwarte slaven, zij allen teekenen de dageraad van de
+kapitalistische produktie-aera. Deze idyllische processen, vormen
+de hoofdmomenten van de oorspronkelijke akkumulatie. Op den voet
+worden zij gevolgd, door de handelsoorlogen der Europeesche naties,
+met het aardrond als toeschouwplaats. Deze worden geopend, door den
+afval der Nederlanden van Spanje, nemen een reusachtigen omvang aan
+in Engeland's anti-Jakobussenoorlog, terwijl zij nog voort spelen,
+in de opiumoorlogen tegen China, enz.
+
+"De verschillende momenten der oorspronkelijke akkumulatie, verdeelen
+zich nu meer of minder, naar tijdelijke rij-opvolging namelijk,
+over Spanje, Portugal, Nederland, Frankrijk en Engeland. In Engeland
+worden zij aan het einde van de 17e eeuw, systematisch tezamengevat
+in koloniaal-systeem, staatsschulden-systeem, modern belastingsysteem
+en protektiesysteem. Deze methoden, berusten zelfs voor een deel
+op het brutaalste geweld, bijv. bij het koloniale systeem. Allen
+evenwel, nemen de Staatsmacht daartoe in hun dienst,--deze
+geconcentreerde en georganiseerde macht in de samenleving,--ten einde
+het revolutioneeringsproces van de feodale in de kapitalistische
+produktiewijze, kunstmatig te bevorderen en de overgangen daarvan, af
+te korten. Het geweld, is de vroedmeester van elke oude samenleving,
+die met een nieuwe zwanger gaat. Hij-zelf is een economische macht."
+
+Marx voert nog, in dit hoofdstuk tal van bewijzen van uitbuiting aan,
+door het Engelsche koloniale systeem en het systeem van het openbare
+crediet, dat der staatsschulden. Hij zegt: "het protektiesysteem was
+een middel tot het fabriceeren van onafhankelijke fabrikanten, tot
+het onteigenen van onafhankelijke arbeiders, om nationale produktie-
+en levensmiddelen te verkapitaliseeren en de overgang, van uit de oude
+in de moderne produktiewijze, op gewelddadige wijze te verkorten. De
+Europeesche staten verscheurden zich, om het patent dezer uitvinding te
+bekomen en eenmaal in dienst van de plusmakers getreden, brandschatten
+zij ten diens behoeve, niet alleen het eigen volk, indirekt door
+beschermende rechten, maar ook direkt door exportpremies enz. In de
+afhankelijke naburige landen, werden alle industrieën gewelddadig
+uitgeroeid, zooals dit bijv. geschiedde met de Iersche wolmanufaktuur
+door Engeland. Op het Europeesche vasteland werd, naar Colbert's
+voorbeeld, dit proces nog zeer vereenvoudigd. Het oorspronkelijke
+kapitaal, dat de industrieelen behoefden, vloeide hier voor een deel
+zelfs direkt uit de staatsschatkist."
+
+"Met de ontwikkeling der kapitalistische produktie gedurende de
+Manufaktuur-periode, had de publieke opinie in Europa, de laatste
+rest van haar schaamtegevoel en haar geweten ingeboet. De naties
+renommeerden op cynische wijze met elke infamie, die een middel tot
+kapitaals-akkumulatie kon zijn"....
+
+"Terwijl zij de kinderslavernij in Engeland invoerde, gaf de
+katoenindustrie tegelijkertijd den stoot, tot omzetting van de vroeger
+meer of minder patriarchale slaven-economie in de Vereenigde Staten,
+in een commercieel exploitatiesysteem. Over het algemeen, behoefde
+de omsluierde slavernij van de loonarbeiders in Europa, dan ook tot
+pièdestal, de slavernij sans phrase in de nieuwe Wereld.
+
+"Tantae molis erat, "de eeuwige" natuurwetten van de kapitalistische
+produktiewijze te ontbinden, het scheidingsproces tusschen arbeiders en
+arbeidsvoorwaarden te voltrekken; op de eene pool, de maatschappelijke
+produktie- en levensmiddelen in kapitaal om te zetten, op de tegenpool,
+de volksmassa in loonarbeiders, in vrije "arbeidende armen", dàt was
+het kunstprodukt, dat de moderne geschiedenis ons aanbood. Wanneer
+het geld, volgens Augier, "met natuurlijke bloedvlekken op den wang
+ter wereld komt", dan is het kapitaal ter wereld gekomen, besmet van
+kop tot teenen en druipend uit alle poriën, van bloed en vuil."
+
+Het nu volgende hoofdstuk handelt over:
+
+
+
+DE HISTORISCHE ZENDING VAN DE KAPITALISTISCHE AKKUMULATIE.
+
+In een kort overzicht, resumeert hier Marx de resultaten, uit zijn
+analyse en zijn onderzoek gewonnen. Thans gaat hij over tot het bepalen
+van de richting die het kapitalisme, eenmaal gekomen op de hoogte
+waarop het staat, consekwent en op de weg der ontwikkeling voortgaande,
+zal volgen. Marx heeft hier niet anders gedaan, dan in groote lijnen
+den weg van het proces aangegeven, niet de snelheid van dit proces,
+dat door tal van omstandigheden, soms kan worden onderbroken, soms
+kan worden vertraagd. Dit zagen wij ook reeds uit Marx zelf, bij
+het schetsen o. a. van het concentratieproces van het kapitaal. Men
+heeft Marx vaak, moedwillig zelfs, onderschoven, een profetie te
+hebben gegeven in deze bladzijden voor het heden, en dan verklaard,
+dat deze niet "uit is gekomen!" Het is zeker zeer gemakkelijk, eerst
+een carricatuur te maken van groote denkbeelden, die afgeleid zijn
+uit ervaring en analyse,--de grondpijlers voor elk wetenschappelijk
+onderzoek,--en dan deze te gaan bespotten. Marx profeteert niets. Marx
+leerde ons uit het verleden, het heden, uit het heden de toekomst af
+te leiden. Niet de toekomst-maatschappij, die eene afspiegeling zal
+moeten zijn van de economische en politieke verhoudingen, die dan de
+heerschende zullen zijn, maar van de toekomstige oplossing van het
+kapitalistisch produktiesysteem. Marx zegt dan:
+
+"Zoodra dit omwentelingsproces (van de oude verhoudingen tot
+zuiver privaat-kapitalistische) naar diepte en naar omvang, de oude
+samenleving in genoegzame mate heeft gerevolutioneerd; zoodra de
+arbeiders in proletariërs, hunne arbeidsvoorwaarden in kapitaal zijn
+omgezet, zoodra de kapitalistische produktiewijze op eigen beenen
+staat, verkrijgen de verdere socialiseering van den arbeid en de
+verdere verandering van den bodem en andere produktiemiddelen in
+maatschappelijk uitgebuitte, dus gemeenschappelijke produktiemiddelen,
+daarvandaan ook de verdere onteigening van den privaatbezitters,
+eenen nieuwen vorm. Wat thans onteigend moet worden, is niet langer
+meer de, zijn bedrijf zelf uitoefenenden arbeider, maar het is de
+vele-arbeiders-exploiteerende kapitalist!
+
+"Deze onteigening voltrekt zich, door de werking van de
+immanente wetten der kapitalistische productiewijze-zelf: door
+de centralisatie der kapitalen. Eén kapitalist slaat er velen
+dood. Hand-aan-hand met deze centralisatie, of expropriatie van
+vele kapitalisten door weinigen, ontwikkelt zich de coöperatieve
+vorm van het arbeidsproces, op steeds stijgender ontwikkelingstrap;
+de bewuste, technische toepassing van de wetenschap; de planmatige
+uitbuiting van de aarde; de revolutioneering van de arbeidsmiddelen,
+in slechts gemeenschappelijk te gebruiken arbeidsmiddelen, de
+economiseering van alle produktiemiddelen, door hun gebruik als
+produktiemiddelen van gecombineerden maatschappelijken arbeid;
+de omslingering van alle volken in het net van de wereldmarkt,
+en daarmede, het internationale karakter van het kapitalistische
+régime. Met het gestadig afnemende aantal kapitaal-magnaten, welke alle
+voordeelen van dit omwentelingsproces usurpeeren en monopoliseeren,
+groeien de massa van ellende en van verdrukking, de knechtschap, de
+ontaarding en de uitbuiting aan, maar óók de opstand daartegen, van
+de steeds aanzwellende en door het mechanisme van het kapitalistisch
+produktieproces-zelf, geschoolde, vereenigde en georganiseerde
+arbeidersklasse. Het kapitaal-monopolie wordt tot een band voor de
+produktiewijze, die met en onder haar is opgebloeid. De centralisatie
+der produktiemiddelen en de socialiseering van den arbeid, bereiken
+een punt, waarop zij onverdragelijk worden met dit hun kapitalistisch
+omhulsel. Dat springt dan uiteen. Het uur der kapitalistische
+productiewijze heeft dan geslagen. De onteigenaars worden onteigend.
+
+"De, uit de kapitalistische produktiewijze voortkomende
+kapitalistische toeeigeningswijze, de kapitalistische eigendom dus,
+is de eerste negatie van het individueele, op eigen-arbeid gebaseerde,
+privaat-eigendom. Maar de kapitalistische produktiewijze, brengt
+met de noodzakelijkheid van een natuurproces, hare eigene negatie
+voort. Er is dus hier negatie van de negatie. Deze herstelt niet
+het privaat-eigendom, maar wel het individueele eigendom weder,
+op den grondslag van het door de kapitalistische aera veroverde:
+de coöperatieve arbeid en het gemeenschappelijk bezit van de aarde
+benevens de door den arbeid zelve geproduceerde produktiemiddelen.
+
+"De revolutioneering van het, op eigen arbeid der individuen
+berustende, versplinterde privaat-eigendom in den kapitalistischen, is
+natuurlijk een proces, onevenredig langdurig, hard en moeielijk, aan de
+revolutioneering van den feitelijk reeds op maatschappelijken grondslag
+berustenden, kapitalistischen eigendom, in maatschappelijken. Dáár
+was het te doen, om de expropriatie van de geheele volksmassa door
+enkele overweldigers, hier zal het te doen zijn, om de onteigening
+van enkele overweldigers door de gezamenlijke volksmassa."
+
+
+
+
+
+
+
+SLOT.
+
+
+Met deze uiteenzetting van de kritiek, door Marx geoefend op het
+kapitalisme, is het belangrijkste, uit het Eerste deel van "Das
+Kapital" in hoofdtrekken weêrgegeven. De inhoud der volgende deelen,
+die tot nog toe verschenen zijn, hier weer te geven, zou een dubbel
+zoo dik boek als dit is, noodzakelijk maken. Marx behandelt in de
+andere deelen, den zoo belangrijken détailarbeid, die voortsproot uit
+de algemeene wedergave van zijn critiek en van zijne analyse van het
+kapitalistisch produktieproces. Deze volgende deelen, zijn dan ook
+in hooge mate interessant voor den vak-geleerde, maar eigenen zich
+uiteraard niet, tot een eenigszins populaire verkorting.
+
+Wat het hier weêrgegevene betreft, verklaren wij,--en dit is om alle
+misverstand op te heffen,--slechts op de belangrijkste gedeelten uit
+Marx de aandacht te hebben gevestigd. Uit den aard van de zaak moet
+dit dus wel onvolledig werk zijn.
+
+De ruimte waaraan wij gebonden waren, heeft ons overal zeer groote
+beperkingen opgelegd.
+
+Waar het vervolgens mogelijk en doenbaar was, lieten wij Marx met
+zijn eigen woorden en in zijn eigen taal aan het woord. Het noodige
+verband is er door ons,--hier en daar door middel van de populaire
+uiteenzetting van Karel Kautsky daarbij te gebruiken,--aan de
+brokstukken toegevoegd. Maar wij vleien ons, den gemiddelden lezer,
+een goed begrip te hebben gegeven van Marx' denkbeelden. Zoo ook van
+zijn levenswerk "Das Kapital" voor een belangrijk gedeelte, duidelijk
+te hebben ontwikkeld, datgene, wat er, naar men zou kunnen zeggen,
+de grondpijlers van vormt.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+Voorwoord Bladz. I.
+
+Inleiding. Bladz. VII.
+
+Beteekenis van het socialisme, bladz. VI. Communisme der Evangelieën
+en Middeneeuwen, bladz. VII. Wortels van de moderne sociaal-demokratie:
+Plato, Thomas Morus, Sekten vóór de Hervorming, bladz. VIII. Sekte der
+Kwakers: John Bellers;--Staatsromans van Thomas Hobbes en in de 18e
+eeuw--"Testament van Jean Meslier", bladz. X. Utopieën der 18e eeuw:
+Morelly, de Mably, Brissot de Warville, bladz. XI.
+
+
+
+Eerste Gedeelte Bladz. 13.
+
+Hoofdstuk I.
+
+De Fransche Revolutie van 1789, bladz. 13. Jean Paul Marat, François
+Boissel, bladz. 14. Saint-Just en Babeuf, bladz. 15. Het Eerste
+fransche Keizerrijk, bladz. 18.
+
+
+Hoofdstuk II Bladz. 20.
+
+De Socialistische Utopisten. Graaf de Saint-Simon, bladz. 21. Brieven
+uit Genève, bladz. 22. "Inleiding tot een wetenschappelijken arbeid
+der 19e eeuw", bladz. 24. Saint-Simon's ethiek, bladz. 25. Over
+de hervorming van de europeesche samenleving, bladz. 27. "Over de
+Industrie", bladz. 28. Verhandelingen over de politiek,--Scheiding van
+Saint-Simon en A. Thierry, bladz. 31. Verschijning van L'organisateur;
+le "Parabole" (de gelijkenissen), bladz. 32. "Het nieuwe Christendom,"
+bladz. 35. Saint-Simon's einde, bladz. 39.
+
+Charles Fourier, bladz. 40. "Theorie van de vier Bewegingen",
+bladz. 42. De "nieuwe industrieele en sociëtaire wereld",
+bladz. 47. "L'harmonie Universelle et le Phalanstère", bladz. 48. Leven
+in een Fouriersche "Phalanstère", bladz. 55. Verdeeling der
+arbeidsopbrengst, bladz. 56. Fourier over Bevolkingsleer,
+bladz. 59. De "phazen der beschaving en hare eigenschappen" bij
+Fourier, bladz. 61. Critiek op Handel en Staatswezen, bladz. 63. De
+Fouriersche school, Fourier's dood, bladz. 65.
+
+Robert Owen, bladz. 65. Owen's eerste optreden als fabrikant,
+bladz. 68-69. Owen's optreden als sociaal fabrikant,--de
+Inrichtingen van "New Lanark", bladz. 73. De eerste kleine-kinderen
+bewaarplaats door Owen gesticht, bladz. 75. Owen's grondprincipes,
+bladz. 76. "Nieuwe inzichten omtrent de samenleving" enz.,
+bladz. 77. Owen in aanzien, bladz. 81. Owen verlaat New-Lanark,
+bladz. 82. Kolonie "New Harmony", bladz. 83. Ruilbank-plannen,
+bladz. 84. Het werk "The New Moral World", bladz. 84. Denkbeelden over
+de menschelijke natuur, bladz. 84. Over de verdeeling van den rijkdom,
+bladz. 85. Over de taak van het staatsbestuur, bladz. 87. Critiek
+op de arbeidstoestanden en op den Godsdienst, bladz. 87. Over
+belastingen, bladz. 88. Over de vestiging der "Communiteiten",
+bladz. 89. Overgangsbepalingen van de oude maatschappij naar
+de communiteiten, bladz. 92. De "Vierentwintig stellingen",
+bladz. 92-93. Owen's vergelijking met de wervels, bladz. 96. Owen en
+de "Heilige Alliantie", bladz. 98. Hervormingen der Trade Unions,
+bladz. 99. Owen's einde, bladz. 100. Samenvatting der utopistische
+denkbeelden, bladz. 101.
+
+
+
+Tweede Gedeelte Bladz. 102.
+
+Hoofdstuk I.
+
+De ontwikkeling der philosophie. Verband van Kant, Fichte en Hegel
+met de denkbeelden van Marx, bladz. 103. Het engelsche Materialisme
+der 17e eeuw, 103-104. Invloed van John Locke en David Hume op
+het fransche Materialisme der 18e eeuw;--Helvetius "De L'Homme",
+bladz. 104. Kant's "Kritiek der zuivere Rede", bladz. 105. Kant's
+"Antimonieën", bladz. 106. Fichte's aanknooping aan Kant,
+bladz. 106. Schelling en Hegel, bladz. 107. Hegel's "dialektiek"
+in de geschiedeniswetenschap, bladz. 108. Kant's Moraal en Fichte's
+"Rechtsstaat," bladz. 110. Hegel's philosophische grondstelling,
+bladz. 110-111.
+
+
+Hoofdstuk II.
+
+De critiek op de Hegelsche philosophie, bladz. 112. L. Feuerbach's
+"Wesen des Christenthums", De stellingen van Marx over Feuerbach,
+bladz. 112-113. Karel Marx' eerste optreden, bladz. 115. Marx'
+jongelingsjaren en zijn connekties met Arnold Ruge enz.,
+bladz. 116. Verhouding tot de familie von Westphalen,
+bladz. 116. Marx in connektie met Bruno Bauer, Köppen, enz.,
+bladz. 117. Marx' promotie aan de Hoogeschool te Jena--"Die Rheinische
+Zeitung"--Opheffing dier Courant. Huwelijk van Marx--Marx' vertrek
+naar Parijs--"Deutsch-Französische Jahrbücher", bladz. 118-119.
+
+Arbeid van 1843--Critiek op de Rechtsphilosophie,
+bladz. 120-134. Artikelen van Marx over "de Jodenkwestie",
+bladz. 135-146. Eerste samentreffen met Friedrich Engels,
+bladz. 146. De "Vorwärts" uit Parijs en Engels' "Positie der arbeidende
+klassen in Engeland", bladz. 147. Samenwerking met Engels te Brussel,
+bladz. 147-148. "De Heilige Familie", bladz. 148-155.
+
+
+Hoofdstuk III.
+
+Marx tegen Proudhon.--"De ellende der Philosophie"
+antwoord van Marx aan Proudhon, bladz. 156. Proudhon's
+Economie, bladz. 158-160. Proudhon's geschiedenisconstruktie,
+bladz. 161-163. Marx' eerste, systematische beschouwing over de
+ontwikkeling der klassen, bladz. 164-166. Over de "Economen",
+bladz. 166-167. Over de "Socialisten", bladz. 167-168. Marx'
+systematische beschouwingen over de werkplaats en de ontwikkeling
+der Fabriek, bladz. 169-172. Marx over "werkstakingen en
+vakvereenigingen." Systematische beschouwing, over de historische
+taak van vak-arbeiders, bladz. 173-175.
+
+
+Hoofdstuk IV.
+
+Het historisch Materialisme, bladz. 176. Ontwikkeling der dialektiek
+van Hegel, bladz. 177. "De nieuwe levensbeschouwing en het
+"Humanitaire" socialisme", bladz. 177. Systematische uiteenzetting
+van het Historisch Materialisme--Voorrede van "De critiek der
+staathuishoudkunde" (1839). bladz. 178-180. "Deutsche Brusseler
+Zeitung" en "Westphälisches Dampfboot"--Arbeid in Brussel--Samenwerking
+met Moritz Hesz, Wilhelm Wolff enz. bladz. 180. Tegen het "ware"
+Socialisme,--Oprichting van den "Communistenbond" te Londen,
+bladz. 180-181. Het Communistisch Manifest, bladz. 181-195. Periode
+der "Neue Rheinische Zeitung".--Ondergang dier Courant--Dichtregelen
+van Freiligrath, bladz. 195-197. Over "Vrije Handel", bladz. 198-199.
+
+
+
+Derde Gedeelte Bladz. 200.
+
+Hoofdstuk V.
+
+De critiek op het kapitalisme.--"Das Kapital"--Oordeel van een Russisch
+critikus uit het "Voorwoord," bladz. 201-203. De Analyse van de Waar,
+203-205. De Waarde der Waren, bladz. 205-208. De Arbeidskracht als
+Waar, bladz. 208-210.
+
+
+Hoofdstuk VI.
+
+Het Geld. Funktie en beweging van het geld onder het
+kapitalisme, bladz. 211-218. Verandering van geld in kapitaal,
+bladz. 118-221. Voortbrenging van de Méérwaarde, bladz. 221-224. Het
+gewicht van de arbeidskracht daarbij, bladz. 224-225. De "relatieve"
+meerwaarde, bladz. 225-227.
+
+
+Hoofdstuk VII.
+
+Machinerie en groot-industrie, bladz. 228-234. Verlenging van
+den arbeidsdag daardoor, 234-236. Intensiviteit van den arbeid,
+236-237. De Fabriek, 237-239. Machine en Arbeiders, bladz. 239-241.
+
+
+Hoofdstuk VIII.
+
+Het Arbeidsloon, bladz. 242-244. Dagwaarde van de arbeidskracht,
+bladz. 244-246.
+
+
+Hoofdstuk IX.
+
+Het Akkumulatieproces van het kapitaal, bladz. 247-250. Hoe meerwaarde
+tot kapitaal wordt, bladz. 250-259. Concentratie van het Kapitaal,
+bladz. 259-269. De Industrieele reservearmée, bladz. 264-266.
+
+
+Hoofdstuk X.
+
+De tendenzen der kapitalistische
+produktiewijze--z. g. n. "Oorspronkelijke" akkumulatie,
+bladz. 267-272. Het "Genesis der industrieele kapitalisten." De
+historische zending van de kapitalistische akkumulatie, bladz. 274. De
+"onteigening der onteigenaars", bladz. 272-276. Slot, bladz. 276.
+
+
+
+
+
+
+
+VERBETERINGEN.
+
+
+ Bladz. 126, 17e regel van boven af, staat: à pari, moet zijn:
+ al pari.
+ ,, 203, 12e regel van boven af, staat: vormt, moet zijn: vorm.
+ ,, 207, 16e regel van boven af, staat: staan, moet zijn: staat.
+ ,, 208, 11e regel van onder af, staat: geschikte, moet zijn:
+ geschiktheid.
+ ,, 226, 8ste regel van onderaf staat: waren der waarde, moet
+ zijn: waarde der waren.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS ***
+
+***** This file should be named 38975-8.txt or 38975-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/8/9/7/38975/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/38975-8.zip b/38975-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..fb0f37b
--- /dev/null
+++ b/38975-8.zip
Binary files differ
diff --git a/38975-h.zip b/38975-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..c31e81b
--- /dev/null
+++ b/38975-h.zip
Binary files differ
diff --git a/38975-h/38975-h.htm b/38975-h/38975-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..50a6973
--- /dev/null
+++ b/38975-h/38975-h.htm
@@ -0,0 +1,16451 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2012-02-24T20:29:04Z. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>Karl Marx en zijne voorgangers</title>
+<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content="Jos. Loopuit">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content="Jos. Loopuit">
+<meta name="DC.Title" content="Karl Marx en zijne voorgangers">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content=
+"Marx, Karl (Karl Heinrich), 1818-1883.">
+<meta name="DC:Subject" content="Filosofie.">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/* Titlepage */
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/* End Titlepage */
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.correctiontable
+{
+width: 75%;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+table.alignedtext
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.alignedtext td
+{
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedtext td.first
+{
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedtext td.second
+{
+padding-left: 10px;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, .h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocPart
+{
+margin:1.58em 0%;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.opener, .address
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline
+{
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.hangq
+{
+text-indent: -0.35em;
+}
+.hangqq
+{
+text-indent: -0.44em;
+}
+.hangqqq
+{
+text-indent: -0.78em;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/* Tables */
+tr, td, th
+{
+vertical-align: top;
+}
+td.bottom
+{
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td
+{
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td
+{
+font-style: italic;
+}
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/* Poetry */
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/* Drama */
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/* End Drama */
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+table.tocList
+{
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum
+{
+text-align: right;
+width: 10%;
+border-width: 0;
+}
+td.tocDivNum
+{
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+}
+td.tocPageNum
+{
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+}
+td.tocDivTitle
+{
+width: auto;
+}
+span.corr, span.gap
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/* Font Styles and Colors */
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt
+{
+font-family: monospace;
+}
+.underline
+{
+text-decoration: underline;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/* End Font Styles and Colors */
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/* External Links */
+.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink
+{
+background-repeat: no-repeat;
+background-position: right center;
+}
+.pglink
+{
+background-image: url(images/book.png);
+padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+background-image: url(images/card.png);
+padding-right: 17px;
+}
+.exlink, .wplink, .biblink
+{
+background-image: url(images/external.png);
+padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+.titlePage
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd19e85width
+{
+width:551px;
+}
+.xd19e101width
+{
+width:535px;
+}
+.xd19e106
+{
+text-align:center;
+}
+.xd19e126
+{
+text-align:right;
+}
+.xd19e6612
+{
+margin:0px auto; display:table;
+}
+.xd19e6614
+{
+text-align:center;
+}
+.xd19e7710width
+{
+width:546px;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Karl Marx en zijne voorgangers
+
+Author: Jos. Loopuit
+
+Release Date: February 24, 2012 [EBook #38975]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd19e85width"><img src="images/front.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke voorkant." width="551" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">De groote denkers der eeuwen.</div>
+</div>
+<div class="docImprint">Algemeene bibliotheek van wijsbegeerte.<br>
+Amsterdam, Cohen zonen.</div>
+</div>
+<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd19e101width"><img src="images/titlepage.gif" alt=
+"Oorspronkelijke titelpagina." width="535" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first xd19e106">Karl Marx en zijne voorgangers.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">Karl Marx en zijne voorgangers</div>
+</div>
+<div class="byline">door <span class="docAuthor">Jos.
+Loopuit</span></div>
+<div class="docImprint">Cohen Zonen, Amsterdam</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd19e119" href="#xd19e119" name=
+"xd19e119">I</a>]</span></p>
+<div id="voorwoord" class="div1 preface"><span class=
+"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="main">Voorwoord.</h2>
+<div class="epigraph">
+<p class="first">&bdquo;Onwetendheid is de bron aller
+boosheid.&rdquo;</p>
+<p class="xd19e126"><span class="sc">Spinoza.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Er is zeer zeker in onze dagen geen belangrijker
+verschijnsel in de samenleving dan het socialisme. Het heeft zich met
+zulk eene elementaire macht, van den aanvang der vorige eeuw af baan
+gebroken, dat niemand, die eenig oog heeft voor het algemeen belang,
+zich aan die macht kan onttrekken, die er al meer en sterker van is
+uitgegaan.</p>
+<p>Iedereen die zijn tijd begrijpen en kennen wil, moet ook eene
+kennismaking met de denkbeelden der socialisten en de volksbewegingen,
+eene studie van de sociaal-demokratie en de arbeidersbeweging onzer
+dagen, binnen den kring van zijn onderzoek betrekken. Het bestaan van
+de sociaal-demokratie te loochenen valt niemand in onze dagen meer in,
+en niet minder wordt algemeen erkend, dat het socialisme in het
+algemeen en de theori&euml;n van de sociaal-demokratie in het
+bijzonder, niet van dien aard zijn, dat wij door ze te leeren kennen,
+ons weten, ons denken en ons voelen er niet in groote mate door zouden
+kunnen versterken.</p>
+<p>In een tijd van gisting, overal om ons heen, is er te meer reden om
+dit te doen, opdat wij weten wat anderen willen, die, zonder dat wij
+onderricht zijn over hetgeen zij leeren en voorstaan, voor ons niet te
+begrijpen zouden zijn. En wij moeten anderen begrijpen, willen wij
+ons-zelven begrijpen. Het moet ons duidelijk zijn wat anderen willen,
+willen wij ons een klaar denkbeeld kunnen vormen, van wat wij-zelf
+willen. <span class="pagenum">[<a id="xd19e135" href="#xd19e135" name=
+"xd19e135">II</a>]</span></p>
+<p>En in het willen onzer dagen, neemt dat van de socialisten eene
+groote plaats in. Wij begrijpen dat soms niet, wij zien hier alles aan
+voor het werk van enkele <i>personen</i>, van enkele leiders, wanneer
+wij niet leeren kennen, wat de werkelijke drijfkracht en de drijfveer
+hunner handelingen is. Wij begrijpen de hartstochten en de handelingen
+niet, zooals zij zich tegenwoordig openbaren in de arbeidersbewegingen
+van alle landen rondom ons, en ook in ons eigen land, wanneer wij ons
+niet op de hoogte stellen waaruit deze voortvloeien.</p>
+<p>Zeker, aan &bdquo;voorlichting&rdquo; van de publieke opinie
+ontbreekt het in onze dagen allesbehalve. Den tijd, dien Ferguson komen
+zag, waarin &bdquo;zelfs het denken tot een speciaal beroep zal
+worden&rdquo;, <i>is</i> reeds lang bereikt. De groote massa in onze
+dagen, <i>denkt</i> over groote vraagstukken, <i>denkt</i> over groote
+bewegingen en theorie&euml;n, in den regel niet meer <i>zelfstandig</i>
+na, maar laat voor zich denken, door dag- en weekbladschrijvers. Zij
+haalt hare wijsheid uit couranten, die voor het meerendeel hen de
+dingen mededeelen onvolledig, partijdig dikwijls en, wat niet het minst
+erg is, zonder de minste samenhang. Hoe zoude dit ook anders kunnen? De
+menschen hebben, in onze dagen van strijd-om-het-bestaan, van een
+zenuwachtig druk leven, waarin soms geen minuut mag verloren gaan voor
+de persoonlijke stoffelijke belangen, niet den tijd en ook niet de
+noodige gelegenheid, niet de kalmte en niet het geduld, die er noodig
+zijn om zich <span class="corr" id="xd19e155" title=
+"Bron: eenigzins">eenigszins</span> volledig op de hoogte te stellen
+van de groote maatschappelijke vraagstukken die het socialisme heden
+ten dage, aan onze beschouwing ter oplossing heeft voorgelegd.</p>
+<p>Ons dunkt het dan ook goed en eene voortreffelijke gedachte welke
+den uitgevers van dit werk bezielde, toen zij meenden in een zoo kort
+mogelijk bestek, een zoo volledig mogelijk overzicht te kunnen doen
+geven, van datgene wat de groote denkers van het socialisme en de
+groote grondvesters der sociaal-demokratische theorie&euml;n geleeraard
+hebben en niet minder, in welk verband en in welke verhouding hunne
+denkbeelden tot elkander stonden.</p>
+<p>Wat de theorie&euml;n der <span class="corr" id="xd19e162" title=
+"Bron: sociaal-demakratie">sociaal-demokratie</span> aangaat, en
+inzonderheid die harer grootste theoreticus Karel Marx, is het zeker
+z&eacute;&eacute;r belangrijk, dat het publiek in staat wordt gesteld
+&oacute;&oacute;k te leeren kennen, de afkomst van diens theorie en
+diens leven- en wereldbeschouwing. Groote denkers en schrijvers, maar
+voor&agrave;l groote stichters van eene school, komen geestelijk uit
+anderen voort. Zij vormen in geestelijk opzicht afstammingsvormen, uit
+andere hen voorafgegane geestelijke vormen, die zich belichaamden in
+vroegere denkers en schrijvers. <span class="pagenum">[<a id="xd19e165"
+href="#xd19e165" name="xd19e165">III</a>]</span></p>
+<p>Is dit zoo, en er is dunkt ons niet aan te twijfelen, dan behoeft
+men, om een duidelijk beeld van de theorie voor zich te hebben, gelijk
+zij ons wordt verklaard, ook te kennen, de wortels waaruit als &rsquo;t
+ware de stam is opgegroeid. Met andere woorden: men moet de stelsels
+kennen, zij het dan ook in groote en algemeene trekken, waaruit zij als
+theorie&euml;n zich hebben ontwikkeld. In de geheele wetenschap is dat
+een systeem, dat door geen ernstig onderzoeker meer wordt ongebruikt
+gelaten, waar het hem te doen is om een goed beeld van het terrein dat
+hij moet overzien, te verkrijgen. Dit moet ook bij de wetenschap, die
+het socialisme ons heeft verschaft, zoowel in de staathuishoudkunde, in
+de philosophie als in de sociologie, de methode van ons onderzoek
+zijn.</p>
+<p>En daarom zal in de volgende bladzijden het socialisme, zooals het
+zich heeft doen kennen in en na de <span class="corr" id="xd19e170"
+title="Bron: fransche">Fransche</span> Revolutie van 1789, worden
+behandeld. Zoo zullen de lezers ook kennis kunnen nemen van de scholen
+der eerste groote denkers van het socialisme, in de eerste helft van de
+negentiende eeuw.</p>
+<p>En niet minder zullen zij worden in kennis gesteld, met de groote
+philosophen uit dit tijdperk in Duitschland, omdat ook daaruit de
+sappen zijn getrokken, die Karel Marx in zich heeft opgezogen, ten
+einde daaruit zijne wereldbeschouwing te kunnen construeeren, daarin
+bijgestaan door zijn talentvollen trouwen vriend <span class="corr" id=
+"xd19e176" title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels. Want het
+moet hier op den voorgrond worden geplaatst, waar Marx genoemd wordt,
+kan dit bijna nooit anders geschieden, zonder dat zijn vriend Engels er
+niet bij te pas komt. Waar wij den laatsten dus niet altijd zullen
+noemen, daar, men vergete het niet, geschiedt dit omdat Marx, Engels
+in-zich bevat; terwijl wij het aan den laatste in zoo groote mate te
+danken hebben, dat wij den eerste begrepen hebben. De grootste
+popularisator van Marx&rsquo; denkbeelden en de man, die dezen heeft
+uitgewerkt waar <span class="corr" id="xd19e179" title=
+"Bron: Marx&rsquo;">Marx</span> ons alleen schema&rsquo;s heeft kunnen
+geven, is ten allen tijde Friedrich Engels &rsquo;t eerst geweest.</p>
+<p>En wij zullen vervolgens ook nog, om een meer volledig beeld te
+verkrijgen, de staatkundige stelsels doen kennen, waaruit Marx&rsquo;
+economie is voortgekomen en ten slotte de stelsels van anderen, die
+eenerzijdsch met die van Marx <span class="corr" id="xd19e184" title=
+"Bron: paralel">parallel</span> liepen, anderzijdsch eene andere
+richting gingen dan de zijne.</p>
+<p>Wij hopen hiermede te bereiken wat wij wenschen dat bereikt worde:
+den lezer zelf in staat te stellen, zich een zelfstandig oordeel te
+vormen over eene der belangrijkste, zoo niet het <i>belangrijkste</i>
+verschijnsel van onzen tijd. Of wij daarin geslaagd <span class=
+"pagenum">[<a id="xd19e192" href="#xd19e192" name=
+"xd19e192">IV</a>]</span>zijn, wij weten het niet, wij hopen het alleen
+maar.</p>
+<p>Niemand kan beoordeelen, welken indruk zijn werk op anderen maakt;
+wel, of hij naar zijn beste weten en kunnen getracht heeft het
+bereikbare in dat opzicht na te jagen. En wat ons aangaat, gegeven het
+bestek van dit werk, hebben wij al het mogelijke beproefd, om het
+resultaat dat er mede bereikt moet worden, ook te doen bereiken.</p>
+<p class="signed"><span class="sc">De Schrijver.</span> <span class=
+"pagenum">[<a id="xd19e200" href="#xd19e200" name=
+"xd19e200">V</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="inleiding" class="div1 introduction"><span class=
+"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="main">Inleiding.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De benamingen van socialist en <span class="corr" id=
+"xd19e206" title="Bron: sociaal-democraat">sociaal-demokraat</span>
+worden in onzen tijd dikwerf gebruikt, in dezelfde beteekenis dikwerf
+ter onderscheiding van elkander. Zoo zijn er een aantal personen die
+zich socialist noemen, zonder daarom de leer en de consekwenties van de
+<i><span class="corr" id="xd19e210" title=
+"Bron: sociaal-democratie">sociaal-demokratie</span></i> te aanvaarden;
+omgekeerd, spreken de vertegenwoordigers en de aanhangers, van &rsquo;t
+laatste dikwijls van het socialisme, hiermede bedoelende het gansche
+stelsel van de gemeenschappelijk-making der productiemiddelen.</p>
+<p>Van lieverlede evenwel, is men desondanks goed gaan begrijpen, wat
+er onder die benamingen verstaan wordt en weet men ook, dat onder
+sociaal-demokraten in het algemeen verstaan worden de aanhangers van de
+theorie&euml;n van Marx, zoowel zij, die men met de benaming
+&bdquo;Marxist&rdquo; bestempelt, als zij die niet geheel en al
+vasthouden aan <i>alle</i> consekwenties van dien leer. De
+algemeen-naam &bdquo;socialist&rdquo; is meer toepasselijk op hen, die,
+&ograve;f een sterker en krachtdadiger ingrijpen van den Staat en de
+overheid wenschen in de maatschappelijke positie van den arbeider: in
+de verhouding tusschen kapitaal en arbeid, of van die groepen, die het
+doel in het algemeen wel willen&mdash;n. l. voorstanders zijn van
+gemeenschappelijke maatschappelijke voortbrenging en verdeeling der
+goederen,&mdash;maar in de middelen om daartoe te geraken, van de
+<span class="corr" id="xd19e218" title=
+"Bron: sociaal-democraten">sociaal-demokraten</span> afwijken. Die meer
+door propaganda van de id&eacute;e van het socialisme in het algemeen,
+op het volk wenschen in te werken, terwijl zij dezen geestelijken
+arbeid geheel voorop stellende, praktische middelen in het
+tegenwoordige als van onwaarde of als van uiterst geringe waarde voor
+het doel achten. Onder deze laatsten kunnen dan ook wel de
+&bdquo;anarchisten&rdquo; worden gerekend, voor zoover zij <span class=
+"pagenum">[<a id="xd19e221" href="#xd19e221" name=
+"xd19e221">VI</a>]</span>geen voorstanders zijn van de z. g. n.
+&bdquo;propaganda door de daad.&rdquo;</p>
+<p>Het woord socialisme dankt zijn ontstaan in de vorige eeuw aan
+Pierre Leroux, een der scholieren van Saint-Simon en een philosophisch
+socialist, die, gelijk hij zeide, dit woord smeedde in de oppositie
+tegen het individualisme en daarmede eene politieke organisatie
+bedoelde, waarin het individu opgeofferd zou worden aan de gemeenschap.
+Dit begrip is dus, gelijk men ziet, zoo algemeen mogelijk; want
+feitelijk van af het bestaan der georganiseerde staat of gemeenschap,
+is steeds het individu, in meerdere of mindere mate, opgeofferd aan het
+belang van de gemeenschap. Het geeft den <i>feitelijken inhoud</i> van
+het woord dus, in &rsquo;t geheel niet we&ecirc;r.</p>
+<p>Er is nog een andere verklaring van het woord die eveneens van een
+franschen socialist van beteekenis stamt, en evenmin iets zegt en deze
+is van P. J. Proudhon<span class="corr" id="xd19e230" title=
+"Bron: ,">.</span> Toen deze in &rsquo;t jaar 1848 voor de Rechtbank
+stond, vroeg hem de president: of hij niet een socialist was?
+&bdquo;Zeker! meneer de president,&rdquo; antwoordde Proudhon;
+&bdquo;Nu&rdquo; vroeg deze hem, &bdquo;wat is dan eigenlijk het
+socialisme?&rdquo;&mdash;&bdquo;<i>Elke poging tot verbetering van de
+maatschappij</i>,&rdquo; antwoordde de
+ondervraagde.&mdash;&bdquo;<i>Maar dan</i>,&rdquo; zeide den
+president<span class="corr" id="xd19e239" title="Niet in bron">,</span>
+&bdquo;<i><span class="corr" id="xd19e243" title=
+"Bron: Zijn">zijn</span> wij tegenwoordig allen <span class="corr" id=
+"xd19e246" title="Bron: soalisten">socialisten</span>!</i><span class=
+"corr" id="xd19e249" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span>&mdash;&bdquo;<i>Precies zoo denk ik er
+ook over</i>,&rdquo; was het wederwoord van Proudhon.</p>
+<p>Hierbij sluit zich het bekende woord van den engelschen liberalen
+Staatsman Sir William Harcourt aan, die voor jaren geleden in het
+Engelsche Parlement uitriep: &bdquo;Tegenwoordig zijn wij allen
+socialisten!&rdquo;</p>
+<p>Is het woord socialisme, gelijk wij reeds zeiden, zeer onbestemd en
+vaag, en kan, gelijk men ziet, daar onder begrepen worden, al wat
+maatschappelijke verbetering der minder-gegoeden in onze samenleving in
+zich sluit, het begrip sociaal-demokratie heeft eene meer scherp
+belijnde, zeer wel te omschrijven beteekenis. Het sluit in-zich, een
+stelsel van maatschappelijke verandering, volgens bepaalde regelen,
+volgens bepaalde wetten, zou men kunnen zeggen. Het heeft een
+wetenschap ten grondslag, eene gesloten levens- en
+wereldbeschouwing.</p>
+<p>In het algemeen genomen, is de grondslag van de sociaal-demokratie,
+de erkenning dat geene duurzame en blijvende verbetering van de
+maatschappelijke toestanden mogelijk is, zonder opheffing van het
+privaat-bezit van de produktie-middelen der maatschappij, grond en
+bodem, machines, fabrieken, middelen van vervoer en verkeer, kortom al
+datgene waarmede tegenwoordig wordt voortgebracht. Dit beginsel is het
+communisme, ongeacht of dit in praktijk gebracht zal worden door middel
+<span class="pagenum">[<a id="xd19e262" href="#xd19e262" name=
+"xd19e262">VII</a>]</span>van eene gecentraliseerden staat of streng
+demokratisch-ingerichte gemeenschap, of dat de voortbrenging- en
+verdeelingswijze een meer federatief karakter zal dragen, zooals het
+<span class="ex">collectivisme</span> dat bedoelt.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Het communisme is z&eacute;&eacute;r oud. Afgescheiden van het z. g.
+n<span class="corr" id="xd19e271" title="Niet in bron">.</span>
+oorspronkelijke of <i>oer</i>-communisme, dat bij de oude volksstammen
+bijna zonder uitzondering gevonden werd en waarvan Morgan nog zeer
+sterk levende vormen gevonden heeft bij de Indianenstammen in N.
+Amerika, en den gemeenschappelijken eigendom bij de Germanen, waarvan
+von Maurer de overblijfselen in de &bdquo;marken&rdquo; enz. heeft
+opgespoord, vinden wij bij de eerste christelijke sekten, die
+ontstonden onder het Romeinsche Keizerrijk reeds het communisme in den
+vorm van gezamenlijk verbruik van de genotmiddelen. Het was een
+communisme der consumptie, niet een van voortbrenging.</p>
+<p>In de Evangeli&euml;n, zijn dan ook tal van uitspraken te vinden,
+die op dit communisme en de verachting van het persoonlijk bezit
+toespelen. De communistische denkbeelden die in het Evangelie en in den
+Bijbel worden gevonden, in verband met de komst van het
+&bdquo;Duizendjarig Rijk&rdquo;, hebben dan ook eeuwen op eeuwen
+achtereen een ontzaggelijken invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van
+vele sekten van communistische christenen, welke meestal bloedig zijn
+onderdrukt of verdwenen zijn, omdat de maatschappelijke praktijk zich
+niet met deze christelijke theorie deed vereenigen.</p>
+<p>Het klooster, in de vroege middeneeuwen ontstaan, is als eene poging
+tot verwerkelijking van het christelijk-communistisch ideaal te
+beschouwen. Niet minder de eerste van die groote b&eacute;del-orden,
+waarvan de stichter, de heilige Franciskus van Assisi als eerste
+voorwaarde leeraarde, de verachting voor al het aardsche, een leven
+zooals de stichter der Christelijke godsdienst dit zelve zou hebben
+geleid.</p>
+<p>Bij vele Kerkvaders der katholieke kerk vinden wij dan ook eene
+veroordeeling van den privaat-eigendom. &bdquo;De Rijke is een
+dief&rdquo;, zegt de H. Bazelius.&mdash;&bdquo;Het is noodzakelijk dat
+er eene soort gelijkheid besta, waarin de een den ander van zijnen
+overvloed geeft. Het ware beter als alle goederen gemeenzaam
+waren&rdquo;, zoo zegt de H. Johannes Chrijsostemus. &bdquo;De natuur
+heeft de gemeenschappelijkheid ingevoerd; de wederrechtelijke
+inbezitname, het privaat-eigendom&rdquo;, zegt de H. Ambrosius.
+&bdquo;Naar <span class="pagenum">[<a id="xd19e284" href="#xd19e284"
+name="xd19e284">VIII</a>]</span>recht en billijkheid moest alles aan
+allen behooren. De ongerechtigheid is het die den privaten eigendom
+geschapen heeft&rdquo;, zoo leerde de H. Clementius. Enz.</p>
+<hr class="tb">
+<p>De moderne sociaal-demokratie heeft, historisch gesproken: twee
+wortels. Beiden komen uit denzelfden bodem voort&mdash;de bestaande
+maatschappelijke- en eigendomsorde. De eene dezer wortels&mdash;het
+communistische utopisme&mdash;komt uit de hoogere klassen voort. De
+dragers van dit utopisme waren<a id="xd19e290" name="xd19e290"></a> den
+geestelijk aan den spits staanden in de maatschappij. Zij hebben hunne
+maatschappelijke idealen ne&ecirc;rgelegd in een of meer hunner werken.
+Middelijk of <span class="corr" id="xd19e292" title=
+"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> stonden zij onder den invloed
+van den griekschen wijsgeer Plato, den grooten scholier van Socrates,
+die in zijn &bdquo;<i>Staatsideaal</i>&rdquo; eene samenleving teekent,
+volgens een vast plan ingericht, en dat als zoodanig dan ook als de
+eerste maatschappelijke &bdquo;Utopie&rdquo; kan worden gerekend.</p>
+<p>Hem is als opsteller van een tweede staatsideaal, Thomas Morus
+opgevolgd, die in 1516 &bdquo;<i>Utopia</i>&rdquo; schreef als
+staatsman in dienst van Koning Hendrik VIII van Engeland.</p>
+<p>In deze &bdquo;<i>Utopia</i>&rdquo;, dat
+&bdquo;<i>geluksland</i>&rdquo; beteekent, ontwikkelt More, door
+gesprekken die hij zelve voert met gefingeerde tegenstanders, het
+stelsel eener volkomen communistische samenleving. &bdquo;Alleen het
+communisme is in staat de verschrikkelijke euvelen van de zich
+ontwikkelende kapitalistische maatschappij uit den weg te
+ruimen&rdquo;, zegt hij, al erkent hij daarbij tevens, dat de tijd er
+toe nog niet gekomen was.</p>
+<p>De andere wortel der sociaal-demokratie, is het
+&bdquo;gelijkheidscommunisme&rdquo;, hetwelk zijnen oorsprong vindt bij
+de onderste klassen der maatschappij, aldus genoemd, omdat het
+uitsluitend of voornamelijk steunde op den eisch van den
+&bdquo;gelijkheid der maatschappelijke goederen&rdquo; en ruw als het
+was, eigenlijk zonder preciesen vorm, ontsprong aan het religieus
+gevoel en overwegend steunde op den Bijbel, voornamelijk op de reeds
+hier te voren genoemde uitspraken en leeren van het Evangelie. Men
+vindt dit Communisme in tal van bewegingen in de Middeleeuwen; zooals
+die der Lollharden, de Begharden, de Waldenzen, de Hussiten, de
+Taborieten; de Boheemsche en Moravische Broeders; v&oacute;&oacute;r de
+groote beweging der Hervorming van 1515 onder Luther, tot diep in die
+beweging toe, door de Boerenoorlogen onder Thomas M&uuml;nzer in
+Duitschland en de bewegingen van de &bdquo;Wederdoopers&rdquo; in
+Munster heen. <span class="pagenum">[<a id="xd19e313" href="#xd19e313"
+name="xd19e313">IX</a>]</span></p>
+<p>Behalve deze sekten, waaronder er zijn, die gedurende langen tijd
+een grooten invloed hebben uitgeoefend op den voorarbeid en het tot
+stand komen der Hervorming, is het ook wel merkwaardig, dat wij reeds
+in 1235 bij een dichter van nog bekenden en grooten naam,
+communistische gedachten zien uitgesproken.</p>
+<p>In een gedicht: &bdquo;<i>Van de Wapene, Martijn</i>,<span class=
+"corr" id="xd19e321" title="Niet in bron">&rdquo;</span> zegt Jacob van
+Maerlant:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Martijn, die deutsce Loy vertelt;</p>
+<p class="line">Dat van onrechter gewelt,</p>
+<p class="line">Eigendom is comen.</p>
+</div>
+<p class="first">En dan:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Twee worde in die werelt sijn:</p>
+<p class="line">Dats allene &bdquo;Mijn&rdquo; ende
+&bdquo;Dijn&rdquo;,</p>
+<p class="line">Mochte men die verdriven;</p>
+<p class="line">Paijs ende vrede bleve fijn:</p>
+<p class="line">Het ware al vri, niemen eijgin</p>
+<p class="line">Manne metten wiven;</p>
+<p class="line">Het waer gemene tarwe ende wijn.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">De religieus-Communistische sekten leefden nog tot in
+de zeventiende eeuw voort. Zoo onder anderen ook in ons land nog onder
+de Labadisten, eene sekte welke door een franschen predikant Jean de
+Labadie in het leven geroepen, maar snel in het zand verloopen is.</p>
+<p>Nevens Thomas Morus, als schrijver van eenen uitgewerkten
+communistischen ideaalstaat, moet ook <span class="corr" id="xd19e353"
+title="Bron: Campannella">Campanella</span> worden genoemd, een monnik,
+die de &bdquo;<i lang="la">Civita Solis</i>&rdquo; of
+&bdquo;<i>Zonnestaat</i>&rdquo; geschreven heeft in het jaar 1620.</p>
+<p>In de eerste engelsche Revolutie vertoonden zich ook reeds
+genoegzame sporen van communisme en socialisme in den meer modernen
+zin; al wordt het geheel ook zeer sterk beheerscht door religieuze
+bijmengsels.</p>
+<p>Zoo de beweging der &bdquo;<span class="ex" lang=
+"en">Levellers</span>&rdquo; of &bdquo;gelijkmakers.&rdquo; Een der
+takken dezer beweging, de sekte der &bdquo;ware&rdquo; Leveller, had in
+1651/52 een boek uitgegeven getiteld: &bdquo;De wet der vrijheid, als
+program uiteengezet,&rdquo; of &bdquo;de wederherstelling van het ware
+regeeringssysteem<span class="corr" id="xd19e369" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> (<span lang="en">The Law of Freedom in a
+platform of True Magistracy Restored</span>), waarin ontwikkeld wordt,
+wat koninklijke regeering en wat republikeinsche of gemeentelijke
+regeering (&bdquo;<span lang="en">Commonwealth</span>&rdquo;) te
+beteekenen heeft. Het is &bdquo;bescheidenlijk <span class=
+"pagenum">[<a id="xd19e378" href="#xd19e378" name=
+"xd19e378">X</a>]</span>opgedragen aan Olivier Cromwell,&rdquo; zoo ook
+&bdquo;aan alle engelschen, die mijne broeders zijn, hetzij tot het
+Kerkverband behooren of niet, en over hunne hoofden heen, aan alle
+naties ter wereld.&rdquo; In dit boek ligt een gansch communistisch
+stelsel uitgebeeld. Op het &bdquo;koopen en verkoopen&rdquo;, worden
+daarin de hoogste straffen gesteld; niemand mag &bdquo;arbeid huren of
+zijnen arbeid verhuren&rdquo;, en wie land- of de vruchten daarvan
+verkocht, was des doods schuldig. Goud en zilver mag niet in munt
+worden omgezet, alleen tot huisraad mag het worden versmolten.</p>
+<p>Ook ontstonden in Engeland in de 17e eeuw de
+&bdquo;<i>Staatsromans</i>,&rdquo; d. w. z. die litteratuur, waarin in
+romanvorm het plan eener staatsinrichting werd ne&ecirc;rgelegd. Zoo de
+&bdquo;<i>Leviathan</i>&rdquo; door den staatsrechtsleeraar Thomas
+Hobbes in 1651 geschreven, en den daarna in 1656 verschenen
+&bdquo;<i>Oceana</i>&rdquo; van James Harrington. De eerste was een
+utopie van den absolutistischen Staat, waarin voor alle standen en
+geledingen der samenleving is gezorgd; de andere kan als zijnen
+<span class="corr" id="xd19e391" title=
+"Bron: onmiddelijken">onmiddellijken</span> tegenhanger gelden.</p>
+<p>Kommunistische tendenzen zaten er ook in sterke mate, in de, in de
+zeventiende eeuw opgekomen sekte der &bdquo;<i>Kwakers</i>&rdquo;,
+waarvan John Bellers (geb. 1654) als de voornaamste en meest practische
+kan worden beschouwd.</p>
+<p>Zoo ontstonden ook in de zeventiende en <span class="corr" id=
+"xd19e401" title="Bron: achtiende">achttiende</span> eeuw in Frankrijk,
+de utopische staatsromans, in den vorm van reisbeschrijvingen. Zij
+heetten o.a.: &bdquo;<span lang="fr">La terre australe
+connue</span>&rdquo;, waarvan Pierre Bayle een zekeren Gabriel Toigni
+als auteur noemt, voorts het boek: &bdquo;<i>De Reizen en Avonturen van
+<span class="corr" id="xd19e409" title="Bron: Jeacques">Jacques</span>
+Mass&eacute;</i>&rdquo;; het boek van de Fontenelle: &bdquo;de
+Republiek der philosophen of de geschiedenis der Ajao&iuml;er&rdquo;;
+Restif&rsquo;s boek: &bdquo;<i lang="fr">La decouverte australe ou
+lettres d&rsquo;un singe</i>&rdquo;; het boek van den abt
+F&eacute;n&eacute;lon: &bdquo;<i lang="fr">Telemach</i>&rdquo;;
+Ramsay&rsquo;s<span class="corr" id="xd19e420" title="Bron: ;">:</span>
+&bdquo;<i lang="fr">Les Voyages de Pyrus</i>&rdquo; en
+Pechm&eacute;ja&rsquo;s boek: &bdquo;<i lang=
+"fr">T&eacute;l&egrave;phe</i>&rdquo;.</p>
+<p>Hier moet ook nog worden melding gemaakt van den arbeid van <i>Jean
+Meslier</i>, gemeenlijk het &bdquo;<i><span class="corr" id="xd19e435"
+title="Bron: Testatement">Testament</span> van Jean Meslier</i>&rdquo;
+genoemd, dat in 1762 door Voltaire aan het publiek bekend werd en eene
+diepgaande critiek van den schrijver,&mdash;een armen en verdrukten
+dorpspastoor die bij zijn leven niet spreken dorst,&mdash;bevatte,
+zoowel op den godsdienst, als op de geheele inrichting der
+maatschappij. Dit &bdquo;<i>Testament</i>&rdquo; welks inhoud eerst
+later geheel bekend werd, daar Voltaire het slechts in zooverre gaf als
+het dienst kon doen voor <i>zijne</i> propaganda tegen de kerk, geeft
+de communistische gedachten weer over een gemeenschap, gelijk de
+schrijver zich die gedacht heeft.</p>
+<p>&bdquo;Ik wilde&rdquo;, roept Meslier uit aan het slot
+ervan<span class="corr" id="xd19e447" title="Niet in bron">,</span>
+&bdquo;dat mijn stem <span class="pagenum">[<a id="xd19e450" href=
+"#xd19e450" name="xd19e450">XI</a>]</span>konde gehoord worden van het
+eene einde van het koninkrijk tot aan het andere, neen, van het eene
+einde der wereld, tot aan het andere. Ik zo&ucirc; dan uit al mijne
+krachten schreeuwen: &bdquo;Gij zijt dwazen o, menschen! gij zijt
+dwazen, u zoo te laten knevelen en zoo blind te gelooven aan een aantal
+domheden! Ik zal u uwe dwaasheden toonen en u uwe leiders als
+bedriegers en menschenschenners laten zien&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Vereenigt u toch volk, vereenigt u proletari&euml;rs<a id=
+"xd19e454" name="xd19e454"></a>; vereenigt u zoo gij het hart hebt om u
+te bevrijden van uwe onderdrukkers!&rdquo;</p>
+<p>In 1755 verscheen er een boek in het licht &bdquo;<i lang="fr">Code
+la Nature</i>&rdquo; genaamd, door een vrij onbekend man, een
+schoolmeester <i><span class="corr" id="xd19e462" title=
+"Bron: Morellij">Morelly</span></i> genaamd, geschreven. Tevoren had
+hij reeds een roman geschreven &bdquo;<i lang="fr">Nauvrage des
+&icirc;les flottantes ou la Basiliade</i>&rdquo; (&bdquo;Schipbreuk van
+het drijvend eiland of de Basiliade&rdquo;) genaamd.</p>
+<p>Aan den spits van zijn ontwerp tot inrichting van een samenleving
+stelt hij <i>drie grondstellingen</i>, welke hij geheiligde grondpunten
+noemt, die de sociale gelijkheid kunnen waarborgen.</p>
+<p><a id="xd19e475" name="xd19e475"></a>1. Niets mag in
+privaat-eigendom zijn, dan wat elk tot werkelijk gebruik voor zijne
+behoeften, genoegens of dagelijkschen arbeid noodig heeft.</p>
+<p>2. Elk burger is een publiek wezen, dat recht heeft op onderhoud en
+op arbeid van wege de gemeenschap.</p>
+<p>3. Elk burger is verplicht, naar zijne krachten, talenten en volgens
+zijnen ouderdom, tot het publiek welzijn bij te dragen, naar die mate
+zullen zijn openbare plichten worden geregeld.</p>
+<p>Later nog, omstreeks de jaren van 1830, hebben onderscheidene
+socialistische denkers en schrijvers, en onder hen Louis Blanc zich
+dikwijls op deze stellingen van Morelly beroepen.</p>
+<p>Tot de <span class="corr" id="xd19e485" title=
+"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> volgelingen van <span class=
+"corr" id="xd19e488" title="Bron: Morrelly">Morelly</span>, behoorde in
+de eerste plaats: <i>Gabriel Bonnot de <span class="corr" id="xd19e493"
+title="Bron: Mablij">Mably</span></i>, in 1709 geboren en in 1785
+gestorven.</p>
+<p>In zijn boek, dat in 1768 uitkwam en getiteld is: &bdquo;<i lang=
+"fr">Doutes propos&eacute;s aux philosophes &eacute;conomistes sur
+l&rsquo;ordre naturel et essentiel des soci&eacute;t&eacute;s
+politiques</i>&rdquo; (&bdquo;Twijfelingen voorgesteld aan de
+economische wijsgeeren, nopens de natuurlijke en wezenlijke orde van de
+politieke samenleving&rdquo;), oefent hij eene diepgaande critiek uit
+op de maatschappij in verband met de eigendomskwestie. Hij is vooral
+<i>hier</i> in strijd met de &bdquo;<i>Physiokraten</i>&rdquo; waarmede
+hij tot op een zekere hoogte kon samengaan,&mdash;dat de persoonlijke
+vrijheid zich niet laat verbinden met den gemeenschappelijken eigendom,
+zooals dezen meenden.</p>
+<p>Vervolgens <i>Brissot de Warville</i>, in 1743 geboren en den
+31<sup>sten</sup> Mei <span class="pagenum">[<a id="xd19e515" href=
+"#xd19e515" name="xd19e515">XII</a>]</span>1793 onthoofd, als
+&bdquo;Girondist&rdquo;, die in zijn &bdquo;<i lang="fr">Recherches
+philosophiques</i>&rdquo; (&bdquo;Wijsgeerige onderzoekingen&rdquo;)
+zeer vergaande conclusies trok, omtrent de niet-noodzakelijkheid van
+den persoonlijken eigendom. Van dezen stamt de stelling, later door
+Pierre Joseph Proudhon overgenomen: &bdquo;<span lang="fr">le
+propri&eacute;t&eacute; c&rsquo;est le vol</span>&rdquo;
+(&bdquo;eigendom is diefstal&rdquo;), die men meermalen&mdash;ten
+onrechte&mdash;eene zuiver sociaal-demokratische noemde.</p>
+<p>En hiermede zijn wij genaderd tot het tijdstip der Fransche
+Revolutie van 1789, dat reeds lang te voren, door de geestelijke
+<span class="corr" id="xd19e525" title=
+"Bron: propagande">propaganda</span> der &bdquo;Verlichting&rdquo; was
+voorbereid door de fransche wijsgeeren van de 18<sup>e</sup> eeuw.</p>
+<p>Zij ontsluit een nieuwen tijd. Door haar is de burgerklasse tot
+macht en invloed gekomen, na haar is de moderne kapitalistische
+produktiewijze ontstaan en door haar<a id="xd19e533" name=
+"xd19e533"></a> zijn dus middelijk de voorwaarden tot de
+sociaal-demokratie van Karel Marx geschapen.</p>
+<p>Wij zullen in het nu volgend hoofdstuk nog nagaan, op welke wijze er
+reeds in die Revolutie-zelve, gearbeid werd aan of gedacht werd over,
+socialistische of communistische idealen. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="pt1" class="div0 part">
+<h2 class="main">Eerste gedeelte.</h2>
+<div id="ch1.1" class="div1 introduction"><span class=
+"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk I.</h2>
+<h2 class="main">De Fransche Revolutie van 1789.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Toen de <span class="corr" id="xd19e549" title=
+"Bron: achtiende">achttiende</span> eeuw ten einde neigde, had de
+economische ontwikkeling van Engeland die van Frankrijk reeds vrijwel
+ingehaald niet alleen, maar was haar reeds boven het hoofd gewassen.
+Maar in Engeland hadden reeds in 1648, en daarna in 1688 in de z. g. n.
+&bdquo;<span class="ex" lang="en">glorious revolution</span>&rdquo;
+(&bdquo;glorierijke omwenteling&rdquo;) de burgerlijke klassen
+gezegevierd over den adel en het absolute koningschap.</p>
+<p>De strijd der fransche burgerklasse richtte zich tegen alle
+bestaande grondslagen der maatschappij en nergens is zoo van grond uit
+met het oude opgeruimd, dan in Frankrijk in het Revolutietijdperk van
+1789.</p>
+<p>De fransche burgerij, die den strijd had te voeren tegen de absolute
+monarchie en de gepriviligeerde klassen van den adel en de groote
+geestelijkheid, had in dezen strijd het gansche volk achter zich. Maar
+dit duurde niet lang; spoedig genoeg, en wel voornamelijk toen het gold
+de vaststelling van ieders rechten, kwam de verdeeldheid van meening
+aan het licht, die reeds in den strijd om het bestaan die de Republiek
+had te voeren, van grooten invloed moest wezen.</p>
+<p>Aan den eenen kant splitste de partij van den derden stand zich in
+die der fabrikanten, groote grondbezitters en handelskapitalisten, aan
+den anderen kant kwamen de arbeiders te staan en de <span class="corr"
+id="xd19e561" title="Bron: kleineburgers">kleine burgers</span>.</p>
+<p>Als vertegenwoordiger der laatste belangen, komt in het <span class=
+"corr" id="xd19e566" title=
+"Bron: revolutie-tijperk">revolutie-tijdperk</span> vooral <i>Jean Paul
+Marat</i> op, die hoewel zelve geen arbeider maar geneesheer,
+m&eacute;&eacute;r den proletarischen kant van <span class=
+"pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span>de
+Revolutie zag, dan vele anderen die met hem aan haren spits
+stonden.</p>
+<p>Marat werd vroegtijdig vermoord, door Charlotte Cordaij. En op
+aandringen van de <span class="corr" id="xd19e576" title=
+"Bron: Mirabeaux">Mirabeau</span>, de edelman die in het voorspel tot
+de Revolutie eene belangrijke rol had gespeeld, zou zelfs de
+burgerklasse haren vrede hebben gesloten met de constitutioneele
+monarchie, wanneer niet &eacute;n Mirabeau vroegtijdig was overleden
+&eacute;n de gebeurtenissen aan den grenzen niet z&oacute;&oacute;
+geloopen waren, dat alles noodig was om den inwendigen vrede te bewaren
+en dus aan de eischen der kleine burgerij en der arbeiders toe te
+geven.</p>
+<p>Maar na het tijdperk van den &bdquo;Terreur&rdquo;, toen het
+gematigde deel der bourgeoisie weder de bovenhand had gekregen, werd er
+hoe langer hoe meer opgetreden tegen de communistische tendenzen,
+vooral tegen die van de groepen der jakobijnen. Van de laatsten
+verdient in de eerste plaats hier vermeld te worden</p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Fran&ccedil;ois Boissel,</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">geboren te Joijeux in Vivarais in 1728, die in 1753
+advokaat van het parijsche Parlement werd, later naar het eiland St.
+Domingo ging, maar in 1789 bij het uitbreken van de Revolutie, naar
+Frankrijk terugkeerde.</p>
+<p>Hij trad in 1799 op, met een &bdquo;<i>Catechismus van het
+menschelijk geslacht</i>&rdquo;, waarin hij zeer koene conclusies trok
+uit de in 1789 geproklameerde &bdquo;Rechten van den Mensch&rdquo; en
+zijne ide&euml;n bloot gaf omtrent eene hervorming van de
+maatschappij.</p>
+<p>De voorwaarde om te komen tot eene maatschappij, waarin geen
+eigenbelang zal heerschen, en den eigendom niet eene private zaak, zag
+Boissel wel voornamelijk in eene <i>sociale opvoeding</i>. De kinderen
+moesten derhalve door de gemeenschap worden opgevoed meende hij.</p>
+<p>Als overgangsmaatregel stelt Boissel, en dit is voor hem als fransch
+socialist van de 18<sup>e</sup> eeuw typisch, eene &bdquo;progressieve
+inkomstenbelasting&rdquo; voor, die den rijken ten-slotte
+z&oacute;&oacute; belasten zal, dat voor hen het privaat-bezit elke
+waarde verliest. Uit de opbrengst zullen pensioenen moeten worden
+bestreden voor ouden en invaliden. Ook sloeg Boissel het oprichten van
+staatsmagazijnen van agricole produkten voor, en publieke
+werkinrichtingen voor werkeloozen van staatswege.</p>
+<p>Na hem, komt hier in aanmerking als maatschappelijk hervormer,
+Robespierre&rsquo;s vriend en volgeling</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name=
+"pb15">15</a>]</span></p>
+<h3 class="main">Saint-Just.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Deze, die in 1794 na Danton&rsquo;s val aan de
+regeering kwam, meende, dat zoolang er nog armen en behoeftigen waren,
+de zaak van de vrijheid, van de Republiek, in gevaar was. &bdquo;Duldt
+in den Staat noch eene ongelukkige, noch eene arme: alleen tot dien
+prijs zult gij eene ware republiek kunnen in stand houden!&rdquo; De
+economische gelijkstelling is de levensvoorwaarde voor de republiek; de
+rijkdom der &bdquo;aristokratie&rdquo; is voor de republiek evenzoo
+gevaarlijk als de ellende des volks. &bdquo;Er behooren noch rijken,
+noch armen te bestaan.... <a id="xd19e609" name="xd19e609"></a>Daar
+waar er te groote bezitters bestaan daar vindt men louter armen....
+<a id="xd19e611" name="xd19e611"></a>De rijkdom is een infamie&rdquo;,
+enz., ziedaar zijn meeningen.</p>
+<p>De ellende, die wel het naast, volgens Saint-Just, een gevaar
+oplevert voor de republiek, moest in de eerste plaats dan ook
+uitgeroeid worden. Dit was te vinden door zeer strenge agrarische
+wetten: &bdquo;Ten einde de zeden te hervormen en den nood te
+bevredigen, moest men beginnen, met een ieder wat land te geven. Het
+bedeldom moet worden tegengegaan door verdeeling van de nationale
+goederen onder de armen.&rdquo;</p>
+<p>Voor&aacute;l moest het volk zich op den landbouw kunnen toeleggen,
+daar alleen een landbouwend volk een &bdquo;deugdzaam&rdquo; en een
+vrij volk kan wezen.</p>
+<p>De mogelijkheid om de maatschappij gelukkig te maken, zag
+Saint-Just, evenals zoovele hervormers uit het midden der 18e eeuw dan
+ook gelegen in de wetgeving en die wel uitsluitend van uit een streng
+gecentraliseerden Staat. Saint-Just viel echter spoedig met
+Robespierre, wiens handlanger en vriend bij was, en hiermede ging ook
+zijn plan te gronde.</p>
+<p>Maar het eerst en het voornaamst werden communistische denkbeelden,
+te midden van de Fransche Revolutie verkondigd door een man, die niet
+aarzelde, zelfs niet onder het Schrikbewind, met zijn meeningen voor
+den dag te komen. Die man was:</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Fran&ccedil;ois No&euml;l Babeuf,</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">of, gelijk hij zich-zelf gaarne noemde, met eene
+herinnering aan de Romeinsche geschiedenis, <span class="ex">Grachus
+Babeuf</span>, werd in 1760 te Saint-Quentin uit Calvinistische ouders
+geboren.</p>
+<p>Op 16-jarigen leeftijd als schrijver bij een landmeter werkzaam,
+werd hij daarna ambtenaar bij het kadaster in Roije (Picardi&euml;). In
+deze positie leerde hij den slimmen nood waarin <span class=
+"pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>het
+landvolk zich bevond van nabij kennen en het is wel daaraan te wijten,
+dat hij zich reeds in 1887 onledig hield met de studie van de werken
+van Meslier, <span class="corr" id="xd19e634" title=
+"Bron: Morellij">Morelly</span> en <span class="corr" id="xd19e637"
+title="Bron: Mablij">Mably</span>, en met het vraagstuk van de
+afschaffing van den eigendom.</p>
+<p>Na de bestorming der Bastille, waaraan hij deel had genomen,
+bekleedde hij verschillende ambten in dienst van den Staat. In 1794
+stichtte hij het &bdquo;<span class="ex" lang="fr">Journal de la
+libert&eacute; de la presse</span>&rdquo;, dat later in
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">Tribun du peuple</span>&rdquo; werd
+omgedoopt. Na den val van Robespierre en zijnen aanval op degenen welke
+dezen ten val hadden gebracht, de Thermidoristen, werd hij, tezamen met
+een aantal eveneens radikale republikeinsch-gezinden, in de gevangenis
+geworpen. Hier was het, dat Babeuf de gelegenheid kreeg, om met hen van
+gedachten te wisselen, over het beginsel van de gelijkheid en te
+onderzoeken of de gelijkheid, zooals die tot nog toe was verstaan, wel
+eene grondstelling voor het maatschappelijk leven kon heeten van
+genoegzame waarde, om het geluk en het leven daarvoor te wagen. Zij
+werden tot twijfel daaraan gedreven, door de gebeurtenissen van den
+laatsten tijd, en kwamen tot de slotsom, dat het simpele <span class=
+"ex">politieke</span> axioma van de gelijkheid all&eacute;&eacute;n,
+geen ideaal kon zijn waarmede de menschheid gelukkig te maken was. Zij
+trokken uit de theorie&euml;n van Jean <span class="corr" id="xd19e651"
+title="Bron: Jeaeques">Jacques</span> Rousseau, die in die dagen, wel
+<i>de</i> bron waren van alle hervormers van voor en in 1789, de
+verdere consekwenties en de conclusie, dat ook het onderscheid in bezit
+moet worden weggenomen, wil de politieke gelijkheid geen
+chim&egrave;re, geen denkbeeldig iets blijken te zijn.</p>
+<p>In October 1795 weder vrijgelaten, ging Babeuf dadelijk aan het
+agiteeren voor zijne denkbeelden, die communistisch waren en de
+natuurrechtelijke politieke gelijkheids-ide&euml;n van Rousseau ten
+grondslag hadden. &bdquo;De mensch is van nature goed&rdquo; gelijk
+Rousseau leerde; <span class="corr" id="xd19e659" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>deze goede en onbedorven mensch werd
+eigenlijk nog maar vertegenwoordigd door die uit de onderste standen
+der samenleving, die van de weelde en de verdorvenheid daarmede gepaard
+gaande, bevrijd waren gebleven. Daarom moest door de toekenning van
+alle politieke rechten het volk tot de regeering brengen,&rdquo; omdat,
+gelijk men in 1793 zeide: &bdquo;<span lang="fr">le but de la
+soci&eacute;t&eacute; est le bonheur <span class="corr" id="xd19e664"
+title="Bron: commmun">commun</span></span>&rdquo; (het doel van de
+maatschappij is het gemeenschappelijk geluk.) <span class="corr" id=
+"xd19e667" title="Bron: Robespiere">Robespierre</span> verklaarde:
+&bdquo;<span lang="fr">Nous voulons un ordre des choses, o&ugrave;
+toutes les passions basses et cruelles soient enchain&eacute;es, toutes
+les passions bienfaisantes et g&eacute;n&eacute;reuses
+&eacute;veill&eacute;es par les lois.... <a id="xd19e672" name=
+"xd19e672"></a>Nous voulons substituer dans notre pays, la morale
+&agrave; l&rsquo;&eacute;go&iuml;sme, la probit&eacute; &agrave;
+l&rsquo;honneur, les devoirs <span class="pagenum">[<a id="pb17" href=
+"#pb17" name="pb17">17</a>]</span>aux biens&eacute;ances, le
+m&eacute;pris du vice au m&eacute;pris du malheur.</span>&rdquo; (Wij
+willen een orde van zaken, waarin alle lage en slechte hartstochten
+zullen worden vastgelegd, alle edele en weldadige hartstochten zullen
+worden opgewekt door de wetten... <a id="xd19e677" name=
+"xd19e677"></a>Wij willen in ons land de moraal stellen in de plaats
+van de zelfzucht, de braafheid<a id="xd19e680" name="xd19e680"></a>
+voor de eer, de plichten voor de zeden, de smaad van de gebreken voor
+die van het ongeluk). Babeuf wilde uitgaande van deze gedachten, als
+grondstellingen voor een ideale maatschappij, de arbeidsplicht van
+allen, wettelijke <span class="corr" id="xd19e682" title=
+"Bron: vasstelling">vaststelling</span> van het getal arbeidsuren;
+leiding van de produktie door eene, door het volk direkt gekozen
+opperste macht; verdeeling van den noodzakelijken arbeid onder de
+burgers onderling; afdoening van den <i>onaangenamen</i> arbeid door de
+burgers naar de rij af; het recht van alle burgers op gezamenlijk
+genot, en diensvolgens gezamenlijke verdeeling der
+gebruiksgoederen&mdash;welker voortbrenging, door de algemeene deelname
+daaraan natuurlijk zeer zoude stijgen&mdash;onder de individuen, naar
+de mate hunner behoeften.</p>
+<p>Dit communistisch stelsel verkreeg eene hoogere wijding bij Babeuf,
+dewijl hij het verdedigde, niet zoozeer met wetenschappelijke, als wel
+met godsdienstig-bijbelsche uitspraken en stellingen. Het communisme
+zou daarnaar een wil van God, de aardsche gelukzaligheid en de
+voorbereiding zijn tot de hemelsche; en de eenige drijfveer tot dat
+alles, zal de &bdquo;deugd&rdquo; zijn.</p>
+<p>Maar daar deze phantazie niet zoo dadelijk te verwerkelijken was,
+gelijk ook Babeuf wel begreep, zoo waren er een aantal maatregelen
+noodig voor het tegenwoordige, opdat in de toekomst de menschheid dit
+ideaal bereiken kon. In de eerste plaats dan moest er worden ingesteld
+eene &bdquo;groote nationale gemeenschap van goederen&rdquo;, waartoe
+zullen moeten behooren alle staatseigendommen, al het vermogen van de
+&bdquo;vijanden der volkszaak&rdquo; zoowel als alle goederen, welker
+aanbouw door de eigenaren derzelven, niet werd uitgevoerd. Elke
+franschman zal tot deze gemeenschap kunnen toetreden, doordien hij zijn
+vermogen ten haren dienste stelt en haar zijne arbeidskracht aanbiedt.
+Dan zal de gemeenschap de erfgename moeten zijn van elke private
+erfenis. De medeleden arbeiden gezamenlijk en krijgen daarvoor
+voedingsmiddelen in ruil, zooals eene &bdquo;matige en sobere keuken,
+die plegen op te leveren&rdquo;; zoowel alles wat noodig is voor het
+leven. Wie met schulden de gemeenschap bijtreedt, wordt van alle zijne
+verplichtingen ontheven.</p>
+<p>Dit zijn in &rsquo;t kort, de denkbeelden waarvoor Babeuf in 1795
+<span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name=
+"pb18">18</a>]</span>de agitatie in zijn &bdquo;<span class="ex" lang=
+"fr">Tribun du peuple</span>&rdquo; ondernam; die hij predikte in stad
+en land en daar hij een meester van het woord was in alle opzichten,
+zoowel door zeggingskracht als door woordenkeus zijn gehoor wist mede
+te sleepen, maakte zijne propaganda een geweldigen indruk. Vooral na
+den val der Jacobijnen, richtte hij er al zijne krachten op, dezen
+weder uit hunne verstrooidheid en tot hereeniging te brengen. Hij
+richtte weder een dier geheime genootschappen op&mdash;in de dagen van
+de 1789 eene zoo geweldige kracht,&mdash;die hij het genootschap van de
+&bdquo;<i>Gelijken</i>&rdquo; noemde. Daarnevens werden een aantal
+kleine &bdquo;clubs&rdquo; gesticht over het geheele land; zoodat naar
+men meende in vrij korten tijd Babeuf m&eacute;&eacute;r dan 17.000
+aanhangers van zijne sociale theorie&euml;n om zich heen had
+verzameld.</p>
+<p>Alsnu trad de regeering handelend op. De poging die er zoude worden
+gedaan om zich meester te maken van de macht in den staat, teneinde
+eene andere sociale orde van zaken in te stellen, was namelijk verraden
+geworden. In het begin van Mei 1796, werd Babeuf zelf in hechtenis
+genomen, nadat zijne vrienden reeds eerder gevat waren en terecht waren
+gesteld. De rechtbank veroordeelde hem wegens samenzwering tegen den
+staat ter dood, welk vonnis hij heldhaftig den 8ste prairial 1797, op
+de place de la Vend&ocirc;me onderging met zijn vriend Darth&eacute;.
+Van zijn medestanders waren er enkelen gevlucht, anderen tot deportatie
+veroordeeld.</p>
+<p>Dit was het einde van een man die in armoede geboren en in armoede
+geleefd heeft, en meende, dat het aan den goeden wil van een
+betrekkelijk klein aantal menschen lag, om de leuzen, die in de
+Revolutie van 1789, eene zoo geweldigen dienst hadden gedaan, tot
+werkelijkheid te maken. En hiermede hadden de socialistische pogingen
+in de Fransche Revolutie geboren, en die welke ten doel hadden deze
+hervorming tot eene radikale te doen zijn, voor goed schipbreuk
+geleden.</p>
+<p>De geheele Revolutie verliep verder in het Keizerrijk van Napoleon
+Bonaparte, die van eersten Consul der Republiek, weldra Keizer werd. En
+onder diens regeering had Frankrijk te veel oorlogen te voeren en
+genoot te veel eene betrekkelijken voorspoed, dan dat er aan de
+verwerkelijking der leuzen van 1789 kon worden gedacht.</p>
+<p>Eerst in de periode van het herstel, die der
+&bdquo;Restauratie&rdquo;, doken er weder plannen op, die er op doelden
+eene grondige sociale vervorming van de maatschappij, van eene
+kapitalistische in eene socialistische, in het leven te roepen.</p>
+<p>De moderne socialistische Utopisten, of gelijk men ze noemt
+<span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name=
+"pb19">19</a>]</span>de &bdquo;groote Utopisten&rdquo; kwamen als nu
+ten tooneele. De aanvang van de negentiende eeuw zag de socialistische
+denkers opstaan; zag den graaf de Saint-Simon en Charles Fourier in
+Frankrijk en Robert Owen in Engeland aan den arbeid gaan, ten einde het
+menschelijk ideaal, de algemeene welvaart en de grootste som van
+menschelijk geluk, te trachten tot werkelijkheid te maken. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch1.2" class="div1 introduction"><span class=
+"pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk II.</h2>
+<h2 class="main">De Socialistische Utopisten.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In alle kampen en verwarringen der Revolutie, als
+eenerzijds de hartstochten den hoogsten graad hadden bereikt,
+anderzijds de begeestering gloeide en zich in woorden en daden omzette,
+bleef er evenwel iets, dat de menschen, in weerwil van al hun peinzen
+en hunne inspanning niet begrijpen konden. De Revolutie had
+ontzaggelijke menschenoffers gekost, maar met het guillotineeren van
+menschen, bleef evenwel die toestand bestaan.</p>
+<p>Die toestand, een economische toestand, was het kapitalisme, dat
+juist door de revolutie in Frankrijk zich eerst recht ontplooien
+kon.</p>
+<p>Het kapitalisme had uit alle inwendige, zoowel als buitenlandsche
+verlegenheden der Republiek nut getrokken. Het had uit de confiscatie
+der goederen, het had uit de assignatenzwendel, uit de instelling van
+het wettelijk maximum, uit de rationeeringen, uit de veldtochten met
+hunne wapen-, kleeding- en voedingsleveranties; uit het continentale
+stelsel tegen Engeland; kortom, uit alle maatregelen, welke de
+Constiuante, de Conventie en het &bdquo;Comit&eacute; voor publiek
+welzijn&rdquo;, nam, door het Directoire het Consulaat en Keizerrijk
+heen zijn nut getrokken en er baten voor zich weten uit te slaan.</p>
+<p>De groote vermogens kwamen als paddestoelen uit den grond; de
+speculatie- en handelsgeest greep meer dan ooit om zich heen en alom
+maakte zich de <span class="corr" id="xd19e729" title=
+"Bron: kapitalische">kapitalistische</span> geest meester van alle
+private verhoudingen van de menschen onder-elkander. De theorie&euml;n
+van Adam Smith, die het individualisme tot den grondleer van de
+Staathuishoudkunde had verheven, kwamen van Engeland naar Frankrijk
+over en vonden daar geheel spontaan, ook hunne verwerkelijking.</p>
+<p>En onder het regime van Napoleon I was de oude orde van <span class=
+"pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>zaken
+weder teruggekeerd. De begeestering voor de &bdquo;gelijkheid der
+menschen&rdquo; verdween en na Napoleon&rsquo;s val kwam het
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">ancien regime</span>&rdquo;
+(&bdquo;de oude regeeringsorde&rdquo;) terug en alles scheen te gaan
+gelijken op de toestanden van v&oacute;&oacute;r 1789.</p>
+<p>Dat de geest van onderzoek echter nog bestond, bewezen wel op
+verrassende wijze twee mannen, die tegelijk, en onafhankelijk van
+elkander, opstonden in Frankrijk. De eerste, die wij hier zullen doen
+kennen, was de <span class="ex">graaf de Saint-Simon</span>.</p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Claude Henry de Rouvraij, graaf de Saint-Simon,</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">werd den 17en October 1760 geboren. Hij was een
+achterneef van den groothertog en pair van dien naam, die in zijne
+kroniek van het hof-leven onder Lodewijk XIV, eene der <span class=
+"corr" id="xd19e749" title="Bron: beroemste">beroemdste</span>
+memoire-werken geleverd heeft uit die dagen.</p>
+<p>Deze &bdquo;voorvaderen&rdquo; spelen dan ook in de
+Saint-Simon&rsquo;s leven geen geringe rol. Inderdaad stamde het
+geslacht in rechten lijn af van den lageren adel uit het graafschap
+Vermandois, waarvan onder de regeering van Lodewijk XIII, een medelid
+tot den rang van hertog werd verheven. Deze Vermandois nu, leidden hun
+geslacht af van Karel de Groote. In den droom, vertelt de Saint-Simon
+ons, was hem eenmaal Karel de Groote verschenen, om hem te profeteeren,
+dat hij &eacute;&eacute;nmaal als philosoof, het geslacht tot eene even
+groote eer zou wezen, als dezen dit als Vorst geweest was.</p>
+<p>Saint-Simon geloofde inderdaad dat hij, als &rsquo;t ware
+gepredestineerd was tot den rol van wereldbeheerschend philosoof. Zijne
+overspannen phantazie en zijne overigens levendige verbeeldingskracht,
+deden hem dingen gelooven, die zich in de werkelijkheid niet zoo hebben
+toegedragen als hij-zelf ze ons mededeelt.</p>
+<p>De Saint-Simon was een leerling van de groote d&rsquo;Alembert, de
+man die met Diderot en anderen medewerker was aan de beroemde
+Encyclopedie der 18e eeuwsche materialistische wijsgeeren in Frankrijk,
+v&oacute;&oacute;r de groote Revolutie. Zijn jeugd verliep in onvaste
+bezigheden. Wij vinden hem dan als officier in Frankrijk, dan als
+medestrijder van Washington bij de vrijheidsoorlog van de staten van
+N.-Amerika tegen Engeland; als diplomatiek agent op eigen gelegenheid
+in Nederland of als raadgever van ministeries in Spanje en Mexiko, in
+welk laatste land hij omvangrijke irrigatiewerken op touw zette.</p>
+<p>In de Revolutie verloor de Saint-Simon, evenals zoovelen, zijn
+gansche vermogen en aldus werd hij gedwongen te gaan werken voor zijn
+levensonderhoud. Dit deed hij z&oacute;&oacute;, dat hij, door
+<span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name=
+"pb22">22</a>]</span>middel van den koophandel, waarop hij zich
+toelegde, alras een nieuw vermogen had weten bijeen te krijgen. Maar
+ook dit was weder spoedig door een groote luxe en verkwisting
+verdwenen. De Saint-Simon zegt opzettelijk zich aan zoo groote
+verkwisting te hebben overgegeven, teneinde daardoor zijne kennis van
+het leven te vervolmaken en al het menschelijke, zelfs het
+m&eacute;&eacute;r dan menschelijke, bij de plannen die hij had voor de
+toekomst van het menschelijk geslacht, daarbij in oogenschouw te kunnen
+blijven houden. Dat hij ook lang genoeg gelegenheid heeft gehad de
+psychologie van de armoede te bestudeeren, en dat eveneens aan zijn
+eigen lijf, hinderde hem dan ook geenszins. Het is dan ook uit deze
+laatste periode zijns levens, dat zijn werkzaamheid als publicist, als
+denker en als hervormer dagteekent.</p>
+<p>Het uitgangspunt van de Saint-Simon&rsquo;s denken, was de erkenning
+van het armzalige van al het bestaande, van de gansche materieele,
+politieke en religieuze nood van zijnen tijd. Zijne critische blik, kon
+zich niet laten verblinden, door den glansrijken pronk van de weelde,
+die het nieuw-geschapen keizerrijk van Napoleon I ten toon spreidde;
+hij zag zeer goed daarachter, de ellende van dat bloeiend kapitalisme
+en zijn hart werd ten volle aangegrepen door der menschheid ganschen
+jammer. Over het algemeen genomen, was de Saint-Simon een Faustnatuur.
+Geniaal en vol van de hem verteerende weetgierigheid, dreef hem dit
+alles rusteloos voort naar eene allesomvattende kennis en tot een door
+niets in te toomen hartstocht, der menschheid gelukkig te willen maken.
+Dat hij bij dit onbeperkt streven, meer dan eens de re&euml;le feiten
+niet goed heeft kunnen zien, doet niets af aan dit groote feit, dat hij
+dingen heeft gezien in een tijd, toen nog door de geringe ontwikkeling
+van de kapitalistische maatschappij, geen mensch heeft kunnen zien wat
+<i>hij</i> zag.</p>
+<hr class="tb">
+<p>De Saint-Simon was 43 jaren oud, toen hij zijn eerste publieke
+geschrift schreef, genaamd: &bdquo;<span class="ex" lang="fr">Lettres
+d&rsquo;un habitant de Gen&egrave;ve &agrave; ses
+contemporains</span>.&rdquo; (&bdquo;Brieven van een inwoner van
+Gen&egrave;ve aan zijne tijdgenooten.&rdquo;) Het kwam uit in 1803,
+maar werd vergeten, totdat het in 1823 door zijne leerlingen aan deze
+vergetelheid ontrukt was geworden.</p>
+<p>In deze &bdquo;Brieven&rdquo; toonde de Saint-Simon reeds zijn
+denkbeelden aan, van der menschheid eene leiding te willen geven.
+Gelijk de maatschappij in de middeneeuwen door de geestelijkheid was
+<span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name=
+"pb23">23</a>]</span>geleid, zoo moest dit ook nu weder geschieden,
+thans door het denkend gedeelte van de samenleving.</p>
+<p>De hier door de Saint-Simon gedachte heerschappij van den geest,
+moest in waarheid die van het genie zijn. Deze genie&euml;n moesten
+onafhankelijk zijn; geen posten van de regeering behoeven aan te nemen
+en daardoor niet verplicht zijn &bdquo;<span lang=
+"fr">secondairement</span>&rdquo; te denken. Zij moesten zich niet
+verlamd gevoelen, en met stoutheid zouden zij de wieken van hunne
+geestelijke meerderheid kunnen uitspreiden en daardoor de menschelijke
+maatschappij steeds ten zegen kunnen verstrekken. &bdquo;Ruimte voor de
+Archimedessen!&rdquo; was zijn uitroep&mdash;&bdquo;geen hulde meer aan
+de Alexanders!&rdquo; Met andere woorden: de tijd die aangebroken was
+beteekende volgens hem, een ten troon stijgen van de wetenschap, die de
+plaats innam van de studie van den oorlog.</p>
+<p>Bij zijn plan tot organisatie van de maatschappij, verdeelde hij de
+menschen in drie klassen. De eerste klasse was die van de vooruitgang;
+zij was samengesteld uit de geleerden, de mannen van de kunst, en
+allen, die liberale denkbeelden ten beste van de samenleving te geven
+hadden. De tweede was die van het behoud, zij bestond uit de eigenaars
+van den grond. De derde klasse was die van de gelijkheid. Zij bevatte
+dat deel van de menschheid dat niets bezat, geen eigendom, ook niet een
+geestelijk.</p>
+<p>Tot de eerste klasse zeide hij: &bdquo;Gij geleerden en kunstenaars,
+gij hebt den scepter der publieke opinie in uwen hand, grijpt dien aan
+met moed<span class="corr" id="xd19e788" title="Niet in bron">.</span>
+Overwint slecht der inertie van uwen stand. Mathematici maakt een
+aanvang!&rdquo;</p>
+<p>Tot de tweede klasse richtte zich de Saint-Simon met deze woorden:
+&bdquo;Aanvaardt mijn plan, doet het uit vrijen wil, want anders zoudt
+gij er door de geleerden toe gedwongen kunnen worden en zou de
+geschiedenis van 1789 zich voor u kunnen herhalen. Gij kunt de crisis
+nog beletten, en taak van den overgangstoestand kunt gij helpen
+verlichten. Gij kunt de &bdquo;regulateurs&rdquo; der beweging worden
+en op die wijze uwe plaatsen blijven innemen!<span class="corr" id=
+"xd19e793" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>En tot de derde klasse eindelijk zeide hij: <span class="corr" id=
+"xd19e798" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Vrienden maakt dat de
+rijken, die tot nu toe geen andere bezigheid gehad hebben dan u bevelen
+te geven, gedwongen worden u onderwijs te geven. Wie kunnen u anders
+voorthelpen dan de geleerden? Een geleerde is iemand die
+voor<i>ziet</i>, iemand die voor<i>spelt</i>.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e808" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Bedenkt wel dat gij d&aacute;&aacute;rom
+alleen, staat onder de heerschappij van de klasse van de
+eigenaars,&mdash;die tien- en twintigmaal geringer in aantal zijn dan
+gij&mdash;omdat de eigenaars u in verstand <span class=
+"pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>verre de
+meerdere zijn. Zoekt met hen op gelijken trap van ontwikkeling te
+komen. Zoowel geleerden, als kunstenaars moeten u daarbij ter hulpe
+komen. Door mijn ontwerp heb ik getracht alle plannen ter uwer
+ontwikkeling tot &eacute;&eacute;ne straal te leiden. Helpt dus!
+Schrijft in zoo gij kunt. Bij de keuze der benoemingen zal ik u
+helpen!&rdquo;</p>
+<p>Het plan beoogde eene algemeene organisatie der maatschappij, op
+deze grondslagen: &bdquo;de geestelijke macht in handen van de
+geleerden; de wereldlijke macht in hadden der eigenaars; de macht om
+h&eacute;n te benoemen, die de taak zouden te vervullen hebben van
+leiders der menschheid te zijn, in handen van een ieder. Het loon der
+regeerders moest bestaan in de algemeene achting en de eerbied die men
+hen zou toedragen.&rdquo;</p>
+<p>In deze &bdquo;<span class="ex">Brieven uit <span class="corr" id=
+"xd19e819" title=
+"Bron: Gen&eacute;ve">Gen&egrave;ve</span></span>&rdquo; wilde de
+Saint-Simon dus aan de menschheid eene nieuwe organisatie geven; een
+orde van zaken in de maatschappij, steunende op het denkbeeld, dat de
+geheele menschheid &eacute;&eacute;n eenheid was; dat er
+&eacute;&eacute;nheid moest komen in het menschelijk arbeiden en dat de
+geleerden en kunstenaars de mannen bij uitnemendheid waren, om dat
+werken te leiden en te besturen.</p>
+<p>De taak der vrouw was hierbij niet over het hoofd gezien en ook werd
+deze nieuwe orde van zaken door de Saint-Simon, tot een soort nieuwen
+godsdienst verheven.</p>
+<p>In 1807, na een leven van ontbering te hebben geleden, schreef de
+Saint-Simon zijn: &bdquo;<i lang="fr">Introduction aux travaux
+scientifiques du XIX-me Si&egrave;cle</i>.&rdquo; (Inleiding tot den
+wetenschappelijken arbeid der 19e eeuw). In zekeren zin was dit boek
+een antwoord op een prijsvraag door Napoleon Bonaparte uitgeschreven en
+aan het &bdquo;Instituut&rdquo; opgegeven onder het opschrift:
+&bdquo;geeft mij rekenschap van de vooruitgang der wetenschap sedert
+1789 en zegt mij, welke hare tegenwoordige toestand is en welke de
+middelen zijn om haar vorderingen te doen maken.&rdquo;</p>
+<p>De Saint-Simon past in zijn boek voor het eerst,&mdash;en dit is
+werkelijk een vooruitgang der wetenschap geweest, al werd het niet
+officieel erkend,&mdash;deze tweeledige methode toe: die der analyse en
+die der synthese. Door analyse, klimt men van bijzondere feiten
+&oacute;p tot een algemeen feit; door synthese daalt men van het
+algemeene tot de bijzondere feiten af, zoo stelde hij vast.</p>
+<p>De geleerden van de richting <i>a priori</i> waren voor hem die zoo
+als Bacon van Verulam en Descartes. Vooral de laatste, die tot den
+menschheid heeft durven zeggen, dat zij slechts gelooven moet die zaken
+welke haar door de rede worden aangetoond en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name=
+"pb25">25</a>]</span>bevestigd zijn door de ervaring; de man die het
+bijgeloof omverwierp en een volgens vaste methode te werk gaanden
+twijfel onderwees.</p>
+<p>De richting <i>a posteriori</i> was begonnen bij Locke en Newton in
+Engeland. De een op het gebied van de kennis van de georganiseerde
+wezens<span class="corr" id="xd19e843" title="Niet in bron">,</span> de
+ander op dat van de brute lichamen, verkregen hunne bewonderenswaardige
+resultaten door toepassing van de analyse.</p>
+<p>Beide methodes zegt de Saint-Simon, moeten worden vereenigd; het was
+de fout van de denkers der 18e eeuw, dat zij hierbij dachten aan strijd
+en aan tegenstelling. Zoowel het generaliseeren als het
+particulariseeren, zij hebben verder te zamen recht van bestaan.</p>
+<p>Na aldus de gansche wetenschap van de 18e eeuw te hebben getoetst
+aan deze twee maatstaven, gaat de Saint-Simon zich in beschouwingen
+verdiepen over den godsdienst. En dan krijgen wij eene krachtige
+uiteenzetting van hem, dat de Kerk in de middeneeuwen
+d&aacute;&aacute;rom zoo hoog in aanzien stond, omdat werkelijk de
+geestelijken van toen beter en intelligenter waren dan de leeken. Eerst
+toen die meerderheid van verstand en gemoed ophield te bestaan, kwam er
+scheuring.</p>
+<p>Volgens zijne inzichten, gaat de richting in het godsdienstige deze
+kant uit: het godsdienstig <span class="corr" id="xd19e853" title=
+"Bron: D&euml;isme">De&iuml;sme</span> maakt plaats voor het
+Physicisme, een godsdienst op natuurkennis gebouwd.</p>
+<p>Wat de ethiek aangaat, meent de Saint-Simon, dat het negatief
+beginsel van het Evangelie: &bdquo;Doe niet aan anderen, wat gij niet
+wilt dat men u doet&rdquo;, plaats moet maken voor een ander en een
+positief beginsel.</p>
+<p>&bdquo;<i>De mensch moet werken!</i>&rdquo; Het denkbeeld van den
+arbeid in den breedsten zin opgevat altijd. Maar een rentenier, iemand
+die niet persoonlijk het werk bestuurt dat zijn eigendom produktief
+moet maken, is een wezen dat de maatschappij tot last is. De zedeleer
+dient hierop steeds de aandacht gevestigd te houden. De wetgever moge
+het vrije en volledige gebruik van den eigendom toestaan, de moralist
+is genoodzaakt der menschheid en der openbare meening te drijven in de
+richting der erkenning, dat den nietsdoenden eigenaar, alle achting
+moet worden onthouden.</p>
+<p>In &rsquo;t jaar 1813 schreef Saint-Simon twee groote manuscripten,
+zij zijn het bij zijn leven gebleven, dewijl hij geen geld had om ze te
+laten drukken. Eerst in 1858 zijn zij gedrukt geworden. Zij zijn
+getiteld: &bdquo;<span lang="fr">M&eacute;moire sur la science de
+l&rsquo;homme</span>&rdquo; en &bdquo;<span lang="fr">Travail sur la
+gravitation universelle</span>&rdquo; (&bdquo;Memorie over de
+wetenschap <span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name=
+"pb26">26</a>]</span>van den mensch&rdquo;) en (&bdquo;Studie over de
+algemeene zwaartekracht&rdquo;)<span class="corr" id="xd19e873" title=
+"Niet in bron">.</span> Het eerste is wederom een poging om de
+Europeesche maatschappij te reorganiseeren. De studie van den mensch
+moest allereerst uitgaan van de physiologie, in de tweede plaats
+moesten de daden van het menschelijk geslacht beantwoorden aan de wet
+der ontwikkeling. De physiologie is de eenige positieve grondslag voor
+de kennis die de mensch noodig had. Volgens de Saint-Simon, had de
+literatuur als zoodanig, als voortbrengend middel van beschaving
+uitgediend; de kennis der natuur kon thans nog alleen tot resultaten
+leiden.</p>
+<p>De Saint-Simon&rsquo;s uitgangspunt was, dat de mensch van dezelfde
+natuur is als de dieren en alleen door eene betere organisatie van het
+lichaam, zich boven de dieren heeft weten te verheffen. De menschheid
+heeft evenwel gezorgd, de dieren op lageren trap te houden en daarom
+storend gewerkt op hunne ontwikkeling.</p>
+<p>De <span class="corr" id="xd19e880" title=
+"Bron: Saint Simon&rsquo;s">Saint-Simon&rsquo;s</span> betoog komt dan
+vervolgens hierop neer, dat het geheele stelsel van onze kennis
+daarheen moet worden georganiseerd, en gegrondvest moet worden op dit
+eene geloof: dat het geheel bestuurd wordt door eene enkele vaste wet.
+Alle systemen van toepassing nu, alle die van religie, van politiek,
+van moraal en van burgerlijk recht, zij zullen in overeenstemming
+moeten worden gebracht met dit nieuwe stelsel van kennis. De geheele
+maatschappij moest aldus worden geregeld, en volgens hem was de tijd
+daarvan niet meer zoo ver af. Immers, politieke en wetenschappelijke
+omwentelingen wisselen elkander beurtelings af.</p>
+<p>In zijn tweede geschrift, vervaardigd onder den indruk van
+gebeurtenissen van 1813, geeft hij o. m. een schoon overzicht van de
+philosophie, in den vorm van een toespraak van Socrates aan zijne
+leerlingen. En dan nogmaals, een overzicht van de waarde van de
+Middeneeuwen voor de beschavingsgeschiedenis der menschheid. Hij toont
+aan, hoe slecht de geschiedschrijving dit tijdperk begrijpt, door het
+te beschouwen als dat van de &bdquo;donkere eeuwen der
+barbaarschheid&rdquo;.</p>
+<p>Verder uitwerkende het denkbeeld, dat zoowel de zedelijke als de
+natuurwetenschappelijke, ja alle kennis berust op de wet der
+zwaartekracht, moeten de geleerden zelven, als geestelijke macht bij
+uitnemendheid, de leiding van de wereld op zich nemen. Het geleerdste
+lichaam moest de priesterlijke functie vervullen en de nieuwe paus van
+zulk eene nieuwe wereldorde, priester van positieve kennis, zal het
+tijdperk van den oorlog sluiten, dat van den vrede inwijden en de
+anarchie zal alsdan ophouden te bestaan.</p>
+<p>In 1814 verscheen onder den titel van: <span lang=
+"fr">&bdquo;<span class="ex">De la r&eacute;organisation <span class=
+"pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>de la
+Soci&eacute;t&eacute; Europ&eacute;enne</span>,<a id="xd19e896" name=
+"xd19e896"></a> par M. le Comte de Saint-Simon et par M. A. Thierry,
+son &eacute;l&egrave;ve.<span class="corr" id="xd19e898" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></span> (&bdquo;Over de hervorming van de
+europeesche maatschappij door de graaf de Saint-Simon en A. Thierry,
+zijn leerling&rdquo;), het eerste eigenlijke maatschappelijk
+hervormings-werk.</p>
+<p>De Saint-Simon stelde daarin voorop, dat de negentiende eeuw tot
+taak had te organiseeren, gelijk de aan haar voorafgaande, de
+18<sup>e</sup>, tot taak had de critiek op de maatschappij te
+leveren<span class="corr" id="xd19e907" title=
+"Niet in bron">.</span></p>
+<p>In de eerste plaats moesten de Mogendheden naar betere
+regeeringsvormen zoeken. Men vergete niet, dat de Saint-Simon dit
+schreef onder den geest van algemeene reaktie in de politieke
+gebeurtenissen na den val van Napoleon I. Dit betere moest zijn
+criterium vinden in de voorwaarde, dat onder zulk een regeeringsvorm
+elke <span class="corr" id="xd19e912" title=
+"Bron: questie">quaestie</span> van openbaar belang, achtereenvolgens
+<i>a priori</i> synthetisch en <i>a posteriori</i> analytisch werd
+onderzocht en behandeld.</p>
+<p>Dit was volgens hem all&eacute;&eacute;n mogelijk&mdash;en ook
+verwezenlijkt in het Engelsche parlementaire stelsel&mdash;waar voor
+het onderzoek <i>a posteriori</i> afzonderlijke en goed onderscheiden
+politieke machten waren gevestigd. Het Huis der Gemeenten ging alles
+na, uit het oogpunt der locale belangen, onderzocht de zaken <i>a
+posteriori</i>, terwijl de Koning daar te lande, het hooge standpunt
+vertegenwoordigde dat de zaken <i>a priori</i> behandelde. En het Huis
+der pairs was werkzaam als &bdquo;<span class="ex" lang=
+"fr">moderateur</span>&rdquo; (middelaar) tusschen beiden. Daarbij
+waren dan maatregelen genomen tegen het eventueele kwaad, dat de
+machtige koning het systeem op zijn grondslagen kon doen wankelen, door
+de verdeeling van de koninklijke uitvoerende autoriteit in twee deelen:
+den koning zelven en de verantwoordelijke ministers. Zijn plan kwam ten
+slotte hierop <span class="corr" id="xd19e935" title=
+"Bron: n&ecirc;er">ne&ecirc;r</span>, dat elke Europeesche staat een
+eigen parlement moest bezitten en dat al die parlementen boven zich
+zouden hebben: <i>een algemeen Europeesch parlement</i>. Dit zou zijn
+samengesteld uit twee Kamers, die der Gemeenten en die van de Pairs.
+Ieder millioen menschen in Europa dat lezen en schrijven kon, zou naar
+de Kamer der Gemeenten van dat groot-Europeesch parlement, een koopman,
+een geleerde, een magistraat en een administrateur benoemen. Van de
+berekening uitgaande, dat er in Europa 60 millioen menschen waren, die
+lezen en schrijven verstonden, zou men dus 240 leden hebben. Ieder lid
+van de Kamer zou voor 10 jaren gekozen worden en ten minste 25,000
+franken aan rente moeten zitten.</p>
+<p>Nevens die vermogende mannen, het element van de stabiliteit,
+<span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name=
+"pb28">28</a>]</span>zouden er uit de niet-vermogenden 20 leden bij
+worden gekozen, uit de bekwaamste geleerden, kooplieden, magistraten en
+administrateurs, die door die toelating eene dotatie van 25,000 franken
+aan grondeigendom zouden verkrijgen.</p>
+<p>De Pairs zouden door den Europeeschen koning worden benoemd uit de
+allerrijksten van Europa; ieder Europeesch pair zou ten minste 500,000
+francs aan rente moeten bezitten. Ook zouden hier nog 20 pairs bij
+kunnen toegelaten worden en gedoteerd, uit de mannen van wetenschap,
+industrie, magistratuur en administratie te kiezen. Over een
+Europeeschen koning, wiens instelling eveneens in het plan lag, heeft
+de Saint-Simon zich niet verder uitgelaten.</p>
+<p>Tot de <span class="corr" id="xd19e956" title=
+"Bron: bevoegheden">bevoegdheden</span> van het Europeesche parlement
+rekende de Saint-Simon in de eerste plaats, twistpunten oplossen
+tusschen de Mogendheden onderling. Verder het ondernemen en het leiden
+van groote werken van openbaar nut voor de Europeesche maatschappij,
+bijv.: het verbinden van den Rijn met den Donau en dat van den Rijn aan
+de Oostzee, enz. Dan ook zou dit Parlement het openbaar onderwijs, in
+zijn geheel, onder zijn beheer moeten nemen. Vervolgens, zou het
+&bdquo;<span class="ex">een Wetboek van de zedeleer</span>&rdquo;
+moeten ontwerpen en invoeren, gesplitst in voorschriften voor het
+algemeen en voor elke natie. Zulk een &bdquo;<span class=
+"ex">code</span>&rdquo; zou geheel Europa moeten worden ingeprent.</p>
+<p>Na zich aldus te hebben bezig gehouden met het najagen van
+hersenschimmen; immers in de dagen waarin hij &bdquo;<span lang="fr">De
+la R&eacute;organisation</span>&rdquo; schreef was er in de verste
+verte niet te denken aan de algemeene vereeniging van de Europeesche
+Staten, ging de Saint-Simon zijn groote denkkrachten besteden aan de
+hervorming van den arbeid. In Mei van &rsquo;t jaar 1817, kwam het
+eerste deel uit van &bdquo;<i lang="fr">L&rsquo;Industrie</i>&rdquo;
+(&bdquo;Over de nijverheid&rdquo;) onder het motto<span class="corr"
+id="xd19e973" title="Bron: ;">:</span> <span class="corr" id="xd19e976"
+title="Niet in bron">&bdquo;</span><span class="ex" lang="fr">Tout par
+l&rsquo;Industrie, tout pour elle</span>&rdquo;. (<span class="corr"
+id="xd19e981" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Alles door de
+industrie, alles voor haar.&rdquo;) Daarin was Augustin Thierry, den
+reeds genoemden leerling van de Saint-Simon aan het woord, die daarin
+een krachtig betoog hield over de nuttigheid van de industrieele
+klasse. In het oude Europa was de krijgsman in eere, hij achtte zich
+krachtig, omdat de menschen voor hem leefden; in het nieuwe Europa is
+de industrieel de hoofdpersoon, hij heeft het bewustzijn van zijn
+sterkte, omdat alle menschen zijn belang voorstaan en behartigen.
+Volgens de nieuwe beschouwing is thans <i>die</i> natie de eerste van
+allen, die het nuttigst voor de anderen is. Het geluk van een volk
+bestaat in maatschappelijke werkzaamheid: <span class="ex">eerst werken
+dan genieten</span>. &bdquo;Werkt voor allen, want allen werken voor
+u,&rdquo; d&aacute;t is de leuze van den nieuwen tijd! En de groote
+strijd die <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name=
+"pb29">29</a>]</span>nog gevoerd moet worden, gaat thans tegen de
+onwetendheid en tegen allen die door haar worden gevoed. De grondslag
+van de geheele politiek moet worden: elke natie is eene industrieele
+maatschappij.</p>
+<p>In het tweede deel van &rsquo;t boek is de Saint-Simon zelf aan het
+woord. De maatschappij is volgens hem niet anders dan de
+&eacute;&eacute;nheid, van de menschen die arbeiden. Deze gemeenschap
+kent slechts twee vijanden: de anarchie en het despotisme. Gedreven
+door hun eigen belang, moeten alle menschen ongestoord kunnen arbeiden.
+Maar er zwerven rondom hen, en in de maatschappij, een aantal
+<span class="ex">parasieten</span> rond, die niet arbeiden. De groote
+taak van elke regeering moet het zijn den arbeid tegen die schadelijken
+te beschermen. Een verbond van de industrie met de denkers moest
+vervolgens tot stand komen.</p>
+<p>De Saint-Simon&rsquo;s gevolgtrekkingen in dat boek waren:
+&bdquo;eerbied voor de produktie en voor de producenten&rdquo;; mannen
+van den arbeid moeten den gang en de loop van den Staat regelen; het
+verderfelijke van oorlogen en van <span class="corr" id="xd19e1000"
+title="Bron: monopolie&euml;n">monopoli&euml;n</span> moesten de
+menschen inzien; eene verbetering van de zedeleer was noodzakelijk,
+omdat aan den arbeid grooten eer diende bewezen te worden; iedereen
+behoorde zich te beschouwen, als behoorende tot het genootschap van
+arbeiders, <i>De politiek is de wetenschap der productie</i>. Laat den
+arbeider dus fier den standaard opheffen; industrie is
+gelijkbeteekenend met productie!</p>
+<p>In het derde deel, dat ook nog in 1817 verscheen, werd de wending
+die de maatschappelijke orde te gemoet moest gaan, tengevolge van het
+optreden van de industrie, uit een hooger standpunt bezien. Het
+tegenwoordig tijdstip was een overgangstijdperk, zoowel in zeden en
+gewoonten als in denkwijze. Geen regime kan zich vestigen, wanneer niet
+een daarmede in overeenstemming zijnd philosophisch stelsel zich eerst
+baan gebroken had en in de gedachten der menschen zich had <span class=
+"corr" id="xd19e1008" title="Bron: vasgezet">vastgezet</span>. En dan
+gaat de Saint-Simon in zijn boek verder de theologische zijde van het
+Christendom bestrijden. Zooals hij zeide: de &bdquo;<i lang="fr">morale
+c&eacute;leste</i>,&rdquo; had te wijken voor de &bdquo;<i lang=
+"fr">morale terrestre</i>&rdquo;; hemel en hel moesten niet langer de
+menschelijke gedachten in beslag nemen. Het rijk van de positieve
+ide&euml;n moest een aanvang nemen. Dit alles moet evenwel zeer
+voorzichtig geschieden; men moet met geduld te werk gaan; de bestaande
+kerken moeten niet worden met opheffing bedreigd, van-zelf zou dit wel
+geschieden. Maar de priesters zouden evenwel bij de wet gedwongen
+moeten worden, een examen af te leggen in de positieve
+wetenschappen.</p>
+<p>In het vierde deel, dat in 1818 uitkwam, zijn wij weder op
+<span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name=
+"pb30">30</a>]</span>praktisch terrein. De maatschappelijke kwestie,
+zegt de Saint-Simon daarin, geldt <span class="ex">de kwestie van den
+eigendom</span>. De eigendom moet geconstitueerd worden, met het oog op
+het groote welzijn van de maatschappij, onder het tweeledige
+gezichtspunt dat van den rijkdom en dat der vrijheid. Men moet het
+eigendomsrecht inrichten en bepalen op een wijze, die het gunstigst is
+voor het aangroeien van den rijkdom en voor het vermeerderen van de
+vrijheid van den arbeid. Het eigendomsrecht moet in zijn volle kracht
+blijven, maar de <span class="ex">uitoefening</span> van dat recht op
+deze of gene wijze, moet worden bepaald door een wet. En de Saint-Simon
+maakt in dit opzicht geen onderscheid tusschen de landbouw, het
+handels<span class="corr" id="xd19e1027" title="Niet in bron">-</span>
+en het fabriekswezen. Bij het <span class="corr" id="xd19e1030" title=
+"Bron: handel-">handels-</span> of fabriekswezen is de man die werkt en
+kapitalen opgenomen heeft, de meester dier kapitalen; bij den landbouw
+blijft hij die het land verpacht, die dus niet zelf aan het land werkt,
+de voorname rol vervullen. De oude kooplieden en handwerkers, hebben
+door vrijkooping hunner gemeenten hunne rechten moeten koopen; de
+rechten van de eigenaars van den grond echter steunen op verovering,
+steunen op het recht van den sterksten. De Saint-Simon wil aldus aan de
+landbouwende standen, de &bdquo;agricole industrieelen&rdquo; dezelfde
+rechten geven tegenover de grondeigenaren, als de kooplieden en
+nijverheidsmannen die reeds bezitten tegenover de lieden van het
+kapitaal. De vastheid van invloed, die den grondeigendom heeft, moest
+volgens hem, ophouden te bestaan. Bij de volle eerbiediging van den
+grondeigendom als zoodanig, wil hij den grondeigenaren niet geheel vrij
+laten in de uitoefening van deze hunne rechten; het individueele
+eigendomsrecht kan volgens hem, slechts worden gewettigd door het
+algemeene en het gemeenschappelijke nut dat er verkregen wordt, door de
+uitoefening van dat recht. Het nut kan veranderen, al naar mate de
+tijdomstandigheden veranderen.</p>
+<p>Men schept daardoor eene klasse van landelijke industrieelen, die
+opkomen voor hun grond, die mede betalen in de belasting, die dus ook
+invloed uitoefenen op het parlement en die aldaar &bdquo;de politieke
+partij van den arbeid&rdquo; kunnen helpen versterken.</p>
+<p>Saint-Simon wilde de voorwaarden waaronder de eigenaars hunne
+gronden kunnen laten verpachten goed zien vastgesteld en evenzoo de
+bepalingen, waarbij de eigenaars verplicht kunnen worden bij te dragen,
+in de verbetering van dien grond. Van groote waarde is ook voor de
+Saint-Simon het nut van grondcrediet-banken.</p>
+<p>Als dus zoodoende de landbouwkwestie zal kunnen worden gerangschikt
+onder de categorie van industrieele zaken, dan zal <span class=
+"pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span>de
+landbouw uit haar staat van verval op te heffen zijn en een bloeiend
+leven kunnen gaan leiden, evenals dit de industrie deed. Een zaak
+achtte de Saint-Simon hard noodig, en dat was de meerdere verbreiding
+van de kennis der economie. Onder die economie rekende hij
+v&oacute;&oacute;ral die van Adam Smith en J. B. Say. De economisten
+zijn volgens hem, en in bovenstaanden zin opgevat, de beste
+bondgenooten van de arbeidende klassen.</p>
+<p>In 1819 gaf de Saint-Simon een verhandeling over de politiek uit,
+getiteld: &bdquo;<i lang="fr">La Politique</i>&rdquo;, of zooals de
+ondertitel luidde: &bdquo;<span class="ex">Verhandelingen over de
+politiek, zooals zij aan de menschen der 19e eeuw voegt, door eene
+vereeniging van letterkundigen</span>.&rdquo; Dit geschrift is bijna
+uitsluitend van polemischen aard en is vooral gericht tegen de
+geringschattende wijze, waarop er destijds over den arbeid, van
+machthebbende zijden werd gesproken. De eigenaars, de bezitters werden
+toenmaals verklaard te zijn de eenige mannen van kennis en geschikt om
+het land te besturen. Dit was de Saint-Simon te veel. Hij riep alle
+produceerenden op, om eene nationale partij te vormen, tegenover de
+door de van reaktionaire zijde samengeperste nationale partij van
+uitsluitend mannen van grondbezit en groot-kapitaal. De klasse der
+produceerenden riep hij toe, dat zij zich moest bemoeien met de
+politiek &bdquo;dat zij was die der bijen van de maatschappij en dat
+zij verlost moesten worden&mdash;zichzelven moesten verlossen&mdash;van
+de hommels.&rdquo; Hij ried hun aan, eene petitie tot den koning te
+richten, met de bede: &bdquo;<i>Sire, wij zijn de bijen, verlos ons van
+de hommels!</i>&rdquo; Dan zal het begrepen worden, dat de producenten
+de kracht van het land zijn en dat het niets dan materialisme is,
+wanneer alleen de nationale vertegenwoordiging berustte op de macht van
+den grondeigendom en het aktieve element van den arbeid van elken
+invloed op den gang van zaken bleef buiten gesloten. Het geschrift is
+dan ook in twee afdeelingen gesplitst. Het eerste heet: &bdquo;<i lang=
+"fr">Le parti national ou industriel, compar&eacute; au parti
+anti-national</i>&rdquo; (&bdquo;De nationale of industrieele partij,
+vergeleken bij de anti-nationale partij.&rdquo;) Het tweede:
+&bdquo;<span lang="fr">Sur la querelle des abeilles et des frelons, ou
+sur <span class="corr" id="xd19e1058" title="Bron: ls">la</span>
+situation respective des producteurs et des consommateurs
+non-producteurs</span>&rdquo; (&bdquo;Over de twisten der bijen en der
+hommels of bijzonderlijk over de positie van de voortbrengers en de
+verteerders niet-voorbrengers.&rdquo;)</p>
+<p>Omstreeks dezen tijd was het, dat de Saint-Simon de medewerking van
+zijn leerling <span class="corr" id="xd19e1064" title=
+"Bron: en en">en</span> &bdquo;geadopteerden zoon,&rdquo; Augustin
+Thierry verloor. Zij gingen uiteen omdat beider opvattingen bleken te
+zeer uiteen te loopen. Thierry heeft later groote naam gemaakt als
+historicus, <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name=
+"pb32">32</a>]</span>en het is in deze hoedanigheid dat wij hem nog
+verderop met een enkel woord ook zullen hebben te noemen. Hij is met
+zijn historische werken tevens ook niet zonder eenige invloed op de
+ontwikkeling van Karl Marx en diens geschiedsphilosophie geweest.</p>
+<p>In plaats van Thierry trad nu als &bdquo;leerling&rdquo;, d. w. z.
+als medewerker van de Saint-Simon Auguste Comte op, eveneens een man
+die zich later onafhankelijk van zijnen vroegeren meester, een
+beroemden naam gemaakt heeft, door zijn positivistisch-philosophische
+denkbeelden. Ook was de tijd dat de Saint-Simon &bdquo;<span class="ex"
+lang="fr">L&rsquo;Industrie</span>&rdquo; uitgaf, blijkbaar voor dezen
+een goeden tijd, althans in finantieel opzicht. Dit laatste echter in
+zooverre, dat de uitgave van dit boek met milde hand werd gesteund door
+bankiers als Perier, Lafitte enz., zoowel als door edellieden van naam
+als de hertog de Broglie en de hertog de la Rochefoucauld, van wien er
+later weder terugkrabbelden toen de Saint-Simon zijn
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">morale terrestre</span>&rdquo; in
+plaats van de &bdquo;<span class="ex" lang="fr">morale <span class=
+"corr" id="xd19e1079" title=
+"Bron: c&eacute;l&eacute;ste">c&eacute;leste</span></span>&rdquo;
+gesteld wenschte te zien.</p>
+<p>In den aanvang van 1820 verscheen &bdquo;<i lang=
+"fr">L&rsquo;Organisateur</i>&rdquo;, dat een positief plan bevatte tot
+wijziging van het maatschappelijk bestuur en tot samenstelling van het
+Parlement.</p>
+<p>De Saint-Simon ging hierin wederom van het begrip uit, dat de
+19<sup>e</sup> eeuw de nieuwe stelsels moest organiseeren, gelijk de
+18<sup>e</sup> <span class="corr" id="xd19e1095" title=
+"Bron: critiesch">critisch</span> is te werk gegaan. Hij geeft hier al
+dadelijk zijn standpunt omtrent den arbeid in zijn geheel aan, door het
+bekende beeld, dat onder den naam van &bdquo;<i lang="fr">le
+Parabole</i>&rdquo; (&bdquo;de gelijkenis&rdquo;) beroemd is geworden.
+Hij zegt: &bdquo;Gesteld dat op een nacht in Frankrijk stierven: de 50
+eerste natuurkundigen, de 50 eerste scheikundigen, de 50 eerste
+physiologen, de 50 eerste mathematici, de 50 eerste dichters, de 50
+eerste schilders, de 50 eerste beeldhouwers, de 50 eerste musici, de 50
+eerste letterkundigen, de 50 eerste mechanici, de 50 eerste ingenieurs,
+de 50 eerste artilleristen, de 50 eerste architecten, de 50 eerste
+doktoren, de 50 eerste wondheelers, de 50 eerste pharmaceuten, de 50
+eerste zeevaartkundigen, de 50 eerste uurwerkkundigen, de 50 eerste
+bankiers, de 200 eerste kooplieden, de 100 eerste
+landbouwers<span class="corr" id="xd19e1101" title="Bron: ;">,</span>
+de 50 eerste bestuurders van hoog-ovens en van metaalfabrieken, de 50
+eerste wapenfabrikanten, de 50 eerste bestuurders van leerlooierijen,
+de 50 eerste metselaars, de 50 eerste timmerlieden, de 50 eerste
+schrijnwerkers, de 50 eerste smeden, de 50 eerste slotenmakers; kortom,
+een cijfer van drieduizend van de eerste mannen van wetenschap,
+techniek, kunst en arbeid, zou Frankrijk in &eacute;&eacute;ne nacht
+moeten verliezen. Dan zou, volgens de Saint-Simon, Frankrijk als met
+&eacute;&eacute;n slag de <span class="pagenum">[<a id="pb33" href=
+"#pb33" name="pb33">33</a>]</span>ziel van zijn leven verliezen, in
+rang beneden andere <span class="corr" id="xd19e1107" title=
+"Bron: natie&euml;n">nati&euml;n</span> dalen en eene geheele nieuwe
+generatie zou er noodig zijn om het geleden verlies weder te boven te
+komen. Maar als nu eens Frankrijk al die mannen behield, doch op
+&eacute;&eacute;ne nacht, zou het land evenzoo plotseling verliezen:
+&bdquo;Monsieur&rdquo; (de broeder van den Koning), de hertog van
+Angoul&egrave;me, de hertog van Berrij, de hertog van Orleans, de
+hertog van Bourbon, de hertogin van Angoul&egrave;me, de hertogin van
+Berrij, de hertogin van Orleans, de hertogin van Bourbon en
+mejonkvrouwe van Cond&eacute;. Gesteld dat daarnevens op
+&eacute;&eacute;ne nacht aan Frankrijk, &agrave;l de groot-officieren
+van den Kroon, &agrave;l de ministers van Staat, <span class="corr" id=
+"xd19e1110" title="Bron: al">&agrave;l</span> de Staatsraden, &agrave;l
+de leden van de rekenkamer, &agrave;l de Maarschalken, <span class=
+"corr" id="xd19e1113" title="Bron: &aacute;l">&agrave;l</span> de
+Kardinalen, &agrave;l de Aartsbisschoppen, groot-vicarissen en
+kanunikken; &agrave;l de prefecten en onder-prefecten, &agrave;l de
+beambten der ministeries; alle rechters en nog bovendien de tienduizend
+rijkste inwoners het land zouden ontvallen, het ongeluk zou zeker te
+bejammeren zijn, zegt de Saint-Simon, maar het land zou geen
+noemenswaarde schade door deze <span class="corr" id="xd19e1116" title=
+"Bron: verlezen">verliezen</span> lijden. Het verlies zou
+z&eacute;&eacute;r spoedig te vergoeden zijn!&mdash;En toch zegt hij,
+hebben al deze menschen, wiens verlies den Staat niet, of zeer weinig
+voelen zou, den grootsten invloed in onze maatschappij, toch hebben zij
+m&eacute;&eacute;r te zeggen, dan de overgroote massa van producenten
+en nijveren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De armen moeten mild zijn voor de rijken; de onbekwamen
+hebben den taak, den bekwamen te leiden en te regeeren. Het is zeker in
+Frankrijk de omgekeerde wereld!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is alsof de maan de zon verlicht,&rdquo; zoo zegt hij
+vervolgens, &bdquo;wanneer men ziet, dat de mannen der oude orde, de
+mannen der conjecturale wetenschappen, leiding meenen te kunnen geven
+aan nieuwe dingen, aan nieuwe wenschen, aan eene nieuwe orde van zaken,
+aan den bedrijvige, positieve vooruitgang.&rdquo; De leiding moet komen
+aan de kundigsten en aan de bedrijvigsten en de regeerders moeten er
+toezicht op houden, dat de arbeid ongestoord plaats kan vinden. De
+arbeid is er, volgens de Saint-Simon, niet om de regeering, omgekeerd,
+de regeering is er om den arbeid.</p>
+<p>Er worde dus gevormd eene eerste Kamer, welke hij &bdquo;Kamer van
+Inventie&rdquo; noemt. Zij zal bestaan uit drie secties. De eerste
+sectie zal bestaan uit 200 ingenieurs, de tweede uit 50 dichters of
+literatoren, die nieuwe denkbeelden hebben, de derde uit 25 schilders,
+15 beeldhouwers of architecten en uit 10 musici. Zij zal zich moeten
+bezig houden, met het ontwerpen van werken van openbaar nut, ten doel
+hebbend den rijkdom van Frankrijk <span class="pagenum">[<a id="pb34"
+href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>te doen vermeerderen en het lot
+van zijn inwoners te verbeteren. In de tweede plaats moet deze Kamer de
+openbare instellingen organiseeren. De leden dezer Kamer hebben zitting
+voor vijf jaren, zijn herkiesbaar en hebben eene persoonlijke toelage
+van 10,000 francs.</p>
+<p>Dan worde er gevormd een tweede Kamer, die &bdquo;Kamer van
+Onderzoek&rdquo; zal genaamd zijn. Zij zal eveneens bestaan uit 300
+leden, waarvan 100 natuurkundigen, die zich <span class="corr" id=
+"xd19e1130" title="Bron: hevig">bezig</span> hebben <span class="corr"
+id="xd19e1133" title="Bron: gehouden">te houden</span> met de kennis
+van de georganiseerde natuur, 100 physici, die zich met lichamelijk
+onderzoek, zoowel van menschen, dieren en insecten bezig houden en 100
+beoefenaren van de meetkunde. Deze Kamer zal al de ontwerpen van de
+Eerste Kamer moeten onderzoeken en toetsen aan hunne kennis en aan de
+ervaring. Zij moet de ontwerpen van wetten voor het onderwijs<a id=
+"xd19e1136" name="xd19e1136"></a> maken en invoeren. Het onderwijs moet
+zooveel mogelijk pasklaar, aan de praktische behoeften des volks,
+worden gemaakt en daarom in drie trappen worden verdeeld. Er mag
+alleen, in geen der drie soorten van onderwijs, sprake wezen van
+godsdienstig onderwijs. De Saint-Simon meent dat, daar ieder vrij is in
+het uitoefenen van den godsdienst dien hij verkiest, iedereen ook
+persoonlijk moet weten, welke godsdienstige opleiding hij zijne
+kinderen moet laten geven. Ook moet deze Kamer een geregeld toezicht
+houden op de openbare opvoeding.</p>
+<p>De leden dezer Kamer genieten mede 10,000 francs per jaar
+persoonlijke toelage, worden eveneens voor vijf jaren gekozen, en zijn
+eveneens herkiesbaar.</p>
+<p>Daarna komt de derde Kamer, waaronder de Saint-Simon zooveel als het
+&bdquo;Huis der gemeenten&rdquo; in Engeland verstaat, en die hij
+&bdquo;<span class="ex">Kamer van uitvoering</span>&rdquo; noemt. En in
+deze moet elke tak van den arbeid goed en evenredig vertegenwoordigd
+zijn. De leden dezer Kamer genieten g&eacute;&eacute;nerlei toelage,
+omdat zij vrij zijn door den arbeid dien zij verrichten. Zij is belast,
+niet alleen met de uitvoering van de door de beide eerste Kamers
+vastgestelde en aangenomen wetsontwerpen, maar ook met het uitschrijven
+en het heffen van belastingen.</p>
+<p>Het parlement zal eene nieuwe &bdquo;<span class="ex" lang="fr">Code
+civil</span>&rdquo; (<span class="corr" id="xd19e1150" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Burgerlijk wetboek<span class="corr" id=
+"xd19e1153" title="Niet in bron">&rdquo;</span>) en eene nieuwe
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">Code criminel</span>&rdquo;
+(<span class="corr" id="xd19e1159" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wetboek van Strafrecht&rdquo;)
+vaststellen. Het zal den eigendom op nieuwe grondslagen vestigen,
+gunstiger voor de voortbrenging in de maatschappij; een stelsel van
+algemeene verdediging, dat zoo weinig mogelijk een staande leger
+noodzakelijk maakt en een stelsel van algemeene volksweerbaarheid
+ontwerpen. De Saint-Simon verwacht, dat als alle staten rondom
+Frankrijk zich evenzoo zullen hebben gereorganiseerd, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>oorlog
+niet zal voorkomen en dus alle verdedigingsmiddelen overbodig zullen
+worden. Een schadeloosstelling van twee milliard, zal worden toegestaan
+aan hen, die onder deze nieuwe orde van zaken schade zullen lijden.</p>
+<p>De menschen zullen het een &bdquo;utopie&rdquo; noemen, zegt de
+Saint-Simon, zulk een plan! Maar dit komt, volgens hem, omdat de
+menschen geen begrip hebben van de geschiedenis; geen kennis hebbende
+van den loop der beschaving spreken zij van
+&bdquo;utopie&euml;n&rdquo;. Het is zeer te bejammeren, zegt hij, dat
+de geschiedenis een tak is van de wetenschap der letteren, en niet
+wordt beschouwd als een wetenschap op zich-zelve, wat zij is.</p>
+<p>Intusschen, terwijl zich een aantal leerlingen om de Saint-Simon
+geschaard hadden, verergerde zijne pecuniaire positie zeer. Hij ging
+zijn zestigsten levensjaar in, kon zijne geschriften alleen maar
+gedrukt krijgen, door zich telkens en telkens te vernederen en openlijk
+vernederd te worden, en de geringe opbrengst ervan, was niet in staat
+om hem in het leven te houden. Van teleurstelling en van armo&ecirc;
+werd hij wanhopig en op een morgen in de maand Maart 1823, vonden zijne
+jongeren hem met een kogel in het hoofd liggen op zijn kamer, evenwel
+niet doodelijk gewond. Hij herstelde weder, maar moest een oog
+verliezen, terwijl zijn gezondheid van nu af zeer zwak en wankel was
+geworden. Twee jaren leefde hij nu nog, en in dien tijd zagen nog het
+licht: &bdquo;<span class="ex" lang="fr">Cat&eacute;chisme des
+<span class="corr" id="xd19e1171" title=
+"Bron: Industrieels">Industriels</span></span>&rdquo; en het beroemde
+boek &bdquo;<span class="ex" lang="fr">Le Nouveau
+Christianisme</span>&rdquo; (&bdquo;Het nieuwe Christendom.&rdquo;)</p>
+<p>In de &bdquo;<span class="ex">Cat&eacute;chisme</span>&rdquo; heeft
+de &bdquo;<span lang="fr">science g&eacute;n&eacute;rale</span>&rdquo;
+waarover de Saint-Simon het zoo vaak heeft, die hij met zooveel
+hopelooze inspanning verdedigt, haar uitgangspunt in de &bdquo;idee der
+Industrie.&rdquo; Wat de industrie is naar haar wezen en welke gestalte
+zij in de geschiedenis van Frankrijk heeft aangenomen, welke aanspraken
+zij kan doen gelden en welken som van geluk in de samenleving zij heeft
+doen geboren worden, alle deze vraagstukken liggen aan deze
+verhandeling ten grondslag. Hij begint met de begrippen, industrieel en
+arbeider te ontleden. Een industrieel is iemand, die der samenleving de
+middelen verschaft om in stand te blijven en om de behoeften der
+menschen te bevredigen. De klasse van menschen, die zulks doen,
+behooren den eersten rang in te nemen; zij kan allen ontberen, niemand
+echter haar. Daar alles d&oacute;&oacute;r de industrie geschiedt, zoo
+geschiede ook alles v&oacute;&oacute;r haar. Zij vormt de groote massa
+van de natie, zij vormt het overwicht aan physieke kracht, zij bezit de
+talenten en de intelligenties. Hoe was het nu mogelijk, dat
+<span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name=
+"pb36">36</a>]</span>zij onderdrukt werd, door een kleiner en zwakker
+aantal? En hierop antwoordt de Saint-Simon, door ons historisch uiteen
+te zetten, de verhouding waarin de industrie tot de staatsmacht
+staat.</p>
+<p>De Franken zijn, naar zijne voorstelling, als de krijgslieden van
+Frankrijk te beschouwen, en tegelijkertijd als de bezitters van grond
+en bodem; door hen werden de Galli&euml;rs onderworpen, die n&ograve;ch
+wapens, n&ograve;ch vermogen hadden, en niets als hunne arbeidskracht
+bezaten. Beide deelen van het Fransche volk kwamen alsnu, vijandig
+tegenover elkander te staan; deze heerschend en slechts verteerend,
+gene onderworpen en werkzaam. Nog bij de troonsbestijding van Lodewijk
+XI waren deze klassen scherp gescheiden. Deze koning echter verbond
+zich met de industrieelen, de laatsten kwamen daardoor langzamerhand
+tot persoonlijke vrijheid en bezit van geld, terwijl de militaire
+klasse der Franken, nog altijd aan haar bezit van den grond vasthield.
+Hierdoor ontstond voor het eerst in Frankrijk de tegenstelling in
+bezit, die van de eigenaren van geld en industrie en die van den grond.
+Tot aan Lodewijk XIV toe vormden grondbezitters, fabrikanten en
+handelslieden, drie afzonderlijke corporaties. Maar onder deze laatste
+koning begon de industrie zich te ontplooien en een element in zich te
+vormen, dat hare geheele gestalte begon te vervormen. Uit de
+concurrentie en de behoefte van den afzet, vormde zich de wereldhandel,
+die op hare beurt eene klasse van bankheeren in het leven riep, die
+bemiddelaars der betalingen werden en in wiens handen het eigenlijke
+voordeel terecht kwam; met hen begon de periode van het credietwezen in
+de geschiedenis. Het crediet behoort, naar zijn wezen, den grooten
+bankheeren en kooplieden toe; om hen te gebruiken, leenen dezen den
+fabrikanten en den arbeidenden. Dezen breiden daardoor hunne zaken uit
+en daarvandaan komt het, dat de eigenlijke macht van het geld en alles
+wat daardoor geschiedt en mogelijk is, in handen van den bankiers over
+is gegaan. Als nu de Staat geld noodig had, boden zij het hem aan, maar
+onder zekere voorwaarden, en hier vangt den tijd aan, waarin de
+geldwisselaars, de bezitters van het crediet zelfs over de
+industrieelen konden zegevieren en zich van den Staat meester konden
+maken. Op deze wijze was het ook mogelijk, dat zich de industrieele
+wereld zelve splitste in twee klassen, die van de <i>eigenlijke</i>
+industrieelen, zij die <i>arbeiden</i>, en die van de
+slechts-bezittenden; de eersten onderworpen, de laatsten heerschend. De
+oude tegenspraak ziet men hier van nieuw af aan opkomen: zij die het
+diepst onderdrukt zijn, vormen de beste klasse van de maatschappij. Zoo
+komt het resultaat dan te voorschijn, dat de natie, het volk is
+<span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name=
+"pb37">37</a>]</span>industrieel; de regeering <span class="corr" id=
+"xd19e1197" title="Bron: f&euml;odaal">feodaal</span>. Terwijl de
+bankiers van alle landen, den gouvernementen het crediet van de
+industrie tegen hoogen interest verkoopend en zich verheffend op de
+puinhoopen van de ineengeslagen leenheerschappij, den toestand van
+onderworpenheid van voren af aan zijn gaan bevestigen. Nevens hen
+verheft zich eene eigenaardige klasse, die zich tusschen beide klassen
+in stelt; beiden dienend, maar die den eene in haar ziel vijandig is,
+terwijl zij de andere beheerschend, beiden in stand houdt. Dat is de
+klasse der &bdquo;Legistes&rdquo;, waaronder speciaal de advokaten
+behooren. Zij vormen met de bankheeren tezamen, eene middelklasse en
+zijn de eigenlijke &bdquo;liberalen,&rdquo; die tegenover de
+&bdquo;<span class="corr" id="xd19e1200" title=
+"Bron: Industrieeleen">Industrieelen</span>&rdquo; staan. Men vergist
+zich z&eacute;&eacute;r, zegt de Saint-Simon, wanneer men beide voor
+identiek houdt; integendeel is het liberalisme van eerstgenoemde
+klasse, niets als een verkapt ego&iuml;sme en de leuze van hunne
+leiders tegenover het gouvernement, komt op niets anders neer, dan op
+het &bdquo;<span lang="fr">&ocirc;te-toi de l&agrave;, que je m&rsquo;y
+mette!</span>&rdquo; (&bdquo;Verwijder u van deze plaats, opdat ik mij
+er neder kunne zetten!&rdquo;)</p>
+<p>De ware grondzuilen van het eeuwigdurend welzijn der menschelijke
+maatschappij, zijn de <span class="corr" id="xd19e1209" title=
+"Bron: industri&euml;elen">industrieelen</span>. &bdquo;Want,&rdquo;
+zoo roept hij uit, &bdquo;het is duidelijk, dat de industrieele
+heerschappij die is, welke den menschen de grootste som van algemeene
+en <span class="corr" id="xd19e1212" title=
+"Bron: indus-dueele">individueele</span> vrijheid kan geven en dat
+<i>zij</i> alleen aan de moraal de grootste macht in de samenleving kan
+verzekeren. Het is verder duidelijk, dat de samenleving van-uit de
+feodale heerschappij naar die der industrieele, niet kan worden
+overgeleid, door het bloote zakenleven van het bestuur; beiden staan
+diametraal tegenover elkander. De eerste wil de grootst mogelijke
+ongelijkheid onder de menschen, het laatste, het industrieele systeem,
+is gebouwd op de <span class="corr" id="xd19e1218" title=
+"Bron: grootste">grootst</span> mogelijke gelijkheid van de
+menschen.</p>
+<p>&bdquo;Daarom moet het rijk van de industrie <span class="ex">a
+priori</span> gekend worden en deze &bdquo;<span class="corr" id=
+"xd19e1226" title="Bron: catechismis">catechismus</span>,&rdquo; is het
+bewijs, dat de menschelijke geest zich reeds tot die hoogte opgewerkt
+heeft. Wat is evenwel de kracht eens gewonen ondernemers anders dan de
+eenheid?<a id="xd19e1229" name="xd19e1229"></a> Daarom moet de
+goddelijke, zoowel als de menschelijke moraal, den meest uitstekenden
+geesten aan het werk stellen; het industrieele systeem in zijn
+onderdeelen bloot leggen en de industrieelen zelven opeischen zich, ter
+verwerkelijking kunnen roeping te vereenigen.&rdquo;</p>
+<p>Dit is, in &rsquo;t kort, de inhoud van de &bdquo;<span class="ex"
+lang="fr">Cat&eacute;chisme des Industriels</span>.&rdquo; De
+Saint-Simon is de eerste, die naar de innerlijke wetten van de
+samenleving en de wetten welke haar besturen en op hare vorming en
+gestalte van invloed zijn, heeft opgespoord; die hare verschillende
+gestalten heeft blootgelegd en <span class="pagenum">[<a id="pb38"
+href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>onderzocht heeft,
+w&aacute;&aacute;rdoor zij zich tracht te vervolkomenen. Hij vond de
+klasse-tegenstellingen, in primitieven vorm, tusschen bezit en
+niet-bezit; tusschen arbeid en kapitaal en tusschen, wat hij nog
+noemde: &bdquo;<span class="ex">de strijd der
+standen</span>.&rdquo;</p>
+<p>De Saint-Simon&rsquo;s laatste werk, waaraan hij arbeidde toen zijne
+krachten hem reeds voor een goed deel begeven hadden, is
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">Le Nouveau
+Christianisme</span>&rdquo; geweest. Reeds in zijn &bdquo;<i lang=
+"fr"><span class="corr" id="xd19e1248" title=
+"Bron: Systeme">Syst&egrave;me</span> Industriel</i>&rdquo; predikt hij
+deze moraal: &bdquo;God zeide: Bemint u en helpt u onder
+elkander!&rdquo;; hier begint hij de stelling te ontwikkelen, dat het
+waarachtig goddelijke principe van de christelijke <span class="corr"
+id="xd19e1252" title="Bron: regilie">religie</span> is:
+&bdquo;<span class="ex">de menschen zullen elkander als broeders
+behandelen</span>.&rdquo; God had zelf, wel-is-waar de christelijke
+godsdienst gesticht, maar de later zich ontwikkelende clerus is een
+misgeboorte der christelijke kerk; zij heeft den inhoud van het
+goddelijke christendom, tot een <span class="corr" id="xd19e1258"
+title="Bron: menschelijk">menschelijke</span> gemaakt. Het is dus de
+taak van onzen tijd, om de godsdiensten weder terug te voeren tot
+hunnen waren oorsprong; ze te zuiveren van elk <span class="corr" id=
+"xd19e1262" title="Bron: eg&ouml;istisch">ego&iuml;stisch</span> en
+tweeslachtig bijmengsel en om de menschheid op het nieuwe Christendom
+voor te bereiden.</p>
+<p>Hij klaagde den Paus en zijn kerk van ketterij aan; het onderwijs
+dat de geestelijkheid den leeken geeft, is valsch en leidt, volgens
+hem, van het ware Christendom af. Want in plaats van de levende moraal
+der liefde te prediken, stelt de katholieke kerk het doode dogma aan
+den spits en in plaats van de kennis te doen vermeerderen, zoekt zij de
+leeken absoluut zich van haar afhankelijk te maken. Hij klaagde den
+paus van <span class="corr" id="xd19e1267" title=
+"Bron: hearesie">haeresie</span> aan en ook dat hij in zijn eigen Staat
+een bestuur in stand houdt, die de moreele en physieke belangen van de
+behoeftige klasse in den weg staat, en dan ook nog hiervan, dat de Paus
+en de kardinalen, zoomede de geheele geestelijkheid geheel uit den tijd
+zijn en tegenwoordig zeer gemist kunnen worden.</p>
+<p>De protestantsche kerk critiseert hij eveneens. Hij erkent, dat
+Luther met de Reformatie der beschaving een grooten dienst bewezen
+heeft, maar in het andere gedeelte der Hervorming, dat der opbouw van
+den godsdienst, heeft Luther zijnen navolgers nog veel te doen
+overgelaten. De protestanten hebben dan ook eene moraal welke, bij die
+zooals zij aan den tegenwoordigen stand der beschaving past, verre ten
+achterstaat. De protestantsche cultus is bovendien &bdquo;zonder eenige
+bekoring, onschoon en koud&rdquo;, in plaats van de aanbidding van het
+Hoogste te doen vieren met behulp van den kracht van den schilder, den
+dichter en de macht van de muziek. Ook gelooft het protestantisme aan
+een gebrekkig dogma. Luther gebood den Bijbel te lezen en niets
+<span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name=
+"pb39">39</a>]</span>dan den Bijbel. Het lezen van den Bijbel heeft
+zeker groote voordeelen gegeven, maar ook groote nadeelen. Het
+<span class="ex">ware</span> dogma heeft geen gebreken.</p>
+<p>De Saint-Simon stelt nu als positief dogma op deze moraal: &bdquo;in
+het nieuwe Christendom zullen de menschen zich wederzijdsch als
+broeders beschouwen.&rdquo; Deze godsdienst &bdquo;zal de samenleving
+haar grootste doel, de snelste verbetering van het lot der arme klassen
+tegemoet doen voeren.&rdquo; De godsdienst is van nu af eene sociale
+godsdienst geworden; haar uitgangspunt is de toestand van de
+menschelijke samenleving &bdquo;de terugvoering naar het aardsche
+geluk.&rdquo; Het woord van Christus: &bdquo;Mijn Rijk is niet van deze
+wereld!&rdquo; werd niet begrepen. &bdquo;Der religie moet men hare
+zinrijke zijde teruggeven en den eeuwigen strijd tusschen materie en
+kennis, tusschen lichaam en geest moet, in haar verzoend, ons
+tegentreden.&rdquo;</p>
+<p>Toen de Saint-Simon zijn &bdquo;<i lang="fr">Nouveau
+Christianisme</i>&rdquo; voleindigd had, hadden hem zijn laatste
+krachten reeds bijna begeven. Hij hield zich toen bezig met de
+oprichting van het blad &bdquo;<span class="ex">Le
+Producteur</span>,&rdquo; maar hijzelf zag de verschijning daarvan niet
+meer.</p>
+<p>Toen hij zijn einde voelde naderen, riep hij de vertrouwden van
+zijne gedachten voor zijn bed en zeide tot hen: &bdquo;<span class=
+"ex">Gij gaat een tijd tegemoet</span>, <i>waarin goed gecombineerde
+inspanningen tot een ongekend resultaat moeten voeren; de vrucht is
+rijp, gij zult ze plukken</i>.&rdquo; En zich tot zijn meest geliefde
+scholier, Olinde Rodrigues, wendend, zeide hij: &bdquo;<i>Vergeet niet,
+mijn zoon, dat men begeestering moet hebben, om groote dingen tot stand
+te brengen! Mijn geheele werken laat zich tezamen vatten in deze eene
+gedachte: alle menschen de verzekering der meest vrije ontwikkeling te
+kunnen geven!</i>&rdquo; Na eenige minuten, toen hij reeds met den dood
+streed, riep hij uit: &bdquo;<i>De toekomst is aan ons!</i>&rdquo; Des
+morgens den 19en Mei 1825, ontsliep hij in de armen van zijne
+leerlingen.</p>
+<p>De Saint-Simonistische School telde aanvankelijk vele jonge mannen,
+die later tot de eersten intellecten hebben behoord. Het eerst stond
+zij onder de leiding van <span class="ex">Bazard</span> en <span class=
+"ex">Enfantin</span>, waarvan later de anderen zich afscheidden. Tot
+hen behoorden behalve de reeds genoemden A. <span class="corr" id=
+"xd19e1309" title="Bron: Thierrij">Thierry</span> en Comte, Buchez,
+<span class="corr" id="xd19e1312" title="Bron: Pieure">Pierre</span>
+Leroux, Adolphe Blanqui, Michel Chevalier, Ferdinand de Lesseps,
+Felicien David, Armand Carrel enz. Velen hunner hebben De
+Saint-Simon&rsquo;s denkbeelden later of geheel, of halverwege
+losgelaten.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Gelijk wij schreven, geheel onafhankelijk van De Saint-Simon leefde,
+werkte en streed er in denzelfden tijd in Frankrijk een <span class=
+"pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>ander
+groot denker en een genie van even grooten soort als hij, voor het
+geluk van de menschheid.</p>
+<p>Beiden leefden in &eacute;&eacute;n land, doch kenden elkander niet,
+hadden elkander nooit gezien of gesproken en voor zoover bekend,
+stelden zij zich ook niet tegenover elkander, althans niet in het
+openbaar.</p>
+<p>Het tweede genie hier bedoeld was Fourier.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Fran&ccedil;ois Marie Charles Fourier</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">werd den 7en Februari te Besan&ccedil;on geboren uit
+gegoede ouders. Zijn vader was groothandelaar. De jonge Charles toonde
+reeds vroeg, een groot gevoel van ingeboren rechtschapenheid. Hij was
+voor den handel bestemd, maar hij kreeg reeds als knaap een zoo
+onoverwinnelijken afkeer van den handel, dat die op zijn geheele leven
+den stempel heeft afgedrukt. Hij leerde niet alleen den handel haten,
+maar ook verachten.</p>
+<p>Hij zeide later zelf, dat men in den handel ophoudt het onderscheid
+te leeren kennen, tusschen oprecht zijn en liegen. In katechismus en op
+school, had men hem geleerd nooit te liegen, maar dan leidde men hem in
+den winkel, om hem vroegtijdig in het edele handwerk van den leugen, of
+in de kunst om te verkoopen zich te doen oefenen. Getroffen door het
+bedrog en den zwendel van den handel, had hij meermalen den koopers
+terzijde genomen, om hen te vertellen, hoe zij bedrogen werden. Een van
+hen was zoo dankbaar hem te verraden, hetgeen hem van zijn vader een
+pak slaag deed oploopen. En op een toon van verwijt, zeiden zijn ouders
+dan ook meermalen &bdquo;die jongen zal voor den handel nooit
+deugen.&rdquo; Inderdaad, bij Fourier was dan ook een diepen afkeer van
+den handel gerijpt en, negen jaren oud, zwoer hij den handel een
+eeuwigen haat.</p>
+<p>Fourier was jong op een bankierskantoor geplaatst in Lyon, maar hij
+liep weg, verklarende nooit een koopman te willen worden. In 1790 kwam
+hij naar Rouen, alwaar hij een positie als reiziger bekwam, als
+reiziger naar Parijs, hetgeen in dien tijd een post van groot
+vertrouwen was. Hij kreeg daardoor de gelegenheid, zoowat alle groote
+steden van Frankrijk, Duitschland, Nederland en Belgi&euml; te bezoeken
+en daardoor kon hij veel studi&euml;n maken, omtrent buitenlandsche
+toestanden.</p>
+<p>Op al deze reizen bestudeerde <span class="corr" id="xd19e1336"
+title="Bron: Forier">Fourier</span> het klimaat der verschillende
+landen, de toestand van den bodem, de nijverheid, de bouworde van de
+steden, de aanleg der straten en het karakter van de bewoners. Geen
+architektuur was er in de door hem bezochte steden, die hij niet kende.
+Alleen voor de talen <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41"
+name="pb41">41</a>]</span>had hij weinig zin, daarvandaan de opmerking,
+door hem uitgedrukt in zijn hoofdwerk &bdquo;<i>De theorie van de
+universeele eenheid</i>&rdquo;, dat het eene der slimste gebreken van
+het menschelijk geslacht was, de vele en verschillende talen te hebben.
+Hij beschouwde &eacute;&eacute;ne wereldtaal, waartoe hij het fransch
+als de meest ge&euml;igende beschouwde, als eene der belangrijkste
+voorwaarden, voor eene nieuwe, sociale orde van zaken.</p>
+<p>In de Revolutieperiode verloor Fourier zijn vermogen. Maar ook met
+den gang van zaken in de Revolutie kon hij zich geenszins vereenigen.
+Naar zijne meening had het volk maar zeer weinig bij de Revolutie
+gewonnen, daarentegen had die klasse, welke hij het meest onder allen
+haatte, de handeldrijvende klasse, het meest daarbij gewonnen.</p>
+<p>Niets kon dan ook Fourier meer in toorn brengen, bij de latere
+ontwikkeling zijner <span class="corr" id="xd19e1348" title=
+"Bron: dankbeelden">denkbeelden</span>, dan dat men hem op eene lijn
+stelde met de &bdquo;Jacobijnen&rdquo; uit de Revolutie. &bdquo;Neen en
+duizendmaal neen!&rdquo; zoo riep hij dan uit<span class="corr" id=
+"xd19e1351" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;mijne theorie&euml;n
+hebben niets te maken met die van deze lieden, noch iets met hunne
+omverwerpende denkbeelden!&rdquo; ....</p>
+<p>Wat hij evenwel gezien had, dat was dit: terwijl de menschen der
+Revolutie bezig waren alles met bloedig geweld ne&ecirc;r te slaan, wat
+naar hunne begrippen aan het geluk van het vaderland in den weg stond,
+het kapitaal evenwel, in den schrilste tegenspraak bleef ageeren, met
+de gepredikte grondstellingen. Hij zag hoe de schaggerhandel, hoe de
+levensmiddelenwoeker, de zwendel met de leveranti&euml;n bloeiden, en
+hoe de plotseling rijk geworden opkomelingen hunne orgie&euml;n
+vierden. En niet minder waren hem de oogen opengegaan voor de ellende
+der massa, die haar leven voor de Republiek zoo heldhaftig gegeven had.
+Al deze waarnemingen, die hij vooral de gelegenheid had volkomen te
+maken, door wat hij dag aan dag in kleineren kring om zich heen zag,
+brachten dezen denker op de gedachte, dat de samenleving niet juist
+georganiseerd moest wezen. En hij zon op middelen, eene maatschappelijk
+plan te ontwerpen, dat aan alle deze euvelen een einde kon maken.</p>
+<p>Fourier, die van nature reeds een tegenzin had in de studie van
+politieke vraagstukken, werd in deze weerzin versterkt, door de feiten
+om hem heen. Hij zag de politieke stelsels <i>veranderen</i>, maar de
+maatschappelijke euvelen <i>blijven</i>. Dit deed bij hem de gedachte
+ontstaan, dat er tusschen de sociale toestand van de maatschappij en de
+politieke geen wezenlijk verband bestond; de eerste is even
+willekeurig, als den laatste; maar samenhang <span class="corr" id=
+"xd19e1364" title="Bron: tusschenbeiden">tusschen beiden</span> bestaat
+er niet volgens hem. <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42"
+name="pb42">42</a>]</span></p>
+<p>Voor hem was het v&eacute;&eacute;l gewichtiger het uitgangspunt te
+vinden, van waaruit alle beschaving en ontwikkeling ontsproot, en hij
+meende, dat datgene wat een Newton voor de natuurlijke wereld had
+gedaan, n. l. het ontdekken van de wetten der zwaartekracht, dat dit
+moest geschieden voor de materieele wereld, en dat hij het was die dit
+had te doen.</p>
+<p>Dat hij, Fourier, deze wetten, die het uitgangspunt waren van een
+geheel stelsel, hetwelk in staat was den menschheid het verloren geluk
+te hergeven, had ontdekt was zuiver toeval, volgens hem. Andere
+geleerden v&oacute;&oacute;r hem hadden het ook kunnen doen, en een
+eigenaardige beschouwing is het dan ook van hem, dat de 400,000 dikke
+boekdeelen, welke er in den loop der tijden waren geschreven en die in
+Bibliotheken opgestapeld lagen, van z&eacute;&eacute;r twijfelachtige
+waarde voor de menschheid en haar geluk waren.</p>
+<hr class="tb">
+<p>In 1808 publiceerde Fourier nu ook zijn <span class="corr" id=
+"xd19e1377" title="Bron: zeerste">eerste</span> en
+principieel-wetenschappelijke werk: &bdquo;<i lang="fr">La <span class=
+"corr" id="xd19e1382" title="Bron: theorie">th&eacute;orie</span> des
+quatres mouvements et des destin&eacute;es generales</i>.&rdquo;
+(&bdquo;De leer van de vier bewegingen en der algemeene
+bepalingen&rdquo;) genaamd.</p>
+<p>De gedachtengang door Fourier daarin ontwikkeld, is de volgende. De
+wereld bestaat uit drie eeuwige, ongeschapene en onverstoorbare
+grondstellingen:</p>
+<ul>
+<li>God, of den geest, actief en bewegend principe;</li>
+<li>de materie, passief en bewogen principe;</li>
+<li>de gerechtigheid of de mathematische wetten, regelend
+principe.</li>
+</ul>
+<p>Analoog aan het wereld-al, bestaat ook den mensch uit drie
+principes, namelijk:</p>
+<ul>
+<li>de drijfveeren (passiones), aktief en bewegend principe;</li>
+<li>het lichaam, passief en bewogen principe;</li>
+<li>de intelligentie, neutraal en regelend principe.</li>
+</ul>
+<p>God, welke de leider en bestierder is van het wereld-al, kan alleen
+de &eacute;&eacute;nheid en de harmonie ervan willen, anders zou hij
+met zichzelve in tegenspraak komen. Daarom bestaat er een onafgebroken
+keten van betrekkingen tusschen de drie rijken der natuur&mdash;dieren,
+planten, mineralie&euml;n&mdash;en de menschen; tusschen den menschen
+en God, gelijk tusschen den menschen en den aardbol en het gansche
+planeten- en wereldsysteem. Terwijl God den menschen schiep, hen van
+drijfveeren en hartstochten voorzag, wilde hij, dat de menschen
+daardoor gelukkig zouden worden. Het is dus niet aan te nemen, dat deze
+drijfveeren schadelijk zouden zijn, dat van deze hartstochten
+<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name=
+"pb43">43</a>]</span>de eene of de andere zoude moeten worden
+onderdrukt of onbevredigd behoeven te blijven. Integendeel, eene
+bevrediging daarvan, schept veelmeer de harmonie van den mensch met
+zich-zelf en met God. Wanneer wij desniettegenstaande zoo dikwerf zien,
+dat deze hartstochten bij de menschen, zich in eene schadelijke
+richting openbaren en werken, dan bewijst dit niets tegen dezen,
+<i>maar tegen de sociale organisatie van de maatschappij, welke deze
+hartstochten op valsche wijze zoekt werkzaam te doen zijn, of ze zoekt
+te onderdrukken</i>.</p>
+<p>Het zijn vijf bewegingen, welke de wereld voortbewegen en haar hare
+bestemming doen naderen:</p>
+<ul>
+<li>1. De normale beweging; wetten der aantrekking voor imponderabele
+elementen, electriciteit, magnetisme, reuken.</li>
+<li>2. De dierlijke of <span class="corr" id="xd19e1420" title=
+"Bron: instinkmatige">instinktmatige</span> beweging; wetten der
+aantrekking voor drijfveeren en instinkten van alle geschapen wezens
+hoe en wanneer zij ook waren, zijn en zullen zijn.</li>
+<li>3. De organische beweging: wetten der aantrekking voor de
+eigenschappen der lichamen: vorm, kleur, smaak, reuk, enz.</li>
+<li>4. De materieele beweging&mdash;reeds door de mathematici (Newton)
+ontdekt&mdash;wetten der aantrekking en gravitatie der wereldlichamen
+(Planeten en vaste sterren). De kometen zijn, volgens Fourier,
+irregulaire lichamen die het wereldruim doortrekken.</li>
+<li>5. De sociale beweging&mdash;het eigenlijke steunpunt van het
+geheel&mdash;de wetten, welke de orde en de opeenvolging van de
+verschillende sociale gestalten op alle wereldlichamen regelen.</li>
+</ul>
+<p>Het middelpunt dezer sociale wetten is de mensch, die daardoor, in
+den grond der zaak, tot het middelpunt van het geheel wordt en om wien,
+ten slotte, zich alles draait. Wat zou, zoo vraagt Fourier, de wereld
+voor een ander doel hebben, wanneer zij niet geschapen was voor de
+menschen?</p>
+<p>De bestemming van den mensch is het geluk, dat in de ontwikkeling
+van geheel zijnen aanleg, de bevrediging van al zijne hartstochten
+ligt. De mensch behoort te genieten en nogeens te genieten, alles
+waartoe zijn hart hem dringt. Deze bestemming was den mensch door God
+toegedacht.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Fourier legt op het akkerbouwbedrijf of de agricole associatie het
+hoofdgewicht; hij ziet het zelfs voor de eigenlijke grondslag aan van
+het menschelijk bestaan, die welke de meeste en de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name=
+"pb44">44</a>]</span>aangenaamste afwisseling geeft. Maar ook de
+gansche huiselijke bezigheid, de huishouding in hare uitgebreidste
+opvatting; handel en nijverheid; opvoeding; de kunsten en de
+wetenschappen, zij allen moeten soci&euml;tair bedreven worden.</p>
+<p>De arbeid is volgens Fourier, een noodzakelijkheid voor alle
+menschen zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, maar zij moet
+geene last, maar een lust wezen. Zij moet in een woord gezegd:
+aantrekkelijk zijn. En dit kan zij alleen wezen, wanneer ieder in die
+richting drijven kan, waarheen zijne gaven en aanleg hem dringen, tot
+wat hem dus het meeste genoegen kon schenken. Daarnevens moet de
+arbeid, dikwijls afwisselen en moeten ten dien einde, de arbeidstijden
+slechts kort zijn.</p>
+<p>Ten einde de verschillende tegen elkander in dwarrelende elementen
+te kunnen leiden, is het noodig, dat zich groepen vormen van
+gelijkgezinden, voor bepaalde bezigheden. Elk van deze groepen, kan
+slechts negen personen omvatten. Er vormen zich evenveel groepen, als
+er ondersoorten van arbeid bij eene bepaalde produktietak noodig zijn;
+de verschillende groepen vormen: <span class="ex">eene serie</span>.
+Daar twee menschen niet in alles dezelfde smaak kunnen hebben en ook
+niet de voor alles gelijke aandrift, worden dezelfde personen, die
+zooeven tezamen gearbeid hebben in &eacute;&eacute;ne groep, in
+tegenovergestelde arbeidsgroepen, of serie&euml;n van andere
+produktietakken geplaatst. Niet alleen dus, dat er voortdurend
+afwisseling is van arbeid, er is ook eene voortdurende afwisseling in
+maatschappelijk verkeer bij dien arbeid. Deze voortdurende afwisseling
+van arbeidsbeoefening en van de <span class="ex">personen</span> die
+den arbeid beoefenen en de daaruit voortvloeiende, dan weder
+aantrekkende, dan weder afstootende bewegingen, voldoen volgens
+Fourier, aan de hoogste bevrediging, omdat juist daarbij alle
+drijfkrachten in het spel komen. Maar zulk eene bevrediging zou nog
+geen volkomene zijn, wanneer niet ook de voortbrenging van den rijkdom
+door haar kon worden in stand gehouden. Daarom dacht Fourier een
+stelsel uit, waarin den maatschappelijken arbeid, op den grondslag van
+deze organisatie en samenwerking van alle drijfkrachten en geaardheden,
+talenten en kundigheden, kon worden verricht. Het was het systeem van
+de phalanst&egrave;re.</p>
+<p>Deze planmatig georganiseerde en geassocieerde bezigheid van
+honderden van families, zal, naar Fourier verklaarde, in tegenstelling
+tot de private en individueele voortbrenging en het private
+ondernemerschap eene groote mate van besparing aan arbeidskracht,
+werktuigen en tijd ten gevolge kunnen hebben eenerzijds; en door
+geschikt aangewende en gecombineerde <span class="pagenum">[<a id=
+"pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span>werkzaamheid van allen
+anderzijds, eene vermeerdering van den rijkdom ten gevolge hebben, die
+in vergelijking met die van thans verveertigvoudigd zou kunnen worden
+en zelfs den armsten <span class="corr" id="xd19e1454" title=
+"Bron: z&ocirc;u">zo&ucirc;</span> veroorloven eene bevrediging van
+zijne behoeften, z&oacute;&oacute; rijkelijk als heden ten dage den
+rijkste alleen, dit mogelijk was.</p>
+<p>In de Fouriersche &bdquo;phalanst&egrave;re&rdquo; blijft het
+onderscheid in bezit voortbestaan. Fourier achtte dit zelfs
+noodzakelijk voor de harmonie, die volgens hem juist uit eene geschikte
+en verstandige combinatie van tegenstellingen voort kan komen. Zijn
+socialisme was dat van verwijdering en van harmonie; van elkander
+d&aacute;&aacute;rom bekampende tegenstellingen, omdat zij niet
+onderling verbonden en dus niet tot eenheid kunnen komen.</p>
+<p>Daarom wendde hij zich steeds tot de grooten en aanzienlijken en
+niet tot de geringen, tot de arbeiders of tot het volk. Alleen de
+eersten waren in staat zijn plan te doen verwezenlijken.</p>
+<p>In de &bdquo;phalanst&egrave;re&rdquo; zou volgens Fourier kapitaal,
+arbeid en talent z&oacute;&oacute; worden beloond, dat aan den arbeid
+vijf-twaalfde, aan het kapitaal vier-twaalfde en aan het talent
+drie-twaalfde van de arbeidsopbrengst ten goede komt. De beide
+geslachten zullen volkomen op gelijken voet worden behandeld. Immers
+zij werken, vergenoegen en beminnen zich, met- en onder elkander. Ook
+de opvoeding van de kinderen behoort gemeenschappelijk te geschieden;
+de kinderen zijn het derde neutrale geslacht en aan hunne opvoeding
+wijdt Charles Fourier in zijne werken, groote en breede ruimte. Met
+grondige diepte en met een wonderbaarlijk onderscheidingsvermogen,
+heeft hij steeds over de opvoeding geschreven en geen pedagoog zal nog
+heden ten dage deze bladzijden, niet dan met genoegen lezen.</p>
+<p>Wat de verhouding van de geslachten tot elkander aangaat, deze is
+door Fourier van een zeer ruim standpunt bekeken. De critiek, dien hij
+uitoefent op het tegenwoordig huwelijk, zoowel op zijnen vorm als op
+zijne uitwassen, behoort tot het scherpste wat daarover ooit is
+gezegd.</p>
+<p>Onder de nieuwe levensverhoudingen, gelijk Fourier ze ons die
+schilderde, genieten de menschen niet alleen het volle geluk, zij
+kunnen zelfs bij hunne, zooveel betere, gezondere en natuurlijker
+levensverhoudingen een hoogeren ouderdom bereiken. Fourier spreekt van
+het bereiken van een leeftijd van 144 jaren, als <span class="corr" id=
+"xd19e1468" title=
+"Bron: doorsn&ecirc;e-leeftijd">doorsne&ecirc;-leeftijd</span>.</p>
+<p>Het gansche heelal, is volgens Fourier, die zich hierbij op
+Schelling beroept &bdquo;het spiegelbeeld van de menschelijke
+ziel.&rdquo; De wereld is ter wille van de menschen geschapen; na zijn
+<span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name=
+"pb46">46</a>]</span>dood wandelt den mensch van planeet tot planeet,
+tot een steeds hoogere volkomenheid.</p>
+<p>Elke planeet wordt geboren en heeft, gelijk den mensch, hare
+kindschheid en hare ouderdom, op- en ne&ecirc;rgaande ontwikkeling, en
+dood. Ook de menschheid sterft, en wel, na een totaal-levensduur van
+80,000 jaren, die zich afwikkelen in vier phazen. De phaze der
+kindschheid, in welke laatste periode wij ons bevinden, duurt: 35,000
+jaar en die van den nedergang eveneens<span class="corr" id="xd19e1477"
+title="Bron: ;">:</span> 35,000 jaren. Dan volgt de phaze van de
+ouderdomszwakte, weder met 5000 jaren, waarna de dood der menschheid en
+die der aarde intreden. In de tijdruimte van 80,000 jaren beleeft de
+menschheid 32 ontwikkelingsperioden&mdash;wij bevinden ons in de
+vijfde, die der civilisatie&mdash;en in deze verschillende perioden,
+zijn er <span class="corr" id="xd19e1480" title=
+"Bron: verschillendde">verschillende</span> h&eacute;rscheppingen, door
+welke de dieren- en plantenwereld en ook het klimaat, in
+overeenstemming met de hoogere ontwikkeling der menschen, zich tot
+hoogere volkomenheid ontvouwen zal. Met de achtste periode, die van de
+harmonie, vangt de dageraad van het geluk aan. Dan wordt de
+noordpoolkroon (couronne bor&eacute;ale) geboren, die dan gelijk de
+zon, niet alleen licht, maar ook warmte verspreidt en daarmede zullen
+tal van nieuwe scheppingen ingeleid worden. De werkingen daarvan zullen
+zijn, dat Petersburg zoowel als Ochotsk een klimaat zullen verkrijgen,
+gelijk Cadix en Constantinopel; dat het klimaat van de Siberische
+ijskusten, dat van Marseille en van den golf van Genua verkrijgt en dat
+eene vruchtbaarheid van deze noordelijke deelen der aarde aanvangt, die
+zal kunnen wedijveren met die van deze tropische gewesten. Gelijktijdig
+zal door de inwerking van dit flu&iuml;dum en door de verandering der
+klimaten, de zee zich veranderen en haar water een anderen smaak
+verkrijgen. De bestaande, thans den mensch nog vijandige en schadelijke
+zeemonsters als de haai enz., zullen verdwijnen en door andere
+schepsels, als anti-haai, anti-walvisch vervangen worden, die den
+menschen vriendelijk gezind zullen worden en zich door hen zullen laten
+gebruiken tot het leiden van hunne schepen enz. Evenzoo op het land.
+Alle wilde dieren, leeuwen, tijgers, luipaarden, wolven enz., alle
+giftige reptielen en vergiftige schadelijke planten zullen verdwijnen
+en plaats maken voor nieuwe, der menschheid nuttige gewassen.</p>
+<p>Zoodra den ganschen aardbodem met phalanst&egrave;res overdekt is,
+zal zij twee millioen derzelven en vier milliard menschen aanwijzen.
+Dan zal Constantinopel hoofdstad zijn van de wereld en zal de door alle
+phalanst&egrave;res gekozen &bdquo;Omniarch&rdquo;, als heerscher der
+wereld, aldaar zijn zetel innemen. <span class="pagenum">[<a id="pb47"
+href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span></p>
+<p>Met het getal van vier milliard, is volgens Fourier, het maximum
+bereikt dat het bevolkingscijfer bereiken kan; want wanneer ook de
+menschen zich aanvankelijk sterk vermeerderen, de vruchtbaarheid van
+het geslacht zal verminderen, naar mate nevens de mannen, ook de
+vrouwen sterker zullen worden, hunne geestelijke en lichamelijke
+ontwikkeling en opulente levenswijze toenemen zal. Fourier gelooft,
+reeds voor onze samenleving de opmerking gemaakt te hebben, dat vrouwen
+van groote lichaamskracht en lichaamsgestalte en onder gunstige
+materieele verhoudingen levend, minder kinderen krijgen dan die van een
+zwakkelijke en geringe constitutie. De eersten zijn zelfs dikwerf
+onvruchtbaar.</p>
+<p>Dezelfde veranderingen als op aarde, voltrekken zich ook op alle
+overige planeten. Geheele nieuwe planeetsystemen zullen zich nog moeten
+vormen, ten einde in de sterrenwereld denzelfde harmonie, het opperste
+klavier (clavier majeure) te kunnen vestigen, zooals deze harmonie op
+aarde gevestigd is in het klavier van de menschelijke ziel, dat 810
+karaktereigenschappen aanwijst.</p>
+<p>Fourier rekent bij dit alles met bepaalde mathematische
+verhoudingen; alle levensuitingen en levenschijnselen laten zich in
+bepaalde mathematische getalverhoudingen uitdrukken. Fourier staat
+hierbij geheel op den bodem van Pytagoras (540&ndash;500
+v&oacute;&oacute;r Chr.), die gelijk bekend is, eene philosophie van de
+getallenleer voor alle verschijnselen, leerde.</p>
+<p>In 1829 verscheen Fourier&rsquo;s tweede werk: &bdquo;<span lang=
+"fr">Le nouveau monde industriel et soci&eacute;taire</span>&rdquo;.
+(&bdquo;De nieuwe industrieele en soci&eacute;taire wereld.&rdquo;) Dit
+boek bestaat uit &eacute;&eacute;n deel en is van alle werken van
+Fourier wel het duidelijkst en helderst geschreven. Het kan, om de
+beknoptheid waarin zijne denkbeelden erin vervat zijn, als de
+quintessens van Fourier&rsquo;s denkbeelden als hervormer, worden
+beschouwd. Zeven jaren later gaf hij nogmaals een groot werk in het
+licht, dat &bdquo;Valsche industrie&rdquo; genaamd was, maar dit boek
+bevat geen nieuwe denkbeelden en is van beslist minder waarde, dan zijn
+&bdquo;<span lang="fr">Nouveau monde</span>&rdquo; en zijn
+&bdquo;<span lang="fr"><span class="corr" id="xd19e1502" title=
+"Bron: Theorie">Th&eacute;orie</span> des quatres
+mouvements</span>&rdquo; dat zijn.</p>
+<hr class="tb">
+<p>In 1848 hebben de scholieren van Fourier zijn gezamenlijke werken
+uitgegeven, onder den titel: &bdquo;<span class="ex" lang=
+"fr">L&rsquo;harmonie Universelle et le
+Phalanst&egrave;re</span>&rdquo; (&bdquo;De algemeene harmonie en de
+<span class="corr" id="xd19e1513" title=
+"Bron: phanlanst&egrave;re">phalanst&egrave;re</span>&rdquo;), waarin
+Fourier zelf aan het woord is, omtrent zijne plannen en de ontdekkingen
+zijner wetenschap. <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48"
+name="pb48">48</a>]</span></p>
+<p>Hij zegt, dat nadat bij hem eenmaal den twijfel was geweken, dat de
+toestand van ontbering, die overal heerschte, van nood en gebrek, het
+overal-heerschend-bedrog, het handelsmonopolie en de slavenhandel, een
+door God gewilde toestand was, dat hij toen tot de conclusie kwam, dat
+deze gansche toestand er eene van overgang was voor de menschheid; een
+toestand van verandering in de sociale orde van zaken. En hij maakte
+&rsquo;t zich tot een regel van zijn onderzoek: <i>de absolute twijfel,
+en de absolute vermijding van de tot dusverre betreden wegen</i>. Hij
+vroeg: wat kan er twijfelachtiger bestaan, dan deze onvolkomene
+beschaving?&mdash;Wanneer er aan haar ook drie periodes voorafgegaan
+waren, die van wildheid, patriarchaat en barbarisme, moet dan daaruit
+worden opgemaakt dat zij de laatste is, alleen omdat zij de vierde is?
+Kan er niet een vijfde, zesde of zevende sociale orde komen, die
+wel-is-waar ons nog niet bekend kan zijn, maar dit alleen, omdat tot
+nog toe niemand zich de moeite gegeven heeft van haar te ontdekken! Men
+moet dus de noodzakelijkheid, de voortreffelijkheid, zoowel als de
+voortduring van deze maatschappij, altijd en altijd in twijfel blijven
+trekken. Dit hebben de philosophen nooit gedaan, omdat zij, zoo zegt
+Fourier, dit nooit gewaagd hebben, dewijl dan de nietswaardigheid van
+al hunne werken voor de menschheid meteen zou aan het licht gekomen
+zijn!</p>
+<p>In de eerste plaats hield Fourier zich bezig met de landelijke
+associatie (association agricole) en bij het nadenken over haar,
+geraakte hij tot de theorie der bepalingen. De oplossing van dit
+vraagstuk, leidt volgens hem, tot die van alle politieke vraagstukken.
+&bdquo;De philosophen hielden de akkerbouw-associatie voor eene even
+zoo groote onmogelijkheid, als de afschaffing der slavernij, omdat zulk
+eene associatie tot nog toe niet bestond. Ziende, dat bij de
+dorpsbewoners elk gezin op eigen gelegenheid arbeidt, konden zij zich
+geen middel denken om hen te vereenigen. En toch zouden er reeds
+talrijke verbeteringen kunnen ontstaan, wanneer men de bewoners van elk
+vlek, kon vereenigen tot gemeenschappelijke bezigheid, naar verhouding
+van hun kapitaal en hunnen arbeid. Aldus zouden 2&ndash;300 families,
+met ongelijk vermogen, een streek kunnen cultiveeren. Men kan
+nauwelijks 20, 30, 40 individuen tot gemeenschappelijke bezigheid
+verbinden, hoe zoude men het honderden kunnen doen, zegt men. En toch
+zouden er voor zulk een associatie op zijn minst genomen 800 personen
+noodig zijn. Ik versta hieronder, verklaart Fourier verder, eene
+samenwerking bij welke de medeleden door wedijver, eigenliefde en
+andere middelen, aan den arbeid gehecht zouden kunnen worden
+gemaakt.</p>
+<p>&bdquo;Eene zoodanige organisatie komt ons belachelijk voor en
+<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name=
+"pb49">49</a>]</span>toch is zij mogelijk. Eene agrarische associatie,
+gelijk ik mij die voorstel en die wel duizend personen kan omvatten,
+levert zulke enorme voordeelen op, dat zij in vergelijking met de
+tegenwoordige toestanden, aan een toestand van zorgeloosheid gelijk zou
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>De sterkste prikkel voor den landman, zoo gaat Fourier voort, is de
+winst. Wanneer de verbondenen maar eenmaal zullen zien, dat
+soci&euml;tair-georganiseerden arbeid, hen vijf zesmaal meer winst
+oplevert, dan hunne <span class="corr" id="xd19e1530" title=
+"Bron: geisoleerde">ge&iuml;soleerde</span> bedrijven van vroeger dit
+deden, zullen zij wel &aacute;l hunne onderlinge jalouzie&euml;n ter
+zijde zetten en tot de associatie toetreden.</p>
+<p>&bdquo;Dan zullen zich de associaties over regionen uitbreiden.
+<i>Want overal hebben de menschen den trek naar genot en naar
+rijkdommen.</i>&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Het eerste wat Fourier daarna ontdekte, was de aantrekking der
+hartstochten. &bdquo;Ik zag in dat de voortschrijdende serie&euml;n,
+aan de hartstochten der beide geslachten, de verschillende leeftijden
+en klassen de volle ontwikkeling zouden kunnen geven; dat in de nieuwe
+orde, men zooveel te meer kracht en vermogen zoude erlangen, naar mate
+men meer hartstochten heeft, en ik concludeerde daaruit: dat als God
+zooveel invloed gegeven heeft aan de aantrekking der hartstochten en
+zoo weinig invloed aan de rede, hunnen vijand, dat dit zeker
+geschiedde, om ons tot organisatie der voortschrijdende serie&euml;n te
+voeren, welke in elk opzicht de aantrekking bevredigen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In de schaduwen van de voorhanden zijnde sociale
+wetgeving,&rdquo; zoo zegt hij voorts, &bdquo;ziet men niet in, dat de
+ellende der volkeren aanwast, juist met de sociale vooruitgang. Wij
+zien reeds die gevaarlijke werking uit den invloed van den
+handelsgeest, die daarheen leidt, de heete luchtstreek te bevolken met
+zwarte slaven, die men ontrukt aan hun geboorteland en het gematigde
+klimaat met witte slaven, die men in industrieele bagnoos drijft,
+gelijk men dit heden ten dage in Engeland doet, iets dat gewis wel in
+andere landen navolging zal vinden. Is er zelfs eene gerechtvaardigde
+zijde aan een toestand, waarin de vooruitgang van de industrie, zelfs
+niet eens aan den armen den behoorlijken arbeid kan
+garandeeren?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het verbond is de basis van elke economie, wij vinden de
+kiemen daarvan verstrooid in het geheele sociale mechanisme, van-af de
+machtige Oost-Indische Compagnie, tot aan de arme vereenigingen der
+voor een bedrijf vereenigde dorpsbewoners <span class="pagenum">[<a id=
+"pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span>toe.... <a id="xd19e1548"
+name="xd19e1548"></a>Wij hebben overal, zoowel in het kleine als in het
+groote deze kiemen voor ons welzijn bij de hand; het zijn ruwe
+diamanten, welke door de wetenschap geslepen moeten worden. Het
+problema is, deze kiemen der associatie, die in alle takken van
+menschelijken arbeid terug te vinden zijn, tot &eacute;&eacute;n
+mechanisme te verbinden, hen tot eene algemeene &eacute;&eacute;nheid
+te doen worden.&rdquo;</p>
+<p>Wat de sociale beweging aangaat, zoo ziet men elke belanghebbende
+klasse, de andere het booze toewenschen; overal is het
+<i>persoonlijke</i> belang in tegenspraak met het <i>algemeene</i>
+belang. De geheele schrikkelijkheid van een dusdanige toestand, ziet
+men recht en duidelijk in, wanneer men ze eerst goed leert begrijpen;
+wanneer men de soci&euml;taire organisatie leert kennen, waarin de
+belangen een geheel andere richting uitgaan, wanneer ieder voor het
+algemeen belang werkt, <i>juist omdat dit het meest <span class="corr"
+id="xd19e1560" title="Bron: paralel">parallel</span> loopt met zijn
+persoonlijk belang</i>.</p>
+<p>&bdquo;De vrijheid is illusoir wanneer zij niet algemeen is. Waar de
+vrije ontwikkeling van de hartstochten tot een zeer kleine minderheid
+beperkt is, daar heerscht er slechts onderdrukking. Om de massa eene
+volkomene ontvouwing en de bevrediging harer hartstochten te
+verzekeren, is eene sociale organisatie noodig, die aan drie
+voorwaarden te voldoen heeft. Men moet: 1e een regime der industrieele
+attractie zoeken, ontdekken en organiseeren; 2e aan ieder moeten
+gewaarborgd kunnen worden de zeven natuurlijke rechten, die ook de
+wilde bezit; en 3e, de belangen des volks moet men verbinden met die
+van de grooten. Want het volk zal op den grooten afgunstig zijn en hen
+haten, zoolang het niet gradueel een aandeel heeft aan hun welzijn.
+Slechts onder deze drie voorwaarden, kan men het volk een minimum aan
+voedingsmiddelen, bekleeding, woning en hoofdzakelijk, ook aan het
+vergenoegen verzekeren, want zonder er een aangename zijde aan te
+verbinden, zal ook de nieuwe toestand voor de menschen niet voldoende
+zijn.<span class="corr" id="xd19e1567" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>Er is, volgens Fourier, geen voor altijd samengestelde vrijheid
+mogelijk die niet in-zich bevat dat minimum. &bdquo;Geen minimum zonder
+industrieele attractie; geen industrieele attractie in den stuksgewijs
+verrichten arbeid&rdquo;, waarmede hij bedoelt, in den arbeid gelijk
+hij verricht wordt in de privaat-ondernemingen.</p>
+<p>De aantrekking tot den arbeid, kan slechts daar aanwezig zijn, waar
+die arbeid aangenaam en lucratief is. De verdeeling heeft plaats,
+volgens de drie industrieele eigenschappen: arbeid, kapitaal en talent.
+Het bevolkingsaantal van een phalanst&egrave;re mag niet grooter wezen
+dan van 1800 tot 2000 personen, omdat in dat getal naar Fourier&rsquo;s
+berekening, de verschillende <span class="pagenum">[<a id="pb51" href=
+"#pb51" name="pb51">51</a>]</span>hartstochten en karaktereigenschappen
+ten volle en doelmatig vereenigd zijn. De economie der hulpmiddelen
+verkrijgt men, uit een zoo doelmatig mogelijk tezamenwerken van allen,
+met elkander werkenden, omdat allen belang hebben bij de besparing van
+materialen, van tijd en van arbeidskrachten.</p>
+<p>Zoo zal men in een phalanst&egrave;re van 400 families, niet 400
+keukenvuren voor 400 private huisgezinnen noodig hebben, maar zullen
+vier of vijf groote keukenvuren voldoende zijn. De bewoners zullen in
+vier of vijf klassen, naar hunnen stand en naar hun vermogen ingedeeld
+kunnen worden, en aldus &eacute;&eacute;n gemeenschappelijk paleis
+kunnen bewonen.</p>
+<p>Een phalanst&egrave;re, die zich bijv. met de wijn- of olieproduktie
+bezig houdt, zal slechts een enkele werkruimte noodig hebben, in plaats
+van de velen, die thans in een wijn- of olieverbouwende streek
+bestaan.</p>
+<p>De juiste behandeling van den wijn, is den kleinen bezitter
+onmogelijk, noch kan hij voor de behoorlijke ligging zorg dragen, noch
+voor de verkoeling die noodig is. In eene phalanst&egrave;re zal de
+wijn, tengevolge van de deugdelijke bewaring en verzorging reeds na
+&eacute;&eacute;n jaar, vijfmaal meer waard zijn. Bovendien kan de
+phalanst&egrave;re steeds het produkt verbeteren, door de
+kostenbesparing; betere zaden, betere planten aan te schaffen. Zij kan
+de beste bodem uitzoeken en de doelmatigste machines, gebouwen, stallen
+en bergruimten hebben.</p>
+<p>Eene der schitterendste kanten van het soci&egrave;taire systeem van
+den arbeid, is wel deze, dat daarbij de waarheid in handel en wandel
+kunnen worden ingevoerd. &bdquo;Terwijl de associatie, de
+co&ouml;peratieve, solidaire en zeer vereenvoudigde, op waarachtigheid
+en waarborgen berustende concurrentie, in plaats van de individueele,
+onsoliede en door leugenachtigheid opgevreten, willekeurige
+concurrentie onzer beschaving stelt, zal zij maar een twintigste van de
+handen en de kapitalen daarvoor noodig hebben. Men zal zoodoende den
+tegenwoordigen handel als parasietisch kunnen onderdrukken. Men zal
+door de <span class="corr" id="xd19e1584" title=
+"Bron: phalanst&eacute;r&eacute;">phalanst&egrave;re</span>, in plaats
+van honderden concurreerende en tegen-elkander intrigueerende
+kooplieden en winkeliers, met hunne marktplaatsen en winkels slechts
+&eacute;&eacute;n groot Warenmagazijn en naar verhouding zeer weinig
+personen noodig hebben, dewijl alle koopen en verkoopen naar buiten,
+door de <span class="corr" id="xd19e1587" title=
+"Bron: phalanst&eacute;res">phalanst&egrave;res</span> onder-elkander
+afgesloten worden.&mdash;</p>
+<p>&bdquo;Zoodra mannen, vrouwen en kinderen, de laatsten van af den
+leeftijd van drie jaren werkzaam zijn uit aantrekking; wanneer
+hartstocht, geschiktheid, wedijver, het verbeterde mechanisme van den
+arbeid, &eacute;&eacute;nvormigheid in het doel der handelingen, vrijer
+<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name=
+"pb52">52</a>]</span>verkeer, verbeteringen van het klimaat, hoogere
+kracht en langeren levensduur der menschen, tezamen werken, zullen de
+arbeidsmiddelen<a id="xd19e1594" name="xd19e1594"></a> en <span class=
+"corr" id="xd19e1596" title="Niet in bron">-</span>krachten
+onberekenbaar zich vermeerderen, en het produkt kwantitatief en
+kwalitatief zich, daaraan <span class="corr" id="xd19e1599" title=
+"Bron: g&euml;evenredigd">ge&euml;venredigd</span> veredelen en
+vermeerderen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1603" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het meest wel zal het lot van de kinderen
+in deze soci&eacute;taire organisatie, zich verbeteren. In de slecht
+geleide privaat-ondernemingen vinden de kinderen, in de hutten en de
+arbeidsplaatsen, schuren en ellendige woningen n&ograve;ch de
+verzorging, n&ograve;ch de beoordeeling, n&ograve;ch de aandrift die
+zij zoo noodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Daarbij sterven
+zij bij <span class="corr" id="xd19e1606" title=
+"Bron: massas">massa&rsquo;s</span> in ongenoemde woningen, door
+slechte levenswijzen, of worden zij met kwalen behept. In den
+soci&egrave;tairen toestand, zal de sterfte buitengewoon verminderen;
+het kinderaantal zal, zoowel lichamelijk als geestelijk, op ongekende
+wijze toenemen. Dreigende overbevolking, zal alleen door de
+soci&egrave;taire organisatie kunnen worden geneutraliseerd.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1610" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De beschaving bevindt zich tegenover alle
+deze vraagstukken in een vicieuzen cirkel en dit erkent men allerwege.
+Men is er perplex van dat in de beschaving, de armoede de overvloed
+voorbrengt. Onzen toestand brengt ons niet het geluk, maar zij levert
+het niet-geluk op, de excessen der industrie voeren tot de grootste
+euvelen, zij brengen ons van Scylla in Charybdes. En waarom? Omdat wij
+zonder leiddraad, omdat wij zonder gids, ronddolen in een labyrinth.
+Dat ziet men aan alles. Wij moeten een wegwijzer in het maatschappelijk
+leven hebben, eene nieuwe wetenschap en die is volgens Fourier, die van
+de serie&euml;n der aandriften. Men zegt dat de menschen van heden niet
+slechter zijn, dan die van vroeger. Maar een halve eeuw terug, kon men
+nog voor weinig geld stoffen van goeden kleur en goede kwaliteit koopen
+voor weinig geld. Men kon nog onvervalschte levensmiddelen krijgen,
+tegenwoordig heerscht in alles bedrog en vervalsching. De landman-zelf
+is een vervalscher moeten worden, gelijk het den koopman reeds lang
+voor hem was; melk, olie, wijn, brandewijn, suiker, meel, koffie, alles
+is vervalscht. De arme menigte kan geen natuurlijke levensmiddelen meer
+bekomen, men verkoopt overal vergiften.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1614" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De handel is schrikwekkend toegenomen en
+in dezelfde mate het bedrog, den zwendel en de opzuiging van
+kapitalen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1619" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Ten allen tijden en overal, zal de
+aantrekking der hartstochten, tot drie doeleinden trachten te komen.
+Tot de luxe of tot bevrediging der vijf zinnen; tot groepvormingen en
+serie&euml;n van groepen of bonden van toeneiging; tot het mechanisme
+der aandriften, <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name=
+"pb53">53</a>]</span>der karakters en der instinkten; en door alle deze
+drie, tot universeele gelijkvormigheid.</p>
+<p>&bdquo;Alle groepen zoeken eene serie of een ontwikkelingstrap te
+vormen, verschillend in paring en soort. Deze serie&euml;n van groepen,
+zijn aldus het tweede doel van de aantrekking, terwijl zij zich voor
+alle funkties der zinnen en der ziel vormen. Het derde doel, is het
+mechanisme van de aandriften of de serie&euml;n van de aandriften of de
+serie&euml;n van groepen. Het is het streven van de vijf zinnelijke
+aandriften. 1. Smaak, 2. gevoel, 3. reuk, 4. gewicht, 5. gehoor met de
+vier affektieve: 6. vriendschap, 7. eerzucht, 8. liefde, 9. ouderschap,
+in overeenstemming te komen. Deze overeenstemming voltrekt zich door
+bemiddeling der drie weinig bekende en veel miskende aandriften; 10. de
+aandrift door intrigue, naar vereeniging van gelijkstrevenden; 11. de
+aandrift naar afwisseling, naar contrasten; 12. de aandrift tot
+beijvering, tot begeestering en tot het streven naar
+vervolkomening.&rdquo;</p>
+<p>Deze twaalf tezamenwerkende aandriften of hartstochten, bevatten
+volgens Fourier, de harmonie van de aandriften.... &bdquo;Tegenwoordig
+is de mensch in oorlog met zich-zelven. Zijne aandriften werken tegen
+elkander-in. De eerzucht werkt tegen de liefde, het ouderschap tegen de
+vriendschap in; en aldus bevinden zich vele aandriften in disharmonie.
+Ons doel moet het zijn, een vrijwillig in-elkander grijpend mechanisme
+van aandriften te scheppen, zonder een derzelve te onderdrukken. Dit
+kan geschieden, door dat ieder individu, terwijl hij zijn persoonlijk
+belang beoogt, daarmede tegelijkertijd het algemeen belang dient.</p>
+<p>&bdquo;De kunst om te associeeren bestaat hierin, een phalanx van
+serie&euml;n van aandriften, met elkander in volle overeenstemming te
+kunnen brengen en te doen ontwikkelen, die volkomen vrij alleen door
+aantrekking voortbewogen wordt en toegepast kan worden op de zeven
+voornoemde industrieele functies: huishouding, akkerbouw, industrie,
+handel en verkeer, onderwijs, wetenschappen en schoone kunsten.<a id=
+"xd19e1630" name="xd19e1630"></a></p>
+<p>&bdquo;Een serie der aandriften is een verbinding van verschillende,
+op en neder gaande volgreeksen van verbonden groepen. Zij zijn
+vereenigd door overeenstemming in smaak voor een of andere bezigheid,
+zooals het verbouwen van een zekere vrucht, in welke voor elken tak van
+arbeid, zich hierbij een speciale groep vormt. Wanneer eene serie bijv.
+hyacinthen of aardappelen verbouwt, moet zij even zoovele groepen
+vormen, als er soorten van hyacinthen of soorten van aardappelen in
+cultuur gebracht moeten worden. Elke groep vormt zich uit de leden van
+de serie, die <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name=
+"pb54">54</a>]</span>voor eene bepaalde soort, neiging aan den dag
+leggen. Er zijn minstens 40&ndash;50 serie&euml;n noodig, om
+eenigermate te voorzien in de behoeften aan de noodige afwisseling en
+neutraliseering. De serie&euml;n benuttigen de verscheidenheid van
+karakters, smaken en instinkten; van de vermogens, aanspraken en van de
+trappen van ontwikkeling. Elke serie is tezamengesteld uit
+contrasteerende ongelijkheden, zij behoeft evenzoovele tegenstellingen
+of antipathi&euml;n, als zij overeenstemmingen of sympathie&euml;n
+noodig heeft. Gelijk in de muziek, waarin men een akkoord verkrijgt
+doordien men evenzoovele noten uit laat vallen, als men aan den anderen
+kant er aan toevoegt en de contrasten der tonen &eacute;&eacute;n
+akkoord leveren, zoo levert de vereeniging van de serie&euml;n der
+groepen, voor de sociale harmonie hetzelfde effect op. Zij brengt
+beweging, waarheid, gerechtigheid, direkte en indirekte overeenstemming
+en eenheid in den vorm.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1637" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De verschillende groepen moeten zich tegen
+elkander-in bewegen. Dat is mogelijk, doordat de groepen slechts
+gradueel van elkander verschillende bezigheden verrichten, bijv. niet
+verschillende soorten van ooft, maar verschillende soorten van een
+soort verbouwen. Verder moeten de arbeidszittingen kort zijn en niet
+langer dan twee uren duren. Een groep van zeven arbeiders is voldoende,
+zij is volkomen, als zij er negen telt. Dan verdeelt zij zich
+onwillekeurig weder in ondergroepen, in de beide vleugels en een
+centrum. Vier en twintig groepen is het laagste getal voor eene
+serie.</p>
+<p>&bdquo;De mensch&rdquo;, zegt Fourier &bdquo;is uit instinkt een
+vijand van dwang en van gelijkheid, hij streeft in elk opzicht gestadig
+naar verandering. In de beschaving van thans wordt instinktmatig overal
+het valsche bereikt. Steeds wordt het valsche aan het ware
+voorgetrokken en het steunpunt van ons tegenwoordig systeem is eene
+valsche groep, die welke zich tot het kleinste getal laat terugbrengen:
+tot de echt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1643" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Deze groep is valsch door de beperking van
+het getal, valsch door het ontbreken van de vrijheid, valsch door het
+uitelkandergaan en de splitsing van de smaken. Reeds dadelijk zijn deze
+verschillen voelbaar. N&agrave; den eersten dag van het huwelijk,
+verschilt men bijv. al over de gerechten, over de bezoeken, over de
+uitgaven, de conversatie en over honderd andere dingen meer. Welnu, als
+de beschaafden van onzen tijd, in de oorspronkelijkste hunner
+groepeering niet kunnen harmonieeren, dan kunnen zij het nog veel
+minder met het geheel der groepeeringen in de samenleving.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name=
+"pb55">55</a>]</span></p>
+<p>In de <span class="corr" id="xd19e1649" title=
+"Bron: phalans&egrave;re">phalanst&egrave;re</span> van Fourier, is men
+niet zonder eenige regeering. De leiders van de serie&euml;n en groepen
+worden officieren genaamd en hebben militaire graden. Zij hebben den
+titel van hoofdlieden, luitenants, vaandeljonkers; er zijn geheele
+staven in de <span class="corr" id="xd19e1652" title=
+"Bron: phalanst&eacute;re">phalanst&egrave;re</span> en ten opzichte
+van deze waardigheden is er geen verschil tusschen man en vrouw. De
+medeleden van de serie&euml;n en groepen, verkiezen tot hunnen leiders
+diegenen onder hen, die zich in hunnen kring het meest verdienstelijk
+gemaakt hebben en daardoor het meest de sympathie hebben van de
+anderen.</p>
+<p>Fourier is verder van oordeel, dat de menschen, met zeer weinig
+uitzonderingen, reeds vrij spoedig hunne vreugde zullen hebben aan
+schoone harmonie&euml;n van kleuren, aan prachtige en schoone feesten,
+standbeelden en gebouwen. En naar alle deze richtingen heen, kan alleen
+door de <span class="corr" id="xd19e1657" title=
+"Bron: phalansit&eacute;re">phalanst&egrave;re</span> het schoonste
+gewrocht kunnen worden.</p>
+<p>Zien wij nu nog voorts hoe, volgens Fourier een onbemiddelde en een
+rijke in zulk eene phalanst&egrave;re hunnen dag doorbrengen. Wij
+kiezen daartoe den maand Juni. Des morgens 3&frac12; uur is het opstaan
+en aankleeden; 4 uur &bdquo;<span class="corr" id="xd19e1662" title=
+"Bron: s&egrave;ance">s&eacute;ance</span>&rdquo; in een groep voor de
+verzorging der dieren in de stallingen; 5 uur arbeid in een groep van
+tuiniers; 7 uur ontbijt; 7&frac12; zitting van maaiers; 9&frac12; uur
+zitting van groentekweekers. Om 11 uur, tweede zitting in de
+stallingen; 1 uur middagtafel; 2 uur boscharbeid; 4 uur arbeid in een
+werkplaats; 8 uur beurs; 8&frac12; uur avondeten; 9 uur conversaties en
+10 uur slapen-gaan.</p>
+<p>De beurs van de phalanst&egrave;re houdt zich niet bezig met
+schaggerhandel in papieren of levensmiddelen, maar met den zorg voor
+den volgenden dag. Dan <span class="corr" id="xd19e1668" title=
+"Bron: w&ecirc;er">we&ecirc;r</span> vormen zich nieuwe groepen en
+serie&euml;n. Ook worden later als de <span class="corr" id="xd19e1671"
+title="Bron: phalanst&eacute;re">phalanst&egrave;re</span> in volle
+werkzaamheid is, het getal der rustpoozen en maaltijden verhoogd tot op
+vijf, en worden ook de zittingen korter. Den korten slaaptijd,
+verklaart Fourier hiermede, dat de menschen die in harmonie arbeiden,
+tengevolge van hun veel aangenamer levenswijze, veel minder slaap
+noodig zullen hebben, dan de beschaafden van tegenwoordig.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Maatstaf van verdeeling van de opbrengst van het produkt in de
+phalanst&egrave;re is: ten 1e de direkte werking, die zij voor de
+banden der eenvormigheid van de phalanx in het spel van het sociale
+mechanisme heeft; ten 2e de waarde die zij heeft voor de
+uit-de-wegruiming van tegenstrijdige hindernissen en ten 3e de
+omgekeerde verhouding waarin zij staat tot de sterkte der aantrekking,
+die <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name=
+"pb56">56</a>]</span>zij opwekt. Naar deze wijze groepeeren zich de
+verschillende bezigheden, welker klassificeering en ordening de
+medeleden der phalanx-zelve te bepalen hebben. Een overeenstemming is
+zooveel te gemakkelijker, daar elk medelid in een gansche menigte van
+serie&euml;n en in een nog grooter aantal groepen werkzaam is. De gunst
+die het medelid eener serie of groep in de bevoordeeling van dividend
+zou <i>kunnen</i> verkrijgen, zou hen tot schade zijn in eene andere
+groep of serie. Zijn eigen belang dwingt hem dus tot de grootst
+mogelijke objektiviteit. Ook is hij erbij ge&iuml;nteresseerd, dat de
+harmonie niet gestoord worde, omdat dit dan tot schade zou wezen van
+het geheel en zonder twijfel ook tot dat van hemzelf. Van deze
+gezichtspunten uit beoordeeld, geschiedt ook de verdeeling van het
+inkomen over kapitaal, arbeid en talent. Fourier geeft hiermede
+volgende voorbeelden:</p>
+<p>&bdquo;Alippus is een rijke aktie&euml;nbezitter, die tot nu toe,
+&iacute;n de beschaving, voor de uitleening van zijn kapitaal op
+goederen, 3 &agrave; 4 procent maakte. In de phalanst&egrave;re heeft
+hij kans 12 &agrave; 15 procent te maken. Hij is z&eacute;&eacute;r
+voor een rechtvaardige verdeeling, maar zijn hebzucht kan hem ertoe
+verleiden, als kapitalist de helft van het overschot, als dividend voor
+zich op te eischen. Maar hij komt dan dadelijk tot het inzicht, dat de
+beide andere talrijke klassen, welke arbeid en talent aan de zaak
+gaven, daarmede z&eacute;&eacute;r ontevreden zouden zijn en
+waarschijnlijk binnen weinig jaren zou de phalanst&egrave;re opgelost
+en de schade dan nog veel grooter zijn. Dus vergenoegt hij zich met
+eene regeling, die aan zijn kapitaal 4/12, den arbeid 5/12 en het
+talent 3/12 toewijst. Hij heeft, naar deze maatstaf, nog driemaal meer
+inkomen dan de beschaving hem gaf; hij leeft in de phalanst&egrave;re
+veel goedkooper, hij ziet bovendien de beide andere klassen bevredigd
+en het bestaan der maatschappij daardoor verzekerd. Zijne hebzucht
+wordt in evenwicht gehouden door twee tegenwichten. Hij heeft de
+overtuiging, dat in het algemeen belang tevens zijn eigenbelang
+opgesloten ligt en dat in de vooruitgang van de industrieele
+aantrekking, voor hem een bron van grooter rijkdom opgesloten ligt. Een
+tweede voorbeeld:</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1686" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Johannes heeft n&ograve;ch kapitaal,
+n&ograve;ch aktie&euml;n. Hij is als beschaafde er dus
+z&eacute;&eacute;r voor, dat den arbeid, op kosten van het kapitaal en
+het talent het leeuwenaandeel bekomt en rekent dus 7/12 voor den
+arbeid, 3/12 voor het kapitaal, en 2/12 voor het talent. Maar Johannes,
+als lid van de phalanst&egrave;re, denkt er anders over. Als medelid
+van een groep, juist dikwijls door het talent dat hij ten toon spreidt
+de eerste, komt hij nu tot juiste waardeering van het talent. Bovendien
+begrijpt hij, als praktisch burger, <span class="pagenum">[<a id="pb57"
+href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>welke beteekenis het kapitaal
+heeft, welke voordeelen den arbeid eruit kan trekken, hoevele
+voordeelen er uit geboren worden voor de serie en de groepen, en
+vervolgens, dat zijne kinderen het vooruitzicht hebben met kapitaal te
+worden bedeeld. Hij zelve kan door toeneming zijner kennis tot hooger
+waardigheid klimmen, ook besparingen maken. En ten slotte zal hij
+gevoelen, dat tot een juist evenwicht in de maatschappij, hier den
+arbeid iets of wat naar den achtergrond heeft te treden, tegenover het
+kapitaal en het talent. Een derde voorbeeld:</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e1692" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Philintus is medelid van 36 serie&euml;n.
+In twaalf daarvan munt hij uit, door groote geschiktheid en talent; in
+twaalf anderen is hij middelmatig en in de twaalf laatsten, is hij een
+nieuweling. Als nu bij het einde van het jaar zijne rekening opgemaakt
+wordt, zou hij, in aanmerking genomen de talenten welke hij ontwikkelde
+in twaalf serie&euml;n, z&eacute;&eacute;r geneigd zijn, deze bijzonder
+hoog te willen aanslaan. Maar verstandig als hij is, zal hij moeten
+inzien, dat hiermede n&ograve;ch zijn belang, n&ograve;ch dat van de
+phalanst&egrave;re kan gediend zijn. Niet alleen staan tegenover de 12
+serie&euml;n, waarin hij zich door talent onderscheidde, 24 anderen
+waarin hij slechts een middelmatig arbeider bleek, maar ook van die 12
+serie&euml;n waarin hij uitmunt, behooren slechts vier tot de eerste
+klasse, de hoogst beloonde, die van de noodzakelijkheden; vier anderen
+in de tweede, en de vier laatsten in de derde klasse. Hieruit dus,
+volgt voor hem van-zelf, dat de eenzijdige maatstaf van de
+bevoorrechting van het talent hier geenszins in toepassing kan worden
+gebracht. Maar daarbij komt nog iets. Daar de belangen van alle
+medeleden in de dozijnen van serie&euml;n en honderden van groepen
+persoonlijk van elkander verschillen; in eene serie of groep, van twee
+of van meerdere weder harmonieeren, dezen wederom in alle andere
+serie&euml;n en groepen in belang van elkander uiteenloopen, is een
+intriguenspel ten gunste van enkele serie&euml;n of groepen onmogelijk.
+In deze honderden, door elkander loopende en elkander kruisende
+belangen, waarbij geen individu alleen iets vermag en geen andere
+verbinding van gelijke belangen mogelijk is, moet ten slotte wel het
+algemeen belang, en dus tegelijk het belang van allen, op zich-zelve
+reeds zegevieren.</p>
+<p>&bdquo;Het regime van de serie&euml;n der aandriften, is de gewilde
+gerechtigheid, die de voorhanden zijnde ondeugd, de zucht naar goud,
+omzet in den dorst naar gerechtigheid.&rdquo;</p>
+<p>De geheele verdeelingswet formuleert Fourier aldus: &bdquo;De
+individueele hebzucht moet door het collectief belang van elke serie en
+dat der geheele <span class="corr" id="xd19e1699" title=
+"Bron: phalanst&egrave;rie">phalanst&egrave;re</span>, als
+toebehoorende aan eene menigte <span class="pagenum">[<a id="pb58"
+href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>van serie&euml;n geabsorbeerd
+worden.&rdquo; En deze wet wordt bereikt, door de direkte verhouding
+van het getal der frequente serie&euml;n, in omgekeerde verhouding tot
+den duur van den arbeid; in de serie&euml;n op-zich-zelf. Met andere
+woorden, tot hoe meer serie&euml;n het individu behoort en hoe korter
+dientengevolge de enkele arbeidszittingen worden, zooveel te lichter
+zal de neutraliseerende gerechtigheid in de verdeeling van de
+<span class="corr" id="xd19e1704" title=
+"Bron: arbeidsopbrengt">arbeidsopbrengst</span> zich voordoen. Met het
+getal der verschillende belangen van de enkelingen, groeien ook de
+mogelijkheid van de meest rechtvaardige verzoening en de eenvormigheid
+van het geheel aan.</p>
+<p>De hebzucht werkt aldus ten slotte verzoenend in de <span class=
+"corr" id="xd19e1709" title="Bron: harmoniet">harmonie</span>. Maar
+tegenover haar staat nog een tweede impuls van verzoening: <span class=
+"ex">de edelmoedigheid</span>. Bijvoorbeeld. Het komt er op aan een
+bedrag van 216 francs te verdeelen, zegt Fourier, onder negen medeleden
+eener groep, waarbij het dan toevallig uitkomt, dat de rijksten en
+welhebbendsten onder de negen groepsgenooten, tengevolge hunner
+verrichtingen het meest uitgekeerd krijgen. Hierop verklaren dan de
+beide eersten, dat zij hun kapitaalinkomen in aanmerking genomen, en
+ook om het genoegen dat hen den arbeid gedaan heeft, zich met het
+minimum zullen vergenoegen, hetgeen vier franken bedraagt.
+Dientengevolge blijven en 52 franken over, om onder de overigen te
+verdeelen. Maar het voorbeeld van de beide eersten volgen de anderen
+na, alleen deze laten, met het oog op hun geringer vermogen, van het
+hen toekomende maar de helft vallen, waardoor dus verder nog 20 franken
+te verdeelen overblijven. De 72 franken worden nu onder vijf armere
+soci&egrave;taires verdeeld, zoodat die 24, 18, 12, 9 en 9 franken
+krijgen.</p>
+<p>Wanneer nu hieruit ook voortspruit, dat de rijkste
+soci&egrave;taires slechts het geringst mogelijk arbeidsaandeel
+ontvangen&mdash;en het grootste deel van hun inkomen trekken al naar de
+mate van hun kapitaal&mdash;dan resulteert daaruit, dat hun aandeel in
+de algemeene opbrengst, in omgekeerde verhouding staat tot den afstand
+waarin de kapitalen tot elkander staan; want voor arbeid en talent
+bedoelen zij slechts het kleinste aandeel in beslag te nemen.
+Daarentegen staat hun aandeel in de algemeene opbrengst, met betrekking
+tot het kapitaalaandeel, in directe verhouding tot de massa der
+kapitalen. Er komen hier, evenals in de physieke wereld, twee tegen
+elkander inwerkende krachten in aanmerking: de <span class=
+"ex">centripetale</span>, welke hier de hebzucht is, en de <span class=
+"ex">centrifugale</span>, die hier de edelmoedigheid
+vertegenwoordigt.</p>
+<p>Ook aan het bevolkingsvraagstuk, heeft Fourier een behoorlijken
+aandacht gewijd. Juist in zijnen tijd n.l. kwam het boek <span class=
+"pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>van
+Thomas Robert Malthus &bdquo;Over de bevolkingsleer&rdquo; uit, en werd
+veel besproken. Malthus stelde de theorie op, dat de menschheid de
+tendenz heeft zich in eene geometrische progressiereeks, dus in de
+reeks: 1, 2, 4, 8, 16, 32 enz., te vermeerderen; daarentegen
+vermeerderen de voedingsmiddelen zich maar in eene arithmetischen
+reeks: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 enz. Uit deze, met elkander in
+tegenspraak zijnde tendenzen, zou volgens Malthus, binnen
+vijf-en-twintig jaren&mdash;die voldoende zijn om de verdubbeling van
+het aantal menschen voort te brengen&mdash;de aarde zoo
+&ograve;verbevolkt zijn, dat de menschheid te gronde zal moeten gaan,
+door gebrek aan levensmiddelen.</p>
+<p>Fourier nu pakt het vraagstuk van zijne andere zijde aan. Hij
+huldigt de grondstelling: stijgende produktiekrachten geven een
+stijging van produkt, beiden staan tot elkander in onmiskenbare
+verhouding. Maar zegt hij, &bdquo;vergeefsch zullen de beschaafden naar
+middelen moeten omzien, om eene vier- ja, honderdvoudige vermeerdering
+te bereiken, die er noodig is, wanneer de menschen veroordeeld moeten
+blijven zich te vermeerderen onder den tegenwoordigen socialen
+toestand, die, tengevolge van oneconomische toepassing, der
+maatschappij dwingt, gestadig het drie- of viervoud van het produkt op
+te koopen, om het door de gewoonte bestendigde levensonderhoud der
+verschillende klassen, mogelijk te maken.&rdquo;</p>
+<p>Ten allen tijde in de beschaving was de bevolkingstoename, in
+verhouding tot de voedingsmiddelen, een der klippen waarop de politiek
+is gestrand. De Ouden kenden tegen de overbevolking geen andere
+middelen dan uitzetting, kinderdooding en wurging van de overtollige
+slaven.</p>
+<p>&bdquo;In soci&egrave;taire toestand&rdquo;, zegt Fourier,
+&bdquo;werpt de natuur tegenover de excessieve vermeerdering van de
+bevolking, vier werkzame dammen op. 1e. De grootere kracht en de
+lichamelijke ontwikkeling der vrouwen; 2e. de ruimere levenswijze; 3e.
+de phanegoramische zeden en 4e. de gelijkmatige lichamelijke oefening
+van alle krachten. Wat de grootere lichamelijke ontwikkeling aangaat,
+dat zien wij bij de vrouwen in onze steden; op elke vier vrouwen die
+onvruchtbaar zijn, komen drie robuste, terwijl daarentegen de zwakkere
+vrouwen ook de vruchtbaarste zijn. Men zal zeggen, dat de vrouwen ten
+platten meest robust en t&oacute;ch ook vruchtbaar zijn. Dit is juist,
+zegt Fourier, maar een bewijs te meer, dat alle <i>vier</i> middelen
+moeten worden gecombineerd en met elkander verknocht moeten worden
+gemaakt. De vrouwen op het platte land zijn vruchtbaar, omdat zij matig
+leven en een grove, hoofdzakelijk vegetabiele voeding tot zich nemen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name=
+"pb60">60</a>]</span>De vrouwen uit de steden, leven meest weelderiger
+en geraffineerder, en daarvandaan hare grootere onvruchtbaarheid.
+Verbindt men nu in de harmonie, de lichamelijke krachtsontwikkeling der
+vrouwen met luxueuser levenswijze en voeding, dan zal men daardoor twee
+werkzame middelen, die de vruchtbaarheid tegenwerken met elkander
+verbonden hebben.&rdquo;</p>
+<p>In de harmonie zullen de menschen dan ook later als tegenwoordig
+hunne geslachtsrijpheid erlangen, omdat de niet-onderbroken en steeds
+afwisselende lichamelijke oefeningen, alle ledematen in werking doen
+komen en langeren tijd de levenskrachten opslurpen zullen. Zij zullen
+aldus het oogenblik verlengen, waarop tengevolge van de ontbrekende
+absorptie het overschot der sappen, onverwacht, de puberteit
+v&oacute;&oacute;r het door de natuurgewilde tijdstip, teweeg zo&ucirc;
+brengen. Evenzoo zullen de gelijkmatige gymnastische oefeningen bij de
+vrouwen, de <span class="corr" id="xd19e1741" title=
+"Bron: vrucbtbaarheid">vruchtbaarheid</span> tegengaan, en wel in die
+mate, dat eene vrouw, welke zwangerschap wenschte, zich omgekeerd, door
+onthouding van lichamelijke oefeningen en grootere industrieele
+inspanning, op dezen toestand zal moeten voorbereiden. De &aacute;l te
+groote lichamelijke rust van de tegenwoordige stedebewoonsters is het
+wel in hoofdzaak, welke de geslachtsdrift en het zwanger worden doen
+stijgen. Een tegenwicht is er, in den regel, niet aanwezig.</p>
+<p>Fourier verklaart, dat de tegenwoordige beschaving, ongeschikt is om
+het bevolkingsvraagstuk op te lossen. Hij toont dat aan, door op
+Ierland te wijzen, welks bevolking in dezelfde mate verarmt, als het in
+aantal afneemt; terwijl het aantal van de onder de ploeg genomen acres
+land en het hoofdcijfer van de veekudden, steeds stijgen. De roof aan
+grond en bodem begunstigt de kunstmatige ontwikkeling van de industrie
+en het verkeerswezen en zoo, zegt Fourier dan ook, dat de beschaving de
+&bdquo;armoede uit overvloed&rdquo; voortbrengt en dat dit &bdquo;elk
+euvel, elke ondeugd, welke de periode van het barbarisme slechts op
+eenvoudige wijze gekend hebben, tot een tweezijdige maakt. Zij gaat aan
+haar <i lang="fr">cercle vicieux</i>, aan hare inwendige tegenspraken
+ten gronde.&rdquo;</p>
+<p>Gelijk het menschelijk lichaam, zoo bezitten de maatschappijen hunne
+vier, door bepaalde karaktereigenschappen zich kenmerkende leeftijden,
+welke elkander opvolgen. Men kan n&ograve;ch de opkomst, n&ograve;ch de
+nedergang van eene samenleving bepalen, zoolang men niet de zeer
+verschillende karaktereigenschappen weet aan te duiden, welke eene
+bepaalde samenleving bezit.</p>
+<p>Onze natuurwetenschapsleeraren zijn, wanneer er sprake is van de
+onderscheiding bij vrij nuttelooze planten, zeer scrupuleus. Waarom,
+vraagt Fourier, zijn onze politici en economisten niet <span class=
+"pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>ook zoo,
+waar het samenlevingen te beoordeelen geldt? Waarom volgen zij hier
+niet de natuurwetenschappelijke methode, bij het onderscheiden hunner
+kenmerkende eigenschappen?</p>
+<p>Volgens Fourier, zijn de vier phazen der civilisatie en elk harer
+kenmerkende eigenschappen, de volgende:</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td colspan="2">Opstijgende Linie.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">1. <i>Phaze</i>: <i>Kindschheid</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Eenvoudige kiem</td>
+<td>Monogamie.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Samengestelde kiem</td>
+<td>Patriarchale of <span class="corr" id="xd19e1780" title=
+"Bron: adelijke">adellijke</span> feodaliteit.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td>
+<td>Burgerlijke rechten der vrouw.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Tegenwicht</td>
+<td>Federatie der groote vazallen.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Toon of stemming</td>
+<td>Ridderlijke illusies.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">2. <i>Phaze</i>: <i>Jeugd</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Eenvoudige kiem</td>
+<td>Stedelijke privilegies.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Samengestelde kiem</td>
+<td>Zorg voor wetenschappen en kunsten.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td>
+<td>Bevrijding van den arbeid.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Tegenwicht</td>
+<td>Vertegenwoordigend stelsel.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Toon of stemming</td>
+<td>Illusies der vrijheid.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2"><i>Middagsphaze</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Kiem</td>
+<td>Zeevaartkunst, experimenteele chemie.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Karaktereigenaardigheden</td>
+<td>Ontgoochelingen, Staatsleeningen.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">Nederdalende Linie.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">3. <i>Phaze</i>: <i>Mannelijkheid</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Eenvoudige kiem</td>
+<td>Handelsgeest, Fiskalisme.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Samengestelde kiem</td>
+<td>Maatschappijen op aandelen.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td>
+<td>Monopolie en Zeeheerschappij.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Tegenwicht</td>
+<td>Handelsanarchie.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Toon of stemming</td>
+<td>Economische illusies</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">4. <i>Phaze</i>: <i>Ouderdomszwakte</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Eenvoudige kiem</td>
+<td>Banken van leening.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Samengestelde kiem</td>
+<td>Ondernemenden van een bepaald aantal.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td><span class="ex">Steunpunt der periode</span></td>
+<td>Industrieele feodaliteit.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Tegenwicht</td>
+<td>Heerschappij van monopolisten.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Toon of stemming</td>
+<td>Illusies over associatie.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name=
+"pb62">62</a>]</span></p>
+<p>Fourier merkt bij dit tableau op, dat hij die karaktereigenschappen,
+welke aan alle vier phazen eigen zijn, niet heeft op den voorgrond
+gesteld, maar slechts die, welke den eene of de andere phaze
+karakteriseeren en die, welke met den eene of met de andere phaze
+vermengd zijn. Zoo is de tweede phaze, waar in de Atheners leefden,
+eene onvolkomene, eene bastaardachtige periode, die nog merkteekenen
+van het barbarisme draagt en waaraan het steunpunt van de tweede phaze,
+de bevrijding van den arbeid ontbrak. In Engeland en Frankrijk, bevindt
+de civilisatie zich in de nederdalende lijn van de derde phaze en neigt
+sterk naar de vierde, welker beide kiemen zij reeds bezit. Deze
+toestand wordt door een zich sterk voelbaar makende stagnatie
+aangetoond; het genie voelt zich vermoeid van zijne onvruchtbaarheid en
+als een gevangene, het <span class="corr" id="xd19e1932" title=
+"Bron: peinigt">pijnigt</span> zich tevergeefsch af, om eene nieuwe
+gedachte voort te brengen. De fiskalische geest aarzelt evenwel niet,
+de middelen te ontdekken om de vierde phaze te organiseeren, die
+wel-is-waar een vooruitgang, maar geen vooruitgang ten goede is. Er
+moet een tusschen-phaze geschapen worden, die de civilisatie, in een
+garantietoestand overbrengen moet.</p>
+<p>&bdquo;Maatschappijen zoo goed als individuen gaan ten
+gronde,<span class="corr" id="xd19e1937" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> zegt Fourier<span class="corr" id=
+"xd19e1940" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;wanneer zij zich aan
+den woekeraars overgeven en het is een feit van onze eeuw, van leening
+naar leening te hollen.&rdquo;</p>
+<p>Fourier begeeft zich hiermede in een critiek der staatsleeningen.
+Opdat een Staat door de geldmachten beheerscht, economisch en
+finantieel kan worden uitgebuit en uitgeplunderd, moet men hem tot het
+sluiten van leeningen verleiden. Maar met &eacute;lke nieuwe leening
+wordt hem den strik vaster om den hals gedraaid, evenals dit met den
+privaten persoon het geval is. De staatsmacht, zegt Fourier, wordt
+zoodoende ten slotte een werktuig in de handen der groote finantieele
+machten, die m&eacute;&eacute;r dan de ministers den gang van zaken
+beheerschen en leiden; wetten decreteeren, oorlogen voeren of
+verhinderen, al naar hun belang dat medebrengt. En opdat de
+Staatsmachine naar wensch ga, de regeering ten allen tijde door de
+contr&ocirc;le hare afhankelijke positie bewust zij; opdat verder de
+nodige bronnen van inkomsten in den vorm van belastingen van allerlei
+aard tot rente-betaling en schulddelging aanwezig zullen zijn, heeft
+men het vertegenwoordigend stelsel noodig, door middel waarvan de hooge
+persoonaadjes, die de touwtjes der finantie&euml;n in handen hebben,
+den hun nog ontbrekenden invloed op de gansche wetgeving en het
+staatsbestuur erlangen, en den Staat tevens tot hunne melkkoe maken.
+<span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name=
+"pb63">63</a>]</span></p>
+<p>Onder de permanente euvelen van zijnen tijd, rekende Fourier de
+heerschappij van de philosophen, die niet willen dat het volk tot de
+erkenning zal komen van zijn oorspronkelijk recht en het recht zal
+eischen, dat het bezit op een bestaansminimum, wat het alleen maar
+gegarandeerd kan worden, onder het stelsel van de industrieele
+aantrekking.</p>
+<p>De maatschappij is overvuld van armen, hare gebreken laten zich
+samenvatten in 12 hoofdpunten: 1e Eene minderheid, de heerschende,
+bewapent slaven, die eene meerderheid, ongewapende slaven, in toom
+hoopt. 2e Gebrek aan solidariteit der menigte en daardoor een
+ongedwongen ego&iuml;sme. 3e Dubbelzinnigheid aller handelingen in de
+samenleving en hare sociale elementen. 4e<a id="xd19e1951" name=
+"xd19e1951"></a> Inwendige strijd van de menschen onderling. 5e Het
+onverstand tot principe verheven. 6e In de politiek wordt de
+uitzondering als grondslag van den regel. 7e Het hardnekkigste en
+taaiste genie wordt kleinmoedig gemaakt. 8e<a id="xd19e1953" name=
+"xd19e1953"></a> Ongedwongen begeestering voor het slechte. 9e
+voortdurende verergering, terwijl men gelooft verbetering aan te
+brengen. 10e Alzijdig ongeluk voor de groote massa. 11e Het ontbreken
+van een wetenschappelijke oppositie tegen de heerschende theorie. 12e
+Verslechtering der klimaten. Het laatste door de verminking van de
+wouden en de daaruit voortkomende uitdroging van de bronnen, hetgeen
+volgens Fourier, noodzakelijk tegen het einde der eeuw, tot excessen
+van het klimaat zal moeten leiden.</p>
+<p>&bdquo;De handel,&rdquo; zegt Fourier verder, &bdquo;is het zwakke
+punt der civilisatie, het punt waarbij men haar moet aantasten. In het
+geheim wordt de handel, zoowel door de regeeringen, als door de
+volkeren gehaat. De rechtschapen bezitter begrijpt niet eens de
+middelen, waardoor deze agioteuren zich weten te verrijken. De
+economisten evenwel, slingeren hunne anathema&rsquo;s naar de hoofden
+van allen, die deze grootaardigheid van den handel verdacht willen
+maken. Welke schoone phrazes zijn er niet tot mode geworden, ter
+h&agrave;rer verheerlijking?&rdquo;</p>
+<p>Fourier, die er van hield alles te ordenen en te klassificeeren,
+doet zulks ook ten opzichte van het bankroet. De ware aard van het
+bankroet te leeren kennen, hiertoe deden de philosophen, volgens hem,
+al even weinig moeite, als zij dit deden, tot het leeren kennen van de
+waren aard van den handel en van den woeker.</p>
+<p>Napoleon I had gelijk, toen hij zeide, dat men het eigenlijke wezen
+van den handel niet kent. Napoleon was bang geworden, door de ervaring
+die hij opgedaan had, dat elke schade die men den handel toebracht,
+door deze weder afgewenteld werd op de <span class="pagenum">[<a id=
+"pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>lagere en arbeidende
+klassen. Zoodra de handel bedreigd wordt, trekt hij de kapitalen terug,
+zaait hij wantrouwen, belemmert hij de circulatie. De handel is als den
+egel, die men nergens aanvatten kan, zonder dat men zich zelf
+steekt.</p>
+<p>Fourier meende dat er een <span class="corr" id="xd19e1965" title=
+"Bron: overgangstand">overgangsstand</span> moet worden geschapen, die
+de civilisatie in den kortst mogelijken tijd kon leiden naar een
+hoogere <span class="corr" id="xd19e1968" title=
+"Bron: ontwikkeligs-phaze">ontwikkelings-phaze</span> en die hij
+overal, naar wij zagen die der harmonie noemt. Een stelsel dat in de
+eerste plaats den handel van zijnen troon moet stooten.</p>
+<p>Hij stelt voor, dat de regeering zich van de banken, zoowel als van
+den handel meester maakt. Dit kan geschieden langs twee&euml;rlei
+wegen. Een bruske en een zacht dwingende; een concurreerende en een
+ondergravende. Ook zijn beide methoden te vereenigen.</p>
+<p>Hij veronderstelt dat er een koning bestond van het vaste en niets
+ontziende karakter van een Mahmud II (Sultan van 1808 tot 1839), die
+aan dwangmaatregelen in dezen de voorkeur geeft. Deze zal de geheele
+arme klasse, welke niets bezit, vereenigen en staatshoeven
+organiseeren. Men kan rekenen, dat het aantal van hen die geheel zonder
+middelen zijn, ongeveer een tiende van de bevolking bedraagt en op elke
+vierhonderd famili&euml;n veertig arme familie&euml;n wonen. Elke 200
+personen vormen dan een staatshoeve, die hare noodzakelijke gebouwen,
+stallen, vee, grond, werktuigen enz. bevat. Dit aantal is groot genoeg,
+om een doelmatig en niet kostbaar bestuur, afwisselenden arbeid en een
+lucratieve opbrengst te verzekeren. Deze staatshoeven moeten zich dan
+aansluiten bij de industrie, het instituut van het gefixeerde
+ondernemerschap van private personen, die van jaar tot jaar toegelaten
+zullen worden, onder voorwaarde, dat zij van jaar tot jaar progressief
+stijgende retributie&euml;n aan den Staat hebben te betalen. Een
+maatregel, zegt Fourier, die twee werkingen hebben zal. Ten eerste: den
+Staat hooge inkomsten te bezorgen, ten tweede: den onbemiddelden het
+ondernemerschap onmogelijk te maken of hen zal dwingen, het op te
+geven. De aldus vrijkomende bevolking wordt daardoor naar de
+staatshoeven gedrongen; de inkomende belastingen moeten evenwel, nevens
+tot de dekking der staatsuitgaven, aangewend worden tot delging der
+staatsschulden. Fourier stelt voorop, dat deze inkomsten ten slotte
+zeer hoog zullen worden en een belangrijk deel van de <span class=
+"corr" id="xd19e1975" title=
+"Bron: ondernemenswinst">ondernemerswinst</span> absorbeeren zullen,
+zoodat het private-ondernemerschap alsdan onmogelijk zal worden en er
+een toestand zal worden geschapen gelijk die noodig is, om tot de phaze
+van de &bdquo;harmonie&rdquo; te komen, welk Fourier beschouwt de
+hoogste vervolkomening en de vervolmaking van het menschelijke leven op
+aarde te zijn. <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name=
+"pb65">65</a>]</span></p>
+<p>Fourier stierf te Parijs den 10<sup>en</sup> Oktober 1837. Op zijn
+grafsteen staat gebeiteld: &bdquo;<span class="ex">Hier liggen de
+overblijfselen van Charles Fourier. De serie verdeelt de
+harmonie&euml;n. De attracties staan in verhouding tot de
+bepalingen.</span>&rdquo;</p>
+<p>Tot <span class="corr" id="xd19e1989" title=
+"Bron: Fourrier&rsquo;s">Fourier&rsquo;s</span> meest bekende en meest
+ijverige scholieren behoorden: Victor Consid&eacute;rant, een voormalig
+genie-officier, die het hoofdwerk der Fouriersche school:
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">Destin&eacute;e sociale, exposition
+&eacute;l&eacute;mentaire compl&egrave;te de la theorie <span class=
+"corr" id="xd19e1994" title=
+"Bron: soci&egrave;taire">soci&eacute;taire</span></span>&rdquo;
+vervaardigde.</p>
+<p>Hij vestigde na veel moeite een phalanst&egrave;re te Texas
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">La Reunion</span>&rdquo; genaamd, die
+echter in 1869 te niet ging.</p>
+<p>Ook andere pogingen tot het oprichten van dergelijke
+phalanst&egrave;res<span class="corr" id="xd19e2004" title=
+"Bron: .">,</span> n. l. in 1832, nog tijdens Fourier&rsquo;s leven,
+door Baudet-Dulary in het leven geroepen en een in Citeaux bij Dijon,
+met de finantieele hulp van den engelschman Arthur <span class="corr"
+id="xd19e2007" title="Bron: Joung">Young</span>; ook een in
+<span class="corr" id="xd19e2010" title=
+"Bron: Algeri&euml;">Algerije</span>, allen mislukten eveneens na
+korter of langer tijd.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Tegelijkertijd met de Saint-Simon en ook met Fourier, werkte en
+streed er in Engeland een man, die minder dan de twee eersten, in
+geschriften zijn denkbeelden had uiteengezet, maar meer een man was van
+de daad. Die man was Robert Owen.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Robert Owen</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">werd den 14<sup>de</sup> Mei 1771 te Newtown, een
+landstadje in Montgomeryshire (Wales) in Engeland, geboren, waar zijn
+vader winkelier en posthuishouder was. Zijn moeder stamde uit een
+geachte pachtersfamilie. Robert was de jongste van zeven kinderen.</p>
+<p>Na in het stadje zijner inwoning de school te hebben doorloopen,
+kwam hij bij een koopman in Stanford in de leer, een zekere Mac Guffog,
+die zich-zelf in zaken er boven&ograve;p had gewerkt. De jonge Owen
+bleef hier vier jaren en benuttigde zijnen vrijen tijd met lezen en
+studeeren. Elke minuut die hij van de zaken af kon nemen, wijdde hij
+aan de studie der mathematiek, de natuurwetenschappen en der
+geschiedenis. Ook hield hij zich met godsdienstige studi&euml;n niet
+onledig en werd hij al spoedig een twijfelaar in theologische
+aangelegenheden.</p>
+<p>In &rsquo;t jaar 1795 ging Robert Owen naar Londen met aanbevelingen
+van zijn patroon, die hem ongaarne van zich vertrekken zag. Hij vond
+hier een betrekking voor 25 L. S. (300 gulden) <span class=
+"pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name=
+"pb66">66</a>]</span>jaarlijksch, voor een knaap van 14 jaar, eene
+gunstige positie in die dagen. Vandaar ging hij in betrekking in
+Manchester, eene positie die hem 15 L. St. per jaar m&eacute;&eacute;r
+opleverde. Minder noch om het salaris, dan wel om eene andere reden,
+nam hij de hem aangeboden nieuwe positie aan. De katoenindustrie had in
+die dagen reuzenschreden gemaakt en hare hoofdzetel was Manchester.</p>
+<p>Het was overigens een geweldigen tijd. Eene machtige sociale
+revolutie voltrok zich in Engeland. Terwijl in Frankrijk de politieke
+revoluties als het ware over elkander vielen, vond er in het geheim,
+zonder dat het iemand zag of kon zien, een revolutie in de
+maatschappelijke verhoudingen in Engeland plaats, die bewerkstelligd
+werd door den stoom en de stoommachine. Watt had de stoommachine,
+Arkwright had de spinmachine en Cartwright had de stoomweefstoel
+uitgevonden. De <span class="corr" id="xd19e2034" title=
+"Bron: klein-produkte">kleinproductie</span> ging haren ondergang
+tegemoet en de handspinmachine en de handweefstoel, zij moesten het
+afleggen tegen den met stoom gedreven industrie van de groote
+fabrieken. De in &rsquo;t raam van de kleinproductie passende
+verhoudingen, deugden niet meer. Een zee van ontketende &bdquo;vrije
+concurrentie&rdquo;&mdash;het hoofdleerstuk der staathuishoudkunde van
+den econoom Adam Smith&mdash;was nu de industrieele maatschappij
+geworden. De golven sloegen al hooger en hooger, en wie niet met goed
+uitgeruste schepen kwam, ging onder. De machinekrachten ontketenden den
+strijd van &bdquo;allen tegen allen&rdquo;, een eeuw vroeger door den
+philosoof en staatsrechtsleeraar Thomas Hobbes zoozeer voorzien.</p>
+<p>Niet alleen mannen, ook vrouwen en kinderen togen bij massa&rsquo;s
+naar die groote fabrieken met hunne rookende schoorsteenen, hunne
+stampende en ratelende machines. De groot-industrie begon haar hoogtijd
+te vieren in Engeland, het eerste land dat daarvoor rijp was.</p>
+<p>Robert Owen zag dat alles, maar hij zag ook tegelijkertijd, dat de
+groot-industrie de produktie op geweldige manier deed toenemen. Hij zag
+zoowel voor- als nadeelen van het nieuwe stelsel. En meer dan iemand
+van zijnen tijd, heeft hij het ook begrepen. De jonge man peinsde op
+middelen, zon op een stelsel om de voordeelen te behouden, maar de
+nadeelen zooveel mogelijk te neutraliseeren.</p>
+<p>Hij wilde aanstonds katoenfabrikant worden, want hij was inmiddels
+in bijna alle geheimenissen van dat vak doorgedrongen. Maar toen hem
+intusschen in 1789 een mechanikus met name Jones, dien hij had leeren
+kennen, den voorslag deed, om met hem gezamenlijk een fabriek op te
+richten, tot vervaardiging van nieuwe <span class="pagenum">[<a id=
+"pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span>machines voor
+katoenfabrikatie, greep hij dit denkbeeld aan en zeide zijne betrekking
+op. Hij werd machinefabrikant met een kapitaal van 200 pd. sterling,
+dat hij van zijn broeder in <span class="corr" id="xd19e2045" title=
+"Bron: London">Londen</span> had geleend. Jones evenwel betoonde zich
+ongeschikt, en hij wilde ook geenerlei raad aannemen en in dat geval
+hield Owen het voor geraden zijn deelhebberschap aan een kapitalist te
+verkoopen en uit de zaak te treden, om tot zijn oorspronkelijk beroep
+terug te keeren. Voor het ontvangen geld, richtte hij een gehuurd
+fabrieksgebouw in, dat hij voor het grootste gedeelte aan anderen
+onderverhuurde en stelde, in de hem overblijvende ruimte een paar
+spinmachines op. De ervaringen die hij in zijn korten loopbaan als
+machinefabrikant had opgedaan, kwamen hem nu voortreffelijk te stade en
+in korten tijd had hij zich een goede <span class="corr" id="xd19e2048"
+title="Bron: cli&euml;nt&eacute;le">cli&euml;nt&egrave;le</span>
+verschaft. Alleen het gebrek aan kapitaal, hinderde hem bij elken stap,
+dien hij wilde doen. Tot dat men hem op zekeren dag mededeelde, dat een
+zekere heer Drinkinwater, een rijke katoenfabrikant, wiens ouden chef
+hem plotseling had verlaten, een nieuwen chef zocht. Owen nam een snel
+besluit en bood zich aan. De heer Drinkinwater nam aanvankelijk den nog
+geen twintigjarigen jongeling, die zich vermat aan het hoofd te willen
+komen van eene der grootste katoenfabrieken van toenmaals in Engeland,
+eens op. En met een blik waarin verbazing, zoowel als geringschatting
+lag, zeide hij tot Owen: &bdquo;U is mij te
+jong!&rdquo;&mdash;&bdquo;Voor vier of vijf jaren was ik het
+wel,&rdquo; antwoordde de jonge Robert.&mdash;Nog grooter verbazing bij
+den heer Drinkinwater; hij dacht voor het lapje te worden gehouden.
+&bdquo;Hoeveel malen per week bedrinkt u je wel?&rdquo; vroeg
+hij<span class="corr" id="xd19e2051" title=
+"Niet in bron">.</span>&mdash;&bdquo;Ik was nog nooit in mijn leven
+beschonken,&rdquo; antwoordde Owen heel droog.&mdash;&bdquo;Hoeveel
+salaris vraagt ge?&rdquo; begon na een korte pauze den fabrikant.
+&bdquo;Driehonderd pond sterling!&rdquo; was wederom het korte antwoord
+van Owen. Het bleek dat zijn manier van antwoorden, den grooten
+fabrikant zoozeer imponeerde, dat hij informaties inwon, en het
+resultaat was dat Owen de betrekking kreeg.</p>
+<p>Dit was in &rsquo;t jaar 1791, toen de fransche Revolutie op haar
+hoogste punt was gekomen. De jonge Owen had voor politieke kwesties een
+niet zeer levendige belangstelling. Of de gebeurtenissen in Frankrijk
+een grooten indruk op hem gemaakt hebben, is niet gebleken. Praktische
+vragen, vraagstukken die in <span class="corr" id="xd19e2056" title=
+"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> verband stonden met het leven,
+hadden evenwel zoo veel te meer steeds zijne groote belangstelling
+bezig gehouden.</p>
+<p>De heer Drinkinwater had geen reden om zijn besluit te betreuren. De
+jonge Owen bracht weldra orde in het bedrijf en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name=
+"pb68">68</a>]</span>vervolkomende de machinerie dermate, dat de
+fabriek binnen korten tijd, gelijk erkend werd, het beste en fijnste
+spinwerk van Engeland leverde. Daarbij kwam, dat de arbeiders goed
+werden betaald en humaan werden behandeld. Nadat een jaar verstreken
+was, wilde de heer Drinkinwater dan ook van geen veranderen meer weten;
+hij verhoogde ten dien einde dadelijk Owen&rsquo;s salaris tot op 400
+pd. st. en verplichtte zich, om, na het derde jaar dat Owen in zijn
+dienst zou blijven op een salaris van 500 pd. st., hij hem als
+deelgenoot in de zaak zou opnemen.</p>
+<p>Voor dat het contrakt tot stand kwam, verliet Owen de zaak, om eene,
+naar hij later zelf toegaf, door hem verkeerd opgevatte handelwijze des
+heeren Drinkinwater en richtte in Manchester eene eigene spinnerij op,
+echter een voor zulk soort garens, die niet in de fabriek des heeren
+Drinkinwater vervaardigd werden, ten einde dezen geen schade te doen.
+De onderneming gelukte en Robert Owen werd wat men noemt een
+&bdquo;gemaakt man&rdquo;, door andere fabrikanten met jaloerschheid
+aangezien; bewonderd als man van zaken en uitgekreten als een
+zonderling, omdat hij absoluut geen vermaak vond in de gezellige omgang
+dier heeren, die hun geld en hunnen tijd doodsloegen, terwijl hij
+zijnen vrijen tijd doorbracht in litterarisch en philosophisch
+gezelschap; slechts met menschen willende verkeeren, waarvan hij meende
+iets te kunnen leeren. Hij stelde er meer een eer in, om te gaan met
+mannen als: Coleridge, de dichter, Dalton, de scheikundige en Fulton,
+de uitvinder van het eerste stoomschip, welke laatste hij vooral met
+beduidende geldsommen steunde.</p>
+<p>En als Owen wel eens in het gezelschap was van zijne collega&rsquo;s
+de fabrikanten, dan had hij zulke verschrikkelijke plannen op te
+stellen en ide&euml;n te verkondigen, dat het er den anderen koud van
+werd.</p>
+<p>Deze denkbeelden echter liet daarom Owen niet varen, in tegendeel,
+zij trokken hem juist aan. Wij zijn hier aangeland bij het keerpunt in
+Robert Owen&rsquo;s leven, daar waar hij van een privaat-ondernemer,
+een historische beteekenis krijgt als <span class="ex">sociaal
+hervormer</span>.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Tegen het einde der 18<sup>e</sup> eeuw kwam Owen, op een
+handelsreis zijnde, te New-Lanark in Schotland aan. Daar leerde hij een
+zekere heer Dale kennen, den eigenaar van een aantal
+fabrieksinrichtingen aldaar. De kennis met den vader, leidde tot
+<span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name=
+"pb69">69</a>]</span>kennismaking met de dochter; de kennismaking
+leidde tot liefde en Owen werd met den vriend, ook den schoonzoon van
+den heer Dale en alras den medeeigenaar van de fabrieken te New-Lanark.
+In 1800 nam hij de leiding van de gezamenlijke fabrieken aldaar, bekend
+onder den naam van &bdquo;<i lang="en">New-Lanark Mills</i>&rdquo;
+over, met inbegrip van alle daarbij behoorende
+&eacute;tablisementen.</p>
+<p>De fabriek van den heer Dale was door hem en Richard Arkwright, de
+beroemde uitvinder van de spinmachine, in 1784 opgericht geworden, toen
+de katoenspinnerij in Schotland het eerst werd ingevoerd. De
+voordeelen, die de waterkracht van de Clyde aanboden, had de keuze
+bepaald van deze plaats, die overigens niets aantrekkelijks had. Het
+land rond er om heen was onbebouwd; de inwoners dun gezaaid en zeer
+ruw, bijna wild; de wegen zoo slecht dat zelfs de hartstochtelijkste
+liefhebbers van natuurschoon het niet licht wagen dorsten tot deze
+oorden aan de Clyde-watervallen, al te diep door te dringen. Men moest
+&bdquo;handen&rdquo; hebben voor de fabriek, geen gemakkelijk iets,
+daar de bevolking van de plaats geen bijzondere trek had in het werken
+in gesloten ruimten. Kinderen voor den fabrieksarbeid waren er in
+&rsquo;t geheel niet te krijgen. Men moest zich dus wenden tot de
+&bdquo;werkhuizen&rdquo; in het Engeland van die dagen, niet ten
+<span class="corr" id="xd19e2087" title=
+"Bron: onrechtte">onrechte</span> de &bdquo;Bastilles van den
+armen&rdquo; genoemd, ten einde kinderkrachten te bekomen. En had
+zoodoende 500 kinderen bij elkander gekregen, meest uit Edinburgh, die
+in een daarvoor gebouwd groot huis tezamen werden gebracht, om gekleed,
+gevoed en opgevoed te worden.</p>
+<p>Ter aanlokking van arbeiders uit andere oorden, bouwde men een dorp
+om de fabriek en verhuurde de huizen tegen een lagen prijs. Maar de
+arbeid was er z&oacute;&oacute; impopulair, dat men bijna geen
+arbeiders kon krijgen, anders dan verworden menschen en werkeloozen;
+van alle middelen ontbloote individuen; menschen die over het algemeen,
+zedelijk zeer laag en voor den arbeid bijna onbruikbaar waren, kortom
+het uitschot van de armen. En niet zoodra hadden dezen door eenigen
+tijd te arbeiden er geheel den slag van gekregen of zij werden
+weerspannig en onhandelbaar.</p>
+<p>Voor de kinderen was naar de toenmaals heerschende begrippen, vrij
+goed gezorgd. De lokaliteit waar zij gehuisvest waren, was ruim, de
+kamers vrij goed, de kost en de kleeding voldoende. Ook was er voor
+voldoende geneeskundige hulp en verzorging, goed onderwijs en
+behoorlijk toezicht zorg gedragen. De armenvoogden echter, verlangden
+dat de kinderen reeds op 6-jarigen leeftijd zouden opgenomen worden. De
+kinderen moesten dus van des morgens 6 tot des avonds 7 uur werken met
+de grooten <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name=
+"pb70">70</a>]</span>tezamen en daarna eerst, konde men hen onderwijs
+geven. De gevolgen daarvan bleven niet uit; de kinderen liepen weg als
+zij <span class="corr" id="xd19e2096" title=
+"Bron: eenigzins">eenigszins</span> daartoe in staat waren, om naar
+Glasgow en Edinburgh te gaan en daar dan dikwijls hunnen ondergang te
+vinden. Maar alles was hen liever dan 13 uren per dag te werken onder
+menschen, zooals het arbeidspersoneel van den heer Dale was.</p>
+<p>Owen spreekt den heer Dale vrij van schuld; niet zijn wil was het,
+dat de kinderen reeds met hun zesde jaar aan de spinmachine moesten
+staan, zegt hij, maar die van het Armentoezicht, dat tot elken prijs
+natuurlijk, van de arme, verlaten, ongelukkige kinderen af wilde
+zijn.</p>
+<p>En wat de toestanden aangaat, zegt hij: &bdquo;als deze nu zoo waren
+bij goede werkgevers als den heer Dale, kan men nagaan hoe het er moet
+hebben uitgezien bij de slechten.<span class="corr" id="xd19e2103"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>De toestand van de dorpelingen van New-Lanark was dan ook eene
+hoogst ongunstige. Drankzucht, luiheid en armoede waren er heer en
+meester. Stelen was er aan de orde van den dag en in &rsquo;t bijzonder
+scheen het een formeel recht te zijn, zich aan den eigendom van den
+heer Dale te mogen vergrijpen. Ook heerschte er een godsdienstig
+sekte-fanatisme van de allerergste soort. De eene groep van een zeker
+soort geloovigen verketterde den andere, en dit werd er niet beter op,
+doordien den heer Dale zelve partij koos voor eene der vele
+secte-gelooven.</p>
+<p>Nog een groot euvel was er, doordien de menschen van New-Lanark,
+tengevolge van den grooten afstand van de marktplaatsen veel te dure
+prijzen moesten betalen voor hunne levensmiddelen, hetgeen, naar te
+begrijpen was onder hen een even groote bron van ontevredenheid, als
+het voor den diefstal van andermans eigendom, een groote prikkel
+was.</p>
+<p>Het geheel evenwel scheen, met al zijn euvelen en al zijn ellende
+een terrein te zijn, alwaar iemand als Robert Owen zich op tehuis
+gevoelen kon. Dadelijk overzag hij het geheel en besloot hij
+<span class="corr" id="xd19e2112" title=
+"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> de zaak radikaal aan te pakken.
+Hij ondernam een grondige hervorming. De enorme moeielijkheden die hij
+hierbij ondervond verhoogden zijnen ijver slechts. Hij deed als een
+wetenschappelijk ontdekker, die hoe moeielijker de taak, dien hij zich
+gekozen had werd, met te meer lust aan de nieuwe studie ging, wetende
+zijn doel toch te zullen bereiken. Hij verklaarde zijnen vrienden, dat
+hij zou inwijden een geheel nieuw systeem, dat geheel <span class=
+"corr" id="xd19e2115" title="Bron: gebasseerd">gebaseerd</span> zal
+zijn op <span class="ex">gerechtigheid</span> en <span class=
+"ex">goedheid</span>, dat hij zijn hoofdoogmerk zo&ucirc; wijden aan de
+opvoeding van de kinderen, en alle straffen zo&ucirc; afschaffen en zou
+weten te vervangen <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71"
+name="pb71">71</a>]</span>door moreele middelen. Men lachte hem uit;
+maar de lachers werden hier wel zeer beschaamd gemaakt.</p>
+<p>Owen toog aan den arbeid. &bdquo;Onwetendheid,<span class="corr" id=
+"xd19e2129" title="Niet in bron">&rdquo;</span> schrijft Owen&rsquo;s
+biograaf Sargent, &bdquo;immoraliteit, godsdienstige huichelarij,
+overmatige arbeidstijd, verduurdering van levensmiddelen, en om op dit
+alles den kroon te zetten, een hardnekkig vooroordeel dat men het tegen
+Owen &bdquo;den Engelschman,&rdquo; wiens spraak den schotschen hoog-
+en laaglanders bijna niet verstonden, dat alles stond hem in den weg.
+Hierbij kwam nog, dat de andere deelnemers hoofdzakelijk het oog hadden
+gevestigd op de winsten, die er te maken vielen en alles van een
+zakenstandpunt bekeken.&rdquo;</p>
+<p>De arbeiders wantrouwden de geheele zaak eveneens. Zij immers waren
+zoozeer gewend te worden ge&euml;xploiteerd, dat zij onmiddellijk
+achter elke vernieuwing van de dingen, eene poging zagen, om meer uit
+hunne arbeidskracht te halen. Geen wonder dus, dat er in de eerste twee
+jaren slechts weinig was volbracht. &bdquo;Er was geen
+middel,<span class="corr" id="xd19e2134" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> schrijft Owen zelf, <span class="corr"
+id="xd19e2137" title="Niet in bron">&bdquo;</span>dat er niet tegen mij
+werd gebruikt; en de vesting van vooroordeelen en misbruiken die te
+veroveren was, en wier verovering ik mij vast voorgenomen had, werd dan
+ook systematisch en op hardnekkige wijze tegen mij
+verdedigd.&rdquo;</p>
+<p>Owen was echter te verstandig om met geweld te werk te gaan.</p>
+<p>Hij zag in, dat de noodzakelijkste veranderingen zeer talrijk waren
+en niet in &eacute;&eacute;n handomdraaien gedaan waren te krijgen,
+temeer, daar hij van geen enkele zijde op medewerking te rekenen had.
+De beambten der fabriek zagen in hun patroon een phantast, die de zaak
+te gronde zou richten met zijne plannen en zij verklaarden liever hunne
+plaatsen aan de fabriek te zullen verlaten, dan zich te zullen leenen
+tot zulke belachelijke dingen, als Owen die met de fabriek voorhad. Hij
+moest zich dus voor alles een vasten bodem onder de voeten scheppen,
+waarop hij het gebouw zijner wenschen moest vestigen. Maar dit niet
+alleen, hij moest zich ook het noodige bouwmateriaal zelf verschaffen.
+Het voornaamste was in dat opzicht, mannen te krijgen, die hem bij
+zijnen arbeid ondersteunen konden en genoeg vertrouwen in zijn zaak
+hadden. Dat was niet gemakkelijk, maar gegeven de uitmuntende takt die
+Owen bezat om met menschen om te gaan, om uit ieder te halen wat erin
+zat, was deze moeielijkheid geene onoverkomelijke. Hij vond dan ook wel
+de noodige krachten.</p>
+<p>En nu ging hij met onvermoeiden ijver aan den gang tot het
+volbrengen van zijne tweeledige taak: verbetering van het lot der
+volwassenen en de opvoeding der kinderen.</p>
+<p>Het was v&oacute;&oacute;r alles noodig, in de fabriek-zelf eene
+zekere <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name=
+"pb72">72</a>]</span>orde te herstellen, omdat het gebrek aan systeem
+en de wanorde die er heerschten, werkelijk de fabriek met een bankroet
+bedreigden, zelfs onder het oude regime. Repressie-maatregelen, daaraan
+dacht Owen niet. Wat zou het hem baten, een paar dozijn
+&bdquo;handen&rdquo; in het tuchthuis en enkelen aan den galg te
+brengen? Daarmede waren noch de fabriek, noch de menschen zelf gebaat,
+noch hadden Owen&rsquo;s plannen, die hij met de menschen voor had,
+daarbij maar <span class="corr" id="xd19e2150" title=
+"Bron: eenigzins">eenigszins</span> een voordeel gehad.</p>
+<p>Owen geloofde niet aan wat men den &bdquo;<span class=
+"ex">persoonlijken schuld</span>&rdquo; noemde, daarvoor had hij een te
+diep inzicht in de omstandigheden, waaronder die menschen van
+<span class="ex">New-Lanark</span> leefden en wat dezen van hen hadden
+gemaakt. Owen zag dus van elk soort van bestraffing af. Hij zocht het
+mistrouwen der werklieden op verstandsgronden te overwinnen, door
+beleering hen de dingen te verklaren en door hen louter en steeds op
+hun belang te wijzen, dat hen gebood eerlijk en arbeidzaam te zijn. Ten
+einde de dieverijen op de fabriek tegen te gaan, trof hij zeer
+vernuftige maatregelen, welke de ontdekking van de misdrijven zeer
+verlichten en, als &rsquo;t ware, het politietoezicht in de handen der
+arbeiders zelven legde.</p>
+<p>Het was Owen&rsquo;s doel geenszins een modelfabriek te stichten,
+hem was de <i>sociale zijde</i> van de hervormingen veel meer
+aangelegen, <span class="corr" id="xd19e2166" title=
+"Bron: als">dan</span> aan de mercantiele zijde van het vraagstuk. Maar
+het ging bij hem hierom, een modelsamenleving op kleine schaal in te
+richten.</p>
+<p>De fabriek was Owen slechts middel tot dat doel. Door haar zocht hij
+zijn hervormingsplannen te verwezenlijken, die met de vooruitgang in de
+praktijk van den dag, telkens grootere afmetingen begonnen aan te
+nemen.</p>
+<p>De inrichtingen van New-Lanark waren Owen&rsquo;s proefstation voor
+sociale hervormingen. Door deze maatschappij-in-het-klein wilde hij der
+maatschappij in het groot, een bewijs leveren van de juistheid en de
+uitvoerbaarheid van zijne sociale hervormingsplannen. Door deze wilde
+hij beproeven, praktisch de argumenten te <span class="corr" id=
+"xd19e2173" title="Bron: w&ecirc;erleggen">we&ecirc;rleggen</span> van
+hen, die zijn plannen misschien in theorie prachtig, maar in de
+praktijk voor onuitvoerbaar verklaarden.</p>
+<p>Het duurde niet lang of te New-Lanark was er z&oacute;&oacute;veel
+verbeterd, dat de spotters en de lachers, althans niet meer zoo luide
+lachten en de twijfelaars tot nadenken gestemd werden. Het stelen hield
+op, zonder dat er &eacute;&eacute;n arbeider gerechtelijk vervolgd was
+geworden. En het optreden en de manier-van-doen van de arbeiders, niet
+alleen binnen, maar ook buiten de fabriek, was <span class=
+"pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>geheel
+anders geworden. Dronkenschap werd steeds minder en dat, zonder dat men
+de drankwinkels in het dorp had doen sluiten, wat men Owen aangeraden
+had. Owen was persoonlijk geen vijand zoozeer van het alkoholgebruik
+als zoodanig, maar beschouwde het drinken en wel, het zich bedrinken,
+in verband met de maatschappelijke omstandigheden der arbeiders. Hij
+vroeg zich af, hoe het kwam, dat de menschen zulk een misbruik maakten
+van den alkohol en kreeg allereerst de overtuiging, dat dit voortsproot
+uit gebrek aan phijsiek voedsel, dat den menschen dwong, kunstmatige
+prikkels tot zich te nemen.</p>
+<p>Ten tweede ontbrak het den menschen aan een goed en behoorlijk
+&bdquo;tehuis,&rdquo; aan een behoorlijk en gezellig familieleven,
+waardoor zij zich in de kroeg meer thuis gevoelden, dan in hunne eigene
+woning. Ten derde kwam het, omdat de menschen geestelijk op een te laag
+standpunt stonden en verwaarloosd waren. De meesten van zijn
+fabriekarbeiders konden niet eens lezen! Het was dus geen wonder, dat
+zij geen denkbeeld hadden van hooger levensgenot en van geestelijk
+leven, eene der beproefdste middelen, om de menschen uit de kroeg te
+houden.</p>
+<p>Owen ging planmatig <span class="corr" id="xd19e2185" title=
+"Bron: tewerk">te werk</span>. Hij onderdrukte het
+&bdquo;Trucksysteem,&rdquo; hetwelk, zooals overal in Groot-Brittanje,
+ook in New-Lanark in zwang was, en de arbeiders waren aldus niet meer
+gedwongen hunne levensmiddelen te koopen waar die duurder en slechter
+waren, dan overal elders. In plaats daarvan stichtte Owen eene
+co&ouml;peratie, de eerste die bestaan heeft en zeker niet de minst
+slechte. Hij kocht waren van de allereerste kwaliteit in het groot en
+deed ze aan de arbeiders die ze koopen wilden&mdash;gedwongen was men
+niet&mdash;tegen den kostenden prijs van de hand. Alleen de kosten van
+beheer werden hen in rekening gebracht. Het gevolg was, dat weldra alle
+arbeiders deelnamen en dat de bevolking van New-Lanark binnen vrij
+korten tijd, tot de bestgevoede en de bestgekleede van Engelands
+arbeidersbevolking behoorde. Voor de ongehuwden werd een kost- of
+eethuis opgericht, eveneens op <span class="corr" id="xd19e2191" title=
+"Bron: c&ouml;operatieven">co&ouml;peratieven</span> grondslag, waarin
+voor hunne voeding en hunne kleeding den meesten zorg werd
+gedragen.</p>
+<p>Owen liet vervolgens de slechte woningen afbreken en liet er
+&bdquo;<span class="ex" lang="en">Cottages</span>&rdquo; bouwen van
+zijne eigene vinding en naar zijne eigene aanwijzingen, met ruime
+lustige woon- en slaapkamers, een praktische keuken erbij en tevens een
+stukje tuingrond eraan verbonden, om groenten, ooft en bloemen te
+kweeken. Voor de kinderen werden bovendien speelplaatsen opgericht. De
+nieuwe woningen, met de daarbij behoorende tuintjes werden <span class=
+"pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span>voor een
+lagen prijs verhuurd, zoodat niet meer dan de rente van het kapitaal in
+rekening gebracht werd, die opgebracht moest worden. Niet lang daarna
+verlieten alle arbeiders hunne ellendige krotten, om de woningen van de
+fabriek binnen te trekken.</p>
+<p>Een moeielijker werk leverde de geestelijke verheffing van de
+arbeiders op. Hier moest tegelijkertijd, van twee kanten uit worden
+begonnen. Met bloote opvoeding van de kinderen was men alleen niet
+klaar, ook de reeds opgegroeide generatie mocht niet onverzorgd gelaten
+worden. Voor de jeugd was een groote school opgericht die binnen korten
+tijd, onder de persoonlijke leiding van Owen, tot een <span class=
+"ex">modelschool</span> werd. Geschikte leeraren en leeraressen werden
+gevormd en aan de school verbonden; het slaan was streng verboden. De
+kinderen werden er onderwezen in lezen en schrijven, in mathematiek, in
+geschiedenis, geographie en meer praktische vakken.</p>
+<p>Voor volwassenen werden aparte onderwijsklassen opgericht, leeszalen
+en een bibliotheek gesticht en in weerwil dat voor de deelname aan alle
+deze dingen geen dwang was ingevoerd, was de deelname weldra zoo
+algemeen, dat na eenigen tijd New-Lanark, behalve den grijsaards geen
+inwoner meer had, die niet ter dege kon lezen en schrijven. Het
+intellektueele peil der bevolking rees dan ook zeer schielijk en kwam
+zeker boven het doorsne&ecirc;peil van de fabrieksplaatsen, in het
+Engeland dier dagen te staan.</p>
+<p>In de fabriek werd de behandeling eveneens op veel humaner en
+praktischer manier ingericht, dan dit voorheen het geval was. Straffen
+waren <i>principieel</i> verboden. Goede loonen werden betaald en Owen
+wist de menschen het snel duidelijk te maken dat, hoe beter zij
+arbeidden, des te meer dan hunne loonen zouden stijgen, en dat dan ook
+zooveel te meer zoude gezorgd kunnen worden, voor hunne moreele en
+materieele verheffing. Hij maakte er voor de menschen geen geheim uit,
+dat ook dan de eigenaren van de fabriek daar beter bij zouden varen.
+Maar door te wijzen op hetgeen hij had gedaan, en op hetgeen hij
+voornemens was daarenboven te doen, kon hij met een goed geweten
+verklaren, dat voor hem de fabriek geen <i>doel</i>, maar een
+<i>middel</i> was, om tot de oplossing te komen van het problema, de
+arbeid die tot dusver voor den arbeiders een vloek geweest, voor hen in
+een zegen te doen veranderen.</p>
+<p>En de eenige dwang, welke hij uitgeoefend had, was eene moreele,
+n.l., <span class="ex">de dwang van de publieke opinie</span>.</p>
+<p>Ten einde, om zoo te zeggen, een soort gerecht onder de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name=
+"pb75">75</a>]</span>arbeiders, uit de arbeiders zelven te verkrijgen,
+voerde Owen den &bdquo;<i lang="en">Silent Monitor</i>&rdquo;
+(<span class="corr" id="xd19e2231" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>stille vermaner&rdquo;) in. Hij liet voor
+elken arbeider vier borden maken, van verschillende kleur: een wit, een
+blauw, een geel en een zwart. De eerste was goed, de tweede tamelijk
+goed, de derde middelmatig en de laatste onvoldoende. Al naar het werk
+van de week uitviel, liet Owen een der vier borden naast den arbeider
+neerhangen, op den Maandag waarop het werk aanving, zoodat dan elkeen
+kon oordeelen over eens anders arbeid en gedrag. Deze borden hadden
+bovendien nog dit voor, dat de arbeiders die hunnen plicht niet gedaan
+hadden, geen standjes kregen, maar zelven zien konden hoe men over hun
+werk dacht. Owen controleerde zelf deze borden steeds en zorgde voor de
+meest stipte gerechtigheid bij hunne verdeeling.</p>
+<p>Owen ging misschien hier wat schoolmeesterachtig te werk, maar het
+was hem liever aldus te handelen, dan eene heerschappij van de
+fabrieksopzichters langer te handhaven. Hij wilde den arbeiders dan ook
+niet anders opvoeden dan met moreele middelen, als een werkelijk
+pedagoog.</p>
+<p>In New-Lanark, werd door Owen in &rsquo;t jaar 1809 de eerste
+kleine-kinderenbewaarplaats en kleine-kinderenschool opgericht die er
+tot dusver bestond, en alle scholen van dit soort waren geschoeid op de
+leest van Robert Owen&rsquo;s eerste stichting van dien aard.</p>
+<p>In een rede door Owen in 1812 te Glasgow gehouden, ter eere van
+zijnen vriend Lancaster, den beroemden schoolhervormer, zijn zijne
+grondstellingen over opvoeding neergelegd.</p>
+<p>Hij zeide daarin: &bdquo;Wat is de oorzaak van de lichamelijke en
+geestelijke verschillen, welke wij in &rsquo;t algemeen onder de
+menschen waarnemen? Zijn zij ons aangeboren, of ontstaan zij uit den
+bodem, waarop wij ter wereld komen? Noch het een, noch het ander. Deze
+verschillen zijn eenig en alleen: werkingen van verschillende
+omstandigheden en van de opvoeding. De mensch wordt een ruwe en een
+gruwzame wilde, een kannibaal&mdash;of een beschaafd en een goedaardig
+wezen, al naar mate van de omstandigheden, waarin hij van zijne
+geboorte af is gekomen. Hieruit volgt dus, dat het cardinale punt voor
+ons is, te overwegen of wij deze omstandigheden <span class="corr" id=
+"xd19e2243" title="Bron: beinvloeden">be&iuml;nvloeden</span>, of wij
+ze beheerschen kunnen; en als dit zoo is, in welke mate wij dit kunnen
+doen.</p>
+<p>&bdquo;Stellen wij het geval eens, ten einde eene proef te nemen
+brachten wij bijv. een aantal pasgeboren kinderen uit ons geboorteland
+naar ver-afgelegen landen, leverden ze daar aan de inboorlingen
+<span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name=
+"pb76">76</a>]</span>over en lieten ze daar achter. Zouden wij
+&eacute;&eacute;n oogenblik hebben te twijfelen aan het resultaat?
+Neen! De kinderen zouden gezamenlijk, zonder uitzondering, gelijk
+worden aan elke gewone inboorling en van die in karakter niet
+verschillen.</p>
+<p>&bdquo;En zouden op gelijke manier, een zeker aantal van
+jongegeboren kinderen tusschen het &bdquo;gezelschap der
+vrienden&rdquo; (&bdquo;genootschap van kwakers&rdquo;) eenerzijds en
+tusschen het verwaarloosde gedeelte van de <span class="corr" id=
+"xd19e2252" title="Bron: Londonsche">Londensche</span> bevolking welke
+St. Giles bewoont anderzijds uitgeruild worden, dan zouden de kinderen
+van de eersten, opgroeien en gelijk worden aan die van de laatsten;
+v&oacute;&oacute;rbestemd voor elk misdrijf, waarentegen de kinderen
+der laatsten tot evenzoo matige, goede zedelijke menschen opgroeien,
+gelijk de eersten dat zijn.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Dit waren, in &rsquo;t kort, de grondprincipes van Owen; de
+beginselen van zijn sociaal systeem, welke hij sedert &rsquo;t jaar
+1812, toen hij met zijne agitatie begon, en in een gansche rij van
+brochures, voordrachten voor het volk en in tal van memories aan
+staatslieden nederlegde: &bdquo;<i>de mensch is het produkt der
+omstandigheden; ellende en misdaad, zij zijn de <span class="corr" id=
+"xd19e2261" title="Bron: gevolgea">gevolgen</span> van de onnatuurlijke
+levensverhoudingen</i>.&rdquo;&mdash;Het moet alzoo onzen taak zijn, op
+de invoering van andere verhoudingen te werken. En dit is in het belang
+van alle menschen, omdat alle menschen zonder uitzondering, onder de
+bestaande omstandigheden te lijden hebben. Elk mensch heeft een gelijk
+recht op welzijn, voorzoover dit de vooruitgang van de beschaving en de
+stand der produktie mogelijk maken en op de hoogst mogelijke graad van
+ontwikkeling, voorzoover dit zijn lichamelijke en geestelijke
+eigenschappen mochten vereischen. Daarom is het volgens Owen, eene
+maatschappelijke noodzakelijkheid, dat alle kinderen een zoo goed
+mogelijke opvoeding verkregen, <span class="corr" id="xd19e2265" title=
+"Bron: opdat dat">opdat</span> de huidige klassebevoorrechting in dit
+opzicht, ten minste niet meer heerschen, en voor eene organisatie
+plaats maken zal, waarin elk lid van de samenleving arbeiden kan voor
+de gemeenschap en deze hem wederkeerig, een menschwaardig bestaan
+daarvoor in ruil waarborgen kan.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Robert Owen vergenoegde zich niet met de hervormingen aan zijn eigen
+fabriek te New-Lanark, hij strekte zijne <span class="corr" id=
+"xd19e2272" title="Bron: bemoeiengen">bemoeiingen</span> ook uit over
+geheel Engeland. Het was een boozen tijd voor Engeland. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>De
+Coalitie-wet verbood den arbeider op elke manier, zich te vereenigen.
+De omstandigheden waren evenwel t&eacute; verschrikkelijk voor den
+arbeiders, dan dat zij zich zoo maar konden nederleggen bij hetgeen er
+in &rsquo;t land gebeurde. De wetten dreven hun echter tot het plegen
+van daden van geweld. Vooral de jaren van 1814&ndash;1824, kenmerkten
+zich door geweldigen strijd. In &rsquo;t laatste jaar werd toen de
+coalitie-wet eerst ingetrokken, door het werken van het parlementslid
+Joseph Hume.</p>
+<p>Robert Owen begreep, dat voor de kinderen althans iets moest worden
+gedaan. In 1802 was er reeds een wet op de kinderarbeid in het
+Parlement tot stand gekomen, maar deze wet werd of in het geheel niet,
+of zeer slecht uitgevoerd. Owen riep ten dien einde in 1815 eene
+Meeting van de schotsche fabrikanten, te Glasgow bijeen, maar ondervond
+van geen enkele zijde medewerking. Toen ging hij zelf aan den arbeid en
+op reis, teneinde de noodige gegevens te verzamelen voor zijn agitatie.
+Hij deed deze reis vergezeld van zijn zoon Robert Dale Owen; ging naar
+Engeland en door Schotland.</p>
+<p>Toen hij genoegzaam gegevens had, bezocht <span class="corr" id=
+"xd19e2281" title="Bron: bij">hij</span> den minister Robert Peel, bij
+wien hij aandrong op het indienen van een wetgeving op den arbeid van
+jonge kinderen en volwassenen. Immers<span class="corr" id="xd19e2284"
+title="Niet in bron">,</span> het was hem gebleken, dat er in die
+dagen, als regel en niet als uitzondering, door kinderen van tien jaren
+doorgaans veertien uren per dag werd gewerkt, met een oponthoud van een
+half uur per dag voor eten, dat niet buiten, maar binnen de fabriek
+werd genuttigd.</p>
+<p>Na eene onnoemelijke tegenwerking, kwam in 1819 de eerste Wet op den
+Kinderarbeid tot stand, niet in die mate zooals zij door Owen werd
+gewenscht, maar dan toch als eerste stap, in de door hem aangewezen
+richting.</p>
+<p>Van af 1813 tot 1816, publiceerde Owen zijn vier opstellen,
+getiteld: &bdquo;<i lang="en">A New view of <span class="corr" id=
+"xd19e2293" title="Bron: Societij">Society</span> or <span class="corr"
+id="xd19e2296" title="Bron: Essaijs">Essays</span> on the principle of
+the Formation of the human Character and the Application of the
+Principle to Practice</i>&rdquo;. (&bdquo;Nieuwe inzichten omtrent de
+samenleving, of studie&euml;n over de vorming van het menschelijk
+karakter en de toepassing van het beginsel in de praktijk&rdquo;).</p>
+<p>In de aan de fabrikanten <span class="corr" id="xd19e2302" title=
+"Bron: gerichtte">gerichte</span> &bdquo;Voorrede&rdquo; tot deze
+uitgave zegt Owen o.a.:</p>
+<p>&bdquo;Sedert de algemeene invoering van een levenloos mechanisme in
+de Britsche manufaktuur, wordt den mensch, zeer weinige uitzonderingen
+hier buiten beschouwing gelaten, als eene machine van lagere orde
+behandeld; men heeft er veel meer zorgen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>aan besteed, de
+ruwmaterialen van het hout en het ijzer, dan die van het lichaam en
+ziel van de menschen te verbeteren. Wijdt aan deze kwestie eens de haar
+toekomende aandacht, en gij zult zien dat de mensch, zelfs in zijn
+hoedanigheid als werktuig tot de voortbrenging van den rijkdom, nog
+beduidend beter kan worden gemaakt! Maar nog een veel belangrijker
+opmerking, valt er in dat opzicht te maken. Benuttigt de middelen, die
+thans genoeg voor iedereen duidelijk waarneembaar kunnen zijn en gij
+zult daardoor, niet alleen deze levende werktuigen volkomener maken,
+maar gij zult ook leeren, dat men ze zoo voortreffelijk kan maken, dat
+ze niet alleen het tegenwoordige, maar ook die van &rsquo;t geheele
+verleden in alle opzichten overtreffen zullen!&rdquo;</p>
+<p>Owen had een vredelievend karakter en meende dat de belangen van
+fabrikanten en arbeiders, langs den meest vredelievenden weg te
+verzoenen waren. Dit belette hem evenwel niet in te zien, dat er een
+groote klove tusschen hen gaapte; dat er een geweldige antagonie
+bestond tusschen het kapitaal en den arbeid. Maar hij was overtuigd,
+dat de vervulling van hetgeen hij meende dat de plichten waren van de
+werkgevers ertoe zou leiden, dat er eene toenadering tot stand zou
+kunnen komen, welke de hervorming van de maatschappij langs
+vredelievenden weg, niet alleen niet in den weg stond <span class=
+"corr" id="xd19e2312" title="Bron: waar">maar</span> ook in de hand
+zoude werken.</p>
+<p>Daardoor, dat hij praktisch deze plichten wist te formuleeren, stond
+hij reeds verre boven zijne tijdgenooten; zooals hij ook verre boven
+economen van zijnen tijd, als Robert Malthus stond, op wien hij reeds
+toentertijd het inzicht v&ograve;&ograve;r had: 1e dat een zekere mate
+van welstand, de onbepaalde voorwaarde is, voor een zedelijken
+levenswandel; en 2e dat de ontwikkeling van de groot-produktie, aan de
+beschaafde menschheid eene buitengewone mate van produktiviteit kan
+verzekeren. Zoodat dus diens vrees geenszins behoefde te worden
+bewaarheid, dat de productie eenmaal te kort zou kunnen komen te
+schieten.</p>
+<p>Zijn goede hart en zijn bijzonder praktische ervaring, deden hem dan
+ook menig nieuw gezichtspunt aan de hand. Zijne theoretische inzichten
+waren wel-is-waar, door die van den in zijn tijd levenden liberalen
+apostel Jeremias Bentham sterk <span class="corr" id="xd19e2319" title=
+"Bron: b&euml;invloed">be&iuml;nvloed</span>, maar zij waren verder
+zelfstandig door hem uitgewerkt. <span class="corr" id="xd19e2322"
+title="Niet in bron">&bdquo;</span>De mensch is,<span class="corr" id=
+"xd19e2325" title="Niet in bron">&rdquo;</span> volgens Owen,
+<span class="corr" id="xd19e2328" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>uitgerust met een natuurlijk streven naar
+geluk, de regeering heeft dus ten doel, ons, geregeerden en regeerenden
+gelukkig te maken. De beste regeering is deze, welke in de praktijk de
+grootst mogelijke som van geluk aan het grootste <span class=
+"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>getal
+menschen weet te bezorgen, waarbij allen, zoowel regeerders als
+onderdanen inbegrepen moeten zijn.<a id="xd19e2334" name=
+"xd19e2334"></a></p>
+<p>&bdquo;Alle gecompliceerde en elkander tegensprekende motieven voor
+goede verhoudingen, zijn op een enkel principe der handelingen terug te
+voeren, hetwelk door zijne voorlichtende werkzaamheid, het oude
+verdorven systeem overbodig maakt en ten slotte zich in alle deelen der
+wereld zal oplossen. Dit principe is het geluk van het eigen-Ik, goed
+begrepen, en gelijkvormig verwerkelijkt, hetgeen slechts kan worden
+bereikt door eene verhouding, waarin het geluk van de menschheid
+bevorderd wordt. Want iedere macht, welke het wereld-al beheerscht en
+doordringt, heeft den menschen zoo gevormd, dat zij progressief, van
+uit eene toestand van onwetendheid, tot eene van intelligentie moeten
+opklimmen, welker grenzen de menschen niet bepalen kunnen; zoodat zij
+bij dit voortschrijden eerst ontdekken moeten, dat hun individueel
+geluk slechts door het groeien en het uitbreiden van het geluk van
+allen hen omgevenden, groeien en toenemen kan.&rdquo;</p>
+<p>Het is Owen&rsquo;s onomstootelijke overtuiging geweest, dat de
+wereld alleen door deze erkenning kan worden verbeterd, dat slechts
+naar die verhouding waarin het streven der menschen naar eigen geluk of
+de liefde tot zich zelf geleid wordt, deugdzame en zegenrijke
+handelingen overwogen kunnen worden. En zoowel karakter als opvoeding,
+berusten bij den mensch op de erkenning van die waarheid. Owen was er
+van overtuigd, dat de menschen tot nog toe eene valsche opvoeding
+hebben gehad; valsch onderricht en valsch gevormd zijn geworden en dat
+daaruit, alle menschelijke ellende is geboren geworden. Owen geloofde
+der menschheid van deze waarheid te kunnen overtuigen, al had hij zelf,
+eveneens een slechte en onware opvoeding gehad. Want hoezeer dat
+laatste ook het geval is, toch maakt hij zich niettemin sterk, dat het
+zijn meergevorderd inzicht was, dat hem der menschheid thans aldus kon
+doen beleeren.</p>
+<p>Owen&rsquo;s overtuiging was het, dat aan elke maatschappij een
+zeker karakter kon worden gegeven, hetzij goed of kwaad, hetzij
+vernuftig hetzij dom, en dat de middelen daartoe zoo goed als in handen
+waren, van hen die invloed konden uitoefenen op den gang van zaken in
+de wereld. Die middelen moesten echter nu worden aangewend. Het was een
+feit, dat drie-vierde gedeelte van de gansche bevolking van
+Groot-Brittanje en Ierland behoorde, tot die der arbeidenden. Men liet
+het echter toe, dat het karakter van die menschen werd gevormd zonder
+eenige leiding, onder omstandigheden, die hen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name=
+"pb80">80</a>]</span>noodwendig moesten brengen tot een levensloop van
+ellende, ondeugd en onzedelijkheid. Terwijl de hoogere klassen,
+wel-is-waar zeiden te gelooven aan beginselen, maar eveneens deden,
+alsof die beginselen niet bestonden. Zulk een toestand zou als zij lang
+voortduurde tot den opstand moeten leiden, omdat het lijden van de
+bevolking en van de arbeidende klassen van <span class="corr" id=
+"xd19e2344" title="Bron: groot-Brittanje">Groot-Brittanje</span> en
+Ierland werkelijk &egrave;rger is, dan de toenmaals zooveel besproken
+slavernij van de negers in Amerika. Owen gebruikte het eerst benaming
+voor de fabrieksarbeiders van &bdquo;<span class="ex">blanke
+slaven</span>&rdquo; en leverde het bewijs, dat zij met betrekking tot
+gezondheid, voeding <span class="corr" id="xd19e2350" title=
+"Niet in bron">en</span> kleeding er veeltijds slechter aan toe zijn,
+dan de zwarte slaven.</p>
+<p>De hoofdzaak was nu het allereerst te zorgen voor de jeugd; een zorg
+die rustte op het denkbeeld dat de mensch zijn eigen karakter niet
+vormt, maar dat dit voor hem gevormd wordt, door de omstandigheden
+waardoor hij is omringd.</p>
+<p>Het doel van het gouvernement is om regeerders en geregeerden
+gelukkig te maken, daarom behoorde elke regeering zich te laten leiden
+door het denkbeeld, dat het beter is misdaden te voorkomen, dan ze te
+bestraffen. Alle aanleidingen die tot het misdrijf aanzetten, behooren
+daarom door de regeering te worden weggenomen. Oorlog behoorde er aan
+de kroegen te worden aangedaan. De rechten op gedistilleerd behoorden
+te worden verhoogd; een stelsel van licentie&euml;n (vergunningen) in
+sterke en in strenge mate dient er te worden toegepast. Elk loterij,
+ook die van den Staat uitgaande, moet worden afgeschaft.</p>
+<p>Het stelsel van de armenwetten dient grondig te worden herzien, en
+er moet worden tegengegaan, dat den vlijtigen arbeid, voor het
+onderhoud van luien en leegloopers heeft te zorgen. Dan moest de
+geheele strafwetgeving herzien worden, en het beginsel van de
+preventiviteit moest geheel worden doorgevoerd.</p>
+<p>Een hervorming van de Staatskerk achtte Owen niet minder noodig.
+Owen was n.l. langzamerhand, door de ervaring geleerd, een vijand van
+de <span class="ex">officieele</span> godsdienst geworden, hetgeen ten
+slotte niet het minst geleid heeft, tot zijn maatschappelijk isolement
+en zijne verwijdering, ook van diegenen zijner tijdgenooten, welke hem
+in den aanvang, geldelijk tot het ten-uitvoer leggen van zijne plannen
+in staat hadden gesteld.</p>
+<p>Owen vatte zijn betoog in de vier hier behandelde opstellen te
+zamen, in de navolgende twee reeksen van wetten. De eene reeks zou
+moeten bestaan in eene algemeene onderwijs-regeling voor het geheele
+land, zoowel <span class="corr" id="xd19e2366" title=
+"Bron: omvatten">omvattend</span> den geest van het onderwijs, als de
+voorziening van de schoolgebouwen, de normaal-inrichtingen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>voor
+onderwijzers en hunne gansche vorming op het oog <span class="corr" id=
+"xd19e2371" title="Bron: hebben">hebbend</span>. De tweede reeks, zou
+aan de hervorming van den arbeid moeten zijn gewijd. Zij zou moeten
+worden ingeleid door eene wettelijke <span class="corr" id="xd19e2374"
+title="Bron: enqu&egrave;te">enqu&ecirc;te</span>, naar de
+arbeidstoestanden in het Vereenigd Koninkrijk, naar de verhoudingen
+tusschen kapitaal en arbeid in hunnen ganschen omvang, ook wat aangaat
+de werkeloosheid. Owen hield zich overtuigd, dat deze laatste geen
+maatschappelijk euvel zoozeer, als wel een euvel der opvoeding was en
+dat daarin gelegen was een reden tot armoede en niet in de z. g. n.
+&bdquo;Wet van Malthus.&rdquo; Het was z. i. niet de massa van
+menschen, die kwaad was voor de menschheid, het waren de groote
+onwetendheid, de domheid en de verwaarloosde opvoeding der menschen,
+die al het kwaad over de wereld gebracht hadden. Ieder individu kon
+geleid worden, en wel in die richting, dat hij veel meer produceert,
+dan dat hij verteert; daar er volgens Owen&rsquo;s vaste overtuiging
+veel meer was of geschapen kon worden, dan er noodig was om dadelijk te
+worden verteerd.</p>
+<p>Inmiddels was Owen steeds voortgegaan, de inrichtingen van
+<i>New-Lanark</i> te verbeteren en steeds volkomener te maken. De
+bezoekers stroomden naar dat oord, om het &bdquo;wonder van dien
+tijd&rdquo; in oogenschouw te nemen. Jaarlijks kwamen meer dan
+tweeduizend belangstellenden naar New-Lanark, en de hooge wereld was
+niet het minst, onder dat aantal vertegenwoordigd. De Koning van Saksen
+zond Owen een medaille, de Koning van Pruissen schreef hem eigenhandig
+brieven. Groot-Vorst Nicolaas van Rusland begaf zich in 1816,
+persoonlijk derwaarts en verwijlde zelfs een paar dagen in Owen&rsquo;s
+huis. De Hertogen van het Koninklijk huis van Engeland, toonden de
+grootste belangstelling in de instellingen van New-Lanark en de Hertog
+van Kent, de vader van Koningin Victoria, was zelf op
+vriendschappelijken voet met Robert Owen er door gekomen.</p>
+<p>Dit alles maakte Owen evenwel niet trotsch, of deed zijn
+hervormingszucht omslaan in conservatisme, of in zucht om de grooten
+der aarde w&egrave;lgevallig te zijn.&mdash;Juist, integendeel! Het is
+een bewijs voor de groote na&iuml;viteit van Owen, voor het kinderlijk
+vertrouwen, dat hij in de menschen stelde, dat hij deze blijken van
+belangstelling aanzag voor aansporingen die men hem wilde geven, steeds
+verder voort te gaan. Maar hij zou bittere ervaringen opdoen met dat
+vertrouwen.</p>
+<p>Telkens en telkens kwam er oppositie van den kant der geldschieters,
+hoofdzakelijk Kwakers, die m&eacute;&eacute;r winsten verlangden, of
+wel het meest van alles, nu eens wenschten opgehouden te zien met die
+oneindige hervormingen, welke Owen <i>nooit</i> moede was <span class=
+"pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>in te
+voeren, teneinde aldoor maar te verbeteren en te verbeteren.</p>
+<p>Maar erger werd deze oppositie, of liever zij verscherpte zich, door
+de kwestie van het onderwijs. Owen had n. l. in zijn
+onderwijsinstituten een neutraal onderwijs ingevoerd, van een soort,
+gelijk dat bij ons nog gehuldigd wordt in de openbare school.</p>
+<p>Hij nam een Christendom aan, dat boven geloofsverdeeldheid stond,
+een universeel Christendom dus. Hij was de meening toegedaan, reeds in
+zijn &bdquo;<i lang="en">New View of Society</i>&rdquo; uitgesproken,
+dat men, om de ongelegenheden te vermijden die altijd moeten oprijzen,
+wanneer men een bepaald geloof op school invoert, de kinderen slechts
+behoorde te leeren uit die boeken, welke zoodanige voorschriften der
+christelijke godsdienst inprenten, die gemeen zijn aan alle uitingen of
+secten van het christendom.</p>
+<p>Dat was den kwakers, die een <i>positief</i> christendom
+voorstonden, zeker niet naar den zin. Nog veel minder was het van hunne
+gading, dat Owen de kinderen op school, onderricht liet geven in
+dansen, in muziek en ze liet oefenen in militaire exercitie&euml;n.
+Owen gaf ter wille van zijn drieduizend menschen, die in New-Lanark het
+zoo goed hadden, veel toe.</p>
+<p>Maar telkens en telkens herhaalden zich de grieven van de zijde der
+financiers. Men liet niet na Owen wetten te stellen, hem op de vingers
+te tikken; ten slotte wilde men hem zoo bedillen, dat hem het handelen
+feitelijk, daardoor tot eene onmogelijkheid werd. In 1822 nam Owen
+ontslag, verliet New-Lanark, na een bestuur van 25 jaren, dat den
+grootsten zegen had aangebracht.</p>
+<p>Owen zegt zelf, dat hij zijne benijdenswaardige positie in
+New-Lanark alleen prijs gaf, om volkomen vrijheid te verkrijgen voor
+zijne agitatie en om al zijne krachten te kunnen aanwenden, tot eene
+grondige hervorming van de menschelijke maatschappij. In New-Lanark
+vergewiste hij zich, door de, onder de ongunstigste omstandigheden op
+zich genomen praktische toepassing, van de juistheid van zijne
+principes&mdash;onder ongunstige omstandigheden, die voor een deel
+voortvloeiden uit de natuurlijke<a id="xd19e2408" name="xd19e2408"></a>
+oppositiegeest van de menschen, tegen een experiment dat, bij al de
+instemming die het vond, toch er toe ge&euml;igend was als het ware, om
+de onhoudbaarheid aan te toonen van, en het geloof te schokken, in, de
+principes waarop de tegenwoordige wereld was gebouwd. Sedert de
+verbreking van den band, die er tusschen hem en New-Lanark bestond,
+vestigde Owen zich weer in Londen. Tusschen de herfst van 1824 en den
+zomer van 1829, was Owen eenmaal in de Vereenigde Staten, eenmaal in
+West-Indi&euml; en eenmaal in <span class="corr" id="xd19e2410" title=
+"Bron: Mej&iuml;ko">Mexiko</span>. Drie jaren te voren bezocht hij
+Frankrijk, <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name=
+"pb83">83</a>]</span>Oostenrijk, Pruissen, Beijeren en Saksen. Al deze
+reizen deed hij, als studiereizen en met dat eene doel voor oogen:
+<i>de voortdurende welvaart van het menschelijk geslacht te kunnen
+grondvesten</i>.</p>
+<hr class="tb">
+<p>In 1825 stichtte Owen in Amerika de eerste kolonie op <span class=
+"ex">communistischen grondslag</span>. Hij noemde haar
+&bdquo;<i>New-Harmony</i>&rdquo;. Owen had voor deze kolonie 30,000
+acres land aangekocht van de sekte der Rappiten. De kolonie bloeide een
+tijd lang, maar hoe langer hoe meer deze tot de praktijk moest komen,
+zag Owen in, of liever het bleek, dat men kapitalistische instellingen
+niet zoo maar tot Communistische kan maken, en dat daartoe veel meer en
+veel andere dingen behoorden, dan de goeden wil, het edel gemoed en de
+energie van een man, als hij was.</p>
+<p>Na het in Mexiko nog eens beproefd te hebben, keerde Owen naar
+Engeland terug. Voor zijn familie had hij intusschen gezorgd en hij zou
+zich nu geheel aan de arbeidende klassen gaan wijden. Reybeaud vertelt,
+dat Owen van 1826 tot 1837, duizend openbare redevoeringen gehouden,
+vijfhonderd adressen heeft verzonden, tweeduizend tijdschrift-artikelen
+geschreven heeft en driehonderd reizen gedaan heeft.</p>
+<p>In 1829 deed Owen een diplomatieke poging, die gelukkig geslaagd
+mocht heeten. Tusschen Engeland en de Vereenigde Staten waren n.l.
+kwesties ontstaan, die tot een oorlog hadden kunnen leiden, en wel
+daarom zoozeer de verhoudingen tusschen beide naties geprikkeld
+maakten, omdat het in den grond van de zaak <i>handels</i>kwesties
+waren. Owen, die bij den toenmaligen president van N. Amerika Jackson,
+zoowel als bij den Staatssecretaris van Buren in hoog aanzien stond,
+gebruikte zijne aanwezigheid in Amerika daartoe, om de verschilpunten
+met de beide mannen grondig te bespreken. Het resultaat was, dat Owen
+aan de Engelsche regeering kon melden, dat de Amerikaansche, de
+bereidwilligheid tot een vredelievende oplossing van de kwesties toonde
+en dat binnen weinige weken, een twist, die door de vakdiplomaten
+behandeld, misschien tot een oorlog geleid zou hebben, door een
+niet-diplomaat, op de beste wijze tot oplossing werd gebracht.</p>
+<p>In &rsquo;t jaar 1832 stichtte Owen dan zijne bekende ruilbank, die
+in verbinding met de Co&ouml;peraties en de produktieve-associaties
+door wederzijdsch crediet, den arbeiders in staat zoude stellen, zich
+te emancipeeren van het kapitalistendom. Het <span class=
+"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>plan
+mislukte, evenzoo als 17 jaren later de ruilbank door Proudhon in
+Frankrijk gesticht, met ongeveer dezelfde bedoelingen mislukte, omdat
+het crediet van hen die niets hebben, ook niets waard is.</p>
+<p>Tusschen 1836 en 1838, zag ook Owen&rsquo;s hoofdwerk
+&bdquo;<span class="ex" lang="en">The New Moral World</span>&rdquo; (De
+nieuwe moreele wereld) het licht, eerst als weekblad, later in 1844,
+als boek. Het bevatte <i>zeven</i> deelen en kan als samenvatting, van
+datgene wat Owen wilde, worden beschouwd. Het is, naar zijn eigen
+meening, zijn omvangrijkste werk geweest, waarin hij zijn diepste
+gedachte heeft nedergelegd.</p>
+<p>Het <span class="ex">Eerste deel</span> verzamelt de gegevens over
+de menschelijke natuur. Owen geeft hier niets nieuws en wij kunnen dus
+volstaan met hetgeen daaromtrent vroeger omstandig is medegedeeld. De
+mensch vormt n&ograve;ch zichzelven, n&ograve;ch zijne meeningen,
+n&ograve;ch zijne gevoelens; zij-allen worden voor hen gevormd, door de
+omstandigheden, waarin hij is geplaatst. Hiermede valt dus de leer te
+zamen, dat men het allereerst moet aanvangen, die omstandigheden te
+begrijpen. Men moet niet oordeelen of veroordeelen, maar men moet
+leeren begrijpen. Men moet de natuur beluisteren en haar volgen, want
+de natuur is niet slecht. Ook de mensch is niet van nature-uit
+verkeerd; de maatschappij waarin hij verkeert vormt hem zooals hij is.
+De tegenwoordige beschaving is op den slechten weg. Men moet het
+natuurlijk instinct volgen en bevredigen. Het tegenstreven der natuur,
+het gedurig tegenwerken harer bedoelingen, d&aacute;&aacute;raan is het
+te danken, dat de menschelijke karakters dien betreurenswaardigen trek
+verkregen hebben, waaraan zij lijden.</p>
+<p>In plaats van het ego&iuml;sme der onwetendheid, moest er onder de
+menschen gaan heerschen, de welwillendheid van het inzicht in de
+werkelijkheid. De mensch is bestemd een sociaal wezen te zijn. De
+verschillende onderscheidingen moeten wijken onder de menschen; de
+religies zullen te-niet worden gedaan, de priesters overbodig worden
+bevonden, de menschelijke trots verdwijnen en eene h&eacute;rschepping
+van den mensch zal er komen, zoo schoon als zij er nog nooit geweest
+is. Owen meent, dat hij hetzelfde voor de menschheid op &rsquo;t oog
+had, als <span class="corr" id="xd19e2455" title=
+"Bron: Gallil&euml;i">Gallile&iuml;</span> gedaan had voor de
+natuurwetenschap, toen hij bewees, dat de aarde om de zon en niet de
+zon om de aarde draaide.</p>
+<p>Het <span class="ex">Tweede deel</span> behandelt de leer en de
+kennis van de maatschappij. Naar Owen&rsquo;s overtuiging moest de
+menschheid zich bezig houden met vier onderwerpen: ten 1e, met de
+produktie van den rijkdom; ten 2e, met de verdeeling van den rijkdom;
+<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name=
+"pb85">85</a>]</span>ten 3e, met de opvoeding en het onderwijs, en ten
+4e: met de regeering. De produktie lijdt tegenwoordig aan deze
+gebreken, dat alles tegen elkander inwerkt; dat er geen harmonie, dat
+er geene samenwerking is; daar is overal wanorde, daar is overal
+scheiding en er is verdeeldheid en daardoor is er een enorme
+verspilling van arbeidskracht. Men werkt hard, v&eacute;&eacute;l te
+hard en nog is er te weinig, nog steeds produceert men niet genoeg. Elk
+beginsel van produktie, dat op een gezonde basis staat, moet er op zijn
+ingericht: een vereeniging en eene verbinding van de productiemiddelen
+tot stand te brengen; landbouw bij nijverheid, geoefendheid en kennis
+bij kapitaal te brengen, dezen samen te vereenigen, d&agrave;t moet het
+doel van de produktie zijn; dat is de gezonde grondslag van de nieuwe
+moreele wereld, die Owen, aan de menschen wilde laten zien. Maar
+terwijl de combinatie van al deze verschillende elementen tot een
+eenvoudig en een overvloedig resultaat zou leiden, wordt het heil
+gezocht in eene geweldige concurrentie, van den een tegenover den
+ander, elk toegerust met zijn eigene middelen. Het is een onafgebroken
+strijd, een worsteling, een hijgen en een zwoegen van fragmenten tegen
+fragmenten, waarvan de gevolgen zijn: een verwijdering van den mensch,
+van zijn voedsel en eene verwijdering van de natuur; een ophooping van
+menschen in gangen, sloppen en stegen, zonder licht, zonder lucht en
+zonder reinheid.</p>
+<p>Wat blijft er over van al datgene, waarop de mensch recht heeft, van
+een fatsoenlijk dak, dat den mensch noodig heeft om er onder te
+vertoeven; van goed onderwijs, van het genoegen, van het gezellig
+verkeer, van liefde en van vriendschap? Door de gruwelijke
+tijdsverkwisting van arbeid, van tijd en van kapitaal, wordt er door de
+individuen gebrek geleden, hoe zij zich ook aftobben. Bij een
+verstandige leiding van arbeidsassociatie, behoefde er zooveel te
+minder te worden gearbeid,&mdash;misschien slechts vier uren
+daags&mdash;om al de producten voort te brengen, welke er noodig zijn,
+om aan de behoeften van de consumptie te voldoen.</p>
+<p>Bij de verdeeling der rijkdom is volgens Owen, deze verspilling van
+arbeid en produkt nog meer zichtbaar. De ware leer van de verdeeling,
+zegt Owen, is de producent zoo dicht mogelijk bij den consument te
+plaatsen. De consumenten moesten als uit den voorraad of uit het
+magazijn, kunnen putten. En in plaats daarvan, heeft zich tusschen den
+producent en den consument eene klasse van tusschenpersonen genesteld:
+die der kooplieden, die koopen en verkoopen in &rsquo;t groot, in
+&rsquo;t klein, op de beurs of <span class="pagenum">[<a id="pb86"
+href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>in den winkel. Zij nemen overal
+hunne winst, laten zich geducht betalen en vormen het doode gewicht der
+maatschappij.</p>
+<p>Zij zien er niet tegen op, om voor meer winst de waren te bederven,
+te vervalschen. Zij noemen zich verdeelers of verspreiders van den
+rijkdom, maar moesten eigenlijk verspreiders van de menschheid genoemd
+worden. Zij moesten bij elken gezonde regeling van de verdeeling
+verdwijnen, want zij kosten der maatschappij te veel, veel meer dan men
+oppervlakkig denkt. Owen, die een kwart-eeuw fabrikant was, kon daar
+dan ook wel met verstand van zaken, een oordeel over vellen.</p>
+<p>Ook richten die verdeelers banken op, die in verband met het slechte
+geld-systeem, alle voordeelen van den arbeid aan zich trekken en als
+het ware de produkten, van hun weg, dien zij hebben af te leggen, van
+producent naar consument, onderscheppen. Plaats den mensch <i>naast</i>
+zijn voedsel, zegt Owen, en naast zijnen rijkdom, dan behoeft dit niet,
+tot hem te worden gebracht.</p>
+<p>Opvoeding en onderwijs zijn slechts twee onderdeelen van de vorming
+van het karakter, met welke taak de maatschappij zich bezig moet
+houden. De tegenwoordige wetgevers deden dat tot nog toe niet. Want er
+is noodig een vorming of eigenlijk een vervorming van de uitwendige
+omstandigheden om de menschen heen, en zulk eene taak, kan alleen door
+de georganiseerde maatschappij op zich genomen worden. Neemt zij die
+taak op zich, dan is v&oacute;&oacute;r alles noodig, dat zij tot het
+inzicht komt, hoezeer o. a. de godsdienst een zonderlinge rol gespeeld
+heeft, om het milieu waarin de menschen tot nog toe geleefd hebben, te
+doen verworden. &bdquo;De godsdienst, die voortkwam uit de imaginatie
+van de menschen en niet uit hunne rede; de godsdienst, die
+&ograve;veral donker-gekleurde glazen zette, waar het licht van de
+waarheid, helder schijnen moest.&rdquo;</p>
+<p>Men zal ook de ongerijmdheid inzien, van stichtingen als Oxford en
+Cambridge, die instellingen van gepriviligeerd Onderwijs, en men zal
+overal instellingen van gelijk onderwijs in het leven roepen, men moet
+dat onderwijs organiseeren, men moet de uitstekendste mannen aan dat
+onderwijs kunnen weten te verbinden. Reeds van af de prilste jeugd,
+moet men daarme&ecirc; beginnen. En het was dan ook volgens
+Owen&rsquo;s plannen, dat in Engeland en ook in gansch de beschaafde
+wereld, de eerste kleinkinderbewaarplaatsen (cr&egrave;ches) tot stand
+gekomen zijn.</p>
+<p>Ook omtrent het staatsbestuur, had Owen zijn eigen denkbeelden. De
+taak van het gouvernement bestaat niet in onthouding, maar in
+ingrijpen. Het gouvernement moet leiden en niet <span class="corr" id=
+"xd19e2485" title="Bron: leidzaam">lijdzaam</span> blijven. De taak van
+het gouvernement is wel degelijk <span class="pagenum">[<a id="pb87"
+href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>positief en niet negatief,
+gelijk de economisten uit Owen&rsquo;s tijd, op het voetspoor van Adam
+Smith, hadden geleerd.</p>
+<p>De slotsom van dat alles is deze: dat de elementen der maatschappij,
+tot eene vaste eenheid en orde moeten worden georganiseerd.</p>
+<p>Om die harmonie te vestigen, die eerbied van gevoelens en belangen
+in de maatschappij tot stand te brengen, wilde Owen een vaste grondslag
+scheppen van het gemeenschapsleven. Deze bestond voor hem in de
+genootschappelijkheid of de <span class="ex">communiteit</span>. Het is
+de keus, de &bdquo;<span class="corr" id="xd19e2497" title=
+"Bron: nucl&euml;us">nucleus</span>&rdquo;, die den band van de enkele
+huisgezinnen vervangt. Op eene juiste vestiging dezer
+&bdquo;<span class="corr" id="xd19e2500" title=
+"Bron: nucl&euml;i">nuclei</span>&rdquo; komt het voor de maatschappij
+der toekomst, in alles aan.</p>
+<p>Het <span class="ex">Derde deel</span> houdt zich bezig, met de
+opnoeming en de ontvouwing van alles, wat voor het geluk der menschen
+noodig is. Die voorwaarden zijn volgens Owen talrijk. Hij noemt er
+dertien op. Zij hebben betrekking op goede gezondheid; op een
+zorgvuldige opvoeding; op het verkrijgen van meerdere kennis; op het
+bekomen van genot; op het bewustzijn en het streven om voortdurend tot
+het geluk van onze medemenschen werkzaam te zijn; op het bezitten van
+vrienden; de vrijheid en de gelegenheid van associatie,&mdash;van
+gedachte en geweten; de afwezigheid van bijgeloof en op het zich
+bevinden in een maatschappij, wier wetten, instellingen en schikkingen,
+in overeenstemming zijn met de wetten der natuur. De
+arbeiderstoestanden, onderwerpt Owen dan aan de scherpste critiek. De
+streng doorgevoerde arbeidsverdeeling, door welke den arbeider-mensch
+opgeofferd wordt aan het product, wil Owen vervangen zien worden, door
+een &agrave;lzijdigen arbeid, dien hij ook eischt, in &rsquo;t belang
+van de gezondheid van den mensch en in het strikte belang van een
+harmonische ontwikkeling van lichaam en geest. Owen verklaart zich een
+sterken voorstander van eene afwisselende bezigheid van lichaam en
+geest, mits die geest zich niet bezig houdt met vakken, als bijv. de
+theologie, rechtsgeleerdheid of de medicijnen.</p>
+<p>Owen meent dat het bestaan der prostitutie, wel het sterkste bewijs
+is, op welken lagen trap van ontwikkeling wij nog staan.</p>
+<p>In het <span class="ex">Vierde deel</span> ontvouwt Owen, wat
+volgens hem, de inhoud van een redelijke godsdienst der menschheid moet
+zijn. Hare geest is gegrondvest op waarheid en liefde. Het wezen der
+Godheid, is volgens Owen nu eenmaal onbegrijpelijk, daarom is er over
+twisten, nutteloos. Godsdienst trouwens, bestaat in daden en niet in
+begrippen. Het vraagstuk van het leven n&agrave; den dood is een,
+waarmede de menschen wijs doen zich niet in te laten; de mensch moet
+slechts bedenken, hoe hij hier op <span class="pagenum">[<a id="pb88"
+href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>aarde heeft te leven en te
+werken. Hij moet zijn liefde over alle schepselen&mdash;ook over de
+dieren&mdash;uitstrekken. Hij moet er zijn doelwit op richten, de
+maatschappij waarin hij leeft, voortdurend volkomener te maken. Deze
+godsdienst is eene praktische, die alle andere, zeer onpraktische zal
+doen verdwijnen, meent Owen.</p>
+<p>Tal van gebreken onzer samenleving noemt Owen &ograve;ngodsdienstig,
+niet gebaseerd op de liefde en op de ware verhouding, van de menschen
+tot elkander.</p>
+<p>Het heffen van ongelijk-drukkende belastingen is
+&ograve;ngodsdienstig. De verhouding van de twee
+geslachten&mdash;mannen en vrouwen&mdash;is volgens Owen al het minst
+godsdienstig; de praktijk om de vrouwen tot slavinnen van het gezin te
+maken, is een bewijs onzer &ograve;ngodsdienstigheid.</p>
+<p>Ten slotte is onze geheele maatschappij &ograve;ngodsdienstig, daar
+men er in haar zich hard er-op toelegt, niet om waarheid, maar om
+onwaarheid te spreken. De eenige taal, door woorden of blikken
+gesproken, moet de taal der waarheid zijn. De waarheid zonder mysterie,
+zonder bijmengsels en zonder eenige vrees voor menschen of hoogere
+machten.</p>
+<p>In het <span class="ex">Vijfde deel</span>, wordt op het vreemde
+verschijnsel gewezen, dat aan het einde der 18e eeuw, wel werd gedacht
+aan het construeeren van een nieuwen Staat, maar niet aan het vormen
+van een nieuwe maatschappij. Dit laatste, is evenwel belangrijker dan
+het eerste. Owen vindt dat de Amerikanen, die evenzoo handelden, op een
+zandgrond gebouwd hadden.</p>
+<p>Onder het gezichtspunt van de voortbrenging, moet alles worden
+terzijde gesteld, wat doet denken aan den ouden krijg om rijkdom.
+Hierin moet Engeland de andere naties voorgaan. Er zal geen goede
+toestand meer komen, dan voor dat, tot de vestiging van de <span class=
+"ex">communiteiten</span> wordt overgegaan. Zoolang men verstrikt
+blijft in de <span class="corr" id="xd19e2533" title=
+"Bron: leerlingen">leeringen</span> der economisten, zoolang zullen de
+regeerders met de handen in den schoot moeten blijven zitten. Maar
+reeds moet nu tot nationaliseering worden overgegaan der spoorwegen;
+van staatswege moeten nieuwe worden aangelegd en de gronden, die langs
+deze lijnen vrijkomen tot &bdquo;communiteiten&rdquo; worden
+ingericht.</p>
+<p>De tegenwoordige standen en rangen behoorden, in een goed geregelde
+maatschappij, niet te bestaan. Alleen ouderdom en ervaring, zouden
+aanspraken kunnen doen gelden op eenig onderscheid. Kennis is de eenige
+maatstaf, waarmede de menschen behooren te worden gemeten. Geen mensch
+heeft het recht, zegt Owen uitdrukkelijk, van een ander mensch te
+verlangen, dat <span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name=
+"pb89">89</a>]</span>deze iets voor hem doet, wat hij niet bereid is
+voor anderen te doen, of in andere woorden uitgedrukt: <i>alle menschen
+hebben gelijke rechten</i>. De natuurlijke en zedelijke
+klassenverdeeling van het menschelijk geslacht, is de verdeeling naar
+den ouderdom, die Owen in acht klassen verdeelt.</p>
+<p><span class="ex">Eerste klasse</span>: Van-af de geboorte tot het
+einde van het vijfde jaar. Na het eerste tijdstip van den
+zuigelingstijd, komen de kinderen in de verplegingsinrichtingen en
+kleine kinderscholen, waar hunne eigenlijke opvoeding een aanvang
+neemt.</p>
+<p><span class="ex">Tweede klasse</span>: bestaande uit kinderen van
+vijf tot tien jaren. In de eerste twee jaren, dus totdat het zevende
+jaar is afgelegd, wordt het onderwijs der kleine-kinderscholen, met de
+door de noodzakelijkheid, aan lichaams- en geestesontwikkeling gestelde
+behoeften voortgezet. Van het achtste jaar af, wordt aan het onderwijs
+regelmatigen arbeid, zoowel in huis als in tuin verbonden. Natuurlijk
+mag die arbeid de krachten der kinderen nooit te boven gaan,
+integendeel daarmede in volkomen overeenstemming zijn. Zij staan
+daarbij onder de leiding van de jongere leden van de derde klasse. Deze
+arbeid vormt voor Owen een deel der opvoeding, en het doel der
+opvoeding, moet hierbij geen enkel oogenblik uit het oog worden
+verloren. In weerwil daarvan, zal ook dit onderwijs nuttig zijn voor de
+maatschappij en zijnen winst dan ook, ruimschoots loonen.</p>
+<p><span class="ex">Derde klasse</span>, bestaande uit kinderen van 10
+tot 15 jaren. In de eerste drie jaren, alzoo tot de afgelegde 12 jaren,
+hebben de kinderen der derde klasse&mdash;onder oppertoezicht van
+volwassenen&mdash;den arbeid van die der tweede klasse te leiden en er
+het opzicht over te houden. Van af het 13de jaar, worden zij ingewijd
+in de hoogere kunsten en takken van bedrijf en zoodanig opgeleid, dat
+zij den rijkdom en het welzijn van de gemeenschap, gepaard aan het zoo
+groot mogelijk genoegen voor zich-zelf, kunnen bevorderen en dit op de
+meest praktische manier. Hunnen arbeid omvat het gansche gebied van
+landbouw en industrie, de mijnbouw, de visscherij enz. In alle deze
+verrichtingen worden de medeleden der derde klasse regelmatig, zoo vele
+uren per dag bezig gehouden, als in overeenstemming, is te brengen, met
+de lichamelijke ontwikkeling en het doel van de opvoeding. Het
+onderwijs strekt zich uit, over alle takken van wetenschap en voor een
+goede en volkomene ontwikkeling van het lichaam, wordt mede zorg
+gedragen.</p>
+<p>De <span class="ex"><span class="corr" id="xd19e2559" title=
+"Bron: vierde">Vierde</span> klasse</span> bestaat uit de jonge
+personen van 15 tot 20 jaren. In deze arbeids-klasse vindt de
+ontvouwing van het geslachtsleven plaats. Der neigingen worden geen
+dwang opgelegd, <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name=
+"pb90">90</a>]</span>en de volkomene vrijheid, waarmede zij zich kunnen
+uiten, gepaard aan de volkomen afwezigheid van velerlei omstandigheden,
+welke de verhouding van de geslachten tot elkander in de huidige
+maatschappij onnatuurlijk en immoreel maken, waarborgt eene reine en op
+wederzijdsch-geluk gegrondveste, verbinding van de twee seksen. De
+leden der vierde klasse, nemen naar de mate hunner hooger ontwikkelde
+arbeidskracht in grooteren omvang dan de leden van de derde klasse,
+deel aan den maatschappelijk-noodzakelijken arbeid, echter met de
+voortdurende ondergeschiktmaking van dezen arbeid, aan het doel der
+opvoeding. Zij hebben&mdash;onder oppertoezicht der
+volwassenen&mdash;den arbeid van de derde klasse te leiden en tot
+onderricht derzelven, mede behulpzaam te zijn.</p>
+<p><span class="ex">Vijfde klasse</span>: bestaande uit staatsburgers
+en staatsburgeressen van 20 tot 25 jaren. Deze klasse omvat, het tot
+arbeiders en onderwijzers <span class="corr" id="xd19e2569" title=
+"Bron: geschikste">geschiktste</span> gedeelte, van de leden der
+samenleving. Wie dezen leeftijd achter den rug heeft, behoeft geen deel
+meer te nemen aan de eigenlijke produktie. De leden der vijfde klasse
+zijn de werkmeesters en de werkmeesteressen; de direkteuren en de
+direktrices in elken tak van bedrijf, van produktie en van opvoeding.
+Zij hebben in het algemeen genomen&mdash;maar alleen in hoogeren en
+volkomener graad&mdash;de leiding van de bedrijven, inrichtingen enz.
+gelijk die heden ten dage de direkteuren, leeraren etc. die hebben.</p>
+<p>Door deze vijf klassen, is volgens Owen, voor de vermeerdering van
+den rijkdom der maatschappij, genoegzaam gezorgd en voor de vorming van
+deugdelijke karakters, eveneens.</p>
+<p>De <span class="ex">Zesde klasse</span>: bestaande uit staatsburgers
+en staatsburgeressen van 25 tot 30 jaren, heeft tot taak, de door de
+jongere leden voortgebrachte rijkdom te bewaren en te verdeelen, en
+deze verdeeling zoo praktisch mogelijk te organiseeren. Owen meent, dat
+twee uren daags, bij een praktische organisatie daarvan, daardoor in
+beslag genomen worden. De rest van den tijd, moet besteed worden, met
+het bezoeken van de werkinrichtingen en het toezicht houden, dat, in
+&rsquo;t algemeen de zaken niet alleen <i>gaan</i>, maar ook dat de
+produktie <i>vooruit gaat</i>.</p>
+<p>Daarom moet dit bezoeken der volwassenen, geen zuiver belangstellend
+bezoeken zijn, om de nieuwsgierigheid te bevredigen, of een plichtmatig
+iets doen, dat men liever nalaat. Neen, het moet evenzeer strekken tot
+vermeerdering van kennis, als tot een prikkel om met de opgedane
+ervaring te rade, de produktie steeds op een hoogere trap van volmaking
+te brengen.</p>
+<p>Een ander deel van den dag, moet worden doorgebracht met het
+beoefenen van schoone kunsten, wetenschappen, allerlei <span class=
+"pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name=
+"pb91">91</a>]</span>experimenten, lezingen, conversatie,
+pleziertochten en beleering aan anderen op alle gebied, en tot het
+aankweeken van vriendschap.</p>
+<p>De <span class="ex">Zevende klasse</span>, omvattende alle leden der
+gemeenschap van 30 tot 40 jaren, heeft tot taak de leiding der
+inwendige aangelegenheden van de gemeenschap; het instandhouden van de
+vrede en de bevordering van de welvaart, van de gansche
+gemeenschap.</p>
+<p>De <span class="ex">Achtste klasse</span>, omvattend de leden van de
+gemeenschap van 40 tot 60 jaren, vormt een &bdquo;Raad der ouden&rdquo;
+en, terwijl de geheele leiding van alle inwendige aangelegenheden in
+handen der Zevende en die van produktie en consumptie enz. in handen is
+van de Zesde klasse, is de achtste klasse een Raad van app&egrave;l,
+die twisten beslecht, die er rijzen mochten tusschen de overige
+klassen, en als laatste instantie daarover moeten beslissen. Ook is het
+de taak van deze klasse, om zich bezig te houden met de buitenlandsche
+aangelegenheden; eene bezigheid, die, aangezien zij een pad is, waarop
+nog al veel moeielijkheden en veel wrijvingen kunnen voorkomen, alleen
+gekend kan worden, door ervaren en werkelijk wijze mannen, die geduld
+en omzichtigheid bezitten, voor deze teere kwesties.</p>
+<p>Zij die boven 60 jaren zijn, worden in geen klasse meer ingedeeld.
+Zij hebben, vindt Owen, hunne plichten tegenover de gemeenschap vervuld
+en moeten nu verder ongestoord worden overgelaten aan het private
+leven; het staat hun vrij om zich onledig te houden met verrichtingen,
+die het geheel ten goede komen, maar verplicht daartoe zijn
+<span class="corr" id="xd19e2604" title="Bron: zijn">zij</span>
+niet.</p>
+<p>De centrale regeering, bestaat bij Owen, uit commissies welke
+gekozen worden, door de gedelegeerden van de beide regeerende klassen,
+dus van de maatschappelijke leden der 7e en der 8ste ouderdomsklasse,
+van 30 tot 60 jaar. Door zulke commissies, die terzijde worden gestaan
+door de gedelegeerdenvergaderingen als Parlement, zullen ook de
+betrekkingen tot de andere Staten, die ook op dezelfde manier
+georganiseerd moeten zijn,&mdash;verzorgd en geregeld worden.</p>
+<p>In het <span class="ex"><span class="corr" id="xd19e2612" title=
+"Bron: zesde">Zesde</span> deel</span> van de &bdquo;<span class="ex"
+lang="en">New-Moral World</span>&rdquo; bespreekt Owen de algemeene
+constitutie der Regeering nog nader en behandelt hij de
+overgangswetten. Zij zijn vijf en twintig in getal. De vier eersten
+betreffen de volkomen vrijheid van geweten, van geloof en van denken.
+De zeven daaraan volgende, over onderhouds- en levensrecht, het
+onderwijs en de opvoeding en het huwelijk. Dan zes, die de regeling
+omvatten der &bdquo;communiteiten,&rdquo; het nadeel van den
+privateneigendom tegengaan en op den arbeidstijd, zoowel als op den
+grondeigendom, slaan. <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92"
+name="pb92">92</a>]</span></p>
+<p>En ten slotte een zevental, dat betrekking heeft op de leiding en de
+regeling van den tegenwoordigen toestand, naar eene nieuwe, zooals Owen
+die geschetst heeft. De laatste en 25ste wet, geeft enkele regelen van
+arbitrage aan, bij verschil over sommige punten van regeling. Wanneer
+deze wetten ingevoerd zijn, kunnen alle anderen worden afgeschaft en is
+de toestand genoegzaam, voor een nieuwe voorbereid.</p>
+<p>In het <span class="ex">Zevende Deel</span>, komen nu nog de
+conclusies der voorafgaande. Vervolgens geeft Owen daarin een sterk
+betoog over de noodzakelijkheid, de wereld op meer moreele grondslagen
+te vestigen. Hij voorspelt daarin veel, hetgeen hem den naam van den
+&bdquo;ouden profeet&rdquo; verschaft heeft. Hij ziet de anarchie
+naderen. Thans heerschen weinigen over velen, maar die velen zullen
+zich vereenigen en dan zullen die velen, op hunne beurt, een macht
+worden. De naties zullen opstaan. Reeds nu zijn revoluties te voorzien
+en deze zullen zich uitbreiden en vermeerderen. Groote rampen ziet Owen
+over de menschen komen. En dit alles is te voorkomen, daar een zachte
+en vriendelijke toekomst mogelijk is, zoo de menschen maar geneigd
+waren den hand te slaan aan de vervorming hunner samenleving, wat
+Owen&rsquo;s eenigste hoop is, voor de toekomst der menschheid.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Wij deelen nu de &bdquo;<span class="ex">Vierentwintig
+stellingen</span>&rdquo; mede, die Owen den 5<sup>en</sup> Maart 1889
+verdedigde in een openbaar debat, tegenover den Reverend Mr.
+Legg<span class="corr" id="xd19e2637" title="Niet in bron">,</span> een
+&bdquo;<span lang="en">dissenter</span>.&rdquo;</p>
+<p>1. Van af de vroegste tijden der bekende geschiedenis, hebben alle
+menschelijke aangelegenheden berust, op fundamenteele fouten.</p>
+<p>2. Die fouten waren: ten eerste, het geloof dat den mensch geschapen
+is met een vrijen wil, te gelooven, dat hij gevoelde en handelde,
+zooals het hem beliefde en dat hij daarom voor zijne gedachten,
+gevoelens en handelingen aan zijne medemenschen verantwoordelijk moet
+zijn. Ten tweede, het geloof dat de mensch zijn eigen karakter vormt,
+en dat hij daarom de maatschappij voor dezelve verantwoordelijk moet
+zijn, naar de mate van de begrippen van degenen met wien hij tezamen
+leeft, hoe onverstandig en onzinnig deze begrippen ook mogen zijn.</p>
+<p>3. Deze beschouwingen staan in tegenspraak met de feiten. En het is
+daarvandaan gemakkelijk te bewijzen, dat zij onverstandig en onzinnig
+zijn&mdash;schadelijk in den hoogsten graad, voor de eenheid, de vrede,
+de deugd en het geluk van <span class="pagenum">[<a id="pb93" href=
+"#pb93" name="pb93">93</a>]</span>het menschelijk
+geslacht&mdash;werkelijk van nut voor geen &eacute;nkel individu,
+welken rang of welke positie hij ook, het zij in welk land ook mag
+toebehooren of bekleeden.</p>
+<p>4. Deze dwalingen loopen door <i>alle</i> menschelijke
+verrichtingen, van af de vroegste tijden. Zij zijn van hetzelfde soort
+als deze dwaling, die duizende jaren geduurd heeft, dat de aarde vlak
+is en onbewegelijk, en dat de zon om haar heen draait.</p>
+<p>5. Deze, in het oogvallende feiten, zijn met de ingebeelde
+voorstellingen, dat ieder mensch zijn eigen karakter, zijn eigen
+gevoelens en handelingen bepaalt, zoo handtastelijk in tegenstelling,
+dat deze dwalingen niet zoo lang den menschelijken geest hadden kunnen
+beheerschen, waren zij haar niet voortdurend opgedwongen geworden, door
+eene algemeene organisatie der maatschappij, bestaande uit eene
+drie-eenheid van machten, waartegen tot op heden geen individu, met het
+geringste uitzicht op succes, vermocht te strijden.</p>
+<p>6. Deze drie-&eacute;&eacute;nheid van macht bestaat primo uit: de
+geopenbaarde godsdiensten, door menschen uitgevonden; secundo: uit
+menschelijke wetten, en tertio: uit regeeringen, gesteund door de
+onwetendheid en door de zelfzucht der menschen. En deze
+maatschappelijke organisatie, heeft de heerschappij gekregen, over alle
+volkeren der aarde.</p>
+<p>7. Deze organisatie kon bij die volken, welke de kunst hadden
+verkregen, om feiten en wetten van de natuur af te zien, en de
+wetenschappen uit haar af te leiden, niet in stand worden gehouden,
+zonder dat de maatschappij werd ingedeeld in klassen, waardoor de
+invloedrijksten en machtigste klassen, een open en schijnbaar recht
+verkregen, om deze organisatie in het leven te houden.</p>
+<p>8. Geen lid der menschelijke familie, heeft eenig <i>werkelijk
+belang</i> bij de instandhouding van deze grondfouten, waarop de
+tegenwoordige samenleving berust, of bij de klassen-verdeeling,
+waardoor deze dwalingen, der menschheid worden opgedwongen.</p>
+<p>9. Deze dwalingen, deze organisatie en deze klassen-indeeling, zijn
+de eenige oorzaken der onwetendheid en van de armoede; van den
+tweespalt tusschen geest en belang, van de hartstochten, de ondeugden,
+de misdaden; kortom, van het totaal van ellende, waarvan tot nog toe,
+de geheele menschelijke samenleving doordrongen is geweest.</p>
+<p>10. Zoolang deze grondfouten, deze organisatie en deze
+klassenverdeeling door de autoriteiten en door de publieke opinie
+worden ondersteund, is eene genezing van het kwaad niet te verwachten.
+<span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name=
+"pb94">94</a>]</span></p>
+<p>11. Wanneer de wil van het volk ten opzichte van deze, de welvaart
+en het geluk van elk individu in zich bevattende kwesties, verheldering
+wenschte en tot eene oplossing wilde komen, zijn er tegenwoordig genoeg
+middelen voorhanden, om allen die tot het menschelijk geslacht
+behooren, beter, wijzer, deugdzamer, rijper en gezonder te maken dan
+ooit te voren&mdash;zelfs met de individuen der bevoorrechte
+klassen&mdash;het geval is geweest.</p>
+<p>12. Het is thans, buiten allen twijfel van het hoogste belang voor
+de menschheid, voor elk menschelijk wezen, onverschillig van welken
+rang of positie, dat deze grondfouten der samenleving, die der
+organisatie en die verdeeling in klassen, publiek en zonder eenig
+voorbehoud worden veroordeeld en worden opgegeven.</p>
+<p>13. De verwerving dezer kennis door een deel van de samenleving, is
+een genoegzaam bewijs, dat de tijd gekomen is, waarin deze groote
+omwenteling in den geest der menschen, zich begint te voltrekken.</p>
+<p>14. De ontdekking van deze zeer gewichtige waarheden en de
+mededeeling derzelven aan het publiek van de beschaafde wereld, zal
+noodzakelijk tengevolge hebben, dat eene groote verandering
+bewerkstelligd en algemeen zal worden doorgevoerd; in weerwil van de
+nog heerschende onkunde en het aangekweekte vooroordeel.</p>
+<p>15. Die omwenteling zal vrede, zal liefde en welstand, deugd en
+geluk in het menschelijk leven brengen, en er kunnen de grootste en de
+heerlijkste resultaten door worden bereikt.</p>
+<p>16. Die grondfouten, die desorganisatie en die klassenverdeeling,
+zij hebben zekere verbindingen van uitwendige omstandigheden noodig
+gemaakt, om bij de klagelijke omstandigheid en de verwarring waarmede
+de zaken van de menschheid tot-nog-toe werden bestuurd en geleid,
+zoovele dwalingen te kunnen doen samenwerken.</p>
+<p>17. De mensch was, is, en zal steeds zijn, het gewrocht zijner
+omgeving; van de omstandigheden om hem heen. De werking dezer
+omstandigheden wordt in geringe, niet nauwkeurig te bepalen mate
+gemodificeerd, door de eigenlijke gesteldheid en de verbinding van de
+organen en de geschiktheden van de individueele organisatie der
+menschen.</p>
+<p>18. De hoogere of lagere ontwikkeling, de ellende, of het geluk van
+de menschen, hangen in zeer hoogen graad af, van den aard en den
+toestand der uiterlijke omstandigheden, welke den mensch omgeven.
+<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name=
+"pb95">95</a>]</span></p>
+<p>19. De bevrijding van die hoofddwalingen, van de desorganisatie en
+de klassenverdeeling, welke in het verleden en het heden, den
+chaotischen, foutieven en onzinnigen toestand van de samenleving
+geschapen hebben, wordt in het leven geroepen door eene volkomene
+verandering van de, tegen het gezond verstand indruischende uitwendige
+omstandigheden, welke deze grondfouten, deze desorganisatie en deze
+<span class="corr" id="xd19e2693" title=
+"Bron: klasseverdeeling">klassenverdeeling</span> ter hunne voortduring
+noodzakelijk gemaakt hebben, in tegenstelling met de nieuwe feiten,
+welke door den tijd en door de ervaring gestadig in een of ander deel
+van de wereld, tot ontwikkeling gekomen zijn.</p>
+<p>20. Eene gansch nieuwe orde van de uitwendige omstandigheden, kan
+thans in het leven geroepen worden, met behulp der middelen, die onder
+de gemakkelijkste contr&ocirc;le van de maatschappij kunnen staan. Eene
+orde van zaken scheppen, die onfeilbaar voor het menschelijk geslacht
+een hooger karakter als tot dusver bereikt is&mdash;en een verreweg
+hoogeren welstand voor allen, als tot dusverre geheerscht heeft zullen
+in het leven roepen, van omstandigheden, welke aan alle oorlogen en aan
+alle tweedracht tusschen personen, zoowel als tusschen volkeren, een
+einde kan maken. En eene welke vrede, vriendschap en liefde tot hun
+recht zullen doen komen en die een verreweg hoogeren graad, van
+bestendig toenemend weten en welzijn,&mdash;als tot dusverre gekend
+was,&mdash;voor alle menschen grondvesten zal.</p>
+<p>21. Deze uitwendige omstandigheden zullen bestaan: uit zichzelf
+instandhoudende en op wetenschappelijke grondslag berustende
+instellingen voor de voortbrenging en de verdeeling van den rijkdom;
+voor de huiselijke gemakkelijkheid van allen; voor de ontwikkeling van
+het karakter van allen, van af de geboorte tot aan den ouderdom en van
+de lokale en algemeene regeering van allen, zonder ter hulpe te nemen,
+het tot dusver gevolgde onrechtvaardige en barbaarsche systeem, van
+persoonlijke straffen en persoonlijke belooningen.</p>
+<p>22. Deze nieuwe instellingen zullen zijn, inrichtingen waarvan elk,
+voor de opname en de instandhouding eener gemeente van 500 tot 2000
+personen (in de gewone verhouding van mannen, vrouwen en kinderen);
+welke gemeenten zich rijkelijk zelven onderhouden kunnen, met behulp
+van den hoogeren trap van hun weten en hun goed geleide
+nijverheidsvlijt, en ondersteund worden door de onbegrensde
+hulpmiddelen van de mechaniek en de chemie, welke tot bevrijding van
+alle ongezonde en weerzinwekkende verrichtingen van het leven, in
+praktijk kunnen worden gebracht.</p>
+<p>23. Deze doeltreffende veranderingen van de uitwendige toestanden,
+<span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name=
+"pb96">96</a>]</span>welke er toe bestemd zijn, de gestadige
+vooruitgang en het steeds groeiende geluk van het menschelijk geslacht
+te verzekeren, kunnen met veel geringer offers van kapitaal, van tijd
+en van arbeid, toegepast en in stand gehouden worden, als thans noodig
+is, om den tegenwoordigen <span class="corr" id="xd19e2706" title=
+"Bron: cha&ouml;tischen">chaotischen</span> en op tegenstrijdigheden
+berustenden toestand van de maatschappij, in stand te houden<a id=
+"xd19e2709" name="xd19e2709"></a></p>
+<p>24. De volkomen verandering van den tegenwoordigen, in den nieuwen
+toestand, kan plaats vinden, zonder eenige wanorde of verwarring teweeg
+te brengen, en kan door eene, op voor elk individu weldadige wijze,
+worden in &rsquo;t leven geroepen.</p>
+<p>In den loop dier discussie had Owen nog verder de gelegenheid, om
+zijne meeningen nader uiteen te zetten. Hij zeide toen ook nog dit:</p>
+<p>&bdquo;Wanneer het nu toch zoo gemakkelijk is de dwalingen van de
+samenleving te bewijzen, hoe is het dan mogelijk, dat zij zich duizende
+jaren achtereen, hebben kunnen staande houden? Ik moet hierop
+antwoorden: door een drie&euml;enigheid van machten&mdash;door
+geheimzinnige,&mdash;tegen het gezond verstand indruischende
+godsdiensten; door menschelijke wetten, die met de wetten der natuur in
+strijd zijn en door regeeringen, die op onrecht en geweld steunen. De
+gansche wereld wordt volgens deze principes geregeerd; ons geheele
+maatschappelijke systeem is er op gebaseerd. En onze belachelijke en
+domme verdeeling van de menschen in klassen, een toestand, wier
+<span class="corr" id="xd19e2717" title=
+"Bron: w&ecirc;erzinwekkendheid">we&ecirc;rzinwekkendheid</span> ik nu
+wil daar laten, is tegenwoordig de hoofdsteunpilaar van deze
+avontuurlijke en <span class="corr" id="xd19e2720" title=
+"Bron: weerzinwekkende">we&ecirc;rzinwekkende</span>
+verhoudingen.&rdquo;</p>
+<p>Owen nam nu een aantal houten wervels van verschillende grootte,
+waarmede hij de positie en de verhouding der verschillende klassen tot
+elkander, wilde aantoonen en verklaren.</p>
+<p>&bdquo;De grootste dezer wervels,&rdquo; zeide hij<span class="corr"
+id="xd19e2728" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;stelt de
+totaal-bevolking van Groot-Brittanje voor. Die welke er in grootte op
+volgt en ongeveer het drie-vijfde van de grootte der grootste heeft,
+stelt de talrijkste klasse voor: die der arbeiders, welke de
+voortbrengers zijn van alle rijkdom en desniettegenstaande, in de
+diepste onwetendheid en armoede leven. Dat deze belangrijkste, de eenig
+onontbeerlijke klasse van de bevolking tot zulk een ellendig bestaan
+gedoemd is, kan geen <i>enkel</i> lid van de menschelijke samenleving
+tot waar voordeel strekken. De volgende wervel stelt voor: de dieven,
+de vagebonden en de paupers. De vierde, die welke de kleine-kramers
+voorstelt, heeft tot levensregel: goedkoop inkoopen en duur verkoopen.
+Dan volgen de kooplieden, bankiers, de groothandelaren, fabrikanten en
+de <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name=
+"pb97">97</a>]</span>zoogenaamd geleerde standen. Dan het leger en de
+vloot, waarbij een mensch als een ruw en ongevormd wezen toetreedt, na
+weinig weken is gevormd tot een volkomen, niet-weder-te-herkennen
+individu, omgedrild en ingewijd wordt in de verbazend verhevene
+wetenschap om zijne medemenschen, op het gemakkelijkst naar een anderen
+wereld te helpen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e2737" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Dan komen de grondeigenaren en de adel.
+Dan de clerus en de Huizen der Lords en de leden van het Lagerhuis. De
+kleinste wervel stelt de koninklijke familie, de bisschoppen en de
+aartsbisschoppen voor. En de groote massa nu wordt door dit
+allerkleinste werveltje geregeerd! Dit is toch wel een kinderachtige
+orde van zaken, waarbij niemand voordeel heeft!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Men heeft mij tegengeworpen,&rdquo; zeide Owen vervolgens bij
+de discussie: &bdquo;ik troost de menschen met de toekomst, ik spijzig
+hen met een wissel op de eeuwigheid! Wie kan echter van mij verlangen,
+dat ik de wereld verander met &eacute;&eacute;n handomdraaien? Ik wil
+geen wonderen verrichten; ik wil alleen de fouten en gebreken van den
+tegenwoordigen toestand en hare ontwikkeling aantoonen en de
+mogelijkheid aangeven, om tot verbetering dier toestanden te geraken.
+Heeft het Christendom soms het welzijn van de menschheid bevorderd, op
+de een of andere manier? Ik vraag U: wat hebben wij in de 1800 jaren,
+waarin de christelijke religie bestaan heeft, door dat christendom
+gewonnen? Welk nut heeft het ons gebracht? Wat waren zijne daden? Wat
+waren zijne werkingen? Ik heb alleen ontdekt, dat sedert het
+Christendom bestaat, de christenen van elken aard, van elke sekte,
+confessie en partij, gestadig elkander hebben bevochten; wegens hunne
+geloofstellingen, elkander in de haren zijn gevlogen en elkander
+uitgeroeid hebben!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e2743" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>En wanneer ik bedenk, hoe de christenen
+overal en sedert alle tijden, door alle menschelijke ondeugden en
+fouten bevangen waren; hoe liefdeloos, hatelijk, ego&iuml;stisch en
+gruwzaam zij overal en ten allen tijde, onder elkander, en tegen
+andersdenkenden waren, dan, moet ik zeggen houd ik het voor een zeer
+groote dwaasheid, te spreken van de &bdquo;zegeningen des
+christendoms.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Ik weet niet <i>wanneer</i> de menschelijke samenleving
+verstandig zal zijn ingericht, maar dat weet ik er wel van, dat,
+wanneer dit eenmaal zal zijn geschiedt&mdash;en ik hoop dat dit niet
+zoo lang meer zal duren,&mdash;dat dan niet 1800 jaren behoefden te
+verloopen, alvorens de menschheid geleerd zal hebben, in vrede en
+vriendschap gelukkig onder elkander en met elkander te
+leven.&rdquo;</p>
+<p>....&bdquo;Tegen de stelling, dat het karakter der menschen het
+produkt van uitwendige inwerkingen is, heeft men voorts <span class=
+"pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name=
+"pb98">98</a>]</span>aangevoerd, elk mensch heeft een hem aangeboren,
+hem ingeplant geweten. Niets kan meer in strijd zijn met alle waarheid
+en elke ervaring. De waarheid is deze: het geweten wordt juist zoo en
+net zoo gefabriceerd, als een katoenenstof of een of andere waar. Voor
+een Hindoe kunnen wij een Hindoe-geweten vervaardigen, voor een
+Kannibaal een kannibalen-geweten enz.....</p>
+<p>&bdquo;Men werpt mij tegen: ik wil den menschen tot machines maken.
+Laat dit zoo zijn; dan wil ik toch in elk geval <i>goede</i> machines
+van hen maken en dit is ongetwijfeld mogelijk. En zonderling, die
+menschen, die het in mij laken, dat ik den mensch voor het produkt der
+omstandigheden verklaar, loochenen het in weerwil daarvan, dat de
+menschen de omstandigheden contr&ocirc;leeren kunnen en drijven hunne
+inkonsekwentie nog verder, waar zij aannemen, dat dezen mensch, die de
+omstandigheden niet vermag te contr&ocirc;leeren, t&ograve;ch voor
+zijne handelingen verantwoordelijk gesteld kan worden.<span class=
+"corr" id="xd19e2760" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<hr class="tb">
+<p>Robert Owen had zijn gansche leven lang de illusie gekoesterd, en
+dit had hij gemeen met zijne tijdgenooten, de Utopisten in Frankrijk,
+dat de Vorsten en Grooten der aarde in hun eigen belang, gelijk hij
+meende, zijne sterkste medewerkers zouden worden bij zijn
+hervormingsplannen. Zijn geloof was ijdel; maar tot aan het laatst van
+zijn leven, dat hij zonderling genoeg, als spiritist eindigde, is hij,
+desondanks blijven gelooven aan de waarheid van zijn stelsels en aan de
+toekomst van zijne plannen.</p>
+<p>In het jaar 1818, toen te Aken het congres der &bdquo;<span class=
+"ex">Heilige Alliantie</span>&rdquo; tezamen kwam, wendde Owen zich tot
+deze bijeenkomst, om te trachten haar te winnen voor zijne
+wereld-hervorming. Hij richtte toen zijn &bdquo;<i>Adres aan de hoofden
+der Regeeringen en der Kerken en aan de Mannen van den leidenden
+invloed in de beschaafde Wereld</i>&rdquo;, waarin hij o. a. zeide:</p>
+<p>&bdquo;Opdat de groote en glorierijke hervorming van den toestand
+der menschen, zonder wanorde en verwarring, en zonder nadeel voor welk
+individu ook, zich kan voltrekken, behoorden de bestaande regeeringen,
+elk een of meer, van de ervarenste en voor dezen arbeid meest
+<span class="corr" id="xd19e2777" title=
+"Bron: g&euml;eigende">ge&euml;igende</span> persoonlijkheden in de
+respektieve Staten te benoemen, welke een Congres zouden moeten
+bijeenroepen op een plaats, die zich daartoe het best leende, ten einde
+zich daarop te verstaan, omtrent de meest praktische maatregelen,
+waardoor eene hervorming op de voor beide deelen, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name=
+"pb99">99</a>]</span>regeeringen als volken, heilzaamste manier is tot
+stand te brengen.&rdquo;</p>
+<p>Natuurlijk had de &bdquo;Heilige Alliantie&rdquo; geen ooren naar
+Owen&rsquo;s voorstellen, evenmin als zij dit had, naar die van de
+Saint-Simon of Charles Fourier, die zich tot haar wendden.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Wat de arbeidersbeweging in Engeland betreft, is Owen wel de
+<i>eenige</i> econoom van zijnen tijd geweest, die de beteekenis van de
+<span class="corr" id="xd19e2792" title="Bron: Trades-Unions">Trade
+Unions</span> voor de positie van den arbeid tegenover die van het
+kapitaal, heeft begrepen. In den tijd van Owen, was er niet
+&eacute;&eacute;n staathuishoudkundige van naam, die niet in de
+individueele vrijheid het hoogste heil van de menschheid en voor de
+nijverheid, van het allervoornaamste gewicht achtte.</p>
+<p>Owen trachtte de <span class="corr" id="xd19e2797" title=
+"Bron: Trades-Unions">Trade Unions</span> dienstbaar te maken aan zijne
+algemeene plannen, tot hervorming van den arbeid. Door middel van de
+algemeene Vakbond der Engelsche arbeiders trachtte hij dat te doen. Hij
+streefde hiermede, in den grond der zaak een denkbeeld na, dat aan de
+besten onder de Engelsche <span class="corr" id="xd19e2800" title=
+"Bron: Trades-Unions-mannen">Trade Union-mannen</span> steeds heeft
+voor den geest gestaan, maar tot op den huidigen dag, nog niet
+verwezenlijkt is.</p>
+<p>In September 1833 hield Owen een toespraak op het Congres der
+&bdquo;<span class="ex" lang="en">Builders-Union</span>&rdquo;, waarin
+hij de stelling ontwikkelde, dat de arbeid de bron is van alle rijkdom
+en dat die rijkdom voor de voortbrengers kon behouden blijven door een
+wereldverbond van de voortbrengende klassen. De stichting van een
+&bdquo;<i>Algemeenen Bond van de voortbrengende klassen</i>&rdquo; in
+1834, was het gevolg van de Owensche agitatie. Hij werd gevolgd door
+die der &bdquo;<i lang="en">Grand National Consolidated <span class=
+"corr" id="xd19e2813" title="Bron: Trades-Unions">Trade
+Unions</span></i>&rdquo;, die meerdere invloed had dan de
+eerstgenoemde, en welker agitatie en propaganda, zelfs, nadat hij zelve
+niet meer bestond, van grooten invloed is geweest op de denkbeelden van
+de vakvereenigingsmannen in Engeland. Het Owensche socialisme heeft in
+Engeland lange jaren eene krachtige school gevormd, onder arbeiders,
+zoowel als onder intellektueelen.</p>
+<p>Tot Owen&rsquo;s beste scholieren kan William Thompson worden
+gerekend, die, grondiger econoom, dan hij, vooral de theorie&euml;n
+uitwerkte en ze propageerde.</p>
+<p>Den 17<sup>en</sup> November 1858 blies Owen, als een zwakke en op
+het laatst geheel hulpelooze grijsaard, den laatsten adem uit. Zijn
+laatste woorden waren, schrijft zijn zoon: &bdquo;<span class="ex">De
+verlossing is gekomen!</span>&rdquo; Zij was dit inderdaad voor den
+man, die <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name=
+"pb100">100</a>]</span>zoo oud werd en in zijn leven van een groot
+vertrouwen in de menschheid, zooveel teleurstelling ondervond en
+zooveel smaad oogstte.</p>
+<p>Wat Owen gemeen had met zijn groote tijdgenooten, Saint-Simon en
+Fourier, dat was zijne utopistische wereldhervormingzucht; wat hem van
+hen onderscheidde, dat was zijne praktische blik op de industrieele
+vooruitgang, waarvan door hem zoo dikwerf de blijken gegeven zijn.</p>
+<p>Owen zag dan ook in de toename van de groot-industrie op
+nijverheidsgebied niets, dat aan-zich slecht is en verderfelijk, gelijk
+de conservatieve socialisten van zijn tijd bijv., maar iets dat alleen
+in staat is, de wereld beter te maken. Door de geweldige toename van
+den rijkdom, die alleen kon worden in het leven geroepen door de
+produktie op den grootst mogelijken schaal, alleen daardoor kon ook,
+volgens Owen, de menschheid datgene bereiken wat zij bereiken moest,
+n.l. een algemeen-maken van de opbrengsten van den arbeid: een
+communisatie van de nationale goederen. Owen wilde nooit <i>terug</i>,
+maar steeds <i>vooruit</i>.</p>
+<p>En het is vooral hier, bij dat punt in Owen&rsquo;s beschouwingen,
+dat de latere sociaal-demokraten, dat Marx heeft kunnen aanknoopen.
+Omdat, gelijk men later zal zien, Marx het kapitalistisch
+produktiestelsel als een historisch proces in de ontwikkeling der
+maatschappelijke produktie beschouwt, dat zich, hoofdzakelijk door zijn
+eigene voortontwikkeling, zelve oplossen moet.</p>
+<p>De ontwikkelings- en bewegingswetten van het kapitalistische
+stelsel, waardoor dit zal moeten geschieden, heeft Marx later ontdekt.
+Maar dat de moderne groot-produktie op den grootstmogelijken voet en
+met de meest volmaakte produktiewerktuigen en krachten, de hefboom is,
+voor de vooruitgang van de menschheid naar de communistische
+samenleving, is een ontdekking door Robert Owen gedaan, in een tijd,
+toen de kapitalistische groot-industrie, in verhouding tot de middelen
+waarover zij later beschikte, nog in hare kinderschoenen stond.</p>
+<hr class="tb">
+<p>De eene groote Utopist, de graaf de Saint-Simon, profeteerde dat de
+toekomst aan den arbeid was, en verklaarde de politiek voor de
+wetenschap der produktie. De andere, Charles Fourier, uit burgerlijker
+kringen voortgesproten, critiseerde op geweldige wijze de burgerlijke
+samenleving en toonde aan, &bdquo;dat de armoede in onze maatschappij
+uit overvloed voortkomt.&rdquo; En de derde, Robert Owen eindelijk,
+ontdekte den arbeid als den bron van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>allen rijkdom in de
+kapitalistische maatschappij, d. w. z. als de eenige voortbrenger der
+ruilwaarden; en ontdekte voorts, dat in de nijverheid, de menschheid
+niet terug moet naar de klein-produktie, maar integendeel,
+v&eacute;rder voort moet op den weg van de groot-produktie. Bovendien
+heeft de laatste, praktisch aangetoond, den grooten invloed die er
+uitgaat van het stoffelijk milieu op den mensch en van de
+veranderingen, die deze als sociaal wezen, daardoor kan ondergaan. Al
+heeft dit Owen ook hier en daar overschat, het blijft een feit, dat hij
+der wereld met de bewijzen in den hand heeft aangetoond, van hoeveel
+gewicht, de verandering van het sociaal milieu op de samenleving is en
+kan worden. <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name=
+"pb102">102</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="pt2" class="div0 part">
+<h2 class="main">Tweede gedeelte.</h2>
+<div id="ch2.1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk I.</h2>
+<h2 class="main">De ontwikkeling der philosophie.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De critiek op de physikalisch-materialistische en
+idealistische philosophie van Kant, Fichte en Hegel, is ten allen tijde
+Marx&rsquo; sterkste wapen geweest. Hij is daardoor gekomen, tot zijne
+levens- en wereldbeschouwing en als resultaat daarvan, tot de
+grondlegging van de sociaal-demokratie als wetenschappelijk
+stelsel.</p>
+<p>Marx volgde hierbij&mdash;gelijk in zijn gansche werk&mdash;de
+induktieve methode, die vanaf Bacon van Verulam en Descartes, tot de
+resultaten der moderne natuurwetenschappen heeft geleid. Hij paste haar
+toe op de geschiedenis en ook op de economie.</p>
+<p>Deze critiek nu moest leiden, tot eene vereeniging van de
+materialistische levensbeschouwing met de philosophie van Kant, Fichte
+en Hegel;&mdash;welke vereeniging tot het historisch materialisme
+geleid heeft, en van d&agrave;&agrave;ruit, tot eene wetenschappelijke
+grondlegging van het Socialisme heeft kunnen leiden.</p>
+<p>Deze vereeniging geschiedde niet, door eene bloote samenvoeging van
+beiderlei wereld- en levensbeschouwingen, maar door de critiek daarop
+uitgeoefend. Critiek van een zoodanigen aard, dat het mogelijk was, het
+met de moderne ontwikkeling der maatschappij overeenkomende te behouden
+voor eene voortontwikkeling, en eene verwerping, van wat in het een,
+noch in het andere stelsel, houdbaar bleek te zijn.</p>
+<p>Uit den smeltkroes van deze critiek, die Marx met behulp van het
+machtige wapen der dialektiek&mdash;de groote philosophische
+denkvrucht, waaraan den naam van Hegel voor altijd is
+verbonden<span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name=
+"pb103">103</a>]</span>&mdash;uitoefende, kwam het
+historisch-materialisme als een zuiver goud te voorschijn. En het is
+met behulp van dit, door harden arbeid gewonnen resultaat, dat Karel
+Marx in staat was, het kapitalisme, als produktievorm en als
+maatschappelijk verschijnsel, als het ware onder den mikroscoop van
+zijn geweldig critisch talent te nemen; het binnenste binnen van dat
+stelsel, de wetten die het beheerschen en evolutioneeren na te gaan en
+op deze wijze ook af te leiden, langs w&eacute;lken weg en in
+w&eacute;lken vorm het zich zal en zich moet oplossen, in het
+communisme.</p>
+<hr class="tb">
+<p>De grondkwestie van alle philosophie, de strijd tusschen Idealisme
+en Materialisme; de verhouding van Subject en Object; de vraag of
+Denken of Zijn, of Geest of Natuur het oorspronkelijkst zijn; of een
+God de wereld geschapen heeft, of dat de wereld van af de eeuwigheid
+bestaat, heeft reeds den denkers van uit de oudheid bezig gehouden en
+zelfs in het kerkgeloof van de middeneeuwen, vond dienzelfden strijd,
+reeds dikwerf we&ecirc;rklank.</p>
+<p>Zij dook met nieuwe kracht weder op, toen bij den aanvang van het
+burgerlijk tijdvak, de economische ontwikkeling en dientengevolge de
+natuurwetenschappen, een snellen opbloei begonnen te nemen. De
+geboorteplaats van het nieuwere Materialisme is dan ook Engeland; het
+land van de burgerlijke ontwikkeling door handel en industrie bij
+uitnemendheid, en zijn baanbreker is Bacon van Verulam geweest.</p>
+<p>John Locke leerde daarna, dat niets in den geest kan zijn, dat niet
+daarv&oacute;&oacute;r in de zinnen bestond. Hij grondvestte de
+philosophie van het gezonde menschelijk-verstand. Hij wilde daarmede
+zeggen, dat er geene van de gezonde menschelijke zinnen en het op hen
+berustend verstand verschillende, philosophie bestaan kon. Hij scheidde
+politiek en godsdienst van elkander; bestreed in tegenstelling met
+Hobbes der Staatsmacht het recht om de meeningen den menschen op te
+dringen of ze uit te delgen; hij predikte voorts de burgerlijke
+verdraagzaamheid als de hoogste moraal.</p>
+<p>In weerwil daarvan, bleef het Engelsche Materialisme een esoterische
+theorie, een geheimleer voor de bovenste-tienduizend en nog meer eene
+voor de aristokratie, dan voor de bourgeoisie. Het Engelsche volk was
+er niet door beroerd geworden en reeds van boven-af, werd de uitspraak
+gehoord, dat men het volk zijne religie niet ontnemen mocht.
+<span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name=
+"pb104">104</a>]</span></p>
+<p>In de 18<sup>de</sup> eeuw ontdekte Hartley, een materialistisch
+denker, het menschelijk denken en gevoelen door hersenbewegingen,
+verklaarde dit laatste dus op materialistische wijze. Maar dezelfde
+wijsgeer trachtte de zekerheid van de wonderen uit den Bijbel, eveneens
+aan te toonen, op theologische wijze.</p>
+<p>Toenmaals gold voor den ongeloovigen denker, iemand die juist geen
+materialist was, namelijk de philosoof David Hume, die wel-is-waar elk
+kerkgeloof verwierp, maar evenzoo ook het Materialisme, doordien hij
+aan de menschelijke zinnen, eene uitputtende kennis van de wereld
+bestreed.</p>
+<p>Zooals Locke het fransche Materialisme, zoo deed Hume het duitsche
+Idealisme geboren worden. Was de eerste, de erkende voorlooper van
+Diderot, d&rsquo;Alembert enz., de laatste was die van Kant. Op het
+vasteland van Europa, had zich in de wijsbegeerte van de 17de eeuw,
+doordien mannen als Descartes, Spinoza en Leibnitz meest beduidende
+mathematici en physici waren, de Idealistische en de Materialistische
+wereldbeschouwing tamelijk wel, in evenwicht gehouden. In den aanvang
+van de 18de eeuw evenwel, ontwikkelde zich het fransche Materialisme,
+als zelfstandige verschijning. Het splitste zich in twee richtingen,
+die zich wel-is-waar menigmaal kruisten, maar toch in wezenlijkheid van
+elkander verschilden. De eene van deze richtingen, ging van Descartes
+uit en beperkte zich meer of minder, tot de zuivere
+natuurwetenschappen. De andere, nam de door Locke gesponnen draden
+weder op. Zij was aanvankelijk eene aristocratische leer, maar allengs
+erkende de, naar de macht strevende burgerklasse, dat het haar een
+machtig wapen kon zijn, in haren strijd tegen koningschap, adel en
+geestelijkheid.</p>
+<p>Het fransche Materialisme van de 18de eeuw, verhelderde niet alleen
+de hoofden ten opzichte der godsdienst, maar het greep diep in het
+politieke en sociale leven van het Frankrijk dier dagen in.</p>
+<p><span class="ex">Helvetius</span>, de eigenlijke grondlegger van het
+fransche Materialisme, verklaarde in zijn boek &bdquo;<span class="ex"
+lang="fr">De l&rsquo;Homme</span>&rdquo; (<span class="corr" id=
+"xd19e2899" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Over den mensch&rdquo;)
+dat de grondslagen der moraal waren: de zinnelijke eigenschappen en de
+eigenliefde, het genot en het welbegrepen persoonlijk belang.
+Hoofd-gezichtspunten van zijn systeem waren: de natuurlijke gelijkheid
+van de menschelijke intelligenties, de &eacute;&eacute;nheid tusschen
+de vooruitgang van de rede en de vooruitgang van de industrie; de
+natuurlijke goedheid van de menschen en de macht van de opvoeding.</p>
+<p>Het fransche Materialisme vond zijn toppunt in de beroemde
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">Encyclopedie</span>&rdquo;; zooals
+het zijn politieke omzetting vond in de verklaring van de beroemde
+&bdquo;<span class="ex">Rechten van den Mensch</span>&rdquo;.
+<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name=
+"pb105">105</a>]</span>Het verliep in het utopistisch socialisme, dat
+aan zijne theorie&euml;n ontleende, de beschouwingen over de
+&bdquo;oorspronkelijke goedheid&rdquo; en de &bdquo;gelijke&rdquo;
+intellectueele begaafdheid van den mensch, de almacht der ervaring,
+gewoonte en opvoeding; de invloed der uitwendige omstandigheden op den
+mensch; de hooge beteekenis van de industrie, het recht op genot enz.,
+gelijk wij dit bij de behandeling van hunne stelsels, in het eerste
+gedeelte van dit boek, hebben kunnen zien.</p>
+<p>In weerwil van deze schitterende resultaten, rustte het fransche
+Materialisme evenwel nog op een wankelen grondslag. De
+natuurwetenschappen hadden, wel-is-waar groote vorderingen gemaakt,
+maar eerst de mechaniek was tot een behoorlijk resultaat gekomen.
+Chemie en biologie stonden nog in hunne kinderschoenen; men wist nog
+niets van eene ontwikkelingsleer der natuur en kon dus nog niets weten
+omtrent eene evolutie in de geschiedenis. De natuur bewoog zich in een
+eeuwige kringloop, en de menschelijke natuur, aldus was de
+beschouwingswijze, was van den aanvang af gelijk, zij werd bij
+tijd-en-wijle verduisterd, zooals in de Middeleeuwen, maar dan weder,
+was zij strevende naar hare natuurlijke rechten. Het Materialisme
+beroerde nog den innerlijken samenhang van de wereldraadsels niet. Zoo
+kon het Idealisme, het nog weder eens op zich nemen, met te trachten
+deze raadsels op te lossen en zij deed dit in de duitsche philosophie
+van op het uiteinde der 18<sup>e</sup> en aan den aanvang van de
+19<sup>e</sup> eeuw.</p>
+<p>Kant&rsquo;s &bdquo;<span class="ex">Kritiek van de zuivere
+Rede</span>,&rdquo; werd in het Revolutiejaar 1789 algemeen bekend. Het
+duitsche Idealisme, zooals het door Kant is geleeraard, was wel-is-waar
+een terugslag op het engelsch-fransche Materialisme, maar geenszins was
+het een <i>reactie</i> daarop. Kant versloeg het Materialisme met
+succes op zijn eigen gebied, doordien hij het principe van de
+ontwikkeling, in de natuur binnenleidde. Hij loste de eeuwigen duur van
+het zonnesysteem op, doordien hij het ontstaan van de Zon en dat van
+alle Planeten, uit roteerende <span class="corr" id="xd19e2928" title=
+"Bron: nevelmassas">nevelmassa&rsquo;s</span> verklaarde. Zelfs sprak
+hij in zijne &bdquo;Populaire Voorlezingen&rdquo; reeds het denkbeeld
+van de ontwikkeling van de menschen uit het dierenrijk uit, als iets
+dat van-zelf sprak. Uitdrukkelijk verwierp hij de leer van het oudere
+Idealisme, dat alle kennis door ervaring en de zinnen verkregen, niets
+was dan louter schijn en er slechts in de ide&euml;n van de zuivere
+rede, waarheid is. Hij zeide omgekeerd: alle kennis van dingen uit de
+enkele, zuivere rede, is niets dan louter schijn en slechts in de
+ervaring is er waarheid.</p>
+<p>Kant&rsquo;s wezenlijke arbeid bestond juist hierin, dat hij,
+aanknoopend <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name=
+"pb106">106</a>]</span>aan David Hume, het kenvermogen van den mensch
+onderzocht en door de critiek van de zuivere rede, de gansche ervaring,
+tezamen met alle historische en exacte wetenschappen omkeerde, door de
+eenvoudige stelling dat onze begrippen zich niet naar de voorwerpen
+richten, maar de voorwerpen naar onze begrippen; dat wij de dingen
+buiten ons niet zien, zooals zij zijn, maar zooals zij aan onze
+onvolkomen zinnen zich voordoen; dat de gansche verschijningswereld tot
+op de zinnelijke aanschouwing van ruimte en tijd, voor de menschen,
+alleen slechts in de menschelijke voorstelling bestaat, terwijl zich
+achter haar het absolute wezen van de dingen, het ding-aan-zich
+verbergt, in een ondoordringbaar duister. Aan de eene zijde waren
+hiermede Denken en Zijn verzoend, maar aan de andere zijde, gingen zij
+daarmede zooveel te verder, weder uit elkander. Kant loste het
+wereldraadsel niet &oacute;p, hij verklaarde het voor
+<i>on</i>oplosbaar. In de dingen zelf kunnen geen tegenspraken bestaan,
+want alles wat een tegenspraak bevat, is onmogelijk, daarentegen
+verwikkelt ons het denken in onvermijdelijke tegenspraken. Dit was de
+grondslag <span class="corr" id="xd19e2938" title=
+"Niet in bron">van</span> de beroemde Antimonie&euml;n van Kant, zooals
+daar zijn: begrensdheid en onbegrensdheid van de wereld, deelbaarheid
+en ondeelbaarheid van de materie, vrijheid en noodwendigheid.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Brak nu Kant de objektieve wereld geheel en al af, terwijl hij haar
+bestaan in de werkzaamheid van het menschelijk bewustzijn oploste,
+Fichte bouwde haar, tegelijkertijd op Kant&rsquo;s theorie&euml;n
+voortbouwend en hen omscheppend, weder uit het menschelijk bewustzijn
+op. Fichte was met de natuurwetenschappen van nabij, niet bekend. Het
+Ik, d. w. z. de mensch, niet als individu, maar als soort, was voor hem
+het werkelijke &bdquo;Ding-aan-zich&rdquo;, het menschelijk bewustzijn
+niet de spiegel, maar de schepper van de objektieve wereld, welker
+bestaan zich niet uit de zuivere denkvormen laat verklaren, maar welker
+bestaansvormen, door het zuivere denken voortgebracht geworden zijn.
+Uit hen leidde Fichte, ruimte en tijd, kwantiteit en kwaliteit,
+mogelijkheid, werkelijkheid en noodzakelijkheid af. Het denken is een
+zelfstandig proces, dat zich met noodwendigheid voltrekt. &bdquo;Met
+elke <i>stelling</i> is zijne <i>tegenstelling</i> gegeven, en in de
+voortdurende overwinning van deze gestadige tegenspraken, door eene
+hoogere eenheid, beweegt de idee zich vooruit.&rdquo;</p>
+<p>Hiermede nam Johan Gottlieb Fichte de oud-Grieksche,
+dialektische-philosophische methode weder op. Deed hij nu echter
+<span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name=
+"pb107">107</a>]</span>uit de zuivere innerlijkheid van het subjekt,
+het objekt geboren worden, zoo werden geest en natuur een en hetzelfde.
+En inderdaad verklaarde Fichte, het Ik, dan ook voor het
+subject-objekt.</p>
+<p>Op zijne theorie&euml;n voortspinnend en tegelijk hen weder
+omscheppend, voerden Schelling en Hegel daartegen aan: &bdquo;wanneer
+subjekt en objekt een-en-hetzelfde zijn, dan is geen van hen beiden de
+zaak-zelf; het subjekt zoo min als het objekt, het denken zoo min als
+het zijn, den geest zoo min als de natuur; maar elk van hen, is dan
+slechts &eacute;&eacute;ne zijde van de zaak en de geheele zaak is
+niets anders dan het proces, dat door beide heengaat en in den geest
+van den mensch, tot het bewustzijn van zich-zelf komt&rdquo;.</p>
+<p>Bij Schelling bleef de identiteit van subjekt en objekt een blooten
+inval. Bij de pogingen om haar te begronden, geraakte hij hoe langer
+hoe meer in eene phantastische natuurphilosophie verward, totdat hij
+tenslotte belandde bij het openbaringsgeloof.</p>
+<p>Hegel daarentegen, vatte de absolute Idee, die hij voor de
+levenwekkende ziel van de gansche wereld verklaarde, als een logisch en
+historisch proces op. De geest, het aan-zich en voor-zich bestaande Ik,
+wordt in verschillende ontwikkelingsphazes eerst bewustzijn, dan
+zelfbewustzijn, dan beschouwend en dan handelend verstand, tenslotte
+den zich-zelf-begrijpenden gevormde en religieuzen geest. Dan zet bij
+zich om in de natuur, waarin hij als blinde noodzakelijkheid werkt en
+arbeidt zich in de geschiedenis uit het ruwe weder op, tot dat hij
+zich-zelf begrijpt. Dit historisch proces, is slechts een afspiegeling
+van het logische proces, dat zich onbekend met het: wanneer? en het:
+waarheen? voltrokken heeft.</p>
+<p>Hegel vatte aldus het historische, tevens als een logisch proces op.
+Waar Kant de ontwikkeling in de natuur leidde, daar leidde Hegel haar
+de geschiedenis binnen. Waar Fichte aan de dialektische methode weder
+aanknoopte, daar maakte Hegel haar tot den springenden fontein des
+levens<span class="corr" id="xd19e2964" title="Bron: ,">.</span> Met
+het begrip Zijn, is ook het begrip van niet-Zijn gegeven, en uit den
+strijd van beiden, ontstaat het hoogere begrip van het Worden. Alles
+bestaat en bestaat tegelijk niet, want alles is in vloed en is
+voortdurend onderworpen aan eene gestadige verandering, is onderworpen
+aan een voortdurend en nooit stilstaand proces van Worden en
+Vergaan.</p>
+<p>De dialektische beweging van de duitsche philosophie voltrok zich
+dus aldus, dat Kant&rsquo;s stelling: &bdquo;<i>Alles wat een
+tegenspraak in zich bevatte is onmogelijk</i>&rdquo;, omsloeg in de
+stelling van Hegel: &bdquo;<i>Wat over het algemeen der wereld beweegt,
+is de tegenspraak.</i>&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb108"
+href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span></p>
+<p>Hiermede nu was iets bereikt, dat men eene overwinning kon noemen op
+het engelsch-fransche Materialisme. De dialektische beweging in de
+natuur zelf in te voeren en haar aan te nemen, is eerst mogelijk
+geworden, nadat de natuurwetenschappen die geweldige vooruitgang hadden
+gemaakt, gelijk dat het eerst in de tweede helft van de 19e eeuw het
+geval is geweest. Hier heeft de door Kant gegeven stoot, zijne
+afsluiting het eerst gevonden in de theorie van Darwin, waardoor de
+gansche organische natuur, planten en dieren en daarmede ook den
+mensch, als het voortbrengsel van een ontwikkeling wordt opgevat, die
+zich, in millioenen na millioenen jaren voortgezet heeft.</p>
+<p>Hegel evenwel, kwam in dit opzicht niet boven de meeningen van de
+fransche Materialisten uit, de perken van de ontoereikende natuurkennis
+lieten dat ook destijds niet toe. Hij deelde nog de meening van de
+fransche Materialisten, dat de natuur een, zich in gelijke kringloopen
+bewegend, zich steeds gelijkblijvend geheel met eeuwige wereldlichamen,
+met onveranderlijke vormen van organische wezens was. Maar hij doorbrak
+die beschouwingswijze toch, voor zoover zij namelijk, door de engelsche
+Materialisten op de geschiedenis werd overgedragen. Hij vatte de
+geschiedenis van de menschheid op, als een gestadig in beweging zijnd,
+aan verandering en omschepping onderworpen, van lager naar hooger
+opstijgend proces en hij beproefde door geweldigen geestesarbeid, in de
+verschillende vakken van de historische wetenschap, de inwendige
+tezamenhang, de voortdurende phazenloop van dit proces, door alle
+schijnbare dwaalwegen en toevalligheden heen, te vervolgen. Dewijl hij
+de dingen als afspiegelingen van de begrippen opvatte, kwam hij
+wel-is-waar tot al te willekeurige geschiedenisconstrukties, maar daar
+<span class="corr" id="xd19e2980" title=
+"Bron: halstarrige">halsstarrige</span> dingen als historische feiten
+dit zijn, zich niet zoo gemakkelijk onder het juk der begrippen dwingen
+laten, kwam hij toch ook tot geniale blikken, op de tezamenhang van de
+geschiedenis der menschheid.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Kant&rsquo;s grondgedachte van alle moraal: &bdquo;<span class=
+"ex">Handel z&oacute;&oacute; dat gij de menschheid, zoowel in uw
+persoon, als in de persoon van elk ander, tegelijk als doel en niet
+alleen maar als middel gebruikt</span>,&rdquo; kon ontstaan in een
+land, waarin de burgerlijke klasse weinig en de proletarische klasse,
+nog in het geheel niet ontwikkeld was.</p>
+<p>En Fichte liet erop volgen, dat <span class="corr" id="xd19e2992"
+title="Niet in bron">&bdquo;</span>geen mensch andere krachten
+<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name=
+"pb109">109</a>]</span>voor zich mag in gebruik nemen; dat den mensch
+moet arbeiden, maar niet als een lastdier, dat onder den last, in slaap
+neder zakt en na nooddruftige verkwikking weder tot het dragen van
+denzelfden last gewekt zal worden<span class="corr" id="xd19e2997"
+title="Bron: ,">.</span> De <span class="corr" id="xd19e3000" title=
+"Bron: menscb">mensch</span> behoort angstloos met list en met vreugde
+te werken en tijd over te houden om zijnen geest en zijn oogen ten
+hemel te verheffen, voor welker aanblik hij geboren is!&rdquo; Fichte
+brandmerkte met deze uitspraak en met anderen, de feodale adel van
+zijnen tijd, die lui en ondeugend was. Hij proklameerde de majesteit
+van het Recht in deze stelling: &bdquo;<i>Het Recht moet gewoonweg
+bestaan en wie dit niet door zichzelven inziet, moet tot dat inzicht
+gedwongen worden.</i>&rdquo; En daarnevens predikte Fichte de vrijheid
+en de gelijkheid &bdquo;voor alles wat een menschelijk aangezicht
+draagt.&rdquo;</p>
+<p>In zijn &bdquo;<span class="ex">Rechtvaardiging van de fransche
+Revolutie</span>&rdquo; zegt hij o. a. &bdquo;De eigendom kan geen
+anderen oorsprong hebben, dan die van den arbeid. Wie niet arbeidt,
+heeft niet het recht van de samenleving middelen tot zijn bestaan te
+verlangen.&rdquo; In zijn &bdquo;Grondslagen van het
+Natuurrecht,<span class="corr" id="xd19e3011" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> schrijft hij: &bdquo;Diegene, welke niet
+zoo veel heeft dat hij ervan leven kan, behoeft noch den eigendom van
+anderen te erkennen, noch achting te hebben voor dezelve, daar de
+grondslagen van het maatschappelijk verdrag, tot zijne schade aangetast
+zijn geworden. Elkeen behoort eigendom voor zich te hebben; de
+samenleving is verplicht, allen van arbeidsmiddelen te voorzien en
+allen moeten arbeiden om te leven.&rdquo;</p>
+<p>In zijn &bdquo;Rechtsstaat&rdquo;, voorspelt hij, dat eene
+gemeenschappelijke organisatie komen moet, welke realiseeren zal, wat
+hij als Recht verlangt. &bdquo;De arbeid en de verdeeling zullen
+gemeenschappelijk georganiseerd zijn; elkeen ontvangt voor een
+nauwkeurig bepaald deel arbeids, een bepaald gedeelte van het kapitaal,
+hetwelk zijn eigendom, naar de mate van het recht vaststelt. Het
+eigendom zal alzoo algemeen verbreid zijn. Niemand mag overvloed
+hebben, zoolang niet allen van het noodzakelijkste voorzien zijn. En
+het eigendomsrecht aan voorwerpen van weelde, ontbeert dien grond in
+zooverre, dat niet elk burger zijn aandeel kan bekomen, van dien
+eigendom. De landlieden en de arbeiders zullen zich behooren te
+vereenigen, teneinde zoov&eacute;&eacute;l mogelijk, met zoo weinig
+mogelijk inspanning van krachten te kunnen voortbrengen.&rdquo;</p>
+<p>In zijne verhandeling over &bdquo;De gesloten Handelsstaat&rdquo;,
+die in 1800 verscheen en aan den pruisischen minister van
+finanti&euml;n Struensee opgedragen was, werkte Fichte bovengenoemde
+socialistische gedachten verder uit, bestreed hij de <span class="corr"
+id="xd19e3019" title="Bron: theori&euml;n">theorie&euml;n</span> van
+<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name=
+"pb110">110</a>]</span>Adam Smith, de vrije concurrentie-leer en het
+denkbeeld, dat de Staat zich heeft te beperken, tot een bescherming van
+het recht. Maar hij neemt daarbij toch weder een ander standpunt in,
+dan de fransche en engelsche socialisten van zijnen tijd; hij is ook
+d&aacute;&aacute;rin een tegenstander van Adam Smith, dat hij van de
+bepaling van de waarde der goederen door den arbeid, niets wil weten;
+hij ziet in den vrijen handel, eene onhoudbare overlevering uit de
+&bdquo;denkwijze onzer voorouders.&rdquo; Voor de moderne naties,
+meende hij, geldt niet meer, wat voor de middeneeuwsche eenheid van het
+christelijk Europa gold. Fichte erkende evenwel in zijn tijd reeds, de
+zware lasten die er op het volk kwamen te drukken, door het uitzuigend
+militairisme en hij probeerde dan ook den Staat geheel en al om te
+vormen. Als zoodanig, geldt dan ook hij nog <span class="corr" id=
+"xd19e3024" title="Bron: eenigzins">eenigszins</span> voor eene der
+utopistische Socialisten, omdat hij in zijn wereldhervormende sociale
+plannen niet uitging van de bestaande feiten, maar van een aan zijn
+brein ontsprongen plan. Hij wilde den Staat omvormen tot eene
+harmonische gemeenschap, waarvan de deelen op zich-zelve, de
+individuen, hun natuurlijk recht zullen verzekerd zien, op een gelukkig
+en tevreden bestaan. Maar aan den anderen kant, dacht hij zich dien
+Staat als een verstands-Staat, geheel en al afgesloten van het
+buitenland, met een bijzonder soort geld en met de overige Staten
+slechts in gemeenschap, niet door middel van den handel, maar door dat
+van de wetenschap alleen.</p>
+<p>Ook Hegel heeft eenmaal zijne philosophie den voorlooper genoemd,
+van een tijd waarin er een vrij volk zal bestaan. Na de nederlaag van
+de franschen bij Waterloo, verklaarde hij het voor de natuurlijke
+roeping van de duitschers, voor den hoofdwinst hunner teruggewonnen
+onafhankelijkheid, dat zij thans ongestoord het heilige vuur van de
+philosophie in bewaring konden nemen. Toen hij naar Berlijn beroepen,
+zijne &bdquo;Philosophie van het Recht&rdquo; schreef, teneinde het
+Recht als een redelijk, zich uit zich-zelf ontwikkelend organisme voor
+te stellen, ging hij van de stelling uit: &bdquo;Het bestaande is
+redelijk en het redelijke is dat wat bestaat.&rdquo;</p>
+<p>De polemiek welke Hegel gevoerd heeft, tegen de historische
+Rechtsschool, bewees dat hij met deze stelling geenszins eene
+verheerlijking van &agrave;l het bestaande bedoelde, gelijk men in
+zijnen tijd zich niet ontzien heeft, op deze zijne woorden bij alle
+reaktionaire maatregelen der Pruisische regeering, zich te beroepen.
+Hegel bedoelde met deze stelling, dat de rede de historische
+noodzakelijkheid was, de eeuwige <span class="corr" id="xd19e3031"
+title="Bron: vloeing">vloeiing</span> in het historische
+ontwikkelingsproces. Wat deze schept, is werkelijk en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name=
+"pb111">111</a>]</span>redelijk, omdat het noodzakelijk is; zoodra het
+ophoudt noodzakelijk te zijn, wordt het onwerkelijk en onredelijk.</p>
+<p>Hegel heeft de rijke schepping van het duitsche Idealisme in
+&eacute;&eacute;n machtig systeem sa&acirc;mgevat. Hij heeft alle
+bronnen en stroomen van dit klassieke tijdperk in &eacute;&eacute;ne
+bedding geleid, waar zij wel-is-waar in bevroren zijn, door den
+ijskouden adem van de reaktie die over Duitschland woei, maar die zijne
+jongeren toch weder, door hunnen eigenen arbeid, konden doen
+ontdooien.</p>
+<p>Toen Hegel tegen de Juli-Revolutie in 1830 te velde trok, toen hij
+de Engelsche &bdquo;reformbill&rdquo; een snijden noemde in de edele
+ingewanden van een Groot-Brittanje&rsquo;s staatsregeling, toen
+verlieten hem de scharen zijner jongeren, om naar zijnen eigenen
+leerling Eduard Gans te gaan luisteren, die lezingen ging houden over
+des meesters &bdquo;Rechtsphilosophie&rdquo;, daarbij de revolutionaire
+zijde van des Meesters methode op den voorgrond stellende en tegen de
+historische Rechtsschool polemiseeren ging. Men zeide toentertijd dan
+ook in Berlijn, dat, niet aan de cholera, maar aan deze smartelijke
+ervaring, zou den grooten Meester overleden zijn. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2.2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk II.</h2>
+<h2 class="main">Critiek op de Hegelsche philosophie.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">David Friederich Strausz, Bruno Bauer, Max Stirner en
+Ludwig Feuerbach, waren de meest beteekenende scholieren van Hegel
+geweest, die elk hun eigen weg gingen bij de ontwikkeling, van de
+philosophie van den Meester. Ook Karel Marx behoorde tot de leerlingen
+van Hegel.</p>
+<p>Strausz had behalve zijn &bdquo;Dogmatiek&rdquo;, de beroemde
+critiek op &bdquo;het leven van Jezus&rdquo; geschreven. Bruno Bauer
+heeft voor het onderzoek naar het &bdquo;Ontstaan van het
+Christendom&rdquo; beduidenden arbeid geleverd, terwijl Max Stirner
+weder geheel zelfstandige paden insloeg met zijn &bdquo;<span lang=
+"de">Einzige und sein Eigenthum</span>&rdquo;, welk werk wel eens als
+een voorlooper van het latere anarchisme, van Bakounine en Krapotkine,
+is genoemd.</p>
+<p>Ludwig Feuerbach en Bruno Bauer behoorden tot de meest beteekenenden
+van Hegels uitloopers op wijsgeerig terrein. Feuerbach baarde het eerst
+als beduidend philosoof opzien, door zijn &bdquo;<span class="ex" lang=
+"de">Wesen des Christenthums</span>.&rdquo; Van-uit Hegel&rsquo;s
+Idealisme, ontwikkelde hij daarin weder het materialistisch denken.
+&bdquo;De natuur bestaat onafhankelijk van alle philosophie,&rdquo; zoo
+zeide hij, &bdquo;zij is de grondslag, waarop wij menschen, zelven
+produkten van de natuur, gegroeid zijn. Buiten de natuur en den
+menschen bestaat niets, en de hoogere wezens, die onze phantasie
+geschapen had, zijn slechts phantastische we&ecirc;rspiegelingen, van
+ons eigen wezen. De mensch is, wat hij eet.&rdquo; De ban was dus
+verbroken, het &bdquo;systeem&rdquo; was gesprongen en ter zijde
+geworpen en de tegenspraak was&mdash;dewijl zij slechts in de
+verbeelding bestond&mdash;opgelost.</p>
+<p>Het materialisme van Feuerbach is evenwel doodgeloopen. En het was
+Karel Marx die in 1845 er met de volgende 11 stellingen positie tegen
+nam. <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name=
+"pb113">113</a>]</span></p>
+<p>1.</p>
+<p>Het hoofdgebrek van alle tot nu toe bestaan hebbend
+Materialisme&mdash;dat van L. Feuerbach niet uitgezonderd&mdash;was,
+dat het objekt, de werkelijkheid, de zinnelijkheid, slechts onder den
+vorm van het objekt of der aanschouwing werd opgevat; niet echter als
+menschelijke, zinnelijke werkzaamheid, praktijk, niet subjektief.
+Daarvandaan kon het geschieden, dat de werkzame zijde, in tegenstelling
+tot het materialisme, door het Idealisme ontwikkeld werd&mdash;maar
+alleen abstrakt, daar het Idealisme natuurlijk de werkelijke, zinrijke
+werkzaamheid, als zoodanig, niet kent. Feuerbach wil zinnelijke, van de
+gedachtenobjekten werkelijk-verschillende objekten; maar hij vat de
+menschelijke werkzaamheid zelf, niet op als objektieve werkzaamheid.
+Hij beschouwt daarom in het &bdquo;<span class="ex" lang="de">Wesen des
+Christenthums</span>&rdquo; slechts de theoretische verhouding als het
+echt menschelijke, terwijl de praktijk slechts in haren
+smerig-joodschen verschijningsvorm opgevat en gefixeerd kan worden. Hij
+begrijpt daarvandaan niet de beteekenis van de
+&bdquo;revolutionaire&rdquo;, van de praktisch-critische
+werkzaamheid.</p>
+<p>2.</p>
+<p>De kwestie, of het menschelijk denken de objektieve waarheid
+bijgebracht kan worden, is geen kwestie van theorie, maar een kwestie
+van praktijk. In de praktijk moet de mensch de waarheid, d. w. z. de
+werkelijkheid en de macht, de dezerzijdschheid van zijn denken,
+bewijzen. De strijd over de werkelijkheid en de niet-werkelijkheid van
+het denken, dat zich van de praktijk isoleert, is een van zuiver
+scholastischen aard.</p>
+<p>3.</p>
+<p>De Materialistische theorie, dat de menschen produkten zijn van
+omstandigheden en van opvoeding, veranderde menschen dus, produkten van
+andere omstandigheden en veranderde opvoeding zijn, vergeet, dat de
+omstandigheden zelf door de menschen veranderd worden en dat de
+opvoeders, zelf moeten worden opgevoed. Zij komt daarom met
+noodwendigheid ertoe, de samenleving in twee deelen te splitsen,
+waarvan het eene boven het andere verheven is. (Bijv. bij Robert
+Owen.)</p>
+<p>Het tezamenvallen van het veranderen der omstandigheden en der
+menschelijke werkzaamheid, kan slechts als revolutionaire praktijk,
+opgevat en rationeel worden begrepen. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span></p>
+<p>4.</p>
+<p>Feuerbach gaat uit van het faktum der religieuze zelfontvreemding,
+van de verdubbeling der wereld in eene religieus voorgestelde en eene
+werkelijke wereld. Zijn arbeid bestaat hierin, de religieuze wereld
+door hare wereldlijke grondslag te doen oplossen. Hij overziet, dat na
+volbrenging van dezen arbeid, de hoofdtaak nog onafgedaan blijft. Het
+feit namelijk, dat de wereldlijke grondslag zich vanzelf opheft, en
+zich een zelfstandig rijk in de wolken fixeert, is juist alleen maar
+uit de zelfverdeeldheid en het zichzelf-tegenspreken dezer wereldlijken
+grondslag te verklaren. Deze zelf moet alzoo, eerstens, in haren
+tegenspraak verstaan en daarna, door terzijdestelling van die
+tegenspraak praktisch gerevolutioneerd worden. Alzoo bijv., nadat de
+aardsche familie als het geheim van de heilige familie ontdekt is, moet
+men de eerste zelve theoretisch gecritiseerd en praktisch
+gerevolutioneerd hebben.</p>
+<p>5.</p>
+<p>Feuerbach, niet tevreden met het <i>abstrakte</i> denken, appelleert
+aan de <i>zinnelijke aanschouwing</i>; maar hij vat deze zinnelijkheid
+niet als een practische, menschelijk-zinnelijke werkzaamheid op.</p>
+<p>6.</p>
+<p>Feuerbach lost het religieuze wezen in het menschelijk wezen op.
+Maar het menschelijk wezen is niet een, den individueelen mensch
+inwonende abstraktie. In zijn werkelijkheid is &rsquo;t, het ensemble
+van de maatschappelijke verhoudingen.</p>
+<p>Feuerbach, die op de critiek van dit werkelijke wezen niet ingaat,
+is daarom gedwongen:</p>
+<ul>
+<li>1e. Van het historisch verloop te abstraheeren en het religieuze
+gemoed voor zich te fixeeren, en een
+abstrakt-ge&iuml;soleerd-menschelijk individu voorop te zetten.</li>
+<li>2e. Kan bij hem daardoor het menschelijk wezen, slechts als
+&bdquo;soort&rdquo;, als innerlijke stomme, de vele individuen alleen
+maar <i>natuurlijk</i> verbindende algemeenheid, opgevat worden.</li>
+</ul>
+<p>7.</p>
+<p>Feuerbach ziet daardoor niet in, dat het &bdquo;religieuze
+gemoed&rdquo;, <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name=
+"pb115">115</a>]</span>zelve een maatschappelijk produkt is, en dat het
+abstrakte individu, hetwelk hij analyseert, in de werkelijkheid tot
+eene bepaalde maatschappelijke vorm behoort.</p>
+<p>8.</p>
+<p>Het maatschappelijk leven is wezenlijk <i>praktisch</i>. Alle
+<span class="corr" id="xd19e3124" title=
+"Bron: mysterie&euml;n">mysteri&euml;n</span>, welke de theorie
+verleidt en tot mysticisme maakt, vinden hunne rationeele oplossing in
+de menschelijke praktijk en in het begrijpen dezer praktijk.</p>
+<p>9.</p>
+<p>Het hoogste waartoe het beschouwende Materialisme&mdash;d. w. z. het
+Materialisme dat de zinnelijkheid niet als een praktische werkzaamheid
+begrijpt&mdash;het brengt, is de beschouwing van de individu in de
+&bdquo;burgerlijke maatschappij&rdquo;.</p>
+<p>10.</p>
+<p>Het standpunt van het <i>oude</i> Materialisme is de
+&bdquo;burgerlijke&rdquo; maatschappij; het standpunt van het
+<i>nieuwe</i>, dat der menschelijke samenleving of dat van de
+vermaatschappelijkte menschheid.</p>
+<p>11.</p>
+<p>De philosophen hebben tot nog toe de wereld slechts verschillend
+<i><span class="corr" id="xd19e3146" title=
+"Bron: g&euml;interpreteerd">ge&iuml;nterpreteerd</span></i>, maar het
+komt er op aan haar te <i>veranderen</i>.</p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Heinrich Karel Marx</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">werd op den 5<sup>en</sup> Mei 1818 te Trier geboren
+als de zoon van den advokaat en lateren Justitieraad Marx, die in 1824
+met zijne familie van het Jodendom tot het Christendom overging.
+Marx&rsquo; stamboom moet van af zijn vader opwaarts tot aan de
+16<sup>e</sup> eeuw toe, slechts rabbijnen aanwijzen; wat zekerder is,
+dat is, dat zijne moeder afstamde van een hollandsche, joodsche
+familie. Beide zijne ouders, waren lieden van hooge ontwikkeling.</p>
+<p>Nauwelijks de kinderschoenen ontwassen, ging de jonge Marx naar de
+Universiteit van Bonn, daarna naar die van Berlijn, waar hij ter wille
+van zijn vader rechtsgeleerdheid bestudeerde en, voor zijn <i>eigen</i>
+genoegen, geschiedenis en philosophie. Met <span class=
+"pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>zijn
+verstand, van nature als het ware aangelegd voor de dialektiek, moest
+de jonge Karel Marx zich het sterkst aangetrokken gevoelen tot de
+philosophie van Hegel. Geen onder die talrijke jongeren, heeft Hegel
+grondiger bestudeerd, dan Marx. Wat Marx dan ook zoo machtig tot de
+philosophie van Hegel aantrok, dat was hare <i>dialektische
+methode</i>, welker revolutionaire spits, juist door het schaduwspel
+van nevelachtige begrippen omhuld werd. Marx ruimde veelmeer deze
+begrippen op, terwijl hij zich in de massa van historische stof wierp
+en met deze feiten de theorie bevruchtte. Van jongs-af bezat hij een
+onverzadigbare dorst naar weten en eene rustelooze zelfcritiek. Reeds
+de vrienden zijner jeugd klaagden er over, dat hij door zijn nachtwaken
+om te werken, zijne sterke gezondheid vaak geschokt heeft. Arnold Ruge
+schreef aan Ludwig Feuerbach over Marx: &bdquo;Hij leest zeer veel; hij
+arbeidt met eene ongemeene intensiviteit en hij heeft een critisch
+talent, dat somwijlen tot een in overmoed ontaardende dialektiek
+wordt,.... maar hij voleindigt niets, hij breekt overal af en stort
+zich steeds van voren af aan, in een eindelooze boekenzee. Hij behoort,
+volgens zijne geleerde dispositie, gansch der duitsche wereld toe, maar
+door zijn revolutionaire denkwijze, is hij van haar
+buitengesloten.&rdquo; Marx vereenigde dan ook in zich, alle
+faustiaansche aandriften van de duitsche geleerdheid. Hij droeg het
+leven der wetenschap binnen, zooals hij de wetenschap in het leven
+binnendroeg. Dit was de vooruitgang, die de duitsche wijsgeerige
+beschaving alleen nog maar maken kon, die zij onder alle omstandigheden
+maken <i>moest</i>, wilde zij niet, van een drijfrad der historische
+ontwikkeling, tot een traprad voor kleinburgerlijke denkers worden.</p>
+<p>Van de grootste beteekenis voor Marx&rsquo; jeugd, was zijne
+verhouding tot de familie von Westphalen. D&aacute;t waren buren van
+het ouderlijke huis. De graaf von Westphalen was een Pruisisch beambte,
+van een niet gewoon slag en zeer ruim van opvattingen. Zijn vader was
+de geheimsecretaris Philip von Westphalen, die in den zevenjarigen
+oorlog, vijf fransche maarschalken in vijf veldslagen met succes
+versloeg en daarnevens van nature zoo burgerlijk bleef, dat hij nooit
+een soldatenuniform droeg en den titel van Generaal-Adjudant van het
+leger, waarmede de koning van Engeland hem meende te vereeren, lachend
+van de hand wees. Alleen de verheffing in den adelstand, liet hij zich
+welgevallen, maar dit, teneinde een meisje te kunnen huwen dat hem aan
+geesteseigenschappen evenaarde en de dochter van een Schotsche
+baronnenfamilie was: zij stamde af van den <span class=
+"pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name=
+"pb117">117</a>]</span>beroemden Argyle, den hertog, die door de
+veroordeeling onder de tyrannieke regeering van Jacobus II en den
+heldenmoed waarmede hij zijn vonnis droeg, in de geschiedenis van
+Engeland w&egrave;lbekend is. De jongste zoon uit dezen echt was
+Lodewijk von Westphalen. In het huis van dezen vrijdenker vond de jonge
+Marx een tweede tehuis. Terwijl zijn vader hem de fransche beschaving
+deelachtig deed worden, hem Racine en Voltaire voorlas, leidde de heer
+von Westphalen hem in de duitsche beschaving in; las hem Homerus en
+Shakespeare voor, die dan ook voor altijd, Marx&rsquo; lijfdichters
+gebleven zijn.</p>
+<p>Westphalen&rsquo;s kinderen, werden de speelmakkers van den jongen
+Marx en het is daarvandaan, dat Marx in de jonge Jenny von Westphalen,
+die drie jaren ouder was dan hij, spoedig eene geliefde kreeg, die hem
+geheel zijn leven is blijven aanhangen met de grootste trouw en de
+grootste liefde. Bereids in 1836, toen Marx naar de Universiteit ging,
+was de zaak van eeuwige trouw en liefde tusschen hen beiden beklonken.
+Twee jaren later, verloor Karel Marx zijnen goeden en zachten vader en
+hiermede eindigde een conflict tusschen hen beiden, dat in den aanvang
+zich liet aanzien van genoegzaam ernstigen aard te kunnen worden, om
+tot een scherpen breuk te leiden. Het liep nu nog slechts over
+Marx&rsquo; voorkeur voor de philosophie en des vaders neiging, om een
+advokaat van hem te maken.</p>
+<p>Marx&rsquo; beste vrienden aan de Hoogeschool waren: Bruno Bauer en
+Karl Friedrich K&ouml;ppen, aan beider omgang verdankt Marx veel van
+zijn ontwikkeling. Zij waren beide Hegelianen, gelijk toenmaals in
+Duitschland en vooral in Pruissen, geen beteekenende kop, zich aan den
+invloed van den grooten Meester der philosophische redeneerkunst heeft
+kunnen onttrekken.</p>
+<p>Bruno Bauer stamde uit Saksen-Altenburg, en was de zoon van
+burgerouders; zijn vader was porceleinschilder in Berlijn. Bruno was de
+oudste van drie broeders, die allen in de geleerde wereld naam gemaakt
+hebben. Bruno echter, gold als de begaafdste van de drie.</p>
+<p>Het was de wensch van Bauer,&mdash;die inmiddels reeds in een
+polemiek met David Friederich Strausz, den grooten schrijver van het
+&bdquo;Leven van Jezus&rdquo;, gewikkeld was&mdash;om Marx naast zich
+te hebben aan de redaktie van een critisch tijdschrift, omdat hij van
+Marx&rsquo; groote critische en dialektische begaafdheden, wenschte te
+profiteeren. In de brieven die hij Marx schreef, spoorde hij dezen aan
+examen te doen; hij wilde Marx een positie zien krijgen aan de
+Universiteit als hoogleeraar.</p>
+<p>Friedrich K&ouml;ppen was meer geschiedkundige dan philosoof.
+<span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name=
+"pb118">118</a>]</span>Beiden hadden een tijdschrift gegrondvest de
+&bdquo;<span lang="de">Hallische Jahrb&uuml;cher</span>&rdquo; genaamd,
+waarin K&ouml;ppen over historie en historische figuren schreef, en
+Bauer zijnen strijd tegen de orthodoxie met groote scherpte streed.</p>
+<p>In <span class="corr" id="xd19e3197" title=
+"Bron: &rsquo;tjaar">&rsquo;t jaar</span> 1841 promoveerde Marx dan,
+als doktor in de philosophie aan de Hoogeschool te Jena, met eene
+dissertatie: &bdquo;Over de philosophie van Epikurus&rdquo;, welke
+dissertatie toen niet in het licht is verschenen. Zijn voornemen om
+zich te Bonn als privaatdocent te vestigen, liet hij weldra varen. De
+wijze toch, waarop de minister Eichhorn zijnen vriend Bauer behandelde,
+lokte een vrij man, zooals Marx zich dit voelde, allesbehalve aan om
+zijn nek onder den pruisischen censuur te krommen.</p>
+<p>Spoedig daarna krijgt Marx, het was in 1842, de leiding van de
+radikale &bdquo;<i lang="de">Rheinische <span class="corr" id=
+"xd19e3204" title="Bron: zeitung">Zeitung</span></i>&rdquo;, waaraan
+hij <span class="corr" id="xd19e3207" title=
+"Bron: voo&agrave;f">voor&agrave;f</span> reeds had medegewerkt. Onder
+de medewerkers dier dagen aan dit blad, dat in Keulen verscheen, en aan
+de belangen der politiek, handel en nijverheid dienstbaar was gemaakt,
+telde men de besten onder de Hegelsche &bdquo;jongeren&rdquo; als:
+<i>Bruno Bauer</i>, <i>K&ouml;ppen</i>, <i>Nauwerk</i>, <i>Max
+Stiner</i>, <i>Georg Jurg</i>, <i>Mozes Hesz</i>, <i>Hermann
+P&uuml;ttmann</i> en den dichter en literator <i>Georg Herwegh</i>.</p>
+<p>In de opstellen in dat blad door hem geplaatst, staat Marx nog
+geheel op het standpunt van de radikale Hegelianen, die uit zuiver
+ideologische, voor&ograve;pgestelde meeningen hunne conclusi&euml;n
+trokken; maar ook reeds, een echo van het fransche socialisme deden
+hooren. In een polemiek uit die dagen, zeide hij reeds: De
+&bdquo;<span lang="de">Rheinische <span class="corr" id="xd19e3240"
+title="Bron: zeitung">Zeitung</span></span>&rdquo;, die de
+communistische denkbeelden, in hunne huidige gestalte geen
+verwerkelijking kan voorspellen ... zal deze ide&euml;n aan eene
+grondige critiek onderwerpen. Dat evenwel de geschriften van P. Leroux,
+V. Consid&eacute;rant en voor alles, de scherpzinnige werken van P. J.
+Proudhon niet door invallen van het oogenblik kunnen worden bestreden,
+maar na lange en diepgaande studie&euml;n kunnen worden gecritiseerd
+..., is onze vaste overtuiging .... &bdquo;Op praktische pogingen van
+communisme, kan men met kanonnen antwoorden, zoodra zij gevaarlijk
+worden; maar ide&euml;n, die zich meester maken van onze intelligentie,
+die onze gezindheid veroveren, waaraan het verstand ons geweten gaat
+kluisteren, dat zijn ketens, waaraan men zich niet onttrekt, zonder
+zijn hart te verscheuren; dat zijn demonen, welke de mensch slechts
+overwinnen kan, doordien hij zich eraan onderwerpt.&rdquo;</p>
+<p>De 28<sup>ste</sup> Januari van &rsquo;t jaar 1843, in hetzelfde
+jaar waarin Marx in het huwelijk trad met Jenny von Westphalen, kwam
+<span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name=
+"pb119">119</a>]</span>het verbod van de regeering tot het langer
+voortbestaan van de &bdquo;<span class="ex" lang="de">Rheinische
+Zeitung</span>&rdquo;....</p>
+<p>Uit de noodzakelijkheid, die hieruit geboren werd voor de vrije
+geesten in Duitschland om hunne denkbeelden te verkondigen, kwam het
+maandschrift de &bdquo;<i lang="de">Deutsch-Franz&ouml;sischen
+Jahrb&uuml;cher</i>&rdquo; voort, dat ternauwernood &eacute;&eacute;n
+jaar heeft bestaan. Herwegh, Arnold Ruge en Heinrich Heine hebben eraan
+medegewerkt en Marx heeft er zijn eerste artikelen: de critiek op Hegel
+en het Hegelianisme in gepubliceerd en Engels, zijn eerste
+staathuishoudkundige opstellen. De opstellen der eerste heeten:
+&bdquo;<i>critiek op de Hegelsche Rechtsphilosophie</i>&rdquo; en
+&bdquo;<i>over de Jodenkwestie</i>,&rdquo; een critiek op artikelen van
+Bruno Bauer over het Jodendom; die der laatste: &bdquo;Omtrekken eener
+critiek der nationale-economie&rdquo; en &bdquo;de positie van
+Engeland&rdquo;.</p>
+<p>Marx was intusschen naar Parijs gegaan, om er zich voor goed te
+vestigen en daar was het, dat hij het fransche socialisme bestudeerde
+en dat hij tevens kennis maakte met Proudhon, in wiens bestrijding hij
+later tevens de gelegenheid zal vinden, zijn wetenschappelijk standpunt
+&rsquo;t eerst, krachtig te ontvouwen.</p>
+<p>Maar &eacute;&eacute;rst moeten wij terug, naar het tijdperk van de
+&bdquo;<span lang="de">Deutsch-Franz&ouml;sische
+Jahrb&uuml;cher</span>&rdquo; en Marx&rsquo; critiek op het
+Hegelianisme. Hiermede vangen wij dus aan. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Tot critiek der Hegelsche
+&bdquo;Rechtsphilosophie.&rdquo;</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">EENE INLEIDING. (1843)</p>
+<p><a id="xd19e3278" name="xd19e3278"></a>Voor Duitschland is de
+critiek der religie in wezenlijkheid reeds be&euml;indigd en de critiek
+der religie is de voorwaarde tot elke critiek.</p>
+<p>De profane existentie van de dwaling is gecompromiteerd, nadat hare
+hemelsche <i lang="la">oratio pro aris et focis</i> we&ecirc;rlegd is.
+De mensch, die in de phantastische werkelijkheid van den hemel, alwaar
+hij naar een, &bdquo;<span class="corr" id="xd19e3285" title=
+"Bron: uebermensch">&uuml;bermensch</span>&rdquo; zoekend, slechts de
+<span class="corr" id="xd19e3288" title=
+"Bron: weerschijn">we&ecirc;rschijn</span> van zich-zelf gevonden
+heeft, zal niet meer geneigd zijn, slechts de we&ecirc;rschijn van
+zich-zelve, slechts den onmensch te vinden, waar hij zijne ware
+werkelijkheid zocht, en vinden moet.</p>
+<p>Het fundament van de irreligieuze critiek is: <i>de mensch maakt de
+religie, de religie niet den mensch</i>. En wel-is-waar is de religie
+het zelfbewustzijn en het zelfgevoel der mensch, die zich-zelf nog niet
+tot bewustzijn heeft kunnen brengen of, zich-zelf weder verloren heeft.
+Maar de mensch is geen abstrakt, buiten de wereld staand wezen. De
+mensch, dat is de wereld der menschen, de Staat, de <span class="corr"
+id="xd19e3296" title="Bron: societeit">soci&euml;teit</span>. Dezen
+Staat, deze <span class="corr" id="xd19e3299" title=
+"Bron: soci&egrave;teit">soci&euml;teit</span>, brengt de religie
+voort, een omgekeerd zelfbewustzijn, omdat zij eene omgekeerde wereld
+is. De religie is de algemeene theorie dezer wereld, haar
+encyclopedisch compendium, hare logica in populairen vorm, haar
+spiritualistisch point d&rsquo;honneur, haar enthousiasme, haar moreele
+sanktie, hare slechte vervolkomening, hare algemeene troost- en
+rechtvaardigingsgrond. <span class="pagenum">[<a id="pb121" href=
+"#pb121" name="pb121">121</a>]</span>Zij is de phantastische
+verwerkelijking van het menschelijk wezen, omdat het menschelijk wezen,
+geen ware werkelijkheid bezit. De strijd tegen de religie, is dus
+middellijk den strijd dier wereld, welker geestelijk dogma de religie
+is.</p>
+<p>De religieuze ellende is, in <span class="corr" id="xd19e3306"
+title="Bron: &eacute;&egrave;n">&eacute;&eacute;n</span> woord, de
+uitdrukking der werkelijke ellende en zij is het protest tegen die
+werkelijke ellende. De religie is de zucht van het bedrukte schepsel,
+het gemoed van een hartelooze wereld, zooals zij den geest van eene
+geestlooze toestand is. Zij is het opium des volks.</p>
+<p>De opheffing der religie als het illusoire geluk des volks, is de
+eisch voor zijn werkelijk geluk. De eisch, de illusies omtrent zijn
+toestand op te geven, is de eisch om een toestand op te geven, welke
+aan illusies behoefte heeft. De critiek op de religie is dus, in den
+kiem, de critiek op het jammerdal, welks heiligheidsschijn de
+godsdienst is.</p>
+<p>Die critiek heeft de imaginaire bloemen aan den stengel afgeplukt,
+niet opdat de mensch deze phantazielooze, troostelooze stengel drage,
+maar opdat hij daardoor dien stengel wegwerpen en de levende bloemen er
+af zoude breken. Die critiek der religie ontgoochelt den mensch, opdat
+hij denke, handele en zijne werkelijkheid duidelijk zal zien, zooals
+een ontgoocheld en tot bezinning gekomen mensch; opdat hij zich om
+zich-zelf en daarmee, om zijn werkelijke zon zich bewege. De godsdienst
+is slechts de <i>illusoire</i> zon, die zich om den mensch beweegt,
+zoolang hij zich niet om zich-zelf beweegt.</p>
+<p>Het is daarom de taak der geschiedenis, nadat het generzijdsch der
+waarheid verdwenen is, de waarheid van het dezerzijdsch te doen
+verspreiden. En het is in de eerste plaats de taak der philosophie, die
+in dienst der geschiedenis staat, nadat de heiligengestalte van de
+menschelijke zelfontvreemding ontmaskerd is, de zelfontvreemding, in
+hare onheilige gestalte te ontmaskeren. De critiek op den hemel, moet
+zich daarmede omzetten, in eene critiek op de aarde; de critiek der
+religie in de critiek van het recht; de critiek der theologie in die
+van de politiek.</p>
+<p>De hiervolgende uiteenzetting&mdash;een bijdrage tot dezen
+arbeid&mdash;sluit in de eerste plaats niet bij het origineel, maar bij
+een copie aan, bij de duitsche Staats- en Rechtsphilosophie, om geen
+andere oorzaak als deze, dat zij zich aan Duitschland aansluit.</p>
+<p>Wilde men ook aan het duitsche status quo zelf aanknoopen, hetzij
+dan op den eenig daartoe passende wijze, dit wil zeggen, negatief, het
+resultaat zal steeds een anachronisme blijven. Zelfs de negatie van
+onzen tegenwoordigen politieken toestand <span class="pagenum">[<a id=
+"pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>bevindt zich reeds
+als een beschimmeld feit, in de rommelkamer der moderne volken. Wanneer
+ik de gepoederde pruiken negeer, houd ik altijd nog de opgepoederde
+pruiken over. Wanneer ik de duitsche toestanden van 1843 negeer, sta
+ik, naar fransche tijdrekening, nog altijd nauwelijks in &rsquo;t jaar
+1789, veel minder in het brandpunt van den tegenwoordigen tijd.</p>
+<p>Ja, de duitsche geschiedenis vleit zich, eene beweging te bezitten,
+die haar geen volk aan den historischen hemel nog voorgedaan heeft,
+noch na zal doen. Wij hebben namelijk in de Restauratie der moderne
+volken gedeeld, zonder van hare Revoluties iets te hebben ontvangen.
+Wij zijn gerestaureerd geworden, eerstens, omdat andere volken een
+Revolutie waagden, en tweedens, omdat andere volken een
+contra-Revolutie leden; de de eene keer, omdat onze Heeren vrees
+hadden, de andere keer, omdat onze Heeren geene vrees hadden. Wij, met
+onze herders aan den spits, bevonden ons altijd maar
+&eacute;&eacute;nmaal in het gezelschap van de vrijheid, op den dag
+harer begrafenis namelijk.</p>
+<p>Eene school, welke de lafhartigheid van heden, legitimeert door de
+lafhartigheid van gisteren; een school, die elken schreeuw van de
+lijfeigenen tegen den knoet, voor rebellisch verklaart, zoodra die
+knoet een bejaarde, een afgestamde, een historische knoet is; een
+school die de geschiedenis, gelijk Isra&euml;l&rsquo;s God zijnen
+dienaar Mozes<span class="corr" id="xd19e3329" title="Bron: .">,</span>
+slechts haar a posteriori wijst, de historische Rechtsschool, zij zoude
+zeker de duitsche geschiedenis uitgevonden hebben, ware zij niet zelve
+eene uitvinding van de duitsche geschiedenis. Als Shijlock, maar als
+Shijlock de bediende, zweert zij bij elk pond vleesch, hetwelk uit het
+hart des volks gesneden wordt, op haar schuldbrief, op hare
+christelijk-germaansche schuldbrief.</p>
+<p>Goedmoedige enthousiasten daarentegen, duitsche vaderlanders naar
+den bloede en vrijzinnigen van reflektie, zoeken onze geschiedenis der
+vrijheid, aan gene zijde van de geschiedenis in de teutonische
+oer-wouden. Waardoor onderscheidt zich evenwel onze
+vrijheidsgeschiedenis van de vrijheidsgeschiedenis van Ebers, wanneer
+zij slechts in de wouden te vinden is? Bovendien is het bekend; zooals
+men in het woud <span class="corr" id="xd19e3334" title=
+"Bron: inschreewt">inschreeuwt</span>, zoo schalt het uit het woud, tot
+ons weder terug.</p>
+<p>Dus vrede zij er in de teutonische oer-wouden!</p>
+<p>De oorlog aan de duitsche toestanden! Zeer zeker! Zij staan onder
+het niveau van de geschiedenis, zij staan beneden alle critiek, maar
+zij blijven een voorwerp <i>van</i> de critiek, zooals de misdadiger,
+die beneden het niveau van de humaniteit, een voorwerp van den
+scherprechter blijft. Met hen in den <span class="pagenum">[<a id=
+"pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>strijd, is de critiek
+geen hartstocht van het hoofd, zij is het hoofd van de hartstocht. Zij
+is geen anatomisch mes, zij is een wapen. Haar objekt is haar vijand,
+die zij niet nederleggen, maar die zij dooden wil. Want de geest dezer
+toestanden is wederlegd. Op en voor zichzelf, zijn zij geene
+gedenkwaardige objekten, maar evenzoo verachtelijke, als verachte
+existenties. De critiek-aan-zich, behoeft niet de zelfovereenkomst met
+dit onderwerp, want zij is met hem in &rsquo;t reine. Zij geeft zich
+niet meer als doel, maar zij is hem slechts als middel. Haar wezenlijk
+pathos, is de onwaardigheid, haren wezenlijken arbeid, de
+aanklacht.</p>
+<p>Het geldt de schildering eener wisselwerkenden, dompigen druk, van
+alle sociale spheren op elkander; eener algemeene, daadlooze bepaling;
+eener zich evenzoozeer erkennende, als zich regeerende bekrompenheid
+binnen het raam van een regeeringssysteem, hetwelk van de conservatie
+van alle erbarmelijkheden levend, zelve niets is, dan de
+erbarmelijkheid aan de regeering.</p>
+<p>Welk een schouwspel! De tot in het oneindige voortgaande verdeeling
+der samenleving in menigvuldige klassen, welke met kleine
+antipathie&euml;n, slechte gewetens en brutale middelmatigheid
+tegenover elkander staan, welke juist ter wille harer wederzijdsche
+tweeslachtige en argwanende positie, allen zonder onderscheid, hetzij
+dan ook met verschillende formaliteiten, als geconcessioneerde
+existenties door hunne Heeren worden behandeld. En zelfs dat; dat zij
+beheerscht, geregeerd, bezeten worden, moeten zij als eene concessie
+des hemels erkennen en bekennen. Anderzijdsch, deze heerschers zelven,
+wier grootte in omgekeerde verhouding tot hun aantal staat!</p>
+<p>De critiek, welke zich met dezen inhoud bezig houdt, is de critiek
+die reeds handgemeen is, en in handgemeenschap gaat het niet hierom, of
+de tegenstander een edel, gelijkwaardig en interessant tegenstander is,
+maar het gaat erom, hem te treffen. Het gaat dus hier om de duitschers
+geen oogenblik van zelfbedrog en resignatie te gunnen. Men moet den
+werkelijken druk n&ograve;g drukkender maken, doordat men er het
+<i>bewustzijn</i> van den druk aan toevoegt; den smaad n&ograve;g
+smadelijker, doordat men ze publiek maakt. Men moet &egrave;lken spheer
+van de duitsche samenleving als de <i>partie honteuse</i> der duitsche
+samenleving schilderen; men moet de versteende verhoudingen daardoor
+dwingen te dansen, door hen hunne eigene melodie voor te zingen! Men
+moet het volk leeren te schrikken van zich-zelf, om het moed in te
+blazen. Men vervult daarmede eene onafwijsbare behoefte van
+<span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name=
+"pb124">124</a>]</span>het duitsche volk en de behoeften der volkeren,
+zijn de laatste gronden hunner bevrediging zelf.</p>
+<p>En zelfs voor de moderne volken kan dezen strijd tegen den
+geborneerden inhoud van het Duitsche <span class="ex">status-quo</span>
+niet van belang ontbloot zijn, want dit Duitsche <span class=
+"ex">status-quo</span> is de openhartigste voleindiging van het
+<span class="ex" lang="fr">ancien r&eacute;gime</span> en dit
+<span class="ex" lang="fr">ancien r&eacute;gime</span>, is het
+verborgen gebrek van den modernen Staat. De strijd tegen den Duitschen
+politieken toestand van het oogenblik is de strijd tegen het verleden
+der moderne volken, en door de reminicensen van dit verleden, worden
+zij nog steeds bedreigd. Het is leerrijk voor hen, dit <i lang=
+"fr">ancien r&eacute;gime</i>, dat bij hen zijn tragedie beleefde, als
+duitsch revenant, zijn komedie te zien spelen. Tragisch was zijne
+geschiedenis, zoolang het de pre&euml;xisteerende macht van de wereld,
+de vrijheid daarentegen een persoonlijken inval was; in
+&eacute;&eacute;n woord: zoolang het zelve aan zijn rechtmatigheid
+geloofde en gelooven <i>moest</i>. Zoolang het <i lang="fr">ancien
+r&eacute;gime</i> als de voorhanden wereldorde, met eene, eerst in
+wording zijnde wereld streed, had het een wereldhistorische dwaling aan
+zijne zijde, maar geen persoonlijke. Zijn ondergang was daardoor
+tragisch.</p>
+<p>Het tegenwoordige duitsche regime daarentegen&mdash;een
+anachronisme&mdash;een flagrante tegenspraak tegen algemeen erkende
+axioma&rsquo;s; de voor de wereld tentoongestelde nietswaardigheid van
+het <span lang="fr">ancien r&eacute;gime</span>, beeldt zich slechts
+in, aan zich-zelf te gelooven en verlangt van de wereld, diezelfde
+inbeelding. Wanneer het aan zijn eigen bestaan geloofde, zou het
+ditzelve dan verstoppen, achter den schijn van een vreemd wezen en zijn
+redding zoeken in huichelarij en sophismen? Het moderne <span class=
+"ex" lang="fr">ancien r&eacute;gime</span> is slechts de komediant van
+eene wereldorde, wier werkelijke helden gestorven zijn. De geschiedenis
+gaat grondig te werk en maakt vele phazen door, wanneer zij eene oude
+gestalte ten grave draagt. De laatste phaze eener wereldhistorische
+gestalte, is hare komedie. De goden van Griekenland, die reeds eenmaal
+tragisch ten doode gewond waren in den geketenden Prometheus van
+Aeschylos, moesten nog eenmaal komisch den dood ondergaan, in de
+gesprekken van Lucianus. Waarvoor deze gang der historie? Opdat de
+menschen vroolijk van hun verleden zullen kunnen scheiden. Deze
+vroolijke historische bestemming, vindiceeren wij voor
+Duitschland&rsquo;s politieke machten.</p>
+<p>Zoodra intusschen de moderne politiek-sociale werkelijkheid zelf aan
+de critiek onderworpen wordt; zoodra dus de critiek zich verheft tot
+waarlijk menschelijke problemen, bevindt zij zich <span class=
+"pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name=
+"pb125">125</a>]</span>buiten het raam van het duitsche status quo of
+zij zal haar objekt, beneden het objektieve aangrijpen. Een voorbeeld!
+De verhouding van de industrie, der wereld van den rijkdom in het
+algemeen tot die der politieke wereld, is het hoofdproblema van den
+modernen tijd. Onder welken vorm evenwel, begint dit problema den
+duitschers bezig te houden? Onder den vorm van beschermende rechten,
+het systeem van de prohibiviteit, der nationaal-economie. Het
+duitsch-nationalisme is, van uit de menschen in de materie gevaren en
+zoo zagen op een goeden morgen onze katoenridders en onze ijzerhelden,
+zich veranderd in patriotten. Men vangt dus in Duitschland aan de
+souvereiniteit van het monopolie naar binnen te erkennen, doordat men
+het de souvereiniteit van het monopolie naar buiten verleent. Men
+begint dus thans in Duitschland met iets, waarme&ecirc; men in
+Frankrijk en Engeland aanvangt een einde te maken. De oude rotte
+toestand, waartegen deze landen voortdurend in opstand zijn, en die
+welke zij nog verdragen, gelijk men een ketting verdraagt, wordt in
+Duitschland als de opgaande dageraad van een schoone toekomst begroet,
+die het nauwelijks waagt, uit de listige theorie, tot de niets
+ontziende praktijk over te gaan. Terwijl het problema in Frankrijk en
+Engeland aldus is: staathuishoudkunde of heerschappij van de
+gemeenschap over den rijkdom, is het in Duitschland zoo gesteld:
+nationaal-economie of heerschappij van het privaat-bezit, over den
+nationaliteit. In Frankrijk en Engeland gaat het dus om een monopolie,
+dat tot aan zijn laatste consekwenties gekomen is op te heffen; in
+Duitschland gaat het erom, tot op de laatste consekwenties van het
+monopolie voort te gaan. Daar gaat het om de oplossing en hier eerst om
+de collisie. Een duidelijk voorbeeld van den duitschen vorm der moderne
+vraagstukken; een voorbeeld hoe onze geschiedenis, als een onhandig
+rekruut, tot nu toe slechts de taak heeft vervuld, afgekauwde
+geschiedenissen te mogen na-exerceeren.</p>
+<p>Stak aldus, de totale duitsche ontwikkeling niet boven die der
+politieke ontwikkeling uit, een Duitscher zou hoogstens kunnen
+deelnemen aan de vraagstukken van onzen tijd, zooals een Rus daar aan
+deelnemen kan. Alleen, wanneer het individu op zich-zelf niet gebonden
+is door de grenzen van de natie, wordt de gansche natie nog minder
+bevrijd, door de bevrijding van een individu. De Scythen hebben der
+Grieksche beschaving geen stap vooruit doen gaan, omdat Griekenland,
+onder zijn philosophen, een Scyt geteld heeft.</p>
+<p>Gelukkig zijn wij duitschers geen Scythen. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span></p>
+<p>Gelijk de oude volken hunne v&oacute;&oacute;rgeschiedenis doorleefd
+hebben in de imaginatie, zoo hebben wij duitschers, onze nageschiedenis
+doorleefd in de gedachte, in de philosophie. Wij zijn philosophische
+tijdgenooten van het tegenwoordige, zonder zijne historische
+tijdgenooten te zijn. De duitsche philosophie, is de ideale verlenging
+van de duitsche geschiedenis. Wanneer wij dus in plaats van de
+<span lang="fr">oeuvres incompl&egrave;tes</span> van onze werkelijke
+geschiedenis, de oeuvres posthumes van ide&euml;le geschiedenis, de
+philosophie critiseeren, dan staat onze critiek in het midden van de
+kwestie, waarvan de tegenwoordige tijd zegt: <i lang="en">that is the
+question</i>. Wat bij de voortgeschreden landen, praktisch in verval is
+met de moderne staatstoestanden, dat is in Duitschland, waar deze
+toestanden nog niet eens bestaan, in de eerste plaats critisch verval,
+van de philosophische weerkaatsing dezer toestanden.</p>
+<p>De duitsche Rechts- en Staatsphilosophie, is de eenige met den
+officieelen, modernen tijd &agrave; pari staande duitsche geschiedenis.
+Het duitsche volk moet daarvandaan deze zijne droomgeschiedenis, door
+de ten zijnent bestaande toestanden, verdrijven en niet slechts deze
+bestaande toestanden, maar ook tegelijk, hunne abstrakte voortzetting,
+aan de critiek onderwerpen. Zijne toekomst kan zich noch tot de
+onmiddellijke ontkenning zijner re&euml;le toestanden, noch tot de
+onmiddellijke voltrekking van zijne ide&euml;le staats- en
+rechtstoestanden beperken. Want de onmiddellijke ontkenning van zijne
+re&euml;le toestanden, bezit het in zijne ide&euml;le toestanden, en de
+onmiddellijke voltrekking van zijne ide&euml;le toestanden, heeft het
+in de beschouwing der naburige volken, bijna reeds weder overleefd.
+Terecht eischt dan ook de praktische politieke partij in Duitschland,
+de negatie der philosophie. Haar ongelijk bestaat evenwel niet in den
+eisch, maar in het <i>staan-blijven</i> bij dien eisch, dien zij,
+ernstig genomen, noch doorzet, noch doorzetten kan. Zij gelooft deze
+negatie daardoor te volvoeren, dat zij der philosophie den rug toekeert
+en met een afgewend hoofd, eenige ergerlijke en banale phrazes over
+haar prevelt. De bekrompenheid van hare gezichtskring, telt de
+philosophie niet insgelijks in den cirkel der duitsche werkelijkheid of
+waant haar, zelfs beneden de duitsche praktijk en de haar dienende
+theorie&euml;n te staan. Gij verlangt, dat men bij de werkelijke
+levenskiemen aanknoopen zal, maar gij vergeet, dat de werkelijke
+levenskiem van het duitsche volk, tot dusver nog slechts onder zijn
+hersenpan gewoekerd heeft. In &eacute;&eacute;n woord: <i>gij kunt de
+philosophie niet opheffen, zonder haar tot werkelijkheid te maken!</i>
+<span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name=
+"pb127">127</a>]</span></p>
+<p>Hetzelfde onrecht beging, alleen met omgekeerde faktoren, de
+theoretische, van de uit de philosophie dagteekenende politieke
+partij.</p>
+<p>Zij zag in den tegenwoordigen strijd, slechts den critieschen strijd
+van de philosophie met de duitsche wereld, zij bedacht echter niet, dat
+de philosophie tot op heden, zelve tot deze wereld behoort, al is zij
+ook hare ide&euml;le vervolkomening. Critisch tegenover hare
+wederpartijders, verhield zij zich oncritisch tegenover zichzelf,
+terwijl zij van de voorwaarden der philosophie uitging, en bij hare
+gegeven resultaten, noch is blijven staan, noch van elders hierheen
+gehaalde eischen en resultaten, voor onmiddellijke eischen en
+resultaten van de philosophie uitgaf. Alhoewel dezelven, hunne
+gerechtigheid vooropgesteld, integendeel slechts door de negatie der
+tot nu bestaan hebbende philosophie,&mdash;de philosophie als
+philosophie,&mdash;in stand zijn te houden. Een nadere en diepergaande
+schildering van deze partij te leveren, behouden wij ons nog voor. Hare
+grondgebreken zijn daarheen te reduceeren: zij geloofde de philosophie
+te kunnen verwerkelijken, zonder haar op te heffen.<a id="xd19e3423"
+name="xd19e3423"></a></p>
+<p>De critiek der duitsche staats- en rechtsphilosophie, welke door
+Hegel hare <span class="corr" id="xd19e3427" title=
+"Bron: consekwenste">consekwentste</span>, rijkste en laatste
+samenvatting verkregen heeft, is beiden. Zij is zoowel de theoretische
+analyse van den modernen Staat en de met hem samenhangende
+werkelijkheid, als ook de besliste ontkenning van de gansche,
+tot-nog-toe bestaan hebbende vorm van het duitsche politieke- en
+rechtsbewustzijn, welks voornaamste, universeelste en tot wetenschap
+verheven uitdrukking, juist de speculatieve Rechtsphilosophie zelve is.
+Was in Duitschland de speculatieve Rechtsphilosophie slechts
+mogelijk<span class="corr" id="xd19e3430" title=
+"Bron: .">,</span>&mdash;dit abstrakte overspannen denken van den
+modernen staat, welker werkelijkheid, een aan genezijde liggende
+blijft, al ligt dit generzijdsch dan ook over den Rhijn,&mdash;zoo was
+evenzoozeer omgekeerd, het duitsche, van den werkelijken mensch
+abstraheeren, het abstraheerende gedachtenbeeld van den modernen staat
+slechts mogelijk, omdat tot zoover, den modernen staat zelf van den
+werkelijken mensch abstraheert, of den ganschen mensch op eene slechts
+imaginaire wijze bevrediging schenkt. De duitschers hebben in de
+politiek <span class="ex">gedacht</span>, wat de andere volken
+<span class="ex">gedaan</span> hebben. Duitschland was hun politiek
+geweten. De abstractie en de over-verhevenheid van zijn denken, hielden
+steeds gelijken tred met de eenzijdigheid en de onverzettelijkheid
+harer werkelijkheid. Wanneer dus het status quo van het duitsche
+staatswezen, de voltooidheid van het <span lang="fr">ancien
+r&eacute;gime</span> uitdrukt, het einde van den paal die in het
+vleesch van den modernen Staat zit, dan drukt het <span class=
+"pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name=
+"pb128">128</a>]</span>status quo van het duitsche staatswezen, de
+onvoltooidheid van den modernen Staat uit, de beschadigdheid van zijn
+vleesch zelf.</p>
+<p>Reeds als besliste tegenstander van de tot nu toe bestaande
+uitdrukkingswijze van het politiek bewustzijn, verliest de critiek van
+de speculatieve Rechtsphilosophie zich niet, in zich-zelf, maar in een
+opgave, voor welker oplossing er slechts &eacute;&eacute;n middel
+bestaat: de praktijk.</p>
+<p>De kwestie is: kan Duitschland tot een praktijk <span lang=
+"fr">&agrave; la hauteur du principe</span> zich opwerken; dat wil
+zeggen, tot eene revolutie, die het niet alleen verheft tot op het
+officieele niveau van de moderne volken, maar tot op de hoogte der
+humaniteit, die de aanstaande toekomst van deze volken zijn zal.</p>
+<p>Het wapen der critiek kan in geen geval de critiek der wapenen
+vervangen; het materieele geweld moet worden terneder gestort, door het
+materieele geweld, zoodra dit de <span class="corr" id="xd19e3454"
+title="Bron: massas">massa&rsquo;s</span> aangrijpt. De theorie is
+geschikt om de <span class="corr" id="xd19e3457" title=
+"Bron: massas">massa&rsquo;s</span> aan te grijpen, zoodra zij
+<span lang="la">ad hominem</span> demonstreert en zij demonstreert
+<span lang="la">ad hominem</span>, zoodat zij radikaal wordt. Radikaal
+zijn, is de zaak bij den wortel aanvatten. De wortel voor de menschen
+evenwel, is de mensch zelf. Het evidente bewijs voor het radikalisme
+der duitsche theorie, dus voor hare praktische energie is, dat zij
+uitgaat van de beslist positieve opheffing der religie. De critiek der
+religie, eindigt met hare leer, dat de mensch voor den mensch het
+hoogste wezen is; alzoo met de kategorische imperatief: alle
+verhoudingen omver te werpen, waarin den mensch een vernederd, een
+geknecht, een verlaten, een verachtelijk wezen is; verhoudingen welke
+men niet beter kan schilderen, dan met de uitroep van den franschman,
+na den beraamde hondenbelasting &bdquo;Arme honden! Men gaat u als
+menschen behandelen!&rdquo;</p>
+<p>Zelfs historisch heeft de <span class="corr" id="xd19e3468" title=
+"Bron: theoretisch">theoretische</span> emancipatie een specifiek
+praktische beteekenis voor Duitschland. Duitschland&rsquo;s
+revolutionair verleden, is namelijk een theoretisch: het was de
+Reformatie. Gelijk toenmaals in dat van den monnik, zoo is het thans in
+het hoofd van den wijsgeer, waarin de Revolutie een aanvang neemt.</p>
+<p>Luther heeft d&agrave;&agrave;rom de knechtschap uit devotie
+overwonnen, omdat hij de knechtschap, <span class="ex">uit
+overtuiging</span> in hare plaats heeft kunnen zetten. Hij heeft het
+autoriteitsgeloof gebroken, omdat hij de autoriteit des geloofs, heeft
+kunnen herstellen. Hij heeft de priesters veranderd in leeken, omdat
+hij de leeken in priesters veranderd heeft. Hij heeft de menschen van
+de uitwendige religieuziteit bevrijd, omdat hij die religieuziteit naar
+den inwendigen mensch teruggebracht heeft. Hij heeft het lichaam van
+<span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name=
+"pb129">129</a>]</span>den keten ge&euml;mancipeerd, dewijl hij het
+hart in ketenen gelegd heeft.</p>
+<p>Maar, al was het protestantisme niet de ware verlossing, het was de
+stelling om tot die opgave te komen. Het gold daarna niet meer den
+strijd van de leeken met de priesters, het gold den strijd met zijne
+eigene inwendige priesters, zijne priesterlijke natuur. En wanneer de
+protestantsche omzetting van de duitsche leeken in priesters, de
+leekenpriesters, de vorsten met hunne clerus incluis, den
+geprivileerden en de philisters emancipeerde, de philosophische
+omzetting van de priesterlijke duitschers in menschen, zal het volk
+emancipeeren. Zoo min echter deze emancipatie bij de vorsten, zoo min
+zal de secularisatie der goederen bij den kerkroof staan blijven, die
+voor allen, door het huichelachtig Pruissen in het werk werd gezet.
+Toenmaals mislukte de Boerenoorlog, het radikaalste feit van de
+duitsche geschiedenis, door de theologie. Heden, nu de theologie zelve
+het meest verschipbreukt is, zal het meest onvrije feit der duitsche
+geschiedenis, ons status quo zich aan de philosophie stukstooten. Den
+dag voor de Reformatie was het officieele Duitschland de
+onvoorwaardelijke knecht van Rome. Den dag voor zijne Revolutie, is het
+de onvoorwaardelijke knecht van minder dan Rome, van Pruissen en
+Oostenrijk; van verloopen jonkers en philisters.</p>
+<p>Aan eene radikale duitsche Revolutie schijnt intusschen een
+hoofdbezwaar in den weg te staan.</p>
+<p>Revoluties behoeven namelijk een passief element, eene materieelen
+grondslag. De theorie wordt in een volk altijd maar in zooverre
+verwezenlijkt, als zij de verwezenlijking harer behoeften is. Zal nu de
+ongekende tweespalt tusschen de eischen van de duitsche gedachten en de
+eischen der duitsche werkelijkheid dan aan den denzelfden tweespalt van
+de burgerlijke maatschappij met den Staat en met zichzelve,
+beantwoorden? Zullen de theoretische behoeften, <span class="corr" id=
+"xd19e3485" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> praktische
+behoeften worden? Het is niet voldoende, dat de gedachte doordringt tot
+de werkelijkheid, de <span class="corr" id="xd19e3488" title=
+"Bron: werkeijkheid">werkelijkheid</span> moet zich-zelf tot gedachten
+kunnen brengen.</p>
+<p>Duitschland heeft de middentreden der politieke emancipatie, niet
+tegelijkertijd beklommen met de moderne volken. Zelfs die phazen, welke
+het theoretisch overwonnen heeft, heeft het praktisch nog <i>niet</i>
+bereikt. Hoe kan het dan met een <i>salto mortale</i> niet alleen zich
+heenzetten over zijn eigene beperkingen, maar tegelijk ook over de
+grenzen der moderne volken, over grenzen, die het in werkelijkheid als
+de bevrijding van zijne werkelijke beperkingen, gevoelen en nastreven
+moet? Een radikale <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130"
+name="pb130">130</a>]</span>Revolutie, kan alleen geen revolutie van
+radikale behoeften zijn, als daar de voorwaarden en geboorteteekenen
+niet voor schijnen aanwezig te zijn.</p>
+<p>Alleen, wanneer Duitschland slechts met de abstrakte werkzaamheid
+van het denken de ontwikkeling der moderne volken begeleid heeft,
+zonder werkdadig deel te nemen aan den werkelijken strijd dezer
+ontwikkeling, dan heeft het anderzijds het lijden dezer ontwikkeling
+gedeeld, zonder het genot, zonder de partieele bevrediging daarvan te
+deelen. De abstrakte werkzaamheid eenerzijds, beantwoordt aan het
+abstrakte lijden anderzijds. Duitschland zal zich daarvandaan op een
+zekeren dag op het peil van europeesch verval bevinden, nog alvorens
+het zich op het peil van de europeesche emancipatie heeft bevonden. Men
+zou het bij een fetischdienaar kunnen vergelijken, die aan de ziekten
+des christendoms wegsterft.</p>
+<p>Beschouwt men dan de duitsche regeeringen, dan ziet men ze door de
+tijdsomstandigheden, door Duitschland&rsquo;s positie, door het
+standpunt der duitsche beschaving, ten slotte door eigen gelukkig
+instinkt gedreven, de geciviliseerde gebreken der moderne staatswereld,
+welker voordeelen wij niet bezitten, combineeren, met de barbaarsche
+gebreken van het <i lang="fr">ancien r&eacute;gime</i>, die wij in
+volle maat mogen bezitten. Zoodat Duitschland, al is het dan ook niet
+aan verstand, dan tenminste aan &ograve;nverstand, ook de boven zijn
+status quo uitreikende staatsvormingen, steeds meer participeeren moet.
+Is er bijv. een land in de wereld, dat zoo na&iuml;ef alle illusies van
+het constitutioneele staatswezen deelt, zonder zijne <span class="corr"
+id="xd19e3508" title="Bron: r&euml;aliteiten">realiteiten</span> te
+deelen, dan het zoogenaamde constitutioneele Duitschland? Of was het
+niet bepaald een duitsche regeeringsinval, om de euvelen der censuur,
+met de euvelen der fransche Septemberwetten, welke de persvrijheid tot
+voorwaarde hebben, te verbinden? Gelijk men in het romeinsche Pantheon
+de goden aller naties bijeenvond, zoo zal men in het heilige
+romeinsche-duitsche-Rijk, de zonden aller staatsvormen bijeenvinden.
+Dat dit eklekticisme een tot dusver nog niet gedachte hoogte bereiken
+zal, daarvoor staat ons namelijk de politiek-aesthetische gourmandise
+eens duitschen konings, die alle rollen van het koningschap, de feodale
+zoowel als de bureaucratische, de absolute zoowel als de
+constitutioneele, de autokratische zoowel als de demokratische, zij het
+niet door middel van de persoon des volks, dan toch in eigen persoon,
+zij het niet voor het volk, dan voor zichzelve, denkt te spelen.
+Duitschland, als het tot een eigen wereld geconstitueerde gebrek der
+politieke oogenblikkelijkheid, zal de specifiek duitsche kluisters niet
+verbreken <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name=
+"pb131">131</a>]</span>kunnen, zonder de algemeene kluisters van het
+politieke oogenblik af te werpen.<a id="xd19e3513" name=
+"xd19e3513"></a></p>
+<p><a id="xd19e3516" name="xd19e3516"></a>Niet de radikale revolutie is
+een utopischen droom voor Duitschland, niet de algemeen menschelijke
+emancipatie is dit, maar veeleer de gedeeltelijke, de slechts-politieke
+Revolutie; die Revolutie welke de pijlers waarop het huis gebouwd is,
+laat staan. Waarop toch, berust eene gedeeltelijke, een
+slechts-politieke Revolutie? Hier&oacute;p, dat een deel der
+burgerlijke samenleving zich emancipeert en tot algemeene heerschappij
+komt; hierop, dat eene bepaalde klasse van hare bijzondere situatie
+uit, de algemeene emancipatie der samenleving onderneemt. Deze klasse
+bevrijdt de gansche samenleving, maar slechts op die voorwaarde, dat de
+gansche samenleving zich in de situatie dezer klasse bevindt, alzoo
+bijvoorbeeld, geld en beschaving, bezitten of naar believen, verwerven
+kan.</p>
+<p>Geen klasse van de burgerlijke maatschappij kan deze rol spelen,
+zonder een moment van het enthousiasme in zich en in de massa te
+voorschijn te roepen; een moment waarin zij met de samenleving in het
+algemeen zich verbroedert en met haar ineenvloeit; zich met haar
+verwisselt en als haar algemeene representant gevoeld en erkend wordt;
+een moment waarin hare aanspraken en rechten, in waarheid de rechten en
+de aanspraken der samenleving zelve zijn, waarin zij werkelijk het
+sociale hoofd en het sociale hart is. Slechts in naam van het algemeene
+recht van de samenleving, kan eene bijzondere klasse de algemeene
+heerschappij voor zich vindiceeren. Tot bestorming van deze
+emancipatorische positie en daarmede tot politieke uitbuiting van alle
+spheren der samenleving in het belang der eigene spheer, zijn
+revolutionaire energie en geestelijk zelfbewustzijn,
+all&eacute;&eacute;n niet toereikend. Opdat de Revolutie van een volk
+en de emancipatie van eene bijzondere klasse der burgerlijke
+samenleving tezamen vallen, opdat eene stand, als de stand der gansche
+samenleving gelden kan, daartoe moeten omgekeerd, alle gebreken der
+samenleving in eene andere klasse geconcentreerd zijn; daartoe moet
+eene bepaalde stand, de stand van de algemeene aanstoot, de
+incorporatie van de algemeene beperkingen zijn, daartoe moet eene
+bijzondere, sociale spheer, als de notoire misdaad van de gansche
+soci&euml;teit gelden kunnen, zoodat de bevrijding van deze spheer, als
+de algemeene zelfbevrijding zich voordoet. Opdat de stand <i lang=
+"fr">par excellence</i>, die stand der bevrijding zal zijn, daartoe
+moet omgekeerd, eene andere stand, de aangewezen stand der
+onderdrukking zijn. De negatief-algemeene beteekenis van den franschen
+adel en den franschen clerus, had de positief-algemeene beteekenis
+<span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name=
+"pb132">132</a>]</span>der direkt aangrenzende en hen tegenovergestelde
+klasse van de bourgeoisie, tot hare voorwaarde.</p>
+<p>Het ontbreekt evenwel elke bijzondere klasse in Duitschland, niet
+alleen aan de consekwentie, aan de scherpte, den moed en de
+roekeloosheid die er noodig zijn, om als negatieve representanten van
+de samenleving te kunnen worden bestempeld. Het ontbreekt evenzoo aan
+elken stand, die breedte van ziel die zich met de volksziel, hetzij dan
+momenteel identificeeren kan; die genialiteit, welke de materieele
+macht, tot politieke macht begeestert; die revolutionaire koenheid,
+welke den tegenstanders het trotsche parool toeslingert: Ik ben niets
+en ik moet &aacute;lles zijn!</p>
+<p>De hoofdinhoud van de duitsche moraal en eerlijkheid, niet alleen
+die der individuen, maar ook der klassen, is veeleer die bescheiden
+zelfzucht, die zijne bekrompenheid doet gelden en tegen zich zelve
+geldend laat maken. De verhouding tusschen de verschillende spheren van
+de duitsche samenleving, is daarvandaan niet dramatisch, maar
+<span class="corr" id="xd19e3529" title="Bron: epiesch">episch</span>.
+Elke op zich begint zich te gevoelen en dit naast de andere met hunne
+bijzondere aanspraken, niet zoodra zij verdrukt worden, maar zoodra
+zonder hun toedoen, de tijdsomstandigheden een gezellige onderlaag
+scheppen, waarop zij wederzijdsch eenigen druk uitoefenen kunnen.
+<span class="corr" id="xd19e3532" title="Bron: Zels">Zelfs</span> het
+moreele zelfgevoel van de duitsche middelklasse, berust slechts op het
+bewustzijn, de algemeene vertegenwoordigster der klein-burgerlijke
+middelmatigheid van alle overige klassen te zijn. Het zijn daarvandaan
+niet alleen slechts de duitsche koningen, welke <span lang=
+"fr">mal-&agrave;-propos</span> op den troon komen, het is elke spheer
+van de burgerlijke samenleving, die haren nederlaag lijdt, nog
+v&oacute;&oacute;r zij haren zege heeft kunnen vieren; hare eigene
+beperkingen ontwikkelt, alvorens zij de haar tegenoverstaande
+beperkingen overwonnen; haar kleinzielig wezen doet gelden, alvorens
+zij van eenig grootmoedig wezen heeft kunnen doen blijken. Zoodat zelfs
+de gelegenheid tot eene groote rol voor immer voorbij is, nog voordat
+zij voorhanden was; zoodat elke klasse, zoodra zij de strijd met de
+boven haar staande klasse begint, reeds in de strijd met de onder haar
+staande gewikkeld is. Daarvandaan bevindt het vorstendom zich in strijd
+met het koningschap; de bureaukratie in een strijd tegen den adel; de
+bourgeoisie in strijd tegen hen allen, terwijl het proletariaat reeds
+begint, zich in de strijd met de bourgeoisie te wikkelen. De
+middelklasse waagt het nauwelijks, van haar standpunt uit de gedachte
+harer emancipatie te formuleeren of reeds verklaart de ontwikkeling der
+sociale toestanden, zooals de vooruitgang der politieke theorie, dit
+standpunt-zelf <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name=
+"pb133">133</a>]</span>voor antikwarisch, of minstens voor zeer
+problematisch.</p>
+<p>In Frankrijk is het voldoende dat iemand iets is, om alles te kunnen
+zijn. In Duitschland durft niemand iets zijn, om niet van alles afstand
+te moeten doen. In Frankrijk is de gedeeltelijke emancipatie, den grond
+voor de universeele. In Duitschland is de universeele emancipatie
+<span class="ex" lang="la">conditio sine qua non</span> van elke
+partieele. In Frankrijk moet de werkelijkheid, in Duitschland, moet de
+onmogelijkheid de trapsgewijze bevrijding van de gansche vrijheid
+baren. In Frankrijk is elke bijzondere volksklasse, politiek idealist
+en gevoelt zich direkt, niet als een bijzondere klasse, maar als een
+representant van de sociale nooden in &rsquo;t algemeen. De rol van
+emancipator gaat alzoo hier den rij langs in dramatische bewegingen,
+over op de verschillende klassen van het fransche volk, totdat zij
+eindelijk aanlandt bij eene klasse, welke de sociale vrijheid niet meer
+onder voorwaarde van zekere, buiten de menschen liggende en toch voor
+de menschelijke samenleving geschapene voorwaarden verwezenlijkt, maar
+veelmeer alle voorwaarden van het menschelijk bestaan, met
+vooropstelling der sociale vrijheid organiseert. In Duitschland
+daarentegen, waar het praktische leven evenzoo geestloos, als het
+geestelijke leven er onpraktisch is, heeft geen klasse der burgerlijke
+samenleving de behoefte en de geschiktheid der algemeene emancipatie,
+zoo zij niet door hare <span class="corr" id="xd19e3546" title=
+"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> positie, door de materieele
+noodzakelijkheid, door hare ketens zelven, daartoe wordt gedwongen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3550" title=
+"Bron: Waar in">Waarin</span> bestaat alzoo de positieve mogelijkheid
+der duitsche emancipatie?</p>
+<p>Antwoord: In de vorming eener klasse met radikale ketenen, eene
+klasse der burgerlijke samenleving, welke geen klasse der burgerlijke
+samenleving is; een stand, die de oplossing van alle standen beteekent,
+een spheer, die een universeel karakter door haar universeel lijden
+begint en geen bijzonder recht in beslag neemt, omdat geen bijzonder
+onrecht, maar onrecht als zoodanig, aan haar gepleegd wordt. Die niet
+meer op een historische, maar alleen nog op de menschelijke titel
+provoceeren kan; die in geenerlei eenzijdige tegenstelling tot de
+consekwenties, maar in eene alzijdige tegenstelling tot de voorwaarden
+van het duitsche staatswezen staat; een spheer ten slotte, die zich
+niet emancipeeren k&agrave;n, zonder zich van alle overige spheren der
+samenleving te emancipeeren; die, in &eacute;&eacute;n woord het volle
+verlies van de menschheid is, dus slechts door de volkomen
+h&egrave;rwinning van de menschheid zich-zelf kan terugwinnen. Deze
+oplossing van de samenleving als een bijzondere stand, is het
+proletariaat. <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name=
+"pb134">134</a>]</span></p>
+<p>Het proletariaat vangt eerst door de baanbrekende industrieele
+beweging aan, in Duitschland iets te worden. Want niet door de
+uit-de-natuur ontstane, maar de kunstmatig geproduceerde armoede, niet
+de mechanische, door de zwaarte der samenleving ne&ecirc;rgedrukte,
+maar de, uit hare acute oplossing, bij voorkeur uit de oplossing der
+middenstanden te voorschijn komende menschenmassa, vormt dat
+proletariaat; hoewel gaandeweg, zooals van zelf spreekt, ook de uit
+natuurlijke oorzaken ontstane armoede en de christelijk-germaansche
+lijfeigenschap, in zijne rangen komen.</p>
+<p>Wanneer het proletariaat de oplossing van de bestaande wereld-orde
+verkondigt, dan spreekt dit slechts het geheim uit van zijn eigen
+bestaan, want het is de faktische oplossing van deze wereldorde.
+Wanneer het proletariaat de vernietiging verlangt van den
+privaat-eigendom, dan verheft het slechts tot principe der
+maatschappij, wat de maatschappij tot haar principe verheven heeft; wat
+in hem, als negatief resultaat der maatschappij, reeds buiten zijn
+toedoen belichaamd is. De proletari&euml;r bevindt zich dan ook, met
+betrekking tot de wordende wereld op denzelfden rechtsgrond, waarop de
+duitsche koning met betrekking tot de gewordene wereld zich bevindt,
+wanneer hij <i>het</i> volk, <i>zijn</i> volk, zooals hij <i>het</i>
+paard, <i>zijn</i> paard noemt. De koning&mdash;terwijl hij het volk
+voor zijn privaat-eigendom verklaart&mdash;spreekt het slechts uit, dat
+de privaat-bezitter, de koning is.</p>
+<p>Gelijk de philosophie in het proletariaat hare materieele, zoo bezit
+het proletariaat in de philosophie, zijn geestelijke wapenen en zoodra
+de bliksemschicht der gedachten, grondig in deze na&iuml;eve volksbodem
+zal zijn ingeslagen, zal de emancipatie van den duitschers tot
+menschen, worden voltrokken.</p>
+<p>Resumeeren wij ten slotte: de eenig praktisch-mogelijke bevrijding
+van Duitschland, is de bevrijding op het standpunt van de theorie,
+welke de menschen voor het hoogste wezen der menschheid verklaart. In
+Duitschland is de emancipatie van de middeneeuwen slechts mogelijk, als
+eene emancipatie die tegelijkertijd die van de gedeeltelijke
+overwinningen der middeneeuwen is. In Duitschland kan geenerlei soort
+van knechtschap gebroken worden, zonder dat &eacute;lken vorm van
+knechtschap gebroken wordt. Het grondige Duitschland kan zich niet
+revolutioneeren, zonder van grond-uit te revolutioneeren. De
+emancipatie van de duitschers, is de emancipatie van de menschheid. Het
+hoofd dezer emancipatie is de philosophie, het hart is het
+proletariaat. De philosophie kan niet worden verwezenlijkt, zonder de
+opheffing van <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name=
+"pb135">135</a>]</span>het proletariaat; het proletariaat kan zich niet
+opheffen, zonder de verwezenlijking van de philosophie te worden.</p>
+<p>Wanneer alle inwendige voorwaarden daartoe vervuld zijn, zal de
+duitsche opstandingsdag worden aangekondigd door het kraaien van den
+Gallischen haan.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Eveneens uit het jaar 1843, en geschreven te Brunswijk zijn de
+opstellen van Karel Marx over:</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De Jodenkwestie.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Bruno Bauer had in dat jaar twee artikelen geschreven
+over deze kwestie. Het eerste was getiteld: &bdquo;De
+Jodenkwestie&rdquo;; het andere &bdquo;Over de geschiktheid der
+hedendaagsche Joden en Christenen zich te emancipeeren&rdquo;,
+geschreven in Zwitserland en uitgegeven door George Herwegh.</p>
+<p>De Jodenkwestie was in die dagen een der slippen waaraan het
+duitsche idealisme, de economische ontwikkeling gepakt had. De
+christelijk-germaansche Staat mishandelde, verdrukte en vervolgde den
+joden, terwijl hij ze aan den anderen kant, tegelijk duldde,
+begunstigde, ja zelfs liefkoosde.</p>
+<p>De duitsche-Bondsakte had in artikel 16, een algemeene
+jodenwetgeving tot uitgangspunt genomen, maar aan die belofte was
+evenmin voldaan, als aan zoovele anderen. De duitsche joden leefden
+staatsrechtelijk nog in de ru&iuml;nes van de feodaal-middeneeuwsche
+Ghetto-toestanden. In den Pruissischen Staat alleen, bestonden
+<span class="corr" id="xd19e3593" title="Bron: achtien">achttien</span>
+verschillende joden-wetgevingen, die naar gelang der verschillende
+lokale gesteldheid, liepen, van af de gelijkstelling van de joden met
+de christenen, tot aan de meest achterlijke en
+middeneeuwsch-barbaarsche verhoudingen toe.</p>
+<p>Daarbij kwam dat de moorddadige rol die den joden opgedwongen was,
+doordien men hen alleen het geldwoekerdom vrijliet, tegen hen een
+verschrikkelijken haat had ontketend en dit niet alleen onder de boeren
+en kleine handwerkers, maar ook in de steden, doordien juist daar de
+joden aan economische macht en invloed wonnen voornamelijk door den
+geldhandel, waarop zij zich hadden toegelegd. De joden schudden
+daardoor zelf aan de ketenen hunner onmenschelijke positie in de
+beschaafde maatschappij en vandaar dat er in die dagen, onder de zich
+noemende &bdquo;humanisten&rdquo;, algemeen over hunne positie werd
+gesproken. <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name=
+"pb136">136</a>]</span>Zoo ook door Bruno Bauer in genoemde
+opstellen.</p>
+<p>&bdquo;De duitsche Joden,&rdquo; zegt Marx daarop, &bdquo;begeeren
+emancipatie; welke emancipatie begeeren zij? De Staatsburgerlijke, de
+politieke emancipatie. Bauer zegt: Niemand in Duitschland is politiek
+ge&euml;mancipeerd. Wij-zelf zijn onvrij! Gij Joden zijt ego&iuml;sten,
+omdat gij een emancipatie voor U-zelf verlangt, gij behoort, als
+duitschers, als menschen, deel te nemen aan de menschelijke
+emancipatie.<a id="xd19e3602" name="xd19e3602"></a>.......</p>
+<p>&bdquo;Of verlangen de Joden gelijkstelling met de christelijke
+onderdanen? Dan erkennen zij den christelijken Staat als gerechtigd,
+erkennen zij het regiment der algemeene onderdrukking. Waarom misvalt
+hun dit speciale juk, terwijl hun het algemeene juk niet tegenstaat?
+Waarom moeten de duitschers zich voor de bevrijding der joden warm
+maken, waar de jood zich niet warm maakt voor de bevrijding der
+Duitschers?&rdquo; Hierbij, en bij nog meer dergelijke belangrijke
+vragen door Bauer gesteld, erkent Marx dat Bauer de kwestie wel nieuw
+gesteld heeft, maar haar niet geheel heeft kunnen oplossen.
+&bdquo;Wanneer Bauer,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;den Joden vraagt: hebt
+gij, van uw standpunt bekeken het recht, de politieke emancipatie te
+begeeren, dan vragen wij, omgekeerd: &bdquo;heeft het standpunt der
+politieke emancipatie het recht, van de Joden de opheffing van het
+Jodendom, van de menschen in het algemeen, de opheffing der religie te
+verlangen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De Jodenkwestie verkrijgt een ander gezicht, al naar den
+staat, waarin den Jood zich bevindt. In Duitschland, waarin geen
+politieken Staat, geen Staat als zoodanig bestaat, is de Jodenkwestie
+nog een zuiver theologische. De Jood bevindt zich daar nog in de
+religieuze tegenstelling tot den Staat, die het christendom als zijn
+grondslag erkent. Dezen Staat is de theoloog <i lang="la">ex
+professo</i>.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3612" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In Frankrijk in den constitutioneelen
+Staat, is de Jodenkwestie een kwestie van constitutionalisme, een
+kwestie van halfheid der politieke emancipatie. Daar hier de schijn van
+een staatsreligie, hoewel ook in de nietszeggende en zich zelf
+tegensprekende formule,&mdash;in de formule van een religie der
+meerderheid&mdash;behouden is gebleven, zoo behoudt de verhouding van
+de Joden tot den Staat, den schijn van een religieuze, theologische
+tegenstelling<a id="xd19e3615" name="xd19e3615"></a>.</p>
+<p>&bdquo;Eerst in de Amerikaansche Vrijstaten&mdash;minstens in een
+deel derzelven&mdash;verliest de Jodenkwestie hare theologische
+beteekenis en wordt zij een zuiver wereldlijke kwestie. Slechts daar,
+waar de politieke Staat het stadium van zijne volkomene ontwikkeling is
+genaderd, kan de verhouding van den Jood, van den <span class=
+"pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name=
+"pb137">137</a>]</span>religieuzen mensch in &rsquo;t algemeen tot den
+politieken Staat, dus de verhouding van de godsdienst tot den Staat, in
+hare eigenaardigheid en in hare zuiverheid te voorschijn
+treden.&rdquo;</p>
+<p>Marx werkt deze vraag geheel in hare algemeenheid uit, en komt
+daardoor ertoe, de verhouding van godsdienst en Staat meer diepgaand te
+behandelen.</p>
+<p>&bdquo;De politieke emancipatie van de Joden,&rdquo; vervolgt Marx
+dan, &bdquo;van de christenen, over het algemeen van den religieuze
+menschen, is de emancipatie van den Staat van het jodendom, van het
+christendom, van de religie in het algemeen. In zijnen vorm, in de aan
+zijn wezen eigenaardige wijze als Staat, emancipeert de Staat zich van
+de religie, d. w. z. &bdquo;doordien den Staat als Staat, zich niet
+meer tot eene religie bekent en zich als Staat gaat voelen. De grens
+van de politieke emancipatie ligt schijnbaar juist daarin, dat de Staat
+zich van een beperking bevrijden kan, zonder dat den mensch werkelijk
+van haar vrijkomt; dat de Staat een vrijen Staat kan zijn, zonder dat
+de mensch een vrije mensch is&rdquo; ....</p>
+<p>&bdquo;Maar de verhouding van den Staat tot de religie, namelijk van
+den vrijen Staat, is toch slechts de verhouding waarin de menschen, die
+den Staat vormen, zich tot de religie bevinden. Hier volgt dus uit, dat
+den mensch door het medium van den Staat, zich politiek bevrijdt,
+doordien hij zich in tegenspraak stelt met zich-zelf, doordien hij op
+een abstrakte en beperkte, op partieele wijze zich boven deze
+belemmeringen verheft, Er volgt verder uit, dat de mensch langs een
+omweg, door een medium,&mdash;zij het dan ook door een noodzakelijk
+medium&mdash;zich bevrijdt, wanneer hij zich politiek vrij maakt. Ten
+slotte volgt er ook uit, dat de mensch, zelfs wanneer hij door de
+bemiddeling van den Staat zich als athe&iuml;st proklameert, d. w. z.
+wanneer hij den Staat athe&iuml;stisch maakt, steeds nog religieus
+bevangen blijft, juist omdat hij langs een omweg, door middel van een
+medium tot erkenning van zich-zelf komt. De religie is juist de
+erkenning van den mensch langs een omweg, door eenen bemiddelaar. De
+Staat is de bemiddelaar tusschen den mensch en zijne vrijheid. Zooals
+Christus een bemiddelaar was, die den mensch zijne geheele
+goddelijkheid, zijne gansche religieuziteit op den schouders legde, zoo
+is den Staat de bemiddelaar, waarin hij zijne gansche ongoddelijkheid,
+zijne geheele menschelijke onbevangenheid gelegd heeft.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3629" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De politieke verheffing der menschen boven
+de religie, deelt in alle gebreken, zoo ook in de voorkeur, van de
+politieke verheffing in het algemeen. De Staat als Staat, annuleert
+bijv. <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name=
+"pb138">138</a>]</span>het privaat-eigendom, de mensch verklaart op
+politieke wijze, het privaat-eigendom voor opgeheven, zoodra hij den
+census opheft voor het aktieve en het passieve kiesrecht, gelijk dit
+geschiedt is in de Amerikaansche Staten. Hamilton interpreteert deze
+gebeurtenis, van uit een politiek standpunt zeer juist aldus: &bdquo;De
+groote hoop heeft de zege over het eigendom en den geld-rijkdom
+behaald.&rdquo; Is het privaat-eigendom niet <span class="corr" id=
+"xd19e3634" title="Bron: id&euml;el">ide&euml;el</span> opgeheven,
+wanneer de niet-bezittende, tot wetgever over de bezittende geworden
+is?.....</p>
+<p>&bdquo;De voltooide politieke Staat is naar zijn wezen, het
+paringsleven van de menschen, in tegenoverstelling tot hun materieel
+leven. Alle voorwaarden van dit ego&iuml;stisch leven, blijven buiten
+de staatsspheer in de burgerlijke samenleving bestaan, maar als
+eigenschappen van de burgerlijke samenleving. Waar de politieken Staat
+zijne <span class="corr" id="xd19e3639" title=
+"Bron: voltooieng">voltooiing</span> bereikt heeft, leidt de mensch,
+niet alleen in gedachten, in bewustzijn, maar in de werkelijkheid, in
+het leven, een dubbel leven, een hemelsch en een aardsch leven; het
+leven in het politiek gemeenschapswezen, waarin hij zich laat gelden
+als gemeenschapswezen en het leven in de burgerlijke samenleving,
+waarin hij als privaat-persoon werkzaam is, de andere menschen als
+middel beschouwt, zich-zelf tot middel vernedert en tot speelbal van
+aan hem vreemde machten wordt. De politieke Staat, staat in evenzoo
+spiritualistische verhouding tot de burgerlijke samenleving, als de
+hemel tot de aarde. Hij bevindt zich tot haar in dezelfde
+tegenstelling; hij moet die op dezelfde wijze overwinnen, als de
+religie de bekrompenheid der profane wereld; d. w. z. doordat hij haar
+eveneens weder erkennen, herstellen, zich-zelf door haar moet laten
+beheerschen. De mensch in zijne naaste werkelijkheid, in de burgerlijke
+maatschappij, is een profaan wezen. In den Staat daarentegen, waar de
+mensch als <span class="corr" id="xd19e3642" title=
+"Bron: gemeenscpapswezen">gemeenschapswezen</span> geldt, is hij het
+ingebeelde lid, van een ingebeelde souvereiniteit; is hij van zijn
+werkelijk individueel leven beroofd en van eene onwerkelijke
+algemeenheid vervuld<span class="corr" id="xd19e3645" title=
+"Bron: ,">.</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3649" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het conflikt, waarin den mensch zich als
+bekenner eener religie bevindt met zijn staatsburgerschap, met de
+andere menschen als leden van de gemeenschap, laat zich terugbrengen
+tot de wereldlijke splitsing, tusschen den politieken Staat en de
+burgerlijke samenleving. Zeer zeker blijft de mensch als bourgeois,
+evenals de jood, slechts sophistisch in het staatsleven, zooals de
+<span lang="fr">citoyen</span> slechts sophistisch jood of bourgeois
+blijft; maar deze sophistiek is niet persoonlijk, <span class="corr"
+id="xd19e3655" title="Bron: Zij">zij</span> is de sophistiek van den
+politieken Staat zelf. Het verschil tusschen den religieuzen mensch
+<span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name=
+"pb139">139</a>]</span>en den staatsburger, is het verschil tusschen
+den koopman en den staatsburger, tusschen den daglooner en den
+staatsburger, tusschen den grondbezitter en den staatsburger, tusschen
+het levende individu en den staatsburger........................</p>
+<p>&bdquo;Wij zeggen aldus niet, met Bauer, tot de Joden: gij kunt niet
+politiek <span class="corr" id="xd19e3662" title=
+"Bron: g&euml;emancipeerd">ge&euml;mancipeerd</span> worden, zonder u
+radikaal te emancipeeren van het Jodendom. Wij zeggen eerder tot hen:
+omd&agrave;t gij politiek ge&euml;mancipeerd kunt worden, zonder u
+volkomen en zonder tegenspraak los te kunnen maken van het Jodendom,
+daarom is de politieke emancipatie-zelve, niet de menschelijke
+emancipatie. Wanneer gij joden, politiek <span class="corr" id=
+"xd19e3665" title="Bron: g&euml;emancipeerd">ge&euml;mancipeerd</span>
+kunt worden, zonder U menschelijk te kunnen emancipeeren, dan ligt de
+halfheid en de tegenspraak daarvan in u-zelven niet alleen, maar in het
+wezen en de categorie van de politieke emancipatie<span class="corr"
+id="xd19e3668" title="Bron: ,">.&rdquo;</span></p>
+<hr class="tb">
+<p>Marx onderzoekt vervolgens het wezen van de in 1789 verkondigde
+&bdquo;<span class="ex">Menschenrechten</span>&rdquo; en der
+&bdquo;Burgerschapsrechten.&rdquo; De &bdquo;<span lang="fr">droits de
+l&rsquo;homme</span>&rdquo;<span class="corr" id="xd19e3681" title=
+"Niet in bron">,</span> de menschenrechten, zijn als zoodanig te
+onderscheiden van den &bdquo;<span lang="fr">droits du
+citoyen</span>&rdquo;, de rechten des staatsburgers. &bdquo;Wie is de
+van den <span class="ex" lang="fr">citoyen</span> verschillende
+<span class="ex" lang="fr">homme</span>? Niemand anders dan het lid van
+de burgerlijke samenleving! Voor alles moet het feit geconstateerd
+worden, dat de z. g. n. &bdquo;<span class=
+"ex">Menschenrechten</span>&rdquo;, de &bdquo;<span class="ex" lang=
+"fr">droits de l&rsquo;homme</span>&rdquo; in onderscheiding van den
+&bdquo;<span lang="fr">droits du citoyen</span>&rdquo; niets anders
+zijn, dan de rechten van het mede-lid der burgerlijke samenleving, d.
+w. z. van den ego&iuml;stischen mensch; de van de menschen en van de
+gemeenschap gescheiden individu.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>&bdquo;Geen van de z. g. n. &bdquo;<span class=
+"ex">Menschenrechten</span>&rdquo;<span class="corr" id="xd19e3710"
+title="Niet in bron">,</span><span class="corr" id="xd19e3712" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> zegt Marx, &bdquo;gaat verder
+dan<span class="corr" id="xd19e3715" title="Bron: -">,</span> en boven
+den ego&iuml;stischen mensch uit zooals hij is: medelid der burgerlijke
+maatschappij; de mensch op zichzelf, de op zijn privaat-belang en
+privaat-willekeur teruggetrokken en van de gemeenschap verwijderde
+mensch. Verre van dien, dat de mensch in haar als gemeenschapswezen
+opgevat wordt, schijnt veelmeer dat gemeenschapsleven zelf, haar de
+samenleving toe en de beperking harer oorspronkelijke zelfstandigheid.
+De eenige band die haar samenhoudt, is de natuurnoodwendigheid; is de
+behoefte en het privaat-belang, de conserveering van haren eigendom en
+van hare <span class="corr" id="xd19e3718" title=
+"Bron: eg&ouml;istische">ego&iuml;stische</span> persoonlijkheid.</p>
+<p>&bdquo;Het is reeds raadselachtig dat een volk, hetwelk zoo even aan
+zijne bevrijding begon, door alle barri&egrave;res tusschen de
+verschillende <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name=
+"pb140">140</a>]</span>volksdeelen neer te halen en een politieke
+samenleving te grondvesten, dat een zoodanig volk, de berechtiging van
+den ego&iuml;stischen, de van den medemensch en van het
+gemeenschapswezen afgezonderde menschen, plechtiglijk proklameert
+(<span lang="fr">Declaration de 1791</span>). Ja, deze proklamatie op
+een oogenblik herhaalt, waarop de heldhaftige opoffering van allen, de
+natie kan redden en daarom gebiedend noodzakelijk is geworden; op een
+oogenblik, waarin de opoffering van alle belangen der burgerlijke
+samenleving, aan de orde van den dag was, en het ego&iuml;sme als een
+misdaad zou moeten worden zijn gestraft. (<span lang="fr">Declaration
+des droits de l&rsquo;homme etc. 1793</span>). Nog raadselachtiger
+wordt dit feit, als wij zien dat het staatsburgerschap, de politieke
+gemeenschap, door de politieke emancipators zelven tot een bloot middel
+voor de instandhouding dezer zoogenaamde menschenrechten verlaagd zijn
+geworden; dat aldus de &bdquo;<i lang="fr">citoyen</i>&rdquo; tot den
+dienaar van den ego&iuml;stischen &bdquo;<i lang="fr">homme</i>&rdquo;
+verklaard wordt; de spheer waarin de mensch als gemeenschapswezen
+leeft, beneden de spheer waarin hij als deelgenoot leeft gedegradeerd
+wordt, en ten slotte, dat niet den mensch als &bdquo;<i lang=
+"fr">citoyen</i>&rdquo; maar den mensch als
+&bdquo;<i>bourgeois</i>&rdquo;, voor den eigenlijken en den
+waarachtigen mensch wordt aangezien.</p>
+<p lang="fr"><span class="corr" id="xd19e3745" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Le but de toute association politique est
+la conservation des droits naturelles et imprescriptibles de
+l&rsquo;homme. (<span class="corr" id="xd19e3748" title=
+"Bron: Delar.">Declar.</span> des droits etc. de 1791 art. 2). Le
+gouvernement est institu&eacute; pour garantir &agrave; l&rsquo;homme
+la jouissance de ses droits naturels et imprescriptibles (Decl. etc. de
+1793 art. 1).</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3752" title=
+"Niet in bron">&bdquo;&bdquo;</span>Het doel van elke politieke
+associatie is, de instandhouding van de natuurlijke en de onafwijsbare
+rechten van den mensch&rdquo;. &bdquo;Het gouvernement is ingesteld om
+te waarborgen aan den mensch, de uitoefening van zijne natuurlijke en
+niet te vervreemden rechten.&rdquo; (&bdquo;Verklaring van de Rechten
+van den mensch&rdquo; van 1793, art. 1 en 2<span class="corr" id=
+"xd19e3755" title="Bron: .)">).</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3760" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Alzoo in de momenten zelfs, van zijne nog
+jeugdig frisch en zijn, door den drang der omstandigheden ten top
+gevoerd enthousiasme, verklaart het politiek leven zich voor een bloot
+middel, welker doel is, het leven der burgerlijke samenleving. Wel
+&rsquo;t sterkst staat hier de revolutionaire praktijk in flagranten
+tegenstrijd tot zijne theorie. Terwijl bijv. de zekerheid voor een
+menschenrecht verklaard wordt, wordt de schending van het briefgeheim
+openlijk op de dagorde gezet. Terwijl de &bdquo;<span lang=
+"fr">libert&eacute; ind&eacute;finie de la presse</span>&rdquo;,
+(<span lang="fr">Constitution de 1793 art. 122</span>), als
+consekwentie van het menschelijk recht der individueele vrijheid
+gewaarborgd wordt, wordt de persvrijheid volkomen vernietigd, want:
+&bdquo;<span lang="fr">la libert&eacute; de la presse ne doit pas
+&ecirc;tre permise lorsqu&rsquo;elle compromet <span class=
+"pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span>la
+libert&eacute; publique.</span>&rdquo; (<span lang="fr">Robespierre
+jeune, histoire parlementaire de la Rev. fran&ccedil;aise, par Buchez
+et Roux V. 28 p. 135.</span>) (De vrijheid van den pers kan niet worden
+toegelaten, zoodra zij in botsing komt met de publieke vrijheid.) Dat
+wil dus zeggen: het menschenrecht der vrijheid houdt op een recht te
+zijn, zoodra het in conflikt komt met het politieke leven; terwijl
+volgens de theorie het politieke leven slechts de waarborg van de
+menschenrechten, der rechten van den individueelen mensch dus, moet
+worden prijsgegeven zoodra het met zijn doel, deze menschenrechten
+zelven in tegenstrijd komt. Maar de praktijk is slechts uitzondering en
+de theorie regel. Wil men echter zelfs de revolutionaire praktijk, als
+de juiste positie der verhouding beschouwen, dan blijft er steeds een
+raadsel ter oplossing over, waarom in het bewustzijn der politieke
+emancipators deze verhouding op haren kop gesteld is, en het doel, als
+middel en het middel, als het doel zich vertoont. Dit optisch bedrog
+van hun bewustzijn, zou dan altijd nog een raadsel blijven, hoewel dan
+een <span class="corr" id="xd19e3777" title=
+"Bron: phsychologisch">psychologisch</span>, een theoretisch
+raadsel.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3781" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het raadsel is evenwel eenvoudiger op te
+lossen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3785" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De politieke emancipatie is tegelijkertijd
+de oplossing der oude maatschappij, waarop het den volke ontvreemde
+staatswezen, de heerschersmacht berust. De politieke Revolutie is de
+Revolutie van de burgerlijke maatschappij. Wat was het karakter der
+oude samenleving? De feodaliteit. De oude burgerlijke samenleving had
+een <span class="corr" id="xd19e3788" title=
+"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> politiek karakter; d. w. z. de
+elementen van het burgerlijke leven, zooals bijvoorbeeld het bezit of
+de familie of de manier van arbeiden waren in den vorm van
+grondheerlijkheid, van standen en corporati&euml;n, verheven tot
+elementen van het staatsleven. Zij bepaalden in dezen vorm de
+verhouding van de individuen op zich-zelf, tot het staatsgeheel, d. w.
+z. zijn politieke verhouding, zijn verhouding van de scheiding en
+uitsluiting tot de andere bestanddeelen der maatschappij. Want deze
+organisatie van het volksleven verhief het bezit of den arbeid niet tot
+sociale elementen, maar voltooide veelmeer hunne scheiding van het
+<span class="corr" id="xd19e3791" title=
+"Bron: staatsgebeel">staatsgeheel</span> en constitueerde hen aldus,
+tot bijzondere maatschappijen, in de maatschappij. Zoo waren intusschen
+altijd nog de levensfunkties en levensvoorwaarden der burgerlijke
+maatschappij van politieken aard, zij het ook politiek, in den zin van
+feodaal, d. w. z. dat zij het individu van het staatsgeheel afsloten;
+dat zij de bijzondere verhouding zijner corporati&euml;n tot het
+staatsgeheel omzetten in zijn eigen algemeene verhouding tot het
+volksleven, zooals tot zijne bepaalde burgerlijke werkzaamheid en
+situatie. Als <span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name=
+"pb142">142</a>]</span>eene consekwentie van deze organisatie, doet
+zich, als eene noodzakelijkheid de staats&eacute;&eacute;nheid kennen,
+gelijk het bewustzijn, den wil en de werkzaamheid der
+staats&eacute;&eacute;nheid; de algemeene staatsmacht, eveneens als
+eene bijzondere aangelegenheid van eene, van het volk afgezonderden
+heerscher en van zijne dienaren.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3797" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De politieke Revolutie, welke aan deze
+heerschersmacht een einde maakte en de Staatsaangelegenheden tot
+volksaangelegenheden verhief, welke den politieken Staat als algemeene
+aangelegenheid, d. w. z. als werkelijken Staat constitueerde, sloeg
+noodwendig alle standen, corporati&euml;n, gilden en privilegi&euml;n,
+welke evenzoovele uitdrukkingen van de scheiding van zijn
+gemeenschapswezen waren, uiteen. De politieke Revolutie hief daarmede
+het politiek karakter van de burgerlijke samenleving op. Zij sloeg de
+burgerlijke samenleving in hare eenvoudige bestanddeelen uiteen;
+eenerzijds in de individuen, anderzijds in de materi&euml;ele en
+geestelijke elementen welke den levensinhoud, de burgerlijke situatie
+van deze individuen vormden. Zij ontketende den politieken geest, die
+geleidelijk in de verschillende doodloopende stegen van de feodale
+maatschappij verdeeld, verbrokkeld en verloopen was; zij verzamelde hem
+uit deze <span class="corr" id="xd19e3800" title=
+"Bron: verstrooing">verstrooiing</span>; zij maakte hem vrij van zijne
+vermenging met het burgerlijk leven en constitueerde hem, als de spheer
+van de gemeenschap, van de algemeene volksaangelegenheid, in eene
+ideale onafhankelijkheid van de bijzondere elementen van het burgerlijk
+leven. De bepaalde levenswerkzaamheid en de bepaalde levenssituatie,
+zonken nu tot hunne individueele beteekenis terug. Zij vormden niet
+meer de algemeene verhouding van de individuen tot het Staatsgeheel. De
+publieke aangelegenheid als zoodanig, wordt veelmeer tot eene algemeene
+aangelegenheid van ieder individu, en de politieke funktie, tot zijne
+algemeene funktie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3804" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Alleen de voltooiing van het idealisme van
+den Staat, was tegelijkertijd de <span class="corr" id="xd19e3807"
+title="Bron: voltooing">voltooiing</span> van het materialisme der
+burgerlijke samenleving. Het afschudden van het politieke juk, was
+tegelijk het afschudden van de ketens, welke den ego&iuml;stischen
+geest der burgerlijke samenleving geketend hielden. De politieke
+emancipatie, was tegelijkertijd de emancipatie der burgerlijke
+maatschappij van de politiek, van den schijn zelfs van eenen algemeenen
+inhoud. De feodale maatschappij was opgelost in haren grond, in den
+mensch. Maar in den mensch, zooals die werkelijk in den grond was: in
+den ego&iuml;stischen mensch.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3811" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Deze mensch, dat lid van de burgerlijke
+samenleving nu, is de basis, de voorwaarde tot den politieken Staat.
+Hij is door <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name=
+"pb143">143</a>]</span>hem dan ook als zoodanig erkend in de
+&bdquo;Menschenrechten&rdquo;.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3817" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De vrijheid van den ego&iuml;stischen
+mensch en de erkenning dezer vrijheid, is echter veelmeer de erkenning
+van de teugellooze beweging der geestelijke en moreele elementen, welke
+zijn levensinhoud vormen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3821" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De mensch wordt daarmede niet van de
+religie bevrijdt; hij verkrijgt de vrijheid der religie. Hij wordt niet
+van den eigendom bevrijdt, hij verkrijgt de vrijheid van den eigendom.
+Hij wordt niet bevrijd, van de zelfzucht van het bedrijfswezen; hij
+verkrijgt de vrijheid van het bedrijf.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<hr class="tb">
+<p>&bdquo;Alle emancipatie is terugvoeren van de menschelijke wereld,
+van de menschelijke verhoudingen, tot den menschen zelf.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3831" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De politieke emancipatie is de reduktie
+der menschen eenerzijds tot op het lid van de burgerlijke samenleving,
+tot op het ego&iuml;stische onafhankelijke individu; anderzijds, tot op
+den staatsburger, tot op den moreelen persoon.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3835" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Eerst wanneer de werkelijke individueele
+mensch, den abstrakten staatsburger die in hem is, naar zich
+terugneemt, en als individueelen mensch in zijn empirisch leven, in
+zijnen individueelen arbeid, in zijne individueele verhoudingen,
+paringswezen geworden is; eerst wanneer de mensch zijne
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">forces propres</span>&rdquo; als
+maatschappelijke krachten erkent en georganiseerd heeft en aldus de
+maatschappelijke kracht niet meer in de gestalte der politieke kracht
+van zich afscheidt, eerst dan is de menschelijke emancipatie
+volbracht.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Bruno Bauer zocht nog steeds de Jodenkwestie langs theologischen weg
+op te lossen.</p>
+<p>&bdquo;Laten wij beproeven<span class="corr" id="xd19e3848" title=
+"Niet in bron">,</span>&rdquo; zegt Marx, &bdquo;om de theologische
+opvatting van de kwestie te doorbreken. De vraag naar de
+emancipatiegeschiktheid van de Joden, zet zich naar onze beschouwing om
+in de vraag, welk bijzonder maatschappelijk element er is te overwinnen
+om het jodendom op te heffen! Want de emancipatiegeschiktheid van de
+huidige Joden<a id="xd19e3851" name="xd19e3851"></a> drukt de
+verhouding uit van het Jodendom, tot de emancipatie der huidige wereld.
+Deze verhouding<a id="xd19e3853" name="xd19e3853"></a> spruit
+noodwendig voort uit de bijzondere positie van het Jodendom in de
+huidige, geknechte wereld.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3856" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Beschouwen wij eens den werkelijken
+wereldlijken jood, niet den sabath-jood gelijk Bauer het doet, maar den
+alledaagschen jood, wat nader. <span class="pagenum">[<a id="pb144"
+href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3861" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Zoeken wij het geheimzinnige van de joden,
+niet in hunne religie, maar zoeken wij het geheimzinnige van de
+religie, in de werkelijke joden.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3865" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Welke is de wereldlijke grond des
+Jodendoms? De praktische behoeften, het eigenbelang. Welke is de
+wereldlijke cultus der Joden? De schagger. Welke is zijn wereldlijken
+God? Het geld!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3869" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Welnu. De emancipatie van den schagger en
+van het geld, dus van het praktische, re&euml;le jodendom, dat
+beteekent de zelf-emancipatie van onzen tijd.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3873" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Eene organisatie der maatschappij, welke
+de voorwaarden van den schagger, dus de mogelijkheid om te schaggeren
+zou opheffen, zou den joden onmogelijk maken. Zijn religieus bewustzijn
+zou dan als een ijle mist zich oplossen, in den werkelijken levenslust
+der samenleving. Aan den anderen kant: wanneer de jood, dit zijn
+praktisch wezen als nietig beschouwt en aan zijne verheffing arbeidt,
+arbeidt hij boven zijne tegenwoordige ontwikkeling uit, aan de
+menschelijke emancipatie in het algemeen en keert hij zich tegen de
+hoogste, praktische uitdrukking der menschelijke zelfvervreemding.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3877" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wij erkennen dus in het Jodendom een
+algemeen aanwezig zijnd, anti-sociaal element, hetwelk door de
+historische ontwikkeling,&mdash;waaraan de Joden in deze slechte
+beteekenis ijverig medegewerkt hebben&mdash;op zijne tegenwoordige
+hoogte gedreven is geworden, op een hoogte, waarop het zich
+noodzakelijk oplossen moet.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3881" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De emancipatie der Joden in hare laatste
+instantie, zal de emancipatie der menschheid van het Jodendom
+zijn.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>&bdquo;Het geld is de naijverige God van <span class="corr" id=
+"xd19e3888" title="Bron: Israel">Isra&euml;l</span>, waarnaast geen
+anderen God bestaan kan. Het geld vernedert alle goden der
+menschen&mdash;en zet ze om in waren. Het geld is de algemeene,
+voor-zich-zelf geconstitueerde waarde aller dingen. Het heeft
+daarvandaan de gansche wereld, de menschenwereld benevens de natuur,
+van hunne eigenaardige waarde beroofd. Het geld is het, den mensch
+ontvreemde wezen van zijnen arbeid en van zijn bestaan. En dit vreemde
+wezen beheerscht hem en hij aanbidt het.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3892" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De god der Joden heeft zich
+verwereldlijkt; hij is tot een wereld-god geworden. De wissel is de
+wereldlijke god der Joden. Hun god slechts de illusoire wissel.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3897" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Die beschouwing, welke onder de
+heerschappij van het privaat-eigendom en van het geld over de natuur,
+gewonnen werd, is de werkelijke verachting, de praktische ontwijding
+van de <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name=
+"pb145">145</a>]</span>natuur, welke in den joodschen godsdienst
+wel-is-waar bestaat, maar slechts in de verbeelding
+bestaat.<span class="corr" id="xd19e3902" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>In dezen zin verklaart Thomas M&uuml;nzer het voor onverdragelijk:
+&bdquo;dat alle creaturen tot eigendom gemaakt worden, de visschen in
+&rsquo;t water, de vogels in de lucht, het gewas op de aarde&mdash;ook
+die schepselen moeten vrij worden.&rdquo;</p>
+<p>Wat in de joodsche religie abstrakt opgesloten ligt, de verachting
+der theorie, der kunst, der geschiedenis, die van den menschen als
+doel, dat is het werkelijke bewuste standpunt, de deugd van den
+geldmensch......</p>
+<p>&bdquo;Het jodendom bereikte zijn hoogste punt, met de voltooieng
+van de burgerlijke maatschappij, maar de burgerlijke maatschappij
+voltooit zich eerst in de christelijke wereld. Slechts onder de
+heerschappij van het christendom, hetwelk alle nationale, natuurlijke,
+zedelijke, theoretische verhoudingen der menschen tot uitwendige
+maakte, kon de burgerlijke samenleving zich volkomen van het
+Staatsleven afzonderen, alle samenlevingsbanden der menschen
+verscheuren; het <span class="corr" id="xd19e3911" title=
+"Bron: eg&ouml;isme">ego&iuml;sme</span> stellen in de plaats dezer
+banden; de menschenwereld in een wereld van atomistische, vijandig
+tegenover elkander staande individuen, doen oplossen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3915" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het Christendom is uit het Jodendom
+ontsproten. Het heeft zich weder in het Jodendom opgelost.&rdquo;
+<span class="corr" id="xd19e3918" title="Bron: .,...">.....</span></p>
+<p>&bdquo;Het Christendom is de sublieme gedachte van het Jodendom, het
+Jodendom de ordinaire nuttigheidsaanwending van het Christendom. Maar
+deze nuttigheidsaanwending kon eerst tot eene algemeene worden, nadat
+het Christendom, als de voltooide religie, de zelfvervreemding van den
+mensch, van zich-zelf en van de natuur, theoretisch voleindigd had....
+<a id="xd19e3923" name="xd19e3923"></a>Omdat het re&euml;le wezen der
+joden zich in de burgerlijke maatschappij algemeen verwezenlijkt,
+daarom kon de burgerlijke maatschappij den Joden niet van de
+onwezenlijkheid van hun religieus wezen, hetwelk juist slechts de
+ideale beschouwing van de praktische behoefte is, overtuigen. Alzoo,
+noch in den Pentateuch, noch in den Talmud, maar in de tegenwoordige
+samenleving vinden wij het wezen van de huidige Joden; niet als een
+abstract, maar als een hoogst empirisch wezen; niet slechts als de
+bekrompenheid der Joden, maar als de joodsche bekrompenheid der
+samenleving.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3926" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Zoodra het der maatschappij gelukt, het
+empirische wezen van het Jodendom, den schagger en zijne voorwaarden op
+te heffen, is de Jood eene onmogelijkheid geworden, omdat dan zijn
+bewustzijn geen objekt meer zal hebben, dewijl de subjektieve basis van
+het Jodendom, de praktische behoefte, vermenschelijkt; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name=
+"pb146">146</a>]</span>dewijl dan het conflikt van het
+individueel-zinnelijke bestaan, met het samenlevingsbestaan der
+menschen, uit den weg geruimd zal zijn.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e3932" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De maatschappelijke emancipatie van de
+Joden, zal de emancipatie der samenleving van het Jodendom
+zijn.<span class="corr" id="xd19e3935" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Samenwerking van Marx met <span class="corr" id=
+"xd19e3942" title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Te Manchester <span class="corr" id="xd19e3947" title=
+"Bron: vewijlde">verwijlde</span> <span class="corr" id="xd19e3950"
+title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels, een fabrikantenzoon
+uit Barmen en voor de industrie opgeleid, 21 maanden lang, van af
+December 1842 tot December 1844. Hij maakte aldaar de school der
+industrie door en bestudeerde deze zoowel als het wereldhistorische
+proces der groot-industrie, de philosophische grondslagen en de
+inwendige tezamenhang der kapitalistische maatschappij. Hij verkreeg
+daardoor een blik op het geheel, waartoe het engelsche socialisme van
+Owen in die dagen, zich niet heeft vermogen op te werken. Engels
+arbeidde als medewerker, aan de &bdquo;<span lang="en">Northern
+Star</span>&rdquo;, aan den organen van de &bdquo;Chartisten&rdquo;
+dier dagen, zoowel als aan de &bdquo;<span lang="en">New Moral
+World</span>,&rdquo; van Robert Owen.</p>
+<p>Terwijl Marx uit de studie van het fransche socialisme leerde
+concludeeren, dat niet de Staat de burgerlijke samenleving, maar dat de
+burgerlijke samenleving den Staat tezamenhoudt, leerde Engels uit de
+engelsche industrie, dat de economische feiten, die in de tot nog toe
+geldende geschiedschrijving geenerlei of althans maar een zeer
+geminachte rol speelden, minstens in de moderne wereld, van een
+beslissend historische kracht zijn. Dat zij het zijn, die de
+grondslagen uitmaken voor het ontstaan der huidige
+klassetegenstellingen in die landen, die zich door middel van de
+groot-industrie, economisch ontwikkeld hadden zooals Engeland. En dat
+deze klassetegenstellingen, wederom de grondslag vormen der politieke
+partijvorming, der partijstrijd en daarmede van de gansche politieke
+geschiedenis. Langs verschillende wegen waren Marx en Engels dus tot
+dezelfde conclusies gekomen. Bij Marx gaven de philosophische, bij
+Engels gaven de economische feiten den doorslag.</p>
+<p>Toen Marx en Engels zich in den herfst van 1844 te Parijs voor de
+tweede maal samentroffen, bleek het hun, dat zij het op het gebied
+hunner theorie&euml;n volkomen eens waren. Hierop berustte dan ook in
+gansch hun leven de <span class="corr" id="xd19e3963" title=
+"Bron: wapenbroerderschap">wapenbroederschap</span>, die later is
+overgegaan in vriendschap, zooals die alleen twee denkers die evenhoog
+staan, kan vereenigen. <span class="pagenum">[<a id="pb147" href=
+"#pb147" name="pb147">147</a>]</span></p>
+<p>Intusschen ging Engels weder naar Barmen terug en moest Marx te
+Parijs blijven, daar men in Duitschland een bevel tot inhechtenisneming
+tegen hem had uitgevaardigd.</p>
+<p>Marx werkte toen mede aan een blaadje de &bdquo;<i lang=
+"de">Vorw&auml;rts</i>&rdquo; genaamd, dat door een zekere Bornstein,
+met geld van den componist G. Meijerbeer was opgericht geworden. Voor
+het blad schreven ook: Heinrich Heine, die te Parijs een goed en gaarne
+gezien huisvriend der familie Marx is geweest, de dichter George
+Herwegh, Michael Bakounine, Moritz Hesz, Arnold Ruge e.a.</p>
+<p>Maar het blaadje moest spoedig ophouden te bestaan. De Pruisische
+regeering had bij de fransche daarop aangedrongen en de laatste had
+toegegeven. Spoedig daarna werd ook aan Marx <span class="corr" id=
+"xd19e3976" title="Bron: het het">het</span> bevel gegeven, door de
+regeering van den heer Guizot, om Frankrijk en daarmede Parijs te
+verlaten en Marx, overal verjaagd, moest naar Brussel uitwijken. Aldaar
+trof hij in het voorjaar van 1845 wederom met Engels tezamen, die van
+verlangen brandde om met Marx van gedachten te wisselen, over zijn rijp
+geworden communistische beginselen. Intusschen had deze zijn eerste
+werk voltooid: &bdquo;De positie der arbeidende klassen in
+Engeland.&rdquo; getiteld, waarvan de voorrede nog in Barmen was
+geschreven. In deze &bdquo;voorrede&rdquo; duidt Engels het als doel
+van dat geschrift aan, de socialistische theorie&euml;n en de
+beoordeeling hunner juistheid, een vasten grondslag te geven en aan
+alle phantazie&euml;n daaromtrent een einde te maken. Een scheiding dus
+van het utopistisch Socialisme.</p>
+<p>Engels hield het voor noodzakelijk, dat voornamelijk de duitsche
+theoretici, waarvan bijna niet een, anders dan door middel van de
+Feuerbachsche oplossing van de Hegelsche, speculatieve wijsbegeerte,
+tot het Communisme gekomen was, de werkelijke levensomstandigheden van
+het proletariaat zouden leeren kennen. In hunnen klassieken vorm, in
+hunne voltooieng nu, bestonden zuiver proletarische toestanden, in dien
+tijd all&eacute;&eacute;n nog maar pas in Engeland, het land der
+groot-industrie. Daarom schreef <span class="corr" id="xd19e3981"
+title="Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels zijn boek dan ook over
+<i>engelsche</i> arbeiderstoestanden.</p>
+<p>Toen beiden, Marx en Engels elkander te Brussel aantroffen, zetten
+zij zich aan den arbeid, om naar alle richtingen heen, hun nieuw
+gewonnen standpunt uiteen te zetten, ten opzichte van de Hegelsche
+philosophie, om gelijk zij het noemden, &bdquo;voor goed met hun
+philosophisch geweten in &rsquo;t reine te komen.&rdquo; Dat deden zij
+in een critiek op de Hegeliaansche en de na-Hegeliaansche philosophie;
+een boek van twee deelen dik. Dat boek is echter nooit gedrukt kunnen
+worden; de drukker weigerde ter elfder ure iets van Marx te drukken,
+gelijk er jaren na dien nog geen uitgever te vinden was in Duitschland,
+die iets van Marx wilde of durfde uitgeven<span class="corr" id=
+"xd19e3989" title="Niet in bron">.</span> <span class="pagenum">[<a id=
+"pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span>Het manuscript lieten
+toen Marx en Engels, gelijk Marx het eenmaal uitdrukte, aan de
+&bdquo;knagende critiek der muizen over&rdquo;; zij hadden hun doel,
+een afrekening met <span class="corr" id="xd19e3994" title=
+"Bron: zich-zeven">zich-zelven</span>, volkomen bereikt. Dit manuscript
+hield ook de 11 stellingen in, van Marx tegen Feuerbach, reeds vroeger
+medegedeeld en jaren later door Engels tot een geschrift uitgewerkt,
+onder den naam van &bdquo;Ludwig Feuerbach of het uiteinde der
+klassieke Duitsche wijsbegeerte&rdquo;, in welk geschrift door Engels,
+met groote bescheidenheid erkend wordt, dat de groote philosophische
+lijnen van de gewonnen levensbeschouwing van hun beiden, geheel<a id=
+"xd19e3997" name="xd19e3997"></a> en al door Marx getrokken zijn.
+&bdquo;Marx was een genie,&rdquo; schrijft hij daar, &bdquo;waar
+anderen hoogstens talenten genoemd konden worden.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Marx en Engels sponnen de draden van hunne positieve zelf-critiek
+verder voort. Zij vereenigden zich tot een zelfstandigen arbeid, eene
+<span class="corr" id="xd19e4003" title=
+"Bron: critiesche">critische</span> oplossing van het duitsche
+<span class="corr" id="xd19e4006" title=
+"Bron: Idalisme">Idealisme</span>, voor zoover dit in Bruno Bauer en de
+Berlijnsche &bdquo;Vrijen,&rdquo; zijn vertegenwoordigers vond.
+Hierdoor kwam voor &rsquo;t eerst het geschrift tot stand, dat getiteld
+was:</p>
+<p>&bdquo;<span class="sc">De <span class="corr" id="xd19e4013" title=
+"Bron: heilige">Heilige</span> Familie</span>&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;of de Critiek der critiseerende critiek van Bruno Bauer en
+consorten&rdquo;, dat in 1845 in Frankfort <span class="corr" id=
+"xd19e4020" title="Bron: a/m.">a/M.</span> het licht zag. Het geschrift
+staat in geen uitwendige samenhang met de <span lang=
+"de">Deutsch-Franz&ouml;sischen Jahrb&uuml;cher</span>; naar het wezen
+evenwel, past het volkomen in het raam van den arbeid der beiden, aan
+dit tijdschrift.</p>
+<p>Het doel der &bdquo;Heilige Familie&rdquo; is volgens het voorwoord
+der auteurs, het publiek in te lichten omtrent de illusies van de
+speculatieve philosophie. &bdquo;Het re&euml;le Humanisme heeft in
+Duitschland geen gevaarlijker vijand, dan het <span class="corr" id=
+"xd19e4028" title="Bron: Spritualisme">Spiritualisme</span> of het
+speculatieve <span class="corr" id="xd19e4031" title=
+"Bron: Idalisme">Idealisme</span>, dat in plaats van den werkelijken
+individueelen mensch, het &bdquo;zelfbewustzijn&rdquo; of den
+&bdquo;Geest&rdquo; plaatst, en met den Evangelist leert: &bdquo;De
+geest is het, die levend maakt, het vleesch is van geen
+nut.&rdquo;<span class="corr" id="xd19e4034" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> Het spreekt vanzelf, dat dezen
+vleeschloozen geest, slechts in zijne verbeelding, geest bevat. Wat wij
+aan de Bauersche critiek bestrijden, dat is juist de als carricatuur
+zich reproduceerende speculatie. Zij is voor ons de <span class="corr"
+id="xd19e4037" title="Bron: volmaakste">volmaaktste</span> uitdrukking
+van het christelijk-germaansche principe, dat er zijn laatste poging in
+doet, om de critiek zelve in eene transcendentale om te zetten.
+<span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name=
+"pb149">149</a>]</span></p>
+<p>Bauer c.s. hadden ons willen aantoonen, &bdquo;dat alle groote
+akties in de geschiedenis tot nog toe, daarom van begin af een misgreep
+waren of wel succes hadden, naarmate de massa&rsquo;s zich er voor
+opgewonden en er zich voor ge&iuml;nteresseerd hadden, of omdat de
+<span class="corr" id="xd19e4043" title="Bron: id&eacute;e">idee</span>
+waarom het ging, van een soort was, dat zij zich met eene oppervlakkige
+opvatting moest vergenoegen en alzoo ook op hunnen bijval rekenen
+moest.&rdquo; De geest wist, zoo gingen zij bij de uiteenzetting van
+hun standpunt verder, waarin hij zijne tegenstanders had te zoeken,
+namelijk in het zelfbedrog en de kernloosheid van de massa&rsquo;s.</p>
+<p>In zeker opzicht geleek dit standpunt op dat, waarvan de fransche
+Utopisten uitgegaan waren. Massabewegingen zooals de fransche
+Revolutie, waren oogenschijnlijk mislukt en op het allerplatste
+despotisme uitgeloopen. Elk vooruitgang van den geest bewees dus,
+steeds meer tegen de vooruitgang van de massa der menschheid in te gaan
+en haar in een steeds onmenschelijker situatie te brengen. Fourier en
+Owen traden dan ook in zekere mate op als <i>aktieve</i> geesten,
+tegenover de <i>passieve</i> massa.</p>
+<p>De &bdquo;<span lang="de">Allgemeine <span class="corr" id=
+"xd19e4058" title=
+"Bron: Litteratuur Zeitung">Literatur-Zeitung</span></span>&rdquo; het
+orgaan der Jong-Hegelianen van het slag van Bauer en Feuerbach, kantte
+zich dan ook sterk tegen de massabewegingen van destijds. In hare oogen
+kon de engelsche industrie, even zoo weinig genade vinden, als de
+fransche Revolutie. De beschaving van het Westen, was haar en hare
+medewerkers eigenlijk een soort gruwel.</p>
+<p>Het was dus niet het minst in dat geschrift, dat Marx en Engels de
+geheimenissen van de &bdquo;speculatieve construktie&rdquo; ontsluieren
+moesten. Hierover zeiden zij het volgende:</p>
+<p>&bdquo;Wanneer ik mij uit de werkelijke appelen, peren, aardbeien en
+amandelen, de algemeene voorstelling &bdquo;vrucht&rdquo; vorm, wanneer
+ik verder ga en mij <span class="corr" id="xd19e4065" title=
+"Bron: verbeeldt">verbeeld</span>, dat mijne, uit de werkelijke
+vruchten getrokken abstrakte voorstelling &bdquo;de vrucht&rdquo; een
+buiten mij bestaand iets, ja het ware wezen der peren, der appels enz.
+is, dan verklaar ik&mdash;spekulatief uitgedrukt&mdash;de vrucht, voor
+de substantie der peren, der appelen, der amandelen enz. Ik zeg dan: de
+peer is een <span class="corr" id="xd19e4068" title=
+"Bron: onwezelijke">onwezenlijke</span> peer, de appel is een
+niet-wezenlijke appel. Het wezenlijke uit die dingen, is niet hun
+werkelijk en zinnelijk te aanschouwen bestaan, maar het door mij uit
+hen geabstraheerd en een hen ondergeschoven wezen, het wezen mijner
+voorstelling: &bdquo;de vrucht.&rdquo; Ik verklaar daarmede appels,
+peren, amandelen enz. voor niets, dan voor bestaansvormen, voor modi
+der vrucht. Mijn eindend, door de zinnen ondersteund verstand,
+<span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name=
+"pb150">150</a>]</span>onderscheidt zeer zeker een appel van een peer,
+en een peer van een amandel, maar mijn spekulatief verstand, verklaart
+deze zinnelijke verschillen voor onwezenlijk, niet-verschillend. Zij
+ziet in den appel hetzelfde als in den peer en in de peer hetzelfde als
+in den amandel, namelijk: &bdquo;de vrucht.&rdquo; De bijzondere
+werkelijke vruchten, gelden hier dus voor schijnvruchten, welker
+werkelijk wezen de &bdquo;substantie,&rdquo; de &bdquo;vrucht&rdquo;
+is.....</p>
+<p>&bdquo;Wanneer de appel, de peer, de amandel of aardbezie in
+<span class="corr" id="xd19e4075" title=
+"Bron: waarhied">waarheid</span> niets anders zijn dan &bdquo;de
+substantie&rdquo;<span class="corr" id="xd19e4078" title=
+"Niet in bron">,</span> de &bdquo;vrucht,&rdquo; dan vraagt men zich
+af, hoe komt het toch, dat de vrucht zich aan mij dan als appel, dan
+als peer of dan als amandel vertoont; vanwaar komt deze schijn der
+menigvuldigheid, die mijne speculatieve aanschouwing van de eenheid,
+van &bdquo;de substantie,&rdquo; van de vrucht, zoo in &rsquo;t
+oogspringend weerspreekt? Dat komt, zal de speculatieve philosoof u
+antwoorden, omdat &bdquo;de vrucht&rdquo; geen dood, verschilloos en
+rustend, maar een levend, een in zich-zelf verschillend en bewogen
+wezen is. De verschillendheid van de profane vruchten, is niet alleen
+voor mijn zinnelijk verstand, maar ook voor &bdquo;de vrucht&rdquo;
+zelf, voor het spekulatieve verstand van beteekenis. De verschillende
+profane vruchten zijn verschillende levensuitingen van de &bdquo;eene
+vrucht,&rdquo; zij zijn kristallisaties, welke &bdquo;de vrucht&rdquo;
+zelf vormen. Dus in den appel bijv. heeft &bdquo;de vrucht&rdquo; een
+appelachtig, in de peer een perenachtig bestaan. Men moet dus niet meer
+zeggen, zooals op het standpunt der substantie: de peer is <span class=
+"ex">de</span> vrucht, de appel is <span class="ex">de</span> vrucht,
+de amandel is <span class="ex">de</span> vrucht, maar veeleer: de
+vrucht is als peer, de vrucht is als appel, de vrucht is als amandel
+tezamen gesteld en de verschillen welke appel, peer en amandel van
+elkander scheiden, zijn even zoovele zelfonderscheidingen van &bdquo;de
+vrucht&rdquo; en maken de bijzondere vruchten evenzoo tot verschillende
+ledematen van het levensproces der vrucht&rdquo;.... &bdquo;Men ziet:
+wanneer de christelijke religie slechts van &eacute;&eacute;n
+&bdquo;inkarnatie gods&rdquo; weet, de spekulatieve philosophie bezit
+evenzoo veel &bdquo;inkarnaties&rdquo; als er dingen bestaan, gelijk
+zij hier in elke vrucht eene inkarnatie van de substantie, van de
+absolute vrucht bezit. Het hoofdbelang voor de speculatieve philosophen
+bestaat dus hierin, de werkelijke profane vruchten voort te brengen en
+dan op geheimzinnige wijze ervan te zeggen, dat er appelen, peren,
+amandelen en rozijnen zijn..... &bdquo;Het spreekt van zelf, dat de
+spekulatieve philosoof deze voortdurende schepping slechts verkrijgt,
+doordat hij algemeen bekende, in de werkelijke aanschouwing voorhanden
+zijnde eigenschappen van appelen, peren enz., als het ware door hem
+uitgevonden bepalingen onderschuift, terwijl <span class=
+"pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span>hij
+datgene, wat alleen het abstrakte verstand verschaffen kan, namelijk de
+abstrakte verstandsformules, de <i>namen</i> der werkelijke dingen
+geeft. Terwijl hij ten slotte zijn eigen werkzaamheid, waardoor hij van
+de voorstelling appel, tot de voorstelling peer overgaat, voor de
+zelfwerkzaamheid van het absolute subjekt &bdquo;der vrucht&rdquo;
+verklaart&rdquo;.....</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4097" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Tegen de hoofdstelling van Bruno Bauer,
+waarnaar alle groote akties in de geschiedenis tot nu toe, derhalve van
+te voren reeds mislukt zouden zijn en zonder ingrijpend <span class=
+"corr" id="xd19e4100" title="Bron: succ&eacute;s">succes</span>, omdat
+de massa zich ervoor ge&iuml;nteresseerd en opgewonden had, of omdat de
+idee waarom het ging, op den bijval der massa rekenen moest, voerde
+Marx aan: De &bdquo;idee&rdquo;, blameerde zich altijd, in zooverre zij
+met het &bdquo;belang&rdquo; in botsing kwam. Aan den anderen kant, is
+het licht te begrijpen, dat elk massaal en historisch en doorzettend
+&bdquo;principe&rdquo; als het voor het eerst het wereldtooneel
+betreedt, in de &bdquo;idee&rdquo; of in de &bdquo;voorstelling&rdquo;,
+verre de werkelijke grenzen te buiten gaat en zich met menschelijke
+belangen gewoonweg verwisselt. Het belang van de bourgeoisie in de
+Revolutie van 1789, verre ervan verwijderd, &bdquo;mislukt&rdquo; te
+zijn, heeft alles &bdquo;gewonnen&rdquo; en heeft het
+&bdquo;ingrijpendste&rdquo; succes gehad, hoezeer ook het
+&bdquo;pathos&rdquo; in rook vervlogen is en hoezeer ook de
+&bdquo;enthusiastische&rdquo; bloemen, waarmede dit belang zijn wieg
+omkranste, verwelkt zijn. Dit belang was z&oacute;&oacute; machtig, dat
+het de pen van een Marat, de guillotine van de terroristen, den degen
+van <span class="corr" id="xd19e4103" title=
+"Bron: Napol&egrave;on">Napoleon</span>, zoowel als het crusifix der
+Bourbons overwon. &bdquo;Mislukt&rdquo; is de Revolutie slechts voor
+die massa, welke in de politieke &bdquo;idee&rdquo;, niet de idee van
+haar werkelijk &bdquo;belang&rdquo; bezat; welker waarachtig
+levensprincipe alzoo met het <span class="corr" id="xd19e4106" title=
+"Bron: leven-principe">levensprincipe</span> der Revolutie niet
+tezamenviel; welker re&euml;le voorwaarden voor emancipatie wezenlijk
+verschillend waren, van de voorwaarden, waarbinnen de bourgeoisie zich
+in de samenleving emancipeeren kon.<a id="xd19e4109" name=
+"xd19e4109"></a></p>
+<p>&bdquo;De Revolutie is mislukt, omdat de massa binnen welker
+levensvoorwaarden zij <span class="corr" id="xd19e4113" title=
+"Bron: w&eacute;rkelijk">werkelijk</span> is blijven stil staan, eene
+beperkte en exclusieve, niet de totaliteit omvattende massa was; omdat
+het talrijkste, van de bourgeoisie verschillende deel van de massa, in
+haar principe geen werkelijk belang, maar slechts een idee bezat. Het
+was een illusie der terroristen, den modernen Staat, die berust op de
+burgerlijke samenleving, naar het model van den antieken Staat te
+willen vormen, terwijl deze samenleving toch op de slavernij berustte.
+Welk een kolossale vergissing! de moderne burgerlijke samenleving, de
+samenleving der <span class="corr" id="xd19e4116" title=
+"Bron: idustrie">industrie</span>, der algemeene concurrentie, der, van
+de vrij hare doeleinden najagende private <span class="pagenum">[<a id=
+"pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>belangen, der
+anarchie en de zichzelf vervreemdende natuurlijke en geestelijke
+individualiteit, in de &bdquo;Rechten van den Mensch&rdquo; te willen
+doen erkennen en te doen sanktioneeren; tegelijkertijd de
+levensuitingen dezer samenleving, van opzichzelfstaande individuen te
+willen <span class="corr" id="xd19e4121" title=
+"Bron: annulleeren">annuleeren</span>, en tevens de politieke kop dezer
+samenleving, naar antiek model te willen vervormen. Het was de illusie
+van een Napoleon, den Staat als doel te beschouwen en het burgerlijk
+leven slechts als zijn schatmeester en zijne subalternen, die geen
+eigen wil mogen hebben. De terroristen zoowel als Napoleon, leden met
+hunne illusies volmaakt schipbreuk. Daarna kwam de bourgeoisie nog
+weder eenmaal tegenover de contra-Revolutie te staan. Eindelijk
+verwezenlijkten zich in het jaar 1830 hare wenschen van het jaar 1789,
+slechts met dat verschil, dat hare politieke &bdquo;verheldering&rdquo;
+nu voltooid was; dat zij in den constitutioneelen, representatieven
+Staat, niet meer het ideaal van den Staat, niet meer het heil der
+wereld en der algemeen-menschelijke doeleinden meende na te kunnen
+streven, maar in hem veel meer, de officieele uitdrukking harer
+uitsluitende macht en de politieke erkenning, van haar bijzonder belang
+heeft gezien.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;De natuurnoodwendigheid, de menschelijke wezenseigenschappen,
+hoe vervreemd of de menschen ook van elka&acirc;r mogen
+schijnen,&mdash;het belang, houdt de leden van de burgerlijke
+maatschappij te zamen; het burgerlijke en niet het politieke leven is
+hunnen re&euml;len band. Niet de Staat houdt de atomen der burgerlijke
+maatschappij bij elkander, gelijk Bruno Bauer meende, maar dit, dat zij
+slechts atomen in de voorstelling zijn, in den hemel harer verbeelding,
+terwijl zij in de werkelijkheid echter, geweldig van atomen verschillen
+een wezenlijk namelijk, geen goddelijke ego&iuml;sten, maar
+ego&iuml;stische menschen zijn. Slechts politiek bijgeloof, kan zich
+tegenwoordig nog inbeelden, dat het burgerlijk leven door den Staat
+bijeengehouden moet worden; terwijl omgekeerd toch in de werkelijkheid
+den Staat door het burgerlijke leven tezamen gehouden wordt.<a id=
+"xd19e4126" name="xd19e4126"></a></p>
+<p>&bdquo;Gelooft de critiseerende critiek in de kennis der historische
+werkelijkheid, ook maar slechts aan haar begin te zijn gekomen, zoolang
+zij de theoretische en de praktische verhouding van de menschen tot de
+natuur, de natuurwetenschap en de industrie, buiten hare historische
+wetenschap sluit? Of, meent zij een of andere periode inderdaad reeds
+te hebben leeren kennen, zonder bijv. de industrie dezer periode, de
+<span class="corr" id="xd19e4131" title=
+"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> produktiewijze van het
+leven-zelf te hebben kunnen leeren kennen? Zeer zeker, de
+spiritualistische, de theologische critiek kent slechts,&mdash;kent ten
+minste in hare verbeelding&mdash;de politieke, de litt&eacute;raire en
+<span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name=
+"pb153">153</a>]</span>de theologische hoofd- en staatsakties der
+geschiedenis. Zooals zij het denken van de zinnen, de ziel van het
+lichaam, zich-zelf van de wereld scheidt, zoo maakt zij de geschiedenis
+los van de natuurwetenschap en van de industrie. Zoo ook meent zij,
+niet in de gewone materieele produktie op aarde, maar in de
+nevelachtige wolkenbeelden aan den hemel, de geboorteplaats der
+geschiedenis te moeten zien.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Van de utopistische Socialisten, was het wel het meest Fourier en
+zijn denkbeelden, die hebben bijgedragen tot de inhoud van de
+&bdquo;<span class="ex">Heilige Familie</span>&rdquo;. Marx stelde op
+den voorgrond &bdquo;dat de organisatie van den arbeid&rdquo; geen
+wachtwoord van de Socialen, maar een van de politiek-radikale partij
+is, die in Frankrijk een bemiddeling zocht te bewerken, tusschen de
+politiek en het socialisme. Beiden toonen echter aan, wat ook de groote
+Utopisten nooit begrepen hebben n.l.: de historische ontwikkeling, de
+zelfwerkende beweging van de arbeidersklasse, zegt Marx.</p>
+<p>En op de bemerking van Bauer, dat de arbeider niets heeft, omdat hij
+niets maakt en dat hij niets maakt, omdat zijn arbeid steeds eene
+individueele blijft, een op zijn dagelijksche behoefte berekende is,
+antwoordde Engels dit: &bdquo;De critiseerende critiek voert niets uit;
+de arbeider doet alles, ja, zooz&eacute;&eacute;r alles, dat hij de
+gansche critiek ook in zijn geestelijke scheppingen beschaamt; de
+engelsche en fransche arbeiders kunnen hier getuigenis van
+afleggen.&rdquo; En wat de tegenstelling tusschen geest en massa
+aangaat door Bauer geconstrueerd, stelde Marx hierna in het licht, dat
+de communistische critiek der Utopisten, praktisch w&eacute;l
+deugdelijk heeft beantwoord aan de behoeften der groote massa. Hij
+zeide, dat men om dit te weten, de studie, de weetgierigheid, de
+zedelijke energie en de rustelooze aandrift tot ontwikkeling van de
+fransche en engelsche werklieden moet hebben leeren kennen, om zich een
+voorstelling te kunnen maken van den menschelijken adel dier
+bewegingen.<a id="xd19e4145" name="xd19e4145"></a></p>
+<p>Voor het eerst behandelde Marx in de &bdquo;Heilige Familie&rdquo;
+ook den arbeider-publicist en socialist: Pierre Joseph <span class=
+"corr" id="xd19e4149" title="Bron: Prondhon">Proudhon</span>. Edgar
+Bauer had er zich lustig over gemaakt, dat Proudhon uit het principe
+der gelijkheid, de laatste redelijke grond aller bewijzen voor den
+eigendom zocht te concludeeren. Daarop nu antwoordde Marx, dat Proudhon
+hier hetzelfde doet als Bauer, die aan alle zijne ontwikkelingen het
+oneindige zelfbewustzijn te gronde legt en dit principe, ook als het
+scheppende grondbeginsel van de, het oneindige
+zelfbewustzijn&mdash;door hare oneindige
+bewusteloosheid&mdash;<span class="pagenum">[<a id="pb154" href=
+"#pb154" name="pb154">154</a>]</span>schijnbaar juist elkander
+tegensprekende <span class="corr" id="xd19e4154" title=
+"Bron: Evangelie&euml;n">Evangeli&euml;n</span>, te gronde legt. Marx
+wijst erop, dat voor de praktische franschen het principe der
+gelijkheid juist hetzelfde is, als voor de <span class="corr" id=
+"xd19e4157" title="Bron: teoretische">theoretische</span> duitschers,
+het principe van het zelfbewustzijn. Zooals in Duitschland de
+destruktieve critiek, voordat zij met Feuerbach van de beschouwing der
+werkelijkheid uitgegaan was, al het bepaalde en bestaande door het
+principe van het zelfbewustzijn trachtte op te lossen, heeft de
+destruktieve critiek in Frankrijk door het principe der gelijkheid,
+hetzelfde trachten te bereiken.</p>
+<p>En zooals Bruno Bauer de theologie <span class="corr" id="xd19e4162"
+title="Bron: critiesch">critisch</span> <span class="corr" id=
+"xd19e4165" title="Bron: oplostte">oploste</span>, maar steeds
+principieel van de theologie uit, zoo doet Proudhon het met de
+nationaal-economie, principieel van de nationaal-economie uit. Maar de
+groote vooruitgang door Proudhon bereikt, is volgens Marx deze, dat hij
+den privaat-eigendom, de grondvoorwaarde van de Staathuishoudkunde,
+welke hare vertegenwoordigers als een onomstootelijk, niet verder
+uiteen te zetten feit behandelen, aan het eerste en tevens beslissende
+en tegelijkertijd, wetenschappelijke onderzoek heeft onderworpen.</p>
+<p>Marx betoogt verder tegenover Bauer&mdash;die de eenzijdigheid van
+Proudhon veroordeelde, waar hij zijne wapens ontleende aan de feiten
+van de ellende en de armoede en deze feiten als absoluut gerechtigd en
+den rijkdom als een absoluut ongerechtigd feit aanneemt&mdash;dat de
+voorwaarde tot het bestaan van het geheel, de erkenning moet zijn van
+den aard der beide zijden, dat proletariaat en rijkdom tegenstellingen
+zijn. Als zoodanig vormen zij &eacute;&eacute;n geheel. Zij zijn beiden
+gestaltenissen van den privaten eigendom. Het is echter hier niet
+genoeg, ze voor twee zijden van een geh&eacute;&eacute;l te verklaren,
+maar het gaat hier om de bepaalde positie, welke beiden in die
+tegenstelling innemen: &bdquo;Den privaat-eigendom als rijkdom, is
+ertoe gedwongen, zich-zelf en daarmede zijne tegenstelling, het
+proletariaat in stand te houden. Het is de positieve kant van de
+tegenstelling, het inzich-zelf bevredigde privaat-bezit. Het
+proletariaat omgekeerd, als proletariaat is gedwongen zich-zelf en
+daarmede zijne noodzakelijke tegenstelling,&mdash;die het tot
+proletariaat doet worden,&mdash;het privaatbezit dus op te heffen. Dit
+is de negatieve kant van de tegenstelling; zijn onrust in zich-zelf,
+het opgeloste en zich-oplossende privaat-bezit. In den boezem dier
+tegenstelling, is den privaat-bezitter al dus de conservatieve, de
+proletari&euml;r de destruktieve partij. Van gene gaat de aktie uit tot
+het instandhouden, van deze de aktie tot de vernietiging der
+tegenstelling. Het privaat-eigendom drijft zeer zeker zich-zelf, in
+zijne economische beweging voort naar zijne eigene oplossing, maar
+slechts door van hem onafhankelijke, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span>bewustelooze, tegen
+zijnen wil plaatsvindende, door den aard van den zaak bepaalde
+ontwikkeling; slechts doordien het een proletariaat als proletariaat
+voortbrengt, de zijn geestelijke en physieke ellende <span class=
+"ex">bewuste ellende</span>; de hare mensch-onteering bewuste,
+mensch-onteering en daarom, de zich-zelf verheffende mensch-onteering.
+Het proletariaat voltrekt het oordeel, dat het privaat-bezit door de
+voortbrenging van het proletariaat over zich-zelf velt; zooals het
+&rsquo;t oordeel voltrekt, dat de loonarbeid over zich-zelf velt,
+doordien hij den vreemden rijkdom en de eigen ellende voortbrengt.
+Wanneer het proletariaat zegeviert, dan is het daarmede niet geworden
+tot eene absolute kant van de samenleving. Het kan slechts zegevieren,
+doordien het zich-zelf en zijn tegendeel opheft. Alsdan is evenzoowel
+het proletariaat, als zijn noodzakelijke tegenstelling, den privaten
+eigendom verdwenen.&rdquo;</p>
+<p>Over het verwijt, dat men, door aan het proletariaat een historische
+taak op den schouders te leggen, den proletari&euml;rs tot
+&bdquo;godheden&rdquo; maakt, zegt Marx dit: &bdquo;Veeleer is dit
+juist omgekeerd! Omdat de abstraktie van alle menschelijkheid, zelfs
+van den schijn van menschelijkheid in het proletariaat voltrokken is op
+praktische wijze; omdat in de levensvoorwaarden van het proletariaat,
+alle levensvoorwaarden van de huidige maatschappij in hare
+onmenschelijke toppunten tezamengevat zijn; en omdat de mensch in hem
+zich-zelf verloren heeft, maar tegelijkertijd weder h&egrave;rwonnen
+heeft en niet alleen door het theoretisch bewustzijn van dit verlies,
+maar ook door de <span class="corr" id="xd19e4177" title=
+"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span>, door de niet meer af te
+wijzen, niet meer te verbloemen nood&mdash;de praktische uitdrukking
+der noodwendigheid!&mdash;tot opstand tegen deze onmenschelijkheid
+gedwongen is, daarom kan en moet het proletariaat zich-zelf bevrijden.
+Het kan zich-zelf echter niet bevrijden, zonder zijne eigene
+levensvoorwaarden op te heffen. Het kan die levensvoorwaarden evenwel
+niet opheffen, zonder <i>alle</i> menschelijke levensvoorwaarden van de
+huidige samenleving, die zich in zijne situatie samenvatten, op te
+heffen. Het maakt niet te vergeefs de harde, maar tevens stalende
+school van den arbeid door. Het komt er niet op aan, wat deze of gene
+proletari&euml;r of zelfs ook het gansche proletariaat, zich bij wijlen
+als doel voor oogen stelt. Het komt er op aan, wat het <i>is</i> en wat
+het historisch genoodzaakt zal <i>zijn</i> te doen. Zijn doel en zijn
+historische aktie, zijn hem in zijne eigene levenssituatie, zooals in
+de gansche organisatie van de huidige burgerlijke maatschappij,
+zinnebeeldig en onherroepelijk voorgeteekend.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2.3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk III.</h2>
+<h2 class="main">Marx tegen Proudhon.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ten tijde dat Marx in Parijs leefde, verkeerde hij ook
+aldaar, met den reeds hier genoemden franschen socialist Pierre Joseph
+Proudhon. Proudhon was letterzetter geweest en had het, na een jeugd
+van armoede en ontbering, tot een bekend schrijver gebracht. Marx
+vertelt zelve, dat hij met Proudhon lange nachten achtereen
+<span class="corr" id="xd19e4197" title=
+"Bron: gediscusieerd">gediscussieerd</span> had over economische
+vraagstukken. Marx leidde hem de Hegeliaansche philosophie binnen, wat
+hij later evenwel betreuren moest, daar Proudhon, doordien hij geen
+duitsch verstond, nooit in staat is geweest Hegel zelve te bestudeeren
+in diens eigen taal. Hem is daardoor van de denkbeelden van dien
+wijsgeer, altijd een valsch denkbeeld bijgebleven. Nadat Marx Parijs
+verlaten had, kwam Proudhon onder den invloed van den duitschen
+socialist Karl Gr&uuml;n.</p>
+<p>In Juni van 1847 deed Marx in het fransch een geschrift het licht
+zien, bij wijze van antwoord op Proudhon&rsquo;s geschrift
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">La philosophie de la
+Mis&egrave;re</span>&rdquo; (&bdquo;De philosophie der ellende&rdquo;)
+dat getiteld was: &bdquo;<span lang="fr">La mis&egrave;re de la
+philosophie</span>&rdquo; (&bdquo;De ellende der philosophie&rdquo;)
+van de grootste beteekenis, niet alleen om de polemiek, maar vooral
+daardoor, omdat het de wetenschappelijke inleiding van Marx&rsquo;
+lateren en wetenschappelijken arbeid kan genoemd worden; zoowel in
+philosophisch als in staathuishoudkundig opzicht.</p>
+<hr class="tb">
+<p>In de &bdquo;Voorrede&rdquo; tot dit geschrift, die gedagteekend is
+uit Brussel, den 15<sup>e</sup> Juni 1847 zegt Marx: &bdquo;De heer
+Proudhon heeft het ongeluk op eene eigenaardige wijze te worden
+miskend. In Frankrijk heeft hij het recht, een slecht econoom te
+<span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name=
+"pb157">157</a>]</span>zijn, omdat men hem aldaar voor een geducht
+duitsch philosoof houdt; in Duitschland daarentegen, mag hij een slecht
+philosoof zijn, omdat hij daar doorgaat voor een sterk fransch
+staathuishoudkundige. In onze dubbele hoedanigheid van duitscher
+&egrave;n van econoom, zien wij ons genoodzaakt, tegen deze dubbele
+dwaling op te komen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4218" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De lezer zal begrijpen, dat wij bij dezen
+ondankbaren arbeid, meermalen de critiek van den heer Proudhon over de
+duitsche philosophie, op den achtergrond zullen moeten laten treden en
+daarnevens ons eenige bemerkingen over de politieke-economie in het
+algemeen zullen moeten veroorloven.&rdquo;</p>
+<p>Van de twee gedeelten, waaruit het geschrift bestaat, houdt het
+eerste zich bezig met Proudhon&rsquo;s &bdquo;geconstitueerde
+waarde.&rdquo;</p>
+<p>Marx toont aan, dat de ruil der waren, naar de mate van de in hen
+belichaamde arbeidstijd &bdquo;de revolutionaire <span class="corr" id=
+"xd19e4225" title="Bron: toekomstheorie">toekomsttheorie</span>&rdquo;
+van Proudhon, niets anders is, dan wat de econoom Ricardo heeft
+geconstateerd als te zijn de theorie van de burgerlijke maatschappij.
+De waarde van den arbeid wordt bepaald door den arbeidstijd die er
+benoodigd is, voor de voortbrenging van al datgene, wat den arbeider
+voor zijn onderhoud en voor zijne voortplanting noodig heeft. Ricardo
+heeft het dus al uiteengezet: &bdquo;verminder de onderhoudskosten der
+menschen door matiging van den natuurlijke prijzen, der voor het leven
+noodzakelijke voeding en kleeding en gij zult zien, hoe de loonen
+zullen dalen, zelfs wanneer de vraag naar arbeiders ook sterk
+stijgt.&rdquo; De natuurlijke prijs van den arbeid, is niets anders dan
+een minimum van het loon. Zoo is de door den arbeidstijd gemeten
+waarde, noodzakelijkerwijs de formule voor de moderne slavernij van den
+arbeider, inplaats van gelijk Proudhon dit aannam, de
+&bdquo;revolutionaire theorie&rdquo; voor de emancipatie van het
+proletariaat te wezen.</p>
+<p>Teneinde zijne utopie te steunen, verklaarde <span class="corr" id=
+"xd19e4230" title="Bron: Poudhon">Proudhon</span>, dat zich aanbod en
+vraag ontwijfelbaar dekken zullen, wanneer de waarde van een produkt
+bepaald wordt door de in hem belichaamde arbeidstijd. Voor deze meening
+heeft hij het schijnbaar historische bewijs aangevoerd, dat de
+nuttigste dingen, den geringsten produktietijd vorderen; dat de
+samenleving steeds met de gemakkelijkste industrie&euml;n aanvangt, en
+dan, geleidelijk tot de produktie van dingen voortgaat die grooter
+arbeidstijd vorderen en aan hare behoeften beantwoorden.</p>
+<p>Marx voerde hiertegen aan, dat die dingen zich op gansch andere
+manier hebben voltrokken <span class="corr" id="xd19e4235" title=
+"Bron: als">dan</span> Proudhon wel denkt. Op het moment waarop de
+civilisatie een aanvang neemt, begint ook de produktie zich op te
+bouwen op de tegenstelling der beroepen, der standen, der klassen en
+ten slotte, op de tegenstelling tusschen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb158" href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span>den opgehoopten en
+den <span class="corr" id="xd19e4240" title=
+"Bron: onmiddelijken">onmiddellijken</span> arbeid. Zonder
+tegenstelling geen vooruitgang; dat is de wet welke de beschaving tot
+op heden gevolgd heeft. Tot nu toe, hebben zich de produktiekrachten op
+grond van deze heerschappij der klassentegenstellingen ontwikkeld. De
+geschiedenis evenwel toont ook aan, dat de manier waarop de produkten
+zich tegen elkander ruilen, in het algemeen zich richt, naar de manier
+waarop zij voortgebracht worden. De individueele ruil beantwoordt aan
+een bepaalde produktiewijze, die op klasse-tegenstellingen berust. Het
+verbruik van de produkten wordt bepaald door de sociale verhoudingen,
+waarin de consumenten zich tot elkander bevinden en deze verhoudingen,
+berusten op de tegenstellingen der klassen. Weshalve zijn katoen,
+aardappelen en brandewijn, de steunpunten van de burgerlijke
+maatschappij, de voorwerpen van algemeen verbruik? Omdat zij de
+maatschappelijk-nuttigste produkten zijn, of omdat zij als de
+ellendigste produkten, in eene op ellende gegrondveste samenleving, het
+natuurnoodzakelijke voorrecht genieten, tot gebruik van de groote massa
+te dienen?</p>
+<p>Eerst in eene komende samenleving, waarin de klassetegenstellingen
+zullen zijn verdwenen, waarin geene klassen meer zullen bestaan, zal
+het gebruik niet meer van het minimum van den produktietijd afhankelijk
+zijn, die men aan de verschillende voorwerpen besteedt, maar de
+produktietijd zal dan afhankelijk zijn van hunne maatschappelijke
+nuttigheid.</p>
+<p>In de burgerlijke maatschappij, worden aanbod en vraag niet door de,
+in de arbeidswaarde opgesloten waarde der producten geregeld, maar de
+oszillatorische (schommelende) beweging van vraag en aanbod, vormt uit
+den arbeidstijd, hunne waardemeter. Elke nieuwe uitvinding, welke het
+mogelijk maakt in &eacute;&eacute;n uur te produceeren, wat tot nog toe
+in twee uren geproduceerd is kunnen worden, &ograve;ntwaardigt alle
+gelijksoortige produkten welke zich op de markt bevinden. De
+concurrentie dwingt den producenten het produkt van twee uren, evenzoo
+goedkoop te verkoopen, als het produkt van &eacute;&eacute;n uur
+arbeids. De concurrentie zet de wet door, waarnaar de waarde van een
+produkt door de, tot zijn voortbrenging noodwendige hoeveelheid
+arbeidstijd wordt bepaald. Niet den tijd waarin een zaak <i>wordt</i>
+geproduceerd, maar den tijd waarin zij <i>kan</i> worden geproduceerd,
+bepaalt hare waarde en dit minimum kan alleen door de concurrentie
+worden bepaald. Het feit dat de arbeidstijd, als de maat van de
+ruilwaarde dient, wordt op deze wijze tot de wet van eene bestendige
+waarde-vermindering van den arbeid, die met overproduktie en
+industrieele anarchie hand aan hand gaat. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb159" href="#pb159" name="pb159">159</a>]</span></p>
+<p>Marx stelt de utopie van Proudhon gelijk, met den wensch van iemand
+die gaarne zo&ucirc; zien, dat de waren in zulke proporties zouden
+worden voortgebracht, dat men ze tot de gewone, hem believende prijs
+van de hand zou kunnen zetten. Hij wijst erop, dat het van-huis-uit
+eene burgerlijke illusie geweest is, zich den individueelen ruil zonder
+klasse-tegenstellingen voor te spiegelen; om zich de burgerlijke
+maatschappij, als een toestand van harmonie voor te stellen en als eene
+van eeuwige gerechtigheid, die niemand veroorlooft zich te verrijken,
+op kosten van anderen. Maar de &bdquo;juiste proportie tusschen aanbod
+en vraag&rdquo; was slechts mogelijk in die tijden, waarin de
+produktie-middelen beperkt waren, waarin den ruil zich binnen
+buitengewoon enge grenzen voltrok; waarin de vraag het aanbod, de
+consumptie, de produktie beheerschte. Zij is onmogelijk geworden met
+het ontstaan van de groot-industrie, die al reeds door de instrumenten
+waarmede zij werkt gedwongen is, gedurig in steeds grootere mate te
+produceeren; die niet op de vraag kan wachten; die met
+natuur-noodzakelijkheid de gestadige, aan elkander opvolgende
+wisselingen van prosperiteit en depressie, krisis, stilstand, nieuwe
+prosperiteit en zoo vervolgens, door moet maken. &bdquo;In de huidige
+maatschappij,&rdquo; gaat Marx voort, &bdquo;in de op individueelen
+ruil gebaseerde industrie, is de anarchie die er in de productie
+heerscht, de bron van z&oacute;&oacute;veel ellende, maar gelijktijdig
+&oacute;&oacute;k de oorzaak der vooruitgang. <span class="corr" id=
+"xd19e4257" title="Bron: Nochthans">Nochtans</span>, van twee&euml;n
+een: of men wil de juiste proporties van vroegere eeuwen, m&egrave;t de
+produktiemiddelen van onzen tijd,&mdash;en dan is men reaktionair en
+utopist tegelijk,&mdash;of men wil de vooruitgang zonder de anarchie,
+en dan moet men afstand doen van het behoud der produktiekrachten op de
+basis van den individueelen ruil.&rdquo;</p>
+<p>Marx toont vervolgens aan, hoe het met de bijzondere
+nuttigheidstoepassingen, die Proudhon gemaakt had omtrent het goud en
+het zilver, eigenlijk precies is gesteld.</p>
+<p>Goud en zilver, zouden volgens Proudhon de eerste waren zijn, welker
+waarde tot constitueering zijn gekomen en uit de souvereine wijding
+zegt Proudhon<span class="corr" id="xd19e4264" title="Bron: .">:</span>
+&bdquo;die erop werd gedrukt door de zegels van de vorsten, is er het
+geld uit voortgekomen.&rdquo; &bdquo;Het geld,&rdquo; antwoordt Marx
+hierop, &bdquo;is niet een zaak maar eene maatschappelijke verhouding;
+een schakel in den ganschen keten van de <span class="corr" id=
+"xd19e4267" title="Bron: ecomischen verhoudingenen">economischen
+verhoudingen</span> en als zoodanig op het innigst met hen verbonden.
+Gelijk de individueele ruil, beantwoordt het aan eene bepaalde
+produktiewijze. Het believen der souvereinen heeft het geld niet
+geschapen. Inderdaad, men moet wel &egrave;lke historische kennis
+missen, om niet te weten, dat de souvereinen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span>zich
+ten allen tijden hebben moeten schikken naar de maatschappelijke
+verhoudingen, maar dat zij dezen nooit de wet hebben kunnen
+voorschrijven! Zoowel de politieke, als de <span class="corr" id=
+"xd19e4272" title="Bron: burgelijke">burgerlijke</span> wetgeving
+proclameeren en protocoliseeren, slechts het willen van de <span class=
+"corr" id="xd19e4275" title="Bron: ecomische">economische</span>
+voorzienigheid; het recht is slechts de officieele erkenning van dat
+feit. Het zegel der souvereinen drukte op het goud niet zijne
+<i>waarde</i>, maar het <i>gewicht</i>; maar juist in hunne eigenschap
+als munt, als waardeteeken, zijn goud en zilver onder alle waren de
+eenige, die niet door hare produktiekosten worden bepaald, wat dan ook
+door D. Ricardo reeds lang en helder in het licht gesteld is geworden.
+Het geld, als praktische proef op de geconstitueerde waarde van
+Proudhon, past daarop, zooals een tang op een varken past.&rdquo;</p>
+<p>Om het problema te verklaren, dat de samenleving voortdurend rijker
+wordt en de arbeider voortdurend armer, vatte Proudhon de samenleving
+op, als de Prometheus in persoon, wier levenswerkzaamheid aan andere
+wetten gehoorzaamt, dan de levenswerkzaamheid van de individuen. De
+&bdquo;geconstitueerde waarde&rdquo; evenwel, zal elken arbeider een
+steeds grooter produkt verzekeren dan dat hij op elken arbeidsdag, door
+de vooruitgang van den gemeenschappelijken arbeid behaalt. Marx merkt
+daartegen op: &bdquo;In de engelsche maatschappij heeft de arbeidsdag
+in zeventig jaren, een overschot van 2700 procent aan produktiviteit
+gewonnen; d. w. z. in het jaar 1840 produceerde hij zeven-en-twintig
+maal m&eacute;&eacute;r dan in 1770.<span class="corr" id="xd19e4287"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span> Volgens Proudhon nu, zou men de
+vraag volgenderwijs moeten stellen: &bdquo;Waarom was de engelsche
+arbeider van 1840 niet zeven-en-twintigmaal rijker, dan die van
+1770?&rdquo; Om nu zulk een vraag te poseeren, moet men natuurlijk van
+te voren aangenomen hebben, dat de engelschen dien rijkdom zonder de
+historische voorwaarden hadden kunnen produceeren, waaronder hij is
+voortgebracht; gelijk daar zijn: opeenhoping van privaat-kapitalen,
+moderne arbeidsverdeeling, machinaal bedrijf, anarchische
+concurrentiewijze, loonsysteem, in &eacute;&eacute;n woord, louter die
+dingen, welke op klassetegenstellingen berusten. Dit waren n.l., juist
+de bestaansvoorwaarden voor de ontwikkeling der produktiekrachten en
+van het arbeidsoverschot. Het was zoomede, en ten einde deze
+ontwikkeling van de produktiekrachten en dit arbeidsoverschot te kunnen
+erlangen, noodzakelijk, dat er klassen bestonden die profiteerden en
+anderen die ontbeerden. Wat is dus den door Proudhon opgewekte
+Prometheus in laatste instantie? Het is de samenleving, het zijn de
+maatschappelijke verhoudingen gebaseerd op de
+klassetegenstellingen.</p>
+<p>Deze verhoudingen zijn niet die van individu tegenover individu,
+<span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name=
+"pb161">161</a>]</span>maar van arbeider tegenover kapitalist, van
+pachter tegenover grondbezitter enz. Hef deze verhoudingen op en gij
+hebt de gansche samenleving opgeheven; uw Promotheus is niets meer dan
+een phantoom zonder armen of beenen geworden, d. w. z. zonder
+machinebedrijf, zonder arbeidsverdeeling; dien het in &eacute;&eacute;n
+woord aan alles ontbreekt, wat gij hem oorspronkelijk gegeven hebt, om
+uit hem, het arbeidsoverschot te kunnen erlangen. En Marx voegt hieraan
+toe: &bdquo;dat het volgens Proudhon&rsquo;s theorie praktisch
+voldoende zou wezen, onder den arbeiders eene gelijke verdeeling van
+alle de verworven rijkdommen te ondernemen, zonder aan de
+produktievoorwaarden, op een of andere manier iets noodig te hebben te
+veranderen.&rdquo; En dan voegt Marx hier reeds bij voorbaat aan toe:
+&bdquo;<i>dat eene zoodanige verdeeling zekerlijk aan den individueelen
+deelhebbers, geen bijzonder groote mate van welstand zal kunnen
+verzekeren</i>.&rdquo;</p>
+<p>Proudhon heeft zich ook onledig gehouden met een critiek op de
+burgerlijke economie en het is hierover, dat Marx in het tweede
+gedeelte van de &bdquo;<span class="ex" lang="fr">Mis&egrave;re de la
+philosophie</span>&rdquo; het zijne te zeggen heeft.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Proudhon schreef: &bdquo;Wij geven geen geschiedenis naar de orde
+des tijds, maar naar de opvolging van de ide&euml;n. De economische
+phazen of categorie&euml;n, treden in hunne manifestaties dan
+gelijktijdig, dan in omgekeerde reeksen op... Die economische
+theorie&euml;n hebben niet voor het minst hunne logische opeenvolging
+en hunne geleding in de rede; deze orde vleien wij ons te hebben
+ontdekt<span class="corr" id="xd19e4306" title=
+"Bron: ,">.</span>&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De economen<span class="corr" id="xd19e4311" title=
+"Niet in bron">,</span>&rdquo; zegt Marx hierop<span class="corr" id=
+"xd19e4314" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;stellen de burgerlijke
+produktieverhoudingen, arbeidsverdeeling, crediet, geld etc. als vaste,
+onveranderlijke en eeuwige categorie&euml;n voor. De heer Proudhon nu,
+wil ons met een gebaar van de onderlegdheid in deze, die
+categorie&euml;n, principes, wetten en ide&euml;n verklaren! De
+economen toch verklaren ons hoe men onder de hier boven gegeven
+verhoudingen produceert, wat zij ons niet verklaren<span class="corr"
+id="xd19e4317" title="Niet in bron">,&rdquo;</span> zegt Marx,
+&bdquo;hoe deze verhoudingen zelven voortgebracht worden, d. w. z. de
+historische bewegingen, waardoor ze in het leven geroepen worden. De
+materialen der economen zijn het voortbewogen en het bewegende leven
+van de menschen; de materialen van den heer Proudhon zijn de
+<span class="corr" id="xd19e4320" title=
+"Bron: dogmas">dogma&rsquo;s</span> van de economen. Zoodra men evenwel
+de historische ontwikkeling van de produktieverhoudingen niet
+voortzet,&mdash;en deze categorie&euml;n zijn niets dan de theoretische
+uitdrukkingen <span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name=
+"pb162">162</a>]</span>derzelven,&mdash;zoodra men in deze
+categorie&euml;n slechts van-zelf ontstane denkbeelden, van de
+werkelijke verhoudingen onafhankelijke gedachten ziet, is men,&mdash;of
+men wil of niet&mdash;gedwongen, de oorsprong dezer gedachten naar de
+beweging van de zuivere rede te verleggen.&rdquo;</p>
+<p>Hoe nu brengt deze zuivere, eeuwige en onpersoonlijke rede deze
+gedachten voort? Hoe doet zij, om ze voort te brengen?</p>
+<p>Marx maakt zich daarbij vervolgens lustig, over Proudhon&rsquo;s
+manier om &agrave; la Hegel te abstraheeren van de werkelijkheid, van
+de menschen en van de maatschappelijke beweging. <a id="xd19e4329"
+name="xd19e4329"></a>Zoo hebben de <span class="corr" id="xd19e4331"
+title="Bron: methaphisici">metaphysici</span>, die zich verbeeldden
+door middel van zulke abstrakties te kunnen analyseeren en die, hoe
+meer zij zich verwijderden van de voorwerpen des te meer waanden daarin
+door te dringen, hunnerzijds het recht te zeggen, dat de dingen dezer
+wereld slechts stiksels zijn op het stramien dat gemaakt wordt door de
+logische categorie&euml;n. Hier hebben wij het verschil tusschen den
+philosoof en den christen. De christen kent slechts &eacute;&eacute;n
+vleeschwording van den Logos, in weerwil van de logiek, de philosoof is
+met die vleeschwording in het geheel nog niet aan het einde. Dat alles
+wat bestaat, dat alles wat op de aarde en in het water is, door
+abstraktie tot eene logische categorie kan worden teruggebracht, dat
+men op deze manier, de totale werkelijke wereld kan doen verdrinken in
+de wereld van de abstrakties, de wereld der logische categorie&euml;n,
+is geen wonder. Alles wat bestaat, alles wat op de aarde en in het
+water is, bestaat all&eacute;&eacute;n door middel van beweging van den
+een of anderen aard. Zoo brengt de beweging der geschiedenis, de
+sociale betrekkingen; de industrieele beweging, de industrieele
+produkten voort, enz.</p>
+<p>Wat is de absolute methode? De abstraktie der beweging. Wat is de
+abstraktie der beweging? De beweging in abstrakten toestand. Wat is de
+beweging der abstrakte toestanden? De zuiver-logische formule der
+beweging of de beweging der zuivere rede. Waarin bestaat die beweging
+der zuivere rede? In het in zich-zelf vast te stellen, in zich-zelf
+tegen te stellen, ten slotte zich weder tezamen-zetten. In het zich als
+thesis, antithesis en synthesis formuleeren; of: zich te stellen, zich
+te negeeren en hare negatie dan weder opnieuw te negeeren.</p>
+<p>Eenmaal daartoe gekomen, zich als thesis te stellen, splitst zich
+deze thesis, terwijl zij aan zich-zelf tegenover komt te staan, in twee
+elkander tegensprekende ide&euml;n: in positief en negatief; in Ja en
+Neen. De strijd dezer beiden, elkander tegengestelde elementen, vormt
+de dialektische beweging. Het Ja wordt <span class="pagenum">[<a id=
+"pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span>Neen, het Neen wordt
+Ja, het Ja wordt gelijktijdig Ja en Neen; op deze manier houden de
+tegenstellingen elkander in evenwicht, neutraliseeren zij zich, heffen
+zij elkander op. Deze nieuwe gedachte nu, splitst zich wederom in twee
+elkander we&ecirc;rsprekende ide&euml;n, die hunnerzijds wederom eene
+nieuwe synthesis vormen. Uit deze voortbrengingsarbeid komt de groep
+der <span class="corr" id="xd19e4341" title=
+"Bron: gedachen">gedachten</span> voort. Die gedachtengroep gaat in
+dialektische richting voort, als eene eenvoudige categorie, en
+verkrijgt daardoor tot antithesis, een tegenovergestelde groep. Uit
+deze twee gedachtengroepen, ontstaat dan eene nieuwe gedachtengroep, de
+synthesis van beiden.</p>
+<p>Zooals uit de dialektische beweging der enkelvoudige categorie, de
+groep ontstaat, zoo ontstaat uit de dialektische beweging der groepen,
+de rij, en uit de dialektische beweging der rijen, het gansche
+systeem.</p>
+<p>Men passe deze rijen op de categorie&euml;n der Staathuishoudkunde
+toe, en men bekomt de logiek, benevens de methaphysiek der
+Staathuishoudkunde, of met andere woorden, men heeft de aan de gansche
+wereld bekende economische <span class="corr" id="xd19e4348" title=
+"Bron: categori&euml;n">categorie&euml;n</span>, in een minder bekende
+spraak vertaald. &bdquo;Proudhon,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;is nog maar
+nauwelijks tot de twee eerste schreden van deze dialektische methode
+gekomen, die welke van Hegel stammen en die door Proudhon, in plaats
+van voortontwikkeld, op klagelijke wijze plat zijn gedrukt. Hij
+geloofde de wereld, door middel van de beweging der ide&euml;n te
+kunnen verklaren, terwijl hij slechts de gedachten die in ieders hoofd
+wonen, systematisch gereconstrueerd en volgens eene absolute methode
+geklassificeerd heeft.&rdquo; Marx gaat dan verder:</p>
+<p>&bdquo;De sociale verhoudingen zijn nauw verbonden met de
+produktiekrachten. Met het verwerven van nieuwe produktiekrachten
+veranderen de menschen hunne produktiewijzen; met de manier om hun
+levensonderhoud te winnen, veranderen zij tevens al hunne
+maatschappelijke verhoudingen. De handweefmolen, bracht eene
+samenleving voort met feodale heeren, de stoomweefmolen eene
+samenleving van industrieele kapitalisten. Maar dezelfde menschen,
+welke aan de sociale verhoudingen, naar de mate hunner materieele
+produktiewijze hunne gestalte geven, geven ook aan de principes, aan de
+ide&euml;n, aan de categorie&euml;n eene gestalte, en deze eveneens
+naar de mate hunner maatschappelijke verhoudingen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4354" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Hierdoor zijn deze ide&euml;n, deze
+<span class="corr" id="xd19e4357" title=
+"Bron: categori&euml;n">categorie&euml;n</span> evenzoomin eeuwige, als
+de verhoudingen welke zij opgedrukt zijn. Zij zijn historische,
+vergankelijke en voorbijgaande producten.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4361" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wij leven te midden van eene voortdurende
+<span class="corr" id="xd19e4364" title=
+"Bron: aangroeieng">aangroeiing</span> der <span class=
+"pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name=
+"pb164">164</a>]</span>produktiekrachten, eene verstoring der sociale
+verhoudingen, eene vervorming van ide&euml;n. Onbewegelijk is slechts
+de abstraktie der beweging,&mdash;<span lang="la">mors
+immortalis</span>.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>&bdquo;De economen,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;gaan op zonderlinge
+wijze te werk. Volgens hen bestaan er slechts twee soorten van
+instellingen: kunstmatige en natuurlijke. De instellingen van het
+feodalisme waren kunstmatige, die der bourgeoisie, zijn natuurlijke
+voor hen. Zij gelijken daarin op de theologen, die ook twee soorten van
+religie onderscheiden, n. l. die welke zij te <i>verdedigen</i> hebben
+en die welke zij te <i>bestrijden</i> hebben. De eerste berust, op eene
+&bdquo;openbaring Gods&rdquo;, de ander is &bdquo;een uitvinding van
+menschen&rdquo;. Wanneer de economen zeggen, dat de tegenwoordige
+verhoudingen&mdash;de verhoudingen der burgerlijke
+produktie&mdash;natuurlijke zijn, dan geven zij daarmede te kennen, dat
+het verhoudingen zijn, waarin de voortbrenging van den rijkdom en de
+ontwikkeling der produktiekrachten, zich volgens natuurwetten
+ontwikkelen. Daarmede zijn deze verhoudingen-zelf, van den invloed van
+den tijd onafhankelijke natuurwetten geworden. Het zijn eeuwige wetten,
+welke de samenleving steeds te regeeren hebben. Aldus w&aacute;s er
+eens geschiedenis, maar bestaat zij van nu af aan niet meer. Er was
+eenmaal geschiedenis, omdat er feodale inrichtingen hebben bestaan en
+omdat men in deze feodale inrichtingen produktieverhoudingen vond,
+volkomen verschillend van die der burgerlijke samenleving, welke de
+economen als natuurlijke, en dus als eeuwige willen aangezien
+hebben.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4383" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Ook het feodalisme had zijn proletariaat:
+dat van de lijfeigenschap, hetwelk in zijnen kiem, het burgerdom
+bevatte. Ook de feodale produktie had twee antagonistische elementen,
+dewelken men eveneens zou kunnen noemen: de goede en de slechte zijde
+van het feodalisme&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Toen de bourgeoisie er boven&oacute;p was gekomen, vroeg zij
+noch naar de goede, noch naar de slechte zijde van het feodalisme. De
+produktiekrachten, welke zich onder het feodalisme hadden ontwikkeld,
+vielen haar in den schoot. Alle oude economische vormen, de
+privaat-rechtelijke betrekkingen welke met hen in overeenstemming
+waren; de politieke toestand, welke de erkende uitdrukking der oude
+samenleving was, werden verbroken.</p>
+<p>&bdquo;Wil men nu de feodale produktiewijze juist beoordeelen, dan
+moet men haar opvatten, als een op de tegenstelling gebaseerde
+produktiewijze. Men moet aantoonen, hoe den rijkdom binnen het raam van
+deze tegenstelling voortgebracht werd; hoe de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name=
+"pb165">165</a>]</span>produktiekrachten zich&mdash;gelijktijdig met de
+tegenstrijdigheid der klassen&mdash;ontwikkeld hebben; hoe eene dezer
+klassen, de slechte zijde, het maatschappelijk euvel steeds aangroeide,
+totdat de materieele voorwaarden harer emancipatie tot rijpheid gekomen
+waren. Verklaart dit niet duidelijk genoeg dat de produktiewijze, de
+verhoudingen waarin de produktiekrachten zich ontwikkelen niets minder
+als eenige wetten zijn, maar eene bepaalde ontwikkelingstoestand der
+menschen en hunne produktiekrachten vertegenwoordigen, en dat een in de
+produktiekrachten der menschen opgetreden verandering,
+noodzakelijkerwijs eene verandering in hunne produktieverhoudingen
+teweeg brengen moet? Daar het v&oacute;&oacute;r alle dingen hierop
+aankomt, niet van de vruchten der civilisatie, de verworven
+produktiekrachten uitgesloten te zijn, wordt het noodzakelijk de
+overgebleven vormen waarin zij geschapen werden, te verbreken. Van dat
+oogenblik af, wordt eene revolutionaire klasse conservatief.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4394" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie vangt met een proletariaat
+aan, dat zelve op zijne beurt, een overblijfsel is van het proletariaat
+uit de feodalistische periode. In het verloop harer historische
+ontwikkeling, ontwikkelde de bourgeoisie noodzakelijkerwijs haar
+antagonistisch karakter, dat zich bij haar eerste optreden slechts
+omsluierd, nog in latenten toestand deed kennen. In die mate waarin de
+<span class="corr" id="xd19e4397" title=
+"Bron: bourgeousie">bourgeoisie</span> zich ontwikkelt, ontwikkelt zich
+in haren schoot een nieuw proletariaat: het moderne proletariaat. Het
+ontwikkelt zich in eenen strijd tusschen de proletari&euml;rsklasse en
+de bourgeoisklasse; een strijd die, alvorens zij aan beide zijde wordt
+gevoeld, bespeurd, op hare waarde geschat, begrepen, toegestemd en
+eindelijk luide wordt geproclameerd, zich voorloopig maar bij gedeelten
+en in voorbijgaande conflikten, in verstoringswerken openbaart. Aan den
+anderen kant, wanneer allen die tot de moderne bourgeoisie behooren
+hetzelfde belang hebben, in zooverre zij &eacute;&eacute;ne klasse,
+tegenover de andere klasse vormen, dan hebben zij aan elkander
+tegenovergestelde belangen, zoodra zij-zelf tegenover elkander staan.
+Deze tegenstelling van belangen, komt voort uit de economische
+voorwaarden van het burgerlijke leven. Van dag tot dag wordt het hierom
+duidelijker, dat de produktieverhoudingen waaronder de bourgeoisie zich
+bevindt, niet een &eacute;&eacute;nvormig, &eacute;&eacute;nzijdig
+karakter hebben, maar een tweeslachtig. Dat onder dezelfde
+verhoudingen, waaronder den rijkdom wordt geproduceerd, ook de ellende
+wordt voortgebracht; dat onder dezelfde verhoudingen waarin de
+ontwikkeling van de produktiekrachten haren weg gaat, zich eene
+repressiekracht ontwikkelt; dat deze verhoudingen den burgerlijken
+rijkdom, d. w. z. den rijkdom <span class="pagenum">[<a id="pb166"
+href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span>der bourgeoisie slechts
+kunnen voortbrengen, onder voortgezette vernietiging van den rijkdom
+der leden dezer klasse individueel en onder de voortbrenging van een
+steeds aangroeiend proletariaat.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe meer den toestand dezer tegenstellingen naar den
+voorgrond treedt, des te meer geraken de economen, de wetenschappelijke
+vertegenwoordigers van de burgerlijke produktiewijze, met hunne eigene
+theorie&euml;n in tegenspraak en vandaar de verschillende scholen die
+er onder hen bestaan.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4405" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wij hebben de Fatalistische economen, die
+in hunne theorie evenzoo onverschillig zijn tegenover datgene, wat zij
+de euvelen van de burgerlijke produktiewijze noemen, als de
+bourgeois-zelf in de praktijk dat is tegenover het lijden van den
+proletari&euml;r, die hem aan het verzamelen van zijn rijkdommen
+geholpen heeft. Zij onderscheiden zich in klassieken en romantieken. De
+Klassieken, zooals Adam Smith en Ricardo, vertegenwoordigen eene
+bourgeoisie, die nog in strijd is met de resten van de feodale
+maatschappij en die slechts hieraan arbeidt, de economische
+verhoudingen van de feodale smetten te zuiveren; de produktiekrachten
+te vermeerderen en der industrie en den handel nieuwe drijfkrachten te
+verschaffen. Het aan deze kampen deelnemende proletariaat kent, door
+dezen koortsachtigen arbeid in beslag genomen, slechts voorbijgaand en
+toevallig lijden, beschouwt hetzelve ook als zoodanig. De economen
+gelijk Adam Smith en Ricardo, welke de geschiedkundigen dezer periode
+zijn, hebben bloot de missie te bewijzen hoe de rijkdom onder de
+verhoudingen der burgerlijke produktie verworven werd; deze
+verhoudingen in categorie&euml;n, in wetten te formuleeren en aan te
+toonen, in hoeverre deze wetten, deze categorie&euml;n voor de
+produktie van den rijkdommen voortreffelijker zijn, dan de
+categorie&euml;n der feodale samenleving. De ellende is in hunne oogen
+slechts de smart, die met elke geboorte gepaard gaat, zoowel in de
+natuur als in de industrie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4409" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De Romantieken behooren tot onze periode,
+die waarin de bourgeoisie zich in eene direkte tegenstelling bevindt
+met het proletariaat; die waarin de ellende in een even zoo groote mate
+aangroeit als de rijkdom. De economen doen zich daarin voor als
+geblaseerde fatalisten, en werpen, van uit de hoogte van hun standpunt
+een trotschen blik van verachting op de menschelijke machines, die dien
+rijkdom voortbrengen. Zij herhalen alle de door hunne voorgangers
+gegeven uiteenzettingen, maar de onverschilligheid, die bij dezen
+<span class="corr" id="xd19e4412" title=
+"Bron: n&auml;iviteit">na&iuml;viteit</span> was, is bij hen tot
+koketterie geworden.</p>
+<p>&bdquo;Komt alsnu de Humanitaire school aan de beurt, welke zich
+<span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name=
+"pb167">167</a>]</span>de slechte eigenschappen van de bestaande
+produktie-verhoudingen zooz&eacute;&eacute;r aantrekt. Deze zoekt, ten
+einde haar geweten gerust te stellen, de werkelijke contrasten zoo goed
+het gaat te bemantelen; zij beklaagt oprechtelijk den nood van het
+proletariaat, de teugellooze concurrentie der bourgeois onder
+elkander<span class="corr" id="xd19e4419" title="Niet in bron">;</span>
+zij raadt het proletariaat aan matig te zijn, vlijtig te werken en
+weinig kinderen voort te brengen; der bourgeoisie beveelt zij eenig
+overleg aan bij haren produktieijver. De geheele theorie van deze
+school bestaat in eindelooze onderscheidingen tusschen theorie en
+praktijk, tusschen de principes en de resultaten; tusschen de idee en
+de toepassing; tusschen inhoud en vorm; tusschen het wezen en de
+werkelijkheid; tusschen het recht en de feiten; tusschen den goeden en
+den slechten kant.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4423" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De Philantropische school is de volkomener
+gemaakte Humanitaire school. Zij loochent de noodzakelijkheid der
+tegenstellingen. Zij wil alle menschen tot bourgeois maken. Zij wil de
+theorie verwerkelijken, in zooverre dezelve zich onderscheidt van de
+praktijk en het antagonisme niet in zich sluit. Vanzelfsprekend is het
+in de theorie gemakkelijk van de tegenspraken te abstraheeren, waaraan
+men bij elken schrede in de werkelijkheid zich stoot. Deze theorie zou
+daarom die der <span class="corr" id="xd19e4426" title=
+"Bron: g&euml;idealiseerde">ge&iuml;dealiseerde</span> werkelijkheid
+moeten heeten. Deze philantropen willen dus de categorie&euml;n
+behouden, welke de uitdrukking der burgerlijke verhoudingen zijn,
+zonder de tegenspraak die in haar wezen opgesloten ligt, en die van
+haar niet is te scheiden. Zij verbeelden zich nog ernstig de
+burgerlijke praktijk te bestrijden en zij zijn toch nog meer bourgeois,
+dan alle anderen!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4430" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Gelijk de economen de wetenschappelijke
+vertegenwoordigers van de bourgeoisklasse zijn, zoo zijn de Socialisten
+en Communisten de theoretici van de klasse van het proletariaat.
+Zoolang het proletariaat nog niet genoegzaam ontwikkeld is om zich als
+klasse te constitueeren en daarvandaan, den strijd van het proletariaat
+met de bourgeoisie nog geen politiek karakter draagt; zoolang de
+produktiekrachten nog in den schoot van de bourgeoisie zelve, niet
+genoeg zijn ontwikkeld om de materieele voorwaarden te laten
+doorschijnen, die noodzakelijk zijn tot bevrijding van het proletariaat
+en tot vorming van eene nieuwe samenleving, zoo lang zijn deze
+theoretici slechts Utopisten, die, om de behoeften der onderdrukte
+klassen te verhelpen, systemen uitdenken en naar eene regenereerende
+samenleving zoeken. Maar naar de mate waarin de geschiedenis
+voortschrijdt en daarmede den strijd van het proletariaat zich
+duidelijker afteekent, hebben zij niet meer noodig de wetenschap te
+zoeken in hunne hoofden; <span class="pagenum">[<a id="pb168" href=
+"#pb168" name="pb168">168</a>]</span>zij hebben zich slechts rekenschap
+te geven van datgene wat zich voor hunne oogen afspeelt en zich tot het
+orgaan daarvan te maken. Zoolang zij de wetenschap zoeken en niets dan
+systemen maken, zoolang zij aan den aanvang van den strijd staan, zien
+zij in de ellende <i>slechts</i> ellende, zonder de revolutionaire
+gedachte die er zich in verbergt en die in staat is de oude samenleving
+te doen verdwijnen. Van af dat oogenblik wordt de wetenschap, een
+bewust voortbrengsel van de historische beweging en heeft zij
+opgehouden doctrinair te zijn; zij is revolutionair
+geworden.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Marx onderzocht vervolgens van historische en economische
+gezichtspunten uit, of de fabriek en de machine, later dan de
+arbeidsverdeeling &bdquo;het autoriteitsbeginsel in de samenleving
+hadden ingevoerd&rdquo;, zooals Proudhon had beweerd. Of aan den eenen
+kant de arbeider gerehabiliteerd is geworden, in weerwil dat hij aan de
+anderen kant aan de autoriteit werd onderworpen; of de machine de
+recompositie der gedeelden arbeid, de aan de analyse tegenovergestelde
+synthese van den arbeid is, naar Proudhon&rsquo;s bewering.</p>
+<p>&bdquo;De samenleving als geheel,<span class="corr" id="xd19e4444"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span> zegt Marx, <span class="corr" id=
+"xd19e4447" title="Niet in bron">&bdquo;</span>heeft met het inwendige
+van een fabriek dit gemeen, dat ook zij hare arbeidsverdeeling heeft.
+Neemt men de arbeidsverdeeling als voorbeeld om haar op eene gansche
+samenleving toe te passen, dan zou ongetwijfeld die samenleving het
+best voor de produktie van haren rijkdom georganiseerd zijn, welke
+slechts &eacute;&eacute;n enkelen ondernemer als leider heeft, die nog
+in een vooropgezette, vastgestelde orde, de funkties onder de
+verschillende leden der maatschappij verdeelt. Maar dit is geenszins
+het geval. Terwijl in de moderne fabriek de arbeidsverdeeling, door de
+autoriteit van den ondernemer tot in de onderdeelen geregeld is, kent
+de moderne samenleving geen anderen regel, geen andere autoriteit voor
+de verdeeling van den arbeid, dan de vrije concurrentie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4451" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Onder het patriarchale <span class="corr"
+id="xd19e4454" title="Bron: r&egrave;gime">r&eacute;gime</span>, onder
+het <span class="corr" id="xd19e4457" title=
+"Bron: r&egrave;gime">r&eacute;gime</span> van de kasten, van het
+feodale- en het gildesysteem, bestond er arbeidsverdeeling in de
+gansche maatschappij, volgens bepaalde regelen. Zijn deze regelen door
+een wetgever gegeven geworden? Neen, oorspronkelijk uit de voorwaarden
+der materieele produktie geboren, werden zij eerst later tot wetten
+verheven. Aldus werden deze verschillende vormen der arbeidsverdeeling
+tot even-zoovele grondslagen van sociale organisatie. Wat de
+arbeidsverdeeling in de werkplaats aangaat, zoo was deze in alle
+samenlevingsvormen, zeer laag ontwikkeld.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4461" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Men kan als algemeene regel stellen: hoe
+minder de autoriteit <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169"
+name="pb169">169</a>]</span>van de deeling van den arbeid, binnen het
+raam der samenleving ingrijpend werkt, des te meer ontwikkelt zich de
+arbeidsverdeeling binnen de werkplaats en des te meer is zij aan de
+<span class="corr" id="xd19e4466" title=
+"Bron: autorireit">autoriteit</span> van een enkele onderworpen. Daarom
+dus, staan de autoriteiten in de werkplaats en de autoriteit in de
+samenleving, met betrekking tot de arbeidsverdeeling, tot elkander in
+eene omgekeerde verhouding.&rdquo; ....</p>
+<p>&bdquo;Hoe is die werkplaats, die fabriek ontstaan?<span class=
+"corr" id="xd19e4472" title="Niet in bron">&rdquo;</span> &bdquo;Ten
+dien einde,&rdquo; antwoordt Marx: &bdquo;hebben wij te onderzoeken hoe
+de eigenlijke Manufaktuurindustrie zich ontwikkeld heeft.&rdquo;
+&bdquo;Ik bedoel hier,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;die industrie, welke
+nog niet de moderne groot-industrie met hare machines is, die echter
+niet meer de industrie uit de middeneeuwen, noch zelfs huisindustrie
+meer is....</p>
+<p>&bdquo;Eene der eerste behoeften voor de vorming der
+Manufaktuurindustrie, was de akkumulatie van kapitalen, die
+vergemakkelijkt werd door de ontdekking van Amerika en door de invoer
+van edele metalen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4478" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het is genoegzaam bewezen, dat de
+vermeerdering van ruilmiddelen ten gevolge had, eenerzijds: de
+waardevermindering der loonen en grondrenten, anderzijds: de
+vermeerdering der industrieele winsten. Met andere woorden, met even
+zooveel als waarmede de klasse der grondbezitters en de klasse der
+arbeiders, de feodale heeren en het volk zonken, met even zooveel
+verhief zich de klasse van de kapitalisten, de bourgeoisie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4482" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Er waren nog andere omstandigheden, die
+gelijktijdig tot ontwikkeling van de Manufaktuurindustrie bijdroegen.
+De vermeerdering van de op de markt gebrachte waren, zoodra toen
+eenmaal de verbinding met Oost-Indi&euml;, langs den zeeweg om de Kaap
+de Goede Hoop was ontdekt, verder het koloniale stelsel en de
+ontwikkeling van den zeehandel.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4486" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Een anderen kant welke in de geschiedenis
+van de Manufaktuurindustrie nog niet genoegzaam naar waarde is
+beoordeeld, is de afdanking van de talrijke gevolgschappen door de
+feodale Heeren, welker onderhoorigen landloopers werden, alvorens zij
+in de werkplaats kwamen. De schepping van de in de fabriek overgaande
+werkplaats, werd in de 15<sup>e</sup> en 16<sup>e</sup> eeuw, door een
+bijna universeel landloopersdom voorafgegaan. De werkplaats vond
+verder, een machtigen ruggesteun in de talrijke landlieden, die
+tengevolge van de verandering van akkers in weiden en tengevolge der
+vooruitgang in de landbouw, die minder arbeiders voor de bewerking van
+akkers noodig maakten, voortdurend uit den dienst ontslagen werden en
+gansche eeuwen achtereen, naar de steden stroomden. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4497" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het groeien van de markt, de akkumulatie
+van kapitalen, de in de sociale positie der klassen ingetreden
+veranderingen en het groote getal van personen, die zich van hunne
+bronnen van inkomsten zagen beroofd, dat zijn even zoovele historische
+voorwaarden voor het ontstaan van de Manufaktuur
+geweest.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;De akkumulatie, benevens de concentratie van werktuigen en
+arbeiders, werden voorafgegaan door de ontwikkeling van de
+arbeidsverdeeling in het inwendige van het atelier. Een Manufaktuur
+bestond meer in de vereeniging van vele arbeiders en vele handwerkers
+in een en hetzelfde lokaal, in eene zaal, onder het commando van een
+kapitaal, dan in de oplossing van de werkzaamheden en in de aanpassing
+van een specialen arbeider aan een zeer eenvoudigen taak.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4503" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het nut van een fabriekswerkplaats bestond
+veel minder in de eigenlijke arbeidsverdeeling, dan wel in de
+omstandigheid, dat men op uitgebreider voet kon arbeiden, vele
+nuttelooze onkosten besparen kon, enz. Aan het einde der 16<sup>e</sup>
+en aan het begin van de 17<sup>e</sup> eeuw, kende de hollandsche
+Manufaktuur nog maar nauwelijks de verdeeling van den arbeid.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4513" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De ontwikkeling van de arbeidsverdeeling,
+heeft ook tot voorwaarde de vereeniging van de v&eacute;le arbeiders in
+&eacute;&eacute;ne werkplaats. Er is zelfs niet een enkel voorbeeld aan
+te halen, noch in de 16<sup>e</sup> noch in de 17<sup>e</sup> eeuw, dat
+de verschillende takken van een en hetzelfde handwerk, in die mate
+gescheiden werden beoefend, dat het noodig zou geweest zijn ze op eene
+plaats te vereenigen en daarmede de fabriekswerkplaats kant en klaar in
+het leven te roepen. Maar toen eenmaal &egrave;n menschen &egrave;n
+werktuigen vereenigd waren, reproduceerde zich de arbeidsverdeeling
+zooals zij ten tijde van de Gilden heeft bestaan en spiegelde zij zich
+noodwendig terug in het inwendige van de
+fabriekswerkplaats.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;De eigenlijke machines dateeren van het einde der
+18<sup>e</sup> eeuw. Niets is dommer dan in de machine de anti-thesis
+der arbeidsverdeeling te willen zien; de synthesis die de eenheid in
+den verbrokkelden arbeid weder terugbrengt. De machine is eene
+vereeniging van arbeidswerktuigen en geensdeels eene verbinding van den
+arbeid voor den arbeider zelve&rdquo;..... &bdquo;Eenvoudige
+werktuigen; akkumulatie van werktuigen; samengestelde werktuigen; in
+beweging brengen van een samengesteld werktuig, door een enkelen
+handmotor, den mensch; in beweging brengen dezer instrumenten door
+natuurkrachten; machines; systeem van machines, die slechts
+&eacute;&eacute;n motor hebben; systeem van machines, die een
+automatische motor hebben, aldus is de ontwikkelingsgang van de machine
+geweest.&rdquo;..... <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171"
+name="pb171">171</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Toen in Engeland de markt een zoodanige ontwikkeling had
+verkregen, dat de handenarbeid voor haar niet meer toereikend was,
+gevoelde men de behoefte aan machines. Men zon toen op de toepassing
+van de mechanische wetenschap, die reeds in de 18<sup>e</sup> eeuw
+klaar was. Het eerste optreden van de fabriek met krachtbedrijf, wordt
+gekenmerkt door handelingen, die alles-behalve philantropisch waren.
+Kinderen werden met de zweep tot den arbeid aangezet; zij werden een
+voorwerp van schagger, men sloot contrakten met de Weeshuizen om hen.
+Men schafte alle wetten omtrent den leertijd van den arbeiders af....
+<a id="xd19e4533" name="xd19e4533"></a>Ten slotte, waren sedert 1825
+bijna alle nieuwe uitvindingen, het gevolg van wrijvingen tusschen
+arbeiders en ondernemers, die tot elken prijs de vakontwikkeling van
+den arbeid van hare waarde wilden berooven. Na elke, <span class="corr"
+id="xd19e4535" title="Bron: eenigzins">eenigszins</span> beduidende
+werkstaking, werd er eene nieuwe machine ingevoerd. Zoo weinig zag de
+arbeider, in de toepassing van machines een soort rehabilitatie, een
+soort wederherstelling, dat hij in de 18<sup>e</sup> eeuw,
+z&eacute;&eacute;r lang we&ecirc;rstand heeft geboden aan de ontstane
+heerschappij van deze krachtautomaten.<span class="corr" id="xd19e4541"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<hr class="tb">
+<p>&bdquo;Alles tezamen genomen, heeft de invoering van machines de
+verdeeling van den arbeid in de samenleving doorgevoerd, het werk van
+den arbeider in de werkplaats vereenvoudigd, het kapitaal
+geconcentreerd en de menschen verbrokkeld.... <a id="xd19e4550" name=
+"xd19e4550"></a>Wat de verdeeling van den arbeid in de mechanische
+fabrieken kenteekent, dat is, dat zij elk speciaal karakter verloren
+heeft. Maar van het oogenblik af, waarin elke bijzondere ontwikkeling
+ophoudt, wordt de behoefte aan universaliteit, het streven naar eene
+alzijdige ontwikkeling van de individu, meer voelbaar. De automatische
+fabriek doet de specialisten en het vak-idiotisme verdwijnen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4553" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De heer Proudhon, die niet eens deze
+revolutionaire zijde begrepen heeft, doet eene schrede terug en slaat
+den arbeider voor, niet alleen het twaalfde gedeelte van een speld,
+maar voor en na, alle twaalf deelen van den speld te vervaardigen. De
+arbeider zou dan aldus tot de wetenschap en tot het bewustzijn van den
+speld kunnen komen.... <a id="xd19e4556" name="xd19e4556"></a>Alles bij
+elkander genomen, komt den heer Proudhon niet verder dan tot het ideaal
+van den kleinen burger. Teneinde dit ideaal te verwezenlijken, valt hem
+niets beters in, dan ons terug te voeren naar de periode van de
+handwerksgezellen, hoogstens naar die van de handwerksmeesters uit de
+Middeneeuwen. &bdquo;Het is genoeg,&rdquo; zoo zegt hij ergens in zijn
+boek, &bdquo;een enkele maal in zijn leven een meesterstuk vervaardigd
+te hebben, om zich een enkele maal als een mensch te hebben
+gevoeld.&rdquo;..... Is dit <span class="pagenum">[<a id="pb172" href=
+"#pb172" name="pb172">172</a>]</span>niet, zoowel naar den vorm als
+naar den inhoud, het door de Gilden uit de Middeneeuwen steeds
+verlangde &bdquo;meesterstuk?&rdquo;<span class="corr" id="xd19e4560"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p class="tb"></p>
+<p>Marx toont dan, met eene beschouwing over &bdquo;concurrentie&rdquo;
+en &bdquo;monopolie&rdquo; aan, dat deze niet zooals Proudhon had te
+kennen gegeven, natuurlijke, maar maatschappelijke categorie&euml;n
+zijn. Hij zegt: &bdquo;de geheele geschiedenis, is eene voortdurende
+verandering der menschelijke natuur.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;De concurrentie is geene noodzakelijkheid van de menschelijke
+natuur, zooals Proudhon meende, maar gelijk zij in de 18<sup>e</sup>
+eeuw, uit historische oorzaken geboren is geworden, zoo zo&ucirc; zij
+in de 19<sup>e</sup>, uit historische oorzaken eveneens weder kunnen
+verdwijnen. Zij is niet de industrieele, maar de commercieele wedijver,
+zij kampt niet om het <i>produkt</i> maar om de <i>winst</i>. Er zijn
+zelfs phazen in het economische leven der volken, waarin de geheele
+wereld aangegrepen was door een soort van dolle woede, om winsten te
+maken <i>zonder</i> te produceeren. Deze speculatiekoorts, die
+periodiek terugkomt, onthult ons dan het ware karakter van de
+concurrentie, die aan de noodzakelijke voorwaarden van den
+industrieelen wedijver zoekt te ontkomen. De slechte zijde van de
+concurrentie, door Proudhon zoo op den voorgrond gesteld en die hij
+daarom uitroeien wil, drijft juist de geschiedenis vooruit. Hoe
+koortsachtiger de concurrentie nieuwe produkten schiep, des te meer
+vertoonde zij de burgerlijke verhoudingen en schiep zij daarmede, de
+materieele voorwaarden voor eene nieuwe samenleving.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name=
+"pb173">173</a>]</span></p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Marx over Werkstakingen en over Vakvereenigingen.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Proudhon had geschreven: &bdquo;De werkstaking der
+arbeiders is onwettig. En het is niet alleen het Wetboek van Strafrecht
+dat dit zegt, maar ook het economisch systeem, de noodzakelijkheid van
+de bestaande orde.... Dat elke individueele arbeider de vrije
+beschikking moet hebben over zijn persoon en over zijn handen kan
+geduld worden; maar dat de arbeiders door middel van samenspanning,
+zich vermeten het <span class="corr" id="xd19e4591" title=
+"Bron: mopolie">monopolie</span> geweld aan te doen, kan de
+maatschappij niet toelaten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De economen en de socialisten,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;zijn
+het hier op &eacute;&eacute;n punt samen eens: in het veroordeelen van
+de coalities der arbeiders. Zij <i>motiveeren</i> deze hunne
+veroordeeling alleen maar verschillend. De economen zeggen tot den
+arbeiders: vereenigt u niet. Want doordat gij u vereenigt, houdt gij
+den regelmatigen gang van de industrie tegen, verhindert gij er de
+fabrikanten in hunne bestellingen na te komen; stoort gij den handel en
+bevordert gij de snellere invoering van machines, die uwen arbeid voor
+een deel overbodig maken en u daardoor dwingen zullen, een nog lager
+loon aan te nemen. Overigens is uw werken om niet; uw loon zal steeds,
+door de verhouding van het aantal gezochte handen tot die van het
+aantal aangeboden handen, worden bepaald. En het is even zoo
+belachelijk als het gevaarlijk is, u te verzetten tegen de eeuwige
+wetten van de Staathuishoudkunde.</p>
+<p>&bdquo;De socialisten (d. w. z. de toenmalige: die van de school van
+Fourier in Frankrijk en de volgelingen van Owen in Engeland) zeggen tot
+den arbeiders: vereenigt u niet, want wat zoudt ge er ten slotte bij
+kunnen winnen? Eene loonsverhooging? Welnu, de staathuishoudkunde zal u
+met evidente bewijzen overtuigen, dat op de loonsverhooging van een
+paar penningen, die gij in het gunstigste geval daarmede kunt bereiken,
+een terugslag volgt van een veel langduriger aard. Goede rekenaars
+zullen het u voorrekenen, dat gij jaren zult noodig hebben om door
+middel van die loonsverhooging, slechts de <i>kosten</i> goed te maken
+dien <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name=
+"pb174">174</a>]</span>gij zult moeten uitgeven <span class="corr" id=
+"xd19e4606" title="Bron: voort">voor</span> uwe organisatie en tot het
+behoud uwer loonsverhooging benoodigd. Wij als socialisten, wij zeggen
+tot u, dat nog afgezien van deze geldkwestie, gij met dat al nog steeds
+de arbeiders zult moeten blijven, zooals uwe meesters steeds uwe
+meesters zullen blijven, voor en na. Daarom: geen vakvereenigingen,
+geen politiek; want vakvereenigingen oprichten en in stand houden, is
+dit niet aan politiek <span class="corr" id="xd19e4609" title=
+"Bron: m&ecirc;edoen">me&ecirc;doen</span>?</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4613" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De Economisten willen, dat de arbeiders de
+maatschappij zullen doen blijven zooals deze thans is en gelijk zij dit
+ons, in hunne handboeken hebben voorgeteekend en bezegeld.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4617" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De Socialisten willen, dat de oude
+<span class="corr" id="xd19e4620" title=
+"Bron: semenleving">samenleving</span> zal gelaten worden voor wat zij
+is, om des te beter in de nieuwe samenleving binnen te kunnen treden,
+die zij met zoo grooten voorzorg uitgewerkt hebben.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4624" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In weerwil van beiden; in weerwil van
+Handboeken en Utopisten hebben de arbeidersvereenigingen geen oogenblik
+opgehouden te bestaan, met de ontwikkeling van de industrie zich te
+ontwikkelen en tot bloei te komen. Dit is heden ten dage zoozeer het
+geval, dat de ontwikkelingsgraad van die vereenigingen in een zeker
+land, juist den rang kenmerkt die dat land in de hi&euml;rarchie van de
+wereldmarkt inneemt. Engeland, alwaar de industrie op het hoogst is
+ontwikkeld, bezit de omvangrijkste en best-georganiseerde
+vakvereenigingen.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;De eerste pogingen van de arbeiders om zich te vereenigen
+nemen steeds den vorm van coalities aan.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4630" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De groot-industrie brengt een menigte, aan
+elkander onderling onbekende lieden op eene plaats tezamen. De
+concurrentie verdeelt ze naar hunne belangen, maar de instandhouding
+van het loon, het gemeenschappelijk belang tegenover hunnen meester,
+drijft hen tot de gemeenschappelijke gedachte van den we&ecirc;rstand:
+tot de coalitie. Aldus heeft de coalitie steeds een dubbel doel: n.l.
+het opheffen van de concurrentie tusschen de arbeiders onderling en het
+vormen van eene algemeene concurrentie, tegenover den ondernemer.
+Wanneer het eerste doel van den we&ecirc;rstand <span class="corr" id=
+"xd19e4633" title="Bron: slechst">slechts</span> geldt de
+instandhouding van het loon, dan formeeren zich de aanvankelijk
+<span class="corr" id="xd19e4636" title=
+"Bron: g&euml;isoleerde">ge&iuml;soleerde</span> coalities, in de mate
+waarin, aan den anderen kant, de kapitalisten hunnerzijds zich
+vereenigen tot het bieden van we&ecirc;rstand, tot groepen; en
+tegenover het steeds sterker vereenigde kapitaal, wordt de
+instandhouding der associatie voor hen een sterker noodzakelijkheid
+zelfs, dan de instandhouding van het loon. Dit is z&oacute;&oacute;
+waar, dat de engelsche economen ganschelijk verstomd ervan staan, hoe
+de arbeiders een groot deel van hun loon opofferen, ten gunste van
+hunne vakvereenigingen, <span class="pagenum">[<a id="pb175" href=
+"#pb175" name="pb175">175</a>]</span>een deel dat in de oogen van de
+economen slechts aan het loon ten goede had mogen komen. In deze
+kampen,&mdash;ware burgeroorlogen zijn het!&mdash;vereenigen en
+ontwikkelen zich alle elementen voor den komenden krijg. Eenmaal
+aangeland bij dat punt, neemt de coalitie een politiek karakter
+aan.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4642" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De economische verhoudingen, hebben voor
+het eerst de massa der bevolking, in arbeiders omgezet. De heerschappij
+van het kapitaal heeft voor deze massa gemeenschappelijke belangen en
+eene gemeenschappelijke situatie geschapen. Zoo is deze massa bereids
+eene klasse tegenover die van het kapitaal, maar zij is dit n&ograve;g
+niet, voor-zich-zelf. In den strijd die wij slechts in eene enkele
+harer phasen gekenschetst hebben, sluit zich de massa te zamen;
+constitueert zij zich als klasse voor-zichzelf. De belangen welke zij
+verdedigt, worden daardoor klasse-belangen. De strijd van klasse
+tegenover klasse is een politieken strijd.&rdquo;</p>
+<p>....&bdquo;Eene onderdrukte klasse is de levensvoorwaarde, voor
+elke, op klassetegenstellingen berustende samenleving. De bevrijding
+van de onderdrukte klasse, sluit aldus noodwendig in zich, de schepping
+van eene nieuwe samenleving. Wil de onderdrukte klasse zich kunnen
+bevrijden, dan moet er eene ontwikkelingshoogte bereikt wezen, waarop
+de reeds verworven produktiekrachten en de geldende maatschappelijke
+inrichtingen, niet meer naast elkander kunnen bestaan. Onder alle
+produktie-instrumenten is de grootste produktiekracht: de
+revolutionaire klasse zelf. De organisatie van de revolutionaire
+elementen als klasse, stelt als voorwaarde, het gereedzijnde bestaan
+van alle produktiekrachten, die zich over het algemeen in den schoot
+der oude samenleving ontvouwen kunnen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4649" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wil dat zeggen, dat er nadat de oude
+samenleving zal zijn ingestort, eene nieuwe klasseheerschappij tot
+stand zal komen, die in eene nieuwe politieke heerschappij haar toppunt
+vinden zal? Neen!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4653" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De voorwaarde tot bevrijding van de
+arbeidende klasse, is de afschaffing van &egrave;lke klasse; zooals de
+voorwaarde tot de bevrijding van den &bdquo;derden stand&rdquo;, de
+burgerlijke orde van zaken, de afschaffing der oude standen geweest
+is.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4657" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De arbeidende klasse zal in den loop der
+ontwikkeling in de plaats van de oude burgerlijke samenleving, eene
+associatie plaatsen, welke de klassen en hunne tegenstelling uitsluit,
+en er zal geene eigenlijke politieke macht meer bestaan, omdat juist de
+politieke macht, de officieele uitdrukking is van de
+klassetegenstellingen in de burgerlijke samenleving.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name=
+"pb176">176</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2.4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk IV.</h2>
+<h2 class="main">Het historisch materialisme.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In het geschrift tegen Proudhon is reeds in de
+behandeling van de stof, het wetenschappelijk standpunt van Marx, zijne
+philosophische, historische en economische gezichtspunten duidelijk te
+zien. Dat nieuwe standpunt was gewonnen, door eene vereeniging van het
+beste dat het fransche Materialisme van de 18<sup>e</sup> eeuw in
+Holbach en Helvetius geleverd heeft,&mdash;de revolutionaire kern uit
+die levensbeschouwing,&mdash;met het uit de critiek op de speculatieve
+en de idealistische wijsbegeerte der Hegelsche school, verkregen
+realisme.</p>
+<p>De grondslag voor die levensopvatting&mdash;eene vereeniging van de
+oude tegenstellingen van Denken en Zijn, of die van geest en
+stof,&mdash;was het bestaande, de ervaring, de mensch. Het klassieke
+fransche materialisme van de 18<sup>e</sup> eeuw, k&ograve;n de wereld
+niet opvatten als &eacute;&eacute;n proces; van de in gestadige en
+voortdurende, historische voort-ontwikkelingsgang zich bevindende
+materie.</p>
+<p>Aan den anderen kant was het Idealisme van Hegel gedoemd om te
+verstarren in de beschouwing van de &bdquo;absolute idee.&rdquo; Bij de
+Jong-Hegelianen ontwikkelde zij zich dan ook tot de zuivere burgerlijke
+ideologie eenerzijds en tot de speculatieve wijsbegeerte anderzijds,
+door het abstraheeren van de begrippen, van hunne eigen moeder: de
+werkelijkheid.</p>
+<p>Maar Hegel had toch reeds de evolutie in de geschiedenis
+geconstateerd en ook de weg ontdekt, al was dit slechts door zuiver
+abstraheeren, waarlangs dit geschiedde: de dialektische ontwikkeling in
+de geschiedenis.</p>
+<p>De begrippen &bdquo;toeval&rdquo; en &bdquo;willekeur,&rdquo; waren
+reeds door Spinoza uit de philosophische beschouwing der dingen
+buitengesloten <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name=
+"pb177">177</a>]</span>en de causaliteit tot eene absolute wet door hem
+verheven, waaraan alles in de natuur zooals ook in den menschelijken
+wil, onderworpen was.</p>
+<p>De groote gedachte van de vooruitgang in beschaving, die het
+voornaamste voortbrengsel van de Hegelsche philosophie was,&mdash;de
+dialektische ontwikkeling&mdash;heeft, als sleutel tot het begrip van
+het verleden, de geschiedeniswetenschap op een hooger plan kunnen
+stellen. De toepassing van de evolutionaire, dus dialektische
+ontwikkeling op de menschelijke samenleving is, in wetenschappelijken
+zin en beteekenis, niet verschillend van die, welke Darwin toepaste op
+de biologie en waarmede hij tot zijne, voor de vooruitgang der
+biologische wetenschappen zoo baanbrekende resultaten was gekomen. En
+het is in het algemeen geen toeval, dat beide wetenschappelijke
+ontdekkingen, voor natuur en samenleving van het grootste belang, in
+een en denzelfden tijd zijn tot stand gekomen. Darwin en Marx kenden
+elkander echter niet.</p>
+<p>Maar in hetzelfde jaar,&mdash;alleen dit is er toevalligs
+aan&mdash;dat Charles Darwin zijn &bdquo;<span class="ex">Ontstaan van
+de Soorten</span>&rdquo; publiceerde, zag ook van Marx
+&bdquo;<span class="ex">Kritiek der Staathuishoudkunde</span>&rdquo;
+het licht. Dit was in &rsquo;t jaar 1859.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Met de nieuwe levensbeschouwing lieten zich, noch het standpunt van
+de &bdquo;humanistische&rdquo; socialisten, noch dat van de
+&bdquo;utopistische&rdquo; socialisten vereenigen.</p>
+<p>Vooral de laatsten hadden bij hunne beschouwingen, hoe nauw deze
+dikwijls de werkelijkheid ook raakten, steeds &eacute;&eacute;ne
+onveranderlijke en vaste, &bdquo;menschelijke natuur&rdquo; aangenomen,
+waarvan zij ook steeds uitgingen en ondanks alles steeds op
+terugkwamen. Dat deze niet echter er was kon de geschiedenis aantoonen,
+zoodra zij maar op hare re&euml;le basis, de menschheid zelve werd
+teruggevoerd. Wat is echter de menschheid en wat beweegt haar? Wat
+maakt, in laatste instantie de beweegkracht der geschiedenis uit? Is
+het het toeval? Neen. Zijn het <span class="corr" id="xd19e4703" title=
+"Bron: id&eacute;&euml;n">ide&euml;n</span> dan? Maar deze wonen in
+menschen; in de samenleving van produceerende en consumeerende,
+werkende en niet-werkende individuen. En de ide&euml;n zelven, waren
+ook nooit eeuwige en onvergankelijke, maar steeds naar den aard der
+samenleving die ze produceerde, andere.</p>
+<p>Trouwens, reeds om die eeuwige vastheid van de menschelijke
+&bdquo;natuur&rdquo; had Hegel zich in zijne
+&bdquo;Geschiedenis-philosophie&rdquo; lustig gemaakt. Het was namelijk
+met betrekking tot de socialistische Utopisten, die zich het hoofd stuk
+peinsden over de &bdquo;beste&rdquo; wetgeving en over de
+&bdquo;beste&rdquo; maatschappij. <span class="pagenum">[<a id="pb178"
+href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span></p>
+<p>En ook zelfs de burgerlijke geschiedschrijving, in den aanvang van
+de 19<sup>e</sup> eeuw, van Augustin Thierry en Michelet voornamelijk,
+de eerste in zijne geschiedschrijving van de burgerlijke revoluties in
+Engeland en die van 1789 in Frankrijk, de tweede in zijne groote
+studi&euml;n over de middeneeuwen; zoowel als de minister Guizot in
+zijn &bdquo;<span lang="fr">Essai sur l&rsquo;histoire de
+France</span>&rdquo;, hadden de samenleving zelve aangetoond als de
+grondslag van de geschiedenis te zijn.</p>
+<p>Die grondslag evenwel, is evenmin een vaste en steeds blijvende; zij
+zelve verandert en deze hare verandering is niet minder dan die van de
+samenleving en de gansche natuur, aan de wetten der evolutie
+onderworpen.</p>
+<p>De vrucht nu van de philosophische levensbeschouwing van Marx, die
+gebouwd was op de dialektische ontwikkeling in natuur en samenleving,
+hare revolutionaire vrucht dus, was het historisch materialisme. De
+toepassing van deze beschouwingswijze op de geschiedenis, leidde tot de
+opvatting van de burgerlijke samenleving, als te zijn gebaseerd op de
+klasse-tegenstellingen van bezit, d. w. z. kapitaal eenerzijds en
+niet-bezit, d. w. z. van arbeid anderzijds. De formuleering van het
+begrip van den modernen klassenstrijd, was hiervan wederom het
+gevolg.</p>
+<p>Toen Marx zich aan de ontleding zette van de burgerlijke, de
+kapitalistische samenleving van tegenwoordig, teneinde uit deze analyse
+bloot te leggen, de drijvende krachten die hare produktiewijze
+voortbewegen en oplossen; een arbeid die aangevangen is met
+&bdquo;<span class="corr" id="xd19e4724" title=
+"Bron: Zur kritiek der politische economie">Zur Kritik der politischen
+&Ouml;konomie</span>&rdquo; en voortgezet is in zijn hoofdwerk
+&bdquo;<span lang="de">das Kapital</span>&rdquo;; ging hij, naar hij in
+de Voorrede van het eerste geschrift ons mededeelt, uit van de volgende
+wetenschappelijke denkmethode, die in groote trekken, de grondslag is
+te noemen van het historisch materialisme. Hij zegt daar:</p>
+<p>&bdquo;Mijne onderzoekingen leidden tot het resultaat, dat
+rechtsverhoudingen, zoowel als staatsvormen noch uit zich-zelf te
+begrijpen zijn, noch uit de zoogenaamde algemeene ontwikkeling van den
+menschelijken geest, maar veelmeer in de materieele levensverhoudingen
+wortelen, welker totaal Hegel, naar het voorbeeld van de Engelschen en
+Franschen uit de 18<sup>e</sup> eeuw onder den naam van de
+&bdquo;burgerlijke maatschappij&rdquo; tezamenvat; dat evenwel, de
+anatomie der burgerlijke maatschappij, in de staathuishoudkunde is te
+zoeken. De navorsching van de laatste, in Parijs door mij aangevangen,
+heb ik te Brussel voortgezet, waarheen ik tengevolge van het
+verbanningsbevel des heeren Guizot heb moeten uitwijken. Het algemeene
+resultaat dat zich aan mij opdrong, en dat eenmaal gewonnen, tot den
+leiddraad mijner <span class="corr" id="xd19e4735" title=
+"Bron: studie&euml;n">studi&euml;n</span> werd, kan in het kort aldus
+worden geformuleerd: <span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179"
+name="pb179">179</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;In de maatschappelijke produktie huns levens, leven de
+menschen onder bepaalde, noodzakelijke, van hunnen wil onafhankelijke
+verhoudingen, produktieverhoudingen, die met eene bepaalde
+ontwikkelingstrap hunner materieele produktiekrachten in
+overeenstemming zijn. Het totaal dezer produktieverhoudingen, vormt de
+economische structuur van de samenleving, de werkelijke basis waarop
+zich een juridische en een politieke bovenbouw verheffen, en welke aan
+bepaalde maatschappelijke bewustzijnsvormen beantwoorden. De
+produktiewijze van het materieele leven, bepaalt het sociale, politieke
+en geestelijke levensproces in het algemeen. Het is niet het bewustzijn
+der menschen, dat hun Zijn, maar omgekeerd, het is hun maatschappelijk
+Zijn, dat hun bewustzijn bepaalt. Op eene bepaalde ontwikkelingshoogte
+hunner ontwikkeling, geraken de materieele produktiekrachten der
+samenleving in tegenspraak met de voorhanden produktieverhoudingen, of
+gelijk de juridische uitdrukking daarvoor luidt, met de
+eigendomsverhoudingen, waarbinnen dezen zich tot dusverre bewogen
+hebben. Dan slaan deze verhoudingen, van uit ontwikkelingsvormen der
+produktiekrachten, om, in kluisters derzelven. Er treedt dan een
+tijdstip van sociale revolutie in. Met de verandering van de
+economische grondslagen, wentelt ook de gansche bovenbouw langzamer of
+sneller om. Bij de beschouwing van zulke omwentelingen, behoort men
+steeds te onderscheiden tusschen de materieele,
+natuurwetenschappelijk-nauwkeurig te constateeren omwenteling in de
+economische produktievoorwaarden en de juridische, politieke,
+religieuze, artistieke of philosophische, kortom <span class="corr" id=
+"xd19e4741" title="Bron: id&euml;ologische">ideologische</span> vormen,
+waarin de menschen zich dat conflikt bewust worden en het uitvechten.
+Zoomin als men, dat wat als een individu geldt, beoordeelt naar datgene
+wat dit van zich-zelf denkt, zoomin kan men eene zoodanige
+omwentelingsperiode uit haar bewustzijn beoordeelen, maar moet
+veelmeer, dit bewustzijn uit de tegenstellingen van het materieele
+leven, uit het aanwezig zijnde conflikt tusschen maatschappelijke
+produktiekrachten en produktieverhoudingen worden verklaard. Een
+samenlevingsvorm gaat niet ten onder, dan alvorens alle
+produktiekrachten ontwikkeld zijn; voor dat zij ver genoeg heen is; en
+nieuwe, hoogere produktieverhoudingen nemen hare plaats niet in,
+alvorens de materieele bestaansvoorwaarden derzelven, in den schoot der
+oude samenleving zijn <span class="corr" id="xd19e4744" title=
+"Bron: uitgebroeid">uitgebroed</span>. Hierom ook stelt de menschheid
+zich steeds eene taak, die zij volvoeren kan; want nauwkeuriger
+beschouwd, zal zij steeds vinden, dat die taak zelf, slechts daar haren
+oorsprong vindt, waar de materieele voorwaarden harer oplossing reeds
+voorhanden <span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name=
+"pb180">180</a>]</span>zijn, of minstens in staat van wording
+verkeeren. In groote omtrekken kunnen <span class="corr" id="xd19e4749"
+title="Bron: aziatische">Aziatische</span>, antieke, feodale en
+modern-burgerlijke produktiewijzen, als progressieve tijdperken van de
+economische maatschappij-formaties worden gekarakteriseerd. De
+burgerlijke produktie-verhoudingen zijn de laatste antagonistischen
+vorm van het maatschappelijk produktieproces; antagonistisch, niet in
+den zin van een individueel antagonisme, maar van een, uit de
+maatschappelijke levensbehoeften der individuen voortkomend
+antagonisme. Maar, de in den schoot der burgerlijke maatschappij zich
+ontwikkelende produktiekrachten, scheppen tegelijkertijd ook de
+materieele voorwaarden tot oplossing van dit antagonisme. Met dezen
+vorm van samenleving, sluit daarom de voorgeschiedenis van de
+menschelijke maatschappij af.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Het eerste groote resultaat van de geschieds-beschouwing, gelijk wij
+die, &egrave;n in het geschrift over de Hegelsche Rechtsphilosophie
+&egrave;n in dat tegen Proudhon geformuleerd zien, de beschouwing
+namelijk, dat het de klassetegenstellingen zijn waarop de <span class=
+"corr" id="xd19e4756" title="Bron: burgelijke">burgerlijke</span>
+samenleving gebaseerd is, was een geschrift dat tevens in zich bevatte,
+de eerste samengedrongene, wetenschappelijke formuleering van het
+moderne socialisme van Marx en Engels.</p>
+<p>Gedurende Marx&rsquo; oponthoud te Brussel werkten hij en Engels
+geducht mede aan een blad &bdquo;<i lang="de">Die Deutsche Brusseler
+Zeitung</i>&rdquo; genaamd, dat onder leiding van v. Bornstedt twee
+malen &rsquo;s weeks verscheen en aan een duitsch tijdschrift
+&bdquo;<i lang="de"><span class="corr" id="xd19e4765" title=
+"Bron: Die &bdquo;Wetsphalische">Das Westph&auml;lische</span>
+Dampfboot</i>&rdquo; genaamd. Zoo ook stichtten zij onder de politieke
+vluchtelingen, welke zich toenmaals in Brussel bevonden, de
+&bdquo;<i lang="de">Deutsche Arbeiterverein</i>&rdquo; in vereeniging
+met Moritz Hesz, Sebastian Seiler, Ernst Dronke, Stephan Born en
+Wilhelm Wolff, dezelfde, aan wien later het eerste deel van &bdquo;das
+Kapital&rdquo; werd opgedragen. Het was in die Vereeniging dat Marx
+zijn voordracht hield over &bdquo;<span class="ex">Loonarbeid en
+Kapitaal</span>&rdquo;, die met het critisch-staathuishoudkundig
+overzicht van Marx tegelijk zal worden behandeld.</p>
+<p>Maar het is in deze periode te Brussel geweest, dat het
+wetenschappelijk socialisme, of gelijk de beide mannen het toenmaals om
+eene behoorlijke onderscheiding te maken noemden, het communisme tot
+stand is gekomen.</p>
+<p>Tegen het destijds in Duitschland geleerde &bdquo;ware&rdquo;
+socialisme van Hesz, Karl Gr&uuml;n en anderen, richtte Marx de
+scherpste pijlen zijner realistische critiek, door den politieken
+klassenstrijd <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name=
+"pb181">181</a>]</span>op den voorgrond te stellen, terwijl Engels in
+Puttman&rsquo;s &bdquo;<span lang="de">Burgerbuch</span>&rdquo; met
+nadruk, zoowel Wilhelm Weitling, als ook Fourier ten sterkste
+verdedigde tegen hunne aanvallen.</p>
+<p>Marx en Engels wisten z&eacute;&eacute;r goed, dat zij daarmede
+zoowel naar den eenen als naar den anderen kant, een deel van hunne
+medestanders van zich zouden af stooten. Maar met zich-zelf in &rsquo;t
+reine zijn, hun standpunt naar beide zijden scherp te kunnen afbakenen,
+dat was hun eerste en gewichtigste doel naar zij meenden.</p>
+<p>&bdquo;Zonder partijen geen ontwikkeling, zonder scheiding geen
+vooruitgang&rdquo;, had Marx reeds in 1842 geschreven. En hij meende
+dat men bij het innemen van zijn eigen wetenschappelijk standpunt,
+v&oacute;&oacute;r alles zuiver moest staan.</p>
+<p>Intusschen stonden Marx en Engels met de politieke vluchtelingen in
+<span class="corr" id="xd19e4791" title="Bron: London">Londen</span>,
+de sociaal-demokraten uit de &bdquo;Chartistenbeweging&rdquo; in
+Engeland en voor een deel ook met de fransche sociaal-demokraten, in
+eene nauwe betrekking. Nu bestond erin Londen zoowel als in Parijs een
+&bdquo;Bond der Rechtvaardigen&rdquo;, waartoe Engels noch Marx ooit
+wenschten toe te treden. Hij was de stichting van Karel Schapper en
+Heinrich Bauer, schrijvers, van Josef Moll, een <span class="corr" id=
+"xd19e4794" title="Bron: horlogomaker">horlogemaker</span>, van den
+miniatuurschilder Karl Pf&auml;nder en van den kle&ecirc;rmaker
+Eccarius. Een crisis in die organisatie ontstaan, deed Marx, Engels en
+Wilhelm Wolff besluiten, zich bij de afgescheidenen te voegen en met
+hen den &bdquo;Bond der Communisten&rdquo; op te richten. Als de eerste
+daad van dezen Bond naar buiten is het, in &rsquo;t najaar van 1847
+ontworpen en in Februarij 1848 in het publiek verschenen</p>
+<p>&bdquo;<span class="sc">Communistisch Manifest</span>&rdquo;</p>
+<p>te beschouwen, dat de klassieke uiteenzetting bevat van alle
+resultaten welke Marx en Engels uit hunnen praktischen strijd en hunne
+theoretische studi&euml;n hadden vermogen te trekken.</p>
+<p>In dit &bdquo;Communistisch Manifest&rdquo; wordt in enkele groote
+trekken de economisch-sociale geschiedsdeduktie van de tijden der
+lijfeigenschap in de middeneeuwen, tot aan onze huidige klassen- en
+eigendomstegenstellingen doorgevoerd en komt het inzicht erin tot
+uiting, en wordt er voor &rsquo;t eerst in het bijzonder in aangetoond,
+dat ook de tegenwoordige vorm van de samenleving tot den ondergang is
+bestemd; terwijl alles wat de bourgeoisie in het werk stelt en in het
+werk stellen <i>moet</i>, slechts de arbeid harer eigene ondergang is.
+Naar de stelling van Hegel die eenmaal luidde: &bdquo;dat in de
+wereldgeschiedenis door de handelingen der menschen, nog in het
+algemeen iets anders te voorschijn komt als zij bedoelen en bereiken,
+als zij <span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182" name=
+"pb182">182</a>]</span><span class="corr" id="xd19e4810" title=
+"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> weten en willen&rdquo; is deze
+gansche beschouwingswijze geformuleerd. Deterministisch is deze
+beschouwing der samenleving, zoolang deze en voor zoover deze,
+kapitalistisch is.</p>
+<p>Het &bdquo;Manifest&rdquo; dat aanvangt met de verklaring dat er
+&bdquo;een spook over Europa rondwaart,&rdquo; welk spook het
+communisme is&mdash;&bdquo;dat dit communisme bereids door de machten
+van Europa als een macht is erkend&rdquo;&mdash;zegt vervolgens:
+&bdquo;dat het hoog tijd is geworden, dat de communisten hunne
+beschouwingswijze, hun doel en hunne tendenzen, voor de geheele wereld
+open en bloot leggen, om aan het sprookje van het communisme, een
+manifestatie daarvan, tegenover te plaatsen.<span class="corr" id=
+"xd19e4815" title="Niet in bron">&rdquo;</span> Tot dit doel hebben
+zich communisten van verschillende naties in <span class="corr" id=
+"xd19e4818" title="Bron: London">Londen</span> bijeenverzameld en een
+&bdquo;Manifest&rdquo; ontworpen, dat in het engelsch, fransch,
+duitsch, italiaansch, vlaamsch en deensch gepubliceerd zal worden.</p>
+<p>Het begint in zijn 1<sup>ste</sup> Hoofdstuk eene definitie te geven
+van de begrippen: <span class="corr" id="xd19e4826" title=
+"Bron: Bourgeoise">Bourgeoisie</span> en Proletariaat.</p>
+<p>&bdquo;De geschiedenis van alle der nog toe bestaan hebbende
+maatschappijen, is de geschiedenis van klasseoorlogen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4832" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Vrijen en slaven, patricie&euml;r en
+plebejer, baron en lijfeigene, gildeburger en gezel, in &rsquo;t kort,
+onderdrukten en onderdrukkers, zij stonden in gestadige tegenstelling
+tot elkander, voerden een ononderbroken, dan eens verkapte, dan eens
+open strijd tegen elkander, die telkenmale met eene revolutionaire
+gedaante-verandering van de gansche samenleving eindigde, of met den
+gemeenschappelijken ondergang der strijdende klassen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4836" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In de vroegere tijdstippen der
+geschiedenis, vinden wij bijna overal eene volledige geleding der
+samenleving in verschillende standen, eene menigvuldige en trapsgewijze
+vorming van maatschappelijke stellingen. In het oude Rome hadden wij de
+patrici&euml;rs, ridders, plebejers en slaven; in de Middeneeuwen de
+feodaal-Heeren, Vasallen, gildeburgers, gezellen, lijfeigenen en
+bovendien, bestonden er nog in bijna alle deze klassen weder,
+bijzondere trapsgewijze indeelingen.</p>
+<p>&bdquo;De uit den ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen
+moderne burgerlijke maatschappij, heeft die klassetegenstellingen niet
+opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden van
+onderdrukking, eene nieuwe gestalte aan dien strijd, in de plaats van
+de oude gegeven.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4843" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Ons tijdstip, dat van de
+bourgeoisie<span class="corr" id="xd19e4846" title=
+"Niet in bron">,</span> kenteekent zich echter daardoor, dat zij deze
+klasse-tegenstellingen vereenvoudigd heeft. De gansche maatschappij
+splitst zich meer en meer in twee groote, elkander vijandige legers, in
+twee groote, elkander direkt tegenoverstaande klassen: bourgeoisie en
+proletariaat. <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name=
+"pb183">183</a>]</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4851" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Uit den lijfeigene van de Middeneeuwen,
+werden de paalburgers der eerste steden geboren; uit dezen paalburgers
+ontwikkelden zich weder de eerste elementen der bourgeoisie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4855" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De ontdekking van Amerika, van de
+scheepvaart om Afrika, schiepen voor de opkomende bourgeoisie een nieuw
+terrein. De Oost-Indische en Chineesche markt, de koloniseering van
+Amerika, de ruil met deze koloni&euml;n, de vermeerdering der
+ruilmiddelen en der waren over het algemeen, verleenden aan den handel,
+aan de scheepvaart en aan de industrie een ongekenden vlucht en
+daarmede aan het revolutionaire element van de, in verval zijnde
+feodale maatschappij, eene even snelle ontwikkeling.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4859" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De tot nu toe bestaan hebbende feodale of
+gildenachtige bedrijfswijze van de industrie, was niet meer toereikend
+voor de met de nieuwe markten, steeds aangroeiende behoefte. De
+Manufaktuur trad in hare plaats. De gildenmeesters werden verdrongen
+door de industrieele middenstand; de verdeeling van den arbeid tusschen
+de verschillende corporaties maakte plaats voor de verdeeling van den
+arbeid, in den afzonderlijken werkplaats, gelijk die op zich-zelf reeds
+bestond.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4863" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Maar steeds groeiden de markten aan,
+steeds steeg de behoefte. Ook de Manufaktuur was niet meer voldoende.
+De stoom kwam en revolutioneerde door middel van de machinerie de
+industrieele produktie. In plaats van de Manufaktuur trad nu de moderne
+groot-industrie; in plaats van den industrieelen middenstand traden nu,
+de industrieele millionairs, de chefs van gansche industrieele legers,
+de moderne bourgeois in het leven.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4867" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De groot-industrie heeft de wereldmarkt in
+het leven geroepen, die door de ontdekking van Amerika was voorbereid.
+De wereldmarkt heeft aan den handel, aan de scheepvaart en aan de
+landcommunikatie eene onmetelijke ontwikkeling gegeven. Deze heeft
+wederom op de uitbreiding van de industrie <span class="corr" id=
+"xd19e4870" title="Bron: terruggewerkt">teruggewerkt</span>, en in
+dezelfde mate waarin industrie, handel, scheepvaart en spoorwegen zich
+uitbreidden, in diezelfde mate ontwikkelde zich de bourgeoisie,
+vermeerderde zij hare kapitalen, drong zij alle, van af de Middeneeuwen
+traditioneel geworden klassen, meer en meer naar den achtergrond.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4874" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wij zien dus hoezeer de moderne
+bourgeoisie-zelf, het produkt van een lange ontwikkelingsgang, van een
+rij van omwentelingen in de produktie- en verkeerswijze is.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4878" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Ieder dezer ontwikkelingstrappen der
+bourgeoisie, werd begeleid door eene, met hen in overeenstemming zijnde
+politieke vooruitgang. Onderdrukte stand onder de heerschappij van de
+feodale Heeren; bewapende en zich-zelf beheerende associatie in de
+gemeenten; <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name=
+"pb184">184</a>]</span>hier onafhankelijke stedelijke Republiek, daar
+derde belastingplichtige Stand van de monarchie; dan, ten tijde van de
+op gildenorganisatie berustende Manufaktuur, tegenwicht tegenover den
+adel in de Standen of in de absolute monarchie; hoofdgrondslag van de
+monarchie&euml;n in het algemeen, veroverde zij eindelijk, sedert het
+bestaan van de groot-industrie en der wereldmarkt in de moderne
+constitutioneele staten, voor zich uitsluitend de politieke
+heerschappij. De moderne staatsmacht is slechts eene commissie, die de
+gemeenschappelijke belangen van de gansche bourgeoisklasse
+bestuurt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4884" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heeft in de geschiedenis
+een hoogst revolutionaire rol gespeeld.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4888" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie, waar zij tot <span class=
+"corr" id="xd19e4891" title="Bron: heerschapij">heerschappij</span> is
+gekomen, heeft alle feodale, patriarchale en idyllische verhoudingen
+verstoord. Zij heeft de bontgekleurde feodale banden, die den menschen
+aan hunne natuurlijke meesters verbonden, onbarmhartig verscheurd en
+geen anderen band tusschen mensch en mensch overgelaten, dan die van
+het naakte belang, dan die van de gevoellooze &bdquo;bare
+betaling&rdquo;. Zij heeft de heilige rilling van de vrome dweperij, de
+ridderlijke begeestering, de klein-burgerlijke weemoed, verdronken in
+het ijskoude water van de ego&iuml;stische berekening. Zij heeft de
+persoonlijke waarde, in de ruilwaarde opgelost en in de plaats van de
+tallooze, op vrijbrieven berustende <span class="corr" id="xd19e4894"
+title="Bron: privilegie&euml;n">privilegi&euml;n</span> en vrijheden,
+de eene, die van de gewetenlooze handelsvrijheid gesteld. Zij heeft in
+&eacute;&eacute;n woord, in plaats van de met <span class="corr" id=
+"xd19e4897" title="Bron: religeuze">religieuze</span> en politieke
+illusies omhulde uitbuiting, de openlijke, de onbeschaamde, direkte en
+dorre uitbuiting geplaatst.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4902" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heeft alle tot dusver
+eerwaardige en met vrome schuwheid beschouwde handelingen, van hunnen
+schijn van heiligheid ontdaan. Zij heeft den arts, den jurist, den
+priester, den <span class="corr" id="xd19e4905" title=
+"Bron: p&ouml;eet">po&euml;et</span> en den man van de wetenschap tot
+hare betaalde loonarbeiders gemaakt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4909" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heeft de familieverhouding
+van haren roerend-sentimenteelen sluier beroofd en haar teruggevoerd
+tot op een zuiver finantieele verhouding.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4913" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heeft ons het geheim
+onthuld, hoe de brute krachtsuiting, die de reaktie zoo zeer bewondert
+in de Middeneeuwen, in de luiste dagdieverij hare beste aanvulling kan
+vinden. Maar eerst heeft zij ons bewezen, wat de werkzaamheid van
+menschen tot stand kan brengen. Zij heeft nog gansch andere
+wonderwerken tot stand doen komen als de Pyramiden van Egypte,
+romeinsche waterleidingen en gothische <span class="corr" id=
+"xd19e4916" title="Bron: Chatedralen">Cathedralen</span> dat waren; zij
+heeft nog geheel andere tochten tot stand weten te brengen, als de
+Volkerentochten en de Kruistochten dat waren.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4920" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie kan niet bestaan, zonder de
+produktie-instrumenten, <span class="pagenum">[<a id="pb185" href=
+"#pb185" name="pb185">185</a>]</span>d. w. z<span class="corr" id=
+"xd19e4925" title="Niet in bron">.</span>, zonder de
+produktieverhoudingen, dus de gezamenlijke maatschappelijke
+verhoudingen, voortdurend te revolutioneeren. Onveranderde
+instandhouding van de oude produktiewijzen, was daarentegen de eerste
+bestaansvoorwaarde van de vroegere industrieele klassen. De
+voortdurende omwenteling van de produktie, de ononderbroken schokking
+van alle maatschappelijke toestanden, de eeuwigdurende onzekerheid en
+de toestand van bewogenheid, onderscheidt de periode der <span class=
+"corr" id="xd19e4928" title="Bron: borgeoisie">bourgeoisie</span> van
+al de vroegere. Alle vaste, ingewortelde verhoudingen, mitsgaders hunne
+gevolgen van oude en traditioneele voorstellingen en
+beschouwingswijzen, zijn door haar opgelost geworden; alle
+nieuwgevormde verouderen, nog voor zij zich hebben kunnen vastnestelen.
+Al het bestaande en vaststaande verdampt, al het heilige wordt ontwijd,
+en de menschen worden er eindelijk wel toe <i>gedwongen</i>, hunne
+levenspositie en wederzijdsche betrekkingen, met nuchtere oogen te gaan
+bekijken.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4935" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De behoefte aan een steeds uitgebreider
+afzetmarkt voor hare produkten, jaagt de bourgeoisie over den ganschen
+aardbol. Overal moet zij zich inburgeren, overal inwerken, overal moet
+zij connekties aanknoopen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4939" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heeft door hare exploitatie
+van de wereldmarkt, aan de produktie en de <span class="corr" id=
+"xd19e4942" title="Bron: comsumptie">consumptie</span> van alle landen,
+eene cosmopolitische gestalte gegeven. Zij heeft tot groote droefenis
+van de reaktionairen, der industrie den nationalen bodem onder de
+voeten weggerukt. Over-oude nationale <span class="corr" id="xd19e4945"
+title="Bron: industri&euml;n">industrie&euml;n</span> zijn door haar
+vernietigd geworden en worden er dagelijks nog meer vernietigd. Zij
+worden verdrongen door nieuwe <span class="corr" id="xd19e4948" title=
+"Bron: industri&euml;n">industrie&euml;n</span>, welker invoering tot
+eene levenskwestie voor alle beschaafde naties wordt; door
+industrieelen, welke niet meer inheemsche ruwprodukten, maar de, van de
+verst verwijderde streken komende ruwprodukten verwerken en welker
+fabrikaten, niet alleen in het land zelve, maar in alle werelddeelen
+verbruikt worden. In de plaats van de oude, door de produkten van het
+land zelf bevredigde behoeften, komen er nieuwe, welke de produkten van
+de verstverwijderde landen en klimaten, tot hunne bevrediging noodig
+hebben. In de plaats van de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid
+en afgeslotenheid, trad een alzijdig verkeer, eene alzijdige
+afhankelijkheid der verschillende naties van elkander. En zooals het in
+de <span class="corr" id="xd19e4951" title=
+"Bron: materi&euml;ele">materieele</span> produktie ging, zoo ging het
+ook in de geestelijke produktie. De geestelijke voortbrengselen der
+naties elk op zich, zijn gemeen-goed geworden. De nationale
+eenzijdigheid en bekrompenheid wordt meer en meer onmogelijk gemaakt,
+en uit de vele nationale en lokale litteraturen, vormt zich
+&eacute;&eacute;ne wereldlitteratuur. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4956" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie trekt, door eene snelle
+verbetering van alle produktie-instrumenten, door de oneindig
+vergemakkelijkte communikaties, alle,&mdash;ook de
+barbaarsche&mdash;naties, binnen den kring harer beschaving. De
+goedkoope prijzen harer waren, zijn de zware artillerie, waarmede zij
+alle chineesche muren platschiet, waarmede zij den hardnekkigsten
+vreemdenhaat der Barbaren tot capitulatie dwingt. Zij dwingt alle
+naties, de produktiewijze der bourgeoisie zich eigen te maken, willen
+deze niet te gronde gaan; zij dwingt ze, deze zoogenaamde beschaving
+bij zich-zelf <span class="corr" id="xd19e4959" title=
+"Bron: intevoeren">in te voeren</span>, d. w. z. bourgeois te worden.
+In een woord, zij schept zich een eigen wereld, naar haar eigen
+beeld.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4963" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heeft het platte land
+onderworpen aan de heerschappij van de steden. Zij heeft enorme steden
+geschapen. Zij heeft het getal van de stedelijke bevolking, tegenover
+dat van het land in hoogen graad doen toenemen en een beduidend deel
+van de bevolking aan het idealisme van het landleven onttrokken. Gelijk
+zij het land van de stad, zoo heeft zij de barbaarsche en
+half-barbaarsche landen van de beschaafde, de boerenvolkeren van de
+bourgeoisvolkeren, het Oosten van het Westen afhankelijk gemaakt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4967" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heft meer en meer de
+versplintering van de produktiemiddelen, van het bezit en van de
+bevolking &ograve;p. Zij heeft de bevolking <span class="corr" id=
+"xd19e4970" title="Bron: g&euml;aglomereerd">geaglomereerd</span>, de
+productiemiddelen gecentraliseerd en den eigendom, in weinige handen
+geconcentreerd. Het noodzakelijke gevolg hiervan, was de politieke
+centralisatie. Onafhankelijke, nauwelijks verbonden <span class="corr"
+id="xd19e4973" title="Bron: provincie&euml;n">provinci&euml;n</span>
+met verschillenderlei belangen, wetten, regeeringen en tollen, werden
+tezamengedrongen tot &eacute;&eacute;ne natie, &eacute;&eacute;ne
+regeering, &eacute;&eacute;ne wet, &eacute;&eacute;n nationaal
+klassebelang en &eacute;&eacute;ne douanelinie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4977" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De bourgeoisie heeft in hare, nauwelijks
+honderdjarige klasseheerschappij, m&eacute;&eacute;r massale en
+m&eacute;&eacute;r kolossale produktiekrachten geschapen, als alle aan
+haar voorafgegane generaties, tezamen. Onderwerping van natuurkrachten,
+machinerie, toepassing van de chemie op de akkerbouw; stoomscheepvaart,
+spoorwegen, elektrische telegraphen, exploitatie van gansche
+werelddeelen, bevaarbaarmaking van stroomen, gansche, als uit den grond
+gestampte bevolkingen&mdash;welke vroegere eeuw had er eenig begrip
+van, dat zulke produktiekrachten in den schoot van den
+maatschappelijken arbeid, te sluimeren lagen!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4981" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wij hebben dus gezien: De produktie- en
+verkeersmiddelen, op welker grondslag zich de bourgeoisie kon
+verheffen, werden in de feodale maatschappij voortgebracht. Op een
+gegeven ontwikkelingshoogte dezer <span class="corr" id="xd19e4984"
+title="Bron: produkte-">produktie-</span> en verkeersmiddelen bleken de
+<span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name=
+"pb187">187</a>]</span>verhoudingen, waarin de feodale maatschappij
+produceerde en ruilde, met de feodale organisatie der Agrikultuur en
+der Manufaktuur, in &eacute;&eacute;n woord, de feodale
+eigendomsverhoudingen bleken met de ontwikkelde produktiekrachten, niet
+meer in overeenstemming te zijn. Zij hielden de produktie tegen, in
+plaats van die te bevorderen. Zij moesten dan ook springen en zij
+sprongen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4991" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In hunne plaats trad de vrije
+concurrentie, met de aan haar beantwoordende maatschappelijke en
+politieke constitutie, met de economische en politieke heerschappij van
+de bourgeoisklasse.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e4995" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Onder onze oogen nu, voltrekt zich eene
+gelijke beweging. De burgerlijke produktie- en verkeersverhoudingen, de
+burgerlijke eigendomsverhoudingen, de moderne burgerlijke maatschappij,
+die zulke geweldige produktie- en verkeersmiddelen te voorschijn
+getooverd heeft, gelijkt den heksenmeester, die de onderaardsche
+machten, die hij zelve te voorschijn had geroepen, niet meer bezweren
+kan. Sedert tientallen van jaren is de geschiedenis van de industrie en
+van den handel, slechts de geschiedenis van den opstand der moderne
+produktiekrachten tegen de eigendomsverhoudingen, welke de
+levensvoorwaarden zijn voor de bourgeoisie en voor hare heerschappij.
+Het is voldoende, de handelscrisissen aan te duiden, welke met hunne
+periodieke terugkeer, steeds dreigender het bestaan van de gansche
+burgerlijke samenleving tot eene kwestie van tijd maken. In de
+handelscrisissen breekt eene maatschappelijke epidemie los, welke in
+alle vroegere tijdstippen als iets onzinnigs zou zijn beschouwd: de
+epidemie van de overproduktie. De maatschappij bevindt zich plotseling
+teruggezet in een toestand van oogenblikkelijk barbarisme; een
+hongersnood, eene algemeene vernietigingsoorlog schijnen haar alle
+levensmiddelen afgesneden te hebben; de industrie, de handel schijnen
+vernietigd. En waarom? Omdat zij te v&eacute;&eacute;l beschaving,
+omdat zij te v&eacute;&eacute;l levensmiddelen, te v&eacute;&eacute;l
+industrie, te v&eacute;&eacute;l handel bezit. De produktiekrachten,
+die haar ter beschikking staan, dienen niet meer tot bevordering der
+burgerlijke eigendomsverhoudingen; integendeel, zij zijn te geweldig
+voor deze verhoudingen geworden, zij worden door haar juist
+tegengehouden. En zoodra zij dezen tegenstand overwinnen, brengen zij
+de gansche burgerlijke samenleving in wanorde en, brengen zij het
+bestaan van den burgerlijken eigendom, in gevaar. De burgerlijke
+verhoudingen zijn te eng geworden om de door haar voortgebrachte
+rijkdom te bevatten. En waardoor overwint de bourgeoisie nu de
+crisissen? Aan den eenen kant, door eene gedwongen vernietiging van een
+massa van produktiekrachten; aan den anderen kant, door de verovering
+van nieuwe markten en de radikale <span class="pagenum">[<a id="pb188"
+href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>uitbuiting van de oude
+markten. Waardoor dus? Daardoor, dat zij nog veelzijdiger en nog veel
+geweldiger crisissen voorbereidt en de middelen om die crisissen te
+voorkomen, juist worden verminderd.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5001" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De wapenen waarmede de bourgeoisie het
+feodalisme tegen den grond geslagen heeft, richten zich nu tegen de
+bourgeoisie zelve.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5005" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de
+wapens gesmeed die haar ten dood zullen brengen; zij heeft ook de
+menschen voortgebracht, die deze wapens tegen haar zullen voeren. Dit
+zijn de moderne arbeiders: het proletariaat.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5009" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In dezelfde mate waarin de bourgeoisie, d.
+w. z. het kapitaal zich ontwikkelt<span class="corr" id="xd19e5012"
+title="Niet in bron">,</span> in diezelfde mate ontwikkelt zich
+&oacute;&oacute;k het proletariaat; die klasse van moderne arbeiders,
+die slechts zoo lang te leven hebben, als zij arbeid kunnen vinden en
+die slechts zoo lang arbeid vinden, als hunnen arbeid het kapitaal
+vermeerdert. Deze arbeiders die zich stuksgewijs verkoopen moeten, zijn
+een waar, zooals elk handelsartikel dat is en daarvandaan gelijkmatig
+aan alle wisselingen van de concurrentie, aan alle schommelingen van de
+markt onderworpen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5016" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De arbeid van de proletari&euml;rs heeft
+door de uitbreiding van de machinerie en de verdeeling van den arbeid,
+elk zelfstandig karakter en daarmede alle bekoorlijkheid voor den
+arbeider verloren. Hij is een gewoon aanhangsel van de machine
+geworden, van wien slechts de eenvoudigste, eentonigste en gemakkelijk
+aan te leeren handgrepen worden verlangd. De kosten die de arbeider
+veroorzaakt, bepalen zich daarvandaan tot die van de bloote
+levensmiddelen-hoeveelheid die hij noodig heeft tot zijn onderhoud en
+tot voortplanting van zijn geslacht. De prijs eener waar, ook die van
+den arbeid, is echter gelijk aan die harer produktiekosten. In dezelfde
+mate, waarin de walgelijkheid van den arbeid toeneemt, in diezelfde
+mate neemt het loon &agrave;f. Meer nog, in dezelfde mate waarin de
+machinerie en de verdeeling van den arbeid toenemen, in diezelfde mate
+neemt ook de massa van den te verrichten arbeid toe, hetzij door
+vermeerdering van de arbeidsuren, hetzij door vermeerdering van de in
+een bepaalden tijd te leveren hoeveelheid arbeids, versnelde loop der
+machines enz.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5020" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De moderne industrie heeft de kleine
+werkplaats van den patriarchalen meester doen veranderen in de groote
+fabriek van den kapitalistischen ondernemer. Arbeidersmassa&rsquo;s
+tezamengedrongen in de fabriek, worden aldaar op militaire wijze
+georganiseerd. Zij worden als ordinaire industrie-soldaten, onder het
+toezicht van een volledige hi&euml;rarchie van onder-officieren en
+officieren geplaatst. Zij zijn niet alleen knechten der
+bourgeoisklasse, maar <span class="pagenum">[<a id="pb189" href=
+"#pb189" name="pb189">189</a>]</span>zij worden dagelijks en op elk uur
+van dien dag geknecht door de machine, door den opzichter en voor
+alles, door den individueelen bourgeois zelf, die fabrikant heet. Dit
+despotisme is zooveel te kleiner, zooveel te hatelijker, zooveel te
+verbitterender, naar mate het te openlijker de uitbuiting als zijn doel
+proklameert.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5026" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Hoe minder de handenarbeid geschiktheid,
+en krachtsuiting gaat vereischen, d. w. z. hoe meer de moderne
+industrie zich ontwikkelt, des te meer wordt de arbeid der mannen
+verdrongen door die van de vrouwen. Geslachts- en ouderdomsverschillen
+zijn niet meer maatschappelijk-geldig voor de arbeidersklasse. Er zijn
+slechts arbeidsinstrumenten van hen over, die naar gelang van ouderdom
+en van geslacht, verschillende kosten opleveren.<a id="xd19e5029" name=
+"xd19e5029"></a></p>
+<p>&bdquo;Is de uitbuiting van den arbeider door de fabrikanten eenmaal
+in zooverre gedaan, dat hij zijn arbeidsloon in gereed geld uitbetaald
+krijgt, dan vallen de andere deelen van de bourgeoisie hem op het lijf,
+in den vorm van den huisheer, den winkelier, den pandjeshuishouder,
+enz.</p>
+<p>&bdquo;De tot dusver bestaan hebbende kleine middenstand, de kleine
+industrieelen, kooplieden en renteniers, de handwerker en de boer, alle
+deze klassen zinken tot het proletariaat af; deels hierdoor, omdat hun
+klein kapitaal voor het bedrijf van de groote industrie niet toereikend
+is, deels daardoor, omdat hunne geschiktheid door de nieuwe
+produktiewijze van hare waarde wordt beroofd. Zoo wordt het
+proletariaat gerecruteerd uit alle klassen der bevolking.&rdquo;</p>
+<p>Na een schildering van het ontstaan en het verloop van den strijd
+van het proletariaat, ongeveer gelijk aan die welke in het geschrift
+tegen Proudhon voorkwam, gaat het &bdquo;Manifest&rdquo; verder ons den
+klassenstrijd schilderend.</p>
+<p>&bdquo;Van alle klassen die heden ten dage tegenover de bourgeoisie
+zich geplaatst zien, is all&eacute;&eacute;n het proletariaat de
+werkelijk revolutionaire klasse<span class="corr" id="xd19e5040" title=
+"Bron: ,">.</span> De overige klassen komen om, en gaan onder met de
+groot-industrie; het proletariaat is haar eigen produkt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5044" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De middenstanden, de kleine industrie, de
+kleine koopman, de handwerker, de boer, zij allen bestrijden de
+bourgeoisie, om hun bestaan als middenstand voor den ondergang te
+vrijwaren. Zij zijn aldus beschouwd, niet revolutionair, zij zijn
+conservatief. Sterker nog, zij zijn reaktionair, zij zoeken het rad van
+de vooruitgang terug te draaien. Als zij revolutionair zijn, dan zijn
+zij het met betrekking tot hun aanstaande overgang tot <span class=
+"pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span>het
+proletariaat, maar alsdan verdedigen zij niet hunne tegenwoordige, maar
+hunne toekomstige belangen; dan verlaten zij hun eigen standpunt, om
+zich op dat van het proletariaat te stellen&rdquo;.........</p>
+<p>&bdquo;Elke <span class="corr" id="xd19e5051" title=
+"Bron: samenleveng">samenleving</span> die tot nog toe bestond,
+berustte gelijk wij gezien hebben, op de tegenstelling van
+onderdrukkende en onderdrukte klassen. Om evenwel een klasse te kunnen
+onderdrukken, moeten haar de voorwaarden verzekerd zijn, waarop zij,
+minst genomen haar geknecht bestaan kan voeren. De lijfeigene heeft
+zich in de lijfeigenschap tot medelid van de commune opgewerkt, zooals
+de kleine burger tot bourgeois onder het juk van het feodale
+absolutisme. De moderne arbeider daarentegen, <span class="corr" id=
+"xd19e5054" title="Bron: inplaats">in plaats</span> van zich met de
+vooruitgang van de industrie te kunnen verheffen, zinkt steeds dieper
+onder de bestaansvoorwaarden zijner eigene klasse. De arbeider wordt
+een pauper en het pauperisme ontwikkelt zich nog sneller, dan de
+bevolking en dan de rijkdom. Het wordt hiermede klaar en duidelijk, dat
+de bourgeoisie ongeschikt is nog langer de heerschende klasse der
+samenleving te blijven en de levensvoorwaarden harer klasse, der
+samenleving als eene regelende wet op te dwingen. Zij is ongeschikt tot
+heerschen, omdat zij ongeschikt is hare slaven, het bestaan, zelfs
+binnen het raam hunner slavernij te verzekeren; omdat zij gedwongen is
+hun te laten neerzinken tot eene positie, waarin zij hen voeden moet,
+<span class="corr" id="xd19e5057" title="Bron: inplaats">in
+plaats</span> van door hen gevoed te worden. De maatschappij kan niet
+meer onder haar leven, d. w. z. haar leven, laat zich niet meer
+vereenigen met dat der samenleving.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5061" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De wezenlijke voorwaarde tot het bestaan
+en de heerschappij der bourgeoisklasse, is de ophoping van den rijkdom
+in de handen van privaat-personen, de vorming en vermeerdering van het
+kapitaal; de voorwaarde van het kapitaal is: de loonarbeid. De
+loonarbeid berust uitsluitend op de concurrentie der arbeiders
+onderling. De vooruitgang van de industrie, welker willooze en
+we&ecirc;rstandslooze draagster de bourgeoisie is, stelt echter
+<span class="corr" id="xd19e5064" title="Bron: inplaats">in
+plaats</span> van het isolement van den arbeider door de concurrentie,
+hunne revolutionaire aaneensluiting door de vereeniging. Met de
+ontwikkeling der groot-industrie wordt aldus ook de grondslag onder de
+voeten der bourgeoisie weggerukt, die waarop zij produceert en de
+produkten zich <span class="corr" id="xd19e5067" title=
+"Bron: toeeigent">toe&euml;igent</span>. Hare ondergang en de zegepraal
+van het proletariaat zijn beiden gelijkelijk onvermijdelijk.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Het tweede gedeelte van het &bdquo;Manifest&rdquo; behandelt den
+&bdquo;proletari&euml;r en den communist&rdquo; en de verhouding waarin
+beiden tot <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name=
+"pb191">191</a>]</span>elkander staan, benevens eene uiteenzetting van
+wat de communisten willen:</p>
+<p>&bdquo;De theoretische stellingen der communisten berusten
+geensdeels op ide&euml;n, op principes die door dezen of genen
+wereldverbeteraar zijn uitgedacht.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5079" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Zij zijn de algemeene uitdrukkingen van
+feitelijke verhoudingen, van een bestaanden klassenstrijd, eene, zich
+onder onze oogen afspelende historische beweging. De afschaffing van de
+tot nu toe bestaande eigendomsverhoudingen, is niet iets dat aan het
+communisme in het bijzonder eigen is.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5083" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Alle eigendomsverhoudingen waren aan een
+gedurige historische wisseling, aan eene gestadige historische
+verandering onderworpen. De fransche revolutie bijv., schafte den
+feodalen eigendom, ten gunste van den burgerlijken af.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5087" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wat het communisme karakteriseert, dat is
+niet de afschaffing van den eigendom in het algemeen, maar de
+afschaffing van den burgerlijken eigendom.<span class="corr" id=
+"xd19e5090" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>De moderne burgerlijke privaat-eigendom is echter de laatste en
+meest volkomene uitdrukking van de voortbrenging en de <span class=
+"corr" id="xd19e5095" title="Bron: toeeigening">toe&euml;igening</span>
+der produkten, welke op klassetegenstellingen, op de uitbuiting van den
+een door den ander berusten.</p>
+<p>In dezen zin kunnen de communisten hunne theorie in deze eene
+uitdrukking: &bdquo;opheffing van het privaat-bezit&rdquo;
+samenvatten.</p>
+<p>Vervolgens <span class="corr" id="xd19e5103" title=
+"Bron: w&ecirc;erlegt">we&ecirc;rlegt</span> het &bdquo;Manifest&rdquo;
+alle tegenwerpingen, die er gemaakt zijn geworden tegen de doeleinden
+der communisten. In de eerste plaats, dat zij &bdquo;den
+eigendom&rdquo; willen afschaffen. Het antwoordt hierop: &bdquo;dat de
+communisten niet den eigendom als zoodanig willen afschaffen, om die
+reden, dat zij dat niet zouden kunnen. Iets anders is het, dat zij den
+privaat-eigendom willen doen vervangen door de gemeenschappelijke. Die
+<span class="corr" id="xd19e5106" title=
+"Bron: privateneigendom">privaten eigendom</span> namelijk, welke zich
+beweegt in de tegenstelling, tusschen kapitaal en loonarbeid. Het
+kapitaal is geen persoonlijke maar eene maatschappelijke macht. Het is
+een produkt van gemeenschappelijken arbeid en kan slechts door eene
+gemeenschappelijke werkzaamheid van vele leden, in laatste instantie
+van die van alle leden der gemeenschap, in beweging worden gezet. Wordt
+het in gemeenschappelijk, aan alle leden der samenleving toebehoorend
+eigendom veranderd, dan verandert niet de persoonlijke eigendom in
+gemeenschappelijk, maar het maatschappelijk karakter van den eigendom
+verandert, doordien dit zijn klasse-karakter verliest.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In de burgerlijke maatschappij is de levende arbeid slechts
+een middel om den opgehoopten arbeid te doen vermeerderen. In de
+<span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name=
+"pb192">192</a>]</span>communistische samenleving, zal de opgehoopte
+arbeid slechts een middel zijn om het levensproces van den arbeider te
+verruimen, te verrijken en te bevorderen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5114" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In de burgerlijke samenleving heerscht dus
+het verleden over het heden, in het communisme zal het heden over het
+verleden heerschen. In de burgerlijke samenleving is het kapitaal
+zelfstandig en persoonlijk, terwijl het werkende individu
+&ograve;nzelfstandig en &ograve;npersoonlijk is.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Gij werpt ons voor,&rdquo; zoo roept het Manifest den
+tegenstanders toe, &bdquo;dat wij <span class="ex">uw</span> eigendom
+willen afschaffen! Zeker, dat is zoo!<span class="corr" id="xd19e5122"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Van af het oogenblik, waarin de arbeid niet meer kan worden
+omgezet in kapitaal, geld of grondrente, in &rsquo;t kort tot een
+monopoliseerbaar iets kan worden gemaakt.... van dat oogenblik af,
+verklaart gij den persoon voor opgeheven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij stemt aldus toe, dat gij onder den persoon, niemand
+anders verstaat dan den bourgeois, den burgerlijken bezitter. En deze
+persoon nu, zal zeer zeker moeten ophouden te bestaan!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5130" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het communisme beneemt niemand de macht
+zich maatschappelijke produkten toe te eigenen, het beneemt alleen hem
+de macht, door middel van vreemden arbeid anderen te
+onderdrukken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Men wierp ons voor, met de opheffing van het privaatbezit zal
+alle werkzaamheid ophouden te bestaan en eene algemeene luiheid zal er
+heerschen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5136" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Ware dat zoo, dan moest de burgerlijke
+maatschappij reeds <span class="corr" id="xd19e5139" title=
+"Bron: sints">sinds</span> lang aan luiheid te gronde gegaan zijn; want
+die in haar arbeiden, worden niet rijker en die in haar rijker worden,
+arbeiden niet. De gansche bedenking loopt uit op de tautologie, dat er
+geen loonarbeid meer bestaat, zoodra er geen kapitaal meer
+bestaat.&rdquo;</p>
+<p>Het &bdquo;Manifest&rdquo; weerlegt vervolgens alle aanklachten, die
+van <span class="corr" id="xd19e5144" title=
+"Bron: id&euml;ologisch">ideologisch</span>, philosophisch en religieus
+standpunt gemaakt zijn tegen het Communisme. &bdquo;Met de
+levensverhoudingen der menschen,&rdquo; zegt het, &bdquo;met het
+maatschappelijk bestaan, veranderen ook hunne voorstellingen,
+beschouwingen en begrippen, in &eacute;&eacute;n woord verandert hun
+bewustzijn. Wat bewijst de geschiedenis anders, dan dat de geestelijke
+voortbrenging, verandert met de materieele? De heerschende ide&euml;n
+van een zekeren tijd, waren altijd maar de ide&euml;n van de in dien
+tijd heerschende klasse.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5148" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Men spreekt van ide&euml;n welke eene
+gansche samenleving revolutioneeren; men constateert daarmede het feit,
+dat zich binnen het raam van de oude samenleving de elementen tot
+<span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name=
+"pb193">193</a>]</span>eene nieuwe gevormd hebben dat met de oplossing
+der oude levensverhoudingen; de oplossing der oude ide&euml;n gelijken
+tred houdt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5155" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Toen de oude wereld aan het
+&ograve;ndergaan was, werden de oude godsdiensten overwonnen door de
+christelijke religie. Toen de christelijke ide&euml;n in de
+18<sup>e</sup> eeuw het aflegden tegen de verlichtings-ide&euml;n,
+streed de feodale maatschappij haren doodstrijd met de toenmalige
+revolutionaire bourgeoisie. De ide&euml;n van de gewetens- en
+religievrijheid, waren slechts de weerklank van de heerschappij der
+vrije concurrentie, op het gebied van de wetenschap&rdquo;.....</p>
+<p>De tegenwerping, dat er toch &bdquo;eeuwige waarheden&rdquo; zooals
+vrijheid, gerechtigheid enz., zijn, die aan alle maatschappelijke
+toestanden gemeen zijn, we&ecirc;rlegt het <span class=
+"ex">Manifest</span> met te zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Onder vrijheid<a id="xd19e5168" name="xd19e5168"></a>
+verstaat men in de tegenwoordige burgerlijke produktieverhoudingen, den
+vrijen handel, den vrijen koop en verkoop.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5171" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Vervalt evenwel den schagger, dan vervalt
+ook den vrijen schagger. De tirades over den vrijen handel, gelijk alle
+overige vrijheidsredevoeringen van onze bourgeoisie, hebben over het
+algemeen maar eenigen zin tegenover den gebonden schagger, tegenover
+den geknechten burger van uit de Middeneeuwen, niet echter, tegenover
+de communistische opheffing van den schagger, der burgerlijke
+produktieverhoudingen en der bourgeoisie zelf.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gij zijt er verontrust over dat wij den privaat-eigendom
+willen opheffen. Maar in uwe bestaande maatschappij, is het
+privaat-bezit voor negen tiende harer leden reeds opgeheven; bestaat
+het juist d&aacute;&aacute;rdoor dat het voor 9/10 niet bestaat! Gij
+werpt ons dus voor, dat wij een eigendom wenschen op te heffen, hetwelk
+de eigendomloosheid van de overgroote massa, als eene noodzakelijke
+voorwaarde voorop stelt.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;En de opheffing der familie&rdquo; dan, welke men den
+communisten verwijt!</p>
+<p>&bdquo;Waarop&rdquo;, vraagt het Manifest, <span class="corr" id=
+"xd19e5180" title="Niet in bron">&bdquo;</span>berust de tegenwoordige
+burgerlijke familie? Op het kapitaal, op den privaten winst. Volkomen
+ontwikkeld bestaat zij slechts bij de bourgeoisie; maar zij verkrijgt
+hare aanvulling in de gedwongen familieloosheid van de
+proletari&euml;rs en de publieke prostitutie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5184" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De familie der bourgeois valt natuurlijk
+weg met het wegvallen van deze hare aanvulling, en beiden verdwijnen
+met het verdwijnen van het kapitaal.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5188" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Werpt gij ons nu voor, dat wij de
+uitbuiting van de kinderen door hunne ouders opheffen willen? Dan
+stemmen wij met dat verwijt volkomen in. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5193" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Maar, zegt gij, wij heffen de intiemste
+verhoudingen op, doordien wij in de plaats van de huiselijke opvoeding
+die van de samenleving willen plaatsen!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5197" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Maar wordt niet uwe opvoeding door de
+samenleving bepaald? Door de maatschappelijke verhoudingen, binnen
+welke gij opvoedt, door de direktere of indirektere inmenging van de
+maatschappij, door middel van de scholen enz. De communisten hebben de
+inwerking van de samenleving op de opvoeding niet uitgevonden: zij
+veranderen haar karakter alleen, zij ontrukken alleen de opvoeding aan
+den invloed van de heerschende klasse.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5202" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De burgerlijke tirades over familie en
+over opvoeding, over de intieme verhoudingen van ouders tot kinderen,
+zijn evenwel te ellendiger, naarmate te meer door en ten gevolge van de
+groot-industrie, alle familiebanden van den proletari&euml;r zijn
+vaneengereten en zijne kinderen tot eenvoudige handelsartikelen en
+produktie-instrumenten zijn geworden.&rdquo;</p>
+<p>Het &bdquo;Manifest&rdquo; wijst er dan vervolgens op, dat de
+communistische revolutie de radikaalste zal zijn, omdat zij zal breken
+met de traditioneele eigendomsverhoudingen, geen &bdquo;wonder dat in
+hare ontwikkelingsgang op het radikaalst gebroken wordt met de
+traditioneele ide&euml;n.&rdquo;</p>
+<p>Als eerste schrede van de arbeiders om tot de verheffing van het
+proletariaat te geraken, wijst het &bdquo;Manifest&rdquo; de
+&bdquo;verovering van de demokratie aan.&rdquo; &bdquo;Het
+proletariaat,&rdquo; zegt het verder, &bdquo;zal zijne politieke
+heerschappij daartoe aanwenden, der bourgeoisie voor en na al het
+kapitaal te ontrukken, alle produktiemiddelen in handen van den Staat,
+d. w. z. van het als heerschende klasse georganiseerde proletariaat te
+centraliseeren en de massa der produktiekrachten, zoo snel mogelijk te
+doen vermeerderen.&rdquo;.......</p>
+<p>&bdquo;Zijn in den loop van de ontwikkeling de klasseverschillen
+verdwenen en is alle produktie in handen van de geassocieerde
+individuen samengetrokken, dan heeft de Staat zijn politiek karakter
+verloren. De politieke macht in den eigenlijken zin, is de
+georganiseerde macht van de eene klasse, tot <span class="corr" id=
+"xd19e5211" title="Bron: onderukking">onderdrukking</span> van de
+andere. Wanneer het proletariaat in den strijd tegen de bourgeoisie,
+zich noodzakelijk tot klasse vereenigt; door een revolutie zich tot
+heerschende klasse maakt en als heerschende klasse, gewelddadig de oude
+produktieverhoudingen opheft, dan heft het met deze
+produktieverhoudingen, de bestaansvoorwaarden van de
+klassetegenstellingen, der klassen over het algemeen op, en daarmee
+tegelijk: zijne eigene heerschappij als klasse.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5215" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In de plaats van de oude burgerlijke
+samenleving met hare <span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195"
+name="pb195">195</a>]</span>klassen en klassetegenstellingen treedt dan
+eene associatie, waarin de vrije ontwikkeling van een <i>ieder</i>, de
+voorwaarde voor de vrije ontwikkeling van <i>allen</i> is.&rdquo;</p>
+<p>Het &bdquo;Manifest&rdquo; behandelt in zijn derde gedeelte
+achtereenvolgens, de vormen van socialisme, gelijk men die in de dagen
+v&oacute;&oacute;r 1848 in West-Europa aantrof: 1<sup>e</sup>. Het
+Reaktionaire socialisme, waaronder a. &bdquo;feudale
+socialisme&rdquo;<span class="corr" id="xd19e5231" title=
+"Niet in bron">,</span> b. het &bdquo;klein burgerlijk
+socialisme&rdquo; en c. het &bdquo;duitsche&rdquo; of het
+&bdquo;ware<a id="xd19e5234" name="xd19e5234"></a> socialisme&rdquo;
+gerekend werden. Dan 2<sup>e</sup>. het &bdquo;Conservatieve of het
+bourgeois-socialisme&rdquo; en ten 3<sup>e</sup>. het
+&bdquo;Critisch-utopistische socialisme&rdquo;.</p>
+<p>In het vierde gedeelte stelt het &bdquo;Manifest&rdquo; de positie
+in het licht, die de Communisten tegenover de verschillende
+<span class="corr" id="xd19e5244" title=
+"Bron: oppostioneele">oppositioneele</span> partijen innemen.</p>
+<p>&bdquo;De communisten&rdquo;, zegt het<span class="corr" id=
+"xd19e5249" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;strijden voor de
+bereiking van de <span class="corr" id="xd19e5252" title=
+"Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> voor de hand liggende
+doeleinden en belangen der arbeidersklasse, maar zij vertegenwoordigen
+in de tegenwoordige beweging de toekomst dier beweging&rdquo;....
+&bdquo;Zij laten geen oogenblik verloren gaan om bij den arbeider een
+zoo mogelijk klaar bewustzijn, over de vijandige tegenstelling tusschen
+bourgeoisie en proletariaat te voorschijn te roepen&rdquo;....
+&bdquo;In <span class="corr" id="xd19e5255" title=
+"Bron: een">&eacute;&eacute;n</span> woord de communisten ondersteunen
+over&agrave;l elke revolutionaire beweging, tegen de bestaande
+maatschappelijke en de politieke toestanden gericht.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5259" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In alle deze bewegingen verheffen zij de
+eigendomskwestie, welke meer of minder ontwikkelde vorm deze ook mag
+hebben aangenomen, tot de principieele kwestie van de beweging.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5263" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De communisten arbeiden voorts overal aan
+de verbinding en de verstandhouding der demokratische partijen van alle
+landen&rdquo;.</p>
+<p>&bdquo;De communisten versmaden het hunne inzichten en doeleinden te
+bemantelen. Zij verklaren het ronduit, dat hun doel alleen kan worden
+bereikt door de gewelddadige omverwerping van de tot nu toe bestaande
+maatschappelijke orde. Mogen de heerschende klassen, sidderen voor eene
+communistische revolutie! De proletari&euml;rs hebben niets te
+verliezen dan hunne ketenen! Zij hebben daarentegen een wereld te
+winnen!<span class="corr" id="xd19e5268" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;<span class="ex">Proletari&euml;rs aller landen
+vereenigt U!</span>&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">Aldus eindigt dit klassieke dokument van het
+wetenschappelijke socialisme. Van af zijnen tijd dagteekent de
+eigenlijke sociaal-demokratie.</p>
+<p>Wij moeten verder Marx&rsquo; kleineren arbeid, na hem vluchtig te
+hebben <span class="corr" id="xd19e5282" title=
+"Bron: aangestip">aangestipt</span> laten rusten, om ons met zijn
+hoofdwerk de &bdquo;Critiek <span class="pagenum">[<a id="pb196" href=
+"#pb196" name="pb196">196</a>]</span>op de staathuishoudkunde&rdquo;
+die later volkomener is gemaakt door &bdquo;<span class="ex" lang=
+"de">Das Kapital</span>&rdquo;, bezig te houden.</p>
+<p>Na de Revolutie van 1848 in Duitschland, door de verandering van de
+toestanden, welke Marx e. d. weder de gelegenheid verschaften naar
+Duitschland terug te keeren, richtte hij met medewerking van vrienden
+waaronder ook Engels in Keulen de &bdquo;<span lang="de">Neue
+Rheinische Zeitung</span>&rdquo; op. Het eerste nummer van dit blad,
+dat zich <span class="corr" id="xd19e5295" title=
+"Bron: onmiddllijk">onmiddellijk</span> in de politiek op streng
+demokratischen en in sociale dingen op communistischen grondslag
+plaatste, verscheen 1 Juni 1848. Onder zijne tijdelijke medewerkers
+telde het blad o. a. de jonge Ferdinand Lasalle, die eenige jaren later
+in Duitschland als pionier der socialistische beweging zulk een groote
+rol zou spelen.</p>
+<p>Maar de reaktie had in Duitschland en vooral in Pruissen, spoedig
+weder gezegevierd en met meer dan twee dozijn processen beladen wegens
+wederspannigheid, en voornamelijk om haar aansporen tot het weigeren
+van belastingbetalen aan eene regeering, die de pas verworven rechten
+der burgerij met voeten trad, moest de &bdquo;<span lang="de">Neue
+Rheinische Zeitung</span>&rdquo; den 19<sup>e</sup> Mei 1849 ophouden
+te verschijnen.</p>
+<p>Freiligrath de dichter had voor dit laatste nummer de volgende
+dichtregelen geschreven:</p>
+<div lang="de" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Kein offner Hieb in offner Schlacht&mdash;</p>
+<p class="line">Es f&auml;llen die <span class="corr" id="xd19e5313"
+title="Bron: M&uuml;cken">N&uuml;cken</span> und T&uuml;cken,</p>
+<p class="line">Es f&auml;llt mich die schleichende <span class="corr"
+id="xd19e5318" title="Bron: niedertracht">Niedetracht</span></p>
+<p class="line">Der <span class="corr" id="xd19e5323" title=
+"Bron: Schmutzigen">schmutzigen</span> Westkalm&uuml;cken!</p>
+<p class="line"><span class="corr" id="xd19e5327" title=
+"Niet in bron">Aus dem Dunkel flog der t&ouml;tende Schaft,</span></p>
+<p class="line">Aus dem <span class="corr" id="xd19e5332" title=
+"Bron: hinderhalt">Hinterhalt</span> fielen die Streiche&mdash;</p>
+<p class="line">Und so lieg<span class="corr" id="xd19e5337" title=
+"Niet in bron">&rsquo;</span> ich nun da, in <span class="corr" id=
+"xd19e5340" title="Bron: meinen">meiner</span> Kraft,</p>
+<p class="line">Eine stolze Rebellenleiche!<span class="corr" id=
+"xd19e5345" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+</div>
+<hr class="tb">
+<p>Marx toog weder naar Parijs, waar hij de later beroemd geworden
+historische schets van de fransche Revolutie van 1848 schreef, die de
+eerste toepassing van zijn geschiedschrijvingsmethode op de
+gebeurtenissen van den dag was.</p>
+<p>Deze artikelen-reeks later uitgegeven onder den <span class="corr"
+id="xd19e5352" title="Bron: tifel">titel</span>: &bdquo;de Burgeroorlog
+in Frankrijk,&rdquo; is later aangevuld met een niet minder prachtige
+historische analyse van de overwinning der reaktie in Frankrijk onder
+Napoleon III, door Marx betiteld met &bdquo;<span lang="de">Der
+18<sup>e</sup> Brumaire des Louis Bonaparte.</span>&rdquo; Ook over de
+duitsche Revolutie van 1848 zijn toen door Marx artikelen geschreven,
+die voor eenige jaren <span class="pagenum">[<a id="pb197" href=
+"#pb197" name="pb197">197</a>]</span>geleden uitgegeven zijn onder den
+titel: &bdquo;Revolutie en Contra-Revolutie in Duitschland in
+1848.&rdquo;</p>
+<p>Volledigheidshalve moet hier nog melding worden gemaakt, dat na een
+proces, dat men den leden van den &bdquo;Communistenbond&rdquo; in
+Duitschland aandeed wegens hoogverraad en waarbij een aantal hunner
+veroordeeld werden, dezen Bond <span class="corr" id="xd19e5365" title=
+"Bron: opgheven">opgeheven</span> moest worden. Marx heeft de gansche
+historie van dien Bond, benevens zijn karakter en ook dat van de op de
+revolutie gevolgde reaktie, terneergeschreven in een boekje: &bdquo;Het
+Keulsche Communisten-proces&rdquo; genaamd.</p>
+<p>Marx toog, nadat ook Parijs hem voor de tweede maal als woonplaats
+ontzegd was, naar Londen, om zich daar voor goed te vestigen. Aldaar
+moest hij werken om zijn brood, door journalistieken arbeid te
+verrichten en had hij inmiddels ook eenige kinderen gekregen. Maar wat
+hem het meest in Londen bleef aantrekken, dat was de gelegenheid die
+hij aldaar vond, om zijne economische <span class="corr" id="xd19e5371"
+title="Bron: studie&euml;n">studi&euml;n</span> voort te zetten.
+Eerstens, omdat Engeland het groote proefveld was voor iemand, die in
+die dagen de groot-industrie met al hare voor- en nadeelen, licht- en
+schaduwzijden wilde leeren kennen. Tweedens, omdat er in het
+&bdquo;<span lang="en">British Museum</span>&rdquo; een ongekende
+hoeveelheid materiaal was te vinden voor politiek-economische
+<span class="corr" id="xd19e5377" title=
+"Bron: studie&euml;n">studi&euml;n</span>. Derdens omdat Londen zelf,
+de interessantste plaats was tot waarneming van het burgerlijk leven;
+en ten laatste, door het nieuwe ontwikkelingsstadium waarin de
+burgerlijke samenleving gekomen was door de ontdekking van de
+Californische en Australische goudmijnen. Marx zelf verklaarde
+hieromtrent:</p>
+<p>&bdquo;De physikus beschouwt natuurprocessen, of daar waar zij in
+hunnen scherpst afgeteekenden vorm en van storenden invloeden onberoerd
+zijn waar te nemen; of zoo mogelijk, maakt hij experimenten onder
+voorwaarden, welke hem eene zuivere ontwikkeling van het proces kunnen
+verzekeren. Wat ik in dit werk trachtte na te vorschen (in
+&bdquo;<span class="ex" lang="de">Das Kapital</span>&rdquo; n. l.) is
+de kapitalistische produktiewijze en de aan haar beantwoordende
+produktie- en verkeersverhoudingen. Hunne klassieke verblijfplaats is
+tot nu toe nog Engeland. Dit is de reden, waarom dit land als
+hoofd-illustratie mijner theoretische ontwikkeling dienst doet.&rdquo;
+Aldus luidt het in de &bdquo;Voorrede&rdquo; van het eerste deel van
+&bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo;. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span></p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Marx over Vrij-handel.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wij hebben nog melding te maken van een tweetal
+<span class="corr" id="xd19e5394" title=
+"Bron: studie&euml;n">studi&euml;n</span> van staathuishoudkundigen
+aard, welke beiden dateeren uit de periode der Brusselsche ballingschap
+van 1847. Het zijn Voordrachten, door Marx in openbare vergaderingen
+gehouden. Zijne groote kennis van economische toestanden en de proeven
+zijner critische gaven op dit gebied blijken reeds uit beiden.</p>
+<p>De eene is getiteld &bdquo;Over Loonarbeid en Kapitaal&rdquo; en is
+gehouden in de &bdquo;<span lang="de">Deutsche
+Arbeiterverein</span>&rdquo; aldaar. Zij is een begin, dat geheel en al
+tehuis behoort bij Marx&rsquo; <span class="corr" id="xd19e5402" title=
+"Bron: critisch-economie">critisch-economische</span> beschouwingen en
+behoeft dus hier niet opzichzelf te worden behandeld.</p>
+<p>Het andere is de in 1847 in de &bdquo;<span class="ex" lang=
+"de">Demokratische Gesellschaft</span>&rdquo; te dier plaatse gehouden
+voordracht &bdquo;<span class="ex">Over Vrije-handel</span>.&rdquo;</p>
+<p>Het was in het agitatietijdperk der graanrechtwetten in Engeland.
+Marx komt hierin tot deze conclusies: &bdquo;wat beteekent onder den
+huidigen toestand der samenleving de vrije handel? Niet anders, dan de
+vrijheid van het kapitaal..... <a id="xd19e5415" name=
+"xd19e5415"></a>Zoolang gij de verhouding van loonarbeid tot kapitaal
+laat voortbestaan, moge de ruil der waren, zich ook voortdurend
+voltrekken onder de gunstigste verhoudingen, zal er steeds een klasse
+wezen die uitbuit, en eene die uitgebuit wordt...... <a id="xd19e5417"
+name="xd19e5417"></a>Niettemin, gelooft niet Mijne heeren, dat wanneer
+wij den vrijen handel critiseeren, wij dan vrienden zijn van
+beschermende rechten.&rdquo; Integendeel! &bdquo;Men kan het
+constitutionalisme bestrijden zonder een vriend van het absolutisme te
+wezen. Overigens zijn beschermende rechten slechts een middel, om in
+een land de groot-industrie op te voeden, d. w. z. haar van de
+wereldmarkt afhankelijk te maken en van het oogenblik af waarop men van
+de wereldmarkt <span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name=
+"pb199">199</a>]</span>afhankelijk begint te worden, hangt men in
+meerdere of mindere mate reeds van den vrijen handel af. Bovendien
+ontwikkelt bescherming de vrije concurrentie in het land zelf. Derhalve
+zien wij het, dat in de landen waar de bourgeoisie begint zich als
+klasse te doen gelden, zooals bijv. in Duitschland, zij reeds groote
+moeite doet om bescherming te verkrijgen.&rdquo;..... &bdquo;In
+&rsquo;t algemeen echter is tegenwoordig het systeem der beschermende
+rechten conservatief, terwijl de vrije handel verstorend werkt. Het
+ontwricht de vroegere nationaliteiten en drijft de tegenstelling
+tusschen proletariaat en bourgeoisie op hunnen spits. In
+&eacute;&eacute;n woord: het systeem van den vrijen handel bespoedigt
+de sociale revolutie.&rdquo; <span class="corr" id="xd19e5421" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>En slechts in dezen, revolutionairen zin
+Mijne Heeren,<span class="corr" id="xd19e5424" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> zoo eindigde Marx zijn rede<span class=
+"corr" id="xd19e5428" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;stem ik
+v&oacute;&oacute;r den vrijen handel.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="pt3" class="div0 part">
+<h2 class="main">Derde gedeelte.</h2>
+<div id="ch3.5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk V.</h2>
+<h2 class="main">De kritiek op het Kapitalisme.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Zooals in de philosophie en in de wereldbeschouwing
+Marx&rsquo; wetenschappelijke inzichten aanknoopten aan Kant, Fichte,
+Hegel en Feuerbach; in de geschiedenisbeschouwing aan Augustin Thierry
+en Michelet, zoo knoopten zijne staathuishoudkundige inzichten aan die
+van de, eveneens klassieke vertegenwoordigers der burgerlijke
+staathuishoudkunde aan. Adam Smith en David Ricardo, beiden engelsche
+economen waren zijne voorgangers.</p>
+<p>Voornamelijk was het kernpunt van elke principieele economie, het
+concipieeren eener waarde-theorie. Deze is ook bij Marx, gelijk bij
+elken econoom die een zeker tijdvak in zijn werk vertegenwoordigt, de
+spil waarom alles draait. Maar bij Marx bovendien, de bron waaruit de
+door hem geformuleerde theorie van de
+m&eacute;&eacute;rwaarde,&mdash;de polsader in de kapitalistische
+produktiewijze,&mdash;wetenschappelijk door hem kon worden
+vastgesteld.</p>
+<p>Tusschen de &bdquo;Critiek op de staathuishoudkunde&rdquo; en
+&bdquo;<span class="ex" lang="de">Das Kapital</span>&rdquo;, het begin
+en de voortzetting, liggen negen jaren. Het eerste deel van:
+&bdquo;<span class="corr" id="xd19e5449" title=
+"Bron: Das Kapital, critiek der politische economie">Das Kapital, zur
+Kritik der politischen &Ouml;konomie</span>&rdquo; verscheen in 1867;
+het tweede deel eerst in 1885, twee jaren na Marx&rsquo; dood, zoo ook
+het derde deel, beiden door <span class="corr" id="xd19e5452" title=
+"Bron: Friederich">Friedrich</span> Engels uitgegeven. De jaren die er
+liggen tusschen de &bdquo;Critiek&rdquo; en het groote dikke boek
+&bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo;, waren voor Marx, die
+van een langdurig, steeds terugkeerend lichamelijk lijden en van groote
+finantieele zorgen. Maar dat niet alleen. In die periode viel ook de
+<span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name=
+"pb201">201</a>]</span>persoonlijke aktie van Karel Marx, de oprichting
+van en de enorme werkzaamheden verbonden aan de
+&bdquo;Internationale&rdquo;, de stichting die in 1864 te <span class=
+"corr" id="xd19e5461" title="Bron: London">Londen</span> tot stand
+kwam, ten doel hebbend de arbeidersbeweging van toenmaals in de
+verschillende landen, een internationale band te geven. Marx was hare
+secretaris en tevens hare ziel. De noodzakelijkheid om beknopt te zijn,
+waardoor ook alleen maar de hoofdpunten van Marx&rsquo; levenswerk
+kunnen worden weergegeven, noopt ons van de
+&bdquo;Internationale&rdquo; en wat Marx er in deed, met een enkel
+woord gewag te maken en er niet langer bij stil te staan.</p>
+<p>Wij behandelen vervolgens al het economische werk van Marx tezamen.
+Een voornaam ding dient hierbij w&egrave;l te worden in &rsquo;t oog
+gevat.</p>
+<p>Marx heeft geen bepaald nieuw nationaal-economisch systeem op
+gesteld; hijzelf betitelde zijn werk als &bdquo;<i>critiek</i>&rdquo;.
+En iets anders zou dan ook met Marx&rsquo; overtuiging en opvatting van
+de evolutie die de samenleving doormaakt in de kapitalistische
+produktieperiode en de, aan die produktiewijze immanente wetten die
+haar voortbewegen en tot oplossing brengen, welker oplossing niet
+anders kan zijn dan hare eigene negatie, niet te rijmen zijn
+geweest.</p>
+<p>&bdquo;Voor Marx,&rdquo; zoo luidt het oordeel van een Russisch
+critikus, afgedrukt in den tweeden druk van het eerste deel van
+&bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>,&rdquo;.... &bdquo;is slechts
+&eacute;&eacute;n ding van gewicht: de wet der phenomenen te vinden met
+welker onderzoek hij zich bezig houdt. En voor hem is niet alleen de
+wet van gewicht die ze beheerscht, voor zoover zij hunnen ontwikkelden
+vorm hebben en in samenhang met elkander staan en zooals zij in een
+gegeven tijdperk kan worden waargenomen. Voor hem is het ook
+v&oacute;&oacute;r alles van gewicht, de wet harer verandering, harer
+ontwikkeling, d. w. z. de overgang uit de eene vorm in de andere, uit
+de eene orde van samenhang in de andere te vinden. Zoodra hij eenmaal
+eene wet heeft ontdekt, onderzoekt hij in d&eacute;tails de gevolgen
+waarin zij zich in het maatschappelijk leven demonstreert&rdquo;....
+&bdquo;Dientengevolge geeft Marx zich slechts moeite voor <span class=
+"corr" id="xd19e5476" title="Bron: een">&eacute;&eacute;n</span> ding:
+door nauwkeurige wetenschappelijke onderzoekingen, de noodzakelijkheid
+van bepaalde orden van maatschappelijke verhoudingen aan te toonen en
+zooveel mogelijk onkreukbaar de feiten te constateeren, die hem tot
+uitgangs- en steunpunten dienen. Hiertoe is het volmaakt voldoende,
+wanneer hij met de noodzakelijkheid van de tegenwoordige orde van
+zaken, tegelijk de noodzakelijkheid van eene andere aantoont, waarin de
+eerste onvermijdelijk moet overgaan, gansch onverschillig of de
+menschen dat gelooven of <span class="pagenum">[<a id="pb202" href=
+"#pb202" name="pb202">202</a>]</span>niet gelooven, of zij zich
+hetzelve bewust zijn of niet. Marx beschouwt de maatschappelijke
+beweging als een natuurhistorisch proces, dat door wetten geleid wordt,
+die niet alleen niet van den wil, het bewustzijn en doel van de
+menschen afhankelijk zijn, maar veeleer omgekeerd, welker willen,
+bewustzijn en doel er door bepaald wordt&rdquo;.... &bdquo;Wanneer het
+bewuste element in de beschavingsgeschiedenis een zoo ondergeschikte
+rol speelt, dan spreekt het vanzelf, dat de critiek welker objekt de
+beschaving zelf is, minder dan ergens anders, den een of anderen vorm
+of het een of andere resultaat van het bewustzijn tot grondslag kan
+hebben. Dat wil zeggen: niet de idee, maar het uitwendige verschijnsel
+alleen kan dan als haar uitgangspunt dienen. De critiek zal zich
+beperken tot de vergelijking en de confronteering van een feit, niet
+met de idee, maar met het andere feit. Voor haar is het slechts van
+gewicht, dat de beide feiten zooveel mogelijk nauwkeurig onderzocht
+worden en werkelijk de een tegenover den ander verschillende
+ontwikkelingsmomenten vormen, voor alles is &rsquo;t voor haar evenwel
+van gewicht, dat niet minder nauwkeurig de serie der orden opgespoord
+<span class="corr" id="xd19e5481" title="Bron: worden">wordt</span>, de
+opvolging en de verbinding, waarin de trappen van ontwikkeling zich aan
+ons voordoen. Maar, zoo zal men daartegen aanvoeren, de algemeene
+wetten van het economische leven zijn een en hetzelfde; geheel
+onverschillig, of men ze toepast op het tegenwoordige of op het
+verleden! Juist d&agrave;t loochent Marx. Volgens hem bestaan zulke
+abstrakte wetten niet... <a id="xd19e5484" name="xd19e5484"></a>Volgens
+zijn meening bezit integendeel elke historische periode hare eigen
+wetten.... <a id="xd19e5487" name="xd19e5487"></a>Zoodra het leven
+eener maatschappij een zekere ontwikkelingsperiode overleefd heeft, uit
+een bepaald stadium in een ander overgaat, vangt het ook aan door
+andere wetten te worden geleid. In &eacute;&eacute;n woord het
+economische leven biedt ons een, aan de ontwikkelingsgeschiedenis op
+het andere gebied dat der biologie, analoog verschijnsel aan......
+<a id="xd19e5489" name="xd19e5489"></a>De oude economen miskenden den
+aard van de economische wetten, toen zij dezelven vergeleken met de
+wetten der physiek en der chemie..... <a id="xd19e5491" name=
+"xd19e5491"></a>Een diepere analyse der verschijnselen bewees, dat
+sociale organismen zich van elkander evenzoo grondig onderscheiden als
+planten<a id="xd19e5493" name="xd19e5493"></a> en dierlijke organismen.
+Ja een en hetzelfde verschijnsel is aan geheel en al verschillende
+wetten onderworpen, tengevolge van de verschillende totaal-struktuur
+dier organismen, der afwijking van hunne onderlinge organen, van het
+verschil der voorwaarden, waaronder zij funktioneeren..... <a id=
+"xd19e5495" name="xd19e5495"></a>Met de verschillende ontwikkeling der
+produktiekrachten wijzigen zich de verhoudingen en de hen regelende
+wetten. Daardien Marx zich ten doel stelt, van uit dit gezichtspunt de
+kapitalistische maatschappij na te <span class="pagenum">[<a id="pb203"
+href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span>vorschen en te verklaren,
+formuleert hij slechts streng wetenschappelijk het doel, hetwelk ieder
+nauwgezet onderzoek van het economisch leven hebben kan.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5500" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>..... <a id="xd19e5503" name=
+"xd19e5503"></a>De wetenschappelijke waarde van zulk onderzoek is te
+vinden in de opheldering van de bijzondere wetten, welke ontstaan,
+leven, ontwikkeling en dood van een bepaald maatschappelijke organisme
+en zijn opvolging door een ander en hooger, regelen.&rdquo;</p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De analyse van de Waar.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first"><a id="xd19e5509" name="xd19e5509"></a>De rijkdom der
+maatschappijen, in welke de kapitalistische produktiewijze heerscht,
+doet zich aan ons voor, als eene ongehoorde verzameling van waren, de
+individueele waar als zijn elementairen <span class="corr" id=
+"xd19e5511" title="Bron: vormt">vorm</span>. Marx begin daarom
+&bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo; met de analyse van de
+Waar.</p>
+<p>Een Waar is een arbeidsprodukt, dat niet voor het <span class=
+"ex">eigen gebruik</span>, hetzij van den producent of van met hem
+verbonden menschen, maar voor den <span class="ex">ruil</span> tegen
+andere produkten, wordt voortgebracht. Het zijn dus geen
+<i>natuurlijke</i>, maar <i>maatschappelijke</i> eigenaardigheden die
+een zeker produkt tot waar maken. Aan de maatschappelijke rol, de
+maatschappelijke funktie kan men &rsquo;t zien of een produkt Waar is
+of niet.</p>
+<p>In de kapitalistische maatschappij nu, nemen in steeds stijgender
+mate de arbeidsprodukten de vorm van <span class="ex">Waren</span> aan.
+Wanneer heden ten dage nog niet <i>alle</i> arbeidsprodukten bij ons
+tot <span class="corr" id="xd19e5539" title="Bron: waren">Waren</span>
+zijn geworden, dan is dit deswegens omdat nog resten van vroegere
+produktiewijzen door de tegenwoordige heenloopen. Ziet men nu hiervan
+af, dan kan men zeggen dat tegenwoordig alle arbeidsprodukten, de vorm
+van Waren aannemen.</p>
+<p>Wij kunnen de tegenwoordige produktiewijze niet begrijpen, wanneer
+ons niet helder voor oogen staat, hoe het karakter van de Waar is in de
+huidige produktiewijze.</p>
+<p>&bdquo;In de produktie betrekken de menschen zich niet alleen op de
+natuur. Zij produceeren, doordien zij op eene bepaalde manier
+tezamenwerken en de resultaten daarvan, tegen elkander ruilen. Om te
+produceeren, komen zij in bepaalde verhoudingen en betrekkingen
+tegenover elkander te staan en alleen binnen het raam van deze
+maatschappelijke betrekkingen en verhoudingen, vinden hunne
+betrekkingen tot de natuur, heeft de produktie plaats.&rdquo;</p>
+<p>Al naar het karakter der produktiemiddelen, kunnen natuurlijk deze
+maatschappelijke verhoudingen waarin de producenten tegenover elkander
+komen te staan; de voorwaarden waaronder zij <span class=
+"pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name=
+"pb204">204</a>]</span>hunne produkten ruilen en aan de
+totaal-handeling der produktie deelnemen, verschillend zijn. Met de
+uitvinding van een nieuw oorlogsinstrument, het geweer, veranderde ook
+noodwendig de gansche inwendige organisatie van het leger; veranderden
+de verhoudingen, waarin de individuen een leger vormden en als leger
+werken konden; wijzigde zich ook de verhouding van de verschillende
+legers tot elkander.</p>
+<p>De maatschappelijke verhoudingen waarin de individuen produceeren,
+de maatschappelijke produktieverhoudingen wijzigen zich alzoo;
+veranderen, naarmate dat er verandering en ontwikkeling komt in de
+produktiemiddelen, de produktiekrachten in het algemeen. De
+produktieverhoudingen als geheel, vormen datgene wat men de
+maatschappelijke verhoudingen, de maatschappij noemt en wel een
+maatschappij op eene bepaalde, historische hoogte van ontwikkeling; een
+maatschappij met een eigenaardig, verschillend karakter.</p>
+<p>In de kapitalistische maatschappij, met hare privaat-produktiewijze,
+hare voortbrenging door elken ondernemer afzonderlijk en de daaruit
+noodwendigerwijs voortvloeiende private verhouding, waarin de ruilers
+tegenover elkander zijn komen te staan; de produktie vervolgens, niet
+ten eigen behoeve, niet om het produkt zelf, maar om den <span class=
+"ex">winst</span>, heeft de Waar noodwendigerwijs een ander karakter en
+een andere beteekenis, dan in eene voorafgaande, eene andere
+samenleving, met andere produktie-verhoudingen en krachten en een
+andere, maatschappelijke wijze van ruilen.</p>
+<p>In de private produktiewijze, gelijk het kapitalisme van onzen tijd
+haar heeft geschapen, arbeidt elk, oogenschijnlijk voor zichzelve, en
+de manier waarop ieder aan het produkt van den ander komt schijnt niet
+geweten te kunnen worden aan het karakter van hunnen arbeid, maar aan
+de eigenaardigheden van het produkt-zelf.</p>
+<p>De verhoudingen dier personen onder elkander, gelijk zij door het
+maatschappelijk karakter van den arbeid worden bepaald, verkrijgen,
+onder de heerschappij van de warenproduktie den schijn van verhoudingen
+van dingen, namelijk: van <span class="ex">produkten</span> onder
+elkander. Zoolang de produktie een direkt maatschappelijke was, was zij
+onderworpen aan de bepaling en aan de leiding van de maatschappij en
+lagen de verhoudingen der producenten, onder elkander<span class="corr"
+id="xd19e5564" title="Bron: ;">,</span> duidelijk voor de hand. Zoodra
+evenwel de arbeid tot privaat-arbeid werd, die onafhankelijk werd
+bedreven; zoodra de produktie daardoor tot een planlooze werd,
+verschenen de verhoudingen der producenten tot elkander, als
+<span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name=
+"pb205">205</a>]</span>verhoudingen van produkten. Van nu af lag de
+bepaling van de verhouding der producenten onderling, niet meer bij hen
+zelf. Deze verhoudingen ontwikkelden zich, onafhankelijk van den wil
+der menschen, de maatschappelijke machten groeiden hen over het hoofd,
+zij verschenen voor de <span class="corr" id="xd19e5569" title=
+"Bron: naieve">na&iuml;eve</span> beschouwingswijze uit vroegere
+eeuwen, als goddelijke machten, zooals zij later voor <a id="xd19e5572"
+name="xd19e5572"></a>klaardere koppen, machten der &bdquo;natuur&rdquo;
+geworden waren. Aan de natuurvorm der Waren, werden nu eigenschappen
+toegeschreven, van een mystiek karakter, omdat zij niet uit de
+verhoudingen der producenten onderling konden worden verklaard. Marx
+noemt dit verschijnsel, de erkenning van het &bdquo;<span class=
+"ex">fetichisme</span> dat den arbeidsprodukten aankleeft, zoodra zij
+als Waren worden geproduceerd en dat daarom van de Waar onafscheidelijk
+is. Dit fetichistisch karakter van de <span class="corr" id="xd19e5578"
+title="Bron: waren-wereld">Waren-wereld</span> ontspruit... uit het
+eigenaardig maatschappelijk karakter van den arbeid, die Waren
+voortbrengt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5583" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Gebruiksgoederen worden in het algemeen
+slechts Waren, omdat zij produkten der van elkander onafhankelijk
+gedreven privaat-arbeid zijn. Het complex van deze privaat-arbeid vormt
+den maatschappelijken totaal-arbeid. Daar de producenten eerst weder
+met elkander in een maatschappelijk contakt komen door middel van den
+ruil hunner arbeidsprodukten, komt ook het specifiek maatschappelijk
+karakter van hunnen privaat-arbeid, eerst weder in dezen ruil aan den
+dag.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Waarde der <span class="corr" id="xd19e5589" title=
+"Bron: waren">Waren</span>.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Gelijk wij zagen, heeft de Waar ten doel te worden
+geruild tegen een andere. Zij kan slechts aan dit doel beantwoorden
+onder de voorwaarde, dat door haar eene menschelijke behoefte, van
+welken aard ook, bevredigd wordt. Voor Marx maakt het geen verschil, of
+die behoefte, eene werkelijke of een ingebeelde is; of het brood is of
+katoen of een behoefte naar luxe. Deze onderscheidingen, door sommige
+<span class="corr" id="xd19e5594" title=
+"Bron: spitsvoudige">spitsvondige</span> economen wel eens gemaakt,
+gelden in de werkelijkheid dan ook inderdaad niet.</p>
+<p>De Waar moet dus een nuttig ding zijn: zij moet <span class=
+"ex">gebruikswaarde</span> bezitten. Deze laatste eigenschap, die de
+Waar noodzakelijk hebben moet, wordt bepaald door de physieke
+eigenschappen van het lichaam van de Waar. Gebruiksnuttigheid vormt de
+stoffelijke inhoud van den <span class="corr" id="xd19e5602" title=
+"Bron: rijdom">rijkdom</span>, hoedanig zijne maatschappelijke vorm ook
+zijn mag. Gebruikswaarde is dus geene, der waren all&eacute;&eacute;n
+aanklevende eigenschap. Er zijn gebruiksnuttigheden die
+g&eacute;&eacute;n waren zijn, bijv. produkten van een op <span class=
+"pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206" name=
+"pb206">206</a>]</span>communistischen grondslag ingericht
+gemeenschapswezen, zooals die der oude indische dorpsgemeenten. Ja, er
+zijn gebruikswaarden die niet eens <span class="corr" id="xd19e5607"
+title="Bron: arbeids-produkten">arbeidsprodukten</span> zijn, zooals
+bijv. de vruchten van een oerwoud, water van een vloed enz. enz. Maar,
+er kan geen Waar bestaan die niet gebruikswaarde heeft.</p>
+<p>Doordien de <span class="corr" id="xd19e5612" title=
+"Bron: waren">Waren</span> worden wat zij zijn en waartoe zij bestemd
+zijn, verkrijgen zij een tweede eigenschap, die van te worden geruild:
+hunne <span class="ex">ruilwaarde</span> dus. De verhouding waarin zich
+de <span class="corr" id="xd19e5618" title="Bron: waren">Waren</span>
+tegen elkander doen ruilen, wordt door hunne waarde bepaald.<a id=
+"xd19e5621" name="xd19e5621"></a></p>
+<p>Wij hebben hier niet met <span class="ex">abstrakte</span> begrippen
+van waarde van een of ander te doen. Wij hebben hier de <span class=
+"corr" id="xd19e5628" title="Bron: waar">Waar</span> <i>als
+maatschappelijk ding</i>, wier produktie aan bepaalde maatschappelijke
+verhoudingen en voorwaarden en aan de aanwezigheid van bepaalde
+maatschappelijke krachten is gebonden.</p>
+<p>Wat bepaalt dus de waarde dier Waar? De waarde der Waar is
+<i>niet</i> gelijk aan haren prijs. De laatste is alleen maar hare
+<span class="ex">ruilwaarde</span> in geld uitgedrukt. Daardoor kan
+dus, als gezamenlijke produkten van menschelijken arbeid, hunne waarde
+niet worden uitgemaakt. Als gebruikswaarden worden zij slechts daarom
+tegen elkander geruild, omdat zij juist verschillende,
+niet-gemeenschappelijke, natuurlijke eigenschappen hebben, die wel de
+beweegredenen tot hunnen ruil, maar in geen geval de verhouding van
+dien ruil, bepalen kunnen.</p>
+<p>Het raadsel laat zich slechts <span class="corr" id="xd19e5644"
+title="Bron: op lossen">oplossen,</span> zegt Marx, wanneer men de
+algemeene eigenschap der <span class="corr" id="xd19e5647" title=
+"Bron: waren">Waren</span> heeft ontdekt, n.l. deze, dat zij
+arbeidsprodukten, d. w. z. produkten van menschelijken arbeid
+<span class="ex"><span class="corr" id="xd19e5651" title=
+"Bron: &uuml;eberhaupt">&uuml;berhaupt</span></span> zijn.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5655" title="Bron: En">Een</span> Waar
+heeft dus daardoor waarde, omdat in haar, menschelijke arbeid
+<span class="corr" id="xd19e5658" title=
+"Bron: ueberhaupt">&uuml;berhaupt</span>, is ne&ecirc;rgelegd.</p>
+<p>Die waarde-grootte van de <span class="corr" id="xd19e5663" title=
+"Bron: waren">Waren</span>, hoe is die nu te meten? De waarde-meter
+daarvan, is de hoeveelheid van de waarde-vorming die zij in zich
+bevatten, van den menschelijken arbeid die in haar is <span class=
+"corr" id="xd19e5666" title=
+"Bron: gekristallyseerd">gekristalliseerd</span>. En deze <span class=
+"corr" id="xd19e5669" title="Bron: hoeveveelheid">hoeveelheid</span>
+kan op haren beurt, door niets anders gemeten worden, dan door den
+arbeidstijd die er noodig was, om de Waar voort te brengen.</p>
+<p>Maar niet den individueelen arbeidstijd. Immers dan zou, hoe luier
+een arbeider was, zooveel te meer waarde zijnen arbeid hebben. Deze
+arbeidstijd laat zich, volgens Marx, niet anders opvatten dan als eene
+maatschappelijke faktor van de voortbrenging. In eene bepaalde
+samenleving zijn deze voorwaarden eveneens gegevene en bepaalde;
+blijven zij aan elkander gelijk, dan blijft ook de in de produktie
+eener Waar ne&ecirc;rgelegde <span class="pagenum">[<a id="pb207" href=
+"#pb207" name="pb207">207</a>]</span>hoeveelheid arbeids gelijk;
+wijzigen zich deze, dan veranderen gene eveneens. Want het totaal van
+de maatschappelijke verhoudingen, waaronder de produktie plaats vindt,
+is van de produktiviteit van den arbeid afhankelijk. Onder deze is mede
+te rekenen, de oogenblikkelijke vorming der arbeiders, de hoogte die de
+<span class="corr" id="xd19e5676" title=
+"Bron: teckniek">techniek</span> bereikt heeft, de manier van
+samenwerking van de organen der produktie, de natuurverhoudingen van
+menigvuldigen soort, zooals daar zijn: rijkdom van den bodem,
+meteorologische invloeden etc. Al deze omstandigheden zijn aan
+wisseling onderhevig en daarmede ook de produktiviteit van de
+maatschappelijke arbeidsopbrengst in een bepaald tijdperk.</p>
+<p>Tegelijk hiermede veranderen ook de arbeidshoeveelheden, die noodig
+zijn om het gelijke produkt voort te brengen, en mede ook deszelfs
+<span class="corr" id="xd19e5681" title=
+"Bron: waardegrootte">waarde-grootte</span>.</p>
+<p>De waarde-grootte van <span class="corr" id="xd19e5687" title=
+"Bron: twe&euml;rlei">twee&euml;rlei</span> waren staan dientengevolge
+in de verhouding van kwantiteiten van den <span class=
+"ex">maatschappelijk noodzakelijken</span> arbeid, die tot hunne
+produktie gevorderd worden. Kan dus de hoeveelheid arbeid, noodig tot
+de voortbrenging van een warensoort, ingekrompen worden tot op de
+helft, door opvoering van de produktiviteit van den arbeid, invoering
+van machinerie ter vervanging van handenarbeid, volkomener maken van de
+machinerie enz., dan daalt ook de waarde van die waren tot op de helft.
+Zoo is de waarde van stalen veren bijv., binnen 60 &agrave; 70 jaren,
+gedaald tot op nog minder dan het honderdste gedeelte harer
+oorspronkelijke waarde.</p>
+<p>Dit is dus het begrip maatschappelijk-noodwendige arbeidstijd,
+gelijk dit bij Marx geldt.</p>
+<p>Reeds was die algemeene waardewet der arbeidsprodukten, <span class=
+"corr" id="xd19e5697" title="Bron: hune">hunne</span> bepaling door den
+arbeid, oorspronkelijk eene ontdekking van de klassieke engelsche
+economie en in embryonalen vorm was zij reeds bij den engelschen
+econoom Sir William Petty te vinden. Zij is later door Adam Smith
+overgenomen en ten slotte op de kapitalistische, half nog
+manufaktuurlijke, half <span class="corr" id="xd19e5700" title=
+"Bron: groot-industrieele-produktiewijze">groot-industrieele
+produktiewijze</span>, gelijk zij in het Engeland dier dagen
+(1772&ndash;1823) te vinden was, toegepast door den <span class="corr"
+id="xd19e5703" title=
+"Bron: staatkunshoudkundige">staathuishoudkundige</span> David
+Ricardo.</p>
+<p>Alleen, wat n&ograve;ch Adam Smith n&ograve;ch Ricardo zagen en
+doorschouwen konden, dat doorzag Marx, die als econoom eene latere
+periode toebehoort, n.l. die der <span class="corr" id="xd19e5708"
+title="Bron: groot-idustrie">groot-industrie</span> met de stoom en de
+maatschappelijke massa-produktie. Marx was het gegeven om het
+maatschappelijk karakter van den arbeid-zelve te doorzien. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span></p>
+<p>Men moet bij de beoordeeling van deze waarde-theorie zich hoeden
+voor vergissingen. Marx zelf wees hierop reeds. Een dier voornaamste is
+wel de verwisseling van <i>waarde</i> met <i>rijkdom</i>. De waarde,
+zegt Marx duidelijk, is eene historische categorie, slechts geldig voor
+de periode van de warenproduktie; zij is eene maatschappelijke
+verhouding. De rijkdom daarentegen, is iets stoffelijks en wordt
+samengesteld uit gebruikswaarden. &bdquo;Arbeid&rdquo;, zegt
+Marx<span class="corr" id="xd19e5720" title="Niet in bron">,</span>
+&bdquo;is niet de eenige bron der door hem <span class="corr" id=
+"xd19e5723" title="Bron: voortgebracht">voortgebrachte</span>
+gebruikswaarden voor den stoffelijken rijkdom. De arbeid is zijn vader,
+gelijk William Petty zegt de aarde zijn moeder is!&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De <span class="corr" id="xd19e5730" title=
+"Bron: waar: arbeidskracht">Waar: Arbeidskracht</span>.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Zooals de voortbrenging der waren verschilt in de eene
+maatschappelijke periode met die van de andere, zoo zal ook die van den
+voortbrenger daarvan verschillend moeten zijn in de verschillende
+produktietijdvakken.</p>
+<p>Zoo was de positie van den voortbrenger, den arbeider, een geheel
+andere in de periode van de oorspronkelijke <span lang=
+"de">naturalwirthschaft</span>, dan in die van het feodale Handwerk
+voor den engeren markt; in die van de Manufaktuur anders dan onder die
+van de heerschappij der op kapitalistische leest geschoeide fabriek of
+der kapitalistische huis-industrie.</p>
+<p>Onder dit <span class="corr" id="xd19e5742" title=
+"Bron: kapilalistich">kapitalistisch</span> systeem nu, dat waarin den
+arbeider <span class="ex">gescheiden is</span> van het produkt, dat
+noch hem toebehoort, noch hem ten goede komt, maar den ondernemer, den
+bezitter, kan men ten zijnen opzichte niet spreken van zijn
+<span class="ex">arbeid</span>, maar van de <span class=
+"ex">geschiktheid</span> die hem eigen is om te arbeiden. Hij is niet
+de man van den arbeid, die behoort zijnen meester, maar alleen de
+bezitter van de arbeidskracht. &bdquo;Onder arbeidskracht of
+arbeidsvermogen&rdquo;, zegt Marx, &bdquo;verstaan wij, het totaal
+physieke en geestelijke <span class="corr" id="xd19e5754" title=
+"Bron: geschikte">geschiktheid</span>, dat in de lichamelijkheid van de
+levende persoonlijkheid eens menschen bestaat en dat hij in beweging
+brengt zoodra hij gebruiksnuttigheden van welken soort
+vervaardigt.&rdquo;....</p>
+<p>Deze arbeidskracht komt als een zuivere Waar aan de markt. Wat
+beteekent dat? De ruil der waren in het algemeen heeft tot voorwaarde,
+dat de bezitters tegenover elkander komen te staan als vrije menschen.
+Datzelfde moet dus &oacute;&oacute;k kunnen gelden voor den bezitter
+van die waar welke arbeidskracht heet.</p>
+<p>De bezitter dezer waar moet dus ook een vrij man zijn, die zijn waar
+niet voor eeuwig maar voor een bepaalden tijd verkoopt, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name=
+"pb209">209</a>]</span>anders wordt hij een slaaf en wordt hij, van een
+warenbezitter zelve een waar, gelijk de arbeiders, in de samenleving
+van de grieksche en romeinsche oudheid dat waren.</p>
+<p>Nog een andere voorwaarde moet vervuld zijn. Een gebruiksnuttigheid,
+moet geen gebruikswaarde hebben voor zijnen bezitter. De arbeider die
+de beschikking heeft over de produktiemiddelen, verkoopt niet zijn
+<span class="ex">arbeidskracht</span>, maar zijn <span class=
+"ex">arbeidsprodukt</span>. De van zijn productiemiddelen, van grond en
+den bodem gescheidene arbeider evenwel, heeft alleen zijn arbeidskracht
+om ter markt te brengen. Daar vindt hij den ondernemer, die haar koopt
+of huurt.</p>
+<p>De waarde dezer waar, arbeidskracht, wordt eveneens bepaald door de
+ter harer voortbrenging en wedervoortbrenging
+maatschappelijk-noodwendige hoeveelheid arbeidstijd. Het bestaan van de
+arbeidskracht, heeft natuurlijk tot voorwaarde, het bestaan en de
+voortplanting van den arbeider. Dit bestaan is ne&ecirc;rgelegd en
+wordt verstoffelijkt, in een zekere som van levensmiddelen, die de
+arbeider daartoe noodig heeft. Deze laatste verschilt ook alweder naar
+tijd en oord. Maar ook kunnen hier nog bovendien allerlei geestelijke
+redenen in het spel zijn. &bdquo;In tegenstelling tot die van andere
+waren,&rdquo; zegt Marx zeer duidelijk, &bdquo;bevat (dus) de
+waardebepaling der arbeidskracht, een historisch en een moreel
+element.&rdquo; Het geestelijk niveau van den arbeider, de
+ontwikkelingshoogte van zijne organisatie enz., vormen die
+elementen.</p>
+<p>Maar ook zijn onder de produktiekosten der arbeidskracht te rekenen,
+de kosten benoodigd voor leertijd, in eene bepaalde tak van arbeid.
+Deze laatsten worden natuurlijk minder, naarmate de arbeid meer en meer
+een machinale wordt.</p>
+<p>Al deze gronden bewerken, dat de waarde van de arbeidskracht, van
+eene bepaalde arbeidersklasse, in een bepaald land levend en in een
+bepaald tijdstip, eene bepaalde grootte is.</p>
+<p>Men moet nadrukkelijk in &rsquo;t oog houden, dat hier sprake is van
+de <i>waarde</i> van de arbeidskracht en niet van haren <i>prijs</i>.
+De laatste toch, wordt uitgedrukt in het arbeidsloon, het re&euml;le
+<span class="ex">geldloon</span>, dat de arbeider, krachtens zijne
+overeenkomst met den kapitalist van dezen bekomt, na gedanen arbeid.
+Marx wijst erop, dat de beschouwingswijze der burgerlijke economie,
+krachtens welke de ondernemer den arbeider zijn loon
+v&oacute;&oacute;rschiet, omdat hij hem betaalt, alvorens het produkt
+verkocht is, eene verkeerde voorstelling van zaken is, die met de
+werkelijke economische verhoudingen in strijd is. Onder het huidige
+systeem, riskeeren niet alleen de arbeiders hun loon, maar zijn zij ook
+gedwongen op <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name=
+"pb210">210</a>]</span>borg te leven. En daarom zijn zij ook de
+grootste slachtoffers van de vervalsching en de verslechtering der
+levensmiddelen, die door de tusschenhandelaren, rustig kan worden
+bedreven.</p>
+<p>Maar ook streng economisch gesproken is het valsch. &bdquo;De
+eigenaardige zijde dezer specifieke waar, die der arbeidskracht, brengt
+het met zich mede, dat met het afsluiten van het contrakt tusschen
+kooper en verkooper, hare gebruikswaarde nog niet werkelijk, in de
+handen van den kooper is overgegaan. Hare waarde, gelijk aan die van
+elke andere waar, werd bepaald, alvorens zij in circulatie trad, want
+een bepaald kwantum van maatschappelijken arbeid, werd er tot
+voortbrenging aan ten koste gelegd, maar hare gebruikswaarde bestaat
+eerst in de achterna komende krachtsinspanning.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;Overal schiet hierom de arbeider, den kapitalist de
+gebruikswaarde der arbeidskracht voor; hij laat ze door den kooper
+consumeeren, alvorens zij haren prijs betaald heeft gekregen, overal
+crediteert daarom de arbeider den kapitalist.&rdquo;.....</p>
+<p>Hieruit blijkt dus, dat kapitalist en arbeider, als ruilers van twee
+gelijke waren, toch niet in gelijke conditie verkeeren.</p>
+<p>Maar ook nog in een ander voornaam opzicht is de waar arbeidskracht,
+eene andere als de gewone waar, gelijk wij later zullen zien. Wij
+moeten eerst weder terug tot de eenvoudige ruil en de funktie van het
+geld daarbij. <span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name=
+"pb211">211</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3.6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk VI.</h2>
+<h2 class="main">Het geld.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wij zagen, dat de <span class="corr" id="xd19e5807"
+title="Bron: waardgrootte">waardegrootte</span> eener Waar wordt
+bepaald<a id="xd19e5810" name="xd19e5810"></a> door de tot hare
+voortbrenging benoodigde hoeveelheid, maatschappelijk-noodzakelijken
+arbeidstijd. Maar daarin drukt zich de waardegrootte evenwel niet uit.
+Men zegt niet: deze jas is veertig arbeidsuren waard, maar hij is zoo
+en zooveel waard, bijv. zooveel als 20 el linnen of als 10 gram goud.
+De waardegrootte wordt dus wel bepaald, door de hoeveelheid van de
+maatschappelijk-noodzakelijken arbeid, die er aan moet worden besteed,
+maar zij wordt uitgedrukt in en door hare ruilverhouding. Er moet dus
+ook een zekere maat zijn, een zeker medium, waardoor de ruil der waren
+kan geschieden en die de uitdrukking der verhouding, van de waren
+onderling, in zich belichaamt. Marx noemt dit het <i>aequivalent</i>,
+en den vorm waarin de verhouding van de gebruikswaarden, als
+ruilprodukten zich wederzijds uitdrukken, de aequivalentvorm der
+waren.</p>
+<p>Dit aequivalent treedt het minst naar den voorgrond in de perioden
+der eenvoudigen warenruil; maar hoe ingewikkelder de
+produktieverhoudingen worden, zooveel te minder kunnen waren als zulke
+aequivalentvormen voldoen, zooals dat in primitieve maatschappijen, met
+primitieve produktiewijzen: eenvoudige vorm van landbouw en bedrijf,
+eenvoudige warenhandel enz., het geval is geweest.</p>
+<p>Hoe langer hoe meer dus de warenruil zich ontwikkelde, hoe meer
+arbeidsprodukten tot waren werden, des te noodzakelijker werd een
+algemeen aequivalent. In den aanvang van den ruil, ruilt een elk
+datgene wat hij niet noodig heeft, onmiddellijk tegen datgene in wat
+hij w&egrave;l noodig heeft. Dat wordt natuurlijk steeds <span class=
+"pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name=
+"pb212">212</a>]</span>moeilijker, naarmate de warenproduktie steeds
+meer de algemeene vorm werd van de maatschappelijke produktie. Er moest
+door deze ontwikkeling dus een Waar komen, die een ieder gebruiken kon,
+een algemeene aequivalent dus, eene onmiddellijke belichaming tevens
+van de waarde, die tevens <i>a priori</i> gebruikswaarde voor elkeen
+bezit. En die ontstond in den geldvorm.</p>
+<p>In den loop der tijden zijn verschillende dingen in dezen rol
+opgetreden, bijv. vee, slaven, wapens enz., het laatst: edele metalen.
+Dat de geldvorm van goud en zilver, ten slotte de meest bruikbare werd
+voor eene, reeds op eene zekere hoogte van beschaving staande
+samenleving, met een reeds ontwikkelde warenproduktie en een vrij
+omvangrijk warenverkeer, vindt hare oorzaak in verschillende
+omstandigheden. Voor een deel mag dit hieraan te wijten zijn geweest,
+dat pronk<a id="xd19e5826" name="xd19e5826"></a> en pronkvoorwerpen
+reeds van <span class="corr" id="xd19e5828" title=
+"Bron: oudsh&egrave;r">oudsher</span> als gewichtige ruilvoorwerpen
+dienst hebben gedaan; maar hoofdzakelijk besliste hier de
+omstandigheid, dat goud en zilver, door de maatschappelijke funkties,
+die zij als algemeen waren-aequivalent bezitten, het best aan dat doel
+beantwoordden, door hunne natuurlijke eigenschappen. Ten eerste zijn de
+edele metalen steeds van gelijke kwaliteit en lossen zij zich, noch in
+lucht, noch in water op; zij zijn dus praktisch niet veranderlijk. Ten
+tweede kunnen zij naar willekeur gedeeld en samengesteld worden.</p>
+<p>Goud en zilver, konden het monopolie van als algemeen aequivalent te
+dienen, slechts daardoor verkrijgen, doordien zij als waren, tegenover
+de andere waren, konden komen te staan. Zij konden dus alleen
+<i>geld</i> worden, omdat zij <i>waren</i> vertegenwoordigden. Het geld
+is dus, noch uitgevonden door zekere soorten van menschen, noch is het
+geld een bloot waardeteeken. De waarde van het geld en zijn bepaalde
+maatschappelijke funkties, zijn niet willekeurig in het leven geroepen.
+De edele metalen werden tot geldwaren, door de rol, die zij als waren
+in het ruilproces speelden en nog spelen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>De eerste funktie van het geld, bestaat dus hierin, als
+waardemaatstaf te dienen. De waren worden niet door middel van het geld
+aan elkander gelijk en met elkander te vergelijken; maar, doordien zij
+waarde-belichamingen zijn van menschelijken arbeid, kunnen zij als
+zoodanig, gemeenschappelijk door dezelfde bepaalde waarde worden
+gemeten. Het geld als waardemeter, is dus de noodzakelijke
+verschijningsvorm, van den in alle waren zich bevindende waardemaat, de
+arbeidstijd namelijk. <span class="pagenum">[<a id="pb213" href=
+"#pb213" name="pb213">213</a>]</span></p>
+<p>De uitdrukking eener waar in geldwaar, is de geldvorm der waar of
+haren prijs. Dit laatste, is dus de tweede funktie van het geld, n.l.
+de maatstaf van de prijzen te zijn. Als waardemeter zet het geld de
+waarde der waren om, in bepaalde, aanschouwelijke hoeveelheden gelds.
+Als maatstaf van de prijzen, meet het de verschillende hoeveelheden
+gelds aan &eacute;&eacute;ne bepaalde hoeveelheid goud, die als
+munteenheid aangenomen wordt, bijv.: een pond goud.</p>
+<p>Het verschil is dus, dat de prijs de geldnaam voor de waarde-grootte
+der waren is, maar tegelijkertijd &oacute;&oacute;k de uitdrukking is
+van de ruilverhouding der waar met de geldwaar, het goud of het zilver.
+De waarde evenwel, kan nooit op zich zelf, voor zich alleen te
+voorschijn komen en niet van de waar geabstraheerd worden, maar zit
+steeds, aan de ruilverhouding met andere waren vast. Hierdoor is dus
+eene afwijking mogelijk geworden, tusschen den prijs van de waren en
+hunne waarde-grootte, gelijk die dan ook in de werkelijkheid steeds
+voorkomt. De balans van het verschil tusschen beiden schept de
+kapitalistische concurrentie. Met de volgende woorden van Engels is dit
+duidelijk te maken: &bdquo;In de huidige kapitalistische maatschappij,
+produceert elke industrieele kapitalist op eigen hand, wat, hoe- en
+zooveel, hij wil. De maatschappelijke behoefte evenwel, blijft voor hem
+eene onbekende grootte, zoowel wat de kwaliteit en de soort van de
+benoodigde voorwerpen, als de kwantiteit daarvan aangaat. Wat heden
+niet snel genoeg geleverd kan worden, wordt in den tegenwoordigen tijd,
+wordt morgen, verre boven de vraag aangeboden. In weerwil daarvan,
+wordt ten slotte toch in de behoefte, hetzij slecht of goed, hoe
+&rsquo;t ook zij voorzien, en de produktie richt zich in het algemeen
+genomen, ten slotte toch op de benoodigde voorwerpen. Hoe komt nu hier
+de verevening van die tegenspraken tot stand? Door de concurrentie. En
+hoe speelt de concurrentie deze oplossing klaar? Eenvoudig, doordien
+zij de naar soort of hoeveelheid, voor het oogenblikkelijk
+maatschappelijk verbruik niet benoodigde waren, ontwaardigt, d. w. z.
+beneden hunne arbeidswaarde doet dalen, en langs dezen omweg den
+producenten het voelbaar maakt, dat zij <span class="corr" id=
+"xd19e5848" title="Bron: &oacute;f">&ograve;f</span> onbruikbare,
+&ograve;f op-zich-zelf bruikbare artikelen in eene onbruikbare,
+overtollige hoeveelheid voortgebracht hebben. Hieruit spruit dus
+twee&euml;rlei voort:</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5852" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Ten eerste, dat de voortdurende
+afwijkingen der warenprijzen van de warenwaarde, de noodzakelijke
+voorwaarden zijn, waaronder en waardoor alleen, de warenwaarde haar
+bestaan kan erlangen. Alleen door de schommelingen van de concurrentie
+en <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name=
+"pb214">214</a>]</span>hiermede die van de warenprijzen, zet zich de
+waardewet onder de warenproduktie door; wordt de bepaling van de waarde
+der waren door den maatschappelijk noodzakelijken arbeidstijd, tot
+werkelijkheid. Dat daarbij de vereffeningsvorm van de waar, haren
+prijs, in den regel iets of wat anders er uitziet, dan de waarde die
+zij te voorschijn brengt, is een noodlot, dat de waarde deelt met de
+meeste maatschappelijke verhoudingen. De koning ziet er meestendeels
+gansch anders uit, dan de monarchie die hij voorstelt.<a id="xd19e5857"
+name="xd19e5857"></a></p>
+<p>&bdquo;Ten tweede. Terwijl de concurrentie, in eene samenleving van
+met elkander ruilende warenproducenten, de waardewet der warenproduktie
+tot hare geldigheid doet komen, zet zij juist d&aacute;&aacute;rmede,
+de onder die omstandigheden eenig mogelijke organisatie en orde, der
+maatschappelijke produktie door. Alleen door middel van de
+waardevermindering en de opvoering ervan boven hunne waarde, worden de
+individueele warenproducenten er als het ware met hunnen neus
+voorgezet, wat en hoeveel de samenleving van hunne waren noodig heeft,
+of niet noodig heeft.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>De waren die aan de markt komen, veranderen daar in geld, daarna
+weder in waren. Deze beweging is de <i>eenvoudige</i> warencirculatie,
+W&ndash;G&ndash;W. Maar de waar, aan het einde van dit gansche proces,
+is eene andere, dan die van aan het begin daarvan. De eerste was
+niet-gebruikswaarde voor haren bezitter, de laatste is gebruikswaarde
+voor hem geworden. De nuttigheid van de eerste Waar, bestond voor hem
+in hare eigenschap als waarde, als produkt van algemeen-menschelijken
+arbeid; in hare uitruilbaarheid met een ander produkt van algemeen
+menschelijken arbeid, met geld. De nuttigheid van de andere Waar,
+bestaat voor hem in hare lichamelijke eigenschappen, niet als produkt
+van algemeen menschelijken arbeid, maar van een bepaalden <i>vorm</i>
+van arbeid. De bovengenoemde formule is dus die van
+Waren,&ndash;Geld,&ndash;Waren: verkoopen om te koopen. Elke verkoop is
+een koop en omgekeerd. Marx schildert wat er nu vervolgens gebeurt
+aldus, onder wat hij noemt: &bdquo;<span class="ex">De methamorphose
+der Waren</span>&rdquo;: &bdquo;W&ndash;G.&rdquo; Eerste methamorphose
+der Waar of verkoop. Het overspringen van de warenwaarde uit het lijf
+van de waar in het lijf van het goud is,.... de <i>salto mortale</i>
+van de waar. Mislukt zij, dan is wel-is-waar de Waar niet in
+benauwdheid, wel echter is dat de warenbezitter. De maatschappelijke
+verdeeling <span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name=
+"pb215">215</a>]</span>van den arbeid, maakt zijnen arbeid evenzoo
+&eacute;&eacute;nzijdig, als zij zijne behoeften
+v&eacute;&eacute;lzijdig maakt. Maar juist daarom, doet het produkt
+voor hem slechts als ruilwaarde dienst. Algemeen maatschappelijk
+geldige aequivalentvorm, bezit het alleen slechts in het geld en dat
+geld bevindt zich in eens andermans zak. Om het eruit te krijgen, moet
+de Waar voor alles dus gebruikswaarde voor den geldbezitter hebben, de
+aan haar ten koste gelegden arbeid dus in maatschappelijk-nuttigen vorm
+er aan besteed zijn of zich in het verband van de maatschappelijke
+verdeeling van den arbeid kunnen handhaven. Maar die verdeeling van den
+arbeid, is een uit de natuur voortkomend produktie-organisme, welker
+draden gesponnen worden, achter den rug van den warenproducent om, en
+die zich aldaar voortweven. Wellicht is de Waar, produkt van eene
+nieuwe arbeidsmethode, die aan eene nieuw opgekomen behoefte
+bevrediging zoekt te geven, of op eigen gelegenheid, deze behoefte
+eerst te voorschijn roepen wil. Gisteren nog een funktie, onder de vele
+funkties van een en dezelfde warenproducent, rukt zich eene bijzondere
+arbeidsverrichting heden wellicht los van deze samenhang,
+verzelfstandigt zich en zendt juist deswegens, haar deelprodukt als
+zelfstandige Waar ter markt..... &bdquo;Onze warenbezitters bespeuren
+daaruit, dat dezelfde verdeeling van den arbeid, welke hen tot
+onafhankelijke particuliere voortbrengers, het maatschappelijke
+produktieproces en zijne verhoudingen in dit proces van hen-zelf
+afhankelijk maakt; dat de onafhankelijkheid der personen van elkander,
+zich vervolkoment, in een systeem van alzijdige zakelijke
+afhankelijkheid van elkander.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5881" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De verdeeling van den arbeid verandert het
+arbeidsprodukt in een Waar en maakt d&aacute;&aacute;rmede zijne
+verandering in Geld tot eene noodzakelijkheid.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wij kennen tot dusver geenerlei economische verhouding der
+menschen<span class="corr" id="xd19e5886" title=
+"Niet in bron">,</span>&rdquo; gaat Marx voort, &bdquo;buiten dat van
+warenbezitters, een verhouding, waarin zij vreemde arbeidsprodukten
+zich toe&euml;igenen, doordien zij eigene van zich vervreemden. De eene
+warenbezitter kan derhalve, den andere dan ook slechts als geldbezitter
+tegemoet treden, hetzij omdat zijn arbeidsprodukt van nature den
+geldvorm bezit, dus geldmateriaal is, goud enz., hetzij omdat zijn
+eigene waar reeds van huid veranderd is en haar oorspronkelijken
+gebruiksvorm afgestroopt heeft. Ten einde als geld te kunnen
+funktioneeren, moet het goud natuurlijk een zeker punt hebben, van
+waaruit het op de warenmarkt op kan treden. Dit punt ligt in zijne
+produktiebron, waar het zich, als onmiddellijk arbeidsprodukt, met een
+ander arbeidsprodukt van dezelfde waarde kan doen ruilen. Maar van af
+dit oogenblik, stelt het gedurig gerealiseerde <span class=
+"pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name=
+"pb216">216</a>]</span>warenprijzen voor. Afgezien van den ruil van het
+goud met waren, aan zijne produktiebron, is het goud in de handen van
+elk warenbezitter, de blootgelegde gestalte van de van hem vervreemde
+Waar, het produkt van den verkoop of van de eerste waren-metamorphose:
+W&ndash;G. Ideaal geld of waardemeter werd het goud, omdat alle waren
+hunne waarde in hem maten en het, aldus tot het handtastelijke
+tegendeel van hunne gebruiksgestalte, tot hunne waardegestalte maakten.
+<span class="corr" id="xd19e5891" title=
+"Bron: Re&euml;l">Re&euml;el</span> geld werd het, doordien de waren,
+door hunne alzijdige vervreemding, het tot aan hem werkelijk vreemde of
+veranderde gebruiksgestalte en daardoor tot hunne werkelijke
+waardegestalte maakten. In hare waardegestalte stroopt de Waar, elk
+spoor van haar oorspronkelijke gebruikswaarde en van de in &rsquo;t
+bijzonder nuttigen arbeid, waaraan zij haren oorsprong te danken heeft,
+af, om zich in de gelijkvormige maatschappelijke stoffelijkheid van
+niet te onderscheiden menschelijken arbeid, weder te ontpoppen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5895" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Men kan het &rsquo;t Geld daarom niet
+aanzien, van welk slag de in hem veranderde Waar is. De eene Waar ziet
+in haren geldvorm precies zoo uit als de andere. Geld mag slijk zijn,
+hoewel slijk nog geen geld is. Wij nemen aan, dat de twee geldwolven
+waaraan de linnenwever bijv., zijne waar vervreemdt, de veranderde
+gestalten zijn van een mud tarwe. De verkoop van het linnen: W&ndash;G,
+is tegelijk haren koop: G&ndash;W.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5899" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Maar als verkoop van linnen, vangt dit
+proces met eene beweging aan, welke in haar tegendeel eindigt, met den
+koop van een bijbel bijv.; als koop van het linnen, eindigt het met
+eene beweging die met haar tegendeel aanving, met den verkoop van de
+tarwe bijv. W&ndash;G (linnen-geld) deze eerste phaze van
+W&ndash;G&ndash;W (linnen-geld-bijbel), is tegelijk G&ndash;W
+(geld-linnen), de laatste phaze van eene andere beweging:
+W&ndash;G&ndash;W (tarwe-geld-linnen). De eerste metamorphose eener
+Waar, hare verandering uit den warenvorm in geld, is steeds tegelijk de
+tweede, haar tegenovergestelde metamorphose der andere waar; hare
+terugontwikkeling van uit den geldvorm in den warenvorm.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5903" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>G&ndash;W. Tweede of <span class="corr"
+id="xd19e5906" title=
+"Bron: slot-methamorphose">slot-metamorphose</span> der waar:
+koop.&mdash;Dewijl het de vervreemde gestalte is, van alle andere waren
+of het produkt hunner algemeene ontvreemding, is geld, de absoluut
+vervreemde Waar. Het leest alle prijzen achterwaarts en spiegelt zich
+aldus, in alle warenlichamen terug, als de opofferende materie zijner
+eigene warenwording. Tegelijk toonen de prijzen, de lonkjesoogen
+waarmede hem de waren wenken, hem ook de grenzen zijner
+veranderingsgeschiktheid, namelijk die van zijn eigen kwantiteit. Daar
+de Waar in hare geldwording ondergaat, ziet <span class=
+"pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217" name="pb217">217</a>]</span>men
+het &rsquo;t geld niet aan, hoe het in de handen van zijn bezitter
+gekomen is, of wat er zich in omgezet heeft. Non olet, hoe ook deszelfs
+oorsprong moge wezen. Wanneer het aan den eenen kant, verkochte Waren
+vertegenwoordigt, aan den anderen kant vertegenwoordigt het,
+verkoopbare Waren.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5912" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>G&ndash;W, de koop is tegelijktijd
+verkoop: W&ndash;G; de laatste metamorphose eener Waar, is dus tegelijk
+de eerste metamorphose eener andere Waar. Voor onzen linnenwever sluit
+de levensloop van zijnen waar af met de gekochte bijbel, waarin hij de
+2 pond St. terug omgezet heeft. Maar de bijbelverkooper, zet de van den
+linnenwever gebeurde 2 pond St., in brandewijn om.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5916" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>G&ndash;W, de slotphaze van
+W&ndash;G&ndash;W (linnen&ndash;geld&ndash;bijbel<a id="xd19e5919"
+name="xd19e5919"></a>) is tegelijk W&ndash;G, de eerste phaze van
+W&ndash;G&ndash;W (bijbel&ndash;geld&ndash;brandewijn). Daar de
+warenproducent slechts een eenzijdig produkt levert, verkoopt hij het
+dikwijls in grootere hoeveelheden, terwijl zijn veelzijdige behoeften
+hem ertoe dwingen, den gerealiseerden prijs of de gebeurde geldsom,
+gestadig in talrijke koopen te versplinteren. Een verkoop mondt daarom,
+in vele koopen van verschillende waren, uit. De <span class="corr" id=
+"xd19e5921" title="Bron: slotmetamorphoze">slotmetamorphose</span>
+eener Waar, wordt dus door de som van eerste <span class="corr" id=
+"xd19e5924" title="Bron: methamorphozen">metamorphosen</span> van
+andere waren, gevormd.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5928" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Beschouwen wij nu de <span class="corr"
+id="xd19e5931" title=
+"Bron: totaal-methamorphoze">totaal-metamorphose</span> eener Waar,
+bijv. van linnen, dan zien wij in de eerste plaats, dat zij uit twee
+elkander tegenovergestelde en elkander aanvullende bewegingen bestaat.
+W&ndash;G en G&ndash;W. Deze twee, tegenoverelkander staande
+veranderingen der Waar, voltrekken zich, in twee aan elkander
+tegenovergestelde maatschappelijke processen der warenbezitters, en
+reflekteeren zich, in twee elkander tegenovergestelde economische
+karakters derzelven. Als agent van den verkoop, wordt hij verkooper,
+als agent van den koop, kooper. Zooals echter in elke verandering der
+Waar, hare beide vormen, warenvorm en geldvorm gelijktijdig bestaan,
+alleen op elkander tegenovergestelde polen, zoo staat dezelfde
+warenbezitter als verkooper, tegenover een andere kooper en als kooper,
+tegenover een andere verkooper. Het zijn derhalve dus geen vaste, maar
+binnen het raam der warencirculatie, gestadig van persoonlijkheid
+verwisselende karakters<span class="corr" id="xd19e5934" title=
+"Bron: ,">.</span><a id="xd19e5936" name="xd19e5936"></a></p>
+<p>&bdquo;De warencirculatie is niet alleen formeel, maar ook wezenlijk
+verschillend van de onmiddellijke produktenruil. Men werpe slechts een
+terugblik op hetgeen voorgevallen is. De linnenwever heeft, zonder
+voorbehoud, linnen geruild tegen bijbels, eigen waren tegen eene
+vreemde Waar. Maar dat verschijnsel bestaat slechts voor hem. De
+bijbelagent, die heet aan koud de voorkeur geeft, dacht er niet aan
+linnen te ruilen voor bijbels, gelijk de <span class="pagenum">[<a id=
+"pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span>linnenwever er niets
+van wist, dat er tarwe was ingeruild tegen zijn linnen enz. De Waar van
+B. komt in plaats van de Waar van A; maar A en B, ruilen niet
+wederzijdsch hunne waren tegen elkander. Het kan werkelijk voorkomen,
+dat A en B wisselsgewijs van elkander koopen, maar zulke bijzondere
+betrekkingen, zijn geenszins de voorwaarden tot de algemeene
+verhoudingen der warencirculatie. Aan den eenen kant ziet men hieruit,
+hoe de warenruil de individueele en lokale grenzen van den
+onmiddellijken produktenruil doorbreekt en de stofwisseling der
+menschelijken arbeid doet ontwikkelen. Aan den anderen kant, ontwikkelt
+zich hierdoor een geheele kring van door de handelende personen, niet
+te controleeren, maatschappelijke natuursamenhangsels. De wever kan
+slechts linnen verkoopen, omdat de boer tarwe verkocht; de heethoofd
+den bijbel, omdat de wever het linnen, de distillateur slechts gebrand
+water, omdat de andere, het water des eeuwigen levens verkocht had,
+enz. enz.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5944" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het circulatieproces lost zich deswegens
+ook niet, gelijk de <span class="corr" id="xd19e5947" title=
+"Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> produktenruil, op, in de
+plaats- of de handsverwisseling van de gebruikswaarden. Het geld
+verdwijnt niet, omdat het ten slotte uit de <span class="corr" id=
+"xd19e5950" title="Bron: methamorphozenreeks">metamorphosenreeks</span>
+eener Waar uitvalt. Het slaat voortdurend weder neer, op een door de
+waren zelf voor hem ingeruimde circulatie-plek. Bijv. van de
+totaal-metamorphoze van het
+linnen&mdash;linnen&ndash;geld&ndash;bijbel&mdash;valt eerst het linnen
+buiten de circulatie, het geld komt in zijn plaats; daarna valt de
+bijbel buiten de circulatie en het geld treedt in zijn plaats. De
+vervanging van waren door waren, doet tegelijkertijd in de derde hand,
+de geldwaren hangen blijven. De circulatie zweet gestadig geld
+uit.<span class="corr" id="xd19e5953" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Verandering van geld in kapitaal.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wij hebben de ontwikkeling van de warencirculatie uit
+de produktenruil nagegaan en eveneens hebben wij den kringloop dier
+beweging gadegeslagen. Welke is evenwel hare drijfkracht? De
+beweegreden der kringloop: Waar&ndash;Geld&ndash;Waar, is duidelijk; is
+daarentegen die van Geld&ndash;Waar&ndash;Geld niet zinneloos? Neen,
+zij zou zinneloos zijn, wanneer de geldsom aan het einde van de
+transaktie, niet eene <span class="ex">andere</span> was, dan die aan
+het begin daarvan. De kringloop G&ndash;W&ndash;G, heeft dus maar
+&eacute;&eacute;n doel: de geldsom waarmede hij eindigt grooter te doen
+worden, dan die, waarmede hij aanving. Deze vermeerdering is inderdaad
+het drijvende motief in dien kringloop.</p>
+<p>Wij komen dus, nadat het proces zijn bekenden gang is gegaan, voor
+de formule: <span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name=
+"pb219">219</a>]</span></p>
+<p class="xd19e106">G&ndash;W - (G + g) te staan.</p>
+<p>Dit &bdquo;g&rdquo;, de toegevoegde waarde die boven en uit de
+oorspronkelijk voorgeschoten waarde, aan het einde van den kringloop
+voor den dag komt, noemt Marx: de <span class="ex">Meerwaarde</span>.
+Die laatste moet met hare verschijningsvorm en winst, rente etc.
+evenmin verward worden, als de waarde eener waar, met haren prijs. Want
+evenals daar, gaat het hier om de <span class="ex">grondslagen</span>
+en niet om de uiterlijke vormen, de verschijningsvormen, waaronder de
+economische verhouding aan het daglicht treedt.</p>
+<p>&bdquo;De waarde wordt aldus tot processeerende waarde,
+processeerend geld en als zoodanig tot kapitaal. Dit komt uit de
+<span class="corr" id="xd19e5979" title=
+"Bron: cirkulatie">circulatie</span> vandaan, gaat weder in haar onder
+en verveelvoudigt zich in haar; keert vergroot uit haar terug en begint
+denzelfden kringloop weder van voren af aan. G&ndash;G, geldbarend
+geld&mdash;&bdquo;<span lang="en">money which begets
+money</span>&rdquo;,&mdash;zoo luidde de beschrijving van het kapitaal,
+in den mond van zijn eerste wegwijzers, de merkantilisten reeds, zegt
+Marx.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e5986" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Koopen om te verkoopen, of vollediger,
+koopen om duurder te verkoopen, G&ndash;W&ndash;G, schijnt wel-is-waar
+slechts eene vorm aan het koopmanskapitaal eigen, maar ook het
+industrieele kapitaal is geld, dat zich verandert in waren en door den
+verkoop de waren, in meer geld terug-verandert.&rdquo;</p>
+<p>Wij zien hieruit en ook uit hetgeen voorafging, dat dus niet alle
+geld, niet elke Waar kapitaal is; dat deze dingen alleen dan tot
+kapitaal worden, wanneer zij een bepaalde beweging doormaken; wanneer
+zij dienen om een m&eacute;&eacute;r-produkt in het leven te roepen:
+m&eacute;&eacute;r-waarde geboren te doen worden. Deze beweging heeft
+ook op haren beurt, weder bepaalde historische voorwaarden.</p>
+<p>Wat Marx ons hier ook heeft doen zien, dat is, dat het niet waar is,
+gelijk het in den gewonen akademisch-staathuishoudkundigen vorm luidt,
+dat opgehoopte arbeid en produktiemiddelen, kapitaal zijn <span lang=
+"fr">tout court</span>, maar dat dezen dan eerst tot kapitaal worden,
+als zij voldoen aan zekere voorwaarden van historische en van
+maatschappelijken aard, waaronder de voornaamste deze is: dat zij in
+beweging worden gezet, om m&eacute;&eacute;rwaarde voort te
+brengen.</p>
+<p>Uit welken bron ontspringt nu deze m&eacute;&eacute;rwaarde? Men zou
+zoo oppervlakkig zeggen, doordien de een van zijn macht (slimheid,
+ervaring enz.), gebruik maakt om zijn tegenpartij te misleiden;
+overmacht van welken aard ook. Zulk eene verklaring, die op zich-zelf
+al zeer weinig bewijst, is bovendien economisch van niet de minste
+beteekenis, daar een ieder, gelijk wij gezien hebben, bij afwisseling
+kooper en verkooper is. Bovendien <span class="pagenum">[<a id="pb220"
+href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span>kan toepassing van overmacht
+enz. wel de een voor een oogenblik zich-zelve doen verrijken, maar zij
+is absoluut niet in staat de door beiden bezeten totaal-som, alzoo de
+som van de circuleerende waarden, te doen vermeerderen. Wij verklaren
+er dus niet anders mede, dan eene verplaatsing van de te deelen som aan
+waarden, zonder meer. &bdquo;De verandering van geld in
+kapitaal,&rdquo; concludeert Marx<span class="corr" id="xd19e6000"
+title="Niet in bron">,</span> &bdquo;moet worden verklaard, op den
+grondslag van de in den warenruil zich bevindende immanente wetten,
+z&oacute;&oacute;, dat de ruil van aequivalenten, ons daarbij steeds
+als uitgangspunt dient. Onze, nog slechts als kapitalistenrups aanwezig
+zijnde geldbezitter, moet de waren tegen hunne waarde koopen, tegen
+hunne waarde verkoopen en desniettegenstaande moet hij aan het einde
+van dit proces, m&eacute;&eacute;r waarde eruit halen, dan dat hij erin
+wierp.&rdquo;......</p>
+<p>De oplossing dier vraag, is nevens die der waardetheorie, de spil
+van het systeem van analyse, dat Marx toegepast heeft bij het onderzoek
+van de kapitalistische produktiewijze. Zij bevat de ontdekking van een
+faktor, die de waarde voortdurend vergroot; bron van waarde is, terwijl
+zij zelve tegen hare waarde wordt gekocht door den kapitalistischen
+ondernemer, die op de warenmarkt komt, om deze eigenaardige Waar op te
+doen, alwaar hij den verkooper van die Waar te ontmoeten weet, die
+dezen aan niemand anders, dan aan hem slijten kan. Deze Waar is die der
+arbeidskracht namelijk, die wij vroeger reeds hebben leeren kennen.</p>
+<p>De bron der meerwaarde nu is te vinden, in den arbeidstijd, welke de
+ondernemer, de kapitalist, den arbeider voor zich laat arbeiden, boven
+den tijd welke noodig is om de waarde voort te brengen, die hij zelf
+kostte.</p>
+<p>&bdquo;Het kapitaal&rdquo;, zegt Marx &bdquo;heeft de meerarbeid
+niet uitgevonden. Overal, waar een deel der samenleving het monopolie
+der produktiemiddelen bezit, moet de arbeider, vrij of onvrij, aan de
+tot zijn onderhoud noodzakelijke arbeidstijd een overschot van
+arbeidstijd toevoegen, ten einde de levensmiddelen voor de eigenaars
+der produktiemiddelen voort te brengen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;M&eacute;&eacute;rarbeid, arbeid boven den tot zelfbehoud van
+den arbeider noodzakelijken tijd, en toe&euml;igening van het produkt
+dezer m&eacute;&eacute;rarbeid door anderen, uitbuiting van den arbeid
+dus, is aan alle tot nu bestaan hebbende maatschappelijke vormen, voor
+zoover zij zich in klassetegenstellingen bewogen hebben, gemeenzaam
+geweest. Maar eerst wanneer het produkt dezer meerarbeid, de vorm van
+meerwaarde aanneemt, wanneer de eigenaar der produktiemiddelen, den
+vrijen arbeider&mdash;vrij van sociale banden en vrij van eigen
+bezit!&mdash;als voorwerp van uitbuiting tegenover <span class=
+"pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span>zich
+vindt en hem uitbuit, tot het doel van de produktie van <i>waren</i>,
+eerst d&agrave;n neemt dit produktiemiddel, het specifieke karakter van
+kapitaal aan. En dit is op groote schaal eerst geschied, aan het einde
+van de 15<sup>e</sup>, en aan het begin van de 16<sup>e</sup>
+eeuw.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De voortbrenging der <span class="corr" id="xd19e6026"
+title="Bron: meerwaadre">meerwaarde</span>.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Nemen wij, om de produktie van de meerwaarde met een
+voorbeeld aanschouwelijk te maken, eens het volgende geval. De heer
+Jansen, industrieel, richt zich in. Zijn vader stelt een groot kapitaal
+ter zijner beschikking. Hij richt een katoenspinnerij op, neemt een
+technisch- en een handelsdirekteur aan, die het gansche bedrijf
+inrichten en leiden en de inkoop van katoen, de aanschaffing van
+machines, de aanstelling van arbeiders enz. bezorgen. De katoen wordt
+in de fabriek versponnen tot garen en deze wordt, door middel van
+reizigers etc., van de hand gezet.</p>
+<p>De heer Jansen nu, men lette er wel op, heeft daarmede niet waren
+tegen waren geruild, door middel van de waar geld, maar hij had
+oorspronkelijk geld, hij heeft dit uitgegeven om waren te koopen
+(fabriek, inrichting, ruwprodukten, arbeidskrachten<span class="corr"
+id="xd19e6033" title="Bron: ,)">),</span> en dan verkoopt hij weder
+zijn waren, om ze wederom tot geld te doen worden. De ruilformule is
+hier niet: W&ndash;G&ndash;W, maar is hier:</p>
+<p class="xd19e106">Geld&ndash;Waar&ndash;Geld.<br>
+(G&ndash;W&ndash;G.)</p>
+<p>Hij heeft zijn geld in waren omgezet en hij zet zijn waren weder in
+geld om. Waarom doet hij dat? Dat doet hij om winst te maken; het geld
+dat in des heeren Jansen&rsquo;s brandkast terugkomt, moet
+m&eacute;&eacute;r zijn dan dat wat er uit ging. Anders zou de heer
+Jansen een gek geweest zijn, om zijn geld in de circulatie te zenden.
+Maar het was des heeren Jansen&rsquo;s doel niet, om het als een schat
+enkel te laten liggen, maar om het als <i>kapitaal</i> te laten
+fungeeren, het te laten broeden dus.</p>
+<p>Alle waren die hij evenwel koopt (ruwprodukten, machines enz.), moet
+hij naar hunne waarde betalen, bijgevolg zijn winst zal daardoor niet
+vermeerderen. Maar de arbeidskracht der arbeiders die in zijnen dienst
+zijn, betaalt hij niet naar hare waarde. Nemen wij daartoe, nog eens
+het voorbeeld op en werken wij het verder uit. Een arbeider verspint in
+6 uren, 10 pond ruw-katoen tot garen. In deze 10 pond garen steekt,
+nevens den zesurigen arbeid, ook <span class="pagenum">[<a id="pb222"
+href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span>een deel van de
+arbeidsmiddelen, welke daarbij worden afgebruikt, vervat in de
+spindels. Het pond katoen komt hem te staan op f 0.60, het pond garen
+brengt f 0.90 op. Aan spinsel wordt 10 pond katoen ingewerkt, dus voor
+f 1.20. Het arbeidsloon bedraagt f 1.80. Dus:</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td colspan="2">Uitgaven:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>10 pond ruwkatoen</td>
+<td>f 6.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Spinsel</td>
+<td>- 1.20.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Arbeidsloon</td>
+<td>- 1.80.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>te zamen</td>
+<td class="sum">f 9.00.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">Inkomsten:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>10 pond katoengaren &agrave; f 0.90 =</td>
+<td>f 9.<span class="corr" id="xd19e6081" title=
+"Niet in bron">00</span></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p>Inkomsten en uitgaven zijn gelijk. Maar het doel van den fabrikant
+is anders. Zijn toch zes uren arbeidsloon voldoende, om de waarde der
+waar arbeidskracht te voldoen, dan zou de arbeider daarna moeten
+ophouden met arbeiden. Maar z&oacute;&oacute; zijn fabrikant en
+arbeider niet samen getrouwd! De arbeider is gehuurd voor een zekeren
+tijd, die de fabrikant goedvindt te bepalen, subsidiair zooals zij dien
+tezamen overeengekomen zijn. Bijvoorbeeld: een arbeidsdag van 12 uren.
+Wij nemen nu ons voorbeeld we&ecirc;r op:</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td colspan="2">Uitgaven:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">voor de eerste zes uren van den dag:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>gelijk boven: 10 pond ruwkatoen</td>
+<td>f 6.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Spinsel</td>
+<td>- 1.20.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Arbeidsloon</td>
+<td>- 1.80.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>totaal</td>
+<td>f 9.00.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">voor de verdere arbeidsuren:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>10 pond ruwkatoen</td>
+<td>f 6.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Spinsel</td>
+<td>- 1.20.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>Arbeidsloon&mdash;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td></td>
+<td>f 7.20 + f 9 =</td>
+<td>f 16.20.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td colspan="2">Inkomsten:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>20 pond garen &agrave; f 0.90 =</td>
+<td>f 18.<span class="corr" id="xd19e6145" title=
+"Bron: &mdash;">00</span>.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name=
+"pb223">223</a>]</span></p>
+<p>Hij wint dus dagelijks aan een arbeider: f 1.80, juist zooveel als
+het arbeidsloon van de zes uren bedraagt, die hij hem meer laat
+arbeiden. In die m&eacute;&eacute;r-arbeid, ligt de meer-waarde. Der
+waardewet is hier geen haartje gekrenkt en de kapitalist heeft
+t&ograve;ch winst gemaakt. Van andere waren, is de ruilwaarde namelijk
+vervlogen, zoodra hun verbruik is afgeloopen; de waar arbeidskracht
+daarentegen, is, nadat het proces afgeloopen is, nog bruikbaar, ook
+wanneer zooveel van haar is verbruikt, als hare ruilwaarde bedraagt.
+Daar de waarde van de waar arbeidskracht elastisch of variabel is, d.
+w. z. met de voortschrijdende beschavingstoestanden steeds geringer
+wordt, terwijl de voortbrengingsgeschiktheid van de arbeidskracht niet
+inkrimpt,&mdash;d. w. z. de arbeider zou 12 en meer uren kunnen
+arbeiden, ook wanneer tot reproduktie van zijne dagelijksche
+arbeidskracht slechts 6 uren arbeids en minder noodig zouden
+zijn,&mdash;zoo kan de kooper der arbeidskracht, in ons voorbeeld de
+heer Jansen dus, de warenwaarde derzelve ten volle betalen en
+desniettemin m&eacute;&eacute;r-waarde overhouden. In enkele woorden
+dus: het verschil tusschen de gebruikswaarde en de ruilwaarde van de
+waar arbeidskracht, vormt de meerwaarde.</p>
+<p>Het historisch toe&euml;igenen van de meerwaarde, geschiedde zonder
+twijfel door het zich toe&euml;igenen van vreemde waarde; hetzij door
+middel der waren-cirkulatie van het koopmanskapitaal, of, geheel
+onverbloemd, door het woekerkapitaal. Maar deze beide soorten van
+kapitaal-formaties, konden alleen in de samenleving ontstaan, door
+schennis van de wetten der warencirkulatie, door grove schennis van
+haar grondwet, dat waarden, alleen tegen gelijke waarden geruild kunnen
+worden. Het kapitaal stond daarvandaan, zoolang het handels- en
+woekerkapitaal was, in eene tegenstelling tot de economische
+organisatie van zijn tijd, en daarmede ook in tegenstelling, tot de
+moreele inzichten van zijn tijd. In de Oudheid, evenals in de
+Middeleeuwen stonden handel en woeker in een slechten reuk; zij werden
+op gelijke wijze gebrandmerkt, zoowel door de antieke Philosophen, door
+de heilige Kerkvaders, als door de Pausen. Met uitzondering van
+Calvijn, hebben ook de Hervormers&mdash;Luther niet voor &rsquo;t
+minst&mdash;handel en woeker scherp veroordeeld.</p>
+<p>Wij moeten dan ook, om het kapitaal te onderkennen, tot deze zijne
+voorwereldsche vormen teruggaan. Eerst nadat hoogere vormen van
+kapitaal zich hadden ontwikkeld, konden zich ook tusschenvormen
+ontwikkelen, die de funkties van het handelskapitaal en het rentegevend
+kapitaal, in overeenstemming konden brengen, met de wetten van de thans
+heerschende warenproduktie. <span class="pagenum">[<a id="pb224" href=
+"#pb224" name="pb224">224</a>]</span>Maar eerst ook van dat oogenblik
+af, hebben zij opgehouden het karakter van eenvoudige afzetterij of van
+direkten roof te dragen, zegt Marx.</p>
+<p>Marx heeft deze soorten van kapitaal, in de beide eerste deelen van
+&bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo;, dan ook niet
+behandeld, omdat zij bij de navorsching van het kapitalisme, als vorm
+van eene produktiewijze, als maatschappelijk verschijnsel, rechtstreeks
+niet betrokken zijn.</p>
+<p>Men begrijpt evenwel nu, in het gansche proces van de voortbrenging
+der meerwaarde, ook het groote gewicht, dat daarin</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De Arbeidsdag</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">bekleedt, waaraan bij Marx een zevental beschrijvende
+hoofdstukken zijn gewijd, die historisch en economisch zeker behooren,
+tot het grootste wat op dit gebied is verricht. Zijne onderzoekingen
+daaromtrent, benevens die omtrent de verdeeling van den arbeid, haar
+ontstaan en hare ontwikkeling in de periode der Manufaktuur, de
+machinerie en de groot-industrie, vormen de klassieke gedeelten uit het
+eerste deel van &bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo;. Hunne
+economische en historische waarde, wordt door geen staathuishoudkundige
+van eenig gezag meer ontkend. In dat opzicht, is zijn groote werk dan
+ook eene voortzetting geweest, van Adam Smith&rsquo;s beroemde
+&bdquo;<i lang="en">Wealth of the Nations</i>&rdquo; (Rijkdom der
+volkeren).</p>
+<p>&bdquo;De kapitalist,&rdquo;&mdash;zegt Marx, aan den aanvang van de
+behandeling der &bdquo;Arbeidsdag&rdquo;,&mdash;&bdquo;heeft de
+arbeidskracht tot hare dagwaarde gekocht. Hem behoort dus hare
+gebruikswaarde toe, gedurende een arbeidsdag. Hij heeft dus
+&oacute;&oacute;k het recht verkregen den arbeider, gedurende dien dag,
+voor zich te laten arbeiden. Maar wat is een arbeidsdag? In elk geval
+minder dan een natuurlijken levensdag. En hoeveel minder? De kapitalist
+(natuurlijk is hier sprake van den ondernemer in het algemeen), heeft
+zijn eigen inzichten omtrent dit <span class="ex">ultima thule</span>,
+de noodzakelijke grenzen van den arbeidsdag. Als kapitalist is hij
+slechts gepersonifieerd kapitaal. Zijn ziel is de kapitalistenziel. Het
+kapitaal kent slechts &eacute;&eacute;n levensaandrift, de aandrift
+zich in waarden om te zetten; m&eacute;&eacute;rwaarde voort te
+brengen, en met zijn konstant gedeelte, de produktiemiddelen, de
+grootst mogelijke massa meerarbeid in zich op te zuigen. Kapitaal is
+gestorven arbeid, die op vampyr-achtige wijze opleeft, door opzuiging
+van levenden arbeid en er zoo veel te meer van leeft, naarmate het meer
+daarvan in zich opzuigt. De tijd waarin de arbeider werkt, is de tijd
+waarin, door den kapitalist de van hem gekochte arbeidskracht, wordt
+verbruikt&rdquo;.... <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225"
+name="pb225">225</a>]</span></p>
+<p>...<span class="corr" id="xd19e6185" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Van zeer elastische grenzen hier afgezien,
+worden er door den aard der <span class="corr" id="xd19e6188" title=
+"Bron: waren ruil">warenruil</span> zelf, geen grenzen van den
+arbeidsdag, dus ook geen grenzen van de meerwaarde getrokken. De
+kapitalist staat op zijn recht als kooper, wanneer hij den arbeidsdag
+zoo lang als mogelijk is maakt, en, zoo mogelijk uit eenen arbeidsdag,
+er twee tracht te maken. Aan den anderen kant, houdt de specifieken
+aard van de verkochte waar (arbeidskracht) een grens van haar verbruik
+door den kooper in, terwijl de arbeider op zijn recht staat als
+verkooper, wanneer hij den arbeidsdag tot op eene bepaalde
+minimum-grootte tracht te beperken. Hier is dus een antimonie
+voorhanden; recht tegenover recht, beiden gelijkmatig bezegeld door de
+wet van den warenruil. En zoo is dan ook in de geschiedenis der
+kapitalistische produktiewijze, de normeering van den arbeidsdag, tot
+een strijd om de grenzen van den arbeidsdag geworden; een strijd
+tusschen de gezamenlijke kapitalisten, d. w. z. tusschen de klasse der
+kapitalisten en de gezamenlijke arbeiders of de
+arbeidersklasse.&rdquo;</p>
+<p>Voor het eerst is men in Engeland, en wel in 1843, begonnen den
+arbeidsdag wettelijk vast te stellen, nadat bijna een halve eeuw lang
+de arbeiders in dat land daarvoor gestreden hadden en het bitterst
+daarin door de economen zijn tegengewerkt geworden.</p>
+<p>&bdquo;Desniettemin,&rdquo; zegt Marx<span class="corr" id=
+"xd19e6195" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;heeft het principe
+gezegevierd en in de groot-industrietakken, die zelve de schepping zijn
+der moderne produktiewijze, was zijne wondervolle ontwikkeling, die
+hand aan hand is gegaan, met de <i>moreele wedergeboorte</i> der
+fabrieksarbeiders, zelfs voor blinden te zien.&rdquo;</p>
+<p>De economische beteekenis van den arbeidsdag voert ons tot eene
+beschouwing van</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De relatieve meerwaarde.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Tot nu toe, hebben wij gezien hoe de kapitalist zijn
+meerwaarde vormt: uit onbetaalden arbeidstijd. Deze nu noemt Marx de:
+<i>absolute</i> m&eacute;&eacute;rwaarde. Maar het spreekt van zelf,
+dat er nog een andere soort moet bestaan; dit bleek ons reeds uit het
+expos&eacute; van de gansche warencirculatie. Wij hebben gezien, dat de
+meerwaarde voortkomt uit den onbetaalden arbeidstijd. Hare bron zit in
+den arbeidsdag. De arbeidsdag kan echter niet tot in het oneindige
+verlengd worden. Aan het streven der kapitalisten, hem te verlengen,
+worden grenzen gelegd, zoowel van moreelen, als van politieken aard.
+&bdquo;De door verlenging van den arbeidsdag voortgebrachte meerwaarde
+noem ik,&rdquo; zegt Marx<span class="corr" id="xd19e6211" title=
+"Niet in bron">,</span> &bdquo;absolute meerwaarde; de meerwaarde
+daarentegen, die uit de verkorting van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span>den noodwendigen
+arbeidstijd en de daarmede overeenstemmende verandering, in de
+hoegrootheidsverhouding der beide bestanddeelen van den arbeidsdag
+voortkomt: <span class="ex">relatieve</span> meerwaarde.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6220" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Om de waarde van de arbeidskracht te doen
+dalen, moet de stijging der produktiekrachten die industrietakken
+aangrijpen, welker produkten de waarde der arbeidskracht bepalen; die
+dus noch tot den kring van de door de gewoonte vastgestelde
+levensmiddelen behooren, noch daarvoor in de plaats kunnen treden. De
+waarde eener waar, wordt echter niet all&eacute;&eacute;n bepaald door
+het kwantum arbeid, hetwelk haar den laatsten vorm doet verkrijgen,
+maar evenzoogoed, door de massa der produktiemiddelen, die zij in zich
+bevat. Bijv. de waarde van een paar schoenen, wordt niet alleen door
+den arbeid des schoenmakers, maar ook door de waarde van het leder, het
+pek, draad enz. bepaald. Stijging van de produktiekracht en de daarmede
+gepaard gaande goedkoopermaking der waren, in de industrie&euml;n welke
+de stoffelijke elementen van het constant-kapitaal, de arbeidsmiddelen
+en het arbeidsmateriaal, tot voortbrenging der noodzakelijke
+levensmiddelen leveren, doen dus eveneens de waarde van de
+arbeidskracht dalen.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;De goedkooper geworden waar, doet natuurlijk de waarde der
+arbeidskracht, slechts pro tanto, d. w. z. alleen maar in die
+verhouding, waarin zij in de reproduktie van de arbeidskracht overgaat,
+dalen. Hemden bijv., zijn een noodzakelijk levensmiddel, maar een van
+de velen. Hunne goedkoopermaking, vermindert alleen de uitgaven der
+arbeiders voor hemden. De totaalsom van de noodzakelijke levensmiddelen
+bestaat echter uit verschillende waren, louter produkten van de
+bijzondere industrie&euml;n, en de waarde van ieder dier waren, vormt
+steeds een zich gelijkverdeelend deel, van de waarde der arbeidskracht.
+Deze waarde neemt af, met de tot hare reproduktie noodzakelijken
+arbeidstijd, welker totaalverkorting gelijk is aan de som van hare
+verkortingen, in alle bijzondere takken van
+voortbrenging.&rdquo;....</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6226" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De waarde der waren, staat in omgekeerde
+verhouding tot de produktiekracht van den arbeid. Evenzoo,&mdash;omdat
+zij door de <span class="corr" id="xd19e6229" title=
+"Bron: waren der waarde">waarde der waren</span> bepaald
+wordt,&mdash;de waarde der arbeidskracht. Daarentegen staat de
+relatieve meerwaarde, in direkte verhouding tot de produktiekracht van
+den arbeid. Zij stijgt met stijgende- en daalt, met dalende
+produktiekracht. Een maatschappelijke doorsne&ecirc;-arbeidsdag van 12
+uren, geldswaarde als gelijkblijvend verondersteld, produceert steeds
+hetzelfde waardeprodukt van 6 Shilling, hoe deze som van waarden zich
+ook immer moge verdeelen, tusschen het aequivalent voor de waarde der
+<span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name=
+"pb227">227</a>]</span>arbeidskracht en de meerwaarde. Dalen evenwel,
+ten gevolge van de gestegen produktiekracht der waarden, de
+dagelijksche levensmiddelen en dientengevolge, de dagelijksche waarde
+der arbeidskracht van 5 shilling op 3 sh., dan rijst de meerwaarde van
+1 sh. op 3 sh. Ten einde de waarde der arbeidskracht te reproduceeren,
+waren er 10<a id="xd19e6234" name="xd19e6234"></a> en zijn er thans nog
+slechts 6 arbeidsuren vrij gekomen en kunnen deze bij de domeinen van
+den meerarbeid worden ingelijfd. Het is daarom de immanente drijfveer
+en de gestadige <span class="corr" id="xd19e6236" title=
+"Bron: tendenz">tendens</span> van het kapitaal, de produktiekracht der
+arbeid te doen stijgen, en te dien einde de waar, en door de
+goedkoopermaking van de waar, den arbeider-zelve goedkooper te
+maken.&rdquo;</p>
+<p>Een verhooging van de produktiekracht van den arbeid, die van
+verkorting van den arbeidsdag het noodwendige gevolg moet zijn, is
+echter alleen mogelijk, door eene verandering van de produktiewijze,
+door verbetering van de arbeidsmiddelen en van de arbeidsmethoden.
+Produktie van relatieve meerwaarde, heeft dus tot voorwaarde, eene
+revolutie van het arbeidsproces.</p>
+<p>&bdquo;De produktie van de absolute meerwaarde,&rdquo; zegt Marx
+verder<span class="corr" id="xd19e6243" title="Niet in bron">,</span>
+&bdquo;draait zich slechts om de lengte van den arbeidsdag; de
+produktie van de relatieve meerwaarde, revolutioneert door en door de
+technische processen van den arbeid en de maatschappelijke
+groepeeringen.</p>
+<p>&bdquo;Zij veronderstelt dus eene specifiek-kapitalistische
+produktiewijze, die, met hare methoden, middelen en voorwaarden zelven
+eerst op den grondslag van de formeele subsumtie van den arbeid onder
+het kapitaal, op natuurlijke wijze ontstaat en verder ontwikkeld
+wordt&rdquo;....</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6249" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Wij zien dan ook bij stijgende
+produktiekracht van den arbeid, het percentage van de meerwaarde
+aanhoudend stijgen, terwijl de waarde van het produkt daalt. Zoo zien
+wij in de kapitalistische produktiewijze, in hare specifiek
+groot-industrieele uiting, den oogenschijnlijken tegenspraak zich
+ontwikkelen, dat de kapitalisten onophoudelijk zich moeite geven,
+steeds goedkooper te produceeren, d. w. z. de waarde der waren steeds
+te doen dalen, terwijl zij daarbij steeds meer waarde, zich toe-eigenen
+kunnen. Wij zien ook dat, hoe grooter de produktiekracht van den
+arbeid, des te grooter wordt de meerwaarde, de overschietende
+arbeidstijd van den arbeider. De kapitalistische produktiewijze streeft
+er naar, de produktiekracht van den arbeider reusachtig te doen
+stijgen, den noodwendigen arbeidstijd tot op een minimum te reduceeren,
+maar gelijktijdig evenwel, den arbeidsdag zoo veel als mogelijk is te
+verlengen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228"
+name="pb228">228</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3.7" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk <span class="corr" id="xd19e6256" title=
+"Bron: VI">VII</span>.</h2>
+<h2 class="main">Machinerie en groot-industrie.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In een belangrijk hoofdstuk, onderzoekt Marx
+vervolgens de omwenteling, die de machine heeft doen ontstaan in de
+industrie uit de Manufaktuur gesproten, en welke deze, op zijne beurt,
+tot groot-industrie heeft doen worden. Die omwenteling zelf draagt mede
+een ander karakter.</p>
+<p>&bdquo;De omwenteling der produktiewijze heeft in Manufaktuur de
+arbeidskracht tot uitgangspunt genomen en in de groot-industrie de
+arbeidsmiddelen.&rdquo; Marx wijst vervolgens, op de absoluut
+onvoldoende verklaring, die de mathematici en de mechanici van de
+machine gegeven hebben, waar zij het werktuig voor een
+enkelvoudig<a id="xd19e6265" name="xd19e6265"></a> en de machine voor
+een samengesteld werktuig hebben verklaard. &bdquo;Van economisch
+standpunt, deugt deze verklaring niet, omdat bij haar het historisch
+element wordt gemist.&rdquo; Ook is de verklaring, door het verschil
+dat men maakt tusschen werktuig en machine en die welke hierin gezocht
+wordt, dat bij het werktuig de mensch de bewegende kracht is en bij de
+machine, eene van den mensch afgescheiden natuurkracht, zooals die van
+het dier, het water, de wind enz., historisch even onjuist. Dewijl de
+toepassing van de dierlijke kracht, eene der oudste uitvindingen is van
+de menschheid, zoo zou aldus geredeneerd, de machinale produktie,
+vooraf hebben moeten gegaan aan die van het Handwerk!......</p>
+<p>&bdquo;De machine waarvan de industrieele revolutie haar
+uitgangspunt neemt, vervangt den arbeider, die een &egrave;nkelvoudig
+werktuig hanteert, door een mechanisme, dat met eene massa van dezelfde
+of gelijksoortige werktuigen tegelijk opereert en door een enkele
+drijfkracht, hoe ook steeds haren vorm moge zijn, voortbewogen wordt.
+<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name=
+"pb229">229</a>]</span>Hier hebben wij de machine voor ons, maar eerst
+als een eenvoudig element van de machinale produktie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6272" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De uitbreiding van den omvang der
+arbeidsmachine en het getal harer gelijktijdig opereerende werktuigen,
+vorderde een meer massaal bewegingsmechanisme en dit mechanisme, tot
+overweldiging van zijnen eigenen we&ecirc;rstand, een machtiger
+drijfkracht dan de menschelijke. Afgezien nog hiervan, dat de mensch
+een zeer onvolkomen produktieinstrument van gelijkvormige en
+continueerende beweging is, gegeven, dat hij nog slechts als eenvoudige
+drijfkracht werkt, dus in de plaats van zijn werktuig een
+werktuigmachine gekomen is en de natuurkrachten hem thans ook als
+drijfkracht kunnen vervangen. Van alle uit de Manufaktuurperiode ons
+overgeleverde, groote bewegingskrachten, was de paardenkracht de
+slechtste; eensdeels, omdat een paard zijn eigen zin heeft, anderdeels,
+wegens zijne kostbaarheid en den beperkten omvang, waarmede zij in de
+fabrieken alleen toe te passen was.&rdquo;.....</p>
+<p>Eerst met James Watt&rsquo;s uitvinding van de z. g. n.
+dubbelwerkende stoommachine, was de motor geschapen, die zijne
+beweegkracht zelf voortbrengt en uit de voedering met kolen en water,
+wier krachtpotentie geheel onder menschelijke contr&ocirc;le,
+onafhankelijk van natuurkrachten van lokalen aard staat, en aldus de
+toepassing van de machinale industrie op elke, willekeurige plaats
+mogelijk maakte.</p>
+<p>&bdquo;Nadat eerst de werktuigen, van werktuigen van het menschelijk
+organisme, tot werktuigen van een mechanisch apparaat, tot
+werktuig-machines konden worden, verkreeg dan ook de bewegings-machine
+een zelfstandige, van de grenzen van menschelijke kracht, volkomen
+ge&euml;mancipeerden vorm. Daarmede zonk de enkelvoudige
+werktuigmachine, zooals wij tot nu toe die hebben beschouwd, tot een
+bloot element van de machine-produktie. E&eacute;ne bewegingsmachine
+was thans in staat, v&eacute;le arbeidsmachines gelijktijdig te
+drijven. Met het aantal van de gelijktijdig voortbewogen
+arbeidsmachines, groeide de bewegingsmachine en breidde zich het
+transmissie-mechanisme, tot een wijdloopig apparaat uit.&rdquo;
+....</p>
+<p>Dan zet Marx het verschil uiteen, tusschen het karakter der machine
+in de Manufaktuurperiode en in die van de <span class="corr" id=
+"xd19e6281" title="Bron: fabriekmatige">fabrieksmatige</span>
+industrie. Hij zegt:</p>
+<p>&bdquo;In de Manufaktuur moeten de arbeiders, individueel of in
+groepen, elk bijzonder <span class="corr" id="xd19e6286" title=
+"Bron: deel-proces">deelproces</span> met hun handwerktuig uitvoeren.
+Maakte de arbeider zich eenmaal het proces eigen, dan was evenwel van
+te voren reeds het proces voor den arbeider <span class="corr" id=
+"xd19e6289" title="Bron: geeigend">ge&euml;igend</span>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>Dit
+objektieve principe van de verdeeling van den arbeid, valt bij de
+machinale produktie geheel weg. Het totaalproces wordt hier objektief,
+aan<a id="xd19e6294" name="xd19e6294"></a> en op zichzelf beschouwd, in
+zijne constitueerende phazen geanalyseerd; en het problema van elk
+deelproces ten uitvoer te brengen en de verschillende deelprocessen te
+verbinden, door technische toepassing van de mechaniek, de chemie enz.
+opgelost,&mdash;waarbij natuurlijk voor en na de theoretische
+conceptie, door opgehoopte praktische ervaring op groote schaal,
+volkomener moet worden gemaakt.... <a id="xd19e6296" name=
+"xd19e6296"></a>De gecombineerde arbeidsmachine, nu tot een geledend
+systeem van verschillenderlei op-zich-zelf staande arbeidsmachines en
+van groepen derzelven geworden, is des te volkomener, hoe voortdurender
+haar totaal-proces is. D. w. z. met hoe minder onderbreking het
+ruwmateriaal van zijne eerste phaze tot zijn laatste overgaat, hoe meer
+dus, in plaats van de menschelijke hand, van het mechanisme zelf, van
+de eene produktiephaze in de andere wordt vereischt. Wanneer in de
+Manufaktuur het isolement van het bijzondere proces, een principe is
+dat uit de verdeeling van den arbeid als van-zelf voortspruit, in de
+ontwikkelde fabriek daarentegen, heerscht de continu&iuml;teit van het
+bijzondere proces.<span class="corr" id="xd19e6299" title=
+"Bron: &rdquo;......................,...">&rdquo;....</span></p>
+<p>&bdquo;In het geledend <span class="corr" id="xd19e6304" title=
+"Bron: sijsteem">systeem</span> van arbeidsmachines, die hunne beweging
+door middel van de transmissie-machinerie, van een centralen automaat
+ontvangen, bezit het machinebedrijf zijne ontwikkeldste gestalte. In de
+plaats van eene enkele machine, treedt hier een mechanisch monster,
+welker lijf gansche fabrieksgebouwen vervult en welker demonische
+kracht, eerst verborgen door de bijna plechtstatige, afgemeten beweging
+van zijne reusachtige ledematen, in een koortsachtig dollen maalstroom
+zijner tallooze, eigenaardige arbeidsorganen, uitbreekt.&rdquo;....</p>
+<p>Marx schetst hierna, de gevolgen, die de intrede van die
+machineproduktie in de industrie teweeg bracht.</p>
+<p>&bdquo;De omwenteling van de produktiewijze in de eene spheer van de
+industrie, bepaalde hare omwenteling in eene andere. Dit gold in de
+eerste plaats voor zulke takken van industrie, welke wel-is-waar door
+de maatschappelijke verdeeling van den arbeid <span class="corr" id=
+"xd19e6312" title="Bron: geisoleerd">ge&iuml;soleerd</span>
+waren&mdash;zoodat elk derzelve eene zelfstandige waar
+produceerde,&mdash;maar die toch weder, als phazen van een
+totaalproces, door elkander liepen. Zoo werd door de machinale
+spinnerij, de machinale weverij noodzakelijk, en beiden te zamen, deden
+de mechanisch-chemische revolutie in de bleekerij, drukkerij en
+verwerij ontstaan. Zoo riep aan den anderen kant, de revolutie van de
+katoenspinnerij de uitvinding van het gin, tot afscheiding <span class=
+"pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span>van
+de katoendraden uit het zaad te voorschijn, waardoor eerst de
+katoenproduktie op de<a id="xd19e6317" name="xd19e6317"></a> daardoor
+vereischte hoogte van ontwikkeling kon komen te staan. De revolutie in
+de produktiewijze van de industrie en van de agrikultuur noodzaakte
+namelijk ook tot eene revolutie, in de algemeene voorwaarden van het
+maatschappelijk produktieproces, d. w. z. van de communikatie- en
+transportmiddelen.</p>
+<p>&bdquo;Afgezien van de geheel gerevolutioneerde zeil-scheepsbouw,
+<span class="corr" id="xd19e6321" title="Bron: werd het">werden
+de</span> kommunikatie- en transportwegen aldus geheel en al door een
+systeem van rivierstoombooten, spoorwegen, overzeesche stoombooten en
+telegraphen aan de produktiewijze <span class="corr" id="xd19e6324"
+title="Bron: de">van de</span> grootindustrie aangepast. De
+verschrikkelijke <span class="corr" id="xd19e6327" title=
+"Bron: massas">massa&rsquo;s</span> ijzer evenwel, die er thans te
+snijden, te hameren te boren en te vormen waren gekomen, vereischten
+hunnerzijds cyclopische machines, welker schepping in de machinebouw op
+manufaktuur-achtige grondslag, geheel onmogelijk was.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6331" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De groot-industrie moest zich dusdoende
+van haar karakteristiek produktiemiddel, de machinerie, zelf meester
+maken en machines doen voortbrengen door machines.<a id="xd19e6334"
+name="xd19e6334"></a></p>
+<p>&bdquo;Zoo werd,&rdquo; eindigt Marx dit historisch-technische
+onderzoek, &bdquo;het co&ouml;peratieve karakter van het arbeidsproces,
+(de verdringing van den individueelen arbeider door den
+vermaatschappelijkten) tot een, haar door den aard van de
+arbeidsmiddelen, zelve gedicteerde technische
+noodzakelijkheid.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>De machine wordt door Marx tot het &bdquo;constante&rdquo; kapitaal
+gerekend. Zij schept geene waarde, maar zet slechts hare eigene waarde
+aan het produkt toe. Zij lost zich in het arbeidsproces telkens geheel,
+maar in het waarde-vormingsproces, slechts maar gedeeltelijk op. Zij
+geeft niet meer waarde van zich af, dan zij in <span class="corr" id=
+"xd19e6342" title="Bron: doorsn&ecirc;e">doorsne&ecirc;</span> verliest
+door haar gebruik. Er is dus een groot verschil, tusschen het
+waarde-deel dat de machine, en het periodiek door haar op het produkt
+overgedragen, deel van de waarde. Er is dus een groot verschil tusschen
+de machine als <i>waarde</i><span class="ex">vormend</span> en als
+<i>produkten</i><span class="ex">vormend</span> element. Hoe grooter de
+periode, in welke dezelfde machine, herhaaldelijk in hetzelfde
+arbeidsproces dienst doet, des te grooter zal dit verschil zijn.</p>
+<p>Hoe minder arbeid de machine zelf kost, d. w. z. hoe veel te minder
+arbeid erin is neergelegd, des te minder waarde zet zij aan het produkt
+toe. Hoe minder waarde van zich afgevend, des te produktiever is zij en
+des te meer, nadert haren dienst die der <span class="pagenum">[<a id=
+"pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span>natuurkrachten. De
+produktie van machines door machines, doet hare waarde echter
+inkrimpen, naar verhouding van hare uitbreiding en werking<span class=
+"corr" id="xd19e6359" title="Bron: ,">.</span></p>
+<p>&bdquo;Uitsluitend als middel tot goedkoopermaking van het produkt
+beschouwd, vindt het gebruik van de machinerie daarin hare grenzen, dat
+hare eigen produktie minder arbeid kost, dan hare toepassing ervoor in
+plaats geeft. Voor het kapitaal echter, laat zich deze grens enger
+uitdrukken. Daar het niet, de ten koste gelegden arbeid, maar de waarde
+der ten koste gelegde arbeidskracht betaalt, wordt voor hem het
+machinegebruik begrensd, door het verschil tusschen de machinewaarde en
+de waarde van de door haar vervangene arbeidskracht. Daar de verdeeling
+van den arbeidsdag, in noodwendigen arbeid en
+m&eacute;&eacute;r-arbeid, in verschillende landen in verschillende
+periodes, of gedurende dezelfde periode voor verschillende takken van
+bedrijf, verschillend is; dan beneden de waarde van zijn arbeidskracht,
+dan weder daarboven stijgt, kan het verschil tusschen den prijs der
+machinerie en den prijs van de door haar vervangen arbeidskracht,
+z&eacute;&eacute;r varieeren. Ook, wanneer het verschil tusschen het,
+voor de produktie van de machine benoodigde kwantum arbeids en het
+totaalkwantum van de door haar vervangen arbeidskracht, hetzelfde
+blijft. Het is evenwel alleen maar het eerste verschil, dat de
+produktiekosten der waar, voor de kapitalisten zelven bepaalt en door
+middel van de dwangwetten van de concurrentie invloed erop
+uitoefent.&rdquo; Het is daardoor, zegt Marx, dat men in het eene land
+machines in een tak van bedrijf invoert, terwijl ze in een ander land,
+absoluut niet toegepast kunnen worden, doordien, de arbeidskracht in
+die tak als te goedkoop zijnde, eene toepassing van de machinerie het
+produkt duurder, in plaats van goedkooper zou maken. Ook hier is dus de
+maatschappelijke tegenstelling, tusschen het groote belang, dat de
+menschheid heeft bij machines en het belang dat bij de
+produktie-leidende klasse overheerscht, merkbaar.</p>
+<p>Hoe de machine de verhoudingen revolutionneert, zet Marx nu verder
+uiteen.</p>
+<p>&bdquo;In zooverre,&rdquo; zegt hij, &bdquo;als de machinerie
+spierkracht ontbeerlijk doet worden, wordt zij tot een middel om arbeid
+zonder spierkracht en van een onrijpe lichaamsontwikkeling, maar van
+grooter lenigheid aan te wenden. Vrouwen- en kinder-arbeid was
+daarvandaan het &eacute;&eacute;rste woord, dat de kapitalistische
+toepassing van de machinerie wist te spreken! Dit geweldige
+vervangingsmiddel van den arbeid en van de arbeiders, veranderde dan
+ook aanstonds in een middel, om het getal loonarbeiders te <span class=
+"pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span>doen
+vermeerderen, doordien het in zich opreeg alle leden van de
+arbeidersfamilie, zonder verschil in geslacht of ouderdom, en deze,
+onder de onmiddellijke heerschappij van het kapitaal
+plaatste.&rdquo;.... &bdquo;De waarde van de arbeidskracht wordt
+bepaald, niet alleen door de, tot <span class="corr" id="xd19e6370"
+title="Bron: in standhouding">instandhouding</span> van den
+individueelen, volwassen arbeider noodzakelijken arbeidstrijd, maar ook
+door die, welke er noodig is, om de arbeidersfamilie in stand te
+houden. Terwijl de machinerie alle leden der arbeidersfamilie op de
+arbeidsmarkt werpt, verdeelt zij de waarde van de arbeidskracht van den
+man, over zijn gansche gezin. Zij ontwaardigt daardoor zijne
+arbeidskracht. De aankoop van in vier arbeidskrachten bijv.
+geparcelleerde familie, kost wellicht m&eacute;&eacute;r, dan vroeger
+de aankoop van de arbeidskracht van &eacute;&eacute;n gezinshoofd, maar
+daarvoor komen dan ook vier arbeidsdagen in de plaats van <span class=
+"ex">een</span>; en hunne prijs daalt in de verhouding tot het
+overschot van de m&eacute;&eacute;r-arbeid van die vier, over den prijs
+van de m&eacute;&eacute;r-arbeid van die eene. Vier moeten niet alleen
+den arbeid, maar ook den m&eacute;&eacute;r-arbeid aan het kapitaal
+leveren, opdat &eacute;&eacute;n gezin in het leven blijve. Zoo
+verwijdt de machinerie reeds van te voren, met het menschelijk
+exploitatiemateriaal, tevens haar eigen uitbuitingsterrein voor het
+kapitaal, en tegelijk daarmede, tevens den graad van exploitatie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6377" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Zij revolutioneert evenzoo goed van grond
+uit, de formeele tusschenkomst van de kapitaalsverhoudingen, als zij
+dit het contract tusschen kapitaal en arbeid doet. Op den grondslag van
+den warenruil, was het eene eerste voorwaarde, dat kapitalist en
+arbeider als vrije personen, de een als onafhankelijke warenbezitter,
+van geld en produktiemiddelen, de ander als bezitter van arbeidskracht,
+tegenover elkander kwamen te staan. Maar nu koopt het kapitaal
+onmondige of half-mondigen. De arbeider verkocht vroeger zijne eigene
+arbeidskracht, waarover hij, als formeel vrije persoon de beschikking
+had. Hij verkoopt thans vrouw en kind. Hij is een slavenhandelaar
+geworden<span class="corr" id="xd19e6380" title=
+"Bron: &rsquo;.">.&rdquo;</span></p>
+<p>Marx gaat thans over tot een historisch overzicht, gestaafd door
+officieele berichten van de fabrieksinspecteurs in Engeland over den
+kinderarbeid, van af den aanvang der negentiende eeuw; benevens van de
+drooge, maar toch zoo hartverscheurende rapporten van de ellende door
+vrouwen- en kinderarbeid, die de eerste bloeiperiode van het engelsche
+kapitalisme, tot ver in de jaren 1830 toe, te lezen geven. Wij hebben
+ons bij Robert Owen&rsquo;s beschrijving daarmede reeds bezig gehouden.
+Maar Marx ziet ook in deze ellende, niet de ellende aan<a id=
+"xd19e6386" name="xd19e6386"></a> en voor zich, maar eene die in zich,
+een revolutioneerend element tevens bevat.</p>
+<p>Hij zegt: &bdquo;door die overwegende toevoeging van vrouwen-
+<span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name=
+"pb234">234</a>]</span>en kinderarbeid, breekt de machinerie eindelijk
+den tegenstand welke de mannelijke arbeiders in de Manufaktuur, aan de
+despotie van het kapitaal nog konden blijven bieden.&rdquo;</p>
+<p>De machine, zoo zegt Marx verder in dit dertiende hoofdstuk, voert
+tot:</p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Verlenging van den arbeidsdag.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">&bdquo;Zooals de machinerie het machtigste middel is,
+om de produktiviteit van den arbeid te doen stijgen, d. w. z. de tot
+voortbrenging eener waar noodwendige hoeveelheid arbeidstijd te
+verkorten, zoo wordt zij als draagster van kapitaal, reeds dadelijk in
+de, onmiddellijk door haar aangegrepen industrie&euml;n, tot het
+machtigste middel om den arbeidsdag, boven elke natuurlijke beperking
+uit, te doen verlengen. Zij verschaft aan den eenen kant, nieuwe
+voorwaarden die het kapitaal geschikt maken, deze zijne gestadige
+<span class="corr" id="xd19e6399" title="Bron: tendenz">tendens</span>
+den vrijen teugel te laten vieren, aan den anderen kant echter nieuwe
+motieven, tot het wettigen van zijn geeuwhonger naar vreemden
+arbeid.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6403" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In de eerste plaats maakten, in de
+machinerie, de beweging en de aktiviteit van de arbeidsmiddelen zich
+zelfstandig, tegenover den arbeider. Zij wordt aan<a id="xd19e6406"
+name="xd19e6406"></a> en op zichzelf, een industrieel <i><span class=
+"corr" id="xd19e6409" title="Bron: perpeti&uuml;m">perpetuum</span>
+mobile</i>, dat ononderbroken voort zou moeten produceeren, als zij
+daarbij niet stuitte op zekere natuurlijke grenzen in hare menschelijke
+bedienden: hunne lichaamszwakte en hunne eigenzinnigheid. Als
+kapitaal,&mdash;en als zoodanig bezit de automaat in handen van den
+kapitalist bewustzijn en wil,&mdash;is het daarom met de <span class=
+"corr" id="xd19e6413" title="Bron: tendenz">tendens</span> behept, de
+we&ecirc;rstrevende, maar elastische menschelijk-natuurlijke grenzen
+tot een minimum van we&ecirc;rstand terug te dringen. Dezen worden
+buitendien nog verminderd, door de schijnbare gemakkelijkheid van den
+arbeid aan de machine en het meer voeg- en buigzame element, dat den
+vrouwen- en kinderarbeid oplevert.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;De machine produceert relatieve m&eacute;&eacute;rwaarde;
+niet alleen doordien zij de arbeidskracht direkt in waarde doet dalen
+en deze, indirekt, door billijkermaking van de in hare reproduktie op
+te nemen waren, goedkooper maakt, maar ook, doordien zij bij hare
+eerste sporadische invoering, de door de machinebezitter verwerkten
+arbeid, omzet in <span class="corr" id="xd19e6418" title=
+"Bron: gepotenzeerde">gepotenti&euml;erde</span> arbeid; de
+maatschappelijke waarde van het machineprodukt, boven zijne
+individueele waarde uit verhoogt en den kapitalist aldus in staat
+stelt, met een geringer waardedeel van het dagelijksch produkt, de
+dagwaarde van de arbeidskracht te vervangen. Gedurende de
+overgangsperioden, die waarin het machinebedrijf een soort monopolie
+<span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name=
+"pb235">235</a>]</span>blijft, zijn daarvandaan de winsten buitengewoon
+en de kapitalist zocht deze &bdquo;eersten tijd van jeugdige
+liefde&rdquo; zoo grondig mogelijk <span class="corr" id="xd19e6423"
+title="Bron: uit-te-buitten">uit-te-buiten</span>, door een zoo groot
+mogelijke verlenging van den arbeidsdag. De grootte van den winst
+verscherpt den geeuwhonger naar m&eacute;&eacute;rdere winst.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6427" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Door het algemeener worden van de
+machinerie, in dezelfde produktietak, zinkt de maatschappelijke waarde
+van het machineprodukt tot op zijne individueele waarde en maakt zich
+de wet voelbaar, dat de meerwaarde niet uit de arbeidskrachten
+voortkomt, welke de kapitalist door de machine vervangen heeft, maar
+omgekeerd, uit de arbeidskrachten die hij aan haar doet aan den arbeid
+stellen. De m&eacute;&eacute;rwaarde komt slechts uit het variabel deel
+van het kapitaal voort, terwijl zij zagen, dat de massa van de
+meerwaarde bepaald wordt door twee faktoren: het percentage der
+meerwaarde en het aantal van de gelijktijdig in dienst zijnde
+arbeiders. Bij een bepaalde lengte van den arbeidsdag, wordt het
+percentage van de m&eacute;&eacute;rwaarde bepaald, door de verhouding
+waarin de arbeid van een arbeidsdag, in noodzakelijke en in
+m&eacute;&eacute;rarbeid uiteenvalt. Het aantal van gelijktijdig aan
+het werk gehouden arbeiders, hangt hunnerzijds af van de verhouding van
+het variabel kapitaal-deel tot die van het constante. Het is dus
+duidelijk, dat het machinebedrijf, hoe het ook steeds door verhooging
+van de produktiekracht van den arbeid, den m&eacute;&eacute;rarbeid ten
+koste van den noodzakelijken arbeid <span class="corr" id="xd19e6430"
+title="Bron: uitdijdt">uitdijt</span>, dit resultaat slechts kan doen
+te voorschijn roepen, doordien &rsquo;t het aantal van de voor een
+gegeven kapitaal, aan het werk zijnde arbeiders doet verminderen. Het
+verandert een deel van het kapitaal, dat vroeger variabel was, d. w. z.
+zich omzette in levende arbeidskracht, in machinerie, dus in constant
+kapitaal dat geen m&eacute;&eacute;rwaarde voortbrengt. Het is
+onmogelijk bijv., uit twee arbeiders evenzooveel meerwaarde te persen,
+als uit 24. Wanneer elk der 24 arbeiders in 12 uren, maar
+&eacute;&eacute;n uur meerarbeid levert, leveren zij tezamen 24 uren
+meerarbeid, terwijl de totaal-arbeid der twee arbeiders eigenlijk maar
+24 uur bedraagt. Er is dus in de toepassing der machinerie, tot
+produktie van <span class="corr" id="xd19e6433" title=
+"Bron: me&ecirc;rwaarde">meerwaarde</span> eene immanente tegenspraak;
+naardien zij van de beide faktoren der m&eacute;&eacute;rwaarde, die
+een kapitaal van een zekere grootte oplevert, de eene faktor, het
+percentage van de m&eacute;&eacute;rwaarde slechts
+d&aacute;&aacute;rdoor kan doen vergrooten, door den anderen faktor,
+het getal arbeiders namelijk, te doen verkleinen.&rdquo;...</p>
+<p>&bdquo;Wanneer dus de kapitalistische toepassing van de machinerie
+eenerzijds nieuwe, machtige motieven tot eene matelooze verlenging van
+den arbeidsdag schept en de wijze van arbeiden zelve, evenzoo als het
+karakter van het maatschappelijke arbeidslichaam op <span class=
+"pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span>eene
+manier revolutioneert, die den we&ecirc;rstand tegen dezen <span class=
+"corr" id="xd19e6440" title="Bron: tendenz">tendens</span> breekt,
+produceert zij anderzijds, deels uit van voor het kapitaal, vroeger
+ontoegankelijke groepen der arbeidersklasse, eene overvloedige
+arbeidersbevolking, die zich door het kapitaal de wet moet laten
+voorschrijven. Daarvandaan het merkwaardige verschijnsel in de
+geschiedenis van de moderne industrie, dat de machine alle zedelijke en
+natuurlijke grenzen van den arbeidsdag overschrijdt. Daarvandaan de
+economische paradox, dat het machtigste middel tot verkorting van den
+arbeidstijd, in het onfeilbaarste middel omslaat, alle levenstijd van
+den arbeider en zijne familie in disponibele arbeidstijd voor de
+waardevorming van het kapitaal om te doen zetten.&rdquo;....</p>
+<p>Hoe meer het machinewezen en met hem, eene bijzondere klasse van
+ervaren machinearbeiders zich ontwikkelen, zooveel te meer neemt dus
+een nieuwe oorzaak daarvan, namelijk:</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">de intensiviteit van den arbeid</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">toe. &bdquo;Op dien grondslag (van den
+normaalarbeidsdag) ontwikkelt zich een verschijnsel ... tot een
+beslissende belangrijkheid&mdash;namelijk de intensifikatie van den
+arbeid&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Het is vanzelfsprekend, dat met de vooruitgang van het
+machinewezen en de opgehoopte ervaring eener bijzondere klasse van
+machinearbeiders, de snelheid en daarmede de intensiviteit van den
+arbeid, langs natuurlijken weg toenemen. Zoo gaat in Engeland sedert
+eene halve eeuw de verlenging van den arbeidsdag hand in hand met de
+groeiende intensiviteit van de fabrieksarbeid.&rdquo;.... &bdquo;Zoodra
+het gestadig zwellende verzet van de arbeidersklasse, den Staat dwong,
+de arbeidstijd gewelddadig te verkorten en in de eerste plaats voor de
+eigenlijke fabriek een normalen arbeidsdag voor te schrijven, van het
+oogenblik af aan dus, waarin verhoogde produktiviteit van
+m&eacute;&eacute;rwaarde door verlenging van den arbeidsdag
+buitengesloten was, wierp zich het kapitaal, met volle macht en
+bewustzijn op de produktie van relatieve m&eacute;&eacute;rwaarde, door
+bespoedigde ontwikkeling van het machinesysteem. Gelijktijdig trad
+daarmede eene verandering in het karakter van de relatieve
+m&eacute;&eacute;rwaarde in het leven.&rdquo;</p>
+<p>De vraag doet zich alsnu voor, h&oacute;e de arbeid <span class=
+"corr" id="xd19e6454" title=
+"Bron: ge&iuml;ntensiviceerd">ge&iuml;ntensiveerd</span> wordt.
+&bdquo;Zoodra de verkorting van den arbeidsdag, welke in de eerste
+plaats de subjektieve voorwaarde voor de condensatie van den arbeid
+schept, namelijk de geschiktheid van den arbeider meer kracht in een
+bepaalden tijd vlottend te maken, wettelijk-dwingend werd, werd de
+machine in den hand van het kapitaal tot <span class="pagenum">[<a id=
+"pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span>een objektief en
+systematisch toegepast middel, m&eacute;&eacute;r-arbeid in denzelfden
+tijd, uit denzelfden arbeid te persen<span class="corr" id="xd19e6459"
+title="Bron: ,">.</span> Dit geschiedde op dubbele manier: door
+verhoogde versnelling der machines en door uitgebreider omvang van de,
+door denzelfden arbeider te bewaken machinerie, of van het terrein
+zijner arbeid. Verbeterde construktie der machinerie, werd deels
+noodzakelijk ter uitoefening van grooteren druk op den arbeider, deels
+begeleidde zij vanzelf, de intensifikatie van den arbeid, omdat de
+grenzen van den arbeidsdag den kapitalist tot de strengste economie van
+produktiekosten dwongen. De verbetering van de stoommachine verhoogde
+het getal van hare cylinder-omwentelingen in eene minuut en
+veroorloofde tegelijk, door grootere krachtsbesparing, een omvangrijker
+mechanisme met denzelfden motor te drijven, bij gelijkblijvende, ja
+zelfs bij verminderende kolen-vertering. De verbetering van het
+transmissie-mechanisme verminderde de wrijving, en wat de moderne
+machinerie zoo in het oogvallend onderscheidt van de oudere, zij
+reduceerde de doorsne&ecirc; en het gewicht van de groote en kleine
+assen, tot op een, steeds dalend minimum. De verbeteringen van de
+arbeidsmachinerie ten slotte, verminderen bij verhoogde snelheid en
+uitgebreider werking haren omvang, zooals bij de moderne
+stoomweefstoel; of vergrooten met haren romp, den omvang en &rsquo;t
+getal der door haar gedreven werktuigen, zooals bij de spinmachine; of
+wel vermeerderen de bewegelijkheid dezer werktuigen, door onzichtbare
+detailveranderingen derwijze als dit bij de &bdquo;<span lang=
+"en"><span class="corr" id="xd19e6463" title=
+"Bron: selfacting">self-acting</span> mule</span>&rdquo;, in het midden
+van de jaren 1850 het geval was, toen de snelheid van de spindels met
+&#8533; verhoogd is geworden.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De Fabriek.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Na de beschouwing van den invloed der machine op de
+maatschappelijke voortbrenging en daarmede, op de maatschappelijke
+verhoudingen, wijdt Marx eene bespreking aan de moderne fabriek,
+waarbij hij het principieele verschil uiteenzet, tusschen de
+kapitalistische werkplaats uit de Manufaktuur-periode en de
+industrieele fabriek, die met de stoommachine wordt gedreven.</p>
+<p>&bdquo;In de Manufaktuur en onder het Handwerk, bedient de arbeider
+zich van het werktuig; in de fabriek dient de arbeider onder de
+machine; ginds gaat van hem de beweging van het arbeidsmiddel uit,
+welker beweging hij hier evenwel te volgen heeft. In de Manufaktuur
+vormden de arbeiders de leden van een levend mechanisme. In de fabriek
+bestaat een dood mechanisme, onafhankelijk van hen, en zij worden
+daarbij als levende aanhangsels ingelijfd&rdquo;.... <span class=
+"pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Aan alle kapitalistische produktie, in zooverre zij niet
+alleen arbeidsproces, maar ook tegelijk waarde-vormend proces van het
+kapitaal is, is het eigen, dat niet de arbeider de arbeidsmiddelen,
+maar omgekeerd, de arbeidsmiddelen den arbeider aanwenden; maar eerst
+met de machinerie, wordt deze omkeering tot eene technische en
+handtastelijke werkelijkheid. Door zijne verandering in een automaat,
+treedt het arbeidsmiddel gedurende het arbeidsproces zelf, den arbeider
+als kapitaal tegenover en wel als dooden arbeid welke den levenden
+arbeid overheerscht en hem uitzuigt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De technische ondergeschiktheid van den arbeider, onder den
+gelijkvormigen gang van de arbeidsmiddelen en de eigenaardige
+samengesteldheid van het arbeidslichaam, uit individuen van beiderlei
+geslacht en verschillenderlei ouderdom, doen een kazerneachtige
+discipline ontstaan, die zich tot een volkomen fabrieksr&eacute;gime
+vervormt, en den reeds vroeger aangeduiden arbeid van het toezicht, dus
+tegelijk de verdeeling van de arbeiders in handenarbeiders en
+arbeidsopzichters, in gemeene industriesoldaten en industrieofficieren,
+ten volle doet ontwikkelen.&rdquo;.... &bdquo;De fabrieks-codex, waarin
+het kapitaal zijn autocratie over de arbeiders,&mdash;zonder de anders
+door de bourgeoisie zoo geliefde verdeeling der machten en het nog veel
+geliefder vertegenwoordigende stelsel,&mdash;privaat-rechtelijk en
+eigenmachtig heeft geformuleerd, is slechts de kapitalistische
+karrikatuur van de maatschappelijke regeling van het arbeidsproces, die
+noodig werd door de co&ouml;peratie op groote schaal en de aanwending
+van gemeenschappelijke arbeidsmiddelen, der machinerie namelijk. In de
+plaats van den zweep des slavendrijvers is nu het strafwetboek van den
+opzichter gekomen. Alle straffen lossen zich natuurlijk op in
+geldstraffen en loonkortingen. En de wetgevende scherpzinnigheid van de
+fabrieks-Lycurgussen, maakt voor hem de overtreding harer wetten, zoo
+mogelijk, nog winstgevender dan hunne opvolging. Wij wijzen hier
+slechts op de materieele voorwaarden waaronder de fabrieksarbeid
+verricht wordt. Alle zinnelijke organen worden gelijkmatig geschaad,
+door de kunstmatig verhoogde temperatuur, de met afval van het
+ruwmateriaal bezwangerde atmosfeer, het oorverdoovend alarm enz.;
+afgezien nog van het levensgevaar onder dicht op elkander geplaatste
+machinerie, die met de regelmatigheid van de jaargetijden, hare
+industrieele veldslag-bulletins voortbrengt. De economiseering van de
+maatschappelijke produktiemiddelen, eerst in het fabriekssysteem
+broeikasmatig gerijpt, wordt in de hand van het kapitaal,
+tegelijkertijd tot eene systematischen roof aan de levensvoorwaarden
+<span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" name=
+"pb239">239</a>]</span>van den arbeider tijdens den arbeid; roof aan
+ruimte, lucht, licht en aan persoonlijke beschuttingsmiddelen tegen
+levensgevaarlijke<a id="xd19e6481" name="xd19e6481"></a> of voor de
+gezondheid schadelijke omstandigheden van het produktieproces; om van
+inrichtingen tot gemak van den arbeider hier niet eens te spreken.
+Noemt nu Fourier,&mdash;zoo eindigt Marx zijne analyse van de
+fabriek,&mdash;ten onrechte de fabrieken verzachte galeien?&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Machines en arbeiders.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De machine maakt den arbeider overbodig, dat is met de
+kapitalistische <span class="corr" id="xd19e6488" title=
+"Bron: produktie wijze">produktiewijze</span>, tot een onloochenbaar
+feit geworden. &bdquo;Een groote reeks van burgerlijke economen,&rdquo;
+zegt Marx, &bdquo;neemt aan, dat alle machinerie die arbeiders
+verdringt, steeds tegelijkertijd en noodwendig een, daaraan
+gelijkblijvend kapitaal, tot werkverschaffing van aan hetzelve
+identieken arbeid vrij doet komen.<a id="xd19e6491" name=
+"xd19e6491"></a> Dit kapitaal, althans opgevat in den zin van
+levensmiddelen, welke de arbeiders verteerd zouden hebben, wanneer zij
+aan den arbeid gebleven waren, en dat nu de behoefte heeft arbeid voor
+deze vrijgekomen groepen van arbeiders in het leven te roepen, ten
+einde daarna door hen te worden geconsumeerd&rdquo;. Deze theorie die
+van de &bdquo;compensatie&rdquo;, gelijk zij in de engelsche economie
+van Mc. Culloch, Torrens, Senior, John Stuart Mill e. a. wordt geheten,
+wordt door Marx scherp gecritiseerd. Het werkelijke, door het
+economisch <span class="corr" id="xd19e6493" title=
+"Bron: optinisme">optimisme</span>, geparodieerde feit zegt Marx, is
+dit: de door de machinerie verdrongen arbeiders, worden uit de
+werkplaats op de arbeidsmarkt geworpen en vermeerderen aldaar, het
+getal der reeds voor kapitalistische uitbuiting disponibele
+arbeidskrachten&rdquo;.... &bdquo;De uit de eene tak van industrie
+geworpen arbeiders, kunnen gewis in een andere werk vinden! Vinden zij
+dat, en wordt daardoor den band tusschen hen en de met hen vrijgekomen
+levensmiddelen weder aangeknoopt, dan geschiedt dit door middel van een
+nieuw, er aan toegevoegd kapitaal dat naar belegging haakt, geenszins
+echter door middel van een reeds vroeger gefunktioneerd hebbend en
+thans in machinerie veranderd kapitaal&rdquo;...</p>
+<p>&bdquo;Verder trekt elke tak van industrie jaarlijksch een nieuwe
+menschenstroom aan, die haar zijn contingent, ter regelmatige
+vervanging en wasdom, levert. Zoodra de machinerie, een deel van de tot
+dusver in eene bepaalde tak van industrie werkende arbeiders, vrij doet
+komen, wordt ook het plaatsvervangingscontingent op nieuw verdeeld en
+in andere takken van arbeid geabsorbeerd, terwijl de oorspronkelijke
+slachtoffers in het overgangstijdperk, grootendeels verworden en
+omkomen&rdquo;....</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6499" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Dat de machinerie, waar zij
+noodzakelijkerwijs arbeiders uit <span class="pagenum">[<a id="pb240"
+href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span>een tak van produktie
+verdringt, eene toename van arbeidskrachten in een andere tak te
+voorschijn kan roepen, is een werking, zegt Marx<span class="corr" id=
+"xd19e6504" title="Niet in bron">,</span> die met de
+&bdquo;compensatie-theorie&rdquo; niets van doen heeft. De machine
+schept een nieuwe soort van arbeid, niet alleen door het bouwen van
+machines; maar met de uitbreiding van het machinebedrijf in een tak van
+industrie, wordt ook dadelijk de produktie in andere takken van het
+bedrijf opgevoerd, die welke er de produktiemiddelen voor moeten
+leveren.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Het onmiddellijke resultaat der machinerie is, de
+m&eacute;&eacute;rwaarde en tegelijk daarmede de produktenmassa waarin
+zij zich vertoont, dus met de substantie waarop de kapitalistenklasse
+benevens haren aanhang teert, die maatschappelijke groepen zelven, te
+vergrooten. Haren groeienden rijkdom en het relatief gestadig
+verminderend getal van, voor de produktie der eerste levensbehoeften
+benoodigde arbeiders, brengen met nieuwe weeldebehoeften, tegelijk
+nieuwe middelen ter hunner bevrediging voort. Een grooter deel van het
+maatschappelijk produkt, verandert zich in surplus-produkt en een
+grooter deel van dat surplus-produkt, wordt in <span class="corr" id=
+"xd19e6509" title="Bron: verfijnerde">verfijnder</span> en
+vermenigvuldigder vormen, gereproduceerd en verteerd. Met andere
+woorden dus: de produktie van de weelde neemt toe.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De vermeerdering van produktie- en levensmiddelen, bij
+relatief afnemend getal arbeiders, drijft weder tot uitbreiding van den
+arbeid in industrietakken, welker produkten als kanalen, warendokken,
+tunnels, bruggen etc., slechts in den verren toekomst vruchten dragen.
+Er vormen zich, hetzij direkt op den grondslag der machinerie, hetzij
+op een daarmede gelijkstaand, algemeen stadium van industrieele
+omwenteling, geheel nieuwe takken van produktie en dus nieuwe terreinen
+voor den arbeid.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ten slotte veroorlooft de buitengewoon verhoogde
+produktiekracht, in de spheren van de groot-industrie, vergezeld als
+zij gaat van intensief en extensief verhoogde uitbuiting van de
+arbeidskracht in alle overige produktiespheren, een steeds grooter deel
+van de arbeidersklasse, als onproduktief in gebruik te nemen en aldus
+de oude huisslaven, onder den naam van &bdquo;dienstbare klasse&rdquo;,
+zooals lakeien, dienstboden, livreiknechts enz., op steeds massaler
+wijze te reproduceeren.&rdquo;</p>
+<p>Marx critiseert ook vervolgens de theorie, dat de machinerie, nadat
+de schriktijd van hare invoering en hare ontwikkeling afgeloopen was,
+ten slotte bewezen heeft, het aantal arbeiders te vermeerderen in
+plaats van te verminderen. Dat is<span class="corr" id="xd19e6518"
+title="Niet in bron">,</span> zegt hij, zeker waar maar die toename,
+was niet minder eene toename van grooter en steeds aangroeiender
+levensonzekerheid bij de arbeidende klasse!</p>
+<p><a id="xd19e6522" name="xd19e6522"></a>De ongehoorde, stootenderwijs
+verkregen rekbaarheid van het <span class="pagenum">[<a id="pb241"
+href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span>fabriekswezen en zijne
+afhankelijkheid van de wereldmarkt, brengen noodwendig koortsachtige
+produktie voort, waarmede dan eene volgende overvulling van de markten,
+met de daarop contrakteerende verlamming intreedt. Het leven der
+industrie, zet zich om in een elkander opeenvolgende reeks tijdperken,
+van middelmatige levendigheid, prosperiteit, overproductie, crisissen
+en stagnaties. Voor den arbeider beteekent deze kringloop, het gestadig
+zweven tusschen overarbeid en werkeloosheid, volkomen onzekerheid van
+den arbeid en de loonshoogte, kortom van zijn gansche levenspositie in
+het algemeen.</p>
+<p>Het groot-industrieele bedrijf heeft de oude verhoudingen der
+huisindustrie gerevolutioneerd. Deze revolutie wordt nog bespoedigd
+door de, met de algemeene invoering en ontwikkeling van de fabriek
+noodzakelijk geworden, fabrieks- en arbeidswetgeving. &bdquo;De
+arbeidswetgeving,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;deze eerste bewuste en
+planmatige terugwerking van de maatschappij op de natuurlijke gestalte
+van haar produktieproces, is, zooals wij hebben gezien, evenzoo een
+noodzakelijk produkt der groot-industrie, als katoenen garens,
+self-actors en de electrische telegraaf dat zijn.&rdquo;</p>
+<p>Marx gaat hier verder, historisch de werking na van de
+arbeidswetgeving en komt tot deze conclusie:</p>
+<p>&bdquo;Daar waar de veralgemeening van de fabriekswetgeving, als
+physiek en geestelijk beschuttingsmiddel der arbeidersklasse,
+onvermijdelijk geworden is, bespoedigt zij aan den anderen kant.... de
+verandering van verstrooide<a id="xd19e6533" name="xd19e6533"></a> in
+arbeidsprocessen op grooter, maatschappelijker schaal, dus de
+concentratie van kapitaal en de alleenheerschappij van het
+fabrieksregiment. Zij verstoort alle traditioneele<a id="xd19e6535"
+name="xd19e6535"></a> en overgangsvormen, waarachter zich de
+heerschappij van het kapitaal nog gedeeltelijk heeft kunnen verstoppen
+en zet er voor in de plaats, zijn direkte, onverkapte
+heerschappij.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Met de spheren van het kleinbedrijf en der huisarbeid
+vernietigt zij de laatste toevluchtsoorden &bdquo;der
+overtolligen&rdquo;, en daarmede de bestaande veiligheidsklep van het
+gansche mechanisme der samenleving. Door de <span class="corr" id=
+"xd19e6539" title="Bron: materi&euml;ele">materieele</span> voorwaarden
+en met de maatschappelijke combinatie van het produktieproces, doet zij
+de tegenspraken en antagonismen van zijn kapitalistischen vorm rijpen,
+en daarmede ook gelijktijdig, de elementen tot vorming eener nieuwe en
+de omwentelingsmomenten, ter verstoring der oude samenleving geboren
+worden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name=
+"pb242">242</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3.8" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk VIII.</h2>
+<h2 class="main">Het arbeidsloon.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het zesde gedeelte (zeventiende hoofdstuk) van
+&bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo; behandelt het
+arbeidsloon. Marx werkt hierin breeder uit, zijn beschouwingen over het
+arbeidsloon, zooals die reeds door hem in groote trekken zijn
+we&ecirc;rgegeven in het te voren vermelde geschrift &bdquo;<span lang=
+"de">Lohnarbeit und Kapital</span>&rdquo; uit het jaar 1847.</p>
+<p>Alleen is Marx hier het onderscheid tusschen hetgeen de officieele
+economie betitelde met de prijs van den <span class="ex">arbeid</span>
+en die van de <span class="ex">arbeidskracht</span>, dat beiden zeer
+verschillende dingen zijn, geheel op het spoor gekomen. Marx bewees dan
+ook, dat de <span class="ex">arbeid</span> geen waar kan zijn, in eene
+maatschappij als de kapitalistische, welker voortbrengingswijze juist
+tot voorwaarde heeft, de bezitloosheid aan arbeidsmiddelen
+(grondstoffen, machines, vervoermiddelen enz.) bij den arbeider.</p>
+<p>&bdquo;Wat de geldbezitter op de warenmarkt direkt tegenover zich
+vindt, is inderdaad niet den arbeid, maar het is den arbeider. Wat de
+laatste verkoopt, is zijn <span class="ex">arbeidskracht</span>. Zoodra
+zijn <span class="ex">arbeid</span> werkelijk begint, heeft hij reeds
+opgehouden hem toe te behooren, kan deze dus niet meer door hem
+verkocht worden. De arbeid is de substantie en de immanente maat van de
+waarde, maar hij zelf heeft geen waarde.&rdquo;</p>
+<p>Wij hebben vroeger gezien, dat de prijs eener waar, is, de in geld
+uitgedrukte waarde der waar. Wij wezen er evenwel reeds toen op, dat
+volgens Marx, deze beide vormen: waarde en prijs, door verschillende
+faktoren worden bepaald en niet met elkander verward mogen worden.</p>
+<p>Hetgeen zich als de waarde van de arbeidskracht, in haren geldvorm
+uitdrukt, is het arbeidsloon. Marx onderscheidt dit in: tijd- en
+stukloon. <span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name=
+"pb243">243</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;De geldsom die de arbeider voor zijn dagarbeid, weekarbeid
+enz. bekomt, vormt het bedrag van zijn nominaal, of naar de waarde
+geschat arbeidsloon. Het is echter duidelijk, dat al naar de lengte van
+den arbeidsdag, alzoo naar mate der dagelijks door hem geleverde
+hoeveelheid arbeids, hetzelfde dagloon, weekloon enz. een zeer
+verschillende prijs van den arbeid, d. w. z., zeer verschillende
+geldsommen, voor hetzelfde kwantum arbeid, vertegenwoordigen kan. Men
+moet dus bij het tijdloon weder onderscheid maken, tusschen het
+totaal-bedrag van het arbeidsloon,&mdash;dagloon, weekloon
+enz.,&mdash;en den prijs van arbeid.&rdquo;</p>
+<p>De gemiddelde prijs van een arbeids-uur dient hier tot
+maat&eacute;&eacute;nheid van den prijs der arbeidskracht.</p>
+<p>&bdquo;Daaruit volgt,<span class="corr" id="xd19e6586" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> zegt Marx vervolgens, &bdquo;dat het
+dagloon of weekloon enz. hetzelfde kan blijven, hoewel de prijs van de
+arbeidskracht voortdurend dalen kan. Omgekeerd, kunnen dag- en weekloon
+stijgen, hoewel de prijs van den arbeid, constant blijft of zelfs
+daalt. Het rijzen van de nominale dag- of weekloonen, kan daarom
+begeleid zijn van een gelijkblijvenden, of een zinkenden prijs van de
+arbeidskracht.<span class="corr" id="xd19e6589" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>Marx onderzoekt dit verschil nader en ook de juiste rol, die de
+lengte van den arbeidsdag hierbij speelt.</p>
+<p>&bdquo;Het is een algemeen bekend feit, dat hoe langer de arbeidsdag
+in een tak van industrie, zooveel te lager is het arbeidsloon<a id=
+"xd19e6597" name="xd19e6597"></a>.... In de eerste plaats volgt uit de
+wet: &bdquo;bij eene bepaalden prijs van den arbeid, hangt het dag- of
+weekloon van de kwantiteit der geleverden arbeid af&rdquo;, dat, hoe
+lager de prijs van den arbeid is, des te grooter het kwantum arbeids
+zijn moet of des te langer de arbeidsdag, opdat de arbeider van een, al
+is het dan ook maar kommervol <span class="corr" id="xd19e6599" title=
+"Bron: doorsn&ecirc;eloon">doorsne&ecirc;loon</span>, verzekerd kan
+zijn. Het lage peil van den arbeidsprijs, werkt hier als een
+aansporing, tot verlenging van den arbeidstijd. Omgekeerd evenwel,
+produceert harerzijds de verlenging van den arbeidstijd, een daling van
+de arbeidsprijzen en daarmede ook eene in dag- en weekloonen.<a id=
+"xd19e6602" name="xd19e6602"></a></p>
+<p>&bdquo;Het stukloon, is niets dan een veranderden vorm van het
+tijdloon, zooals het tijdloon de veranderde vorm is, van de waarde, of
+van den prijs der arbeidskracht.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6607" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Bij het stukloon, ziet het er op &rsquo;t
+eerste gezicht uit, alsof de door den arbeider verkochte
+gebruikswaarde, niet de funktie van zijn arbeidskracht is, de levende
+arbeid, maar de reeds in het produkt belichaamde arbeid, en alsof de
+prijs van dezen arbeid niet, gelijk bij het tijdloon, door de breuk:
+<span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name=
+"pb244">244</a>]</span></p>
+<div class="table">
+<table class="xd19e6612">
+<tr>
+<td class="xd19e6614"><span class="ex">Dagwaarde der
+arbeidskracht</span>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="xd19e6614">
+&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="xd19e6614"><span class="ex">Arbeidsdag van een bepaald getal
+uren</span>,</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p>maar door de voortbrengingsgeschiktheid van den producent wordt
+bepaald.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6630" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Reeds aanstonds moet het geloof, dat zich
+aan dezen <span class="ex">schijn</span> vastklampt, sterk aan het
+wankelen worden gebracht, door het feit, dat beide vormen van het
+arbeidsloon ter zelfder tijd, in denzelfden tak van het bedrijf, nevens
+elkander kunnen bestaan&rdquo;....</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6637" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Op zich-zelf is het echter reeds
+duidelijk, dat het verschil van vorm in de uitbetaling van het
+arbeidsloon, aan zijn wezen niets verandert, hoewel de eene vorm, voor
+de ontwikkeling van het kapitalisme ook gunstiger kan zijn, dan de
+andere&rdquo;.</p>
+<p>Marx beschouwt vervolgens, de karakteristieke eigenschappen van het
+stukloon nader.</p>
+<p>&bdquo;De kwaliteit van den arbeid, wordt hier door het werk-zelf
+gecontr&ocirc;leerd, dat de gemiddelde deugdzaamheid moet bezitten, wil
+de stukprijs ervan ten volle worden behaald. Het stukloon wordt dus
+naar deze zijde, tot eene der verschrikkelijkste bronnen van loonaftrek
+en van kapitalistische knevelarij.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6645" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het biedt den kapitalist, een geheel
+bepaalden maat aan, voor de intensiteit van den arbeid. Slechts
+arbeidstijd, die zich in een van-te-voren bepaalde en langs den weg der
+ervaring vastgestelde hoeveelheid <span class="ex">waren</span>
+belichaamt, geldt hier als maatschappelijk noodwendigen arbeidstijd en
+wordt als zoodanig betaald. In de grootere <span class="corr" id=
+"xd19e6651" title=
+"Bron: kl&ecirc;ermakerswerkplaatsen">kle&ecirc;rmakerswerkplaatsen</span>
+van <span class="corr" id="xd19e6654" title=
+"Bron: London">Londen</span>, wordt daarvandaan een zeker stuk arbeid,
+bijv. een vest, herleid tot een uur, een half uur etc.; het uur op 6 d.
+geraamd. Uit de praktijk is het daar bekend, hoe groot het gemiddelde
+produkt van een uur is. Bij nieuwe modes, reparaties etc., ontstaat dan
+kwestie tusschen ondernemer en arbeider, of een bepaald stuk arbeids =
+een uur etc. is, totdat ook hier de ervaring weder heeft beslist&rdquo;
+... &bdquo;Daar kwaliteit en intensiteit van den arbeid, hier dus door
+den vorm van het loon zelve worden gecontr&ocirc;leerd, wordt een groot
+deel van het arbeidstoezicht hiermede overbodig. Het vormt daarvandaan,
+zoowel de grondslag van het, vroeger geschilderde systeem der moderne
+huisarbeid, als een hi&euml;rarchisch geledend systeem van exploitatie
+en onderdrukking.... &bdquo;Het stukloon vergemakkelijkt eenerzijds het
+tusschenschuiven van parasieten, tusschen kapitalisten en
+loonarbeiders; anderzijds onder-verhuring van den arbeid (<span lang=
+"en"><span class="corr" id="xd19e6658" title=
+"Bron: subbleting">subletting</span> of labour</span>). De winst van de
+tusschenpersonen, vloeit uitsluitend voort uit het verschil tusschen
+den arbeidsprijs, die de kapitalist betaalt <span class=
+"pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span>en
+dat deel van dien prijs, dat aan den arbeider werkelijk ten goede komt.
+Dit systeem heet in Engeland karakteristiek
+&bdquo;<i>Zweetsysteem</i>&rdquo; (&bdquo;<span class="corr" id=
+"xd19e6668" title="Bron: Sweatingsystem">Sweating
+system</span>&rdquo;). Aan den anderen kant, veroorlooft het stukloon
+den kapitalist om met den hoofdarbeider,&mdash;in de manufaktuur met
+den chef van de groep, in de mijnen met den uitbreker der kolen etc.,
+in de fabriek met den eigenlijken machinearbeider,&mdash;een contrakt
+voor zoo en zooveel per stuk af te sluiten; tegen een prijs, waarvoor
+die hoofdarbeider-zelf de aanwerving en de betaling van zijn
+hulparbeiders voor zijne rekening moet nemen. De exploitatie van den
+arbeider door het kapitaal, verwerkelijkt zich hier, door middel van de
+exploitatie van den arbeider door den arbeider&rdquo;.... &bdquo;Bij
+het tijdloon, heerscht op enkele uitzonderingen na, gelijk arbeidsloon
+voor dezelfde funkties, terwijl bij het stukloon de prijs van den
+arbeidstijd, als het ware door een bepaald kwantum van produkten
+gemeten wordt; het dag- of weekloon daarentegen wisselt af, met de
+individueele verschillen der arbeiders, waarvan de een slechts het
+minimum van een produkt in een bepaalden tijd levert, de ander het
+gemiddelde, de derde weder meer dan het gemiddelde. Met betrekking tot
+de werkelijke inkomsten (der arbeiders), springen hier dus groote
+verschillen in het oog, al naar de verschillen van geschiktheid,
+kracht, energie, uithoudingsvermogen etc. van den individueelen
+arbeider. Dit verandert natuurlijk niets, aan de algemeene verhouding
+tusschen kapitaal en loonarbeid. Eerstens, houden zich die individueele
+verschillen, voor de werkplaats in haar geheel, tegenover elkander in
+evenwicht, zoodat zij in een bepaalde arbeidstijd het gemiddelde
+produkt oplevert en het betaalde totaalloon, het gemiddelde loon voor
+de tak van bedrijf wordt. Tweedens, blijft de proportie tusschen
+arbeidsloon en m&eacute;&eacute;rwaarde onveranderd, omdat het
+individueele loon van den individueelen arbeider, in overeenstemming is
+met de door hem individueel geleverde hoeveelheid
+m&eacute;&eacute;rwaarde. Maar de grootere speelruimte, die het
+stukloon der individualiteit aanbiedt, streeft eenerzijds
+d&aacute;&aacute;rheen, die <span class="corr" id="xd19e6671" title=
+"Bron: individualitet">individualiteit</span> en daarmede het
+vrijheidsgevoel, de zelfstandigheid en de zelfcontr&ocirc;le van den
+arbeider te ontwikkelen, anderzijds hunne concurrentie onder<a id=
+"xd19e6674" name="xd19e6674"></a> en tegenover elkander, te bevorderen.
+Het heeft daarvandaan de <span class="corr" id="xd19e6676" title=
+"Bron: tendenz">tendens</span>, om, met de verheffing van de
+individueele arbeidsloonen boven het gemiddelde niveau, dit niveau-zelf
+te doen dalen. Waar een beproefd stukloon, zich sedert lang en
+traditioneel ingeburgerd heeft, en zijne naar-beneden-drukking
+bijzondere moeielijkheden opleverde, namen de werkmeesters dan ook maar
+zelden hunnen toevlucht, tot zijne gewelddadige verandering in
+tijdloon.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246"
+name="pb246">246</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;In elk land geldt een zekere gemiddelde intensiteit van den
+arbeid, beneden waarvan de arbeid, die bij de produktie eener
+<span class="ex">waar</span> m&eacute;&eacute;r dan den
+maatschappelijk-noodwendigen tijd verbruikt, er daarvandaan, niet als
+arbeid van normale kwaliteit kan gelden. Slechts een, boven de
+nationale doorsnede zich verheffende graad van intensiteit, verandert
+in een bepaald land de maat van de waarde, door den enkelen duur van
+den arbeidstijd. De middengraad van intensiteit van den arbeid, wisselt
+af van land tot land; zij is hier grooter, daar kleiner. Deze nationale
+doorsneden, vormen daarvandaan eene ontwikkelingstrap, welker
+maat-&eacute;&eacute;nheid, de doorsne&ecirc;-&eacute;&eacute;nheid van
+den universeelen arbeid is. Vergeleken met de minder intensieve,
+produceert alzoo de meer intensieve nationale arbeid, in denzelfden
+tijd m&eacute;&eacute;r waarde, die zich dus in m&eacute;&eacute;r geld
+uitdrukt.&rdquo;.....</p>
+<p>&bdquo;In de mate waarin in een land de kapitalistische
+produktiewijze ontwikkeld is, in diezelfde mate, verheffen zich daar
+ook de nationale intensiteit en <span class="corr" id="xd19e6687"
+title="Bron: produktieviteit">produktiviteit</span> van den arbeid,
+boven het internationale niveau. De verschillende quanta <span class=
+"ex">waren</span> van denzelfden soort, die in de verschillende landen,
+onder gelijken arbeidstijd voortgebracht worden, hebben aldus ongelijke
+internationale <span class="ex">waarde</span>, die zich in
+verschillende prijzen uitdrukt, d. w. z. elk naar de internationale
+waarde van de verschillende geldsommen. De relatieve waarde van het
+geld, zal dus kleiner zijn, bij de natie met een ontwikkelde
+kapitalistische produktiewijze, dan bij die met een minder ontwikkelde.
+Hieruit volgt dus, dat het nominale arbeidsloon, het aequivalent van de
+arbeidskracht uitgedrukt in geld, eveneens hooger zal zijn bij de
+eerste natie, dan bij de laatste; wat geensdeels nog zeggen wil, dat
+dit als werkelijk loon geldt, d. w. z. als de, voor den arbeider ter
+beschikking gestelde hoeveelheid levensmiddelen.<span class="corr" id=
+"xd19e6696" title="Niet in bron">&rdquo;</span> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3.9" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk IX.</h2>
+<h2 class="main">Het akkumulatieproces van het kapitaal.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wij hebben gezien, hoe geld tot kapitaal wordt en de
+loonarbeider voor zijnen arbeid, niet alleen niet de waarde van het
+voor de noodige produktiemiddelen uitgelegde deel van het kapitaal
+bekomt, maar ook nieuwe waarde voortbrengt, die gelijk is aan de waarde
+zijner arbeidskracht, plus de m&eacute;&eacute;rwaarde daarvan.</p>
+<p>Maar met de verschijning van de m&eacute;&eacute;rwaarde, is de
+beweging van het kapitaal nog niet afgesloten. Zooals de waarde zich
+moet omzetten in geld, zoo moet ook de m&eacute;&eacute;rwaarde, op
+hare beurt, weder gerealiseerd worden in geld. Dit proces nu, gaat
+steeds voort, telkens evenwel, met eene waardevermeerdering, van de in
+de spheer der circulatie geworpen hoeveelheid waren.</p>
+<p>&bdquo;De kapitalist die de m&eacute;&eacute;rwaarde produceert, d.
+w. z. onbetaalden arbeid onmiddellijk uit de arbeiders pompt en in
+waren fixeert, is wel-is-waar, de eerste toe-eigenaar, maar geenszins
+de laatste bezitter dezer m&eacute;&eacute;rwaarde. Hij heeft haar
+achteraf steeds te deelen gehad, met kapitalisten, die in &rsquo;t
+algemeen genomen, andere funkties van de maatschappelijke produktie te
+vervullen hebben, met de grondeigenaren, enz. De
+m&eacute;&eacute;rwaarde splitst zich daarvandaan in verschillende
+deelen. Zijne onderdeelen komen aan verschillende categorie&euml;n van
+personen ten goede en verkrijgen verschillende, tegenover elkander,
+zelfstandig opgroeiende vormen, zooals winst, rente, handelswinst,
+grondrente etc.&rdquo; Deze veranderde vormen van de
+m&eacute;&eacute;rwaarde, worden door Marx in het derde boek van
+&bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo;, elk op zich zelf
+behandeld en geanalyseerd; het eerste Boek behandelt enkel maar eene
+kant van het totaalproces, n.l. het &bdquo;onmiddellijke
+produktieproces van de m&eacute;&eacute;rwaarde.&rdquo;</p>
+<p>Dit produktieproces is ook, evenals het maatschappelijk proces,
+<span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name=
+"pb248">248</a>]</span>tegelijk een reproduktieproces. De maatschappij
+moet, onder welke voortbrengingsvorm dan ook, niet alleen
+consumptiemiddelen, maar ook produktiemiddelen voortbrengen. Is dus de
+produktie <span class="ex">kapitalistisch</span> van vorm, de
+reproduktie moet dit natuurlijk &oacute;&oacute;k wezen. Brengt de
+maatschappelijke produktie m&eacute;&eacute;rwaarde voort, zoo ook de
+reproduktie. Wij houden ons dus op dit oogenblik met deze
+&bdquo;<span class="ex">eenvoudige reproduktie</span>&rdquo; gelijk
+Marx haar noemt, bezig.</p>
+<p>&bdquo;Het produktieproces wordt ingeleid, met den koop van de
+arbeidskracht voor een bepaalden tijd, en deze inleiding vernieuwt zich
+bestendig, zoodra de verkoopstermijn van den arbeid komt te vervallen
+en daarmede eene bepaalde <span class="corr" id="xd19e6726" title=
+"Bron: produktie periode">produktie-periode</span>, week, maand enz.
+afgeloopen is. Betaald wordt den arbeider echter eerst, nadat zijn
+arbeidskracht gewerkt heeft en zoowel hare eigene waarde, als de
+m&eacute;&eacute;rwaarde, daardoor in <span class="ex">waren</span>
+gerealiseerd zijn. Hij heeft aldus evenals de
+m&eacute;&eacute;rwaarde,&mdash;die wij voorshands slechts zullen
+beschouwen als het consumptiefonds der kapitalisten,&mdash;ook het
+fonds voor zijn eigene betaling, het variabel kapitaal voortgebracht,
+alvorens het in den vorm van arbeidsloon terugvloeit, en hij wordt
+slechts zoolang aan den arbeid gehouden, als hij dit gestadig op nieuw
+voortbrengt&rdquo; ... &bdquo;Het is een deel, van het door den
+arbeider-zelf gestadig gereproduceerde product, hetwelk in den vorm van
+arbeidsloon, voortdurend tot hem terugvloeit<span class="corr" id=
+"xd19e6732" title="Bron: ,">.</span> De kapitalist betaalt hem de
+warenwaarde, zeer zeker in geld uit. Dit geld is evenwel de veranderde
+vorm van het arbeidsprodukt. Terwijl de arbeider, een deel van de
+produktiemiddelen in produkten verandert, zet zich een deel van zijn
+vroeger produkt terug om, in geld. Het is een arbeid van de vorige
+week, misschien een van het laatste half jaar, waarmede zijnen arbeid
+van heden, of die van het volgende half jaar, wordt betaald. De illusie
+welke de geldvorm hier teweeg brengt, verdwijnt dan ook dadelijk,
+zoodra in plaats van den individueelen kapitalist en den individueelen
+arbeider, de beschouwing treedt van: <span class=
+"ex">kapitalistenklasse</span> en van <span class=
+"ex">arbeidersklasse</span>. De kapitalistenklasse geeft der
+arbeidersklasse gedurig, aanwijzingen in geldvorm, op een deel van het
+door de laatste voortgebrachte en het door de eerste zich <span class=
+"corr" id="xd19e6742" title=
+"Bron: toe-g&euml;eigende">toe-ge&euml;igende</span> produkt. Deze
+aanwijzingen geeft de arbeidersklasse, der kapitalistenklasse evenzoo
+gestadig weder terug en zij onttrekt haar daarmede, het haarzelve
+toevallend gedeelte van haar eigen produkt. De warenvorm van het
+produkt en de geldvorm van de waar, omsluieren slechts deze
+transaktie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6746" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het variabel kapitaal, is aldus slechts
+eene bepaalde historische verschijningsvorm van het fonds voor
+levensmiddelen of het arbeidsfonds, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span>dat de arbeider voor
+zijn zelfbehoud en reproduktie behoeft, en dat hij, onder alle systemen
+van maatschappelijke produktie, steeds zelf produceeren en zelf
+reproduceeren moet. Dit arbeidsfonds, vloeit hem gedurig daarom in den
+vorm van betalingsmiddelen van zijn eigen arbeid toe, omdat zijn eigen
+produkt gedurig, in den vorm van kapitaal, van hem vervreemd
+wordt.&rdquo;...</p>
+<p>Om geld te veranderen in kapitaal, was het aanwezig zijn van eene
+waardeproduktie en eene warencirculatie, niet voldoende. Er moesten
+daartoe eerst, <span class="ex">hier</span> bezitters van waarde en
+<span class="ex">ginds</span> bezitters van waardescheppende
+substantie; hier bezitters van productie- en levensmiddelen, daar
+bezitters van niets dan arbeidskracht, tegen over elkander komen te
+staan, als koopers en verkoopers. Scheiding tusschen het arbeidsproduct
+en den arbeid-zelf, tusschen de objectieve arbeidsvoorwaarden en de
+subjektieve arbeidskrachten, was dus de feitelijk gegeven grondslag,
+was het uitgangspunt van het kapitalistisch produktie-proces.</p>
+<p>&bdquo;Wat echter in den aanvang het uitgangspunt was, dat wordt
+door middel van de enkele continu&iuml;teit van het proces, de
+eenvoudige reproduktie, steeds op nieuw geproduceerd en vereeuwigd, als
+het eigen resultaat van de kapitalistische produktie. Eenerzijds
+verandert het produktie-proces voortdurend den stoffelijken rijkdom in
+kapitaal, in waarde- en genotmiddelen voor de kapitalisten. Anderzijds
+komt de arbeider gestadig uit het proces, zooals hij er
+intrad,&mdash;persoonlijke bron van rijkdom, maar ontbloot van alle
+middelen om dezen rijkdom voor <span class="ex">zich</span> te
+verwerkelijken. Daar v&oacute;&oacute;r zijn intrede in het proces,
+zijn eigen arbeid hem zelf ontvreemd wordt, dezen, door de kapitalisten
+zich wordt toege&euml;igend en bij het kapitaal wordt ingelijfd,
+belichaamt hij zich gedurende het proces, gestadig, in het produkt van
+vreemden. Daar het produktieproces, tegelijk het consumptieproces van
+de arbeidskracht door de kapitalisten is, verandert het produkt des
+arbeiders, niet alleen voortdurend in waren, maar in kapitaal; waarde,
+die de waardescheppende kracht uitzuigt, en levensmiddelen die personen
+koopen; produktiemiddelen, die den producenten tewerk zetten. De
+arbeider zelf, produceert daarvandaan gestadig den objektieven rijkdom
+als kapitaal, de hem vreemde, hem beheerschende en hem uitbuitende
+macht; en de kapitalist produceert even zoo gestadig, de arbeidskracht
+als subjektieve, van haar eigen belichamings- en
+verwerkelijkingsmiddelen gescheiden, abstrakte, een in de bloote
+lichamelijkheid van den arbeider bestaanden, bron van rijkdom, kortom
+den arbeider als <span class="ex">loonarbeider</span>. Deze gestadige
+reproduktie, of de vereeuwiging van den arbeider, is het sine-qua-non
+der kapitalistische produktiewijze.&rdquo;.... <span class=
+"pagenum">[<a id="pb250" href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Van maatschappelijk standpunt beschouwd, is dus de
+arbeidersklasse, ook buiten het onmiddellijk arbeidsproces, even
+zoozeer het eigendom van het kapitaal, als het doode arbeidsinstrument.
+Zelfs hare individueele consumptie, is binnen zekere grenzen, niets dan
+een <span class="ex">moment</span> in het reproduktieproces van het
+kapitaal. Dit proces zelf, zorgt er wel voor, dat die zelfbewuste
+produktieinstrumenten niet wegloopen; terwijl het hun produkt, gestadig
+van pool naar tegenpool van het kapitaal verwijdert. De individueele
+consumptie zorgt eenerzijds, voor hare eigen instandhouding en
+reproduktie, anderzijds,&mdash;door vernietiging van
+levensmiddelen,&mdash;voor hare gestadige wederverschijning op de
+arbeidsmarkt. De romeinsche slaven waren door <span class=
+"ex">ketens</span>, de loonarbeiders zijn door <span class=
+"ex">onzichtbare draden</span>, aan hunne eigenaren gebonden. De schijn
+van hunne onafhankelijkheid, wordt hier echter, door de gestadige
+verwisseling der individueele loonheeren en door de <span lang=
+"la">fictio juris</span> van het contrakt, gehandhaafd.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Het kapitalistisch produktie-proces reproduceert alzoo, door
+zijn eigene voltrekking, de scheiding tusschen arbeidskracht en
+arbeidsvoorwaarden. Het reproduceert en vereeuwigt daarmede, de
+exploitatievoorwaarden van den arbeider. Het dwingt den arbeider
+gestadig tot verkoop van zijn arbeidskracht, om daarvan te leven en
+maakt telkens de kapitalisten geschikter tot dien koop, om er zich door
+te verrijken. Het is nu niet meer het toeval, hetwelk kapitalist en
+arbeider, als kooper en verkooper, tegenover elkander op de
+arbeidsmarkt brengt. Het is het alternatief van het proces-zelf, dat
+den een steeds als verkooper zijner arbeidskracht op de waren-markt
+terugslingert en zijn eigen produkt steeds in het koopmiddel van den
+ander doet veranderen. Inderdaad behoort de arbeider aan het
+<span class="ex">kapitaal</span> toe alvorens hij zich aan den
+<span class="ex">kapitalist</span> verkoopt. Zijne economische
+onderhoorigheid, wordt tegelijk tot een middel, en tegelijk omhuld door
+de periodieke vernieuwing van zijn zelf-verkoop, door de verwisseling
+zijner individueele loonheeren en de oscillatie (slingering), in den
+marktprijs van den arbeid.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6792" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het kapitalistisch produktieproces, in
+zijnen samenhang beschouwd of als reproduktieproces genomen, produceert
+dus niet alleen m&eacute;&eacute;rwaarde, het produceert en
+reproduceert de kapitaalsverhouding zelf; aan de eene zijde dus
+kapitalisten, aan de andere zijde loonarbeiders.&rdquo;</p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Hoe m&eacute;&eacute;rwaarde kapitaal wordt.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het geval dat de m&eacute;&eacute;rwaarde, in haar
+geheel, door den kapitalist <span class="pagenum">[<a id="pb251" href=
+"#pb251" name="pb251">251</a>]</span>individueel wordt geconsumeerd, is
+uitzondering. De meerwaarde verandert, minstens voor een deel, weder in
+kapitaal. &bdquo;Aanwending van m&eacute;&eacute;rwaarde of
+terugverandering van m&eacute;&eacute;rwaarde in kapitaal, is:
+<span class="ex">akkumulatie van kapitaal</span>.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6806" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Beschouwen wij dit proces, in de eerste
+plaats van het standpunt van den individueelen kapitalist. Een spinner
+heeft bijv. een kapitaal van 10,000 pd. <span class="corr" id=
+"xd19e6809" title="Bron: st.">St.</span> uitgelegd, waarvan &#8536; in
+katoen, machines etc., het laatste vijfde in arbeidsloon. Hij
+produceert jaarlijks <span class="corr" id="xd19e6812" title=
+"Bron: 240.000">240,000</span> pond garen, ter waarde van <span class=
+"corr" id="xd19e6815" title="Bron: 12.000">12,000</span> pd.
+<span class="corr" id="xd19e6818" title="Bron: st.">St.</span> Bij een
+percentage van m&eacute;&eacute;rwaarde van 100 proc., steekt de
+m&eacute;&eacute;rwaarde in het meerprodukt of nettoprodukt van 40,000
+pond garen, een zesde gedeelte van het brutoprodukt, tot een waarde van
+2000 pd. St., dat door den verkoop <span class="corr" id="xd19e6821"
+title="Bron: ger&euml;aliseerd">gerealiseerd</span> moet worden. Een
+waardesom van 2000 pd. St., is gelijk een waardesom van 2000 pd. St.
+Men kan het echter, noch dat geld aanzien noch kan men het eraan
+ruiken, dat het m&eacute;&eacute;rwaarde is. Het karakter van een
+waarde als m&eacute;&eacute;rwaarde toont aan, hoe het tot zijn
+eigenaar kwam, maar het verandert daardoor niets, aan den aard van die
+waarde of van het geld.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6825" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Om nu de nieuw gewonnen som van 2000 pd.
+St., in kapitaal om te zetten, zal dus de spinner,&mdash;alle andere
+omstandigheden gelijkblijvend,&mdash;vier-vijfde daarvan uitleggen in
+den aankoop van katoen etc. en een vijfde in den aankoop van nieuwe
+spinners, die op de markt, de levensmiddelen vinden zullen, welker
+waarde hij hen voorgeschoten heeft. Dan fungeert dat nieuwe kapitaal
+van 2000 pd. St. in de spinnerij, en brengt zijnerzijds weder een
+m&eacute;&eacute;rwaarde van 400 pd. St. voort.&rdquo;...</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6829" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het is dus de oude geschiedenis: Abraham
+gewan <span class="corr" id="xd19e6832" title=
+"Bron: Iz&auml;ak, Iz&auml;ak">Iza&auml;k, Iza&auml;k</span> gewan
+Jakob enz. Het oorspronkelijke kapitaal van 10,000 pd. St., brengt een
+m&eacute;&eacute;rwaarde van 400 pd. St. voort, deze, wederom
+gekapitaliseerd, aldus in een tweede toegevoegd kapitaal veranderd,
+brengt een nieuwe m&eacute;&eacute;rwaarde van 80 pd. St. voort,
+enz.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>&bdquo;De oorspronkelijke verandering van geld in kapitaal, voltrekt
+zich alzoo in de nauwkeurigste overeenstemming, met de economische
+wetten van de warenproduktie en met het uit hen afgeleid
+eigendomsrecht. In weerwil daarvan, leidt zij tot het volgende
+resultaat:</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6840" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>1) Dat het produkt den kapitalist
+toebehoort en niet den arbeider;</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6844" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>2) Dat de waarde van dit produkt, buiten
+de waarde van het uitgelegde kapitaal, eene m&eacute;&eacute;rwaarde
+bevat die den arbeider arbeid, <span class="pagenum">[<a id="pb252"
+href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span>maar den kapitalist niets
+gekost heeft en die, desniettegenstaande het eigendom van den
+kapitalist wordt;</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6850" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>3) Dat de arbeider zijn arbeidskracht
+behouden heeft en ze opnieuw verkoopen kan, zoodra hij daarvoor een
+kooper vindt.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Dit resultaat wordt onvermijdelijk, zoodra de arbeidskracht
+door den arbeider-zelf, <span class="ex">als waar</span>, dus vrij
+wordt verkocht. Maar ook van deze stonde af aan, wordt de
+warenproduktie de algemeene&mdash;en wordt zij de typische
+produktievorm; eerst van hier af aan, wordt elk produkt <i>a priori</i>
+voor den verkoop geproduceerd, en gaat alle geproduceerde rijkdom door
+de circulatie heen. Eerst van daar, waar de loonarbeid haren basis is,
+dwingt de warenproduktie zich aan de geheele samenleving op. Maar ook
+eerst daar is het, dat zij al hare verborgene krachten ontvouwt. Te
+zeggen, dat de tusschenkomst van den loonarbeid de warenproduktie
+vervalscht, wil zeggen, dat de warenproduktie wil zij onvervalscht
+blijven, zich niet ontwikkelen mag. In dezelfde mate, zooals zij zich
+volgens hare eigene, immanente wetten voortontwikkelt tot
+kapitalistische produktie, in diezelfde mate slaan de eigendomswetten
+der warenproduktie<a id="xd19e6861" name="xd19e6861"></a> om in wetten
+der kapitalistische toe-eigening.&rdquo;</p>
+<p>Marx keert zich vervolgens tegen die economisten, welke de
+akkumulatie van het kapitaal verklaarden uit de
+&bdquo;onthouding&rdquo; of de &bdquo;spaarzaamheid&rdquo; der
+kapitalisten; de z.g.n.: <span class="corr" id="xd19e6865" title=
+"Bron: abstinenz">abstinentie</span>- of onthoudingstheorie van de
+officieele economie, door den Engelschen econoom W. Nassau Senior het
+eerst geformuleerd. Deze laatste verklaarde, zegt Marx, &bdquo;ik
+vertaal het woord kapitaal, als produktie-instrument beschouwd, door
+het woord onthouding!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een deel der meerwaarde,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;wordt door
+de kapitalisten als revenue verteerd, een ander deel als kapitaal
+aangewend of geakkumuleerd.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6872" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Bij een bepaalde hoeveelheid
+m&eacute;&eacute;rwaarde, zal een dezer deelen zooveel te grooter zijn,
+naar mate het andere kleiner is. Alle andere omstandigheden, als
+gelijkblijvend vooropgesteld, bepaalt de verhouding waaronder deze
+verdeeling zich voltrekt, de grootte der akkumulatie. Wie evenwel deze
+verdeeling onderneemt, dat is de kapitalist. Zij is dus de handeling
+van zijnen wil. Van dat deel van de door hem geheven schatting, dat hij
+akkumuleert, zegt men, hij bespaart het, omdat hij het niet opeet, d.
+w. z. omdat hij zijne funktie als kapitalist ermede uitoefent, n.l. de
+funktie om zich te verrijken, die hem is opgelegd.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6876" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Slechts in zooverre, als de kapitalist
+gepersonifieerd kapitaal is, heeft hij eene historische waarde, en dat
+historische recht van <span class="pagenum">[<a id="pb253" href=
+"#pb253" name="pb253">253</a>]</span>bestaan, als waarvan de geestige
+Lichnowsky zegt: &bdquo;er geen datum van bestaat&rdquo;. Slechts in
+zooverre, steekt zijn eigene transitive noodzakelijkheid, in de
+transitive noodzakelijkheid der kapitalistische produktiewijze. Maar in
+zooverre zijn dan ook, niet de gebruikswaarde en het genot, maar de
+ruilwaarde en derzelver vermeerdering, de hem voortstuwende motieven.
+Als fanatikus van de tot-waarde-making der waarden, dwingt hij
+onbarmhartig de menschheid tot produktie, om der produktie wille;
+daarvandaan dus, tot eene ontwikkeling van de maatschappelijke
+produktiekrachten en tot de voortbrenging van materieele
+produktievoorwaarden, welke alleen de reale basis voor eene hoogere
+ontwikkelingsvorm kunnen vormen, wier grondslag de volle en de vrije
+ontwikkeling van elk individu is. Slechts als personifikatie van het
+kapitaal, is de kapitalist respectabel. Als zoodanig, deelt hij met den
+schattenverzamelaar, de absolute <span class="corr" id="xd19e6881"
+title="Bron: tendenz">tendens</span> naar verrijking. Wat evenwel bij
+dezen, eene individueele manie schijnt te zijn, is bij den kapitalist,
+de werking van het maatschappelijk mechanisme, waarin hij niets dan een
+drijfrad is. Buitendien maakt de ontwikkeling der kapitalistische
+produktie, eene voortdurende verhooging, van het in eene industrieele
+onderneming vastgelegd kapitaal, tot eene noodzakelijkheid, en de
+concurrentie legt aan elken individueelen kapitalist, de immanente
+wetten van de kapitalistische produktiewijze, als uitwendige
+dwangwetten op de schouders. Zij dwingt hem voortdurend, zijn kapitaal
+uit te breiden, ten einde het te behouden en uitbreiden kan hij dit
+alleen, door middel van eene progressieve akkumulatie.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6885" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>In zooverre als zijn doen-en-laten,
+slechts funkties zijn van het in hem levend, met een wil en bewustzijn
+begaafd zijnd kapitaal, geldt voor hem, zijn eigen private consumptie
+als een roof aan de akkumulatie van zijn kapitaal, gelijk in de
+italiaansche boekhouding, privaat-uitgaven op de d&eacute;betzijde van
+den kapitalist tegenover het kapitaal figureeren. De akkumulatie,
+beteekent de verovering van de wereld, door den maatschappelijken
+rijkdom. Zij breidt met de massa van het ge&euml;xploiteerde
+menschen-materiaal, tegelijk, de direkte en de indirekte heerschappij
+van het kapitaal uit.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6889" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Maar deze erfzonde werkt overal door. Met
+de ontwikkeling der kapitalistische produktiewijze, van de akkumulatie
+en van den maatschappelijken rijkdom, houdt de kapitalist op eene
+bloote incarnatie van het kapitaal te wezen.&rdquo;</p>
+<p>Hij voelt een &bdquo;menschelijk roeren&rdquo; voor zijn eigene Adam
+en wordt er zoodoende toe gestemd, de dweperij voor ascese, als een
+vooroordeel van den ouderwetschen schattenverzamelaar te belachen.
+Terwijl de klassieke kapitalist, de individueele consumptie als een
+zonde <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name=
+"pb254">254</a>]</span>aan zijne funktie en tegen de
+&bdquo;onthouding&rdquo; van de akkumulatie brandmerkt, is de meer
+moderne kapitalist in staat, de akkumulatie als een
+&bdquo;ontzeggen&rdquo; van het drijven naar genot, op te vatten.
+&bdquo;Twee zielen wonen er, ach! in zijn borst, de eene wil zich van
+de andere scheiden!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In het historische begin van de kapitalistische
+produktiewijze,&mdash;en ieder kapitalistisch parvenu maakt zulk een
+historisch stadium, individueel door,&mdash;zijn de drang naar
+verrijking en de gierigheid, als absolute hartstochten overheerschend.
+Maar de vooruitgang van de kapitalistische produktie, schept niet
+alleen een wereld van genot, zij opent met de speculatie, benevens het
+credietwezen, duizenderlei bronnen voor plotselinge verrijking. Op een
+bepaalde hoogte van ontwikkeling, wordt eene conventioneele graad van
+verkwisting, die tevens te-pronk-stelling van rijkdom en daarvandaan
+credietmiddel is, zelfs tot eene noodzakelijkheid voor de affaire van
+den &bdquo;ongelukkigen&rdquo; kapitalist. De weelde wordt een
+onderdeel, dat in de representatiekosten van het kapitaal opgaat.
+Buitendien verrijkt de kapitalist zich niet, gelijk de gierigaard, naar
+verhouding van zijnen persoonlijken arbeid en zijne persoonlijke
+niet-consumptie, maar in die mate, waarin hij vreemde arbeidskracht
+uitzuigt en den arbeider onthouding van levensgenot opdwingt. Alhoewel
+daarom de verkwisting van den kapitalist, niet het bona fide karakter
+van de verkwisting der feodale heeren bezit, maar in haren achtergrond,
+veel meer smerige gierigheid en angstiger berekening op den loer
+liggen, groeit desniettegenstaande zijne verkwisting met zijne
+akkumulatie aan, zonder dat de een den ander afbreuk behoeft te doen.
+Daardoor ontwikkelt zich gelijktijdig in den trotschen borst van het
+kapitalistisch individu, een faust-achtig conflikt, tusschen den drang
+naar akkumulatie en den drang naar genot.&rdquo;</p>
+<p>Marx stelt in het licht, hoe tal van omstandigheden de akkumulatie
+in de hand kunnen werken en doen toenemen, door de expansiekracht van
+het kapitaal te doen vergrooten, zooals de exploitatie van mijnwerken,
+die van den bodem etc.</p>
+<p>Algemeen resultaat: Terwijl het kapitaal de beide oer-vormen van den
+rijkdom,&mdash;arbeidskracht en bodem&mdash;bij zich inlijft, verwijdt
+het zijne expansiekracht, die hem veroorlooft de elementen zijner
+akkumulatie uit te breiden ook naar de overzijde van de, schijnbaar
+door zijn eigen grootte getrokken grenzen, getrokken door de waarde en
+de massa der reeds geproduceerde produktiemiddelen, uit welke het zijn
+bestaan put.</p>
+<p>Een andere gewichtige faktor in de akkumulatie van het <span class=
+"pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name=
+"pb255">255</a>]</span>kapitaal, is de produktiegraad van den
+maatschappelijken arbeid.</p>
+<p>&bdquo;Met de produktiekracht van den arbeid groeit de
+produktenmassa aan, waarin zich eene bepaalde waarde, alzoo ook de
+m&eacute;&eacute;rwaarde van eene gegeven grootte, vertoont. Bij
+gelijkblijvende en zelfs bij dalende voet van de
+m&eacute;&eacute;rwaarde,&mdash;in zooverre zij slechts langzamer
+daalt, als de produktiekracht van den arbeid stijgt,&mdash;groeit de
+massa van het meerprodukt aan. Bij gelijkblijvende verdeeling derzelve,
+in revenue en toeslagkapitaal, kan daarvandaan de consumptie
+aangroeien, zonder afname van het akkumulatiefonds. De proportioneele
+grootte van het akkumulatiefonds kan zelfs op kosten van het
+consumptiefonds aangroeien, terwijl de <span class="corr" id=
+"xd19e6908" title="Bron: goedkooper-making">goedkoopermaking</span> der
+waren, voor de kapitalisten even zoo vele of meer genotmiddelen als
+voorheen, ter beschikking stelt. Maar met de aangroeiende
+produktiviteit van den arbeid, gaat, zooals men gezien heeft, de
+<span class="corr" id="xd19e6911" title=
+"Bron: goedkooper making">goedkoopermaking</span> van den arbeider,
+alzoo een aangroeiend percentage van de m&eacute;&eacute;rwaarde hand
+aan hand, zelfs wanneer het re&euml;le arbeidsloon ook stijgt. Dit
+stijgt niet in verhouding tot de produktiviteit van den arbeid.
+Hetzelfde variabel kapitaal, zet alzoo meer arbeidskracht en daardoor
+meer arbeid in beweging. Dezelfde constante kapitaalwaarde, belichaamt
+zich in m&eacute;&eacute;r produktiemiddelen, d. w. z. in meer
+arbeidsmiddelen, arbeidsmateriaal en hulpstoffen, levert dus zoowel
+meer produkten vormers, als meer waardevormers of arbeidsopslurpers.
+Bij gelijkblijvende en zelfs afnemende waarde van het toegezet
+kapitaal, vindt daarom bespoedigde akkumulatie plaats. Niet alleen
+breidt zich de ontwikkelingstrap van de reproduktie stoffelijk uit,
+maar de produktie van de m&eacute;&eacute;rwaarde groeit ook sneller
+aan dan de waarde van het toegezet kapitaal.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Bij een bepaalde exploitatiegraad van de
+arbeidskracht&rdquo;&mdash;zoo eindigt Marx deze
+beschouwing&mdash;&bdquo;wordt de hoeveelheid van de
+m&eacute;&eacute;rwaarde bepaald door het getal van de gelijktijdig
+uitgebuite arbeiders en dit beantwoordt, hoewel in afwisselende
+verhouding, aan de hoegrootheid van het kapitaal. Hoe meer het kapitaal
+dus door middel van de successievelijke akkumulatie aangroeit, des te
+meer groeit ook de som van waarden aan, die zich in consumptiefonds en
+akkumulatiefonds splitst. De kapitalist kan daarom flinker leven en
+tegelijkertijd zich meer &bdquo;ontzeggen&rdquo;. En <span class="corr"
+id="xd19e6917" title="Bron: ten slotte">tenslotte</span> werken alle
+springveeren van de produktie zooveel te energieker, naarmate hare
+ontwikkelingshoogte zich, met de hoeveelheid van het voorgeschoten
+kapitaal, meer en meer verwijdt.&rdquo;</p>
+<p>Men zal uit deze beschouwingen bemerkt hebben, dat bij Marx, het
+kapitaal geen vaste grootte heeft, maar integendeel <span class=
+"pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name=
+"pb256">256</a>]</span>z&eacute;&eacute;r elastisch is. Dit, in
+tegenoverstelling met de klassieke staathuishoudkunde die van oudsher
+ervan hield om het maatschappelijk kapitaal op te vatten als zijnde van
+een vaste grootte en van eene vaste werkingsgraad.</p>
+<p>Als de typische vertegenwoordigers van die opvatting, noemt Marx in
+de eerste plaats, de staathuishoudkundige Jeremias Bentham. Maar zoowel
+Robert Malthus als James Mill, (de vader van John Stuart Mill) en
+<span class="corr" id="xd19e6926" title=
+"Bron: Mac. Culloch">MacCulloch</span>, hielden aan dit dogma van de
+staathuishoudkunde vast. Zoodoende kwam de officieele economie na Adam
+Smith, tot de theorie van het &bdquo;arbeidsfonds&rdquo;. &bdquo;Tot
+welke <span class="corr" id="xd19e6929" title=
+"Bron: tautalogie">tautologie</span> het voeren moet&rdquo;, zegt
+Marx<span class="corr" id="xd19e6932" title="Niet in bron">,</span>
+&bdquo;om de <span class="ex"><span class="corr" id="xd19e6936" title=
+"Bron: kapitalische">kapitalistische</span></span> grenzen van het
+arbeidsfonds, om te dichten in zijn <span class="ex">maatschappelijke
+natuurgrenzen</span>,<span class="corr" id="xd19e6943" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> leert ons Prof. Fawcett: &bdquo;Het
+circuleerende kapitaal van een land is zijn arbeidsfonds. Om daarom het
+doorsne&ecirc;-geldloon dat elke arbeider bekomt te berekenen, hebben
+wij slechts eenvoudig dit kapitaal te deelen door het getal dat de
+arbeidersbevolking groot is&rdquo;, zoo zegt deze professor.</p>
+<p>Van den grootsten invloed was deze theorie van het
+&bdquo;arbeidsfonds&rdquo; zeer zeker op de stelsels die men er op
+heeft gebouwd. Als het variabel kapitaal van een vaste grootte is, dan
+is het begrijpelijk, dat er maar een zekere hoeveelheid levensmiddelen
+enz. onder de twee klassen, onder kapitalisten en arbeiders te
+verdeelen valt. Theoretiseert men nu nog verder, dat van die
+hoeveelheid er een gedeelte afgaat, bestemd voor het loon van de
+arbeiders, dat eveneens zijn vaste grootte heeft, dan spreekt het van
+zelve, dat men tot conclusies kan komen gelijk Robert Malthus er als
+volgt trok:</p>
+<p>&bdquo;Het getal arbeiders, dat in een land aan den arbeid kan
+worden gesteld, en de hoogte van hun loon, hangen af van de hoeveelheid
+der voorradige levensmiddelen. Is het loon te laag of kunnen vele
+arbeiders werk vinden, dan zal dit alleenlijk daarheen leiden, dat het
+getal der arbeiders zich sneller vermeerdert, dan de voorraad
+levensmiddelen. Het is de natuur, niet de produktiewijze, waaraan de
+ellende der arbeidersklasse moet worden geweten.&rdquo;</p>
+<p>Uit deze theorie, is de z. g. n. &bdquo;bevolkingswet van
+Malthus&rdquo; geboren, die nagenoeg door de gansche economische
+wetenschap echter sedert jaren is opgegeven. In den tijd waarin Marx
+evenwel schreef, was zij een dogma van de officieele
+staathuishoudkunde, waaraan niet mocht worden getwijfeld. Marx is haar
+het eerst, en wel zoo grondig te lijf gegaan, dat men kan zeggen, dat
+al wat n&agrave; hem over die &bdquo;wet van Malthus&rdquo; in
+kritischen zin is geschreven, <span class="pagenum">[<a id="pb257"
+href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>slechts min of meer bedekt
+plagiaat is geweest, van de wijze waarop Marx aantoonde, hoe
+&eacute;lke produktiewijze haar eigen bevolkingsleer heeft en hoe
+&eacute;lke phaze in de kapitalistische produktiewijze, hare
+bevolkingstoestand met zich mede brengt zoo dat aldus van
+&bdquo;natuurlijke bevolkingswetten&rdquo; geen sprake kan zijn.</p>
+<p>In het drie-en-twintigste hoofdstuk van &bdquo;<span lang="de">Das
+Kapital</span>&rdquo; gaat Marx de invloed na, die de aangroeiende
+akkumulatie van het maatschappelijk kapitaal op de arbeidersklasse
+heeft.</p>
+<p>&bdquo;Wasdom van kapitaal,&rdquo; zegt hij<span class="corr" id=
+"xd19e6961" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;sluit wasdom van zijn
+variabel, of in arbeidskracht omgezet bestanddeel, in zich. Een deel
+van de in het toeslagkapitaal omgezette m&eacute;&eacute;rwaarde, moet
+steeds terug-veranderd worden, in variabel kapitaal of in het
+voorgeschoten arbeidsfonds. Veronderstellen wij dat, nevens overigens
+gelijk gebleven omstandigheden, de samenstelling van het kapitaal
+onveranderd blijft, d. w. z. eene bepaalde massa productiemiddelen of
+constant kapitaal, steeds dezelfde massa productiemiddelen vereischen
+om in beweging te worden gezet, dan groeit klaarblijkelijk de vraag
+naar arbeid en het substitutiefonds der arbeiders, in verhouding tot
+het kapitaal zooveel te sneller aan, als het kapitaal te sneller
+aangroeit. Dewijl het kapitaal jaarlijks eene m&eacute;&eacute;rwaarde
+produceert, waarvan een deel jaarlijks tot origineel kapitaal geslagen
+wordt; daar dit inkrement [aanwas] zelf jaarlijks aangroeit met den
+toenemenden omvang van het bereids in funktie gestelde kapitaal, en
+daar eindelijk, onder de bijzondere spoorslag van den drang naar
+verrijking, zooals bijv. het openen van nieuwe markten, nieuwe spheren
+van kapitaalbelegging&mdash;als gevolg van nieuw-ontwikkelde
+maatschappelijke behoeften enz.&mdash;de ontwikkelingshoogte van de
+akkumulatie plotseling uitzetbaar kan worden, door enkel veranderde
+verdeeling van de m&eacute;&eacute;rwaarde of het meerprodukt in
+kapitaal en revenue; kunnen de akkumulatie-behoeften van het kapitaal,
+de aangroeing van de arbeidskrachten of van het aantal arbeiders, de
+vraag naar arbeiders hunnen toevoer overvleugelen, en zullen
+daarvandaan de arbeidsloonen stijgen.... &bdquo;De meer of minder
+gunstige omstandigheden, waarin de loonarbeiders zich in het leven
+houden en vermeerderen, veranderen niets, aan het grondkarakter van de
+kapitalistische produktiewijze. Zooals de eenvoudige reproductie,
+voortdurend de kapitaalsverhoudingen zelven
+reproduceert,&mdash;kapitalisten aan den eenen kant, loonarbeiders aan
+den anderen,&mdash;zoo reproduceert de reproductie op uitgebreider
+schaal of de akkumulatie, de kapitaalsverhoudingen op uitgebreider
+schaal, in meer kapitalisten, of grootere kapitalisten aan de
+&eacute;&eacute;ne pool, meer loonarbeiders aan de andere. De
+reproduktie van de <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258"
+name="pb258">258</a>]</span>arbeidskracht, die zich bij het kapitaal
+onophoudelijk als een middel tot waardevorming moet doen inlijven, die
+niet van hem loskomen kan, en welker onderhoorigheid aan het kapitaal
+alleen verduisterd wordt, door de verwisseling van den individueelen
+kapitalist waaraan zij zich verkoopt,&mdash;vormt inderdaad maar een
+<span class="ex">moment</span> in de reproduktie van het kapitaal-zelf.
+Akkumulatie van kapitaal is dus tevens vermeerdering van het
+proletariaat&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;De wet van de kapitalistische produktie, die klaarblijkelijk
+aan de &bdquo;natuurlijke bevolkingswet&rdquo; ten grondslag ligt, komt
+eenvoudig hierop neer. De verhouding tusschen kapitaal, akkumulatie en
+de percentage van het loon, is niets dan de verhouding tusschen den
+onbetaalden, in kapitaal omgezetten arbeid en de tot beweging van het
+toeslag-kapitaal benoodigde hoeveelheid toegevoegden arbeid. Zij is dus
+geenszins een verhouding van twee van elkander onafhankelijke
+grootheden: eenerzijds de grootte van het kapitaal, anderzijds het
+getal van de arbeidersbevolking; zij is veelmeer in laatste instantie,
+de verhouding tusschen den onbetaalden en den betaalden arbeid, van
+dezelfde arbeidersbevolking. Groeit de hoeveelheid der door de
+arbeidersklasse geleverden, en door de kapitalistenklasse
+geakkumuleerden onbetaalden arbeid, snel genoeg aan, om slechts door
+eene buitengewone toeslag van betaalden arbeid, zich om te kunnen
+zetten in kapitaal, dan stijgt het loon, en, al het andere
+gelijkgebleven, neemt de onbetaalde arbeid dan in verhouding af. Zoodra
+evenwel deze afname het punt beroert, waar de, het kapitaal voedende
+m&eacute;&eacute;rwaarde, niet meer in normale hoeveelheid aangeboden
+wordt, dan treedt er eene reaktie in: een geringer deel van de revenue
+wordt gekapitaliseerd, de akkumulatie verlamt en de stijgende
+loonbeweging verkrijgt een terugslag. De verhooging van den
+arbeidsprijs, blijft dus eng besloten binnen grenzen, welke de
+grondslagen van het kapitalistisch systeem niet alleen onaangetast
+laten, maar ook nog zijne reproduktie op aangroeiende schaal blijven
+verzekeren. Deze in een natuurwet gemystificeerde, wet van de
+kapitalistische akkumulatie, wil dus feitelijk slechts zeggen, dat hare
+aard, elke zoodanige afname in den exploitatiegraad van den arbeid of
+elke zoodanige verhooging van den arbeidsprijs uitsluit, welke de
+gestadige <span class="corr" id="xd19e6971" title=
+"Bron: reprodukte">reproduktie</span> van de kapitaalsverhoudingen en
+hunne reproduktie op steeds uitgebreider schaal, ernstig in gevaar
+kunnen doen brengen. Dit kan niet anders zijn, onder een
+produktiewijze, waarin de arbeiders voor de behoeften van de
+waarde-schepping der voorradige waarden bestaan, in plaats van
+omgekeerd, dat de belichaamde rijkdom er voor de ontwikkelingsbehoefte
+van de arbeiders is. Zooals de mensch, in den <span class=
+"pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259" name=
+"pb259">259</a>]</span>godsdienst door het maaksel van zijn eigen
+hoofd, zoo wordt hij onder de kapitalistische produktiewijze, door het
+maaksel zijner eigene handen beheerscht.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Concentratie van het kapitaal.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De algemeene grondslagen van het kapitalistisch
+systeem eenmaal gegeven, treedt in het verloop van de akkumulatie
+telkens een punt te voorschijn, waarop de ontwikkeling der
+produktiviteit van den maatschappelijken arbeid, de machtigste hefboom
+wordt der akkumulatie. &bdquo;Dezelfde oorzaak,&rdquo; zeide reeds Adam
+Smith, &bdquo;welke de loonen verhoogt, n.l. de toename van kapitaal,
+drijft tot verhooging der produktieve geschiktheden van den arbeid en
+stelt eene kleinere hoeveelheid arbeids, in staat, om eene grootere
+hoeveelheid van produkten voort te brengen.&rdquo; Marx zegt:</p>
+<p>&bdquo;Afgezien van natuurlijke voorwaarden, als vruchtbaarheid van
+den bodem etc., en van de omstandigheden onafhankelijke, en
+<span class="corr" id="xd19e6983" title=
+"Bron: g&euml;isoleerd">ge&iuml;soleerd</span> arbeidende producenten,
+dewelke zich echter meer kwalitatief, in de deugdelijkheid, dan
+kwantitatief in de massa van het gemaakte werk zal vertoonen, drukt
+zich de maatschappelijke produktiegraad van den arbeid uit, in de
+relatieve grootheidsomvang der produktiemiddelen, welke een arbeider
+gedurende een zekeren tijd, met dezelfde inspanning van arbeidskracht,
+in produkt kan omzetten. De massa der produktiemiddelen, waarmede hij
+funktioneert, groeit aan, met de produktiviteit van den
+arbeid.&rdquo;.... &bdquo;Bijv. met de manufaktuurmatige verdeeling van
+den arbeid en de toepassing der machinerie, wordt in denzelfden tijd
+meer grondstof verwerkt, treedt dus eene grootere massa van grondstof
+met hulpmaterieel, het arbeidsproces binnen. Dat is het gevolg van de
+aangroeiende produktiviteit van den arbeid. Aan den anderen kant, is de
+massa van in gebruik genomen machinerie, arbeidsvee, <span class="corr"
+id="xd19e6986" title="Bron: mineralemest">minerale mest</span>,
+draineerings-inrichtingen enz. de voorwaarde voor groeiende
+produktiviteit van den arbeid. Evenzoo, de massa van de in bouwwerken,
+hoogovens, transportmiddelen etc. geconcentreerde hoeveelheid
+produktiemiddelen. Hetzij evenwel voorwaarde, hetzij gevolg, de
+groeiende grootte-omvang van de produktiemiddelen, in vergelijking tot
+de bij haar ingelijfde arbeidskracht, drukt de aangroeiende
+produktiviteit van den arbeid uit. De toename der laatste, verschijnt
+dus in de afname der arbeidsmassa, in verhouding tot de door haar
+voortbewogen massa van produktiemiddelen, of in de grootte-afname van
+den subjektieven faktor van het arbeidsproces, vergeleken met zijne
+objektieve faktoren.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e6990" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Deze verandering in de technische
+samenstelling van het kapitaal, <span class="pagenum">[<a id="pb260"
+href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>de groeiing der massa van
+produktiemiddelen, vergeleken met de massa van de haar doen-levende
+arbeidskracht, spiegelt zich terug in hunne waardesamenstelling, in de
+toename van het constante bestanddeel der kapitaalswaarde, op kosten
+van zijn variabel bestanddeel. Er worden bijv. van een kapitaal,
+procentsgewijs berekend, oorspronkelijk elke 50 proc. in
+produktiemiddelen en elke 50 proc. in arbeidskrachten vastgelegd;
+later, met de ontwikkeling van den produktiegraad van den arbeid, elke
+80 proc. in <span class="corr" id="xd19e6995" title=
+"Bron: produktiemidden">produktiemiddelen</span> en elke 20 proc. in
+arbeidskrachten etc. Deze wet van den stijgenden groei van het
+constante deel van het kapitaal, in verhouding tot zijn variabel deel,
+wordt bij elke schrede bevestigd, door eene vergelijkende analyse van
+de prijzen der waren, hetzij dat wij verschillende economische
+tijdperken van eene enkele natie bij elka&acirc;r vergelijken, of die
+van verschillende naties, in hetzelfde tijdstip. De relatieve grootte
+van het prijselement, die slechts de waarde van de verteerde
+produktiemiddelen, of het constante deel van het kapitaal
+vertegenwoordigt, zal in direkte, de relatieve grootte van het andere,
+de arbeid betalende of het variabel deel van het kapitaal
+vertegenwoordigende prijselement, zal, over het algemeen, in omgekeerde
+verhouding staan, tot de vooruitgang der akkumulatie.&rdquo;...</p>
+<p>&bdquo;Op de grondslag der waren-produktie, waarbij de
+produktiemiddelen het eigendom van private personen zijn, waarin de
+handarbeider, of <span class="corr" id="xd19e7000" title=
+"Bron: geisoleerd">ge&iuml;soleerd</span> en zelfstandig <span class=
+"ex">waren</span> voortbrengt of zijn arbeidskracht als <span class=
+"ex">waar</span> verkoopt,&mdash;omdat hem de middelen tot eigenbedrijf
+ontbreken&mdash;realiseert zich deze voorwaarde slechts door den groei
+van de individueele kapitalen, of in die mate, waarin de
+maatschappelijke produktie- en levensmiddelen tot privaat eigendom der
+kapitalisten worden omgezet. De bodem der waren-produktie, kan de
+produktie op groote schaal slechts dragen, in haren kapitalistischen
+vorm. Een zekere akkumulatie van kapitaal in handen van individueele
+waren-producenten, vormen daarom de voorwaarde voor de specifiek
+kapitalistische voortbrengingswijze<span class="corr" id="xd19e7009"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span>..... &bdquo;Maar methodes tot
+vermeerdering van de maatschappelijke produktiekracht van den arbeid,
+die op dezen grondslag verrijzen, zijn tegelijkertijd, methodes tot
+vermeerderende produktie van de m&eacute;&eacute;rwaarde of van het
+meerprodukt, hetwelk zijnerzijds, wederom het scheppingselement van de
+akkumulatie is. Zij zijn dus tegelijkertijd, methodes ter voortbrenging
+van kapitaal door kapitaal, of methodes tot zijne bespoedigde
+akkumulatie. De onophoudelijke terugontwikkeling van
+m&eacute;&eacute;rwaarde in kapitaal, doet zich kennen, als de
+aangroeiende grootte, van het in &rsquo;t produktieproces opgaande
+kapitaal. Deze wordt harerzijds tot <span class="pagenum">[<a id=
+"pb261" href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span>grondslag eener meer
+uitgebreide voet van produktie, van de haar begeleidende methodes tot
+verhooging van de produktiekracht van den arbeid en tevens tot
+bespoedigder produktie van m&eacute;&eacute;rwaarde. Wanneer dus
+telkens, een zekere graad van kapitaals-akkumulatie, als voorwaarde
+voor de specifiek kapitalistische produktiewijze te voorschijn komt,
+veroorzaakt deze laatste, op terugwerkende wijze, een bespoedigde
+akkumulatie van het kapitaal. Deze beide economische faktoren brengen,
+naar mate van de samengestelde verhouding, van de afstooting die zij
+wederzijds op elkander uitoefenen, de wisseling voort in de technische
+samenstelling van kapitaal, waardoor zijn variabel bestanddeel steeds
+kleiner en kleiner wordt, vergeleken met zijn constant deel.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7015" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Elk individueel kapitaal is een grootere
+of kleinere concentratie van productiemiddelen, met een zich daarmede
+in overeenstemming bevindend commando, over een grooter of kleiner
+leger van arbeiders. Het breidt, met de vermeerderde massa van den als
+kapitaal funktioneerenden rijkdom, ook zijne concentratie in de handen
+der individueele kapitalisten, daarvandaan de grondslag van de
+produktie op groote schaal, en de specifiek kapitalistische
+produktie-methoden uit. De groei van het maatschappelijk kapitaal,
+voltrekt zich in den groei van vele, individueele kapitalen. Alle
+andere omstandigheden als gelijkblijvend aangenomen, groeien de
+individueele kapitalen,&mdash;en met hen de concentraties van
+produktiemiddelen,&mdash;in die verhouding aan, waarin zij aliquote
+(gelijkdeelende) deelen van het maatschappelijk totaal-kapitaal vormen.
+Tegelijkertijd scheuren zich dan afstootsels van de oorsprong-kapitalen
+los en funktioneeren als nieuwe, zelfstandige kapitalen. Een groote rol
+speelt hierbij, onder anderen, de verdeeling van vermogens in
+kapitalisten-families. Met de akkumulatie van kapitaal groeit
+daarvandaan ook, meer of minder, het aantal kapitalisten aan. Twee
+punten karakteriseeren deze soort van concentratie, welke onmiddellijk
+op de akkumulatie berust, of veelmeer, met haar identiek is. Ten
+eerste: de aangroeiende concentratie der maatschappelijke
+produktiemiddelen in de handen van de individueele kapitalisten wordt,
+onder overigens gelijkblijvende omstandigheden, beperkt, door den graad
+van wasdom in den maatschappelijken rijkdom. Ten tweede: het in elke
+produktiespheer vastgelegde deel van het maatschappelijk kapitaal,
+wordt verdeeld onder vele kapitalisten, welke tegenover elkander staan
+als onafhankelijke, en met elkander concurreerende warenvoortbrengers.
+De akkumulatie en de haar begeleidende concentratie, worden dus niet
+alleen op vele punten gesplitst, maar ook de aangroeing van de
+funktioneerende kapitalen, wordt doorkruist <span class=
+"pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name="pb262">262</a>]</span>door
+de vorming van nieuwe<span class="corr" id="xd19e7020" title=
+"Bron: -">,</span> en de splitsing van oude kapitalen. Doet zich
+daarvandaan de akkumulatie eenerzijds voor, als de aangroeiende
+concentratie der produktiemiddelen en van commando&rsquo;s over arbeid,
+zoo doet zij zich anderzijds aan ons kennen, als <span class=
+"ex">repulsie</span> (afstooting) van vele individueele kapitalen onder
+elkander.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7027" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Deze versplintering van het
+maatschappelijk totaal-kapitaal, in vele individueele kapitalen, of
+deze repulsie van zijn onderdeelen van elkander, werkt zijne attraktie
+tegen. Het is hier niet meer de eenvoudige, met de akkumulatie
+identieke, concentratie van produktiemiddelen en het commando over den
+arbeid, het is de concentratie van reeds gevormde kapitalen, de
+opheffing van hunne individueele zelfstandigheid, de onteigening van
+kapitalist door kapitalist, het omzetten van vele kleinere, in weinige
+grootere kapitalen. Dit proces onderscheidt zich van het eerste
+daardoor, dat het slechts veranderde verdeeling van reeds voorradige en
+funktioneerende kapitalen veronderstelt en zijn speelruimte, dus niet
+door de absolute wasdom van den maatschappelijken rijkdom of de
+absolute grenzen der akkumulatie wordt beperkt. Het kapitaal zwelt
+<span class="ex">hier</span>, in eene hand tot een groote massa aan,
+omdat het <span class="ex">daar</span>, in vele handen, verloren gaat.
+Dit is de eigenlijke centralisatie, in onderscheiding met akkumulatie
+en concentratie.&rdquo;</p>
+<p>Welke de wetten zijn, die deze centralisatie der kapitalen of de
+attrakties van kapitaal tot kapitaal beheerschen, wordt hier door Marx
+niet verder behandeld, dat geschiedt in het tweede deel van zijn werk.
+Eene aanduiding evenwel wordt hier in algemeene trekken gegeven:
+&bdquo;De concurrentiestrijd wordt gevoerd door de goedkoopermaking der
+waren. Deze goedkoopermaking der waren hangt, caeteris paribus, (onder
+overigens gelijke omstandigheden) af van de produktiviteit van den
+arbeid, deze echter weder, van de ontwikkelingstrap welke de produktie
+heeft bereikt. De grootere kapitalen verslaan daarvandaan de kleinere.
+Verder herinnert men zich, dat met de ontwikkeling van de
+kapitalistische produktiewijze, de minimum-omvang van het individueele
+kapitaal, dat benoodigd is om een bedrijf onder zijn normale
+voorwaarden te drijven, aangroeit. De kleinere kapitalen dringen zich
+daarvandaan in produktiespheren, welke door de groote industrie nog
+maar sporadisch, of onvolkomen zijn aangetast. De concurrentie werkt
+hier onvermoeid voort, in direkte verhouding tot het aantal, en in
+omgekeerde verhouding, tot de grootte der rivaliseerende kapitalen. Zij
+eindigt steeds met den ondergang van vele kleine kapitalisten, welker
+kapitalen, deels overgaan in handen van den overwinnaar, deels
+ondergaan. Afgezien hiervan, vormt zich nog met de kapitalistische
+produktiewijze <span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name=
+"pb263">263</a>]</span>een gansch nieuwe macht, het credietwezen, dat
+in zijn begin op den achtergrond,&mdash;als de bescheidene helper van
+de akkumulatie,&mdash;nu naar binnen sluipt langs onzichtbare draden,
+de over de oppervlakte der samenleving, in grootere of kleinere
+massa&rsquo;s verspreide geldmiddelen, in handen van individueele of
+met elkander <span class="corr" id="xd19e7040" title=
+"Bron: g&euml;associeerde">geassocieerde</span> kapitalisten trekt,
+maar dan schielijk een nieuw en vruchtbaar wapen wordt in den
+concurrentiestrijd, om zich ten slotte in een reusachtig sociaal
+mechanisme, dat tot centralisatie van kapitalen dient, te
+veranderen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De centralisatie<span class="corr" id="xd19e7045" title=
+"Niet in bron">,</span>&rdquo; zegt Marx verder, &bdquo;vervolkoment
+het werk der akkumulatie, doordien zij de industrieele kapitalisten in
+staat stelt, de voet hunner operaties uit te breiden. Hetzij dit
+laatste resultaat nu het gevolg is, van de akkumulatie of van de
+centralisatie; hetzij zich de centralisatie voltrekt langs den
+gewelddadigen weg van annexatie,&mdash;waar zekere kapitalen op zoo
+overwegende wijze gravitatie-middelpunten worden voor anderen, dat zij
+diens individueele cohesie breken en dan de op zichzelf-staande deelen
+tot zich trekken,&mdash;of dat de versmelting der reeds gevormde,
+respektievelijk in die vorming inbegrepen kapitalen, door middel van de
+geleidelijke aktie, door de vorming van naamlooze vennootschappen
+geschiedt&mdash;de economische uitwerking blijft dezelfde. De
+aangegroeide uitdijding van de industrieele &eacute;tablissementen,
+vormt overal het uitgangspunt voor een omvattender organisatie der
+totaal-arbeid van velen; voor een breeder ontwikkeling harer materieele
+drijfkrachten, d. w. z. voor de voortschrijdende revolutioneering van
+individueele, en volgens de traditie gedreven produktie-processen, in
+maatschappelijk-gecombineerde en wetenschappelijk-gedisponeerde
+produktieprocessen.&rdquo;</p>
+<p>Marx wijst er nog vervolgens op, dat de akkumulatie een veel
+langduriger proces is, dan de centralisatie. &bdquo;De wereld,&rdquo;
+zegt hij<span class="corr" id="xd19e7050" title="Niet in bron">,</span>
+&bdquo;ware nog niet van spoorwegen voorzien, als zij had moeten
+wachten, totdat de akkumulatie enkele kapitalisten ertoe gebracht had,
+opgewassen te zijn, tegen het bouwen van een spoorweg. De centralisatie
+daarentegen, heeft dit met een handomdraaien klaar gespeeld, door
+middel van de maatschappijen op aandeelen. En terwijl de centralisatie,
+aldus de werkingen der akkumulatie verhoogt en bespoedigt, breidt zij
+uit,&mdash;en bespoedigt zij gelijktijdig,&mdash;de omwentelingen in de
+technische samenstelling van het kapitaal, die deszelfs constant deel,
+doen vermeerderen op kosten van zijn variabel deel en daarmede de
+relatieve vraag naar arbeid doen verminderen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7054" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De door centralisatie, over nacht als het
+ware, teza&acirc;m gesmede kapitaal-massa&rsquo;s, reproduceeren en
+vermeerderen zich gelijk de <span class="pagenum">[<a id="pb264" href=
+"#pb264" name="pb264">264</a>]</span>anderen, slechts vlugger, en
+worden hiermede tot nieuwe, machtige hefboomen voor de maatschappelijke
+akkumulatie. Als er dus sprake is van vooruitgang der maatschappelijke
+akkumulatie, dan zijn daar&mdash;heden ten dage&mdash;de werkingen der
+centralisatie stilzwijgend onder begrepen.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De industrieele reservearm&eacute;e.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het, door de voortgang der akkumulatie, opnieuw
+gevormde kapitaal, verschaft in verhouding tot zijne grootte, steeds
+aan minder arbeiders werk. Gelijktijdig met de akkumulatie, gaat ook de
+revolutioneering van het oude kapitaal haren gang. Marx toonde het aan,
+hoe de centralisatie daarvoor de machtigste hefboom is. Volgens de
+Malthusianen is de &bdquo;overbevolking&rdquo; het gevolg hiervan, dat
+de levensmiddelen, (men moest zeggen: het variabel kapitaal)
+aangroeien, in de arithmetische progressie-reeks van 1: 2: 3: 4: 5:
+enz. terwijl de bevolking de <span class="corr" id="xd19e7064" title=
+"Bron: tendenz">tendens</span> heeft, zich in de <span class="corr" id=
+"xd19e7067" title="Bron: g&euml;ometrische">geometrische</span> reeks
+van 1: 2: 4: 8: 16: enz. te vermeerderen. Daarom leerden Malthus c. s.,
+dat de bevolking de produktie der levensmiddelen vooruit ijlde ten
+gevolge waarvan de ondeugd en de ellende ontstonden.</p>
+<p>Wat evenwel progressief voortgaat, is de afname van het variabel
+kapitaal, gelijktijdig met de wasdom van het totaal-kapitaal. Het
+variabel kapitaal, zoo het oorspronkelijk &frac12; was van het
+totaal-kapitaal, wordt progressief &#8531;, &frac14;, &#8533;, &#8537;
+enz. van het totaal-kapitaal. Marx zegt:</p>
+<p>&bdquo;Deze, door de wasdom van het totaal-kapitaal bespoedigde en
+sneller dan zijn eigen aanwas bespoedigde, relatieve afname van zijn
+variabel bestanddeel, schijnt aan de andere zijde, omgekeerd steeds
+sneller absolute aanwas der arbeidersbevolking te zijn, als aanwas van
+het variabel kapitaal of van de middelen ter hunner <span class="corr"
+id="xd19e7074" title="Bron: werk verschaffing">werkverschaffing</span>.
+De kapitalistische akkumulatie produceert veeleer, en wel in verhouding
+tot hare energie en haren omvang, gestadig eene relatieve, d. w. z.
+eene voor de gemiddelde behoefte tot waardemaking van het kapitaal
+overtollige, dus eene overvloedige of bijgevoegde
+arbeidersbevolking.&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Met de grootte van het reeds funktioneerend, maatschappelijk
+kapitaal en de graad van zijn aanwas; met de uitbreiding van de
+produktie-trappen en de massa der in beweging gezette arbeiders; met de
+ontwikkeling der produktiekracht hunner arbeid, met den breederen en
+volleren stroom van alle fonteinen des rijkdoms, verwijdt zich ook de
+ontwikkelingshoogte, waarop grootere attraktie der arbeiders door het
+kapitaal, met grootere repulsie van hetzelve verbonden is, nemen de
+snelheid van de wisseling in <span class="pagenum">[<a id="pb265" href=
+"#pb265" name="pb265">265</a>]</span>de organische samenstelling van
+het kapitaal en zijn technische vorm toe en zwelt de cirkel der
+produktiespheren aan, welke er dan gelijktijdig, dan bij afwisseling,
+door worden aangegrepen. Met de door haar zelf geproduceerde
+akkumulatie van het kapitaal, produceert de arbeidersbevolking alzoo,
+in steeds groeiender mate, de middelen voor haar eigene relatieve
+overtolligmaking. Dit is eene, aan de kapitalistische produktiewijze
+eigenaardige bevolkingswet, gelijk feitelijk elke produktiewijze, hare
+bijzondere, historisch geldende bevolkingswet heeft. Eene abstrakte
+bevolkingswet, kan alleen maar onder planten en dieren heerschen, in
+zooverre daar althans de mensch niet historisch ingrijpt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7082" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Waar evenwel een
+surplus-arbeidersbevolking, het noodwendig produkt is van de
+akkumulatie of van de ontwikkeling van den rijkdom op kapitalistischen
+grondslag, daar wordt deze arbeidersbevolking, omgekeerd, tot een
+hefboom der kapitalistische akkumulatie, ja, tot een
+bestaans-noodzakelijkheid voor de kapitalistische produktiewijze zelve.
+Zij vormt een disponibele, industrieele reserve-arm&eacute;e, die aan
+het kapitaal evenzoo absoluut toebehoort, alsof hij haar op zijn eigen
+kosten grootgebracht had. Zij schept het, voor zijne afwisselende
+waarde-scheppings-behoeften, steeds bereidvaardige, exploitabele
+menschen-materiaal, dat onafhankelijk is van de grenzen der feitelijke
+bevolkingstoename.&rdquo;</p>
+<p>Marx voert verder, historische en economische bewijzen uit de
+engelsche industrietoestanden aan, voor de absolute afname van het
+aantal aan den arbeid zijnde arbeiders, bij, naar verhouding
+gelijkblijvende, uitbreiding van de produktie. &bdquo;De beweging van
+de wetten van vraag en aanbod van den arbeid, op deze basis, voltooit
+de despotie van het kapitaal<span class="corr" id="xd19e7087" title=
+"Niet in bron">,</span>&rdquo; zegt hij. &bdquo;De ijzeren
+loonwet&rdquo; eveneens een dogma der oudere officieele economie, wordt
+echter daardoor geen werkelijkheid.</p>
+<p>&bdquo;Zoodra,<span class="corr" id="xd19e7092" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> eindigt Marx hier, &bdquo;de arbeiders
+achter het geheim komen, dat in dezelfde mate waarin zij meer arbeiden,
+meer vreemden rijkdom produceeren, en de produktiekracht hunner arbeid
+aangroeit, zelfs hunne funktie, als een middel tot waardeschepping voor
+het kapitaal, meer precair voor hen wordt; zoodra zij ontdekken, dat de
+intensiteitsgraad van de concurrentie onder hen, zelfs geheel en al van
+den druk der relatieve overbevolking afhankelijk geworden is; zoodra
+zij daarvandaan door <span class="corr" id="xd19e7095" title=
+"Bron: Trades-Unions">Trade Unions</span> enz. een planmatige
+samenwerking tusschen arbeidenden en arbeidsloozen pogen te
+organiseeren, om de ru&iuml;neerende gevolgen van deze natuurwet der
+kapitalistische produktiewijze op hunne klasse, te breken of te
+verzwakken, toornen het kapitalisme en zijn sykophanten, de
+staathuishoudkunde, terstond <span class="pagenum">[<a id="pb266" href=
+"#pb266" name="pb266">266</a>]</span>over aantasting der
+&bdquo;eeuwige&rdquo; en om zoo te zeggen &bdquo;heilige&rdquo; wetten
+van vraag en aanbod. Elke samenwerking tusschen arbeidenden en
+arbeidsloozen, stoort dan namelijk het &bdquo;zuivere&rdquo; spel van
+deze wet! Zoodra anderzijds echter, in de koloni&euml;n bijv.,
+tegenwerkende omstandigheden, de schepping der industrieele
+reserve-armee en met haar, de absolute afhankelijkheid der
+arbeidersklasse van de kapitalistenklasse verhinderen, rebelleert het
+kapitaal tegen deze &bdquo;heilige&rdquo; wet van vraag en toevoer en
+zoekt haar door dwangmiddelen op te heffen.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267" name="pb267">267</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3.10" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">Hoofdstuk X.</h2>
+<h2 class="main">De <span class="corr" id="xd19e7106" title=
+"Bron: tendenzen">tendensen</span> der kapitalistische
+produktiewijze.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Zagen wij tot nog toe, hoe het kapitaal zijn eigen
+bestaansvoorwaarden, steeds van voren af aan, op nieuw voortbrengt, het
+is ons tevens duidelijk geworden, dat er oorspronkelijk voorwaarden
+aanwezig moeten geweest zijn, waaronder dit zich kon ontwikkelen, tot
+het moderne kapitalisme dat wij kennen.</p>
+<p>Het vierentwintigste hoofdstuk van Bd. I van &bdquo;<span lang=
+"de">Das Kapital</span>&rdquo; bevat een uitvoerig onderzoek van
+buitengewone historische waarde; dit hoofdstuk is getiteld: &bdquo;De
+zoogenaamde oorspronkelijke akkumulatie&rdquo;. Marx wendt zich daarin
+tegelijkertijd, polemisch tegen de officieele staathuishoudkunde en
+tegen hare beschouwing van den oorsprong van het moderne
+kapitalisme.</p>
+<p>&bdquo;De geheimen van de oorspronkelijke akkumulatie,&rdquo; zoo is
+de eerste paragraaf van dit klassieke hoofdstuk genoemd, die aldus
+aanvangt:</p>
+<p>&bdquo;Men heeft gezien hoe geld tot kapitaal wordt; door kapitaal
+tot m&eacute;&eacute;rwaarde en uit die m&eacute;&eacute;rwaarde, meer
+kapitaal gemaakt wordt. Intusschen heeft de akkumulatie van het
+kapitaal de m&eacute;&eacute;rwaarde tot voorwaarde, de
+m&eacute;&eacute;rwaarde op haren beurt, de kapitalistische
+produktiewijze, deze heeft evenwel het aanwezig zijn van grootere
+massa&rsquo;s van kapitaal en van arbeidskracht, in handen van
+warenproducenten tot voorwaarde. Deze geheele beweging nu, schijnt
+aldus te draaien in een vicieusen cirkel, waar wij alleen kunnen
+uitkomen, wanneer wij eene,&mdash;aan de kapitalistische akkumulatie
+voorafgaande&mdash;&bdquo;oorspronkelijke&rdquo; akkumulatie,
+(&bdquo;<span lang="en">precious accumulation</span>&rdquo; volgens Ad.
+Smith), veronderstellen; eene akkumulatie, welke niet het <span class=
+"ex">resultaat</span>, van de kapitalistische produktiewijze, maar
+alleen maar, haar <span class="ex">uitgangspunt</span> vormt.
+<span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name=
+"pb268">268</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Deze oorspronkelijke akkumulatie, speelt in de
+staathuishoudkunde dezelfde rol, die de zondenval speelt in de
+theologie. Adam beet in den appel en daardoor kwam de zonde over het
+menschelijk geslacht! Hare oorsprong wordt ons verklaard, doordien zij
+ons, als eene anecdote uit het verleden wordt verteld. In een lang
+vervlogen tijd, bestond er aan den eenen kant, eene vlijtige,
+<span class="corr" id="xd19e7132" title=
+"Bron: intellegente">intelligente</span> en v&oacute;&oacute;r alles,
+eene spaarzame &eacute;lite, en aan den anderen kant, eene luierende,
+al het hunne en meer dan dat, verbrassende troep schooierds. De legende
+van de theologische zondeval, vertelt ons alleen maar, hoe de mensch
+ertoe verdoemd werd, zijn brood in &rsquo;t zweet zijns aanschijns te
+moeten eten, de historie van de economische zondeval evenwel, onthult
+ons, hoe er lieden zijn, die ook d&aacute;t niet noodig hebben. Het
+komt echter op &rsquo;t zelfde neer. Maar zoo zou het dan gekomen zijn,
+dat de eersten, rijkdom konden akkumuleeren, en de laatsten ten slotte
+niets meer over hadden dan hun eigen huid. En van af deze zondeval,
+dateert de armoede van de groote massa, die altijd nog, ondanks al
+haren arbeid, niets te verkoopen heeft als zichzelve, nevens den
+rijkdom der weinigen, die voortdurend aangroeit, alhoewel dezen reeds
+lang opgehouden hebben te arbeiden&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Geld en waren, zijn niet <i>a priori</i> kapitaal, evenzoomin
+als produktie- en levensmiddelen. Zij moeten tot kapitaal worden
+omgezet. Deze verandering zelve, kan slechts geschieden onder bepaalde
+omstandigheden, die zich daarheen toespitsen, dat twee&euml;rlei zeer
+verschillende soorten van warenbezitters, elkander moeten tegemoet- en
+met elkander in contakt moeten komen; aan de eene zijde eigenaren van
+geld, produktie- en levensmiddelen,&mdash;want het geldt, de in hun
+bezit zijnde som van waarden weder tot waarde te maken, door middel van
+den aankoop van vreemde arbeidskracht,&mdash;aan den anderen kant vrije
+arbeiders, verkoopers van de eigen arbeidskracht en daardoor verkoopers
+van arbeid. Vrije arbeiders in dien dubbelen zin, dat zij, noch zelven
+onmiddellijk behooren tot de produktiemiddelen, zooals slaven,
+lijfeigenen etc., noch de produktiemiddelen h&egrave;n toebehooren,
+zooals bij den het eigenbedrijf voerenden boer enz. dit het geval is.
+Zij moeten daarvan los en leeg zijn. Met deze polarisatie (vaststelling
+der beide polen) van de warenmarkt, zijn de grondvoorwaarden voor de
+kapitalistische produktiewijze gegeven. De kapitaalsverhouding, stelt
+de scheiding van de arbeiders en hun eigendom aan de
+verwerkelijkingsvoorwaarden van den arbeid, op den voorgrond. Zoodra de
+kapitalistische productiewijze eenmaal op eigen beenen staat, is deze
+scheiding niet alleen aanwezig, maar reproduceert zij zich telkens
+weder, op steeds uitgebreider schaal. Het proces dat de
+kapitaalsverhouding <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269"
+name="pb269">269</a>]</span>schept, kan alzoo niets anders zijn, dan
+het scheidingsproces van den arbeider van het bezit zijner
+arbeidsvoorwaarden; een proces, dat eenerzijds de maatschappelijke
+levens- en produktiemiddelen in kapitaal verandert, anderzijds de
+onmiddellijke producenten in loonarbeiders. De zoogenaamde
+oorspronkelijke akkumulatie, is niets anders, dan het historische
+scheidingsproces van producent en produktiemiddelen. Zij schijnt ons
+eene &bdquo;oorspronkelijke&rdquo; toe, omdat zij de
+v&oacute;&oacute;rgeschiedenis van het kapitaal en de aan hem
+beantwoordende produktiewijze, uitmaakt.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7143" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De economische struktuur der
+kapitalistische samenleving is voortgekomen uit de economische
+struktuur van de feodale maatschappij. De oplossing van deze, heeft de
+elementen voor gene, vrij doen komen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7147" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De onmiddellijke producent, de arbeider,
+kon eerst d&agrave;n over zijn persoon beschikken, nadat hij had
+opgehouden geketend te zijn aan den bodem en aan een ander persoon
+lijfeigen of onderhoorig te wezen. Om een vrijen verkooper van
+arbeidskracht te kunnen worden, die zijne <span class="ex">waar</span>
+overal heendragen kan, waar een markt daarvoor te vinden is, moest hij
+vervolgens, aan de heerschappij van gilden, met hunne leerlingen- en
+gezellenverordeningen en beperkende arbeidsvoorwaarden, zijn ontgroeid.
+Daardoor schijnt ons de historische beweging, welke de producenten in
+loonarbeiders verandert, eenerzijds toe, als eene bevrijding van de
+dienstbaarheid en gildedwang,&mdash;en het is dan ook deze zijde
+alleen, die er voor de geschiedschrijving van onze burgerlijke economie
+bestaat. Maar aan de andere zijde evenwel, werden deze nieuw-bevrijden,
+eerst verkoopers van zich zelven, n&agrave;dat hun, al hunne
+<span class="corr" id="xd19e7153" title=
+"Bron: produktie-middelen">produktiemiddelen</span>, en hun alle, door
+de oude <span class="corr" id="xd19e7156" title=
+"Bron: feadale">feodale</span> inrichtingen van de maatschappij
+aangeboden garanties voor een bestaan waren geroofd geworden. En deze
+geschiedenis der expropriatie<a id="xd19e7159" name="xd19e7159"></a>
+(onteigening), is in de annalen der menschheid, gegrift, met sporen van
+bloed en vuur.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7162" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De industrieele kapitalisten, deze nieuwe
+potentaten, moesten hunnerzijds, niet alleen de handwerkmeesters der
+Gilden verdringen, maar ook in het bezit komen van de bronnen van
+rijkdom, die in het bezit waren van de feodale Heeren. Van deze zijde,
+doet zich hunne opkomst dan ook kennen, als een vrucht van den
+zegenrijken strijd, zoowel tegen de feodale machten en hunne
+opstandverwekkende voorrechten, als tegen de Gilden en de banden welke
+dezen, aan de vrije ontwikkeling der produktie en aan de vrije
+uitbuiting van menschen door menschen, hadden in den weg gelegd. De
+ridders van de industrie, speelden het <span class="corr" id=
+"xd19e7165" title="Bron: nochthans">nochtans</span> alleen daardoor
+klaar, de ridders van den degen te <span class="pagenum">[<a id="pb270"
+href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>verdringen, doordien zij
+gebeurtenissen uitbuitten, waaraan zij gansch onschuldig waren. Zij
+hebben zich naar boven gewerkt door middelen, even zoo gemeen, als die
+waardoor de romeinsche vrijgelatene zich, voormaals, tot heer van zijn
+patronus heeft weten te maken.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7172" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Het uitgangspunt der ontwikkeling, die
+zoowel de loonarbeiders, als de kapitalisten heeft voortgebracht, was
+de knechtschap der arbeiders. De voortgang, bestond in een verwisseling
+van den vorm dezer knechtschap; in de verandering van de feodale, in de
+kapitalistische maatschappij. Om haren gang te begrijpen, behoeven wij
+in het geheel niet zoo v&egrave;r in de geschiedenis terug te gaan.
+Alhoewel wij den eersten <span class="corr" id="xd19e7175" title=
+"Bron: aanvang en">aanvangen</span> van de kapitalistische
+produktiewijze, reeds in de 14<sup>e</sup> en 15<sup>e</sup> eeuw in
+eenige steden aan de Middellandsche Zee sporadisch tegenkomen, dateert
+de aera van het kapitalisme, eerst van af de 16<sup>e</sup> eeuw. Daar
+waar zij optreedt, is de opheffing van de lijfeigenschap reeds lang een
+voldongen feit, en het glanspunt van de Middeleeuwen, het bestaan van
+de souvereine steden, is daar een geruimen tijd reeds aan het
+verbleeken.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7188" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Historisch, hun tijdperk kenteekenend in
+de geschiedenis der oorspronkelijke akkumulatie, zijn alle revoluties,
+die der zich vormende kapitalisten-klasse als hefboomen dienden; voor
+alles evenwel die momenten, waarin groote menschenmassa&rsquo;s
+plotseling en gewelddadig van hunne bestaansmiddelen werden losgerukt
+en als vogelvrije proletari&euml;rs op de arbeidsmarkt werden
+geslingerd. Deze expropriatie van de landelijke producenten, van de
+boeren, van grond en bodem, vormt de grondslag van dit gansche proces.
+Hare geschiedenis neemt in verschillende landen, verschillende kleuren
+aan en doorloopt verschillende phazen in verschillende
+achtereenvolgende reeksen en in <span class="corr" id="xd19e7191"
+title="Bron: verschill nde">verschillende</span> tijdperken der
+geschiedenis. Alleen in die van Engeland, bezit zij een klassieken
+vorm.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>De historische bewijzen, die Marx vervolgens aanhaalt om aan te
+toonen, op welk een gewelddadige manier men in den aanvang van het
+kapitalistisch stelsel in Engeland, zich van den bodem der vrije boeren
+heeft bemachtigd, welke men dan bovendien naar de steden heeft gejaagd,
+om ze aldaar bij de industrie als loonarbeiders in te lijven, zijn een
+doorloopende staving voor het voorgaande.</p>
+<p>Zoowel tot beschutting van den eigendom tegen vagebonden (in den
+regel van hunnen grond beroofde eigen-boeren), als <span class=
+"pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name="pb271">271</a>]</span>ter
+bevordering van de omzetting van gemeenschappelijk eigendom in
+privaat-eigendom, zoo als Marx dit, met historische feiten in de hand,
+van Engeland weergeeft, zoo trad de staatsmacht ook daar handelend op,
+waar het gold de arbeiders te doen gewennen, aan de subordinatie en de
+discipline van het kapitalisme. Strenge wetten stelde de Staat, zoowel
+op de vagabondage (z. g. n. bloedwetgeving onder Hendrik VIII in 1530
+en onder Elisabeth in 1572); als op het maximum dat het arbeidsloon
+mocht bedragen, en tegen arbeiders-coalities. Deze laatsten bleven in
+Engeland nog heerschen, tot aan het jaar 1825, toen zij moesten
+bezwijken voor den drang der arbeiders. Dit hoofdstuk over de
+&bdquo;<span class="ex">onteigening van het landvolk van grond en
+bodem</span>&rdquo;, eindigt Marx aldus:</p>
+<p>&bdquo;De roof der kerkelijke goederen, de frauduleuze ontvreemding
+van de staatsdomeinen, de diefstal van gemeenschappelijk-eigendom; de
+usurpatorische en met onbarmhartig terrorisme voltrokken
+revolutioneering van Feodaal en Clan-eigendom (zooals bijv. in
+Schotland), in modern privaat-eigendom, dat waren evenzoovele
+idyllische methodes van de oorspronkelijke akkumulatie. Zij veroverden
+het veld voor de kapitalistische agrikultuur, lijfden den grond en den
+bodem bij het kapitaal in, en schiepen daarmede voor de
+industrie&euml;n in de steden, de noodige toevoer van een vogelvrij
+proletariaat.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Met het proletariaat, ontstond evenwel ook, de inwendige markt voor
+het kapitaal. Vroeger produceerde elke boerenfamilie zelf
+levensmiddelen en de voorwerpen voor huiselijk gebruik, die zij noodig
+had. Thans werd dit natuurlijk ook anders. De levensmiddelen kwamen,
+met de opkomst van het kapitalisme in de voortbrenging, als
+<span class="ex">waren</span> op de markt. De produkten der
+kapitalistische industrie,&mdash;in dit tijdstip: de periode der
+Manufaktuur,&mdash;vonden nu hunnen aftrek bij de loonarbeiders der
+industrie van de groote landgoederen, zoo ook bij de boeren zelf.
+Veeltijds was hun land te klein geworden, om ze voort te brengen; de
+landbouw werd voor hen tot nevenbedrijf en de huisindustrie voor het
+doel van eigen verbruik, trad op den achtergrond en maakte plaats voor
+een huisindustrie, die <span class="ex"><span class="corr" id=
+"xd19e7215" title="Bron: waren">was</span></span> voortbracht voor de
+<span class="ex">kapitalisten</span>. Voor den koopman in den aanvang,
+maar later voor den landelijken industrieel; eene der afschuwelijkste,
+maar tevens een der meest winstgevende vormen, van de kapitalistische
+uitbuiting.</p>
+<p>&bdquo;Zoo gaat,&rdquo; zegt Marx, &bdquo;hand aan hand met de
+expropriatie <span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name=
+"pb272">272</a>]</span>van vroeger hun eigen-bedrijf beoefenende boeren
+en met de losmaking van hunne produktiemiddelen, de vernietiging van
+landelijke nevenindustrie, het scheidingsproces van manufaktuur en
+agrikultuur.&rdquo;</p>
+<p>Een volgende paragraaf betitelt Marx:</p>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">Het Genesis der industrieele kapitalisten.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Hij schetst daarin het ontstaan van het
+industrie-kapitaal.</p>
+<p>Wij zagen n.l. hoe het eigenlijke proletariaat werd geschapen, wij
+zagen ook hoe de kunstmatige overbevolking geschapen werd. Waarvan
+stamden evenwel, die groote kapitaalsrijkdommen in weinige handen, die
+de grondslag konden vormen, voor een verdere ontwikkeling van de
+kapitalistische produktiewijze?</p>
+<p>De middeleeuwen kenden, als van uit de oudheid overge&euml;rfd, twee
+soorten van kapitaal: het woekerkapitaal en het koopmanskapitaal.
+Sedert de Kruistochten toch, was het handelsverkeer met het Oosten
+verbazend toegenomen en daarmede het koopmanskapitaal, en deszelfs
+centralisatie, in betrekkelijk weinige handen. Maar deze bronnen waren
+<span class="corr" id="xd19e7236" title=
+"Bron: nochthans">nochtans</span> de eenige niet.</p>
+<p>&bdquo;Het door woeker en handel gevormde geldkapitaal, werd door
+het feodale staatswezen op het land; door de gilde-inrichting in de
+steden, in zijne revolutioneering tot industrieel kapitaal gehinderd.
+Deze beperkingen, vervielen met de oplossing der feodale
+gevolgschappen, met de expropriatie en met de gedeeltelijke verjaging
+van het landvolk. De nieuwe Manufaktuur werd dan in een zee-exporthaven
+opgericht, of op zekere punten van het platteland, waar zij buiten de
+contr&ocirc;le van het oude stadswezen en zijn gildewetten stond. In
+Engeland, heerschte daardoor een langen verbitterde strijd van de
+corporate towns, tegen deze nieuwe industrieele <span class="corr" id=
+"xd19e7241" title=
+"Bron: aan plant-scholen">aanplant-scholen</span>.</p>
+<p>&bdquo;De ontdekking van goud- en zilverlanden in Amerika, de
+uitroeing en verslaving der ingezeten bevolking in de mijnen; de
+aangevangen verovering van Oost-Indi&euml;; de verandering van Afrika,
+in een jachtveld naar zwarte slaven, zij allen teekenen de dageraad van
+de kapitalistische produktie-aera. Deze idyllische processen, vormen de
+hoofdmomenten van de oorspronkelijke akkumulatie. Op den voet worden
+zij gevolgd, door de handelsoorlogen der Europeesche naties, met het
+aardrond als toeschouwplaats. Deze worden geopend, door den afval der
+Nederlanden van Spanje, nemen een reusachtigen omvang aan in
+Engeland&rsquo;s anti-Jakobussenoorlog, terwijl zij nog voort spelen,
+in de opiumoorlogen tegen China, enz.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7247" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De verschillende momenten der
+oorspronkelijke akkumulatie, <span class="pagenum">[<a id="pb273" href=
+"#pb273" name="pb273">273</a>]</span>verdeelen zich nu meer of minder,
+naar tijdelijke rij-opvolging namelijk, over Spanje, Portugal,
+Nederland, Frankrijk en Engeland. In Engeland worden zij aan het einde
+van de 17<sup>e</sup> eeuw, systematisch tezamengevat in <span class=
+"corr" id="xd19e7255" title=
+"Bron: kolaniaal-systeem">koloniaal-systeem</span>,
+staatsschulden-systeem, modern belastingsysteem en protektiesysteem.
+Deze methoden, berusten zelfs voor een deel op het brutaalste geweld,
+bijv. bij het koloniale systeem. Allen evenwel, nemen de Staatsmacht
+daartoe in hun dienst,&mdash;deze geconcentreerde en georganiseerde
+macht in de samenleving,&mdash;ten einde het revolutioneeringsproces
+van de feodale<a id="xd19e7258" name="xd19e7258"></a> in de
+kapitalistische produktiewijze, kunstmatig te bevorderen en de
+overgangen daarvan, af te korten. Het geweld, is de vroedmeester van
+elke oude samenleving, die met een nieuwe zwanger gaat. Hij-zelf is een
+economische macht.&rdquo;</p>
+<p>Marx voert nog, in dit hoofdstuk tal van bewijzen van uitbuiting
+aan, door het Engelsche koloniale systeem en het systeem van het
+openbare crediet, dat der staatsschulden. Hij zegt: &bdquo;het
+protektiesysteem was een middel tot <a id="xd19e7262" name=
+"xd19e7262"></a>het fabriceeren van onafhankelijke fabrikanten, tot het
+onteigenen van onafhankelijke arbeiders, om nationale produktie- en
+levensmiddelen te verkapitaliseeren en de overgang, van uit de
+oude<a id="xd19e7264" name="xd19e7264"></a> in de moderne
+produktiewijze, op gewelddadige wijze te verkorten. De Europeesche
+staten verscheurden zich, om het patent dezer uitvinding te bekomen en
+eenmaal in dienst van de plusmakers getreden, brandschatten zij ten
+diens behoeve, niet alleen het eigen volk, indirekt door beschermende
+rechten, maar ook direkt door exportpremies enz. In de afhankelijke
+naburige landen, werden alle industrie&euml;n gewelddadig uitgeroeid,
+zooals dit bijv. geschiedde met de Iersche wolmanufaktuur door
+Engeland. Op het Europeesche vasteland werd, naar Colbert&rsquo;s
+voorbeeld, dit proces nog zeer vereenvoudigd. Het oorspronkelijke
+kapitaal, dat de industrieelen behoefden, vloeide hier voor een deel
+zelfs direkt uit de staatsschatkist.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Met de ontwikkeling der kapitalistische produktie gedurende
+de Manufaktuur-periode, had de publieke opinie in Europa, de laatste
+rest van haar schaamtegevoel en haar geweten ingeboet. De naties
+renommeerden op cynische wijze met elke infamie, die een middel tot
+kapitaals-akkumulatie kon zijn&rdquo;....</p>
+<p>&bdquo;Terwijl zij de kinderslavernij in Engeland invoerde, gaf de
+katoenindustrie tegelijkertijd den stoot, tot omzetting van de vroeger
+meer of minder patriarchale slaven-economie in de Vereenigde Staten, in
+een commercieel exploitatiesysteem. Over het algemeen, behoefde de
+omsluierde slavernij van de loonarbeiders in Europa, dan ook tot
+pi&egrave;destal, de slavernij sans phrase in de nieuwe Wereld.
+<span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name=
+"pb274">274</a>]</span></p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7272" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span><span lang="la">Tantae molis erat</span>,
+&bdquo;de eeuwige&rdquo; natuurwetten van de kapitalistische
+produktiewijze te ontbinden, het scheidingsproces tusschen arbeiders en
+arbeidsvoorwaarden te voltrekken; op de eene pool, de maatschappelijke
+produktie- en levensmiddelen in kapitaal om te zetten, op de tegenpool,
+de volksmassa in loonarbeiders, in vrije &bdquo;arbeidende
+armen&rdquo;, d&agrave;t was het kunstprodukt, dat de moderne
+geschiedenis ons aanbood. Wanneer het geld, volgens Augier, &bdquo;met
+natuurlijke bloedvlekken op den wang ter wereld komt&rdquo;, dan is het
+kapitaal ter wereld gekomen, besmet van kop tot teenen en druipend uit
+alle pori&euml;n, van bloed en vuil.&rdquo;</p>
+<p>Het nu volgende hoofdstuk handelt over:</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2 section"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">De historische zending van de kapitalistische
+akkumulatie.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In een kort overzicht, resumeert hier Marx de
+resultaten, uit zijn analyse en zijn onderzoek gewonnen. Thans gaat hij
+over tot het bepalen van de richting die het kapitalisme, eenmaal
+gekomen op de hoogte waarop het staat, consekwent en op de weg der
+ontwikkeling voortgaande, zal volgen. Marx heeft hier niet anders
+gedaan, dan in groote lijnen den <span class="ex">weg</span> van het
+proces aangegeven, niet de <span class="ex">snelheid</span> van dit
+proces, dat door tal van omstandigheden, soms kan worden onderbroken,
+soms kan worden vertraagd. Dit zagen wij ook reeds uit Marx zelf, bij
+het schetsen o. a. van het concentratieproces van het kapitaal. Men
+heeft Marx vaak, moedwillig zelfs, onderschoven, een profetie te hebben
+gegeven in deze bladzijden voor het heden, en dan verklaard, dat deze
+niet &bdquo;uit is gekomen!&rdquo; Het is zeker zeer gemakkelijk, eerst
+een carricatuur te maken van groote denkbeelden, die afgeleid zijn uit
+ervaring en analyse,&mdash;de grondpijlers voor elk wetenschappelijk
+onderzoek,&mdash;en dan deze te gaan bespotten. Marx profeteert niets.
+Marx leerde ons uit het verleden, het heden, uit het heden de toekomst
+af te leiden. Niet de toekomst-<span class="ex">maatschappij</span>,
+die eene afspiegeling zal moeten zijn van de economische en politieke
+verhoudingen, die dan de heerschende zullen zijn, maar van de
+toekomstige <span class="ex">oplossing van het kapitalistisch
+produktiesysteem</span>. Marx zegt dan:</p>
+<p>&bdquo;Zoodra dit omwentelingsproces (van de oude verhoudingen tot
+zuiver privaat-kapitalistische) naar diepte en naar omvang, de oude
+samenleving in genoegzame mate heeft gerevolutioneerd; zoodra de
+arbeiders in proletari&euml;rs, hunne arbeidsvoorwaarden in kapitaal
+zijn omgezet, zoodra de kapitalistische produktiewijze op eigen beenen
+staat, verkrijgen de verdere socialiseering <span class=
+"pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>van
+den arbeid en de verdere verandering van den bodem en andere
+produktiemiddelen in maatschappelijk uitgebuitte, dus
+gemeenschappelijke produktiemiddelen, daarvandaan ook de verdere
+onteigening van den privaatbezitters, eenen nieuwen vorm. Wat thans
+onteigend moet worden, is niet langer meer de, zijn bedrijf zelf
+uitoefenenden arbeider, maar het is de vele-arbeiders-exploiteerende
+kapitalist!</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7302" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Deze onteigening voltrekt zich, door de
+werking van de <span class="corr" id="xd19e7305" title=
+"Bron: immannente">immanente</span> wetten der kapitalistische
+productiewijze-zelf: door de centralisatie der kapitalen. E&eacute;n
+kapitalist slaat er velen dood. Hand-aan-hand met deze centralisatie,
+of expropriatie van vele kapitalisten door weinigen, ontwikkelt zich de
+co&ouml;peratieve vorm van het arbeidsproces, op steeds stijgender
+ontwikkelingstrap; de bewuste, technische toepassing van de wetenschap;
+de planmatige uitbuiting van de aarde; de revolutioneering van de
+arbeidsmiddelen, in slechts gemeenschappelijk te gebruiken
+arbeidsmiddelen, de economiseering van alle produktiemiddelen, door hun
+gebruik als produktiemiddelen van gecombineerden maatschappelijken
+arbeid; de omslingering van alle volken in het net van de wereldmarkt,
+en daarmede, het internationale karakter van het kapitalistische
+r&eacute;gime. Met het gestadig afnemende aantal kapitaal-magnaten,
+welke alle voordeelen van dit omwentelingsproces usurpeeren en
+monopoliseeren, groeien de massa van ellende en van verdrukking, de
+knechtschap, de ontaarding en de uitbuiting aan, maar &oacute;&oacute;k
+de opstand daartegen, van de steeds aanzwellende en door het mechanisme
+van het kapitalistisch produktieproces-zelf, geschoolde, vereenigde en
+georganiseerde arbeidersklasse. Het kapitaal-monopolie wordt tot een
+band voor de produktiewijze, die met en onder haar is opgebloeid. De
+centralisatie der produktiemiddelen en de socialiseering van den
+arbeid, bereiken een punt, waarop zij onverdragelijk worden met dit hun
+<span class="corr" id="xd19e7308" title=
+"Bron: kapitalisch">kapitalistisch</span> omhulsel. Dat springt dan
+uiteen. Het uur der kapitalistische productiewijze heeft dan geslagen.
+De onteigenaars worden onteigend.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7312" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De, uit de kapitalistische produktiewijze
+voortkomende kapitalistische toeeigeningswijze, de kapitalistische
+eigendom dus, is de eerste negatie van het individueele, op
+eigen-arbeid gebaseerde, privaat-eigendom. Maar de kapitalistische
+produktiewijze, brengt met de noodzakelijkheid van een natuurproces,
+hare eigene negatie voort. Er is dus hier negatie van de negatie. Deze
+herstelt niet het privaat-eigendom, maar wel het individueele eigendom
+weder, op <span class="corr" id="xd19e7315" title=
+"Bron: dengrondslag">den grondslag</span> van het door de
+kapitalistische aera veroverde: de co&ouml;peratieve arbeid en het
+gemeenschappelijk bezit van de aarde <span class="pagenum">[<a id=
+"pb276" href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span>benevens de door den
+arbeid zelve geproduceerde produktiemiddelen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd19e7321" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De revolutioneering van het, op eigen
+arbeid der individuen berustende, versplinterde privaat-eigendom in den
+kapitalistischen, is natuurlijk een proces, onevenredig langdurig, hard
+en moeielijk, aan de revolutioneering van den feitelijk reeds op
+maatschappelijken grondslag berustenden, kapitalistischen eigendom, in
+maatschappelijken. <span class="ex">D&aacute;&aacute;r</span> was het
+te doen, om de expropriatie van de geheele volksmassa door enkele
+overweldigers, <span class="ex">hier</span> zal het te doen zijn, om de
+onteigening van enkele overweldigers door de gezamenlijke
+volksmassa.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277"
+name="pb277">277</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="main">Slot.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Met deze uiteenzetting van de kritiek, door Marx
+geoefend op het kapitalisme, is het belangrijkste, uit het Eerste deel
+van &bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo; in hoofdtrekken
+we&ecirc;rgegeven. De inhoud der volgende deelen, die tot nog toe
+verschenen zijn, hier weer te geven, zou een dubbel zoo dik boek als
+dit is, noodzakelijk maken. Marx behandelt in de andere deelen, den zoo
+belangrijken d&eacute;tailarbeid, die voortsproot uit de algemeene
+wedergave van zijn critiek en van zijne analyse van het kapitalistisch
+produktieproces. Deze volgende deelen, zijn dan ook in hooge mate
+interessant voor den vak-geleerde, maar eigenen zich uiteraard niet,
+tot een eenigszins populaire verkorting.</p>
+<p>Wat het hier we&ecirc;rgegevene betreft, verklaren wij,&mdash;en dit
+is om alle misverstand op te heffen,&mdash;slechts op de <span class=
+"ex">belangrijkste</span> gedeelten uit Marx de aandacht te hebben
+gevestigd. Uit den aard van de zaak moet dit dus wel onvolledig werk
+zijn.</p>
+<p>De ruimte waaraan wij gebonden waren, heeft ons overal zeer groote
+beperkingen opgelegd.</p>
+<p>Waar het vervolgens mogelijk en doenbaar was, lieten wij Marx met
+zijn eigen woorden en in zijn eigen taal aan het woord. Het noodige
+verband is er door ons,&mdash;hier en daar door middel van de populaire
+uiteenzetting van Karel Kautsky daarbij te gebruiken,&mdash;aan de
+brokstukken toegevoegd. Maar wij vleien ons, den gemiddelden lezer, een
+goed begrip te hebben gegeven van Marx&rsquo; denkbeelden. Zoo ook van
+zijn levenswerk &bdquo;<span lang="de">Das Kapital</span>&rdquo; voor
+een belangrijk gedeelte, duidelijk te hebben ontwikkeld, datgene, wat
+er, naar men zou kunnen zeggen, de grondpijlers van vormt. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">I</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="main">Inhoud.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first tocChapter"><a href="#voorwoord">Voorwoord</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">Bladz. I.</span></p>
+<p class="tocChapter"><a href="#inleiding">Inleiding</a>.
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">Bladz.
+VII.</span></p>
+<p class="tocArgument">Beteekenis van het socialisme, <span class=
+"corr" id="xd19e7374" title="Bron: blaz.">bladz.</span> VI. Communisme
+der Evangelie&euml;n en Middeneeuwen, bladz. VII. Wortels van de
+moderne sociaal-demokratie: Plato, Thomas Morus, Sekten
+v&oacute;&oacute;r de Hervorming, bladz. VIII. Sekte der Kwakers: John
+Bellers;&mdash;Staatsromans van Thomas Hobbes en in de 18<sup>e</sup>
+eeuw&mdash;&bdquo;Testament van Jean Meslier&rdquo;<span class="corr"
+id="xd19e7380" title="Niet in bron">,</span> bladz. X. Utopie&euml;n
+der 18<sup>e</sup> eeuw: Morelly, de Mably, Brissot de Warville, bladz.
+XI.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#pt1"><i>Eerste Gedeelte</i></a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">Bladz. 13.</span></p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch1.1">Hoofdstuk I</a>.</p>
+<p class="tocArgument">De Fransche Revolutie van 1789<span class="corr"
+id="xd19e7400" title="Bron: .">,</span> bladz. 13. Jean Paul Marat,
+Fran&ccedil;ois Boissel<span class="corr" id="xd19e7403" title=
+"Niet in bron">,</span> bladz. 14. Saint-Just en Babeuf<span class=
+"corr" id="xd19e7406" title="Niet in bron">,</span> bladz. 15. Het
+Eerste fransche Keizerrijk, bladz. 18.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch1.2">Hoofdstuk II</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">Bladz. 20.</span></p>
+<p class="tocArgument"><span class="ex">De Socialistische
+Utopisten</span>. Graaf de Saint-Simon, bladz. 21. Brieven uit
+Gen&egrave;ve, bladz. 22. &bdquo;Inleiding tot een wetenschappelijken
+arbeid der 19<sup>e</sup> eeuw&rdquo;, bladz. 24. Saint-Simon&rsquo;s
+ethiek, bladz. 25. Over de hervorming van de europeesche samenleving,
+bladz. 27. &bdquo;Over de Industrie<span class="corr" id="xd19e7423"
+title="Bron: ,&rdquo;">&rdquo;,</span> bladz. 28. Verhandelingen
+<span class="corr" id="xd19e7426" title="Bron: overder">over de</span>
+politiek,&mdash;Scheiding van Saint-Simon en A. Thierry, bladz. 31.
+Verschijning van L&rsquo;organisateur; le &bdquo;Parabole&rdquo; (de
+gelijkenissen)<span class="corr" id="xd19e7429" title=
+"Niet in bron">,</span> bladz. 32. &bdquo;Het nieuwe
+Christendom,&rdquo; bladz. 35. Saint-Simon&rsquo;s einde, bladz.
+39.</p>
+<p class="tocArgument">Charles Fourier, bladz. 40. &bdquo;Theorie van
+de vier Bewegingen&rdquo;, bladz. 42. De &bdquo;nieuwe industrieele en
+<span class="corr" id="xd19e7434" title=
+"Bron: soci&egrave;taire">soci&euml;taire</span> wereld&rdquo;, bladz.
+47. &bdquo;<span lang="fr">L&rsquo;harmonie Universelle et le
+Phalanst&egrave;re</span><span class="corr" id="xd19e7439" title=
+"Bron: ,&rdquo;">&rdquo;,</span> bladz. 48. Leven in een Fouriersche
+&bdquo;<span class="corr" id="xd19e7442" title=
+"Bron: Phalansth&egrave;re">Phalanst&egrave;re</span>&rdquo;, bladz.
+55. Verdeeling der arbeidsopbrengst, bladz. 56. Fourier over
+Bevolkingsleer, bladz. 59. De &bdquo;phazen der beschaving en hare
+eigenschappen&rdquo; bij Fourier, bladz. 61. Critiek op Handel en
+Staatswezen, bladz. 63. De Fouriersche school, Fourier&rsquo;s dood,
+bladz. 65. <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name=
+"pb279">II</a>]</span></p>
+<p class="tocArgument">Robert Owen, bladz. 65. Owen&rsquo;s eerste
+optreden als fabrikant, bladz. 68&ndash;69. Owen&rsquo;s optreden als
+sociaal fabrikant,&mdash;de Inrichtingen van &bdquo;New Lanark&rdquo;,
+bladz. 73. De eerste kleine-kinderen bewaarplaats door Owen gesticht,
+bladz. 75. Owen&rsquo;s grondprincipes, bladz. 76. &bdquo;Nieuwe
+inzichten omtrent de samenleving&rdquo; enz., bladz. 77. Owen in
+aanzien, bladz. 81. Owen verlaat New-Lanark, bladz. 82. Kolonie
+&bdquo;New Harmony&rdquo;, bladz. 83. Ruilbank-plannen, bladz. 84. Het
+werk &bdquo;<span lang="en">The New Moral World</span>&rdquo;, bladz.
+84. Denkbeelden over de menschelijke natuur, bladz. 84. Over de
+verdeeling van den rijkdom, bladz. 85. Over de taak van het
+staatsbestuur, bladz. 87. Critiek op de arbeidstoestanden en op den
+Godsdienst, bladz. 87. Over belastingen, bladz. 88. Over de vestiging
+der &bdquo;<span class="corr" id="xd19e7451" title=
+"Bron: Communi&euml;teiten">Communiteiten</span>&rdquo;, bladz. 89.
+Overgangsbepalingen van de oude maatschappij naar de <span class="corr"
+id="xd19e7454" title="Bron: communi&euml;teiten">communiteiten</span>,
+bladz. 92. De &bdquo;Vierentwintig stellingen&rdquo;, bladz.
+92&ndash;93. Owen&rsquo;s vergelijking met de wervels, bladz. 96. Owen
+en de &bdquo;Heilige Alliantie&rdquo;, bladz. 98. Hervormingen der
+<span class="corr" id="xd19e7457" title="Bron: Trades-Unions">Trade
+Unions</span>, bladz. 99. Owen&rsquo;s einde, bladz. 100. Samenvatting
+der utopistische denkbeelden, bladz. 101.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#pt2"><i>Tweede Gedeelte</i></a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">Bladz.
+102.</span></p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch2.1">Hoofdstuk I</a>.</p>
+<p class="tocArgument">De ontwikkeling der philosophie. Verband van
+Kant, Fichte en Hegel met de denkbeelden van Marx, bladz. 103. Het
+engelsche Materialisme der 17<sup>e</sup> eeuw, 103&ndash;104. Invloed
+van John Locke en David Hume op het fransche Materialisme der
+18<sup>e</sup> eeuw;&mdash;Helvetius &bdquo;De L&rsquo;Homme&rdquo;,
+bladz. 104. Kant&rsquo;s <span class="corr" id="xd19e7481" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span><span class="corr" id="xd19e7483" title=
+"Bron: kritiek">Kritiek</span> der zuivere Rede&rdquo;, bladz. 105.
+Kant&rsquo;s &bdquo;Antimonie&euml;n&rdquo;, bladz. 106. Fichte&rsquo;s
+aanknooping aan Kant, bladz. 106. Schelling en Hegel, bladz. 107.
+Hegel&rsquo;s &bdquo;dialektiek&rdquo; in de geschiedeniswetenschap,
+bladz. 108. Kant&rsquo;s Moraal en Fichte&rsquo;s
+&bdquo;Rechtsstaat,&rdquo; bladz. 110. Hegel&rsquo;s philosophische
+grondstelling, bladz. 110&ndash;111.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch2.2">Hoofdstuk II</a>.</p>
+<p class="tocArgument">De critiek op de Hegelsche philosophie, bladz.
+112. L. Feuerbach&rsquo;s &bdquo;<span lang="de">Wesen des
+Christenthums</span>&rdquo;, De stellingen van Marx over Feuerbach,
+bladz. 112&ndash;113. Karel Marx&rsquo; eerste optreden, bladz. 115.
+Marx&rsquo; jongelingsjaren en zijn connekties met Arnold Ruge enz.,
+bladz. 116. Verhouding tot de familie von Westphalen, bladz. 116. Marx
+in connektie met Bruno Bauer, K&ouml;ppen, enz., bladz. 117.
+Marx&rsquo; promotie aan de Hoogeschool te
+Jena&mdash;&bdquo;<span lang="de"><span class="corr" id="xd19e7496"
+title="Bron: De">Die</span> Rheinische
+Zeitung</span>&rdquo;&mdash;Opheffing dier Courant. Huwelijk van
+Marx&mdash;Marx&rsquo; vertrek naar Parijs&mdash;&bdquo;<span lang=
+"de"><span class="corr" id="xd19e7501" title=
+"Bron: Deutsch-Franz&ouml;sichen">Deutsch-Franz&ouml;sische</span>
+<span class="corr" id="xd19e7504" title=
+"Bron: Jahrb&ucirc;cher">Jahrb&uuml;cher</span></span>&rdquo;, bladz.
+118&ndash;119.</p>
+<p class="tocArgument">Arbeid van 1843&mdash;Critiek op de
+Rechtsphilosophie, bladz. 120&ndash;134. Artikelen van Marx over
+&bdquo;de Jodenkwestie&rdquo;, bladz. 135&ndash;146. Eerste
+samentreffen met Friedrich Engels, bladz. 146. De &bdquo;<span class=
+"corr" id="xd19e7509" title=
+"Bron: Vorw&acirc;rts">Vorw&auml;rts</span>&rdquo; uit Parijs en
+<span class="corr" id="xd19e7512" title=
+"Bron: Engel&rsquo;s">Engels&rsquo;</span> &bdquo;Positie der
+arbeidende klassen in Engeland&rdquo;, bladz. 147. Samenwerking met
+Engels te Brussel, bladz. 147&ndash;148. &bdquo;De Heilige
+Familie&rdquo;, bladz. 148&ndash;155. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb280" href="#pb280" name="pb280">III</a>]</span></p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch2.3">Hoofdstuk III</a>.</p>
+<p class="tocArgument"><span class="ex">Marx tegen
+Proudhon.</span>&mdash;&bdquo;De ellende der Philosophie&rdquo;
+antwoord van Marx aan Proudhon, bladz. 156. Proudhon&rsquo;s Economie,
+bladz. 158&ndash;160. Proudhon&rsquo;s geschiedenisconstruktie, bladz.
+161&ndash;163. Marx&rsquo; eerste, systematische beschouwing over de
+ontwikkeling der klassen, bladz. 164&ndash;166. Over de
+&bdquo;Economen&rdquo;, bladz. 166&ndash;167. Over de
+&bdquo;Socialisten&rdquo;, bladz. 167&ndash;168. Marx&rsquo;
+systematische beschouwingen over de werkplaats en de ontwikkeling der
+Fabriek, bladz. 169&ndash;172. Marx <span class="ex">over</span>
+&bdquo;<span class="ex">werkstakingen en
+vakvereenigingen</span>.&rdquo; Systematische beschouwing, over de
+historische taak van vak-arbeiders, bladz. 173&ndash;175.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch2.4">Hoofdstuk IV</a>.</p>
+<p class="tocArgument">Het historisch Materialisme, bladz. 176.
+Ontwikkeling der dialektiek van Hegel, bladz. 177. &bdquo;De nieuwe
+levensbeschouwing en het &bdquo;Humanitaire&rdquo;
+socialisme<span class="corr" id="xd19e7536" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span>, bladz. 177. Systematische uiteenzetting
+van het Historisch Materialisme&mdash;<span class="ex">Voorrede</span>
+van &bdquo;De critiek der staathuishoudkunde<span class="corr" id=
+"xd19e7542" title="Niet in bron">&rdquo;</span> (1839). bladz.
+178&ndash;180. &bdquo;<span lang="de">Deutsche Brusseler
+Zeitung</span>&rdquo; en &bdquo;<span lang="de"><span class="corr" id=
+"xd19e7549" title="Bron: Westphalische">Westph&auml;lisches</span>
+Dampfboot</span>&rdquo;&mdash;Arbeid in Brussel&mdash;Samenwerking met
+Moritz Hesz, Wilhelm Wolff enz. bladz. 180. Tegen het
+&bdquo;ware&rdquo; Socialisme,&mdash;Oprichting<a id="xd19e7554" name=
+"xd19e7554"></a> van den &bdquo;Communistenbond&rdquo; te <span class=
+"corr" id="xd19e7556" title="Bron: London">Londen</span>, bladz.
+180&ndash;181. Het Communistisch Manifest, bladz. 181&ndash;195.
+Periode der &bdquo;<span lang="de">Neue Rheinische
+Zeitung</span>&rdquo;.&mdash;Ondergang dier Courant&mdash;Dichtregelen
+van Freiligrath<span class="corr" id="xd19e7562" title=
+"Niet in bron">,</span> bladz. 195&ndash;197. Over &bdquo;Vrije
+Handel&rdquo;, bladz. 198&ndash;199.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#pt3"><i>Derde Gedeelte</i></a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">Bladz.
+200.</span></p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch3.5">Hoofdstuk V</a>.</p>
+<p class="tocArgument"><span class="ex">De critiek op het
+kapitalisme</span>.&mdash;&bdquo;<span lang="de">Das
+Kapital</span>&rdquo;&mdash;Oordeel van een Russisch critikus uit het
+&bdquo;Voorwoord,&rdquo; bladz. 201&ndash;<span class="corr" id=
+"xd19e7585" title="Bron: 103">203</span>. De Analyse van de Waar,
+203&ndash;205. De Waarde der Waren<span class="corr" id="xd19e7588"
+title="Niet in bron">,</span> bladz. 205&ndash;208. De Arbeidskracht
+als Waar, bladz. 208&ndash;210.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch3.6">Hoofdstuk VI</a>.</p>
+<p class="tocArgument"><span class="ex">Het Geld.</span> Funktie en
+beweging van het geld onder het kapitalisme, bladz. 211&ndash;218.
+Verandering van geld in kapitaal, bladz. 118&ndash;221. Voortbrenging
+van de M&eacute;&eacute;rwaarde, bladz. 221&ndash;224. Het gewicht van
+de arbeidskracht daarbij, bladz. 224&ndash;225. De
+&bdquo;relatieve&rdquo; meerwaarde, bladz. 225&ndash;227.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch3.7">Hoofdstuk VII</a>.</p>
+<p class="tocArgument"><span class="ex">Machinerie en
+groot-industrie</span>, bladz. 228&ndash;234. Verlenging van den
+arbeidsdag daardoor, 234&ndash;236. Intensiviteit van den arbeid,
+236&ndash;237. De Fabriek, 237&ndash;239. Machine en Arbeiders, bladz.
+239&ndash;241. <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name=
+"pb281">IV</a>]</span></p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch3.8">Hoofdstuk VIII</a>.</p>
+<p class="tocArgument"><span class="ex">Het Arbeidsloon</span>, bladz.
+242&ndash;244. Dagwaarde van de arbeidskracht, bladz.
+244&ndash;246.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch3.9">Hoofdstuk IX</a>.</p>
+<p class="tocArgument"><span class="ex">Het Akkumulatieproces van het
+kapitaal</span>, bladz. 247&ndash;250. Hoe meerwaarde tot kapitaal
+wordt, bladz. 250&ndash;259. Concentratie van het Kapitaal, bladz.
+259&ndash;269. De Industrieele reservearm&eacute;e, bladz.
+264&ndash;266.</p>
+<p class="tocChapter"><a href="#ch3.10">Hoofdstuk X</a>.</p>
+<p class="tocArgument">De tendenzen der kapitalistische
+produktiewijze&mdash;z. g. n. &bdquo;Oorspronkelijke&rdquo;
+akkumulatie, bladz. 267&ndash;272. Het &bdquo;Genesis der industrieele
+kapitalisten.&rdquo; De historische zending van de kapitalistische
+akkumulatie, bladz. 274. De &bdquo;onteigening der onteigenaars&rdquo;,
+bladz. 272&ndash;276. Slot, bladz. 276.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 errata"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 class="main">Verbeteringen.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td>Bladz.</td>
+<td>126, 17<sup>e</sup> regel van boven af, staat: <span class=
+"ex">&agrave; pari</span>, moet zijn: <i>al pari</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>&bdquo;</td>
+<td>203, 12<sup>e</sup> regel van boven af, staat: <span class=
+"ex">vormt</span>, moet zijn: <i>vorm</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>&bdquo;</td>
+<td>207, 16<sup>e</sup> regel van boven af, staat: <span class=
+"ex">staan</span>, moet zijn: <i>staat</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>&bdquo;</td>
+<td>208, 11<sup>e</sup> regel van onder af, staat: <span class=
+"ex">geschikte</span>, moet zijn: <i>geschiktheid</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>&bdquo;</td>
+<td>226, 8<sup>ste</sup> regel van onderaf staat: <span class=
+"ex">waren der waarde</span>, moet zijn: <i>waarde der waren</i>.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd19e7710width"><img src="images/back.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke achterkant." width="546" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+<a class="exlink xd19e27" title="Externe link" href=
+"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
+Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd19e27"
+title="Externe link" href=
+"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink xd19e27" title="Externe link" href=
+"https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen
+poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<p>De oorspronkelijke eindredactie van dit werk liet op een aantal
+punten te wensen over. Met name het gebruik van aanhalingstekens was
+erg inconsistent. Er is gepoogd in deze editie hier enige verbetering
+in aan te brengen, maar het kan zijn dat hierbij toch nog wat fouten
+zijn geslopen. Ook is niet in alle gevallen de spelling van woorden
+consistent gemaakt.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2010-08-14 Begonnen.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctiontable" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e155">II</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2096">70</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2150">72</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3024">110</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4535">171</a></td>
+<td class="width40 bottom">eenigzins</td>
+<td class="width40 bottom">eenigszins</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e162">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-demakratie</td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-demokratie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e170">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">fransche</td>
+<td class="width40 bottom">Fransche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e176">III</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3942">146</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3950">146</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3981">147</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5452">200</a></td>
+<td class="width40 bottom">Friederich</td>
+<td class="width40 bottom">Friedrich</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e179">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">Marx&rsquo;</td>
+<td class="width40 bottom">Marx</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e184">III</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1560">50</a></td>
+<td class="width40 bottom">paralel</td>
+<td class="width40 bottom">parallel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e206">V</a></td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-democraat</td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-demokraat</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e210">V</a></td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-democratie</td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-demokratie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e218">V</a></td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-democraten</td>
+<td class="width40 bottom">sociaal-demokraten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e230">VI</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2964">107</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2997">109</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3645">138</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4306">161</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5040">189</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5934">217</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6359">232</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6459">237</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6732">248</a></td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e239">VI</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e447">X</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e843">25</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1351">41</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1940">62</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2284">77</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2637">92</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2728">96</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3681">139</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3710">139</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3848">143</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4078">150</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4311">161</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4314">161</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4846">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5012">188</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5231">195</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5249">195</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5428">199</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5720">208</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5886">215</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6000">220</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6195">225</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6211">225</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6243">227</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6504">240</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6518">240</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6932">256</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6961">257</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7045">263</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7050">263</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7087">265</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7380">I</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7403">I</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7406">I</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7429">I</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7562">III</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7588">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e243">VI</a></td>
+<td class="width40 bottom">Zijn</td>
+<td class="width40 bottom">zijn</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e246">VI</a></td>
+<td class="width40 bottom">soalisten</td>
+<td class="width40 bottom">socialisten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e249">VI</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e321">IX</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e369">IX</a>, <a class="pageref" href="#xd19e793">23</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e898">27</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1153">34</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1567">50</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1937">62</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2103">70</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2129">71</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2134">71</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2325">78</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2760">98</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3011">109</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3712">139</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3902">145</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3935">146</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4034">148</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4287">160</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4444">168</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4472">169</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4541">171</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4560">172</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4815">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5090">191</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5122">192</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5268">195</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5345">196</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5424">199</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5953">218</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6586">243</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6589">243</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6696">246</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6943">256</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7009">260</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7092">265</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7536">III</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7542">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e271">VII</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e788">23</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e873">26</a>, <a class="pageref" href="#xd19e907">27</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2051">67</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3989">147</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4925">185</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e290">VIII</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e533">XII</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e680">17</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1136">34</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2408">82</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2709">96</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3851">143</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3853">143</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5810">211</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6317">231</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6861">252</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7159">269</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7554">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e292">VIII</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2056">67</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2112">70</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3485">129</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3788">141</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4810">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5252">195</a></td>
+<td class="width40 bottom">onmiddelijk</td>
+<td class="width40 bottom">onmiddellijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e353">IX</a></td>
+<td class="width40 bottom">Campannella</td>
+<td class="width40 bottom">Campanella</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e391">X</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4240">158</a></td>
+<td class="width40 bottom">onmiddelijken</td>
+<td class="width40 bottom">onmiddellijken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e401">X</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e549">13</a></td>
+<td class="width40 bottom">achtiende</td>
+<td class="width40 bottom">achttiende</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e409">X</a></td>
+<td class="width40 bottom">Jeacques</td>
+<td class="width40 bottom">Jacques</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e420">X</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e973">28</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1477">46</a></td>
+<td class="width40 bottom">;</td>
+<td class="width40 bottom">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e435">X</a></td>
+<td class="width40 bottom">Testatement</td>
+<td class="width40 bottom">Testament</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e454">XI</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1630">53</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2334">79</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3423">127</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3513">131</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3602">136</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3615">136</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4109">151</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4126">152</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4145">153</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5029">189</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5168">193</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5234">195</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5621">206</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5857">214</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5936">217</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6334">231</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6491">239</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6597">243</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6602">243</a></td>
+<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e462">XI</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e634">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">Morellij</td>
+<td class="width40 bottom">Morelly</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e475">XI</a></td>
+<td class="width40 bottom">&lsquo;</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e485">XI</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3546">133</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4131">152</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4177">155</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5947">218</a></td>
+<td class="width40 bottom">onmiddelijke</td>
+<td class="width40 bottom">onmiddellijke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e488">XI</a></td>
+<td class="width40 bottom">Morrelly</td>
+<td class="width40 bottom">Morelly</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e493">XI</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e637">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">Mablij</td>
+<td class="width40 bottom">Mably</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e525">XII</a></td>
+<td class="width40 bottom">propagande</td>
+<td class="width40 bottom">propaganda</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e561">13</a></td>
+<td class="width40 bottom">kleineburgers</td>
+<td class="width40 bottom">kleine burgers</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e566">13</a></td>
+<td class="width40 bottom">revolutie-tijperk</td>
+<td class="width40 bottom">revolutie-tijdperk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e576">14</a></td>
+<td class="width40 bottom">Mirabeaux</td>
+<td class="width40 bottom">Mirabeau</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e609">15</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e611">15</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e672">16</a>, <a class="pageref" href="#xd19e677">17</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e896">27</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1548">50</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3278">120</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3516">131</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3923">145</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4329">162</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4533">171</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4550">171</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4556">171</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5415">198</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5417">198</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5484">202</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5487">202</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5489">202</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5491">202</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5495">202</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5503">203</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5509">203</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6296">230</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6522">240</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7262">273</a></td>
+<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e651">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">Jeaeques</td>
+<td class="width40 bottom">Jacques</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e659">16</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e798">23</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e808">23</a>, <a class="pageref" href="#xd19e976">28</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e981">28</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1150">34</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1159">34</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1603">52</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1610">52</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1614">52</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1619">52</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1637">54</a>, <a class="pageref" href="#xd19e1643">54</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1686">56</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1692">57</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2137">71</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2231">75</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2322">78</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2328">78</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2737">97</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2743">97</a>, <a class="pageref" href="#xd19e2899">104</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2992">108</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3612">136</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3629">137</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3649">138</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3745">140</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3760">140</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3781">141</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3785">141</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3797">142</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3804">142</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3811">142</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3817">143</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3821">143</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3831">143</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3835">143</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3856">143</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3861">144</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3865">144</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3869">144</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3873">144</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3877">144</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3881">144</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3892">144</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3897">144</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3915">145</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3926">145</a>, <a class="pageref" href="#xd19e3932">146</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4097">151</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4218">157</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4354">163</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4361">163</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4383">164</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4394">165</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4405">166</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4409">166</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4423">167</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4430">167</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4447">168</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4451">168</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4461">168</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4478">169</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4482">169</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4486">169</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4497">170</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4503">170</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4513">170</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4553">171</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4613">174</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4617">174</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4624">174</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4630">174</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4642">175</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4649">175</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4653">175</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4657">175</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4832">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4836">182</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4843">182</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4851">183</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4855">183</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4859">183</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4863">183</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4867">183</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4874">183</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4878">183</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4884">184</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4888">184</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4902">184</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4909">184</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4913">184</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4920">184</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4935">185</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4939">185</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4956">186</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4963">186</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4967">186</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4977">186</a>, <a class="pageref" href="#xd19e4981">186</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4991">187</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4995">187</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5001">188</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5005">188</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5009">188</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5016">188</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5020">188</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5026">189</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5044">189</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5061">190</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5079">191</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5083">191</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5087">191</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5114">192</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5130">192</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5136">192</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5148">192</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5155">193</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5171">193</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5180">193</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5184">193</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5188">193</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5193">194</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5197">194</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5202">194</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5215">194</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5259">195</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5263">195</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5421">199</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5500">203</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5583">205</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5852">213</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5881">215</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5895">216</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5899">216</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5903">216</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5912">217</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5916">217</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5928">217</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5944">218</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5986">219</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6185">225</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6220">226</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6226">226</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6249">227</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6272">229</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6331">231</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6377">233</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6403">234</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6427">235</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6499">239</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6607">243</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6630">244</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6637">244</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6645">244</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6746">248</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6792">250</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6806">251</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6825">251</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6829">251</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6840">251</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6844">251</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6850">252</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6872">252</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6876">252</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6885">253</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6889">253</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6990">259</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7015">261</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7027">262</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7054">263</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7082">265</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7143">269</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7147">269</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7162">269</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7172">270</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7188">270</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7247">272</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7272">274</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7302">275</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7312">275</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7321">276</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7481">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e664">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">commmun</td>
+<td class="width40 bottom">commun</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e667">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">Robespiere</td>
+<td class="width40 bottom">Robespierre</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e682">17</a></td>
+<td class="width40 bottom">vasstelling</td>
+<td class="width40 bottom">vaststelling</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e729">20</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6936">256</a></td>
+<td class="width40 bottom">kapitalische</td>
+<td class="width40 bottom">kapitalistische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e749">21</a></td>
+<td class="width40 bottom">beroemste</td>
+<td class="width40 bottom">beroemdste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e819">24</a></td>
+<td class="width40 bottom">Gen&eacute;ve</td>
+<td class="width40 bottom">Gen&egrave;ve</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e853">25</a></td>
+<td class="width40 bottom">D&euml;isme</td>
+<td class="width40 bottom">De&iuml;sme</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e880">26</a></td>
+<td class="width40 bottom">Saint Simon&rsquo;s</td>
+<td class="width40 bottom">Saint-Simon&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e912">27</a></td>
+<td class="width40 bottom">questie</td>
+<td class="width40 bottom">quaestie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e935">27</a></td>
+<td class="width40 bottom">n&ecirc;er</td>
+<td class="width40 bottom">ne&ecirc;r</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e956">28</a></td>
+<td class="width40 bottom">bevoegheden</td>
+<td class="width40 bottom">bevoegdheden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1000">29</a></td>
+<td class="width40 bottom">monopolie&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">monopoli&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1008">29</a></td>
+<td class="width40 bottom">vasgezet</td>
+<td class="width40 bottom">vastgezet</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1027">30</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1596">52</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1030">30</a></td>
+<td class="width40 bottom">handel-</td>
+<td class="width40 bottom">handels-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1058">31</a></td>
+<td class="width40 bottom">ls</td>
+<td class="width40 bottom">la</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1064">31</a></td>
+<td class="width40 bottom">en en</td>
+<td class="width40 bottom">en</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1079">32</a></td>
+<td class="width40 bottom">c&eacute;l&eacute;ste</td>
+<td class="width40 bottom">c&eacute;leste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1095">32</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4162">154</a></td>
+<td class="width40 bottom">critiesch</td>
+<td class="width40 bottom">critisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1101">32</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5564">204</a></td>
+<td class="width40 bottom">;</td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1107">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">natie&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">nati&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1110">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">al</td>
+<td class="width40 bottom">&agrave;l</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1113">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">&aacute;l</td>
+<td class="width40 bottom">&agrave;l</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1116">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">verlezen</td>
+<td class="width40 bottom">verliezen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1130">34</a></td>
+<td class="width40 bottom">hevig</td>
+<td class="width40 bottom">bezig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1133">34</a></td>
+<td class="width40 bottom">gehouden</td>
+<td class="width40 bottom">te houden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1171">35</a></td>
+<td class="width40 bottom">Industrieels</td>
+<td class="width40 bottom">Industriels</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1197">37</a></td>
+<td class="width40 bottom">f&euml;odaal</td>
+<td class="width40 bottom">feodaal</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1200">37</a></td>
+<td class="width40 bottom">Industrieeleen</td>
+<td class="width40 bottom">Industrieelen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1209">37</a></td>
+<td class="width40 bottom">industri&euml;elen</td>
+<td class="width40 bottom">industrieelen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1212">37</a></td>
+<td class="width40 bottom">indus-dueele</td>
+<td class="width40 bottom">individueele</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1218">37</a></td>
+<td class="width40 bottom">grootste</td>
+<td class="width40 bottom">grootst</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1226">37</a></td>
+<td class="width40 bottom">catechismis</td>
+<td class="width40 bottom">catechismus</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1229">37</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1951">63</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e1953">63</a></td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1248">38</a></td>
+<td class="width40 bottom">Systeme</td>
+<td class="width40 bottom">Syst&egrave;me</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1252">38</a></td>
+<td class="width40 bottom">regilie</td>
+<td class="width40 bottom">religie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1258">38</a></td>
+<td class="width40 bottom">menschelijk</td>
+<td class="width40 bottom">menschelijke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1262">38</a></td>
+<td class="width40 bottom">eg&ouml;istisch</td>
+<td class="width40 bottom">ego&iuml;stisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1267">38</a></td>
+<td class="width40 bottom">hearesie</td>
+<td class="width40 bottom">haeresie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1309">39</a></td>
+<td class="width40 bottom">Thierrij</td>
+<td class="width40 bottom">Thierry</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1312">39</a></td>
+<td class="width40 bottom">Pieure</td>
+<td class="width40 bottom">Pierre</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1336">40</a></td>
+<td class="width40 bottom">Forier</td>
+<td class="width40 bottom">Fourier</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1348">41</a></td>
+<td class="width40 bottom">dankbeelden</td>
+<td class="width40 bottom">denkbeelden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1364">41</a></td>
+<td class="width40 bottom">tusschenbeiden</td>
+<td class="width40 bottom">tusschen beiden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1377">42</a></td>
+<td class="width40 bottom">zeerste</td>
+<td class="width40 bottom">eerste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1382">42</a></td>
+<td class="width40 bottom">theorie</td>
+<td class="width40 bottom">th&eacute;orie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1420">43</a></td>
+<td class="width40 bottom">instinkmatige</td>
+<td class="width40 bottom">instinktmatige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1454">45</a></td>
+<td class="width40 bottom">z&ocirc;u</td>
+<td class="width40 bottom">zo&ucirc;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1468">45</a></td>
+<td class="width40 bottom">doorsn&ecirc;e-leeftijd</td>
+<td class="width40 bottom">doorsne&ecirc;-leeftijd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1480">46</a></td>
+<td class="width40 bottom">verschillendde</td>
+<td class="width40 bottom">verschillende</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1502">47</a></td>
+<td class="width40 bottom">Theorie</td>
+<td class="width40 bottom">Th&eacute;orie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1513">47</a></td>
+<td class="width40 bottom">phanlanst&egrave;re</td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;re</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1530">49</a></td>
+<td class="width40 bottom">geisoleerde</td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;soleerde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1584">51</a></td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&eacute;r&eacute;</td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;re</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1587">51</a></td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&eacute;res</td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;res</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1594">52</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3997">148</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5493">202</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5826">212</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6234">227</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6265">228</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6294">230</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6386">233</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6406">234</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6481">239</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6533">241</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6535">241</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6674">245</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7258">273</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7264">273</a></td>
+<td class="width40 bottom">-</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1599">52</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;evenredigd</td>
+<td class="width40 bottom">ge&euml;venredigd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1606">52</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3454">128</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3457">128</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6327">231</a></td>
+<td class="width40 bottom">massas</td>
+<td class="width40 bottom">massa&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1649">55</a></td>
+<td class="width40 bottom">phalans&egrave;re</td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;re</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1652">55</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e1671">55</a></td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&eacute;re</td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;re</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1657">55</a></td>
+<td class="width40 bottom">phalansit&eacute;re</td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;re</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1662">55</a></td>
+<td class="width40 bottom">s&egrave;ance</td>
+<td class="width40 bottom">s&eacute;ance</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1668">55</a></td>
+<td class="width40 bottom">w&ecirc;er</td>
+<td class="width40 bottom">we&ecirc;r</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1699">57</a></td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;rie</td>
+<td class="width40 bottom">phalanst&egrave;re</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1704">58</a></td>
+<td class="width40 bottom">arbeidsopbrengt</td>
+<td class="width40 bottom">arbeidsopbrengst</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1709">58</a></td>
+<td class="width40 bottom">harmoniet</td>
+<td class="width40 bottom">harmonie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1741">60</a></td>
+<td class="width40 bottom">vrucbtbaarheid</td>
+<td class="width40 bottom">vruchtbaarheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1780">61</a></td>
+<td class="width40 bottom">adelijke</td>
+<td class="width40 bottom">adellijke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1932">62</a></td>
+<td class="width40 bottom">peinigt</td>
+<td class="width40 bottom">pijnigt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1965">64</a></td>
+<td class="width40 bottom">overgangstand</td>
+<td class="width40 bottom">overgangsstand</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1968">64</a></td>
+<td class="width40 bottom">ontwikkeligs-phaze</td>
+<td class="width40 bottom">ontwikkelings-phaze</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1975">64</a></td>
+<td class="width40 bottom">ondernemenswinst</td>
+<td class="width40 bottom">ondernemerswinst</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1989">65</a></td>
+<td class="width40 bottom">Fourrier&rsquo;s</td>
+<td class="width40 bottom">Fourier&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e1994">65</a></td>
+<td class="width40 bottom">soci&egrave;taire</td>
+<td class="width40 bottom">soci&eacute;taire</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2004">65</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3329">122</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e3430">127</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7400">I</a></td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2007">65</a></td>
+<td class="width40 bottom">Joung</td>
+<td class="width40 bottom">Young</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2010">65</a></td>
+<td class="width40 bottom">Algeri&euml;</td>
+<td class="width40 bottom">Algerije</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2034">66</a></td>
+<td class="width40 bottom">klein-produkte</td>
+<td class="width40 bottom">kleinproductie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2045">67</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4791">181</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e4818">182</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5461">201</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6654">244</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e7556">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">London</td>
+<td class="width40 bottom">Londen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2048">67</a></td>
+<td class="width40 bottom">cli&euml;nt&eacute;le</td>
+<td class="width40 bottom">cli&euml;nt&egrave;le</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2087">69</a></td>
+<td class="width40 bottom">onrechtte</td>
+<td class="width40 bottom">onrechte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2115">70</a></td>
+<td class="width40 bottom">gebasseerd</td>
+<td class="width40 bottom">gebaseerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2166">72</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4235">157</a></td>
+<td class="width40 bottom">als</td>
+<td class="width40 bottom">dan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2173">72</a></td>
+<td class="width40 bottom">w&ecirc;erleggen</td>
+<td class="width40 bottom">we&ecirc;rleggen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2185">73</a></td>
+<td class="width40 bottom">tewerk</td>
+<td class="width40 bottom">te werk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2191">73</a></td>
+<td class="width40 bottom">c&ouml;operatieven</td>
+<td class="width40 bottom">co&ouml;peratieven</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2243">75</a></td>
+<td class="width40 bottom">beinvloeden</td>
+<td class="width40 bottom">be&iuml;nvloeden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2252">76</a></td>
+<td class="width40 bottom">Londonsche</td>
+<td class="width40 bottom">Londensche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2261">76</a></td>
+<td class="width40 bottom">gevolgea</td>
+<td class="width40 bottom">gevolgen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2265">76</a></td>
+<td class="width40 bottom">opdat dat</td>
+<td class="width40 bottom">opdat</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2272">76</a></td>
+<td class="width40 bottom">bemoeiengen</td>
+<td class="width40 bottom">bemoeiingen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2281">77</a></td>
+<td class="width40 bottom">bij</td>
+<td class="width40 bottom">hij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2293">77</a></td>
+<td class="width40 bottom">Societij</td>
+<td class="width40 bottom">Society</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2296">77</a></td>
+<td class="width40 bottom">Essaijs</td>
+<td class="width40 bottom">Essays</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2302">77</a></td>
+<td class="width40 bottom">gerichtte</td>
+<td class="width40 bottom">gerichte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2312">78</a></td>
+<td class="width40 bottom">waar</td>
+<td class="width40 bottom">maar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2319">78</a></td>
+<td class="width40 bottom">b&euml;invloed</td>
+<td class="width40 bottom">be&iuml;nvloed</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2344">80</a></td>
+<td class="width40 bottom">groot-Brittanje</td>
+<td class="width40 bottom">Groot-Brittanje</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2350">80</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">en</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2366">80</a></td>
+<td class="width40 bottom">omvatten</td>
+<td class="width40 bottom">omvattend</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2371">81</a></td>
+<td class="width40 bottom">hebben</td>
+<td class="width40 bottom">hebbend</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2374">81</a></td>
+<td class="width40 bottom">enqu&egrave;te</td>
+<td class="width40 bottom">enqu&ecirc;te</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2410">82</a></td>
+<td class="width40 bottom">Mej&iuml;ko</td>
+<td class="width40 bottom">Mexiko</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2455">84</a></td>
+<td class="width40 bottom">Gallil&euml;i</td>
+<td class="width40 bottom">Gallile&iuml;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2485">86</a></td>
+<td class="width40 bottom">leidzaam</td>
+<td class="width40 bottom">lijdzaam</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2497">87</a></td>
+<td class="width40 bottom">nucl&euml;us</td>
+<td class="width40 bottom">nucleus</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2500">87</a></td>
+<td class="width40 bottom">nucl&euml;i</td>
+<td class="width40 bottom">nuclei</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2533">88</a></td>
+<td class="width40 bottom">leerlingen</td>
+<td class="width40 bottom">leeringen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2559">89</a></td>
+<td class="width40 bottom">vierde</td>
+<td class="width40 bottom">Vierde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2569">90</a></td>
+<td class="width40 bottom">geschikste</td>
+<td class="width40 bottom">geschiktste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2604">91</a></td>
+<td class="width40 bottom">zijn</td>
+<td class="width40 bottom">zij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2612">91</a></td>
+<td class="width40 bottom">zesde</td>
+<td class="width40 bottom">Zesde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2693">95</a></td>
+<td class="width40 bottom">klasseverdeeling</td>
+<td class="width40 bottom">klassenverdeeling</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2706">96</a></td>
+<td class="width40 bottom">cha&ouml;tischen</td>
+<td class="width40 bottom">chaotischen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2717">96</a></td>
+<td class="width40 bottom">w&ecirc;erzinwekkendheid</td>
+<td class="width40 bottom">we&ecirc;rzinwekkendheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2720">96</a></td>
+<td class="width40 bottom">weerzinwekkende</td>
+<td class="width40 bottom">we&ecirc;rzinwekkende</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2777">98</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;eigende</td>
+<td class="width40 bottom">ge&euml;igende</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2792">99</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e2797">99</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e2813">99</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7095">265</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7457">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">Trades-Unions</td>
+<td class="width40 bottom">Trade Unions</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2800">99</a></td>
+<td class="width40 bottom">Trades-Unions-mannen</td>
+<td class="width40 bottom">Trade Union-mannen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2928">105</a></td>
+<td class="width40 bottom">nevelmassas</td>
+<td class="width40 bottom">nevelmassa&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2938">106</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">van</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e2980">108</a></td>
+<td class="width40 bottom">halstarrige</td>
+<td class="width40 bottom">halsstarrige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3000">109</a></td>
+<td class="width40 bottom">menscb</td>
+<td class="width40 bottom">mensch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3019">109</a></td>
+<td class="width40 bottom">theori&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">theorie&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3031">110</a></td>
+<td class="width40 bottom">vloeing</td>
+<td class="width40 bottom">vloeiing</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3124">115</a></td>
+<td class="width40 bottom">mysterie&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">mysteri&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3146">115</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;interpreteerd</td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;nterpreteerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3197">118</a></td>
+<td class="width40 bottom">&rsquo;tjaar</td>
+<td class="width40 bottom">&rsquo;t jaar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3204">118</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3240">118</a></td>
+<td class="width40 bottom">zeitung</td>
+<td class="width40 bottom">Zeitung</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3207">118</a></td>
+<td class="width40 bottom">voo&agrave;f</td>
+<td class="width40 bottom">voor&agrave;f</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3285">120</a></td>
+<td class="width40 bottom">uebermensch</td>
+<td class="width40 bottom">&uuml;bermensch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3288">120</a></td>
+<td class="width40 bottom">weerschijn</td>
+<td class="width40 bottom">we&ecirc;rschijn</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3296">120</a></td>
+<td class="width40 bottom">societeit</td>
+<td class="width40 bottom">soci&euml;teit</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3299">120</a></td>
+<td class="width40 bottom">soci&egrave;teit</td>
+<td class="width40 bottom">soci&euml;teit</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3306">121</a></td>
+<td class="width40 bottom">&eacute;&egrave;n</td>
+<td class="width40 bottom">&eacute;&eacute;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3334">122</a></td>
+<td class="width40 bottom">inschreewt</td>
+<td class="width40 bottom">inschreeuwt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3427">127</a></td>
+<td class="width40 bottom">consekwenste</td>
+<td class="width40 bottom">consekwentste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3468">128</a></td>
+<td class="width40 bottom">theoretisch</td>
+<td class="width40 bottom">theoretische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3488">129</a></td>
+<td class="width40 bottom">werkeijkheid</td>
+<td class="width40 bottom">werkelijkheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3508">130</a></td>
+<td class="width40 bottom">r&euml;aliteiten</td>
+<td class="width40 bottom">realiteiten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3529">132</a></td>
+<td class="width40 bottom">epiesch</td>
+<td class="width40 bottom">episch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3532">132</a></td>
+<td class="width40 bottom">Zels</td>
+<td class="width40 bottom">Zelfs</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3550">133</a></td>
+<td class="width40 bottom">Waar in</td>
+<td class="width40 bottom">Waarin</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3593">135</a></td>
+<td class="width40 bottom">achtien</td>
+<td class="width40 bottom">achttien</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3634">138</a></td>
+<td class="width40 bottom">id&euml;el</td>
+<td class="width40 bottom">ide&euml;el</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3639">138</a></td>
+<td class="width40 bottom">voltooieng</td>
+<td class="width40 bottom">voltooiing</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3642">138</a></td>
+<td class="width40 bottom">gemeenscpapswezen</td>
+<td class="width40 bottom">gemeenschapswezen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3655">138</a></td>
+<td class="width40 bottom">Zij</td>
+<td class="width40 bottom">zij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3662">139</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e3665">139</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;emancipeerd</td>
+<td class="width40 bottom">ge&euml;mancipeerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3668">139</a></td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="width40 bottom">.&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3715">139</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7020">262</a></td>
+<td class="width40 bottom">-</td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3718">139</a></td>
+<td class="width40 bottom">eg&ouml;istische</td>
+<td class="width40 bottom">ego&iuml;stische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3748">140</a></td>
+<td class="width40 bottom">Delar.</td>
+<td class="width40 bottom">Declar.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3752">140</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">&bdquo;&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3755">140</a></td>
+<td class="width40 bottom">.)</td>
+<td class="width40 bottom">).</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3777">141</a></td>
+<td class="width40 bottom">phsychologisch</td>
+<td class="width40 bottom">psychologisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3791">141</a></td>
+<td class="width40 bottom">staatsgebeel</td>
+<td class="width40 bottom">staatsgeheel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3800">142</a></td>
+<td class="width40 bottom">verstrooing</td>
+<td class="width40 bottom">verstrooiing</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3807">142</a></td>
+<td class="width40 bottom">voltooing</td>
+<td class="width40 bottom">voltooiing</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3888">144</a></td>
+<td class="width40 bottom">Israel</td>
+<td class="width40 bottom">Isra&euml;l</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3911">145</a></td>
+<td class="width40 bottom">eg&ouml;isme</td>
+<td class="width40 bottom">ego&iuml;sme</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3918">145</a></td>
+<td class="width40 bottom">.,...</td>
+<td class="width40 bottom">.....</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3947">146</a></td>
+<td class="width40 bottom">vewijlde</td>
+<td class="width40 bottom">verwijlde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3963">146</a></td>
+<td class="width40 bottom">wapenbroerderschap</td>
+<td class="width40 bottom">wapenbroederschap</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3976">147</a></td>
+<td class="width40 bottom">het het</td>
+<td class="width40 bottom">het</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e3994">148</a></td>
+<td class="width40 bottom">zich-zeven</td>
+<td class="width40 bottom">zich-zelven</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4003">148</a></td>
+<td class="width40 bottom">critiesche</td>
+<td class="width40 bottom">critische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4006">148</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4031">148</a></td>
+<td class="width40 bottom">Idalisme</td>
+<td class="width40 bottom">Idealisme</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4013">148</a></td>
+<td class="width40 bottom">heilige</td>
+<td class="width40 bottom">Heilige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4020">148</a></td>
+<td class="width40 bottom">a/m.</td>
+<td class="width40 bottom">a/M.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4028">148</a></td>
+<td class="width40 bottom">Spritualisme</td>
+<td class="width40 bottom">Spiritualisme</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4037">148</a></td>
+<td class="width40 bottom">volmaakste</td>
+<td class="width40 bottom">volmaaktste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4043">149</a></td>
+<td class="width40 bottom">id&eacute;e</td>
+<td class="width40 bottom">idee</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4058">149</a></td>
+<td class="width40 bottom">Litteratuur Zeitung</td>
+<td class="width40 bottom">Literatur-Zeitung</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4065">149</a></td>
+<td class="width40 bottom">verbeeldt</td>
+<td class="width40 bottom">verbeeld</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4068">149</a></td>
+<td class="width40 bottom">onwezelijke</td>
+<td class="width40 bottom">onwezenlijke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4075">150</a></td>
+<td class="width40 bottom">waarhied</td>
+<td class="width40 bottom">waarheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4100">151</a></td>
+<td class="width40 bottom">succ&eacute;s</td>
+<td class="width40 bottom">succes</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4103">151</a></td>
+<td class="width40 bottom">Napol&egrave;on</td>
+<td class="width40 bottom">Napoleon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4106">151</a></td>
+<td class="width40 bottom">leven-principe</td>
+<td class="width40 bottom">levensprincipe</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4113">151</a></td>
+<td class="width40 bottom">w&eacute;rkelijk</td>
+<td class="width40 bottom">werkelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4116">151</a></td>
+<td class="width40 bottom">idustrie</td>
+<td class="width40 bottom">industrie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4121">152</a></td>
+<td class="width40 bottom">annulleeren</td>
+<td class="width40 bottom">annuleeren</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4149">153</a></td>
+<td class="width40 bottom">Prondhon</td>
+<td class="width40 bottom">Proudhon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4154">154</a></td>
+<td class="width40 bottom">Evangelie&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">Evangeli&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4157">154</a></td>
+<td class="width40 bottom">teoretische</td>
+<td class="width40 bottom">theoretische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4165">154</a></td>
+<td class="width40 bottom">oplostte</td>
+<td class="width40 bottom">oploste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4197">156</a></td>
+<td class="width40 bottom">gediscusieerd</td>
+<td class="width40 bottom">gediscussieerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4225">157</a></td>
+<td class="width40 bottom">toekomstheorie</td>
+<td class="width40 bottom">toekomsttheorie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4230">157</a></td>
+<td class="width40 bottom">Poudhon</td>
+<td class="width40 bottom">Proudhon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4257">159</a></td>
+<td class="width40 bottom">Nochthans</td>
+<td class="width40 bottom">Nochtans</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4264">159</a></td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="width40 bottom">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4267">159</a></td>
+<td class="width40 bottom">ecomischen verhoudingenen</td>
+<td class="width40 bottom">economischen verhoudingen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4272">160</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4756">180</a></td>
+<td class="width40 bottom">burgelijke</td>
+<td class="width40 bottom">burgerlijke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4275">160</a></td>
+<td class="width40 bottom">ecomische</td>
+<td class="width40 bottom">economische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4317">161</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">,&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4320">161</a></td>
+<td class="width40 bottom">dogmas</td>
+<td class="width40 bottom">dogma&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4331">162</a></td>
+<td class="width40 bottom">methaphisici</td>
+<td class="width40 bottom">metaphysici</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4341">163</a></td>
+<td class="width40 bottom">gedachen</td>
+<td class="width40 bottom">gedachten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4348">163</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4357">163</a></td>
+<td class="width40 bottom">categori&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">categorie&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4364">163</a></td>
+<td class="width40 bottom">aangroeieng</td>
+<td class="width40 bottom">aangroeiing</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4397">165</a></td>
+<td class="width40 bottom">bourgeousie</td>
+<td class="width40 bottom">bourgeoisie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4412">166</a></td>
+<td class="width40 bottom">n&auml;iviteit</td>
+<td class="width40 bottom">na&iuml;viteit</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4419">167</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4426">167</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;idealiseerde</td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;dealiseerde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4454">168</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4457">168</a></td>
+<td class="width40 bottom">r&egrave;gime</td>
+<td class="width40 bottom">r&eacute;gime</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4466">169</a></td>
+<td class="width40 bottom">autorireit</td>
+<td class="width40 bottom">autoriteit</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4591">173</a></td>
+<td class="width40 bottom">mopolie</td>
+<td class="width40 bottom">monopolie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4606">174</a></td>
+<td class="width40 bottom">voort</td>
+<td class="width40 bottom">voor</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4609">174</a></td>
+<td class="width40 bottom">m&ecirc;edoen</td>
+<td class="width40 bottom">me&ecirc;doen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4620">174</a></td>
+<td class="width40 bottom">semenleving</td>
+<td class="width40 bottom">samenleving</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4633">174</a></td>
+<td class="width40 bottom">slechst</td>
+<td class="width40 bottom">slechts</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4636">174</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;isoleerde</td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;soleerde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4703">177</a></td>
+<td class="width40 bottom">id&eacute;&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">ide&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4724">178</a></td>
+<td class="width40 bottom">Zur kritiek der politische economie</td>
+<td class="width40 bottom">Zur Kritik der politischen
+&Ouml;konomie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4735">178</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5371">197</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5377">197</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5394">198</a></td>
+<td class="width40 bottom">studie&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">studi&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4741">179</a></td>
+<td class="width40 bottom">id&euml;ologische</td>
+<td class="width40 bottom">ideologische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4744">179</a></td>
+<td class="width40 bottom">uitgebroeid</td>
+<td class="width40 bottom">uitgebroed</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4749">180</a></td>
+<td class="width40 bottom">aziatische</td>
+<td class="width40 bottom">Aziatische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4765">180</a></td>
+<td class="width40 bottom">Die &bdquo;Wetsphalische</td>
+<td class="width40 bottom">Das Westph&auml;lische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4794">181</a></td>
+<td class="width40 bottom">horlogomaker</td>
+<td class="width40 bottom">horlogemaker</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4826">182</a></td>
+<td class="width40 bottom">Bourgeoise</td>
+<td class="width40 bottom">Bourgeoisie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4870">183</a></td>
+<td class="width40 bottom">terruggewerkt</td>
+<td class="width40 bottom">teruggewerkt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4891">184</a></td>
+<td class="width40 bottom">heerschapij</td>
+<td class="width40 bottom">heerschappij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4894">184</a></td>
+<td class="width40 bottom">privilegie&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">privilegi&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4897">184</a></td>
+<td class="width40 bottom">religeuze</td>
+<td class="width40 bottom">religieuze</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4905">184</a></td>
+<td class="width40 bottom">p&ouml;eet</td>
+<td class="width40 bottom">po&euml;et</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4916">184</a></td>
+<td class="width40 bottom">Chatedralen</td>
+<td class="width40 bottom">Cathedralen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4928">185</a></td>
+<td class="width40 bottom">borgeoisie</td>
+<td class="width40 bottom">bourgeoisie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4942">185</a></td>
+<td class="width40 bottom">comsumptie</td>
+<td class="width40 bottom">consumptie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4945">185</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e4948">185</a></td>
+<td class="width40 bottom">industri&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">industrie&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4951">185</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6539">241</a></td>
+<td class="width40 bottom">materi&euml;ele</td>
+<td class="width40 bottom">materieele</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4959">186</a></td>
+<td class="width40 bottom">intevoeren</td>
+<td class="width40 bottom">in te voeren</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4970">186</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;aglomereerd</td>
+<td class="width40 bottom">geaglomereerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4973">186</a></td>
+<td class="width40 bottom">provincie&euml;n</td>
+<td class="width40 bottom">provinci&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e4984">186</a></td>
+<td class="width40 bottom">produkte-</td>
+<td class="width40 bottom">produktie-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5051">190</a></td>
+<td class="width40 bottom">samenleveng</td>
+<td class="width40 bottom">samenleving</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5054">190</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5057">190</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5064">190</a></td>
+<td class="width40 bottom">inplaats</td>
+<td class="width40 bottom">in plaats</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5067">190</a></td>
+<td class="width40 bottom">toeeigent</td>
+<td class="width40 bottom">toe&euml;igent</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5095">191</a></td>
+<td class="width40 bottom">toeeigening</td>
+<td class="width40 bottom">toe&euml;igening</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5103">191</a></td>
+<td class="width40 bottom">w&ecirc;erlegt</td>
+<td class="width40 bottom">we&ecirc;rlegt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5106">191</a></td>
+<td class="width40 bottom">privateneigendom</td>
+<td class="width40 bottom">privaten eigendom</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5139">192</a></td>
+<td class="width40 bottom">sints</td>
+<td class="width40 bottom">sinds</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5144">192</a></td>
+<td class="width40 bottom">id&euml;ologisch</td>
+<td class="width40 bottom">ideologisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5211">194</a></td>
+<td class="width40 bottom">onderukking</td>
+<td class="width40 bottom">onderdrukking</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5244">195</a></td>
+<td class="width40 bottom">oppostioneele</td>
+<td class="width40 bottom">oppositioneele</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5255">195</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5476">201</a></td>
+<td class="width40 bottom">een</td>
+<td class="width40 bottom">&eacute;&eacute;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5282">195</a></td>
+<td class="width40 bottom">aangestip</td>
+<td class="width40 bottom">aangestipt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5295">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">onmiddllijk</td>
+<td class="width40 bottom">onmiddellijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5313">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">M&uuml;cken</td>
+<td class="width40 bottom">N&uuml;cken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5318">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">niedertracht</td>
+<td class="width40 bottom">Niedetracht</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5323">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">Schmutzigen</td>
+<td class="width40 bottom">schmutzigen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5327">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">Aus dem Dunkel flog der t&ouml;tende
+Schaft,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5332">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">hinderhalt</td>
+<td class="width40 bottom">Hinterhalt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5337">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">&rsquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5340">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">meinen</td>
+<td class="width40 bottom">meiner</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5352">196</a></td>
+<td class="width40 bottom">tifel</td>
+<td class="width40 bottom">titel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5365">197</a></td>
+<td class="width40 bottom">opgheven</td>
+<td class="width40 bottom">opgeheven</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5402">198</a></td>
+<td class="width40 bottom">critisch-economie</td>
+<td class="width40 bottom">critisch-economische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5449">200</a></td>
+<td class="width40 bottom">Das Kapital, critiek der politische
+economie</td>
+<td class="width40 bottom">Das Kapital, zur Kritik der politischen
+&Ouml;konomie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5481">202</a></td>
+<td class="width40 bottom">worden</td>
+<td class="width40 bottom">wordt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5511">203</a></td>
+<td class="width40 bottom">vormt</td>
+<td class="width40 bottom">vorm</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5539">203</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5589">205</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5612">206</a>, <a class="pageref" href="#xd19e5618">206</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e5647">206</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e5663">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">waren</td>
+<td class="width40 bottom">Waren</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5569">205</a></td>
+<td class="width40 bottom">naieve</td>
+<td class="width40 bottom">na&iuml;eve</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5572">205</a></td>
+<td class="width40 bottom">meer</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5578">205</a></td>
+<td class="width40 bottom">waren-wereld</td>
+<td class="width40 bottom">Waren-wereld</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5594">205</a></td>
+<td class="width40 bottom">spitsvoudige</td>
+<td class="width40 bottom">spitsvondige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5602">205</a></td>
+<td class="width40 bottom">rijdom</td>
+<td class="width40 bottom">rijkdom</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5607">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">arbeids-produkten</td>
+<td class="width40 bottom">arbeidsprodukten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5628">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">waar</td>
+<td class="width40 bottom">Waar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5644">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">op lossen</td>
+<td class="width40 bottom">oplossen,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5651">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">&uuml;eberhaupt</td>
+<td class="width40 bottom">&uuml;berhaupt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5655">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">En</td>
+<td class="width40 bottom">Een</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5658">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">ueberhaupt</td>
+<td class="width40 bottom">&uuml;berhaupt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5666">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">gekristallyseerd</td>
+<td class="width40 bottom">gekristalliseerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5669">206</a></td>
+<td class="width40 bottom">hoeveveelheid</td>
+<td class="width40 bottom">hoeveelheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5676">207</a></td>
+<td class="width40 bottom">teckniek</td>
+<td class="width40 bottom">techniek</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5681">207</a></td>
+<td class="width40 bottom">waardegrootte</td>
+<td class="width40 bottom">waarde-grootte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5687">207</a></td>
+<td class="width40 bottom">twe&euml;rlei</td>
+<td class="width40 bottom">twee&euml;rlei</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5697">207</a></td>
+<td class="width40 bottom">hune</td>
+<td class="width40 bottom">hunne</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5700">207</a></td>
+<td class="width40 bottom">groot-industrieele-produktiewijze</td>
+<td class="width40 bottom">groot-industrieele produktiewijze</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5703">207</a></td>
+<td class="width40 bottom">staatkunshoudkundige</td>
+<td class="width40 bottom">staathuishoudkundige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5708">207</a></td>
+<td class="width40 bottom">groot-idustrie</td>
+<td class="width40 bottom">groot-industrie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5723">208</a></td>
+<td class="width40 bottom">voortgebracht</td>
+<td class="width40 bottom">voortgebrachte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5730">208</a></td>
+<td class="width40 bottom">waar: arbeidskracht</td>
+<td class="width40 bottom">Waar: Arbeidskracht</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5742">208</a></td>
+<td class="width40 bottom">kapilalistich</td>
+<td class="width40 bottom">kapitalistisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5754">208</a></td>
+<td class="width40 bottom">geschikte</td>
+<td class="width40 bottom">geschiktheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5807">211</a></td>
+<td class="width40 bottom">waardgrootte</td>
+<td class="width40 bottom">waardegrootte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5828">212</a></td>
+<td class="width40 bottom">oudsh&egrave;r</td>
+<td class="width40 bottom">oudsher</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5848">213</a></td>
+<td class="width40 bottom">&oacute;f</td>
+<td class="width40 bottom">&ograve;f</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5891">216</a></td>
+<td class="width40 bottom">Re&euml;l</td>
+<td class="width40 bottom">Re&euml;el</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5906">216</a></td>
+<td class="width40 bottom">slot-methamorphose</td>
+<td class="width40 bottom">slot-metamorphose</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5919">217</a></td>
+<td class="width40 bottom">&ndash;</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5921">217</a></td>
+<td class="width40 bottom">slotmetamorphoze</td>
+<td class="width40 bottom">slotmetamorphose</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5924">217</a></td>
+<td class="width40 bottom">methamorphozen</td>
+<td class="width40 bottom">metamorphosen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5931">217</a></td>
+<td class="width40 bottom">totaal-methamorphoze</td>
+<td class="width40 bottom">totaal-metamorphose</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5950">218</a></td>
+<td class="width40 bottom">methamorphozenreeks</td>
+<td class="width40 bottom">metamorphosenreeks</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e5979">219</a></td>
+<td class="width40 bottom">cirkulatie</td>
+<td class="width40 bottom">circulatie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6026">221</a></td>
+<td class="width40 bottom">meerwaadre</td>
+<td class="width40 bottom">meerwaarde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6033">221</a></td>
+<td class="width40 bottom">,)</td>
+<td class="width40 bottom">),</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6081">222</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">00</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6145">222</a></td>
+<td class="width40 bottom">&mdash;</td>
+<td class="width40 bottom">00</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6188">225</a></td>
+<td class="width40 bottom">waren ruil</td>
+<td class="width40 bottom">warenruil</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6229">226</a></td>
+<td class="width40 bottom">waren der waarde</td>
+<td class="width40 bottom">waarde der waren</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6236">227</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6399">234</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6413">234</a>, <a class="pageref" href="#xd19e6440">236</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6676">245</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd19e6881">253</a>, <a class="pageref" href="#xd19e7064">264</a></td>
+<td class="width40 bottom">tendenz</td>
+<td class="width40 bottom">tendens</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6256">228</a></td>
+<td class="width40 bottom">VI</td>
+<td class="width40 bottom">VII</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6281">229</a></td>
+<td class="width40 bottom">fabriekmatige</td>
+<td class="width40 bottom">fabrieksmatige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6286">229</a></td>
+<td class="width40 bottom">deel-proces</td>
+<td class="width40 bottom">deelproces</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6289">229</a></td>
+<td class="width40 bottom">geeigend</td>
+<td class="width40 bottom">ge&euml;igend</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6299">230</a></td>
+<td class="width40 bottom">&rdquo;......................,...</td>
+<td class="width40 bottom">&rdquo;....</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6304">230</a></td>
+<td class="width40 bottom">sijsteem</td>
+<td class="width40 bottom">systeem</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6312">230</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7000">260</a></td>
+<td class="width40 bottom">geisoleerd</td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;soleerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6321">231</a></td>
+<td class="width40 bottom">werd het</td>
+<td class="width40 bottom">werden de</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6324">231</a></td>
+<td class="width40 bottom">de</td>
+<td class="width40 bottom">van de</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6342">231</a></td>
+<td class="width40 bottom">doorsn&ecirc;e</td>
+<td class="width40 bottom">doorsne&ecirc;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6370">233</a></td>
+<td class="width40 bottom">in standhouding</td>
+<td class="width40 bottom">instandhouding</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6380">233</a></td>
+<td class="width40 bottom">&rsquo;.</td>
+<td class="width40 bottom">.&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6409">234</a></td>
+<td class="width40 bottom">perpeti&uuml;m</td>
+<td class="width40 bottom">perpetuum</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6418">234</a></td>
+<td class="width40 bottom">gepotenzeerde</td>
+<td class="width40 bottom">gepotenti&euml;erde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6423">235</a></td>
+<td class="width40 bottom">uit-te-buitten</td>
+<td class="width40 bottom">uit-te-buiten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6430">235</a></td>
+<td class="width40 bottom">uitdijdt</td>
+<td class="width40 bottom">uitdijt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6433">235</a></td>
+<td class="width40 bottom">me&ecirc;rwaarde</td>
+<td class="width40 bottom">meerwaarde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6454">236</a></td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;ntensiviceerd</td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;ntensiveerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6463">237</a></td>
+<td class="width40 bottom">selfacting</td>
+<td class="width40 bottom">self-acting</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6488">239</a></td>
+<td class="width40 bottom">produktie wijze</td>
+<td class="width40 bottom">produktiewijze</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6493">239</a></td>
+<td class="width40 bottom">optinisme</td>
+<td class="width40 bottom">optimisme</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6509">240</a></td>
+<td class="width40 bottom">verfijnerde</td>
+<td class="width40 bottom">verfijnder</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6599">243</a></td>
+<td class="width40 bottom">doorsn&ecirc;eloon</td>
+<td class="width40 bottom">doorsne&ecirc;loon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6651">244</a></td>
+<td class="width40 bottom">kl&ecirc;ermakerswerkplaatsen</td>
+<td class="width40 bottom">kle&ecirc;rmakerswerkplaatsen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6658">244</a></td>
+<td class="width40 bottom">subbleting</td>
+<td class="width40 bottom">subletting</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6668">245</a></td>
+<td class="width40 bottom">Sweatingsystem</td>
+<td class="width40 bottom">Sweating system</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6671">245</a></td>
+<td class="width40 bottom">individualitet</td>
+<td class="width40 bottom">individualiteit</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6687">246</a></td>
+<td class="width40 bottom">produktieviteit</td>
+<td class="width40 bottom">produktiviteit</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6726">248</a></td>
+<td class="width40 bottom">produktie periode</td>
+<td class="width40 bottom">produktie-periode</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6742">248</a></td>
+<td class="width40 bottom">toe-g&euml;eigende</td>
+<td class="width40 bottom">toe-ge&euml;igende</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6809">251</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e6818">251</a></td>
+<td class="width40 bottom">st.</td>
+<td class="width40 bottom">St.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6812">251</a></td>
+<td class="width40 bottom">240.000</td>
+<td class="width40 bottom">240,000</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6815">251</a></td>
+<td class="width40 bottom">12.000</td>
+<td class="width40 bottom">12,000</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6821">251</a></td>
+<td class="width40 bottom">ger&euml;aliseerd</td>
+<td class="width40 bottom">gerealiseerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6832">251</a></td>
+<td class="width40 bottom">Iz&auml;ak, Iz&auml;ak</td>
+<td class="width40 bottom">Iza&auml;k, Iza&auml;k</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6865">252</a></td>
+<td class="width40 bottom">abstinenz</td>
+<td class="width40 bottom">abstinentie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6908">255</a></td>
+<td class="width40 bottom">goedkooper-making</td>
+<td class="width40 bottom">goedkoopermaking</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6911">255</a></td>
+<td class="width40 bottom">goedkooper making</td>
+<td class="width40 bottom">goedkoopermaking</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6917">255</a></td>
+<td class="width40 bottom">ten slotte</td>
+<td class="width40 bottom">tenslotte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6926">256</a></td>
+<td class="width40 bottom">Mac. Culloch</td>
+<td class="width40 bottom">MacCulloch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6929">256</a></td>
+<td class="width40 bottom">tautalogie</td>
+<td class="width40 bottom">tautologie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6971">258</a></td>
+<td class="width40 bottom">reprodukte</td>
+<td class="width40 bottom">reproduktie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6983">259</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;isoleerd</td>
+<td class="width40 bottom">ge&iuml;soleerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6986">259</a></td>
+<td class="width40 bottom">mineralemest</td>
+<td class="width40 bottom">minerale mest</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e6995">260</a></td>
+<td class="width40 bottom">produktiemidden</td>
+<td class="width40 bottom">produktiemiddelen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7040">263</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;associeerde</td>
+<td class="width40 bottom">geassocieerde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7067">264</a></td>
+<td class="width40 bottom">g&euml;ometrische</td>
+<td class="width40 bottom">geometrische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7074">264</a></td>
+<td class="width40 bottom">werk verschaffing</td>
+<td class="width40 bottom">werkverschaffing</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7106">267</a></td>
+<td class="width40 bottom">tendenzen</td>
+<td class="width40 bottom">tendensen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7132">268</a></td>
+<td class="width40 bottom">intellegente</td>
+<td class="width40 bottom">intelligente</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7153">269</a></td>
+<td class="width40 bottom">produktie-middelen</td>
+<td class="width40 bottom">produktiemiddelen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7156">269</a></td>
+<td class="width40 bottom">feadale</td>
+<td class="width40 bottom">feodale</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7165">269</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7236">272</a></td>
+<td class="width40 bottom">nochthans</td>
+<td class="width40 bottom">nochtans</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7175">270</a></td>
+<td class="width40 bottom">aanvang en</td>
+<td class="width40 bottom">aanvangen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7191">270</a></td>
+<td class="width40 bottom">verschill nde</td>
+<td class="width40 bottom">verschillende</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7215">271</a></td>
+<td class="width40 bottom">waren</td>
+<td class="width40 bottom">was</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7241">272</a></td>
+<td class="width40 bottom">aan plant-scholen</td>
+<td class="width40 bottom">aanplant-scholen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7255">273</a></td>
+<td class="width40 bottom">kolaniaal-systeem</td>
+<td class="width40 bottom">koloniaal-systeem</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7305">275</a></td>
+<td class="width40 bottom">immannente</td>
+<td class="width40 bottom">immanente</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7308">275</a></td>
+<td class="width40 bottom">kapitalisch</td>
+<td class="width40 bottom">kapitalistisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7315">275</a></td>
+<td class="width40 bottom">dengrondslag</td>
+<td class="width40 bottom">den grondslag</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7374">I</a></td>
+<td class="width40 bottom">blaz.</td>
+<td class="width40 bottom">bladz.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7423">I</a>,
+<a class="pageref" href="#xd19e7439">I</a></td>
+<td class="width40 bottom">,&rdquo;</td>
+<td class="width40 bottom">&rdquo;,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7426">I</a></td>
+<td class="width40 bottom">overder</td>
+<td class="width40 bottom">over de</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7434">I</a></td>
+<td class="width40 bottom">soci&egrave;taire</td>
+<td class="width40 bottom">soci&euml;taire</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7442">I</a></td>
+<td class="width40 bottom">Phalansth&egrave;re</td>
+<td class="width40 bottom">Phalanst&egrave;re</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7451">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">Communi&euml;teiten</td>
+<td class="width40 bottom">Communiteiten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7454">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">communi&euml;teiten</td>
+<td class="width40 bottom">communiteiten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7483">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">kritiek</td>
+<td class="width40 bottom">Kritiek</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7496">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">De</td>
+<td class="width40 bottom">Die</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7501">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">Deutsch-Franz&ouml;sichen</td>
+<td class="width40 bottom">Deutsch-Franz&ouml;sische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7504">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">Jahrb&ucirc;cher</td>
+<td class="width40 bottom">Jahrb&uuml;cher</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7509">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">Vorw&acirc;rts</td>
+<td class="width40 bottom">Vorw&auml;rts</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7512">II</a></td>
+<td class="width40 bottom">Engel&rsquo;s</td>
+<td class="width40 bottom">Engels&rsquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7549">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">Westphalische</td>
+<td class="width40 bottom">Westph&auml;lisches</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd19e7585">III</a></td>
+<td class="width40 bottom">103</td>
+<td class="width40 bottom">203</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Karl Marx en zijne voorgangers, by Jos. Loopuit
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KARL MARX EN ZIJNE VOORGANGERS ***
+
+***** This file should be named 38975-h.htm or 38975-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/8/9/7/38975/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/38975-h/images/back.jpg b/38975-h/images/back.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9118d63
--- /dev/null
+++ b/38975-h/images/back.jpg
Binary files differ
diff --git a/38975-h/images/book.png b/38975-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/38975-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/38975-h/images/card.png b/38975-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..1ffbe1a
--- /dev/null
+++ b/38975-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/38975-h/images/external.png b/38975-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/38975-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/38975-h/images/front.jpg b/38975-h/images/front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4e1f225
--- /dev/null
+++ b/38975-h/images/front.jpg
Binary files differ
diff --git a/38975-h/images/titlepage.gif b/38975-h/images/titlepage.gif
new file mode 100644
index 0000000..4e5d1b8
--- /dev/null
+++ b/38975-h/images/titlepage.gif
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..fbb9935
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #38975 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38975)