summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--38668-0.txt9595
-rw-r--r--38668-0.zipbin0 -> 178983 bytes
-rw-r--r--38668-8.txt9592
-rw-r--r--38668-8.zipbin0 -> 178789 bytes
-rw-r--r--38668-h.zipbin0 -> 8376031 bytes
-rw-r--r--38668-h/38668-h.htm10172
-rw-r--r--38668-h/images/297.jpgbin0 -> 149426 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/304.jpgbin0 -> 152690 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/313.jpgbin0 -> 146718 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/320.jpgbin0 -> 147244 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/328.jpgbin0 -> 149460 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/332.jpgbin0 -> 144173 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/339.jpgbin0 -> 143924 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/343.jpgbin0 -> 152187 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/358.jpgbin0 -> 148596 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/362.jpgbin0 -> 149049 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/366.jpgbin0 -> 150943 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/372.jpgbin0 -> 147499 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/377.jpgbin0 -> 148344 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/385.jpgbin0 -> 145268 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/385a.jpgbin0 -> 147337 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/386.jpgbin0 -> 148982 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/395.jpgbin0 -> 146290 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/396.jpgbin0 -> 153376 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/402.jpgbin0 -> 150489 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/408.jpgbin0 -> 148934 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/417.jpgbin0 -> 148541 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/418b.jpgbin0 -> 148672 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/426.jpgbin0 -> 149726 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/429.jpgbin0 -> 148265 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/434.jpgbin0 -> 149922 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/439.jpgbin0 -> 151098 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/456.jpgbin0 -> 152898 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/460.jpgbin0 -> 147329 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/464.jpgbin0 -> 149088 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/471.jpgbin0 -> 151629 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/480.jpgbin0 -> 147765 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/485.jpgbin0 -> 151269 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/486.jpgbin0 -> 144092 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/494.jpgbin0 -> 151579 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/497.jpgbin0 -> 144613 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/507.jpgbin0 -> 151058 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/513.jpgbin0 -> 149500 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/520.jpgbin0 -> 149701 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/524.jpgbin0 -> 150191 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/527.jpgbin0 -> 150585 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/533.jpgbin0 -> 152781 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/542.jpgbin0 -> 146216 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/546.jpgbin0 -> 148616 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/546b.jpgbin0 -> 146106 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/550.jpgbin0 -> 153054 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/553.jpgbin0 -> 151287 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/558.jpgbin0 -> 148143 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/566.jpgbin0 -> 149814 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/567.jpgbin0 -> 145920 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/575.jpgbin0 -> 146634 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/582.jpgbin0 -> 151878 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/584.jpgbin0 -> 148816 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/591.jpgbin0 -> 147098 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/598.jpgbin0 -> 146720 bytes
-rw-r--r--38668-h/images/604.jpgbin0 -> 147547 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
64 files changed, 29375 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/38668-0.txt b/38668-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..bcdcf35
--- /dev/null
+++ b/38668-0.txt
@@ -0,0 +1,9595 @@
+The Project Gutenberg eBook, De kinderen van Kapitein Grant, tweede Deel
+(of 3), by Jules Verne
+
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+
+
+
+Title: De kinderen van Kapitein Grant, tweede Deel (of 3)
+ Australië
+
+
+Author: Jules Verne
+
+
+
+Release Date: February 2, 2012 [eBook #38668]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+
+***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT,
+TWEEDE DEEL (OF 3)***
+
+
+E-text prepared by Annemie Arnst, Anne Dreze, and Marc D'Hooghe
+(http://www.freeliterature.org) from page images generously made
+available by the Google Books Library Project (http://books.google.com)
+and Bibliothèque nationale de France (http://www.bnf.fr)
+
+
+
+Note: Project Gutenberg also has an HTML version of this
+ file which includes illustrations.
+ See 38668-h.htm or 38668-h.zip:
+ (http://www.gutenberg.org/files/38668/38668-h/38668-h.htm)
+ or
+ (http://www.gutenberg.org/files/38668/38668-h.zip)
+
+
+ Images of the original text pages are available
+ through the the Google Books Library Project. See
+ http://books.google.com/books?id=0LorAAAAMAAJ&printsec=titlepage
+
+
+ The illustrations used in this e-book are taken from the
+ 1868 French edition, Les Enfants du Capitaine Grant,
+ published by J. Hetzel (Paris). The original images are
+ available througn Bibliothèque nationale de France, See
+ http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8600254s.r=.langEN
+
+
+ Project Gutenberg has the other two volumes of this work.
+ Volume I: see http://www.gutenberg.org/ebooks/38667
+ Volume III: see http://www.gutenberg.org/ebooks/38669
+
+
+
+
+
+DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT
+
+Naar het fransch van
+
+JULES VERNE
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+AUSTRALIË.
+
+
+
+
+
+
+
+Leyden,
+De Breuk & Smits.
+1868.
+
+
+
+
+I.
+
+Terug aan boord.
+
+
+De eerste oogenblikken waren aan de vreugde van het wederzien gewijd.
+Lord Glenarvan wilde niet, dat de vruchtelooze afloop hunner nasporingen
+de vreugde in het hart zijner vrienden zou verkoelen. Daarom waren zijn
+eerste woorden: "Houdt moed, vrienden! houdt moed! Kapitein Grant is
+niet bij ons; maar wij zijn zeker, dat wij hem redden zullen."
+
+Niet minder dan zulk een stellige verzekering was er noodig om de dames
+aan boord der _Duncan_ met nieuwe hoop te bezielen.
+
+Lady Helena en Mary Grant toch hadden, terwijl het bootje het jagt
+naderde, al de pijnlijke kwellingen der onzekerheid uitgestaan. Op de
+kampanje staande trachtten zij te tellen, hoeveel personen aan boord
+terugkwamen. Nu eens wanhoopte het meisje, dan verbeeldde zij zich weer
+Harry Grant te zien. Haar hart klopte, zij kon niet spreken, ter
+naauwernood kon zij op de beenen blijven. Lady Helena sloot haar in haar
+armen. John Mangles stond zwijgende naast haar uit te zien; hoewel als
+zeeman aan verzien gewoon, kon hij toch den kapitein niet ontdekken.
+
+"Daar is hij! mijn vader komt!" sprak het meisje zachtjes.
+
+Maar naarmate de sloep naderde, werd alle hoop de bodem ingeslagen. Toen
+de reizigers nog een honderd vaâm van het schip af waren, hadden niet
+alleen lady Helena en John Mangles, maar ook Mary zelve, die in tranen
+zwom, alle hoop opgegeven. Het was hoog tijd, dat lord Glenarvan kwam en
+zijn vertroostende woorden sprak.
+
+Na de eerste omhelzingen werden lady Helena, Mary Grant en John Mangles
+van de voornaamste voorvallen op den togt onderrigt; vooraf echter
+maakte Glenarvan hen bekend met de nieuwe uitlegging, die de schrandere
+Paganel aan het document had gegeven. Ook prees hij Robert, op wien Mary
+met regt trotsch mogt zijn. Zijn moed, zijn zelfopoffering, de gevaren,
+die hij getrotseerd had, alles werd door Glenarvan in het helderste
+licht gesteld, zoodat de knaap niet zou geweten hebben, waar hij zich
+moest verbergen, als hij niet een schuilplaats had gevonden in de armen
+zijner zuster.
+
+"Gij behoeft niet verlegen te zijn, Robert!" zeide John Mangles, "gij
+hebt u als een waardig zoon van kapitein Grant gedragen!"
+
+Hij omarmde den broeder van Mary, en drukte een kus op diens wangen, die
+nog vochtig waren van de tranen van het meisje.
+
+Slechts ter loops maken wij hier melding van het onthaal, dat den majoor
+en den aardrijkskundige ten deel viel, en van de eervolle vermelding,
+die van den edelmoedigen Thalcave werd gemaakt. Het speet lady Helena,
+dat zij de hand van den wakkeren Indiaan niet kon drukken. Toen de
+eerste vreugde wat voorbij was, zocht Mac Nabbs zijne hut op, waar hij
+zich met vaste en bedaarde hand schoor. Paganel fladderde van den een
+naar den ander als een bij, om het sap van loftuitingen en glimlachjes
+te puren. Hij wilde de geheele bemanning der _Duncan_ omhelzen, en
+bewerende, dat lady Helena er evengoed toe behoorde als Mary Grant,
+begon hij bij dezen om bij Olbinett te eindigen.
+
+De hofmeester meende zooveel beleefdheid niet beter te kunnen vergelden,
+dan door aan te kondigen, dat het ontbijt gereed stond.
+
+"Het ontbijt!" riep Paganel.
+
+"Ja, mijnheer Paganel!" antwoordde Olbinett.
+
+"Een echt ontbijt, op een echte tafel, met vork en mes en servet?"
+
+"Wel zeker, mijnheer Paganel!"
+
+"En zullen wij geen _charqui_, geen harde eijeren, geen sneden
+struisvogelvleesch eten?"
+
+"Wel, mijnheer!" antwoordde de hofmeester, eenigzins in zijn eer
+gekrenkt.
+
+"Ik heb u niet willen beleedigen, mijn vriend!" zeide de geleerde
+glimlagchend; "maar, ziet ge, in geen maand hebben wij iets anders
+gehad, en wij nuttigden het, niet op een tafel zittende, maar op den
+grond liggende of op boomen huizende. Daarom kwam het ontbijt, dat gij
+aankondigt, mij voor als een droom, een bedrog, een hersenschim!"
+
+"Laten wij dan het bewijs leveren, dat het wezenlijk bestaat, mijnheer
+Paganel!" sprak lady Helena, die haar lagchen niet kon bedwingen.
+
+"Mag ik u mijn arm aanbieden?" vroeg de galante aardrijkskundige.
+
+"Heeft Uw Edelheid geen orders te geven aangaande den koers van de
+_Duncan_?" vroeg John Mangles.
+
+"Na het ontbijt, waarde John! zullen wij gezamenlijk het programma voor
+onzen nieuwen togt opmaken," antwoordde Glenarvan.
+
+De passagiers van het jagt en de jeugdige kapitein gingen naar de
+_longroom_. De machinist kreeg last om stoom op te houden, ten einde op
+het eerste teeken te vertrekken. De majoor, die zich geschoren had, en
+de reizigers namen, na zich wat opgeknapt te hebben, aan tafel plaats.
+
+Men deed eer aan het ontbijt van Olbinett. Eenstemmig werd het
+uitmuntend genoemd, zelfs beter dan de kostelijke maaltijden in de
+Pampa. Paganel liet zich iederen schotel tweemaal geven, "uit
+verstrooidheid" zooals hij zeide.
+
+Dit ongelukkige woord deed lady Glenarvan vragen, of de beminnelijke
+Franschman soms tot zijn gewone zonde vervallen was. De majoor en lord
+Glenarvan zagen elkander glimlagchende aan. Paganel zelf barstte in een
+schaterend gelach uit, en verpandde "zijn eer" dat hij, hoe lang de reis
+ook nog duren mogt, niet meer verstrooid zou zijn; daarop gaf hij een
+zeer aardig verslag van zijn wederwaardigheden en van zijn grondige
+studiën over het werk van Camoëns.
+
+"En toch," voegde hij er ten slotte bij, "is het ongeluk ergens goed
+voor, en gevoel ik geen spijt over mijn dwaling."
+
+"Hoe zoo, mijn vriend?" vroeg de majoor.
+
+"Omdat ik nu niet alleen spaansch, maar ook portugeesch spreek. Ik ken
+nu twee talen in plaats van ééne!"
+
+"Daar had ik zoo waar niet aan gedacht," antwoordde Mac Nabbs. "Ik maak
+u wel mijn compliment, Paganel!"
+
+Allen juichten Paganel toe, die daarom het eten niet vergat, hij at en
+praatte tegelijk. Vandaar, dat hij een bijzonderheid, die Glenarvan niet
+ontgaan kon, niet opmerkte: de oplettendheid namelijk van John Mangles
+voor zijn jeugdige tafelburin Mary Grant. Een bijna onmerkbare wenk van
+lady Helena aan haar man deed dezen inzien, dat "er iets gaande" was!
+Glenarvan zag de beide jongelieden met vriendelijk welgevallen aan en
+rigtte het woord tot John Mangles, maar over een heel andere zaak.
+
+"Vertel mij eens, John! hoe is het op uw reis gegaan?"
+
+"Het kon niet beter," antwoordde de kapitein. "Alleen moet ik Uw
+Edelheid zeggen, dat wij niet door de straat van Magellaan teruggekeerd
+zijn.
+
+"Wat!" riep Paganel, "zijt gij kaap Hoorn omgevaren, en dat zonder mij?"
+
+"Hang u op!" zeide de majoor.
+
+"Eigenbelangzoeker! wilt gij van mij erven, dat gij mij dien raad
+geeft?" antwoordde de aardrijkskundige.
+
+"Maar, waarde Paganel!" sprak Glenarvan, "wie de gaaf niet bezit van
+overal te gelijk te zijn, kan niet de Pampa's doortrekken en te gelijk
+kaap Hoorn omzeilen."
+
+"Dat neemt niet weg, dat het mij spijt," antwoordde de geleerde.
+
+Maar er werd niet verder over gesproken en men liet het bij dit
+antwoord. John Mangles nam nu het woord weer op en verhaalde zijn reis.
+Langs de amerikaansche kust varende, had hij op nieuw al de westelijke
+eilandgroepen onderzocht, maar nergens een spoor van de _Britannia_
+gevonden. Aan kaap Pilares, aan den ingang der straat gekomen, had hij
+zich om den tegenwind zuidwaarts gewend; de _Duncan_ stevende voorbij de
+Desolation-eilanden tot zeven en zestig graden zuiderbreedte, zeilde om
+kaap Hoorn, digt onder Vuurland, en hield het, na de straat van Le Maire
+doorgevaren te zijn, langs de kust van Patagonië. Daar werd hij op de
+hoogte van kaap Corrientes door een vreeselijken storm beloopen,
+denzelfden, die de reizigers zoo geteisterd had. Maar het jagt hield
+zich goed, en sedert drie dagen voer John Mangles wat heen en weer, toen
+de losbrandingen der karabijnen hem verwittigden, dat de met zooveel
+ongeduld verwachte reizigers er waren. Zonder omtrent lady Glenarvan en
+miss Grant onbillijk te zijn, mogt de kapitein der _Duncan_ haar den lof
+voor haar zeldzame onverschrokkenheid niet onthouden. De storm joeg haar
+geen schrik aan, en betoonden zij eenige vrees, dan was het alleen voor
+haar vrienden, die toen op de vlakten der argentijnsche republiek
+ronddoolden.
+
+Hiermede besloot John Mangles zijn verhaal, waarna lord Glenarvan zijn
+tevredenheid over zijn gedrag betuigde; zich vervolgens tot Mary Grant
+rigtende, zeide hij:
+
+"Lieve miss! ik hoor, dat kapitein John uw uitstekende hoedanigheden
+prijst, en het doet mij groot genoegen, dat ik daaruit mag opmaken, dat
+het u niet tegenstaat aan boord van zijn vaartuig!"
+
+"Hoe zou dat anders kunnen wezen!" antwoordde Mary, lady Helena en
+misschien ook den jongen kapitein aanziende.
+
+"O, mijnheer John! mijn zuster houdt veel van u, en ik ook!" riep
+Robert.
+
+"Ik mag u ook heel graag lijden, beste jongen!" antwoordde John Mangles,
+die een beetje van streek geraakte door het gezegde van Robert, dat Mary
+Grant ook ligt had doen blozen.
+
+Vervolgens het gesprek op een minder gevaarlijk punt brengende, voegde
+hij er bij:
+
+"Nu heb ik u de reis van de _Duncan_ verteld. Uwe Edelheid zal ons thans
+zeker wel het een en ander van zijn togt door Amerika en van de daden
+van onzen jeugdigen held willen mededeelen?"
+
+Niets kon lady Helena en miss Grant aangenamer zijn. Lord Glenarvan
+haastte zich dan ook om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Hij sloeg
+geen enkel voorval op de geheele reis van den eenen oceaan naar den
+anderen over. De Andesketen, de aardbeving, de verdwijning van Robert,
+diens wegvoering door den condor, het geweerschot van Thalcave, het
+voorval met de roode wolven, de zelfopoffering van den knaap, sergeant
+Manuel, de overstrooming, de vlugt op den boom, de bliksem, de brand, de
+kaaimans, de hoos, de nacht aan de kust van den Atlantischen oceaan, al
+die vrolijke of ontzettende omstandigheden wekten beurtelings de
+lachlust en den angst zijner hoorders op. Voor menig voorval dat hij
+mededeelde, ontving Robert de liefkozingen zijner zuster en van lady
+Helena. Nooit werd een knaap zoo innig of door opgewondener vriendinnen
+omhelsd.
+
+Toen lord Glenarvan zijn verhaal had geëindigd, voegde hij er nog bij:
+
+"En nu willen wij aan het tegenwoordige denken, mijne vrienden! wat
+voorbij is is voorbij, maar de toekomst behoort ons; laten wij tot
+kapitein Harry Grant terugkeeren."
+
+Het ontbijt was afgeloopen; al de gasten gingen in de hut van lady
+Glenarvan, schaarden zich om een tafel vol kaarten en teekeningen, en
+terstond begon het gesprek.
+
+"Lieve Helena," zeide lord Glenarvan, "toen ik aan boord kwam, heb ik u
+medegedeeld, dat, al kwamen de schipbreukelingen der _Britannia_ niet
+met ons, wij toch meer dan ooit hopen mogten hen terug te vinden. Uit
+onzen togt door Amerika is het ons stellig gebleken, dat het onheil noch
+op de kusten der Stille Zuidzee, noch op die van den Atlantischen oceaan
+heeft plaats gehad. Daaruit volgt natuurlijk, dat de uitlegging aan het
+document gegeven, alsof Patagonië bedoeld werd, een dwaling is. Gelukkig
+heeft onze vriend Paganel, door eene plotselinge ingeving bezield, de
+dwaling ontdekt. Hij heeft aangetoond, dat wij een verkeerden weg
+volgden, en het document zoo uitgelegd, dat er voor ons geen twijfel
+meer overblijft. Ik bedoel het fransche document, en ik wil Paganel
+verzoeken het hier uit te leggen, opdat niemand meer den geringsten
+twijfel moge koesteren."
+
+De geleerde, zoo tot spreken uitgenoodigd, was terstond gereed; hij
+hield een overtuigende rede over de woorden _gonie_ en _indi_; het woord
+Australië leidde hij door een strenge redeneering af van het woord
+_austral_; hij bewees, dat kapitein Grant, de kust van Peru verlaten
+hebbende om naar Europa terug te keeren, met een ontredderd schip zeer
+gemakkelijk door de zuidelijke stroomen van de Stille Zuidzee tot de
+australiscbe kust kon medegesleept zijn; kortom zijn vernuftige
+vooronderstellingen, zijn schrandere gissingen verwierven de algemeene
+goedkeuring, ook van John Mangles, die anders in dit opzigt moeijelijk
+te overreden was en zich geenszins door zijn verbeeldingskracht liet
+wegslepen.
+
+Zoodra Paganel met zijn betoog klaar was, beval Glenarvan, dat de
+_Duncan_ onmiddellijk koers zetten zou naar Australië.
+
+Alvorens de steven naar het oosten gewend werd, verzocht de majoor
+echter verlof om een enkele opmerking te maken.
+
+"Spreek, Mac Nabbs!" antwoordde Glenarvan.
+
+"Mijn doel," sprak de majoor, "is geenszins om de bewijzen van mijn
+vriend Paganel te verzwakken, nog minder ze te wederleggen; ik vind ze
+gegrond, schrander, al onze aandacht waardig, en met het volste regt
+moeten zij den grondslag onzer aanstaande nasporingen uitmaken. Maar ik
+verlang, dat zij nog eens rijpelijk onderzocht worden, opdat hun waarde
+onbetwistbaar en onbetwist zij."
+
+Niemand begreep, waar de voorzigtige Mac Nabbs heen wilde, en allen
+hoorden hem met zekeren angst aan.
+
+"Ga voort, majoor!" zeide Paganel. "Ik ben bereid om al uw vragen te
+beantwoorden."
+
+"Niets gemakkelijker dan dat," antwoordde de majoor. "Toen wij, nu vijf
+maanden geleden, de drie documenten in de golf van Clyde onderzochten,
+kwam hun verklaring ons duidelijk voor. Geen andere dan de westkust van
+Patagonië kon het tooneel der schipbreuk zijn. Geen schijn van twijfel
+zelfs kwam dienaangaande bij ons op!"
+
+"Die opmerking is zeer juist," meende Glenarvan.
+
+"Later," vervolgde de majoor, "toen Paganel in een vlaag van door God
+beschikte verstrooidheid bij ons aan boord kwam, werden hem de
+documenten voorgelegd, en keurde hij zonder voorbehoud onze nasporingen
+op de amerikaansche kust goed."
+
+"Dat is zoo," antwoordde de aardrijkskundige.
+
+"En toch hebben wij ons vergist," zeide de majoor.
+
+"Wij hebben ons vergist," herhaalde Paganel. "Maar om zich te vergissen,
+Mac Nabbs! behoeft men slechts mensch te zijn, terwijl hij, die in zijn
+dwaling volhardt, een gek is."
+
+"Wacht een beetje, Paganel!" antwoordde de majoor, "word niet boos. Ik
+wil niet zeggen, dat wij onze nasporingen in Amerika moeten
+voortzetten."
+
+"Wat verlangt gij dan?" vroeg Glenarvan.
+
+"Alleen de bekentenis, en anders niet, dat Australië thans even zeker
+het tooneel van de schipbreuk der _Brittannia_ schijnt te zijn, als
+Amerika het eerst scheen."
+
+"Dat bekennen wij gaarne," antwoordde Paganel.
+
+"Dat zal ik in mijn oor knoopen," hernam de majoor, "en u tevens
+aansporen om uw verbeeldingskracht een beetje te wantrouwen ten aanzien
+van die opeenvolgende en met elkander strijdige gevolgtrekkingen. Wie
+weet of na Australië niet een ander land ons dezelfde zekerheid zal
+aanbrengen, en of het, als die nieuwe nasporingen weder vergeefsch zijn
+geweest, niet "zeker" zal schijnen, dat zij ergens elders hervat moeten
+worden."
+
+Glenarvan en Paganel zagen elkander aan. De opmerkingen van den majoor
+troffen hen door haar juistheid.
+
+"Ik verlang dus," hervatte Mac Nabbs, "dat er nog een onderzoek zal
+plaats hebben, voor wij op weg gaan naar Australië. Hier zijn de
+documenten, daar liggen kaarten. Laten wij achtereenvolgens al de punten
+onderzoeken, die de zeven en dertigste breedtegraad snijdt, en zien of
+wij niet eenig ander land aantreffen, dat het document juist zou
+aanwijzen."
+
+"Niets is gemakkelijker en spoediger gedaan," antwoordde Paganel, "want
+gelukkig is er juist geen overvloed van land op deze breedte."
+
+"Laat eens zien," zeide de majoor, een engelsche wereldkaart naar de
+projectie van Mercator uitspreidende.
+
+De kaart werd voor lady Helena gelegd, en allen plaatsten zich zoo, dat
+zij het betoog van Paganel konden volgen.
+
+"Zooals ik u reeds vroeger zeide," begon de aardrijkskundige, "gaat de
+zeven en dertigste breedtegraad over Zuid-Amerika en raakt dan de
+eilanden van Tristan d'Acunha. Nu houd ik staande, dat geen enkel woord
+van het document op deze eilanden betrekking kan hebben."
+
+De documenten werden naauwkeurig onderzocht, en men moest toegeven, dat
+Paganel gelijk had. Tristan d'Acunha werd dus met algemeene stemmen
+verworpen.
+
+"Verder," ging de aardrijkskundige voort. "Den Atlantischen oceaan
+verlatende, gaan wij twee graden bezuiden de kaap de Goede Hoop en komen
+in den Indischen oceaan. Slechts ééne eilandengroep ontmoeten wij,
+Amsterdam. Passen wij hierop hetzelfde onderzoek toe als op Tristan
+d'Acunha."
+
+Na een naauwlettend onderzoek werden de eilanden Amsterdam op hun beurt
+ter zijde gesteld. Geen enkel volledig of afgebroken fransch, engelsch
+of duitsch woord kon op deze eilandengroep in den Indischen oceaan
+betrekking hebben.
+
+"Nu komen wij aan Australië," hernam Paganel. "De zeven en dertigste
+breedtegraad loopt over dit vastland van kaap Bernouilli tot de
+Twofold-baai. Gij zult met mij toestemmen, dat het engelsche woord
+_stra_ en het fransche _austral_ zonder den tekst geweld aan te doen op
+Australië slaan kunnen. De zaak is zoo duidelijk, dat ik er niet verder
+over wil spreken."
+
+Allen stemden in met het gevoelen van Paganel. Alle gronden van
+waarschijnlijkheid waren voor die meening.
+
+"Gaan wij verder," zeide de majoor.
+
+"Met genoegen," antwoordde de aardrijkskundige, "de reis is gemakkelijk
+genoeg. De Twofold-baai verlatende, steken wij den zeearm over, die zich
+ten oosten van Australië bevindt en treffen Nieuw-Zeeland aan. Vooraf
+echter herinner ik u, dat het woord _contin_ van het fransche document
+onmogelijk iets anders kan beteekenen dan een "continent" (vast land).
+Derhalve kan kapitein Grant geen schuilplaats op Nieuw-Zeeland gevonden
+hebben, dat maar een eiland is. Hoe het ook zij, onderzoekt, vergelijkt,
+zet de woorden om, en ziet of zij ook maar in de verte op dit laatste
+gewest betrekking kunnen hebben."
+
+"Volstrekt niet," antwoordde John Mangles, die de documenten en de kaart
+aan een naauwkeurig onderzoek onderwierp.
+
+"Neen," zeiden al de toehoorders van Paganel en de majoor zelf ook,
+"neen, Nieuw-Zeeland kan niet bedoeld zijn."
+
+"Op de ontzaggelijke ruimte, die dit groote eiland van de amerikaansche
+kust scheidt," hervatte de aardrijkskundige, "snijdt de zeven en
+dertigste breedtegraad slechts een woest en onbewoond eilandje."
+
+"Dat heet?..." vroeg de majoor.
+
+"Zie maar op de kaart. Het is Maria-Theresa, een naam, waarvan ik niet
+het geringste spoor in de drie documenten vind."
+
+"Geen enkel," bevestigde Glenarvan.
+
+"Nu laat ik het aan u over, mijne vrienden! om te beslissen of niet alle
+waarschijnlijkheden, om niet te zeggen de zekerheid voor het australisch
+vastland pleit?"
+
+"Ja! ja!" riepen al de passagiers en de kapitein der _Duncan_ tegelijk.
+
+"Hebt gij genoeg levensmiddelen en kolen, John?" vroeg nu Glenarvan.
+
+"Ja, Uwe Edelheid! ik heb mij te Talcahuano goed voorzien, en aan de
+Kaapstad zullen wij gemakkelijk genoeg kolen kunnen innemen."
+
+"Geef dan den koers...."
+
+"Nog ééne opmerking," zeide de majoor zijn vriend in de rede vallende.
+
+"En die is, Mac Nabbs?"
+
+"Hoeveel kans van welslagen Australië ons ook aanbiedt, zou het toch
+mijns bedunkens goed zijn een dag of twee bij de eilanden Tristan d'
+Acunha en Amsterdam aan te leggen. Zij liggen op onzen weg en zullen ons
+niet van den koers afbrengen. Dan zullen wij weten, of de _Britannia_ er
+niet eenig spoor van haar schipbreuk heeft achtergelaten."
+
+"Wat is die ongeloovige majoor toch vasthoudend!" riep Paganel.
+
+"Ik ben er volstrekt niet op gesteld om terug te keeren, wanneer
+Australië soms de verwachting, die wij er van koesteren, niet vervullen
+mogt."
+
+"Die voorzorg is dunkt mij niet kwaad," sprak Glenarvan.
+
+"En ik zal u niet afraden om ze te nemen," antwoordde Paganel.
+"Integendeel."
+
+"Wend dan den steven naar Tristan d'Acunha, John!" zeide Glenarvan.
+
+"Terstond, Uwe Edelheid!" gaf de kapitein ten antwoord, en hij ging naar
+het dek, terwijl Robert en Mary Grant lord Glenarvan hun levendigen dank
+betuigden.
+
+Weldra verliet de _Duncan_ de amerikaansche kust en zich oostwaarts
+rigtende kliefde haar steven snel de baren van den Atlantischen oceaan.
+
+
+
+
+II.
+
+Tristan d'Acunha.
+
+
+Indien het jagt de evennachtslijn had gevolgd, zouden de honderd zes en
+negentig graden, die Australië van Amerika of liever kaap Bernouilli van
+kaap Corrientes scheiden, gelijk geweest zijn aan elf duizend zeven
+honderd zestig geographische mijlen[1]. Maar op den zeven en dertigsten
+breedtegraad komen die honderd zes en negentig graden, ten gevolge van
+de gedaante des aardbols, overeen met slechts negen duizend vier honderd
+tachtig zulke mijlen[2]. Van de amerikaansche kust tot Tristan d'Acunha
+rekent men twee duizend één honderd mijlen[3], een afstand, dien John
+Mangles in tien dagen hoopte af te leggen, indien de oostewinden de
+vaart van het jagt niet belemmerden. Hij had alle reden tot
+tevredenheid, want tegen den avond bedaarde de wind merkbaar, en nu kon
+de _Duncan_ op een stille zee al haar uitmuntende hoedanigheden aan den
+dag leggen.
+
+Dienzelfden dag hadden de passagiers hunne scheepsgewoonten weder
+aangenomen. Men zou niet gezegd hebben, dat zij in geen maand aan boord
+waren geweest. Na het water van de Stille Zuidzee strekte zich dat van
+den Atlantischen oceaan voor hun gezigt uit, en met slechts geringe
+wijzigingen gelijken alle golven elkaar. Na hen zoo vreeselijk op de
+proef te hebben gesteld, vereenigden zich thans de elementen om hen te
+begunstigen. De oceaan was rustig, de wind in den goeden hoek, en al de
+kracht der zeilen, die de westewinden deden zwellen, kwam de
+onvermoeibare stoomkracht te hulp, die in den stoomketel was besloten.
+
+Die snelle overtogt had dan ook zonder buitengewone voorvallen of
+onheilen plaats. Vol vertrouwen stevende men naar de australische kust.
+De waarschijnlijkheid werd tot zekerheid. Er werd over kapitein Grant
+gesproken, alsof het jagt hem in een bepaalde haven aan boord ging
+nemen. Zijn hut en de kooijen zijner beide reisgenooten werden reeds in
+gereedheid gebragt. Mary Grant vond er behagen in ze eigenhandig in orde
+te brengen en op te schikken. Olbinett had de zijne afgestaan en deelde
+nu de hut van zijn vrouw. Deze hut grensde aan het beruchte N° 6, dat
+aan boord van de _Scotia_ door Jacques Paganel was besproken.
+
+De geleerde aardrijkskundige kwam er bijna niet uit. Hij werkte van den
+vroegen morgen tot den laten avond aan een boek, getiteld: _Verhevene
+indrukken van een aardrijkskundige in de argentijnsche Pampa_. Met
+ontroerde stem hoorde men hem zijn sierlijke volzinnen opzeggen, voor
+hij ze aan de witte bladzijden van zijn aanteekenboekje toevertrouwde,
+en meer dan eens riep hij, ontrouw aan Clio, de muze der geschiedenis,
+vol verrukking de goddelijke Calliope aan, die de heldendichters
+bezielt.
+
+Paganel maakte er ook volstrekt geen geheim van. Om zijnentwil verlieten
+Apollo's kuische dochteren gaarne de toppen van den Parnassus of den
+Helikon. Lady Helena maakte hem er haar opregt gemeend compliment over.
+Ook de majoor wenschte hem geluk met die bezoeken der zanggodinnen.
+
+"Maar wacht u vooral voor verstrooidheid, waarde Paganel!" voegde hij er
+bij, "en mogt gij bij toeval lust krijgen om australisch te leeren, ga
+het dan niet bestudeeren in een chineesche spraakkunst!"
+
+Alles ging dus bij uitstek goed aan boord. Met belangstelling sloegen
+lord en lady Glenarvan, John Mangles en Mary Grant gade. Zij vonden geen
+reden om aanmerkingen te maken, en daar John zelf zweeg, was het ook
+maar het best om zich onkundig te houden.
+
+"Hoe zal kapitein Grant er over denken?" vroeg Glenarvan eens aan zijn
+vrouw.
+
+"Hij zal denken, dat John Mary waardig is, lieve Edward! en hij zal niet
+bedrogen uitkomen."
+
+Intusschen naderde het jagt snel de plaats zijner bestemming. Vijf
+dagen, nadat zij kaap Corrientes uit het oog hadden verloren, den 16den
+November, stak er een fiksche westewind op, hetgeen aan de schepen, die
+Afrika's zuidspits omvaren, zeer goed te stade komt tegen de regelmatige
+zuidoostewinden. De _Duncan_ zette alle zeilen bij, en voor haar
+fokkezeil, haar groote bezaan, haar mars- en bramzeil, haar lij-,
+steng- en stagzeilen, liep zij verbazend snel met bakboordshalzen.
+Naauwelijks drong haar schroef in het water, dat haar steven doorkliefde,
+en men zou gezegd hebben, dat zij met de snelvarende jagten van de
+Royal-Thames-Club om den prijs dong.
+
+'s Anderendaags was de zee bedekt met een ontzaggelijke menigte zeegras,
+als ware zij een digt met gras begroeide onmetelijke vijver. Zij geleek
+op een krooszee, bedekt met al de overblijfselen van boomen en planten,
+die uit de omliggende landen komen aandrijven. Luitenant Maury heeft
+voornamelijk de aandacht der zeevarenden er op gevestigd. De _Duncan_
+scheen over een onmetelijke weide te drijven, die Paganel teregt met de
+Pampa's vergeleek, zoodat haar vaart min of meer werd vertraagd.
+
+Vier en twintig uren later liet de uitkijk, bij het krieken van den dag,
+de kreet: "land!" hooren.
+
+"In welke rigting?" vroeg Tom Austin, die de wacht had.
+
+"Onder den wind van ons," antwoordde de matroos.
+
+Op dit geroep, dat altijd eenige aandoening veroorzaakt, stroomden allen
+naar het dek van het jagt. Weldra kwam er een verrekijker uit de
+kampanje, onmiddellijk gevolgd door Jacques Paganel.
+
+De geleerde bragt zijn instrument in de aangewezen rigting, maar zag
+niets, dat op land geleek.
+
+"Kijk in de wolken," voegde John Mangles hem toe.
+
+"Zoo waar," antwoordde Paganel, "dat heeft veel van een nog bijna
+onzigtbare soort van piek."
+
+"Dat is Tristan d'Acunha," hernam John Mangles.
+
+"Dan moeten wij, als ik mij wel herinner, er tachtig mijlen van af
+zijn," gaf de geleerde ten antwoord, "want de zeven duizend voet hooge
+piek van Tristan is op dien afstand zigtbaar."
+
+"Dat is ook zoo," antwoordde kapitein John.
+
+Eenige uren later was de groep zeer hooge en zeer steile bergen
+duidelijk aan den gezigteinder waar te nemen. De kegelvormige top van
+Tristan stak zwart af bij den schitterenden grond des hemels, dien de
+stralen der opgaande zon met allerlei kleuren tooiden. Weldra maakte het
+voornaamste eiland zich los van de rotsmassa, als de top van een naar
+het noordoosten hellenden driehoek.
+
+Tristan d'Acunha ligt op 37°8' zuiderbreedte en 10°44' westerlengte van
+Greenwich[4]. Achttien mijlen ten zuidwesten ligt het Ontoegankelijke,
+en tien mijlen ten zuidoosten het Nachtegaals-eiland, die deze kleine
+eenzame groep in dit gedeelte van den Atlantischen oceaan vormen. Tegen
+den middag peilde men de twee voornaamste landteekens, die den zeelieden
+tot herkenningspunten dienen, namelijk op een hoek van het
+Ontoegankelijke eiland een rots, die zeer juist op een schip onder zeil
+gelijkt en aan de noordpunt van het Nachtgaals-eiland twee eilandjes,
+die wel iets hebben van een vervallen fortje.
+
+Tegen drie ure liep de _Duncan_ de Falmouth-baai op Tristan d'Acunha
+binnen, welke door de Bijstandspunt tegen de westewinden beschut wordt.
+
+Daar lagen eenige walvischvaarders voor anker, die zich bezig hielden
+met de vangst van robben en andere zeedieren, waarvan deze kusten
+tallooze soorten opleveren.
+
+John Mangles zocht een goeden ankergrond; want die opene reeden zijn
+zeer gevaarlijk wegens de noordweste- en noordewinden, en op deze zelfde
+plaats was in 1829 de engelsche brik _Julia_ met man en muis vergaan. De
+_Duncan_ naderde de kust tot op een halve mijl en ging op een steengrond
+op twintig vaâm water ten anker. Dadelijk begaven al de passagiers zich
+in de groote boot en zetten voet aan land op een fijn en zwart zand, het
+overschot der verweerde rotsen van het eiland.
+
+De hoofdplaats der geheele groep van Tristan d'Acunha is niets meer dan
+een dorpje, achterin de baai aan een zeer onstuimige beek gelegen. Het
+bestond uit een vijftigtal vrij zindelijke en hoogst regelmatig gebouwde
+huizen, dat het kenmerk der engelsche bouwkunst schijnt te zijn. Achter
+dit onbeduidende plaatsje strekte zich een vlakte van vijftienhonderd
+bunders uit, begrensd door een ontzaggelijke opeenhooping van lava; de
+kegelvormige piek verhief zich nog zeven duizend voet hoog boven dit
+vlak.
+
+Lord Glenarvan werd door een gouverneur ontvangen, die onder de
+Kaapkolonie staat. Onmiddellijk deed hij onderzoek naar Harry Grant en
+de _Britannia_. Die namen waren geheel onbekend. De eilanden Tristan
+d'Acunha liggen niet op den weg der schepen, en worden bijgevolg zelden
+bezocht. Sedert de bekende schipbreuk der _Blendon-Hall_, die in 1821 op
+de rotsen van het Ontoegankelijke eiland stootte, waren er slechts twee
+schepen bij het voornaamste eiland gestrand, de _Primauguet_ in 1845 en
+de amerikaansche driemaster _Philadelphia_ in 1857. De lijst der
+zeerampen te Acunha bevatte slechts deze drie gevallen.
+
+Glenarvan rekende volstrekt niet op naauwkeuriger inlichtingen en had
+den gouverneur des eilands alleen ondervraagd om zijn geweten gerust te
+stellen. Zelfs liet bij door de sloepen een togt om het eiland doen, dat
+hoogstens zeventien mijlen omtrek heeft, Londen of Parijs zouden er niet
+op kunnen staan, al was het nog driemaal grooter.
+
+Gedurende dezen verkenningstogt deden de passagiers der _Duncan_ een
+wandeling door het dorp en langs de kust. Tristan d'Acunha telt niet
+meer dan honderd vijftig inwoners. Het zijn Engelschen en Amerikanen,
+gehuwd met negerinnen en hottentotsche vrouwen van de Kaap, echte
+monsters van leelijkheid. De kinderen uit die vreemdsoortige huwelijken
+waren een zeer onaangenaam mengsel van de stugheid der Saxers en de
+zwarte kleur der Afrikanen.
+
+De reizigers, welke zich gelukkig achtten vasten grond onder hun voeten
+te hebben, strekten hun wandeling langs den oever uit, waaraan de eenige
+groote bebouwde vlakte des eilands grenst. Verderop bestaat de geheele
+kust uit dorre en steile lavarotsen. Bij honderden kan men de groote
+albatrossen en de domme vetganzen daar tellen.
+
+Nadat zij die rotsen, welke haar ontstaan aan het vuur danken,
+onderzocht hadden, keerden de bezoekers naar de vlakte terug; hier en
+daar murmelden talrijke stroomende bronnen, door de eeuwige sneeuw van
+den kegel gevoed; de bodem had een vrolijk voorkomen door de groene
+struiken, waarop het oog bijna evenveel musschen als bloemen telde;
+slechts een enkele boom, een soort van kaapschen kruisdoornstruik, wel
+twintig voet hoog, en de "tusseh", een reusachtig rietgewas met
+houtachtigen stengel staken boven het groene landschap uit; een veel
+loten makende doornbeziestruik met stekelig zaad, stevige lomariën met
+ineengegroeide vezels, eenige zeer langlevende struikvormige planten,
+ancerinen, wier welriekende uitwasemingen de lucht met heerlijke geuren
+doortrokken, mosplanten, wilde selderij en varens vormden een wel niet
+talrijke maar weelderige flora. Het bleek terstond, dat een eeuwige
+lente haar weldadigen invloed op dit bevoorregte eiland deed gevoelen.
+Paganel beweerde met zijn gewone overdrijving, dat hier het vermaarde
+Ogygia was, dat Fénélon had bezongen. Hij stelde lady Glenarvan voor een
+grot te zoeken en de lieve Calypso na te volgen, en vroeg voor
+zichzelven geen ander voorregt, dan "een der nimfen te zijn, die haar
+bedienden."
+
+Zoo keerden de wandelaars, al pratende en bewonderende, tegen het vallen
+van den avond naar het jagt terug; kudden runderen en schapen weidden in
+den omtrek van het dorp; de koren- en maïs-akkers en de tuinen met
+moesgroenten, welke eerst voor veertig jaar ingevoerd waren, spreidden
+hun natuurschatten tot op de straten der hoofdplaats ten toon.
+
+Juist toen lord Glenarvan aan boord kwam, legden ook de sloepen der
+_Duncan_ bij het jagt aan. In weinige uren waren zij het eiland
+omgevaren. Geen spoor van de _Britannia_ hadden zij op haar togt
+aangetroffen. Het eenige nut van die rondreis was dus, dat het eiland
+Tristan geheel van de lijst der nasporingen geschrapt werd.
+
+Bij gevolg kon de _Duncan_ thans die afrikaansche eilandengroep verlaten
+en haar reis oostwaarts voortzetten. Zij vertrok echter niet dienzelfden
+avond, want Glenarvan gaf zijn manschappen verlof om op de tallooze
+robben jagt te maken, die onder den naam van zeekalven, zeeleeuwen,
+zeebeeren en zeeolifanten de oevers der Falmouth-baai bezoeken. Voorheen
+hielden de walvisschen zich gaarne in den omtrek der eilanden op; maar
+zooveel walvischvaarders hadden ze vervolgd en geharpoeneerd, dat er
+maar weinige overgebleven waren. De vinpootige zoogdieren daarentegen
+waren er bij heele scharen bijeen. De matrozen van het jagt besloten dus
+er 's nachts jagt op te maken en den volgenden dag te besteden met het
+inzamelen van een goeden voorraad traan. Daarom werd het vertrek der
+_Duncan_ twee dagen, tot den 20sten November uitgesteld.
+
+Onder het avondeten deelde Paganel tot groot genoegen zijne hoorders het
+een en ander betreffende de eilanden Tristan mede. Zoo vernamen zij, dat
+die groep in 1506 door den Portugees Tristan d'Acunha, een der
+reisgenooten van Albuquerque, ontdekt, meer dan een eeuw lang
+veronachtzaamd bleef. Niet ten onregte werden zij voor broeinesten van
+stormen gehouden, en stonden zij in geen beter reuk dan de Bermuda's.
+Zij werden dus steeds vermeden, en tenzij de orkanen van den
+Atlantischen oceaan er een schip heendreven, wierp geen enkel vaartuig
+er uit eigen beweging het anker.
+
+In 1697 liepen er drie hollandsche Oost-Indie-vaarders binnen, die er de
+coördinaten van berekenden, terwijl de groote sterrekundige Halley hun
+berekeningen in 1700 herzag. Van 1712 tot 1767 maakten eenige fransche
+zeelieden er kennis mede, vooral La Pérouse, die ze ingevolge zijn
+lastbrief op zijn beroemde reis van 1785 bezocht.
+
+Die tot nog toe zoo schaars bezochte landen waren nog onbewoond, toen
+een Amerikaan, Jonathan Lambert, in 1811 het waagde zich er neer te
+zetten. Hij landde er met twee makkers in de maand Januarij en begon
+moedig het werk van kolonist. De engelsche gouverneur van de kaap de
+Goede Hoop vernomen hebbende, dat het hun goed ging, bood hun de
+bescherming van Engeland aan. Jonathan Lambert nam dit aan, en heesch op
+zijn hut de britsche vlag. Het scheen, alsof hij zijn volk, bestaande
+uit een ouden Italiaan en een portugeeschen mulat, rustig zou regeeren,
+toen hij eens bij een verkenning van de kusten van zijn rijk verdronk of
+verdronken werd; dat weet men niet regt. Het jaar 1814 kwam. Napoleon
+werd op St. Helena gevangen gezet, en om hem des te beter te bewaken,
+legde Engeland bezetting op het eiland Ascension en ook op Tristan
+d'Acunha. Het garnizoen van Tristan bestond uit een compagnie artillerie
+van de Kaap en een afdeeling Hottentotten. Het bleef er tot in 1821,
+toen het na den dood van den gevangene van St. Helena weder naar de Kaap
+verlegd werd.
+
+"Slechts één Europeaan," voegde Paganel erbij, "een korporaal, een
+Schot...."
+
+"Wat! een Schot!" zeide de majoor, die altijd bijzonder veel belang in
+zijn landgenooten stelde.
+
+"William Glass genoemd," ging Paganel voort, "bleef op het eiland met
+zijn vrouw en twee Hottentotten. Weldra voegden zich twee Engelschen,
+een matroos en een visscher op de Theems, gewezen dragonder in het
+argentijnsche leger, bij den Schot, en eindelijk vond in 1821 ook een
+der schipbreukelingen van de _Blendon-Hall_ met zijn jonge vrouw een
+schuilplaats op het eiland Tristan. Zoo telde dus het eiland in 1821 zes
+mannen en twee vrouwen. In 1829 bestond de bevolking uit zeven mannen,
+zes vrouwen en veertien kinderen. In 1835 bereikte zij het cijfer van
+veertig en nu is het verdriedubbeld."
+
+"Zoo ontstaan de natiën," zeide Glenarvan.
+
+"Ik voeg er nog bij," hervatte Paganel, "om de geschiedenis van Tristan
+d'Acunha volledig te verhalen, dat dit eiland in mijn oog met evenveel
+regt den naam van Robinsons-eiland verdient, als Juan Fernandez. Want
+werden er op dit laatste achtereenvolgens twee matrozen achtergelaten,
+weinig scheelde het of twee geleerden had ditzelfde lot op Tristan
+d'Acunha getroffen. In 1793 verdwaalde een mijner landgenooten, de
+natuurkundige Aubert Dupetit-Thouars, door zijn ijver om planten te
+verzamelen vervoerd, en vond zijn schip eerst terug, toen de kapitein
+het anker ligtte. In 1824 werd een uwer landgenooten, waarde Glenarvan!
+de bekwame teekenaar August Earle, acht maanden lang op het eiland
+achtergelaten. Zijn kapitein, vergetende dat hij aan land was, was onder
+zeil gegaan naar de Kaap."
+
+"Die mag met regt een verstrooid kapitein heeten," zeide de majoor. "Hij
+was zeker van uw famielje, Paganel?"
+
+"Als hij het niet was, majoor! verdiende hij het te zijn!"
+
+Het antwoord van den aardrijkskundige maakte een einde aan dit gesprek.
+
+Gedurende den nacht maakten de matrozen van de _Duncan_ een goede jagt:
+een vijftigtal groote robben werden gedood. Eenmaal de jagt toegelaten
+hebbende, kon Glenarvan hun nu het voordeel, dat zij opleverde, niet
+onthouden. De volgende dag werd dus besteed om de traan te verzamelen en
+de huiden dezer winstgevende dieren te bereiden. Het spreekt van zelf,
+dat de passagiers van dit oponthoud gebruik maakten tot een nieuw togtje
+over het eiland. Glenarvan en de majoor namen hun geweer mede om op het
+wild van Acunha te jagen. Op deze wandeling kwam men tot aan den voet
+van den berg over een grond bezaaid met verweerde overblijfselen van
+slakken, poreuse en zware lava en andere vulkanische uitwerpselen. De
+voet van den berg was omringd door een verwarde menigte waggelende
+rotsblokken. Men kon zich onmogelijk vergissen in den aard van den
+ontzaggelijken kegel, en de engelsche kapitein Carnichaël had goed
+gezien, toen hij hem voor een uitgebranden vulkaan hield.
+
+De jagers ontdekten eenige wilde zwijnen. Een werd door een kogel van
+den majoor doodelijk getroffen. Glenarvan vergenoegde zich met
+verscheidene koppels zwarte patrijzen te schieten, waarvan de scheepskok
+een uitstekenden schotel moest opdisschen. Een menigte geiten vertoonde
+zich op het hooge bergvlak. En de wilde katten, moedige, vermetele en
+sterke dieren, de schrik der honden, vermenigvuldigden sterk en zouden
+weldra zeer gevreesde verscheurende dieren worden.
+
+Ten acht ure was een ieder weer aan boord, en des nachts verliet de
+_Duncan_ het eiland Tristan d'Acunha om het nimmer weder te zien.
+
+
+[1] 4900 uren gaans.
+
+[2] 4000 uren gaans.
+
+[3] 875 uren gaans.
+
+[4] 13°4' westerlengte van Parijs. Het verschil tusschen beide
+middagcirkels is 2°20'.
+
+
+
+
+III.
+
+Het eiland Amsterdam.
+
+
+John Mangles was voornemens aan de kaap de Goede Hoop kolen in te nemen.
+Daarom moest hij een weinig van den zeven en dertigsten breedtegraad
+afwijken en twee graden noordelijker gaan. De _Duncan_ was nu beneden de
+streek der passaatwinden en stevige westewinden begunstigden haar
+vaart[1]. Geen volle zes dagen had ze noodig voor de dertien honderd
+mijlen[2], die Tristan d'Acunha van Afrika's zuidpunt scheiden. Den
+24sten November, 's namiddags ten drie ure, kreeg men den Tafelberg in
+het oog, en iets later peilde John den Seinberg, die den ingang der baai
+aanwijst. Hij liep ze tegen acht ure binnen, en wierp het anker in de
+haven der Kaapstad.
+
+Als lid der Maatschappij van aardrijkskunde kon het Paganel niet
+onbekend zijn, dat het uiteinde van Afrika voor het eerst in 1486 gezien
+werd door den portugeeschen admiraal Bartholomeus Diaz, en dat het tot
+1497 duurde, voor de beroemde Vasco de Gama het omzeilde. Hoe zou het
+Paganel onbekend hebben kunnen zijn, daar Camoëns in zijn _Lusiade_ den
+roem van den grooten zeevaarder bezingt? Maar hij maakte hierbij een
+aardige opmerking en wel deze: indien Diaz in 1486, zes jaren voor de
+eerste reis van Christoffel Columbus, de kaap de Goede Hoop was
+omgezeild, zou de ontdekking van Amerika welligt wie weet hoe lang
+verschoven zijn. De weg om de Kaap toch was de kortste en natuurlijkste
+om naar Oost-Indië te komen. En het doel van den grooten genueeschen
+zeeman, toen hij westwaarts stevende, was immers geen ander dan de
+reizen naar de Specerijlanden te verkorten! Derhalve zou, zoodra de Kaap
+eens was omgezeild, zijn togt doelloos geweest zijn en zou hij hem
+waarschijnlijk niet ondernomen hebben.
+
+De Kaapstad, achter in de Kaapbaai gelegen, werd in 1652 door den
+Hollander van Riebeek gesticht. Zij was de hoofdstad eener belangrijke
+kolonie, die door de verdragen van 1815 bepaald engelsch werd. De
+passagiers van de _Duncan_ maakten van dit oponthoud gebruik om haar te
+bezoeken. Zij mogten niet meer dan twaalf uren aan hun wandeling
+besteden; want kapitein John had maar één dag noodig om nieuwen voorraad
+in te nemen, en hij wilde den 26sten, 's morgens vroeg, vertrekken.
+
+Meer tijd was er ook niet noodig om de regelmatige ruiten van dat
+schaakbord, dat Kaapstad heet, te doorkruisen, waarop dertig duizend
+inwoners, blanken en zwarten, de rol van koningen, koninginnen, paarden,
+pions, misschien ook van narren[3] spelen. Zoo drukte zich althans
+Paganel uit. Wanneer men het kasteel, dat zich ten zuidoosten van de
+stad verheft, het gouvernements-huis en tuin, de beurs, het museum en
+het steenen kruis, dat Bartholomeus Diaz bij gelegenheid van zijn
+ontdekking plantte, gezien, en een glas Pontai, het eerste gewas der
+Constantia-wijnen, gedronken heeft, kan men niets beter doen dan
+vertrekken. Zoo deden de reizigers dan ook den volgenden dag vroeg. De
+_Duncan_ stak in zee onder haar stagfok, haar kluiver, haar voormarszeil
+en haar marszeil, en eenige uren later stevende zij om die beruchte
+Stormkaap heen, waaraan de optimistische koning van Portugal, Johan II,
+zeer verkeerd den naam van Goede Hoop gaf.
+
+Een afstand van twee duizend negen honderd mijlen[4] tusschen de Kaap en
+het eiland Amsterdam af te leggen was bij een schoone zee en een fiksche
+koelte het werk van een dag of tien. Gelukkiger dan de reizigers in de
+Pampa's, hadden de zeevaarders niet over weer en wind te klagen. Lucht
+en water, die op het vastland tegen hen hadden zaamgespannen, sloegen nu
+de handen ineen om hen voort te drijven.
+
+"O, de zee! de zee!" riep Paganel telkens. "Zij is bij uitnemendheid het
+veld, waarop de menschelijke krachten zich kunnen oefenen, en het schip
+is wel het ware voertuig der beschaving! Denkt maar na, mijne vrienden!
+Was de aardbol maar één onmetelijk vastland, dan zouden wij er in de
+19de eeuw nog het duizendste gedeelte niet van kennen! Zie maar wat er
+in de binnenlanden der groote landstreken voorvalt; in de steppen van
+Siberië, op de vlakten van Midden-Azië, op de prairiën van Amerika, op
+de uitgestrekte gronden van Australië, in de bevrozen poolgewesten,
+--naauwelijks durft de mensch zich er wagen, de stoutste deinst terug, de
+moedigste bezwijkt! Verder gaan is onmogelijk. De middelen van vervoer
+zijn ontoereikend. Hitte, ziekten, de wildheid der inboorlingen, ziedaar
+evenveel onoverkomelijke hinderpalen. Een woestijn van twintig mijlen is
+een grooter scheidsmuur tusschen de menschen dan een oceaan van vijf
+honderd mijlen. De bewoners van over elkander liggende oevers zijn
+buren; vreemden, als slechts een woud ze scheidt! Engeland grenst aan
+Australië, terwijl Egypte b.v. millioenen uren van St. Petersburg
+schijnt te liggen! De zee is thans gemakkelijker te bereizen dan de
+kleinste Sahara, en aan haar hebben wij het te danken, zooals een
+amerikaansch geleerde zeer juist gezegd heeft[5], dat er een algemeene
+broederband om al de werelddeelen gelegd is."
+
+Paganel sprak met vuur, en de majoor zelfs had op geen enkel woord van
+dezen lofzang aan den oceaan een aanmerking te maken. Had men om Harry
+Grant terug te vinden den zeven en dertigsten breedtegraad over land
+moeten volgen, dan zou de onderneming niet op touw zijn gezet; maar de
+zee was er om de moedige zoekers van het eene land naar het andere te
+brengen, en den 6den December liet ze bij het eerste krieken van den dag
+een nieuwen berg uit den schoot harer golven oprijzen.
+
+Het was het eiland Amsterdam, op 37°47' breedte en 77°24'[6] lengte,
+welks hooge kegel bij helder weder vijftig mijlen in het rond zigtbaar
+is. Ten acht ure geleek zijn nog onbepaalde gedaante vrij naauwkeurig op
+Teneriffe.
+
+"En bij gevolg gelijkt het op Tristan d'Acunha," zeide Glenarvan.
+
+"Een zeer juiste gevolgtrekking," antwoordde Paganel, "overeenkomstig
+dit wis- en aardrijkskundig axioma, dat, wanneer twee eilanden elk aan
+een derde gelijk zijn, zij ook onderling op elkander gelijken. Ik voeg
+hier nog bij, dat het eiland Amsterdam even als Tristan d'Acunha rijk
+aan robben en Robinsons is en geweest is."
+
+"Zijn er dan overal Robinsons geweest?" vroeg lady Helena.
+
+"Op mijn eer, mevrouw!" antwoordde Paganel, "ik ken weinig eilanden,
+waar niets van dien aard is voorgevallen, en het toeval had reeds lang
+te voren den roman van uw onsterfelijken landgenoot, Daniël de Foe,
+uitgewerkt."
+
+"Mag ik zoo vrij zijn u iets te vragen, mijnheer Paganel?" zeide Mary
+Grant.
+
+"Zooveel gij wilt, lieve miss! ik beloof u, dat ik er op antwoorden
+zal."
+
+"Welnu," hernam het meisje, "zou de gedachte van op een onbewoond eiland
+achtergelaten te worden u veel vrees aanjagen?"
+
+"Mij!" riep Paganel.
+
+"Maak ons maar niet wijs, dat gij niets vuriger wenschen zoudt, mijn
+vriend!" zeide de majoor.
+
+"Dat beweer ik niet," antwoordde de aardrijkskundige; "maar ik zou het
+toch niet zoo heel onaangenaam vinden. Ik zou een nieuw leven aanvangen.
+Ik zou jagen, visschen, 's winters in een grot, 's zomers op een boom
+wonen; ik zou pakhuizen voor mijn oogst aanleggen; met een woord, ik zou
+mijn eiland koloniseeren."
+
+"Gij alleen?"
+
+"Ik alleen, als het moest. Maar is men wel ooit alleen in de wereld? Kan
+men geen vrienden onder de dieren kiezen, een geitje, een praatzieken
+papegaai, een aardigen aap temmen? En zendt het toeval u een medgezel,
+zooals de getrouwe Vrijdag, wat is er dan meer noodig om gelukkig te
+zijn? Twee vrienden op een rots, dat is eerst het ware geluk!
+Vooronderstel de majoor en ik...."
+
+"Hartelijk dank!" antwoordde de majoor. "Ik heb geen zin in de rol van
+een Robinson en ik zou haar heel slecht spelen."
+
+"Mijn waarde heer Paganel," sprak lady Helena, "uw verbeelding sleept u
+weer mede op het gebied der droomen. Maar ik geloof, dat er een groot
+verschil bestaat tusschen den droom en de werkelijkheid. Gij denkt
+alleen aan denkbeeldige Robinsons, die voorzigtig op een met beleid
+gekozen eiland worden geworpen, en die de natuur als bedorven kinderen
+behandelt; gij beziet de zaken alleen van den schoonsten kant."
+
+"Gelooft gij dan niet, mevrouw! dat men op een onbewoond eiland gelukkig
+kan zijn?"
+
+"Ik denk het niet. De mensch is voor de gezelligheid, niet voor de
+eenzaamheid bestemd. Afzondering moet noodzakelijk tot wanhoop leiden.
+Het is een zaak van tijd. Welligt zullen in het begin de eischen van het
+stoffelijke leven, de zorgen voor het levensonderhoud den ongelukkige,
+die pas uit de golven is gered, afleiding geven, de behoeften van het
+oogenblik hem de gevaren, die hem in de toekomst wachten, uit het oog
+doen verliezen! Maar daarna, als hij zich alleen gevoelt, ver van zijn
+medemenschen, zonder hoop van ooit zijn land en wie hem dierbaar zijn
+terug te zien, welke gedachten zullen dan niet bij hem oprijzen, wat zal
+hij dan niet moeten lijden? Zijn eilandje is voor hem de geheele wereld.
+Het geheele menschdom is hij, en wanneer de dood nadert, de dood, die in
+zulk een verlatenheid zoo vreeselijk is, dan ligt hij daar als de
+laatste mensch op den laatsten dag der wereld. Geloof mij, mijnheer
+Paganel! het is beter die man niet te zijn!"
+
+Paganel gaf zich, niet zonder tegenkanting, gewonnen door de bewijzen
+van lady Helena, en het gesprek over het voor en tegen van de
+eenzaamheid werd zoo voortgezet tot het oogenblik, waarop de _Duncan_
+een mijl van de kust van het eiland Amsterdam het anker liet vallen.
+
+Deze eenzame groep in den Indischen oceaan bestaat uit twee
+afzonderlijke eilanden, die omstreeks drie en dertig mijlen van elkander
+en juist onder den middagcirkel van Voor-Indië liggen; het noordelijke
+heet Amsterdam of St. Pieter, het zuidelijke St. Paul; maar wij moeten
+zeggen, dat aardrijkskundigen en zeevaarders ze vaak verward hebben.
+
+Deze eilanden werden in de maand December van het jaar 1796 door den
+Hollander Vlaming ontdekt, en vervolgens onderzocht door
+d'Entrecasteaux, toen hij met de _Espérance_ en de _Recherche_ La
+Péronse opspoorde.
+
+Van deze reis dagteekent de verwarring der beide eilanden. De zeevaarder
+Barrow, Beautemps-Beaupré in den atlas van d'Entrecasteaux, later
+Horsburg, Pinkeston en andere aardrijkskundigen hebben telkens het
+eiland St. Pieter voor het eiland St. Paul beschreven en omgekeerd. In
+1859 wachtten de officieren van het oostenrijksche fregat de _Novara_ op
+hun reis om de wereld zich wel die dwaling te begaan, en ook Paganel was
+er zeer op gesteld ze te verhelpen.
+
+Het eiland St. Paul, ten zuiden van het eiland Amsterdam gelegen, is
+slechts een onbewoond eilandje, bestaande uit een kegelvormigen berg,
+die oudtijds een vulkaan moet geweest zijn. Het eiland Amsterdam
+daarentegen, waarheen de sloep de passagiers van de _Duncan_ bragt,
+heeft wel twaalf mijlen in omtrek. Het wordt door eenige vrijwillige
+ballingen bewoond, die zich dat zoo treurige leven getroosten. Het zijn
+de opzigters over de visscherij, die evenals het eiland een eigendom is
+van een handelaar op Réunion, den heer Otovan. Die souverein, dien de
+groote mogendheden van Europa nog niet erkend hebben, verschaft zich
+daar een civiele lijst van vijf en zeventig tot tachtig duizend franken,
+door het visschen, zouten en verzenden van een cheilodactylus, meer
+algemeen bekend onder den naam van kabeljaauw.
+
+Overigens was dit eiland Amsterdam bestemd om fransch te worden en te
+blijven. Zoo behoorde het allereerst door het regt van eerste
+inbezitneming aan den heer Camin, een kaper van St. Denis op Bourbon;
+vervolgens werd het bij een of ander verdrag aan een Pool afgestaan, die
+het door slaven liet bebouwen. Maar een Pool en een Franschman is
+hetzelfde, en het poolsche eiland werd in handen van den heer Otovan
+weder fransch.
+
+Toen de _Duncan_ er aanlandde, den 6den December 1864, bestond de
+bevolking uit drie hoofden, een Franschman en twee Mulatten, alle drie
+bedienden van den koopman-eigenaar. Paganel had dus het genoegen een
+landgenoot de hand te drukken in den persoon van den eerwaardigen, toen
+zeer bejaarden heer Viot. Die "verstandige grijsaard" hield met veel
+beleefdheid de eer van het eiland op. Het was voor hem een gelukkige
+dag, nu hij zulke innemende vreemdelingen mogt ontvangen. St. Pieter
+wordt slechts bezocht door robbenvangers en enkele walvischvaarders,
+lieden, die over het geheel zeer ruw zijn en niet veel gewonnen hebben
+door den omgang met de zeehonden.
+
+De heer Viot stelde zijn onderdanen, de beide Mulatten, voor; zij
+vormden de geheele levende bevolking van het eiland, met eenige wilde
+zwijnen, die zich in het binnenland ophielden en vele duizenden domme
+vetganzen. Het huisje, dat de drie eilanders bewoonden, stond aan het
+uiteinde eener natuurlijke haven in het zuidwesten des eilands, gevormd
+door de instorting van een gedeelte van den berg.
+
+Lang voor de regering van Otovan I strekte het eiland St. Pieter tot
+toevlugtsoord voor schipbreukelingen. Paganel maakte de belangstelling
+zijner hoorders gaande door zijn eerste verhaal met deze woorden te
+beginnen: _Geschiedenis van twee Schotten, die op het eiland Amsterdam
+werden achtergelaten_.
+
+Het was in 1827. Het engelsche schip _Palmira_ bemerkte onder het
+voorbijvaren van het eiland, dat er een rookwolk omhoog steeg. De
+kapitein naderde de kust en zag weldra twee mannen, die noodseinen
+gaven. Hij zond de sloep aan land, die James Paine, een jongeling van
+twee en twintig jaren, en Robert Proudfoot, oud acht en veertig jaar,
+opnam. Die beide ongelukkigen waren onkenbaar. Sedert achttien maanden
+bijna geheel van voedsel en zoet water verstoken, van schelpdieren
+levende, met een slechten omgebogen spijker visschende, soms een jong
+wild zwijn in den loop vangende, dikwijls drie dagen lang zonder eten
+doorbrengende, als vestaalsche maagden wakende bij een vuur, dat zij met
+hun laatste stuk zwam hadden aangelegd, het nooit latende uitgaan, het
+op hun togten als een voorwerp van de hoogste waarde medenemende,
+leidden zij een leven vol gebrek, ontbering en lijden. Paine en
+Proudfoot waren door een schoener aan land gezet, die op de robbenvangst
+was. Volgens de gewoonte der visschers moesten zij een maand lang een
+voorraad huiden en traan opleggen, tot aan de terugkomst van den
+schoener. De schoener verscheen niet weer. Vijf maanden later deed de
+_Hope_, op haar reis naar Van Diemen het eiland aan; maar ten gevolge
+van een onverklaarbare wreede luim weigerde de kapitein de twee Schotten
+mede te nemen; hij zeilde weer weg zonder hun een beschuit of een
+vuursteen te geven, en zekerlijk zouden de twee ongelukkigen weldra
+bezweken zijn, indien de _Palmira_ hen niet aan boord had genomen, toen
+ze in het gezigt van het eiland Amsterdam kwam.
+
+Het tweede voorval, waarvan de geschiedenis van het eiland Amsterdam
+melding maakt,--indien zulk een rots een geschiedenis hebben kan,
+--betreft thans een Franschman, kapitein Péron. Dit voorval begint en
+eindigt ook weer als dat van de twee Schotten: een vrijwillig verblijf
+op het eiland, een schip, dat niet terugkomt, en een vreemd vaartuig,
+dat de grillige winden naar die groep drijven, na een verlatenheid van
+veertig maanden. Het verblijf van kapitein Péron werd echter gekenmerkt
+door een bloedig drama, en levert treffende punten van overeenkomst op
+met de verdichte voorvallen, die den held van Daniel de Foe bij zijn
+terugkomst op zijn eiland wachtten.
+
+Kapitein Péron had zich aan wal laten zetten met vier matrozen, twee
+Engelschen en twee Franschen; vijftien maanden lang zou hij zich met de
+jagt op zeeleeuwen bezig houden. De jagt was gelukkig; maar toen de
+vijftien maanden om waren en het schip niet terug kwam, toen de
+levensmiddelen langzamerhand op raakten, werden de betrekkingen tusschen
+de beide volken gespannen. De twee Engelschen sloegen aan het muiten en
+kapitein Péron zou door hen omgebragt zijn, als zijn landgenooten hem
+niet hadden bijgestaan. Van dit oogenblik af leidden de beide partijen,
+die elkaar dag en nacht in het oog hielden, altijd de wapens in de hand
+hadden, nu eens overwinnaars, dan weer overwonnenen waren, een
+vreeselijk leven vol ellende en angst. En zeker zouden zij elkander
+eindelijk vernietigd hebben, als niet een engelsch schip die rampzaligen
+verzoend had, tusschen welke een nietswaardige volkshaat op een rots in
+den Indischen oceaan verdeeldheid veroorzaakte.
+
+Zoo droegen die gebeurtenissen zich toe. Tweemaal werd zoo het eiland
+Amsterdam het verblijf van verlaten matrozen, die de Voorzienigheid
+tweemaal van ellende en dood redde. Maar na dien tijd was er geen schip
+meer op die kust vergaan. Een schipbreuk zou het wrak op het strand
+hebben geworpen; schipbreukelingen zouden de visscherijen van den heer
+Viot bereikt hebben. Maar de grijsaard bewoonde het eiland reeds jaren
+lang en nooit had hij gelegenheid gehad gastvrijheid te bewijzen aan
+slagtoffers der zee. Van de _Britannia_ en van kapitein Grant wist hij
+niets. Noch het eiland Amsterdam, noch het eilandje St. Paul, dat de
+walvischvaarders en visschers dikwijls bezochten, was het tooneel dier
+ramp geweest.
+
+Dit antwoord verbaasde Glenarvan evenmin als het hem bedroefde. Op die
+aanlegplaatsen zochten Glenarvan en zijn reisgenooten, waar kapitein
+Grant niet was, niet waar hij wel was. Zij wilden alleen het bewijs
+leveren, dat hij op die verschillende punten der parallel niet was,
+anders niet. Het vertrek der _Duncan_ werd dus op den volgenden dag
+bepaald.
+
+Tot den avond bleven de passagiers op het eiland, dat een zeer
+vriendelijk voorkomen heeft. Maar de wijdloopigste aller natuurkenners
+zou geen kans gezien hebben om een deeltje in octavo te vullen met de
+beschrijving van de aldaar te huis behoorende dieren en planten. De orde
+der viervoetige dieren, der vogels, der visschen en der walvischaardige
+dieren bevatte slechts eenige wilde zwijnen, stormvogels, sneeuwvogels,
+albatrossen, baarzen en robben. Warme en ijzerhoudende bronnen
+ontsprongen hier en daar uit de zwarte lava, en haar digte dampen
+zweefden over den vulkanischen bodem. Eenige van die bronnen bezaten een
+zeer hoogen warmtegraad. John Mangles dompelde er een thermometer van
+Fahrenheit in, die honderd zes en zeventig graden aanwees. De visch, die
+eenige schreden van daar in zee werd gevangen, was in vijf minuten gaar
+in dat bijna kokend heete water. Paganel oordeelde het daarom ook
+geraden zich er niet in te baden.
+
+Tegen den avond nam Glenarvan na een stevige wandeling afscheid van den
+vriendelijken heer Viot. Elk wenschte hem alle mogelijke geluk op zijn
+eenzaam eilandje. De grijsaard op zijne beurt uitte de beste wenschen
+voor het welslagen der onderneming, en de boot van de _Duncan_ bragt de
+passagiers aan boord terug.
+
+
+[1] De dertigste graad breedte schijnt de grens dezer winden te zijn.
+
+[2] Omtrent 600 uren gaans.
+
+[3] De woordspeling is hier niet te vertalen. Het fransche woord "fou"
+beteekent in het schaakspel den "raadsheer," maar wil ook "nar" zeggen.
+VERT.
+
+[4] Twaalf honderd uren gaans.
+
+[5] Luitenant Maury.
+
+[6] 76°4' oosterlengte van Parijs.
+
+
+
+
+IV.
+
+De weddenschappen van Jacques Paganel en majoor Mac Nabbs.
+
+
+Ten drie ure in den morgen van den 7den December had de _Duncan_ reeds
+stoom op; de manschappen liepen in het spil; het anker kwam regt onder
+het schip, verliet den zandgrond der kleine haven en werd naar den
+ankerbalk opgeheschen; de schroef raakte in beweging en het jagt stak in
+zee. Toen de passagiers ten acht ure op het dek kwamen, verdween het
+eiland Amsterdam in de nevelen van den gezigteinder. Het was de laatste
+pleisterplaats op den weg van de zeven en dertigste parallel, en niet
+meer dan drie duizend mijlen[1] scheidden het van de australische kust.
+Als de westewind nog een dag of twaalf aanhield en de zee gunstig bleef,
+zou de _Duncan_ het doel harer reis bereiken.
+
+Mary Grant en Robert zagen niet zonder aandoening die golven, welke de
+_Britannia_ ongetwijfeld weinige dagen voor zij verging kliefde. Welligt
+worstelde daar kapitein Grant met een reeds ontredderd schip en gedunde
+bemanning tegen de vreeselijke orkanen der Indische zee, en werd hij met
+onweerstaanbare kracht naar de kust gedreven. John Mangles wees het
+meisje de stroomen, die op de zeekaart aangeteekend staan, en verklaarde
+haar hun bestendige rigting. Zoo voert er o.a. een, de zijdelingsche
+strooming van den Indischen oceaan, naar het vastland van Australië, en
+haar werking doet zich van het westen naar het oosten niet minder in de
+Stille Zuidzee voelen dan in den Atlantischen oceaan. Dus moest de
+_Britannia_, masteloos en niet meer naar het roer luisterende, dat wil
+zeggen weerloos tegen het geweld van water en wind, wel op de kust
+loopen en er vergaan.
+
+Hier deed zich echter een zwarigheid op. De laatste berigten van
+kapitein Grant waren, volgens de _Mercantile and Shipping Gazette_, uit
+Callao, van den 30sten Mei 1862. Hoe kon nu de _Britannia_ den 7den
+Junij, acht dagen na het verlaten van de kust van Peru, in de Indische
+zee zijn? Toen men Paganel hierover raadpleegde, gaf hij een zeer
+aannemelijk antwoord, waarmede de ongeloovigsten genoegen hadden kunnen
+nemen.
+
+Het was in den avond van den 12den December, zes dagen na het vertrek
+van het eiland Amsterdam. Lord en lady Glenarvan, Robert en Mary Grant,
+kapitein John, Mac Nabbs en Paganel praatten op de kampanje. Als
+gewoonlijk sprak men over de _Britannia_, want men dacht aan niets
+anders. Nu werd juist de bovengenoemde zwarigheid toevallig geopperd,
+waarvan het onmiddellijk gevolg was, dat de hoop, dien allen op dezen
+weg gevestigd hadden, verminderde.
+
+Bij deze onverwachte opmerking van Glenarvan zag Paganel driftig op.
+Zonder een woord te spreken ging hij nu het document halen. Toen hij
+terugkwam, vergenoegde hij zich met de schouders op te halen, als iemand
+die zich schaamt, dat hij een oogenblik voor "zulk een beuzeling"
+gestaan heeft.
+
+"Dat is nu goed en wel, waarde vriend!" zeide Glenarvan, "maar geef ons
+ten minste een antwoord."
+
+"Neen!" antwoordde Paganel, "ik zal liever een vraag doen en wel aan
+kapitein John."
+
+"Spreek op, mijnheer Paganel!" zeide John Mangles.
+
+"Kan een goed zeiler in een maand het gedeelte van de Stille Zuidzee
+oversteken, dat tusschen Amerika en Australië ligt?"
+
+"Ja, als hij in een etmaal twee honderd mijlen aflegt."
+
+"Is dat buitengewoon snel?"
+
+"Volstrekt niet. De zeilclippers bereiken dikwijls een nog aanzienlijker
+snelheid."
+
+"Welnu," hernam Paganel, "vooronderstel, in plaats van "7 Junij" op het
+document te lezen, dat de zee een cijfer van die dagteekening heeft
+uitgewischt en lees "17 Junij" of "27 Junij," en alles is opgehelderd."
+
+"Inderdaad," sprak lady Helena, "van den 31sten Mei tot den 27sten
+Junij...."
+
+"Heeft kapitein Grant de Stille Zuidzee kunnen oversteken en in den
+Indischen oceaan zijn!"
+
+Dit besluit, dat Paganel daaruit opmaakte, werd met een levendig gevoel
+van tevredenheid begroet.
+
+"Nu is er, dank zij onzen vriend, alweer iets opgehelderd!" zeide
+Glenarvan. "Wij behoeven dus eenvoudig Australië te bereiken en het
+spoor van de _Britannia_ op de westkust te zoeken."
+
+"Of op de oostkust," meende John Mangles.
+
+"Ja waarlijk, gij hebt gelijk, John! Het document bevat niet de
+geringste aanwijzing, dat de ramp veeleer op de west- dan op de oostkust
+heeft plaatsgehad. Wij zullen derhalve onze nasporingen moeten
+uitstrekken tot die beide punten, waar de zeven en dertigste parallel
+Australië snijdt."
+
+"Bestaat er dan eenige twijfel dienaangaande, mylord?" vroeg het meisje.
+
+"O neen, miss!" haastte John Mangles zich te antwoorden, die deze vrees
+van Mary Grant wenschte te verdrijven. "Zijn Lordschap zal wel willen
+toestemmen dat, wanneer kapitein Grant op de oostkust van Australië aan
+land was gekomen, hij bijna terstond hulp en bijstand zou gevonden
+hebben. Die geheele kust is om zoo te zeggen engelsch en met kolonisten
+bevolkt. De bemanning der _Britannia_ behoefde geen tien mijlen
+landwaarts in te gaan om landgenooten te vinden."
+
+"Juist zoo, kapitein John!" sprak Paganel. "Ik ben het met u eens. Op de
+oostkust, in de Twofold-baai, in het stadje Eden, zou Harry Grant niet
+alleen een toevlugtsoord in een engelsche kolonie gevonden hebben; maar
+het zou hem ook niet aan vervoermiddelen ontbroken hebben om naar Europa
+terug te keeren."
+
+"Hebben dan," vroeg lady Helena, "de schipbreukelingen niet dezelfde
+hulpmiddelen kunnen vinden in dat gedeelte van Australië, waarheen de
+_Duncan_ ons brengt?"
+
+"Neen, mevrouw!" antwoordde Paganel. "Die kust is onbewoond. Zij heeft
+niet de minste gemeenschap met Melbourne of Adelaïde. Als de _Britannia_
+op de riffen, die haar omzoomen, vergaan is, heeft het der bemanning
+even goed aan hulp ontbroken, alsof ze verbrijzeld was op de
+onherbergzame stranden van Afrika."
+
+"Maar wat is er dan in die twee jaren van mijn vader geworden?" vroeg
+Mary Grant.
+
+"Lieve Mary!" antwoordde Paganel, "gij houdt u toch zeker overtuigd, dat
+kapitein Grant na zijn schipbreuk de australische kust bereikt heeft?"
+
+"Ja, mijnheer Paganel!" verzekerde het meisje.
+
+"Welnu, wat kan er met kapitein Grant, eenmaal aan land zijnde, gebeurd
+wezen? Hier is geen ruim veld voor gissingen. Zij bepalen zich tot een
+drietal. Harry Grant en zijn makkers hebben òf de engelsche koloniën
+bereikt, òf zij zijn in de handen der inboorlingen gevallen, òf
+eindelijk ze zijn verdwaald in de onmetelijke woestenijen van
+Australië."
+
+Paganel zweeg, en trachtte in de oogen zijner toehoorders een
+goedkeuring van zijn stelsel te lezen.
+
+"Ga voort, Paganel!" zeide lord Glenarvan.
+
+"Vooreerst dan," vervolgde hij, "verwerp ik de eerste gissing. Harry
+Grant heeft de engelsche koloniën niet kunnen bereiken, want dan was
+zijn redding zeker en zou hij reeds sedert lang bij zijn kinderen in
+zijn goede stad Dundee geweest zijn."
+
+"Arme vader!" jammerde Mary Grant, "nu is hij reeds twee jaren van ons
+gescheiden!"
+
+"Laat mijnheer Paganel toch uitspreken, zuster!" zeide Robert, "hij zal
+ons zeggen...."
+
+"Helaas, neen! mijn jongen! al wat ik stellig kan zeggen is, dat
+kapitein Grant gevangen is bij de Australiërs of...."
+
+"Maar die inboorlingen?" vroeg lady Glenarvan driftig, "zij zijn...?"
+
+"Stel u gerust, mevrouw!" antwoordde de geleerde, die de bedoeling van
+lady Helena vatte, "die inboorlingen zijn wild, verdierlijkt, op het
+laagste standpunt van menschelijke ontwikkeling; maar hun zeden zijn
+zacht, en niet bloeddorstig gelijk die hunner buren op Nieuw-Zeeland.
+Wanneer zij de schipbreukelingen der _Britannia_ gevangen hebben
+genomen, kunt gij mij op mijn woord gelooven, dat zij hun leven nooit
+bedreigd hebben. Alle reizigers zijn het hierover eens, dat de
+Australiërs een afkeer hebben van bloedvergieten en menigmaal hebben zij
+in hen getrouwe bondgenooten gevonden om den aanval af te slaan van heel
+wat wreeder benden gedeporteerden."
+
+"Gij hoort, wat mijnheer Paganel zegt," hernam lady Helena zich tot Mary
+Grant wendende. "Ingeval uw vader, en het document geeft aanleiding om
+het te denken, in handen der inboorlingen is, zullen wij hem
+terugvinden...."
+
+"En wanneer hij in dat onmetelijke land verdwaald is?" sprak het meisje,
+Paganel met haar blikken ondervragende.
+
+"Ook dan," riep de aardrijkskundige vol vertrouwen uit, "zullen wij hem
+terugvinden! Niet waar, vrienden?"
+
+"Zonder twijfel," antwoordde Glenarvan, die een vrolijker wending aan
+het gesprek wilde geven. "Ik geef niet toe, dat men verdwalen kan...."
+
+"Ik ook niet," voegde Paganel er bij.
+
+"Is Australië groot?" vroeg Robert.
+
+"Australië, mijn jongen! is zoo wat zeven honderd vijf en zeventig
+millioenen bunders groot, dat is vier vijfden van Europa."
+
+"Zoo groot?" vroeg de majoor.
+
+"Ja, Mac Nabbs! tot op een el na naauwkeurig. Gelooft gij nu, dat zulk
+een land aanspraak heeft op de benaming van "vastland," die het document
+er aan geeft?"
+
+"Zeker, Paganel!"
+
+"Ik voeg hier nog bij," ging de geleerde voort, "dat er weinig reizigers
+bekend zijn, die in dat uitgestrekte land verdwaald zijn. Ik geloof
+zelfs, dat Leichardt de eenige is, wiens lot onbekend is, en kort voor
+mijn vertrek heb ik nog in de Maatschappij van aardrijkskunde gehoord,
+dat Mac Intyre meende hem op het spoor te zijn."
+
+"Is Australië niet in alle rigtingen doorkruist?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Neen, mevrouw! daar scheelt heel wat aan!" antwoordde Paganel. "Dit
+vastland is even weinig bekend als de binnenlanden van Afrika, en toch
+niet uit gebrek aan ondernemende reizigers. Van 1606 tot 1862 hebben
+zich meer dan vijftig, zoowel in het binnenland als aan de kusten, met
+het onderzoek van Australië bezig gehouden."
+
+"O, vijftig!" zeide de majoor met een twijfelende houding.
+
+"Ja, Mac Nabbs! zooveel. Ik bedoel daarmede zoowel de zeelieden, die de
+australische kusten onder al de gevaren eener onbekende zeevaart hebben
+opgenomen, als de reizigers, die landwaarts ingetrokken zijn."
+
+"Maar vijftig is toch wel wat veelgezegd," beweerde de majoor.
+
+"Ik zal nog verder gaan, Mac Nabbs!" hernam de aardrijkskundige, dien
+tegenspraak altijd driftig maakte.
+
+"Ga verder, Paganel!"
+
+"Als gij mij uitdaagt, zal ik u die vijftig namen zonder aarzelen
+opnoemen."
+
+"Ho! ho!" zeide de majoor heel bedaard. "Zoo zijn de geleerden! zij
+twijfelen aan niets."
+
+"Majoor!" zeide Paganel, "verwedt gij uw karabijn van Purdey Moore en
+Dickson tegen mijn verrekijker van Secretan?"
+
+"Waarom niet, Paganel! als gij daarop gesteld zijt?" antwoordde Mac
+Nabbs.
+
+"Goed, majoor!" riep de geleerde. "Met die karabijn zult gij geen ganzen
+of vossen meer schieten, of ik moest ze u leenen, dat ik altijd met
+genoegen zal doen!"
+
+"Paganel!" antwoordde de majoor ernstig, "wanneer gij mijn verrekijker
+noodig hebt, zal hij altijd te uwer beschikking zijn."
+
+"Dan zal ik maar beginnen," sprak Paganel. "Dames en Heeren! gij zult
+uitspraak doen. En gij, Robert! zult de punten tellen."
+
+Lord en lady Glenarvan, Mary en Robert, de majoor en John Mangles, die
+zich met die twist vermaakten, zetten zich er toe om naar den
+aardrijkskundige te luisteren. Er was immers sprake van Australië,
+waarheen de _Duncan_ stevende, en die geschiedenis kon nooit beter
+gelegen komen. Paganel werd derhalve uitgenoodigd om zonder verwijl de
+beloofde proeven van zijn sterk geheugen te geven.
+
+"Mnemosyne!" riep hij uit, "godin van het geheugen, moeder der kuische
+Muzen, wees met uw getrouwen en vurigen aanbidder! Voor twee honderd
+acht en vijftig jaar, mijne vrienden! was Australië nog onbekend. Wel
+giste men, dat er in het zuiden een groot vastland bestond; twee
+kaarten, die in de bibliotheek van uw britsch museum bewaard worden,
+waarde Glenarvan! en het jaartal 1550 dragen, vermelden een land ten
+zuiden van Azië en noemen het het Groot Java der Portugeezen. Maar de
+echtheid dier kaarten is niet voldoende bewezen. Ik kom dus tot de 17de
+eeuw, tot 1606; in dat jaar ontdekte een spaansch zeeman, Quiros, een
+land, dat hij Australia de Espiritu Santo noemde. Eenige schrijvers
+hebben beweerd, dat het de groep der Nieuwe Hebriden was, en niet
+Australië. Ik wil hierover thans niet uitweiden. Tel dien Quiros,
+Robert! dan gaan wij tot een ander over."
+
+"Een!" riep Robert.
+
+"In hetzelfde jaar zette de onderbevelhebber der vloot van Quiros, Luiz
+Vaz de Torres, meer zuidelijk de ontdekking van nieuwe landen voort.
+Maar den Hollander Theodoor Hertogh komt de eer der groote ontdekking
+toe. Hij landde op de westkust van Australië op 25° breedte, en gaf haar
+naar zijn schip den naam van _Eendrachtsland_. Na hem neemt het aantal
+zeevaarders toe. In 1618 ontdekt Zeachen op de noordkust _Arnhems-_ en
+_Van Diemensland_. In 1619 vaart Jan Edels langs een deel der westkust
+en geeft daaraan zijn eigen naam. In 1622 komt de Leeuwin tot de naar
+haar genoemde kaap. In 1627 voltooijen Nuitz en de Witt, de een ten
+westen, de andere ten zuiden, de ontdekkingen hunner voorgangers, en
+worden door den vlootvoogd Carpentier gevolgd, die met zijn schepen in
+den diepen inham doordringt, welke nog de golf van Carpentaria heet.
+Eindelijk zeilt in 1642 de vermaarde Tasman om het eiland Van Diemen,
+dat hij aan het vastland verbonden acht, en geeft het den naam van den
+gouverneur-generaal te Batavia, een naam, dien de nakomelingschap met
+volle regt in dien van _Tasmania_ veranderd heeft. Nu was het vastland
+van Australië omgezeild; men wist dat de golven van den Indischen oceaan
+en de Stille Zuidzee het geheel insloten, en in 1665 kreeg dit groote
+zuidelijke eiland den naam van _Nieuw-Holland_, een naam, dien het niet
+zou behouden, en dus juist op het tijdstip, dat de rol der hollandsche
+zeelieden uitgespeeld was. Hoeveel hebben wij er nu?"
+
+"Tien!" antwoordde Robert.
+
+"Goed!" hernam Paganel, "ik zet een kruisje en ga tot de Engelschen
+over. In 1686 kwam een opperhoofd der Boekaniers, een broeder van de
+kust, een der beruchtste vrijbuiters op de zuidelijke zeeën, Williams
+Dampier, na het uitstaan van tallooze lotgevallen, met genoegens en
+ontberingen vermengd, met het schip de _Cygnet_ op de noordwestkust van
+Nieuw-Holland op 16°50' breedte; hij kwam met de inboorlingen in
+aanraking en gaf van hun zeden, hun armoede, hun verstandelijke
+ontwikkeling een zeer volledige beschrijving. In 1699 kwam hij in
+dezelfde baai terug, waar Hertogh aan land was gegaan, nu niet als
+kaper, maar als bevelhebber van de _Roebuck_, een schip van de
+koninklijke marine. Tot nog toe echter was de ontdekking van Australië
+alleen belangrijk geweest als aardrijkskundig feit. Niemand dacht er aan
+om het te koloniseeren, en in geen drie vierden eener eeuw, van 1699 tot
+1770, werd het door een zeevaarder bezocht. Maar toen verscheen de
+beroemdste zeeman der geheele aarde, kapitein Cook, en nu werd het
+nieuwe vastland weldra geopend voor de landverhuizers uit Europa. Op
+zijn drie beroemde reizen betrad James Cook den grond van Nieuw-Holland,
+en wel het eerst den 31sten Maart 1770. Na gelukkig op Otaheite den
+voorbijgang van Venus langs de zon waargenomen te hebben[2], drong Cook
+met zijn scheepje de _Endeavour_ in het westelijk gedeelte der Stille
+Zuidzee. Na Nieuw-Zeeland bezocht te hebben, kwam hij in een baai op de
+westkust van Australië, die hij zoo rijk aan nieuwe planten vond, dat
+hij haar den naam van Kruidenbaai gaf. Het is de tegenwoordige
+Botany-Bay. Zijn betrekkingen met half verdierlijkte inboorlingen waren
+van weinig belang. Hij stevende noordwaarts en op 16° breedte, bij kaap
+Tribulation, stiet de _Endeavour_ op een koraalrif, acht uren van de
+kust. Het gevaar van te zinken was zeer groot. Levensmiddelen en
+kanonnen werden in zee geworpen; maar in den volgenden nacht maakte de
+vloed het geligte vaartuig weer vlot. Dat het niet zonk, had het te
+danken aan een stuk koraal, dat in het gat was geraakt en het lek
+behoorlijk stopte. Cook kon dus met zijn vaartuig een kleine kreek
+bereiken, waarin zich een rivier stortte, die de Endeavour genoemd werd.
+Gedurende de drie maanden, welke de herstelling van hun bodem duurde,
+trachtten de Engelschen nuttige betrekkingen met de inboorlingen aan te
+knoopen; maar met weinig gevolg, zoodat zij weer in zee staken. De
+_Endeavour_ bleef koers houden naar het noorden. Cook wilde weten of er
+een straat bestond tusschen Nieuw-Guinea en Nieuw-Holland; na het
+uitstaan van nieuwe gevaren, na twintigmaal zijn schip in de waagschaal
+te hebben gesteld, ontdekte hij dat de zee in het zuidwesten open was.
+De straat bestond en werd doorgevaren. Cook landde op een eilandje, en
+in naam van Engeland bezit nemende van de lange kustlijn, die hij
+bezocht had, gaf hij daaraan den echt britschen naam van
+Nieuw-Zuid-Wales. Drie jaar later voerde de stoute zeeman het bevel over
+de _Adventure_ en de _Resolution_; kapitein Furneaux ging met de
+_Adventure_ de kusten van Van Diemensland opnemen, en kwam terug in de
+meening, dat het met Nieuw-Holland zamenhing. Eerst in 1777, op zijn
+derde reis, ankerde Cook met zijn schepen de _Resolution_ en de
+_Discovery_ in de Adventure-baai op Van Diemensland, en vertrok van daar
+om eenige maanden later op de Sandwich-eilanden te sterven."
+
+"Hij was een groot man," zeide Glenarvan.
+
+"De beroemdste zeeman, die ooit geleefd heeft. Banks, zijn reisgenoot,
+bragt het engelsche gouvernement op de gedachte om een strafkolonie aan
+de Botany-Bay te vestigen. Zeelieden van allerlei natiën volgen hem. In
+den laatsten brief, dien men van La Pérouse ontving, geschreven in de
+Botany-Bay en gedagteekend van den 7den Februari 1787, geeft de
+ongelukkige zeeman kennis van zijn voornemen om de golf van Carpentaria
+en de geheele kust van Nieuw-Holland tot aan Van Diemensland te
+bezoeken. Hij vertrekt en keert niet meer terug. In 1788 legde kapitein
+Philipp te Port-Jackson de eerste engelsche kolonie aan. In 1792 zeilt
+d'Entrecasteaux, op zijn togt ter opsporing van La Pérouse, langs de
+west- en zuidkust van Nieuw-Holland, en ontdekt onderweg onbekende
+eilanden. In 1795 en 1797 zetten twee jongelieden, Flinders en Bass, in
+een boot van acht voet lang, moedig het onderzoek der zuidkust voort, en
+in 1797 vaart Bass door de naar hem genoemde straat tusschen Van
+Diemensland en Nieuw-Holland. In datzelfde jaar vond Vlaming, de
+ontdekker van het eiland Amsterdam, op de oostkust de Zwanenrivier, waar
+zwarte zwanen van de schoonste soort zich verlustigden. Wat Flinders
+aangaat, deze hervatte in 1801 zijne belangrijke onderzoekingen, en trof
+op 138°58' lengte en 35°40' breedte in de Encounter-baai de _Géographe_
+en de _Naturaliste_ aan, twee fransche schepen onder bevel van de
+kapiteins Baudin en Hamelin."
+
+"Zoo! kapitein Baudin?" zeide de majoor.
+
+"Ja! waarom vraagt gij dat zoo?" vroeg Paganel.
+
+"O! niets. Ga voort, waarde Paganel!"
+
+"Ik ga voort met bij de namen dier zeevaarders dien van kapitein King te
+voegen, die van 1817 tot 1822 het onderzoek der keerkringskusten van
+Nieuw-Holland voltooide."
+
+"Dat maakt vier en twintig namen," zeide Robert.
+
+"Goed," antwoordde Paganel, "de helft der karabijn van den majoor is
+reeds mijn. Nu de zeelieden afgehandeld zijn, ga ik tot de reizigers
+over."
+
+"Zeer goed, mijnheer Paganel!" sprak lady Helena; "ik moet zeggen, dat
+gij een verbazend geheugen hebt."
+
+"Hetgeen zeer vreemd is," voegde Glenarvan er bij, "in iemand die
+zoo...."
+
+"Verstrooid is," haastte Paganel zich te zeggen. "O, ik heb alleen een
+geheugen voor jaartallen en feiten. Dat is alles."
+
+"Vier en twintig," herhaalde Robert.
+
+"De vijf en twintigste is luitenant Daws. Het was in 1789, een jaar na
+de grondlegging der kolonie te Port-Jackson. Wel had men het nieuwe
+vastland omgevaren, maar niemand kon zeggen, wat het bevatte. Een lange
+bergreeks, die evenwijdig met de oostkust loopt, scheen den toegang tot
+het binnenland geheel te versperren. Na een togt van negen dagen moest
+luitenant Daws het opgeven en naar Port-Jackson terugkeeren. In
+hetzelfde jaar poogde kapitein Tench te vergeefs die hooge keten over te
+trekken. Die mislukte pogingen schrikten gedurende drie jaren de
+reizigers af om die moeijelijke taak te hervatten. In 1792 echter leed
+kolonel Paterson, een moedig afrikaansch reiziger, in dezelfde
+onderneming schipbreuk. In het volgende jaar kwam een eenvoudig
+kwartiermeester der engelsche marine, de moedige Hawkins, twintig mijlen
+verder dan het punt, dat zijn voorgangers niet hadden kunnen
+overschrijden. In een tijdsverloop van achttien jaren kan ik slechts
+twee namen opnoemen, die van den beroemden zeeman Base en van den heer
+Bareiller, een ingenieur uit de kolonie, die niet gelukkiger waren dan
+hun voorgangers, en zoo kom ik tot het jaar 1813, toen er eindelijk ten
+westen van Sydney een doortogt ontdekt werd. De gouverneur Macquarie
+waagde zich er in (1815), en aan gene zijde der Blaauwe bergen werd de
+stad Bathurst gesticht. Van dit oogenblik af verrijkten Throsby in 1819,
+Oxley, die een afstand van driehonderd mijlen aflegde, Howel en Hume,
+wier uitgangspunt de Twofold-baai was, waar de zeven en dertigste
+parallel over heen loopt, en kapitein Sturt, die in 1829 en 1830 den
+loop der Darling en der Murray onderzocht, de aardrijkskunde met nieuwe
+feiten en bragten het hunne toe aan de ontwikkeling der koloniën."
+
+"Zes en dertig!" riep Robert.
+
+"Heel goed! ik vorder!" antwoordde Paganel. "Terloops noem ik nog Eyre
+en Leichardt, die in 1840 en 1841 een gedeelte des lands bereisden;
+Sturt, in 1845; de gebroeders Gregory en Helpman in 1846 in
+West-Australië; Kennedy in 1847 aan de Victoria-rivier en in 1848 in
+Noord-Australië; Gregory in 1852; Austin in 1854; de Gregory's van
+1855-58 in het noordwesten van het vastland; Babbage, van het
+Torrens-tot het Eyre-meer, en zoo kom ik eindelijk tot een in de
+australische jaarboeken met roem bekenden reiziger, tot Stuart, die vol
+moed tot driemaal toe een reis over het vastland deed. Zijn eerste togt
+naar de binnenlanden had in 1860 plaats. Wanneer gij het verlangt, zal
+ik u later vertellen, hoe Australië viermaal van het zuiden naar het
+noorden werd bereisd. Voor ditmaal wil ik die lange naamlijst besluiten
+en van 1860-62 voeg ik, bij de namen van zooveel stoute baanbrekers der
+wetenschap, nog die van de gebroeders Dempster, van Clarckson en Harper,
+van Berke en Wills, van Neilson, Walker, Landsborough, Mackinlay,
+Howit...."
+
+"Zes en vijftig!" riep Robert.
+
+"Goed, majoor!" hervatte Paganel, "ik zal u goede maat geven, want ik
+heb nog niet gesproken van Duperrey, Bougainville, Fitz Roy, Wickson,
+Stokes...."
+
+"Genoeg! zeide de majoor, die van al die namen duizelde.
+
+"Van Péron, Quoy," ging Paganel voort met de vaart van een sneltrein,
+"Bennett, Cuningham, Nutchell, Tiers...."
+
+"Genade!"
+
+"Van Dixon, Strelesky, Reid, Wilkes, Mitchell...."
+
+"Houd op, Paganel!" zeide Glenarvan, die schudde van lagchen, "dood den
+ongelukkigen Mac Nabbs niet. Wees edelmoedig! hij verklaart zich
+overwonnen."
+
+"En zijn karabijn?" vroeg de aardrijkskundige met een zegevierend
+lachje.
+
+"Behoort u, Paganel!" antwoordde de majoor, "en het spijt mij genoeg.
+Maar uw geheugen is sterk genoeg om een geheel tuighuis te winnen."
+
+"Het is zeker onmogelijk Australië beter te kennen," zeide lady Helena;
+"de geringste naam noch het onbeduidendste feit...."
+
+"O, het onbeduidendste feit!" zeide de majoor hoofdschuddende.
+
+"Wat blieft u, Mac Nabbs!" riep Paganel.
+
+"Ik wil zeggen, dat u welligt niet alles, wat met de ontdekking van
+Australië in verband staat, bekend is."
+
+"Het mogt wat!" zeide Paganel op fieren toon.
+
+"En krijg ik mijn karabijn terug, als ik u iets opnoem, wat gij niet
+weet?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Terstond, majoor!"
+
+"Is de koop gesloten?"
+
+"De koop is gesloten!"
+
+"Goed. Weet gij wel, Paganel! waarom Australië niet aan Frankrijk
+behoort?"
+
+"Wel, mij dunkt...."
+
+"Of althans welke reden de Engelschen daarvoor opgeven?"
+
+"Neen, majoor!" antwoordde Paganel met een droevig gezigt.
+
+"Alleen omdat kapitein Baudin, die toch geen lafaard was, in 1802 zoo
+schrikte van het gekwaak der australische kikvorschen, dat hij zoo gaauw
+hij kon het anker ligtte en vlugtte om niet weer terug te komen."
+
+"Wat!" riep de geleerde, "zegt men dat in Engeland? dat is een lage
+aardigheid!"
+
+"Heel laag, dat geef ik toe," antwoordde de majoor, "maar zij is in het
+Vereenigde Koningrijk historisch geworden."
+
+"Het is een schandaal!" riep de vaderlandslievende aardrijkskundige. "En
+vertelt men dat in vollen ernst?"
+
+"Ik moet het ronduit bekennen, waarde Paganel!" antwoordde Glenarvan,
+terwijl allen proestten van lagchen.
+
+"Maar was die bijzonderheid u onbekend?"
+
+"Geheel en al. Maar ik teeken verzet aan! Bovendien, de Engelschen
+noemen ons "kikvorscheneters!" Doorgaans is men niet bang voor hetgeen
+men eet."
+
+"Het wordt toch gezegd, Paganel!" antwoordde de majoor met een zedig
+lachje.
+
+En zoo bleef die bekende karabijn van Purdey Moore en Dickson een
+eigendom van majoor Mac Nabbs.
+
+
+[1] 1300 uren gaans.
+
+[2] De voorbijgang der planeet Venus langs de zonneschijf moest in 1769
+plaats hebben. Dit vrij zeldzame verschijnsel had een voor de
+sterrekunde zeer groot belang; het moest dienen om nauwkeurig den
+afstand te berekenen, die de aarde van de zon scheidt.
+
+
+
+
+V.
+
+Onstuimig weer op den Indischen oceaan.
+
+
+Twee dagen na dit gesprek deelde John Mangles, die ten 12 ure het bestek
+had opgemaakt, mede, dat de _Duncan_ op 113°87' lengte was. De
+passagiers raadpleegden de kaart en zagen tot hunne groote blijdschap
+dat ze naauwelijks vijf graden van Bernouilli af waren. Tusschen deze
+kaap en den hoek van Entrecasteaux beschrijft de australische kust een
+boog, dien de zeven en dertigste parallel onderspant. Als de _Duncan_ nu
+koers had gezet naar den evenaar, zou zij spoedig kaap Chatham bereikt
+hebben, die honderd twintig mijlen ten noorden van haar bleef; zij
+bevond zich thans in dat gedeelte der Indische zee, dat door het
+vastland van Australië beschut wordt. Derhalve mogt men de hoop
+koesteren, dat binnen vier dagen kaap Bernouilli aan den gezigteinder
+zou opduiken.
+
+Tot nog toe had de westewind de vaart van het jagt begunstigd; maar
+sedert eenige dagen toonde hij een neiging om te minderen; langzamerhand
+ging hij tot windstilte over, tot hij den 18den December eindelijk
+geheel ging liggen, en de zeilen slap neerhingen. Zonder haar sterke
+schroef zou de _Duncan_ door de windstilte op dezelfde plaats van den
+oceaan bewegingloos zijn blijven liggen.
+
+Deze toestand van den dampkring kon, wie weet hoe lang, aanhouden. 's
+Avonds sprak Glenarvan daarover met John Mangles. De jeugdige kapitein,
+die de kolenhokker duchtig zag minderen, scheen zeer teleurgesteld door
+die windstilte. Hij had alle zeilen bijgezet, zijn lij- en stagzeilen
+aangeslagen om van het geringste zuchtje voordeel hebben; maar, naar het
+zeggen der matrozen, was er geen hoedvol wind.
+
+"En toch moeten wij niet al te sterk klagen," zeide Glenarvan; "geen
+wind is beter dan tegenwind."
+
+"Uwe Edelheid heeft gelijk," antwoordde John Mangles; "maar juist die
+windstilten hebben doorgaans verandering van weer ten gevolge. Daarom
+ben ik er ook bang voor; wij bevinden ons op de grens der moussons[1],
+die van October tot April uit het noordoosten waaijen, en als wij ze
+maar een beetje tegenkrijgen, zal onze vaart daardoor zeer vertraagd
+worden."
+
+"Wat zullen wij er aan doen, John? als die tegenspoed ons overviel,
+zouden wij ons er aan moeten onderwerpen. Het zou in allen gevallen maar
+een oponthoud zijn."
+
+"Althans wanneer er geen storm bijkwam."
+
+"Zijt gij beducht voor slecht weer?" vroeg Glenarvan, den hemel
+onderzoekende, die toch van den gezigteinder tot aan het toppunt geheel
+onbewolkt scheen.
+
+"Ja," antwoordde de kapitein, "Uwe Edelheid wil ik het wel zeggen, maar
+ik zou lady Glenarvan of miss Grant geen schrik willen aanjagen."
+
+"Daar doet gij zeer wijs aan. Wat is er gaande?"
+
+"Er zijn stellige voorteekens van ruw weder. Vertrouw niet op het
+voorkomen der lucht, mylord! niets is bedriegelijker. Sedert twee dagen
+daalt de barometer op een verontrustende manier; thans staat hij op drie
+en zeventig duim[2]; het is een waarschuwing, die ik niet in den wind
+mag slaan. Vooral ben ik zeer bevreesd voor de woede der zuidelijke
+zeeën, waarmede ik reeds eens kennis heb gemaakt. De dampen, die boven
+de onmetelijke ijsvelden der Zuidpool verdigt worden, brengen een
+ontzettend geweldigen luchtstroom te weeg. Daaruit ontstaat een
+worsteling tusschen de poolwinden en die van den evenaar, die het
+aanzijn geeft aan de cyclonen, de tornado's en die talrijke
+verscheidenheden van stormen, een worsteling, waarin een schip het
+voordeel niet aan zijn zijde heeft."
+
+"John!" antwoordde Glenarvan, "de _Duncan_ is een stevig schip, zijn
+kapitein een bekwaam zeeman. Wanneer de storm komt, zullen wij ons
+behoorlijk verdedigen."
+
+Toen John Mangles zijn vrees openbaarde, handelde hij in overeenstemming
+met zijn zeemans-instinct. Hij is een bekwaam "weerkenner," zoo noemen
+de Engelschen dengenen, die acht geeft op het weder. De aanhoudende
+daling van den barometer deed hem op zijn schip alle noodige voorzorgen
+nemen. Hij verwachtte een hevigen storm, al was er nog niets aan de
+lucht te zien, maar zijn onfeilbaar instrument kon hem niet bedriegen;
+de luchtstroomen komen van de plaatsen, waar de kwikzuil hoog staat,
+naar die waar zij daalt; hoe digter die plaatsen bij elkander liggen,
+hoe spoediger het evenwigt in de luchtlagen hersteld wordt en hoe
+grooter de snelheid van den wind is.
+
+Den geheelen nacht bleef John op het dek. Tegen elf ure betrok de lucht
+in het zuiden. John liet al zijn volk boven komen en zijn kleine zeilen
+strijken; hij liet alleen zijn fokkezeil, zijn groote bezaan, zijn
+marszeil en zijn kluiver staan. Tegen middernacht wakkerde de wind aan.
+Het woei een gereefde marszeilskoelte, dat wil zeggen, de luchtdeeltjes
+werden met een snelheid van zes en dertig voet in de seconde
+voortgestuwd; het gekraak der masten, het slaan van het loopend want,
+het helder geraas, dat de killende zeilen maakten, het stenen der
+binnenste beschotten, verwittigden de passagiers van hetgeen zij nog
+niet wisten. Paganel, Glenarvan, de majoor, Robert, verschenen op het
+dek, de een om de handen uit de mouw te steken, de ander uit
+nieuwsgierigheid. Aan den hemel, dien zij kort te voren helder en met
+sterren bezaaid hadden gezien, dreven thans donkere wolken, van elkander
+gescheiden door gevlekte strepen als de huid van een luipaard.
+
+"De orkaan?" vroeg Glenarvan bedaard aan John Mangles.
+
+"Nog niet, maar ophanden," antwoordde de kapitein.
+
+Nu gaf hij bevel om het onderste rif van het marszeil in te nemen. De
+matrozen klommen langs de weeflijnen op en niet zonder moeite
+verminderden zij de oppervlakte van het zeil door de rifseisings er
+omheen te draaijen op de gestreken ra. John Mangles wilde zooveel zeil
+mogelijk blijven voeren om het jagt te steunen en het stampen te
+verminderen.
+
+Na het nemen van die voorzorgen gaf bij aan Austin en den schipper de
+noodige bevelen om den aanval van den orkaan af te weren, die weldra zou
+losbarsten. De krabbers van de sloepen en de sjortouwen van het waarloos
+rondhout werden verdubbeld, de zijtalies van het kanon versterkt, het
+want en de pardoens aangehaald, de luikgaten digtgespijkerd. Als een
+officier op de kruin van een bres, week John niet van de loefzijde, en
+op de kampanje staande poogde hij dien stormachtigen hemel zijn geheimen
+af te persen.
+
+Op dit oogenblik was de barometer tot zeventig duim gedaald, hetgeen
+zelden plaats heeft en het stormglas[3] wees storm aan.
+
+Het was één uur na middernacht. Vreeselijk in haar hut geslingerd,
+waagden lady Helena en miss Grant het om op het dek te komen. De wind
+had nu een snelheid van vier en tachtig voet in de seconde. Hij floot
+met ontzettend geweld door het staande want. Die metalen snaren, gelijk
+aan die van een instrument, klonken alsof een reusachtige strijkstok ze
+snel deed trillen; de blokken sloegen tegen elkander, de touwen liepen
+met schel geluid over de takels; de zeilen klapperden zoo hevig, alsof
+er een kanon werd afgevuurd; ontzettende golven liepen reeds op het jagt
+aan, dat als een ijsvogel op haar schuimenden rug danste.
+
+Zoodra kapitein John de dames bespeurde, ging hij snel naar haar toe en
+verzocht haar weer in de kampanje te gaan; eenige zware golven stonden
+reeds op het dek, dat ieder oogenblik schoongeveegd kon worden. Het
+geweld der elementen was nu zoo hevig, dat lady Helena den jongen
+kapitein naauwelijks verstond.
+
+"Er is toch geen gevaar?" kon zij hem echter nog vragen, toen het weer
+voor een oogenblik wat bedaarde.
+
+"Volstrekt niet, mevrouw!" antwoordde John Mangles, "maar gij kunt
+evenmin als miss Mary op het dek blijven."
+
+Lady Glenarvan en miss Grant verzetten zich niet tegen een bevel, dat op
+een verzoek geleek, en traden juist onder de kampanje, toen een golf,
+die boven het hek aan den achtersteven brak, de ruiten der kap deed
+schudden. Thans verdubbelde het geweld van den wind; de masten bogen
+onder de spanning der zeilen, en het jagt scheen op de golven te dansen.
+
+"Geit het fokkezeil!" riep John Mangles; "strijkt het marszeil en de
+kluivers!"
+
+De matrozen snelden naar hun post in het want; de vallen werden
+opgestoken, de geitouwen aangehaald en de kluivers gestreken met een
+geraas, dat het rumoer van den wind overstemde, en de _Duncan_, wier
+schoorsteen ontzaggelijke wolken zwarten rook uitbraakte, sloeg de zee
+onregelmatig met de bladen harer schroef, die slechts somtijds onder
+water waren.
+
+Met een mengsel van bewondering en schrik sloegen Glenarvan, de majoor,
+Paganel en Robert die worsteling der _Duncan_ met de golven gade; zij
+klemden zich stevig vast aan de leuning der verschansing zonder een
+enkel woord te kunnen wisselen, en staarden naar de troepen stormvogels,
+die droevige boden der stormen, die in de losgelaten winden
+ronddartelden.
+
+Daar deed zich op eens een oorverdoovend gefluit boven het rumoer van
+den storm hooren. De stoom ontsnapte met geweld, niet uit de af
+blaaspijp, maar uit de kleppen van den stoomketel; het alarmfluitje
+klonk met ongewone kracht; het jagt viel op zij en Wilson, die aan het
+rad stond, werd door een onvoorzienen slag van de roerpen omvergeworpen.
+De _Duncan_ lag dwars tusschen zeeën en luisterde niet meer naar stuur.
+
+"Wat gebeurt daar?" riep John Mangles het bruggetje haastig oploopende.
+
+"Het schip valt op zij!" antwoordde Tom Austin.
+
+"Is het roer ontredderd?"
+
+"Naar de machine! naar de machine!" klonk de stem van den machinist.
+
+John ijlde naar de machine en gleed langs de ladder af; de kamer was vol
+damp; de zuigers zaten onbewegelijk in de cilinders; de hefboomen
+bragten de beweging niet tot de liggende as over. Nu sloot de machinist,
+ziende dat alle pogingen vergeefsch waren en voor zijn stoomketels
+vreezende, den toevoer af en liet de stoom ontsnappen.
+
+"Wat is er toch gaande?" vroeg de kapitein.
+
+"De schroef is gebroken of zit vast, en werkt niet meer," antwoordde de
+machinist.
+
+"Wat? is het onmogelijk haar los te krijgen?"
+
+"Onmogelijk."
+
+Er was nu geen tijd om dit ongeval te herstellen, het feit stond vast;
+de schroef kon niet werken, en de stoom, die geen dienst meer deed, was
+door de kleppen ontsnapt. John moest dus tot de zeilen zijn toevlugt
+nemen, en een bondgenoot zoeken in denzelfden wind, die zijn
+gevaarlijkste vijand geworden was.
+
+Hij ging weer naar boven en deelde in een paar woorden het voorgevallene
+aan lord Glenarvan mede; waarna bij er op aandrong, dat deze met de
+andere passagiers in de kampanje zou gaan. Glenarvan wilde op het dek
+blijven.
+
+"Neen, Uwe Edelheid!" antwoordde John Mangles met vaste stem, "ik moet
+hier alleen met het scheepsvolk blijven. Ga naar binnen! Het schip kan
+overzij geworpen worden en de golven zouden u zonder genade meenemen."
+
+"Maar wij kunnen van dienst wezen...."
+
+"Ga heen, mylord! ga heen! gij moet! er zijn omstandigheden, waarin ik
+meester ben aan boord! Ga heen, ik wil het!"
+
+Wel moest de toestand bedenkelijk zijn, anders zou John Mangles niet op
+zulk een toon van gezag spreken. Glenarvan begreep, dat het zijn pligt
+was het voorbeeld van gehoorzaamheid te geven. Hij verliet dus het dek,
+door zijn drie reisgenooten gevolgd, en vervoegde zich bij de beide
+dames, die vol angst den afloop dier worsteling met de elementen
+afwachtten.
+
+"Een krachtig man, die wakkere John!" zeide Glenarvan, toen hij de hut
+binnentrad.
+
+"Ja," antwoordde Paganel, "hij heeft mij doen denken aan dien
+hoogbootsman van uw grooten Shakespeare, die in het stuk "de storm" den
+koning, dien hij aan boord heeft, toeroept:
+
+"Van hier! Stilte! Naar uwe hutten! Kunt gij dien elementen het zwijgen
+niet opleggen, Zwijgt gij dan! Gaat uit den weg, zeg ik u!"
+
+Intusschen had John Mangles geen seconde verzuimd om zijn schip uit den
+neteligen toestand te redden, waarin het door het vastraken van de
+schroef verkeerde. Hij besloot bij te leggen, om zoo weinig mogelijk van
+zijn weg af te wijken; het kwam er dus op aan zeil te behouden en schuin
+te brassen, om dwars van den storm te liggen. Het marszeil werd
+digtgeslagen en het roer aan lij gelegd.
+
+Het jagt, dat een uitstekend zeebouwer was, gehoorzaamde als een vlug
+ros, dat de sporen voelt, en bood de zijde aan de hooge golven. Zou dat
+weinige zeil sterk genoeg zijn? Het was wel van het beste Dundee-doek
+gemaakt; maar welk weefsel is tegen zulk een geweld bestand?
+
+Dat bijleggen had het voordeel, dat het jagt zijn stevigste gedeelten
+aan de golven aanbood en dat het zijn oorspronkelijken koers behield.
+Toch was die beweging niet zonder gevaar, want het schip kon in die
+onmetelijke golfdalen reddeloos verloren gaan. Maar John Mangles had
+geen keus, en hij besloot te blijven bijleggen, zoolang masten en zeilen
+niet naar beneden kwamen. Het scheepsvolk was bij de hand en gereed om
+te gaan, waar zijn tegenwoordigheid noodig mogt zijn. John hield zich
+aan het want vast en wendde het oog niet van de verbolgen zee af.
+
+In dezen toestand verliep verder de nacht. Men hoopte, dat de storm met
+het aanbreken van den dag verminderen zou. IJdele hoop! 's Morgens tegen
+acht ure woei het nog meer dan een storm en ging de wind, met een
+snelheid van honderd acht voeten in de seconde tot een orkaan over.
+
+John zeide niets, maar hij beefde voor zijn schip en degenen, die er op
+waren. De _Duncan_ viel vreeselijk op zij; de berkoenen kraakten, en
+soms raakte de fokkezeilspieren de kruin der golven. Een oogenblik dacht
+de bemanning niet anders of het jagt zou niet meer overeind rijzen.
+Reeds stonden de matrozen met de bijl in de hand gereed om het want van
+den grooten mast los te hakken, toen de zeilen uit de lijken waaiden en
+als reusachtige albatrossen wegvlogen.
+
+De _Duncan_ rees weer overeind; maar zonder steun op de golven, zonder
+stuur, werd zij zoo vreeselijk geslingerd, dat de masten tot in hun
+spoorgat dreigden te breken. Zulk een vreeselijke deining kon ze niet
+lang uithouden, ze stampte tot in het bovenschip toe, en weldra zouden
+de uitgeweken buitenhuid, de opengesprongen naden, een vrijen toegang
+aan de golven verleenen.
+
+Nog een middel schoot er voor John Mangles over: een stormfok aan te
+slaan en het voor den wind te houden. Na een arbeid van verscheidene
+uren, die twintigmaal vernield werd, eer hij voltooid was, gelukte het
+hem. Eerst 's namiddags ten drie ure kon de stormfok op de fokkestag
+geheschen en aan de kracht van den wind blootgesteld worden.
+
+Met dit stukje doek liet de _Duncan_ zich nu voortzweepen en liep zij
+met onberekenbare snelheid voor den wind. De storm dreef haar thans naar
+het noordoosten. Het was zaak de grootst mogelijke snelheid te behouden;
+want daarvan alleen was redding te wachten. Soms was zij de golven
+vooruit, die haar droegen, sneed ze met haar spitsen voorsteven, dook
+onder als een ontzaggelijk walvischaardig dier en liet het geheele dek
+van voren naar achteren schoonvegen. Dan weer was haar snelheid aan die
+der golven gelijk, het roer werkeloos, en gierde ze zoo, dat het te
+vreezen stond, dat ze omgeworpen zou worden. Eindelijk gebeurde het ook
+wel, dat de golven, door den orkaan voortgezweept, sneller liepen dan
+het schip; dan sloegen ze over den spiegelboog en veegden het dek met
+onweerstaanbare kracht van achteren naar voren schoon.
+
+In dien benaauwden toestand, tusschen hoop en radeloosheid geslingerd,
+verliepen de dag van den 15den December en de volgende nacht. John
+Mangles week geen oogenblik van zijn post; hij nuttigde niets; hij werd
+door den angst gefolterd, dien zijn strak gelaat niet wilde verraden, en
+onvermoeid trachtte zijn blik door de nevelen, die in het noorden
+zamenpakten, heen te dringen.
+
+En wel mogt hij vreezen. De _Duncan_ uit haar koers gedreven, stormde in
+ontembare vaart naar de australische kust. Alleen uit instinct gevoelde
+John Mangles ook, dat hij met de snelheid van den bliksem werd
+voortgejaagd. Ieder oogenblik duchtte hij op een klip te stooten, waarop
+het jagt in duizend brokken zou verbrijzeld zijn. Hij berekende, dat de
+kust geen twaalf mijlen lijwaarts kon verwijderd zijn. En het land is de
+schipbreuk, de ondergang van een vaartuig. Honderdmaal verkieslijker nog
+is de onmetelijke Oceaan, tegen wiens woede een schip zich ten minste
+verdedigen kan, al is het ook door mede te gaan. Maar werpt de storm het
+op de kust, dan is het verloren.
+
+John Mangles ging lord Glenarvan opzoeken en sprak met hem onder vier
+oogen: hij legde hem het gevaar van hun toestand onbewimpeld bloot, dien
+hij met de koelbloedigheid van een zeeman, die op alles voorbereid is,
+onder de oogen zag, en besloot met te zeggen, dat hij misschien de
+_Duncan_ op het strand zou moeten zetten.
+
+"Om degenen, die aan boord zijn, te redden, als het mogelijk is,
+mylord!"
+
+"Ga uw gang, John!" antwoordde Glenarvan.
+
+"En lady Helena? miss Grant?"
+
+"Ik zal ze eerst in het laatste oogenblik er van verwittigen, wanneer
+alle hoop vervlogen is van zee te houwen. Gij zult mij waarschuwen."
+
+"Ik zal u waarschuwen, mylord!"
+
+Glenarvan keerde terug naar de dames, die, al kenden zij den geheelen
+omvang van het gevaar niet, toch wel gevoelden, dat het dreigend was.
+Zij legden grooten moed aan den dag, althans niet minder dan haar
+reisgenooten. Paganel had het druk met thans zeer ongelegen komende
+theoriën over de rigting der luchtstroomingen, en hield voor Robert, die
+naar hem luisterde, belangrijke vergelijkingen tusschen de tornado's, de
+cyclonen en de regtlijnige stormen. Wat den majoor betreft, deze wachtte
+met al de bedaardheid van een Muzelman het einde af.
+
+Tegen elf ure scheen de orkaan wat te bedaren; de vochtige nevelen
+verdeelden zich en bij een kortstondigen lichtstraal kon John zes mijlen
+te lijwaart een lage kust zien, waarop hij regt aanhield. Monsterachtige
+golven braken op een ontzettende hoogte, van wel vijftig voeten en meer.
+John begreep, dat zij daar een steunpunt vonden, anders konden zij zoo
+hoog niet op elkander stapelen.
+
+"Daar zijn zandbanken," zeide bij tot Austin.
+
+"Dat geloof ik ook," antwoordde de stuurman.
+
+"Wij zijn in Gods hand," hernam John; "wanneer Hij de _Duncan_ geen
+toegankelijke doorvaart opent en ze er zelf niet invoert, zijn wij
+verloren."
+
+"Het is juist vloed, kapitein! welligt zullen wij over die banken heen
+kunnen komen."
+
+"Maar zie toch eens, Austin! hoe groot de woede der golven is! Welk
+schip zou daartegen bestand zijn! Laten wij God om zijn bijstand
+smeeken, mijn vriend!"
+
+Intusschen liep de _Duncan_ onder haar stormfok met ontzettende vaart op
+de kust aan. Weldra was ze nog maar twee mijlen van den buitenrand der
+baai. Toch meende John aan gene zijde van dien schuimenden rand een
+bedaarder bekken te ontwaren. Daar zou de _Duncan_ betrekkelijk veilig
+geweest zijn. Maar hoe daar te komen?
+
+John liet zijn passagiers op het dek komen; hij wilde niet, dat zij, nu
+de schipbreuk ophanden was, in de kampanje opgesloten zouden blijven.
+Glenarvan en zijne reisgenooten lieten het oog over de verbolgen zee
+gaan. Mary Grant verbleekte.
+
+"John!" fluisterde Glenarvan den jeugdigen kapitein in, "ik zal pogen
+mijn vrouw te redden of met haar omkomen. Zorg gij voor miss Grant."
+
+"Ja, Uwe Edelheid!" antwoordde John Mangles, terwijl hij de hand van den
+lord aan zijn vochtige oogen bragt.
+
+De _Duncan_ was nog maar eenige kabellengten van den voet der banken af.
+Daar het juist vloed was, zou de zee ongetwijfeld genoeg water onder de
+kiel van het jagt hebben gelaten om het over die gevaarlijke ondiepte
+heen te tillen. Maar de hemelhooge golven, het zoo beurtelings
+opligtende en wegvloeijende, zouden het onfeilbaar met het achtereind op
+den grond doen stooten. Bestond er dan geen middel om de beweging dier
+baren te verminderen, het over elkander glijden harer vloeibare deeltjes
+gemakkelijk te maken, in een woord om die onstuimige zee te doen
+bedaren?
+
+Daar viel John Mangles nog een laatste gedachte in.
+
+"De traan!" riep hij; "kinderen! giet traan! giet traan!"
+
+Al het scheepsvolk begreep terstond wat hij wilde. Hij wilde een middel
+beproeven, dat soms slaagt; de woede der golven bedaart, als men ze met
+een laag olie bedekt; die laag drijft boven en vernietigt den schok van
+het water, dat ze glad maakt. Het middel werkt onmiddellijk, maar kort;
+zoodra een schip die kunstmatige zee achter zich heeft, verdubbelt haar
+woede, en ongelukkig het vaartuig, dat het volgen wil![4].
+
+De vaten met den voorraad robbentraan werden door de matrozen, wier
+krachten het gevaar verhonderdvoudigde, op de voorplecht geheschen; daar
+werden zij met bijlen stukgeslagen en aan stuur- en bakboord boven de
+verschansing opgehangen.
+
+"Houdt ze goed vast!" riep John Mangles, die het gunstige oogenblik
+afwachtte.
+
+In twintig seconden was het jagt aan den ingang van het vaarwater, dat
+door een brullenden voorvloed werd versperd. Nu was het tijd om te
+handelen.
+
+"Een, twee, drie! in Gods naam!" riep de jeugdige kapitein.
+
+De vaten werden omgekanteld, en stroomen traan vloeiden er uit.
+Oogenblikkelijk maakte de olielaag de schuimende oppervlakte der zee om
+zoo te zeggen effen. De _Duncan_ vloog over het stille water, en was
+weldra in een rustig bekken, aan gene zijde der geduchte banken, terwijl
+de oceaan, van zijn boeijen ontslagen, achter haar met onbeschrijfelijke
+woede raasde.
+
+
+[1] Winden, die met buitengewone hevigheid in den Indischen oceaan
+heerschen. Hun rigting is niet bestendig; zij wisselt af met de
+jaargetijden, en de zomermoussons zijn in het algemeen aan de
+wintermoussons tegengesteld.
+
+[2] De gewone hoogte der kwikkolom is 76 duim.
+
+[3] Glazen met een scheikundig mengsel gevuld, welks voorkomen verandert
+volgens de rigting van den wind en de elektrieke spankracht van den
+dampkring. De beste worden vervaardigd door Negretti en Zambra, optische
+instrumentmakers der britsche marine.
+
+[4] Daarom verbieden de reglementen den kapiteins het gebruik van dit
+wanhopige middel, wanneer een ander vaartuig hen onmiddellijk volgt.
+
+
+
+
+VI.
+
+Kaap Bernouilli.
+
+
+Het eerste werk van John Mangles was zijn schip stevig voor twee ankers
+te leggen. Hij ankerde op vijf vademen water. De grond was goed en
+bestond uit hard keizand, waarin het anker goed vasthield. Derhalve
+behoefde hij niet te vreezen, dat het schip doordrijven of bij laag
+water op het strand raken zou. Na zooveel uren achtereen in dreigende
+gevaren verkeerd te hebben, lag de _Duncan_ thans in een soort van
+kreek, die door een hooge cirkelvormige landspits tegen de zeewinden
+beschut was.
+
+Lord Glenarvan had den jeugdigen kapitein de hand gedrukt met de
+woorden: "John! ik dank u!"
+
+En John gevoelde zich rijkelijk door die eenvoudige woorden beloond.
+Glenarvan hield het geheim van den angst, dien hij uitgestaan had, in
+zijn boezem besloten, en lady Helena noch miss Grant, zelfs Robert niet,
+gisten aan welke vreeselijke gevaren zij ontkomen waren.
+
+Een zeer gewigtige zaak moest nog opgehelderd worden. Op welk punt van
+de kust had die ontzettende storm de _Duncan_ geworpen? Waar zou ze weer
+op den regten weg komen? Hoever ten zuidwesten lag kaap Bernouilli wel
+van hen af? Dat waren de eerste vragen, die John Mangles gedaan werden.
+Deze nam terstond hoogte, en teekende zijn waarnemingen op de
+scheepskaart aan.
+
+Daaruit bleek, dat de _Duncan_ niet heel veel uit haar koers was
+geslagen: naauwelijks twee graden. Zij lag op 136°12' lengte en 35°7'
+breedte, bij kaap Onheil, een der landpunten van Zuid-Australië, drie
+honderd mijlen van kaap Bernouilli af.
+
+Kaap Onheil, een onheilspellende naam! ligt tegenover kaap Borda, door
+een voorgebergte van het Kangoeroe-eiland gevormd. Tusschen die twee
+kapen ligt de ingang der Investigator-straat, die naar twee vrij diepe
+golven voert, waarvan de noordelijke de Spencer-golf, de zuidelijke de
+golf van St. Vincent heet. Op de oostkust dezer laatste is de haven van
+Adelaïde gegraven, de hoofdplaats der provincie Zuid-Australië. Deze
+stad, in 1836 gesticht, telt veertig duizend inwoners, en levert
+tamelijk voldoende hulpmiddelen op. Maar zij houdt zich meer bezig met
+het bebouwen van den vruchtbaren bodem, het aankweeken van druiven en
+oranje-appelen, en met landbouw ondernemingen dan met groote fabrieken.
+Haar bevolking telt minder fabriekanten dan landbouwers, en heeft weinig
+op met handelszaken of ambachten en kunsten.
+
+Kon de _Duncan_ haar averij hier herstellen? Dit moest uitgemaakt
+worden. John Mangles wilde weten hoe de zaken stonden. Hij liet onder
+den achtersteven van het jagt duiken; de duikers berigtten hem, dat een
+der bladen van de schroef omgebogen was en tegen den achtersteven
+aanzat: daaruit vloeide voort, dat zij onmogelijk kon omdraaijen. Die
+averij werd zoo belangrijk geoordeeld, dat het herstel werktuigen zou
+vorderen, die te Adelaïde niet te vinden zouden zijn.
+
+Na rijp overleg namen Glenarvan en kapitein John het volgende besluit:
+de _Duncan_ zou de australiscbe kust langs zeilen en tevens de
+_Britannia_ opsporen; zij zou bij kaap Bernouilli aanleggen, waar men de
+laatste inlichtingen zou inwinnen, en van daar zuidwaarts tot Melbourne
+stevenen, waar de geledene schade gemakkelijk hersteld kon worden.
+Zoodra de schroef weer in orde was, zou de _Duncan_ op de oostkust gaan
+kruisen om haar nasporingen te eindigen.
+
+Dit voorstel werd goedgekeurd. John Mangles besloot van den eersten
+gunstigen wind gebruik te maken om onder zeil te gaan. Deze liet zich
+niet lang wachten. Tegen den avond was de orkaan geheel bedaard. Een
+vaarbare zuidweste-wind verving hem. De noodige maatregelen werden
+genomen om zee te kunnen bouwen. Nieuwe zeilen werden aangeslagen. 's
+Morgens ten vier ure liepen de matrozen in het spil. Weldra stond het
+anker loodregt, het slipte, en onder haar fokkezeil, haar marszeil, haar
+bramzeil, haar kluivers, haar groote bezaan en haar driehoekzeil, zeilde
+de _Duncan_ met stuurboordshalzen scherp bij den wind langs de
+australiscbe kust.
+
+Twee uren later verloor men kaap Onheil uit het oog, en bevond men zich
+dwars voor de Investigator-straat. 's Avonds zeilden ze om kaap Borda,
+en stevende men op eenige kabelslengten afstand voorbij het
+Kangoeroe-eiland. Dit is het grootste der australiscbe eilandjes en
+dient tot schuilplaats voor de ontvlugte gedeporteerden. Het had een
+uitlokkend voorkomen; onmetelijke grastapijten bedekten de vlotgebergten
+langs de kusten. Evenals ten tijde der ontdekking, in 1802, zag men
+tallooze kudden kangoeroes door de bosschen en over de vlakten huppelen.
+'s Anderendaags, terwijl de _Duncan_ in den wind opwerkte, werden de
+sloepen aan land gezonden met last om den kustzoom te onderzoeken. Van
+zes en dertig tot acht en dertig graden breedte wilde Glenarvan geen
+punt ondoorzocht laten.
+
+Den 18den December liep het jagt, dat als ware het een clipper met volle
+zeilen bij den wind voer, zeer digt langs den oever der Encounter-baai.
+Daar kwam in 1828 de reiziger Sturt, nadat hij de Murray, de grootste
+rivier van Zuid-Australië ontdekt had, aan. Het waren niet meer de
+lagchende oevers van het Kangoeroe-eiland, maar dorre heuvels, die van
+tijd tot tijd de eentoonigheid van een vlakke en ingekorven kust
+afbraken, hier en daar een graauwe steile rots, of voorgebergten van
+zand, kortom al de naaktheid van een poolland.
+
+Op dien togt hadden de booten een moeijelijk werk. De zeelieden klaagden
+er echter niet over. Meestal werden zij door Glenarvan, diens
+onafscheidelijken Paganel en den jongen Robert vergezeld. Met eigene
+oogen wilden zij eenig overblijfsel van de _Britannia_ opzoeken. Maar
+dat naauwlettend onderzoek bragt niets van de schipbreuk aan het licht.
+De australische oevers vertelden dienaangaande evenmin iets als
+Patagonië. Intusschen mogt men niet alle hoop opgeven, zoolang het
+juiste punt, dat het document aangaf, niet bereikt was. Dat men zoo
+handelde, was alleen uit overmaat van voorzigtigheid, en om niets aan
+het toeval over te laten. 's Nachts braste de _Duncan_ op, om zooveel
+mogelijk op dezelfde plaats te blijven, en overdag werd de kust
+zorgvuldig onderzocht.
+
+Zoo kwam men den 20sten December voor kaap Bernouilli, het uiteinde der
+Lacépède-baai, zonder het geringste overblijfsel van het wrak gevonden
+te hebben. Maar die vergeefsche nasporingen bewezen niets tegen den
+kapitein der _Britannia_. Want in de twee jaren, die na de ramp waren
+verloopen, kon het niet anders of de zee moest het overschot van den
+driemaster verstrooid, vernield en van de klip gescheurd hebben. Ook
+moesten de inboorlingen, die de schipbreuken ruiken gelijk een gier een
+lijk ruikt, het geringste overschot opgezameld hebben. En Harry Grant en
+zijn beide lotgenooten, gevangen genomen op het oogenblik, dat de golven
+hen op de kust wierpen, waren ongetwijfeld tot diep in het binnenland
+meegesleept.
+
+Maar dan verviel ook een van de schrandere gissingen van Jacques
+Paganel. Zoo lang er sprake was van het argentijnsche gebied, kon de
+aardrijkskundige met volle regt beweren, dat de cijfers van het document
+betrekking hadden, niet op het tooneel van de schipbreuk maar op de
+plaats der gevangenschap. De groote stroomen der Pampa, hun talrijke
+zijtakken immers waren daar om het kostbare document naar zee te voeren.
+Hier integendeel, in dit gedeelte van Australië, zijn maar weinig
+stroomen, die de zeven en dertigste parallel snijden; bovendien vloeijen
+de Rio-Colorado, de Rio-Negro door woeste, onbewoonbare en onbewoonde
+kusten naar zee, terwijl de hoofdrivieren van Australië, de Murray, de
+Yarra, de Torrens, de Darling, òf in elkander, òf in den Oceaan vallen
+met monden, die druk bezochte reeden en havens geworden zijn, die een
+levendige scheepvaart drijven. Hoe onwaarschijnlijk was het dus niet,
+dat een brooze flesch met den stroom zulke druk bevaren rivieren had
+kunnen afdrijven en den Indischen oceaan bereiken?
+
+Die onmogelijkheid kon aan geen schrandere koppen ontgaan. De stelling
+van Paganel, die in Patagonië, in de argentijnsche provinciën
+aannemelijk was, zou dus in Australië onhoudbaar geweest zijn. Paganel
+gaf dit toe in een gesprek, dat hierover door majoor Mac Nabbs werd
+aangeknoopt. Het werd stellig zeker, dat de graden in het document
+vermeld, alleen betrekking hadden op de plaats der schipbreuk, en dat
+bij gevolg de flesch in zee geworpen was ter plaatse, waar de
+_Britannia_ verging, op de westkust van Australië.
+
+En toch sloot, zooals Glenarvan teregt opmerkte, deze laatste uitlegging
+de gissing niet uit, dat kapitein Grant gevangen was. En liet deze het
+ook niet in zijn document doorschemeren in deze belangrijke woorden:
+"_waar zij gevangenen zullen zijn van wreede inboorlingen?_" Maar er
+bestond geen enkele reden meer om de gevangenen liever op de zeven en
+dertigste parallel dan op een andere te zoeken.
+
+Nadat deze vraag lang besproken en ten laatste aldus opgelost was, kwam
+men tot het volgende besluit: indien er bij kaap Bernouilli geen spoor
+van de _Britannia_ te vinden was, zat er voor lord Glenarvan niets
+anders op, dan naar Europa terug te keeren. Zijn nasporingen zouden
+vruchteloos geweest zijn; maar hij had zijn pligt moedig en naauwgezet
+betracht.
+
+Niettemin werden de passagiers van het jagt er zeer door bedroefd, en
+Mary en Robert Grant sloegen tot wanhoop over. Toen zij met lord en lady
+Glenarvan, John Mangles, Mac Nabbs en Paganel aan land gingen, zeiden de
+beide kinderen van den kapitein tot elkander, dat de vraag of hun vader
+gered zou worden, thans onherroepelijk beslist zou worden.
+Onherroepelijk mag men wel zeggen; want Paganel had in een vroeger
+gesprek onwederlegbaar bewezen, dat de schipbreukelingen reeds sedert
+lang in het vaderland terug zouden geweest zijn, indien hun vaartuig op
+de klippen der oostkust was vergaan.
+
+"Houd moed! houd moed! houd altijd moed!" herhaalde lady Helena telkens
+aan het meisje, dat in het bootje, waarmede zij aan land gingen, naast
+haar zat. "Gods hand zal ons niet loslaten!"
+
+"Ja, miss Mary!" sprak kapitein John, "wanneer de mensch alle
+menschelijke hulpmiddelen heeft uitgeput, komt de Hemel tusschen beiden
+en opent hem, door een onvoorzien voorval, nieuwe wegen."
+
+"God verhoore uw wensch, mijnheer John!" antwoordde Mary Grant.
+
+De oever was nog maar een kabellengte ver; de kaap, die twee mijlen ver
+in zee vooruitstak, liep hier in vrij zachte hellingen uit. Het bootje
+voer een kleine door de natuur gevormde kreek binnen, tusschen nog
+aangroeijende koraalbanken, die na verloop van tijd een gordel van
+riffen op de zuidkust van Australië zullen vormen. Zooals zij daar
+lagen, waren zij reeds in staat om de kiel van een schip te vernielen,
+en de _Britannia_ kon daar ligt met man en muis zijn vergaan.
+
+Zonder moeite landden de passagiers van de _Duncan_ op een geheel woeste
+kust. Steile vlotgebergten vormden een kustlijn ter hoogte van zestig
+tot tachtig voet. Het zou bezwaarlijk gegaan zijn om zonder ladders of
+haken die natuurlijke gordijn te beklauteren. Gelukkig ontdekte John
+Mangles zeer van pas een bres, die een halve mijl zuidelijker door een
+gedeeltelijke instorting der steilte teweeg gebragt was. Gedurende de
+hevige voor- en najaarsstormen beukte de zee ongetwijfeld dien wal van
+brossen tufsteen, en veroorzaakte zoo den val der hoogere gedeelten van
+het vaste gesteente.
+
+Glenarvan en zijn reisgenooten drongen in de loopgraaf, en kwamen langs
+een vrij steile helling op den top der rots. Als een jonge kat klauterde
+Robert tegen een bijna loodregten rotswand op, en kwam zoo het eerst op
+den hoogsten kam, tot groot verdriet van Paganel, die zich schaamde,
+omdat zijn groote beenen van veertig jaar overwonnen werden door kleine
+van twaalf. Toch was hij den bedaarden majoor, die zich volstrekt niet
+haastte, ver vooruit.
+
+Zoodra het gezelschap bijeen was, onderzocht men de vlakte, die zich
+voor hun oog uitbreidde. Het was een uitgestrekte, onbebouwde streek,
+met struikgewas en kreupelhout, een onvruchtbaar gewest, dat Glenarvan
+vergeleek met de dalen der lage landen van Schotland en Paganel met de
+onvruchtbare heidevelden van Bretagne. Maar, scheen die streek al langs
+de kust onbewoond, in de verte bleek de tegenwoordigheid van den mensch,
+niet van den wilde, maar van den arbeider, uit eenige gebouwen met een
+goed voorkomen.
+
+"Een molen!" riep Robert.
+
+En inderdaad, drie mijlen voor hen uit draaiden de wieken van een molen.
+
+"Ja, het is een molen," sprak Paganel, die zijn kostelijken verrekijker
+op het aangewezen voorwerp gerigt had. "Het is een klein, even nederig
+als nuttig gedenkteeken, welks gezigt mijn oog verrukt."
+
+"Het lijkt haast een kerktoren," zeide lady Helena.
+
+"Ja, mevrouw! en maalt de een het brood voor het ligchaam, de andere
+maalt het brood voor de ziel. Uit dit oogpunt bezien, gelijken zij ook
+op elkander."
+
+"Voort, naar den molen!" antwoordde Glenarvan. Men ging op weg. Na een
+half uur loopens zag de grond, door de hand des menschen bewerkt, er
+geheel anders uit, de overgang van het onvruchtbare land tot het
+bebouwde veld was plotseling. In plaats van kreupelhout omringden groene
+hagen een pas ontgonnen stuk gronds; eenige runderen en een half dozijn
+paarden graasden in de weiden, die omsloten waren door prachtige
+acacia's, welke uit de groote boomkweekerijen van het Kangoeroe-eiland
+gehaald waren. Allengs vertoonden zich akkers met graan bedekt, eenige
+roeden gronds met gele korenaren bezaaid, eenige hooischelven, als
+groote bijenkorven overeind gezet, boomgaarden met een frissche
+omheining, een schoone tuin, Horatius waardig, waarin het aangename met
+het nuttige vermengd was, vervolgens lootsen en behoorlijk ingerigte
+woningen voor de dienstboden en ten laatste een eenvoudig en geriefelijk
+huis, waarboven de aardige molen met zijn spitse kap uitstak, die door
+de vlugtige schaduw zijner groote wieken werd geliefkoosd.
+
+Op het geblaf van vier groote honden, die de komst der vreemdelingen
+meldden, trad thans een man van een vijftig jaar met een vriendelijk
+voorkomen uit het hoofdgebouw. Vijf flinke en sterke jongens, zijn
+zoons, volgden hem met hun moeder, een groote en stevige vrouw.
+Vergissing was hier niet mogelijk: die man, door zijn wakker gezin
+omringd, in het midden van dien nog nieuwen aanleg, in dit bijna
+maagdelijk gewest, was het volmaakte beeld van den ierschen kolonist,
+die om de armoede in zijn land te ontgaan fortuin en geluk aan gene
+zijde der zee is gaan zoeken.
+
+Glenarvan en de zijnen hadden zich nog niet voorgesteld, zij hadden nog
+geen tijd gehad om hun naam en betrekking op te geven, toen zij reeds
+met deze hartelijke woorden begroet werden:
+
+"Vreemdelingen! weest welkom in het huis van Paddy O'Moore."
+
+"Zijt gij een Ier?" vroeg Glenarvan, de hand drukkende, die de kolonist
+hem toestak.
+
+"Ik ben het geweest," antwoordde Paddy O'Moore; "thans ben ik een
+Australiër. Komt binnen, wie gij ook moogt zijn, heeren! en beschouwt
+dit huis als het uwe."
+
+Die gulle uitnoodiging werd natuurlijk zonder pligtplegingen aangenomen.
+Lady Helena en Mary Grant volgden mistress O'Moore naar binnen, terwijl
+de zoons van den kolonist de bezoekers van hun wapens ontlastten.
+
+Een luchtige en heldere zaal besloeg de benedenverdieping van het huis,
+dat van sterke op elkander gestapelde balken gebouwd was. Eenige houten
+banken aan de met heldere kleuren beschilderde wanden vastgespijkerd,
+een tiental schabellen, twee eikenhouten kisten, waarop wit aardewerk en
+blinkende tinnen kannen pronkten, een breede en lange tafel, waaraan
+twintig gasten met gemak konden zitten, maakten het huisraad uit, dat
+volkomen overeenstemde met het stevige gebouw en de sterke bewoners.
+
+Het middageten stond op tafel. De soepkom dampte tusschen het
+ossengebraad en den schapenbout, omringd door groote schotels olijven,
+druiven en oranje-appelen; het noodige was voorhanden en het overtollige
+werd niet gemist. De gastheer en zijn vrouw noodigden zoo dringend, de
+tafel zag er zoo uitlokkend uit, was zoo groot en zoo rijkelijk
+voorzien, dat het onbetamelijk zou geweest zijn niet aan te zitten.
+Reeds kwamen de knechts, de gelijken van hun baas, deelnemen aan den
+maaltijd. Paddy O'Moore wees den vreemdelingen met de hand de eereplaats
+aan.
+
+"Ik wachtte u," zeide hij op een eenvoudigen toon tot lord Glenarvan.
+
+"Gij?" antwoordde deze zeer verrast.
+
+"Ik wacht altijd degenen, die komen," antwoordde de Ier.
+
+Vervolgens deed hij op ernstigen toon, terwijl zijn gezin en de
+dienstboden eerbiedig staan bleven, het katholieke gebed vóór den eten.
+Lady Helena was diep geroerd door zulk een volmaakten eenvoud van zeden,
+en een blik van haar man gaf haar te kennen, dat hij het evenzeer
+bewonderde als zij.
+
+Men deed de tafel eer aan. Het gesprek werd overal zeer levendig.
+Tusschen een Schot en een Ier is de kennis spoedig gemaakt. De Clyde[1],
+die maar eenige voeten breed is, delft een dieper gracht tusschen
+Schotland en Engeland, dan het twintig uren breede Noorder-kanaal, dat
+het oude Caledonië van het groene Erin scheidt. O'Moore vertelde zijn
+geschiedenis. Het was die van al de landverhuizers, welke het gebrek uit
+hun land jaagt. Velen komen in verre streken fortuin zoeken, die slechts
+misrekeningen en rampen vinden. Zij beschuldigen het lot, maar vergeten
+de schuld te geven aan hun onverstand, hun traagheid en hun ondeugden.
+Wie matig en moedig, spaarzaam en braaf is, dien gaat het goed.
+
+Zoo ook met Paddy O'Moore. Hij verliet Dundalk, waar hij van honger
+stierf, trok met zijn gezin naar Australië, versmaadde het werk van den
+goudgraver voor de minder onzekere vermoeijenissen van den landman, kwam
+te Adelaïde aan wal, en begon twee maanden later zijn ontginning, die
+thans zulke heerlijke vruchten afwierp.
+
+Het geheele gebied van Zuid-Australië is in stukken verdeeld, die elk
+tachtig acres [2] groot zijn. Die verschillende stukken worden door de
+regeering aan de kolonisten afgestaan, en op ieder stuk kan een vlijtig
+landman in zijn onderhoud voorzien en een zuiver bedrag van tachtig pond
+sterling[3] uit zijn overwinst besparen.
+
+Dat wist Paddy O'Moore. Zijn kennis van den landbouw kwam hem zeer te
+stade. Hij leefde, hij spaarde, hij kreeg nieuwe stukken uit de
+overwinst van het eerste. Het ging goed met zijn gezin en zijn
+onderneming. De Iersche boer werd grondeigenaar, en hoewel hij er nog
+geen twee jaar was, bezat hij reeds vijf honderd acres grond, die door
+zijn zorgen vruchtbaar gemaakt waren, en vijf honderd stuks vee. Hij was
+zijn eigen meester, na de slaaf der Europeërs geweest te zijn, en zoo
+onafhankelijk als men slechts in het meest vrije land der wereld kan
+zijn.
+
+Zijn gasten beantwoordden dit verhaal van den Ierschen landverhuizer met
+opregte en welgemeende gelukwenschingen. Paddy O'Moore wachtte zeker,
+toen zijn verhaal uit was, dat zijn openhartigheid met gelijke
+vertrouwelijkheid beantwoord zou worden, maar hij lokte ze niet uit. Hij
+was een van die bescheidene menschen, die zeggen: Nu weet gij, wie ik
+ben, maar ik vraag u niet, wie gij zijt. Glenarvan had er ook
+regtstreeksch belang bij om over de _Duncan_, over zijn tegenwoordigheid
+aan kaap Bernouilli, en over de nasporingen, die hij met stalen
+volharding voortzette, te spreken. Maar als iemand, die regt op zijn
+doel afgaat, ondervroeg hij eerst Paddy O'Moore betreffende de
+schipbreuk der _Britannia_.
+
+Het antwoord van den Ier was niet gunstig. Hij had nooit van dat schip
+hooren spreken. Sedert twee jaren was er geen schip op de kust vergaan,
+noch boven noch beneden de kaap. Die ramp nu was eerst vóór twee jaren
+gebeurd. Hij kon dus op de stelligste wijze verzekeren, dat de
+schipbreukelingen niet op dit gedeelte der westkust geworpen waren.
+
+"En nu, mylord!" voegde hij er bij, "zou ik wel willen weten welk belang
+gij er bij hebt om mij die vraag te doen?"
+
+Nu vertelde Glenarvan den kolonist de geheele geschiedenis van het
+document, de reis van het jagt, de pogingen reeds aangewend om kapitein
+Grant terug te vinden; hij verzweeg niet, dat zijn vurigste hoop
+vernietigd werd door zulke stellige verzekeringen, en dat hij wanhoopte,
+ooit de schipbreukelingen der _Britannia_ terug te vinden.
+
+Zulk een gezegde moest een smartelijken indruk teweegbrengen op de
+hoorders van Glenarvan. Robert en Mary luisterden in tranen zwemmende
+toe, Paganel vond geen woord om hen te troosten en hun moed in te
+boezemen. John Mangles leed onuitsprekelijk. Reeds maakte de wanhoop
+zich meester van de ziel dier wakkere mannen, welke de _Duncan_ te
+vergeefs naar die verre stranden gevoerd had, toen deze woorden klonken:
+
+"Mylord! loof en dank God! Wanneer kapitein Grant nog leeft, leeft hij
+hier in Australië!"
+
+
+[1] De rivier, die Schotland van Engeland scheidt.
+
+[2] Een acre is 40 vierkante roeden ruim.
+
+[3] _fl_ 960.
+
+
+
+
+VII.
+
+Ayrton.
+
+
+Onbeschrijfelijk was de verbazing, door deze woorden gewekt. Glenarvan
+was ijlings opgerezen en riep, terwijl hij zijn zitplaats op zijde
+schoof: "wie spreekt daar?"
+
+"Ik," antwoordde een der knechts van Paddy O'Moore, die aan het
+lagereind der tafel zat.
+
+"Gij, Ayrton!" zeide de kolonist, niet minder verbaasd dan Glenarvan.
+
+"Ik!" herhaalde Ayrton, met aangedane doch vaste stem "ik, een Schot,
+gelijk gij, mylord! ik, een van de schipbreukelingen der _Britannia_!"
+
+Deze verklaring bragt een onbeschrijfelijke uitwerking teweeg. Mary
+Grant, die bijna stierf half van ontroering, maar ditmaal ook half van
+geluk, zonk in de armen van lady Helena. John Mangles, Robert, Paganel
+stonden van hun plaats op en liepen naar den man, dien Paddy O'Moore
+Ayrton genoemd had.
+
+Het was iemand van vijf en veertig jaar, met een ruw uiterlijk en een
+fonkelend oog, dat bijna verborgen werd door de zware wenkbraauwen. Zijn
+kracht was zeker buitengemeen, ondanks de magerheid van zijn ligchaam.
+Hij was grof gebouwd en sterk gespierd, en volgens een schotsche
+uitdrukking verbeuzelde hij zijn tijd niet met zich vet te mesten. Een
+middelmatige gestalte, breede schouders, een vaste gang, een gelaat,
+waarop schranderheid en geestkracht te lezen stonden, ofschoon de
+trekken grof waren, dit alles nam de aanwezigen gunstig voor hem in. De
+belangstelling, die hij inboezemde, werd nog vergroot door de versche
+sporen van uitgestaan lijden, die zijn gezigt vertoonde. Men zag dat hij
+veel geleden had, ofschoon hij wel de man er naar scheen te wezen, die
+lijden kon verdragen, trotseeren en overwinnen.
+
+Glenarvan en zijn vrienden hadden dit bij den eersten oogopslag gevoeld.
+De persoonlijkheid van Ayrton maakte onmiddellijk een sterken indruk.
+Glenarvan, zich tot aller tolk makende, overstelpte hem met vragen, die
+Ayrton beantwoordde. De ontmoeting van Glenarvan en Ayrton had bij
+beiden, het was duidelijk, een wederzijdsche aandoening opgewekt.
+
+Vandaar dat Glenarvan's eerste vragen zonder orde en als het ware
+onwillekeurig van zijn lippen vloeiden.
+
+"Zijt gij een van de schipbreukelingen der _Britannia_?" vroeg hij.
+
+"Ja, mylord, de bootsman van kapitein Grant," antwoordde Ayrton.
+
+"Met hem na de schipbreuk gered?"
+
+"Neen, mylord! neen! Op dat verschrikkelijk oogenblik werd ik van hem
+gescheiden, van het dek geslingerd, op de kust geworpen."
+
+"Dus zijt gij niet een der beide matrozen, waarvan het document
+spreekt?"
+
+"Neen. Ik wist niets van het bestaan van dat document. De kapitein heeft
+het in zee geworpen, toen ik niet meer aan boord was."
+
+"Maar de kapitein, de kapitein!"
+
+"Ik dacht, dat hij verdronken, verdwenen, met de geheele bemanning der
+_Britannia_ te gronde gegaan was. Ik meende, dat ik alleen die ramp
+overleefd had."
+
+"Maar gij hebt gezegd, dat kapitein Grant in leven was!"
+
+"Neen. Ik heb gezegd: indien de kapitein leeft...."
+
+"Gij hebt er bijgevoegd: dan is hij hier op het vastland van Australië."
+
+"Hij kan nergens anders zijn."
+
+"Weet gij dan niet, waar hij is?"
+
+"Neen, mylord ik zeg u nog eens, ik meende, dat hij in de golven
+begraven of tegen de rotsen verbrijzeld was. Door u hoor ik eerst, dat
+hij misschien nog leeft."
+
+"Door mij? maar wat weet gij dan toch?" vroeg Glenarvan gejaagd.
+
+"Niets anders dan dit: indien kapitein Grant in leven is, is hij in
+Australië."
+
+"Waar heeft de schipbreuk dan plaats gehad?" vroeg nu majoor Mac Nabbs.
+
+Dit had de eerste vraag moeten zijn; maar in de verwarring door dit
+voorval teweeggebragt, had Glenarvan, die vóór alles weten wilde, waar
+kapitein Grant zich bevond, niet gevraagd naar de plaats, waar de
+_Britannia_ vergaan was. Het gesprek, dat tot nu toe onbepaald en
+onzamenhangend geweest was, van den hak op den tak sprong, de
+onderwerpen vlugtig aanroerde zonder ze geheel te doorgronden, de feiten
+dooreenhaspelde, de datums verschikte, nam nu een betere wending, en
+weldra stonden al de bijzonderheden dezer duistere geschiedenis den
+hoorders duidelijk voor den geest.
+
+Op de vraag door Mac Nabbs gedaan, antwoordde Ayrton in dezer voege:
+
+"Toen ik van de voorplecht werd geslingerd, waar ik den vliegenden
+kluiver naar beneden haalde, liep de _Britannia_ op de australische kust
+aan. Zij was er nog geen twee kabellengten van af. De schipbreuk heeft
+dus op diezelfde plek plaats gehad."
+
+"Op zeven en dertig graden breedte?" vroeg John Mangles.
+
+"Op zeven en dertig graden," antwoordde Ayrton. "Op de westkust?"
+
+"Wel neen! Op de oostkust," gaf de bootsman haastig ten antwoord.
+
+"En wanneer?"
+
+"In den nacht van den 27sten Junij 1862."
+
+"Zoo is het! zoo is het!" riep Glenarvan.
+
+"Dus ziet gij wel, mylord!" voegde Ayrton er bij, "dat ik met regt mogt
+zeggen: indien kapitein Grant nog leeft, moet gij hem op het vastland
+van Australië zoeken, en nergens anders."
+
+"En wij zullen hem zoeken, en hem vinden, en hem redden, mijn vriend!"
+riep Paganel. "Ach! kostbaar document!" voegde hij er hoogst naïf bij,
+"men moet zeggen, dat gij in handen van heel slimme menschen gevallen
+zijt."
+
+Er was zeker niemand, die de vleijende woorden van Paganel verstond.
+Glenarvan en lady Helena, Mary en Robert stonden om Ayrton heen. Allen
+drukten hem de hand. Het scheen, alsof de tegenwoordigheid van dien man
+een zeker onderpand was van de redding van Harry Grant. Was de matroos
+aan de gevaren der schipbreuk ontkomen, waarom zou dan de kapitein niet
+evengoed ongedeerd aan het onheil ontsnapt zijn? Ayrton herhaalde
+telkens, dat kapitein Grant ongetwijfeld in leven was, evenals bij zelf.
+Waar? dat kon hij niet zeggen, maar zeker op dit vastland. Op de duizend
+vragen, waarmee hij bestormd werd, antwoordde hij met groote kennis van
+zaken en beknoptheid. Terwijl hij sprak, hield miss Mary zijn hand in de
+hare. Hij was een reisgenoot haars vaders, die matroos, een der
+zeelieden van de _Britannia_! Hij had Harry Grant vergezeld, met hem de
+zee bevaren, dezelfde gevaren getart! Mary kon haar oog van dat ruwe
+gelaat niet afwenden, en weende van geluk.
+
+Nog was het niemand in de gedachte gekomen om de waarheidsliefde en
+identiteit van den bootsman te betwijfelen. De majoor en misschien ook
+John Mangles, die niet zoo ligtgeloovig waren, waren de eenigen die zich
+afvroegen, of de woorden van Ayrton wel volkomen vertrouwen verdienden.
+Zijn onverwachte ontmoeting kon aanleiding geven tot twijfel, zooal niet
+tot eenige achterdocht. Zeker had Ayrton overeenstemmende feiten en
+datums en treffende bijzonderheden opgegeven. Maar hoe naauwkeurig de
+omstandigheden ook zijn, zij maken nog geen zekerheid uit, en doorgaans,
+de ondervinding leert het, verschuilt zich de leugen achter de opgave
+van de geringste bijzonderheden. Mac Nabbs hield dus zijn meening voor
+zich en liet zich voor noch tegen uit.
+
+De twijfelingen van Mac Nabbs waren niet lang bestand tegen de woorden
+van den zeeman, en hij hield hem inderdaad voor een reisgenoot van
+kapitein Grant, toen hij gehoord had, hoe deze tot het jonge meisje over
+haar vader sprak. Ayrton kende Mary en Robert opperbest. Hij had ze te
+Glasgow gezien bij de afvaart der _Britannia_. Hij herinnerde hun, hoe
+ze tegenwoordig waren geweest bij het afscheidsmaal, dat de kapitein
+zijn vrienden aan boord had gegeven. De sherif, Mac Intyre, was er bij.
+Men had Robert,--die toen pas tien jaar was,--toevertrouwd aan de zorg
+van Dick Turner, den schipper, en hij was dezen ontloopen om in de
+bramsalingen te klauteren.
+
+"Dat is waar, dat is waar!" zeide Robert Grant.
+
+En zoo haalde Ayrton duizend kleinigheden aan, schijnbaar zonder er
+zooveel gewigt aan te hechten als John Mangles deed. En toen hij zweeg,
+zeide Mary met haar zoete stem:
+
+"Toe, mijnheer Ayrton! vertel ons nog wat van onzen armen vader!"
+
+De bootsman deed zijn best om aan het verlangen van het meisje te
+voldoen. Glenarvan wilde hem niet in de rede vallen, en toch verdrongen
+wel twintig gewigtiger vragen zich in zijn hoofd; maar wijzende op de
+blijde ontroering van Mary, legde lady Helena hem het zwijgen op.
+
+Zoo pratende vertelde Ayrton de geschiedenis der _Britannia_ en haar
+reis over de Stille Zuidzee. Mary Grant wist er reeds veel van, daar de
+berigten van het schip tot de maand Mei van het jaar 1862 liepen. In dat
+tijdverloop van een jaar deed Harry Grant de voornaamste eilanden van
+Oceanië aan. Hij bezocht de Hebriden, Nieuw-Guinea, Nieuw-Zeeland,
+Nieuw-Caledonië, vond dikwijls, dat anderen te regt of ten onregte
+beweerden den grond in bezit te hebben genomen, en had te kampen met den
+onwil der engelsche overheden; want zijn schip werd in de britsche
+koloniën streng in het oog gehouden. Echter had hij een belangrijk punt
+gevonden op de westkust van de Papoea-eilanden; hij oordeelde, dat het
+daar gemakkelijk zou zijn een schotsche volkplanting te vestigen, die
+stellig tot bloei zou geraken; een goede en rijk voorziene
+ververschingsplaats toch op den weg naar de Molukken en de Philippijnen
+moest de schepen lokken, vooral wanneer de doorgraving der landengte van
+Suez de weg om de kaap de Goede Hoop in onbruik had doen geraken. Harry
+Grant was een der Engelschen, die veel ophadden met het werk van den
+heer de Lesseps, en die geen staatkundigen naijver bij een groot
+wereldbelang in het spel bragten.
+
+Na dit onderzoek der Papoea-eilanden ging de _Britannia_ te Callao
+nieuwen voorraad innemen, en verliet die haven den 30sten Mei 1862, om
+door den Indischen Oceaan en om de Kaap naar Europa terug te keeren.
+Drie weken na zijn vertrek werd het schip door een geweldigen storm
+ontredderd. Het werd op zijde geworpen. De masten moesten gekapt worden.
+Er kwam een lek, dat men niet kon stoppen. De bemanning was weldra
+geheel uitgeput. Men kon de pompen niet vrij houden. Acht dagen lang was
+de _Britannia_ de speelbal der orkanen. Binnen kort stond er zes voet
+water in het ruim. Ze verkeerde in zinkenden toestand. De booten waren
+gedurende den storm weggeslagen. Men moest op het schip omkomen, toen
+men, zooals Paganel juist gezien had, in den nacht van den 27sten Junij
+de oostkust van Australië ontdekte. Weldra liep het schip op het strand.
+Een hevige schok had er plaats. Ayrton werd op dat oogenblik door een
+golf opgenomen, midden in de branding geslingerd, en verloor zijn
+bewustzijn. Toen hij weer bijkwam, was hij in de handen der
+inboorlingen, die hem naar het binnenland sleepten. Van nu af hoorde hij
+niet meer van de _Britannia_ spreken, en dus vooronderstelde hij, niet
+zonder grond, dat ze op de gevaarlijke riffen der Twofold-baai met man
+en muis was vergaan.
+
+Hier eindigde het verhaal betreffende kapitein Grant; meer dan eens
+ontlokte het uitroepen van droefheid aan zijn hoorders. Zonder onbillijk
+te zijn mogt de majoor niet aan de waarheid er van twijfelen. Maar na de
+geschiedenis der _Britannia_ moest de eigene geschiedenis van Ayrton
+voor het oogenblik nog belangrijker zijn.
+
+Afgaande op het document twijfelde men niet, of Grant had met twee
+zijner matrozen, evenzeer als Ayrton zelf, de schipbreuk overleefd. Uit
+het lot van den een mogt men met grond tot dat van den ander besluiten.
+Derhalve werd Ayrton uitgenoodigd zijn lotgevallen mede te deelen. Het
+was een zeer eenvoudig en zeer kort verhaal.
+
+De arme schipbreukeling, de gevangene van een inlandschen volksstam,
+werd naar het binnenland gevoerd, dat de Darling besproeit, dat wil
+zeggen tot vier honderd mijlen benoorden den zeven en dertigsten
+breedtegraad. Daar leefde hij hoogst ellendig, omdat die stam het zelf
+heel naar had; maar hij werd niet mishandeld. Die harde slavernij duurde
+twee lange jaren. Maar hij gaf de hoop niet op om zijn vrijheid nog
+eenmaal te herkrijgen. Hij loerde op de eerste gelegenheid de beste om
+te ontsnappen, hoewel zijn vlugt hem aan tallooze gevaren moest
+blootstellen.
+
+In zekeren nacht, het was in de maand October 1864, verschalkte hij de
+waakzaamheid van de inboorlingen en verdween in het digtst der
+ontzaggelijke wouden. Een maand lang zwierf hij, het leven rekkende met
+wortels, met eetbare varens, met gom der mimosa's, in die uitgestrekte
+woestenijen rond, zich des daags naar de zon, des nachts naar de sterren
+rigtende, en vaak aan wanhoop ter prooi: zoo trok hij door moerassen,
+over bergen en rivieren, en doorkruiste dat onbewoonde gedeelte van het
+vastland, waar slechts weinige reizigers zich gewaagd hebben. Stervend
+en verhongerd kwam hij eindelijk aan de gastvrije woning van Paddy
+O'Moore, waar hij tot loon voor zijn arbeid een onbekommerd leven vond.
+
+"Prijst Ayrton mij," zeide de iersche kolonist, toen dit verhaal uit
+was, "ik voor mij kan ook niets anders doen dan hem prijzen. Hij is een
+wakker, braaf en goed man, een arbeider in den volsten zin des woords,
+en als ze hem bevalt, zal de woning van Paddy O'Moore lang de zijne
+wezen."
+
+Ayrton dankte den Ier met een tamelijk norsch gebaar, en wachtte af of
+men hem nog iets te vragen mogt hebben. Hij hield het er echter voor,
+dat de billijke nieuwsgierigheid zijner hoorders nu wel bevredigd zou
+zijn. Kon hij nog wel op iets antwoorden, wat niet reeds honderdmaal
+gezegd was? Glenarvan was dan ook op het punt om de beraadslagingen te
+openen over een nieuw plan, dat nu met behulp van de ontmoeting van
+Ayrton en diens inlichtingen moest opgemaakt worden, toen de majoor den
+matroos aldus aansprak:
+
+"Gij waart bootsman aan boord der _Britannia_?"
+
+"Ja," antwoordde Ayrton zonder aarzelen.
+
+Maar begrijpende, dat een zeker gevoel van wantrouwen, een twijfel, hoe
+gering ook, den majoor die vraag had ingegeven, voegde hij er bij:
+
+"Ik heb mijn aanstelling nog uit de schipbreuk gered."
+
+En terstond verliet hij de huishoudkamer om dit stuk te halen. Hij bleef
+geen minuut weg. Maar Paddy O'Moore had toch tijd om te zeggen:
+
+"Mylord! ik verzeker u, dat die Ayrton een brave kerel is; hij dient mij
+nu twee maanden, maar ik heb niet het geringste op hem aan te merken. Ik
+kende de geschiedenis zijner schipbreuk en zijner gevangenschap. Hij is
+een opregt man en uw volle vertrouwen waardig."
+
+Glenarvan wilde juist antwoorden, dat hij nooit aan de goede trouw van
+Ayrton had getwijfeld, toen deze binnenkwam en zijn aanstelling in
+behoorlijke orde overgaf. Het was een papier, geteekend door de reeders
+van de _Britannia_ en door kapitein Grant, wiens hand Mary duidelijk
+herkende. Het behelsde, dat: "Tom Ayrton, matroos van de eerste klasse,
+als bootsman aangenomen was op den driemaster _Britannia_, van Glasgow."
+Er bleef dus geen twijfel over, of Ayrton was degene, voor wien hij zich
+uitgaf; want het was moeijelijk te gelooven, dat die aanstelling in zijn
+handen zou zijn, wanneer ze hem niet toekwam.
+
+"En nu," sprak Glenarvan, "vraag ik u allen om raad, en wensch ik
+onmiddellijk te bespreken, wat ons te doen staat. Uw raad, Ayrton! zal
+ons vooral aangenaam zijn, en ik verzoek u dringend ons dien niet te
+onthouden."
+
+Ayrton dacht eenige oogenblikken na en antwoordde toen het volgende:
+
+"Ik dank u, mylord! voor het vertrouwen, dat gij in mij stelt, en ik
+hoop het mij waardig te maken. Ik heb eenige kennis van dit land, van de
+zeden der inboorlingen, en kan ik u van dienst wezen...."
+
+"Wel zeker," verklaarde Glenarvan.
+
+"Ik ben evenals gij van gevoelen," hernam Ayrton, "dat kapitein Grant en
+zijn beide matrozen uit de schipbreuk gered zijn; maar daar zij de
+engelsche bezittingen niet hebben bereikt, omdat zij niet meer voor den
+dag zijn gekomen, twijfel ik niet of zij hebben hetzelfde lot ondergaan
+als ik, en zijn gevangen bij een inlandschen volksstam."
+
+"Gij haalt daar dezelfde bewijzen aan, die ik vroeger reeds opsomde,
+Ayrton!" zeide Paganel; "de schipbreukelingen zijn zeker gevangen bij de
+inboorlingen, zooals zij vreesden. Maar moeten wij denken, dat zij,
+evenals gij benoorden den zeven en dertigsten graad gesleept zijn?"
+
+"Dat is wel te denken, mijnheer!" antwoordde Ayrton; "de vijandelijke
+stammen blijven niet lang in de nabijheid der aan de Engelschen
+onderworpen streken."
+
+"Dat zal onze nasporingen veel moeijelijker maken," zeide Glenarvan met
+een teleurgesteld gezigt. "Hoe zullen wij in zoo'n uitgestrekt vastland
+het spoor der gevangenen terugvinden?"
+
+Een langdurig stilzwijgen volgde op die aanmerking. Lady Helena zag
+beurtelings al haar reisgenooten vragend aan zonder antwoord te krijgen.
+Tegen zijn gewoonte zweeg zelfs Paganel, dien zijn gewone schranderheid
+in den steek liet. John Mangles liep met groote stappen de huishoudkamer
+op en neer, alsof hij op het dek van zijn schip in verlegenheid zat.
+
+"En gij, mijnheer Ayrton!" zeide nu lady Helena tot den matroos, "wat
+zoudt gij doen?"
+
+"Mevrouw!" antwoordde Ayrton tamelijk driftig, "ik zou weer aan boord
+van de _Duncan_ gaan en regelregt naar het tooneel van de schipbreuk
+stevenen. Daar zou ik naar bevind van zaken en naar de aanwijzingen
+handelen, die het toeval welligt mogt verschaffen."
+
+"Dat is goed," zeide Glenarvan; "maar wij dienen te wachten tot de
+_Duncan_ hersteld is."
+
+"Zoo! hebt gij averij gehad?" vroeg Ayrton.
+
+"Ja," antwoordde John Mangles.
+
+"Zware?"
+
+"Neen! maar er zijn toch gereedschappen noodig, die wij niet aan boord
+hebben. Een der schroefbladen zit vast, en dat kan alleen te Melbourne
+verholpen worden."
+
+"Maar kunt gij niet zeilen?" vroeg de bootsman.
+
+"Jawel; maar als de wind wat tegen is, zou de _Duncan_ veel tijd noodig
+hebben om de Twofold-baai te bereiken, en hoe het ook gaat, naar
+Melbourne moet ze toch."
+
+"Welnu! laat ze naar Melbourne gaan!" riep Paganel; "wij zullen zonder
+haar wel aan de Twofold-baai komen."
+
+"Maar hoe?"
+
+"Wel, door Australië langs den zeven en dertigsten breedtegraad door te
+trekken, zooals wij Amerika gedaan hebben."
+
+"Maar de _Duncan_ dan?" hernam Ayrton met bijzonder veel nadruk.
+
+"De _Duncan_ zal ons afhalen of wij zullen de _Duncan_ afhalen, naardat
+het uitkomt. Vinden wij kapitein Grant op onzen togt terug, dan gaan wij
+gezamenlijk naar Melbourne. Zetten wij daarentegen onze nasporingen tot
+aan de kust voort, dan komt de _Duncan_ ons daar opzoeken. Wie heeft wat
+tegen dat plan? De majoor misschien?"
+
+"Neen," antwoordde Mac Nabbs, "als de reis door Australië ten minste
+mogelijk is."
+
+"Zoo goed mogelijk," antwoordde Paganel, "dat ik voornemens ben lady
+Helena en miss Grant uit te noodigen om met ons te gaan."
+
+"Meent gij dat inderdaad, Paganel?" vroeg Glenarvan.
+
+"Wat anders, waarde lord? Het is een reis van drie honderd vijftig
+mijlen[1], meer niet, en tegen twaalf mijlen daags zal ze pas een maand
+duren, dat is te zeggen zoo veel tijd als noodig is voor de
+herstellingen van de _Duncan_. Het zou wat anders zijn, als wij het
+vastland van Australië op eene lagere breedte moesten doortrekken, als
+wij het in zijn grootste breedte moesten doorreizen, als wij die
+onmetelijke woestijnen moesten doorkruisen, waar gebrek aan water is,
+waar een verstikkende warmte heerscht, kortom, wanneer we doen moesten,
+wat de stoutste reizigers nog niet gewaagd hebben! Maar die zeven en
+dertigste graad loopt over de provincie Victoria, een echt engelsch
+land, met gebaande wegen, met spoorwegen, en bijna over die geheele
+lengte bevolkt. Het is een reis, die men des verkiezende in een kales,
+of liever nog op een kar doen kan. Het is een ridje van Londen naar
+Edinburg. Anders niet."
+
+"Maar de wilde dieren!" zeide Glenarvan, die alle mogelijke bezwaren
+wilde opperen.
+
+"Er zijn geen wilde dieren in Australië."
+
+"Maar de wilden?"
+
+"Er zijn op die breedte geen wilden, en in allen gevalle zijn ze niet
+zoo wreed als de Nieuw-Zeelanders."
+
+"Maar de gedeporteerden?"
+
+"Er zijn geen gedeporteerden in de zuidelijke provinciën van Australië,
+maar alleen in de oostelijke koloniën. De provincie Victoria heeft ze
+niet alleen verjaagd, maar ook een wet gemaakt om de vrijgelaten
+veroordeelden uit de andere provinciën van haar gebied uit te sluiten.
+De regeering van Victoria heeft dit jaar zelfs de compagnie van het
+Schiereiland gedreigd haar subsidie in te trekken, wanneer haar schepen
+voortgingen kolen in te nemen in de havens van West-Australië, waar de
+gedeporteerden toegelaten worden. Hoe! weet gij dat niet! en zijt gij
+nog al een Engelschman!"
+
+"Maar ik ben geen Engelschman," antwoordde Glenarvan.
+
+"Wat mijnheer Paganel daar zegt is volkomen waar," zeide nu Paddy
+O'Moore. "Niet alleen de provincie Victoria, maar ook Zuid-Australië,
+Koninginneland, zelfs Tasmanië slaan de handen ineen om de
+gedeporteerden niet binnen hun grenzen toe te laten. Sedert ik deze
+hoeve bewoon, heb ik van geen enkelen gedeporteerde hooren spreken."
+
+"En ik heb er nooit een ontmoet," voegde Ayrton er bij.
+
+"Gij ziet, vrienden!" hernam Jacques Paganel, "zeer weinig wilden, geen
+wilde dieren, geen gedeporteerden! Er zijn weinig streken in Europa,
+waarvan men hetzelfde kan zeggen! Hoe is het, blijft het er bij?"
+
+"Wat denkt gij er van, Helena?" vroeg Glenarvan.
+
+"Wat wij allen denken, lieve Edward!" antwoordde lady Helena tot haar
+reisgenooten gerigt, "op weg! op weg!"
+
+
+[1] Omtrent 200 uren gaans.
+
+
+
+
+VIII.
+
+Het vertrek.
+
+
+Lord Glenarvan was niet gewoon veel tijd te laten verloopen tusschen de
+opvatting en de uitvoering van een plan. Zoodra het voorstel van Paganel
+was aangenomen, gaf hij onmiddellijk de noodige bevelen om binnen den
+kortst mogelijken tijd de toebereidselen tot de reis te maken. Er werd
+bepaald, dat zij twee dagen later, den 22sten December, vertrekken
+zouden.
+
+Welke uitkomsten zou die togt door Australië opleveren? Nu de
+aanwezigheid van Harry Grant eenmaal stellig vast stond, kon die
+onderneming groote gevolgen hebben. Zij deed de som der voordeelige
+kansen grooter worden. Wel vleide zich niemand den kapitein juist te
+zullen vinden op die lijn van den zeven en dertigsten breedtegraad, die
+men zonder afwijken volgen wilde; maar misschien zou men hem langs die
+lijn op het spoor komen, en in allen gevalle leidde zij regelregt naar
+het tooneel der schipbreuk. En dat was de hoofdzaak.
+
+Wanneer nu Ayrton bovendien nog genegen was de reizigers te vergezellen,
+hen tot gids te strekken door de wouden der provincie Victoria, hen tot
+aan de oostkust te geleiden, dan was dit een kans te meer om wel te
+slagen. Glenarvan gevoelde dit ook; er was hem veel aan gelegen om zich
+van de medewerking van den reisgenoot van Harry Grant te verzekeren, en
+terstond vroeg hij zijn gastheer, of deze goedvond, dat hij Ayrton
+voorstelde hem te vergezellen.
+
+Paddy O'Moore gaf zijn toestemming, hoewel het hem speet, dat hij zulk
+een voortreffelijken knecht zou moeten missen.
+
+"Hoe is het, Ayrton! wilt gij den togt ter opsporing van de
+schipbreukelingen der _Britannia_ medemaken?"
+
+Ayrton antwoordde niet terstond op die vraag; hij scheen zelfs eenige
+oogenblikken te aarzelen, maar na een kort overleg zeide hij:
+
+"Ja, mylord! ik zal met u gaan, en breng ik u al niet op het spoor van
+kapitein Grant, dan zal ik u tenminste op de plaats brengen, waar zijn
+schip verbrijzeld is."
+
+"Ik dank u, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.
+
+"Maar ééne vraag nog, mylord!"
+
+"Spreek op, vriend!"
+
+"Waar zult gij de _Duncan_ terugvinden?"
+
+"Te Melbourne, wanneer wij Australië niet van de eene kust tot de andere
+doortrekken. Op de oostkust, wanneer wij ons onderzoek zoo ver
+uitstrekken."
+
+"En haar kapitein dan?..."
+
+"Haar kapitein zal mijn bevelen in de haven van Melbourne afwachten."
+
+"Goed, mylord!" zeide Ayrton, "gij kunt op mij rekenen."
+
+"Ik reken op u, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.
+
+De passagiers van de _Duncan_ betuigden den bootsman der _Britannia_ hun
+hartelijken dank. De kinderen van zijn kapitein waren onuitputtelijk in
+hun liefkozingen. Allen waren blijde over zijn besluit, behalve de Ier,
+die in hem een knap en getrouw werkman verloor! Maar Paddy begreep, welk
+gewigt lord Glenarvan hechten moest aan het bijzijn van den bootsman, en
+berustte er in. Glenarvan droeg hem op om de noodige middelen van
+vervoer voor die reis door Australië bijeen te brengen, en toen die zaak
+in orde en met Ayrton afgesproken was, waar zij elkander vinden zouden,
+keerden de passagiers naar boord terug.
+
+Allen waren vrolijk gestemd. Alles was veranderd. Alle aarzeling hield
+op. Niet langer zouden de moedige spoorzoekers als blinden op die lijn
+van den zeven en dertigsten breedtegraad voorttrekken. Geen twijfel meer
+of Harry Grant had een schuilplaats op het vastland gevonden, en ieders
+hart was vol van die tevredenheid, welke men gevoelt, wanneer het
+vermoeden plaats maakt voor zekerheid.
+
+Als de omstandigheden gunstig waren, kon de _Duncan_ binnen twee maanden
+Harry Grant op de schotsche kust aan land zetten!
+
+Toen John Mangles het voorstel ondersteunde om met de reizigers den togt
+door Australië te ondernemen, vleide hij zich wel, dat hij ditmaal met
+het gezelschap zou medegaan. Hij sprak er dan ook over met lord
+Glenarvan. Hij bragt allerlei redenen te berde, zijn genegenheid voor
+lady Helena, voor Zijne Edelheid, de dienst, die hij kon bewijzen als
+opzigter over de karavaan, zijn nutteloosheid als kapitein aan boord van
+de _Duncan_, kortom duizend geldige redenen, maar de beste verzweeg hij,
+die Glenarvan echter gemakkelijk kon raden.
+
+"Eene vraag nog, John!" zeide Glenarvan. "Stelt gij het volste
+vertrouwen in uw eersten stuurman?"
+
+"Het volste vertrouwen," antwoordde John Mangles. "Tom Austin is een
+goed zeeman; hij zal de _Duncan_ naar de plaats harer bestemming
+brengen, ze behoorlijk herstellen en op den bepaalden tijd terug zijn.
+Tom is de slaaf van zijn pligt en van de tucht; nooit zal hij het op
+zich nemen de uitvoering van een bevel te wijzigen of uit te stellen.
+Uwe Edelheid kan dus op hem even goed rekenen als op mij."
+
+"Dan blijft het er bij, John!" antwoordde Glenarvan, "gij zult ons
+vergezellen; want," voegde hij er glimlagchend bij, "het zal goed zijn,
+dat gij er bij zijt wanneer wij den vader van Mary Grant terugvinden."
+
+"O, Uwe Edelheid!..." stotterde John Mangles.
+
+Meer kon hij niet zeggen. Hij verbleekte even, en greep de hand, die
+lord Glenarvan hem toereikte.
+
+'s Anderen daags keerde John Mangles met den timmerman en met matrozen,
+die levensmiddelen droegen, naar de nederzetting van Paddy O'Moore
+terug. Hij moest in overleg met den Ier de vervoermiddelen in gereedheid
+brengen.
+
+Het geheele gezin wachtte hem reeds om onder zijn leiding aan het werk
+te gaan. Ayrton was er bij en was hun dikwijls behulpzaam met goeden
+raad, dien zijn rijke ondervinding hem aan de hand deed.
+
+Paddy en hij waren het eens, dat de reizigsters den weg in een
+ossenwagen en de reizigers te paard moesten afleggen. Paddy kon de ossen
+en den wagen verschaffen.
+
+Het voertuig was een van die wagens, die twintig voet lang en met een
+kap overdekt zijn en op vier lompe wielen rusten, zonder spaken, velgen
+of ijzeren band, kortom eenvoudige houten schijven. Het voorstel, dat
+zeer ver van het achterstel af zat, was op een kunstelooze wijze
+daarmede verbonden, zoodat het voertuig geen korten draai nemen kon. Aan
+den wagen was een dissel van vijf en dertig voet, langs welken drie paar
+ossen geplaatst werden. Zoo geschikt trokken die dieren met den kop en
+den hals door de dubbele zamenvoeging van een juk over hun nek en van
+een halsband, die met een ijzeren spil aan het juk vastzat. Er was veel
+behendigheid noodig om dat smalle, lange, slingerende en ligt omvallende
+voertuig te besturen en om dat span met den prikkel voort te drijven.
+Maar Ayrton was op de iersche hoeve in de leer geweest en Paddy stond
+voor zijn bekwaamheid in. Hem werd dus de rol van voerman toebedeeld.
+
+Niet op veeren rustende, bood het voertuig geen gemakken aan; maar men
+moest het nemen zooals het was. John Mangles kon aan het ruwe zamenstel
+niets veranderen; maar van binnen liet hij het zoo geriefelijk mogelijk
+inrigten. Vooreerst verdeelde hij het door een houten beschot in twee
+afdeelingen. De achterste werd bestemd om de levensmiddelen, de bagaadje
+en de draagbare keuken van Olbinett op te nemen. De voorste zou
+uitsluitend ten dienste van de reizigsters zijn. Onder de handen van den
+timmerman veranderde die eerste afdeeling in een gemakkelijke kamer,
+bedekt met een dik tapijt, en voorzien van een kaptafel en twee
+afzonderlijke slaapplaatsen voor lady Helena en Mary Grant.
+Desverkiesende kon dit voorvertrek met zware lederen gordijnen gesloten
+en tegen de koelte van den nacht beschermd worden. Zoo noodig, konden de
+mannen er bij zware regenbuijen ook een schuilplaats in vinden; maar in
+den regel moest een tent hen beschutten, wanneer zij rust hielden. John
+Mangles spande zich in om alle voorwerpen, die twee vrouwen noodig
+hebben, in die beperkte ruimte bijeen te brengen, en het gelukte hem.
+Lady Helena en Mary Grant behoefden in die rollende kamer de
+gemakkelijke hutten der _Duncan_ niet te betreuren.
+
+Met de reizigers ging alles veel gemakkelijker: zeven sterke paarden
+waren bestemd voor lord Glenarvan, Paganel, Robert Grant, Mac Nabbs,
+John Mangles, en de beide matrozen Wilson en Mulrady, die hun heer op
+dezen nieuwen togt vergezelden. Ayrton kreeg natuurlijk zijn plaats op
+den bok van de kar, en Olbinett, die volstrekt geen zin had in
+paardrijden, zou het wel voor lief nemen om in den goederenwagen te
+reizen.
+
+Paarden en ossen graasden in de nabijheid der woning, en konden
+gemakkelijk bijeengedreven worden, wanneer het tijd was om te
+vertrekken.
+
+Toen John Mangles de noodige beschikkingen gemaakt en den baas-timmerman
+zijn bevelen gegeven had, keerde hij met de iersche famielje, die lord
+Glenarvan een bezoek brengen wilde, naar boord terug. Ayrton had lust om
+mee te gaan, en tegen vier ure waren John en zijn gezelschap op het dek
+der _Duncan_.
+
+Zij werden met open armen ontvangen. Glenarvan noodigde hen uit om bij
+hem te blijven eten. Hij wilde niet voor hen onderdoen in beleefdheid,
+en zijn gasten namen gaarne de vergelding voor hun australische
+gastvrijheid in de _longroom_ van het jagt aan. Paddy O'Moore sloeg de
+handen ineen van verbazing. De meubeleering der hutten, de behangsels,
+de tapijten, al het houtwerk van ahorn- en palissanderhout maakte zijn
+bewondering gaande. Ayrton daarentegen verwaardigde die dure
+overtolligheden naauwelijks met een blik.
+
+Maar de bootsman der _Britannia_ beschouwde daarentegen het jagt meer
+met een zeemansoog; hij doorliep het van boven tot onder; hij onderzocht
+de schroef, bezigtigde de machine, vroeg naar haar werkelijke kracht, en
+hoeveel brandstof ze verbruikte; hij bezocht de kolenhokken, de kombuis,
+en stelde vooral belang in den voorraad kruid, de wapenkamer, het kanon
+op de voorplecht en deszelfs draagkracht. Glenarvan had met een
+deskundige te doen; dat bleek hem genoeg uit de tot de kleinste
+bijzonderheden afdalende vragen van Ayrton. Eindelijk besloot deze zijn
+rondgang met het onderzoek van de masten en het tuig.
+
+"Gij hebt daar een mooi schip, mylord!" zeide hij.
+
+"Maar ook een goed schip," antwoordde Glenarvan.
+
+"En wat is zijn inhoud?"
+
+"Het meet twee honderd en tien ton."
+
+"Vergis ik mij," voegde Ayrton er bij, "of loopt de _Duncan_ niet
+gemakkelijk vijftien knoopen met volle kracht?"
+
+"Zeg maar zeventien," sprak John Mangles, "dan zijt gij er beter
+achter."
+
+"Zeventien!" riep de bootsman; "maar dan is er geen enkel oorlogschip,
+ik bedoel van de beste, die er zijn, dat er jagt op kan maken?"
+
+"Niet een!" antwoordde John Mangles; "de _Duncan_ is een echte
+snelzeiler, die door geen enkel vaartuig overtroffen kan worden."
+
+"Ook niet onder zeil?" vroeg Ayrton.
+
+"Ook niet onder zeil."
+
+"Welnu, mylord! en gij, kapitein!" antwoordde Ayrton, "ontvangt de
+complimenten van een zeeman, die weet wat een schip is."
+
+"Goed, Ayrton!" antwoordde Glenarvan, "blijf dan bij ons aan boord, en
+het zal alleen aan u staan of dit schip het uwe wordt."
+
+"Ik zal er aan denken, mylord!" gaf de bootsman droogjes ten antwoord.
+
+Olbinett kwam thans Zijne Edelheid verwittigen, dat de tafel gereed was.
+Glenarvan en zijn gasten begaven zich naar de kampanje.
+
+"Een knappe vent, die Ayrton!" zeide Paganel tot den majoor.
+
+"Al te knap!" bromde Mac Nabbs, wien, om de waarheid te zeggen
+schijnbaar zonder reden, het voorkomen en de manieren van den bootsman
+niet aanstonden.
+
+Onder het eten vertelde Ayrton belangrijke bijzonderheden van het
+australische vastland, dat hij goed kende. Hij vroeg hoeveel matrozen
+lord Glenarvan op zijn togt medenam. Toen hij hoorde, dat maar twee
+hunner, Mulrady en Wilson, hem zouden vergezellen, scheen hij
+verwonderd. Hij wilde Glenarvan bepraten om zijn geleide zamen te
+stellen uit de beste manschappen van de _Duncan_. Hij drong er zelfs
+sterk op aan, hetgeen in het voorbijgaan gezegd, allen achterdocht uit
+het gemoed van den majoor moest verdrijven.
+
+"Maar onze reis door Zuid-Australië is toch niet met gevaren verbonden?"
+vroeg Glenarvan.
+
+"Volstrekt niet," haastte Ayrton zich te antwoorden.
+
+"Welnu, dan zullen wij zooveel manschappen als wij maar kunnen aan boord
+laten. Er zijn matrozen noodig om de _Duncan_, als ze onder zeil is, te
+bedienen, en om ze te herstellen. Vooral is het van belang, dat ze op
+den bepaalden tijd, die haar later zal opgegeven worden, ter bestemder
+plaatse is. Dus kan ik de bemanning niet verminderen."
+
+Ayrton scheen genoegen te nemen met de opmerking van lord Glenarvan;
+althans hij drong er niet verder op aan.
+
+'s Avonds scheidden Schotten en Ieren. Ayrton en het gezin van Paddy
+O'Moore keerden naar hun woning terug. Paarden en wagen zouden den
+volgenden dag gereed zijn. Het vertrek werd op 's morgens acht ure
+bepaald.
+
+Lady Helena en Mary Grant maakten nu haar laatste toebereidselen. Zij
+waren kort en vooral minder kleingeestig dan die van Jacques Paganel.
+
+De geleerde besteedde een gedeelte van den nacht om de glazen van zijn
+kijker los te schroeven, schoon te maken, vast te schroeven en nog eens
+vast te schroeven. Hij sliep dan ook den volgenden morgen nog, toen de
+majoor hem bij het krieken van den dag met donderende stem wekte.
+
+Reeds was de bagaadje door de zorg van John Mangles naar de hoeve
+gebragt. Een sloep lag voor de reizigers gereed, die zich niet lieten
+wachten. De jonge kapitein gaf zijn laatste bevelen aan Tom Austin. Hij
+drukte hem vooral op het hart om te Melbourne op de bevelen van lord
+Glenarvan te wachten, en ze naauwkeurig op te volgen, wat er ook de
+inhoud van mogt zijn.
+
+De oude zeeman antwoordde John Mangles, dat hij op hem rekenen kon. Uit
+naam van de bemanning uitte hij de beste wenschen voor het welslagen der
+onderneming. De boot stak af, en een donderend hoera! werd door de
+matrozen aangeheven.
+
+In tien minuten bereikte de sloep de kust; een kwartier later kwamen de
+reizigers aan de iersche hoeve.
+
+Alles was gereed. Lady Helena was zeer ingenomen met haar vertrekje. De
+lompe wagen met zijn logge wielen en zware planken beviel haar
+uitstekend. Het voorspan van drie paar ossen gaf hem een aartsvaderlijk
+voorkomen, dat hem niet misstond. Met den prikkel in de hand wachtte
+Ayrton op het bevel van zijn nieuwen meester.
+
+"Drommels!" zeide Paganel, "dat is een uitstekend rijtuig, wel zoo goed
+als al de post-wagens van de wereld. Ik ken geen betere manier om als
+een kwakzalver rond te reizen. Een verplaatsbaar huis, dat voortrijdt en
+stilstaat, waar gij wilt, wat kan men nog meer wenschen? Dat begrepen de
+oude Sarmaten ook, en daarom reisden ze niet anders."
+
+"Mijnheer Paganel!" zeide nu lady Helena, "ik hoop het genoegen te
+hebben u in mijn salons te ontvangen."
+
+"Maar mevrouw!" antwoordde de geleerde, "de eer zal aan mij zijn! Hebt
+gij een dag bepaald?"
+
+"Ik ben altijd voor mijn vrienden te spreken," antwoordde lady Helena
+lagchend, "en gij zijt...."
+
+"De verkleefdste van allen, mevrouw!" zeide Paganel heel hoffelijk.
+
+Die uitwisseling van beleefdheden werd afgebroken door de komst van
+zeven geheel getuigde paarden, welke een der zoons van Paddy bestuurde.
+Lord Glenarvan regelde met den Ier den prijs van al die benoodigdheden,
+en voegde daarbij een magt van dankbetuigingen, die den braven kolonist
+even welkom waren als de guinjes.
+
+Het sein tot het vertrek werd gegeven. Lady Helena en miss Grant
+plaatsten zich in haar vertrek, Ayrton op den bok, Olbinett achter in
+den wagen; Glenarvan, de majoor, Paganel, Robert, John Mangles, de beide
+matrozen, allen met karabijnen en revolvers gewapend, wierpen zich op
+hun paarden. Een "God zij met u!" riep Paddy O'Moore hun toe, en zijn
+gezin herhaalde dien afscheidsgroet in koor. Ayrton liet een bijzonder
+geluid hooren en dreef zijn span aan. De kar zette zich in beweging, de
+planken kraakten, de assen knarsten in de naaf der wielen, en weldra
+onttrok een kromming van de weg de gastvrije hoeve van de braven Ier aan
+hun blik.
+
+
+
+
+IX.
+
+De provincie Victoria.
+
+
+Het was de 23ste December 1864. Die Decembermaand, zoo droevig, zoo
+naar, zoo vochtig op het noordelijk halfrond, mogt op dit vastland
+veeleer Junij heeten. Sterrekundig gesproken was het reeds twee dagen
+zomer; want den 2lsten had de zon den steenbokskeerkring bereikt, en
+reeds prijkte zij eenige minuten korter boven den gezigteinder. Derhalve
+moest die nieuwe reis van lord Glenarvan in het warmste jaargetijde en
+onder de stralen eener bijna tropische zon plaats hebben.
+
+Gezamenlijk dragen de engelsche bezittingen in dit gedeelte der Stille
+Zuidzee den naam van Australasie. Zij bestaan uit Nieuw-Holland,
+Tasmanië, Nieuw-Zeeland en eenige omliggende eilanden. Het vastland van
+Australië is verdeeld in uitgestrekte koloniën, wier grootte en rijkdom
+zeer uiteenloopen. Wie een blik slaat op de nieuwe kaarten, door de
+Heeren Peterman of Preschoell ontworpen, wordt terstond getroffen door
+de regelmatigheid dier afdeelingen. De Engelschen hebben de grenzen dier
+groote provinciën met het meetsnoer afgepast. Zij hebben geen acht
+geslagen op bergketenen, op den loop der rivieren, op de verscheidenheid
+van het klimaat, noch op het verschil van ras. Die koloniën zijn
+regthoekig begrensd en passen aan elkander als de stukken van een
+ingelegd werk. In die schikking van regte lijnen en regte hoeken herkent
+men het werk van den meetkundige, niet het werk van den
+aardrijkskundige. Alleen de kusten met haar tallooze krommingen, haar
+bogten, baaijen, kapen en kreeken, teekenen uit naam van de natuur
+verzet aan door haar liefelijke onregelmatigheid.
+
+Dat schaakbordachtige wekte altijd en teregt den spotlust van Jacques
+Paganel op. Was Australië fransch geweest, dan zouden zeker de fransche
+aardrijkskundigen hun voorliefde voor den winkelhaak en de trekpen niet
+zoover gedreven hebben.
+
+Het aantal koloniën op het groote eiland van Oceanië bedraagt thans zes:
+Nieuw-Zuid-Wales, hoofdstad Sidney; Koninginne-land, hoofdstad Brisbane;
+de provincie Victoria, hoofdstad Melbourne; Zuid-Australië, hoofdstad
+Adelaïde; West-Australië, hoofdstad Perth, en Noord-Australië nog zonder
+hoofdstad. Alleen de kusten zijn door de kolonisten bevolkt. Ter
+naauwernood heeft een enkele stad van belang zich twee honderd mijlen
+landwaarts in gewaagd. Het binnenland, dat wil zeggen een oppervlakte
+gelijk aan twee derden van Europa, is nog bijna geheel onbekend.
+
+Gelukkig loopt de zeven en dertigste breedtegraad niet over die
+ontzaggelijke woestenijen, die ontoegankelijke streken der ellende, die
+der wetenschap reeds talrijke offers gekost hebben. Glenarvan had ze
+onmogelijk kunnen bereizen. Hij had alleen te doen met het zuidelijke
+deel van Australië, bestaande uit een klein stuk der provincie Adelaïde,
+uit de provincie Victoria in haar geheele breedte en eindelijk uit den
+top van den omgekeerden driehoek, dien Nieuw-Zuid-Wales vormt.
+
+De afstand van kaap Bernouilli tot aan de grens van Victoria bedraagt
+ter naauwernood twee en zestig mijlen[1]. Dit waren twee dagreizen, meer
+niet, en Ayrton rekende er op, dat hij tegen den avond van den volgenden
+dag te Aspley, de westelijkste stad der provincie Victoria zou zijn.
+
+Bij het begin eener reis verkeeren ruiters en paarden altijd in een
+opgewekte stemming. Op den ijver der eersten viel niets aan te merken,
+maar men oordeelde het raadzaam den stap der andere te matigen. Wie ver
+wil gaan, moet zijn rijdier ontzien. Derhalve werd er besloten gemiddeld
+niet meer dan vijf en twintig tot dertig mijlen per dag af te leggen.
+
+Ook moest de stap der paarden geregeld worden naar den langzamen tred
+der ossen, die als echte werktuigen in snelheid verliezen wat zij in
+kracht winnen. De wagen met zijn reizigers en zijn levensmiddelen was de
+kern der karavaan, de beweegbare sterkte. De ruiters mogten wel links en
+regts op veldontdekking uitgaan, maar zich er niet ver van verwijderen.
+
+Daar er geen bepaalde marschorde was aangenomen, kon elk binnen zekere
+grenzen doen, wat hij wilde. De jagers mogten de vlakte doorkruisen, de
+wellevenden met de bewoonsters van den wagen een praatje maken, de
+wijsgeeren met elkander philosopheeren. Paganel, die al deze
+verschillende hoedanigheden in zich vereenigde, moest soms overal wezen
+en was het ook inderdaad.
+
+De togt door de provincie Adelaïde leverde niets bijzonders op. Een rij
+lage heuvels, rijk aan stof, een lange reeks onbebouwde gronden, waaruit
+het hier te lande zoogenaamde "bush" bestaat, eenige weiden, hier en
+daar met boschjes van een zoutachtigen struik met hoekige bladeren
+bedekt, waarop het gevogelte zeer verlekkerd is, volgden elkander over
+een ruimte van verscheidene mijlen op. Hier en daar vertoonden zich
+eenige "pig's faces," schapen met een zwijnskop, een soort, die alleen
+op Nieuw-Holland aangetroffen wordt, die tusschen de palen van de
+telegraaflijn graasden, welke onlangs van Adelaïde tot aan de kust is
+aangelegd.
+
+Tot nog toe geleken die vlakten sprekend op de eentoonige streken van de
+argentijnsche pampa's; dezelfde grasrijke effene bodem; dezelfde scherp
+begrensde gezigteinder. Mac Nabbs beweerde, dat zij nog in dat land
+waren; maar Paganel verzekerde, dat de landstreek spoedig veranderen
+zou. In het vertrouwen op hem wachtte men op vreemde dingen.
+
+Tegen drie ure reed de wagen door een onafzienbare boomlooze landstreek,
+bekend onder den naam van "muskieten-vlakte." De geleerde had het
+genoegen, dat het bleek, dat de aardrijkskundigen haar met volle regt
+dien naam gegeven hadden. De reizigers en hun paarden leden veel door de
+onophoudelijke beten dier lastige tweevleugelige insecten; het was
+onmogelijk hen te ontwijken; gemakkelijker was het ze te bedwelmen door
+de fleschjes ammoniak uit de reis-apotheek. Paganel wenschte van
+ganscher harte die lastige bijtvliegen naar den duivel, die zijn lange
+persoon met haar felle steken doorboorden.
+
+Tegen den avond werd de vlakte opgevrolijkt door eenige groene
+acacia-hagen; hier en daar vertoonden zich boschjes witte gomboomen;
+ginds een versch wagenspoor, elders uit Europa afkomstige boomen,
+olijfboomen, citroenboomen en groene eiken; eindelijk goed onderhouden
+rasters. Ten acht ure bereikten de ossen, die door Ayrton aangezet hun
+tred verhaastten, het station van Red-Gum.
+
+De naam "station" wordt aan alle nederzettingen in het binnenland
+gegeven, waar men zich met de veeteelt bezighoudt, den hoofdrijkdom van
+Australië. Die veefokkers zijn de "squatters," dat is de lieden, die op
+den grond gaan zitten,[2] hetgeen inderdaad de eerste houding is, welke
+iedere kolonist, afgemat door zijn zwerftogten door die eindelooze
+streken, aanneemt.
+
+Red-Gumstation was een onbeduidende nederzetting. Maar Glenarvan vond er
+de hartelijkste gastvrijheid. De reiziger kan er stellig op rekenen, dat
+het hem onder het dak dier afgezonderde woningen aan niets zal
+ontbreken, en in een australisch kolonist vindt men altijd een
+vriendelijken gastheer.
+
+'s Anderendaags spande Ayrton reeds bij zonsopgang de ossen voor den
+wagen. Dienzelfden avond nog wilde hij op de grenzen van Victoria komen.
+Allengs werd de bodem oneffener. Een golvende reeks van kleine heuvelen
+strekte zich onafzienbaar ver uit, geheel bestoven met scharlakenrood
+zand. Het scheen alsof er een onmetelijk rood laken over de vlakte was
+uitgespreid, welks plooijen door den adem des winds opwoeijen. Eenige
+"malleys", soorten van witgevlokte dennen, met een regten en gladden
+stam, breidden hun takken en donkergroene bladeren over vette weiden
+uit, waarin vrolijke troepen springhazen zeer sterk vermenigvuldigden.
+Verderop ontwaarde men uitgestrekte gronden met kreupelhout en jonge
+gomboomen bezet; vervolgens weken de groepen uiteen, de alleenstaande
+struiken werden boomen, en leverden het eerste staaltje op van de wouden
+van Australië.
+
+Intusschen veranderde het voorkomen des lands merkelijk, hoe nader zij
+bij de grenzen van Victoria kwamen. De reizigers bespeurden, dat zij een
+nieuwen bodem betraden. Onveranderlijk gingen zij in een regte lijn
+voort, zonder dat eenige hinderpaal, meer of berg hen noodzaakte ze in
+een kromme of gebrokene lijn te veranderen. Zij bragten steeds de eerste
+stelling der meetkunst in praktijk, en volgden zonder afwijking den
+kortsten weg van het eene punt tot het andere. Vermoeijenis en bezwaren
+voelden zij niet. Hun marsch regelde zich naar den tragen gang der
+ossen, en al vorderden die bedaarde dieren niet snel, zij stonden ten
+minste ook niet stil.
+
+Na een afstand van zestig mijlen op die wijze in twee dagen te hebben
+afgelegd, bereikte de karavaan in den avond van den 23sten het kerspel
+Aspley, de eerste stad der provincie Victoria, op honderd en een graad
+lengte in het district Wimerra gelegen.
+
+Ayrton stalde den wagen in Crown's Inn, een herberg die bij gebrek aan
+beter pronkte met den naam van het _hotel de Kroon_. Het avondeten,
+alleen bestaande uit schapenvleesch op allerlei wijzen toebereid, dampte
+op de tafel.
+
+Er werd veel gegeten, maar nog meer gepraat. Vol begeerte om onderrigt
+te worden van al het vreemde, dat het vastland van Australië oplevert,
+ondervroeg elk om strijd den aardrijkskundige. Paganel liet zich niet
+lang noodigen, en vertelde het volgende van de provincie Victoria, ook
+Gelukkig Australië genoemd.
+
+"Een verkeerde benaming" zeide hij; "men had beter gedaan haar Rijk
+Australië te noemen; want het gaat met de landen als met de menschen;
+het geluk zit niet in den rijkdom. Door zijn goudmijnen is Australië de
+prooi geworden van de verwoestende en woeste bende fortuinzoekers. Dat
+zult gij zien, wanneer wij de goudstreken doortrekken."
+
+"Is de kolonie Victoria niet eerst onlangs ontstaan?" vroeg lady Helena.
+
+"Ja, mevrouw! ze telt nog geen dertig jaar. Den 6den Junij 1835, een
+dingsdag...."
+
+"'s Avonds ten kwart over zevenen," voegde de majoor er bij, die Paganel
+gaarne in het vaarwater zat met diens juiste opgave der datums.
+
+"Neen, tien minuten over zevenen," hernam de aardrijkskundige in ernst,
+"stichtten Batman en Falckner een nederzetting te Port-Philip, aan de
+baai, waaraan thans de groote stad Melbourne zich uitstrekt. Vijftien
+jaren lang maakte de nieuwe kolonie een deel uit van Nieuw-Zuid-Wales,
+en behoorde ze onder deszelfs hoofdstad Sidney. Maar in 1851 werd ze
+onafhankelijk verklaard en nam ze den naam Victoria aan."
+
+"En is zij sedert dien tijd sterk vooruitgegaan?" vroeg Glenarvan.
+
+"Oordeel zelf, hooggeachte vriend!" antwoordde Paganel. "De laatste
+statistiek levert de volgende cijfers op, en Mac Nabbs mag zeggen wat
+hij wil, ik ken niets welsprekender dan de cijfers."
+
+"Laat hooren!" zeide de majoor.
+
+"Ik begin al. In 1836 had de kolonie Port-Philip twee honderd vier en
+veertig inwoners. Thans telt de provincie Victoria er vijf honderd
+vijftig duizend. Zeven millioen wijnstokken leveren jaarlijks honderd
+een en twintig duizend gallons[3] wijn. Honderd drie duizend paarden
+galoppeeren over haar vlakten, en zes honderd vijf en zeventig duizend
+twee honderd twee en zeventig stuks hoornvee grazen op haar onmetelijke
+weiden."
+
+"Heeft ze ook niet een zeker aantal varkens?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Ja, majoor! negen en zeventig duizend zes honderd vijf en twintig, met
+uw welnemen."
+
+"En hoeveel schapen, Paganel?"
+
+"Zeven millioen honderd vijftien duizend negenhonderd drie en veertig,
+Mac Nabbs!"
+
+"Met inbegrip van het schaap, dat wij thans eten, Paganel?"
+
+"Neen! daarenbuiten, want het is voor drie vierden op."
+
+"Bravo! mijnheer Paganel!" riep lady Helena, hartelijk lagchende; "het
+moet gezegd worden, dat gij bij zulke aardrijkskundige vragen goed
+beslagen ten ijs komt, en mijn neef Mac Nabbs zal u, hoe hij zijn best
+ook doet, nooit op een vergissing betrappen."
+
+"Maar het is mijn vak, mevrouw! al die dingen te weten en ze u des noods
+te leeren. Gij moogt mij dan ook vrij gelooven, wanneer ik u zeg, dat
+ons in dit vreemde land wondere dingen wachten."
+
+"Tot nog toe, echter...." antwoordde Mac Nabbs, die er genoegen in vond
+den aardrijkskundige te plagen om hem eens goed aan het praten te
+brengen.
+
+"Maar wacht dan toch een beetje, ongeduldige majoor!" riep Paganel. "Pas
+zet gij een voet op de grenzen, of gij klaagt reeds! Welnu, ik zeg u, ik
+herhaal, ik houd vol, dat deze landstreek de zonderlingste van de
+geheele aarde is. Haar vorming, haar natuur, haar voortbrengselen, haar
+klimaat, ja haar aanstaande verdwijning hebben alle geleerden der wereld
+verwonderd, verwonderen hen nog en zullen hen altijd verwonderen.
+Verbeeldt u, vrienden! een vastland, welks kusten in plaats van het
+binnenland het eerst als een reusachtige ring boven de golven zijn
+opgerezen; dat misschien in het midden een half verdampte binnenzee
+bevat; welks rivieren van dag tot dag armer aan water worden; waar geen
+vochtigheid bestaat, evenmin in de lucht als in den grond; waar de
+boomen jaarlijks hun schors verliezen in plaats van hun bladeren; waar
+de bladeren hun randen en niet hun oppervlakte naar de zon wenden en
+geen schaduw geven; waar het hout dikwijls onbrandbaar is; waar de
+gehouwene steenen in den regen smelten; waar de bosschen laag en de
+kruiden reusachtig hoog zijn; waar de dieren allervreemdst zijn; waar de
+viervoetige dieren vogelbekken hebben, zooals het stekelzwijn en het
+vogelbekdier, waarom de natuurkundigen verpligt geweest zijn voor hen
+het nieuwe geslacht der _monotremata_ te scheppen; waar de kangoeroe op
+zijn ongelijke pooten springt; waar de schapen zwijnskoppen hebben; waar
+de vossen van den eenen boom op den anderen vliegen; waar de zwanen
+zwart zijn; waar de ratten nesten maken; waar de prieel-vogel zijn
+salons openzet voor de bezoeken zijner gevleugelde vrienden, waar de
+vogels ons verbaasd doen staan door de verscheidenheid hunner zangen en
+van hun aanleg, die alles te bovengaat, wat de stoutste
+verbeeldingskracht zich kan voorstellen; waar de een tot klok dient, de
+ander een postillonszweep doet klappen, de een den schaarslijper
+nabootst, de ander de seconden aangeeft, gelijk de slinger van een
+pendule, de een 's morgens lacht, wanneer de zon opgaat, en de ander 's
+avonds weent, als ze ondergaat! O, land! zoo grillig en dwaas, als er
+geen tweede te vinden is, o, allervreemdst en onnatuurlijk gevormd land!
+wel mogt de geleerde plantenkenner Grimard van u zeggen: "zoo is dat
+Australië een soort van bespotting der natuurwetten, of liever een
+uitdaging, aan de geheele overige wereld gedaan!"
+
+Het scheen als of er geen stuiten was aan den snellen stroom van woorden
+van Paganel. De welsprekende secretaris der Maatschappij van
+aardrijkskunde was zichzelven niet meer meester; hij redeneerde maar
+voort onder het maken van hevige gebaren en zwaaide met zijn vork, tot
+geen geringen angst zijner dischgenooten. Maar eindelijk werd hij
+overstemd door een donderend bravo! en zweeg hij.
+
+Na die opnoeming van de merkwaardigheden van Australië, dacht men er
+niet aan om nog meer te vragen. De majoor echter kon niet nalaten heel
+bedaard te zeggen:
+
+"En is dat alles, Paganel?"
+
+"Wel neen! dat is niet alles!" antwoordde de geleerde met nieuw vuur.
+
+"Hoe?" vroeg Lady Helena, wier nieuwsgierigheid geprikkeld werd, "is er
+in Australië nog meer vreemds?"
+
+"Ja, mevrouw! zijn klimaat! Dat wint het in zonderlingheid nog van zijn
+voortbrengselen."
+
+"Welnu komaan!" riep men.
+
+"Ik spreek niet van de voor de gezondheid zoo voordeelige hoedanigheden
+van het vastland van Australië, waar de lucht zoo rijk is aan zuurstof
+en zoo arm aan stikstof; er heerschen geen vochtige winden, omdat de
+passaatwinden evenwijdig met de kusten waaijen, en de meeste ziekten
+zijn er onbekend, van de typhus af tot de mazelen en de slepende ziekten
+toe."
+
+"Dat is toch geen gering voordeel," meende Glenarvan.
+
+"Toegestemd, maar daarover spreek ik niet," antwoordde Paganel. "Het
+klimaat heeft hier een eigenschap die ... ongeloofelijk is."
+
+"Welke?" vroeg John Mangles.
+
+"Gij zult mij niet willen gelooven."
+
+"Jawel!" riepen de toehoorders, die in gespannen verwachting verkeerden.
+
+"Welnu, het is...."
+
+"Wat dan?"
+
+"Het bevordert de zedelijkheid!"
+
+"Bevordert het de zedelijkheid?"
+
+"Ja!" antwoordde de geleerde op stelligen toon. "Ja, het bevordert de
+zedelijkheid! Hier roesten de metalen niet en de menschen evenmin. De
+zuivere en drooge lucht maakt hier alles spoedig wit, het linnen en de
+ziel! De bijzondere eigenschappen van dit klimaat hadden de Engelschen
+wel goed opgemerkt, toen zij besloten de misdadigers hierheen te
+zenden."
+
+"Maar is die invloed inderdaad merkbaar?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Ja, mevrouw! op dieren en menschen."
+
+"Schertst gij soms, mijnheer Paganel?"
+
+"Ik scherts niet. Paarden en runderen zijn hier bijzonder gedwee. Gij
+zult het zien."
+
+"Het is niet mogelijk!"
+
+"En toch is het zoo! En de misdadigers, die in deze levenwekkende en
+gezonde lucht worden overgebragt, bekeeren zich binnen weinige jaren. De
+philanthropen zijn met die uitwerking zeer goed bekend. In Australië
+worden alle karakters beter."
+
+"Maar, mijnheer Paganel!" zeide Lady Helena, "gij zijt reeds zoo goed,
+wat zult gij dan op dit bevoorregte plekje wel worden?"
+
+"Uitmuntend, mevrouw!" antwoordde Paganel, "heel eenvoudig uitmuntend!"
+
+
+[1] 24 uren gaans.
+
+[2] Van het engelsche werkwoord "to squat", gaan zitten.
+
+[3] Een gallon = 4,54246 ned. kan.
+
+
+
+
+X.
+
+De Wimerra.
+
+
+Den volgenden dag, 24 December, vertrokken zij bij het krieken van den
+dag. De warmte was reeds drukkend, maar dragelijk, de weg bijna effen en
+gunstig voor den stap der paarden. Het kleine gezelschap trok door een
+dun kreupelbosch. Na een goede dagreis sloeg het zich neder aan den
+oever van het Witte meer, welks water brak en ondrinkbaar is.
+
+Jacques Paganel moest hier toch erkennen, dat dit meer evenmin wit is,
+als de Zwarte zee zwart, de Roode zee rood, de Gele rivier geel en de
+Blaauwe bergen blaauw zijn. Toch dreef hem zijn eigenliefde als
+aardrijkskundige om lang te redetwisten; maar zijn bewijzen werden niet
+aangenomen.
+
+Olbinett maakte met zijn gewone stiptheid het avondeten gereed; spoedig
+daarop vielen de reizigers, eenigen in den wagen, anderen onder de tent
+in slaap, in weerwil van het akelig gehuil der "dingo's", de sjakals van
+Australië.
+
+Een heerlijke vlakte, geheel met goudsbloemen bezaaid, strekte zich aan
+gene zijde van het Witte meer uit. Toen Glenarvan en zijn reisgenooten
+den volgenden morgen ontwaakten, hadden zij zich gaarne verlustigd in
+het prachtige schouwspel, dat zich aan hun oog vertoonde. Zij
+vertrokken. Alleen in de verte verrieden eenige oneffenheden de rijzing
+van den grond; zoo ver het oog reikte was alles gras en bloemen in hun
+lentedos. De blaauwe weerschijn van het fijn gebladerde vlas smolt ineen
+met het scharlakenrood van een hier te huis behoorenden beerenklaauw.
+Talrijke verscheidenheden van eremophila's verlevendigden dit groen, en
+de zout bevattende gronden verdwenen onder de ganzevoeten, de melde, de
+bieten, dezen grijsgroen, die roodachtig van kleur, behoorende tot de
+snel voortwoekerende familie der sodaplanten. Die planten zijn zeer
+nuttig voor de nijverheid; want zij geven een uitmuntende soda door
+verbranding en het uitwasschen der asch. Paganel, die onder de bloemen
+een kruidkundige werd, gaf al die uiteenloopende voortbrengselen hun
+eigen naam, en met zijn gewone voorliefde voor cijfers verzuimde hij
+niet te zeggen, dat men tot nog toe in de flora van Australië vier
+duizend twee honderd soorten van planten telde, in honderd twintig
+familiën verdeeld.
+
+Na een tiental mijlen snel afgelegd te hebben, reed de wagen tusschen
+hooge boschjes acacia's, mimosa's en witte gomboomen, wier bloemen op
+zoo verschillende wijzen geschikt zijn. Het plantenrijk toonde zich in
+dit gewest der "spring plains"[1], niet ondankbaar jegens de dagvorstin,
+en gaf haar in geuren en kleuren terug wat de zon in stralen gaf.
+
+Het dierenrijk was kariger in zijne voortbrengselen. Eenige kasuarissen
+sprongen in de vlakte rond, zonder dat het mogelijk was ze te naderen.
+Toch was de majoor behendig genoeg een zeer vreemd dier te schieten, dat
+weldra uitgestorven zal zijn. Het was een "jabiru", de reusachtige
+kraanvogel der engelsche kolonisten. Die vogel was vijf voet hoog, en
+zijn zwarte, breede, kegelvormige bek met zeer spitse punt, achttien
+duim lang. De paarsche en purpere weerschijn van zijn kop stak sterk af
+bij het glanzige groen van zijn hals, de schitterende witheid van zijn
+krop en het heldere rood van zijn lange pooten. De natuur scheen ten
+zijnen behoeve haar geheele palet met hoofdkleuren te hebben uitgeput.
+
+Die vogel werd zeer bewonderd, en de majoor zou onverdeeld de eer van
+den dag genoten hebben, als de jonge Robert niet eenige mijlen verder
+een wanstaltig dier, half egel, half miereneter, een wezen, dat maar
+half afgewerkt was, gelijk de dieren uit de eerste tijden der schepping,
+ontmoet en geveld had. Een lange en kleverige tong hing uit zijn
+tandeloozen bek, en ving de mieren, die zijn hoofdvoedsel uitmaken.
+
+"Dat is een stekelzwijn," zeide Paganel, die aan dit monotrema terstond
+zijn waren naam gaf. "Hebt gij ooit zulk een dier gezien?"
+
+"Het is afschuwelijk," antwoordde Glenarvan.
+
+"Afschuwelijk, maar vreemd," hernam Paganel; "bovendien behoort het
+uitsluitend in Australië te huis en zou men het te vergeefs in ieder
+ander werelddeel zoeken."
+
+Natuurlijk wilde Paganel het afzigtelijke stekelzwijn medenemen en bij
+de bagaadje stoppen. Maar Olbinett verzette zich met zooveel
+verontwaardiging, dat de geleerde er van afzag om dit staaltje van de
+monotremata te bewaren.
+
+Dien dag kwamen de reizigers tot honderd een en veertig en een halven
+graad lengte. Tot nog toe hadden zij maar weinig kolonisten en squatters
+aangetroffen. Het land scheen onbewoond. Van inboorlingen was geen
+schaduw te zien; want de wilde stammen zwerven meer noordelijk in de
+onmetelijke woestijnen, die de bijrivieren van de Darling en de Murray
+besproeijen.
+
+Maar een zonderling schouwspel trok de aandacht van Glenarvan en zijn
+gezelschap. Hij had het geluk een van die tallooze kudden te ontmoeten,
+welke door ondernemende speculanten van de oostelijke bergen naar de
+provinciën Victoria en Zuid-Australië gedreven worden.
+
+'s Namiddags omstreeks vier ure berigtte John Mangles, dat er drie
+mijlen voor hen uit aan den gezigteinder een zware stofwolk opsteeg. Van
+waar dat verschijnsel? Men was zeer verlegen om er een verklaring van te
+geven. Paganel helde over tot de meening, dat het een luchtverheveling
+kon zijn, en zijn werkzame verbeeldingskracht zocht er reeds een
+natuurlijke oorzaak voor. Maar Ayrton sloot het wijde veld der
+gissingen, waarop hij zich waagde, af met te zeggen, dat al dat stof
+opgejaagd werd door een kudde op den weg.
+
+De bootsman bedroog zich niet. De digte wolk kwam naderbij. Een heel
+concert van geblaat, gehinnik en geloei steeg er uit op. Onder den vorm
+van schreeuwen, fluiten en vloeken paarde zioh ook de menschelijke stem
+aan die herderstoonen.
+
+Een man kwam uit die luidruchtige wolk te voorschijn. Het was de
+hoofdaanvoerder van dat viervoetige leger. Glenarvan ging hem te gemoet
+en zonder verderen omslag knoopten zij een gesprek aan. De aanvoerder of
+om hem zijn waren titel te geven, de veehoeder, was eigenaar van een
+gedeelte der kudde. Hij heette Sam Machell, kwam inderdaad uit de
+oostelijke provinciën en begaf zich naar de Portlandbaai.
+
+Zijn kudde bestond uit twaalf duizend vijf en zeventig stuks, te weten
+duizend runderen, elf duizend schapen en vijf en zeventig paarden. Al
+die dieren, welke slechts vel en been waren, toen hij ze in de vlakten
+der Blaauwe bergen kocht, zouden vet worden op de heerlijke weiden van
+Zuid-Australië, waar zij met groote winst afgezet worden. Zoo zou Sam
+Machell, twee pond per rund en een half pond per schaap winnende, een
+voordeel hebben van negentig duizend gulden. Het was dus een goede zaak.
+Maar wat al geduld, wat al inspanning was er niet noodig om die
+weerbarstige kudde ter bestemder plaatse te brengen, wat al vermoeijenis
+moest hij er niet voor uitstaan! De winst, welke dat zware beroep
+oplevert, is zuur verdiend!
+
+Sam Machell vertelde met weinige woorden zijn geschiedenis, terwijl de
+kudde haar weg vervolgde tusschen de mimosa struiken. Lady Helena, Mary
+Grant, de ruiters waren allen afgestegen en in de schaduw van een
+grooten gomboom gezeten, luisterden zij naar het verhaal van den herder.
+
+Sam Machell was al zeven maanden op weg; hij legde per dag tien mijlen
+af en zijn lange reis moest nog drie maanden duren. Om hem in zijn
+moeijelijke taak bij te staan had bij twintig honden en dertig menschen,
+waaronder vijf zwarten, die zeer bedreven waren in het terugvinden van
+het spoor der afgedwaalde dieren. Zes karren volgden het leger. De
+drijvers met "stockwipps" gewapend, zweepen, waarvan de steel achttien
+duim en de riem negen voet lang is, liepen tusschen de rijen door, om de
+orde, die vaak gestoord werd, te handhaven, terwijl de ligte ruiterij
+der honden op de vleugels draafde.
+
+De reizigers bewonderden de tucht, die onder de kudde heerschte. De
+verschillende diersoorten waren van elkander afgezonderd, want runderen
+en wilde schapen verstaan elkander niet goed; de eersten willen nooit
+grazen waar de anderen hun voor geweest zijn. Vandaar dat het noodig was
+de runderen voorop te plaatsen, die in twee bataillons verdeeld,
+vooruitgingen. Daarop volgden vijf regimenten schapen onder bevel van
+twintig drijvers, en het peloton paarden maakte de achterhoede uit.
+
+Sam Machell maakte zijn toehoorders opmerkzaam, dat de guides van het
+leger geen honden of menschen, maar wel runderen, verstandige gidsen
+waren, wier meerderheid hun natuurgenooten erkenden. Zij liepen in het
+eerste gelid, spreidden veel deftigheid ten toon, namen uit instinct den
+regten weg, en waren stellig overtuigd, dat zij regt hadden op een goede
+behandeling. Zij werden dan ook ontzien; want de kudde gehoorzaamde hun
+zonder tegenspraak. Vonden zij goed om niet op te houden, dan moest men
+zich aan die gril onderwerpen, en te vergeefs zou men beproeven na een
+halt weder op weg te gaan, als zij niet zelven het sein om te vertrekken
+gaven.
+
+Met nog eenige bijzonderheden, die de veehoeder er bijvoegde, was de
+geschiedenis van dien togt volledig, die wel waard was door Xenophon
+beschreven, ja aangevoerd te worden. Zoolang het leger door de vlakte
+trok ging alles goed. Weinig last, weinig vermoeidheid. De beesten
+graasden langs den weg, dronken uit de talrijke greppels in de weiden,
+sliepen 's nachts, reisden over dag, en voegden zich gedwee bijeen op
+het geblaf der honden. Maar in de groote bosschen van het vastland,
+tusschen de lage mirte- en mimosa-struiken, namen de moeijelijkheden
+toe. Pelotons, bataillons en regimenten liepen dooreen of dwaalden af,
+en dan was er heel wat tijd noodig om ze weer bijeen te krijgen.
+Verdwaalde er soms bij ongeluk een gids, dan moest hij, wat het ook
+kosten mogt, terug gevonden worden, wilde men niet alles weg zien
+loopen, en dan bragten de zwarten soms verscheidene dagen met die
+moeijelijke nasporingen door. Vielen er zware regenbuijen, dan weigerden
+de luije dieren verder te gaan, en bij hevige onweders maakte zich een
+onbeschrijfelijke angst van de razende dieren meester.
+
+Met inspanning van alle krachten en door onafgebrokene werkzaamheid mogt
+de veehoeder toch zegevieren over die telkens terugkeerende
+moeijelijkheden. Hij liep maar door, de eene mijl na de andere werd
+afgelegd, vlakten, bosschen, bergen, alles geraakte eindelijk achter den
+rug. Maar soms moest hij bij zooveel vereischten ook nog die
+hoofdeigenschap voegen, die geduld heet, een onwankelbaar geduld, een
+geduld, dat niet alleen de uren, niet alleen de dagen, maar geheele
+weken niet konden uitputten, en dat was bij den overtogt der rivieren.
+Daar werd de veehoeder voor een stroom opgehouden, niet omdat hij
+onoverkomelijk was, maar omdat de dieren er niet over wilden; de
+koppigheid van het vee was de eenige hinderpaal. Zoodra de runderen het
+water opgesnoven hadden, keerden zij terug. De schapen liepen naar alle
+kanten weg, liever dan zich te water te begeven. De nacht werd afgewacht
+om de dieren naar de rivier te lokken, niets baatte. Met geweld wierp
+men de rammen er in, de ooijen wilden hen niet volgen. Men beproefde de
+kudde door dorst te dwingen en onthield haar onderscheidene dagen lang
+het noodige water, het vee deed het zonder drinken en waagde zich niet.
+De lammeren werden naar de overzijde gebragt, in de hoop, dat hun
+moeders op hun geschreeuw zouden overkomen; de lammeren blaatten, maar
+de moeders bewogen zich niet. Dat duurde soms een maand, en de veehoeder
+wist niet meer, wat hij moest beginnen met zijn blatend, hinnikend en
+loeijend leger. Daar stak op eens, zonder reden, uit een gril, men weet
+niet waarom noch hoe, een afdeeling de rivier over, en nu had men weer
+de handen vol om te beletten, dat de heele kudde zich in wanorde in het
+water stortte. Er kwam verwarring in de gelederen, en vele dieren
+verdronken in den snellen stroom.
+
+Dat alles vertelde Sam Machell. Intusschen was een groot deel der kudde
+in goede orde voorbij getrokken. Het was tijd, dat hij zich weder aan
+het hoofd van zijn leger stelde om de beste weiden op te zoeken. Hij nam
+dus afscheid van lord Glenarvan, besteeg een uitmuntend inlandsch paard,
+dat een zijner knechts aan den teugel hield, en ontving van allen een
+hartelijken handdruk tot afscheid. Weinige oogenblikken daarna was hij
+in de stofwolk verdwenen.
+
+De wagen hervatte zijn een oogenblik gestaakten togt in de
+tegenovergestelde rigting, en hield eerst 's avonds aan den voet van den
+berg Talbot stil.
+
+Paganel maakte nu de gegronde opmerking, dat het de 25ste December was,
+het Kersfeest, de groote feestdag in de engelsche huisgezinnen. Maar de
+hofmeester had het niet vergeten, en een lekker maal, onder de tent
+aangerigt, verschafte hem den welgemeenden lof der gasten. Om de
+waarheid te zeggen had Olbinett zichzelven overtroffen. Uit zijn
+voorraadkamer had hij een aantal europeesche spijzen gehaald, die men
+zelden zal aantreffen in de woestijnen van Australië. Een rendierham,
+eenige sneden pekelvleesch, gerookte zalm, een gerste- en haverkoek,
+thee, zooveel men lustte, whisky in overvloed en eenige flesschen
+portwijn vormden dit onverwachte maal. Men kon zich bijna verbeelden in
+de groote eetzaal van het kasteel Malcolm, in het midden der Hooglanden,
+in het hartje van Schotland te zijn.
+
+Niets toch ontbrak aan dit feestmaal, van de gembersoep af tot de
+minced-pies van het dessert toe. Paganel oordeelde echter goed te doen,
+wanneer hij er de vruchten bijvoegde van een wilden oranjeboom, die aan
+den voet der heuvelen groeide. Het was de "moccaly" der inboorlingen;
+zijn vruchten zijn vrij smakeloos; maar zijn verpletterde pitten
+verbranden den mond als cayennepeper. De aardrijkskundige at ze uit
+liefde tot de wetenschap zoo overdadig, dat ze zijn gehemelte
+verschroeiden, en hij de vragen, die de majoor over de eigenaardigheden
+der australische bosschen tot hem rigtte, niet kon beantwoorden.
+
+Den volgenden dag, 26 December, viel er niets voor, dat vermelding
+verdient. Men trof de bronnen der Norton-kreek, en later de uitgedroogde
+Mackensie-rivier aan. Het weder bleef zeer schoon, de warmte dragelijk;
+de wind bleef zuid en verkoelde den dampkring, gelijk op het noordelijk
+halfrond de noordewind zou gedaan hebben. Paganel deed dit zijn vriendje
+Robert Grant opmerken.
+
+"Een gelukkige omstandigheid," voegde hij er bij; "want de gemiddelde
+warmte is grooter op het zuidelijk dan op het noordelijk halfrond."
+
+"Hoe komt dat?" vroeg de knaap.
+
+"Hoe dat komt?" antwoordde Paganel. "Hebt gij dan nooit gehoord, dat de
+aarde 's winters digter bij de zon is?"
+
+"Ja, mijnheer Paganel!"
+
+"En dat de koude van den winter alleen een gevolg is van de schuine
+rigting der zonnestralen?"
+
+"Jawel."
+
+"Welnu, mijn jongen! om diezelfde reden is het warmer op het zuidelijk
+halfrond."
+
+"Dat begrijp ik niet," antwoordde Robert, groote oogen opzettende.
+
+"Denk maar eens na," hernam Paganel. "Wanneer het bij ons, in Europa,
+winter is, welk jaargetijde heeft men dan hier in Australië, bij onze
+tegenvoeters?"
+
+"Zomer," zeide Robert.
+
+"Welnu, omdat de aarde dan juist digter bij de zon is ... begrijpt gij?"
+
+"Ik begrijp...."
+
+"Daaruit volgt, dat de zomer in de zuidelijke streken door die nabijheid
+warmer is dan de zomer der noordelijke landen."
+
+"Dat is zoo, mijnheer Paganel!"
+
+"Zegt men dus, dat de zon "in den winter" digter bij de aarde is, dan
+geldt dit alleen voor ons, die het noordelijk gedeelte van den aardbol
+bewonen."
+
+"Daaraan had ik nooit gedacht," antwoordde Robert.
+
+"Zorg dan maar, dat gij dat nooit vergeet, mijn jongen!"
+
+Robert was dankbaar voor dit lesje in de wereldbeschrijving, en vernam
+ten slotte nog, dat de gemiddelde warmte der provincie Victoria vier en
+zeventig graden Fahrenheit bedroeg.
+
+'s Avonds sloeg het gezelschap zich vijf mijlen aan gene zijde van het
+Lonsdale-meer neder, tusschen den berg Drummond ten noorden, en den berg
+Dryden, wiens niet zeer hooge top in het zuiden den gezigteinder voor
+een gedeelte bedekte.
+
+Den volgenden morgen ten elf ure bereikte de wagen de oevers der
+Wimerra, onder den honderd drie en veertigsten graad lengte.
+
+De een halve mijl breede rivier stuwde haar helder water tusschen twee
+hooge rijen gomboomen en acacia's voort. Eenige prachtige mirtplanten,
+o.a. de "Metrosideros speciosa," verhieven hun lange en neerhangende
+takken, versierd met roode bloemen, wel vijftien voet hoog. Duizend
+vogels, wielewalen, vinken, duiven met goudkleurige vleugels, zonder nog
+te spreken van de snaterende papegaaijen, fladderden in de groene takjes
+rond. Beneden, op de oppervlakte des waters, zwommen een paar schuwe en
+ongenaakbare zwarte zwanen. Die vreemde vogel der australische rivieren
+verdween weldra op de kronkelende Wimerra, die met tallooze bogten die
+liefelijke streek bespoelde.
+
+Inmiddels had de wagen stilgehouden op een grastapijt, welks franjes
+over het snelvlietende water hingen. Vlot noch brug was hier te zien. En
+toch moest men er over. Ayrton was bezig een doorwaadbare plaats te
+zoeken. Een kwartmijl stroomopwaarts dacht hij, dat de rivier minder
+diep was, en op die plek besloot hij te beproeven of hij den anderen
+oever bereiken kon. Een aantal peilingen gaven slechts vier voet water.
+Zonder veel gevaar kon de wagen zich dus over die ondiepte wagen.
+
+"Is er geen ander middel om de rivier over te trekken?" vroeg Glenarvan
+den bootsman.
+
+"Neen, mylord!" antwoordde Ayrton; "maar dien overtogt houd ik niet voor
+gevaarlijk. Wij zullen er wel doorsukkelen."
+
+"Moeten lady Glenarvan en miss Grant den wagen verlaten?"
+
+"Volstrekt niet. Mijn ossen staan vast en ik zal wel zorgen, dat zij op
+den regten weg blijven."
+
+"Vooruit dan maar, Ayrton! ik vertrouw op u," antwoordde Glenarvan.
+
+De ruiters omringden het lompe voertuig en allen gingen vol moed te
+water. Gewoonlijk zijn de wagens, wanneer zij die doorwaadbare plaatsen
+overtrekken, omringd met een gordel van ledige tonnen, die ze boven
+water houdt. Maar hier miste men dien zwemgordel; men moest het dus
+laten aankomen op de schranderheid der ossen, die de voorzigtige Ayrton
+bestuurde. Op den bok gezeten mende deze het span, de majoor en de twee
+matrozen kliefden den snellen stroom een eind weegs vooruit; Glenarvan
+en John Mangles hielden zich links en regts van den wagen gereed om de
+reizigsters bijstand te verleenen. Paganel en Robert sloten den trein.
+
+Alles ging goed tot in het midden der Wimerra. Maar nu werd de gleuf
+dieper en kwam het water tot boven de velgen. Van de ondiepte afgeraakt,
+konden de ossen grond verliezen en het wankele rijtuig medeslepen.
+Ayrton stelde moedig zijn leven bloot; hij sprong in het water, en zich
+vastklemmende aan de horens der ossen, gelukte het hem ze op den regten
+weg terug te brengen.
+
+Thans had er een schok plaats, dien niemand had kunnen voorzien; een
+gekraak liet zich horen; de wagen helde vreeselijk over; het water kwam
+tot aan de voeten der reizigsters; de geheele toestel dreef af, hoezeer
+Glenarvan en John Mangles zich aan de kap vastklemden om den wagen
+overeind te houden. Het was een ontzettend oogenblik.
+
+Zeer gelukkig bragt een forsche ruk aan het gareel het voertuig digter
+bij den anderen oever. De bedding der rivier verschafte aan de ossen en
+paarden een stijgenden weg, en spoedig waren menschen en dieren tot hun
+groote vreugde hoewel doornat in veiligheid aan den overkant.
+
+Het voorstel van den wagen echter was door den schok gebroken en het
+paard van Glenarvan had de ijzers van zijn voorpooten verloren.
+
+Dit ongemak moest ten spoedigste hersteld worden. De reizigers keken
+elkaar zeer verlegen aan, toen Ayrton voorstelde naar het station van
+Black-Point te gaan, dat twintig mijlen noordelijker lag, en er een
+hoefsmid vandaan te halen.
+
+"Ga, beste Ayrton! ga!" zeide Glenarvan. "Hoeveel tijd hebt gij noodig
+voor de heen- en weerreis?"
+
+"Misschien vijftien uren," antwoordde Ayrton, "maar meer niet."
+
+"Vertrek dan, en wij zullen, tot gij terugkomt, aan den oever der
+Wimerra uitrusten."
+
+Eenige minuten later verdween de bootsman op het paard van Wilson achter
+een digte gordijn van mimosa 's.
+
+
+[1] Vlakten door talrijke bronnen besproeid.
+
+
+
+
+XI.
+
+Burke en Stuart.
+
+
+Het overige van den dag werd met gesprekken en wandelingen doorgebragt.
+Al pratende en bewonderende liepen de reizigers langs de oevers der
+Wimerra. De aschgraauwe kraanvogels en de ibissen vlugtten met luid
+geschreeuw bij hun aannadering. De prachtmees verschool zich in de hooge
+takken van den wilden vijgenboom, de wielewalen, de zwartkeeltjes, de
+kraaghoppen fladderden tusschen de trotsche stengels der leliën, de
+ijsvogels staakten hun gewone vischvangst, terwijl de geheele
+beschaafder familie der papegaaijen, de "blue-mountain" pronkende met de
+zeven kleuren van den regenboog, de kleine "roschill" met zijn
+scharlaken rood kopje en geele keel, en de "lori" met zijn rood en
+blaauw gevederte, hun oorverdoovend gekakel op den top der bloeijende
+gomboomen voortzetten.
+
+Nu eens op het gras aan den oever van het murmelende water uitgestrekt,
+dan weer rondslenterende tusschen de mimosa-struiken, bewonderden de
+wandelaars tot het vallen van den avond toe die schoone natuur. De
+nacht, die slechts door een kortstondige schemering voorafgegaan werd,
+overviel hen een halve mijl van de legerplaats af. Bij hun terugtogt
+rigtten zij zich niet naar de poolster, die op het zuidelijk halfrond
+onzigtbaar is, maar naar het zuiderkruis, dat halverwege den
+gezigteinder en het toppunt schitterde.
+
+Olbinett had het avondeten onder de tent opgedischt. Allen zetten zich
+aan tafel. De hoofdschotel was een zeker gebraad van papegaaijen, die
+Wilson heel handig geschoten en de hofmeester lekker klaar gemaakt had.
+
+Toen het avondeten afgeloopen was, zocht elk om strijd naar een
+voorwendsel om de eerste uren van zulk een schoonen nacht niet slapend
+door te brengen.
+
+Lady Helena stelde allen tevreden door Paganel te verzoeken de
+geschiedenis der groote australische reizigers te vertellen, een
+geschiedenis, die hij hun reeds voor lang beloofd had.
+
+Dat was koren op den molen van Paganel. Zijn toehoorders zetten zich
+neer aan den voet van een prachtigen banksia; de rook der sigaren steeg
+weldra omhoog tot aan het gebladerte, dat in de schaduw wegschool, en in
+het vertrouwen op zijn ijzersterk geheugen nam de aardrijkskundige
+terstond het woord.
+
+"Gij herinnert u, vrienden! en de majoor althans zal het nog wel weten,
+de lijst van reizigers, die ik u aan boord van de _Duncan_ opgaf. Van al
+degenen, die in het binnenland trachtten door te dringen, mogt het er
+slechts aan vier gelukken het van het noorden naar het zuiden of van het
+zuiden naar het noorden te doorkruisen. Het zijn: Burke, in 1860 en 61;
+Mac Kinlay, in 1861 en 62; Landsborough in 1862, en Stuart, ook in 1862.
+Van Mac Kinlay en Landsborough heb ik maar weinig te vertellen. De
+eerste ging van Adelaïde naar de golf van Carpentaria, de tweede van de
+golf van Carpentaria naar Melbourne; beiden waren door australische
+vereenigingen uitgezonden om Burke op te sporen, die niet meer te
+voorschijn kwam en ook nooit terug zal komen.
+
+"Burke en Stuart, dat zijn de twee stoute reizigers, over wie ik zal
+spreken, en ik begin nu zonder verdere voorafspraak.
+
+"Den 20sten Augustus 1860 vertrok op last van de koninklijke
+Maatschappij te Melbourne, een gewezen iersch officier en oud-inspecteur
+van politie te Castlemaine, Robert O'Hara Burke geheeten. Elf personen
+vergezelden hem: William John Wills, een jeugdig veelbelovend
+sterrekundige, doktor Beckler, een kruidkundige, Gray, King, een jeugdig
+militair uit het indische leger, Landells, Brahe, en verscheidene
+cipayers. Vijf en twintig paarden en evenveel kameelen droegen de
+reizigers, hun bagaadje en levensmiddelen voor achttien maanden.
+
+"De reizigers moesten zich langs de Cooper-rivier naar de golf van
+Carpentaria op de noordkust begeven. Zij kwamen zonder ongeval over de
+Murray en de Darling en bereikten het station van Menindie, op de
+uiterste grens der koloniën.
+
+"Daar zag men in, dat de menigte bagaadje zeer lastig was. Dit bezwaar
+en een zekere ruwheid van karakter van Burke zaaiden oneenigheid in het
+gezelschap. Landells, de opzigter over de kameelen, scheidde zich met
+eenige hindoesche bedienden van de overigen, en keerde naar de oevers
+der Darling terug; Burke zette den togt voort. Nu eens door heerlijke,
+rijk bewaterde weiden, dan weer over steenachtige en waterlooze wegen,
+zakte hij naar de Cooper's kreek af. Den 20sten November, drie maanden
+na zijn vertrek, legde hij de eerste bewaarplaats van levensmiddelen op
+den oever der rivier aan.
+
+"Hier werden de reizigers eenigen tijd opgehouden, omdat zij geen
+bruikbaren weg naar het noorden vonden, een weg, waarop zij geen gebrek
+aan water behoefden te vreezen. Na groote moeijelijkheden sloegen zij
+zich neer op een plaats, die zij het fort Wills noemden. Zij maakten er
+een post van met palissaden omringd, halverwege Melbourne en de golf van
+Carpentaria gelegen. Daar verdeelde Burke zijn gezelschap in tweeën.
+Eenigen moesten onder bevel van Brahe drie maanden, en liet de voorraad
+het toe, nog langer in het fort Wills blijven en de terugkomst der
+anderen afwachten. De andere afdeeling bestond uit Burke, King, Gray en
+Wills. Zij namen zes kameelen mede, beladen met levensmiddelen voor drie
+maanden, dat is drie centenaars meel, vijftig pond rijst, vijftig pond
+havermeel, een centenaar gedroogd paardevleesch, honderd pond gezouten
+varkensvleesch en spek, en dertig pond beschuit, voldoende om heen en
+terug zes honderd uren af te leggen.
+
+"Die vier mannen vertrokken. Na een moeijelijke reis door een
+steenachtige woestijn kwamen zij aan de rivier de Eyre, het uiterste
+punt, dat Sturt in 1845 bereikte, en van daar zoo naauwkeurig mogelijk
+den honderd veertigsten lengtegraad volgende, rigtten zij zich
+noordwaarts.
+
+"Den 7den Januarij bereikten zij onder een brandende zon den keerkring.
+Bedriegelijke luchtspiegelingen misleidden hen soms, dikwijls hadden zij
+gebrek aan water, dan weder verfrischten hen hevige regenbuijen, van
+tijd tot tijd troffen zij eenige zwervende inlanders aan, die hun geen
+leed deden; kortom, zij hadden met weinig bezwaren te kampen op een weg
+die door geen meren, rivieren noch bergen werd versperd."
+
+"Den 12den Januarij vertoonden zich in het noorden eenige
+zandsteenheuvels; o.a. de berg Forbes en een reeks granietketenen,
+"ranges" genoemd. Daar kwam de vermoeijenis eerst aan. Ter naauwernood
+vorderden zij. De dieren weigerden voort te gaan: "Altijd in de
+_ranges_! de kameelen zweeten van angst!" schrijft Burke in zijn
+zakboekje. Toch komen de reizigers na ontzaggelijke inspanning aan de
+oevers der rivier de Turner, vervolgens aan den bovenloop der
+Flinders-rivier, die Stokes in 1841 zag, en die zich door palm- en
+gomboomen omzoomd in de golf van Carpentaria werpt.
+
+"De nabijheid van den oceaan bleek uit een aaneenschakeling van
+moerassige gronden. Een der kameelen zonk er in weg. De anderen wilden
+niet verder gaan. King en Gray moesten er bij blijven. Burke en Wills
+zetten hun reis in een noordelijke rigting voort, en na groote
+moeijelijkheden, die in hun aanteekeningen zeer onduidelijk worden
+verhaald, bereikten zij een punt waar de vloed de moerassen
+overstroomde; maar zij zagen den oceaan niet. Dat was den 11den
+Februarij 1861."
+
+"Dus konden die stoute mannen niet verder gaan?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Neen, mevrouw!" antwoordde Paganel. "De moerassige grond zonk onder hun
+voeten weg, en zij moesten er nu op bedacht zijn om hun reisgenooten in
+het fort Wills weer op te zoeken. Een treurige terugreis, dat verzeker
+ik u! Zwak en krachteloos sleepten Burke en zijn makker zich voort, tot
+zij Gray en King terugvonden. Vervolgens begaven zij zich zuidwaarts
+naar de Cooper's-kreek, langs denzelfden weg, dien zij gekomen waren.
+
+"De angst, de gevaren, het lijden, dat zij op die reis uitstonden, zijn
+ons slechts ten deele bekend; want het zakboekje der reizigers zwijgt er
+van. Maar het moet verschrikkelijk geweest zijn."
+
+"In de maand April toch, toen zij in de Cooper-vallei aankwamen, waren
+zij nog maar met hun drieën. Gray was onder het lijden bezweken. Vier
+kameelen waren dood. Gelukt het Burke nu maar het fort Wills te
+bereiken, waar Brahe hem met zijn voorraad levensmiddelen wacht, dan
+zijn hij en zijn makkers gered. Zij verdubbelen hunne pogingen; zij
+slepen zich nog eenige dagen voort; den 2lsten April bemerken zij de
+palissaden van het fort. Zij bereiken het!... Dienzelfden dag was Brahe
+na vijf maanden vergeefs gewacht te hebben, vertrokken."
+
+"Vertrokken!" riep de jonge Robert.
+
+"Ja, vertrokken! dienzelfden dag, door een jammerlijke gril van het lot!
+Het briefje, dat Brahe achtergelaten had, was nog geen zeven uren oud!
+Burke kon er niet aan denken hem in te halen. De ongelukkige verlatenen
+verkwikten zich een weinig met den voorraad, dien zij vonden. Maar het
+ontbrak hun aan middelen van vervoer, en honderd vijftig uren scheidden
+hen nog van de Darling.
+
+"Nu krijgt Burke, in strijd met de meening van Wills, het in het hoofd
+om de australische nederzettingen te bereiken, die digt bij den berg
+Hopeless, zestig uren van het fort Wills, liggen. Zij gaan op weg. Van
+de twee overgebleven kameelen smoort er een in een modderigen zijtak van
+de Cooper's-kreek; de andere kan geen stap meer doen; men moet hem
+dooden en zich met zijn vleesch voeden. Weldra zijn de levensmiddelen
+op. De drie ongelukkigen zijn verpligt zich met "nardou" te voeden, een
+waterplant, welker kiemkorrels eetbaar zijn. Uit gebrek aan water, uit
+gebrek aan middelen om het te vervoeren, kunnen zij zich niet van de
+oevers der Cooper verwijderen. De vlammen verslinden hun hut en hun
+reisbenoodigdheden, zij zijn verloren! De dood grijnst hen aan!
+
+"Burke riep King bij zich en zeide: "Mij schieten nog maar eenige uren
+levens over: ziedaar mijn horlogie en mijn aanteekeningen. Wanneer ik
+dood ben, verlang ik, dat gij mij een pistool in de regterhand geeft, en
+dat gij mij onbegraven in dezelfde houding laat zitten!" Dit waren
+Burke's laatste woorden. Den volgenden morgen ten acht ure gaf hij den
+geest.
+
+"Ontsteld en radeloos ging King een australischen volksstam opzoeken.
+Toen hij terug kwam, was Wills ook reeds gestorven. Wat King aangaat,
+deze werd door inboorlingen verpleegd en in de maand September door het
+gezelschap van Howitt teruggevonden, die te gelijk met Mac Kinlay en
+Landsborough uitgezonden was om Burke op te sporen. Van de vier
+reizigers overleefde er dus maar een dien togt over het vastland van
+Australië."
+
+Het verhaal van Paganel had een pijnlijken indruk achtergelaten in het
+gemoed zijner hoorders. Allen dachten aan kapitein Grant, die misschien
+evenals Burke en de zijnen ronddoolde in het hart van dat noodlottige
+vastland. Waren de schipbreukelingen ontsnapt aan het lijden, dat die
+stoute baanbrekers trof? Die overpeinzing was zoo natuurlijk, dat Mary
+Grant er de tranen door in de oogen kwamen.
+
+"Mijn vader! mijn arme vader!" jammerde zij.
+
+"Miss Mary! miss Mary!" riep John Mangles, "zulke rampen kunnen alleen
+hem treffen, die zich in de binnenlanden waagt! Maar kapitein Grant is
+immers evenals King in de handen der inboorlingen, en evenals King zal
+hij gered worden! Nooit heeft hij zich in zulk een droevigen toestand
+bevonden!"
+
+"Nooit!" voegde Paganel er bij, "en ik herhaal het, lieve miss! de
+Australiërs zijn herbergzaam."
+
+"God geve, dat gij de waarheid spreekt!" antwoordde het meisje.
+
+"En Stuart?" vroeg Glenarvan, die eenige afleiding wilde geven aan den
+stroom dier treurige gedachten.
+
+"Stuart?" herhaalde Paganel. "O, Stuart is gelukkiger geweest, en zijn
+naam prijkt met eere in de australische jaarboeken. Reeds van het jaar
+1848 af bereidde zich John Mac Doual Stuart, uw landgenoot, vrienden! op
+zijn reizen voor, door Stuart te vergezellen in de woestijnen ten
+noorden van Adelaïde. In 1860 poogde hij, maar te vergeefs, door slechts
+twee mannen vergezeld, in het binnenland van Australië door te dringen.
+Hij was er echter de man niet naar om zich te laten ontmoedigen. Op
+Nieuwjaarsdag van het jaar 1861 verliet hij aan het hoofd van elf
+vastberaden makkers de Chambers-kreek, en hield eerst stil op zestig
+uren van de golf van Carpentaria; maar gebrek aan levensmiddelen dwong
+hem naar Adelaïde terug te keeren, zonder dat hij het vreeselijke
+vastland had doorreisd. Toch durfde hij nog een kans wagen, en ontwierp
+hij het plan tot een derden togt, die ditmaal het zoo vurig gewenschte
+doel mogt bereiken.
+
+"Het parlement van Zuid-Australië trok zich dat nieuwe onderzoek sterk
+aan; het verleende een subsidie van twee duizend pond sterling. Stuart
+verzuimde geen van de voorzorgen, die de ondervinding op zijn vorige
+togten hem als noodig had doen kennen. Zijn vrienden, de natuurkundige
+Waterhouse, zijn vroegere medereizigers Thring en Kekwick, benevens
+Woodforde en Auld, in het geheel tien personen, voegden zich bij hem.
+Hij nam twintig zakken van amerikaansch leder mede, die elk zeven
+gallons konden inhouden, en den 5den April 1862 was het gezelschap
+bijeen aan het New-Castle-Water, over den achttienden graad breedte,
+hetzelfde punt, dat Stuart niet had kunnen overschrijden. Zijn weg liep
+ongeveer langs den honderd een en dertigsten graad lengte en dus zeven
+graden westelijker dan die van Burke.
+
+"Het New-Castle-Water zou de grondslag zijn der nieuwe onderzoekingen.
+Door digte bosschen omringd, poogde Stuart te vergeefs zich ten noorden
+en ten noordoosten een weg te banen. Evenmin gelukte het hem om in
+westelijke rigting de Victoria-rivier te bereiken, ondoordringbaar
+struikgewas sloot elken uitweg af.
+
+"Nu besloot Stuart van legerplaats te veranderen, en het gelukte hem ze
+een weinig noordelijker, in de moerassen van Hower te verplaatsen. Van
+daar oostwaarts trekkende ontdekte hij te midden van grasrijke vlakten
+de beek Daily, die hij een dertig mijlen ver volgde.
+
+"De streek werd prachtig; een squatter een met zulke weiden regt in zijn
+schik geweest zijn en er spoedig rijk worden, de gomboomen bereikten er
+een ontzettende hoogte. Vol verbazing ging Stuart steeds verder; hij
+bereikte de oevers der Strangway en der Roper's-kreek, die Leichardt
+ontdekt had; haar wateren stroomden tusschen palmboomen door, die zulk
+een tropische streek waardig waren; daar woonden inlandsche stammen, bij
+wie de reizigers goed ontvangen werden.
+
+"Van dit punt af rigtten zij zich naar het noord-noordwesten om in een
+landstreek met zandsteen en ijzerhoudende rotsblokken bedekt de bronnen
+der Adelaïde op te sporen, een rivier, die zich in de golf van Van
+Diemen stort. Zij trokken nu door Arnhemsland, te midden van palmkool,
+bamboes, dennen en slingerplanten. De Adelaïde werd breeder, haar oevers
+werden moerassig; de zee was nabij.
+
+"Dingsdag, dan 22sten Julij, was Stuart in de moerassen van Fresh-water
+gelegerd, waar de tallooze beken, die zijn weg doorsneden, hem zeer
+hinderlijk waren. Hij zond drie der zijnen uit om bruikbare wegen op te
+zoeken; 's anderen daags bereikten hij, na ondoorwaadbare kreeken
+omgetrokken en dikwijls in de slijkerige gronden weggezakt te zijn,
+eenige hooge met gras begroeide plekken, waar boschjes gomboomen en
+boomen met vezelachtige schors groeiden; daar vlogen ganzen, ibissen en
+zeer schuwe watervogels bij heele troepen rond. Inboorlingen waren er
+bijna in het geheel niet te zien. Alleen in de verte steeg de rook van
+eenige legerplaatsen omhoog.
+
+"Den 24sten Julij, negen maanden na zijn vertrek uit Adelaïde, vertrok
+Stuart 's morgens twintig minuten over achten in een noordelijke
+rigting; dienzelfden dag wil hij de zee bereiken; het land glooit
+zachtjes en is bezaaid met ijzererts en vulkanische steenen; de boomen
+verschrompelen, een gevolg van den zeewind; een alluviale vallei
+vertoont zich, door een gordijn van struiken begrensd. Stuart hoort
+duidelijk het geraas der branding; maar hij zegt er zijn makkers niets
+van. Zij dringen in een kreupelbosch, dat loten van een wilden wijnstok
+ondoordringbaar maken.
+
+"Stuart doet eenige schreden vooruit. Hij staat aan den oever van den
+Indischen oceaan! "De zee! de zee!" roept Thring verbaasd uit. De
+anderen komen aanloopen en begroeten den Indischen oceaan met een
+driewerf herhaald hoera!
+
+"Het vastland was ten vierden male doorkruist!
+
+"Overeenkomstig zijn belofte aan den gouverneur, Sir Richard Madonnell,
+gedaan, baadde Stuart zijn voeten en wiesch hij zijn aangezigt en handen
+in de golven der zee. Daarop keerde hij naar het dal terug en sneed in
+een boom zijn voorletters J.M.D.S. Aan een stroomend beekje sloegen zij
+een legerplaats op.
+
+"'s Anderen daags ging Thring onderzoeken, of de mond der Adelaïde ook
+in zuidwestelijken rigting bereikt kon worden; maar de grond was te
+moerassig voor den voet der paarden; zij moesten het opgeven.
+
+"Nu zoekt Stuart op een opene plaats een hoogen boom. Hij hakte er de
+takken van af, en heesch de australische vlag in top. In de schors van
+den boom werden deze woorden gesneden: _zoek een voet ten zuiden in den
+grond_.
+
+"En wanneer eenmaal een reiziger op de aangeduide plaats in den grond
+graaft, zal hij een blikken doos vinden en daarin een document, welks
+inhoud in mijn geheugen gegrift is:
+
+_Groote ontdekkingsreis en togt van het zuiden naar het noorden van
+Australië_.
+
+"De reizigers, onder bevel van John Mac Doual Stuart zijn hier den
+25sten Julij 1862 aangekomen, na geheel Australië van de Zuidzee tot aan
+de oevers van den Indischen oceaan, door het binnenland heen, bereisd te
+hebben. Zij hadden Adelaïde den 21sten Januarij 1861 verlaten en den
+26sten October 1861 vertrokken zij noordwaarts uit het laatste station
+der kolonie. Ter gedachtenis aan dit gelukkige voorval, hebben zij hier
+de australische vlag met den naam van den aanvoerder der expeditie
+ontplooid. Alles is wel. God bescherme de koningin!"
+
+"Daarop volgen de onderteekeningen van Stuart en zijn reisgenooten.
+
+"Zoo werd die groote gebeurtenis aan de vergetelheid ontrukt, die door
+de geheele wereld met verbazing werd vernomen."
+
+"En hebben al die moedige mannen hun vrienden in het zuiden
+teruggezien?" vroeg lady Helena.
+
+"Ja, mevrouw!" antwoordde Paganel; "allen, maar niet zonder vreeselijke
+vermoeijenissen. Stuart had het meest te lijden; zijn leven werd door de
+scheurbuik bedreigd, toen hij op de terugreis naar Adelaïde was. In het
+begin van September verergerde zijn kwaal zoo, dat hij niet anders
+dacht, of hij zou de bewoonde streken niet meer terugzien. Hij kon niet
+meer in den zadel blijven zitten; hij moest in een draagkoets liggende,
+die tusschen twee paarden inhing, verder reizen. Tegen het einde van
+October bragten bloedspuwingen hem aan den rand des grafs. Er werd een
+paard gedood om bouillon voor hem te koken; den 28sten October dacht hij
+te sterven, toen een heilzame crisis hem redde, en den 10den December
+bereikte het geheele gezelschap de eerste nederzettingen.
+
+"Den 17den December deed Stuart te Adelaïde zijn intogt onder het
+vreugdegejuich der opgetogen menigte. Maar hij bleef sukkelend, en kort
+daarop scheepte hij zich, na de groote gouden medaille der Maatschappij
+van aardrijkskunde verkregen te hebben, op de _Indus_ naar zijn geliefd
+Schotland, zijn vaderland, in, waar wij hem bij onze terugkomst zullen
+wederzien[1]."
+
+"Hij was een man met buitengewoon veel geestkracht begaafd," zeide
+Glenarvan, "en beter dan ligchaamskracht stelt zij in staat om groote
+dingen te verrigten. Schotland is er teregt trotsch op hem onder zijn
+zonen te mogen tellen."
+
+"En heeft na Stuart geen reiziger meer nieuwe ontdekkingstogten
+ondernomen?" vroeg lady Helena.
+
+"Jawel, mevrouw!" antwoordde Paganel. "Ik heb reeds dikwijls van
+Leichardt gesproken. Deze reiziger had reeds in 1844 een merkwaardigen
+togt door Noord-Australië gedaan. In 1848 ondernam hij een nieuwe reis
+naar het noord-oosten. In geen zeventien jaar heeft men iets meer van
+hem gehoord. Verleden jaar heeft de vermaarde plantenkenner, docter
+Muller, te Melbourne een openbare inschrijving geopend om de kosten
+eener expeditie te dekken. Spoedig was de lijst volgeteekend, en den
+21sten Junij 1864 heeft een troep moedige squatters onder bevel van den
+bekwamen en moedigen Mac Intyre de grasrijke oevers der Paroo verlaten.
+Op dit oogenblik moeten zij ter opsporing van Leichardt reeds diep in
+het binnenland doorgedrongen zijn. Mogen zij slagen en mogen ook wij,
+even als zij, de vrienden, die ons dierbaar zijn, terug vinden!"
+
+Hier eindigde het verhaal van den aardrijkskundige. Het uur was reeds
+vergevorderd. Allen bedankten Paganel en weinige oogenblikken daarna
+sliepen zij gerust, terwijl de klok vogel, in het gebladerte der witte
+gomboomen verborgen, in de stilte van den nacht geregeld de minuten
+aangaf.
+
+
+[1] Jacques Paganel heeft Stuart na zijn terugkomst in Schotland kunnen
+wederzien; maar hij heeft zich niet lang in den omgang met dien
+vermaarden reiziger mogen verheugen. Stuart is den 5de Juny 1866 in een
+geringe woning te Nottingham-Hill overleden.
+
+
+
+
+XII.
+
+De spoorweg van Melbourne naar Sandhurst.
+
+
+Niet zonder eenigen angst had de majoor Ayrton de legerplaats aan de
+Wimerra zien verlaten om in het station te Black-Point een hoefsmid te
+gaan halen. Maar hij liet zich geen woord ontvallen van zijn persoonlijk
+wantrouwen, en vergenoegde zich met op de omstreken der rivier een
+wakend oog te houden. De rust dier vreedzame velden werd in het geheel
+niet gestoord, en na eenige uren verrees de zon weder boven de kimmen.
+
+Glenarvan daarentegen vreesde alleen, dat Ayrton onverrigter zake terug
+mogt keeren. Bij gebrek aan werkvolk kon de wagen niet verder. Het
+oponthoud zou misschien verscheidene dagen duren, en ongeduldig om te
+slagen, vurig verlangend zijn doel te bereiken, kon Glenarvan geen
+uitstel dulden.
+
+Gelukkig had Ayrton zijn tijd niet verspild noch vergeefsche moeite
+gedaan: 's anderen daags kwam hij met zonsopgang terug. Er was iemand
+bij hem, die zich voor een hoefsmid uit het station Black-Point uitgaf.
+Het was een stevige lange kerel, maar zijn gemeen en beestachtig gezigt
+nam niet gunstig voor hem in. Maar dat kwam er niet veel op aan, als hij
+zijn vak maar verstond. In allen gevalle praatte hij weinig en hij
+versleet zijn tong niet met noodeloos gebabbel.
+
+"Is het een bekwaam werkman?" vroeg John Mangles den bootsman.
+
+"Ik ken hem evenmin als gij, kapitein!" antwoordde Ayrton, "wij zullen
+zien."
+
+De hoefsmid ging aan het werk. Het was een man van het vak, dat kon men
+wel zien aan de manier, waarop hij het voorstel van den wagen herstelde.
+Hij werkte handig en legde daarbij buitengewone ligchaamskracht aan den
+dag. De majoor merkte op, dat het vleesch van zijn handgewrichten sterk
+weggevreten was en een zwartachtigen ring van uitgestort bloed
+vertoonde. Dit was het teeken van een versche wond, die slechts ten
+halve verborgen werd door de mouwen van een slecht wollen hemd. Mac
+Nabbs vroeg den hoefsmid naar de oorzaak van dat ongemak, dat zeer
+pijnlijk moest zijn. Maar hij gaf geen antwoord en ging voort met zijn
+werk. Na verloop van een paar uur was de schade aan den wagen hersteld.
+Het paard van Glenarvan was ook spoedig gereed. De hoefsmid had gezorgd
+de hoefijzers kant en klaar mee te brengen. Die ijzers hadden iets
+bijzonders, dat den majoor niet ontging. Het was een klaverblad, dat van
+voren ruw afgehakt was. Mac Nabbs liet het aan Ayrton zien.
+
+"Dat is het merk van Black-Point," antwoordde de bootsman. "Daardoor kan
+men de paarden nagaan, die van het station wegloopen, zonder ze met
+andere te verwarren."
+
+De ijzers zaten weldra aan den hoef van het paard. Daarna vorderde de
+hoefsmid zijn loon en ging heen zonder vier woorden gesproken te hebben.
+
+Een half uur later waren de reizigers op weg. Achter de gordijn van
+mimosa's strekte zich een opene ruimte uit, die haar naam "open plein"
+teregt droeg. Eenige kwarts- en ijzerhoudende steenblokken lagen
+tusschen de struiken, het hooge gras en de palissaden, binnen welke
+talrijke kudden graasden. Eenige mijlen verder maakten de wielen van den
+wagen diepe sporen in den drassigen bodem, door kreeken doorsneden, die
+half verscholen waren onder een kleed van reusachtig riet. Daarop kwam
+men door uitgestrekte zoutsteppen, wier verdamping in vollen gang was.
+De reis leverde geen moeijelijkheden op en om de waarheid te zeggen,
+niemand verveelde zich.
+
+Lady Helena noodigde de ruiters uit haar ieder op zijn beurt te komen
+bezoeken, want haar salon was zeer bekrompen. Maar zoo verpoosde ieder
+zich van de vermoeienissen van het paardrijden, en ontspande zich in het
+gesprek met die beminnelijke vrouw. Met behulp van miss Mary hield lady
+Helena met de grootste bevalligheid de eer van haar verplaatsbaar salon
+op. John Mangles werd bij die dagelijksche uitnoodigingen niet vergeten,
+en de ernstiger toon van zijn gesprek mishaagde niet. Integendeel.
+
+Zoo sneed men dwars den postweg van Crowland naar Horsham, een zeer
+stoffigen weg, waarvan de voetgangers weinig gebruik maakten. Op de
+grens van het graafschap Talbot ging men digt voorbij eenige lage
+heuvelklingen, en 's avonds kwam het gezelschap tot drie mijlen boven
+Maryborough. Er viel een fijne regen, die in ieder ander land den grond
+doornat zou gemaakt hebben; maar hier nam de lucht de vochtigheid zoo
+volkomen en zoo spoedig op, dat zij er geen last van hadden.
+
+Den volgenden dag, den 29sten December, werd de reis eenigsins vertraagd
+door een aaneenschakeling van bergjes, die een klein Zwitserland
+vormden. Het ging onophoudelijk bergop bergaf, en menige onzachte schok
+bleef niet uit. De reizigers gingen een eind weegs te voet, en gevoelden
+er geen spijt over.
+
+Ten elf ure kwamen zij te Carlsbrook, een vrij aanzienlijke gemeente.
+Ayrton wilde de stad om-, niet doorrijden, om tijd te winnen, naar hij
+zeide. Glenarvan was het met hem eens; maar de altijd nieuwsgierige
+Paganel wenschte Carlsbrook te bezigtigen. Men liet hem begaan, terwijl
+de wagen zachtjes voortreed.
+
+Naar gewoonte nam Paganel Robert mede. Zijn bezoek aan de gemeente
+duurde maar kort, maar toch lang genoeg om hem een naauwkeurig overzigt
+van de australische steden te geven. Er was een bank, een geregtshof,
+een markt, een school, een kerk, en een honderdtal huizen, allen naar
+hetzelfde model van baksteenen opgetrokken. Alles was naar den
+engelschen bouwtrant in den vorm van een regelmatigen vierhoek, met
+evenwijdig loopende straten doorsneden, aangelegd. Niets is eenvoudiger,
+maar ook niets onbevalliger. Wanneer de stad uitgebreider wordt,
+verlengt men de straten, evenals men den broek van een kind uitlegt, dat
+grooter wordt, zoodat de oorspronkelijke evenredigheid niet in het minst
+verbroken wordt.
+
+Er heerscht veel bedrijvigheid te Carlsbrook, een opmerkelijk
+verschijnsel in die steden, welke eerst van gisteren dagteekenen. In
+Australië schijnen de steden als boomen door de zonnewarmte uit den
+grond op te schieten. De straten waren vol menschen, die het allen even
+druk hadden; goudverzenders verdrongen elkander aan de bureaux, waar het
+aankwam; onder geleide van een inlandsche politiemagt kwam het kostbare
+metaal uit de mijnen van Bendigo en den Alexander-berg. Al die lieden,
+welke het eigenbelang voortjoeg, dachten alleen aan hun zaken, en de
+vreemdelingen werden in die woelige menigte niet eens opgemerkt.
+
+Na een uur doorgebragt te hebben met Carlsbrook te doorloopen, voegden
+de beide bezoekers zich bij hun reisgenooten, die een zorgvuldig
+bebouwde vlakte doortrokken. Daaraan grensden groote weiden, bekend
+onder den naam van "Low Level plains," met tallooze kudden en
+herdershutten bedekt. Daarop vertoonde zich zonder eenigen overgang de
+woestijn, met het onverwachte, dat aan de natuur in Australië eigen is.
+De heuvelen van Simpson en de Tarrangower-berg wezen de plaats aan, waar
+het district Loddo in het zuiden den honderd vier en veertigsten graad
+lengte aanraakt.
+
+Intusschen had men tot nog toe geen enkelen stam van in den Wilden staat
+verkeerende inboorlingen aangetroffen. Glenarvan vroeg zich af, of er in
+Australië geen Australiërs waren, evenals de Indianen in de
+argentijnsche pampa's ontbroken hadden. Maar Paganel zeide hem, dat de
+wilden op deze breedte de vlakten van de Murray bezochten, die honderd
+mijlen oostelijker liggen.
+
+"Wij naderen het goudland," zeide hij; "binnen twee dagen zullen wij het
+rijke gewest van den Alexanderberg doortrekken. Daar is in 1852 de wolk
+van goudzoekers neergestreken. De inboorlingen hebben de wijk moeten
+nemen naar de woestijnen in het binnenland. Wij zijn in een beschaafd
+land, al zou men het niet zeggen, en voor den avond nog zal onze weg den
+spoorweg gesneden hebben, die de Murray met de zee verbindt. Ik mag het
+niet zwijgen, vrienden! een spoorweg in Australe is in mijn oog iets
+heel vreemds."
+
+"Waarom dat, Paganel?" vroeg Glenarvan.
+
+"Waarom? wel, omdat mijn verstand daar niet bij kan. O, ik weet wel, dat
+gij Engelschen, gewoon uw afgelegene bezittingen te koloniseeren, die
+electrische telegrafen en wereldtentoonstellingen op Nieuw-Zeeland hebt,
+dat alles heel eenvoudig zult vinden! Maar dat brengt een Franschman,
+zooals ik ben, van de wijs en verwart al zijn denkbeelden over
+Australiën."
+
+"Omdat gij aan het verledene denkt en het tegenwoordige over het hoofd
+ziet," antwoordde John Mangles.
+
+"Toegestemd," hernam Paganel; "maar snuivende locomotieven in de
+woestijn, stoom, die om de takken der mimosa's heen krinkelend omhoog
+stijgt, miereneters, vogelbekdieren en kasuarissen, die voor de
+sneltreinen vlugten, wilden, die den trein van drie uren dertig minuten
+nemen om van Melbourne naar Kyneton, naar Castlemaine, Sandhurst of naar
+Echuca te gaan, dat alles zal wel de verwondering wekken van een ieder,
+die geen Engelschman of Amerikaan is. Met uw spoorwegen verdwijnt de
+poëzie der woestijn."
+
+"Wat maakt dat uit, als de vooruitgang er maar in doordringt!"
+antwoordde de majoor.
+
+Een schel fluitje maakte een einde aan het gesprek. De reizigers waren
+geen mijl van den spoorweg af. Een locomotief, die uit het zuiden kwam
+en stopte, bleef juist staan op het punt, waar de ijzerbaan en den weg,
+dien de wagen bereed, elkander kruisten.
+
+Die spoorweg verbond, zooals Paganel gezegd had, de hoofdstad van
+Victoria met de Murray, de grootste rivier van Australië. Die
+ontzaggelijke stroom, welken Stuart in 1828 ontdekte, komt uit de
+australiscbe Alpen, neemt de Lachlan en de Darling op, maakt de
+noordelijke grens der provincie Victoria uit, en valt bij Adelaïde in de
+Encounter-baai. Hij loopt door rijke en vruchtbare streken, en de
+stations der squatters nemen in zijn stroomgebied sterk toe, ten gevolge
+van de gemakkelijke gemeenschap met Melbourne, die de spoorweg tot stand
+heeft gebragt.
+
+Die spoorweg was nu over een lengte van honderd en vijf mijlen tusschen
+Melbourne en Sandhurst geopend, en liep voorbij Kyneton en Castlemaine.
+In aanleg was nog een lengte van zeventig mijlen tot Echuca, de
+hoofdplaats der Riverine-kolonie, die in ditzelfde jaar aan de Murray
+gesticht was.
+
+De zeven en dertigste parallel sneed den spoorweg eenige mijlen boven
+Castlemaine, juist bij de Camden-brug, die over de Lutton, een der
+talrijke zijtakken van de Murray, was gelegd.
+
+Naar dit punt rigtte Ayrton zijn wagen; de ruiters galoppeerden een
+poosje vooruit tot aan de Camden-brug. Een levendig gevoel van
+nieuwsgierigheid lokte hen daarheen.
+
+Een talrijke menigte toch begaf zich naar de spoorbrug. De bewoners der
+omliggende stations verlieten hun huizen, de herders hun kudden, en
+allen verdrongen zich op de toegangen tot den weg. Duidelijk hoorde men
+het herhaald geroep:
+
+"Naar den spoorweg! naar den spoorweg!"
+
+Zeker had er een ernstig voorval plaats gehad, dat al die opschudding
+veroorzaakte. Misschien een groote ramp.
+
+Glenarvan en zijn reisgenooten zetten hun paarden aan. In weinige
+minuten kwamen zij bij de Camden-brug. Daar werd hun de oorzaak dier
+zamenscholing weldra duidelijk.
+
+Een vreeselijk ongeluk had er plaats gehad, dat de toeschouwers aan de
+ergste rampen op de amerikaansche spoorwegen deed denken: de trein had
+wel geen anderen ontmoet, maar was uit het spoor geraakt en in de diepte
+gestort. De rivier, over welke de spoorweg liep, was gedempt met brokken
+van de wagens en de locomotief. Hetzij de brug onder den last van den
+trein was bezweken, hetzij de wagens uit het spoor waren geraakt, vijf
+van de zes rijtuigen waren met de locomotief in de bedding der Lutton
+neergestort. Alleen de laatste waggon, die wonderdadig behouden was
+gebleven door het breken van den ketting, was een paar voet van den
+afgrond blijven staan. Beneden was het een akelige opeenhooping van
+zwarte en gebroken assen, vernielde wagens, omgebogen spoorstaven en
+verkoolde dwarsbalken. De stoomketel, die door den schok gesprongen was,
+had de ijzeren platen tot op ontzettende afstanden geslingerd. Uit dien
+verwarden hoop onkenbare voorwerpen stegen nog eenige vlammen en stoom
+met een zwarten rook vermengd omhoog. Op den vreeselijken val was de nog
+vreeselijker brand gevolgd! Hier en daar lagen groote plassen bloed,
+verstrooide ledematen en verkoolde lijken, en niemand kon berekenen
+hoeveel offers onder die overblijfselen opgehoopt waren.
+
+Glenarvan, Paganel, de majoor en Mangles mengden zich onder het volk en
+luisterden naar de verschillende gesprekken. Een ieder zocht een oorzaak
+van de ramp, terwijl zij vlijtig werkten om nog iemand te redden.
+
+"De brug is gebroken," zeide de een.
+
+"Gebroken? het mogt wat!" zeiden de anderen. "Zij is zoo weinig
+gebroken, dat ze nog onbeschadigd is. Men heeft vergeten ze bij de
+nadering van den trein te sluiten. Dat is alles."
+
+Het was inderdaad een draaibrug, die ten behoeve van de scheepvaart
+geopend werd. Had dan de brugwachter door een onvergetelijke
+achteloosheid vergeten ze te sluiten, en was zoo de trein, die in volle
+vaart kwam aanstoomen, nu de grond hem eensklaps ontviel, in de Lutton
+gestort? Dit gevoelen scheen zeer aannemelijk; want terwijl de eene
+helft van de brug onder de gebroken wagens lag, hing de andere aan de
+overzijde nog onbeschadigd aan haar kettingen. Er viel niet aan te
+twijfelen! De achteloosheid van den wachter had dit onheil veroorzaakt.
+
+Het ongeluk was 's nachts gebeurd met den trein N° 37, die kwart voor
+twaalven van Melbourne was vertrokken. Het moet omstreeks kwart over
+drieën geweest zijn, toen de trein, vijf en twintig minuten na het
+station Castlemaine verlaten te hebben, aan de Camden-brug kwam en dit
+ongeluk kreeg. Dadelijk gingen de reizigers en beambten uit den laatsten
+wagen hulp zoeken; maar de telegraaf, welks palen op den grond lagen,
+werkte niet meer. Er verliepen drie uren voor de autoriteiten van
+Castlemaine, op de plaats des onheils aankwamen. Het was dus 's morgens
+zes ure voor er orde werd gesteld op de maatregelen tot redding onder
+toezigt van den heer Mitchell, inspecteur-generaal der kolonie, en van
+een afdeeling politie-agenten onder bevel van een commissaris van
+politie. De squatters en hun knechts waren hun te hulp gekomen en deden
+eerst pogingen om den brand te blusschen, die met onweerstaanbaar geweld
+die overblijfselen verteerde. Eenige onkenbare lijken lagen tegen de
+glooijing van den weg. Maar men moest het opgeven om een levend wezen
+uit dien vuurgloed te redden. De vlammen hadden het werk der verwoesting
+spoedig voltooid. Van al de passagiers, wier aantal men niet kende,
+waren er maar tien over, die in den laatsten wagen zaten. Het bestuur
+van de spoorwegmaatschappij had een hulp-locomotief gezonden om hen naar
+Castlemaine terug te brengen.
+
+Inmiddels stond lord Glenarvan, die met den inspecteur kennis had
+gemaakt, met dezen en den commissaris te praten. Deze was een lang en
+mager man, van een onverstoorbare koelbloedigheid, en die, schuilde er
+misschien nog een greintje gevoel in zijn hart, er op zijn onbewegelijk
+gelaat althans niets van liet merken. Hij stond voor een ramp gelijk een
+wiskundige voor een vraagstuk; hij trachtte ze op te lossen en de
+onbekende er uit te berekenen. Toen dan ook Glenarvan zeide: "Welk een
+groot ongeluk!" antwoordde hij heel bedaard:
+
+"Het lijkt er niet naar, mylord!"
+
+"Lijkt het er niet naar!" riep Glenarvan, wien dat gezegde niet
+aanstond, "noemt gij dat dan geen ongeluk?"
+
+"Wel neen! Ik noem het een misdaad!" antwoordde de commissaris van
+politie op een bedaarden toon.
+
+Zonder verder bij die uitdrukking stil te staan, wendde Glenarvan zich
+tot den heer Mitchell en zag hem vragend aan.
+
+"Ja, mylord!" antwoordde de inspecteur-generaal, "ons onderzoek heeft
+ons zekerheid gegeven, dat die ramp het gevolg is van een misdaad. De
+laatste goederenwagen is geplunderd; de geredde reizigers zijn door een
+bende van vijf of zes booswichten aangevallen. De brug is met opzet,
+niet uit achteloosheid, geopend, en brengt men dit feit in verband met
+de verdwijning van den brugwachter, dan mag men daaruit afleiden, dat
+die ellendeling de medepligtige der booswichten is geweest."
+
+Bij deze gevolgtrekking van den inspecteur-generaal schudde de
+commissaris zachtjes het hoofd.
+
+"Zijt gij niet van mijn gevoelen?" vroeg hem de heer Mitchell.
+
+"Neen, wat de medepligtigheid van den brugwachter aangaat."
+
+"Die medepligtigheid aangenomen zijnde," hernam de inspecteur-generaal,
+"mogen wij de misdaad toeschrijven aan de wilden, die in den omtrek van
+de Murray rondzwerven. Zonder den wachter hebben die inboorlingen de
+draaibrug niet kunnen openen, welker inrigting hun onbekend is."
+
+"Juist," antwoordde de commissaris van politie.
+
+"Uit de verklaring van een schipper," vervolgde de heer Mitchell, "die
+gisteren avond tien minuten over half elf met zijn vaartuig door de
+Camden-brug gekomen is, blijkt verder, dat de brug, toen hij er door
+was, behoorlijk gesloten is."
+
+"Zeer waar."
+
+"Bij gevolg is mijns inziens de medepligtigheid van den wachter
+voldoende bewezen."
+
+De commissaris van politie ging voort met het hoofd te schudden.
+
+"Schrijft gij den de misdaad niet aan de wilden toe, mijnheer?" vroeg
+hem Glenarvan.
+
+"In het geheel niet."
+
+"Maar aan wie dan?"
+
+Juist ontstond er een vrij hevig rumoer een halve mijl stroomopwaarts.
+Daar was een hoop menschen bijeen, die telkens aangroeide. Spoedig waren
+zij bij het station. In het midden van de menigte droegen twee mannen
+een lijk. Het was het reeds ijskoude lijk van den wachter. Een dolkstoot
+had hem in het hart getroffen. Het doel der moordenaars, toen zij het
+ligchaam vrij ver van de Camden-brug afsleepten, was zeker geweest de
+vermoedens der politie bij de eerste nasporingen af te leiden.
+
+Deze ontdekking nu regtvaardigde ten volle den twijfel van den
+commissaris. De wilden hadden volstrekt geen deel aan de misdaad.
+
+"De moordenaars," zeide hij, "zijn reeds lang bekend met het gebruik van
+dit kleine instrument."
+
+Dit zeggende, liet hij een paar "darbies" zien, een soort van
+handboeijen, bestaande uit een dubbelen ijzeren ring voorzien van een
+slot.
+
+"Binnen kort zal ik het genoegen hebben," voegde hij er bij, "hun deezen
+armband voor hun nieuwejaar aan te bieden."
+
+"Maar wie verdenkt gij dan?..."
+
+"Lieden, die gratis met Harer Majesteits schepen gereisd hebben."
+
+"Wat! gedeporteerden!" riep Paganel, die bekend was met deze in de
+australische koloniën gebruikelijke spreekwijze.
+
+"Ik dacht," merkte Glenarvan aan, "dat de gedeporteerden zich niet
+mogten ophouden in de provincie Victoria?"
+
+"Ba!" antwoordde de commissaris van politie, "al hebben zij dat regt
+niet, zij nemen het toch! Soms gebeurt het wel, dat die gedeporteerden
+ontsnappen, en ik zou mij zeer vergissen, als dezen niet regelregt van
+Perth kwamen. Gij moogt mij vrij gelooven, zij zullen er weer heen."
+
+De heer Mitchell gaf door een gebaar te kennen, dat hij het met den
+commissaris van politie eens was. In dit oogenblik kwam de wagen digt
+bij den spoorweg. Glenarvan wilde de dames het vreeselijke schouwspel,
+dat de Camden-brug opleverde, besparen. Hij groette den
+inspecteur-generaal, nam afscheid van hem, en wenkte zijn vrienden om
+hem te volgen.
+
+"Dat is geen reden om onze reis niet voort te zetten," zeide hij.
+
+Bij den wagen gekomen, vertelde Glenarvan aan lady Helena alleen, dat er
+een spoorweg-ongeluk had plaats gehad, zonder te reppen van het aandeel,
+dat de misdaad aan die ramp had; evenmin maakte hij gewag van de
+tegenwoordigheid in dien omtrek van een bende gedeporteerden, daar hij
+plan had om Ayrton hiervan onder vier oogen kennis te geven. Daarop trok
+het kleine gezelschap eenige honderden ellen beneden de brug over den
+spoorweg en zette het de reis in oostelijke rigting voort.
+
+
+
+
+XIII.
+
+Een eerste prijs in de aardrijkskunde.
+
+
+Aan den gezigteinder vertoonden zich eenige heerlijke heuvels, die twee
+mijlen van den spoorweg af de vlakte begrensden. Weldra was de wagen in
+een doolhof van naauwe en grillig door elkander geslingerde engten. Zij
+liepen op een liefelijke landstreek uit, waar schoone boomen, die geen
+bosch vormden, maar in afzonderlijke groepjes bijeenstonden, met echt
+tropische weelderigheid opschoten. Het meest liepen de "casuarina's" in
+het oog, die aan den eik den stevigen bouw van zijn stam, aan de acacia
+haar geurige schillen, en aan den denneboom de hardheid zijner naar het
+grijsgroene zweemende bladeren schijnen ontleend te hebben. Tusschen hun
+takken vertoonden zich de aardige kegels van den "banksia latifolia,"
+bekend om zijn allersierlijkste slankheid. Groote heesters met
+overhangende twijgen maakten te midden van het zware geboomte een
+uitwerking, alsof een groen water over den rand van al te volle bekkens
+liep. Het oog dwaalde onzeker rond over al die wonderen der natuur en
+wist niet, wat het eerst te bewonderen.
+
+Het kleine gezelschap had een oogenblik stilgehouden. Op bevel van lady
+Helena had Ayrton de ossen stil laten staan. Het knarsen van de lompe
+wielen op het kwartshoudende zand hield op. Onder de boomgroepen
+strekten zich groote grastapijten uit, die alleen door eenige
+oneffenheden en regelmatige verheffingen van den bodem in vrij
+duidelijke ruiten verdeeld werden, alsof zij een groot schaakbord
+vormden.
+
+Paganel vergiste zich niet, toen hij die groene eenzame vlakten zag, die
+zoo bij uitstek geschikt zijn voor de eeuwige rust; hij herkende die
+vierkante grafgestichten, waarvan het gras thans de laatste sporen
+uitwischt, en die de reiziger nog zoo zelden in Australië aantreft.
+
+"De boschjes van den dood," zeide hij.
+
+En werkelijk lag er een inlandsche begraafplaats voor hem, maar zoo
+frisch, zoo lommerrijk, zoo vervrolijkt door uitgelatene zwermen vogels,
+zoo aanlokkelijk, dat het volstrekt geen droevige denkbeelden opwekte.
+Zoo moeten de tuinen van het paradijs er hebben uitgezien, voor de dood
+op aarde heerschte. Zij scheen voor de levenden aangelegd te zijn. Maar
+die grafteekens, welke de wilde met vrome zorg onderhield, verdwenen
+reeds onder den weelderigen plantengroei. De verovering had den
+Australiër verre verjaagd van het land, waarin zijn voorvaderen rustten,
+en de kolonisatie zou die velden weldra overgeven aan de tand der
+kudden. Die boschjes zijn dan ook zeldzaam geworden, en hoevele, die een
+pas verdwenen menschengeslacht bedekken, zijn reeds vertreden onder de
+voeten van den onverschilligen reiziger.
+
+Inmiddels reden Paganel en Robert de anderen vooruit en doorkruisten
+kleine lommerrijke lanen tusschen de grasheuveltjes. Zij praatten met en
+leerden van elkander; want de aardrijkskundige beweerde, dat hij veel
+nut trok uit den omgang met den jongen Grant. Maar zij waren nog geen
+kwartmijl ver, toen lord Glenarvan hen zag stilstaan, toen afstijgen en
+eindelijk zich vooroverbuigen. Naar hun levendige gebaren te oordeelen,
+beschouwden zij een zeer buitengewoon voorwerp.
+
+Ayrton dreef zijn ossen aan, zoodat de wagen spoedig de beide vrienden
+inhaalde. Nu bleek terstond, waarom zij stilstonden en wat hun
+verwondering gaande maakte. Een inlandsch kind, een knaap van een jaar
+of acht, op zijn europeesch gekleed, lag rustig te slapen in de schaduw
+van een prachtigen banksia. Men kon zich niet vergissen in de duidelijke
+kenmerken van zijn ras: zijn kroeskop, zijn bijna zwarte kleur, zijn
+platte neus, zijn dikke lippen, zijn buitengemeen lange armen, alles
+bewees, dat hij bij de inboorlingen in het binnenland te huis behoorde.
+Maar zijn gelaat teekende schranderheid, en het was zeker, dat de
+opvoeding den jongen wilde reeds eenigzins had ontwikkeld.
+
+Lady Helena, die op het eerste gezigt zeer met hem ingenomen was, steeg
+af, en weldra omringde het geheele gezelschap den kleinen inboorling,
+die nog gerust sliep.
+
+"Arm kind!" zeide Mary Grant; "zou hij in deze woestijn verdwaald zijn?"
+
+"Ik gis," antwoordde lady Helena, "dat hij ver van hier is gekomen om
+deze boschjes van den dood te bezoeken! Hier rusten zonder twijfel
+degenen, die hij liefhad!"
+
+"Maar wij kunnen hem hier niet laten liggen," zeide Robert. "Hij is
+alleen!... en...."
+
+Robert werd in het midden van zijn liefderijken volzin gestoord door een
+beweging van den jongen inboorling, die zich omkeerde zonder wakker te
+worden; maar hoe vreemd keken nu allen op, toen zij op zijn rug een
+papier zagen en daarop de volgende woorden lazen:
+
+_Toliné._
+_Te bezorgen te Echuca._
+_Adres: Jeffriss Smith, spoorwegbeambte._
+_Franco._
+
+"Zoo zijn de Engelschen!" riep Paganel. "Zij verzenden een kind als een
+baal! zij adresseeren hem als een pak! Ik had het vroeger wel gehoord,
+maar ik wilde het niet gelooven."
+
+"Arme kleine!" zeide lady Helena. "Was hij in den trein, die bij de
+Camden-brug uit het spoor is geraakt? Misschien zijn de ouders omgekomen
+en staat hij nu alleen op de wereld!"
+
+"Ik geloof het niet, mevrouw!" antwoordde John Mangles. "Dit papier
+bewijst veeleer, dat hij alleen reisde."
+
+"Hij wordt wakker," zeide Mary Grant.
+
+Het kind ontwaakte inderdaad. Langzaam opende bij zijn oogen, maar hij
+sloot ze terstond weder, wegens den fellen zonneschijn. Maar lady Helena
+vatte zijn hand; hij stond op en sloeg een verwonderden blik op de hem
+omringende reizigers. Eenige vrees vertoonde zich eerst op zijn gelaat,
+maar lady Glenarvan ziende, stelde hij zich weer gerust.
+
+"Verstaat gij engelsch, vriendje?" vroeg hem de dame.
+
+"Ik versta en spreek het," antwoordde het kind in de taal der reizigers,
+maar met een zeer sterk accent.
+
+Zijn uitspraak kwam bijna overeen met die van de Franschen, die zich in
+de taal van het Vereenigd Koningrijk uitdrukken.
+
+"Hoe heet gij?" vroeg lady Helena.
+
+"Toliné," antwoordde de jonge inboorling.
+
+"Zoo, Toliné!" riep Paganel. "Vergis ik mij niet, dan beteekent dat
+woord in het australisch "boomschors"?"
+
+Toliné knikte van ja, en zag weer naar de reizigsters.
+
+"Vanwaar komt gij, vriendje?" hernam lady Helena.
+
+"Van Melbourne, met den trein van Sandhurst."
+
+"Waart gij dan in den trein, die bij de Camden-brug uit het spoor is
+geraakt?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ja, mijnheer!" antwoordde Toliné; "maar de Heere heeft mij bewaard."
+
+"Reisdet gij alleen?"
+
+"Alleen. De eerwaarde Paxton had mij toevertrouwd aan het opzigt van
+Jeffries Smith. Ongelukkig heeft de arme beambte bij die ramp het leven
+ingeschoten."
+
+"En kendet gij niemand op den trein?"
+
+"Niemand, mijnheer! maar God waakt over de kinderen en verlaat ze
+nooit!"
+
+Toliné sprak deze woorden met zachte, roerende stem. Toen hij van God
+sprak, werd zijn toon deftiger, zijn oogen schitterden, en het was
+duidelijk, dat die kinderlijke ziel opregt vroom was.
+
+Die godsdienstige geestdrift op zoo jeugdigen leeftijd is gemakkelijk te
+verklaren. Dit kind was een van de jonge inboorlingen, die door
+engelsche zendelingen gedoopt en door hen volgens de strenge regelen der
+Methodisten opgevoed waren. Zijn kalme antwoorden, zijn zindelijk
+voorkomen, zijn donkere kleeren gaven hem reeds het uitzigt van een
+kleinen predikant.
+
+Maar waar ging hij toch heen in die woeste streken en waarom had hij de
+Camden-brug verlaten? Lady Helena ondervroeg hem dienaangaande.
+
+"Ik keerde naar mijn stam, in Lachlan, terug," antwoordde hij. "Ik wil
+mijn famielje terugzien."
+
+"Australiërs?" vroeg John Mangles.
+
+"Australiërs uit Lachlan," antwoordde Toliné.
+
+"En hebt gij een vader, een moeder?" zeide Robert Grant.
+
+"Ja, broeder!" antwoordde Toliné, terwijl hij den jongen Grant, wien de
+broedernaam gevoelig trof, de hand toereikte. Hij omhelsde den kleinen
+inboorling, en meer was er niet noodig om hen vrienden te doen worden.
+
+Intusschen waren de reizigers, die veel belang begonnen te stellen in de
+antwoorden van dien jongen wilde, de een voor en de ander na bij den
+banksia gaan zitten om naar hem te luisteren. Reeds ging de zon onder
+achter de groote boomen. Daar de plaats geschikt scheen voor een
+nachtverblijf en het weinig uitmaakte, of zij voor den nacht nog eenige
+mijlen verder kwamen, gaf Glenarvan bevel om de legerplaats in
+gereedheid te brengen. Ayrton spande de ossen uit; met behulp van
+Mulrady en Wilson kluisterde hij ze en liet ze naar hartelust grazen. De
+tent werd opgeslagen. Olbinett maakte het avondeten klaar. Toliné nam na
+eenige aarzeling, hoewel hij honger had, de uitnoodiging aan om mede te
+eten. Men ging dus aan tafel; de beide kinderen zaten naast elkander.
+Robert zocht de lekkerste beetjes voor zijn nieuwen makker uit, en
+Toliné nam ze met een bedeesde en innemende bevalligheid aan.
+
+Het gesprek kwijnde echter niet. Elk stelde belang in het kind en had
+hem iets te vragen. Men was nieuwsgierig naar zijn geschiedenis. Deze
+was zeer eenvoudig. Reeds zeer vroeg was hij, naar de gewoonte der arme
+inboorlingen, die in de nabijheid der kolonie zich ophouden, aan de zorg
+van liefdadige inrigtingen toevertrouwd. De Australiërs zijn zacht van
+aard. Zij leggen jegens hun overheerschers dien woesten haat niet aan
+den dag, die het kenmerk is van de Nieuw-Zeelanders en misschien ook van
+eenige stammen van Noord-Australië. Zij bezoeken de groote steden,
+Adelaïde, Sydney, Melbourne, waar men ze bijna in paradijs-kostuum ziet
+rondloopen. Zij brengen er de geringe voortbrengselen hunner nijverheid,
+zooals jagt- en vischtuig en wapenen, ter markt, en sommige stamhoofden
+laten, zeker uit zuinigheid, gaarne toe, dat hun kinderen deelen in de
+voorregten eener engelsche opvoeding.
+
+Zoo hadden ook de ouders van Toliné, echte wilden uit Lachlan, een
+uitgestrekte landstreek aan gene zijde van de Murray, gedaan. Reeds vijf
+jaren woonde hij te Melbourne, en in al dien tijd had hij niemand van
+zijn famielje gezien. En toch, het bloed kruipt waar het niet gaan kan;
+om zijn stam, die welligt verstrooid, zijn famielje, waarvan zeker deze
+of gene overleden was, terug te zien, had hij de moeijelijke reis door
+de woestijn ondernomen.
+
+"En keert gij naar Melbourne terug, mijn kind! wanneer gij uw
+bloedverwanten omhelsd hebt?" vroeg hem lady Glenarvan.
+
+"Ja, mevrouw!" antwoordde Toliné, terwijl hij de jonge dame met een blik
+vol ongeveinsde liefde aanzag.
+
+"En wat wilt gij eenmaal doen?"
+
+"Ik wil mijn broeders van ellende en onwetendheid verlossen! Ik wil hen
+onderwijzen, hen opleiden tot de kennis en liefde Gods! Ik wil zendeling
+worden!"
+
+Ligtzinnigen en spotters zouden misschien gelagchen hebben, toen de
+achtjarige knaap vol geestdrift zoo sprak; maar die gemoedelijke
+Schotten begrepen en eerbiedigden hem; zij bewonderden den godsdienstzin
+van dien jeugdigen discipel, die zich reeds ten strijde had aangegord.
+Paganel was tot in het diepst zijner ziel bewogen en gevoelde inderdaad
+genegenheid voor den kleinen inlander.
+
+Zoo was het eerst niet. Die wilde in europeesche kleederen stond hem in
+den beginne volstrekt niet aan. Hij kwam niet in Australië om
+Australiërs met een jas te zien! Hij zag ze liever getatoeëerd. Die
+"fatsoenlijke" kleeding bragt hem in de war. Maar zoodra Toliné zoo vol
+vuur sprak, veranderde hij van gedachten, en bewonderde hij hem.
+
+Het slot van dit gesprek zou verder den braven aardrijkskundige de beste
+vrienden met den kleinen Australiër doen worden.
+
+Op een vraag van lady Helena antwoordde Toliné, dat hij te Melbourne "op
+de normaalschool" was, die onder het bestuur van den Wel Eerwaarden Heer
+Paxton stond.
+
+"En wat leert gij alzoo op die school?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Daar lees ik in den Bijbel, leer wiskunde, aardrijkskunde...."
+
+"Zoo! aardrijkskunde!" riep Paganel, in zijn zwak getast.
+
+"Ja, mijnheer!" antwoordde Toliné. "Ik heb zelfs voor de
+Januarij-vacantie een eersten prijs voor de aardrijkskunde behaald."
+
+"Hebt gij een prijs voor de aardrijkskunde behaald, mijn jongen?"
+
+"Hier is hij, mijnheer!" zeide Toliné een boek uit zijn zak halende.
+
+Het was een netjes ingebonden bijbeltje in-82°. Op de keerzijde van de
+eerste pagina stond: "Normaalschool te Melbourne, 1ste prijs voor de
+aardrijkskunde, Toliné van Lachlan."
+
+Paganel kon het zoo waar niet langer uithouden! Een Australiër, die
+sterk was in de aardrijkskunde, dat verbaasde hem, en hij drukte een kus
+op Toliné's beide wangen, alsof hij de eerwaarde Paxton in persoon
+geweest was, op den dag van een prijsuitdeeling. Evenwel had Paganel
+moeten weten, dat zoo iets geen zeldzaamheid is op de australische
+scholen. De jonge wilden hebben veel aanleg voor de aardrijkskundige
+studiën; zij leggen zich er met lust op toe, maar zijn daarentegen zeer
+onvatbaar, als het op rekenen aankomt.
+
+Toliné begreep niets van de onverwachte liefkozingen van den geleerde.
+Lady Helena moest het hem duidelijk maken, dat hij een beroemd
+aardrijkskundige, en als het moest een knap onderwijzer was.
+
+"Een onderwijzer in de aardrijkskunde!" antwoordde Toliné. "Och,
+mijnheer! ondervraag mij, als het u belieft!"
+
+"U ondervragen, mijn jongen!" zeide Paganel, "niets liever dan dat! Al
+hadt ge 't niet gevraagd, zou ik het toch gedaan hebben. Ik wil graag
+eens zien, hoe de aardrijkskunde op de normaalschool te Melbourne
+onderwezen wordt!"
+
+"Pas maar op, dat Toliné u niet in het naauw brengt, Paganel!" zeide Mac
+Nabbs lagchend.
+
+"Een secretaris der fransche Maatschappij van aardrijkskunde in het
+naauw brengen! dat zou wat moois zijn!" riep de aardrijkskundige.
+
+Daarop zette hij zijn bril goed, rigtte zich in zijne volle lengte op en
+nam een deftigen toon aan, zooals het een onderwijzer voegt. Hij begon
+zijn onderzoek met te zeggen:
+
+"Leerling Toliné! sta op!"
+
+Toliné, die reeds stond, kon niet aan dit bevel gehoorzamen. Hij wachtte
+dus in een zedige houding op de vragen van den aardrijkskundige.
+
+"Leerling Toliné!" hernam Paganel, "welke zijn de vijf werelddeelen?"
+
+"Oceanië, Azië, Afrika, Amerika en Europa," antwoordde Toliné.
+
+"Goed. Wij zullen eerst over Oceanië spreken, waar wij ons thans
+bevinden. Hoe wordt het verdeeld?"
+
+"Het wordt verdeeld in Polynesië, Mikronesië en Megalesië. De
+voornaamste eilanden zijn: Australië, dat aan de Engelschen behoort,
+Tasmanië, dat aan de Engelschen behoort, de eilanden Chattam, Auckland,
+Macquarie, Kermadec, Makin, Maraki, enz., die aan de Engelschen
+behooren."
+
+"Goed," antwoordde Paganel; "maar Nieuw-Caledonië, de Sandwicheilanden,
+de Mendana-archipel, de Pomotoe-eilanden?"
+
+"Die eilanden staan onder bescherming van Groot-Brittanje!"
+
+"Onder bescherming van Groot-Brittanje!" riep Paganel. "Ik dacht, dat
+veeleer Frankrijk...."
+
+"Frankrijk!" zeide het knaapje met een verwonderd gezigt.
+
+"Ei, ei! leert men zoo op de normaalschool te Melbourne?" vroeg Paganel.
+
+"Ja mijnheer! Is het dan zoo niet?"
+
+"Wel zeker! wel zeker! Goed zoo!" antwoordde Paganel. "Geheel Oceanië
+behoort aan de Engelschen! Dat is afgepraat! verder."
+
+De majoor had schik in het half booze, half verbaasde gezigt, dat
+Paganel zette.
+
+Hij ging met vragen voort.
+
+"Wat weet gij van Azië?" vroeg de aardrijkskundige.
+
+"Azië is een onmetelijk groot land," antwoordde Toliné, "Calcutta is de
+hoofdstad. Verdere voorname steden: Bombay, Madras, Calicoet, Aden,
+Malakka, Singapoor, Pegoe, Colombo; de Lakediven, de Malediven, de
+Chagos-eilanden, enz., enz. Behoort aan de Engelschen."
+
+"Goed! goed! leerling Toliné! En Afrika?"
+
+"Afrika bevat twee voorname koloniën: de Kaapkolonie met de Kaapstad, en
+in het westen de engelsche nederzettingen, voornaamste stad Sierra
+Leona."
+
+"Goed geantwoord!" zeide Paganel, die vrede kreeg met die bijzondere,
+engelsche aardrijkskunde, "knapjes onderwezen! Algiers, Marokko, Egypte
+... van de engelsche atlassen geschrapt! Nu wil ik nog wel een beetje
+over Amerika spreken!"
+
+"Het wordt verdeeld in Noord- en Zuid-Amerika," hernam Toliné. "Het
+eerste behoort den Engelschen door Canada, Nieuw-Brunswijk,
+Nieuw-Schotland en de Vereenigde Staten, bestuurd door den gouverneur
+Johnson."
+
+"Gouverneur Johnson!" riep Paganel, "de opvolger van den grooten en
+goeden Lincoln, gevallen onder het staal van een krankzinnigen dweeper
+met de slavernij! Opperbest! Het kan niet beter! En wat Zuid-Amerika
+aangaat, met zijn Guiana, zijn Maloeïnen, zijn Shetland-archipel, zijn
+Georgië, zijn Jamaica, zijn Trinidad, enz. enz., dat behoort ook aan de
+Engelschen! Ik wil hierover volstrekt niet twisten! Maar, Toliné! ik zou
+wel eens willen weten, hoe gij, of liever uw onderwijzers, over Europa
+denkt?"
+
+"Europa?" vroeg Toliné, die volstrekt niets begreep van de
+opgewondenheid van den aardrijkskundige.
+
+"Ja! Europa! Aan wien behoort Europa?"
+
+"Wel, Europa behoort aan de Engelschen," antwoordde het kind op
+stelligen toon.
+
+"Ik dacht het wel!" hernam Paganel. "Maar hoe? Dat zou ik wel eens
+willen hooren."
+
+"Door Schotland, Ierland, Engeland, Malta, de eilanden Jersey en
+Guernsey, de Jonische eilanden, de Hebriden, de Shetlands-eilanden, de
+Orkaden...."
+
+"Goed! goed! Toliné! maar er zijn andere staten, die gij vergeet op te
+noemen, mijn jongen!"
+
+"Welke, mijnheer?" vroeg het kind, dat zich niet in den war liet
+brengen.
+
+"Spanje, Rusland, Oostenrijk, Pruisen, Frankrijk!"
+
+"Dat zijn geen staten, maar provinciën," zeide Toliné.
+
+"Hoe heb ik het nu!" riep Paganel, terwijl hij den bril van zijn neus
+nam.
+
+"Wel zeker! Spanje, hoofdstad Gibraltar."
+
+"Bewonderenswaardig! juist! verheven! En Frankrijk dan, want ik ben een
+Franschman, en zou gaarne weten, aan wie ik toebehoor!"
+
+"Frankrijk, een engelsche provincie, hoofdplaats Calais!" antwoordde
+Toliné bedaard.
+
+"Calais!" riep Paganel. "Denkt gij, dat Calais nog van Engeland is?"
+
+"Zonder twijfel."
+
+"En dat het de hoofdplaats is van Frankrijk?"
+
+"Ja, mijnheer! en de residentie van den gouverneur, lord Napoleon...."
+
+Op die laatste woorden schaterde Paganel het uit. Toliné wist niet, hoe
+hij het had. Men had hem ondervraagd en hij had zoo goed mogelijk
+geantwoord. Maar de vreemdheid van zijn antwoord was zijn schuld niet;
+hij had er geen erg in. Toch scheen hij niet van zijn stuk gebragt, en
+hij wachtte bedaard, tot die onverklaarbare lachbui over was.
+
+"Nu ziet gij het," zeide eindelijk de majoor tot Paganel. "Heb ik het u
+niet gezegd, dat de leerling Toliné u in het naauw zou brengen?"
+
+"Zeker, geachte majoor!" antwoordde de aardrijkskundige. "Ha! zoo
+onderwijst men te Melbourne de aardrijkskunde! Mooi zoo, heeren
+onderwijzers aan de normaalschool! Europa, Azië, Afrika, Amerika,
+Oceanië, de geheele wereld, alles is van de Engelschen! Drommels! met
+zoo'n slimme opvoeding begrijp ik, dat de inboorlingen zich onderwerpen!
+Zeg eens, Toliné! is de maan soms ook een engelsche bezitting, mijn
+jongen?"
+
+"Ze zal het eenmaal zijn," antwoordde de jonge wilde in vollen ernst.
+
+Nu stond Paganel op. Hij kon het niet langer uithouden. Hij moest op
+zijn gemak uitlagchen en ging een kwartmijl buiten de legerplaats om
+zijn lachlust bot te vieren.
+
+Inmiddels was Glenarvan een boekje uit de reisbibliotheek gaan halen.
+Het was een schets van de aardrijkskunde van Samuel Richardson, een
+werkje, dat in Engeland zeer gezocht en beter op de hoogte is dan de
+onderwijzers te Melbourne.
+
+"Ziedaar, mijn kind!" zeide hij tot Toliné, "neem en bewaar dit boek.
+Gij hebt eenige verkeerde denkbeelden over de aardrijkskunde, die gij
+moet wijzigen. Ik geef het u als eene gedachtenis aan onze ontmoeting."
+
+Toliné nam het boek aan zonder een woord te spreken, hij beschouwde het
+oplettend, en schudde met een ongeloovig gezigt het hoofd, maar kon niet
+besluiten het in zijn zak te steken.
+
+Intusschen was het geheel duister geworden. Het was tien ure. Men moest
+aan slapen denken om den volgenden morgen vroeg op te staan. Robert bood
+zijn vriendje Toliné de helft van sijn slaapplaats aan. De kleine
+inlander nam dit aan.
+
+Eenige oogenblikken later keerden lady Helena en Mary Grant naar den
+wagen terug, en strekten de reizigers zich onder de tent uit, terwijl
+het gelach van Paganel nog zamensmolt met het liefelijk en zacht gezaag
+der wilde eksters.
+
+Maar toen een zonnestraal de slapers den volgenden morgen om zes ure
+wekte, zochten zij te vergeefs het australische kind. Toliné was
+verdwenen. Wilde hij zonder oponthoud Lachlan bereiken? Had het gelach
+van Paganel hem gehinderd? Men wist het niet.
+
+Maar toen lady Helena ontwaakte, vond zij op haar borst een frisschen
+ruiker vergeetmijnietjes met enkelvoudige bladeren, en Paganel in den
+zak van zijn jas "de aardrijkskunde van Samuel Richardson."
+
+
+
+
+XIV.
+
+De mijnen van den Alexander-berg.
+
+
+In 1844 vond sir Roderick Impey Murchison, thans president der
+koninklijke Maatschappij voor aardrijkskunde te Londen, door de studie
+van haar zamenstelling een merkwaardige overeenkomst tusschen de
+Oeralketen en die, welke van het noorden naar het zuiden, niet ver van
+de zuidkust van Australië loopt.
+
+De Oeral bevat goud, en nu vroeg de geleerde aardrijkskundige zich af,
+of dit kostbaar metaal ook niet aanwezig zou zijn in het australische
+gebergte. Hij bedroog zich niet.
+
+Werkelijk werden hem twee jaar later eenige monsters goud uit
+Nieuw-Zuid-Wales gezonden, en daarop bewerkte hij de verhuizing van een
+groot aantal werklieden uit Cornwales naar de goudstreken van
+Nieuw-Holland.
+
+Een zekere Francis Dutton had in Zuid-Australië de eerste goudklompen
+gevonden, terwijl Forbes en Smyth de eerste mijnen van Nieuw-Wales
+ontdekten.
+
+Toen de eerste stoot gegeven was, stroomden de goudzoekers uit alle
+oorden der wereld toe: Engelschen, Amerikanen, Italianen, Franschen,
+Duitschers en Chineezen. Toch duurde het tot den 8den April 1851 voor
+zekere Hargraves zeer rijke goudlagen opspoorde, welker ligging hij den
+gouverneur der kolonie Sydney, sir Ch. Fits-Roy, aanbood mede te deelen
+voor de geringe som van vijf honderd pond sterling.
+
+Zijn aanbod werd van de hand gewezen, maar die ontdekking was ruchtbaar
+geworden. De goudzoekers begaven zich naar Summerhill en Leni's Pond. De
+stad Ophir werd gebouwd, die door den rijkdom der mijnen spoedig haar
+bijbelschen naam eer aandeed.
+
+Tot nog toe was er geen sprake van de provincie Victoria, die echter
+weldra door den rijkdom harer lagen alle anderen overvleugelen zou.
+
+Weinige maanden later toch, in de maand Augustus 1851, werden de eerste
+klompen in die provincie uitgegraven, en weldra was het werk in vier
+districten in vollen gang. Die vier districten waren: Ballarat, Ovens,
+Bendigo en van den Alexander-berg, allen zeer rijk; maar aan de rivier
+de Ovens belemmerde de overvloed van water dikwijls den arbeid; te
+Ballarat veroorzaakte een ongelijke verdeeling den goudzoekers menige
+misrekening; te Bendigo voldeed de grond niet aan de eischen van den
+werkman. Bij den Alexander-berg liep alles zamen om den goeden uitslag
+van den arbeid te verzekeren; voor dit kostbare metaal, dat tot dertien
+honderd negen en zestig gulden het nederlandsche pond opbragt, werd de
+hoogste prijs van alle markten der wereld gemaakt.
+
+De weg van de zeven en dertigste parallel voerde de zoekers van kapitein
+Harry Grant juist naar die plaats, welke zoo vruchtbaar is in rampen en
+in onverwachten voorspoed.
+
+Na den 31sten December den geheelen dag over een oneffen bodem gegaan te
+hebben, die de paarden en ossen zeer vermoeiden, bemerkten zij de ronde
+toppen van den Alexander-berg. Het nachtleger werd in een enge kloof van
+die kleine keten opgeslagen. Nadat hun de kluisters waren aangelegd,
+gingen de dieren hun voedsel zoeken tusschen de kwartsblokken, waarmede
+de grond was bezaaid. Nog hadden zij de streek der ontginningen niet
+bereikt. Eerst den volgenden dag, den eersten van het jaar 1866, rolde
+de wagen over de wegen van die rijke landstreek.
+
+Jacques Paganel en zijn reisgenooten waren blijde, toen zij in het
+voorbijgaan dien beroemden berg zagen, die in de landtaal Geboor heet.
+Daar viel de geheele horde gelukzoekers neder, dieven en eerlijke
+lieden, degenen die ophangen en die zich laten ophangen. Op het eerste
+gerucht der groote ontdekking, in het gulden jaar 1851, werden steden,
+akkers, schepen, door de inwoners, de squatters en de zeelieden
+verlaten. De goudkoorts werd epidemisch, zoo besmettelijk als de pest,
+en hoevelen stierven er aan, die het geluk reeds meenden gegrepen te
+hebben! De milde natuur had, zeide men, over een uitgestrektheid van
+vijf en twintig breedtegraden millioenen in het wonderland Australië
+gestrooid. Het was oogsttijd, en die nieuwe maaijers gingen den oogst
+binnenhalen. Het beroep van "digger", graver, was het meest gezochte, en
+al mogten er velen van vermoeijenis uitgeput onder hun taak bezwijken,
+toch waren er eenigen, die zich door een enkelen slag met het houweel
+verrijkten. De ongelukken werden verzwegen, het geluk door de faam
+uitgebazuind. Die nukken van het lot vonden weerklank in de vijf
+werelddeelen. Weldra stroomden scharen hebzuchtigen van allerlei stand
+samen op de kust van Australië, en gedurende de vier laatste maanden van
+het jaar 1852 kwamen er alleen te Melbourne vier en vijftig duizend
+landverhuizers, een waar leger, maar een leger zonder aanvoerder, zonder
+tucht, een leger na een overwinning, die nog niet behaald was, in een
+woord vier en vijftig duizend plunderaars van de ergste soort.
+
+Gedurende de eerste jaren dier krankzinnige dronkenschap heerschte er
+een onbeschrijfelijke wanorde. Met hun gewone geestkracht maakten de
+Engelschen zich echter spoedig van den toestand meester. De
+politie-agenten en de inlandsche gendarmes verlieten de partij der
+dieven voor die der eerlijke lieden. Er had een heele omkeering plaats.
+Ook zou Glenarvan geen enkel van de hevige tooneelen van 1852 bijwonen.
+Dertien jaren waren sedert dat tijdstip verloopen, en nu werden de
+goudgronden wetenschappelijk bewerkt volgens de regelen eener gestrenge
+organisatie.
+
+Ook raakten de mijnen reeds uitgeput. Door al dat zoeken vond men
+eindelijk den bodem. En kan het ook anders of de schatten door de natuur
+opgehoopt moesten verminderen, wanneer men in aanmerking neemt dat de
+goudzoekers van 1852 tot 1858 alleen in Victoria drie en zestig millioen
+honderd zeven duizend vierhonderd acht en zeventig pond sterling[1] uit
+den grond hebben gehaald! Het aantal landverhuizers is dan ook werkelijk
+verminderd, daar velen naar de nog ondoorzochte streken vertrokken zijn.
+De "gold-fields," goudvelden, die onlangs te Otago en Marlborough in
+Nieuw-Zeeland ontdekt zijn, worden thans doorgraven door duizenden
+tweevoetige ongevleugelde witte mieren[2].
+
+Tegen elf ure kwamen zij in het middelpunt der werkzaamheden aan. Daar
+verhief zich een ware stad, met fabrieken, een bank, een kerk, een
+kazerne, hutten en dagblad-bureaux. Ook logementen, boerderijen en
+buitenverblijven zocht men niet te vergeefs. Er was zelfs een druk
+bezochte schouwburg tegen zes gulden de plaats. Veel opgang maakte een
+stuk uit het dagelijksch leven genomen, dat tot titel had _Francis
+Obadiah, of de gelukkige goudgraver_. Bij de ontknooping steekt de held
+wanhopend zijn houweel voor de laatste maal in den grond en vindt een
+klomp goud van ongehoorde waarde.
+
+Begeerig om de ontginning op groote schaal van den Alexander-berg te
+bezoeken, liet Glenarvan Ayrton en Mulrady met den wagen vooruitrijden.
+Hij zou hen na verloop van eenige uren wel inhalen. Paganel was in de
+wolken over dat besluit, en naar zijn gewoonte wierp hij zich op tot
+gids en leidsman van het kleine gezelschap.
+
+Op zijn raad ging men eerst naar de Bank. De straten waren breed,
+gemacadamiseerd en zorgvuldig besproeid. Reusachtige aanplakbilletten
+van de _Golden company (limited)_ van de _Digger's General Office_, van
+de _Nuggets Union_ trokken de aandacht. De samenwerking van handen en
+geld was in de plaats gekomen van den afzonderlijken arbeid der
+goudzoekers. Overal hoorde men de machines werken, die het zand wieschen
+en het kostbare kwarts fijn maalden.
+
+In den omtrek der woningen lagen de "placers" of uitgestrekte gronden,
+die ter ontginning waren afgestaan. Daar waren tegen hoog loon de
+goudzoekers aan het werk, die de compagniën in dienst hadden genomen.
+Ontelbaar waren de gaten die in den grond waren geboord. Het ijzer van
+de houweelen fonkelde in de zon en zond een onafgebrokene reeks van
+lichtstralen uit. Alle natiën waren onder die arbeiders
+vertegenwoordigd. Zij twistten niet, en volbragten zwijgend hun taak,
+als bezoldigde personen.
+
+"Denkt echter niet," zeide Paganel, "dat er op den australischen bodem
+geen enkele van die koortsachtige zoekers meer zijn zou, die hun geluk
+in het mijnspel komen beproeven. Ik weet wel, dat de meesten hun armen
+aan de compagniën verhuren, en dat moet wel, omdat de regeering al de
+goudgronden verkocht of verpacht heeft. Maar wie niets heeft, wie
+verhuren noch koopen kan, ook hij heeft nog eenige kans om rijk te
+worden."
+
+"Welke?" vroeg lady Helena.
+
+"De kans om het "jumping" uit te oefenen," antwoordde Paganel. "Zoo
+zouden wij b.v., die volstrekt geen regt op deze streken hebben, toch,
+--als er wat veel geluk bijkomt, dat spreekt van zelf,--fortuin kunnen
+maken!"
+
+"Maar hoe?" vroeg de majoor.
+
+"Door het "jumping", zooals ik reeds de eer heb gehad u te zeggen."
+
+"Wat is dat, het "jumping"?" vroeg de majoor weer.
+
+"Het is een overeenkomst onder de goudzoekers, die dikwijls tot geweld
+en wanorde aanleiding geeft en die de regeering nog niet heeft kunnen
+vernietigen."
+
+"Spreek toch duidelijker, Paganel!" zeide Mac Nabbs, "gij doet ons
+watertanden."
+
+"Welnu. Het is een regel, dat elke grond in het middelpunt der
+werkzaamheden, waarin men in geen vier en twintig uren, de groote
+feestdagen uitgezonderd, heeft gewerkt, gemeen goed wordt. Wie zich er
+van meester maakt, kan hem doorzoeken, en als het lot hem begunstigt,
+rijk worden. Doe dus uw best, Robert! om een van die verlaten gaten op
+te sporen, en het behoort u!"
+
+"Och, mijnheer Paganel! breng mijn broeder toch zoo iets niet in het
+hoofd!" zeide Mary Grant.
+
+"Ik scherts, lieve miss!" antwoordde Paganel, "en dat weet Robert ook
+wel. Hij, een goudzoeker! Nooit! Den grond spitten, ploegen, bebouwen,
+vervolgens bezaaijen en hem een geheelen oogst tot loon voor zijn moeite
+vragen, goed! Maar hem evenals de mollen, even blind als zij, te
+doorwoelen om hem een beetje goud te ontfutselen, dat is een treurig
+beroep, en wel moet men van God en menschen verlaten zijn om het uit te
+oefenen!"
+
+Na de voornaamste mijn bezocht en een overgangsgrond ontmoet te hebben,
+grootendeels bestaande uit kwarts, kleischiefer en zand, dat afkomstig
+was van de scheiding der steenen, kwamen de reizigers aan de Bank.
+
+Dit was een uitgestrekt gebouw, van welks nok de nationale vlag
+wapperde. Lord Glenarvan werd door den inspecteur-generaal ontvangen,
+die de eer van zijn inrigting ophield.
+
+Daar wordt al het uit den grond opgedolven goud door de compagniën tegen
+een schriftelijk bewijs van ontvangst in bewaring gegeven. De tijd was
+reeds lang achter den rug, toen de eerste goudzoeker door de kooplieden
+der kolonie werd afgezet. Dezen betaalden hem aan de mijnen drie en
+vijftig shillings voor het ons, dat ze te Melbourne voor vijf en zestig
+verkochten! Maar het is waar, de koopman had de risico van het vervoer,
+en daar de straatroovers sterk vermenigvuldigden, kwam de bezending niet
+altijd ter bestemder plaatse aan.
+
+Aardige monsters goud werden aan de bezoekers vertoond, en de inspecteur
+deelde hun belangrijke bijzonderheden mede aangaande de verschillende
+wijzen om dit metaal op te delven.
+
+Doorgaans treft men het in twee gedaanten aan: óf in grootere of
+kleinere stukken óf als stofgoud. Het komt ook voor als erts, met de
+aangespoelde gronden vermengd, of besloten in een gangsteen van kwarts.
+Daarom gaat men ook bij het delven naar den aard van den bodem te werk:
+men zoekt het aan de oppervlakte of in den grond.
+
+Wanneer het in stukken voorkomt, ligt het goud op den bodem van
+bergstroomen, dalen en holle wegen, naar zijn grootte geschikt, eerst de
+korrels, dan de blaadjes en eindelijk de loovertjes.
+
+Wanneer het integendeel stofgoud is, welks gangsteen door den invloed
+der lucht ontbonden is, ligt het op ééne plaats bij elkander, in hoopjes
+vereenigd, en vormt het wat de goudzoekers "zakjes" noemen. Er zijn er
+onder die zakjes, die een geheel vermogen bevatten.
+
+Bij den Alexander-berg wordt het goud hoofdzakelijk aangetroffen in de
+leemlagen en in de tusschenruimten der leisteenen. Daar zijn de
+pepiet-nesten[3]; daar trekt de gelukkige graver dikwijls het hoogste
+lot uit de goudmijnen.
+
+Na de verschillende goudsoorten bezigtigd te hebben, doorwandelden de
+bezoekers het delfstoffelijk museum der Bank. Daar zagen zij al de
+voortbrengselen van den bodem van namen voorzien en ordelijk
+gerangschikt. Het goud is zijn eenige rijkdom niet, hij mag teregt een
+groote juweelkist genoemd worden, waarin de natuur haar kostbare
+kleinodiën bewaart. Onder de glazen deksels schitterden de witte topaas,
+de mededinger der braziliaansche topazen, de karbonkel, de schorlsteen,
+een soort van heerlijk groenen kiezelsteen, de bleekroode robijn,
+vertegenwoordigd door scharlakenroode spinellen en door een
+allerschoonste rozenroode verscheidenheid, ligt- en donkerblaauwe
+saffieren, even gezocht als die van Malabar of Thibet, schitterende
+bruinroode tinanium-schorls en ten slotte een kleine diamant-kristal,
+die op de oevers van de Turon gevonden was. Niets ontbrak aan die
+prachtige verzameling van edelsteenen, en men behoefde het noodige goud
+om ze in te vatten niet ver te gaan zoeken. Als men ze althans niet
+geheel gezet wilde hebben, kon men niets meer verlangen.
+
+Glenarvan nam afscheid van den inspecteur der Bank, na hem voor zijn
+vriendelijkheid bedankt te hebben, waarvan bij een ruim gebruik had
+gemaakt. Daarna werd het bezoek aan de goudmijnen voortgezet.
+
+Hoe los Paganel ook mogt zijn van de goederen dezer wereld, toch deed
+hij geen stap zonder dien rijken bodem met zijn oogen te doorzoeken. Hij
+kon de verzoeking niet wederstaan, en zelfs de scherts zijner vrienden
+vermogt niets op hem. Telkens bukte hij, raapte een kei op of een stuk
+gangsteen of een brok kwarts; hij bekeek ze oplettend en wierp ze
+spoedig weer met verachting weg. Dat duurde zoo de geheele wandeling.
+
+"Hoe is het, Paganel!" vroeg de majoor, "hebt ge bij geval iets
+verloren?"
+
+"Zeker," antwoordde Paganel, "in dit land van goud en edelgesteenten
+heeft men altijd verloren, wat men niet gevonden heeft. Ik zie niet in,
+waarom ik ook niet een klomp van eenige onsen, een van twintig pond is
+ook goed, maar meer ook niet, zou kunnen medenemen."
+
+"En wat zoudt gij er mede doen, beste vriend?" vroeg Glenarvan.
+
+"O, ik zou er niet verlegen mede zijn," antwoordde Paganel. "Ik zou hem
+aan mijn land vereeren! Ik zou hem in de fransche Bank beleggen...."
+
+"Die hem zou aannemen?"
+
+"Zeker, in den vorm van spoorweg-aandeelen!"
+
+Men wenschte Paganel geluk met de wijze, waarop hij zijn klomp "aan zijn
+land" dacht aan te bieden, en lady Helena wenschte hem toe, dat hij het
+grootste stuk goud van de wereld mogt vinden.
+
+Al schertsend doorliepen de reizigers het grootste gedeelte der
+ontgonnen gronden. Overal werd geregeld en werktuigelijk maar zonder
+opgewektheid gewerkt.
+
+Na een wandeling van een paar uren kreeg Paganel een zeer fatsoenlijke
+herberg in het oog, waar hij voorstelde wat te gaan zitten, tot het tijd
+was den wagen weer op te gaan zoeken. Lady Helena keurde dit goed, en
+daar men in geen herberg kan komen zonder iets te gebruiken, vroeg
+Paganel den herbergier om den een of anderen hier gebruikelijken drank
+te brengen.
+
+Voor iederen bezoeker werd een "nobler" gebragt. Dit is niet anders dan
+grog, maar omgekeerde grog. In plaats van een glaasje brandewijn in een
+groot glas water te doen, doet men een glaasje water in een groot glas
+brandewijn, daar gaat suiker in en men drinkt. Dat was wel een beetje al
+te australisch, en tot groote verwondering van den herbergier werd de
+nobler, met een groote karaf water aangelengd, de britsche grog.
+
+Vervolgens praatte men over mijnen en mijnwerkers. Nu of nooit. Hoewel
+Paganel zeer in zijn schik was met hetgeen hij gezien had, meende hij
+toch, dat het vroeger nog bezienswaardiger moet geweest zijn, in de
+eerste jaren van de ontginning van den Alexander-berg.
+
+"De grond," zeide hij, "was toen vol gaten en wemelde van legioenen
+werkmieren, en welke mieren! Alle landverhuizers waren even vlijtig,
+maar niet even voorzigtig als die diertjes! Het goud werd met handenvol
+weg geworpen. Het werd verdronken, en de herberg, waarin wij thans zijn,
+was een "hel", zooals men toen zeide. Het dobbelspel liep doorgaans op
+messteken uit. De politie kon er niets aan doen en dikwijls was de
+gouverneur der kolonie verpligt met geregelde troepen tegen de oproerige
+goudzoekers op te trekken. Toch gelukte het hem ze tot rede te brengen,
+hij legde een patent-regt op aan elken graver, dat hij niet zonder
+moeite liet innen, zoodat de wanorde hier minder groot was dan in
+Californië."
+
+"Kan een ieder dat beroep van goudzoeker maar uitoefenen?" vroeg lady
+Helena.
+
+"Ja, mevrouw! Daarvoor behoeft men geen akademischen graad te bezitten!
+Een paar goede armen is genoeg. Door armoede voortgejaagd kwamen de
+gelukzoekers aan de mijnen, meest allen zonder geld, de rijken met een
+houweel, de armen met een mes, en allen vatten dit werk op met een
+razernij, die zij bij een eerlijk ambacht wel achterwege zouden gelaten
+hebben. Die goudlanden leverden toen een zonderling schouwspel op! De
+grond was bedekt met tenten, dekkleeden, stulpen, barakken van aarde,
+planken en bladeren. In het midden pronkten de tent van het
+gouvernement, met de britsche vlag versierd, de tenten van blaauw tijk
+van deszelfs agenten, en de kramen der wisselaars, goudhandelaars en
+winkeliers, die hun voordeel wilden doen met die vermenging van rijkdom
+en armoede. Zoo iemand, dan zijn dezen rijk geworden. Gij hadt die
+goudzoekers met hun langen baard en rood hemd eens moeten zien, hoe zij
+daar in het water en slijk leefden. De lucht weergalmde van het
+onafgebroken geraas der houweelen, en was vervuld met de stinkende
+uitwasemingen der krengen, die op den grond lagen te rotten. Digte
+stofwolken omhulden die ongelukkigen, waaronder een ontzettende sterfte
+heerschte, en in een minder gezond land zou de typhus stellig die
+bevolking vreeselijk gedund hebben. En waren die gelukzoekers nog maar
+allen geslaagd! Maar al die ellende werd niet vergoed en bij een
+naauwkeurige berekening zou het blijken, dat tegen één goudzoeker, die
+zijn fortuin gemaakt heeft, er wel honderd, twee honderd misschien, arm
+en wanhopend gestorven zijn."
+
+"Zoudt gij ons ook kunnen zeggen, Paganel!" vroeg Glenarvan, "hoe men
+bij dat gouddelven te werk ging?"
+
+"Heel eenvoudig," antwoordde Paganel. "De eerste goudzoekers oefenden
+het beroep van goudwasscher uit, zooals dit nog gebruikelijk is in
+eenige deelen der Cevennen in Frankrijk. Thans gaan de compagniën anders
+te werk; zij klimmen tot de bron zelve op, tot de ader, die de blaadjes,
+de loovertjes en de klompen oplevert. Maar de goudwasschers vergenoegden
+zich met het goudzand uit te wasschen, ziedaar alles. Zij groeven in den
+grond, verzamelden de aardlagen, die zij meenden, dat goud bevatten, en
+spoelden ze met water uit om er den kostbaren erts uit af te zonderen.
+Tot dat wasschen gebruikten zij een werktuig, dat uit Amerika afkomstig
+was en "wieg" heette. Het was een doos van vijf tot zes voet lang, een
+soort van open doodkist, en in twee afdeelingen verdeeld. De eerste was
+voorzien van een grove zeef, waaronder andere zeven met naauwer gaatjes
+stonden; de tweede liep van onderen naauw toe. Het zand werd in een
+hoekje van de zeef gelegd, daar goot men water op, en met de hand
+schudde of liever wiegde men het werktuig. De steenen bleven achter in
+de eerste zeef, de erts en het fijne zand in de andere, naar gelang van
+hun grofheid, en de uitgewasschen aarde liep met het water door de
+onderste opening weg. Zoo was het meest gebruikelijke werktuig
+ingerigt."
+
+"Maar men moest het toch hebben," zeide John Mangles.
+
+"Men kocht het van de rijkgeworden of wel geruïneerde goudzoekers, naar
+het uitkwam, of men deed het er buiten," antwoordde Paganel.
+
+"Wat nam men er dan voor in de plaats?" vroeg Mary Grant.
+
+"Een schotel, lieve Mary! een eenvoudigen ijzeren schotel; de aarde werd
+uitgewand gelijk het koren; alleen oogstte men in plaats van
+tarwekorrels soms goudkorrels. In het eerste jaar heeft meer dan een
+goudzoeker fortuin gemaakt zonder andere onkosten. Ziet gij, vrienden!
+het was toen nog de goede tijd, hoewel de laarzen zeventig gulden het
+paar kostten en men voor een glas limonade zes gulden betaalde! Die het
+eerste komt het eerste maalt. Het goud lag overal in overvloed op den
+grond; de beken stroomden over een bedding van metaal; men vond het tot
+op de straten van Melbourne; met stofgoud werden de wegen
+gemacadamiseerd. De hoeveelheid edel metaal, die van 26 Januarij tot 24
+Februarij 1852 onder geleide van het gouvernement van den Alexander-berg
+naar Melbourne overgebragt werd, had een waarde van vier millioen
+gulden. Dat bedraagt gemiddeld ruim tachtig duizend gulden daags!"
+
+"Dat is ongeveer de civiele lijst van den keizer van Rusland," zeide
+Glenarvan.
+
+"Arme man!" antwoordde de majoor.
+
+"Werden er soms op eens rijk?" vroeg lady Helena.
+
+"Ja, dat gebeurde wel eens, mevrouw!"
+
+"Zijn u die gevallen bekend?" vroeg Glenarvan.
+
+"Dat zou ik denken!" antwoordde Paganel. "In 1852 werd er in het
+district Ballarat een klomp gevonden, die vijf honderd drie en zeventig
+ons woog, in Gippsland een ander van zeven honderd twee en tachtig ons,
+en in 1861 een staaf van acht honderd vier en dertig ons. In datzelfde
+Ballara ontdekte een goudzoeker een klomp, die vijf en zestig
+nederlandsche ponden woog, hetgeen tegen zeventien honderd gulden het
+pond berekend honderd tien duizend gulden bedraagt! Een mooije slag met
+het houweel, die zesdehalf duizend gulden intrest opbrengt!"
+
+"In welke mate is de opbrengst van het goud toegenomen sedert de
+ontdekking dezer mijnen?" vroeg John Mangles.
+
+"In een ontzettende mate, waarde John! In het begin dezer eeuw bedroeg
+die opbrengst jaarlijks slechts drie en twintig millioen guldens, en
+thans berekent men ze met inbegrip van de opbrengst der mijnen van
+Europa, Azië en Amerika op vier tot vijf honderd millioen guldens.
+
+"Dan is er, mijnheer Paganel!" zeide de jonge Robert, "op de plek, waar
+wij ons thans bevinden, onder onze voeten, misschien veel goud!"
+
+"Ja, beste jongen! millioenen! wij loopen er op! Maar wij loopen er op,
+omdat wij het versmaden!"
+
+"Dan is Australië wel een bevoorregt land!"
+
+"Neen, Robert!" antwoordde de aardrijkskundige. "De goudlanden zijn niet
+bevoorregt. Zij geven slechts het aanzijn aan luije dagdieven en nooit
+aan sterke en werkzame menschen-geslachten. Zie maar op Brazilië,
+Mexico, Californië, Australië! Hoe ver zijn ze in de negentiende eeuw!
+Het land bij uitnemendheid, mijn jongen, is niet het goudland, maar het
+ijzerland!"
+
+
+[1] Ruim 757 millioen guldens.
+
+[2] Het zou echter kunnen zijn, dat de landverhuizers zich bedrogen
+hadden. De goudlagen toch zijn volstrekt niet uitgeput. Volgens de
+laatste berigten uit Australië rekent men, dat de goudmijnen van
+Victoria en Nieuw-Wales een uitgestrektheid hebben van vijf millioen
+bunders, de vermoedelijke zwaarte van het kwarts, dat goudaderen bevat,
+zou 20 billioen 650000 millioen nederlandsche ponden zijn, en bij de
+tegenwoordige wijze van bewerking zouden honderd duizend werklieden drie
+eeuwen noodig hebben om die mijnen uit te putten. De rijkdom aan goud in
+Australië wordt geschat op 330000 millioen guldens.
+
+[3] _Pepiet_, een klomp gedegen goud.
+
+
+
+
+XV.
+
+De australische en nieuw-zeelandsche courant.
+
+
+Toen de zon den 2den Januari opging, overschreden de reizigers de grens
+van het goudland en van het graafschap Talbot. Onder de hoeven hunner
+paarden steeg het stof der wegen van het graafschap Dalhousie omhoog.
+Eenige uren later doorwaadden zij de Colban en de Campaspe, op 144°35'
+en 144°45' lengte. De helft der reis was afgelegd. Bleef het geluk hun
+nog een paar weken getrouw, dan zouden zij de oevers der Twofold-baai
+bereiken. De gezondheidstoestand der reizigers liet niets te wenschen
+over. De beloften van Paganel, ten aanzien van het gezonde klimaat,
+werden vervuld. Weinig of geen vochtigheid, en een zeer dragelijke
+warmte. De paarden en ossen klaagden niet. De menschen evenmin.
+
+Van de Camden-brug af was er een kleine wijziging gekomen in de
+marschorde. De misdadige spoorwegramp had Ayrton, zoodra hij er kennis
+van droeg, bewogen om eenige voorzorgen te nemen, die vroeger onnoodig
+waren geweest. De jagers mogten den wagen niet uit het oog verliezen.
+Wanneer zij een legerplaats betrokken, was er altijd een op wacht. 's
+Morgens en 's avonds werden de wapens goed nagezien. Het was zeker, dat
+een bende boosdoeners het land afliep, en ofschoon er geen dadelijk
+gevaar te vreezen was, diende men toch op alles voorbereid te zijn.
+
+Het zal wel niet noodig zijn te zeggen, dat al die voorzorgen genomen
+werden buiten weten van lady Helena en Mary Grant, wie Glenarvan geen
+angst wilde aanjagen.
+
+En inderdaad had men reden om zoo te handelen. Een onvoorzigtigheid, een
+verzuim zelfs kon duur te staan komen. Ook was Glenarvan niet de eenige,
+wien deze stand van zaken bezorgd maakte. In de afgelegene gehuchten, op
+de stations namen de bewoners en de squatters voorzorgen tegen een
+mogelijken aanval of overrompeling. Tegen het vallen van den avond
+werden de huizen gesloten. De honden, die binnen de omheining losliepen,
+blaften bij het minste gerucht. Geen herder te paard zou 's avonds zijn
+talrijke kudden verzamelen om ze huiswaarts te drijven, zonder dat een
+karabijn aan den zadelknop hing. Het gerucht van de misdaad te
+Camden-brug begaan wettigde die buitengewone voorzigtigheid, en menige
+kolonist, die vroeger met open vensters en deuren sliep, grendelde ze nu
+stevig, wanneer de schemering begon.
+
+Het bestuur der provincie legde ook veel ijver en overleg aan den dag.
+Afdeelingen inlandsche gendarmes werden allerwegen uitgezonden.
+Bijzondere zorg werd gedragen voor het brieven-vervoer. Vroeger reed de
+postkar zonder geleide over de groote wegen. Dienzelfden dag, juist op
+het oogenblik dat het gezelschap van Glenarvan den weg van Kilmore naar
+Heatcote overstak, reed de postwagen voorbij, zoo hard als de paarden
+maar loopen konden, die een wolk van stof deden oprijzen. Maar pas was
+hij voorbij, toen Glenarvan de karabijnen der politieagenten zag
+flikkeren, die er naast reden. Men kon haast denken weder in dien
+noodlottigen tijd te zijn, toen de ontdekking der goudmijnen het schuim
+der volkeren van Europa op het vastland van Australië uitstortte.
+
+Een mijl nadat de wagen den weg naar Kilmore was overgestoken, kwam hij
+in een reuzenwoud, en voor de eerste maal sedert kaap Bernouilli drongen
+de reizigers in een van die bosschen door, die zich verscheidene graden
+ver uitstrekken.
+
+Een kreet van bewondering ontsnapte hun op het gezigt der twee honderd
+voet hooge gomboomen, wier sponsige schors wel vijf duim dik was. De
+stammen, die twintig voet omtrek hadden en een welriekende hars
+uitzweetten, verhieven zich honderden voeten boven den grond. Geen tak,
+geen takje, geen wilde loot, geen knoest zelfs brak hun loodregten stand
+af. Zij konden niet gladder uit de hand van den draaijer komen. Zij
+waren gelijk aan evenveel zuiver afgewerkte zuilen, en bij honderden te
+tellen. Hoog in de lucht liepen zij uit in kapiteelen van
+dooreengeslingerde takken, aan het uiteinde voorzien met om den andere
+geplaatste bladeren, aan den oksel dier bladeren hingen enkele bloemen,
+wier kelk op een omgekeerde urn geleek.
+
+De lucht stroomde ongehinderd onder deze altijd groene zoldering door;
+een onafgebroken luchtstroom nam de vochtigheid van den grond op; de
+paarden, de kudden rundvee, de wagens konden onbelemmerd tusschen die
+wijd uiteenstaande boomen doorkomen, die veel hadden van de
+bakenstokken, waarmede een kreupelbosch, dat men wil uitdunnen, wordt
+afgepaald. Het was geen ondoordringbaar en met distelen en doornen
+begroeid bosch, evenmin het ongerepte bosch met omgevallen stammen
+versperd en met digt ineengegroeide slingerplanten behangen, waarin de
+landverhuizer zich alleen met de bijl en het vuur een weg kan banen. Een
+grastapijt aan den voet der boomen, een groen kleed aan hun top, lange
+lanen van stoute pilaren, weinig schaduw, weinig koelte, verder een
+eigenaardig licht gelijkende op het schijnsel, dat door een dun weefsel
+heendringt, een regelmatige terugkaatsing, een zuivere spiegeling op den
+grond, dat alles te zamen maakte een vreemd schouwspel uit, dat rijk was
+aan ongewone effecten. Een bosch op het vastland van Oceanië gelijkt in
+geenen deele op de bosschen der nieuwe wereld, en de gomboom, de "Tara"
+der inboorlingen, behoorende tot de familie der myrthen, wier
+verschillende soorten bijna ontelbaar zijn, is de boom bij uitnemendheid
+der australische plantenwereld.
+
+De omstandigheid, dat onder die groene koepels de schaduw niet digt en
+de duisternis niet groot is, wordt veroorzaakt door een wetenswaardige
+afwijking in de plaatsing van de bladeren dier boomen. Niet een wendt
+zijn vlakken kant naar de zon, maar wel zijn spits toeloopende randen.
+Het oog ontdekt in dat vreemde gebladerte niets dan de zijden. De
+zonnestralen schieten dan ook tot op den bodem, alsof zij tusschen de
+opstaande latjes van een zonneblind doorvielen.
+
+Allen maakten die opmerking en allen schenen verrast. Waartoe toch die
+zonderlinge plaatsing? Die vraag werd natuurlijk tot Paganel gerigt. Hij
+antwoordde als iemand, die van zessen klaar is.
+
+"Wat mij hier verwondert," zeide hij, "is niet de grilligheid der
+natuur; de natuur weet wel wat ze doet, maar de plantenkenners weten
+niet altijd, wat zij zeggen. De natuur heeft zich niet vergist, toen zij
+aan deze boomen dat eigenaardige gebladerte gaf; maar de menschen
+dwaalden, toen zij hen "eucalyptus" noemden.
+
+"Wat beteekent dat woord?" vroeg Mary Grant.
+
+"Het komt van εὖ καλὺπτω en beteekent _ik dek goed_. Men heeft gezorgd
+die dwaling in het grieksch te begaan om ze minder in het oog te doen
+loopen, maar het is duidelijk, dat de "eucalyptus" slecht dekt."
+
+"Toegestaan, waarde Paganel!" antwoordde Glenarvan; "zeg ons nu eens,
+waarom de bladeren zoo groeijen."
+
+"Om een zuiver natuurkundige reden, vrienden!" antwoordde Paganel, "die
+gij gemakkelijk kunt begrijpen. In dit land, waar de lucht droog, de
+regen zeldzaam, de bodem uitgedroogd is, hebben de boomen aan wind noch
+zon behoefte. Waar geen vocht is, is ook geen sap. Vandaar die smalle
+bladeren, die zichzelven trachten te beschermen tegen den zonneschijn om
+een al te sterke uitdamping te voorkomen. Daarom keeren zij hun randen
+en niet de oppervlakte naar de zon. Niets is slimmer dan een blad."
+
+"En niets baatzuchtiger!" sprak de majoor. "Dezen hebben alleen aan
+zichzelven gedacht en volstrekt niet aan de reizigers."
+
+Allen waren het met Mac Nabbs eens, op Paganel na, die, terwijl hij zich
+het voorhoofd afwischte, blijde was onder boomen zonder lommer te kunnen
+rijden. Toch was die plaatsing der bladeren jammer; de wegen door die
+bosschen zijn soms zeer lang, en bij gevolg lastig, omdat de reiziger
+volstrekt niet beschermd wordt tegen de zonnehitte.
+
+Den ganschen dag rolde de wagen tusschen die eindelooze rijen gomboomen.
+Geen viervoetig dier, geen inboorling was er te zien. Eenige kaketoes
+bewoonden de kruinen der boomen; maar op die hoogte waren ze naauwelijks
+zigtbaar en ging hun gebabbel in een onhoorbaar gefluister over. Soms
+vloog een zwerm papegaaien in de verte en vervrolijkte het geboomte voor
+een oogenblik door hun bonte kleuren. Maar over het geheel heerschte er
+een diepe stilte in dien uitgestrekten tempel van groen, en waren de
+stappen der paarden, eenige woorden van een onsamenhangend gesprek, de
+knarsende raderen van den wagen, en van tijd tot tijd een geroep van
+Ayrton, om zijn traag span wat aan te zetten, de eenige geluiden, die in
+deze ontzettende woestenijen gehoord werden.
+
+'s Avonds legerde men zich aan den voet van gomboomen, die de sporen
+droegen, dat er eerst onlangs een vuur had gebrand. Zij vormden om zoo
+te zeggen hooge fabriekschoorsteenen; want de vlam had ze inwendig over
+hun geheele lengte uitgehold. Zij hadden er echter geen hinder van, dat
+alleen de schors nog maar was overgebleven. Echter zal die verkeerde
+gewoonte der squatters en inboorlingen die prachtige boomen ten laatste
+geheel vernielen, en zij zullen verdwijnen gelijk die vier eeuwen oude
+cederen van den Libanon, welke de onnadenkende vlam der legerplaatsen
+verteert.
+
+Op raad van Paganel legde Olbinett het vuur voor het avondeten aan in
+een van die buisvormige stammen; hij verkreeg terstond een aanzienlijke
+trekking en de rook verdween in het donkere loof. De noodige voorzorgen
+voor den nacht werden genomen, en Ayrton, Mulrady, Wilson en John
+Mangles losten elkander geregeld af om tot zonsopgang te waken.
+
+Den ganschen dag van den 3den Januarij volgde in dit eindelooze bosch
+die eene regelmatige laan op de andere. Het scheen, dat er geen einde
+aan was. Maar tegen den avond werd het bosch wat dunner, en in een
+kleine vlakte, eenige mijlen voor hen uit, kregen de reizigers een
+aantal regelmatige huizen in het oog.
+
+"Seymour!" riep Paganel. "Het is de laatste stad die we zullen
+ontmoeten, voor wij de provincie Victoria verlaten."
+
+"Is zij van aanbelang?" vroeg Lady Helena.
+
+"Mevrouw!" antwoordde Paganel "het is een eenvoudige kerspel, dat op weg
+is om een gemeente te worden."
+
+"Zullen wij er een fatsoenlijk logement vinden?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik hoop van ja," antwoordde de aardrijkskundige.
+
+"Welnu! dan zullen wij de stad binnenrijden; want ik denk, dat onze
+wakkere reizigsters er niets tegen zullen hebben om er een nacht te
+slapen.
+
+"Lieve Edward!" antwoordde lady Helena, "Mary en ik nemen het aan, maar
+op voorwaarde, dat het geen stoornis noch oponthoud zal veroorzaken."
+
+"Volstrekt niet," antwoordde lord Glenarvan; "ook ons span is vermoeid;
+morgen vertrekken wij weder met het krieken van den dag."
+
+Het was nu negen ure. De maan neigde ten ondergang en schoot slechts
+schuine stralen, die de nevel belette door te dringen. Het werd allengs
+donker. Het geheele gezelschap reed de breede straten van Seymour in,
+onder geleide van Paganel, die altijd goed bekend scheen met hetgeen hij
+nooit had gezien. Maar zijn instinct geleidde hem en hij kwam regt voor
+Campbells North British hotel.
+
+Paarden en ossen werden op stal, de wagen in het koetshuis, en de
+reizigers naar vrij goede kamers gebragt. Ten tien ure namen de gasten
+plaats aan een tafel, die Olbinett met het oog van een kenner had
+gemonsterd. Paganel had met Robert de stad doorloopen, en vertelde heel
+kort zijn nachtelijken togt. Hij had volstrekt niets gezien.
+
+Toch zou iemand, die minder afgetrokken was, een zekere onrust op de
+straten van Seymour opgemerkt hebben; hier en daar stonden hoopjes
+menschen, die langzamerhand grooter werden; men stond aan de deur te
+praten; men ondervroeg elkander met wezenlijke bezorgdheid, eenige
+dagbladen werden overluid voorgelezen, opgehelderd en besproken. Die
+verschijnselen konden den onoplettendsten waarnemer niet ontgaan. Doch
+Paganel had niets gemerkt.
+
+De majoor daarentegen stelde zich zonder zoo ver te gaan, zelfs zonder
+het logement te verlaten, op de hoogte van den angst, die het stadje en
+te regt verontrustte. Een gesprek van tien minuten met den praatzieken
+logementhouder Dickson gaf hem alle noodige inlichtingen. Maar hij repte
+er niet van.
+
+Eerst toen het maal afgeloopen was en lady Glenarvan, Mary en Robert
+Grant naar hun kamers gegaan waren, hield de majoor zijn reisgenooten
+even bij zich en zeide:
+
+"De bewerkers van de misdaad op den spoorweg van Sandhurst gepleegd zijn
+bekend."
+
+"En zijn zij gevat?" vroeg Ayrton driftig.
+
+"Neen!" antwoordde Mac Nabbs, schijnbaar zonder acht te geven op de
+gejaagdheid van den bootsman, een gejaagdheid trouwens, die in deze
+omstandigheid zeer verklaarbaar was.
+
+"Zooveel te erger!" voegde Ayrton er bij.
+
+"Welnu! wie verdenkt men van die misdaad?" vroeg Glenarvan.
+
+"Lees!" antwoordde de majoor, terwijl hij Glenarvan een nummer van de
+_Australian and New-Zealand Gazette_ aanbood, "en gij zult zien, dat de
+inspecteur van politie zich niet vergist heeft!"
+
+Glenarvan las hardop het volgende:
+
+"Sydney, 2 Januarij 1866.--Men zal zich herinneren, dat er in den nacht
+van den 29sten op den 30sten December ll. een ongeluk plaats had te
+Camden-brug, vijf mijlen van het station Castlemaine, op den spoorweg
+van Melbourne naar Sandhurst. De sneltrein van 11 ure 45 minuten is in
+volle vaart in de Lutton gestort.
+
+"De Camden-brug stond open, toen de trein aankwam.
+
+"Talrijke diefstallen, na de ramp gepleegd, en het lijk van den
+brugwachter, dat een halve mijl van Camden-brug terug is gevonden,
+bewezen, dat dit onheil het gevolg was van een misdaad.
+
+"Het blijkt dan ook uit het onderzoek van den regter-commissaris, dat
+deze misdaad moet toegeschreven worden aan de bende gedeporteerden, die
+voor een half jaar uit de strafgevangenis van Perth, in West-Australië,
+ontsnapt zijn, toen zij naar het eiland Norfolk zouden overgebragt
+worden[1].
+
+"Die gedeporteerden zijn ten getale van negen en twintig; hun aanvoerder
+is zekere Ben Joyce, een boosdoener van de ergste soort, die voor
+weinige maanden, met welk vaartuig is onbekend, in Australië is gekomen,
+en dien de justitie niet in handen heeft kunnen krijgen.
+
+"De bewoners der steden, de kolonisten en de squatters der stations
+worden gewaarschuwd op hunne hoede te zijn, en verzocht den
+inspecteur-generaal alle inlichtingen te doen toekomen, die zijn
+nasporingen kunnen bevorderen.
+
+ "J.P. Mitchell, Insp.-Gen."
+
+Toen Glenarvan ophield met lezen, wendde Mac Nabbs zich naar den
+aardrijkskundige en zeide:
+
+"Gij ziet, Paganel! dat er gedeporteerden in Australië kunnen zijn."
+
+"Ontvlugte! dat blijkt!" antwoordde Paganel, "maar geen toegelaten
+gedeporteerden. Die lieden hebben het regt niet hier te zijn."
+
+"Zij zijn er toch," hernam Glenarvan; "maar naar mijn inzien mag hun
+tegenwoordigheid geen verandering in onze plannen brengen en ons onze
+reis doen staken. Wat denkt gij er van, John?"
+
+John Mangles antwoordde niet terstond; hij weifelde tusschen de smart,
+welke het opgeven van de aangevangen nasporingen den beiden kinderen zou
+veroorzaken, en de vrees om het gezelschap in gevaar te brengen.
+
+"Waren lady Glenarvan en miss Grant niet bij ons," zeide hij, "dan zou
+ik mij weinig om die bende ellendelingen bekommeren."
+
+Glenarvan begreep hem en voegde er bij:
+
+"Het spreekt van zelf, dat wij er niet aan kunnen denken om van de
+voltooijing onzer taak af te zien; maar zou het niet goed zijn om den
+wil onzer reisgenooten de _Duncan_ te Melbourne op te zoeken en van het
+oosten uit het spoor van Harry Grant te volgen? Wat denkt gij er van,
+Mac Nabbs?"
+
+"Voor ik mijn gevoelen zeg," antwoordde de majoor, "zou ik gaarne de
+meening van Ayrton weten."
+
+Zoo op den man af aangesproken, zag de bootsman Glenarvan aan.
+
+"Ik denk," zeide hij, "dat wij twee honderd mijlen van Melbourne af
+zijn, en dat het gevaar, wanneer het bestaat, even groot is in het
+zuiden als in het oosten. Beide wegen worden weinig bezocht, de een is
+net als de andere. Ook geloof ik niet, dat een dertigtal boosdoeners
+acht goed gewapende en vastberadene mannen schrik kunnen aanjagen. Ik
+voor mij zou dus voortgaan. Wie het beter weet, spreke!"
+
+"Goed gezegd, Ayrton!" antwoordde Paganel. "Zetten wij onzen togt voort,
+dan kunnen wij het spoor van kapitein Grant snijden. Keeren wij naar het
+zuiden terug, dan verwijderen wij ons er van. Ik denk dus evenals gij,
+en geef niet om die ontsnapten uit Perth, die niet waard zijn dat een
+man van moed zich om hen bekommert!"
+
+Nu werd het voorstel om niets aan het reisplan te veranderen in omvraag
+gebragt en met algemeene stemmen aangenomen.
+
+"Nog ééne opmerking, mylord!" zeide Ayrton, toen het gezelschap op het
+punt stond uiteen te gaan.
+
+"En die is, Ayrton?"
+
+"Zou het niet goed zijn de _Duncan_ bevel te geven om de kust te
+naderen?"
+
+"Waartoe zou dat dienen?" sprak John Mangles. "Wanneer wij in de
+Twofold-baai gekomen zijn, is het nog vroeg genoeg om dat bevel te
+verzenden. Mogt het een of ander onvoorzien voorval ons dwingen naar
+Melbourne te gaan, dan kon het ons ligt spijten de _Duncan_ aldaar niet
+te vinden. Ook kan haar averij nog niet hersteld zijn. Om al die redenen
+acht ik het dus beter te wachten."
+
+"Goed," antwoordde Ayrton, die er niet verder op aandrong.
+
+Den volgenden morgen vertrok het kleine reisgezelschap gewapend en op
+alles voorbereid uit Seymour. Een half uur later betrad het weder het
+gomboomenbosch, dat op nieuw in het oosten zich vertoonde. Glenarvan had
+liever in het open veld gereisd. Een vlakte is minder geschikt voor
+hinderlagen en verraderlijke overvallen dan een digt bosch; maar men had
+geen keus, en den geheelen dag hotste de wagen tusschen de groote
+eentoonige boomen voort. Na de noordelijke grens van het graafschap
+Anglesey langs gereden te zijn, trok hij 's avonds over den honderd zes
+en veertigsten breedtegraad, en sloeg men zich neder op de grens van het
+district Murray.
+
+
+[1] Het eiland Norfolk is een eiland ten oosten van Australië gelegen,
+waar het gouvernement de weerspannige en onverbeterlijke gedeporteerden
+opsluit. Zij zijn daar aan strenger toezigt onderworpen.
+
+
+
+
+XVI.
+
+Een hoofdstuk, waarin de majoor beweert, dat het apen zijn.
+
+
+Den volgenden morgen, den 5den Januarij, zetteden de reizigers den voet
+op het uitgestrekte stroomgebied van de Murray. Dit woeste en onbewoonde
+district strekt zich uit tot aan den hoogen scheidsmuur der australische
+Alpen. De beschaving heeft het nog niet in afzonderlijke graafschappen
+gesplitst. Het is een weinig bekend en weinig bezocht gedeelte der
+provincie. Zijn bosschen zullen eens vallen onder den bijl van den
+houthakker, zijn weiden zullen overgeleverd worden aan de kudden van den
+squatter, maar tot nog toe is het een ongerepte bodem, zooals hij uit
+den Indischen oceaan oprees, het is de woestijn.
+
+Al die gronden te zamen dragen een veelbeteekenenden naam op de
+engelsche kaarten: afgezonderd voor de zwarten. Tot hiertoe hebben de
+kolonisten de inboorlingen verdreven. In de afgelegene vlakten, onder de
+ongenaakbare bosschen, heeft men hun eenige bepaalde plekken
+overgelaten, waar het inlandsche ras binnen kort geheel zal uitsterven.
+Elke blanke kolonist, landverhuizer, squatter, houthakker, mag de
+grenzen dier afgezonderde streken overschrijden. De zwarte alleen mag ze
+niet verlaten.
+
+Onder het rijden behandelde Paganel die gewigtige vraag der inlandsche
+rassen. Er was slechts ééne meening dienaangaande, namelijk dat het
+britsche stelsel uitliep op de vernietiging der overwonnen stammen, op
+hun verdrijving uit de streken, waar hun voorvaderen leefden. Die
+verderfelijke strekking was overal waar te nemen, wel het meest in
+Australië. In de eerste tijden der kolonie beschouwden de
+gedeporteerden, zelfs de kolonisten, de zwarten als wilde dieren. Zij
+maakten jagt op hen en schoten ze dood. Zij vermoordden hen. Het gezag
+der regtsgeleerden werd ingeroepen om te bewijzen, dat de Australiër
+buiten de natuurwet stond, en de moord dier ongelukkigen dus geen
+misdaad was. De dagbladen van Sidney stelden zelfs een krachtig middel
+voor om zich van de stammen aan het meer Hunter te ontdoen: namelijk ze
+in massa te vergeven.
+
+Zooals men ziet, riepen de Engelschen bij het begin hunner verovering
+den moord te hulp ten behoeve van de kolonisatie. Hun wreedheden waren
+afschuwelijk. Zij gedroegen zich in Australië evenals in Indië, waar
+vijf millioen Hindoes verdwenen zijn, evenals aan de Kaap, waar een
+bevolking van een millioen Hottentotten tot honderd duizend is gedaald.
+De inlandsche bevolking, door mishandeling en dronkenschap gedund,
+dreigt dan ook voor een menschenmoordende beschaving van het vastland te
+verdwijnen. Wel is waar hebben sommige gouverneurs wetten tegen de
+bloeddorstige houthakkers uitgevaardigd! Zij straften met eenige
+zweepslagen den blanke, die een zwarte neus of ooren afsneed, of hem den
+pink afhakte, "om er een pijpuithaalder van te maken!" IJdele
+dreigementen! De moorden werden op groote schaal ingerigt, en geheele
+stammen verdwenen. Om maar één voorbeeld aan te halen: in het begin
+dezer eeuw telde het eiland Van Diemen vijf duizend inboorlingen, in
+1868 slechts zeven! En onlangs meldde _de Mercurius_ te Hobarttown de
+aankomst van den laatsten Tasmaniër.
+
+Glenarvan, de majoor, noch John Mangles spraken Paganel tegen. Al waren
+zij Engelschen geweest, dan zouden zij nog hun landgenooten niet
+verdedigd hebben. De feiten waren zoo klaar als de dag, onwederlegbaar.
+
+"Voor vijftig jaar," voegde Paganel er bij, "zouden wij op onzen weg
+menigen stam inboorlingen ontmoet hebben, en tot nog toe heeft zich geen
+enkele inlander vertoond. Binnen een eeuw zal de zwarte bevolking van
+dit vastland geheel uitgestorven zijn."
+
+De afgezonderde streken schenen inderdaad geheel ontvolkt. Nergens was
+een spoor van legerplaatsen of hutten te zien. Vlakten en hoog
+kreupelhout wisselden elkander af, en langzamerhand kreeg de landstreek
+een woest voorkomen. Het scheen zelfs, alsof geen enkel levend wezen,
+mensch of dier, deze afgelegene gewesten bezocht, toen Robert voor een
+boschje gomboomen blijvende staan uitriep:
+
+"Een aap! daar is een aap!"
+
+En hij wees op een groot zwart ligchaam, dat met verbazende snelheid van
+tak tot tak glijdende, van den eenen boomtop op den anderen sprong,
+alsof een vliegtoestel hem op de lucht deed drijven. Vlogen soms in dit
+vreemde land de apen gelijk sommige vossen, wien de natuur even als de
+vleermuis een vlieghuid heeft gegeven?
+
+Inmiddels was ook de wagen blijven staan, en elk zag naar het dier, dat
+langzamerhand in de verte tusschen de bladeren verdween. Weldra zag men
+het bliksemsnel van den boom glijden, met duizend bogten en sprongen
+over den grond loopen en vervolgens zijn lange armen om den gladden stam
+van een ontzaggelijken gomboom slaan. Men vroeg zich af, hoe het in dien
+regten en gladden boom zou klimmen, dien het niet kon omvatten.
+
+Maar de aap gaf met een soort van bijl eenige slagen tegen den boom,
+maakte eenige kleine inkervingen, en bereikte met behulp van die op
+regelmatige afstanden aangebragte steunpunten de takken van den gomboom.
+Binnen weinige seconden verdween hij in het digte gebladerte.
+
+"Wat is dat toch voor een aap?" vroeg de majoor.
+
+"Die aap is een volbloed Australiër!" antwoordde Paganel.
+
+De makkers van den aardrijkskundige hadden nog geen tijd gehad om hun
+schouders op te halen, toen een geschreeuw, dat men op deze wijze zou
+kunnen voorstellen: "coo-eeh! coo-eeh!" in hun nabijheid werd
+aangeheven. Ayrton dreef zijn ossen aan, en honderd schreden verder
+kwaamen de reizigers op eens aan een legerplaats van inboorlingen.
+
+Welk een treurig schouwspel! Een tiental tenten stonden op den kalen
+bodem. Die "gunyo's," van bast-repen, die als dakpannen op elkander
+lagen, gemaakt, beschutten hun ellendige bewoners slechts aan eene
+zijde. Die door het gebrek diep gezonken wezens waren terugstootend. Er
+waren er omtrent dertig, mannen, vrouwen en kinderen, gekleed met
+kangoeroe-vellen, die hun aan flarden aan het lijf hingen. Zoodra de
+wagen naderde, was hun eerste beweging te vlugten. Maar eenige woorden,
+die Ayrton in een onverstaanbare brabbeltaal sprak, schenen hen gerust
+te stellen. Zij kwamen althans terug, half vertrouwelijk half bevreesd,
+als dieren, wien men een lekker stuk voorhoudt.
+
+Die inboorlingen, wier lengte tusschen vijf voet vier duim en vijf voet
+zeven duim afwisselde, waren niet zwart, maar hadden meer de kleur van
+oud roet, hun haren waren vlokkig, hun armen lang, hun onderbuik stak
+vooruit, hun ligchaam was ruig en geheel doorkorven van de litteekens
+van het tatoeëeren en de wonden, die zij zich bij lijkplegtigheden
+toebragten. Allerafschuwelijkst was hun monsterachtig gelaat, hun
+vreeselijk groote mond, hun breede en platte neus, hun uitstekende
+onderkaak, gewapend met witte maar voorovergebogen tanden. Geen ander
+menschelijk schepsel naderde zoozeer het dier.
+
+"Robert had het niet mis!" zeide de majoor, "het zijn apen,--volbloed,
+als men wil,--maar het zijn apen."
+
+"Mac Nabbs!" antwoordde lady Helena op medelijdenden toon, "zoudt gij
+dan dengenen, die jagt op hen maakten als op wilde dieren, gelijk geven!
+Die arme schepsels zijn menschen!"
+
+"Menschen!" riep Mac Nabbs. "Hoogstens de schakel tusschen den mensch en
+den oerang-oetang! En wanneer ik hun gezigtshoek mat, zou ik vinden, dat
+hij even scherp was als die van den aap!"
+
+Hierin had Mac Nabbs gelijk; de gezigtshoek van den inboorling van
+Australië is zeer scherp, en ongeveer gelijk aan dien van den
+oerang-oetang, d.i. van zestig tot twee en zestig graden. Ook stelde De
+Rienzi niet zonder grond voor om die ongelukkigen in een afzonderlijke
+klasse te plaatsen, die bij "pithecomorphen" noemde; dat wil zeggen
+menschen met het ligchaam van een aap.
+
+Maar lady Helena had nog meer grond dan Mac Nabbs, toen zij die
+inboorlingen, welke op de laagste sport der menschelijke ladder staan,
+voor wezens hield, die met een ziel zijn begaafd. Tusschen het redelooze
+dier en den Australiër ligt de ondempbare kloof, die de geslachten
+scheidt. Pascal heeft teregt gezegd, dat de mensch nergens een redeloos
+dier is. Wel is waar voegt hij er niet minder verstandig bij, "evenmin
+een engel."
+
+Lady Helena en Mary Grant nu weerspraken het laatste lid van dit gezegde
+van den grooten denker. Beide liefderijke vrouwen hadden den wagen
+verlaten; zij reikten de vriendenhand aan die rampzalige schepsels; zij
+boden hun spijzen aan, welke die wilden met terugstootende gulzigheid
+verslonden. De inboorlingen konden lady Helena des te eerder voor een
+godheid houden, omdat volgens hun geloof de blanken gewezen zwarten
+zijn, die na hun dood blank geworden zijn.
+
+Maar vooral de vrouwen maakten het medelijden der reizigsters gaande. De
+toestand der australische vrouw is eenig: de stiefmoederlijke natuur
+heeft haar alle bekoorlijkheid ontzegd; zij is een slavin, die met
+brutaal geweld opgeligt is en geen ander bruidsgeschenk gekregen heeft
+dan slagen met de "waddie," een soort van omgebogen stok in de hand van
+haar heer. Van dat oogenblik af tot een vroegen en akeligen ouderdom
+vervallen, is zij belast met al de zware bezigheden van het zwervende
+leven; bij haar kinderen, die in een pak bissen gerold zijn, draagt zij
+het jagt- en vischtuig en den voorraad nieuw-zeelandsch vlas, waarvan
+zij netten vervaardigt. Zij moet levensmiddelen aan haar gezin bezorgen;
+zij maakt jagt op hagedissen, buidelratten en slangen, tot in den top
+der boomen; zij hakt het brandhout, schilt boombast voor de tenten; als
+een arm lastdier weet zij niet wat rust is, en eet slechts de walgelijke
+overblijfselen van het maal van haar heer.
+
+Juist waren eenigen dier ongelukkigen, die misschien reeds lang van
+voedsel verstoken waren, bezig met vogels te lokken door hun wat zaden
+voor te houden.
+
+Onbewegelijk, doodstil, zag men ze daar op den brandend heeten bodem
+uren lang liggen om te wachten, tot een onnoozel vogeltje onder het
+bereik van haar hand kwam! Hun begrip van strikken spannen ging niet
+verder, en wel moest het een australische vogel zijn, die zich daardoor
+liet verschalken.
+
+Intusschen werden de reizigers, wier vriendelijkheid de inboorlingen
+eenigsins gerust stelde, door dezen omringd, en nu moesten zij oppassen
+voor hun ontembare zucht tot diefstal. Zij spraken een sissende taal,
+waarbij ze met de tong klokten. Dat had veel van dierengeluiden. Toch
+had hun stem dikwijls zeer zachte, fleemende buigingen; het woord "noki!
+noki!" kwam telkens voor en de gebaren wezen duidelijk genoeg aan, wat
+het beteekende. Het was het "geef mij! geef mij!" dat zich tot de
+geringste bezittingen der reizigers uitstrekte. Olbinett had heel wat te
+doen om de bagaadje en vooral de levensmiddelen te beschermen. Die arme
+hongerlijders sloegen vreeselijke blikken op den wagen, en lieten
+scherpe tanden zien, die misschien gewet waren op lappen
+menschenvleesch. De meeste australische stammen zijn, in vredestijd
+althans, wel geen menscheneters; maar slechts weinige wilden ontzien
+zich om het vleesch van een overwonnen vijand te verslinden.
+
+Op verzoek van Helena gaf Glenarvan intusschen last om wat spijs uit te
+deelen. De inboorlingen begrepen zijn bedoeling, en gaven zich over aan
+vreugdebetooningen, die het ongevoeligste hart zouden vermurwd hebben.
+Zij brulden ook gelijk wilde dieren, wanneer de oppasser hun het
+dagelijksch rantsoen brengt. Al wilde men den majoor geen gelijk geven,
+toch kon men niet loochenen, dat dit ras zeer digt bij het dier stond.
+
+Als een hoffelijk man meende Olbinett eerst de vrouwen te moeten
+bedienen. Maar die arme schepsels durfden niet eten voor haar geduchte
+meesters. Dezen vielen op de beschuit en het gedroogde vleesch aan als
+op een prooi.
+
+Bij de gedachte, dat haar vader gevangen was bij zulke ruwe inlanders,
+voelde Mary Grant haar oogen vochtig worden. Zij stelde zich voor, wat
+iemand als Harry Grant, de slaaf dier zwervende stammen, ter prooi aan
+ontbering, honger en mishandeling, al lijden moest. John Mangles, die
+haar met angstige oplettendheid gadesloeg, giste de gedachten, die haar
+vervulden, en kwam haar wenschen voor door den bootsman der _Britannia_
+te ondervragen.
+
+"Zijt gij uit de handen van zulke wilden ontsnapt, Ayrton?" vroeg hij
+hem.
+
+"Ja, kapitein!" antwoordde Ayrton. "Al die stammen in het binnenland
+gelijken op elkaar. Maar hier ziet gij slechts een handvol van die arme
+drommels, terwijl er aan de oevers van de Darling talrijke stammen zijn
+onder aanvoering van geduchte opperhoofden."
+
+"Maar wat kan een Europeaan onder die inboorlingen uitvoeren?" vroeg
+John Mangles.
+
+"Wat ik ook gedaan heb," antwoordde Ayrton; "hij gaat met hen jagen en
+visschen; hij neemt deel aan hun gevechten, en zooals ik u reeds heb
+gezegd, hij wordt behandeld naar gelang van de diensten, die hij
+bewijst, en als hij een schrander en dapper man is, bekleedt hij onder
+den stam een aanzienlijken rang."
+
+"Maar hij is toch een gevangene," zeide Mary Grant.
+
+"En wordt zoo streng bewaakt," voegde Ayrton er bij, "dat hij dag noch
+nacht een stap kan doen!"
+
+"En toch hebt gij kunnen ontsnappen, Ayrton!" zeide de majoor, die zich
+in het gesprek kwam mengen.
+
+"Ja, mijnheer Mac Nabbs! onder begunstiging van een gevecht tusschen
+mijn stam en een anderen. Het is mij gelukt. Goed. Het spijt mij niet.
+Maar moest ik het nog eens doen, dan zou ik, geloof ik, aan een
+levenslange gevangenschap de voorkeur geven boven de rampen, die ik op
+mijn togt door de woestijnen van het binnenland heb ondervonden. God
+geve, dat kapitein Grant zulk een kans op redding niet waagt!"
+
+"Ja, zeker!" antwoordde John Mangles, "wij moeten wenschen, miss Mary!
+dat uw vader bij een inlandschen stam gevangen is. Dan zullen wij
+gemakkelijker zijn spoor vinden, dan wanneer hij ronddoolt in de
+bosschen van het vastland."
+
+"Hoopt gij dan nog altijd?" vroeg het meisje.
+
+"Ik hoop altijd u met Gods hulp gelukkig te zien, miss Mary!"
+
+Het meisje kon den jongen kapitein slechts met tranen danken.
+
+Gedurende dit gesprek was er een ongewone beweging onder de wilden
+ontstaan; zij hieven een schel geschreeuw aan; zij liepen overal rond,
+grepen naar hun wapenen, en schenen door een ontzettende woede bevangen.
+
+Glenarvan wist niet, waar zij heen wilden, waarop de majoor Ayrton in
+dezer voege aansprak:
+
+"Daar gij langen tijd onder de Australiërs verkeerd hebt, verstaat gij
+ook zonder twijfel de taal van dezen?"
+
+"Zoo wat," antwoordde de bootsman; "want zooveel stammen, zooveel
+tongvallen. Vergis ik mij niet, dan willen zij uit dankbaarheid voor
+Zijne Edelheid een spiegelgevecht houden."
+
+Dit was inderdaad de oorzaak van die opschudding. Zonder verdere
+voorafspraak vielen de inboorlingen elkander met zulk een meesterlijk
+geveinsde woede aan, dat iemand, die niet beter wist, dien kleinen
+strijd voor ernstig gemeend zou opgenomen hebben. Maar naar het zeggen
+der reizigers zijn de Australiërs uitmuntende gebarenmakers, en bij deze
+gelegenheid legden zij een opmerkelijke bekwaamheid aan den dag.
+
+Hun aanvallende en verdedigende wapenen bestonden in een houten knods,
+die de hardste schedels verplettert, en een soort van "tomahawk," een
+zeer harden scherpen steen, die met een klevende gom tusschen twee
+stokken is vastgekleefd. Het is een vreeselijk wapentuig en een nuttig
+werktuig in vredestijd, dat gebruikt wordt om naar het valt takken of
+koppen te vellen, ligchamen of boomen te kerven.
+
+Onder luid getier zwaaiden zij als bezetenen met al die wapenen, de
+strijders vielen elkander aan; hier viel er een als dood neder, daar
+hief een ander een zegekreet aan. De vrouwen, vooral de bejaarde, als
+door den boozen geest des krijgs bezeten, vielen op de gewaande lijken
+aan, en verminkten ze in schijn met een wreedaardigheid, die niet
+verschrikkelijker zou geweest zijn, als ze ongeveinsd was geweest.
+Telkens vreesde lady Helena, dat het spel in een ernstigen strijd mogt
+ontaarden. Vooral ook omdat de kinderen, die deel aan den strijd hadden
+genomen, het wezenlijk begonnen te meenen. De knapen en vooral de
+meisjes, die nog woedender waren, deelden elkaar fiksche oorvegen uit,
+die goed aankwamen.
+
+Dit spiegelgevecht had reeds tien minuten geduurd, toen de strijders op
+eens ophielden. De wapens ontvielen hun handen. Een diepe stilte verving
+het vreeselijk getier. De inboorlingen bleven roerloos in hun laatste
+houding staan, even als de personen in een _tableau vivant_. Men zou
+gezegd hebben, dat zij versteend waren.
+
+Wat was de oorzaak van die verandering, en wat beteekende het, dat zij
+plotseling zoo stijf waren als marmeren beelden? Dat werd spoedig
+opgehelderd.
+
+Een troep kaketoes vertoonde zich juist op de hoogte van de gomboomen.
+Zij vervulden de lucht met hun gesnater, en geleken door de heldere
+kleuren van hun gevederte op een vliegenden regenboog. De verschijning
+van dien schitterenden zwerm vogels had den strijd doen staken. De jagt,
+die nuttiger was dan de oorlog, verving hem.
+
+Een rood geschilderd werktuig van vreemden vorm grijpende, verwijderde
+zich een der inboorlingen van zijn makkers, die even roerloos bleven
+staan, en sloop tusschen de boomen en struiken door naar den troep
+kaketoes. Hij maakte geen gedruisch onder het kruipen, hij kreukte geen
+blaadje, hij verschoof geen steentje. Het was een voortglijdende
+schaduw.
+
+Op een behoorlijken afstand gekomen wierp hij zijn werktuig twee voet
+boven den grond in een waterpasse rigting vooruit. Zoo doorliep dat
+wapen een afstand van omtrent veertig voet; zonder den grond te raken
+sprong het daarop plotseling met een regten hoek op, steeg honderd voet
+hoog, trof doodelijk een dozijn vogels, en viel eindelijk, een kromme
+lijn beschrijvende, neder aan de voeten des jagers.
+
+Glenarvan en zijn gezelschap stonden verstomd; zij konden hun oogen niet
+gelooven.
+
+"Het is de "boomerang!" zeide Ayrton.
+
+"De boomerang!" riep Paganel, "de australiscbe boomerang!"
+
+En evenals een kind ging hij het zonderlinge werktuig oprapen "om te
+zien, hoe het er van binnen uitzag."
+
+Inderdaad mogt men denken, dat een inwendig mecanisme, een veer, die
+plotseling lossprong, deszelfs rigting veranderde. Maar dat was zoo
+niet.
+
+De boomerang bestond eenvoudig uit een stuk hard en krom hout, dat
+dertig tot veertig duim lang was. In het midden was hij omtrent drie
+duim dik, en zijn uiteinden liepen in spitse punten uit. Het holle
+gedeelte was zes strepen diep en het bolle had twee zeer scherpe randen.
+Het was even eenvoudig als onbegrijpelijk.
+
+"Dat is dan die beruchte boomerang!" zeide Paganel, na het zonderlinge
+werktuig oplettend bekeken te hebben. "Een stuk hout, anders niet.
+Waarom stijgt hij op een bepaald oogenblik van zijn waterpasse rigting
+omhoog om terug te keeren in de hand, die hem slingerde? De geleerden en
+de reizigers hebben dit verschijnsel nooit kunnen verklaren."
+
+"Zou het niet met hem hetzelfde geval zijn als met den hoepel, die op
+zekere wijze voortgedreven, op zijn uitgangspunt terugkomt?" vroeg John
+Mangles.
+
+"Of liever," voegde Glenarvan er bij, "een terugkeerende beweging,
+gelijk aan die van een biljartbal, die in een bepaalde rigting wordt
+voorgestooten?"
+
+"In het geheel niet," antwoordde Paganel. "In deze beide gevallen is er
+een steunpunt, dat de terugwerking bepaalt: de grond voor den hoepel, en
+het laken voor den bal. Maar hier is geen steunpunt, het werktuig raakt
+den grond niet aan, en toch stijgt het weder tot een aanzienlijke
+hoogte!"
+
+"Maar hoe verklaart gij dit feit dan, mijnheer Paganel?" vroeg lady
+Helena.
+
+"Ik verklaar het niet, mevrouw! ik bevestig het slechts; de uitwerking
+hangt zeker af van de manier, waarop de boomerang wordt geworpen en van
+zijn bijzondere inrigting. Maar dat werpen is nog een geheim van de
+Australiërs!"
+
+"Hoe het ook zij, het is toch zeer vernuftig ... voor apen," voegde lady
+Helena er bij, den majoor aanziende, die met een ongeloovig gezigt het
+hoofd schudde.
+
+Intusschen verliep de tijd en Glenarvan oordeelde, dat hij op zijn togt
+naar het oosten niet langer mogt verwijlen; hij wilde daarom de dames
+verzoeken den wagen weder te beklimmen, toen een wilde hard kwam
+aanloopen en met opgewondenheid eenige woorden sprak.
+
+"Ha! zij hebben kasuarissen gezien!" zeide Ayrton.
+
+"Wat! is er een jagt op til!" zeide Glenarvan.
+
+"Dat moeten we zien!" riep Paganel. "Dat zal wel aardig zijn! Misschien
+komt de boomerang er weer bij te pas."
+
+"Wat denkt gij er van, Ayrton?"
+
+"Het zal niet lang duren, mylord!" antwoordde de bootsman.
+
+De inboorlingen hadden geen oogenblik verzuimd. Kasuarissen te dooden is
+een buitenkansje voor hen. Dan is de stam voor eenige dagen van zijn
+onderhoud zeker. De jagers maken dan ook van al hun behendigheid gebruik
+om zulk een prooi te overmeesteren. Maar hoe kunnen zij een zoo vlug
+dier zonder geweren schieten en zonder honden inhalen? Dit was juist de
+belangrijke zijde van het schouwspel, dat Paganel hoopte bij te wonen.
+
+De ongehemmde kasuaris, door de inboorlingen "Moereuk" genoemd, is een
+dier, dat zeldzaam begint te worden in de vlakten van Australië. Die
+groote vogel, wel twee en een half voet hoog, heeft blank vleesch, dat
+veel overeenkomst heeft met dat van den kalkoen; op den kop draagt hij
+een hoornachtige plaat; zijn oogen zijn ligt bruin, zijn bek is zwart,
+en van boven naar beneden gebogen; aan zijn pooten heeft hij drie
+teenen, met sterke nagels gewapend; zijn vleugels zijn slechts stompen
+en kunnen hem niet dienen om te vliegen; zijn gevederte, om niet te
+zeggen zijn haar, is aan den hals en de borst donkerder van kleur. Maar
+al vliegt hij niet, hij loopt en kan het op een grasvlakte tegen het
+snelste paard opnemen. Alleen door list kan men hem dus vangen, en dan
+moet men nog heel listig sijn.
+
+Op het berigt van den inboorling verspreidden zich daarom een tiental
+Australiërs als een afdeeling scherpschutters. Het was op een liefelijke
+vlakte, waar de indigo in het wild groeide en den grond met haar bloemen
+blaauw kleurde. De reizigers hielden stand aan den zoom van een
+mimosa-bosch.
+
+Op de nadering der inlanders stond een half dozijn kasuarissen op, nam
+de vlugt en zette zich een mijl verder neder. Toen de jager van den stam
+zeker was van de plaats, waar zij zich bevonden, gaf hij een teeken aan
+zijn makkers om te blijven staan. Dezen gingen op den grond liggen,
+terwijl hij uit zijn net twee netjes aaneengenaaide kasuaris-huiden
+haalde en ze terstond aantrok. Met zijn regterarm, die boven zijn hoofd
+uitstak, bootste hij de houding van den kasuaris na, wanneer deze zijn
+voedsel zoekt.
+
+De inboorling kroop naar den troep; nu eens hield hij op, schijnbaar
+eenige zaden oppikkende; dan weder joeg hij het zand met zijn voeten op
+en hulde zich in een stofwolk. Al die bewegingen waren onverbeterlijk.
+Onnavolgbaar was deze nabootsing van de handelwijze van den kasuaris.
+Soms hief de jager een dof gebrom aan, dat den vogel zelven zou
+verschalkt hebben. Dit gebeurde dan ook. De wilde was spoedig in het
+midden van den zorgeloosen troep. Op eens slingerde zijn arm de knods en
+vijf van de zes kasuarissen vielen om hem heen.
+
+De jager had zijn doel bereikt, de jagt was afgeloopen.
+
+Nu namen Glenarvan, de reizigsters, het geheele gezelschap afscheid van
+de inboorlingen. De scheiding scheen hun niet zeer te spijten, Welligt
+deed de goede uitslag van de kasuarissen-jagt hun de voldoening van hun
+vraatzucht vergeten. Zij hadden niet eens de dankbaarheid van de maag,
+die bij de onbeschaafde volkeren en de dieren sterker is dan de
+dankbaarheid der harten.
+
+Dit mogt wezen zooals het wilde, in zekere omstandigheden kon men toch
+niet anders doen dan hun schranderheid en behendigheid te bewonderen.
+
+"Nu zult gij toch wel willen toegeven, waarde Mac Nabbs! dat de
+Australiërs geen apen zijn!" zeide lady Helena.
+
+"Omdat zij den gang van een dier volkomen nabootsen?" antwoordde de
+majoor. "Maar dat zou veeleer mijn stelling bevestigen!"
+
+"Schertsen is geen antwoorden," zeide lady Helena. "Ik verlang, majoor!
+dat gij uw gevoelen herroept."
+
+"Het zij zoo! ja, nichtje! of liever neen! De Australiërs zijn geen
+apen! Het zijn apen die Australiërs zijn!"
+
+"Welnu komaan!"
+
+"Herinner u maar eens, wat de negers beweren van het belangrijke ras der
+oerang-oetangs."
+
+"Wat beweren zij dan?" vroeg lady Helena.
+
+"Zij beweren," antwoordde de majoor, "dat de apen zwarten zijn evenals
+zij, maar slimmer: "Hij niet spreek om niet werk," zeide een neger, die
+jaloersch was op een tammen oerang-oetang, dien zijn meester den kost
+gaf, hoewel hij niets uitvoerde."
+
+
+
+
+XVII.
+
+De schatrijke veefokkers.
+
+
+Na een op 146°15' lengte rustig doorgebragten nacht zetten de reizigers
+den 6den Januarij, 's morgens ten zeven ure, hun togt door dit
+uitgestrekte district voort. Zij gingen onveranderlijk oostwaarts, en de
+indrukken hunner schreden vormden op de vlakte een zuiver regte lijn.
+Tweemaal ontmoetten zij sporen van squatters, die noordwaarts trokken,
+en dan zouden die verschillende indrukken in elkander verward geraakt
+zijn, als het paard van Glenarvan niet in het zand het merk van
+Black-point, kenbaar aan een klaverblad, had achtergelaten.
+
+Soms slingerden riviertjes in grillige bogten door de vlakte, wier
+oevers met palm begroeid waren en die van tijd tot tijd uitdroogden. Zij
+ontsprongen op de helling der "Buffalos Ranges," een keten van
+middelmatige bergen, wier schilderachtige toppen aan den gezigteinder
+een golvende lijn vormden.
+
+Men besloot daar den nacht door te brengen. Ayrton zette zijn ossen wat
+aan, en na dien dag vijf en dertig mijlen te hebben afgelegd, kwamen de
+trekdieren een weinig vermoeid ter bestemder plaatse aan. De tent werd
+onder groote boomen opgeslagen; de avond was gevallen, het eten werd
+spoedig gebruikt. Men dacht zelfs, na zulk een marsch, minder aan eten
+dan aan slapen.
+
+Paganel, die het eerst aan de beurt lag om de wacht te houden, ging niet
+liggen, maar waakte met het geweer op schouder over de legerplaats,
+onophoudelijk op en neer loopende om zich den slaap uit de oogen te
+houden.
+
+Hoewel de maan niet scheen, was de nacht toch tamelijk helder door den
+glans der australische sterrebeelden. De geleerde vermaakte zich met het
+lezen in dat groote, altijd opgeslagen boek van het uitspansel, dat zoo
+belangrijk is voor een ieder, die het weet te verstaan. De diepe stilte
+der in rust verzonken natuur werd alleen afgebroken door het gerammel
+der kluisters aan de pooten der paarden.
+
+Paganel liet dus zijn sterrekundige overpeinzingen den vrijen loop en
+hield zich meer bezig met de dingen des hemels dan met de dingen der
+aarde, toen een verwijderd geluid hem uit zijn droomen opwekte.
+
+Hij luisterde scherp toe, en tot zijn groote verbazing meende hij den
+klank van een piano te hooren; eenige snel achtereenvolgend aangeslagen
+accoorden deden hun trillende toonen tot hem komen. Hij kon zich er niet
+in vergissen.
+
+"Een piano in de woestijn!" zeide Paganel bij zich zelven. "Dat is iets,
+wat ik nooit zal gelooven!"
+
+Het was dan ook heel vreemd, en Paganel wilde liever gelooven, dat de
+een of andere zonderlinge australische vogel de toonen van een Pleyel of
+een Bernhard nabootste, zooals andere het geluid van een klok en van
+schaarslijpers nabootsen.
+
+Maar nu bereikte de klank van een zuivere, welluidende stem zijn oor.
+Bij den pianospeler kwam ook nog een zanger. Paganel luisterde, maar
+wilde het nog niet gelooven. Na eenige oogenblikken moest hij echter de
+heerlijke aria herkennen, die hij hoorde.
+
+Het was _Il mio tesoro tanto_ uit den _Don Juan_.
+
+"Drommels!" dacht de aardrijkskundige, "hoe vreemd de australiscbe
+vogels ook zijn, en al waren het de muzikaalste papegaaijen van de
+wereld, een opera van Mozart kunnen zij toch niet zingen!"
+
+Vervolgens luisterde hij tot het einde toe naar die verhevene ingeving
+van den grootsten aller meesters. De uitwerking dier liefelijke melodie,
+voortgedragen door een helderen nacht, was onbeschrijfelijk. Paganel
+bleef een geruimen tijd onder den invloed dier onuitsprekelijke
+betoovering; vervolgens zweeg de stem, en het werd weder stil.
+
+Toen Wilson Paganel kwam aflossen, vond hij hem in diep nadenken
+verzonken. Paganel zeide er den matroos niets van. Hij nam voor
+Glenarvan den volgenden morgen van die bijzonderheid kennis te geven, en
+kroop in zijn tent onder de dekens.
+
+'s Anderendaags werd het geheele gezelschap wakker gemaakt door een
+onverwacht geblaf. Glenarvan stond dadelijk op. Twee prachtige
+speurhonden, hoog op de pooten, heerlijke modellen van den staanden hond
+van engelsch ras, sprongen rond aan den zoom van een boschje. Toen de
+reizigers naderden, keerden zij luid blaffende onder de boomen terug.
+
+"Er is zeker een station in deze woestijn," zeide Glenarvan, "en ook
+jagers; want dat zijn immers jagthonden?"
+
+Paganel opende reeds den mond om te vertellen, wat hem in den afgeloopen
+nacht wedervaren was, toen twee jonge lieden verschenen, gezeten op twee
+voortreffelijke paarden van echt bloed, echte jagtpaarden.
+
+De beide heeren in een sierlijk jagtgewaad gekleed, hielden hun paarden
+in op het gezigt van het kleine gezelschap, dat op de wijze der
+Zigeuners gelegerd was. Zij schenen zich af te vragen, wat de
+tegenwoordigheid van gewapende lieden te dezer plaatse beduidde, toen
+zij de reizigsters ontdekten, die uit den wagen klommen.
+
+Dadelijk stapten zij van hun paard en gingen haar met den hoed in de
+hand te gemoet.
+
+Lord Glenarvan ging naar hen toe, en als vreemdeling deelde hij hun zijn
+naam en rang mede. De jongelieden bogen en een hunner, de oudste, zeide:
+
+"Mylord! willen deze dames, uw gezelschap en gij ons de eer aandoen ten
+onzent wat uit te rusten?"
+
+"Mijneheeren?..." zeide Glenarvan.
+
+"Michel en Sandy Patterson, eigenaars van Hottam-station. Gij zijt reeds
+op onze goederen, en behoeft geen kwartmijl ver te gaan."
+
+"Mijneheeren!" antwoordde Glenarvan, "ik zou niet gaarne misbruik maken
+van de gastvrijheid, die gij ons zoo vriendelijk aanbiedt...."
+
+"Mylord!" hernam Michel Patterson, "door onze uitnoodiging aan te nemen
+doet gij een dienst aan arme ballingen, die zich gelukkig zullen achten
+de eer der woestijn bij u op te houden."
+
+Glenarvan boog ten teeken van toestemming.
+
+"Mijnheer!" zeide nu Paganel, zich tot Michel Patterson rigtende, "als
+het niet onbeleefd is, wenschte ik u wel te vragen of gij gisteren die
+aria van den goddelijken Mozart hebt gezongen?"
+
+"Ja, mijnheer!" antwoordde de heer, "en mijn neef Sandy begeleidde mij."
+
+"Welnu, mijnheer!" hervatte Paganel, "neem dan de welgemeende
+loftuitingen aan van een Franschman, een hartstogtelijk bewonderaar van
+die muziek."
+
+Paganel gaf den jongen heer de hand, die haar hartelijk drukte.
+Vervolgens wees Michel Patterson regtsaf den weg, dien zij moesten
+inslaan. De paarden werden achtergelaten onder toezigt van Ayrton en de
+matrozen. Dus gingen de reizigers al pratende en bewonderende onder
+geleide van de beide jonge lieden te voet naar het woonhuis van
+Hottam-station.
+
+Het was inderdaad een prachtige inrigting, die even streng in orde
+gebonden werd als een engelsch park. Onmetelijke weiden, door grijze
+hekken ingesloten, strekten zich uit zoover het oog reikte. Daar
+graasden duizenden runderen en millioenen schapen. Talrijke herders en
+nog talrijker honden bewaakten dat drukke leger. Het geloei en geblaat
+vermengde zich met het geblaf der honden en het geklap der zweepen.
+
+In het oosten stuitte de blik op een rand van "myalls" en gomboomen,
+waarboven de statige kruin van den Hottam-berg ter hoogte van zeven
+duizend vijf honderd voet uitstak. Naar alle kanten liepen lange lanen
+van boomen met altijd blijvende bladeren. Hier en daar waren plekken
+bezet met digt kreupelhout van "grasstrees", tien voet hooge heesters,
+die wel iets hadden van den dwergpalm, en wier top zich verschool in een
+menigte smalle lange bladeren. De lucht was doortrokken van de geuren
+der munt-laurierboomen, wier witte bloemruikers, die juist in vollen
+bloei stonden, de fijnste en welriekendste geuren uitwasemden.
+
+Bij de liefelijke groepen dier inlandsche boomen voegden zich de
+voortbrengselen, uit de europeesche landen hierheen gebragt. De perzik,
+de peer, de appel, de vijg, de oranjeboom, zelfs de eik, werd door de
+reizigers met een luid hoera! begroet, en zoo het hen niet zeer
+verwonderde in de schaduw der boomen uit hun land te wandelen, dan werd
+hun verbazing toch opgewekt op het gezigt der vogels, die in de takken
+rondhuppelden, de satijn-vogels met hun zijdeachtige vederen en de
+zijdevogels half in goud en zwart fluweel gekleed.
+
+Onder anderen viel hun voor de eerste maal het voorregt te beurt den
+liervogel te bewonderen, wiens staart de gedaante heeft van het
+liefelijk speeltuig van Orpheus. Hij ontvlood tusschen de boomvormige
+varens, en als zijn staart tegen de takken sloeg, verwonderde men zich
+haast die welluidende accoorden niet te hooren, waarmede Amphion zich
+opwekte om de muren van Thebe te herbouwen. Paganel had lust om er op te
+spelen.
+
+Lord Glenarvan vergenoegde zich echter niet met de bewondering dier
+tooverachtige wonderen van die oase in het midden der australiscbe
+woestijn. Hij luisterde tevens naar het verhaal der jonge heeren. In
+Engeland, in het hart zijner beschaafde gewesten zou elke nieuw
+aangekomene terstond aan zijn gastheer verteld hebben, vanwaar hij kwam
+en waarheen hij ging. Maar hier meenden Michel en Sandy Patterson
+kieschheidshalve verpligt te zijn zich bekend te maken aan de reizigers,
+wien zij gastvrijheid aanboden. Zij vertelden dus hun geschiedenis.
+
+Het was die van alle schrandere en werkzame jonge Engelschen, die niet
+gelooven, dat de rijkdom vrijstelt van den arbeid. Michel en Sandy
+Patterson waren zoons van een bankier te Londen. Toen zij twintig jaar
+oud waren, had het hoofd van hun geslacht gezegd: "Ziedaar eenige
+millioenen, jongelieden! Gaat naar de een of andere afgelegene kolonie;
+zet er een nuttige zaak op; put uit den arbeid kennis van het leven.
+Slaagt gij, des te beter. Slaagt gij niet, dan is er nog niets bedorven;
+wij zullen de millioenen niet beklagen, die u gediend zullen hebben om
+mannen te worden." De twee jongelingen gehoorzaamden. Zij kozen in
+Australië de provincie Victoria om er de banknoten huns vaders te
+zaaijen en behoefden er geen spijt van te hebben. Na verloop van een
+jaar of drie bloeide de onderneming.
+
+In de provinciën Victoria, Nieuw-Zuid-Wales en Zuid-Australië telt men
+meer dan drie duizend stations, sommigen bewoond door de squatters, die
+zich op veefokkerij toeleggen; anderen door kolonisten, wier
+hoofdbedrijf de landbouw is. Tot aan de komst der beide jonge Engelschen
+was de voornaamste inrigting van dien aard die van den heer Jamieson,
+die een oppervlakte van honderd mijlen besloeg, met een strook lands van
+vijf en twintig mijlen aan de Paroo, een der zijtakken van de Darling.
+
+Thans won het station Hottam het in oppervlakte en aanzien. De beide
+jongelieden waren veefokkers en landbouwers te gelijk. Zij bestuurden
+met buitengewone bekwaamheid, en wat nog moeijelijker is, met ongemeen
+beleid hun verbazende eigendommen.
+
+Zooals men ziet, lag dit station op een grooten afstand van de
+voornaamste steden, midden in de weinig bezochte woestijnen der Murray.
+Het besloeg de ruimte tusschen 146°48' en 147°, dat wil zeggen een
+streek lands van vijf uren in het vierkant, gelegen tusschen de
+Buffalos-Ranges en den Hottam-berg. In de beide hoeken in het noorden
+van dat ontzaggelijk vierkant verrezen ter linkerzijde de Aberdeen-berg,
+ter regter de toppen van den High-Barven. Er was geen gebrek aan helder
+en kronkelend water, wegens de stroompjes en takken van de Ovens-rivier,
+die noordwaarts in de Murray valt. Veeteelt en landbouw slaagden ook
+beiden evenzeer. Vijf duizend bunders uitstekend bebouwd en bewerkt land
+bragten zoowel inlandsche als vreemde gewassen voort, terwijl
+verscheidene millioenen dieren in de grazige weiden vet werden gemaakt.
+De voortbrengselen van Hottam-station werden dan ook tot hooge prijzen
+op de markten van Castlemaine en Melbourne afgezet.
+
+Dit een en ander hadden Michel en Sandy Patterson van hun werkzaam leven
+verteld, toen de woning aan het uiteinde van een laan van kasuarboomen
+zigtbaar werd.
+
+Het was een aardig van hout en steen opgetrokken gebouw, verscholen
+tusschen boschjes emerophilis. Het had den sierlijken vorm van een
+zwitsersch huis, en een veranda, waaraan chineesche lampen hingen, liep
+als een antiek impluvium langs de muren. Voor de vensters hingen
+veelkleurige kleeden, die in bloei schenen te staan. Niets is
+sierlijker, niets is streelender voor het oog, maar ook niets
+geriefelijker. Op de grasperken en tusschen de boomen rondom het huis
+stonden bronzen kandelabers met sierlijke lantaarns; 's avonds werd dit
+geheele park met witte gasvlammen verlicht, dat uit een kleinen
+gazometer kwam, die tusschen prieeltjes van myalls en boomvormige varens
+verscholen was.
+
+Overigens zag men geen arbeiderswoningen, stallen noch lootsen, niets
+van hetgeen eene hoeve kenmerkt. Al die bijgebouwen,--die wel een dorp
+mogten genoemd worden, bestaande uit meer dan twintig hutten en
+huizen,--lagen een kwartmijl van het huis af in een klein dal.
+Telegraafdraden bragten het dorp in regtstreeksche gemeenschap met het
+heerenhuis. Ver van het gedruisch verwijderd scheen dit gebouw geheel op
+zich zelven te staan in een bosch van vreemde boomen.
+
+Weldra, was men aan het einde der laan van casuars; een kleine bijzonder
+fraaije ijzeren brug, over een kabbelend stroompje geslagen, verleende
+den toegang tot het afgesloten park. Men ging ze over. Een deftige
+opzigter ontving de reizigers; de deuren werden geopend, en de gasten
+van Hottam-station betraden de prachtige vertrekken in dit omkleedsel
+van steen en bloemen.
+
+Hier vertoonde zich aan hun oog al de weelde van een kunstlievenden en
+rijken bewoner: door een groote zaal met vijf vensters kwam men in de
+voorkamer, versierd met stukadoorwerk, dat allerlei landbouw- en
+jagtgereedschap voorstelde. Dat de bewoners een fijnen smaak hadden voor
+kunsten en gemak, bewezen een piano bedekt met oude en nieuwe
+muziekstukken, schildersezels met schetsen, voetstukken met marmeren
+beelden versierd, eenige schilderijen van vlaamsche meesters aan de
+wanden, prachtige en mollige tapijten, behangsels, die bevallige
+tooneelen uit de fabelleer voorstelden, een antieke lichtkroon aan de
+zoldering, kostbaar porselein, dure en smaakvolle pulletjes, duizend
+kostbare en broze kleinigheden, die men in geen australische woning zou
+gezocht hebben. Alles wat behagelijk was, alles wat het onaangename
+eener vrijwillige ballingschap kon verzachten, alles wat de herinnering
+aan europeesche gewoonten levendig kon houden, was in die tooverachtige
+zaal bijeen. Men zou bijna meenen in een vorstelijk lustslot in
+Frankrijk of Engeland te zijn.
+
+Door het fijne doek der vijf venstergordijnen viel een zacht licht, dat
+reeds getemperd was door de halfschaduw der veranda. Lady Helena stond
+verrukt, toen zij naderbij kwam. Van deze zijde beheerschte de woning
+een breed dal, dat zioh tot aan den voet der oostelijke bergen
+uitstrekte. De afwisseling van weiden en bosschen, eenige groote opene
+plekken hier en daar, de zacht glooijende heuvels, de hoogten en laagten
+van dien oneffen bodem, alles te zamen vormde een onbeschrijfelijk
+tooneel. Geen andere streek ter wereld kon met deze vergeleken worden,
+zelfs niet het zoo beroemde Paradijs-dal op de noorweegsche grenzen van
+Tellemarken. Dat uitgestrekte panorama, met zijn afwisseling van groote
+donkere en lichte plekken, veranderde ieder uur naarmate de zon hooger
+rees. De verbeelding kon zich niets heerlijkers scheppen, en dat
+liefelijk gezigt voldeed aan al de eischen van het oog.
+
+Intusschen was er op bevel van Sandy Patterson in de ijl door den
+hofmeester van het station een ontbijt gereed gemaakt, en geen kwartier
+was er na hun aankomst verloopen, of de reizigers zaten reeds aan een
+tafel, die ruimschoots van alles voorzien was. De spijzen en wijnen
+lieten niets te wenschen over; maar het aangenaamste bij al die
+verfijnde weelde was de vreugde der twee jonge squatters, die zich
+gelukkig achtten onder hun dak zulk een onthaal te kunnen aanbieden.
+
+Het duurde ook niet lang, of zij waren bekend met het doel van den togt,
+en stelden een levendig belang in de nasporingen van Glenarvan. Ook
+gaven zij goede hoop aan de kinderen van den kapitein.
+
+"Harry Grant," zeide Michel, "is stellig in de handen der inboorlingen
+gevallen, anders zou hij wel in de nederzettingen aan de kust gekomen
+zijn. Hij was zich zijn toestand volkomen bewust, dat bewijst het
+document, en nu hij niet de een of andere engelsche kolonie bereikt
+heeft, moet hij, zoodra hij aan land kwam, door de wilden gevangen zijn
+genomen."
+
+"Datzelfde lot is ook zijn bootsman Ayrton wedervaren," antwoordde John
+Mangles.
+
+"Maar hebt gij nooit van de ramp van _Britannia_ hooren spreken,
+heeren?" vroeg lady Helena.
+
+"Nooit, mevrouw!" antwoordde Michel.
+
+"En hoe denkt gij, dat kapitein Grant, de gevangene der Australiërs,
+behandeld wordt?"
+
+"De Australiërs zijn niet wreed, mevrouw!" antwoordde de jonge squatter,
+"en miss Grant kan dienaangaande gerust zijn. Er zijn talrijke
+voorbeelden bekend van de zachtheid van hun karakter, en sommige
+Europeanen hebben lang onder hen verkeerd, zonder reden te hebben om
+zich over hun onbeschoftheid te beklagen."
+
+"King onder anderen," zeide Paganel, "de eenige van het gezelschap van
+Burke, die er het leven van heeft afgebragt."
+
+"Die stoute reiziger is niet de eenige," hernam Sandy; "maar ook een
+engelsch soldaat, Buckley geheeten, die in 1808 op de kust uit Port
+Philip ontsnapt zijnde, door de inboorlingen werd opgenomen en drie en
+dertig jaar onder hen leefde."
+
+"En na dien tijd," voegde Michel Patterson er bij, "berigtte ons een der
+laatste nommers van de _Australasian_, dat een zekere Morrill onder zijn
+landgenooten is teruggekeerd na een slavernij van zestien jaren. De
+geschiedenis van den kapitein zal wel dezelfde wezen als de zijne; want
+juist ten gevolge van de schipbreuk der _Péruvienne_ in 1846 werd hij
+door de inboorlingen gevangen genomen en naar het binnenland gesleept.
+Dus houd ik het er voor, dat gij moet blijven hopen."
+
+Deze woorden gaven den hoorders van den jongen squatter veel vreugde.
+Zij bevestigden de inlichtingen, die Paganel en Ayrton vroeger gegeven
+hadden.
+
+Toen de dames van tafel waren opgestaan, werd er over de gedeporteerden
+gesproken. De squatters waren bekend met de ramp van Camden-brug, maar
+de tegenwoordigheid van een bende vlugtelingen boezemde hun geen
+ongerustheid in. Die boosdoeners zouden zich wel wachten een station aan
+te vallen, dat door meer dan honderd mannen bewoond werd. Ook was het
+niet waarschijnlijk, dat zij zich in die woestijnen van de Murray zouden
+wagen, waar zij niets uitrigten konden, noch in de rigting der koloniën
+van Nieuw-Wales, waar de wegen zeer goed bewaakt worden. Ayrton was van
+hetzelfde gevoelen.
+
+Lord Glenarvan mogt het verzoek van zijn vriendelijke gastheeren om dien
+geheelen dag op Hottam-station door te brengen, niet afslaan. Het was
+een oponthoud van twaalf uren, dat een rustdag werd; paarden en ossen
+zouden zeker van hun vermoeienissen goed uitrusten in de goed ingerigte
+stallen van het station.
+
+Dit bleef dus bepaald, en de beide jongelieden stelden hun gasten een
+plan om den dag door te brengen voor, dat gaarne werd aangenomen.
+
+Ten twaalf ure trappelden zeven sterke jagtpaarden voor de deuren der
+woning. Een sierlijk rijtuig met vier paarden bespannen en voor de dames
+bestemd, gaf den koetsier gelegenheid om zijn bedrevenheid te toonen in
+het moeijelijke rijden met vier paarden. Door jagers voorafgegaan en met
+uitstekende jagtgeweren gewapend, stegen de ruiters te paard en
+galoppeerden naast het rijtuig, terwijl prachtige jagthonden vrolijk in
+het kreupelhout blaften.
+
+Vier uren besteedde de jagtstoet met het doorkruisen van al de lanen van
+dit park, dat zoo groot was als een kleine duitsche staat.
+Reuss-Schleitz of Saksen-Coburg-Gotha konden er wel geheel in liggen.
+Vond men er al niet zooveel inwoners, de schapen waren er daarentegen
+des te talrijker. En wat het wild betreft, een leger van drijvers zou er
+niet meer hebben kunnen opjagen onder bereik van de kogels der jagers.
+Weldra hoorde men dan ook een onafgebrokene reeks van losbrandingen, die
+zeer verontrustend waren voor de vreedzame bewoners der bosschen en
+vlakten. De jonge Robert deed wonderen aan de zijde van majoor Mac
+Nabbs. Ondanks de waarschuwingen zijner zuster was die vermetele knaap
+altijd vooraan en het eerst in het vuur. Maar John Mangles beloofde op
+hem te passen, hetgeen Mary Grant geruststelde.
+
+Bij die drijfjagt doodde men eenige daar te lande thuis behoorende
+dieren, die Paganel nog alleen bij name kende: onder anderen de "wombat"
+en de "bandicoot."
+
+De wombat (buidel-mormeldier) ia een plantetend dier, dat holen graaft
+evenals de das; hij is zoo groot als een schaap en zijn vleesch is
+lekker.
+
+De bandicoot is een andere soort van buideldier, nog roofzieker dan de
+europeesche vos en kan dezen wel een lesje geven in het plunderen van
+hoenderhokken. Dit dier, dat een vrij afzigtelijk voorkomen heeft, en
+anderhalve voet lang is, viel onder de kogels van Paganel, die het uit
+jagers-eigenliefde bekoorlijk vond. "Een aanbiddelijk dier," zeide hij.
+
+Onder andere belangrijke stukken schoot Robert heel handig een "dasyure
+viverrin," een soort van kleinen vos, wiens zwarte pels met witte
+vlekken evenveel waard is als die van den marter, en een paar
+buidelratten, die zich in het digte gebladerte der groote boomen
+verscholen.
+
+Maar van al die groote feiten was zonder tegenspraak een kangoeroe-jagt
+het belangrijkste. Tegen vier ure joegen de honden een troep van die
+zonderlinge buideldieren op. De kleinen kropen haastig in den buidel
+hunner moeder, en allen vlugtten in een rij achter elkander.
+Allervreemdst zijn de verbazende sprongen van den kangoeroe
+(springhaas), wiens achterpooten, tweemaal zoo lang als de voorpooten,
+als een veer losspringen.
+
+Aan het hoofd der vlugtelingen was een mannetje van vijf voet hoog, een
+prachtig model van de "macropus giganteus," een "oud man," zooals de
+houthakkers zeggen.
+
+Over een lengte van vier tot vijf mijlen werd de jagt ijverig
+voortgezet. De kangoeroes werden niet moede, en de honden, die niet
+zonder reden hun sterken, met een scherpen nagel gewapenden poot
+vreezen, pasten wel op ze niet te digt te naderen. Maar eindelijk
+uitgeput door den snellen loop, hield de troep stand en ging de "oude
+man" tegen een boomstam leunen, gereed om zich te verdedigen. Een der
+jagthonden, die zijn vaart nog niet had kunnen stuiten, kwam in zijn
+nabijheid. Een oogenblik daarna werd de arme hond in de hoogte
+geslingerd en hingen hem de ingewanden uit het lijf.
+
+Het bleek, dat zelfs de geheele troep honden niet opgewassen was tegen
+die sterke buideldieren. Men moest dus tot schieten overgaan, en alleen
+de kogels konden het reusachtige dier vellen.
+
+Weinig scheelde het of Robert was het slagtoffer geweest van zijn
+onvoorzigtigheid. Om zeker van zijn schot te zijn, naderde hij den
+kangoeroe zoo digt, dat deze met een sprong opvloog. Robert viel. Een
+angstkreet klonk. Uit haar rijtuig strekte Mary Grant van ontsteltenis
+sprakeloos en met verduisterde oogen de handen naar haar broeder uit.
+Niet een van de jagers durfde op het dier schieten; want hij kon ook den
+knaap treffen.
+
+Daar stormde op eens John Mangles, eigen gevaar niet achtende, met zijn
+hartsvanger op den kangoeroe los en trof het dier in het hart. Zijn kop
+werd afgehouwen en Robert stond ongedeerd op. Een oogenblik later lag
+hij in de armen zijner zuster.
+
+"Ik dank u, mijnheer John! ik dank!" zeide Mary Grant, terwijl zij den
+jongen kapitein haar hand toestak.
+
+"Ik stond borg voor hem," antwoordde John Mangles de bevende hand van
+het meisje vattende.
+
+Dit voorval maakte een einde aan de jagt. De troep buideldieren was
+uiteengegaan na den dood van den aanvoerder, wiens huid naar de woning
+werd medegenomen. Het was nu 's avonds zes ure. Een prachtig middagmaal
+wachtte de jagers. Onder andere spijzen viel een bouillon van
+kangoeroe-staarten, op de wijze der inlanders gereedgemaakt, bijzonder
+in den smaak.
+
+Na bij het nageregt ijs en sorbet gebruikt te hebben, gingen de gasten
+in de zaal. De avond werd aan de muziek gewijd. Lady Helena, die zeer
+goed piano speelde, stelde haar talent ter beschikking van de squatters.
+Michel en Sandy Patterson zongen met veel smaak stukjes ontleend aan de
+nieuwste werken van Gounod, Massé, Félicien David, en zelfs van dat
+onbegrepen genie, Richard Wagner.
+
+Ten elf ure werd thee rondgediend; ze was met die engelsche volmaaktheid
+gezet, die geen ander volk kan evenaren. Op verlangen van Paganel, die
+eens australische thee wilde drinken, bragt men hem een drank, zoo zwart
+als inkt, een kan water, waarin een half pond thee vier uren lang
+gekookt had. Paganel trok wel een leelijk gezigt, maar verklaarde toch,
+dat die drank heerlijk smaakte.
+
+Te middernacht werden de gasten naar luchtige en gemakkelijk ingerigte
+vertrekken gebragt, waar zij konden droomen van de genoegens van dien
+dag.
+
+Met het krieken van den dag namen zij afscheid van de twee jeugdige
+squatters. Na veel dankbetuigingen en de stellige belofte, dat ze
+elkander in Europa op het kasteel Malcolm zouden wederzien, scheidden
+zij. De wagen zette zich weder in beweging, reed om den voet van den
+berg Hottam, en weldra verdween het huis als een droombeeld uit de oogen
+der reizigers. Nog vijf mijlen ver reden zij over den grond van het
+station. Eerst ten negen ure hadden zij het laatste hek achter den rug
+en nu drong het kleine gezelschap in de bijna onbekende gewesten van de
+provincie Victoria.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+De australische Alpen.
+
+
+Een ontzaggelijke slagboom versperde in het zuid-oosten den weg. Het was
+de keten der australische Alpen, een groote verdedigingslijn, wier
+grillige gordijnen zich over een lengte van vijftien honderd mijlen
+uitstrekken, en de wolken op een hoogte van vier duizend voet stuiten.
+
+De betrokken lucht was oorzaak, dat de warmte eerst getemperd door den
+digten sluijer der dampen den grond bereikte. De temperatuur was dus
+dragelijk, maar de togt over den hoogst ongelijken bodem zeer
+moeijelijk. Het rijzen van den bodem werd telkens zigtbaarder. Hier en
+daar vertoonden zich eenige heuvels, met jonge groene gomboomen beplant.
+Verderop vormden die sterk in het oog loopende hoogten de voorloopers
+der groote Alpen. Aanhoudend moest men stijgen, hetgeen vooral zigtbaar
+was aan de krachtsinspanning der ossen, wier juk kraakte door het
+trekken van den zwaren wagen; zij hijgden en de spieren hunner pooten
+stonden zoo gespannen, dat ze dreigden te breken. De planken van het
+voertuig kraakten door het zware stooten, hetgeen Ayrton, hoe bekwaam
+hij ook was, niet kon voorkomen. De dames schikten zich gewillig in haar
+lot.
+
+John Mangles en zijn beide matrozen waren eenige honderden schreden
+vooruit om den weg te verkennen; zij kozen de begaanbare wegen, om niet
+te zeggen de engten, want al die bulten van den bodem waren evenveel
+klippen, waartusschen de wagen het beste vaarwater moest kiezen. Het was
+dus een echte zeereis over die deinende gronden.
+
+De taak was moeijelijk, soms gevaarlijk. Menigmaal moest Wilson met zijn
+bijl een doortogt banen door digte heesterboschjes. De kleiachtige en
+vochtige bodem zonk weg onder hun voeten. De weg werd verlengd door
+duizend omwegen, die onoverkomelijke hinderpalen, hooge granietblokken,
+diepe holle wegen, gevaarlijke ondiepten hen noodzaakten te maken. Tegen
+den avond waren zij dan ook naauwelijks een halven graad gevorderd. Men
+legerde zich aan den voet der Alpen, aan den oever der kreek Cobongra,
+aan den zoom eener kleine vlakte met vier voet hooge heesters bedekt,
+wier ligt roode bladeren het oog streelden.
+
+"Er staan ons nog heel wat moeijelijkheden te wachten," zeide Glenarvan
+met het oog op de bergketen, wier schaduwbeeld reeds verdween in de
+duisternis van den nacht. "Alpen! die naam geeft stof tot denken!"
+
+"Daar valt wel wat op af te dingen," antwoordde hem Paganel. "Gij moet
+niet denken, waarde Glenarvan! dat een geheel Zwitserland voor ons ligt.
+Er zijn in Australië Grampians, Pyreneën, Alpen, Blaauwe bergen, evenals
+in Europa en Amerika, maar in het klein. Dat bewijst alleen, dat de
+verbeeldingskracht der aardrijkskundigen niet onuitputtelijk is, of dat
+de taal der eigennamen zeer arm is."
+
+"Die australische Alpen dus?..." vroeg lady Helena.
+
+"Zijn bergen, die wij wel in onzen zak kunnen steken," antwoordde
+Paganel. "Wij zullen er over zijn, voor wij het weten."
+
+"Zeg _ik_ in plaats van _wij_!" zeide de majoor. "Wel moet men een
+verstrooid man wezen om een bergketen over te trekken, zonder het te
+merken."
+
+"Verstrooid!" riep Paganel. "Maar ik ben niet verstrooid meer. Ik beroep
+mij op deze dames. Heb ik niet mijn woord gehouden van het oogenblik af,
+dat ik den voet op het vastland heb gezet? Heb ik een enkele
+verstrooidheid begaan? Heeft men mij een enkele dwaling te verwijten?"
+
+"Geen enkele, mijnheer Paganel!" zeide Mary Grant. "Gij zijt thans de
+volmaaktste aller mannen."
+
+"Al te volmaakt!" voegde lady Helena er lagchend bij. "Uw verstrooidheid
+stond u zoo goed."
+
+"Niet waar, mevrouw?" antwoordde Paganel. "Wanneer ik geen gebrek meer
+heb, zal ik een man worden als ieder ander. Daarom hoop ik maar, dat ik
+spoedig de een of andere dwaasheid zal begaan, waarover gij hartelijk
+zult lagchen. Ziet ge, wanneer ik mij niet vergis, komt het mij voor,
+dat mij iets ontbreekt."
+
+In weerwil van de verzekeringen van den goedgeloovigen aardrijkskundige
+kostte het den volgenden dag, den 9den Januarij, het kleine gezelschap
+verbazend veel moeite om in de Alpen door te dringen. Op goed geluk af
+moest men voortgaan en zich in naauwe en diepe kloven wagen, die wel
+eens zonder uitgang konden zijn.
+
+Ayrton zou zeker in groote verlegenheid geweest zijn, als hij niet
+onverwachts na een uur op weg geweest te zijn een herberg, een ellendige
+kroeg had aangetroffen op een der bergpaden.
+
+"Drommels," riep Paganel, "de kastelein van deze tapperij zal hier ook
+geen fortuin maken! Welk nut kan hij hier doen?"
+
+"Ons de noodige aanwijzingen geven nopens den weg," antwoordde
+Glenarvan. "Wij zullen eens binnengaan."
+
+Door Ayrton gevolgd overschreed Glenarvan den drempel der herberg. De
+kastelein uit "de herberg in het bosch,"--zooals op het uithangbord
+stond te lezen,--was een ruwe kerel met een terugstootend uiterlijk, die
+zeker zelf de beste klant was voor de jenever, brandewijn en whisky van
+zijn kroeg. Hij zag zelden iemand anders dan reizende squatters of
+eenige veedrijvers.
+
+Hij antwoordde tamelijk norsch op de vragen, die hem gedaan werden. Maar
+zijn antwoorden waren toch voldoende om Ayrton op den regten weg te
+brengen. Glenarvan betaalde den kastelein eenige kroonen voor zijn
+gedane moeite, en wilde de herberg weder uitgaan, toen een op den muur
+geplakte verordening zijn aandacht trok.
+
+Het was een kennisgeving van de koloniale politie. Ze berigtte de
+ontsnapping der gedeporteerden uit Perth, en stelde een prijs op het
+hoofd van Ben Joyce. Honderd pond sterling werden uitgeloofd aan
+dengenen, die hem in handen der politie zou leveren.
+
+"Die ellendeling verdient ten volle de galg," zeide Glenarvan tegen den
+bootsman.
+
+"En het is de moeite waard hem te pakken!" antwoordde Ayrton. "Honderd
+pond! Een heele som! Hij is zooveel niet waard."
+
+"Ik vertrouw dien kastelein maar half, ondanks zijn verordening," voegde
+Glenarvan er bij.
+
+"Ik ook niet," antwoordde Ayrton.
+
+Glenarvan en de bootsman begaven zich weder naar den wagen. Men rigtte
+zich naar het punt, waar de weg van Lucknow ophoudt. Daar slingerde
+bergop een naauw pad. Men begon te klimmen.
+
+De bestijging was uiterst moeijelijk. Meer dan eens stapten de dames en
+haar reismakkers af. Men was verpligt het lompe voertuig te helpen en
+voort te duwen, het dikwijls tegen te houden op gevaarlijke schuinten,
+de ossen af te spannen, die weinig nut konden doen bij de onverwachte
+krommingen van den weg, den wagen te remmen, die gevaar liep achteruit
+te rollen, en meer dan eens moest Ayrton de hulp der paarden inroepen,
+die reeds afgemat waren door de moeite, die zij moesten doen, om zelven
+zich op te hijschen.
+
+Kwam het door die aanhoudende vermoeijenis of door iets anders, maar
+dien dag bezweek een der paarden. Het viel op eens neder, zonder dat
+eenig voorteeken dit ongeluk had doen verwachten. Het was het paard van
+Mulrady, en toen deze het wilde overeind helpen, bleek het, dat het dood
+was.
+
+"Er is zeker een bloedvat bij dit dier gesprongen," zeide Glenarvan.
+
+"Denkelijk wel," antwoordde Ayrton.
+
+"Neem mijn paard, Mulrady!" voegde Glenarvan er bij, "ik ga bij lady
+Helena in den wagen."
+
+Mulrady gehoorzaamde, het kleine gezelschap zette zijn moeijelijke
+beklimming voort, en liet het lijk van het dier ter prooi aan de raven.
+
+De keten der australische Alpen is niet breed, nog geen acht mijlen.
+Wanneer dus de weg, door Ayrton gekozen, op de oostelijke helling
+uitliep, konden zij over twee dagen aan gene zijde van dien hoogen
+slagboom zijn. Dan waren er tot aan zee toe geen onoverkomelijke
+hinderpalen, geen moeijelijke wegen meer te wachten.
+
+Den 10den bereikten de reizigers het hoogste punt van den weg, omstreeks
+twee duizend voet. Zij waren op een ruim bergvlak, van waar zij een
+grooten omtrek konden overzien. In het noorden spiegelde het stille
+water van het Omeo-meer, dat van watervogels wemelde, en nog verder de
+uitgestrekte vlakten van de Murray. Ten zuiden strekten zich de
+grasrijke streken, de goudgronden en de hooge bosschen van Gippsland
+uit, dat nog in zijn natuurstaat scheen te verkeeren. Daar was de natuur
+nog meesteres over de voortbrengselen, over den loop der wateren, over
+de groote nog ongeschonden boomen, en durfden de squatters, die hier nog
+weinig in getal waren, niet met haar worstelen. Het scheen, dat deze
+Alpenketen twee verschillende landen scheidde, waarvan het eene zijn
+oorspronkelijke wildheid had behouden. De zon ging juist onder, en
+eenige stralen, die door de roodgekleurde wolken boorden, verhelderden
+de tinten van het district Murray. Gippsland daarentegen, achter den
+bergwand verscholen, was in het duister gehuld, en men zou gezegd
+hebben, dat de schaduw dit geheele transalpijnsche gewest in een vroegen
+nacht dompelde. De toeschouwers, tusschen die twee zoo scherp gescheiden
+landen geplaatst, voelden levendig die tegenstelling, en een zekere
+ontroering greep hen aan op het gezigt van dat bijna onbekende gewest,
+dat zij tot aan de grenzen van Victoria moesten doortrekken.
+
+De nacht werd op het bergvlak doorgebragt. Den volgenden morgen begon de
+afdaling, die vrij spoedig in haar werk ging. Een allergeweldigste
+hagelbui overviel de reizigers en dwong hen een schuilplaats onder
+rotsblokken te zoeken. Het waren geen hagelsteenen, maar echte stukken
+ijs, zoo groot als een hand, die uit de van onweer zwangere wolken
+vielen. Met een slinger had men ze niet met meer kracht kunnen werpen,
+en eenige zware kneuzingen deden Paganel en Robert begrijpen, dat ze
+zich uit de voeten moesten maken. De wagen werd op verscheidene plaatsen
+doorboord en weinige daken zouden bestand zijn geweest tegen den val
+dier scherpe stukken ijs, waarvan sommige in de stammen der boomen
+bleven vastzitten. Op straffe van gesteenigd te worden moest men het
+einde dier ontzettende bui afwachten. Ze hield omtrent een uur aan, en
+het gezelschap keerde weder naar de hellende rotsen terug, die nog
+glibberig waren van de smeltende hagelsteenen.
+
+Tegen den avond bereikte de wagen, wel zeer gehavend en op vele plaatsen
+losgeraakt, maar nog stevig rustende op zijn houten schijven, de laatste
+uitloopers der Alpen, bedekt met hooge alleenstaande pijnboomen. De
+engte liep uit op de vlakten van Gippsland. De Alpenketen was gelukkig
+overgetrokken, en de gewone toebereidselen voor het nachtverblijf werden
+gemaakt.
+
+Zoodra de zon den 12den opging werd de reis met nieuwen moed hervat. Een
+ieder wenschte vurig het doel te bereiken, dat wil zeggen de Stille
+Zuidzee, op dezelfde plek, waar de _Britannia_ vergaan was. Daar alleen
+kon met vrucht het spoor der schipbreukelingen gezocht worden, en niet
+in die woeste streken van Gippsland. Daarom drong Ayrton er ook op aan,
+dat lord Glenarvan bevel zou zenden aan de _Duncan_ om aan de kust te
+komen, ten einde alle middelen ter opsporing bij de hand te hebben.
+Zijns inziens moest men van den weg van Lucknow naar Melbourne gebruik
+maken. Later zou dat moeijelijk gaan; want er zou volslagen gebrek komen
+aan regtstreeksche gemeenschap met de hoofdstad.
+
+Die aanbevelingen van den bootsman hadden den schijn voor zich. Paganel
+ried aan er gevolg aan te geven. Hij meende ook, dat de aanwezigheid van
+het jagt in zulk een geval zeer nuttig kon zijn, en voegde er bij, dat
+men geen gemeenschap met Melbourne meer zou kunnen onderhouden, als men
+den weg van Lucknow over was.
+
+Glenarvan was besluiteloos, en misschien zou hij die bevelen, waarop
+Ayrton zoo bepaald aandrong, afgezonden hebben, als de majoor zich niet
+krachtig tegen dat besluit had verzet. Hij toonde aan, dat Ayrton niet
+gemist kon worden, dat hij bekend was met de kuststreek, dat, mogt het
+toeval de karavaan op het spoor van Harry Grant brengen, de bootsman
+beter dan iemand anders in staat zijn zou het te volgen, ten laatste dat
+hij alleen de plaats kon aangeven, waar de _Britannia_ was vergaan.
+
+Mac Nabbs stemde dus voor de voortzetting der reis, zonder iets aan het
+plan te veranderen. Hij vond een bondgenoot in John Mangles, die zijn
+gevoelen deelde. De jonge kapitein merkte zelfs op, dat de bevelen
+Zijner Edelheid gemakkelijker de _Duncan_ zouden bereiken, wanneer zij
+uit de Twofold-baai werden afgezonden, dan wanneer zij door
+tusschenkomst van een bode werden overgebragt, die twee honderd mijlen
+van een woest land zou moeten doortrekken.
+
+Deze meening behield de overhand. Er werd besloten, dat er niet
+gehandeld zou worden voor de Twofold-baai bereikt was. De majoor hield
+Ayrton in het oog, die zeer teleurgesteld scheen. Maar hij zeide er
+niets van, en volgens zijn gewoonte hield hij zijn gedachten voor zich.
+
+De vlakten, die zich aan den voet der australische Alpen uitstrekken,
+waren effen, met een geringe helling naar het oosten. Groote boschjes
+mimosa's en allerlei gomboomen braken hier en daar de eentoonige
+eenvormigheid af. De "gastrolobium grandiflorum" bedekte den bodem met
+zijn struiken met schitterende bloemen. Eenige onbeduidende stroompjes,
+niet meer dan beekjes met laag riet omzoomd en met standelkruiden
+begroeid, doorsneden dikwijls den weg. Zij werden doorwaad. In de verte
+vlugtten benden trapganzen en kasuarissen op de nadering der reizigers.
+Kangoeroes sprongen als een troep elastieke poppen boven de heesters
+uit. Maar de jagers onder het gezelschap dachten volstrekt niet aan de
+jagt, en hun paarden konden die onnoodige vermoeijenis zeer goed missen.
+
+Ook hing er eene zwoele lucht over de landstreek. De dampkring was
+verzadigd met electriciteit. Dieren en menschen ondervonden zijn
+invloed. Zij trokken loom en lusteloos verder. De stilte werd alleen
+verstoord door het geschreeuw, waarmede Ayrton zijn aamechtig span
+aanzette.
+
+Tusschen twaalf en twee ure trok men door een aardig bosch van varens,
+dat de bewondering van minder afgematte lieden zou gaande gemaakt
+hebben. Die boomvormige planten, welke in vollen bloei stonden,
+bereikten een hoogte van wel dertig voet. Paarden en ruiters trokken op
+hun gemak onder de afhangende takken door, en soms rammelden de
+radertjes der sporen, wanneer ze tegen hun houtachtigen stengel stieten.
+Onder die onbewegelijke zonneschermen heerschte een koelte, waarover
+niemand klaagde.
+
+Jacques Paganel, die er van hield zijn hart lucht te geven, zuchtte van
+tevredenheid, en deed daardoor scharen papegaaijen en kakatoes
+opvliegen. Het was een concert van oorverdoovend geschreeuw.
+
+De aardrijkskundige schreeuwde en jubelde hoe langer hoe luider, toen
+zijn reisgenooten hem op eens op zijn paard zagen wankelen en als een
+klomp lood op den grond vallen. Was soms een bezwijming of erger nog een
+verstikking, door den hoogen warmtegraad veroorzaakt, hiervan de
+oorzaak?
+
+Men snelde naar hem toe.
+
+"Paganel! Paganel! wat scheelt u?" riep Glenarvan.
+
+"Mij scheelt, waarde vriend! mij scheelt, dat ik geen paard meer heb,"
+antwoordde Paganel, terwijl hij zijn voeten uit de stijgbeugels
+losmaakte.
+
+"Wat! uw paard?"
+
+"Dood, morsdood, evenals dat van Mulrady!"
+
+Glenarvan, John Mangles, Wilson onderzochten het dier. Paganel had zich
+niet vergist. Zijn paard was plotseling dood gebleven.
+
+"Dat is vreemd!" zeide John Mangles.
+
+"Ja, wel vreemd!" mompelde de majoor.
+
+Dit nieuwe ongeluk maakte Glenarvan zeer bekommerd. In deze woestijn
+waren geen andere paarden te krijgen. En ontstond er soms een
+besmettelijke ziekte onder hun paarden, dan zou het hem zeer moeijelijk
+vallen den togt voort te zetten.
+
+De dag was nog niet om, of het woord "besmettelijke ziekte" scheen
+bewaarheid te zullen worden. Een derde paard, dat van Wilson viel dood,
+en, wat nog erger was, ook een der ossen bezweek. De trek- en rijdieren
+bestonden nu maar uit drie ossen en vier paarden.
+
+De toestand werd bedenkelijk. De van hun paarden beroofde ruiters konden
+des noods te voet gaan. Vele squatters hadden dit reeds in die
+onbewoonde streken gedaan. Maar wat zou er van de reizigsters worden,als
+men den wagen moest achterlaten? Konden die de honderd twintig mijlen,
+die hen nog van de Twofold-baai scheidden, te voet afleggen?
+
+Hoogst ongerust onderzoeken John Mangles en Glenarvan de nog
+overgebleven paarden. Misschien kan men nieuwe ongelukken voorkomen. Uit
+dit onderzoek bleek, dat er geen enkel teeken van ziekte of zwakheid te
+bespeuren was. Deze dieren waren volkomen gezond en stonden de
+vermoeijenissen der reis wakker door. Glenarvan hoopte dus, dat die
+vreemde besmettelijke ziekte geen andere offers meer zou eischen.
+
+Ook Ayrton was van dat gevoelen. Hij verklaarde tevens niets te
+begrijpen van die plotselinge sterfgevallen.
+
+De togt werd hervat. De wagen diende tot rijtuig voor de voetgangers,
+die er elk op hun beurt in uitrustten. Na een marsch van slechts tien
+mijlen werd 's avonds het sein om halt te houden gegeven en de
+legerplaats in orde gebragt. De nacht ging in ongestoorde rust voorbij
+onder een groot bosch van boomvormige varens, waarin ontzaggelijke
+vleermuizen rondfladderden, die hun naam van roode vliegende maki met
+regt droegen.
+
+De volgende dag, zijnde de 13de Januarij, was bij uitstek goed. De
+ongelukken van den vorigen herhaalden zich niet. De gezondheidstoestand
+van het reisgezelschap bleef bevredigend. Paarden en ossen volbragten
+met lust hun werk. Het salon van lady Helena was zeer levendig, door het
+aantal gaande en komende bezoekers. Olbinett was druk in de weer met de
+ververschingen rond te laten gaan, die een warmte van dertig graden
+noodig maakte. Een half vaatje schotsche ale werd geheel leeggedronken.
+Barclay en Cie werd de grootste man van geheel Engeland genoemd, zelfs
+grooter dan Wellington, die nooit zulk lekker bier had gebrouwen. Een
+gevolg van de eigenliefde der Schotten. Jacques Paganel dronk veel en
+redeneerde nog meer _de omni re scibili et quibusdam aliis_.
+
+Een zoo goed begin beloofde ook een goed einde van den dag. Men had ruim
+vijftien mijlen afgelegd in een vrij bergachtig land met een
+roodkleurigen bodem. Men mogt zich dus vleijen dienzelfden avond nog aan
+de oevers der Sneeuw-rivier, een belangrijke rivier, die zich in het
+zuiden van Victoria in de Stille Zuidzee werpt, de legerplaats te
+betrekken. Weldra maakten de wielen van den wagen hun spoor in groote
+vlakten van zwartachtigen aangeslibden grond, tusschen boschjes
+weelderig gras en nieuwe velden met gastrolobium begroeid. Het werd
+avond, en een nevel, die aan den gezigteinder oprees, wees duidelijk den
+loop der Sneeuwrivier aan. Met veel moeite kwam men nog eenige mijlen
+verder. Een bosch van hooge boomen verhief zich bij een hoek van den
+weg, achter een geringe verhevenheid van den grond. Ayrton mende zijn
+ossen, van wie reeds zooveel gevergd was, tusschen de groote, in de
+schaduw bijna niet zigtbare boomstammen door, en was reeds over den zoom
+van het bosch, maar een halve mijl van de rivier af, toen de wagen op
+eens tot aan de as in den modder zakte.
+
+"Geeft acht!" riep hij den ruiters toe, die hem volgden.
+
+"Wat gebeurt er dan?" vroeg Glenarvan.
+
+"Wij zitten in den modder vast," antwoordde Ayrton.
+
+Met de stem en den prikkel zette hij zijn ossen aan, die tot aan de
+knieën in den modder zittende, zich niet konden bewegen.
+
+"Wij moesten hier van nacht maar blijven," zeide John Mangles.
+
+"Dat is het beste wat wij doen kunnen," antwoordde Ayrton. "Morgen,
+wanneer het dag is, kunnen wij beter zien, hoe wij er uitkomen."
+
+"Halt!" riep Glenarvan.
+
+Na een korte schemering werd het volkomen duister; maar de warmte was
+niet met het licht geweken. De lucht was stikkend heet. Aan den
+gezigteinder flikkerden eenige weerlichten, de oogverblindende
+weerkaatsing van een verwijderd onweder.
+
+Het nachtverblijf werd in orde gebragt. Zoo goed en kwaad het ging,
+behielp men zich in den vastzittenden wagen. De donkere koepel der
+groote boomen beschutte de tent der reizigers. Mits het maar niet begon
+te regenen, hadden zij geen reden om te klagen.
+
+Niet zonder moeite haalde Ayrton zijn drie ossen uit den drassigen
+bodem. Die moedige dieren zaten er tot den buik in. De bootsman joeg ze
+met de vier paarden in een beslotene ruimte en vertrouwde aan niemand de
+zorg toe om voeder voor hen uit te kiezen. Dat werk verrigtte hij met
+veel overleg, en Glenarvan merkte op, dat hij dien avond zijn zorg nog
+verdubbelde, waarvoor hij hem hartelijk bedankte, want het behoud der
+trekdieren was van overwegend belang.
+
+Inmiddels gebruikten de reizigers een korten avondmaaltijd. Vermoeidheid
+en warmte verdreven den honger. Zij hadden geen behoefte aan voedsel,
+maar aan rust. Na haar reisgenooten goeden nacht te hebben gewenscht,
+zochten lady Helena en miss Grant haar gewone legerstede op. Wat de
+mannen aangaat, sommigen kropen onder de tent, anderen gingen liever aan
+den voet der boomen in het digte gras liggen, hetgeen men in die gezonde
+landen gerust kan doen.
+
+Langzamerhand vielen allen in een diepen slaap. De duisternis nam toe
+onder een gordijn van dikke wolken, dat den geheelen hemel bedekte. Geen
+windje was er aan de lucht. De stilte van den nacht werd slechts
+afgebroken door het gekras van den "morepork," die met verrassende
+juistheid de kleine terts aangaf, evenals de treurige koekoeken van
+Europa.
+
+Na een zwaren en vermoeijenden slaap werd de majoor tegen elf ure
+wakker. Een flaauw licht, dat zich onder de groote boomen bewoog, trof
+zijn half geslotene oogen. Men zou het voor een witachtig vlak, zoo
+spiegelend als het water van een meer, hebben kunnen houden, en Mac
+Nabbs geloofde eerst, dat het het schijnsel van een ontstaanden brand
+was, dat zich over den grond voortplantte.
+
+Hij rees op en liep naar het bosch. Hij stond zeer verbaasd, toen hij
+daar een zuiver natuurverschijnsel voor zich zag. Een onafzienbaar veld
+met paddestoelen, die dat licht gaven, strekte zich voor hem uit. De
+lichtgevende kiemkorrels dier bedekt bloeijende planten straalden met
+zekere kracht in de duisternis[1].
+
+De majoor, die geen egoïst was, wilde Paganel wekken, opdat de geleerde
+dit verschijnsel met eigen oogen mogt waarnemen, toen een zeker voorval
+hem hiervan deed afzien.
+
+Het phosphorisch licht bescheen het bosch over een ruimte van een halve
+mijl, en Mac Nabbs verbeeldde zich, dat hij snel eenige schaduwen langs
+den verlichten zoom zag glijden. Bedrogen hem zijn oogen? Was hij de
+speelbal van een gezigtsbedrog?
+
+Mac Nabbs ging op den grond liggen, en oplettend rondziende bemerkte bij
+duidelijk verscheidene menschen, die beurtelings bukkende en opstaande
+nog versche sporen op den grond schenen te zoeken.
+
+Hij moest en zou weten, wat die menschen zochten.
+
+De majoor aarzelde niet, en zonder zijn reisgenooten wakker te maken,
+kroop hij als een wilde uit de prairiën over den grond en verdween in
+het hooge gras.
+
+
+[1] Dit feit was reeds door Drummond in Australië waargenomen, en wel
+bij paddestoelen, die tot de familie van de _Agaricus olearicus_
+schijnen te behooren.
+
+
+
+
+XIX.
+
+Een onverwachte ontdekking.
+
+
+Het was een vreeselijke nacht. 's Morgens ten twee ure begon er een
+regenbui te vallen, een stortbui, die de onstuimige wolken tot het
+aanbreken van den dag toe uitgoten. De tent was niet langer een
+voldoende beschutting. Glenarvan en zijne reisgenooten vlugtten in den
+wagen. Niemand sliep. Men praatte over koetjes en kalfjes. De majoor
+alleen, wiens korte afwezigheid niemand opgemerkt had, vergenoegde zich
+met te luisteren, maar sprak geen woord. Nog kwam er geen einde aan de
+ontzettende bui. Het stond te vreesen, dat ze de Sneeuw-rivier buiten
+haar oevers zou doen treden, hetgeen zeer leelijk zou geweest zijn voor
+den wagen, die in den weeken grond vast zat.
+
+Bij herhaling gingen daarom Mulrady, Ayrton, zelfs John Mangles den
+waterstand waarnemen, en kwamen dan van het hoofd tot de voeten doornat
+terug.
+
+Eindelijk werd het dag. De regen hield op; maar de zonnestralen konden
+den digten wolkensluijer niet doorboren. Groote plassen geelachtig
+water, echte troebele en slijkerige vijvers, maakten den grond morsig.
+Een warme damp steeg uit die doorweekte gronden op en vervulde den
+dampkring met een voor de gezondheid schadelijke vochtigheid.
+
+Allereerst hield Glenarvan zich met den wagen bezig. Dat was in zijn oog
+de hoofdzaak. Het lompe voertuig werd naauwkeurig bekeken. Het zat vast
+in taaije klei in het midden van een groote verzakking van den grond.
+Het voorstel was bijna geheel verdwenen, en het achterstel tot aan de
+stootplaat van de as. Het zou heel wat moeite kosten om dat zware
+ligchaam er uit te halen, en de vereenigde krachten van mannen, ossen en
+paarden zouden er wel toe noodig zijn.
+
+"Wij moeten ons in allen gevalle haasten," zeide John Mangles. "Wanneer
+die klei opdroogt, wordt het werk nog moeijelijker."
+
+"Ja, wij moeten ons haasten," antwoordde Ayrton.
+
+Glenarvan, de beide matrozen, John Mangles en Ayrton drongen in het
+bosch, waar de dieren den nacht hadden doorgebragt.
+
+Het was een hoog bosch van akelige gomboomen. Niets dan doode, ver
+uiteenstaande boomen, sedert eeuwen van hun bast beroofd, of liever
+gelijk de kurkeiken, wanneer de oogsttijd daar is. Hun dunne,
+bladerlooze takken staken twee honderd voet hoog in de lucht. Geen
+enkele vogel nestelde in die dorre geraamten, geen blaadje trilde aan
+die drooge en als doodsbeenderen klepperende takken. Aan welke
+omwenteling moet dat in Australië nog al veel voorkomende verschijnsel
+van geheele als door een besmettelijke ziekte gestorven bosschen
+toegeschreven worden? Men weet het niet. Noch de oudste inboorlingen,
+noch hun voorvaderen, die reeds lang in de doodenboschjes rusten, hebben
+ze ooit groen gezien.
+
+Onder het gaan beschouwde Glenarvan den graauwen hemel, waartegen de
+kleinste takjes der gomboomen zich als fijne lijntjes afteekenden.
+Ayrton verwonderde zich, dat hij de paarden en ossen niet meer vond ter
+plaatse, waar hij ze gebragt had. De gekluisterde dieren konden echter
+niet ver weg zijn.
+
+Men zocht ze in het bosch, maar zonder ze te vinden. Hoogst verbaasd
+ging Ayrton nu naar de Sneeuw-rivier, wier oevers met prachtige mimosa's
+begroeid zijn. Hij liet het bij zijn span welbekend geluid hooren; maar
+kreeg geen antwoord. De bootsman scheen zeer ongerust, en zijn
+reisgenooten zagen elkander met een teleurgesteld gezigt aan.
+
+Zoo werd er nu een uur met vergeefsche nasporingen doorgebragt, en
+Glenarvan wilde reeds naar den wagen terugkeeren, daar hij ruim een mijl
+van af was, toen een gehinnik zijn oor trof. Bijna gelijktijdig liet
+zich ook gebulk hooren.
+
+"Daar zijn ze!" riep John Mangles, en kroop tusschen de hooge
+gastrolobiums door, die hoog genoeg waren om een kudde te verbergen.
+
+Glenarvan, Mulrady en Ayrton ijlden hem achterna en deelden spoedig in
+zijn ontsteltenis.
+
+Twee ossen en drie paarden lagen op den grond; de dood had hen even
+onverwacht overvallen als de anderen. Hun lijken waren reeds koud, en
+een troep magere raven, die in de mimosa's krasten, beloerde die
+onverwachte prooi.
+
+Glenarvan en de anderen zagen elkander aan en Wilson kon een vloek niet
+terughouden, die hem op de tong lag.
+
+"Het is niet anders, Wilson!" zeide lord Glenarvan, die moeite had om
+bedaard te blijven, "wij kunnen er niets aan doen. Breng den os en het
+paard weg, Ayrton! Wij moeten maar zien, hoe wij het met hen redden."
+
+"Zat onze wagen maar niet vast," sprak John Mangles, "dan zouden die
+twee dieren hem langzaam aan wel naar de kust kunnen brengen. Dat
+vervloekte voertuig moet er dus uitgehaald worden, het gaat hoe het
+gaat."
+
+"Wij zullen het beproeven, John!" antwoordde Glenarvan. "Thans willen
+wij naar de legerplaats terugkeeren, waar men reeds ongerust zal zijn
+over ons lang uitblijven."
+
+Ayrton nam de kluisters van den os af, Mulrady van het paard, en zoo
+keerde men langs de bogtige oevers der rivier terug.
+
+Een half uur later waren Paganel, Mac Nabbs, lady Helena en miss Grant
+van alles onderrigt.
+
+"Het is waarlijk jammer, Ayrton! dat niet al onze beesten bij den
+overtogt der Wimerra beslagen moesten worden," kon de majoor niet
+nalaten te zeggen.
+
+"Hoe dat zoo, mijnheer?" vroeg Ayrton.
+
+"Omdat van al onze paarden alleen dat, hetwelk uw hoefsmid onder handen
+heeft gehad, aan de algemeene ramp ontkomen is!"
+
+"Dat is waar, en heel toevallig!" zeide John Mangles.
+
+"Toeval, anders niet," antwoordde de bootsman, terwijl bij den majoor
+stijf in het gezigt zag.
+
+Mac Nabbs beet zich op de lippen, alsof hij vreesde te veel te zeggen.
+Glenarvan, Mangles en lady Helena schenen te verwachten, dat hij zijn
+gedachte geheel zou mededeelen; maar de majoor zweeg en ging naar den
+wagen, waarmede Ayrton zich bezig hield.
+
+"Wat heeft hij willen zeggen?" vroeg Glenarvan aan John Mangles.
+
+"Ik weet het niet," antwoordde de jonge kapitein.
+
+"De majoor is er anders de man niet naar om zonder grond te spreken."
+
+"Neen, John!" zeide lady Helena. "Mac Nabbs heeft zeker kwaad vermoeden
+ten opzigte van Ayrton."
+
+"Kwaad vermoeden?" sprak Paganel de schouders ophalende.
+
+"Welk?" vroeg Glenarvan. "Zou hij hem in staat achten onze paarden en
+ossen te dooden? Maar waarom? Is het belang van Ayrton niet hetzelfde
+als het onze?"
+
+"Gij hebt gelijk, lieve Edward!" zeide lady Helena, "en ik voeg er nog
+bij, dat de bootsman ons van het begin der reis af onweersprekelijke
+bewijzen van verknochtheid gegeven heeft."
+
+"Zonder twijfel," antwoordde John Mangles. "Maar wat beteekent dan de
+opmerking van den majoor? Daar moet ik het mijne van hebben."
+
+"Gelooft hij, dat hij met die gedeporteerden onder éénen hoed
+speelt?..." riep Paganel onvoorzigtig uit.
+
+"Welke gedeporteerden?" vroeg miss Grant.
+
+"Mijnheer Paganel verspreekt zich," antwoordde John Mangles driftig.
+"Hij weet wel, dat er geen gedeporteerden zijn in de provincie
+Victoria."
+
+"Drommels! dat is waar ook!" zeide Paganel, die zijn woorden wel had
+willen inhalen. "Waar waren mijn gedachten? Gedeporteerden! Wie heeft
+ooit van gedeporteerden hooren spreken in Australië? Bovendien, pas zijn
+ze aan land, of ze worden brave menschen! Het klimaat gij weet wel, miss
+Mary! het zedelijk makend! klimaat...."
+
+Het ging den armen geleerde, die zijn dwaasheid wilde herstellen,
+evenals den wagen, hij zakte er hoe langer hoe dieper in. Lady Helena
+zag hem aan, waardoor hij alle bezinning verloor. Maar hem niet
+verlegener willende maken, nam zij miss Mary mede naar de tent, waar
+Olbinett het ontbijt naar al de regelen der kunst gereed maakte.
+
+"Ik verdiende zelf gedeporteerd te worden!" jammerde Paganel.
+
+"Dat geloof ik ook," antwoordde Glenarvan.
+
+Dit met een ernst gezegd hebbende, die den waardigen aardrijkskundige
+geheel in den war bragt, ging Glenarvan met John Mangles naar den wagen.
+
+Ayrton en de twee matrozen waren juist bezig om hem uit den diepen kuil
+te trekken. De os en het paard naast elkander gespannen, trokken met
+alle kracht; de strengen stonden zoo strak, dat zij bijna braken, de
+hamen stonden op het punt van te scheuren. Wilson en Mulrady draaiden
+aan de wielen, terwijl de bootsman met stem en zweep het zwakke voorspan
+aanzette. Het zware voertuig bewoog zich niet. De reeds drooge klei
+hield het span tegen, alsof het in tras vastgemetseld was.
+
+John Mangles liet de klei nat maken, opdat ze minder zou houden. Het was
+te vergeefsch. De wagen bleef onbewegelijk vastzitten. Na nieuwe
+krachtsinspanning gaven menschen en dieren het op. Wilde men den wagen
+niet uit elkander nemen, dan moest men hem in den kuil achterlaten. Uit
+gebrek aan werktuigen kon zulk een arbeid niet ondernomen worden.
+
+Ayrton, die wat het ook kosten mogt, dit beletsel uit den weg wilde
+ruimen, stond gereed een nieuwe poging aan te wenden, toen lord
+Glenarvan hem tegenhield.
+
+"Genoeg, Ayrton! genoeg," zeide hij. "Wij moeten den os en het paard
+ontzien. Als wij onze reis te voet moeten voortzetten, zal het een de
+beide dames, de andere de levensmiddelen dragen. Dan kunnen zij ons nog
+goede diensten bewijzen."
+
+"Goed, mylord! antwoordde de bootsman, terwijl hij de uitgeputte dieren
+uitspande.
+
+"Laten wij nu naar de legerplaats terugkeeren, vrienden!" voegde
+Glenarvan er bij, "dan kunnen wij beraadslagen, onzen toestand
+onderzoeken, de goede en kwade kansen opsporen, en een besluit nemen."
+
+Eenige oogenblikken later verkwikten de reizigers zich met een degelijk
+ontbijt van hun slechten nacht, en werden de beraadslagingen geopend.
+Een ieder werd verzocht zijn meening te zeggen.
+
+In de allereerste plaats was het noodig met volkomene juistheid te
+weten, waar men zich bevond. Paganel, wien die taak werd opgedragen,
+volbragt ze met de noodige naauwkeurigheid. Volgens zijne berekening
+bevond het gezelschap zich thans op 37° graden breedte en 147° 53'
+lengte, aan den oever der Sneeuw-rivier.
+
+"Wat is de juiste ligging der Twofold-baai?" vroeg Glenarvan.
+
+"Honderd vijftig graden," antwoordde Paganel.
+
+"En die twee graden zeven minuten zijn gelijk aan?..."
+
+"Vijf en zeventig mijlen[1]."
+
+"En Melbourne ligt?..."
+
+"Minstens twee honderd mijlen van hier."
+
+"Goed. Wat staat ons thans te doen, nu wij dit weten?" zeide Glenarvan.
+
+Allen gaven eenparig ten antwoord: zonder verwijl naar de kust gaan.
+Lady Helena en Mary Grant verbonden zich om vijf mijlen per dag af te
+leggen. De moedige vrouwen vreesden niet om des noods te voet den
+afstand af te leggen, die de Sneeuw-rivier van de Twofold-baai scheidt.
+
+"Gij zijt de wakkere gezellin van den reiziger, lieve Helena!" zeide
+lord Glenarvan. "Maar kunnen wij er staat op maken, dat wij aan de baai
+al de hulpmiddelen zullen vinden, die wij bij onze komst noodig hebben?"
+
+"Ongetwijfeld," antwoordde Paganel. "Eden is een gemeente, die reeds
+verscheidene jaren oud is. Haar haven moet veel verkeer hebben met
+Melbourne. Ik vooronderstel zelfs, dat wij vijf en dertig mijlen van
+hier, in het kerspel Delegete, op de grenzen van Victoria, versche
+levensmiddelen en reisgelegenheid zullen vinden."
+
+"En de _Duncan_?" vroeg Ayrton; "acht gij het niet geraden, mylord, ze
+in de baai te ontbieden?"
+
+"Wat denkt gij er van, John?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik geloof niet, dat Uwe Edelheid zich daarmede behoeft te haasten,"
+antwoordde de jonge kapitein na eenig nadenken. "Het is altijd nog tijde
+genoeg uw bevelen aan Tom Austin te doen toekomen en hem aan de kust te
+roepen."
+
+"Dat is waar," zeide Paganel.
+
+"Bedenk," voegde John Mangles er bij, "dat wij in vier of vijf dagen te
+Eden zullen zijn."
+
+"Vier of vijf dagen!" hervatte Ayrton hoofdschuddende; "reken maar
+vijftien of twintig, kapitein! als gij u later niet over uw dwaling wilt
+beklagen."
+
+"Vijftien of twintig dagen om vijf en twintig mijlen af te leggen!" riep
+Glenarvan.
+
+"Op zijn minst mylord! Gij moet het moeijelijkste gedeelte van Victoria
+door, een woestijn, waarin aan alles gebrek is, zoo als de squatters
+zeggen, kreupelhout zonder gebaande wegen, waarin nog geen stations zich
+hebben kunnen vestigen. Gij zult er door moeten met den bijl of de
+toorts in de hand, en geloof mij, gij zult niet snel vorderen."
+
+Ayrton had op stelligen toon gesproken. Paganel, op wien vragende
+blikken werden geslagen, bevestigde met een hoofdknikje de woorden van
+den bootsman.
+
+"Ik neem die bezwaren aan," hernam nu John Mangles. "Welnu! binnen
+veertien dagen kan Uwe Edelheid zijn bevelen aan de _Duncan_ zenden."
+
+"Ik wil er nog bijvoegen," hervatte Ayrton, "dat de moeijelijkheden van
+den weg niet de zwaarste zullen zijn. Maar gij moet de Sneeuw-rivier
+over, en zeer waarschijnlijk wachten, tot het water valt."
+
+"Wachten!" riep de jonge kapitein, "Zou er geen doorwaadbare plek te
+vinden zijn?"
+
+"Dat denk ik niet," antwoordde Ayrton. "Heden morgen heb ik te vergeefs
+naar een ondiepte gezocht. Zelden zal men in dit jaargetijde zulk een
+onstuimige rivier aantreffen, en dat is een hinderpaal, waartegen ik
+niets vermag."
+
+"Is die Sneeuw-rivier dan zoo breed?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Breed en diep, mevrouw!" antwoordde Ayrton. "Wel een mijl breed en zeer
+snelvlietend. Een goed zwemmer kan ze niet zonder gevaar overzwemmen."
+
+"Welnu! dan zullen we een boot bouwen!" riep Robert, die voor niets
+terugdeinsde, "Men velt een boom, holt hem uit, gaat er in zitten, en
+daarmee uit."
+
+"Hij houdt zich goed, die zoon van kapitein Grant!" zeide Paganel.
+
+"En hij heeft gelijk," hernam John Mangles. "Wij zullen er wel toe
+moeten overgaan. Daarom acht ik het onnoodig onzen tijd met nuttelooze
+praatjes te verspillen."
+
+"Wat denkt gij er van, Ayrton?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik denk, mylord! dat wij over een maand, als er geen hulp opdaagt, nog
+aan de oevers der Sneeuw-rivier zullen staan!"
+
+"Laat hooren, hebt gij dan soms een beter plan?" vroeg John Mangles met
+eenig ongeduld.
+
+"Ja, wanneer de _Duncan_ Melbourne verlaat en naar de oostkust stevent!"
+
+"Och! altijd die _Duncan_! En hoe kan haar tegenwoordigheid in de baai
+ons den togt daarheen gemakkelijker maken?"
+
+Alvorens te antwoorden dacht Ayrton een poosje na en zeide toen vrij
+ontwijkend:
+
+"Ik wil niemand mijn gevoelen opdringen. Wat ik doe, is in aller belang,
+en ik ben bereid om te vertrekken, zoodra Zijne Edelheid het sein geeft
+om op te breken."
+
+Daarop sloeg hij de armen over elkaar.
+
+"Dat is geen antwoord, Ayrton!" hernam Glenarvan. "Deel ons uw plan
+mede, dan zullen wij het bespreken. Wat stelt gij voor?"
+
+Nu sprak Ayrton met een bedaarde en vaste stem aldus:
+
+"Ik stel voor, dat wij ons in den berooiden toestand, waarin wij thans
+verkeeren, niet aan gene zijde van de Sneeuw-rivier moeten wagen. Op
+deze plaats moeten wij hulp wachten, en die hulp kan alleen van de
+_Duncan_ komen. Hier moeten wij ons legeren, waar geen gebrek aan
+levensmiddelen is, terwijl een onzer aan Tom Austin het bevel moet
+brengen om naar de Twofold-baai te stoomen."
+
+Dit onverwachte voorstel werd met geen geringe verbazing aangehoord, en
+John Mangles ontveinsde zijn tegenzin er in niet.
+
+"Intusschen," hernam Ayrton, "zal of het water der Sneeuwrivier zakken,
+zoodat wij een doorwaadbare plaats kunnen vinden, of wij zullen tot een
+boot onze toevlugt moeten nemen, die wij dan tijd genoeg zullen hebben
+om te bouwen. Ziedaar, mylord! het plan, dat ik aan uw goedkeuring
+onderwerp."
+
+"Goed, Ayrton!" antwoordde Glenarvan; "uw denkbeeld verdient in ernstige
+overweging te worden genomen. Zijn grootste nadeel is, dat het een
+oponthoud veroorzaakt; maar het bespaart zware vermoeijenis en misschien
+groote gevaren. Wat denkt gij er van, vrienden?"
+
+"Spreek, waarde Mac Nabbs!" zeide nu lady Helena. "Van het begin der
+beraadslaging af, vergenoegt gij u met luisteren; gij zijt zeer karig
+met uw woorden."
+
+"Dewijl gij mijn gevoelen vraagt," antwoordde de majoor, "zal ik het
+openhartig zeggen. Mij dunkt, dat Ayrton als een verstandig en
+bedachtzaam man gesproken heeft, en ik keur zijn voorstel goed."
+
+Zulk een antwoord had niemand verwacht; want Mac Nabbs had steeds de
+denkbeelden van Ayrton betreffende deze zaak bestreden. Ayrton zelf was
+er dan ook verbaasd over en sloeg een vlugtigen blik op den majoor.
+Paganel, lady Helena en de matrozen, die reeds zeer geneigd waren om het
+voorstel van den bootsman te ondersteunen, aarzelden volstrekt niet meer
+na de woorden van Mac Nabbs.
+
+Derhalve verklaarde Glenarvan, dat het plan van Ayrton in beginsel was
+aangenomen.
+
+"En denkt gij nu ook niet, John!" ging hij voort, "dat de voorzigtigheid
+gebiedt aldus te handelen, en aan de oevers der rivier te blijven om de
+vervoermiddelen af te wachten?"
+
+"Ja!" antwoordde John Mangles, "wanneer het althans onzen bode gelukt de
+Sneeuwrivier over te komen, die wij zelven niet over kunnen komen!"
+
+Men zag den bootsman aan, die glimlachte als iemand, die zeker is van
+zijn zaak.
+
+"De bode behoeft de rivier niet over!" zeide hij.
+
+"Wat!" riep John Mangles.
+
+"Hij moet eenvoudig den weg van Lucknow opzoeken, die hem regel regt
+naar Melbourne zal brengen."
+
+"Twee honderd vijftig mijlen te voet af te leggen!" riep de jonge
+kapitein.
+
+"Te paard!" verbeterde Ayrton. "Nog één goed paard is er over. Het is
+het werk van een dag of vier. Voeg daarbij twee dagen voor den togt van
+de _Duncan_ naar de baai, vier en twintig uren om in de legerplaats
+terug te komen, en binnen een week is de bode met de matrozen terug."
+
+De majoor keurde met een hoofdknik het gezegde van Ayrton goed, tot
+groote verwondering van John Mangles. Maar het voorstel van den bootsman
+was met algemeene stemmen aangenomen, en alleen de uitvoering ontbrak
+nog aan dit waarlijk goed beraamde plan.
+
+"En nu, vrienden!" zeide Glenarvan, "moeten wij nog maar onzen bode
+kiezen. Ik wil niet ontveinzen, dat hij een moeijelijke en gevaarlijke
+zending zal hebben. Wie zal zich voor zijn reisgenooten opofferen en
+onze bevelen naar Melbourne overbrengen?"
+
+Wilson, Mulrady, John Mangles, Paganel, zelfs Robert, boden zich
+terstond aan. John drong er vooral sterk op aan, dat die zending hem zou
+toevertrouwd worden. Maar Ayrton, die tot nog toe gezwegen had, vatte nu
+het woord op en zeide:
+
+"Met uw welnemen, Uwe Edelheid! ik zal vertrekken. Ik ben met deze
+streken bekend. Meermalen heb ik moeijelijker gewesten doorkruist. Ik
+weet mij te redden, waar een ander zou blijven steken. In het algemeen
+belang eisch ik dus het regt om mij naar Melbourne te begeven. Een enkel
+woord zal mij bij uw eersten stuurman geloof doen vinden, en ik maak mij
+sterk de _Duncan_ binnen zes dagen in de Twofold-baai te brengen."
+
+"Goed gesproken," antwoordde Glenarvan. "Gij zijt een schrander en
+moedig man, Ayrton! en zult slagen."
+
+De bootsman was buiten kijf geschikter dan iemand anders om die
+moeijelijke zending te vervullen. Allen begrepen dit en zwegen. John
+Mangles alleen kwam nog met een tegenwerping voor den dag, zeggende: dat
+de tegenwoordigheid van Ayrton noodig was om de sporen van de
+_Britannia_ of van Harry Grant terug te vinden. Maar de majoor merkte
+aan, dat het gezelschap tot de terugkomst van Ayrton aan de oevers der
+Sneeuwrivier zou wachten, dat de bedoeling niet was zonder hem die
+gewigtige nasporingen te hervatten, en dat bij gevolg zijn afwezigheid
+de belangen van den kapitein volstrekt niet zou benadeelen.
+
+"Welnu, vertrek, Ayrton!" zeide Glenarvan; "haast u en kom over Eden in
+onze legerplaats aan de Sneeuwrivier terug."
+
+Een glans van tevredenheid schitterde in de oogen van den bootsman. Hij
+wendde het hoofd om, maar hoe snel die beweging ook plaats had, toch had
+John Mangles dien glans opgemerkt. Alleen uit instinct voelde John zijn
+wantrouwen tegen Ayrton toenemen.
+
+De bootsman maakte dan zijn toebereidselen voor zijn vertrek met behulp
+van de twee matrozen, waarvan de eene voor zijn paard en de ander voor
+zijn levensmiddelen zorgde. Intusschen schreef Glenarvan den brief voor
+Tom Austin.
+
+Hij beval den eersten stuurman zich onverwijld naar de Twofold-baai te
+begeven. Hij beval hem den bootsman aan als iemand, dien hij volkomen
+kon vertrouwen. Aan de kust gekomen moest Austin een afdeeling der
+matrozen van het jagt onder bevel van Ayrton stellen....
+
+Zoover was Glenarvan met zijn brief gekomen, toen Mac Nabbs, die hem
+over zijn schouders las, op een vreemden toon vroeg, hoe hij den naam
+van Ayrton schreef.
+
+"Wel, zooals hij uitgesproken wordt," antwoordde Glenarvan.
+
+"Dat is verkeerd," hernam de majoor bedaard; "hij wordt Ayrton
+uitgesproken, maar Ben Joyce geschreven!"
+
+
+[1] 37 uren gaans.
+
+
+
+
+XX.
+
+Zealand aland.
+
+
+Allen stonden als door den donder getroffen op het hooren van dien naam
+Ben Joyce. Ayrton had zich plotseling overeind gerigt. In de hand had
+hij een revolver. Een schot viel. Glenarvan werd door een kogel
+getroffen. Buiten vielen geweerschoten.
+
+John Mangles en de matrozen, van hun verrassing bekomen, wilden Ben
+Joyce aanvallen; maar de vermetele roover was reeds verdwenen en had
+zich bij zijne bende gevoegd, die op den zoom van het gombosch verspreid
+was.
+
+De tent leverde geen voldoende beschutting tegen de kogels op. Men moest
+terugtrekken. Glenarvan, die slechts ligt gewond was, was weer
+opgestaan.
+
+"Naar den wagen! naar den wagen!" riep John Mangles, en hij sleepte lady
+Helena en miss Grant mede, die weldra in veiligheid waren achter de
+dikke gordijnen.
+
+Daar grepen John, de majoor, Paganel en de matrozen hun karabijnen en
+hielden zij zich gereed om den rovers tegenstand te bieden. Glenarvan en
+Robert waren bij de dames gevlugt, terwijl Olbinett zich onder de
+verdedigers schaarde.
+
+Dit alles was met bliksemsnelheid geschied. John Mangles hield
+naauwkeurig het oog op den zoom van het bosch. De losbrandingen hadden
+terstond opgehouden bij de komst van Ben Joyce. Een diepe stilte verving
+het knetterend geweervuur. Eenige witte rookwolkjes stegen nog omhoog
+tusschen de takken der gomboomen. De hooge gastrolobium-struiken bleven
+onbewegelijk. Niets was er te zien, wat een aanval kon doen wachten.
+
+De majoor en John Mangles ondernamen een verkenningstogt tot aan de
+groote boomen. De plaats was ontruimd. Talrijke voetstappen waren er te
+zien, en eenige half verteerde proppen rookten op den grond. Als een
+voorzigtig man trapte de majoor ze uit; want een enkele vonk was genoeg
+om in dit bosch van drooge boomen een vreeselijken brand te doen
+ontstaan.
+
+"De roovers zijn weg," zeide John Mangles.
+
+"Ja!" antwoordde de majoor, "en die verdwijning maakt mij ongerust. Ik
+zag ze liever in het gezigt. Een tijger in het open veld is beter dan
+een slang onder het gras. Wij zullen de struiken rondom den wagen nog
+eens onderzoeken."
+
+De majoor en John doorzochten den omtrek. Van den zoom van het bosch af
+tot aan de oevers der Sneeuwrivier troffen zij geen enkelen roover aan.
+De bende van Ben Joyce scheen weggevlogen te zijn als een zwerm
+roofvogels. Die verdwijning was te zonderling om volkomen gerustheid in
+te boezemen. Daarom besloot men goede wacht te houden. De wagen, een
+ware in den modder gezakte sterkte, werd het middelpunt der legerplaats,
+die twee mannen, welke elkander van uur tot uur aflosten, bewaakten.
+
+Het eerste werk van lady Helena en Mary Grant was geweest de wond van
+Glenarvan te verbinden. Op het oogenblik, dat haar man onder den kogel
+van Ben Joyce viel, was lady Helena doodelijk ontsteld naar hem
+toegeloopen. Haar angst bedwingende had vervolgens de moedige vrouw
+Glenarvan naar den wagen gebragt. Daar werd de schouder van den
+gekwetste ontbloot, en nu zag de majoor, dat de kogel wel het vleesch
+opengereten maar geen inwendig letsel veroorzaakt had. Noch het been
+noch de spieren schenen geraakt. De wond bloedde sterk; maar Glenarvan
+bewoog de vingers van de hand en den voorarm om zijn vrienden gerust te
+stellen aangaande de werking van het schot. Toen hij verbonden was,
+wilde hij niet langer toelaten, dat men zich met hem bezig hield en kwam
+het tot verklaringen.
+
+Behalve Mulrady en Wilson, die buiten de wacht hielden, hadden de
+reizigers zich zoo goed en kwaad als het ging in den wagen geplaatst. De
+majoor werd uitgenoodigd om te spreken.
+
+Voor hij zijn verhaal begon, bragt hij lady Helena op de hoogte van
+hetgeen haar onbekend was, namelijk van de ontsnapping eener bende
+veroordeelden uit Perth, van hun verschijning in het gebied van
+Victoria, van hun medepligtigheid aan de spoorwegramp. Hij gaf haar het
+nummer der _Australische en Nieuw-Zeelandsche courant_, dat hij te
+Seymour had gekocht, en voegde er bij, dat de politie een prijs had
+gezet op het hoofd van dien Ben Joyce, een geduchten struikroover, wien
+een misdadige loopbaan van achttien maanden een schandelijke
+vermaardheid had doen verkrijgen.
+
+Maar hoe had Mac Nabbs dien Ben Joyce in den bootsman Ayrton herkend?
+Dat was een geheim, dat allen wenschten opgehelderd te zien, en dat de
+majoor ontsluijerde.
+
+Van hun eerste ontmoeting af had Mac Nabbs Ayrton uit instinct
+gewantrouwd. Twee of drie bijna niets beduidende voorvallen, een blik
+tusschen den bootsman en den smid aan de Wimera-rivier gewisseld, de
+aarzeling van Ayrton om de steden en vlekken door te rijden, zijn
+aandrang om de _Duncan_ aan de kust te ontbieden, de raadselachtige dood
+van de aan zijn zorgen toevertrouwde dieren, eindelijk een zeker gemis
+van vrijmoedigheid in zijn gangen, al die bijkomende omstandigheden
+hadden de achterdocht van den majoor opgewekt.
+
+Toch zou hij tot geen regtstreeksche aanklagt hebben kunnen overgaan
+zonder de voorvallen, die den vorigen nacht hadden plaats gehad.
+
+Toen Mac Nabbs tusschen de hooge struiken doorsloop, kwam hij een halve
+mijl van de legerplaats af in de nabijheid der verdachte schaduwen, die
+zijn aandacht getrokken hadden. De lichtgevende planten verspreidden een
+flaauw schijnsel in de duisternis.
+
+Drie mannen zochten naar sporen op den grond en naar indruksels van
+versche voetstappen, en onder hen herkende Mac Nabbs den hoefsmid van
+Black-Point. "Zij zijn het," zeide de een.--"Ja," antwoordde de andere,
+"daar is het klaverblad van de hoefijzers!"--"Het is hetzelfde van de
+Wimera af."--"Al de paarden zijn dood."--"Het vergift is niet ver
+weg."--"Er is genoeg om een geheele ruiterij van paarden te
+berooven."--"Een nuttige plant, die gastrolobium."
+
+Mac Nabbs vervolgde: "Daarna zwegen zij en verwijderden zich. Ik volgde
+ze: ik wist er niet genoeg van. Weldra begon het gesprek weder: "Een
+knappe kerel, die Ben Joyce!" zeide de smid, "een mooije bootsman met
+zijn verzinsel van een schipbreuk! Als zijn plan slaagt is het een mooi
+buitenkansje! Die duivelsche Ayrton!"--"Noem hem Ben Joyce, want hij
+verdient zijn naam wel!" Thans verlieten die schurken het
+gomboomenbosch. Ik wist, wat ik weten wilde, en keerde naar de
+legerplaats terug, overtuigd, dat niet alle gedeporteerden in Australië
+brave menschen worden, met het welnemen van Paganel!"
+
+De majoor zweeg. Zijn makkers dachten in stilte na.
+
+"Dus heeft Ayrton," zeide Glenarvan, die bleek werd van toorn, "ons hier
+heen gelokt om ons te plunderen en te vermoorden!"
+
+"Ja," antwoordde de majoor.
+
+"En van de Wimera af volgt zijn bende ons spoor en bespiedt ons om een
+gunstige gelegenheid af te wachten?"
+
+"Ja."
+
+"Maar dan is die ellendeling geen matroos van de _Britannia_? Dan heeft
+hij zijn naam Ayrton gestolen, ook gestolen zijn aanstelling aan boord?"
+
+Allen zagen naar Mac Nabbs, die deze vragen zeker reeds aan zichzelven
+had voorgelegd.
+
+"Ziehier," antwoordde hij even bedaard als altijd, "wat men met
+zekerheid uit deze duistere zaak kan afleiden. Ik houd het er voor, dat
+die man wezenlijk Ayrton heet. Ben Joyce is zijn bijnaam. Het is
+ontegenzeggelijk, dat hij Harry Grant kent en dat hij bootsman op de
+_Britannia_ geweest is. Die feiten, reeds bewezen door de naauwkeurige
+inlichtingen, welke Ayrton ons heeft gegeven, worden bovendien bevestigd
+door de gezegden der roovers, die ik u mededeelde. Laten wij ons dus
+niet in met ijdele gissingen en houden wij het voor zeker, dat Ben Joyce
+Ayrton en Ayrton Ben Joyce is, dat wil zeggen een matroos van de
+_Britannia_, die een rooverhoofdman is geworden."
+
+Allen berustten in de verklaringen van Mac Nabbs.
+
+"En kunt gij mij nu ook zeggen," vroeg Glenarvan, "hoe en waarom de
+bootsman van Harry Grant zich in Australië bevindt?"
+
+"Hoe? dat weet ik niet," antwoordde Mac Nabbs, "en de politie verklaart
+er even weinig van te weten als ik. Waarom? dat kan ik onmogelijk
+zeggen. Daar schuilt een geheim achter, dat de toekomst zal ophelderen."
+
+"De politie weet zelfs niet eens, dat Ayrton en Ben Joyce dezelfde
+persoon is," zeide John Mangles.
+
+"Gij hebt gelijk, John!" antwoordde de majoor, "en zulk een
+bijzonderheid zou haar nasporingen veel gemakkelijker kunnen maken."
+
+"Dan had die ongelukkige," meende lady Helena, "zich met een misdadig
+doel op de hoeve van Paddy O'Moore ingedrongen?"
+
+"Dat is vrij zeker," antwoordde Mac Nabbs. "Hij had het een of ander
+slecht plan met den Ier, toen zich een beter gelegenheid voor hem
+opdeed. Het toeval heeft ons bij hem gebragt. Hij heeft het verhaal van
+Glenarvan gehoord, de geschiedenis van de schipbreuk, en als een
+vermetel man heeft hij terstond het voornemen opgevat om er zijn
+voordeel mede te doen. De reis werd aanvaard. Aan de Wimera heeft hij
+gemeenschap gehad met een der zijnen, den smid van Black-Point, en
+duidelijke sporen van onzen weg achtergelaten. Zijn bende is ons
+gevolgd. Een vergiftige plant heeft hem in staat gesteld langzaam onze
+ossen en paarden te dooden. Toen de tijd daar was, heeft hij ons
+vervolgens in de moerassen der Sneeuw-rivier doen wegzinken en aan de
+roovers onder zijn bevel in handen gespeeld."
+
+Alles was van Ben Joyce gezegd. Zijn verleden was door den majoor
+ontsluijerd en de ellendeling verscheen in zijn ware gedaante, die van
+een vermetel en geducht misdadiger. Nu zijn bedoelingen duidelijk waren
+geworden, werd er van Glenarvan een buitengewone waakzaamheid geëischt.
+Gelukkig was er minder te vreezen van den ontmaskerden bandiet dan van
+den verrader.
+
+Maar uit dien zuiver gestelden toestand volgde een ernstig bezwaar,
+waaraan nog niemand gedacht had. Alleen Mary Grant had onder het gesprek
+over het verledene een blik op de toekomst geslagen.
+
+John Mangles was de eerste, die haar bleekheid en wanhoop opmerkte. Hij
+begreep, wat er in haar binnenste omging.
+
+"Miss Mary! miss Mary! Weent gij?" riep hij uit
+
+"Weent gij, mijn kind?" vroeg lady Helena.
+
+"Mijn vader, mevrouw! mijn vader!" nokte het meisje.
+
+Zij kon niet meer spreken. Maar een lichtstraal viel plotseling in
+ieders gemoed. Men begreep de smart van miss Mary, waarom de tranen
+langs haar wangen biggelden, waarom de naam haars vaders op haar lippen
+zweefde.
+
+De ontdekking van Ayrtons verraad verijdelde alle hoop. Om Glenarvan te
+misleiden had de roover een schipbreuk verzonnen. In het door Mac Nabbs
+afgeluisterde gesprek hadden de roovers het duidelijk gezegd. Nooit was
+de _Britannia_ verbrijzeld op de rotsen der Twofold-baai! Nooit had
+Harry Grant een voet gezet op het vastland van Australië!
+
+Andermaal had de verkeerde uitlegging van het document de zoekers der
+_Britannia_ op een dwaalspoor gebragt!
+
+Allen bewaarden een doodsch stilzwijgen bij dien wanhopenden toestand,
+bij de smart der twee kinderen. Wie toch zou nog eenige troostende
+woorden hebben gevonden? Robert schreide in de armen zijner zuster.
+Paganel mompelde op spijtigen toon:
+
+"Ach! rampzalig document! Gij moogt u beroemen, dat gij de hersens van
+een twaalftal brave lieden op een zware proef hebt gesteld!"
+
+En waarlijk boos op zichzelven sloeg de waardige aardrijkskundige zich
+met de vuist voor het hoofd.
+
+Vervolgens begaf Glenarvan zich naar Mulrady en Wilson, die buiten op
+wacht stonden. Een diepe stilte heerschte over de geheele vlakte
+tusschen den zoom van het bosch en de rivier. De groote onbewegelijke
+wolken verbrijzelden zich tegen het hemelgewelf. In dezen in doodslaap
+verzonken dampkring zou het geringste geluid zich onbelemmerd
+voortgeplant hebben, en niets liet zich hooren. Ben Joyce en zijn bende
+waren zeker vrij ver weggetrokken; want vlugten vogels, die op de lage
+takken neerstreken, eenige kangoeroes, die bezig waren met rustig de
+jonge spruitjes af te knagen, een paar kasuarissen, wier kop
+vertrouwelijk tusschen de heesters uitstak, bewezen, dat de rust dier
+vreedzame woestenij niet door de tegenwoordigheid van den mensch werd
+gestoord.
+
+"Hebt gij in dit uur niets gezien noch gehoord?" vroeg Glenarvan aan
+zijn beide matrozen.
+
+"Niets, Uwe Edelheid!" antwoordde Wilson. "De roovers zijn mijlen van
+hier."
+
+"Zij zijn zeker niet sterk genoeg geweest om ons aan te tasten," voegde
+Mulrady er bij. "Die Ben Joyce heeft zeker eenige bandieten van zijn
+slag willen werven onder de woudloopers, die aan den voet der Alpen
+zwerven."
+
+"Wel waarschijnlijk, Mulrady!" antwoordde Glenarvan. "Die schurken zijn
+lafaards. Zij weten, dat wij gewapend en goed gewapend zijn. Misschien
+wachten zij den nacht af om hun aanval te vernieuwen. Tegen het vallen
+van den avond moeten wij onze waakzaamheid verdubbelen. Ach! konden wij
+maar deze moerassige vlakte verlaten en onzen weg naar de kust
+vervolgen! Maar de gezwollen waterstand sluit ons den weg af. Ik zou wel
+zijn zwaarte aan goud willen betalen voor een vlot, dat ons op den
+anderen oever kon brengen!"
+
+"Waarom beveelt Uwe Edelheid ons niet dat vlot te vervaardigen? Aan hout
+geen gebrek," zeide Wilson.
+
+"Neen, Wilson!" antwoordde Glenarvan. "Die Sneeuw-rivier is geen rivier,
+maar een bruischende bergstroom."
+
+Thans voegden John Mangles, de majoor en Paganel zich bij Glenarvan. Zij
+hadden pas de Sneeuw-rivier onderzocht. Het water was door de laatste
+regens een voet boven de gewone hoogte gerezen. Het was een onstuimige
+stroom, gelijk aan de stroomvallen van Amerika. Het was dolzinnig zich
+op die schuimende watervlakte en die wilde golven te wagen, waarin
+duizend draaikolken wielden, die ijselijke afgronden vormden.
+
+John Mangles verklaarde den overtogt voor onmogelijk.
+
+"Maar," vervolgde hij, "wij moeten hier niet werkeloos blijven staan.
+Wat wij voor het verraad van Ayrton wilden doen is nu nog
+noodzakelijker."
+
+"Wat bedoelt gij, John?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik bedoel, dat hulp hoog noodig is, en nu wij niet naar de Twofold-baai
+kunnen gaan, moeten wij naar Melbourne. Een paard hebben wij nog. Geef
+het mij, mylord! en ik ga naar Melbourne."
+
+"Maar dat is een gewaagde onderneming, John!" zeide Glenarvan. "Nog
+gezwegen van de gevaren verbonden aan een reis van twee honderd mijlen
+door een onbekend land, maar de handlangers van Ben Joyce zullen thans
+wel al de paden en den grooten weg bewaken!"
+
+"Ik weet het, mylord! maar ik weet ook, dat het zoo niet kan blijven.
+Ayrton verlangde slechts acht dagen om manschappen van de _Duncan_ hier
+te brengen. Ik wil in zes dagen aan den oever der Sneeuw-rivier terug
+zijn. Welnu! wat beveelt Uwe Edelheid?"
+
+"Voor dat Glenarvan zijn gevoelen te kennen geeft," zeide Paganel, "moet
+ik een opmerking maken. Naar Melbourne gaan, goed, maar John Mangles mag
+aan dat gevaar niet blootgesteld worden. Hij is kapitein van de
+_Duncan_, en als zoodanig mag hij zijn leven niet wagen. Ik zal in zijne
+plaats gaan."
+
+"Goed gesproken," antwoordde de majoor. "Maar waarom juist gij,
+Paganel?"
+
+"Zijn wij er dan ook niet!" riepen Mulrady en Wilson.
+
+"Of denkt gij soms, dat ik bang ben voor een rid van twee honderd
+mijlen!" hernam Mac Nabbs.
+
+"Vrienden!" zeide Glenarvan, "wanneer een onzer naar Melbourne gaan
+moet, laat het lot hem dan aanwijzen. Paganel! schrijf onze namen
+op...."
+
+"Maar den uwen althans niet, mylord!" zeide John Mangles.
+
+"Waarom niet?" vroeg Glenarvan.
+
+"Zoudt gij u van lady Helena scheiden! Gij, en uw wond is nog niet eens
+gesloten!"
+
+"Glenarvan! gij moogt het gezelschap niet verlaten," zeide Paganel.
+
+"Neen," sprak de majoor. "Uwe plaats is hier, Edward! gij moogt niet
+vertrekken."
+
+"Er zijn gevaren aan verbonden," antwoordde Glenarvan, "en daaraan wil
+ik mij niet onttrekken. Schrijf op, Paganel! Mijn naam worde onder die
+mijner makkers gemengd, en geve de Hemel, dat hij er het eerst uitkomt!"
+
+Men bukte voor dien wil. Glenarvan's naam werd bij dien der anderen
+gevoegd. Men ging tot de trekking over, en het lot viel op Mulrady. De
+moedige matroos juichte van blijdschap.
+
+"Mylord! ik ben gereed om te vertrekken," zeide hij.
+
+Glenarvan drukte Mulrady's hand. Daarna keerde hij naar den wagen terug,
+en liet de bewaking van de legerplaats over aan den majoor en John
+Mangles.
+
+Lady Helena kreeg terstond mededeeling van het besluit om een bode naar
+Melbourne te zenden en van de beslissing van het lot. Zij sprak Mulrady
+op hartroerende wijze aan. Hij stond bekend als dapper, schrander,
+sterk, tegen vermoeijenis bestand, waarlijk, het lot had op geen
+geschikter persoon kunnen vallen.
+
+Het vertrek van Mulrady werd op acht ure bepaald, na de korte
+avondschemering. Wilson nam op zich om voor het paard te zorgen. Hij
+kwam op den inval om het verraderlijke ijzer, dat aan zijn linkerpoot
+zat, weg te nemen en te vervangen door het ijzer van een der in dien
+nacht gestorven paarden. De roovers konden dan het spoor van Mulrady
+niet herkennen en hem ook niet volgen, omdat zij onbereden waren.
+
+Terwijl Wilson daarmede bezig was, maakte Glenarvan den brief voor Tom
+Austin gereed maar zijn gekwetste arm hinderde hem, en hij verzocht
+Paganel om voor hem te schrijven. In diep gepeins verzonken, scheen de
+geleerde onbewust te zijn van hetgeen om hem heen gebeurde.
+
+Om de waarheid te zeggen dacht Paganel, bij die opeenvolging van
+ongelukken, alleen aan de verkeerde uitlegging van het document. Hij
+verplaatste de woorden om er een nieuwen zin van te maken, en bleef
+gedompeld in de afgronden der uitlegging.
+
+Hij hoorde niet eens de vraag van Glenarvan, die deze genoodzaakt was te
+herhalen.
+
+"Ha! heel goed! ik ben gereed!" antwoordde Paganel.
+
+Onder het spreken kreeg Paganel werktuigelijk zijn zakboekje. Hij
+scheurde er een wit blaadje uit, nam het potlood in de hand en maakte
+zich gereed om te schrijven. Glenarvan begon den volgenden lastbrief op
+te geven:
+
+"Bevel aan Tom Austin om onverwijld in zee te steken en de _Duncan_ te
+brengen...."
+
+Paganel schreef deze laatste woorden juist op, toen zijn oog toevallig
+viel op het nommer der _Australian and New-Zealand Gazette_, die op den
+grond lag. Alleen de laatste lettergrepen waren zigtbaar op den titel
+van het opgevouwen blad. Het potlood van Paganel rustte en hij scheen
+Glenarvan, diens brief en diens opgave glad vergeten te zijn.
+
+"Hoe is het, Paganel?" zeide Glenarvan.
+
+"Ha!" riep de aardrijkskundige.
+
+"Wat scheelt u?" vroeg de majoor.
+
+"Niets! niets!" antwoordde Paganel.
+
+Zachtjes herhaalde hij: "aland! aland! aland!"
+
+Hij was opgestaan. Hij had het dagblad opgeraapt. Hij schudde het heen
+en weer om de woorden terug te houden, die hem op de tong lagen.
+
+Lady Helena, Mary, Robert, Glenarvan, zagen hem aan, zonder iets van die
+onverklaarbare ontroering te begrijpen.
+
+Paganel geleek iemand, die plotseling waanzinnig wordt. Maar die
+toestand van zenuwachtige overspanning duurde niet lang. Langzamerhand
+kwam hij tot bedaren; de vreugde die in zijn oogen blonk, verminderde;
+hij ging weer zitten en zeide op bedaarden toon:
+
+"Wanneer gij wilt, mylord! ik ben tot uw bevelen."
+
+Glenarvan begon zijn brief weer op te geven, die den volgenden inhoud
+had:
+
+"Bevel aan Tom Austin om onverwijld in zee te steken en de _Duncan_ te
+brengen op zeven en dertig graden op de oostkust van Australië...."
+
+"Van Australië?" zeide Paganel. "O ja! van Australië!"
+
+Daarop voltooide hij den brief en legde hem aan Glenarvan ter teekening
+voor. Door zijn versche wond gehinderd, volbragt deze zoo goed en kwaad
+als het ging die formaliteit. De brief werd gesloten en verzegeld. Met
+van ontroering bevende hand schreef Paganel er het volgende adres op:
+
+ _Aan Tom Austin,_
+_eersten stuurman, aan boord van het jagt_ de Duncan,
+
+ _te
+ Melbourne_.
+
+Daarop ging hij uit den wagen, en herhaalde met driftige gebaren de
+onbegrijpelijke woorden: "_Aland! Aland! Zealand!_"
+
+
+
+
+XXI.
+
+Vier benaauwde dagen.
+
+
+De dag verliep verder zonder ongelukken. De laatste toebereidselen voor
+het vertrek van Mulrady werden gemaakt. De wakkere matroos achtte zich
+gelukkig, dat hij aan Zijne Edelheid dat bewijs van verknochtheid mogt
+geven.
+
+Paganel had zijn koelbloedigheid en gewone manieren teruggekregen. Zijn
+blik bewees wel, dat hij zich sterk met iets bezig hield, maar hij
+scheen besloten te hebben het voor zich te houden. Hij had zeker
+gewigtige redenen voor die handelwijze; want de majoor hoorde hem
+telkens herhalen, als iemand, die met zichzelven oneens is:
+
+"Neen! neen! Zij zouden mij niet gelooven! En ook, wat zou het baten?
+Het is te laat!"
+
+Toen hij dit besluit genomen had, hield hij zich onledig met Mulrady de
+noodige inlichtingen te geven om Melbourne te bereiken en met de kaart
+voor zich gaf hij hem den weg op. Alle "tracks," dat is de paden van de
+prairie, liepen op den weg van Locknow uit. Na tot aan de kust toe
+steeds zuidwaarts geloopen te hebben, wendt die weg zich plotseling naar
+Melbourne. Hij moest hem altijd houden en om den weg te bekorten zich
+niet in een weinig bekend land wagen. Niets eenvoudiger dus dan dit
+Mulrady kon niet verdwalen.
+
+Gevaren waren er niet te wachten, zoodra hij maar eenige mijlen van de
+legerplaats af was, waar Ben Joyce en zijn bende zeker in hinderlaag
+lagen. Was hij hen eens voorbij, dan maakte Mulrady zich sterk, dat hij
+de roovers snel vooruit komen en zijn belangrijke zending goed uitvoeren
+zou.
+
+Ten zes ure gebruikten allen gezamenlijk hun maal. Er viel een
+stortregen. De tent leverde geen genoegzame beschutting meer op, en
+allen hadden een schuilplaats in den wagen gezocht. Dat was bovendien
+een veilige schuilhoek. De klei hield hem aan den grond geketend en hij
+stond er zoo vast op als een fort op zijn fundeering. Het tuighuis
+bestond uit zeven karabijnen en zeven revolvers, zoodat zij een vrij
+langdurig beleg konden uitstaan, want er was geen gebrek aan kruid noch
+levensmiddelen. Binnen zes dagen immers zou de _Duncan_ in de
+Twofold-baai ten anker komen. Vier en twintig uren later zou de
+bemanning aan den anderen oever der Sneeuw-rivier zijn, en al was de
+overtogt dan nog onuitvoerbaar, dan zouden de roovers althans
+genoodzaakt worden voor de overmagt te wijken. Maar daartoe was het
+noodig, dat Mulrady in zijn gevaarvolle onderneming slaagde.
+
+Ten acht ure was het pikdonker. Het oogenblik om te vertrekken was daar.
+Het paard voor Mulrady werd voorgebragt. Zijn uit overmaat van
+voorzigtigheid met linnen omwoelde pooten maakten geen leven op den
+grond. Het dier scheen vermoeid, en toch hing aller redding af van de
+vastheid en kracht zijner beenen. De majoor gaf Mulrady den raad het te
+ontzien, zoodra hij buiten bereik der roovers was. Een oponthoud van een
+halven dag beduidde niets, als hij maar behouden aankwam.
+
+John Mangles gaf den matroos een revolver, dien hij met de uiterste zorg
+had geladen. Dit is een geducht wapen in de hand van iemand, die niet
+beeft; want zes schoten, die in eenige seconden op elkander volgen,
+vegen gemakkelijk een door boosdoeners versperden weg schoon. Mulrady
+sprong in den zadel.
+
+"Zie hier den brief, dien gij aan Tom Austin moet overhandigen," zeide
+Glenarvan. "Hij mag geen uur verzuimen. Hij moet naar de Twofold-baai
+vertrekken en indien hij ons daar niet vindt, indien wij de
+Sneeuw-rivier niet hebben kunnen oversteken, moet hij onmiddellijk naar
+ons toekomen. En nu, ga, wakkere matroos! God zij met u!"
+
+Glenarvan, lady Helena, Mary Grant, allen reikten Mulrady de hand. Dit
+vertrek in een stikdonkeren en regenachtigen nacht, op een met gevaren
+bezaaiden weg, door onbekende woeste streken, zou zeker op een minder
+moedig hart, dan dat van den matroos, een diepen indruk hebben gemaakt.
+
+"Vaarwel, mylord!" zeide hij met bedaarde stem, en weldra verdween hij
+op een pad, dat langs den zoom van het woud liep.
+
+Juist verdubbelde het geweld van den storm. De hooge takken der
+gomboomen sloegen in de duisternis met dof geluid tegen elkander. Men
+kon den val hooren van die dorre takken op den doorweekten bodem. Meer
+dan één reuzenboom, wien het aan sappen ontbrak, maar die tot nog toe
+overeind was gebleven, viel bij deze geweldige rukwinden. De wind huilde
+door het krakende hout en vereenigde zijn akelig geloei met het brullen
+van de Sneeuw-rivier. De groote wolken, die hij oostwaarts voortjoeg,
+sleepten tot op den grond als lappen stoom. Een akelige duisternis
+maakte den nacht nog afschuwelijker.
+
+Na het vertrek van Mulrady kropen de reizigers in den wagen. Lady Helena
+en Mary Grant, Glenarvan en Paganel bewoonden het voorvertrek, dat
+luchtdigt gesloten was. In het andere hadden Olbinett, Wilson en Robert
+een behoorlijk verblijf gevonden. De majoor en John Mangles waakten
+buiten. Die maatregel van voorzigtigheid was noodig; want een aanval der
+roovers was gemakkelijk en bij gevolg mogelijk.
+
+De twee getrouwe wakers hielden dus de wacht en verdroegen geduldig de
+windvlagen, die de nacht hun in het aangezigt sloeg. Hun blikken
+trachtten door de duisternis heen te boren, die zeer gunstig voor
+hinderlagen was; want het oor kon niets waarnemen onder de duizenderlei
+geluiden van den storm, het gehuil van den wind, het rammelen der
+takken, het vallen der boomstammen, het bruischen van het water, en al
+dat oproer der natuur.
+
+Toch werd de storm soms voor een oogenblikje door stilte vervangen. Dan
+zweeg de wind, als om weder adem te scheppen. De Sneeuw-rivier alleen
+kermde tusschen het onbewegelijke riet en de zwarte gordijn der
+gomboomen. Dan scheen de stilte voor een oogenblik nog dieper. Dan
+luisterden de majoor en John Mangles scherp toe.
+
+In zulk een stil oogenblik hoorden zij een schel gefluit.
+
+John Mangles liep hard naar den majoor.
+
+"Hebt gij het gehoord?" vroeg hij.
+
+"Ja," antwoordde Mac Nabbs "Is het een mensch of een dier?"
+
+"Een mensch," verzekerde John Mangles.
+
+Nu luisterden beiden. Het vreemde fluitje werd plotseling op nieuw
+vernomen, en door iets, dat op een losbranding geleek, beantwoord, maar
+bijna onhoorbaar, want de storm loeide weder met nieuw geweld. Mac Nabbs
+en John Mangles konden elkander niet verstaan. Daarom plaatsten zij zich
+onder den wind van den wagen.
+
+Te gelijk werden de lederen gordijnen opgeligt en kwam Glenarvan bij
+zijn makkers. Hij had, evenals zij, dat akelige fluiten gehoord en de
+losbranding, die door de echo onder het wagenkleed herhaald werd.
+
+"In welke rigting?" vroeg hij.
+
+"Daar!" zeide John op het donkere pad wijzende, dat Mulrady had
+ingeslagen.
+
+"Op welken afstand?"
+
+"De wind bragt het over," antwoordde John Mangles. "Het moet minstens
+drie mijlen van hier zijn."
+
+"Gaat mede!" zeide Glenarvan de karabijn over den schouder werpende.
+
+"Wij gaan niet mede!" antwoordde de majoor. "Het is een list om ons van
+den wagen weg te lokken."
+
+"En als nu Mulrady eens onder de kogels dier ellendelingen gevallen is!"
+hernam Glenarvan, de hand van Mac Nabbs vattende.
+
+"Morgen zal dat wel blijken," antwoordde de majoor koeltjes, vast
+besloten hebben Glenarvan te beletten een noodelooze onvoorzigtigheid te
+begaan.
+
+"Gij moogt de legerplaats niet verlaten, mylord!" zeide John; "ik zal
+alleen gaan!"
+
+"Gij evenmin!" hernam Mac Nabbs met nadruk. "Wilt gij ons dan één voor
+één laten dooden, onze krachten verminderen, ons aan de genade dier
+booswichten overleveren? Is Mulrady als hun offer gevallen, dan is dat
+een ongeluk, dat wij niet moeten verzwaren. Mulrady is vertrokken, omdat
+het lot hem heeft aangewezen. Was het lot op mij gevallen in plaats van
+op hem, dan zou ik evengoed als hij vertrokken zijn; maar ik zou geen
+hulp verlangd noch verwacht hebben."
+
+De majoor had volkomen gelijk, toen hij Glenarvan en John Mangles
+tegenhield. Een poging om den matroos te bereiken, in zulk een donkeren
+nacht de roovers, die hier of daar in het kreupelhout verscholen waren,
+te gemoet te gaan, was onverstandig en ook noodeloos. Het kleine
+gezelschap van Glenarvan was niet talrijk genoeg om nog meer personen te
+kunnen opofferen.
+
+Maar Glenarvan scheen niet naar reden te willen luisteren. Hij omklemde
+krampachtig zijn karabijn. Hij liep op en neer bij den wagen. Hij
+luisterde naar het geringste gedruisch. Zijn blik poogde door die
+akelige duisternis heen te boren. De gedachte martelde hem, dat een der
+zijnen doodelijk gewond, hulpeloos nederlag, en te vergeefs riep om hen,
+voor wie hij zich had opgeofferd. Mac Nabbs wist niet of hij er in
+slagen zou hem tegen te houden, of Glenarvan, gehoor gevende aan de
+inspraak van zijn hart, zich niet bloot zou stellen aan de kogels van
+Ben Joyce.
+
+"Edward!" zoo sprak hij hem aan, "bedaar! Luister naar een vriend. Denk
+aan lady Helena, aan Mary Grant, aan allen, die nog bij u zijn! Maar
+bovendien, waar wilt gij heengaan? Waar zult gij Mulrady terugvinden?
+Twee mijlen van hier is hij aangevallen! Op welken weg? Welk pad zult
+gij inslaan...."
+
+Daar liet zich, als het ware om den majoor te beantwoorden, een
+hulpgeschrei hooren.
+
+"Luistert!" zeide Glenarvan.
+
+Die kreet kwam van denzelfden kant, waar het schot was gevallen, geen
+kwart mijl van hen af.
+
+Glenarvan stiet Mac Nabbs op zij en wilde het pad reeds opgaan, toen
+zich drie honderd schreden van den wagen deze woorden lieten hooren:
+"Help! help!"
+
+Het was een klagende en wanhopende stem. John Mangles en de majoor
+ijlden in die rigting voort.
+
+Eenige oogenblikken later bemerkten zij naast het kreupelhout een
+menschelijke gedaante, die zich voortsleepte en jammerlijk kermde.
+
+Het was Mulrady, gewond, stervende, misschien dood, en toen zijn makkers
+hem optilden, voelden zij hun handen nat worden van bloed.
+
+De regen verdubbelde, en de wind huilde in de takken der doode boomen.
+Onder dat vreeselijke weder vevoerden Glenarvan, de majoor en John
+Mangles het ligchaam van Mulrady.
+
+Bij hun aankomst stonden allen op. Paganel, Robert, Wilson en Olbinett
+verlieten den wagen, en lady Helena stond haar vertrek af aan den armen
+Mulrady. De majoor trok het buis van den matroos uit, dat doornat was
+van het bloed en den regen. Hij ontdekte de wond. De ongelukkige had een
+dolksteek in de regterzijde gekregen.
+
+Mac Nabbs verbond hem zeer goed. Hij kon niet zeggen, of het wapen de
+edele deelen gekwetst had. Een straal helder rood bloed kwam er met
+horten en stooten uit; de bleekheid en bewusteloosheid van den gekwetste
+bewezen, dat de stoot goed raak was geweest. De majoor legde op de
+gapende wond, die hij eerst met zuiver water uitwiesch, een dikken prop
+van zwam en daarop pluksel, en bond er een zwachtel om. Zoo gelukte het
+hem het bloed te stelpen. Mulrady werd op de zijde gelegd, waar hij
+gewond was, met hoofd en borst in de hoogte, en lady Helena liet hem
+eenige mondjesvol water drinken.
+
+Na verloop van een kwartier maakte de gekwetste, die tot nog toe stil
+gelegen had, een beweging. Hij opende even de oogen en mompelde eenige
+onsamenhangende woorden. De majoor legde zijn oor op zijn mond en hoorde
+hem herhalen:
+
+"Mylord ... de brief ... Ben Joyce."
+
+De majoor bragt die woorden over en zag zijn makkers aan. Wat wilde
+Mulrady zeggen? Ben Joyce had den matroos aangevallen, maar waarom? Was
+het niet alleen met het doel om hem op te houden en hem te verhinderen
+de _Duncan_ te bereiken? Die brief....
+
+Glenarvan doorzocht Mulrady's zakken. De brief aan Tom Austin
+geadresseerd was er niet in!
+
+De nacht werd in ongerustheid en angst doorgebragt. Ieder oogenblik
+vreesde men, dat de gewonde zou sterven. Een heete koorts had hem
+aangetast. Als twee zusters van barmhartigheid verlieten lady Helena en
+Mary Grant hem niet. Nooit werd een zieke beter of door meewariger
+handen verpleegd.
+
+Het werd dag. De regen had opgehouden. Dikke wolken dreven nog laag in
+de lucht. De grond was met gebroken takken bedekt. Ook de klei was door
+die wolkbreuken weder doorweekt. Het werd moeijelijk om den wagen te
+naderen; maar hij kon niet dieper inzakken.
+
+John Mangles, Paganel en Glenarvan gingen bij het krieken van den dag op
+verkenning uit rondom de legerplaats. Zij gingen het pad op, dat nog
+bloedvlekken vertoonde. Zij vonden geen spoor meer van Ben Joyce of zijn
+bende. Zij kwamen ter plaatse, waar de aanval geschied was. Daar lagen
+twee lijken op den grond, door de kogels van Mulrady getroffen. Het een
+was het lijk van den hoefsmid van Black-Point. Zijn door den dood
+misvormd gelaat was ijselijk om te zien.
+
+Glenarvan strekte zijn onderzoek niet verder uit. De voorzigtigheid
+verbood hem zich te verwijderen. Hij keerde daarom naar den wagen terug,
+in diep nadenken verzonken over het gevaarlijke van den toestand.
+
+"Er valt niet aan te denken een anderen bode naar Melbourne te zenden,"
+zeide hij.
+
+"En toch moet het, mylord!" antwoordde John Mangles, "en ik wil trachten
+het doel te bereiken dat mijn matroos heeft moeten opgeven."
+
+"Neen, John! Gij hebt niet eens een paard om u die twee honderd mijlen
+te dragen!"
+
+Inderdaad, het paard van Mulrady, het eenige, dat nog over was, was niet
+teruggekomen. Was het onder de kogels der moordenaars gevallen? Was het
+in die woestijn verdwaald? Hadden de roovers zich er meester van
+gemaakt?
+
+"Wat er ook gebeure," hernam Glenarvan, "wij scheiden niet meer. Laten
+wij acht, veertien dagen wachten, tot het water der Sneeuw-rivier zijn
+gewonen stand heeft herkregen. Dan zullen wij met kleine dagreizen de
+Twofold-baai bereiken, en van daar langs een veiligen weg de _Duncan_
+bevel zenden om aan de kust te komen."
+
+"Er zit niets anders op," sprak Paganel.
+
+"Geen scheiding dus meer, mijne vrienden!" vervolgde Glenarvan. "Eén man
+waagt te veel, wanneer hij zich alleen in die woestijn waagt, die door
+bandieten onveilig gemaakt wordt. En nu, God redde onzen armen matroos
+en behoede ons!"
+
+Glenarvan had gelijk: vooreerst om iedere afzonderlijke poging te
+verbieden, ten andere om geduldig aan de oevers der Sneeuw-rivier te
+wachten, tot ze kon overgestoken worden. Naauwelijks vijf en dertig
+mijlen scheidden hem van Delegete, de eerste grensstad van
+Nieuw-Zuid-Wales, waar hij vervoermiddelen zou vinden om de Twofold-baai
+te bereiken. Van daar zou hij naar Melbourne de bevelen aan de _Duncan_
+per telegraaf afzenden.
+
+Die maatregelen waren verstandig, maar ze werden wat laat genomen. Had
+Glenarvan Mulrady niet op den weg naar Lucknow gezonden, wat al
+ongelukken zouden dan verhoed zijn, gezwegen nog van den moord van den
+matroos!
+
+Toen hij in de legerplaats terugkwam, vond hij zijn reisgenooten wat
+bedaarder. Zij schenen weer hoop gevat te hebben.
+
+"Hij betert! hij betert!" riep Robert, die lord Glenarvan te gemoet
+liep.
+
+"Mulrady?"....
+
+"Ja, Edward!" antwoordde lady Helena. "De ziekte heeft een keer genomen.
+De majoor is geruster. Onze matroos zal leven."
+
+"Waar is Mac Nabbs?" vroeg Glenarvan.
+
+"Bij hem. Mulrady heeft hem willen spreken. Gij moet ze niet storen."
+
+De gewonde was inderdaad voor een uur uit zijne verdooving ontwaakt en
+de koorts was verminderd. Maar zoodra Mulrady het geheugen en de spraak
+terugkreeg, had hij terstond naar lord Glenarvan, of, als die er niet
+was, naar den majoor gevraagd. Toen Mac Nabbs zag, dat hij zoo zwak was,
+wilde hij hem het spreken verbieden. Maar Mulrady drong er zoo sterk op
+aan, dat de majoor hem zijn zin moest geven.
+
+Weldra werden de gordijnen van den wagen op zijde geschoven en verscheen
+de majoor. Hij ging naar zijn vrienden aan den voet van een gomboom,
+waar de tent was opgeslagen. Op zijn doorgaans zoo koel gelaat stond een
+levendige bekommering te lezen. Toen zijn oog op lady Helena en het
+jonge meisje viel, drukte het een smartelijke droefheid uit.
+
+Glenarvan ondervroeg hem, en zie hier kortelijk wat de majoor had
+vernomen.
+
+Na het verlaten van de legerplaats volgde Mulrady een der paden, die
+Paganel had aangeduid. Hij haastte zich, althans zooveel als de
+duisternis van den nacht toeliet. Naar zijn schatting had hij omtrent
+een paar mijlen afgelegd, toen zich verscheidene mannen,--vijf geloofde
+hij,--voor den kop van zijn paard wierpen. Het dier steigerde, Mulrady
+greep zijn revolver en gaf vuur. Hij meende, dat twee der aanvallers
+nedervielen. Bij het licht van het schot herkende bij Ben Joyce. Maar
+dat was alles. Hij had geen tijd om zijn wapen geheel af te vuren. Hij
+kreeg een duchtigen stoot in de regterzijde en viel van het paard.
+
+Toch was hij nog niet geheel buiten kennis. De moordenaars dachten, dat
+hij dood was. Hij voelde, dat men hem doorzocht. Daarop hoorde hij een
+der roovers zeggen: "Ik heb den brief."--"Geef op," antwoordde Ben
+Joyce, "nu is de _Duncan_ ons!"
+
+Bij dit gedeelte van het verhaal van Mac Nabbs kon Glenarvan een gil
+niet weerhouden.
+
+Mac Nabbs ging voort.
+
+"Vangt nu het paard op," zeide Ben Joyce. "Binnen twee dagen ben ik aan
+boord van de _Duncan_, binnen zes in de Twofold-baai. Daar is de
+verzamelplaats. Het gezelschap van den lord zit dan nog vast in de
+moerassen der Sneeuw-rivier. Gaat bij de brug van Kemple-pier over de
+rivier, begeeft u naar de kust en wacht mij daar. Ik zal wel gelegenheid
+vinden u aan boord te brengen. Zoodra wij maar in zee zijn, zullen wij
+met een schip als de _Duncan_ de heeren van den Indischen oceaan
+zijn."--"Hoera voor Ben Joyce!" riepen de roovers. Het paard van Mulrady
+werd voorgebragt, en Ben Joyce verdween in galop op den weg naar
+Lucklow, terwijl de bende zuidoostelijk naar de Sneeuw-rivier trok.
+Hoewel zwaar gekwetst, had Mulrady toch nog kracht genoeg om zich tot
+drie honderd schreden van de legerplaats af voort te slepen, waar wij
+hem bijna dood hebben opgenomen. "Zoo luidt het verhaal van Mulrady",
+zeide Mac Nabbs. "Nu begrijpt gij, waarom de moedige matroos er zoo op
+gesteld was om te spreken."
+
+Deze mededeeling deed Glenarvan en de zijnen ontstellen.
+
+"Zeeroovers! zeeroovers!" riep Glenarvan. "Mijn matrozen vermoord! Mijn
+_Duncan_ in de handen dier bandieten!"
+
+"Ja! want Ben Joyce zal het vaartuig overrompelen antwoordde de majoor,
+"en dan...."
+
+"Welnu! wij moeten vroeger aan de kust zijn dan die ellendelingen!"
+zeide Paganel.
+
+"Maar hoe komen wij over de Sneeuw-rivier?" vroeg Wilson.
+
+"Evenals zij," antwoordde Glenarvan. "Zij gaan te Kemple-pier over de
+brug, wij ook."
+
+"Maar wat zal er van Mulrady worden?" vroeg lady Helena.
+
+"Dien zullen wij dragen! wij zullen elkander aflossen! Ik kan toch mijne
+geheele bemanning niet weerloos overlaten aan den troep van dien Ben
+Joyce!"
+
+Het denkbeeld om over de brug van Kemple-pier over de Sneeuw-rivier te
+gaan was uitvoerbaar, maar gewaagd. De roovers konden zich op dat punt
+vestigen en het verdedigen. Zij waren ten minste dertig tegen zeven!
+Maar er zijn oogenblikken, waarin men niet telt, waarin men vooruit
+moet, of men wil of niet.
+
+"Mylord!" zeide nu John Mangles, "voor wij onze laatste kans wagen, voor
+wij naar die brug gaan, is het voorzigtig ze te gaan verkennen. Dat neem
+ik op mij."
+
+"Ik ga mee, John!" zeide Paganel.
+
+Toen dit voorstel aangenomen was, maakten John Mangles en Paganel zich
+gereed om terstond heen te gaan. Zij moesten de Sneeuw-rivier afgaan,
+haar oevers volgen tot de plaats toe, waar zij de door Ben Joyce
+opgegeven brug bereikten, en zich vooral onttrekken aan het oog der
+roovers, die de oevers zeker bezet hielden.
+
+Van levensmiddelen voorzien en goed gewapend vertrokken de beide moedige
+reisgenooten, en verdwenen weldra tusschen het hooge oeverriet.
+
+Dien geheelen dag bleef men op hen wachten. 's Avonds waren zij nog niet
+terug. Allen verkeerden in grooten angst.
+
+Tegen elf ure kondigde Wilson eindelijk hun terugkomst aan. Paganel en
+John Mangles waren doodmoede van dien marsch van tien mijlen.
+
+"Die brug! Bestaat die brug?" vroeg Glenarvan, die hen te gemoet liep.
+
+"Ja! een brug van slingerplanten," zeide John Mangles. "De roovers zijn
+er inderdaad overgegaan. Maar...."
+
+"Maar...." herhaalde Glenarvan, die een voorgevoel had van een nieuw
+ongeluk.
+
+"Zij hebben ze na hun overtogt verbrand," antwoordde Paganel.
+
+
+
+
+XXII.
+
+Eden.
+
+
+Het was nu geen tijd om te jammeren, maar om te handelen. Nu de brug van
+Kemple-pier vernield was, moest men tot elken prijs de Sneeuw-rivier
+over en voor den troep van Ben Joyce op de oevers der Twofold-baai
+komen. De tijd werd dan ook niet met nutteloose praatjes verspild, en
+reeds den volgenden dag, den 16den Januarij, gingen John Mangles en
+Glenarvan de rivier onderzoeken, om den overtogt te bewerkstelligen.
+
+Het onstuimige en door den regen gezwollen water daalde niet. Het kookte
+met onbeschrijfelijke woede. Het te trotseeren was zoo goed als den dood
+in den mond loopen. Met over elkander geslagen armen en gebukten hoofde
+bleef Glenarvan roerloos staan.
+
+"Wil ik beproeven den anderen oever zwemmende te bereiken?" zeide John
+Mangles.
+
+"Neen, John! wij zullen wachten!" antwoordde Glenarvan, terwijl hij met
+de hand den wakkeren borst tegenhield.
+
+En te zamen keerden zij naar de legerplaats terug. De dag werd in groote
+bezorgdheid gesleten. Tienmaal keerde Glenarvan naar de Sneeuw-rivier
+terug. Hij poogde een stout middel te bedenken om haar over te steken.
+Maar te vergeefs. Al had een lavastroom tusschen haar oevers gevloeid,
+dan kon zij niet onoverkomelijker geweest zijn.
+
+In die verloren uren omringde lady Helena, door den majoor met raad
+bijgestaan, Mulrady met de teederste zorgen. De matroos gevoelde, dat
+hij herstelde. Mac Nabbs durfde verzekeren, dat geen enkel edel deel
+gewond was. Het bloedverlies was genoegzaam om de zwakheid van den zieke
+te verklaren. Als zijn wond gesloten, het bloeden gestelpt was, zouden
+tijd en rust zijn volkomen genezing wel aanbrengen. Lady Helena had
+verlangd, dat hij het voorvertrek van den wagen zou betrekken. Mulrady
+was verlegen over zooveel goedheid.
+
+Het meest bekommerde het hem, dat zijn toestand Glenarvan mogt ophouden,
+en men moest hem beloven, dat men hem onder bewaking van Wilson in de
+legerplaats zou achterlaten, wanneer de overtogt over de Sneeuw-rivier
+mogelijk werd.
+
+Ongelukkig was die overtogt evenmin dien dag uitvoerbaar als den
+volgenden, den 17den Januari. Glenarvan was radeloos, nu hij zich zoo
+zag ophouden. Lady Helena en de majoor deden te vergeefs hun best om hem
+ter neder te zetten en tot geduld te vermanen. Geduld oefenen, wanneer
+Ben Joyce misschien op hetzelfde oogenblik aan boord van het jagt kwam;
+wanneer de _Duncan_ de touwen losgooide en hard stoomde om die
+noodlottige kust te bereiken, en wanneer ieder oogenblik ze er digter
+bijbragt?
+
+John Mangles stond evenveel angst uit als Glenarvan. Met geweld iederen
+hinderpaal uit den weg willende ruimen, bouwde hij op australische
+manier een bootje van groote repen gomboomenschors. Die stukken, welke
+zeer ligt waren, werden met houten hoepels verbonden en vormden een zeer
+broos vaartuigje.
+
+De kapitein en de matroos beproefden den 18den dat ranke bootje. Alles,
+wat bekwaamheid, kracht, behendigheid en moed vermogten, wendden zij
+aan. Maar naauwelijks waren zij op den stroom, of zij sloegen om, en
+weinig scheelde het of die vermetele proef kostte hun het leven. Het
+bootje werd in een draaikolk medegesleept en verdween. John Mangles en
+Wilson waren nog geen tien vademen ver op die rivier gekomen, die door
+den regen en het smelten der sneeuw gezwollen, wel een mijl breed was.
+
+De 19de en 20ste Januarij verliepen in dien toestand. De majoor en
+Glenarvan gingen vijf mijlen stroomopwaarts, zonder een doorwaadbare
+plaats te vinden. Overal was het water even onstuimig, de stroom even
+snel. De geheele zuidelijke helling der australische Alpen goot al haar
+water in die eene bedding.
+
+Men moest de hoop opgeven om de _Duncan_ te redden. Vijf dagen waren
+sedert het vertrek van Ben Joyce verloopen. Het jagt moest thans aan de
+kust en in de handen der roovers zijn!
+
+Het was echter onmogelijk, dat die stand van zaken lang kon aanhouden.
+Het tijdelijke wassen des waters wordt spoedig uitgeput en wel in
+dezelfde reden als het geweld, waarmede het plaats heeft. Paganel
+bespeurde dan ook in den morgen van den 21sten, dat de hoogte der rivier
+boven den gewonen waterstand begon af te nemen. Hij deelde Glenarvan de
+uitkomst zijner waarnemingen mede.
+
+"Wat baat dat nu?" antwoordde Glenarvan; "het is toch te laat!"
+
+"Dat is geen reden om ons verblijf in de legerplaats te verlengen."
+
+"Ja," antwoordde John Mangles. "Morgen is de overtogt misschien
+uitvoerbaar."
+
+"En zal dat mijn ongelukkige matrozen redden?" riep Glenarvan.
+
+"Uwe Edelheid! luister!" hernam John Mangles. "Ik ken Tom Austin. Hij
+heeft uw bevelen moeten uitvoeren en vertrekken, zoodra zijn vertrek
+mogelijk was. Maar wie zegt ons, dat de _Duncan_ gereed, haar averij
+hersteld was, toen Ben Joyce te Melbourne kwam? En als het jagt eens
+niet in zee heeft kunnen steken, als het één, twee dagen oponthoud heeft
+gehad!"
+
+"Gij hebt gelijk, John!" antwoordde Glenarvan, "Wij moeten de
+Twofold-baai bereiken. Wij zijn maar vijf en dertig mijlen van Delegete
+af!"
+
+"Ja," zeide Paganel, "en in die stad zullen wij snelle middelen van
+vervoer vinden. Wie weet, of wij niet tijdig genoeg zullen komen om een
+ongeluk te verhoeden?"
+
+"Laten wij vertrekken!" riep Glenarvan.
+
+Dadelijk gingen John Mangles en Wilson aan het werk om een fiksch
+vaartuig te maken. De ondervinding had geleerd, dat geen stukken schors
+bestand waren tegen de hevigheid van den stroom. John velde nu stammen
+van gomboomen, waarvan hij een ruw, maar stevig vlot maakte. Dat werk
+nam veel tijd weg, en de dag verliep, voor het voltooid was. Het kwam
+eerst den volgenden dag gereed.
+
+Nu was het water der Sneeuw-rivier merkelijk gezakt. De stortvloed werd
+een rivier, maar de strooming bleef nog altijd zeer sterk. Echter hoopte
+John, wanneer hij zich in de schuinte met den stroom liet afdrijven, den
+tegenovergestelden oever te bereiken.
+
+Om half een belastte ieder zich met zooveel levensmiddelen als hij kon
+voor een tweedaagschen togt. Het overschot werd met den wagen en de tent
+achtergelaten. Mulrady was wel genoeg om vervoerd te worden; zijn
+herstel vorderde snel.
+
+Ten een ure nam elk plaats op het vlot, dat nog aan den oever vastlag.
+John Mangles had aan stuurboord een soort van riem aangebragt en aan
+Wilson toevertrouwd, om het vaartuig tegen den stroom te steunen en het
+sterk afdrijven te verminderen. Hij zelf zou achterop staande sturen met
+een lompen wrikriem. Lady Helena en Mary Grant zaten midden op het vlot
+bij Mulrady. Glenarvan, de majoor, Paganel en Robert omringden hen,
+gereed om hun bijstand te verleenen.
+
+"Is alles klaar, Wilson?" vroeg John Mangles den matroos.
+
+"Ja, kapitein!" antwoordde Wilson, terwijl hij met forsche hand den riem
+greep.
+
+"Geef acht, en houd ons tegen den stroom."
+
+John Mangles maakte het vlot los en stiet het op de golven der
+Sneeuw-rivier. Alles ging een vijftien vademen ver goed. Wilson
+verhinderde het afdrijven. Maar weldra kwam het vlot bij een draaikolk;
+het draaide rond, zonder dat de riem of de wrikriem het in een regte
+lijn konden houden. Ondanks alle inspanning, hadden Wilson en John
+Mangles weldra van plaats verwisseld, waardoor de werking der riemen
+werd opgeheven.
+
+Men moest zich onderwerpen. Er bestond geen middel om die draaijende
+beweging van het vlot tegen te gaan. Het draaide met duizelingwekkende
+snelheid en dreef uit den koers. John Mangles stond met een bleek gelaat
+en op elkander geklemde tanden naar het kokende water te zien.
+
+Intusschen kwam het vlot in het midden van de Sneeuw-rivier. Het was nu
+door den stroom een halve mijl van het punt van afvaart medegesleept.
+Daar had de stroom een buitengewone kracht, en daar hij de kolken brak,
+gaf hij aan het vaartuig wat vastheid.
+
+John en Wilson grepen weder hun riemen, en het gelukte hun het vlot in
+een schuine rigting voort te stuwen. Daardoor kwamen zij nabij den
+linker-oever. Zij waren er nog maar vijftig vademen van af, toen de riem
+van Wilson brak. Het vlot, niet langer gesteund, werd medegesleept. John
+wilde het tegenhouden, op het gevaar af van zijn wrikriem te breken. Met
+bebloede handen hielp Wilson hem.
+
+Eindelijk zagen zij hun pogingen met den gewenschten uitslag bekroond.
+Na een overtogt, die meer dan een half uur geduurd had, stiet het vlot
+tegen den loodregten oever. De schok was hevig; de stammen weken, de
+touwen braken, het water drong bruischend binnen. De reizigers hadden
+maar even den tijd om zich vast te klemmen aan de struiken, die over het
+water hingen. Zij haalden Mulrady en de twee vrouwen, die half doornat
+waren, naar zich toe. Kortom, allen werden gered; maar het grootste
+gedeelte der medegenomen levensmiddelen en de wapenen, uitgenomen de
+karabijn van den majoor, dreven weg met het wrak van het vlot.
+
+De overtogt was volbragt. Het kleine gezelschap stond bijna van alles
+beroofd, vijf en dertig mijlen van Delegete af, in het hart dier
+onbekende woestijnen op de grens van Victoria. Daar houden zich geen
+kolonisten noch squatters op, de streek is onbewoond, alleen zwerven er
+woeste woudloopers en roovers.
+
+Men besloot zonder verwijl te vertrekken. Mulrady zag wel, dat hij tot
+last zou zijn; hij verzocht, of hij blijven mogt, zelfs alleen, om hulp
+uit Delegete af te wachten.
+
+Glenarvan weigerde. Hij kon Delegete eerst in drie, de kust eerst in
+vijf dagen bereiken, dat wil zeggen den 26sten Januarij. En den 16den
+had de _Duncan_ Melbourne verlaten. Wat verscheelde hem nu nog een
+vertraging van eenige uren?
+
+"Neen, mijn vriend!" zeide hij, "ik wil niemand achterlaten. Wij zullen
+een draagbaar maken en u ieder op zijn beurt dragen."
+
+De draagbaar werd vervaardigd van gomboomentakken en met twijgen bedekt,
+en of hij wilde of niet, Mulrady moest er plaats innemen. Glenarvan
+wilde de eerste zijn om den matroos te dragen. Hij nam de draagbaar aan
+het eene einde, Wilson aan het andere, en men ging op weg.
+
+Welk een droevig schouwspel, en wat liep die reis, welke zoo goed
+begonnen was, slecht af! Men zocht niet langer Harry Grant. Dit
+vastland, waar hij niet was, waar hij nooit geweest was, dreigde
+noodlottig te worden voor degenen, die zijn spoor zochten. En wanneer
+zijn stoute landgenooten de australische kust bereikten, zouden zij er
+niet eens de _Duncan_ vinden om hen naar het vaderland terug te brengen!
+
+De eerste dag werd zwijgend en verdrietig doorgebragt. Om de tien
+minuten loste men elkander af bij het dragen der baar. Alle makkers van
+den matroos stonden zonder klagen die vermoeijenis uit, die nog toenam
+door de hevige warmte.
+
+Na slechts vijf mijlen te hebben afgelegd, legerde men zich 's avonds
+bij een boschje gomboomen. Het overschot der levensmiddelen, die nog uit
+de schipbreuk waren gered, diende tot avondeten. Maar verder kon men
+alleen rekenen op de karabijn van den majoor.
+
+De nacht was slecht, de regen kwam er bij, het scheen, alsof het maar
+geen dag wilde worden. Men ging weer op weg. De majoor had geen
+gelegenheid om één enkel schot te doen. Deze noodlottige streek was nog
+erger dan de woestijn, want zelfs de dieren bezochten ze niet eens.
+
+Gelukkig ontdekte Robert een trapganzen nest, en in dat nest een dozijn
+groote eijeren, die Olbinett onder de heete asch braadde. Dit maakte met
+eenige postelein, die in een hollen weg groeide, den 22sten het geheele
+ontbijt uit.
+
+De weg werd nu bijzonder moeijelijk en pijnlijk.
+
+De zandvlakten waren digt begroeid met "spinifex," een doornstruik, die
+te Melbourne "stekelvarken" genoemd wordt. De kleeren scheurden er van,
+de beenen werden er tot bloedens toe door gewond. De moedige vrouwen
+klaagden echter niet; zij stapten wakker voort, ten voorbeeld voor de
+anderen, en moedigden hen aan door een woord of een blik.
+
+'s Avonds hield men stil aan den voet van den berg Bulla-Bulla, aan de
+oevers van het stroompje Jungalla. Het avondeten zou schraal geweest
+zijn, had Mac Nabbs niet eindelijk een groote rat geschoten, de "Mus
+conditor," die den naam heeft een uitstekend voedsel te zijn. Olbinett
+braadde ze, en ze zou haar naam nog beter verdiend hebben, wanneer ze
+zoo groot was geweest als een schaap. Men moest het er echter mede doen
+Ze werd tot op de beenderen toe afgekloven.
+
+Wel vermoeid, maar nog altijd vol moed, gingen de reizigers den 23sten
+weder op marsch. Nadat zij om den voet der bergs gegaan waren, kwamen
+zij door groote weilanden, waarvan het gras uit walvischbaarden scheen
+te bestaan. Het was een bosch van lansen, een verwarde hoop scherpe
+bajonnetten, waarin men zich met de bijl of het vuur een weg moest
+banen.
+
+Dien morgen was er aan geen ontbijt te denken. Niets kan de dorheid dier
+met kwartsbrokken bezaaide streek overtreffen. Niet alleen de honger,
+maar ook de dorst deed zich sterk gevoelen. Een brandend heete lucht
+maakte die marteling nog ondragelijker. Glenarvan en de zijnen legden
+geen halve mijl in het uur af. Mogt dat gebrek aan spijs en drank tot
+den avond duren, dan zouden zij op dien weg neder vallen om niet meer op
+te staan.
+
+Maar wanneer den mensch alles begeeft, wanneer hij zich hulpeloos en
+verlaten ziet, wanneer hij niet anders denkt of zijn laatste uur heeft
+geslagen, dan openbaart zich de tusschenkomst der Voorzienigheid.
+
+Het water schonk Zij in "cephalotes" een soort van bekers met een
+verkwikkend vocht gevuld, die aan de takken van koraalvormige struiken
+hingen. Allen leschten hun dorst er mede en voelden, dat weer nieuwe
+levenskrachten in hen werden opgewekt.
+
+Het voedsel was het gewone der inlanders, wanneer er gebrek is aan wild:
+insecten en slangen. Paganel ontdekte in de uitgedroogde bedding van een
+stroompje een plant, wier uitmuntende eigenschappen hem dikwijls
+beschreven waren door een der leden van de Maatschappij voor
+aardrijkskunde.
+
+Het was de "nardou," een bedekt bloeijend gewas van de familie der
+waterlinzen, hetzelfde, waarmede Burke en King hun leven rekten in de
+woestijnen van het binnenland. Onder zijn op klaver gelijkende bladeren
+ontsproten verdroogde kiemkorrels. Die korrels, zoo groot als een lins,
+werden tusschen twee steenen gekneusd, en gaven een soort van meel. Er
+werd grof brood van gebakken, dat den honger eenigzins stilde. Die plant
+was overvloedig te vinden. Olbinett kon dus te dezer plaatse een groote
+hoeveelheid verzamelen, en zoo waren zij voor verscheidene dagen van
+voedsel voorzien.
+
+Den volgenden dag, den 24sten, legde Mulrady een gedeelte van den weg te
+voet af. Zijn wond was geheel digt. De stad Delegete was nog maar tien
+mijlen ver, en dien avond legerden zij zich op 149° lengte op de grens
+van Nieuw-Zuid-Wales.
+
+Een fijne en doordringende regen viel sedert eenige uren. Zij hadden in
+de open lucht moeten blijven, wanneer John Mangles niet bij toeval een
+verlaten en vervallen hut van houtzagers had ontdekt. Men moest zich
+vergenoegen met dat ellendige krot van takken en riet. Wilson wilde vuur
+aanleggen om het nardon-brood te bakken en ging het doode hout oprapen,
+dat op den grond lag. Maar hij kon het niet aankrijgen. De groote
+hoeveelheid aluinachtige stof, die het bevatte, belette de ontvlamming.
+Het was het onbrandbare hout, dat Paganel had opgenoemd onder de
+zonderlinge voortbrengselen van Australië.
+
+Men moest het dus zonder vuur en brood doen, en in de vochtige kleeren
+slapen, terwijl de spotvogels, in de hooge takken verborgen, die
+ongelukkige reizigers schenen uit te jouwen.
+
+Glenarvan's lijden liep inmiddels ten einde. Wel was het tijd. De beide
+jeugdige vrouwen spanden zich geweldig in, maar haar krachten
+verminderden van uur tot uur. Zij sleepten zich voort, loopen konden zij
+niet meer.
+
+Met het krieken van den volgenden dag vertrok men. Ten elf ure waren ze
+te Delegete, in het graafschap Wellesley, vijftig mijlen van de
+Twofold-baai.
+
+Daar werd spoedig rijtuig genomen. Toen hij zoo digt bij de kust was,
+herleefde de hoop in het hart van Glenarvan. Als de _Duncan_ maar een
+beetje oponthoud had gehad, zou hij ze misschien nog vóór zijn! In
+vieretwintig uren kon hij aan de baai zijn!
+
+Na een versterkend maal gebruikt te hebben, vertrokken alle reizigers
+ten twaalf ure in een postkoets zoo hard vijf sterke paarden maar loopen
+konden. De postiljons, aangezet door de belofte van een vorstelijk
+drinkgeld, joegen het snelle rijtuig over een goed onderhouden weg
+voort. Zij verloren geen twee minuten op de pleisterplaatsen, die tien
+mijlen van elkander verwijderd waren. Het scheen, dat Glenarvan hun het
+vuur had in geblazen, dat hem verteerde.
+
+Dien ganschen dag en nacht reed men zoo door met een snelheid van zes
+mijlen in het uur.
+
+Toen de zon den volgenden dag opging, kondigde een dof geruisch de
+nabijheid van den Indischen oceaan aan.
+
+Men moest de baai omrijden om op den zevenendertigsten breedtegraad den
+oever te bereiken, juist ter plaatse waar Tom Austin de komst der
+reizigers moest afwachten.
+
+Toen de zee zigtbaar werd, rigtten allen hunne blikken verlangend
+daarheen. Stoomde de _Duncan_ daar soms door een wonder der
+Voorzienigheid op en neer, even als een maand vroeger bij kaap
+Corrientes op de argentijnsche kust?
+
+Niets was er te zien. De lucht en het water liepen aan den gezigteinder
+ineen. Geen enkel zeil verlevendigde de ontzettende watervlakte.
+
+Nog ééne hoop bleef er over. Misschien had Tom Austin gemeend het anker
+in de Twofold-baai te moeten werpen; want de zee stond hol en geen schip
+kon veilig wezen bij zulk een nabijheid van het strand.
+
+"Naar Eden!" riep lord Glenarvan.
+
+Dadelijk sloeg de postwagen regts den cirkelvormigen weg in, die langs
+de oevers der baai liep, en rigtte zich naar het vijf mijlen verder
+gelegen stadje Eden.
+
+De postiljons hielden stil niet ver van het vaste licht, dat den ingang
+der haven aanduidt. Eenige schepen lagen op de reede voor anker, maar
+geen een had de vlag van Malcolm geheschen.
+
+Glenarvan, John Mangles en Paganel stapten uit het rijtuig, liepen naar
+het tolkantoor, ondervroegen de beambten en zagen de lijst van de in de
+laatste dagen aangekomen schepen in.
+
+In den loop eener week was geen enkel vaartuig de baai binnengeloopen.
+
+"Zou hij niet vertrokken zijn?" riep Glenarvan, die door een in het
+menschelijke hart dikwijls voorkomende omkeering niet meer wilde
+wanhopen. "Misschien zijn wij hem voor geweest!"
+
+John Mangles schudde het hoofd. Hij kende Tom Austin. Zijn eerste
+stuurman zou de uitvoering van een bevel geen tien dagen uitstellen.
+
+"Ik wil weten, hoe de zaken staan," zeide Glenarvan. "Zekerheid is beter
+dan twijfel!"
+
+Een kwartier later werd een telegram gezonden aan den overman der
+scheeps-agenten te Melbourne.
+
+Daarna lieten de reizigers zich brengen naar het _Victoria_-hotel.
+
+Ten twee ure kreeg lord Glenarvan een telegram van dezen inhoud:
+
+ Aan lord Glenarvan, Eden,
+ Twofold-baai.
+
+"De _Duncan_ den 18den dezer vertrokken. Bestemming
+onbekend."
+
+ I. Andrew. S.A.
+
+Het berigt ontviel Glenarvan's handen.
+
+Geen twijfel meer! Het eerlijke schotsche jagt was in handen van Ben
+Joyce een kaperschip geworden!
+
+Zoo eindigde die reis door Australië, die zich in den beginne zoo
+gunstig liet aanzien. Het spoor van kapitein Grant en de
+schipbreukelingen scheen onherroepelijk verloren, en die tegenspoed
+kostte eener geheele bemanning het leven. Glenarvan bezweek in dien
+strijd, en die moedige zoeker, dien de zaamverbonden elementen in de
+Pampa's niet hadden kunnen stuiten, was door de verdorvenheid der
+menschen op het vastland van Australië overwonnen.
+
+
+
+
+
+
+***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT,
+TWEEDE DEEL (OF 3)***
+
+
+******* This file should be named 38668-0.txt or 38668-0.zip *******
+
+
+This and all associated files of various formats will be found in:
+http://www.gutenberg.org/dirs/3/8/6/6/38668
+
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://www.gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://www.gutenberg.org/about/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit:
+http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/38668-0.zip b/38668-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..d07a216
--- /dev/null
+++ b/38668-0.zip
Binary files differ
diff --git a/38668-8.txt b/38668-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..96e4aa2
--- /dev/null
+++ b/38668-8.txt
@@ -0,0 +1,9592 @@
+The Project Gutenberg eBook, De kinderen van Kapitein Grant, tweede Deel
+(of 3), by Jules Verne
+
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+
+
+
+Title: De kinderen van Kapitein Grant, tweede Deel (of 3)
+ Australië
+
+
+Author: Jules Verne
+
+
+
+Release Date: February 2, 2012 [eBook #38668]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+
+***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT,
+TWEEDE DEEL (OF 3)***
+
+
+E-text prepared by Annemie Arnst, Anne Dreze, and Marc D'Hooghe
+(http://www.freeliterature.org) from page images generously made
+available by the Google Books Library Project (http://books.google.com)
+and Bibliothèque nationale de France (http://www.bnf.fr)
+
+
+
+Note: Project Gutenberg also has an HTML version of this
+ file which includes illustrations.
+ See 38668-h.htm or 38668-h.zip:
+ (http://www.gutenberg.org/files/38668/38668-h/38668-h.htm)
+ or
+ (http://www.gutenberg.org/files/38668/38668-h.zip)
+
+
+ Images of the original text pages are available
+ through the the Google Books Library Project. See
+ http://books.google.com/books?id=0LorAAAAMAAJ&printsec=titlepage
+
+
+ The illustrations used in this e-book are taken from the
+ 1868 French edition, Les Enfants du Capitaine Grant,
+ published by J. Hetzel (Paris). The original images are
+ available througn Bibliothèque nationale de France, See
+ http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8600254s.r=.langEN
+
+
+ Project Gutenberg has the other two volumes of this work.
+ Volume I: see http://www.gutenberg.org/ebooks/38667
+ Volume III: see http://www.gutenberg.org/ebooks/38669
+
+
+
+
+
+DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT
+
+Naar het fransch van
+
+JULES VERNE
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+AUSTRALIË.
+
+
+
+
+
+
+
+Leyden,
+De Breuk & Smits.
+1868.
+
+
+
+
+I.
+
+Terug aan boord.
+
+
+De eerste oogenblikken waren aan de vreugde van het wederzien gewijd.
+Lord Glenarvan wilde niet, dat de vruchtelooze afloop hunner nasporingen
+de vreugde in het hart zijner vrienden zou verkoelen. Daarom waren zijn
+eerste woorden: "Houdt moed, vrienden! houdt moed! Kapitein Grant is
+niet bij ons; maar wij zijn zeker, dat wij hem redden zullen."
+
+Niet minder dan zulk een stellige verzekering was er noodig om de dames
+aan boord der _Duncan_ met nieuwe hoop te bezielen.
+
+Lady Helena en Mary Grant toch hadden, terwijl het bootje het jagt
+naderde, al de pijnlijke kwellingen der onzekerheid uitgestaan. Op de
+kampanje staande trachtten zij te tellen, hoeveel personen aan boord
+terugkwamen. Nu eens wanhoopte het meisje, dan verbeeldde zij zich weer
+Harry Grant te zien. Haar hart klopte, zij kon niet spreken, ter
+naauwernood kon zij op de beenen blijven. Lady Helena sloot haar in haar
+armen. John Mangles stond zwijgende naast haar uit te zien; hoewel als
+zeeman aan verzien gewoon, kon hij toch den kapitein niet ontdekken.
+
+"Daar is hij! mijn vader komt!" sprak het meisje zachtjes.
+
+Maar naarmate de sloep naderde, werd alle hoop de bodem ingeslagen. Toen
+de reizigers nog een honderd vaâm van het schip af waren, hadden niet
+alleen lady Helena en John Mangles, maar ook Mary zelve, die in tranen
+zwom, alle hoop opgegeven. Het was hoog tijd, dat lord Glenarvan kwam en
+zijn vertroostende woorden sprak.
+
+Na de eerste omhelzingen werden lady Helena, Mary Grant en John Mangles
+van de voornaamste voorvallen op den togt onderrigt; vooraf echter
+maakte Glenarvan hen bekend met de nieuwe uitlegging, die de schrandere
+Paganel aan het document had gegeven. Ook prees hij Robert, op wien Mary
+met regt trotsch mogt zijn. Zijn moed, zijn zelfopoffering, de gevaren,
+die hij getrotseerd had, alles werd door Glenarvan in het helderste
+licht gesteld, zoodat de knaap niet zou geweten hebben, waar hij zich
+moest verbergen, als hij niet een schuilplaats had gevonden in de armen
+zijner zuster.
+
+"Gij behoeft niet verlegen te zijn, Robert!" zeide John Mangles, "gij
+hebt u als een waardig zoon van kapitein Grant gedragen!"
+
+Hij omarmde den broeder van Mary, en drukte een kus op diens wangen, die
+nog vochtig waren van de tranen van het meisje.
+
+Slechts ter loops maken wij hier melding van het onthaal, dat den majoor
+en den aardrijkskundige ten deel viel, en van de eervolle vermelding,
+die van den edelmoedigen Thalcave werd gemaakt. Het speet lady Helena,
+dat zij de hand van den wakkeren Indiaan niet kon drukken. Toen de
+eerste vreugde wat voorbij was, zocht Mac Nabbs zijne hut op, waar hij
+zich met vaste en bedaarde hand schoor. Paganel fladderde van den een
+naar den ander als een bij, om het sap van loftuitingen en glimlachjes
+te puren. Hij wilde de geheele bemanning der _Duncan_ omhelzen, en
+bewerende, dat lady Helena er evengoed toe behoorde als Mary Grant,
+begon hij bij dezen om bij Olbinett te eindigen.
+
+De hofmeester meende zooveel beleefdheid niet beter te kunnen vergelden,
+dan door aan te kondigen, dat het ontbijt gereed stond.
+
+"Het ontbijt!" riep Paganel.
+
+"Ja, mijnheer Paganel!" antwoordde Olbinett.
+
+"Een echt ontbijt, op een echte tafel, met vork en mes en servet?"
+
+"Wel zeker, mijnheer Paganel!"
+
+"En zullen wij geen _charqui_, geen harde eijeren, geen sneden
+struisvogelvleesch eten?"
+
+"Wel, mijnheer!" antwoordde de hofmeester, eenigzins in zijn eer
+gekrenkt.
+
+"Ik heb u niet willen beleedigen, mijn vriend!" zeide de geleerde
+glimlagchend; "maar, ziet ge, in geen maand hebben wij iets anders
+gehad, en wij nuttigden het, niet op een tafel zittende, maar op den
+grond liggende of op boomen huizende. Daarom kwam het ontbijt, dat gij
+aankondigt, mij voor als een droom, een bedrog, een hersenschim!"
+
+"Laten wij dan het bewijs leveren, dat het wezenlijk bestaat, mijnheer
+Paganel!" sprak lady Helena, die haar lagchen niet kon bedwingen.
+
+"Mag ik u mijn arm aanbieden?" vroeg de galante aardrijkskundige.
+
+"Heeft Uw Edelheid geen orders te geven aangaande den koers van de
+_Duncan_?" vroeg John Mangles.
+
+"Na het ontbijt, waarde John! zullen wij gezamenlijk het programma voor
+onzen nieuwen togt opmaken," antwoordde Glenarvan.
+
+De passagiers van het jagt en de jeugdige kapitein gingen naar de
+_longroom_. De machinist kreeg last om stoom op te houden, ten einde op
+het eerste teeken te vertrekken. De majoor, die zich geschoren had, en
+de reizigers namen, na zich wat opgeknapt te hebben, aan tafel plaats.
+
+Men deed eer aan het ontbijt van Olbinett. Eenstemmig werd het
+uitmuntend genoemd, zelfs beter dan de kostelijke maaltijden in de
+Pampa. Paganel liet zich iederen schotel tweemaal geven, "uit
+verstrooidheid" zooals hij zeide.
+
+Dit ongelukkige woord deed lady Glenarvan vragen, of de beminnelijke
+Franschman soms tot zijn gewone zonde vervallen was. De majoor en lord
+Glenarvan zagen elkander glimlagchende aan. Paganel zelf barstte in een
+schaterend gelach uit, en verpandde "zijn eer" dat hij, hoe lang de reis
+ook nog duren mogt, niet meer verstrooid zou zijn; daarop gaf hij een
+zeer aardig verslag van zijn wederwaardigheden en van zijn grondige
+studiën over het werk van Camoëns.
+
+"En toch," voegde hij er ten slotte bij, "is het ongeluk ergens goed
+voor, en gevoel ik geen spijt over mijn dwaling."
+
+"Hoe zoo, mijn vriend?" vroeg de majoor.
+
+"Omdat ik nu niet alleen spaansch, maar ook portugeesch spreek. Ik ken
+nu twee talen in plaats van ééne!"
+
+"Daar had ik zoo waar niet aan gedacht," antwoordde Mac Nabbs. "Ik maak
+u wel mijn compliment, Paganel!"
+
+Allen juichten Paganel toe, die daarom het eten niet vergat, hij at en
+praatte tegelijk. Vandaar, dat hij een bijzonderheid, die Glenarvan niet
+ontgaan kon, niet opmerkte: de oplettendheid namelijk van John Mangles
+voor zijn jeugdige tafelburin Mary Grant. Een bijna onmerkbare wenk van
+lady Helena aan haar man deed dezen inzien, dat "er iets gaande" was!
+Glenarvan zag de beide jongelieden met vriendelijk welgevallen aan en
+rigtte het woord tot John Mangles, maar over een heel andere zaak.
+
+"Vertel mij eens, John! hoe is het op uw reis gegaan?"
+
+"Het kon niet beter," antwoordde de kapitein. "Alleen moet ik Uw
+Edelheid zeggen, dat wij niet door de straat van Magellaan teruggekeerd
+zijn.
+
+"Wat!" riep Paganel, "zijt gij kaap Hoorn omgevaren, en dat zonder mij?"
+
+"Hang u op!" zeide de majoor.
+
+"Eigenbelangzoeker! wilt gij van mij erven, dat gij mij dien raad
+geeft?" antwoordde de aardrijkskundige.
+
+"Maar, waarde Paganel!" sprak Glenarvan, "wie de gaaf niet bezit van
+overal te gelijk te zijn, kan niet de Pampa's doortrekken en te gelijk
+kaap Hoorn omzeilen."
+
+"Dat neemt niet weg, dat het mij spijt," antwoordde de geleerde.
+
+Maar er werd niet verder over gesproken en men liet het bij dit
+antwoord. John Mangles nam nu het woord weer op en verhaalde zijn reis.
+Langs de amerikaansche kust varende, had hij op nieuw al de westelijke
+eilandgroepen onderzocht, maar nergens een spoor van de _Britannia_
+gevonden. Aan kaap Pilares, aan den ingang der straat gekomen, had hij
+zich om den tegenwind zuidwaarts gewend; de _Duncan_ stevende voorbij de
+Desolation-eilanden tot zeven en zestig graden zuiderbreedte, zeilde om
+kaap Hoorn, digt onder Vuurland, en hield het, na de straat van Le Maire
+doorgevaren te zijn, langs de kust van Patagonië. Daar werd hij op de
+hoogte van kaap Corrientes door een vreeselijken storm beloopen,
+denzelfden, die de reizigers zoo geteisterd had. Maar het jagt hield
+zich goed, en sedert drie dagen voer John Mangles wat heen en weer, toen
+de losbrandingen der karabijnen hem verwittigden, dat de met zooveel
+ongeduld verwachte reizigers er waren. Zonder omtrent lady Glenarvan en
+miss Grant onbillijk te zijn, mogt de kapitein der _Duncan_ haar den lof
+voor haar zeldzame onverschrokkenheid niet onthouden. De storm joeg haar
+geen schrik aan, en betoonden zij eenige vrees, dan was het alleen voor
+haar vrienden, die toen op de vlakten der argentijnsche republiek
+ronddoolden.
+
+Hiermede besloot John Mangles zijn verhaal, waarna lord Glenarvan zijn
+tevredenheid over zijn gedrag betuigde; zich vervolgens tot Mary Grant
+rigtende, zeide hij:
+
+"Lieve miss! ik hoor, dat kapitein John uw uitstekende hoedanigheden
+prijst, en het doet mij groot genoegen, dat ik daaruit mag opmaken, dat
+het u niet tegenstaat aan boord van zijn vaartuig!"
+
+"Hoe zou dat anders kunnen wezen!" antwoordde Mary, lady Helena en
+misschien ook den jongen kapitein aanziende.
+
+"O, mijnheer John! mijn zuster houdt veel van u, en ik ook!" riep
+Robert.
+
+"Ik mag u ook heel graag lijden, beste jongen!" antwoordde John Mangles,
+die een beetje van streek geraakte door het gezegde van Robert, dat Mary
+Grant ook ligt had doen blozen.
+
+Vervolgens het gesprek op een minder gevaarlijk punt brengende, voegde
+hij er bij:
+
+"Nu heb ik u de reis van de _Duncan_ verteld. Uwe Edelheid zal ons thans
+zeker wel het een en ander van zijn togt door Amerika en van de daden
+van onzen jeugdigen held willen mededeelen?"
+
+Niets kon lady Helena en miss Grant aangenamer zijn. Lord Glenarvan
+haastte zich dan ook om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Hij sloeg
+geen enkel voorval op de geheele reis van den eenen oceaan naar den
+anderen over. De Andesketen, de aardbeving, de verdwijning van Robert,
+diens wegvoering door den condor, het geweerschot van Thalcave, het
+voorval met de roode wolven, de zelfopoffering van den knaap, sergeant
+Manuel, de overstrooming, de vlugt op den boom, de bliksem, de brand, de
+kaaimans, de hoos, de nacht aan de kust van den Atlantischen oceaan, al
+die vrolijke of ontzettende omstandigheden wekten beurtelings de
+lachlust en den angst zijner hoorders op. Voor menig voorval dat hij
+mededeelde, ontving Robert de liefkozingen zijner zuster en van lady
+Helena. Nooit werd een knaap zoo innig of door opgewondener vriendinnen
+omhelsd.
+
+Toen lord Glenarvan zijn verhaal had geëindigd, voegde hij er nog bij:
+
+"En nu willen wij aan het tegenwoordige denken, mijne vrienden! wat
+voorbij is is voorbij, maar de toekomst behoort ons; laten wij tot
+kapitein Harry Grant terugkeeren."
+
+Het ontbijt was afgeloopen; al de gasten gingen in de hut van lady
+Glenarvan, schaarden zich om een tafel vol kaarten en teekeningen, en
+terstond begon het gesprek.
+
+"Lieve Helena," zeide lord Glenarvan, "toen ik aan boord kwam, heb ik u
+medegedeeld, dat, al kwamen de schipbreukelingen der _Britannia_ niet
+met ons, wij toch meer dan ooit hopen mogten hen terug te vinden. Uit
+onzen togt door Amerika is het ons stellig gebleken, dat het onheil noch
+op de kusten der Stille Zuidzee, noch op die van den Atlantischen oceaan
+heeft plaats gehad. Daaruit volgt natuurlijk, dat de uitlegging aan het
+document gegeven, alsof Patagonië bedoeld werd, een dwaling is. Gelukkig
+heeft onze vriend Paganel, door eene plotselinge ingeving bezield, de
+dwaling ontdekt. Hij heeft aangetoond, dat wij een verkeerden weg
+volgden, en het document zoo uitgelegd, dat er voor ons geen twijfel
+meer overblijft. Ik bedoel het fransche document, en ik wil Paganel
+verzoeken het hier uit te leggen, opdat niemand meer den geringsten
+twijfel moge koesteren."
+
+De geleerde, zoo tot spreken uitgenoodigd, was terstond gereed; hij
+hield een overtuigende rede over de woorden _gonie_ en _indi_; het woord
+Australië leidde hij door een strenge redeneering af van het woord
+_austral_; hij bewees, dat kapitein Grant, de kust van Peru verlaten
+hebbende om naar Europa terug te keeren, met een ontredderd schip zeer
+gemakkelijk door de zuidelijke stroomen van de Stille Zuidzee tot de
+australiscbe kust kon medegesleept zijn; kortom zijn vernuftige
+vooronderstellingen, zijn schrandere gissingen verwierven de algemeene
+goedkeuring, ook van John Mangles, die anders in dit opzigt moeijelijk
+te overreden was en zich geenszins door zijn verbeeldingskracht liet
+wegslepen.
+
+Zoodra Paganel met zijn betoog klaar was, beval Glenarvan, dat de
+_Duncan_ onmiddellijk koers zetten zou naar Australië.
+
+Alvorens de steven naar het oosten gewend werd, verzocht de majoor
+echter verlof om een enkele opmerking te maken.
+
+"Spreek, Mac Nabbs!" antwoordde Glenarvan.
+
+"Mijn doel," sprak de majoor, "is geenszins om de bewijzen van mijn
+vriend Paganel te verzwakken, nog minder ze te wederleggen; ik vind ze
+gegrond, schrander, al onze aandacht waardig, en met het volste regt
+moeten zij den grondslag onzer aanstaande nasporingen uitmaken. Maar ik
+verlang, dat zij nog eens rijpelijk onderzocht worden, opdat hun waarde
+onbetwistbaar en onbetwist zij."
+
+Niemand begreep, waar de voorzigtige Mac Nabbs heen wilde, en allen
+hoorden hem met zekeren angst aan.
+
+"Ga voort, majoor!" zeide Paganel. "Ik ben bereid om al uw vragen te
+beantwoorden."
+
+"Niets gemakkelijker dan dat," antwoordde de majoor. "Toen wij, nu vijf
+maanden geleden, de drie documenten in de golf van Clyde onderzochten,
+kwam hun verklaring ons duidelijk voor. Geen andere dan de westkust van
+Patagonië kon het tooneel der schipbreuk zijn. Geen schijn van twijfel
+zelfs kwam dienaangaande bij ons op!"
+
+"Die opmerking is zeer juist," meende Glenarvan.
+
+"Later," vervolgde de majoor, "toen Paganel in een vlaag van door God
+beschikte verstrooidheid bij ons aan boord kwam, werden hem de
+documenten voorgelegd, en keurde hij zonder voorbehoud onze nasporingen
+op de amerikaansche kust goed."
+
+"Dat is zoo," antwoordde de aardrijkskundige.
+
+"En toch hebben wij ons vergist," zeide de majoor.
+
+"Wij hebben ons vergist," herhaalde Paganel. "Maar om zich te vergissen,
+Mac Nabbs! behoeft men slechts mensch te zijn, terwijl hij, die in zijn
+dwaling volhardt, een gek is."
+
+"Wacht een beetje, Paganel!" antwoordde de majoor, "word niet boos. Ik
+wil niet zeggen, dat wij onze nasporingen in Amerika moeten
+voortzetten."
+
+"Wat verlangt gij dan?" vroeg Glenarvan.
+
+"Alleen de bekentenis, en anders niet, dat Australië thans even zeker
+het tooneel van de schipbreuk der _Brittannia_ schijnt te zijn, als
+Amerika het eerst scheen."
+
+"Dat bekennen wij gaarne," antwoordde Paganel.
+
+"Dat zal ik in mijn oor knoopen," hernam de majoor, "en u tevens
+aansporen om uw verbeeldingskracht een beetje te wantrouwen ten aanzien
+van die opeenvolgende en met elkander strijdige gevolgtrekkingen. Wie
+weet of na Australië niet een ander land ons dezelfde zekerheid zal
+aanbrengen, en of het, als die nieuwe nasporingen weder vergeefsch zijn
+geweest, niet "zeker" zal schijnen, dat zij ergens elders hervat moeten
+worden."
+
+Glenarvan en Paganel zagen elkander aan. De opmerkingen van den majoor
+troffen hen door haar juistheid.
+
+"Ik verlang dus," hervatte Mac Nabbs, "dat er nog een onderzoek zal
+plaats hebben, voor wij op weg gaan naar Australië. Hier zijn de
+documenten, daar liggen kaarten. Laten wij achtereenvolgens al de punten
+onderzoeken, die de zeven en dertigste breedtegraad snijdt, en zien of
+wij niet eenig ander land aantreffen, dat het document juist zou
+aanwijzen."
+
+"Niets is gemakkelijker en spoediger gedaan," antwoordde Paganel, "want
+gelukkig is er juist geen overvloed van land op deze breedte."
+
+"Laat eens zien," zeide de majoor, een engelsche wereldkaart naar de
+projectie van Mercator uitspreidende.
+
+De kaart werd voor lady Helena gelegd, en allen plaatsten zich zoo, dat
+zij het betoog van Paganel konden volgen.
+
+"Zooals ik u reeds vroeger zeide," begon de aardrijkskundige, "gaat de
+zeven en dertigste breedtegraad over Zuid-Amerika en raakt dan de
+eilanden van Tristan d'Acunha. Nu houd ik staande, dat geen enkel woord
+van het document op deze eilanden betrekking kan hebben."
+
+De documenten werden naauwkeurig onderzocht, en men moest toegeven, dat
+Paganel gelijk had. Tristan d'Acunha werd dus met algemeene stemmen
+verworpen.
+
+"Verder," ging de aardrijkskundige voort. "Den Atlantischen oceaan
+verlatende, gaan wij twee graden bezuiden de kaap de Goede Hoop en komen
+in den Indischen oceaan. Slechts ééne eilandengroep ontmoeten wij,
+Amsterdam. Passen wij hierop hetzelfde onderzoek toe als op Tristan
+d'Acunha."
+
+Na een naauwlettend onderzoek werden de eilanden Amsterdam op hun beurt
+ter zijde gesteld. Geen enkel volledig of afgebroken fransch, engelsch
+of duitsch woord kon op deze eilandengroep in den Indischen oceaan
+betrekking hebben.
+
+"Nu komen wij aan Australië," hernam Paganel. "De zeven en dertigste
+breedtegraad loopt over dit vastland van kaap Bernouilli tot de
+Twofold-baai. Gij zult met mij toestemmen, dat het engelsche woord
+_stra_ en het fransche _austral_ zonder den tekst geweld aan te doen op
+Australië slaan kunnen. De zaak is zoo duidelijk, dat ik er niet verder
+over wil spreken."
+
+Allen stemden in met het gevoelen van Paganel. Alle gronden van
+waarschijnlijkheid waren voor die meening.
+
+"Gaan wij verder," zeide de majoor.
+
+"Met genoegen," antwoordde de aardrijkskundige, "de reis is gemakkelijk
+genoeg. De Twofold-baai verlatende, steken wij den zeearm over, die zich
+ten oosten van Australië bevindt en treffen Nieuw-Zeeland aan. Vooraf
+echter herinner ik u, dat het woord _contin_ van het fransche document
+onmogelijk iets anders kan beteekenen dan een "continent" (vast land).
+Derhalve kan kapitein Grant geen schuilplaats op Nieuw-Zeeland gevonden
+hebben, dat maar een eiland is. Hoe het ook zij, onderzoekt, vergelijkt,
+zet de woorden om, en ziet of zij ook maar in de verte op dit laatste
+gewest betrekking kunnen hebben."
+
+"Volstrekt niet," antwoordde John Mangles, die de documenten en de kaart
+aan een naauwkeurig onderzoek onderwierp.
+
+"Neen," zeiden al de toehoorders van Paganel en de majoor zelf ook,
+"neen, Nieuw-Zeeland kan niet bedoeld zijn."
+
+"Op de ontzaggelijke ruimte, die dit groote eiland van de amerikaansche
+kust scheidt," hervatte de aardrijkskundige, "snijdt de zeven en
+dertigste breedtegraad slechts een woest en onbewoond eilandje."
+
+"Dat heet?..." vroeg de majoor.
+
+"Zie maar op de kaart. Het is Maria-Theresa, een naam, waarvan ik niet
+het geringste spoor in de drie documenten vind."
+
+"Geen enkel," bevestigde Glenarvan.
+
+"Nu laat ik het aan u over, mijne vrienden! om te beslissen of niet alle
+waarschijnlijkheden, om niet te zeggen de zekerheid voor het australisch
+vastland pleit?"
+
+"Ja! ja!" riepen al de passagiers en de kapitein der _Duncan_ tegelijk.
+
+"Hebt gij genoeg levensmiddelen en kolen, John?" vroeg nu Glenarvan.
+
+"Ja, Uwe Edelheid! ik heb mij te Talcahuano goed voorzien, en aan de
+Kaapstad zullen wij gemakkelijk genoeg kolen kunnen innemen."
+
+"Geef dan den koers...."
+
+"Nog ééne opmerking," zeide de majoor zijn vriend in de rede vallende.
+
+"En die is, Mac Nabbs?"
+
+"Hoeveel kans van welslagen Australië ons ook aanbiedt, zou het toch
+mijns bedunkens goed zijn een dag of twee bij de eilanden Tristan d'
+Acunha en Amsterdam aan te leggen. Zij liggen op onzen weg en zullen ons
+niet van den koers afbrengen. Dan zullen wij weten, of de _Britannia_ er
+niet eenig spoor van haar schipbreuk heeft achtergelaten."
+
+"Wat is die ongeloovige majoor toch vasthoudend!" riep Paganel.
+
+"Ik ben er volstrekt niet op gesteld om terug te keeren, wanneer
+Australië soms de verwachting, die wij er van koesteren, niet vervullen
+mogt."
+
+"Die voorzorg is dunkt mij niet kwaad," sprak Glenarvan.
+
+"En ik zal u niet afraden om ze te nemen," antwoordde Paganel.
+"Integendeel."
+
+"Wend dan den steven naar Tristan d'Acunha, John!" zeide Glenarvan.
+
+"Terstond, Uwe Edelheid!" gaf de kapitein ten antwoord, en hij ging naar
+het dek, terwijl Robert en Mary Grant lord Glenarvan hun levendigen dank
+betuigden.
+
+Weldra verliet de _Duncan_ de amerikaansche kust en zich oostwaarts
+rigtende kliefde haar steven snel de baren van den Atlantischen oceaan.
+
+
+
+
+II.
+
+Tristan d'Acunha.
+
+
+Indien het jagt de evennachtslijn had gevolgd, zouden de honderd zes en
+negentig graden, die Australië van Amerika of liever kaap Bernouilli van
+kaap Corrientes scheiden, gelijk geweest zijn aan elf duizend zeven
+honderd zestig geographische mijlen[1]. Maar op den zeven en dertigsten
+breedtegraad komen die honderd zes en negentig graden, ten gevolge van
+de gedaante des aardbols, overeen met slechts negen duizend vier honderd
+tachtig zulke mijlen[2]. Van de amerikaansche kust tot Tristan d'Acunha
+rekent men twee duizend één honderd mijlen[3], een afstand, dien John
+Mangles in tien dagen hoopte af te leggen, indien de oostewinden de
+vaart van het jagt niet belemmerden. Hij had alle reden tot
+tevredenheid, want tegen den avond bedaarde de wind merkbaar, en nu kon
+de _Duncan_ op een stille zee al haar uitmuntende hoedanigheden aan den
+dag leggen.
+
+Dienzelfden dag hadden de passagiers hunne scheepsgewoonten weder
+aangenomen. Men zou niet gezegd hebben, dat zij in geen maand aan boord
+waren geweest. Na het water van de Stille Zuidzee strekte zich dat van
+den Atlantischen oceaan voor hun gezigt uit, en met slechts geringe
+wijzigingen gelijken alle golven elkaar. Na hen zoo vreeselijk op de
+proef te hebben gesteld, vereenigden zich thans de elementen om hen te
+begunstigen. De oceaan was rustig, de wind in den goeden hoek, en al de
+kracht der zeilen, die de westewinden deden zwellen, kwam de
+onvermoeibare stoomkracht te hulp, die in den stoomketel was besloten.
+
+Die snelle overtogt had dan ook zonder buitengewone voorvallen of
+onheilen plaats. Vol vertrouwen stevende men naar de australische kust.
+De waarschijnlijkheid werd tot zekerheid. Er werd over kapitein Grant
+gesproken, alsof het jagt hem in een bepaalde haven aan boord ging
+nemen. Zijn hut en de kooijen zijner beide reisgenooten werden reeds in
+gereedheid gebragt. Mary Grant vond er behagen in ze eigenhandig in orde
+te brengen en op te schikken. Olbinett had de zijne afgestaan en deelde
+nu de hut van zijn vrouw. Deze hut grensde aan het beruchte N° 6, dat
+aan boord van de _Scotia_ door Jacques Paganel was besproken.
+
+De geleerde aardrijkskundige kwam er bijna niet uit. Hij werkte van den
+vroegen morgen tot den laten avond aan een boek, getiteld: _Verhevene
+indrukken van een aardrijkskundige in de argentijnsche Pampa_. Met
+ontroerde stem hoorde men hem zijn sierlijke volzinnen opzeggen, voor
+hij ze aan de witte bladzijden van zijn aanteekenboekje toevertrouwde,
+en meer dan eens riep hij, ontrouw aan Clio, de muze der geschiedenis,
+vol verrukking de goddelijke Calliope aan, die de heldendichters
+bezielt.
+
+Paganel maakte er ook volstrekt geen geheim van. Om zijnentwil verlieten
+Apollo's kuische dochteren gaarne de toppen van den Parnassus of den
+Helikon. Lady Helena maakte hem er haar opregt gemeend compliment over.
+Ook de majoor wenschte hem geluk met die bezoeken der zanggodinnen.
+
+"Maar wacht u vooral voor verstrooidheid, waarde Paganel!" voegde hij er
+bij, "en mogt gij bij toeval lust krijgen om australisch te leeren, ga
+het dan niet bestudeeren in een chineesche spraakkunst!"
+
+Alles ging dus bij uitstek goed aan boord. Met belangstelling sloegen
+lord en lady Glenarvan, John Mangles en Mary Grant gade. Zij vonden geen
+reden om aanmerkingen te maken, en daar John zelf zweeg, was het ook
+maar het best om zich onkundig te houden.
+
+"Hoe zal kapitein Grant er over denken?" vroeg Glenarvan eens aan zijn
+vrouw.
+
+"Hij zal denken, dat John Mary waardig is, lieve Edward! en hij zal niet
+bedrogen uitkomen."
+
+Intusschen naderde het jagt snel de plaats zijner bestemming. Vijf
+dagen, nadat zij kaap Corrientes uit het oog hadden verloren, den 16den
+November, stak er een fiksche westewind op, hetgeen aan de schepen, die
+Afrika's zuidspits omvaren, zeer goed te stade komt tegen de regelmatige
+zuidoostewinden. De _Duncan_ zette alle zeilen bij, en voor haar
+fokkezeil, haar groote bezaan, haar mars- en bramzeil, haar lij-,
+steng- en stagzeilen, liep zij verbazend snel met bakboordshalzen.
+Naauwelijks drong haar schroef in het water, dat haar steven doorkliefde,
+en men zou gezegd hebben, dat zij met de snelvarende jagten van de
+Royal-Thames-Club om den prijs dong.
+
+'s Anderendaags was de zee bedekt met een ontzaggelijke menigte zeegras,
+als ware zij een digt met gras begroeide onmetelijke vijver. Zij geleek
+op een krooszee, bedekt met al de overblijfselen van boomen en planten,
+die uit de omliggende landen komen aandrijven. Luitenant Maury heeft
+voornamelijk de aandacht der zeevarenden er op gevestigd. De _Duncan_
+scheen over een onmetelijke weide te drijven, die Paganel teregt met de
+Pampa's vergeleek, zoodat haar vaart min of meer werd vertraagd.
+
+Vier en twintig uren later liet de uitkijk, bij het krieken van den dag,
+de kreet: "land!" hooren.
+
+"In welke rigting?" vroeg Tom Austin, die de wacht had.
+
+"Onder den wind van ons," antwoordde de matroos.
+
+Op dit geroep, dat altijd eenige aandoening veroorzaakt, stroomden allen
+naar het dek van het jagt. Weldra kwam er een verrekijker uit de
+kampanje, onmiddellijk gevolgd door Jacques Paganel.
+
+De geleerde bragt zijn instrument in de aangewezen rigting, maar zag
+niets, dat op land geleek.
+
+"Kijk in de wolken," voegde John Mangles hem toe.
+
+"Zoo waar," antwoordde Paganel, "dat heeft veel van een nog bijna
+onzigtbare soort van piek."
+
+"Dat is Tristan d'Acunha," hernam John Mangles.
+
+"Dan moeten wij, als ik mij wel herinner, er tachtig mijlen van af
+zijn," gaf de geleerde ten antwoord, "want de zeven duizend voet hooge
+piek van Tristan is op dien afstand zigtbaar."
+
+"Dat is ook zoo," antwoordde kapitein John.
+
+Eenige uren later was de groep zeer hooge en zeer steile bergen
+duidelijk aan den gezigteinder waar te nemen. De kegelvormige top van
+Tristan stak zwart af bij den schitterenden grond des hemels, dien de
+stralen der opgaande zon met allerlei kleuren tooiden. Weldra maakte het
+voornaamste eiland zich los van de rotsmassa, als de top van een naar
+het noordoosten hellenden driehoek.
+
+Tristan d'Acunha ligt op 37°8' zuiderbreedte en 10°44' westerlengte van
+Greenwich[4]. Achttien mijlen ten zuidwesten ligt het Ontoegankelijke,
+en tien mijlen ten zuidoosten het Nachtegaals-eiland, die deze kleine
+eenzame groep in dit gedeelte van den Atlantischen oceaan vormen. Tegen
+den middag peilde men de twee voornaamste landteekens, die den zeelieden
+tot herkenningspunten dienen, namelijk op een hoek van het
+Ontoegankelijke eiland een rots, die zeer juist op een schip onder zeil
+gelijkt en aan de noordpunt van het Nachtgaals-eiland twee eilandjes,
+die wel iets hebben van een vervallen fortje.
+
+Tegen drie ure liep de _Duncan_ de Falmouth-baai op Tristan d'Acunha
+binnen, welke door de Bijstandspunt tegen de westewinden beschut wordt.
+
+Daar lagen eenige walvischvaarders voor anker, die zich bezig hielden
+met de vangst van robben en andere zeedieren, waarvan deze kusten
+tallooze soorten opleveren.
+
+John Mangles zocht een goeden ankergrond; want die opene reeden zijn
+zeer gevaarlijk wegens de noordweste- en noordewinden, en op deze zelfde
+plaats was in 1829 de engelsche brik _Julia_ met man en muis vergaan. De
+_Duncan_ naderde de kust tot op een halve mijl en ging op een steengrond
+op twintig vaâm water ten anker. Dadelijk begaven al de passagiers zich
+in de groote boot en zetten voet aan land op een fijn en zwart zand, het
+overschot der verweerde rotsen van het eiland.
+
+De hoofdplaats der geheele groep van Tristan d'Acunha is niets meer dan
+een dorpje, achterin de baai aan een zeer onstuimige beek gelegen. Het
+bestond uit een vijftigtal vrij zindelijke en hoogst regelmatig gebouwde
+huizen, dat het kenmerk der engelsche bouwkunst schijnt te zijn. Achter
+dit onbeduidende plaatsje strekte zich een vlakte van vijftienhonderd
+bunders uit, begrensd door een ontzaggelijke opeenhooping van lava; de
+kegelvormige piek verhief zich nog zeven duizend voet hoog boven dit
+vlak.
+
+Lord Glenarvan werd door een gouverneur ontvangen, die onder de
+Kaapkolonie staat. Onmiddellijk deed hij onderzoek naar Harry Grant en
+de _Britannia_. Die namen waren geheel onbekend. De eilanden Tristan
+d'Acunha liggen niet op den weg der schepen, en worden bijgevolg zelden
+bezocht. Sedert de bekende schipbreuk der _Blendon-Hall_, die in 1821 op
+de rotsen van het Ontoegankelijke eiland stootte, waren er slechts twee
+schepen bij het voornaamste eiland gestrand, de _Primauguet_ in 1845 en
+de amerikaansche driemaster _Philadelphia_ in 1857. De lijst der
+zeerampen te Acunha bevatte slechts deze drie gevallen.
+
+Glenarvan rekende volstrekt niet op naauwkeuriger inlichtingen en had
+den gouverneur des eilands alleen ondervraagd om zijn geweten gerust te
+stellen. Zelfs liet bij door de sloepen een togt om het eiland doen, dat
+hoogstens zeventien mijlen omtrek heeft, Londen of Parijs zouden er niet
+op kunnen staan, al was het nog driemaal grooter.
+
+Gedurende dezen verkenningstogt deden de passagiers der _Duncan_ een
+wandeling door het dorp en langs de kust. Tristan d'Acunha telt niet
+meer dan honderd vijftig inwoners. Het zijn Engelschen en Amerikanen,
+gehuwd met negerinnen en hottentotsche vrouwen van de Kaap, echte
+monsters van leelijkheid. De kinderen uit die vreemdsoortige huwelijken
+waren een zeer onaangenaam mengsel van de stugheid der Saxers en de
+zwarte kleur der Afrikanen.
+
+De reizigers, welke zich gelukkig achtten vasten grond onder hun voeten
+te hebben, strekten hun wandeling langs den oever uit, waaraan de eenige
+groote bebouwde vlakte des eilands grenst. Verderop bestaat de geheele
+kust uit dorre en steile lavarotsen. Bij honderden kan men de groote
+albatrossen en de domme vetganzen daar tellen.
+
+Nadat zij die rotsen, welke haar ontstaan aan het vuur danken,
+onderzocht hadden, keerden de bezoekers naar de vlakte terug; hier en
+daar murmelden talrijke stroomende bronnen, door de eeuwige sneeuw van
+den kegel gevoed; de bodem had een vrolijk voorkomen door de groene
+struiken, waarop het oog bijna evenveel musschen als bloemen telde;
+slechts een enkele boom, een soort van kaapschen kruisdoornstruik, wel
+twintig voet hoog, en de "tusseh", een reusachtig rietgewas met
+houtachtigen stengel staken boven het groene landschap uit; een veel
+loten makende doornbeziestruik met stekelig zaad, stevige lomariën met
+ineengegroeide vezels, eenige zeer langlevende struikvormige planten,
+ancerinen, wier welriekende uitwasemingen de lucht met heerlijke geuren
+doortrokken, mosplanten, wilde selderij en varens vormden een wel niet
+talrijke maar weelderige flora. Het bleek terstond, dat een eeuwige
+lente haar weldadigen invloed op dit bevoorregte eiland deed gevoelen.
+Paganel beweerde met zijn gewone overdrijving, dat hier het vermaarde
+Ogygia was, dat Fénélon had bezongen. Hij stelde lady Glenarvan voor een
+grot te zoeken en de lieve Calypso na te volgen, en vroeg voor
+zichzelven geen ander voorregt, dan "een der nimfen te zijn, die haar
+bedienden."
+
+Zoo keerden de wandelaars, al pratende en bewonderende, tegen het vallen
+van den avond naar het jagt terug; kudden runderen en schapen weidden in
+den omtrek van het dorp; de koren- en maïs-akkers en de tuinen met
+moesgroenten, welke eerst voor veertig jaar ingevoerd waren, spreidden
+hun natuurschatten tot op de straten der hoofdplaats ten toon.
+
+Juist toen lord Glenarvan aan boord kwam, legden ook de sloepen der
+_Duncan_ bij het jagt aan. In weinige uren waren zij het eiland
+omgevaren. Geen spoor van de _Britannia_ hadden zij op haar togt
+aangetroffen. Het eenige nut van die rondreis was dus, dat het eiland
+Tristan geheel van de lijst der nasporingen geschrapt werd.
+
+Bij gevolg kon de _Duncan_ thans die afrikaansche eilandengroep verlaten
+en haar reis oostwaarts voortzetten. Zij vertrok echter niet dienzelfden
+avond, want Glenarvan gaf zijn manschappen verlof om op de tallooze
+robben jagt te maken, die onder den naam van zeekalven, zeeleeuwen,
+zeebeeren en zeeolifanten de oevers der Falmouth-baai bezoeken. Voorheen
+hielden de walvisschen zich gaarne in den omtrek der eilanden op; maar
+zooveel walvischvaarders hadden ze vervolgd en geharpoeneerd, dat er
+maar weinige overgebleven waren. De vinpootige zoogdieren daarentegen
+waren er bij heele scharen bijeen. De matrozen van het jagt besloten dus
+er 's nachts jagt op te maken en den volgenden dag te besteden met het
+inzamelen van een goeden voorraad traan. Daarom werd het vertrek der
+_Duncan_ twee dagen, tot den 20sten November uitgesteld.
+
+Onder het avondeten deelde Paganel tot groot genoegen zijne hoorders het
+een en ander betreffende de eilanden Tristan mede. Zoo vernamen zij, dat
+die groep in 1506 door den Portugees Tristan d'Acunha, een der
+reisgenooten van Albuquerque, ontdekt, meer dan een eeuw lang
+veronachtzaamd bleef. Niet ten onregte werden zij voor broeinesten van
+stormen gehouden, en stonden zij in geen beter reuk dan de Bermuda's.
+Zij werden dus steeds vermeden, en tenzij de orkanen van den
+Atlantischen oceaan er een schip heendreven, wierp geen enkel vaartuig
+er uit eigen beweging het anker.
+
+In 1697 liepen er drie hollandsche Oost-Indie-vaarders binnen, die er de
+coördinaten van berekenden, terwijl de groote sterrekundige Halley hun
+berekeningen in 1700 herzag. Van 1712 tot 1767 maakten eenige fransche
+zeelieden er kennis mede, vooral La Pérouse, die ze ingevolge zijn
+lastbrief op zijn beroemde reis van 1785 bezocht.
+
+Die tot nog toe zoo schaars bezochte landen waren nog onbewoond, toen
+een Amerikaan, Jonathan Lambert, in 1811 het waagde zich er neer te
+zetten. Hij landde er met twee makkers in de maand Januarij en begon
+moedig het werk van kolonist. De engelsche gouverneur van de kaap de
+Goede Hoop vernomen hebbende, dat het hun goed ging, bood hun de
+bescherming van Engeland aan. Jonathan Lambert nam dit aan, en heesch op
+zijn hut de britsche vlag. Het scheen, alsof hij zijn volk, bestaande
+uit een ouden Italiaan en een portugeeschen mulat, rustig zou regeeren,
+toen hij eens bij een verkenning van de kusten van zijn rijk verdronk of
+verdronken werd; dat weet men niet regt. Het jaar 1814 kwam. Napoleon
+werd op St. Helena gevangen gezet, en om hem des te beter te bewaken,
+legde Engeland bezetting op het eiland Ascension en ook op Tristan
+d'Acunha. Het garnizoen van Tristan bestond uit een compagnie artillerie
+van de Kaap en een afdeeling Hottentotten. Het bleef er tot in 1821,
+toen het na den dood van den gevangene van St. Helena weder naar de Kaap
+verlegd werd.
+
+"Slechts één Europeaan," voegde Paganel erbij, "een korporaal, een
+Schot...."
+
+"Wat! een Schot!" zeide de majoor, die altijd bijzonder veel belang in
+zijn landgenooten stelde.
+
+"William Glass genoemd," ging Paganel voort, "bleef op het eiland met
+zijn vrouw en twee Hottentotten. Weldra voegden zich twee Engelschen,
+een matroos en een visscher op de Theems, gewezen dragonder in het
+argentijnsche leger, bij den Schot, en eindelijk vond in 1821 ook een
+der schipbreukelingen van de _Blendon-Hall_ met zijn jonge vrouw een
+schuilplaats op het eiland Tristan. Zoo telde dus het eiland in 1821 zes
+mannen en twee vrouwen. In 1829 bestond de bevolking uit zeven mannen,
+zes vrouwen en veertien kinderen. In 1835 bereikte zij het cijfer van
+veertig en nu is het verdriedubbeld."
+
+"Zoo ontstaan de natiën," zeide Glenarvan.
+
+"Ik voeg er nog bij," hervatte Paganel, "om de geschiedenis van Tristan
+d'Acunha volledig te verhalen, dat dit eiland in mijn oog met evenveel
+regt den naam van Robinsons-eiland verdient, als Juan Fernandez. Want
+werden er op dit laatste achtereenvolgens twee matrozen achtergelaten,
+weinig scheelde het of twee geleerden had ditzelfde lot op Tristan
+d'Acunha getroffen. In 1793 verdwaalde een mijner landgenooten, de
+natuurkundige Aubert Dupetit-Thouars, door zijn ijver om planten te
+verzamelen vervoerd, en vond zijn schip eerst terug, toen de kapitein
+het anker ligtte. In 1824 werd een uwer landgenooten, waarde Glenarvan!
+de bekwame teekenaar August Earle, acht maanden lang op het eiland
+achtergelaten. Zijn kapitein, vergetende dat hij aan land was, was onder
+zeil gegaan naar de Kaap."
+
+"Die mag met regt een verstrooid kapitein heeten," zeide de majoor. "Hij
+was zeker van uw famielje, Paganel?"
+
+"Als hij het niet was, majoor! verdiende hij het te zijn!"
+
+Het antwoord van den aardrijkskundige maakte een einde aan dit gesprek.
+
+Gedurende den nacht maakten de matrozen van de _Duncan_ een goede jagt:
+een vijftigtal groote robben werden gedood. Eenmaal de jagt toegelaten
+hebbende, kon Glenarvan hun nu het voordeel, dat zij opleverde, niet
+onthouden. De volgende dag werd dus besteed om de traan te verzamelen en
+de huiden dezer winstgevende dieren te bereiden. Het spreekt van zelf,
+dat de passagiers van dit oponthoud gebruik maakten tot een nieuw togtje
+over het eiland. Glenarvan en de majoor namen hun geweer mede om op het
+wild van Acunha te jagen. Op deze wandeling kwam men tot aan den voet
+van den berg over een grond bezaaid met verweerde overblijfselen van
+slakken, poreuse en zware lava en andere vulkanische uitwerpselen. De
+voet van den berg was omringd door een verwarde menigte waggelende
+rotsblokken. Men kon zich onmogelijk vergissen in den aard van den
+ontzaggelijken kegel, en de engelsche kapitein Carnichaël had goed
+gezien, toen hij hem voor een uitgebranden vulkaan hield.
+
+De jagers ontdekten eenige wilde zwijnen. Een werd door een kogel van
+den majoor doodelijk getroffen. Glenarvan vergenoegde zich met
+verscheidene koppels zwarte patrijzen te schieten, waarvan de scheepskok
+een uitstekenden schotel moest opdisschen. Een menigte geiten vertoonde
+zich op het hooge bergvlak. En de wilde katten, moedige, vermetele en
+sterke dieren, de schrik der honden, vermenigvuldigden sterk en zouden
+weldra zeer gevreesde verscheurende dieren worden.
+
+Ten acht ure was een ieder weer aan boord, en des nachts verliet de
+_Duncan_ het eiland Tristan d'Acunha om het nimmer weder te zien.
+
+
+[1] 4900 uren gaans.
+
+[2] 4000 uren gaans.
+
+[3] 875 uren gaans.
+
+[4] 13°4' westerlengte van Parijs. Het verschil tusschen beide
+middagcirkels is 2°20'.
+
+
+
+
+III.
+
+Het eiland Amsterdam.
+
+
+John Mangles was voornemens aan de kaap de Goede Hoop kolen in te nemen.
+Daarom moest hij een weinig van den zeven en dertigsten breedtegraad
+afwijken en twee graden noordelijker gaan. De _Duncan_ was nu beneden de
+streek der passaatwinden en stevige westewinden begunstigden haar
+vaart[1]. Geen volle zes dagen had ze noodig voor de dertien honderd
+mijlen[2], die Tristan d'Acunha van Afrika's zuidpunt scheiden. Den
+24sten November, 's namiddags ten drie ure, kreeg men den Tafelberg in
+het oog, en iets later peilde John den Seinberg, die den ingang der baai
+aanwijst. Hij liep ze tegen acht ure binnen, en wierp het anker in de
+haven der Kaapstad.
+
+Als lid der Maatschappij van aardrijkskunde kon het Paganel niet
+onbekend zijn, dat het uiteinde van Afrika voor het eerst in 1486 gezien
+werd door den portugeeschen admiraal Bartholomeus Diaz, en dat het tot
+1497 duurde, voor de beroemde Vasco de Gama het omzeilde. Hoe zou het
+Paganel onbekend hebben kunnen zijn, daar Camoëns in zijn _Lusiade_ den
+roem van den grooten zeevaarder bezingt? Maar hij maakte hierbij een
+aardige opmerking en wel deze: indien Diaz in 1486, zes jaren voor de
+eerste reis van Christoffel Columbus, de kaap de Goede Hoop was
+omgezeild, zou de ontdekking van Amerika welligt wie weet hoe lang
+verschoven zijn. De weg om de Kaap toch was de kortste en natuurlijkste
+om naar Oost-Indië te komen. En het doel van den grooten genueeschen
+zeeman, toen hij westwaarts stevende, was immers geen ander dan de
+reizen naar de Specerijlanden te verkorten! Derhalve zou, zoodra de Kaap
+eens was omgezeild, zijn togt doelloos geweest zijn en zou hij hem
+waarschijnlijk niet ondernomen hebben.
+
+De Kaapstad, achter in de Kaapbaai gelegen, werd in 1652 door den
+Hollander van Riebeek gesticht. Zij was de hoofdstad eener belangrijke
+kolonie, die door de verdragen van 1815 bepaald engelsch werd. De
+passagiers van de _Duncan_ maakten van dit oponthoud gebruik om haar te
+bezoeken. Zij mogten niet meer dan twaalf uren aan hun wandeling
+besteden; want kapitein John had maar één dag noodig om nieuwen voorraad
+in te nemen, en hij wilde den 26sten, 's morgens vroeg, vertrekken.
+
+Meer tijd was er ook niet noodig om de regelmatige ruiten van dat
+schaakbord, dat Kaapstad heet, te doorkruisen, waarop dertig duizend
+inwoners, blanken en zwarten, de rol van koningen, koninginnen, paarden,
+pions, misschien ook van narren[3] spelen. Zoo drukte zich althans
+Paganel uit. Wanneer men het kasteel, dat zich ten zuidoosten van de
+stad verheft, het gouvernements-huis en tuin, de beurs, het museum en
+het steenen kruis, dat Bartholomeus Diaz bij gelegenheid van zijn
+ontdekking plantte, gezien, en een glas Pontai, het eerste gewas der
+Constantia-wijnen, gedronken heeft, kan men niets beter doen dan
+vertrekken. Zoo deden de reizigers dan ook den volgenden dag vroeg. De
+_Duncan_ stak in zee onder haar stagfok, haar kluiver, haar voormarszeil
+en haar marszeil, en eenige uren later stevende zij om die beruchte
+Stormkaap heen, waaraan de optimistische koning van Portugal, Johan II,
+zeer verkeerd den naam van Goede Hoop gaf.
+
+Een afstand van twee duizend negen honderd mijlen[4] tusschen de Kaap en
+het eiland Amsterdam af te leggen was bij een schoone zee en een fiksche
+koelte het werk van een dag of tien. Gelukkiger dan de reizigers in de
+Pampa's, hadden de zeevaarders niet over weer en wind te klagen. Lucht
+en water, die op het vastland tegen hen hadden zaamgespannen, sloegen nu
+de handen ineen om hen voort te drijven.
+
+"O, de zee! de zee!" riep Paganel telkens. "Zij is bij uitnemendheid het
+veld, waarop de menschelijke krachten zich kunnen oefenen, en het schip
+is wel het ware voertuig der beschaving! Denkt maar na, mijne vrienden!
+Was de aardbol maar één onmetelijk vastland, dan zouden wij er in de
+19de eeuw nog het duizendste gedeelte niet van kennen! Zie maar wat er
+in de binnenlanden der groote landstreken voorvalt; in de steppen van
+Siberië, op de vlakten van Midden-Azië, op de prairiën van Amerika, op
+de uitgestrekte gronden van Australië, in de bevrozen poolgewesten,
+--naauwelijks durft de mensch zich er wagen, de stoutste deinst terug, de
+moedigste bezwijkt! Verder gaan is onmogelijk. De middelen van vervoer
+zijn ontoereikend. Hitte, ziekten, de wildheid der inboorlingen, ziedaar
+evenveel onoverkomelijke hinderpalen. Een woestijn van twintig mijlen is
+een grooter scheidsmuur tusschen de menschen dan een oceaan van vijf
+honderd mijlen. De bewoners van over elkander liggende oevers zijn
+buren; vreemden, als slechts een woud ze scheidt! Engeland grenst aan
+Australië, terwijl Egypte b.v. millioenen uren van St. Petersburg
+schijnt te liggen! De zee is thans gemakkelijker te bereizen dan de
+kleinste Sahara, en aan haar hebben wij het te danken, zooals een
+amerikaansch geleerde zeer juist gezegd heeft[5], dat er een algemeene
+broederband om al de werelddeelen gelegd is."
+
+Paganel sprak met vuur, en de majoor zelfs had op geen enkel woord van
+dezen lofzang aan den oceaan een aanmerking te maken. Had men om Harry
+Grant terug te vinden den zeven en dertigsten breedtegraad over land
+moeten volgen, dan zou de onderneming niet op touw zijn gezet; maar de
+zee was er om de moedige zoekers van het eene land naar het andere te
+brengen, en den 6den December liet ze bij het eerste krieken van den dag
+een nieuwen berg uit den schoot harer golven oprijzen.
+
+Het was het eiland Amsterdam, op 37°47' breedte en 77°24'[6] lengte,
+welks hooge kegel bij helder weder vijftig mijlen in het rond zigtbaar
+is. Ten acht ure geleek zijn nog onbepaalde gedaante vrij naauwkeurig op
+Teneriffe.
+
+"En bij gevolg gelijkt het op Tristan d'Acunha," zeide Glenarvan.
+
+"Een zeer juiste gevolgtrekking," antwoordde Paganel, "overeenkomstig
+dit wis- en aardrijkskundig axioma, dat, wanneer twee eilanden elk aan
+een derde gelijk zijn, zij ook onderling op elkander gelijken. Ik voeg
+hier nog bij, dat het eiland Amsterdam even als Tristan d'Acunha rijk
+aan robben en Robinsons is en geweest is."
+
+"Zijn er dan overal Robinsons geweest?" vroeg lady Helena.
+
+"Op mijn eer, mevrouw!" antwoordde Paganel, "ik ken weinig eilanden,
+waar niets van dien aard is voorgevallen, en het toeval had reeds lang
+te voren den roman van uw onsterfelijken landgenoot, Daniël de Foe,
+uitgewerkt."
+
+"Mag ik zoo vrij zijn u iets te vragen, mijnheer Paganel?" zeide Mary
+Grant.
+
+"Zooveel gij wilt, lieve miss! ik beloof u, dat ik er op antwoorden
+zal."
+
+"Welnu," hernam het meisje, "zou de gedachte van op een onbewoond eiland
+achtergelaten te worden u veel vrees aanjagen?"
+
+"Mij!" riep Paganel.
+
+"Maak ons maar niet wijs, dat gij niets vuriger wenschen zoudt, mijn
+vriend!" zeide de majoor.
+
+"Dat beweer ik niet," antwoordde de aardrijkskundige; "maar ik zou het
+toch niet zoo heel onaangenaam vinden. Ik zou een nieuw leven aanvangen.
+Ik zou jagen, visschen, 's winters in een grot, 's zomers op een boom
+wonen; ik zou pakhuizen voor mijn oogst aanleggen; met een woord, ik zou
+mijn eiland koloniseeren."
+
+"Gij alleen?"
+
+"Ik alleen, als het moest. Maar is men wel ooit alleen in de wereld? Kan
+men geen vrienden onder de dieren kiezen, een geitje, een praatzieken
+papegaai, een aardigen aap temmen? En zendt het toeval u een medgezel,
+zooals de getrouwe Vrijdag, wat is er dan meer noodig om gelukkig te
+zijn? Twee vrienden op een rots, dat is eerst het ware geluk!
+Vooronderstel de majoor en ik...."
+
+"Hartelijk dank!" antwoordde de majoor. "Ik heb geen zin in de rol van
+een Robinson en ik zou haar heel slecht spelen."
+
+"Mijn waarde heer Paganel," sprak lady Helena, "uw verbeelding sleept u
+weer mede op het gebied der droomen. Maar ik geloof, dat er een groot
+verschil bestaat tusschen den droom en de werkelijkheid. Gij denkt
+alleen aan denkbeeldige Robinsons, die voorzigtig op een met beleid
+gekozen eiland worden geworpen, en die de natuur als bedorven kinderen
+behandelt; gij beziet de zaken alleen van den schoonsten kant."
+
+"Gelooft gij dan niet, mevrouw! dat men op een onbewoond eiland gelukkig
+kan zijn?"
+
+"Ik denk het niet. De mensch is voor de gezelligheid, niet voor de
+eenzaamheid bestemd. Afzondering moet noodzakelijk tot wanhoop leiden.
+Het is een zaak van tijd. Welligt zullen in het begin de eischen van het
+stoffelijke leven, de zorgen voor het levensonderhoud den ongelukkige,
+die pas uit de golven is gered, afleiding geven, de behoeften van het
+oogenblik hem de gevaren, die hem in de toekomst wachten, uit het oog
+doen verliezen! Maar daarna, als hij zich alleen gevoelt, ver van zijn
+medemenschen, zonder hoop van ooit zijn land en wie hem dierbaar zijn
+terug te zien, welke gedachten zullen dan niet bij hem oprijzen, wat zal
+hij dan niet moeten lijden? Zijn eilandje is voor hem de geheele wereld.
+Het geheele menschdom is hij, en wanneer de dood nadert, de dood, die in
+zulk een verlatenheid zoo vreeselijk is, dan ligt hij daar als de
+laatste mensch op den laatsten dag der wereld. Geloof mij, mijnheer
+Paganel! het is beter die man niet te zijn!"
+
+Paganel gaf zich, niet zonder tegenkanting, gewonnen door de bewijzen
+van lady Helena, en het gesprek over het voor en tegen van de
+eenzaamheid werd zoo voortgezet tot het oogenblik, waarop de _Duncan_
+een mijl van de kust van het eiland Amsterdam het anker liet vallen.
+
+Deze eenzame groep in den Indischen oceaan bestaat uit twee
+afzonderlijke eilanden, die omstreeks drie en dertig mijlen van elkander
+en juist onder den middagcirkel van Voor-Indië liggen; het noordelijke
+heet Amsterdam of St. Pieter, het zuidelijke St. Paul; maar wij moeten
+zeggen, dat aardrijkskundigen en zeevaarders ze vaak verward hebben.
+
+Deze eilanden werden in de maand December van het jaar 1796 door den
+Hollander Vlaming ontdekt, en vervolgens onderzocht door
+d'Entrecasteaux, toen hij met de _Espérance_ en de _Recherche_ La
+Péronse opspoorde.
+
+Van deze reis dagteekent de verwarring der beide eilanden. De zeevaarder
+Barrow, Beautemps-Beaupré in den atlas van d'Entrecasteaux, later
+Horsburg, Pinkeston en andere aardrijkskundigen hebben telkens het
+eiland St. Pieter voor het eiland St. Paul beschreven en omgekeerd. In
+1859 wachtten de officieren van het oostenrijksche fregat de _Novara_ op
+hun reis om de wereld zich wel die dwaling te begaan, en ook Paganel was
+er zeer op gesteld ze te verhelpen.
+
+Het eiland St. Paul, ten zuiden van het eiland Amsterdam gelegen, is
+slechts een onbewoond eilandje, bestaande uit een kegelvormigen berg,
+die oudtijds een vulkaan moet geweest zijn. Het eiland Amsterdam
+daarentegen, waarheen de sloep de passagiers van de _Duncan_ bragt,
+heeft wel twaalf mijlen in omtrek. Het wordt door eenige vrijwillige
+ballingen bewoond, die zich dat zoo treurige leven getroosten. Het zijn
+de opzigters over de visscherij, die evenals het eiland een eigendom is
+van een handelaar op Réunion, den heer Otovan. Die souverein, dien de
+groote mogendheden van Europa nog niet erkend hebben, verschaft zich
+daar een civiele lijst van vijf en zeventig tot tachtig duizend franken,
+door het visschen, zouten en verzenden van een cheilodactylus, meer
+algemeen bekend onder den naam van kabeljaauw.
+
+Overigens was dit eiland Amsterdam bestemd om fransch te worden en te
+blijven. Zoo behoorde het allereerst door het regt van eerste
+inbezitneming aan den heer Camin, een kaper van St. Denis op Bourbon;
+vervolgens werd het bij een of ander verdrag aan een Pool afgestaan, die
+het door slaven liet bebouwen. Maar een Pool en een Franschman is
+hetzelfde, en het poolsche eiland werd in handen van den heer Otovan
+weder fransch.
+
+Toen de _Duncan_ er aanlandde, den 6den December 1864, bestond de
+bevolking uit drie hoofden, een Franschman en twee Mulatten, alle drie
+bedienden van den koopman-eigenaar. Paganel had dus het genoegen een
+landgenoot de hand te drukken in den persoon van den eerwaardigen, toen
+zeer bejaarden heer Viot. Die "verstandige grijsaard" hield met veel
+beleefdheid de eer van het eiland op. Het was voor hem een gelukkige
+dag, nu hij zulke innemende vreemdelingen mogt ontvangen. St. Pieter
+wordt slechts bezocht door robbenvangers en enkele walvischvaarders,
+lieden, die over het geheel zeer ruw zijn en niet veel gewonnen hebben
+door den omgang met de zeehonden.
+
+De heer Viot stelde zijn onderdanen, de beide Mulatten, voor; zij
+vormden de geheele levende bevolking van het eiland, met eenige wilde
+zwijnen, die zich in het binnenland ophielden en vele duizenden domme
+vetganzen. Het huisje, dat de drie eilanders bewoonden, stond aan het
+uiteinde eener natuurlijke haven in het zuidwesten des eilands, gevormd
+door de instorting van een gedeelte van den berg.
+
+Lang voor de regering van Otovan I strekte het eiland St. Pieter tot
+toevlugtsoord voor schipbreukelingen. Paganel maakte de belangstelling
+zijner hoorders gaande door zijn eerste verhaal met deze woorden te
+beginnen: _Geschiedenis van twee Schotten, die op het eiland Amsterdam
+werden achtergelaten_.
+
+Het was in 1827. Het engelsche schip _Palmira_ bemerkte onder het
+voorbijvaren van het eiland, dat er een rookwolk omhoog steeg. De
+kapitein naderde de kust en zag weldra twee mannen, die noodseinen
+gaven. Hij zond de sloep aan land, die James Paine, een jongeling van
+twee en twintig jaren, en Robert Proudfoot, oud acht en veertig jaar,
+opnam. Die beide ongelukkigen waren onkenbaar. Sedert achttien maanden
+bijna geheel van voedsel en zoet water verstoken, van schelpdieren
+levende, met een slechten omgebogen spijker visschende, soms een jong
+wild zwijn in den loop vangende, dikwijls drie dagen lang zonder eten
+doorbrengende, als vestaalsche maagden wakende bij een vuur, dat zij met
+hun laatste stuk zwam hadden aangelegd, het nooit latende uitgaan, het
+op hun togten als een voorwerp van de hoogste waarde medenemende,
+leidden zij een leven vol gebrek, ontbering en lijden. Paine en
+Proudfoot waren door een schoener aan land gezet, die op de robbenvangst
+was. Volgens de gewoonte der visschers moesten zij een maand lang een
+voorraad huiden en traan opleggen, tot aan de terugkomst van den
+schoener. De schoener verscheen niet weer. Vijf maanden later deed de
+_Hope_, op haar reis naar Van Diemen het eiland aan; maar ten gevolge
+van een onverklaarbare wreede luim weigerde de kapitein de twee Schotten
+mede te nemen; hij zeilde weer weg zonder hun een beschuit of een
+vuursteen te geven, en zekerlijk zouden de twee ongelukkigen weldra
+bezweken zijn, indien de _Palmira_ hen niet aan boord had genomen, toen
+ze in het gezigt van het eiland Amsterdam kwam.
+
+Het tweede voorval, waarvan de geschiedenis van het eiland Amsterdam
+melding maakt,--indien zulk een rots een geschiedenis hebben kan,
+--betreft thans een Franschman, kapitein Péron. Dit voorval begint en
+eindigt ook weer als dat van de twee Schotten: een vrijwillig verblijf
+op het eiland, een schip, dat niet terugkomt, en een vreemd vaartuig,
+dat de grillige winden naar die groep drijven, na een verlatenheid van
+veertig maanden. Het verblijf van kapitein Péron werd echter gekenmerkt
+door een bloedig drama, en levert treffende punten van overeenkomst op
+met de verdichte voorvallen, die den held van Daniel de Foe bij zijn
+terugkomst op zijn eiland wachtten.
+
+Kapitein Péron had zich aan wal laten zetten met vier matrozen, twee
+Engelschen en twee Franschen; vijftien maanden lang zou hij zich met de
+jagt op zeeleeuwen bezig houden. De jagt was gelukkig; maar toen de
+vijftien maanden om waren en het schip niet terug kwam, toen de
+levensmiddelen langzamerhand op raakten, werden de betrekkingen tusschen
+de beide volken gespannen. De twee Engelschen sloegen aan het muiten en
+kapitein Péron zou door hen omgebragt zijn, als zijn landgenooten hem
+niet hadden bijgestaan. Van dit oogenblik af leidden de beide partijen,
+die elkaar dag en nacht in het oog hielden, altijd de wapens in de hand
+hadden, nu eens overwinnaars, dan weer overwonnenen waren, een
+vreeselijk leven vol ellende en angst. En zeker zouden zij elkander
+eindelijk vernietigd hebben, als niet een engelsch schip die rampzaligen
+verzoend had, tusschen welke een nietswaardige volkshaat op een rots in
+den Indischen oceaan verdeeldheid veroorzaakte.
+
+Zoo droegen die gebeurtenissen zich toe. Tweemaal werd zoo het eiland
+Amsterdam het verblijf van verlaten matrozen, die de Voorzienigheid
+tweemaal van ellende en dood redde. Maar na dien tijd was er geen schip
+meer op die kust vergaan. Een schipbreuk zou het wrak op het strand
+hebben geworpen; schipbreukelingen zouden de visscherijen van den heer
+Viot bereikt hebben. Maar de grijsaard bewoonde het eiland reeds jaren
+lang en nooit had hij gelegenheid gehad gastvrijheid te bewijzen aan
+slagtoffers der zee. Van de _Britannia_ en van kapitein Grant wist hij
+niets. Noch het eiland Amsterdam, noch het eilandje St. Paul, dat de
+walvischvaarders en visschers dikwijls bezochten, was het tooneel dier
+ramp geweest.
+
+Dit antwoord verbaasde Glenarvan evenmin als het hem bedroefde. Op die
+aanlegplaatsen zochten Glenarvan en zijn reisgenooten, waar kapitein
+Grant niet was, niet waar hij wel was. Zij wilden alleen het bewijs
+leveren, dat hij op die verschillende punten der parallel niet was,
+anders niet. Het vertrek der _Duncan_ werd dus op den volgenden dag
+bepaald.
+
+Tot den avond bleven de passagiers op het eiland, dat een zeer
+vriendelijk voorkomen heeft. Maar de wijdloopigste aller natuurkenners
+zou geen kans gezien hebben om een deeltje in octavo te vullen met de
+beschrijving van de aldaar te huis behoorende dieren en planten. De orde
+der viervoetige dieren, der vogels, der visschen en der walvischaardige
+dieren bevatte slechts eenige wilde zwijnen, stormvogels, sneeuwvogels,
+albatrossen, baarzen en robben. Warme en ijzerhoudende bronnen
+ontsprongen hier en daar uit de zwarte lava, en haar digte dampen
+zweefden over den vulkanischen bodem. Eenige van die bronnen bezaten een
+zeer hoogen warmtegraad. John Mangles dompelde er een thermometer van
+Fahrenheit in, die honderd zes en zeventig graden aanwees. De visch, die
+eenige schreden van daar in zee werd gevangen, was in vijf minuten gaar
+in dat bijna kokend heete water. Paganel oordeelde het daarom ook
+geraden zich er niet in te baden.
+
+Tegen den avond nam Glenarvan na een stevige wandeling afscheid van den
+vriendelijken heer Viot. Elk wenschte hem alle mogelijke geluk op zijn
+eenzaam eilandje. De grijsaard op zijne beurt uitte de beste wenschen
+voor het welslagen der onderneming, en de boot van de _Duncan_ bragt de
+passagiers aan boord terug.
+
+
+[1] De dertigste graad breedte schijnt de grens dezer winden te zijn.
+
+[2] Omtrent 600 uren gaans.
+
+[3] De woordspeling is hier niet te vertalen. Het fransche woord "fou"
+beteekent in het schaakspel den "raadsheer," maar wil ook "nar" zeggen.
+VERT.
+
+[4] Twaalf honderd uren gaans.
+
+[5] Luitenant Maury.
+
+[6] 76°4' oosterlengte van Parijs.
+
+
+
+
+IV.
+
+De weddenschappen van Jacques Paganel en majoor Mac Nabbs.
+
+
+Ten drie ure in den morgen van den 7den December had de _Duncan_ reeds
+stoom op; de manschappen liepen in het spil; het anker kwam regt onder
+het schip, verliet den zandgrond der kleine haven en werd naar den
+ankerbalk opgeheschen; de schroef raakte in beweging en het jagt stak in
+zee. Toen de passagiers ten acht ure op het dek kwamen, verdween het
+eiland Amsterdam in de nevelen van den gezigteinder. Het was de laatste
+pleisterplaats op den weg van de zeven en dertigste parallel, en niet
+meer dan drie duizend mijlen[1] scheidden het van de australische kust.
+Als de westewind nog een dag of twaalf aanhield en de zee gunstig bleef,
+zou de _Duncan_ het doel harer reis bereiken.
+
+Mary Grant en Robert zagen niet zonder aandoening die golven, welke de
+_Britannia_ ongetwijfeld weinige dagen voor zij verging kliefde. Welligt
+worstelde daar kapitein Grant met een reeds ontredderd schip en gedunde
+bemanning tegen de vreeselijke orkanen der Indische zee, en werd hij met
+onweerstaanbare kracht naar de kust gedreven. John Mangles wees het
+meisje de stroomen, die op de zeekaart aangeteekend staan, en verklaarde
+haar hun bestendige rigting. Zoo voert er o.a. een, de zijdelingsche
+strooming van den Indischen oceaan, naar het vastland van Australië, en
+haar werking doet zich van het westen naar het oosten niet minder in de
+Stille Zuidzee voelen dan in den Atlantischen oceaan. Dus moest de
+_Britannia_, masteloos en niet meer naar het roer luisterende, dat wil
+zeggen weerloos tegen het geweld van water en wind, wel op de kust
+loopen en er vergaan.
+
+Hier deed zich echter een zwarigheid op. De laatste berigten van
+kapitein Grant waren, volgens de _Mercantile and Shipping Gazette_, uit
+Callao, van den 30sten Mei 1862. Hoe kon nu de _Britannia_ den 7den
+Junij, acht dagen na het verlaten van de kust van Peru, in de Indische
+zee zijn? Toen men Paganel hierover raadpleegde, gaf hij een zeer
+aannemelijk antwoord, waarmede de ongeloovigsten genoegen hadden kunnen
+nemen.
+
+Het was in den avond van den 12den December, zes dagen na het vertrek
+van het eiland Amsterdam. Lord en lady Glenarvan, Robert en Mary Grant,
+kapitein John, Mac Nabbs en Paganel praatten op de kampanje. Als
+gewoonlijk sprak men over de _Britannia_, want men dacht aan niets
+anders. Nu werd juist de bovengenoemde zwarigheid toevallig geopperd,
+waarvan het onmiddellijk gevolg was, dat de hoop, dien allen op dezen
+weg gevestigd hadden, verminderde.
+
+Bij deze onverwachte opmerking van Glenarvan zag Paganel driftig op.
+Zonder een woord te spreken ging hij nu het document halen. Toen hij
+terugkwam, vergenoegde hij zich met de schouders op te halen, als iemand
+die zich schaamt, dat hij een oogenblik voor "zulk een beuzeling"
+gestaan heeft.
+
+"Dat is nu goed en wel, waarde vriend!" zeide Glenarvan, "maar geef ons
+ten minste een antwoord."
+
+"Neen!" antwoordde Paganel, "ik zal liever een vraag doen en wel aan
+kapitein John."
+
+"Spreek op, mijnheer Paganel!" zeide John Mangles.
+
+"Kan een goed zeiler in een maand het gedeelte van de Stille Zuidzee
+oversteken, dat tusschen Amerika en Australië ligt?"
+
+"Ja, als hij in een etmaal twee honderd mijlen aflegt."
+
+"Is dat buitengewoon snel?"
+
+"Volstrekt niet. De zeilclippers bereiken dikwijls een nog aanzienlijker
+snelheid."
+
+"Welnu," hernam Paganel, "vooronderstel, in plaats van "7 Junij" op het
+document te lezen, dat de zee een cijfer van die dagteekening heeft
+uitgewischt en lees "17 Junij" of "27 Junij," en alles is opgehelderd."
+
+"Inderdaad," sprak lady Helena, "van den 31sten Mei tot den 27sten
+Junij...."
+
+"Heeft kapitein Grant de Stille Zuidzee kunnen oversteken en in den
+Indischen oceaan zijn!"
+
+Dit besluit, dat Paganel daaruit opmaakte, werd met een levendig gevoel
+van tevredenheid begroet.
+
+"Nu is er, dank zij onzen vriend, alweer iets opgehelderd!" zeide
+Glenarvan. "Wij behoeven dus eenvoudig Australië te bereiken en het
+spoor van de _Britannia_ op de westkust te zoeken."
+
+"Of op de oostkust," meende John Mangles.
+
+"Ja waarlijk, gij hebt gelijk, John! Het document bevat niet de
+geringste aanwijzing, dat de ramp veeleer op de west- dan op de oostkust
+heeft plaatsgehad. Wij zullen derhalve onze nasporingen moeten
+uitstrekken tot die beide punten, waar de zeven en dertigste parallel
+Australië snijdt."
+
+"Bestaat er dan eenige twijfel dienaangaande, mylord?" vroeg het meisje.
+
+"O neen, miss!" haastte John Mangles zich te antwoorden, die deze vrees
+van Mary Grant wenschte te verdrijven. "Zijn Lordschap zal wel willen
+toestemmen dat, wanneer kapitein Grant op de oostkust van Australië aan
+land was gekomen, hij bijna terstond hulp en bijstand zou gevonden
+hebben. Die geheele kust is om zoo te zeggen engelsch en met kolonisten
+bevolkt. De bemanning der _Britannia_ behoefde geen tien mijlen
+landwaarts in te gaan om landgenooten te vinden."
+
+"Juist zoo, kapitein John!" sprak Paganel. "Ik ben het met u eens. Op de
+oostkust, in de Twofold-baai, in het stadje Eden, zou Harry Grant niet
+alleen een toevlugtsoord in een engelsche kolonie gevonden hebben; maar
+het zou hem ook niet aan vervoermiddelen ontbroken hebben om naar Europa
+terug te keeren."
+
+"Hebben dan," vroeg lady Helena, "de schipbreukelingen niet dezelfde
+hulpmiddelen kunnen vinden in dat gedeelte van Australië, waarheen de
+_Duncan_ ons brengt?"
+
+"Neen, mevrouw!" antwoordde Paganel. "Die kust is onbewoond. Zij heeft
+niet de minste gemeenschap met Melbourne of Adelaïde. Als de _Britannia_
+op de riffen, die haar omzoomen, vergaan is, heeft het der bemanning
+even goed aan hulp ontbroken, alsof ze verbrijzeld was op de
+onherbergzame stranden van Afrika."
+
+"Maar wat is er dan in die twee jaren van mijn vader geworden?" vroeg
+Mary Grant.
+
+"Lieve Mary!" antwoordde Paganel, "gij houdt u toch zeker overtuigd, dat
+kapitein Grant na zijn schipbreuk de australische kust bereikt heeft?"
+
+"Ja, mijnheer Paganel!" verzekerde het meisje.
+
+"Welnu, wat kan er met kapitein Grant, eenmaal aan land zijnde, gebeurd
+wezen? Hier is geen ruim veld voor gissingen. Zij bepalen zich tot een
+drietal. Harry Grant en zijn makkers hebben òf de engelsche koloniën
+bereikt, òf zij zijn in de handen der inboorlingen gevallen, òf
+eindelijk ze zijn verdwaald in de onmetelijke woestenijen van
+Australië."
+
+Paganel zweeg, en trachtte in de oogen zijner toehoorders een
+goedkeuring van zijn stelsel te lezen.
+
+"Ga voort, Paganel!" zeide lord Glenarvan.
+
+"Vooreerst dan," vervolgde hij, "verwerp ik de eerste gissing. Harry
+Grant heeft de engelsche koloniën niet kunnen bereiken, want dan was
+zijn redding zeker en zou hij reeds sedert lang bij zijn kinderen in
+zijn goede stad Dundee geweest zijn."
+
+"Arme vader!" jammerde Mary Grant, "nu is hij reeds twee jaren van ons
+gescheiden!"
+
+"Laat mijnheer Paganel toch uitspreken, zuster!" zeide Robert, "hij zal
+ons zeggen...."
+
+"Helaas, neen! mijn jongen! al wat ik stellig kan zeggen is, dat
+kapitein Grant gevangen is bij de Australiërs of...."
+
+"Maar die inboorlingen?" vroeg lady Glenarvan driftig, "zij zijn...?"
+
+"Stel u gerust, mevrouw!" antwoordde de geleerde, die de bedoeling van
+lady Helena vatte, "die inboorlingen zijn wild, verdierlijkt, op het
+laagste standpunt van menschelijke ontwikkeling; maar hun zeden zijn
+zacht, en niet bloeddorstig gelijk die hunner buren op Nieuw-Zeeland.
+Wanneer zij de schipbreukelingen der _Britannia_ gevangen hebben
+genomen, kunt gij mij op mijn woord gelooven, dat zij hun leven nooit
+bedreigd hebben. Alle reizigers zijn het hierover eens, dat de
+Australiërs een afkeer hebben van bloedvergieten en menigmaal hebben zij
+in hen getrouwe bondgenooten gevonden om den aanval af te slaan van heel
+wat wreeder benden gedeporteerden."
+
+"Gij hoort, wat mijnheer Paganel zegt," hernam lady Helena zich tot Mary
+Grant wendende. "Ingeval uw vader, en het document geeft aanleiding om
+het te denken, in handen der inboorlingen is, zullen wij hem
+terugvinden...."
+
+"En wanneer hij in dat onmetelijke land verdwaald is?" sprak het meisje,
+Paganel met haar blikken ondervragende.
+
+"Ook dan," riep de aardrijkskundige vol vertrouwen uit, "zullen wij hem
+terugvinden! Niet waar, vrienden?"
+
+"Zonder twijfel," antwoordde Glenarvan, die een vrolijker wending aan
+het gesprek wilde geven. "Ik geef niet toe, dat men verdwalen kan...."
+
+"Ik ook niet," voegde Paganel er bij.
+
+"Is Australië groot?" vroeg Robert.
+
+"Australië, mijn jongen! is zoo wat zeven honderd vijf en zeventig
+millioenen bunders groot, dat is vier vijfden van Europa."
+
+"Zoo groot?" vroeg de majoor.
+
+"Ja, Mac Nabbs! tot op een el na naauwkeurig. Gelooft gij nu, dat zulk
+een land aanspraak heeft op de benaming van "vastland," die het document
+er aan geeft?"
+
+"Zeker, Paganel!"
+
+"Ik voeg hier nog bij," ging de geleerde voort, "dat er weinig reizigers
+bekend zijn, die in dat uitgestrekte land verdwaald zijn. Ik geloof
+zelfs, dat Leichardt de eenige is, wiens lot onbekend is, en kort voor
+mijn vertrek heb ik nog in de Maatschappij van aardrijkskunde gehoord,
+dat Mac Intyre meende hem op het spoor te zijn."
+
+"Is Australië niet in alle rigtingen doorkruist?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Neen, mevrouw! daar scheelt heel wat aan!" antwoordde Paganel. "Dit
+vastland is even weinig bekend als de binnenlanden van Afrika, en toch
+niet uit gebrek aan ondernemende reizigers. Van 1606 tot 1862 hebben
+zich meer dan vijftig, zoowel in het binnenland als aan de kusten, met
+het onderzoek van Australië bezig gehouden."
+
+"O, vijftig!" zeide de majoor met een twijfelende houding.
+
+"Ja, Mac Nabbs! zooveel. Ik bedoel daarmede zoowel de zeelieden, die de
+australische kusten onder al de gevaren eener onbekende zeevaart hebben
+opgenomen, als de reizigers, die landwaarts ingetrokken zijn."
+
+"Maar vijftig is toch wel wat veelgezegd," beweerde de majoor.
+
+"Ik zal nog verder gaan, Mac Nabbs!" hernam de aardrijkskundige, dien
+tegenspraak altijd driftig maakte.
+
+"Ga verder, Paganel!"
+
+"Als gij mij uitdaagt, zal ik u die vijftig namen zonder aarzelen
+opnoemen."
+
+"Ho! ho!" zeide de majoor heel bedaard. "Zoo zijn de geleerden! zij
+twijfelen aan niets."
+
+"Majoor!" zeide Paganel, "verwedt gij uw karabijn van Purdey Moore en
+Dickson tegen mijn verrekijker van Secretan?"
+
+"Waarom niet, Paganel! als gij daarop gesteld zijt?" antwoordde Mac
+Nabbs.
+
+"Goed, majoor!" riep de geleerde. "Met die karabijn zult gij geen ganzen
+of vossen meer schieten, of ik moest ze u leenen, dat ik altijd met
+genoegen zal doen!"
+
+"Paganel!" antwoordde de majoor ernstig, "wanneer gij mijn verrekijker
+noodig hebt, zal hij altijd te uwer beschikking zijn."
+
+"Dan zal ik maar beginnen," sprak Paganel. "Dames en Heeren! gij zult
+uitspraak doen. En gij, Robert! zult de punten tellen."
+
+Lord en lady Glenarvan, Mary en Robert, de majoor en John Mangles, die
+zich met die twist vermaakten, zetten zich er toe om naar den
+aardrijkskundige te luisteren. Er was immers sprake van Australië,
+waarheen de _Duncan_ stevende, en die geschiedenis kon nooit beter
+gelegen komen. Paganel werd derhalve uitgenoodigd om zonder verwijl de
+beloofde proeven van zijn sterk geheugen te geven.
+
+"Mnemosyne!" riep hij uit, "godin van het geheugen, moeder der kuische
+Muzen, wees met uw getrouwen en vurigen aanbidder! Voor twee honderd
+acht en vijftig jaar, mijne vrienden! was Australië nog onbekend. Wel
+giste men, dat er in het zuiden een groot vastland bestond; twee
+kaarten, die in de bibliotheek van uw britsch museum bewaard worden,
+waarde Glenarvan! en het jaartal 1550 dragen, vermelden een land ten
+zuiden van Azië en noemen het het Groot Java der Portugeezen. Maar de
+echtheid dier kaarten is niet voldoende bewezen. Ik kom dus tot de 17de
+eeuw, tot 1606; in dat jaar ontdekte een spaansch zeeman, Quiros, een
+land, dat hij Australia de Espiritu Santo noemde. Eenige schrijvers
+hebben beweerd, dat het de groep der Nieuwe Hebriden was, en niet
+Australië. Ik wil hierover thans niet uitweiden. Tel dien Quiros,
+Robert! dan gaan wij tot een ander over."
+
+"Een!" riep Robert.
+
+"In hetzelfde jaar zette de onderbevelhebber der vloot van Quiros, Luiz
+Vaz de Torres, meer zuidelijk de ontdekking van nieuwe landen voort.
+Maar den Hollander Theodoor Hertogh komt de eer der groote ontdekking
+toe. Hij landde op de westkust van Australië op 25° breedte, en gaf haar
+naar zijn schip den naam van _Eendrachtsland_. Na hem neemt het aantal
+zeevaarders toe. In 1618 ontdekt Zeachen op de noordkust _Arnhems-_ en
+_Van Diemensland_. In 1619 vaart Jan Edels langs een deel der westkust
+en geeft daaraan zijn eigen naam. In 1622 komt de Leeuwin tot de naar
+haar genoemde kaap. In 1627 voltooijen Nuitz en de Witt, de een ten
+westen, de andere ten zuiden, de ontdekkingen hunner voorgangers, en
+worden door den vlootvoogd Carpentier gevolgd, die met zijn schepen in
+den diepen inham doordringt, welke nog de golf van Carpentaria heet.
+Eindelijk zeilt in 1642 de vermaarde Tasman om het eiland Van Diemen,
+dat hij aan het vastland verbonden acht, en geeft het den naam van den
+gouverneur-generaal te Batavia, een naam, dien de nakomelingschap met
+volle regt in dien van _Tasmania_ veranderd heeft. Nu was het vastland
+van Australië omgezeild; men wist dat de golven van den Indischen oceaan
+en de Stille Zuidzee het geheel insloten, en in 1665 kreeg dit groote
+zuidelijke eiland den naam van _Nieuw-Holland_, een naam, dien het niet
+zou behouden, en dus juist op het tijdstip, dat de rol der hollandsche
+zeelieden uitgespeeld was. Hoeveel hebben wij er nu?"
+
+"Tien!" antwoordde Robert.
+
+"Goed!" hernam Paganel, "ik zet een kruisje en ga tot de Engelschen
+over. In 1686 kwam een opperhoofd der Boekaniers, een broeder van de
+kust, een der beruchtste vrijbuiters op de zuidelijke zeeën, Williams
+Dampier, na het uitstaan van tallooze lotgevallen, met genoegens en
+ontberingen vermengd, met het schip de _Cygnet_ op de noordwestkust van
+Nieuw-Holland op 16°50' breedte; hij kwam met de inboorlingen in
+aanraking en gaf van hun zeden, hun armoede, hun verstandelijke
+ontwikkeling een zeer volledige beschrijving. In 1699 kwam hij in
+dezelfde baai terug, waar Hertogh aan land was gegaan, nu niet als
+kaper, maar als bevelhebber van de _Roebuck_, een schip van de
+koninklijke marine. Tot nog toe echter was de ontdekking van Australië
+alleen belangrijk geweest als aardrijkskundig feit. Niemand dacht er aan
+om het te koloniseeren, en in geen drie vierden eener eeuw, van 1699 tot
+1770, werd het door een zeevaarder bezocht. Maar toen verscheen de
+beroemdste zeeman der geheele aarde, kapitein Cook, en nu werd het
+nieuwe vastland weldra geopend voor de landverhuizers uit Europa. Op
+zijn drie beroemde reizen betrad James Cook den grond van Nieuw-Holland,
+en wel het eerst den 31sten Maart 1770. Na gelukkig op Otaheite den
+voorbijgang van Venus langs de zon waargenomen te hebben[2], drong Cook
+met zijn scheepje de _Endeavour_ in het westelijk gedeelte der Stille
+Zuidzee. Na Nieuw-Zeeland bezocht te hebben, kwam hij in een baai op de
+westkust van Australië, die hij zoo rijk aan nieuwe planten vond, dat
+hij haar den naam van Kruidenbaai gaf. Het is de tegenwoordige
+Botany-Bay. Zijn betrekkingen met half verdierlijkte inboorlingen waren
+van weinig belang. Hij stevende noordwaarts en op 16° breedte, bij kaap
+Tribulation, stiet de _Endeavour_ op een koraalrif, acht uren van de
+kust. Het gevaar van te zinken was zeer groot. Levensmiddelen en
+kanonnen werden in zee geworpen; maar in den volgenden nacht maakte de
+vloed het geligte vaartuig weer vlot. Dat het niet zonk, had het te
+danken aan een stuk koraal, dat in het gat was geraakt en het lek
+behoorlijk stopte. Cook kon dus met zijn vaartuig een kleine kreek
+bereiken, waarin zich een rivier stortte, die de Endeavour genoemd werd.
+Gedurende de drie maanden, welke de herstelling van hun bodem duurde,
+trachtten de Engelschen nuttige betrekkingen met de inboorlingen aan te
+knoopen; maar met weinig gevolg, zoodat zij weer in zee staken. De
+_Endeavour_ bleef koers houden naar het noorden. Cook wilde weten of er
+een straat bestond tusschen Nieuw-Guinea en Nieuw-Holland; na het
+uitstaan van nieuwe gevaren, na twintigmaal zijn schip in de waagschaal
+te hebben gesteld, ontdekte hij dat de zee in het zuidwesten open was.
+De straat bestond en werd doorgevaren. Cook landde op een eilandje, en
+in naam van Engeland bezit nemende van de lange kustlijn, die hij
+bezocht had, gaf hij daaraan den echt britschen naam van
+Nieuw-Zuid-Wales. Drie jaar later voerde de stoute zeeman het bevel over
+de _Adventure_ en de _Resolution_; kapitein Furneaux ging met de
+_Adventure_ de kusten van Van Diemensland opnemen, en kwam terug in de
+meening, dat het met Nieuw-Holland zamenhing. Eerst in 1777, op zijn
+derde reis, ankerde Cook met zijn schepen de _Resolution_ en de
+_Discovery_ in de Adventure-baai op Van Diemensland, en vertrok van daar
+om eenige maanden later op de Sandwich-eilanden te sterven."
+
+"Hij was een groot man," zeide Glenarvan.
+
+"De beroemdste zeeman, die ooit geleefd heeft. Banks, zijn reisgenoot,
+bragt het engelsche gouvernement op de gedachte om een strafkolonie aan
+de Botany-Bay te vestigen. Zeelieden van allerlei natiën volgen hem. In
+den laatsten brief, dien men van La Pérouse ontving, geschreven in de
+Botany-Bay en gedagteekend van den 7den Februari 1787, geeft de
+ongelukkige zeeman kennis van zijn voornemen om de golf van Carpentaria
+en de geheele kust van Nieuw-Holland tot aan Van Diemensland te
+bezoeken. Hij vertrekt en keert niet meer terug. In 1788 legde kapitein
+Philipp te Port-Jackson de eerste engelsche kolonie aan. In 1792 zeilt
+d'Entrecasteaux, op zijn togt ter opsporing van La Pérouse, langs de
+west- en zuidkust van Nieuw-Holland, en ontdekt onderweg onbekende
+eilanden. In 1795 en 1797 zetten twee jongelieden, Flinders en Bass, in
+een boot van acht voet lang, moedig het onderzoek der zuidkust voort, en
+in 1797 vaart Bass door de naar hem genoemde straat tusschen Van
+Diemensland en Nieuw-Holland. In datzelfde jaar vond Vlaming, de
+ontdekker van het eiland Amsterdam, op de oostkust de Zwanenrivier, waar
+zwarte zwanen van de schoonste soort zich verlustigden. Wat Flinders
+aangaat, deze hervatte in 1801 zijne belangrijke onderzoekingen, en trof
+op 138°58' lengte en 35°40' breedte in de Encounter-baai de _Géographe_
+en de _Naturaliste_ aan, twee fransche schepen onder bevel van de
+kapiteins Baudin en Hamelin."
+
+"Zoo! kapitein Baudin?" zeide de majoor.
+
+"Ja! waarom vraagt gij dat zoo?" vroeg Paganel.
+
+"O! niets. Ga voort, waarde Paganel!"
+
+"Ik ga voort met bij de namen dier zeevaarders dien van kapitein King te
+voegen, die van 1817 tot 1822 het onderzoek der keerkringskusten van
+Nieuw-Holland voltooide."
+
+"Dat maakt vier en twintig namen," zeide Robert.
+
+"Goed," antwoordde Paganel, "de helft der karabijn van den majoor is
+reeds mijn. Nu de zeelieden afgehandeld zijn, ga ik tot de reizigers
+over."
+
+"Zeer goed, mijnheer Paganel!" sprak lady Helena; "ik moet zeggen, dat
+gij een verbazend geheugen hebt."
+
+"Hetgeen zeer vreemd is," voegde Glenarvan er bij, "in iemand die
+zoo...."
+
+"Verstrooid is," haastte Paganel zich te zeggen. "O, ik heb alleen een
+geheugen voor jaartallen en feiten. Dat is alles."
+
+"Vier en twintig," herhaalde Robert.
+
+"De vijf en twintigste is luitenant Daws. Het was in 1789, een jaar na
+de grondlegging der kolonie te Port-Jackson. Wel had men het nieuwe
+vastland omgevaren, maar niemand kon zeggen, wat het bevatte. Een lange
+bergreeks, die evenwijdig met de oostkust loopt, scheen den toegang tot
+het binnenland geheel te versperren. Na een togt van negen dagen moest
+luitenant Daws het opgeven en naar Port-Jackson terugkeeren. In
+hetzelfde jaar poogde kapitein Tench te vergeefs die hooge keten over te
+trekken. Die mislukte pogingen schrikten gedurende drie jaren de
+reizigers af om die moeijelijke taak te hervatten. In 1792 echter leed
+kolonel Paterson, een moedig afrikaansch reiziger, in dezelfde
+onderneming schipbreuk. In het volgende jaar kwam een eenvoudig
+kwartiermeester der engelsche marine, de moedige Hawkins, twintig mijlen
+verder dan het punt, dat zijn voorgangers niet hadden kunnen
+overschrijden. In een tijdsverloop van achttien jaren kan ik slechts
+twee namen opnoemen, die van den beroemden zeeman Base en van den heer
+Bareiller, een ingenieur uit de kolonie, die niet gelukkiger waren dan
+hun voorgangers, en zoo kom ik tot het jaar 1813, toen er eindelijk ten
+westen van Sydney een doortogt ontdekt werd. De gouverneur Macquarie
+waagde zich er in (1815), en aan gene zijde der Blaauwe bergen werd de
+stad Bathurst gesticht. Van dit oogenblik af verrijkten Throsby in 1819,
+Oxley, die een afstand van driehonderd mijlen aflegde, Howel en Hume,
+wier uitgangspunt de Twofold-baai was, waar de zeven en dertigste
+parallel over heen loopt, en kapitein Sturt, die in 1829 en 1830 den
+loop der Darling en der Murray onderzocht, de aardrijkskunde met nieuwe
+feiten en bragten het hunne toe aan de ontwikkeling der koloniën."
+
+"Zes en dertig!" riep Robert.
+
+"Heel goed! ik vorder!" antwoordde Paganel. "Terloops noem ik nog Eyre
+en Leichardt, die in 1840 en 1841 een gedeelte des lands bereisden;
+Sturt, in 1845; de gebroeders Gregory en Helpman in 1846 in
+West-Australië; Kennedy in 1847 aan de Victoria-rivier en in 1848 in
+Noord-Australië; Gregory in 1852; Austin in 1854; de Gregory's van
+1855-58 in het noordwesten van het vastland; Babbage, van het
+Torrens-tot het Eyre-meer, en zoo kom ik eindelijk tot een in de
+australische jaarboeken met roem bekenden reiziger, tot Stuart, die vol
+moed tot driemaal toe een reis over het vastland deed. Zijn eerste togt
+naar de binnenlanden had in 1860 plaats. Wanneer gij het verlangt, zal
+ik u later vertellen, hoe Australië viermaal van het zuiden naar het
+noorden werd bereisd. Voor ditmaal wil ik die lange naamlijst besluiten
+en van 1860-62 voeg ik, bij de namen van zooveel stoute baanbrekers der
+wetenschap, nog die van de gebroeders Dempster, van Clarckson en Harper,
+van Berke en Wills, van Neilson, Walker, Landsborough, Mackinlay,
+Howit...."
+
+"Zes en vijftig!" riep Robert.
+
+"Goed, majoor!" hervatte Paganel, "ik zal u goede maat geven, want ik
+heb nog niet gesproken van Duperrey, Bougainville, Fitz Roy, Wickson,
+Stokes...."
+
+"Genoeg! zeide de majoor, die van al die namen duizelde.
+
+"Van Péron, Quoy," ging Paganel voort met de vaart van een sneltrein,
+"Bennett, Cuningham, Nutchell, Tiers...."
+
+"Genade!"
+
+"Van Dixon, Strelesky, Reid, Wilkes, Mitchell...."
+
+"Houd op, Paganel!" zeide Glenarvan, die schudde van lagchen, "dood den
+ongelukkigen Mac Nabbs niet. Wees edelmoedig! hij verklaart zich
+overwonnen."
+
+"En zijn karabijn?" vroeg de aardrijkskundige met een zegevierend
+lachje.
+
+"Behoort u, Paganel!" antwoordde de majoor, "en het spijt mij genoeg.
+Maar uw geheugen is sterk genoeg om een geheel tuighuis te winnen."
+
+"Het is zeker onmogelijk Australië beter te kennen," zeide lady Helena;
+"de geringste naam noch het onbeduidendste feit...."
+
+"O, het onbeduidendste feit!" zeide de majoor hoofdschuddende.
+
+"Wat blieft u, Mac Nabbs!" riep Paganel.
+
+"Ik wil zeggen, dat u welligt niet alles, wat met de ontdekking van
+Australië in verband staat, bekend is."
+
+"Het mogt wat!" zeide Paganel op fieren toon.
+
+"En krijg ik mijn karabijn terug, als ik u iets opnoem, wat gij niet
+weet?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Terstond, majoor!"
+
+"Is de koop gesloten?"
+
+"De koop is gesloten!"
+
+"Goed. Weet gij wel, Paganel! waarom Australië niet aan Frankrijk
+behoort?"
+
+"Wel, mij dunkt...."
+
+"Of althans welke reden de Engelschen daarvoor opgeven?"
+
+"Neen, majoor!" antwoordde Paganel met een droevig gezigt.
+
+"Alleen omdat kapitein Baudin, die toch geen lafaard was, in 1802 zoo
+schrikte van het gekwaak der australische kikvorschen, dat hij zoo gaauw
+hij kon het anker ligtte en vlugtte om niet weer terug te komen."
+
+"Wat!" riep de geleerde, "zegt men dat in Engeland? dat is een lage
+aardigheid!"
+
+"Heel laag, dat geef ik toe," antwoordde de majoor, "maar zij is in het
+Vereenigde Koningrijk historisch geworden."
+
+"Het is een schandaal!" riep de vaderlandslievende aardrijkskundige. "En
+vertelt men dat in vollen ernst?"
+
+"Ik moet het ronduit bekennen, waarde Paganel!" antwoordde Glenarvan,
+terwijl allen proestten van lagchen.
+
+"Maar was die bijzonderheid u onbekend?"
+
+"Geheel en al. Maar ik teeken verzet aan! Bovendien, de Engelschen
+noemen ons "kikvorscheneters!" Doorgaans is men niet bang voor hetgeen
+men eet."
+
+"Het wordt toch gezegd, Paganel!" antwoordde de majoor met een zedig
+lachje.
+
+En zoo bleef die bekende karabijn van Purdey Moore en Dickson een
+eigendom van majoor Mac Nabbs.
+
+
+[1] 1300 uren gaans.
+
+[2] De voorbijgang der planeet Venus langs de zonneschijf moest in 1769
+plaats hebben. Dit vrij zeldzame verschijnsel had een voor de
+sterrekunde zeer groot belang; het moest dienen om nauwkeurig den
+afstand te berekenen, die de aarde van de zon scheidt.
+
+
+
+
+V.
+
+Onstuimig weer op den Indischen oceaan.
+
+
+Twee dagen na dit gesprek deelde John Mangles, die ten 12 ure het bestek
+had opgemaakt, mede, dat de _Duncan_ op 113°87' lengte was. De
+passagiers raadpleegden de kaart en zagen tot hunne groote blijdschap
+dat ze naauwelijks vijf graden van Bernouilli af waren. Tusschen deze
+kaap en den hoek van Entrecasteaux beschrijft de australische kust een
+boog, dien de zeven en dertigste parallel onderspant. Als de _Duncan_ nu
+koers had gezet naar den evenaar, zou zij spoedig kaap Chatham bereikt
+hebben, die honderd twintig mijlen ten noorden van haar bleef; zij
+bevond zich thans in dat gedeelte der Indische zee, dat door het
+vastland van Australië beschut wordt. Derhalve mogt men de hoop
+koesteren, dat binnen vier dagen kaap Bernouilli aan den gezigteinder
+zou opduiken.
+
+Tot nog toe had de westewind de vaart van het jagt begunstigd; maar
+sedert eenige dagen toonde hij een neiging om te minderen; langzamerhand
+ging hij tot windstilte over, tot hij den 18den December eindelijk
+geheel ging liggen, en de zeilen slap neerhingen. Zonder haar sterke
+schroef zou de _Duncan_ door de windstilte op dezelfde plaats van den
+oceaan bewegingloos zijn blijven liggen.
+
+Deze toestand van den dampkring kon, wie weet hoe lang, aanhouden. 's
+Avonds sprak Glenarvan daarover met John Mangles. De jeugdige kapitein,
+die de kolenhokker duchtig zag minderen, scheen zeer teleurgesteld door
+die windstilte. Hij had alle zeilen bijgezet, zijn lij- en stagzeilen
+aangeslagen om van het geringste zuchtje voordeel hebben; maar, naar het
+zeggen der matrozen, was er geen hoedvol wind.
+
+"En toch moeten wij niet al te sterk klagen," zeide Glenarvan; "geen
+wind is beter dan tegenwind."
+
+"Uwe Edelheid heeft gelijk," antwoordde John Mangles; "maar juist die
+windstilten hebben doorgaans verandering van weer ten gevolge. Daarom
+ben ik er ook bang voor; wij bevinden ons op de grens der moussons[1],
+die van October tot April uit het noordoosten waaijen, en als wij ze
+maar een beetje tegenkrijgen, zal onze vaart daardoor zeer vertraagd
+worden."
+
+"Wat zullen wij er aan doen, John? als die tegenspoed ons overviel,
+zouden wij ons er aan moeten onderwerpen. Het zou in allen gevallen maar
+een oponthoud zijn."
+
+"Althans wanneer er geen storm bijkwam."
+
+"Zijt gij beducht voor slecht weer?" vroeg Glenarvan, den hemel
+onderzoekende, die toch van den gezigteinder tot aan het toppunt geheel
+onbewolkt scheen.
+
+"Ja," antwoordde de kapitein, "Uwe Edelheid wil ik het wel zeggen, maar
+ik zou lady Glenarvan of miss Grant geen schrik willen aanjagen."
+
+"Daar doet gij zeer wijs aan. Wat is er gaande?"
+
+"Er zijn stellige voorteekens van ruw weder. Vertrouw niet op het
+voorkomen der lucht, mylord! niets is bedriegelijker. Sedert twee dagen
+daalt de barometer op een verontrustende manier; thans staat hij op drie
+en zeventig duim[2]; het is een waarschuwing, die ik niet in den wind
+mag slaan. Vooral ben ik zeer bevreesd voor de woede der zuidelijke
+zeeën, waarmede ik reeds eens kennis heb gemaakt. De dampen, die boven
+de onmetelijke ijsvelden der Zuidpool verdigt worden, brengen een
+ontzettend geweldigen luchtstroom te weeg. Daaruit ontstaat een
+worsteling tusschen de poolwinden en die van den evenaar, die het
+aanzijn geeft aan de cyclonen, de tornado's en die talrijke
+verscheidenheden van stormen, een worsteling, waarin een schip het
+voordeel niet aan zijn zijde heeft."
+
+"John!" antwoordde Glenarvan, "de _Duncan_ is een stevig schip, zijn
+kapitein een bekwaam zeeman. Wanneer de storm komt, zullen wij ons
+behoorlijk verdedigen."
+
+Toen John Mangles zijn vrees openbaarde, handelde hij in overeenstemming
+met zijn zeemans-instinct. Hij is een bekwaam "weerkenner," zoo noemen
+de Engelschen dengenen, die acht geeft op het weder. De aanhoudende
+daling van den barometer deed hem op zijn schip alle noodige voorzorgen
+nemen. Hij verwachtte een hevigen storm, al was er nog niets aan de
+lucht te zien, maar zijn onfeilbaar instrument kon hem niet bedriegen;
+de luchtstroomen komen van de plaatsen, waar de kwikzuil hoog staat,
+naar die waar zij daalt; hoe digter die plaatsen bij elkander liggen,
+hoe spoediger het evenwigt in de luchtlagen hersteld wordt en hoe
+grooter de snelheid van den wind is.
+
+Den geheelen nacht bleef John op het dek. Tegen elf ure betrok de lucht
+in het zuiden. John liet al zijn volk boven komen en zijn kleine zeilen
+strijken; hij liet alleen zijn fokkezeil, zijn groote bezaan, zijn
+marszeil en zijn kluiver staan. Tegen middernacht wakkerde de wind aan.
+Het woei een gereefde marszeilskoelte, dat wil zeggen, de luchtdeeltjes
+werden met een snelheid van zes en dertig voet in de seconde
+voortgestuwd; het gekraak der masten, het slaan van het loopend want,
+het helder geraas, dat de killende zeilen maakten, het stenen der
+binnenste beschotten, verwittigden de passagiers van hetgeen zij nog
+niet wisten. Paganel, Glenarvan, de majoor, Robert, verschenen op het
+dek, de een om de handen uit de mouw te steken, de ander uit
+nieuwsgierigheid. Aan den hemel, dien zij kort te voren helder en met
+sterren bezaaid hadden gezien, dreven thans donkere wolken, van elkander
+gescheiden door gevlekte strepen als de huid van een luipaard.
+
+"De orkaan?" vroeg Glenarvan bedaard aan John Mangles.
+
+"Nog niet, maar ophanden," antwoordde de kapitein.
+
+Nu gaf hij bevel om het onderste rif van het marszeil in te nemen. De
+matrozen klommen langs de weeflijnen op en niet zonder moeite
+verminderden zij de oppervlakte van het zeil door de rifseisings er
+omheen te draaijen op de gestreken ra. John Mangles wilde zooveel zeil
+mogelijk blijven voeren om het jagt te steunen en het stampen te
+verminderen.
+
+Na het nemen van die voorzorgen gaf bij aan Austin en den schipper de
+noodige bevelen om den aanval van den orkaan af te weren, die weldra zou
+losbarsten. De krabbers van de sloepen en de sjortouwen van het waarloos
+rondhout werden verdubbeld, de zijtalies van het kanon versterkt, het
+want en de pardoens aangehaald, de luikgaten digtgespijkerd. Als een
+officier op de kruin van een bres, week John niet van de loefzijde, en
+op de kampanje staande poogde hij dien stormachtigen hemel zijn geheimen
+af te persen.
+
+Op dit oogenblik was de barometer tot zeventig duim gedaald, hetgeen
+zelden plaats heeft en het stormglas[3] wees storm aan.
+
+Het was één uur na middernacht. Vreeselijk in haar hut geslingerd,
+waagden lady Helena en miss Grant het om op het dek te komen. De wind
+had nu een snelheid van vier en tachtig voet in de seconde. Hij floot
+met ontzettend geweld door het staande want. Die metalen snaren, gelijk
+aan die van een instrument, klonken alsof een reusachtige strijkstok ze
+snel deed trillen; de blokken sloegen tegen elkander, de touwen liepen
+met schel geluid over de takels; de zeilen klapperden zoo hevig, alsof
+er een kanon werd afgevuurd; ontzettende golven liepen reeds op het jagt
+aan, dat als een ijsvogel op haar schuimenden rug danste.
+
+Zoodra kapitein John de dames bespeurde, ging hij snel naar haar toe en
+verzocht haar weer in de kampanje te gaan; eenige zware golven stonden
+reeds op het dek, dat ieder oogenblik schoongeveegd kon worden. Het
+geweld der elementen was nu zoo hevig, dat lady Helena den jongen
+kapitein naauwelijks verstond.
+
+"Er is toch geen gevaar?" kon zij hem echter nog vragen, toen het weer
+voor een oogenblik wat bedaarde.
+
+"Volstrekt niet, mevrouw!" antwoordde John Mangles, "maar gij kunt
+evenmin als miss Mary op het dek blijven."
+
+Lady Glenarvan en miss Grant verzetten zich niet tegen een bevel, dat op
+een verzoek geleek, en traden juist onder de kampanje, toen een golf,
+die boven het hek aan den achtersteven brak, de ruiten der kap deed
+schudden. Thans verdubbelde het geweld van den wind; de masten bogen
+onder de spanning der zeilen, en het jagt scheen op de golven te dansen.
+
+"Geit het fokkezeil!" riep John Mangles; "strijkt het marszeil en de
+kluivers!"
+
+De matrozen snelden naar hun post in het want; de vallen werden
+opgestoken, de geitouwen aangehaald en de kluivers gestreken met een
+geraas, dat het rumoer van den wind overstemde, en de _Duncan_, wier
+schoorsteen ontzaggelijke wolken zwarten rook uitbraakte, sloeg de zee
+onregelmatig met de bladen harer schroef, die slechts somtijds onder
+water waren.
+
+Met een mengsel van bewondering en schrik sloegen Glenarvan, de majoor,
+Paganel en Robert die worsteling der _Duncan_ met de golven gade; zij
+klemden zich stevig vast aan de leuning der verschansing zonder een
+enkel woord te kunnen wisselen, en staarden naar de troepen stormvogels,
+die droevige boden der stormen, die in de losgelaten winden
+ronddartelden.
+
+Daar deed zich op eens een oorverdoovend gefluit boven het rumoer van
+den storm hooren. De stoom ontsnapte met geweld, niet uit de af
+blaaspijp, maar uit de kleppen van den stoomketel; het alarmfluitje
+klonk met ongewone kracht; het jagt viel op zij en Wilson, die aan het
+rad stond, werd door een onvoorzienen slag van de roerpen omvergeworpen.
+De _Duncan_ lag dwars tusschen zeeën en luisterde niet meer naar stuur.
+
+"Wat gebeurt daar?" riep John Mangles het bruggetje haastig oploopende.
+
+"Het schip valt op zij!" antwoordde Tom Austin.
+
+"Is het roer ontredderd?"
+
+"Naar de machine! naar de machine!" klonk de stem van den machinist.
+
+John ijlde naar de machine en gleed langs de ladder af; de kamer was vol
+damp; de zuigers zaten onbewegelijk in de cilinders; de hefboomen
+bragten de beweging niet tot de liggende as over. Nu sloot de machinist,
+ziende dat alle pogingen vergeefsch waren en voor zijn stoomketels
+vreezende, den toevoer af en liet de stoom ontsnappen.
+
+"Wat is er toch gaande?" vroeg de kapitein.
+
+"De schroef is gebroken of zit vast, en werkt niet meer," antwoordde de
+machinist.
+
+"Wat? is het onmogelijk haar los te krijgen?"
+
+"Onmogelijk."
+
+Er was nu geen tijd om dit ongeval te herstellen, het feit stond vast;
+de schroef kon niet werken, en de stoom, die geen dienst meer deed, was
+door de kleppen ontsnapt. John moest dus tot de zeilen zijn toevlugt
+nemen, en een bondgenoot zoeken in denzelfden wind, die zijn
+gevaarlijkste vijand geworden was.
+
+Hij ging weer naar boven en deelde in een paar woorden het voorgevallene
+aan lord Glenarvan mede; waarna bij er op aandrong, dat deze met de
+andere passagiers in de kampanje zou gaan. Glenarvan wilde op het dek
+blijven.
+
+"Neen, Uwe Edelheid!" antwoordde John Mangles met vaste stem, "ik moet
+hier alleen met het scheepsvolk blijven. Ga naar binnen! Het schip kan
+overzij geworpen worden en de golven zouden u zonder genade meenemen."
+
+"Maar wij kunnen van dienst wezen...."
+
+"Ga heen, mylord! ga heen! gij moet! er zijn omstandigheden, waarin ik
+meester ben aan boord! Ga heen, ik wil het!"
+
+Wel moest de toestand bedenkelijk zijn, anders zou John Mangles niet op
+zulk een toon van gezag spreken. Glenarvan begreep, dat het zijn pligt
+was het voorbeeld van gehoorzaamheid te geven. Hij verliet dus het dek,
+door zijn drie reisgenooten gevolgd, en vervoegde zich bij de beide
+dames, die vol angst den afloop dier worsteling met de elementen
+afwachtten.
+
+"Een krachtig man, die wakkere John!" zeide Glenarvan, toen hij de hut
+binnentrad.
+
+"Ja," antwoordde Paganel, "hij heeft mij doen denken aan dien
+hoogbootsman van uw grooten Shakespeare, die in het stuk "de storm" den
+koning, dien hij aan boord heeft, toeroept:
+
+"Van hier! Stilte! Naar uwe hutten! Kunt gij dien elementen het zwijgen
+niet opleggen, Zwijgt gij dan! Gaat uit den weg, zeg ik u!"
+
+Intusschen had John Mangles geen seconde verzuimd om zijn schip uit den
+neteligen toestand te redden, waarin het door het vastraken van de
+schroef verkeerde. Hij besloot bij te leggen, om zoo weinig mogelijk van
+zijn weg af te wijken; het kwam er dus op aan zeil te behouden en schuin
+te brassen, om dwars van den storm te liggen. Het marszeil werd
+digtgeslagen en het roer aan lij gelegd.
+
+Het jagt, dat een uitstekend zeebouwer was, gehoorzaamde als een vlug
+ros, dat de sporen voelt, en bood de zijde aan de hooge golven. Zou dat
+weinige zeil sterk genoeg zijn? Het was wel van het beste Dundee-doek
+gemaakt; maar welk weefsel is tegen zulk een geweld bestand?
+
+Dat bijleggen had het voordeel, dat het jagt zijn stevigste gedeelten
+aan de golven aanbood en dat het zijn oorspronkelijken koers behield.
+Toch was die beweging niet zonder gevaar, want het schip kon in die
+onmetelijke golfdalen reddeloos verloren gaan. Maar John Mangles had
+geen keus, en hij besloot te blijven bijleggen, zoolang masten en zeilen
+niet naar beneden kwamen. Het scheepsvolk was bij de hand en gereed om
+te gaan, waar zijn tegenwoordigheid noodig mogt zijn. John hield zich
+aan het want vast en wendde het oog niet van de verbolgen zee af.
+
+In dezen toestand verliep verder de nacht. Men hoopte, dat de storm met
+het aanbreken van den dag verminderen zou. IJdele hoop! 's Morgens tegen
+acht ure woei het nog meer dan een storm en ging de wind, met een
+snelheid van honderd acht voeten in de seconde tot een orkaan over.
+
+John zeide niets, maar hij beefde voor zijn schip en degenen, die er op
+waren. De _Duncan_ viel vreeselijk op zij; de berkoenen kraakten, en
+soms raakte de fokkezeilspieren de kruin der golven. Een oogenblik dacht
+de bemanning niet anders of het jagt zou niet meer overeind rijzen.
+Reeds stonden de matrozen met de bijl in de hand gereed om het want van
+den grooten mast los te hakken, toen de zeilen uit de lijken waaiden en
+als reusachtige albatrossen wegvlogen.
+
+De _Duncan_ rees weer overeind; maar zonder steun op de golven, zonder
+stuur, werd zij zoo vreeselijk geslingerd, dat de masten tot in hun
+spoorgat dreigden te breken. Zulk een vreeselijke deining kon ze niet
+lang uithouden, ze stampte tot in het bovenschip toe, en weldra zouden
+de uitgeweken buitenhuid, de opengesprongen naden, een vrijen toegang
+aan de golven verleenen.
+
+Nog een middel schoot er voor John Mangles over: een stormfok aan te
+slaan en het voor den wind te houden. Na een arbeid van verscheidene
+uren, die twintigmaal vernield werd, eer hij voltooid was, gelukte het
+hem. Eerst 's namiddags ten drie ure kon de stormfok op de fokkestag
+geheschen en aan de kracht van den wind blootgesteld worden.
+
+Met dit stukje doek liet de _Duncan_ zich nu voortzweepen en liep zij
+met onberekenbare snelheid voor den wind. De storm dreef haar thans naar
+het noordoosten. Het was zaak de grootst mogelijke snelheid te behouden;
+want daarvan alleen was redding te wachten. Soms was zij de golven
+vooruit, die haar droegen, sneed ze met haar spitsen voorsteven, dook
+onder als een ontzaggelijk walvischaardig dier en liet het geheele dek
+van voren naar achteren schoonvegen. Dan weer was haar snelheid aan die
+der golven gelijk, het roer werkeloos, en gierde ze zoo, dat het te
+vreezen stond, dat ze omgeworpen zou worden. Eindelijk gebeurde het ook
+wel, dat de golven, door den orkaan voortgezweept, sneller liepen dan
+het schip; dan sloegen ze over den spiegelboog en veegden het dek met
+onweerstaanbare kracht van achteren naar voren schoon.
+
+In dien benaauwden toestand, tusschen hoop en radeloosheid geslingerd,
+verliepen de dag van den 15den December en de volgende nacht. John
+Mangles week geen oogenblik van zijn post; hij nuttigde niets; hij werd
+door den angst gefolterd, dien zijn strak gelaat niet wilde verraden, en
+onvermoeid trachtte zijn blik door de nevelen, die in het noorden
+zamenpakten, heen te dringen.
+
+En wel mogt hij vreezen. De _Duncan_ uit haar koers gedreven, stormde in
+ontembare vaart naar de australische kust. Alleen uit instinct gevoelde
+John Mangles ook, dat hij met de snelheid van den bliksem werd
+voortgejaagd. Ieder oogenblik duchtte hij op een klip te stooten, waarop
+het jagt in duizend brokken zou verbrijzeld zijn. Hij berekende, dat de
+kust geen twaalf mijlen lijwaarts kon verwijderd zijn. En het land is de
+schipbreuk, de ondergang van een vaartuig. Honderdmaal verkieslijker nog
+is de onmetelijke Oceaan, tegen wiens woede een schip zich ten minste
+verdedigen kan, al is het ook door mede te gaan. Maar werpt de storm het
+op de kust, dan is het verloren.
+
+John Mangles ging lord Glenarvan opzoeken en sprak met hem onder vier
+oogen: hij legde hem het gevaar van hun toestand onbewimpeld bloot, dien
+hij met de koelbloedigheid van een zeeman, die op alles voorbereid is,
+onder de oogen zag, en besloot met te zeggen, dat hij misschien de
+_Duncan_ op het strand zou moeten zetten.
+
+"Om degenen, die aan boord zijn, te redden, als het mogelijk is,
+mylord!"
+
+"Ga uw gang, John!" antwoordde Glenarvan.
+
+"En lady Helena? miss Grant?"
+
+"Ik zal ze eerst in het laatste oogenblik er van verwittigen, wanneer
+alle hoop vervlogen is van zee te houwen. Gij zult mij waarschuwen."
+
+"Ik zal u waarschuwen, mylord!"
+
+Glenarvan keerde terug naar de dames, die, al kenden zij den geheelen
+omvang van het gevaar niet, toch wel gevoelden, dat het dreigend was.
+Zij legden grooten moed aan den dag, althans niet minder dan haar
+reisgenooten. Paganel had het druk met thans zeer ongelegen komende
+theoriën over de rigting der luchtstroomingen, en hield voor Robert, die
+naar hem luisterde, belangrijke vergelijkingen tusschen de tornado's, de
+cyclonen en de regtlijnige stormen. Wat den majoor betreft, deze wachtte
+met al de bedaardheid van een Muzelman het einde af.
+
+Tegen elf ure scheen de orkaan wat te bedaren; de vochtige nevelen
+verdeelden zich en bij een kortstondigen lichtstraal kon John zes mijlen
+te lijwaart een lage kust zien, waarop hij regt aanhield. Monsterachtige
+golven braken op een ontzettende hoogte, van wel vijftig voeten en meer.
+John begreep, dat zij daar een steunpunt vonden, anders konden zij zoo
+hoog niet op elkander stapelen.
+
+"Daar zijn zandbanken," zeide bij tot Austin.
+
+"Dat geloof ik ook," antwoordde de stuurman.
+
+"Wij zijn in Gods hand," hernam John; "wanneer Hij de _Duncan_ geen
+toegankelijke doorvaart opent en ze er zelf niet invoert, zijn wij
+verloren."
+
+"Het is juist vloed, kapitein! welligt zullen wij over die banken heen
+kunnen komen."
+
+"Maar zie toch eens, Austin! hoe groot de woede der golven is! Welk
+schip zou daartegen bestand zijn! Laten wij God om zijn bijstand
+smeeken, mijn vriend!"
+
+Intusschen liep de _Duncan_ onder haar stormfok met ontzettende vaart op
+de kust aan. Weldra was ze nog maar twee mijlen van den buitenrand der
+baai. Toch meende John aan gene zijde van dien schuimenden rand een
+bedaarder bekken te ontwaren. Daar zou de _Duncan_ betrekkelijk veilig
+geweest zijn. Maar hoe daar te komen?
+
+John liet zijn passagiers op het dek komen; hij wilde niet, dat zij, nu
+de schipbreuk ophanden was, in de kampanje opgesloten zouden blijven.
+Glenarvan en zijne reisgenooten lieten het oog over de verbolgen zee
+gaan. Mary Grant verbleekte.
+
+"John!" fluisterde Glenarvan den jeugdigen kapitein in, "ik zal pogen
+mijn vrouw te redden of met haar omkomen. Zorg gij voor miss Grant."
+
+"Ja, Uwe Edelheid!" antwoordde John Mangles, terwijl hij de hand van den
+lord aan zijn vochtige oogen bragt.
+
+De _Duncan_ was nog maar eenige kabellengten van den voet der banken af.
+Daar het juist vloed was, zou de zee ongetwijfeld genoeg water onder de
+kiel van het jagt hebben gelaten om het over die gevaarlijke ondiepte
+heen te tillen. Maar de hemelhooge golven, het zoo beurtelings
+opligtende en wegvloeijende, zouden het onfeilbaar met het achtereind op
+den grond doen stooten. Bestond er dan geen middel om de beweging dier
+baren te verminderen, het over elkander glijden harer vloeibare deeltjes
+gemakkelijk te maken, in een woord om die onstuimige zee te doen
+bedaren?
+
+Daar viel John Mangles nog een laatste gedachte in.
+
+"De traan!" riep hij; "kinderen! giet traan! giet traan!"
+
+Al het scheepsvolk begreep terstond wat hij wilde. Hij wilde een middel
+beproeven, dat soms slaagt; de woede der golven bedaart, als men ze met
+een laag olie bedekt; die laag drijft boven en vernietigt den schok van
+het water, dat ze glad maakt. Het middel werkt onmiddellijk, maar kort;
+zoodra een schip die kunstmatige zee achter zich heeft, verdubbelt haar
+woede, en ongelukkig het vaartuig, dat het volgen wil![4].
+
+De vaten met den voorraad robbentraan werden door de matrozen, wier
+krachten het gevaar verhonderdvoudigde, op de voorplecht geheschen; daar
+werden zij met bijlen stukgeslagen en aan stuur- en bakboord boven de
+verschansing opgehangen.
+
+"Houdt ze goed vast!" riep John Mangles, die het gunstige oogenblik
+afwachtte.
+
+In twintig seconden was het jagt aan den ingang van het vaarwater, dat
+door een brullenden voorvloed werd versperd. Nu was het tijd om te
+handelen.
+
+"Een, twee, drie! in Gods naam!" riep de jeugdige kapitein.
+
+De vaten werden omgekanteld, en stroomen traan vloeiden er uit.
+Oogenblikkelijk maakte de olielaag de schuimende oppervlakte der zee om
+zoo te zeggen effen. De _Duncan_ vloog over het stille water, en was
+weldra in een rustig bekken, aan gene zijde der geduchte banken, terwijl
+de oceaan, van zijn boeijen ontslagen, achter haar met onbeschrijfelijke
+woede raasde.
+
+
+[1] Winden, die met buitengewone hevigheid in den Indischen oceaan
+heerschen. Hun rigting is niet bestendig; zij wisselt af met de
+jaargetijden, en de zomermoussons zijn in het algemeen aan de
+wintermoussons tegengesteld.
+
+[2] De gewone hoogte der kwikkolom is 76 duim.
+
+[3] Glazen met een scheikundig mengsel gevuld, welks voorkomen verandert
+volgens de rigting van den wind en de elektrieke spankracht van den
+dampkring. De beste worden vervaardigd door Negretti en Zambra, optische
+instrumentmakers der britsche marine.
+
+[4] Daarom verbieden de reglementen den kapiteins het gebruik van dit
+wanhopige middel, wanneer een ander vaartuig hen onmiddellijk volgt.
+
+
+
+
+VI.
+
+Kaap Bernouilli.
+
+
+Het eerste werk van John Mangles was zijn schip stevig voor twee ankers
+te leggen. Hij ankerde op vijf vademen water. De grond was goed en
+bestond uit hard keizand, waarin het anker goed vasthield. Derhalve
+behoefde hij niet te vreezen, dat het schip doordrijven of bij laag
+water op het strand raken zou. Na zooveel uren achtereen in dreigende
+gevaren verkeerd te hebben, lag de _Duncan_ thans in een soort van
+kreek, die door een hooge cirkelvormige landspits tegen de zeewinden
+beschut was.
+
+Lord Glenarvan had den jeugdigen kapitein de hand gedrukt met de
+woorden: "John! ik dank u!"
+
+En John gevoelde zich rijkelijk door die eenvoudige woorden beloond.
+Glenarvan hield het geheim van den angst, dien hij uitgestaan had, in
+zijn boezem besloten, en lady Helena noch miss Grant, zelfs Robert niet,
+gisten aan welke vreeselijke gevaren zij ontkomen waren.
+
+Een zeer gewigtige zaak moest nog opgehelderd worden. Op welk punt van
+de kust had die ontzettende storm de _Duncan_ geworpen? Waar zou ze weer
+op den regten weg komen? Hoever ten zuidwesten lag kaap Bernouilli wel
+van hen af? Dat waren de eerste vragen, die John Mangles gedaan werden.
+Deze nam terstond hoogte, en teekende zijn waarnemingen op de
+scheepskaart aan.
+
+Daaruit bleek, dat de _Duncan_ niet heel veel uit haar koers was
+geslagen: naauwelijks twee graden. Zij lag op 136°12' lengte en 35°7'
+breedte, bij kaap Onheil, een der landpunten van Zuid-Australië, drie
+honderd mijlen van kaap Bernouilli af.
+
+Kaap Onheil, een onheilspellende naam! ligt tegenover kaap Borda, door
+een voorgebergte van het Kangoeroe-eiland gevormd. Tusschen die twee
+kapen ligt de ingang der Investigator-straat, die naar twee vrij diepe
+golven voert, waarvan de noordelijke de Spencer-golf, de zuidelijke de
+golf van St. Vincent heet. Op de oostkust dezer laatste is de haven van
+Adelaïde gegraven, de hoofdplaats der provincie Zuid-Australië. Deze
+stad, in 1836 gesticht, telt veertig duizend inwoners, en levert
+tamelijk voldoende hulpmiddelen op. Maar zij houdt zich meer bezig met
+het bebouwen van den vruchtbaren bodem, het aankweeken van druiven en
+oranje-appelen, en met landbouw ondernemingen dan met groote fabrieken.
+Haar bevolking telt minder fabriekanten dan landbouwers, en heeft weinig
+op met handelszaken of ambachten en kunsten.
+
+Kon de _Duncan_ haar averij hier herstellen? Dit moest uitgemaakt
+worden. John Mangles wilde weten hoe de zaken stonden. Hij liet onder
+den achtersteven van het jagt duiken; de duikers berigtten hem, dat een
+der bladen van de schroef omgebogen was en tegen den achtersteven
+aanzat: daaruit vloeide voort, dat zij onmogelijk kon omdraaijen. Die
+averij werd zoo belangrijk geoordeeld, dat het herstel werktuigen zou
+vorderen, die te Adelaïde niet te vinden zouden zijn.
+
+Na rijp overleg namen Glenarvan en kapitein John het volgende besluit:
+de _Duncan_ zou de australiscbe kust langs zeilen en tevens de
+_Britannia_ opsporen; zij zou bij kaap Bernouilli aanleggen, waar men de
+laatste inlichtingen zou inwinnen, en van daar zuidwaarts tot Melbourne
+stevenen, waar de geledene schade gemakkelijk hersteld kon worden.
+Zoodra de schroef weer in orde was, zou de _Duncan_ op de oostkust gaan
+kruisen om haar nasporingen te eindigen.
+
+Dit voorstel werd goedgekeurd. John Mangles besloot van den eersten
+gunstigen wind gebruik te maken om onder zeil te gaan. Deze liet zich
+niet lang wachten. Tegen den avond was de orkaan geheel bedaard. Een
+vaarbare zuidweste-wind verving hem. De noodige maatregelen werden
+genomen om zee te kunnen bouwen. Nieuwe zeilen werden aangeslagen. 's
+Morgens ten vier ure liepen de matrozen in het spil. Weldra stond het
+anker loodregt, het slipte, en onder haar fokkezeil, haar marszeil, haar
+bramzeil, haar kluivers, haar groote bezaan en haar driehoekzeil, zeilde
+de _Duncan_ met stuurboordshalzen scherp bij den wind langs de
+australiscbe kust.
+
+Twee uren later verloor men kaap Onheil uit het oog, en bevond men zich
+dwars voor de Investigator-straat. 's Avonds zeilden ze om kaap Borda,
+en stevende men op eenige kabelslengten afstand voorbij het
+Kangoeroe-eiland. Dit is het grootste der australiscbe eilandjes en
+dient tot schuilplaats voor de ontvlugte gedeporteerden. Het had een
+uitlokkend voorkomen; onmetelijke grastapijten bedekten de vlotgebergten
+langs de kusten. Evenals ten tijde der ontdekking, in 1802, zag men
+tallooze kudden kangoeroes door de bosschen en over de vlakten huppelen.
+'s Anderendaags, terwijl de _Duncan_ in den wind opwerkte, werden de
+sloepen aan land gezonden met last om den kustzoom te onderzoeken. Van
+zes en dertig tot acht en dertig graden breedte wilde Glenarvan geen
+punt ondoorzocht laten.
+
+Den 18den December liep het jagt, dat als ware het een clipper met volle
+zeilen bij den wind voer, zeer digt langs den oever der Encounter-baai.
+Daar kwam in 1828 de reiziger Sturt, nadat hij de Murray, de grootste
+rivier van Zuid-Australië ontdekt had, aan. Het waren niet meer de
+lagchende oevers van het Kangoeroe-eiland, maar dorre heuvels, die van
+tijd tot tijd de eentoonigheid van een vlakke en ingekorven kust
+afbraken, hier en daar een graauwe steile rots, of voorgebergten van
+zand, kortom al de naaktheid van een poolland.
+
+Op dien togt hadden de booten een moeijelijk werk. De zeelieden klaagden
+er echter niet over. Meestal werden zij door Glenarvan, diens
+onafscheidelijken Paganel en den jongen Robert vergezeld. Met eigene
+oogen wilden zij eenig overblijfsel van de _Britannia_ opzoeken. Maar
+dat naauwlettend onderzoek bragt niets van de schipbreuk aan het licht.
+De australische oevers vertelden dienaangaande evenmin iets als
+Patagonië. Intusschen mogt men niet alle hoop opgeven, zoolang het
+juiste punt, dat het document aangaf, niet bereikt was. Dat men zoo
+handelde, was alleen uit overmaat van voorzigtigheid, en om niets aan
+het toeval over te laten. 's Nachts braste de _Duncan_ op, om zooveel
+mogelijk op dezelfde plaats te blijven, en overdag werd de kust
+zorgvuldig onderzocht.
+
+Zoo kwam men den 20sten December voor kaap Bernouilli, het uiteinde der
+Lacépède-baai, zonder het geringste overblijfsel van het wrak gevonden
+te hebben. Maar die vergeefsche nasporingen bewezen niets tegen den
+kapitein der _Britannia_. Want in de twee jaren, die na de ramp waren
+verloopen, kon het niet anders of de zee moest het overschot van den
+driemaster verstrooid, vernield en van de klip gescheurd hebben. Ook
+moesten de inboorlingen, die de schipbreuken ruiken gelijk een gier een
+lijk ruikt, het geringste overschot opgezameld hebben. En Harry Grant en
+zijn beide lotgenooten, gevangen genomen op het oogenblik, dat de golven
+hen op de kust wierpen, waren ongetwijfeld tot diep in het binnenland
+meegesleept.
+
+Maar dan verviel ook een van de schrandere gissingen van Jacques
+Paganel. Zoo lang er sprake was van het argentijnsche gebied, kon de
+aardrijkskundige met volle regt beweren, dat de cijfers van het document
+betrekking hadden, niet op het tooneel van de schipbreuk maar op de
+plaats der gevangenschap. De groote stroomen der Pampa, hun talrijke
+zijtakken immers waren daar om het kostbare document naar zee te voeren.
+Hier integendeel, in dit gedeelte van Australië, zijn maar weinig
+stroomen, die de zeven en dertigste parallel snijden; bovendien vloeijen
+de Rio-Colorado, de Rio-Negro door woeste, onbewoonbare en onbewoonde
+kusten naar zee, terwijl de hoofdrivieren van Australië, de Murray, de
+Yarra, de Torrens, de Darling, òf in elkander, òf in den Oceaan vallen
+met monden, die druk bezochte reeden en havens geworden zijn, die een
+levendige scheepvaart drijven. Hoe onwaarschijnlijk was het dus niet,
+dat een brooze flesch met den stroom zulke druk bevaren rivieren had
+kunnen afdrijven en den Indischen oceaan bereiken?
+
+Die onmogelijkheid kon aan geen schrandere koppen ontgaan. De stelling
+van Paganel, die in Patagonië, in de argentijnsche provinciën
+aannemelijk was, zou dus in Australië onhoudbaar geweest zijn. Paganel
+gaf dit toe in een gesprek, dat hierover door majoor Mac Nabbs werd
+aangeknoopt. Het werd stellig zeker, dat de graden in het document
+vermeld, alleen betrekking hadden op de plaats der schipbreuk, en dat
+bij gevolg de flesch in zee geworpen was ter plaatse, waar de
+_Britannia_ verging, op de westkust van Australië.
+
+En toch sloot, zooals Glenarvan teregt opmerkte, deze laatste uitlegging
+de gissing niet uit, dat kapitein Grant gevangen was. En liet deze het
+ook niet in zijn document doorschemeren in deze belangrijke woorden:
+"_waar zij gevangenen zullen zijn van wreede inboorlingen?_" Maar er
+bestond geen enkele reden meer om de gevangenen liever op de zeven en
+dertigste parallel dan op een andere te zoeken.
+
+Nadat deze vraag lang besproken en ten laatste aldus opgelost was, kwam
+men tot het volgende besluit: indien er bij kaap Bernouilli geen spoor
+van de _Britannia_ te vinden was, zat er voor lord Glenarvan niets
+anders op, dan naar Europa terug te keeren. Zijn nasporingen zouden
+vruchteloos geweest zijn; maar hij had zijn pligt moedig en naauwgezet
+betracht.
+
+Niettemin werden de passagiers van het jagt er zeer door bedroefd, en
+Mary en Robert Grant sloegen tot wanhoop over. Toen zij met lord en lady
+Glenarvan, John Mangles, Mac Nabbs en Paganel aan land gingen, zeiden de
+beide kinderen van den kapitein tot elkander, dat de vraag of hun vader
+gered zou worden, thans onherroepelijk beslist zou worden.
+Onherroepelijk mag men wel zeggen; want Paganel had in een vroeger
+gesprek onwederlegbaar bewezen, dat de schipbreukelingen reeds sedert
+lang in het vaderland terug zouden geweest zijn, indien hun vaartuig op
+de klippen der oostkust was vergaan.
+
+"Houd moed! houd moed! houd altijd moed!" herhaalde lady Helena telkens
+aan het meisje, dat in het bootje, waarmede zij aan land gingen, naast
+haar zat. "Gods hand zal ons niet loslaten!"
+
+"Ja, miss Mary!" sprak kapitein John, "wanneer de mensch alle
+menschelijke hulpmiddelen heeft uitgeput, komt de Hemel tusschen beiden
+en opent hem, door een onvoorzien voorval, nieuwe wegen."
+
+"God verhoore uw wensch, mijnheer John!" antwoordde Mary Grant.
+
+De oever was nog maar een kabellengte ver; de kaap, die twee mijlen ver
+in zee vooruitstak, liep hier in vrij zachte hellingen uit. Het bootje
+voer een kleine door de natuur gevormde kreek binnen, tusschen nog
+aangroeijende koraalbanken, die na verloop van tijd een gordel van
+riffen op de zuidkust van Australië zullen vormen. Zooals zij daar
+lagen, waren zij reeds in staat om de kiel van een schip te vernielen,
+en de _Britannia_ kon daar ligt met man en muis zijn vergaan.
+
+Zonder moeite landden de passagiers van de _Duncan_ op een geheel woeste
+kust. Steile vlotgebergten vormden een kustlijn ter hoogte van zestig
+tot tachtig voet. Het zou bezwaarlijk gegaan zijn om zonder ladders of
+haken die natuurlijke gordijn te beklauteren. Gelukkig ontdekte John
+Mangles zeer van pas een bres, die een halve mijl zuidelijker door een
+gedeeltelijke instorting der steilte teweeg gebragt was. Gedurende de
+hevige voor- en najaarsstormen beukte de zee ongetwijfeld dien wal van
+brossen tufsteen, en veroorzaakte zoo den val der hoogere gedeelten van
+het vaste gesteente.
+
+Glenarvan en zijn reisgenooten drongen in de loopgraaf, en kwamen langs
+een vrij steile helling op den top der rots. Als een jonge kat klauterde
+Robert tegen een bijna loodregten rotswand op, en kwam zoo het eerst op
+den hoogsten kam, tot groot verdriet van Paganel, die zich schaamde,
+omdat zijn groote beenen van veertig jaar overwonnen werden door kleine
+van twaalf. Toch was hij den bedaarden majoor, die zich volstrekt niet
+haastte, ver vooruit.
+
+Zoodra het gezelschap bijeen was, onderzocht men de vlakte, die zich
+voor hun oog uitbreidde. Het was een uitgestrekte, onbebouwde streek,
+met struikgewas en kreupelhout, een onvruchtbaar gewest, dat Glenarvan
+vergeleek met de dalen der lage landen van Schotland en Paganel met de
+onvruchtbare heidevelden van Bretagne. Maar, scheen die streek al langs
+de kust onbewoond, in de verte bleek de tegenwoordigheid van den mensch,
+niet van den wilde, maar van den arbeider, uit eenige gebouwen met een
+goed voorkomen.
+
+"Een molen!" riep Robert.
+
+En inderdaad, drie mijlen voor hen uit draaiden de wieken van een molen.
+
+"Ja, het is een molen," sprak Paganel, die zijn kostelijken verrekijker
+op het aangewezen voorwerp gerigt had. "Het is een klein, even nederig
+als nuttig gedenkteeken, welks gezigt mijn oog verrukt."
+
+"Het lijkt haast een kerktoren," zeide lady Helena.
+
+"Ja, mevrouw! en maalt de een het brood voor het ligchaam, de andere
+maalt het brood voor de ziel. Uit dit oogpunt bezien, gelijken zij ook
+op elkander."
+
+"Voort, naar den molen!" antwoordde Glenarvan. Men ging op weg. Na een
+half uur loopens zag de grond, door de hand des menschen bewerkt, er
+geheel anders uit, de overgang van het onvruchtbare land tot het
+bebouwde veld was plotseling. In plaats van kreupelhout omringden groene
+hagen een pas ontgonnen stuk gronds; eenige runderen en een half dozijn
+paarden graasden in de weiden, die omsloten waren door prachtige
+acacia's, welke uit de groote boomkweekerijen van het Kangoeroe-eiland
+gehaald waren. Allengs vertoonden zich akkers met graan bedekt, eenige
+roeden gronds met gele korenaren bezaaid, eenige hooischelven, als
+groote bijenkorven overeind gezet, boomgaarden met een frissche
+omheining, een schoone tuin, Horatius waardig, waarin het aangename met
+het nuttige vermengd was, vervolgens lootsen en behoorlijk ingerigte
+woningen voor de dienstboden en ten laatste een eenvoudig en geriefelijk
+huis, waarboven de aardige molen met zijn spitse kap uitstak, die door
+de vlugtige schaduw zijner groote wieken werd geliefkoosd.
+
+Op het geblaf van vier groote honden, die de komst der vreemdelingen
+meldden, trad thans een man van een vijftig jaar met een vriendelijk
+voorkomen uit het hoofdgebouw. Vijf flinke en sterke jongens, zijn
+zoons, volgden hem met hun moeder, een groote en stevige vrouw.
+Vergissing was hier niet mogelijk: die man, door zijn wakker gezin
+omringd, in het midden van dien nog nieuwen aanleg, in dit bijna
+maagdelijk gewest, was het volmaakte beeld van den ierschen kolonist,
+die om de armoede in zijn land te ontgaan fortuin en geluk aan gene
+zijde der zee is gaan zoeken.
+
+Glenarvan en de zijnen hadden zich nog niet voorgesteld, zij hadden nog
+geen tijd gehad om hun naam en betrekking op te geven, toen zij reeds
+met deze hartelijke woorden begroet werden:
+
+"Vreemdelingen! weest welkom in het huis van Paddy O'Moore."
+
+"Zijt gij een Ier?" vroeg Glenarvan, de hand drukkende, die de kolonist
+hem toestak.
+
+"Ik ben het geweest," antwoordde Paddy O'Moore; "thans ben ik een
+Australiër. Komt binnen, wie gij ook moogt zijn, heeren! en beschouwt
+dit huis als het uwe."
+
+Die gulle uitnoodiging werd natuurlijk zonder pligtplegingen aangenomen.
+Lady Helena en Mary Grant volgden mistress O'Moore naar binnen, terwijl
+de zoons van den kolonist de bezoekers van hun wapens ontlastten.
+
+Een luchtige en heldere zaal besloeg de benedenverdieping van het huis,
+dat van sterke op elkander gestapelde balken gebouwd was. Eenige houten
+banken aan de met heldere kleuren beschilderde wanden vastgespijkerd,
+een tiental schabellen, twee eikenhouten kisten, waarop wit aardewerk en
+blinkende tinnen kannen pronkten, een breede en lange tafel, waaraan
+twintig gasten met gemak konden zitten, maakten het huisraad uit, dat
+volkomen overeenstemde met het stevige gebouw en de sterke bewoners.
+
+Het middageten stond op tafel. De soepkom dampte tusschen het
+ossengebraad en den schapenbout, omringd door groote schotels olijven,
+druiven en oranje-appelen; het noodige was voorhanden en het overtollige
+werd niet gemist. De gastheer en zijn vrouw noodigden zoo dringend, de
+tafel zag er zoo uitlokkend uit, was zoo groot en zoo rijkelijk
+voorzien, dat het onbetamelijk zou geweest zijn niet aan te zitten.
+Reeds kwamen de knechts, de gelijken van hun baas, deelnemen aan den
+maaltijd. Paddy O'Moore wees den vreemdelingen met de hand de eereplaats
+aan.
+
+"Ik wachtte u," zeide hij op een eenvoudigen toon tot lord Glenarvan.
+
+"Gij?" antwoordde deze zeer verrast.
+
+"Ik wacht altijd degenen, die komen," antwoordde de Ier.
+
+Vervolgens deed hij op ernstigen toon, terwijl zijn gezin en de
+dienstboden eerbiedig staan bleven, het katholieke gebed vóór den eten.
+Lady Helena was diep geroerd door zulk een volmaakten eenvoud van zeden,
+en een blik van haar man gaf haar te kennen, dat hij het evenzeer
+bewonderde als zij.
+
+Men deed de tafel eer aan. Het gesprek werd overal zeer levendig.
+Tusschen een Schot en een Ier is de kennis spoedig gemaakt. De Clyde[1],
+die maar eenige voeten breed is, delft een dieper gracht tusschen
+Schotland en Engeland, dan het twintig uren breede Noorder-kanaal, dat
+het oude Caledonië van het groene Erin scheidt. O'Moore vertelde zijn
+geschiedenis. Het was die van al de landverhuizers, welke het gebrek uit
+hun land jaagt. Velen komen in verre streken fortuin zoeken, die slechts
+misrekeningen en rampen vinden. Zij beschuldigen het lot, maar vergeten
+de schuld te geven aan hun onverstand, hun traagheid en hun ondeugden.
+Wie matig en moedig, spaarzaam en braaf is, dien gaat het goed.
+
+Zoo ook met Paddy O'Moore. Hij verliet Dundalk, waar hij van honger
+stierf, trok met zijn gezin naar Australië, versmaadde het werk van den
+goudgraver voor de minder onzekere vermoeijenissen van den landman, kwam
+te Adelaïde aan wal, en begon twee maanden later zijn ontginning, die
+thans zulke heerlijke vruchten afwierp.
+
+Het geheele gebied van Zuid-Australië is in stukken verdeeld, die elk
+tachtig acres [2] groot zijn. Die verschillende stukken worden door de
+regeering aan de kolonisten afgestaan, en op ieder stuk kan een vlijtig
+landman in zijn onderhoud voorzien en een zuiver bedrag van tachtig pond
+sterling[3] uit zijn overwinst besparen.
+
+Dat wist Paddy O'Moore. Zijn kennis van den landbouw kwam hem zeer te
+stade. Hij leefde, hij spaarde, hij kreeg nieuwe stukken uit de
+overwinst van het eerste. Het ging goed met zijn gezin en zijn
+onderneming. De Iersche boer werd grondeigenaar, en hoewel hij er nog
+geen twee jaar was, bezat hij reeds vijf honderd acres grond, die door
+zijn zorgen vruchtbaar gemaakt waren, en vijf honderd stuks vee. Hij was
+zijn eigen meester, na de slaaf der Europeërs geweest te zijn, en zoo
+onafhankelijk als men slechts in het meest vrije land der wereld kan
+zijn.
+
+Zijn gasten beantwoordden dit verhaal van den Ierschen landverhuizer met
+opregte en welgemeende gelukwenschingen. Paddy O'Moore wachtte zeker,
+toen zijn verhaal uit was, dat zijn openhartigheid met gelijke
+vertrouwelijkheid beantwoord zou worden, maar hij lokte ze niet uit. Hij
+was een van die bescheidene menschen, die zeggen: Nu weet gij, wie ik
+ben, maar ik vraag u niet, wie gij zijt. Glenarvan had er ook
+regtstreeksch belang bij om over de _Duncan_, over zijn tegenwoordigheid
+aan kaap Bernouilli, en over de nasporingen, die hij met stalen
+volharding voortzette, te spreken. Maar als iemand, die regt op zijn
+doel afgaat, ondervroeg hij eerst Paddy O'Moore betreffende de
+schipbreuk der _Britannia_.
+
+Het antwoord van den Ier was niet gunstig. Hij had nooit van dat schip
+hooren spreken. Sedert twee jaren was er geen schip op de kust vergaan,
+noch boven noch beneden de kaap. Die ramp nu was eerst vóór twee jaren
+gebeurd. Hij kon dus op de stelligste wijze verzekeren, dat de
+schipbreukelingen niet op dit gedeelte der westkust geworpen waren.
+
+"En nu, mylord!" voegde hij er bij, "zou ik wel willen weten welk belang
+gij er bij hebt om mij die vraag te doen?"
+
+Nu vertelde Glenarvan den kolonist de geheele geschiedenis van het
+document, de reis van het jagt, de pogingen reeds aangewend om kapitein
+Grant terug te vinden; hij verzweeg niet, dat zijn vurigste hoop
+vernietigd werd door zulke stellige verzekeringen, en dat hij wanhoopte,
+ooit de schipbreukelingen der _Britannia_ terug te vinden.
+
+Zulk een gezegde moest een smartelijken indruk teweegbrengen op de
+hoorders van Glenarvan. Robert en Mary luisterden in tranen zwemmende
+toe, Paganel vond geen woord om hen te troosten en hun moed in te
+boezemen. John Mangles leed onuitsprekelijk. Reeds maakte de wanhoop
+zich meester van de ziel dier wakkere mannen, welke de _Duncan_ te
+vergeefs naar die verre stranden gevoerd had, toen deze woorden klonken:
+
+"Mylord! loof en dank God! Wanneer kapitein Grant nog leeft, leeft hij
+hier in Australië!"
+
+
+[1] De rivier, die Schotland van Engeland scheidt.
+
+[2] Een acre is 40 vierkante roeden ruim.
+
+[3] _fl_ 960.
+
+
+
+
+VII.
+
+Ayrton.
+
+
+Onbeschrijfelijk was de verbazing, door deze woorden gewekt. Glenarvan
+was ijlings opgerezen en riep, terwijl hij zijn zitplaats op zijde
+schoof: "wie spreekt daar?"
+
+"Ik," antwoordde een der knechts van Paddy O'Moore, die aan het
+lagereind der tafel zat.
+
+"Gij, Ayrton!" zeide de kolonist, niet minder verbaasd dan Glenarvan.
+
+"Ik!" herhaalde Ayrton, met aangedane doch vaste stem "ik, een Schot,
+gelijk gij, mylord! ik, een van de schipbreukelingen der _Britannia_!"
+
+Deze verklaring bragt een onbeschrijfelijke uitwerking teweeg. Mary
+Grant, die bijna stierf half van ontroering, maar ditmaal ook half van
+geluk, zonk in de armen van lady Helena. John Mangles, Robert, Paganel
+stonden van hun plaats op en liepen naar den man, dien Paddy O'Moore
+Ayrton genoemd had.
+
+Het was iemand van vijf en veertig jaar, met een ruw uiterlijk en een
+fonkelend oog, dat bijna verborgen werd door de zware wenkbraauwen. Zijn
+kracht was zeker buitengemeen, ondanks de magerheid van zijn ligchaam.
+Hij was grof gebouwd en sterk gespierd, en volgens een schotsche
+uitdrukking verbeuzelde hij zijn tijd niet met zich vet te mesten. Een
+middelmatige gestalte, breede schouders, een vaste gang, een gelaat,
+waarop schranderheid en geestkracht te lezen stonden, ofschoon de
+trekken grof waren, dit alles nam de aanwezigen gunstig voor hem in. De
+belangstelling, die hij inboezemde, werd nog vergroot door de versche
+sporen van uitgestaan lijden, die zijn gezigt vertoonde. Men zag dat hij
+veel geleden had, ofschoon hij wel de man er naar scheen te wezen, die
+lijden kon verdragen, trotseeren en overwinnen.
+
+Glenarvan en zijn vrienden hadden dit bij den eersten oogopslag gevoeld.
+De persoonlijkheid van Ayrton maakte onmiddellijk een sterken indruk.
+Glenarvan, zich tot aller tolk makende, overstelpte hem met vragen, die
+Ayrton beantwoordde. De ontmoeting van Glenarvan en Ayrton had bij
+beiden, het was duidelijk, een wederzijdsche aandoening opgewekt.
+
+Vandaar dat Glenarvan's eerste vragen zonder orde en als het ware
+onwillekeurig van zijn lippen vloeiden.
+
+"Zijt gij een van de schipbreukelingen der _Britannia_?" vroeg hij.
+
+"Ja, mylord, de bootsman van kapitein Grant," antwoordde Ayrton.
+
+"Met hem na de schipbreuk gered?"
+
+"Neen, mylord! neen! Op dat verschrikkelijk oogenblik werd ik van hem
+gescheiden, van het dek geslingerd, op de kust geworpen."
+
+"Dus zijt gij niet een der beide matrozen, waarvan het document
+spreekt?"
+
+"Neen. Ik wist niets van het bestaan van dat document. De kapitein heeft
+het in zee geworpen, toen ik niet meer aan boord was."
+
+"Maar de kapitein, de kapitein!"
+
+"Ik dacht, dat hij verdronken, verdwenen, met de geheele bemanning der
+_Britannia_ te gronde gegaan was. Ik meende, dat ik alleen die ramp
+overleefd had."
+
+"Maar gij hebt gezegd, dat kapitein Grant in leven was!"
+
+"Neen. Ik heb gezegd: indien de kapitein leeft...."
+
+"Gij hebt er bijgevoegd: dan is hij hier op het vastland van Australië."
+
+"Hij kan nergens anders zijn."
+
+"Weet gij dan niet, waar hij is?"
+
+"Neen, mylord ik zeg u nog eens, ik meende, dat hij in de golven
+begraven of tegen de rotsen verbrijzeld was. Door u hoor ik eerst, dat
+hij misschien nog leeft."
+
+"Door mij? maar wat weet gij dan toch?" vroeg Glenarvan gejaagd.
+
+"Niets anders dan dit: indien kapitein Grant in leven is, is hij in
+Australië."
+
+"Waar heeft de schipbreuk dan plaats gehad?" vroeg nu majoor Mac Nabbs.
+
+Dit had de eerste vraag moeten zijn; maar in de verwarring door dit
+voorval teweeggebragt, had Glenarvan, die vóór alles weten wilde, waar
+kapitein Grant zich bevond, niet gevraagd naar de plaats, waar de
+_Britannia_ vergaan was. Het gesprek, dat tot nu toe onbepaald en
+onzamenhangend geweest was, van den hak op den tak sprong, de
+onderwerpen vlugtig aanroerde zonder ze geheel te doorgronden, de feiten
+dooreenhaspelde, de datums verschikte, nam nu een betere wending, en
+weldra stonden al de bijzonderheden dezer duistere geschiedenis den
+hoorders duidelijk voor den geest.
+
+Op de vraag door Mac Nabbs gedaan, antwoordde Ayrton in dezer voege:
+
+"Toen ik van de voorplecht werd geslingerd, waar ik den vliegenden
+kluiver naar beneden haalde, liep de _Britannia_ op de australische kust
+aan. Zij was er nog geen twee kabellengten van af. De schipbreuk heeft
+dus op diezelfde plek plaats gehad."
+
+"Op zeven en dertig graden breedte?" vroeg John Mangles.
+
+"Op zeven en dertig graden," antwoordde Ayrton. "Op de westkust?"
+
+"Wel neen! Op de oostkust," gaf de bootsman haastig ten antwoord.
+
+"En wanneer?"
+
+"In den nacht van den 27sten Junij 1862."
+
+"Zoo is het! zoo is het!" riep Glenarvan.
+
+"Dus ziet gij wel, mylord!" voegde Ayrton er bij, "dat ik met regt mogt
+zeggen: indien kapitein Grant nog leeft, moet gij hem op het vastland
+van Australië zoeken, en nergens anders."
+
+"En wij zullen hem zoeken, en hem vinden, en hem redden, mijn vriend!"
+riep Paganel. "Ach! kostbaar document!" voegde hij er hoogst naïf bij,
+"men moet zeggen, dat gij in handen van heel slimme menschen gevallen
+zijt."
+
+Er was zeker niemand, die de vleijende woorden van Paganel verstond.
+Glenarvan en lady Helena, Mary en Robert stonden om Ayrton heen. Allen
+drukten hem de hand. Het scheen, alsof de tegenwoordigheid van dien man
+een zeker onderpand was van de redding van Harry Grant. Was de matroos
+aan de gevaren der schipbreuk ontkomen, waarom zou dan de kapitein niet
+evengoed ongedeerd aan het onheil ontsnapt zijn? Ayrton herhaalde
+telkens, dat kapitein Grant ongetwijfeld in leven was, evenals bij zelf.
+Waar? dat kon hij niet zeggen, maar zeker op dit vastland. Op de duizend
+vragen, waarmee hij bestormd werd, antwoordde hij met groote kennis van
+zaken en beknoptheid. Terwijl hij sprak, hield miss Mary zijn hand in de
+hare. Hij was een reisgenoot haars vaders, die matroos, een der
+zeelieden van de _Britannia_! Hij had Harry Grant vergezeld, met hem de
+zee bevaren, dezelfde gevaren getart! Mary kon haar oog van dat ruwe
+gelaat niet afwenden, en weende van geluk.
+
+Nog was het niemand in de gedachte gekomen om de waarheidsliefde en
+identiteit van den bootsman te betwijfelen. De majoor en misschien ook
+John Mangles, die niet zoo ligtgeloovig waren, waren de eenigen die zich
+afvroegen, of de woorden van Ayrton wel volkomen vertrouwen verdienden.
+Zijn onverwachte ontmoeting kon aanleiding geven tot twijfel, zooal niet
+tot eenige achterdocht. Zeker had Ayrton overeenstemmende feiten en
+datums en treffende bijzonderheden opgegeven. Maar hoe naauwkeurig de
+omstandigheden ook zijn, zij maken nog geen zekerheid uit, en doorgaans,
+de ondervinding leert het, verschuilt zich de leugen achter de opgave
+van de geringste bijzonderheden. Mac Nabbs hield dus zijn meening voor
+zich en liet zich voor noch tegen uit.
+
+De twijfelingen van Mac Nabbs waren niet lang bestand tegen de woorden
+van den zeeman, en hij hield hem inderdaad voor een reisgenoot van
+kapitein Grant, toen hij gehoord had, hoe deze tot het jonge meisje over
+haar vader sprak. Ayrton kende Mary en Robert opperbest. Hij had ze te
+Glasgow gezien bij de afvaart der _Britannia_. Hij herinnerde hun, hoe
+ze tegenwoordig waren geweest bij het afscheidsmaal, dat de kapitein
+zijn vrienden aan boord had gegeven. De sherif, Mac Intyre, was er bij.
+Men had Robert,--die toen pas tien jaar was,--toevertrouwd aan de zorg
+van Dick Turner, den schipper, en hij was dezen ontloopen om in de
+bramsalingen te klauteren.
+
+"Dat is waar, dat is waar!" zeide Robert Grant.
+
+En zoo haalde Ayrton duizend kleinigheden aan, schijnbaar zonder er
+zooveel gewigt aan te hechten als John Mangles deed. En toen hij zweeg,
+zeide Mary met haar zoete stem:
+
+"Toe, mijnheer Ayrton! vertel ons nog wat van onzen armen vader!"
+
+De bootsman deed zijn best om aan het verlangen van het meisje te
+voldoen. Glenarvan wilde hem niet in de rede vallen, en toch verdrongen
+wel twintig gewigtiger vragen zich in zijn hoofd; maar wijzende op de
+blijde ontroering van Mary, legde lady Helena hem het zwijgen op.
+
+Zoo pratende vertelde Ayrton de geschiedenis der _Britannia_ en haar
+reis over de Stille Zuidzee. Mary Grant wist er reeds veel van, daar de
+berigten van het schip tot de maand Mei van het jaar 1862 liepen. In dat
+tijdverloop van een jaar deed Harry Grant de voornaamste eilanden van
+Oceanië aan. Hij bezocht de Hebriden, Nieuw-Guinea, Nieuw-Zeeland,
+Nieuw-Caledonië, vond dikwijls, dat anderen te regt of ten onregte
+beweerden den grond in bezit te hebben genomen, en had te kampen met den
+onwil der engelsche overheden; want zijn schip werd in de britsche
+koloniën streng in het oog gehouden. Echter had hij een belangrijk punt
+gevonden op de westkust van de Papoea-eilanden; hij oordeelde, dat het
+daar gemakkelijk zou zijn een schotsche volkplanting te vestigen, die
+stellig tot bloei zou geraken; een goede en rijk voorziene
+ververschingsplaats toch op den weg naar de Molukken en de Philippijnen
+moest de schepen lokken, vooral wanneer de doorgraving der landengte van
+Suez de weg om de kaap de Goede Hoop in onbruik had doen geraken. Harry
+Grant was een der Engelschen, die veel ophadden met het werk van den
+heer de Lesseps, en die geen staatkundigen naijver bij een groot
+wereldbelang in het spel bragten.
+
+Na dit onderzoek der Papoea-eilanden ging de _Britannia_ te Callao
+nieuwen voorraad innemen, en verliet die haven den 30sten Mei 1862, om
+door den Indischen Oceaan en om de Kaap naar Europa terug te keeren.
+Drie weken na zijn vertrek werd het schip door een geweldigen storm
+ontredderd. Het werd op zijde geworpen. De masten moesten gekapt worden.
+Er kwam een lek, dat men niet kon stoppen. De bemanning was weldra
+geheel uitgeput. Men kon de pompen niet vrij houden. Acht dagen lang was
+de _Britannia_ de speelbal der orkanen. Binnen kort stond er zes voet
+water in het ruim. Ze verkeerde in zinkenden toestand. De booten waren
+gedurende den storm weggeslagen. Men moest op het schip omkomen, toen
+men, zooals Paganel juist gezien had, in den nacht van den 27sten Junij
+de oostkust van Australië ontdekte. Weldra liep het schip op het strand.
+Een hevige schok had er plaats. Ayrton werd op dat oogenblik door een
+golf opgenomen, midden in de branding geslingerd, en verloor zijn
+bewustzijn. Toen hij weer bijkwam, was hij in de handen der
+inboorlingen, die hem naar het binnenland sleepten. Van nu af hoorde hij
+niet meer van de _Britannia_ spreken, en dus vooronderstelde hij, niet
+zonder grond, dat ze op de gevaarlijke riffen der Twofold-baai met man
+en muis was vergaan.
+
+Hier eindigde het verhaal betreffende kapitein Grant; meer dan eens
+ontlokte het uitroepen van droefheid aan zijn hoorders. Zonder onbillijk
+te zijn mogt de majoor niet aan de waarheid er van twijfelen. Maar na de
+geschiedenis der _Britannia_ moest de eigene geschiedenis van Ayrton
+voor het oogenblik nog belangrijker zijn.
+
+Afgaande op het document twijfelde men niet, of Grant had met twee
+zijner matrozen, evenzeer als Ayrton zelf, de schipbreuk overleefd. Uit
+het lot van den een mogt men met grond tot dat van den ander besluiten.
+Derhalve werd Ayrton uitgenoodigd zijn lotgevallen mede te deelen. Het
+was een zeer eenvoudig en zeer kort verhaal.
+
+De arme schipbreukeling, de gevangene van een inlandschen volksstam,
+werd naar het binnenland gevoerd, dat de Darling besproeit, dat wil
+zeggen tot vier honderd mijlen benoorden den zeven en dertigsten
+breedtegraad. Daar leefde hij hoogst ellendig, omdat die stam het zelf
+heel naar had; maar hij werd niet mishandeld. Die harde slavernij duurde
+twee lange jaren. Maar hij gaf de hoop niet op om zijn vrijheid nog
+eenmaal te herkrijgen. Hij loerde op de eerste gelegenheid de beste om
+te ontsnappen, hoewel zijn vlugt hem aan tallooze gevaren moest
+blootstellen.
+
+In zekeren nacht, het was in de maand October 1864, verschalkte hij de
+waakzaamheid van de inboorlingen en verdween in het digtst der
+ontzaggelijke wouden. Een maand lang zwierf hij, het leven rekkende met
+wortels, met eetbare varens, met gom der mimosa's, in die uitgestrekte
+woestenijen rond, zich des daags naar de zon, des nachts naar de sterren
+rigtende, en vaak aan wanhoop ter prooi: zoo trok hij door moerassen,
+over bergen en rivieren, en doorkruiste dat onbewoonde gedeelte van het
+vastland, waar slechts weinige reizigers zich gewaagd hebben. Stervend
+en verhongerd kwam hij eindelijk aan de gastvrije woning van Paddy
+O'Moore, waar hij tot loon voor zijn arbeid een onbekommerd leven vond.
+
+"Prijst Ayrton mij," zeide de iersche kolonist, toen dit verhaal uit
+was, "ik voor mij kan ook niets anders doen dan hem prijzen. Hij is een
+wakker, braaf en goed man, een arbeider in den volsten zin des woords,
+en als ze hem bevalt, zal de woning van Paddy O'Moore lang de zijne
+wezen."
+
+Ayrton dankte den Ier met een tamelijk norsch gebaar, en wachtte af of
+men hem nog iets te vragen mogt hebben. Hij hield het er echter voor,
+dat de billijke nieuwsgierigheid zijner hoorders nu wel bevredigd zou
+zijn. Kon hij nog wel op iets antwoorden, wat niet reeds honderdmaal
+gezegd was? Glenarvan was dan ook op het punt om de beraadslagingen te
+openen over een nieuw plan, dat nu met behulp van de ontmoeting van
+Ayrton en diens inlichtingen moest opgemaakt worden, toen de majoor den
+matroos aldus aansprak:
+
+"Gij waart bootsman aan boord der _Britannia_?"
+
+"Ja," antwoordde Ayrton zonder aarzelen.
+
+Maar begrijpende, dat een zeker gevoel van wantrouwen, een twijfel, hoe
+gering ook, den majoor die vraag had ingegeven, voegde hij er bij:
+
+"Ik heb mijn aanstelling nog uit de schipbreuk gered."
+
+En terstond verliet hij de huishoudkamer om dit stuk te halen. Hij bleef
+geen minuut weg. Maar Paddy O'Moore had toch tijd om te zeggen:
+
+"Mylord! ik verzeker u, dat die Ayrton een brave kerel is; hij dient mij
+nu twee maanden, maar ik heb niet het geringste op hem aan te merken. Ik
+kende de geschiedenis zijner schipbreuk en zijner gevangenschap. Hij is
+een opregt man en uw volle vertrouwen waardig."
+
+Glenarvan wilde juist antwoorden, dat hij nooit aan de goede trouw van
+Ayrton had getwijfeld, toen deze binnenkwam en zijn aanstelling in
+behoorlijke orde overgaf. Het was een papier, geteekend door de reeders
+van de _Britannia_ en door kapitein Grant, wiens hand Mary duidelijk
+herkende. Het behelsde, dat: "Tom Ayrton, matroos van de eerste klasse,
+als bootsman aangenomen was op den driemaster _Britannia_, van Glasgow."
+Er bleef dus geen twijfel over, of Ayrton was degene, voor wien hij zich
+uitgaf; want het was moeijelijk te gelooven, dat die aanstelling in zijn
+handen zou zijn, wanneer ze hem niet toekwam.
+
+"En nu," sprak Glenarvan, "vraag ik u allen om raad, en wensch ik
+onmiddellijk te bespreken, wat ons te doen staat. Uw raad, Ayrton! zal
+ons vooral aangenaam zijn, en ik verzoek u dringend ons dien niet te
+onthouden."
+
+Ayrton dacht eenige oogenblikken na en antwoordde toen het volgende:
+
+"Ik dank u, mylord! voor het vertrouwen, dat gij in mij stelt, en ik
+hoop het mij waardig te maken. Ik heb eenige kennis van dit land, van de
+zeden der inboorlingen, en kan ik u van dienst wezen...."
+
+"Wel zeker," verklaarde Glenarvan.
+
+"Ik ben evenals gij van gevoelen," hernam Ayrton, "dat kapitein Grant en
+zijn beide matrozen uit de schipbreuk gered zijn; maar daar zij de
+engelsche bezittingen niet hebben bereikt, omdat zij niet meer voor den
+dag zijn gekomen, twijfel ik niet of zij hebben hetzelfde lot ondergaan
+als ik, en zijn gevangen bij een inlandschen volksstam."
+
+"Gij haalt daar dezelfde bewijzen aan, die ik vroeger reeds opsomde,
+Ayrton!" zeide Paganel; "de schipbreukelingen zijn zeker gevangen bij de
+inboorlingen, zooals zij vreesden. Maar moeten wij denken, dat zij,
+evenals gij benoorden den zeven en dertigsten graad gesleept zijn?"
+
+"Dat is wel te denken, mijnheer!" antwoordde Ayrton; "de vijandelijke
+stammen blijven niet lang in de nabijheid der aan de Engelschen
+onderworpen streken."
+
+"Dat zal onze nasporingen veel moeijelijker maken," zeide Glenarvan met
+een teleurgesteld gezigt. "Hoe zullen wij in zoo'n uitgestrekt vastland
+het spoor der gevangenen terugvinden?"
+
+Een langdurig stilzwijgen volgde op die aanmerking. Lady Helena zag
+beurtelings al haar reisgenooten vragend aan zonder antwoord te krijgen.
+Tegen zijn gewoonte zweeg zelfs Paganel, dien zijn gewone schranderheid
+in den steek liet. John Mangles liep met groote stappen de huishoudkamer
+op en neer, alsof hij op het dek van zijn schip in verlegenheid zat.
+
+"En gij, mijnheer Ayrton!" zeide nu lady Helena tot den matroos, "wat
+zoudt gij doen?"
+
+"Mevrouw!" antwoordde Ayrton tamelijk driftig, "ik zou weer aan boord
+van de _Duncan_ gaan en regelregt naar het tooneel van de schipbreuk
+stevenen. Daar zou ik naar bevind van zaken en naar de aanwijzingen
+handelen, die het toeval welligt mogt verschaffen."
+
+"Dat is goed," zeide Glenarvan; "maar wij dienen te wachten tot de
+_Duncan_ hersteld is."
+
+"Zoo! hebt gij averij gehad?" vroeg Ayrton.
+
+"Ja," antwoordde John Mangles.
+
+"Zware?"
+
+"Neen! maar er zijn toch gereedschappen noodig, die wij niet aan boord
+hebben. Een der schroefbladen zit vast, en dat kan alleen te Melbourne
+verholpen worden."
+
+"Maar kunt gij niet zeilen?" vroeg de bootsman.
+
+"Jawel; maar als de wind wat tegen is, zou de _Duncan_ veel tijd noodig
+hebben om de Twofold-baai te bereiken, en hoe het ook gaat, naar
+Melbourne moet ze toch."
+
+"Welnu! laat ze naar Melbourne gaan!" riep Paganel; "wij zullen zonder
+haar wel aan de Twofold-baai komen."
+
+"Maar hoe?"
+
+"Wel, door Australië langs den zeven en dertigsten breedtegraad door te
+trekken, zooals wij Amerika gedaan hebben."
+
+"Maar de _Duncan_ dan?" hernam Ayrton met bijzonder veel nadruk.
+
+"De _Duncan_ zal ons afhalen of wij zullen de _Duncan_ afhalen, naardat
+het uitkomt. Vinden wij kapitein Grant op onzen togt terug, dan gaan wij
+gezamenlijk naar Melbourne. Zetten wij daarentegen onze nasporingen tot
+aan de kust voort, dan komt de _Duncan_ ons daar opzoeken. Wie heeft wat
+tegen dat plan? De majoor misschien?"
+
+"Neen," antwoordde Mac Nabbs, "als de reis door Australië ten minste
+mogelijk is."
+
+"Zoo goed mogelijk," antwoordde Paganel, "dat ik voornemens ben lady
+Helena en miss Grant uit te noodigen om met ons te gaan."
+
+"Meent gij dat inderdaad, Paganel?" vroeg Glenarvan.
+
+"Wat anders, waarde lord? Het is een reis van drie honderd vijftig
+mijlen[1], meer niet, en tegen twaalf mijlen daags zal ze pas een maand
+duren, dat is te zeggen zoo veel tijd als noodig is voor de
+herstellingen van de _Duncan_. Het zou wat anders zijn, als wij het
+vastland van Australië op eene lagere breedte moesten doortrekken, als
+wij het in zijn grootste breedte moesten doorreizen, als wij die
+onmetelijke woestijnen moesten doorkruisen, waar gebrek aan water is,
+waar een verstikkende warmte heerscht, kortom, wanneer we doen moesten,
+wat de stoutste reizigers nog niet gewaagd hebben! Maar die zeven en
+dertigste graad loopt over de provincie Victoria, een echt engelsch
+land, met gebaande wegen, met spoorwegen, en bijna over die geheele
+lengte bevolkt. Het is een reis, die men des verkiezende in een kales,
+of liever nog op een kar doen kan. Het is een ridje van Londen naar
+Edinburg. Anders niet."
+
+"Maar de wilde dieren!" zeide Glenarvan, die alle mogelijke bezwaren
+wilde opperen.
+
+"Er zijn geen wilde dieren in Australië."
+
+"Maar de wilden?"
+
+"Er zijn op die breedte geen wilden, en in allen gevalle zijn ze niet
+zoo wreed als de Nieuw-Zeelanders."
+
+"Maar de gedeporteerden?"
+
+"Er zijn geen gedeporteerden in de zuidelijke provinciën van Australië,
+maar alleen in de oostelijke koloniën. De provincie Victoria heeft ze
+niet alleen verjaagd, maar ook een wet gemaakt om de vrijgelaten
+veroordeelden uit de andere provinciën van haar gebied uit te sluiten.
+De regeering van Victoria heeft dit jaar zelfs de compagnie van het
+Schiereiland gedreigd haar subsidie in te trekken, wanneer haar schepen
+voortgingen kolen in te nemen in de havens van West-Australië, waar de
+gedeporteerden toegelaten worden. Hoe! weet gij dat niet! en zijt gij
+nog al een Engelschman!"
+
+"Maar ik ben geen Engelschman," antwoordde Glenarvan.
+
+"Wat mijnheer Paganel daar zegt is volkomen waar," zeide nu Paddy
+O'Moore. "Niet alleen de provincie Victoria, maar ook Zuid-Australië,
+Koninginneland, zelfs Tasmanië slaan de handen ineen om de
+gedeporteerden niet binnen hun grenzen toe te laten. Sedert ik deze
+hoeve bewoon, heb ik van geen enkelen gedeporteerde hooren spreken."
+
+"En ik heb er nooit een ontmoet," voegde Ayrton er bij.
+
+"Gij ziet, vrienden!" hernam Jacques Paganel, "zeer weinig wilden, geen
+wilde dieren, geen gedeporteerden! Er zijn weinig streken in Europa,
+waarvan men hetzelfde kan zeggen! Hoe is het, blijft het er bij?"
+
+"Wat denkt gij er van, Helena?" vroeg Glenarvan.
+
+"Wat wij allen denken, lieve Edward!" antwoordde lady Helena tot haar
+reisgenooten gerigt, "op weg! op weg!"
+
+
+[1] Omtrent 200 uren gaans.
+
+
+
+
+VIII.
+
+Het vertrek.
+
+
+Lord Glenarvan was niet gewoon veel tijd te laten verloopen tusschen de
+opvatting en de uitvoering van een plan. Zoodra het voorstel van Paganel
+was aangenomen, gaf hij onmiddellijk de noodige bevelen om binnen den
+kortst mogelijken tijd de toebereidselen tot de reis te maken. Er werd
+bepaald, dat zij twee dagen later, den 22sten December, vertrekken
+zouden.
+
+Welke uitkomsten zou die togt door Australië opleveren? Nu de
+aanwezigheid van Harry Grant eenmaal stellig vast stond, kon die
+onderneming groote gevolgen hebben. Zij deed de som der voordeelige
+kansen grooter worden. Wel vleide zich niemand den kapitein juist te
+zullen vinden op die lijn van den zeven en dertigsten breedtegraad, die
+men zonder afwijken volgen wilde; maar misschien zou men hem langs die
+lijn op het spoor komen, en in allen gevalle leidde zij regelregt naar
+het tooneel der schipbreuk. En dat was de hoofdzaak.
+
+Wanneer nu Ayrton bovendien nog genegen was de reizigers te vergezellen,
+hen tot gids te strekken door de wouden der provincie Victoria, hen tot
+aan de oostkust te geleiden, dan was dit een kans te meer om wel te
+slagen. Glenarvan gevoelde dit ook; er was hem veel aan gelegen om zich
+van de medewerking van den reisgenoot van Harry Grant te verzekeren, en
+terstond vroeg hij zijn gastheer, of deze goedvond, dat hij Ayrton
+voorstelde hem te vergezellen.
+
+Paddy O'Moore gaf zijn toestemming, hoewel het hem speet, dat hij zulk
+een voortreffelijken knecht zou moeten missen.
+
+"Hoe is het, Ayrton! wilt gij den togt ter opsporing van de
+schipbreukelingen der _Britannia_ medemaken?"
+
+Ayrton antwoordde niet terstond op die vraag; hij scheen zelfs eenige
+oogenblikken te aarzelen, maar na een kort overleg zeide hij:
+
+"Ja, mylord! ik zal met u gaan, en breng ik u al niet op het spoor van
+kapitein Grant, dan zal ik u tenminste op de plaats brengen, waar zijn
+schip verbrijzeld is."
+
+"Ik dank u, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.
+
+"Maar ééne vraag nog, mylord!"
+
+"Spreek op, vriend!"
+
+"Waar zult gij de _Duncan_ terugvinden?"
+
+"Te Melbourne, wanneer wij Australië niet van de eene kust tot de andere
+doortrekken. Op de oostkust, wanneer wij ons onderzoek zoo ver
+uitstrekken."
+
+"En haar kapitein dan?..."
+
+"Haar kapitein zal mijn bevelen in de haven van Melbourne afwachten."
+
+"Goed, mylord!" zeide Ayrton, "gij kunt op mij rekenen."
+
+"Ik reken op u, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.
+
+De passagiers van de _Duncan_ betuigden den bootsman der _Britannia_ hun
+hartelijken dank. De kinderen van zijn kapitein waren onuitputtelijk in
+hun liefkozingen. Allen waren blijde over zijn besluit, behalve de Ier,
+die in hem een knap en getrouw werkman verloor! Maar Paddy begreep, welk
+gewigt lord Glenarvan hechten moest aan het bijzijn van den bootsman, en
+berustte er in. Glenarvan droeg hem op om de noodige middelen van
+vervoer voor die reis door Australië bijeen te brengen, en toen die zaak
+in orde en met Ayrton afgesproken was, waar zij elkander vinden zouden,
+keerden de passagiers naar boord terug.
+
+Allen waren vrolijk gestemd. Alles was veranderd. Alle aarzeling hield
+op. Niet langer zouden de moedige spoorzoekers als blinden op die lijn
+van den zeven en dertigsten breedtegraad voorttrekken. Geen twijfel meer
+of Harry Grant had een schuilplaats op het vastland gevonden, en ieders
+hart was vol van die tevredenheid, welke men gevoelt, wanneer het
+vermoeden plaats maakt voor zekerheid.
+
+Als de omstandigheden gunstig waren, kon de _Duncan_ binnen twee maanden
+Harry Grant op de schotsche kust aan land zetten!
+
+Toen John Mangles het voorstel ondersteunde om met de reizigers den togt
+door Australië te ondernemen, vleide hij zich wel, dat hij ditmaal met
+het gezelschap zou medegaan. Hij sprak er dan ook over met lord
+Glenarvan. Hij bragt allerlei redenen te berde, zijn genegenheid voor
+lady Helena, voor Zijne Edelheid, de dienst, die hij kon bewijzen als
+opzigter over de karavaan, zijn nutteloosheid als kapitein aan boord van
+de _Duncan_, kortom duizend geldige redenen, maar de beste verzweeg hij,
+die Glenarvan echter gemakkelijk kon raden.
+
+"Eene vraag nog, John!" zeide Glenarvan. "Stelt gij het volste
+vertrouwen in uw eersten stuurman?"
+
+"Het volste vertrouwen," antwoordde John Mangles. "Tom Austin is een
+goed zeeman; hij zal de _Duncan_ naar de plaats harer bestemming
+brengen, ze behoorlijk herstellen en op den bepaalden tijd terug zijn.
+Tom is de slaaf van zijn pligt en van de tucht; nooit zal hij het op
+zich nemen de uitvoering van een bevel te wijzigen of uit te stellen.
+Uwe Edelheid kan dus op hem even goed rekenen als op mij."
+
+"Dan blijft het er bij, John!" antwoordde Glenarvan, "gij zult ons
+vergezellen; want," voegde hij er glimlagchend bij, "het zal goed zijn,
+dat gij er bij zijt wanneer wij den vader van Mary Grant terugvinden."
+
+"O, Uwe Edelheid!..." stotterde John Mangles.
+
+Meer kon hij niet zeggen. Hij verbleekte even, en greep de hand, die
+lord Glenarvan hem toereikte.
+
+'s Anderen daags keerde John Mangles met den timmerman en met matrozen,
+die levensmiddelen droegen, naar de nederzetting van Paddy O'Moore
+terug. Hij moest in overleg met den Ier de vervoermiddelen in gereedheid
+brengen.
+
+Het geheele gezin wachtte hem reeds om onder zijn leiding aan het werk
+te gaan. Ayrton was er bij en was hun dikwijls behulpzaam met goeden
+raad, dien zijn rijke ondervinding hem aan de hand deed.
+
+Paddy en hij waren het eens, dat de reizigsters den weg in een
+ossenwagen en de reizigers te paard moesten afleggen. Paddy kon de ossen
+en den wagen verschaffen.
+
+Het voertuig was een van die wagens, die twintig voet lang en met een
+kap overdekt zijn en op vier lompe wielen rusten, zonder spaken, velgen
+of ijzeren band, kortom eenvoudige houten schijven. Het voorstel, dat
+zeer ver van het achterstel af zat, was op een kunstelooze wijze
+daarmede verbonden, zoodat het voertuig geen korten draai nemen kon. Aan
+den wagen was een dissel van vijf en dertig voet, langs welken drie paar
+ossen geplaatst werden. Zoo geschikt trokken die dieren met den kop en
+den hals door de dubbele zamenvoeging van een juk over hun nek en van
+een halsband, die met een ijzeren spil aan het juk vastzat. Er was veel
+behendigheid noodig om dat smalle, lange, slingerende en ligt omvallende
+voertuig te besturen en om dat span met den prikkel voort te drijven.
+Maar Ayrton was op de iersche hoeve in de leer geweest en Paddy stond
+voor zijn bekwaamheid in. Hem werd dus de rol van voerman toebedeeld.
+
+Niet op veeren rustende, bood het voertuig geen gemakken aan; maar men
+moest het nemen zooals het was. John Mangles kon aan het ruwe zamenstel
+niets veranderen; maar van binnen liet hij het zoo geriefelijk mogelijk
+inrigten. Vooreerst verdeelde hij het door een houten beschot in twee
+afdeelingen. De achterste werd bestemd om de levensmiddelen, de bagaadje
+en de draagbare keuken van Olbinett op te nemen. De voorste zou
+uitsluitend ten dienste van de reizigsters zijn. Onder de handen van den
+timmerman veranderde die eerste afdeeling in een gemakkelijke kamer,
+bedekt met een dik tapijt, en voorzien van een kaptafel en twee
+afzonderlijke slaapplaatsen voor lady Helena en Mary Grant.
+Desverkiesende kon dit voorvertrek met zware lederen gordijnen gesloten
+en tegen de koelte van den nacht beschermd worden. Zoo noodig, konden de
+mannen er bij zware regenbuijen ook een schuilplaats in vinden; maar in
+den regel moest een tent hen beschutten, wanneer zij rust hielden. John
+Mangles spande zich in om alle voorwerpen, die twee vrouwen noodig
+hebben, in die beperkte ruimte bijeen te brengen, en het gelukte hem.
+Lady Helena en Mary Grant behoefden in die rollende kamer de
+gemakkelijke hutten der _Duncan_ niet te betreuren.
+
+Met de reizigers ging alles veel gemakkelijker: zeven sterke paarden
+waren bestemd voor lord Glenarvan, Paganel, Robert Grant, Mac Nabbs,
+John Mangles, en de beide matrozen Wilson en Mulrady, die hun heer op
+dezen nieuwen togt vergezelden. Ayrton kreeg natuurlijk zijn plaats op
+den bok van de kar, en Olbinett, die volstrekt geen zin had in
+paardrijden, zou het wel voor lief nemen om in den goederenwagen te
+reizen.
+
+Paarden en ossen graasden in de nabijheid der woning, en konden
+gemakkelijk bijeengedreven worden, wanneer het tijd was om te
+vertrekken.
+
+Toen John Mangles de noodige beschikkingen gemaakt en den baas-timmerman
+zijn bevelen gegeven had, keerde hij met de iersche famielje, die lord
+Glenarvan een bezoek brengen wilde, naar boord terug. Ayrton had lust om
+mee te gaan, en tegen vier ure waren John en zijn gezelschap op het dek
+der _Duncan_.
+
+Zij werden met open armen ontvangen. Glenarvan noodigde hen uit om bij
+hem te blijven eten. Hij wilde niet voor hen onderdoen in beleefdheid,
+en zijn gasten namen gaarne de vergelding voor hun australische
+gastvrijheid in de _longroom_ van het jagt aan. Paddy O'Moore sloeg de
+handen ineen van verbazing. De meubeleering der hutten, de behangsels,
+de tapijten, al het houtwerk van ahorn- en palissanderhout maakte zijn
+bewondering gaande. Ayrton daarentegen verwaardigde die dure
+overtolligheden naauwelijks met een blik.
+
+Maar de bootsman der _Britannia_ beschouwde daarentegen het jagt meer
+met een zeemansoog; hij doorliep het van boven tot onder; hij onderzocht
+de schroef, bezigtigde de machine, vroeg naar haar werkelijke kracht, en
+hoeveel brandstof ze verbruikte; hij bezocht de kolenhokken, de kombuis,
+en stelde vooral belang in den voorraad kruid, de wapenkamer, het kanon
+op de voorplecht en deszelfs draagkracht. Glenarvan had met een
+deskundige te doen; dat bleek hem genoeg uit de tot de kleinste
+bijzonderheden afdalende vragen van Ayrton. Eindelijk besloot deze zijn
+rondgang met het onderzoek van de masten en het tuig.
+
+"Gij hebt daar een mooi schip, mylord!" zeide hij.
+
+"Maar ook een goed schip," antwoordde Glenarvan.
+
+"En wat is zijn inhoud?"
+
+"Het meet twee honderd en tien ton."
+
+"Vergis ik mij," voegde Ayrton er bij, "of loopt de _Duncan_ niet
+gemakkelijk vijftien knoopen met volle kracht?"
+
+"Zeg maar zeventien," sprak John Mangles, "dan zijt gij er beter
+achter."
+
+"Zeventien!" riep de bootsman; "maar dan is er geen enkel oorlogschip,
+ik bedoel van de beste, die er zijn, dat er jagt op kan maken?"
+
+"Niet een!" antwoordde John Mangles; "de _Duncan_ is een echte
+snelzeiler, die door geen enkel vaartuig overtroffen kan worden."
+
+"Ook niet onder zeil?" vroeg Ayrton.
+
+"Ook niet onder zeil."
+
+"Welnu, mylord! en gij, kapitein!" antwoordde Ayrton, "ontvangt de
+complimenten van een zeeman, die weet wat een schip is."
+
+"Goed, Ayrton!" antwoordde Glenarvan, "blijf dan bij ons aan boord, en
+het zal alleen aan u staan of dit schip het uwe wordt."
+
+"Ik zal er aan denken, mylord!" gaf de bootsman droogjes ten antwoord.
+
+Olbinett kwam thans Zijne Edelheid verwittigen, dat de tafel gereed was.
+Glenarvan en zijn gasten begaven zich naar de kampanje.
+
+"Een knappe vent, die Ayrton!" zeide Paganel tot den majoor.
+
+"Al te knap!" bromde Mac Nabbs, wien, om de waarheid te zeggen
+schijnbaar zonder reden, het voorkomen en de manieren van den bootsman
+niet aanstonden.
+
+Onder het eten vertelde Ayrton belangrijke bijzonderheden van het
+australische vastland, dat hij goed kende. Hij vroeg hoeveel matrozen
+lord Glenarvan op zijn togt medenam. Toen hij hoorde, dat maar twee
+hunner, Mulrady en Wilson, hem zouden vergezellen, scheen hij
+verwonderd. Hij wilde Glenarvan bepraten om zijn geleide zamen te
+stellen uit de beste manschappen van de _Duncan_. Hij drong er zelfs
+sterk op aan, hetgeen in het voorbijgaan gezegd, allen achterdocht uit
+het gemoed van den majoor moest verdrijven.
+
+"Maar onze reis door Zuid-Australië is toch niet met gevaren verbonden?"
+vroeg Glenarvan.
+
+"Volstrekt niet," haastte Ayrton zich te antwoorden.
+
+"Welnu, dan zullen wij zooveel manschappen als wij maar kunnen aan boord
+laten. Er zijn matrozen noodig om de _Duncan_, als ze onder zeil is, te
+bedienen, en om ze te herstellen. Vooral is het van belang, dat ze op
+den bepaalden tijd, die haar later zal opgegeven worden, ter bestemder
+plaatse is. Dus kan ik de bemanning niet verminderen."
+
+Ayrton scheen genoegen te nemen met de opmerking van lord Glenarvan;
+althans hij drong er niet verder op aan.
+
+'s Avonds scheidden Schotten en Ieren. Ayrton en het gezin van Paddy
+O'Moore keerden naar hun woning terug. Paarden en wagen zouden den
+volgenden dag gereed zijn. Het vertrek werd op 's morgens acht ure
+bepaald.
+
+Lady Helena en Mary Grant maakten nu haar laatste toebereidselen. Zij
+waren kort en vooral minder kleingeestig dan die van Jacques Paganel.
+
+De geleerde besteedde een gedeelte van den nacht om de glazen van zijn
+kijker los te schroeven, schoon te maken, vast te schroeven en nog eens
+vast te schroeven. Hij sliep dan ook den volgenden morgen nog, toen de
+majoor hem bij het krieken van den dag met donderende stem wekte.
+
+Reeds was de bagaadje door de zorg van John Mangles naar de hoeve
+gebragt. Een sloep lag voor de reizigers gereed, die zich niet lieten
+wachten. De jonge kapitein gaf zijn laatste bevelen aan Tom Austin. Hij
+drukte hem vooral op het hart om te Melbourne op de bevelen van lord
+Glenarvan te wachten, en ze naauwkeurig op te volgen, wat er ook de
+inhoud van mogt zijn.
+
+De oude zeeman antwoordde John Mangles, dat hij op hem rekenen kon. Uit
+naam van de bemanning uitte hij de beste wenschen voor het welslagen der
+onderneming. De boot stak af, en een donderend hoera! werd door de
+matrozen aangeheven.
+
+In tien minuten bereikte de sloep de kust; een kwartier later kwamen de
+reizigers aan de iersche hoeve.
+
+Alles was gereed. Lady Helena was zeer ingenomen met haar vertrekje. De
+lompe wagen met zijn logge wielen en zware planken beviel haar
+uitstekend. Het voorspan van drie paar ossen gaf hem een aartsvaderlijk
+voorkomen, dat hem niet misstond. Met den prikkel in de hand wachtte
+Ayrton op het bevel van zijn nieuwen meester.
+
+"Drommels!" zeide Paganel, "dat is een uitstekend rijtuig, wel zoo goed
+als al de post-wagens van de wereld. Ik ken geen betere manier om als
+een kwakzalver rond te reizen. Een verplaatsbaar huis, dat voortrijdt en
+stilstaat, waar gij wilt, wat kan men nog meer wenschen? Dat begrepen de
+oude Sarmaten ook, en daarom reisden ze niet anders."
+
+"Mijnheer Paganel!" zeide nu lady Helena, "ik hoop het genoegen te
+hebben u in mijn salons te ontvangen."
+
+"Maar mevrouw!" antwoordde de geleerde, "de eer zal aan mij zijn! Hebt
+gij een dag bepaald?"
+
+"Ik ben altijd voor mijn vrienden te spreken," antwoordde lady Helena
+lagchend, "en gij zijt...."
+
+"De verkleefdste van allen, mevrouw!" zeide Paganel heel hoffelijk.
+
+Die uitwisseling van beleefdheden werd afgebroken door de komst van
+zeven geheel getuigde paarden, welke een der zoons van Paddy bestuurde.
+Lord Glenarvan regelde met den Ier den prijs van al die benoodigdheden,
+en voegde daarbij een magt van dankbetuigingen, die den braven kolonist
+even welkom waren als de guinjes.
+
+Het sein tot het vertrek werd gegeven. Lady Helena en miss Grant
+plaatsten zich in haar vertrek, Ayrton op den bok, Olbinett achter in
+den wagen; Glenarvan, de majoor, Paganel, Robert, John Mangles, de beide
+matrozen, allen met karabijnen en revolvers gewapend, wierpen zich op
+hun paarden. Een "God zij met u!" riep Paddy O'Moore hun toe, en zijn
+gezin herhaalde dien afscheidsgroet in koor. Ayrton liet een bijzonder
+geluid hooren en dreef zijn span aan. De kar zette zich in beweging, de
+planken kraakten, de assen knarsten in de naaf der wielen, en weldra
+onttrok een kromming van de weg de gastvrije hoeve van de braven Ier aan
+hun blik.
+
+
+
+
+IX.
+
+De provincie Victoria.
+
+
+Het was de 23ste December 1864. Die Decembermaand, zoo droevig, zoo
+naar, zoo vochtig op het noordelijk halfrond, mogt op dit vastland
+veeleer Junij heeten. Sterrekundig gesproken was het reeds twee dagen
+zomer; want den 2lsten had de zon den steenbokskeerkring bereikt, en
+reeds prijkte zij eenige minuten korter boven den gezigteinder. Derhalve
+moest die nieuwe reis van lord Glenarvan in het warmste jaargetijde en
+onder de stralen eener bijna tropische zon plaats hebben.
+
+Gezamenlijk dragen de engelsche bezittingen in dit gedeelte der Stille
+Zuidzee den naam van Australasie. Zij bestaan uit Nieuw-Holland,
+Tasmanië, Nieuw-Zeeland en eenige omliggende eilanden. Het vastland van
+Australië is verdeeld in uitgestrekte koloniën, wier grootte en rijkdom
+zeer uiteenloopen. Wie een blik slaat op de nieuwe kaarten, door de
+Heeren Peterman of Preschoell ontworpen, wordt terstond getroffen door
+de regelmatigheid dier afdeelingen. De Engelschen hebben de grenzen dier
+groote provinciën met het meetsnoer afgepast. Zij hebben geen acht
+geslagen op bergketenen, op den loop der rivieren, op de verscheidenheid
+van het klimaat, noch op het verschil van ras. Die koloniën zijn
+regthoekig begrensd en passen aan elkander als de stukken van een
+ingelegd werk. In die schikking van regte lijnen en regte hoeken herkent
+men het werk van den meetkundige, niet het werk van den
+aardrijkskundige. Alleen de kusten met haar tallooze krommingen, haar
+bogten, baaijen, kapen en kreeken, teekenen uit naam van de natuur
+verzet aan door haar liefelijke onregelmatigheid.
+
+Dat schaakbordachtige wekte altijd en teregt den spotlust van Jacques
+Paganel op. Was Australië fransch geweest, dan zouden zeker de fransche
+aardrijkskundigen hun voorliefde voor den winkelhaak en de trekpen niet
+zoover gedreven hebben.
+
+Het aantal koloniën op het groote eiland van Oceanië bedraagt thans zes:
+Nieuw-Zuid-Wales, hoofdstad Sidney; Koninginne-land, hoofdstad Brisbane;
+de provincie Victoria, hoofdstad Melbourne; Zuid-Australië, hoofdstad
+Adelaïde; West-Australië, hoofdstad Perth, en Noord-Australië nog zonder
+hoofdstad. Alleen de kusten zijn door de kolonisten bevolkt. Ter
+naauwernood heeft een enkele stad van belang zich twee honderd mijlen
+landwaarts in gewaagd. Het binnenland, dat wil zeggen een oppervlakte
+gelijk aan twee derden van Europa, is nog bijna geheel onbekend.
+
+Gelukkig loopt de zeven en dertigste breedtegraad niet over die
+ontzaggelijke woestenijen, die ontoegankelijke streken der ellende, die
+der wetenschap reeds talrijke offers gekost hebben. Glenarvan had ze
+onmogelijk kunnen bereizen. Hij had alleen te doen met het zuidelijke
+deel van Australië, bestaande uit een klein stuk der provincie Adelaïde,
+uit de provincie Victoria in haar geheele breedte en eindelijk uit den
+top van den omgekeerden driehoek, dien Nieuw-Zuid-Wales vormt.
+
+De afstand van kaap Bernouilli tot aan de grens van Victoria bedraagt
+ter naauwernood twee en zestig mijlen[1]. Dit waren twee dagreizen, meer
+niet, en Ayrton rekende er op, dat hij tegen den avond van den volgenden
+dag te Aspley, de westelijkste stad der provincie Victoria zou zijn.
+
+Bij het begin eener reis verkeeren ruiters en paarden altijd in een
+opgewekte stemming. Op den ijver der eersten viel niets aan te merken,
+maar men oordeelde het raadzaam den stap der andere te matigen. Wie ver
+wil gaan, moet zijn rijdier ontzien. Derhalve werd er besloten gemiddeld
+niet meer dan vijf en twintig tot dertig mijlen per dag af te leggen.
+
+Ook moest de stap der paarden geregeld worden naar den langzamen tred
+der ossen, die als echte werktuigen in snelheid verliezen wat zij in
+kracht winnen. De wagen met zijn reizigers en zijn levensmiddelen was de
+kern der karavaan, de beweegbare sterkte. De ruiters mogten wel links en
+regts op veldontdekking uitgaan, maar zich er niet ver van verwijderen.
+
+Daar er geen bepaalde marschorde was aangenomen, kon elk binnen zekere
+grenzen doen, wat hij wilde. De jagers mogten de vlakte doorkruisen, de
+wellevenden met de bewoonsters van den wagen een praatje maken, de
+wijsgeeren met elkander philosopheeren. Paganel, die al deze
+verschillende hoedanigheden in zich vereenigde, moest soms overal wezen
+en was het ook inderdaad.
+
+De togt door de provincie Adelaïde leverde niets bijzonders op. Een rij
+lage heuvels, rijk aan stof, een lange reeks onbebouwde gronden, waaruit
+het hier te lande zoogenaamde "bush" bestaat, eenige weiden, hier en
+daar met boschjes van een zoutachtigen struik met hoekige bladeren
+bedekt, waarop het gevogelte zeer verlekkerd is, volgden elkander over
+een ruimte van verscheidene mijlen op. Hier en daar vertoonden zich
+eenige "pig's faces," schapen met een zwijnskop, een soort, die alleen
+op Nieuw-Holland aangetroffen wordt, die tusschen de palen van de
+telegraaflijn graasden, welke onlangs van Adelaïde tot aan de kust is
+aangelegd.
+
+Tot nog toe geleken die vlakten sprekend op de eentoonige streken van de
+argentijnsche pampa's; dezelfde grasrijke effene bodem; dezelfde scherp
+begrensde gezigteinder. Mac Nabbs beweerde, dat zij nog in dat land
+waren; maar Paganel verzekerde, dat de landstreek spoedig veranderen
+zou. In het vertrouwen op hem wachtte men op vreemde dingen.
+
+Tegen drie ure reed de wagen door een onafzienbare boomlooze landstreek,
+bekend onder den naam van "muskieten-vlakte." De geleerde had het
+genoegen, dat het bleek, dat de aardrijkskundigen haar met volle regt
+dien naam gegeven hadden. De reizigers en hun paarden leden veel door de
+onophoudelijke beten dier lastige tweevleugelige insecten; het was
+onmogelijk hen te ontwijken; gemakkelijker was het ze te bedwelmen door
+de fleschjes ammoniak uit de reis-apotheek. Paganel wenschte van
+ganscher harte die lastige bijtvliegen naar den duivel, die zijn lange
+persoon met haar felle steken doorboorden.
+
+Tegen den avond werd de vlakte opgevrolijkt door eenige groene
+acacia-hagen; hier en daar vertoonden zich boschjes witte gomboomen;
+ginds een versch wagenspoor, elders uit Europa afkomstige boomen,
+olijfboomen, citroenboomen en groene eiken; eindelijk goed onderhouden
+rasters. Ten acht ure bereikten de ossen, die door Ayrton aangezet hun
+tred verhaastten, het station van Red-Gum.
+
+De naam "station" wordt aan alle nederzettingen in het binnenland
+gegeven, waar men zich met de veeteelt bezighoudt, den hoofdrijkdom van
+Australië. Die veefokkers zijn de "squatters," dat is de lieden, die op
+den grond gaan zitten,[2] hetgeen inderdaad de eerste houding is, welke
+iedere kolonist, afgemat door zijn zwerftogten door die eindelooze
+streken, aanneemt.
+
+Red-Gumstation was een onbeduidende nederzetting. Maar Glenarvan vond er
+de hartelijkste gastvrijheid. De reiziger kan er stellig op rekenen, dat
+het hem onder het dak dier afgezonderde woningen aan niets zal
+ontbreken, en in een australisch kolonist vindt men altijd een
+vriendelijken gastheer.
+
+'s Anderendaags spande Ayrton reeds bij zonsopgang de ossen voor den
+wagen. Dienzelfden avond nog wilde hij op de grenzen van Victoria komen.
+Allengs werd de bodem oneffener. Een golvende reeks van kleine heuvelen
+strekte zich onafzienbaar ver uit, geheel bestoven met scharlakenrood
+zand. Het scheen alsof er een onmetelijk rood laken over de vlakte was
+uitgespreid, welks plooijen door den adem des winds opwoeijen. Eenige
+"malleys", soorten van witgevlokte dennen, met een regten en gladden
+stam, breidden hun takken en donkergroene bladeren over vette weiden
+uit, waarin vrolijke troepen springhazen zeer sterk vermenigvuldigden.
+Verderop ontwaarde men uitgestrekte gronden met kreupelhout en jonge
+gomboomen bezet; vervolgens weken de groepen uiteen, de alleenstaande
+struiken werden boomen, en leverden het eerste staaltje op van de wouden
+van Australië.
+
+Intusschen veranderde het voorkomen des lands merkelijk, hoe nader zij
+bij de grenzen van Victoria kwamen. De reizigers bespeurden, dat zij een
+nieuwen bodem betraden. Onveranderlijk gingen zij in een regte lijn
+voort, zonder dat eenige hinderpaal, meer of berg hen noodzaakte ze in
+een kromme of gebrokene lijn te veranderen. Zij bragten steeds de eerste
+stelling der meetkunst in praktijk, en volgden zonder afwijking den
+kortsten weg van het eene punt tot het andere. Vermoeijenis en bezwaren
+voelden zij niet. Hun marsch regelde zich naar den tragen gang der
+ossen, en al vorderden die bedaarde dieren niet snel, zij stonden ten
+minste ook niet stil.
+
+Na een afstand van zestig mijlen op die wijze in twee dagen te hebben
+afgelegd, bereikte de karavaan in den avond van den 23sten het kerspel
+Aspley, de eerste stad der provincie Victoria, op honderd en een graad
+lengte in het district Wimerra gelegen.
+
+Ayrton stalde den wagen in Crown's Inn, een herberg die bij gebrek aan
+beter pronkte met den naam van het _hotel de Kroon_. Het avondeten,
+alleen bestaande uit schapenvleesch op allerlei wijzen toebereid, dampte
+op de tafel.
+
+Er werd veel gegeten, maar nog meer gepraat. Vol begeerte om onderrigt
+te worden van al het vreemde, dat het vastland van Australië oplevert,
+ondervroeg elk om strijd den aardrijkskundige. Paganel liet zich niet
+lang noodigen, en vertelde het volgende van de provincie Victoria, ook
+Gelukkig Australië genoemd.
+
+"Een verkeerde benaming" zeide hij; "men had beter gedaan haar Rijk
+Australië te noemen; want het gaat met de landen als met de menschen;
+het geluk zit niet in den rijkdom. Door zijn goudmijnen is Australië de
+prooi geworden van de verwoestende en woeste bende fortuinzoekers. Dat
+zult gij zien, wanneer wij de goudstreken doortrekken."
+
+"Is de kolonie Victoria niet eerst onlangs ontstaan?" vroeg lady Helena.
+
+"Ja, mevrouw! ze telt nog geen dertig jaar. Den 6den Junij 1835, een
+dingsdag...."
+
+"'s Avonds ten kwart over zevenen," voegde de majoor er bij, die Paganel
+gaarne in het vaarwater zat met diens juiste opgave der datums.
+
+"Neen, tien minuten over zevenen," hernam de aardrijkskundige in ernst,
+"stichtten Batman en Falckner een nederzetting te Port-Philip, aan de
+baai, waaraan thans de groote stad Melbourne zich uitstrekt. Vijftien
+jaren lang maakte de nieuwe kolonie een deel uit van Nieuw-Zuid-Wales,
+en behoorde ze onder deszelfs hoofdstad Sidney. Maar in 1851 werd ze
+onafhankelijk verklaard en nam ze den naam Victoria aan."
+
+"En is zij sedert dien tijd sterk vooruitgegaan?" vroeg Glenarvan.
+
+"Oordeel zelf, hooggeachte vriend!" antwoordde Paganel. "De laatste
+statistiek levert de volgende cijfers op, en Mac Nabbs mag zeggen wat
+hij wil, ik ken niets welsprekender dan de cijfers."
+
+"Laat hooren!" zeide de majoor.
+
+"Ik begin al. In 1836 had de kolonie Port-Philip twee honderd vier en
+veertig inwoners. Thans telt de provincie Victoria er vijf honderd
+vijftig duizend. Zeven millioen wijnstokken leveren jaarlijks honderd
+een en twintig duizend gallons[3] wijn. Honderd drie duizend paarden
+galoppeeren over haar vlakten, en zes honderd vijf en zeventig duizend
+twee honderd twee en zeventig stuks hoornvee grazen op haar onmetelijke
+weiden."
+
+"Heeft ze ook niet een zeker aantal varkens?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Ja, majoor! negen en zeventig duizend zes honderd vijf en twintig, met
+uw welnemen."
+
+"En hoeveel schapen, Paganel?"
+
+"Zeven millioen honderd vijftien duizend negenhonderd drie en veertig,
+Mac Nabbs!"
+
+"Met inbegrip van het schaap, dat wij thans eten, Paganel?"
+
+"Neen! daarenbuiten, want het is voor drie vierden op."
+
+"Bravo! mijnheer Paganel!" riep lady Helena, hartelijk lagchende; "het
+moet gezegd worden, dat gij bij zulke aardrijkskundige vragen goed
+beslagen ten ijs komt, en mijn neef Mac Nabbs zal u, hoe hij zijn best
+ook doet, nooit op een vergissing betrappen."
+
+"Maar het is mijn vak, mevrouw! al die dingen te weten en ze u des noods
+te leeren. Gij moogt mij dan ook vrij gelooven, wanneer ik u zeg, dat
+ons in dit vreemde land wondere dingen wachten."
+
+"Tot nog toe, echter...." antwoordde Mac Nabbs, die er genoegen in vond
+den aardrijkskundige te plagen om hem eens goed aan het praten te
+brengen.
+
+"Maar wacht dan toch een beetje, ongeduldige majoor!" riep Paganel. "Pas
+zet gij een voet op de grenzen, of gij klaagt reeds! Welnu, ik zeg u, ik
+herhaal, ik houd vol, dat deze landstreek de zonderlingste van de
+geheele aarde is. Haar vorming, haar natuur, haar voortbrengselen, haar
+klimaat, ja haar aanstaande verdwijning hebben alle geleerden der wereld
+verwonderd, verwonderen hen nog en zullen hen altijd verwonderen.
+Verbeeldt u, vrienden! een vastland, welks kusten in plaats van het
+binnenland het eerst als een reusachtige ring boven de golven zijn
+opgerezen; dat misschien in het midden een half verdampte binnenzee
+bevat; welks rivieren van dag tot dag armer aan water worden; waar geen
+vochtigheid bestaat, evenmin in de lucht als in den grond; waar de
+boomen jaarlijks hun schors verliezen in plaats van hun bladeren; waar
+de bladeren hun randen en niet hun oppervlakte naar de zon wenden en
+geen schaduw geven; waar het hout dikwijls onbrandbaar is; waar de
+gehouwene steenen in den regen smelten; waar de bosschen laag en de
+kruiden reusachtig hoog zijn; waar de dieren allervreemdst zijn; waar de
+viervoetige dieren vogelbekken hebben, zooals het stekelzwijn en het
+vogelbekdier, waarom de natuurkundigen verpligt geweest zijn voor hen
+het nieuwe geslacht der _monotremata_ te scheppen; waar de kangoeroe op
+zijn ongelijke pooten springt; waar de schapen zwijnskoppen hebben; waar
+de vossen van den eenen boom op den anderen vliegen; waar de zwanen
+zwart zijn; waar de ratten nesten maken; waar de prieel-vogel zijn
+salons openzet voor de bezoeken zijner gevleugelde vrienden, waar de
+vogels ons verbaasd doen staan door de verscheidenheid hunner zangen en
+van hun aanleg, die alles te bovengaat, wat de stoutste
+verbeeldingskracht zich kan voorstellen; waar de een tot klok dient, de
+ander een postillonszweep doet klappen, de een den schaarslijper
+nabootst, de ander de seconden aangeeft, gelijk de slinger van een
+pendule, de een 's morgens lacht, wanneer de zon opgaat, en de ander 's
+avonds weent, als ze ondergaat! O, land! zoo grillig en dwaas, als er
+geen tweede te vinden is, o, allervreemdst en onnatuurlijk gevormd land!
+wel mogt de geleerde plantenkenner Grimard van u zeggen: "zoo is dat
+Australië een soort van bespotting der natuurwetten, of liever een
+uitdaging, aan de geheele overige wereld gedaan!"
+
+Het scheen als of er geen stuiten was aan den snellen stroom van woorden
+van Paganel. De welsprekende secretaris der Maatschappij van
+aardrijkskunde was zichzelven niet meer meester; hij redeneerde maar
+voort onder het maken van hevige gebaren en zwaaide met zijn vork, tot
+geen geringen angst zijner dischgenooten. Maar eindelijk werd hij
+overstemd door een donderend bravo! en zweeg hij.
+
+Na die opnoeming van de merkwaardigheden van Australië, dacht men er
+niet aan om nog meer te vragen. De majoor echter kon niet nalaten heel
+bedaard te zeggen:
+
+"En is dat alles, Paganel?"
+
+"Wel neen! dat is niet alles!" antwoordde de geleerde met nieuw vuur.
+
+"Hoe?" vroeg Lady Helena, wier nieuwsgierigheid geprikkeld werd, "is er
+in Australië nog meer vreemds?"
+
+"Ja, mevrouw! zijn klimaat! Dat wint het in zonderlingheid nog van zijn
+voortbrengselen."
+
+"Welnu komaan!" riep men.
+
+"Ik spreek niet van de voor de gezondheid zoo voordeelige hoedanigheden
+van het vastland van Australië, waar de lucht zoo rijk is aan zuurstof
+en zoo arm aan stikstof; er heerschen geen vochtige winden, omdat de
+passaatwinden evenwijdig met de kusten waaijen, en de meeste ziekten
+zijn er onbekend, van de typhus af tot de mazelen en de slepende ziekten
+toe."
+
+"Dat is toch geen gering voordeel," meende Glenarvan.
+
+"Toegestemd, maar daarover spreek ik niet," antwoordde Paganel. "Het
+klimaat heeft hier een eigenschap die ... ongeloofelijk is."
+
+"Welke?" vroeg John Mangles.
+
+"Gij zult mij niet willen gelooven."
+
+"Jawel!" riepen de toehoorders, die in gespannen verwachting verkeerden.
+
+"Welnu, het is...."
+
+"Wat dan?"
+
+"Het bevordert de zedelijkheid!"
+
+"Bevordert het de zedelijkheid?"
+
+"Ja!" antwoordde de geleerde op stelligen toon. "Ja, het bevordert de
+zedelijkheid! Hier roesten de metalen niet en de menschen evenmin. De
+zuivere en drooge lucht maakt hier alles spoedig wit, het linnen en de
+ziel! De bijzondere eigenschappen van dit klimaat hadden de Engelschen
+wel goed opgemerkt, toen zij besloten de misdadigers hierheen te
+zenden."
+
+"Maar is die invloed inderdaad merkbaar?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Ja, mevrouw! op dieren en menschen."
+
+"Schertst gij soms, mijnheer Paganel?"
+
+"Ik scherts niet. Paarden en runderen zijn hier bijzonder gedwee. Gij
+zult het zien."
+
+"Het is niet mogelijk!"
+
+"En toch is het zoo! En de misdadigers, die in deze levenwekkende en
+gezonde lucht worden overgebragt, bekeeren zich binnen weinige jaren. De
+philanthropen zijn met die uitwerking zeer goed bekend. In Australië
+worden alle karakters beter."
+
+"Maar, mijnheer Paganel!" zeide Lady Helena, "gij zijt reeds zoo goed,
+wat zult gij dan op dit bevoorregte plekje wel worden?"
+
+"Uitmuntend, mevrouw!" antwoordde Paganel, "heel eenvoudig uitmuntend!"
+
+
+[1] 24 uren gaans.
+
+[2] Van het engelsche werkwoord "to squat", gaan zitten.
+
+[3] Een gallon = 4,54246 ned. kan.
+
+
+
+
+X.
+
+De Wimerra.
+
+
+Den volgenden dag, 24 December, vertrokken zij bij het krieken van den
+dag. De warmte was reeds drukkend, maar dragelijk, de weg bijna effen en
+gunstig voor den stap der paarden. Het kleine gezelschap trok door een
+dun kreupelbosch. Na een goede dagreis sloeg het zich neder aan den
+oever van het Witte meer, welks water brak en ondrinkbaar is.
+
+Jacques Paganel moest hier toch erkennen, dat dit meer evenmin wit is,
+als de Zwarte zee zwart, de Roode zee rood, de Gele rivier geel en de
+Blaauwe bergen blaauw zijn. Toch dreef hem zijn eigenliefde als
+aardrijkskundige om lang te redetwisten; maar zijn bewijzen werden niet
+aangenomen.
+
+Olbinett maakte met zijn gewone stiptheid het avondeten gereed; spoedig
+daarop vielen de reizigers, eenigen in den wagen, anderen onder de tent
+in slaap, in weerwil van het akelig gehuil der "dingo's", de sjakals van
+Australië.
+
+Een heerlijke vlakte, geheel met goudsbloemen bezaaid, strekte zich aan
+gene zijde van het Witte meer uit. Toen Glenarvan en zijn reisgenooten
+den volgenden morgen ontwaakten, hadden zij zich gaarne verlustigd in
+het prachtige schouwspel, dat zich aan hun oog vertoonde. Zij
+vertrokken. Alleen in de verte verrieden eenige oneffenheden de rijzing
+van den grond; zoo ver het oog reikte was alles gras en bloemen in hun
+lentedos. De blaauwe weerschijn van het fijn gebladerde vlas smolt ineen
+met het scharlakenrood van een hier te huis behoorenden beerenklaauw.
+Talrijke verscheidenheden van eremophila's verlevendigden dit groen, en
+de zout bevattende gronden verdwenen onder de ganzevoeten, de melde, de
+bieten, dezen grijsgroen, die roodachtig van kleur, behoorende tot de
+snel voortwoekerende familie der sodaplanten. Die planten zijn zeer
+nuttig voor de nijverheid; want zij geven een uitmuntende soda door
+verbranding en het uitwasschen der asch. Paganel, die onder de bloemen
+een kruidkundige werd, gaf al die uiteenloopende voortbrengselen hun
+eigen naam, en met zijn gewone voorliefde voor cijfers verzuimde hij
+niet te zeggen, dat men tot nog toe in de flora van Australië vier
+duizend twee honderd soorten van planten telde, in honderd twintig
+familiën verdeeld.
+
+Na een tiental mijlen snel afgelegd te hebben, reed de wagen tusschen
+hooge boschjes acacia's, mimosa's en witte gomboomen, wier bloemen op
+zoo verschillende wijzen geschikt zijn. Het plantenrijk toonde zich in
+dit gewest der "spring plains"[1], niet ondankbaar jegens de dagvorstin,
+en gaf haar in geuren en kleuren terug wat de zon in stralen gaf.
+
+Het dierenrijk was kariger in zijne voortbrengselen. Eenige kasuarissen
+sprongen in de vlakte rond, zonder dat het mogelijk was ze te naderen.
+Toch was de majoor behendig genoeg een zeer vreemd dier te schieten, dat
+weldra uitgestorven zal zijn. Het was een "jabiru", de reusachtige
+kraanvogel der engelsche kolonisten. Die vogel was vijf voet hoog, en
+zijn zwarte, breede, kegelvormige bek met zeer spitse punt, achttien
+duim lang. De paarsche en purpere weerschijn van zijn kop stak sterk af
+bij het glanzige groen van zijn hals, de schitterende witheid van zijn
+krop en het heldere rood van zijn lange pooten. De natuur scheen ten
+zijnen behoeve haar geheele palet met hoofdkleuren te hebben uitgeput.
+
+Die vogel werd zeer bewonderd, en de majoor zou onverdeeld de eer van
+den dag genoten hebben, als de jonge Robert niet eenige mijlen verder
+een wanstaltig dier, half egel, half miereneter, een wezen, dat maar
+half afgewerkt was, gelijk de dieren uit de eerste tijden der schepping,
+ontmoet en geveld had. Een lange en kleverige tong hing uit zijn
+tandeloozen bek, en ving de mieren, die zijn hoofdvoedsel uitmaken.
+
+"Dat is een stekelzwijn," zeide Paganel, die aan dit monotrema terstond
+zijn waren naam gaf. "Hebt gij ooit zulk een dier gezien?"
+
+"Het is afschuwelijk," antwoordde Glenarvan.
+
+"Afschuwelijk, maar vreemd," hernam Paganel; "bovendien behoort het
+uitsluitend in Australië te huis en zou men het te vergeefs in ieder
+ander werelddeel zoeken."
+
+Natuurlijk wilde Paganel het afzigtelijke stekelzwijn medenemen en bij
+de bagaadje stoppen. Maar Olbinett verzette zich met zooveel
+verontwaardiging, dat de geleerde er van afzag om dit staaltje van de
+monotremata te bewaren.
+
+Dien dag kwamen de reizigers tot honderd een en veertig en een halven
+graad lengte. Tot nog toe hadden zij maar weinig kolonisten en squatters
+aangetroffen. Het land scheen onbewoond. Van inboorlingen was geen
+schaduw te zien; want de wilde stammen zwerven meer noordelijk in de
+onmetelijke woestijnen, die de bijrivieren van de Darling en de Murray
+besproeijen.
+
+Maar een zonderling schouwspel trok de aandacht van Glenarvan en zijn
+gezelschap. Hij had het geluk een van die tallooze kudden te ontmoeten,
+welke door ondernemende speculanten van de oostelijke bergen naar de
+provinciën Victoria en Zuid-Australië gedreven worden.
+
+'s Namiddags omstreeks vier ure berigtte John Mangles, dat er drie
+mijlen voor hen uit aan den gezigteinder een zware stofwolk opsteeg. Van
+waar dat verschijnsel? Men was zeer verlegen om er een verklaring van te
+geven. Paganel helde over tot de meening, dat het een luchtverheveling
+kon zijn, en zijn werkzame verbeeldingskracht zocht er reeds een
+natuurlijke oorzaak voor. Maar Ayrton sloot het wijde veld der
+gissingen, waarop hij zich waagde, af met te zeggen, dat al dat stof
+opgejaagd werd door een kudde op den weg.
+
+De bootsman bedroog zich niet. De digte wolk kwam naderbij. Een heel
+concert van geblaat, gehinnik en geloei steeg er uit op. Onder den vorm
+van schreeuwen, fluiten en vloeken paarde zioh ook de menschelijke stem
+aan die herderstoonen.
+
+Een man kwam uit die luidruchtige wolk te voorschijn. Het was de
+hoofdaanvoerder van dat viervoetige leger. Glenarvan ging hem te gemoet
+en zonder verderen omslag knoopten zij een gesprek aan. De aanvoerder of
+om hem zijn waren titel te geven, de veehoeder, was eigenaar van een
+gedeelte der kudde. Hij heette Sam Machell, kwam inderdaad uit de
+oostelijke provinciën en begaf zich naar de Portlandbaai.
+
+Zijn kudde bestond uit twaalf duizend vijf en zeventig stuks, te weten
+duizend runderen, elf duizend schapen en vijf en zeventig paarden. Al
+die dieren, welke slechts vel en been waren, toen hij ze in de vlakten
+der Blaauwe bergen kocht, zouden vet worden op de heerlijke weiden van
+Zuid-Australië, waar zij met groote winst afgezet worden. Zoo zou Sam
+Machell, twee pond per rund en een half pond per schaap winnende, een
+voordeel hebben van negentig duizend gulden. Het was dus een goede zaak.
+Maar wat al geduld, wat al inspanning was er niet noodig om die
+weerbarstige kudde ter bestemder plaatse te brengen, wat al vermoeijenis
+moest hij er niet voor uitstaan! De winst, welke dat zware beroep
+oplevert, is zuur verdiend!
+
+Sam Machell vertelde met weinige woorden zijn geschiedenis, terwijl de
+kudde haar weg vervolgde tusschen de mimosa struiken. Lady Helena, Mary
+Grant, de ruiters waren allen afgestegen en in de schaduw van een
+grooten gomboom gezeten, luisterden zij naar het verhaal van den herder.
+
+Sam Machell was al zeven maanden op weg; hij legde per dag tien mijlen
+af en zijn lange reis moest nog drie maanden duren. Om hem in zijn
+moeijelijke taak bij te staan had bij twintig honden en dertig menschen,
+waaronder vijf zwarten, die zeer bedreven waren in het terugvinden van
+het spoor der afgedwaalde dieren. Zes karren volgden het leger. De
+drijvers met "stockwipps" gewapend, zweepen, waarvan de steel achttien
+duim en de riem negen voet lang is, liepen tusschen de rijen door, om de
+orde, die vaak gestoord werd, te handhaven, terwijl de ligte ruiterij
+der honden op de vleugels draafde.
+
+De reizigers bewonderden de tucht, die onder de kudde heerschte. De
+verschillende diersoorten waren van elkander afgezonderd, want runderen
+en wilde schapen verstaan elkander niet goed; de eersten willen nooit
+grazen waar de anderen hun voor geweest zijn. Vandaar dat het noodig was
+de runderen voorop te plaatsen, die in twee bataillons verdeeld,
+vooruitgingen. Daarop volgden vijf regimenten schapen onder bevel van
+twintig drijvers, en het peloton paarden maakte de achterhoede uit.
+
+Sam Machell maakte zijn toehoorders opmerkzaam, dat de guides van het
+leger geen honden of menschen, maar wel runderen, verstandige gidsen
+waren, wier meerderheid hun natuurgenooten erkenden. Zij liepen in het
+eerste gelid, spreidden veel deftigheid ten toon, namen uit instinct den
+regten weg, en waren stellig overtuigd, dat zij regt hadden op een goede
+behandeling. Zij werden dan ook ontzien; want de kudde gehoorzaamde hun
+zonder tegenspraak. Vonden zij goed om niet op te houden, dan moest men
+zich aan die gril onderwerpen, en te vergeefs zou men beproeven na een
+halt weder op weg te gaan, als zij niet zelven het sein om te vertrekken
+gaven.
+
+Met nog eenige bijzonderheden, die de veehoeder er bijvoegde, was de
+geschiedenis van dien togt volledig, die wel waard was door Xenophon
+beschreven, ja aangevoerd te worden. Zoolang het leger door de vlakte
+trok ging alles goed. Weinig last, weinig vermoeidheid. De beesten
+graasden langs den weg, dronken uit de talrijke greppels in de weiden,
+sliepen 's nachts, reisden over dag, en voegden zich gedwee bijeen op
+het geblaf der honden. Maar in de groote bosschen van het vastland,
+tusschen de lage mirte- en mimosa-struiken, namen de moeijelijkheden
+toe. Pelotons, bataillons en regimenten liepen dooreen of dwaalden af,
+en dan was er heel wat tijd noodig om ze weer bijeen te krijgen.
+Verdwaalde er soms bij ongeluk een gids, dan moest hij, wat het ook
+kosten mogt, terug gevonden worden, wilde men niet alles weg zien
+loopen, en dan bragten de zwarten soms verscheidene dagen met die
+moeijelijke nasporingen door. Vielen er zware regenbuijen, dan weigerden
+de luije dieren verder te gaan, en bij hevige onweders maakte zich een
+onbeschrijfelijke angst van de razende dieren meester.
+
+Met inspanning van alle krachten en door onafgebrokene werkzaamheid mogt
+de veehoeder toch zegevieren over die telkens terugkeerende
+moeijelijkheden. Hij liep maar door, de eene mijl na de andere werd
+afgelegd, vlakten, bosschen, bergen, alles geraakte eindelijk achter den
+rug. Maar soms moest hij bij zooveel vereischten ook nog die
+hoofdeigenschap voegen, die geduld heet, een onwankelbaar geduld, een
+geduld, dat niet alleen de uren, niet alleen de dagen, maar geheele
+weken niet konden uitputten, en dat was bij den overtogt der rivieren.
+Daar werd de veehoeder voor een stroom opgehouden, niet omdat hij
+onoverkomelijk was, maar omdat de dieren er niet over wilden; de
+koppigheid van het vee was de eenige hinderpaal. Zoodra de runderen het
+water opgesnoven hadden, keerden zij terug. De schapen liepen naar alle
+kanten weg, liever dan zich te water te begeven. De nacht werd afgewacht
+om de dieren naar de rivier te lokken, niets baatte. Met geweld wierp
+men de rammen er in, de ooijen wilden hen niet volgen. Men beproefde de
+kudde door dorst te dwingen en onthield haar onderscheidene dagen lang
+het noodige water, het vee deed het zonder drinken en waagde zich niet.
+De lammeren werden naar de overzijde gebragt, in de hoop, dat hun
+moeders op hun geschreeuw zouden overkomen; de lammeren blaatten, maar
+de moeders bewogen zich niet. Dat duurde soms een maand, en de veehoeder
+wist niet meer, wat hij moest beginnen met zijn blatend, hinnikend en
+loeijend leger. Daar stak op eens, zonder reden, uit een gril, men weet
+niet waarom noch hoe, een afdeeling de rivier over, en nu had men weer
+de handen vol om te beletten, dat de heele kudde zich in wanorde in het
+water stortte. Er kwam verwarring in de gelederen, en vele dieren
+verdronken in den snellen stroom.
+
+Dat alles vertelde Sam Machell. Intusschen was een groot deel der kudde
+in goede orde voorbij getrokken. Het was tijd, dat hij zich weder aan
+het hoofd van zijn leger stelde om de beste weiden op te zoeken. Hij nam
+dus afscheid van lord Glenarvan, besteeg een uitmuntend inlandsch paard,
+dat een zijner knechts aan den teugel hield, en ontving van allen een
+hartelijken handdruk tot afscheid. Weinige oogenblikken daarna was hij
+in de stofwolk verdwenen.
+
+De wagen hervatte zijn een oogenblik gestaakten togt in de
+tegenovergestelde rigting, en hield eerst 's avonds aan den voet van den
+berg Talbot stil.
+
+Paganel maakte nu de gegronde opmerking, dat het de 25ste December was,
+het Kersfeest, de groote feestdag in de engelsche huisgezinnen. Maar de
+hofmeester had het niet vergeten, en een lekker maal, onder de tent
+aangerigt, verschafte hem den welgemeenden lof der gasten. Om de
+waarheid te zeggen had Olbinett zichzelven overtroffen. Uit zijn
+voorraadkamer had hij een aantal europeesche spijzen gehaald, die men
+zelden zal aantreffen in de woestijnen van Australië. Een rendierham,
+eenige sneden pekelvleesch, gerookte zalm, een gerste- en haverkoek,
+thee, zooveel men lustte, whisky in overvloed en eenige flesschen
+portwijn vormden dit onverwachte maal. Men kon zich bijna verbeelden in
+de groote eetzaal van het kasteel Malcolm, in het midden der Hooglanden,
+in het hartje van Schotland te zijn.
+
+Niets toch ontbrak aan dit feestmaal, van de gembersoep af tot de
+minced-pies van het dessert toe. Paganel oordeelde echter goed te doen,
+wanneer hij er de vruchten bijvoegde van een wilden oranjeboom, die aan
+den voet der heuvelen groeide. Het was de "moccaly" der inboorlingen;
+zijn vruchten zijn vrij smakeloos; maar zijn verpletterde pitten
+verbranden den mond als cayennepeper. De aardrijkskundige at ze uit
+liefde tot de wetenschap zoo overdadig, dat ze zijn gehemelte
+verschroeiden, en hij de vragen, die de majoor over de eigenaardigheden
+der australische bosschen tot hem rigtte, niet kon beantwoorden.
+
+Den volgenden dag, 26 December, viel er niets voor, dat vermelding
+verdient. Men trof de bronnen der Norton-kreek, en later de uitgedroogde
+Mackensie-rivier aan. Het weder bleef zeer schoon, de warmte dragelijk;
+de wind bleef zuid en verkoelde den dampkring, gelijk op het noordelijk
+halfrond de noordewind zou gedaan hebben. Paganel deed dit zijn vriendje
+Robert Grant opmerken.
+
+"Een gelukkige omstandigheid," voegde hij er bij; "want de gemiddelde
+warmte is grooter op het zuidelijk dan op het noordelijk halfrond."
+
+"Hoe komt dat?" vroeg de knaap.
+
+"Hoe dat komt?" antwoordde Paganel. "Hebt gij dan nooit gehoord, dat de
+aarde 's winters digter bij de zon is?"
+
+"Ja, mijnheer Paganel!"
+
+"En dat de koude van den winter alleen een gevolg is van de schuine
+rigting der zonnestralen?"
+
+"Jawel."
+
+"Welnu, mijn jongen! om diezelfde reden is het warmer op het zuidelijk
+halfrond."
+
+"Dat begrijp ik niet," antwoordde Robert, groote oogen opzettende.
+
+"Denk maar eens na," hernam Paganel. "Wanneer het bij ons, in Europa,
+winter is, welk jaargetijde heeft men dan hier in Australië, bij onze
+tegenvoeters?"
+
+"Zomer," zeide Robert.
+
+"Welnu, omdat de aarde dan juist digter bij de zon is ... begrijpt gij?"
+
+"Ik begrijp...."
+
+"Daaruit volgt, dat de zomer in de zuidelijke streken door die nabijheid
+warmer is dan de zomer der noordelijke landen."
+
+"Dat is zoo, mijnheer Paganel!"
+
+"Zegt men dus, dat de zon "in den winter" digter bij de aarde is, dan
+geldt dit alleen voor ons, die het noordelijk gedeelte van den aardbol
+bewonen."
+
+"Daaraan had ik nooit gedacht," antwoordde Robert.
+
+"Zorg dan maar, dat gij dat nooit vergeet, mijn jongen!"
+
+Robert was dankbaar voor dit lesje in de wereldbeschrijving, en vernam
+ten slotte nog, dat de gemiddelde warmte der provincie Victoria vier en
+zeventig graden Fahrenheit bedroeg.
+
+'s Avonds sloeg het gezelschap zich vijf mijlen aan gene zijde van het
+Lonsdale-meer neder, tusschen den berg Drummond ten noorden, en den berg
+Dryden, wiens niet zeer hooge top in het zuiden den gezigteinder voor
+een gedeelte bedekte.
+
+Den volgenden morgen ten elf ure bereikte de wagen de oevers der
+Wimerra, onder den honderd drie en veertigsten graad lengte.
+
+De een halve mijl breede rivier stuwde haar helder water tusschen twee
+hooge rijen gomboomen en acacia's voort. Eenige prachtige mirtplanten,
+o.a. de "Metrosideros speciosa," verhieven hun lange en neerhangende
+takken, versierd met roode bloemen, wel vijftien voet hoog. Duizend
+vogels, wielewalen, vinken, duiven met goudkleurige vleugels, zonder nog
+te spreken van de snaterende papegaaijen, fladderden in de groene takjes
+rond. Beneden, op de oppervlakte des waters, zwommen een paar schuwe en
+ongenaakbare zwarte zwanen. Die vreemde vogel der australische rivieren
+verdween weldra op de kronkelende Wimerra, die met tallooze bogten die
+liefelijke streek bespoelde.
+
+Inmiddels had de wagen stilgehouden op een grastapijt, welks franjes
+over het snelvlietende water hingen. Vlot noch brug was hier te zien. En
+toch moest men er over. Ayrton was bezig een doorwaadbare plaats te
+zoeken. Een kwartmijl stroomopwaarts dacht hij, dat de rivier minder
+diep was, en op die plek besloot hij te beproeven of hij den anderen
+oever bereiken kon. Een aantal peilingen gaven slechts vier voet water.
+Zonder veel gevaar kon de wagen zich dus over die ondiepte wagen.
+
+"Is er geen ander middel om de rivier over te trekken?" vroeg Glenarvan
+den bootsman.
+
+"Neen, mylord!" antwoordde Ayrton; "maar dien overtogt houd ik niet voor
+gevaarlijk. Wij zullen er wel doorsukkelen."
+
+"Moeten lady Glenarvan en miss Grant den wagen verlaten?"
+
+"Volstrekt niet. Mijn ossen staan vast en ik zal wel zorgen, dat zij op
+den regten weg blijven."
+
+"Vooruit dan maar, Ayrton! ik vertrouw op u," antwoordde Glenarvan.
+
+De ruiters omringden het lompe voertuig en allen gingen vol moed te
+water. Gewoonlijk zijn de wagens, wanneer zij die doorwaadbare plaatsen
+overtrekken, omringd met een gordel van ledige tonnen, die ze boven
+water houdt. Maar hier miste men dien zwemgordel; men moest het dus
+laten aankomen op de schranderheid der ossen, die de voorzigtige Ayrton
+bestuurde. Op den bok gezeten mende deze het span, de majoor en de twee
+matrozen kliefden den snellen stroom een eind weegs vooruit; Glenarvan
+en John Mangles hielden zich links en regts van den wagen gereed om de
+reizigsters bijstand te verleenen. Paganel en Robert sloten den trein.
+
+Alles ging goed tot in het midden der Wimerra. Maar nu werd de gleuf
+dieper en kwam het water tot boven de velgen. Van de ondiepte afgeraakt,
+konden de ossen grond verliezen en het wankele rijtuig medeslepen.
+Ayrton stelde moedig zijn leven bloot; hij sprong in het water, en zich
+vastklemmende aan de horens der ossen, gelukte het hem ze op den regten
+weg terug te brengen.
+
+Thans had er een schok plaats, dien niemand had kunnen voorzien; een
+gekraak liet zich horen; de wagen helde vreeselijk over; het water kwam
+tot aan de voeten der reizigsters; de geheele toestel dreef af, hoezeer
+Glenarvan en John Mangles zich aan de kap vastklemden om den wagen
+overeind te houden. Het was een ontzettend oogenblik.
+
+Zeer gelukkig bragt een forsche ruk aan het gareel het voertuig digter
+bij den anderen oever. De bedding der rivier verschafte aan de ossen en
+paarden een stijgenden weg, en spoedig waren menschen en dieren tot hun
+groote vreugde hoewel doornat in veiligheid aan den overkant.
+
+Het voorstel van den wagen echter was door den schok gebroken en het
+paard van Glenarvan had de ijzers van zijn voorpooten verloren.
+
+Dit ongemak moest ten spoedigste hersteld worden. De reizigers keken
+elkaar zeer verlegen aan, toen Ayrton voorstelde naar het station van
+Black-Point te gaan, dat twintig mijlen noordelijker lag, en er een
+hoefsmid vandaan te halen.
+
+"Ga, beste Ayrton! ga!" zeide Glenarvan. "Hoeveel tijd hebt gij noodig
+voor de heen- en weerreis?"
+
+"Misschien vijftien uren," antwoordde Ayrton, "maar meer niet."
+
+"Vertrek dan, en wij zullen, tot gij terugkomt, aan den oever der
+Wimerra uitrusten."
+
+Eenige minuten later verdween de bootsman op het paard van Wilson achter
+een digte gordijn van mimosa 's.
+
+
+[1] Vlakten door talrijke bronnen besproeid.
+
+
+
+
+XI.
+
+Burke en Stuart.
+
+
+Het overige van den dag werd met gesprekken en wandelingen doorgebragt.
+Al pratende en bewonderende liepen de reizigers langs de oevers der
+Wimerra. De aschgraauwe kraanvogels en de ibissen vlugtten met luid
+geschreeuw bij hun aannadering. De prachtmees verschool zich in de hooge
+takken van den wilden vijgenboom, de wielewalen, de zwartkeeltjes, de
+kraaghoppen fladderden tusschen de trotsche stengels der leliën, de
+ijsvogels staakten hun gewone vischvangst, terwijl de geheele
+beschaafder familie der papegaaijen, de "blue-mountain" pronkende met de
+zeven kleuren van den regenboog, de kleine "roschill" met zijn
+scharlaken rood kopje en geele keel, en de "lori" met zijn rood en
+blaauw gevederte, hun oorverdoovend gekakel op den top der bloeijende
+gomboomen voortzetten.
+
+Nu eens op het gras aan den oever van het murmelende water uitgestrekt,
+dan weer rondslenterende tusschen de mimosa-struiken, bewonderden de
+wandelaars tot het vallen van den avond toe die schoone natuur. De
+nacht, die slechts door een kortstondige schemering voorafgegaan werd,
+overviel hen een halve mijl van de legerplaats af. Bij hun terugtogt
+rigtten zij zich niet naar de poolster, die op het zuidelijk halfrond
+onzigtbaar is, maar naar het zuiderkruis, dat halverwege den
+gezigteinder en het toppunt schitterde.
+
+Olbinett had het avondeten onder de tent opgedischt. Allen zetten zich
+aan tafel. De hoofdschotel was een zeker gebraad van papegaaijen, die
+Wilson heel handig geschoten en de hofmeester lekker klaar gemaakt had.
+
+Toen het avondeten afgeloopen was, zocht elk om strijd naar een
+voorwendsel om de eerste uren van zulk een schoonen nacht niet slapend
+door te brengen.
+
+Lady Helena stelde allen tevreden door Paganel te verzoeken de
+geschiedenis der groote australische reizigers te vertellen, een
+geschiedenis, die hij hun reeds voor lang beloofd had.
+
+Dat was koren op den molen van Paganel. Zijn toehoorders zetten zich
+neer aan den voet van een prachtigen banksia; de rook der sigaren steeg
+weldra omhoog tot aan het gebladerte, dat in de schaduw wegschool, en in
+het vertrouwen op zijn ijzersterk geheugen nam de aardrijkskundige
+terstond het woord.
+
+"Gij herinnert u, vrienden! en de majoor althans zal het nog wel weten,
+de lijst van reizigers, die ik u aan boord van de _Duncan_ opgaf. Van al
+degenen, die in het binnenland trachtten door te dringen, mogt het er
+slechts aan vier gelukken het van het noorden naar het zuiden of van het
+zuiden naar het noorden te doorkruisen. Het zijn: Burke, in 1860 en 61;
+Mac Kinlay, in 1861 en 62; Landsborough in 1862, en Stuart, ook in 1862.
+Van Mac Kinlay en Landsborough heb ik maar weinig te vertellen. De
+eerste ging van Adelaïde naar de golf van Carpentaria, de tweede van de
+golf van Carpentaria naar Melbourne; beiden waren door australische
+vereenigingen uitgezonden om Burke op te sporen, die niet meer te
+voorschijn kwam en ook nooit terug zal komen.
+
+"Burke en Stuart, dat zijn de twee stoute reizigers, over wie ik zal
+spreken, en ik begin nu zonder verdere voorafspraak.
+
+"Den 20sten Augustus 1860 vertrok op last van de koninklijke
+Maatschappij te Melbourne, een gewezen iersch officier en oud-inspecteur
+van politie te Castlemaine, Robert O'Hara Burke geheeten. Elf personen
+vergezelden hem: William John Wills, een jeugdig veelbelovend
+sterrekundige, doktor Beckler, een kruidkundige, Gray, King, een jeugdig
+militair uit het indische leger, Landells, Brahe, en verscheidene
+cipayers. Vijf en twintig paarden en evenveel kameelen droegen de
+reizigers, hun bagaadje en levensmiddelen voor achttien maanden.
+
+"De reizigers moesten zich langs de Cooper-rivier naar de golf van
+Carpentaria op de noordkust begeven. Zij kwamen zonder ongeval over de
+Murray en de Darling en bereikten het station van Menindie, op de
+uiterste grens der koloniën.
+
+"Daar zag men in, dat de menigte bagaadje zeer lastig was. Dit bezwaar
+en een zekere ruwheid van karakter van Burke zaaiden oneenigheid in het
+gezelschap. Landells, de opzigter over de kameelen, scheidde zich met
+eenige hindoesche bedienden van de overigen, en keerde naar de oevers
+der Darling terug; Burke zette den togt voort. Nu eens door heerlijke,
+rijk bewaterde weiden, dan weer over steenachtige en waterlooze wegen,
+zakte hij naar de Cooper's kreek af. Den 20sten November, drie maanden
+na zijn vertrek, legde hij de eerste bewaarplaats van levensmiddelen op
+den oever der rivier aan.
+
+"Hier werden de reizigers eenigen tijd opgehouden, omdat zij geen
+bruikbaren weg naar het noorden vonden, een weg, waarop zij geen gebrek
+aan water behoefden te vreezen. Na groote moeijelijkheden sloegen zij
+zich neer op een plaats, die zij het fort Wills noemden. Zij maakten er
+een post van met palissaden omringd, halverwege Melbourne en de golf van
+Carpentaria gelegen. Daar verdeelde Burke zijn gezelschap in tweeën.
+Eenigen moesten onder bevel van Brahe drie maanden, en liet de voorraad
+het toe, nog langer in het fort Wills blijven en de terugkomst der
+anderen afwachten. De andere afdeeling bestond uit Burke, King, Gray en
+Wills. Zij namen zes kameelen mede, beladen met levensmiddelen voor drie
+maanden, dat is drie centenaars meel, vijftig pond rijst, vijftig pond
+havermeel, een centenaar gedroogd paardevleesch, honderd pond gezouten
+varkensvleesch en spek, en dertig pond beschuit, voldoende om heen en
+terug zes honderd uren af te leggen.
+
+"Die vier mannen vertrokken. Na een moeijelijke reis door een
+steenachtige woestijn kwamen zij aan de rivier de Eyre, het uiterste
+punt, dat Sturt in 1845 bereikte, en van daar zoo naauwkeurig mogelijk
+den honderd veertigsten lengtegraad volgende, rigtten zij zich
+noordwaarts.
+
+"Den 7den Januarij bereikten zij onder een brandende zon den keerkring.
+Bedriegelijke luchtspiegelingen misleidden hen soms, dikwijls hadden zij
+gebrek aan water, dan weder verfrischten hen hevige regenbuijen, van
+tijd tot tijd troffen zij eenige zwervende inlanders aan, die hun geen
+leed deden; kortom, zij hadden met weinig bezwaren te kampen op een weg
+die door geen meren, rivieren noch bergen werd versperd."
+
+"Den 12den Januarij vertoonden zich in het noorden eenige
+zandsteenheuvels; o.a. de berg Forbes en een reeks granietketenen,
+"ranges" genoemd. Daar kwam de vermoeijenis eerst aan. Ter naauwernood
+vorderden zij. De dieren weigerden voort te gaan: "Altijd in de
+_ranges_! de kameelen zweeten van angst!" schrijft Burke in zijn
+zakboekje. Toch komen de reizigers na ontzaggelijke inspanning aan de
+oevers der rivier de Turner, vervolgens aan den bovenloop der
+Flinders-rivier, die Stokes in 1841 zag, en die zich door palm- en
+gomboomen omzoomd in de golf van Carpentaria werpt.
+
+"De nabijheid van den oceaan bleek uit een aaneenschakeling van
+moerassige gronden. Een der kameelen zonk er in weg. De anderen wilden
+niet verder gaan. King en Gray moesten er bij blijven. Burke en Wills
+zetten hun reis in een noordelijke rigting voort, en na groote
+moeijelijkheden, die in hun aanteekeningen zeer onduidelijk worden
+verhaald, bereikten zij een punt waar de vloed de moerassen
+overstroomde; maar zij zagen den oceaan niet. Dat was den 11den
+Februarij 1861."
+
+"Dus konden die stoute mannen niet verder gaan?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Neen, mevrouw!" antwoordde Paganel. "De moerassige grond zonk onder hun
+voeten weg, en zij moesten er nu op bedacht zijn om hun reisgenooten in
+het fort Wills weer op te zoeken. Een treurige terugreis, dat verzeker
+ik u! Zwak en krachteloos sleepten Burke en zijn makker zich voort, tot
+zij Gray en King terugvonden. Vervolgens begaven zij zich zuidwaarts
+naar de Cooper's-kreek, langs denzelfden weg, dien zij gekomen waren.
+
+"De angst, de gevaren, het lijden, dat zij op die reis uitstonden, zijn
+ons slechts ten deele bekend; want het zakboekje der reizigers zwijgt er
+van. Maar het moet verschrikkelijk geweest zijn."
+
+"In de maand April toch, toen zij in de Cooper-vallei aankwamen, waren
+zij nog maar met hun drieën. Gray was onder het lijden bezweken. Vier
+kameelen waren dood. Gelukt het Burke nu maar het fort Wills te
+bereiken, waar Brahe hem met zijn voorraad levensmiddelen wacht, dan
+zijn hij en zijn makkers gered. Zij verdubbelen hunne pogingen; zij
+slepen zich nog eenige dagen voort; den 2lsten April bemerken zij de
+palissaden van het fort. Zij bereiken het!... Dienzelfden dag was Brahe
+na vijf maanden vergeefs gewacht te hebben, vertrokken."
+
+"Vertrokken!" riep de jonge Robert.
+
+"Ja, vertrokken! dienzelfden dag, door een jammerlijke gril van het lot!
+Het briefje, dat Brahe achtergelaten had, was nog geen zeven uren oud!
+Burke kon er niet aan denken hem in te halen. De ongelukkige verlatenen
+verkwikten zich een weinig met den voorraad, dien zij vonden. Maar het
+ontbrak hun aan middelen van vervoer, en honderd vijftig uren scheidden
+hen nog van de Darling.
+
+"Nu krijgt Burke, in strijd met de meening van Wills, het in het hoofd
+om de australische nederzettingen te bereiken, die digt bij den berg
+Hopeless, zestig uren van het fort Wills, liggen. Zij gaan op weg. Van
+de twee overgebleven kameelen smoort er een in een modderigen zijtak van
+de Cooper's-kreek; de andere kan geen stap meer doen; men moet hem
+dooden en zich met zijn vleesch voeden. Weldra zijn de levensmiddelen
+op. De drie ongelukkigen zijn verpligt zich met "nardou" te voeden, een
+waterplant, welker kiemkorrels eetbaar zijn. Uit gebrek aan water, uit
+gebrek aan middelen om het te vervoeren, kunnen zij zich niet van de
+oevers der Cooper verwijderen. De vlammen verslinden hun hut en hun
+reisbenoodigdheden, zij zijn verloren! De dood grijnst hen aan!
+
+"Burke riep King bij zich en zeide: "Mij schieten nog maar eenige uren
+levens over: ziedaar mijn horlogie en mijn aanteekeningen. Wanneer ik
+dood ben, verlang ik, dat gij mij een pistool in de regterhand geeft, en
+dat gij mij onbegraven in dezelfde houding laat zitten!" Dit waren
+Burke's laatste woorden. Den volgenden morgen ten acht ure gaf hij den
+geest.
+
+"Ontsteld en radeloos ging King een australischen volksstam opzoeken.
+Toen hij terug kwam, was Wills ook reeds gestorven. Wat King aangaat,
+deze werd door inboorlingen verpleegd en in de maand September door het
+gezelschap van Howitt teruggevonden, die te gelijk met Mac Kinlay en
+Landsborough uitgezonden was om Burke op te sporen. Van de vier
+reizigers overleefde er dus maar een dien togt over het vastland van
+Australië."
+
+Het verhaal van Paganel had een pijnlijken indruk achtergelaten in het
+gemoed zijner hoorders. Allen dachten aan kapitein Grant, die misschien
+evenals Burke en de zijnen ronddoolde in het hart van dat noodlottige
+vastland. Waren de schipbreukelingen ontsnapt aan het lijden, dat die
+stoute baanbrekers trof? Die overpeinzing was zoo natuurlijk, dat Mary
+Grant er de tranen door in de oogen kwamen.
+
+"Mijn vader! mijn arme vader!" jammerde zij.
+
+"Miss Mary! miss Mary!" riep John Mangles, "zulke rampen kunnen alleen
+hem treffen, die zich in de binnenlanden waagt! Maar kapitein Grant is
+immers evenals King in de handen der inboorlingen, en evenals King zal
+hij gered worden! Nooit heeft hij zich in zulk een droevigen toestand
+bevonden!"
+
+"Nooit!" voegde Paganel er bij, "en ik herhaal het, lieve miss! de
+Australiërs zijn herbergzaam."
+
+"God geve, dat gij de waarheid spreekt!" antwoordde het meisje.
+
+"En Stuart?" vroeg Glenarvan, die eenige afleiding wilde geven aan den
+stroom dier treurige gedachten.
+
+"Stuart?" herhaalde Paganel. "O, Stuart is gelukkiger geweest, en zijn
+naam prijkt met eere in de australische jaarboeken. Reeds van het jaar
+1848 af bereidde zich John Mac Doual Stuart, uw landgenoot, vrienden! op
+zijn reizen voor, door Stuart te vergezellen in de woestijnen ten
+noorden van Adelaïde. In 1860 poogde hij, maar te vergeefs, door slechts
+twee mannen vergezeld, in het binnenland van Australië door te dringen.
+Hij was er echter de man niet naar om zich te laten ontmoedigen. Op
+Nieuwjaarsdag van het jaar 1861 verliet hij aan het hoofd van elf
+vastberaden makkers de Chambers-kreek, en hield eerst stil op zestig
+uren van de golf van Carpentaria; maar gebrek aan levensmiddelen dwong
+hem naar Adelaïde terug te keeren, zonder dat hij het vreeselijke
+vastland had doorreisd. Toch durfde hij nog een kans wagen, en ontwierp
+hij het plan tot een derden togt, die ditmaal het zoo vurig gewenschte
+doel mogt bereiken.
+
+"Het parlement van Zuid-Australië trok zich dat nieuwe onderzoek sterk
+aan; het verleende een subsidie van twee duizend pond sterling. Stuart
+verzuimde geen van de voorzorgen, die de ondervinding op zijn vorige
+togten hem als noodig had doen kennen. Zijn vrienden, de natuurkundige
+Waterhouse, zijn vroegere medereizigers Thring en Kekwick, benevens
+Woodforde en Auld, in het geheel tien personen, voegden zich bij hem.
+Hij nam twintig zakken van amerikaansch leder mede, die elk zeven
+gallons konden inhouden, en den 5den April 1862 was het gezelschap
+bijeen aan het New-Castle-Water, over den achttienden graad breedte,
+hetzelfde punt, dat Stuart niet had kunnen overschrijden. Zijn weg liep
+ongeveer langs den honderd een en dertigsten graad lengte en dus zeven
+graden westelijker dan die van Burke.
+
+"Het New-Castle-Water zou de grondslag zijn der nieuwe onderzoekingen.
+Door digte bosschen omringd, poogde Stuart te vergeefs zich ten noorden
+en ten noordoosten een weg te banen. Evenmin gelukte het hem om in
+westelijke rigting de Victoria-rivier te bereiken, ondoordringbaar
+struikgewas sloot elken uitweg af.
+
+"Nu besloot Stuart van legerplaats te veranderen, en het gelukte hem ze
+een weinig noordelijker, in de moerassen van Hower te verplaatsen. Van
+daar oostwaarts trekkende ontdekte hij te midden van grasrijke vlakten
+de beek Daily, die hij een dertig mijlen ver volgde.
+
+"De streek werd prachtig; een squatter een met zulke weiden regt in zijn
+schik geweest zijn en er spoedig rijk worden, de gomboomen bereikten er
+een ontzettende hoogte. Vol verbazing ging Stuart steeds verder; hij
+bereikte de oevers der Strangway en der Roper's-kreek, die Leichardt
+ontdekt had; haar wateren stroomden tusschen palmboomen door, die zulk
+een tropische streek waardig waren; daar woonden inlandsche stammen, bij
+wie de reizigers goed ontvangen werden.
+
+"Van dit punt af rigtten zij zich naar het noord-noordwesten om in een
+landstreek met zandsteen en ijzerhoudende rotsblokken bedekt de bronnen
+der Adelaïde op te sporen, een rivier, die zich in de golf van Van
+Diemen stort. Zij trokken nu door Arnhemsland, te midden van palmkool,
+bamboes, dennen en slingerplanten. De Adelaïde werd breeder, haar oevers
+werden moerassig; de zee was nabij.
+
+"Dingsdag, dan 22sten Julij, was Stuart in de moerassen van Fresh-water
+gelegerd, waar de tallooze beken, die zijn weg doorsneden, hem zeer
+hinderlijk waren. Hij zond drie der zijnen uit om bruikbare wegen op te
+zoeken; 's anderen daags bereikten hij, na ondoorwaadbare kreeken
+omgetrokken en dikwijls in de slijkerige gronden weggezakt te zijn,
+eenige hooge met gras begroeide plekken, waar boschjes gomboomen en
+boomen met vezelachtige schors groeiden; daar vlogen ganzen, ibissen en
+zeer schuwe watervogels bij heele troepen rond. Inboorlingen waren er
+bijna in het geheel niet te zien. Alleen in de verte steeg de rook van
+eenige legerplaatsen omhoog.
+
+"Den 24sten Julij, negen maanden na zijn vertrek uit Adelaïde, vertrok
+Stuart 's morgens twintig minuten over achten in een noordelijke
+rigting; dienzelfden dag wil hij de zee bereiken; het land glooit
+zachtjes en is bezaaid met ijzererts en vulkanische steenen; de boomen
+verschrompelen, een gevolg van den zeewind; een alluviale vallei
+vertoont zich, door een gordijn van struiken begrensd. Stuart hoort
+duidelijk het geraas der branding; maar hij zegt er zijn makkers niets
+van. Zij dringen in een kreupelbosch, dat loten van een wilden wijnstok
+ondoordringbaar maken.
+
+"Stuart doet eenige schreden vooruit. Hij staat aan den oever van den
+Indischen oceaan! "De zee! de zee!" roept Thring verbaasd uit. De
+anderen komen aanloopen en begroeten den Indischen oceaan met een
+driewerf herhaald hoera!
+
+"Het vastland was ten vierden male doorkruist!
+
+"Overeenkomstig zijn belofte aan den gouverneur, Sir Richard Madonnell,
+gedaan, baadde Stuart zijn voeten en wiesch hij zijn aangezigt en handen
+in de golven der zee. Daarop keerde hij naar het dal terug en sneed in
+een boom zijn voorletters J.M.D.S. Aan een stroomend beekje sloegen zij
+een legerplaats op.
+
+"'s Anderen daags ging Thring onderzoeken, of de mond der Adelaïde ook
+in zuidwestelijken rigting bereikt kon worden; maar de grond was te
+moerassig voor den voet der paarden; zij moesten het opgeven.
+
+"Nu zoekt Stuart op een opene plaats een hoogen boom. Hij hakte er de
+takken van af, en heesch de australische vlag in top. In de schors van
+den boom werden deze woorden gesneden: _zoek een voet ten zuiden in den
+grond_.
+
+"En wanneer eenmaal een reiziger op de aangeduide plaats in den grond
+graaft, zal hij een blikken doos vinden en daarin een document, welks
+inhoud in mijn geheugen gegrift is:
+
+_Groote ontdekkingsreis en togt van het zuiden naar het noorden van
+Australië_.
+
+"De reizigers, onder bevel van John Mac Doual Stuart zijn hier den
+25sten Julij 1862 aangekomen, na geheel Australië van de Zuidzee tot aan
+de oevers van den Indischen oceaan, door het binnenland heen, bereisd te
+hebben. Zij hadden Adelaïde den 21sten Januarij 1861 verlaten en den
+26sten October 1861 vertrokken zij noordwaarts uit het laatste station
+der kolonie. Ter gedachtenis aan dit gelukkige voorval, hebben zij hier
+de australische vlag met den naam van den aanvoerder der expeditie
+ontplooid. Alles is wel. God bescherme de koningin!"
+
+"Daarop volgen de onderteekeningen van Stuart en zijn reisgenooten.
+
+"Zoo werd die groote gebeurtenis aan de vergetelheid ontrukt, die door
+de geheele wereld met verbazing werd vernomen."
+
+"En hebben al die moedige mannen hun vrienden in het zuiden
+teruggezien?" vroeg lady Helena.
+
+"Ja, mevrouw!" antwoordde Paganel; "allen, maar niet zonder vreeselijke
+vermoeijenissen. Stuart had het meest te lijden; zijn leven werd door de
+scheurbuik bedreigd, toen hij op de terugreis naar Adelaïde was. In het
+begin van September verergerde zijn kwaal zoo, dat hij niet anders
+dacht, of hij zou de bewoonde streken niet meer terugzien. Hij kon niet
+meer in den zadel blijven zitten; hij moest in een draagkoets liggende,
+die tusschen twee paarden inhing, verder reizen. Tegen het einde van
+October bragten bloedspuwingen hem aan den rand des grafs. Er werd een
+paard gedood om bouillon voor hem te koken; den 28sten October dacht hij
+te sterven, toen een heilzame crisis hem redde, en den 10den December
+bereikte het geheele gezelschap de eerste nederzettingen.
+
+"Den 17den December deed Stuart te Adelaïde zijn intogt onder het
+vreugdegejuich der opgetogen menigte. Maar hij bleef sukkelend, en kort
+daarop scheepte hij zich, na de groote gouden medaille der Maatschappij
+van aardrijkskunde verkregen te hebben, op de _Indus_ naar zijn geliefd
+Schotland, zijn vaderland, in, waar wij hem bij onze terugkomst zullen
+wederzien[1]."
+
+"Hij was een man met buitengewoon veel geestkracht begaafd," zeide
+Glenarvan, "en beter dan ligchaamskracht stelt zij in staat om groote
+dingen te verrigten. Schotland is er teregt trotsch op hem onder zijn
+zonen te mogen tellen."
+
+"En heeft na Stuart geen reiziger meer nieuwe ontdekkingstogten
+ondernomen?" vroeg lady Helena.
+
+"Jawel, mevrouw!" antwoordde Paganel. "Ik heb reeds dikwijls van
+Leichardt gesproken. Deze reiziger had reeds in 1844 een merkwaardigen
+togt door Noord-Australië gedaan. In 1848 ondernam hij een nieuwe reis
+naar het noord-oosten. In geen zeventien jaar heeft men iets meer van
+hem gehoord. Verleden jaar heeft de vermaarde plantenkenner, docter
+Muller, te Melbourne een openbare inschrijving geopend om de kosten
+eener expeditie te dekken. Spoedig was de lijst volgeteekend, en den
+21sten Junij 1864 heeft een troep moedige squatters onder bevel van den
+bekwamen en moedigen Mac Intyre de grasrijke oevers der Paroo verlaten.
+Op dit oogenblik moeten zij ter opsporing van Leichardt reeds diep in
+het binnenland doorgedrongen zijn. Mogen zij slagen en mogen ook wij,
+even als zij, de vrienden, die ons dierbaar zijn, terug vinden!"
+
+Hier eindigde het verhaal van den aardrijkskundige. Het uur was reeds
+vergevorderd. Allen bedankten Paganel en weinige oogenblikken daarna
+sliepen zij gerust, terwijl de klok vogel, in het gebladerte der witte
+gomboomen verborgen, in de stilte van den nacht geregeld de minuten
+aangaf.
+
+
+[1] Jacques Paganel heeft Stuart na zijn terugkomst in Schotland kunnen
+wederzien; maar hij heeft zich niet lang in den omgang met dien
+vermaarden reiziger mogen verheugen. Stuart is den 5de Juny 1866 in een
+geringe woning te Nottingham-Hill overleden.
+
+
+
+
+XII.
+
+De spoorweg van Melbourne naar Sandhurst.
+
+
+Niet zonder eenigen angst had de majoor Ayrton de legerplaats aan de
+Wimerra zien verlaten om in het station te Black-Point een hoefsmid te
+gaan halen. Maar hij liet zich geen woord ontvallen van zijn persoonlijk
+wantrouwen, en vergenoegde zich met op de omstreken der rivier een
+wakend oog te houden. De rust dier vreedzame velden werd in het geheel
+niet gestoord, en na eenige uren verrees de zon weder boven de kimmen.
+
+Glenarvan daarentegen vreesde alleen, dat Ayrton onverrigter zake terug
+mogt keeren. Bij gebrek aan werkvolk kon de wagen niet verder. Het
+oponthoud zou misschien verscheidene dagen duren, en ongeduldig om te
+slagen, vurig verlangend zijn doel te bereiken, kon Glenarvan geen
+uitstel dulden.
+
+Gelukkig had Ayrton zijn tijd niet verspild noch vergeefsche moeite
+gedaan: 's anderen daags kwam hij met zonsopgang terug. Er was iemand
+bij hem, die zich voor een hoefsmid uit het station Black-Point uitgaf.
+Het was een stevige lange kerel, maar zijn gemeen en beestachtig gezigt
+nam niet gunstig voor hem in. Maar dat kwam er niet veel op aan, als hij
+zijn vak maar verstond. In allen gevalle praatte hij weinig en hij
+versleet zijn tong niet met noodeloos gebabbel.
+
+"Is het een bekwaam werkman?" vroeg John Mangles den bootsman.
+
+"Ik ken hem evenmin als gij, kapitein!" antwoordde Ayrton, "wij zullen
+zien."
+
+De hoefsmid ging aan het werk. Het was een man van het vak, dat kon men
+wel zien aan de manier, waarop hij het voorstel van den wagen herstelde.
+Hij werkte handig en legde daarbij buitengewone ligchaamskracht aan den
+dag. De majoor merkte op, dat het vleesch van zijn handgewrichten sterk
+weggevreten was en een zwartachtigen ring van uitgestort bloed
+vertoonde. Dit was het teeken van een versche wond, die slechts ten
+halve verborgen werd door de mouwen van een slecht wollen hemd. Mac
+Nabbs vroeg den hoefsmid naar de oorzaak van dat ongemak, dat zeer
+pijnlijk moest zijn. Maar hij gaf geen antwoord en ging voort met zijn
+werk. Na verloop van een paar uur was de schade aan den wagen hersteld.
+Het paard van Glenarvan was ook spoedig gereed. De hoefsmid had gezorgd
+de hoefijzers kant en klaar mee te brengen. Die ijzers hadden iets
+bijzonders, dat den majoor niet ontging. Het was een klaverblad, dat van
+voren ruw afgehakt was. Mac Nabbs liet het aan Ayrton zien.
+
+"Dat is het merk van Black-Point," antwoordde de bootsman. "Daardoor kan
+men de paarden nagaan, die van het station wegloopen, zonder ze met
+andere te verwarren."
+
+De ijzers zaten weldra aan den hoef van het paard. Daarna vorderde de
+hoefsmid zijn loon en ging heen zonder vier woorden gesproken te hebben.
+
+Een half uur later waren de reizigers op weg. Achter de gordijn van
+mimosa's strekte zich een opene ruimte uit, die haar naam "open plein"
+teregt droeg. Eenige kwarts- en ijzerhoudende steenblokken lagen
+tusschen de struiken, het hooge gras en de palissaden, binnen welke
+talrijke kudden graasden. Eenige mijlen verder maakten de wielen van den
+wagen diepe sporen in den drassigen bodem, door kreeken doorsneden, die
+half verscholen waren onder een kleed van reusachtig riet. Daarop kwam
+men door uitgestrekte zoutsteppen, wier verdamping in vollen gang was.
+De reis leverde geen moeijelijkheden op en om de waarheid te zeggen,
+niemand verveelde zich.
+
+Lady Helena noodigde de ruiters uit haar ieder op zijn beurt te komen
+bezoeken, want haar salon was zeer bekrompen. Maar zoo verpoosde ieder
+zich van de vermoeienissen van het paardrijden, en ontspande zich in het
+gesprek met die beminnelijke vrouw. Met behulp van miss Mary hield lady
+Helena met de grootste bevalligheid de eer van haar verplaatsbaar salon
+op. John Mangles werd bij die dagelijksche uitnoodigingen niet vergeten,
+en de ernstiger toon van zijn gesprek mishaagde niet. Integendeel.
+
+Zoo sneed men dwars den postweg van Crowland naar Horsham, een zeer
+stoffigen weg, waarvan de voetgangers weinig gebruik maakten. Op de
+grens van het graafschap Talbot ging men digt voorbij eenige lage
+heuvelklingen, en 's avonds kwam het gezelschap tot drie mijlen boven
+Maryborough. Er viel een fijne regen, die in ieder ander land den grond
+doornat zou gemaakt hebben; maar hier nam de lucht de vochtigheid zoo
+volkomen en zoo spoedig op, dat zij er geen last van hadden.
+
+Den volgenden dag, den 29sten December, werd de reis eenigsins vertraagd
+door een aaneenschakeling van bergjes, die een klein Zwitserland
+vormden. Het ging onophoudelijk bergop bergaf, en menige onzachte schok
+bleef niet uit. De reizigers gingen een eind weegs te voet, en gevoelden
+er geen spijt over.
+
+Ten elf ure kwamen zij te Carlsbrook, een vrij aanzienlijke gemeente.
+Ayrton wilde de stad om-, niet doorrijden, om tijd te winnen, naar hij
+zeide. Glenarvan was het met hem eens; maar de altijd nieuwsgierige
+Paganel wenschte Carlsbrook te bezigtigen. Men liet hem begaan, terwijl
+de wagen zachtjes voortreed.
+
+Naar gewoonte nam Paganel Robert mede. Zijn bezoek aan de gemeente
+duurde maar kort, maar toch lang genoeg om hem een naauwkeurig overzigt
+van de australische steden te geven. Er was een bank, een geregtshof,
+een markt, een school, een kerk, en een honderdtal huizen, allen naar
+hetzelfde model van baksteenen opgetrokken. Alles was naar den
+engelschen bouwtrant in den vorm van een regelmatigen vierhoek, met
+evenwijdig loopende straten doorsneden, aangelegd. Niets is eenvoudiger,
+maar ook niets onbevalliger. Wanneer de stad uitgebreider wordt,
+verlengt men de straten, evenals men den broek van een kind uitlegt, dat
+grooter wordt, zoodat de oorspronkelijke evenredigheid niet in het minst
+verbroken wordt.
+
+Er heerscht veel bedrijvigheid te Carlsbrook, een opmerkelijk
+verschijnsel in die steden, welke eerst van gisteren dagteekenen. In
+Australië schijnen de steden als boomen door de zonnewarmte uit den
+grond op te schieten. De straten waren vol menschen, die het allen even
+druk hadden; goudverzenders verdrongen elkander aan de bureaux, waar het
+aankwam; onder geleide van een inlandsche politiemagt kwam het kostbare
+metaal uit de mijnen van Bendigo en den Alexander-berg. Al die lieden,
+welke het eigenbelang voortjoeg, dachten alleen aan hun zaken, en de
+vreemdelingen werden in die woelige menigte niet eens opgemerkt.
+
+Na een uur doorgebragt te hebben met Carlsbrook te doorloopen, voegden
+de beide bezoekers zich bij hun reisgenooten, die een zorgvuldig
+bebouwde vlakte doortrokken. Daaraan grensden groote weiden, bekend
+onder den naam van "Low Level plains," met tallooze kudden en
+herdershutten bedekt. Daarop vertoonde zich zonder eenigen overgang de
+woestijn, met het onverwachte, dat aan de natuur in Australië eigen is.
+De heuvelen van Simpson en de Tarrangower-berg wezen de plaats aan, waar
+het district Loddo in het zuiden den honderd vier en veertigsten graad
+lengte aanraakt.
+
+Intusschen had men tot nog toe geen enkelen stam van in den Wilden staat
+verkeerende inboorlingen aangetroffen. Glenarvan vroeg zich af, of er in
+Australië geen Australiërs waren, evenals de Indianen in de
+argentijnsche pampa's ontbroken hadden. Maar Paganel zeide hem, dat de
+wilden op deze breedte de vlakten van de Murray bezochten, die honderd
+mijlen oostelijker liggen.
+
+"Wij naderen het goudland," zeide hij; "binnen twee dagen zullen wij het
+rijke gewest van den Alexanderberg doortrekken. Daar is in 1852 de wolk
+van goudzoekers neergestreken. De inboorlingen hebben de wijk moeten
+nemen naar de woestijnen in het binnenland. Wij zijn in een beschaafd
+land, al zou men het niet zeggen, en voor den avond nog zal onze weg den
+spoorweg gesneden hebben, die de Murray met de zee verbindt. Ik mag het
+niet zwijgen, vrienden! een spoorweg in Australe is in mijn oog iets
+heel vreemds."
+
+"Waarom dat, Paganel?" vroeg Glenarvan.
+
+"Waarom? wel, omdat mijn verstand daar niet bij kan. O, ik weet wel, dat
+gij Engelschen, gewoon uw afgelegene bezittingen te koloniseeren, die
+electrische telegrafen en wereldtentoonstellingen op Nieuw-Zeeland hebt,
+dat alles heel eenvoudig zult vinden! Maar dat brengt een Franschman,
+zooals ik ben, van de wijs en verwart al zijn denkbeelden over
+Australiën."
+
+"Omdat gij aan het verledene denkt en het tegenwoordige over het hoofd
+ziet," antwoordde John Mangles.
+
+"Toegestemd," hernam Paganel; "maar snuivende locomotieven in de
+woestijn, stoom, die om de takken der mimosa's heen krinkelend omhoog
+stijgt, miereneters, vogelbekdieren en kasuarissen, die voor de
+sneltreinen vlugten, wilden, die den trein van drie uren dertig minuten
+nemen om van Melbourne naar Kyneton, naar Castlemaine, Sandhurst of naar
+Echuca te gaan, dat alles zal wel de verwondering wekken van een ieder,
+die geen Engelschman of Amerikaan is. Met uw spoorwegen verdwijnt de
+poëzie der woestijn."
+
+"Wat maakt dat uit, als de vooruitgang er maar in doordringt!"
+antwoordde de majoor.
+
+Een schel fluitje maakte een einde aan het gesprek. De reizigers waren
+geen mijl van den spoorweg af. Een locomotief, die uit het zuiden kwam
+en stopte, bleef juist staan op het punt, waar de ijzerbaan en den weg,
+dien de wagen bereed, elkander kruisten.
+
+Die spoorweg verbond, zooals Paganel gezegd had, de hoofdstad van
+Victoria met de Murray, de grootste rivier van Australië. Die
+ontzaggelijke stroom, welken Stuart in 1828 ontdekte, komt uit de
+australiscbe Alpen, neemt de Lachlan en de Darling op, maakt de
+noordelijke grens der provincie Victoria uit, en valt bij Adelaïde in de
+Encounter-baai. Hij loopt door rijke en vruchtbare streken, en de
+stations der squatters nemen in zijn stroomgebied sterk toe, ten gevolge
+van de gemakkelijke gemeenschap met Melbourne, die de spoorweg tot stand
+heeft gebragt.
+
+Die spoorweg was nu over een lengte van honderd en vijf mijlen tusschen
+Melbourne en Sandhurst geopend, en liep voorbij Kyneton en Castlemaine.
+In aanleg was nog een lengte van zeventig mijlen tot Echuca, de
+hoofdplaats der Riverine-kolonie, die in ditzelfde jaar aan de Murray
+gesticht was.
+
+De zeven en dertigste parallel sneed den spoorweg eenige mijlen boven
+Castlemaine, juist bij de Camden-brug, die over de Lutton, een der
+talrijke zijtakken van de Murray, was gelegd.
+
+Naar dit punt rigtte Ayrton zijn wagen; de ruiters galoppeerden een
+poosje vooruit tot aan de Camden-brug. Een levendig gevoel van
+nieuwsgierigheid lokte hen daarheen.
+
+Een talrijke menigte toch begaf zich naar de spoorbrug. De bewoners der
+omliggende stations verlieten hun huizen, de herders hun kudden, en
+allen verdrongen zich op de toegangen tot den weg. Duidelijk hoorde men
+het herhaald geroep:
+
+"Naar den spoorweg! naar den spoorweg!"
+
+Zeker had er een ernstig voorval plaats gehad, dat al die opschudding
+veroorzaakte. Misschien een groote ramp.
+
+Glenarvan en zijn reisgenooten zetten hun paarden aan. In weinige
+minuten kwamen zij bij de Camden-brug. Daar werd hun de oorzaak dier
+zamenscholing weldra duidelijk.
+
+Een vreeselijk ongeluk had er plaats gehad, dat de toeschouwers aan de
+ergste rampen op de amerikaansche spoorwegen deed denken: de trein had
+wel geen anderen ontmoet, maar was uit het spoor geraakt en in de diepte
+gestort. De rivier, over welke de spoorweg liep, was gedempt met brokken
+van de wagens en de locomotief. Hetzij de brug onder den last van den
+trein was bezweken, hetzij de wagens uit het spoor waren geraakt, vijf
+van de zes rijtuigen waren met de locomotief in de bedding der Lutton
+neergestort. Alleen de laatste waggon, die wonderdadig behouden was
+gebleven door het breken van den ketting, was een paar voet van den
+afgrond blijven staan. Beneden was het een akelige opeenhooping van
+zwarte en gebroken assen, vernielde wagens, omgebogen spoorstaven en
+verkoolde dwarsbalken. De stoomketel, die door den schok gesprongen was,
+had de ijzeren platen tot op ontzettende afstanden geslingerd. Uit dien
+verwarden hoop onkenbare voorwerpen stegen nog eenige vlammen en stoom
+met een zwarten rook vermengd omhoog. Op den vreeselijken val was de nog
+vreeselijker brand gevolgd! Hier en daar lagen groote plassen bloed,
+verstrooide ledematen en verkoolde lijken, en niemand kon berekenen
+hoeveel offers onder die overblijfselen opgehoopt waren.
+
+Glenarvan, Paganel, de majoor en Mangles mengden zich onder het volk en
+luisterden naar de verschillende gesprekken. Een ieder zocht een oorzaak
+van de ramp, terwijl zij vlijtig werkten om nog iemand te redden.
+
+"De brug is gebroken," zeide de een.
+
+"Gebroken? het mogt wat!" zeiden de anderen. "Zij is zoo weinig
+gebroken, dat ze nog onbeschadigd is. Men heeft vergeten ze bij de
+nadering van den trein te sluiten. Dat is alles."
+
+Het was inderdaad een draaibrug, die ten behoeve van de scheepvaart
+geopend werd. Had dan de brugwachter door een onvergetelijke
+achteloosheid vergeten ze te sluiten, en was zoo de trein, die in volle
+vaart kwam aanstoomen, nu de grond hem eensklaps ontviel, in de Lutton
+gestort? Dit gevoelen scheen zeer aannemelijk; want terwijl de eene
+helft van de brug onder de gebroken wagens lag, hing de andere aan de
+overzijde nog onbeschadigd aan haar kettingen. Er viel niet aan te
+twijfelen! De achteloosheid van den wachter had dit onheil veroorzaakt.
+
+Het ongeluk was 's nachts gebeurd met den trein N° 37, die kwart voor
+twaalven van Melbourne was vertrokken. Het moet omstreeks kwart over
+drieën geweest zijn, toen de trein, vijf en twintig minuten na het
+station Castlemaine verlaten te hebben, aan de Camden-brug kwam en dit
+ongeluk kreeg. Dadelijk gingen de reizigers en beambten uit den laatsten
+wagen hulp zoeken; maar de telegraaf, welks palen op den grond lagen,
+werkte niet meer. Er verliepen drie uren voor de autoriteiten van
+Castlemaine, op de plaats des onheils aankwamen. Het was dus 's morgens
+zes ure voor er orde werd gesteld op de maatregelen tot redding onder
+toezigt van den heer Mitchell, inspecteur-generaal der kolonie, en van
+een afdeeling politie-agenten onder bevel van een commissaris van
+politie. De squatters en hun knechts waren hun te hulp gekomen en deden
+eerst pogingen om den brand te blusschen, die met onweerstaanbaar geweld
+die overblijfselen verteerde. Eenige onkenbare lijken lagen tegen de
+glooijing van den weg. Maar men moest het opgeven om een levend wezen
+uit dien vuurgloed te redden. De vlammen hadden het werk der verwoesting
+spoedig voltooid. Van al de passagiers, wier aantal men niet kende,
+waren er maar tien over, die in den laatsten wagen zaten. Het bestuur
+van de spoorwegmaatschappij had een hulp-locomotief gezonden om hen naar
+Castlemaine terug te brengen.
+
+Inmiddels stond lord Glenarvan, die met den inspecteur kennis had
+gemaakt, met dezen en den commissaris te praten. Deze was een lang en
+mager man, van een onverstoorbare koelbloedigheid, en die, schuilde er
+misschien nog een greintje gevoel in zijn hart, er op zijn onbewegelijk
+gelaat althans niets van liet merken. Hij stond voor een ramp gelijk een
+wiskundige voor een vraagstuk; hij trachtte ze op te lossen en de
+onbekende er uit te berekenen. Toen dan ook Glenarvan zeide: "Welk een
+groot ongeluk!" antwoordde hij heel bedaard:
+
+"Het lijkt er niet naar, mylord!"
+
+"Lijkt het er niet naar!" riep Glenarvan, wien dat gezegde niet
+aanstond, "noemt gij dat dan geen ongeluk?"
+
+"Wel neen! Ik noem het een misdaad!" antwoordde de commissaris van
+politie op een bedaarden toon.
+
+Zonder verder bij die uitdrukking stil te staan, wendde Glenarvan zich
+tot den heer Mitchell en zag hem vragend aan.
+
+"Ja, mylord!" antwoordde de inspecteur-generaal, "ons onderzoek heeft
+ons zekerheid gegeven, dat die ramp het gevolg is van een misdaad. De
+laatste goederenwagen is geplunderd; de geredde reizigers zijn door een
+bende van vijf of zes booswichten aangevallen. De brug is met opzet,
+niet uit achteloosheid, geopend, en brengt men dit feit in verband met
+de verdwijning van den brugwachter, dan mag men daaruit afleiden, dat
+die ellendeling de medepligtige der booswichten is geweest."
+
+Bij deze gevolgtrekking van den inspecteur-generaal schudde de
+commissaris zachtjes het hoofd.
+
+"Zijt gij niet van mijn gevoelen?" vroeg hem de heer Mitchell.
+
+"Neen, wat de medepligtigheid van den brugwachter aangaat."
+
+"Die medepligtigheid aangenomen zijnde," hernam de inspecteur-generaal,
+"mogen wij de misdaad toeschrijven aan de wilden, die in den omtrek van
+de Murray rondzwerven. Zonder den wachter hebben die inboorlingen de
+draaibrug niet kunnen openen, welker inrigting hun onbekend is."
+
+"Juist," antwoordde de commissaris van politie.
+
+"Uit de verklaring van een schipper," vervolgde de heer Mitchell, "die
+gisteren avond tien minuten over half elf met zijn vaartuig door de
+Camden-brug gekomen is, blijkt verder, dat de brug, toen hij er door
+was, behoorlijk gesloten is."
+
+"Zeer waar."
+
+"Bij gevolg is mijns inziens de medepligtigheid van den wachter
+voldoende bewezen."
+
+De commissaris van politie ging voort met het hoofd te schudden.
+
+"Schrijft gij den de misdaad niet aan de wilden toe, mijnheer?" vroeg
+hem Glenarvan.
+
+"In het geheel niet."
+
+"Maar aan wie dan?"
+
+Juist ontstond er een vrij hevig rumoer een halve mijl stroomopwaarts.
+Daar was een hoop menschen bijeen, die telkens aangroeide. Spoedig waren
+zij bij het station. In het midden van de menigte droegen twee mannen
+een lijk. Het was het reeds ijskoude lijk van den wachter. Een dolkstoot
+had hem in het hart getroffen. Het doel der moordenaars, toen zij het
+ligchaam vrij ver van de Camden-brug afsleepten, was zeker geweest de
+vermoedens der politie bij de eerste nasporingen af te leiden.
+
+Deze ontdekking nu regtvaardigde ten volle den twijfel van den
+commissaris. De wilden hadden volstrekt geen deel aan de misdaad.
+
+"De moordenaars," zeide hij, "zijn reeds lang bekend met het gebruik van
+dit kleine instrument."
+
+Dit zeggende, liet hij een paar "darbies" zien, een soort van
+handboeijen, bestaande uit een dubbelen ijzeren ring voorzien van een
+slot.
+
+"Binnen kort zal ik het genoegen hebben," voegde hij er bij, "hun deezen
+armband voor hun nieuwejaar aan te bieden."
+
+"Maar wie verdenkt gij dan?..."
+
+"Lieden, die gratis met Harer Majesteits schepen gereisd hebben."
+
+"Wat! gedeporteerden!" riep Paganel, die bekend was met deze in de
+australische koloniën gebruikelijke spreekwijze.
+
+"Ik dacht," merkte Glenarvan aan, "dat de gedeporteerden zich niet
+mogten ophouden in de provincie Victoria?"
+
+"Ba!" antwoordde de commissaris van politie, "al hebben zij dat regt
+niet, zij nemen het toch! Soms gebeurt het wel, dat die gedeporteerden
+ontsnappen, en ik zou mij zeer vergissen, als dezen niet regelregt van
+Perth kwamen. Gij moogt mij vrij gelooven, zij zullen er weer heen."
+
+De heer Mitchell gaf door een gebaar te kennen, dat hij het met den
+commissaris van politie eens was. In dit oogenblik kwam de wagen digt
+bij den spoorweg. Glenarvan wilde de dames het vreeselijke schouwspel,
+dat de Camden-brug opleverde, besparen. Hij groette den
+inspecteur-generaal, nam afscheid van hem, en wenkte zijn vrienden om
+hem te volgen.
+
+"Dat is geen reden om onze reis niet voort te zetten," zeide hij.
+
+Bij den wagen gekomen, vertelde Glenarvan aan lady Helena alleen, dat er
+een spoorweg-ongeluk had plaats gehad, zonder te reppen van het aandeel,
+dat de misdaad aan die ramp had; evenmin maakte hij gewag van de
+tegenwoordigheid in dien omtrek van een bende gedeporteerden, daar hij
+plan had om Ayrton hiervan onder vier oogen kennis te geven. Daarop trok
+het kleine gezelschap eenige honderden ellen beneden de brug over den
+spoorweg en zette het de reis in oostelijke rigting voort.
+
+
+
+
+XIII.
+
+Een eerste prijs in de aardrijkskunde.
+
+
+Aan den gezigteinder vertoonden zich eenige heerlijke heuvels, die twee
+mijlen van den spoorweg af de vlakte begrensden. Weldra was de wagen in
+een doolhof van naauwe en grillig door elkander geslingerde engten. Zij
+liepen op een liefelijke landstreek uit, waar schoone boomen, die geen
+bosch vormden, maar in afzonderlijke groepjes bijeenstonden, met echt
+tropische weelderigheid opschoten. Het meest liepen de "casuarina's" in
+het oog, die aan den eik den stevigen bouw van zijn stam, aan de acacia
+haar geurige schillen, en aan den denneboom de hardheid zijner naar het
+grijsgroene zweemende bladeren schijnen ontleend te hebben. Tusschen hun
+takken vertoonden zich de aardige kegels van den "banksia latifolia,"
+bekend om zijn allersierlijkste slankheid. Groote heesters met
+overhangende twijgen maakten te midden van het zware geboomte een
+uitwerking, alsof een groen water over den rand van al te volle bekkens
+liep. Het oog dwaalde onzeker rond over al die wonderen der natuur en
+wist niet, wat het eerst te bewonderen.
+
+Het kleine gezelschap had een oogenblik stilgehouden. Op bevel van lady
+Helena had Ayrton de ossen stil laten staan. Het knarsen van de lompe
+wielen op het kwartshoudende zand hield op. Onder de boomgroepen
+strekten zich groote grastapijten uit, die alleen door eenige
+oneffenheden en regelmatige verheffingen van den bodem in vrij
+duidelijke ruiten verdeeld werden, alsof zij een groot schaakbord
+vormden.
+
+Paganel vergiste zich niet, toen hij die groene eenzame vlakten zag, die
+zoo bij uitstek geschikt zijn voor de eeuwige rust; hij herkende die
+vierkante grafgestichten, waarvan het gras thans de laatste sporen
+uitwischt, en die de reiziger nog zoo zelden in Australië aantreft.
+
+"De boschjes van den dood," zeide hij.
+
+En werkelijk lag er een inlandsche begraafplaats voor hem, maar zoo
+frisch, zoo lommerrijk, zoo vervrolijkt door uitgelatene zwermen vogels,
+zoo aanlokkelijk, dat het volstrekt geen droevige denkbeelden opwekte.
+Zoo moeten de tuinen van het paradijs er hebben uitgezien, voor de dood
+op aarde heerschte. Zij scheen voor de levenden aangelegd te zijn. Maar
+die grafteekens, welke de wilde met vrome zorg onderhield, verdwenen
+reeds onder den weelderigen plantengroei. De verovering had den
+Australiër verre verjaagd van het land, waarin zijn voorvaderen rustten,
+en de kolonisatie zou die velden weldra overgeven aan de tand der
+kudden. Die boschjes zijn dan ook zeldzaam geworden, en hoevele, die een
+pas verdwenen menschengeslacht bedekken, zijn reeds vertreden onder de
+voeten van den onverschilligen reiziger.
+
+Inmiddels reden Paganel en Robert de anderen vooruit en doorkruisten
+kleine lommerrijke lanen tusschen de grasheuveltjes. Zij praatten met en
+leerden van elkander; want de aardrijkskundige beweerde, dat hij veel
+nut trok uit den omgang met den jongen Grant. Maar zij waren nog geen
+kwartmijl ver, toen lord Glenarvan hen zag stilstaan, toen afstijgen en
+eindelijk zich vooroverbuigen. Naar hun levendige gebaren te oordeelen,
+beschouwden zij een zeer buitengewoon voorwerp.
+
+Ayrton dreef zijn ossen aan, zoodat de wagen spoedig de beide vrienden
+inhaalde. Nu bleek terstond, waarom zij stilstonden en wat hun
+verwondering gaande maakte. Een inlandsch kind, een knaap van een jaar
+of acht, op zijn europeesch gekleed, lag rustig te slapen in de schaduw
+van een prachtigen banksia. Men kon zich niet vergissen in de duidelijke
+kenmerken van zijn ras: zijn kroeskop, zijn bijna zwarte kleur, zijn
+platte neus, zijn dikke lippen, zijn buitengemeen lange armen, alles
+bewees, dat hij bij de inboorlingen in het binnenland te huis behoorde.
+Maar zijn gelaat teekende schranderheid, en het was zeker, dat de
+opvoeding den jongen wilde reeds eenigzins had ontwikkeld.
+
+Lady Helena, die op het eerste gezigt zeer met hem ingenomen was, steeg
+af, en weldra omringde het geheele gezelschap den kleinen inboorling,
+die nog gerust sliep.
+
+"Arm kind!" zeide Mary Grant; "zou hij in deze woestijn verdwaald zijn?"
+
+"Ik gis," antwoordde lady Helena, "dat hij ver van hier is gekomen om
+deze boschjes van den dood te bezoeken! Hier rusten zonder twijfel
+degenen, die hij liefhad!"
+
+"Maar wij kunnen hem hier niet laten liggen," zeide Robert. "Hij is
+alleen!... en...."
+
+Robert werd in het midden van zijn liefderijken volzin gestoord door een
+beweging van den jongen inboorling, die zich omkeerde zonder wakker te
+worden; maar hoe vreemd keken nu allen op, toen zij op zijn rug een
+papier zagen en daarop de volgende woorden lazen:
+
+_Toliné._
+_Te bezorgen te Echuca._
+_Adres: Jeffriss Smith, spoorwegbeambte._
+_Franco._
+
+"Zoo zijn de Engelschen!" riep Paganel. "Zij verzenden een kind als een
+baal! zij adresseeren hem als een pak! Ik had het vroeger wel gehoord,
+maar ik wilde het niet gelooven."
+
+"Arme kleine!" zeide lady Helena. "Was hij in den trein, die bij de
+Camden-brug uit het spoor is geraakt? Misschien zijn de ouders omgekomen
+en staat hij nu alleen op de wereld!"
+
+"Ik geloof het niet, mevrouw!" antwoordde John Mangles. "Dit papier
+bewijst veeleer, dat hij alleen reisde."
+
+"Hij wordt wakker," zeide Mary Grant.
+
+Het kind ontwaakte inderdaad. Langzaam opende bij zijn oogen, maar hij
+sloot ze terstond weder, wegens den fellen zonneschijn. Maar lady Helena
+vatte zijn hand; hij stond op en sloeg een verwonderden blik op de hem
+omringende reizigers. Eenige vrees vertoonde zich eerst op zijn gelaat,
+maar lady Glenarvan ziende, stelde hij zich weer gerust.
+
+"Verstaat gij engelsch, vriendje?" vroeg hem de dame.
+
+"Ik versta en spreek het," antwoordde het kind in de taal der reizigers,
+maar met een zeer sterk accent.
+
+Zijn uitspraak kwam bijna overeen met die van de Franschen, die zich in
+de taal van het Vereenigd Koningrijk uitdrukken.
+
+"Hoe heet gij?" vroeg lady Helena.
+
+"Toliné," antwoordde de jonge inboorling.
+
+"Zoo, Toliné!" riep Paganel. "Vergis ik mij niet, dan beteekent dat
+woord in het australisch "boomschors"?"
+
+Toliné knikte van ja, en zag weer naar de reizigsters.
+
+"Vanwaar komt gij, vriendje?" hernam lady Helena.
+
+"Van Melbourne, met den trein van Sandhurst."
+
+"Waart gij dan in den trein, die bij de Camden-brug uit het spoor is
+geraakt?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ja, mijnheer!" antwoordde Toliné; "maar de Heere heeft mij bewaard."
+
+"Reisdet gij alleen?"
+
+"Alleen. De eerwaarde Paxton had mij toevertrouwd aan het opzigt van
+Jeffries Smith. Ongelukkig heeft de arme beambte bij die ramp het leven
+ingeschoten."
+
+"En kendet gij niemand op den trein?"
+
+"Niemand, mijnheer! maar God waakt over de kinderen en verlaat ze
+nooit!"
+
+Toliné sprak deze woorden met zachte, roerende stem. Toen hij van God
+sprak, werd zijn toon deftiger, zijn oogen schitterden, en het was
+duidelijk, dat die kinderlijke ziel opregt vroom was.
+
+Die godsdienstige geestdrift op zoo jeugdigen leeftijd is gemakkelijk te
+verklaren. Dit kind was een van de jonge inboorlingen, die door
+engelsche zendelingen gedoopt en door hen volgens de strenge regelen der
+Methodisten opgevoed waren. Zijn kalme antwoorden, zijn zindelijk
+voorkomen, zijn donkere kleeren gaven hem reeds het uitzigt van een
+kleinen predikant.
+
+Maar waar ging hij toch heen in die woeste streken en waarom had hij de
+Camden-brug verlaten? Lady Helena ondervroeg hem dienaangaande.
+
+"Ik keerde naar mijn stam, in Lachlan, terug," antwoordde hij. "Ik wil
+mijn famielje terugzien."
+
+"Australiërs?" vroeg John Mangles.
+
+"Australiërs uit Lachlan," antwoordde Toliné.
+
+"En hebt gij een vader, een moeder?" zeide Robert Grant.
+
+"Ja, broeder!" antwoordde Toliné, terwijl hij den jongen Grant, wien de
+broedernaam gevoelig trof, de hand toereikte. Hij omhelsde den kleinen
+inboorling, en meer was er niet noodig om hen vrienden te doen worden.
+
+Intusschen waren de reizigers, die veel belang begonnen te stellen in de
+antwoorden van dien jongen wilde, de een voor en de ander na bij den
+banksia gaan zitten om naar hem te luisteren. Reeds ging de zon onder
+achter de groote boomen. Daar de plaats geschikt scheen voor een
+nachtverblijf en het weinig uitmaakte, of zij voor den nacht nog eenige
+mijlen verder kwamen, gaf Glenarvan bevel om de legerplaats in
+gereedheid te brengen. Ayrton spande de ossen uit; met behulp van
+Mulrady en Wilson kluisterde hij ze en liet ze naar hartelust grazen. De
+tent werd opgeslagen. Olbinett maakte het avondeten klaar. Toliné nam na
+eenige aarzeling, hoewel hij honger had, de uitnoodiging aan om mede te
+eten. Men ging dus aan tafel; de beide kinderen zaten naast elkander.
+Robert zocht de lekkerste beetjes voor zijn nieuwen makker uit, en
+Toliné nam ze met een bedeesde en innemende bevalligheid aan.
+
+Het gesprek kwijnde echter niet. Elk stelde belang in het kind en had
+hem iets te vragen. Men was nieuwsgierig naar zijn geschiedenis. Deze
+was zeer eenvoudig. Reeds zeer vroeg was hij, naar de gewoonte der arme
+inboorlingen, die in de nabijheid der kolonie zich ophouden, aan de zorg
+van liefdadige inrigtingen toevertrouwd. De Australiërs zijn zacht van
+aard. Zij leggen jegens hun overheerschers dien woesten haat niet aan
+den dag, die het kenmerk is van de Nieuw-Zeelanders en misschien ook van
+eenige stammen van Noord-Australië. Zij bezoeken de groote steden,
+Adelaïde, Sydney, Melbourne, waar men ze bijna in paradijs-kostuum ziet
+rondloopen. Zij brengen er de geringe voortbrengselen hunner nijverheid,
+zooals jagt- en vischtuig en wapenen, ter markt, en sommige stamhoofden
+laten, zeker uit zuinigheid, gaarne toe, dat hun kinderen deelen in de
+voorregten eener engelsche opvoeding.
+
+Zoo hadden ook de ouders van Toliné, echte wilden uit Lachlan, een
+uitgestrekte landstreek aan gene zijde van de Murray, gedaan. Reeds vijf
+jaren woonde hij te Melbourne, en in al dien tijd had hij niemand van
+zijn famielje gezien. En toch, het bloed kruipt waar het niet gaan kan;
+om zijn stam, die welligt verstrooid, zijn famielje, waarvan zeker deze
+of gene overleden was, terug te zien, had hij de moeijelijke reis door
+de woestijn ondernomen.
+
+"En keert gij naar Melbourne terug, mijn kind! wanneer gij uw
+bloedverwanten omhelsd hebt?" vroeg hem lady Glenarvan.
+
+"Ja, mevrouw!" antwoordde Toliné, terwijl hij de jonge dame met een blik
+vol ongeveinsde liefde aanzag.
+
+"En wat wilt gij eenmaal doen?"
+
+"Ik wil mijn broeders van ellende en onwetendheid verlossen! Ik wil hen
+onderwijzen, hen opleiden tot de kennis en liefde Gods! Ik wil zendeling
+worden!"
+
+Ligtzinnigen en spotters zouden misschien gelagchen hebben, toen de
+achtjarige knaap vol geestdrift zoo sprak; maar die gemoedelijke
+Schotten begrepen en eerbiedigden hem; zij bewonderden den godsdienstzin
+van dien jeugdigen discipel, die zich reeds ten strijde had aangegord.
+Paganel was tot in het diepst zijner ziel bewogen en gevoelde inderdaad
+genegenheid voor den kleinen inlander.
+
+Zoo was het eerst niet. Die wilde in europeesche kleederen stond hem in
+den beginne volstrekt niet aan. Hij kwam niet in Australië om
+Australiërs met een jas te zien! Hij zag ze liever getatoeëerd. Die
+"fatsoenlijke" kleeding bragt hem in de war. Maar zoodra Toliné zoo vol
+vuur sprak, veranderde hij van gedachten, en bewonderde hij hem.
+
+Het slot van dit gesprek zou verder den braven aardrijkskundige de beste
+vrienden met den kleinen Australiër doen worden.
+
+Op een vraag van lady Helena antwoordde Toliné, dat hij te Melbourne "op
+de normaalschool" was, die onder het bestuur van den Wel Eerwaarden Heer
+Paxton stond.
+
+"En wat leert gij alzoo op die school?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Daar lees ik in den Bijbel, leer wiskunde, aardrijkskunde...."
+
+"Zoo! aardrijkskunde!" riep Paganel, in zijn zwak getast.
+
+"Ja, mijnheer!" antwoordde Toliné. "Ik heb zelfs voor de
+Januarij-vacantie een eersten prijs voor de aardrijkskunde behaald."
+
+"Hebt gij een prijs voor de aardrijkskunde behaald, mijn jongen?"
+
+"Hier is hij, mijnheer!" zeide Toliné een boek uit zijn zak halende.
+
+Het was een netjes ingebonden bijbeltje in-82°. Op de keerzijde van de
+eerste pagina stond: "Normaalschool te Melbourne, 1ste prijs voor de
+aardrijkskunde, Toliné van Lachlan."
+
+Paganel kon het zoo waar niet langer uithouden! Een Australiër, die
+sterk was in de aardrijkskunde, dat verbaasde hem, en hij drukte een kus
+op Toliné's beide wangen, alsof hij de eerwaarde Paxton in persoon
+geweest was, op den dag van een prijsuitdeeling. Evenwel had Paganel
+moeten weten, dat zoo iets geen zeldzaamheid is op de australische
+scholen. De jonge wilden hebben veel aanleg voor de aardrijkskundige
+studiën; zij leggen zich er met lust op toe, maar zijn daarentegen zeer
+onvatbaar, als het op rekenen aankomt.
+
+Toliné begreep niets van de onverwachte liefkozingen van den geleerde.
+Lady Helena moest het hem duidelijk maken, dat hij een beroemd
+aardrijkskundige, en als het moest een knap onderwijzer was.
+
+"Een onderwijzer in de aardrijkskunde!" antwoordde Toliné. "Och,
+mijnheer! ondervraag mij, als het u belieft!"
+
+"U ondervragen, mijn jongen!" zeide Paganel, "niets liever dan dat! Al
+hadt ge 't niet gevraagd, zou ik het toch gedaan hebben. Ik wil graag
+eens zien, hoe de aardrijkskunde op de normaalschool te Melbourne
+onderwezen wordt!"
+
+"Pas maar op, dat Toliné u niet in het naauw brengt, Paganel!" zeide Mac
+Nabbs lagchend.
+
+"Een secretaris der fransche Maatschappij van aardrijkskunde in het
+naauw brengen! dat zou wat moois zijn!" riep de aardrijkskundige.
+
+Daarop zette hij zijn bril goed, rigtte zich in zijne volle lengte op en
+nam een deftigen toon aan, zooals het een onderwijzer voegt. Hij begon
+zijn onderzoek met te zeggen:
+
+"Leerling Toliné! sta op!"
+
+Toliné, die reeds stond, kon niet aan dit bevel gehoorzamen. Hij wachtte
+dus in een zedige houding op de vragen van den aardrijkskundige.
+
+"Leerling Toliné!" hernam Paganel, "welke zijn de vijf werelddeelen?"
+
+"Oceanië, Azië, Afrika, Amerika en Europa," antwoordde Toliné.
+
+"Goed. Wij zullen eerst over Oceanië spreken, waar wij ons thans
+bevinden. Hoe wordt het verdeeld?"
+
+"Het wordt verdeeld in Polynesië, Mikronesië en Megalesië. De
+voornaamste eilanden zijn: Australië, dat aan de Engelschen behoort,
+Tasmanië, dat aan de Engelschen behoort, de eilanden Chattam, Auckland,
+Macquarie, Kermadec, Makin, Maraki, enz., die aan de Engelschen
+behooren."
+
+"Goed," antwoordde Paganel; "maar Nieuw-Caledonië, de Sandwicheilanden,
+de Mendana-archipel, de Pomotoe-eilanden?"
+
+"Die eilanden staan onder bescherming van Groot-Brittanje!"
+
+"Onder bescherming van Groot-Brittanje!" riep Paganel. "Ik dacht, dat
+veeleer Frankrijk...."
+
+"Frankrijk!" zeide het knaapje met een verwonderd gezigt.
+
+"Ei, ei! leert men zoo op de normaalschool te Melbourne?" vroeg Paganel.
+
+"Ja mijnheer! Is het dan zoo niet?"
+
+"Wel zeker! wel zeker! Goed zoo!" antwoordde Paganel. "Geheel Oceanië
+behoort aan de Engelschen! Dat is afgepraat! verder."
+
+De majoor had schik in het half booze, half verbaasde gezigt, dat
+Paganel zette.
+
+Hij ging met vragen voort.
+
+"Wat weet gij van Azië?" vroeg de aardrijkskundige.
+
+"Azië is een onmetelijk groot land," antwoordde Toliné, "Calcutta is de
+hoofdstad. Verdere voorname steden: Bombay, Madras, Calicoet, Aden,
+Malakka, Singapoor, Pegoe, Colombo; de Lakediven, de Malediven, de
+Chagos-eilanden, enz., enz. Behoort aan de Engelschen."
+
+"Goed! goed! leerling Toliné! En Afrika?"
+
+"Afrika bevat twee voorname koloniën: de Kaapkolonie met de Kaapstad, en
+in het westen de engelsche nederzettingen, voornaamste stad Sierra
+Leona."
+
+"Goed geantwoord!" zeide Paganel, die vrede kreeg met die bijzondere,
+engelsche aardrijkskunde, "knapjes onderwezen! Algiers, Marokko, Egypte
+... van de engelsche atlassen geschrapt! Nu wil ik nog wel een beetje
+over Amerika spreken!"
+
+"Het wordt verdeeld in Noord- en Zuid-Amerika," hernam Toliné. "Het
+eerste behoort den Engelschen door Canada, Nieuw-Brunswijk,
+Nieuw-Schotland en de Vereenigde Staten, bestuurd door den gouverneur
+Johnson."
+
+"Gouverneur Johnson!" riep Paganel, "de opvolger van den grooten en
+goeden Lincoln, gevallen onder het staal van een krankzinnigen dweeper
+met de slavernij! Opperbest! Het kan niet beter! En wat Zuid-Amerika
+aangaat, met zijn Guiana, zijn Maloeïnen, zijn Shetland-archipel, zijn
+Georgië, zijn Jamaica, zijn Trinidad, enz. enz., dat behoort ook aan de
+Engelschen! Ik wil hierover volstrekt niet twisten! Maar, Toliné! ik zou
+wel eens willen weten, hoe gij, of liever uw onderwijzers, over Europa
+denkt?"
+
+"Europa?" vroeg Toliné, die volstrekt niets begreep van de
+opgewondenheid van den aardrijkskundige.
+
+"Ja! Europa! Aan wien behoort Europa?"
+
+"Wel, Europa behoort aan de Engelschen," antwoordde het kind op
+stelligen toon.
+
+"Ik dacht het wel!" hernam Paganel. "Maar hoe? Dat zou ik wel eens
+willen hooren."
+
+"Door Schotland, Ierland, Engeland, Malta, de eilanden Jersey en
+Guernsey, de Jonische eilanden, de Hebriden, de Shetlands-eilanden, de
+Orkaden...."
+
+"Goed! goed! Toliné! maar er zijn andere staten, die gij vergeet op te
+noemen, mijn jongen!"
+
+"Welke, mijnheer?" vroeg het kind, dat zich niet in den war liet
+brengen.
+
+"Spanje, Rusland, Oostenrijk, Pruisen, Frankrijk!"
+
+"Dat zijn geen staten, maar provinciën," zeide Toliné.
+
+"Hoe heb ik het nu!" riep Paganel, terwijl hij den bril van zijn neus
+nam.
+
+"Wel zeker! Spanje, hoofdstad Gibraltar."
+
+"Bewonderenswaardig! juist! verheven! En Frankrijk dan, want ik ben een
+Franschman, en zou gaarne weten, aan wie ik toebehoor!"
+
+"Frankrijk, een engelsche provincie, hoofdplaats Calais!" antwoordde
+Toliné bedaard.
+
+"Calais!" riep Paganel. "Denkt gij, dat Calais nog van Engeland is?"
+
+"Zonder twijfel."
+
+"En dat het de hoofdplaats is van Frankrijk?"
+
+"Ja, mijnheer! en de residentie van den gouverneur, lord Napoleon...."
+
+Op die laatste woorden schaterde Paganel het uit. Toliné wist niet, hoe
+hij het had. Men had hem ondervraagd en hij had zoo goed mogelijk
+geantwoord. Maar de vreemdheid van zijn antwoord was zijn schuld niet;
+hij had er geen erg in. Toch scheen hij niet van zijn stuk gebragt, en
+hij wachtte bedaard, tot die onverklaarbare lachbui over was.
+
+"Nu ziet gij het," zeide eindelijk de majoor tot Paganel. "Heb ik het u
+niet gezegd, dat de leerling Toliné u in het naauw zou brengen?"
+
+"Zeker, geachte majoor!" antwoordde de aardrijkskundige. "Ha! zoo
+onderwijst men te Melbourne de aardrijkskunde! Mooi zoo, heeren
+onderwijzers aan de normaalschool! Europa, Azië, Afrika, Amerika,
+Oceanië, de geheele wereld, alles is van de Engelschen! Drommels! met
+zoo'n slimme opvoeding begrijp ik, dat de inboorlingen zich onderwerpen!
+Zeg eens, Toliné! is de maan soms ook een engelsche bezitting, mijn
+jongen?"
+
+"Ze zal het eenmaal zijn," antwoordde de jonge wilde in vollen ernst.
+
+Nu stond Paganel op. Hij kon het niet langer uithouden. Hij moest op
+zijn gemak uitlagchen en ging een kwartmijl buiten de legerplaats om
+zijn lachlust bot te vieren.
+
+Inmiddels was Glenarvan een boekje uit de reisbibliotheek gaan halen.
+Het was een schets van de aardrijkskunde van Samuel Richardson, een
+werkje, dat in Engeland zeer gezocht en beter op de hoogte is dan de
+onderwijzers te Melbourne.
+
+"Ziedaar, mijn kind!" zeide hij tot Toliné, "neem en bewaar dit boek.
+Gij hebt eenige verkeerde denkbeelden over de aardrijkskunde, die gij
+moet wijzigen. Ik geef het u als eene gedachtenis aan onze ontmoeting."
+
+Toliné nam het boek aan zonder een woord te spreken, hij beschouwde het
+oplettend, en schudde met een ongeloovig gezigt het hoofd, maar kon niet
+besluiten het in zijn zak te steken.
+
+Intusschen was het geheel duister geworden. Het was tien ure. Men moest
+aan slapen denken om den volgenden morgen vroeg op te staan. Robert bood
+zijn vriendje Toliné de helft van sijn slaapplaats aan. De kleine
+inlander nam dit aan.
+
+Eenige oogenblikken later keerden lady Helena en Mary Grant naar den
+wagen terug, en strekten de reizigers zich onder de tent uit, terwijl
+het gelach van Paganel nog zamensmolt met het liefelijk en zacht gezaag
+der wilde eksters.
+
+Maar toen een zonnestraal de slapers den volgenden morgen om zes ure
+wekte, zochten zij te vergeefs het australische kind. Toliné was
+verdwenen. Wilde hij zonder oponthoud Lachlan bereiken? Had het gelach
+van Paganel hem gehinderd? Men wist het niet.
+
+Maar toen lady Helena ontwaakte, vond zij op haar borst een frisschen
+ruiker vergeetmijnietjes met enkelvoudige bladeren, en Paganel in den
+zak van zijn jas "de aardrijkskunde van Samuel Richardson."
+
+
+
+
+XIV.
+
+De mijnen van den Alexander-berg.
+
+
+In 1844 vond sir Roderick Impey Murchison, thans president der
+koninklijke Maatschappij voor aardrijkskunde te Londen, door de studie
+van haar zamenstelling een merkwaardige overeenkomst tusschen de
+Oeralketen en die, welke van het noorden naar het zuiden, niet ver van
+de zuidkust van Australië loopt.
+
+De Oeral bevat goud, en nu vroeg de geleerde aardrijkskundige zich af,
+of dit kostbaar metaal ook niet aanwezig zou zijn in het australische
+gebergte. Hij bedroog zich niet.
+
+Werkelijk werden hem twee jaar later eenige monsters goud uit
+Nieuw-Zuid-Wales gezonden, en daarop bewerkte hij de verhuizing van een
+groot aantal werklieden uit Cornwales naar de goudstreken van
+Nieuw-Holland.
+
+Een zekere Francis Dutton had in Zuid-Australië de eerste goudklompen
+gevonden, terwijl Forbes en Smyth de eerste mijnen van Nieuw-Wales
+ontdekten.
+
+Toen de eerste stoot gegeven was, stroomden de goudzoekers uit alle
+oorden der wereld toe: Engelschen, Amerikanen, Italianen, Franschen,
+Duitschers en Chineezen. Toch duurde het tot den 8den April 1851 voor
+zekere Hargraves zeer rijke goudlagen opspoorde, welker ligging hij den
+gouverneur der kolonie Sydney, sir Ch. Fits-Roy, aanbood mede te deelen
+voor de geringe som van vijf honderd pond sterling.
+
+Zijn aanbod werd van de hand gewezen, maar die ontdekking was ruchtbaar
+geworden. De goudzoekers begaven zich naar Summerhill en Leni's Pond. De
+stad Ophir werd gebouwd, die door den rijkdom der mijnen spoedig haar
+bijbelschen naam eer aandeed.
+
+Tot nog toe was er geen sprake van de provincie Victoria, die echter
+weldra door den rijkdom harer lagen alle anderen overvleugelen zou.
+
+Weinige maanden later toch, in de maand Augustus 1851, werden de eerste
+klompen in die provincie uitgegraven, en weldra was het werk in vier
+districten in vollen gang. Die vier districten waren: Ballarat, Ovens,
+Bendigo en van den Alexander-berg, allen zeer rijk; maar aan de rivier
+de Ovens belemmerde de overvloed van water dikwijls den arbeid; te
+Ballarat veroorzaakte een ongelijke verdeeling den goudzoekers menige
+misrekening; te Bendigo voldeed de grond niet aan de eischen van den
+werkman. Bij den Alexander-berg liep alles zamen om den goeden uitslag
+van den arbeid te verzekeren; voor dit kostbare metaal, dat tot dertien
+honderd negen en zestig gulden het nederlandsche pond opbragt, werd de
+hoogste prijs van alle markten der wereld gemaakt.
+
+De weg van de zeven en dertigste parallel voerde de zoekers van kapitein
+Harry Grant juist naar die plaats, welke zoo vruchtbaar is in rampen en
+in onverwachten voorspoed.
+
+Na den 31sten December den geheelen dag over een oneffen bodem gegaan te
+hebben, die de paarden en ossen zeer vermoeiden, bemerkten zij de ronde
+toppen van den Alexander-berg. Het nachtleger werd in een enge kloof van
+die kleine keten opgeslagen. Nadat hun de kluisters waren aangelegd,
+gingen de dieren hun voedsel zoeken tusschen de kwartsblokken, waarmede
+de grond was bezaaid. Nog hadden zij de streek der ontginningen niet
+bereikt. Eerst den volgenden dag, den eersten van het jaar 1866, rolde
+de wagen over de wegen van die rijke landstreek.
+
+Jacques Paganel en zijn reisgenooten waren blijde, toen zij in het
+voorbijgaan dien beroemden berg zagen, die in de landtaal Geboor heet.
+Daar viel de geheele horde gelukzoekers neder, dieven en eerlijke
+lieden, degenen die ophangen en die zich laten ophangen. Op het eerste
+gerucht der groote ontdekking, in het gulden jaar 1851, werden steden,
+akkers, schepen, door de inwoners, de squatters en de zeelieden
+verlaten. De goudkoorts werd epidemisch, zoo besmettelijk als de pest,
+en hoevelen stierven er aan, die het geluk reeds meenden gegrepen te
+hebben! De milde natuur had, zeide men, over een uitgestrektheid van
+vijf en twintig breedtegraden millioenen in het wonderland Australië
+gestrooid. Het was oogsttijd, en die nieuwe maaijers gingen den oogst
+binnenhalen. Het beroep van "digger", graver, was het meest gezochte, en
+al mogten er velen van vermoeijenis uitgeput onder hun taak bezwijken,
+toch waren er eenigen, die zich door een enkelen slag met het houweel
+verrijkten. De ongelukken werden verzwegen, het geluk door de faam
+uitgebazuind. Die nukken van het lot vonden weerklank in de vijf
+werelddeelen. Weldra stroomden scharen hebzuchtigen van allerlei stand
+samen op de kust van Australië, en gedurende de vier laatste maanden van
+het jaar 1852 kwamen er alleen te Melbourne vier en vijftig duizend
+landverhuizers, een waar leger, maar een leger zonder aanvoerder, zonder
+tucht, een leger na een overwinning, die nog niet behaald was, in een
+woord vier en vijftig duizend plunderaars van de ergste soort.
+
+Gedurende de eerste jaren dier krankzinnige dronkenschap heerschte er
+een onbeschrijfelijke wanorde. Met hun gewone geestkracht maakten de
+Engelschen zich echter spoedig van den toestand meester. De
+politie-agenten en de inlandsche gendarmes verlieten de partij der
+dieven voor die der eerlijke lieden. Er had een heele omkeering plaats.
+Ook zou Glenarvan geen enkel van de hevige tooneelen van 1852 bijwonen.
+Dertien jaren waren sedert dat tijdstip verloopen, en nu werden de
+goudgronden wetenschappelijk bewerkt volgens de regelen eener gestrenge
+organisatie.
+
+Ook raakten de mijnen reeds uitgeput. Door al dat zoeken vond men
+eindelijk den bodem. En kan het ook anders of de schatten door de natuur
+opgehoopt moesten verminderen, wanneer men in aanmerking neemt dat de
+goudzoekers van 1852 tot 1858 alleen in Victoria drie en zestig millioen
+honderd zeven duizend vierhonderd acht en zeventig pond sterling[1] uit
+den grond hebben gehaald! Het aantal landverhuizers is dan ook werkelijk
+verminderd, daar velen naar de nog ondoorzochte streken vertrokken zijn.
+De "gold-fields," goudvelden, die onlangs te Otago en Marlborough in
+Nieuw-Zeeland ontdekt zijn, worden thans doorgraven door duizenden
+tweevoetige ongevleugelde witte mieren[2].
+
+Tegen elf ure kwamen zij in het middelpunt der werkzaamheden aan. Daar
+verhief zich een ware stad, met fabrieken, een bank, een kerk, een
+kazerne, hutten en dagblad-bureaux. Ook logementen, boerderijen en
+buitenverblijven zocht men niet te vergeefs. Er was zelfs een druk
+bezochte schouwburg tegen zes gulden de plaats. Veel opgang maakte een
+stuk uit het dagelijksch leven genomen, dat tot titel had _Francis
+Obadiah, of de gelukkige goudgraver_. Bij de ontknooping steekt de held
+wanhopend zijn houweel voor de laatste maal in den grond en vindt een
+klomp goud van ongehoorde waarde.
+
+Begeerig om de ontginning op groote schaal van den Alexander-berg te
+bezoeken, liet Glenarvan Ayrton en Mulrady met den wagen vooruitrijden.
+Hij zou hen na verloop van eenige uren wel inhalen. Paganel was in de
+wolken over dat besluit, en naar zijn gewoonte wierp hij zich op tot
+gids en leidsman van het kleine gezelschap.
+
+Op zijn raad ging men eerst naar de Bank. De straten waren breed,
+gemacadamiseerd en zorgvuldig besproeid. Reusachtige aanplakbilletten
+van de _Golden company (limited)_ van de _Digger's General Office_, van
+de _Nuggets Union_ trokken de aandacht. De samenwerking van handen en
+geld was in de plaats gekomen van den afzonderlijken arbeid der
+goudzoekers. Overal hoorde men de machines werken, die het zand wieschen
+en het kostbare kwarts fijn maalden.
+
+In den omtrek der woningen lagen de "placers" of uitgestrekte gronden,
+die ter ontginning waren afgestaan. Daar waren tegen hoog loon de
+goudzoekers aan het werk, die de compagniën in dienst hadden genomen.
+Ontelbaar waren de gaten die in den grond waren geboord. Het ijzer van
+de houweelen fonkelde in de zon en zond een onafgebrokene reeks van
+lichtstralen uit. Alle natiën waren onder die arbeiders
+vertegenwoordigd. Zij twistten niet, en volbragten zwijgend hun taak,
+als bezoldigde personen.
+
+"Denkt echter niet," zeide Paganel, "dat er op den australischen bodem
+geen enkele van die koortsachtige zoekers meer zijn zou, die hun geluk
+in het mijnspel komen beproeven. Ik weet wel, dat de meesten hun armen
+aan de compagniën verhuren, en dat moet wel, omdat de regeering al de
+goudgronden verkocht of verpacht heeft. Maar wie niets heeft, wie
+verhuren noch koopen kan, ook hij heeft nog eenige kans om rijk te
+worden."
+
+"Welke?" vroeg lady Helena.
+
+"De kans om het "jumping" uit te oefenen," antwoordde Paganel. "Zoo
+zouden wij b.v., die volstrekt geen regt op deze streken hebben, toch,
+--als er wat veel geluk bijkomt, dat spreekt van zelf,--fortuin kunnen
+maken!"
+
+"Maar hoe?" vroeg de majoor.
+
+"Door het "jumping", zooals ik reeds de eer heb gehad u te zeggen."
+
+"Wat is dat, het "jumping"?" vroeg de majoor weer.
+
+"Het is een overeenkomst onder de goudzoekers, die dikwijls tot geweld
+en wanorde aanleiding geeft en die de regeering nog niet heeft kunnen
+vernietigen."
+
+"Spreek toch duidelijker, Paganel!" zeide Mac Nabbs, "gij doet ons
+watertanden."
+
+"Welnu. Het is een regel, dat elke grond in het middelpunt der
+werkzaamheden, waarin men in geen vier en twintig uren, de groote
+feestdagen uitgezonderd, heeft gewerkt, gemeen goed wordt. Wie zich er
+van meester maakt, kan hem doorzoeken, en als het lot hem begunstigt,
+rijk worden. Doe dus uw best, Robert! om een van die verlaten gaten op
+te sporen, en het behoort u!"
+
+"Och, mijnheer Paganel! breng mijn broeder toch zoo iets niet in het
+hoofd!" zeide Mary Grant.
+
+"Ik scherts, lieve miss!" antwoordde Paganel, "en dat weet Robert ook
+wel. Hij, een goudzoeker! Nooit! Den grond spitten, ploegen, bebouwen,
+vervolgens bezaaijen en hem een geheelen oogst tot loon voor zijn moeite
+vragen, goed! Maar hem evenals de mollen, even blind als zij, te
+doorwoelen om hem een beetje goud te ontfutselen, dat is een treurig
+beroep, en wel moet men van God en menschen verlaten zijn om het uit te
+oefenen!"
+
+Na de voornaamste mijn bezocht en een overgangsgrond ontmoet te hebben,
+grootendeels bestaande uit kwarts, kleischiefer en zand, dat afkomstig
+was van de scheiding der steenen, kwamen de reizigers aan de Bank.
+
+Dit was een uitgestrekt gebouw, van welks nok de nationale vlag
+wapperde. Lord Glenarvan werd door den inspecteur-generaal ontvangen,
+die de eer van zijn inrigting ophield.
+
+Daar wordt al het uit den grond opgedolven goud door de compagniën tegen
+een schriftelijk bewijs van ontvangst in bewaring gegeven. De tijd was
+reeds lang achter den rug, toen de eerste goudzoeker door de kooplieden
+der kolonie werd afgezet. Dezen betaalden hem aan de mijnen drie en
+vijftig shillings voor het ons, dat ze te Melbourne voor vijf en zestig
+verkochten! Maar het is waar, de koopman had de risico van het vervoer,
+en daar de straatroovers sterk vermenigvuldigden, kwam de bezending niet
+altijd ter bestemder plaatse aan.
+
+Aardige monsters goud werden aan de bezoekers vertoond, en de inspecteur
+deelde hun belangrijke bijzonderheden mede aangaande de verschillende
+wijzen om dit metaal op te delven.
+
+Doorgaans treft men het in twee gedaanten aan: óf in grootere of
+kleinere stukken óf als stofgoud. Het komt ook voor als erts, met de
+aangespoelde gronden vermengd, of besloten in een gangsteen van kwarts.
+Daarom gaat men ook bij het delven naar den aard van den bodem te werk:
+men zoekt het aan de oppervlakte of in den grond.
+
+Wanneer het in stukken voorkomt, ligt het goud op den bodem van
+bergstroomen, dalen en holle wegen, naar zijn grootte geschikt, eerst de
+korrels, dan de blaadjes en eindelijk de loovertjes.
+
+Wanneer het integendeel stofgoud is, welks gangsteen door den invloed
+der lucht ontbonden is, ligt het op ééne plaats bij elkander, in hoopjes
+vereenigd, en vormt het wat de goudzoekers "zakjes" noemen. Er zijn er
+onder die zakjes, die een geheel vermogen bevatten.
+
+Bij den Alexander-berg wordt het goud hoofdzakelijk aangetroffen in de
+leemlagen en in de tusschenruimten der leisteenen. Daar zijn de
+pepiet-nesten[3]; daar trekt de gelukkige graver dikwijls het hoogste
+lot uit de goudmijnen.
+
+Na de verschillende goudsoorten bezigtigd te hebben, doorwandelden de
+bezoekers het delfstoffelijk museum der Bank. Daar zagen zij al de
+voortbrengselen van den bodem van namen voorzien en ordelijk
+gerangschikt. Het goud is zijn eenige rijkdom niet, hij mag teregt een
+groote juweelkist genoemd worden, waarin de natuur haar kostbare
+kleinodiën bewaart. Onder de glazen deksels schitterden de witte topaas,
+de mededinger der braziliaansche topazen, de karbonkel, de schorlsteen,
+een soort van heerlijk groenen kiezelsteen, de bleekroode robijn,
+vertegenwoordigd door scharlakenroode spinellen en door een
+allerschoonste rozenroode verscheidenheid, ligt- en donkerblaauwe
+saffieren, even gezocht als die van Malabar of Thibet, schitterende
+bruinroode tinanium-schorls en ten slotte een kleine diamant-kristal,
+die op de oevers van de Turon gevonden was. Niets ontbrak aan die
+prachtige verzameling van edelsteenen, en men behoefde het noodige goud
+om ze in te vatten niet ver te gaan zoeken. Als men ze althans niet
+geheel gezet wilde hebben, kon men niets meer verlangen.
+
+Glenarvan nam afscheid van den inspecteur der Bank, na hem voor zijn
+vriendelijkheid bedankt te hebben, waarvan bij een ruim gebruik had
+gemaakt. Daarna werd het bezoek aan de goudmijnen voortgezet.
+
+Hoe los Paganel ook mogt zijn van de goederen dezer wereld, toch deed
+hij geen stap zonder dien rijken bodem met zijn oogen te doorzoeken. Hij
+kon de verzoeking niet wederstaan, en zelfs de scherts zijner vrienden
+vermogt niets op hem. Telkens bukte hij, raapte een kei op of een stuk
+gangsteen of een brok kwarts; hij bekeek ze oplettend en wierp ze
+spoedig weer met verachting weg. Dat duurde zoo de geheele wandeling.
+
+"Hoe is het, Paganel!" vroeg de majoor, "hebt ge bij geval iets
+verloren?"
+
+"Zeker," antwoordde Paganel, "in dit land van goud en edelgesteenten
+heeft men altijd verloren, wat men niet gevonden heeft. Ik zie niet in,
+waarom ik ook niet een klomp van eenige onsen, een van twintig pond is
+ook goed, maar meer ook niet, zou kunnen medenemen."
+
+"En wat zoudt gij er mede doen, beste vriend?" vroeg Glenarvan.
+
+"O, ik zou er niet verlegen mede zijn," antwoordde Paganel. "Ik zou hem
+aan mijn land vereeren! Ik zou hem in de fransche Bank beleggen...."
+
+"Die hem zou aannemen?"
+
+"Zeker, in den vorm van spoorweg-aandeelen!"
+
+Men wenschte Paganel geluk met de wijze, waarop hij zijn klomp "aan zijn
+land" dacht aan te bieden, en lady Helena wenschte hem toe, dat hij het
+grootste stuk goud van de wereld mogt vinden.
+
+Al schertsend doorliepen de reizigers het grootste gedeelte der
+ontgonnen gronden. Overal werd geregeld en werktuigelijk maar zonder
+opgewektheid gewerkt.
+
+Na een wandeling van een paar uren kreeg Paganel een zeer fatsoenlijke
+herberg in het oog, waar hij voorstelde wat te gaan zitten, tot het tijd
+was den wagen weer op te gaan zoeken. Lady Helena keurde dit goed, en
+daar men in geen herberg kan komen zonder iets te gebruiken, vroeg
+Paganel den herbergier om den een of anderen hier gebruikelijken drank
+te brengen.
+
+Voor iederen bezoeker werd een "nobler" gebragt. Dit is niet anders dan
+grog, maar omgekeerde grog. In plaats van een glaasje brandewijn in een
+groot glas water te doen, doet men een glaasje water in een groot glas
+brandewijn, daar gaat suiker in en men drinkt. Dat was wel een beetje al
+te australisch, en tot groote verwondering van den herbergier werd de
+nobler, met een groote karaf water aangelengd, de britsche grog.
+
+Vervolgens praatte men over mijnen en mijnwerkers. Nu of nooit. Hoewel
+Paganel zeer in zijn schik was met hetgeen hij gezien had, meende hij
+toch, dat het vroeger nog bezienswaardiger moet geweest zijn, in de
+eerste jaren van de ontginning van den Alexander-berg.
+
+"De grond," zeide hij, "was toen vol gaten en wemelde van legioenen
+werkmieren, en welke mieren! Alle landverhuizers waren even vlijtig,
+maar niet even voorzigtig als die diertjes! Het goud werd met handenvol
+weg geworpen. Het werd verdronken, en de herberg, waarin wij thans zijn,
+was een "hel", zooals men toen zeide. Het dobbelspel liep doorgaans op
+messteken uit. De politie kon er niets aan doen en dikwijls was de
+gouverneur der kolonie verpligt met geregelde troepen tegen de oproerige
+goudzoekers op te trekken. Toch gelukte het hem ze tot rede te brengen,
+hij legde een patent-regt op aan elken graver, dat hij niet zonder
+moeite liet innen, zoodat de wanorde hier minder groot was dan in
+Californië."
+
+"Kan een ieder dat beroep van goudzoeker maar uitoefenen?" vroeg lady
+Helena.
+
+"Ja, mevrouw! Daarvoor behoeft men geen akademischen graad te bezitten!
+Een paar goede armen is genoeg. Door armoede voortgejaagd kwamen de
+gelukzoekers aan de mijnen, meest allen zonder geld, de rijken met een
+houweel, de armen met een mes, en allen vatten dit werk op met een
+razernij, die zij bij een eerlijk ambacht wel achterwege zouden gelaten
+hebben. Die goudlanden leverden toen een zonderling schouwspel op! De
+grond was bedekt met tenten, dekkleeden, stulpen, barakken van aarde,
+planken en bladeren. In het midden pronkten de tent van het
+gouvernement, met de britsche vlag versierd, de tenten van blaauw tijk
+van deszelfs agenten, en de kramen der wisselaars, goudhandelaars en
+winkeliers, die hun voordeel wilden doen met die vermenging van rijkdom
+en armoede. Zoo iemand, dan zijn dezen rijk geworden. Gij hadt die
+goudzoekers met hun langen baard en rood hemd eens moeten zien, hoe zij
+daar in het water en slijk leefden. De lucht weergalmde van het
+onafgebroken geraas der houweelen, en was vervuld met de stinkende
+uitwasemingen der krengen, die op den grond lagen te rotten. Digte
+stofwolken omhulden die ongelukkigen, waaronder een ontzettende sterfte
+heerschte, en in een minder gezond land zou de typhus stellig die
+bevolking vreeselijk gedund hebben. En waren die gelukzoekers nog maar
+allen geslaagd! Maar al die ellende werd niet vergoed en bij een
+naauwkeurige berekening zou het blijken, dat tegen één goudzoeker, die
+zijn fortuin gemaakt heeft, er wel honderd, twee honderd misschien, arm
+en wanhopend gestorven zijn."
+
+"Zoudt gij ons ook kunnen zeggen, Paganel!" vroeg Glenarvan, "hoe men
+bij dat gouddelven te werk ging?"
+
+"Heel eenvoudig," antwoordde Paganel. "De eerste goudzoekers oefenden
+het beroep van goudwasscher uit, zooals dit nog gebruikelijk is in
+eenige deelen der Cevennen in Frankrijk. Thans gaan de compagniën anders
+te werk; zij klimmen tot de bron zelve op, tot de ader, die de blaadjes,
+de loovertjes en de klompen oplevert. Maar de goudwasschers vergenoegden
+zich met het goudzand uit te wasschen, ziedaar alles. Zij groeven in den
+grond, verzamelden de aardlagen, die zij meenden, dat goud bevatten, en
+spoelden ze met water uit om er den kostbaren erts uit af te zonderen.
+Tot dat wasschen gebruikten zij een werktuig, dat uit Amerika afkomstig
+was en "wieg" heette. Het was een doos van vijf tot zes voet lang, een
+soort van open doodkist, en in twee afdeelingen verdeeld. De eerste was
+voorzien van een grove zeef, waaronder andere zeven met naauwer gaatjes
+stonden; de tweede liep van onderen naauw toe. Het zand werd in een
+hoekje van de zeef gelegd, daar goot men water op, en met de hand
+schudde of liever wiegde men het werktuig. De steenen bleven achter in
+de eerste zeef, de erts en het fijne zand in de andere, naar gelang van
+hun grofheid, en de uitgewasschen aarde liep met het water door de
+onderste opening weg. Zoo was het meest gebruikelijke werktuig
+ingerigt."
+
+"Maar men moest het toch hebben," zeide John Mangles.
+
+"Men kocht het van de rijkgeworden of wel geruïneerde goudzoekers, naar
+het uitkwam, of men deed het er buiten," antwoordde Paganel.
+
+"Wat nam men er dan voor in de plaats?" vroeg Mary Grant.
+
+"Een schotel, lieve Mary! een eenvoudigen ijzeren schotel; de aarde werd
+uitgewand gelijk het koren; alleen oogstte men in plaats van
+tarwekorrels soms goudkorrels. In het eerste jaar heeft meer dan een
+goudzoeker fortuin gemaakt zonder andere onkosten. Ziet gij, vrienden!
+het was toen nog de goede tijd, hoewel de laarzen zeventig gulden het
+paar kostten en men voor een glas limonade zes gulden betaalde! Die het
+eerste komt het eerste maalt. Het goud lag overal in overvloed op den
+grond; de beken stroomden over een bedding van metaal; men vond het tot
+op de straten van Melbourne; met stofgoud werden de wegen
+gemacadamiseerd. De hoeveelheid edel metaal, die van 26 Januarij tot 24
+Februarij 1852 onder geleide van het gouvernement van den Alexander-berg
+naar Melbourne overgebragt werd, had een waarde van vier millioen
+gulden. Dat bedraagt gemiddeld ruim tachtig duizend gulden daags!"
+
+"Dat is ongeveer de civiele lijst van den keizer van Rusland," zeide
+Glenarvan.
+
+"Arme man!" antwoordde de majoor.
+
+"Werden er soms op eens rijk?" vroeg lady Helena.
+
+"Ja, dat gebeurde wel eens, mevrouw!"
+
+"Zijn u die gevallen bekend?" vroeg Glenarvan.
+
+"Dat zou ik denken!" antwoordde Paganel. "In 1852 werd er in het
+district Ballarat een klomp gevonden, die vijf honderd drie en zeventig
+ons woog, in Gippsland een ander van zeven honderd twee en tachtig ons,
+en in 1861 een staaf van acht honderd vier en dertig ons. In datzelfde
+Ballara ontdekte een goudzoeker een klomp, die vijf en zestig
+nederlandsche ponden woog, hetgeen tegen zeventien honderd gulden het
+pond berekend honderd tien duizend gulden bedraagt! Een mooije slag met
+het houweel, die zesdehalf duizend gulden intrest opbrengt!"
+
+"In welke mate is de opbrengst van het goud toegenomen sedert de
+ontdekking dezer mijnen?" vroeg John Mangles.
+
+"In een ontzettende mate, waarde John! In het begin dezer eeuw bedroeg
+die opbrengst jaarlijks slechts drie en twintig millioen guldens, en
+thans berekent men ze met inbegrip van de opbrengst der mijnen van
+Europa, Azië en Amerika op vier tot vijf honderd millioen guldens.
+
+"Dan is er, mijnheer Paganel!" zeide de jonge Robert, "op de plek, waar
+wij ons thans bevinden, onder onze voeten, misschien veel goud!"
+
+"Ja, beste jongen! millioenen! wij loopen er op! Maar wij loopen er op,
+omdat wij het versmaden!"
+
+"Dan is Australië wel een bevoorregt land!"
+
+"Neen, Robert!" antwoordde de aardrijkskundige. "De goudlanden zijn niet
+bevoorregt. Zij geven slechts het aanzijn aan luije dagdieven en nooit
+aan sterke en werkzame menschen-geslachten. Zie maar op Brazilië,
+Mexico, Californië, Australië! Hoe ver zijn ze in de negentiende eeuw!
+Het land bij uitnemendheid, mijn jongen, is niet het goudland, maar het
+ijzerland!"
+
+
+[1] Ruim 757 millioen guldens.
+
+[2] Het zou echter kunnen zijn, dat de landverhuizers zich bedrogen
+hadden. De goudlagen toch zijn volstrekt niet uitgeput. Volgens de
+laatste berigten uit Australië rekent men, dat de goudmijnen van
+Victoria en Nieuw-Wales een uitgestrektheid hebben van vijf millioen
+bunders, de vermoedelijke zwaarte van het kwarts, dat goudaderen bevat,
+zou 20 billioen 650000 millioen nederlandsche ponden zijn, en bij de
+tegenwoordige wijze van bewerking zouden honderd duizend werklieden drie
+eeuwen noodig hebben om die mijnen uit te putten. De rijkdom aan goud in
+Australië wordt geschat op 330000 millioen guldens.
+
+[3] _Pepiet_, een klomp gedegen goud.
+
+
+
+
+XV.
+
+De australische en nieuw-zeelandsche courant.
+
+
+Toen de zon den 2den Januari opging, overschreden de reizigers de grens
+van het goudland en van het graafschap Talbot. Onder de hoeven hunner
+paarden steeg het stof der wegen van het graafschap Dalhousie omhoog.
+Eenige uren later doorwaadden zij de Colban en de Campaspe, op 144°35'
+en 144°45' lengte. De helft der reis was afgelegd. Bleef het geluk hun
+nog een paar weken getrouw, dan zouden zij de oevers der Twofold-baai
+bereiken. De gezondheidstoestand der reizigers liet niets te wenschen
+over. De beloften van Paganel, ten aanzien van het gezonde klimaat,
+werden vervuld. Weinig of geen vochtigheid, en een zeer dragelijke
+warmte. De paarden en ossen klaagden niet. De menschen evenmin.
+
+Van de Camden-brug af was er een kleine wijziging gekomen in de
+marschorde. De misdadige spoorwegramp had Ayrton, zoodra hij er kennis
+van droeg, bewogen om eenige voorzorgen te nemen, die vroeger onnoodig
+waren geweest. De jagers mogten den wagen niet uit het oog verliezen.
+Wanneer zij een legerplaats betrokken, was er altijd een op wacht. 's
+Morgens en 's avonds werden de wapens goed nagezien. Het was zeker, dat
+een bende boosdoeners het land afliep, en ofschoon er geen dadelijk
+gevaar te vreezen was, diende men toch op alles voorbereid te zijn.
+
+Het zal wel niet noodig zijn te zeggen, dat al die voorzorgen genomen
+werden buiten weten van lady Helena en Mary Grant, wie Glenarvan geen
+angst wilde aanjagen.
+
+En inderdaad had men reden om zoo te handelen. Een onvoorzigtigheid, een
+verzuim zelfs kon duur te staan komen. Ook was Glenarvan niet de eenige,
+wien deze stand van zaken bezorgd maakte. In de afgelegene gehuchten, op
+de stations namen de bewoners en de squatters voorzorgen tegen een
+mogelijken aanval of overrompeling. Tegen het vallen van den avond
+werden de huizen gesloten. De honden, die binnen de omheining losliepen,
+blaften bij het minste gerucht. Geen herder te paard zou 's avonds zijn
+talrijke kudden verzamelen om ze huiswaarts te drijven, zonder dat een
+karabijn aan den zadelknop hing. Het gerucht van de misdaad te
+Camden-brug begaan wettigde die buitengewone voorzigtigheid, en menige
+kolonist, die vroeger met open vensters en deuren sliep, grendelde ze nu
+stevig, wanneer de schemering begon.
+
+Het bestuur der provincie legde ook veel ijver en overleg aan den dag.
+Afdeelingen inlandsche gendarmes werden allerwegen uitgezonden.
+Bijzondere zorg werd gedragen voor het brieven-vervoer. Vroeger reed de
+postkar zonder geleide over de groote wegen. Dienzelfden dag, juist op
+het oogenblik dat het gezelschap van Glenarvan den weg van Kilmore naar
+Heatcote overstak, reed de postwagen voorbij, zoo hard als de paarden
+maar loopen konden, die een wolk van stof deden oprijzen. Maar pas was
+hij voorbij, toen Glenarvan de karabijnen der politieagenten zag
+flikkeren, die er naast reden. Men kon haast denken weder in dien
+noodlottigen tijd te zijn, toen de ontdekking der goudmijnen het schuim
+der volkeren van Europa op het vastland van Australië uitstortte.
+
+Een mijl nadat de wagen den weg naar Kilmore was overgestoken, kwam hij
+in een reuzenwoud, en voor de eerste maal sedert kaap Bernouilli drongen
+de reizigers in een van die bosschen door, die zich verscheidene graden
+ver uitstrekken.
+
+Een kreet van bewondering ontsnapte hun op het gezigt der twee honderd
+voet hooge gomboomen, wier sponsige schors wel vijf duim dik was. De
+stammen, die twintig voet omtrek hadden en een welriekende hars
+uitzweetten, verhieven zich honderden voeten boven den grond. Geen tak,
+geen takje, geen wilde loot, geen knoest zelfs brak hun loodregten stand
+af. Zij konden niet gladder uit de hand van den draaijer komen. Zij
+waren gelijk aan evenveel zuiver afgewerkte zuilen, en bij honderden te
+tellen. Hoog in de lucht liepen zij uit in kapiteelen van
+dooreengeslingerde takken, aan het uiteinde voorzien met om den andere
+geplaatste bladeren, aan den oksel dier bladeren hingen enkele bloemen,
+wier kelk op een omgekeerde urn geleek.
+
+De lucht stroomde ongehinderd onder deze altijd groene zoldering door;
+een onafgebroken luchtstroom nam de vochtigheid van den grond op; de
+paarden, de kudden rundvee, de wagens konden onbelemmerd tusschen die
+wijd uiteenstaande boomen doorkomen, die veel hadden van de
+bakenstokken, waarmede een kreupelbosch, dat men wil uitdunnen, wordt
+afgepaald. Het was geen ondoordringbaar en met distelen en doornen
+begroeid bosch, evenmin het ongerepte bosch met omgevallen stammen
+versperd en met digt ineengegroeide slingerplanten behangen, waarin de
+landverhuizer zich alleen met de bijl en het vuur een weg kan banen. Een
+grastapijt aan den voet der boomen, een groen kleed aan hun top, lange
+lanen van stoute pilaren, weinig schaduw, weinig koelte, verder een
+eigenaardig licht gelijkende op het schijnsel, dat door een dun weefsel
+heendringt, een regelmatige terugkaatsing, een zuivere spiegeling op den
+grond, dat alles te zamen maakte een vreemd schouwspel uit, dat rijk was
+aan ongewone effecten. Een bosch op het vastland van Oceanië gelijkt in
+geenen deele op de bosschen der nieuwe wereld, en de gomboom, de "Tara"
+der inboorlingen, behoorende tot de familie der myrthen, wier
+verschillende soorten bijna ontelbaar zijn, is de boom bij uitnemendheid
+der australische plantenwereld.
+
+De omstandigheid, dat onder die groene koepels de schaduw niet digt en
+de duisternis niet groot is, wordt veroorzaakt door een wetenswaardige
+afwijking in de plaatsing van de bladeren dier boomen. Niet een wendt
+zijn vlakken kant naar de zon, maar wel zijn spits toeloopende randen.
+Het oog ontdekt in dat vreemde gebladerte niets dan de zijden. De
+zonnestralen schieten dan ook tot op den bodem, alsof zij tusschen de
+opstaande latjes van een zonneblind doorvielen.
+
+Allen maakten die opmerking en allen schenen verrast. Waartoe toch die
+zonderlinge plaatsing? Die vraag werd natuurlijk tot Paganel gerigt. Hij
+antwoordde als iemand, die van zessen klaar is.
+
+"Wat mij hier verwondert," zeide hij, "is niet de grilligheid der
+natuur; de natuur weet wel wat ze doet, maar de plantenkenners weten
+niet altijd, wat zij zeggen. De natuur heeft zich niet vergist, toen zij
+aan deze boomen dat eigenaardige gebladerte gaf; maar de menschen
+dwaalden, toen zij hen "eucalyptus" noemden.
+
+"Wat beteekent dat woord?" vroeg Mary Grant.
+
+"Het komt van [Greek: eu kaluptoo] en beteekent _ik dek goed_. Men heeft
+gezorgd die dwaling in het grieksch te begaan om ze minder in het oog te
+doen loopen, maar het is duidelijk, dat de "eucalyptus" slecht dekt."
+
+"Toegestaan, waarde Paganel!" antwoordde Glenarvan; "zeg ons nu eens,
+waarom de bladeren zoo groeijen."
+
+"Om een zuiver natuurkundige reden, vrienden!" antwoordde Paganel, "die
+gij gemakkelijk kunt begrijpen. In dit land, waar de lucht droog, de
+regen zeldzaam, de bodem uitgedroogd is, hebben de boomen aan wind noch
+zon behoefte. Waar geen vocht is, is ook geen sap. Vandaar die smalle
+bladeren, die zichzelven trachten te beschermen tegen den zonneschijn om
+een al te sterke uitdamping te voorkomen. Daarom keeren zij hun randen
+en niet de oppervlakte naar de zon. Niets is slimmer dan een blad."
+
+"En niets baatzuchtiger!" sprak de majoor. "Dezen hebben alleen aan
+zichzelven gedacht en volstrekt niet aan de reizigers."
+
+Allen waren het met Mac Nabbs eens, op Paganel na, die, terwijl hij zich
+het voorhoofd afwischte, blijde was onder boomen zonder lommer te kunnen
+rijden. Toch was die plaatsing der bladeren jammer; de wegen door die
+bosschen zijn soms zeer lang, en bij gevolg lastig, omdat de reiziger
+volstrekt niet beschermd wordt tegen de zonnehitte.
+
+Den ganschen dag rolde de wagen tusschen die eindelooze rijen gomboomen.
+Geen viervoetig dier, geen inboorling was er te zien. Eenige kaketoes
+bewoonden de kruinen der boomen; maar op die hoogte waren ze naauwelijks
+zigtbaar en ging hun gebabbel in een onhoorbaar gefluister over. Soms
+vloog een zwerm papegaaien in de verte en vervrolijkte het geboomte voor
+een oogenblik door hun bonte kleuren. Maar over het geheel heerschte er
+een diepe stilte in dien uitgestrekten tempel van groen, en waren de
+stappen der paarden, eenige woorden van een onsamenhangend gesprek, de
+knarsende raderen van den wagen, en van tijd tot tijd een geroep van
+Ayrton, om zijn traag span wat aan te zetten, de eenige geluiden, die in
+deze ontzettende woestenijen gehoord werden.
+
+'s Avonds legerde men zich aan den voet van gomboomen, die de sporen
+droegen, dat er eerst onlangs een vuur had gebrand. Zij vormden om zoo
+te zeggen hooge fabriekschoorsteenen; want de vlam had ze inwendig over
+hun geheele lengte uitgehold. Zij hadden er echter geen hinder van, dat
+alleen de schors nog maar was overgebleven. Echter zal die verkeerde
+gewoonte der squatters en inboorlingen die prachtige boomen ten laatste
+geheel vernielen, en zij zullen verdwijnen gelijk die vier eeuwen oude
+cederen van den Libanon, welke de onnadenkende vlam der legerplaatsen
+verteert.
+
+Op raad van Paganel legde Olbinett het vuur voor het avondeten aan in
+een van die buisvormige stammen; hij verkreeg terstond een aanzienlijke
+trekking en de rook verdween in het donkere loof. De noodige voorzorgen
+voor den nacht werden genomen, en Ayrton, Mulrady, Wilson en John
+Mangles losten elkander geregeld af om tot zonsopgang te waken.
+
+Den ganschen dag van den 3den Januarij volgde in dit eindelooze bosch
+die eene regelmatige laan op de andere. Het scheen, dat er geen einde
+aan was. Maar tegen den avond werd het bosch wat dunner, en in een
+kleine vlakte, eenige mijlen voor hen uit, kregen de reizigers een
+aantal regelmatige huizen in het oog.
+
+"Seymour!" riep Paganel. "Het is de laatste stad die we zullen
+ontmoeten, voor wij de provincie Victoria verlaten."
+
+"Is zij van aanbelang?" vroeg Lady Helena.
+
+"Mevrouw!" antwoordde Paganel "het is een eenvoudige kerspel, dat op weg
+is om een gemeente te worden."
+
+"Zullen wij er een fatsoenlijk logement vinden?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik hoop van ja," antwoordde de aardrijkskundige.
+
+"Welnu! dan zullen wij de stad binnenrijden; want ik denk, dat onze
+wakkere reizigsters er niets tegen zullen hebben om er een nacht te
+slapen.
+
+"Lieve Edward!" antwoordde lady Helena, "Mary en ik nemen het aan, maar
+op voorwaarde, dat het geen stoornis noch oponthoud zal veroorzaken."
+
+"Volstrekt niet," antwoordde lord Glenarvan; "ook ons span is vermoeid;
+morgen vertrekken wij weder met het krieken van den dag."
+
+Het was nu negen ure. De maan neigde ten ondergang en schoot slechts
+schuine stralen, die de nevel belette door te dringen. Het werd allengs
+donker. Het geheele gezelschap reed de breede straten van Seymour in,
+onder geleide van Paganel, die altijd goed bekend scheen met hetgeen hij
+nooit had gezien. Maar zijn instinct geleidde hem en hij kwam regt voor
+Campbells North British hotel.
+
+Paarden en ossen werden op stal, de wagen in het koetshuis, en de
+reizigers naar vrij goede kamers gebragt. Ten tien ure namen de gasten
+plaats aan een tafel, die Olbinett met het oog van een kenner had
+gemonsterd. Paganel had met Robert de stad doorloopen, en vertelde heel
+kort zijn nachtelijken togt. Hij had volstrekt niets gezien.
+
+Toch zou iemand, die minder afgetrokken was, een zekere onrust op de
+straten van Seymour opgemerkt hebben; hier en daar stonden hoopjes
+menschen, die langzamerhand grooter werden; men stond aan de deur te
+praten; men ondervroeg elkander met wezenlijke bezorgdheid, eenige
+dagbladen werden overluid voorgelezen, opgehelderd en besproken. Die
+verschijnselen konden den onoplettendsten waarnemer niet ontgaan. Doch
+Paganel had niets gemerkt.
+
+De majoor daarentegen stelde zich zonder zoo ver te gaan, zelfs zonder
+het logement te verlaten, op de hoogte van den angst, die het stadje en
+te regt verontrustte. Een gesprek van tien minuten met den praatzieken
+logementhouder Dickson gaf hem alle noodige inlichtingen. Maar hij repte
+er niet van.
+
+Eerst toen het maal afgeloopen was en lady Glenarvan, Mary en Robert
+Grant naar hun kamers gegaan waren, hield de majoor zijn reisgenooten
+even bij zich en zeide:
+
+"De bewerkers van de misdaad op den spoorweg van Sandhurst gepleegd zijn
+bekend."
+
+"En zijn zij gevat?" vroeg Ayrton driftig.
+
+"Neen!" antwoordde Mac Nabbs, schijnbaar zonder acht te geven op de
+gejaagdheid van den bootsman, een gejaagdheid trouwens, die in deze
+omstandigheid zeer verklaarbaar was.
+
+"Zooveel te erger!" voegde Ayrton er bij.
+
+"Welnu! wie verdenkt men van die misdaad?" vroeg Glenarvan.
+
+"Lees!" antwoordde de majoor, terwijl hij Glenarvan een nummer van de
+_Australian and New-Zealand Gazette_ aanbood, "en gij zult zien, dat de
+inspecteur van politie zich niet vergist heeft!"
+
+Glenarvan las hardop het volgende:
+
+"Sydney, 2 Januarij 1866.--Men zal zich herinneren, dat er in den nacht
+van den 29sten op den 30sten December ll. een ongeluk plaats had te
+Camden-brug, vijf mijlen van het station Castlemaine, op den spoorweg
+van Melbourne naar Sandhurst. De sneltrein van 11 ure 45 minuten is in
+volle vaart in de Lutton gestort.
+
+"De Camden-brug stond open, toen de trein aankwam.
+
+"Talrijke diefstallen, na de ramp gepleegd, en het lijk van den
+brugwachter, dat een halve mijl van Camden-brug terug is gevonden,
+bewezen, dat dit onheil het gevolg was van een misdaad.
+
+"Het blijkt dan ook uit het onderzoek van den regter-commissaris, dat
+deze misdaad moet toegeschreven worden aan de bende gedeporteerden, die
+voor een half jaar uit de strafgevangenis van Perth, in West-Australië,
+ontsnapt zijn, toen zij naar het eiland Norfolk zouden overgebragt
+worden[1].
+
+"Die gedeporteerden zijn ten getale van negen en twintig; hun aanvoerder
+is zekere Ben Joyce, een boosdoener van de ergste soort, die voor
+weinige maanden, met welk vaartuig is onbekend, in Australië is gekomen,
+en dien de justitie niet in handen heeft kunnen krijgen.
+
+"De bewoners der steden, de kolonisten en de squatters der stations
+worden gewaarschuwd op hunne hoede te zijn, en verzocht den
+inspecteur-generaal alle inlichtingen te doen toekomen, die zijn
+nasporingen kunnen bevorderen.
+
+ "J.P. Mitchell, Insp.-Gen."
+
+Toen Glenarvan ophield met lezen, wendde Mac Nabbs zich naar den
+aardrijkskundige en zeide:
+
+"Gij ziet, Paganel! dat er gedeporteerden in Australië kunnen zijn."
+
+"Ontvlugte! dat blijkt!" antwoordde Paganel, "maar geen toegelaten
+gedeporteerden. Die lieden hebben het regt niet hier te zijn."
+
+"Zij zijn er toch," hernam Glenarvan; "maar naar mijn inzien mag hun
+tegenwoordigheid geen verandering in onze plannen brengen en ons onze
+reis doen staken. Wat denkt gij er van, John?"
+
+John Mangles antwoordde niet terstond; hij weifelde tusschen de smart,
+welke het opgeven van de aangevangen nasporingen den beiden kinderen zou
+veroorzaken, en de vrees om het gezelschap in gevaar te brengen.
+
+"Waren lady Glenarvan en miss Grant niet bij ons," zeide hij, "dan zou
+ik mij weinig om die bende ellendelingen bekommeren."
+
+Glenarvan begreep hem en voegde er bij:
+
+"Het spreekt van zelf, dat wij er niet aan kunnen denken om van de
+voltooijing onzer taak af te zien; maar zou het niet goed zijn om den
+wil onzer reisgenooten de _Duncan_ te Melbourne op te zoeken en van het
+oosten uit het spoor van Harry Grant te volgen? Wat denkt gij er van,
+Mac Nabbs?"
+
+"Voor ik mijn gevoelen zeg," antwoordde de majoor, "zou ik gaarne de
+meening van Ayrton weten."
+
+Zoo op den man af aangesproken, zag de bootsman Glenarvan aan.
+
+"Ik denk," zeide hij, "dat wij twee honderd mijlen van Melbourne af
+zijn, en dat het gevaar, wanneer het bestaat, even groot is in het
+zuiden als in het oosten. Beide wegen worden weinig bezocht, de een is
+net als de andere. Ook geloof ik niet, dat een dertigtal boosdoeners
+acht goed gewapende en vastberadene mannen schrik kunnen aanjagen. Ik
+voor mij zou dus voortgaan. Wie het beter weet, spreke!"
+
+"Goed gezegd, Ayrton!" antwoordde Paganel. "Zetten wij onzen togt voort,
+dan kunnen wij het spoor van kapitein Grant snijden. Keeren wij naar het
+zuiden terug, dan verwijderen wij ons er van. Ik denk dus evenals gij,
+en geef niet om die ontsnapten uit Perth, die niet waard zijn dat een
+man van moed zich om hen bekommert!"
+
+Nu werd het voorstel om niets aan het reisplan te veranderen in omvraag
+gebragt en met algemeene stemmen aangenomen.
+
+"Nog ééne opmerking, mylord!" zeide Ayrton, toen het gezelschap op het
+punt stond uiteen te gaan.
+
+"En die is, Ayrton?"
+
+"Zou het niet goed zijn de _Duncan_ bevel te geven om de kust te
+naderen?"
+
+"Waartoe zou dat dienen?" sprak John Mangles. "Wanneer wij in de
+Twofold-baai gekomen zijn, is het nog vroeg genoeg om dat bevel te
+verzenden. Mogt het een of ander onvoorzien voorval ons dwingen naar
+Melbourne te gaan, dan kon het ons ligt spijten de _Duncan_ aldaar niet
+te vinden. Ook kan haar averij nog niet hersteld zijn. Om al die redenen
+acht ik het dus beter te wachten."
+
+"Goed," antwoordde Ayrton, die er niet verder op aandrong.
+
+Den volgenden morgen vertrok het kleine reisgezelschap gewapend en op
+alles voorbereid uit Seymour. Een half uur later betrad het weder het
+gomboomenbosch, dat op nieuw in het oosten zich vertoonde. Glenarvan had
+liever in het open veld gereisd. Een vlakte is minder geschikt voor
+hinderlagen en verraderlijke overvallen dan een digt bosch; maar men had
+geen keus, en den geheelen dag hotste de wagen tusschen de groote
+eentoonige boomen voort. Na de noordelijke grens van het graafschap
+Anglesey langs gereden te zijn, trok hij 's avonds over den honderd zes
+en veertigsten breedtegraad, en sloeg men zich neder op de grens van het
+district Murray.
+
+
+[1] Het eiland Norfolk is een eiland ten oosten van Australië gelegen,
+waar het gouvernement de weerspannige en onverbeterlijke gedeporteerden
+opsluit. Zij zijn daar aan strenger toezigt onderworpen.
+
+
+
+
+XVI.
+
+Een hoofdstuk, waarin de majoor beweert, dat het apen zijn.
+
+
+Den volgenden morgen, den 5den Januarij, zetteden de reizigers den voet
+op het uitgestrekte stroomgebied van de Murray. Dit woeste en onbewoonde
+district strekt zich uit tot aan den hoogen scheidsmuur der australische
+Alpen. De beschaving heeft het nog niet in afzonderlijke graafschappen
+gesplitst. Het is een weinig bekend en weinig bezocht gedeelte der
+provincie. Zijn bosschen zullen eens vallen onder den bijl van den
+houthakker, zijn weiden zullen overgeleverd worden aan de kudden van den
+squatter, maar tot nog toe is het een ongerepte bodem, zooals hij uit
+den Indischen oceaan oprees, het is de woestijn.
+
+Al die gronden te zamen dragen een veelbeteekenenden naam op de
+engelsche kaarten: afgezonderd voor de zwarten. Tot hiertoe hebben de
+kolonisten de inboorlingen verdreven. In de afgelegene vlakten, onder de
+ongenaakbare bosschen, heeft men hun eenige bepaalde plekken
+overgelaten, waar het inlandsche ras binnen kort geheel zal uitsterven.
+Elke blanke kolonist, landverhuizer, squatter, houthakker, mag de
+grenzen dier afgezonderde streken overschrijden. De zwarte alleen mag ze
+niet verlaten.
+
+Onder het rijden behandelde Paganel die gewigtige vraag der inlandsche
+rassen. Er was slechts ééne meening dienaangaande, namelijk dat het
+britsche stelsel uitliep op de vernietiging der overwonnen stammen, op
+hun verdrijving uit de streken, waar hun voorvaderen leefden. Die
+verderfelijke strekking was overal waar te nemen, wel het meest in
+Australië. In de eerste tijden der kolonie beschouwden de
+gedeporteerden, zelfs de kolonisten, de zwarten als wilde dieren. Zij
+maakten jagt op hen en schoten ze dood. Zij vermoordden hen. Het gezag
+der regtsgeleerden werd ingeroepen om te bewijzen, dat de Australiër
+buiten de natuurwet stond, en de moord dier ongelukkigen dus geen
+misdaad was. De dagbladen van Sidney stelden zelfs een krachtig middel
+voor om zich van de stammen aan het meer Hunter te ontdoen: namelijk ze
+in massa te vergeven.
+
+Zooals men ziet, riepen de Engelschen bij het begin hunner verovering
+den moord te hulp ten behoeve van de kolonisatie. Hun wreedheden waren
+afschuwelijk. Zij gedroegen zich in Australië evenals in Indië, waar
+vijf millioen Hindoes verdwenen zijn, evenals aan de Kaap, waar een
+bevolking van een millioen Hottentotten tot honderd duizend is gedaald.
+De inlandsche bevolking, door mishandeling en dronkenschap gedund,
+dreigt dan ook voor een menschenmoordende beschaving van het vastland te
+verdwijnen. Wel is waar hebben sommige gouverneurs wetten tegen de
+bloeddorstige houthakkers uitgevaardigd! Zij straften met eenige
+zweepslagen den blanke, die een zwarte neus of ooren afsneed, of hem den
+pink afhakte, "om er een pijpuithaalder van te maken!" IJdele
+dreigementen! De moorden werden op groote schaal ingerigt, en geheele
+stammen verdwenen. Om maar één voorbeeld aan te halen: in het begin
+dezer eeuw telde het eiland Van Diemen vijf duizend inboorlingen, in
+1868 slechts zeven! En onlangs meldde _de Mercurius_ te Hobarttown de
+aankomst van den laatsten Tasmaniër.
+
+Glenarvan, de majoor, noch John Mangles spraken Paganel tegen. Al waren
+zij Engelschen geweest, dan zouden zij nog hun landgenooten niet
+verdedigd hebben. De feiten waren zoo klaar als de dag, onwederlegbaar.
+
+"Voor vijftig jaar," voegde Paganel er bij, "zouden wij op onzen weg
+menigen stam inboorlingen ontmoet hebben, en tot nog toe heeft zich geen
+enkele inlander vertoond. Binnen een eeuw zal de zwarte bevolking van
+dit vastland geheel uitgestorven zijn."
+
+De afgezonderde streken schenen inderdaad geheel ontvolkt. Nergens was
+een spoor van legerplaatsen of hutten te zien. Vlakten en hoog
+kreupelhout wisselden elkander af, en langzamerhand kreeg de landstreek
+een woest voorkomen. Het scheen zelfs, alsof geen enkel levend wezen,
+mensch of dier, deze afgelegene gewesten bezocht, toen Robert voor een
+boschje gomboomen blijvende staan uitriep:
+
+"Een aap! daar is een aap!"
+
+En hij wees op een groot zwart ligchaam, dat met verbazende snelheid van
+tak tot tak glijdende, van den eenen boomtop op den anderen sprong,
+alsof een vliegtoestel hem op de lucht deed drijven. Vlogen soms in dit
+vreemde land de apen gelijk sommige vossen, wien de natuur even als de
+vleermuis een vlieghuid heeft gegeven?
+
+Inmiddels was ook de wagen blijven staan, en elk zag naar het dier, dat
+langzamerhand in de verte tusschen de bladeren verdween. Weldra zag men
+het bliksemsnel van den boom glijden, met duizend bogten en sprongen
+over den grond loopen en vervolgens zijn lange armen om den gladden stam
+van een ontzaggelijken gomboom slaan. Men vroeg zich af, hoe het in dien
+regten en gladden boom zou klimmen, dien het niet kon omvatten.
+
+Maar de aap gaf met een soort van bijl eenige slagen tegen den boom,
+maakte eenige kleine inkervingen, en bereikte met behulp van die op
+regelmatige afstanden aangebragte steunpunten de takken van den gomboom.
+Binnen weinige seconden verdween hij in het digte gebladerte.
+
+"Wat is dat toch voor een aap?" vroeg de majoor.
+
+"Die aap is een volbloed Australiër!" antwoordde Paganel.
+
+De makkers van den aardrijkskundige hadden nog geen tijd gehad om hun
+schouders op te halen, toen een geschreeuw, dat men op deze wijze zou
+kunnen voorstellen: "coo-eeh! coo-eeh!" in hun nabijheid werd
+aangeheven. Ayrton dreef zijn ossen aan, en honderd schreden verder
+kwaamen de reizigers op eens aan een legerplaats van inboorlingen.
+
+Welk een treurig schouwspel! Een tiental tenten stonden op den kalen
+bodem. Die "gunyo's," van bast-repen, die als dakpannen op elkander
+lagen, gemaakt, beschutten hun ellendige bewoners slechts aan eene
+zijde. Die door het gebrek diep gezonken wezens waren terugstootend. Er
+waren er omtrent dertig, mannen, vrouwen en kinderen, gekleed met
+kangoeroe-vellen, die hun aan flarden aan het lijf hingen. Zoodra de
+wagen naderde, was hun eerste beweging te vlugten. Maar eenige woorden,
+die Ayrton in een onverstaanbare brabbeltaal sprak, schenen hen gerust
+te stellen. Zij kwamen althans terug, half vertrouwelijk half bevreesd,
+als dieren, wien men een lekker stuk voorhoudt.
+
+Die inboorlingen, wier lengte tusschen vijf voet vier duim en vijf voet
+zeven duim afwisselde, waren niet zwart, maar hadden meer de kleur van
+oud roet, hun haren waren vlokkig, hun armen lang, hun onderbuik stak
+vooruit, hun ligchaam was ruig en geheel doorkorven van de litteekens
+van het tatoeëeren en de wonden, die zij zich bij lijkplegtigheden
+toebragten. Allerafschuwelijkst was hun monsterachtig gelaat, hun
+vreeselijk groote mond, hun breede en platte neus, hun uitstekende
+onderkaak, gewapend met witte maar voorovergebogen tanden. Geen ander
+menschelijk schepsel naderde zoozeer het dier.
+
+"Robert had het niet mis!" zeide de majoor, "het zijn apen,--volbloed,
+als men wil,--maar het zijn apen."
+
+"Mac Nabbs!" antwoordde lady Helena op medelijdenden toon, "zoudt gij
+dan dengenen, die jagt op hen maakten als op wilde dieren, gelijk geven!
+Die arme schepsels zijn menschen!"
+
+"Menschen!" riep Mac Nabbs. "Hoogstens de schakel tusschen den mensch en
+den oerang-oetang! En wanneer ik hun gezigtshoek mat, zou ik vinden, dat
+hij even scherp was als die van den aap!"
+
+Hierin had Mac Nabbs gelijk; de gezigtshoek van den inboorling van
+Australië is zeer scherp, en ongeveer gelijk aan dien van den
+oerang-oetang, d.i. van zestig tot twee en zestig graden. Ook stelde De
+Rienzi niet zonder grond voor om die ongelukkigen in een afzonderlijke
+klasse te plaatsen, die bij "pithecomorphen" noemde; dat wil zeggen
+menschen met het ligchaam van een aap.
+
+Maar lady Helena had nog meer grond dan Mac Nabbs, toen zij die
+inboorlingen, welke op de laagste sport der menschelijke ladder staan,
+voor wezens hield, die met een ziel zijn begaafd. Tusschen het redelooze
+dier en den Australiër ligt de ondempbare kloof, die de geslachten
+scheidt. Pascal heeft teregt gezegd, dat de mensch nergens een redeloos
+dier is. Wel is waar voegt hij er niet minder verstandig bij, "evenmin
+een engel."
+
+Lady Helena en Mary Grant nu weerspraken het laatste lid van dit gezegde
+van den grooten denker. Beide liefderijke vrouwen hadden den wagen
+verlaten; zij reikten de vriendenhand aan die rampzalige schepsels; zij
+boden hun spijzen aan, welke die wilden met terugstootende gulzigheid
+verslonden. De inboorlingen konden lady Helena des te eerder voor een
+godheid houden, omdat volgens hun geloof de blanken gewezen zwarten
+zijn, die na hun dood blank geworden zijn.
+
+Maar vooral de vrouwen maakten het medelijden der reizigsters gaande. De
+toestand der australische vrouw is eenig: de stiefmoederlijke natuur
+heeft haar alle bekoorlijkheid ontzegd; zij is een slavin, die met
+brutaal geweld opgeligt is en geen ander bruidsgeschenk gekregen heeft
+dan slagen met de "waddie," een soort van omgebogen stok in de hand van
+haar heer. Van dat oogenblik af tot een vroegen en akeligen ouderdom
+vervallen, is zij belast met al de zware bezigheden van het zwervende
+leven; bij haar kinderen, die in een pak bissen gerold zijn, draagt zij
+het jagt- en vischtuig en den voorraad nieuw-zeelandsch vlas, waarvan
+zij netten vervaardigt. Zij moet levensmiddelen aan haar gezin bezorgen;
+zij maakt jagt op hagedissen, buidelratten en slangen, tot in den top
+der boomen; zij hakt het brandhout, schilt boombast voor de tenten; als
+een arm lastdier weet zij niet wat rust is, en eet slechts de walgelijke
+overblijfselen van het maal van haar heer.
+
+Juist waren eenigen dier ongelukkigen, die misschien reeds lang van
+voedsel verstoken waren, bezig met vogels te lokken door hun wat zaden
+voor te houden.
+
+Onbewegelijk, doodstil, zag men ze daar op den brandend heeten bodem
+uren lang liggen om te wachten, tot een onnoozel vogeltje onder het
+bereik van haar hand kwam! Hun begrip van strikken spannen ging niet
+verder, en wel moest het een australische vogel zijn, die zich daardoor
+liet verschalken.
+
+Intusschen werden de reizigers, wier vriendelijkheid de inboorlingen
+eenigsins gerust stelde, door dezen omringd, en nu moesten zij oppassen
+voor hun ontembare zucht tot diefstal. Zij spraken een sissende taal,
+waarbij ze met de tong klokten. Dat had veel van dierengeluiden. Toch
+had hun stem dikwijls zeer zachte, fleemende buigingen; het woord "noki!
+noki!" kwam telkens voor en de gebaren wezen duidelijk genoeg aan, wat
+het beteekende. Het was het "geef mij! geef mij!" dat zich tot de
+geringste bezittingen der reizigers uitstrekte. Olbinett had heel wat te
+doen om de bagaadje en vooral de levensmiddelen te beschermen. Die arme
+hongerlijders sloegen vreeselijke blikken op den wagen, en lieten
+scherpe tanden zien, die misschien gewet waren op lappen
+menschenvleesch. De meeste australische stammen zijn, in vredestijd
+althans, wel geen menscheneters; maar slechts weinige wilden ontzien
+zich om het vleesch van een overwonnen vijand te verslinden.
+
+Op verzoek van Helena gaf Glenarvan intusschen last om wat spijs uit te
+deelen. De inboorlingen begrepen zijn bedoeling, en gaven zich over aan
+vreugdebetooningen, die het ongevoeligste hart zouden vermurwd hebben.
+Zij brulden ook gelijk wilde dieren, wanneer de oppasser hun het
+dagelijksch rantsoen brengt. Al wilde men den majoor geen gelijk geven,
+toch kon men niet loochenen, dat dit ras zeer digt bij het dier stond.
+
+Als een hoffelijk man meende Olbinett eerst de vrouwen te moeten
+bedienen. Maar die arme schepsels durfden niet eten voor haar geduchte
+meesters. Dezen vielen op de beschuit en het gedroogde vleesch aan als
+op een prooi.
+
+Bij de gedachte, dat haar vader gevangen was bij zulke ruwe inlanders,
+voelde Mary Grant haar oogen vochtig worden. Zij stelde zich voor, wat
+iemand als Harry Grant, de slaaf dier zwervende stammen, ter prooi aan
+ontbering, honger en mishandeling, al lijden moest. John Mangles, die
+haar met angstige oplettendheid gadesloeg, giste de gedachten, die haar
+vervulden, en kwam haar wenschen voor door den bootsman der _Britannia_
+te ondervragen.
+
+"Zijt gij uit de handen van zulke wilden ontsnapt, Ayrton?" vroeg hij
+hem.
+
+"Ja, kapitein!" antwoordde Ayrton. "Al die stammen in het binnenland
+gelijken op elkaar. Maar hier ziet gij slechts een handvol van die arme
+drommels, terwijl er aan de oevers van de Darling talrijke stammen zijn
+onder aanvoering van geduchte opperhoofden."
+
+"Maar wat kan een Europeaan onder die inboorlingen uitvoeren?" vroeg
+John Mangles.
+
+"Wat ik ook gedaan heb," antwoordde Ayrton; "hij gaat met hen jagen en
+visschen; hij neemt deel aan hun gevechten, en zooals ik u reeds heb
+gezegd, hij wordt behandeld naar gelang van de diensten, die hij
+bewijst, en als hij een schrander en dapper man is, bekleedt hij onder
+den stam een aanzienlijken rang."
+
+"Maar hij is toch een gevangene," zeide Mary Grant.
+
+"En wordt zoo streng bewaakt," voegde Ayrton er bij, "dat hij dag noch
+nacht een stap kan doen!"
+
+"En toch hebt gij kunnen ontsnappen, Ayrton!" zeide de majoor, die zich
+in het gesprek kwam mengen.
+
+"Ja, mijnheer Mac Nabbs! onder begunstiging van een gevecht tusschen
+mijn stam en een anderen. Het is mij gelukt. Goed. Het spijt mij niet.
+Maar moest ik het nog eens doen, dan zou ik, geloof ik, aan een
+levenslange gevangenschap de voorkeur geven boven de rampen, die ik op
+mijn togt door de woestijnen van het binnenland heb ondervonden. God
+geve, dat kapitein Grant zulk een kans op redding niet waagt!"
+
+"Ja, zeker!" antwoordde John Mangles, "wij moeten wenschen, miss Mary!
+dat uw vader bij een inlandschen stam gevangen is. Dan zullen wij
+gemakkelijker zijn spoor vinden, dan wanneer hij ronddoolt in de
+bosschen van het vastland."
+
+"Hoopt gij dan nog altijd?" vroeg het meisje.
+
+"Ik hoop altijd u met Gods hulp gelukkig te zien, miss Mary!"
+
+Het meisje kon den jongen kapitein slechts met tranen danken.
+
+Gedurende dit gesprek was er een ongewone beweging onder de wilden
+ontstaan; zij hieven een schel geschreeuw aan; zij liepen overal rond,
+grepen naar hun wapenen, en schenen door een ontzettende woede bevangen.
+
+Glenarvan wist niet, waar zij heen wilden, waarop de majoor Ayrton in
+dezer voege aansprak:
+
+"Daar gij langen tijd onder de Australiërs verkeerd hebt, verstaat gij
+ook zonder twijfel de taal van dezen?"
+
+"Zoo wat," antwoordde de bootsman; "want zooveel stammen, zooveel
+tongvallen. Vergis ik mij niet, dan willen zij uit dankbaarheid voor
+Zijne Edelheid een spiegelgevecht houden."
+
+Dit was inderdaad de oorzaak van die opschudding. Zonder verdere
+voorafspraak vielen de inboorlingen elkander met zulk een meesterlijk
+geveinsde woede aan, dat iemand, die niet beter wist, dien kleinen
+strijd voor ernstig gemeend zou opgenomen hebben. Maar naar het zeggen
+der reizigers zijn de Australiërs uitmuntende gebarenmakers, en bij deze
+gelegenheid legden zij een opmerkelijke bekwaamheid aan den dag.
+
+Hun aanvallende en verdedigende wapenen bestonden in een houten knods,
+die de hardste schedels verplettert, en een soort van "tomahawk," een
+zeer harden scherpen steen, die met een klevende gom tusschen twee
+stokken is vastgekleefd. Het is een vreeselijk wapentuig en een nuttig
+werktuig in vredestijd, dat gebruikt wordt om naar het valt takken of
+koppen te vellen, ligchamen of boomen te kerven.
+
+Onder luid getier zwaaiden zij als bezetenen met al die wapenen, de
+strijders vielen elkander aan; hier viel er een als dood neder, daar
+hief een ander een zegekreet aan. De vrouwen, vooral de bejaarde, als
+door den boozen geest des krijgs bezeten, vielen op de gewaande lijken
+aan, en verminkten ze in schijn met een wreedaardigheid, die niet
+verschrikkelijker zou geweest zijn, als ze ongeveinsd was geweest.
+Telkens vreesde lady Helena, dat het spel in een ernstigen strijd mogt
+ontaarden. Vooral ook omdat de kinderen, die deel aan den strijd hadden
+genomen, het wezenlijk begonnen te meenen. De knapen en vooral de
+meisjes, die nog woedender waren, deelden elkaar fiksche oorvegen uit,
+die goed aankwamen.
+
+Dit spiegelgevecht had reeds tien minuten geduurd, toen de strijders op
+eens ophielden. De wapens ontvielen hun handen. Een diepe stilte verving
+het vreeselijk getier. De inboorlingen bleven roerloos in hun laatste
+houding staan, even als de personen in een _tableau vivant_. Men zou
+gezegd hebben, dat zij versteend waren.
+
+Wat was de oorzaak van die verandering, en wat beteekende het, dat zij
+plotseling zoo stijf waren als marmeren beelden? Dat werd spoedig
+opgehelderd.
+
+Een troep kaketoes vertoonde zich juist op de hoogte van de gomboomen.
+Zij vervulden de lucht met hun gesnater, en geleken door de heldere
+kleuren van hun gevederte op een vliegenden regenboog. De verschijning
+van dien schitterenden zwerm vogels had den strijd doen staken. De jagt,
+die nuttiger was dan de oorlog, verving hem.
+
+Een rood geschilderd werktuig van vreemden vorm grijpende, verwijderde
+zich een der inboorlingen van zijn makkers, die even roerloos bleven
+staan, en sloop tusschen de boomen en struiken door naar den troep
+kaketoes. Hij maakte geen gedruisch onder het kruipen, hij kreukte geen
+blaadje, hij verschoof geen steentje. Het was een voortglijdende
+schaduw.
+
+Op een behoorlijken afstand gekomen wierp hij zijn werktuig twee voet
+boven den grond in een waterpasse rigting vooruit. Zoo doorliep dat
+wapen een afstand van omtrent veertig voet; zonder den grond te raken
+sprong het daarop plotseling met een regten hoek op, steeg honderd voet
+hoog, trof doodelijk een dozijn vogels, en viel eindelijk, een kromme
+lijn beschrijvende, neder aan de voeten des jagers.
+
+Glenarvan en zijn gezelschap stonden verstomd; zij konden hun oogen niet
+gelooven.
+
+"Het is de "boomerang!" zeide Ayrton.
+
+"De boomerang!" riep Paganel, "de australiscbe boomerang!"
+
+En evenals een kind ging hij het zonderlinge werktuig oprapen "om te
+zien, hoe het er van binnen uitzag."
+
+Inderdaad mogt men denken, dat een inwendig mecanisme, een veer, die
+plotseling lossprong, deszelfs rigting veranderde. Maar dat was zoo
+niet.
+
+De boomerang bestond eenvoudig uit een stuk hard en krom hout, dat
+dertig tot veertig duim lang was. In het midden was hij omtrent drie
+duim dik, en zijn uiteinden liepen in spitse punten uit. Het holle
+gedeelte was zes strepen diep en het bolle had twee zeer scherpe randen.
+Het was even eenvoudig als onbegrijpelijk.
+
+"Dat is dan die beruchte boomerang!" zeide Paganel, na het zonderlinge
+werktuig oplettend bekeken te hebben. "Een stuk hout, anders niet.
+Waarom stijgt hij op een bepaald oogenblik van zijn waterpasse rigting
+omhoog om terug te keeren in de hand, die hem slingerde? De geleerden en
+de reizigers hebben dit verschijnsel nooit kunnen verklaren."
+
+"Zou het niet met hem hetzelfde geval zijn als met den hoepel, die op
+zekere wijze voortgedreven, op zijn uitgangspunt terugkomt?" vroeg John
+Mangles.
+
+"Of liever," voegde Glenarvan er bij, "een terugkeerende beweging,
+gelijk aan die van een biljartbal, die in een bepaalde rigting wordt
+voorgestooten?"
+
+"In het geheel niet," antwoordde Paganel. "In deze beide gevallen is er
+een steunpunt, dat de terugwerking bepaalt: de grond voor den hoepel, en
+het laken voor den bal. Maar hier is geen steunpunt, het werktuig raakt
+den grond niet aan, en toch stijgt het weder tot een aanzienlijke
+hoogte!"
+
+"Maar hoe verklaart gij dit feit dan, mijnheer Paganel?" vroeg lady
+Helena.
+
+"Ik verklaar het niet, mevrouw! ik bevestig het slechts; de uitwerking
+hangt zeker af van de manier, waarop de boomerang wordt geworpen en van
+zijn bijzondere inrigting. Maar dat werpen is nog een geheim van de
+Australiërs!"
+
+"Hoe het ook zij, het is toch zeer vernuftig ... voor apen," voegde lady
+Helena er bij, den majoor aanziende, die met een ongeloovig gezigt het
+hoofd schudde.
+
+Intusschen verliep de tijd en Glenarvan oordeelde, dat hij op zijn togt
+naar het oosten niet langer mogt verwijlen; hij wilde daarom de dames
+verzoeken den wagen weder te beklimmen, toen een wilde hard kwam
+aanloopen en met opgewondenheid eenige woorden sprak.
+
+"Ha! zij hebben kasuarissen gezien!" zeide Ayrton.
+
+"Wat! is er een jagt op til!" zeide Glenarvan.
+
+"Dat moeten we zien!" riep Paganel. "Dat zal wel aardig zijn! Misschien
+komt de boomerang er weer bij te pas."
+
+"Wat denkt gij er van, Ayrton?"
+
+"Het zal niet lang duren, mylord!" antwoordde de bootsman.
+
+De inboorlingen hadden geen oogenblik verzuimd. Kasuarissen te dooden is
+een buitenkansje voor hen. Dan is de stam voor eenige dagen van zijn
+onderhoud zeker. De jagers maken dan ook van al hun behendigheid gebruik
+om zulk een prooi te overmeesteren. Maar hoe kunnen zij een zoo vlug
+dier zonder geweren schieten en zonder honden inhalen? Dit was juist de
+belangrijke zijde van het schouwspel, dat Paganel hoopte bij te wonen.
+
+De ongehemmde kasuaris, door de inboorlingen "Moereuk" genoemd, is een
+dier, dat zeldzaam begint te worden in de vlakten van Australië. Die
+groote vogel, wel twee en een half voet hoog, heeft blank vleesch, dat
+veel overeenkomst heeft met dat van den kalkoen; op den kop draagt hij
+een hoornachtige plaat; zijn oogen zijn ligt bruin, zijn bek is zwart,
+en van boven naar beneden gebogen; aan zijn pooten heeft hij drie
+teenen, met sterke nagels gewapend; zijn vleugels zijn slechts stompen
+en kunnen hem niet dienen om te vliegen; zijn gevederte, om niet te
+zeggen zijn haar, is aan den hals en de borst donkerder van kleur. Maar
+al vliegt hij niet, hij loopt en kan het op een grasvlakte tegen het
+snelste paard opnemen. Alleen door list kan men hem dus vangen, en dan
+moet men nog heel listig sijn.
+
+Op het berigt van den inboorling verspreidden zich daarom een tiental
+Australiërs als een afdeeling scherpschutters. Het was op een liefelijke
+vlakte, waar de indigo in het wild groeide en den grond met haar bloemen
+blaauw kleurde. De reizigers hielden stand aan den zoom van een
+mimosa-bosch.
+
+Op de nadering der inlanders stond een half dozijn kasuarissen op, nam
+de vlugt en zette zich een mijl verder neder. Toen de jager van den stam
+zeker was van de plaats, waar zij zich bevonden, gaf hij een teeken aan
+zijn makkers om te blijven staan. Dezen gingen op den grond liggen,
+terwijl hij uit zijn net twee netjes aaneengenaaide kasuaris-huiden
+haalde en ze terstond aantrok. Met zijn regterarm, die boven zijn hoofd
+uitstak, bootste hij de houding van den kasuaris na, wanneer deze zijn
+voedsel zoekt.
+
+De inboorling kroop naar den troep; nu eens hield hij op, schijnbaar
+eenige zaden oppikkende; dan weder joeg hij het zand met zijn voeten op
+en hulde zich in een stofwolk. Al die bewegingen waren onverbeterlijk.
+Onnavolgbaar was deze nabootsing van de handelwijze van den kasuaris.
+Soms hief de jager een dof gebrom aan, dat den vogel zelven zou
+verschalkt hebben. Dit gebeurde dan ook. De wilde was spoedig in het
+midden van den zorgeloosen troep. Op eens slingerde zijn arm de knods en
+vijf van de zes kasuarissen vielen om hem heen.
+
+De jager had zijn doel bereikt, de jagt was afgeloopen.
+
+Nu namen Glenarvan, de reizigsters, het geheele gezelschap afscheid van
+de inboorlingen. De scheiding scheen hun niet zeer te spijten, Welligt
+deed de goede uitslag van de kasuarissen-jagt hun de voldoening van hun
+vraatzucht vergeten. Zij hadden niet eens de dankbaarheid van de maag,
+die bij de onbeschaafde volkeren en de dieren sterker is dan de
+dankbaarheid der harten.
+
+Dit mogt wezen zooals het wilde, in zekere omstandigheden kon men toch
+niet anders doen dan hun schranderheid en behendigheid te bewonderen.
+
+"Nu zult gij toch wel willen toegeven, waarde Mac Nabbs! dat de
+Australiërs geen apen zijn!" zeide lady Helena.
+
+"Omdat zij den gang van een dier volkomen nabootsen?" antwoordde de
+majoor. "Maar dat zou veeleer mijn stelling bevestigen!"
+
+"Schertsen is geen antwoorden," zeide lady Helena. "Ik verlang, majoor!
+dat gij uw gevoelen herroept."
+
+"Het zij zoo! ja, nichtje! of liever neen! De Australiërs zijn geen
+apen! Het zijn apen die Australiërs zijn!"
+
+"Welnu komaan!"
+
+"Herinner u maar eens, wat de negers beweren van het belangrijke ras der
+oerang-oetangs."
+
+"Wat beweren zij dan?" vroeg lady Helena.
+
+"Zij beweren," antwoordde de majoor, "dat de apen zwarten zijn evenals
+zij, maar slimmer: "Hij niet spreek om niet werk," zeide een neger, die
+jaloersch was op een tammen oerang-oetang, dien zijn meester den kost
+gaf, hoewel hij niets uitvoerde."
+
+
+
+
+XVII.
+
+De schatrijke veefokkers.
+
+
+Na een op 146°15' lengte rustig doorgebragten nacht zetten de reizigers
+den 6den Januarij, 's morgens ten zeven ure, hun togt door dit
+uitgestrekte district voort. Zij gingen onveranderlijk oostwaarts, en de
+indrukken hunner schreden vormden op de vlakte een zuiver regte lijn.
+Tweemaal ontmoetten zij sporen van squatters, die noordwaarts trokken,
+en dan zouden die verschillende indrukken in elkander verward geraakt
+zijn, als het paard van Glenarvan niet in het zand het merk van
+Black-point, kenbaar aan een klaverblad, had achtergelaten.
+
+Soms slingerden riviertjes in grillige bogten door de vlakte, wier
+oevers met palm begroeid waren en die van tijd tot tijd uitdroogden. Zij
+ontsprongen op de helling der "Buffalos Ranges," een keten van
+middelmatige bergen, wier schilderachtige toppen aan den gezigteinder
+een golvende lijn vormden.
+
+Men besloot daar den nacht door te brengen. Ayrton zette zijn ossen wat
+aan, en na dien dag vijf en dertig mijlen te hebben afgelegd, kwamen de
+trekdieren een weinig vermoeid ter bestemder plaatse aan. De tent werd
+onder groote boomen opgeslagen; de avond was gevallen, het eten werd
+spoedig gebruikt. Men dacht zelfs, na zulk een marsch, minder aan eten
+dan aan slapen.
+
+Paganel, die het eerst aan de beurt lag om de wacht te houden, ging niet
+liggen, maar waakte met het geweer op schouder over de legerplaats,
+onophoudelijk op en neer loopende om zich den slaap uit de oogen te
+houden.
+
+Hoewel de maan niet scheen, was de nacht toch tamelijk helder door den
+glans der australische sterrebeelden. De geleerde vermaakte zich met het
+lezen in dat groote, altijd opgeslagen boek van het uitspansel, dat zoo
+belangrijk is voor een ieder, die het weet te verstaan. De diepe stilte
+der in rust verzonken natuur werd alleen afgebroken door het gerammel
+der kluisters aan de pooten der paarden.
+
+Paganel liet dus zijn sterrekundige overpeinzingen den vrijen loop en
+hield zich meer bezig met de dingen des hemels dan met de dingen der
+aarde, toen een verwijderd geluid hem uit zijn droomen opwekte.
+
+Hij luisterde scherp toe, en tot zijn groote verbazing meende hij den
+klank van een piano te hooren; eenige snel achtereenvolgend aangeslagen
+accoorden deden hun trillende toonen tot hem komen. Hij kon zich er niet
+in vergissen.
+
+"Een piano in de woestijn!" zeide Paganel bij zich zelven. "Dat is iets,
+wat ik nooit zal gelooven!"
+
+Het was dan ook heel vreemd, en Paganel wilde liever gelooven, dat de
+een of andere zonderlinge australische vogel de toonen van een Pleyel of
+een Bernhard nabootste, zooals andere het geluid van een klok en van
+schaarslijpers nabootsen.
+
+Maar nu bereikte de klank van een zuivere, welluidende stem zijn oor.
+Bij den pianospeler kwam ook nog een zanger. Paganel luisterde, maar
+wilde het nog niet gelooven. Na eenige oogenblikken moest hij echter de
+heerlijke aria herkennen, die hij hoorde.
+
+Het was _Il mio tesoro tanto_ uit den _Don Juan_.
+
+"Drommels!" dacht de aardrijkskundige, "hoe vreemd de australiscbe
+vogels ook zijn, en al waren het de muzikaalste papegaaijen van de
+wereld, een opera van Mozart kunnen zij toch niet zingen!"
+
+Vervolgens luisterde hij tot het einde toe naar die verhevene ingeving
+van den grootsten aller meesters. De uitwerking dier liefelijke melodie,
+voortgedragen door een helderen nacht, was onbeschrijfelijk. Paganel
+bleef een geruimen tijd onder den invloed dier onuitsprekelijke
+betoovering; vervolgens zweeg de stem, en het werd weder stil.
+
+Toen Wilson Paganel kwam aflossen, vond hij hem in diep nadenken
+verzonken. Paganel zeide er den matroos niets van. Hij nam voor
+Glenarvan den volgenden morgen van die bijzonderheid kennis te geven, en
+kroop in zijn tent onder de dekens.
+
+'s Anderendaags werd het geheele gezelschap wakker gemaakt door een
+onverwacht geblaf. Glenarvan stond dadelijk op. Twee prachtige
+speurhonden, hoog op de pooten, heerlijke modellen van den staanden hond
+van engelsch ras, sprongen rond aan den zoom van een boschje. Toen de
+reizigers naderden, keerden zij luid blaffende onder de boomen terug.
+
+"Er is zeker een station in deze woestijn," zeide Glenarvan, "en ook
+jagers; want dat zijn immers jagthonden?"
+
+Paganel opende reeds den mond om te vertellen, wat hem in den afgeloopen
+nacht wedervaren was, toen twee jonge lieden verschenen, gezeten op twee
+voortreffelijke paarden van echt bloed, echte jagtpaarden.
+
+De beide heeren in een sierlijk jagtgewaad gekleed, hielden hun paarden
+in op het gezigt van het kleine gezelschap, dat op de wijze der
+Zigeuners gelegerd was. Zij schenen zich af te vragen, wat de
+tegenwoordigheid van gewapende lieden te dezer plaatse beduidde, toen
+zij de reizigsters ontdekten, die uit den wagen klommen.
+
+Dadelijk stapten zij van hun paard en gingen haar met den hoed in de
+hand te gemoet.
+
+Lord Glenarvan ging naar hen toe, en als vreemdeling deelde hij hun zijn
+naam en rang mede. De jongelieden bogen en een hunner, de oudste, zeide:
+
+"Mylord! willen deze dames, uw gezelschap en gij ons de eer aandoen ten
+onzent wat uit te rusten?"
+
+"Mijneheeren?..." zeide Glenarvan.
+
+"Michel en Sandy Patterson, eigenaars van Hottam-station. Gij zijt reeds
+op onze goederen, en behoeft geen kwartmijl ver te gaan."
+
+"Mijneheeren!" antwoordde Glenarvan, "ik zou niet gaarne misbruik maken
+van de gastvrijheid, die gij ons zoo vriendelijk aanbiedt...."
+
+"Mylord!" hernam Michel Patterson, "door onze uitnoodiging aan te nemen
+doet gij een dienst aan arme ballingen, die zich gelukkig zullen achten
+de eer der woestijn bij u op te houden."
+
+Glenarvan boog ten teeken van toestemming.
+
+"Mijnheer!" zeide nu Paganel, zich tot Michel Patterson rigtende, "als
+het niet onbeleefd is, wenschte ik u wel te vragen of gij gisteren die
+aria van den goddelijken Mozart hebt gezongen?"
+
+"Ja, mijnheer!" antwoordde de heer, "en mijn neef Sandy begeleidde mij."
+
+"Welnu, mijnheer!" hervatte Paganel, "neem dan de welgemeende
+loftuitingen aan van een Franschman, een hartstogtelijk bewonderaar van
+die muziek."
+
+Paganel gaf den jongen heer de hand, die haar hartelijk drukte.
+Vervolgens wees Michel Patterson regtsaf den weg, dien zij moesten
+inslaan. De paarden werden achtergelaten onder toezigt van Ayrton en de
+matrozen. Dus gingen de reizigers al pratende en bewonderende onder
+geleide van de beide jonge lieden te voet naar het woonhuis van
+Hottam-station.
+
+Het was inderdaad een prachtige inrigting, die even streng in orde
+gebonden werd als een engelsch park. Onmetelijke weiden, door grijze
+hekken ingesloten, strekten zich uit zoover het oog reikte. Daar
+graasden duizenden runderen en millioenen schapen. Talrijke herders en
+nog talrijker honden bewaakten dat drukke leger. Het geloei en geblaat
+vermengde zich met het geblaf der honden en het geklap der zweepen.
+
+In het oosten stuitte de blik op een rand van "myalls" en gomboomen,
+waarboven de statige kruin van den Hottam-berg ter hoogte van zeven
+duizend vijf honderd voet uitstak. Naar alle kanten liepen lange lanen
+van boomen met altijd blijvende bladeren. Hier en daar waren plekken
+bezet met digt kreupelhout van "grasstrees", tien voet hooge heesters,
+die wel iets hadden van den dwergpalm, en wier top zich verschool in een
+menigte smalle lange bladeren. De lucht was doortrokken van de geuren
+der munt-laurierboomen, wier witte bloemruikers, die juist in vollen
+bloei stonden, de fijnste en welriekendste geuren uitwasemden.
+
+Bij de liefelijke groepen dier inlandsche boomen voegden zich de
+voortbrengselen, uit de europeesche landen hierheen gebragt. De perzik,
+de peer, de appel, de vijg, de oranjeboom, zelfs de eik, werd door de
+reizigers met een luid hoera! begroet, en zoo het hen niet zeer
+verwonderde in de schaduw der boomen uit hun land te wandelen, dan werd
+hun verbazing toch opgewekt op het gezigt der vogels, die in de takken
+rondhuppelden, de satijn-vogels met hun zijdeachtige vederen en de
+zijdevogels half in goud en zwart fluweel gekleed.
+
+Onder anderen viel hun voor de eerste maal het voorregt te beurt den
+liervogel te bewonderen, wiens staart de gedaante heeft van het
+liefelijk speeltuig van Orpheus. Hij ontvlood tusschen de boomvormige
+varens, en als zijn staart tegen de takken sloeg, verwonderde men zich
+haast die welluidende accoorden niet te hooren, waarmede Amphion zich
+opwekte om de muren van Thebe te herbouwen. Paganel had lust om er op te
+spelen.
+
+Lord Glenarvan vergenoegde zich echter niet met de bewondering dier
+tooverachtige wonderen van die oase in het midden der australiscbe
+woestijn. Hij luisterde tevens naar het verhaal der jonge heeren. In
+Engeland, in het hart zijner beschaafde gewesten zou elke nieuw
+aangekomene terstond aan zijn gastheer verteld hebben, vanwaar hij kwam
+en waarheen hij ging. Maar hier meenden Michel en Sandy Patterson
+kieschheidshalve verpligt te zijn zich bekend te maken aan de reizigers,
+wien zij gastvrijheid aanboden. Zij vertelden dus hun geschiedenis.
+
+Het was die van alle schrandere en werkzame jonge Engelschen, die niet
+gelooven, dat de rijkdom vrijstelt van den arbeid. Michel en Sandy
+Patterson waren zoons van een bankier te Londen. Toen zij twintig jaar
+oud waren, had het hoofd van hun geslacht gezegd: "Ziedaar eenige
+millioenen, jongelieden! Gaat naar de een of andere afgelegene kolonie;
+zet er een nuttige zaak op; put uit den arbeid kennis van het leven.
+Slaagt gij, des te beter. Slaagt gij niet, dan is er nog niets bedorven;
+wij zullen de millioenen niet beklagen, die u gediend zullen hebben om
+mannen te worden." De twee jongelingen gehoorzaamden. Zij kozen in
+Australië de provincie Victoria om er de banknoten huns vaders te
+zaaijen en behoefden er geen spijt van te hebben. Na verloop van een
+jaar of drie bloeide de onderneming.
+
+In de provinciën Victoria, Nieuw-Zuid-Wales en Zuid-Australië telt men
+meer dan drie duizend stations, sommigen bewoond door de squatters, die
+zich op veefokkerij toeleggen; anderen door kolonisten, wier
+hoofdbedrijf de landbouw is. Tot aan de komst der beide jonge Engelschen
+was de voornaamste inrigting van dien aard die van den heer Jamieson,
+die een oppervlakte van honderd mijlen besloeg, met een strook lands van
+vijf en twintig mijlen aan de Paroo, een der zijtakken van de Darling.
+
+Thans won het station Hottam het in oppervlakte en aanzien. De beide
+jongelieden waren veefokkers en landbouwers te gelijk. Zij bestuurden
+met buitengewone bekwaamheid, en wat nog moeijelijker is, met ongemeen
+beleid hun verbazende eigendommen.
+
+Zooals men ziet, lag dit station op een grooten afstand van de
+voornaamste steden, midden in de weinig bezochte woestijnen der Murray.
+Het besloeg de ruimte tusschen 146°48' en 147°, dat wil zeggen een
+streek lands van vijf uren in het vierkant, gelegen tusschen de
+Buffalos-Ranges en den Hottam-berg. In de beide hoeken in het noorden
+van dat ontzaggelijk vierkant verrezen ter linkerzijde de Aberdeen-berg,
+ter regter de toppen van den High-Barven. Er was geen gebrek aan helder
+en kronkelend water, wegens de stroompjes en takken van de Ovens-rivier,
+die noordwaarts in de Murray valt. Veeteelt en landbouw slaagden ook
+beiden evenzeer. Vijf duizend bunders uitstekend bebouwd en bewerkt land
+bragten zoowel inlandsche als vreemde gewassen voort, terwijl
+verscheidene millioenen dieren in de grazige weiden vet werden gemaakt.
+De voortbrengselen van Hottam-station werden dan ook tot hooge prijzen
+op de markten van Castlemaine en Melbourne afgezet.
+
+Dit een en ander hadden Michel en Sandy Patterson van hun werkzaam leven
+verteld, toen de woning aan het uiteinde van een laan van kasuarboomen
+zigtbaar werd.
+
+Het was een aardig van hout en steen opgetrokken gebouw, verscholen
+tusschen boschjes emerophilis. Het had den sierlijken vorm van een
+zwitsersch huis, en een veranda, waaraan chineesche lampen hingen, liep
+als een antiek impluvium langs de muren. Voor de vensters hingen
+veelkleurige kleeden, die in bloei schenen te staan. Niets is
+sierlijker, niets is streelender voor het oog, maar ook niets
+geriefelijker. Op de grasperken en tusschen de boomen rondom het huis
+stonden bronzen kandelabers met sierlijke lantaarns; 's avonds werd dit
+geheele park met witte gasvlammen verlicht, dat uit een kleinen
+gazometer kwam, die tusschen prieeltjes van myalls en boomvormige varens
+verscholen was.
+
+Overigens zag men geen arbeiderswoningen, stallen noch lootsen, niets
+van hetgeen eene hoeve kenmerkt. Al die bijgebouwen,--die wel een dorp
+mogten genoemd worden, bestaande uit meer dan twintig hutten en
+huizen,--lagen een kwartmijl van het huis af in een klein dal.
+Telegraafdraden bragten het dorp in regtstreeksche gemeenschap met het
+heerenhuis. Ver van het gedruisch verwijderd scheen dit gebouw geheel op
+zich zelven te staan in een bosch van vreemde boomen.
+
+Weldra, was men aan het einde der laan van casuars; een kleine bijzonder
+fraaije ijzeren brug, over een kabbelend stroompje geslagen, verleende
+den toegang tot het afgesloten park. Men ging ze over. Een deftige
+opzigter ontving de reizigers; de deuren werden geopend, en de gasten
+van Hottam-station betraden de prachtige vertrekken in dit omkleedsel
+van steen en bloemen.
+
+Hier vertoonde zich aan hun oog al de weelde van een kunstlievenden en
+rijken bewoner: door een groote zaal met vijf vensters kwam men in de
+voorkamer, versierd met stukadoorwerk, dat allerlei landbouw- en
+jagtgereedschap voorstelde. Dat de bewoners een fijnen smaak hadden voor
+kunsten en gemak, bewezen een piano bedekt met oude en nieuwe
+muziekstukken, schildersezels met schetsen, voetstukken met marmeren
+beelden versierd, eenige schilderijen van vlaamsche meesters aan de
+wanden, prachtige en mollige tapijten, behangsels, die bevallige
+tooneelen uit de fabelleer voorstelden, een antieke lichtkroon aan de
+zoldering, kostbaar porselein, dure en smaakvolle pulletjes, duizend
+kostbare en broze kleinigheden, die men in geen australische woning zou
+gezocht hebben. Alles wat behagelijk was, alles wat het onaangename
+eener vrijwillige ballingschap kon verzachten, alles wat de herinnering
+aan europeesche gewoonten levendig kon houden, was in die tooverachtige
+zaal bijeen. Men zou bijna meenen in een vorstelijk lustslot in
+Frankrijk of Engeland te zijn.
+
+Door het fijne doek der vijf venstergordijnen viel een zacht licht, dat
+reeds getemperd was door de halfschaduw der veranda. Lady Helena stond
+verrukt, toen zij naderbij kwam. Van deze zijde beheerschte de woning
+een breed dal, dat zioh tot aan den voet der oostelijke bergen
+uitstrekte. De afwisseling van weiden en bosschen, eenige groote opene
+plekken hier en daar, de zacht glooijende heuvels, de hoogten en laagten
+van dien oneffen bodem, alles te zamen vormde een onbeschrijfelijk
+tooneel. Geen andere streek ter wereld kon met deze vergeleken worden,
+zelfs niet het zoo beroemde Paradijs-dal op de noorweegsche grenzen van
+Tellemarken. Dat uitgestrekte panorama, met zijn afwisseling van groote
+donkere en lichte plekken, veranderde ieder uur naarmate de zon hooger
+rees. De verbeelding kon zich niets heerlijkers scheppen, en dat
+liefelijk gezigt voldeed aan al de eischen van het oog.
+
+Intusschen was er op bevel van Sandy Patterson in de ijl door den
+hofmeester van het station een ontbijt gereed gemaakt, en geen kwartier
+was er na hun aankomst verloopen, of de reizigers zaten reeds aan een
+tafel, die ruimschoots van alles voorzien was. De spijzen en wijnen
+lieten niets te wenschen over; maar het aangenaamste bij al die
+verfijnde weelde was de vreugde der twee jonge squatters, die zich
+gelukkig achtten onder hun dak zulk een onthaal te kunnen aanbieden.
+
+Het duurde ook niet lang, of zij waren bekend met het doel van den togt,
+en stelden een levendig belang in de nasporingen van Glenarvan. Ook
+gaven zij goede hoop aan de kinderen van den kapitein.
+
+"Harry Grant," zeide Michel, "is stellig in de handen der inboorlingen
+gevallen, anders zou hij wel in de nederzettingen aan de kust gekomen
+zijn. Hij was zich zijn toestand volkomen bewust, dat bewijst het
+document, en nu hij niet de een of andere engelsche kolonie bereikt
+heeft, moet hij, zoodra hij aan land kwam, door de wilden gevangen zijn
+genomen."
+
+"Datzelfde lot is ook zijn bootsman Ayrton wedervaren," antwoordde John
+Mangles.
+
+"Maar hebt gij nooit van de ramp van _Britannia_ hooren spreken,
+heeren?" vroeg lady Helena.
+
+"Nooit, mevrouw!" antwoordde Michel.
+
+"En hoe denkt gij, dat kapitein Grant, de gevangene der Australiërs,
+behandeld wordt?"
+
+"De Australiërs zijn niet wreed, mevrouw!" antwoordde de jonge squatter,
+"en miss Grant kan dienaangaande gerust zijn. Er zijn talrijke
+voorbeelden bekend van de zachtheid van hun karakter, en sommige
+Europeanen hebben lang onder hen verkeerd, zonder reden te hebben om
+zich over hun onbeschoftheid te beklagen."
+
+"King onder anderen," zeide Paganel, "de eenige van het gezelschap van
+Burke, die er het leven van heeft afgebragt."
+
+"Die stoute reiziger is niet de eenige," hernam Sandy; "maar ook een
+engelsch soldaat, Buckley geheeten, die in 1808 op de kust uit Port
+Philip ontsnapt zijnde, door de inboorlingen werd opgenomen en drie en
+dertig jaar onder hen leefde."
+
+"En na dien tijd," voegde Michel Patterson er bij, "berigtte ons een der
+laatste nommers van de _Australasian_, dat een zekere Morrill onder zijn
+landgenooten is teruggekeerd na een slavernij van zestien jaren. De
+geschiedenis van den kapitein zal wel dezelfde wezen als de zijne; want
+juist ten gevolge van de schipbreuk der _Péruvienne_ in 1846 werd hij
+door de inboorlingen gevangen genomen en naar het binnenland gesleept.
+Dus houd ik het er voor, dat gij moet blijven hopen."
+
+Deze woorden gaven den hoorders van den jongen squatter veel vreugde.
+Zij bevestigden de inlichtingen, die Paganel en Ayrton vroeger gegeven
+hadden.
+
+Toen de dames van tafel waren opgestaan, werd er over de gedeporteerden
+gesproken. De squatters waren bekend met de ramp van Camden-brug, maar
+de tegenwoordigheid van een bende vlugtelingen boezemde hun geen
+ongerustheid in. Die boosdoeners zouden zich wel wachten een station aan
+te vallen, dat door meer dan honderd mannen bewoond werd. Ook was het
+niet waarschijnlijk, dat zij zich in die woestijnen van de Murray zouden
+wagen, waar zij niets uitrigten konden, noch in de rigting der koloniën
+van Nieuw-Wales, waar de wegen zeer goed bewaakt worden. Ayrton was van
+hetzelfde gevoelen.
+
+Lord Glenarvan mogt het verzoek van zijn vriendelijke gastheeren om dien
+geheelen dag op Hottam-station door te brengen, niet afslaan. Het was
+een oponthoud van twaalf uren, dat een rustdag werd; paarden en ossen
+zouden zeker van hun vermoeienissen goed uitrusten in de goed ingerigte
+stallen van het station.
+
+Dit bleef dus bepaald, en de beide jongelieden stelden hun gasten een
+plan om den dag door te brengen voor, dat gaarne werd aangenomen.
+
+Ten twaalf ure trappelden zeven sterke jagtpaarden voor de deuren der
+woning. Een sierlijk rijtuig met vier paarden bespannen en voor de dames
+bestemd, gaf den koetsier gelegenheid om zijn bedrevenheid te toonen in
+het moeijelijke rijden met vier paarden. Door jagers voorafgegaan en met
+uitstekende jagtgeweren gewapend, stegen de ruiters te paard en
+galoppeerden naast het rijtuig, terwijl prachtige jagthonden vrolijk in
+het kreupelhout blaften.
+
+Vier uren besteedde de jagtstoet met het doorkruisen van al de lanen van
+dit park, dat zoo groot was als een kleine duitsche staat.
+Reuss-Schleitz of Saksen-Coburg-Gotha konden er wel geheel in liggen.
+Vond men er al niet zooveel inwoners, de schapen waren er daarentegen
+des te talrijker. En wat het wild betreft, een leger van drijvers zou er
+niet meer hebben kunnen opjagen onder bereik van de kogels der jagers.
+Weldra hoorde men dan ook een onafgebrokene reeks van losbrandingen, die
+zeer verontrustend waren voor de vreedzame bewoners der bosschen en
+vlakten. De jonge Robert deed wonderen aan de zijde van majoor Mac
+Nabbs. Ondanks de waarschuwingen zijner zuster was die vermetele knaap
+altijd vooraan en het eerst in het vuur. Maar John Mangles beloofde op
+hem te passen, hetgeen Mary Grant geruststelde.
+
+Bij die drijfjagt doodde men eenige daar te lande thuis behoorende
+dieren, die Paganel nog alleen bij name kende: onder anderen de "wombat"
+en de "bandicoot."
+
+De wombat (buidel-mormeldier) ia een plantetend dier, dat holen graaft
+evenals de das; hij is zoo groot als een schaap en zijn vleesch is
+lekker.
+
+De bandicoot is een andere soort van buideldier, nog roofzieker dan de
+europeesche vos en kan dezen wel een lesje geven in het plunderen van
+hoenderhokken. Dit dier, dat een vrij afzigtelijk voorkomen heeft, en
+anderhalve voet lang is, viel onder de kogels van Paganel, die het uit
+jagers-eigenliefde bekoorlijk vond. "Een aanbiddelijk dier," zeide hij.
+
+Onder andere belangrijke stukken schoot Robert heel handig een "dasyure
+viverrin," een soort van kleinen vos, wiens zwarte pels met witte
+vlekken evenveel waard is als die van den marter, en een paar
+buidelratten, die zich in het digte gebladerte der groote boomen
+verscholen.
+
+Maar van al die groote feiten was zonder tegenspraak een kangoeroe-jagt
+het belangrijkste. Tegen vier ure joegen de honden een troep van die
+zonderlinge buideldieren op. De kleinen kropen haastig in den buidel
+hunner moeder, en allen vlugtten in een rij achter elkander.
+Allervreemdst zijn de verbazende sprongen van den kangoeroe
+(springhaas), wiens achterpooten, tweemaal zoo lang als de voorpooten,
+als een veer losspringen.
+
+Aan het hoofd der vlugtelingen was een mannetje van vijf voet hoog, een
+prachtig model van de "macropus giganteus," een "oud man," zooals de
+houthakkers zeggen.
+
+Over een lengte van vier tot vijf mijlen werd de jagt ijverig
+voortgezet. De kangoeroes werden niet moede, en de honden, die niet
+zonder reden hun sterken, met een scherpen nagel gewapenden poot
+vreezen, pasten wel op ze niet te digt te naderen. Maar eindelijk
+uitgeput door den snellen loop, hield de troep stand en ging de "oude
+man" tegen een boomstam leunen, gereed om zich te verdedigen. Een der
+jagthonden, die zijn vaart nog niet had kunnen stuiten, kwam in zijn
+nabijheid. Een oogenblik daarna werd de arme hond in de hoogte
+geslingerd en hingen hem de ingewanden uit het lijf.
+
+Het bleek, dat zelfs de geheele troep honden niet opgewassen was tegen
+die sterke buideldieren. Men moest dus tot schieten overgaan, en alleen
+de kogels konden het reusachtige dier vellen.
+
+Weinig scheelde het of Robert was het slagtoffer geweest van zijn
+onvoorzigtigheid. Om zeker van zijn schot te zijn, naderde hij den
+kangoeroe zoo digt, dat deze met een sprong opvloog. Robert viel. Een
+angstkreet klonk. Uit haar rijtuig strekte Mary Grant van ontsteltenis
+sprakeloos en met verduisterde oogen de handen naar haar broeder uit.
+Niet een van de jagers durfde op het dier schieten; want hij kon ook den
+knaap treffen.
+
+Daar stormde op eens John Mangles, eigen gevaar niet achtende, met zijn
+hartsvanger op den kangoeroe los en trof het dier in het hart. Zijn kop
+werd afgehouwen en Robert stond ongedeerd op. Een oogenblik later lag
+hij in de armen zijner zuster.
+
+"Ik dank u, mijnheer John! ik dank!" zeide Mary Grant, terwijl zij den
+jongen kapitein haar hand toestak.
+
+"Ik stond borg voor hem," antwoordde John Mangles de bevende hand van
+het meisje vattende.
+
+Dit voorval maakte een einde aan de jagt. De troep buideldieren was
+uiteengegaan na den dood van den aanvoerder, wiens huid naar de woning
+werd medegenomen. Het was nu 's avonds zes ure. Een prachtig middagmaal
+wachtte de jagers. Onder andere spijzen viel een bouillon van
+kangoeroe-staarten, op de wijze der inlanders gereedgemaakt, bijzonder
+in den smaak.
+
+Na bij het nageregt ijs en sorbet gebruikt te hebben, gingen de gasten
+in de zaal. De avond werd aan de muziek gewijd. Lady Helena, die zeer
+goed piano speelde, stelde haar talent ter beschikking van de squatters.
+Michel en Sandy Patterson zongen met veel smaak stukjes ontleend aan de
+nieuwste werken van Gounod, Massé, Félicien David, en zelfs van dat
+onbegrepen genie, Richard Wagner.
+
+Ten elf ure werd thee rondgediend; ze was met die engelsche volmaaktheid
+gezet, die geen ander volk kan evenaren. Op verlangen van Paganel, die
+eens australische thee wilde drinken, bragt men hem een drank, zoo zwart
+als inkt, een kan water, waarin een half pond thee vier uren lang
+gekookt had. Paganel trok wel een leelijk gezigt, maar verklaarde toch,
+dat die drank heerlijk smaakte.
+
+Te middernacht werden de gasten naar luchtige en gemakkelijk ingerigte
+vertrekken gebragt, waar zij konden droomen van de genoegens van dien
+dag.
+
+Met het krieken van den dag namen zij afscheid van de twee jeugdige
+squatters. Na veel dankbetuigingen en de stellige belofte, dat ze
+elkander in Europa op het kasteel Malcolm zouden wederzien, scheidden
+zij. De wagen zette zich weder in beweging, reed om den voet van den
+berg Hottam, en weldra verdween het huis als een droombeeld uit de oogen
+der reizigers. Nog vijf mijlen ver reden zij over den grond van het
+station. Eerst ten negen ure hadden zij het laatste hek achter den rug
+en nu drong het kleine gezelschap in de bijna onbekende gewesten van de
+provincie Victoria.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+De australische Alpen.
+
+
+Een ontzaggelijke slagboom versperde in het zuid-oosten den weg. Het was
+de keten der australische Alpen, een groote verdedigingslijn, wier
+grillige gordijnen zich over een lengte van vijftien honderd mijlen
+uitstrekken, en de wolken op een hoogte van vier duizend voet stuiten.
+
+De betrokken lucht was oorzaak, dat de warmte eerst getemperd door den
+digten sluijer der dampen den grond bereikte. De temperatuur was dus
+dragelijk, maar de togt over den hoogst ongelijken bodem zeer
+moeijelijk. Het rijzen van den bodem werd telkens zigtbaarder. Hier en
+daar vertoonden zich eenige heuvels, met jonge groene gomboomen beplant.
+Verderop vormden die sterk in het oog loopende hoogten de voorloopers
+der groote Alpen. Aanhoudend moest men stijgen, hetgeen vooral zigtbaar
+was aan de krachtsinspanning der ossen, wier juk kraakte door het
+trekken van den zwaren wagen; zij hijgden en de spieren hunner pooten
+stonden zoo gespannen, dat ze dreigden te breken. De planken van het
+voertuig kraakten door het zware stooten, hetgeen Ayrton, hoe bekwaam
+hij ook was, niet kon voorkomen. De dames schikten zich gewillig in haar
+lot.
+
+John Mangles en zijn beide matrozen waren eenige honderden schreden
+vooruit om den weg te verkennen; zij kozen de begaanbare wegen, om niet
+te zeggen de engten, want al die bulten van den bodem waren evenveel
+klippen, waartusschen de wagen het beste vaarwater moest kiezen. Het was
+dus een echte zeereis over die deinende gronden.
+
+De taak was moeijelijk, soms gevaarlijk. Menigmaal moest Wilson met zijn
+bijl een doortogt banen door digte heesterboschjes. De kleiachtige en
+vochtige bodem zonk weg onder hun voeten. De weg werd verlengd door
+duizend omwegen, die onoverkomelijke hinderpalen, hooge granietblokken,
+diepe holle wegen, gevaarlijke ondiepten hen noodzaakten te maken. Tegen
+den avond waren zij dan ook naauwelijks een halven graad gevorderd. Men
+legerde zich aan den voet der Alpen, aan den oever der kreek Cobongra,
+aan den zoom eener kleine vlakte met vier voet hooge heesters bedekt,
+wier ligt roode bladeren het oog streelden.
+
+"Er staan ons nog heel wat moeijelijkheden te wachten," zeide Glenarvan
+met het oog op de bergketen, wier schaduwbeeld reeds verdween in de
+duisternis van den nacht. "Alpen! die naam geeft stof tot denken!"
+
+"Daar valt wel wat op af te dingen," antwoordde hem Paganel. "Gij moet
+niet denken, waarde Glenarvan! dat een geheel Zwitserland voor ons ligt.
+Er zijn in Australië Grampians, Pyreneën, Alpen, Blaauwe bergen, evenals
+in Europa en Amerika, maar in het klein. Dat bewijst alleen, dat de
+verbeeldingskracht der aardrijkskundigen niet onuitputtelijk is, of dat
+de taal der eigennamen zeer arm is."
+
+"Die australische Alpen dus?..." vroeg lady Helena.
+
+"Zijn bergen, die wij wel in onzen zak kunnen steken," antwoordde
+Paganel. "Wij zullen er over zijn, voor wij het weten."
+
+"Zeg _ik_ in plaats van _wij_!" zeide de majoor. "Wel moet men een
+verstrooid man wezen om een bergketen over te trekken, zonder het te
+merken."
+
+"Verstrooid!" riep Paganel. "Maar ik ben niet verstrooid meer. Ik beroep
+mij op deze dames. Heb ik niet mijn woord gehouden van het oogenblik af,
+dat ik den voet op het vastland heb gezet? Heb ik een enkele
+verstrooidheid begaan? Heeft men mij een enkele dwaling te verwijten?"
+
+"Geen enkele, mijnheer Paganel!" zeide Mary Grant. "Gij zijt thans de
+volmaaktste aller mannen."
+
+"Al te volmaakt!" voegde lady Helena er lagchend bij. "Uw verstrooidheid
+stond u zoo goed."
+
+"Niet waar, mevrouw?" antwoordde Paganel. "Wanneer ik geen gebrek meer
+heb, zal ik een man worden als ieder ander. Daarom hoop ik maar, dat ik
+spoedig de een of andere dwaasheid zal begaan, waarover gij hartelijk
+zult lagchen. Ziet ge, wanneer ik mij niet vergis, komt het mij voor,
+dat mij iets ontbreekt."
+
+In weerwil van de verzekeringen van den goedgeloovigen aardrijkskundige
+kostte het den volgenden dag, den 9den Januarij, het kleine gezelschap
+verbazend veel moeite om in de Alpen door te dringen. Op goed geluk af
+moest men voortgaan en zich in naauwe en diepe kloven wagen, die wel
+eens zonder uitgang konden zijn.
+
+Ayrton zou zeker in groote verlegenheid geweest zijn, als hij niet
+onverwachts na een uur op weg geweest te zijn een herberg, een ellendige
+kroeg had aangetroffen op een der bergpaden.
+
+"Drommels," riep Paganel, "de kastelein van deze tapperij zal hier ook
+geen fortuin maken! Welk nut kan hij hier doen?"
+
+"Ons de noodige aanwijzingen geven nopens den weg," antwoordde
+Glenarvan. "Wij zullen eens binnengaan."
+
+Door Ayrton gevolgd overschreed Glenarvan den drempel der herberg. De
+kastelein uit "de herberg in het bosch,"--zooals op het uithangbord
+stond te lezen,--was een ruwe kerel met een terugstootend uiterlijk, die
+zeker zelf de beste klant was voor de jenever, brandewijn en whisky van
+zijn kroeg. Hij zag zelden iemand anders dan reizende squatters of
+eenige veedrijvers.
+
+Hij antwoordde tamelijk norsch op de vragen, die hem gedaan werden. Maar
+zijn antwoorden waren toch voldoende om Ayrton op den regten weg te
+brengen. Glenarvan betaalde den kastelein eenige kroonen voor zijn
+gedane moeite, en wilde de herberg weder uitgaan, toen een op den muur
+geplakte verordening zijn aandacht trok.
+
+Het was een kennisgeving van de koloniale politie. Ze berigtte de
+ontsnapping der gedeporteerden uit Perth, en stelde een prijs op het
+hoofd van Ben Joyce. Honderd pond sterling werden uitgeloofd aan
+dengenen, die hem in handen der politie zou leveren.
+
+"Die ellendeling verdient ten volle de galg," zeide Glenarvan tegen den
+bootsman.
+
+"En het is de moeite waard hem te pakken!" antwoordde Ayrton. "Honderd
+pond! Een heele som! Hij is zooveel niet waard."
+
+"Ik vertrouw dien kastelein maar half, ondanks zijn verordening," voegde
+Glenarvan er bij.
+
+"Ik ook niet," antwoordde Ayrton.
+
+Glenarvan en de bootsman begaven zich weder naar den wagen. Men rigtte
+zich naar het punt, waar de weg van Lucknow ophoudt. Daar slingerde
+bergop een naauw pad. Men begon te klimmen.
+
+De bestijging was uiterst moeijelijk. Meer dan eens stapten de dames en
+haar reismakkers af. Men was verpligt het lompe voertuig te helpen en
+voort te duwen, het dikwijls tegen te houden op gevaarlijke schuinten,
+de ossen af te spannen, die weinig nut konden doen bij de onverwachte
+krommingen van den weg, den wagen te remmen, die gevaar liep achteruit
+te rollen, en meer dan eens moest Ayrton de hulp der paarden inroepen,
+die reeds afgemat waren door de moeite, die zij moesten doen, om zelven
+zich op te hijschen.
+
+Kwam het door die aanhoudende vermoeijenis of door iets anders, maar
+dien dag bezweek een der paarden. Het viel op eens neder, zonder dat
+eenig voorteeken dit ongeluk had doen verwachten. Het was het paard van
+Mulrady, en toen deze het wilde overeind helpen, bleek het, dat het dood
+was.
+
+"Er is zeker een bloedvat bij dit dier gesprongen," zeide Glenarvan.
+
+"Denkelijk wel," antwoordde Ayrton.
+
+"Neem mijn paard, Mulrady!" voegde Glenarvan er bij, "ik ga bij lady
+Helena in den wagen."
+
+Mulrady gehoorzaamde, het kleine gezelschap zette zijn moeijelijke
+beklimming voort, en liet het lijk van het dier ter prooi aan de raven.
+
+De keten der australische Alpen is niet breed, nog geen acht mijlen.
+Wanneer dus de weg, door Ayrton gekozen, op de oostelijke helling
+uitliep, konden zij over twee dagen aan gene zijde van dien hoogen
+slagboom zijn. Dan waren er tot aan zee toe geen onoverkomelijke
+hinderpalen, geen moeijelijke wegen meer te wachten.
+
+Den 10den bereikten de reizigers het hoogste punt van den weg, omstreeks
+twee duizend voet. Zij waren op een ruim bergvlak, van waar zij een
+grooten omtrek konden overzien. In het noorden spiegelde het stille
+water van het Omeo-meer, dat van watervogels wemelde, en nog verder de
+uitgestrekte vlakten van de Murray. Ten zuiden strekten zich de
+grasrijke streken, de goudgronden en de hooge bosschen van Gippsland
+uit, dat nog in zijn natuurstaat scheen te verkeeren. Daar was de natuur
+nog meesteres over de voortbrengselen, over den loop der wateren, over
+de groote nog ongeschonden boomen, en durfden de squatters, die hier nog
+weinig in getal waren, niet met haar worstelen. Het scheen, dat deze
+Alpenketen twee verschillende landen scheidde, waarvan het eene zijn
+oorspronkelijke wildheid had behouden. De zon ging juist onder, en
+eenige stralen, die door de roodgekleurde wolken boorden, verhelderden
+de tinten van het district Murray. Gippsland daarentegen, achter den
+bergwand verscholen, was in het duister gehuld, en men zou gezegd
+hebben, dat de schaduw dit geheele transalpijnsche gewest in een vroegen
+nacht dompelde. De toeschouwers, tusschen die twee zoo scherp gescheiden
+landen geplaatst, voelden levendig die tegenstelling, en een zekere
+ontroering greep hen aan op het gezigt van dat bijna onbekende gewest,
+dat zij tot aan de grenzen van Victoria moesten doortrekken.
+
+De nacht werd op het bergvlak doorgebragt. Den volgenden morgen begon de
+afdaling, die vrij spoedig in haar werk ging. Een allergeweldigste
+hagelbui overviel de reizigers en dwong hen een schuilplaats onder
+rotsblokken te zoeken. Het waren geen hagelsteenen, maar echte stukken
+ijs, zoo groot als een hand, die uit de van onweer zwangere wolken
+vielen. Met een slinger had men ze niet met meer kracht kunnen werpen,
+en eenige zware kneuzingen deden Paganel en Robert begrijpen, dat ze
+zich uit de voeten moesten maken. De wagen werd op verscheidene plaatsen
+doorboord en weinige daken zouden bestand zijn geweest tegen den val
+dier scherpe stukken ijs, waarvan sommige in de stammen der boomen
+bleven vastzitten. Op straffe van gesteenigd te worden moest men het
+einde dier ontzettende bui afwachten. Ze hield omtrent een uur aan, en
+het gezelschap keerde weder naar de hellende rotsen terug, die nog
+glibberig waren van de smeltende hagelsteenen.
+
+Tegen den avond bereikte de wagen, wel zeer gehavend en op vele plaatsen
+losgeraakt, maar nog stevig rustende op zijn houten schijven, de laatste
+uitloopers der Alpen, bedekt met hooge alleenstaande pijnboomen. De
+engte liep uit op de vlakten van Gippsland. De Alpenketen was gelukkig
+overgetrokken, en de gewone toebereidselen voor het nachtverblijf werden
+gemaakt.
+
+Zoodra de zon den 12den opging werd de reis met nieuwen moed hervat. Een
+ieder wenschte vurig het doel te bereiken, dat wil zeggen de Stille
+Zuidzee, op dezelfde plek, waar de _Britannia_ vergaan was. Daar alleen
+kon met vrucht het spoor der schipbreukelingen gezocht worden, en niet
+in die woeste streken van Gippsland. Daarom drong Ayrton er ook op aan,
+dat lord Glenarvan bevel zou zenden aan de _Duncan_ om aan de kust te
+komen, ten einde alle middelen ter opsporing bij de hand te hebben.
+Zijns inziens moest men van den weg van Lucknow naar Melbourne gebruik
+maken. Later zou dat moeijelijk gaan; want er zou volslagen gebrek komen
+aan regtstreeksche gemeenschap met de hoofdstad.
+
+Die aanbevelingen van den bootsman hadden den schijn voor zich. Paganel
+ried aan er gevolg aan te geven. Hij meende ook, dat de aanwezigheid van
+het jagt in zulk een geval zeer nuttig kon zijn, en voegde er bij, dat
+men geen gemeenschap met Melbourne meer zou kunnen onderhouden, als men
+den weg van Lucknow over was.
+
+Glenarvan was besluiteloos, en misschien zou hij die bevelen, waarop
+Ayrton zoo bepaald aandrong, afgezonden hebben, als de majoor zich niet
+krachtig tegen dat besluit had verzet. Hij toonde aan, dat Ayrton niet
+gemist kon worden, dat hij bekend was met de kuststreek, dat, mogt het
+toeval de karavaan op het spoor van Harry Grant brengen, de bootsman
+beter dan iemand anders in staat zijn zou het te volgen, ten laatste dat
+hij alleen de plaats kon aangeven, waar de _Britannia_ was vergaan.
+
+Mac Nabbs stemde dus voor de voortzetting der reis, zonder iets aan het
+plan te veranderen. Hij vond een bondgenoot in John Mangles, die zijn
+gevoelen deelde. De jonge kapitein merkte zelfs op, dat de bevelen
+Zijner Edelheid gemakkelijker de _Duncan_ zouden bereiken, wanneer zij
+uit de Twofold-baai werden afgezonden, dan wanneer zij door
+tusschenkomst van een bode werden overgebragt, die twee honderd mijlen
+van een woest land zou moeten doortrekken.
+
+Deze meening behield de overhand. Er werd besloten, dat er niet
+gehandeld zou worden voor de Twofold-baai bereikt was. De majoor hield
+Ayrton in het oog, die zeer teleurgesteld scheen. Maar hij zeide er
+niets van, en volgens zijn gewoonte hield hij zijn gedachten voor zich.
+
+De vlakten, die zich aan den voet der australische Alpen uitstrekken,
+waren effen, met een geringe helling naar het oosten. Groote boschjes
+mimosa's en allerlei gomboomen braken hier en daar de eentoonige
+eenvormigheid af. De "gastrolobium grandiflorum" bedekte den bodem met
+zijn struiken met schitterende bloemen. Eenige onbeduidende stroompjes,
+niet meer dan beekjes met laag riet omzoomd en met standelkruiden
+begroeid, doorsneden dikwijls den weg. Zij werden doorwaad. In de verte
+vlugtten benden trapganzen en kasuarissen op de nadering der reizigers.
+Kangoeroes sprongen als een troep elastieke poppen boven de heesters
+uit. Maar de jagers onder het gezelschap dachten volstrekt niet aan de
+jagt, en hun paarden konden die onnoodige vermoeijenis zeer goed missen.
+
+Ook hing er eene zwoele lucht over de landstreek. De dampkring was
+verzadigd met electriciteit. Dieren en menschen ondervonden zijn
+invloed. Zij trokken loom en lusteloos verder. De stilte werd alleen
+verstoord door het geschreeuw, waarmede Ayrton zijn aamechtig span
+aanzette.
+
+Tusschen twaalf en twee ure trok men door een aardig bosch van varens,
+dat de bewondering van minder afgematte lieden zou gaande gemaakt
+hebben. Die boomvormige planten, welke in vollen bloei stonden,
+bereikten een hoogte van wel dertig voet. Paarden en ruiters trokken op
+hun gemak onder de afhangende takken door, en soms rammelden de
+radertjes der sporen, wanneer ze tegen hun houtachtigen stengel stieten.
+Onder die onbewegelijke zonneschermen heerschte een koelte, waarover
+niemand klaagde.
+
+Jacques Paganel, die er van hield zijn hart lucht te geven, zuchtte van
+tevredenheid, en deed daardoor scharen papegaaijen en kakatoes
+opvliegen. Het was een concert van oorverdoovend geschreeuw.
+
+De aardrijkskundige schreeuwde en jubelde hoe langer hoe luider, toen
+zijn reisgenooten hem op eens op zijn paard zagen wankelen en als een
+klomp lood op den grond vallen. Was soms een bezwijming of erger nog een
+verstikking, door den hoogen warmtegraad veroorzaakt, hiervan de
+oorzaak?
+
+Men snelde naar hem toe.
+
+"Paganel! Paganel! wat scheelt u?" riep Glenarvan.
+
+"Mij scheelt, waarde vriend! mij scheelt, dat ik geen paard meer heb,"
+antwoordde Paganel, terwijl hij zijn voeten uit de stijgbeugels
+losmaakte.
+
+"Wat! uw paard?"
+
+"Dood, morsdood, evenals dat van Mulrady!"
+
+Glenarvan, John Mangles, Wilson onderzochten het dier. Paganel had zich
+niet vergist. Zijn paard was plotseling dood gebleven.
+
+"Dat is vreemd!" zeide John Mangles.
+
+"Ja, wel vreemd!" mompelde de majoor.
+
+Dit nieuwe ongeluk maakte Glenarvan zeer bekommerd. In deze woestijn
+waren geen andere paarden te krijgen. En ontstond er soms een
+besmettelijke ziekte onder hun paarden, dan zou het hem zeer moeijelijk
+vallen den togt voort te zetten.
+
+De dag was nog niet om, of het woord "besmettelijke ziekte" scheen
+bewaarheid te zullen worden. Een derde paard, dat van Wilson viel dood,
+en, wat nog erger was, ook een der ossen bezweek. De trek- en rijdieren
+bestonden nu maar uit drie ossen en vier paarden.
+
+De toestand werd bedenkelijk. De van hun paarden beroofde ruiters konden
+des noods te voet gaan. Vele squatters hadden dit reeds in die
+onbewoonde streken gedaan. Maar wat zou er van de reizigsters worden,als
+men den wagen moest achterlaten? Konden die de honderd twintig mijlen,
+die hen nog van de Twofold-baai scheidden, te voet afleggen?
+
+Hoogst ongerust onderzoeken John Mangles en Glenarvan de nog
+overgebleven paarden. Misschien kan men nieuwe ongelukken voorkomen. Uit
+dit onderzoek bleek, dat er geen enkel teeken van ziekte of zwakheid te
+bespeuren was. Deze dieren waren volkomen gezond en stonden de
+vermoeijenissen der reis wakker door. Glenarvan hoopte dus, dat die
+vreemde besmettelijke ziekte geen andere offers meer zou eischen.
+
+Ook Ayrton was van dat gevoelen. Hij verklaarde tevens niets te
+begrijpen van die plotselinge sterfgevallen.
+
+De togt werd hervat. De wagen diende tot rijtuig voor de voetgangers,
+die er elk op hun beurt in uitrustten. Na een marsch van slechts tien
+mijlen werd 's avonds het sein om halt te houden gegeven en de
+legerplaats in orde gebragt. De nacht ging in ongestoorde rust voorbij
+onder een groot bosch van boomvormige varens, waarin ontzaggelijke
+vleermuizen rondfladderden, die hun naam van roode vliegende maki met
+regt droegen.
+
+De volgende dag, zijnde de 13de Januarij, was bij uitstek goed. De
+ongelukken van den vorigen herhaalden zich niet. De gezondheidstoestand
+van het reisgezelschap bleef bevredigend. Paarden en ossen volbragten
+met lust hun werk. Het salon van lady Helena was zeer levendig, door het
+aantal gaande en komende bezoekers. Olbinett was druk in de weer met de
+ververschingen rond te laten gaan, die een warmte van dertig graden
+noodig maakte. Een half vaatje schotsche ale werd geheel leeggedronken.
+Barclay en Cie werd de grootste man van geheel Engeland genoemd, zelfs
+grooter dan Wellington, die nooit zulk lekker bier had gebrouwen. Een
+gevolg van de eigenliefde der Schotten. Jacques Paganel dronk veel en
+redeneerde nog meer _de omni re scibili et quibusdam aliis_.
+
+Een zoo goed begin beloofde ook een goed einde van den dag. Men had ruim
+vijftien mijlen afgelegd in een vrij bergachtig land met een
+roodkleurigen bodem. Men mogt zich dus vleijen dienzelfden avond nog aan
+de oevers der Sneeuw-rivier, een belangrijke rivier, die zich in het
+zuiden van Victoria in de Stille Zuidzee werpt, de legerplaats te
+betrekken. Weldra maakten de wielen van den wagen hun spoor in groote
+vlakten van zwartachtigen aangeslibden grond, tusschen boschjes
+weelderig gras en nieuwe velden met gastrolobium begroeid. Het werd
+avond, en een nevel, die aan den gezigteinder oprees, wees duidelijk den
+loop der Sneeuwrivier aan. Met veel moeite kwam men nog eenige mijlen
+verder. Een bosch van hooge boomen verhief zich bij een hoek van den
+weg, achter een geringe verhevenheid van den grond. Ayrton mende zijn
+ossen, van wie reeds zooveel gevergd was, tusschen de groote, in de
+schaduw bijna niet zigtbare boomstammen door, en was reeds over den zoom
+van het bosch, maar een halve mijl van de rivier af, toen de wagen op
+eens tot aan de as in den modder zakte.
+
+"Geeft acht!" riep hij den ruiters toe, die hem volgden.
+
+"Wat gebeurt er dan?" vroeg Glenarvan.
+
+"Wij zitten in den modder vast," antwoordde Ayrton.
+
+Met de stem en den prikkel zette hij zijn ossen aan, die tot aan de
+knieën in den modder zittende, zich niet konden bewegen.
+
+"Wij moesten hier van nacht maar blijven," zeide John Mangles.
+
+"Dat is het beste wat wij doen kunnen," antwoordde Ayrton. "Morgen,
+wanneer het dag is, kunnen wij beter zien, hoe wij er uitkomen."
+
+"Halt!" riep Glenarvan.
+
+Na een korte schemering werd het volkomen duister; maar de warmte was
+niet met het licht geweken. De lucht was stikkend heet. Aan den
+gezigteinder flikkerden eenige weerlichten, de oogverblindende
+weerkaatsing van een verwijderd onweder.
+
+Het nachtverblijf werd in orde gebragt. Zoo goed en kwaad het ging,
+behielp men zich in den vastzittenden wagen. De donkere koepel der
+groote boomen beschutte de tent der reizigers. Mits het maar niet begon
+te regenen, hadden zij geen reden om te klagen.
+
+Niet zonder moeite haalde Ayrton zijn drie ossen uit den drassigen
+bodem. Die moedige dieren zaten er tot den buik in. De bootsman joeg ze
+met de vier paarden in een beslotene ruimte en vertrouwde aan niemand de
+zorg toe om voeder voor hen uit te kiezen. Dat werk verrigtte hij met
+veel overleg, en Glenarvan merkte op, dat hij dien avond zijn zorg nog
+verdubbelde, waarvoor hij hem hartelijk bedankte, want het behoud der
+trekdieren was van overwegend belang.
+
+Inmiddels gebruikten de reizigers een korten avondmaaltijd. Vermoeidheid
+en warmte verdreven den honger. Zij hadden geen behoefte aan voedsel,
+maar aan rust. Na haar reisgenooten goeden nacht te hebben gewenscht,
+zochten lady Helena en miss Grant haar gewone legerstede op. Wat de
+mannen aangaat, sommigen kropen onder de tent, anderen gingen liever aan
+den voet der boomen in het digte gras liggen, hetgeen men in die gezonde
+landen gerust kan doen.
+
+Langzamerhand vielen allen in een diepen slaap. De duisternis nam toe
+onder een gordijn van dikke wolken, dat den geheelen hemel bedekte. Geen
+windje was er aan de lucht. De stilte van den nacht werd slechts
+afgebroken door het gekras van den "morepork," die met verrassende
+juistheid de kleine terts aangaf, evenals de treurige koekoeken van
+Europa.
+
+Na een zwaren en vermoeijenden slaap werd de majoor tegen elf ure
+wakker. Een flaauw licht, dat zich onder de groote boomen bewoog, trof
+zijn half geslotene oogen. Men zou het voor een witachtig vlak, zoo
+spiegelend als het water van een meer, hebben kunnen houden, en Mac
+Nabbs geloofde eerst, dat het het schijnsel van een ontstaanden brand
+was, dat zich over den grond voortplantte.
+
+Hij rees op en liep naar het bosch. Hij stond zeer verbaasd, toen hij
+daar een zuiver natuurverschijnsel voor zich zag. Een onafzienbaar veld
+met paddestoelen, die dat licht gaven, strekte zich voor hem uit. De
+lichtgevende kiemkorrels dier bedekt bloeijende planten straalden met
+zekere kracht in de duisternis[1].
+
+De majoor, die geen egoïst was, wilde Paganel wekken, opdat de geleerde
+dit verschijnsel met eigen oogen mogt waarnemen, toen een zeker voorval
+hem hiervan deed afzien.
+
+Het phosphorisch licht bescheen het bosch over een ruimte van een halve
+mijl, en Mac Nabbs verbeeldde zich, dat hij snel eenige schaduwen langs
+den verlichten zoom zag glijden. Bedrogen hem zijn oogen? Was hij de
+speelbal van een gezigtsbedrog?
+
+Mac Nabbs ging op den grond liggen, en oplettend rondziende bemerkte bij
+duidelijk verscheidene menschen, die beurtelings bukkende en opstaande
+nog versche sporen op den grond schenen te zoeken.
+
+Hij moest en zou weten, wat die menschen zochten.
+
+De majoor aarzelde niet, en zonder zijn reisgenooten wakker te maken,
+kroop hij als een wilde uit de prairiën over den grond en verdween in
+het hooge gras.
+
+
+[1] Dit feit was reeds door Drummond in Australië waargenomen, en wel
+bij paddestoelen, die tot de familie van de _Agaricus olearicus_
+schijnen te behooren.
+
+
+
+
+XIX.
+
+Een onverwachte ontdekking.
+
+
+Het was een vreeselijke nacht. 's Morgens ten twee ure begon er een
+regenbui te vallen, een stortbui, die de onstuimige wolken tot het
+aanbreken van den dag toe uitgoten. De tent was niet langer een
+voldoende beschutting. Glenarvan en zijne reisgenooten vlugtten in den
+wagen. Niemand sliep. Men praatte over koetjes en kalfjes. De majoor
+alleen, wiens korte afwezigheid niemand opgemerkt had, vergenoegde zich
+met te luisteren, maar sprak geen woord. Nog kwam er geen einde aan de
+ontzettende bui. Het stond te vreesen, dat ze de Sneeuw-rivier buiten
+haar oevers zou doen treden, hetgeen zeer leelijk zou geweest zijn voor
+den wagen, die in den weeken grond vast zat.
+
+Bij herhaling gingen daarom Mulrady, Ayrton, zelfs John Mangles den
+waterstand waarnemen, en kwamen dan van het hoofd tot de voeten doornat
+terug.
+
+Eindelijk werd het dag. De regen hield op; maar de zonnestralen konden
+den digten wolkensluijer niet doorboren. Groote plassen geelachtig
+water, echte troebele en slijkerige vijvers, maakten den grond morsig.
+Een warme damp steeg uit die doorweekte gronden op en vervulde den
+dampkring met een voor de gezondheid schadelijke vochtigheid.
+
+Allereerst hield Glenarvan zich met den wagen bezig. Dat was in zijn oog
+de hoofdzaak. Het lompe voertuig werd naauwkeurig bekeken. Het zat vast
+in taaije klei in het midden van een groote verzakking van den grond.
+Het voorstel was bijna geheel verdwenen, en het achterstel tot aan de
+stootplaat van de as. Het zou heel wat moeite kosten om dat zware
+ligchaam er uit te halen, en de vereenigde krachten van mannen, ossen en
+paarden zouden er wel toe noodig zijn.
+
+"Wij moeten ons in allen gevalle haasten," zeide John Mangles. "Wanneer
+die klei opdroogt, wordt het werk nog moeijelijker."
+
+"Ja, wij moeten ons haasten," antwoordde Ayrton.
+
+Glenarvan, de beide matrozen, John Mangles en Ayrton drongen in het
+bosch, waar de dieren den nacht hadden doorgebragt.
+
+Het was een hoog bosch van akelige gomboomen. Niets dan doode, ver
+uiteenstaande boomen, sedert eeuwen van hun bast beroofd, of liever
+gelijk de kurkeiken, wanneer de oogsttijd daar is. Hun dunne,
+bladerlooze takken staken twee honderd voet hoog in de lucht. Geen
+enkele vogel nestelde in die dorre geraamten, geen blaadje trilde aan
+die drooge en als doodsbeenderen klepperende takken. Aan welke
+omwenteling moet dat in Australië nog al veel voorkomende verschijnsel
+van geheele als door een besmettelijke ziekte gestorven bosschen
+toegeschreven worden? Men weet het niet. Noch de oudste inboorlingen,
+noch hun voorvaderen, die reeds lang in de doodenboschjes rusten, hebben
+ze ooit groen gezien.
+
+Onder het gaan beschouwde Glenarvan den graauwen hemel, waartegen de
+kleinste takjes der gomboomen zich als fijne lijntjes afteekenden.
+Ayrton verwonderde zich, dat hij de paarden en ossen niet meer vond ter
+plaatse, waar hij ze gebragt had. De gekluisterde dieren konden echter
+niet ver weg zijn.
+
+Men zocht ze in het bosch, maar zonder ze te vinden. Hoogst verbaasd
+ging Ayrton nu naar de Sneeuw-rivier, wier oevers met prachtige mimosa's
+begroeid zijn. Hij liet het bij zijn span welbekend geluid hooren; maar
+kreeg geen antwoord. De bootsman scheen zeer ongerust, en zijn
+reisgenooten zagen elkander met een teleurgesteld gezigt aan.
+
+Zoo werd er nu een uur met vergeefsche nasporingen doorgebragt, en
+Glenarvan wilde reeds naar den wagen terugkeeren, daar hij ruim een mijl
+van af was, toen een gehinnik zijn oor trof. Bijna gelijktijdig liet
+zich ook gebulk hooren.
+
+"Daar zijn ze!" riep John Mangles, en kroop tusschen de hooge
+gastrolobiums door, die hoog genoeg waren om een kudde te verbergen.
+
+Glenarvan, Mulrady en Ayrton ijlden hem achterna en deelden spoedig in
+zijn ontsteltenis.
+
+Twee ossen en drie paarden lagen op den grond; de dood had hen even
+onverwacht overvallen als de anderen. Hun lijken waren reeds koud, en
+een troep magere raven, die in de mimosa's krasten, beloerde die
+onverwachte prooi.
+
+Glenarvan en de anderen zagen elkander aan en Wilson kon een vloek niet
+terughouden, die hem op de tong lag.
+
+"Het is niet anders, Wilson!" zeide lord Glenarvan, die moeite had om
+bedaard te blijven, "wij kunnen er niets aan doen. Breng den os en het
+paard weg, Ayrton! Wij moeten maar zien, hoe wij het met hen redden."
+
+"Zat onze wagen maar niet vast," sprak John Mangles, "dan zouden die
+twee dieren hem langzaam aan wel naar de kust kunnen brengen. Dat
+vervloekte voertuig moet er dus uitgehaald worden, het gaat hoe het
+gaat."
+
+"Wij zullen het beproeven, John!" antwoordde Glenarvan. "Thans willen
+wij naar de legerplaats terugkeeren, waar men reeds ongerust zal zijn
+over ons lang uitblijven."
+
+Ayrton nam de kluisters van den os af, Mulrady van het paard, en zoo
+keerde men langs de bogtige oevers der rivier terug.
+
+Een half uur later waren Paganel, Mac Nabbs, lady Helena en miss Grant
+van alles onderrigt.
+
+"Het is waarlijk jammer, Ayrton! dat niet al onze beesten bij den
+overtogt der Wimerra beslagen moesten worden," kon de majoor niet
+nalaten te zeggen.
+
+"Hoe dat zoo, mijnheer?" vroeg Ayrton.
+
+"Omdat van al onze paarden alleen dat, hetwelk uw hoefsmid onder handen
+heeft gehad, aan de algemeene ramp ontkomen is!"
+
+"Dat is waar, en heel toevallig!" zeide John Mangles.
+
+"Toeval, anders niet," antwoordde de bootsman, terwijl bij den majoor
+stijf in het gezigt zag.
+
+Mac Nabbs beet zich op de lippen, alsof hij vreesde te veel te zeggen.
+Glenarvan, Mangles en lady Helena schenen te verwachten, dat hij zijn
+gedachte geheel zou mededeelen; maar de majoor zweeg en ging naar den
+wagen, waarmede Ayrton zich bezig hield.
+
+"Wat heeft hij willen zeggen?" vroeg Glenarvan aan John Mangles.
+
+"Ik weet het niet," antwoordde de jonge kapitein.
+
+"De majoor is er anders de man niet naar om zonder grond te spreken."
+
+"Neen, John!" zeide lady Helena. "Mac Nabbs heeft zeker kwaad vermoeden
+ten opzigte van Ayrton."
+
+"Kwaad vermoeden?" sprak Paganel de schouders ophalende.
+
+"Welk?" vroeg Glenarvan. "Zou hij hem in staat achten onze paarden en
+ossen te dooden? Maar waarom? Is het belang van Ayrton niet hetzelfde
+als het onze?"
+
+"Gij hebt gelijk, lieve Edward!" zeide lady Helena, "en ik voeg er nog
+bij, dat de bootsman ons van het begin der reis af onweersprekelijke
+bewijzen van verknochtheid gegeven heeft."
+
+"Zonder twijfel," antwoordde John Mangles. "Maar wat beteekent dan de
+opmerking van den majoor? Daar moet ik het mijne van hebben."
+
+"Gelooft hij, dat hij met die gedeporteerden onder éénen hoed
+speelt?..." riep Paganel onvoorzigtig uit.
+
+"Welke gedeporteerden?" vroeg miss Grant.
+
+"Mijnheer Paganel verspreekt zich," antwoordde John Mangles driftig.
+"Hij weet wel, dat er geen gedeporteerden zijn in de provincie
+Victoria."
+
+"Drommels! dat is waar ook!" zeide Paganel, die zijn woorden wel had
+willen inhalen. "Waar waren mijn gedachten? Gedeporteerden! Wie heeft
+ooit van gedeporteerden hooren spreken in Australië? Bovendien, pas zijn
+ze aan land, of ze worden brave menschen! Het klimaat gij weet wel, miss
+Mary! het zedelijk makend! klimaat...."
+
+Het ging den armen geleerde, die zijn dwaasheid wilde herstellen,
+evenals den wagen, hij zakte er hoe langer hoe dieper in. Lady Helena
+zag hem aan, waardoor hij alle bezinning verloor. Maar hem niet
+verlegener willende maken, nam zij miss Mary mede naar de tent, waar
+Olbinett het ontbijt naar al de regelen der kunst gereed maakte.
+
+"Ik verdiende zelf gedeporteerd te worden!" jammerde Paganel.
+
+"Dat geloof ik ook," antwoordde Glenarvan.
+
+Dit met een ernst gezegd hebbende, die den waardigen aardrijkskundige
+geheel in den war bragt, ging Glenarvan met John Mangles naar den wagen.
+
+Ayrton en de twee matrozen waren juist bezig om hem uit den diepen kuil
+te trekken. De os en het paard naast elkander gespannen, trokken met
+alle kracht; de strengen stonden zoo strak, dat zij bijna braken, de
+hamen stonden op het punt van te scheuren. Wilson en Mulrady draaiden
+aan de wielen, terwijl de bootsman met stem en zweep het zwakke voorspan
+aanzette. Het zware voertuig bewoog zich niet. De reeds drooge klei
+hield het span tegen, alsof het in tras vastgemetseld was.
+
+John Mangles liet de klei nat maken, opdat ze minder zou houden. Het was
+te vergeefsch. De wagen bleef onbewegelijk vastzitten. Na nieuwe
+krachtsinspanning gaven menschen en dieren het op. Wilde men den wagen
+niet uit elkander nemen, dan moest men hem in den kuil achterlaten. Uit
+gebrek aan werktuigen kon zulk een arbeid niet ondernomen worden.
+
+Ayrton, die wat het ook kosten mogt, dit beletsel uit den weg wilde
+ruimen, stond gereed een nieuwe poging aan te wenden, toen lord
+Glenarvan hem tegenhield.
+
+"Genoeg, Ayrton! genoeg," zeide hij. "Wij moeten den os en het paard
+ontzien. Als wij onze reis te voet moeten voortzetten, zal het een de
+beide dames, de andere de levensmiddelen dragen. Dan kunnen zij ons nog
+goede diensten bewijzen."
+
+"Goed, mylord! antwoordde de bootsman, terwijl hij de uitgeputte dieren
+uitspande.
+
+"Laten wij nu naar de legerplaats terugkeeren, vrienden!" voegde
+Glenarvan er bij, "dan kunnen wij beraadslagen, onzen toestand
+onderzoeken, de goede en kwade kansen opsporen, en een besluit nemen."
+
+Eenige oogenblikken later verkwikten de reizigers zich met een degelijk
+ontbijt van hun slechten nacht, en werden de beraadslagingen geopend.
+Een ieder werd verzocht zijn meening te zeggen.
+
+In de allereerste plaats was het noodig met volkomene juistheid te
+weten, waar men zich bevond. Paganel, wien die taak werd opgedragen,
+volbragt ze met de noodige naauwkeurigheid. Volgens zijne berekening
+bevond het gezelschap zich thans op 37° graden breedte en 147° 53'
+lengte, aan den oever der Sneeuw-rivier.
+
+"Wat is de juiste ligging der Twofold-baai?" vroeg Glenarvan.
+
+"Honderd vijftig graden," antwoordde Paganel.
+
+"En die twee graden zeven minuten zijn gelijk aan?..."
+
+"Vijf en zeventig mijlen[1]."
+
+"En Melbourne ligt?..."
+
+"Minstens twee honderd mijlen van hier."
+
+"Goed. Wat staat ons thans te doen, nu wij dit weten?" zeide Glenarvan.
+
+Allen gaven eenparig ten antwoord: zonder verwijl naar de kust gaan.
+Lady Helena en Mary Grant verbonden zich om vijf mijlen per dag af te
+leggen. De moedige vrouwen vreesden niet om des noods te voet den
+afstand af te leggen, die de Sneeuw-rivier van de Twofold-baai scheidt.
+
+"Gij zijt de wakkere gezellin van den reiziger, lieve Helena!" zeide
+lord Glenarvan. "Maar kunnen wij er staat op maken, dat wij aan de baai
+al de hulpmiddelen zullen vinden, die wij bij onze komst noodig hebben?"
+
+"Ongetwijfeld," antwoordde Paganel. "Eden is een gemeente, die reeds
+verscheidene jaren oud is. Haar haven moet veel verkeer hebben met
+Melbourne. Ik vooronderstel zelfs, dat wij vijf en dertig mijlen van
+hier, in het kerspel Delegete, op de grenzen van Victoria, versche
+levensmiddelen en reisgelegenheid zullen vinden."
+
+"En de _Duncan_?" vroeg Ayrton; "acht gij het niet geraden, mylord, ze
+in de baai te ontbieden?"
+
+"Wat denkt gij er van, John?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik geloof niet, dat Uwe Edelheid zich daarmede behoeft te haasten,"
+antwoordde de jonge kapitein na eenig nadenken. "Het is altijd nog tijde
+genoeg uw bevelen aan Tom Austin te doen toekomen en hem aan de kust te
+roepen."
+
+"Dat is waar," zeide Paganel.
+
+"Bedenk," voegde John Mangles er bij, "dat wij in vier of vijf dagen te
+Eden zullen zijn."
+
+"Vier of vijf dagen!" hervatte Ayrton hoofdschuddende; "reken maar
+vijftien of twintig, kapitein! als gij u later niet over uw dwaling wilt
+beklagen."
+
+"Vijftien of twintig dagen om vijf en twintig mijlen af te leggen!" riep
+Glenarvan.
+
+"Op zijn minst mylord! Gij moet het moeijelijkste gedeelte van Victoria
+door, een woestijn, waarin aan alles gebrek is, zoo als de squatters
+zeggen, kreupelhout zonder gebaande wegen, waarin nog geen stations zich
+hebben kunnen vestigen. Gij zult er door moeten met den bijl of de
+toorts in de hand, en geloof mij, gij zult niet snel vorderen."
+
+Ayrton had op stelligen toon gesproken. Paganel, op wien vragende
+blikken werden geslagen, bevestigde met een hoofdknikje de woorden van
+den bootsman.
+
+"Ik neem die bezwaren aan," hernam nu John Mangles. "Welnu! binnen
+veertien dagen kan Uwe Edelheid zijn bevelen aan de _Duncan_ zenden."
+
+"Ik wil er nog bijvoegen," hervatte Ayrton, "dat de moeijelijkheden van
+den weg niet de zwaarste zullen zijn. Maar gij moet de Sneeuw-rivier
+over, en zeer waarschijnlijk wachten, tot het water valt."
+
+"Wachten!" riep de jonge kapitein, "Zou er geen doorwaadbare plek te
+vinden zijn?"
+
+"Dat denk ik niet," antwoordde Ayrton. "Heden morgen heb ik te vergeefs
+naar een ondiepte gezocht. Zelden zal men in dit jaargetijde zulk een
+onstuimige rivier aantreffen, en dat is een hinderpaal, waartegen ik
+niets vermag."
+
+"Is die Sneeuw-rivier dan zoo breed?" vroeg lady Glenarvan.
+
+"Breed en diep, mevrouw!" antwoordde Ayrton. "Wel een mijl breed en zeer
+snelvlietend. Een goed zwemmer kan ze niet zonder gevaar overzwemmen."
+
+"Welnu! dan zullen we een boot bouwen!" riep Robert, die voor niets
+terugdeinsde, "Men velt een boom, holt hem uit, gaat er in zitten, en
+daarmee uit."
+
+"Hij houdt zich goed, die zoon van kapitein Grant!" zeide Paganel.
+
+"En hij heeft gelijk," hernam John Mangles. "Wij zullen er wel toe
+moeten overgaan. Daarom acht ik het onnoodig onzen tijd met nuttelooze
+praatjes te verspillen."
+
+"Wat denkt gij er van, Ayrton?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik denk, mylord! dat wij over een maand, als er geen hulp opdaagt, nog
+aan de oevers der Sneeuw-rivier zullen staan!"
+
+"Laat hooren, hebt gij dan soms een beter plan?" vroeg John Mangles met
+eenig ongeduld.
+
+"Ja, wanneer de _Duncan_ Melbourne verlaat en naar de oostkust stevent!"
+
+"Och! altijd die _Duncan_! En hoe kan haar tegenwoordigheid in de baai
+ons den togt daarheen gemakkelijker maken?"
+
+Alvorens te antwoorden dacht Ayrton een poosje na en zeide toen vrij
+ontwijkend:
+
+"Ik wil niemand mijn gevoelen opdringen. Wat ik doe, is in aller belang,
+en ik ben bereid om te vertrekken, zoodra Zijne Edelheid het sein geeft
+om op te breken."
+
+Daarop sloeg hij de armen over elkaar.
+
+"Dat is geen antwoord, Ayrton!" hernam Glenarvan. "Deel ons uw plan
+mede, dan zullen wij het bespreken. Wat stelt gij voor?"
+
+Nu sprak Ayrton met een bedaarde en vaste stem aldus:
+
+"Ik stel voor, dat wij ons in den berooiden toestand, waarin wij thans
+verkeeren, niet aan gene zijde van de Sneeuw-rivier moeten wagen. Op
+deze plaats moeten wij hulp wachten, en die hulp kan alleen van de
+_Duncan_ komen. Hier moeten wij ons legeren, waar geen gebrek aan
+levensmiddelen is, terwijl een onzer aan Tom Austin het bevel moet
+brengen om naar de Twofold-baai te stoomen."
+
+Dit onverwachte voorstel werd met geen geringe verbazing aangehoord, en
+John Mangles ontveinsde zijn tegenzin er in niet.
+
+"Intusschen," hernam Ayrton, "zal of het water der Sneeuwrivier zakken,
+zoodat wij een doorwaadbare plaats kunnen vinden, of wij zullen tot een
+boot onze toevlugt moeten nemen, die wij dan tijd genoeg zullen hebben
+om te bouwen. Ziedaar, mylord! het plan, dat ik aan uw goedkeuring
+onderwerp."
+
+"Goed, Ayrton!" antwoordde Glenarvan; "uw denkbeeld verdient in ernstige
+overweging te worden genomen. Zijn grootste nadeel is, dat het een
+oponthoud veroorzaakt; maar het bespaart zware vermoeijenis en misschien
+groote gevaren. Wat denkt gij er van, vrienden?"
+
+"Spreek, waarde Mac Nabbs!" zeide nu lady Helena. "Van het begin der
+beraadslaging af, vergenoegt gij u met luisteren; gij zijt zeer karig
+met uw woorden."
+
+"Dewijl gij mijn gevoelen vraagt," antwoordde de majoor, "zal ik het
+openhartig zeggen. Mij dunkt, dat Ayrton als een verstandig en
+bedachtzaam man gesproken heeft, en ik keur zijn voorstel goed."
+
+Zulk een antwoord had niemand verwacht; want Mac Nabbs had steeds de
+denkbeelden van Ayrton betreffende deze zaak bestreden. Ayrton zelf was
+er dan ook verbaasd over en sloeg een vlugtigen blik op den majoor.
+Paganel, lady Helena en de matrozen, die reeds zeer geneigd waren om het
+voorstel van den bootsman te ondersteunen, aarzelden volstrekt niet meer
+na de woorden van Mac Nabbs.
+
+Derhalve verklaarde Glenarvan, dat het plan van Ayrton in beginsel was
+aangenomen.
+
+"En denkt gij nu ook niet, John!" ging hij voort, "dat de voorzigtigheid
+gebiedt aldus te handelen, en aan de oevers der rivier te blijven om de
+vervoermiddelen af te wachten?"
+
+"Ja!" antwoordde John Mangles, "wanneer het althans onzen bode gelukt de
+Sneeuwrivier over te komen, die wij zelven niet over kunnen komen!"
+
+Men zag den bootsman aan, die glimlachte als iemand, die zeker is van
+zijn zaak.
+
+"De bode behoeft de rivier niet over!" zeide hij.
+
+"Wat!" riep John Mangles.
+
+"Hij moet eenvoudig den weg van Lucknow opzoeken, die hem regel regt
+naar Melbourne zal brengen."
+
+"Twee honderd vijftig mijlen te voet af te leggen!" riep de jonge
+kapitein.
+
+"Te paard!" verbeterde Ayrton. "Nog één goed paard is er over. Het is
+het werk van een dag of vier. Voeg daarbij twee dagen voor den togt van
+de _Duncan_ naar de baai, vier en twintig uren om in de legerplaats
+terug te komen, en binnen een week is de bode met de matrozen terug."
+
+De majoor keurde met een hoofdknik het gezegde van Ayrton goed, tot
+groote verwondering van John Mangles. Maar het voorstel van den bootsman
+was met algemeene stemmen aangenomen, en alleen de uitvoering ontbrak
+nog aan dit waarlijk goed beraamde plan.
+
+"En nu, vrienden!" zeide Glenarvan, "moeten wij nog maar onzen bode
+kiezen. Ik wil niet ontveinzen, dat hij een moeijelijke en gevaarlijke
+zending zal hebben. Wie zal zich voor zijn reisgenooten opofferen en
+onze bevelen naar Melbourne overbrengen?"
+
+Wilson, Mulrady, John Mangles, Paganel, zelfs Robert, boden zich
+terstond aan. John drong er vooral sterk op aan, dat die zending hem zou
+toevertrouwd worden. Maar Ayrton, die tot nog toe gezwegen had, vatte nu
+het woord op en zeide:
+
+"Met uw welnemen, Uwe Edelheid! ik zal vertrekken. Ik ben met deze
+streken bekend. Meermalen heb ik moeijelijker gewesten doorkruist. Ik
+weet mij te redden, waar een ander zou blijven steken. In het algemeen
+belang eisch ik dus het regt om mij naar Melbourne te begeven. Een enkel
+woord zal mij bij uw eersten stuurman geloof doen vinden, en ik maak mij
+sterk de _Duncan_ binnen zes dagen in de Twofold-baai te brengen."
+
+"Goed gesproken," antwoordde Glenarvan. "Gij zijt een schrander en
+moedig man, Ayrton! en zult slagen."
+
+De bootsman was buiten kijf geschikter dan iemand anders om die
+moeijelijke zending te vervullen. Allen begrepen dit en zwegen. John
+Mangles alleen kwam nog met een tegenwerping voor den dag, zeggende: dat
+de tegenwoordigheid van Ayrton noodig was om de sporen van de
+_Britannia_ of van Harry Grant terug te vinden. Maar de majoor merkte
+aan, dat het gezelschap tot de terugkomst van Ayrton aan de oevers der
+Sneeuwrivier zou wachten, dat de bedoeling niet was zonder hem die
+gewigtige nasporingen te hervatten, en dat bij gevolg zijn afwezigheid
+de belangen van den kapitein volstrekt niet zou benadeelen.
+
+"Welnu, vertrek, Ayrton!" zeide Glenarvan; "haast u en kom over Eden in
+onze legerplaats aan de Sneeuwrivier terug."
+
+Een glans van tevredenheid schitterde in de oogen van den bootsman. Hij
+wendde het hoofd om, maar hoe snel die beweging ook plaats had, toch had
+John Mangles dien glans opgemerkt. Alleen uit instinct voelde John zijn
+wantrouwen tegen Ayrton toenemen.
+
+De bootsman maakte dan zijn toebereidselen voor zijn vertrek met behulp
+van de twee matrozen, waarvan de eene voor zijn paard en de ander voor
+zijn levensmiddelen zorgde. Intusschen schreef Glenarvan den brief voor
+Tom Austin.
+
+Hij beval den eersten stuurman zich onverwijld naar de Twofold-baai te
+begeven. Hij beval hem den bootsman aan als iemand, dien hij volkomen
+kon vertrouwen. Aan de kust gekomen moest Austin een afdeeling der
+matrozen van het jagt onder bevel van Ayrton stellen....
+
+Zoover was Glenarvan met zijn brief gekomen, toen Mac Nabbs, die hem
+over zijn schouders las, op een vreemden toon vroeg, hoe hij den naam
+van Ayrton schreef.
+
+"Wel, zooals hij uitgesproken wordt," antwoordde Glenarvan.
+
+"Dat is verkeerd," hernam de majoor bedaard; "hij wordt Ayrton
+uitgesproken, maar Ben Joyce geschreven!"
+
+
+[1] 37 uren gaans.
+
+
+
+
+XX.
+
+Zealand aland.
+
+
+Allen stonden als door den donder getroffen op het hooren van dien naam
+Ben Joyce. Ayrton had zich plotseling overeind gerigt. In de hand had
+hij een revolver. Een schot viel. Glenarvan werd door een kogel
+getroffen. Buiten vielen geweerschoten.
+
+John Mangles en de matrozen, van hun verrassing bekomen, wilden Ben
+Joyce aanvallen; maar de vermetele roover was reeds verdwenen en had
+zich bij zijne bende gevoegd, die op den zoom van het gombosch verspreid
+was.
+
+De tent leverde geen voldoende beschutting tegen de kogels op. Men moest
+terugtrekken. Glenarvan, die slechts ligt gewond was, was weer
+opgestaan.
+
+"Naar den wagen! naar den wagen!" riep John Mangles, en hij sleepte lady
+Helena en miss Grant mede, die weldra in veiligheid waren achter de
+dikke gordijnen.
+
+Daar grepen John, de majoor, Paganel en de matrozen hun karabijnen en
+hielden zij zich gereed om den rovers tegenstand te bieden. Glenarvan en
+Robert waren bij de dames gevlugt, terwijl Olbinett zich onder de
+verdedigers schaarde.
+
+Dit alles was met bliksemsnelheid geschied. John Mangles hield
+naauwkeurig het oog op den zoom van het bosch. De losbrandingen hadden
+terstond opgehouden bij de komst van Ben Joyce. Een diepe stilte verving
+het knetterend geweervuur. Eenige witte rookwolkjes stegen nog omhoog
+tusschen de takken der gomboomen. De hooge gastrolobium-struiken bleven
+onbewegelijk. Niets was er te zien, wat een aanval kon doen wachten.
+
+De majoor en John Mangles ondernamen een verkenningstogt tot aan de
+groote boomen. De plaats was ontruimd. Talrijke voetstappen waren er te
+zien, en eenige half verteerde proppen rookten op den grond. Als een
+voorzigtig man trapte de majoor ze uit; want een enkele vonk was genoeg
+om in dit bosch van drooge boomen een vreeselijken brand te doen
+ontstaan.
+
+"De roovers zijn weg," zeide John Mangles.
+
+"Ja!" antwoordde de majoor, "en die verdwijning maakt mij ongerust. Ik
+zag ze liever in het gezigt. Een tijger in het open veld is beter dan
+een slang onder het gras. Wij zullen de struiken rondom den wagen nog
+eens onderzoeken."
+
+De majoor en John doorzochten den omtrek. Van den zoom van het bosch af
+tot aan de oevers der Sneeuwrivier troffen zij geen enkelen roover aan.
+De bende van Ben Joyce scheen weggevlogen te zijn als een zwerm
+roofvogels. Die verdwijning was te zonderling om volkomen gerustheid in
+te boezemen. Daarom besloot men goede wacht te houden. De wagen, een
+ware in den modder gezakte sterkte, werd het middelpunt der legerplaats,
+die twee mannen, welke elkander van uur tot uur aflosten, bewaakten.
+
+Het eerste werk van lady Helena en Mary Grant was geweest de wond van
+Glenarvan te verbinden. Op het oogenblik, dat haar man onder den kogel
+van Ben Joyce viel, was lady Helena doodelijk ontsteld naar hem
+toegeloopen. Haar angst bedwingende had vervolgens de moedige vrouw
+Glenarvan naar den wagen gebragt. Daar werd de schouder van den
+gekwetste ontbloot, en nu zag de majoor, dat de kogel wel het vleesch
+opengereten maar geen inwendig letsel veroorzaakt had. Noch het been
+noch de spieren schenen geraakt. De wond bloedde sterk; maar Glenarvan
+bewoog de vingers van de hand en den voorarm om zijn vrienden gerust te
+stellen aangaande de werking van het schot. Toen hij verbonden was,
+wilde hij niet langer toelaten, dat men zich met hem bezig hield en kwam
+het tot verklaringen.
+
+Behalve Mulrady en Wilson, die buiten de wacht hielden, hadden de
+reizigers zich zoo goed en kwaad als het ging in den wagen geplaatst. De
+majoor werd uitgenoodigd om te spreken.
+
+Voor hij zijn verhaal begon, bragt hij lady Helena op de hoogte van
+hetgeen haar onbekend was, namelijk van de ontsnapping eener bende
+veroordeelden uit Perth, van hun verschijning in het gebied van
+Victoria, van hun medepligtigheid aan de spoorwegramp. Hij gaf haar het
+nummer der _Australische en Nieuw-Zeelandsche courant_, dat hij te
+Seymour had gekocht, en voegde er bij, dat de politie een prijs had
+gezet op het hoofd van dien Ben Joyce, een geduchten struikroover, wien
+een misdadige loopbaan van achttien maanden een schandelijke
+vermaardheid had doen verkrijgen.
+
+Maar hoe had Mac Nabbs dien Ben Joyce in den bootsman Ayrton herkend?
+Dat was een geheim, dat allen wenschten opgehelderd te zien, en dat de
+majoor ontsluijerde.
+
+Van hun eerste ontmoeting af had Mac Nabbs Ayrton uit instinct
+gewantrouwd. Twee of drie bijna niets beduidende voorvallen, een blik
+tusschen den bootsman en den smid aan de Wimera-rivier gewisseld, de
+aarzeling van Ayrton om de steden en vlekken door te rijden, zijn
+aandrang om de _Duncan_ aan de kust te ontbieden, de raadselachtige dood
+van de aan zijn zorgen toevertrouwde dieren, eindelijk een zeker gemis
+van vrijmoedigheid in zijn gangen, al die bijkomende omstandigheden
+hadden de achterdocht van den majoor opgewekt.
+
+Toch zou hij tot geen regtstreeksche aanklagt hebben kunnen overgaan
+zonder de voorvallen, die den vorigen nacht hadden plaats gehad.
+
+Toen Mac Nabbs tusschen de hooge struiken doorsloop, kwam hij een halve
+mijl van de legerplaats af in de nabijheid der verdachte schaduwen, die
+zijn aandacht getrokken hadden. De lichtgevende planten verspreidden een
+flaauw schijnsel in de duisternis.
+
+Drie mannen zochten naar sporen op den grond en naar indruksels van
+versche voetstappen, en onder hen herkende Mac Nabbs den hoefsmid van
+Black-Point. "Zij zijn het," zeide de een.--"Ja," antwoordde de andere,
+"daar is het klaverblad van de hoefijzers!"--"Het is hetzelfde van de
+Wimera af."--"Al de paarden zijn dood."--"Het vergift is niet ver
+weg."--"Er is genoeg om een geheele ruiterij van paarden te
+berooven."--"Een nuttige plant, die gastrolobium."
+
+Mac Nabbs vervolgde: "Daarna zwegen zij en verwijderden zich. Ik volgde
+ze: ik wist er niet genoeg van. Weldra begon het gesprek weder: "Een
+knappe kerel, die Ben Joyce!" zeide de smid, "een mooije bootsman met
+zijn verzinsel van een schipbreuk! Als zijn plan slaagt is het een mooi
+buitenkansje! Die duivelsche Ayrton!"--"Noem hem Ben Joyce, want hij
+verdient zijn naam wel!" Thans verlieten die schurken het
+gomboomenbosch. Ik wist, wat ik weten wilde, en keerde naar de
+legerplaats terug, overtuigd, dat niet alle gedeporteerden in Australië
+brave menschen worden, met het welnemen van Paganel!"
+
+De majoor zweeg. Zijn makkers dachten in stilte na.
+
+"Dus heeft Ayrton," zeide Glenarvan, die bleek werd van toorn, "ons hier
+heen gelokt om ons te plunderen en te vermoorden!"
+
+"Ja," antwoordde de majoor.
+
+"En van de Wimera af volgt zijn bende ons spoor en bespiedt ons om een
+gunstige gelegenheid af te wachten?"
+
+"Ja."
+
+"Maar dan is die ellendeling geen matroos van de _Britannia_? Dan heeft
+hij zijn naam Ayrton gestolen, ook gestolen zijn aanstelling aan boord?"
+
+Allen zagen naar Mac Nabbs, die deze vragen zeker reeds aan zichzelven
+had voorgelegd.
+
+"Ziehier," antwoordde hij even bedaard als altijd, "wat men met
+zekerheid uit deze duistere zaak kan afleiden. Ik houd het er voor, dat
+die man wezenlijk Ayrton heet. Ben Joyce is zijn bijnaam. Het is
+ontegenzeggelijk, dat hij Harry Grant kent en dat hij bootsman op de
+_Britannia_ geweest is. Die feiten, reeds bewezen door de naauwkeurige
+inlichtingen, welke Ayrton ons heeft gegeven, worden bovendien bevestigd
+door de gezegden der roovers, die ik u mededeelde. Laten wij ons dus
+niet in met ijdele gissingen en houden wij het voor zeker, dat Ben Joyce
+Ayrton en Ayrton Ben Joyce is, dat wil zeggen een matroos van de
+_Britannia_, die een rooverhoofdman is geworden."
+
+Allen berustten in de verklaringen van Mac Nabbs.
+
+"En kunt gij mij nu ook zeggen," vroeg Glenarvan, "hoe en waarom de
+bootsman van Harry Grant zich in Australië bevindt?"
+
+"Hoe? dat weet ik niet," antwoordde Mac Nabbs, "en de politie verklaart
+er even weinig van te weten als ik. Waarom? dat kan ik onmogelijk
+zeggen. Daar schuilt een geheim achter, dat de toekomst zal ophelderen."
+
+"De politie weet zelfs niet eens, dat Ayrton en Ben Joyce dezelfde
+persoon is," zeide John Mangles.
+
+"Gij hebt gelijk, John!" antwoordde de majoor, "en zulk een
+bijzonderheid zou haar nasporingen veel gemakkelijker kunnen maken."
+
+"Dan had die ongelukkige," meende lady Helena, "zich met een misdadig
+doel op de hoeve van Paddy O'Moore ingedrongen?"
+
+"Dat is vrij zeker," antwoordde Mac Nabbs. "Hij had het een of ander
+slecht plan met den Ier, toen zich een beter gelegenheid voor hem
+opdeed. Het toeval heeft ons bij hem gebragt. Hij heeft het verhaal van
+Glenarvan gehoord, de geschiedenis van de schipbreuk, en als een
+vermetel man heeft hij terstond het voornemen opgevat om er zijn
+voordeel mede te doen. De reis werd aanvaard. Aan de Wimera heeft hij
+gemeenschap gehad met een der zijnen, den smid van Black-Point, en
+duidelijke sporen van onzen weg achtergelaten. Zijn bende is ons
+gevolgd. Een vergiftige plant heeft hem in staat gesteld langzaam onze
+ossen en paarden te dooden. Toen de tijd daar was, heeft hij ons
+vervolgens in de moerassen der Sneeuw-rivier doen wegzinken en aan de
+roovers onder zijn bevel in handen gespeeld."
+
+Alles was van Ben Joyce gezegd. Zijn verleden was door den majoor
+ontsluijerd en de ellendeling verscheen in zijn ware gedaante, die van
+een vermetel en geducht misdadiger. Nu zijn bedoelingen duidelijk waren
+geworden, werd er van Glenarvan een buitengewone waakzaamheid geëischt.
+Gelukkig was er minder te vreezen van den ontmaskerden bandiet dan van
+den verrader.
+
+Maar uit dien zuiver gestelden toestand volgde een ernstig bezwaar,
+waaraan nog niemand gedacht had. Alleen Mary Grant had onder het gesprek
+over het verledene een blik op de toekomst geslagen.
+
+John Mangles was de eerste, die haar bleekheid en wanhoop opmerkte. Hij
+begreep, wat er in haar binnenste omging.
+
+"Miss Mary! miss Mary! Weent gij?" riep hij uit
+
+"Weent gij, mijn kind?" vroeg lady Helena.
+
+"Mijn vader, mevrouw! mijn vader!" nokte het meisje.
+
+Zij kon niet meer spreken. Maar een lichtstraal viel plotseling in
+ieders gemoed. Men begreep de smart van miss Mary, waarom de tranen
+langs haar wangen biggelden, waarom de naam haars vaders op haar lippen
+zweefde.
+
+De ontdekking van Ayrtons verraad verijdelde alle hoop. Om Glenarvan te
+misleiden had de roover een schipbreuk verzonnen. In het door Mac Nabbs
+afgeluisterde gesprek hadden de roovers het duidelijk gezegd. Nooit was
+de _Britannia_ verbrijzeld op de rotsen der Twofold-baai! Nooit had
+Harry Grant een voet gezet op het vastland van Australië!
+
+Andermaal had de verkeerde uitlegging van het document de zoekers der
+_Britannia_ op een dwaalspoor gebragt!
+
+Allen bewaarden een doodsch stilzwijgen bij dien wanhopenden toestand,
+bij de smart der twee kinderen. Wie toch zou nog eenige troostende
+woorden hebben gevonden? Robert schreide in de armen zijner zuster.
+Paganel mompelde op spijtigen toon:
+
+"Ach! rampzalig document! Gij moogt u beroemen, dat gij de hersens van
+een twaalftal brave lieden op een zware proef hebt gesteld!"
+
+En waarlijk boos op zichzelven sloeg de waardige aardrijkskundige zich
+met de vuist voor het hoofd.
+
+Vervolgens begaf Glenarvan zich naar Mulrady en Wilson, die buiten op
+wacht stonden. Een diepe stilte heerschte over de geheele vlakte
+tusschen den zoom van het bosch en de rivier. De groote onbewegelijke
+wolken verbrijzelden zich tegen het hemelgewelf. In dezen in doodslaap
+verzonken dampkring zou het geringste geluid zich onbelemmerd
+voortgeplant hebben, en niets liet zich hooren. Ben Joyce en zijn bende
+waren zeker vrij ver weggetrokken; want vlugten vogels, die op de lage
+takken neerstreken, eenige kangoeroes, die bezig waren met rustig de
+jonge spruitjes af te knagen, een paar kasuarissen, wier kop
+vertrouwelijk tusschen de heesters uitstak, bewezen, dat de rust dier
+vreedzame woestenij niet door de tegenwoordigheid van den mensch werd
+gestoord.
+
+"Hebt gij in dit uur niets gezien noch gehoord?" vroeg Glenarvan aan
+zijn beide matrozen.
+
+"Niets, Uwe Edelheid!" antwoordde Wilson. "De roovers zijn mijlen van
+hier."
+
+"Zij zijn zeker niet sterk genoeg geweest om ons aan te tasten," voegde
+Mulrady er bij. "Die Ben Joyce heeft zeker eenige bandieten van zijn
+slag willen werven onder de woudloopers, die aan den voet der Alpen
+zwerven."
+
+"Wel waarschijnlijk, Mulrady!" antwoordde Glenarvan. "Die schurken zijn
+lafaards. Zij weten, dat wij gewapend en goed gewapend zijn. Misschien
+wachten zij den nacht af om hun aanval te vernieuwen. Tegen het vallen
+van den avond moeten wij onze waakzaamheid verdubbelen. Ach! konden wij
+maar deze moerassige vlakte verlaten en onzen weg naar de kust
+vervolgen! Maar de gezwollen waterstand sluit ons den weg af. Ik zou wel
+zijn zwaarte aan goud willen betalen voor een vlot, dat ons op den
+anderen oever kon brengen!"
+
+"Waarom beveelt Uwe Edelheid ons niet dat vlot te vervaardigen? Aan hout
+geen gebrek," zeide Wilson.
+
+"Neen, Wilson!" antwoordde Glenarvan. "Die Sneeuw-rivier is geen rivier,
+maar een bruischende bergstroom."
+
+Thans voegden John Mangles, de majoor en Paganel zich bij Glenarvan. Zij
+hadden pas de Sneeuw-rivier onderzocht. Het water was door de laatste
+regens een voet boven de gewone hoogte gerezen. Het was een onstuimige
+stroom, gelijk aan de stroomvallen van Amerika. Het was dolzinnig zich
+op die schuimende watervlakte en die wilde golven te wagen, waarin
+duizend draaikolken wielden, die ijselijke afgronden vormden.
+
+John Mangles verklaarde den overtogt voor onmogelijk.
+
+"Maar," vervolgde hij, "wij moeten hier niet werkeloos blijven staan.
+Wat wij voor het verraad van Ayrton wilden doen is nu nog
+noodzakelijker."
+
+"Wat bedoelt gij, John?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik bedoel, dat hulp hoog noodig is, en nu wij niet naar de Twofold-baai
+kunnen gaan, moeten wij naar Melbourne. Een paard hebben wij nog. Geef
+het mij, mylord! en ik ga naar Melbourne."
+
+"Maar dat is een gewaagde onderneming, John!" zeide Glenarvan. "Nog
+gezwegen van de gevaren verbonden aan een reis van twee honderd mijlen
+door een onbekend land, maar de handlangers van Ben Joyce zullen thans
+wel al de paden en den grooten weg bewaken!"
+
+"Ik weet het, mylord! maar ik weet ook, dat het zoo niet kan blijven.
+Ayrton verlangde slechts acht dagen om manschappen van de _Duncan_ hier
+te brengen. Ik wil in zes dagen aan den oever der Sneeuw-rivier terug
+zijn. Welnu! wat beveelt Uwe Edelheid?"
+
+"Voor dat Glenarvan zijn gevoelen te kennen geeft," zeide Paganel, "moet
+ik een opmerking maken. Naar Melbourne gaan, goed, maar John Mangles mag
+aan dat gevaar niet blootgesteld worden. Hij is kapitein van de
+_Duncan_, en als zoodanig mag hij zijn leven niet wagen. Ik zal in zijne
+plaats gaan."
+
+"Goed gesproken," antwoordde de majoor. "Maar waarom juist gij,
+Paganel?"
+
+"Zijn wij er dan ook niet!" riepen Mulrady en Wilson.
+
+"Of denkt gij soms, dat ik bang ben voor een rid van twee honderd
+mijlen!" hernam Mac Nabbs.
+
+"Vrienden!" zeide Glenarvan, "wanneer een onzer naar Melbourne gaan
+moet, laat het lot hem dan aanwijzen. Paganel! schrijf onze namen
+op...."
+
+"Maar den uwen althans niet, mylord!" zeide John Mangles.
+
+"Waarom niet?" vroeg Glenarvan.
+
+"Zoudt gij u van lady Helena scheiden! Gij, en uw wond is nog niet eens
+gesloten!"
+
+"Glenarvan! gij moogt het gezelschap niet verlaten," zeide Paganel.
+
+"Neen," sprak de majoor. "Uwe plaats is hier, Edward! gij moogt niet
+vertrekken."
+
+"Er zijn gevaren aan verbonden," antwoordde Glenarvan, "en daaraan wil
+ik mij niet onttrekken. Schrijf op, Paganel! Mijn naam worde onder die
+mijner makkers gemengd, en geve de Hemel, dat hij er het eerst uitkomt!"
+
+Men bukte voor dien wil. Glenarvan's naam werd bij dien der anderen
+gevoegd. Men ging tot de trekking over, en het lot viel op Mulrady. De
+moedige matroos juichte van blijdschap.
+
+"Mylord! ik ben gereed om te vertrekken," zeide hij.
+
+Glenarvan drukte Mulrady's hand. Daarna keerde hij naar den wagen terug,
+en liet de bewaking van de legerplaats over aan den majoor en John
+Mangles.
+
+Lady Helena kreeg terstond mededeeling van het besluit om een bode naar
+Melbourne te zenden en van de beslissing van het lot. Zij sprak Mulrady
+op hartroerende wijze aan. Hij stond bekend als dapper, schrander,
+sterk, tegen vermoeijenis bestand, waarlijk, het lot had op geen
+geschikter persoon kunnen vallen.
+
+Het vertrek van Mulrady werd op acht ure bepaald, na de korte
+avondschemering. Wilson nam op zich om voor het paard te zorgen. Hij
+kwam op den inval om het verraderlijke ijzer, dat aan zijn linkerpoot
+zat, weg te nemen en te vervangen door het ijzer van een der in dien
+nacht gestorven paarden. De roovers konden dan het spoor van Mulrady
+niet herkennen en hem ook niet volgen, omdat zij onbereden waren.
+
+Terwijl Wilson daarmede bezig was, maakte Glenarvan den brief voor Tom
+Austin gereed maar zijn gekwetste arm hinderde hem, en hij verzocht
+Paganel om voor hem te schrijven. In diep gepeins verzonken, scheen de
+geleerde onbewust te zijn van hetgeen om hem heen gebeurde.
+
+Om de waarheid te zeggen dacht Paganel, bij die opeenvolging van
+ongelukken, alleen aan de verkeerde uitlegging van het document. Hij
+verplaatste de woorden om er een nieuwen zin van te maken, en bleef
+gedompeld in de afgronden der uitlegging.
+
+Hij hoorde niet eens de vraag van Glenarvan, die deze genoodzaakt was te
+herhalen.
+
+"Ha! heel goed! ik ben gereed!" antwoordde Paganel.
+
+Onder het spreken kreeg Paganel werktuigelijk zijn zakboekje. Hij
+scheurde er een wit blaadje uit, nam het potlood in de hand en maakte
+zich gereed om te schrijven. Glenarvan begon den volgenden lastbrief op
+te geven:
+
+"Bevel aan Tom Austin om onverwijld in zee te steken en de _Duncan_ te
+brengen...."
+
+Paganel schreef deze laatste woorden juist op, toen zijn oog toevallig
+viel op het nommer der _Australian and New-Zealand Gazette_, die op den
+grond lag. Alleen de laatste lettergrepen waren zigtbaar op den titel
+van het opgevouwen blad. Het potlood van Paganel rustte en hij scheen
+Glenarvan, diens brief en diens opgave glad vergeten te zijn.
+
+"Hoe is het, Paganel?" zeide Glenarvan.
+
+"Ha!" riep de aardrijkskundige.
+
+"Wat scheelt u?" vroeg de majoor.
+
+"Niets! niets!" antwoordde Paganel.
+
+Zachtjes herhaalde hij: "aland! aland! aland!"
+
+Hij was opgestaan. Hij had het dagblad opgeraapt. Hij schudde het heen
+en weer om de woorden terug te houden, die hem op de tong lagen.
+
+Lady Helena, Mary, Robert, Glenarvan, zagen hem aan, zonder iets van die
+onverklaarbare ontroering te begrijpen.
+
+Paganel geleek iemand, die plotseling waanzinnig wordt. Maar die
+toestand van zenuwachtige overspanning duurde niet lang. Langzamerhand
+kwam hij tot bedaren; de vreugde die in zijn oogen blonk, verminderde;
+hij ging weer zitten en zeide op bedaarden toon:
+
+"Wanneer gij wilt, mylord! ik ben tot uw bevelen."
+
+Glenarvan begon zijn brief weer op te geven, die den volgenden inhoud
+had:
+
+"Bevel aan Tom Austin om onverwijld in zee te steken en de _Duncan_ te
+brengen op zeven en dertig graden op de oostkust van Australië...."
+
+"Van Australië?" zeide Paganel. "O ja! van Australië!"
+
+Daarop voltooide hij den brief en legde hem aan Glenarvan ter teekening
+voor. Door zijn versche wond gehinderd, volbragt deze zoo goed en kwaad
+als het ging die formaliteit. De brief werd gesloten en verzegeld. Met
+van ontroering bevende hand schreef Paganel er het volgende adres op:
+
+ _Aan Tom Austin,_
+_eersten stuurman, aan boord van het jagt_ de Duncan,
+
+ _te
+ Melbourne_.
+
+Daarop ging hij uit den wagen, en herhaalde met driftige gebaren de
+onbegrijpelijke woorden: "_Aland! Aland! Zealand!_"
+
+
+
+
+XXI.
+
+Vier benaauwde dagen.
+
+
+De dag verliep verder zonder ongelukken. De laatste toebereidselen voor
+het vertrek van Mulrady werden gemaakt. De wakkere matroos achtte zich
+gelukkig, dat hij aan Zijne Edelheid dat bewijs van verknochtheid mogt
+geven.
+
+Paganel had zijn koelbloedigheid en gewone manieren teruggekregen. Zijn
+blik bewees wel, dat hij zich sterk met iets bezig hield, maar hij
+scheen besloten te hebben het voor zich te houden. Hij had zeker
+gewigtige redenen voor die handelwijze; want de majoor hoorde hem
+telkens herhalen, als iemand, die met zichzelven oneens is:
+
+"Neen! neen! Zij zouden mij niet gelooven! En ook, wat zou het baten?
+Het is te laat!"
+
+Toen hij dit besluit genomen had, hield hij zich onledig met Mulrady de
+noodige inlichtingen te geven om Melbourne te bereiken en met de kaart
+voor zich gaf hij hem den weg op. Alle "tracks," dat is de paden van de
+prairie, liepen op den weg van Locknow uit. Na tot aan de kust toe
+steeds zuidwaarts geloopen te hebben, wendt die weg zich plotseling naar
+Melbourne. Hij moest hem altijd houden en om den weg te bekorten zich
+niet in een weinig bekend land wagen. Niets eenvoudiger dus dan dit
+Mulrady kon niet verdwalen.
+
+Gevaren waren er niet te wachten, zoodra hij maar eenige mijlen van de
+legerplaats af was, waar Ben Joyce en zijn bende zeker in hinderlaag
+lagen. Was hij hen eens voorbij, dan maakte Mulrady zich sterk, dat hij
+de roovers snel vooruit komen en zijn belangrijke zending goed uitvoeren
+zou.
+
+Ten zes ure gebruikten allen gezamenlijk hun maal. Er viel een
+stortregen. De tent leverde geen genoegzame beschutting meer op, en
+allen hadden een schuilplaats in den wagen gezocht. Dat was bovendien
+een veilige schuilhoek. De klei hield hem aan den grond geketend en hij
+stond er zoo vast op als een fort op zijn fundeering. Het tuighuis
+bestond uit zeven karabijnen en zeven revolvers, zoodat zij een vrij
+langdurig beleg konden uitstaan, want er was geen gebrek aan kruid noch
+levensmiddelen. Binnen zes dagen immers zou de _Duncan_ in de
+Twofold-baai ten anker komen. Vier en twintig uren later zou de
+bemanning aan den anderen oever der Sneeuw-rivier zijn, en al was de
+overtogt dan nog onuitvoerbaar, dan zouden de roovers althans
+genoodzaakt worden voor de overmagt te wijken. Maar daartoe was het
+noodig, dat Mulrady in zijn gevaarvolle onderneming slaagde.
+
+Ten acht ure was het pikdonker. Het oogenblik om te vertrekken was daar.
+Het paard voor Mulrady werd voorgebragt. Zijn uit overmaat van
+voorzigtigheid met linnen omwoelde pooten maakten geen leven op den
+grond. Het dier scheen vermoeid, en toch hing aller redding af van de
+vastheid en kracht zijner beenen. De majoor gaf Mulrady den raad het te
+ontzien, zoodra hij buiten bereik der roovers was. Een oponthoud van een
+halven dag beduidde niets, als hij maar behouden aankwam.
+
+John Mangles gaf den matroos een revolver, dien hij met de uiterste zorg
+had geladen. Dit is een geducht wapen in de hand van iemand, die niet
+beeft; want zes schoten, die in eenige seconden op elkander volgen,
+vegen gemakkelijk een door boosdoeners versperden weg schoon. Mulrady
+sprong in den zadel.
+
+"Zie hier den brief, dien gij aan Tom Austin moet overhandigen," zeide
+Glenarvan. "Hij mag geen uur verzuimen. Hij moet naar de Twofold-baai
+vertrekken en indien hij ons daar niet vindt, indien wij de
+Sneeuw-rivier niet hebben kunnen oversteken, moet hij onmiddellijk naar
+ons toekomen. En nu, ga, wakkere matroos! God zij met u!"
+
+Glenarvan, lady Helena, Mary Grant, allen reikten Mulrady de hand. Dit
+vertrek in een stikdonkeren en regenachtigen nacht, op een met gevaren
+bezaaiden weg, door onbekende woeste streken, zou zeker op een minder
+moedig hart, dan dat van den matroos, een diepen indruk hebben gemaakt.
+
+"Vaarwel, mylord!" zeide hij met bedaarde stem, en weldra verdween hij
+op een pad, dat langs den zoom van het woud liep.
+
+Juist verdubbelde het geweld van den storm. De hooge takken der
+gomboomen sloegen in de duisternis met dof geluid tegen elkander. Men
+kon den val hooren van die dorre takken op den doorweekten bodem. Meer
+dan één reuzenboom, wien het aan sappen ontbrak, maar die tot nog toe
+overeind was gebleven, viel bij deze geweldige rukwinden. De wind huilde
+door het krakende hout en vereenigde zijn akelig geloei met het brullen
+van de Sneeuw-rivier. De groote wolken, die hij oostwaarts voortjoeg,
+sleepten tot op den grond als lappen stoom. Een akelige duisternis
+maakte den nacht nog afschuwelijker.
+
+Na het vertrek van Mulrady kropen de reizigers in den wagen. Lady Helena
+en Mary Grant, Glenarvan en Paganel bewoonden het voorvertrek, dat
+luchtdigt gesloten was. In het andere hadden Olbinett, Wilson en Robert
+een behoorlijk verblijf gevonden. De majoor en John Mangles waakten
+buiten. Die maatregel van voorzigtigheid was noodig; want een aanval der
+roovers was gemakkelijk en bij gevolg mogelijk.
+
+De twee getrouwe wakers hielden dus de wacht en verdroegen geduldig de
+windvlagen, die de nacht hun in het aangezigt sloeg. Hun blikken
+trachtten door de duisternis heen te boren, die zeer gunstig voor
+hinderlagen was; want het oor kon niets waarnemen onder de duizenderlei
+geluiden van den storm, het gehuil van den wind, het rammelen der
+takken, het vallen der boomstammen, het bruischen van het water, en al
+dat oproer der natuur.
+
+Toch werd de storm soms voor een oogenblikje door stilte vervangen. Dan
+zweeg de wind, als om weder adem te scheppen. De Sneeuw-rivier alleen
+kermde tusschen het onbewegelijke riet en de zwarte gordijn der
+gomboomen. Dan scheen de stilte voor een oogenblik nog dieper. Dan
+luisterden de majoor en John Mangles scherp toe.
+
+In zulk een stil oogenblik hoorden zij een schel gefluit.
+
+John Mangles liep hard naar den majoor.
+
+"Hebt gij het gehoord?" vroeg hij.
+
+"Ja," antwoordde Mac Nabbs "Is het een mensch of een dier?"
+
+"Een mensch," verzekerde John Mangles.
+
+Nu luisterden beiden. Het vreemde fluitje werd plotseling op nieuw
+vernomen, en door iets, dat op een losbranding geleek, beantwoord, maar
+bijna onhoorbaar, want de storm loeide weder met nieuw geweld. Mac Nabbs
+en John Mangles konden elkander niet verstaan. Daarom plaatsten zij zich
+onder den wind van den wagen.
+
+Te gelijk werden de lederen gordijnen opgeligt en kwam Glenarvan bij
+zijn makkers. Hij had, evenals zij, dat akelige fluiten gehoord en de
+losbranding, die door de echo onder het wagenkleed herhaald werd.
+
+"In welke rigting?" vroeg hij.
+
+"Daar!" zeide John op het donkere pad wijzende, dat Mulrady had
+ingeslagen.
+
+"Op welken afstand?"
+
+"De wind bragt het over," antwoordde John Mangles. "Het moet minstens
+drie mijlen van hier zijn."
+
+"Gaat mede!" zeide Glenarvan de karabijn over den schouder werpende.
+
+"Wij gaan niet mede!" antwoordde de majoor. "Het is een list om ons van
+den wagen weg te lokken."
+
+"En als nu Mulrady eens onder de kogels dier ellendelingen gevallen is!"
+hernam Glenarvan, de hand van Mac Nabbs vattende.
+
+"Morgen zal dat wel blijken," antwoordde de majoor koeltjes, vast
+besloten hebben Glenarvan te beletten een noodelooze onvoorzigtigheid te
+begaan.
+
+"Gij moogt de legerplaats niet verlaten, mylord!" zeide John; "ik zal
+alleen gaan!"
+
+"Gij evenmin!" hernam Mac Nabbs met nadruk. "Wilt gij ons dan één voor
+één laten dooden, onze krachten verminderen, ons aan de genade dier
+booswichten overleveren? Is Mulrady als hun offer gevallen, dan is dat
+een ongeluk, dat wij niet moeten verzwaren. Mulrady is vertrokken, omdat
+het lot hem heeft aangewezen. Was het lot op mij gevallen in plaats van
+op hem, dan zou ik evengoed als hij vertrokken zijn; maar ik zou geen
+hulp verlangd noch verwacht hebben."
+
+De majoor had volkomen gelijk, toen hij Glenarvan en John Mangles
+tegenhield. Een poging om den matroos te bereiken, in zulk een donkeren
+nacht de roovers, die hier of daar in het kreupelhout verscholen waren,
+te gemoet te gaan, was onverstandig en ook noodeloos. Het kleine
+gezelschap van Glenarvan was niet talrijk genoeg om nog meer personen te
+kunnen opofferen.
+
+Maar Glenarvan scheen niet naar reden te willen luisteren. Hij omklemde
+krampachtig zijn karabijn. Hij liep op en neer bij den wagen. Hij
+luisterde naar het geringste gedruisch. Zijn blik poogde door die
+akelige duisternis heen te boren. De gedachte martelde hem, dat een der
+zijnen doodelijk gewond, hulpeloos nederlag, en te vergeefs riep om hen,
+voor wie hij zich had opgeofferd. Mac Nabbs wist niet of hij er in
+slagen zou hem tegen te houden, of Glenarvan, gehoor gevende aan de
+inspraak van zijn hart, zich niet bloot zou stellen aan de kogels van
+Ben Joyce.
+
+"Edward!" zoo sprak hij hem aan, "bedaar! Luister naar een vriend. Denk
+aan lady Helena, aan Mary Grant, aan allen, die nog bij u zijn! Maar
+bovendien, waar wilt gij heengaan? Waar zult gij Mulrady terugvinden?
+Twee mijlen van hier is hij aangevallen! Op welken weg? Welk pad zult
+gij inslaan...."
+
+Daar liet zich, als het ware om den majoor te beantwoorden, een
+hulpgeschrei hooren.
+
+"Luistert!" zeide Glenarvan.
+
+Die kreet kwam van denzelfden kant, waar het schot was gevallen, geen
+kwart mijl van hen af.
+
+Glenarvan stiet Mac Nabbs op zij en wilde het pad reeds opgaan, toen
+zich drie honderd schreden van den wagen deze woorden lieten hooren:
+"Help! help!"
+
+Het was een klagende en wanhopende stem. John Mangles en de majoor
+ijlden in die rigting voort.
+
+Eenige oogenblikken later bemerkten zij naast het kreupelhout een
+menschelijke gedaante, die zich voortsleepte en jammerlijk kermde.
+
+Het was Mulrady, gewond, stervende, misschien dood, en toen zijn makkers
+hem optilden, voelden zij hun handen nat worden van bloed.
+
+De regen verdubbelde, en de wind huilde in de takken der doode boomen.
+Onder dat vreeselijke weder vevoerden Glenarvan, de majoor en John
+Mangles het ligchaam van Mulrady.
+
+Bij hun aankomst stonden allen op. Paganel, Robert, Wilson en Olbinett
+verlieten den wagen, en lady Helena stond haar vertrek af aan den armen
+Mulrady. De majoor trok het buis van den matroos uit, dat doornat was
+van het bloed en den regen. Hij ontdekte de wond. De ongelukkige had een
+dolksteek in de regterzijde gekregen.
+
+Mac Nabbs verbond hem zeer goed. Hij kon niet zeggen, of het wapen de
+edele deelen gekwetst had. Een straal helder rood bloed kwam er met
+horten en stooten uit; de bleekheid en bewusteloosheid van den gekwetste
+bewezen, dat de stoot goed raak was geweest. De majoor legde op de
+gapende wond, die hij eerst met zuiver water uitwiesch, een dikken prop
+van zwam en daarop pluksel, en bond er een zwachtel om. Zoo gelukte het
+hem het bloed te stelpen. Mulrady werd op de zijde gelegd, waar hij
+gewond was, met hoofd en borst in de hoogte, en lady Helena liet hem
+eenige mondjesvol water drinken.
+
+Na verloop van een kwartier maakte de gekwetste, die tot nog toe stil
+gelegen had, een beweging. Hij opende even de oogen en mompelde eenige
+onsamenhangende woorden. De majoor legde zijn oor op zijn mond en hoorde
+hem herhalen:
+
+"Mylord ... de brief ... Ben Joyce."
+
+De majoor bragt die woorden over en zag zijn makkers aan. Wat wilde
+Mulrady zeggen? Ben Joyce had den matroos aangevallen, maar waarom? Was
+het niet alleen met het doel om hem op te houden en hem te verhinderen
+de _Duncan_ te bereiken? Die brief....
+
+Glenarvan doorzocht Mulrady's zakken. De brief aan Tom Austin
+geadresseerd was er niet in!
+
+De nacht werd in ongerustheid en angst doorgebragt. Ieder oogenblik
+vreesde men, dat de gewonde zou sterven. Een heete koorts had hem
+aangetast. Als twee zusters van barmhartigheid verlieten lady Helena en
+Mary Grant hem niet. Nooit werd een zieke beter of door meewariger
+handen verpleegd.
+
+Het werd dag. De regen had opgehouden. Dikke wolken dreven nog laag in
+de lucht. De grond was met gebroken takken bedekt. Ook de klei was door
+die wolkbreuken weder doorweekt. Het werd moeijelijk om den wagen te
+naderen; maar hij kon niet dieper inzakken.
+
+John Mangles, Paganel en Glenarvan gingen bij het krieken van den dag op
+verkenning uit rondom de legerplaats. Zij gingen het pad op, dat nog
+bloedvlekken vertoonde. Zij vonden geen spoor meer van Ben Joyce of zijn
+bende. Zij kwamen ter plaatse, waar de aanval geschied was. Daar lagen
+twee lijken op den grond, door de kogels van Mulrady getroffen. Het een
+was het lijk van den hoefsmid van Black-Point. Zijn door den dood
+misvormd gelaat was ijselijk om te zien.
+
+Glenarvan strekte zijn onderzoek niet verder uit. De voorzigtigheid
+verbood hem zich te verwijderen. Hij keerde daarom naar den wagen terug,
+in diep nadenken verzonken over het gevaarlijke van den toestand.
+
+"Er valt niet aan te denken een anderen bode naar Melbourne te zenden,"
+zeide hij.
+
+"En toch moet het, mylord!" antwoordde John Mangles, "en ik wil trachten
+het doel te bereiken dat mijn matroos heeft moeten opgeven."
+
+"Neen, John! Gij hebt niet eens een paard om u die twee honderd mijlen
+te dragen!"
+
+Inderdaad, het paard van Mulrady, het eenige, dat nog over was, was niet
+teruggekomen. Was het onder de kogels der moordenaars gevallen? Was het
+in die woestijn verdwaald? Hadden de roovers zich er meester van
+gemaakt?
+
+"Wat er ook gebeure," hernam Glenarvan, "wij scheiden niet meer. Laten
+wij acht, veertien dagen wachten, tot het water der Sneeuw-rivier zijn
+gewonen stand heeft herkregen. Dan zullen wij met kleine dagreizen de
+Twofold-baai bereiken, en van daar langs een veiligen weg de _Duncan_
+bevel zenden om aan de kust te komen."
+
+"Er zit niets anders op," sprak Paganel.
+
+"Geen scheiding dus meer, mijne vrienden!" vervolgde Glenarvan. "Eén man
+waagt te veel, wanneer hij zich alleen in die woestijn waagt, die door
+bandieten onveilig gemaakt wordt. En nu, God redde onzen armen matroos
+en behoede ons!"
+
+Glenarvan had gelijk: vooreerst om iedere afzonderlijke poging te
+verbieden, ten andere om geduldig aan de oevers der Sneeuw-rivier te
+wachten, tot ze kon overgestoken worden. Naauwelijks vijf en dertig
+mijlen scheidden hem van Delegete, de eerste grensstad van
+Nieuw-Zuid-Wales, waar hij vervoermiddelen zou vinden om de Twofold-baai
+te bereiken. Van daar zou hij naar Melbourne de bevelen aan de _Duncan_
+per telegraaf afzenden.
+
+Die maatregelen waren verstandig, maar ze werden wat laat genomen. Had
+Glenarvan Mulrady niet op den weg naar Lucknow gezonden, wat al
+ongelukken zouden dan verhoed zijn, gezwegen nog van den moord van den
+matroos!
+
+Toen hij in de legerplaats terugkwam, vond hij zijn reisgenooten wat
+bedaarder. Zij schenen weer hoop gevat te hebben.
+
+"Hij betert! hij betert!" riep Robert, die lord Glenarvan te gemoet
+liep.
+
+"Mulrady?"....
+
+"Ja, Edward!" antwoordde lady Helena. "De ziekte heeft een keer genomen.
+De majoor is geruster. Onze matroos zal leven."
+
+"Waar is Mac Nabbs?" vroeg Glenarvan.
+
+"Bij hem. Mulrady heeft hem willen spreken. Gij moet ze niet storen."
+
+De gewonde was inderdaad voor een uur uit zijne verdooving ontwaakt en
+de koorts was verminderd. Maar zoodra Mulrady het geheugen en de spraak
+terugkreeg, had hij terstond naar lord Glenarvan, of, als die er niet
+was, naar den majoor gevraagd. Toen Mac Nabbs zag, dat hij zoo zwak was,
+wilde hij hem het spreken verbieden. Maar Mulrady drong er zoo sterk op
+aan, dat de majoor hem zijn zin moest geven.
+
+Weldra werden de gordijnen van den wagen op zijde geschoven en verscheen
+de majoor. Hij ging naar zijn vrienden aan den voet van een gomboom,
+waar de tent was opgeslagen. Op zijn doorgaans zoo koel gelaat stond een
+levendige bekommering te lezen. Toen zijn oog op lady Helena en het
+jonge meisje viel, drukte het een smartelijke droefheid uit.
+
+Glenarvan ondervroeg hem, en zie hier kortelijk wat de majoor had
+vernomen.
+
+Na het verlaten van de legerplaats volgde Mulrady een der paden, die
+Paganel had aangeduid. Hij haastte zich, althans zooveel als de
+duisternis van den nacht toeliet. Naar zijn schatting had hij omtrent
+een paar mijlen afgelegd, toen zich verscheidene mannen,--vijf geloofde
+hij,--voor den kop van zijn paard wierpen. Het dier steigerde, Mulrady
+greep zijn revolver en gaf vuur. Hij meende, dat twee der aanvallers
+nedervielen. Bij het licht van het schot herkende bij Ben Joyce. Maar
+dat was alles. Hij had geen tijd om zijn wapen geheel af te vuren. Hij
+kreeg een duchtigen stoot in de regterzijde en viel van het paard.
+
+Toch was hij nog niet geheel buiten kennis. De moordenaars dachten, dat
+hij dood was. Hij voelde, dat men hem doorzocht. Daarop hoorde hij een
+der roovers zeggen: "Ik heb den brief."--"Geef op," antwoordde Ben
+Joyce, "nu is de _Duncan_ ons!"
+
+Bij dit gedeelte van het verhaal van Mac Nabbs kon Glenarvan een gil
+niet weerhouden.
+
+Mac Nabbs ging voort.
+
+"Vangt nu het paard op," zeide Ben Joyce. "Binnen twee dagen ben ik aan
+boord van de _Duncan_, binnen zes in de Twofold-baai. Daar is de
+verzamelplaats. Het gezelschap van den lord zit dan nog vast in de
+moerassen der Sneeuw-rivier. Gaat bij de brug van Kemple-pier over de
+rivier, begeeft u naar de kust en wacht mij daar. Ik zal wel gelegenheid
+vinden u aan boord te brengen. Zoodra wij maar in zee zijn, zullen wij
+met een schip als de _Duncan_ de heeren van den Indischen oceaan
+zijn."--"Hoera voor Ben Joyce!" riepen de roovers. Het paard van Mulrady
+werd voorgebragt, en Ben Joyce verdween in galop op den weg naar
+Lucklow, terwijl de bende zuidoostelijk naar de Sneeuw-rivier trok.
+Hoewel zwaar gekwetst, had Mulrady toch nog kracht genoeg om zich tot
+drie honderd schreden van de legerplaats af voort te slepen, waar wij
+hem bijna dood hebben opgenomen. "Zoo luidt het verhaal van Mulrady",
+zeide Mac Nabbs. "Nu begrijpt gij, waarom de moedige matroos er zoo op
+gesteld was om te spreken."
+
+Deze mededeeling deed Glenarvan en de zijnen ontstellen.
+
+"Zeeroovers! zeeroovers!" riep Glenarvan. "Mijn matrozen vermoord! Mijn
+_Duncan_ in de handen dier bandieten!"
+
+"Ja! want Ben Joyce zal het vaartuig overrompelen antwoordde de majoor,
+"en dan...."
+
+"Welnu! wij moeten vroeger aan de kust zijn dan die ellendelingen!"
+zeide Paganel.
+
+"Maar hoe komen wij over de Sneeuw-rivier?" vroeg Wilson.
+
+"Evenals zij," antwoordde Glenarvan. "Zij gaan te Kemple-pier over de
+brug, wij ook."
+
+"Maar wat zal er van Mulrady worden?" vroeg lady Helena.
+
+"Dien zullen wij dragen! wij zullen elkander aflossen! Ik kan toch mijne
+geheele bemanning niet weerloos overlaten aan den troep van dien Ben
+Joyce!"
+
+Het denkbeeld om over de brug van Kemple-pier over de Sneeuw-rivier te
+gaan was uitvoerbaar, maar gewaagd. De roovers konden zich op dat punt
+vestigen en het verdedigen. Zij waren ten minste dertig tegen zeven!
+Maar er zijn oogenblikken, waarin men niet telt, waarin men vooruit
+moet, of men wil of niet.
+
+"Mylord!" zeide nu John Mangles, "voor wij onze laatste kans wagen, voor
+wij naar die brug gaan, is het voorzigtig ze te gaan verkennen. Dat neem
+ik op mij."
+
+"Ik ga mee, John!" zeide Paganel.
+
+Toen dit voorstel aangenomen was, maakten John Mangles en Paganel zich
+gereed om terstond heen te gaan. Zij moesten de Sneeuw-rivier afgaan,
+haar oevers volgen tot de plaats toe, waar zij de door Ben Joyce
+opgegeven brug bereikten, en zich vooral onttrekken aan het oog der
+roovers, die de oevers zeker bezet hielden.
+
+Van levensmiddelen voorzien en goed gewapend vertrokken de beide moedige
+reisgenooten, en verdwenen weldra tusschen het hooge oeverriet.
+
+Dien geheelen dag bleef men op hen wachten. 's Avonds waren zij nog niet
+terug. Allen verkeerden in grooten angst.
+
+Tegen elf ure kondigde Wilson eindelijk hun terugkomst aan. Paganel en
+John Mangles waren doodmoede van dien marsch van tien mijlen.
+
+"Die brug! Bestaat die brug?" vroeg Glenarvan, die hen te gemoet liep.
+
+"Ja! een brug van slingerplanten," zeide John Mangles. "De roovers zijn
+er inderdaad overgegaan. Maar...."
+
+"Maar...." herhaalde Glenarvan, die een voorgevoel had van een nieuw
+ongeluk.
+
+"Zij hebben ze na hun overtogt verbrand," antwoordde Paganel.
+
+
+
+
+XXII.
+
+Eden.
+
+
+Het was nu geen tijd om te jammeren, maar om te handelen. Nu de brug van
+Kemple-pier vernield was, moest men tot elken prijs de Sneeuw-rivier
+over en voor den troep van Ben Joyce op de oevers der Twofold-baai
+komen. De tijd werd dan ook niet met nutteloose praatjes verspild, en
+reeds den volgenden dag, den 16den Januarij, gingen John Mangles en
+Glenarvan de rivier onderzoeken, om den overtogt te bewerkstelligen.
+
+Het onstuimige en door den regen gezwollen water daalde niet. Het kookte
+met onbeschrijfelijke woede. Het te trotseeren was zoo goed als den dood
+in den mond loopen. Met over elkander geslagen armen en gebukten hoofde
+bleef Glenarvan roerloos staan.
+
+"Wil ik beproeven den anderen oever zwemmende te bereiken?" zeide John
+Mangles.
+
+"Neen, John! wij zullen wachten!" antwoordde Glenarvan, terwijl hij met
+de hand den wakkeren borst tegenhield.
+
+En te zamen keerden zij naar de legerplaats terug. De dag werd in groote
+bezorgdheid gesleten. Tienmaal keerde Glenarvan naar de Sneeuw-rivier
+terug. Hij poogde een stout middel te bedenken om haar over te steken.
+Maar te vergeefs. Al had een lavastroom tusschen haar oevers gevloeid,
+dan kon zij niet onoverkomelijker geweest zijn.
+
+In die verloren uren omringde lady Helena, door den majoor met raad
+bijgestaan, Mulrady met de teederste zorgen. De matroos gevoelde, dat
+hij herstelde. Mac Nabbs durfde verzekeren, dat geen enkel edel deel
+gewond was. Het bloedverlies was genoegzaam om de zwakheid van den zieke
+te verklaren. Als zijn wond gesloten, het bloeden gestelpt was, zouden
+tijd en rust zijn volkomen genezing wel aanbrengen. Lady Helena had
+verlangd, dat hij het voorvertrek van den wagen zou betrekken. Mulrady
+was verlegen over zooveel goedheid.
+
+Het meest bekommerde het hem, dat zijn toestand Glenarvan mogt ophouden,
+en men moest hem beloven, dat men hem onder bewaking van Wilson in de
+legerplaats zou achterlaten, wanneer de overtogt over de Sneeuw-rivier
+mogelijk werd.
+
+Ongelukkig was die overtogt evenmin dien dag uitvoerbaar als den
+volgenden, den 17den Januari. Glenarvan was radeloos, nu hij zich zoo
+zag ophouden. Lady Helena en de majoor deden te vergeefs hun best om hem
+ter neder te zetten en tot geduld te vermanen. Geduld oefenen, wanneer
+Ben Joyce misschien op hetzelfde oogenblik aan boord van het jagt kwam;
+wanneer de _Duncan_ de touwen losgooide en hard stoomde om die
+noodlottige kust te bereiken, en wanneer ieder oogenblik ze er digter
+bijbragt?
+
+John Mangles stond evenveel angst uit als Glenarvan. Met geweld iederen
+hinderpaal uit den weg willende ruimen, bouwde hij op australische
+manier een bootje van groote repen gomboomenschors. Die stukken, welke
+zeer ligt waren, werden met houten hoepels verbonden en vormden een zeer
+broos vaartuigje.
+
+De kapitein en de matroos beproefden den 18den dat ranke bootje. Alles,
+wat bekwaamheid, kracht, behendigheid en moed vermogten, wendden zij
+aan. Maar naauwelijks waren zij op den stroom, of zij sloegen om, en
+weinig scheelde het of die vermetele proef kostte hun het leven. Het
+bootje werd in een draaikolk medegesleept en verdween. John Mangles en
+Wilson waren nog geen tien vademen ver op die rivier gekomen, die door
+den regen en het smelten der sneeuw gezwollen, wel een mijl breed was.
+
+De 19de en 20ste Januarij verliepen in dien toestand. De majoor en
+Glenarvan gingen vijf mijlen stroomopwaarts, zonder een doorwaadbare
+plaats te vinden. Overal was het water even onstuimig, de stroom even
+snel. De geheele zuidelijke helling der australische Alpen goot al haar
+water in die eene bedding.
+
+Men moest de hoop opgeven om de _Duncan_ te redden. Vijf dagen waren
+sedert het vertrek van Ben Joyce verloopen. Het jagt moest thans aan de
+kust en in de handen der roovers zijn!
+
+Het was echter onmogelijk, dat die stand van zaken lang kon aanhouden.
+Het tijdelijke wassen des waters wordt spoedig uitgeput en wel in
+dezelfde reden als het geweld, waarmede het plaats heeft. Paganel
+bespeurde dan ook in den morgen van den 21sten, dat de hoogte der rivier
+boven den gewonen waterstand begon af te nemen. Hij deelde Glenarvan de
+uitkomst zijner waarnemingen mede.
+
+"Wat baat dat nu?" antwoordde Glenarvan; "het is toch te laat!"
+
+"Dat is geen reden om ons verblijf in de legerplaats te verlengen."
+
+"Ja," antwoordde John Mangles. "Morgen is de overtogt misschien
+uitvoerbaar."
+
+"En zal dat mijn ongelukkige matrozen redden?" riep Glenarvan.
+
+"Uwe Edelheid! luister!" hernam John Mangles. "Ik ken Tom Austin. Hij
+heeft uw bevelen moeten uitvoeren en vertrekken, zoodra zijn vertrek
+mogelijk was. Maar wie zegt ons, dat de _Duncan_ gereed, haar averij
+hersteld was, toen Ben Joyce te Melbourne kwam? En als het jagt eens
+niet in zee heeft kunnen steken, als het één, twee dagen oponthoud heeft
+gehad!"
+
+"Gij hebt gelijk, John!" antwoordde Glenarvan, "Wij moeten de
+Twofold-baai bereiken. Wij zijn maar vijf en dertig mijlen van Delegete
+af!"
+
+"Ja," zeide Paganel, "en in die stad zullen wij snelle middelen van
+vervoer vinden. Wie weet, of wij niet tijdig genoeg zullen komen om een
+ongeluk te verhoeden?"
+
+"Laten wij vertrekken!" riep Glenarvan.
+
+Dadelijk gingen John Mangles en Wilson aan het werk om een fiksch
+vaartuig te maken. De ondervinding had geleerd, dat geen stukken schors
+bestand waren tegen de hevigheid van den stroom. John velde nu stammen
+van gomboomen, waarvan hij een ruw, maar stevig vlot maakte. Dat werk
+nam veel tijd weg, en de dag verliep, voor het voltooid was. Het kwam
+eerst den volgenden dag gereed.
+
+Nu was het water der Sneeuw-rivier merkelijk gezakt. De stortvloed werd
+een rivier, maar de strooming bleef nog altijd zeer sterk. Echter hoopte
+John, wanneer hij zich in de schuinte met den stroom liet afdrijven, den
+tegenovergestelden oever te bereiken.
+
+Om half een belastte ieder zich met zooveel levensmiddelen als hij kon
+voor een tweedaagschen togt. Het overschot werd met den wagen en de tent
+achtergelaten. Mulrady was wel genoeg om vervoerd te worden; zijn
+herstel vorderde snel.
+
+Ten een ure nam elk plaats op het vlot, dat nog aan den oever vastlag.
+John Mangles had aan stuurboord een soort van riem aangebragt en aan
+Wilson toevertrouwd, om het vaartuig tegen den stroom te steunen en het
+sterk afdrijven te verminderen. Hij zelf zou achterop staande sturen met
+een lompen wrikriem. Lady Helena en Mary Grant zaten midden op het vlot
+bij Mulrady. Glenarvan, de majoor, Paganel en Robert omringden hen,
+gereed om hun bijstand te verleenen.
+
+"Is alles klaar, Wilson?" vroeg John Mangles den matroos.
+
+"Ja, kapitein!" antwoordde Wilson, terwijl hij met forsche hand den riem
+greep.
+
+"Geef acht, en houd ons tegen den stroom."
+
+John Mangles maakte het vlot los en stiet het op de golven der
+Sneeuw-rivier. Alles ging een vijftien vademen ver goed. Wilson
+verhinderde het afdrijven. Maar weldra kwam het vlot bij een draaikolk;
+het draaide rond, zonder dat de riem of de wrikriem het in een regte
+lijn konden houden. Ondanks alle inspanning, hadden Wilson en John
+Mangles weldra van plaats verwisseld, waardoor de werking der riemen
+werd opgeheven.
+
+Men moest zich onderwerpen. Er bestond geen middel om die draaijende
+beweging van het vlot tegen te gaan. Het draaide met duizelingwekkende
+snelheid en dreef uit den koers. John Mangles stond met een bleek gelaat
+en op elkander geklemde tanden naar het kokende water te zien.
+
+Intusschen kwam het vlot in het midden van de Sneeuw-rivier. Het was nu
+door den stroom een halve mijl van het punt van afvaart medegesleept.
+Daar had de stroom een buitengewone kracht, en daar hij de kolken brak,
+gaf hij aan het vaartuig wat vastheid.
+
+John en Wilson grepen weder hun riemen, en het gelukte hun het vlot in
+een schuine rigting voort te stuwen. Daardoor kwamen zij nabij den
+linker-oever. Zij waren er nog maar vijftig vademen van af, toen de riem
+van Wilson brak. Het vlot, niet langer gesteund, werd medegesleept. John
+wilde het tegenhouden, op het gevaar af van zijn wrikriem te breken. Met
+bebloede handen hielp Wilson hem.
+
+Eindelijk zagen zij hun pogingen met den gewenschten uitslag bekroond.
+Na een overtogt, die meer dan een half uur geduurd had, stiet het vlot
+tegen den loodregten oever. De schok was hevig; de stammen weken, de
+touwen braken, het water drong bruischend binnen. De reizigers hadden
+maar even den tijd om zich vast te klemmen aan de struiken, die over het
+water hingen. Zij haalden Mulrady en de twee vrouwen, die half doornat
+waren, naar zich toe. Kortom, allen werden gered; maar het grootste
+gedeelte der medegenomen levensmiddelen en de wapenen, uitgenomen de
+karabijn van den majoor, dreven weg met het wrak van het vlot.
+
+De overtogt was volbragt. Het kleine gezelschap stond bijna van alles
+beroofd, vijf en dertig mijlen van Delegete af, in het hart dier
+onbekende woestijnen op de grens van Victoria. Daar houden zich geen
+kolonisten noch squatters op, de streek is onbewoond, alleen zwerven er
+woeste woudloopers en roovers.
+
+Men besloot zonder verwijl te vertrekken. Mulrady zag wel, dat hij tot
+last zou zijn; hij verzocht, of hij blijven mogt, zelfs alleen, om hulp
+uit Delegete af te wachten.
+
+Glenarvan weigerde. Hij kon Delegete eerst in drie, de kust eerst in
+vijf dagen bereiken, dat wil zeggen den 26sten Januarij. En den 16den
+had de _Duncan_ Melbourne verlaten. Wat verscheelde hem nu nog een
+vertraging van eenige uren?
+
+"Neen, mijn vriend!" zeide hij, "ik wil niemand achterlaten. Wij zullen
+een draagbaar maken en u ieder op zijn beurt dragen."
+
+De draagbaar werd vervaardigd van gomboomentakken en met twijgen bedekt,
+en of hij wilde of niet, Mulrady moest er plaats innemen. Glenarvan
+wilde de eerste zijn om den matroos te dragen. Hij nam de draagbaar aan
+het eene einde, Wilson aan het andere, en men ging op weg.
+
+Welk een droevig schouwspel, en wat liep die reis, welke zoo goed
+begonnen was, slecht af! Men zocht niet langer Harry Grant. Dit
+vastland, waar hij niet was, waar hij nooit geweest was, dreigde
+noodlottig te worden voor degenen, die zijn spoor zochten. En wanneer
+zijn stoute landgenooten de australische kust bereikten, zouden zij er
+niet eens de _Duncan_ vinden om hen naar het vaderland terug te brengen!
+
+De eerste dag werd zwijgend en verdrietig doorgebragt. Om de tien
+minuten loste men elkander af bij het dragen der baar. Alle makkers van
+den matroos stonden zonder klagen die vermoeijenis uit, die nog toenam
+door de hevige warmte.
+
+Na slechts vijf mijlen te hebben afgelegd, legerde men zich 's avonds
+bij een boschje gomboomen. Het overschot der levensmiddelen, die nog uit
+de schipbreuk waren gered, diende tot avondeten. Maar verder kon men
+alleen rekenen op de karabijn van den majoor.
+
+De nacht was slecht, de regen kwam er bij, het scheen, alsof het maar
+geen dag wilde worden. Men ging weer op weg. De majoor had geen
+gelegenheid om één enkel schot te doen. Deze noodlottige streek was nog
+erger dan de woestijn, want zelfs de dieren bezochten ze niet eens.
+
+Gelukkig ontdekte Robert een trapganzen nest, en in dat nest een dozijn
+groote eijeren, die Olbinett onder de heete asch braadde. Dit maakte met
+eenige postelein, die in een hollen weg groeide, den 22sten het geheele
+ontbijt uit.
+
+De weg werd nu bijzonder moeijelijk en pijnlijk.
+
+De zandvlakten waren digt begroeid met "spinifex," een doornstruik, die
+te Melbourne "stekelvarken" genoemd wordt. De kleeren scheurden er van,
+de beenen werden er tot bloedens toe door gewond. De moedige vrouwen
+klaagden echter niet; zij stapten wakker voort, ten voorbeeld voor de
+anderen, en moedigden hen aan door een woord of een blik.
+
+'s Avonds hield men stil aan den voet van den berg Bulla-Bulla, aan de
+oevers van het stroompje Jungalla. Het avondeten zou schraal geweest
+zijn, had Mac Nabbs niet eindelijk een groote rat geschoten, de "Mus
+conditor," die den naam heeft een uitstekend voedsel te zijn. Olbinett
+braadde ze, en ze zou haar naam nog beter verdiend hebben, wanneer ze
+zoo groot was geweest als een schaap. Men moest het er echter mede doen
+Ze werd tot op de beenderen toe afgekloven.
+
+Wel vermoeid, maar nog altijd vol moed, gingen de reizigers den 23sten
+weder op marsch. Nadat zij om den voet der bergs gegaan waren, kwamen
+zij door groote weilanden, waarvan het gras uit walvischbaarden scheen
+te bestaan. Het was een bosch van lansen, een verwarde hoop scherpe
+bajonnetten, waarin men zich met de bijl of het vuur een weg moest
+banen.
+
+Dien morgen was er aan geen ontbijt te denken. Niets kan de dorheid dier
+met kwartsbrokken bezaaide streek overtreffen. Niet alleen de honger,
+maar ook de dorst deed zich sterk gevoelen. Een brandend heete lucht
+maakte die marteling nog ondragelijker. Glenarvan en de zijnen legden
+geen halve mijl in het uur af. Mogt dat gebrek aan spijs en drank tot
+den avond duren, dan zouden zij op dien weg neder vallen om niet meer op
+te staan.
+
+Maar wanneer den mensch alles begeeft, wanneer hij zich hulpeloos en
+verlaten ziet, wanneer hij niet anders denkt of zijn laatste uur heeft
+geslagen, dan openbaart zich de tusschenkomst der Voorzienigheid.
+
+Het water schonk Zij in "cephalotes" een soort van bekers met een
+verkwikkend vocht gevuld, die aan de takken van koraalvormige struiken
+hingen. Allen leschten hun dorst er mede en voelden, dat weer nieuwe
+levenskrachten in hen werden opgewekt.
+
+Het voedsel was het gewone der inlanders, wanneer er gebrek is aan wild:
+insecten en slangen. Paganel ontdekte in de uitgedroogde bedding van een
+stroompje een plant, wier uitmuntende eigenschappen hem dikwijls
+beschreven waren door een der leden van de Maatschappij voor
+aardrijkskunde.
+
+Het was de "nardou," een bedekt bloeijend gewas van de familie der
+waterlinzen, hetzelfde, waarmede Burke en King hun leven rekten in de
+woestijnen van het binnenland. Onder zijn op klaver gelijkende bladeren
+ontsproten verdroogde kiemkorrels. Die korrels, zoo groot als een lins,
+werden tusschen twee steenen gekneusd, en gaven een soort van meel. Er
+werd grof brood van gebakken, dat den honger eenigzins stilde. Die plant
+was overvloedig te vinden. Olbinett kon dus te dezer plaatse een groote
+hoeveelheid verzamelen, en zoo waren zij voor verscheidene dagen van
+voedsel voorzien.
+
+Den volgenden dag, den 24sten, legde Mulrady een gedeelte van den weg te
+voet af. Zijn wond was geheel digt. De stad Delegete was nog maar tien
+mijlen ver, en dien avond legerden zij zich op 149° lengte op de grens
+van Nieuw-Zuid-Wales.
+
+Een fijne en doordringende regen viel sedert eenige uren. Zij hadden in
+de open lucht moeten blijven, wanneer John Mangles niet bij toeval een
+verlaten en vervallen hut van houtzagers had ontdekt. Men moest zich
+vergenoegen met dat ellendige krot van takken en riet. Wilson wilde vuur
+aanleggen om het nardon-brood te bakken en ging het doode hout oprapen,
+dat op den grond lag. Maar hij kon het niet aankrijgen. De groote
+hoeveelheid aluinachtige stof, die het bevatte, belette de ontvlamming.
+Het was het onbrandbare hout, dat Paganel had opgenoemd onder de
+zonderlinge voortbrengselen van Australië.
+
+Men moest het dus zonder vuur en brood doen, en in de vochtige kleeren
+slapen, terwijl de spotvogels, in de hooge takken verborgen, die
+ongelukkige reizigers schenen uit te jouwen.
+
+Glenarvan's lijden liep inmiddels ten einde. Wel was het tijd. De beide
+jeugdige vrouwen spanden zich geweldig in, maar haar krachten
+verminderden van uur tot uur. Zij sleepten zich voort, loopen konden zij
+niet meer.
+
+Met het krieken van den volgenden dag vertrok men. Ten elf ure waren ze
+te Delegete, in het graafschap Wellesley, vijftig mijlen van de
+Twofold-baai.
+
+Daar werd spoedig rijtuig genomen. Toen hij zoo digt bij de kust was,
+herleefde de hoop in het hart van Glenarvan. Als de _Duncan_ maar een
+beetje oponthoud had gehad, zou hij ze misschien nog vóór zijn! In
+vieretwintig uren kon hij aan de baai zijn!
+
+Na een versterkend maal gebruikt te hebben, vertrokken alle reizigers
+ten twaalf ure in een postkoets zoo hard vijf sterke paarden maar loopen
+konden. De postiljons, aangezet door de belofte van een vorstelijk
+drinkgeld, joegen het snelle rijtuig over een goed onderhouden weg
+voort. Zij verloren geen twee minuten op de pleisterplaatsen, die tien
+mijlen van elkander verwijderd waren. Het scheen, dat Glenarvan hun het
+vuur had in geblazen, dat hem verteerde.
+
+Dien ganschen dag en nacht reed men zoo door met een snelheid van zes
+mijlen in het uur.
+
+Toen de zon den volgenden dag opging, kondigde een dof geruisch de
+nabijheid van den Indischen oceaan aan.
+
+Men moest de baai omrijden om op den zevenendertigsten breedtegraad den
+oever te bereiken, juist ter plaatse waar Tom Austin de komst der
+reizigers moest afwachten.
+
+Toen de zee zigtbaar werd, rigtten allen hunne blikken verlangend
+daarheen. Stoomde de _Duncan_ daar soms door een wonder der
+Voorzienigheid op en neer, even als een maand vroeger bij kaap
+Corrientes op de argentijnsche kust?
+
+Niets was er te zien. De lucht en het water liepen aan den gezigteinder
+ineen. Geen enkel zeil verlevendigde de ontzettende watervlakte.
+
+Nog ééne hoop bleef er over. Misschien had Tom Austin gemeend het anker
+in de Twofold-baai te moeten werpen; want de zee stond hol en geen schip
+kon veilig wezen bij zulk een nabijheid van het strand.
+
+"Naar Eden!" riep lord Glenarvan.
+
+Dadelijk sloeg de postwagen regts den cirkelvormigen weg in, die langs
+de oevers der baai liep, en rigtte zich naar het vijf mijlen verder
+gelegen stadje Eden.
+
+De postiljons hielden stil niet ver van het vaste licht, dat den ingang
+der haven aanduidt. Eenige schepen lagen op de reede voor anker, maar
+geen een had de vlag van Malcolm geheschen.
+
+Glenarvan, John Mangles en Paganel stapten uit het rijtuig, liepen naar
+het tolkantoor, ondervroegen de beambten en zagen de lijst van de in de
+laatste dagen aangekomen schepen in.
+
+In den loop eener week was geen enkel vaartuig de baai binnengeloopen.
+
+"Zou hij niet vertrokken zijn?" riep Glenarvan, die door een in het
+menschelijke hart dikwijls voorkomende omkeering niet meer wilde
+wanhopen. "Misschien zijn wij hem voor geweest!"
+
+John Mangles schudde het hoofd. Hij kende Tom Austin. Zijn eerste
+stuurman zou de uitvoering van een bevel geen tien dagen uitstellen.
+
+"Ik wil weten, hoe de zaken staan," zeide Glenarvan. "Zekerheid is beter
+dan twijfel!"
+
+Een kwartier later werd een telegram gezonden aan den overman der
+scheeps-agenten te Melbourne.
+
+Daarna lieten de reizigers zich brengen naar het _Victoria_-hotel.
+
+Ten twee ure kreeg lord Glenarvan een telegram van dezen inhoud:
+
+ Aan lord Glenarvan, Eden,
+ Twofold-baai.
+
+"De _Duncan_ den 18den dezer vertrokken. Bestemming
+onbekend."
+
+ I. Andrew. S.A.
+
+Het berigt ontviel Glenarvan's handen.
+
+Geen twijfel meer! Het eerlijke schotsche jagt was in handen van Ben
+Joyce een kaperschip geworden!
+
+Zoo eindigde die reis door Australië, die zich in den beginne zoo
+gunstig liet aanzien. Het spoor van kapitein Grant en de
+schipbreukelingen scheen onherroepelijk verloren, en die tegenspoed
+kostte eener geheele bemanning het leven. Glenarvan bezweek in dien
+strijd, en die moedige zoeker, dien de zaamverbonden elementen in de
+Pampa's niet hadden kunnen stuiten, was door de verdorvenheid der
+menschen op het vastland van Australië overwonnen.
+
+
+
+***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT,
+TWEEDE DEEL (OF 3)***
+
+
+******* This file should be named 38668-8.txt or 38668-8.zip *******
+
+
+This and all associated files of various formats will be found in:
+http://www.gutenberg.org/dirs/3/8/6/6/38668
+
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://www.gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://www.gutenberg.org/about/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit:
+http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/38668-8.zip b/38668-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..fd3540a
--- /dev/null
+++ b/38668-8.zip
Binary files differ
diff --git a/38668-h.zip b/38668-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..8373300
--- /dev/null
+++ b/38668-h.zip
Binary files differ
diff --git a/38668-h/38668-h.htm b/38668-h/38668-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..afc15fd
--- /dev/null
+++ b/38668-h/38668-h.htm
@@ -0,0 +1,10172 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8" />
+<title>The Project Gutenberg eBook of De kinderen van Kapitein Grant, tweede Deel (of 3), by Jules Verne</title>
+ <style type="text/css">
+
+body {
+ margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ background-color: #FAEBD7;
+}
+
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+}
+
+p {
+ margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+}
+
+hr {
+ width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+}
+
+table {
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+}
+
+.blockquot {
+ margin-left: 5%;
+ margin-right: 10%;
+}
+
+
+a:link {color: #800000; text-decoration: none; }
+
+v:link {color: #800000; text-decoration: none; }
+
+.bb {border-bottom: solid 2px;}
+
+.bl {border-left: solid 2px;}
+
+.bt {border-top: solid 2px;}
+
+.br {border-right: solid 2px;}
+
+.bbox {border: solid 2px;}
+
+.center {text-align: center;}
+
+.smcap {font-variant: small-caps;}
+
+.u {text-decoration: underline;}
+
+.caption {font-weight: bold;}
+
+.caption2 {font-size: 0.8em; font-family: arial;}
+
+/* Images */
+.figcenter {
+ margin: auto;
+ text-align: center;
+}
+
+.figleft {
+ float: left;
+ clear: left;
+ margin-left: 0;
+ margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em;
+ margin-right: 1em;
+ padding: 0;
+ text-align: center;
+}
+
+.figright {
+ float: right;
+ clear: right;
+ margin-left: 1em;
+ margin-bottom:
+ 1em;
+ margin-top: 1em;
+ margin-right: 0;
+ padding: 0;
+ text-align: center;
+}
+
+/* Footnotes */
+.footnotes {border: dashed 1px;}
+
+.footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+
+.footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+
+.fnanchor {
+ vertical-align: super;
+ font-size: .8em;
+ text-decoration:
+ none;
+}
+
+ hr.full { width: 100%;
+ margin-top: 3em;
+ margin-bottom: 0em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ height: 4px;
+ border-width: 4px 0 0 0; /* remove all borders except the top one */
+ border-style: solid;
+ border-color: #000000;
+ clear: both; }
+ pre {font-size: 85%;}
+ </style>
+</head>
+<body>
+<h1>The Project Gutenberg eBook, De kinderen van Kapitein Grant, tweede Deel
+(of 3), by Jules Verne</h1>
+<pre>
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at <a href = "http://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a></pre>
+<p>Title: De kinderen van Kapitein Grant, tweede Deel (of 3)</p>
+<p> Australië</p>
+<p>Author: Jules Verne</p>
+<p>Release Date: February 2, 2012 [eBook #38668]</p>
+<p>Language: Dutch</p>
+<p>Character set encoding: UTF-8</p>
+<p>***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT, TWEEDE DEEL (OF 3)***</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<h4>E-text prepared by<br />
+ Annemie Arnst, Anne Dreze, and Marc D'Hooghe<br />
+ (<a href="http://www.freeliterature.org">http://www.freeliterature.org</a>)<br />
+ from page images generously made available by the<br />
+ Google Books Library Project<br />
+ (<a href="http://books.google.com">http://books.google.com</a>)<br />
+ and<br />
+ Bibliothèque nationale de France<br />
+ (<a href="http://www.bnf.fr">http://www.bnf.fr</a>)</h4>
+<p>&nbsp;</p>
+<table border="0" style="background-color: #ccccff;margin: 0 auto;" cellpadding="10">
+ <tr>
+ <td valign="top">
+ Note:
+ </td>
+ <td>
+ Images of the original text pages are available through
+ the the Google Books Library Project. See
+ <a href="http://books.google.com/books?id=0LorAAAAMAAJ&amp;printsec=titlepage">
+ http://books.google.com/books?id=0LorAAAAMAAJ&amp;printsec=titlepage</a><br />
+ <br />
+ The illustrations used in this e-book are taken from the
+ 1868 French edition, Les Enfants du Capitaine Grant,
+ published by J. Hetzel (Paris). The original images are
+ available througn Bibliothèque nationale de France, See
+ <a href="http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8600254s.r=.langEN">http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8600254s.r=.langEN</a><br />
+ <br />
+ Project Gutenberg has the other two volumes of this work.<br />
+ <a href="http://www.gutenberg.org/files/38667/38667-h/38667-h.htm">Volume I</a>: see http://www.gutenberg.org/files/38667/38667-h/38667-h.htm<br />
+ <a href="http://www.gutenberg.org/files/38669/38669-h/38669-h.htm">Volume III</a>: see http://www.gutenberg.org/files/38669/38669-h/38669-h.htm
+ </td>
+ </tr>
+</table>
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="full" />
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+
+<h1 style="color: #000080;">DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT</h1>
+
+<h4>Naar het fransch van</h4>
+
+<h2 style="color: #000080;">JULES VERNE.</h2>
+
+<h4>TWEEDE DEEL.</h4>
+
+<h4>AUSTRALIË</h4>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+
+<h5>LEYDEN,</h5>
+
+<h5>DE BREUK &amp; SMITS.</h5>
+
+<h5>1868.</h5>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<h4>INHOUD</h4>
+
+<div class="center">
+<table border="0" cellpadding="1" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="right"><a href="#I">I.</a></td><td align="left">Terug aan boord.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#II">II.</a></td><td align="left">Tristan d'Acunha.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#III">III.</a></td><td align="left">Het eiland Amsterdam.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#IV">IV.</a></td><td align="left">De weddenschappen van Jacques Paganel<br /> en majoor Mac Nabbs.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#V">V.</a></td><td align="left">Onstuimig weer op den Indischen Oceaan.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#VI">VI.</a></td><td align="left">Kaap Bernoulli..</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#VII">VII.</a></td><td align="left">Ayrton.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#VIII">VIII.</a></td><td align="left">Het vertrek.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#IX">IX.</a></td><td align="left">De provincie Victoria.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#X">X.</a></td><td align="left">De Wimerra.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XI">XI.</a></td><td align="left">Burke en Stuart.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XII">XII.</a></td><td align="left">De spoorweg van Melbourne naar Sandhurst.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XIII">XIII.</a></td><td align="left">Een eerste prijs in aardrijkskunde.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XIV">XIV.</a></td><td align="left">De mijnen van den Alexander-berg.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XV">XV.</a></td><td align="left">De australische en nieuw-zeelandsche courant.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XVI">XVI.</a></td><td align="left">Een hoofdstuk, waarin de majoor beweert,<br /> dat het apen zijn.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XVII">XVII.</a></td><td align="left">De schatrijke veefokkers.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XVIII">XVIII.</a></td><td align="left">De australische Alpen.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XIX">XIX.</a></td><td align="left">Een onverwachte ontdekking.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XX">XX.</a></td><td align="left">Zeeland&mdash;Aland.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XXI">XXI.</a></td><td align="left">Vier benauwde dagen.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XXII">XXII.</a></td><td align="left">Eden.</td></tr>
+<tr><td align="left"><a href="#Lijst_van_illustraties">Lijst van de illustraties</a></td></tr>
+</table></div>
+
+
+<hr style="width: 95%;" />
+<h3><a name="I" id="I"></a>I.</h3>
+
+<h3>Terug aan boord.</h3>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill01b" id="ill01b"></a>
+<img src="images/297.jpg" width="400" alt="Lady Helena en Mary Grant op de kampanje staande..." title="" />
+<span class="caption2">Lady Helena en Mary Grant op de kampanje staande...</span>
+</div>
+
+
+<p>De eerste oogenblikken waren aan de vreugde van het wederzien gewijd.
+Lord Glenarvan wilde niet, dat de vruchtelooze afloop hunner nasporingen
+de vreugde in het hart zijner vrienden zou verkoelen. Daarom waren zijn
+eerste woorden: "Houdt moed, vrienden! houdt moed! Kapitein Grant is
+niet bij ons; maar wij zijn zeker, dat wij hem redden zullen."</p>
+
+<p>Niet minder dan zulk een stellige verzekering was er noodig om de dames
+aan boord der <i>Duncan</i> met nieuwe hoop te bezielen.</p>
+
+<p>Lady Helena en Mary Grant toch hadden, terwijl het bootje het jagt
+naderde, al de pijnlijke kwellingen der onzekerheid uitgestaan. Op de
+kampanje staande trachtten zij te tellen, hoeveel personen aan boord
+terugkwamen. Nu eens wanhoopte het meisje, dan verbeeldde zij zich weer
+Harry Grant te zien. Haar hart klopte, zij kon niet spreken, ter
+naauwernood kon zij op de beenen blijven. Lady Helena sloot haar in haar
+armen. John Mangles stond zwijgende naast haar uit te zien; hoewel als
+zeeman aan verzien gewoon, kon hij toch den kapitein niet ontdekken.</p>
+
+<p>"Daar is hij! mijn vader komt!" sprak het meisje zachtjes.</p>
+
+<p>Maar naarmate de sloep naderde, werd alle hoop de bodem ingeslagen. Toen
+de reizigers nog een honderd vaâm van het schip af waren, hadden niet
+alleen lady Helena en John Mangles, maar ook Mary zelve, die in tranen
+zwom, alle hoop opgegeven. Het was hoog tijd, dat lord Glenarvan kwam en
+zijn vertroostende woorden sprak.</p>
+
+<p>Na de eerste omhelzingen werden lady Helena, Mary Grant en John Mangles
+van de voornaamste voorvallen op den togt onderrigt; vooraf echter
+maakte Glenarvan hen bekend met de nieuwe uitlegging, die de schrandere
+Paganel aan het document had gegeven. Ook prees hij Robert, op wien Mary
+met regt trotsch mogt zijn. Zijn moed, zijn zelfopoffering, de gevaren,
+die hij getrotseerd had, alles werd door Glenarvan in het helderste
+licht gesteld, zoodat de knaap niet zou geweten hebben, waar hij zich
+moest verbergen, als hij niet een schuilplaats had gevonden in de armen
+zijner zuster.</p>
+
+<p>"Gij behoeft niet verlegen te zijn, Robert!" zeide John Mangles, "gij
+hebt u als een waardig zoon van kapitein Grant gedragen!"</p>
+
+<p>Hij omarmde den broeder van Mary, en drukte een kus op diens wangen, die
+nog vochtig waren van de tranen van het meisje.</p>
+
+<p>Slechts ter loops maken wij hier melding van het onthaal, dat den majoor
+en den aardrijkskundige ten deel viel, en van de eervolle vermelding,
+die van den edelmoedigen Thalcave werd gemaakt. Het speet lady Helena,
+dat zij de hand van den wakkeren Indiaan niet kon drukken. Toen de
+eerste vreugde wat voorbij was, zocht Mac Nabbs zijne hut op, waar hij
+zich met vaste en bedaarde hand schoor. Paganel fladderde van den een
+naar den ander als een bij, om het sap van loftuitingen en glimlachjes
+te puren. Hij wilde de geheele bemanning der <i>Duncan</i> omhelzen, en
+bewerende, dat lady Helena er evengoed toe behoorde als Mary Grant,
+begon hij bij dezen om bij Olbinett te eindigen.</p>
+
+<p>De hofmeester meende zooveel beleefdheid niet beter te kunnen vergelden,
+dan door aan te kondigen, dat het ontbijt gereed stond.</p>
+
+<p>"Het ontbijt!" riep Paganel.</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer Paganel!" antwoordde Olbinett.</p>
+
+<p>"Een echt ontbijt, op een echte tafel, met vork en mes en servet?"</p>
+
+<p>"Wel zeker, mijnheer Paganel!"</p>
+
+<p>"En zullen wij geen <i>charqui</i>, geen harde eijeren, geen sneden
+struisvogelvleesch eten?"</p>
+
+<p>"Wel, mijnheer!" antwoordde de hofmeester, eenigzins in zijn eer
+gekrenkt.</p>
+
+<p>"Ik heb u niet willen beleedigen, mijn vriend!" zeide de geleerde
+glimlagchend; "maar, ziet ge, in geen maand hebben wij iets anders
+gehad, en wij nuttigden het, niet op een tafel zittende, maar op den
+grond liggende of op boomen huizende. Daarom kwam het ontbijt, dat gij
+aankondigt, mij voor als een droom, een bedrog, een hersenschim!"</p>
+
+<p>"Laten wij dan het bewijs leveren, dat het wezenlijk bestaat, mijnheer
+Paganel!" sprak lady Helena, die haar lagchen niet kon bedwingen.</p>
+
+<p>"Mag ik u mijn arm aanbieden?" vroeg de galante aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"Heeft Uw Edelheid geen orders te geven aangaande den koers van de
+<i>Duncan</i>?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Na het ontbijt, waarde John! zullen wij gezamenlijk het programma voor
+onzen nieuwen togt opmaken," antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>De passagiers van het jagt en de jeugdige kapitein gingen naar de
+<i>longroom</i>. De machinist kreeg last om stoom op te houden, ten einde op
+het eerste teeken te vertrekken. De majoor, die zich geschoren had, en
+de reizigers namen, na zich wat opgeknapt te hebben, aan tafel plaats.</p>
+
+<p>Men deed eer aan het ontbijt van Olbinett. Eenstemmig werd het
+uitmuntend genoemd, zelfs beter dan de kostelijke maaltijden in de
+Pampa. Paganel liet zich iederen schotel tweemaal geven, "uit
+verstrooidheid" zooals hij zeide.</p>
+
+<p>Dit ongelukkige woord deed lady Glenarvan vragen, of de beminnelijke
+Franschman soms tot zijn gewone zonde vervallen was. De majoor en lord
+Glenarvan zagen elkander glimlagchende aan. Paganel zelf barstte in een
+schaterend gelach uit, en verpandde "zijn eer" dat hij, hoe lang de reis
+ook nog duren mogt, niet meer verstrooid zou zijn; daarop gaf hij een
+zeer aardig verslag van zijn wederwaardigheden en van zijn grondige
+studiën over het werk van Camoëns.</p>
+
+<p>"En toch," voegde hij er ten slotte bij, "is het ongeluk ergens goed
+voor, en gevoel ik geen spijt over mijn dwaling."</p>
+
+<p>"Hoe zoo, mijn vriend?" vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Omdat ik nu niet alleen spaansch, maar ook portugeesch spreek. Ik ken
+nu twee talen in plaats van ééne!"</p>
+
+<p>"Daar had ik zoo waar niet aan gedacht," antwoordde Mac Nabbs. "Ik maak
+u wel mijn compliment, Paganel!"</p>
+
+<p>Allen juichten Paganel toe, die daarom het eten niet vergat, hij at en
+praatte tegelijk. Vandaar, dat hij een bijzonderheid, die Glenarvan niet
+ontgaan kon, niet opmerkte: de oplettendheid namelijk van John Mangles
+voor zijn jeugdige tafelburin Mary Grant. Een bijna onmerkbare wenk van
+lady Helena aan haar man deed dezen inzien, dat "er iets gaande" was!
+Glenarvan zag de beide jongelieden met vriendelijk welgevallen aan en
+rigtte het woord tot John Mangles, maar over een heel andere zaak.</p>
+
+<p>"Vertel mij eens, John! hoe is het op uw reis gegaan?"</p>
+
+<p>"Het kon niet beter," antwoordde de kapitein. "Alleen moet ik Uw
+Edelheid zeggen, dat wij niet door de straat van Magellaan teruggekeerd
+zijn.</p>
+
+<p>"Wat!" riep Paganel, "zijt gij kaap Hoorn omgevaren, en dat zonder mij?"</p>
+
+<p>"Hang u op!" zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Eigenbelangzoeker! wilt gij van mij erven, dat gij mij dien raad
+geeft?" antwoordde de aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"Maar, waarde Paganel!" sprak Glenarvan, "wie de gaaf niet bezit van
+overal te gelijk te zijn, kan niet de Pampa's doortrekken en te gelijk
+kaap Hoorn omzeilen."</p>
+
+<p>"Dat neemt niet weg, dat het mij spijt," antwoordde de geleerde.</p>
+
+<p>Maar er werd niet verder over gesproken en men liet het bij dit
+antwoord. John Mangles nam nu het woord weer op en verhaalde zijn reis.
+Langs de amerikaansche kust varende, had hij op nieuw al de westelijke
+eilandgroepen onderzocht, maar nergens een spoor van de <i>Britannia</i>
+gevonden. Aan kaap Pilares, aan den ingang der straat gekomen, had hij
+zich om den tegenwind zuidwaarts gewend; de <i>Duncan</i> stevende voorbij de
+Desolation-eilanden tot zeven en zestig graden zuiderbreedte, zeilde om
+kaap Hoorn, digt onder Vuurland, en hield het, na de straat van Le Maire
+doorgevaren te zijn, langs de kust van Patagonië. Daar werd hij op de
+hoogte van kaap Corrientes door een vreeselijken storm beloopen,
+denzelfden, die de reizigers zoo geteisterd had. Maar het jagt hield
+zich goed, en sedert drie dagen voer John Mangles wat heen en weer, toen
+de losbrandingen der karabijnen hem verwittigden, dat de met zooveel
+ongeduld verwachte reizigers er waren. Zonder omtrent lady Glenarvan en
+miss Grant onbillijk te zijn, mogt de kapitein der <i>Duncan</i> haar den lof
+voor haar zeldzame onverschrokkenheid niet onthouden. De storm joeg haar
+geen schrik aan, en betoonden zij eenige vrees, dan was het alleen voor
+haar vrienden, die toen op de vlakten der argentijnsche republiek
+ronddoolden.</p>
+
+<p>Hiermede besloot John Mangles zijn verhaal, waarna lord Glenarvan zijn
+tevredenheid over zijn gedrag betuigde; zich vervolgens tot Mary Grant
+rigtende, zeide hij:</p>
+
+<p>"Lieve miss! ik hoor, dat kapitein John uw uitstekende hoedanigheden
+prijst, en het doet mij groot genoegen, dat ik daaruit mag opmaken, dat
+het u niet tegenstaat aan boord van zijn vaartuig!"</p>
+
+<p>"Hoe zou dat anders kunnen wezen!" antwoordde Mary, lady Helena en
+misschien ook den jongen kapitein aanziende.</p>
+
+<p>"O, mijnheer John! mijn zuster houdt veel van u, en ik ook!" riep
+Robert.</p>
+
+<p>"Ik mag u ook heel graag lijden, beste jongen!" antwoordde John Mangles,
+die een beetje van streek geraakte door het gezegde van Robert, dat Mary
+Grant ook ligt had doen blozen.</p>
+
+<p>Vervolgens het gesprek op een minder gevaarlijk punt brengende, voegde
+hij er bij:</p>
+
+<p>"Nu heb ik u de reis van de <i>Duncan</i> verteld. Uwe Edelheid zal ons thans
+zeker wel het een en ander van zijn togt door Amerika en van de daden
+van onzen jeugdigen held willen mededeelen?"</p>
+
+<p>Niets kon lady Helena en miss Grant aangenamer zijn. Lord Glenarvan
+haastte zich dan ook om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Hij sloeg
+geen enkel voorval op de geheele reis van den eenen oceaan naar den
+anderen over. De Andesketen, de aardbeving, de verdwijning van Robert,
+diens wegvoering door den condor, het geweerschot van Thalcave, het
+voorval met de roode wolven, de zelfopoffering van den knaap, sergeant
+Manuel, de overstrooming, de vlugt op den boom, de bliksem, de brand, de
+kaaimans, de hoos, de nacht aan de kust van den Atlantischen oceaan, al
+die vrolijke of ontzettende omstandigheden wekten beurtelings de
+lachlust en den angst zijner hoorders op. Voor menig voorval dat hij
+mededeelde, ontving Robert de liefkozingen zijner zuster en van lady
+Helena. Nooit werd een knaap zoo innig of door opgewondener vriendinnen
+omhelsd.</p>
+
+<p>Toen lord Glenarvan zijn verhaal had geëindigd, voegde hij er nog bij:</p>
+
+<p>"En nu willen wij aan het tegenwoordige denken, mijne vrienden! wat
+voorbij is is voorbij, maar de toekomst behoort ons; laten wij tot
+kapitein Harry Grant terugkeeren."</p>
+
+<p>Het ontbijt was afgeloopen; al de gasten gingen in de hut van lady
+Glenarvan, schaarden zich om een tafel vol kaarten en teekeningen, en
+terstond begon het gesprek.</p>
+
+<p>"Lieve Helena," zeide lord Glenarvan, "toen ik aan boord kwam, heb ik u
+medegedeeld, dat, al kwamen de schipbreukelingen der <i>Britannia</i> niet
+met ons, wij toch meer dan ooit hopen mogten hen terug te vinden. Uit
+onzen togt door Amerika is het ons stellig gebleken, dat het onheil noch
+op de kusten der Stille Zuidzee, noch op die van den Atlantischen oceaan
+heeft plaats gehad. Daaruit volgt natuurlijk, dat de uitlegging aan het
+document gegeven, alsof Patagonië bedoeld werd, een dwaling is. Gelukkig
+heeft onze vriend Paganel, door eene plotselinge ingeving bezield, de
+dwaling ontdekt. Hij heeft aangetoond, dat wij een verkeerden weg
+volgden, en het document zoo uitgelegd, dat er voor ons geen twijfel
+meer overblijft. Ik bedoel het fransche document, en ik wil Paganel
+verzoeken het hier uit te leggen, opdat niemand meer den geringsten
+twijfel moge koesteren."</p>
+
+<p>De geleerde, zoo tot spreken uitgenoodigd, was terstond gereed; hij
+hield een overtuigende rede over de woorden <i>gonie</i> en <i>indi</i>; het woord
+Australië leidde hij door een strenge redeneering af van het woord
+<i>austral</i>; hij bewees, dat kapitein Grant, de kust van Peru verlaten
+hebbende om naar Europa terug te keeren, met een ontredderd schip zeer
+gemakkelijk door de zuidelijke stroomen van de Stille Zuidzee tot de
+australiscbe kust kon medegesleept zijn; kortom zijn vernuftige
+vooronderstellingen, zijn schrandere gissingen verwierven de algemeene
+goedkeuring, ook van John Mangles, die anders in dit opzigt moeijelijk
+te overreden was en zich geenszins door zijn verbeeldingskracht liet
+wegslepen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill02b" id="ill02b"></a>
+<img src="images/304.jpg" width="400" height="" alt="De geleerde, zoo tot spreken uitgenoodigd, was terstond gereed..." title="" />
+<span class="caption2">De geleerde, zoo tot spreken uitgenoodigd, was terstond gereed...</span>
+</div>
+
+<p>Zoodra Paganel met zijn betoog klaar was, beval Glenarvan, dat de
+<i>Duncan</i> onmiddellijk koers zetten zou naar Australië.</p>
+
+<p>Alvorens de steven naar het oosten gewend werd, verzocht de majoor
+echter verlof om een enkele opmerking te maken.</p>
+
+<p>"Spreek, Mac Nabbs!" antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Mijn doel," sprak de majoor, "is geenszins om de bewijzen van mijn
+vriend Paganel te verzwakken, nog minder ze te wederleggen; ik vind ze
+gegrond, schrander, al onze aandacht waardig, en met het volste regt
+moeten zij den grondslag onzer aanstaande nasporingen uitmaken. Maar ik
+verlang, dat zij nog eens rijpelijk onderzocht worden, opdat hun waarde
+onbetwistbaar en onbetwist zij."</p>
+
+<p>Niemand begreep, waar de voorzigtige Mac Nabbs heen wilde, en allen
+hoorden hem met zekeren angst aan.</p>
+
+<p>"Ga voort, majoor!" zeide Paganel. "Ik ben bereid om al uw vragen te
+beantwoorden."</p>
+
+<p>"Niets gemakkelijker dan dat," antwoordde de majoor. "Toen wij, nu vijf
+maanden geleden, de drie documenten in de golf van Clyde onderzochten,
+kwam hun verklaring ons duidelijk voor. Geen andere dan de westkust van
+Patagonië kon het tooneel der schipbreuk zijn. Geen schijn van twijfel
+zelfs kwam dienaangaande bij ons op!"</p>
+
+<p>"Die opmerking is zeer juist," meende Glenarvan.</p>
+
+<p>"Later," vervolgde de majoor, "toen Paganel in een vlaag van door God
+beschikte verstrooidheid bij ons aan boord kwam, werden hem de
+documenten voorgelegd, en keurde hij zonder voorbehoud onze nasporingen
+op de amerikaansche kust goed."</p>
+
+<p>"Dat is zoo," antwoordde de aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"En toch hebben wij ons vergist," zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Wij hebben ons vergist," herhaalde Paganel. "Maar om zich te vergissen,
+Mac Nabbs! behoeft men slechts mensch te zijn, terwijl hij, die in zijn
+dwaling volhardt, een gek is."</p>
+
+<p>"Wacht een beetje, Paganel!" antwoordde de majoor, "word niet boos. Ik
+wil niet zeggen, dat wij onze nasporingen in Amerika moeten
+voortzetten."</p>
+
+<p>"Wat verlangt gij dan?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Alleen de bekentenis, en anders niet, dat Australië thans even zeker
+het tooneel van de schipbreuk der <i>Brittannia</i> schijnt te zijn, als
+Amerika het eerst scheen."</p>
+
+<p>"Dat bekennen wij gaarne," antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>"Dat zal ik in mijn oor knoopen," hernam de majoor, "en u tevens
+aansporen om uw verbeeldingskracht een beetje te wantrouwen ten aanzien
+van die opeenvolgende en met elkander strijdige gevolgtrekkingen. Wie
+weet of na Australië niet een ander land ons dezelfde zekerheid zal
+aanbrengen, en of het, als die nieuwe nasporingen weder vergeefsch zijn
+geweest, niet "zeker" zal schijnen, dat zij ergens elders hervat moeten
+worden."</p>
+
+<p>Glenarvan en Paganel zagen elkander aan. De opmerkingen van den majoor
+troffen hen door haar juistheid.</p>
+
+<p>"Ik verlang dus," hervatte Mac Nabbs, "dat er nog een onderzoek zal
+plaats hebben, voor wij op weg gaan naar Australië. Hier zijn de
+documenten, daar liggen kaarten. Laten wij achtereenvolgens al de punten
+onderzoeken, die de zeven en dertigste breedtegraad snijdt, en zien of
+wij niet eenig ander land aantreffen, dat het document juist zou
+aanwijzen."</p>
+
+<p>"Niets is gemakkelijker en spoediger gedaan," antwoordde Paganel, "want
+gelukkig is er juist geen overvloed van land op deze breedte."</p>
+
+<p>"Laat eens zien," zeide de majoor, een engelsche wereldkaart naar de
+projectie van Mercator uitspreidende.</p>
+
+<p>De kaart werd voor lady Helena gelegd, en allen plaatsten zich zoo, dat
+zij het betoog van Paganel konden volgen.</p>
+
+<p>"Zooals ik u reeds vroeger zeide," begon de aardrijkskundige, "gaat de
+zeven en dertigste breedtegraad over Zuid-Amerika en raakt dan de
+eilanden van Tristan d'Acunha. Nu houd ik staande, dat geen enkel woord
+van het document op deze eilanden betrekking kan hebben."</p>
+
+<p>De documenten werden naauwkeurig onderzocht, en men moest toegeven, dat
+Paganel gelijk had. Tristan d'Acunha werd dus met algemeene stemmen
+verworpen.</p>
+
+<p>"Verder," ging de aardrijkskundige voort. "Den Atlantischen oceaan
+verlatende, gaan wij twee graden bezuiden de kaap de Goede Hoop en komen
+in den Indischen oceaan. Slechts ééne eilandengroep ontmoeten wij,
+Amsterdam. Passen wij hierop hetzelfde onderzoek toe als op Tristan
+d'Acunha."</p>
+
+<p>Na een naauwlettend onderzoek werden de eilanden Amsterdam op hun beurt
+ter zijde gesteld. Geen enkel volledig of afgebroken fransch, engelsch
+of duitsch woord kon op deze eilandengroep in den Indischen oceaan
+betrekking hebben.</p>
+
+<p>"Nu komen wij aan Australië," hernam Paganel. "De zeven en dertigste
+breedtegraad loopt over dit vastland van kaap Bernouilli tot de
+Twofold-baai. Gij zult met mij toestemmen, dat het engelsche woord
+<i>stra</i> en het fransche <i>austral</i> zonder den tekst geweld aan te doen op
+Australië slaan kunnen. De zaak is zoo duidelijk, dat ik er niet verder
+over wil spreken."</p>
+
+<p>Allen stemden in met het gevoelen van Paganel. Alle gronden van
+waarschijnlijkheid waren voor die meening.</p>
+
+<p>"Gaan wij verder," zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Met genoegen," antwoordde de aardrijkskundige, "de reis is gemakkelijk
+genoeg. De Twofold-baai verlatende, steken wij den zeearm over, die zich
+ten oosten van Australië bevindt en treffen Nieuw-Zeeland aan. Vooraf
+echter herinner ik u, dat het woord <i>contin</i> van het fransche document
+onmogelijk iets anders kan beteekenen dan een "continent" (vast land).
+Derhalve kan kapitein Grant geen schuilplaats op Nieuw-Zeeland gevonden
+hebben, dat maar een eiland is. Hoe het ook zij, onderzoekt, vergelijkt,
+zet de woorden om, en ziet of zij ook maar in de verte op dit laatste
+gewest betrekking kunnen hebben."</p>
+
+<p>"Volstrekt niet," antwoordde John Mangles, die de documenten en de kaart
+aan een naauwkeurig onderzoek onderwierp.</p>
+
+<p>"Neen," zeiden al de toehoorders van Paganel en de majoor zelf ook,
+"neen, Nieuw-Zeeland kan niet bedoeld zijn."</p>
+
+<p>"Op de ontzaggelijke ruimte, die dit groote eiland van de amerikaansche
+kust scheidt," hervatte de aardrijkskundige, "snijdt de zeven en
+dertigste breedtegraad slechts een woest en onbewoond eilandje."</p>
+
+<p>"Dat heet?..." vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Zie maar op de kaart. Het is Maria-Theresa, een naam, waarvan ik niet
+het geringste spoor in de drie documenten vind."</p>
+
+<p>"Geen enkel," bevestigde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Nu laat ik het aan u over, mijne vrienden! om te beslissen of niet alle
+waarschijnlijkheden, om niet te zeggen de zekerheid voor het australisch
+vastland pleit?"</p>
+
+<p>"Ja! ja!" riepen al de passagiers en de kapitein der <i>Duncan</i> tegelijk.</p>
+
+<p>"Hebt gij genoeg levensmiddelen en kolen, John?" vroeg nu Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja, Uwe Edelheid! ik heb mij te Talcahuano goed voorzien, en aan de
+Kaapstad zullen wij gemakkelijk genoeg kolen kunnen innemen."</p>
+
+<p>"Geef dan den koers...."</p>
+
+<p>"Nog ééne opmerking," zeide de majoor zijn vriend in de rede vallende.</p>
+
+<p>"En die is, Mac Nabbs?"</p>
+
+<p>"Hoeveel kans van welslagen Australië ons ook aanbiedt, zou het toch
+mijns bedunkens goed zijn een dag of twee bij de eilanden Tristan d'
+Acunha en Amsterdam aan te leggen. Zij liggen op onzen weg en zullen ons
+niet van den koers afbrengen. Dan zullen wij weten, of de <i>Britannia</i> er
+niet eenig spoor van haar schipbreuk heeft achtergelaten."</p>
+
+<p>"Wat is die ongeloovige majoor toch vasthoudend!" riep Paganel.</p>
+
+<p>"Ik ben er volstrekt niet op gesteld om terug te keeren, wanneer
+Australië soms de verwachting, die wij er van koesteren, niet vervullen
+mogt."</p>
+
+<p>"Die voorzorg is dunkt mij niet kwaad," sprak Glenarvan.</p>
+
+<p>"En ik zal u niet afraden om ze te nemen," antwoordde Paganel.
+"Integendeel."</p>
+
+<p>"Wend dan den steven naar Tristan d'Acunha, John!" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Terstond, Uwe Edelheid!" gaf de kapitein ten antwoord, en hij ging naar
+het dek, terwijl Robert en Mary Grant lord Glenarvan hun levendigen dank
+betuigden.</p>
+
+<p>Weldra verliet de <i>Duncan</i> de amerikaansche kust en zich oostwaarts
+rigtende kliefde haar steven snel de baren van den Atlantischen oceaan.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="II" id="II"></a>II.</h3>
+
+<h3>Tristan d'Acunha.</h3>
+
+
+<p>Indien het jagt de evennachtslijn had gevolgd, zouden de honderd zes en
+negentig graden, die Australië van Amerika of liever kaap Bernouilli van
+kaap Corrientes scheiden, gelijk geweest zijn aan elf duizend zeven
+honderd zestig geographische mijlen<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a>. Maar op den zeven en dertigsten
+breedtegraad komen die honderd zes en negentig graden, ten gevolge van
+de gedaante des aardbols, overeen met slechts negen duizend vier honderd
+tachtig zulke mijlen<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor">[2]</a>. Van de amerikaansche kust tot Tristan d'Acunha
+rekent men twee duizend één honderd mijlen<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor">[3]</a>, een afstand, dien John
+Mangles in tien dagen hoopte af te leggen, indien de oostewinden de
+vaart van het jagt niet belemmerden. Hij had alle reden tot
+tevredenheid, want tegen den avond bedaarde de wind merkbaar, en nu kon
+de <i>Duncan</i> op een stille zee al haar uitmuntende hoedanigheden aan den
+dag leggen.</p>
+
+<p>Dienzelfden dag hadden de passagiers hunne scheepsgewoonten weder
+aangenomen. Men zou niet gezegd hebben, dat zij in geen maand aan boord
+waren geweest. Na het water van de Stille Zuidzee strekte zich dat van
+den Atlantischen oceaan voor hun gezigt uit, en met slechts geringe
+wijzigingen gelijken alle golven elkaar. Na hen zoo vreeselijk op de
+proef te hebben gesteld, vereenigden zich thans de elementen om hen te
+begunstigen. De oceaan was rustig, de wind in den goeden hoek, en al de
+kracht der zeilen, die de westewinden deden zwellen, kwam de
+onvermoeibare stoomkracht te hulp, die in den stoomketel was besloten.</p>
+
+<p>Die snelle overtogt had dan ook zonder buitengewone voorvallen of
+onheilen plaats. Vol vertrouwen stevende men naar de australische kust.
+De waarschijnlijkheid werd tot zekerheid. Er werd over kapitein Grant
+gesproken, alsof het jagt hem in een bepaalde haven aan boord ging
+nemen. Zijn hut en de kooijen zijner beide reisgenooten werden reeds in
+gereedheid gebragt. Mary Grant vond er behagen in ze eigenhandig in orde
+te brengen en op te schikken. Olbinett had de zijne afgestaan en deelde
+nu de hut van zijn vrouw. Deze hut grensde aan het beruchte N° 6, dat
+aan boord van de <i>Scotia</i> door Jacques Paganel was besproken.</p>
+
+<p>De geleerde aardrijkskundige kwam er bijna niet uit. Hij werkte van den
+vroegen morgen tot den laten avond aan een boek, getiteld: <i>Verhevene
+indrukken van een aardrijkskundige in de argentijnsche Pampa</i>. Met
+ontroerde stem hoorde men hem zijn sierlijke volzinnen opzeggen, voor
+hij ze aan de witte bladzijden van zijn aanteekenboekje toevertrouwde,
+en meer dan eens riep hij, ontrouw aan Clio, de muze der geschiedenis,
+vol verrukking de goddelijke Calliope aan, die de heldendichters
+bezielt.</p>
+
+<p>Paganel maakte er ook volstrekt geen geheim van. Om zijnentwil verlieten
+Apollo's kuische dochteren gaarne de toppen van den Parnassus of den
+Helikon. Lady Helena maakte hem er haar opregt gemeend compliment over.
+Ook de majoor wenschte hem geluk met die bezoeken der zanggodinnen.</p>
+
+<p>"Maar wacht u vooral voor verstrooidheid, waarde Paganel!" voegde hij er
+bij, "en mogt gij bij toeval lust krijgen om australisch te leeren, ga
+het dan niet bestudeeren in een chineesche spraakkunst!"</p>
+
+<p>Alles ging dus bij uitstek goed aan boord. Met belangstelling sloegen
+lord en lady Glenarvan, John Mangles en Mary Grant gade. Zij vonden geen
+reden om aanmerkingen te maken, en daar John zelf zweeg, was het ook
+maar het best om zich onkundig te houden.</p>
+
+<p>"Hoe zal kapitein Grant er over denken?" vroeg Glenarvan eens aan zijn
+vrouw.</p>
+
+<p>"Hij zal denken, dat John Mary waardig is, lieve Edward! en hij zal niet
+bedrogen uitkomen."</p>
+
+<p>Intusschen naderde het jagt snel de plaats zijner bestemming. Vijf
+dagen, nadat zij kaap Corrientes uit het oog hadden verloren, den 16<sup>den</sup>
+November, stak er een fiksche westewind op, hetgeen aan de schepen, die
+Afrika's zuidspits omvaren, zeer goed te stade komt tegen de regelmatige
+zuidoostewinden. De <i>Duncan</i> zette alle zeilen bij, en voor haar
+fokkezeil, haar groote bezaan, haar mars- en bramzeil, haar lij-, steng-
+en stagzeilen, liep zij verbazend snel met bakboordshalzen. Naauwelijks
+drong haar schroef in het water, dat haar steven doorkliefde, en men zou
+gezegd hebben, dat zij met de snelvarende jagten van de
+Royal-Thames-Club om den prijs dong.</p>
+
+<p>'s Anderendaags was de zee bedekt met een ontzaggelijke menigte zeegras,
+als ware zij een digt met gras begroeide onmetelijke vijver. Zij geleek
+op een krooszee, bedekt met al de overblijfselen van boomen en planten,
+die uit de omliggende landen komen aandrijven. Luitenant Maury heeft
+voornamelijk de aandacht der zeevarenden er op gevestigd. De <i>Duncan</i>
+scheen over een onmetelijke weide te drijven, die Paganel teregt met de
+Pampa's vergeleek, zoodat haar vaart min of meer werd vertraagd.</p>
+
+<p>Vier en twintig uren later liet de uitkijk, bij het krieken van den dag,
+de kreet: "land!" hooren.</p>
+
+<p>"In welke rigting?" vroeg Tom Austin, die de wacht had.</p>
+
+<p>"Onder den wind van ons," antwoordde de matroos.</p>
+
+<p>Op dit geroep, dat altijd eenige aandoening veroorzaakt, stroomden allen
+naar het dek van het jagt. Weldra kwam er een verrekijker uit de
+kampanje, onmiddellijk gevolgd door Jacques Paganel.</p>
+
+<p>De geleerde bragt zijn instrument in de aangewezen rigting, maar zag
+niets, dat op land geleek.</p>
+
+<p>"Kijk in de wolken," voegde John Mangles hem toe.</p>
+
+<p>"Zoo waar," antwoordde Paganel, "dat heeft veel van een nog bijna
+onzigtbare soort van piek."</p>
+
+<p>"Dat is Tristan d'Acunha," hernam John Mangles.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill03b" id="ill03b"></a>
+<img src="images/313.jpg" width="400" alt="&quot;Dat is Tristan d&#39;Acunha,&quot; hernam John Mangles." title="" />
+<span class="caption2">&quot;Dat is Tristan d&#39;Acunha,&quot; hernam John Mangles.</span>
+</div>
+
+<p>"Dan moeten wij, als ik mij wel herinner, er tachtig mijlen van af
+zijn," gaf de geleerde ten antwoord, "want de zeven duizend voet hooge
+piek van Tristan is op dien afstand zigtbaar."</p>
+
+<p>"Dat is ook zoo," antwoordde kapitein John.</p>
+
+<p>Eenige uren later was de groep zeer hooge en zeer steile bergen
+duidelijk aan den gezigteinder waar te nemen. De kegelvormige top van
+Tristan stak zwart af bij den schitterenden grond des hemels, dien de
+stralen der opgaande zon met allerlei kleuren tooiden. Weldra maakte het
+voornaamste eiland zich los van de rotsmassa, als de top van een naar
+het noordoosten hellenden driehoek.</p>
+
+<p>Tristan d'Acunha ligt op 37°8' zuiderbreedte en 10°44' westerlengte van
+Greenwich<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor">[4]</a>. Achttien mijlen ten zuidwesten ligt het Ontoegankelijke,
+en tien mijlen ten zuidoosten het Nachtegaals-eiland, die deze kleine
+eenzame groep in dit gedeelte van den Atlantischen oceaan vormen. Tegen
+den middag peilde men de twee voornaamste landteekens, die den zeelieden
+tot herkenningspunten dienen, namelijk op een hoek van het
+Ontoegankelijke eiland een rots, die zeer juist op een schip onder zeil
+gelijkt en aan de noordpunt van het Nachtgaals-eiland twee eilandjes,
+die wel iets hebben van een vervallen fortje.</p>
+
+<p>Tegen drie ure liep de <i>Duncan</i> de Falmouth-baai op Tristan d'Acunha
+binnen, welke door de Bijstandspunt tegen de westewinden beschut wordt.</p>
+
+<p>Daar lagen eenige walvischvaarders voor anker, die zich bezig hielden
+met de vangst van robben en andere zeedieren, waarvan deze kusten
+tallooze soorten opleveren.</p>
+
+<p>John Mangles zocht een goeden ankergrond; want die opene reeden zijn
+zeer gevaarlijk wegens de noordweste- en noordewinden, en op deze zelfde
+plaats was in 1829 de engelsche brik <i>Julia</i> met man en muis vergaan. De
+<i>Duncan</i> naderde de kust tot op een halve mijl en ging op een steengrond
+op twintig vaâm water ten anker. Dadelijk begaven al de passagiers zich
+in de groote boot en zetten voet aan land op een fijn en zwart zand, het
+overschot der verweerde rotsen van het eiland.</p>
+
+<p>De hoofdplaats der geheele groep van Tristan d'Acunha is niets meer dan
+een dorpje, achterin de baai aan een zeer onstuimige beek gelegen. Het
+bestond uit een vijftigtal vrij zindelijke en hoogst regelmatig gebouwde
+huizen, dat het kenmerk der engelsche bouwkunst schijnt te zijn. Achter
+dit onbeduidende plaatsje strekte zich een vlakte van vijftienhonderd
+bunders uit, begrensd door een ontzaggelijke opeenhooping van lava; de
+kegelvormige piek verhief zich nog zeven duizend voet hoog boven dit
+vlak.</p>
+
+<p>Lord Glenarvan werd door een gouverneur ontvangen, die onder de
+Kaapkolonie staat. Onmiddellijk deed hij onderzoek naar Harry Grant en
+de <i>Britannia</i>. Die namen waren geheel onbekend. De eilanden Tristan
+d'Acunha liggen niet op den weg der schepen, en worden bijgevolg zelden
+bezocht. Sedert de bekende schipbreuk der <i>Blendon-Hall</i>, die in 1821 op
+de rotsen van het Ontoegankelijke eiland stootte, waren er slechts twee
+schepen bij het voornaamste eiland gestrand, de <i>Primauguet</i> in 1845 en
+de amerikaansche driemaster <i>Philadelphia</i> in 1857. De lijst der
+zeerampen te Acunha bevatte slechts deze drie gevallen.</p>
+
+<p>Glenarvan rekende volstrekt niet op naauwkeuriger inlichtingen en had
+den gouverneur des eilands alleen ondervraagd om zijn geweten gerust te
+stellen. Zelfs liet bij door de sloepen een togt om het eiland doen, dat
+hoogstens zeventien mijlen omtrek heeft, Londen of Parijs zouden er niet
+op kunnen staan, al was het nog driemaal grooter.</p>
+
+<p>Gedurende dezen verkenningstogt deden de passagiers der <i>Duncan</i> een
+wandeling door het dorp en langs de kust. Tristan d'Acunha telt niet
+meer dan honderd vijftig inwoners. Het zijn Engelschen en Amerikanen,
+gehuwd met negerinnen en hottentotsche vrouwen van de Kaap, echte
+monsters van leelijkheid. De kinderen uit die vreemdsoortige huwelijken
+waren een zeer onaangenaam mengsel van de stugheid der Saxers en de
+zwarte kleur der Afrikanen.</p>
+
+<p>De reizigers, welke zich gelukkig achtten vasten grond onder hun voeten
+te hebben, strekten hun wandeling langs den oever uit, waaraan de eenige
+groote bebouwde vlakte des eilands grenst. Verderop bestaat de geheele
+kust uit dorre en steile lavarotsen. Bij honderden kan men de groote
+albatrossen en de domme vetganzen daar tellen.</p>
+
+<p>Nadat zij die rotsen, welke haar ontstaan aan het vuur danken,
+onderzocht hadden, keerden de bezoekers naar de vlakte terug; hier en
+daar murmelden talrijke stroomende bronnen, door de eeuwige sneeuw van
+den kegel gevoed; de bodem had een vrolijk voorkomen door de groene
+struiken, waarop het oog bijna evenveel musschen als bloemen telde;
+slechts een enkele boom, een soort van kaapschen kruisdoornstruik, wel
+twintig voet hoog, en de "tusseh", een reusachtig rietgewas met
+houtachtigen stengel staken boven het groene landschap uit; een veel
+loten makende doornbeziestruik met stekelig zaad, stevige lomariën met
+ineengegroeide vezels, eenige zeer langlevende struikvormige planten,
+ancerinen, wier welriekende uitwasemingen de lucht met heerlijke geuren
+doortrokken, mosplanten, wilde selderij en varens vormden een wel niet
+talrijke maar weelderige flora. Het bleek terstond, dat een eeuwige
+lente haar weldadigen invloed op dit bevoorregte eiland deed gevoelen.
+Paganel beweerde met zijn gewone overdrijving, dat hier het vermaarde
+Ogygia was, dat Fénélon had bezongen. Hij stelde lady Glenarvan voor een
+grot te zoeken en de lieve Calypso na te volgen, en vroeg voor
+zichzelven geen ander voorregt, dan "een der nimfen te zijn, die haar
+bedienden."</p>
+
+<p>Zoo keerden de wandelaars, al pratende en bewonderende, tegen het vallen
+van den avond naar het jagt terug; kudden runderen en schapen weidden in
+den omtrek van het dorp; de koren- en maïs-akkers en de tuinen met
+moesgroenten, welke eerst voor veertig jaar ingevoerd waren, spreidden
+hun natuurschatten tot op de straten der hoofdplaats ten toon.</p>
+
+<p>Juist toen lord Glenarvan aan boord kwam, legden ook de sloepen der
+<i>Duncan</i> bij het jagt aan. In weinige uren waren zij het eiland
+omgevaren. Geen spoor van de <i>Britannia</i> hadden zij op haar togt
+aangetroffen. Het eenige nut van die rondreis was dus, dat het eiland
+Tristan geheel van de lijst der nasporingen geschrapt werd.</p>
+
+<p>Bij gevolg kon de <i>Duncan</i> thans die afrikaansche eilandengroep verlaten
+en haar reis oostwaarts voortzetten. Zij vertrok echter niet dienzelfden
+avond, want Glenarvan gaf zijn manschappen verlof om op de tallooze
+robben jagt te maken, die onder den naam van zeekalven, zeeleeuwen,
+zeebeeren en zeeolifanten de oevers der Falmouth-baai bezoeken. Voorheen
+hielden de walvisschen zich gaarne in den omtrek der eilanden op; maar
+zooveel walvischvaarders hadden ze vervolgd en geharpoeneerd, dat er
+maar weinige overgebleven waren. De vinpootige zoogdieren daarentegen
+waren er bij heele scharen bijeen. De matrozen van het jagt besloten dus
+er 's nachts jagt op te maken en den volgenden dag te besteden met het
+inzamelen van een goeden voorraad traan. Daarom werd het vertrek der
+<i>Duncan</i> twee dagen, tot den 20<sup>sten</sup> November uitgesteld.</p>
+
+<p>Onder het avondeten deelde Paganel tot groot genoegen zijne hoorders het
+een en ander betreffende de eilanden Tristan mede. Zoo vernamen zij, dat
+die groep in 1506 door den Portugees Tristan d'Acunha, een der
+reisgenooten van Albuquerque, ontdekt, meer dan een eeuw lang
+veronachtzaamd bleef. Niet ten onregte werden zij voor broeinesten van
+stormen gehouden, en stonden zij in geen beter reuk dan de Bermuda's.
+Zij werden dus steeds vermeden, en tenzij de orkanen van den
+Atlantischen oceaan er een schip heendreven, wierp geen enkel vaartuig
+er uit eigen beweging het anker.</p>
+
+<p>In 1697 liepen er drie hollandsche Oost-Indie-vaarders binnen, die er de
+coördinaten van berekenden, terwijl de groote sterrekundige Halley hun
+berekeningen in 1700 herzag. Van 1712 tot 1767 maakten eenige fransche
+zeelieden er kennis mede, vooral La Pérouse, die ze ingevolge zijn
+lastbrief op zijn beroemde reis van 1785 bezocht.</p>
+
+<p>Die tot nog toe zoo schaars bezochte landen waren nog onbewoond, toen
+een Amerikaan, Jonathan Lambert, in 1811 het waagde zich er neer te
+zetten. Hij landde er met twee makkers in de maand Januarij en begon
+moedig het werk van kolonist. De engelsche gouverneur van de kaap de
+Goede Hoop vernomen hebbende, dat het hun goed ging, bood hun de
+bescherming van Engeland aan. Jonathan Lambert nam dit aan, en heesch op
+zijn hut de britsche vlag. Het scheen, alsof hij zijn volk, bestaande
+uit een ouden Italiaan en een portugeeschen mulat, rustig zou regeeren,
+toen hij eens bij een verkenning van de kusten van zijn rijk verdronk of
+verdronken werd; dat weet men niet regt. Het jaar 1814 kwam. Napoleon
+werd op St. Helena gevangen gezet, en om hem des te beter te bewaken,
+legde Engeland bezetting op het eiland Ascension en ook op Tristan
+d'Acunha. Het garnizoen van Tristan bestond uit een compagnie artillerie
+van de Kaap en een afdeeling Hottentotten. Het bleef er tot in 1821,
+toen het na den dood van den gevangene van St. Helena weder naar de Kaap
+verlegd werd.</p>
+
+<p>"Slechts één Europeaan," voegde Paganel erbij, "een korporaal, een
+Schot...."</p>
+
+<p>"Wat! een Schot!" zeide de majoor, die altijd bijzonder veel belang in
+zijn landgenooten stelde.</p>
+
+<p>"William Glass genoemd," ging Paganel voort, "bleef op het eiland met
+zijn vrouw en twee Hottentotten. Weldra voegden zich twee Engelschen,
+een matroos en een visscher op de Theems, gewezen dragonder in het
+argentijnsche leger, bij den Schot, en eindelijk vond in 1821 ook een
+der schipbreukelingen van de <i>Blendon-Hall</i> met zijn jonge vrouw een
+schuilplaats op het eiland Tristan. Zoo telde dus het eiland in 1821 zes
+mannen en twee vrouwen. In 1829 bestond de bevolking uit zeven mannen,
+zes vrouwen en veertien kinderen. In 1835 bereikte zij het cijfer van
+veertig en nu is het verdriedubbeld."</p>
+
+<p>"Zoo ontstaan de natiën," zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik voeg er nog bij," hervatte Paganel, "om de geschiedenis van Tristan
+d'Acunha volledig te verhalen, dat dit eiland in mijn oog met evenveel
+regt den naam van Robinsons-eiland verdient, als Juan Fernandez. Want
+werden er op dit laatste achtereenvolgens twee matrozen achtergelaten,
+weinig scheelde het of twee geleerden had ditzelfde lot op Tristan
+d'Acunha getroffen. In 1793 verdwaalde een mijner landgenooten, de
+natuurkundige Aubert Dupetit-Thouars, door zijn ijver om planten te
+verzamelen vervoerd, en vond zijn schip eerst terug, toen de kapitein
+het anker ligtte. In 1824 werd een uwer landgenooten, waarde Glenarvan!
+de bekwame teekenaar August Earle, acht maanden lang op het eiland
+achtergelaten. Zijn kapitein, vergetende dat hij aan land was, was onder
+zeil gegaan naar de Kaap."</p>
+
+<p>"Die mag met regt een verstrooid kapitein heeten," zeide de majoor. "Hij
+was zeker van uw famielje, Paganel?"</p>
+
+<p>"Als hij het niet was, majoor! verdiende hij het te zijn!"</p>
+
+<p>Het antwoord van den aardrijkskundige maakte een einde aan dit gesprek.</p>
+
+<p>Gedurende den nacht maakten de matrozen van de <i>Duncan</i> een goede jagt:
+een vijftigtal groote robben werden gedood. Eenmaal de jagt toegelaten
+hebbende, kon Glenarvan hun nu het voordeel, dat zij opleverde, niet
+onthouden. De volgende dag werd dus besteed om de traan te verzamelen en
+de huiden dezer winstgevende dieren te bereiden. Het spreekt van zelf,
+dat de passagiers van dit oponthoud gebruik maakten tot een nieuw togtje
+over het eiland. Glenarvan en de majoor namen hun geweer mede om op het
+wild van Acunha te jagen. Op deze wandeling kwam men tot aan den voet
+van den berg over een grond bezaaid met verweerde overblijfselen van
+slakken, poreuse en zware lava en andere vulkanische uitwerpselen. De
+voet van den berg was omringd door een verwarde menigte waggelende
+rotsblokken. Men kon zich onmogelijk vergissen in den aard van den
+ontzaggelijken kegel, en de engelsche kapitein Carnichaël had goed
+gezien, toen hij hem voor een uitgebranden vulkaan hield.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill04b" id="ill04b"></a>
+<img src="images/320.jpg" width="400" alt="Gedurende den nacht maakten de matrozen van de Duncan een goede jagt" title="" />
+<span class="caption2">Gedurende den nacht maakten de matrozen van de Duncan een goede jagt</span>
+</div>
+
+<p>De jagers ontdekten eenige wilde zwijnen. Een werd door een kogel van
+den majoor doodelijk getroffen. Glenarvan vergenoegde zich met
+verscheidene koppels zwarte patrijzen te schieten, waarvan de scheepskok
+een uitstekenden schotel moest opdisschen. Een menigte geiten vertoonde
+zich op het hooge bergvlak. En de wilde katten, moedige, vermetele en
+sterke dieren, de schrik der honden, vermenigvuldigden sterk en zouden
+weldra zeer gevreesde verscheurende dieren worden.</p>
+
+<p>Ten acht ure was een ieder weer aan boord, en des nachts verliet de
+<i>Duncan</i> het eiland Tristan d'Acunha om het nimmer weder te zien.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> 4900 uren gaans.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> 4000 uren gaans.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> 875 uren gaans.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> 13°4' westerlengte van Parijs. Het verschil tusschen beide
+middagcirkels is 2°20'.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="III" id="III"></a>III.</h3>
+
+<h3>Het eiland Amsterdam.</h3>
+
+
+<p>John Mangles was voornemens aan de kaap de Goede Hoop kolen in te nemen.
+Daarom moest hij een weinig van den zeven en dertigsten breedtegraad
+afwijken en twee graden noordelijker gaan. De <i>Duncan</i> was nu beneden de
+streek der passaatwinden en stevige westewinden begunstigden haar
+vaart<a name="FNanchor_1_5" id="FNanchor_1_5"></a><a href="#Footnote_1_5" class="fnanchor">[1]</a>. Geen volle zes dagen had ze noodig voor de dertien honderd
+mijlen<a name="FNanchor_2_6" id="FNanchor_2_6"></a><a href="#Footnote_2_6" class="fnanchor">[2]</a>, die Tristan d'Acunha van Afrika's zuidpunt scheiden. Den
+24<sup>sten</sup> November, 's namiddags ten drie ure, kreeg men den Tafelberg in
+het oog, en iets later peilde John den Seinberg, die den ingang der baai
+aanwijst. Hij liep ze tegen acht ure binnen, en wierp het anker in de
+haven der Kaapstad.</p>
+
+<p>Als lid der Maatschappij van aardrijkskunde kon het Paganel niet
+onbekend zijn, dat het uiteinde van Afrika voor het eerst in 1486 gezien
+werd door den portugeeschen admiraal Bartholomeus Diaz, en dat het tot
+1497 duurde, voor de beroemde Vasco de Gama het omzeilde. Hoe zou het
+Paganel onbekend hebben kunnen zijn, daar Camoëns in zijn <i>Lusiade</i> den
+roem van den grooten zeevaarder bezingt? Maar hij maakte hierbij een
+aardige opmerking en wel deze: indien Diaz in 1486, zes jaren voor de
+eerste reis van Christoffel Columbus, de kaap de Goede Hoop was
+omgezeild, zou de ontdekking van Amerika welligt wie weet hoe lang
+verschoven zijn. De weg om de Kaap toch was de kortste en natuurlijkste
+om naar Oost-Indië te komen. En het doel van den grooten genueeschen
+zeeman, toen hij westwaarts stevende, was immers geen ander dan de
+reizen naar de Specerijlanden te verkorten! Derhalve zou, zoodra de Kaap
+eens was omgezeild, zijn togt doelloos geweest zijn en zou hij hem
+waarschijnlijk niet ondernomen hebben.</p>
+
+<p>De Kaapstad, achter in de Kaapbaai gelegen, werd in 1652 door den
+Hollander van Riebeek gesticht. Zij was de hoofdstad eener belangrijke
+kolonie, die door de verdragen van 1815 bepaald engelsch werd. De
+passagiers van de <i>Duncan</i> maakten van dit oponthoud gebruik om haar te
+bezoeken. Zij mogten niet meer dan twaalf uren aan hun wandeling
+besteden; want kapitein John had maar één dag noodig om nieuwen voorraad
+in te nemen, en hij wilde den 26<sup>sten</sup>, 's morgens vroeg, vertrekken.</p>
+
+<p>Meer tijd was er ook niet noodig om de regelmatige ruiten van dat
+schaakbord, dat Kaapstad heet, te doorkruisen, waarop dertig duizend
+inwoners, blanken en zwarten, de rol van koningen, koninginnen, paarden,
+pions, misschien ook van narren<a name="FNanchor_3_7" id="FNanchor_3_7"></a><a href="#Footnote_3_7" class="fnanchor">[3]</a> spelen. Zoo drukte zich althans
+Paganel uit. Wanneer men het kasteel, dat zich ten zuidoosten van de
+stad verheft, het gouvernements-huis en tuin, de beurs, het museum en
+het steenen kruis, dat Bartholomeus Diaz bij gelegenheid van zijn
+ontdekking plantte, gezien, en een glas Pontai, het eerste gewas der
+Constantia-wijnen, gedronken heeft, kan men niets beter doen dan
+vertrekken. Zoo deden de reizigers dan ook den volgenden dag vroeg. De
+<i>Duncan</i> stak in zee onder haar stagfok, haar kluiver, haar voormarszeil
+en haar marszeil, en eenige uren later stevende zij om die beruchte
+Stormkaap heen, waaraan de optimistische koning van Portugal, Johan II,
+zeer verkeerd den naam van Goede Hoop gaf.</p>
+
+<p>Een afstand van twee duizend negen honderd mijlen<a name="FNanchor_4_8" id="FNanchor_4_8"></a><a href="#Footnote_4_8" class="fnanchor">[4]</a> tusschen de Kaap en
+het eiland Amsterdam af te leggen was bij een schoone zee en een fiksche
+koelte het werk van een dag of tien. Gelukkiger dan de reizigers in de
+Pampa's, hadden de zeevaarders niet over weer en wind te klagen. Lucht
+en water, die op het vastland tegen hen hadden zaamgespannen, sloegen nu
+de handen ineen om hen voort te drijven.</p>
+
+<p>"O, de zee! de zee!" riep Paganel telkens. "Zij is bij uitnemendheid het
+veld, waarop de menschelijke krachten zich kunnen oefenen, en het schip
+is wel het ware voertuig der beschaving! Denkt maar na, mijne vrienden!
+Was de aardbol maar één onmetelijk vastland, dan zouden wij er in de
+19<sup>de</sup> eeuw nog het duizendste gedeelte niet van kennen! Zie maar wat er
+in de binnenlanden der groote landstreken voorvalt; in de steppen van
+Siberië, op de vlakten van Midden-Azië, op de prairiën van Amerika, op
+de uitgestrekte gronden van Australië, in de bevrozen poolgewesten,
+&mdash;naauwelijks durft de mensch zich er wagen, de stoutste deinst terug, de
+moedigste bezwijkt! Verder gaan is onmogelijk. De middelen van vervoer
+zijn ontoereikend. Hitte, ziekten, de wildheid der inboorlingen, ziedaar
+evenveel onoverkomelijke hinderpalen. Een woestijn van twintig mijlen is
+een grooter scheidsmuur tusschen de menschen dan een oceaan van vijf
+honderd mijlen. De bewoners van over elkander liggende oevers zijn
+buren; vreemden, als slechts een woud ze scheidt! Engeland grenst aan
+Australië, terwijl Egypte b.v. millioenen uren van St. Petersburg
+schijnt te liggen! De zee is thans gemakkelijker te bereizen dan de
+kleinste Sahara, en aan haar hebben wij het te danken, zooals een
+amerikaansch geleerde zeer juist gezegd heeft<a name="FNanchor_5_9" id="FNanchor_5_9"></a><a href="#Footnote_5_9" class="fnanchor">[5]</a>, dat er een algemeene
+broederband om al de werelddeelen gelegd is."</p>
+
+<p>Paganel sprak met vuur, en de majoor zelfs had op geen enkel woord van
+dezen lofzang aan den oceaan een aanmerking te maken. Had men om Harry
+Grant terug te vinden den zeven en dertigsten breedtegraad over land
+moeten volgen, dan zou de onderneming niet op touw zijn gezet; maar de
+zee was er om de moedige zoekers van het eene land naar het andere te
+brengen, en den 6<sup>den</sup> December liet ze bij het eerste krieken van den dag
+een nieuwen berg uit den schoot harer golven oprijzen.</p>
+
+<p>Het was het eiland Amsterdam, op 37°47' breedte en 77°24'<a name="FNanchor_6_10" id="FNanchor_6_10"></a><a href="#Footnote_6_10" class="fnanchor">[6]</a> lengte,
+welks hooge kegel bij helder weder vijftig mijlen in het rond zigtbaar
+is. Ten acht ure geleek zijn nog onbepaalde gedaante vrij naauwkeurig op
+Teneriffe.</p>
+
+<p>"En bij gevolg gelijkt het op Tristan d'Acunha," zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Een zeer juiste gevolgtrekking," antwoordde Paganel, "overeenkomstig
+dit wis- en aardrijkskundig axioma, dat, wanneer twee eilanden elk aan
+een derde gelijk zijn, zij ook onderling op elkander gelijken. Ik voeg
+hier nog bij, dat het eiland Amsterdam even als Tristan d'Acunha rijk
+aan robben en Robinsons is en geweest is."</p>
+
+<p>"Zijn er dan overal Robinsons geweest?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Op mijn eer, mevrouw!" antwoordde Paganel, "ik ken weinig eilanden,
+waar niets van dien aard is voorgevallen, en het toeval had reeds lang
+te voren den roman van uw onsterfelijken landgenoot, Daniël de Foe,
+uitgewerkt."</p>
+
+<p>"Mag ik zoo vrij zijn u iets te vragen, mijnheer Paganel?" zeide Mary
+Grant.</p>
+
+<p>"Zooveel gij wilt, lieve miss! ik beloof u, dat ik er op antwoorden
+zal."</p>
+
+<p>"Welnu," hernam het meisje, "zou de gedachte van op een onbewoond eiland
+achtergelaten te worden u veel vrees aanjagen?"</p>
+
+<p>"Mij!" riep Paganel.</p>
+
+<p>"Maak ons maar niet wijs, dat gij niets vuriger wenschen zoudt, mijn
+vriend!" zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Dat beweer ik niet," antwoordde de aardrijkskundige; "maar ik zou het
+toch niet zoo heel onaangenaam vinden. Ik zou een nieuw leven aanvangen.
+Ik zou jagen, visschen, 's winters in een grot, 's zomers op een boom
+wonen; ik zou pakhuizen voor mijn oogst aanleggen; met een woord, ik zou
+mijn eiland koloniseeren."</p>
+
+<p>"Gij alleen?"</p>
+
+<p>"Ik alleen, als het moest. Maar is men wel ooit alleen in de wereld? Kan
+men geen vrienden onder de dieren kiezen, een geitje, een praatzieken
+papegaai, een aardigen aap temmen? En zendt het toeval u een medgezel,
+zooals de getrouwe Vrijdag, wat is er dan meer noodig om gelukkig te
+zijn? Twee vrienden op een rots, dat is eerst het ware geluk!
+Vooronderstel de majoor en ik...."</p>
+
+<p>"Hartelijk dank!" antwoordde de majoor. "Ik heb geen zin in de rol van
+een Robinson en ik zou haar heel slecht spelen."</p>
+
+<p>"Mijn waarde heer Paganel," sprak lady Helena, "uw verbeelding sleept u
+weer mede op het gebied der droomen. Maar ik geloof, dat er een groot
+verschil bestaat tusschen den droom en de werkelijkheid. Gij denkt
+alleen aan denkbeeldige Robinsons, die voorzigtig op een met beleid
+gekozen eiland worden geworpen, en die de natuur als bedorven kinderen
+behandelt; gij beziet de zaken alleen van den schoonsten kant."</p>
+
+<p>"Gelooft gij dan niet, mevrouw! dat men op een onbewoond eiland gelukkig
+kan zijn?"</p>
+
+<p>"Ik denk het niet. De mensch is voor de gezelligheid, niet voor de
+eenzaamheid bestemd. Afzondering moet noodzakelijk tot wanhoop leiden.
+Het is een zaak van tijd. Welligt zullen in het begin de eischen van het
+stoffelijke leven, de zorgen voor het levensonderhoud den ongelukkige,
+die pas uit de golven is gered, afleiding geven, de behoeften van het
+oogenblik hem de gevaren, die hem in de toekomst wachten, uit het oog
+doen verliezen! Maar daarna, als hij zich alleen gevoelt, ver van zijn
+medemenschen, zonder hoop van ooit zijn land en wie hem dierbaar zijn
+terug te zien, welke gedachten zullen dan niet bij hem oprijzen, wat zal
+hij dan niet moeten lijden? Zijn eilandje is voor hem de geheele wereld.
+Het geheele menschdom is hij, en wanneer de dood nadert, de dood, die in
+zulk een verlatenheid zoo vreeselijk is, dan ligt hij daar als de
+laatste mensch op den laatsten dag der wereld. Geloof mij, mijnheer
+Paganel! het is beter die man niet te zijn!"</p>
+
+<p>Paganel gaf zich, niet zonder tegenkanting, gewonnen door de bewijzen
+van lady Helena, en het gesprek over het voor en tegen van de
+eenzaamheid werd zoo voortgezet tot het oogenblik, waarop de <i>Duncan</i>
+een mijl van de kust van het eiland Amsterdam het anker liet vallen.</p>
+
+<p>Deze eenzame groep in den Indischen oceaan bestaat uit twee
+afzonderlijke eilanden, die omstreeks drie en dertig mijlen van elkander
+en juist onder den middagcirkel van Voor-Indië liggen; het noordelijke
+heet Amsterdam of St. Pieter, het zuidelijke St. Paul; maar wij moeten
+zeggen, dat aardrijkskundigen en zeevaarders ze vaak verward hebben.</p>
+
+<p>Deze eilanden werden in de maand December van het jaar 1796 door den
+Hollander Vlaming ontdekt, en vervolgens onderzocht door
+d'Entrecasteaux, toen hij met de <i>Espérance</i> en de <i>Recherche</i> La
+Péronse opspoorde.</p>
+
+<p>Van deze reis dagteekent de verwarring der beide eilanden. De zeevaarder
+Barrow, Beautemps-Beaupré in den atlas van d'Entrecasteaux, later
+Horsburg, Pinkeston en andere aardrijkskundigen hebben telkens het
+eiland St. Pieter voor het eiland St. Paul beschreven en omgekeerd. In
+1859 wachtten de officieren van het oostenrijksche fregat de <i>Novara</i> op
+hun reis om de wereld zich wel die dwaling te begaan, en ook Paganel was
+er zeer op gesteld ze te verhelpen.</p>
+
+<p>Het eiland St. Paul, ten zuiden van het eiland Amsterdam gelegen, is
+slechts een onbewoond eilandje, bestaande uit een kegelvormigen berg,
+die oudtijds een vulkaan moet geweest zijn. Het eiland Amsterdam
+daarentegen, waarheen de sloep de passagiers van de <i>Duncan</i> bragt,
+heeft wel twaalf mijlen in omtrek. Het wordt door eenige vrijwillige
+ballingen bewoond, die zich dat zoo treurige leven getroosten. Het zijn
+de opzigters over de visscherij, die evenals het eiland een eigendom is
+van een handelaar op Réunion, den heer Otovan. Die souverein, dien de
+groote mogendheden van Europa nog niet erkend hebben, verschaft zich
+daar een civiele lijst van vijf en zeventig tot tachtig duizend franken,
+door het visschen, zouten en verzenden van een cheilodactylus, meer
+algemeen bekend onder den naam van kabeljaauw.</p>
+
+<p>Overigens was dit eiland Amsterdam bestemd om fransch te worden en te
+blijven. Zoo behoorde het allereerst door het regt van eerste
+inbezitneming aan den heer Camin, een kaper van St. Denis op Bourbon;
+vervolgens werd het bij een of ander verdrag aan een Pool afgestaan, die
+het door slaven liet bebouwen. Maar een Pool en een Franschman is
+hetzelfde, en het poolsche eiland werd in handen van den heer Otovan
+weder fransch.</p>
+
+<p>Toen de <i>Duncan</i> er aanlandde, den 6<sup>den</sup> December 1864, bestond de
+bevolking uit drie hoofden, een Franschman en twee Mulatten, alle drie
+bedienden van den koopman-eigenaar. Paganel had dus het genoegen een
+landgenoot de hand te drukken in den persoon van den eerwaardigen, toen
+zeer bejaarden heer Viot. Die "verstandige grijsaard" hield met veel
+beleefdheid de eer van het eiland op. Het was voor hem een gelukkige
+dag, nu hij zulke innemende vreemdelingen mogt ontvangen. St. Pieter
+wordt slechts bezocht door robbenvangers en enkele walvischvaarders,
+lieden, die over het geheel zeer ruw zijn en niet veel gewonnen hebben
+door den omgang met de zeehonden.</p>
+
+<p>De heer Viot stelde zijn onderdanen, de beide Mulatten, voor; zij
+vormden de geheele levende bevolking van het eiland, met eenige wilde
+zwijnen, die zich in het binnenland ophielden en vele duizenden domme
+vetganzen. Het huisje, dat de drie eilanders bewoonden, stond aan het
+uiteinde eener natuurlijke haven in het zuidwesten des eilands, gevormd
+door de instorting van een gedeelte van den berg.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill05b" id="ill05b"></a>
+<img src="images/328.jpg" width="400" alt="Het huisje ... stond aan het uiteinde eener natuurlijke haven ..." title="" />
+<span class="caption2">Het huisje ... stond aan het uiteinde eener natuurlijke haven ...</span>
+</div>
+
+<p>Lang voor de regering van Otovan I strekte het eiland St. Pieter tot
+toevlugtsoord voor schipbreukelingen. Paganel maakte de belangstelling
+zijner hoorders gaande door zijn eerste verhaal met deze woorden te
+beginnen:</p>
+
+<h4><i>Geschiedenis van twee Schotten, die op het eiland Amsterdam
+werden achtergelaten</i>.</h4>
+
+<p>Het was in 1827. Het engelsche schip <i>Palmira</i> bemerkte onder het
+voorbijvaren van het eiland, dat er een rookwolk omhoog steeg. De
+kapitein naderde de kust en zag weldra twee mannen, die noodseinen
+gaven. Hij zond de sloep aan land, die James Paine, een jongeling van
+twee en twintig jaren, en Robert Proudfoot, oud acht en veertig jaar,
+opnam. Die beide ongelukkigen waren onkenbaar. Sedert achttien maanden
+bijna geheel van voedsel en zoet water verstoken, van schelpdieren
+levende, met een slechten omgebogen spijker visschende, soms een jong
+wild zwijn in den loop vangende, dikwijls drie dagen lang zonder eten
+doorbrengende, als vestaalsche maagden wakende bij een vuur, dat zij met
+hun laatste stuk zwam hadden aangelegd, het nooit latende uitgaan, het
+op hun togten als een voorwerp van de hoogste waarde medenemende,
+leidden zij een leven vol gebrek, ontbering en lijden. Paine en
+Proudfoot waren door een schoener aan land gezet, die op de robbenvangst
+was. Volgens de gewoonte der visschers moesten zij een maand lang een
+voorraad huiden en traan opleggen, tot aan de terugkomst van den
+schoener. De schoener verscheen niet weer. Vijf maanden later deed de
+<i>Hope</i>, op haar reis naar Van Diemen het eiland aan; maar ten gevolge
+van een onverklaarbare wreede luim weigerde de kapitein de twee Schotten
+mede te nemen; hij zeilde weer weg zonder hun een beschuit of een
+vuursteen te geven, en zekerlijk zouden de twee ongelukkigen weldra
+bezweken zijn, indien de <i>Palmira</i> hen niet aan boord had genomen, toen
+ze in het gezigt van het eiland Amsterdam kwam.</p>
+
+<p>Het tweede voorval, waarvan de geschiedenis van het eiland Amsterdam
+melding maakt,&mdash;indien zulk een rots een geschiedenis hebben kan,&mdash;betreft
+thans een Franschman, kapitein Péron. Dit voorval begint en
+eindigt ook weer als dat van de twee Schotten: een vrijwillig verblijf
+op het eiland, een schip, dat niet terugkomt, en een vreemd vaartuig,
+dat de grillige winden naar die groep drijven, na een verlatenheid van
+veertig maanden. Het verblijf van kapitein Péron werd echter gekenmerkt
+door een bloedig drama, en levert treffende punten van overeenkomst op
+met de verdichte voorvallen, die den held van Daniel de Foe bij zijn
+terugkomst op zijn eiland wachtten.</p>
+
+<p>Kapitein Péron had zich aan wal laten zetten met vier matrozen, twee
+Engelschen en twee Franschen; vijftien maanden lang zou hij zich met de
+jagt op zeeleeuwen bezig houden. De jagt was gelukkig; maar toen de
+vijftien maanden om waren en het schip niet terug kwam, toen de
+levensmiddelen langzamerhand op raakten, werden de betrekkingen tusschen
+de beide volken gespannen. De twee Engelschen sloegen aan het muiten en
+kapitein Péron zou door hen omgebragt zijn, als zijn landgenooten hem
+niet hadden bijgestaan. Van dit oogenblik af leidden de beide partijen,
+die elkaar dag en nacht in het oog hielden, altijd de wapens in de hand
+hadden, nu eens overwinnaars, dan weer overwonnenen waren, een
+vreeselijk leven vol ellende en angst. En zeker zouden zij elkander
+eindelijk vernietigd hebben, als niet een engelsch schip die rampzaligen
+verzoend had, tusschen welke een nietswaardige volkshaat op een rots in
+den Indischen oceaan verdeeldheid veroorzaakte.</p>
+
+<p>Zoo droegen die gebeurtenissen zich toe. Tweemaal werd zoo het eiland
+Amsterdam het verblijf van verlaten matrozen, die de Voorzienigheid
+tweemaal van ellende en dood redde. Maar na dien tijd was er geen schip
+meer op die kust vergaan. Een schipbreuk zou het wrak op het strand
+hebben geworpen; schipbreukelingen zouden de visscherijen van den heer
+Viot bereikt hebben. Maar de grijsaard bewoonde het eiland reeds jaren
+lang en nooit had hij gelegenheid gehad gastvrijheid te bewijzen aan
+slagtoffers der zee. Van de <i>Britannia</i> en van kapitein Grant wist hij
+niets. Noch het eiland Amsterdam, noch het eilandje St. Paul, dat de
+walvischvaarders en visschers dikwijls bezochten, was het tooneel dier
+ramp geweest.</p>
+
+<p>Dit antwoord verbaasde Glenarvan evenmin als het hem bedroefde. Op die
+aanlegplaatsen zochten Glenarvan en zijn reisgenooten, waar kapitein
+Grant niet was, niet waar hij wel was. Zij wilden alleen het bewijs
+leveren, dat hij op die verschillende punten der parallel niet was,
+anders niet. Het vertrek der <i>Duncan</i> werd dus op den volgenden dag
+bepaald.</p>
+
+<p>Tot den avond bleven de passagiers op het eiland, dat een zeer
+vriendelijk voorkomen heeft. Maar de wijdloopigste aller natuurkenners
+zou geen kans gezien hebben om een deeltje in octavo te vullen met de
+beschrijving van de aldaar te huis behoorende dieren en planten. De orde
+der viervoetige dieren, der vogels, der visschen en der walvischaardige
+dieren bevatte slechts eenige wilde zwijnen, stormvogels, sneeuwvogels,
+albatrossen, baarzen en robben. Warme en ijzerhoudende bronnen
+ontsprongen hier en daar uit de zwarte lava, en haar digte dampen
+zweefden over den vulkanischen bodem. Eenige van die bronnen bezaten een
+zeer hoogen warmtegraad. John Mangles dompelde er een thermometer van
+Fahrenheit in, die honderd zes en zeventig graden aanwees. De visch, die
+eenige schreden van daar in zee werd gevangen, was in vijf minuten gaar
+in dat bijna kokend heete water. Paganel oordeelde het daarom ook
+geraden zich er niet in te baden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill06b" id="ill06b"></a>
+<img src="images/332.jpg" width="400" alt="Warme en ijzerhoudende bronnen ontsprongen hier en daar uit
+de zwarte lava ..." title="" />
+<span class="caption2">Warme en ijzerhoudende bronnen ontsprongen hier en daar uit
+de zwarte lava ...</span>
+</div>
+
+<p>Tegen den avond nam Glenarvan na een stevige wandeling afscheid van den
+vriendelijken heer Viot. Elk wenschte hem alle mogelijke geluk op zijn
+eenzaam eilandje. De grijsaard op zijne beurt uitte de beste wenschen
+voor het welslagen der onderneming, en de boot van de <i>Duncan</i> bragt de
+passagiers aan boord terug.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_5" id="Footnote_1_5"></a><a href="#FNanchor_1_5"><span class="label">[1]</span></a> De dertigste graad breedte schijnt de grens dezer winden te
+zijn.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_6" id="Footnote_2_6"></a><a href="#FNanchor_2_6"><span class="label">[2]</span></a> Omtrent 600 uren gaans.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_7" id="Footnote_3_7"></a><a href="#FNanchor_3_7"><span class="label">[3]</span></a> De woordspeling is hier niet te vertalen. Het fransche
+woord "fou" beteekent in het schaakspel den "raadsheer," maar wil ook
+"nar" zeggen. VERT.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_8" id="Footnote_4_8"></a><a href="#FNanchor_4_8"><span class="label">[4]</span></a> Twaalf honderd uren gaans.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_9" id="Footnote_5_9"></a><a href="#FNanchor_5_9"><span class="label">[5]</span></a> Luitenant Maury.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_10" id="Footnote_6_10"></a><a href="#FNanchor_6_10"><span class="label">[6]</span></a> 76°4' oosterlengte van Parijs.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="IV" id="IV"></a>IV.</h3>
+
+<h3>De weddenschappen van Jacques Paganel en majoor Mac Nabbs.</h3>
+
+
+<p>Ten drie ure in den morgen van den 7<sup>den</sup> December had de <i>Duncan</i> reeds
+stoom op; de manschappen liepen in het spil; het anker kwam regt onder
+het schip, verliet den zandgrond der kleine haven en werd naar den
+ankerbalk opgeheschen; de schroef raakte in beweging en het jagt stak in
+zee. Toen de passagiers ten acht ure op het dek kwamen, verdween het
+eiland Amsterdam in de nevelen van den gezigteinder. Het was de laatste
+pleisterplaats op den weg van de zeven en dertigste parallel, en niet
+meer dan drie duizend mijlen<a name="FNanchor_1_11" id="FNanchor_1_11"></a><a href="#Footnote_1_11" class="fnanchor">[1]</a> scheidden het van de australische kust.
+Als de westewind nog een dag of twaalf aanhield en de zee gunstig bleef,
+zou de <i>Duncan</i> het doel harer reis bereiken.</p>
+
+<p>Mary Grant en Robert zagen niet zonder aandoening die golven, welke de
+<i>Britannia</i> ongetwijfeld weinige dagen voor zij verging kliefde. Welligt
+worstelde daar kapitein Grant met een reeds ontredderd schip en gedunde
+bemanning tegen de vreeselijke orkanen der Indische zee, en werd hij met
+onweerstaanbare kracht naar de kust gedreven. John Mangles wees het
+meisje de stroomen, die op de zeekaart aangeteekend staan, en verklaarde
+haar hun bestendige rigting. Zoo voert er o.a. een, de zijdelingsche
+strooming van den Indischen oceaan, naar het vastland van Australië, en
+haar werking doet zich van het westen naar het oosten niet minder in de
+Stille Zuidzee voelen dan in den Atlantischen oceaan. Dus moest de
+<i>Britannia</i>, masteloos en niet meer naar het roer luisterende, dat wil
+zeggen weerloos tegen het geweld van water en wind, wel op de kust
+loopen en er vergaan.</p>
+
+<p>Hier deed zich echter een zwarigheid op. De laatste berigten van
+kapitein Grant waren, volgens de <i>Mercantile and Shipping Gazette</i>, uit
+Callao, van den 30<sup>sten</sup> Mei 1862. Hoe kon nu de <i>Britannia</i> den 7<sup>den</sup>
+Junij, acht dagen na het verlaten van de kust van Peru, in de Indische
+zee zijn? Toen men Paganel hierover raadpleegde, gaf hij een zeer
+aannemelijk antwoord, waarmede de ongeloovigsten genoegen hadden kunnen
+nemen.</p>
+
+<p>Het was in den avond van den 12<sup>den</sup> December, zes dagen na het vertrek
+van het eiland Amsterdam. Lord en lady Glenarvan, Robert en Mary Grant,
+kapitein John, Mac Nabbs en Paganel praatten op de kampanje. Als
+gewoonlijk sprak men over de <i>Britannia</i>, want men dacht aan niets
+anders. Nu werd juist de bovengenoemde zwarigheid toevallig geopperd,
+waarvan het onmiddellijk gevolg was, dat de hoop, dien allen op dezen
+weg gevestigd hadden, verminderde.</p>
+
+<p>Bij deze onverwachte opmerking van Glenarvan zag Paganel driftig op.
+Zonder een woord te spreken ging hij nu het document halen. Toen hij
+terugkwam, vergenoegde hij zich met de schouders op te halen, als iemand
+die zich schaamt, dat hij een oogenblik voor "zulk een beuzeling"
+gestaan heeft.</p>
+
+<p>"Dat is nu goed en wel, waarde vriend!" zeide Glenarvan, "maar geef ons
+ten minste een antwoord."</p>
+
+<p>"Neen!" antwoordde Paganel, "ik zal liever een vraag doen en wel aan
+kapitein John."</p>
+
+<p>"Spreek op, mijnheer Paganel!" zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Kan een goed zeiler in een maand het gedeelte van de Stille Zuidzee
+oversteken, dat tusschen Amerika en Australië ligt?"</p>
+
+<p>"Ja, als hij in een etmaal twee honderd mijlen aflegt."</p>
+
+<p>"Is dat buitengewoon snel?"</p>
+
+<p>"Volstrekt niet. De zeilclippers bereiken dikwijls een nog aanzienlijker
+snelheid."</p>
+
+<p>"Welnu," hernam Paganel, "vooronderstel, in plaats van "7 Junij" op het
+document te lezen, dat de zee een cijfer van die dagteekening heeft
+uitgewischt en lees "17 Junij" of "27 Junij," en alles is opgehelderd."</p>
+
+<p>"Inderdaad," sprak lady Helena, "van den 31<sup>sten</sup> Mei tot den 27<sup>sten</sup>
+Junij...."</p>
+
+<p>"Heeft kapitein Grant de Stille Zuidzee kunnen oversteken en in den
+Indischen oceaan zijn!"</p>
+
+<p>Dit besluit, dat Paganel daaruit opmaakte, werd met een levendig gevoel
+van tevredenheid begroet.</p>
+
+<p>"Nu is er, dank zij onzen vriend, alweer iets opgehelderd!" zeide
+Glenarvan. "Wij behoeven dus eenvoudig Australië te bereiken en het
+spoor van de <i>Britannia</i> op de westkust te zoeken."</p>
+
+<p>"Of op de oostkust," meende John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja waarlijk, gij hebt gelijk, John! Het document bevat niet de
+geringste aanwijzing, dat de ramp veeleer op de west- dan op de oostkust
+heeft plaatsgehad. Wij zullen derhalve onze nasporingen moeten
+uitstrekken tot die beide punten, waar de zeven en dertigste parallel
+Australië snijdt."</p>
+
+<p>"Bestaat er dan eenige twijfel dienaangaande, mylord?" vroeg het meisje.</p>
+
+<p>"O neen, miss!" haastte John Mangles zich te antwoorden, die deze vrees
+van Mary Grant wenschte te verdrijven. "Zijn Lordschap zal wel willen
+toestemmen dat, wanneer kapitein Grant op de oostkust van Australië aan
+land was gekomen, hij bijna terstond hulp en bijstand zou gevonden
+hebben. Die geheele kust is om zoo te zeggen engelsch en met kolonisten
+bevolkt. De bemanning der <i>Britannia</i> behoefde geen tien mijlen
+landwaarts in te gaan om landgenooten te vinden."</p>
+
+<p>"Juist zoo, kapitein John!" sprak Paganel. "Ik ben het met u eens. Op de
+oostkust, in de Twofold-baai, in het stadje Eden, zou Harry Grant niet
+alleen een toevlugtsoord in een engelsche kolonie gevonden hebben; maar
+het zou hem ook niet aan vervoermiddelen ontbroken hebben om naar Europa
+terug te keeren."</p>
+
+<p>"Hebben dan," vroeg lady Helena, "de schipbreukelingen niet dezelfde
+hulpmiddelen kunnen vinden in dat gedeelte van Australië, waarheen de
+<i>Duncan</i> ons brengt?"</p>
+
+<p>"Neen, mevrouw!" antwoordde Paganel. "Die kust is onbewoond. Zij heeft
+niet de minste gemeenschap met Melbourne of Adelaïde. Als de <i>Britannia</i>
+op de riffen, die haar omzoomen, vergaan is, heeft het der bemanning
+even goed aan hulp ontbroken, alsof ze verbrijzeld was op de
+onherbergzame stranden van Afrika."</p>
+
+<p>"Maar wat is er dan in die twee jaren van mijn vader geworden?" vroeg
+Mary Grant.</p>
+
+<p>"Lieve Mary!" antwoordde Paganel, "gij houdt u toch zeker overtuigd, dat
+kapitein Grant na zijn schipbreuk de australische kust bereikt heeft?"</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer Paganel!" verzekerde het meisje.</p>
+
+<p>"Welnu, wat kan er met kapitein Grant, eenmaal aan land zijnde, gebeurd
+wezen? Hier is geen ruim veld voor gissingen. Zij bepalen zich tot een
+drietal. Harry Grant en zijn makkers hebben òf de engelsche koloniën
+bereikt, òf zij zijn in de handen der inboorlingen gevallen, òf
+eindelijk ze zijn verdwaald in de onmetelijke woestenijen van
+Australië."</p>
+
+<p>Paganel zweeg, en trachtte in de oogen zijner toehoorders een
+goedkeuring van zijn stelsel te lezen.</p>
+
+<p>"Ga voort, Paganel!" zeide lord Glenarvan.</p>
+
+<p>"Vooreerst dan," vervolgde hij, "verwerp ik de eerste gissing. Harry
+Grant heeft de engelsche koloniën niet kunnen bereiken, want dan was
+zijn redding zeker en zou hij reeds sedert lang bij zijn kinderen in
+zijn goede stad Dundee geweest zijn."</p>
+
+<p>"Arme vader!" jammerde Mary Grant, "nu is hij reeds twee jaren van ons
+gescheiden!"</p>
+
+<p>"Laat mijnheer Paganel toch uitspreken, zuster!" zeide Robert, "hij zal
+ons zeggen...."</p>
+
+<p>"Helaas, neen! mijn jongen! al wat ik stellig kan zeggen is, dat
+kapitein Grant gevangen is bij de Australiërs of...."</p>
+
+<p>"Maar die inboorlingen?" vroeg lady Glenarvan driftig, "zij zijn...?"</p>
+
+<p>"Stel u gerust, mevrouw!" antwoordde de geleerde, die de bedoeling van
+lady Helena vatte, "die inboorlingen zijn wild, verdierlijkt, op het
+laagste standpunt van menschelijke ontwikkeling; maar hun zeden zijn
+zacht, en niet bloeddorstig gelijk die hunner buren op Nieuw-Zeeland.
+Wanneer zij de schipbreukelingen der <i>Britannia</i> gevangen hebben
+genomen, kunt gij mij op mijn woord gelooven, dat zij hun leven nooit
+bedreigd hebben. Alle reizigers zijn het hierover eens, dat de
+Australiërs een afkeer hebben van bloedvergieten en menigmaal hebben zij
+in hen getrouwe bondgenooten gevonden om den aanval af te slaan van heel
+wat wreeder benden gedeporteerden."</p>
+
+<p>"Gij hoort, wat mijnheer Paganel zegt," hernam lady Helena zich tot Mary
+Grant wendende. "Ingeval uw vader, en het document geeft aanleiding om
+het te denken, in handen der inboorlingen is, zullen wij hem
+terugvinden...."</p>
+
+<p>"En wanneer hij in dat onmetelijke land verdwaald is?" sprak het meisje,
+Paganel met haar blikken ondervragende.</p>
+
+<p>"Ook dan," riep de aardrijkskundige vol vertrouwen uit, "zullen wij hem
+terugvinden! Niet waar, vrienden?"</p>
+
+<p>"Zonder twijfel," antwoordde Glenarvan, die een vrolijker wending aan
+het gesprek wilde geven. "Ik geef niet toe, dat men verdwalen kan...."</p>
+
+<p>"Ik ook niet," voegde Paganel er bij.</p>
+
+<p>"Is Australië groot?" vroeg Robert.</p>
+
+<p>"Australië, mijn jongen! is zoo wat zeven honderd vijf en zeventig
+millioenen bunders groot, dat is vier vijfden van Europa."</p>
+
+<p>"Zoo groot?" vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Ja, Mac Nabbs! tot op een el na naauwkeurig. Gelooft gij nu, dat zulk
+een land aanspraak heeft op de benaming van "vastland," die het document
+er aan geeft?"</p>
+
+<p>"Zeker, Paganel!"</p>
+
+<p>"Ik voeg hier nog bij," ging de geleerde voort, "dat er weinig reizigers
+bekend zijn, die in dat uitgestrekte land verdwaald zijn. Ik geloof
+zelfs, dat Leichardt de eenige is, wiens lot onbekend is, en kort voor
+mijn vertrek heb ik nog in de Maatschappij van aardrijkskunde gehoord,
+dat Mac Intyre meende hem op het spoor te zijn."</p>
+
+<p>"Is Australië niet in alle rigtingen doorkruist?" vroeg lady Glenarvan.</p>
+
+<p>"Neen, mevrouw! daar scheelt heel wat aan!" antwoordde Paganel. "Dit
+vastland is even weinig bekend als de binnenlanden van Afrika, en toch
+niet uit gebrek aan ondernemende reizigers. Van 1606 tot 1862 hebben
+zich meer dan vijftig, zoowel in het binnenland als aan de kusten, met
+het onderzoek van Australië bezig gehouden."</p>
+
+<p>"O, vijftig!" zeide de majoor met een twijfelende houding.</p>
+
+<p>"Ja, Mac Nabbs! zooveel. Ik bedoel daarmede zoowel de zeelieden, die de
+australische kusten onder al de gevaren eener onbekende zeevaart hebben
+opgenomen, als de reizigers, die landwaarts ingetrokken zijn."</p>
+
+<p>"Maar vijftig is toch wel wat veelgezegd," beweerde de majoor.</p>
+
+<p>"Ik zal nog verder gaan, Mac Nabbs!" hernam de aardrijkskundige, dien
+tegenspraak altijd driftig maakte.</p>
+
+<p>"Ga verder, Paganel!"</p>
+
+<p>"Als gij mij uitdaagt, zal ik u die vijftig namen zonder aarzelen
+opnoemen."</p>
+
+<p>"Ho! ho!" zeide de majoor heel bedaard. "Zoo zijn de geleerden! zij
+twijfelen aan niets."</p>
+
+<p>"Majoor!" zeide Paganel, "verwedt gij uw karabijn van Purdey Moore en
+Dickson tegen mijn verrekijker van Secretan?"</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill07b" id="ill07b"></a>
+<img src="images/339.jpg" width="400" alt="&quot;Majoor, verwedt gij uw karabijn...?&quot;" title="" />
+<span class="caption2">&quot;Majoor, verwedt gij uw karabijn...?&quot;</span>
+</div>
+
+<p>"Waarom niet, Paganel! als gij daarop gesteld zijt?" antwoordde Mac
+Nabbs.</p>
+
+<p>"Goed, majoor!" riep de geleerde. "Met die karabijn zult gij geen ganzen
+of vossen meer schieten, of ik moest ze u leenen, dat ik altijd met
+genoegen zal doen!"</p>
+
+<p>"Paganel!" antwoordde de majoor ernstig, "wanneer gij mijn verrekijker
+noodig hebt, zal hij altijd te uwer beschikking zijn."</p>
+
+<p>"Dan zal ik maar beginnen," sprak Paganel. "Dames en Heeren! gij zult
+uitspraak doen. En gij, Robert! zult de punten tellen."</p>
+
+<p>Lord en lady Glenarvan, Mary en Robert, de majoor en John Mangles, die
+zich met die twist vermaakten, zetten zich er toe om naar den
+aardrijkskundige te luisteren. Er was immers sprake van Australië,
+waarheen de <i>Duncan</i> stevende, en die geschiedenis kon nooit beter
+gelegen komen. Paganel werd derhalve uitgenoodigd om zonder verwijl de
+beloofde proeven van zijn sterk geheugen te geven.</p>
+
+<p>"Mnemosyne!" riep hij uit, "godin van het geheugen, moeder der kuische
+Muzen, wees met uw getrouwen en vurigen aanbidder! Voor twee honderd
+acht en vijftig jaar, mijne vrienden! was Australië nog onbekend. Wel
+giste men, dat er in het zuiden een groot vastland bestond; twee
+kaarten, die in de bibliotheek van uw britsch museum bewaard worden,
+waarde Glenarvan! en het jaartal 1550 dragen, vermelden een land ten
+zuiden van Azië en noemen het het Groot Java der Portugeezen. Maar de
+echtheid dier kaarten is niet voldoende bewezen. Ik kom dus tot de 17<sup>de</sup>
+eeuw, tot 1606; in dat jaar ontdekte een spaansch zeeman, Quiros, een
+land, dat hij Australia de Espiritu Santo noemde. Eenige schrijvers
+hebben beweerd, dat het de groep der Nieuwe Hebriden was, en niet
+Australië. Ik wil hierover thans niet uitweiden. Tel dien Quiros,
+Robert! dan gaan wij tot een ander over."</p>
+
+<p>"Een!" riep Robert.</p>
+
+<p>"In hetzelfde jaar zette de onderbevelhebber der vloot van Quiros, Luiz
+Vaz de Torres, meer zuidelijk de ontdekking van nieuwe landen voort.
+Maar den Hollander Theodoor Hertogh komt de eer der groote ontdekking
+toe. Hij landde op de westkust van Australië op 25° breedte, en gaf haar
+naar zijn schip den naam van <i>Eendrachtsland</i>. Na hem neemt het aantal
+zeevaarders toe. In 1618 ontdekt Zeachen op de noordkust <i>Arnhems-</i> en
+<i>Van Diemensland</i>. In 1619 vaart Jan Edels langs een deel der westkust
+en geeft daaraan zijn eigen naam. In 1622 komt de Leeuwin tot de naar
+haar genoemde kaap. In 1627 voltooijen Nuitz en de Witt, de een ten
+westen, de andere ten zuiden, de ontdekkingen hunner voorgangers, en
+worden door den vlootvoogd Carpentier gevolgd, die met zijn schepen in
+den diepen inham doordringt, welke nog de golf van Carpentaria heet.
+Eindelijk zeilt in 1642 de vermaarde Tasman om het eiland Van Diemen,
+dat hij aan het vastland verbonden acht, en geeft het den naam van den
+gouverneur-generaal te Batavia, een naam, dien de nakomelingschap met
+volle regt in dien van <i>Tasmania</i> veranderd heeft. Nu was het vastland
+van Australië omgezeild; men wist dat de golven van den Indischen oceaan
+en de Stille Zuidzee het geheel insloten, en in 1665 kreeg dit groote
+zuidelijke eiland den naam van <i>Nieuw-Holland</i>, een naam, dien het niet
+zou behouden, en dus juist op het tijdstip, dat de rol der hollandsche
+zeelieden uitgespeeld was. Hoeveel hebben wij er nu?"</p>
+
+<p>"Tien!" antwoordde Robert.</p>
+
+<p>"Goed!" hernam Paganel, "ik zet een kruisje en ga tot de Engelschen
+over. In 1686 kwam een opperhoofd der Boekaniers, een broeder van de
+kust, een der beruchtste vrijbuiters op de zuidelijke zeeën, Williams
+Dampier, na het uitstaan van tallooze lotgevallen, met genoegens en
+ontberingen vermengd, met het schip de <i>Cygnet</i> op de noordwestkust van
+Nieuw-Holland op 16°50' breedte; hij kwam met de inboorlingen in
+aanraking en gaf van hun zeden, hun armoede, hun verstandelijke
+ontwikkeling een zeer volledige beschrijving. In 1699 kwam hij in
+dezelfde baai terug, waar Hertogh aan land was gegaan, nu niet als
+kaper, maar als bevelhebber van de <i>Roebuck</i>, een schip van de
+koninklijke marine. Tot nog toe echter was de ontdekking van Australië
+alleen belangrijk geweest als aardrijkskundig feit. Niemand dacht er aan
+om het te koloniseeren, en in geen drie vierden eener eeuw, van 1699 tot
+1770, werd het door een zeevaarder bezocht. Maar toen verscheen de
+beroemdste zeeman der geheele aarde, kapitein Cook, en nu werd het
+nieuwe vastland weldra geopend voor de landverhuizers uit Europa. Op
+zijn drie beroemde reizen betrad James Cook den grond van Nieuw-Holland,
+en wel het eerst den 31<sup>sten</sup> Maart 1770. Na gelukkig op Otaheite den
+voorbijgang van Venus langs de zon waargenomen te hebben<a name="FNanchor_2_12" id="FNanchor_2_12"></a><a href="#Footnote_2_12" class="fnanchor">[2]</a>, drong Cook
+met zijn scheepje de <i>Endeavour</i> in het westelijk gedeelte der Stille
+Zuidzee. Na Nieuw-Zeeland bezocht te hebben, kwam hij in een baai op de
+westkust van Australië, die hij zoo rijk aan nieuwe planten vond, dat
+hij haar den naam van Kruidenbaai gaf. Het is de tegenwoordige
+Botany-Bay. Zijn betrekkingen met half verdierlijkte inboorlingen waren
+van weinig belang. Hij stevende noordwaarts en op 16° breedte, bij kaap
+Tribulation, stiet de <i>Endeavour</i> op een koraalrif, acht uren van de
+kust. Het gevaar van te zinken was zeer groot. Levensmiddelen en
+kanonnen werden in zee geworpen; maar in den volgenden nacht maakte de
+vloed het geligte vaartuig weer vlot. Dat het niet zonk, had het te
+danken aan een stuk koraal, dat in het gat was geraakt en het lek
+behoorlijk stopte. Cook kon dus met zijn vaartuig een kleine kreek
+bereiken, waarin zich een rivier stortte, die de Endeavour genoemd werd.
+Gedurende de drie maanden, welke de herstelling van hun bodem duurde,
+trachtten de Engelschen nuttige betrekkingen met de inboorlingen aan te
+knoopen; maar met weinig gevolg, zoodat zij weer in zee staken. De
+<i>Endeavour</i> bleef koers houden naar het noorden. Cook wilde weten of er
+een straat bestond tusschen Nieuw-Guinea en Nieuw-Holland; na het
+uitstaan van nieuwe gevaren, na twintigmaal zijn schip in de waagschaal
+te hebben gesteld, ontdekte hij dat de zee in het zuidwesten open was.
+De straat bestond en werd doorgevaren. Cook landde op een eilandje, en
+in naam van Engeland bezit nemende van de lange kustlijn, die hij
+bezocht had, gaf hij daaraan den echt britschen naam van
+Nieuw-Zuid-Wales. Drie jaar later voerde de stoute zeeman het bevel over
+de <i>Adventure</i> en de <i>Resolution</i>; kapitein Furneaux ging met de
+<i>Adventure</i> de kusten van Van Diemensland opnemen, en kwam terug in de
+meening, dat het met Nieuw-Holland zamenhing. Eerst in 1777, op zijn
+derde reis, ankerde Cook met zijn schepen de <i>Resolution</i> en de
+<i>Discovery</i> in de Adventure-baai op Van Diemensland, en vertrok van daar
+om eenige maanden later op de Sandwich-eilanden te sterven."</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill08b" id="ill08b"></a>
+<img src="images/343.jpg" width="400" alt="De vertellingen van Paganel." title="" />
+<span class="caption2">De vertellingen van Paganel.</span>
+</div>
+
+<p>"Hij was een groot man," zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"De beroemdste zeeman, die ooit geleefd heeft. Banks, zijn reisgenoot,
+bragt het engelsche gouvernement op de gedachte om een strafkolonie aan
+de Botany-Bay te vestigen. Zeelieden van allerlei natiën volgen hem. In
+den laatsten brief, dien men van La Pérouse ontving, geschreven in de
+Botany-Bay en gedagteekend van den 7<sup>den</sup> Februari 1787, geeft de
+ongelukkige zeeman kennis van zijn voornemen om de golf van Carpentaria
+en de geheele kust van Nieuw-Holland tot aan Van Diemensland te
+bezoeken. Hij vertrekt en keert niet meer terug. In 1788 legde kapitein
+Philipp te Port-Jackson de eerste engelsche kolonie aan. In 1792 zeilt
+d'Entrecasteaux, op zijn togt ter opsporing van La Pérouse, langs de
+west- en zuidkust van Nieuw-Holland, en ontdekt onderweg onbekende
+eilanden. In 1795 en 1797 zetten twee jongelieden, Flinders en Bass, in
+een boot van acht voet lang, moedig het onderzoek der zuidkust voort, en
+in 1797 vaart Bass door de naar hem genoemde straat tusschen Van
+Diemensland en Nieuw-Holland. In datzelfde jaar vond Vlaming, de
+ontdekker van het eiland Amsterdam, op de oostkust de Zwanenrivier, waar
+zwarte zwanen van de schoonste soort zich verlustigden. Wat Flinders
+aangaat, deze hervatte in 1801 zijne belangrijke onderzoekingen, en trof
+op 138°58' lengte en 35°40' breedte in de Encounter-baai de <i>Géographe</i>
+en de <i>Naturaliste</i> aan, twee fransche schepen onder bevel van de
+kapiteins Baudin en Hamelin."</p>
+
+<p>"Zoo! kapitein Baudin?" zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Ja! waarom vraagt gij dat zoo?" vroeg Paganel.</p>
+
+<p>"O! niets. Ga voort, waarde Paganel!"</p>
+
+<p>"Ik ga voort met bij de namen dier zeevaarders dien van kapitein King te
+voegen, die van 1817 tot 1822 het onderzoek der keerkringskusten van
+Nieuw-Holland voltooide."</p>
+
+<p>"Dat maakt vier en twintig namen," zeide Robert.</p>
+
+<p>"Goed," antwoordde Paganel, "de helft der karabijn van den majoor is
+reeds mijn. Nu de zeelieden afgehandeld zijn, ga ik tot de reizigers
+over."</p>
+
+<p>"Zeer goed, mijnheer Paganel!" sprak lady Helena; "ik moet zeggen, dat
+gij een verbazend geheugen hebt."</p>
+
+<p>"Hetgeen zeer vreemd is," voegde Glenarvan er bij, "in iemand die
+zoo...."</p>
+
+<p>"Verstrooid is," haastte Paganel zich te zeggen. "O, ik heb alleen een
+geheugen voor jaartallen en feiten. Dat is alles."</p>
+
+<p>"Vier en twintig," herhaalde Robert.</p>
+
+<p>"De vijf en twintigste is luitenant Daws. Het was in 1789, een jaar na
+de grondlegging der kolonie te Port-Jackson. Wel had men het nieuwe
+vastland omgevaren, maar niemand kon zeggen, wat het bevatte. Een lange
+bergreeks, die evenwijdig met de oostkust loopt, scheen den toegang tot
+het binnenland geheel te versperren. Na een togt van negen dagen moest
+luitenant Daws het opgeven en naar Port-Jackson terugkeeren. In
+hetzelfde jaar poogde kapitein Tench te vergeefs die hooge keten over te
+trekken. Die mislukte pogingen schrikten gedurende drie jaren de
+reizigers af om die moeijelijke taak te hervatten. In 1792 echter leed
+kolonel Paterson, een moedig afrikaansch reiziger, in dezelfde
+onderneming schipbreuk. In het volgende jaar kwam een eenvoudig
+kwartiermeester der engelsche marine, de moedige Hawkins, twintig mijlen
+verder dan het punt, dat zijn voorgangers niet hadden kunnen
+overschrijden. In een tijdsverloop van achttien jaren kan ik slechts
+twee namen opnoemen, die van den beroemden zeeman Base en van den heer
+Bareiller, een ingenieur uit de kolonie, die niet gelukkiger waren dan
+hun voorgangers, en zoo kom ik tot het jaar 1813, toen er eindelijk ten
+westen van Sydney een doortogt ontdekt werd. De gouverneur Macquarie
+waagde zich er in (1815), en aan gene zijde der Blaauwe bergen werd de
+stad Bathurst gesticht. Van dit oogenblik af verrijkten Throsby in 1819,
+Oxley, die een afstand van driehonderd mijlen aflegde, Howel en Hume,
+wier uitgangspunt de Twofold-baai was, waar de zeven en dertigste
+parallel over heen loopt, en kapitein Sturt, die in 1829 en 1830 den
+loop der Darling en der Murray onderzocht, de aardrijkskunde met nieuwe
+feiten en bragten het hunne toe aan de ontwikkeling der koloniën."</p>
+
+<p>"Zes en dertig!" riep Robert.</p>
+
+<p>"Heel goed! ik vorder!" antwoordde Paganel. "Terloops noem ik nog Eyre
+en Leichardt, die in 1840 en 1841 een gedeelte des lands bereisden;
+Sturt, in 1845; de gebroeders Gregory en Helpman in 1846 in
+West-Australië; Kennedy in 1847 aan de Victoria-rivier en in 1848 in
+Noord-Australië; Gregory in 1852; Austin in 1854; de Gregory's van
+1855-58 in het noordwesten van het vastland; Babbage, van het Torrens-
+tot het Eyre-meer, en zoo kom ik eindelijk tot een in de australische
+jaarboeken met roem bekenden reiziger, tot Stuart, die vol moed tot
+driemaal toe een reis over het vastland deed. Zijn eerste togt naar de
+binnenlanden had in 1860 plaats. Wanneer gij het verlangt, zal ik u
+later vertellen, hoe Australië viermaal van het zuiden naar het noorden
+werd bereisd. Voor ditmaal wil ik die lange naamlijst besluiten en van
+1860-62 voeg ik, bij de namen van zooveel stoute baanbrekers der
+wetenschap, nog die van de gebroeders Dempster, van Clarckson en Harper,
+van Berke en Wills, van Neilson, Walker, Landsborough, Mackinlay,
+Howit...."</p>
+
+<p>"Zes en vijftig!" riep Robert.</p>
+
+<p>"Goed, majoor!" hervatte Paganel, "ik zal u goede maat geven, want ik
+heb nog niet gesproken van Duperrey, Bougainville, Fitz Roy, Wickson,
+Stokes...."</p>
+
+<p>"Genoeg! zeide de majoor, die van al die namen duizelde.</p>
+
+<p>"Van Péron, Quoy," ging Paganel voort met de vaart van een sneltrein,
+"Bennett, Cuningham, Nutchell, Tiers...."</p>
+
+<p>"Genade!"</p>
+
+<p>"Van Dixon, Strelesky, Reid, Wilkes, Mitchell...."</p>
+
+<p>"Houd op, Paganel!" zeide Glenarvan, die schudde van lagchen, "dood den
+ongelukkigen Mac Nabbs niet. Wees edelmoedig! hij verklaart zich
+overwonnen."</p>
+
+<p>"En zijn karabijn?" vroeg de aardrijkskundige met een zegevierend
+lachje.</p>
+
+<p>"Behoort u, Paganel!" antwoordde de majoor, "en het spijt mij genoeg.
+Maar uw geheugen is sterk genoeg om een geheel tuighuis te winnen."</p>
+
+<p>"Het is zeker onmogelijk Australië beter te kennen," zeide lady Helena;
+"de geringste naam noch het onbeduidendste feit...."</p>
+
+<p>"O, het onbeduidendste feit!" zeide de majoor hoofdschuddende.</p>
+
+<p>"Wat blieft u, Mac Nabbs!" riep Paganel.</p>
+
+<p>"Ik wil zeggen, dat u welligt niet alles, wat met de ontdekking van
+Australië in verband staat, bekend is."</p>
+
+<p>"Het mogt wat!" zeide Paganel op fieren toon.</p>
+
+<p>"En krijg ik mijn karabijn terug, als ik u iets opnoem, wat gij niet
+weet?" vroeg Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Terstond, majoor!"</p>
+
+<p>"Is de koop gesloten?"</p>
+
+<p>"De koop is gesloten!"</p>
+
+<p>"Goed. Weet gij wel, Paganel! waarom Australië niet aan Frankrijk
+behoort?"</p>
+
+<p>"Wel, mij dunkt...."</p>
+
+<p>"Of althans welke reden de Engelschen daarvoor opgeven?"</p>
+
+<p>"Neen, majoor!" antwoordde Paganel met een droevig gezigt.</p>
+
+<p>"Alleen omdat kapitein Baudin, die toch geen lafaard was, in 1802 zoo
+schrikte van het gekwaak der australische kikvorschen, dat hij zoo gaauw
+hij kon het anker ligtte en vlugtte om niet weer terug te komen."</p>
+
+<p>"Wat!" riep de geleerde, "zegt men dat in Engeland? dat is een lage
+aardigheid!"</p>
+
+<p>"Heel laag, dat geef ik toe," antwoordde de majoor, "maar zij is in het
+Vereenigde Koningrijk historisch geworden."</p>
+
+<p>"Het is een schandaal!" riep de vaderlandslievende aardrijkskundige. "En
+vertelt men dat in vollen ernst?"</p>
+
+<p>"Ik moet het ronduit bekennen, waarde Paganel!" antwoordde Glenarvan,
+terwijl allen proestten van lagchen.</p>
+
+<p>"Maar was die bijzonderheid u onbekend?"</p>
+
+<p>"Geheel en al. Maar ik teeken verzet aan! Bovendien, de Engelschen
+noemen ons "kikvorscheneters!" Doorgaans is men niet bang voor hetgeen
+men eet."</p>
+
+<p>"Het wordt toch gezegd, Paganel!" antwoordde de majoor met een zedig
+lachje.</p>
+
+<p>En zoo bleef die bekende karabijn van Purdey Moore en Dickson een
+eigendom van majoor Mac Nabbs.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_11" id="Footnote_1_11"></a><a href="#FNanchor_1_11"><span class="label">[1]</span></a> 1300 uren gaans.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_12" id="Footnote_2_12"></a><a href="#FNanchor_2_12"><span class="label">[2]</span></a> De voorbijgang der planeet Venus langs de zonneschijf moest
+in 1769 plaats hebben. Dit vrij zeldzame verschijnsel had een voor de
+sterrekunde zeer groot belang; het moest dienen om nauwkeurig den
+afstand te berekenen, die de aarde van de zon scheidt.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="V" id="V"></a>V.</h3>
+
+<h3>Onstuimig weer op den Indischen oceaan.</h3>
+
+
+<p>Twee dagen na dit gesprek deelde John Mangles, die ten 12 ure het bestek
+had opgemaakt, mede, dat de <i>Duncan</i> op 113°87' lengte was. De
+passagiers raadpleegden de kaart en zagen tot hunne groote blijdschap
+dat ze naauwelijks vijf graden van Bernouilli af waren. Tusschen deze
+kaap en den hoek van Entrecasteaux beschrijft de australische kust een
+boog, dien de zeven en dertigste parallel onderspant. Als de <i>Duncan</i> nu
+koers had gezet naar den evenaar, zou zij spoedig kaap Chatham bereikt
+hebben, die honderd twintig mijlen ten noorden van haar bleef; zij
+bevond zich thans in dat gedeelte der Indische zee, dat door het
+vastland van Australië beschut wordt. Derhalve mogt men de hoop
+koesteren, dat binnen vier dagen kaap Bernouilli aan den gezigteinder
+zou opduiken.</p>
+
+<p>Tot nog toe had de westewind de vaart van het jagt begunstigd; maar
+sedert eenige dagen toonde hij een neiging om te minderen; langzamerhand
+ging hij tot windstilte over, tot hij den 18<sup>den</sup> December eindelijk
+geheel ging liggen, en de zeilen slap neerhingen. Zonder haar sterke
+schroef zou de <i>Duncan</i> door de windstilte op dezelfde plaats van den
+oceaan bewegingloos zijn blijven liggen.</p>
+
+<p>Deze toestand van den dampkring kon, wie weet hoe lang, aanhouden. 's
+Avonds sprak Glenarvan daarover met John Mangles. De jeugdige kapitein,
+die de kolenhokker duchtig zag minderen, scheen zeer teleurgesteld door
+die windstilte. Hij had alle zeilen bijgezet, zijn lij- en stagzeilen
+aangeslagen om van het geringste zuchtje voordeel hebben; maar, naar het
+zeggen der matrozen, was er geen hoedvol wind.</p>
+
+<p>"En toch moeten wij niet al te sterk klagen," zeide Glenarvan; "geen
+wind is beter dan tegenwind."</p>
+
+<p>"Uwe Edelheid heeft gelijk," antwoordde John Mangles; "maar juist die
+windstilten hebben doorgaans verandering van weer ten gevolge. Daarom
+ben ik er ook bang voor; wij bevinden ons op de grens der moussons<a name="FNanchor_1_13" id="FNanchor_1_13"></a><a href="#Footnote_1_13" class="fnanchor">[1]</a>,
+die van October tot April uit het noordoosten waaijen, en als wij ze
+maar een beetje tegenkrijgen, zal onze vaart daardoor zeer vertraagd
+worden."</p>
+
+<p>"Wat zullen wij er aan doen, John? als die tegenspoed ons overviel,
+zouden wij ons er aan moeten onderwerpen. Het zou in allen gevallen maar
+een oponthoud zijn."</p>
+
+<p>"Althans wanneer er geen storm bijkwam."</p>
+
+<p>"Zijt gij beducht voor slecht weer?" vroeg Glenarvan, den hemel
+onderzoekende, die toch van den gezigteinder tot aan het toppunt geheel
+onbewolkt scheen.</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde de kapitein, "Uwe Edelheid wil ik het wel zeggen, maar
+ik zou lady Glenarvan of miss Grant geen schrik willen aanjagen."</p>
+
+<p>"Daar doet gij zeer wijs aan. Wat is er gaande?"</p>
+
+<p>"Er zijn stellige voorteekens van ruw weder. Vertrouw niet op het
+voorkomen der lucht, mylord! niets is bedriegelijker. Sedert twee dagen
+daalt de barometer op een verontrustende manier; thans staat hij op drie
+en zeventig duim<a name="FNanchor_2_14" id="FNanchor_2_14"></a><a href="#Footnote_2_14" class="fnanchor">[2]</a>; het is een waarschuwing, die ik niet in den wind
+mag slaan. Vooral ben ik zeer bevreesd voor de woede der zuidelijke
+zeeën, waarmede ik reeds eens kennis heb gemaakt. De dampen, die boven
+de onmetelijke ijsvelden der Zuidpool verdigt worden, brengen een
+ontzettend geweldigen luchtstroom te weeg. Daaruit ontstaat een
+worsteling tusschen de poolwinden en die van den evenaar, die het
+aanzijn geeft aan de cyclonen, de tornado's en die talrijke
+verscheidenheden van stormen, een worsteling, waarin een schip het
+voordeel niet aan zijn zijde heeft."</p>
+
+<p>"John!" antwoordde Glenarvan, "de <i>Duncan</i> is een stevig schip, zijn
+kapitein een bekwaam zeeman. Wanneer de storm komt, zullen wij ons
+behoorlijk verdedigen."</p>
+
+<p>Toen John Mangles zijn vrees openbaarde, handelde hij in overeenstemming
+met zijn zeemans-instinct. Hij is een bekwaam "weerkenner," zoo noemen
+de Engelschen dengenen, die acht geeft op het weder. De aanhoudende
+daling van den barometer deed hem op zijn schip alle noodige voorzorgen
+nemen. Hij verwachtte een hevigen storm, al was er nog niets aan de
+lucht te zien, maar zijn onfeilbaar instrument kon hem niet bedriegen;
+de luchtstroomen komen van de plaatsen, waar de kwikzuil hoog staat,
+naar die waar zij daalt; hoe digter die plaatsen bij elkander liggen,
+hoe spoediger het evenwigt in de luchtlagen hersteld wordt en hoe
+grooter de snelheid van den wind is.</p>
+
+<p>Den geheelen nacht bleef John op het dek. Tegen elf ure betrok de lucht
+in het zuiden. John liet al zijn volk boven komen en zijn kleine zeilen
+strijken; hij liet alleen zijn fokkezeil, zijn groote bezaan, zijn
+marszeil en zijn kluiver staan. Tegen middernacht wakkerde de wind aan.
+Het woei een gereefde marszeilskoelte, dat wil zeggen, de luchtdeeltjes
+werden met een snelheid van zes en dertig voet in de seconde
+voortgestuwd; het gekraak der masten, het slaan van het loopend want,
+het helder geraas, dat de killende zeilen maakten, het stenen der
+binnenste beschotten, verwittigden de passagiers van hetgeen zij nog
+niet wisten. Paganel, Glenarvan, de majoor, Robert, verschenen op het
+dek, de een om de handen uit de mouw te steken, de ander uit
+nieuwsgierigheid. Aan den hemel, dien zij kort te voren helder en met
+sterren bezaaid hadden gezien, dreven thans donkere wolken, van elkander
+gescheiden door gevlekte strepen als de huid van een luipaard.</p>
+
+<p>"De orkaan?" vroeg Glenarvan bedaard aan John Mangles.</p>
+
+<p>"Nog niet, maar ophanden," antwoordde de kapitein.</p>
+
+<p>Nu gaf hij bevel om het onderste rif van het marszeil in te nemen. De
+matrozen klommen langs de weeflijnen op en niet zonder moeite
+verminderden zij de oppervlakte van het zeil door de rifseisings er
+omheen te draaijen op de gestreken ra. John Mangles wilde zooveel zeil
+mogelijk blijven voeren om het jagt te steunen en het stampen te
+verminderen.</p>
+
+<p>Na het nemen van die voorzorgen gaf bij aan Austin en den schipper de
+noodige bevelen om den aanval van den orkaan af te weren, die weldra zou
+losbarsten. De krabbers van de sloepen en de sjortouwen van het waarloos
+rondhout werden verdubbeld, de zijtalies van het kanon versterkt, het
+want en de pardoens aangehaald, de luikgaten digtgespijkerd. Als een
+officier op de kruin van een bres, week John niet van de loefzijde, en
+op de kampanje staande poogde hij dien stormachtigen hemel zijn geheimen
+af te persen.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik was de barometer tot zeventig duim gedaald, hetgeen
+zelden plaats heeft en het stormglas<a name="FNanchor_3_15" id="FNanchor_3_15"></a><a href="#Footnote_3_15" class="fnanchor">[3]</a> wees storm aan.</p>
+
+<p>Het was één uur na middernacht. Vreeselijk in haar hut geslingerd,
+waagden lady Helena en miss Grant het om op het dek te komen. De wind
+had nu een snelheid van vier en tachtig voet in de seconde. Hij floot
+met ontzettend geweld door het staande want. Die metalen snaren, gelijk
+aan die van een instrument, klonken alsof een reusachtige strijkstok ze
+snel deed trillen; de blokken sloegen tegen elkander, de touwen liepen
+met schel geluid over de takels; de zeilen klapperden zoo hevig, alsof
+er een kanon werd afgevuurd; ontzettende golven liepen reeds op het jagt
+aan, dat als een ijsvogel op haar schuimenden rug danste.</p>
+
+<p>Zoodra kapitein John de dames bespeurde, ging hij snel naar haar toe en
+verzocht haar weer in de kampanje te gaan; eenige zware golven stonden
+reeds op het dek, dat ieder oogenblik schoongeveegd kon worden. Het
+geweld der elementen was nu zoo hevig, dat lady Helena den jongen
+kapitein naauwelijks verstond.</p>
+
+<p>"Er is toch geen gevaar?" kon zij hem echter nog vragen, toen het weer
+voor een oogenblik wat bedaarde.</p>
+
+<p>"Volstrekt niet, mevrouw!" antwoordde John Mangles, "maar gij kunt
+evenmin als miss Mary op het dek blijven."</p>
+
+<p>Lady Glenarvan en miss Grant verzetten zich niet tegen een bevel, dat op
+een verzoek geleek, en traden juist onder de kampanje, toen een golf,
+die boven het hek aan den achtersteven brak, de ruiten der kap deed
+schudden. Thans verdubbelde het geweld van den wind; de masten bogen
+onder de spanning der zeilen, en het jagt scheen op de golven te dansen.</p>
+
+<p>"Geit het fokkezeil!" riep John Mangles; "strijkt het marszeil en de
+kluivers!"</p>
+
+<p>De matrozen snelden naar hun post in het want; de vallen werden
+opgestoken, de geitouwen aangehaald en de kluivers gestreken met een
+geraas, dat het rumoer van den wind overstemde, en de <i>Duncan</i>, wier
+schoorsteen ontzaggelijke wolken zwarten rook uitbraakte, sloeg de zee
+onregelmatig met de bladen harer schroef, die slechts somtijds onder
+water waren.</p>
+
+<p>Met een mengsel van bewondering en schrik sloegen Glenarvan, de majoor,
+Paganel en Robert die worsteling der <i>Duncan</i> met de golven gade; zij
+klemden zich stevig vast aan de leuning der verschansing zonder een
+enkel woord te kunnen wisselen, en staarden naar de troepen stormvogels,
+die droevige boden der stormen, die in de losgelaten winden
+ronddartelden.</p>
+
+<p>Daar deed zich op eens een oorverdoovend gefluit boven het rumoer van
+den storm hooren. De stoom ontsnapte met geweld, niet uit de af
+blaaspijp, maar uit de kleppen van den stoomketel; het alarmfluitje
+klonk met ongewone kracht; het jagt viel op zij en Wilson, die aan het
+rad stond, werd door een onvoorzienen slag van de roerpen omvergeworpen.
+De <i>Duncan</i> lag dwars tusschen zeeën en luisterde niet meer naar stuur.</p>
+
+<p>"Wat gebeurt daar?" riep John Mangles het bruggetje haastig oploopende.</p>
+
+<p>"Het schip valt op zij!" antwoordde Tom Austin.</p>
+
+<p>"Is het roer ontredderd?"</p>
+
+<p>"Naar de machine! naar de machine!" klonk de stem van den machinist.</p>
+
+<p>John ijlde naar de machine en gleed langs de ladder af; de kamer was vol
+damp; de zuigers zaten onbewegelijk in de cilinders; de hefboomen
+bragten de beweging niet tot de liggende as over. Nu sloot de machinist,
+ziende dat alle pogingen vergeefsch waren en voor zijn stoomketels
+vreezende, den toevoer af en liet de stoom ontsnappen.</p>
+
+<p>"Wat is er toch gaande?" vroeg de kapitein.</p>
+
+<p>"De schroef is gebroken of zit vast, en werkt niet meer," antwoordde de
+machinist.</p>
+
+<p>"Wat? is het onmogelijk haar los te krijgen?"</p>
+
+<p>"Onmogelijk."</p>
+
+<p>Er was nu geen tijd om dit ongeval te herstellen, het feit stond vast;
+de schroef kon niet werken, en de stoom, die geen dienst meer deed, was
+door de kleppen ontsnapt. John moest dus tot de zeilen zijn toevlugt
+nemen, en een bondgenoot zoeken in denzelfden wind, die zijn
+gevaarlijkste vijand geworden was.</p>
+
+<p>Hij ging weer naar boven en deelde in een paar woorden het voorgevallene
+aan lord Glenarvan mede; waarna bij er op aandrong, dat deze met de
+andere passagiers in de kampanje zou gaan. Glenarvan wilde op het dek
+blijven.</p>
+
+<p>"Neen, Uwe Edelheid!" antwoordde John Mangles met vaste stem, "ik moet
+hier alleen met het scheepsvolk blijven. Ga naar binnen! Het schip kan
+overzij geworpen worden en de golven zouden u zonder genade meenemen."</p>
+
+<p>"Maar wij kunnen van dienst wezen...."</p>
+
+<p>"Ga heen, mylord! ga heen! gij moet! er zijn omstandigheden, waarin ik
+meester ben aan boord! Ga heen, ik wil het!"</p>
+
+<p>Wel moest de toestand bedenkelijk zijn, anders zou John Mangles niet op
+zulk een toon van gezag spreken. Glenarvan begreep, dat het zijn pligt
+was het voorbeeld van gehoorzaamheid te geven. Hij verliet dus het dek,
+door zijn drie reisgenooten gevolgd, en vervoegde zich bij de beide
+dames, die vol angst den afloop dier worsteling met de elementen
+afwachtten.</p>
+
+<p>"Een krachtig man, die wakkere John!" zeide Glenarvan, toen hij de hut
+binnentrad.</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde Paganel, "hij heeft mij doen denken aan dien
+hoogbootsman van uw grooten Shakespeare, die in het stuk "de storm" den
+koning, dien hij aan boord heeft, toeroept:</p>
+
+<p>"Van hier! Stilte! Naar uwe hutten! Kunt gij dien elementen het zwijgen
+niet opleggen, Zwijgt gij dan! Gaat uit den weg, zeg ik u!"</p>
+
+<p>Intusschen had John Mangles geen seconde verzuimd om zijn schip uit den
+neteligen toestand te redden, waarin het door het vastraken van de
+schroef verkeerde. Hij besloot bij te leggen, om zoo weinig mogelijk van
+zijn weg af te wijken; het kwam er dus op aan zeil te behouden en schuin
+te brassen, om dwars van den storm te liggen. Het marszeil werd
+digtgeslagen en het roer aan lij gelegd.</p>
+
+<p>Het jagt, dat een uitstekend zeebouwer was, gehoorzaamde als een vlug
+ros, dat de sporen voelt, en bood de zijde aan de hooge golven. Zou dat
+weinige zeil sterk genoeg zijn? Het was wel van het beste Dundee-doek
+gemaakt; maar welk weefsel is tegen zulk een geweld bestand?</p>
+
+<p>Dat bijleggen had het voordeel, dat het jagt zijn stevigste gedeelten
+aan de golven aanbood en dat het zijn oorspronkelijken koers behield.
+Toch was die beweging niet zonder gevaar, want het schip kon in die
+onmetelijke golfdalen reddeloos verloren gaan. Maar John Mangles had
+geen keus, en hij besloot te blijven bijleggen, zoolang masten en zeilen
+niet naar beneden kwamen. Het scheepsvolk was bij de hand en gereed om
+te gaan, waar zijn tegenwoordigheid noodig mogt zijn. John hield zich
+aan het want vast en wendde het oog niet van de verbolgen zee af.</p>
+
+<p>In dezen toestand verliep verder de nacht. Men hoopte, dat de storm met
+het aanbreken van den dag verminderen zou. IJdele hoop! 's Morgens tegen
+acht ure woei het nog meer dan een storm en ging de wind, met een
+snelheid van honderd acht voeten in de seconde tot een orkaan over.</p>
+
+<p>John zeide niets, maar hij beefde voor zijn schip en degenen, die er op
+waren. De <i>Duncan</i> viel vreeselijk op zij; de berkoenen kraakten, en
+soms raakte de fokkezeilspieren de kruin der golven. Een oogenblik dacht
+de bemanning niet anders of het jagt zou niet meer overeind rijzen.
+Reeds stonden de matrozen met de bijl in de hand gereed om het want van
+den grooten mast los te hakken, toen de zeilen uit de lijken waaiden en
+als reusachtige albatrossen wegvlogen.</p>
+
+<p>De <i>Duncan</i> rees weer overeind; maar zonder steun op de golven, zonder
+stuur, werd zij zoo vreeselijk geslingerd, dat de masten tot in hun
+spoorgat dreigden te breken. Zulk een vreeselijke deining kon ze niet
+lang uithouden, ze stampte tot in het bovenschip toe, en weldra zouden
+de uitgeweken buitenhuid, de opengesprongen naden, een vrijen toegang
+aan de golven verleenen.</p>
+
+<p>Nog een middel schoot er voor John Mangles over: een stormfok aan te
+slaan en het voor den wind te houden. Na een arbeid van verscheidene
+uren, die twintigmaal vernield werd, eer hij voltooid was, gelukte het
+hem. Eerst 's namiddags ten drie ure kon de stormfok op de fokkestag
+geheschen en aan de kracht van den wind blootgesteld worden.</p>
+
+<p>Met dit stukje doek liet de <i>Duncan</i> zich nu voortzweepen en liep zij
+met onberekenbare snelheid voor den wind. De storm dreef haar thans naar
+het noordoosten. Het was zaak de grootst mogelijke snelheid te behouden;
+want daarvan alleen was redding te wachten. Soms was zij de golven
+vooruit, die haar droegen, sneed ze met haar spitsen voorsteven, dook
+onder als een ontzaggelijk walvischaardig dier en liet het geheele dek
+van voren naar achteren schoonvegen. Dan weer was haar snelheid aan die
+der golven gelijk, het roer werkeloos, en gierde ze zoo, dat het te
+vreezen stond, dat ze omgeworpen zou worden. Eindelijk gebeurde het ook
+wel, dat de golven, door den orkaan voortgezweept, sneller liepen dan
+het schip; dan sloegen ze over den spiegelboog en veegden het dek met
+onweerstaanbare kracht van achteren naar voren schoon.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill09b" id="ill09b"></a>
+<img src="images/358.jpg" width="400" alt="Met dit stukje doek liet de Duncan zich nu voortzweepen...." title="" />
+<span class="caption2">Met dit stukje doek liet de Duncan zich nu voortzweepen....</span>
+</div>
+
+<p>In dien benaauwden toestand, tusschen hoop en radeloosheid geslingerd,
+verliepen de dag van den 15<sup>den</sup> December en de volgende nacht. John
+Mangles week geen oogenblik van zijn post; hij nuttigde niets; hij werd
+door den angst gefolterd, dien zijn strak gelaat niet wilde verraden, en
+onvermoeid trachtte zijn blik door de nevelen, die in het noorden
+zamenpakten, heen te dringen.</p>
+
+<p>En wel mogt hij vreezen. De <i>Duncan</i> uit haar koers gedreven, stormde in
+ontembare vaart naar de australische kust. Alleen uit instinct gevoelde
+John Mangles ook, dat hij met de snelheid van den bliksem werd
+voortgejaagd. Ieder oogenblik duchtte hij op een klip te stooten, waarop
+het jagt in duizend brokken zou verbrijzeld zijn. Hij berekende, dat de
+kust geen twaalf mijlen lijwaarts kon verwijderd zijn. En het land is de
+schipbreuk, de ondergang van een vaartuig. Honderdmaal verkieslijker nog
+is de onmetelijke Oceaan, tegen wiens woede een schip zich ten minste
+verdedigen kan, al is het ook door mede te gaan. Maar werpt de storm het
+op de kust, dan is het verloren.</p>
+
+<p>John Mangles ging lord Glenarvan opzoeken en sprak met hem onder vier
+oogen: hij legde hem het gevaar van hun toestand onbewimpeld bloot, dien
+hij met de koelbloedigheid van een zeeman, die op alles voorbereid is,
+onder de oogen zag, en besloot met te zeggen, dat hij misschien de
+<i>Duncan</i> op het strand zou moeten zetten.</p>
+
+<p>"Om degenen, die aan boord zijn, te redden, als het mogelijk is,
+mylord!"</p>
+
+<p>"Ga uw gang, John!" antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"En lady Helena? miss Grant?"</p>
+
+<p>"Ik zal ze eerst in het laatste oogenblik er van verwittigen, wanneer
+alle hoop vervlogen is van zee te houwen. Gij zult mij waarschuwen."</p>
+
+<p>"Ik zal u waarschuwen, mylord!"</p>
+
+<p>Glenarvan keerde terug naar de dames, die, al kenden zij den geheelen
+omvang van het gevaar niet, toch wel gevoelden, dat het dreigend was.
+Zij legden grooten moed aan den dag, althans niet minder dan haar
+reisgenooten. Paganel had het druk met thans zeer ongelegen komende
+theoriën over de rigting der luchtstroomingen, en hield voor Robert, die
+naar hem luisterde, belangrijke vergelijkingen tusschen de tornado's, de
+cyclonen en de regtlijnige stormen. Wat den majoor betreft, deze wachtte
+met al de bedaardheid van een Muzelman het einde af.</p>
+
+<p>Tegen elf ure scheen de orkaan wat te bedaren; de vochtige nevelen
+verdeelden zich en bij een kortstondigen lichtstraal kon John zes mijlen
+te lijwaart een lage kust zien, waarop hij regt aanhield. Monsterachtige
+golven braken op een ontzettende hoogte, van wel vijftig voeten en meer.
+John begreep, dat zij daar een steunpunt vonden, anders konden zij zoo
+hoog niet op elkander stapelen.</p>
+
+<p>"Daar zijn zandbanken," zeide bij tot Austin.</p>
+
+<p>"Dat geloof ik ook," antwoordde de stuurman.</p>
+
+<p>"Wij zijn in Gods hand," hernam John; "wanneer Hij de <i>Duncan</i> geen
+toegankelijke doorvaart opent en ze er zelf niet invoert, zijn wij
+verloren."</p>
+
+<p>"Het is juist vloed, kapitein! welligt zullen wij over die banken heen
+kunnen komen."</p>
+
+<p>"Maar zie toch eens, Austin! hoe groot de woede der golven is! Welk
+schip zou daartegen bestand zijn! Laten wij God om zijn bijstand
+smeeken, mijn vriend!"</p>
+
+<p>Intusschen liep de <i>Duncan</i> onder haar stormfok met ontzettende vaart op
+de kust aan. Weldra was ze nog maar twee mijlen van den buitenrand der
+baai. Toch meende John aan gene zijde van dien schuimenden rand een
+bedaarder bekken te ontwaren. Daar zou de <i>Duncan</i> betrekkelijk veilig
+geweest zijn. Maar hoe daar te komen?</p>
+
+<p>John liet zijn passagiers op het dek komen; hij wilde niet, dat zij, nu
+de schipbreuk ophanden was, in de kampanje opgesloten zouden blijven.
+Glenarvan en zijne reisgenooten lieten het oog over de verbolgen zee
+gaan. Mary Grant verbleekte.</p>
+
+<p>"John!" fluisterde Glenarvan den jeugdigen kapitein in, "ik zal pogen
+mijn vrouw te redden of met haar omkomen. Zorg gij voor miss Grant."</p>
+
+<p>"Ja, Uwe Edelheid!" antwoordde John Mangles, terwijl hij de hand van den
+lord aan zijn vochtige oogen bragt.</p>
+
+<p>De <i>Duncan</i> was nog maar eenige kabellengten van den voet der banken af.
+Daar het juist vloed was, zou de zee ongetwijfeld genoeg water onder de
+kiel van het jagt hebben gelaten om het over die gevaarlijke ondiepte
+heen te tillen. Maar de hemelhooge golven, het zoo beurtelings
+opligtende en wegvloeijende, zouden het onfeilbaar met het achtereind op
+den grond doen stooten. Bestond er dan geen middel om de beweging dier
+baren te verminderen, het over elkander glijden harer vloeibare deeltjes
+gemakkelijk te maken, in een woord om die onstuimige zee te doen
+bedaren?</p>
+
+<p>Daar viel John Mangles nog een laatste gedachte in.</p>
+
+<p>"De traan!" riep hij; "kinderen! giet traan! giet traan!"</p>
+
+<p>Al het scheepsvolk begreep terstond wat hij wilde. Hij wilde een middel
+beproeven, dat soms slaagt; de woede der golven bedaart, als men ze met
+een laag olie bedekt; die laag drijft boven en vernietigt den schok van
+het water, dat ze glad maakt. Het middel werkt onmiddellijk, maar kort;
+zoodra een schip die kunstmatige zee achter zich heeft, verdubbelt haar
+woede, en ongelukkig het vaartuig, dat het volgen wil!<a name="FNanchor_4_16" id="FNanchor_4_16"></a><a href="#Footnote_4_16" class="fnanchor">[4]</a>.</p>
+
+<p>De vaten met den voorraad robbentraan werden door de matrozen, wier
+krachten het gevaar verhonderdvoudigde, op de voorplecht geheschen; daar
+werden zij met bijlen stukgeslagen en aan stuur- en bakboord boven de
+verschansing opgehangen.</p>
+
+<p>"Houdt ze goed vast!" riep John Mangles, die het gunstige oogenblik
+afwachtte.</p>
+
+<p>In twintig seconden was het jagt aan den ingang van het vaarwater, dat
+door een brullenden voorvloed werd versperd. Nu was het tijd om te
+handelen.</p>
+
+<p>"Een, twee, drie! in Gods naam!" riep de jeugdige kapitein.</p>
+
+<p>De vaten werden omgekanteld, en stroomen traan vloeiden er uit.
+Oogenblikkelijk maakte de olielaag de schuimende oppervlakte der zee om
+zoo te zeggen effen. De <i>Duncan</i> vloog over het stille water, en was
+weldra in een rustig bekken, aan gene zijde der geduchte banken, terwijl
+de oceaan, van zijn boeijen ontslagen, achter haar met onbeschrijfelijke
+woede raasde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill09bb" id="ill09bb"></a>
+<img src="images/362.jpg" width="400" alt="&quot;Een, twee, drie! in Gods naam!&quot; riep de jeugdige kapitein." title="" />
+<span class="caption2">&quot;Een, twee, drie! in Gods naam!&quot; riep de jeugdige kapitein.</span>
+</div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_13" id="Footnote_1_13"></a><a href="#FNanchor_1_13"><span class="label">[1]</span></a> Winden, die met buitengewone hevigheid in den Indischen
+oceaan heerschen. Hun rigting is niet bestendig; zij wisselt af met de
+jaargetijden, en de zomermoussons zijn in het algemeen aan de
+wintermoussons tegengesteld.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_14" id="Footnote_2_14"></a><a href="#FNanchor_2_14"><span class="label">[2]</span></a> De gewone hoogte der kwikkolom is 76 duim.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_15" id="Footnote_3_15"></a><a href="#FNanchor_3_15"><span class="label">[3]</span></a> Glazen met een scheikundig mengsel gevuld, welks voorkomen
+verandert volgens de rigting van den wind en de elektrieke spankracht
+van den dampkring. De beste worden vervaardigd door Negretti en Zambra,
+optische instrumentmakers der britsche marine.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_16" id="Footnote_4_16"></a><a href="#FNanchor_4_16"><span class="label">[4]</span></a> Daarom verbieden de reglementen den kapiteins het gebruik
+van dit wanhopige middel, wanneer een ander vaartuig hen onmiddellijk
+volgt.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="VI" id="VI"></a>VI.</h3>
+
+<h3>Kaap Bernouilli.</h3>
+
+
+<p>Het eerste werk van John Mangles was zijn schip stevig voor twee ankers
+te leggen. Hij ankerde op vijf vademen water. De grond was goed en
+bestond uit hard keizand, waarin het anker goed vasthield. Derhalve
+behoefde hij niet te vreezen, dat het schip doordrijven of bij laag
+water op het strand raken zou. Na zooveel uren achtereen in dreigende
+gevaren verkeerd te hebben, lag de <i>Duncan</i> thans in een soort van
+kreek, die door een hooge cirkelvormige landspits tegen de zeewinden
+beschut was.</p>
+
+<p>Lord Glenarvan had den jeugdigen kapitein de hand gedrukt met de
+woorden: "John! ik dank u!"</p>
+
+<p>En John gevoelde zich rijkelijk door die eenvoudige woorden beloond.
+Glenarvan hield het geheim van den angst, dien hij uitgestaan had, in
+zijn boezem besloten, en lady Helena noch miss Grant, zelfs Robert niet,
+gisten aan welke vreeselijke gevaren zij ontkomen waren.</p>
+
+<p>Een zeer gewigtige zaak moest nog opgehelderd worden. Op welk punt van
+de kust had die ontzettende storm de <i>Duncan</i> geworpen? Waar zou ze weer
+op den regten weg komen? Hoever ten zuidwesten lag kaap Bernouilli wel
+van hen af? Dat waren de eerste vragen, die John Mangles gedaan werden.
+Deze nam terstond hoogte, en teekende zijn waarnemingen op de
+scheepskaart aan.</p>
+
+<p>Daaruit bleek, dat de <i>Duncan</i> niet heel veel uit haar koers was
+geslagen: naauwelijks twee graden. Zij lag op 136°12' lengte en 35°7'
+breedte, bij kaap Onheil, een der landpunten van Zuid-Australië, drie
+honderd mijlen van kaap Bernouilli af.</p>
+
+<p>Kaap Onheil, een onheilspellende naam! ligt tegenover kaap Borda, door
+een voorgebergte van het Kangoeroe-eiland gevormd. Tusschen die twee
+kapen ligt de ingang der Investigator-straat, die naar twee vrij diepe
+golven voert, waarvan de noordelijke de Spencer-golf, de zuidelijke de
+golf van St. Vincent heet. Op de oostkust dezer laatste is de haven van
+Adelaïde gegraven, de hoofdplaats der provincie Zuid-Australië. Deze
+stad, in 1836 gesticht, telt veertig duizend inwoners, en levert
+tamelijk voldoende hulpmiddelen op. Maar zij houdt zich meer bezig met
+het bebouwen van den vruchtbaren bodem, het aankweeken van druiven en
+oranje-appelen, en met landbouw ondernemingen dan met groote fabrieken.
+Haar bevolking telt minder fabriekanten dan landbouwers, en heeft weinig
+op met handelszaken of ambachten en kunsten.</p>
+
+<p>Kon de <i>Duncan</i> haar averij hier herstellen? Dit moest uitgemaakt
+worden. John Mangles wilde weten hoe de zaken stonden. Hij liet onder
+den achtersteven van het jagt duiken; de duikers berigtten hem, dat een
+der bladen van de schroef omgebogen was en tegen den achtersteven
+aanzat: daaruit vloeide voort, dat zij onmogelijk kon omdraaijen. Die
+averij werd zoo belangrijk geoordeeld, dat het herstel werktuigen zou
+vorderen, die te Adelaïde niet te vinden zouden zijn.</p>
+
+<p>Na rijp overleg namen Glenarvan en kapitein John het volgende besluit:
+de <i>Duncan</i> zou de australiscbe kust langs zeilen en tevens de
+<i>Britannia</i> opsporen; zij zou bij kaap Bernouilli aanleggen, waar men de
+laatste inlichtingen zou inwinnen, en van daar zuidwaarts tot Melbourne
+stevenen, waar de geledene schade gemakkelijk hersteld kon worden.
+Zoodra de schroef weer in orde was, zou de <i>Duncan</i> op de oostkust gaan
+kruisen om haar nasporingen te eindigen.</p>
+
+<p>Dit voorstel werd goedgekeurd. John Mangles besloot van den eersten
+gunstigen wind gebruik te maken om onder zeil te gaan. Deze liet zich
+niet lang wachten. Tegen den avond was de orkaan geheel bedaard. Een
+vaarbare zuidweste-wind verving hem. De noodige maatregelen werden
+genomen om zee te kunnen bouwen. Nieuwe zeilen werden aangeslagen. 's
+Morgens ten vier ure liepen de matrozen in het spil. Weldra stond het
+anker loodregt, het slipte, en onder haar fokkezeil, haar marszeil, haar
+bramzeil, haar kluivers, haar groote bezaan en haar driehoekzeil, zeilde
+de <i>Duncan</i> met stuurboordshalzen scherp bij den wind langs de
+australiscbe kust.</p>
+
+<p>Twee uren later verloor men kaap Onheil uit het oog, en bevond men zich
+dwars voor de Investigator-straat. 's Avonds zeilden ze om kaap Borda,
+en stevende men op eenige kabelslengten afstand voorbij het
+Kangoeroe-eiland. Dit is het grootste der australiscbe eilandjes en
+dient tot schuilplaats voor de ontvlugte gedeporteerden. Het had een
+uitlokkend voorkomen; onmetelijke grastapijten bedekten de vlotgebergten
+langs de kusten. Evenals ten tijde der ontdekking, in 1802, zag men
+tallooze kudden kangoeroes door de bosschen en over de vlakten huppelen.
+'s Anderendaags, terwijl de <i>Duncan</i> in den wind opwerkte, werden de
+sloepen aan land gezonden met last om den kustzoom te onderzoeken. Van
+zes en dertig tot acht en dertig graden breedte wilde Glenarvan geen
+punt ondoorzocht laten.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill10b" id="ill10b"></a>
+<img src="images/366.jpg" width="400" alt="De sloepen werden aan land gezonden...." title="" />
+<span class="caption2">De sloepen werden aan land gezonden....</span>
+</div>
+
+<p>Den 18<sup>den</sup> December liep het jagt, dat als ware het een clipper met volle
+zeilen bij den wind voer, zeer digt langs den oever der Encounter-baai.
+Daar kwam in 1828 de reiziger Sturt, nadat hij de Murray, de grootste
+rivier van Zuid-Australië ontdekt had, aan. Het waren niet meer de
+lagchende oevers van het Kangoeroe-eiland, maar dorre heuvels, die van
+tijd tot tijd de eentoonigheid van een vlakke en ingekorven kust
+afbraken, hier en daar een graauwe steile rots, of voorgebergten van
+zand, kortom al de naaktheid van een poolland.</p>
+
+<p>Op dien togt hadden de booten een moeijelijk werk. De zeelieden klaagden
+er echter niet over. Meestal werden zij door Glenarvan, diens
+onafscheidelijken Paganel en den jongen Robert vergezeld. Met eigene
+oogen wilden zij eenig overblijfsel van de <i>Britannia</i> opzoeken. Maar
+dat naauwlettend onderzoek bragt niets van de schipbreuk aan het licht.
+De australische oevers vertelden dienaangaande evenmin iets als
+Patagonië. Intusschen mogt men niet alle hoop opgeven, zoolang het
+juiste punt, dat het document aangaf, niet bereikt was. Dat men zoo
+handelde, was alleen uit overmaat van voorzigtigheid, en om niets aan
+het toeval over te laten. 's Nachts braste de <i>Duncan</i> op, om zooveel
+mogelijk op dezelfde plaats te blijven, en overdag werd de kust
+zorgvuldig onderzocht.</p>
+
+<p>Zoo kwam men den 20<sup>sten</sup> December voor kaap Bernouilli, het uiteinde der
+Lacépède-baai, zonder het geringste overblijfsel van het wrak gevonden
+te hebben. Maar die vergeefsche nasporingen bewezen niets tegen den
+kapitein der <i>Britannia</i>. Want in de twee jaren, die na de ramp waren
+verloopen, kon het niet anders of de zee moest het overschot van den
+driemaster verstrooid, vernield en van de klip gescheurd hebben. Ook
+moesten de inboorlingen, die de schipbreuken ruiken gelijk een gier een
+lijk ruikt, het geringste overschot opgezameld hebben. En Harry Grant en
+zijn beide lotgenooten, gevangen genomen op het oogenblik, dat de golven
+hen op de kust wierpen, waren ongetwijfeld tot diep in het binnenland
+meegesleept.</p>
+
+<p>Maar dan verviel ook een van de schrandere gissingen van Jacques
+Paganel. Zoo lang er sprake was van het argentijnsche gebied, kon de
+aardrijkskundige met volle regt beweren, dat de cijfers van het document
+betrekking hadden, niet op het tooneel van de schipbreuk maar op de
+plaats der gevangenschap. De groote stroomen der Pampa, hun talrijke
+zijtakken immers waren daar om het kostbare document naar zee te voeren.
+Hier integendeel, in dit gedeelte van Australië, zijn maar weinig
+stroomen, die de zeven en dertigste parallel snijden; bovendien vloeijen
+de Rio-Colorado, de Rio-Negro door woeste, onbewoonbare en onbewoonde
+kusten naar zee, terwijl de hoofdrivieren van Australië, de Murray, de
+Yarra, de Torrens, de Darling, òf in elkander, òf in den Oceaan vallen
+met monden, die druk bezochte reeden en havens geworden zijn, die een
+levendige scheepvaart drijven. Hoe onwaarschijnlijk was het dus niet,
+dat een brooze flesch met den stroom zulke druk bevaren rivieren had
+kunnen afdrijven en den Indischen oceaan bereiken?</p>
+
+<p>Die onmogelijkheid kon aan geen schrandere koppen ontgaan. De stelling
+van Paganel, die in Patagonië, in de argentijnsche provinciën
+aannemelijk was, zou dus in Australië onhoudbaar geweest zijn. Paganel
+gaf dit toe in een gesprek, dat hierover door majoor Mac Nabbs werd
+aangeknoopt. Het werd stellig zeker, dat de graden in het document
+vermeld, alleen betrekking hadden op de plaats der schipbreuk, en dat
+bij gevolg de flesch in zee geworpen was ter plaatse, waar de
+<i>Britannia</i> verging, op de westkust van Australië.</p>
+
+<p>En toch sloot, zooals Glenarvan teregt opmerkte, deze laatste uitlegging
+de gissing niet uit, dat kapitein Grant gevangen was. En liet deze het
+ook niet in zijn document doorschemeren in deze belangrijke woorden:
+"<i>waar zij gevangenen zullen zijn van wreede inboorlingen?</i>" Maar er
+bestond geen enkele reden meer om de gevangenen liever op de zeven en
+dertigste parallel dan op een andere te zoeken.</p>
+
+<p>Nadat deze vraag lang besproken en ten laatste aldus opgelost was, kwam
+men tot het volgende besluit: indien er bij kaap Bernouilli geen spoor
+van de <i>Britannia</i> te vinden was, zat er voor lord Glenarvan niets
+anders op, dan naar Europa terug te keeren. Zijn nasporingen zouden
+vruchteloos geweest zijn; maar hij had zijn pligt moedig en naauwgezet
+betracht.</p>
+
+<p>Niettemin werden de passagiers van het jagt er zeer door bedroefd, en
+Mary en Robert Grant sloegen tot wanhoop over. Toen zij met lord en lady
+Glenarvan, John Mangles, Mac Nabbs en Paganel aan land gingen, zeiden de
+beide kinderen van den kapitein tot elkander, dat de vraag of hun vader
+gered zou worden, thans onherroepelijk beslist zou worden.
+Onherroepelijk mag men wel zeggen; want Paganel had in een vroeger
+gesprek onwederlegbaar bewezen, dat de schipbreukelingen reeds sedert
+lang in het vaderland terug zouden geweest zijn, indien hun vaartuig op
+de klippen der oostkust was vergaan.</p>
+
+<p>"Houd moed! houd moed! houd altijd moed!" herhaalde lady Helena telkens
+aan het meisje, dat in het bootje, waarmede zij aan land gingen, naast
+haar zat. "Gods hand zal ons niet loslaten!"</p>
+
+<p>"Ja, miss Mary!" sprak kapitein John, "wanneer de mensch alle
+menschelijke hulpmiddelen heeft uitgeput, komt de Hemel tusschen beiden
+en opent hem, door een onvoorzien voorval, nieuwe wegen."</p>
+
+<p>"God verhoore uw wensch, mijnheer John!" antwoordde Mary Grant.</p>
+
+<p>De oever was nog maar een kabellengte ver; de kaap, die twee mijlen ver
+in zee vooruitstak, liep hier in vrij zachte hellingen uit. Het bootje
+voer een kleine door de natuur gevormde kreek binnen, tusschen nog
+aangroeijende koraalbanken, die na verloop van tijd een gordel van
+riffen op de zuidkust van Australië zullen vormen. Zooals zij daar
+lagen, waren zij reeds in staat om de kiel van een schip te vernielen,
+en de <i>Britannia</i> kon daar ligt met man en muis zijn vergaan.</p>
+
+<p>Zonder moeite landden de passagiers van de <i>Duncan</i> op een geheel woeste
+kust. Steile vlotgebergten vormden een kustlijn ter hoogte van zestig
+tot tachtig voet. Het zou bezwaarlijk gegaan zijn om zonder ladders of
+haken die natuurlijke gordijn te beklauteren. Gelukkig ontdekte John
+Mangles zeer van pas een bres, die een halve mijl zuidelijker door een
+gedeeltelijke instorting der steilte teweeg gebragt was. Gedurende de
+hevige voor- en najaarsstormen beukte de zee ongetwijfeld dien wal van
+brossen tufsteen, en veroorzaakte zoo den val der hoogere gedeelten van
+het vaste gesteente.</p>
+
+<p>Glenarvan en zijn reisgenooten drongen in de loopgraaf, en kwamen langs
+een vrij steile helling op den top der rots. Als een jonge kat klauterde
+Robert tegen een bijna loodregten rotswand op, en kwam zoo het eerst op
+den hoogsten kam, tot groot verdriet van Paganel, die zich schaamde,
+omdat zijn groote beenen van veertig jaar overwonnen werden door kleine
+van twaalf. Toch was hij den bedaarden majoor, die zich volstrekt niet
+haastte, ver vooruit.</p>
+
+<p>Zoodra het gezelschap bijeen was, onderzocht men de vlakte, die zich
+voor hun oog uitbreidde. Het was een uitgestrekte, onbebouwde streek,
+met struikgewas en kreupelhout, een onvruchtbaar gewest, dat Glenarvan
+vergeleek met de dalen der lage landen van Schotland en Paganel met de
+onvruchtbare heidevelden van Bretagne. Maar, scheen die streek al langs
+de kust onbewoond, in de verte bleek de tegenwoordigheid van den mensch,
+niet van den wilde, maar van den arbeider, uit eenige gebouwen met een
+goed voorkomen.</p>
+
+<p>"Een molen!" riep Robert.</p>
+
+<p>En inderdaad, drie mijlen voor hen uit draaiden de wieken van een molen.</p>
+
+<p>"Ja, het is een molen," sprak Paganel, die zijn kostelijken verrekijker
+op het aangewezen voorwerp gerigt had. "Het is een klein, even nederig
+als nuttig gedenkteeken, welks gezigt mijn oog verrukt."</p>
+
+<p>"Het lijkt haast een kerktoren," zeide lady Helena.</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw! en maalt de een het brood voor het ligchaam, de andere
+maalt het brood voor de ziel. Uit dit oogpunt bezien, gelijken zij ook
+op elkander."</p>
+
+<p>"Voort, naar den molen!" antwoordde Glenarvan. Men ging op weg. Na een
+half uur loopens zag de grond, door de hand des menschen bewerkt, er
+geheel anders uit, de overgang van het onvruchtbare land tot het
+bebouwde veld was plotseling. In plaats van kreupelhout omringden groene
+hagen een pas ontgonnen stuk gronds; eenige runderen en een half dozijn
+paarden graasden in de weiden, die omsloten waren door prachtige
+acacia's, welke uit de groote boomkweekerijen van het Kangoeroe-eiland
+gehaald waren. Allengs vertoonden zich akkers met graan bedekt, eenige
+roeden gronds met gele korenaren bezaaid, eenige hooischelven, als
+groote bijenkorven overeind gezet, boomgaarden met een frissche
+omheining, een schoone tuin, Horatius waardig, waarin het aangename met
+het nuttige vermengd was, vervolgens lootsen en behoorlijk ingerigte
+woningen voor de dienstboden en ten laatste een eenvoudig en geriefelijk
+huis, waarboven de aardige molen met zijn spitse kap uitstak, die door
+de vlugtige schaduw zijner groote wieken werd geliefkoosd.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill11b" id="ill11b"></a>
+<img src="images/372.jpg" width="400" alt="&quot;Voort, naar den molen!&quot; antwoordde Glenarvan." title="" />
+<span class="caption2">&quot;Voort, naar den molen!&quot; antwoordde Glenarvan.</span>
+</div>
+
+<p>Op het geblaf van vier groote honden, die de komst der vreemdelingen
+meldden, trad thans een man van een vijftig jaar met een vriendelijk
+voorkomen uit het hoofdgebouw. Vijf flinke en sterke jongens, zijn
+zoons, volgden hem met hun moeder, een groote en stevige vrouw.
+Vergissing was hier niet mogelijk: die man, door zijn wakker gezin
+omringd, in het midden van dien nog nieuwen aanleg, in dit bijna
+maagdelijk gewest, was het volmaakte beeld van den ierschen kolonist,
+die om de armoede in zijn land te ontgaan fortuin en geluk aan gene
+zijde der zee is gaan zoeken.</p>
+
+<p>Glenarvan en de zijnen hadden zich nog niet voorgesteld, zij hadden nog
+geen tijd gehad om hun naam en betrekking op te geven, toen zij reeds
+met deze hartelijke woorden begroet werden:</p>
+
+<p>"Vreemdelingen! weest welkom in het huis van Paddy O'Moore."</p>
+
+<p>"Zijt gij een Ier?" vroeg Glenarvan, de hand drukkende, die de kolonist
+hem toestak.</p>
+
+<p>"Ik ben het geweest," antwoordde Paddy O'Moore; "thans ben ik een
+Australiër. Komt binnen, wie gij ook moogt zijn, heeren! en beschouwt
+dit huis als het uwe."</p>
+
+<p>Die gulle uitnoodiging werd natuurlijk zonder pligtplegingen aangenomen.
+Lady Helena en Mary Grant volgden mistress O'Moore naar binnen, terwijl
+de zoons van den kolonist de bezoekers van hun wapens ontlastten.</p>
+
+<p>Een luchtige en heldere zaal besloeg de benedenverdieping van het huis,
+dat van sterke op elkander gestapelde balken gebouwd was. Eenige houten
+banken aan de met heldere kleuren beschilderde wanden vastgespijkerd,
+een tiental schabellen, twee eikenhouten kisten, waarop wit aardewerk en
+blinkende tinnen kannen pronkten, een breede en lange tafel, waaraan
+twintig gasten met gemak konden zitten, maakten het huisraad uit, dat
+volkomen overeenstemde met het stevige gebouw en de sterke bewoners.</p>
+
+<p>Het middageten stond op tafel. De soepkom dampte tusschen het
+ossengebraad en den schapenbout, omringd door groote schotels olijven,
+druiven en oranje-appelen; het noodige was voorhanden en het overtollige
+werd niet gemist. De gastheer en zijn vrouw noodigden zoo dringend, de
+tafel zag er zoo uitlokkend uit, was zoo groot en zoo rijkelijk
+voorzien, dat het onbetamelijk zou geweest zijn niet aan te zitten.
+Reeds kwamen de knechts, de gelijken van hun baas, deelnemen aan den
+maaltijd. Paddy O'Moore wees den vreemdelingen met de hand de eereplaats
+aan.</p>
+
+<p>"Ik wachtte u," zeide hij op een eenvoudigen toon tot lord Glenarvan.</p>
+
+<p>"Gij?" antwoordde deze zeer verrast.</p>
+
+<p>"Ik wacht altijd degenen, die komen," antwoordde de Ier.</p>
+
+<p>Vervolgens deed hij op ernstigen toon, terwijl zijn gezin en de
+dienstboden eerbiedig staan bleven, het katholieke gebed vóór den eten.
+Lady Helena was diep geroerd door zulk een volmaakten eenvoud van zeden,
+en een blik van haar man gaf haar te kennen, dat hij het evenzeer
+bewonderde als zij.</p>
+
+<p>Men deed de tafel eer aan. Het gesprek werd overal zeer levendig.
+Tusschen een Schot en een Ier is de kennis spoedig gemaakt. De Clyde<a name="FNanchor_1_17" id="FNanchor_1_17"></a><a href="#Footnote_1_17" class="fnanchor">[1]</a>,
+die maar eenige voeten breed is, delft een dieper gracht tusschen
+Schotland en Engeland, dan het twintig uren breede Noorder-kanaal, dat
+het oude Caledonië van het groene Erin scheidt. O'Moore vertelde zijn
+geschiedenis. Het was die van al de landverhuizers, welke het gebrek uit
+hun land jaagt. Velen komen in verre streken fortuin zoeken, die slechts
+misrekeningen en rampen vinden. Zij beschuldigen het lot, maar vergeten
+de schuld te geven aan hun onverstand, hun traagheid en hun ondeugden.
+Wie matig en moedig, spaarzaam en braaf is, dien gaat het goed.</p>
+
+<p>Zoo ook met Paddy O'Moore. Hij verliet Dundalk, waar hij van honger
+stierf, trok met zijn gezin naar Australië, versmaadde het werk van den
+goudgraver voor de minder onzekere vermoeijenissen van den landman, kwam
+te Adelaïde aan wal, en begon twee maanden later zijn ontginning, die
+thans zulke heerlijke vruchten afwierp.</p>
+
+<p>Het geheele gebied van Zuid-Australië is in stukken verdeeld, die elk
+tachtig acres <a name="FNanchor_2_18" id="FNanchor_2_18"></a><a href="#Footnote_2_18" class="fnanchor">[2]</a> groot zijn. Die verschillende stukken worden door de
+regeering aan de kolonisten afgestaan, en op ieder stuk kan een vlijtig
+landman in zijn onderhoud voorzien en een zuiver bedrag van tachtig pond
+sterling<a name="FNanchor_3_19" id="FNanchor_3_19"></a><a href="#Footnote_3_19" class="fnanchor">[3]</a> uit zijn overwinst besparen.</p>
+
+<p>Dat wist Paddy O'Moore. Zijn kennis van den landbouw kwam hem zeer te
+stade. Hij leefde, hij spaarde, hij kreeg nieuwe stukken uit de
+overwinst van het eerste. Het ging goed met zijn gezin en zijn
+onderneming. De Iersche boer werd grondeigenaar, en hoewel hij er nog
+geen twee jaar was, bezat hij reeds vijf honderd acres grond, die door
+zijn zorgen vruchtbaar gemaakt waren, en vijf honderd stuks vee. Hij was
+zijn eigen meester, na de slaaf der Europeërs geweest te zijn, en zoo
+onafhankelijk als men slechts in het meest vrije land der wereld kan
+zijn.</p>
+
+<p>Zijn gasten beantwoordden dit verhaal van den Ierschen landverhuizer met
+opregte en welgemeende gelukwenschingen. Paddy O'Moore wachtte zeker,
+toen zijn verhaal uit was, dat zijn openhartigheid met gelijke
+vertrouwelijkheid beantwoord zou worden, maar hij lokte ze niet uit. Hij
+was een van die bescheidene menschen, die zeggen: Nu weet gij, wie ik
+ben, maar ik vraag u niet, wie gij zijt. Glenarvan had er ook
+regtstreeksch belang bij om over de <i>Duncan</i>, over zijn tegenwoordigheid
+aan kaap Bernouilli, en over de nasporingen, die hij met stalen
+volharding voortzette, te spreken. Maar als iemand, die regt op zijn
+doel afgaat, ondervroeg hij eerst Paddy O'Moore betreffende de
+schipbreuk der <i>Britannia</i>.</p>
+
+<p>Het antwoord van den Ier was niet gunstig. Hij had nooit van dat schip
+hooren spreken. Sedert twee jaren was er geen schip op de kust vergaan,
+noch boven noch beneden de kaap. Die ramp nu was eerst vóór twee jaren
+gebeurd. Hij kon dus op de stelligste wijze verzekeren, dat de
+schipbreukelingen niet op dit gedeelte der westkust geworpen waren.</p>
+
+<p>"En nu, mylord!" voegde hij er bij, "zou ik wel willen weten welk belang
+gij er bij hebt om mij die vraag te doen?"</p>
+
+<p>Nu vertelde Glenarvan den kolonist de geheele geschiedenis van het
+document, de reis van het jagt, de pogingen reeds aangewend om kapitein
+Grant terug te vinden; hij verzweeg niet, dat zijn vurigste hoop
+vernietigd werd door zulke stellige verzekeringen, en dat hij wanhoopte,
+ooit de schipbreukelingen der <i>Britannia</i> terug te vinden.</p>
+
+<p>Zulk een gezegde moest een smartelijken indruk teweegbrengen op de
+hoorders van Glenarvan. Robert en Mary luisterden in tranen zwemmende
+toe, Paganel vond geen woord om hen te troosten en hun moed in te
+boezemen. John Mangles leed onuitsprekelijk. Reeds maakte de wanhoop
+zich meester van de ziel dier wakkere mannen, welke de <i>Duncan</i> te
+vergeefs naar die verre stranden gevoerd had, toen deze woorden klonken:</p>
+
+<p>"Mylord! loof en dank God! Wanneer kapitein Grant nog leeft, leeft hij
+hier in Australië!"</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_17" id="Footnote_1_17"></a><a href="#FNanchor_1_17"><span class="label">[1]</span></a> De rivier, die Schotland van Engeland scheidt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_18" id="Footnote_2_18"></a><a href="#FNanchor_2_18"><span class="label">[2]</span></a> Een acre is 40 vierkante roeden ruim.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_19" id="Footnote_3_19"></a><a href="#FNanchor_3_19"><span class="label">[3]</span></a> <i>fl</i> 960.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="VII" id="VII"></a>VII.</h3>
+
+<h3>Ayrton.</h3>
+
+
+<p>Onbeschrijfelijk was de verbazing, door deze woorden gewekt. Glenarvan
+was ijlings opgerezen en riep, terwijl hij zijn zitplaats op zijde
+schoof: "wie spreekt daar?"</p>
+
+<p>"Ik," antwoordde een der knechts van Paddy O'Moore, die aan het
+lagereind der tafel zat.</p>
+
+<p>"Gij, Ayrton!" zeide de kolonist, niet minder verbaasd dan Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik!" herhaalde Ayrton, met aangedane doch vaste stem "ik, een Schot,
+gelijk gij, mylord! ik, een van de schipbreukelingen der <i>Britannia</i>!"</p>
+
+<p>Deze verklaring bragt een onbeschrijfelijke uitwerking teweeg. Mary
+Grant, die bijna stierf half van ontroering, maar ditmaal ook half van
+geluk, zonk in de armen van lady Helena. John Mangles, Robert, Paganel
+stonden van hun plaats op en liepen naar den man, dien Paddy O'Moore
+Ayrton genoemd had.</p>
+
+<p>Het was iemand van vijf en veertig jaar, met een ruw uiterlijk en een
+fonkelend oog, dat bijna verborgen werd door de zware wenkbraauwen. Zijn
+kracht was zeker buitengemeen, ondanks de magerheid van zijn ligchaam.
+Hij was grof gebouwd en sterk gespierd, en volgens een schotsche
+uitdrukking verbeuzelde hij zijn tijd niet met zich vet te mesten. Een
+middelmatige gestalte, breede schouders, een vaste gang, een gelaat,
+waarop schranderheid en geestkracht te lezen stonden, ofschoon de
+trekken grof waren, dit alles nam de aanwezigen gunstig voor hem in. De
+belangstelling, die hij inboezemde, werd nog vergroot door de versche
+sporen van uitgestaan lijden, die zijn gezigt vertoonde. Men zag dat hij
+veel geleden had, ofschoon hij wel de man er naar scheen te wezen, die
+lijden kon verdragen, trotseeren en overwinnen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill12b" id="ill12b"></a>
+<img src="images/377.jpg" width="400" alt="Het was iemand van vijf en veertig jaar,..." title="" />
+<span class="caption2">Het was iemand van vijf en veertig jaar,...</span>
+</div>
+
+<p>Glenarvan en zijn vrienden hadden dit bij den eersten oogopslag gevoeld.
+De persoonlijkheid van Ayrton maakte onmiddellijk een sterken indruk.
+Glenarvan, zich tot aller tolk makende, overstelpte hem met vragen, die
+Ayrton beantwoordde. De ontmoeting van Glenarvan en Ayrton had bij
+beiden, het was duidelijk, een wederzijdsche aandoening opgewekt.</p>
+
+<p>Vandaar dat Glenarvan's eerste vragen zonder orde en als het ware
+onwillekeurig van zijn lippen vloeiden.</p>
+
+<p>"Zijt gij een van de schipbreukelingen der <i>Britannia</i>?" vroeg hij.</p>
+
+<p>"Ja, mylord, de bootsman van kapitein Grant," antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>"Met hem na de schipbreuk gered?"</p>
+
+<p>"Neen, mylord! neen! Op dat verschrikkelijk oogenblik werd ik van hem
+gescheiden, van het dek geslingerd, op de kust geworpen."</p>
+
+<p>"Dus zijt gij niet een der beide matrozen, waarvan het document
+spreekt?"</p>
+
+<p>"Neen. Ik wist niets van het bestaan van dat document. De kapitein heeft
+het in zee geworpen, toen ik niet meer aan boord was."</p>
+
+<p>"Maar de kapitein, de kapitein!"</p>
+
+<p>"Ik dacht, dat hij verdronken, verdwenen, met de geheele bemanning der
+<i>Britannia</i> te gronde gegaan was. Ik meende, dat ik alleen die ramp
+overleefd had."</p>
+
+<p>"Maar gij hebt gezegd, dat kapitein Grant in leven was!"</p>
+
+<p>"Neen. Ik heb gezegd: indien de kapitein leeft...."</p>
+
+<p>"Gij hebt er bijgevoegd: dan is hij hier op het vastland van Australië."</p>
+
+<p>"Hij kan nergens anders zijn."</p>
+
+<p>"Weet gij dan niet, waar hij is?"</p>
+
+<p>"Neen, mylord ik zeg u nog eens, ik meende, dat hij in de golven
+begraven of tegen de rotsen verbrijzeld was. Door u hoor ik eerst, dat
+hij misschien nog leeft."</p>
+
+<p>"Door mij? maar wat weet gij dan toch?" vroeg Glenarvan gejaagd.</p>
+
+<p>"Niets anders dan dit: indien kapitein Grant in leven is, is hij in
+Australië."</p>
+
+<p>"Waar heeft de schipbreuk dan plaats gehad?" vroeg nu majoor Mac Nabbs.</p>
+
+<p>Dit had de eerste vraag moeten zijn; maar in de verwarring door dit
+voorval teweeggebragt, had Glenarvan, die vóór alles weten wilde, waar
+kapitein Grant zich bevond, niet gevraagd naar de plaats, waar de
+<i>Britannia</i> vergaan was. Het gesprek, dat tot nu toe onbepaald en
+onzamenhangend geweest was, van den hak op den tak sprong, de
+onderwerpen vlugtig aanroerde zonder ze geheel te doorgronden, de feiten
+dooreenhaspelde, de datums verschikte, nam nu een betere wending, en
+weldra stonden al de bijzonderheden dezer duistere geschiedenis den
+hoorders duidelijk voor den geest.</p>
+
+<p>Op de vraag door Mac Nabbs gedaan, antwoordde Ayrton in dezer voege:</p>
+
+<p>"Toen ik van de voorplecht werd geslingerd, waar ik den vliegenden
+kluiver naar beneden haalde, liep de <i>Britannia</i> op de australische kust
+aan. Zij was er nog geen twee kabellengten van af. De schipbreuk heeft
+dus op diezelfde plek plaats gehad."</p>
+
+<p>"Op zeven en dertig graden breedte?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Op zeven en dertig graden," antwoordde Ayrton. "Op de westkust?"</p>
+
+<p>"Wel neen! Op de oostkust," gaf de bootsman haastig ten antwoord.</p>
+
+<p>"En wanneer?"</p>
+
+<p>"In den nacht van den 27<sup>sten</sup> Junij 1862."</p>
+
+<p>"Zoo is het! zoo is het!" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dus ziet gij wel, mylord!" voegde Ayrton er bij, "dat ik met regt mogt
+zeggen: indien kapitein Grant nog leeft, moet gij hem op het vastland
+van Australië zoeken, en nergens anders."</p>
+
+<p>"En wij zullen hem zoeken, en hem vinden, en hem redden, mijn vriend!"
+riep Paganel. "Ach! kostbaar document!" voegde hij er hoogst naïf bij,
+"men moet zeggen, dat gij in handen van heel slimme menschen gevallen
+zijt."</p>
+
+<p>Er was zeker niemand, die de vleijende woorden van Paganel verstond.
+Glenarvan en lady Helena, Mary en Robert stonden om Ayrton heen. Allen
+drukten hem de hand. Het scheen, alsof de tegenwoordigheid van dien man
+een zeker onderpand was van de redding van Harry Grant. Was de matroos
+aan de gevaren der schipbreuk ontkomen, waarom zou dan de kapitein niet
+evengoed ongedeerd aan het onheil ontsnapt zijn? Ayrton herhaalde
+telkens, dat kapitein Grant ongetwijfeld in leven was, evenals bij zelf.
+Waar? dat kon hij niet zeggen, maar zeker op dit vastland. Op de duizend
+vragen, waarmee hij bestormd werd, antwoordde hij met groote kennis van
+zaken en beknoptheid. Terwijl hij sprak, hield miss Mary zijn hand in de
+hare. Hij was een reisgenoot haars vaders, die matroos, een der
+zeelieden van de <i>Britannia</i>! Hij had Harry Grant vergezeld, met hem de
+zee bevaren, dezelfde gevaren getart! Mary kon haar oog van dat ruwe
+gelaat niet afwenden, en weende van geluk.</p>
+
+<p>Nog was het niemand in de gedachte gekomen om de waarheidsliefde en
+identiteit van den bootsman te betwijfelen. De majoor en misschien ook
+John Mangles, die niet zoo ligtgeloovig waren, waren de eenigen die zich
+afvroegen, of de woorden van Ayrton wel volkomen vertrouwen verdienden.
+Zijn onverwachte ontmoeting kon aanleiding geven tot twijfel, zooal niet
+tot eenige achterdocht. Zeker had Ayrton overeenstemmende feiten en
+datums en treffende bijzonderheden opgegeven. Maar hoe naauwkeurig de
+omstandigheden ook zijn, zij maken nog geen zekerheid uit, en doorgaans,
+de ondervinding leert het, verschuilt zich de leugen achter de opgave
+van de geringste bijzonderheden. Mac Nabbs hield dus zijn meening voor
+zich en liet zich voor noch tegen uit.</p>
+
+<p>De twijfelingen van Mac Nabbs waren niet lang bestand tegen de woorden
+van den zeeman, en hij hield hem inderdaad voor een reisgenoot van
+kapitein Grant, toen hij gehoord had, hoe deze tot het jonge meisje over
+haar vader sprak. Ayrton kende Mary en Robert opperbest. Hij had ze te
+Glasgow gezien bij de afvaart der <i>Britannia</i>. Hij herinnerde hun, hoe
+ze tegenwoordig waren geweest bij het afscheidsmaal, dat de kapitein
+zijn vrienden aan boord had gegeven. De sherif, Mac Intyre, was er bij.
+Men had Robert,&mdash;die toen pas tien jaar was,&mdash;toevertrouwd aan de zorg
+van Dick Turner, den schipper, en hij was dezen ontloopen om in de
+bramsalingen te klauteren.</p>
+
+<p>"Dat is waar, dat is waar!" zeide Robert Grant.</p>
+
+<p>En zoo haalde Ayrton duizend kleinigheden aan, schijnbaar zonder er
+zooveel gewigt aan te hechten als John Mangles deed. En toen hij zweeg,
+zeide Mary met haar zoete stem:</p>
+
+<p>"Toe, mijnheer Ayrton! vertel ons nog wat van onzen armen vader!"</p>
+
+<p>De bootsman deed zijn best om aan het verlangen van het meisje te
+voldoen. Glenarvan wilde hem niet in de rede vallen, en toch verdrongen
+wel twintig gewigtiger vragen zich in zijn hoofd; maar wijzende op de
+blijde ontroering van Mary, legde lady Helena hem het zwijgen op.</p>
+
+<p>Zoo pratende vertelde Ayrton de geschiedenis der <i>Britannia</i> en haar
+reis over de Stille Zuidzee. Mary Grant wist er reeds veel van, daar de
+berigten van het schip tot de maand Mei van het jaar 1862 liepen. In dat
+tijdverloop van een jaar deed Harry Grant de voornaamste eilanden van
+Oceanië aan. Hij bezocht de Hebriden, Nieuw-Guinea, Nieuw-Zeeland,
+Nieuw-Caledonië, vond dikwijls, dat anderen te regt of ten onregte
+beweerden den grond in bezit te hebben genomen, en had te kampen met den
+onwil der engelsche overheden; want zijn schip werd in de britsche
+koloniën streng in het oog gehouden. Echter had hij een belangrijk punt
+gevonden op de westkust van de Papoea-eilanden; hij oordeelde, dat het
+daar gemakkelijk zou zijn een schotsche volkplanting te vestigen, die
+stellig tot bloei zou geraken; een goede en rijk voorziene
+ververschingsplaats toch op den weg naar de Molukken en de Philippijnen
+moest de schepen lokken, vooral wanneer de doorgraving der landengte van
+Suez de weg om de kaap de Goede Hoop in onbruik had doen geraken. Harry
+Grant was een der Engelschen, die veel ophadden met het werk van den
+heer de Lesseps, en die geen staatkundigen naijver bij een groot
+wereldbelang in het spel bragten.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill13b" id="ill13b"></a>
+<img src="images/385a.jpg" width="400" alt="Weldra liep het schip op het strand." title="" />
+<span class="caption2">Weldra liep het schip op het strand.</span>
+</div>
+
+<p>Na dit onderzoek der Papoea-eilanden ging de <i>Britannia</i> te Callao
+nieuwen voorraad innemen, en verliet die haven den 30<sup>sten</sup> Mei 1862, om
+door den Indischen Oceaan en om de Kaap naar Europa terug te keeren.
+Drie weken na zijn vertrek werd het schip door een geweldigen storm
+ontredderd. Het werd op zijde geworpen. De masten moesten gekapt worden.
+Er kwam een lek, dat men niet kon stoppen. De bemanning was weldra
+geheel uitgeput. Men kon de pompen niet vrij houden. Acht dagen lang was
+de <i>Britannia</i> de speelbal der orkanen. Binnen kort stond er zes voet
+water in het ruim. Ze verkeerde in zinkenden toestand. De booten waren
+gedurende den storm weggeslagen. Men moest op het schip omkomen, toen
+men, zooals Paganel juist gezien had, in den nacht van den 27<sup>sten</sup> Junij
+de oostkust van Australië ontdekte. Weldra liep het schip op het strand.
+Een hevige schok had er plaats. Ayrton werd op dat oogenblik door een
+golf opgenomen, midden in de branding geslingerd, en verloor zijn
+bewustzijn. Toen hij weer bijkwam, was hij in de handen der
+inboorlingen, die hem naar het binnenland sleepten. Van nu af hoorde hij
+niet meer van de <i>Britannia</i> spreken, en dus vooronderstelde hij, niet
+zonder grond, dat ze op de gevaarlijke riffen der Twofold-baai met man
+en muis was vergaan.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill14b" id="ill14b"></a>
+<img src="images/385.jpg" width="400" alt="Toen hij weer bijkwam, was hij in de handen der inboorlingen,..." title="" />
+<span class="caption2">Toen hij weer bijkwam, was hij in de handen der inboorlingen,...</span>
+</div>
+
+<p>Hier eindigde het verhaal betreffende kapitein Grant; meer dan eens
+ontlokte het uitroepen van droefheid aan zijn hoorders. Zonder onbillijk
+te zijn mogt de majoor niet aan de waarheid er van twijfelen. Maar na de
+geschiedenis der <i>Britannia</i> moest de eigene geschiedenis van Ayrton
+voor het oogenblik nog belangrijker zijn.</p>
+
+<p>Afgaande op het document twijfelde men niet, of Grant had met twee
+zijner matrozen, evenzeer als Ayrton zelf, de schipbreuk overleefd. Uit
+het lot van den een mogt men met grond tot dat van den ander besluiten.
+Derhalve werd Ayrton uitgenoodigd zijn lotgevallen mede te deelen. Het
+was een zeer eenvoudig en zeer kort verhaal.</p>
+
+<p>De arme schipbreukeling, de gevangene van een inlandschen volksstam,
+werd naar het binnenland gevoerd, dat de Darling besproeit, dat wil
+zeggen tot vier honderd mijlen benoorden den zeven en dertigsten
+breedtegraad. Daar leefde hij hoogst ellendig, omdat die stam het zelf
+heel naar had; maar hij werd niet mishandeld. Die harde slavernij duurde
+twee lange jaren. Maar hij gaf de hoop niet op om zijn vrijheid nog
+eenmaal te herkrijgen. Hij loerde op de eerste gelegenheid de beste om
+te ontsnappen, hoewel zijn vlugt hem aan tallooze gevaren moest
+blootstellen.</p>
+
+<p>In zekeren nacht, het was in de maand October 1864, verschalkte hij de
+waakzaamheid van de inboorlingen en verdween in het digtst der
+ontzaggelijke wouden. Een maand lang zwierf hij, het leven rekkende met
+wortels, met eetbare varens, met gom der mimosa's, in die uitgestrekte
+woestenijen rond, zich des daags naar de zon, des nachts naar de sterren
+rigtende, en vaak aan wanhoop ter prooi: zoo trok hij door moerassen,
+over bergen en rivieren, en doorkruiste dat onbewoonde gedeelte van het
+vastland, waar slechts weinige reizigers zich gewaagd hebben. Stervend
+en verhongerd kwam hij eindelijk aan de gastvrije woning van Paddy
+O'Moore, waar hij tot loon voor zijn arbeid een onbekommerd leven vond.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill15b" id="ill15b"></a>
+<img src="images/386.jpg" width="400" alt="... kwam hij eindelijk aan de gastvrije woning van Paddy
+O&#39;Moore,..." title="" />
+<span class="caption2">... kwam hij eindelijk aan de gastvrije woning van Paddy
+O&#39;Moore,...</span>
+</div>
+
+<p>"Prijst Ayrton mij," zeide de iersche kolonist, toen dit verhaal uit
+was, "ik voor mij kan ook niets anders doen dan hem prijzen. Hij is een
+wakker, braaf en goed man, een arbeider in den volsten zin des woords,
+en als ze hem bevalt, zal de woning van Paddy O'Moore lang de zijne
+wezen."</p>
+
+<p>Ayrton dankte den Ier met een tamelijk norsch gebaar, en wachtte af of
+men hem nog iets te vragen mogt hebben. Hij hield het er echter voor,
+dat de billijke nieuwsgierigheid zijner hoorders nu wel bevredigd zou
+zijn. Kon hij nog wel op iets antwoorden, wat niet reeds honderdmaal
+gezegd was? Glenarvan was dan ook op het punt om de beraadslagingen te
+openen over een nieuw plan, dat nu met behulp van de ontmoeting van
+Ayrton en diens inlichtingen moest opgemaakt worden, toen de majoor den
+matroos aldus aansprak:</p>
+
+<p>"Gij waart bootsman aan boord der <i>Britannia</i>?"</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde Ayrton zonder aarzelen.</p>
+
+<p>Maar begrijpende, dat een zeker gevoel van wantrouwen, een twijfel, hoe
+gering ook, den majoor die vraag had ingegeven, voegde hij er bij:</p>
+
+<p>"Ik heb mijn aanstelling nog uit de schipbreuk gered."</p>
+
+<p>En terstond verliet hij de huishoudkamer om dit stuk te halen. Hij bleef
+geen minuut weg. Maar Paddy O'Moore had toch tijd om te zeggen:</p>
+
+<p>"Mylord! ik verzeker u, dat die Ayrton een brave kerel is; hij dient mij
+nu twee maanden, maar ik heb niet het geringste op hem aan te merken. Ik
+kende de geschiedenis zijner schipbreuk en zijner gevangenschap. Hij is
+een opregt man en uw volle vertrouwen waardig."</p>
+
+<p>Glenarvan wilde juist antwoorden, dat hij nooit aan de goede trouw van
+Ayrton had getwijfeld, toen deze binnenkwam en zijn aanstelling in
+behoorlijke orde overgaf. Het was een papier, geteekend door de reeders
+van de <i>Britannia</i> en door kapitein Grant, wiens hand Mary duidelijk
+herkende. Het behelsde, dat: "Tom Ayrton, matroos van de eerste klasse,
+als bootsman aangenomen was op den driemaster <i>Britannia</i>, van Glasgow."
+Er bleef dus geen twijfel over, of Ayrton was degene, voor wien hij zich
+uitgaf; want het was moeijelijk te gelooven, dat die aanstelling in zijn
+handen zou zijn, wanneer ze hem niet toekwam.</p>
+
+<p>"En nu," sprak Glenarvan, "vraag ik u allen om raad, en wensch ik
+onmiddellijk te bespreken, wat ons te doen staat. Uw raad, Ayrton! zal
+ons vooral aangenaam zijn, en ik verzoek u dringend ons dien niet te
+onthouden."</p>
+
+<p>Ayrton dacht eenige oogenblikken na en antwoordde toen het volgende:</p>
+
+<p>"Ik dank u, mylord! voor het vertrouwen, dat gij in mij stelt, en ik
+hoop het mij waardig te maken. Ik heb eenige kennis van dit land, van de
+zeden der inboorlingen, en kan ik u van dienst wezen...."</p>
+
+<p>"Wel zeker," verklaarde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik ben evenals gij van gevoelen," hernam Ayrton, "dat kapitein Grant en
+zijn beide matrozen uit de schipbreuk gered zijn; maar daar zij de
+engelsche bezittingen niet hebben bereikt, omdat zij niet meer voor den
+dag zijn gekomen, twijfel ik niet of zij hebben hetzelfde lot ondergaan
+als ik, en zijn gevangen bij een inlandschen volksstam."</p>
+
+<p>"Gij haalt daar dezelfde bewijzen aan, die ik vroeger reeds opsomde,
+Ayrton!" zeide Paganel; "de schipbreukelingen zijn zeker gevangen bij de
+inboorlingen, zooals zij vreesden. Maar moeten wij denken, dat zij,
+evenals gij benoorden den zeven en dertigsten graad gesleept zijn?"</p>
+
+<p>"Dat is wel te denken, mijnheer!" antwoordde Ayrton; "de vijandelijke
+stammen blijven niet lang in de nabijheid der aan de Engelschen
+onderworpen streken."</p>
+
+<p>"Dat zal onze nasporingen veel moeijelijker maken," zeide Glenarvan met
+een teleurgesteld gezigt. "Hoe zullen wij in zoo'n uitgestrekt vastland
+het spoor der gevangenen terugvinden?"</p>
+
+<p>Een langdurig stilzwijgen volgde op die aanmerking. Lady Helena zag
+beurtelings al haar reisgenooten vragend aan zonder antwoord te krijgen.
+Tegen zijn gewoonte zweeg zelfs Paganel, dien zijn gewone schranderheid
+in den steek liet. John Mangles liep met groote stappen de huishoudkamer
+op en neer, alsof hij op het dek van zijn schip in verlegenheid zat.</p>
+
+<p>"En gij, mijnheer Ayrton!" zeide nu lady Helena tot den matroos, "wat
+zoudt gij doen?"</p>
+
+<p>"Mevrouw!" antwoordde Ayrton tamelijk driftig, "ik zou weer aan boord
+van de <i>Duncan</i> gaan en regelregt naar het tooneel van de schipbreuk
+stevenen. Daar zou ik naar bevind van zaken en naar de aanwijzingen
+handelen, die het toeval welligt mogt verschaffen."</p>
+
+<p>"Dat is goed," zeide Glenarvan; "maar wij dienen te wachten tot de
+<i>Duncan</i> hersteld is."</p>
+
+<p>"Zoo! hebt gij averij gehad?" vroeg Ayrton.</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"Zware?"</p>
+
+<p>"Neen! maar er zijn toch gereedschappen noodig, die wij niet aan boord
+hebben. Een der schroefbladen zit vast, en dat kan alleen te Melbourne
+verholpen worden."</p>
+
+<p>"Maar kunt gij niet zeilen?" vroeg de bootsman.</p>
+
+<p>"Jawel; maar als de wind wat tegen is, zou de <i>Duncan</i> veel tijd noodig
+hebben om de Twofold-baai te bereiken, en hoe het ook gaat, naar
+Melbourne moet ze toch."</p>
+
+<p>"Welnu! laat ze naar Melbourne gaan!" riep Paganel; "wij zullen zonder
+haar wel aan de Twofold-baai komen."</p>
+
+<p>"Maar hoe?"</p>
+
+<p>"Wel, door Australië langs den zeven en dertigsten breedtegraad door te
+trekken, zooals wij Amerika gedaan hebben."</p>
+
+<p>"Maar de <i>Duncan</i> dan?" hernam Ayrton met bijzonder veel nadruk.</p>
+
+<p>"De <i>Duncan</i> zal ons afhalen of wij zullen de <i>Duncan</i> afhalen, naardat
+het uitkomt. Vinden wij kapitein Grant op onzen togt terug, dan gaan wij
+gezamenlijk naar Melbourne. Zetten wij daarentegen onze nasporingen tot
+aan de kust voort, dan komt de <i>Duncan</i> ons daar opzoeken. Wie heeft wat
+tegen dat plan? De majoor misschien?"</p>
+
+<p>"Neen," antwoordde Mac Nabbs, "als de reis door Australië ten minste
+mogelijk is."</p>
+
+<p>"Zoo goed mogelijk," antwoordde Paganel, "dat ik voornemens ben lady
+Helena en miss Grant uit te noodigen om met ons te gaan."</p>
+
+<p>"Meent gij dat inderdaad, Paganel?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Wat anders, waarde lord? Het is een reis van drie honderd vijftig
+mijlen<a name="FNanchor_1_20" id="FNanchor_1_20"></a><a href="#Footnote_1_20" class="fnanchor">[1]</a>, meer niet, en tegen twaalf mijlen daags zal ze pas een maand
+duren, dat is te zeggen zoo veel tijd als noodig is voor de
+herstellingen van de <i>Duncan</i>. Het zou wat anders zijn, als wij het
+vastland van Australië op eene lagere breedte moesten doortrekken, als
+wij het in zijn grootste breedte moesten doorreizen, als wij die
+onmetelijke woestijnen moesten doorkruisen, waar gebrek aan water is,
+waar een verstikkende warmte heerscht, kortom, wanneer we doen moesten,
+wat de stoutste reizigers nog niet gewaagd hebben! Maar die zeven en
+dertigste graad loopt over de provincie Victoria, een echt engelsch
+land, met gebaande wegen, met spoorwegen, en bijna over die geheele
+lengte bevolkt. Het is een reis, die men des verkiezende in een kales,
+of liever nog op een kar doen kan. Het is een ridje van Londen naar
+Edinburg. Anders niet."</p>
+
+<p>"Maar de wilde dieren!" zeide Glenarvan, die alle mogelijke bezwaren
+wilde opperen.</p>
+
+<p>"Er zijn geen wilde dieren in Australië."</p>
+
+<p>"Maar de wilden?"</p>
+
+<p>"Er zijn op die breedte geen wilden, en in allen gevalle zijn ze niet
+zoo wreed als de Nieuw-Zeelanders."</p>
+
+<p>"Maar de gedeporteerden?"</p>
+
+<p>"Er zijn geen gedeporteerden in de zuidelijke provinciën van Australië,
+maar alleen in de oostelijke koloniën. De provincie Victoria heeft ze
+niet alleen verjaagd, maar ook een wet gemaakt om de vrijgelaten
+veroordeelden uit de andere provinciën van haar gebied uit te sluiten.
+De regeering van Victoria heeft dit jaar zelfs de compagnie van het
+Schiereiland gedreigd haar subsidie in te trekken, wanneer haar schepen
+voortgingen kolen in te nemen in de havens van West-Australië, waar de
+gedeporteerden toegelaten worden. Hoe! weet gij dat niet! en zijt gij
+nog al een Engelschman!"</p>
+
+<p>"Maar ik ben geen Engelschman," antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Wat mijnheer Paganel daar zegt is volkomen waar," zeide nu Paddy
+O'Moore. "Niet alleen de provincie Victoria, maar ook Zuid-Australië,
+Koninginneland, zelfs Tasmanië slaan de handen ineen om de
+gedeporteerden niet binnen hun grenzen toe te laten. Sedert ik deze
+hoeve bewoon, heb ik van geen enkelen gedeporteerde hooren spreken."</p>
+
+<p>"En ik heb er nooit een ontmoet," voegde Ayrton er bij.</p>
+
+<p>"Gij ziet, vrienden!" hernam Jacques Paganel, "zeer weinig wilden, geen
+wilde dieren, geen gedeporteerden! Er zijn weinig streken in Europa,
+waarvan men hetzelfde kan zeggen! Hoe is het, blijft het er bij?"</p>
+
+<p>"Wat denkt gij er van, Helena?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Wat wij allen denken, lieve Edward!" antwoordde lady Helena tot haar
+reisgenooten gerigt, "op weg! op weg!"</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_20" id="Footnote_1_20"></a><a href="#FNanchor_1_20"><span class="label">[1]</span></a> Omtrent 200 uren gaans.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="VIII" id="VIII"></a>VIII.</h3>
+
+<h3>Het vertrek.</h3>
+
+
+<p>Lord Glenarvan was niet gewoon veel tijd te laten verloopen tusschen de
+opvatting en de uitvoering van een plan. Zoodra het voorstel van Paganel
+was aangenomen, gaf hij onmiddellijk de noodige bevelen om binnen den
+kortst mogelijken tijd de toebereidselen tot de reis te maken. Er werd
+bepaald, dat zij twee dagen later, den 22<sup>sten</sup> December, vertrekken
+zouden.</p>
+
+<p>Welke uitkomsten zou die togt door Australië opleveren? Nu de
+aanwezigheid van Harry Grant eenmaal stellig vast stond, kon die
+onderneming groote gevolgen hebben. Zij deed de som der voordeelige
+kansen grooter worden. Wel vleide zich niemand den kapitein juist te
+zullen vinden op die lijn van den zeven en dertigsten breedtegraad, die
+men zonder afwijken volgen wilde; maar misschien zou men hem langs die
+lijn op het spoor komen, en in allen gevalle leidde zij regelregt naar
+het tooneel der schipbreuk. En dat was de hoofdzaak.</p>
+
+<p>Wanneer nu Ayrton bovendien nog genegen was de reizigers te vergezellen,
+hen tot gids te strekken door de wouden der provincie Victoria, hen tot
+aan de oostkust te geleiden, dan was dit een kans te meer om wel te
+slagen. Glenarvan gevoelde dit ook; er was hem veel aan gelegen om zich
+van de medewerking van den reisgenoot van Harry Grant te verzekeren, en
+terstond vroeg hij zijn gastheer, of deze goedvond, dat hij Ayrton
+voorstelde hem te vergezellen.</p>
+
+<p>Paddy O'Moore gaf zijn toestemming, hoewel het hem speet, dat hij zulk
+een voortreffelijken knecht zou moeten missen.</p>
+
+<p>"Hoe is het, Ayrton! wilt gij den togt ter opsporing van de
+schipbreukelingen der <i>Britannia</i> medemaken?"</p>
+
+<p>Ayrton antwoordde niet terstond op die vraag; hij scheen zelfs eenige
+oogenblikken te aarzelen, maar na een kort overleg zeide hij:</p>
+
+<p>"Ja, mylord! ik zal met u gaan, en breng ik u al niet op het spoor van
+kapitein Grant, dan zal ik u tenminste op de plaats brengen, waar zijn
+schip verbrijzeld is."</p>
+
+<p>"Ik dank u, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Maar ééne vraag nog, mylord!"</p>
+
+<p>"Spreek op, vriend!"</p>
+
+<p>"Waar zult gij de <i>Duncan</i> terugvinden?"</p>
+
+<p>"Te Melbourne, wanneer wij Australië niet van de eene kust tot de andere
+doortrekken. Op de oostkust, wanneer wij ons onderzoek zoo ver
+uitstrekken."</p>
+
+<p>"En haar kapitein dan?..."</p>
+
+<p>"Haar kapitein zal mijn bevelen in de haven van Melbourne afwachten."</p>
+
+<p>"Goed, mylord!" zeide Ayrton, "gij kunt op mij rekenen."</p>
+
+<p>"Ik reken op u, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>De passagiers van de <i>Duncan</i> betuigden den bootsman der <i>Britannia</i> hun
+hartelijken dank. De kinderen van zijn kapitein waren onuitputtelijk in
+hun liefkozingen. Allen waren blijde over zijn besluit, behalve de Ier,
+die in hem een knap en getrouw werkman verloor! Maar Paddy begreep, welk
+gewigt lord Glenarvan hechten moest aan het bijzijn van den bootsman, en
+berustte er in. Glenarvan droeg hem op om de noodige middelen van
+vervoer voor die reis door Australië bijeen te brengen, en toen die zaak
+in orde en met Ayrton afgesproken was, waar zij elkander vinden zouden,
+keerden de passagiers naar boord terug.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill16b" id="ill16b"></a>
+<img src="images/395.jpg" width="400" alt="... de passagiers keerden naar boord terug." title="" />
+<span class="caption2">... de passagiers keerden naar boord terug.</span>
+</div>
+
+<p>Allen waren vrolijk gestemd. Alles was veranderd. Alle aarzeling hield
+op. Niet langer zouden de moedige spoorzoekers als blinden op die lijn
+van den zeven en dertigsten breedtegraad voorttrekken. Geen twijfel meer
+of Harry Grant had een schuilplaats op het vastland gevonden, en ieders
+hart was vol van die tevredenheid, welke men gevoelt, wanneer het
+vermoeden plaats maakt voor zekerheid.</p>
+
+<p>Als de omstandigheden gunstig waren, kon de <i>Duncan</i> binnen twee maanden
+Harry Grant op de schotsche kust aan land zetten!</p>
+
+<p>Toen John Mangles het voorstel ondersteunde om met de reizigers den togt
+door Australië te ondernemen, vleide hij zich wel, dat hij ditmaal met
+het gezelschap zou medegaan. Hij sprak er dan ook over met lord
+Glenarvan. Hij bragt allerlei redenen te berde, zijn genegenheid voor
+lady Helena, voor Zijne Edelheid, de dienst, die hij kon bewijzen als
+opzigter over de karavaan, zijn nutteloosheid als kapitein aan boord van
+de <i>Duncan</i>, kortom duizend geldige redenen, maar de beste verzweeg hij,
+die Glenarvan echter gemakkelijk kon raden.</p>
+
+<p>"Eene vraag nog, John!" zeide Glenarvan. "Stelt gij het volste
+vertrouwen in uw eersten stuurman?"</p>
+
+<p>"Het volste vertrouwen," antwoordde John Mangles. "Tom Austin is een
+goed zeeman; hij zal de <i>Duncan</i> naar de plaats harer bestemming
+brengen, ze behoorlijk herstellen en op den bepaalden tijd terug zijn.
+Tom is de slaaf van zijn pligt en van de tucht; nooit zal hij het op
+zich nemen de uitvoering van een bevel te wijzigen of uit te stellen.
+Uwe Edelheid kan dus op hem even goed rekenen als op mij."</p>
+
+<p>"Dan blijft het er bij, John!" antwoordde Glenarvan, "gij zult ons
+vergezellen; want," voegde hij er glimlagchend bij, "het zal goed zijn,
+dat gij er bij zijt wanneer wij den vader van Mary Grant terugvinden."</p>
+
+<p>"O, Uwe Edelheid!..." stotterde John Mangles.</p>
+
+<p>Meer kon hij niet zeggen. Hij verbleekte even, en greep de hand, die
+lord Glenarvan hem toereikte.</p>
+
+<p>'s Anderen daags keerde John Mangles met den timmerman en met matrozen,
+die levensmiddelen droegen, naar de nederzetting van Paddy O'Moore
+terug. Hij moest in overleg met den Ier de vervoermiddelen in gereedheid
+brengen.</p>
+
+<p>Het geheele gezin wachtte hem reeds om onder zijn leiding aan het werk
+te gaan. Ayrton was er bij en was hun dikwijls behulpzaam met goeden
+raad, dien zijn rijke ondervinding hem aan de hand deed.</p>
+
+<p>Paddy en hij waren het eens, dat de reizigsters den weg in een
+ossenwagen en de reizigers te paard moesten afleggen. Paddy kon de ossen
+en den wagen verschaffen.</p>
+
+<p>Het voertuig was een van die wagens, die twintig voet lang en met een
+kap overdekt zijn en op vier lompe wielen rusten, zonder spaken, velgen
+of ijzeren band, kortom eenvoudige houten schijven. Het voorstel, dat
+zeer ver van het achterstel af zat, was op een kunstelooze wijze
+daarmede verbonden, zoodat het voertuig geen korten draai nemen kon. Aan
+den wagen was een dissel van vijf en dertig voet, langs welken drie paar
+ossen geplaatst werden. Zoo geschikt trokken die dieren met den kop en
+den hals door de dubbele zamenvoeging van een juk over hun nek en van
+een halsband, die met een ijzeren spil aan het juk vastzat. Er was veel
+behendigheid noodig om dat smalle, lange, slingerende en ligt omvallende
+voertuig te besturen en om dat span met den prikkel voort te drijven.
+Maar Ayrton was op de iersche hoeve in de leer geweest en Paddy stond
+voor zijn bekwaamheid in. Hem werd dus de rol van voerman toebedeeld.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill17b" id="ill17b"></a>
+<img src="images/396.jpg" width="400" alt="Het inrichten van het voertuig." title="" />
+<span class="caption2">Het inrichten van het voertuig.</span>
+</div>
+
+<p>Niet op veeren rustende, bood het voertuig geen gemakken aan; maar men
+moest het nemen zooals het was. John Mangles kon aan het ruwe zamenstel
+niets veranderen; maar van binnen liet hij het zoo geriefelijk mogelijk
+inrigten. Vooreerst verdeelde hij het door een houten beschot in twee
+afdeelingen. De achterste werd bestemd om de levensmiddelen, de bagaadje
+en de draagbare keuken van Olbinett op te nemen. De voorste zou
+uitsluitend ten dienste van de reizigsters zijn. Onder de handen van den
+timmerman veranderde die eerste afdeeling in een gemakkelijke kamer,
+bedekt met een dik tapijt, en voorzien van een kaptafel en twee
+afzonderlijke slaapplaatsen voor lady Helena en Mary Grant.
+Desverkiesende kon dit voorvertrek met zware lederen gordijnen gesloten
+en tegen de koelte van den nacht beschermd worden. Zoo noodig, konden de
+mannen er bij zware regenbuijen ook een schuilplaats in vinden; maar in
+den regel moest een tent hen beschutten, wanneer zij rust hielden. John
+Mangles spande zich in om alle voorwerpen, die twee vrouwen noodig
+hebben, in die beperkte ruimte bijeen te brengen, en het gelukte hem.
+Lady Helena en Mary Grant behoefden in die rollende kamer de
+gemakkelijke hutten der <i>Duncan</i> niet te betreuren.</p>
+
+<p>Met de reizigers ging alles veel gemakkelijker: zeven sterke paarden
+waren bestemd voor lord Glenarvan, Paganel, Robert Grant, Mac Nabbs,
+John Mangles, en de beide matrozen Wilson en Mulrady, die hun heer op
+dezen nieuwen togt vergezelden. Ayrton kreeg natuurlijk zijn plaats op
+den bok van de kar, en Olbinett, die volstrekt geen zin had in
+paardrijden, zou het wel voor lief nemen om in den goederenwagen te
+reizen.</p>
+
+<p>Paarden en ossen graasden in de nabijheid der woning, en konden
+gemakkelijk bijeengedreven worden, wanneer het tijd was om te
+vertrekken.</p>
+
+<p>Toen John Mangles de noodige beschikkingen gemaakt en den baas-timmerman
+zijn bevelen gegeven had, keerde hij met de iersche famielje, die lord
+Glenarvan een bezoek brengen wilde, naar boord terug. Ayrton had lust om
+mee te gaan, en tegen vier ure waren John en zijn gezelschap op het dek
+der <i>Duncan</i>.</p>
+
+<p>Zij werden met open armen ontvangen. Glenarvan noodigde hen uit om bij
+hem te blijven eten. Hij wilde niet voor hen onderdoen in beleefdheid,
+en zijn gasten namen gaarne de vergelding voor hun australische
+gastvrijheid in de <i>longroom</i> van het jagt aan. Paddy O'Moore sloeg de
+handen ineen van verbazing. De meubeleering der hutten, de behangsels,
+de tapijten, al het houtwerk van ahorn- en palissanderhout maakte zijn
+bewondering gaande. Ayrton daarentegen verwaardigde die dure
+overtolligheden naauwelijks met een blik.</p>
+
+<p>Maar de bootsman der <i>Britannia</i> beschouwde daarentegen het jagt meer
+met een zeemansoog; hij doorliep het van boven tot onder; hij onderzocht
+de schroef, bezigtigde de machine, vroeg naar haar werkelijke kracht, en
+hoeveel brandstof ze verbruikte; hij bezocht de kolenhokken, de kombuis,
+en stelde vooral belang in den voorraad kruid, de wapenkamer, het kanon
+op de voorplecht en deszelfs draagkracht. Glenarvan had met een
+deskundige te doen; dat bleek hem genoeg uit de tot de kleinste
+bijzonderheden afdalende vragen van Ayrton. Eindelijk besloot deze zijn
+rondgang met het onderzoek van de masten en het tuig.</p>
+
+<p>"Gij hebt daar een mooi schip, mylord!" zeide hij.</p>
+
+<p>"Maar ook een goed schip," antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"En wat is zijn inhoud?"</p>
+
+<p>"Het meet twee honderd en tien ton."</p>
+
+<p>"Vergis ik mij," voegde Ayrton er bij, "of loopt de <i>Duncan</i> niet
+gemakkelijk vijftien knoopen met volle kracht?"</p>
+
+<p>"Zeg maar zeventien," sprak John Mangles, "dan zijt gij er beter
+achter."</p>
+
+<p>"Zeventien!" riep de bootsman; "maar dan is er geen enkel oorlogschip,
+ik bedoel van de beste, die er zijn, dat er jagt op kan maken?"</p>
+
+<p>"Niet een!" antwoordde John Mangles; "de <i>Duncan</i> is een echte
+snelzeiler, die door geen enkel vaartuig overtroffen kan worden."</p>
+
+<p>"Ook niet onder zeil?" vroeg Ayrton.</p>
+
+<p>"Ook niet onder zeil."</p>
+
+<p>"Welnu, mylord! en gij, kapitein!" antwoordde Ayrton, "ontvangt de
+complimenten van een zeeman, die weet wat een schip is."</p>
+
+<p>"Goed, Ayrton!" antwoordde Glenarvan, "blijf dan bij ons aan boord, en
+het zal alleen aan u staan of dit schip het uwe wordt."</p>
+
+<p>"Ik zal er aan denken, mylord!" gaf de bootsman droogjes ten antwoord.</p>
+
+<p>Olbinett kwam thans Zijne Edelheid verwittigen, dat de tafel gereed was.
+Glenarvan en zijn gasten begaven zich naar de kampanje.</p>
+
+<p>"Een knappe vent, die Ayrton!" zeide Paganel tot den majoor.</p>
+
+<p>"Al te knap!" bromde Mac Nabbs, wien, om de waarheid te zeggen
+schijnbaar zonder reden, het voorkomen en de manieren van den bootsman
+niet aanstonden.</p>
+
+<p>Onder het eten vertelde Ayrton belangrijke bijzonderheden van het
+australische vastland, dat hij goed kende. Hij vroeg hoeveel matrozen
+lord Glenarvan op zijn togt medenam. Toen hij hoorde, dat maar twee
+hunner, Mulrady en Wilson, hem zouden vergezellen, scheen hij
+verwonderd. Hij wilde Glenarvan bepraten om zijn geleide zamen te
+stellen uit de beste manschappen van de <i>Duncan</i>. Hij drong er zelfs
+sterk op aan, hetgeen in het voorbijgaan gezegd, allen achterdocht uit
+het gemoed van den majoor moest verdrijven.</p>
+
+<p>"Maar onze reis door Zuid-Australië is toch niet met gevaren verbonden?"
+vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Volstrekt niet," haastte Ayrton zich te antwoorden.</p>
+
+<p>"Welnu, dan zullen wij zooveel manschappen als wij maar kunnen aan boord
+laten. Er zijn matrozen noodig om de <i>Duncan</i>, als ze onder zeil is, te
+bedienen, en om ze te herstellen. Vooral is het van belang, dat ze op
+den bepaalden tijd, die haar later zal opgegeven worden, ter bestemder
+plaatse is. Dus kan ik de bemanning niet verminderen."</p>
+
+<p>Ayrton scheen genoegen te nemen met de opmerking van lord Glenarvan;
+althans hij drong er niet verder op aan.</p>
+
+<p>'s Avonds scheidden Schotten en Ieren. Ayrton en het gezin van Paddy
+O'Moore keerden naar hun woning terug. Paarden en wagen zouden den
+volgenden dag gereed zijn. Het vertrek werd op 's morgens acht ure
+bepaald.</p>
+
+<p>Lady Helena en Mary Grant maakten nu haar laatste toebereidselen. Zij
+waren kort en vooral minder kleingeestig dan die van Jacques Paganel.</p>
+
+<p>De geleerde besteedde een gedeelte van den nacht om de glazen van zijn
+kijker los te schroeven, schoon te maken, vast te schroeven en nog eens
+vast te schroeven. Hij sliep dan ook den volgenden morgen nog, toen de
+majoor hem bij het krieken van den dag met donderende stem wekte.</p>
+
+<p>Reeds was de bagaadje door de zorg van John Mangles naar de hoeve
+gebragt. Een sloep lag voor de reizigers gereed, die zich niet lieten
+wachten. De jonge kapitein gaf zijn laatste bevelen aan Tom Austin. Hij
+drukte hem vooral op het hart om te Melbourne op de bevelen van lord
+Glenarvan te wachten, en ze naauwkeurig op te volgen, wat er ook de
+inhoud van mogt zijn.</p>
+
+<p>De oude zeeman antwoordde John Mangles, dat hij op hem rekenen kon. Uit
+naam van de bemanning uitte hij de beste wenschen voor het welslagen der
+onderneming. De boot stak af, en een donderend hoera! werd door de
+matrozen aangeheven.</p>
+
+<p>In tien minuten bereikte de sloep de kust; een kwartier later kwamen de
+reizigers aan de iersche hoeve.</p>
+
+<p>Alles was gereed. Lady Helena was zeer ingenomen met haar vertrekje. De
+lompe wagen met zijn logge wielen en zware planken beviel haar
+uitstekend. Het voorspan van drie paar ossen gaf hem een aartsvaderlijk
+voorkomen, dat hem niet misstond. Met den prikkel in de hand wachtte
+Ayrton op het bevel van zijn nieuwen meester.</p>
+
+<p>"Drommels!" zeide Paganel, "dat is een uitstekend rijtuig, wel zoo goed
+als al de post-wagens van de wereld. Ik ken geen betere manier om als
+een kwakzalver rond te reizen. Een verplaatsbaar huis, dat voortrijdt en
+stilstaat, waar gij wilt, wat kan men nog meer wenschen? Dat begrepen de
+oude Sarmaten ook, en daarom reisden ze niet anders."</p>
+
+<p>"Mijnheer Paganel!" zeide nu lady Helena, "ik hoop het genoegen te
+hebben u in mijn salons te ontvangen."</p>
+
+<p>"Maar mevrouw!" antwoordde de geleerde, "de eer zal aan mij zijn! Hebt
+gij een dag bepaald?"</p>
+
+<p>"Ik ben altijd voor mijn vrienden te spreken," antwoordde lady Helena
+lagchend, "en gij zijt...."</p>
+
+<p>"De verkleefdste van allen, mevrouw!" zeide Paganel heel hoffelijk.</p>
+
+<p>Die uitwisseling van beleefdheden werd afgebroken door de komst van
+zeven geheel getuigde paarden, welke een der zoons van Paddy bestuurde.
+Lord Glenarvan regelde met den Ier den prijs van al die benoodigdheden,
+en voegde daarbij een magt van dankbetuigingen, die den braven kolonist
+even welkom waren als de guinjes.</p>
+
+<p>Het sein tot het vertrek werd gegeven. Lady Helena en miss Grant
+plaatsten zich in haar vertrek, Ayrton op den bok, Olbinett achter in
+den wagen; Glenarvan, de majoor, Paganel, Robert, John Mangles, de beide
+matrozen, allen met karabijnen en revolvers gewapend, wierpen zich op
+hun paarden. Een "God zij met u!" riep Paddy O'Moore hun toe, en zijn
+gezin herhaalde dien afscheidsgroet in koor. Ayrton liet een bijzonder
+geluid hooren en dreef zijn span aan. De kar zette zich in beweging, de
+planken kraakten, de assen knarsten in de naaf der wielen, en weldra
+onttrok een kromming van de weg de gastvrije hoeve van de braven Ier aan
+hun blik.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill18b" id="ill18b"></a>
+<img src="images/402.jpg" width="400" alt="Het sein tot het vertrek werd gegeven." title="" />
+<span class="caption2">Het sein tot het vertrek werd gegeven.</span>
+</div>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="IX" id="IX"></a>IX.</h3>
+
+<h3>De provincie Victoria.</h3>
+
+
+<p>Het was de 23<sup>ste</sup> December 1864. Die Decembermaand, zoo droevig, zoo
+naar, zoo vochtig op het noordelijk halfrond, mogt op dit vastland
+veeleer Junij heeten. Sterrekundig gesproken was het reeds twee dagen
+zomer; want den 21<sup>sten</sup> had de zon den steenbokskeerkring bereikt, en
+reeds prijkte zij eenige minuten korter boven den gezigteinder. Derhalve
+moest die nieuwe reis van lord Glenarvan in het warmste jaargetijde en
+onder de stralen eener bijna tropische zon plaats hebben.</p>
+
+<p>Gezamenlijk dragen de engelsche bezittingen in dit gedeelte der Stille
+Zuidzee den naam van Australasie. Zij bestaan uit Nieuw-Holland,
+Tasmanië, Nieuw-Zeeland en eenige omliggende eilanden. Het vastland van
+Australië is verdeeld in uitgestrekte koloniën, wier grootte en rijkdom
+zeer uiteenloopen. Wie een blik slaat op de nieuwe kaarten, door de
+Heeren Peterman of Preschoell ontworpen, wordt terstond getroffen door
+de regelmatigheid dier afdeelingen. De Engelschen hebben de grenzen dier
+groote provinciën met het meetsnoer afgepast. Zij hebben geen acht
+geslagen op bergketenen, op den loop der rivieren, op de verscheidenheid
+van het klimaat, noch op het verschil van ras. Die koloniën zijn
+regthoekig begrensd en passen aan elkander als de stukken van een
+ingelegd werk. In die schikking van regte lijnen en regte hoeken herkent
+men het werk van den meetkundige, niet het werk van den
+aardrijkskundige. Alleen de kusten met haar tallooze krommingen, haar
+bogten, baaijen, kapen en kreeken, teekenen uit naam van de natuur
+verzet aan door haar liefelijke onregelmatigheid.</p>
+
+<p>Dat schaakbordachtige wekte altijd en teregt den spotlust van Jacques
+Paganel op. Was Australië fransch geweest, dan zouden zeker de fransche
+aardrijkskundigen hun voorliefde voor den winkelhaak en de trekpen niet
+zoover gedreven hebben.</p>
+
+<p>Het aantal koloniën op het groote eiland van Oceanië bedraagt thans zes:
+Nieuw-Zuid-Wales, hoofdstad Sidney; Koninginne-land, hoofdstad Brisbane;
+de provincie Victoria, hoofdstad Melbourne; Zuid-Australië, hoofdstad
+Adelaïde; West-Australië, hoofdstad Perth, en Noord-Australië nog zonder
+hoofdstad. Alleen de kusten zijn door de kolonisten bevolkt. Ter
+naauwernood heeft een enkele stad van belang zich twee honderd mijlen
+landwaarts in gewaagd. Het binnenland, dat wil zeggen een oppervlakte
+gelijk aan twee derden van Europa, is nog bijna geheel onbekend.</p>
+
+<p>Gelukkig loopt de zeven en dertigste breedtegraad niet over die
+ontzaggelijke woestenijen, die ontoegankelijke streken der ellende, die
+der wetenschap reeds talrijke offers gekost hebben. Glenarvan had ze
+onmogelijk kunnen bereizen. Hij had alleen te doen met het zuidelijke
+deel van Australië, bestaande uit een klein stuk der provincie Adelaïde,
+uit de provincie Victoria in haar geheele breedte en eindelijk uit den
+top van den omgekeerden driehoek, dien Nieuw-Zuid-Wales vormt.</p>
+
+<p>De afstand van kaap Bernouilli tot aan de grens van Victoria bedraagt
+ter naauwernood twee en zestig mijlen<a name="FNanchor_1_21" id="FNanchor_1_21"></a><a href="#Footnote_1_21" class="fnanchor">[1]</a>. Dit waren twee dagreizen, meer
+niet, en Ayrton rekende er op, dat hij tegen den avond van den volgenden
+dag te Aspley, de westelijkste stad der provincie Victoria zou zijn.</p>
+
+<p>Bij het begin eener reis verkeeren ruiters en paarden altijd in een
+opgewekte stemming. Op den ijver der eersten viel niets aan te merken,
+maar men oordeelde het raadzaam den stap der andere te matigen. Wie ver
+wil gaan, moet zijn rijdier ontzien. Derhalve werd er besloten gemiddeld
+niet meer dan vijf en twintig tot dertig mijlen per dag af te leggen.</p>
+
+<p>Ook moest de stap der paarden geregeld worden naar den langzamen tred
+der ossen, die als echte werktuigen in snelheid verliezen wat zij in
+kracht winnen. De wagen met zijn reizigers en zijn levensmiddelen was de
+kern der karavaan, de beweegbare sterkte. De ruiters mogten wel links en
+regts op veldontdekking uitgaan, maar zich er niet ver van verwijderen.</p>
+
+<p>Daar er geen bepaalde marschorde was aangenomen, kon elk binnen zekere
+grenzen doen, wat hij wilde. De jagers mogten de vlakte doorkruisen, de
+wellevenden met de bewoonsters van den wagen een praatje maken, de
+wijsgeeren met elkander philosopheeren. Paganel, die al deze
+verschillende hoedanigheden in zich vereenigde, moest soms overal wezen
+en was het ook inderdaad.</p>
+
+<p>De togt door de provincie Adelaïde leverde niets bijzonders op. Een rij
+lage heuvels, rijk aan stof, een lange reeks onbebouwde gronden, waaruit
+het hier te lande zoogenaamde "bush" bestaat, eenige weiden, hier en
+daar met boschjes van een zoutachtigen struik met hoekige bladeren
+bedekt, waarop het gevogelte zeer verlekkerd is, volgden elkander over
+een ruimte van verscheidene mijlen op. Hier en daar vertoonden zich
+eenige "pig's faces," schapen met een zwijnskop, een soort, die alleen
+op Nieuw-Holland aangetroffen wordt, die tusschen de palen van de
+telegraaflijn graasden, welke onlangs van Adelaïde tot aan de kust is
+aangelegd.</p>
+
+<p>Tot nog toe geleken die vlakten sprekend op de eentoonige streken van de
+argentijnsche pampa's; dezelfde grasrijke effene bodem; dezelfde scherp
+begrensde gezigteinder. Mac Nabbs beweerde, dat zij nog in dat land
+waren; maar Paganel verzekerde, dat de landstreek spoedig veranderen
+zou. In het vertrouwen op hem wachtte men op vreemde dingen.</p>
+
+<p>Tegen drie ure reed de wagen door een onafzienbare boomlooze landstreek,
+bekend onder den naam van "muskieten-vlakte." De geleerde had het
+genoegen, dat het bleek, dat de aardrijkskundigen haar met volle regt
+dien naam gegeven hadden. De reizigers en hun paarden leden veel door de
+onophoudelijke beten dier lastige tweevleugelige insecten; het was
+onmogelijk hen te ontwijken; gemakkelijker was het ze te bedwelmen door
+de fleschjes ammoniak uit de reis-apotheek. Paganel wenschte van
+ganscher harte die lastige bijtvliegen naar den duivel, die zijn lange
+persoon met haar felle steken doorboorden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill19b" id="ill19b"></a>
+
+<img src="images/408.jpg" width="400" alt="De &quot;muskieten-vlakte.&quot;" title="" />
+<span class="caption2">De &quot;muskieten-vlakte.&quot;</span>
+</div>
+
+<p>Tegen den avond werd de vlakte opgevrolijkt door eenige groene
+acacia-hagen; hier en daar vertoonden zich boschjes witte gomboomen;
+ginds een versch wagenspoor, elders uit Europa afkomstige boomen,
+olijfboomen, citroenboomen en groene eiken; eindelijk goed onderhouden
+rasters. Ten acht ure bereikten de ossen, die door Ayrton aangezet hun
+tred verhaastten, het station van Red-Gum.</p>
+
+<p>De naam "station" wordt aan alle nederzettingen in het binnenland
+gegeven, waar men zich met de veeteelt bezighoudt, den hoofdrijkdom van
+Australië. Die veefokkers zijn de "squatters," dat is de lieden, die op
+den grond gaan zitten,<a name="FNanchor_2_22" id="FNanchor_2_22"></a><a href="#Footnote_2_22" class="fnanchor">[2]</a> hetgeen inderdaad de eerste houding is, welke
+iedere kolonist, afgemat door zijn zwerftogten door die eindelooze
+streken, aanneemt.</p>
+
+<p>Red-Gumstation was een onbeduidende nederzetting. Maar Glenarvan vond er
+de hartelijkste gastvrijheid. De reiziger kan er stellig op rekenen, dat
+het hem onder het dak dier afgezonderde woningen aan niets zal
+ontbreken, en in een australisch kolonist vindt men altijd een
+vriendelijken gastheer.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill20b" id="ill20b"></a>
+<img src="images/418b.jpg" width="400" alt="Red-Gumstation." title="" />
+<span class="caption2">Red-Gumstation.</span>
+</div>
+
+<p>'s Anderendaags spande Ayrton reeds bij zonsopgang de ossen voor den
+wagen. Dienzelfden avond nog wilde hij op de grenzen van Victoria komen.
+Allengs werd de bodem oneffener. Een golvende reeks van kleine heuvelen
+strekte zich onafzienbaar ver uit, geheel bestoven met scharlakenrood
+zand. Het scheen alsof er een onmetelijk rood laken over de vlakte was
+uitgespreid, welks plooijen door den adem des winds opwoeijen. Eenige
+"malleys", soorten van witgevlokte dennen, met een regten en gladden
+stam, breidden hun takken en donkergroene bladeren over vette weiden
+uit, waarin vrolijke troepen springhazen zeer sterk vermenigvuldigden.
+Verderop ontwaarde men uitgestrekte gronden met kreupelhout en jonge
+gomboomen bezet; vervolgens weken de groepen uiteen, de alleenstaande
+struiken werden boomen, en leverden het eerste staaltje op van de wouden
+van Australië.</p>
+
+<p>Intusschen veranderde het voorkomen des lands merkelijk, hoe nader zij
+bij de grenzen van Victoria kwamen. De reizigers bespeurden, dat zij een
+nieuwen bodem betraden. Onveranderlijk gingen zij in een regte lijn
+voort, zonder dat eenige hinderpaal, meer of berg hen noodzaakte ze in
+een kromme of gebrokene lijn te veranderen. Zij bragten steeds de eerste
+stelling der meetkunst in praktijk, en volgden zonder afwijking den
+kortsten weg van het eene punt tot het andere. Vermoeijenis en bezwaren
+voelden zij niet. Hun marsch regelde zich naar den tragen gang der
+ossen, en al vorderden die bedaarde dieren niet snel, zij stonden ten
+minste ook niet stil.</p>
+
+<p>Na een afstand van zestig mijlen op die wijze in twee dagen te hebben
+afgelegd, bereikte de karavaan in den avond van den 23<sup>sten</sup> het kerspel
+Aspley, de eerste stad der provincie Victoria, op honderd en een graad
+lengte in het district Wimerra gelegen.</p>
+
+<p>Ayrton stalde den wagen in Crown's Inn, een herberg die bij gebrek aan
+beter pronkte met den naam van het <i>hotel de Kroon</i>. Het avondeten,
+alleen bestaande uit schapenvleesch op allerlei wijzen toebereid, dampte
+op de tafel.</p>
+
+<p>Er werd veel gegeten, maar nog meer gepraat. Vol begeerte om onderrigt
+te worden van al het vreemde, dat het vastland van Australië oplevert,
+ondervroeg elk om strijd den aardrijkskundige. Paganel liet zich niet
+lang noodigen, en vertelde het volgende van de provincie Victoria, ook
+Gelukkig Australië genoemd.</p>
+
+<p>"Een verkeerde benaming" zeide hij; "men had beter gedaan haar Rijk
+Australië te noemen; want het gaat met de landen als met de menschen;
+het geluk zit niet in den rijkdom. Door zijn goudmijnen is Australië de
+prooi geworden van de verwoestende en woeste bende fortuinzoekers. Dat
+zult gij zien, wanneer wij de goudstreken doortrekken."</p>
+
+<p>"Is de kolonie Victoria niet eerst onlangs ontstaan?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw! ze telt nog geen dertig jaar. Den 6<sup>den</sup> Junij 1835, een
+dingsdag...."</p>
+
+<p>"'s Avonds ten kwart over zevenen," voegde de majoor er bij, die Paganel
+gaarne in het vaarwater zat met diens juiste opgave der datums.</p>
+
+<p>"Neen, tien minuten over zevenen," hernam de aardrijkskundige in ernst,
+"stichtten Batman en Falckner een nederzetting te Port-Philip, aan de
+baai, waaraan thans de groote stad Melbourne zich uitstrekt. Vijftien
+jaren lang maakte de nieuwe kolonie een deel uit van Nieuw-Zuid-Wales,
+en behoorde ze onder deszelfs hoofdstad Sidney. Maar in 1851 werd ze
+onafhankelijk verklaard en nam ze den naam Victoria aan."</p>
+
+<p>"En is zij sedert dien tijd sterk vooruitgegaan?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Oordeel zelf, hooggeachte vriend!" antwoordde Paganel. "De laatste
+statistiek levert de volgende cijfers op, en Mac Nabbs mag zeggen wat
+hij wil, ik ken niets welsprekender dan de cijfers."</p>
+
+<p>"Laat hooren!" zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Ik begin al. In 1836 had de kolonie Port-Philip twee honderd vier en
+veertig inwoners. Thans telt de provincie Victoria er vijf honderd
+vijftig duizend. Zeven millioen wijnstokken leveren jaarlijks honderd
+een en twintig duizend gallons<a name="FNanchor_3_23" id="FNanchor_3_23"></a><a href="#Footnote_3_23" class="fnanchor">[3]</a> wijn. Honderd drie duizend paarden
+galoppeeren over haar vlakten, en zes honderd vijf en zeventig duizend
+twee honderd twee en zeventig stuks hoornvee grazen op haar onmetelijke
+weiden."</p>
+
+<p>"Heeft ze ook niet een zeker aantal varkens?" vroeg Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Ja, majoor! negen en zeventig duizend zes honderd vijf en twintig, met
+uw welnemen."</p>
+
+<p>"En hoeveel schapen, Paganel?"</p>
+
+<p>"Zeven millioen honderd vijftien duizend negenhonderd drie en veertig,
+Mac Nabbs!"</p>
+
+<p>"Met inbegrip van het schaap, dat wij thans eten, Paganel?"</p>
+
+<p>"Neen! daarenbuiten, want het is voor drie vierden op."</p>
+
+<p>"Bravo! mijnheer Paganel!" riep lady Helena, hartelijk lagchende; "het
+moet gezegd worden, dat gij bij zulke aardrijkskundige vragen goed
+beslagen ten ijs komt, en mijn neef Mac Nabbs zal u, hoe hij zijn best
+ook doet, nooit op een vergissing betrappen."</p>
+
+<p>"Maar het is mijn vak, mevrouw! al die dingen te weten en ze u des noods
+te leeren. Gij moogt mij dan ook vrij gelooven, wanneer ik u zeg, dat
+ons in dit vreemde land wondere dingen wachten."</p>
+
+<p>"Tot nog toe, echter...." antwoordde Mac Nabbs, die er genoegen in vond
+den aardrijkskundige te plagen om hem eens goed aan het praten te
+brengen.</p>
+
+<p>"Maar wacht dan toch een beetje, ongeduldige majoor!" riep Paganel. "Pas
+zet gij een voet op de grenzen, of gij klaagt reeds! Welnu, ik zeg u, ik
+herhaal, ik houd vol, dat deze landstreek de zonderlingste van de
+geheele aarde is. Haar vorming, haar natuur, haar voortbrengselen, haar
+klimaat, ja haar aanstaande verdwijning hebben alle geleerden der wereld
+verwonderd, verwonderen hen nog en zullen hen altijd verwonderen.
+Verbeeldt u, vrienden! een vastland, welks kusten in plaats van het
+binnenland het eerst als een reusachtige ring boven de golven zijn
+opgerezen; dat misschien in het midden een half verdampte binnenzee
+bevat; welks rivieren van dag tot dag armer aan water worden; waar geen
+vochtigheid bestaat, evenmin in de lucht als in den grond; waar de
+boomen jaarlijks hun schors verliezen in plaats van hun bladeren; waar
+de bladeren hun randen en niet hun oppervlakte naar de zon wenden en
+geen schaduw geven; waar het hout dikwijls onbrandbaar is; waar de
+gehouwene steenen in den regen smelten; waar de bosschen laag en de
+kruiden reusachtig hoog zijn; waar de dieren allervreemdst zijn; waar de
+viervoetige dieren vogelbekken hebben, zooals het stekelzwijn en het
+vogelbekdier, waarom de natuurkundigen verpligt geweest zijn voor hen
+het nieuwe geslacht der <i>monotremata</i> te scheppen; waar de kangoeroe op
+zijn ongelijke pooten springt; waar de schapen zwijnskoppen hebben; waar
+de vossen van den eenen boom op den anderen vliegen; waar de zwanen
+zwart zijn; waar de ratten nesten maken; waar de prieel-vogel zijn
+salons openzet voor de bezoeken zijner gevleugelde vrienden, waar de
+vogels ons verbaasd doen staan door de verscheidenheid hunner zangen en
+van hun aanleg, die alles te bovengaat, wat de stoutste
+verbeeldingskracht zich kan voorstellen; waar de een tot klok dient, de
+ander een postillonszweep doet klappen, de een den schaarslijper
+nabootst, de ander de seconden aangeeft, gelijk de slinger van een
+pendule, de een 's morgens lacht, wanneer de zon opgaat, en de ander 's
+avonds weent, als ze ondergaat! O, land! zoo grillig en dwaas, als er
+geen tweede te vinden is, o, allervreemdst en onnatuurlijk gevormd land!
+wel mogt de geleerde plantenkenner Grimard van u zeggen: "zoo is dat
+Australië een soort van bespotting der natuurwetten, of liever een
+uitdaging, aan de geheele overige wereld gedaan!"</p>
+
+<p>Het scheen als of er geen stuiten was aan den snellen stroom van woorden
+van Paganel. De welsprekende secretaris der Maatschappij van
+aardrijkskunde was zichzelven niet meer meester; hij redeneerde maar
+voort onder het maken van hevige gebaren en zwaaide met zijn vork, tot
+geen geringen angst zijner dischgenooten. Maar eindelijk werd hij
+overstemd door een donderend bravo! en zweeg hij.</p>
+
+<p>Na die opnoeming van de merkwaardigheden van Australië, dacht men er
+niet aan om nog meer te vragen. De majoor echter kon niet nalaten heel
+bedaard te zeggen:</p>
+
+<p>"En is dat alles, Paganel?"</p>
+
+<p>"Wel neen! dat is niet alles!" antwoordde de geleerde met nieuw vuur.</p>
+
+<p>"Hoe?" vroeg Lady Helena, wier nieuwsgierigheid geprikkeld werd, "is er
+in Australië nog meer vreemds?"</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw! zijn klimaat! Dat wint het in zonderlingheid nog van zijn
+voortbrengselen."</p>
+
+<p>"Welnu komaan!" riep men.</p>
+
+<p>"Ik spreek niet van de voor de gezondheid zoo voordeelige hoedanigheden
+van het vastland van Australië, waar de lucht zoo rijk is aan zuurstof
+en zoo arm aan stikstof; er heerschen geen vochtige winden, omdat de
+passaatwinden evenwijdig met de kusten waaijen, en de meeste ziekten
+zijn er onbekend, van de typhus af tot de mazelen en de slepende ziekten
+toe."</p>
+
+<p>"Dat is toch geen gering voordeel," meende Glenarvan.</p>
+
+<p>"Toegestemd, maar daarover spreek ik niet," antwoordde Paganel. "Het
+klimaat heeft hier een eigenschap die ... ongeloofelijk is."</p>
+
+<p>"Welke?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Gij zult mij niet willen gelooven."</p>
+
+<p>"Jawel!" riepen de toehoorders, die in gespannen verwachting verkeerden.</p>
+
+<p>"Welnu, het is...."</p>
+
+<p>"Wat dan?"</p>
+
+<p>"Het bevordert de zedelijkheid!"</p>
+
+<p>"Bevordert het de zedelijkheid?"</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde de geleerde op stelligen toon. "Ja, het bevordert de
+zedelijkheid! Hier roesten de metalen niet en de menschen evenmin. De
+zuivere en drooge lucht maakt hier alles spoedig wit, het linnen en de
+ziel! De bijzondere eigenschappen van dit klimaat hadden de Engelschen
+wel goed opgemerkt, toen zij besloten de misdadigers hierheen te
+zenden."</p>
+
+<p>"Maar is die invloed inderdaad merkbaar?" vroeg lady Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw! op dieren en menschen."</p>
+
+<p>"Schertst gij soms, mijnheer Paganel?"</p>
+
+<p>"Ik scherts niet. Paarden en runderen zijn hier bijzonder gedwee. Gij
+zult het zien."</p>
+
+<p>"Het is niet mogelijk!"</p>
+
+<p>"En toch is het zoo! En de misdadigers, die in deze levenwekkende en
+gezonde lucht worden overgebragt, bekeeren zich binnen weinige jaren. De
+philanthropen zijn met die uitwerking zeer goed bekend. In Australië
+worden alle karakters beter."</p>
+
+<p>"Maar, mijnheer Paganel!" zeide Lady Helena, "gij zijt reeds zoo goed,
+wat zult gij dan op dit bevoorregte plekje wel worden?"</p>
+
+<p>"Uitmuntend, mevrouw!" antwoordde Paganel, "heel eenvoudig uitmuntend!"</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_21" id="Footnote_1_21"></a><a href="#FNanchor_1_21"><span class="label">[1]</span></a> 24 uren gaans.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_22" id="Footnote_2_22"></a><a href="#FNanchor_2_22"><span class="label">[2]</span></a> Van het engelsche werkwoord "to squat", gaan zitten.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_23" id="Footnote_3_23"></a><a href="#FNanchor_3_23"><span class="label">[3]</span></a> Een gallon = 4,54246 ned. kan.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="X" id="X"></a>X.</h3>
+
+<h3>De Wimerra.</h3>
+
+
+<p>Den volgenden dag, 24 December, vertrokken zij bij het krieken van den
+dag. De warmte was reeds drukkend, maar dragelijk, de weg bijna effen en
+gunstig voor den stap der paarden. Het kleine gezelschap trok door een
+dun kreupelbosch. Na een goede dagreis sloeg het zich neder aan den
+oever van het Witte meer, welks water brak en ondrinkbaar is.</p>
+
+<p>Jacques Paganel moest hier toch erkennen, dat dit meer evenmin wit is,
+als de Zwarte zee zwart, de Roode zee rood, de Gele rivier geel en de
+Blaauwe bergen blaauw zijn. Toch dreef hem zijn eigenliefde als
+aardrijkskundige om lang te redetwisten; maar zijn bewijzen werden niet
+aangenomen.</p>
+
+<p>Olbinett maakte met zijn gewone stiptheid het avondeten gereed; spoedig
+daarop vielen de reizigers, eenigen in den wagen, anderen onder de tent
+in slaap, in weerwil van het akelig gehuil der "dingo's", de sjakals van
+Australië.</p>
+
+<p>Een heerlijke vlakte, geheel met goudsbloemen bezaaid, strekte zich aan
+gene zijde van het Witte meer uit. Toen Glenarvan en zijn reisgenooten
+den volgenden morgen ontwaakten, hadden zij zich gaarne verlustigd in
+het prachtige schouwspel, dat zich aan hun oog vertoonde. Zij
+vertrokken. Alleen in de verte verrieden eenige oneffenheden de rijzing
+van den grond; zoo ver het oog reikte was alles gras en bloemen in hun
+lentedos. De blaauwe weerschijn van het fijn gebladerde vlas smolt ineen
+met het scharlakenrood van een hier te huis behoorenden beerenklaauw.
+Talrijke verscheidenheden van eremophila's verlevendigden dit groen, en
+de zout bevattende gronden verdwenen onder de ganzevoeten, de melde, de
+bieten, dezen grijsgroen, die roodachtig van kleur, behoorende tot de
+snel voortwoekerende familie der sodaplanten. Die planten zijn zeer
+nuttig voor de nijverheid; want zij geven een uitmuntende soda door
+verbranding en het uitwasschen der asch. Paganel, die onder de bloemen
+een kruidkundige werd, gaf al die uiteenloopende voortbrengselen hun
+eigen naam, en met zijn gewone voorliefde voor cijfers verzuimde hij
+niet te zeggen, dat men tot nog toe in de flora van Australië vier
+duizend twee honderd soorten van planten telde, in honderd twintig
+familiën verdeeld.</p>
+
+<p>Na een tiental mijlen snel afgelegd te hebben, reed de wagen tusschen
+hooge boschjes acacia's, mimosa's en witte gomboomen, wier bloemen op
+zoo verschillende wijzen geschikt zijn. Het plantenrijk toonde zich in
+dit gewest der "spring plains"<a name="FNanchor_1_24" id="FNanchor_1_24"></a><a href="#Footnote_1_24" class="fnanchor">[1]</a>, niet ondankbaar jegens de dagvorstin,
+en gaf haar in geuren en kleuren terug wat de zon in stralen gaf.</p>
+
+<p>Het dierenrijk was kariger in zijne voortbrengselen. Eenige kasuarissen
+sprongen in de vlakte rond, zonder dat het mogelijk was ze te naderen.
+Toch was de majoor behendig genoeg een zeer vreemd dier te schieten, dat
+weldra uitgestorven zal zijn. Het was een "jabiru", de reusachtige
+kraanvogel der engelsche kolonisten. Die vogel was vijf voet hoog, en
+zijn zwarte, breede, kegelvormige bek met zeer spitse punt, achttien
+duim lang. De paarsche en purpere weerschijn van zijn kop stak sterk af
+bij het glanzige groen van zijn hals, de schitterende witheid van zijn
+krop en het heldere rood van zijn lange pooten. De natuur scheen ten
+zijnen behoeve haar geheele palet met hoofdkleuren te hebben uitgeput.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill21b" id="ill21b"></a>
+<img src="images/417.jpg" width="400" alt="Het was een &quot;jabiru&quot;, de reusachtige kraanvogel der engelsche kolonisten." title="" />
+<span class="caption2">Het was een &quot;jabiru&quot;, de reusachtige kraanvogel der engelsche kolonisten.</span>
+</div>
+
+<p>Die vogel werd zeer bewonderd, en de majoor zou onverdeeld de eer van
+den dag genoten hebben, als de jonge Robert niet eenige mijlen verder
+een wanstaltig dier, half egel, half miereneter, een wezen, dat maar
+half afgewerkt was, gelijk de dieren uit de eerste tijden der schepping,
+ontmoet en geveld had. Een lange en kleverige tong hing uit zijn
+tandeloozen bek, en ving de mieren, die zijn hoofdvoedsel uitmaken.</p>
+
+<p>"Dat is een stekelzwijn," zeide Paganel, die aan dit monotrema terstond
+zijn waren naam gaf. "Hebt gij ooit zulk een dier gezien?"</p>
+
+<p>"Het is afschuwelijk," antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Afschuwelijk, maar vreemd," hernam Paganel; "bovendien behoort het
+uitsluitend in Australië te huis en zou men het te vergeefs in ieder
+ander werelddeel zoeken."</p>
+
+<p>Natuurlijk wilde Paganel het afzigtelijke stekelzwijn medenemen en bij
+de bagaadje stoppen. Maar Olbinett verzette zich met zooveel
+verontwaardiging, dat de geleerde er van afzag om dit staaltje van de
+monotremata te bewaren.</p>
+
+<p>Dien dag kwamen de reizigers tot honderd een en veertig en een halven
+graad lengte. Tot nog toe hadden zij maar weinig kolonisten en squatters
+aangetroffen. Het land scheen onbewoond. Van inboorlingen was geen
+schaduw te zien; want de wilde stammen zwerven meer noordelijk in de
+onmetelijke woestijnen, die de bijrivieren van de Darling en de Murray
+besproeijen.</p>
+
+<p>Maar een zonderling schouwspel trok de aandacht van Glenarvan en zijn
+gezelschap. Hij had het geluk een van die tallooze kudden te ontmoeten,
+welke door ondernemende speculanten van de oostelijke bergen naar de
+provinciën Victoria en Zuid-Australië gedreven worden.</p>
+
+<p>'s Namiddags omstreeks vier ure berigtte John Mangles, dat er drie
+mijlen voor hen uit aan den gezigteinder een zware stofwolk opsteeg. Van
+waar dat verschijnsel? Men was zeer verlegen om er een verklaring van te
+geven. Paganel helde over tot de meening, dat het een luchtverheveling
+kon zijn, en zijn werkzame verbeeldingskracht zocht er reeds een
+natuurlijke oorzaak voor. Maar Ayrton sloot het wijde veld der
+gissingen, waarop hij zich waagde, af met te zeggen, dat al dat stof
+opgejaagd werd door een kudde op den weg.</p>
+
+<p>De bootsman bedroog zich niet. De digte wolk kwam naderbij. Een heel
+concert van geblaat, gehinnik en geloei steeg er uit op. Onder den vorm
+van schreeuwen, fluiten en vloeken paarde zioh ook de menschelijke stem
+aan die herderstoonen.</p>
+
+<p>Een man kwam uit die luidruchtige wolk te voorschijn. Het was de
+hoofdaanvoerder van dat viervoetige leger. Glenarvan ging hem te gemoet
+en zonder verderen omslag knoopten zij een gesprek aan. De aanvoerder of
+om hem zijn waren titel te geven, de veehoeder, was eigenaar van een
+gedeelte der kudde. Hij heette Sam Machell, kwam inderdaad uit de
+oostelijke provinciën en begaf zich naar de Portlandbaai.</p>
+
+<p>Zijn kudde bestond uit twaalf duizend vijf en zeventig stuks, te weten
+duizend runderen, elf duizend schapen en vijf en zeventig paarden. Al
+die dieren, welke slechts vel en been waren, toen hij ze in de vlakten
+der Blaauwe bergen kocht, zouden vet worden op de heerlijke weiden van
+Zuid-Australië, waar zij met groote winst afgezet worden. Zoo zou Sam
+Machell, twee pond per rund en een half pond per schaap winnende, een
+voordeel hebben van negentig duizend gulden. Het was dus een goede zaak.
+Maar wat al geduld, wat al inspanning was er niet noodig om die
+weerbarstige kudde ter bestemder plaatse te brengen, wat al vermoeijenis
+moest hij er niet voor uitstaan! De winst, welke dat zware beroep
+oplevert, is zuur verdiend!</p>
+
+<p>Sam Machell vertelde met weinige woorden zijn geschiedenis, terwijl de
+kudde haar weg vervolgde tusschen de mimosa struiken. Lady Helena, Mary
+Grant, de ruiters waren allen afgestegen en in de schaduw van een
+grooten gomboom gezeten, luisterden zij naar het verhaal van den herder.</p>
+
+<p>Sam Machell was al zeven maanden op weg; hij legde per dag tien mijlen
+af en zijn lange reis moest nog drie maanden duren. Om hem in zijn
+moeijelijke taak bij te staan had bij twintig honden en dertig menschen,
+waaronder vijf zwarten, die zeer bedreven waren in het terugvinden van
+het spoor der afgedwaalde dieren. Zes karren volgden het leger. De
+drijvers met "stockwipps" gewapend, zweepen, waarvan de steel achttien
+duim en de riem negen voet lang is, liepen tusschen de rijen door, om de
+orde, die vaak gestoord werd, te handhaven, terwijl de ligte ruiterij
+der honden op de vleugels draafde.</p>
+
+<p>De reizigers bewonderden de tucht, die onder de kudde heerschte. De
+verschillende diersoorten waren van elkander afgezonderd, want runderen
+en wilde schapen verstaan elkander niet goed; de eersten willen nooit
+grazen waar de anderen hun voor geweest zijn. Vandaar dat het noodig was
+de runderen voorop te plaatsen, die in twee bataillons verdeeld,
+vooruitgingen. Daarop volgden vijf regimenten schapen onder bevel van
+twintig drijvers, en het peloton paarden maakte de achterhoede uit.</p>
+
+<p>Sam Machell maakte zijn toehoorders opmerkzaam, dat de guides van het
+leger geen honden of menschen, maar wel runderen, verstandige gidsen
+waren, wier meerderheid hun natuurgenooten erkenden. Zij liepen in het
+eerste gelid, spreidden veel deftigheid ten toon, namen uit instinct den
+regten weg, en waren stellig overtuigd, dat zij regt hadden op een goede
+behandeling. Zij werden dan ook ontzien; want de kudde gehoorzaamde hun
+zonder tegenspraak. Vonden zij goed om niet op te houden, dan moest men
+zich aan die gril onderwerpen, en te vergeefs zou men beproeven na een
+halt weder op weg te gaan, als zij niet zelven het sein om te vertrekken
+gaven.</p>
+
+<p>Met nog eenige bijzonderheden, die de veehoeder er bijvoegde, was de
+geschiedenis van dien togt volledig, die wel waard was door Xenophon
+beschreven, ja aangevoerd te worden. Zoolang het leger door de vlakte
+trok ging alles goed. Weinig last, weinig vermoeidheid. De beesten
+graasden langs den weg, dronken uit de talrijke greppels in de weiden,
+sliepen 's nachts, reisden over dag, en voegden zich gedwee bijeen op
+het geblaf der honden. Maar in de groote bosschen van het vastland,
+tusschen de lage mirte- en mimosa-struiken, namen de moeijelijkheden
+toe. Pelotons, bataillons en regimenten liepen dooreen of dwaalden af,
+en dan was er heel wat tijd noodig om ze weer bijeen te krijgen.
+Verdwaalde er soms bij ongeluk een gids, dan moest hij, wat het ook
+kosten mogt, terug gevonden worden, wilde men niet alles weg zien
+loopen, en dan bragten de zwarten soms verscheidene dagen met die
+moeijelijke nasporingen door. Vielen er zware regenbuijen, dan weigerden
+de luije dieren verder te gaan, en bij hevige onweders maakte zich een
+onbeschrijfelijke angst van de razende dieren meester.</p>
+
+<p>Met inspanning van alle krachten en door onafgebrokene werkzaamheid mogt
+de veehoeder toch zegevieren over die telkens terugkeerende
+moeijelijkheden. Hij liep maar door, de eene mijl na de andere werd
+afgelegd, vlakten, bosschen, bergen, alles geraakte eindelijk achter den
+rug. Maar soms moest hij bij zooveel vereischten ook nog die
+hoofdeigenschap voegen, die geduld heet, een onwankelbaar geduld, een
+geduld, dat niet alleen de uren, niet alleen de dagen, maar geheele
+weken niet konden uitputten, en dat was bij den overtogt der rivieren.
+Daar werd de veehoeder voor een stroom opgehouden, niet omdat hij
+onoverkomelijk was, maar omdat de dieren er niet over wilden; de
+koppigheid van het vee was de eenige hinderpaal. Zoodra de runderen het
+water opgesnoven hadden, keerden zij terug. De schapen liepen naar alle
+kanten weg, liever dan zich te water te begeven. De nacht werd afgewacht
+om de dieren naar de rivier te lokken, niets baatte. Met geweld wierp
+men de rammen er in, de ooijen wilden hen niet volgen. Men beproefde de
+kudde door dorst te dwingen en onthield haar onderscheidene dagen lang
+het noodige water, het vee deed het zonder drinken en waagde zich niet.
+De lammeren werden naar de overzijde gebragt, in de hoop, dat hun
+moeders op hun geschreeuw zouden overkomen; de lammeren blaatten, maar
+de moeders bewogen zich niet. Dat duurde soms een maand, en de veehoeder
+wist niet meer, wat hij moest beginnen met zijn blatend, hinnikend en
+loeijend leger. Daar stak op eens, zonder reden, uit een gril, men weet
+niet waarom noch hoe, een afdeeling de rivier over, en nu had men weer
+de handen vol om te beletten, dat de heele kudde zich in wanorde in het
+water stortte. Er kwam verwarring in de gelederen, en vele dieren
+verdronken in den snellen stroom.</p>
+
+<p>Dat alles vertelde Sam Machell. Intusschen was een groot deel der kudde
+in goede orde voorbij getrokken. Het was tijd, dat hij zich weder aan
+het hoofd van zijn leger stelde om de beste weiden op te zoeken. Hij nam
+dus afscheid van lord Glenarvan, besteeg een uitmuntend inlandsch paard,
+dat een zijner knechts aan den teugel hield, en ontving van allen een
+hartelijken handdruk tot afscheid. Weinige oogenblikken daarna was hij
+in de stofwolk verdwenen.</p>
+
+<p>De wagen hervatte zijn een oogenblik gestaakten togt in de
+tegenovergestelde rigting, en hield eerst 's avonds aan den voet van den
+berg Talbot stil.</p>
+
+<p>Paganel maakte nu de gegronde opmerking, dat het de 25<sup>ste</sup> December was,
+het Kersfeest, de groote feestdag in de engelsche huisgezinnen. Maar de
+hofmeester had het niet vergeten, en een lekker maal, onder de tent
+aangerigt, verschafte hem den welgemeenden lof der gasten. Om de
+waarheid te zeggen had Olbinett zichzelven overtroffen. Uit zijn
+voorraadkamer had hij een aantal europeesche spijzen gehaald, die men
+zelden zal aantreffen in de woestijnen van Australië. Een rendierham,
+eenige sneden pekelvleesch, gerookte zalm, een gerste- en haverkoek,
+thee, zooveel men lustte, whisky in overvloed en eenige flesschen
+portwijn vormden dit onverwachte maal. Men kon zich bijna verbeelden in
+de groote eetzaal van het kasteel Malcolm, in het midden der Hooglanden,
+in het hartje van Schotland te zijn.</p>
+
+<p>Niets toch ontbrak aan dit feestmaal, van de gembersoep af tot de
+minced-pies van het dessert toe. Paganel oordeelde echter goed te doen,
+wanneer hij er de vruchten bijvoegde van een wilden oranjeboom, die aan
+den voet der heuvelen groeide. Het was de "moccaly" der inboorlingen;
+zijn vruchten zijn vrij smakeloos; maar zijn verpletterde pitten
+verbranden den mond als cayennepeper. De aardrijkskundige at ze uit
+liefde tot de wetenschap zoo overdadig, dat ze zijn gehemelte
+verschroeiden, en hij de vragen, die de majoor over de eigenaardigheden
+der australische bosschen tot hem rigtte, niet kon beantwoorden.</p>
+
+<p>Den volgenden dag, 26 December, viel er niets voor, dat vermelding
+verdient. Men trof de bronnen der Norton-kreek, en later de uitgedroogde
+Mackensie-rivier aan. Het weder bleef zeer schoon, de warmte dragelijk;
+de wind bleef zuid en verkoelde den dampkring, gelijk op het noordelijk
+halfrond de noordewind zou gedaan hebben. Paganel deed dit zijn vriendje
+Robert Grant opmerken.</p>
+
+<p>"Een gelukkige omstandigheid," voegde hij er bij; "want de gemiddelde
+warmte is grooter op het zuidelijk dan op het noordelijk halfrond."</p>
+
+<p>"Hoe komt dat?" vroeg de knaap.</p>
+
+<p>"Hoe dat komt?" antwoordde Paganel. "Hebt gij dan nooit gehoord, dat de
+aarde 's winters digter bij de zon is?"</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer Paganel!"</p>
+
+<p>"En dat de koude van den winter alleen een gevolg is van de schuine
+rigting der zonnestralen?"</p>
+
+<p>"Jawel."</p>
+
+<p>"Welnu, mijn jongen! om diezelfde reden is het warmer op het zuidelijk
+halfrond."</p>
+
+<p>"Dat begrijp ik niet," antwoordde Robert, groote oogen opzettende.</p>
+
+<p>"Denk maar eens na," hernam Paganel. "Wanneer het bij ons, in Europa,
+winter is, welk jaargetijde heeft men dan hier in Australië, bij onze
+tegenvoeters?"</p>
+
+<p>"Zomer," zeide Robert.</p>
+
+<p>"Welnu, omdat de aarde dan juist digter bij de zon is ... begrijpt gij?"</p>
+
+<p>"Ik begrijp...."</p>
+
+<p>"Daaruit volgt, dat de zomer in de zuidelijke streken door die nabijheid
+warmer is dan de zomer der noordelijke landen."</p>
+
+<p>"Dat is zoo, mijnheer Paganel!"</p>
+
+<p>"Zegt men dus, dat de zon "in den winter" digter bij de aarde is, dan
+geldt dit alleen voor ons, die het noordelijk gedeelte van den aardbol
+bewonen."</p>
+
+<p>"Daaraan had ik nooit gedacht," antwoordde Robert.</p>
+
+<p>"Zorg dan maar, dat gij dat nooit vergeet, mijn jongen!"</p>
+
+<p>Robert was dankbaar voor dit lesje in de wereldbeschrijving, en vernam
+ten slotte nog, dat de gemiddelde warmte der provincie Victoria vier en
+zeventig graden Fahrenheit bedroeg.</p>
+
+<p>'s Avonds sloeg het gezelschap zich vijf mijlen aan gene zijde van het
+Lonsdale-meer neder, tusschen den berg Drummond ten noorden, en den berg
+Dryden, wiens niet zeer hooge top in het zuiden den gezigteinder voor
+een gedeelte bedekte.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen ten elf ure bereikte de wagen de oevers der
+Wimerra, onder den honderd drie en veertigsten graad lengte.</p>
+
+<p>De een halve mijl breede rivier stuwde haar helder water tusschen twee
+hooge rijen gomboomen en acacia's voort. Eenige prachtige mirtplanten,
+o.a. de "Metrosideros speciosa," verhieven hun lange en neerhangende
+takken, versierd met roode bloemen, wel vijftien voet hoog. Duizend
+vogels, wielewalen, vinken, duiven met goudkleurige vleugels, zonder nog
+te spreken van de snaterende papegaaijen, fladderden in de groene takjes
+rond. Beneden, op de oppervlakte des waters, zwommen een paar schuwe en
+ongenaakbare zwarte zwanen. Die vreemde vogel der australische rivieren
+verdween weldra op de kronkelende Wimerra, die met tallooze bogten die
+liefelijke streek bespoelde.</p>
+
+<p>Inmiddels had de wagen stilgehouden op een grastapijt, welks franjes
+over het snelvlietende water hingen. Vlot noch brug was hier te zien. En
+toch moest men er over. Ayrton was bezig een doorwaadbare plaats te
+zoeken. Een kwartmijl stroomopwaarts dacht hij, dat de rivier minder
+diep was, en op die plek besloot hij te beproeven of hij den anderen
+oever bereiken kon. Een aantal peilingen gaven slechts vier voet water.
+Zonder veel gevaar kon de wagen zich dus over die ondiepte wagen.</p>
+
+<p>"Is er geen ander middel om de rivier over te trekken?" vroeg Glenarvan
+den bootsman.</p>
+
+<p>"Neen, mylord!" antwoordde Ayrton; "maar dien overtogt houd ik niet voor
+gevaarlijk. Wij zullen er wel doorsukkelen."</p>
+
+<p>"Moeten lady Glenarvan en miss Grant den wagen verlaten?"</p>
+
+<p>"Volstrekt niet. Mijn ossen staan vast en ik zal wel zorgen, dat zij op
+den regten weg blijven."</p>
+
+<p>"Vooruit dan maar, Ayrton! ik vertrouw op u," antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>De ruiters omringden het lompe voertuig en allen gingen vol moed te
+water. Gewoonlijk zijn de wagens, wanneer zij die doorwaadbare plaatsen
+overtrekken, omringd met een gordel van ledige tonnen, die ze boven
+water houdt. Maar hier miste men dien zwemgordel; men moest het dus
+laten aankomen op de schranderheid der ossen, die de voorzigtige Ayrton
+bestuurde. Op den bok gezeten mende deze het span, de majoor en de twee
+matrozen kliefden den snellen stroom een eind weegs vooruit; Glenarvan
+en John Mangles hielden zich links en regts van den wagen gereed om de
+reizigsters bijstand te verleenen. Paganel en Robert sloten den trein.</p>
+
+<p>Alles ging goed tot in het midden der Wimerra. Maar nu werd de gleuf
+dieper en kwam het water tot boven de velgen. Van de ondiepte afgeraakt,
+konden de ossen grond verliezen en het wankele rijtuig medeslepen.
+Ayrton stelde moedig zijn leven bloot; hij sprong in het water, en zich
+vastklemmende aan de horens der ossen, gelukte het hem ze op den regten
+weg terug te brengen.</p>
+
+<p>Thans had er een schok plaats, dien niemand had kunnen voorzien; een
+gekraak liet zich horen; de wagen helde vreeselijk over; het water kwam
+tot aan de voeten der reizigsters; de geheele toestel dreef af, hoezeer
+Glenarvan en John Mangles zich aan de kap vastklemden om den wagen
+overeind te houden. Het was een ontzettend oogenblik.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill22b" id="ill22b"></a>
+<img src="images/426.jpg" width="400" alt="... de wagen helde vreeselijk over...." title="" />
+<span class="caption2">... de wagen helde vreeselijk over....</span>
+</div>
+
+<p>Zeer gelukkig bragt een forsche ruk aan het gareel het voertuig digter
+bij den anderen oever. De bedding der rivier verschafte aan de ossen en
+paarden een stijgenden weg, en spoedig waren menschen en dieren tot hun
+groote vreugde hoewel doornat in veiligheid aan den overkant.</p>
+
+<p>Het voorstel van den wagen echter was door den schok gebroken en het
+paard van Glenarvan had de ijzers van zijn voorpooten verloren.</p>
+
+<p>Dit ongemak moest ten spoedigste hersteld worden. De reizigers keken
+elkaar zeer verlegen aan, toen Ayrton voorstelde naar het station van
+Black-Point te gaan, dat twintig mijlen noordelijker lag, en er een
+hoefsmid vandaan te halen.</p>
+
+<p>"Ga, beste Ayrton! ga!" zeide Glenarvan. "Hoeveel tijd hebt gij noodig
+voor de heen- en weerreis?"</p>
+
+<p>"Misschien vijftien uren," antwoordde Ayrton, "maar meer niet."</p>
+
+<p>"Vertrek dan, en wij zullen, tot gij terugkomt, aan den oever der
+Wimerra uitrusten."</p>
+
+<p>Eenige minuten later verdween de bootsman op het paard van Wilson achter
+een digte gordijn van mimosa 's.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_24" id="Footnote_1_24"></a><a href="#FNanchor_1_24"><span class="label">[1]</span></a> Vlakten door talrijke bronnen besproeid.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XI" id="XI"></a>XI.</h3>
+
+<h3>Burke en Stuart.</h3>
+
+
+<p>Het overige van den dag werd met gesprekken en wandelingen doorgebragt.
+Al pratende en bewonderende liepen de reizigers langs de oevers der
+Wimerra. De aschgraauwe kraanvogels en de ibissen vlugtten met luid
+geschreeuw bij hun aannadering. De prachtmees verschool zich in de hooge
+takken van den wilden vijgenboom, de wielewalen, de zwartkeeltjes, de
+kraaghoppen fladderden tusschen de trotsche stengels der leliën, de
+ijsvogels staakten hun gewone vischvangst, terwijl de geheele
+beschaafder familie der papegaaijen, de "blue-mountain" pronkende met de
+zeven kleuren van den regenboog, de kleine "roschill" met zijn
+scharlaken rood kopje en geele keel, en de "lori" met zijn rood en
+blaauw gevederte, hun oorverdoovend gekakel op den top der bloeijende
+gomboomen voortzetten.</p>
+
+<p>Nu eens op het gras aan den oever van het murmelende water uitgestrekt,
+dan weer rondslenterende tusschen de mimosa-struiken, bewonderden de
+wandelaars tot het vallen van den avond toe die schoone natuur. De
+nacht, die slechts door een kortstondige schemering voorafgegaan werd,
+overviel hen een halve mijl van de legerplaats af. Bij hun terugtogt
+rigtten zij zich niet naar de poolster, die op het zuidelijk halfrond
+onzigtbaar is, maar naar het zuiderkruis, dat halverwege den
+gezigteinder en het toppunt schitterde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill23b" id="ill23b"></a>
+<img src="images/429.jpg" width="400" alt="... de nacht overviel hen een halve mijl van de legerplaats af." title="" />
+<span class="caption2">... de nacht overviel hen een halve mijl van de legerplaats af.</span>
+</div>
+
+<p>Olbinett had het avondeten onder de tent opgedischt. Allen zetten zich
+aan tafel. De hoofdschotel was een zeker gebraad van papegaaijen, die
+Wilson heel handig geschoten en de hofmeester lekker klaar gemaakt had.</p>
+
+<p>Toen het avondeten afgeloopen was, zocht elk om strijd naar een
+voorwendsel om de eerste uren van zulk een schoonen nacht niet slapend
+door te brengen.</p>
+
+<p>Lady Helena stelde allen tevreden door Paganel te verzoeken de
+geschiedenis der groote australische reizigers te vertellen, een
+geschiedenis, die hij hun reeds voor lang beloofd had.</p>
+
+<p>Dat was koren op den molen van Paganel. Zijn toehoorders zetten zich
+neer aan den voet van een prachtigen banksia; de rook der sigaren steeg
+weldra omhoog tot aan het gebladerte, dat in de schaduw wegschool, en in
+het vertrouwen op zijn ijzersterk geheugen nam de aardrijkskundige
+terstond het woord.</p>
+
+<p>"Gij herinnert u, vrienden! en de majoor althans zal het nog wel weten,
+de lijst van reizigers, die ik u aan boord van de <i>Duncan</i> opgaf. Van al
+degenen, die in het binnenland trachtten door te dringen, mogt het er
+slechts aan vier gelukken het van het noorden naar het zuiden of van het
+zuiden naar het noorden te doorkruisen. Het zijn: Burke, in 1860 en 61;
+Mac Kinlay, in 1861 en 62; Landsborough in 1862, en Stuart, ook in 1862.
+Van Mac Kinlay en Landsborough heb ik maar weinig te vertellen. De
+eerste ging van Adelaïde naar de golf van Carpentaria, de tweede van de
+golf van Carpentaria naar Melbourne; beiden waren door australische
+vereenigingen uitgezonden om Burke op te sporen, die niet meer te
+voorschijn kwam en ook nooit terug zal komen.</p>
+
+<p>"Burke en Stuart, dat zijn de twee stoute reizigers, over wie ik zal
+spreken, en ik begin nu zonder verdere voorafspraak.</p>
+
+<p>"Den 20<sup>sten</sup> Augustus 1860 vertrok op last van de koninklijke
+Maatschappij te Melbourne, een gewezen iersch officier en oud-inspecteur
+van politie te Castlemaine, Robert O'Hara Burke geheeten. Elf personen
+vergezelden hem: William John Wills, een jeugdig veelbelovend
+sterrekundige, doktor Beckler, een kruidkundige, Gray, King, een jeugdig
+militair uit het indische leger, Landells, Brahe, en verscheidene
+cipayers. Vijf en twintig paarden en evenveel kameelen droegen de
+reizigers, hun bagaadje en levensmiddelen voor achttien maanden.</p>
+
+<p>"De reizigers moesten zich langs de Cooper-rivier naar de golf van
+Carpentaria op de noordkust begeven. Zij kwamen zonder ongeval over de
+Murray en de Darling en bereikten het station van Menindie, op de
+uiterste grens der koloniën.</p>
+
+<p>"Daar zag men in, dat de menigte bagaadje zeer lastig was. Dit bezwaar
+en een zekere ruwheid van karakter van Burke zaaiden oneenigheid in het
+gezelschap. Landells, de opzigter over de kameelen, scheidde zich met
+eenige hindoesche bedienden van de overigen, en keerde naar de oevers
+der Darling terug; Burke zette den togt voort. Nu eens door heerlijke,
+rijk bewaterde weiden, dan weer over steenachtige en waterlooze wegen,
+zakte hij naar de Cooper's kreek af. Den 20<sup>sten</sup> November, drie maanden
+na zijn vertrek, legde hij de eerste bewaarplaats van levensmiddelen op
+den oever der rivier aan.</p>
+
+<p>"Hier werden de reizigers eenigen tijd opgehouden, omdat zij geen
+bruikbaren weg naar het noorden vonden, een weg, waarop zij geen gebrek
+aan water behoefden te vreezen. Na groote moeijelijkheden sloegen zij
+zich neer op een plaats, die zij het fort Wills noemden. Zij maakten er
+een post van met palissaden omringd, halverwege Melbourne en de golf van
+Carpentaria gelegen. Daar verdeelde Burke zijn gezelschap in tweeën.
+Eenigen moesten onder bevel van Brahe drie maanden, en liet de voorraad
+het toe, nog langer in het fort Wills blijven en de terugkomst der
+anderen afwachten. De andere afdeeling bestond uit Burke, King, Gray en
+Wills. Zij namen zes kameelen mede, beladen met levensmiddelen voor drie
+maanden, dat is drie centenaars meel, vijftig pond rijst, vijftig pond
+havermeel, een centenaar gedroogd paardevleesch, honderd pond gezouten
+varkensvleesch en spek, en dertig pond beschuit, voldoende om heen en
+terug zes honderd uren af te leggen.</p>
+
+<p>"Die vier mannen vertrokken. Na een moeijelijke reis door een
+steenachtige woestijn kwamen zij aan de rivier de Eyre, het uiterste
+punt, dat Sturt in 1845 bereikte, en van daar zoo naauwkeurig mogelijk
+den honderd veertigsten lengtegraad volgende, rigtten zij zich
+noordwaarts.</p>
+
+<p>"Den 7<sup>den</sup> Januarij bereikten zij onder een brandende zon den keerkring.
+Bedriegelijke luchtspiegelingen misleidden hen soms, dikwijls hadden zij
+gebrek aan water, dan weder verfrischten hen hevige regenbuijen, van
+tijd tot tijd troffen zij eenige zwervende inlanders aan, die hun geen
+leed deden; kortom, zij hadden met weinig bezwaren te kampen op een weg
+die door geen meren, rivieren noch bergen werd versperd."</p>
+
+<p>"Den 12<sup>den</sup> Januarij vertoonden zich in het noorden eenige
+zandsteenheuvels; o.a. de berg Forbes en een reeks granietketenen,
+"ranges" genoemd. Daar kwam de vermoeijenis eerst aan. Ter naauwernood
+vorderden zij. De dieren weigerden voort te gaan: "Altijd in de
+<i>ranges</i>! de kameelen zweeten van angst!" schrijft Burke in zijn
+zakboekje. Toch komen de reizigers na ontzaggelijke inspanning aan de
+oevers der rivier de Turner, vervolgens aan den bovenloop der
+Flinders-rivier, die Stokes in 1841 zag, en die zich door palm- en
+gomboomen omzoomd in de golf van Carpentaria werpt.</p>
+
+<p>"De nabijheid van den oceaan bleek uit een aaneenschakeling van
+moerassige gronden. Een der kameelen zonk er in weg. De anderen wilden
+niet verder gaan. King en Gray moesten er bij blijven. Burke en Wills
+zetten hun reis in een noordelijke rigting voort, en na groote
+moeijelijkheden, die in hun aanteekeningen zeer onduidelijk worden
+verhaald, bereikten zij een punt waar de vloed de moerassen
+overstroomde; maar zij zagen den oceaan niet. Dat was den 11<sup>den</sup>
+Februarij 1861."</p>
+
+<p>"Dus konden die stoute mannen niet verder gaan?" vroeg lady Glenarvan.</p>
+
+<p>"Neen, mevrouw!" antwoordde Paganel. "De moerassige grond zonk onder hun
+voeten weg, en zij moesten er nu op bedacht zijn om hun reisgenooten in
+het fort Wills weer op te zoeken. Een treurige terugreis, dat verzeker
+ik u! Zwak en krachteloos sleepten Burke en zijn makker zich voort, tot
+zij Gray en King terugvonden. Vervolgens begaven zij zich zuidwaarts
+naar de Cooper's-kreek, langs denzelfden weg, dien zij gekomen waren.</p>
+
+<p>"De angst, de gevaren, het lijden, dat zij op die reis uitstonden, zijn
+ons slechts ten deele bekend; want het zakboekje der reizigers zwijgt er
+van. Maar het moet verschrikkelijk geweest zijn."</p>
+
+<p>"In de maand April toch, toen zij in de Cooper-vallei aankwamen, waren
+zij nog maar met hun drieën. Gray was onder het lijden bezweken. Vier
+kameelen waren dood. Gelukt het Burke nu maar het fort Wills te
+bereiken, waar Brahe hem met zijn voorraad levensmiddelen wacht, dan
+zijn hij en zijn makkers gered. Zij verdubbelen hunne pogingen; zij
+slepen zich nog eenige dagen voort; den 21<sup>sten</sup> April bemerken zij de
+palissaden van het fort. Zij bereiken het!... Dienzelfden dag was Brahe
+na vijf maanden vergeefs gewacht te hebben, vertrokken."</p>
+
+<p>"Vertrokken!" riep de jonge Robert.</p>
+
+<p>"Ja, vertrokken! dienzelfden dag, door een jammerlijke gril van het lot!
+Het briefje, dat Brahe achtergelaten had, was nog geen zeven uren oud!
+Burke kon er niet aan denken hem in te halen. De ongelukkige verlatenen
+verkwikten zich een weinig met den voorraad, dien zij vonden. Maar het
+ontbrak hun aan middelen van vervoer, en honderd vijftig uren scheidden
+hen nog van de Darling.</p>
+
+<p>"Nu krijgt Burke, in strijd met de meening van Wills, het in het hoofd
+om de australische nederzettingen te bereiken, die digt bij den berg
+Hopeless, zestig uren van het fort Wills, liggen. Zij gaan op weg. Van
+de twee overgebleven kameelen smoort er een in een modderigen zijtak van
+de Cooper's-kreek; de andere kan geen stap meer doen; men moet hem
+dooden en zich met zijn vleesch voeden. Weldra zijn de levensmiddelen
+op. De drie ongelukkigen zijn verpligt zich met "nardou" te voeden, een
+waterplant, welker kiemkorrels eetbaar zijn. Uit gebrek aan water, uit
+gebrek aan middelen om het te vervoeren, kunnen zij zich niet van de
+oevers der Cooper verwijderen. De vlammen verslinden hun hut en hun
+reisbenoodigdheden, zij zijn verloren! De dood grijnst hen aan!</p>
+
+<p>"Burke riep King bij zich en zeide: "Mij schieten nog maar eenige uren
+levens over: ziedaar mijn horlogie en mijn aanteekeningen. Wanneer ik
+dood ben, verlang ik, dat gij mij een pistool in de regterhand geeft, en
+dat gij mij onbegraven in dezelfde houding laat zitten!" Dit waren
+Burke's laatste woorden. Den volgenden morgen ten acht ure gaf hij den
+geest.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill24b" id="ill24b"></a>
+<img src="images/434.jpg" width="400" alt="De dood van Burke." title="" />
+<span class="caption2">De dood van Burke.</span>
+</div>
+
+<p>"Ontsteld en radeloos ging King een australischen volksstam opzoeken.
+Toen hij terug kwam, was Wills ook reeds gestorven. Wat King aangaat,
+deze werd door inboorlingen verpleegd en in de maand September door het
+gezelschap van Howitt teruggevonden, die te gelijk met Mac Kinlay en
+Landsborough uitgezonden was om Burke op te sporen. Van de vier
+reizigers overleefde er dus maar een dien togt over het vastland van
+Australië."</p>
+
+<p>Het verhaal van Paganel had een pijnlijken indruk achtergelaten in het
+gemoed zijner hoorders. Allen dachten aan kapitein Grant, die misschien
+evenals Burke en de zijnen ronddoolde in het hart van dat noodlottige
+vastland. Waren de schipbreukelingen ontsnapt aan het lijden, dat die
+stoute baanbrekers trof? Die overpeinzing was zoo natuurlijk, dat Mary
+Grant er de tranen door in de oogen kwamen.</p>
+
+<p>"Mijn vader! mijn arme vader!" jammerde zij.</p>
+
+<p>"Miss Mary! miss Mary!" riep John Mangles, "zulke rampen kunnen alleen
+hem treffen, die zich in de binnenlanden waagt! Maar kapitein Grant is
+immers evenals King in de handen der inboorlingen, en evenals King zal
+hij gered worden! Nooit heeft hij zich in zulk een droevigen toestand
+bevonden!"</p>
+
+<p>"Nooit!" voegde Paganel er bij, "en ik herhaal het, lieve miss! de
+Australiërs zijn herbergzaam."</p>
+
+<p>"God geve, dat gij de waarheid spreekt!" antwoordde het meisje.</p>
+
+<p>"En Stuart?" vroeg Glenarvan, die eenige afleiding wilde geven aan den
+stroom dier treurige gedachten.</p>
+
+<p>"Stuart?" herhaalde Paganel. "O, Stuart is gelukkiger geweest, en zijn
+naam prijkt met eere in de australische jaarboeken. Reeds van het jaar
+1848 af bereidde zich John Mac Doual Stuart, uw landgenoot, vrienden! op
+zijn reizen voor, door Stuart te vergezellen in de woestijnen ten
+noorden van Adelaïde. In 1860 poogde hij, maar te vergeefs, door slechts
+twee mannen vergezeld, in het binnenland van Australië door te dringen.
+Hij was er echter de man niet naar om zich te laten ontmoedigen. Op
+Nieuwjaarsdag van het jaar 1861 verliet hij aan het hoofd van elf
+vastberaden makkers de Chambers-kreek, en hield eerst stil op zestig
+uren van de golf van Carpentaria; maar gebrek aan levensmiddelen dwong
+hem naar Adelaïde terug te keeren, zonder dat hij het vreeselijke
+vastland had doorreisd. Toch durfde hij nog een kans wagen, en ontwierp
+hij het plan tot een derden togt, die ditmaal het zoo vurig gewenschte
+doel mogt bereiken.</p>
+
+<p>"Het parlement van Zuid-Australië trok zich dat nieuwe onderzoek sterk
+aan; het verleende een subsidie van twee duizend pond sterling. Stuart
+verzuimde geen van de voorzorgen, die de ondervinding op zijn vorige
+togten hem als noodig had doen kennen. Zijn vrienden, de natuurkundige
+Waterhouse, zijn vroegere medereizigers Thring en Kekwick, benevens
+Woodforde en Auld, in het geheel tien personen, voegden zich bij hem.
+Hij nam twintig zakken van amerikaansch leder mede, die elk zeven
+gallons konden inhouden, en den 5<sup>den</sup> April 1862 was het gezelschap
+bijeen aan het New-Castle-Water, over den achttienden graad breedte,
+hetzelfde punt, dat Stuart niet had kunnen overschrijden. Zijn weg liep
+ongeveer langs den honderd een en dertigsten graad lengte en dus zeven
+graden westelijker dan die van Burke.</p>
+
+<p>"Het New-Castle-Water zou de grondslag zijn der nieuwe onderzoekingen.
+Door digte bosschen omringd, poogde Stuart te vergeefs zich ten noorden
+en ten noordoosten een weg te banen. Evenmin gelukte het hem om in
+westelijke rigting de Victoria-rivier te bereiken, ondoordringbaar
+struikgewas sloot elken uitweg af.</p>
+
+<p>"Nu besloot Stuart van legerplaats te veranderen, en het gelukte hem ze
+een weinig noordelijker, in de moerassen van Hower te verplaatsen. Van
+daar oostwaarts trekkende ontdekte hij te midden van grasrijke vlakten
+de beek Daily, die hij een dertig mijlen ver volgde.</p>
+
+<p>"De streek werd prachtig; een squatter een met zulke weiden regt in zijn
+schik geweest zijn en er spoedig rijk worden, de gomboomen bereikten er
+een ontzettende hoogte. Vol verbazing ging Stuart steeds verder; hij
+bereikte de oevers der Strangway en der Roper's-kreek, die Leichardt
+ontdekt had; haar wateren stroomden tusschen palmboomen door, die zulk
+een tropische streek waardig waren; daar woonden inlandsche stammen, bij
+wie de reizigers goed ontvangen werden.</p>
+
+<p>"Van dit punt af rigtten zij zich naar het noord-noordwesten om in een
+landstreek met zandsteen en ijzerhoudende rotsblokken bedekt de bronnen
+der Adelaïde op te sporen, een rivier, die zich in de golf van Van
+Diemen stort. Zij trokken nu door Arnhemsland, te midden van palmkool,
+bamboes, dennen en slingerplanten. De Adelaïde werd breeder, haar oevers
+werden moerassig; de zee was nabij.</p>
+
+<p>"Dingsdag, dan 22<sup>sten</sup> Julij, was Stuart in de moerassen van Fresh-water
+gelegerd, waar de tallooze beken, die zijn weg doorsneden, hem zeer
+hinderlijk waren. Hij zond drie der zijnen uit om bruikbare wegen op te
+zoeken; 's anderen daags bereikten hij, na ondoorwaadbare kreeken
+omgetrokken en dikwijls in de slijkerige gronden weggezakt te zijn,
+eenige hooge met gras begroeide plekken, waar boschjes gomboomen en
+boomen met vezelachtige schors groeiden; daar vlogen ganzen, ibissen en
+zeer schuwe watervogels bij heele troepen rond. Inboorlingen waren er
+bijna in het geheel niet te zien. Alleen in de verte steeg de rook van
+eenige legerplaatsen omhoog.</p>
+
+<p>"Den 24<sup>sten</sup> Julij, negen maanden na zijn vertrek uit Adelaïde, vertrok
+Stuart 's morgens twintig minuten over achten in een noordelijke
+rigting; dienzelfden dag wil hij de zee bereiken; het land glooit
+zachtjes en is bezaaid met ijzererts en vulkanische steenen; de boomen
+verschrompelen, een gevolg van den zeewind; een alluviale vallei
+vertoont zich, door een gordijn van struiken begrensd. Stuart hoort
+duidelijk het geraas der branding; maar hij zegt er zijn makkers niets
+van. Zij dringen in een kreupelbosch, dat loten van een wilden wijnstok
+ondoordringbaar maken.</p>
+
+<p>"Stuart doet eenige schreden vooruit. Hij staat aan den oever van den
+Indischen oceaan! "De zee! de zee!" roept Thring verbaasd uit. De
+anderen komen aanloopen en begroeten den Indischen oceaan met een
+driewerf herhaald hoera!</p>
+
+<p>"Het vastland was ten vierden male doorkruist!</p>
+
+<p>"Overeenkomstig zijn belofte aan den gouverneur, Sir Richard Madonnell,
+gedaan, baadde Stuart zijn voeten en wiesch hij zijn aangezigt en handen
+in de golven der zee. Daarop keerde hij naar het dal terug en sneed in
+een boom zijn voorletters J.M.D.S. Aan een stroomend beekje sloegen zij
+een legerplaats op.</p>
+
+<p>"'s Anderen daags ging Thring onderzoeken, of de mond der Adelaïde ook
+in zuidwestelijken rigting bereikt kon worden; maar de grond was te
+moerassig voor den voet der paarden; zij moesten het opgeven.</p>
+
+<p>"Nu zoekt Stuart op een opene plaats een hoogen boom. Hij hakte er de
+takken van af, en heesch de australische vlag in top. In de schors van
+den boom werden deze woorden gesneden: <i>zoek een voet ten zuiden in den
+grond</i>.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill25b" id="ill25b"></a>
+<img src="images/439.jpg" width="400" alt="Stuart heesch de australische vlag in top." title="" />
+<span class="caption2">Stuart heesch de australische vlag in top.</span>
+</div>
+
+<p>"En wanneer eenmaal een reiziger op de aangeduide plaats in den grond
+graaft, zal hij een blikken doos vinden en daarin een document, welks
+inhoud in mijn geheugen gegrift is:</p>
+
+<p><i>Groote ontdekkingsreis en togt van het zuiden naar het noorden van
+Australië</i>.</p>
+
+<p>"De reizigers, onder bevel van John Mac Doual Stuart zijn hier den
+25<sup>sten</sup> Julij 1862 aangekomen, na geheel Australië van de Zuidzee tot aan
+de oevers van den Indischen oceaan, door het binnenland heen, bereisd te
+hebben. Zij hadden Adelaïde den 21<sup>sten</sup> Januarij 1861 verlaten en den
+26<sup>sten</sup> October 1861 vertrokken zij noordwaarts uit het laatste station
+der kolonie. Ter gedachtenis aan dit gelukkige voorval, hebben zij hier
+de australische vlag met den naam van den aanvoerder der expeditie
+ontplooid. Alles is wel. God bescherme de koningin!"</p>
+
+<p>"Daarop volgen de onderteekeningen van Stuart en zijn reisgenooten.</p>
+
+<p>"Zoo werd die groote gebeurtenis aan de vergetelheid ontrukt, die door
+de geheele wereld met verbazing werd vernomen."</p>
+
+<p>"En hebben al die moedige mannen hun vrienden in het zuiden
+teruggezien?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw!" antwoordde Paganel; "allen, maar niet zonder vreeselijke
+vermoeijenissen. Stuart had het meest te lijden; zijn leven werd door de
+scheurbuik bedreigd, toen hij op de terugreis naar Adelaïde was. In het
+begin van September verergerde zijn kwaal zoo, dat hij niet anders
+dacht, of hij zou de bewoonde streken niet meer terugzien. Hij kon niet
+meer in den zadel blijven zitten; hij moest in een draagkoets liggende,
+die tusschen twee paarden inhing, verder reizen. Tegen het einde van
+October bragten bloedspuwingen hem aan den rand des grafs. Er werd een
+paard gedood om bouillon voor hem te koken; den 28<sup>sten</sup> October dacht hij
+te sterven, toen een heilzame crisis hem redde, en den 10<sup>den</sup> December
+bereikte het geheele gezelschap de eerste nederzettingen.</p>
+
+<p>"Den 17<sup>den</sup> December deed Stuart te Adelaïde zijn intogt onder het
+vreugdegejuich der opgetogen menigte. Maar hij bleef sukkelend, en kort
+daarop scheepte hij zich, na de groote gouden medaille der Maatschappij
+van aardrijkskunde verkregen te hebben, op de <i>Indus</i> naar zijn geliefd
+Schotland, zijn vaderland, in, waar wij hem bij onze terugkomst zullen
+wederzien<a name="FNanchor_1_25" id="FNanchor_1_25"></a><a href="#Footnote_1_25" class="fnanchor">[1]</a>."</p>
+
+<p>"Hij was een man met buitengewoon veel geestkracht begaafd," zeide
+Glenarvan, "en beter dan ligchaamskracht stelt zij in staat om groote
+dingen te verrigten. Schotland is er teregt trotsch op hem onder zijn
+zonen te mogen tellen."</p>
+
+<p>"En heeft na Stuart geen reiziger meer nieuwe ontdekkingstogten
+ondernomen?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Jawel, mevrouw!" antwoordde Paganel. "Ik heb reeds dikwijls van
+Leichardt gesproken. Deze reiziger had reeds in 1844 een merkwaardigen
+togt door Noord-Australië gedaan. In 1848 ondernam hij een nieuwe reis
+naar het noord-oosten. In geen zeventien jaar heeft men iets meer van
+hem gehoord. Verleden jaar heeft de vermaarde plantenkenner, docter
+Muller, te Melbourne een openbare inschrijving geopend om de kosten
+eener expeditie te dekken. Spoedig was de lijst volgeteekend, en den
+21<sup>sten</sup> Junij 1864 heeft een troep moedige squatters onder bevel van den
+bekwamen en moedigen Mac Intyre de grasrijke oevers der Paroo verlaten.
+Op dit oogenblik moeten zij ter opsporing van Leichardt reeds diep in
+het binnenland doorgedrongen zijn. Mogen zij slagen en mogen ook wij,
+even als zij, de vrienden, die ons dierbaar zijn, terug vinden!"</p>
+
+<p>Hier eindigde het verhaal van den aardrijkskundige. Het uur was reeds
+vergevorderd. Allen bedankten Paganel en weinige oogenblikken daarna
+sliepen zij gerust, terwijl de klok vogel, in het gebladerte der witte
+gomboomen verborgen, in de stilte van den nacht geregeld de minuten
+aangaf.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_25" id="Footnote_1_25"></a><a href="#FNanchor_1_25"><span class="label">[1]</span></a> Jacques Paganel heeft Stuart na zijn terugkomst in
+Schotland kunnen wederzien; maar hij heeft zich niet lang in den omgang
+met dien vermaarden reiziger mogen verheugen. Stuart is den 5<sup>de</sup> Juny
+1866 in een geringe woning te Nottingham-Hill overleden.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XII" id="XII"></a>XII.</h3>
+
+<h3>De spoorweg van Melbourne naar Sandhurst.</h3>
+
+
+<p>Niet zonder eenigen angst had de majoor Ayrton de legerplaats aan de
+Wimerra zien verlaten om in het station te Black-Point een hoefsmid te
+gaan halen. Maar hij liet zich geen woord ontvallen van zijn persoonlijk
+wantrouwen, en vergenoegde zich met op de omstreken der rivier een
+wakend oog te houden. De rust dier vreedzame velden werd in het geheel
+niet gestoord, en na eenige uren verrees de zon weder boven de kimmen.</p>
+
+<p>Glenarvan daarentegen vreesde alleen, dat Ayrton onverrigter zake terug
+mogt keeren. Bij gebrek aan werkvolk kon de wagen niet verder. Het
+oponthoud zou misschien verscheidene dagen duren, en ongeduldig om te
+slagen, vurig verlangend zijn doel te bereiken, kon Glenarvan geen
+uitstel dulden.</p>
+
+<p>Gelukkig had Ayrton zijn tijd niet verspild noch vergeefsche moeite
+gedaan: 's anderen daags kwam hij met zonsopgang terug. Er was iemand
+bij hem, die zich voor een hoefsmid uit het station Black-Point uitgaf.
+Het was een stevige lange kerel, maar zijn gemeen en beestachtig gezigt
+nam niet gunstig voor hem in. Maar dat kwam er niet veel op aan, als hij
+zijn vak maar verstond. In allen gevalle praatte hij weinig en hij
+versleet zijn tong niet met noodeloos gebabbel.</p>
+
+<p>"Is het een bekwaam werkman?" vroeg John Mangles den bootsman.</p>
+
+<p>"Ik ken hem evenmin als gij, kapitein!" antwoordde Ayrton, "wij zullen
+zien."</p>
+
+<p>De hoefsmid ging aan het werk. Het was een man van het vak, dat kon men
+wel zien aan de manier, waarop hij het voorstel van den wagen herstelde.
+Hij werkte handig en legde daarbij buitengewone ligchaamskracht aan den
+dag. De majoor merkte op, dat het vleesch van zijn handgewrichten sterk
+weggevreten was en een zwartachtigen ring van uitgestort bloed
+vertoonde. Dit was het teeken van een versche wond, die slechts ten
+halve verborgen werd door de mouwen van een slecht wollen hemd. Mac
+Nabbs vroeg den hoefsmid naar de oorzaak van dat ongemak, dat zeer
+pijnlijk moest zijn. Maar hij gaf geen antwoord en ging voort met zijn
+werk. Na verloop van een paar uur was de schade aan den wagen hersteld.
+Het paard van Glenarvan was ook spoedig gereed. De hoefsmid had gezorgd
+de hoefijzers kant en klaar mee te brengen. Die ijzers hadden iets
+bijzonders, dat den majoor niet ontging. Het was een klaverblad, dat van
+voren ruw afgehakt was. Mac Nabbs liet het aan Ayrton zien.</p>
+
+<p>"Dat is het merk van Black-Point," antwoordde de bootsman. "Daardoor kan
+men de paarden nagaan, die van het station wegloopen, zonder ze met
+andere te verwarren."</p>
+
+<p>De ijzers zaten weldra aan den hoef van het paard. Daarna vorderde de
+hoefsmid zijn loon en ging heen zonder vier woorden gesproken te hebben.</p>
+
+<p>Een half uur later waren de reizigers op weg. Achter de gordijn van
+mimosa's strekte zich een opene ruimte uit, die haar naam "open plein"
+teregt droeg. Eenige kwarts- en ijzerhoudende steenblokken lagen
+tusschen de struiken, het hooge gras en de palissaden, binnen welke
+talrijke kudden graasden. Eenige mijlen verder maakten de wielen van den
+wagen diepe sporen in den drassigen bodem, door kreeken doorsneden, die
+half verscholen waren onder een kleed van reusachtig riet. Daarop kwam
+men door uitgestrekte zoutsteppen, wier verdamping in vollen gang was.
+De reis leverde geen moeijelijkheden op en om de waarheid te zeggen,
+niemand verveelde zich.</p>
+
+<p>Lady Helena noodigde de ruiters uit haar ieder op zijn beurt te komen
+bezoeken, want haar salon was zeer bekrompen. Maar zoo verpoosde ieder
+zich van de vermoeienissen van het paardrijden, en ontspande zich in het
+gesprek met die beminnelijke vrouw. Met behulp van miss Mary hield lady
+Helena met de grootste bevalligheid de eer van haar verplaatsbaar salon
+op. John Mangles werd bij die dagelijksche uitnoodigingen niet vergeten,
+en de ernstiger toon van zijn gesprek mishaagde niet. Integendeel.</p>
+
+<p>Zoo sneed men dwars den postweg van Crowland naar Horsham, een zeer
+stoffigen weg, waarvan de voetgangers weinig gebruik maakten. Op de
+grens van het graafschap Talbot ging men digt voorbij eenige lage
+heuvelklingen, en 's avonds kwam het gezelschap tot drie mijlen boven
+Maryborough. Er viel een fijne regen, die in ieder ander land den grond
+doornat zou gemaakt hebben; maar hier nam de lucht de vochtigheid zoo
+volkomen en zoo spoedig op, dat zij er geen last van hadden.</p>
+
+<p>Den volgenden dag, den 29<sup>sten</sup> December, werd de reis eenigsins vertraagd
+door een aaneenschakeling van bergjes, die een klein Zwitserland
+vormden. Het ging onophoudelijk bergop bergaf, en menige onzachte schok
+bleef niet uit. De reizigers gingen een eind weegs te voet, en gevoelden
+er geen spijt over.</p>
+
+<p>Ten elf ure kwamen zij te Carlsbrook, een vrij aanzienlijke gemeente.
+Ayrton wilde de stad om-, niet doorrijden, om tijd te winnen, naar hij
+zeide. Glenarvan was het met hem eens; maar de altijd nieuwsgierige
+Paganel wenschte Carlsbrook te bezigtigen. Men liet hem begaan, terwijl
+de wagen zachtjes voortreed.</p>
+
+<p>Naar gewoonte nam Paganel Robert mede. Zijn bezoek aan de gemeente
+duurde maar kort, maar toch lang genoeg om hem een naauwkeurig overzigt
+van de australische steden te geven. Er was een bank, een geregtshof,
+een markt, een school, een kerk, en een honderdtal huizen, allen naar
+hetzelfde model van baksteenen opgetrokken. Alles was naar den
+engelschen bouwtrant in den vorm van een regelmatigen vierhoek, met
+evenwijdig loopende straten doorsneden, aangelegd. Niets is eenvoudiger,
+maar ook niets onbevalliger. Wanneer de stad uitgebreider wordt,
+verlengt men de straten, evenals men den broek van een kind uitlegt, dat
+grooter wordt, zoodat de oorspronkelijke evenredigheid niet in het minst
+verbroken wordt.</p>
+
+<p>Er heerscht veel bedrijvigheid te Carlsbrook, een opmerkelijk
+verschijnsel in die steden, welke eerst van gisteren dagteekenen. In
+Australië schijnen de steden als boomen door de zonnewarmte uit den
+grond op te schieten. De straten waren vol menschen, die het allen even
+druk hadden; goudverzenders verdrongen elkander aan de bureaux, waar het
+aankwam; onder geleide van een inlandsche politiemagt kwam het kostbare
+metaal uit de mijnen van Bendigo en den Alexander-berg. Al die lieden,
+welke het eigenbelang voortjoeg, dachten alleen aan hun zaken, en de
+vreemdelingen werden in die woelige menigte niet eens opgemerkt.</p>
+
+<p>Na een uur doorgebragt te hebben met Carlsbrook te doorloopen, voegden
+de beide bezoekers zich bij hun reisgenooten, die een zorgvuldig
+bebouwde vlakte doortrokken. Daaraan grensden groote weiden, bekend
+onder den naam van "Low Level plains," met tallooze kudden en
+herdershutten bedekt. Daarop vertoonde zich zonder eenigen overgang de
+woestijn, met het onverwachte, dat aan de natuur in Australië eigen is.
+De heuvelen van Simpson en de Tarrangower-berg wezen de plaats aan, waar
+het district Loddo in het zuiden den honderd vier en veertigsten graad
+lengte aanraakt.</p>
+
+<p>Intusschen had men tot nog toe geen enkelen stam van in den Wilden staat
+verkeerende inboorlingen aangetroffen. Glenarvan vroeg zich af, of er in
+Australië geen Australiërs waren, evenals de Indianen in de
+argentijnsche pampa's ontbroken hadden. Maar Paganel zeide hem, dat de
+wilden op deze breedte de vlakten van de Murray bezochten, die honderd
+mijlen oostelijker liggen.</p>
+
+<p>"Wij naderen het goudland," zeide hij; "binnen twee dagen zullen wij het
+rijke gewest van den Alexanderberg doortrekken. Daar is in 1852 de wolk
+van goudzoekers neergestreken. De inboorlingen hebben de wijk moeten
+nemen naar de woestijnen in het binnenland. Wij zijn in een beschaafd
+land, al zou men het niet zeggen, en voor den avond nog zal onze weg den
+spoorweg gesneden hebben, die de Murray met de zee verbindt. Ik mag het
+niet zwijgen, vrienden! een spoorweg in Australe is in mijn oog iets
+heel vreemds."</p>
+
+<p>"Waarom dat, Paganel?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Waarom? wel, omdat mijn verstand daar niet bij kan. O, ik weet wel, dat
+gij Engelschen, gewoon uw afgelegene bezittingen te koloniseeren, die
+electrische telegrafen en wereldtentoonstellingen op Nieuw-Zeeland hebt,
+dat alles heel eenvoudig zult vinden! Maar dat brengt een Franschman,
+zooals ik ben, van de wijs en verwart al zijn denkbeelden over
+Australiën."</p>
+
+<p>"Omdat gij aan het verledene denkt en het tegenwoordige over het hoofd
+ziet," antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"Toegestemd," hernam Paganel; "maar snuivende locomotieven in de
+woestijn, stoom, die om de takken der mimosa's heen krinkelend omhoog
+stijgt, miereneters, vogelbekdieren en kasuarissen, die voor de
+sneltreinen vlugten, wilden, die den trein van drie uren dertig minuten
+nemen om van Melbourne naar Kyneton, naar Castlemaine, Sandhurst of naar
+Echuca te gaan, dat alles zal wel de verwondering wekken van een ieder,
+die geen Engelschman of Amerikaan is. Met uw spoorwegen verdwijnt de
+poëzie der woestijn."</p>
+
+<p>"Wat maakt dat uit, als de vooruitgang er maar in doordringt!"
+antwoordde de majoor.</p>
+
+<p>Een schel fluitje maakte een einde aan het gesprek. De reizigers waren
+geen mijl van den spoorweg af. Een locomotief, die uit het zuiden kwam
+en stopte, bleef juist staan op het punt, waar de ijzerbaan en den weg,
+dien de wagen bereed, elkander kruisten.</p>
+
+<p>Die spoorweg verbond, zooals Paganel gezegd had, de hoofdstad van
+Victoria met de Murray, de grootste rivier van Australië. Die
+ontzaggelijke stroom, welken Stuart in 1828 ontdekte, komt uit de
+australiscbe Alpen, neemt de Lachlan en de Darling op, maakt de
+noordelijke grens der provincie Victoria uit, en valt bij Adelaïde in de
+Encounter-baai. Hij loopt door rijke en vruchtbare streken, en de
+stations der squatters nemen in zijn stroomgebied sterk toe, ten gevolge
+van de gemakkelijke gemeenschap met Melbourne, die de spoorweg tot stand
+heeft gebragt.</p>
+
+<p>Die spoorweg was nu over een lengte van honderd en vijf mijlen tusschen
+Melbourne en Sandhurst geopend, en liep voorbij Kyneton en Castlemaine.
+In aanleg was nog een lengte van zeventig mijlen tot Echuca, de
+hoofdplaats der Riverine-kolonie, die in ditzelfde jaar aan de Murray
+gesticht was.</p>
+
+<p>De zeven en dertigste parallel sneed den spoorweg eenige mijlen boven
+Castlemaine, juist bij de Camden-brug, die over de Lutton, een der
+talrijke zijtakken van de Murray, was gelegd.</p>
+
+<p>Naar dit punt rigtte Ayrton zijn wagen; de ruiters galoppeerden een
+poosje vooruit tot aan de Camden-brug. Een levendig gevoel van
+nieuwsgierigheid lokte hen daarheen.</p>
+
+<p>Een talrijke menigte toch begaf zich naar de spoorbrug. De bewoners der
+omliggende stations verlieten hun huizen, de herders hun kudden, en
+allen verdrongen zich op de toegangen tot den weg. Duidelijk hoorde men
+het herhaald geroep:</p>
+
+<p>"Naar den spoorweg! naar den spoorweg!"</p>
+
+<p>Zeker had er een ernstig voorval plaats gehad, dat al die opschudding
+veroorzaakte. Misschien een groote ramp.</p>
+
+<p>Glenarvan en zijn reisgenooten zetten hun paarden aan. In weinige
+minuten kwamen zij bij de Camden-brug. Daar werd hun de oorzaak dier
+zamenscholing weldra duidelijk.</p>
+
+<p>Een vreeselijk ongeluk had er plaats gehad, dat de toeschouwers aan de
+ergste rampen op de amerikaansche spoorwegen deed denken: de trein had
+wel geen anderen ontmoet, maar was uit het spoor geraakt en in de diepte
+gestort. De rivier, over welke de spoorweg liep, was gedempt met brokken
+van de wagens en de locomotief. Hetzij de brug onder den last van den
+trein was bezweken, hetzij de wagens uit het spoor waren geraakt, vijf
+van de zes rijtuigen waren met de locomotief in de bedding der Lutton
+neergestort. Alleen de laatste waggon, die wonderdadig behouden was
+gebleven door het breken van den ketting, was een paar voet van den
+afgrond blijven staan. Beneden was het een akelige opeenhooping van
+zwarte en gebroken assen, vernielde wagens, omgebogen spoorstaven en
+verkoolde dwarsbalken. De stoomketel, die door den schok gesprongen was,
+had de ijzeren platen tot op ontzettende afstanden geslingerd. Uit dien
+verwarden hoop onkenbare voorwerpen stegen nog eenige vlammen en stoom
+met een zwarten rook vermengd omhoog. Op den vreeselijken val was de nog
+vreeselijker brand gevolgd! Hier en daar lagen groote plassen bloed,
+verstrooide ledematen en verkoolde lijken, en niemand kon berekenen
+hoeveel offers onder die overblijfselen opgehoopt waren.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill26b" id="ill26b"></a>
+<img src="images/456.jpg" width="400" alt="Een vreeselijk ongeluk had er plaats gehad...." title="" />
+<span class="caption2">Een vreeselijk ongeluk had er plaats gehad....</span>
+</div>
+
+<p>Glenarvan, Paganel, de majoor en Mangles mengden zich onder het volk en
+luisterden naar de verschillende gesprekken. Een ieder zocht een oorzaak
+van de ramp, terwijl zij vlijtig werkten om nog iemand te redden.</p>
+
+<p>"De brug is gebroken," zeide de een.</p>
+
+<p>"Gebroken? het mogt wat!" zeiden de anderen. "Zij is zoo weinig
+gebroken, dat ze nog onbeschadigd is. Men heeft vergeten ze bij de
+nadering van den trein te sluiten. Dat is alles."</p>
+
+<p>Het was inderdaad een draaibrug, die ten behoeve van de scheepvaart
+geopend werd. Had dan de brugwachter door een onvergetelijke
+achteloosheid vergeten ze te sluiten, en was zoo de trein, die in volle
+vaart kwam aanstoomen, nu de grond hem eensklaps ontviel, in de Lutton
+gestort? Dit gevoelen scheen zeer aannemelijk; want terwijl de eene
+helft van de brug onder de gebroken wagens lag, hing de andere aan de
+overzijde nog onbeschadigd aan haar kettingen. Er viel niet aan te
+twijfelen! De achteloosheid van den wachter had dit onheil veroorzaakt.</p>
+
+<p>Het ongeluk was 's nachts gebeurd met den trein N° 37, die kwart voor
+twaalven van Melbourne was vertrokken. Het moet omstreeks kwart over
+drieën geweest zijn, toen de trein, vijf en twintig minuten na het
+station Castlemaine verlaten te hebben, aan de Camden-brug kwam en dit
+ongeluk kreeg. Dadelijk gingen de reizigers en beambten uit den laatsten
+wagen hulp zoeken; maar de telegraaf, welks palen op den grond lagen,
+werkte niet meer. Er verliepen drie uren voor de autoriteiten van
+Castlemaine, op de plaats des onheils aankwamen. Het was dus 's morgens
+zes ure voor er orde werd gesteld op de maatregelen tot redding onder
+toezigt van den heer Mitchell, inspecteur-generaal der kolonie, en van
+een afdeeling politie-agenten onder bevel van een commissaris van
+politie. De squatters en hun knechts waren hun te hulp gekomen en deden
+eerst pogingen om den brand te blusschen, die met onweerstaanbaar geweld
+die overblijfselen verteerde. Eenige onkenbare lijken lagen tegen de
+glooijing van den weg. Maar men moest het opgeven om een levend wezen
+uit dien vuurgloed te redden. De vlammen hadden het werk der verwoesting
+spoedig voltooid. Van al de passagiers, wier aantal men niet kende,
+waren er maar tien over, die in den laatsten wagen zaten. Het bestuur
+van de spoorwegmaatschappij had een hulp-locomotief gezonden om hen naar
+Castlemaine terug te brengen.</p>
+
+<p>Inmiddels stond lord Glenarvan, die met den inspecteur kennis had
+gemaakt, met dezen en den commissaris te praten. Deze was een lang en
+mager man, van een onverstoorbare koelbloedigheid, en die, schuilde er
+misschien nog een greintje gevoel in zijn hart, er op zijn onbewegelijk
+gelaat althans niets van liet merken. Hij stond voor een ramp gelijk een
+wiskundige voor een vraagstuk; hij trachtte ze op te lossen en de
+onbekende er uit te berekenen. Toen dan ook Glenarvan zeide: "Welk een
+groot ongeluk!" antwoordde hij heel bedaard:</p>
+
+<p>"Het lijkt er niet naar, mylord!"</p>
+
+<p>"Lijkt het er niet naar!" riep Glenarvan, wien dat gezegde niet
+aanstond, "noemt gij dat dan geen ongeluk?"</p>
+
+<p>"Wel neen! Ik noem het een misdaad!" antwoordde de commissaris van
+politie op een bedaarden toon.</p>
+
+<p>Zonder verder bij die uitdrukking stil te staan, wendde Glenarvan zich
+tot den heer Mitchell en zag hem vragend aan.</p>
+
+<p>"Ja, mylord!" antwoordde de inspecteur-generaal, "ons onderzoek heeft
+ons zekerheid gegeven, dat die ramp het gevolg is van een misdaad. De
+laatste goederenwagen is geplunderd; de geredde reizigers zijn door een
+bende van vijf of zes booswichten aangevallen. De brug is met opzet,
+niet uit achteloosheid, geopend, en brengt men dit feit in verband met
+de verdwijning van den brugwachter, dan mag men daaruit afleiden, dat
+die ellendeling de medepligtige der booswichten is geweest."</p>
+
+<p>Bij deze gevolgtrekking van den inspecteur-generaal schudde de
+commissaris zachtjes het hoofd.</p>
+
+<p>"Zijt gij niet van mijn gevoelen?" vroeg hem de heer Mitchell.</p>
+
+<p>"Neen, wat de medepligtigheid van den brugwachter aangaat."</p>
+
+<p>"Die medepligtigheid aangenomen zijnde," hernam de inspecteur-generaal,
+"mogen wij de misdaad toeschrijven aan de wilden, die in den omtrek van
+de Murray rondzwerven. Zonder den wachter hebben die inboorlingen de
+draaibrug niet kunnen openen, welker inrigting hun onbekend is."</p>
+
+<p>"Juist," antwoordde de commissaris van politie.</p>
+
+<p>"Uit de verklaring van een schipper," vervolgde de heer Mitchell, "die
+gisteren avond tien minuten over half elf met zijn vaartuig door de
+Camden-brug gekomen is, blijkt verder, dat de brug, toen hij er door
+was, behoorlijk gesloten is."</p>
+
+<p>"Zeer waar."</p>
+
+<p>"Bij gevolg is mijns inziens de medepligtigheid van den wachter
+voldoende bewezen."</p>
+
+<p>De commissaris van politie ging voort met het hoofd te schudden.</p>
+
+<p>"Schrijft gij den de misdaad niet aan de wilden toe, mijnheer?" vroeg
+hem Glenarvan.</p>
+
+<p>"In het geheel niet."</p>
+
+<p>"Maar aan wie dan?"</p>
+
+<p>Juist ontstond er een vrij hevig rumoer een halve mijl stroomopwaarts.
+Daar was een hoop menschen bijeen, die telkens aangroeide. Spoedig waren
+zij bij het station. In het midden van de menigte droegen twee mannen
+een lijk. Het was het reeds ijskoude lijk van den wachter. Een dolkstoot
+had hem in het hart getroffen. Het doel der moordenaars, toen zij het
+ligchaam vrij ver van de Camden-brug afsleepten, was zeker geweest de
+vermoedens der politie bij de eerste nasporingen af te leiden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill27b" id="ill27b"></a>
+<img src="images/460.jpg" width="400" alt="Het was het reeds ijskoude lijk van den wachter." title="" />
+<span class="caption2">Het was het reeds ijskoude lijk van den wachter.</span>
+</div>
+
+<p>Deze ontdekking nu regtvaardigde ten volle den twijfel van den
+commissaris. De wilden hadden volstrekt geen deel aan de misdaad.</p>
+
+<p>"De moordenaars," zeide hij, "zijn reeds lang bekend met het gebruik van
+dit kleine instrument."</p>
+
+<p>Dit zeggende, liet hij een paar "darbies" zien, een soort van
+handboeijen, bestaande uit een dubbelen ijzeren ring voorzien van een
+slot.</p>
+
+<p>"Binnen kort zal ik het genoegen hebben," voegde hij er bij, "hun deezen
+armband voor hun nieuwejaar aan te bieden."</p>
+
+<p>"Maar wie verdenkt gij dan?..."</p>
+
+<p>"Lieden, die gratis met Harer Majesteits schepen gereisd hebben."</p>
+
+<p>"Wat! gedeporteerden!" riep Paganel, die bekend was met deze in de
+australische koloniën gebruikelijke spreekwijze.</p>
+
+<p>"Ik dacht," merkte Glenarvan aan, "dat de gedeporteerden zich niet
+mogten ophouden in de provincie Victoria?"</p>
+
+<p>"Ba!" antwoordde de commissaris van politie, "al hebben zij dat regt
+niet, zij nemen het toch! Soms gebeurt het wel, dat die gedeporteerden
+ontsnappen, en ik zou mij zeer vergissen, als dezen niet regelregt van
+Perth kwamen. Gij moogt mij vrij gelooven, zij zullen er weer heen."</p>
+
+<p>De heer Mitchell gaf door een gebaar te kennen, dat hij het met den
+commissaris van politie eens was. In dit oogenblik kwam de wagen digt
+bij den spoorweg. Glenarvan wilde de dames het vreeselijke schouwspel,
+dat de Camden-brug opleverde, besparen. Hij groette den
+inspecteur-generaal, nam afscheid van hem, en wenkte zijn vrienden om
+hem te volgen.</p>
+
+<p>"Dat is geen reden om onze reis niet voort te zetten," zeide hij.</p>
+
+<p>Bij den wagen gekomen, vertelde Glenarvan aan lady Helena alleen, dat er
+een spoorweg-ongeluk had plaats gehad, zonder te reppen van het aandeel,
+dat de misdaad aan die ramp had; evenmin maakte hij gewag van de
+tegenwoordigheid in dien omtrek van een bende gedeporteerden, daar hij
+plan had om Ayrton hiervan onder vier oogen kennis te geven. Daarop trok
+het kleine gezelschap eenige honderden ellen beneden de brug over den
+spoorweg en zette het de reis in oostelijke rigting voort.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XIII" id="XIII"></a>XIII.</h3>
+
+<h3>Een eerste prijs in de aardrijkskunde.</h3>
+
+
+<p>Aan den gezigteinder vertoonden zich eenige heerlijke heuvels, die twee
+mijlen van den spoorweg af de vlakte begrensden. Weldra was de wagen in
+een doolhof van naauwe en grillig door elkander geslingerde engten. Zij
+liepen op een liefelijke landstreek uit, waar schoone boomen, die geen
+bosch vormden, maar in afzonderlijke groepjes bijeenstonden, met echt
+tropische weelderigheid opschoten. Het meest liepen de "casuarina's" in
+het oog, die aan den eik den stevigen bouw van zijn stam, aan de acacia
+haar geurige schillen, en aan den denneboom de hardheid zijner naar het
+grijsgroene zweemende bladeren schijnen ontleend te hebben. Tusschen hun
+takken vertoonden zich de aardige kegels van den "banksia latifolia,"
+bekend om zijn allersierlijkste slankheid. Groote heesters met
+overhangende twijgen maakten te midden van het zware geboomte een
+uitwerking, alsof een groen water over den rand van al te volle bekkens
+liep. Het oog dwaalde onzeker rond over al die wonderen der natuur en
+wist niet, wat het eerst te bewonderen.</p>
+
+<p>Het kleine gezelschap had een oogenblik stilgehouden. Op bevel van lady
+Helena had Ayrton de ossen stil laten staan. Het knarsen van de lompe
+wielen op het kwartshoudende zand hield op. Onder de boomgroepen
+strekten zich groote grastapijten uit, die alleen door eenige
+oneffenheden en regelmatige verheffingen van den bodem in vrij
+duidelijke ruiten verdeeld werden, alsof zij een groot schaakbord
+vormden.</p>
+
+<p>Paganel vergiste zich niet, toen hij die groene eenzame vlakten zag, die
+zoo bij uitstek geschikt zijn voor de eeuwige rust; hij herkende die
+vierkante grafgestichten, waarvan het gras thans de laatste sporen
+uitwischt, en die de reiziger nog zoo zelden in Australië aantreft.</p>
+
+<p>"De boschjes van den dood," zeide hij.</p>
+
+<p>En werkelijk lag er een inlandsche begraafplaats voor hem, maar zoo
+frisch, zoo lommerrijk, zoo vervrolijkt door uitgelatene zwermen vogels,
+zoo aanlokkelijk, dat het volstrekt geen droevige denkbeelden opwekte.
+Zoo moeten de tuinen van het paradijs er hebben uitgezien, voor de dood
+op aarde heerschte. Zij scheen voor de levenden aangelegd te zijn. Maar
+die grafteekens, welke de wilde met vrome zorg onderhield, verdwenen
+reeds onder den weelderigen plantengroei. De verovering had den
+Australiër verre verjaagd van het land, waarin zijn voorvaderen rustten,
+en de kolonisatie zou die velden weldra overgeven aan de tand der
+kudden. Die boschjes zijn dan ook zeldzaam geworden, en hoevele, die een
+pas verdwenen menschengeslacht bedekken, zijn reeds vertreden onder de
+voeten van den onverschilligen reiziger.</p>
+
+<p>Inmiddels reden Paganel en Robert de anderen vooruit en doorkruisten
+kleine lommerrijke lanen tusschen de grasheuveltjes. Zij praatten met en
+leerden van elkander; want de aardrijkskundige beweerde, dat hij veel
+nut trok uit den omgang met den jongen Grant. Maar zij waren nog geen
+kwartmijl ver, toen lord Glenarvan hen zag stilstaan, toen afstijgen en
+eindelijk zich vooroverbuigen. Naar hun levendige gebaren te oordeelen,
+beschouwden zij een zeer buitengewoon voorwerp.</p>
+
+<p>Ayrton dreef zijn ossen aan, zoodat de wagen spoedig de beide vrienden
+inhaalde. Nu bleek terstond, waarom zij stilstonden en wat hun
+verwondering gaande maakte. Een inlandsch kind, een knaap van een jaar
+of acht, op zijn europeesch gekleed, lag rustig te slapen in de schaduw
+van een prachtigen banksia. Men kon zich niet vergissen in de duidelijke
+kenmerken van zijn ras: zijn kroeskop, zijn bijna zwarte kleur, zijn
+platte neus, zijn dikke lippen, zijn buitengemeen lange armen, alles
+bewees, dat hij bij de inboorlingen in het binnenland te huis behoorde.
+Maar zijn gelaat teekende schranderheid, en het was zeker, dat de
+opvoeding den jongen wilde reeds eenigzins had ontwikkeld.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill28b" id="ill28b"></a>
+<img src="images/464.jpg" width="400" alt="Een inlandsch kind lag rustig te slapen." title="" />
+<span class="caption2">Een inlandsch kind lag rustig te slapen.</span>
+</div>
+
+<p>Lady Helena, die op het eerste gezigt zeer met hem ingenomen was, steeg
+af, en weldra omringde het geheele gezelschap den kleinen inboorling,
+die nog gerust sliep.</p>
+
+<p>"Arm kind!" zeide Mary Grant; "zou hij in deze woestijn verdwaald zijn?"</p>
+
+<p>"Ik gis," antwoordde lady Helena, "dat hij ver van hier is gekomen om
+deze boschjes van den dood te bezoeken! Hier rusten zonder twijfel
+degenen, die hij liefhad!"</p>
+
+<p>"Maar wij kunnen hem hier niet laten liggen," zeide Robert. "Hij is
+alleen!... en...."</p>
+
+<p>Robert werd in het midden van zijn liefderijken volzin gestoord door een
+beweging van den jongen inboorling, die zich omkeerde zonder wakker te
+worden; maar hoe vreemd keken nu allen op, toen zij op zijn rug een
+papier zagen en daarop de volgende woorden lazen:</p>
+
+<p>
+<i>Toliné.</i><br />
+<i>Te bezorgen te Echuca.</i><br />
+<i>Adres: Jeffriss Smith, spoorwegbeambte.</i><br />
+<i>Franco.</i><br />
+</p>
+
+<p>"Zoo zijn de Engelschen!" riep Paganel. "Zij verzenden een kind als een
+baal! zij adresseeren hem als een pak! Ik had het vroeger wel gehoord,
+maar ik wilde het niet gelooven."</p>
+
+<p>"Arme kleine!" zeide lady Helena. "Was hij in den trein, die bij de
+Camden-brug uit het spoor is geraakt? Misschien zijn de ouders omgekomen
+en staat hij nu alleen op de wereld!"</p>
+
+<p>"Ik geloof het niet, mevrouw!" antwoordde John Mangles. "Dit papier
+bewijst veeleer, dat hij alleen reisde."</p>
+
+<p>"Hij wordt wakker," zeide Mary Grant.</p>
+
+<p>Het kind ontwaakte inderdaad. Langzaam opende bij zijn oogen, maar hij
+sloot ze terstond weder, wegens den fellen zonneschijn. Maar lady Helena
+vatte zijn hand; hij stond op en sloeg een verwonderden blik op de hem
+omringende reizigers. Eenige vrees vertoonde zich eerst op zijn gelaat,
+maar lady Glenarvan ziende, stelde hij zich weer gerust.</p>
+
+<p>"Verstaat gij engelsch, vriendje?" vroeg hem de dame.</p>
+
+<p>"Ik versta en spreek het," antwoordde het kind in de taal der reizigers,
+maar met een zeer sterk accent.</p>
+
+<p>Zijn uitspraak kwam bijna overeen met die van de Franschen, die zich in
+de taal van het Vereenigd Koningrijk uitdrukken.</p>
+
+<p>"Hoe heet gij?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Toliné," antwoordde de jonge inboorling.</p>
+
+<p>"Zoo, Toliné!" riep Paganel. "Vergis ik mij niet, dan beteekent dat
+woord in het australisch "boomschors"?"</p>
+
+<p>Toliné knikte van ja, en zag weer naar de reizigsters.</p>
+
+<p>"Vanwaar komt gij, vriendje?" hernam lady Helena.</p>
+
+<p>"Van Melbourne, met den trein van Sandhurst."</p>
+
+<p>"Waart gij dan in den trein, die bij de Camden-brug uit het spoor is
+geraakt?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer!" antwoordde Toliné; "maar de Heere heeft mij bewaard."</p>
+
+<p>"Reisdet gij alleen?"</p>
+
+<p>"Alleen. De eerwaarde Paxton had mij toevertrouwd aan het opzigt van
+Jeffries Smith. Ongelukkig heeft de arme beambte bij die ramp het leven
+ingeschoten."</p>
+
+<p>"En kendet gij niemand op den trein?"</p>
+
+<p>"Niemand, mijnheer! maar God waakt over de kinderen en verlaat ze
+nooit!"</p>
+
+<p>Toliné sprak deze woorden met zachte, roerende stem. Toen hij van God
+sprak, werd zijn toon deftiger, zijn oogen schitterden, en het was
+duidelijk, dat die kinderlijke ziel opregt vroom was.</p>
+
+<p>Die godsdienstige geestdrift op zoo jeugdigen leeftijd is gemakkelijk te
+verklaren. Dit kind was een van de jonge inboorlingen, die door
+engelsche zendelingen gedoopt en door hen volgens de strenge regelen der
+Methodisten opgevoed waren. Zijn kalme antwoorden, zijn zindelijk
+voorkomen, zijn donkere kleeren gaven hem reeds het uitzigt van een
+kleinen predikant.</p>
+
+<p>Maar waar ging hij toch heen in die woeste streken en waarom had hij de
+Camden-brug verlaten? Lady Helena ondervroeg hem dienaangaande.</p>
+
+<p>"Ik keerde naar mijn stam, in Lachlan, terug," antwoordde hij. "Ik wil
+mijn famielje terugzien."</p>
+
+<p>"Australiërs?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Australiërs uit Lachlan," antwoordde Toliné.</p>
+
+<p>"En hebt gij een vader, een moeder?" zeide Robert Grant.</p>
+
+<p>"Ja, broeder!" antwoordde Toliné, terwijl hij den jongen Grant, wien de
+broedernaam gevoelig trof, de hand toereikte. Hij omhelsde den kleinen
+inboorling, en meer was er niet noodig om hen vrienden te doen worden.</p>
+
+<p>Intusschen waren de reizigers, die veel belang begonnen te stellen in de
+antwoorden van dien jongen wilde, de een voor en de ander na bij den
+banksia gaan zitten om naar hem te luisteren. Reeds ging de zon onder
+achter de groote boomen. Daar de plaats geschikt scheen voor een
+nachtverblijf en het weinig uitmaakte, of zij voor den nacht nog eenige
+mijlen verder kwamen, gaf Glenarvan bevel om de legerplaats in
+gereedheid te brengen. Ayrton spande de ossen uit; met behulp van
+Mulrady en Wilson kluisterde hij ze en liet ze naar hartelust grazen. De
+tent werd opgeslagen. Olbinett maakte het avondeten klaar. Toliné nam na
+eenige aarzeling, hoewel hij honger had, de uitnoodiging aan om mede te
+eten. Men ging dus aan tafel; de beide kinderen zaten naast elkander.
+Robert zocht de lekkerste beetjes voor zijn nieuwen makker uit, en
+Toliné nam ze met een bedeesde en innemende bevalligheid aan.</p>
+
+<p>Het gesprek kwijnde echter niet. Elk stelde belang in het kind en had
+hem iets te vragen. Men was nieuwsgierig naar zijn geschiedenis. Deze
+was zeer eenvoudig. Reeds zeer vroeg was hij, naar de gewoonte der arme
+inboorlingen, die in de nabijheid der kolonie zich ophouden, aan de zorg
+van liefdadige inrigtingen toevertrouwd. De Australiërs zijn zacht van
+aard. Zij leggen jegens hun overheerschers dien woesten haat niet aan
+den dag, die het kenmerk is van de Nieuw-Zeelanders en misschien ook van
+eenige stammen van Noord-Australië. Zij bezoeken de groote steden,
+Adelaïde, Sydney, Melbourne, waar men ze bijna in paradijs-kostuum ziet
+rondloopen. Zij brengen er de geringe voortbrengselen hunner nijverheid,
+zooals jagt- en vischtuig en wapenen, ter markt, en sommige stamhoofden
+laten, zeker uit zuinigheid, gaarne toe, dat hun kinderen deelen in de
+voorregten eener engelsche opvoeding.</p>
+
+<p>Zoo hadden ook de ouders van Toliné, echte wilden uit Lachlan, een
+uitgestrekte landstreek aan gene zijde van de Murray, gedaan. Reeds vijf
+jaren woonde hij te Melbourne, en in al dien tijd had hij niemand van
+zijn famielje gezien. En toch, het bloed kruipt waar het niet gaan kan;
+om zijn stam, die welligt verstrooid, zijn famielje, waarvan zeker deze
+of gene overleden was, terug te zien, had hij de moeijelijke reis door
+de woestijn ondernomen.</p>
+
+<p>"En keert gij naar Melbourne terug, mijn kind! wanneer gij uw
+bloedverwanten omhelsd hebt?" vroeg hem lady Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw!" antwoordde Toliné, terwijl hij de jonge dame met een blik
+vol ongeveinsde liefde aanzag.</p>
+
+<p>"En wat wilt gij eenmaal doen?"</p>
+
+<p>"Ik wil mijn broeders van ellende en onwetendheid verlossen! Ik wil hen
+onderwijzen, hen opleiden tot de kennis en liefde Gods! Ik wil zendeling
+worden!"</p>
+
+<p>Ligtzinnigen en spotters zouden misschien gelagchen hebben, toen de
+achtjarige knaap vol geestdrift zoo sprak; maar die gemoedelijke
+Schotten begrepen en eerbiedigden hem; zij bewonderden den godsdienstzin
+van dien jeugdigen discipel, die zich reeds ten strijde had aangegord.
+Paganel was tot in het diepst zijner ziel bewogen en gevoelde inderdaad
+genegenheid voor den kleinen inlander.</p>
+
+<p>Zoo was het eerst niet. Die wilde in europeesche kleederen stond hem in
+den beginne volstrekt niet aan. Hij kwam niet in Australië om
+Australiërs met een jas te zien! Hij zag ze liever getatoeëerd. Die
+"fatsoenlijke" kleeding bragt hem in de war. Maar zoodra Toliné zoo vol
+vuur sprak, veranderde hij van gedachten, en bewonderde hij hem.</p>
+
+<p>Het slot van dit gesprek zou verder den braven aardrijkskundige de beste
+vrienden met den kleinen Australiër doen worden.</p>
+
+<p>Op een vraag van lady Helena antwoordde Toliné, dat hij te Melbourne "op
+de normaalschool" was, die onder het bestuur van den Wel Eerwaarden Heer
+Paxton stond.</p>
+
+<p>"En wat leert gij alzoo op die school?" vroeg lady Glenarvan.</p>
+
+<p>"Daar lees ik in den Bijbel, leer wiskunde, aardrijkskunde...."</p>
+
+<p>"Zoo! aardrijkskunde!" riep Paganel, in zijn zwak getast.</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer!" antwoordde Toliné. "Ik heb zelfs voor de
+Januarij-vacantie een eersten prijs voor de aardrijkskunde behaald."</p>
+
+<p>"Hebt gij een prijs voor de aardrijkskunde behaald, mijn jongen?"</p>
+
+<p>"Hier is hij, mijnheer!" zeide Toliné een boek uit zijn zak halende.</p>
+
+<p>Het was een netjes ingebonden bijbeltje in-82°. Op de keerzijde van de
+eerste pagina stond: "Normaalschool te Melbourne, 1<sup>ste</sup> prijs voor de
+aardrijkskunde, Toliné van Lachlan."</p>
+
+<p>Paganel kon het zoo waar niet langer uithouden! Een Australiër, die
+sterk was in de aardrijkskunde, dat verbaasde hem, en hij drukte een kus
+op Toliné's beide wangen, alsof hij de eerwaarde Paxton in persoon
+geweest was, op den dag van een prijsuitdeeling. Evenwel had Paganel
+moeten weten, dat zoo iets geen zeldzaamheid is op de australische
+scholen. De jonge wilden hebben veel aanleg voor de aardrijkskundige
+studiën; zij leggen zich er met lust op toe, maar zijn daarentegen zeer
+onvatbaar, als het op rekenen aankomt.</p>
+
+<p>Toliné begreep niets van de onverwachte liefkozingen van den geleerde.
+Lady Helena moest het hem duidelijk maken, dat hij een beroemd
+aardrijkskundige, en als het moest een knap onderwijzer was.</p>
+
+<p>"Een onderwijzer in de aardrijkskunde!" antwoordde Toliné. "Och,
+mijnheer! ondervraag mij, als het u belieft!"</p>
+
+<p>"U ondervragen, mijn jongen!" zeide Paganel, "niets liever dan dat! Al
+hadt ge 't niet gevraagd, zou ik het toch gedaan hebben. Ik wil graag
+eens zien, hoe de aardrijkskunde op de normaalschool te Melbourne
+onderwezen wordt!"</p>
+
+<p>"Pas maar op, dat Toliné u niet in het naauw brengt, Paganel!" zeide Mac
+Nabbs lagchend.</p>
+
+<p>"Een secretaris der fransche Maatschappij van aardrijkskunde in het
+naauw brengen! dat zou wat moois zijn!" riep de aardrijkskundige.</p>
+
+<p>Daarop zette hij zijn bril goed, rigtte zich in zijne volle lengte op en
+nam een deftigen toon aan, zooals het een onderwijzer voegt. Hij begon
+zijn onderzoek met te zeggen:</p>
+
+<p>"Leerling Toliné! sta op!"</p>
+
+<p>Toliné, die reeds stond, kon niet aan dit bevel gehoorzamen. Hij wachtte
+dus in een zedige houding op de vragen van den aardrijkskundige.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill29b" id="ill29b"></a>
+<img src="images/471.jpg" width="400" alt="&quot;Leerling Toliné! sta op!&quot;" title="" />
+<span class="caption2">&quot;Leerling Toliné! sta op!&quot;</span>
+</div>
+
+<p>"Leerling Toliné!" hernam Paganel, "welke zijn de vijf werelddeelen?"</p>
+
+<p>"Oceanië, Azië, Afrika, Amerika en Europa," antwoordde Toliné.</p>
+
+<p>"Goed. Wij zullen eerst over Oceanië spreken, waar wij ons thans
+bevinden. Hoe wordt het verdeeld?"</p>
+
+<p>"Het wordt verdeeld in Polynesië, Mikronesië en Megalesië. De
+voornaamste eilanden zijn: Australië, dat aan de Engelschen behoort,
+Tasmanië, dat aan de Engelschen behoort, de eilanden Chattam, Auckland,
+Macquarie, Kermadec, Makin, Maraki, enz., die aan de Engelschen
+behooren."</p>
+
+<p>"Goed," antwoordde Paganel; "maar Nieuw-Caledonië, de Sandwicheilanden,
+de Mendana-archipel, de Pomotoe-eilanden?"</p>
+
+<p>"Die eilanden staan onder bescherming van Groot-Brittanje!"</p>
+
+<p>"Onder bescherming van Groot-Brittanje!" riep Paganel. "Ik dacht, dat
+veeleer Frankrijk...."</p>
+
+<p>"Frankrijk!" zeide het knaapje met een verwonderd gezigt.</p>
+
+<p>"Ei, ei! leert men zoo op de normaalschool te Melbourne?" vroeg Paganel.</p>
+
+<p>"Ja mijnheer! Is het dan zoo niet?"</p>
+
+<p>"Wel zeker! wel zeker! Goed zoo!" antwoordde Paganel. "Geheel Oceanië
+behoort aan de Engelschen! Dat is afgepraat! verder."</p>
+
+<p>De majoor had schik in het half booze, half verbaasde gezigt, dat
+Paganel zette.</p>
+
+<p>Hij ging met vragen voort.</p>
+
+<p>"Wat weet gij van Azië?" vroeg de aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"Azië is een onmetelijk groot land," antwoordde Toliné, "Calcutta is de
+hoofdstad. Verdere voorname steden: Bombay, Madras, Calicoet, Aden,
+Malakka, Singapoor, Pegoe, Colombo; de Lakediven, de Malediven, de
+Chagos-eilanden, enz., enz. Behoort aan de Engelschen."</p>
+
+<p>"Goed! goed! leerling Toliné! En Afrika?"</p>
+
+<p>"Afrika bevat twee voorname koloniën: de Kaapkolonie met de Kaapstad, en
+in het westen de engelsche nederzettingen, voornaamste stad Sierra
+Leona."</p>
+
+<p>"Goed geantwoord!" zeide Paganel, die vrede kreeg met die bijzondere,
+engelsche aardrijkskunde, "knapjes onderwezen! Algiers, Marokko, Egypte
+... van de engelsche atlassen geschrapt! Nu wil ik nog wel een beetje
+over Amerika spreken!"</p>
+
+<p>"Het wordt verdeeld in Noord- en Zuid-Amerika," hernam Toliné. "Het
+eerste behoort den Engelschen door Canada, Nieuw-Brunswijk,
+Nieuw-Schotland en de Vereenigde Staten, bestuurd door den gouverneur
+Johnson."</p>
+
+<p>"Gouverneur Johnson!" riep Paganel, "de opvolger van den grooten en
+goeden Lincoln, gevallen onder het staal van een krankzinnigen dweeper
+met de slavernij! Opperbest! Het kan niet beter! En wat Zuid-Amerika
+aangaat, met zijn Guiana, zijn Maloeïnen, zijn Shetland-archipel, zijn
+Georgië, zijn Jamaica, zijn Trinidad, enz. enz., dat behoort ook aan de
+Engelschen! Ik wil hierover volstrekt niet twisten! Maar, Toliné! ik zou
+wel eens willen weten, hoe gij, of liever uw onderwijzers, over Europa
+denkt?"</p>
+
+<p>"Europa?" vroeg Toliné, die volstrekt niets begreep van de
+opgewondenheid van den aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"Ja! Europa! Aan wien behoort Europa?"</p>
+
+<p>"Wel, Europa behoort aan de Engelschen," antwoordde het kind op
+stelligen toon.</p>
+
+<p>"Ik dacht het wel!" hernam Paganel. "Maar hoe? Dat zou ik wel eens
+willen hooren."</p>
+
+<p>"Door Schotland, Ierland, Engeland, Malta, de eilanden Jersey en
+Guernsey, de Jonische eilanden, de Hebriden, de Shetlands-eilanden, de
+Orkaden...."</p>
+
+<p>"Goed! goed! Toliné! maar er zijn andere staten, die gij vergeet op te
+noemen, mijn jongen!"</p>
+
+<p>"Welke, mijnheer?" vroeg het kind, dat zich niet in den war liet
+brengen.</p>
+
+<p>"Spanje, Rusland, Oostenrijk, Pruisen, Frankrijk!"</p>
+
+<p>"Dat zijn geen staten, maar provinciën," zeide Toliné.</p>
+
+<p>"Hoe heb ik het nu!" riep Paganel, terwijl hij den bril van zijn neus
+nam.</p>
+
+<p>"Wel zeker! Spanje, hoofdstad Gibraltar."</p>
+
+<p>"Bewonderenswaardig! juist! verheven! En Frankrijk dan, want ik ben een
+Franschman, en zou gaarne weten, aan wie ik toebehoor!"</p>
+
+<p>"Frankrijk, een engelsche provincie, hoofdplaats Calais!" antwoordde
+Toliné bedaard.</p>
+
+<p>"Calais!" riep Paganel. "Denkt gij, dat Calais nog van Engeland is?"</p>
+
+<p>"Zonder twijfel."</p>
+
+<p>"En dat het de hoofdplaats is van Frankrijk?"</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer! en de residentie van den gouverneur, lord Napoleon...."</p>
+
+<p>Op die laatste woorden schaterde Paganel het uit. Toliné wist niet, hoe
+hij het had. Men had hem ondervraagd en hij had zoo goed mogelijk
+geantwoord. Maar de vreemdheid van zijn antwoord was zijn schuld niet;
+hij had er geen erg in. Toch scheen hij niet van zijn stuk gebragt, en
+hij wachtte bedaard, tot die onverklaarbare lachbui over was.</p>
+
+<p>"Nu ziet gij het," zeide eindelijk de majoor tot Paganel. "Heb ik het u
+niet gezegd, dat de leerling Toliné u in het naauw zou brengen?"</p>
+
+<p>"Zeker, geachte majoor!" antwoordde de aardrijkskundige. "Ha! zoo
+onderwijst men te Melbourne de aardrijkskunde! Mooi zoo, heeren
+onderwijzers aan de normaalschool! Europa, Azië, Afrika, Amerika,
+Oceanië, de geheele wereld, alles is van de Engelschen! Drommels! met
+zoo'n slimme opvoeding begrijp ik, dat de inboorlingen zich onderwerpen!
+Zeg eens, Toliné! is de maan soms ook een engelsche bezitting, mijn
+jongen?"</p>
+
+<p>"Ze zal het eenmaal zijn," antwoordde de jonge wilde in vollen ernst.</p>
+
+<p>Nu stond Paganel op. Hij kon het niet langer uithouden. Hij moest op
+zijn gemak uitlagchen en ging een kwartmijl buiten de legerplaats om
+zijn lachlust bot te vieren.</p>
+
+<p>Inmiddels was Glenarvan een boekje uit de reisbibliotheek gaan halen.
+Het was een schets van de aardrijkskunde van Samuel Richardson, een
+werkje, dat in Engeland zeer gezocht en beter op de hoogte is dan de
+onderwijzers te Melbourne.</p>
+
+<p>"Ziedaar, mijn kind!" zeide hij tot Toliné, "neem en bewaar dit boek.
+Gij hebt eenige verkeerde denkbeelden over de aardrijkskunde, die gij
+moet wijzigen. Ik geef het u als eene gedachtenis aan onze ontmoeting."</p>
+
+<p>Toliné nam het boek aan zonder een woord te spreken, hij beschouwde het
+oplettend, en schudde met een ongeloovig gezigt het hoofd, maar kon niet
+besluiten het in zijn zak te steken.</p>
+
+<p>Intusschen was het geheel duister geworden. Het was tien ure. Men moest
+aan slapen denken om den volgenden morgen vroeg op te staan. Robert bood
+zijn vriendje Toliné de helft van sijn slaapplaats aan. De kleine
+inlander nam dit aan.</p>
+
+<p>Eenige oogenblikken later keerden lady Helena en Mary Grant naar den
+wagen terug, en strekten de reizigers zich onder de tent uit, terwijl
+het gelach van Paganel nog zamensmolt met het liefelijk en zacht gezaag
+der wilde eksters.</p>
+
+<p>Maar toen een zonnestraal de slapers den volgenden morgen om zes ure
+wekte, zochten zij te vergeefs het australische kind. Toliné was
+verdwenen. Wilde hij zonder oponthoud Lachlan bereiken? Had het gelach
+van Paganel hem gehinderd? Men wist het niet.</p>
+
+<p>Maar toen lady Helena ontwaakte, vond zij op haar borst een frisschen
+ruiker vergeetmijnietjes met enkelvoudige bladeren, en Paganel in den
+zak van zijn jas "de aardrijkskunde van Samuel Richardson."</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XIV" id="XIV"></a>XIV.</h3>
+
+<h3>De mijnen van den Alexander-berg.</h3>
+
+
+<p>In 1844 vond sir Roderick Impey Murchison, thans president der
+koninklijke Maatschappij voor aardrijkskunde te Londen, door de studie
+van haar zamenstelling een merkwaardige overeenkomst tusschen de
+Oeralketen en die, welke van het noorden naar het zuiden, niet ver van
+de zuidkust van Australië loopt.</p>
+
+<p>De Oeral bevat goud, en nu vroeg de geleerde aardrijkskundige zich af,
+of dit kostbaar metaal ook niet aanwezig zou zijn in het australische
+gebergte. Hij bedroog zich niet.</p>
+
+<p>Werkelijk werden hem twee jaar later eenige monsters goud uit
+Nieuw-Zuid-Wales gezonden, en daarop bewerkte hij de verhuizing van een
+groot aantal werklieden uit Cornwales naar de goudstreken van
+Nieuw-Holland.</p>
+
+<p>Een zekere Francis Dutton had in Zuid-Australië de eerste goudklompen
+gevonden, terwijl Forbes en Smyth de eerste mijnen van Nieuw-Wales
+ontdekten.</p>
+
+<p>Toen de eerste stoot gegeven was, stroomden de goudzoekers uit alle
+oorden der wereld toe: Engelschen, Amerikanen, Italianen, Franschen,
+Duitschers en Chineezen. Toch duurde het tot den 8<sup>den</sup> April 1851 voor
+zekere Hargraves zeer rijke goudlagen opspoorde, welker ligging hij den
+gouverneur der kolonie Sydney, sir Ch. Fits-Roy, aanbood mede te deelen
+voor de geringe som van vijf honderd pond sterling.</p>
+
+<p>Zijn aanbod werd van de hand gewezen, maar die ontdekking was ruchtbaar
+geworden. De goudzoekers begaven zich naar Summerhill en Leni's Pond. De
+stad Ophir werd gebouwd, die door den rijkdom der mijnen spoedig haar
+bijbelschen naam eer aandeed.</p>
+
+<p>Tot nog toe was er geen sprake van de provincie Victoria, die echter
+weldra door den rijkdom harer lagen alle anderen overvleugelen zou.</p>
+
+<p>Weinige maanden later toch, in de maand Augustus 1851, werden de eerste
+klompen in die provincie uitgegraven, en weldra was het werk in vier
+districten in vollen gang. Die vier districten waren: Ballarat, Ovens,
+Bendigo en van den Alexander-berg, allen zeer rijk; maar aan de rivier
+de Ovens belemmerde de overvloed van water dikwijls den arbeid; te
+Ballarat veroorzaakte een ongelijke verdeeling den goudzoekers menige
+misrekening; te Bendigo voldeed de grond niet aan de eischen van den
+werkman. Bij den Alexander-berg liep alles zamen om den goeden uitslag
+van den arbeid te verzekeren; voor dit kostbare metaal, dat tot dertien
+honderd negen en zestig gulden het nederlandsche pond opbragt, werd de
+hoogste prijs van alle markten der wereld gemaakt.</p>
+
+<p>De weg van de zeven en dertigste parallel voerde de zoekers van kapitein
+Harry Grant juist naar die plaats, welke zoo vruchtbaar is in rampen en
+in onverwachten voorspoed.</p>
+
+<p>Na den 31<sup>sten</sup> December den geheelen dag over een oneffen bodem gegaan te
+hebben, die de paarden en ossen zeer vermoeiden, bemerkten zij de ronde
+toppen van den Alexander-berg. Het nachtleger werd in een enge kloof van
+die kleine keten opgeslagen. Nadat hun de kluisters waren aangelegd,
+gingen de dieren hun voedsel zoeken tusschen de kwartsblokken, waarmede
+de grond was bezaaid. Nog hadden zij de streek der ontginningen niet
+bereikt. Eerst den volgenden dag, den eersten van het jaar 1866, rolde
+de wagen over de wegen van die rijke landstreek.</p>
+
+<p>Jacques Paganel en zijn reisgenooten waren blijde, toen zij in het
+voorbijgaan dien beroemden berg zagen, die in de landtaal Geboor heet.
+Daar viel de geheele horde gelukzoekers neder, dieven en eerlijke
+lieden, degenen die ophangen en die zich laten ophangen. Op het eerste
+gerucht der groote ontdekking, in het gulden jaar 1851, werden steden,
+akkers, schepen, door de inwoners, de squatters en de zeelieden
+verlaten. De goudkoorts werd epidemisch, zoo besmettelijk als de pest,
+en hoevelen stierven er aan, die het geluk reeds meenden gegrepen te
+hebben! De milde natuur had, zeide men, over een uitgestrektheid van
+vijf en twintig breedtegraden millioenen in het wonderland Australië
+gestrooid. Het was oogsttijd, en die nieuwe maaijers gingen den oogst
+binnenhalen. Het beroep van "digger", graver, was het meest gezochte, en
+al mogten er velen van vermoeijenis uitgeput onder hun taak bezwijken,
+toch waren er eenigen, die zich door een enkelen slag met het houweel
+verrijkten. De ongelukken werden verzwegen, het geluk door de faam
+uitgebazuind. Die nukken van het lot vonden weerklank in de vijf
+werelddeelen. Weldra stroomden scharen hebzuchtigen van allerlei stand
+samen op de kust van Australië, en gedurende de vier laatste maanden van
+het jaar 1852 kwamen er alleen te Melbourne vier en vijftig duizend
+landverhuizers, een waar leger, maar een leger zonder aanvoerder, zonder
+tucht, een leger na een overwinning, die nog niet behaald was, in een
+woord vier en vijftig duizend plunderaars van de ergste soort.</p>
+
+<p>Gedurende de eerste jaren dier krankzinnige dronkenschap heerschte er
+een onbeschrijfelijke wanorde. Met hun gewone geestkracht maakten de
+Engelschen zich echter spoedig van den toestand meester. De
+politie-agenten en de inlandsche gendarmes verlieten de partij der
+dieven voor die der eerlijke lieden. Er had een heele omkeering plaats.
+Ook zou Glenarvan geen enkel van de hevige tooneelen van 1852 bijwonen.
+Dertien jaren waren sedert dat tijdstip verloopen, en nu werden de
+goudgronden wetenschappelijk bewerkt volgens de regelen eener gestrenge
+organisatie.</p>
+
+<p>Ook raakten de mijnen reeds uitgeput. Door al dat zoeken vond men
+eindelijk den bodem. En kan het ook anders of de schatten door de natuur
+opgehoopt moesten verminderen, wanneer men in aanmerking neemt dat de
+goudzoekers van 1852 tot 1858 alleen in Victoria drie en zestig millioen
+honderd zeven duizend vierhonderd acht en zeventig pond sterling<a name="FNanchor_1_26" id="FNanchor_1_26"></a><a href="#Footnote_1_26" class="fnanchor">[1]</a> uit
+den grond hebben gehaald! Het aantal landverhuizers is dan ook werkelijk
+verminderd, daar velen naar de nog ondoorzochte streken vertrokken zijn.
+De "gold-fields," goudvelden, die onlangs te Otago en Marlborough in
+Nieuw-Zeeland ontdekt zijn, worden thans doorgraven door duizenden
+tweevoetige ongevleugelde witte mieren<a name="FNanchor_2_27" id="FNanchor_2_27"></a><a href="#Footnote_2_27" class="fnanchor">[2]</a>.</p>
+
+<p>Tegen elf ure kwamen zij in het middelpunt der werkzaamheden aan. Daar
+verhief zich een ware stad, met fabrieken, een bank, een kerk, een
+kazerne, hutten en dagblad-bureaux. Ook logementen, boerderijen en
+buitenverblijven zocht men niet te vergeefs. Er was zelfs een druk
+bezochte schouwburg tegen zes gulden de plaats. Veel opgang maakte een
+stuk uit het dagelijksch leven genomen, dat tot titel had <i>Francis
+Obadiah, of de gelukkige goudgraver</i>. Bij de ontknooping steekt de held
+wanhopend zijn houweel voor de laatste maal in den grond en vindt een
+klomp goud van ongehoorde waarde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill30b" id="ill30b"></a>
+<img src="images/480.jpg" width="400" alt="Daar verhief zich een ware stad." title="" />
+<span class="caption2">Daar verhief zich een ware stad.</span>
+</div>
+
+<p>Begeerig om de ontginning op groote schaal van den Alexander-berg te
+bezoeken, liet Glenarvan Ayrton en Mulrady met den wagen vooruitrijden.
+Hij zou hen na verloop van eenige uren wel inhalen. Paganel was in de
+wolken over dat besluit, en naar zijn gewoonte wierp hij zich op tot
+gids en leidsman van het kleine gezelschap.</p>
+
+<p>Op zijn raad ging men eerst naar de Bank. De straten waren breed,
+gemacadamiseerd en zorgvuldig besproeid. Reusachtige aanplakbilletten
+van de <i>Golden company (limited)</i> van de <i>Digger's General Office</i>, van
+de <i>Nuggets Union</i> trokken de aandacht. De samenwerking van handen en
+geld was in de plaats gekomen van den afzonderlijken arbeid der
+goudzoekers. Overal hoorde men de machines werken, die het zand wieschen
+en het kostbare kwarts fijn maalden.</p>
+
+<p>In den omtrek der woningen lagen de "placers" of uitgestrekte gronden,
+die ter ontginning waren afgestaan. Daar waren tegen hoog loon de
+goudzoekers aan het werk, die de compagniën in dienst hadden genomen.
+Ontelbaar waren de gaten die in den grond waren geboord. Het ijzer van
+de houweelen fonkelde in de zon en zond een onafgebrokene reeks van
+lichtstralen uit. Alle natiën waren onder die arbeiders
+vertegenwoordigd. Zij twistten niet, en volbragten zwijgend hun taak,
+als bezoldigde personen.</p>
+
+<p>"Denkt echter niet," zeide Paganel, "dat er op den australischen bodem
+geen enkele van die koortsachtige zoekers meer zijn zou, die hun geluk
+in het mijnspel komen beproeven. Ik weet wel, dat de meesten hun armen
+aan de compagniën verhuren, en dat moet wel, omdat de regeering al de
+goudgronden verkocht of verpacht heeft. Maar wie niets heeft, wie
+verhuren noch koopen kan, ook hij heeft nog eenige kans om rijk te
+worden."</p>
+
+<p>"Welke?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"De kans om het "jumping" uit te oefenen," antwoordde Paganel. "Zoo
+zouden wij b.v., die volstrekt geen regt op deze streken hebben, toch,
+&mdash;als er wat veel geluk bijkomt, dat spreekt van zelf,&mdash;fortuin kunnen
+maken!"</p>
+
+<p>"Maar hoe?" vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Door het "jumping", zooals ik reeds de eer heb gehad u te zeggen."</p>
+
+<p>"Wat is dat, het "jumping"?" vroeg de majoor weer.</p>
+
+<p>"Het is een overeenkomst onder de goudzoekers, die dikwijls tot geweld
+en wanorde aanleiding geeft en die de regeering nog niet heeft kunnen
+vernietigen."</p>
+
+<p>"Spreek toch duidelijker, Paganel!" zeide Mac Nabbs, "gij doet ons
+watertanden."</p>
+
+<p>"Welnu. Het is een regel, dat elke grond in het middelpunt der
+werkzaamheden, waarin men in geen vier en twintig uren, de groote
+feestdagen uitgezonderd, heeft gewerkt, gemeen goed wordt. Wie zich er
+van meester maakt, kan hem doorzoeken, en als het lot hem begunstigt,
+rijk worden. Doe dus uw best, Robert! om een van die verlaten gaten op
+te sporen, en het behoort u!"</p>
+
+<p>"Och, mijnheer Paganel! breng mijn broeder toch zoo iets niet in het
+hoofd!" zeide Mary Grant.</p>
+
+<p>"Ik scherts, lieve miss!" antwoordde Paganel, "en dat weet Robert ook
+wel. Hij, een goudzoeker! Nooit! Den grond spitten, ploegen, bebouwen,
+vervolgens bezaaijen en hem een geheelen oogst tot loon voor zijn moeite
+vragen, goed! Maar hem evenals de mollen, even blind als zij, te
+doorwoelen om hem een beetje goud te ontfutselen, dat is een treurig
+beroep, en wel moet men van God en menschen verlaten zijn om het uit te
+oefenen!"</p>
+
+<p>Na de voornaamste mijn bezocht en een overgangsgrond ontmoet te hebben,
+grootendeels bestaande uit kwarts, kleischiefer en zand, dat afkomstig
+was van de scheiding der steenen, kwamen de reizigers aan de Bank.</p>
+
+<p>Dit was een uitgestrekt gebouw, van welks nok de nationale vlag
+wapperde. Lord Glenarvan werd door den inspecteur-generaal ontvangen,
+die de eer van zijn inrigting ophield.</p>
+
+<p>Daar wordt al het uit den grond opgedolven goud door de compagniën tegen
+een schriftelijk bewijs van ontvangst in bewaring gegeven. De tijd was
+reeds lang achter den rug, toen de eerste goudzoeker door de kooplieden
+der kolonie werd afgezet. Dezen betaalden hem aan de mijnen drie en
+vijftig shillings voor het ons, dat ze te Melbourne voor vijf en zestig
+verkochten! Maar het is waar, de koopman had de risico van het vervoer,
+en daar de straatroovers sterk vermenigvuldigden, kwam de bezending niet
+altijd ter bestemder plaatse aan.</p>
+
+<p>Aardige monsters goud werden aan de bezoekers vertoond, en de inspecteur
+deelde hun belangrijke bijzonderheden mede aangaande de verschillende
+wijzen om dit metaal op te delven.</p>
+
+<p>Doorgaans treft men het in twee gedaanten aan: óf in grootere of
+kleinere stukken óf als stofgoud. Het komt ook voor als erts, met de
+aangespoelde gronden vermengd, of besloten in een gangsteen van kwarts.
+Daarom gaat men ook bij het delven naar den aard van den bodem te werk:
+men zoekt het aan de oppervlakte of in den grond.</p>
+
+<p>Wanneer het in stukken voorkomt, ligt het goud op den bodem van
+bergstroomen, dalen en holle wegen, naar zijn grootte geschikt, eerst de
+korrels, dan de blaadjes en eindelijk de loovertjes.</p>
+
+<p>Wanneer het integendeel stofgoud is, welks gangsteen door den invloed
+der lucht ontbonden is, ligt het op ééne plaats bij elkander, in hoopjes
+vereenigd, en vormt het wat de goudzoekers "zakjes" noemen. Er zijn er
+onder die zakjes, die een geheel vermogen bevatten.</p>
+
+<p>Bij den Alexander-berg wordt het goud hoofdzakelijk aangetroffen in de
+leemlagen en in de tusschenruimten der leisteenen. Daar zijn de
+pepiet-nesten<a name="FNanchor_3_28" id="FNanchor_3_28"></a><a href="#Footnote_3_28" class="fnanchor">[3]</a>; daar trekt de gelukkige graver dikwijls het hoogste
+lot uit de goudmijnen.</p>
+
+<p>Na de verschillende goudsoorten bezigtigd te hebben, doorwandelden de
+bezoekers het delfstoffelijk museum der Bank. Daar zagen zij al de
+voortbrengselen van den bodem van namen voorzien en ordelijk
+gerangschikt. Het goud is zijn eenige rijkdom niet, hij mag teregt een
+groote juweelkist genoemd worden, waarin de natuur haar kostbare
+kleinodiën bewaart. Onder de glazen deksels schitterden de witte topaas,
+de mededinger der braziliaansche topazen, de karbonkel, de schorlsteen,
+een soort van heerlijk groenen kiezelsteen, de bleekroode robijn,
+vertegenwoordigd door scharlakenroode spinellen en door een
+allerschoonste rozenroode verscheidenheid, ligt- en donkerblaauwe
+saffieren, even gezocht als die van Malabar of Thibet, schitterende
+bruinroode tinanium-schorls en ten slotte een kleine diamant-kristal,
+die op de oevers van de Turon gevonden was. Niets ontbrak aan die
+prachtige verzameling van edelsteenen, en men behoefde het noodige goud
+om ze in te vatten niet ver te gaan zoeken. Als men ze althans niet
+geheel gezet wilde hebben, kon men niets meer verlangen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill31b" id="ill31b"></a>
+<img src="images/485.jpg" width="400" alt="Het delfstoffelijk museum der Bank." title="" />
+<span class="caption2">Het delfstoffelijk museum der Bank.</span>
+</div>
+
+<p>Glenarvan nam afscheid van den inspecteur der Bank, na hem voor zijn
+vriendelijkheid bedankt te hebben, waarvan bij een ruim gebruik had
+gemaakt. Daarna werd het bezoek aan de goudmijnen voortgezet.</p>
+
+<p>Hoe los Paganel ook mogt zijn van de goederen dezer wereld, toch deed
+hij geen stap zonder dien rijken bodem met zijn oogen te doorzoeken. Hij
+kon de verzoeking niet wederstaan, en zelfs de scherts zijner vrienden
+vermogt niets op hem. Telkens bukte hij, raapte een kei op of een stuk
+gangsteen of een brok kwarts; hij bekeek ze oplettend en wierp ze
+spoedig weer met verachting weg. Dat duurde zoo de geheele wandeling.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill32b" id="ill32b"></a>
+<img src="images/486.jpg" width="400" alt="Paganel raapte een kei op." title="" />
+<span class="caption2">Paganel raapte een kei op.</span>
+</div>
+
+<p>"Hoe is het, Paganel!" vroeg de majoor, "hebt ge bij geval iets
+verloren?"</p>
+
+<p>"Zeker," antwoordde Paganel, "in dit land van goud en edelgesteenten
+heeft men altijd verloren, wat men niet gevonden heeft. Ik zie niet in,
+waarom ik ook niet een klomp van eenige onsen, een van twintig pond is
+ook goed, maar meer ook niet, zou kunnen medenemen."</p>
+
+<p>"En wat zoudt gij er mede doen, beste vriend?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"O, ik zou er niet verlegen mede zijn," antwoordde Paganel. "Ik zou hem
+aan mijn land vereeren! Ik zou hem in de fransche Bank beleggen...."</p>
+
+<p>"Die hem zou aannemen?"</p>
+
+<p>"Zeker, in den vorm van spoorweg-aandeelen!"</p>
+
+<p>Men wenschte Paganel geluk met de wijze, waarop hij zijn klomp "aan zijn
+land" dacht aan te bieden, en lady Helena wenschte hem toe, dat hij het
+grootste stuk goud van de wereld mogt vinden.</p>
+
+<p>Al schertsend doorliepen de reizigers het grootste gedeelte der
+ontgonnen gronden. Overal werd geregeld en werktuigelijk maar zonder
+opgewektheid gewerkt.</p>
+
+<p>Na een wandeling van een paar uren kreeg Paganel een zeer fatsoenlijke
+herberg in het oog, waar hij voorstelde wat te gaan zitten, tot het tijd
+was den wagen weer op te gaan zoeken. Lady Helena keurde dit goed, en
+daar men in geen herberg kan komen zonder iets te gebruiken, vroeg
+Paganel den herbergier om den een of anderen hier gebruikelijken drank
+te brengen.</p>
+
+<p>Voor iederen bezoeker werd een "nobler" gebragt. Dit is niet anders dan
+grog, maar omgekeerde grog. In plaats van een glaasje brandewijn in een
+groot glas water te doen, doet men een glaasje water in een groot glas
+brandewijn, daar gaat suiker in en men drinkt. Dat was wel een beetje al
+te australisch, en tot groote verwondering van den herbergier werd de
+nobler, met een groote karaf water aangelengd, de britsche grog.</p>
+
+<p>Vervolgens praatte men over mijnen en mijnwerkers. Nu of nooit. Hoewel
+Paganel zeer in zijn schik was met hetgeen hij gezien had, meende hij
+toch, dat het vroeger nog bezienswaardiger moet geweest zijn, in de
+eerste jaren van de ontginning van den Alexander-berg.</p>
+
+<p>"De grond," zeide hij, "was toen vol gaten en wemelde van legioenen
+werkmieren, en welke mieren! Alle landverhuizers waren even vlijtig,
+maar niet even voorzigtig als die diertjes! Het goud werd met handenvol
+weg geworpen. Het werd verdronken, en de herberg, waarin wij thans zijn,
+was een "hel", zooals men toen zeide. Het dobbelspel liep doorgaans op
+messteken uit. De politie kon er niets aan doen en dikwijls was de
+gouverneur der kolonie verpligt met geregelde troepen tegen de oproerige
+goudzoekers op te trekken. Toch gelukte het hem ze tot rede te brengen,
+hij legde een patent-regt op aan elken graver, dat hij niet zonder
+moeite liet innen, zoodat de wanorde hier minder groot was dan in
+Californië."</p>
+
+<p>"Kan een ieder dat beroep van goudzoeker maar uitoefenen?" vroeg lady
+Helena.</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw! Daarvoor behoeft men geen akademischen graad te bezitten!
+Een paar goede armen is genoeg. Door armoede voortgejaagd kwamen de
+gelukzoekers aan de mijnen, meest allen zonder geld, de rijken met een
+houweel, de armen met een mes, en allen vatten dit werk op met een
+razernij, die zij bij een eerlijk ambacht wel achterwege zouden gelaten
+hebben. Die goudlanden leverden toen een zonderling schouwspel op! De
+grond was bedekt met tenten, dekkleeden, stulpen, barakken van aarde,
+planken en bladeren. In het midden pronkten de tent van het
+gouvernement, met de britsche vlag versierd, de tenten van blaauw tijk
+van deszelfs agenten, en de kramen der wisselaars, goudhandelaars en
+winkeliers, die hun voordeel wilden doen met die vermenging van rijkdom
+en armoede. Zoo iemand, dan zijn dezen rijk geworden. Gij hadt die
+goudzoekers met hun langen baard en rood hemd eens moeten zien, hoe zij
+daar in het water en slijk leefden. De lucht weergalmde van het
+onafgebroken geraas der houweelen, en was vervuld met de stinkende
+uitwasemingen der krengen, die op den grond lagen te rotten. Digte
+stofwolken omhulden die ongelukkigen, waaronder een ontzettende sterfte
+heerschte, en in een minder gezond land zou de typhus stellig die
+bevolking vreeselijk gedund hebben. En waren die gelukzoekers nog maar
+allen geslaagd! Maar al die ellende werd niet vergoed en bij een
+naauwkeurige berekening zou het blijken, dat tegen één goudzoeker, die
+zijn fortuin gemaakt heeft, er wel honderd, twee honderd misschien, arm
+en wanhopend gestorven zijn."</p>
+
+<p>"Zoudt gij ons ook kunnen zeggen, Paganel!" vroeg Glenarvan, "hoe men
+bij dat gouddelven te werk ging?"</p>
+
+<p>"Heel eenvoudig," antwoordde Paganel. "De eerste goudzoekers oefenden
+het beroep van goudwasscher uit, zooals dit nog gebruikelijk is in
+eenige deelen der Cevennen in Frankrijk. Thans gaan de compagniën anders
+te werk; zij klimmen tot de bron zelve op, tot de ader, die de blaadjes,
+de loovertjes en de klompen oplevert. Maar de goudwasschers vergenoegden
+zich met het goudzand uit te wasschen, ziedaar alles. Zij groeven in den
+grond, verzamelden de aardlagen, die zij meenden, dat goud bevatten, en
+spoelden ze met water uit om er den kostbaren erts uit af te zonderen.
+Tot dat wasschen gebruikten zij een werktuig, dat uit Amerika afkomstig
+was en "wieg" heette. Het was een doos van vijf tot zes voet lang, een
+soort van open doodkist, en in twee afdeelingen verdeeld. De eerste was
+voorzien van een grove zeef, waaronder andere zeven met naauwer gaatjes
+stonden; de tweede liep van onderen naauw toe. Het zand werd in een
+hoekje van de zeef gelegd, daar goot men water op, en met de hand
+schudde of liever wiegde men het werktuig. De steenen bleven achter in
+de eerste zeef, de erts en het fijne zand in de andere, naar gelang van
+hun grofheid, en de uitgewasschen aarde liep met het water door de
+onderste opening weg. Zoo was het meest gebruikelijke werktuig
+ingerigt."</p>
+
+<p>"Maar men moest het toch hebben," zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Men kocht het van de rijkgeworden of wel geruïneerde goudzoekers, naar
+het uitkwam, of men deed het er buiten," antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>"Wat nam men er dan voor in de plaats?" vroeg Mary Grant.</p>
+
+<p>"Een schotel, lieve Mary! een eenvoudigen ijzeren schotel; de aarde werd
+uitgewand gelijk het koren; alleen oogstte men in plaats van
+tarwekorrels soms goudkorrels. In het eerste jaar heeft meer dan een
+goudzoeker fortuin gemaakt zonder andere onkosten. Ziet gij, vrienden!
+het was toen nog de goede tijd, hoewel de laarzen zeventig gulden het
+paar kostten en men voor een glas limonade zes gulden betaalde! Die het
+eerste komt het eerste maalt. Het goud lag overal in overvloed op den
+grond; de beken stroomden over een bedding van metaal; men vond het tot
+op de straten van Melbourne; met stofgoud werden de wegen
+gemacadamiseerd. De hoeveelheid edel metaal, die van 26 Januarij tot 24
+Februarij 1852 onder geleide van het gouvernement van den Alexander-berg
+naar Melbourne overgebragt werd, had een waarde van vier millioen
+gulden. Dat bedraagt gemiddeld ruim tachtig duizend gulden daags!"</p>
+
+<p>"Dat is ongeveer de civiele lijst van den keizer van Rusland," zeide
+Glenarvan.</p>
+
+<p>"Arme man!" antwoordde de majoor.</p>
+
+<p>"Werden er soms op eens rijk?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Ja, dat gebeurde wel eens, mevrouw!"</p>
+
+<p>"Zijn u die gevallen bekend?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dat zou ik denken!" antwoordde Paganel. "In 1852 werd er in het
+district Ballarat een klomp gevonden, die vijf honderd drie en zeventig
+ons woog, in Gippsland een ander van zeven honderd twee en tachtig ons,
+en in 1861 een staaf van acht honderd vier en dertig ons. In datzelfde
+Ballara ontdekte een goudzoeker een klomp, die vijf en zestig
+nederlandsche ponden woog, hetgeen tegen zeventien honderd gulden het
+pond berekend honderd tien duizend gulden bedraagt! Een mooije slag met
+het houweel, die zesdehalf duizend gulden intrest opbrengt!"</p>
+
+<p>"In welke mate is de opbrengst van het goud toegenomen sedert de
+ontdekking dezer mijnen?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"In een ontzettende mate, waarde John! In het begin dezer eeuw bedroeg
+die opbrengst jaarlijks slechts drie en twintig millioen guldens, en
+thans berekent men ze met inbegrip van de opbrengst der mijnen van
+Europa, Azië en Amerika op vier tot vijf honderd millioen guldens.</p>
+
+<p>"Dan is er, mijnheer Paganel!" zeide de jonge Robert, "op de plek, waar
+wij ons thans bevinden, onder onze voeten, misschien veel goud!"</p>
+
+<p>"Ja, beste jongen! millioenen! wij loopen er op! Maar wij loopen er op,
+omdat wij het versmaden!"</p>
+
+<p>"Dan is Australië wel een bevoorregt land!"</p>
+
+<p>"Neen, Robert!" antwoordde de aardrijkskundige. "De goudlanden zijn niet
+bevoorregt. Zij geven slechts het aanzijn aan luije dagdieven en nooit
+aan sterke en werkzame menschen-geslachten. Zie maar op Brazilië,
+Mexico, Californië, Australië! Hoe ver zijn ze in de negentiende eeuw!
+Het land bij uitnemendheid, mijn jongen, is niet het goudland, maar het
+ijzerland!"</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_26" id="Footnote_1_26"></a><a href="#FNanchor_1_26"><span class="label">[1]</span></a> Ruim 757 millioen guldens.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_27" id="Footnote_2_27"></a><a href="#FNanchor_2_27"><span class="label">[2]</span></a> Het zou echter kunnen zijn, dat de landverhuizers zich
+bedrogen hadden. De goudlagen toch zijn volstrekt niet uitgeput. Volgens
+de laatste berigten uit Australië rekent men, dat de goudmijnen van
+Victoria en Nieuw-Wales een uitgestrektheid hebben van vijf millioen
+bunders, de vermoedelijke zwaarte van het kwarts, dat goudaderen bevat,
+zou 20 billioen 650000 millioen nederlandsche ponden zijn, en bij de
+tegenwoordige wijze van bewerking zouden honderd duizend werklieden drie
+eeuwen noodig hebben om die mijnen uit te putten. De rijkdom aan goud in
+Australië wordt geschat op 330000 millioen guldens.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_28" id="Footnote_3_28"></a><a href="#FNanchor_3_28"><span class="label">[3]</span></a> <i>Pepiet</i>, een klomp gedegen goud.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XV" id="XV"></a>XV.</h3>
+
+<h3>De australische en nieuw-zeelandsche courant.</h3>
+
+
+<p>Toen de zon den 2<sup>den</sup> Januari opging, overschreden de reizigers de grens
+van het goudland en van het graafschap Talbot. Onder de hoeven hunner
+paarden steeg het stof der wegen van het graafschap Dalhousie omhoog.
+Eenige uren later doorwaadden zij de Colban en de Campaspe, op 144°35'
+en 144°45' lengte. De helft der reis was afgelegd. Bleef het geluk hun
+nog een paar weken getrouw, dan zouden zij de oevers der Twofold-baai
+bereiken. De gezondheidstoestand der reizigers liet niets te wenschen
+over. De beloften van Paganel, ten aanzien van het gezonde klimaat,
+werden vervuld. Weinig of geen vochtigheid, en een zeer dragelijke
+warmte. De paarden en ossen klaagden niet. De menschen evenmin.</p>
+
+<p>Van de Camden-brug af was er een kleine wijziging gekomen in de
+marschorde. De misdadige spoorwegramp had Ayrton, zoodra hij er kennis
+van droeg, bewogen om eenige voorzorgen te nemen, die vroeger onnoodig
+waren geweest. De jagers mogten den wagen niet uit het oog verliezen.
+Wanneer zij een legerplaats betrokken, was er altijd een op wacht. 's
+Morgens en 's avonds werden de wapens goed nagezien. Het was zeker, dat
+een bende boosdoeners het land afliep, en ofschoon er geen dadelijk
+gevaar te vreezen was, diende men toch op alles voorbereid te zijn.</p>
+
+<p>Het zal wel niet noodig zijn te zeggen, dat al die voorzorgen genomen
+werden buiten weten van lady Helena en Mary Grant, wie Glenarvan geen
+angst wilde aanjagen.</p>
+
+<p>En inderdaad had men reden om zoo te handelen. Een onvoorzigtigheid, een
+verzuim zelfs kon duur te staan komen. Ook was Glenarvan niet de eenige,
+wien deze stand van zaken bezorgd maakte. In de afgelegene gehuchten, op
+de stations namen de bewoners en de squatters voorzorgen tegen een
+mogelijken aanval of overrompeling. Tegen het vallen van den avond
+werden de huizen gesloten. De honden, die binnen de omheining losliepen,
+blaften bij het minste gerucht. Geen herder te paard zou 's avonds zijn
+talrijke kudden verzamelen om ze huiswaarts te drijven, zonder dat een
+karabijn aan den zadelknop hing. Het gerucht van de misdaad te
+Camden-brug begaan wettigde die buitengewone voorzigtigheid, en menige
+kolonist, die vroeger met open vensters en deuren sliep, grendelde ze nu
+stevig, wanneer de schemering begon.</p>
+
+<p>Het bestuur der provincie legde ook veel ijver en overleg aan den dag.
+Afdeelingen inlandsche gendarmes werden allerwegen uitgezonden.
+Bijzondere zorg werd gedragen voor het brieven-vervoer. Vroeger reed de
+postkar zonder geleide over de groote wegen. Dienzelfden dag, juist op
+het oogenblik dat het gezelschap van Glenarvan den weg van Kilmore naar
+Heatcote overstak, reed de postwagen voorbij, zoo hard als de paarden
+maar loopen konden, die een wolk van stof deden oprijzen. Maar pas was
+hij voorbij, toen Glenarvan de karabijnen der politieagenten zag
+flikkeren, die er naast reden. Men kon haast denken weder in dien
+noodlottigen tijd te zijn, toen de ontdekking der goudmijnen het schuim
+der volkeren van Europa op het vastland van Australië uitstortte.</p>
+
+<p>Een mijl nadat de wagen den weg naar Kilmore was overgestoken, kwam hij
+in een reuzenwoud, en voor de eerste maal sedert kaap Bernouilli drongen
+de reizigers in een van die bosschen door, die zich verscheidene graden
+ver uitstrekken.</p>
+
+<p>Een kreet van bewondering ontsnapte hun op het gezigt der twee honderd
+voet hooge gomboomen, wier sponsige schors wel vijf duim dik was. De
+stammen, die twintig voet omtrek hadden en een welriekende hars
+uitzweetten, verhieven zich honderden voeten boven den grond. Geen tak,
+geen takje, geen wilde loot, geen knoest zelfs brak hun loodregten stand
+af. Zij konden niet gladder uit de hand van den draaijer komen. Zij
+waren gelijk aan evenveel zuiver afgewerkte zuilen, en bij honderden te
+tellen. Hoog in de lucht liepen zij uit in kapiteelen van
+dooreengeslingerde takken, aan het uiteinde voorzien met om den andere
+geplaatste bladeren, aan den oksel dier bladeren hingen enkele bloemen,
+wier kelk op een omgekeerde urn geleek.</p>
+
+<p>De lucht stroomde ongehinderd onder deze altijd groene zoldering door;
+een onafgebroken luchtstroom nam de vochtigheid van den grond op; de
+paarden, de kudden rundvee, de wagens konden onbelemmerd tusschen die
+wijd uiteenstaande boomen doorkomen, die veel hadden van de
+bakenstokken, waarmede een kreupelbosch, dat men wil uitdunnen, wordt
+afgepaald. Het was geen ondoordringbaar en met distelen en doornen
+begroeid bosch, evenmin het ongerepte bosch met omgevallen stammen
+versperd en met digt ineengegroeide slingerplanten behangen, waarin de
+landverhuizer zich alleen met de bijl en het vuur een weg kan banen. Een
+grastapijt aan den voet der boomen, een groen kleed aan hun top, lange
+lanen van stoute pilaren, weinig schaduw, weinig koelte, verder een
+eigenaardig licht gelijkende op het schijnsel, dat door een dun weefsel
+heendringt, een regelmatige terugkaatsing, een zuivere spiegeling op den
+grond, dat alles te zamen maakte een vreemd schouwspel uit, dat rijk was
+aan ongewone effecten. Een bosch op het vastland van Oceanië gelijkt in
+geenen deele op de bosschen der nieuwe wereld, en de gomboom, de "Tara"
+der inboorlingen, behoorende tot de familie der myrthen, wier
+verschillende soorten bijna ontelbaar zijn, is de boom bij uitnemendheid
+der australische plantenwereld.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill33b" id="ill33b"></a>
+<img src="images/494.jpg" width="400" alt="Het woud van gombomen." title="" />
+<span class="caption2">Het woud van gombomen.</span>
+</div>
+
+<p>De omstandigheid, dat onder die groene koepels de schaduw niet digt en
+de duisternis niet groot is, wordt veroorzaakt door een wetenswaardige
+afwijking in de plaatsing van de bladeren dier boomen. Niet een wendt
+zijn vlakken kant naar de zon, maar wel zijn spits toeloopende randen.
+Het oog ontdekt in dat vreemde gebladerte niets dan de zijden. De
+zonnestralen schieten dan ook tot op den bodem, alsof zij tusschen de
+opstaande latjes van een zonneblind doorvielen.</p>
+
+<p>Allen maakten die opmerking en allen schenen verrast. Waartoe toch die
+zonderlinge plaatsing? Die vraag werd natuurlijk tot Paganel gerigt. Hij
+antwoordde als iemand, die van zessen klaar is.</p>
+
+<p>"Wat mij hier verwondert," zeide hij, "is niet de grilligheid der
+natuur; de natuur weet wel wat ze doet, maar de plantenkenners weten
+niet altijd, wat zij zeggen. De natuur heeft zich niet vergist, toen zij
+aan deze boomen dat eigenaardige gebladerte gaf; maar de menschen
+dwaalden, toen zij hen "eucalyptus" noemden.</p>
+
+<p>"Wat beteekent dat woord?" vroeg Mary Grant.</p>
+
+<p>"Het komt van εὖ καλὺπτω en beteekent <i>ik dek goed</i>. Men heeft gezorgd
+die dwaling in het grieksch te begaan om ze minder in het oog te doen
+loopen, maar het is duidelijk, dat de "eucalyptus" slecht dekt."</p>
+
+<p>"Toegestaan, waarde Paganel!" antwoordde Glenarvan; "zeg ons nu eens,
+waarom de bladeren zoo groeijen."</p>
+
+<p>"Om een zuiver natuurkundige reden, vrienden!" antwoordde Paganel, "die
+gij gemakkelijk kunt begrijpen. In dit land, waar de lucht droog, de
+regen zeldzaam, de bodem uitgedroogd is, hebben de boomen aan wind noch
+zon behoefte. Waar geen vocht is, is ook geen sap. Vandaar die smalle
+bladeren, die zichzelven trachten te beschermen tegen den zonneschijn om
+een al te sterke uitdamping te voorkomen. Daarom keeren zij hun randen
+en niet de oppervlakte naar de zon. Niets is slimmer dan een blad."</p>
+
+<p>"En niets baatzuchtiger!" sprak de majoor. "Dezen hebben alleen aan
+zichzelven gedacht en volstrekt niet aan de reizigers."</p>
+
+<p>Allen waren het met Mac Nabbs eens, op Paganel na, die, terwijl hij zich
+het voorhoofd afwischte, blijde was onder boomen zonder lommer te kunnen
+rijden. Toch was die plaatsing der bladeren jammer; de wegen door die
+bosschen zijn soms zeer lang, en bij gevolg lastig, omdat de reiziger
+volstrekt niet beschermd wordt tegen de zonnehitte.</p>
+
+<p>Den ganschen dag rolde de wagen tusschen die eindelooze rijen gomboomen.
+Geen viervoetig dier, geen inboorling was er te zien. Eenige kaketoes
+bewoonden de kruinen der boomen; maar op die hoogte waren ze naauwelijks
+zigtbaar en ging hun gebabbel in een onhoorbaar gefluister over. Soms
+vloog een zwerm papegaaien in de verte en vervrolijkte het geboomte voor
+een oogenblik door hun bonte kleuren. Maar over het geheel heerschte er
+een diepe stilte in dien uitgestrekten tempel van groen, en waren de
+stappen der paarden, eenige woorden van een onsamenhangend gesprek, de
+knarsende raderen van den wagen, en van tijd tot tijd een geroep van
+Ayrton, om zijn traag span wat aan te zetten, de eenige geluiden, die in
+deze ontzettende woestenijen gehoord werden.</p>
+
+<p>'s Avonds legerde men zich aan den voet van gomboomen, die de sporen
+droegen, dat er eerst onlangs een vuur had gebrand. Zij vormden om zoo
+te zeggen hooge fabriekschoorsteenen; want de vlam had ze inwendig over
+hun geheele lengte uitgehold. Zij hadden er echter geen hinder van, dat
+alleen de schors nog maar was overgebleven. Echter zal die verkeerde
+gewoonte der squatters en inboorlingen die prachtige boomen ten laatste
+geheel vernielen, en zij zullen verdwijnen gelijk die vier eeuwen oude
+cederen van den Libanon, welke de onnadenkende vlam der legerplaatsen
+verteert.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill34b" id="ill34b"></a>
+<img src="images/497.jpg" width="400" alt="&#39;s Avonds legerde men zich aan den voet van gomboomen...." title="" />
+<span class="caption2">&#39;s Avonds legerde men zich aan den voet van gomboomen....</span>
+</div>
+
+<p>Op raad van Paganel legde Olbinett het vuur voor het avondeten aan in
+een van die buisvormige stammen; hij verkreeg terstond een aanzienlijke
+trekking en de rook verdween in het donkere loof. De noodige voorzorgen
+voor den nacht werden genomen, en Ayrton, Mulrady, Wilson en John
+Mangles losten elkander geregeld af om tot zonsopgang te waken.</p>
+
+<p>Den ganschen dag van den 3<sup>den</sup> Januarij volgde in dit eindelooze bosch
+die eene regelmatige laan op de andere. Het scheen, dat er geen einde
+aan was. Maar tegen den avond werd het bosch wat dunner, en in een
+kleine vlakte, eenige mijlen voor hen uit, kregen de reizigers een
+aantal regelmatige huizen in het oog.</p>
+
+<p>"Seymour!" riep Paganel. "Het is de laatste stad die we zullen
+ontmoeten, voor wij de provincie Victoria verlaten."</p>
+
+<p>"Is zij van aanbelang?" vroeg Lady Helena.</p>
+
+<p>"Mevrouw!" antwoordde Paganel "het is een eenvoudige kerspel, dat op weg
+is om een gemeente te worden."</p>
+
+<p>"Zullen wij er een fatsoenlijk logement vinden?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik hoop van ja," antwoordde de aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"Welnu! dan zullen wij de stad binnenrijden; want ik denk, dat onze
+wakkere reizigsters er niets tegen zullen hebben om er een nacht te
+slapen.</p>
+
+<p>"Lieve Edward!" antwoordde lady Helena, "Mary en ik nemen het aan, maar
+op voorwaarde, dat het geen stoornis noch oponthoud zal veroorzaken."</p>
+
+<p>"Volstrekt niet," antwoordde lord Glenarvan; "ook ons span is vermoeid;
+morgen vertrekken wij weder met het krieken van den dag."</p>
+
+<p>Het was nu negen ure. De maan neigde ten ondergang en schoot slechts
+schuine stralen, die de nevel belette door te dringen. Het werd allengs
+donker. Het geheele gezelschap reed de breede straten van Seymour in,
+onder geleide van Paganel, die altijd goed bekend scheen met hetgeen hij
+nooit had gezien. Maar zijn instinct geleidde hem en hij kwam regt voor
+Campbells North British hotel.</p>
+
+<p>Paarden en ossen werden op stal, de wagen in het koetshuis, en de
+reizigers naar vrij goede kamers gebragt. Ten tien ure namen de gasten
+plaats aan een tafel, die Olbinett met het oog van een kenner had
+gemonsterd. Paganel had met Robert de stad doorloopen, en vertelde heel
+kort zijn nachtelijken togt. Hij had volstrekt niets gezien.</p>
+
+<p>Toch zou iemand, die minder afgetrokken was, een zekere onrust op de
+straten van Seymour opgemerkt hebben; hier en daar stonden hoopjes
+menschen, die langzamerhand grooter werden; men stond aan de deur te
+praten; men ondervroeg elkander met wezenlijke bezorgdheid, eenige
+dagbladen werden overluid voorgelezen, opgehelderd en besproken. Die
+verschijnselen konden den onoplettendsten waarnemer niet ontgaan. Doch
+Paganel had niets gemerkt.</p>
+
+<p>De majoor daarentegen stelde zich zonder zoo ver te gaan, zelfs zonder
+het logement te verlaten, op de hoogte van den angst, die het stadje en
+te regt verontrustte. Een gesprek van tien minuten met den praatzieken
+logementhouder Dickson gaf hem alle noodige inlichtingen. Maar hij repte
+er niet van.</p>
+
+<p>Eerst toen het maal afgeloopen was en lady Glenarvan, Mary en Robert
+Grant naar hun kamers gegaan waren, hield de majoor zijn reisgenooten
+even bij zich en zeide:</p>
+
+<p>"De bewerkers van de misdaad op den spoorweg van Sandhurst gepleegd zijn
+bekend."</p>
+
+<p>"En zijn zij gevat?" vroeg Ayrton driftig.</p>
+
+<p>"Neen!" antwoordde Mac Nabbs, schijnbaar zonder acht te geven op de
+gejaagdheid van den bootsman, een gejaagdheid trouwens, die in deze
+omstandigheid zeer verklaarbaar was.</p>
+
+<p>"Zooveel te erger!" voegde Ayrton er bij.</p>
+
+<p>"Welnu! wie verdenkt men van die misdaad?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Lees!" antwoordde de majoor, terwijl hij Glenarvan een nummer van de
+<i>Australian and New-Zealand Gazette</i> aanbood, "en gij zult zien, dat de
+inspecteur van politie zich niet vergist heeft!"</p>
+
+<p>Glenarvan las hardop het volgende:</p>
+
+<p>"Sydney, 2 Januarij 1866.&mdash;Men zal zich herinneren, dat er in den nacht
+van den 29<sup>sten</sup> op den 30<sup>sten</sup> December ll. een ongeluk plaats had te
+Camden-brug, vijf mijlen van het station Castlemaine, op den spoorweg
+van Melbourne naar Sandhurst. De sneltrein van 11 ure 45 minuten is in
+volle vaart in de Lutton gestort.</p>
+
+<p>"De Camden-brug stond open, toen de trein aankwam.</p>
+
+<p>"Talrijke diefstallen, na de ramp gepleegd, en het lijk van den
+brugwachter, dat een halve mijl van Camden-brug terug is gevonden,
+bewezen, dat dit onheil het gevolg was van een misdaad.</p>
+
+<p>"Het blijkt dan ook uit het onderzoek van den regter-commissaris, dat
+deze misdaad moet toegeschreven worden aan de bende gedeporteerden, die
+voor een half jaar uit de strafgevangenis van Perth, in West-Australië,
+ontsnapt zijn, toen zij naar het eiland Norfolk zouden overgebragt
+worden<a name="FNanchor_1_29" id="FNanchor_1_29"></a><a href="#Footnote_1_29" class="fnanchor">[1]</a>.</p>
+
+<p>"Die gedeporteerden zijn ten getale van negen en twintig; hun aanvoerder
+is zekere Ben Joyce, een boosdoener van de ergste soort, die voor
+weinige maanden, met welk vaartuig is onbekend, in Australië is gekomen,
+en dien de justitie niet in handen heeft kunnen krijgen.</p>
+
+<p>"De bewoners der steden, de kolonisten en de squatters der stations
+worden gewaarschuwd op hunne hoede te zijn, en verzocht den
+inspecteur-generaal alle inlichtingen te doen toekomen, die zijn
+nasporingen kunnen bevorderen.</p>
+
+<p>
+<span style="margin-left: 12em;">"J.P. Mitchell, Insp.-Gen."</span><br />
+</p>
+
+<p>Toen Glenarvan ophield met lezen, wendde Mac Nabbs zich naar den
+aardrijkskundige en zeide:</p>
+
+<p>"Gij ziet, Paganel! dat er gedeporteerden in Australië kunnen zijn."</p>
+
+<p>"Ontvlugte! dat blijkt!" antwoordde Paganel, "maar geen toegelaten
+gedeporteerden. Die lieden hebben het regt niet hier te zijn."</p>
+
+<p>"Zij zijn er toch," hernam Glenarvan; "maar naar mijn inzien mag hun
+tegenwoordigheid geen verandering in onze plannen brengen en ons onze
+reis doen staken. Wat denkt gij er van, John?"</p>
+
+<p>John Mangles antwoordde niet terstond; hij weifelde tusschen de smart,
+welke het opgeven van de aangevangen nasporingen den beiden kinderen zou
+veroorzaken, en de vrees om het gezelschap in gevaar te brengen.</p>
+
+<p>"Waren lady Glenarvan en miss Grant niet bij ons," zeide hij, "dan zou
+ik mij weinig om die bende ellendelingen bekommeren."</p>
+
+<p>Glenarvan begreep hem en voegde er bij:</p>
+
+<p>"Het spreekt van zelf, dat wij er niet aan kunnen denken om van de
+voltooijing onzer taak af te zien; maar zou het niet goed zijn om den
+wil onzer reisgenooten de <i>Duncan</i> te Melbourne op te zoeken en van het
+oosten uit het spoor van Harry Grant te volgen? Wat denkt gij er van,
+Mac Nabbs?"</p>
+
+<p>"Voor ik mijn gevoelen zeg," antwoordde de majoor, "zou ik gaarne de
+meening van Ayrton weten."</p>
+
+<p>Zoo op den man af aangesproken, zag de bootsman Glenarvan aan.</p>
+
+<p>"Ik denk," zeide hij, "dat wij twee honderd mijlen van Melbourne af
+zijn, en dat het gevaar, wanneer het bestaat, even groot is in het
+zuiden als in het oosten. Beide wegen worden weinig bezocht, de een is
+net als de andere. Ook geloof ik niet, dat een dertigtal boosdoeners
+acht goed gewapende en vastberadene mannen schrik kunnen aanjagen. Ik
+voor mij zou dus voortgaan. Wie het beter weet, spreke!"</p>
+
+<p>"Goed gezegd, Ayrton!" antwoordde Paganel. "Zetten wij onzen togt voort,
+dan kunnen wij het spoor van kapitein Grant snijden. Keeren wij naar het
+zuiden terug, dan verwijderen wij ons er van. Ik denk dus evenals gij,
+en geef niet om die ontsnapten uit Perth, die niet waard zijn dat een
+man van moed zich om hen bekommert!"</p>
+
+<p>Nu werd het voorstel om niets aan het reisplan te veranderen in omvraag
+gebragt en met algemeene stemmen aangenomen.</p>
+
+<p>"Nog ééne opmerking, mylord!" zeide Ayrton, toen het gezelschap op het
+punt stond uiteen te gaan.</p>
+
+<p>"En die is, Ayrton?"</p>
+
+<p>"Zou het niet goed zijn de <i>Duncan</i> bevel te geven om de kust te
+naderen?"</p>
+
+<p>"Waartoe zou dat dienen?" sprak John Mangles. "Wanneer wij in de
+Twofold-baai gekomen zijn, is het nog vroeg genoeg om dat bevel te
+verzenden. Mogt het een of ander onvoorzien voorval ons dwingen naar
+Melbourne te gaan, dan kon het ons ligt spijten de <i>Duncan</i> aldaar niet
+te vinden. Ook kan haar averij nog niet hersteld zijn. Om al die redenen
+acht ik het dus beter te wachten."</p>
+
+<p>"Goed," antwoordde Ayrton, die er niet verder op aandrong.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen vertrok het kleine reisgezelschap gewapend en op
+alles voorbereid uit Seymour. Een half uur later betrad het weder het
+gomboomenbosch, dat op nieuw in het oosten zich vertoonde. Glenarvan had
+liever in het open veld gereisd. Een vlakte is minder geschikt voor
+hinderlagen en verraderlijke overvallen dan een digt bosch; maar men had
+geen keus, en den geheelen dag hotste de wagen tusschen de groote
+eentoonige boomen voort. Na de noordelijke grens van het graafschap
+Anglesey langs gereden te zijn, trok hij 's avonds over den honderd zes
+en veertigsten breedtegraad, en sloeg men zich neder op de grens van het
+district Murray.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_29" id="Footnote_1_29"></a><a href="#FNanchor_1_29"><span class="label">[1]</span></a> Het eiland Norfolk is een eiland ten oosten van Australië
+gelegen, waar het gouvernement de weerspannige en onverbeterlijke
+gedeporteerden opsluit. Zij zijn daar aan strenger toezigt onderworpen.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XVI" id="XVI"></a>XVI.</h3>
+
+<h3>Een hoofdstuk, waarin de majoor beweert, dat het apen zijn.</h3>
+
+
+<p>Den volgenden morgen, den 5<sup>den</sup> Januarij, zetteden de reizigers den voet
+op het uitgestrekte stroomgebied van de Murray. Dit woeste en onbewoonde
+district strekt zich uit tot aan den hoogen scheidsmuur der australische
+Alpen. De beschaving heeft het nog niet in afzonderlijke graafschappen
+gesplitst. Het is een weinig bekend en weinig bezocht gedeelte der
+provincie. Zijn bosschen zullen eens vallen onder den bijl van den
+houthakker, zijn weiden zullen overgeleverd worden aan de kudden van den
+squatter, maar tot nog toe is het een ongerepte bodem, zooals hij uit
+den Indischen oceaan oprees, het is de woestijn.</p>
+
+<p>Al die gronden te zamen dragen een veelbeteekenenden naam op de
+engelsche kaarten: afgezonderd voor de zwarten. Tot hiertoe hebben de
+kolonisten de inboorlingen verdreven. In de afgelegene vlakten, onder de
+ongenaakbare bosschen, heeft men hun eenige bepaalde plekken
+overgelaten, waar het inlandsche ras binnen kort geheel zal uitsterven.
+Elke blanke kolonist, landverhuizer, squatter, houthakker, mag de
+grenzen dier afgezonderde streken overschrijden. De zwarte alleen mag ze
+niet verlaten.</p>
+
+<p>Onder het rijden behandelde Paganel die gewigtige vraag der inlandsche
+rassen. Er was slechts ééne meening dienaangaande, namelijk dat het
+britsche stelsel uitliep op de vernietiging der overwonnen stammen, op
+hun verdrijving uit de streken, waar hun voorvaderen leefden. Die
+verderfelijke strekking was overal waar te nemen, wel het meest in
+Australië. In de eerste tijden der kolonie beschouwden de
+gedeporteerden, zelfs de kolonisten, de zwarten als wilde dieren. Zij
+maakten jagt op hen en schoten ze dood. Zij vermoordden hen. Het gezag
+der regtsgeleerden werd ingeroepen om te bewijzen, dat de Australiër
+buiten de natuurwet stond, en de moord dier ongelukkigen dus geen
+misdaad was. De dagbladen van Sidney stelden zelfs een krachtig middel
+voor om zich van de stammen aan het meer Hunter te ontdoen: namelijk ze
+in massa te vergeven.</p>
+
+<p>Zooals men ziet, riepen de Engelschen bij het begin hunner verovering
+den moord te hulp ten behoeve van de kolonisatie. Hun wreedheden waren
+afschuwelijk. Zij gedroegen zich in Australië evenals in Indië, waar
+vijf millioen Hindoes verdwenen zijn, evenals aan de Kaap, waar een
+bevolking van een millioen Hottentotten tot honderd duizend is gedaald.
+De inlandsche bevolking, door mishandeling en dronkenschap gedund,
+dreigt dan ook voor een menschenmoordende beschaving van het vastland te
+verdwijnen. Wel is waar hebben sommige gouverneurs wetten tegen de
+bloeddorstige houthakkers uitgevaardigd! Zij straften met eenige
+zweepslagen den blanke, die een zwarte neus of ooren afsneed, of hem den
+pink afhakte, "om er een pijpuithaalder van te maken!" IJdele
+dreigementen! De moorden werden op groote schaal ingerigt, en geheele
+stammen verdwenen. Om maar één voorbeeld aan te halen: in het begin
+dezer eeuw telde het eiland Van Diemen vijf duizend inboorlingen, in
+1868 slechts zeven! En onlangs meldde <i>de Mercurius</i> te Hobarttown de
+aankomst van den laatsten Tasmaniër.</p>
+
+<p>Glenarvan, de majoor, noch John Mangles spraken Paganel tegen. Al waren
+zij Engelschen geweest, dan zouden zij nog hun landgenooten niet
+verdedigd hebben. De feiten waren zoo klaar als de dag, onwederlegbaar.</p>
+
+<p>"Voor vijftig jaar," voegde Paganel er bij, "zouden wij op onzen weg
+menigen stam inboorlingen ontmoet hebben, en tot nog toe heeft zich geen
+enkele inlander vertoond. Binnen een eeuw zal de zwarte bevolking van
+dit vastland geheel uitgestorven zijn."</p>
+
+<p>De afgezonderde streken schenen inderdaad geheel ontvolkt. Nergens was
+een spoor van legerplaatsen of hutten te zien. Vlakten en hoog
+kreupelhout wisselden elkander af, en langzamerhand kreeg de landstreek
+een woest voorkomen. Het scheen zelfs, alsof geen enkel levend wezen,
+mensch of dier, deze afgelegene gewesten bezocht, toen Robert voor een
+boschje gomboomen blijvende staan uitriep:</p>
+
+<p>"Een aap! daar is een aap!"</p>
+
+<p>En hij wees op een groot zwart ligchaam, dat met verbazende snelheid van
+tak tot tak glijdende, van den eenen boomtop op den anderen sprong,
+alsof een vliegtoestel hem op de lucht deed drijven. Vlogen soms in dit
+vreemde land de apen gelijk sommige vossen, wien de natuur even als de
+vleermuis een vlieghuid heeft gegeven?</p>
+
+<p>Inmiddels was ook de wagen blijven staan, en elk zag naar het dier, dat
+langzamerhand in de verte tusschen de bladeren verdween. Weldra zag men
+het bliksemsnel van den boom glijden, met duizend bogten en sprongen
+over den grond loopen en vervolgens zijn lange armen om den gladden stam
+van een ontzaggelijken gomboom slaan. Men vroeg zich af, hoe het in dien
+regten en gladden boom zou klimmen, dien het niet kon omvatten.</p>
+
+<p>Maar de aap gaf met een soort van bijl eenige slagen tegen den boom,
+maakte eenige kleine inkervingen, en bereikte met behulp van die op
+regelmatige afstanden aangebragte steunpunten de takken van den gomboom.
+Binnen weinige seconden verdween hij in het digte gebladerte.</p>
+
+<p>"Wat is dat toch voor een aap?" vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Die aap is een volbloed Australiër!" antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>De makkers van den aardrijkskundige hadden nog geen tijd gehad om hun
+schouders op te halen, toen een geschreeuw, dat men op deze wijze zou
+kunnen voorstellen: "coo-eeh! coo-eeh!" in hun nabijheid werd
+aangeheven. Ayrton dreef zijn ossen aan, en honderd schreden verder
+kwaamen de reizigers op eens aan een legerplaats van inboorlingen.</p>
+
+<p>Welk een treurig schouwspel! Een tiental tenten stonden op den kalen
+bodem. Die "gunyo's," van bast-repen, die als dakpannen op elkander
+lagen, gemaakt, beschutten hun ellendige bewoners slechts aan eene
+zijde. Die door het gebrek diep gezonken wezens waren terugstootend. Er
+waren er omtrent dertig, mannen, vrouwen en kinderen, gekleed met
+kangoeroe-vellen, die hun aan flarden aan het lijf hingen. Zoodra de
+wagen naderde, was hun eerste beweging te vlugten. Maar eenige woorden,
+die Ayrton in een onverstaanbare brabbeltaal sprak, schenen hen gerust
+te stellen. Zij kwamen althans terug, half vertrouwelijk half bevreesd,
+als dieren, wien men een lekker stuk voorhoudt.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill35b" id="ill35b"></a>
+<img src="images/507.jpg" width="400" alt="Er waren er omtrent dertig, mannen, vrouwen en kinderen...." title="" />
+<span class="caption2">Er waren er omtrent dertig, mannen, vrouwen en kinderen....</span>
+</div>
+
+<p>Die inboorlingen, wier lengte tusschen vijf voet vier duim en vijf voet
+zeven duim afwisselde, waren niet zwart, maar hadden meer de kleur van
+oud roet, hun haren waren vlokkig, hun armen lang, hun onderbuik stak
+vooruit, hun ligchaam was ruig en geheel doorkorven van de litteekens
+van het tatoeëeren en de wonden, die zij zich bij lijkplegtigheden
+toebragten. Allerafschuwelijkst was hun monsterachtig gelaat, hun
+vreeselijk groote mond, hun breede en platte neus, hun uitstekende
+onderkaak, gewapend met witte maar voorovergebogen tanden. Geen ander
+menschelijk schepsel naderde zoozeer het dier.</p>
+
+<p>"Robert had het niet mis!" zeide de majoor, "het zijn apen,&mdash;volbloed,
+als men wil,&mdash;maar het zijn apen."</p>
+
+<p>"Mac Nabbs!" antwoordde lady Helena op medelijdenden toon, "zoudt gij
+dan dengenen, die jagt op hen maakten als op wilde dieren, gelijk geven!
+Die arme schepsels zijn menschen!"</p>
+
+<p>"Menschen!" riep Mac Nabbs. "Hoogstens de schakel tusschen den mensch en
+den oerang-oetang! En wanneer ik hun gezigtshoek mat, zou ik vinden, dat
+hij even scherp was als die van den aap!"</p>
+
+<p>Hierin had Mac Nabbs gelijk; de gezigtshoek van den inboorling van
+Australië is zeer scherp, en ongeveer gelijk aan dien van den
+oerang-oetang, d.i. van zestig tot twee en zestig graden. Ook stelde De
+Rienzi niet zonder grond voor om die ongelukkigen in een afzonderlijke
+klasse te plaatsen, die bij "pithecomorphen" noemde; dat wil zeggen
+menschen met het ligchaam van een aap.</p>
+
+<p>Maar lady Helena had nog meer grond dan Mac Nabbs, toen zij die
+inboorlingen, welke op de laagste sport der menschelijke ladder staan,
+voor wezens hield, die met een ziel zijn begaafd. Tusschen het redelooze
+dier en den Australiër ligt de ondempbare kloof, die de geslachten
+scheidt. Pascal heeft teregt gezegd, dat de mensch nergens een redeloos
+dier is. Wel is waar voegt hij er niet minder verstandig bij, "evenmin
+een engel."</p>
+
+<p>Lady Helena en Mary Grant nu weerspraken het laatste lid van dit gezegde
+van den grooten denker. Beide liefderijke vrouwen hadden den wagen
+verlaten; zij reikten de vriendenhand aan die rampzalige schepsels; zij
+boden hun spijzen aan, welke die wilden met terugstootende gulzigheid
+verslonden. De inboorlingen konden lady Helena des te eerder voor een
+godheid houden, omdat volgens hun geloof de blanken gewezen zwarten
+zijn, die na hun dood blank geworden zijn.</p>
+
+<p>Maar vooral de vrouwen maakten het medelijden der reizigsters gaande. De
+toestand der australische vrouw is eenig: de stiefmoederlijke natuur
+heeft haar alle bekoorlijkheid ontzegd; zij is een slavin, die met
+brutaal geweld opgeligt is en geen ander bruidsgeschenk gekregen heeft
+dan slagen met de "waddie," een soort van omgebogen stok in de hand van
+haar heer. Van dat oogenblik af tot een vroegen en akeligen ouderdom
+vervallen, is zij belast met al de zware bezigheden van het zwervende
+leven; bij haar kinderen, die in een pak bissen gerold zijn, draagt zij
+het jagt- en vischtuig en den voorraad nieuw-zeelandsch vlas, waarvan
+zij netten vervaardigt. Zij moet levensmiddelen aan haar gezin bezorgen;
+zij maakt jagt op hagedissen, buidelratten en slangen, tot in den top
+der boomen; zij hakt het brandhout, schilt boombast voor de tenten; als
+een arm lastdier weet zij niet wat rust is, en eet slechts de walgelijke
+overblijfselen van het maal van haar heer.</p>
+
+<p>Juist waren eenigen dier ongelukkigen, die misschien reeds lang van
+voedsel verstoken waren, bezig met vogels te lokken door hun wat zaden
+voor te houden.</p>
+
+<p>Onbewegelijk, doodstil, zag men ze daar op den brandend heeten bodem
+uren lang liggen om te wachten, tot een onnoozel vogeltje onder het
+bereik van haar hand kwam! Hun begrip van strikken spannen ging niet
+verder, en wel moest het een australische vogel zijn, die zich daardoor
+liet verschalken.</p>
+
+<p>Intusschen werden de reizigers, wier vriendelijkheid de inboorlingen
+eenigsins gerust stelde, door dezen omringd, en nu moesten zij oppassen
+voor hun ontembare zucht tot diefstal. Zij spraken een sissende taal,
+waarbij ze met de tong klokten. Dat had veel van dierengeluiden. Toch
+had hun stem dikwijls zeer zachte, fleemende buigingen; het woord "noki!
+noki!" kwam telkens voor en de gebaren wezen duidelijk genoeg aan, wat
+het beteekende. Het was het "geef mij! geef mij!" dat zich tot de
+geringste bezittingen der reizigers uitstrekte. Olbinett had heel wat te
+doen om de bagaadje en vooral de levensmiddelen te beschermen. Die arme
+hongerlijders sloegen vreeselijke blikken op den wagen, en lieten
+scherpe tanden zien, die misschien gewet waren op lappen
+menschenvleesch. De meeste australische stammen zijn, in vredestijd
+althans, wel geen menscheneters; maar slechts weinige wilden ontzien
+zich om het vleesch van een overwonnen vijand te verslinden.</p>
+
+<p>Op verzoek van Helena gaf Glenarvan intusschen last om wat spijs uit te
+deelen. De inboorlingen begrepen zijn bedoeling, en gaven zich over aan
+vreugdebetooningen, die het ongevoeligste hart zouden vermurwd hebben.
+Zij brulden ook gelijk wilde dieren, wanneer de oppasser hun het
+dagelijksch rantsoen brengt. Al wilde men den majoor geen gelijk geven,
+toch kon men niet loochenen, dat dit ras zeer digt bij het dier stond.</p>
+
+<p>Als een hoffelijk man meende Olbinett eerst de vrouwen te moeten
+bedienen. Maar die arme schepsels durfden niet eten voor haar geduchte
+meesters. Dezen vielen op de beschuit en het gedroogde vleesch aan als
+op een prooi.</p>
+
+<p>Bij de gedachte, dat haar vader gevangen was bij zulke ruwe inlanders,
+voelde Mary Grant haar oogen vochtig worden. Zij stelde zich voor, wat
+iemand als Harry Grant, de slaaf dier zwervende stammen, ter prooi aan
+ontbering, honger en mishandeling, al lijden moest. John Mangles, die
+haar met angstige oplettendheid gadesloeg, giste de gedachten, die haar
+vervulden, en kwam haar wenschen voor door den bootsman der <i>Britannia</i>
+te ondervragen.</p>
+
+<p>"Zijt gij uit de handen van zulke wilden ontsnapt, Ayrton?" vroeg hij
+hem.</p>
+
+<p>"Ja, kapitein!" antwoordde Ayrton. "Al die stammen in het binnenland
+gelijken op elkaar. Maar hier ziet gij slechts een handvol van die arme
+drommels, terwijl er aan de oevers van de Darling talrijke stammen zijn
+onder aanvoering van geduchte opperhoofden."</p>
+
+<p>"Maar wat kan een Europeaan onder die inboorlingen uitvoeren?" vroeg
+John Mangles.</p>
+
+<p>"Wat ik ook gedaan heb," antwoordde Ayrton; "hij gaat met hen jagen en
+visschen; hij neemt deel aan hun gevechten, en zooals ik u reeds heb
+gezegd, hij wordt behandeld naar gelang van de diensten, die hij
+bewijst, en als hij een schrander en dapper man is, bekleedt hij onder
+den stam een aanzienlijken rang."</p>
+
+<p>"Maar hij is toch een gevangene," zeide Mary Grant.</p>
+
+<p>"En wordt zoo streng bewaakt," voegde Ayrton er bij, "dat hij dag noch
+nacht een stap kan doen!"</p>
+
+<p>"En toch hebt gij kunnen ontsnappen, Ayrton!" zeide de majoor, die zich
+in het gesprek kwam mengen.</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer Mac Nabbs! onder begunstiging van een gevecht tusschen
+mijn stam en een anderen. Het is mij gelukt. Goed. Het spijt mij niet.
+Maar moest ik het nog eens doen, dan zou ik, geloof ik, aan een
+levenslange gevangenschap de voorkeur geven boven de rampen, die ik op
+mijn togt door de woestijnen van het binnenland heb ondervonden. God
+geve, dat kapitein Grant zulk een kans op redding niet waagt!"</p>
+
+<p>"Ja, zeker!" antwoordde John Mangles, "wij moeten wenschen, miss Mary!
+dat uw vader bij een inlandschen stam gevangen is. Dan zullen wij
+gemakkelijker zijn spoor vinden, dan wanneer hij ronddoolt in de
+bosschen van het vastland."</p>
+
+<p>"Hoopt gij dan nog altijd?" vroeg het meisje.</p>
+
+<p>"Ik hoop altijd u met Gods hulp gelukkig te zien, miss Mary!"</p>
+
+<p>Het meisje kon den jongen kapitein slechts met tranen danken.</p>
+
+<p>Gedurende dit gesprek was er een ongewone beweging onder de wilden
+ontstaan; zij hieven een schel geschreeuw aan; zij liepen overal rond,
+grepen naar hun wapenen, en schenen door een ontzettende woede bevangen.</p>
+
+<p>Glenarvan wist niet, waar zij heen wilden, waarop de majoor Ayrton in
+dezer voege aansprak:</p>
+
+<p>"Daar gij langen tijd onder de Australiërs verkeerd hebt, verstaat gij
+ook zonder twijfel de taal van dezen?"</p>
+
+<p>"Zoo wat," antwoordde de bootsman; "want zooveel stammen, zooveel
+tongvallen. Vergis ik mij niet, dan willen zij uit dankbaarheid voor
+Zijne Edelheid een spiegelgevecht houden."</p>
+
+<p>Dit was inderdaad de oorzaak van die opschudding. Zonder verdere
+voorafspraak vielen de inboorlingen elkander met zulk een meesterlijk
+geveinsde woede aan, dat iemand, die niet beter wist, dien kleinen
+strijd voor ernstig gemeend zou opgenomen hebben. Maar naar het zeggen
+der reizigers zijn de Australiërs uitmuntende gebarenmakers, en bij deze
+gelegenheid legden zij een opmerkelijke bekwaamheid aan den dag.</p>
+
+<p>Hun aanvallende en verdedigende wapenen bestonden in een houten knods,
+die de hardste schedels verplettert, en een soort van "tomahawk," een
+zeer harden scherpen steen, die met een klevende gom tusschen twee
+stokken is vastgekleefd. Het is een vreeselijk wapentuig en een nuttig
+werktuig in vredestijd, dat gebruikt wordt om naar het valt takken of
+koppen te vellen, ligchamen of boomen te kerven.</p>
+
+<p>Onder luid getier zwaaiden zij als bezetenen met al die wapenen, de
+strijders vielen elkander aan; hier viel er een als dood neder, daar
+hief een ander een zegekreet aan. De vrouwen, vooral de bejaarde, als
+door den boozen geest des krijgs bezeten, vielen op de gewaande lijken
+aan, en verminkten ze in schijn met een wreedaardigheid, die niet
+verschrikkelijker zou geweest zijn, als ze ongeveinsd was geweest.
+Telkens vreesde lady Helena, dat het spel in een ernstigen strijd mogt
+ontaarden. Vooral ook omdat de kinderen, die deel aan den strijd hadden
+genomen, het wezenlijk begonnen te meenen. De knapen en vooral de
+meisjes, die nog woedender waren, deelden elkaar fiksche oorvegen uit,
+die goed aankwamen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill36b" id="ill36b"></a>
+<img src="images/513.jpg" width="400" alt="... zij zwaaiden als bezetenen met al die wapenen." title="" />
+<span class="caption2">... zij zwaaiden als bezetenen met al die wapenen.</span>
+</div>
+
+<p>Dit spiegelgevecht had reeds tien minuten geduurd, toen de strijders op
+eens ophielden. De wapens ontvielen hun handen. Een diepe stilte verving
+het vreeselijk getier. De inboorlingen bleven roerloos in hun laatste
+houding staan, even als de personen in een <i>tableau vivant</i>. Men zou
+gezegd hebben, dat zij versteend waren.</p>
+
+<p>Wat was de oorzaak van die verandering, en wat beteekende het, dat zij
+plotseling zoo stijf waren als marmeren beelden? Dat werd spoedig
+opgehelderd.</p>
+
+<p>Een troep kaketoes vertoonde zich juist op de hoogte van de gomboomen.
+Zij vervulden de lucht met hun gesnater, en geleken door de heldere
+kleuren van hun gevederte op een vliegenden regenboog. De verschijning
+van dien schitterenden zwerm vogels had den strijd doen staken. De jagt,
+die nuttiger was dan de oorlog, verving hem.</p>
+
+<p>Een rood geschilderd werktuig van vreemden vorm grijpende, verwijderde
+zich een der inboorlingen van zijn makkers, die even roerloos bleven
+staan, en sloop tusschen de boomen en struiken door naar den troep
+kaketoes. Hij maakte geen gedruisch onder het kruipen, hij kreukte geen
+blaadje, hij verschoof geen steentje. Het was een voortglijdende
+schaduw.</p>
+
+<p>Op een behoorlijken afstand gekomen wierp hij zijn werktuig twee voet
+boven den grond in een waterpasse rigting vooruit. Zoo doorliep dat
+wapen een afstand van omtrent veertig voet; zonder den grond te raken
+sprong het daarop plotseling met een regten hoek op, steeg honderd voet
+hoog, trof doodelijk een dozijn vogels, en viel eindelijk, een kromme
+lijn beschrijvende, neder aan de voeten des jagers.</p>
+
+<p>Glenarvan en zijn gezelschap stonden verstomd; zij konden hun oogen niet
+gelooven.</p>
+
+<p>"Het is de "boomerang!" zeide Ayrton.</p>
+
+<p>"De boomerang!" riep Paganel, "de australiscbe boomerang!"</p>
+
+<p>En evenals een kind ging hij het zonderlinge werktuig oprapen "om te
+zien, hoe het er van binnen uitzag."</p>
+
+<p>Inderdaad mogt men denken, dat een inwendig mecanisme, een veer, die
+plotseling lossprong, deszelfs rigting veranderde. Maar dat was zoo
+niet.</p>
+
+<p>De boomerang bestond eenvoudig uit een stuk hard en krom hout, dat
+dertig tot veertig duim lang was. In het midden was hij omtrent drie
+duim dik, en zijn uiteinden liepen in spitse punten uit. Het holle
+gedeelte was zes strepen diep en het bolle had twee zeer scherpe randen.
+Het was even eenvoudig als onbegrijpelijk.</p>
+
+<p>"Dat is dan die beruchte boomerang!" zeide Paganel, na het zonderlinge
+werktuig oplettend bekeken te hebben. "Een stuk hout, anders niet.
+Waarom stijgt hij op een bepaald oogenblik van zijn waterpasse rigting
+omhoog om terug te keeren in de hand, die hem slingerde? De geleerden en
+de reizigers hebben dit verschijnsel nooit kunnen verklaren."</p>
+
+<p>"Zou het niet met hem hetzelfde geval zijn als met den hoepel, die op
+zekere wijze voortgedreven, op zijn uitgangspunt terugkomt?" vroeg John
+Mangles.</p>
+
+<p>"Of liever," voegde Glenarvan er bij, "een terugkeerende beweging,
+gelijk aan die van een biljartbal, die in een bepaalde rigting wordt
+voorgestooten?"</p>
+
+<p>"In het geheel niet," antwoordde Paganel. "In deze beide gevallen is er
+een steunpunt, dat de terugwerking bepaalt: de grond voor den hoepel, en
+het laken voor den bal. Maar hier is geen steunpunt, het werktuig raakt
+den grond niet aan, en toch stijgt het weder tot een aanzienlijke
+hoogte!"</p>
+
+<p>"Maar hoe verklaart gij dit feit dan, mijnheer Paganel?" vroeg lady
+Helena.</p>
+
+<p>"Ik verklaar het niet, mevrouw! ik bevestig het slechts; de uitwerking
+hangt zeker af van de manier, waarop de boomerang wordt geworpen en van
+zijn bijzondere inrigting. Maar dat werpen is nog een geheim van de
+Australiërs!"</p>
+
+<p>"Hoe het ook zij, het is toch zeer vernuftig ... voor apen," voegde lady
+Helena er bij, den majoor aanziende, die met een ongeloovig gezigt het
+hoofd schudde.</p>
+
+<p>Intusschen verliep de tijd en Glenarvan oordeelde, dat hij op zijn togt
+naar het oosten niet langer mogt verwijlen; hij wilde daarom de dames
+verzoeken den wagen weder te beklimmen, toen een wilde hard kwam
+aanloopen en met opgewondenheid eenige woorden sprak.</p>
+
+<p>"Ha! zij hebben kasuarissen gezien!" zeide Ayrton.</p>
+
+<p>"Wat! is er een jagt op til!" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dat moeten we zien!" riep Paganel. "Dat zal wel aardig zijn! Misschien
+komt de boomerang er weer bij te pas."</p>
+
+<p>"Wat denkt gij er van, Ayrton?"</p>
+
+<p>"Het zal niet lang duren, mylord!" antwoordde de bootsman.</p>
+
+<p>De inboorlingen hadden geen oogenblik verzuimd. Kasuarissen te dooden is
+een buitenkansje voor hen. Dan is de stam voor eenige dagen van zijn
+onderhoud zeker. De jagers maken dan ook van al hun behendigheid gebruik
+om zulk een prooi te overmeesteren. Maar hoe kunnen zij een zoo vlug
+dier zonder geweren schieten en zonder honden inhalen? Dit was juist de
+belangrijke zijde van het schouwspel, dat Paganel hoopte bij te wonen.</p>
+
+<p>De ongehemmde kasuaris, door de inboorlingen "Moereuk" genoemd, is een
+dier, dat zeldzaam begint te worden in de vlakten van Australië. Die
+groote vogel, wel twee en een half voet hoog, heeft blank vleesch, dat
+veel overeenkomst heeft met dat van den kalkoen; op den kop draagt hij
+een hoornachtige plaat; zijn oogen zijn ligt bruin, zijn bek is zwart,
+en van boven naar beneden gebogen; aan zijn pooten heeft hij drie
+teenen, met sterke nagels gewapend; zijn vleugels zijn slechts stompen
+en kunnen hem niet dienen om te vliegen; zijn gevederte, om niet te
+zeggen zijn haar, is aan den hals en de borst donkerder van kleur. Maar
+al vliegt hij niet, hij loopt en kan het op een grasvlakte tegen het
+snelste paard opnemen. Alleen door list kan men hem dus vangen, en dan
+moet men nog heel listig sijn.</p>
+
+<p>Op het berigt van den inboorling verspreidden zich daarom een tiental
+Australiërs als een afdeeling scherpschutters. Het was op een liefelijke
+vlakte, waar de indigo in het wild groeide en den grond met haar bloemen
+blaauw kleurde. De reizigers hielden stand aan den zoom van een
+mimosa-bosch.</p>
+
+<p>Op de nadering der inlanders stond een half dozijn kasuarissen op, nam
+de vlugt en zette zich een mijl verder neder. Toen de jager van den stam
+zeker was van de plaats, waar zij zich bevonden, gaf hij een teeken aan
+zijn makkers om te blijven staan. Dezen gingen op den grond liggen,
+terwijl hij uit zijn net twee netjes aaneengenaaide kasuaris-huiden
+haalde en ze terstond aantrok. Met zijn regterarm, die boven zijn hoofd
+uitstak, bootste hij de houding van den kasuaris na, wanneer deze zijn
+voedsel zoekt.</p>
+
+<p>De inboorling kroop naar den troep; nu eens hield hij op, schijnbaar
+eenige zaden oppikkende; dan weder joeg hij het zand met zijn voeten op
+en hulde zich in een stofwolk. Al die bewegingen waren onverbeterlijk.
+Onnavolgbaar was deze nabootsing van de handelwijze van den kasuaris.
+Soms hief de jager een dof gebrom aan, dat den vogel zelven zou
+verschalkt hebben. Dit gebeurde dan ook. De wilde was spoedig in het
+midden van den zorgeloosen troep. Op eens slingerde zijn arm de knods en
+vijf van de zes kasuarissen vielen om hem heen.</p>
+
+<p>De jager had zijn doel bereikt, de jagt was afgeloopen.</p>
+
+<p>Nu namen Glenarvan, de reizigsters, het geheele gezelschap afscheid van
+de inboorlingen. De scheiding scheen hun niet zeer te spijten, Welligt
+deed de goede uitslag van de kasuarissen-jagt hun de voldoening van hun
+vraatzucht vergeten. Zij hadden niet eens de dankbaarheid van de maag,
+die bij de onbeschaafde volkeren en de dieren sterker is dan de
+dankbaarheid der harten.</p>
+
+<p>Dit mogt wezen zooals het wilde, in zekere omstandigheden kon men toch
+niet anders doen dan hun schranderheid en behendigheid te bewonderen.</p>
+
+<p>"Nu zult gij toch wel willen toegeven, waarde Mac Nabbs! dat de
+Australiërs geen apen zijn!" zeide lady Helena.</p>
+
+<p>"Omdat zij den gang van een dier volkomen nabootsen?" antwoordde de
+majoor. "Maar dat zou veeleer mijn stelling bevestigen!"</p>
+
+<p>"Schertsen is geen antwoorden," zeide lady Helena. "Ik verlang, majoor!
+dat gij uw gevoelen herroept."</p>
+
+<p>"Het zij zoo! ja, nichtje! of liever neen! De Australiërs zijn geen
+apen! Het zijn apen die Australiërs zijn!"</p>
+
+<p>"Welnu komaan!"</p>
+
+<p>"Herinner u maar eens, wat de negers beweren van het belangrijke ras der
+oerang-oetangs."</p>
+
+<p>"Wat beweren zij dan?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Zij beweren," antwoordde de majoor, "dat de apen zwarten zijn evenals
+zij, maar slimmer: "Hij niet spreek om niet werk," zeide een neger, die
+jaloersch was op een tammen oerang-oetang, dien zijn meester den kost
+gaf, hoewel hij niets uitvoerde."</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XVII" id="XVII"></a>XVII.</h3>
+
+<h3>De schatrijke veefokkers.</h3>
+
+
+<p>Na een op 146°15' lengte rustig doorgebragten nacht zetten de reizigers
+den 6<sup>den</sup> Januarij, 's morgens ten zeven ure, hun togt door dit
+uitgestrekte district voort. Zij gingen onveranderlijk oostwaarts, en de
+indrukken hunner schreden vormden op de vlakte een zuiver regte lijn.
+Tweemaal ontmoetten zij sporen van squatters, die noordwaarts trokken,
+en dan zouden die verschillende indrukken in elkander verward geraakt
+zijn, als het paard van Glenarvan niet in het zand het merk van
+Black-point, kenbaar aan een klaverblad, had achtergelaten.</p>
+
+<p>Soms slingerden riviertjes in grillige bogten door de vlakte, wier
+oevers met palm begroeid waren en die van tijd tot tijd uitdroogden. Zij
+ontsprongen op de helling der "Buffalos Ranges," een keten van
+middelmatige bergen, wier schilderachtige toppen aan den gezigteinder
+een golvende lijn vormden.</p>
+
+<p>Men besloot daar den nacht door te brengen. Ayrton zette zijn ossen wat
+aan, en na dien dag vijf en dertig mijlen te hebben afgelegd, kwamen de
+trekdieren een weinig vermoeid ter bestemder plaatse aan. De tent werd
+onder groote boomen opgeslagen; de avond was gevallen, het eten werd
+spoedig gebruikt. Men dacht zelfs, na zulk een marsch, minder aan eten
+dan aan slapen.</p>
+
+<p>Paganel, die het eerst aan de beurt lag om de wacht te houden, ging niet
+liggen, maar waakte met het geweer op schouder over de legerplaats,
+onophoudelijk op en neer loopende om zich den slaap uit de oogen te
+houden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill37b" id="ill37b"></a>
+<img src="images/520.jpg" width="400" alt="Paganel ging niet liggen...." title="" />
+<span class="caption2">Paganel ging niet liggen....</span>
+</div>
+
+<p>Hoewel de maan niet scheen, was de nacht toch tamelijk helder door den
+glans der australische sterrebeelden. De geleerde vermaakte zich met het
+lezen in dat groote, altijd opgeslagen boek van het uitspansel, dat zoo
+belangrijk is voor een ieder, die het weet te verstaan. De diepe stilte
+der in rust verzonken natuur werd alleen afgebroken door het gerammel
+der kluisters aan de pooten der paarden.</p>
+
+<p>Paganel liet dus zijn sterrekundige overpeinzingen den vrijen loop en
+hield zich meer bezig met de dingen des hemels dan met de dingen der
+aarde, toen een verwijderd geluid hem uit zijn droomen opwekte.</p>
+
+<p>Hij luisterde scherp toe, en tot zijn groote verbazing meende hij den
+klank van een piano te hooren; eenige snel achtereenvolgend aangeslagen
+accoorden deden hun trillende toonen tot hem komen. Hij kon zich er niet
+in vergissen.</p>
+
+<p>"Een piano in de woestijn!" zeide Paganel bij zich zelven. "Dat is iets,
+wat ik nooit zal gelooven!"</p>
+
+<p>Het was dan ook heel vreemd, en Paganel wilde liever gelooven, dat de
+een of andere zonderlinge australische vogel de toonen van een Pleyel of
+een Bernhard nabootste, zooals andere het geluid van een klok en van
+schaarslijpers nabootsen.</p>
+
+<p>Maar nu bereikte de klank van een zuivere, welluidende stem zijn oor.
+Bij den pianospeler kwam ook nog een zanger. Paganel luisterde, maar
+wilde het nog niet gelooven. Na eenige oogenblikken moest hij echter de
+heerlijke aria herkennen, die hij hoorde.</p>
+
+<p>Het was <i>Il mio tesoro tanto</i> uit den <i>Don Juan</i>.</p>
+
+<p>"Drommels!" dacht de aardrijkskundige, "hoe vreemd de australiscbe
+vogels ook zijn, en al waren het de muzikaalste papegaaijen van de
+wereld, een opera van Mozart kunnen zij toch niet zingen!"</p>
+
+<p>Vervolgens luisterde hij tot het einde toe naar die verhevene ingeving
+van den grootsten aller meesters. De uitwerking dier liefelijke melodie,
+voortgedragen door een helderen nacht, was onbeschrijfelijk. Paganel
+bleef een geruimen tijd onder den invloed dier onuitsprekelijke
+betoovering; vervolgens zweeg de stem, en het werd weder stil.</p>
+
+<p>Toen Wilson Paganel kwam aflossen, vond hij hem in diep nadenken
+verzonken. Paganel zeide er den matroos niets van. Hij nam voor
+Glenarvan den volgenden morgen van die bijzonderheid kennis te geven, en
+kroop in zijn tent onder de dekens.</p>
+
+<p>'s Anderendaags werd het geheele gezelschap wakker gemaakt door een
+onverwacht geblaf. Glenarvan stond dadelijk op. Twee prachtige
+speurhonden, hoog op de pooten, heerlijke modellen van den staanden hond
+van engelsch ras, sprongen rond aan den zoom van een boschje. Toen de
+reizigers naderden, keerden zij luid blaffende onder de boomen terug.</p>
+
+<p>"Er is zeker een station in deze woestijn," zeide Glenarvan, "en ook
+jagers; want dat zijn immers jagthonden?"</p>
+
+<p>Paganel opende reeds den mond om te vertellen, wat hem in den afgeloopen
+nacht wedervaren was, toen twee jonge lieden verschenen, gezeten op twee
+voortreffelijke paarden van echt bloed, echte jagtpaarden.</p>
+
+<p>De beide heeren in een sierlijk jagtgewaad gekleed, hielden hun paarden
+in op het gezigt van het kleine gezelschap, dat op de wijze der
+Zigeuners gelegerd was. Zij schenen zich af te vragen, wat de
+tegenwoordigheid van gewapende lieden te dezer plaatse beduidde, toen
+zij de reizigsters ontdekten, die uit den wagen klommen.</p>
+
+<p>Dadelijk stapten zij van hun paard en gingen haar met den hoed in de
+hand te gemoet.</p>
+
+<p>Lord Glenarvan ging naar hen toe, en als vreemdeling deelde hij hun zijn
+naam en rang mede. De jongelieden bogen en een hunner, de oudste, zeide:</p>
+
+<p>"Mylord! willen deze dames, uw gezelschap en gij ons de eer aandoen ten
+onzent wat uit te rusten?"</p>
+
+<p>"Mijneheeren?..." zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Michel en Sandy Patterson, eigenaars van Hottam-station. Gij zijt reeds
+op onze goederen, en behoeft geen kwartmijl ver te gaan."</p>
+
+<p>"Mijneheeren!" antwoordde Glenarvan, "ik zou niet gaarne misbruik maken
+van de gastvrijheid, die gij ons zoo vriendelijk aanbiedt...."</p>
+
+<p>"Mylord!" hernam Michel Patterson, "door onze uitnoodiging aan te nemen
+doet gij een dienst aan arme ballingen, die zich gelukkig zullen achten
+de eer der woestijn bij u op te houden."</p>
+
+<p>Glenarvan boog ten teeken van toestemming.</p>
+
+<p>"Mijnheer!" zeide nu Paganel, zich tot Michel Patterson rigtende, "als
+het niet onbeleefd is, wenschte ik u wel te vragen of gij gisteren die
+aria van den goddelijken Mozart hebt gezongen?"</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer!" antwoordde de heer, "en mijn neef Sandy begeleidde mij."</p>
+
+<p>"Welnu, mijnheer!" hervatte Paganel, "neem dan de welgemeende
+loftuitingen aan van een Franschman, een hartstogtelijk bewonderaar van
+die muziek."</p>
+
+<p>Paganel gaf den jongen heer de hand, die haar hartelijk drukte.
+Vervolgens wees Michel Patterson regtsaf den weg, dien zij moesten
+inslaan. De paarden werden achtergelaten onder toezigt van Ayrton en de
+matrozen. Dus gingen de reizigers al pratende en bewonderende onder
+geleide van de beide jonge lieden te voet naar het woonhuis van
+Hottam-station.</p>
+
+<p>Het was inderdaad een prachtige inrigting, die even streng in orde
+gebonden werd als een engelsch park. Onmetelijke weiden, door grijze
+hekken ingesloten, strekten zich uit zoover het oog reikte. Daar
+graasden duizenden runderen en millioenen schapen. Talrijke herders en
+nog talrijker honden bewaakten dat drukke leger. Het geloei en geblaat
+vermengde zich met het geblaf der honden en het geklap der zweepen.</p>
+
+<p>In het oosten stuitte de blik op een rand van "myalls" en gomboomen,
+waarboven de statige kruin van den Hottam-berg ter hoogte van zeven
+duizend vijf honderd voet uitstak. Naar alle kanten liepen lange lanen
+van boomen met altijd blijvende bladeren. Hier en daar waren plekken
+bezet met digt kreupelhout van "grasstrees", tien voet hooge heesters,
+die wel iets hadden van den dwergpalm, en wier top zich verschool in een
+menigte smalle lange bladeren. De lucht was doortrokken van de geuren
+der munt-laurierboomen, wier witte bloemruikers, die juist in vollen
+bloei stonden, de fijnste en welriekendste geuren uitwasemden.</p>
+
+<p>Bij de liefelijke groepen dier inlandsche boomen voegden zich de
+voortbrengselen, uit de europeesche landen hierheen gebragt. De perzik,
+de peer, de appel, de vijg, de oranjeboom, zelfs de eik, werd door de
+reizigers met een luid hoera! begroet, en zoo het hen niet zeer
+verwonderde in de schaduw der boomen uit hun land te wandelen, dan werd
+hun verbazing toch opgewekt op het gezigt der vogels, die in de takken
+rondhuppelden, de satijn-vogels met hun zijdeachtige vederen en de
+zijdevogels half in goud en zwart fluweel gekleed.</p>
+
+<p>Onder anderen viel hun voor de eerste maal het voorregt te beurt den
+liervogel te bewonderen, wiens staart de gedaante heeft van het
+liefelijk speeltuig van Orpheus. Hij ontvlood tusschen de boomvormige
+varens, en als zijn staart tegen de takken sloeg, verwonderde men zich
+haast die welluidende accoorden niet te hooren, waarmede Amphion zich
+opwekte om de muren van Thebe te herbouwen. Paganel had lust om er op te
+spelen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill38b" id="ill38b"></a>
+<img src="images/524.jpg" width="400" alt="Den liervogel." title="" />
+<span class="caption2">Den liervogel.</span>
+</div>
+
+<p>Lord Glenarvan vergenoegde zich echter niet met de bewondering dier
+tooverachtige wonderen van die oase in het midden der australiscbe
+woestijn. Hij luisterde tevens naar het verhaal der jonge heeren. In
+Engeland, in het hart zijner beschaafde gewesten zou elke nieuw
+aangekomene terstond aan zijn gastheer verteld hebben, vanwaar hij kwam
+en waarheen hij ging. Maar hier meenden Michel en Sandy Patterson
+kieschheidshalve verpligt te zijn zich bekend te maken aan de reizigers,
+wien zij gastvrijheid aanboden. Zij vertelden dus hun geschiedenis.</p>
+
+<p>Het was die van alle schrandere en werkzame jonge Engelschen, die niet
+gelooven, dat de rijkdom vrijstelt van den arbeid. Michel en Sandy
+Patterson waren zoons van een bankier te Londen. Toen zij twintig jaar
+oud waren, had het hoofd van hun geslacht gezegd: "Ziedaar eenige
+millioenen, jongelieden! Gaat naar de een of andere afgelegene kolonie;
+zet er een nuttige zaak op; put uit den arbeid kennis van het leven.
+Slaagt gij, des te beter. Slaagt gij niet, dan is er nog niets bedorven;
+wij zullen de millioenen niet beklagen, die u gediend zullen hebben om
+mannen te worden." De twee jongelingen gehoorzaamden. Zij kozen in
+Australië de provincie Victoria om er de banknoten huns vaders te
+zaaijen en behoefden er geen spijt van te hebben. Na verloop van een
+jaar of drie bloeide de onderneming.</p>
+
+<p>In de provinciën Victoria, Nieuw-Zuid-Wales en Zuid-Australië telt men
+meer dan drie duizend stations, sommigen bewoond door de squatters, die
+zich op veefokkerij toeleggen; anderen door kolonisten, wier
+hoofdbedrijf de landbouw is. Tot aan de komst der beide jonge Engelschen
+was de voornaamste inrigting van dien aard die van den heer Jamieson,
+die een oppervlakte van honderd mijlen besloeg, met een strook lands van
+vijf en twintig mijlen aan de Paroo, een der zijtakken van de Darling.</p>
+
+<p>Thans won het station Hottam het in oppervlakte en aanzien. De beide
+jongelieden waren veefokkers en landbouwers te gelijk. Zij bestuurden
+met buitengewone bekwaamheid, en wat nog moeijelijker is, met ongemeen
+beleid hun verbazende eigendommen.</p>
+
+<p>Zooals men ziet, lag dit station op een grooten afstand van de
+voornaamste steden, midden in de weinig bezochte woestijnen der Murray.
+Het besloeg de ruimte tusschen 146°48' en 147°, dat wil zeggen een
+streek lands van vijf uren in het vierkant, gelegen tusschen de
+Buffalos-Ranges en den Hottam-berg. In de beide hoeken in het noorden
+van dat ontzaggelijk vierkant verrezen ter linkerzijde de Aberdeen-berg,
+ter regter de toppen van den High-Barven. Er was geen gebrek aan helder
+en kronkelend water, wegens de stroompjes en takken van de Ovens-rivier,
+die noordwaarts in de Murray valt. Veeteelt en landbouw slaagden ook
+beiden evenzeer. Vijf duizend bunders uitstekend bebouwd en bewerkt land
+bragten zoowel inlandsche als vreemde gewassen voort, terwijl
+verscheidene millioenen dieren in de grazige weiden vet werden gemaakt.
+De voortbrengselen van Hottam-station werden dan ook tot hooge prijzen
+op de markten van Castlemaine en Melbourne afgezet.</p>
+
+<p>Dit een en ander hadden Michel en Sandy Patterson van hun werkzaam leven
+verteld, toen de woning aan het uiteinde van een laan van kasuarboomen
+zigtbaar werd.</p>
+
+<p>Het was een aardig van hout en steen opgetrokken gebouw, verscholen
+tusschen boschjes emerophilis. Het had den sierlijken vorm van een
+zwitsersch huis, en een veranda, waaraan chineesche lampen hingen, liep
+als een antiek impluvium langs de muren. Voor de vensters hingen
+veelkleurige kleeden, die in bloei schenen te staan. Niets is
+sierlijker, niets is streelender voor het oog, maar ook niets
+geriefelijker. Op de grasperken en tusschen de boomen rondom het huis
+stonden bronzen kandelabers met sierlijke lantaarns; 's avonds werd dit
+geheele park met witte gasvlammen verlicht, dat uit een kleinen
+gazometer kwam, die tusschen prieeltjes van myalls en boomvormige varens
+verscholen was.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill39b" id="ill39b"></a>
+<img src="images/527.jpg" width="400" alt="Het was een aardig van hout en steen opgetrokken gebouw." title="" />
+<span class="caption2">Het was een aardig van hout en steen opgetrokken gebouw.</span>
+</div>
+
+<p>Overigens zag men geen arbeiderswoningen, stallen noch lootsen, niets
+van hetgeen eene hoeve kenmerkt. Al die bijgebouwen,&mdash;die wel een dorp
+mogten genoemd worden, bestaande uit meer dan twintig hutten en
+huizen,&mdash;lagen een kwartmijl van het huis af in een klein dal.
+Telegraafdraden bragten het dorp in regtstreeksche gemeenschap met het
+heerenhuis. Ver van het gedruisch verwijderd scheen dit gebouw geheel op
+zich zelven te staan in een bosch van vreemde boomen.</p>
+
+<p>Weldra, was men aan het einde der laan van casuars; een kleine bijzonder
+fraaije ijzeren brug, over een kabbelend stroompje geslagen, verleende
+den toegang tot het afgesloten park. Men ging ze over. Een deftige
+opzigter ontving de reizigers; de deuren werden geopend, en de gasten
+van Hottam-station betraden de prachtige vertrekken in dit omkleedsel
+van steen en bloemen.</p>
+
+<p>Hier vertoonde zich aan hun oog al de weelde van een kunstlievenden en
+rijken bewoner: door een groote zaal met vijf vensters kwam men in de
+voorkamer, versierd met stukadoorwerk, dat allerlei landbouw- en
+jagtgereedschap voorstelde. Dat de bewoners een fijnen smaak hadden voor
+kunsten en gemak, bewezen een piano bedekt met oude en nieuwe
+muziekstukken, schildersezels met schetsen, voetstukken met marmeren
+beelden versierd, eenige schilderijen van vlaamsche meesters aan de
+wanden, prachtige en mollige tapijten, behangsels, die bevallige
+tooneelen uit de fabelleer voorstelden, een antieke lichtkroon aan de
+zoldering, kostbaar porselein, dure en smaakvolle pulletjes, duizend
+kostbare en broze kleinigheden, die men in geen australische woning zou
+gezocht hebben. Alles wat behagelijk was, alles wat het onaangename
+eener vrijwillige ballingschap kon verzachten, alles wat de herinnering
+aan europeesche gewoonten levendig kon houden, was in die tooverachtige
+zaal bijeen. Men zou bijna meenen in een vorstelijk lustslot in
+Frankrijk of Engeland te zijn.</p>
+
+<p>Door het fijne doek der vijf venstergordijnen viel een zacht licht, dat
+reeds getemperd was door de halfschaduw der veranda. Lady Helena stond
+verrukt, toen zij naderbij kwam. Van deze zijde beheerschte de woning
+een breed dal, dat zioh tot aan den voet der oostelijke bergen
+uitstrekte. De afwisseling van weiden en bosschen, eenige groote opene
+plekken hier en daar, de zacht glooijende heuvels, de hoogten en laagten
+van dien oneffen bodem, alles te zamen vormde een onbeschrijfelijk
+tooneel. Geen andere streek ter wereld kon met deze vergeleken worden,
+zelfs niet het zoo beroemde Paradijs-dal op de noorweegsche grenzen van
+Tellemarken. Dat uitgestrekte panorama, met zijn afwisseling van groote
+donkere en lichte plekken, veranderde ieder uur naarmate de zon hooger
+rees. De verbeelding kon zich niets heerlijkers scheppen, en dat
+liefelijk gezigt voldeed aan al de eischen van het oog.</p>
+
+<p>Intusschen was er op bevel van Sandy Patterson in de ijl door den
+hofmeester van het station een ontbijt gereed gemaakt, en geen kwartier
+was er na hun aankomst verloopen, of de reizigers zaten reeds aan een
+tafel, die ruimschoots van alles voorzien was. De spijzen en wijnen
+lieten niets te wenschen over; maar het aangenaamste bij al die
+verfijnde weelde was de vreugde der twee jonge squatters, die zich
+gelukkig achtten onder hun dak zulk een onthaal te kunnen aanbieden.</p>
+
+<p>Het duurde ook niet lang, of zij waren bekend met het doel van den togt,
+en stelden een levendig belang in de nasporingen van Glenarvan. Ook
+gaven zij goede hoop aan de kinderen van den kapitein.</p>
+
+<p>"Harry Grant," zeide Michel, "is stellig in de handen der inboorlingen
+gevallen, anders zou hij wel in de nederzettingen aan de kust gekomen
+zijn. Hij was zich zijn toestand volkomen bewust, dat bewijst het
+document, en nu hij niet de een of andere engelsche kolonie bereikt
+heeft, moet hij, zoodra hij aan land kwam, door de wilden gevangen zijn
+genomen."</p>
+
+<p>"Datzelfde lot is ook zijn bootsman Ayrton wedervaren," antwoordde John
+Mangles.</p>
+
+<p>"Maar hebt gij nooit van de ramp van <i>Britannia</i> hooren spreken,
+heeren?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Nooit, mevrouw!" antwoordde Michel.</p>
+
+<p>"En hoe denkt gij, dat kapitein Grant, de gevangene der Australiërs,
+behandeld wordt?"</p>
+
+<p>"De Australiërs zijn niet wreed, mevrouw!" antwoordde de jonge squatter,
+"en miss Grant kan dienaangaande gerust zijn. Er zijn talrijke
+voorbeelden bekend van de zachtheid van hun karakter, en sommige
+Europeanen hebben lang onder hen verkeerd, zonder reden te hebben om
+zich over hun onbeschoftheid te beklagen."</p>
+
+<p>"King onder anderen," zeide Paganel, "de eenige van het gezelschap van
+Burke, die er het leven van heeft afgebragt."</p>
+
+<p>"Die stoute reiziger is niet de eenige," hernam Sandy; "maar ook een
+engelsch soldaat, Buckley geheeten, die in 1808 op de kust uit Port
+Philip ontsnapt zijnde, door de inboorlingen werd opgenomen en drie en
+dertig jaar onder hen leefde."</p>
+
+<p>"En na dien tijd," voegde Michel Patterson er bij, "berigtte ons een der
+laatste nommers van de <i>Australasian</i>, dat een zekere Morrill onder zijn
+landgenooten is teruggekeerd na een slavernij van zestien jaren. De
+geschiedenis van den kapitein zal wel dezelfde wezen als de zijne; want
+juist ten gevolge van de schipbreuk der <i>Péruvienne</i> in 1846 werd hij
+door de inboorlingen gevangen genomen en naar het binnenland gesleept.
+Dus houd ik het er voor, dat gij moet blijven hopen."</p>
+
+<p>Deze woorden gaven den hoorders van den jongen squatter veel vreugde.
+Zij bevestigden de inlichtingen, die Paganel en Ayrton vroeger gegeven
+hadden.</p>
+
+<p>Toen de dames van tafel waren opgestaan, werd er over de gedeporteerden
+gesproken. De squatters waren bekend met de ramp van Camden-brug, maar
+de tegenwoordigheid van een bende vlugtelingen boezemde hun geen
+ongerustheid in. Die boosdoeners zouden zich wel wachten een station aan
+te vallen, dat door meer dan honderd mannen bewoond werd. Ook was het
+niet waarschijnlijk, dat zij zich in die woestijnen van de Murray zouden
+wagen, waar zij niets uitrigten konden, noch in de rigting der koloniën
+van Nieuw-Wales, waar de wegen zeer goed bewaakt worden. Ayrton was van
+hetzelfde gevoelen.</p>
+
+<p>Lord Glenarvan mogt het verzoek van zijn vriendelijke gastheeren om dien
+geheelen dag op Hottam-station door te brengen, niet afslaan. Het was
+een oponthoud van twaalf uren, dat een rustdag werd; paarden en ossen
+zouden zeker van hun vermoeienissen goed uitrusten in de goed ingerigte
+stallen van het station.</p>
+
+<p>Dit bleef dus bepaald, en de beide jongelieden stelden hun gasten een
+plan om den dag door te brengen voor, dat gaarne werd aangenomen.</p>
+
+<p>Ten twaalf ure trappelden zeven sterke jagtpaarden voor de deuren der
+woning. Een sierlijk rijtuig met vier paarden bespannen en voor de dames
+bestemd, gaf den koetsier gelegenheid om zijn bedrevenheid te toonen in
+het moeijelijke rijden met vier paarden. Door jagers voorafgegaan en met
+uitstekende jagtgeweren gewapend, stegen de ruiters te paard en
+galoppeerden naast het rijtuig, terwijl prachtige jagthonden vrolijk in
+het kreupelhout blaften.</p>
+
+<p>Vier uren besteedde de jagtstoet met het doorkruisen van al de lanen van
+dit park, dat zoo groot was als een kleine duitsche staat.
+Reuss-Schleitz of Saksen-Coburg-Gotha konden er wel geheel in liggen.
+Vond men er al niet zooveel inwoners, de schapen waren er daarentegen
+des te talrijker. En wat het wild betreft, een leger van drijvers zou er
+niet meer hebben kunnen opjagen onder bereik van de kogels der jagers.
+Weldra hoorde men dan ook een onafgebrokene reeks van losbrandingen, die
+zeer verontrustend waren voor de vreedzame bewoners der bosschen en
+vlakten. De jonge Robert deed wonderen aan de zijde van majoor Mac
+Nabbs. Ondanks de waarschuwingen zijner zuster was die vermetele knaap
+altijd vooraan en het eerst in het vuur. Maar John Mangles beloofde op
+hem te passen, hetgeen Mary Grant geruststelde.</p>
+
+<p>Bij die drijfjagt doodde men eenige daar te lande thuis behoorende
+dieren, die Paganel nog alleen bij name kende: onder anderen de "wombat"
+en de "bandicoot."</p>
+
+<p>De wombat (buidel-mormeldier) ia een plantetend dier, dat holen graaft
+evenals de das; hij is zoo groot als een schaap en zijn vleesch is
+lekker.</p>
+
+<p>De bandicoot is een andere soort van buideldier, nog roofzieker dan de
+europeesche vos en kan dezen wel een lesje geven in het plunderen van
+hoenderhokken. Dit dier, dat een vrij afzigtelijk voorkomen heeft, en
+anderhalve voet lang is, viel onder de kogels van Paganel, die het uit
+jagers-eigenliefde bekoorlijk vond. "Een aanbiddelijk dier," zeide hij.</p>
+
+<p>Onder andere belangrijke stukken schoot Robert heel handig een "dasyure
+viverrin," een soort van kleinen vos, wiens zwarte pels met witte
+vlekken evenveel waard is als die van den marter, en een paar
+buidelratten, die zich in het digte gebladerte der groote boomen
+verscholen.</p>
+
+<p>Maar van al die groote feiten was zonder tegenspraak een kangoeroe-jagt
+het belangrijkste. Tegen vier ure joegen de honden een troep van die
+zonderlinge buideldieren op. De kleinen kropen haastig in den buidel
+hunner moeder, en allen vlugtten in een rij achter elkander.
+Allervreemdst zijn de verbazende sprongen van den kangoeroe
+(springhaas), wiens achterpooten, tweemaal zoo lang als de voorpooten,
+als een veer losspringen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill40b" id="ill40b"></a>
+<img src="images/533.jpg" width="400" alt="De kangoeroe-jagt." title="" />
+<span class="caption2">De kangoeroe-jagt.</span>
+</div>
+
+<p>Aan het hoofd der vlugtelingen was een mannetje van vijf voet hoog, een
+prachtig model van de "macropus giganteus," een "oud man," zooals de
+houthakkers zeggen.</p>
+
+<p>Over een lengte van vier tot vijf mijlen werd de jagt ijverig
+voortgezet. De kangoeroes werden niet moede, en de honden, die niet
+zonder reden hun sterken, met een scherpen nagel gewapenden poot
+vreezen, pasten wel op ze niet te digt te naderen. Maar eindelijk
+uitgeput door den snellen loop, hield de troep stand en ging de "oude
+man" tegen een boomstam leunen, gereed om zich te verdedigen. Een der
+jagthonden, die zijn vaart nog niet had kunnen stuiten, kwam in zijn
+nabijheid. Een oogenblik daarna werd de arme hond in de hoogte
+geslingerd en hingen hem de ingewanden uit het lijf.</p>
+
+<p>Het bleek, dat zelfs de geheele troep honden niet opgewassen was tegen
+die sterke buideldieren. Men moest dus tot schieten overgaan, en alleen
+de kogels konden het reusachtige dier vellen.</p>
+
+<p>Weinig scheelde het of Robert was het slagtoffer geweest van zijn
+onvoorzigtigheid. Om zeker van zijn schot te zijn, naderde hij den
+kangoeroe zoo digt, dat deze met een sprong opvloog. Robert viel. Een
+angstkreet klonk. Uit haar rijtuig strekte Mary Grant van ontsteltenis
+sprakeloos en met verduisterde oogen de handen naar haar broeder uit.
+Niet een van de jagers durfde op het dier schieten; want hij kon ook den
+knaap treffen.</p>
+
+<p>Daar stormde op eens John Mangles, eigen gevaar niet achtende, met zijn
+hartsvanger op den kangoeroe los en trof het dier in het hart. Zijn kop
+werd afgehouwen en Robert stond ongedeerd op. Een oogenblik later lag
+hij in de armen zijner zuster.</p>
+
+<p>"Ik dank u, mijnheer John! ik dank!" zeide Mary Grant, terwijl zij den
+jongen kapitein haar hand toestak.</p>
+
+<p>"Ik stond borg voor hem," antwoordde John Mangles de bevende hand van
+het meisje vattende.</p>
+
+<p>Dit voorval maakte een einde aan de jagt. De troep buideldieren was
+uiteengegaan na den dood van den aanvoerder, wiens huid naar de woning
+werd medegenomen. Het was nu 's avonds zes ure. Een prachtig middagmaal
+wachtte de jagers. Onder andere spijzen viel een bouillon van
+kangoeroe-staarten, op de wijze der inlanders gereedgemaakt, bijzonder
+in den smaak.</p>
+
+<p>Na bij het nageregt ijs en sorbet gebruikt te hebben, gingen de gasten
+in de zaal. De avond werd aan de muziek gewijd. Lady Helena, die zeer
+goed piano speelde, stelde haar talent ter beschikking van de squatters.
+Michel en Sandy Patterson zongen met veel smaak stukjes ontleend aan de
+nieuwste werken van Gounod, Massé, Félicien David, en zelfs van dat
+onbegrepen genie, Richard Wagner.</p>
+
+<p>Ten elf ure werd thee rondgediend; ze was met die engelsche volmaaktheid
+gezet, die geen ander volk kan evenaren. Op verlangen van Paganel, die
+eens australische thee wilde drinken, bragt men hem een drank, zoo zwart
+als inkt, een kan water, waarin een half pond thee vier uren lang
+gekookt had. Paganel trok wel een leelijk gezigt, maar verklaarde toch,
+dat die drank heerlijk smaakte.</p>
+
+<p>Te middernacht werden de gasten naar luchtige en gemakkelijk ingerigte
+vertrekken gebragt, waar zij konden droomen van de genoegens van dien
+dag.</p>
+
+<p>Met het krieken van den dag namen zij afscheid van de twee jeugdige
+squatters. Na veel dankbetuigingen en de stellige belofte, dat ze
+elkander in Europa op het kasteel Malcolm zouden wederzien, scheidden
+zij. De wagen zette zich weder in beweging, reed om den voet van den
+berg Hottam, en weldra verdween het huis als een droombeeld uit de oogen
+der reizigers. Nog vijf mijlen ver reden zij over den grond van het
+station. Eerst ten negen ure hadden zij het laatste hek achter den rug
+en nu drong het kleine gezelschap in de bijna onbekende gewesten van de
+provincie Victoria.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XVIII" id="XVIII"></a>XVIII.</h3>
+
+<h3>De australische Alpen.</h3>
+
+
+<p>Een ontzaggelijke slagboom versperde in het zuid-oosten den weg. Het was
+de keten der australische Alpen, een groote verdedigingslijn, wier
+grillige gordijnen zich over een lengte van vijftien honderd mijlen
+uitstrekken, en de wolken op een hoogte van vier duizend voet stuiten.</p>
+
+<p>De betrokken lucht was oorzaak, dat de warmte eerst getemperd door den
+digten sluijer der dampen den grond bereikte. De temperatuur was dus
+dragelijk, maar de togt over den hoogst ongelijken bodem zeer
+moeijelijk. Het rijzen van den bodem werd telkens zigtbaarder. Hier en
+daar vertoonden zich eenige heuvels, met jonge groene gomboomen beplant.
+Verderop vormden die sterk in het oog loopende hoogten de voorloopers
+der groote Alpen. Aanhoudend moest men stijgen, hetgeen vooral zigtbaar
+was aan de krachtsinspanning der ossen, wier juk kraakte door het
+trekken van den zwaren wagen; zij hijgden en de spieren hunner pooten
+stonden zoo gespannen, dat ze dreigden te breken. De planken van het
+voertuig kraakten door het zware stooten, hetgeen Ayrton, hoe bekwaam
+hij ook was, niet kon voorkomen. De dames schikten zich gewillig in haar
+lot.</p>
+
+<p>John Mangles en zijn beide matrozen waren eenige honderden schreden
+vooruit om den weg te verkennen; zij kozen de begaanbare wegen, om niet
+te zeggen de engten, want al die bulten van den bodem waren evenveel
+klippen, waartusschen de wagen het beste vaarwater moest kiezen. Het was
+dus een echte zeereis over die deinende gronden.</p>
+
+<p>De taak was moeijelijk, soms gevaarlijk. Menigmaal moest Wilson met zijn
+bijl een doortogt banen door digte heesterboschjes. De kleiachtige en
+vochtige bodem zonk weg onder hun voeten. De weg werd verlengd door
+duizend omwegen, die onoverkomelijke hinderpalen, hooge granietblokken,
+diepe holle wegen, gevaarlijke ondiepten hen noodzaakten te maken. Tegen
+den avond waren zij dan ook naauwelijks een halven graad gevorderd. Men
+legerde zich aan den voet der Alpen, aan den oever der kreek Cobongra,
+aan den zoom eener kleine vlakte met vier voet hooge heesters bedekt,
+wier ligt roode bladeren het oog streelden.</p>
+
+<p>"Er staan ons nog heel wat moeijelijkheden te wachten," zeide Glenarvan
+met het oog op de bergketen, wier schaduwbeeld reeds verdween in de
+duisternis van den nacht. "Alpen! die naam geeft stof tot denken!"</p>
+
+<p>"Daar valt wel wat op af te dingen," antwoordde hem Paganel. "Gij moet
+niet denken, waarde Glenarvan! dat een geheel Zwitserland voor ons ligt.
+Er zijn in Australië Grampians, Pyreneën, Alpen, Blaauwe bergen, evenals
+in Europa en Amerika, maar in het klein. Dat bewijst alleen, dat de
+verbeeldingskracht der aardrijkskundigen niet onuitputtelijk is, of dat
+de taal der eigennamen zeer arm is."</p>
+
+<p>"Die australische Alpen dus?..." vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Zijn bergen, die wij wel in onzen zak kunnen steken," antwoordde
+Paganel. "Wij zullen er over zijn, voor wij het weten."</p>
+
+<p>"Zeg <i>ik</i> in plaats van <i>wij</i>!" zeide de majoor. "Wel moet men een
+verstrooid man wezen om een bergketen over te trekken, zonder het te
+merken."</p>
+
+<p>"Verstrooid!" riep Paganel. "Maar ik ben niet verstrooid meer. Ik beroep
+mij op deze dames. Heb ik niet mijn woord gehouden van het oogenblik af,
+dat ik den voet op het vastland heb gezet? Heb ik een enkele
+verstrooidheid begaan? Heeft men mij een enkele dwaling te verwijten?"</p>
+
+<p>"Geen enkele, mijnheer Paganel!" zeide Mary Grant. "Gij zijt thans de
+volmaaktste aller mannen."</p>
+
+<p>"Al te volmaakt!" voegde lady Helena er lagchend bij. "Uw verstrooidheid
+stond u zoo goed."</p>
+
+<p>"Niet waar, mevrouw?" antwoordde Paganel. "Wanneer ik geen gebrek meer
+heb, zal ik een man worden als ieder ander. Daarom hoop ik maar, dat ik
+spoedig de een of andere dwaasheid zal begaan, waarover gij hartelijk
+zult lagchen. Ziet ge, wanneer ik mij niet vergis, komt het mij voor,
+dat mij iets ontbreekt."</p>
+
+<p>In weerwil van de verzekeringen van den goedgeloovigen aardrijkskundige
+kostte het den volgenden dag, den 9<sup>den</sup> Januarij, het kleine gezelschap
+verbazend veel moeite om in de Alpen door te dringen. Op goed geluk af
+moest men voortgaan en zich in naauwe en diepe kloven wagen, die wel
+eens zonder uitgang konden zijn.</p>
+
+<p>Ayrton zou zeker in groote verlegenheid geweest zijn, als hij niet
+onverwachts na een uur op weg geweest te zijn een herberg, een ellendige
+kroeg had aangetroffen op een der bergpaden.</p>
+
+<p>"Drommels," riep Paganel, "de kastelein van deze tapperij zal hier ook
+geen fortuin maken! Welk nut kan hij hier doen?"</p>
+
+<p>"Ons de noodige aanwijzingen geven nopens den weg," antwoordde
+Glenarvan. "Wij zullen eens binnengaan."</p>
+
+<p>Door Ayrton gevolgd overschreed Glenarvan den drempel der herberg. De
+kastelein uit "de herberg in het bosch,"&mdash;zooals op het uithangbord
+stond te lezen,&mdash;was een ruwe kerel met een terugstootend uiterlijk, die
+zeker zelf de beste klant was voor de jenever, brandewijn en whisky van
+zijn kroeg. Hij zag zelden iemand anders dan reizende squatters of
+eenige veedrijvers.</p>
+
+<p>Hij antwoordde tamelijk norsch op de vragen, die hem gedaan werden. Maar
+zijn antwoorden waren toch voldoende om Ayrton op den regten weg te
+brengen. Glenarvan betaalde den kastelein eenige kroonen voor zijn
+gedane moeite, en wilde de herberg weder uitgaan, toen een op den muur
+geplakte verordening zijn aandacht trok.</p>
+
+<p>Het was een kennisgeving van de koloniale politie. Ze berigtte de
+ontsnapping der gedeporteerden uit Perth, en stelde een prijs op het
+hoofd van Ben Joyce. Honderd pond sterling werden uitgeloofd aan
+dengenen, die hem in handen der politie zou leveren.</p>
+
+<p>"Die ellendeling verdient ten volle de galg," zeide Glenarvan tegen den
+bootsman.</p>
+
+<p>"En het is de moeite waard hem te pakken!" antwoordde Ayrton. "Honderd
+pond! Een heele som! Hij is zooveel niet waard."</p>
+
+<p>"Ik vertrouw dien kastelein maar half, ondanks zijn verordening," voegde
+Glenarvan er bij.</p>
+
+<p>"Ik ook niet," antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>Glenarvan en de bootsman begaven zich weder naar den wagen. Men rigtte
+zich naar het punt, waar de weg van Lucknow ophoudt. Daar slingerde
+bergop een naauw pad. Men begon te klimmen.</p>
+
+<p>De bestijging was uiterst moeijelijk. Meer dan eens stapten de dames en
+haar reismakkers af. Men was verpligt het lompe voertuig te helpen en
+voort te duwen, het dikwijls tegen te houden op gevaarlijke schuinten,
+de ossen af te spannen, die weinig nut konden doen bij de onverwachte
+krommingen van den weg, den wagen te remmen, die gevaar liep achteruit
+te rollen, en meer dan eens moest Ayrton de hulp der paarden inroepen,
+die reeds afgemat waren door de moeite, die zij moesten doen, om zelven
+zich op te hijschen.</p>
+
+<p>Kwam het door die aanhoudende vermoeijenis of door iets anders, maar
+dien dag bezweek een der paarden. Het viel op eens neder, zonder dat
+eenig voorteeken dit ongeluk had doen verwachten. Het was het paard van
+Mulrady, en toen deze het wilde overeind helpen, bleek het, dat het dood
+was.</p>
+
+<p>"Er is zeker een bloedvat bij dit dier gesprongen," zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Denkelijk wel," antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>"Neem mijn paard, Mulrady!" voegde Glenarvan er bij, "ik ga bij lady
+Helena in den wagen."</p>
+
+<p>Mulrady gehoorzaamde, het kleine gezelschap zette zijn moeijelijke
+beklimming voort, en liet het lijk van het dier ter prooi aan de raven.</p>
+
+<p>De keten der australische Alpen is niet breed, nog geen acht mijlen.
+Wanneer dus de weg, door Ayrton gekozen, op de oostelijke helling
+uitliep, konden zij over twee dagen aan gene zijde van dien hoogen
+slagboom zijn. Dan waren er tot aan zee toe geen onoverkomelijke
+hinderpalen, geen moeijelijke wegen meer te wachten.</p>
+
+<p>Den 10<sup>den</sup> bereikten de reizigers het hoogste punt van den weg, omstreeks
+twee duizend voet. Zij waren op een ruim bergvlak, van waar zij een
+grooten omtrek konden overzien. In het noorden spiegelde het stille
+water van het Omeo-meer, dat van watervogels wemelde, en nog verder de
+uitgestrekte vlakten van de Murray. Ten zuiden strekten zich de
+grasrijke streken, de goudgronden en de hooge bosschen van Gippsland
+uit, dat nog in zijn natuurstaat scheen te verkeeren. Daar was de natuur
+nog meesteres over de voortbrengselen, over den loop der wateren, over
+de groote nog ongeschonden boomen, en durfden de squatters, die hier nog
+weinig in getal waren, niet met haar worstelen. Het scheen, dat deze
+Alpenketen twee verschillende landen scheidde, waarvan het eene zijn
+oorspronkelijke wildheid had behouden. De zon ging juist onder, en
+eenige stralen, die door de roodgekleurde wolken boorden, verhelderden
+de tinten van het district Murray. Gippsland daarentegen, achter den
+bergwand verscholen, was in het duister gehuld, en men zou gezegd
+hebben, dat de schaduw dit geheele transalpijnsche gewest in een vroegen
+nacht dompelde. De toeschouwers, tusschen die twee zoo scherp gescheiden
+landen geplaatst, voelden levendig die tegenstelling, en een zekere
+ontroering greep hen aan op het gezigt van dat bijna onbekende gewest,
+dat zij tot aan de grenzen van Victoria moesten doortrekken.</p>
+
+<p>De nacht werd op het bergvlak doorgebragt. Den volgenden morgen begon de
+afdaling, die vrij spoedig in haar werk ging. Een allergeweldigste
+hagelbui overviel de reizigers en dwong hen een schuilplaats onder
+rotsblokken te zoeken. Het waren geen hagelsteenen, maar echte stukken
+ijs, zoo groot als een hand, die uit de van onweer zwangere wolken
+vielen. Met een slinger had men ze niet met meer kracht kunnen werpen,
+en eenige zware kneuzingen deden Paganel en Robert begrijpen, dat ze
+zich uit de voeten moesten maken. De wagen werd op verscheidene plaatsen
+doorboord en weinige daken zouden bestand zijn geweest tegen den val
+dier scherpe stukken ijs, waarvan sommige in de stammen der boomen
+bleven vastzitten. Op straffe van gesteenigd te worden moest men het
+einde dier ontzettende bui afwachten. Ze hield omtrent een uur aan, en
+het gezelschap keerde weder naar de hellende rotsen terug, die nog
+glibberig waren van de smeltende hagelsteenen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill41b" id="ill41b"></a>
+<img src="images/542.jpg" width="400" alt="Een allergeweldigste hagelbui overviel de reizigers." title="" />
+<span class="caption2">Een allergeweldigste hagelbui overviel de reizigers.</span>
+</div>
+
+<p>Tegen den avond bereikte de wagen, wel zeer gehavend en op vele plaatsen
+losgeraakt, maar nog stevig rustende op zijn houten schijven, de laatste
+uitloopers der Alpen, bedekt met hooge alleenstaande pijnboomen. De
+engte liep uit op de vlakten van Gippsland. De Alpenketen was gelukkig
+overgetrokken, en de gewone toebereidselen voor het nachtverblijf werden
+gemaakt.</p>
+
+<p>Zoodra de zon den 12<sup>den</sup> opging werd de reis met nieuwen moed hervat. Een
+ieder wenschte vurig het doel te bereiken, dat wil zeggen de Stille
+Zuidzee, op dezelfde plek, waar de <i>Britannia</i> vergaan was. Daar alleen
+kon met vrucht het spoor der schipbreukelingen gezocht worden, en niet
+in die woeste streken van Gippsland. Daarom drong Ayrton er ook op aan,
+dat lord Glenarvan bevel zou zenden aan de <i>Duncan</i> om aan de kust te
+komen, ten einde alle middelen ter opsporing bij de hand te hebben.
+Zijns inziens moest men van den weg van Lucknow naar Melbourne gebruik
+maken. Later zou dat moeijelijk gaan; want er zou volslagen gebrek komen
+aan regtstreeksche gemeenschap met de hoofdstad.</p>
+
+<p>Die aanbevelingen van den bootsman hadden den schijn voor zich. Paganel
+ried aan er gevolg aan te geven. Hij meende ook, dat de aanwezigheid van
+het jagt in zulk een geval zeer nuttig kon zijn, en voegde er bij, dat
+men geen gemeenschap met Melbourne meer zou kunnen onderhouden, als men
+den weg van Lucknow over was.</p>
+
+<p>Glenarvan was besluiteloos, en misschien zou hij die bevelen, waarop
+Ayrton zoo bepaald aandrong, afgezonden hebben, als de majoor zich niet
+krachtig tegen dat besluit had verzet. Hij toonde aan, dat Ayrton niet
+gemist kon worden, dat hij bekend was met de kuststreek, dat, mogt het
+toeval de karavaan op het spoor van Harry Grant brengen, de bootsman
+beter dan iemand anders in staat zijn zou het te volgen, ten laatste dat
+hij alleen de plaats kon aangeven, waar de <i>Britannia</i> was vergaan.</p>
+
+<p>Mac Nabbs stemde dus voor de voortzetting der reis, zonder iets aan het
+plan te veranderen. Hij vond een bondgenoot in John Mangles, die zijn
+gevoelen deelde. De jonge kapitein merkte zelfs op, dat de bevelen
+Zijner Edelheid gemakkelijker de <i>Duncan</i> zouden bereiken, wanneer zij
+uit de Twofold-baai werden afgezonden, dan wanneer zij door
+tusschenkomst van een bode werden overgebragt, die twee honderd mijlen
+van een woest land zou moeten doortrekken.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 600px;">
+<a name="ill42b" id="ill42b"></a>
+<img src="images/546b.jpg" width="600" alt="Reis rond de wereld, deel 2&mdash;Midden-Australië." title="" />
+<span class="caption2">Reis rond de wereld, deel 2&mdash;Midden-Australië.</span>
+</div>
+
+<p>Deze meening behield de overhand. Er werd besloten, dat er niet
+gehandeld zou worden voor de Twofold-baai bereikt was. De majoor hield
+Ayrton in het oog, die zeer teleurgesteld scheen. Maar hij zeide er
+niets van, en volgens zijn gewoonte hield hij zijn gedachten voor zich.</p>
+
+<p>De vlakten, die zich aan den voet der australische Alpen uitstrekken,
+waren effen, met een geringe helling naar het oosten. Groote boschjes
+mimosa's en allerlei gomboomen braken hier en daar de eentoonige
+eenvormigheid af. De "gastrolobium grandiflorum" bedekte den bodem met
+zijn struiken met schitterende bloemen. Eenige onbeduidende stroompjes,
+niet meer dan beekjes met laag riet omzoomd en met standelkruiden
+begroeid, doorsneden dikwijls den weg. Zij werden doorwaad. In de verte
+vlugtten benden trapganzen en kasuarissen op de nadering der reizigers.
+Kangoeroes sprongen als een troep elastieke poppen boven de heesters
+uit. Maar de jagers onder het gezelschap dachten volstrekt niet aan de
+jagt, en hun paarden konden die onnoodige vermoeijenis zeer goed missen.</p>
+
+<p>Ook hing er eene zwoele lucht over de landstreek. De dampkring was
+verzadigd met electriciteit. Dieren en menschen ondervonden zijn
+invloed. Zij trokken loom en lusteloos verder. De stilte werd alleen
+verstoord door het geschreeuw, waarmede Ayrton zijn aamechtig span
+aanzette.</p>
+
+<p>Tusschen twaalf en twee ure trok men door een aardig bosch van varens,
+dat de bewondering van minder afgematte lieden zou gaande gemaakt
+hebben. Die boomvormige planten, welke in vollen bloei stonden,
+bereikten een hoogte van wel dertig voet. Paarden en ruiters trokken op
+hun gemak onder de afhangende takken door, en soms rammelden de
+radertjes der sporen, wanneer ze tegen hun houtachtigen stengel stieten.
+Onder die onbewegelijke zonneschermen heerschte een koelte, waarover
+niemand klaagde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill43b" id="ill43b"></a>
+<img src="images/546.jpg" width="400" alt="Een bosch van boom-varens." title="" />
+<span class="caption2">Een bosch van boom-varens.</span>
+</div>
+
+<p>Jacques Paganel, die er van hield zijn hart lucht te geven, zuchtte van
+tevredenheid, en deed daardoor scharen papegaaijen en kakatoes
+opvliegen. Het was een concert van oorverdoovend geschreeuw.</p>
+
+<p>De aardrijkskundige schreeuwde en jubelde hoe langer hoe luider, toen
+zijn reisgenooten hem op eens op zijn paard zagen wankelen en als een
+klomp lood op den grond vallen. Was soms een bezwijming of erger nog een
+verstikking, door den hoogen warmtegraad veroorzaakt, hiervan de
+oorzaak?</p>
+
+<p>Men snelde naar hem toe.</p>
+
+<p>"Paganel! Paganel! wat scheelt u?" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>"Mij scheelt, waarde vriend! mij scheelt, dat ik geen paard meer heb,"
+antwoordde Paganel, terwijl hij zijn voeten uit de stijgbeugels
+losmaakte.</p>
+
+<p>"Wat! uw paard?"</p>
+
+<p>"Dood, morsdood, evenals dat van Mulrady!"</p>
+
+<p>Glenarvan, John Mangles, Wilson onderzochten het dier. Paganel had zich
+niet vergist. Zijn paard was plotseling dood gebleven.</p>
+
+<p>"Dat is vreemd!" zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja, wel vreemd!" mompelde de majoor.</p>
+
+<p>Dit nieuwe ongeluk maakte Glenarvan zeer bekommerd. In deze woestijn
+waren geen andere paarden te krijgen. En ontstond er soms een
+besmettelijke ziekte onder hun paarden, dan zou het hem zeer moeijelijk
+vallen den togt voort te zetten.</p>
+
+<p>De dag was nog niet om, of het woord "besmettelijke ziekte" scheen
+bewaarheid te zullen worden. Een derde paard, dat van Wilson viel dood,
+en, wat nog erger was, ook een der ossen bezweek. De trek- en rijdieren
+bestonden nu maar uit drie ossen en vier paarden.</p>
+
+<p>De toestand werd bedenkelijk. De van hun paarden beroofde ruiters konden
+des noods te voet gaan. Vele squatters hadden dit reeds in die
+onbewoonde streken gedaan. Maar wat zou er van de reizigsters worden,als
+men den wagen moest achterlaten? Konden die de honderd twintig mijlen,
+die hen nog van de Twofold-baai scheidden, te voet afleggen?</p>
+
+<p>Hoogst ongerust onderzoeken John Mangles en Glenarvan de nog
+overgebleven paarden. Misschien kan men nieuwe ongelukken voorkomen. Uit
+dit onderzoek bleek, dat er geen enkel teeken van ziekte of zwakheid te
+bespeuren was. Deze dieren waren volkomen gezond en stonden de
+vermoeijenissen der reis wakker door. Glenarvan hoopte dus, dat die
+vreemde besmettelijke ziekte geen andere offers meer zou eischen.</p>
+
+<p>Ook Ayrton was van dat gevoelen. Hij verklaarde tevens niets te
+begrijpen van die plotselinge sterfgevallen.</p>
+
+<p>De togt werd hervat. De wagen diende tot rijtuig voor de voetgangers,
+die er elk op hun beurt in uitrustten. Na een marsch van slechts tien
+mijlen werd 's avonds het sein om halt te houden gegeven en de
+legerplaats in orde gebragt. De nacht ging in ongestoorde rust voorbij
+onder een groot bosch van boomvormige varens, waarin ontzaggelijke
+vleermuizen rondfladderden, die hun naam van roode vliegende maki met
+regt droegen.</p>
+
+<p>De volgende dag, zijnde de 13<sup>de</sup> Januarij, was bij uitstek goed. De
+ongelukken van den vorigen herhaalden zich niet. De gezondheidstoestand
+van het reisgezelschap bleef bevredigend. Paarden en ossen volbragten
+met lust hun werk. Het salon van lady Helena was zeer levendig, door het
+aantal gaande en komende bezoekers. Olbinett was druk in de weer met de
+ververschingen rond te laten gaan, die een warmte van dertig graden
+noodig maakte. Een half vaatje schotsche ale werd geheel leeggedronken.
+Barclay en Cie werd de grootste man van geheel Engeland genoemd, zelfs
+grooter dan Wellington, die nooit zulk lekker bier had gebrouwen. Een
+gevolg van de eigenliefde der Schotten. Jacques Paganel dronk veel en
+redeneerde nog meer <i>de omni re scibili et quibusdam aliis</i>.</p>
+
+<p>Een zoo goed begin beloofde ook een goed einde van den dag. Men had ruim
+vijftien mijlen afgelegd in een vrij bergachtig land met een
+roodkleurigen bodem. Men mogt zich dus vleijen dienzelfden avond nog aan
+de oevers der Sneeuw-rivier, een belangrijke rivier, die zich in het
+zuiden van Victoria in de Stille Zuidzee werpt, de legerplaats te
+betrekken. Weldra maakten de wielen van den wagen hun spoor in groote
+vlakten van zwartachtigen aangeslibden grond, tusschen boschjes
+weelderig gras en nieuwe velden met gastrolobium begroeid. Het werd
+avond, en een nevel, die aan den gezigteinder oprees, wees duidelijk den
+loop der Sneeuwrivier aan. Met veel moeite kwam men nog eenige mijlen
+verder. Een bosch van hooge boomen verhief zich bij een hoek van den
+weg, achter een geringe verhevenheid van den grond. Ayrton mende zijn
+ossen, van wie reeds zooveel gevergd was, tusschen de groote, in de
+schaduw bijna niet zigtbare boomstammen door, en was reeds over den zoom
+van het bosch, maar een halve mijl van de rivier af, toen de wagen op
+eens tot aan de as in den modder zakte.</p>
+
+<p>"Geeft acht!" riep hij den ruiters toe, die hem volgden.</p>
+
+<p>"Wat gebeurt er dan?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Wij zitten in den modder vast," antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>Met de stem en den prikkel zette hij zijn ossen aan, die tot aan de
+knieën in den modder zittende, zich niet konden bewegen.</p>
+
+<p>"Wij moesten hier van nacht maar blijven," zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Dat is het beste wat wij doen kunnen," antwoordde Ayrton. "Morgen,
+wanneer het dag is, kunnen wij beter zien, hoe wij er uitkomen."</p>
+
+<p>"Halt!" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>Na een korte schemering werd het volkomen duister; maar de warmte was
+niet met het licht geweken. De lucht was stikkend heet. Aan den
+gezigteinder flikkerden eenige weerlichten, de oogverblindende
+weerkaatsing van een verwijderd onweder.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill44b" id="ill44b"></a>
+<img src="images/550.jpg" height="" alt="Aan den gezigteinder flikkerden eenige weerlichten." title="" />
+<span class="caption2">Aan den gezigteinder flikkerden eenige weerlichten.</span>
+</div>
+
+<p>Het nachtverblijf werd in orde gebragt. Zoo goed en kwaad het ging,
+behielp men zich in den vastzittenden wagen. De donkere koepel der
+groote boomen beschutte de tent der reizigers. Mits het maar niet begon
+te regenen, hadden zij geen reden om te klagen.</p>
+
+<p>Niet zonder moeite haalde Ayrton zijn drie ossen uit den drassigen
+bodem. Die moedige dieren zaten er tot den buik in. De bootsman joeg ze
+met de vier paarden in een beslotene ruimte en vertrouwde aan niemand de
+zorg toe om voeder voor hen uit te kiezen. Dat werk verrigtte hij met
+veel overleg, en Glenarvan merkte op, dat hij dien avond zijn zorg nog
+verdubbelde, waarvoor hij hem hartelijk bedankte, want het behoud der
+trekdieren was van overwegend belang.</p>
+
+<p>Inmiddels gebruikten de reizigers een korten avondmaaltijd. Vermoeidheid
+en warmte verdreven den honger. Zij hadden geen behoefte aan voedsel,
+maar aan rust. Na haar reisgenooten goeden nacht te hebben gewenscht,
+zochten lady Helena en miss Grant haar gewone legerstede op. Wat de
+mannen aangaat, sommigen kropen onder de tent, anderen gingen liever aan
+den voet der boomen in het digte gras liggen, hetgeen men in die gezonde
+landen gerust kan doen.</p>
+
+<p>Langzamerhand vielen allen in een diepen slaap. De duisternis nam toe
+onder een gordijn van dikke wolken, dat den geheelen hemel bedekte. Geen
+windje was er aan de lucht. De stilte van den nacht werd slechts
+afgebroken door het gekras van den "morepork," die met verrassende
+juistheid de kleine terts aangaf, evenals de treurige koekoeken van
+Europa.</p>
+
+<p>Na een zwaren en vermoeijenden slaap werd de majoor tegen elf ure
+wakker. Een flaauw licht, dat zich onder de groote boomen bewoog, trof
+zijn half geslotene oogen. Men zou het voor een witachtig vlak, zoo
+spiegelend als het water van een meer, hebben kunnen houden, en Mac
+Nabbs geloofde eerst, dat het het schijnsel van een ontstaanden brand
+was, dat zich over den grond voortplantte.</p>
+
+<p>Hij rees op en liep naar het bosch. Hij stond zeer verbaasd, toen hij
+daar een zuiver natuurverschijnsel voor zich zag. Een onafzienbaar veld
+met paddestoelen, die dat licht gaven, strekte zich voor hem uit. De
+lichtgevende kiemkorrels dier bedekt bloeijende planten straalden met
+zekere kracht in de duisternis<a name="FNanchor_1_30" id="FNanchor_1_30"></a><a href="#Footnote_1_30" class="fnanchor">[1]</a>.</p>
+
+<p>De majoor, die geen egoïst was, wilde Paganel wekken, opdat de geleerde
+dit verschijnsel met eigen oogen mogt waarnemen, toen een zeker voorval
+hem hiervan deed afzien.</p>
+
+<p>Het phosphorisch licht bescheen het bosch over een ruimte van een halve
+mijl, en Mac Nabbs verbeeldde zich, dat hij snel eenige schaduwen langs
+den verlichten zoom zag glijden. Bedrogen hem zijn oogen? Was hij de
+speelbal van een gezigtsbedrog?</p>
+
+<p>Mac Nabbs ging op den grond liggen, en oplettend rondziende bemerkte bij
+duidelijk verscheidene menschen, die beurtelings bukkende en opstaande
+nog versche sporen op den grond schenen te zoeken.</p>
+
+<p>Hij moest en zou weten, wat die menschen zochten.</p>
+
+<p>De majoor aarzelde niet, en zonder zijn reisgenooten wakker te maken,
+kroop hij als een wilde uit de prairiën over den grond en verdween in
+het hooge gras.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill45b" id="ill45b"></a>
+<img src="images/553.jpg" width="400" alt="De majoor verdween in het hooge gras." title="" />
+<span class="caption2">De majoor verdween in het hooge gras.</span>
+</div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_30" id="Footnote_1_30"></a><a href="#FNanchor_1_30"><span class="label">[1]</span></a> Dit feit was reeds door Drummond in Australië waargenomen,
+en wel bij paddestoelen, die tot de familie van de <i>Agaricus olearicus</i>
+schijnen te behooren.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XIX" id="XIX"></a>XIX.</h3>
+
+<h3>Een onverwachte ontdekking.</h3>
+
+
+<p>Het was een vreeselijke nacht. 's Morgens ten twee ure begon er een
+regenbui te vallen, een stortbui, die de onstuimige wolken tot het
+aanbreken van den dag toe uitgoten. De tent was niet langer een
+voldoende beschutting. Glenarvan en zijne reisgenooten vlugtten in den
+wagen. Niemand sliep. Men praatte over koetjes en kalfjes. De majoor
+alleen, wiens korte afwezigheid niemand opgemerkt had, vergenoegde zich
+met te luisteren, maar sprak geen woord. Nog kwam er geen einde aan de
+ontzettende bui. Het stond te vreesen, dat ze de Sneeuw-rivier buiten
+haar oevers zou doen treden, hetgeen zeer leelijk zou geweest zijn voor
+den wagen, die in den weeken grond vast zat.</p>
+
+<p>Bij herhaling gingen daarom Mulrady, Ayrton, zelfs John Mangles den
+waterstand waarnemen, en kwamen dan van het hoofd tot de voeten doornat
+terug.</p>
+
+<p>Eindelijk werd het dag. De regen hield op; maar de zonnestralen konden
+den digten wolkensluijer niet doorboren. Groote plassen geelachtig
+water, echte troebele en slijkerige vijvers, maakten den grond morsig.
+Een warme damp steeg uit die doorweekte gronden op en vervulde den
+dampkring met een voor de gezondheid schadelijke vochtigheid.</p>
+
+<p>Allereerst hield Glenarvan zich met den wagen bezig. Dat was in zijn oog
+de hoofdzaak. Het lompe voertuig werd naauwkeurig bekeken. Het zat vast
+in taaije klei in het midden van een groote verzakking van den grond.
+Het voorstel was bijna geheel verdwenen, en het achterstel tot aan de
+stootplaat van de as. Het zou heel wat moeite kosten om dat zware
+ligchaam er uit te halen, en de vereenigde krachten van mannen, ossen en
+paarden zouden er wel toe noodig zijn.</p>
+
+<p>"Wij moeten ons in allen gevalle haasten," zeide John Mangles. "Wanneer
+die klei opdroogt, wordt het werk nog moeijelijker."</p>
+
+<p>"Ja, wij moeten ons haasten," antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>Glenarvan, de beide matrozen, John Mangles en Ayrton drongen in het
+bosch, waar de dieren den nacht hadden doorgebragt.</p>
+
+<p>Het was een hoog bosch van akelige gomboomen. Niets dan doode, ver
+uiteenstaande boomen, sedert eeuwen van hun bast beroofd, of liever
+gelijk de kurkeiken, wanneer de oogsttijd daar is. Hun dunne,
+bladerlooze takken staken twee honderd voet hoog in de lucht. Geen
+enkele vogel nestelde in die dorre geraamten, geen blaadje trilde aan
+die drooge en als doodsbeenderen klepperende takken. Aan welke
+omwenteling moet dat in Australië nog al veel voorkomende verschijnsel
+van geheele als door een besmettelijke ziekte gestorven bosschen
+toegeschreven worden? Men weet het niet. Noch de oudste inboorlingen,
+noch hun voorvaderen, die reeds lang in de doodenboschjes rusten, hebben
+ze ooit groen gezien.</p>
+
+<p>Onder het gaan beschouwde Glenarvan den graauwen hemel, waartegen de
+kleinste takjes der gomboomen zich als fijne lijntjes afteekenden.
+Ayrton verwonderde zich, dat hij de paarden en ossen niet meer vond ter
+plaatse, waar hij ze gebragt had. De gekluisterde dieren konden echter
+niet ver weg zijn.</p>
+
+<p>Men zocht ze in het bosch, maar zonder ze te vinden. Hoogst verbaasd
+ging Ayrton nu naar de Sneeuw-rivier, wier oevers met prachtige mimosa's
+begroeid zijn. Hij liet het bij zijn span welbekend geluid hooren; maar
+kreeg geen antwoord. De bootsman scheen zeer ongerust, en zijn
+reisgenooten zagen elkander met een teleurgesteld gezigt aan.</p>
+
+<p>Zoo werd er nu een uur met vergeefsche nasporingen doorgebragt, en
+Glenarvan wilde reeds naar den wagen terugkeeren, daar hij ruim een mijl
+van af was, toen een gehinnik zijn oor trof. Bijna gelijktijdig liet
+zich ook gebulk hooren.</p>
+
+<p>"Daar zijn ze!" riep John Mangles, en kroop tusschen de hooge
+gastrolobiums door, die hoog genoeg waren om een kudde te verbergen.</p>
+
+<p>Glenarvan, Mulrady en Ayrton ijlden hem achterna en deelden spoedig in
+zijn ontsteltenis.</p>
+
+<p>Twee ossen en drie paarden lagen op den grond; de dood had hen even
+onverwacht overvallen als de anderen. Hun lijken waren reeds koud, en
+een troep magere raven, die in de mimosa's krasten, beloerde die
+onverwachte prooi.</p>
+
+<p>Glenarvan en de anderen zagen elkander aan en Wilson kon een vloek niet
+terughouden, die hem op de tong lag.</p>
+
+<p>"Het is niet anders, Wilson!" zeide lord Glenarvan, die moeite had om
+bedaard te blijven, "wij kunnen er niets aan doen. Breng den os en het
+paard weg, Ayrton! Wij moeten maar zien, hoe wij het met hen redden."</p>
+
+<p>"Zat onze wagen maar niet vast," sprak John Mangles, "dan zouden die
+twee dieren hem langzaam aan wel naar de kust kunnen brengen. Dat
+vervloekte voertuig moet er dus uitgehaald worden, het gaat hoe het
+gaat."</p>
+
+<p>"Wij zullen het beproeven, John!" antwoordde Glenarvan. "Thans willen
+wij naar de legerplaats terugkeeren, waar men reeds ongerust zal zijn
+over ons lang uitblijven."</p>
+
+<p>Ayrton nam de kluisters van den os af, Mulrady van het paard, en zoo
+keerde men langs de bogtige oevers der rivier terug.</p>
+
+<p>Een half uur later waren Paganel, Mac Nabbs, lady Helena en miss Grant
+van alles onderrigt.</p>
+
+<p>"Het is waarlijk jammer, Ayrton! dat niet al onze beesten bij den
+overtogt der Wimerra beslagen moesten worden," kon de majoor niet
+nalaten te zeggen.</p>
+
+<p>"Hoe dat zoo, mijnheer?" vroeg Ayrton.</p>
+
+<p>"Omdat van al onze paarden alleen dat, hetwelk uw hoefsmid onder handen
+heeft gehad, aan de algemeene ramp ontkomen is!"</p>
+
+<p>"Dat is waar, en heel toevallig!" zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Toeval, anders niet," antwoordde de bootsman, terwijl bij den majoor
+stijf in het gezigt zag.</p>
+
+<p>Mac Nabbs beet zich op de lippen, alsof hij vreesde te veel te zeggen.
+Glenarvan, Mangles en lady Helena schenen te verwachten, dat hij zijn
+gedachte geheel zou mededeelen; maar de majoor zweeg en ging naar den
+wagen, waarmede Ayrton zich bezig hield.</p>
+
+<p>"Wat heeft hij willen zeggen?" vroeg Glenarvan aan John Mangles.</p>
+
+<p>"Ik weet het niet," antwoordde de jonge kapitein.</p>
+
+<p>"De majoor is er anders de man niet naar om zonder grond te spreken."</p>
+
+<p>"Neen, John!" zeide lady Helena. "Mac Nabbs heeft zeker kwaad vermoeden
+ten opzigte van Ayrton."</p>
+
+<p>"Kwaad vermoeden?" sprak Paganel de schouders ophalende.</p>
+
+<p>"Welk?" vroeg Glenarvan. "Zou hij hem in staat achten onze paarden en
+ossen te dooden? Maar waarom? Is het belang van Ayrton niet hetzelfde
+als het onze?"</p>
+
+<p>"Gij hebt gelijk, lieve Edward!" zeide lady Helena, "en ik voeg er nog
+bij, dat de bootsman ons van het begin der reis af onweersprekelijke
+bewijzen van verknochtheid gegeven heeft."</p>
+
+<p>"Zonder twijfel," antwoordde John Mangles. "Maar wat beteekent dan de
+opmerking van den majoor? Daar moet ik het mijne van hebben."</p>
+
+<p>"Gelooft hij, dat hij met die gedeporteerden onder éénen hoed
+speelt?..." riep Paganel onvoorzigtig uit.</p>
+
+<p>"Welke gedeporteerden?" vroeg miss Grant.</p>
+
+<p>"Mijnheer Paganel verspreekt zich," antwoordde John Mangles driftig.
+"Hij weet wel, dat er geen gedeporteerden zijn in de provincie
+Victoria."</p>
+
+<p>"Drommels! dat is waar ook!" zeide Paganel, die zijn woorden wel had
+willen inhalen. "Waar waren mijn gedachten? Gedeporteerden! Wie heeft
+ooit van gedeporteerden hooren spreken in Australië? Bovendien, pas zijn
+ze aan land, of ze worden brave menschen! Het klimaat gij weet wel, miss
+Mary! het zedelijk makend! klimaat...."</p>
+
+<p>Het ging den armen geleerde, die zijn dwaasheid wilde herstellen,
+evenals den wagen, hij zakte er hoe langer hoe dieper in. Lady Helena
+zag hem aan, waardoor hij alle bezinning verloor. Maar hem niet
+verlegener willende maken, nam zij miss Mary mede naar de tent, waar
+Olbinett het ontbijt naar al de regelen der kunst gereed maakte.</p>
+
+<p>"Ik verdiende zelf gedeporteerd te worden!" jammerde Paganel.</p>
+
+<p>"Dat geloof ik ook," antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>Dit met een ernst gezegd hebbende, die den waardigen aardrijkskundige
+geheel in den war bragt, ging Glenarvan met John Mangles naar den wagen.</p>
+
+<p>Ayrton en de twee matrozen waren juist bezig om hem uit den diepen kuil
+te trekken. De os en het paard naast elkander gespannen, trokken met
+alle kracht; de strengen stonden zoo strak, dat zij bijna braken, de
+hamen stonden op het punt van te scheuren. Wilson en Mulrady draaiden
+aan de wielen, terwijl de bootsman met stem en zweep het zwakke voorspan
+aanzette. Het zware voertuig bewoog zich niet. De reeds drooge klei
+hield het span tegen, alsof het in tras vastgemetseld was.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill46b" id="ill46b"></a>
+<img src="images/558.jpg" width="400" alt="Het zware voertuig bewoog zich niet." title="" />
+<span class="caption2">Het zware voertuig bewoog zich niet.</span>
+</div>
+
+<p>John Mangles liet de klei nat maken, opdat ze minder zou houden. Het was
+te vergeefsch. De wagen bleef onbewegelijk vastzitten. Na nieuwe
+krachtsinspanning gaven menschen en dieren het op. Wilde men den wagen
+niet uit elkander nemen, dan moest men hem in den kuil achterlaten. Uit
+gebrek aan werktuigen kon zulk een arbeid niet ondernomen worden.</p>
+
+<p>Ayrton, die wat het ook kosten mogt, dit beletsel uit den weg wilde
+ruimen, stond gereed een nieuwe poging aan te wenden, toen lord
+Glenarvan hem tegenhield.</p>
+
+<p>"Genoeg, Ayrton! genoeg," zeide hij. "Wij moeten den os en het paard
+ontzien. Als wij onze reis te voet moeten voortzetten, zal het een de
+beide dames, de andere de levensmiddelen dragen. Dan kunnen zij ons nog
+goede diensten bewijzen."</p>
+
+<p>"Goed, mylord! antwoordde de bootsman, terwijl hij de uitgeputte dieren
+uitspande.</p>
+
+<p>"Laten wij nu naar de legerplaats terugkeeren, vrienden!" voegde
+Glenarvan er bij, "dan kunnen wij beraadslagen, onzen toestand
+onderzoeken, de goede en kwade kansen opsporen, en een besluit nemen."</p>
+
+<p>Eenige oogenblikken later verkwikten de reizigers zich met een degelijk
+ontbijt van hun slechten nacht, en werden de beraadslagingen geopend.
+Een ieder werd verzocht zijn meening te zeggen.</p>
+
+<p>In de allereerste plaats was het noodig met volkomene juistheid te
+weten, waar men zich bevond. Paganel, wien die taak werd opgedragen,
+volbragt ze met de noodige naauwkeurigheid. Volgens zijne berekening
+bevond het gezelschap zich thans op 37° graden breedte en 147° 53'
+lengte, aan den oever der Sneeuw-rivier.</p>
+
+<p>"Wat is de juiste ligging der Twofold-baai?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Honderd vijftig graden," antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>"En die twee graden zeven minuten zijn gelijk aan?..."</p>
+
+<p>"Vijf en zeventig mijlen<a name="FNanchor_1_31" id="FNanchor_1_31"></a><a href="#Footnote_1_31" class="fnanchor">[1]</a>."</p>
+
+<p>"En Melbourne ligt?..."</p>
+
+<p>"Minstens twee honderd mijlen van hier."</p>
+
+<p>"Goed. Wat staat ons thans te doen, nu wij dit weten?" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>Allen gaven eenparig ten antwoord: zonder verwijl naar de kust gaan.
+Lady Helena en Mary Grant verbonden zich om vijf mijlen per dag af te
+leggen. De moedige vrouwen vreesden niet om des noods te voet den
+afstand af te leggen, die de Sneeuw-rivier van de Twofold-baai scheidt.</p>
+
+<p>"Gij zijt de wakkere gezellin van den reiziger, lieve Helena!" zeide
+lord Glenarvan. "Maar kunnen wij er staat op maken, dat wij aan de baai
+al de hulpmiddelen zullen vinden, die wij bij onze komst noodig hebben?"</p>
+
+<p>"Ongetwijfeld," antwoordde Paganel. "Eden is een gemeente, die reeds
+verscheidene jaren oud is. Haar haven moet veel verkeer hebben met
+Melbourne. Ik vooronderstel zelfs, dat wij vijf en dertig mijlen van
+hier, in het kerspel Delegete, op de grenzen van Victoria, versche
+levensmiddelen en reisgelegenheid zullen vinden."</p>
+
+<p>"En de <i>Duncan</i>?" vroeg Ayrton; "acht gij het niet geraden, mylord, ze
+in de baai te ontbieden?"</p>
+
+<p>"Wat denkt gij er van, John?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik geloof niet, dat Uwe Edelheid zich daarmede behoeft te haasten,"
+antwoordde de jonge kapitein na eenig nadenken. "Het is altijd nog tijde
+genoeg uw bevelen aan Tom Austin te doen toekomen en hem aan de kust te
+roepen."</p>
+
+<p>"Dat is waar," zeide Paganel.</p>
+
+<p>"Bedenk," voegde John Mangles er bij, "dat wij in vier of vijf dagen te
+Eden zullen zijn."</p>
+
+<p>"Vier of vijf dagen!" hervatte Ayrton hoofdschuddende; "reken maar
+vijftien of twintig, kapitein! als gij u later niet over uw dwaling wilt
+beklagen."</p>
+
+<p>"Vijftien of twintig dagen om vijf en twintig mijlen af te leggen!" riep
+Glenarvan.</p>
+
+<p>"Op zijn minst mylord! Gij moet het moeijelijkste gedeelte van Victoria
+door, een woestijn, waarin aan alles gebrek is, zoo als de squatters
+zeggen, kreupelhout zonder gebaande wegen, waarin nog geen stations zich
+hebben kunnen vestigen. Gij zult er door moeten met den bijl of de
+toorts in de hand, en geloof mij, gij zult niet snel vorderen."</p>
+
+<p>Ayrton had op stelligen toon gesproken. Paganel, op wien vragende
+blikken werden geslagen, bevestigde met een hoofdknikje de woorden van
+den bootsman.</p>
+
+<p>"Ik neem die bezwaren aan," hernam nu John Mangles. "Welnu! binnen
+veertien dagen kan Uwe Edelheid zijn bevelen aan de <i>Duncan</i> zenden."</p>
+
+<p>"Ik wil er nog bijvoegen," hervatte Ayrton, "dat de moeijelijkheden van
+den weg niet de zwaarste zullen zijn. Maar gij moet de Sneeuw-rivier
+over, en zeer waarschijnlijk wachten, tot het water valt."</p>
+
+<p>"Wachten!" riep de jonge kapitein, "Zou er geen doorwaadbare plek te
+vinden zijn?"</p>
+
+<p>"Dat denk ik niet," antwoordde Ayrton. "Heden morgen heb ik te vergeefs
+naar een ondiepte gezocht. Zelden zal men in dit jaargetijde zulk een
+onstuimige rivier aantreffen, en dat is een hinderpaal, waartegen ik
+niets vermag."</p>
+
+<p>"Is die Sneeuw-rivier dan zoo breed?" vroeg lady Glenarvan.</p>
+
+<p>"Breed en diep, mevrouw!" antwoordde Ayrton. "Wel een mijl breed en zeer
+snelvlietend. Een goed zwemmer kan ze niet zonder gevaar overzwemmen."</p>
+
+<p>"Welnu! dan zullen we een boot bouwen!" riep Robert, die voor niets
+terugdeinsde, "Men velt een boom, holt hem uit, gaat er in zitten, en
+daarmee uit."</p>
+
+<p>"Hij houdt zich goed, die zoon van kapitein Grant!" zeide Paganel.</p>
+
+<p>"En hij heeft gelijk," hernam John Mangles. "Wij zullen er wel toe
+moeten overgaan. Daarom acht ik het onnoodig onzen tijd met nuttelooze
+praatjes te verspillen."</p>
+
+<p>"Wat denkt gij er van, Ayrton?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik denk, mylord! dat wij over een maand, als er geen hulp opdaagt, nog
+aan de oevers der Sneeuw-rivier zullen staan!"</p>
+
+<p>"Laat hooren, hebt gij dan soms een beter plan?" vroeg John Mangles met
+eenig ongeduld.</p>
+
+<p>"Ja, wanneer de <i>Duncan</i> Melbourne verlaat en naar de oostkust stevent!"</p>
+
+<p>"Och! altijd die <i>Duncan</i>! En hoe kan haar tegenwoordigheid in de baai
+ons den togt daarheen gemakkelijker maken?"</p>
+
+<p>Alvorens te antwoorden dacht Ayrton een poosje na en zeide toen vrij
+ontwijkend:</p>
+
+<p>"Ik wil niemand mijn gevoelen opdringen. Wat ik doe, is in aller belang,
+en ik ben bereid om te vertrekken, zoodra Zijne Edelheid het sein geeft
+om op te breken."</p>
+
+<p>Daarop sloeg hij de armen over elkaar.</p>
+
+<p>"Dat is geen antwoord, Ayrton!" hernam Glenarvan. "Deel ons uw plan
+mede, dan zullen wij het bespreken. Wat stelt gij voor?"</p>
+
+<p>Nu sprak Ayrton met een bedaarde en vaste stem aldus:</p>
+
+<p>"Ik stel voor, dat wij ons in den berooiden toestand, waarin wij thans
+verkeeren, niet aan gene zijde van de Sneeuw-rivier moeten wagen. Op
+deze plaats moeten wij hulp wachten, en die hulp kan alleen van de
+<i>Duncan</i> komen. Hier moeten wij ons legeren, waar geen gebrek aan
+levensmiddelen is, terwijl een onzer aan Tom Austin het bevel moet
+brengen om naar de Twofold-baai te stoomen."</p>
+
+<p>Dit onverwachte voorstel werd met geen geringe verbazing aangehoord, en
+John Mangles ontveinsde zijn tegenzin er in niet.</p>
+
+<p>"Intusschen," hernam Ayrton, "zal of het water der Sneeuwrivier zakken,
+zoodat wij een doorwaadbare plaats kunnen vinden, of wij zullen tot een
+boot onze toevlugt moeten nemen, die wij dan tijd genoeg zullen hebben
+om te bouwen. Ziedaar, mylord! het plan, dat ik aan uw goedkeuring
+onderwerp."</p>
+
+<p>"Goed, Ayrton!" antwoordde Glenarvan; "uw denkbeeld verdient in ernstige
+overweging te worden genomen. Zijn grootste nadeel is, dat het een
+oponthoud veroorzaakt; maar het bespaart zware vermoeijenis en misschien
+groote gevaren. Wat denkt gij er van, vrienden?"</p>
+
+<p>"Spreek, waarde Mac Nabbs!" zeide nu lady Helena. "Van het begin der
+beraadslaging af, vergenoegt gij u met luisteren; gij zijt zeer karig
+met uw woorden."</p>
+
+<p>"Dewijl gij mijn gevoelen vraagt," antwoordde de majoor, "zal ik het
+openhartig zeggen. Mij dunkt, dat Ayrton als een verstandig en
+bedachtzaam man gesproken heeft, en ik keur zijn voorstel goed."</p>
+
+<p>Zulk een antwoord had niemand verwacht; want Mac Nabbs had steeds de
+denkbeelden van Ayrton betreffende deze zaak bestreden. Ayrton zelf was
+er dan ook verbaasd over en sloeg een vlugtigen blik op den majoor.
+Paganel, lady Helena en de matrozen, die reeds zeer geneigd waren om het
+voorstel van den bootsman te ondersteunen, aarzelden volstrekt niet meer
+na de woorden van Mac Nabbs.</p>
+
+<p>Derhalve verklaarde Glenarvan, dat het plan van Ayrton in beginsel was
+aangenomen.</p>
+
+<p>"En denkt gij nu ook niet, John!" ging hij voort, "dat de voorzigtigheid
+gebiedt aldus te handelen, en aan de oevers der rivier te blijven om de
+vervoermiddelen af te wachten?"</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde John Mangles, "wanneer het althans onzen bode gelukt de
+Sneeuwrivier over te komen, die wij zelven niet over kunnen komen!"</p>
+
+<p>Men zag den bootsman aan, die glimlachte als iemand, die zeker is van
+zijn zaak.</p>
+
+<p>"De bode behoeft de rivier niet over!" zeide hij.</p>
+
+<p>"Wat!" riep John Mangles.</p>
+
+<p>"Hij moet eenvoudig den weg van Lucknow opzoeken, die hem regel regt
+naar Melbourne zal brengen."</p>
+
+<p>"Twee honderd vijftig mijlen te voet af te leggen!" riep de jonge
+kapitein.</p>
+
+<p>"Te paard!" verbeterde Ayrton. "Nog één goed paard is er over. Het is
+het werk van een dag of vier. Voeg daarbij twee dagen voor den togt van
+de <i>Duncan</i> naar de baai, vier en twintig uren om in de legerplaats
+terug te komen, en binnen een week is de bode met de matrozen terug."</p>
+
+<p>De majoor keurde met een hoofdknik het gezegde van Ayrton goed, tot
+groote verwondering van John Mangles. Maar het voorstel van den bootsman
+was met algemeene stemmen aangenomen, en alleen de uitvoering ontbrak
+nog aan dit waarlijk goed beraamde plan.</p>
+
+<p>"En nu, vrienden!" zeide Glenarvan, "moeten wij nog maar onzen bode
+kiezen. Ik wil niet ontveinzen, dat hij een moeijelijke en gevaarlijke
+zending zal hebben. Wie zal zich voor zijn reisgenooten opofferen en
+onze bevelen naar Melbourne overbrengen?"</p>
+
+<p>Wilson, Mulrady, John Mangles, Paganel, zelfs Robert, boden zich
+terstond aan. John drong er vooral sterk op aan, dat die zending hem zou
+toevertrouwd worden. Maar Ayrton, die tot nog toe gezwegen had, vatte nu
+het woord op en zeide:</p>
+
+<p>"Met uw welnemen, Uwe Edelheid! ik zal vertrekken. Ik ben met deze
+streken bekend. Meermalen heb ik moeijelijker gewesten doorkruist. Ik
+weet mij te redden, waar een ander zou blijven steken. In het algemeen
+belang eisch ik dus het regt om mij naar Melbourne te begeven. Een enkel
+woord zal mij bij uw eersten stuurman geloof doen vinden, en ik maak mij
+sterk de <i>Duncan</i> binnen zes dagen in de Twofold-baai te brengen."</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill47b" id="ill47b"></a>
+<img src="images/566.jpg" width="400" alt="Ayrton: &quot;Met uw welnemen, Uwe Edelheid! ik zal vertrekken....&quot;" title="" />
+<span class="caption2">Ayrton: &quot;Met uw welnemen, Uwe Edelheid! ik zal vertrekken....&quot;</span>
+</div>
+
+<p>"Goed gesproken," antwoordde Glenarvan. "Gij zijt een schrander en
+moedig man, Ayrton! en zult slagen."</p>
+
+<p>De bootsman was buiten kijf geschikter dan iemand anders om die
+moeijelijke zending te vervullen. Allen begrepen dit en zwegen. John
+Mangles alleen kwam nog met een tegenwerping voor den dag, zeggende: dat
+de tegenwoordigheid van Ayrton noodig was om de sporen van de
+<i>Britannia</i> of van Harry Grant terug te vinden. Maar de majoor merkte
+aan, dat het gezelschap tot de terugkomst van Ayrton aan de oevers der
+Sneeuwrivier zou wachten, dat de bedoeling niet was zonder hem die
+gewigtige nasporingen te hervatten, en dat bij gevolg zijn afwezigheid
+de belangen van den kapitein volstrekt niet zou benadeelen.</p>
+
+<p>"Welnu, vertrek, Ayrton!" zeide Glenarvan; "haast u en kom over Eden in
+onze legerplaats aan de Sneeuwrivier terug."</p>
+
+<p>Een glans van tevredenheid schitterde in de oogen van den bootsman. Hij
+wendde het hoofd om, maar hoe snel die beweging ook plaats had, toch had
+John Mangles dien glans opgemerkt. Alleen uit instinct voelde John zijn
+wantrouwen tegen Ayrton toenemen.</p>
+
+<p>De bootsman maakte dan zijn toebereidselen voor zijn vertrek met behulp
+van de twee matrozen, waarvan de eene voor zijn paard en de ander voor
+zijn levensmiddelen zorgde. Intusschen schreef Glenarvan den brief voor
+Tom Austin.</p>
+
+<p>Hij beval den eersten stuurman zich onverwijld naar de Twofold-baai te
+begeven. Hij beval hem den bootsman aan als iemand, dien hij volkomen
+kon vertrouwen. Aan de kust gekomen moest Austin een afdeeling der
+matrozen van het jagt onder bevel van Ayrton stellen....</p>
+
+<p>Zoover was Glenarvan met zijn brief gekomen, toen Mac Nabbs, die hem
+over zijn schouders las, op een vreemden toon vroeg, hoe hij den naam
+van Ayrton schreef.</p>
+
+<p>"Wel, zooals hij uitgesproken wordt," antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dat is verkeerd," hernam de majoor bedaard; "hij wordt Ayrton
+uitgesproken, maar Ben Joyce geschreven!"</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_31" id="Footnote_1_31"></a><a href="#FNanchor_1_31"><span class="label">[1]</span></a> 37 uren gaans.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XX" id="XX"></a>XX.</h3>
+
+<h3>Zealand aland.</h3>
+
+
+<p>Allen stonden als door den donder getroffen op het hooren van dien naam
+Ben Joyce. Ayrton had zich plotseling overeind gerigt. In de hand had
+hij een revolver. Een schot viel. Glenarvan werd door een kogel
+getroffen. Buiten vielen geweerschoten.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill48b" id="ill48b"></a>
+<img src="images/567.jpg" width="400" alt="Een schot viel." title="" />
+<span class="caption2">Een schot viel.</span>
+</div>
+
+<p>John Mangles en de matrozen, van hun verrassing bekomen, wilden Ben
+Joyce aanvallen; maar de vermetele roover was reeds verdwenen en had
+zich bij zijne bende gevoegd, die op den zoom van het gombosch verspreid
+was.</p>
+
+<p>De tent leverde geen voldoende beschutting tegen de kogels op. Men moest
+terugtrekken. Glenarvan, die slechts ligt gewond was, was weer
+opgestaan.</p>
+
+<p>"Naar den wagen! naar den wagen!" riep John Mangles, en hij sleepte lady
+Helena en miss Grant mede, die weldra in veiligheid waren achter de
+dikke gordijnen.</p>
+
+<p>Daar grepen John, de majoor, Paganel en de matrozen hun karabijnen en
+hielden zij zich gereed om den rovers tegenstand te bieden. Glenarvan en
+Robert waren bij de dames gevlugt, terwijl Olbinett zich onder de
+verdedigers schaarde.</p>
+
+<p>Dit alles was met bliksemsnelheid geschied. John Mangles hield
+naauwkeurig het oog op den zoom van het bosch. De losbrandingen hadden
+terstond opgehouden bij de komst van Ben Joyce. Een diepe stilte verving
+het knetterend geweervuur. Eenige witte rookwolkjes stegen nog omhoog
+tusschen de takken der gomboomen. De hooge gastrolobium-struiken bleven
+onbewegelijk. Niets was er te zien, wat een aanval kon doen wachten.</p>
+
+<p>De majoor en John Mangles ondernamen een verkenningstogt tot aan de
+groote boomen. De plaats was ontruimd. Talrijke voetstappen waren er te
+zien, en eenige half verteerde proppen rookten op den grond. Als een
+voorzigtig man trapte de majoor ze uit; want een enkele vonk was genoeg
+om in dit bosch van drooge boomen een vreeselijken brand te doen
+ontstaan.</p>
+
+<p>"De roovers zijn weg," zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde de majoor, "en die verdwijning maakt mij ongerust. Ik
+zag ze liever in het gezigt. Een tijger in het open veld is beter dan
+een slang onder het gras. Wij zullen de struiken rondom den wagen nog
+eens onderzoeken."</p>
+
+<p>De majoor en John doorzochten den omtrek. Van den zoom van het bosch af
+tot aan de oevers der Sneeuwrivier troffen zij geen enkelen roover aan.
+De bende van Ben Joyce scheen weggevlogen te zijn als een zwerm
+roofvogels. Die verdwijning was te zonderling om volkomen gerustheid in
+te boezemen. Daarom besloot men goede wacht te houden. De wagen, een
+ware in den modder gezakte sterkte, werd het middelpunt der legerplaats,
+die twee mannen, welke elkander van uur tot uur aflosten, bewaakten.</p>
+
+<p>Het eerste werk van lady Helena en Mary Grant was geweest de wond van
+Glenarvan te verbinden. Op het oogenblik, dat haar man onder den kogel
+van Ben Joyce viel, was lady Helena doodelijk ontsteld naar hem
+toegeloopen. Haar angst bedwingende had vervolgens de moedige vrouw
+Glenarvan naar den wagen gebragt. Daar werd de schouder van den
+gekwetste ontbloot, en nu zag de majoor, dat de kogel wel het vleesch
+opengereten maar geen inwendig letsel veroorzaakt had. Noch het been
+noch de spieren schenen geraakt. De wond bloedde sterk; maar Glenarvan
+bewoog de vingers van de hand en den voorarm om zijn vrienden gerust te
+stellen aangaande de werking van het schot. Toen hij verbonden was,
+wilde hij niet langer toelaten, dat men zich met hem bezig hield en kwam
+het tot verklaringen.</p>
+
+<p>Behalve Mulrady en Wilson, die buiten de wacht hielden, hadden de
+reizigers zich zoo goed en kwaad als het ging in den wagen geplaatst. De
+majoor werd uitgenoodigd om te spreken.</p>
+
+<p>Voor hij zijn verhaal begon, bragt hij lady Helena op de hoogte van
+hetgeen haar onbekend was, namelijk van de ontsnapping eener bende
+veroordeelden uit Perth, van hun verschijning in het gebied van
+Victoria, van hun medepligtigheid aan de spoorwegramp. Hij gaf haar het
+nummer der <i>Australische en Nieuw-Zeelandsche courant</i>, dat hij te
+Seymour had gekocht, en voegde er bij, dat de politie een prijs had
+gezet op het hoofd van dien Ben Joyce, een geduchten struikroover, wien
+een misdadige loopbaan van achttien maanden een schandelijke
+vermaardheid had doen verkrijgen.</p>
+
+<p>Maar hoe had Mac Nabbs dien Ben Joyce in den bootsman Ayrton herkend?
+Dat was een geheim, dat allen wenschten opgehelderd te zien, en dat de
+majoor ontsluijerde.</p>
+
+<p>Van hun eerste ontmoeting af had Mac Nabbs Ayrton uit instinct
+gewantrouwd. Twee of drie bijna niets beduidende voorvallen, een blik
+tusschen den bootsman en den smid aan de Wimera-rivier gewisseld, de
+aarzeling van Ayrton om de steden en vlekken door te rijden, zijn
+aandrang om de <i>Duncan</i> aan de kust te ontbieden, de raadselachtige dood
+van de aan zijn zorgen toevertrouwde dieren, eindelijk een zeker gemis
+van vrijmoedigheid in zijn gangen, al die bijkomende omstandigheden
+hadden de achterdocht van den majoor opgewekt.</p>
+
+<p>Toch zou hij tot geen regtstreeksche aanklagt hebben kunnen overgaan
+zonder de voorvallen, die den vorigen nacht hadden plaats gehad.</p>
+
+<p>Toen Mac Nabbs tusschen de hooge struiken doorsloop, kwam hij een halve
+mijl van de legerplaats af in de nabijheid der verdachte schaduwen, die
+zijn aandacht getrokken hadden. De lichtgevende planten verspreidden een
+flaauw schijnsel in de duisternis.</p>
+
+<p>Drie mannen zochten naar sporen op den grond en naar indruksels van
+versche voetstappen, en onder hen herkende Mac Nabbs den hoefsmid van
+Black-Point. "Zij zijn het," zeide de een.&mdash;"Ja," antwoordde de andere,
+"daar is het klaverblad van de hoefijzers!"&mdash;"Het is hetzelfde van de
+Wimera af."&mdash;"Al de paarden zijn dood."&mdash;"Het vergift is niet ver
+weg."&mdash;"Er is genoeg om een geheele ruiterij van paarden te
+berooven."&mdash;"Een nuttige plant, die gastrolobium."</p>
+
+<p>Mac Nabbs vervolgde: "Daarna zwegen zij en verwijderden zich. Ik volgde
+ze: ik wist er niet genoeg van. Weldra begon het gesprek weder: "Een
+knappe kerel, die Ben Joyce!" zeide de smid, "een mooije bootsman met
+zijn verzinsel van een schipbreuk! Als zijn plan slaagt is het een mooi
+buitenkansje! Die duivelsche Ayrton!"&mdash;"Noem hem Ben Joyce, want hij
+verdient zijn naam wel!" Thans verlieten die schurken het
+gomboomenbosch. Ik wist, wat ik weten wilde, en keerde naar de
+legerplaats terug, overtuigd, dat niet alle gedeporteerden in Australië
+brave menschen worden, met het welnemen van Paganel!"</p>
+
+<p>De majoor zweeg. Zijn makkers dachten in stilte na.</p>
+
+<p>"Dus heeft Ayrton," zeide Glenarvan, die bleek werd van toorn, "ons hier
+heen gelokt om ons te plunderen en te vermoorden!"</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde de majoor.</p>
+
+<p>"En van de Wimera af volgt zijn bende ons spoor en bespiedt ons om een
+gunstige gelegenheid af te wachten?"</p>
+
+<p>"Ja."</p>
+
+<p>"Maar dan is die ellendeling geen matroos van de <i>Britannia</i>? Dan heeft
+hij zijn naam Ayrton gestolen, ook gestolen zijn aanstelling aan boord?"</p>
+
+<p>Allen zagen naar Mac Nabbs, die deze vragen zeker reeds aan zichzelven
+had voorgelegd.</p>
+
+<p>"Ziehier," antwoordde hij even bedaard als altijd, "wat men met
+zekerheid uit deze duistere zaak kan afleiden. Ik houd het er voor, dat
+die man wezenlijk Ayrton heet. Ben Joyce is zijn bijnaam. Het is
+ontegenzeggelijk, dat hij Harry Grant kent en dat hij bootsman op de
+<i>Britannia</i> geweest is. Die feiten, reeds bewezen door de naauwkeurige
+inlichtingen, welke Ayrton ons heeft gegeven, worden bovendien bevestigd
+door de gezegden der roovers, die ik u mededeelde. Laten wij ons dus
+niet in met ijdele gissingen en houden wij het voor zeker, dat Ben Joyce
+Ayrton en Ayrton Ben Joyce is, dat wil zeggen een matroos van de
+<i>Britannia</i>, die een rooverhoofdman is geworden."</p>
+
+<p>Allen berustten in de verklaringen van Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"En kunt gij mij nu ook zeggen," vroeg Glenarvan, "hoe en waarom de
+bootsman van Harry Grant zich in Australië bevindt?"</p>
+
+<p>"Hoe? dat weet ik niet," antwoordde Mac Nabbs, "en de politie verklaart
+er even weinig van te weten als ik. Waarom? dat kan ik onmogelijk
+zeggen. Daar schuilt een geheim achter, dat de toekomst zal ophelderen."</p>
+
+<p>"De politie weet zelfs niet eens, dat Ayrton en Ben Joyce dezelfde
+persoon is," zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Gij hebt gelijk, John!" antwoordde de majoor, "en zulk een
+bijzonderheid zou haar nasporingen veel gemakkelijker kunnen maken."</p>
+
+<p>"Dan had die ongelukkige," meende lady Helena, "zich met een misdadig
+doel op de hoeve van Paddy O'Moore ingedrongen?"</p>
+
+<p>"Dat is vrij zeker," antwoordde Mac Nabbs. "Hij had het een of ander
+slecht plan met den Ier, toen zich een beter gelegenheid voor hem
+opdeed. Het toeval heeft ons bij hem gebragt. Hij heeft het verhaal van
+Glenarvan gehoord, de geschiedenis van de schipbreuk, en als een
+vermetel man heeft hij terstond het voornemen opgevat om er zijn
+voordeel mede te doen. De reis werd aanvaard. Aan de Wimera heeft hij
+gemeenschap gehad met een der zijnen, den smid van Black-Point, en
+duidelijke sporen van onzen weg achtergelaten. Zijn bende is ons
+gevolgd. Een vergiftige plant heeft hem in staat gesteld langzaam onze
+ossen en paarden te dooden. Toen de tijd daar was, heeft hij ons
+vervolgens in de moerassen der Sneeuw-rivier doen wegzinken en aan de
+roovers onder zijn bevel in handen gespeeld."</p>
+
+<p>Alles was van Ben Joyce gezegd. Zijn verleden was door den majoor
+ontsluijerd en de ellendeling verscheen in zijn ware gedaante, die van
+een vermetel en geducht misdadiger. Nu zijn bedoelingen duidelijk waren
+geworden, werd er van Glenarvan een buitengewone waakzaamheid geëischt.
+Gelukkig was er minder te vreezen van den ontmaskerden bandiet dan van
+den verrader.</p>
+
+<p>Maar uit dien zuiver gestelden toestand volgde een ernstig bezwaar,
+waaraan nog niemand gedacht had. Alleen Mary Grant had onder het gesprek
+over het verledene een blik op de toekomst geslagen.</p>
+
+<p>John Mangles was de eerste, die haar bleekheid en wanhoop opmerkte. Hij
+begreep, wat er in haar binnenste omging.</p>
+
+<p>"Miss Mary! miss Mary! Weent gij?" riep hij uit</p>
+
+<p>"Weent gij, mijn kind?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Mijn vader, mevrouw! mijn vader!" nokte het meisje.</p>
+
+<p>Zij kon niet meer spreken. Maar een lichtstraal viel plotseling in
+ieders gemoed. Men begreep de smart van miss Mary, waarom de tranen
+langs haar wangen biggelden, waarom de naam haars vaders op haar lippen
+zweefde.</p>
+
+<p>De ontdekking van Ayrtons verraad verijdelde alle hoop. Om Glenarvan te
+misleiden had de roover een schipbreuk verzonnen. In het door Mac Nabbs
+afgeluisterde gesprek hadden de roovers het duidelijk gezegd. Nooit was
+de <i>Britannia</i> verbrijzeld op de rotsen der Twofold-baai! Nooit had
+Harry Grant een voet gezet op het vastland van Australië!</p>
+
+<p>Andermaal had de verkeerde uitlegging van het document de zoekers der
+<i>Britannia</i> op een dwaalspoor gebragt!</p>
+
+<p>Allen bewaarden een doodsch stilzwijgen bij dien wanhopenden toestand,
+bij de smart der twee kinderen. Wie toch zou nog eenige troostende
+woorden hebben gevonden? Robert schreide in de armen zijner zuster.
+Paganel mompelde op spijtigen toon:</p>
+
+<p>"Ach! rampzalig document! Gij moogt u beroemen, dat gij de hersens van
+een twaalftal brave lieden op een zware proef hebt gesteld!"</p>
+
+<p>En waarlijk boos op zichzelven sloeg de waardige aardrijkskundige zich
+met de vuist voor het hoofd.</p>
+
+<p>Vervolgens begaf Glenarvan zich naar Mulrady en Wilson, die buiten op
+wacht stonden. Een diepe stilte heerschte over de geheele vlakte
+tusschen den zoom van het bosch en de rivier. De groote onbewegelijke
+wolken verbrijzelden zich tegen het hemelgewelf. In dezen in doodslaap
+verzonken dampkring zou het geringste geluid zich onbelemmerd
+voortgeplant hebben, en niets liet zich hooren. Ben Joyce en zijn bende
+waren zeker vrij ver weggetrokken; want vlugten vogels, die op de lage
+takken neerstreken, eenige kangoeroes, die bezig waren met rustig de
+jonge spruitjes af te knagen, een paar kasuarissen, wier kop
+vertrouwelijk tusschen de heesters uitstak, bewezen, dat de rust dier
+vreedzame woestenij niet door de tegenwoordigheid van den mensch werd
+gestoord.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill49b" id="ill49b"></a>
+<img src="images/575.jpg" width="400" alt="een paar kasuarissen, wier kop vertrouwelijk tusschen de heesters uitstak..." title="" />
+<span class="caption2">een paar kasuarissen, wier kop vertrouwelijk tusschen de heesters uitstak...</span>
+</div>
+
+<p>"Hebt gij in dit uur niets gezien noch gehoord?" vroeg Glenarvan aan
+zijn beide matrozen.</p>
+
+<p>"Niets, Uwe Edelheid!" antwoordde Wilson. "De roovers zijn mijlen van
+hier."</p>
+
+<p>"Zij zijn zeker niet sterk genoeg geweest om ons aan te tasten," voegde
+Mulrady er bij. "Die Ben Joyce heeft zeker eenige bandieten van zijn
+slag willen werven onder de woudloopers, die aan den voet der Alpen
+zwerven."</p>
+
+<p>"Wel waarschijnlijk, Mulrady!" antwoordde Glenarvan. "Die schurken zijn
+lafaards. Zij weten, dat wij gewapend en goed gewapend zijn. Misschien
+wachten zij den nacht af om hun aanval te vernieuwen. Tegen het vallen
+van den avond moeten wij onze waakzaamheid verdubbelen. Ach! konden wij
+maar deze moerassige vlakte verlaten en onzen weg naar de kust
+vervolgen! Maar de gezwollen waterstand sluit ons den weg af. Ik zou wel
+zijn zwaarte aan goud willen betalen voor een vlot, dat ons op den
+anderen oever kon brengen!"</p>
+
+<p>"Waarom beveelt Uwe Edelheid ons niet dat vlot te vervaardigen? Aan hout
+geen gebrek," zeide Wilson.</p>
+
+<p>"Neen, Wilson!" antwoordde Glenarvan. "Die Sneeuw-rivier is geen rivier,
+maar een bruischende bergstroom."</p>
+
+<p>Thans voegden John Mangles, de majoor en Paganel zich bij Glenarvan. Zij
+hadden pas de Sneeuw-rivier onderzocht. Het water was door de laatste
+regens een voet boven de gewone hoogte gerezen. Het was een onstuimige
+stroom, gelijk aan de stroomvallen van Amerika. Het was dolzinnig zich
+op die schuimende watervlakte en die wilde golven te wagen, waarin
+duizend draaikolken wielden, die ijselijke afgronden vormden.</p>
+
+<p>John Mangles verklaarde den overtogt voor onmogelijk.</p>
+
+<p>"Maar," vervolgde hij, "wij moeten hier niet werkeloos blijven staan.
+Wat wij voor het verraad van Ayrton wilden doen is nu nog
+noodzakelijker."</p>
+
+<p>"Wat bedoelt gij, John?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik bedoel, dat hulp hoog noodig is, en nu wij niet naar de Twofold-baai
+kunnen gaan, moeten wij naar Melbourne. Een paard hebben wij nog. Geef
+het mij, mylord! en ik ga naar Melbourne."</p>
+
+<p>"Maar dat is een gewaagde onderneming, John!" zeide Glenarvan. "Nog
+gezwegen van de gevaren verbonden aan een reis van twee honderd mijlen
+door een onbekend land, maar de handlangers van Ben Joyce zullen thans
+wel al de paden en den grooten weg bewaken!"</p>
+
+<p>"Ik weet het, mylord! maar ik weet ook, dat het zoo niet kan blijven.
+Ayrton verlangde slechts acht dagen om manschappen van de <i>Duncan</i> hier
+te brengen. Ik wil in zes dagen aan den oever der Sneeuw-rivier terug
+zijn. Welnu! wat beveelt Uwe Edelheid?"</p>
+
+<p>"Voor dat Glenarvan zijn gevoelen te kennen geeft," zeide Paganel, "moet
+ik een opmerking maken. Naar Melbourne gaan, goed, maar John Mangles mag
+aan dat gevaar niet blootgesteld worden. Hij is kapitein van de
+<i>Duncan</i>, en als zoodanig mag hij zijn leven niet wagen. Ik zal in zijne
+plaats gaan."</p>
+
+<p>"Goed gesproken," antwoordde de majoor. "Maar waarom juist gij,
+Paganel?"</p>
+
+<p>"Zijn wij er dan ook niet!" riepen Mulrady en Wilson.</p>
+
+<p>"Of denkt gij soms, dat ik bang ben voor een rid van twee honderd
+mijlen!" hernam Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Vrienden!" zeide Glenarvan, "wanneer een onzer naar Melbourne gaan
+moet, laat het lot hem dan aanwijzen. Paganel! schrijf onze namen
+op...."</p>
+
+<p>"Maar den uwen althans niet, mylord!" zeide John Mangles.</p>
+
+<p>"Waarom niet?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Zoudt gij u van lady Helena scheiden! Gij, en uw wond is nog niet eens
+gesloten!"</p>
+
+<p>"Glenarvan! gij moogt het gezelschap niet verlaten," zeide Paganel.</p>
+
+<p>"Neen," sprak de majoor. "Uwe plaats is hier, Edward! gij moogt niet
+vertrekken."</p>
+
+<p>"Er zijn gevaren aan verbonden," antwoordde Glenarvan, "en daaraan wil
+ik mij niet onttrekken. Schrijf op, Paganel! Mijn naam worde onder die
+mijner makkers gemengd, en geve de Hemel, dat hij er het eerst uitkomt!"</p>
+
+<p>Men bukte voor dien wil. Glenarvan's naam werd bij dien der anderen
+gevoegd. Men ging tot de trekking over, en het lot viel op Mulrady. De
+moedige matroos juichte van blijdschap.</p>
+
+<p>"Mylord! ik ben gereed om te vertrekken," zeide hij.</p>
+
+<p>Glenarvan drukte Mulrady's hand. Daarna keerde hij naar den wagen terug,
+en liet de bewaking van de legerplaats over aan den majoor en John
+Mangles.</p>
+
+<p>Lady Helena kreeg terstond mededeeling van het besluit om een bode naar
+Melbourne te zenden en van de beslissing van het lot. Zij sprak Mulrady
+op hartroerende wijze aan. Hij stond bekend als dapper, schrander,
+sterk, tegen vermoeijenis bestand, waarlijk, het lot had op geen
+geschikter persoon kunnen vallen.</p>
+
+<p>Het vertrek van Mulrady werd op acht ure bepaald, na de korte
+avondschemering. Wilson nam op zich om voor het paard te zorgen. Hij
+kwam op den inval om het verraderlijke ijzer, dat aan zijn linkerpoot
+zat, weg te nemen en te vervangen door het ijzer van een der in dien
+nacht gestorven paarden. De roovers konden dan het spoor van Mulrady
+niet herkennen en hem ook niet volgen, omdat zij onbereden waren.</p>
+
+<p>Terwijl Wilson daarmede bezig was, maakte Glenarvan den brief voor Tom
+Austin gereed maar zijn gekwetste arm hinderde hem, en hij verzocht
+Paganel om voor hem te schrijven. In diep gepeins verzonken, scheen de
+geleerde onbewust te zijn van hetgeen om hem heen gebeurde.</p>
+
+<p>Om de waarheid te zeggen dacht Paganel, bij die opeenvolging van
+ongelukken, alleen aan de verkeerde uitlegging van het document. Hij
+verplaatste de woorden om er een nieuwen zin van te maken, en bleef
+gedompeld in de afgronden der uitlegging.</p>
+
+<p>Hij hoorde niet eens de vraag van Glenarvan, die deze genoodzaakt was te
+herhalen.</p>
+
+<p>"Ha! heel goed! ik ben gereed!" antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>Onder het spreken kreeg Paganel werktuigelijk zijn zakboekje. Hij
+scheurde er een wit blaadje uit, nam het potlood in de hand en maakte
+zich gereed om te schrijven. Glenarvan begon den volgenden lastbrief op
+te geven:</p>
+
+<p>"Bevel aan Tom Austin om onverwijld in zee te steken en de <i>Duncan</i> te
+brengen...."</p>
+
+<p>Paganel schreef deze laatste woorden juist op, toen zijn oog toevallig
+viel op het nommer der <i>Australian and New-Zealand Gazette</i>, die op den
+grond lag. Alleen de laatste lettergrepen waren zigtbaar op den titel
+van het opgevouwen blad. Het potlood van Paganel rustte en hij scheen
+Glenarvan, diens brief en diens opgave glad vergeten te zijn.</p>
+
+<p>"Hoe is het, Paganel?" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ha!" riep de aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"Wat scheelt u?" vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Niets! niets!" antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>Zachtjes herhaalde hij: "aland! aland! aland!"</p>
+
+<p>Hij was opgestaan. Hij had het dagblad opgeraapt. Hij schudde het heen
+en weer om de woorden terug te houden, die hem op de tong lagen.</p>
+
+<p>Lady Helena, Mary, Robert, Glenarvan, zagen hem aan, zonder iets van die
+onverklaarbare ontroering te begrijpen.</p>
+
+<p>Paganel geleek iemand, die plotseling waanzinnig wordt. Maar die
+toestand van zenuwachtige overspanning duurde niet lang. Langzamerhand
+kwam hij tot bedaren; de vreugde die in zijn oogen blonk, verminderde;
+hij ging weer zitten en zeide op bedaarden toon:</p>
+
+<p>"Wanneer gij wilt, mylord! ik ben tot uw bevelen."</p>
+
+<p>Glenarvan begon zijn brief weer op te geven, die den volgenden inhoud
+had:</p>
+
+<p>"Bevel aan Tom Austin om onverwijld in zee te steken en de <i>Duncan</i> te
+brengen op zeven en dertig graden op de oostkust van Australië...."</p>
+
+<p>"Van Australië?" zeide Paganel. "O ja! van Australië!"</p>
+
+<p>Daarop voltooide hij den brief en legde hem aan Glenarvan ter teekening
+voor. Door zijn versche wond gehinderd, volbragt deze zoo goed en kwaad
+als het ging die formaliteit. De brief werd gesloten en verzegeld. Met
+van ontroering bevende hand schreef Paganel er het volgende adres op:</p>
+
+<p>
+<span style="margin-left: 13em;"><i>Aan Tom Austin,</i></span><br />
+<i>eersten stuurman, aan boord van het jagt</i> de Duncan,<br />
+<br />
+<span style="margin-left: 19.5em;"><i>te</i></span><br />
+<span style="margin-left: 18em;"><i>Melbourne</i>.</span><br />
+</p>
+
+<p>Daarop ging hij uit den wagen, en herhaalde met driftige gebaren de
+onbegrijpelijke woorden: "<i>Aland! Aland! Zealand!</i>"</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XXI" id="XXI"></a>XXI.</h3>
+
+<h3>Vier benaauwde dagen.</h3>
+
+
+<p>De dag verliep verder zonder ongelukken. De laatste toebereidselen voor
+het vertrek van Mulrady werden gemaakt. De wakkere matroos achtte zich
+gelukkig, dat hij aan Zijne Edelheid dat bewijs van verknochtheid mogt
+geven.</p>
+
+<p>Paganel had zijn koelbloedigheid en gewone manieren teruggekregen. Zijn
+blik bewees wel, dat hij zich sterk met iets bezig hield, maar hij
+scheen besloten te hebben het voor zich te houden. Hij had zeker
+gewigtige redenen voor die handelwijze; want de majoor hoorde hem
+telkens herhalen, als iemand, die met zichzelven oneens is:</p>
+
+<p>"Neen! neen! Zij zouden mij niet gelooven! En ook, wat zou het baten?
+Het is te laat!"</p>
+
+<p>Toen hij dit besluit genomen had, hield hij zich onledig met Mulrady de
+noodige inlichtingen te geven om Melbourne te bereiken en met de kaart
+voor zich gaf hij hem den weg op. Alle "tracks," dat is de paden van de
+prairie, liepen op den weg van Locknow uit. Na tot aan de kust toe
+steeds zuidwaarts geloopen te hebben, wendt die weg zich plotseling naar
+Melbourne. Hij moest hem altijd houden en om den weg te bekorten zich
+niet in een weinig bekend land wagen. Niets eenvoudiger dus dan dit
+Mulrady kon niet verdwalen.</p>
+
+<p>Gevaren waren er niet te wachten, zoodra hij maar eenige mijlen van de
+legerplaats af was, waar Ben Joyce en zijn bende zeker in hinderlaag
+lagen. Was hij hen eens voorbij, dan maakte Mulrady zich sterk, dat hij
+de roovers snel vooruit komen en zijn belangrijke zending goed uitvoeren
+zou.</p>
+
+<p>Ten zes ure gebruikten allen gezamenlijk hun maal. Er viel een
+stortregen. De tent leverde geen genoegzame beschutting meer op, en
+allen hadden een schuilplaats in den wagen gezocht. Dat was bovendien
+een veilige schuilhoek. De klei hield hem aan den grond geketend en hij
+stond er zoo vast op als een fort op zijn fundeering. Het tuighuis
+bestond uit zeven karabijnen en zeven revolvers, zoodat zij een vrij
+langdurig beleg konden uitstaan, want er was geen gebrek aan kruid noch
+levensmiddelen. Binnen zes dagen immers zou de <i>Duncan</i> in de
+Twofold-baai ten anker komen. Vier en twintig uren later zou de
+bemanning aan den anderen oever der Sneeuw-rivier zijn, en al was de
+overtogt dan nog onuitvoerbaar, dan zouden de roovers althans
+genoodzaakt worden voor de overmagt te wijken. Maar daartoe was het
+noodig, dat Mulrady in zijn gevaarvolle onderneming slaagde.</p>
+
+<p>Ten acht ure was het pikdonker. Het oogenblik om te vertrekken was daar.
+Het paard voor Mulrady werd voorgebragt. Zijn uit overmaat van
+voorzigtigheid met linnen omwoelde pooten maakten geen leven op den
+grond. Het dier scheen vermoeid, en toch hing aller redding af van de
+vastheid en kracht zijner beenen. De majoor gaf Mulrady den raad het te
+ontzien, zoodra hij buiten bereik der roovers was. Een oponthoud van een
+halven dag beduidde niets, als hij maar behouden aankwam.</p>
+
+<p>John Mangles gaf den matroos een revolver, dien hij met de uiterste zorg
+had geladen. Dit is een geducht wapen in de hand van iemand, die niet
+beeft; want zes schoten, die in eenige seconden op elkander volgen,
+vegen gemakkelijk een door boosdoeners versperden weg schoon. Mulrady
+sprong in den zadel.</p>
+
+<p>"Zie hier den brief, dien gij aan Tom Austin moet overhandigen," zeide
+Glenarvan. "Hij mag geen uur verzuimen. Hij moet naar de Twofold-baai
+vertrekken en indien hij ons daar niet vindt, indien wij de
+Sneeuw-rivier niet hebben kunnen oversteken, moet hij onmiddellijk naar
+ons toekomen. En nu, ga, wakkere matroos! God zij met u!"</p>
+
+<p>Glenarvan, lady Helena, Mary Grant, allen reikten Mulrady de hand. Dit
+vertrek in een stikdonkeren en regenachtigen nacht, op een met gevaren
+bezaaiden weg, door onbekende woeste streken, zou zeker op een minder
+moedig hart, dan dat van den matroos, een diepen indruk hebben gemaakt.</p>
+
+<p>"Vaarwel, mylord!" zeide hij met bedaarde stem, en weldra verdween hij
+op een pad, dat langs den zoom van het woud liep.</p>
+
+<p>Juist verdubbelde het geweld van den storm. De hooge takken der
+gomboomen sloegen in de duisternis met dof geluid tegen elkander. Men
+kon den val hooren van die dorre takken op den doorweekten bodem. Meer
+dan één reuzenboom, wien het aan sappen ontbrak, maar die tot nog toe
+overeind was gebleven, viel bij deze geweldige rukwinden. De wind huilde
+door het krakende hout en vereenigde zijn akelig geloei met het brullen
+van de Sneeuw-rivier. De groote wolken, die hij oostwaarts voortjoeg,
+sleepten tot op den grond als lappen stoom. Een akelige duisternis
+maakte den nacht nog afschuwelijker.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill50b" id="ill50b"></a>
+<img src="images/582.jpg" width="400" alt="Juist verdubbelde het geweld van den storm." title="" />
+<span class="caption2">Juist verdubbelde het geweld van den storm.</span>
+</div>
+
+<p>Na het vertrek van Mulrady kropen de reizigers in den wagen. Lady Helena
+en Mary Grant, Glenarvan en Paganel bewoonden het voorvertrek, dat
+luchtdigt gesloten was. In het andere hadden Olbinett, Wilson en Robert
+een behoorlijk verblijf gevonden. De majoor en John Mangles waakten
+buiten. Die maatregel van voorzigtigheid was noodig; want een aanval der
+roovers was gemakkelijk en bij gevolg mogelijk.</p>
+
+<p>De twee getrouwe wakers hielden dus de wacht en verdroegen geduldig de
+windvlagen, die de nacht hun in het aangezigt sloeg. Hun blikken
+trachtten door de duisternis heen te boren, die zeer gunstig voor
+hinderlagen was; want het oor kon niets waarnemen onder de duizenderlei
+geluiden van den storm, het gehuil van den wind, het rammelen der
+takken, het vallen der boomstammen, het bruischen van het water, en al
+dat oproer der natuur.</p>
+
+<p>Toch werd de storm soms voor een oogenblikje door stilte vervangen. Dan
+zweeg de wind, als om weder adem te scheppen. De Sneeuw-rivier alleen
+kermde tusschen het onbewegelijke riet en de zwarte gordijn der
+gomboomen. Dan scheen de stilte voor een oogenblik nog dieper. Dan
+luisterden de majoor en John Mangles scherp toe.</p>
+
+<p>In zulk een stil oogenblik hoorden zij een schel gefluit.</p>
+
+<p>John Mangles liep hard naar den majoor.</p>
+
+<p>"Hebt gij het gehoord?" vroeg hij.</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde Mac Nabbs "Is het een mensch of een dier?"</p>
+
+<p>"Een mensch," verzekerde John Mangles.</p>
+
+<p>Nu luisterden beiden. Het vreemde fluitje werd plotseling op nieuw
+vernomen, en door iets, dat op een losbranding geleek, beantwoord, maar
+bijna onhoorbaar, want de storm loeide weder met nieuw geweld. Mac Nabbs
+en John Mangles konden elkander niet verstaan. Daarom plaatsten zij zich
+onder den wind van den wagen.</p>
+
+<p>Te gelijk werden de lederen gordijnen opgeligt en kwam Glenarvan bij
+zijn makkers. Hij had, evenals zij, dat akelige fluiten gehoord en de
+losbranding, die door de echo onder het wagenkleed herhaald werd.</p>
+
+<p>"In welke rigting?" vroeg hij.</p>
+
+<p>"Daar!" zeide John op het donkere pad wijzende, dat Mulrady had
+ingeslagen.</p>
+
+<p>"Op welken afstand?"</p>
+
+<p>"De wind bragt het over," antwoordde John Mangles. "Het moet minstens
+drie mijlen van hier zijn."</p>
+
+<p>"Gaat mede!" zeide Glenarvan de karabijn over den schouder werpende.</p>
+
+<p>"Wij gaan niet mede!" antwoordde de majoor. "Het is een list om ons van
+den wagen weg te lokken."</p>
+
+<p>"En als nu Mulrady eens onder de kogels dier ellendelingen gevallen is!"
+hernam Glenarvan, de hand van Mac Nabbs vattende.</p>
+
+<p>"Morgen zal dat wel blijken," antwoordde de majoor koeltjes, vast
+besloten hebben Glenarvan te beletten een noodelooze onvoorzigtigheid te
+begaan.</p>
+
+<p>"Gij moogt de legerplaats niet verlaten, mylord!" zeide John; "ik zal
+alleen gaan!"</p>
+
+<p>"Gij evenmin!" hernam Mac Nabbs met nadruk. "Wilt gij ons dan één voor
+één laten dooden, onze krachten verminderen, ons aan de genade dier
+booswichten overleveren? Is Mulrady als hun offer gevallen, dan is dat
+een ongeluk, dat wij niet moeten verzwaren. Mulrady is vertrokken, omdat
+het lot hem heeft aangewezen. Was het lot op mij gevallen in plaats van
+op hem, dan zou ik evengoed als hij vertrokken zijn; maar ik zou geen
+hulp verlangd noch verwacht hebben."</p>
+
+<p>De majoor had volkomen gelijk, toen hij Glenarvan en John Mangles
+tegenhield. Een poging om den matroos te bereiken, in zulk een donkeren
+nacht de roovers, die hier of daar in het kreupelhout verscholen waren,
+te gemoet te gaan, was onverstandig en ook noodeloos. Het kleine
+gezelschap van Glenarvan was niet talrijk genoeg om nog meer personen te
+kunnen opofferen.</p>
+
+<p>Maar Glenarvan scheen niet naar reden te willen luisteren. Hij omklemde
+krampachtig zijn karabijn. Hij liep op en neer bij den wagen. Hij
+luisterde naar het geringste gedruisch. Zijn blik poogde door die
+akelige duisternis heen te boren. De gedachte martelde hem, dat een der
+zijnen doodelijk gewond, hulpeloos nederlag, en te vergeefs riep om hen,
+voor wie hij zich had opgeofferd. Mac Nabbs wist niet of hij er in
+slagen zou hem tegen te houden, of Glenarvan, gehoor gevende aan de
+inspraak van zijn hart, zich niet bloot zou stellen aan de kogels van
+Ben Joyce.</p>
+
+<p>"Edward!" zoo sprak hij hem aan, "bedaar! Luister naar een vriend. Denk
+aan lady Helena, aan Mary Grant, aan allen, die nog bij u zijn! Maar
+bovendien, waar wilt gij heengaan? Waar zult gij Mulrady terugvinden?
+Twee mijlen van hier is hij aangevallen! Op welken weg? Welk pad zult
+gij inslaan...."</p>
+
+<p>Daar liet zich, als het ware om den majoor te beantwoorden, een
+hulpgeschrei hooren.</p>
+
+<p>"Luistert!" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>Die kreet kwam van denzelfden kant, waar het schot was gevallen, geen
+kwart mijl van hen af.</p>
+
+<p>Glenarvan stiet Mac Nabbs op zij en wilde het pad reeds opgaan, toen
+zich drie honderd schreden van den wagen deze woorden lieten hooren:
+"Help! help!"</p>
+
+<p>Het was een klagende en wanhopende stem. John Mangles en de majoor
+ijlden in die rigting voort.</p>
+
+<p>Eenige oogenblikken later bemerkten zij naast het kreupelhout een
+menschelijke gedaante, die zich voortsleepte en jammerlijk kermde.</p>
+
+<p>Het was Mulrady, gewond, stervende, misschien dood, en toen zijn makkers
+hem optilden, voelden zij hun handen nat worden van bloed.</p>
+
+<p>De regen verdubbelde, en de wind huilde in de takken der doode boomen.
+Onder dat vreeselijke weder vevoerden Glenarvan, de majoor en John
+Mangles het ligchaam van Mulrady.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill51b" id="ill51b"></a>
+<img src="images/584.jpg" width="400" alt="Zij vervoerden het lichaam van Mulrady...." title="" />
+<span class="caption2">Zij vervoerden het lichaam van Mulrady....</span>
+</div>
+
+<p>Bij hun aankomst stonden allen op. Paganel, Robert, Wilson en Olbinett
+verlieten den wagen, en lady Helena stond haar vertrek af aan den armen
+Mulrady. De majoor trok het buis van den matroos uit, dat doornat was
+van het bloed en den regen. Hij ontdekte de wond. De ongelukkige had een
+dolksteek in de regterzijde gekregen.</p>
+
+<p>Mac Nabbs verbond hem zeer goed. Hij kon niet zeggen, of het wapen de
+edele deelen gekwetst had. Een straal helder rood bloed kwam er met
+horten en stooten uit; de bleekheid en bewusteloosheid van den gekwetste
+bewezen, dat de stoot goed raak was geweest. De majoor legde op de
+gapende wond, die hij eerst met zuiver water uitwiesch, een dikken prop
+van zwam en daarop pluksel, en bond er een zwachtel om. Zoo gelukte het
+hem het bloed te stelpen. Mulrady werd op de zijde gelegd, waar hij
+gewond was, met hoofd en borst in de hoogte, en lady Helena liet hem
+eenige mondjesvol water drinken.</p>
+
+<p>Na verloop van een kwartier maakte de gekwetste, die tot nog toe stil
+gelegen had, een beweging. Hij opende even de oogen en mompelde eenige
+onsamenhangende woorden. De majoor legde zijn oor op zijn mond en hoorde
+hem herhalen:</p>
+
+<p>"Mylord ... de brief ... Ben Joyce."</p>
+
+<p>De majoor bragt die woorden over en zag zijn makkers aan. Wat wilde
+Mulrady zeggen? Ben Joyce had den matroos aangevallen, maar waarom? Was
+het niet alleen met het doel om hem op te houden en hem te verhinderen
+de <i>Duncan</i> te bereiken? Die brief....</p>
+
+<p>Glenarvan doorzocht Mulrady's zakken. De brief aan Tom Austin
+geadresseerd was er niet in!</p>
+
+<p>De nacht werd in ongerustheid en angst doorgebragt. Ieder oogenblik
+vreesde men, dat de gewonde zou sterven. Een heete koorts had hem
+aangetast. Als twee zusters van barmhartigheid verlieten lady Helena en
+Mary Grant hem niet. Nooit werd een zieke beter of door meewariger
+handen verpleegd.</p>
+
+<p>Het werd dag. De regen had opgehouden. Dikke wolken dreven nog laag in
+de lucht. De grond was met gebroken takken bedekt. Ook de klei was door
+die wolkbreuken weder doorweekt. Het werd moeijelijk om den wagen te
+naderen; maar hij kon niet dieper inzakken.</p>
+
+<p>John Mangles, Paganel en Glenarvan gingen bij het krieken van den dag op
+verkenning uit rondom de legerplaats. Zij gingen het pad op, dat nog
+bloedvlekken vertoonde. Zij vonden geen spoor meer van Ben Joyce of zijn
+bende. Zij kwamen ter plaatse, waar de aanval geschied was. Daar lagen
+twee lijken op den grond, door de kogels van Mulrady getroffen. Het een
+was het lijk van den hoefsmid van Black-Point. Zijn door den dood
+misvormd gelaat was ijselijk om te zien.</p>
+
+<p>Glenarvan strekte zijn onderzoek niet verder uit. De voorzigtigheid
+verbood hem zich te verwijderen. Hij keerde daarom naar den wagen terug,
+in diep nadenken verzonken over het gevaarlijke van den toestand.</p>
+
+<p>"Er valt niet aan te denken een anderen bode naar Melbourne te zenden,"
+zeide hij.</p>
+
+<p>"En toch moet het, mylord!" antwoordde John Mangles, "en ik wil trachten
+het doel te bereiken dat mijn matroos heeft moeten opgeven."</p>
+
+<p>"Neen, John! Gij hebt niet eens een paard om u die twee honderd mijlen
+te dragen!"</p>
+
+<p>Inderdaad, het paard van Mulrady, het eenige, dat nog over was, was niet
+teruggekomen. Was het onder de kogels der moordenaars gevallen? Was het
+in die woestijn verdwaald? Hadden de roovers zich er meester van
+gemaakt?</p>
+
+<p>"Wat er ook gebeure," hernam Glenarvan, "wij scheiden niet meer. Laten
+wij acht, veertien dagen wachten, tot het water der Sneeuw-rivier zijn
+gewonen stand heeft herkregen. Dan zullen wij met kleine dagreizen de
+Twofold-baai bereiken, en van daar langs een veiligen weg de <i>Duncan</i>
+bevel zenden om aan de kust te komen."</p>
+
+<p>"Er zit niets anders op," sprak Paganel.</p>
+
+<p>"Geen scheiding dus meer, mijne vrienden!" vervolgde Glenarvan. "Eén man
+waagt te veel, wanneer hij zich alleen in die woestijn waagt, die door
+bandieten onveilig gemaakt wordt. En nu, God redde onzen armen matroos
+en behoede ons!"</p>
+
+<p>Glenarvan had gelijk: vooreerst om iedere afzonderlijke poging te
+verbieden, ten andere om geduldig aan de oevers der Sneeuw-rivier te
+wachten, tot ze kon overgestoken worden. Naauwelijks vijf en dertig
+mijlen scheidden hem van Delegete, de eerste grensstad van
+Nieuw-Zuid-Wales, waar hij vervoermiddelen zou vinden om de Twofold-baai
+te bereiken. Van daar zou hij naar Melbourne de bevelen aan de <i>Duncan</i>
+per telegraaf afzenden.</p>
+
+<p>Die maatregelen waren verstandig, maar ze werden wat laat genomen. Had
+Glenarvan Mulrady niet op den weg naar Lucknow gezonden, wat al
+ongelukken zouden dan verhoed zijn, gezwegen nog van den moord van den
+matroos!</p>
+
+<p>Toen hij in de legerplaats terugkwam, vond hij zijn reisgenooten wat
+bedaarder. Zij schenen weer hoop gevat te hebben.</p>
+
+<p>"Hij betert! hij betert!" riep Robert, die lord Glenarvan te gemoet
+liep.</p>
+
+<p>"Mulrady?"....</p>
+
+<p>"Ja, Edward!" antwoordde lady Helena. "De ziekte heeft een keer genomen.
+De majoor is geruster. Onze matroos zal leven."</p>
+
+<p>"Waar is Mac Nabbs?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Bij hem. Mulrady heeft hem willen spreken. Gij moet ze niet storen."</p>
+
+<p>De gewonde was inderdaad voor een uur uit zijne verdooving ontwaakt en
+de koorts was verminderd. Maar zoodra Mulrady het geheugen en de spraak
+terugkreeg, had hij terstond naar lord Glenarvan, of, als die er niet
+was, naar den majoor gevraagd. Toen Mac Nabbs zag, dat hij zoo zwak was,
+wilde hij hem het spreken verbieden. Maar Mulrady drong er zoo sterk op
+aan, dat de majoor hem zijn zin moest geven.</p>
+
+<p>Weldra werden de gordijnen van den wagen op zijde geschoven en verscheen
+de majoor. Hij ging naar zijn vrienden aan den voet van een gomboom,
+waar de tent was opgeslagen. Op zijn doorgaans zoo koel gelaat stond een
+levendige bekommering te lezen. Toen zijn oog op lady Helena en het
+jonge meisje viel, drukte het een smartelijke droefheid uit.</p>
+
+<p>Glenarvan ondervroeg hem, en zie hier kortelijk wat de majoor had
+vernomen.</p>
+
+<p>Na het verlaten van de legerplaats volgde Mulrady een der paden, die
+Paganel had aangeduid. Hij haastte zich, althans zooveel als de
+duisternis van den nacht toeliet. Naar zijn schatting had hij omtrent
+een paar mijlen afgelegd, toen zich verscheidene mannen,&mdash;vijf geloofde
+hij,&mdash;voor den kop van zijn paard wierpen. Het dier steigerde, Mulrady
+greep zijn revolver en gaf vuur. Hij meende, dat twee der aanvallers
+nedervielen. Bij het licht van het schot herkende bij Ben Joyce. Maar
+dat was alles. Hij had geen tijd om zijn wapen geheel af te vuren. Hij
+kreeg een duchtigen stoot in de regterzijde en viel van het paard.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill52b" id="ill52b"></a>
+<img src="images/591.jpg" width="400" alt="Vijf mannen wierpen zich voor de kop van zijn paard." title="" />
+<span class="caption2">Vijf mannen wierpen zich voor de kop van zijn paard.</span>
+</div>
+
+<p>Toch was hij nog niet geheel buiten kennis. De moordenaars dachten, dat
+hij dood was. Hij voelde, dat men hem doorzocht. Daarop hoorde hij een
+der roovers zeggen: "Ik heb den brief."&mdash;"Geef op," antwoordde Ben
+Joyce, "nu is de <i>Duncan</i> ons!"</p>
+
+<p>Bij dit gedeelte van het verhaal van Mac Nabbs kon Glenarvan een gil
+niet weerhouden.</p>
+
+<p>Mac Nabbs ging voort.</p>
+
+<p>"Vangt nu het paard op," zeide Ben Joyce. "Binnen twee dagen ben ik aan
+boord van de <i>Duncan</i>, binnen zes in de Twofold-baai. Daar is de
+verzamelplaats. Het gezelschap van den lord zit dan nog vast in de
+moerassen der Sneeuw-rivier. Gaat bij de brug van Kemple-pier over de
+rivier, begeeft u naar de kust en wacht mij daar. Ik zal wel gelegenheid
+vinden u aan boord te brengen. Zoodra wij maar in zee zijn, zullen wij
+met een schip als de <i>Duncan</i> de heeren van den Indischen oceaan
+zijn."&mdash;"Hoera voor Ben Joyce!" riepen de roovers. Het paard van Mulrady
+werd voorgebragt, en Ben Joyce verdween in galop op den weg naar
+Lucklow, terwijl de bende zuidoostelijk naar de Sneeuw-rivier trok.
+Hoewel zwaar gekwetst, had Mulrady toch nog kracht genoeg om zich tot
+drie honderd schreden van de legerplaats af voort te slepen, waar wij
+hem bijna dood hebben opgenomen. "Zoo luidt het verhaal van Mulrady",
+zeide Mac Nabbs. "Nu begrijpt gij, waarom de moedige matroos er zoo op
+gesteld was om te spreken."</p>
+
+<p>Deze mededeeling deed Glenarvan en de zijnen ontstellen.</p>
+
+<p>"Zeeroovers! zeeroovers!" riep Glenarvan. "Mijn matrozen vermoord! Mijn
+<i>Duncan</i> in de handen dier bandieten!"</p>
+
+<p>"Ja! want Ben Joyce zal het vaartuig overrompelen antwoordde de majoor,
+"en dan...."</p>
+
+<p>"Welnu! wij moeten vroeger aan de kust zijn dan die ellendelingen!"
+zeide Paganel.</p>
+
+<p>"Maar hoe komen wij over de Sneeuw-rivier?" vroeg Wilson.</p>
+
+<p>"Evenals zij," antwoordde Glenarvan. "Zij gaan te Kemple-pier over de
+brug, wij ook."</p>
+
+<p>"Maar wat zal er van Mulrady worden?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Dien zullen wij dragen! wij zullen elkander aflossen! Ik kan toch mijne
+geheele bemanning niet weerloos overlaten aan den troep van dien Ben
+Joyce!"</p>
+
+<p>Het denkbeeld om over de brug van Kemple-pier over de Sneeuw-rivier te
+gaan was uitvoerbaar, maar gewaagd. De roovers konden zich op dat punt
+vestigen en het verdedigen. Zij waren ten minste dertig tegen zeven!
+Maar er zijn oogenblikken, waarin men niet telt, waarin men vooruit
+moet, of men wil of niet.</p>
+
+<p>"Mylord!" zeide nu John Mangles, "voor wij onze laatste kans wagen, voor
+wij naar die brug gaan, is het voorzigtig ze te gaan verkennen. Dat neem
+ik op mij."</p>
+
+<p>"Ik ga mee, John!" zeide Paganel.</p>
+
+<p>Toen dit voorstel aangenomen was, maakten John Mangles en Paganel zich
+gereed om terstond heen te gaan. Zij moesten de Sneeuw-rivier afgaan,
+haar oevers volgen tot de plaats toe, waar zij de door Ben Joyce
+opgegeven brug bereikten, en zich vooral onttrekken aan het oog der
+roovers, die de oevers zeker bezet hielden.</p>
+
+<p>Van levensmiddelen voorzien en goed gewapend vertrokken de beide moedige
+reisgenooten, en verdwenen weldra tusschen het hooge oeverriet.</p>
+
+<p>Dien geheelen dag bleef men op hen wachten. 's Avonds waren zij nog niet
+terug. Allen verkeerden in grooten angst.</p>
+
+<p>Tegen elf ure kondigde Wilson eindelijk hun terugkomst aan. Paganel en
+John Mangles waren doodmoede van dien marsch van tien mijlen.</p>
+
+<p>"Die brug! Bestaat die brug?" vroeg Glenarvan, die hen te gemoet liep.</p>
+
+<p>"Ja! een brug van slingerplanten," zeide John Mangles. "De roovers zijn
+er inderdaad overgegaan. Maar...."</p>
+
+<p>"Maar...." herhaalde Glenarvan, die een voorgevoel had van een nieuw
+ongeluk.</p>
+
+<p>"Zij hebben ze na hun overtogt verbrand," antwoordde Paganel.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XXII" id="XXII"></a>XXII.</h3>
+
+<h3>Eden.</h3>
+
+
+<p>Het was nu geen tijd om te jammeren, maar om te handelen. Nu de brug van
+Kemple-pier vernield was, moest men tot elken prijs de Sneeuw-rivier
+over en voor den troep van Ben Joyce op de oevers der Twofold-baai
+komen. De tijd werd dan ook niet met nutteloose praatjes verspild, en
+reeds den volgenden dag, den 16<sup>den</sup> Januarij, gingen John Mangles en
+Glenarvan de rivier onderzoeken, om den overtogt te bewerkstelligen.</p>
+
+<p>Het onstuimige en door den regen gezwollen water daalde niet. Het kookte
+met onbeschrijfelijke woede. Het te trotseeren was zoo goed als den dood
+in den mond loopen. Met over elkander geslagen armen en gebukten hoofde
+bleef Glenarvan roerloos staan.</p>
+
+<p>"Wil ik beproeven den anderen oever zwemmende te bereiken?" zeide John
+Mangles.</p>
+
+<p>"Neen, John! wij zullen wachten!" antwoordde Glenarvan, terwijl hij met
+de hand den wakkeren borst tegenhield.</p>
+
+<p>En te zamen keerden zij naar de legerplaats terug. De dag werd in groote
+bezorgdheid gesleten. Tienmaal keerde Glenarvan naar de Sneeuw-rivier
+terug. Hij poogde een stout middel te bedenken om haar over te steken.
+Maar te vergeefs. Al had een lavastroom tusschen haar oevers gevloeid,
+dan kon zij niet onoverkomelijker geweest zijn.</p>
+
+<p>In die verloren uren omringde lady Helena, door den majoor met raad
+bijgestaan, Mulrady met de teederste zorgen. De matroos gevoelde, dat
+hij herstelde. Mac Nabbs durfde verzekeren, dat geen enkel edel deel
+gewond was. Het bloedverlies was genoegzaam om de zwakheid van den zieke
+te verklaren. Als zijn wond gesloten, het bloeden gestelpt was, zouden
+tijd en rust zijn volkomen genezing wel aanbrengen. Lady Helena had
+verlangd, dat hij het voorvertrek van den wagen zou betrekken. Mulrady
+was verlegen over zooveel goedheid.</p>
+
+<p>Het meest bekommerde het hem, dat zijn toestand Glenarvan mogt ophouden,
+en men moest hem beloven, dat men hem onder bewaking van Wilson in de
+legerplaats zou achterlaten, wanneer de overtogt over de Sneeuw-rivier
+mogelijk werd.</p>
+
+<p>Ongelukkig was die overtogt evenmin dien dag uitvoerbaar als den
+volgenden, den 17<sup>den</sup> Januari. Glenarvan was radeloos, nu hij zich zoo
+zag ophouden. Lady Helena en de majoor deden te vergeefs hun best om hem
+ter neder te zetten en tot geduld te vermanen. Geduld oefenen, wanneer
+Ben Joyce misschien op hetzelfde oogenblik aan boord van het jagt kwam;
+wanneer de <i>Duncan</i> de touwen losgooide en hard stoomde om die
+noodlottige kust te bereiken, en wanneer ieder oogenblik ze er digter
+bijbragt?</p>
+
+<p>John Mangles stond evenveel angst uit als Glenarvan. Met geweld iederen
+hinderpaal uit den weg willende ruimen, bouwde hij op australische
+manier een bootje van groote repen gomboomenschors. Die stukken, welke
+zeer ligt waren, werden met houten hoepels verbonden en vormden een zeer
+broos vaartuigje.</p>
+
+<p>De kapitein en de matroos beproefden den 18<sup>den</sup> dat ranke bootje. Alles,
+wat bekwaamheid, kracht, behendigheid en moed vermogten, wendden zij
+aan. Maar naauwelijks waren zij op den stroom, of zij sloegen om, en
+weinig scheelde het of die vermetele proef kostte hun het leven. Het
+bootje werd in een draaikolk medegesleept en verdween. John Mangles en
+Wilson waren nog geen tien vademen ver op die rivier gekomen, die door
+den regen en het smelten der sneeuw gezwollen, wel een mijl breed was.</p>
+
+<p>De 19<sup>de</sup> en 20<sup>ste</sup> Januarij verliepen in dien toestand. De majoor en
+Glenarvan gingen vijf mijlen stroomopwaarts, zonder een doorwaadbare
+plaats te vinden. Overal was het water even onstuimig, de stroom even
+snel. De geheele zuidelijke helling der australische Alpen goot al haar
+water in die eene bedding.</p>
+
+<p>Men moest de hoop opgeven om de <i>Duncan</i> te redden. Vijf dagen waren
+sedert het vertrek van Ben Joyce verloopen. Het jagt moest thans aan de
+kust en in de handen der roovers zijn!</p>
+
+<p>Het was echter onmogelijk, dat die stand van zaken lang kon aanhouden.
+Het tijdelijke wassen des waters wordt spoedig uitgeput en wel in
+dezelfde reden als het geweld, waarmede het plaats heeft. Paganel
+bespeurde dan ook in den morgen van den 21<sup>sten</sup>, dat de hoogte der rivier
+boven den gewonen waterstand begon af te nemen. Hij deelde Glenarvan de
+uitkomst zijner waarnemingen mede.</p>
+
+<p>"Wat baat dat nu?" antwoordde Glenarvan; "het is toch te laat!"</p>
+
+<p>"Dat is geen reden om ons verblijf in de legerplaats te verlengen."</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde John Mangles. "Morgen is de overtogt misschien
+uitvoerbaar."</p>
+
+<p>"En zal dat mijn ongelukkige matrozen redden?" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>"Uwe Edelheid! luister!" hernam John Mangles. "Ik ken Tom Austin. Hij
+heeft uw bevelen moeten uitvoeren en vertrekken, zoodra zijn vertrek
+mogelijk was. Maar wie zegt ons, dat de <i>Duncan</i> gereed, haar averij
+hersteld was, toen Ben Joyce te Melbourne kwam? En als het jagt eens
+niet in zee heeft kunnen steken, als het één, twee dagen oponthoud heeft
+gehad!"</p>
+
+<p>"Gij hebt gelijk, John!" antwoordde Glenarvan, "Wij moeten de
+Twofold-baai bereiken. Wij zijn maar vijf en dertig mijlen van Delegete
+af!"</p>
+
+<p>"Ja," zeide Paganel, "en in die stad zullen wij snelle middelen van
+vervoer vinden. Wie weet, of wij niet tijdig genoeg zullen komen om een
+ongeluk te verhoeden?"</p>
+
+<p>"Laten wij vertrekken!" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>Dadelijk gingen John Mangles en Wilson aan het werk om een fiksch
+vaartuig te maken. De ondervinding had geleerd, dat geen stukken schors
+bestand waren tegen de hevigheid van den stroom. John velde nu stammen
+van gomboomen, waarvan hij een ruw, maar stevig vlot maakte. Dat werk
+nam veel tijd weg, en de dag verliep, voor het voltooid was. Het kwam
+eerst den volgenden dag gereed.</p>
+
+<p>Nu was het water der Sneeuw-rivier merkelijk gezakt. De stortvloed werd
+een rivier, maar de strooming bleef nog altijd zeer sterk. Echter hoopte
+John, wanneer hij zich in de schuinte met den stroom liet afdrijven, den
+tegenovergestelden oever te bereiken.</p>
+
+<p>Om half een belastte ieder zich met zooveel levensmiddelen als hij kon
+voor een tweedaagschen togt. Het overschot werd met den wagen en de tent
+achtergelaten. Mulrady was wel genoeg om vervoerd te worden; zijn
+herstel vorderde snel.</p>
+
+<p>Ten een ure nam elk plaats op het vlot, dat nog aan den oever vastlag.
+John Mangles had aan stuurboord een soort van riem aangebragt en aan
+Wilson toevertrouwd, om het vaartuig tegen den stroom te steunen en het
+sterk afdrijven te verminderen. Hij zelf zou achterop staande sturen met
+een lompen wrikriem. Lady Helena en Mary Grant zaten midden op het vlot
+bij Mulrady. Glenarvan, de majoor, Paganel en Robert omringden hen,
+gereed om hun bijstand te verleenen.</p>
+
+<p>"Is alles klaar, Wilson?" vroeg John Mangles den matroos.</p>
+
+<p>"Ja, kapitein!" antwoordde Wilson, terwijl hij met forsche hand den riem
+greep.</p>
+
+<p>"Geef acht, en houd ons tegen den stroom."</p>
+
+<p>John Mangles maakte het vlot los en stiet het op de golven der
+Sneeuw-rivier. Alles ging een vijftien vademen ver goed. Wilson
+verhinderde het afdrijven. Maar weldra kwam het vlot bij een draaikolk;
+het draaide rond, zonder dat de riem of de wrikriem het in een regte
+lijn konden houden. Ondanks alle inspanning, hadden Wilson en John
+Mangles weldra van plaats verwisseld, waardoor de werking der riemen
+werd opgeheven.</p>
+
+<p>Men moest zich onderwerpen. Er bestond geen middel om die draaijende
+beweging van het vlot tegen te gaan. Het draaide met duizelingwekkende
+snelheid en dreef uit den koers. John Mangles stond met een bleek gelaat
+en op elkander geklemde tanden naar het kokende water te zien.</p>
+
+<p>Intusschen kwam het vlot in het midden van de Sneeuw-rivier. Het was nu
+door den stroom een halve mijl van het punt van afvaart medegesleept.
+Daar had de stroom een buitengewone kracht, en daar hij de kolken brak,
+gaf hij aan het vaartuig wat vastheid.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill53b" id="ill53b"></a>
+<img src="images/598.jpg" width="400" alt="Intusschen kwam het vlot in het midden van de Sneeuw-rivier." title="" />
+<span class="caption2">Intusschen kwam het vlot in het midden van de Sneeuw-rivier.</span>
+</div>
+
+<p>John en Wilson grepen weder hun riemen, en het gelukte hun het vlot in
+een schuine rigting voort te stuwen. Daardoor kwamen zij nabij den
+linker-oever. Zij waren er nog maar vijftig vademen van af, toen de riem
+van Wilson brak. Het vlot, niet langer gesteund, werd medegesleept. John
+wilde het tegenhouden, op het gevaar af van zijn wrikriem te breken. Met
+bebloede handen hielp Wilson hem.</p>
+
+<p>Eindelijk zagen zij hun pogingen met den gewenschten uitslag bekroond.
+Na een overtogt, die meer dan een half uur geduurd had, stiet het vlot
+tegen den loodregten oever. De schok was hevig; de stammen weken, de
+touwen braken, het water drong bruischend binnen. De reizigers hadden
+maar even den tijd om zich vast te klemmen aan de struiken, die over het
+water hingen. Zij haalden Mulrady en de twee vrouwen, die half doornat
+waren, naar zich toe. Kortom, allen werden gered; maar het grootste
+gedeelte der medegenomen levensmiddelen en de wapenen, uitgenomen de
+karabijn van den majoor, dreven weg met het wrak van het vlot.</p>
+
+<p>De overtogt was volbragt. Het kleine gezelschap stond bijna van alles
+beroofd, vijf en dertig mijlen van Delegete af, in het hart dier
+onbekende woestijnen op de grens van Victoria. Daar houden zich geen
+kolonisten noch squatters op, de streek is onbewoond, alleen zwerven er
+woeste woudloopers en roovers.</p>
+
+<p>Men besloot zonder verwijl te vertrekken. Mulrady zag wel, dat hij tot
+last zou zijn; hij verzocht, of hij blijven mogt, zelfs alleen, om hulp
+uit Delegete af te wachten.</p>
+
+<p>Glenarvan weigerde. Hij kon Delegete eerst in drie, de kust eerst in
+vijf dagen bereiken, dat wil zeggen den 26<sup>sten</sup> Januarij. En den 16<sup>den</sup>
+had de <i>Duncan</i> Melbourne verlaten. Wat verscheelde hem nu nog een
+vertraging van eenige uren?</p>
+
+<p>"Neen, mijn vriend!" zeide hij, "ik wil niemand achterlaten. Wij zullen
+een draagbaar maken en u ieder op zijn beurt dragen."</p>
+
+<p>De draagbaar werd vervaardigd van gomboomentakken en met twijgen bedekt,
+en of hij wilde of niet, Mulrady moest er plaats innemen. Glenarvan
+wilde de eerste zijn om den matroos te dragen. Hij nam de draagbaar aan
+het eene einde, Wilson aan het andere, en men ging op weg.</p>
+
+<p>Welk een droevig schouwspel, en wat liep die reis, welke zoo goed
+begonnen was, slecht af! Men zocht niet langer Harry Grant. Dit
+vastland, waar hij niet was, waar hij nooit geweest was, dreigde
+noodlottig te worden voor degenen, die zijn spoor zochten. En wanneer
+zijn stoute landgenooten de australische kust bereikten, zouden zij er
+niet eens de <i>Duncan</i> vinden om hen naar het vaderland terug te brengen!</p>
+
+<p>De eerste dag werd zwijgend en verdrietig doorgebragt. Om de tien
+minuten loste men elkander af bij het dragen der baar. Alle makkers van
+den matroos stonden zonder klagen die vermoeijenis uit, die nog toenam
+door de hevige warmte.</p>
+
+<p>Na slechts vijf mijlen te hebben afgelegd, legerde men zich 's avonds
+bij een boschje gomboomen. Het overschot der levensmiddelen, die nog uit
+de schipbreuk waren gered, diende tot avondeten. Maar verder kon men
+alleen rekenen op de karabijn van den majoor.</p>
+
+<p>De nacht was slecht, de regen kwam er bij, het scheen, alsof het maar
+geen dag wilde worden. Men ging weer op weg. De majoor had geen
+gelegenheid om één enkel schot te doen. Deze noodlottige streek was nog
+erger dan de woestijn, want zelfs de dieren bezochten ze niet eens.</p>
+
+<p>Gelukkig ontdekte Robert een trapganzen nest, en in dat nest een dozijn
+groote eijeren, die Olbinett onder de heete asch braadde. Dit maakte met
+eenige postelein, die in een hollen weg groeide, den 22<sup>sten</sup> het geheele
+ontbijt uit.</p>
+
+<p>De weg werd nu bijzonder moeijelijk en pijnlijk.</p>
+
+<p>De zandvlakten waren digt begroeid met "spinifex," een doornstruik, die
+te Melbourne "stekelvarken" genoemd wordt. De kleeren scheurden er van,
+de beenen werden er tot bloedens toe door gewond. De moedige vrouwen
+klaagden echter niet; zij stapten wakker voort, ten voorbeeld voor de
+anderen, en moedigden hen aan door een woord of een blik.</p>
+
+<p>'s Avonds hield men stil aan den voet van den berg Bulla-Bulla, aan de
+oevers van het stroompje Jungalla. Het avondeten zou schraal geweest
+zijn, had Mac Nabbs niet eindelijk een groote rat geschoten, de "Mus
+conditor," die den naam heeft een uitstekend voedsel te zijn. Olbinett
+braadde ze, en ze zou haar naam nog beter verdiend hebben, wanneer ze
+zoo groot was geweest als een schaap. Men moest het er echter mede doen
+Ze werd tot op de beenderen toe afgekloven.</p>
+
+<p>Wel vermoeid, maar nog altijd vol moed, gingen de reizigers den 23<sup>sten</sup>
+weder op marsch. Nadat zij om den voet der bergs gegaan waren, kwamen
+zij door groote weilanden, waarvan het gras uit walvischbaarden scheen
+te bestaan. Het was een bosch van lansen, een verwarde hoop scherpe
+bajonnetten, waarin men zich met de bijl of het vuur een weg moest
+banen.</p>
+
+<p>Dien morgen was er aan geen ontbijt te denken. Niets kan de dorheid dier
+met kwartsbrokken bezaaide streek overtreffen. Niet alleen de honger,
+maar ook de dorst deed zich sterk gevoelen. Een brandend heete lucht
+maakte die marteling nog ondragelijker. Glenarvan en de zijnen legden
+geen halve mijl in het uur af. Mogt dat gebrek aan spijs en drank tot
+den avond duren, dan zouden zij op dien weg neder vallen om niet meer op
+te staan.</p>
+
+<p>Maar wanneer den mensch alles begeeft, wanneer hij zich hulpeloos en
+verlaten ziet, wanneer hij niet anders denkt of zijn laatste uur heeft
+geslagen, dan openbaart zich de tusschenkomst der Voorzienigheid.</p>
+
+<p>Het water schonk Zij in "cephalotes" een soort van bekers met een
+verkwikkend vocht gevuld, die aan de takken van koraalvormige struiken
+hingen. Allen leschten hun dorst er mede en voelden, dat weer nieuwe
+levenskrachten in hen werden opgewekt.</p>
+
+<p>Het voedsel was het gewone der inlanders, wanneer er gebrek is aan wild:
+insecten en slangen. Paganel ontdekte in de uitgedroogde bedding van een
+stroompje een plant, wier uitmuntende eigenschappen hem dikwijls
+beschreven waren door een der leden van de Maatschappij voor
+aardrijkskunde.</p>
+
+<p>Het was de "nardou," een bedekt bloeijend gewas van de familie der
+waterlinzen, hetzelfde, waarmede Burke en King hun leven rekten in de
+woestijnen van het binnenland. Onder zijn op klaver gelijkende bladeren
+ontsproten verdroogde kiemkorrels. Die korrels, zoo groot als een lins,
+werden tusschen twee steenen gekneusd, en gaven een soort van meel. Er
+werd grof brood van gebakken, dat den honger eenigzins stilde. Die plant
+was overvloedig te vinden. Olbinett kon dus te dezer plaatse een groote
+hoeveelheid verzamelen, en zoo waren zij voor verscheidene dagen van
+voedsel voorzien.</p>
+
+<p>Den volgenden dag, den 24<sup>sten</sup>, legde Mulrady een gedeelte van den weg te
+voet af. Zijn wond was geheel digt. De stad Delegete was nog maar tien
+mijlen ver, en dien avond legerden zij zich op 149° lengte op de grens
+van Nieuw-Zuid-Wales.</p>
+
+<p>Een fijne en doordringende regen viel sedert eenige uren. Zij hadden in
+de open lucht moeten blijven, wanneer John Mangles niet bij toeval een
+verlaten en vervallen hut van houtzagers had ontdekt. Men moest zich
+vergenoegen met dat ellendige krot van takken en riet. Wilson wilde vuur
+aanleggen om het nardon-brood te bakken en ging het doode hout oprapen,
+dat op den grond lag. Maar hij kon het niet aankrijgen. De groote
+hoeveelheid aluinachtige stof, die het bevatte, belette de ontvlamming.
+Het was het onbrandbare hout, dat Paganel had opgenoemd onder de
+zonderlinge voortbrengselen van Australië.</p>
+
+<p>Men moest het dus zonder vuur en brood doen, en in de vochtige kleeren
+slapen, terwijl de spotvogels, in de hooge takken verborgen, die
+ongelukkige reizigers schenen uit te jouwen.</p>
+
+<p>Glenarvan's lijden liep inmiddels ten einde. Wel was het tijd. De beide
+jeugdige vrouwen spanden zich geweldig in, maar haar krachten
+verminderden van uur tot uur. Zij sleepten zich voort, loopen konden zij
+niet meer.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill54b" id="ill54b"></a>
+<img src="images/604.jpg" width="400" alt="De beide jonge vrouwen sleepten zich voort." title="" />
+<span class="caption2">De beide jonge vrouwen sleepten zich voort.</span>
+</div>
+
+<p>Met het krieken van den volgenden dag vertrok men. Ten elf ure waren ze
+te Delegete, in het graafschap Wellesley, vijftig mijlen van de
+Twofold-baai.</p>
+
+<p>Daar werd spoedig rijtuig genomen. Toen hij zoo digt bij de kust was,
+herleefde de hoop in het hart van Glenarvan. Als de <i>Duncan</i> maar een
+beetje oponthoud had gehad, zou hij ze misschien nog vóór zijn! In
+vieretwintig uren kon hij aan de baai zijn!</p>
+
+<p>Na een versterkend maal gebruikt te hebben, vertrokken alle reizigers
+ten twaalf ure in een postkoets zoo hard vijf sterke paarden maar loopen
+konden. De postiljons, aangezet door de belofte van een vorstelijk
+drinkgeld, joegen het snelle rijtuig over een goed onderhouden weg
+voort. Zij verloren geen twee minuten op de pleisterplaatsen, die tien
+mijlen van elkander verwijderd waren. Het scheen, dat Glenarvan hun het
+vuur had in geblazen, dat hem verteerde.</p>
+
+<p>Dien ganschen dag en nacht reed men zoo door met een snelheid van zes
+mijlen in het uur.</p>
+
+<p>Toen de zon den volgenden dag opging, kondigde een dof geruisch de
+nabijheid van den Indischen oceaan aan.</p>
+
+<p>Men moest de baai omrijden om op den zevenendertigsten breedtegraad den
+oever te bereiken, juist ter plaatse waar Tom Austin de komst der
+reizigers moest afwachten.</p>
+
+<p>Toen de zee zigtbaar werd, rigtten allen hunne blikken verlangend
+daarheen. Stoomde de <i>Duncan</i> daar soms door een wonder der
+Voorzienigheid op en neer, even als een maand vroeger bij kaap
+Corrientes op de argentijnsche kust?</p>
+
+<p>Niets was er te zien. De lucht en het water liepen aan den gezigteinder
+ineen. Geen enkel zeil verlevendigde de ontzettende watervlakte.</p>
+
+<p>Nog ééne hoop bleef er over. Misschien had Tom Austin gemeend het anker
+in de Twofold-baai te moeten werpen; want de zee stond hol en geen schip
+kon veilig wezen bij zulk een nabijheid van het strand.</p>
+
+<p>"Naar Eden!" riep lord Glenarvan.</p>
+
+<p>Dadelijk sloeg de postwagen regts den cirkelvormigen weg in, die langs
+de oevers der baai liep, en rigtte zich naar het vijf mijlen verder
+gelegen stadje Eden.</p>
+
+<p>De postiljons hielden stil niet ver van het vaste licht, dat den ingang
+der haven aanduidt. Eenige schepen lagen op de reede voor anker, maar
+geen een had de vlag van Malcolm geheschen.</p>
+
+<p>Glenarvan, John Mangles en Paganel stapten uit het rijtuig, liepen naar
+het tolkantoor, ondervroegen de beambten en zagen de lijst van de in de
+laatste dagen aangekomen schepen in.</p>
+
+<p>In den loop eener week was geen enkel vaartuig de baai binnengeloopen.</p>
+
+<p>"Zou hij niet vertrokken zijn?" riep Glenarvan, die door een in het
+menschelijke hart dikwijls voorkomende omkeering niet meer wilde
+wanhopen. "Misschien zijn wij hem voor geweest!"</p>
+
+<p>John Mangles schudde het hoofd. Hij kende Tom Austin. Zijn eerste
+stuurman zou de uitvoering van een bevel geen tien dagen uitstellen.</p>
+
+<p>"Ik wil weten, hoe de zaken staan," zeide Glenarvan. "Zekerheid is beter
+dan twijfel!"</p>
+
+<p>Een kwartier later werd een telegram gezonden aan den overman der
+scheeps-agenten te Melbourne.</p>
+
+<p>Daarna lieten de reizigers zich brengen naar het <i>Victoria</i>-hotel.</p>
+
+<p>Ten twee ure kreeg lord Glenarvan een telegram van dezen inhoud:</p>
+
+<p>
+<span style="margin-left: 11em;">Aan lord Glenarvan, Eden,</span><br />
+<span style="margin-left: 14.5em;">Twofold-baai.</span><br />
+<br />
+"De <i>Duncan</i> den 18<sup>den</sup> dezer vertrokken. Bestemming<br />
+onbekend."<br />
+<br />
+<span style="margin-left: 16em;">I. Andrew. S.A.</span><br />
+</p>
+
+<p>Het berigt ontviel Glenarvan's handen.</p>
+
+<p>Geen twijfel meer! Het eerlijke schotsche jagt was in handen van Ben
+Joyce een kaperschip geworden!</p>
+
+<p>Zoo eindigde die reis door Australië, die zich in den beginne zoo
+gunstig liet aanzien. Het spoor van kapitein Grant en de
+schipbreukelingen scheen onherroepelijk verloren, en die tegenspoed
+kostte eener geheele bemanning het leven. Glenarvan bezweek in dien
+strijd, en die moedige zoeker, dien de zaamverbonden elementen in de
+Pampa's niet hadden kunnen stuiten, was door de verdorvenheid der
+menschen op het vastland van Australië overwonnen.</p>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<p class="caption"><a name="Lijst_van_illustraties" id="Lijst_van_illustraties"></a>Lijst van illustraties</p>
+
+<p>(Uit de oorspronkelijke 19<sup>de</sup> eeuwse Franse ed., door Riou.)</p>
+
+<p>
+<a href="#ill01b">01</a>. Lady Helena en Mary Grant op de kampanje staande...<br />
+<a href="#ill02b">02</a>. De geleerde, zoo tot spreken uitgenoodigd, was terstond gereed...<br />
+<a href="#ill03b">03</a>. "Dat is Tristan d'Acunha," hernam John Mangles.<br />
+<a href="#ill04b">04</a>. Gedurende den nacht maakten de matrozen van de Duncan een goede jagt.<br />
+<a href="#ill05b">05</a>. Het huisje ... stond aan het uiteinde eener natuurlijke haven ...<br />
+<a href="#ill06b">06</a>. Warme en ijzerhoudende bronnen ontsprongen hier en daar uit de zwarte lava ...<br />
+<a href="#ill07b">07</a>. "Majoor, verwedt gij uw karabijn...?"<br />
+<a href="#ill08b">08</a>. De vertellingen van Paganel.<br />
+<a href="#ill09b">09</a>. Met dit stukje doek liet de Duncan zich nu voortzweepen....<br />
+<a href="#ill09bb">10</a>. "Een, twee, drie! in Gods naam!" riep de jeugdige kapitein.<br />
+<a href="#ill10b">11</a>. De sloepen werden aan land gezonden....<br />
+<a href="#ill11b">12</a>. "Voort, naar den molen!" antwoordde Glenarvan.<br />
+<a href="#ill12b">13</a>. Het was iemand van vijf en veertig jaar,...<br />
+<a href="#ill13b">14</a>. Weldra liep het schip op het strand.<br />
+<a href="#ill14b">15</a>. Toen hij weer bijkwam, was hij in de handen der inboorlingen,...<br />
+<a href="#ill15b">16</a>. ... kwam hij eindelijk aan de gastvrije woning van Paddy O'Moore,...<br />
+<a href="#ill16b">17</a>. ... de passagiers keerden naar boord terug.<br />
+<a href="#ill17b">18</a>. Het inrichten van het voertuig.<br />
+<a href="#ill18b">19</a>. Het sein tot het vertrek werd gegeven.<br />
+<a href="#ill19b">20</a>. De "muskieten-vlakte."<br />
+<a href="#ill20b">21</a>. Red-Gumstation.<br />
+<a href="#ill21b">22</a>. Het was een "jabiru", de reusachtige kraanvogel der engelsche kolonisten.<br />
+<a href="#ill22b">23</a>. ... de wagen helde vreeselijk over....<br />
+<a href="#ill23b">24</a>. ... de nacht overviel hen een halve mijl van de legerplaats af.<br />
+<a href="#ill24b">25</a>. De dood van Burke.<br />
+<a href="#ill25b">26</a>. Stuart heesch de australische vlag in top.<br />
+<a href="#ill26b">27</a>. Een vreeselijk ongeluk had er plaats gehad....<br />
+<a href="#ill27b">28</a>. Het was het reeds ijskoude lijk van den wachter.<br />
+<a href="#ill28b">29</a>. Een inlandsch kind lag rustig te slapen.<br />
+<a href="#ill29b">30</a>. "Leerling Toliné! sta op!"<br />
+<a href="#ill30b">31</a>. Daar verhief zich een ware stad.<br />
+<a href="#ill31b">32</a>. Het delfstoffelijk museum der Bank.<br />
+<a href="#ill32b">33</a>. Paganel raapte een kei op.<br />
+<a href="#ill33b">34</a>. Het woud van gombomen.<br />
+<a href="#ill34b">35</a>. 's Avonds legerde men zich aan den voet van gomboomen....<br />
+<a href="#ill35b">36</a>. Er waren er omtrent dertig, mannen, vrouwen en kinderen....<br />
+<a href="#ill36b">37</a>. ... zij zwaaiden als bezetenen met al die wapenen.<br />
+<a href="#ill37b">38</a>. Paganel ging niet liggen....<br />
+<a href="#ill38b">39</a>. Den liervogel.<br />
+<a href="#ill39b">40</a>. Het was een aardig van hout en steen opgetrokken gebouw.<br />
+<a href="#ill40b">41</a>. De kangoeroe-jagt.<br />
+<a href="#ill41b">42</a>. Een allergeweldigste hagelbui overviel de reizigers.<br />
+<a href="#ill42b">43</a>. Reis rond de wereld, deel 2&mdash;Midden-Australië.<br />
+<a href="#ill43b">44</a>. Een bosch van boom-varens.<br />
+<a href="#ill44b">45</a>. Aan den gezigteinder flikkerden eenige weerlichten.<br />
+<a href="#ill45b">46</a>. De majoor verdween in het hooge gras.<br />
+<a href="#ill46b">47</a>. Het zware voertuig bewoog zich niet.<br />
+<a href="#ill47b">48</a>. Ayrton: "Met uw welnemen, Uwe Edelheid! ik zal vertrekken...."<br />
+<a href="#ill48b">49</a>. Een schot viel.<br />
+<a href="#ill49b">50</a>. ... een paar kasuarissen, wier kop vertrouwelijk tusschen de heesters uitstak....<br />
+<a href="#ill50b">51</a>. Juist verdubbelde het geweld van den storm.<br />
+<a href="#ill51b">52</a>. Zij vervoerden het lichaam van Mulrady....<br />
+<a href="#ill52b">53</a>. Vijf mannen wierpen zich voor de kop van zijn paard.<br />
+<a href="#ill53b">54</a>. Intusschen kwam het vlot in het midden van de Sneeuw-rivier.<br />
+<a href="#ill54b">55</a>. De beide jonge vrouwen sleepten zich voort.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="full" />
+<p>***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT, TWEEDE DEEL (OF 3)***</p>
+<p>******* This file should be named 38668-h.txt or 38668-h.zip *******</p>
+<p>This and all associated files of various formats will be found in:<br />
+<a href="http://www.gutenberg.org/dirs/3/8/6/6/38668">http://www.gutenberg.org/3/8/6/6/38668</a></p>
+<p>Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.</p>
+
+<p>Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.</p>
+
+
+
+<pre>
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+<a href="http://www.gutenberg.org/license">http://www.gutenberg.org/license)</a>.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS,' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://www.gutenberg.org/about/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+<a href="http://www.gutenberg.org">http://www.gutenberg.org</a>
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+<a href="http://www.gutenberg.org/dirs/etext06/">http://www.gutenberg.org/dirs/etext06/</a>
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+http://www.gutenberg.org/dirs/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+http://www.gutenberg.org/dirs/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+<a href="http://www.gutenberg.org/dirs/GUTINDEX.ALL">http://www.gutenberg.org/dirs/GUTINDEX.ALL</a>
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+</pre>
+</body>
+</html>
diff --git a/38668-h/images/297.jpg b/38668-h/images/297.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e201a4a
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/297.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/304.jpg b/38668-h/images/304.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5136dae
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/304.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/313.jpg b/38668-h/images/313.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b64380d
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/313.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/320.jpg b/38668-h/images/320.jpg
new file mode 100644
index 0000000..96e6327
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/320.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/328.jpg b/38668-h/images/328.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4d5ae83
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/328.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/332.jpg b/38668-h/images/332.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7c3322c
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/332.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/339.jpg b/38668-h/images/339.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3a1c175
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/339.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/343.jpg b/38668-h/images/343.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2e6d0d6
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/343.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/358.jpg b/38668-h/images/358.jpg
new file mode 100644
index 0000000..92eb019
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/358.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/362.jpg b/38668-h/images/362.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a64f780
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/362.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/366.jpg b/38668-h/images/366.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bc211e8
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/366.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/372.jpg b/38668-h/images/372.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0db5f0f
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/372.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/377.jpg b/38668-h/images/377.jpg
new file mode 100644
index 0000000..be8b782
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/377.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/385.jpg b/38668-h/images/385.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7951e44
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/385.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/385a.jpg b/38668-h/images/385a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6f513fb
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/385a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/386.jpg b/38668-h/images/386.jpg
new file mode 100644
index 0000000..92897ea
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/386.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/395.jpg b/38668-h/images/395.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3112f42
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/395.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/396.jpg b/38668-h/images/396.jpg
new file mode 100644
index 0000000..98f8182
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/396.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/402.jpg b/38668-h/images/402.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2c04c63
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/402.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/408.jpg b/38668-h/images/408.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4e33178
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/408.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/417.jpg b/38668-h/images/417.jpg
new file mode 100644
index 0000000..984ddbf
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/417.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/418b.jpg b/38668-h/images/418b.jpg
new file mode 100644
index 0000000..88b4e84
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/418b.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/426.jpg b/38668-h/images/426.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c55252a
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/426.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/429.jpg b/38668-h/images/429.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bb285c9
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/429.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/434.jpg b/38668-h/images/434.jpg
new file mode 100644
index 0000000..90ba1cc
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/434.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/439.jpg b/38668-h/images/439.jpg
new file mode 100644
index 0000000..220912f
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/439.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/456.jpg b/38668-h/images/456.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5467983
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/456.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/460.jpg b/38668-h/images/460.jpg
new file mode 100644
index 0000000..df759ad
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/460.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/464.jpg b/38668-h/images/464.jpg
new file mode 100644
index 0000000..36c0990
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/464.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/471.jpg b/38668-h/images/471.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6dca6e7
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/471.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/480.jpg b/38668-h/images/480.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8ea34b7
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/480.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/485.jpg b/38668-h/images/485.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5adedc3
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/485.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/486.jpg b/38668-h/images/486.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bba5b91
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/486.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/494.jpg b/38668-h/images/494.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e4002e3
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/494.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/497.jpg b/38668-h/images/497.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6358969
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/497.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/507.jpg b/38668-h/images/507.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a646208
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/507.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/513.jpg b/38668-h/images/513.jpg
new file mode 100644
index 0000000..79066cf
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/513.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/520.jpg b/38668-h/images/520.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d6428b8
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/520.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/524.jpg b/38668-h/images/524.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b26911d
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/524.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/527.jpg b/38668-h/images/527.jpg
new file mode 100644
index 0000000..66e4321
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/527.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/533.jpg b/38668-h/images/533.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9d2a7f4
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/533.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/542.jpg b/38668-h/images/542.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2160f5f
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/542.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/546.jpg b/38668-h/images/546.jpg
new file mode 100644
index 0000000..eff90d5
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/546.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/546b.jpg b/38668-h/images/546b.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ce8ca38
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/546b.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/550.jpg b/38668-h/images/550.jpg
new file mode 100644
index 0000000..eb9d4d9
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/550.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/553.jpg b/38668-h/images/553.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b88cdeb
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/553.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/558.jpg b/38668-h/images/558.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dfce811
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/558.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/566.jpg b/38668-h/images/566.jpg
new file mode 100644
index 0000000..61184ed
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/566.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/567.jpg b/38668-h/images/567.jpg
new file mode 100644
index 0000000..84b9f52
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/567.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/575.jpg b/38668-h/images/575.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1abde2a
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/575.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/582.jpg b/38668-h/images/582.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f8b4b6b
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/582.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/584.jpg b/38668-h/images/584.jpg
new file mode 100644
index 0000000..fad1498
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/584.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/591.jpg b/38668-h/images/591.jpg
new file mode 100644
index 0000000..50492b5
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/591.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/598.jpg b/38668-h/images/598.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e8eefa0
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/598.jpg
Binary files differ
diff --git a/38668-h/images/604.jpg b/38668-h/images/604.jpg
new file mode 100644
index 0000000..48418e0
--- /dev/null
+++ b/38668-h/images/604.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..4dcb893
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #38668 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38668)