summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/38546-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '38546-8.txt')
-rw-r--r--38546-8.txt2819
1 files changed, 2819 insertions, 0 deletions
diff --git a/38546-8.txt b/38546-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f82d924
--- /dev/null
+++ b/38546-8.txt
@@ -0,0 +1,2819 @@
+The Project Gutenberg eBook, Het kaatsspel, by Willem Westra
+
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+
+
+
+Title: Het kaatsspel
+ handleiding met historische aanteekeningen en kaatszangen
+
+
+Author: Willem Westra
+
+
+
+Release Date: January 10, 2012 [eBook #38546]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+
+***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET KAATSSPEL***
+
+
+E-text prepared by the Online Distributed Proofreading Team
+(http://www.pgdp.net)
+
+
+
+Note: Project Gutenberg also has an HTML version of this
+ file which includes the original illustrations.
+ See 38546-h.htm or 38546-h.zip:
+ (http://www.gutenberg.org/files/38546/38546-h/38546-h.htm)
+ or
+ (http://www.gutenberg.org/files/38546/38546-h.zip)
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn |
+ | verplaatst naar het eind van de alinea met de verwijzing. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
+ | _cursief_. Uitgespatieerde tekst is weergegeven als |
+ | ~uitgespatieerd~; vette tekst als #vet#. |
+ | |
+ | Het boogje dat de samenvoeging van lettergrepen aangeeft is |
+ | weergegeven met een ^. De weergave [0-0] staat voor het teken |
+ | dat de dubbele bal aangeeft: een twee rondjes boven elkaar, |
+ | gekoppeld door een verticaal streepje. De bullet, gebruikt |
+ | om een partituur aan te geven, is weergegeven met een ·. |
+ | De dubbele lage en hoge aanhalingstekens zijn in dit e-boek |
+ | respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens«. |
+ | |
+ | De illustraties die een overzicht geven van het speelveld zijn |
+ | door middel van karaktertekens weergegeven. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Het verschil in spelling van Frank van Berkhey |
+ | is behouden. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van |
+ | dit e-boek op http://www.gutenberg.org/ |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+HET KAATSSPEL
+
+HANDLEIDING MET HISTORISCHE
+AANTEEKENINGEN EN KAATSZANGEN
+
+DOOR
+
+W. WESTRA
+Voorzitter van den Nederlandschen Kaatsbond.
+
+GEÏLLUSTREERD.
+
+
+
+
+
+
+
+BAARN.
+J. F. VAN DE VEN.
+
+
+
+
+_Opgedragen aan den heer _JAN BOGTSTRA_ te Franeker, Eerelid van den
+Nederlandschen Kaatsbond, uit achting en erkentelijkheid voor de groote
+diensten aan de kaatssport bewezen, gedurende een tijdperk van eene
+halve eeuw._
+
+[Illustratie: JAN BOGTSTRA.]
+
+ Der is in âlde Stânfries
+ Fen meer as tachtig jier,
+ By keatsers heech yn eare,
+ In Fries yn hert en ier.
+
+ Dy Stânfries is Jan Bogtstra,
+ Hwet m'oer syn deugden geit:
+ D'âld-keatsers binn' syn frjeonen,
+ De jonge naeme 'm »Heit«!
+
+[Illustratie: JOH. BIERMA. JAN REITSMA. JOH. STRUIKSMA.
+ (oud costuum). (nieuw costuum). (oud costuum).
+
+Oud-Koningspartuur, Franeker.]
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Bldz.
+
+ Inleiding 7
+
+ Eenige historische aanteekeningen 15
+
+ Eereprijzen en Kaatszangen 25
+
+ Uitlegging van het spel 43
+
+ Beschrijving van een partij 57
+
+ Aan de Kaatsers 75
+
+
+
+
+#BOEK-, COURANT- EN STEENDRUKKERIJ G. J. THIEME, NIJMEGEN.#
+
+
+
+
+I.
+
+INLEIDING.
+
+
+ »Daar is maar één spel, dat mij hartstocht is en weelde,
+ Daar 'k alles voor laat staan en dat mij nooit verveelde,«
+
+zong De Genestet, toen hij nog »jong en jolig« was en »'t groene veld
+hem meer trok dan het groene laken.« Dat spel was het raketten. Deze
+regelen zijn mede van toepassing op het kaatsen, dat Oud-Hollandsch
+balspel. Immers op den dag van den grooten wedstrijd van den Ned.
+Kaatsbond zijn reeds 's morgens vele honderden naar de kampplaats
+opgetrokken, die in den middag tot een 5000 tal zijn aangegroeid, om
+getuige te zijn van de meesterlijke slagen van Frieslands beroemde
+spelers. Er zijn er bij honderden, die zich in den morgen een plaatsje
+in de tribunes hebben uitgekozen, en tot des avonds 7 uur met
+onverdeelde aandacht het spel gade slaan.
+
+Wie in het kaatsseizoen (April-October) in den kaatshoek onzer provincie
+komt, die zal verwonderd staan over het groot aantal personen en knapen
+vooral, die elken dag met groote ambitie dit aloude balspel spelen. In
+vele plaatsen van Friesland is het kaatsspel _het_ openluchtspel. Het is
+dan ook of de bovenstaande regels van De Genestet voor het kaatsspel en
+zijne beoefenaars zijn geschreven.
+
+Zooals de Griek zijn Olympische spelen had en de Engelschman zijn
+football heeft, zoo heeft de Fries zijn kaatsspel.
+
+En de Friezen kennen hun beste spelers, zooals de Engelschman zijn beste
+footballspelers kent. Hun namen gaan in het speelseizoen van mond tot
+mond en ook de kaatsersroem van hen, die in vroegere jaren de corypheeën
+van het kaatsterrein waren, klinkt nog jaren daarna door Frieslands
+kaatserswereld.
+
+ * * * * *
+
+Er was een tijd, en die tijd ligt verre achter ons, dat het kaatsspel
+hier te lande en elders, zelfs door koningen, graven en edelen hoog werd
+gewaardeerd. Doch niet alleen bij dezen stond het als een ridderlijk
+spel bekend, ook bij het volk was het niet minder hoog in aanzien.
+Kaatsten de heeren meer in de open of overdekte _kaatsbanen_, het volk
+beoefende het spel op openbare pleinen in dorp of stad. Veel is bij
+de wisseling der tijden veranderd en ook het kaatsspel heeft in die
+kentering gedeeld. Vroeger een algemeen bekend spel in Nederland
+en onder alle klassen der samenleving beoefend, is het kaatsgebied
+langzamerhand beperkt geworden tot Friesland, welks inwoners steeds
+lichaamsoefeningen in de openlucht, waarbij vlugheid, moed en kracht
+hoofdvereischten zijn, als de meest geliefde uitspanningen beschouwden.
+Het eigenaardig en frissche volkskarakter der Friezen spiegelt zich in
+dit aloude balspel nog ten duidelijkste af.
+
+Terecht wordt in onzen tijd ingezien, dat gezonde en ongekunstelde
+volksspelen in het vrije veld een volk bewaren voor verweeking en voor
+verbastering van het karakter. Zonder iets te willen afdingen op de
+waarde van vele geïmporteerde spelen, moet ons toch de klacht van de
+lippen: »Waarom moeten die uitheemsche spelen de plaats innemen van
+onze echt Hollandsche spelen? Of vindt dit zijn oorzaak misschien in
+het bedroevend verschijnsel te willen bewonderen, wat uit den vreemde
+komt?« Zoo ja, dan zal zulks niet strekken tot hooghouding van ons
+eigenaardig en frisch volkskarakter. Voor alles gelde toch bij onze
+volksspelen de leuze: »Nederlandsch in Nederland.« Een echt Hollandsch
+balspel is het kaatsspel. Het wordt gespeeld op 't vrije veld of op
+een plein in stad of dorp. Aan de beoefening er van is een minimum
+van kosten verbonden. Met een bal van 10 cent speelt men verscheidene
+partijen, en met weinig omslag is het speelterrein in orde. In vele
+plaatsen zelfs ligt het speelveld altijd gereed; (de kaatsbuurt).
+In dit opzicht verdient het ook de voorkeur boven die spelen, voor
+welker beoefening duur materiaal moet worden aangeschaft, of waarbij
+schittering van kleeding mede een rol speelt.
+
+Elke Friesche kaatsersknaap draagt in het speelseizoen een kaatsbal
+in zijn zak; spoedig is onder de jongens een partuur gevormd en vóór
+en na schooltijd ziet men ze op de speelvelden druk in de weer den bal
+te hanteeren. De Friesche knaap is dan de beste type van Hildebrands
+»Hollandsche Jongens«.
+
+Zie in uwe verbeelding eens die Friesche knapen op de groene weide of
+op het speelplein, zie die jonge en krachtige mannen als moedige en
+onversaagde athleten den sterken arm uitgestrekt, 't lichaam schuins,
+vóór- of achterwaarts gebogen, den scherpen en vasten blik beurtelings
+op den tegenstander en den kaatsbal gericht. Dit balspel is een bij
+uitstek gymnastisch spel, het oefent oog en hand, maakt wakker, wekt
+zelfvertrouwen, staalt de spieren, versterkt het hart, maakt de longen
+veerkrachtig, in 't kort bevordert eene goede gezondheid. Het is een
+onophoudelijk springen, werpen, buigen, strekken en loopen, en met welk
+een behendigheid wordt de bal, hoog in de lucht of laag bij den grond,
+verscheidene meters ver geslagen.
+
+Waar er nu in onzen tijd de nadruk op wordt gelegd, dat niet alleen
+gestreefd moet worden naar de bevordering van openluchtspelen ten bate
+van de jongens en de jongelieden uit den gegoeden stand, maar ook en in
+veel hooger mate nog van die uit de mindere standen, daar meenen wij,
+dat ook voor deze laatsten even goed als voor de eersten het kaatsspel
+het aangewezen openluchtspel is. Daarbij is het niet ingewikkeld, maar
+toch een spel vol afwisselingen. Het wordt meestal gespeeld 3 tegen 3;
+soms ook 2 tegen 2 of één tegen één. Het kan echter even goed ook 4
+tegen 4 gespeeld worden, de regel is evenwel 3 tegen 3, wat de sterkste
+formatie is.
+
+De lichamelijke ontwikkeling van alle lagen der maatschappij is een
+volksbelang. Blijkens de posten, uitgetrokken op de Staatsbegrooting
+voor 1910, als subsidies aan het Ned. Gymnastiekverbond, het N. O.
+Genootschap, den Ned. Bond voor Lichamelijke Opvoeding, wordt zulks door
+de Regeering erkend. Naar onze meening kunnen ook de gemeentebesturen
+niet langer achterwege blijven om steun te verleenen, en moet van
+gemeentewege een terrein beschikbaar worden gesteld, waarop de jeugd en
+de jongelingschap zich dagelijks met het spel vermaken kan, wat tot heil
+der lichamelijke ontwikkeling van »Jong Nederland« strekken zal.
+
+Dikwijls wordt er in onzen tijd geklaagd over verwildering der jeugd.
+Geeft haar de speelterreinen van vroeger terug, en de klachten over de
+»baldadigheid van den koning der straat« zullen zeker afnemen.
+
+In sommige dorpen van onzen kaatshoek is een plein, aldus geplaveid,
+dat het kaatsveld steeds tot spelen gereed ligt. Het perk is daarbij
+aangewezen door een rij van roode klinkers, terwijl het terrein
+overigens met gele klinkers is gevloerd. Deze pleinen of kaatsterreinen
+worden door de gemeente onderhouden.
+
+De plaats onzer inwoning bezit een weiland in de stad, het terrein,
+waar Franeker's bekende groote kaatspartij wordt gehouden. Het
+gemeentebestuur stelt dit terrein gedurende het speelseizoen ter
+beschikking van de kaatsminnende jeugd en de jongelingschap, elken dag
+na 12 uur.
+
+Hieruit blijkt, dat het kaatsspel steeds in onze provincie een zeer
+populair spel is geweest.
+
+Door de toenemende bevolking en de daarmee gepaard gaande aanbouwing,
+werden in vele plaatsen de pleinen aan het spel onttrokken. Ook werd
+door sommige gemeentebesturen het kaatsen binnen het dorp of de stad
+verboden, hetwelk in die plaatsen noodlottig is geweest voor den bloei
+van het aloude balspel.
+
+In onzen tijd van opleving der openluchtspelen treedt ook het kaatsspel
+weer meer naar voren. Door de organisatie en het streven van den Ned.
+Kaatsbond worden in vele plaatsen der provincie kaatsclubs opgericht,
+die òf op een buurt òf op een weiland hare oefeningen houden.
+
+Een eigenaardig verschijnsel doet zich bij de vorming dezer clubs voor.
+Terwijl toch bij vele sportvereenigingen het standenverschil naar voren
+treedt en in een zelfde plaats onderscheiden clubs gevormd worden,
+omvatten onze _kaats_clubs de leden van elken stand. De landbouwer
+en zijn arbeider, de timmerbaas en zijn knecht, de onderwijzer, de
+ambtenaar, de dokter, de werkman en de burger spelen samen als leden
+eener zelfde vereeniging op het groene veld of het kaatsplein.
+
+Een landbouwer en twee zijner arbeiders speelden vele malen in één
+partuur; de dokter, het hoofd der school en de timmerbaas van 't zelfde
+dorp kaatsten nog dit jaar op de Bondspartij.
+
+Zulks kan niet anders dan een gunstigen invloed uitoefenen op de
+verhouding van de onderscheiden standen in een zelfde plaats. Het
+versterkt bovendien de nationale eenheid, waar de protestant, de
+katholiek, in 't kort, lieden van verschillende godsdienstige richting
+samen spelen onder 't zelfde vaandel.
+
+ * * * * *
+
+Het spreekt van zelf, dat een spel als het kaatsspel, hetwelk weleer
+door geheel ons vaderland met groote voorliefde en door alle standen
+beoefend werd, niet zonder invloed is geweest op de taal des volks. Tal
+van uitdrukkingen hebben haren oorsprong aan dit spel te danken. Hier
+volgen er eenige:
+
+Hij maakt een bovenslag of dat was een bovenslag; zij kaatsen elkaar
+de ballen toe; wie de kaats verliest, moet de ballen betalen; de beste
+kaatser slaat wel eens den bal mis; wie kaatst, moet den bal verwachten;
+elkaar prippers (slecht uit te slagen ballen) geven; hij slaat voor baas
+(eerste opslager) op; dat was een buitenslag; dat was een kwaadslag;
+elkander den bal toewerpen, enz. enz.
+
+Bij Harreboomee vonden wij nog enkele uitdrukkingen of spreekwoorden,
+die in onzen tijd niet meer gebruikt en verstaan worden, zooals:
+
+Hiermee is de bal afgekaatst; de kaats is mijn; hij weet die kaats wel
+te teekenen; teeken die kaats (let daarop) keer die kaats; het was een
+heel gewonnen spel, dan in 't laatst gaf hij de kaats; die van het dak
+niet kaatsen kan, blijve uit de baan; geef mij kaatsruimte, enz.
+
+Vondel zegt in den lofzang van den Christelijken ridder:
+
+ »Voor zulk een antwoord ruimt de booze Geest zijn plaats,
+ En vlucht de name Gods, de ridder wint de kaats.«
+
+En bij Cats:
+
+ »Kaats of min heeft geen val
+ Zonder overgaanden bal.«
+
+Terwijl in de _laatste jaren_ onderscheiden balspelen in ons land werden
+ingevoerd, en het nut van openluchtspelen allerwege wordt ingezien, werd
+reeds sedert _eeuwen_ op den Vaderlandschen bodem, in de provincie
+Friesland, een balspel gespeeld, hetwelk in alle opzichten waard is
+zijn oude plaats in de rij der vaderlandsche spelen weer in te nemen.
+
+[Illustratie: Kaatspartij te Franeker.]
+
+Moge dit openluchtspel bij uitnemendheid meer en meer beoefenaars en
+voorstanders vinden, waar men in onzen tijd steeds meer doordrongen
+wordt van 't groote belang der oefening van 't lichaam, ook op de
+ontwikkeling der hoogere vermogens van den geest: »den wil, het
+karakter, den moed, de tegenwoordigheid van geest, de scherpzinnigheid«.
+
+Ons wil het voorkomen, dat dit aloude balspel alleszins waard is weder
+in de nationale zede door te dringen, omdat het kan bijdragen tot
+verhooging van de volksgezondheid, tot ontwikkeling van den volksgeest,
+tot veredeling en versterking van het volkskarakter.
+
+_Franeker_, 1910. W. WESTRA.
+
+
+
+
+II.
+
+Eenige historische aanteekeningen.
+
+
+Naar men meent, is het kaatsspel hier te lande door de Romeinen
+ingevoerd. Deze zouden het overgenomen hebben van de Grieken, door wie
+onderscheidene balspelen beoefend werden. Bij de Spartanen werd het
+balspel als een belangrijk onderdeel der gymnastiek beschouwd, terwijl
+ook de Atheners het met voorliefde beoefenden. Onder die Grieksche
+balspelen waren er vier spelen met een kleinen bal. Een dier spelen
+schijnt veel overeenkomst gehad te hebben met ons kaatsspel. Ook de
+Romeinen speelden met een bal »trigonalis« genoemd, waarmee men vrijwel
+op dezelfde wijze speelde als tegenwoordig nog met den kleinen kaatsbal.
+De onaanzienlijken speelden in de open lucht en op de straten en pleinen
+van het oude Rome, een »fatsoenlijk« Romein in het »sphæristerium«, eene
+overdekte baan.
+
+Dergelijke kaatsbanen werden in lateren tijd in verschillende
+Europeesche landen aangetroffen. We herinneren aan de kaatsbaan van
+Versailles, waar de bekende eed van 1789 werd uitgesproken. In het Jeu
+de Paume speelden de Bourbons met den Franschen adel en hunne hovelingen
+en menige vermaarde partij werd daar gespeeld.
+
+Koning Hendrik IV van Frankrijk en zijn minister Sully muntten
+bijzonder in het kaatsen uit, ofschoon de eerste volgens de overlevering
+een onpleizierig speler was. Wanneer hij een partij verloor, schold
+hij zijne medespelers uit. Vóór hem was koning Frans I niet minder
+groot liefhebber van het kaatsspel. De overlevering vertelt van hem
+de volgende anecdote: »Op een dag, dat hij in partuur met een monnik
+kaatste tegen twee voorname heeren, werd de strijd beslist door een
+meesterlijken bovenslag van den monnik. Uitgelaten van vreugde riep de
+koning: »Dat is een prachtige monniksslag«. »Met uw verlof,« hernam
+snedig de monnik, »dat was de slag van een abt«. En de koning schonk hem
+later de eerst opengevallen abdij.«
+
+[Illustratie: Het Pelote-Basque.--Foto »Revue der Sporten«.]
+
+Nog heden ten dage wordt het kaatsspel, vooral in Noord-Frankrijk, veel
+beoefend.
+
+Ook in Spanje en in België vooral wordt het kaatsspel nog in onzen tijd
+druk gespeeld. Ook in die landen trof men in vroeger eeuwen kaatsbanen
+aan. Opmerkelijk mag het heeten, dat dit aloude balspel zich heeft
+gehandhaafd in de kustlanden van de Noordzee en den Atlantischen Oceaan.
+
+In den nazomer van 1903 werd door de Spaansche kolonie te Parijs,
+die zeer talrijk en zeer rijk is, gepropageerd voor het »Pelote
+Basque«. Het wordt gespeeld op den fronton te Neuilly, even buiten
+de vestingwerken, met 't gevolg dat de fronton in de rue Borghese een
+plaats van samenkomst is geworden voor de aanzienlijke Spanjaarden.
+Bij dit spel wordt de bal door middel van een handnap tegen den
+muur geslagen en als hij terugkomt, moet hij door de tegenpartij
+teruggeslagen worden. Het spel moet een groote behendigheid vereischen,
+maar is niet zonder gevaar. In de Spaansche kustprovinciën langs den
+Atl. Oceaan wordt dit spel mede nog gespeeld; (de Baskische provinciën;
+vandaar de naam Pelote _Basque_.)
+
+In het Fransche kaatsspel zijn twee slagen spreekwoordelijk geworden: de
+linksche slag van den hertog van Nemours, (deze was linksch en muntte
+vooral uit in prachtige bovenslagen), genaamd »de slag van Nemours«;
+mede »de slag van Orleans«, een reuzenslag tot boven aan het dak der
+kaatsbaan, van Philippe-Egalité.
+
+Ook Karel X speelde als graaf van Artois dikwijls in de kaatsbaan. Thans
+wordt het kaatsspel in Noord-Frankrijk nog beoefend door de volksklasse
+en den burgerstand. Het meest wordt daar gespeeld het »Jeu au tamis«,
+waarbij de opslager den bal laat afstuiten op een trommel, met een vlies
+overspannen, om den opstuitenden bal met de gehandschoende hand naar het
+perk te drijven; de perkslagers hebben een napvormigen handschoen en
+trachten den opgeslagen bal terug te drijven. Meesterlijk wordt de
+kleine, harde bal dikwijls een verbazend eind hoog in de lucht
+teruggeslagen.
+
+Dit kaatsspel met de zeef werd ook in ons land vroeger veel gespeeld.
+In 1780 werd het kaatsspel in dezen vorm veel in Holland beoefend,
+zooals Franck van Berkhey in zijn »Historie van Holland« ons mededeelt.
+Bij den opslag gebruikte men toen in Holland een zeef, een rond net van
+gevlochten snaren, trommelsgewijze gespannen, rustende op drie pootjes
+en een weinig schuin van den grond verheven. Frank van Berkhey zegt, dat
+omstreeks 1780 het aloude kaatsspel was gedegradeerd tot een boerenspel,
+maar erkent, dat het een van de vernuftigste en vermakelijkste spelen
+van dien tijd was. Het is, zegt hij, een recht manlijk en gezond spel,
+en vereischt een vlugge gestalte, benevens stevige, vereelte vuisten.
+
+Evenals in ons vaderland reeds langen tijd niet meer aldus beoefend,
+verdwijnt deze wijze van kaatsen ook meer en meer in Frankrijk en
+bij onze buren de Belgen, het rijk alleen overlatende aan het »Jeu
+de Pelote«, dat met uitzondering van eenige afwijkende spelregels en
+afwijkenden vorm van het perk, vrijwel overeenkomt met het huidige
+Friesche kaatsspel. Van daar dan ook, dat de Belgen en Friezen elkaar
+jaarlijks op de Friesche kaatsvelden komen bestrijden, zooals te Sneek
+en te Leeuwarden.
+
+Zooals wij reeds hiervoor opmerkten is het kaatsspel hier te lande
+ongetwijfeld door de Romeinen ingevoerd.
+
+Van oudsher althans is het hier bekend, zij het ook in anderen vorm
+en volgens andere regels. In »Ulrich de Zanger« (Onze Voorouders van
+Van Lennep) lezen wij anno 1048: »De kaatsbaan was wel is waar op dit
+oogenblik verlaten, maar des te drukker ging het schieten naar den
+vogel zijn gang« (in de omstreken van het kasteel te Vlaardingen).
+In de grafelijke en hertogelijke rekeningen der 14de eeuw vinden we
+het kaatsspel vermeld. Zoo vinden we opgeteekend, dat Jan van Blois
+»vercaetste jeghens hertoghe Aelbregt 50 mott«, en met Jan van Heenvliet
+tegen denzelfden hertog 16 mott. In 1364 vermaakte hij zich te Dreischor
+en Goes met »caetzen« en liet te Quesnoi »twee foletten, om mede te
+caetzen«, koopen.
+
+Ook vercaetste hij geld jegens heer Franke van Borssele, Janne van den
+Oestende en anderen te Haarlem. Willem van Oostervant verspeelde in
+1398 »up een kaetsspel tot Staveren«, zijn tuyn, dat is zijn gouden
+halsketen, die hij met 26 Fransche kronen weer inloste. Deze Willem van
+Oostervant, later graaf Willem VI, was een hartstochtelijk kaatser.
+
+De weelderige hertogen van Bourgondië vermaakten zich dikwijls met den
+kaatsbal en ook hertog Karel van Gelre was een groot beminnaar van het
+kaatsspel. Dat er in den tijd van Karel van Gelre geenszins »om des
+keizers baard« gespeeld werd, blijkt uit een door Hofdijk meegedeelde
+aanteekening van des hertogen rentmeester Bar-le-duc, bij gelegenheid,
+dat de hertog naar Frankrijk reisde: »In den heiligen daigen van
+Paeschen m.g. Heren gegeven die sijne genaede verkatz hadde VIIJ sonne
+kronen, maickt XXIIIJ gl. X st.«
+
+De edelen in de middeleeuwen gaven, wanneer ze hunne onderzaten op
+een feest wilden onthalen, dikwijls een »kaatsbal«, d. w. z. eene
+kaatspartij, met al wat daarbij behoorde, vrij gelag incluis. Zoo
+betaalde de rentmeester van Buren in 1469 eene zekere som voor »den
+kaetsbal, die mijn gen. Here die gesellen gaff, dat si kaetsen solden,
+dat hij 't aensach om den tijt te verdriven«.
+
+Filips de Schoone was een groot liefhebber van 't kaatsspel, zooals de
+historie vermeldt. Na op zekeren warmen dag wederom druk gekaatst te
+hebben, dronk hij, hoewel zeer bezweet, te veel koud water, wat hem het
+leven kostte (1506).
+
+Te midden der Staatszorgen, in 1566 zelfs, vergaten de leden van den
+adel het kaatsen niet en toen de Markgraaf van Bergen op 't punt stond
+met Montigny naar Spanje te vertrekken, werd hij bij 't spelen in de
+kaatsbaan zoodanig aan den voet gekwetst, dat hij de reis eenige dagen
+moest uitstellen.
+
+In 1547 was te Arnhem op 's Heeren Hof een kaatsbaan aangelegd en deze
+werd toen en later door de ridderschap zoo ijverig bezocht, dat men in
+1583 den jonkers verweet dat zij in plaats van de Kwartiersvergaderingen
+bij te wonen en 's Lands belangen te helpen behartigen, hun tijd
+doorbrachten »in den balspill op 't Hof«.
+
+Prins Maurits hield ook veel van kaatsen en men zou zeker meenen, dat
+hij, de krijgsman, nog minder dan de Geldersche jonkers om wind en
+weer gegeven zou hebben en toch beviel 't hem niet, dat de Arnhemsche
+kaatsbaan open was; op zijn verzoek werd er een dak opgezet. En Hooft
+vertelt in zijne »Nederlandsche Historiën«: Toen op Vrijdag den 2
+October 1587 in Amsterdam vrij onverwacht de tijding kwam, dat men
+binnen weinige uren een bezoek van Leicester stond te wachten, was
+alles in de weer om de noodige schikkingen tot ontvangst te maken. De
+Stadsbode klopte ook aan bij den schepen en burgerhopman Jan Hooft, die
+echter niet thuis was. Maar des schepens huisvrouw wist wel »waar zijn
+uithof was« en stuurde den bode naar de kaatsbaan. Als in de 17e eeuw
+een knecht zijn heer zocht, liep hij »kaetsbaan in, kaetsbaan uit«.
+
+Ook de geleerden van vroeger dagen wisselden dikwijls de studeerkamer
+met de kaatsbaan af. O. a. was de beroemde professor Van Swieten er een
+groot liefhebber van en oordeelde hij het voor den mensch een zeer
+gezonde uitspanning, evenals de Hooggeleerde Adrianus van Rooijen en
+Erasmus, die het als een gezond nationaal spel in hun Latijnsche
+dichtmatige redevoeringen voordroegen.
+
+Werd het kaatsen bij de edellieden als een ridderlijk spel beschouwd,
+niet minder hoog in aanzien stond het bij het volk. Dit kaatste echter
+niet in de kaatsbanen, maar op de straten en pleinen van dorp en stad.
+Bij de toenemende bevolking en bebouwing begon men in de steden overlast
+van het kaatsspel te krijgen, en van de andere toen in gebruik zijnde
+spelen, zoodat zoogenaamde »keuren« werden uitgevaardigd. In de 14e eeuw
+o. a. te Amsterdam:
+
+»Nyemant moet kaetsen mit ballen noch mit ballen slaen binnen de
+vrijhede van der stede«.
+
+Albrecht van Beieren stond aan de Brielenaars het kaatsen toe alleen
+_buiten_ de veste. In andere plaatsen was men minder streng--misschien
+wel omdat de liefhebberij zoo groot was, dat een verbod aanleiding zou
+hebben gegeven tot groote onaangenaamheden. Het volk, dit begreep
+men--en men begint het in onzen tijd meer en meer in te zien--moest zich
+in een gezonde lichaamsoefening ontspannen. Maar toch het kaatsspel werd
+evenals het kolven en het clootschieten beperkt, hier tot enkele straten
+of pleinen, daar tot zekere uren.
+
+In den jare 1390 bewees graaf Albrecht van Beieren aan de Haarlemmers
+de bijzondere gunst hun een speelveld ten geschenke te geven, en wel
+de baan, een ruim veld tusschen den grooten en den kleinen Houtweg,
+om daarop te gaan »spacieren en balslaan en recreatie te nemen«.
+
+In de Amsterdamsche keuren van de 15e eeuw vindt men vermeld, dat
+het kaatsen in de Nes verboden werd, tengevolge van de klachten der
+kloosterlingen, die door het kaatsen, kolven en clootschieten bij hun
+muren, in hun aandacht gestoord werden.
+
+Ten slotte willen wij hier nog enkele Friesche keuren vermelden. Bij een
+ordonnantie van den 12 Februari 1566, uitgevaardigd te Leeuwarden, werd
+aan een iegelijk verboden »wye hy sy, hem te vervorderen met colff ende
+bal te slaene, noch oick met ballen ofte clooten te schieten, hoedattet
+sy, binnen deeser steede Leeuwairden, 't sy op kerckhoven, 's Conincx
+plaetsen of te andere straeten, waer dattet sy, by pene voer d'eerste
+reyse te verbeuren, die contrarie bevonden wert te doen, veerthien
+stuvers, die andere reyse een gouden gulden, ende die derde reyse by
+arbitraele correctie«. In 1580 gaf de regeering van Leeuwarden bij eene
+publicatie de waarschuwing: »Ende sal neymant so wel olde als jonge
+personen, op de kerckhoven, noch in de kercken noch kloosters speelen,
+noch balslaen, by pene van 't ouersten kleet, in te lossen met seuven
+stuvers.«
+
+Den 21 September 1594 publiceerden Burgemeester en Raden van Franeker
+o. a.: dat het kaatsen op de stadsplaats onder de predicatie verboden
+was: »by poene van apprehensie en aan een der palen daartoe verorderd
+gesteld en zekeren tijd lang gesloten te worden«.
+
+Bij placaat der Staten van Friesland van 20 Juli 1667 werden alle
+ingezetenen geordonneerd »op de voorschreven dagen, voornamentlijck
+onder de predicatiën, niet in de herbergen te gaen drincken, noch
+mit kaerten en andere spelen zich te exerceeren, alsmede van kaetsen,
+balslaen, clossen en anderen diergelijcke exercitiën en spelen sich te
+onthouden, op poene van twalef caroli-guldens, 't elckens te verbeuren,«
+enz. Dit placaat werd nader bevestigd bij een dito van den 20 Juli 1676
+en nog later bij een dito van den 29 April 1699.
+
+Nog in de 17de eeuw vond men in vele steden van ons land een kaatsbaan,
+zooals te Franeker in de Molensteeg, waar de studenten speelden (1632);
+te Leeuwarden in de Baghijnestraat, te Amsterdam, Dordrecht, Arnhem, Den
+Briel, enz.
+
+In de 18de eeuw schijnt het aloude spel meer op den achtergrond
+gedrongen te zijn. De heeren hadden de kolfbaan boven de kaatsbaan
+gekozen. In Friesland echter is het steeds het geliefde spel, van den
+boerenstand vooral, gebleven en niet minder van den burgerstand in de
+dorpen, terwijl het thans ook weder in Leeuwarden, Bolsward, Sneek,
+Dokkum en Harlingen gespeeld wordt, evenals in Franeker, waar het altijd
+bestaan heeft.
+
+In een opstel »De frissche lucht« zegt de bekende Friesche schrijver en
+dichter, Dr. J. H. Halbertsma:
+
+»Het kaatsen is eene oefening, die vlugheid en kracht in de hoogste
+mate vereenigt. In een open weiland, bij droog weder gespeeld, dus
+in de vrije lucht, moest dit spel de vlugheid en de kracht van het
+Nederlandsche ras krachtdadig bevorderen. En wanneer ik dan denk, dat
+wij voor dit athletenwerk den biljartbal in de plaats hebben gekregen,
+kan ik mij alweder eene der redenen verklaren, waarom onze handen en
+krachten zooveel »jufferlijker« zijn geworden dan die onzer vaderen.« En
+waar moet het met de wereld heen, als we allen juffers worden? vraagt
+Halbertsma.
+
+We hebben dus gezien, dat het aloude balspel, het kaatsspel, om zich
+heeft vereenigd vorsten, graven, hertogen, geestelijken zelfs,
+geleerden, burgers en voorname lieden, ambtenaren en werklieden.
+
+Maar de tijden zijn veranderd en wij met hen. Dat dit aloude spel
+alleszins waard is weer in zijn oude eer en zijn ouden luister hersteld
+te worden, is buiten twijfel.
+
+De machtige organisatie, de Ned. Kaatsbond, die ruim 10.000 leden omvat,
+streeft op loffelijke wijze naar dit doel.
+
+
+
+
+III.
+
+Eereprijzen en Kaatszangen.
+
+
+Weleer bestonden de prijzen bij de kaatswedstrijden uit zilveren
+ballen, zilveren lepels, zilveren tabaksdoozen enz. Dat die prijzen zeer
+gewaardeerd werden, blijkt uit het feit, dat nog heden ten dage in vele
+families deze zegeteekenen bewaard worden als eene herinnering aan de
+kaatscorypheeën van dien tijd. In het Friesch museum zijn mede van deze
+fraaie zilveren eereprijzen te vinden.
+
+Van de _oude_ zilveren ballen is de meest bekende »de ouwe griep«
+(Bildtsch dialect) of »de âlde gryp« (Friesch) te Lieve Vrouwen Parochie
+(Bildtsch dorp).
+
+Het was op 24 Aug. 1794, dat te Beetgum deze bal verkaatst werd. Eenige
+gardeniers uit dat dorp hadden hem als prijs uitgeloofd. Zijn naam
+»Ouwe Griep« ontleent hij aan de teekening, die er op voorkomt: »een
+man met een grijp«. (Een grijp is een landbouwwerktuig, gebruikt bij
+het rooien van aardappelen, een product, daar veel verbouwd). Niet
+alleen Beetgumers, maar ook de beste spelers uit den omtrek namen aan
+den wedstrijd deel. Na menig spannende partij werd ten slotte de bal
+gewonnen door drie spelers uit het dorp »Vrouwbuurt« (L. V. Parochie);
+nl. Hindrik Faikes, Taeke Johannes en Krelis de Boer.
+
+[Illustratie: De Ouwe Griep.]
+
+Des avonds begaven de winnaars zich naar de dorpsherberg om den bal in
+ontvangst te nemen, doch vele Beetgumers, die het kwalijk verkroppen
+konden, dat deze mooie prijs naar elders zou verhuizen, maakten
+aanmerkingen op het spel der Vrouwbuurtsters en beweerden, dat dezen den
+bal niet eerlijk hadden gewonnen. Het gevolg daarvan was, dat het weldra
+tot handtastelijkheden kwam. Een der Vrouwbuurtsterspelers, die den
+bal in ontvangst genomen had, sprong uit een raam der bovenverdieping,
+kwam nog al gelukkig beneden, zette het op een loopen en verschool
+zich in een waterstoep. Ondertusschen werd de vechtpartij in de
+herberg voortgezet, en de andere Bildtkers moesten, door de overmacht
+genoodzaakt, mede hun heil in de vlucht zoeken. Nadat ze een eindweegs
+achtervolgd waren, kwamen de overwinnaars, door slooten en over bouw- en
+weiland vliedende, behouden met den Eereprijs in hun dorp aan. Sedert
+dien bewaart men »de Ouwe Griep« als een zegeteeken aan den Beetgumer
+tocht. De overwinnaars gaven hem aan hun dorp ten geschenke en sedert
+1796 wordt hij elk jaar op den eersten Zondag na Vrouwbuurtster (met
+kermis) onder de inwoners verkaatst. Dan is het een feestdag in dit
+Bildtsche dorp.
+
+De eerste dorpspartij had plaats op 22 Augustus 1796.
+
+Uit het dak van de herberg van Harmen Keimpes hing toen de bal in een
+netje zoo hoog, dat er geen gevaar was, om door de Beetgumers weggenomen
+te worden, waarvoor men nog steeds vreesde. Tevens werd er een wacht bij
+geplaatst, hetgeen nog vele jaren daarna geschiedde.
+
+Eénmaal is de bal zoek geweest; de winnaar of beter de bewaarder van den
+bal had hem in den winter bij geldgebrek in den lombard gebracht, waar
+hij spoedig weer werd uitgelost. In 1894 was de bal een eeuw in het dorp
+geweest, bij welke gelegenheid men op den meergemelden dag flink feest
+gevierd heeft. Hoevele beoefenaars van het kaatsspel hebben in deze
+jaren om hem gestreden, in hoeveel kamers heeft hij niet als een sieraad
+en ten trots der overwinnaars gehangen!
+
+ * * * * *
+
+Als blijk van hooge ingenomenheid met het aloude Friesche volksspel,
+vereerde de Commissaris des Konings in deze provincie in 1883 aan de
+Franeker kaatspartij een fraaien zilveren bal als Koningsprijs.
+
+De eene zijde van dezen fraaien gedreven bal bevat het wapen van
+Harinxma thoe Slooten, terwijl de andere zijde eene voorstelling van
+de kaatspartij geeft. Op den bal staan de volgende inscripties:
+
+»Vereerd door Mr. Binnert Philip Baron van Harinxma thoe Slooten,
+Commissaris des Konings van Friesland, ter gelegenheid van de
+feestelijke herdenking van het 30-jarig bestaan van de kaatspartij
+te Franeker.«
+
+De andere inscriptie heeft betrekking op het kaatsspel, en is van de
+hand van den heer J. v. Loon, toen lid van Ged. Staten van Friesland.
+Zij luidt in 't Friesch aldus:
+
+ »--Op 't sté fen 't âlde Sjaerdema
+ Hat Fryslâns Haed van Harinxma
+ Oan Freantjers warb're keatsersboun
+ Mij ta in earpriis joun,
+ For hwa, as kening fen de dei,
+ Mij yn de kampstriid woun.
+ Sont gean 'k der elts jier roun,
+ Sa lang net 't Fryske aerd stjert wei
+ En Freantjer hâlt syn keatsersdei.«
+
+Een der drie winnaars van het partuur wordt door zijn makkers als koning
+aangewezen. Deze heeft het recht den bal als koning van de partij te
+dragen bij den optocht na afloop van dezen strijd en 't volgende jaar
+bij den optocht naar 't kaatsterrein. Daarna komt de bal weer in het
+bezit van de Commissie der Kaatspartij, welke hem deponeert op de
+oudheidkamer van 't stadhuis alhier.
+
+ * * * * *
+
+Ook de Leeuwarder kaatsclub bezit een zilveren bal.
+
+In 1908 werd te Brussel een wedstrijd gehouden tusschen 2 sterke
+Friesche en 2 krachtige Belgische parturen. Door den koning van België
+was als koningsprijs uitgeloofd een prachtige zilveren bal met vergulde
+kroon.
+
+[Illustratie: R. ANEMA van Leeuwarden.]
+
+De Friesche spelers waren overeengekomen om dezen bal, zoo zij de
+winnaars in dezen kamp mochten worden, ten geschenke te geven aan de
+Leeuwarder kaatsclub, welker bestuur hen op dezen tocht geleidde.
+De zege werd behaald door de Friesche kaatsers, en één hunner, de
+kaatser Reinder Anema, lid van de Leeuwarder club, werd als koning
+uitgeroepen, daar hij den beslissenden slag geleverd had. Getrouw aan de
+overeenkomst, stelde deze bij terugkomst in Friesland den bal ter hand
+aan 't bestuur zijner club.
+
+Daarna is op den bal de volgende inscriptie aangebracht:
+
+ »Jimmer scil ik tinken bliuwe
+ Oan 'e tiid dat Rein my woun,
+ En ek troch de Fryske keatsers
+ Hjir in plak yn Fryslân foun.
+ Belg en Fries bliuw jimmer striden,
+ Hâld it keatsspil heech yn ear,
+ Lit it bloeie yn ús mieden
+ As it folksspil fen alear.«
+
+Indien de Leeuwarder club hare groote jaarlijksche kaatspartij houdt,
+wordt deze eereprijs gedragen door den kaatskoning van 't vorige jaar.
+
+ * * * * *
+
+De _vermaardste_ Zilveren bal in de Nederlandsche kaatssport is de
+_Mulierprijs_, de groote Zilveren _Wandelbal_ van den Ned. Kaatsbond,
+welke op de groote Bondspartij jaarlijks de _Eereprijs_ is.
+
+Deze Wandelprijs, die in 1900 op de Bondspartij in het dorp Witmarsum,
+de geboorteplaats van den geachten schenker W. J. H. Mulier, zijne
+wandeling begon, is de groote attractie van dezen wedstrijd. Reeds weken
+te voren is de strijd om dezen Wandelbal het onderwerp der gesprekken in
+de kaatswereld. Dezen bal te winnen, geldt voor de hoogste eer in de
+kaatssport.
+
+[Illustratie: De Mulierprijs.
+
+Foto »Revue der Sporten«.]
+
+Beschrijving van den bal:
+
+Op de bovenste helft is gegraveerd een Friesch landschap, terwijl
+op een vrij veld twee kaatsers staan. Een bal vliegt door de lucht;
+opgeslagen door den eenen speler, moet hij door den tegenstander
+worden teruggeslagen. De benedenhelft is versierd met klaverbladen
+en klaverbloemen »en relief,« als symbool van het vrije veld, waarop
+het spel gespeeld wordt. Aan den rand van het inschrift hangen in
+ruitvormige zilveren plaatjes de wapens der elf Friesche steden. De
+bal is bevestigd aan een fraai lint in de nationale kleuren. Hierop
+zijn in ruitvormige zilveren platen aangebracht de wapens der vroegere
+kwartieren van Friesland: Oostergo, Westergo en Zevenwolden. Op den
+band, die halverwege om den bal heenloopt, staat het volgende inschrift
+van den Frieschen bard W. Faber:
+
+ »It libben jowt, mei stean en fallen,
+ Rju driuwerkes nei stive ballen:
+ Kom, Keatser! lit de ljue lûd roppe,
+ Siz neat, maar slach de ballen boppe!«
+
+Woordelijke vertaling in het Nederlandsch:
+
+ »Het leven geeft, met staan en vallen,
+ Dra drijvertjes na stijve ballen:
+ Kom, Kaatser! laat de liên luid loven,
+ Zeg niets, maar sla de ballen boven.«
+
+Dit inschrift is eenigermate een allegorie op »'s Menschen leven en
+streven.« Als zoodanig beschouwd, zou men den inhoud in Nederlandsche
+woorden kunnen overzetten aldus:
+
+ Ons leven, met zijn worstlen, strijden,
+ Het geeft verblijden toch na lijden,
+ Laat 's werelds oordeel u niet schaden,
+ Roem niet, maar staal uw kracht in daden.
+
+Door denzelfden dichter is vervaardigd »de Silveren Balsang«, welke
+zang telken jare op den grooten Bondsdag (Pinkstermaandag) bij de
+overreiking van den Wandelbal gezongen wordt door eene zangvereeniging
+ter plaatse, waar de Bondspartij gespeeld wordt, terwijl des avonds
+bij de feestelijke prijsuitdeeling, en ook gedurende het kaatsseizoen
+elders, deze balzang met groote liefde en geestdrift door de Friesche
+spelers en de beminnaars van 't spel wordt aangeheven.
+
+Hier volgt de »Balsang«.
+
+[Illustratie: SILVEREN-BALSANG.]
+
+Wize: De Wâldsang. (_Frysk Lieteboek_)[1].
+
+ 1.
+
+ Krêft-grea-te kri-gers bin-ne de keat-sers,
+ Kri-gel, nei keat-sers-aerd, krekt by de bal;
+ Li-nich as lek-ken, rêd-dich as wet-ter,
+ Al hin-ne^en wer sa, hjir, dêr, oer-al,
+ Al hin-ne^en wer sa, hjir, dêr, oer-al!
+ Krêft-ti-ge kam-pers bin-ne de keat-sers,
+ Kri-gel, nei keat-sers-aerd, krekt by de bal,
+ Krekt by de bal, de bal, krekt by de bal.
+
+ 2.
+
+ Mannen! »Muliers priis« hat eat to sizzen,
+ De^yn-moaije Wandelbal,--hear', hwet er seit:
+ Hwer ús de wei laet yn lot en libben,
+ Jimmer it paed rjucht, hwersa dat leit!
+ Jimmer it paed rjucht, hwersa dat leit!
+ Frjeonen, de Haedpriis hat eat to sizzen,
+ De^yn-moaije Wandelpriis,--hear', hwet er seit,
+ Hear', hwet er seit, er seit,--hear', hwet er seit!
+
+ 3.
+
+ Tink' om it ynskrift: »fêststean en fallen,
+ Stive ballen, driuwerkes«; kriich is rounom!
+ Merkbyt' myn wapens, loaits' nei myn teikens:
+ Neist Leechlâns trijekleur de^âld Swanneblom,[2]
+ Neist Leechlâns flagge de^âld Swanneblom.
+ Tink' om it ynskrift: »fêststean en fallen,
+ Stive ballen, driuwerkes«; striid is rounom,
+ Striid is rounom, rounom, striid is rounom!
+
+ 4.
+
+ Snoerjende ballen!--flink »mei de flecht« ljeafst,
+ Gau'ris in »boppeslach«, fier oer it gea!
+ Heech yn 'e loft mar! sjuch se dêr driuwen!
+ Net folle »bûten«, selden ien »kwea«!
+ Net »foar« ef »bûten«, selden ien »kwea«!
+ Rju moaije ballen!--flink »mei de flecht« ljeafst.
+ Gau'ris in »boppeslach«, fier oer it gea!
+ Fier oer it gea, it gea, fier oer it gea!
+
+ 5.
+
+ Lok, stoere striders! Masters yn 't keatsen,
+ Lok mei de Earepriis, lok mei de Bal!--
+ --Dimmen fen wêzen, dregens yn dieden,...
+ Pronkpeinjen binne 't, dûrsum oeral,
+ Pronkpeinjen binne 't, bliuwe 't oeral.--
+ Lok, stoere striders! Helden yn 't keatsen,
+ Lok, ek yn letter tiid, lok mei de Bal!
+ Lok mei de Bal, de Bal, lok mei de Bal!
+
+ W. FABER, Pietersbierum.
+
+[1] Utjown by R. V. D. VELDE to Ljouwert.
+
+[2] Nymphaea alba; de »Fryske Wetterfammen«; Holl.: plompen; Frysk:
+ Swanneblommen. It âlde Fryske Wapen hie saun reade pompeblêdden,
+ dêr 't de Swanneblom »útsetten komt«; mei trije blauwe balken,
+ skean oer, op in silveren skild (wyt yn 'e groun).
+
+De partij van den Ned. Kaatsbond is een strijd tusschen de aangesloten
+vereenigingen. Elke vereeniging zendt naar de Bondspartij haar
+krachtigste partuur van drie spelers. De Vereeniging in haar geheel
+wordt als winnaar de bezitster van den Mulierprijs voor den tijd van
+één jaar. Groote vreugde heerscht in de stad of in het dorp, wanneer
+de eerste boden de tijding van de overwinning komen brengen. De helden
+van den Bondsdag worden met geestdrift ingehaald en met gejuich begroet.
+Op het Koningspartuur van den Bond is de geheele plaats trotsch en
+in den boezem der vereeniging wordt feest gevierd, ter eere der
+kaatscorypheeën. Hun naam klinkt door de provincie als weleer die van de
+helden der Olympische spelen in het oude Griekenland. Het volgende jaar
+moet de winnende Bondsafdeeling den Wandelbal weer verdedigen tegenover
+de ongeveer 60 zusterafdeelingen.
+
+Behalve deze »balsang« heeft de Ned. Kaatsbond nog zijn eigen
+Strijdlied, Winnaarslied en Vaandellied. (Hier volgen deze liederen).
+
+[Illustratie: STRIIDLIET.]
+
+ 1.
+
+ 't Is keat-sers-dei!
+ 't Is keat-sers-dei!
+ 't Is keat-sers-dei!
+ Bouns-le-den, kom, nei 't keat-sers-lân,
+ Wy hab-be 't nou wol foar 't for-stân,
+ Elts-ien mei 't wol bi-tracht-sje:
+ 't Giet om de priis, ja wis, mar mear
+ Yet giet it hjoed om nam-me^en ear'.
+ Dit moat men 't heech-ste acht-sje!
+ Dit moat men 't heech-ste acht- -sje!
+
+ 2.
+
+ De keningspriis, (3 kear)
+ Dy liket ús sa hearlik ta.
+ Sa'n earepriis wol elts graech ha,
+ Hwat scill' w'ús dêrom warre!
+ Fol kriich dos nei de krite tein,
+ En rekket faeks yens krêft oan 'e ein,
+ De moed litt' wy net farre!
+
+ 3.
+
+ Stiel yn it bloed, (3 kear)
+ In romme boarst, in fleurich sin
+ Jowt 't keatsen ús. Goefriezen binn'
+ Fol lôf oer d'eable stipe
+ Fen Fryslâns keatsspil, âldfaers ear'.
+ Dat wy 't yet ljeaf ha, mear en mear,
+ Is fen gjin freamden skipe.
+
+ 4.
+
+ Wy miene 't goed! (3 kear)
+ Giet 't fjochtsjen rimpen en fol fjûr,
+ Dochs hâlde w'ús oan 't bounsbistjûr,
+ Sa 't dat de wet ornearre.
+ Ho fùl de striid, der stoart gjin bloed,
+ Is 't kwea portûr, men bliuwt dochs goed.
+ Nin rûsje scil men hearre.
+
+ 5.
+
+ Mei 't bounsbistjûr, (3 kear)
+ Tsjogg' wy nou nei it keatslân ta;
+ Dêr scill' wy nocht en wille ha,
+ Oerdiedich ús formeitsje.
+ Foarút, to gau, nei 't keatsersfjild;
+ 't Giet hjoed om d'ear', dat 's mear as jild,
+ Foar d'eare scill' wy weitsje!
+
+ W. ANDRINGA, Leeuwarden.
+
+[Illustratie: WINDERSLIET.]
+
+ 1.
+
+ Kom, keat-sers, 't is dien, nou mei 'n fleur-ri-ge stoet
+ Ut 't lân wei nei hos-pes-om ta.
+ De priis is for-tsjin-ne, sa ear-lik en goed,
+ Elts hat der mei fre-de, men is wol to moed.
+ Wy moatt' ek hwat nei-pret yet ha.
+
+ #Refrein:#
+ Lok, ke-ning mei dyn ke-nings-priis;
+ Lok, jimm' ek, win-ders-ma-ten.
+ Mar pas mar op, jimm' wou-nen 't niis:
+ Wy komm' wol wer 's to pra-ten
+ Oer^'e ke-nings-priis.
+
+ 2.
+
+ Mei faendels foarop en mei grien as omtein
+ En great op hjar priiswinderssteat,
+ Sa gean' se foaroan. Mar al binn' wy nou slein,
+ Kom op mar in oar, kear, en dan scill it ein
+ Utwize: Wy habb'^er oan leard!
+
+ REFREIN: Lok _ensfh._
+
+ 3.
+
+ Rju lok mei de priis, ek mei d'ear' en de krans',
+ Jimm' winders op 't keatsen fen hjoed.
+ Jimm' wieren de helden, al-d'oaren to mansk.
+ Mar letter, foarsiker, dan wikselt de kans,
+ Wy ha dan op winnen wol moed.
+
+ REFREIN: Lok _ensfh._
+
+ 4.
+
+ Foar jierren, do drige^op ús âldfryske groun
+ It keatsen der onder to gean.
+ Dat koe net. Do makken goefriezen in boun.
+ Sa rûst nou oer Fryslân in sang fier yn 't roun:
+ »Us keatsen, 't bliuw' ivich bistean!«
+
+ REFREIN: Lok _ensfh._
+
+ S. V. D. BURG, Makkum.
+
+FAENDELLIET.
+
+Wize: _O, schitt'rende kleuren_.
+
+ Hwet laitsje dy kleuren fen 't faendel ús tsjin,
+ Hja sprekke fen iendracht en macht.
+ Hja roppe ús ta 'n striid, yn in eabele sin
+ Nei 't keatsen, dêr elkien nei tracht.
+ Wy helje forien'ge ús faendel omheech,
+ Hjir hellet gjin twadracht it ea wer omleech!
+
+ Hwêr 't faendel syn kleuren, sa skoan en sa swiid,
+ Sa helder lit blinke yn it roun,
+ Hwêr 't keatsen ús noeget ta 'n eabele striid,
+ Der fiele wy op nij ús forboun.
+ De krêft, dy steech-fêster de koarde omwynt
+ Dy 't ús oan de Leechlânske Keatsboun forbynt,
+ Dêrfen bliuwt ús faendel it treflikst symboal!
+ Us faendel it treflikst symboal!
+
+ Wij stell' ús nou mei elkoar onder syn kleur
+ En romje »Jan Bogtstra«, dy 't skonk.
+ Wy hâlde de Leechlânske Keatsboun yn fleur,
+ Om 't ljeafde for 't keatsen der blonk.
+ Bestrielje, o kleuren, ús mei jimme gloed,
+ Jimm' jowe by 't keatsen ús krêften en moed!
+ Sa hâlde wij 't faendel mei eare omheech!
+ Us faendel mei eare omheech!
+
+ Y. SCHUITMAKER, Franeker.
+
+In deze kaatszangen ziet men een stukje psychologie van het Friesch
+volkskarakter, de eerlijke erkenning van en 't royale huldebetoon aan de
+meerderheid van de overwinnaars, maar tevens een vastberaden zich gereed
+houden voor den volgenden strijd. Een stukje poëzie van het Friesche
+volksleven. Krachtige longen, die deze forsche woorden zingen: nationaal
+gevoel, zich uitend in Friesche taal en Friesch tooneelspel tevens.
+(Er bestaat in de Friesche tooneelliteratuur een tooneelstuk getiteld:
+Sjirk Walles ef de keningspriis fen it keatsen). De toehoorder voelt
+zich hier te staan tegenover eigen volksleven met eigen aard, uit oude
+tijden, historisch opgroeiend in taal, gewoonte, karakter, spel. Eigen
+volksleven, dat misschien op den duur, wel, maar toch langzaam zich zal
+assimileeren met wat daar buiten omgaat, dat zeer lang de taal zal
+bewaren en liefhebben. Die vasthoudendheid aan 't oude en overgeleverde
+is, naast de zeer menschelijke liefde en piëteit voor wat met ons
+en onze voorouders is samengegroeid, ook een gevolg van Frieslands
+langdurig isolement en eigenaardige hoofdigheid der bewoners. Door den
+Ned. Kaatsbond is het aloude balspel in de laatste jaren wel eenigszins
+gemoderniseerd, maar met behoud van het typisch Friesche en 't
+eigenaardige van 't Friesche volkskarakter.
+
+[Illustratie: C. WERKHOVEN. TJ. KOOISTRA.
+
+Op het Kaatsterrein te Sneek.--Foto »Revue der Sporten«.]
+
+
+
+
+IV.
+
+Uitlegging van het spel.
+
+
+Het kaatsspel wordt bij voorkeur gespeeld op een vlak kaal grasveld. Ook
+komt in aanmerking een plein, hetzij geplaveid, hetzij ongeplaveid. Bij
+een geplaveid plein mogen geen ronde keien het plaveisel vormen, wel
+klinkersteenen.
+
+Het perk worde op het kaatsveld liefst zoodanig gelegd, dat de bezetting
+er van den wind in den rug heeft, daarbij rekening houdende met den
+eisch, dat de zon haar niet hinderlijk in 't gezicht schijne.
+
+ * * * * *
+
+#Het speelveld:# _Zie de teekening_. Het perk heeft den vorm van een
+rechthoek, die 4½ M. breed is. De lengte hangt af van de bekwaamheid
+der spelers. Bij spelers van de 1ste categorie is de lengte 18 M.
+(Bondsreglement). Evenzoo houden de opslag en de bovenslag verband met
+de geoefendheid der spelers, en worden deze lijnen gelegd bij gemeen
+overleg. Bekwame spelers slaan op 30 à 32 M., van de perkvoorlijn
+gerekend, terwijl de bovenslag gesteld wordt op 40 M. van de
+perkvoorlijn (Bondsreglement).
+
+[Illustratie: ~HET SPEELVELD.~
+
+ OMHEINING.
+ +---------------------------------------------------+
+ | kwaad |
+ | D.---------------.C |
+ | | | |
+ | | | |
+ | | 1· | |
+ | | | |
+ | buiten . Perk . buiten |
+ | | | |
+ | | 2· | |
+ | | | |
+ | | | |
+ | E A. .B G |
+ |-----.---------------------------------------.-----|
+ | · vóór · |
+ | · · · |
+ | · ·3 · · |
+ O | · · · | O
+ M | · · · | M
+ H | · Meetlijn · · | H
+ E | ····················+···················· | E
+ I | · · · | I
+ N | k · · · k | N
+ I | w · · · w | I
+ N | a · · kaats · a | N
+ G | a · · @ · a | G
+ . | d · Meetlijn · · d | .
+ | l ····················+···················· l |
+ | i · · 2× · i |
+ | j · · · j |
+ | n · · · n |
+ | · · · |
+ | · .-------------------------. · |
+ | · 2e opslag · · |
+ | · .-------------------------. · |
+ | · 1e opslag · · |
+ | · · · |
+ | · ×3 · · |
+ | · · · |
+ | · boven · |
+ | 1M. .---------------------------------------. 1M. |
+ | F · H |
+ | · |
+ | · ×1 |
+ | · |
+ | · |
+ +---------------------------------------------------+
+ OMHEINING.
+
+ABCD = perk.
+
+BC en AD = buitenlijnen.
+
+AB = voorlijn.
+
+DC = kwaad (perk)
+
+EF en GH = zijkwaad.
+
+Van vóór tot boven = 40 M.
+
+Vóór tot 1e opslag = 32 M.
+
+Tot 2e opslag = 30 M.
+
+Omheining achter boven nog pl. m. 7 M.
+
+Lengte van het perk = 18 M. (speelveld) te zamen pl. m. 65 M. lang en
+breed 25 M. à 30 M.
+
+Perkbreedte = 4½ M.
+
+· 1, 2 en 3 zijn de perkspelers.
+
+× 1, 2 en 3 zijn de opslagspelers.]
+
+Bij een wedstrijd zijn nog kwaadlijnen ter zijde van 't speelveld, welke
+loopen van de perkvoorlijn tot de bovenslaglijn. Het geheele speelveld
+is afgesloten door een omheining, waarachter de toeschouwers zich
+opstellen.
+
+Zulks geschiedt om vrij spel te houden. Achter de bovenslaglijn is nog
+± 7 M. ruimte, opdat de spelers op den opslag gelegenheid hebben den
+uitgeslagen bal terug te slaan.
+
+Het rechthoekig perk heeft vier lijnen (voorlijn--twee buitenlijnen en
+de achterkwaadlijn).
+
+Ten einde bij het ontstaan van geschillen over de lengte van den slag
+(over het àl of niet voorbijslaan der kaatsen) zoo spoedig mogelijk te
+beslissen, worden op het speelveld twee meetlijnen gelegd, resp. 10 M.
+afstand van perk en opslag.
+
+Alle lijnen voor het spel noodig moeten op het speelveld _liggen_.
+
+De kwaadlijnen (perk- en zijkwaad) liggen 1 M. van de omheining, opdat
+de toeschouwers op behoorlijken afstand van deze lijnen blijven, ter
+voorkoming van geschillen.
+
+De drie spelers in het perk vormen het perkpartuur; er staan 2 van de
+drie spelers in het perk, de derde maat staat er buiten.
+
+De drie tegenstanders staan bij opslag en bovenslag; ze heeten dan het
+opslagpartuur.
+
+Gedurende den strijd wisselen beide parturen bij een bepaalden stand der
+partij van perk en opslag.
+
+Een samenstelling der speelmakkers heet een partuur; meestal 3 tegen 3.
+
+ * * * * *
+
+#Algemeen doel van het spel.# Het opslagpartuur heeft in de eerste
+plaats tot taak den bal door _opslaan_ in het _perk_ te drijven en
+moet zich verder beijveren om den eventueel _uitgeslagen_ bal door
+_terugslaan_ en _keeren_ achter of zoover mogelijk in de richting van
+de voorlijn te brengen of te houden.
+
+Het perkpartuur tracht den bal zoover mogelijk in de tegengestelde
+richting (naar de bovenlijn) te brengen of te houder en wel door
+_uitslaan_, _terugslaan_ en _keeren_.
+
+De spelers van beide parturen mogen elkaar in den kamp niet hinderen.
+(Strafpunt Bondsreglement).
+
+ * * * * *
+
+#Slaan.# Het slaan geschiedt met de flauw gestrekte hand, de vingers
+niet gespreid; bij voorkeur bovenhands, daarbij den betrokken arm
+zooveel mogelijk gestrekt, opdat de slag krachtig zij en de bal daardoor
+een grooten afstand doorloope.
+
+Ofschoon het slaan van den bal na een enkelen stuit geoorloofd is,
+verdient het aanbeveling--als men in de gelegenheid is den bal in de
+vlucht te bereiken--dien stuit niet af te wachten, aangezien men dan
+niet zeker is van de richting, in welke de bal opspringt.
+
+Niet als slaan wordt aangemerkt als het geschiedt:
+
+_a_. met beide handen tegelijk.
+
+_b_. na den tweeden stuit.
+
+_c_. indien tegelijkertijd de hand den grond aanraakt (of het gras).
+
+_d_. indien de bal in aanraking is geweest met de kleeding of met een
+ander lichaamsdeel dan de hand.
+
+_e_. indien de bal reeds door een der partuurmakkers is geraakt,
+gedurende dezelfde vlucht.
+
+In al deze gevallen wordt zulks als _keeren_ aangemerkt en wordt de bal
+beschouwd zich te bevinden op dàt punt, waar de hierboven bedoelde
+handeling plaats vond.
+
+ * * * * *
+
+#Opslaan.# Nadat de spelers hunne plaatsen hebben ingenomen, wordt het
+spel geopend met _opslaan_. Hij, die hiermee is belast, de opslager,
+plaatst zich, front makende naar het perk, achter de opslaglijn, den
+kaatsbal in de linkerhand houdende. (De linksche opslager natuurlijk
+houdt den bal in de rechterhand).
+
+Terwijl de bal wordt losgelaten, wordt hij met de rechterhand (of
+linker) geslagen (bestemming: perk), zóódat de bal de hand verlaat, als
+de opslager op de opslaglijn staat. Deze aanloop, snel en kort (b.v.
+3 à 6 passen) heeft tot doel den bal een grootere snelheid te geven.
+Hoofddoel is nl. den bal ver en krachtig voort te drijven, opdat hij
+zoolang mogelijk zijn levende kracht behoude en het uitslaan bemoeilijkt
+wordt.
+
+Hoe gestrekter de baan, welke de bal volgt, des te beter de opslager.
+Het opslaan moet geschieden in de lengteas van het speelveld, aangegeven
+door twee witte ballen op de opslaglijn.
+
+De opgeslagen bal moet binnen het afgelijnde perk gebracht worden. Is
+hij er vóór, of over, of buiten (ook op de lijnen), dan is het een
+foutieve slag.
+
+(De bal is vóór, of kwaad, of buiten.)
+
+ * * * * *
+
+#Uitslaan.# Indien de bal binnen het afgelijnde perk gebracht wordt,
+moet de perkbezetting hem _uitslaan_. Zij sla niet, als de bal kwaad,
+vóór of buiten is of komt (te roepen: »kwaad«, »vóór«, »buiten«!)
+Ingeval zulks wel geschiedt, wordt de bal beschouwd _in_ te zijn. Slaan
+de perkmaats den bal niet uit, als hij _in_ is, dan zegt men: »de bal
+zit«.
+
+ * * * * *
+
+#Terugslaan.# Heeft het perkpartuur den opgeslagen bal _uitgeslagen_,
+dan tracht het opslagpartuur hem terug te drijven achter de voorlijn
+van het perk (EG in de teekening). Gelukt dit, dan zal het perkpartuur
+op zijn beurt zich beijveren den bal nogmaals terug te slaan, enz.
+
+ * * * * *
+
+#Triktrakslag.# Op deze wijze kan een bal zich herhaaldelijk heen en
+weer bewegen tusschen perk- en opslagpartuur. Zulke slagen dragen den
+naam van triktrakslagen en worden door de toeschouwers uitbundig
+toegejuicht, wegens de wisselende kans van den slag.
+
+(Men trekke hieruit niet het besluit, dat zulks het doel is der spelers;
+dezen beoogen juist het tegendeel, nl. den bal steeds zooveel mogelijk
+_buiten het bereik_ der tegenpartij te brengen).
+
+ * * * * *
+
+#Keeren.# Is de kaatser niet in staat den bal door terugslaan een
+tegengestelde richting te doen volgen, dan tracht men hem althans in
+zijn gang te stuiten, door hem te _keeren_, d. i. tegen te houden,
+hetgeen met elk lichaamsdeel mag geschieden.
+
+Goed keeren is veel waard en behoort tot de bekwaamheden van den speler,
+even goed als het opslaan en het uitslaan.
+
+Het opvangen van den bal in één of beide handen is intusschen niet
+geoorloofd, tenzij men hem onmiddellijk op den grond werpt of laat
+vallen.
+
+ * * * * *
+
+#Zitten-boven-kaats.# De tot rust gekomen bal zal zich ten slotte
+bevinden:
+
+zitten _a_. achter de voorlijn van 't perk: hij _zit_.
+
+boven _b_. voorbij de bovenlijn: hij is _boven_.
+
+kaats _c_. tusschen voor- en bovenlijn: Er is een _kaats_ (tenzij de
+slag diende om een reeds bestaande kaats te beslissen), welke op bedoeld
+rustpunt wordt aangeduid door een merkteeken (blokje of steen).
+
+ * * * * *
+
+~Aanmerken~. Aangezien herhaaldelijk twee kaatsen moeten worden
+_aangemerkt_, is het wenschelijk twee verschillende merkteekens, resp.
+voor de 1ste en de 2de kaats beschikbaar te hebben.
+
+(1ste kaats: wit blokje; 2de kaats: rood blokje).
+
+#Tellen.# Het tellen geschiedt bij 2 punten tegelijk voor elken
+winstslag en wel ten gunste van:
+
+ ~het perkpartuur~:
+
+ _a_. Als de opgeslagen bal is _voor_, _buiten_, _kwaad_.
+
+ _b_. Als de uitgeslagen bal is _boven_.
+
+ _c_. Als de uitgeslagen bal is _voorbij_ de kaats.
+
+ ~het opslagpartuur~:
+
+ _a_. Als de opgeslagen bal _zit_.
+
+ _b_. Als de uitgeslagen bal achter of op de perkvoorlijn
+ teruggedreven wordt.
+
+ _c_. Als de uitgeslagen bal _niet_ is voorbij de kaats.
+
+ _d_. Als de uitgeslagen bal kwaad is. (Dat is, als hij over de
+ zijkwaadlijnen is geslagen of er op).
+
+ * * * * *
+
+#Vervallen van de punten.# Acht punten = (4 × 2 p. of 4 winstslagen)
+vormen een half spel.
+
+Twee halve spellen maken één spel.
+
+De eenmaal gewonnen halve spellen en spellen blijven bestaan.
+
+Wanneer echter een der parturen een half spel »vol« maakt, vervallen de
+»losse« punten der tegenpartij.
+
+Het partuur, dat 3 spel heeft, is winnaar. Soms ook wordt 2 spel
+gespeeld. Bij een wedstrijd steeds 3 spel; in bijzondere gevallen kan
+daarvan worden afgeweken.
+
+ * * * * *
+
+#Wisselen.# Bij den aanvang van het spel wordt door het lot bepaald,
+welk partuur het eerst den opslag heeft. Daarvoor geldt steeds, dat het
+laagste nummer den opslag heeft. Bij een vrije partij wordt daarom door
+beide parturen geraden (met on of even b.v.)
+
+Herhaaldelijk wordt echter van perk en opslag gewisseld. Zulks
+geschiedt:
+
+_a_. Als een der parturen (of beide) 6 punten _heeft_ (hebben) en er
+_ontstaat_ een kaats.
+
+_b_. Als een der parturen 6 punten _krijgt_ en er _is_ een kaats.
+
+_c_. Als geen der parturen 6 punten heeft en er ontstaat een _tweede_
+kaats.
+
+ * * * * *
+
+#Beslissing der kaatsen.# Bij wisseling dient de eerste bal om over de
+_eerste_ (c. q. de eenige) kaats te beslissen. Met den tweeden bal moet
+op gelijke wijze in zake de tweede kaats--zoo deze bestaat--worden
+beslist.
+
+Het perkpartuur, dat pas in het perk is gekomen, tracht den bal voorbij
+het merkteeken te slaan. Na de gevallen beslissing der kaatsen wordt
+onmiddellijk het betrokken merkteeken weggenomen.
+
+ * * * * *
+
+#Rolverdeeling der spelers.# _A_. Bij het opslagpartuur.
+
+1ste ~opslager~. Hij, die in het opslaan de meeste bedrevenheid bezit,
+treedt als 1ste opslager op (voor best opslaan) en is dus normaal met
+bedoelde taak belast. Voor hem geldt de verste opslaglijn.
+
+2de ~opslager~. Een ander partuurmakker is 2de opslager (voor minst
+opslaan) en bezigt de kortste opslaglijn.
+
+Als zoodanig moet hij werkzaam zijn:
+
+_a_. Zoodra het perkpartuur een kaats geslagen heeft en nog niet
+gewisseld wordt.
+
+_b_. den 1sten opslagbal, direct na de wisseling, indien er nl. 2
+kaatsen waren.
+
+De _tweede_ opslager moet dus bij wisseling den bal opslaan bij de
+beslissing over de 1ste kaats.
+
+Daarna geeft hij den bal over aan den 1sten opslager, bij de beslissing
+over de 2de kaats. Deze houdt den bal, tot weer een kaats geslagen
+wordt. Is er bij de wisseling van perk en opslag maar één kaats, dan
+heeft de 1ste opslager den bal en houdt hem, totdat er weer een kaats
+geslagen wordt.--Wil het opslaan met een der opslagers niet gelukken,
+staat hij buiten of voor, dan mag hij den bal aan den derden makker
+afstaan.
+
+Overigens stellen de leden van dit partuur zich op naar verkiezing,
+daarbij zorgende zich min of meer over het veld te verdeelen.
+De praktijk leert welke punten op het speelveld de doelmatigste
+opstellingsplaatsen zijn. Die plaats der spelers wisselt echter met
+bijna elken slag. Taktiek en overleg der spelers komen hierbij zeer te
+stade; het bepaalt mede hun bekwaamheid of betoefdheid in het spel.
+
+ * * * * *
+
+_B_. Bij het perkpartuur.
+
+Bij een partuurformatie van 3 spelers nemen twee hunner plaats in het
+perk; de een vóór (de voorman), de andere achter in het perk (de
+achterinsche), daarbij zorgende, dat de voorste den achterste niet het
+vrije uitzicht op den opslagbal belemmert.
+
+Wanneer zij een bal hebben uitgeslagen, zijn zij niet meer aan het perk
+gebonden, doch mogen zich vrij over het veld bewegen, ten einde den
+eventueel teruggeslagen bal te gemoet te loopen, opdat deze nogmaals
+door hen geslagen en anders gekeerd kan worden. In het bijzonder rust de
+laatstbedoelde taak op den _derden_ makker van het partuur, die buiten
+het perk staat en vlugger er bij kan zijn dan zijn perkmakkers. Daarom
+moet hij eveneens voortdurend den blik gericht houden op de handelingen
+en bewegingen van het opslagpartuur.
+
+De perkmakkers mogen van plaats verwisselen, als dit voor hun spel beter
+blijkt; of als het met een dezer spelers niet vlotten wil, kan deze met
+den derden makker van rol wisselen.
+
+Om den achterman beter slag op den opslagbal te geven, is het
+wenschelijk, dat de voorman ter zijde wijkt buiten het afgelijnde perk.
+Blijft hij staan, dan belemmert hij allicht den achterinsche in den
+slag. Deze voorman moet goed uit zijn oogen zien, of de snelheid en de
+hoogte van den opslagbal van dien aard zijn, dat hij den bal voor zich
+moet nemen of dien aan zijn perkmaat moet overlaten.
+
+Een geoefend oog is voor de perkspelers noodzakelijk, om den bal op tijd
+te slaan. Ze moeten dit juist weten te bepalen. Slaan zij te _gauw_ of
+te _laat_, dan mist de slag zijn effect, wat duidelijk te zien is aan
+het resultaat van den slag en de richting, die de uitgeslagen bal neemt.
+
+Bestaat een partuur uit 2 spelers, dan nemen beiden in het perk plaats;
+ook moeten ze beiden als opslagers fungeeren.
+
+De sterkste en mooiste partuurformatie is die van 3 tegen 3.--Bij een
+formatie van 2 tegen 2, kan het speelveld niet goed bezet worden, om de
+uit- of teruggeslagen ballen te treffen.
+
+ * * * * *
+
+#Onderscheidingsteeken.# Van twee tegen elkaar strijdende parturen wordt
+het laagste nummer door een roode sjerp om den middel, een rooden band
+om den arm, of een rood strikje op de borst, als het partuur der
+_Rooden_ aangeduid.
+
+Het hoogste nummer wordt op dezelfde wijze door wit aangeduid en het
+partuur der _Witten_ geheeten.
+
+Bij den aanvang van den strijd vangt het _roode_ partuur den kamp aan
+met den _opslag_.
+
+De kleuren bij het kaatsspel zijn dus Rood en Wit. Het _rood_ ziet op
+het vuur van den strijd, den moed, terwijl het _wit_ op het smettelooze,
+op de reinheid of eerlijkheid van den kamp wijst.
+
+ * * * * *
+
+#Telegraaf.# Ten einde den stand der partij bij elken slag te kunnen
+aangeven, gebruikt men bij het kaatsspel een werktuig, _telegraaf_
+geheeten, in hoofdzaak bestaande uit een verticale, draaibare staak,
+waaraan horizontale armen, aan welke de _halfspellen_, de _spellen_ en
+de _punten_ worden opgehangen, terwijl aan haakjes van den stok bordjes
+worden bevestigd, welke de gemaakte _kaatsen_ aangeven.
+
+[Illustratie: DE TELEGRAAF.]
+
+(Er zijn dus drie dwarslatten aan den staak)
+
+De eene helft der telegraaf is _rood_ geschilderd, de andere
+helft _wit_. Deze kleuren zijn dus in overeenstemming met het
+onderscheidingsteeken der spelers van beide parturen. Eveneens zijn
+de bordjes, welke halve spellen en spellen aangeven in deze beide
+kleuren geverfd, wat mede het geval is met de dubbele ballen, die
+de punten voorstellen.
+
+Gedurende het spel is de witte helft steeds naar den kant der Witten,
+de roode helft naar de zijde der Rooden gekeerd. Zoo kunnen de
+toeschouwers op elk moment den stand der partij overzien, terwijl
+door directe aanteekening van den »telegrafist« geschillen tusschen
+de parturen over den stand van de partij worden vermeden.
+
+(Zie de teekening). Aan de haakjes van de onderste lat worden de
+_punten_ (dubbele ballen) opgehangen; de middelste lat wijst de _halve
+spellen_ der beide parturen aan, terwijl aan de bovenste de gewonnen
+_spellen_ worden genoteerd.
+
+De persoon, die de telegraaf bedient, heet _telegrafist_; hij, die de
+kaatsen aanmerkt met de blokjes, heet de _aanmerker_.
+
+Stand: _Rood_ heeft, 2½ spel met 4 punten; insgelijks _Wit_. Er zijn 2
+kaatsen. De stand der partij is dus gelijk.
+
+ * * * * *
+
+#Benaming der slagen.#
+
+~Bovenslag~: Een slag, waarbij de bal rollende over de bovenlijn komt,
+ heet kortweg een _bovenslag_.
+
+~Victoriaslag~: Komt de bal bij eersten uitslag met de vlucht over de
+ bovenlijn, zoo heet de slag een _Victoriaslag_.
+
+~Herculesslag~: Een slag, waarbij de bal bij eersten uitslag met
+ de vlucht over het afgesloten speelveld geslagen wordt, heet
+ _Herculesslag_.
+
+~Triktrakslag~: Wordt de bal eenige keeren tusschen perk- en
+ opslagpartuur heen en weer geslagen, zoo is het een _triktrakslag_.
+
+~Pripper~: Indien de bal laag bij den grond, juist over de voorlijn, of
+ voor de voeten van den voorman of in den hoek geslagen wordt, is het
+ een _pripper_.
+
+~Vosseslag~: Komt de bal tusschen voorman en achterman in, zoodat hij
+ niet of slecht te slaan is, zoo heet de slag een _Vosseslag_.
+
+ * * * * *
+
+#Bepalingen.# ~Hand~. _a_. De kaatsers mogen alleen spelen met de
+onbedekte hand. Indien echter een speler bij 't doorslaan van de hand
+zich van een handbedekking wenscht te voorzien, heeft hij deze te
+onderwerpen aan de goedkeuring der keurmeesters bij een wedstrijd.
+
+_b_. De ballen mogen alleen geslagen worden met de _hand_, die geacht
+wordt op te houden, waar de pols begint. Raken ze den pols of den arm,
+zoo is de slag foutief. In het perk is het een verloren slag, op het
+speelveld wordt de slag als keeren aangemerkt. Hetzelfde is het geval,
+als de bal bij den slag de kleeding van den speler heeft geraakt, of een
+ander lichaamsdeel dan de hand.
+
+ * * * * *
+
+#Kaatscostuum.# Bij de wedstrijden van den Ned. Kaatsbond en zijne
+afdeelingen, is het volgende costuum verplichtend:
+
+Lange of korte bovenbroek met Eng. hemd, sportblouse of tricot.
+
+In het kaatsreglement van den Ned. Kaatsbond zijn opgenomen de _regels_
+van het spel, de _verplichtingen_ der spelers, enz. (Het is à 10 cts.
+verkrijgbaar bij den Bondssecretaris).
+
+[Illustratie: Het Kaatsterrein te Leeuwarden.--Foto »Revue der
+Sporten«.]
+
+
+
+
+V.
+
+Beschrijving van eene partij.
+
+
+_(Voorgestelde loop van het spel)._
+
+We willen, om hierbij zoo duidelijk mogelijk te zijn, twee parturen van
+drie spelers tegen elkaar laten kaatsen. (Zie daarom de teekening van
+het speelveld). De spelers 1·, 2·, 3· begeven zich bij den aanvang van
+den kamp naar het perk; ze zijn de _Witten_. Hun drie tegenstanders 1×,
+2×, 3× stellen zich op bij den opslag, ze zijn het partuur der Rooden.
+De Rooden ('t laagste nummer) hebben bij den aanvang steeds 't eerst
+den _opslag_. In het perk staan 2 uitslagers der Witten, de derde makker
+staat er buiten. Van de Rooden heeft 3× den eersten opslag. (Let tevens
+op de teekening van de »Telegraaf« en lees vooraf goed »De uitleg van
+het spel« hiervoor).
+
+ * * * * *
+
+De strijd neemt een aanvang. De speler 3× der Rooden neemt den kaatsbal
+ter hand, en stelt zich als 1ste opslager achter de 1ste opslaglijn op.
+Hij neemt een aanloop, werpt behendig den bal met de linkerhand een
+weinig op en drijft hem daarna met de rechter zoo krachtig mogelijk
+naar het perk, waar de perkspelers zich schrap hebben gezet, het oog
+op den opslager en daarna op den bal gericht. (Deze opslager tracht
+zulke krachtige of slechte ballen te geven, dat de perkspelers ze niet
+of moeilijk kunnen uitslaan, terwijl dezen den bal over de bovenlijn of
+zoo ver mogelijk uit het bereik der tegenstanders trachten te brengen).
+
+De opslagbal vliegt naar het perk. Nu zijn twee gevallen mogelijk.
+
+_A_. De bal bereikt het afgelijnde perk _niet_. (Hij komt terecht vóór
+of òp de voorlijn (hij is vóór)--hij valt buiten of òp de zijlijnen (hij
+is buiten)--hij wordt óver of òp de kwaadlijn van het perk geslagen (hij
+is kwaad).) Het zijn misslagen.
+
+In al deze gevallen is het een verloren slag voor de spelers op den
+opslag. Het perkpartuur krijgt 2 punten (dubbele bal) aan de onderste
+lat van de telegraaf aan zijn zijde (de Witten).
+
+_B_. De bal bereikt het afgelijnde perk _wel_. Nu kunnen de volgende
+gevallen zich voordoen.
+
+1º. De perkspelers slaan den bal _niet_ terug. Hij zit. (Het
+opslagpartuur wint nu 2 punten en de telegrafist hangt aan de roode
+helft een dubbelen bal op).
+
+2º. Een der perkspelers slaat den bal zoo krachtig, dat het een
+bovenslag wordt (de bal wordt geslagen over de bovenlijn; bovenslag,
+Victoriaslag of Herculesslag.) Het perkpartuur wint 2 punten.
+
+3º. De spelers in het perk slaan den bal terug, maar de opslagpartij
+drijft hem op haar beurt achter de perkvoorlijn terug en de perkmaats
+kunnen hem niet weer bemachtigen. Het opslagpartuur heeft nu 2 punten
+gemaakt.
+
+4º. Een der perkmakkers slaat den opslagbal terug, maar deze spat
+van de hand en komt in de vlucht (vóór de bovenlijn) op of over de
+zijkwaadlijnen. Het is voor de tegenstanders een gewonnen slag. Het was
+een kwaadslag. Komt de bal _rollende_ of stuitende over de kwaadlijnen,
+dan is het geen kwaadslag, maar een gewone uitslagbal.
+
+5º. Een der spelers van het perk slaat den opslagbal terug, maar niet
+ver genoeg. Hij wordt door de tegenpartij gekeerd vóór de bovenlijn,
+of door haar teruggeslagen, maar niet zoover, dat hij achter de
+voorperklijn gedreven wordt.
+
+Na enkele heen- en weerslagen komt de bal tusschen perk en bovenslag tot
+rust. Hij _zit_ dus niet (in het perk) en hij is niet _boven_ (achter de
+bovenlijn). Geen der parturen heeft dezen slag gewonnen. Het is een nog
+onbesliste slag, een _kaats_. De aanmerker plaatst een kaatsblokje bij
+dit punt. Nu moet de 2de opslager den bal overnemen (2× bijv.). Dezelfde
+gevallen, als hierboven beschreven zijn, kunnen zich nu weer voordoen.
+
+Na enkele slagen moeten Rood en Wit wisselen. Rood gaat naar het perk,
+Wit naar den opslag. Deze wisseling geschiedt: met _één_ kaats, als
+beide parturen (of een van beide) 6 punten aan de lat hebben (heeft).
+Met _twee_ kaatsen, als _geen_ der parturen 6 _punten_ heeft (b.v. Rood
+heeft 4 p., Wit 2 p. enz., enz.).
+
+In het half spel, stellen we, staat de partij Rood 4 p., Wit 2 p. en
+twee kaatsen. Er wordt dus gewisseld. Er wordt nu eerst gestreden om die
+beide kaatsen. Rood (in het perk) moet de ballen _voorbij_ die kaatsen
+slaan, om de slagen te winnen. Gelukt dit niet, dan wint Wit (op den
+opslag) telkens 2 punten. Wit heeft dan 6 punten en Rood staat nog op
+4 punten.
+
+De strijd wordt voortgezet met de opslagballen van Wit. Krijgt Wit nu
+ook den volgenden slag, dan heeft het 8 punten, en daarmee het eerste
+_halfspel_ gewonnen. Rood _verliest_ nu de behaalde 4 punten en de
+strijd om het _tweede_ halfspel vangt aan. Deze strijd geschiedt volgens
+dezelfde regels, maar de wisselingen van het spel kunnen natuurlijk
+nu weer geheel anders zijn, doch de spelers, die het eerst 4 × [0-0]
+hebben bemachtigd, winnen steeds het gespeelde halfspel. Had de
+tegenpartij daarbij 3 × [0-0] gewonnen, ze moest deze wederom missen,
+daar de winstpunten der tegenstanders altijd daarbij vervallen.
+
+Hoewel het spel dus zeer eenvoudig is, kunnen tal van onderscheidene
+slagen zich hierbij voordoen, wat het spel zeer _afwisselend_ maakt.
+
+Het partuur, dat het eerst 3 spellen veroverd heeft, is winnaar.
+
+ * * * * *
+
+~Opmerking~: De lezers zullen hebben opgemerkt dat de slagen op »gelijk
+zes« (Rood en Wit hebben beide 3 × [0-0]) _veege_ slagen zijn, omdat het
+eene partuur de gewonnen punten moet verliezen. Bij zulke veege slagen
+is de belangstelling onder de toeschouwers op 't hoogst gespannen en de
+kaatsers zelf zijn natuurlijk op hun qui vive. Sommige spelers, vooral
+de jongere, zijn bij zulke gewichtige slagen een weinig zenuwachtig.
+De ervaren kaatser haalt er bij zoo'n veegen slag alles uit, wat hij
+kan. Oppervlakkig schijnt het onbillijk, de eenmaal gewonnen punten
+weer te verliezen, doch dit vervallen dier punten verhoogt juist de
+belangwekkendheid van het spel, de belangstelling van de toeschouwers
+en de ambitie der spelers.
+
+
+_Maximum- en minimumpunten der winnende partij._
+
+_a_. Elk half spel bestaat uit 4 × 2 p. = 8 punten; de geheele partij
+uit 3 spellen (6 halve spellen = 6 × 8 p. = 48 punten). Winnen nu bijv.
+de _Rooden_ achtereenvolgens de 6 halve spellen, zonder dat de Witten
+één halfspel kunnen veroveren, dan heeft Rood met 48 punten gewonnen.
+(Minimum).
+
+_b_. Winnen b.v. de Rooden de partij, dan hebben zij vast behaald
+6 × 8 p. = 48 punten. Nu kan het zijn, dat ze 5 halve spellen aan
+_Wit_ verloren, waarbij zij echter telkens 6 punten verwierven.
+De Rooden hebben dan in 't geheel 6 × 8 p. met 5 × 6 p. = 78 p.
+gemaakt. (Maximum).
+
+Tusschen deze cijfers varieert dus het behaalde aantal punten der
+winnende partij.
+
+Bij de gebruikelijke telwijze kan het nu voorkomen, dat het
+_verliezende_ partuur _meer_ punten heeft gemaakt dan het _winnende_.
+
+_c_. Stel b.v. dat Rood achtereenvolgens 5 halve spellen wint van Wit,
+zonder dat Wit één slag wint. Rood heeft nu 5 × 8 p. = 40 punten en
+Wit 0 punten. Daarop keert de kans ten gunste van Wit. Het bemachtigt
+achtereenvolgens alle 6 halve spellen en wint dus met 6 × 8 p. = 48
+punten. Nemen we aan, dat Rood hierbij telkens op »gelijk 6« verloor,
+dan had Rood in de geheele partij gemaakt 5 × 8 p. met 6 × 6 p. = 76
+punten. Wit won nu met 48 tegen Rood 76.
+
+Dit is nu wel het ongunstigste geval; vele gevallen liggen tusschen deze
+getallen.
+
+Toen Rood reeds 5 halve spellen had, had Wit nog _niets_, omdat de
+gewonnen punten in deze vijf halve spellen voor zijn partuur vervielen;
+(het kon ook telkens op »gelijk 6« verloren hebben). Maar Wit houdt den
+moed er in, (een goed speler laat vóór den laatsten slag nooit den moed
+zakken) wint nu een half spel, strijdt met vuur en.... zegeviert ten
+slotte nog. Dergelijke partijen zijn spannend, en de emotie bij de
+toeschouwers stijgt bij elk volgend halfspel.
+
+Ze bereikt haar toppunt, wanneer de partij den eindstand heeft van 5
+halve spellen gelijk en 6 punten gelijk. Is er dan ook nog eene kaats,
+dan moet nu de volgende slag de _beslissende_ zijn.
+
+ * * * * *
+
+Deze emotie is het grootst bij de partij van den Nederlandschen
+kaatsbond, waar de afdeelingen met hare sterkste parturen elkander
+den _Mulierprijs_ betwisten. De leden der betrokken vereenigingen
+en hun stad- of dorpsgenooten scharen zich om de strijdende parturen
+hunner plaatsen Ze leven geheel mede in het spel en schieten bij de
+overwinning op hun vrienden toe, om ze geluk te wenschen met de zege.
+Terwijl de partijen elkander bekampen, is het onder die duizenden
+toeschouwers geen luidruchtig geschreeuw, maar een stille en kalme
+aanschouwing van den kamp, soms eene uiting van geestdriftige
+toejuiching bij een spannenden of meesterlijken slag. Hier wordt
+gestreden niet om de geldprijzen, maar om de _eer_, vandaar dat de
+partij van den Ned. Kaatsbond de meest geziene is in de Ned. kaatssport
+en het talrijkst bezoek haar ten deel valt. Het is een stukje poëzie te
+midden van een fellen kamp--hier wordt meegevoeld, meegeleefd,
+meegestreden door al die duizenden.
+
+
+_Het speelveld van Frieslands jeugd._
+
+Geeft de terreinteekening hiervoor een afbeelding van het speelveld bij
+een wedstrijd, de jeugd behelpt zich met een terrein, dat zeer primitief
+is ingericht, en in weinige oogenblikken zonder kosten gereed is. (Zie
+de teekening hiernaast).
+
+Vol levenslust en moed trekken de knapen naar het groene speelveld.
+In een oogenblik zijn de jassen en vesten, de schoenen of klompen
+uitgetrokken, de hoeden of petten afgezet. Netjes naast elkaar in
+het gelid worden deze kleedingstukken gelegd, om de voorlijn en de
+buitenlijnen van het perk te vormen; het perk is gereed.
+
+Ook worden wel eenige steenen opgezocht, op korten afstand naast elkaar
+geplaatst om het perk te vormen, terwijl ook pollen gras daarvoor dienst
+doen. De opslag en de bovenlijn worden mede aldus gevormd en het spel
+kan een aanvang nemen. Bij dit vrije spel zijn geen kwaadlijnen gelegd.
+Voor kaatsblokjes fungeeren een paar steenen.
+
+[Illustratie: HET SPEELVELD VAN FRIESLANDS JEUGD.]
+
+ | |
+ | |
+ | |
+ | |
+ | |
+ | Perk. |
+ |-·········-|
+
+
+ -···········- Opslag.
+
+ -···········- Opslag.
+
+
+ -·············- Bovenslag.
+
+Gaan de jongens zich op een ongeplaveid plein in stad of dorp vermaken
+met den kaatsbal, zoo worden eenige lijnen met een mes getrokken of
+met een stuk krijt en in een ommezien is het terrein gereed. Bij een
+klinkerplaveisel zijn de spellijnen door roode klinkers aangeduid,
+zoodat dit terrein steeds voor het spel gereed ligt.
+
+Jong Friesland viert jaarlijks onder het patronaat van het hoofdbestuur
+van den Ned. Kaatsbond een mooi kaatsfeest in het vriendelijk dorp
+Wommels, gelegen tusschen Franeker en Bolsward.
+
+De prijzen van deze partij bestaan uit 3 gouden en 3 zilveren horloges,
+welke telken jare worden vereerd door jonkvrouwe C. J. de Vos van
+Steenwijk, voor enkele jaren inwoonster van Wommels. De leeftijd der
+jongens is bepaald van 13-16 jaar, terwijl de parturen uit dezelfde
+plaats afkomstig moeten zijn. Zoo is deze partij van Jong Friesland
+een Bondspartij in het klein, de kweekschool tevens voor den grooten
+Bondswedstrijd.
+
+Groote emotie onder de dorps- en stadgenooten als de beslissende
+partijen gespeeld moeten worden. Het geheele publiek leeft mede, gaat
+op in de partij, een hoera stijgt op uit de rijen der kaatsmakkers, als
+_hun_ dorps- of stadgenooten de schoone Freuleprijzen hebben gewonnen.
+
+Met welk een aandacht volgen de vaders der knapen elken op- of
+uitgeslagen bal, tevreden glimlachend als ze vooruitschieten, bedremmeld
+kijkende als ze achterop geraken, ze aanmoedigende tot den einde toe,
+wetende dat de kans spoedig keeren kan. En wie ze zoo ziet strijden
+met moed en volharding, loyaal elkaar straks de hand drukkende, krijgt
+eerbied voor de Friesche Spes Patria, voor het schoone ongekunstelde
+spel op Frieschen bodem.
+
+
+_Het Belgisch kaatsen._
+
+Zooals wij in onze historische aanteekeningen reeds opmerkten, werd ook
+in België en in Frankrijk sinds overoude tijden gekaatst. De Romeinsche
+soldaten zouden het ook daar ingevoerd hebben. De adel beoefende vooral
+het spel en in Parijs waren in de 18de eeuw nog vele meesterkaatsers.
+Men speelde er voorheen met de bloote hand als bij ons. Later is de
+handschoen in gebruik genomen, ook bij de Belgen.
+
+[Illustratie: Kaatsspel te Braine-le-Comte.]
+
+De Fransche revolutie gaf den genadeslag aan het eens zoo bloeiende
+kaatsspel. In Parijs werden de kaatsbanen gesloten en in 1825 verdween
+daar de laatste. Met het tweede Keizerrijk beproefde men in 1861 het
+spel weder te verheffen en werd het in den tuin der Tuilerieën gespeeld
+op het prachtig terras der Feuillantijnen. Een tweede poging werd in
+1866 gedaan, doch het mocht niet baten. Parijs verloor de ambitie in het
+spel der voorouders. In Noord-Frankrijk en in België wordt het echter
+nog druk beoefend; het jeu au tamis verdwijnt meer en meer, om het veld
+alleen over te laten aan het »Jeu de pelote«.
+
+[Illustratie: HET JEU DE PELOTE (BELGIË).]
+
+ Outre
+ ·-----------------------------------------------------·
+ \ ·4 3 5· /
+ \-----------------------·-----------------------/
+ \ Opslager /
+ C \ (Livreur) / e
+ o \ / d
+ r \ 1 2 / r
+ d \ · · / o
+ e \ / C
+ \ Courte /
+ ·-----------------·
+ | |
+ / \
+ | |
+ / \
+ * Expert | Cordier Cordier | * Expert
+ / 1× 2× \
+ | gauche droit |
+ / \
+ | |
+ / \
+ | Petit milieu |
+ / × \ * Expert
+ | 3 |
+ e / \ C
+ d | | o
+ r / \ r
+ o | | d
+ C / Grand milieu \ e
+ | × |
+ / 4 \
+ * Expert | |
+ / \
+ | |
+ / \
+ | Fond | * Expert
+ / × \
+ | 5 |
+ / \
+ | |
+ / \
+ ·-------------------------------------------------·
+ Fond
+
+De teekening, die hierbij gaat, geeft de Belgische benamingen aan.
+De Belgen onderscheiden 2 perken, het perk van den opslag en het perk
+van den uitslag; het kleine en het groote perk. Een partuur bestaat
+uit 5 spelers, die zich in de beide perken ongeveer opstellen, als de
+teekening aangeeft.
+
+(De plaats der kaatsers hangt ook hier af van de plaats der kaatsen
+en van den slag). De zwaarste plaats in het uitslagperk is het »grand
+milieu«, waar de sterkste speler staat. Ook hier heeft men bij 't perk
+de benaming vóór--buiten--kwaad.
+
+· 1, 2, 3, 4 en 5 zijn in het opslagperk; × 1, 2, 3, 4 en 5 in het
+uitslagperk.
+
+Aan elke zijde van de bovenlijn (outre) zijn seinpalen (vlaggetjes)
+geplaatst, om aan te geven of de ballen àl of niet tellen. De
+perkspelers zijn voorzien van een leeren handschoen; de livreurs spelen
+met de bloote hand.
+
+Aan weerszijden van het perk neemt een marqueur plaats, die de punten
+telt. Elke slag is 15 punten. 4 slagen maken 60 punten: dit heet een
+_spel_.
+
+De partij wordt gewoonlijk in 13 spellen gespeeld met een rust na
+het zevende spel. De kaatsen ontstaan evenals bij het Friesche spel
+bij onbesliste ballen; bij het Belgische spel wordt een _kaats_
+ook aangemerkt in het _uitslagperk_. Om die kaats te winnen moet de
+tegenpartij den bal verder slaan dan het kaatsblokje. Is deze kaats
+achter in het perk, dan stellen alle vijf spelers zich op achter
+in het perk bij die _kaats_. Deze plaats der kaatsen is het meest
+kenmerkende verschil tusschen het Friesche en het Belgische spel.
+
+Bij het Jeu de Pelote moeten alle uitslagballen en ook de
+terugslagballen blijven binnen de afgelijnde perken. Worden ze in
+de _vlucht_ er over geslagen, dan zijn het verloren slagen voor 't
+partuur, dat den slag doet; de tegenpartij maakt daarmee winstpunten.
+Bij het Friesche spel is de _terugslag_ over de zijlijnen niet kwaad.
+
+Elk der livreurs slaat een _spel_ op, zoodat alle 5 spelers den
+opslag om beurten hebben. Overigens komen de beide spelwijzen veel
+met elkaar overeen, zoodat een internationale kamp op beide manieren
+mogelijk is. De Belg gebruikt bij den opslag slechts één hand. Zijn
+opslag is daardoor bij lange na niet zoo krachtig als die van den
+Fries. Daarentegen is zijn uitslag zeer schoon en maakt hij dikwijls
+Herculesslagen. Met de krachtige, snelle en _stijve_ ballen der Friezen
+is hierop de kans geringer.
+
+Waar _vijf_ tegen _vijf_ spelen is de actie grooter, het veld meer
+bezet, wat aan 't oog der toeschouwers meer levendigheid oplevert. Hier
+staat tegenover, dat het spel over 't geheel minder krachtig is ten
+opzichte van den speler persoonlijk.
+
+Dit is duidelijk merkbaar, als de Friezen en de Belgen tegen elkaar
+spelen in parturen van _drie_ tegen _drie_, op Friesche wijze dus. In
+plaats van vijf, zooals bij hen, moeten er nu slechts drie het veld
+beslaan en het werk in perk en opslag verrichten.
+
+Waar het spel zich daarbij over verscheiden parturen uitstrekt, hebben
+de Friezen meer ausdauer, wat natuurlijk een gevolg is van hun
+spelwijze.
+
+Elegant in zijn houding, vlug in zijn beweging over het veld, bewegelijk
+van aard in het spel, opgewekt in den kamp, wordt de Belgische speler
+gaarne op de Friesche kaatsvelden gezien.
+
+In den uitslag over 't geheel sterker dan de Friesche kaatser, is hij
+in den opslag verre de mindere, wat hem de partijen tegen de Friezen
+gewoonlijk doet verliezen. Ook het verschil in grootte tusschen den
+Frieschen en den Belgischen bal is hierbij voorzeker niet zonder
+invloed. De ontmoetingen leerden steeds, dat de Friezen in _hun_ spel,
+de Belgen in het _Jeu de Pelote_ de sterksten zijn.
+
+
+#Kaatsbaan (1780).#
+
+Het kaatsen, eene der oudste en der natie eigen lichaamsoefeningen,
+was in vroegeren tijd zoo algemeen, dat men in de steden overdekte
+en gepriviligeerde kaatsbanen had. In zijn »Historie van Holland«
+beschrijft Francq van Berckey zulk eene kaatsbaan en geeft daarbij eene
+verklaring van het spel, zooals het omstreeks 1780 in Holland gespeeld
+werd.
+
+De kaatsbanen besloegen altoos een vrij groot plein en waren des te
+beter, naarmate ze grooter en ruimer waren. De bal, die er _buiten_
+geslagen werd, rekende men voor _kwaad_. Als nu nog telde zulk een slag
+2 punten voor de tegenpartij.
+
+De lengte en de breedte der baan werd bij afspraak tusschen de partijen
+bepaald en hing af van de krachten der spelers. De baan lag steeds voor
+het spel gereed, op de wijze dus als bij ons nog op sommige
+kaatspleinen.
+
+In de teekening zijn de lijnen AB en CD rollagen op de geplaveide baan.
+Men onderscheidde toen 2 perken, uitslag- en opslagperk, zooals nog
+heden bij het Belgische Pelotespel en het Fransche »Au tamis«. Een
+partuur heette toen een _cabel_. Soms werd gespeeld 6 tegen 6, of ook
+wel 4 tegen 4. Het meest echter bestond een cabel uit 3 spelers, wat het
+sterkste spel geacht werd, zooals nog thans bij het Friesche spel het
+geval is.
+
+ +---------------------------------------------------+
+ | Dirk |
+ | · |
+ | |
+ | Uitslagperk + _d_ |
+ | |
+ | |
+ | |
+ | |
+ | A B |
+ | ------------------------------------------- |
+ | · ·Kees · |
+ | · _b_ · · |
+ | · + Jaap · |
+ | · · |
+ | · · |
+ | · · |
+ | · + _a_ · |
+ | · Piet Leen · |
+ | · × × · |
+ | ------------------------------------------- |
+ | D C |
+ | |
+ | |
+ | |
+ | |
+ | |
+ | + _c_ |
+ | Opslagperk |
+ | |
+ | ## |
+ | × ## |
+ | Arie |
+ | |
+ | |
+ | |
+ +---------------------------------------------------+
+
+Veelal geschiedde een partij bij uitdaging. De uitdagers sneden daartoe
+een bal in zooveel kerven, of bijhangende lappen als er uitdagers waren,
+legden den gesneden bal bij de baan of staken hem in een beugel bij de
+baan vast. Dit heette »balopsteken«. Andere spelers informeerden naar de
+opstekers. Vertrouwden ze zich, zoo namen ze den bal af en de partij
+begon.
+
+(Deze gewoonte was in mijne jeugd nog in den kaatshoek in zwang, en naar
+ik meen, geschiedt zulks op onze kaatspleinen van het platteland nog
+wel. De bal wordt bevestigd in een ijzeren beugel aan den voormuur eener
+herberg op het kaatsplein. Zij, die de uitdaging aanvaardden, namen den
+bal uit den beugel, en maakten te voren een afspraak, om hoeveel geld of
+»gelag« de partij gespeeld zou worden).
+
+In het opslagperk der teekening ziet men een zeef afgebeeld, een rond
+net van gevlochten snaren, trommelsgewijze gespannen, rustende op 3
+pootjes en een weinig schuin van den grond verheven. Aan de zijde der
+baan stonden de toeschouwers. Hieruit koos elke cabel een
+_aanteekenaar_.
+
+Tot beter begrip van den loop eener partij zullen we de makkers van
+den eenen cabel Dirk, Jaap en Kees noemen, die van den tegencabel Arie,
+Leen en Piet. Ze staan 3 bij 3 recht tegenover elkaar. Op onze teekening
+staat Dirk in het uitslagperk tegenover Arie bij de zeef. Jaap en Kees
+staan tegenover Leen en Piet in het middenperk tusschen de rollagen
+AB-CD.
+
+ * * * * *
+
+De partij neemt een aanvang. Arie slaat op, hij steekt de hand met den
+bal omhoog en geeft daarmee aan Dirk het sein. Eerst werpt hij den bal
+2 à 3 maal op de zeef, om goed te mikken, terwijl de bal op de hoogte
+van den bedoelden slag rijst. Hij drijft nu den bal op Dirk aan. Indien
+nu Arie, wat bazenwerk is, den bal ver over Dirk heen kan slaan, zoodat
+deze hem niet kan inloopen of treffen, dan telt cabel-Arie 2 punten.
+De bal is _vrij_, heette het destijds. Kan Arie dit telkens doen, dan
+zal hij het spel winnen door zijn _opslag_. (Er was dus toen een vrije
+opslag; thans zijn zulke slagen over de achterlijn _kwaadslagen_; het
+spel is nu dus meer begrensd).
+
+Doch treft Dirk den bal en drijft hij hem met kracht weer naar Arie, zoo
+telt cabel-Dirk 2 punten, indien de tegenpartij den bal niet terugslaat.
+Gebeurt het echter, dat Arie den uitslagbal terugkaatst, dan schieten
+Jaap en Kees toe om hem terug te drijven, of ook Piet en Leen snellen
+toe om den door Dirk geslagen bal terug te kaatsen over lijn AB.
+
+Dit heen- en terugslaan geschiedt zoolang tot de bal blijft liggen,
+bijv. bij + _d_ of + _c_. Een slag is gewonnen door cabel-Arie, als de
+bal achter lijn AB blijft, door cabel-Dirk, als hij teruggeslagen is
+achter lijn CD. Is de bal dus bij + _d_ komen liggen, dan is de slag
+voor cabel-Arie; doch bij + _c_ tot rust gekomen is hij voor cabel-Dirk.
+Dan riep de winnende partij tot zijn aanteekenaar: »Schrijf!«
+
+Het kan echter ook zijn, dat de bal geslagen wordt of tot rust komt
+tusschen de twee perken in, dat is tusschen AB en CD. Dan stelt men
+daar ter plaatse een teeken. Dit heet een _kaats_, bijv. bij + _e_.
+Heeft Arie of een zijner makkers den bal gekeerd, dan komt hun aanmerker
+de kaats aanteekenen. Kaatsen ontstonden toen dus alleen in de ruimte
+tusschen de beide perken.
+
+Even als nu werd ook toen bij één of meer kaatsen van perk en opslag
+gewisseld. Zou de kaats gewonnen worden, dan moest zij voorbij geslagen
+worden over een der lijnen AB of CD en telde de cabel daarvoor 2
+punten. Dat Jaap en Kees ter eener, en Piet en Leen ter andere zijde
+hierbij een werkzaam aandeel nemen, spreekt vanzelf. Vele malen ging de
+bal tusschen de cabels heen en weer. (Triktrakslag).
+
+Gebeurde het echter, dat onder het spelen _om eene kaats_, de bal na
+eenige heen- en terugslagen weer terecht kwam tusschen de lijnen AB-CD,
+dan was de kaats _onbeslist_ gebleven en ontstond er een _nieuwe kaats_.
+Zoo konden er bij den strijd om eene kaats wel eens drie andere kaatsen
+gemaakt worden. Om de kaats te _winnen_, moest een der cabels den bal
+over lijn AB of CD hebben geslagen.
+
+Bij het slaan van de _eerste_ kaats of van meerdere kaatsen gingen de
+cabels wisselen. Dit geschiedde beurtelings, nadat men met de meeste
+kunst den opslag zijner tegenpartij afwon. Ook werd elke maat op zijn
+beurt opslager, bij het slaan van een kaats. Dus alle _drie_ maats
+werden op hun beurt opslager. Dit kon toen, omdat men dikwijls met
+meer dan 2 kaatsen verging, zooals hier boven is aangewezen.
+
+Een zeer eigenaardige afwijking van ons tegenwoordig spel was het
+volgende. Stel, dat Arie om kaats + _b_ te winnen, den bal naar Dirk
+slaat. Deze drijft hem terug, maar Piet pakt hem en werpt hem op zijn
+beurt terug. Nu schiet echter Kees toe en deze slaat den bal schuin
+over, waarop zijn _eigen_ maat Jaap er op inloopt en den bal terugslaat
+tot + _c_ bijv. Doch Leen, die dezen slag voorziet, is achteruit
+geloopen en drijft hem over alles heen, zoodat hij bijv. bij + _d_
+blijft liggen. Dirk had bij dezen strijd zijne plaats verlaten, en
+was meer vooruitgeschoten. De bal vliegt hem nu over. Cabel-Arie won
+dus de kaats en riep: »Schrijf«! Bij het tegenwoordige spel mag echter
+de bal slechts geslagen worden in _dezelfde_ vlucht door één der
+partuurmakkers.
+
+Gewoonlijk bestond toen een partij uit 6 spellen, soms meer, soms
+minder. Een spel bevatte meestal 12, soms ook 16 punten. Zulks werd te
+voren vastgesteld. Voor elken gewonnen slag werden 2 punten genoteerd.
+
+Zooals uit bovenstaande verklaring blijkt, week het spel der 18de
+eeuw in vele opzichten van dat van onzen tijd af, maar stemde in vele
+gevallen toch weer met het onze overeen. Het gold toen als een der
+vernuftigste en vermakelijkste spelen van dien tijd.
+
+[Illustratie: JAN REITSMA.]
+
+Hier volgen nog een drietal der meest bekende kaatszangen, welke bij de
+prijsuitdeelingen der kaatswedstrijden worden aangeheven.
+
+
+1. ~OAN DE KEATSERS~.
+
+Wize: De Fryske Tael (_Nij Frysk Lieteboek_ No. 2).
+
+ Jimmer wierne de âlde Friezen
+ Krêftich, flink en stoer en dreech;
+ Dy stoerens moatt' hja net forlieze
+ En derom frjeunen mei'noar op it leech!
+ Op! oan it keatsen!
+ Jimm' bern fen Fryslâns gea!
+ Kom! fleurich op!
+ Jimm' krij in flinke lea!
+ Frjeunen gou,
+ Slaen se nou!
+ Op it keatsfjild binn' wij bliid!
+ Frjeunen gou!
+ Slaen se nou!
+ Wêz nou flink en krêftich yn 'e striid!
+
+ Lit de wyn den ek mar rûze,
+ Krêftich komt yn 't perk de bal;
+ Kom, lit it bloed jimm' nou ris brûze,
+ Hwent sjoch, wy binne gou _Jan Reitsma's_ al!
+ De ballen fleane,
+ Hja fleane fier en heech!
+ Sjoch Fryslâns soannen,
+ Hja binn' stoer en dreech!
+ Frjeunen gou! (_ensfh._)
+
+ Slaen nou, keatsers, moaije ballen!
+ Lyk as _Greate Hantsje_ alear.
+ Al wirde keatsen wol forfallen,
+ De krêft forlieze jimme dochs net mear!
+ Kom lit se fleane,
+ Nei boppen yn 'e loft!
+ Flink yn 'e baen!
+ En rêst gjin inkeld skoft!
+ Frjeunen gou! (_ensfh._)
+
+2. HULDE OAN DE ALD-KEATSERS!
+
+Wize: _»Pietje Puck!«_
+
+ Hwet waerd to Frjentsjer jierren lyn
+ Al keatst faek fen kom sa,
+ Troch Hessel Brijker, Manne Roek
+ Of Piter Alkema.
+ En Douwe Mùteltsje, dy al
+ Sa'n baes yn 't keatsen wier,
+ Dan Grouwe Yme, wolbikind,
+ Dy sloech faek einen fier.
+
+ ~Refrein~:
+
+ For de âlde keatsers klinkt in »Hyp, hoera!«
+ Dy stoere Friezen komt ús hulde ta!
+ De âlden gyngen foar,
+ Wij folgje grif hjar spoar,
+ En stypje op nij ús eale keatspartij.
+
+ Greate Hantsje en de Lytse fen de Ryp,
+ Haije út de Easterein,
+ Mei Willem fen Kubaerd der by,
+ Hwet habbe hja wol slein!
+ Tsjommearum hie syn Knilles Proast,
+ Dy sloech se ek faek in ein.
+ Hwêr Dykstra fen Seisbjirrum kaem
+ Der waerd ek tige slein.
+
+ ~Refrein~:
+
+ For de âlde keatsers, _ensfh._
+
+ Klaes Hantsjes to Achlum hâld s' omleech,
+ Greate Obe út Arum wei
+ Wier op en út ek jimmer klear
+ By eltse keatspartij,
+ De greate Kúken fen it Bil
+ Wier krigel, tûk en tai,
+ Ek Piter Bakker fen de Ryp
+ Wier ien fen 't echte skaei,
+
+ ~Refrein~:
+
+ For de âlde keatsers, _ensfh._
+
+[Illustratie: T. GROENDIJK. SJ. DIJKSTRA. T. SWART.
+
+Koningspartuur 1909 Ned. Kaatsbond afdeeling »Tjummarum«.]
+
+ Rients Doekles, dy 't fen Peinjum kaem,
+ Mei de Rypma's yn petûr,
+ Wier mei syn maten yn it spil
+ Sa krêftich, sa fol fjûr.
+ Klaes Post fen Kimsert en foarâl
+ Durk Ynses fen Wynaem,
+ Klaes Boarsma en Auke Miedema
+ Fen Sweins wierne ek bikwaem.
+
+ ~Refrein~:
+
+ For de âlde keatsers, _ensfh._
+
+ Wier Arum op Jan Bonnema great,
+ De Ryp op Sjirk de Wal,
+ Wynaem op 'e Hiddinga's, Pyt en Jan,
+ Rients Koopmans ek foaral.
+ Dan blonk út Winsum Felkers wer,
+ Wier Strûksma--Wommels ear.
+ Hein Postma en Rein de Wite stien'
+ Yn Surch en Peinjum klear.
+
+ ~Refrein~:
+
+ For de âlde keatsers, _ensfh._
+
+ _(Ut »Sjirk Walles«)._
+
+3. FEN DE FRYSKE FAMMEN.
+
+Wize: Yn 'e Snitser Merk (_Ald Frysk Lieteboek_ No. 50).
+
+ De fammen yn 'e keatsershoek
+ Binn' gljeon op keatspartijen:
+ In pear komme om nei 't spil to sjen,
+ De measten om it frijen.
+ De keatser is sa rêd,
+ It fanke is al sa glêd,
+ Dat hja mei 'n inkeld lonkje
+ Yn 't ringen lôgjend keatsershert
+ In smeuljend ljeafdefonkje
+ Ta 'n ljochte laeije set.
+
+ Hja witte dat hja troch dat spil
+ Bitùfte feintsjes krije.
+ Dêrom mei eltse faem hjir ek
+ Sa graech it keatsen lije.
+ Mei each en hânnen klear!
+ Dit fùget herten gear,
+ En, lyk as bij it keatsen,
+ Komt stadichoan in nij petûr,
+ Dat keatst dan troch oan 't trouwen
+ Fol ljeafde en fol fjûr.
+
+ Mar nei it trouwen slacht de man
+ Meast »kwea« ynpleats fen »boppe«;
+ En 't wyfke wol dan wol ris graech,
+ Him út de krite... skoppe.
+ En 't ein is: Op it lêst
+ Slacht s' op en út »for bêst«!
+ De man docht mei for »kearder«,--
+ Hy, dy 't as feint sa'n keatser wier.
+ Syn wiif slacht alles »boppe,«
+ Hij hjit dan min as strie.
+
+ _(Ut »Sjirk Walles«)._
+
+De nos. 2 en 3 zijn overgenomen uit:
+
+»Sjirk Walles ef de keningspriis fen it keatsen«, toaniel- en sjongstik
+fen W. Westra en Y. Schuitmaker, leden fen de keatsklub »Jan Bogtstra«
+to Frjentsjer, mei in foarwird fen de hear S. v. d. Burg, de algemiene
+skriuwer fen it Selskip for Fryske Tael- en Skriftenkennisse,--útjown by
+T. Telenga to Frjentsjer.
+
+
+
+
+ #:: EERVOLLE VERMELDING AMSTERDAM 1908 ::#
+
+
+ #~PRAKTISCHE~#
+ #Huis-Bibliotheek#
+
+ #Geïllustreerd.#
+
+ _Schreber_, Longen-Gymnastiek. 2e druk 35 Ct.
+ _Bock_, Eerste Hulp bij Ongelukken 30 "
+ _van de Ven_, Amateur Fotograaf. 2e druk 25 "
+ _Toepoel_, Physical Culture 60 "
+ Licht-, Lucht- en Zonnebaden 30 "
+ Mijn Aquarium 35 "
+ De Kleine Briefsteller 35 "
+ De Jonge Schaker 35 "
+ _Broekkamp_, Jonge Dammer f 1.25
+ _Broekkamp_, Damstudies 35 Ct.
+ _Leefson_, Nieuwste Dansen 35 "
+ Skatspel, handleiding 50 "
+ Billardschool. 2e druk 35 "
+ _Ott_, Rijwiel, inrichting. 2e dr. 25 "
+ Levensmagnetisme 15 "
+ Terrarium. _(Ter perse)_ 35 "
+ Luchtscheepvaart, populaire beschouwing 30 "
+
+
+ #Sport-Bibliotheek#
+ #Geïllustreerd.#
+
+ #HANDLEIDING voor:#
+
+ Voetbal-Scheidsrechter 60 Ct.
+ Voetbal. 3e druk 25 "
+ Lawn Tennis. 2e dr. 30 "
+ Lawn Tennis. 3e dr. f 1.60
+ Water-Polo. 2e dr. 30 Ct.
+ Cricket 30 "
+ Croquet 30 "
+ Kegelen 30 "
+ Korfbal 30 "
+ Hockey 30 "
+ Hardloopen. 2e dr 30 "
+ Roeien 35 "
+ Zeilen 50 "
+ Zwemschool. 2e dr. 35 "
+ Droogzwemmen 15 "
+ Schermen 50 "
+ Boksen 35 "
+ Worstelen 60 "
+ Schoonrijden 50 "
+ Kolven 50 "
+ Rolschaatsenrijden 30 "
+ Openluchtspelen 45 "
+ Halteren 35 "
+ Skiloopen 30 "
+ Wielrennen 35 "
+
+
+ #:: UITGAVEN VAN J. F. VAN DE VEN TE BAARN ::#
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: JAN REITSMA. JOH. STRUIKSMA, |
+ | C: JAN REITSMA. JOH. STRUIKSMA. |
+ | B: later de eerst opengevallen abdij. |
+ | C: later de eerst opengevallen abdij.« |
+ | B: de Spaansche kustprovinciên langs |
+ | C: de Spaansche kustprovinciën langs |
+ | B: de Polote«, dat met uitzondering |
+ | C: de Pelote«, dat met uitzondering |
+ | B: zijn gang (in de omstreken |
+ | C: zijn gang« (in de omstreken |
+ | B: ras krachtdadig bevorderen.« En wanneer |
+ | C: ras krachtdadig bevorderen. En wanneer |
+ | B: zilveren eereprijzen te vinden, |
+ | C: zilveren eereprijzen te vinden. |
+ | B: --Op 't sté fen 't âlde |
+ | C: »--Op 't sté fen 't âlde |
+ | B: folksspil fen alear. |
+ | C: folksspil fen alear.« |
+ | B: mei stean en fallen. |
+ | C: mei stean en fallen, |
+ | B: staal uw kracht in daden, |
+ | C: staal uw kracht in daden. |
+ | B: 't Is kaet-sers-dei! |
+ | C: 't Is keat-sers-dei! |
+ | B: oan 't bounsbistjúr, |
+ | C: oan 't bounsbistjûr, |
+ | B: teekening_. (Het perk heeft den |
+ | C: teekening_. Het perk heeft den |
+ | B: de 1ste catagorie is de lengte |
+ | C: de 1ste categorie is de lengte |
+ | B: (bestemming: perk). zóódat de bal |
+ | C: (bestemming: perk), zóódat de bal |
+ | B: is kwaad). Het zijn misslagen. |
+ | C: is kwaad).) Het zijn misslagen. |
+ | B: of Herculesslag. Het perkpartuur wint |
+ | C: of Herculesslag.) Het perkpartuur wint |
+ | B: neemt een marquer plaats, die |
+ | C: neemt een marqueur plaats, die |
+ | B: Friezen komt ùs hulde ta! |
+ | C: Friezen komt ús hulde ta! |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------+
+
+
+
+***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HET KAATSSPEL***
+
+
+******* This file should be named 38546-8.txt or 38546-8.zip *******
+
+
+This and all associated files of various formats will be found in:
+http://www.gutenberg.org/dirs/3/8/5/4/38546
+
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://www.gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://www.gutenberg.org/about/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit:
+http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+