summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--37522-8.txt2355
-rw-r--r--37522-8.zipbin0 -> 55669 bytes
-rw-r--r--37522-h.zipbin0 -> 85209 bytes
-rw-r--r--37522-h/37522-h.htm3171
-rw-r--r--37522-h/images/illo49.pngbin0 -> 10256 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/illo65a.pngbin0 -> 1509 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/illo65b.pngbin0 -> 419 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/illo68a.pngbin0 -> 537 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/illo68b.pngbin0 -> 8803 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/line1.pngbin0 -> 425 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/line2.pngbin0 -> 591 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/line3.pngbin0 -> 1045 bytes
-rw-r--r--37522-h/images/line4.pngbin0 -> 612 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
16 files changed, 5542 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/37522-8.txt b/37522-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..80a30cc
--- /dev/null
+++ b/37522-8.txt
@@ -0,0 +1,2355 @@
+The Project Gutenberg EBook of Kort verhaal van eene aanmerkelijke
+luchtreis en nieuwe planeetontdekking, by Willem Bilderdijk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Kort verhaal van eene aanmerkelijke luchtreis en nieuwe planeetontdekking
+
+Author: Willem Bilderdijk
+
+Release Date: September 24, 2011 [EBook #37522]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KORT VERHAAL VAN EENE ***
+
+
+
+
+Produced by André Engels, Harry Lamé and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +------------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | Gebruikte trancriptie: |
+ | de 'lange s' is vervangen door een normale 's'; |
+ | superscript o's (zoals in primo, secundo, etc.) worden |
+ | weergegeven als bijvoorbeeld 1^o, 2^o, etc.; |
+ | tekst die in het originele werk schuingedrukt is, is |
+ | getranscribeerd als _tekst_; |
+ | tekst die in het originele werk in klein kapitaal is gezet is |
+ | getranscribeerd als KAPITALEN; |
+ | Griekse en Hebreeuwse teksten zijn getranscribreerd als |
+ | [Grieks: tekst] en [Hebreeuws: tekst]; individuele letters als |
+ | bijvoorbeeld [alfa] en [kaf]; |
+ | de 'ij met accent-circonflex' is weergegeven als [^ij]; |
+ | de door de auteur aangetroffen inscripties worden hier |
+ | weergegeven als [Illustratie]. |
+ | |
+ | Voetnoten zijn verplaatst naar direct onder de alinea waarop ze |
+ | betrekking hebben. |
+ | |
+ | Verdere opmerkingen zijn te vinden aan het einde van deze tekst. |
+ | |
+ +------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ LUCHTREIS.
+
+
+
+
+ KORT VERHAAL
+ VAN EENE
+ AANMERKLIJKE
+ LUCHTREIS,
+
+ EN
+
+ NIEUWE
+ PLANEETONTDEKKING.
+
+ UIT HET RUSSISCH VERTAALD
+
+ GEDRUKT en UITGEGEVEN
+
+ Bij W. WOUTERS te _Groningen_.
+
+ 1813.
+
+
+ [Grieks: Ho de geôgraphikos ouk epichôriôi geôgraphei, oude
+ politikôi toioutôi, hostis mêden ephrontise tôn legomenôn idiôs
+ mathêmatôn, oude gar theristêi kai skapanei, alla tôi peisthênai
+ dynamenôi tên gên echein houtô tên holên, hôs hoi mathêmatikoi
+ phasi, kai ta alla ta pros tên hypothesin tên toiautên.
+
+ STRAB.]
+
+
+
+
+Wat zijn de wetenschappen niet al verplicht aan het geval! Een geringe
+toevallige waarneming wekt een vluchtig denkbeeld op in het hoofd van
+een eenig mensch, en een nieuwe wareld, of 't ware, is gevonden. Zeker,
+die het eerst een ontwortelden boomstam zag drijven, en zich
+daar schrijlings op zette, dacht niet aan de ontdekking van drie
+warelddeelen, die zonder dat nooit bekend konden worden. Even weinig
+geloofde Mevrouw Montgolfier, als zy haar gewasschen japon op de
+vuurmand droogde, dat dit ons den weg banen moest tot ontdekkingen, die
+het geheele hemelstelsel een nieuw aanzien geven, en het geen duister en
+ons onbereikbaar scheen, in het helderst licht zouden stellen, en met
+onze aarde vereenigen.
+
+Men heeft veel getwist over de nuttigheid der Luchtbollen, of, om
+duidelijker te spreken, der Aërostaten! De ondervinding heeft alreeds
+geleerd, welk een nut in den oorlog uit deze vliegtuigen te trekken is,
+het zij ter ontdekking of opneming van vijandlijke legeringen,
+verdedigingsinrichting van steden en dergelijke, het zij ter overziening
+en verkondschapping van streken lands, waar men geene topografische
+kaarten van heeft. En zoo dra slechts de wijze van deze machienen te
+besturen tot zekere maat van volkomenheid gebracht, en de vaste wind- of
+luchtstroomen in de hoogere oorden des dampkrings door vaste
+waarnemingen bepaald zullen zijn, zal zich een oneindig ruim uitzicht
+ontsluiten van voordeelen, die voor de onderlinge verstandhouding en
+gemeenschap der landen en volken, nog onberekenbaar zijn. Een nieuwe weg
+zal zich voor den koophandel openen; geheel nieuwe takken van industrie
+zullen ontstaan: de voor- en nadeelen van de ligging der landen zullen
+ophouden, de bezetting van grenzen vergeefsch worden; en het
+meesterschap ter zee zal vervallen of nutteloos zijn, wanneer men door
+Luchtvloten, met waren, met wapens, en manschap geladen, den overvloed
+of den oorlog in de afgelegendste oorden zal overvoeren, zonder aarde of
+water aan te doen. Want, zoo thands eene doorgaande en geregelde
+luchtvaart de verbeelding nog eenigermate ontzet; wat zou de eerste
+schipper gedacht hebben, die zich met zijn vlotjen of hollen boomtronk
+aan 't nat overgaf, indien men hem van onze oorlogschepen en van de
+wijze van die door de zeën en stormen te voeren, verhaald had?
+
+Doch weinig is dit alles, wanneer men het oog hooger opheft, en het
+zelfde als een middel tot nadering van de hemelsche lichamen beschouwt,
+waarvan ons de geweldige afstand en ongenaakbaarheid tot dus verr' niets
+anders dan gissingen en hoogst onvolkomen besluiten uit weinige en
+geringe, en zeer ongenoegzame _data_ veroorloofde. Het is waar, dat het
+onbeduidend moet schijnen, of men op een afstand, als die van de maan,
+eenige duizend roeden gewonnen heeft; en dat nu reeds (dank zij het
+beter onderwijs van onzen verlichten leeftijd!) de waschvrouw van haar
+kleine dochtertjen uit wordt gelachen, wanneer zy 't beveelt de touwen
+voor 't droogen der hemden wat hooger aan de boomen te binden, om nader
+by de warmte der zon te zijn. Ik denk ook dat niemand een leugenachtigen
+Brydone gelooven zal, wanneer hy ons wijs maakt, op den Etna veel meer
+starren gezien te hebben, dan men anders gewaar wordt, om dat hy
+daar boven de dikke dampen verheven was, het geen ze overnevelen
+verduisterende: vooral daar hy van die hoogte, deze dampen vergetende
+die nu tusschen hem en de vlakte der aarde waren, een zoo ten uiterste
+duidelijk en uitvoerig gezicht van geheel Sicilie, en wat niet al meer,
+zegt gehad te hebben. Maar alschoon het niet mooglijk zij, onze maan, de
+naastbyzijnde der ons bekende planeten, eenigzins merklijk te naderen;
+genoeg is het, wanneer wy eenig hemellichaam bereiken, het geen wy met
+de overige van eenerlei natuur mogen stellen, en dit leeren kennen.
+
+Maar zijn er dan zoodanige hemellichamen, ons nader by zwevende dan de
+maan? en zijn die voor ons tot zoo verr' te naderen dat wy er eene
+duidlijke kennis van kunnen bekomen? Deze vraag verheft zich
+natuurlijker wijze by den Lezer; en het is om hem die te beandwoorden,
+dat dit stukjen is ingericht.
+
+Ik zeg te beandwoorden; en dit wel, bestemmend. Ja zy zijn er, die
+lichamen, die planeten, en zy zijn onzen dampkring zoo na, of om beter
+en juister te spreken, de lucht waar ze in drijven, vloeit zoo met den
+dampkring des aardkloots in een, dat zy niet volstrekt ongenaakbaar
+zijn. De bespiegeling mocht ons dit leeren, het vooroordeel dit doen
+verwerpen, de ondervinding bewijst. 't Is een feit dat ik aanvoere. Ik
+heb gezien, ik heb getast, ik heb ze aangedaan. Tegen dit vermag niets,
+wat in opvatting of redekaveling over mogelijk- of onmogelijkheden
+bestaat. _Potest, nam est_ (het kan zijn, want het is), is sterker dan
+het _non est, nam non potest_, 't argument der bestrijderen van de
+tegenvoetelingen, en van zoo vele Natuurwaarheden. Ik ben er geweest, ik
+heb gezien, zei Kolumbus, en die hem belachen hadden, verstomden. Ik zeg
+u het zelfde, mijne Lezers, en geve u een korte beschrijving der reis
+die ik afgelegd heb. Ontdekkingsreis in hare uitkomst en door toeval,
+schoon niet met een oogmerk om deze ontdekking te doen, ondernomen; maar
+die als zoodanig echter ('k vertrouw het) niet missen kan, in een tijd
+van zucht voor ontdekkingen als die wy beleven, algemeen belang in te
+boezemen: afgescheiden zelfs van dat der Natuur- en Sterrekunde, en der
+allen sterveling ingeschapene weetlust en hem boven alles prikkelende
+nieuwsgierigheid.
+
+Ik verbeeld my te mogen hopen, dat het geen men Kolumbus niet weigerde,
+ook my niet ontzegd zal worden. Geloof, namelijk, aan het geen ik
+oprechtlijk en zonder den minsten opschik verhalen zal. Het is waar, dat
+Kolumbus veel voorhad. Hy was toegerust met het gezag en vertrouwen dat
+een groot koning hem meêdeelde; hy bracht reisgenooten, vlootvolk mede,
+die wat hy verhaalde, bevestigden: Ja hy bracht voortbrengsels van de
+door hem ontdekte kusten met zich: En wie kon op dit gezicht anders dan
+overtuigd worden? Ik zal niet onderzoeken, of die door hem vertoonde
+voorwerpen iets anders of meer dan ontdekking van een tot nog vreemd
+land bewezen, het geen juist de zaak niet was; maar niet van een land,
+verr' in 't westen gelegen, en op zulken afstand als Kolumbus voorgaf;
+maar ik vraag, zoo ik planten of ertsen vertoonde, wat blijk of wat
+stempel die moesten hebben, om als uit eenen anderen planeet
+overgebracht, aangenomen te worden? En indien Kolumbus in de t' huisreis
+schipbreuk geleden mocht hebben en naakt en van alles ontbloot ergens op
+het strand ware geworpen, zou dan zijne ontdekking minder waarachtig
+geweest zijn? Zeker neen: zy ware dan slechts minder nuttig gebleven,
+maar had eenen spoorslag moeten geven tot nieuwe ondernemingen, die haar
+konden bevestigen en hernieuwen. Maar het voorgestelde geval is het
+mijne. Te rug keerende is mijn luchtvaartuig verongelukt, en tot wonder
+van my zelven heb ik (schoon naauwlijks) het leven daar af gebracht. Wat
+ik ontdekt heb, is verloren, dan voor zoo verr' mijn door dit
+ongeluk-zelf verzwakt geheugen my toelaat, wat ik zag, aan mijne
+planeetgenooten mede te deelen. Dit acht ik my aan het gemeen welwezen
+verschuldigd, en dit doende, meen ik recht op inschikkelijkheid te
+hebben voor het gebrekkige van mijn verslag; maar vooral, om zonder
+vooringenomenheid tegen het geen ik zal voordragen, gehoord te worden.
+
+ * * * * *
+
+Ik heb in mijn jeugd de legers gevolgd, en dit in verschillende en zeer
+onderscheiden standen. Noodlottigheden van velerlei soort hadden my na
+duizenden slingeringen arm en nooddruftig in Perzie gevoerd, van waar ik
+my voorgesteld had met een karavaan naar Bagdad te trekken, om van daar
+in Europa te keeren. Ik meld den Lezer niet, wat mijn vaderland zij. Dit
+kan hem even zoo onverschillig zijn als de naam dien ik of eenmaal
+gevoerd heb of sedert heb aangenomen. Ik zal ook het jaartal verzwijgen,
+waarin dit is voorgevallen; het kon tot herinneringen aanleiding geven,
+die vermoedens verwekten, welke niemand voordeel konden doen, en my of
+een ander schadelijk zijn. Na al de gebeurtenissen die Europa geschokt
+hebben, zijn en de betrekkingen en de verwijderingen zoo menigvuldig en
+dermate ingewikkeld geworden, dat men zich niet genoeg wachten kan. In
+alle partyen heb ik goede en kwade trouw gemengeld, en de dolheid der
+geestdrift, met de koude berekening der staatkunde vereenigd gevonden.
+Met geenen aanhang heb ik my recht van harte kunnen vereenigen, en
+geenen ooit willen vervolgen. Geen wonder derhalve, zoo ik overal haat
+en vervolging voor dienst- en trouwbewijs, of voor betrachting van
+menschelijkheid en rechtvaardigheid kwam te ontmoeten. Ik hield vast aan
+een grondbeginsel en handelde daar naar: Anderen namen grondbeginsels
+aan of verwisselden die, naar de oogmerken waarvoor zy handelden,
+meêbrachten. Ik was dus niemand bruikbaar, en niemand my. Ik stond
+alleen, en had geene soort, waar ik toe behoorde, op dezen aardbol; wat
+wonder, zoo ik wel eens aan een anderen dacht?
+
+Veelvuldige verschijnsels, in onze dagen het eerst of meer by herhaling
+waargenomen, overtuigden my spoedig van de gebrekkigheid onzer
+Planeetstelsels. Na zoo vele eeuwen berustens in zeven zonnewachters en
+eenen enkelen wachter van tweeden rang (die wy de maan noemen), waren er
+nu, niet slechts om Jupiter en Saturnus, om Mars en Venus, rondloopende
+wachters ontdekt of vermoed, maar een Uranus, een Ceres, een Pallas,
+vermeerderden de eerstgemelde zeven, en dat plechtig getal waar men zoo
+veel geheimzinnigs in stelde, lag in duigen, zoo wel als de
+evenredigheid in de afstanden die men hun onderling of ten aanzien van
+hun gemeen middenpunt toeeigende. Daar konden er derhalven nog meer zyn,
+die met deze tien om de zon draaiden. Daar konden er meer zijn om de
+planeten-zelven. Wat tot heden niet ontdekt was, kon morgen zich den
+nasporer opdoen, en dit des te lichter, daar het geen tot dus verre
+nieuw ontdekt was geworden geen grond van vermoeden by de waarnemers
+gehad had, en het tegenwoordig waarschijnelijk werd dat er meer te
+ontdekken viel. Ik verwachtte dus meer planeten te zien opdagen, en den
+hemel bevolken; ik verwachtte meer manen of wachters om hen.
+
+Nu trokken de steenregens mijne aandacht. Men verstaat dat ik hier aan
+geen eigenlijk regenen van steenklompen denke, maar van brokken steen
+hier of daar uit de lucht gevallen, en zeker niet genoeg in menigte om
+den naam van regenen te verdienen. Men had die van ouden tyd af
+waargenomen. Een der zeven wyzen van het hooggeroemd Griekenland,
+Thales, had er uit besloten, dat de hemel uit steenen gewelfd was, en
+wel zonder kalk; en dat het zijn geduurzame omzwaai was, die hen in 't
+verband hield, waar uit deze enkele door een onbekend toeval losgeraakt
+waren. Een denkbeeld waarin lateren een zeer diepe Wis- en Natuurkunde
+gevonden hebben[1]. Maar in onze dagen viel het meermalen voor, dat men
+steenen zag vallen, waar aan men geen oorsprong kon toeschrijven dan in
+of boven den dampkring, en die oorsprong werd een voorwerp van
+gissingen. Sommigen deden die steenen zonder bedenking uit de bergen der
+maan opwerpen; niet gedachtig dat, naar de volkanen op onzen bol te
+rekenen, deze opwerping met geene zoodanige snelheid geschiedt als
+noodig zou zijn om ze buiten de kracht der aantrekking van den maanbol
+te brengen. Anderen deden haar door een Chymische werking in den
+dampkring-zelven voortbrengen, zich niet latende invallen, dat er altijd
+een te groote zwaarte in de vormstoffe moest zijn, om zich, zelfs één
+oogenblik maar, in de lucht op te houden. Van de genen, die het vallen
+van deze steenen of geheel ontkenden, of hen uit ver afgelegen of niet
+bestaande volkanen op onzen aardgrond afleiddeden, spreek ik niet. Met
+de eersten toch moet men alle geloof aan getuigenissen, hoe plechtig
+ook, weigeren; en de laatsten zeggen niets, zoo zy de volkanen, waar toe
+zy verwijzen, en tevens de mogelijkheid van uit hunnen boezem tot in
+Frankrijk of Duitschland steenen uit te jagen, niet aantoonen.
+
+ [1] Onder anderen Keil die er het geheele Newtonianismus, immers de
+ theorie der aantrekkingskracht in vindt.
+
+Wat my betreft, aan de vorming van een stof zoo veel specifiek zwaarder
+dan de vloeistof waarin zy gevormd wierd, als de steenen ten aanzien der
+lucht zijn, en die dan, niet in de vorming zelve nederzeeg om zich op
+den grond te volmaken, maar, geheel en volkomen gevormd, in eens, als
+hard lichaam neêrplofte, kon ik geenerhande waarschijnlijkheid hechten.
+Ik helde dus ongevoeligerwijze tot de meening van die deze brokken uit
+de maan deden afdalen. De overeenkomst in het uiterlijk aanzien, van de
+maan met het geen onze aardkloot op dien afstand vertoonen moest, en wat
+men meer als gronden voor de onderstelling eener eenvormigheid
+van grondstof tusschen de planeten pleegt aan te voeren, gaf
+hier veel aannemelijks aan. Maar welke berekening ik in 't werk
+stelde, ik kon geene oorzaak van snelheid uitdenken, genoegzaam om de
+aantrekkingskracht die hen op de maan moest te rug brengen, te
+overwinnen. Deze bol was altijd te groot, en de afstand der aarde te
+verr', dan dat deze op zekere hoogte van de uitwerping, haar in de
+aantrekking dier brokken kon opwegen, hoe veel temeer, overhalen! Ik
+moest om dit mooglijk te stellen, beide den maanbol en den afstand
+ontzachlijk verminderen, en dus de zaak opgeven.
+
+Maar sedert hoe lang is het, dat men om Saturnus de drie laatst ontdekte
+manen had waargenomen? Men is thands overtuigd dat hy er vijf heeft,
+Jupiter heeft er vier, die bekend zijn; en wie is zeker, dat of beide,
+of een van die, er niet meer hebben? Of waarom zou deze onze aarde niet
+meer dan een maan medevoeren, ofschoon slechts die eene door hare
+aanmerklijke grootte en den juist geplaatsten afstand, ons zichtbaar is?
+Waarom zouden tusschen haar en ons aardlichaam niet meer dan een, niet
+verscheidene wachters, om ons rondloopen, welke deels hunne kleinheid,
+deels hun te geringe afstand ons verborgen houdt? Zeker, te naby
+geplaatst, kan zoodanig lichaam by onze nacht niet verlicht zijn; en by
+dag moet het ons (alhoewel gewapend) gezicht ontslippen[2]. Te klein en
+op zekeren afstand, moet het, ook by onze nachten verlicht, ons niet
+merkbaar zijn, en zelfs by zijn overgang over de zonschijf, onze oogen
+geen erkenbaar stip aanbieden. Deze bedenkingen deden my gissen, of
+wellicht deze luchtsteenen uit zoodanige kleiner en ondermanen (die van
+volkanieke natuur mochten zijn) by aldaar voorvallende ontbrandingen,
+afkwamen[3].
+
+ [2] Wie zoekt met het gewapend oog by den dag naar planeten? Het woord
+ _gewapend_ had hier gemist kunnen worden, en is misschien een
+ tusschenvoegsel van een verbeteraar, en niet van den Schrijver
+ afkomstig.
+
+ [3] Tot mijn verwondering vond ik by mijne aankomst in Astrakan, nu
+ jongstleden, dit mijn denkbeeld in een klein geschrift van den
+ vermaarden Geneefschen Natuurkenner, De Luc, aangenomen.
+
+Ik behoef niet te zeggen, hoe zeer my dit in mijn lang te voren
+gekoesterd begrip van het hemelstelsel bevestigde. Ik beschouwde geheel
+het zonnestel, als, van afstand tot afstand, met grootere en kleinere
+hoofdplaneeten, en grooter en kleiner wachters van dezen doorzaaid. Dit
+leverde my een gants nieuwe beschouwing op. Edoch ik bepaalde mijn
+aandacht inzonderheid op die Ondermanen, indien ik ze dus mag noemen,
+waardoor men, gelijk het my toescheen, zeer vele byzonderheden en
+schijnbare ongeregeldheden zoo in ebbe en vloed als in andre
+natuurverschijnsels, verklaren mocht. Ja ik achtte het niet onmooglijk,
+dat dit eenmaal den sleutel aan de hand mocht geven van de nog zoo
+onvaste theorie der komeeten, welker niet weder verschijnen op den tijd,
+dien de aan hen toegekende loop mede bracht, de van elders zoo
+aanneemlijke hypothesis van de later Sterrekundigen jammerlijk
+tegendruischt. Ik stelde my voor, zoo my eenmaal een leefgetijde van
+rust voorbehouden mocht zijn, my dan aan het doen van naauwkeurige
+waarneming omtrent dezen, vooral in de morgen en avondschemeringen, over
+te geven; ook de zonneschijf vlijtig te beschouwen, en wat daar nog
+onbemerkts op voorvallen mocht, na te gaan. Wat kon ik in de onrust
+mijns levens meer doen! Ik dacht weinig aan de mogelijkheid eener andere
+wijze van omtrent dit voorwerp ontdekking te erlangen; veelmin, dat my
+die te beurt vallen zou. Werkeloos echter, en door niets opgewekt,
+verduisterden deze denkbeelden allengskens in my, en welhaast dacht ik
+er niet langer aan, dan by tusschenpozen, en wanneer 't geen my
+voorkwam, daar mijn geest als onwillig naar te rug riep.
+
+Het is voor mijn lezer geheel onverschillig, wat my in mijn voornemen
+dwarsboomde, wanneer ik uit _Kerman_ naar Europa op reis meende te gaan.
+Ik kan echter my-zelven het genoegen niet weigeren, van het edel
+karakter der Oostersche volken, en inzonderheid dat der Perzen, recht
+te doen. Hun herbergzaamheid is bekend. Hunne erkentlijkheid voor
+ontfangen dienst, is Europa vreemd. Eenige kennis van genees- en
+heelkunde geeft er den Christen vertrouwen. Dit vertrouwen groeit aan,
+naar mate men ziet dat hij zich tot eenvoudige middelen, en inzonderheid
+voorbrengsels uit het plantenrijk, bepaalt. Bewerkingen van Scheikunst
+zijn hun verdacht. Zy hechten er een denkbeeld van tooverkracht aan, en
+gebruiken ze met een wederwil, die zijn grond in die opvatting-zelve
+heeft. Ook vreezen zy dien gene, dien zy als daardoor allen anderen te
+machtig beschouwen. Men vindt er ook zeer weinige ziekten, die tot
+buitengewone middelen noodzaken, daar hun levenswijs matig is, hunne
+lichamen, alschoon weinig met vet bekleed, echter meestal doorvoed en
+sapvol zijn, en door sterke dranken of verhittende wijnen, zeer zeldzaam
+bedorven worden. Om er veilig en met eenig aanzien te leven, doet men
+wel, zich als een geneeskundige te doen kennen. Men heeft er geen begrip
+van een Christen, dan als geneeskundige, koopman, of verspieder: en van
+deze drie boezemt de eerste alleen achting in. By hem zoekt men heul en
+noodhulp; by den tweede, goudwinst en roof; en die geen van beide is,
+wordt noodwendig tot de derde klasse gerekend. Men vreeze echter niet,
+voor een koopman te zullen doorgaan, zoo men ergens juweelen verruilt.
+De edele gesteenten verstrekken door geheel het Oosten voor een
+algemeen middel van schuldvereffening tusschen alle personen. Zy zijn
+een soort van ongemunt geld, waarvan zich een ieder bedient. Die een
+minder som te betalen heeft, geeft een grooter steen voor kleinere; die
+meer geld heeft dan hy op de reis denkt uit te geven, ruilt gemakshalve
+een grooter in, gelijk men by ons goud voor zilver, dubbele pistolen
+voor dukaten, inwisselt. De belooningen bestaan ook even zoo veel in
+gesteenten als goud; en zy zijn, in gesteenten gegeven, by gelijke
+waarde, aanzienelijker.
+
+De edelmoedigheid van een aanzienlijk man in ...., wien ik van eene zeer
+eenvoudige anderendaagsche koorts genezen had, had my het voorrecht
+bezorgd van in gezelschap en geleide van eenige Perzen en Georgiers naar
+Schirwan te gaan, van waar ik licht gelegenheid vinden zou, om den weg
+haar Rusland in te slaan. Daar had de nabyheid van Russische
+krijgsposten en de omgang met velerlei officieren van deze Natie, die op
+hunne heen en t' huis reizen doorgaans die stad en haar omtrek
+bezochten, een gerucht doen ontstaan van die wonderlijke vliegtuigen,
+gelijk het daar heette, die sints kort by de Franken gemaakt wierden, en
+waar meê men de lucht kon doorreizen. Wonderlijk waren de denkbeelden,
+die men van dien toestel al maakte. Sommigen hielden het voor een soort
+van toovertapijt, waarop men by het uitspreken van zekere geheimzinnige
+woorden door de lucht gevoerd wierd. Een der Franken, vertelde men my
+(en het zal hoogstdenklijk Pilastre de Rosier geweest zijn) was in zijn
+vlucht jammerlijk neêrgestort, omdat de Engel die hem op den schouder
+voerde onder weg niesde. Men zou hier aan den Brobdignakker van Gulliver
+kunnen denken, wiens niezen hem eenige van 's mans medgezellen uit de
+boot schudden deed, waarin hy hen droeg. Doch men moet weten, dat de
+Perzen en Turken gewoonlijk het onweder aan het niezen der Engelen
+toeschrijven: en dat door dit niezen derhalve een onweêr beduid wordt.
+Anderen verbeeldden het zich als het houten paard uit de Arabische
+Nachtvertellingen, waar van men een houten of koperen pen omdraaide om
+te vliegen; weêr anderen als de kist van den valschen Mahomed uit de
+Perziaansche dagvertelsels, die door raderwerk bewogen werd. Eenigen
+echter hadden uitgevorscht dat het een schuit was, en dat die schuit met
+koorden aan de maan of een anderen hemelbol vast werd gemaakt, maar hoe?
+wisten zy niet. Als een Frank en Geneeskundige, dat is een man die en de
+natuur en de geheime wetenschappen kennen moest, behoorde ik daar meer
+van te weten. Men onderstelde dit. Ik had dit lichtelijk kunnen
+ontwijken; met de zaak als een verborgenheid te behandelen die ontzag
+vorderde: maar ik had de dwaasheid, my uit te laten, haar als een
+natuurlijk verschijnsel te willen verklaren, en de nieuwsgierigheid
+op te wekken, zonder haar te voldoen. De kennis van _zwaarte_ en
+_lichtheid_ of wat men door deze benoeming verstond, was, noch by mijn
+reisgenooten, noch by die ons huisvestten, te vinden; en het was om
+niet, wat ik deed om hun daar een denkbeeld van by te brengen, dat my
+ergens heen leiden kon. Tweederlei soorten van lucht begrepen zy niet.
+Stikdampen waren by hen bloot vergiftigde uitwaassemingen, of wel, adem
+van booze geesten. Het opgaan van de rook kon ik haar niet ontpraten
+een eigenschap van den rook te zijn, die niet van de lucht afhing.
+Naauwlijks een, die iets hoorde van 't geen ik hun voorhield, en niemand
+die er 't minst van begreep. Het gelukte my, een gebrekkige Barometer
+saam te stellen: maar de zwarigheid was, hun de oorzaak van deszelfs
+rijzen en vallen uit te leggen. Eindelijk, ik moest het woord en
+denkbeeld van _lucht_ opgeven; en met damp in de plaats te stellen, dien
+men uit zijn aart begreep _licht_ te zijn, om dat men hem zag naar boven
+gaan, vormde men zich in verbeelding een luchtbol; maar dat dan die
+luchtbol een mensch in een schuitjen kon dragen, dit kon men zich even
+weinig in 't hoofd brengen, als dat zulk een luchtbol weêr nederwaarts
+kon, en niet voort zou gaan altijd te klimmen tot hy tegen de starren
+stiet.
+
+Ik zag vitrioololie en ijzervijlsel of liever, schaafsel van ijzer, te
+krijgen, en beloofde hun een proef van den luchtbol. Een schapenblaas
+moest my hier toe dienen. De bol ging op tot een zekere hoogte,
+kantelde om, en kwam neder. Dit schouwspel was heerlijk voor mijn goede
+Oosterlingen, maar het was een klein balletjen: van een grooten
+geloofden zy 't niet. Te vergeefs beduidde ik hun, dat een vat met
+duizenden ponden smeer even zoo in het water drijft als een doosjenvol
+van een lood zwaarte. Van Weegkunde geen begrip by hen. En wat daarvan
+eindelijk ook zijn mocht, dat die bol, op zich zelven zoo groot en zoo
+zwaar reeds, dan nog een geheel vaartuig met een man op zou nemen--! Ja
+met twee man, met meer, en meer naar hy grooter is--! dit kon men hun
+toch niet wijsmaken, daar waren zy (dit was hunne uitdrukking) te
+verstandig toe. Duidelijk reeds ving ik aan te bemerken, dat men my voor
+iemand begon te houden die hen ten beste hield.
+
+Ik had het daar by kunnen laten, en mijn reis vervorderen zonder my dit
+aan te trekken. Maar mijn verblijf werd van dag tot dag meer verlengd,
+de gelegenheid tot vertrekken schortte zich op voor nog etlijke maanden,
+die ik daar slijten moest; en genoegzaam geen ander gesprek meer hoorde
+men, dan over den luchtbol, en wat by de onnoozele Franken daar van
+verteld wierd. Somwijlen, daar anderen een zoo in het oogloopende
+domheid der Europeanen met een recht meêdoogend kopschudden bejammerden,
+meesmuilden er eenigen, my toeknikkende, als die toch wel beter wist. Ik
+vermoedde nu, voor een opzetlijk bedrieger, een kwakzalver, door te
+gaan; en wel duizendmalen verwenschte ik het uur, dat ik het eerst mijn
+weinigjen wetenschaps by hen had willen te koste leggen, om hun iets
+begrijpbaar te maken, dat zy maar niet aannemen konden. Na veel
+haspelens, zei ik eindelijk op een' toon van zelfbetrouwen: Hoort, ik
+ben niet rijk genoeg om u zulk een luchtbol toe te stellen, naar wilt gy
+te samen de kosten daartoe vereischt, by elkaâr brengen, ik zal u den
+luchtbol doen zien met het schuitjen; daar meê opvaren, en wien uwer het
+lust, met my nemen en weêrom brengen.
+
+Of ik by die woorden bedacht, dat men my by het woord zou kunnen vatten,
+weet ik niet. Ik had niets dergelijks ooit beproefd, en bevond my
+volstrekt in geen geestgesteldheid om een luchtreis te wagen; maar daar
+zijn oogenblikken, dat men van een kwelling zoo moê is, dat niets ons
+verschriklijk schijnt, wat er van bevrijden kan. Ik had my met Kalanus
+op den brandstapel kunnen werpen, zoo dit slechts in staat waar geweest,
+aan mijn woorden geloof te doen geven.
+
+Zoo veel is zeker, dat ik de zaak alreeds uit het hoofd gezet had, en de
+algemeene gesprekken wederom tot het gewone: _Daar was eens een jonge
+Prins_ enz. te rug gebracht waren, wanneer men my vroeg, wat er noodig
+zou zijn tot zoodanig een luchtbol en 't geen tot de luchtreis behoorde.
+Ik beloofde dit uit te rekenen; en, aan de eene zijde bevreesd zijnde,
+zoo het tot de zaak kwam, my te bedriegen, aan den anderen kant, hen zoo
+veel mooglijk af willende schrikken van eene proefneming waar ik weinig
+zin voor had, droeg ik zorg, niet bekrompen te zijn in mijn vordering,
+maar begrootte die onkosten ruim. Het geen, trouwens, my des te
+raadzamer was, daar ik geenerlei ondervinding of oefening hebbende van
+zoodanig werk, my zeer licht misrekenen kon, en, alschoon ook goed
+gerekend hebbende, door velerlei soort van mislukkingen zeer veel
+van de materialen verloren kon laten gaan. Mijne onhandigheid en
+onwetendheid-zelve moest in aanmerking komen, zoo wel als die mijner
+helpers, en daarby, het gebrek van geschikte werktuigen. Want het geen
+ik tot de zaak noodig had, moest op goed geluk af, door my bedacht en
+naar mijn bestel, door werklieden gemaakt worden, die van niets wisten.
+Het aan een naaien van den bol (mijn bestek eens gemaakt en na herhaalde
+berekeningen bepaald zijnde) had geenerlei zwarigheid. Het wasschen der
+naden en voegsels, en het inrichten en vastmaken der touwen was aan meer
+bedenklijkheid onderhevig. Vooral 't vast maken van de halspijp met de
+schroeven, waar de brandbare lucht door in- en uitgelaten zou worden.
+Want dat het schuitjen het minst was, behoeft niet gezegd te worden.
+Maar ik vreesde ten uiterste voor de ontvlamming dier brandbare lucht by
+het vullen, en wist niet hoe genoeg maatregelen daar tegen te nemen. Met
+dit alles begrijpt men licht, waarom ik deze soort van aërostaat voor de
+Montgolfiere verkoor, die van 't stoken van vuur in mijn schuitjen
+afhing, dat ik wantrouwde op mijn reis te kunnen onderhouden en matigen.
+Het zou noodeloos zijn, alle voorzorgen, die ik van toen af, reeds
+beraamde, of naderhand in der daad aanwendde, te willen beschrijven, en
+waarvan sommigen (ik verberg het niet) kinderlijk en belachelijk waren.
+
+Ik gaf dan een lijst van behoeften; en, toen die behoeften tot mijn
+groote verwondering werklijk daar waren, moest ik aan de werklieden, die
+men my wist aan te wijzen, hunnen arbeid opgeven, afmeten, voortrekken
+en voordoen, zou er iets van de zaak in stand komen.
+
+Nog echter dacht ik het werk aan den wal te schuiven. Zeer gaarne, gaf
+ik voor, de luchtreis aan te nemen, maar voor ééne zaak zeer beducht te
+zijn. "Het was my niet mooglijk, op eene hoogte als die ik zou moeten
+bereiken, en die het niet van my afhing volstrekt te regelen, by het
+rondzien op mijnen weg niet misschien, schoon onwillig, het oog te slaan
+op eene der tuinen of daken waar zich vrouwen bevonden. En hier aan
+wilde ik niet schuldig worden." Dit maakte wel eenigen indruk, maar
+weldra vond men uit dat ik Christen, en Frank, en Arts was; in de twee
+eerste hoedanigheden geene oogen voor vrouwen had, en in de laatste haar
+zien mocht: zoo dat niemand voor my zijn geliefde had weg te stoppen. Ik
+kon dus vrij opvaren en een onbekommerd oog om my werpen.
+
+Maar hy, die my verzellen zal, zei ik? Want zonder hem aanvaard ik den
+tocht niet. Ik kan alleen het vaartuig niet sturen. Nu eens moet de
+pijpschroef dus, dan weêr anders gedraaid worden; nu moet de vracht meêr
+naar de eene, en dan naar de andere zijde verlegd worden. Dan moet ik
+met den wind omwenden; dan eens de wolken doorsnijden, dan ze vermijden
+of uit den weg gaan. En onder dit alles moet ik den barometer in 't oog
+houden, die my voor kompas dient, en waardoor ik de hoogte van mijn
+vlucht meten moet. Ik zwijg van het geen my tot roer, riemen, zeil, in
+geval het te pas koomt, verstrekt, en van het valscherm in gereedheid te
+houden, zoo iets ongelukkigs gebeuren mocht. De noodzakelijkheid alleen
+van den barometer in een rechten stand te houden, dien ik nergens
+plaatsen kan, dwingt my, iemand met mij te nemen, en maakt buiten dit,
+alles onmogelijk.
+
+Men vond dit gewichtiger. Maar na eenigen tijd overleg, gaf de Emir der
+plaats, tot wien nu de zaak reeds gekomen was, een volstrekte last, om
+alom door zijn rechtsgebied, heel den dag dat die luchttocht geschieden
+zou, en tot dat hy geheel afgeloopen zou zijn, alle vrouwen onder dak te
+houden. Ongelukkige vrouwen, zoo zy geen lucht mogen scheppen eer dit
+afloopen daar gebleken zal zijn! want veellicht, dat de tijding van mijn
+wedervaren nooit tot dat hoekjen der wareld koomt.--Het is klaar, dat de
+Emir daar nu meê gemengd zijnde, ik nog te minder te rug kon. Het was
+een gedwongen spel geworden.
+
+Van de werklieden had ik geene verwachting ter wareld; ik vond
+echter reden om van hun te vrede te zijn. Daar was netheid en
+naauwkeurigheid in hun arbeid; 't geen te meer bevreemden moest, daar
+hun werktuigen-zelve zeer onvolkomen, en zelfs in veel opzichten vrij
+gebrekkig moesten heeten. Maar zy waren aan zoodanig gereedschap gewend,
+en der handeling daarvan, meester; wat anders behoefde men? In 't kort:
+mijn ballon kwam gereed, mijn schuitjen was fraai, en het koordwerk zeer
+wel gevlochten. Ik had er een tafel en twee zitplaatsen in doen maken,
+en de twee punten tot voorraad geschikt, terwijl ik onder een
+tusschengrond een ballast van lood had gelegd ten einde het zwaarte punt
+beneden my te houden. Mijn voorraad bestond in eenigen tweebak, weinig
+gerooste garst, een goed kooksel rijst met lamsvleesch, en een aantal
+kruiken en houten flesschen zoo met melk als met water gevuld. Een
+glazen met stroo omvlochten flesch Sciroswijn werd door een van mijn
+Perzische reisgezellen daar nog bygevoegd. Dezen kleinen opleg
+aanziende, verbeeldde ik my den proviant der Vestaalsche maagd die het
+outervuur had laten uitgaan, en ik achtte my in den zelfden staat te
+zijn.
+
+Lang hadden deze toebereidsels geduurd. Schoon ik niet zeggen kan, dat
+ik er spoediger meê gereed wenschte te komen, verveelden zy my echter
+niet weinig; maar de teerling was eenmaal geworpen. Lang duurden zy ook
+voor het ongeduld van die genen, die de benoodigdheden opleverden: want
+niets kwam hun wonderlijker voor, dan het geen ik onvoorzichtig genoeg
+geweest was om te belooven, en ik weet niet of zy het geloofden. Ik zou
+zelfs schier denken, dat zy my voor een soort van goochelaar hielden,
+die zulke onnatuurlijke zaken aannemende, hen te loor dacht te stellen,
+met, als het oogenblik daar was, een kring in de lucht te slaan en te
+verdwijnen. Ten minste verhaalde men my en elkander somwijlen van
+landloopers, die een zalf machtig waren, waarmeê zy zich smeerden, en
+dan ieder onzichtbaar wierden, of die geesten bezworen hadden, die hen
+wegvoerden. "Maar ik had hun toegezegd, voor hun oog op te gaan, niet te
+verdwijnen, en dit, met een luchtbal, en niet door het middel van
+geesten. Zy zagen ook wel, dat ik geen ijzeren ring aan de vingers had.
+Ook niet aan de teenen, hadden zy opgemerkt. En dat ik een betooverden
+gordel mocht hebben, vertrouwden zy niet." Ik toonde hun, geenen anderen
+te dragen dan den gewonen, en verwisselde dien tegen een anderen van een
+van hun, als of hy my wat te naauw waar geweest. Doch ook dit scheen hun
+alle achterdocht niet te kunnen ontnemen.--Dan, hoe het daar mede zij,
+alles werd vaardig, en de dag kwam, dat de luchtvaart geschieden moest.
+
+Mijn omslachtige toestel tot het vullen, en de angst, waarmeê ik dit in
+het werk stelde, daar latende, vergenoeg ik my met te zeggen, dat dit,
+tegen al wat ik vreesde, of, liever, verwachtte, zeer wel in zijn werk
+ging. De vlakte, waar het geschiedde, was ruim, en met paal- en touwwerk
+afgezet. De bol had van boven een ring, door welken heen eene menigte
+touwen hem aan de aarde vasthielden. Deze touwen werden door groote
+palen ondersteund, die door hun middel den nog ledigen bol op eene
+bekwame hoogte hielden, doch die neêrvielen zoo dra hy zich onder het
+vullen ophief. De pinnen, die de touwen in 't rond aan den grond vast
+maakten, vereenigden zich in het middelpunt in een eenig touw, dat door
+een opening in den bodem van 't schuitjen was doorgestoken, en dus kon
+ik, in 't schuitjen geplaatst, met een eenigen draai van de hand dezen
+allen te gelijker tijd los rukken. Het schuitjen, van onder niet zeer
+spits toeloopende, stond op eene stelling daar toe gemaakt, en was met
+den voorraad bevracht. Ik bevond my daarin met mijn medeluchtreiziger,
+en bestierde het vullen, waar van ik de materialen om my had. Ik begreep
+nu die allen niet te kunnen gebruiken, en uit schaamte pakte ik een goed
+deel daarvan onder in het schuitjen, om in plaats van de staven loods te
+strekken die ik tot ballast had laten vervaardigen; ten einde den
+misslag van mijn rekening dus te bedekken.--De touwen verhieven zich, de
+standpalen vielen.--Nu begon de zaak voor de aanschouwers een zeer
+ernstig aanzien te krijgen. De touwen spanden. Ik sloot de buis van den
+luchtbol, en my in 's hemels handen bevelende, draaide ik de grondpinnen
+eensklaps los. De bol steeg, en wy mistten grond. _Bism'illah!_ riep ik,
+_wy rijzen_, en alles in 't ronde verbleekte. Ik zag om my, of ook
+ergens iets vasthaken mocht, en, zie daar Joussouf mijn' medereiziger,
+die zich hals over hoofd over boord wierp! Ik vermoed, dat de angst
+hem dit ingaf, want ik hoorde hem roepen: God dank! en in een oogenblik
+was ik verr' boven alle gebouwen. Joussouf was een man van wel
+derdhalfhonderd pond zwaarte. Ik had nu die derdhalfhonderd pond minder
+aan vracht. Dit verschil was veellicht een vijfde of zesde van 't gene
+de bol (zijn eigen gewicht daar onder gerekend) voeren moest. Dit gaf
+hem derhalve grooter snelheid in 't klimmen. En gewis had ik den bol
+voor de vracht, waar ik staat op maakte, alreeds veel te groot genomen.
+Het gene my verder gebeurde, maakt dit meer dan waarschijnlijk.
+
+De snelheid, waar mede ik opging, ontstelde my. En dit nog te meer daar
+ik te gelijk een geweldigen wind uit het Noorden bemerkte, waar ik eerst
+geen acht op gegeven had, en die ik nu dacht dat my wellicht naar de zee
+drijven kon eer ik weder grond winnen mocht. Ik was duizelig, en zette
+my op den grond van het schuitjen neêr. Hoe hoog ik ging was niet te
+gissen; want, naar mijn barometer omziende, vond ik dien gebroken, en
+een stuk daar van geheel weg. Zekerlijk had Joussouf hem vast, zoo als
+ik belast had by 't opgaan te doen, en is hy met dien in de hand
+omgeslagen. Ik had ook, meer dan waarschijnlijk, niet genoeg bedaardheid
+van geest, om daar van, het zij berekening, het zij zelfs eenvoudige
+opteekening in mijn zakboekjen te doen. Mijn hoofd en bost klopte
+geweldig, en welhaast kon ik niet zien. Ik had niets van het geen
+beneden my was kunnen bespeuren, en nu schemerden my de oogen dermate,
+dat ik niet wist of het dag dan nacht was. Ik greep den fles Sciroswijn,
+maar het geen ik er van nam, baatte my niet. Nu begon ik te hijgen;
+toen, bloed te spuwen; en tevens werd ik door eene ontzetlijke koude
+bevangen. By dit alles had ik het besef niet, den schroefpijp te vatten,
+en eenige lucht uit te laten, waartoe hy met dubbele schroefkranen en
+kleppen voorzien was, door 't welke ik noodwendig had moeten dalen. Ik
+steeg dus al hooger en hooger. Ik werd slaperig en gevoelloos, en weet
+niet, wat toen met my voorviel, noch ook hoe lang dees mijn toestand
+duurde. Dit weet ik, dat ik my wedervond in mijn vaartuig, de luchtbol
+daarby liggende, slap en met een scheur opgereten, zoo als ook eenige
+der koorden van een gescheurd waren. Maar het was op een geheel andere
+plaats, dan ik ooit my had kunnen in 't hoofd halen.
+
+Ik zag my op een vlakte, met kruiden bedekt, doch die ik niet kende, en
+naby een water. In 't rond zag ik bergen, of liever heuvelen, want zy
+waren niet aanmerklijk in hoogte. De geheele grond was oneven, en er
+stonden verscheiden boomen, meest heesterachtig; weinige zoo groot, dat
+zy met top en al den naakten stam eener welopgewassen linde bereikten.
+Zy hadden in 't voorkomen iets van het bleeke hulstgroen, anderen van
+dat van de wilge. Ik zag geenerlei levend wezen. Ik schepte met de hand
+eenig water, dat brak en zwavelachtig was; zag om naar eenige vruchten,
+maar bemerkte er geen. Ik vreesde het ondergaan van de zon, die laag
+stond, en werd ten uiterste over mijn' toestand bekommerd. Geen plaats
+daaromtrent deed zich op, waar ik veilig voor het wild gedierte zou
+mogen vernachten. Ik zocht eenige dorre of van den wind afgeschudde
+bladen by een, sneed eenige boomtakken af, drukte die in den meêgevenden
+grond, vlocht er anderen door, en maakte my daar mede een soort van
+doorzichtige tent, waaronder ik my een leger van de bladen bereidde, in
+welke ik, om Homerus denkbeeld te gebruiken[4], my als een vuurkool
+mocht inrekenen. Daar in leidde ik mij neêr, doch sliep niet. Ik voelde
+nu pijn in de lenden en in 't achterhoofd, en erinnerde my een
+geweldigen schok, met wien ik tot my-zelven gekomen was. Ik sliep niet;
+doch ik mijmerde, en drong my op, geslapen te hebben, als ik na lang
+liggens, uitziende, bevond dat het dag was. De zon stond even boven den
+zichteinder. Ik had te voren haar standplaats niet opgemerkt, en
+ontwaarde derhalve niet, dat zy de zelfde gebleven was. Ik zag nu ook
+de maan, als in iets meer dan haar eerste kwartier, maar ontzachlijk
+groot, en wat my zeer vreemd was, genoegzaam in 't zenith staande. Ik
+verliet mijn kreb, of veldbed, zoo men 't noemen wil, en zag om, naar
+het geen ik by mijne opvaart had meêgenomen.
+
+ [4] Odyss. E.
+
+Mijn voorraad was behouden gebleven schoon vrij wat door een geschud, en
+meestal rondom mijn schuitjen en uit elkander gesmeten op den grond
+liggende. Ik zamelde dien by een, zoo veel ik vermocht, at, stak een
+gedeelte by my, begroef het overige in een kuil, dien ik, zoo goed of
+kwaad het my mogelijk was, in den grond dolf, met gebladerde strooide,
+en voorts weder toemaakte, en, ter herkenning, met een ingekerfden tak
+teekende. En dit verricht hebbende, besloot ik, op kondschap of
+onderzoek van het land, uit te gaan. Over het meer, aan welks oever ik
+aangeland was, zag ik een gebergte (reeds merkte ik op, dat het niet
+zeer hoog was), waar henen een verheven gedeelte van den grond my den
+weg scheen te wijzen, en vond goed, dezen weg in te slaan.
+
+Ik was welhaast aan 't gebergte. Hier vond ik sporen van uitgebrande
+volkanen, dan wier kolken of kelken geenen grooten omvang hadden. Eenige
+staken spits en zeer kegelachtig boven het overige der hoogte uit, maar
+de algemeene rug, die hun samenhang vormde, was glooiend en verre van
+steil. Het geboomte was weinig, de wind schraal, doch van geringe
+kracht; en ik vernam niets levends of dat zich roerde, dan een soort van
+kleine struisvogels, die een heesch geluid gaven, en op mijne nadering
+als verschrikt door een liepen. Ik zag hier en daar eenige holen als van
+konijnen. Ook hoorde ik daaromtrent het klapperen en snateren van
+gevogelte, dat zich opdeed, niet ongelijk aan eendvogels. Ik nam de
+party van te rug te keeren om de plaats waar mijn voorraad gebleven was,
+door geen onvoorzichtig omdwalen te verliezen; en besloot by de nacht op
+dien plek de gestarnten oplettend in acht te nemen, ten einde, by
+gebreke van alle geleiding of onderrecht, my daarnaar te richten.
+
+Eene zeer geruime poos had ik op het vallen van den avond zitten toeven,
+wanneer ik eerst opmerkte, dat de stand der zon in 't geheel niet
+zichtbaar veranderde. Met de rechter zijde naar 't gebergte gekeerd, had
+ik haar aan de linkerhand gehad toen ik uit mijn slaapstede opstond, en
+zy was nog daar, en op even de zelfde hoogte; en zoo herinnerde ik my
+nu, haar ook by mijne aankomst gezien te hebben. Ik sloeg 't oog op de
+maan, die meer dan de helft verlicht was, en ook steeds haar plaats
+scheen te houden. In deze, die my ruim zoo vreemd voorkwam, als al wat
+ik voor oogen had, en veel helderer was, dan zy my ooit in mijn leven by
+den dag was voorgekomen, (van haar buitengewone grootte sprak ik reeds)
+werd ik, na lang turen, eene aanhoudende verandering harer vlekken
+gewaar, die aan de eene zijde verdwenen, aan de andere opkwamen, en my
+van hare omwenteling overtuigden. Deze vlekken-zelven waren geheel
+anders dan ik ooit bespeurd had, en in plaats van het mannetjen met zijn
+takkebos op den schouder, die er in Engeland in gezien wordt, of het
+onbeduidend tronietjen dat het gemeen op het vaste land daarin vindt,
+docht my, er het profiel van een neushoorn met geopenden muil in te
+zien, doch die zich weldra in de omwending verloor. De zelfde beeltenis
+echter kwam my naderhand meermalen voor, maar toen was zy my nieuw en
+treffende. Ik twijfelde duizendmaal aan alles; ik wreef mijne oogen, en
+zag en beschouwde op nieuw; maar deze verschijnsels bleven voortduren.
+Beide zon en maan veranderden niet van stand voor my; en de afgrijslyk
+groote maan wendde zich om. Ook viel er geen avond, maar de dag duurde
+steeds voort. Ik verloor my in al deze vreemdigheid, en een aaklige
+schroom voor ik weet niet wat, dat my over mocht komen, vervulde my.
+
+Ik had my opgedrongen, geslapen te hebben, en een nacht ondersteld, maar
+er geen gezien: Ja, in tegendeel, altijd den zelfden zonnestand
+waargenomen. Nu overtrof de tijd dat ik, zonder mij met iets anders
+bezig te houden, op de nacht gewacht had, zeer zeker meer dan een
+etmaal, en ik schatte hem wel op twee dag- en nachtwisselingen. Ik moest
+dus besluiten, dat ter plaatse waar ik my onthield gene nacht viel. Ik
+kon echter niet buiten den poolcirkel zijn, want de koude was my niet
+hinderlijk, ook was het het boven den horizont blijven van de zon en
+maan niet alleen dat my wonderbaar was, maar zy beschreven geen
+zichtbaren loop. Ik was als betooverd, verzonk in gedachten, lei my neêr
+op den grond; en waarschijnlyk duurde 't nog wel den tijd van een dag of
+meer, dat ik nu eens inslapende, dan weêr wakker, en al telkens op nieuw
+het gezicht op twee hemellichten vestigende, in dezen mistroostigen
+staat, vol van angst en twijfel bleef voortleven, en intusschen het geen
+ik nog had, verteerde. Eindelijk, de nood dwong my, en ik moest my
+vermannen om den eerstbegonnen tocht te hervatten, waarvan mijn behoud
+afhing. Wat ik wonderlijks zag, moest ik opgeven: dit zou zich veellicht
+nader verklaren; voedsel was de hoofdzaak en dringendst, en dit moest ik
+zoeken; daarna, menschen. Wat was my het overige?
+
+Ik ging dan andermaal den weg van 't gebergte op.--Ik was eenigzins wild
+in het hoofd, vond dat de lucht my de borst belemmerde, 'tgeen ik aan
+het doorgestane op mijn zonderlinge reis toeschreef, en het denken
+vermoeide my zoo wel als het gaan: ook waren mijn denkbeelden verward,
+als die van een kind, voor het eerst een schouwspel bywonende, waar hem
+tooveryen en spookvertooningen voor het oog gebracht worden, waarvan hy
+niet weet wat te maken of te gelooven.
+
+Het zou te wijdloopig zijn, hoe ik mijnen eersten weg met een stouten
+stap en op alles achtgevend gezicht hervattende, tot de ontdekking kwam
+van een aardvrucht, die in de dalen vrij algemeen onder den grond wies,
+en om welke op te sporen en op te delven de veelvuldige gaten die my
+eerst konijnholen schenen, door de dieren gemaakt werden. Ik zal by 't
+uitvoerige bericht, het welk ik my voorstelle van mijn reis door die
+wareld in 't licht te geven, deze vrucht nader doen kennen, zoo wel als
+het geen my verder omtrent het plantwezen, en de overige natuurrijken,
+heeft mogen gebeuren waar te nemen. Thands vergenoege ik my, met te
+melden dat dit voorbrengsel, na dat mijn geringe reisvoorraad op was,
+mijn eenig voedsel heeft uitgemaakt. De ontdekking was vertroostend voor
+my. Ik vond de spijs flaauw, maar niet gants onsmakelijk, en kon er my
+meê onderhouden.
+
+Het gedierte was schuw en vlood voor my. Ik verraste een der
+struisvogelen, gelijk ik ze om het algemeen beloop hunner gedaante blijf
+noemen, schoon hun snavel geheel van die der struissen verschillend,
+zwaar beenig, en van een lepelaarachtige vorm, doch minder lang dan by
+die soorte, en eenigzins naar boven gekromd was. Hun hals desgelijks was
+dikker. Ook hun klaauwen verschilden aanmerklijk van die van 't geslacht
+waarvan ik den naam op hen toepasse. Doch zy vlogen volstrekt niet,
+alleenlijk somtijds een sprong doende, waarby zy hun vleugels dan
+uitbreidden. Hun kleur was een blaauwachtig graauw; en deze was ook aan
+al het overig gevogelte dat ik in deze wareld beschouwd heb, met eene
+geringe verscheidenheid tusschen lichter of bleeker, en meer of minder
+naar 't blaauw trekkend, gemeen. Dien ik mijn gevangen maakte, stond in
+dat oogenblik met het hoofd en de hals verr' in de aarde te boren. Ik
+doodde, en gedeeltelijk plukte, gedeeltelijk vilde ik hem. Maar ik had
+geen vuur. Dit trachtte ik wel door het tegen een wrijven van schorsen,
+of stukken houts, die ik van de boomen sneed, voort te brengen; maar
+het mislukte my, op welk eene wijze ik het ook bezocht. Ook was al
+het hout dat ik afsneed, tot dit einde te vochtig, en er scheen alle
+harstachtigheid aan te ontbreken. Ik besloot toen, mijn prooi in den
+wind te droogen, en hing hem op een plaats, die my daar geschikt toe
+scheen, over een dorren boomtak: dan nooit wist ik die plaats weder te
+vinden. Van de eendvogels kon ik er geene machtig worden. Naderhand vond
+ik aan de oevers der meeren een zekere schelpvisch, maar ik vreesde die
+te eten, zoo lang ik niet gezien had dat dieren die aten, en dit heb ik
+by mijn verblijf op dien grond niet ontdekt.--Doch ik moet by mijn
+aangevangen tocht blijven.
+
+Ik verlangde, als natuurlijk, naar zoet, en, zoo wy het gewoon zijn te
+noemen, drinkbaar water. Rivieren vond ik niet, zoo men op eene enkele
+plaats eene opborling van een meer dan laauw, stinkend, onzuiver water,
+dat een eind weegs langs een hellenden grond afvloeide, en daar staan
+bleef, uitzondert, en dit dien naam dragen kan. Mijn dorst echter was
+lijdelijk, wanneer ik my tusschen de bergen in de laagte bevond. Op de
+hoogten vermeerde zy zeer aanmerklijk; en dit dreef my telkens naar de
+valleien. Ik merkte dit naauwlijks op, of ik nam tevens waar, dat alles
+tot zekere hoogte in een waterdamp stond, dichter dan die men by ons in
+de zomer- of herfstavondstonden op de weiden gewaar wordt; en dien damp
+heb ik altijd en zonder afwisseling op den grond gezien. Ik had echter
+noodig te drinken, en moest my dus met het water der meeren behelpen;
+doch allengs gewende ik, zeldzamer te drinken. Van de dieren heb ik wel
+baden in 't water, doch geen kennelijk drinken gezien. Voedsel dat
+dorstverwekkend was vond ik ook niet, zoo min als dat dorst versloeg.
+Hoe zeer aan alles gewoon wordende, heb ik echter nooit eene hoogte van
+slechts weinige vademen kunnen beklimmen, of de dorst werd my lastig, en
+al spoedig onverduurbaar. Aan eenige struiken en heestergewassen vond ik
+een soort van bezien met een taai vocht, maar met kleine wurmen vervuld,
+en deze boomtjens zeer sterk met kruipend gedierte beladen, de grootsten
+van een halve vinger lengte. 't Scheen my naderhand toe, dat de
+boomgewassen alleenlijk voor het kruipend gedierte, de aardvruchten voor
+de vogelen waren: viervoetige dieren vond ik niet.
+
+Daar ik in de dieren geen roovenden, vleeschetenden, of beschadigenden
+aart kon bespeuren (want noch de bek, noch de nagels droegen daar eenig
+bewijs van), en de kruipende beestjens zich even zoo zeer op hun
+heesters als de schelpdieren in 't water schenen te houden, verging mijn
+bevreesdheid, en ik lei my, vermoeid zijnde, onbekommerd neêr; waar ik
+dan ook doorgaands insliep, en, na de verkwikking des slaaps, mijnen weg
+vervolgde. Aardvruchten vond ik alom, en meestal wezen de gemaakte holen
+in den grond my den weg, waar zy rijklijkst en rijp waren. Ik had voor
+het overige een fles met water gevuld, dat ik spaarzaam gebruikte. Zijn
+brakheid beval het den smaak niet sterk aan; ik ontwendde het drinken
+meer en meer; ik vermijdde de dorre hoogten, en hield my in de vochtige
+laagten; ik voegde daar een veelvuldig baden by; en mijn fles duurde
+lang.
+
+Geen dieren schenen op elkander te azen. My ook verging dra de lust naar
+het vleesch, en zoo ik somtijds den inval kreeg om te zien, dat ik eenig
+gedierte verstrikte of ving, bedacht ik dat de prikkelende dierlijke
+geesten my dorst mochten verwekken, waarvoor ik zeer vreesde. Ik begon
+dit land te beschouwen als niet geschikt voor het vleescheten. Alles had
+den schijn en het voorkomen van dit aan te kondigen, en ik onthield er
+my van, zonder enig gevoel van ontbering.
+
+Somwijlen dacht ik, zoo de dieren elkander niet eten, wat wordt van hun
+lijken; en ik nam voor, aan dit voorwerp eene bijzondere opmerkzaamheid
+te geven. Ik vond genoegzaam geen lijken van de struisvogels dan onder
+de heesterstruiken, waarvan ik gemeld heb, als of zy hun tijd uitgeleefd
+hebbende, zich daar eene sterfkoets zochten. Van de eendvogels geene
+lijken in het geheel. Veellicht dat dezen zich ten zelfden einde in het
+water lieten nederzijgen.
+
+Dikwijls als ik nederzat, dacht ik over de wijs van eenige zekerheid
+voor mijne reis_routes_ te hebben, of de plaats van waar ik vertrokken
+was, weder te vinden. De volstandige hoogte der maan, die, hoezeer by de
+plaatsverwisseling van mijn reis verandering ondergaan hebbende, echter
+nog altijd zeer ongewoon bleef, dwong my de onderstelling af dat ik
+tusschen de keerkringen moest zijn; en de onveranderde stand der zon
+daarby, dat de aard by een wonderwerk stil stond. Ik had ook nog geen
+aanmerklijk verschil tusschen haar beider betreklijken stand opgemerkt,
+alhoewel het my somtijds voorkwam, of hare onderlinge afstand iets
+minder wierd. Ik bleef ze dus als stilstaande houden. Het was en bleef
+dag. Geen gestarnte, geen parallaxis, voor my waar te nemen. Alleen de
+verwijdering van de zon kon (dus begreep ik 't) my deze onder den
+horizont brengen en nacht geven. Ik was begeerig nacht te zien, en nam
+mijne reis, zoo veel doenlijk, rechtlijnig van de zon af, de maan in
+het zenith houdende. Ik merkte een bergspits op, die met my en de zon in
+een rechte lijn stond, en ik stelde my deze ten doel om op af te gaan.
+
+Al wandelende berekende ik ten ruwste, hoe veel uren gaans ik wel
+afleggen moest, om de zon, nu, gelijk ik het schatte, omtrent 15° boven
+den zichteinder, en daar staan blijvende, beneden de kim te krijgen. Het
+getal was niet aanmoedigend; maar ik had den tijd. Echter geenerlei kans
+ziende om den voortgang in tijd dien ik maakte, te erkennen, daar er
+geen dag- en nachtverwisseling was, zag ik daadlijk dat mijn rekening my
+niets baten mocht, en al het bewijs dat ik van mijn vordering hebben kon
+in de werklijke daling der zon moest bestaan. Intusschen, het geen ik in
+'t eerst niet bemerkt had, naderhand flaauw, en onzeker of ik 't wel
+opmerkte, werd my nu kennelijk en zeker: De zon en de maan naderden
+zich; en het licht der laatste nam daarby zoodanig af, dat ik er slechts
+een flaauwen en als schemerenden rand van te zien hield, die welhaast in
+de meerder nabyheid der zon zich verloor. Doch in plaats van de zon te
+zien dalen, zoo als ik door mijne verwijdering my verbeeld hadde, rees
+zy en stond wanneer ik de maan niet meer zag na aan 't toppunt, het geen
+zy weldra besteeg. De maan was welhaast weêr zichtbaar aan de andere
+zijde der zon; en nu was mijn weg die eerst van de zon afgekeerd was
+geweest, naar de zon toe: of liever, de zon was my voorgegaan. Ik kon
+haar niet inhalen; en besloot, nu zy ging, stil te staan, en ter plaats
+waar ik was, de nacht af te wachten, die ik eerst zoeken ging, maar die
+my nu zelve wel haast stond op te komen.--Ik was nu overtuigd, dat er
+wederom nacht en dag was; maar met één, dat zy veel langer duurden,
+dewijl ik in één dag de maan afgaande en vernieuwd had gezien. En ik
+merkte tevens op, dat de verlichting in die twee kwartieren geheel
+omgekeerd was van het geen ik haar altijd gekend hadde. De horens hadden
+te voren naar mijn linkerhand gekeerd gestaan, en nu stonden zy by de
+herschijning naar mijn rechterhand heen gewend. Dit-alleen had my alles
+moeten verklaren; maar ik was zoo verr' van het denkbeeld van buiten den
+aardbol te zijn, dat al wat ik zag en opmerkte, my een raadsel bleef. Ik
+maakte my nu geen tentbed, maar wat ruimer tentjen van takken om schaduw
+te hebben, en toefde de nacht.
+
+Dit echter, indien ik het zeggen zal, was loutere weelde van my, want de
+zon was my in der daad niet te heet op het hoofd, en de wind altijd vrij
+gematigd, zoo dat ik zoo min storm of onweêr als eenige regen beproefd
+heb, al den tijd van mijn verblijf op dien aardbodem. Ik zag er zelfs
+geene eigenlijke wolken; alleen nu en dan was de lucht iets minder
+helder, en alsdan de warmte grooter; doch te gelijker tijd vond ik my
+dan de borst beter, en my minder spoedig door 't gaan afgemat. Het
+scheen of de dampen, die gewoonlijk slechts eenige voeten hoog rezen,
+en waaraan ik het toeschreef dat de beenen my opzwollen, alsdan hooger
+rezen; doch nooit in die maat, dat zy den hemel-zelf plaatslijk
+bedekten. Ook het onderscheid van hitte toen de zon in het toppunt was,
+van toen zy vrij laag stond, merkte ik naauwlijks op. De dampkring
+waarin ik hier leefde, was blijkbaar verschillend van die ik ooit
+beproefd had. Dit werd my steeds duidelijker.
+
+Ik was hier in eene vallei van groote uitgebreidheid die halvemaanswyze
+zich boog om een meer, waar ik voor het eerst andere dan schelpvisch
+zag. Deze was een soort van platvisch, en daar ik bepaald had hier te
+blijven tot de zon onder mocht gaan, en den dag die my langer dan
+veertien dagen gevallen was, eindigen, kwam ik op den inval van te
+visschen. Ik dacht dezen platvisch gedroogd te kunnen nuttigen, en mijn
+vrees voor de dorst zweeg. Ik had echter noch net, noch touw om een net
+te vervaardigen. Ik stak een aardvrucht aan een boomtak, maar de visch
+wilde niet aanbijten, alschoon hy op de brokken aasde die ik in 't water
+uitstrooide. Mijn oogmerk derhalve verviel. De soort van eendvogels
+waarvan ik gemeld heb, vlogen hier af en aan. Nu, zich in het nat
+dompelende, dan zwemmende, dan weêr op den oever omhuppelende, dan weêr
+wegvliegende, hielden zy my door de verscheidenheid van hun soorten,
+hoezeer allen graauwgevederd, en door de meerdere zachtheid van hun
+kreet, die in sommigen zelfs iets zangerigs had, bezig. Ik teekende
+hier wat ik zag, in mijn zakboekjen af, zoo veel 't weinige wit papier,
+dat daar nog in overig was, toeliet; en het zijn deze afbeeldingen die
+ik in mijne uitvoerige reisbeschrijving zal meêdeelen, ten welken einde
+zy werklijk in het koper gebracht worden.
+
+Hier herinnerde ik my ook, dat ik tot nog geene eieren, het zij van de
+eenden, hetzij van de struissen, ontmoet had; die echter misschien een
+goed voedsel konden opleveren. Ik besloot er naar om te zien. Sedert
+vond ik eenige eendvogeleiers, maar zonder harden schil en alleen in een
+vlies omvat, en veel te verr' heen om eetbaar te zijn, aan een oever van
+'t meertjen. Van de struisvogels heb ik er geene in 't geheel gezien,
+ook geen geheel kleine kiekens. Het schijnt dat zy zich om te leggen en
+te broeden wisten af te zonderen waar ik hen nooit beloerd of betrapt
+heb, en van daar niet wederkeerden dan wanneer hunne jongen reeds vrij
+wat in grootte en krachten gewonnen hadden.
+
+Het duurde nu niet lang of 't werd avond, en, na eenen zeer langzamen
+overgang, nacht. Doch die nacht, door den onbegrijplijken luister der
+maan verlicht, was vrij helderer dan menige wintersche dag. Ik kon my
+niet genoeg verwonderen over de grootte der maan, die al voller werd
+naar mate de nacht groeide. Het was thands dat ik den overgang der
+vlakken, en door dezen, de omwenteling, kennelijker onderscheidde. Lang
+staarde ik dit nieuwe schouwspel met verwondering aan. De geheele
+schijf had echter minder verscheidenheid van licht dan wanneer zy minder
+vol was, en de vlakken waren dus gedeeltelijk flaauwer. Het had iets van
+het achterste van een mappemonde, waarvan de voornaamste trekken
+doorgedrukt zijn. Slechts twee der planeeten vielen my in het oog:
+Venus, die ik duidlijk herkende, en, waarschijnelijk, Mars. Ik zag ook
+de gestarnten, maar flaauw en zeer onduidelijk, daar de glans der maan
+haar verdoofde. In een vrij geruimen tijd, en na een herhaalde
+waarneming in die nacht, die niet heel veel minder lang was dan de dag
+die haar voor had gegaan, en die ik in verscheiden waak- en
+sluimertijden verdeelde, bespeurde ik nu ook de algemeene beweging des
+hemels, maar zeer flaauw en langzaam, en ik vond niet dat hy om den
+pool- of noordstar draaide. Deze star-zelve beschreef een aanmerkelijken
+kring, en de pool scheen veranderd. Eindelijk, alles wees my, dat het
+middelpunt der beweging, zoo veel ik zonder gereedschap of toestel, met
+het oog na kon gaan, ongevaar 20° van haar verschilde.
+
+ * * * * *
+
+Eens, terwijl ik zeer oplettend op het luisterrijk hemellichaam
+staarde, dat ik nog voor de maan hield, en waarin ik echter de maan
+niet herkennen kon, zag ik een vlak, die trager dan de overige dreef.
+Hy deed zich slechts als een klein stipjen voor, dat in de glans van
+het licht der schijf verzwolgen wierd, en verdween spoedig, zoo dat
+ik het naauwlijks bespeurde. Het scheen my iets van een soort van
+maanverduistering te hebben; als of een tusschen beide geplaatst
+lichaam, door den bol waarop ik my bevond overschaduwd wierd, en dus
+tegen den helderen grond van de maanschijn zichtbaar wierd, tot het deze
+schaduw door was gegaan. Het verschijnsel was mijn gezicht wel niet
+klaar (want ook dit had in mijn kort verblijf in dit vreemde land gants
+niet weinig geleden), en wellicht was het bloote verbeelding, of iets in
+den dampkring, dat my voor 't oog zweefde, maar het herriep my de
+tusschen- of ondermanen, waar van in mijne Inleiding, en waar ik in
+langen tijd niet aan gedacht had.
+
+Nu begon ik alles, wat ik waargenomen had by een te trekken, en het was
+of my in eens een lichtstraal opging by het denkbeeld: het is niet de
+maan, maar de aardbol dien ik voor oogen heb; en die aardbodem, waarop
+ik my thands bevinde, is de maan. Dit eene loste my alle verschijnsels
+op. Maar nog naauwlijks in gepeins geraakt over de mogelijkheid hoe ik
+met mijn luchtbol tot den maanbol had kunnen naderen, werd ik door een
+ander schouwspel getroffen: Een tweede maan, kleiner dan ik de maan in
+mijn leven gezien had, maar volkomen met hare vlakken geteekend, deed
+zich op naast de groote en van achter haar, bleeker dan ooit. Zy
+verwijderde zich van de grootere, scheen my in die verwijdering zelve,
+in grootte iets toe te nemen, zoo wel als in de kracht van haar licht,
+even als of zy my nader by kwam; en wanneer de grootere, die ik nu voor
+den aardbol hield, begon te verminderen, nam zy desgelijks af, tot zy,
+na eenige mijner nachtwaken overgeduurd te hebben, in het ander gedeelte
+des hemels verdween.
+
+Thands had ik de maan-zelve herkend, en dit bevestigde my te gelijk in
+het denkbeeld, dat de groote luisterrijke bol, de aardbol-zelf was, en,
+dat ik my niet op de maan vond. Waar dan ben ik? vroeg ik my, of wat is
+de bol van mijn tegenwoordig verblijf?--De verschijnselen hadden my
+overtuigd, dat hy een loop om de aarde had, die met die der maan
+overeenkwam; dat deze loopbaan tusschen de aarde en de maan was; en dat
+hy deze loopbaan in iets langer dan de maan haren kring, afleide.--Ik
+zal deze weinige punten kortelijk opnemen.
+
+Vooreerst dan: de bol waarop ik was, had een loop om de aarde
+als die der maan. Want hy was nu achtereenvolgende tegen de linker
+halfverlichte, de duistere, de rechter halfverlichte, en de
+geheelverlichte zijde der aarde overgesteld geweest. In den
+eerstgemelden stand had hy de zon ter linkerzijde; in den tweeden, boven
+zich; in den derden, ter rechterzijde; en in den vierden onder zich. En
+deze standen zijn zoo in haar opvolging als anderzins even als die van
+de maan.
+
+Ten anderen: de bol bevindt zich tusschen de aarde en de maan, want zijn
+nachtgetijde was naar de volle maan toegekeerd, wanneer deze in haar
+versten afstand van de zon was, en wanneer zy tot haren naasten afstand
+van die geraakte, werd haar duistere zijde zichtbaar, en grooter tot zy
+verdween, terwijl echter de bol-zelf zich tusschen de zon en de aarde
+bevond.
+
+Ten derde: de bol voltrekt zijne loopbaan in iets langer dan de maan de
+hare afloopt. Zoo lang de bol in den stand 1, 2, 3, 4, 5 ten opzichte
+van den aardbol was, die hier in het middelpunt wordt vertoond, werd
+geen maan gezien. In het punt 6 werd zy gezien van achter de aarde
+uitkomende. Zy stond dus, niet meer rechtlijnig achter dezelve. In 5 was
+zy nog niet gezien, zy was dus toen door de aarde bedekt, en tot in den
+stand van den bol in 6 bedekt gebleven. Zy had dus een gelijk gedeelte
+van loopkring met den bol afgelegd, maar nog zoo veel daarboven dat zy
+nu uit de bedekking der aarde was in het punt _a_. En dit stemt overeen
+met het begin van haar afnemen toen de bol in 7 was. De bol had toen,
+van het zelfde punt 5 te rekenen, een dubbeld deel afgelegd, en de maan
+dus by haar dubbel deel ook een dubbel gewonnen in _b_, en alreeds kon
+haar begin van afnemen zichtbaar zijn. Toen de bol in 8 was, had de maan
+op gelijk cirkeldeel driemaal haar vordering gewonnen in _c_, en eer de
+bol tot het punt 1, waarvan wy zijn loop afrekenen, te rug kwam, moest
+met gelijke vordering de maan, in _d_ zijnde, reeds niet meer van hare
+verlichte z[^ij] aanbieden.
+
+[Illustratie]
+
+Ik begreep dan nu op eene dier ondermanen te zijn, die ik my zoo lang
+tusschen de aarde en de maan had verbeeld, en meende in den stip dien ik
+over de aarde had zien gaan, nog een even dergelijken satelliet te
+erkennen.
+
+Nu begon ik in het onderzoek van dit bolletjen, (want het was inderdaad
+klein, als ik dra uit alles bevond) een geheel nieuw belang te stellen.
+De nacht was weldra voorby, en weêrhield my niet meer. Want de
+duisternis zou my wel niet verhinderd hebben, daar ik voor een
+zoodanigen maneschijn geenen dag zou verkiezen, en tot mijne
+waarnemingen, van wat aart ook, geen helderer licht wenschen kon; maar
+door het omgaan der nacht, bleven die waarnemingen, welke zy alleen op
+kon leveren, voor zoo lang opgeschort, als de nu aangebroken dag duren
+moest. Dat is, er moesten nu, eer ik my wederom met de verschijning der
+verlichte aarde in haar vollen luister verheugen kon, naar onze aardsche
+rekening ruim drie weken verloopen. Ruim drie weken, zeg ik; want de
+loop van mijn bol wat trager dan die der maan zijnde, en zoo ik toen
+vermoedde in de reden van 3 tot omtrent 4, moesten nacht en dag voor my
+zeven en dertig etmalen duren, en het samenstemmend tijdstip van _volle
+aarde_ of _middernacht_ zes en twintig dezer etmalen van my verwijderd
+zijn; welke ik voornam geheel aan den staat van den bol-zelven te koste
+te leggen.
+
+Met mijn nieuwe denkbeeld vervuld, dacht ik aan geen menschen, noch aan
+eenig gebrek. Ik gaf mijn planeet den naam van _Selenæa_; maar bedacht
+my welhaast en bewaarde dien voor een hoogere ondermaan, die ik my
+voorstelde weldra te zullen ontdekken, en nam dien van _Selenion_ voor
+de mijne aan, terwijl ik de lagere en zekerlijk kleinere, die ik meende
+beneden my en in mijn schaduw over de aardschijf te hebben zien
+doorgaan, _selenidion_ noemde. Hier meê was de geheele nomenclature voor
+de toekomstige _Maankunde_ die nu welhaast (dacht ik) geboren moest
+worden, in volkomen orde. Mijn bol maakte een verdeeling en vestigde die
+door de haar-alleen eigen naam _selenion_. Al wat boven dezen was of
+ontdekt stond te worden, zou _selenæa prima_, _secunda_, _tertia_
+heeten; al wat tusschen hun en de aarde, _selenidion primum_,
+_secundum_, enz. Recht van harte verheugde ik my in deze uitbreiding der
+Astronomische kennissen, en de oneindige reeks die ik my voorstelde van
+al hare toepassingen, invloeden, en uitbreidingen. Hoe weder te keeren
+naar de aarde, kwam niet in my op: want ik gevoelde daar in die
+oogenblikken de behoefte niet van. Hoe hier, waar ik was, voort te leven
+van enkel aardvruchten, zonder middel om mijne kleederen of te
+vernieuwen of te onderhouden, viel in het geheel in den kring mijner
+bevattingen niet. Alleen wenschte ik my wel eens papier, 't geen me
+ontbrak, en gereedschappen van Meet- en Starrekunst; en, met dezen, had
+niets aan mijn wenschen gemangeld.
+
+Het was ondertusschen verre van daar, dat ik niet in den grond van mijn
+hart naar menschen gewenscht zoude hebben. Ik stelde in mijn hoofd
+alreeds allerlei berichten voor geleerde tijdschriften op. Ik streelde
+my met mijne ontdekkingen in betrekking tot Starrekunde en Zeevaart. Ik
+zocht er een nieuw licht in voor de Natuurkunde. In 't kort, het geheele
+systema mijner gedachten onderstelde de bekendwording, de mededeeling,
+de overbrenging mijner ontdekking, op den aardbol, zonder dat mijne
+verbeelding zich met dat punt eenigzins bezig hield. Punt, dat my
+naderhand als ik er bepaald op begon te denken, zoo vele bekommering
+maakte!
+
+Wanneer ik my op mijn vorig reisjen, in het gebergte bevond, en de lust
+opvatte om de nacht op te zoeken, had ik my van de zon afgekeerd, en in
+die richting, zoo veel de grond toeliet, mijn weg genomen. Ik was
+vervolgens te rug gekeerd, maar de aardbol was toen mijn leidstar
+geweest, en een geheel andere weg had my onder zijn meridaan of laat ik
+zeggen, hem in mijn zenith gebracht. Maar de plaats, waar ik den aardbol
+als in 't zenith geplaatst kon beschouwen, was om zijne grootte, by zijn
+afstand niet zeer bepaald. Ik had dus het plekjen, waar de overblijfsels
+van mijn luchtvaartuig te vinden waren, niet weder gevonden, en wist
+niet, hoe het ooit weder te vinden. Het ware natuurlijk, ten minste
+verstandigst geweest, daar naar om te zien, en mijne eerste stappen aan
+te wenden om dit weêr te ontdekken, en dan eenige maatregel te nemen ten
+einde die overblijfsels die daar op het veld in den vochtigen nevel of
+waassem vergeten lagen, en door wie alleen, zoo de zaak ooit te wagen
+was, mijn te rug reis naar de aarde geschieden kon, op wat wijze dan
+ook, voor het spoedig bederf te bewaren. Maar dit kwam niet by my op. De
+stand van den bol was nu, als by mijne aankomst van de aarde. Ik was
+toen rechtsaf gegaan, en nu wilde ik daartegen de linkerhand volgen. Ik
+had een deel van de helft des bols, die naar de aarde toegekeerd was
+bezocht, nu wilde ik de andere helft zien aan te doen, alwaar ik
+veellicht heel iets anders dan struissen en eenden ontmoeten kon.
+
+Inderdaad verbeeldde ik my de mooglijkheid van iets zeer ongemeens. Ik
+had in mijn jongen tijd eenig werk van de Oostersche talen gemaakt, en
+by die gelegenheid met de schriften van ouder en later Rabbynen
+bekendschap gekregen. Bekendschap, die ik, zeker (als 't gaat) weinig
+heb aangekweekt, maar waar uit my echter altijd nog denkbeelden en
+herinneringen door den geest bleven waren. Ons oordeel over de zaken
+verschilt naar de omstandigheden waarin wy zijn. Het is met de
+denkbeelden als met kamermeubelen. Wanneer wy ze niet weten te plaatsen
+waar zy voegen, of er geen gebruik van zien te maken, zoo brengen wy ze
+op den zolder, en vergeten ze. Daar raakt dan wel eens iets verloren, en
+het zeggen van den Dichter wordt bewaarheid:
+
+ _Exilis domus est, ubi non et multa supersunt,
+ Quæ dominum latent, et prosunt furibus._
+
+Deze dieven zijn tijd en volstrekte vergetelheid. Doch, ontstaat er
+iets, waar door wy gelegenheid vinden of nemen, om een ledig vakjen te
+meubileeren, of een vertrek anders dan eerst te stoffeeren, zoo worden
+zy voor den dag gehaald, geboend, en opgekuischt, en zy worden ons door
+de plaats die zy nu verkrijgen, van belang en waarde, schoon ze ons
+eerst in den weg stonden.--Onder het geen my in vroeger tijden als eene
+belachlijkheid voorkwam, was het gevoelen van eenige dier Joodsche
+Geleerden, dat het Paradijs, by de omwenteling des zondvloeds, van den
+aardbodem weggenomen en op zekere hoogte in de lucht was gevestigd en
+daar nog bestond. Men heeft dit gevoelen in de Geologische stelsels
+somtijds aangevoerd als eene bevestiging dat het paradijs op een
+hoogeren grond dan de tegenwoordige aardbodem gelegen had, maar die door
+den zondvloed verzwolgen is. Thands kwam het by my, als een stem uit de
+diepte of een licht uit den afgrond, weêr op, en te gelijk het
+denkbeeld: Zou ook op een dezer ondermanen het paradijs kunnen zijn? zou
+een van die ook dat afgescheiden brok des eersten aardbodems kunnen
+zijn, niet (als het overige) verzwolgen door den watervloed, maar van
+den rotsgrond, waar het paradijs op geplant was, losgebroken? En zou het
+ook misschien op dezen zelfden bol waar ik my nu tegenwoordig bevinde,
+bestaan?---Zoo ongerijmd het my-zelven voorkwam, iets dergelijks te
+stellen, zoo bleef het my echter door 't hoofd malen; het hield mijne
+inbeelding bezig, en dreef my, als ware 't, mijns ondanks, om toch mijn
+planeetjen wel en ter deeg te doorzoeken.
+
+Ik had tot dus verre geen voetspoor of schijn van iets dat menschen kon
+doen vermoeden, ontwaard. Ik had geene verslindende dieren gezien, maar
+alleen onschadelijke soorten. Ik ging dus in de allervolmaaktste
+gerustheid op weg, overkruiste eene bergrij en eene breede vlakte daar
+achter, waar ik overvloed van aardvruchten vond, en eenig geboomte dat
+my nog niet was voorgekomen; maar mede onvruchtbaar, anders dan van een
+soort van stakkelbezien, en met een byzonder ras van torren of kevers
+bezet. Ik had my nu een stok afgesneden, ten einde de diepten des waters
+te kunnen peilen; nadien ik my voorstelde, dat verscheiden meertjens die
+ik telkens ontmoette, wellicht waadbaar zijn mochten; in welk geval ik
+begreep vele omwegen te kunnen afsnijden. Ik vond my echter bedrogen, en
+nergens zoodanige doorgaande en gelijkmatige ondiepten als waarop ik my
+wagen dorst. Nu stapte ik een opgehoogd en geëffend pad, als het scheen,
+op, doch waarvan my echter het byzondere niet in het oog viel, en ik
+kwam na een kleine bocht, tusschen struiken en heesters en eenige
+grootere dikgestamde boomen door, op een soort van hoenderwerf als het
+zich aan liet zien, waar een menigte van kalkoenen, graauw van
+gevederte, door elkaâr liepen.
+
+Naauwlijks had ik hier eenige voetstappen gedaan, of een geweldig
+geschreeuw ging van het midden van dit gevogelte uit, en een goed deel
+viel stout op my aan en beet my verwoed in de beenen. Ik sloeg hen af;
+maar nu vlogen zy alle, met uitgebreide vlerken, van alle kant toe, en
+ik voelde my te gelijk in het aanzicht, van voren, van achteren, over
+het geheele lichaam en aan alle leden, zoo wel met hun nagels als
+snavels besprongen; en dit, onder een oorverdovend getier dat my vreemd
+was, en zeer van de stem dezer dieren by ons verschilde. Ik zwaaide met
+mijn stok dapper in 't rond, maar de aanranding was zoo algemeen, zoo
+heftig, en zoo onverwacht, dat ik onder hun woede geloofde te moeten
+bezwijken eer ik de helft van hun, buiten gevecht kon stellen; en daar
+ik verre de grootste menigte voor my had, keerde ik my om, om door de
+genen, van wie ik van achter bloedig in den nek en kuiten gebeten wierd,
+heen te slaan, en my dus een te rug tocht te maken.
+
+Ik stroomde, van 't afloopende bloed uit mijn wonden, die zelfs op mijn
+borst door de kleederen heen het vleesch opgescheurd hadden; overal was
+ik van kneuzingen bedekt: ja, geheele vlokken hairs, van mijn baard
+uitgerukt, hingen my hier en daar in de plooien der kleederen. Ik
+schaamde my voor my-zelven, door kalkoenen verjaagd te zijn. Maar my
+docht, hier moest meer achter schuilen; en ik week ter zijde, baadde my,
+en strekte my uit in de groente, waar ik een geruimen tijd toebracht,
+alvorens ik mijn leden volstrekt tot mijn wil kreeg.
+
+De zwelling en pijn was genoegzaam verdwenen, en er bleef my, by de
+lidteekens, die ik altijd behouden zal, (die nog rood waren,) voor 't
+overige een geweldige stramte, wanneer ik besloot om dit oord der
+kalkoenen van rondom waar te nemen, en uit te vorschen, wat van deze
+belachlijke maar gants niet verachtbare krijgsmacht toch zijn mocht.
+
+Ik vond een van rondom rijzenden grond, tusschen heuvelen ingevat, die
+met de zoo even gemelde stakkelbezien zeer dicht omzet waren, en geen
+anderen open toegang verleenden, dan dien waar uit ik te rug was
+gedreven. Ik wilde my eerst door het uitrukken van eenige dier heesters
+een weg maken, maar vond het ondoenlijk door gebrek aan alle
+gereedschap; te meer, daar de stammen en takken met dorens bezet waren,
+en de uitgestrektheid van de diepte waarop zy stonden te groot was, dan
+dat ik het met eenige vrucht ondernemen kon. Ik besloot dan, een niet
+wijdgelegen rotsachtigen berg te beklimmen, of ik van daar in de
+omperking, door de heuvelen ingesloten, eenig inzicht mocht hebben. Met
+veel moeite besteeg ik den ruwen en weinig begroeiden steenberg, en
+bloosde, dat de vrees van door kalkoenen mishandeld te worden, my dien
+arbeid kostte. Dan, ik drong my op, dat het dit gevogelte niet was,
+maar de plicht van voorzichtigheid, die my drong om wel toe te zien, wat
+my uit eene zoo besloten natuurlijke verschansing, maar die wel door
+kunst voltooid kon zijn, en die vooral niet het voorkomen had van aan
+louter kalkoenen toe te behooren, onverhoeds opdagen mocht.
+
+Ik zag van de rots werklijk een hoek der onbeperkte vlakte, en aldaar
+koren, te veld staande, waarin en waaromtrent het van deze vogels
+krioelde. Dit koren geleek op dien afstand naar gerst. Of het daar
+natuurlijk groeide en dit soort van hoenders zich daar, om dit voedsel,
+gezeteld had, dan of het gebouwd, en voor hun gebouwd was, kon ik niet
+onderscheiden, maar het eerste kwam my het waarschijnlijkst voor.
+Blijken van hutten of menschenbewoning zag ik er niet.--Ik oordeelde 't
+voorwerp, niet belangrijk genoeg, immers niet dringend genoeg, om er my
+langer by op te houden en ging voort.--Afklimmende, zag ik op eenigen
+afstand een rook opgaan. Hier dacht ik nu menschen te vinden. Ik was,
+eer ik het wist, aan de plaats; maar het was een rook uit den
+moerassigen grond opgaande, die zwavelachtig stonk, en vrij heet was; en
+ik verwijderde my van dien plek.
+
+Nu zag ik de zon na aan den zichteinder, en vond dus de nacht spoediger
+nu ik tegen de zon ingegaan was, dan ik langs den anderen weg gedaan
+had, waar op zy my achterhaalde, en vooruit ging. Dit was my nu klaar,
+door de kromte der loopbaan die mijn bol beschreef, en waardoor het punt
+dat naar de aarde gekeerd was, zich in het tweede vierde deel van dien
+cirkel naar de zon toewendde, de haar nadere punten afkeerende. Ik zag
+schemering, duisternis, maar dit in een oord, niet naar de aarde
+gekeerd, en waar dus de nacht donker was, haar verlichting ontbeerende.
+Ook de maan was aldaar niet zichtbaar, want zy was zoo verr' niet
+vooruitgeschoten dat zy op dit deel eenig licht had kunnen werpen,
+zijnde haar duister gedeelte derwaart gekeerd, en zij in haar
+parahelischen halven cirkel. De duisternis was dus aaklig. Ik zag nu de
+starren flikkeren en herkende hare beelden; maar alles was niet te min
+vreemd voor my daar de Noordpool my faalde. Ik kon my niet _orienteeren_
+als men zegt, en had geen behulp van werktuigen. Ik verdwaalde met het
+oog in den hemel, die eene andere beweging had dan ik gewoon was, en
+alles werd verward voor mijn geest. Men begrijpt licht, dat ik nooit
+sterk in de oefening van de Astronomie was geweest, noch er my eigenlijk
+meê had opgehouden.
+
+In die volle duisternis te willen voortwandelen om waarnemingen nopens
+het land te doen, zou dwaasheid geweest zijn. Daar was niets by te
+winnen. Ik nam het besluit, naar het daglicht te rug te keeren, maar
+mijn weg zoo veel 't wezen kon, langs den boord der schemering te nemen,
+het geen my door nieuwe velden moest brengen, en waarby ik mijn pad aan
+de linkerhand liet. Intusschen werd ik toen ook een soort van
+vleêrmuizen gewaar, die, het schijnt, aan het ander gedeelte des bols,
+waar de nachten zoo helder zijn van het schijnsel des aardbodems, niet
+gevonden worden, maar hier by de dieper duisternis t' huis zijn.
+
+Ik had dan mijn weg in deze nieuwe richting ingesteld, en volgde die,
+(als ik plach) met verpozingen, waarin ik my nederzette om uit te
+rusten, en somwijlen insluimerde. Sints lang nam ik de voorzorg niet
+meer van een bedtentjen op te rechten, maar wanneer de slaap my beving,
+was de bloote grond mijn leger, meest overal door de natuur-zelve met
+kruiden gespreid; en de bolle wind, die ik altijd gelijkmatig vond woei
+over my heen. Vijanden of bespringers duchtte ik niet, en zelfs, had ik
+niets dat ik vreezen kon te verliezen. Wat mijn voedsel betreft, zelden
+was ik lang zonder aardvruchten weêr te vinden, en ook de onrijpe waren
+eetbaar, en hadden iets van de kastanjes, doch minder hard zijnde.
+Echter droeg ik er altijd eenige by my, in den doek geknoopt, die my
+eenmaal voor wrong om mijn tulband diende, en dien ik nu om mijn middel
+wond. Ik had daar mijn mes by, of het stak in mijn gordel; en mijn stok
+was in mijn hand. Mijne Perzische pantoffelen waren lang doorgesleten,
+maar mijn voeten hadden zich door het gaan, zonder mijn kosten, met eelt
+verzoold. Mijn kruik of fles (want zy had een lange hals en was van
+palmhout gedraaid) hong my aan een koord over de schouder, nu eens op
+de rug wapperende, dan aan mijn linker heup, dan over den arm. Nu en dan
+baadde ik my in de plassen of meeren die ik overal op mijn weg vond, en
+dit gaf my by de vermoeidheid de meeste verkwikking: doch ook dan
+behoefde ik voor mijn kleederen niet beducht te zijn. Overreed van het
+eenig menschelijk schepsel te zijn in een land, dat ook geene
+verslindende of anders gevaarlijke dieren bevattede, was ik voorlang t'
+eenen maal zorgloos geworden, en ofschoon de ontmoeting met de kalkoenen
+een zonderlingen indruk op my gemaakt had, en my ook wel eenige
+achterdocht deed ontstaan, of er niet wellicht menschlijke bewoners in
+den omtrek zijn mochten, ik had nog niet weder gedacht om my te
+bedekken. Thands echter, ik weet niet door welk eene oorzaak, viel het
+my in, en, zonder eenig besef uit wat hoofde, ving ik aan, eenige takken
+af te snijden. Doch het was tot mijn groote schade en leedwezen; want ik
+brak er mijn mes op, en had toen geen ander werktuig meer, hoe genaamd,
+waar ik iets meê kon doorsnijden. Ik begreep nu eerst recht het belang
+van dit zoo eenvoudig gereedschap, wond de stukken in mijn doek, en nam
+voor, naar een bekwamen steen te zoeken, dien ik tot een mes of een bijl
+slijpen mocht: dan, daar het hout dat ik vond, uitermate taai was, en
+zich niet door liet breken, moest ik van het toestellen eener slaapstede
+afzien. Ik deed dus, en sliep ook in zonder my te bekommeren.
+
+Ik ontwaakte door een onaangenaam gevoel van knijping in den arm en in
+'t aangezicht; en terstond zag ik een' mijner vijanden; een zeer
+donkergraauwen kalkoen, die op mijn borst stond en stout op my inpikte.
+Ik bewoog my zoo dra niet, of hy was van mijn lijf: hy keek my boos aan,
+vloog op, scheen zich te bedenken, vloog achterwaarts, en stapte voorts
+met een fieren tred, en nu en dan omziende, van my af naar een kleine
+hoogte, daar niet verr' van afgelegen. Ik begreep nu, aan de andere
+zijde van het kalkoenenrijk te zijn, waar ik kort te voren zoo wel
+onthaald was geworden. Ik stond een poos in beraad wat te doen; had geen
+trek, om my andermaal dat geheele leger op 't lijf te schennen; maar was
+echter brandend om dat verblijf van een anderen kant te beschouwen. Ik
+besloot dan, het beest zachtkens en op eenigen afstand te volgen. Ik
+deed zoo, en zette my by dien heuvel, die my voorkwam uit gevelde
+boomstammen, die deels zelfs in de rondte behouwen waren, brokken steen,
+en aarde te bestaan, en dus eene lang begroeide en oude ruïne aan te
+wijzen, die gewrochten van menschlijke handen te kennen gaf. Alles
+echter lag vast in een, en was door de lucht derwijze vergaan dat er
+niets stelligs uit op was te maken. Ik stiet met mijn stok in dien hoop;
+en na dit etlijke malen, nu hier, dan elders gedaan te hebben, klonk er
+iets, als of men op metaal stiet. Ik wroette zoo wat in die opening, en
+daar kwam een verroest stuk koper voor den dag, het geen, hoe verknaagd
+en misvormd, echter duidlijk de gedaante van het blad van een bijl had.
+Wel bezien bleek het dit inderdaad, en volkomen te zijn. Deze vond was
+van groot gewicht voor my: ik eigende my dit stuk gereedschaps, en
+wroette voort, nu met mijn stok, dan met mijne handen en nagels; maar
+het was zonder eenig verder gevolg, dan dat ik met het afkrabben van
+eenige door- en overwortelde aard, de punt van een kennelijk vierkanten
+schoon genoegzaam verrotten en zich in splinters of vezels verdeelenden
+balk van geringe dikte voor den dag deed komen. Te vergeest wenschte ik
+om een spade of houweel; en alles zat te dicht en te stijf op een gepakt
+om door my verwrikt te worden.
+
+Ik ging het heuveltjen om, en zag daar in de laagte twee of drie kleine
+vogels, die ik niet wist of ik voor by uitstek schrale en kleine
+hoenders moest houden, dan voor iets anders, op iets wits pikken het
+geen uit de aarde of groente scheen uit te steken. Ook dit trok mijn
+nieuwsgierigheid, door de vorige ontdekking ontvlamd geworden. Het was,
+zoo ik dra bemerkte, de knokkel van eens menschen dijbeen, zeer wit van
+de lucht uitgebleekt, half vergaan, en als verkalkt. Het been-zelf lag
+hellend, met de geleding der knie opwaarts gestoken. De schenkel met de
+knieschijf, een overblijfsel van 't kuitbeen, en een stomp van den voet,
+waar de teenen en het meest van den metatarsus aan ontbraken, lag wat
+lager, meest bedekt door kleine heesterplanten daarover gewassen. Ik
+trok de struiken en planten rondom uit, en het geheele geraamte ontdekte
+zich dus, vrij volkomen wat de deelen of leden betrof, doch, even als de
+geleding des dijbeens, krijtachtig wit, en meestal geheel sponsachtig
+geworden; ook op vele plaatsen met een fijn mosch begroeid. Daar ik 't
+omkeeren wilde, brak de ruggegraat in haar wervels af, en de ribben
+stortten in, met het borstbeen en de sleutelbeenen. Doch by dit
+breken rammelde iets, dat wederom metaalachtig klonk. 't Was een
+koperen plaatjen, door de roest zeer afgeknaagt, maar dat kennelijke
+overblijfsels van letters of naar letters gelijkende teekens droeg. Meer
+kon ik hier niet ontdekken; doch van eenige der zwaarste boomstammen die
+ik tot nog gezien had, en die daar by één stonden, was op gelijke hoogte
+niet slechts een goed deel van de schors, maar het hout daar binnen tot
+op een derde der dikte uitgekapt, en ik zag daar ook sporen van letters
+op. Vele dier boomen stonden dood in den grond; anderen lagen
+omgeworpen; eenige droegen een verouderde en zeer schrale kruin. Mijn
+zucht om dit na te sporen groeide. Ik streek met de handen en met den
+gevonden bijl over deze vlakte of uitholling der boomen, om er het mosch
+en de kleine takjens die er zich opgezet hadden, van af te vegen. Doch
+het grootst gedeelte der oppervlakte was week, en tot dieper dan de
+insnijding verrot. Op slechts weinige plaatsen had de ingesneden grond
+zoo veel vastheid, dat zy zich samenhield. Ik zag dus op den eersten
+boom by het lijk Grieksche letters van een zeer oude form, en die my
+woorden schenen op te leveren en ik las:
+
+[Illustratie]
+
+de overige schrappen verdwenen. Op den tweeden boom las ik [Illustratie],
+niets meer. En op de vijf overigen (want het waren er zeven die dus
+uitgekapt waren) was niets overig dat zich herkennen liet. Ik maakte
+hiervan:
+
+ [Grieks: xene (xeine), tis an eiês hos.....]
+
+ _vreemdeling, wie gy zijn moogt, die..._
+
+Dat dit [Grieks: tis an eiês] slecht Grieksch was, bekommerde my niet:
+het behoefde geen taalkundige te zijn die het gesneden had. 't Was
+genoeg, docht my, dat het iemand was, die een vreemdeling, welke daar
+aan mocht komen, iets had willen meêdeelen.
+
+Het geen dit behelsde was weinig, maar ik trok er groote gevolgen uit.
+'t Scheen my nu zeker genoeg, dat ik in dit oord van den bol ten minste,
+en hoogst waarschijnelijk nergens, geene menschen vermoeden mocht.
+Iemand, die, daar gestorven, aan een vreemdeling, wien het geval na
+verloop van eeuwen derwaart moest voeren, een bericht wilde nalaten, en
+ook in dit tijdverloop niet ontdekt en naar de algemeene menschelijkheid
+begraven geworden was, was daar zeker alleen, en hy vond zich op een
+land van geen menschdom bewoond; het zij dan dat dit land geen
+menschenvaderland was, of dat het door een der ontzachlijkste
+omwentelingen ontvolkt geworden mocht zijn, en dees doode zijn
+geslachtgenooten overleefd had. Dat hy daar alleen geleefd had, en zich
+eene woning, een akker, met eene omperking voor gevogelte gebouwd had,
+kwam my voorts zeer waarschijnlijk voor; zoo wel, als dat het graan zich
+daar zelf had voortgeplant, en 't gedierte na zijn dood verwilderd
+geworden was, schoon het, van een tammen aart zijnde, zich by een, en
+aan een plaats waar het zijn voedsel vond en gewoon was, bleef ophouden.
+Het had mogelijk om het bezit van dit erf en het graan dat er groeide,
+alreeds dikwijls met de struissen of eendvogels gevochten, en my in het
+zelfde daglicht beschouwd en als roover en vrijbuiter afgekeerd.----Maar
+wat had alle sporen van menschen zoo geheel kunnen verdelgen, en dien
+eenigen kunnen doen overblijven?----Het was waar, ik had den geheelen
+bol niet doorzocht; maar ten minste een groot gedeelte; vooral, waar
+menschen woonden, daar moesten zich wijd en zijd blijken van hun
+aanwezen opdoen: vooral, daar noch koude, noch overmatige hette, noch
+moeielijkheid van gebergten, ja niets, hunne verwisseling van verblijf
+of hun doorreizen verhinderde.---Alleen mocht ergens in een groot meer,
+eenig eiland besloten zijn, waaruit zy zich niet begeven konden, het zij
+by gebrek van boomen of verstandelijk doorzicht; en van daar kon die
+doode afkomstig en door eenig onnagaanbaar toeval over het water
+gebracht zijn.--Maar die doode schreef Grieksch--wist den bijl te
+hanteeren--gaf door die omsluiting en het geen uit de gevonden ruïne
+besloten kon worden, een bewijs van beschaafdheid, grooter dan by dus
+bepaalde eilanders van een meertjen te stellen was.--Dit verbijsterde
+my.----Honderdmaal drong ik my op, dat het geen ik voor Grieksche
+letters gehouden had, vormlooze en niets beteekenende schrappen waren,
+door de lucht, door gewormte, en wat niet al, in de boomen veroorzaakt.
+
+Nu zette ik my om het koperen plaatjen met alle my mogelijke
+opmerkzaamheid te beschouwen. Dat mijne gedachten te vlug waren om
+hierbij stil te staan, moet hier niemand verwonderen, die den aart van
+zijn geest kent, en weet welke de drift is, waar meê de verbeelding als
+voortbruischt, wanneer zy, eens met een geliefd voorwerp bezig, zich een
+nieuw open ontsloten ziet, waar zy door wil breken. Alsdan wacht zy den
+geleibrief noch de reiskaart des verstandigen overlegs niet af, noch
+het geen haar op den tocht die zy aangaat, het noodigst zal zijn.
+Ongelaarsd, ongeschoeid, vliegt zy voort; maar het is om, by de eerste
+hindernis van den weg, neêr te storten, of op hare treden te rug te
+komen.--Ik onderzocht dan het koperen plaatjen.
+
+Het was, hoe zeer door de roest rondom afgevreten en ongelijkvormig
+geworden, van eene langronde gedaante, en had nagenoeg de groote eener
+handpalm. Daar was een oogjen of gaatjen in, als ware 't, om een snoer
+door te trekken, en ik twijfelde niet, of het was geschikt om het op de
+borst te dragen. Ik hield het dus in het eerst voor een _amuleet_, of,
+gelijk men in 't Oosten zegt, _talisman_. Ik wiesch het zorgvuldig af,
+krabde de verhevenheden van het spaangroen daar af, voor zoo verre ik
+dit met mijn nagels vermocht, en niet schroomde zoo veel van de
+oppervlakte weg te schrappen, dat de letters daar mede verloren gingen.
+'t Was aan beide zijden beschreven, of liever diep ingekrast, hier en
+daar als ingehouwen, elders meer oppervlakkig als ingevijld; en alles
+droeg het voorkomen van blijken zoo van het gebrek aan bekwame
+werktuigen voor dit beschrijven, als van het belang dat men moest
+gesteld hebben in er kennelijke en duurzame lettermerken in te groeven.
+Beide zijden hadden de zelfde soort van letters, en deze letters kwamen
+overeen met die van de opschriften der boomen: beide hadden onder het
+oogjen dat voor het snoer scheen gediend te hebben, de letters
+
+[Illustratie]
+
+en lager, twee en een halve regel, waar van ik aan de eene zijde niets
+maken kon, doch die aan de andere dit opleverden:
+
+[Illustratie]
+
+Het geen ik met uitlating van het onvolkomen woord in de middelste
+regel, dus las:
+
+ [Grieks: Abr, ho kaloumenos Abaris..... houtos egô.]
+
+ _Abr, die genoemd wordt Abaris... deze (ben) ik._
+
+Nu dacht ik dadelijk aan den Hyperborischen Abaris, die voor derdhalf
+duizend jaren (zoo de Chronologie in dit punt juist is) in Griekenland
+gereisd heeft, en wien men den naam gaf, dat hy op een pijl door de
+lucht reisde.--Deze hier! Dit gaf mijn verbeelding een nieuw en een
+vruchtbaar veld om door te draven, en zy was niet traag om het zich ten
+nutte te maken.
+
+Ik zal hier niet ophalen, al wat my al inschoot; al wat ik voor of na,
+'t zij terstond by den inval, het zij na er een poos aan gefatsoeneerd
+te hebben, verwierp; en dat, het een somtijds belachlijker dan het
+ander, my echter in my-zelven een soort van onderhoud verschafte, waarin
+ik my gelukkiger gevoelde dan ik sedert mijne aanlanding in die wareld
+nog gedaan had. Een voorwerp te hebben waarover men denken mag, en dat
+ons belangrijk genoeg is om de aandacht wel vast te houden, is zeer veel
+in de eenzaamheid. Maar mijn lezers zijn niet in het zelfde geval, en ik
+heb hun verveling te ontzien. Ik zal dus alleenlijk dat aanvoeren, wat
+het uitsluitsel van al die bedenkingen en overwegingen wierd. En dit
+bestond in de volgende punten, die ik den geleerden als gissingen
+voorstelle, waarop zy, behaagt het hun, nadenken mogen. Misschien zijn
+zy sommigen onder hen deze moeite waardig.
+
+1^o. Dat de Noordlijke Reiziger Abaris hier aangeland en gestorven was
+en deze opschriften van hem waren.
+
+2^o. Dat die Abaris een naam had, in 't Oosten bekend (het geen by een
+Schyt gants niet vreemd zijn kan), en dat deze naam, by de Grieken door
+hun uitspraak en den uitgang dien zy er, naar hunne gewoonte, aan gaven,
+dus als wy hem plegen te noemen, veranderd, in wezen de zelfde was met
+het Oostersche _Abram_, of wel, met de wortel [Hebreeuws: abr].
+
+3^o. Dat deze Abaris niet slechts by de Grieken den naam had van door de
+lucht te reizen, maar ook de daad. Van waar misschien de naam _Aber_, in
+de beteekenis van _Vlieger_, in de Noordlijke taaltakken nog over in
+_Eber_ en _Adebaar_ (nu in het Hollandsch _Ooievaar_), aan hem gegeven
+en door hem aangenomen is.
+
+4^o. Dat hy, naamlijk, den luchtbol, en wel niet slechts de
+_Montgolfiere_, maar dien met de brandbare of eene andere
+gelijksoortige, en ons mooglijk onbekende lucht, gekend heeft, en zich
+van dien bediende.
+
+5^o. Dat de oorsprong van het fabeltjen van zijn vliegenden pijl, waar
+hy op reed, of, te zoeken is in het zeggen, dat hy _als een pijl_ door
+de lucht vloog; of wel, dat men den naam van _bol_, (_baul_), _bal_, of
+_bel_ (alle talen oorspronklijk gemeen), waarmeê hy zijn voertuig
+benoemde (by de Grieken veellicht tot [Grieks: balos], of [Grieks:
+bolos], of [Grieks: bêlos], gemaakt), met hun Grieksche woord [Grieks:
+belos] verwarde.
+
+6^o. Dat hy op gelijke wijze als ik, op dien planeet aangekomen, by zich
+in zijn vaartuig eenige gereedschappen gehad heeft, die ik miste;
+waarvan de bijl, die een Grieksche of Oostersche gedaante had, en van
+zeer hard koper was[5].
+
+ [5] Dat de Oostersche Schyten koperen bijlen gebruikten, meldt Strabo,
+ XI, 10.
+
+7^o. Dat hy veellicht uit eenig Oostersch landschap, waar de kalkoenen
+inlandsch zijn, ook een paar of meer vogels met zich meêgenomen had, met
+voornemen om die in zijn vaderland voort te telen. En dat hy veellicht
+op gelijke wijze en met het zelfde voornemen de garst en nog andere
+vogels en zaden of granen by zich had, wanneer hy op mijn bol aanlandde:
+alwaar zich de vogels voortplantten, de garst in wezen bleef, en het
+overige met den tijd in den vreemden grond en lucht weêr uitstierf.
+
+8^o. Dat hy door behulp zijner gereedschappen, zich daar eene woning, en
+akker- en vee- of vogelteelt maakte, welke echter zeer gebrekkig waren,
+als alleen kunnende bestaan uit de soorten die hy daar vond, of
+toevallig by zich had.
+
+9^o. Dat hy, zijn voertuig misschien verongelukt zijnde, niet weder te
+rug kon, en zijn leven aldaar heeft moeten eindigen.
+
+10^o. Dat hy de hem mooglijke voorzorgen genomen heeft, om door middel
+van opschriften de gedachtenis of kennis van dit zijn lot te bewaren en
+over te brengen aan den gene, die op gelijke wijze daar aanlanden
+mocht.
+
+11^o. Dat hy zich hiertoe beide van de Grieksche, en van zijne eigen
+taal bediend heeft, en dat deze beide talen toen ter tijd de zelfde
+letters hadden, doch het Schytsch als het Oostersch, waarmeê het nog
+zeer veel gemeen had, in omgekeerde richting van 't Grieksch geschreven
+wierd.
+
+Het is zeker, dat Herodotus en de verdere oude Grieken niet altijd
+liegen, wanneer men het daar voor houdt. Wanneer zy verhalen, dat in het
+Noorden de lucht dikwijls geheel vervuld is met neêrvallende vederen, 't
+geen het reizen aldaar moeilijk maakt, is het zeker, dat zy van de
+sneeuw spreken, waarvan die hun dit meêgedeeld had zich geen denkbeeld
+had kunnen maken dan uit vergelijkende beschrijvingen, die het uiterlijk
+aanzien der vlokken betroffen. Even weinig konnen zy, of die genen, van
+wie zy het overnamen, zich het reizen door de lucht voorstellen; maar
+het naaste denkbeeld was, als een vogel, of als een pijl. Als een vogel
+geschiedde het niet, want er waren geen vleugels by, door wier middel de
+opheffing geschiedde: zie daar al wat men wist. De pijl bleef dus
+overig, en het denkbeeld van een ingedrukte beweging als een afgeschoten
+schicht eigen is. Men plaatste hem dus in verbeelding op zijn pijl,
+waartoe zelfs de naam van zijn voertuig, als gezegd is, iets doen kon.
+Dit inbeeldsel was zoo belachlijk als onmooglijk; maar de bol maakte
+zijn luchtreis, waar van toch getuigen en blijken waren, voor hun
+allen even zeer onmooglijk, en veel beter nog wist de verbeelding
+zich van een pijl dan een bol te bedienen, om van deze vlucht eenig
+schijntafereeltjen te vormen. De ongeloovigheid der menschen, waarin zy
+bewijs van verstand stellen, is veelal niet dan een gevolg hunner
+onkunde. De eenoogigen van Herodotus (Arimaspen) zijn in een volk van
+schutters, dat zich gewend heeft het eene oog te sluiten--; de menschen
+met de oogen in de borst, in de zwaar gekarpoesde Eskimaux of
+Tsuchties--; de meermannen in de half in hun schuitjens genaaide en
+daarmeê in en onder het water omtuimelende ijskustbewoners weêrgevonden.
+Voor weinige jaren nog werd Abaris reizen door de lucht als een bloot
+verdichtsel aangezien. Latere ontdekkingen zullen nog meer verhalen der
+oudheid, waarmeê wy nog thands den spot drijven, bewaarheden. En
+wellicht wordt _de ware geschiedenis_ van Luciaan (hoe zeer ter
+beschimping, uit loutere ongerijmdheden saamgesteld) zoo de wareld
+slechts voortduurt, nog eens vol van zeer wezendlijke en t' eenigen tijd
+algemeen bekende waarheden bevonden, en hy, tegen zijn' dank, een
+[Grieks: alêthographos]. _Il ne faut desesperer de rien_.
+
+Dat Abaris, de Noordsche reiziger, die uit zucht om wetenschap te
+verzamelen verre landen bezocht, Natuurkundige begrippen had, welke de
+Grieken nooit gekend hebben en die by ons nog zoo nieuw zijn, behoeft
+niet te verwonderen. Wat zijn onze kundigheden, dan het geen van sedert
+kort voor onze jaartelling uit de Grieken tot ons overgebracht was? En
+hoe deerlijk was de vervallen, verwoeste, en verwilderde staat van de in
+woedende horden verkeerde volken, afschrik van het zuidelijk deel van
+ons warelddeel, geworden. Een staat, die te minder verwonderen moet, als
+men de geweldige natuurschokken die de grond van dat Noorden blijkt
+ondergaan te hebben, in aanschouw neemt. De Grieken stelden er den
+_ouden Hof van Febus_, [Grieks: Phoibou palaion kêpon] (als Sofokles
+zegt by Strabo VII, 1); roemden de schoonheid der Hyperboréën[6]: en dat
+zy van hun, zelfs godsdienstplechtigheden hadden overgenomen, is
+kennelijk. Doch wat ook de Grieken daarvan hielden, kinderen in verstand
+en in volksouderdom, en die toch bekennen dat zy van Anacharsis (een
+Noordlander) den vuurslag, het anker, en het pottenbakken geleerd hebben
+(Strab. ib. 8.): dat oudtijds in het Noorden een machtig en zeer
+beschaafd volk gebloeid heeft, onmiddelijk uit het Oosten daar heen
+gewandeld, en dat in verstand en kennissen uitmuntende, de leeraar des
+overigen menschdoms geweest is, dit getuigt heel het Oosten, dat aan hen
+zijn beschaving en de mededeeling van de belangrijkste kennissen dankt.
+En dat ook dit volk Natuurkundige en Chemische kennissen had, waar van
+men twijfelen mag of zy de onzen niet in vele opzichten te boven gingen,
+maakt alles waarschijnlijk. Tot in het diepste van Indien, is niet de
+algemeene overlevering onder de Bramannen alleen, maar zijn de
+geheiligde boeken vol van een (om het dus uit te drukken) heilig ontzag
+voor het Noorden. Daarin wordt het Noorden, bestendig voorgesteld en met
+levendige kleuren geschilderd, als de zetel van welvaart en rijkdom.
+Daar stellen zy sedert onnagaanbare eeuwen den wonderbaren berg _Meru_,
+waarin _Kuvero_, de God van den rijkdom, zijn throon heeft gebouwd. De
+rijkheid der mijnen van het (eertijds een geheel ander aanzien hebbende)
+Scandinavie, mag dit laatste denkbeeld verwekt hebben; maar het bewijst,
+dat men, van zoo oud als dien narichten, vertellingen, en haar
+aanteekeningen of overleveringen heugt, aldaar deze mijnen bewerkte en
+sints lang met veel vrucht bewerkt had; en zoodanig een volk kon niet
+missen in Natuurkundigheden en Scheikundige wetenschap alle andere verre
+te boven te gaan; maar het kon ook, daarin gants oorspronkelijk zijnde,
+vorderingen gemaakt hebben, die wy, naar systemaas geleerd, die wy van
+Arabers en Grieken ontleenden (zelve onkundige en uit nabootsing en
+naprating denkende en handelende volken), niet dan na eeuwen op eeuwen,
+en dan nog niet anders dan door een gelukkig toeval, bereiken konden.
+
+ [6] Men zie, by voorbeeld, Kallimachus in zijnen Hymnus aan Delos.
+ Diogenes Laërtius verhaalt, dat Pythagoras om zijne uitstekende
+ welgemaaktheid niet slechts een _Apollo_ genoemd, maar voor den
+ _Apollo van uit het Noorden_ door zijn leerlingen gehouden werd.
+ [Grieks: Kai autou hoi mathêtai doxan eichon peri autou, hôs heiê
+ Apollôn ex Hyperboreôn hyphigmenos.]
+
+Veel ware er nog aan te merken, over de verkeerde wijze, waarop deze
+wetenschap altijd behandeld is geweest, en vooral over de tot in onze
+dagen altijd verwaarloosde beoefening der uitzettende vloeistoffen, door
+het welke al onze ontbindingen altijd onvolkomen gebleven zijn, en het
+allergewichtigst werkmiddel in de hand der natuur en in die van haar
+nabootster, de kunst, nutloos bleef. Men verongelijkt een beter, een
+wijzer, een minder vervallen menschengeslacht, dat ons op zoo groot
+eenen afstand, zoo reusachtig voorging, wanneer men het de onnoozele
+verkeerdheden aanwrijft, die in het nietige, ijdelhoofdige Griekenland
+of Arabie de opkomst der wetenschappen, die er niet geboren waren, of in
+Italie hare overbrenging uit Griekenland of Arabie, zoo vele eeuwen
+later vergezeld hebben. Gewis kenden zy de uitzettende vloeistoffen, die
+wy daadlyk gekend hebben, zoo dra wy op 't rechte pad raakten om de
+Scheikunde recht te beoefenen. En kenden zy die, hoe konden zy niet,
+daar eenige aanwending van maken op de Weegkunde? Hoe kon het missen, of
+een doorzichtig, een recht wijsgeerig brein moest er een middel in zien,
+om zich in de lucht op te heffen, en op het geleide van den wind, van
+oorden en landstreken te verwisselen.
+
+Het is ongetwijfeld ook door de verwantschapping en het verband der
+Schei- en Natuurkundige kennissen met Genees- en Heelkunde, dat de
+Noordlijke volken by de Grieken-zelf in dit laatste vak zoo beroemd
+waren. Plato maakt daar, op meer dan één plaats, gewag van. Hy spreekt
+van Zamolxis Artsen, die den naam hadden de onsterflijkheid te kunnen
+meêdeelen, en wien het bygeloof der vertellers, by 't aanwenden hunner
+bereidingen of artsenyen, bezweeringen toedichtte, waar in Plato-zelf
+onnoozel genoeg was om de heelkracht te stellen; dan die niemand
+zekerlijk thands in aanmerking nemen zal.
+
+Abaris is ook de eenige Schyt of Hyperboreër niet geweest, die de
+Grieksche wareldstreken bezocht. Verscheiden worden er door de
+Historieschrijvers der Grieken, door Dichters en Filozofen, genoemd;
+alle als liefhebbers van wijsheid, en verlichte verstanden. Zoodanige
+reizen toonen beschaafdheid en kunde by 't volk waartoe zy behoorden; en
+dit volk woonde diep in het Noorden, als de hun gegeven naam medebrengt.
+Geen wilde, reist om kundigheden op te doen. Maar de beschaafde geest
+der genen die van uit dit volk tot de Grieken kwamen, bewijst, op wat
+punt van verlichtheid en kunde, zoo wel als rechtschapenheid dit volk
+toen gesteld wierd. Zy boezemden alom door hunne hoedanigheden verbazing
+en achting in, en gingen voor toovenaren, bovenmenschlijke verrichtingen
+machtig.
+
+Niets overzulks is er onwaarschijnlijks in, dat zoo my deze hachlijke
+reis naar een planeetbol, die in onzen dampkring met den zijnen als
+samensmelt, toevalliger wijze heeft kunnen gebeuren, zy ook Abaris den
+luchtreiziger gebeuren kon, wiens naam niet alleen als reiziger, maar
+ook meê als Natuur- en Scheikundige of als Arts der toenmalige tijden
+bekend staat. En natuurlijker wijs berust ons verstand in de opschriften
+die geen ander dan hem schijnen aan te kondigen.
+
+Ik zal voorts mijnen Lezer met geenen geleerden Commentarius over deze
+inscriptien ophouden. Ik wil alleen aanmerken, dat de Alpha daarin
+voorkomende, zichtbaar de oude Fenicische form heeft, die naar het
+getuigenis van Plutarchus den ploegenden os afbeeldde, en nergens zoo
+duidelijk voorkomt: Dat er geen onderscheid tusschen de [rho] en de
+[stigma] is: Dat de [kappa] haar standaart niet heeft, welke dus van een
+later tijd schijnt, maar de omgezette Oostersche [kaf] is, als de
+Roomsche C: en de N de form der [pi] heeft. In een byzonder Hoofdstuk
+hoop ik by de nader ontwikkeling dezer byzonderheden de geschiedenis der
+letterfiguren niet weinig toe te lichten, wanneer ik mijn uitvoeriger
+reisverhaal en beschrijving in 't licht geve.
+
+In de middelste regel van het Grieksche opschrift van 't plaatjen
+verbeeldde ik my ook het woord [Grieks: ODOPOROS] ([Grieks: hodoiporos])
+op te maken, doch de plaats was zeer uitgevreten, en mijne lezing
+onzeker.
+
+Van de tegenzijde wist ik niets uit te brengen. De taal, voor zoo verre
+ik iets gewaar werd, was my onverstaanbaar, en het plaatjen had daar
+ongelijk meer geleden.
+
+Ik heb gezegd, dat ik my onder 't ontcijferen van de opschriften, en in
+het gewoel van de denkbeelden, die dit in my deed opkomen, gelukkiger
+vond, dan ik op mijn planeet nog geweest was. Dit ging zoo verr', dat
+ik, lang genoeg, my met niets anders ophield dan wat hier betrekking toe
+had. Ik stelde my mijnen Schytschen lotgenoot voor in zijne oprichting
+van de ingestorte woning en van zijne huishouding. Ik dacht om hem
+daarin na te volgen, terwijl ik zijn bijl op een steen scherpte, of er
+een boomtak mede afscheidde die ik er tot een steel in vastmaakte. Ik
+dacht, hoe my best van de kalkoenbende meester te maken. Ik bedacht, hoe
+deze weerbare vijanden te beloeren, te verstrikken, by kleine partyen
+aan te vallen en t' onder te brengen. Ik rekende uit, hoe velen er om
+moesten komen, om my heer van de overigen te maken; nam maatregelen om
+dezen op te sluiten, en de jongen die zy voort zouden brengen,
+vervolgens te voederen en daaruit een nieuw tam geslacht te vormen. Nu
+dacht ik my in Abaris plaats, als zijn opvolger, gevestigd, en wilde my
+_Abaris den tweede_ noemen. Zelfs was het my geen gering voorwerp van
+overleg, of ik my _Abaris_ op zijn Grieksch, dan (gelijk mijne
+opschriften als den eigenlijken naam medebrachten) _abra_ of _abir_ zou
+heeten. Indien ik geweten had hoe _de tweede_ in datzelfde Schytsch waar
+ik _abra_ of _abir_ toe bracht, uit te drukken, ik had ongetwijfeld het
+laatste verkozen als ongemeener. Nu helde ik meer tot het eerste, en
+[Grieks: Habaris ho deuteros] klonk my al vrij welluidend in de ooren,
+Maar nu schoot my in, dat de ouden de personen van éénen naam zoo niet
+onderscheidden. Dat dit niet _Abaris de tweede_, in den hedendaagschen
+zin, zijn zoude, maar _de tweede Abaris_, en een vergelijking met Abaris
+als met een model of voorbeeld, te kennen geven, waarmede ik veel minder
+gekuifd was.
+
+Dit alles was goed en wel. Ik had daar, op een planeet waar ik geen
+mededinger had, koning kunnen zijn even als Adam; maar het schortte my,
+waar het Adam aan faalde. En hier was geen hulpmiddel voor. Mijn rijk
+moest als dat van mijn Schytschen voorzaat eindigen, zijne nagedachtenis
+in my verdwijnen, en de mijne verloren gaan. Want hoe kon ik my
+vleien, dat spoedig weder een ander luchtreiziger hier mocht aanlanden,
+en dat er met de aarde eene gemeenschap ontstaan zou. Ja was die
+gemeenschap-zelve wel eens zoo te wenschen voor den wareldkoning wiens
+eenige legermacht in het overschot der kalkoenen bestaan moest, die hy
+om zijn throon te bestijgen, op zeer weinige na, uit moest roeien. Deze
+denkbeelden kwamen niet op, of zy kregen vat by my.----En echter, altijd
+alleen en ellendig, hier om te komen als Abaris, de oogen misschien
+uitgepikt door mijn hoenders! mijn beenders voor 't minst door hen
+uitgepikt als zy dor wierden!----En geheel geene nagedachtenis van
+my!----Ja, wist men op den aardbol, daar is hy, daar leeft hy, daar
+woont hy, daar geneert hy zich als een klein onafhanklijk prinsjen, 't
+waar wel. Maar daar was ter wareld geen uitzicht op.
+
+Ik gevoelde nu eerst in volle kracht, dat alleen voor zich-zelven te
+bestaan, geen bestaan is; dat men niet leeft, dan wanneer men in anderen
+leeft, en dezen in ons; en nu werd ik in een groote mate naargeestig.
+Alle lust verging my om waarnemingen te doen. Ik zag den hemel niet meer
+aan; ik bereisde mijn planeet niet meer. Ik raakte al meer en meer in
+mijmeringen verzonken, die hoe langer hoe onduidlijker waren, en van
+langzamerhand in een stompe gevoelloosheid overgingen, die niet
+afgebroken werd dan door slaap, of door 't zoeken van aardvruchten,
+wanneer de behoefte van voedsel my daartoe aanprikkelde.
+
+Dus had ik verscheiden malen den aardbol vol en nieuw, en in zijn
+kwartierstanden gezien, en derhalve (naar de tijdrekening, op hem
+gebruiklijk) etlijke maanden doorgebracht; wanneer ik, zonder oogmerk of
+doel omwandelende, op den plek gronds kwam waar ik 't eerst aangeland
+was, en mijn bol en vaartuig weêrom vond. Dit gezicht wekte my hevige
+aandoeningen op, en ik raakte aan het schreien. De zucht om op het
+gemeene vaderland aller menschen, de aarde, weder te keeren, verhief
+zich in my. Ik zag daar geene mooglijkheid op. Echter onderzocht ik mijn
+bol en bootjen. De eerste was ledig, gelijk men begrijpen kan, maar had
+slechts een geringen scheur van niet meer dan twee vingers lengte, in
+een van de naden. Het schuitjen was gaaf, behalven dat de onderkielbalk
+er af gestoten was, het geen tot de zaak weinig deed. En, daar ik al het
+ijzervijlsel en al de vitrioolgeest die ik van mijn Perzianen gevorderd,
+maar niet half gebruikt had, in verscheiden tonnetjens, en glazene met
+hout overtogen bussen, by my in het schuitjen genomen had, had ik dezen
+deels in, en gedeeltelijk in de rondte om dat bootjen op den grond
+wedergevonden, en ook weder by een gepakt.----Wat (dacht ik nu) zoo ik
+de breuk van mijn bol herstelde, en op nieuw opging? Eens tot eene
+genoegzame nabyheid der aarde genaderd, zou deze my wederom tot zich
+trekken; en, men moet iets wagen in een' staat als de mijne is.
+
+Het denkbeeld echter van zoodanig eenen overgang was zoo weinig klaar by
+my, als dat van mijn vorigen overgang naar _Selenion_. Tusschen de twee
+aantrekkingen opgaande, begreep ik in het punt des evenwichts (daar
+naamlijk waar de nabyheden der bollen hunne aantrekkingen gelijk
+maakten) te moeten blijven staan, en zoo had ik zeker moeten doen by
+mijn opgang van de aarde. Doch ik had toen mijn bol veel te licht
+gemaakt, en dit had my een geweldige vaart naar de hoogte gegeven, en
+deze vaart moest geduurd hebben tot over en door dat evenwicht van de
+twee tegenstrijdige aantrekkingen heen: als wanneer de aantrekking des
+naasten schoon kleineren bols over moest wegen. Mijn schuitjen, als
+zwaarder, onderging die aantrekking sterkst, de bol minder, maar hy had
+veellicht alreeds een gedeelte van zijn lichter lucht verloren; en het
+was op deze wijze dat ik was overgeraakt. Een duidelijker denkbeeld wist
+ik er my niet van voor te stellen; maar zoo duister en onvolkomen dit
+denkbeeld was, ik vergenoegde my daar meê. Ik meen opgemerkt te hebben,
+dat de Selenische lucht voor mijn denkvermogen niet gunstig was, en ik
+was in mijn naargeestigheid en verstrooiing voor geene Logische netheid
+meer vatbaar. Ik was, zonder zelfs my veel te bekommeren of ik de zaak
+wel dan kwalijk begreep, tot het waagstuk gereed, zoo ik 't vullen van
+den bol op nieuw in het werk kon stellen. Wat ongeluk toch, zoo ik
+omkwam? Zoo te leven, was in der daad geen leven, dat eenig genoegen
+meer had of hebben kon. En beter, door een halsbrekenden val uit de
+hoogte verpletterd, dan door de ontzetlijke langzame dood eener krankte,
+of, by eenig toeval van verlamming, door den neep des hongers verteerd!
+
+Ik ontrafelde dan een lap van mijn kleed, en zocht kleine dorentjens om
+voor naalden te dienen. Het was een werk van geduld, en dat my ten
+hoogste onhandig afging, den geopenden naad van mijn bol weder te
+heelen. Het gelukte. De stof was zeer vochtig, en de bol werd in de
+hoogte in zon en wind te droogen gehangen. Nu zocht ik naar eenige
+klevende taaie stof. Ik vond niets dan een soort van smerige of
+vetachtige lijm van een moeras. Met dezen bestreek ik, tot meerder
+zekerheid, zoo dezen vernieuwden als de overige naden. Ik begreep, dat
+het gelukken mijner reis van de snelheid der vaart in het opgaan moest
+afhangen. Dit deed my zoo veel ik maar kon, van de zwaarte van mijn
+schuitjen verminderen. Het had den kielbalk onder den bodem verloren: de
+ribben naamlijk zaten slechts in een dunnen balk, welke met dezen
+versterkt was. Ik brak nu het tafeltjen met de twee zitplaatsen af, nam
+den vlakken bodem uit, waar onder ik by mijn eerste opgaan, de ballast
+had willen vastleggen. Van den voor- en achtersteven kapte ik weg wat ik
+kon, en stelde daarvoor slechts een soort van horde, uit lichte takken
+bestaande, in de plaats.
+
+Nu begon ik te overleggen of het my raadzamer ware, mijne oprijzing te
+doen op een plaats waar ik de aarde in het zenith had dan waar niet. Dit
+problema hield my langer op dan het verdiende. Ik wilde de aantrekking
+des aardbols: de kortste lijn tot den aardbol was derhalve my
+dienlijkst. Maar het scheen my aan den anderen kant, dat eene
+aantrekking, die eenigzins zijdelings werkte, mijne omwending beter en
+geregelder uitwerken moest. Ik bleef dus voor de oplossing staan, en
+besloot eindelijk om daar op te gaan, waar ik was, en daartoe zonder
+verder uitstel het tijdstip van morgen te nemen. Dus namelijk, had ik my
+aangewend de tijd van ontwaking te heeten, na dat ik geslapen zou
+hebben. En zoodanige tijden van _morgen_ vielen er naar mijn gissing
+tusschen de dertig en veertig in den natuurlijken dag van mijn planeet.
+Zy waren zich ongelijk, daar zy bloot door mijne behoefte van rust
+geregeld wierden, die van velerlei oorzaken afhing.
+
+Ik stak drie gevorkte takken door den ring, die boven aan den bol was,
+en waardoor hy nu ter vulling boven mijn schuitjen verheven wierd. By
+gebrek van touwen, sneed ik van mijn kleed stroken om door dien ring te
+halen en hem dus te overspannen, en ik maakte deze stroken met pinnen in
+de aarde vast. Ik bond voorts eenige dergelijke maar kortere stroken aan
+de koorden waarmeê mijn bootjen aan het overnet van den bol vast was, om
+als ik over eind stond, my voor het uitvallen te hoeden. Ik had te voren
+trechters van verschillende grootte in gereedheid gehad, om de
+invloeiing des damps die zich ontwikkelde door de buis te besturen; een
+van die was in 't schuitjen gebleven en diende my weêr. Ik voorzag wel
+dat de bol door mijn pinnen niet genoegzaam vastgehouden zou worden om
+niet op te gaan eer hy rond uitgespannen zou zijn, maar ik begreep hem
+in 't opgaan-zelf nog te kunnen blijven vullen, om daardoor een meerder
+drift aan de vaart der oprijzing te geven. Eindelijk ik beval my den
+Hemel, sloot mijne oogen voor alle gevaar, maakte mijn dozen of bussen
+open, verlengde de zuren en begon de dampvorming en vulling.--Weldra
+ging ik op; ik hield aan te vullen, tot het gezicht my verging. Toen
+wierp ik mijn uitgediende metaalschorien uit. Ik gaf nu wederom bloed
+op, had geweldige pijn in de borst en ingewanden, en het was my of
+ribben en buik my openberstten. Ik had geenerlei voedsel noch
+versterking meê, werd geheel buiten besef; en, hoe lang dit duurde, dit
+gevoelt ieder dat my onmooglijk was na te gaan.
+
+Toen ik my wedergevoelde was het met een verward maar ontzettend besef
+van klaterend of klapperend geluid en een pijnlijke gewaarwording van
+kwetsing die my aan mijn kalkoenbeten herinnerde. Ik bloedde werklijk en
+het scheen of my dit de bedwelming waar ik in was verlichtte. Maar daar
+zweefde ook iets geweldigs om my heen, dat my daar ik oprijzen wilde
+om verr' sloeg, en zonder dat ik 't zoo dra herkende, na eenige
+allergezwindste in 't ronddraaiingen, woedende aanviel. Het was erger
+dan een kalkoen: 't was een arend, en dit overtuigde my eensklaps dat ik
+in den dampkring der aarde zweefde. Ik had Abaris bijl by my, en dien
+lang gesteeld; ik hieuw mijnen vijand een wond in de hals, en hy
+verdween. Ik waagde 't nu uit en naar beneden te schouwen, maar geen
+grond was voor my te zien. Ik had een wonde in de borst door mijn kleed
+heen ontfangen, en zoo vleesch als huid waren my weggescheurd, en de
+wond hol en diep. Eenige schrappen van minder belang deden my 't
+aangezicht bloeden; en de linker arm was my doof en als lam. Ik verbond
+mijn borstwonde met een lap van mijn kleed, na haar met verlengde
+vitrioolgeest die by my stond gebaad te hebben, doch de pijn die zy my
+deed was hevig, en tot stuiptrekking toe. Ik zag wederom uit, maar het
+zij dat ik nog werklijk te hoog was, om met mijn verzwakt gezicht den
+bodem waarboven ik zweefde te kunnen bereiken, het zij de bedwelming van
+geest my verblindde, ik herkende geen grond onder my, zelfs geen wolken,
+en scheen steeds op gelijke hoogte te blijven. Te vergeefs zag ik weder
+en weder uit. Eindelijk werd ik radeloos van een angst, die steeds
+aangroeide, en my docht, dat ik uit- en inwendig verstijfde. In
+vertwijfeling en zonder te weten wat ik deed greep ik den bijl en sloeg
+eene opening in den bol waar hy wijdst was. Nu zonk ik welhaast, maar de
+beweging naar benedenwaart versnelde verbazend en ik stelde een
+verpletterend nederkomen onvermijdelijk. Ik gaf 't op, lei my plat neder
+op den rug, en neep mijne oogleden toe. Behoud viel niet meer in den
+kring van mijn denkbeelden.
+
+Het was echter bestemd, dat ik nog bij het leven bewaard moest blijven.
+Ik was, als by de uitkomst gebleken is, boven den grooten oceaan. Een
+Russisch schip dat zich op 12° breedte bevond, zag mijn voertuig op
+kleinen afstand van zich, met geweldige snelheid in zee storten, doch na
+eenigen tijd boven komen, omgekeerd, en ledig, mij-zelven eenige vademen
+verr' daar van daan. De boot was juist uitgezet, en men redde my, schoon
+ik in dat oogenblik en nog een geruimen poos lang voor dood werd
+gehouden. De omstandigheden die hier by plaats hadden en de gevolgen van
+deze behoudenis beware ik voor mijn reeds meermaal gemeld uitvoeriger
+Reisverhaal. Zy behooren niet tot dit verhaal.--Ik wilde hier alleen de
+door my gedane ontdekking der ondermanen beschrijven; waarvan ik de
+verdere nasporing aan de Starrekundigen onzes tijds aanbevele. Ik laat
+daarby aan de Natuurkundigen over, de noodige proeven en waarnemingen in
+het werk te stellen, hoe het mogelijk zijn of gemaakt worden mag, de
+snelheid der vaart van den luchtbol zoodanigerwijs te regelen en te
+bestieren, dat men veilig van de overwegende werkingskreits der
+aantrekkingskracht van den aardbol in die van eene der ondermanen
+gerake; en daar den koers naar toezette, en aan- en weêr van te rug
+kome, waar ik zoo onwillig aanlandde en op een zoo hachlijke wijze
+van wederkeerde. De eerste reis te water, en daarby toevallige
+kustontdekking, was by eenen veel onwetender staat van het menschdom
+toch niet verloren; en ik verbeeld my niet, dat deze luchtreis en
+planeetaandoening het zou moeten zijn. Ten minste heb ik haar, voor zoo
+veel het van my afhing, niet onnut willen maken, en dit is al wat ik
+vermag. Om haar te herhalen, gevoel ik my in mijn tegenwoordigen
+toestand en na al het geen ik daarop geleden heb, even weinig de lust
+als de krachten. Maar ik steun op den moed, op de inspanningskracht des
+verstands van mijn tijdgenooten; en dit doet my, van nu aan, de
+hemelbollen niet slechts als bereikbaar, maar als reeds met onze aarde
+vereenigd beschouwen.
+
+
+
+
+ +------------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | Voor deze tekst is gebruik gemaakt van scans van Google en de |
+ | Koninklijke Bibliotheek. |
+ | |
+ | Inconsistenties in spelling en ander taalgebruik (inclusief het |
+ | gebruik van 'ij' en 'y' en twijfelachtige zinsconstructies) zijn |
+ | ongewijzigd overgenomen uit het originele werk, behalve zoals |
+ | hieronder aangegeven: |
+ | overduidelijke zetfouten zijn stilzwijgend verbeterd; |
+ | 'schildvereffening' is veranderd in 'schuldvereffening'; |
+ | 'beschoude' is veranderd in 'beschouwde' zoals elders in de |
+ | tekst. |
+ | |
+ | In de Griekse teksten wordt in het originele werk gebruik gemaakt|
+ | van ligaturen en andere speciale weergavetekens; deze zijn als |
+ | normale Griekse letters getranscribreerd. |
+ | |
+ | Het citaat van Horatius is niet als zodanig terug te vinden; het |
+ | originele citaat luidt 'Et dominum fallunt' in plaats van 'Quæ |
+ | dominum latent'. |
+ | |
+ | '... en gingen voor toovenaren ...': mogelijk ontbreekt het woord|
+ | 'door'. |
+ | |
+ | De genoemde wetenschappers zijn Jean-André de Luc, 1727-1817 |
+ | ('de Luc' in het boek) en Jean-François Pilâtre de Rozier, 1754- |
+ | 1785 ('Pilastre de Rosier' in het boek). |
+ | |
+ +------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Kort verhaal van eene aanmerkelijke
+luchtreis en nieuwe planeetontdekking, by Willem Bilderdijk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KORT VERHAAL VAN EENE ***
+
+***** This file should be named 37522-8.txt or 37522-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/7/5/2/37522/
+
+Produced by André Engels, Harry Lamé and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/37522-8.zip b/37522-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..cb5a6c9
--- /dev/null
+++ b/37522-8.zip
Binary files differ
diff --git a/37522-h.zip b/37522-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..99569e8
--- /dev/null
+++ b/37522-h.zip
Binary files differ
diff --git a/37522-h/37522-h.htm b/37522-h/37522-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..b346c77
--- /dev/null
+++ b/37522-h/37522-h.htm
@@ -0,0 +1,3171 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" lang="nl" xml:lang="nl">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Kort Verhaal van eene Aanmerklijke Luchtreis, by Willem Bilderdijk.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+ .bb {border-bottom: solid gray 2px;}
+ .blankabove {margin-top: 2.25em;}
+ .blockquot {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
+ body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
+ .bt {border-top: solid gray 2px;}
+ .center {text-align: center;}
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+ .fnanchor {vertical-align: top; font-size: .7em; text-decoration: none;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: .8em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right; font-size: .8em;}
+ .fsize80 {font-size: .8em;}
+ .fsize125 {font-size: 1.25em;}
+ .fsize150 {font-size: 1.5em;}
+ .fsize175 {font-size: 1.75em;}
+ .gesp {letter-spacing: .2em;}
+ .gesp2 {letter-spacing: .5em;}
+ h1 {text-align: center; clear: both;}
+ hr {width: 33%; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto; clear: both;}
+ hr.c25 {width: 25%;}
+ .left {text-align: left;}
+ p {margin-top: .75em; text-align: justify; margin-bottom: .75em;}
+ p.chapstart:first-letter {font-size: 3em; text-align: left; font-weight: bold; float: left; padding-right: .1em;
+ vertical-align: top;}
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; text-align: right; color: gray;}
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .right {text-align: right;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .tnbox {border: solid 2px; background: #999966; margin: 1em 20%; padding: 1em;}
+
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Kort verhaal van eene aanmerkelijke
+luchtreis en nieuwe planeetontdekking, by Willem Bilderdijk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Kort verhaal van eene aanmerkelijke luchtreis en nieuwe planeetontdekking
+
+Author: Willem Bilderdijk
+
+Release Date: September 24, 2011 [EBook #37522]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KORT VERHAAL VAN EENE ***
+
+
+
+
+Produced by André Engels, Harry Lamé and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="tnbox">
+<p class="center">Zie <a href="#TN">Opmerkingen van de bewerker</a> aan het einde van deze tekst.</p>
+</div>
+
+<h1><span class="gesp">LUCHTREI</span>S.</h1>
+
+<hr class="c25" />
+
+<p class="center fsize125" style="margin-bottom: 1.5em;"><b>KORT VERHAAL</b></p>
+
+<p class="center fsize80" style="margin-bottom: 2em;">VAN EENE</p>
+
+<p class="center gesp fsize125" style="margin-bottom: 1.5em;">AANMERKLIJKE</p>
+
+<p class="center fsize175" style="margin-bottom: 1.25em;"><b><span class="gesp">LUCHTREI</span>S,</b></p>
+
+<p class="center fsize80" style="margin-bottom: 2em;">EN</p>
+
+<p class="center fsize150 gesp2">NIEUWE</p>
+
+<p class="center fsize150"><b>PLANEETONTDEKKING.</b></p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/line1.png" alt="Fancy line" width="150" height="10" /></p>
+
+<p class="center fsize125">UIT HET RUSSISCH VERTAALD</p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/line2.png" alt="Fancy line" width="200" height="10" /></p>
+
+<p class="center"><span class="smcap">gedrukt</span> en <span class="smcap">uitgegeven</span></p>
+
+<p class="center">Bij <span class="gesp">W. WOUTERS</span> te <i>Groningen</i>.</p>
+
+<p class="center"><span class="gesp2">181</span>3.</p>
+
+<div class="blockquot bt bb"><p><i>&#8009; &#948;&#8050; &#947;&#949;&#969;&#947;&#961;&#945;&#966;&#953;&#954;&#8056;&#962;
+&#959;&#8016;&#954; &#7952;&#960;&#953;&#967;&#969;&#961;&#8055;&#8179; &#947;&#949;&#969;&#947;&#961;&#945;&#966;&#949;&#8150;,
+&#959;&#8016;&#948;&#8050;
+&#960;&#959;&#955;&#953;&#964;&#953;&#954;&#8183; &#964;&#959;&#953;&#959;&#8059;&#964;&#8179;,
+&#8005;&#963;&#964;&#953;&#962; &#956;&#951;&#948;&#8050;&#957; &#7952;&#966;&#961;&#8057;&#957;&#964;&#953;&#963;&#949;
+&#964;&#8182;&#957; &#955;&#949;&#947;&#959;&#956;&#8051;&#957;&#969;&#957;
+&#7984;&#948;&#8055;&#969;&#962; &#956;&#945;&#952;&#951;&#956;&#8049;&#964;&#969;&#957;,
+&#959;&#8016;&#948;&#8050; &#947;&#8048;&#961; &#952;&#949;&#961;&#953;&#963;&#964;&#8135;
+&#954;&#945;&#8054; &#963;&#954;&#945;&#960;&#945;&#957;&#949;&#8150;, &#7936;&#955;&#955;&#8048;
+&#964;&#8183; &#960;&#949;&#953;&#963;&#952;&#8134;&#957;&#945;&#953; &#948;&#965;&#957;&#945;&#956;&#8051;&#957;&#8179;
+&#964;&#8052;&#957;&#8175; &#947;&#8134;&#957; &#7956;&#967;&#949;&#953;&#957; &#959;&#8021;&#964;&#969;
+&#964;&#8052;&#957; &#8005;&#955;&#951;&#957;,
+&#8033;&#962; &#8000;&#7985; &#956;&#945;&#952;&#951;&#956;&#945;&#964;&#953;&#954;&#959;&#8055;
+&#966;&#945;&#963;&#8054;, &#954;&#945;&#8054; &#964;&#8048; &#7940;&#955;&#955;&#945; &#964;&#8048;
+&#960;&#961;&#8056;&#962; &#964;&#8052;&#957;
+&#8017;&#960;&#8057;&#952;&#949;&#963;&#953;&#957; &#964;&#8052;&#957; &#964;&#959;&#953;&#8049;&#965;&#964;&#951;&#957;.</i></p>
+
+<p class="right" style="margin-right: 5%;">&#931;&#932;&#929;&#913;&#914;.</p></div>
+
+<p class='pagenum'><a name="Page_1" id="Page_1">[1]</a></p>
+
+<p class="figcenter" style="margin-top: 3em;"><img src="images/line3.png" alt="Fancy line" width="300" height="17" /></p>
+
+<p class="chapstart">Wat zijn de wetenschappen niet al verplicht aan
+het geval! Een geringe toevallige waarneming wekt
+een vluchtig denkbeeld op in het hoofd van een
+eenig mensch, en een nieuwe wareld, of &#8217;t ware,
+is gevonden. Zeker, die het eerst een ontwortelden
+boomstam zag drijven, en zich daar schrijlings
+op zette, dacht niet aan de ontdekking van drie
+warelddeelen, die zonder dat nooit bekend konden
+worden. Even weinig geloofde Mevrouw Montgolfier,
+als zy haar gewasschen japon op de
+vuurmand droogde, dat dit ons den weg banen
+moest tot ontdekkingen, die het geheele hemelstelsel
+een nieuw aanzien geven, en het geen duister en
+ons onbereikbaar scheen, in het helderst licht zouden
+stellen, en met onze aarde vereenigen.</p>
+
+<p>Men heeft veel getwist over de nuttigheid der
+Luchtbollen, of, om duidelijker te spreken, der
+<span class='pagenum'><a name="Page_2" id="Page_2">[2]</a></span>A&euml;rostaten! De ondervinding heeft alreeds geleerd,
+welk een nut in den oorlog uit deze vliegtuigen te
+trekken is, het zij ter ontdekking of opneming van
+vijandlijke legeringen, verdedigingsinrichting van
+steden en dergelijke, het zij ter overziening en verkondschapping
+van streken lands, waar men geene
+topografische kaarten van heeft. En zoo dra slechts
+de wijze van deze machienen te besturen tot zekere
+maat van volkomenheid gebracht, en de vaste
+wind- of luchtstroomen in de hoogere oorden des
+dampkrings door vaste waarnemingen bepaald zullen
+zijn, zal zich een oneindig ruim uitzicht ontsluiten
+van voordeelen, die voor de onderlinge verstandhouding
+en gemeenschap der landen en volken, nog
+onberekenbaar zijn. Een nieuwe weg zal zich
+voor den koophandel openen; geheel nieuwe takken
+van industrie zullen ontstaan: de voor- en nadeelen
+van de ligging der landen zullen ophouden, de
+bezetting van grenzen vergeefsch worden; en het
+meesterschap ter zee zal vervallen of nutteloos zijn,
+wanneer men door Luchtvloten, met waren, met
+wapens, en manschap geladen, den overvloed of
+den oorlog in de afgelegendste oorden zal overvoeren,
+zonder aarde of water aan te doen. Want,
+zoo thands eene doorgaande en geregelde luchtvaart
+de verbeelding nog eenigermate ontzet; wat zou de
+eerste schipper gedacht hebben, die zich met zijn
+vlotjen of hollen boomtronk aan &#8217;t nat overgaf,
+indien men hem van onze oorlogschepen en van de
+wijze van die door de ze&euml;n en stormen te voeren,
+verhaald had?</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_3" id="Page_3">[3]</a></span>Doch weinig is dit alles, wanneer men het oog
+hooger opheft, en het zelfde als een middel tot
+nadering van de hemelsche lichamen beschouwt,
+waarvan ons de geweldige afstand en ongenaakbaarheid
+tot dus verr&#8217; niets anders dan gissingen en
+hoogst onvolkomen besluiten uit weinige en geringe,
+en zeer ongenoegzame <i>data</i> veroorloofde. Het
+is waar, dat het onbeduidend moet schijnen, of
+men op een afstand, als die van de maan, eenige
+duizend roeden gewonnen heeft; en dat nu reeds
+(dank zij het beter onderwijs van onzen verlichten
+leeftijd!) de waschvrouw van haar kleine dochtertjen
+uit wordt gelachen, wanneer zy &#8217;t beveelt de
+touwen voor &#8217;t droogen der hemden wat hooger aan
+de boomen te binden, om nader by de warmte der
+zon te zijn. Ik denk ook dat niemand een leugenachtigen
+Brydone gelooven zal, wanneer hy ons
+wijs maakt, op den Etna veel meer starren gezien
+te hebben, dan men anders gewaar wordt, om dat
+hy daar boven de dikke dampen verheven was, het
+geen ze overnevelen verduisterende: vooral daar hy
+van die hoogte, deze dampen vergetende die nu
+tusschen hem en de vlakte der aarde waren, een
+zoo ten uiterste duidelijk en uitvoerig gezicht van
+geheel Sicilie, en wat niet al meer, zegt gehad te
+hebben. Maar alschoon het niet mooglijk zij, onze
+maan, de naastbyzijnde der ons bekende planeten,
+eenigzins merklijk te naderen; genoeg is het, wanneer
+wy eenig hemellichaam bereiken, het geen wy
+met de overige van eenerlei natuur mogen stellen,
+en dit leeren kennen.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_4" id="Page_4">[4]</a></span>Maar zijn er dan zoodanige hemellichamen, ons
+nader by zwevende dan de maan? en zijn die voor
+ons tot zoo verr&#8217; te naderen dat wy er eene duidlijke
+kennis van kunnen bekomen? Deze vraag
+verheft zich natuurlijker wijze by den Lezer; en het
+is om hem die te beandwoorden, dat dit stukjen is
+ingericht.</p>
+
+<p>Ik zeg te beandwoorden; en dit wel, bestemmend.
+Ja zy zijn er, die lichamen, die planeten,
+en zy zijn onzen dampkring zoo na, of om beter
+en juister te spreken, de lucht waar ze in drijven,
+vloeit zoo met den dampkring des aardkloots in
+een, dat zy niet volstrekt ongenaakbaar zijn. De
+bespiegeling mocht ons dit leeren, het vooroordeel
+dit doen verwerpen, de ondervinding bewijst. &#8217;t Is
+een feit dat ik aanvoere. Ik heb gezien, ik heb
+getast, ik heb ze aangedaan. Tegen dit vermag
+niets, wat in opvatting of redekaveling over mogelijk- of
+onmogelijkheden bestaat. <i>Potest, nam est</i>
+(het kan zijn, want het is), is sterker dan het <i>non
+est, nam non potest</i>, &#8217;t argument der bestrijderen
+van de tegenvoetelingen, en van zoo vele Natuurwaarheden.
+Ik ben er geweest, ik heb gezien, zei
+Kolumbus, en die hem belachen hadden, verstomden.
+Ik zeg u het zelfde, mijne Lezers, en
+geve u een korte beschrijving der reis die ik afgelegd
+heb. Ontdekkingsreis in hare uitkomst en door
+toeval, schoon niet met een oogmerk om deze ontdekking
+te doen, ondernomen; maar die als zoodanig
+echter (&#8217;k vertrouw het) niet missen kan,<span class='pagenum'><a name="Page_5" id="Page_5">[5]</a></span>
+in een tijd van zucht voor ontdekkingen als die wy
+beleven, algemeen belang in te boezemen: afgescheiden
+zelfs van dat der Natuur- en Sterrekunde,
+en der allen sterveling ingeschapene weetlust en hem
+boven alles prikkelende nieuwsgierigheid.</p>
+
+<p>Ik verbeeld my te mogen hopen, dat het geen
+men Kolumbus niet weigerde, ook my niet ontzegd
+zal worden. Geloof, namelijk, aan het geen
+ik oprechtlijk en zonder den minsten opschik verhalen
+zal. Het is waar, dat Kolumbus veel voorhad.
+Hy was toegerust met het gezag en vertrouwen
+dat een groot koning hem me&ecirc;deelde; hy bracht
+reisgenooten, vlootvolk mede, die wat hy verhaalde,
+bevestigden: Ja hy bracht voortbrengsels van
+de door hem ontdekte kusten met zich: En wie
+kon op dit gezicht anders dan overtuigd worden?
+Ik zal niet onderzoeken, of die door hem vertoonde
+voorwerpen iets anders of meer dan ontdekking van
+een tot nog vreemd land bewezen, het geen juist
+de zaak niet was; maar niet van een land, verr&#8217; in
+&#8217;t westen gelegen, en op zulken afstand als Kolumbus
+voorgaf; maar ik vraag, zoo ik planten
+of ertsen vertoonde, wat blijk of wat stempel die
+moesten hebben, om als uit eenen anderen planeet
+overgebracht, aangenomen te worden? En indien
+Kolumbus in de t&#8217; huisreis schipbreuk geleden
+mocht hebben en naakt en van alles ontbloot ergens
+op het strand ware geworpen, zou dan zijne ontdekking
+minder waarachtig geweest zijn? Zeker
+neen: zy ware dan slechts minder nuttig gebleven,<span class='pagenum'><a name="Page_6" id="Page_6">[6]</a></span>
+maar had eenen spoorslag moeten geven tot nieuwe
+ondernemingen, die haar konden bevestigen en hernieuwen.
+Maar het voorgestelde geval is het mijne.
+Te rug keerende is mijn luchtvaartuig verongelukt,
+en tot wonder van my zelven heb ik (schoon naauwlijks)
+het leven daar af gebracht. Wat ik ontdekt
+heb, is verloren, dan voor zoo verr&#8217; mijn door dit
+ongeluk-zelf verzwakt geheugen my toelaat, wat ik
+zag, aan mijne planeetgenooten mede te deelen. Dit
+acht ik my aan het gemeen welwezen verschuldigd,
+en dit doende, meen ik recht op inschikkelijkheid
+te hebben voor het gebrekkige van mijn verslag;
+maar vooral, om zonder vooringenomenheid tegen
+het geen ik zal voordragen, gehoord te worden.</p>
+
+<p class="blankabove">Ik heb in mijn jeugd de legers gevolgd, en dit
+in verschillende en zeer onderscheiden standen.
+Noodlottigheden van velerlei soort hadden my na
+duizenden slingeringen arm en nooddruftig in Perzie
+gevoerd, van waar ik my voorgesteld had met een
+karavaan naar Bagdad te trekken, om van daar in
+Europa te keeren. Ik meld den Lezer niet, wat
+mijn vaderland zij. Dit kan hem even zoo onverschillig
+zijn als de naam dien ik of eenmaal gevoerd
+heb of sedert heb aangenomen. Ik zal ook
+het jaartal verzwijgen, waarin dit is voorgevallen;
+het kon tot herinneringen aanleiding geven, die
+vermoedens verwekten, welke niemand voordeel
+konden doen, en my of een ander schadelijk zijn.
+Na al de gebeurtenissen die Europa geschokt hebben,<span class='pagenum'><a name="Page_7" id="Page_7">[7]</a></span>
+zijn en de betrekkingen en de verwijderingen
+zoo menigvuldig en dermate ingewikkeld geworden,
+dat men zich niet genoeg wachten kan. In alle
+partyen heb ik goede en kwade trouw gemengeld,
+en de dolheid der geestdrift, met de koude berekening
+der staatkunde vereenigd gevonden. Met
+geenen aanhang heb ik my recht van harte kunnen
+vereenigen, en geenen ooit willen vervolgen. Geen
+wonder derhalve, zoo ik overal haat en vervolging
+voor dienst- en trouwbewijs, of voor betrachting
+van menschelijkheid en rechtvaardigheid kwam te
+ontmoeten. Ik hield vast aan een grondbeginsel en
+handelde daar naar: Anderen namen grondbeginsels
+aan of verwisselden die, naar de oogmerken waarvoor
+zy handelden, me&ecirc;brachten. Ik was dus niemand
+bruikbaar, en niemand my. Ik stond alleen,
+en had geene soort, waar ik toe behoorde, op dezen
+aardbol; wat wonder, zoo ik wel eens aan een
+anderen dacht?</p>
+
+<p>Veelvuldige verschijnsels, in onze dagen het eerst
+of meer by herhaling waargenomen, overtuigden
+my spoedig van de gebrekkigheid onzer Planeetstelsels.
+Na zoo vele eeuwen berustens in zeven zonnewachters
+en eenen enkelen wachter van tweeden
+rang (die wy de maan noemen), waren er nu,
+niet slechts om Jupiter en Saturnus, om Mars en
+Venus, rondloopende wachters ontdekt of vermoed,
+maar een Uranus, een Ceres, een Pallas, vermeerderden
+de eerstgemelde zeven, en dat plechtig getal
+waar men zoo veel geheimzinnigs in stelde, lag
+in duigen, zoo wel als de evenredigheid in de<span class='pagenum'><a name="Page_8" id="Page_8">[8]</a></span>
+afstanden die men hun onderling of ten aanzien van
+hun gemeen middenpunt toeeigende. Daar konden
+er derhalven nog meer zyn, die met deze tien om
+de zon draaiden. Daar konden er meer zijn om de
+planeten-zelven. Wat tot heden niet ontdekt was,
+kon morgen zich den nasporer opdoen, en dit des
+te lichter, daar het geen tot dus verre nieuw ontdekt
+was geworden geen grond van vermoeden by
+de waarnemers gehad had, en het tegenwoordig
+waarschijnelijk werd dat er meer te ontdekken viel.
+Ik verwachtte dus meer planeten te zien opdagen,
+en den hemel bevolken; ik verwachtte meer manen
+of wachters om hen.</p>
+
+<p>Nu trokken de steenregens mijne aandacht. Men
+verstaat dat ik hier aan geen eigenlijk regenen van
+steenklompen denke, maar van brokken steen hier
+of daar uit de lucht gevallen, en zeker niet genoeg
+in menigte om den naam van regenen te verdienen.
+Men had die van ouden tyd af waargenomen. Een
+der zeven wyzen van het hooggeroemd Griekenland,
+Thales, had er uit besloten, dat de hemel uit
+steenen gewelfd was, en wel zonder kalk; en dat
+het zijn geduurzame omzwaai was, die hen in
+&#8217;t verband hield, waar uit deze enkele door een
+onbekend toeval losgeraakt waren. Een denkbeeld
+waarin lateren een zeer diepe Wis- en Natuurkunde
+gevonden hebben<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a>. Maar in onze dagen viel het
+meermalen voor, dat men steenen zag vallen, waar<span class='pagenum'><a name="Page_9" id="Page_9">[9]</a></span>
+aan men geen oorsprong kon toeschrijven dan in of
+boven den dampkring, en die oorsprong werd een
+voorwerp van gissingen. Sommigen deden die steenen
+zonder bedenking uit de bergen der maan opwerpen;
+niet gedachtig dat, naar de volkanen op
+onzen bol te rekenen, deze opwerping met geene
+zoodanige snelheid geschiedt als noodig zou zijn om
+ze buiten de kracht der aantrekking van den maanbol
+te brengen. Anderen deden haar door een
+Chymische werking in den dampkring-zelven voortbrengen,
+zich niet latende invallen, dat er altijd
+een te groote zwaarte in de vormstoffe moest zijn,
+om zich, zelfs &eacute;&eacute;n oogenblik maar, in de lucht op
+te houden. Van de genen, die het vallen van deze
+steenen of geheel ontkenden, of hen uit ver afgelegen
+of niet bestaande volkanen op onzen aardgrond
+afleiddeden, spreek ik niet. Met de eersten toch
+moet men alle geloof aan getuigenissen, hoe plechtig
+ook, weigeren; en de laatsten zeggen niets,
+zoo zy de volkanen, waar toe zy verwijzen, en
+tevens de mogelijkheid van uit hunnen boezem tot
+in Frankrijk of Duitschland steenen uit te jagen,
+niet aantoonen.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a>
+Onder anderen Keil die er het geheele Newtonianismus,
+immers de theorie der aantrekkingskracht in
+vindt.</p></div>
+
+<p>Wat my betreft, aan de vorming van een stof
+zoo veel specifiek zwaarder dan de vloeistof waarin
+zy gevormd wierd, als de steenen ten aanzien
+der lucht zijn, en die dan, niet in de vorming
+zelve nederzeeg om zich op den grond te volmaken,
+maar, geheel en volkomen gevormd, in eens, als
+hard lichaam ne&ecirc;rplofte, kon ik geenerhande waarschijnlijkheid<span class='pagenum'><a name="Page_10" id="Page_10">[10]</a></span>
+hechten. Ik helde dus ongevoeligerwijze
+tot de meening van die deze brokken uit de
+maan deden afdalen. De overeenkomst in het uiterlijk
+aanzien, van de maan met het geen onze aardkloot
+op dien afstand vertoonen moest, en wat men
+meer als gronden voor de onderstelling eener eenvormigheid
+van grondstof tusschen de planeten
+pleegt aan te voeren, gaf hier veel aannemelijks
+aan. Maar welke berekening ik in &#8217;t werk stelde,
+ik kon geene oorzaak van snelheid uitdenken, genoegzaam
+om de aantrekkingskracht die hen op de
+maan moest te rug brengen, te overwinnen. Deze
+bol was altijd te groot, en de afstand der aarde te
+verr&#8217;, dan dat deze op zekere hoogte van de uitwerping,
+haar in de aantrekking dier brokken kon
+opwegen, hoe veel temeer, overhalen! Ik moest
+om dit mooglijk te stellen, beide den maanbol en
+den afstand ontzachlijk verminderen, en dus de
+zaak opgeven.</p>
+
+<p>Maar sedert hoe lang is het, dat men om Saturnus
+de drie laatst ontdekte manen had waargenomen?
+Men is thands overtuigd dat hy er vijf
+heeft, Jupiter heeft er vier, die bekend zijn; en
+wie is zeker, dat of beide, of een van die, er
+niet meer hebben? Of waarom zou deze onze
+aarde niet meer dan een maan medevoeren, ofschoon
+slechts die eene door hare aanmerklijke grootte en
+den juist geplaatsten afstand, ons zichtbaar is?
+Waarom zouden tusschen haar en ons aardlichaam
+niet meer dan een, niet verscheidene wachters, om<span class='pagenum'><a name="Page_11" id="Page_11">[11]</a></span>
+ons rondloopen, welke deels hunne kleinheid,
+deels hun te geringe afstand ons verborgen houdt?
+Zeker, te naby geplaatst, kan zoodanig lichaam by
+onze nacht niet verlicht zijn; en by dag moet het
+ons (alhoewel gewapend) gezicht ontslippen<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor">[2]</a>.
+Te klein en op zekeren afstand, moet het, ook by
+onze nachten verlicht, ons niet merkbaar zijn, en
+zelfs by zijn overgang over de zonschijf, onze
+oogen geen erkenbaar stip aanbieden. Deze bedenkingen
+deden my gissen, of wellicht deze luchtsteenen
+uit zoodanige kleiner en ondermanen (die van
+volkanieke natuur mochten zijn) by aldaar voorvallende
+ontbrandingen, afkwamen<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor">[3]</a>.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a>
+Wie zoekt met het gewapend oog by den dag
+naar planeten? Het woord <i>gewapend</i> had hier gemist kunnen
+worden, en is misschien een tusschenvoegsel van
+een verbeteraar, en niet van den Schrijver afkomstig.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a>
+Tot mijn verwondering vond ik by mijne aankomst
+in Astrakan, nu jongstleden, dit mijn denkbeeld
+in een klein geschrift van den vermaarden Geneefschen
+Natuurkenner, De Luc, aangenomen.</p></div>
+
+<p>Ik behoef niet te zeggen, hoe zeer my dit in
+mijn lang te voren gekoesterd begrip van het hemelstelsel
+bevestigde. Ik beschouwde geheel het zonnestel,
+als, van afstand tot afstand, met grootere
+en kleinere hoofdplaneeten, en grooter en kleiner
+wachters van dezen doorzaaid. Dit leverde my
+een gants nieuwe beschouwing op. Edoch ik bepaalde
+mijn aandacht inzonderheid op die Ondermanen,
+indien ik ze dus mag noemen, waardoor men,<span class='pagenum'><a name="Page_12" id="Page_12">[12]</a></span>
+gelijk het my toescheen, zeer vele byzonderheden
+en schijnbare ongeregeldheden zoo in ebbe en vloed
+als in andre natuurverschijnsels, verklaren mocht.
+Ja ik achtte het niet onmooglijk, dat dit eenmaal
+den sleutel aan de hand mocht geven van de nog
+zoo onvaste theorie der komeeten, welker niet
+weder verschijnen op den tijd, dien de aan hen
+toegekende loop mede bracht, de van elders zoo
+aanneemlijke hypothesis van de later Sterrekundigen
+jammerlijk tegendruischt. Ik stelde my voor, zoo
+my eenmaal een leefgetijde van rust voorbehouden
+mocht zijn, my dan aan het doen van naauwkeurige
+waarneming omtrent dezen, vooral in de morgen
+en avondschemeringen, over te geven; ook de zonneschijf
+vlijtig te beschouwen, en wat daar nog
+onbemerkts op voorvallen mocht, na te gaan. Wat
+kon ik in de onrust mijns levens meer doen! Ik
+dacht weinig aan de mogelijkheid eener andere wijze
+van omtrent dit voorwerp ontdekking te erlangen;
+veelmin, dat my die te beurt vallen zou. Werkeloos
+echter, en door niets opgewekt, verduisterden
+deze denkbeelden allengskens in my, en
+welhaast dacht ik er niet langer aan, dan by
+tusschenpozen, en wanneer &#8217;t geen my voorkwam,
+daar mijn geest als onwillig naar te rug riep.</p>
+
+<p>Het is voor mijn lezer geheel onverschillig, wat
+my in mijn voornemen dwarsboomde, wanneer ik
+uit <i>Kerman</i> naar Europa op reis meende te gaan. Ik
+kan echter my-zelven het genoegen niet weigeren,
+van het edel karakter der Oostersche volken, en<span class='pagenum'><a name="Page_13" id="Page_13">[13]</a></span>
+inzonderheid dat der Perzen, recht te doen. Hun
+herbergzaamheid is bekend. Hunne erkentlijkheid
+voor ontfangen dienst, is Europa vreemd. Eenige
+kennis van genees- en heelkunde geeft er den
+Christen vertrouwen. Dit vertrouwen groeit aan,
+naar mate men ziet dat hij zich tot eenvoudige
+middelen, en inzonderheid voorbrengsels uit het
+plantenrijk, bepaalt. Bewerkingen van Scheikunst
+zijn hun verdacht. Zy hechten er een denkbeeld
+van tooverkracht aan, en gebruiken ze met een
+wederwil, die zijn grond in die opvatting-zelve
+heeft. Ook vreezen zy dien gene, dien zy als
+daardoor allen anderen te machtig beschouwen.
+Men vindt er ook zeer weinige ziekten, die tot
+buitengewone middelen noodzaken, daar hun levenswijs
+matig is, hunne lichamen, alschoon weinig
+met vet bekleed, echter meestal doorvoed en
+sapvol zijn, en door sterke dranken of verhittende
+wijnen, zeer zeldzaam bedorven worden. Om er
+veilig en met eenig aanzien te leven, doet men
+wel, zich als een geneeskundige te doen kennen.
+Men heeft er geen begrip van een Christen, dan
+als geneeskundige, koopman, of verspieder: en
+van deze drie boezemt de eerste alleen achting in.
+By hem zoekt men heul en noodhulp; by den
+tweede, goudwinst en roof; en die geen van
+beide is, wordt noodwendig tot de derde klasse
+gerekend. Men vreeze echter niet, voor een
+koopman te zullen doorgaan, zoo men ergens
+juweelen verruilt. De edele gesteenten verstrekken<span class='pagenum'><a name="Page_14" id="Page_14">[14]</a></span>
+door geheel het Oosten voor een algemeen middel
+van schuldvereffening tusschen alle personen. Zy
+zijn een soort van ongemunt geld, waarvan zich
+een ieder bedient. Die een minder som te betalen
+heeft, geeft een grooter steen voor kleinere; die
+meer geld heeft dan hy op de reis denkt uit te geven,
+ruilt gemakshalve een grooter in, gelijk men
+by ons goud voor zilver, dubbele pistolen voor
+dukaten, inwisselt. De belooningen bestaan ook
+even zoo veel in gesteenten als goud; en zy zijn,
+in gesteenten gegeven, by gelijke waarde, aanzienelijker.</p>
+
+<p>De edelmoedigheid van een aanzienlijk man in
+...., wien ik van eene zeer eenvoudige anderendaagsche
+koorts genezen had, had my het voorrecht
+bezorgd van in gezelschap en geleide van
+eenige Perzen en Georgiers naar Schirwan te gaan,
+van waar ik licht gelegenheid vinden zou, om den
+weg haar Rusland in te slaan. Daar had de
+nabyheid van Russische krijgsposten en de omgang
+met velerlei officieren van deze Natie, die op
+hunne heen en t&#8217; huis reizen doorgaans die stad en
+haar omtrek bezochten, een gerucht doen ontstaan
+van die wonderlijke vliegtuigen, gelijk het daar
+heette, die sints kort by de Franken gemaakt
+wierden, en waar me&ecirc; men de lucht kon doorreizen.
+Wonderlijk waren de denkbeelden, die
+men van dien toestel al maakte. Sommigen hielden
+het voor een soort van toovertapijt, waarop men
+by het uitspreken van zekere geheimzinnige woorden<span class='pagenum'><a name="Page_15" id="Page_15">[15]</a></span>
+door de lucht gevoerd wierd. Een der Franken,
+vertelde men my (en het zal hoogstdenklijk
+Pilastre de Rosier geweest zijn) was in zijn vlucht
+jammerlijk ne&ecirc;rgestort, omdat de Engel die hem
+op den schouder voerde onder weg niesde. Men
+zou hier aan den Brobdignakker van Gulliver
+kunnen denken, wiens niezen hem eenige van
+&#8217;s mans medgezellen uit de boot schudden deed,
+waarin hy hen droeg. Doch men moet weten, dat
+de Perzen en Turken gewoonlijk het onweder aan
+het niezen der Engelen toeschrijven: en dat door
+dit niezen derhalve een onwe&ecirc;r beduid wordt.
+Anderen verbeeldden het zich als het houten paard
+uit de Arabische Nachtvertellingen, waar van men
+een houten of koperen pen omdraaide om te vliegen;
+we&ecirc;r anderen als de kist van den valschen
+Mahomed uit de Perziaansche dagvertelsels, die
+door raderwerk bewogen werd. Eenigen echter
+hadden uitgevorscht dat het een schuit was, en
+dat die schuit met koorden aan de maan of een
+anderen hemelbol vast werd gemaakt, maar hoe?
+wisten zy niet. Als een Frank en Geneeskundige,
+dat is een man die en de natuur en de geheime
+wetenschappen kennen moest, behoorde ik daar
+meer van te weten. Men onderstelde dit. Ik
+had dit lichtelijk kunnen ontwijken; met de zaak
+als een verborgenheid te behandelen die ontzag
+vorderde: maar ik had de dwaasheid, my uit te
+laten, haar als een natuurlijk verschijnsel te willen
+verklaren, en de nieuwsgierigheid op te wekken,<span class='pagenum'><a name="Page_16" id="Page_16">[16]</a></span>
+zonder haar te voldoen. De kennis van <i>zwaarte</i>
+en <i>lichtheid</i> of wat men door deze benoeming verstond,
+was, noch by mijn reisgenooten, noch by
+die ons huisvestten, te vinden; en het was om
+niet, wat ik deed om hun daar een denkbeeld van
+by te brengen, dat my ergens heen leiden kon.
+Tweederlei soorten van lucht begrepen zy niet.
+Stikdampen waren by hen bloot vergiftigde uitwaassemingen,
+of wel, adem van booze geesten. Het
+opgaan van de rook kon ik haar niet ontpraten
+een eigenschap van den rook te zijn, die niet van
+de lucht afhing. Naauwlijks een, die iets hoorde
+van &#8217;t geen ik hun voorhield, en niemand die er
+&#8217;t minst van begreep. Het gelukte my, een gebrekkige
+Barometer saam te stellen: maar de zwarigheid
+was, hun de oorzaak van deszelfs rijzen
+en vallen uit te leggen. Eindelijk, ik moest het
+woord en denkbeeld van <i>lucht</i> opgeven; en met
+damp in de plaats te stellen, dien men uit zijn aart
+begreep <i>licht</i> te zijn, om dat men hem zag naar
+boven gaan, vormde men zich in verbeelding een
+luchtbol; maar dat dan die luchtbol een mensch in
+een schuitjen kon dragen, dit kon men zich even
+weinig in &#8217;t hoofd brengen, als dat zulk een luchtbol
+we&ecirc;r nederwaarts kon, en niet voort zou gaan
+altijd te klimmen tot hy tegen de starren stiet.</p>
+
+<p>Ik zag vitrioololie en ijzervijlsel of liever, schaafsel
+van ijzer, te krijgen, en beloofde hun een
+proef van den luchtbol. Een schapenblaas moest
+my hier toe dienen. De bol ging op tot een zekere<span class='pagenum'><a name="Page_17" id="Page_17">[17]</a></span>
+hoogte, kantelde om, en kwam neder. Dit schouwspel
+was heerlijk voor mijn goede Oosterlingen,
+maar het was een klein balletjen: van een grooten
+geloofden zy &#8217;t niet. Te vergeefs beduidde ik hun,
+dat een vat met duizenden ponden smeer even zoo
+in het water drijft als een doosjenvol van een lood
+zwaarte. Van Weegkunde geen begrip by hen.
+En wat daarvan eindelijk ook zijn mocht, dat die
+bol, op zich zelven zoo groot en zoo zwaar reeds,
+dan nog een geheel vaartuig met een man op zou
+nemen&mdash;! Ja met twee man, met meer, en meer
+naar hy grooter is&mdash;! dit kon men hun toch niet
+wijsmaken, daar waren zy (dit was hunne uitdrukking)
+te verstandig toe. Duidelijk reeds ving ik aan
+te bemerken, dat men my voor iemand begon te
+houden die hen ten beste hield.</p>
+
+<p>Ik had het daar by kunnen laten, en mijn reis
+vervorderen zonder my dit aan te trekken. Maar
+mijn verblijf werd van dag tot dag meer verlengd,
+de gelegenheid tot vertrekken schortte zich op
+voor nog etlijke maanden, die ik daar slijten
+moest; en genoegzaam geen ander gesprek meer
+hoorde men, dan over den luchtbol, en wat by de
+onnoozele Franken daar van verteld wierd. Somwijlen,
+daar anderen een zoo in het oogloopende
+domheid der Europeanen met een recht me&ecirc;doogend
+kopschudden bejammerden, meesmuilden er eenigen,
+my toeknikkende, als die toch wel beter wist.
+Ik vermoedde nu, voor een opzetlijk bedrieger,
+een kwakzalver, door te gaan; en wel duizendmalen<span class='pagenum'><a name="Page_18" id="Page_18">[18]</a></span>
+verwenschte ik het uur, dat ik het eerst mijn
+weinigjen wetenschaps by hen had willen te koste
+leggen, om hun iets begrijpbaar te maken, dat zy
+maar niet aannemen konden. Na veel haspelens,
+zei ik eindelijk op een&#8217; toon van zelfbetrouwen:
+Hoort, ik ben niet rijk genoeg om u zulk een
+luchtbol toe te stellen, naar wilt gy te samen de
+kosten daartoe vereischt, by elka&acirc;r brengen, ik
+zal u den luchtbol doen zien met het schuitjen;
+daar me&ecirc; opvaren, en wien uwer het lust, met my
+nemen en we&ecirc;rom brengen.</p>
+
+<p>Of ik by die woorden bedacht, dat men my by
+het woord zou kunnen vatten, weet ik niet. Ik
+had niets dergelijks ooit beproefd, en bevond my
+volstrekt in geen geestgesteldheid om een luchtreis
+te wagen; maar daar zijn oogenblikken, dat men
+van een kwelling zoo mo&ecirc; is, dat niets ons verschriklijk
+schijnt, wat er van bevrijden kan. Ik had
+my met Kalanus op den brandstapel kunnen werpen,
+zoo dit slechts in staat waar geweest, aan
+mijn woorden geloof te doen geven.</p>
+
+<p>Zoo veel is zeker, dat ik de zaak alreeds uit
+het hoofd gezet had, en de algemeene gesprekken
+wederom tot het gewone: <i>Daar was eens een jonge
+Prins</i> enz. te rug gebracht waren, wanneer men
+my vroeg, wat er noodig zou zijn tot zoodanig een
+luchtbol en &#8217;t geen tot de luchtreis behoorde. Ik
+beloofde dit uit te rekenen; en, aan de eene zijde
+bevreesd zijnde, zoo het tot de zaak kwam, my te
+bedriegen, aan den anderen kant, hen zoo veel<span class='pagenum'><a name="Page_19" id="Page_19">[19]</a></span>
+mooglijk af willende schrikken van eene proefneming
+waar ik weinig zin voor had, droeg ik zorg, niet
+bekrompen te zijn in mijn vordering, maar begrootte
+die onkosten ruim. Het geen, trouwens,
+my des te raadzamer was, daar ik geenerlei ondervinding
+of oefening hebbende van zoodanig werk,
+my zeer licht misrekenen kon, en, alschoon ook
+goed gerekend hebbende, door velerlei soort van
+mislukkingen zeer veel van de materialen verloren
+kon laten gaan. Mijne onhandigheid en onwetendheid-zelve
+moest in aanmerking komen, zoo wel
+als die mijner helpers, en daarby, het gebrek van
+geschikte werktuigen. Want het geen ik tot de
+zaak noodig had, moest op goed geluk af, door
+my bedacht en naar mijn bestel, door werklieden
+gemaakt worden, die van niets wisten. Het aan
+een naaien van den bol (mijn bestek eens gemaakt en
+na herhaalde berekeningen bepaald zijnde) had geenerlei
+zwarigheid. Het wasschen der naden en
+voegsels, en het inrichten en vastmaken der touwen
+was aan meer bedenklijkheid onderhevig. Vooral
+&#8217;t vast maken van de halspijp met de schroeven,
+waar de brandbare lucht door in- en uitgelaten
+zou worden. Want dat het schuitjen het minst
+was, behoeft niet gezegd te worden. Maar ik
+vreesde ten uiterste voor de ontvlamming dier brandbare
+lucht by het vullen, en wist niet hoe genoeg
+maatregelen daar tegen te nemen. Met dit alles
+begrijpt men licht, waarom ik deze soort van a&euml;rostaat
+voor de Montgolfiere verkoor, die van &#8217;t<span class='pagenum'><a name="Page_20" id="Page_20">[20]</a></span>
+stoken van vuur in mijn schuitjen afhing, dat ik
+wantrouwde op mijn reis te kunnen onderhouden
+en matigen. Het zou noodeloos zijn, alle voorzorgen,
+die ik van toen af, reeds beraamde, of
+naderhand in der daad aanwendde, te willen beschrijven,
+en waarvan sommigen (ik verberg het niet)
+kinderlijk en belachelijk waren.</p>
+
+<p>Ik gaf dan een lijst van behoeften; en, toen die
+behoeften tot mijn groote verwondering werklijk
+daar waren, moest ik aan de werklieden, die men
+my wist aan te wijzen, hunnen arbeid opgeven,
+afmeten, voortrekken en voordoen, zou er iets van
+de zaak in stand komen.</p>
+
+<p>Nog echter dacht ik het werk aan den wal te
+schuiven. Zeer gaarne, gaf ik voor, de luchtreis
+aan te nemen, maar voor &eacute;&eacute;ne zaak zeer beducht
+te zijn. &#8222;Het was my niet mooglijk, op eene
+hoogte als die ik zou moeten bereiken, en die
+het niet van my afhing volstrekt te regelen, by
+het rondzien op mijnen weg niet misschien, schoon
+onwillig, het oog te slaan op eene der tuinen
+of daken waar zich vrouwen bevonden. En hier
+aan wilde ik niet schuldig worden.&#8221; Dit maakte
+wel eenigen indruk, maar weldra vond men uit dat
+ik Christen, en Frank, en Arts was; in de twee
+eerste hoedanigheden geene oogen voor vrouwen
+had, en in de laatste haar zien mocht: zoo dat
+niemand voor my zijn geliefde had weg te stoppen.
+Ik kon dus vrij opvaren en een onbekommerd oog
+om my werpen.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_21" id="Page_21">[21]</a></span>Maar hy, die my verzellen zal, zei ik? Want
+zonder hem aanvaard ik den tocht niet. Ik kan
+alleen het vaartuig niet sturen. Nu eens moet de
+pijpschroef dus, dan we&ecirc;r anders gedraaid worden;
+nu moet de vracht me&ecirc;r naar de eene, en dan
+naar de andere zijde verlegd worden. Dan moet
+ik met den wind omwenden; dan eens de wolken
+doorsnijden, dan ze vermijden of uit den weg gaan.
+En onder dit alles moet ik den barometer in &#8217;t oog
+houden, die my voor kompas dient, en waardoor
+ik de hoogte van mijn vlucht meten moet. Ik zwijg
+van het geen my tot roer, riemen, zeil, in geval
+het te pas koomt, verstrekt, en van het valscherm
+in gereedheid te houden, zoo iets ongelukkigs gebeuren
+mocht. De noodzakelijkheid alleen van den
+barometer in een rechten stand te houden, dien
+ik nergens plaatsen kan, dwingt my, iemand met
+mij te nemen, en maakt buiten dit, alles onmogelijk.</p>
+
+<p>Men vond dit gewichtiger. Maar na eenigen
+tijd overleg, gaf de Emir der plaats, tot wien
+nu de zaak reeds gekomen was, een volstrekte
+last, om alom door zijn rechtsgebied, heel den
+dag dat die luchttocht geschieden zou, en tot dat hy
+geheel afgeloopen zou zijn, alle vrouwen onder
+dak te houden. Ongelukkige vrouwen, zoo zy
+geen lucht mogen scheppen eer dit afloopen daar
+gebleken zal zijn! want veellicht, dat de tijding
+van mijn wedervaren nooit tot dat hoekjen der
+wareld koomt.&mdash;Het is klaar, dat de Emir daar<span class='pagenum'><a name="Page_22" id="Page_22">[22]</a></span>
+nu me&ecirc; gemengd zijnde, ik nog te minder te rug
+kon. Het was een gedwongen spel geworden.</p>
+
+<p>Van de werklieden had ik geene verwachting
+ter wareld; ik vond echter reden om van hun te
+vrede te zijn. Daar was netheid en naauwkeurigheid
+in hun arbeid; &#8217;t geen te meer bevreemden
+moest, daar hun werktuigen-zelve zeer onvolkomen,
+en zelfs in veel opzichten vrij gebrekkig
+moesten heeten. Maar zy waren aan zoodanig
+gereedschap gewend, en der handeling daarvan,
+meester; wat anders behoefde men? In &#8217;t kort:
+mijn ballon kwam gereed, mijn schuitjen was
+fraai, en het koordwerk zeer wel gevlochten. Ik
+had er een tafel en twee zitplaatsen in doen maken,
+en de twee punten tot voorraad geschikt, terwijl
+ik onder een tusschengrond een ballast van lood
+had gelegd ten einde het zwaarte punt beneden my
+te houden. Mijn voorraad bestond in eenigen
+tweebak, weinig gerooste garst, een goed kooksel
+rijst met lamsvleesch, en een aantal kruiken en
+houten flesschen zoo met melk als met water
+gevuld. Een glazen met stroo omvlochten flesch
+Sciroswijn werd door een van mijn Perzische reisgezellen
+daar nog bygevoegd. Dezen kleinen opleg
+aanziende, verbeeldde ik my den proviant der Vestaalsche
+maagd die het outervuur had laten uitgaan,
+en ik achtte my in den zelfden staat te zijn.</p>
+
+<p>Lang hadden deze toebereidsels geduurd. Schoon
+ik niet zeggen kan, dat ik er spoediger me&ecirc; gereed
+wenschte te komen, verveelden zy my echter niet<span class='pagenum'><a name="Page_23" id="Page_23">[23]</a></span>
+weinig; maar de teerling was eenmaal geworpen.
+Lang duurden zy ook voor het ongeduld van die
+genen, die de benoodigdheden opleverden: want
+niets kwam hun wonderlijker voor, dan het geen
+ik onvoorzichtig genoeg geweest was om te belooven,
+en ik weet niet of zy het geloofden. Ik zou
+zelfs schier denken, dat zy my voor een soort van
+goochelaar hielden, die zulke onnatuurlijke zaken
+aannemende, hen te loor dacht te stellen, met, als
+het oogenblik daar was, een kring in de lucht te
+slaan en te verdwijnen. Ten minste verhaalde men
+my en elkander somwijlen van landloopers, die een
+zalf machtig waren, waarme&ecirc; zy zich smeerden,
+en dan ieder onzichtbaar wierden, of die geesten
+bezworen hadden, die hen wegvoerden. &#8222;Maar
+ik had hun toegezegd, voor hun oog op te gaan,
+niet te verdwijnen, en dit, met een luchtbal, en
+niet door het middel van geesten. Zy zagen ook
+wel, dat ik geen ijzeren ring aan de vingers had.
+Ook niet aan de teenen, hadden zy opgemerkt.
+En dat ik een betooverden gordel mocht hebben,
+vertrouwden zy niet.&#8221; Ik toonde hun, geenen
+anderen te dragen dan den gewonen, en verwisselde
+dien tegen een anderen van een van hun, als of hy
+my wat te naauw waar geweest. Doch ook dit
+scheen hun alle achterdocht niet te kunnen ontnemen.&mdash;Dan,
+hoe het daar mede zij, alles werd
+vaardig, en de dag kwam, dat de luchtvaart geschieden
+moest.</p>
+
+<p>Mijn omslachtige toestel tot het vullen, en de<span class='pagenum'><a name="Page_24" id="Page_24">[24]</a></span>
+angst, waarme&ecirc; ik dit in het werk stelde, daar
+latende, vergenoeg ik my met te zeggen, dat dit,
+tegen al wat ik vreesde, of, liever, verwachtte,
+zeer wel in zijn werk ging. De vlakte, waar het
+geschiedde, was ruim, en met paal- en touwwerk
+afgezet. De bol had van boven een ring, door
+welken heen eene menigte touwen hem aan de aarde
+vasthielden. Deze touwen werden door groote
+palen ondersteund, die door hun middel den nog
+ledigen bol op eene bekwame hoogte hielden, doch
+die ne&ecirc;rvielen zoo dra hy zich onder het vullen
+ophief. De pinnen, die de touwen in &#8217;t rond aan
+den grond vast maakten, vereenigden zich in het
+middelpunt in een eenig touw, dat door een opening
+in den bodem van &#8217;t schuitjen was doorgestoken,
+en dus kon ik, in &#8217;t schuitjen geplaatst, met
+een eenigen draai van de hand dezen allen te gelijker
+tijd los rukken. Het schuitjen, van onder niet
+zeer spits toeloopende, stond op eene stelling daar
+toe gemaakt, en was met den voorraad bevracht.
+Ik bevond my daarin met mijn medeluchtreiziger,
+en bestierde het vullen, waar van ik de materialen
+om my had. Ik begreep nu die allen niet te kunnen
+gebruiken, en uit schaamte pakte ik een goed deel
+daarvan onder in het schuitjen, om in plaats van de
+staven loods te strekken die ik tot ballast had laten
+vervaardigen; ten einde den misslag van mijn rekening
+dus te bedekken.&mdash;De touwen verhieven
+zich, de standpalen vielen.&mdash;Nu begon de zaak
+voor de aanschouwers een zeer ernstig aanzien te<span class='pagenum'><a name="Page_25" id="Page_25">[25]</a></span>
+krijgen. De touwen spanden. Ik sloot de buis van
+den luchtbol, en my in &#8217;s hemels handen bevelende,
+draaide ik de grondpinnen eensklaps los. De bol
+steeg, en wy mistten grond. <i>Bism&#8217;illah!</i> riep ik,
+<i>wy rijzen</i>, en alles in &#8217;t ronde verbleekte. Ik zag
+om my, of ook ergens iets vasthaken mocht, en,
+zie daar Joussouf mijn&#8217; medereiziger, die zich
+hals over hoofd over boord wierp! Ik vermoed,
+dat de angst hem dit ingaf, want ik hoorde hem
+roepen: God dank! en in een oogenblik was ik
+verr&#8217; boven alle gebouwen. Joussouf was een man
+van wel derdhalfhonderd pond zwaarte. Ik had nu
+die derdhalfhonderd pond minder aan vracht. Dit
+verschil was veellicht een vijfde of zesde van &#8217;t gene
+de bol (zijn eigen gewicht daar onder gerekend)
+voeren moest. Dit gaf hem derhalve grooter snelheid
+in &#8217;t klimmen. En gewis had ik den bol voor
+de vracht, waar ik staat op maakte, alreeds veel
+te groot genomen. Het gene my verder gebeurde,
+maakt dit meer dan waarschijnlijk.</p>
+
+<p>De snelheid, waar mede ik opging, ontstelde my.
+En dit nog te meer daar ik te gelijk een geweldigen
+wind uit het Noorden bemerkte, waar ik eerst geen
+acht op gegeven had, en die ik nu dacht dat my
+wellicht naar de zee drijven kon eer ik weder grond
+winnen mocht. Ik was duizelig, en zette my op
+den grond van het schuitjen ne&ecirc;r. Hoe hoog ik
+ging was niet te gissen; want, naar mijn barometer
+omziende, vond ik dien gebroken, en een stuk
+daar van geheel weg. Zekerlijk had Joussouf hem<span class='pagenum'><a name="Page_26" id="Page_26">[26]</a></span>
+vast, zoo als ik belast had by &#8217;t opgaan te doen,
+en is hy met dien in de hand omgeslagen. Ik had
+ook, meer dan waarschijnlijk, niet genoeg bedaardheid
+van geest, om daar van, het zij berekening,
+het zij zelfs eenvoudige opteekening in mijn zakboekjen
+te doen. Mijn hoofd en bost klopte geweldig,
+en welhaast kon ik niet zien. Ik had niets
+van het geen beneden my was kunnen bespeuren,
+en nu schemerden my de oogen dermate, dat ik
+niet wist of het dag dan nacht was. Ik greep den
+fles Sciroswijn, maar het geen ik er van nam,
+baatte my niet. Nu begon ik te hijgen; toen,
+bloed te spuwen; en tevens werd ik door eene
+ontzetlijke koude bevangen. By dit alles had ik het
+besef niet, den schroefpijp te vatten, en eenige
+lucht uit te laten, waartoe hy met dubbele schroefkranen
+en kleppen voorzien was, door &#8217;t welke ik
+noodwendig had moeten dalen. Ik steeg dus al
+hooger en hooger. Ik werd slaperig en gevoelloos,
+en weet niet, wat toen met my voorviel, noch ook
+hoe lang dees mijn toestand duurde. Dit weet ik,
+dat ik my wedervond in mijn vaartuig, de luchtbol
+daarby liggende, slap en met een scheur opgereten,
+zoo als ook eenige der koorden van een gescheurd
+waren. Maar het was op een geheel andere plaats,
+dan ik ooit my had kunnen in &#8217;t hoofd halen.</p>
+
+<p>Ik zag my op een vlakte, met kruiden bedekt,
+doch die ik niet kende, en naby een water. In &#8217;t
+rond zag ik bergen, of liever heuvelen, want zy
+waren niet aanmerklijk in hoogte. De geheele grond<span class='pagenum'><a name="Page_27" id="Page_27">[27]</a></span>
+was oneven, en er stonden verscheiden boomen,
+meest heesterachtig; weinige zoo groot, dat zy
+met top en al den naakten stam eener welopgewassen
+linde bereikten. Zy hadden in &#8217;t voorkomen iets
+van het bleeke hulstgroen, anderen van dat van de
+wilge. Ik zag geenerlei levend wezen. Ik schepte
+met de hand eenig water, dat brak en zwavelachtig
+was; zag om naar eenige vruchten, maar bemerkte
+er geen. Ik vreesde het ondergaan van de zon, die
+laag stond, en werd ten uiterste over mijn&#8217; toestand
+bekommerd. Geen plaats daaromtrent deed zich
+op, waar ik veilig voor het wild gedierte zou mogen
+vernachten. Ik zocht eenige dorre of van den
+wind afgeschudde bladen by een, sneed eenige
+boomtakken af, drukte die in den me&ecirc;gevenden
+grond, vlocht er anderen door, en maakte my daar
+mede een soort van doorzichtige tent, waaronder ik
+my een leger van de bladen bereidde, in welke ik,
+om Homerus denkbeeld te gebruiken<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor">[4]</a>, my
+als een vuurkool mocht inrekenen. Daar in leidde
+ik mij ne&ecirc;r, doch sliep niet. Ik voelde nu pijn in
+de lenden en in &#8217;t achterhoofd, en erinnerde my een
+geweldigen schok, met wien ik tot my-zelven gekomen
+was. Ik sliep niet; doch ik mijmerde, en
+drong my op, geslapen te hebben, als ik na lang
+liggens, uitziende, bevond dat het dag was. De
+zon stond even boven den zichteinder. Ik had te
+voren haar standplaats niet opgemerkt, en ontwaarde
+derhalve niet, dat zy de zelfde gebleven was. Ik<span class='pagenum'><a name="Page_28" id="Page_28">[28]</a></span>
+zag nu ook de maan, als in iets meer dan haar
+eerste kwartier, maar ontzachlijk groot, en wat
+my zeer vreemd was, genoegzaam in &#8217;t zenith
+staande. Ik verliet mijn kreb, of veldbed, zoo
+men &#8217;t noemen wil, en zag om, naar het geen ik
+by mijne opvaart had me&ecirc;genomen.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> Odyss. E.</p></div>
+
+<p>Mijn voorraad was behouden gebleven schoon
+vrij wat door een geschud, en meestal rondom mijn
+schuitjen en uit elkander gesmeten op den grond
+liggende. Ik zamelde dien by een, zoo veel ik
+vermocht, at, stak een gedeelte by my, begroef
+het overige in een kuil, dien ik, zoo goed of
+kwaad het my mogelijk was, in den grond dolf,
+met gebladerde strooide, en voorts weder toemaakte,
+en, ter herkenning, met een ingekerfden
+tak teekende. En dit verricht hebbende, besloot
+ik, op kondschap of onderzoek van het land, uit
+te gaan. Over het meer, aan welks oever ik aangeland
+was, zag ik een gebergte (reeds merkte ik
+op, dat het niet zeer hoog was), waar henen een
+verheven gedeelte van den grond my den weg
+scheen te wijzen, en vond goed, dezen weg in
+te slaan.</p>
+
+<p>Ik was welhaast aan &#8217;t gebergte. Hier vond ik
+sporen van uitgebrande volkanen, dan wier kolken
+of kelken geenen grooten omvang hadden. Eenige
+staken spits en zeer kegelachtig boven het overige
+der hoogte uit, maar de algemeene rug, die hun
+samenhang vormde, was glooiend en verre van
+steil. Het geboomte was weinig, de wind schraal,<span class='pagenum'><a name="Page_29" id="Page_29">[29]</a></span>
+doch van geringe kracht; en ik vernam niets levends
+of dat zich roerde, dan een soort van kleine
+struisvogels, die een heesch geluid gaven, en op
+mijne nadering als verschrikt door een liepen. Ik
+zag hier en daar eenige holen als van konijnen.
+Ook hoorde ik daaromtrent het klapperen en snateren
+van gevogelte, dat zich opdeed, niet ongelijk
+aan eendvogels. Ik nam de party van te rug te
+keeren om de plaats waar mijn voorraad gebleven
+was, door geen onvoorzichtig omdwalen te verliezen;
+en besloot by de nacht op dien plek de
+gestarnten oplettend in acht te nemen, ten einde,
+by gebreke van alle geleiding of onderrecht, my
+daarnaar te richten.</p>
+
+<p>Eene zeer geruime poos had ik op het vallen
+van den avond zitten toeven, wanneer ik eerst
+opmerkte, dat de stand der zon in &#8217;t geheel niet
+zichtbaar veranderde. Met de rechter zijde naar
+&#8217;t gebergte gekeerd, had ik haar aan de linkerhand
+gehad toen ik uit mijn slaapstede opstond, en zy
+was nog daar, en op even de zelfde hoogte; en
+zoo herinnerde ik my nu, haar ook by mijne aankomst
+gezien te hebben. Ik sloeg &#8217;t oog op de
+maan, die meer dan de helft verlicht was, en ook steeds
+haar plaats scheen te houden. In deze, die
+my ruim zoo vreemd voorkwam, als al wat ik
+voor oogen had, en veel helderer was, dan zy my
+ooit in mijn leven by den dag was voorgekomen,
+(van haar buitengewone grootte sprak ik reeds)
+werd ik, na lang turen, eene aanhoudende verandering<span class='pagenum'><a name="Page_30" id="Page_30">[30]</a></span>
+harer vlekken gewaar, die aan de eene zijde
+verdwenen, aan de andere opkwamen, en my van
+hare omwenteling overtuigden. Deze vlekken-zelven
+waren geheel anders dan ik ooit bespeurd had,
+en in plaats van het mannetjen met zijn takkebos
+op den schouder, die er in Engeland in gezien
+wordt, of het onbeduidend tronietjen dat het gemeen
+op het vaste land daarin vindt, docht my,
+er het profiel van een neushoorn met geopenden
+muil in te zien, doch die zich weldra in de
+omwending verloor. De zelfde beeltenis echter
+kwam my naderhand meermalen voor, maar toen
+was zy my nieuw en treffende. Ik twijfelde duizendmaal
+aan alles; ik wreef mijne oogen, en zag
+en beschouwde op nieuw; maar deze verschijnsels
+bleven voortduren. Beide zon en maan veranderden
+niet van stand voor my; en de afgrijslyk
+groote maan wendde zich om. Ook viel er geen
+avond, maar de dag duurde steeds voort. Ik verloor
+my in al deze vreemdigheid, en een aaklige
+schroom voor ik weet niet wat, dat my over mocht
+komen, vervulde my.</p>
+
+<p>Ik had my opgedrongen, geslapen te hebben, en
+een nacht ondersteld, maar er geen gezien: Ja, in
+tegendeel, altijd den zelfden zonnestand waargenomen.
+Nu overtrof de tijd dat ik, zonder mij
+met iets anders bezig te houden, op de nacht
+gewacht had, zeer zeker meer dan een etmaal,
+en ik schatte hem wel op twee dag- en nachtwisselingen.
+Ik moest dus besluiten, dat ter plaatse<span class='pagenum'><a name="Page_31" id="Page_31">[31]</a></span>
+waar ik my onthield gene nacht viel. Ik kon
+echter niet buiten den poolcirkel zijn, want de
+koude was my niet hinderlijk, ook was het het
+boven den horizont blijven van de zon en maan
+niet alleen dat my wonderbaar was, maar zy
+beschreven geen zichtbaren loop. Ik was als betooverd,
+verzonk in gedachten, lei my ne&ecirc;r op den
+grond; en waarschijnlyk duurde &#8217;t nog wel den
+tijd van een dag of meer, dat ik nu eens inslapende,
+dan we&ecirc;r wakker, en al telkens op nieuw
+het gezicht op twee hemellichten vestigende, in
+dezen mistroostigen staat, vol van angst en twijfel
+bleef voortleven, en intusschen het geen ik nog
+had, verteerde. Eindelijk, de nood dwong my, en
+ik moest my vermannen om den eerstbegonnen
+tocht te hervatten, waarvan mijn behoud afhing.
+Wat ik wonderlijks zag, moest ik opgeven: dit
+zou zich veellicht nader verklaren; voedsel was de
+hoofdzaak en dringendst, en dit moest ik
+zoeken; daarna, menschen. Wat was my het
+overige?</p>
+
+<p>Ik ging dan andermaal den weg van &#8217;t gebergte
+op.&mdash;Ik was eenigzins wild in het hoofd, vond dat
+de lucht my de borst belemmerde, &#8217;tgeen ik
+aan het doorgestane op mijn zonderlinge reis toeschreef,
+en het denken vermoeide my zoo wel
+als het gaan: ook waren mijn denkbeelden verward,
+als die van een kind, voor het eerst een
+schouwspel bywonende, waar hem tooveryen en
+spookvertooningen voor het oog gebracht worden,<span class='pagenum'><a name="Page_32" id="Page_32">[32]</a></span>
+waarvan hy niet weet wat te maken of te gelooven.</p>
+
+<p>Het zou te wijdloopig zijn, hoe ik mijnen eersten
+weg met een stouten stap en op alles achtgevend
+gezicht hervattende, tot de ontdekking
+kwam van een aardvrucht, die in de dalen vrij algemeen
+onder den grond wies, en om welke op te
+sporen en op te delven de veelvuldige gaten die
+my eerst konijnholen schenen, door de dieren
+gemaakt werden. Ik zal by &#8217;t uitvoerige bericht,
+het welk ik my voorstelle van mijn reis door die
+wareld in &#8217;t licht te geven, deze vrucht nader doen
+kennen, zoo wel als het geen my verder omtrent
+het plantwezen, en de overige natuurrijken, heeft
+mogen gebeuren waar te nemen. Thands vergenoege
+ik my, met te melden dat dit voorbrengsel,
+na dat mijn geringe reisvoorraad op was, mijn
+eenig voedsel heeft uitgemaakt. De ontdekking
+was vertroostend voor my. Ik vond de spijs
+flaauw, maar niet gants onsmakelijk, en kon er
+my me&ecirc; onderhouden.</p>
+
+<p>Het gedierte was schuw en vlood voor my. Ik
+verraste een der struisvogelen, gelijk ik ze om het
+algemeen beloop hunner gedaante blijf noemen,
+schoon hun snavel geheel van die der struissen
+verschillend, zwaar beenig, en van een lepelaarachtige
+vorm, doch minder lang dan by die soorte,
+en eenigzins naar boven gekromd was. Hun hals
+desgelijks was dikker. Ook hun klaauwen verschilden
+aanmerklijk van die van &#8217;t geslacht waarvan ik<span class='pagenum'><a name="Page_33" id="Page_33">[33]</a></span>
+den naam op hen toepasse. Doch zy vlogen volstrekt
+niet, alleenlijk somtijds een sprong doende,
+waarby zy hun vleugels dan uitbreidden. Hun
+kleur was een blaauwachtig graauw; en deze was
+ook aan al het overig gevogelte dat ik in deze
+wareld beschouwd heb, met eene geringe verscheidenheid
+tusschen lichter of bleeker, en meer
+of minder naar &#8217;t blaauw trekkend, gemeen. Dien
+ik mijn gevangen maakte, stond in dat oogenblik
+met het hoofd en de hals verr&#8217; in de aarde te
+boren. Ik doodde, en gedeeltelijk plukte, gedeeltelijk
+vilde ik hem. Maar ik had geen vuur. Dit
+trachtte ik wel door het tegen een wrijven van
+schorsen, of stukken houts, die ik van de boomen
+sneed, voort te brengen; maar het mislukte my,
+op welk eene wijze ik het ook bezocht. Ook
+was al het hout dat ik afsneed, tot dit einde te
+vochtig, en er scheen alle harstachtigheid aan te
+ontbreken. Ik besloot toen, mijn prooi in den
+wind te droogen, en hing hem op een plaats,
+die my daar geschikt toe scheen, over een dorren
+boomtak: dan nooit wist ik die plaats weder te
+vinden. Van de eendvogels kon ik er geene machtig
+worden. Naderhand vond ik aan de oevers
+der meeren een zekere schelpvisch, maar ik vreesde
+die te eten, zoo lang ik niet gezien had dat dieren
+die aten, en dit heb ik by mijn verblijf op
+dien grond niet ontdekt.&mdash;Doch ik moet by
+mijn aangevangen tocht blijven.</p>
+
+<p>Ik verlangde, als natuurlijk, naar zoet, en,<span class='pagenum'><a name="Page_34" id="Page_34">[34]</a></span>
+zoo wy het gewoon zijn te noemen, drinkbaar
+water. Rivieren vond ik niet, zoo men op eene
+enkele plaats eene opborling van een meer dan laauw,
+stinkend, onzuiver water, dat een eind weegs langs
+een hellenden grond afvloeide, en daar staan bleef,
+uitzondert, en dit dien naam dragen kan. Mijn
+dorst echter was lijdelijk, wanneer ik my tusschen
+de bergen in de laagte bevond. Op de hoogten
+vermeerde zy zeer aanmerklijk; en dit dreef my
+telkens naar de valleien. Ik merkte dit naauwlijks
+op, of ik nam tevens waar, dat alles tot zekere
+hoogte in een waterdamp stond, dichter dan die
+men by ons in de zomer- of herfstavondstonden
+op de weiden gewaar wordt; en dien damp heb
+ik altijd en zonder afwisseling op den grond gezien.
+Ik had echter noodig te drinken, en moest my dus
+met het water der meeren behelpen; doch allengs
+gewende ik, zeldzamer te drinken. Van de dieren
+heb ik wel baden in &#8217;t water, doch geen kennelijk
+drinken gezien. Voedsel dat dorstverwekkend
+was vond ik ook niet, zoo min als dat dorst
+versloeg. Hoe zeer aan alles gewoon wordende,
+heb ik echter nooit eene hoogte van slechts weinige
+vademen kunnen beklimmen, of de dorst werd
+my lastig, en al spoedig onverduurbaar. Aan eenige
+struiken en heestergewassen vond ik een soort
+van bezien met een taai vocht, maar met kleine
+wurmen vervuld, en deze boomtjens zeer sterk met
+kruipend gedierte beladen, de grootsten van een
+halve vinger lengte. &#8217;t Scheen my naderhand toe,<span class='pagenum'><a name="Page_35" id="Page_35">[35]</a></span>
+dat de boomgewassen alleenlijk voor het kruipend
+gedierte, de aardvruchten voor de vogelen waren:
+viervoetige dieren vond ik niet.</p>
+
+<p>Daar ik in de dieren geen roovenden, vleeschetenden,
+of beschadigenden aart kon bespeuren
+(want noch de bek, noch de nagels droegen daar
+eenig bewijs van), en de kruipende beestjens zich
+even zoo zeer op hun heesters als de schelpdieren in
+&#8217;t water schenen te houden, verging mijn bevreesdheid,
+en ik lei my, vermoeid zijnde, onbekommerd
+ne&ecirc;r; waar ik dan ook doorgaands insliep, en, na
+de verkwikking des slaaps, mijnen weg vervolgde.
+Aardvruchten vond ik alom, en meestal wezen de
+gemaakte holen in den grond my den weg, waar
+zy rijklijkst en rijp waren. Ik had voor het overige
+een fles met water gevuld, dat ik spaarzaam gebruikte.
+Zijn brakheid beval het den smaak niet
+sterk aan; ik ontwendde het drinken meer en meer;
+ik vermijdde de dorre hoogten, en hield my in de
+vochtige laagten; ik voegde daar een veelvuldig
+baden by; en mijn fles duurde lang.</p>
+
+<p>Geen dieren schenen op elkander te azen. My
+ook verging dra de lust naar het vleesch, en zoo
+ik somtijds den inval kreeg om te zien, dat ik eenig
+gedierte verstrikte of ving, bedacht ik dat de prikkelende
+dierlijke geesten my dorst mochten verwekken,
+waarvoor ik zeer vreesde. Ik begon dit land te
+beschouwen als niet geschikt voor het vleescheten.
+Alles had den schijn en het voorkomen van dit aan
+te kondigen, en ik onthield er my van, zonder
+enig gevoel van ontbering.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_36" id="Page_36">[36]</a></span>Somwijlen dacht ik, zoo de dieren elkander niet
+eten, wat wordt van hun lijken; en ik nam voor,
+aan dit voorwerp eene bijzondere opmerkzaamheid
+te geven. Ik vond genoegzaam geen lijken van de
+struisvogels dan onder de heesterstruiken, waarvan
+ik gemeld heb, als of zy hun tijd uitgeleefd hebbende,
+zich daar eene sterfkoets zochten. Van de
+eendvogels geene lijken in het geheel. Veellicht
+dat dezen zich ten zelfden einde in het water lieten
+nederzijgen.</p>
+
+<p>Dikwijls als ik nederzat, dacht ik over de wijs
+van eenige zekerheid voor mijne reis<i>routes</i> te hebben,
+of de plaats van waar ik vertrokken was,
+weder te vinden. De volstandige hoogte der maan,
+die, hoezeer by de plaatsverwisseling van mijn reis
+verandering ondergaan hebbende, echter nog altijd
+zeer ongewoon bleef, dwong my de onderstelling
+af dat ik tusschen de keerkringen moest zijn; en
+de onveranderde stand der zon daarby, dat de aard
+by een wonderwerk stil stond. Ik had ook nog geen
+aanmerklijk verschil tusschen haar beider betreklijken
+stand opgemerkt, alhoewel het my somtijds
+voorkwam, of hare onderlinge afstand iets minder
+wierd. Ik bleef ze dus als stilstaande houden.
+Het was en bleef dag. Geen gestarnte, geen parallaxis,
+voor my waar te nemen. Alleen de verwijdering
+van de zon kon (dus begreep ik &#8217;t) my
+deze onder den horizont brengen en nacht geven.
+Ik was begeerig nacht te zien, en nam mijne reis,
+zoo veel doenlijk, rechtlijnig van de zon af, de<span class='pagenum'><a name="Page_37" id="Page_37">[37]</a></span>
+maan in het zenith houdende. Ik merkte een
+bergspits op, die met my en de zon in een rechte
+lijn stond, en ik stelde my deze ten doel om op
+af te gaan.</p>
+
+<p>Al wandelende berekende ik ten ruwste, hoe
+veel uren gaans ik wel afleggen moest, om de
+zon, nu, gelijk ik het schatte, omtrent 15&deg; boven
+den zichteinder, en daar staan blijvende, beneden
+de kim te krijgen. Het getal was niet aanmoedigend;
+maar ik had den tijd. Echter geenerlei
+kans ziende om den voortgang in tijd dien ik
+maakte, te erkennen, daar er geen dag- en nachtverwisseling
+was, zag ik daadlijk dat mijn rekening
+my niets baten mocht, en al het bewijs dat ik van
+mijn vordering hebben kon in de werklijke daling
+der zon moest bestaan. Intusschen, het geen ik in
+&#8217;t eerst niet bemerkt had, naderhand flaauw, en onzeker
+of ik &#8217;t wel opmerkte, werd my nu kennelijk
+en zeker: De zon en de maan naderden zich; en
+het licht der laatste nam daarby zoodanig af, dat
+ik er slechts een flaauwen en als schemerenden rand
+van te zien hield, die welhaast in de meerder nabyheid
+der zon zich verloor. Doch in plaats van de
+zon te zien dalen, zoo als ik door mijne verwijdering
+my verbeeld hadde, rees zy en stond wanneer
+ik de maan niet meer zag na aan &#8217;t toppunt, het
+geen zy weldra besteeg. De maan was welhaast
+we&ecirc;r zichtbaar aan de andere zijde der zon; en nu
+was mijn weg die eerst van de zon afgekeerd was
+geweest, naar de zon toe: of liever, de zon was<span class='pagenum'><a name="Page_38" id="Page_38">[38]</a></span>
+my voorgegaan. Ik kon haar niet inhalen; en besloot,
+nu zy ging, stil te staan, en ter plaats waar
+ik was, de nacht af te wachten, die ik eerst zoeken
+ging, maar die my nu zelve wel haast stond op te
+komen.&mdash;Ik was nu overtuigd, dat er wederom
+nacht en dag was; maar met &eacute;&eacute;n, dat zy veel langer
+duurden, dewijl ik in &eacute;&eacute;n dag de maan afgaande
+en vernieuwd had gezien. En ik merkte tevens op,
+dat de verlichting in die twee kwartieren geheel
+omgekeerd was van het geen ik haar altijd gekend
+hadde. De horens hadden te voren naar mijn linkerhand
+gekeerd gestaan, en nu stonden zy by de
+herschijning naar mijn rechterhand heen gewend.
+Dit-alleen had my alles moeten verklaren; maar ik
+was zoo verr&#8217; van het denkbeeld van buiten den
+aardbol te zijn, dat al wat ik zag en opmerkte, my
+een raadsel bleef. Ik maakte my nu geen tentbed,
+maar wat ruimer tentjen van takken om schaduw te
+hebben, en toefde de nacht.</p>
+
+<p>Dit echter, indien ik het zeggen zal, was loutere
+weelde van my, want de zon was my in der daad
+niet te heet op het hoofd, en de wind altijd vrij
+gematigd, zoo dat ik zoo min storm of onwe&ecirc;r als
+eenige regen beproefd heb, al den tijd van mijn
+verblijf op dien aardbodem. Ik zag er zelfs geene
+eigenlijke wolken; alleen nu en dan was de lucht
+iets minder helder, en alsdan de warmte grooter;
+doch te gelijker tijd vond ik my dan de borst beter,
+en my minder spoedig door &#8217;t gaan afgemat. Het
+scheen of de dampen, die gewoonlijk slechts eenige<span class='pagenum'><a name="Page_39" id="Page_39">[39]</a></span>
+voeten hoog rezen, en waaraan ik het toeschreef
+dat de beenen my opzwollen, alsdan hooger rezen;
+doch nooit in die maat, dat zy den hemel-zelf
+plaatslijk bedekten. Ook het onderscheid van hitte
+toen de zon in het toppunt was, van toen zy vrij
+laag stond, merkte ik naauwlijks op. De dampkring
+waarin ik hier leefde, was blijkbaar verschillend
+van die ik ooit beproefd had. Dit werd my steeds
+duidelijker.</p>
+
+<p>Ik was hier in eene vallei van groote uitgebreidheid
+die halvemaanswyze zich boog om een meer,
+waar ik voor het eerst andere dan schelpvisch zag.
+Deze was een soort van platvisch, en daar ik bepaald
+had hier te blijven tot de zon onder mocht
+gaan, en den dag die my langer dan veertien dagen
+gevallen was, eindigen, kwam ik op den inval van
+te visschen. Ik dacht dezen platvisch gedroogd te
+kunnen nuttigen, en mijn vrees voor de dorst zweeg.
+Ik had echter noch net, noch touw om een net te
+vervaardigen. Ik stak een aardvrucht aan een boomtak,
+maar de visch wilde niet aanbijten, alschoon
+hy op de brokken aasde die ik in &#8217;t water uitstrooide.
+Mijn oogmerk derhalve verviel. De soort van
+eendvogels waarvan ik gemeld heb, vlogen hier af
+en aan. Nu, zich in het nat dompelende, dan
+zwemmende, dan we&ecirc;r op den oever omhuppelende,
+dan we&ecirc;r wegvliegende, hielden zy my door
+de verscheidenheid van hun soorten, hoezeer allen
+graauwgevederd, en door de meerdere zachtheid
+van hun kreet, die in sommigen zelfs iets zangerigs<span class='pagenum'><a name="Page_40" id="Page_40">[40]</a></span>
+had, bezig. Ik teekende hier wat ik zag, in mijn
+zakboekjen af, zoo veel &#8217;t weinige wit papier, dat
+daar nog in overig was, toeliet; en het zijn deze
+afbeeldingen die ik in mijne uitvoerige reisbeschrijving
+zal me&ecirc;deelen, ten welken einde zy werklijk
+in het koper gebracht worden.</p>
+
+<p>Hier herinnerde ik my ook, dat ik tot nog geene
+eieren, het zij van de eenden, hetzij van de struissen,
+ontmoet had; die echter misschien een goed
+voedsel konden opleveren. Ik besloot er naar om
+te zien. Sedert vond ik eenige eendvogeleiers, maar
+zonder harden schil en alleen in een vlies omvat,
+en veel te verr&#8217; heen om eetbaar te zijn, aan een
+oever van &#8217;t meertjen. Van de struisvogels heb ik
+er geene in &#8217;t geheel gezien, ook geen geheel kleine
+kiekens. Het schijnt dat zy zich om te leggen en
+te broeden wisten af te zonderen waar ik hen nooit
+beloerd of betrapt heb, en van daar niet wederkeerden
+dan wanneer hunne jongen reeds vrij wat
+in grootte en krachten gewonnen hadden.</p>
+
+<p>Het duurde nu niet lang of &#8217;t werd avond, en,
+na eenen zeer langzamen overgang, nacht. Doch
+die nacht, door den onbegrijplijken luister der maan
+verlicht, was vrij helderer dan menige wintersche
+dag. Ik kon my niet genoeg verwonderen over de
+grootte der maan, die al voller werd naar mate de
+nacht groeide. Het was thands dat ik den overgang
+der vlakken, en door dezen, de omwenteling, kennelijker
+onderscheidde. Lang staarde ik dit nieuwe
+schouwspel met verwondering aan. De geheele<span class='pagenum'><a name="Page_41" id="Page_41">[41]</a></span>
+schijf had echter minder verscheidenheid van licht
+dan wanneer zy minder vol was, en de vlakken
+waren dus gedeeltelijk flaauwer. Het had iets van
+het achterste van een mappemonde, waarvan de
+voornaamste trekken doorgedrukt zijn. Slechts twee
+der planeeten vielen my in het oog: Venus, die
+ik duidlijk herkende, en, waarschijnelijk, Mars.
+Ik zag ook de gestarnten, maar flaauw en zeer
+onduidelijk, daar de glans der maan haar verdoofde.
+In een vrij geruimen tijd, en na een herhaalde waarneming
+in die nacht, die niet heel veel minder
+lang was dan de dag die haar voor had gegaan,
+en die ik in verscheiden waak- en sluimertijden
+verdeelde, bespeurde ik nu ook de algemeene beweging
+des hemels, maar zeer flaauw en langzaam,
+en ik vond niet dat hy om den pool- of noordstar
+draaide. Deze star-zelve beschreef een aanmerkelijken
+kring, en de pool scheen veranderd. Eindelijk,
+alles wees my, dat het middelpunt der beweging,
+zoo veel ik zonder gereedschap of toestel,
+met het oog na kon gaan, ongevaar 20&deg; van haar
+verschilde.</p>
+
+<p class="blankabove">Eens, terwijl ik zeer oplettend op het luisterrijk
+hemellichaam staarde, dat ik nog voor de maan
+hield, en waarin ik echter de maan niet herkennen
+kon, zag ik een vlak, die trager dan de overige
+dreef. Hy deed zich slechts als een klein stipjen
+voor, dat in de glans van het licht der schijf verzwolgen
+wierd, en verdween spoedig, zoo dat ik<span class='pagenum'><a name="Page_42" id="Page_42">[42]</a></span>
+het naauwlijks bespeurde. Het scheen my iets van
+een soort van maanverduistering te hebben; als of
+een tusschen beide geplaatst lichaam, door den bol
+waarop ik my bevond overschaduwd wierd, en dus
+tegen den helderen grond van de maanschijn zichtbaar
+wierd, tot het deze schaduw door was gegaan.
+Het verschijnsel was mijn gezicht wel niet klaar
+(want ook dit had in mijn kort verblijf in dit vreemde
+land gants niet weinig geleden), en wellicht was
+het bloote verbeelding, of iets in den dampkring,
+dat my voor &#8217;t oog zweefde, maar het herriep my
+de tusschen- of ondermanen, waar van in mijne
+Inleiding, en waar ik in langen tijd niet aan gedacht
+had.</p>
+
+<p>Nu begon ik alles, wat ik waargenomen had by
+een te trekken, en het was of my in eens een
+lichtstraal opging by het denkbeeld: het is niet de
+maan, maar de aardbol dien ik voor oogen heb; en
+die aardbodem, waarop ik my thands bevinde, is
+de maan. Dit eene loste my alle verschijnsels op.
+Maar nog naauwlijks in gepeins geraakt over de
+mogelijkheid hoe ik met mijn luchtbol tot den
+maanbol had kunnen naderen, werd ik door een
+ander schouwspel getroffen: Een tweede maan,
+kleiner dan ik de maan in mijn leven gezien had,
+maar volkomen met hare vlakken geteekend, deed
+zich op naast de groote en van achter haar, bleeker
+dan ooit. Zy verwijderde zich van de grootere,
+scheen my in die verwijdering zelve, in grootte iets
+toe te nemen, zoo wel als in de kracht van haar<span class='pagenum'><a name="Page_43" id="Page_43">[43]</a></span>
+licht, even als of zy my nader by kwam; en wanneer
+de grootere, die ik nu voor den aardbol hield,
+begon te verminderen, nam zy desgelijks af, tot
+zy, na eenige mijner nachtwaken overgeduurd te
+hebben, in het ander gedeelte des hemels verdween.</p>
+
+<p>Thands had ik de maan-zelve herkend, en dit
+bevestigde my te gelijk in het denkbeeld, dat de
+groote luisterrijke bol, de aardbol-zelf was, en,
+dat ik my niet op de maan vond. Waar dan ben ik?
+vroeg ik my, of wat is de bol van mijn tegenwoordig
+verblijf?&mdash;De verschijnselen hadden my overtuigd,
+dat hy een loop om de aarde had, die met
+die der maan overeenkwam; dat deze loopbaan tusschen
+de aarde en de maan was; en dat hy deze
+loopbaan in iets langer dan de maan haren kring,
+afleide.&mdash;Ik zal deze weinige punten kortelijk
+opnemen.</p>
+
+<p>Vooreerst dan: de bol waarop ik was, had een
+loop om de aarde als die der maan. Want hy was
+nu achtereenvolgende tegen de linker halfverlichte,
+de duistere, de rechter halfverlichte, en de geheelverlichte
+zijde der aarde overgesteld geweest. In
+den eerstgemelden stand had hy de zon ter linkerzijde;
+in den tweeden, boven zich; in den derden,
+ter rechterzijde; en in den vierden onder zich.
+En deze standen zijn zoo in haar opvolging als
+anderzins even als die van de maan.</p>
+
+<p>Ten anderen: de bol bevindt zich tusschen de
+aarde en de maan, want zijn nachtgetijde was naar
+de volle maan toegekeerd, wanneer deze in haar<span class='pagenum'><a name="Page_44" id="Page_44">[44]</a></span>
+versten afstand van de zon was, en wanneer zy tot
+haren naasten afstand van die geraakte, werd haar
+duistere zijde zichtbaar, en grooter tot zy verdween,
+terwijl echter de bol-zelf zich tusschen de
+zon en de aarde bevond.</p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/illo49.png" alt="Schema van de hemellichamen" width="400" height="372" /></p>
+
+<p>Ten derde: de bol voltrekt zijne loopbaan in
+iets langer dan de maan de hare afloopt. Zoo
+lang de bol in den stand 1, 2, 3, 4, 5 ten opzichte
+van den aardbol was, die hier in het middelpunt
+wordt vertoond, werd geen maan gezien.
+In het punt 6 werd zy gezien van achter de aarde
+uitkomende. Zy stond dus, niet meer rechtlijnig
+achter dezelve. In 5 was zy nog niet gezien, zy
+was dus toen door de aarde bedekt, en tot in den
+stand van den bol in 6 bedekt gebleven. Zy had
+dus een gelijk gedeelte van loopkring met den bol
+afgelegd, maar nog zoo veel daarboven dat zy nu
+uit de bedekking der aarde was in het punt <i>a</i>. En
+dit stemt overeen met het begin van haar afnemen
+toen de bol in 7 was. De bol had toen, van het
+zelfde punt 5 te rekenen, een dubbeld deel afgelegd,
+en de maan dus by haar dubbel deel ook een
+dubbel gewonnen in <i>b</i>, en alreeds kon haar begin
+van afnemen zichtbaar zijn. Toen de bol in 8 was,
+had de maan op gelijk cirkeldeel driemaal haar vordering
+gewonnen in <i>c</i>, en eer de bol tot het punt 1,
+waarvan wy zijn loop afrekenen, te rug kwam,
+moest met gelijke vordering de maan, in <i>d</i> zijnde,
+reeds niet meer van hare verlichte zi&#770;j aanbieden.</p>
+
+<p>Ik begreep dan nu op eene dier ondermanen te<span class='pagenum'><a name="Page_45" id="Page_45">[45]</a></span>
+zijn, die ik my zoo lang tusschen de aarde en de
+maan had verbeeld, en meende in den stip dien ik
+over de aarde had zien gaan, nog een even dergelijken
+satelliet te erkennen.</p>
+
+<p>Nu begon ik in het onderzoek van dit bolletjen,
+(want het was inderdaad klein, als ik dra uit alles
+bevond) een geheel nieuw belang te stellen. De
+nacht was weldra voorby, en we&ecirc;rhield my niet
+meer. Want de duisternis zou my wel niet verhinderd
+hebben, daar ik voor een zoodanigen
+maneschijn geenen dag zou verkiezen, en tot mijne
+waarnemingen, van wat aart ook, geen helderer licht
+wenschen kon; maar door het omgaan der nacht,
+bleven die waarnemingen, welke zy alleen op kon
+leveren, voor zoo lang opgeschort, als de nu
+aangebroken dag duren moest. Dat is, er moesten
+nu, eer ik my wederom met de verschijning der
+verlichte aarde in haar vollen luister verheugen
+kon, naar onze aardsche rekening ruim drie weken
+verloopen. Ruim drie weken, zeg ik; want de
+loop van mijn bol wat trager dan die der maan zijnde,
+en zoo ik toen vermoedde in de reden van 3 tot
+omtrent 4, moesten nacht en dag voor my zeven
+en dertig etmalen duren, en het samenstemmend
+tijdstip van <i>volle aarde</i> of <i>middernacht</i> zes en twintig
+dezer etmalen van my verwijderd zijn; welke ik
+voornam geheel aan den staat van den bol-zelven
+te koste te leggen.</p>
+
+<p>Met mijn nieuwe denkbeeld vervuld, dacht ik
+aan geen menschen, noch aan eenig gebrek. Ik<span class='pagenum'><a name="Page_46" id="Page_46">[46]</a></span>
+gaf mijn planeet den naam van <i>Selen&aelig;a</i>; maar
+bedacht my welhaast en bewaarde dien voor een
+hoogere ondermaan, die ik my voorstelde weldra
+te zullen ontdekken, en nam dien van <i>Selenion</i>
+voor de mijne aan, terwijl ik de lagere en zekerlijk
+kleinere, die ik meende beneden my en in mijn
+schaduw over de aardschijf te hebben zien doorgaan,
+<i>selenidion</i> noemde. Hier me&ecirc; was de geheele
+nomenclature voor de toekomstige <i>Maankunde</i>
+die nu welhaast (dacht ik) geboren moest
+worden, in volkomen orde. Mijn bol maakte een
+verdeeling en vestigde die door de haar-alleen
+eigen naam <i>selenion</i>. Al wat boven dezen was of
+ontdekt stond te worden, zou <i>selen&aelig;a prima</i>, <i>secunda</i>,
+<i>tertia</i> heeten; al wat tusschen hun en de
+aarde, <i>selenidion primum</i>, <i>secundum</i>, enz. Recht
+van harte verheugde ik my in deze uitbreiding der
+Astronomische kennissen, en de oneindige reeks
+die ik my voorstelde van al hare toepassingen,
+invloeden, en uitbreidingen. Hoe weder te keeren
+naar de aarde, kwam niet in my op: want ik
+gevoelde daar in die oogenblikken de behoefte niet
+van. Hoe hier, waar ik was, voort te leven van
+enkel aardvruchten, zonder middel om mijne kleederen
+of te vernieuwen of te onderhouden, viel
+in het geheel in den kring mijner bevattingen niet.
+Alleen wenschte ik my wel eens papier, &#8217;t geen
+me ontbrak, en gereedschappen van Meet- en
+Starrekunst; en, met dezen, had niets aan mijn
+wenschen gemangeld.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_47" id="Page_47">[47]</a></span>Het was ondertusschen verre van daar, dat ik
+niet in den grond van mijn hart naar menschen
+gewenscht zoude hebben. Ik stelde in mijn hoofd
+alreeds allerlei berichten voor geleerde tijdschriften
+op. Ik streelde my met mijne ontdekkingen in
+betrekking tot Starrekunde en Zeevaart. Ik zocht
+er een nieuw licht in voor de Natuurkunde. In
+&#8217;t kort, het geheele systema mijner gedachten onderstelde
+de bekendwording, de mededeeling, de
+overbrenging mijner ontdekking, op den aardbol,
+zonder dat mijne verbeelding zich met dat punt
+eenigzins bezig hield. Punt, dat my naderhand
+als ik er bepaald op begon te denken, zoo vele
+bekommering maakte!</p>
+
+<p>Wanneer ik my op mijn vorig reisjen, in het
+gebergte bevond, en de lust opvatte om de nacht
+op te zoeken, had ik my van de zon afgekeerd,
+en in die richting, zoo veel de grond toeliet,
+mijn weg genomen. Ik was vervolgens te rug
+gekeerd, maar de aardbol was toen mijn leidstar
+geweest, en een geheel andere weg had my onder
+zijn meridaan of laat ik zeggen, hem in mijn zenith
+gebracht. Maar de plaats, waar ik den aardbol
+als in &#8217;t zenith geplaatst kon beschouwen, was om
+zijne grootte, by zijn afstand niet zeer bepaald.
+Ik had dus het plekjen, waar de overblijfsels van
+mijn luchtvaartuig te vinden waren, niet weder
+gevonden, en wist niet, hoe het ooit weder te
+vinden. Het ware natuurlijk, ten minste verstandigst
+geweest, daar naar om te zien, en mijne<span class='pagenum'><a name="Page_48" id="Page_48">[48]</a></span>
+eerste stappen aan te wenden om dit we&ecirc;r te ontdekken,
+en dan eenige maatregel te nemen ten
+einde die overblijfsels die daar op het veld in den
+vochtigen nevel of waassem vergeten lagen, en
+door wie alleen, zoo de zaak ooit te wagen was,
+mijn te rug reis naar de aarde geschieden kon, op
+wat wijze dan ook, voor het spoedig bederf te
+bewaren. Maar dit kwam niet by my op. De
+stand van den bol was nu, als by mijne aankomst
+van de aarde. Ik was toen rechtsaf gegaan, en nu
+wilde ik daartegen de linkerhand volgen. Ik had
+een deel van de helft des bols, die naar de aarde
+toegekeerd was bezocht, nu wilde ik de andere
+helft zien aan te doen, alwaar ik veellicht heel iets
+anders dan struissen en eenden ontmoeten kon.</p>
+
+<p>Inderdaad verbeeldde ik my de mooglijkheid van
+iets zeer ongemeens. Ik had in mijn jongen tijd
+eenig werk van de Oostersche talen gemaakt, en by
+die gelegenheid met de schriften van ouder en later
+Rabbynen bekendschap gekregen. Bekendschap, die
+ik, zeker (als &#8217;t gaat) weinig heb aangekweekt,
+maar waar uit my echter altijd nog denkbeelden en
+herinneringen door den geest bleven waren. Ons
+oordeel over de zaken verschilt naar de omstandigheden
+waarin wy zijn. Het is met de denkbeelden
+als met kamermeubelen. Wanneer wy ze niet weten
+te plaatsen waar zy voegen, of er geen gebruik
+van zien te maken, zoo brengen wy ze op den
+zolder, en vergeten ze. Daar raakt dan wel eens
+iets verloren, en het zeggen van den Dichter wordt
+bewaarheid:</p>
+
+<p class='pagenum'><a name="Page_49" id="Page_49">[49]</a></p>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0"><i>Exilis domus est, ubi non et multa supersunt,</i><br /></span>
+<span class="i0"><i>Qu&aelig; dominum latent, et prosunt furibus.</i></span>
+</div></div>
+
+<p>Deze dieven zijn tijd en volstrekte vergetelheid.
+Doch, ontstaat er iets, waar door wy gelegenheid
+vinden of nemen, om een ledig vakjen te meubileeren,
+of een vertrek anders dan eerst te stoffeeren,
+zoo worden zy voor den dag gehaald,
+geboend, en opgekuischt, en zy worden ons door
+de plaats die zy nu verkrijgen, van belang en
+waarde, schoon ze ons eerst in den weg stonden.&mdash;Onder
+het geen my in vroeger tijden als eene
+belachlijkheid voorkwam, was het gevoelen van
+eenige dier Joodsche Geleerden, dat het Paradijs,
+by de omwenteling des zondvloeds, van den aardbodem
+weggenomen en op zekere hoogte in de
+lucht was gevestigd en daar nog bestond. Men
+heeft dit gevoelen in de Geologische stelsels somtijds
+aangevoerd als eene bevestiging dat het paradijs
+op een hoogeren grond dan de tegenwoordige aardbodem
+gelegen had, maar die door den zondvloed
+verzwolgen is. Thands kwam het by my, als een
+stem uit de diepte of een licht uit den afgrond,
+we&ecirc;r op, en te gelijk het denkbeeld: Zou ook op
+een dezer ondermanen het paradijs kunnen zijn?
+zou een van die ook dat afgescheiden brok des eersten
+aardbodems kunnen zijn, niet (als het overige)
+verzwolgen door den watervloed, maar van den
+rotsgrond, waar het paradijs op geplant was,
+losgebroken? En zou het ook misschien op dezen<span class='pagenum'><a name="Page_50" id="Page_50">[50]</a></span>
+zelfden bol waar ik my nu tegenwoordig bevinde,
+bestaan?&mdash;-Zoo ongerijmd het my-zelven voorkwam,
+iets dergelijks te stellen, zoo bleef het my
+echter door &#8217;t hoofd malen; het hield mijne inbeelding
+bezig, en dreef my, als ware &#8217;t, mijns
+ondanks, om toch mijn planeetjen wel en ter deeg
+te doorzoeken.</p>
+
+<p>Ik had tot dus verre geen voetspoor of schijn van
+iets dat menschen kon doen vermoeden, ontwaard.
+Ik had geene verslindende dieren gezien, maar alleen
+onschadelijke soorten. Ik ging dus in de allervolmaaktste
+gerustheid op weg, overkruiste eene
+bergrij en eene breede vlakte daar achter, waar ik
+overvloed van aardvruchten vond, en eenig geboomte
+dat my nog niet was voorgekomen; maar mede
+onvruchtbaar, anders dan van een soort van stakkelbezien,
+en met een byzonder ras van torren of
+kevers bezet. Ik had my nu een stok afgesneden,
+ten einde de diepten des waters te kunnen peilen;
+nadien ik my voorstelde, dat verscheiden meertjens
+die ik telkens ontmoette, wellicht waadbaar zijn
+mochten; in welk geval ik begreep vele omwegen
+te kunnen afsnijden. Ik vond my echter bedrogen,
+en nergens zoodanige doorgaande en gelijkmatige
+ondiepten als waarop ik my wagen dorst. Nu
+stapte ik een opgehoogd en ge&euml;ffend pad, als het
+scheen, op, doch waarvan my echter het byzondere
+niet in het oog viel, en ik kwam na een kleine
+bocht, tusschen struiken en heesters en eenige grootere
+dikgestamde boomen door, op een soort van<span class='pagenum'><a name="Page_51" id="Page_51">[51]</a></span>
+hoenderwerf als het zich aan liet zien, waar een
+menigte van kalkoenen, graauw van gevederte, door
+elka&acirc;r liepen.</p>
+
+<p>Naauwlijks had ik hier eenige voetstappen gedaan,
+of een geweldig geschreeuw ging van het
+midden van dit gevogelte uit, en een goed deel
+viel stout op my aan en beet my verwoed in de
+beenen. Ik sloeg hen af; maar nu vlogen zy alle,
+met uitgebreide vlerken, van alle kant toe, en ik
+voelde my te gelijk in het aanzicht, van voren,
+van achteren, over het geheele lichaam en aan alle
+leden, zoo wel met hun nagels als snavels besprongen;
+en dit, onder een oorverdovend getier dat
+my vreemd was, en zeer van de stem dezer dieren
+by ons verschilde. Ik zwaaide met mijn stok dapper
+in &#8217;t rond, maar de aanranding was zoo algemeen,
+zoo heftig, en zoo onverwacht, dat ik onder hun
+woede geloofde te moeten bezwijken eer ik de helft
+van hun, buiten gevecht kon stellen; en daar ik verre
+de grootste menigte voor my had, keerde ik my
+om, om door de genen, van wie ik van achter
+bloedig in den nek en kuiten gebeten wierd, heen
+te slaan, en my dus een te rug tocht te maken.</p>
+
+<p>Ik stroomde, van &#8217;t afloopende bloed uit mijn
+wonden, die zelfs op mijn borst door de kleederen
+heen het vleesch opgescheurd hadden; overal was
+ik van kneuzingen bedekt: ja, geheele vlokken
+hairs, van mijn baard uitgerukt, hingen my hier en
+daar in de plooien der kleederen. Ik schaamde my
+voor my-zelven, door kalkoenen verjaagd te zijn.<span class='pagenum'><a name="Page_52" id="Page_52">[52]</a></span>
+Maar my docht, hier moest meer achter schuilen;
+en ik week ter zijde, baadde my, en strekte my
+uit in de groente, waar ik een geruimen tijd toebracht,
+alvorens ik mijn leden volstrekt tot mijn
+wil kreeg.</p>
+
+<p>De zwelling en pijn was genoegzaam verdwenen,
+en er bleef my, by de lidteekens, die ik altijd behouden
+zal, (die nog rood waren,) voor &#8217;t overige
+een geweldige stramte, wanneer ik besloot om dit
+oord der kalkoenen van rondom waar te nemen, en
+uit te vorschen, wat van deze belachlijke maar
+gants niet verachtbare krijgsmacht toch zijn mocht.</p>
+
+<p>Ik vond een van rondom rijzenden grond, tusschen
+heuvelen ingevat, die met de zoo even gemelde
+stakkelbezien zeer dicht omzet waren, en
+geen anderen open toegang verleenden, dan dien
+waar uit ik te rug was gedreven. Ik wilde my eerst
+door het uitrukken van eenige dier heesters een
+weg maken, maar vond het ondoenlijk door gebrek
+aan alle gereedschap; te meer, daar de stammen en
+takken met dorens bezet waren, en de uitgestrektheid
+van de diepte waarop zy stonden te groot was, dan
+dat ik het met eenige vrucht ondernemen kon. Ik
+besloot dan, een niet wijdgelegen rotsachtigen
+berg te beklimmen, of ik van daar in de omperking,
+door de heuvelen ingesloten, eenig inzicht mocht
+hebben. Met veel moeite besteeg ik den ruwen en
+weinig begroeiden steenberg, en bloosde, dat de
+vrees van door kalkoenen mishandeld te worden,
+my dien arbeid kostte. Dan, ik drong my op,<span class='pagenum'><a name="Page_53" id="Page_53">[53]</a></span>
+dat het dit gevogelte niet was, maar de plicht van
+voorzichtigheid, die my drong om wel toe te zien,
+wat my uit eene zoo besloten natuurlijke verschansing,
+maar die wel door kunst voltooid kon zijn,
+en die vooral niet het voorkomen had van aan louter
+kalkoenen toe te behooren, onverhoeds opdagen
+mocht.</p>
+
+<p>Ik zag van de rots werklijk een hoek der onbeperkte
+vlakte, en aldaar koren, te veld staande,
+waarin en waaromtrent het van deze vogels krioelde.
+Dit koren geleek op dien afstand naar gerst.
+Of het daar natuurlijk groeide en dit soort van
+hoenders zich daar, om dit voedsel, gezeteld had,
+dan of het gebouwd, en voor hun gebouwd was,
+kon ik niet onderscheiden, maar het eerste kwam
+my het waarschijnlijkst voor. Blijken van hutten
+of menschenbewoning zag ik er niet.&mdash;Ik oordeelde
+&#8217;t voorwerp, niet belangrijk genoeg, immers
+niet dringend genoeg, om er my langer by op te
+houden en ging voort.&mdash;Afklimmende, zag ik op
+eenigen afstand een rook opgaan. Hier dacht ik nu
+menschen te vinden. Ik was, eer ik het wist, aan
+de plaats; maar het was een rook uit den moerassigen
+grond opgaande, die zwavelachtig stonk,
+en vrij heet was; en ik verwijderde my van dien
+plek.</p>
+
+<p>Nu zag ik de zon na aan den zichteinder, en
+vond dus de nacht spoediger nu ik tegen de zon
+ingegaan was, dan ik langs den anderen weg gedaan
+had, waar op zy my achterhaalde, en vooruit<span class='pagenum'><a name="Page_54" id="Page_54">[54]</a></span>
+ging. Dit was my nu klaar, door de kromte der
+loopbaan die mijn bol beschreef, en waardoor het
+punt dat naar de aarde gekeerd was, zich in het
+tweede vierde deel van dien cirkel naar de zon toewendde,
+de haar nadere punten afkeerende. Ik
+zag schemering, duisternis, maar dit in een oord,
+niet naar de aarde gekeerd, en waar dus de nacht
+donker was, haar verlichting ontbeerende. Ook
+de maan was aldaar niet zichtbaar, want zy was
+zoo verr&#8217; niet vooruitgeschoten dat zy op dit deel
+eenig licht had kunnen werpen, zijnde haar duister
+gedeelte derwaart gekeerd, en zij in haar parahelischen
+halven cirkel. De duisternis was dus aaklig.
+Ik zag nu de starren flikkeren en herkende hare
+beelden; maar alles was niet te min vreemd voor
+my daar de Noordpool my faalde. Ik kon my niet
+<i>orienteeren</i> als men zegt, en had geen behulp van
+werktuigen. Ik verdwaalde met het oog in den
+hemel, die eene andere beweging had dan ik gewoon
+was, en alles werd verward voor mijn geest.
+Men begrijpt licht, dat ik nooit sterk in de oefening
+van de Astronomie was geweest, noch er
+my eigenlijk me&ecirc; had opgehouden.</p>
+
+<p>In die volle duisternis te willen voortwandelen
+om waarnemingen nopens het land te doen, zou
+dwaasheid geweest zijn. Daar was niets by te
+winnen. Ik nam het besluit, naar het daglicht te
+rug te keeren, maar mijn weg zoo veel &#8217;t wezen
+kon, langs den boord der schemering te nemen,
+het geen my door nieuwe velden moest brengen,<span class='pagenum'><a name="Page_55" id="Page_55">[55]</a></span>
+en waarby ik mijn pad aan de linkerhand liet. Intusschen
+werd ik toen ook een soort van vle&ecirc;rmuizen
+gewaar, die, het schijnt, aan het ander gedeelte
+des bols, waar de nachten zoo helder zijn van het
+schijnsel des aardbodems, niet gevonden worden,
+maar hier by de dieper duisternis t&#8217; huis zijn.</p>
+
+<p>Ik had dan mijn weg in deze nieuwe richting
+ingesteld, en volgde die, (als ik plach) met verpozingen,
+waarin ik my nederzette om uit te rusten,
+en somwijlen insluimerde. Sints lang nam ik de
+voorzorg niet meer van een bedtentjen op te rechten,
+maar wanneer de slaap my beving, was de
+bloote grond mijn leger, meest overal door de natuur-zelve
+met kruiden gespreid; en de bolle wind,
+die ik altijd gelijkmatig vond woei over my heen.
+Vijanden of bespringers duchtte ik niet, en zelfs,
+had ik niets dat ik vreezen kon te verliezen. Wat
+mijn voedsel betreft, zelden was ik lang zonder
+aardvruchten we&ecirc;r te vinden, en ook de onrijpe
+waren eetbaar, en hadden iets van de kastanjes,
+doch minder hard zijnde. Echter droeg ik er altijd
+eenige by my, in den doek geknoopt, die my eenmaal
+voor wrong om mijn tulband diende, en dien
+ik nu om mijn middel wond. Ik had daar mijn
+mes by, of het stak in mijn gordel; en mijn stok
+was in mijn hand. Mijne Perzische pantoffelen
+waren lang doorgesleten, maar mijn voeten hadden
+zich door het gaan, zonder mijn kosten, met eelt
+verzoold. Mijn kruik of fles (want zy had een
+lange hals en was van palmhout gedraaid) hong my<span class='pagenum'><a name="Page_56" id="Page_56">[56]</a></span>
+aan een koord over de schouder, nu eens op de
+rug wapperende, dan aan mijn linker heup, dan
+over den arm. Nu en dan baadde ik my in de plassen
+of meeren die ik overal op mijn weg vond,
+en dit gaf my by de vermoeidheid de meeste verkwikking:
+doch ook dan behoefde ik voor mijn
+kleederen niet beducht te zijn. Overreed van het
+eenig menschelijk schepsel te zijn in een land, dat
+ook geene verslindende of anders gevaarlijke dieren
+bevattede, was ik voorlang t&#8217; eenen maal zorgloos
+geworden, en ofschoon de ontmoeting met de
+kalkoenen een zonderlingen indruk op my gemaakt
+had, en my ook wel eenige achterdocht deed ontstaan,
+of er niet wellicht menschlijke bewoners in
+den omtrek zijn mochten, ik had nog niet weder
+gedacht om my te bedekken. Thands echter, ik
+weet niet door welk eene oorzaak, viel het my in,
+en, zonder eenig besef uit wat hoofde, ving ik aan,
+eenige takken af te snijden. Doch het was tot mijn
+groote schade en leedwezen; want ik brak er mijn
+mes op, en had toen geen ander werktuig meer,
+hoe genaamd, waar ik iets me&ecirc; kon doorsnijden.
+Ik begreep nu eerst recht het belang van dit zoo
+eenvoudig gereedschap, wond de stukken in mijn
+doek, en nam voor, naar een bekwamen steen te
+zoeken, dien ik tot een mes of een bijl slijpen
+mocht: dan, daar het hout dat ik vond, uitermate
+taai was, en zich niet door liet breken, moest ik
+van het toestellen eener slaapstede afzien. Ik deed
+dus, en sliep ook in zonder my te bekommeren.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_57" id="Page_57">[57]</a></span>Ik ontwaakte door een onaangenaam gevoel van
+knijping in den arm en in &#8217;t aangezicht; en terstond
+zag ik een&#8217; mijner vijanden; een zeer donkergraauwen
+kalkoen, die op mijn borst stond en stout op
+my inpikte. Ik bewoog my zoo dra niet, of hy
+was van mijn lijf: hy keek my boos aan, vloog
+op, scheen zich te bedenken, vloog achterwaarts,
+en stapte voorts met een fieren tred, en nu en dan
+omziende, van my af naar een kleine hoogte, daar
+niet verr&#8217; van afgelegen. Ik begreep nu, aan de
+andere zijde van het kalkoenenrijk te zijn, waar ik
+kort te voren zoo wel onthaald was geworden. Ik
+stond een poos in beraad wat te doen; had geen
+trek, om my andermaal dat geheele leger op &#8217;t lijf
+te schennen; maar was echter brandend om dat
+verblijf van een anderen kant te beschouwen. Ik
+besloot dan, het beest zachtkens en op eenigen
+afstand te volgen. Ik deed zoo, en zette my by
+dien heuvel, die my voorkwam uit gevelde boomstammen,
+die deels zelfs in de rondte behouwen
+waren, brokken steen, en aarde te bestaan, en dus
+eene lang begroeide en oude ru&iuml;ne aan te wijzen,
+die gewrochten van menschlijke handen te kennen
+gaf. Alles echter lag vast in een, en was door de
+lucht derwijze vergaan dat er niets stelligs uit op
+was te maken. Ik stiet met mijn stok in dien hoop;
+en na dit etlijke malen, nu hier, dan elders gedaan
+te hebben, klonk er iets, als of men op metaal
+stiet. Ik wroette zoo wat in die opening, en daar
+kwam een verroest stuk koper voor den dag, het<span class='pagenum'><a name="Page_58" id="Page_58">[58]</a></span>
+geen, hoe verknaagd en misvormd, echter duidlijk
+de gedaante van het blad van een bijl had. Wel
+bezien bleek het dit inderdaad, en volkomen te
+zijn. Deze vond was van groot gewicht voor my:
+ik eigende my dit stuk gereedschaps, en wroette
+voort, nu met mijn stok, dan met mijne handen en
+nagels; maar het was zonder eenig verder gevolg,
+dan dat ik met het afkrabben van eenige door- en
+overwortelde aard, de punt van een kennelijk vierkanten
+schoon genoegzaam verrotten en zich in splinters
+of vezels verdeelenden balk van geringe dikte
+voor den dag deed komen. Te vergeest wenschte
+ik om een spade of houweel; en alles zat te dicht
+en te stijf op een gepakt om door my verwrikt te
+worden.</p>
+
+<p>Ik ging het heuveltjen om, en zag daar in de
+laagte twee of drie kleine vogels, die ik niet wist
+of ik voor by uitstek schrale en kleine hoenders
+moest houden, dan voor iets anders, op iets wits
+pikken het geen uit de aarde of groente scheen uit
+te steken. Ook dit trok mijn nieuwsgierigheid,
+door de vorige ontdekking ontvlamd geworden.
+Het was, zoo ik dra bemerkte, de knokkel van
+eens menschen dijbeen, zeer wit van de lucht uitgebleekt,
+half vergaan, en als verkalkt. Het been-zelf
+lag hellend, met de geleding der knie opwaarts
+gestoken. De schenkel met de knieschijf, een overblijfsel
+van &#8217;t kuitbeen, en een stomp van den voet,
+waar de teenen en het meest van den metatarsus aan
+ontbraken, lag wat lager, meest bedekt door kleine<span class='pagenum'><a name="Page_59" id="Page_59">[59]</a></span>
+heesterplanten daarover gewassen. Ik trok de
+struiken en planten rondom uit, en het geheele geraamte
+ontdekte zich dus, vrij volkomen wat de
+deelen of leden betrof, doch, even als de geleding
+des dijbeens, krijtachtig wit, en meestal geheel
+sponsachtig geworden; ook op vele plaatsen met een
+fijn mosch begroeid. Daar ik &#8217;t omkeeren wilde,
+brak de ruggegraat in haar wervels af, en de ribben
+stortten in, met het borstbeen en de sleutelbeenen.
+Doch by dit breken rammelde iets, dat wederom
+metaalachtig klonk. &#8217;t Was een koperen
+plaatjen, door de roest zeer afgeknaagt, maar dat
+kennelijke overblijfsels van letters of naar letters gelijkende
+teekens droeg. Meer kon ik hier niet ontdekken;
+doch van eenige der zwaarste boomstammen
+die ik tot nog gezien had, en die daar by &eacute;&eacute;n
+stonden, was op gelijke hoogte niet slechts een
+goed deel van de schors, maar het hout daar binnen
+tot op een derde der dikte uitgekapt, en ik
+zag daar ook sporen van letters op. Vele dier
+boomen stonden dood in den grond; anderen lagen
+omgeworpen; eenige droegen een verouderde en
+zeer schrale kruin. Mijn zucht om dit na te sporen
+groeide. Ik streek met de handen en met den
+gevonden bijl over deze vlakte of uitholling der boomen,
+om er het mosch en de kleine takjens die er
+zich opgezet hadden, van af te vegen. Doch het
+grootst gedeelte der oppervlakte was week, en tot
+dieper dan de insnijding verrot. Op slechts weinige
+plaatsen had de ingesneden grond zoo veel vastheid,<span class='pagenum'><a name="Page_60" id="Page_60">[60]</a></span>
+dat zy zich samenhield. Ik zag dus op den
+eersten boom by het lijk Grieksche letters van een
+zeer oude form, en die my woorden schenen op te
+leveren en ik las:</p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/illo65a.png" alt="Inscriptie" width="400" height="31" /></p>
+
+<p>de overige schrappen verdwenen. Op den tweeden
+boom las ik <img src="images/illo65b.png" style="vertical-align: bottom;" alt="Inscriptie"
+width="47" height="20" />, niets meer. En op de vijf
+overigen (want het waren er zeven die dus uitgekapt
+waren) was niets overig dat zich herkennen
+liet. Ik maakte hiervan:</p>
+
+<div class="blockquot">
+<p><i>&#958;&#949;&#957;&#949; (&#958;&#949;&#953;&#957;&#949;),
+&#964;&#953;&#962; &#7936;&#957; &#7952;&#953;&#8131;&#962; &#8001;&#962;.....</i></p>
+
+<p><i>vreemdeling, wie gy zijn moogt, die...</i></p>
+</div>
+
+<p>Dat dit <i>&#964;&#8054;&#962; &#7940;&#957; &#7956;&#953;&#8131;&#962;</i> slecht Grieksch was, bekommerde
+my niet: het behoefde geen taalkundige te zijn die
+het gesneden had. &#8217;t Was genoeg, docht my, dat
+het iemand was, die een vreemdeling, welke daar
+aan mocht komen, iets had willen me&ecirc;deelen.</p>
+
+<p>Het geen dit behelsde was weinig, maar ik trok
+er groote gevolgen uit. &#8217;t Scheen my nu zeker genoeg,
+dat ik in dit oord van den bol ten minste,
+en hoogst waarschijnelijk nergens, geene menschen
+vermoeden mocht. Iemand, die, daar gestorven,
+aan een vreemdeling, wien het geval na verloop
+van eeuwen derwaart moest voeren, een bericht
+wilde nalaten, en ook in dit tijdverloop niet ontdekt
+en naar de algemeene menschelijkheid begraven
+geworden was, was daar zeker alleen, en hy vond
+zich op een land van geen menschdom bewoond;<span class='pagenum'><a name="Page_61" id="Page_61">[61]</a></span>
+het zij dan dat dit land geen menschenvaderland was,
+of dat het door een der ontzachlijkste omwentelingen
+ontvolkt geworden mocht zijn, en dees doode
+zijn geslachtgenooten overleefd had. Dat hy daar
+alleen geleefd had, en zich eene woning, een akker,
+met eene omperking voor gevogelte gebouwd
+had, kwam my voorts zeer waarschijnlijk voor; zoo
+wel, als dat het graan zich daar zelf had voortgeplant,
+en &#8217;t gedierte na zijn dood verwilderd geworden
+was, schoon het, van een tammen aart
+zijnde, zich by een, en aan een plaats waar het
+zijn voedsel vond en gewoon was, bleef ophouden.
+Het had mogelijk om het bezit van dit erf en het
+graan dat er groeide, alreeds dikwijls met de struissen
+of eendvogels gevochten, en my in het zelfde
+daglicht beschouwd en als roover en vrijbuiter afgekeerd.&mdash;Maar
+wat had alle sporen van menschen
+zoo geheel kunnen verdelgen, en dien eenigen
+kunnen doen overblijven?&mdash;Het was waar,
+ik had den geheelen bol niet doorzocht; maar ten
+minste een groot gedeelte; vooral, waar menschen
+woonden, daar moesten zich wijd en zijd blijken
+van hun aanwezen opdoen: vooral, daar noch
+koude, noch overmatige hette, noch moeielijkheid
+van gebergten, ja niets, hunne verwisseling van
+verblijf of hun doorreizen verhinderde.&mdash;-Alleen
+mocht ergens in een groot meer, eenig eiland
+besloten zijn, waaruit zy zich niet begeven konden,
+het zij by gebrek van boomen of verstandelijk doorzicht;
+en van daar kon die doode afkomstig en<span class='pagenum'><a name="Page_62" id="Page_62">[62]</a></span>
+door eenig onnagaanbaar toeval over het water gebracht
+zijn.&mdash;Maar die doode schreef Grieksch&mdash;wist
+den bijl te hanteeren&mdash;gaf door die omsluiting
+en het geen uit de gevonden ru&iuml;ne besloten
+kon worden, een bewijs van beschaafdheid, grooter
+dan by dus bepaalde eilanders van een meertjen
+te stellen was.&mdash;Dit verbijsterde my.&mdash;Honderdmaal
+drong ik my op, dat het geen ik voor
+Grieksche letters gehouden had, vormlooze en niets
+beteekenende schrappen waren, door de lucht,
+door gewormte, en wat niet al, in de boomen veroorzaakt.</p>
+
+<p>Nu zette ik my om het koperen plaatjen met alle
+my mogelijke opmerkzaamheid te beschouwen. Dat
+mijne gedachten te vlug waren om hierbij stil te
+staan, moet hier niemand verwonderen, die den aart
+van zijn geest kent, en weet welke de drift is,
+waar me&ecirc; de verbeelding als voortbruischt, wanneer
+zy, eens met een geliefd voorwerp bezig, zich een
+nieuw open ontsloten ziet, waar zy door wil breken.
+Alsdan wacht zy den geleibrief noch de
+reiskaart des verstandigen overlegs niet af, noch
+het geen haar op den tocht die zy aangaat, het
+noodigst zal zijn. Ongelaarsd, ongeschoeid, vliegt
+zy voort; maar het is om, by de eerste hindernis
+van den weg, ne&ecirc;r te storten, of op hare treden
+te rug te komen.&mdash;Ik onderzocht dan het koperen
+plaatjen.</p>
+
+<p>Het was, hoe zeer door de roest rondom afgevreten
+en ongelijkvormig geworden, van eene langronde<span class='pagenum'><a name="Page_63" id="Page_63">[63]</a></span>
+gedaante, en had nagenoeg de groote eener
+handpalm. Daar was een oogjen of gaatjen in, als
+ware &#8217;t, om een snoer door te trekken, en ik twijfelde
+niet, of het was geschikt om het op de borst
+te dragen. Ik hield het dus in het eerst voor een
+<i>amuleet</i>, of, gelijk men in &#8217;t Oosten zegt, <i>talisman</i>.
+Ik wiesch het zorgvuldig af, krabde de verhevenheden
+van het spaangroen daar af, voor zoo verre
+ik dit met mijn nagels vermocht, en niet schroomde
+zoo veel van de oppervlakte weg te schrappen,
+dat de letters daar mede verloren gingen. &#8217;t Was
+aan beide zijden beschreven, of liever diep ingekrast,
+hier en daar als ingehouwen, elders meer
+oppervlakkig als ingevijld; en alles droeg het voorkomen
+van blijken zoo van het gebrek aan bekwame
+werktuigen voor dit beschrijven, als van het
+belang dat men moest gesteld hebben in er kennelijke
+en duurzame lettermerken in te groeven. Beide
+zijden hadden de zelfde soort van letters, en deze
+letters kwamen overeen met die van de opschriften
+der boomen: beide hadden onder het oogjen dat
+voor het snoer scheen gediend te hebben, de letters</p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/illo68a.png" alt="Inscriptie" width="69" height="30" /></p>
+
+<p>en lager, twee en een halve regel, waar van ik aan
+de eene zijde niets maken kon, doch die aan de
+andere dit opleverden:</p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/illo68b.png" alt="Inscriptie" width="519" height="100" /></p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_64" id="Page_64">[64]</a></span>Het geen ik met uitlating van het onvolkomen
+woord in de middelste regel, dus las:</p>
+
+<div class="blockquot">
+<p><i>&#7944;&#946;&#961;, &#8001; &#954;&#945;&#955;&#959;&#965;&#956;&#949;&#957;&#959;&#962;
+&#7944;&#946;&#945;&#961;&#953;&#962;..... &#8001;&#965;&#964;&#959;&#962; &#7952;&#947;&#969;.</i></p>
+
+<p><i>Abr, die genoemd wordt Abaris... deze (ben) ik.</i></p>
+</div>
+
+<p>Nu dacht ik dadelijk aan den Hyperborischen Abaris,
+die voor derdhalf duizend jaren (zoo de Chronologie
+in dit punt juist is) in Griekenland gereisd
+heeft, en wien men den naam gaf, dat hy op een
+pijl door de lucht reisde.&mdash;Deze hier! Dit gaf
+mijn verbeelding een nieuw en een vruchtbaar veld
+om door te draven, en zy was niet traag om het
+zich ten nutte te maken.</p>
+
+<p>Ik zal hier niet ophalen, al wat my al inschoot;
+al wat ik voor of na, &#8217;t zij terstond by den inval,
+het zij na er een poos aan gefatsoeneerd te hebben,
+verwierp; en dat, het een somtijds belachlijker dan
+het ander, my echter in my-zelven een soort van
+onderhoud verschafte, waarin ik my gelukkiger gevoelde
+dan ik sedert mijne aanlanding in die wareld
+nog gedaan had. Een voorwerp te hebben waarover
+men denken mag, en dat ons belangrijk genoeg
+is om de aandacht wel vast te houden, is zeer veel
+in de eenzaamheid. Maar mijn lezers zijn niet in
+het zelfde geval, en ik heb hun verveling te ontzien.
+Ik zal dus alleenlijk dat aanvoeren, wat het uitsluitsel
+van al die bedenkingen en overwegingen
+wierd. En dit bestond in de volgende punten, die
+ik den geleerden als gissingen voorstelle, waarop
+zy, behaagt het hun, nadenken mogen. Misschien
+zijn zy sommigen onder hen deze moeite waardig.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_65" id="Page_65">[65]</a></span>1<sup>o</sup>. Dat de Noordlijke Reiziger Abaris hier aangeland
+en gestorven was en deze opschriften van
+hem waren.</p>
+
+<p>2<sup>o</sup>. Dat die Abaris een naam had, in &#8217;t Oosten
+bekend (het geen by een Schyt gants niet vreemd
+zijn kan), en dat deze naam, by de Grieken door
+hun uitspraak en den uitgang dien zy er, naar hunne
+gewoonte, aan gaven, dus als wy hem plegen te
+noemen, veranderd, in wezen de zelfde was met
+het Oostersche <i>Abram</i>, of wel, met de wortel &#1488;&#1504;&#1512;.</p>
+
+<p>3<sup>o</sup>. Dat deze Abaris niet slechts by de Grieken
+den naam had van door de lucht te reizen, maar
+ook de daad. Van waar misschien de naam <i>Aber</i>,
+in de beteekenis van <i>Vlieger</i>, in de Noordlijke taaltakken
+nog over in <i>Eber</i> en <i>Adebaar</i> (nu in het
+Hollandsch <i>Ooievaar</i>), aan hem gegeven en door
+hem aangenomen is.</p>
+
+<p>4<sup>o</sup>. Dat hy, naamlijk, den luchtbol, en wel
+niet slechts de <i>Montgolfiere</i>, maar dien met de
+brandbare of eene andere gelijksoortige, en ons
+mooglijk onbekende lucht, gekend heeft, en zich
+van dien bediende.</p>
+
+<p>5<sup>o</sup>. Dat de oorsprong van het fabeltjen van zijn
+vliegenden pijl, waar hy op reed, of, te zoeken is
+in het zeggen, dat hy <i>als een pijl</i> door de lucht
+vloog; of wel, dat men den naam van <i>bol</i>, (<i>baul</i>),
+<i>bal</i>, of <i>bel</i> (alle talen oorspronklijk gemeen), waarme&ecirc;
+hy zijn voertuig benoemde (by de Grieken
+veellicht tot <i>&#946;&#945;&#955;&#959;&#962;</i>, of <i>&#946;&#959;&#955;&#959;&#962;</i>,
+of <i>&#946;&#951;&#955;&#959;&#962;</i>, gemaakt),
+met hun Grieksche woord <i>&#946;&#949;&#955;&#959;&#962;</i> verwarde.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_66" id="Page_66">[66]</a></span>6<sup>o</sup>. Dat hy op gelijke wijze als ik, op dien
+planeet aangekomen, by zich in zijn vaartuig eenige
+gereedschappen gehad heeft, die ik miste;
+waarvan de bijl, die een Grieksche of Oostersche
+gedaante had, en van zeer hard koper was<a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor">[5]</a>.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a>
+Dat de Oostersche Schyten koperen bijlen gebruikten,
+meldt Strabo, XI, 10.</p></div>
+
+<p>7<sup>o</sup>. Dat hy veellicht uit eenig Oostersch landschap,
+waar de kalkoenen inlandsch zijn, ook een
+paar of meer vogels met zich me&ecirc;genomen had,
+met voornemen om die in zijn vaderland voort te
+telen. En dat hy veellicht op gelijke wijze en
+met het zelfde voornemen de garst en nog andere
+vogels en zaden of granen by zich had, wanneer
+hy op mijn bol aanlandde: alwaar zich de vogels
+voortplantten, de garst in wezen bleef, en het
+overige met den tijd in den vreemden grond en
+lucht we&ecirc;r uitstierf.</p>
+
+<p>8<sup>o</sup>. Dat hy door behulp zijner gereedschappen,
+zich daar eene woning, en akker- en vee- of
+vogelteelt maakte, welke echter zeer gebrekkig
+waren, als alleen kunnende bestaan uit de soorten
+die hy daar vond, of toevallig by zich had.</p>
+
+<p>9<sup>o</sup>. Dat hy, zijn voertuig misschien verongelukt
+zijnde, niet weder te rug kon, en zijn leven
+aldaar heeft moeten eindigen.</p>
+
+<p>10<sup>o</sup>. Dat hy de hem mooglijke voorzorgen genomen
+heeft, om door middel van opschriften de
+gedachtenis of kennis van dit zijn lot te bewaren
+en over te brengen aan den gene, die op gelijke
+wijze daar aanlanden mocht.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_67" id="Page_67">[67]</a></span>11<sup>o</sup>. Dat hy zich hiertoe beide van de Grieksche,
+en van zijne eigen taal bediend heeft, en
+dat deze beide talen toen ter tijd de zelfde letters
+hadden, doch het Schytsch als het Oostersch,
+waarme&ecirc; het nog zeer veel gemeen had, in omgekeerde
+richting van &#8217;t Grieksch geschreven wierd.</p>
+
+<p>Het is zeker, dat Herodotus en de verdere oude
+Grieken niet altijd liegen, wanneer men het daar
+voor houdt. Wanneer zy verhalen, dat in het
+Noorden de lucht dikwijls geheel vervuld is met
+ne&ecirc;rvallende vederen, &#8217;t geen het reizen aldaar
+moeilijk maakt, is het zeker, dat zy van de sneeuw
+spreken, waarvan die hun dit me&ecirc;gedeeld had zich
+geen denkbeeld had kunnen maken dan uit vergelijkende
+beschrijvingen, die het uiterlijk aanzien der
+vlokken betroffen. Even weinig konnen zy, of die
+genen, van wie zy het overnamen, zich het reizen
+door de lucht voorstellen; maar het naaste denkbeeld
+was, als een vogel, of als een pijl. Als een
+vogel geschiedde het niet, want er waren geen
+vleugels by, door wier middel de opheffing geschiedde:
+zie daar al wat men wist. De pijl bleef
+dus overig, en het denkbeeld van een ingedrukte
+beweging als een afgeschoten schicht eigen is. Men
+plaatste hem dus in verbeelding op zijn pijl, waartoe
+zelfs de naam van zijn voertuig, als gezegd is,
+iets doen kon. Dit inbeeldsel was zoo belachlijk
+als onmooglijk; maar de bol maakte zijn luchtreis,
+waar van toch getuigen en blijken waren, voor
+hun allen even zeer onmooglijk, en veel beter<span class='pagenum'><a name="Page_68" id="Page_68">[68]</a></span>
+nog wist de verbeelding zich van een pijl dan een
+bol te bedienen, om van deze vlucht eenig schijntafereeltjen
+te vormen. De ongeloovigheid der menschen,
+waarin zy bewijs van verstand stellen, is
+veelal niet dan een gevolg hunner onkunde. De
+eenoogigen van Herodotus (Arimaspen) zijn in een
+volk van schutters, dat zich gewend heeft het eene
+oog te sluiten&mdash;; de menschen met de oogen in de
+borst, in de zwaar gekarpoesde Eskimaux of Tsuchties&mdash;;
+de meermannen in de half in hun schuitjens
+genaaide en daarme&ecirc; in en onder het water omtuimelende
+ijskustbewoners we&ecirc;rgevonden. Voor
+weinige jaren nog werd Abaris reizen door de lucht
+als een bloot verdichtsel aangezien. Latere ontdekkingen
+zullen nog meer verhalen der oudheid,
+waarme&ecirc; wy nog thands den spot drijven, bewaarheden.
+En wellicht wordt <i>de ware geschiedenis</i>
+van Luciaan (hoe zeer ter beschimping, uit
+loutere ongerijmdheden saamgesteld) zoo de wareld
+slechts voortduurt, nog eens vol van zeer wezendlijke
+en t&#8217; eenigen tijd algemeen bekende waarheden
+bevonden, en hy, tegen zijn&#8217; dank, een <i>&#7936;&#955;&#951;&#952;&#959;&#947;&#961;&#945;&#966;&#959;&#962;</i>.
+<i>Il ne faut desesperer de rien</i>.</p>
+
+<p>Dat Abaris, de Noordsche reiziger, die uit zucht
+om wetenschap te verzamelen verre landen bezocht,
+Natuurkundige begrippen had, welke de Grieken
+nooit gekend hebben en die by ons nog zoo nieuw
+zijn, behoeft niet te verwonderen. Wat zijn onze
+kundigheden, dan het geen van sedert kort voor
+onze jaartelling uit de Grieken tot ons overgebracht<span class='pagenum'><a name="Page_69" id="Page_69">[69]</a></span>
+was? En hoe deerlijk was de vervallen, verwoeste,
+en verwilderde staat van de in woedende horden
+verkeerde volken, afschrik van het zuidelijk deel
+van ons warelddeel, geworden. Een staat, die te
+minder verwonderen moet, als men de geweldige
+natuurschokken die de grond van dat Noorden blijkt
+ondergaan te hebben, in aanschouw neemt. De
+Grieken stelden er den <i>ouden Hof van Febus</i>,
+<i>&#934;&#959;&#8055;&#946;&#959;&#965; &#960;&#945;&#955;&#945;&#953;&#8056;&#957;
+&#954;&#8134;&#960;&#959;&#957;</i> (als Sofokles zegt by Strabo VII,
+1); roemden de schoonheid der Hyperbor&eacute;&euml;n<a name="FNanchor_6_6"
+id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a>:
+en dat zy van hun, zelfs godsdienstplechtigheden
+hadden overgenomen, is kennelijk. Doch wat ook
+de Grieken daarvan hielden, kinderen in verstand
+en in volksouderdom, en die toch bekennen dat
+zy van Anacharsis (een Noordlander) den vuurslag,
+het anker, en het pottenbakken geleerd hebben
+(Strab. ib. 8.): dat oudtijds in het Noorden een
+machtig en zeer beschaafd volk gebloeid heeft, onmiddelijk
+uit het Oosten daar heen gewandeld, en
+dat in verstand en kennissen uitmuntende, de leeraar
+des overigen menschdoms geweest is, dit
+getuigt heel het Oosten, dat aan hen zijn beschaving<span class='pagenum'><a name="Page_70" id="Page_70">[70]</a></span>
+en de mededeeling van de belangrijkste kennissen
+dankt. En dat ook dit volk Natuurkundige en
+Chemische kennissen had, waar van men twijfelen
+mag of zy de onzen niet in vele opzichten te
+boven gingen, maakt alles waarschijnlijk. Tot in
+het diepste van Indien, is niet de algemeene overlevering
+onder de Bramannen alleen, maar zijn de
+geheiligde boeken vol van een (om het dus uit
+te drukken) heilig ontzag voor het Noorden. Daarin
+wordt het Noorden, bestendig voorgesteld en met
+levendige kleuren geschilderd, als de zetel van
+welvaart en rijkdom. Daar stellen zy sedert onnagaanbare
+eeuwen den wonderbaren berg <i>Meru</i>,
+waarin <i>Kuvero</i>, de God van den rijkdom, zijn
+throon heeft gebouwd. De rijkheid der mijnen van
+het (eertijds een geheel ander aanzien hebbende)
+Scandinavie, mag dit laatste denkbeeld verwekt
+hebben; maar het bewijst, dat men, van zoo oud
+als dien narichten, vertellingen, en haar aanteekeningen
+of overleveringen heugt, aldaar deze mijnen
+bewerkte en sints lang met veel vrucht bewerkt
+had; en zoodanig een volk kon niet missen in Natuurkundigheden
+en Scheikundige wetenschap alle
+andere verre te boven te gaan; maar het kon ook,
+daarin gants oorspronkelijk zijnde, vorderingen
+gemaakt hebben, die wy, naar systemaas geleerd,
+die wy van Arabers en Grieken ontleenden (zelve
+onkundige en uit nabootsing en naprating denkende
+en handelende volken), niet dan na eeuwen op
+eeuwen, en dan nog niet anders dan door een
+gelukkig toeval, bereiken konden.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a>
+Men zie, by voorbeeld, Kallimachus in zijnen
+Hymnus aan Delos. Diogenes La&euml;rtius verhaalt, dat
+Pythagoras om zijne uitstekende welgemaaktheid niet
+slechts een <i>Apollo</i> genoemd, maar voor den <i>Apollo van
+uit het Noorden</i> door zijn leerlingen gehouden werd.
+<i>&#922;&#945;&#8054; &#7936;&#965;&#964;&#959;&#8166; &#8001;&#953; &#956;&#945;&#952;&#951;&#964;&#945;&#8054;
+&#948;&#8057;&#958;&#945;&#957; &#949;&#7990;&#967;&#959;&#957; &#960;&#949;&#961;&#8054;
+&#7936;&#965;&#964;&#959;&#965;, &#8033;&#962; &#7953;&#8055;&#951; &#7944;&#960;&#8057;&#955;&#955;&#969;&#957;
+&#7952;&#958; &#8025;&#960;&#949;&#961;&#946;&#959;&#961;&#8051;&#969;&#957;
+&#8017;&#966;&#953;&#947;&#956;&#8051;&#957;&#959;&#962;.</i></p></div>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_71" id="Page_71">[71]</a></span>Veel ware er nog aan te merken, over de verkeerde
+wijze, waarop deze wetenschap altijd behandeld
+is geweest, en vooral over de tot in onze
+dagen altijd verwaarloosde beoefening der uitzettende
+vloeistoffen, door het welke al onze ontbindingen
+altijd onvolkomen gebleven zijn, en het allergewichtigst
+werkmiddel in de hand der natuur
+en in die van haar nabootster, de kunst, nutloos
+bleef. Men verongelijkt een beter, een wijzer,
+een minder vervallen menschengeslacht, dat ons
+op zoo groot eenen afstand, zoo reusachtig voorging,
+wanneer men het de onnoozele verkeerdheden
+aanwrijft, die in het nietige, ijdelhoofdige
+Griekenland of Arabie de opkomst der wetenschappen,
+die er niet geboren waren, of in Italie hare
+overbrenging uit Griekenland of Arabie, zoo vele
+eeuwen later vergezeld hebben. Gewis kenden zy
+de uitzettende vloeistoffen, die wy daadlyk gekend
+hebben, zoo dra wy op &#8217;t rechte pad raakten om
+de Scheikunde recht te beoefenen. En kenden zy
+die, hoe konden zy niet, daar eenige aanwending
+van maken op de Weegkunde? Hoe kon het missen,
+of een doorzichtig, een recht wijsgeerig brein
+moest er een middel in zien, om zich in de lucht
+op te heffen, en op het geleide van den wind, van
+oorden en landstreken te verwisselen.</p>
+
+<p>Het is ongetwijfeld ook door de verwantschapping
+en het verband der Schei- en Natuurkundige kennissen
+met Genees- en Heelkunde, dat de Noordlijke
+volken by de Grieken-zelf in dit laatste vak<span class='pagenum'><a name="Page_72" id="Page_72">[72]</a></span>
+zoo beroemd waren. Plato maakt daar, op meer
+dan &eacute;&eacute;n plaats, gewag van. Hy spreekt van Zamolxis
+Artsen, die den naam hadden de onsterflijkheid
+te kunnen me&ecirc;deelen, en wien het bygeloof
+der vertellers, by &#8217;t aanwenden hunner bereidingen
+of artsenyen, bezweeringen toedichtte, waar in
+Plato-zelf onnoozel genoeg was om de heelkracht
+te stellen; dan die niemand zekerlijk thands in aanmerking
+nemen zal.</p>
+
+<p>Abaris is ook de eenige Schyt of Hyperbore&euml;r
+niet geweest, die de Grieksche wareldstreken bezocht.
+Verscheiden worden er door de Historieschrijvers
+der Grieken, door Dichters en Filozofen,
+genoemd; alle als liefhebbers van wijsheid, en
+verlichte verstanden. Zoodanige reizen toonen
+beschaafdheid en kunde by &#8217;t volk waartoe zy
+behoorden; en dit volk woonde diep in het Noorden,
+als de hun gegeven naam medebrengt. Geen
+wilde, reist om kundigheden op te doen. Maar
+de beschaafde geest der genen die van uit dit volk
+tot de Grieken kwamen, bewijst, op wat punt van
+verlichtheid en kunde, zoo wel als rechtschapenheid
+dit volk toen gesteld wierd. Zy boezemden
+alom door hunne hoedanigheden verbazing en achting
+in, en gingen voor toovenaren, bovenmenschlijke
+verrichtingen machtig.</p>
+
+<p>Niets overzulks is er onwaarschijnlijks in, dat zoo
+my deze hachlijke reis naar een planeetbol, die in
+onzen dampkring met den zijnen als samensmelt,
+toevalliger wijze heeft kunnen gebeuren, zy ook<span class='pagenum'><a name="Page_73" id="Page_73">[73]</a></span>
+Abaris den luchtreiziger gebeuren kon, wiens naam
+niet alleen als reiziger, maar ook me&ecirc; als Natuur- en
+Scheikundige of als Arts der toenmalige tijden
+bekend staat. En natuurlijker wijs berust ons verstand
+in de opschriften die geen ander dan hem
+schijnen aan te kondigen.</p>
+
+<p>Ik zal voorts mijnen Lezer met geenen geleerden
+Commentarius over deze inscriptien ophouden. Ik
+wil alleen aanmerken, dat de Alpha daarin voorkomende,
+zichtbaar de oude Fenicische form heeft,
+die naar het getuigenis van Plutarchus den ploegenden
+os afbeeldde, en nergens zoo duidelijk voorkomt:
+Dat er geen onderscheid tusschen de <i>&#961;</i> en de <i>&#987;</i>
+is: Dat de <i>&#954;</i> haar standaart niet heeft, welke dus
+van een later tijd schijnt, maar de omgezette Oostersche
+&#1499; is, als de Roomsche C: en de N de form
+der <i>&#960;</i> heeft. In een byzonder Hoofdstuk hoop ik
+by de nader ontwikkeling dezer byzonderheden de
+geschiedenis der letterfiguren niet weinig toe te
+lichten, wanneer ik mijn uitvoeriger reisverhaal en
+beschrijving in &#8217;t licht geve.</p>
+
+<p>In de middelste regel van het Grieksche opschrift
+van &#8217;t plaatjen verbeeldde ik my ook het woord
+<i>&#927;&#916;&#927;&#928;&#927;&#929;&#927;&#931;</i>
+(<i>&#8001;&#948;&#959;&#953;&#960;&#959;&#961;&#959;&#962;</i>) op te maken, doch de plaats
+was zeer uitgevreten, en mijne lezing onzeker.</p>
+
+<p>Van de tegenzijde wist ik niets uit te brengen.
+De taal, voor zoo verre ik iets gewaar werd, was
+my onverstaanbaar, en het plaatjen had daar ongelijk
+meer geleden.</p>
+
+<p>Ik heb gezegd, dat ik my onder &#8217;t ontcijferen<span class='pagenum'><a name="Page_74" id="Page_74">[74]</a></span>
+van de opschriften, en in het gewoel van de denkbeelden,
+die dit in my deed opkomen, gelukkiger
+vond, dan ik op mijn planeet nog geweest was.
+Dit ging zoo verr&#8217;, dat ik, lang genoeg, my met
+niets anders ophield dan wat hier betrekking toe
+had. Ik stelde my mijnen Schytschen lotgenoot
+voor in zijne oprichting van de ingestorte woning
+en van zijne huishouding. Ik dacht om hem daarin
+na te volgen, terwijl ik zijn bijl op een steen
+scherpte, of er een boomtak mede afscheidde die
+ik er tot een steel in vastmaakte. Ik dacht, hoe
+my best van de kalkoenbende meester te maken.
+Ik bedacht, hoe deze weerbare vijanden te beloeren,
+te verstrikken, by kleine partyen aan te vallen
+en t&#8217; onder te brengen. Ik rekende uit, hoe velen
+er om moesten komen, om my heer van de overigen
+te maken; nam maatregelen om dezen op te
+sluiten, en de jongen die zy voort zouden brengen,
+vervolgens te voederen en daaruit een nieuw tam
+geslacht te vormen. Nu dacht ik my in Abaris
+plaats, als zijn opvolger, gevestigd, en wilde my
+<i>Abaris den tweede</i> noemen. Zelfs was het my geen
+gering voorwerp van overleg, of ik my <i>Abaris</i> op
+zijn Grieksch, dan (gelijk mijne opschriften als den
+eigenlijken naam medebrachten) <i>abra</i> of <i>abir</i> zou
+heeten. Indien ik geweten had hoe <i>de tweede</i> in
+datzelfde Schytsch waar ik <i>abra</i> of <i>abir</i> toe bracht,
+uit te drukken, ik had ongetwijfeld het laatste verkozen
+als ongemeener. Nu helde ik meer tot het
+eerste, en <i>&#7945;&#946;&#945;&#961;&#953;&#962; &#8001; &#948;&#949;&#965;&#964;&#949;&#961;&#959;&#962;</i>
+klonk my al vrij welluidend<span class='pagenum'><a name="Page_75" id="Page_75">[75]</a></span>
+in de ooren, Maar nu schoot my in, dat
+de ouden de personen van &eacute;&eacute;nen naam zoo niet
+onderscheidden. Dat dit niet <i>Abaris de tweede</i>, in
+den hedendaagschen zin, zijn zoude, maar <i>de tweede
+Abaris</i>, en een vergelijking met Abaris als met een
+model of voorbeeld, te kennen geven, waarmede
+ik veel minder gekuifd was.</p>
+
+<p>Dit alles was goed en wel. Ik had daar, op een
+planeet waar ik geen mededinger had, koning kunnen
+zijn even als Adam; maar het schortte my,
+waar het Adam aan faalde. En hier was geen
+hulpmiddel voor. Mijn rijk moest als dat van mijn
+Schytschen voorzaat eindigen, zijne nagedachtenis
+in my verdwijnen, en de mijne verloren gaan.
+Want hoe kon ik my vleien, dat spoedig weder
+een ander luchtreiziger hier mocht aanlanden, en
+dat er met de aarde eene gemeenschap ontstaan zou.
+Ja was die gemeenschap-zelve wel eens zoo te
+wenschen voor den wareldkoning wiens eenige
+legermacht in het overschot der kalkoenen bestaan
+moest, die hy om zijn throon te bestijgen, op zeer
+weinige na, uit moest roeien. Deze denkbeelden
+kwamen niet op, of zy kregen vat by my.&mdash;En
+echter, altijd alleen en ellendig, hier om te
+komen als Abaris, de oogen misschien uitgepikt
+door mijn hoenders! mijn beenders voor &#8217;t minst
+door hen uitgepikt als zy dor wierden!&mdash;En
+geheel geene nagedachtenis van my!&mdash;Ja, wist
+men op den aardbol, daar is hy, daar leeft hy,
+daar woont hy, daar geneert hy zich als een klein<span class='pagenum'><a name="Page_76" id="Page_76">[76]</a></span>
+onafhanklijk prinsjen, &#8217;t waar wel. Maar daar was
+ter wareld geen uitzicht op.</p>
+
+<p>Ik gevoelde nu eerst in volle kracht, dat alleen
+voor zich-zelven te bestaan, geen bestaan is; dat
+men niet leeft, dan wanneer men in anderen leeft,
+en dezen in ons; en nu werd ik in een groote mate
+naargeestig. Alle lust verging my om waarnemingen
+te doen. Ik zag den hemel niet meer aan; ik
+bereisde mijn planeet niet meer. Ik raakte al meer
+en meer in mijmeringen verzonken, die hoe langer
+hoe onduidlijker waren, en van langzamerhand in
+een stompe gevoelloosheid overgingen, die niet
+afgebroken werd dan door slaap, of door &#8217;t zoeken
+van aardvruchten, wanneer de behoefte van voedsel
+my daartoe aanprikkelde.</p>
+
+<p>Dus had ik verscheiden malen den aardbol vol en
+nieuw, en in zijn kwartierstanden gezien, en derhalve
+(naar de tijdrekening, op hem gebruiklijk)
+etlijke maanden doorgebracht; wanneer ik, zonder
+oogmerk of doel omwandelende, op den plek gronds
+kwam waar ik &#8217;t eerst aangeland was, en mijn bol
+en vaartuig we&ecirc;rom vond. Dit gezicht wekte my
+hevige aandoeningen op, en ik raakte aan het
+schreien. De zucht om op het gemeene vaderland
+aller menschen, de aarde, weder te keeren, verhief
+zich in my. Ik zag daar geene mooglijkheid
+op. Echter onderzocht ik mijn bol en bootjen.
+De eerste was ledig, gelijk men begrijpen kan, maar
+had slechts een geringen scheur van niet meer dan
+twee vingers lengte, in een van de naden. Het<span class='pagenum'><a name="Page_77" id="Page_77">[77]</a></span>
+schuitjen was gaaf, behalven dat de onderkielbalk
+er af gestoten was, het geen tot de zaak weinig
+deed. En, daar ik al het ijzervijlsel en al de
+vitrioolgeest die ik van mijn Perzianen gevorderd,
+maar niet half gebruikt had, in verscheiden tonnetjens,
+en glazene met hout overtogen bussen, by
+my in het schuitjen genomen had, had ik dezen
+deels in, en gedeeltelijk in de rondte om dat bootjen
+op den grond wedergevonden, en ook weder
+by een gepakt.&mdash;Wat (dacht ik nu) zoo ik de
+breuk van mijn bol herstelde, en op nieuw opging?
+Eens tot eene genoegzame nabyheid der aarde genaderd,
+zou deze my wederom tot zich trekken;
+en, men moet iets wagen in een&#8217; staat als de mijne
+is.</p>
+
+<p>Het denkbeeld echter van zoodanig eenen overgang
+was zoo weinig klaar by my, als dat van
+mijn vorigen overgang naar <i>Selenion</i>. Tusschen de
+twee aantrekkingen opgaande, begreep ik in het
+punt des evenwichts (daar naamlijk waar de nabyheden
+der bollen hunne aantrekkingen gelijk maakten)
+te moeten blijven staan, en zoo had ik zeker
+moeten doen by mijn opgang van de aarde. Doch
+ik had toen mijn bol veel te licht gemaakt, en dit
+had my een geweldige vaart naar de hoogte gegeven,
+en deze vaart moest geduurd hebben tot over
+en door dat evenwicht van de twee tegenstrijdige
+aantrekkingen heen: als wanneer de aantrekking
+des naasten schoon kleineren bols over moest wegen.
+Mijn schuitjen, als zwaarder, onderging die<span class='pagenum'><a name="Page_78" id="Page_78">[78]</a></span>
+aantrekking sterkst, de bol minder, maar hy had
+veellicht alreeds een gedeelte van zijn lichter lucht
+verloren; en het was op deze wijze dat ik was
+overgeraakt. Een duidelijker denkbeeld wist ik er
+my niet van voor te stellen; maar zoo duister en
+onvolkomen dit denkbeeld was, ik vergenoegde my
+daar me&ecirc;. Ik meen opgemerkt te hebben, dat de
+Selenische lucht voor mijn denkvermogen niet gunstig
+was, en ik was in mijn naargeestigheid en verstrooiing
+voor geene Logische netheid meer vatbaar.
+Ik was, zonder zelfs my veel te bekommeren of ik
+de zaak wel dan kwalijk begreep, tot het waagstuk
+gereed, zoo ik &#8217;t vullen van den bol op nieuw in
+het werk kon stellen. Wat ongeluk toch, zoo ik
+omkwam? Zoo te leven, was in der daad geen
+leven, dat eenig genoegen meer had of hebben kon.
+En beter, door een halsbrekenden val uit de hoogte
+verpletterd, dan door de ontzetlijke langzame dood
+eener krankte, of, by eenig toeval van verlamming,
+door den neep des hongers verteerd!</p>
+
+<p>Ik ontrafelde dan een lap van mijn kleed, en
+zocht kleine dorentjens om voor naalden te dienen.
+Het was een werk van geduld, en dat my ten
+hoogste onhandig afging, den geopenden naad van
+mijn bol weder te heelen. Het gelukte. De stof
+was zeer vochtig, en de bol werd in de hoogte in
+zon en wind te droogen gehangen. Nu zocht ik
+naar eenige klevende taaie stof. Ik vond niets dan
+een soort van smerige of vetachtige lijm van een
+moeras. Met dezen bestreek ik, tot meerder zekerheid,<span class='pagenum'><a name="Page_79" id="Page_79">[79]</a></span>
+zoo dezen vernieuwden als de overige naden.
+Ik begreep, dat het gelukken mijner reis van de
+snelheid der vaart in het opgaan moest afhangen.
+Dit deed my zoo veel ik maar kon, van de zwaarte
+van mijn schuitjen verminderen. Het had den
+kielbalk onder den bodem verloren: de ribben
+naamlijk zaten slechts in een dunnen balk, welke
+met dezen versterkt was. Ik brak nu het tafeltjen
+met de twee zitplaatsen af, nam den vlakken bodem
+uit, waar onder ik by mijn eerste opgaan, de ballast
+had willen vastleggen. Van den voor- en
+achtersteven kapte ik weg wat ik kon, en stelde
+daarvoor slechts een soort van horde, uit lichte
+takken bestaande, in de plaats.</p>
+
+<p>Nu begon ik te overleggen of het my raadzamer
+ware, mijne oprijzing te doen op een plaats
+waar ik de aarde in het zenith had dan waar niet.
+Dit problema hield my langer op dan het verdiende.
+Ik wilde de aantrekking des aardbols: de kortste lijn
+tot den aardbol was derhalve my dienlijkst. Maar
+het scheen my aan den anderen kant, dat eene aantrekking,
+die eenigzins zijdelings werkte, mijne
+omwending beter en geregelder uitwerken moest.
+Ik bleef dus voor de oplossing staan, en besloot
+eindelijk om daar op te gaan, waar ik was, en
+daartoe zonder verder uitstel het tijdstip van morgen
+te nemen. Dus namelijk, had ik my aangewend
+de tijd van ontwaking te heeten, na dat ik
+geslapen zou hebben. En zoodanige tijden van
+<i>morgen</i> vielen er naar mijn gissing tusschen de dertig<span class='pagenum'><a name="Page_80" id="Page_80">[80]</a></span>
+en veertig in den natuurlijken dag van mijn planeet.
+Zy waren zich ongelijk, daar zy bloot door
+mijne behoefte van rust geregeld wierden, die van
+velerlei oorzaken afhing.</p>
+
+<p>Ik stak drie gevorkte takken door den ring, die
+boven aan den bol was, en waardoor hy nu ter
+vulling boven mijn schuitjen verheven wierd. By
+gebrek van touwen, sneed ik van mijn kleed stroken
+om door dien ring te halen en hem dus te overspannen,
+en ik maakte deze stroken met pinnen in de
+aarde vast. Ik bond voorts eenige dergelijke maar
+kortere stroken aan de koorden waarme&ecirc; mijn bootjen
+aan het overnet van den bol vast was, om als
+ik over eind stond, my voor het uitvallen te hoeden.
+Ik had te voren trechters van verschillende grootte
+in gereedheid gehad, om de invloeiing des damps
+die zich ontwikkelde door de buis te besturen; een van
+die was in &#8217;t schuitjen gebleven en diende my we&ecirc;r.
+Ik voorzag wel dat de bol door mijn pinnen niet
+genoegzaam vastgehouden zou worden om niet op
+te gaan eer hy rond uitgespannen zou zijn, maar
+ik begreep hem in &#8217;t opgaan-zelf nog te kunnen
+blijven vullen, om daardoor een meerder drift aan
+de vaart der oprijzing te geven. Eindelijk ik beval
+my den Hemel, sloot mijne oogen voor alle gevaar,
+maakte mijn dozen of bussen open, verlengde
+de zuren en begon de dampvorming en vulling.&mdash;Weldra
+ging ik op; ik hield aan te vullen, tot het
+gezicht my verging. Toen wierp ik mijn uitgediende
+metaalschorien uit. Ik gaf nu wederom bloed op,<span class='pagenum'><a name="Page_81" id="Page_81">[81]</a></span>
+had geweldige pijn in de borst en ingewanden, en
+het was my of ribben en buik my openberstten.
+Ik had geenerlei voedsel noch versterking me&ecirc;, werd
+geheel buiten besef; en, hoe lang dit duurde, dit
+gevoelt ieder dat my onmooglijk was na te gaan.</p>
+
+<p>Toen ik my wedergevoelde was het met een
+verward maar ontzettend besef van klaterend of
+klapperend geluid en een pijnlijke gewaarwording
+van kwetsing die my aan mijn kalkoenbeten herinnerde.
+Ik bloedde werklijk en het scheen of my dit
+de bedwelming waar ik in was verlichtte. Maar
+daar zweefde ook iets geweldigs om my heen, dat
+my daar ik oprijzen wilde om verr&#8217; sloeg, en zonder
+dat ik &#8217;t zoo dra herkende, na eenige allergezwindste
+in &#8217;t ronddraaiingen, woedende aanviel. Het was
+erger dan een kalkoen: &#8217;t was een arend, en dit
+overtuigde my eensklaps dat ik in den dampkring der
+aarde zweefde. Ik had Abaris bijl by my, en dien
+lang gesteeld; ik hieuw mijnen vijand een wond in
+de hals, en hy verdween. Ik waagde &#8217;t nu uit en
+naar beneden te schouwen, maar geen grond was
+voor my te zien. Ik had een wonde in de borst
+door mijn kleed heen ontfangen, en zoo vleesch als
+huid waren my weggescheurd, en de wond hol en
+diep. Eenige schrappen van minder belang deden
+my &#8217;t aangezicht bloeden; en de linker arm was my
+doof en als lam. Ik verbond mijn borstwonde met
+een lap van mijn kleed, na haar met verlengde vitrioolgeest
+die by my stond gebaad te hebben, doch
+de pijn die zy my deed was hevig, en tot stuiptrekking
+toe. Ik zag wederom uit, maar het zij<span class='pagenum'><a name="Page_82" id="Page_82">[82]</a></span>
+dat ik nog werklijk te hoog was, om met mijn
+verzwakt gezicht den bodem waarboven ik zweefde
+te kunnen bereiken, het zij de bedwelming van
+geest my verblindde, ik herkende geen grond onder
+my, zelfs geen wolken, en scheen steeds op gelijke
+hoogte te blijven. Te vergeefs zag ik weder en
+weder uit. Eindelijk werd ik radeloos van een
+angst, die steeds aangroeide, en my docht, dat ik
+uit- en inwendig verstijfde. In vertwijfeling en
+zonder te weten wat ik deed greep ik den bijl en
+sloeg eene opening in den bol waar hy wijdst was.
+Nu zonk ik welhaast, maar de beweging naar benedenwaart
+versnelde verbazend en ik stelde een
+verpletterend nederkomen onvermijdelijk. Ik gaf &#8217;t
+op, lei my plat neder op den rug, en neep mijne
+oogleden toe. Behoud viel niet meer in den kring
+van mijn denkbeelden.</p>
+
+<p>Het was echter bestemd, dat ik nog bij het leven
+bewaard moest blijven. Ik was, als by de
+uitkomst gebleken is, boven den grooten oceaan.
+Een Russisch schip dat zich op 12&deg; breedte bevond,
+zag mijn voertuig op kleinen afstand van
+zich, met geweldige snelheid in zee storten, doch
+na eenigen tijd boven komen, omgekeerd, en ledig,
+mij-zelven eenige vademen verr&#8217; daar van daan.
+De boot was juist uitgezet, en men redde my,
+schoon ik in dat oogenblik en nog een geruimen
+poos lang voor dood werd gehouden. De omstandigheden
+die hier by plaats hadden en de gevolgen
+van deze behoudenis beware ik voor mijn reeds
+meermaal gemeld uitvoeriger Reisverhaal. Zy behooren<span class='pagenum'><a name="Page_83" id="Page_83">[83]</a></span>
+niet tot dit verhaal.&mdash;Ik wilde hier alleen
+de door my gedane ontdekking der ondermanen
+beschrijven; waarvan ik de verdere nasporing aan
+de Starrekundigen onzes tijds aanbevele. Ik laat
+daarby aan de Natuurkundigen over, de noodige
+proeven en waarnemingen in het werk te stellen,
+hoe het mogelijk zijn of gemaakt worden mag, de
+snelheid der vaart van den luchtbol zoodanigerwijs
+te regelen en te bestieren, dat men veilig van de
+overwegende werkingskreits der aantrekkingskracht
+van den aardbol in die van eene der ondermanen
+gerake; en daar den koers naar toezette, en aan- en
+we&ecirc;r van te rug kome, waar ik zoo onwillig
+aanlandde en op een zoo hachlijke wijze van wederkeerde.
+De eerste reis te water, en daarby
+toevallige kustontdekking, was by eenen veel onwetender
+staat van het menschdom toch niet verloren;
+en ik verbeeld my niet, dat deze luchtreis
+en planeetaandoening het zou moeten zijn. Ten
+minste heb ik haar, voor zoo veel het van my
+afhing, niet onnut willen maken, en dit is al wat
+ik vermag. Om haar te herhalen, gevoel ik my
+in mijn tegenwoordigen toestand en na al het geen
+ik daarop geleden heb, even weinig de lust als de
+krachten. Maar ik steun op den moed, op de
+inspanningskracht des verstands van mijn tijdgenooten;
+en dit doet my, van nu aan, de hemelbollen
+niet slechts als bereikbaar, maar als reeds met onze
+aarde vereenigd beschouwen.</p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/line4.png" alt="Fancy line" width="150" height="16" /></p>
+
+<div class="tnbox"><a name="TN" id="TN"></a>
+<p class="center">Opmerkingen van de bewerker:</p>
+
+<ul class="blankabove">
+ <li>Voor deze tekst is gebruik gemaakt van scans van Google en de Koninklijke Bibliotheek.</li>
+ <li>Afhankelijk van de gebruikte leessoftware en de instellingen is het mogelijk dat niet alle symbolen correct worden weergegeven.</li>
+ <li>Inconsistenties in spelling en ander taalgebruik (inclusief het gebruik van <i>ij</i> en <i>y</i> en twijfelachtige
+ zinsconstructies) zijn ongewijzigd overgenomen uit het originele werk, behalve zoals hieronder aangegeven:
+ <ul>
+ <li>in plaats van de <i>&#383;</i> is de normale <i>s</i> gebruikt;</li>
+ <li>overduidelijke zetfouten zijn stilzwijgend verbeterd;</li>
+ <li><i>schildvereffening</i> is veranderd in <i>schuldvereffening</i>;</li>
+ <li><i>beschoude</i> is veranderd in <i>beschouwde</i> zoals elders in de tekst.</li>
+ </ul></li>
+ <li>Voetnoten zijn verplaatst naar direct onder de alinea waarop ze betrekking hebben.</li>
+ <li>In de Griekse teksten wordt in het originele werk gebruik gemaakt van ligaturen en andere speciale weergavetekens; deze zijn hier als
+ normale Griekse letters weergegeven.</li>
+ <li>Het citaat van Horatius is niet als zodanig terug te vinden; het originele citaat luidt <i>Et dominum fallunt</i> in plaats van
+ <i>Qu&aelig; dominum latent</i>.</li>
+ <li><i>... en gingen voor toovenaren ...</i>: mogelijk ontbreekt het woord <i>door</i>.</li>
+ <li>De genoemde wetenschappers zijn Jean-André de Luc, 1727-1817 (<i>de Luc</i> in het boek) en Jean-Fran&ccedil;ois
+ Pil&acirc;tre de Rozier, 1754-1785 (<i>Pilastre de Rosier</i> in het boek).</li>
+</ul>
+
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Kort verhaal van eene aanmerkelijke
+luchtreis en nieuwe planeetontdekking, by Willem Bilderdijk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KORT VERHAAL VAN EENE ***
+
+***** This file should be named 37522-h.htm or 37522-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/7/5/2/37522/
+
+Produced by André Engels, Harry Lamé and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/37522-h/images/illo49.png b/37522-h/images/illo49.png
new file mode 100644
index 0000000..d440baa
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/illo49.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/illo65a.png b/37522-h/images/illo65a.png
new file mode 100644
index 0000000..6e191cc
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/illo65a.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/illo65b.png b/37522-h/images/illo65b.png
new file mode 100644
index 0000000..acf1062
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/illo65b.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/illo68a.png b/37522-h/images/illo68a.png
new file mode 100644
index 0000000..08327d5
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/illo68a.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/illo68b.png b/37522-h/images/illo68b.png
new file mode 100644
index 0000000..5831c44
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/illo68b.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/line1.png b/37522-h/images/line1.png
new file mode 100644
index 0000000..35758dd
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/line1.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/line2.png b/37522-h/images/line2.png
new file mode 100644
index 0000000..3826204
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/line2.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/line3.png b/37522-h/images/line3.png
new file mode 100644
index 0000000..82f47ce
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/line3.png
Binary files differ
diff --git a/37522-h/images/line4.png b/37522-h/images/line4.png
new file mode 100644
index 0000000..a2ff655
--- /dev/null
+++ b/37522-h/images/line4.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..b982ef0
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #37522 (https://www.gutenberg.org/ebooks/37522)