diff options
Diffstat (limited to '37442-8.txt')
| -rw-r--r-- | 37442-8.txt | 5288 |
1 files changed, 5288 insertions, 0 deletions
diff --git a/37442-8.txt b/37442-8.txt new file mode 100644 index 0000000..9764c05 --- /dev/null +++ b/37442-8.txt @@ -0,0 +1,5288 @@ +The Project Gutenberg EBook of Gulliver's Reizen, by Jonathan Swift + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Gulliver's Reizen + naar Lilliput en Brobdingnag + +Author: Jonathan Swift + +Translator: Albert Verwey + +Release Date: September 15, 2011 [EBook #37442] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GULLIVER'S REIZEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + + + + GULLIVER'S REIZEN + Naar + Lilliput en Brobdingnag, + + + Door + JONATHAN SWIFT. + + Vertaald Door + Albert Verwey. + + + Met 23 afbeeldingen. + + Uitgave van + Gebroeders E. & M. Cohen, Amsterdam + Heerengracht 326 + + + + + + + + +DE REIS NAAR LILLIPUT. + + +EERSTE HOOFDSTUK. + + De schrijver deelt het een en ander mede over zichzelf en zijn + familie.--Zijn eerste aanleiding tot op reis gaan.--Hij lijdt + schipbreuk en zwemt om zijn leven te redden.--Hij komt veilig + aan land in het rijk Lilliput.--Wordt gevangen genomen en het + land ingevoerd. + + +Mijn vader had een kleine bezitting in Nottinghamshire; ik was de derde +van vijf zoons. Hij zond mij naar de Emanuelschool in Cambridge, toen +ik veertien jaar was, waar ik drie jaar bleef, en me ijverig op mijn +studies toelegde; maar daar de kosten van mijn onderhoud, ofschoon ik +maar een heel kleine toelaag kreeg, te groot waren voor een beperkt +fortuin, werd ik in de leer gedaan bij den heer James Bates, een +voornaam geneesheer in Londen en bleef bij hem vier achtereenvolgende +jaren; en daar mijn vader mij nu en dan een sommetje geld zond, +gebruikte ik dat om de scheepvaart te leeren, en andere deelen van +de wiskunde, die van nut zijn voor hen, die zich voorstellen te gaan +reizen, zooals ik altijd geloofde, dat ik op den een of anderen tijd +nog wel eens zou doen. Toen ik den heer Bates verliet, ging ik naar +mijn vader in de provincie, waar ik, met behulp van hem, mijn oom Jan, +en een paar andere bloedverwanten, veertig pond bij elkaar kreeg, +en een belofte van dertig pond 's jaars om me te laten studeeren in +Leiden. Daar studeerde ik twee jaar en zeven maanden in de geneeskunde, +omdat ik wist dat ik daar nut van hebben kon op lange reizen. + +Kort na mijn terugkomst van Leiden, werd ik, op aanbeveling van mijn +goeden meester, den heer Bates, dokter op de Swallow, gezagvoerder +kaptein Abraham Pannell; bij wien ik drie en half jaar bleef en in +dien tijd een reis of twee maakte naar de Levant en een paar andere +streken. Toen ik terugkwam, besloot ik, mij in Londen te vestigen; +waartoe de heer Bates mij aanspoorde; en door hem werd ik aanbevolen +bij verscheidene patiënten. Ik ging een deel van een klein huis in de +Old Jewry bewonen; en daar men mij den raad gaf te trouwen, huwde ik +Mrs Mary Burton, tweede dochter van Mr. Edmund Burton, winkelier in +gebreide goederen, in Newgate Street, die mij vierhonderd pond als +bruidschat aanbracht. + +Maar daar mijn goede meester Bates twee jaar later stierf en ik weinig +vrienden had, begon mijn zaak te verloopen; óok omdat mijn geweten +mij niet toeliet de kwade praktijken van te veel van mijn vakbroeders +na te doen. Nadat ik daarom mijn vrouw en enkele van mijn kennissen +geraadpleegd had, besloot ik weer naar zee te gaan. Achtereenvolgens +was ik toen dokter op twee schepen, en maakte verscheidene reizen, +gedurende zes jaar, naar Oost- en West-Indië, waardoor mijn vermogen +een weinig toenam. Mijn vrije uren besteedde ik met het lezen van de +beste schrijvers, antieke en moderne, waarvan ik altijd een goede +hoeveelheid bij mij had; en, als ik aan land was, met het opmerken +van de gewoonten en neigingen van het volk en het leeren van hun taal; +waarin ik heel vlug was, omdat ik zoo'n sterk geheugen heb. + +Toen de laatste van deze reizen niet erg gelukkig uitviel, kreeg ik +genoeg van de zee, en nam me voor thuis te blijven bij mijn vrouw en +mijn familie. Ik verhuisde van de Old Jewry naar Fetter Lane, en daar +vandaan naar Wapping, in de hoop patiënten onder de zeelui te krijgen; +maar het leverde niets op. Na drie jaar wachten of de zaken beter +zouden gaan, nam ik een voordeelig aanbod aan van Kaptein William +Prichard, schipper van de Antilope, die een reis ging maken naar de +Zuidzee. Wij gingen onder zeil, uit Bristol, den 4den Mei 1609, en in +'t eerst was onze reis voorspoedig. + +Het zou, om sommige redenen, niet gepast zijn, den lezer lastig te +vallen met bijzonderheden van onze lotgevallen in die zeeën; het +is voldoende als ik meedeel, dat wij, in onzen overtocht vandaar +naar Oost-Indië, door een hevigen storm noordwest van Van Diemens +Land gejaagd werden. Volgens onze waarneming bevonden wij ons op een +breedte van 30 graden 2 minuten zuidelijk. Twaalf van onze bemanning +waren doodgegaan door overmatigen arbeid en slecht voedsel; al de +anderen waren erg verzwakt. Op den 5den November, in die streken het +begin van den zomer, en terwijl het bar mistig weer was, bespeurde +het volk een rots binnen halve kabelslengte van het schip; maar de +wind was zoo zwaar, dat we regelrecht erop gejaagd werden en het +schip onmiddellijk stukstiet. Zes van de bemanning, waarvan ik een +was, lieten de boot in zee, en probeerden het schip en de rots kwijt +te raken. Wij roeiden, naar mijn berekening, omstreeks drie mijlen, +totdat we niet meer konden, want al aan boord waren op geweest van +'t werken. Wij dreven daarom maar voort, op 't geluk van de golven; +en binnen nagenoeg een half uur lag de boot omgekanteld door een +plotselinge windvlaag uit het Noorden. Wat er werd van mijn makkers in +de boot, en van die zich op de rots redden, of van die in het schip +bleven, kan ik niet zeggen, maar ik onderstel, dat ze allemaal zijn +omgekomen. Ik, voor mij, zwom, waar de Fortuin me hebben wou, en liet +me door wind en vloed voortduwen. Dikwijls liet ik mijn beenen zakken, +en kon geen grond voelen; maar toen ik bijna dood-op was, en geen +kracht meer had om me op te houden, merkte ik dat ik mijn diepte had; +de storm was toen juist vrijwel gaan liggen. De strandhelling was zoo +flauw, dat ik bijna een uur liep eer ik op 't droge was, wat, naar +gissing, gebeurde omstreeks acht uur 's avonds. Ik liep toen nog bijna +een halve mijl vooruit, maar ontdekte nergens eenig spoor van huizen +of bewoners; tenminste, als ze er waren, was ik te zwak dan dat ik ze +kon zien. Ik was verschrikkelijk moê en daardoor, en door de hitte, +en door bijna een halve pint brandewijn, dien ik gedronken had eer ik +van het schip ging, voelde ik me heel geneigd gauw te gaan slapen. Ik +ging op het gras liggen, dat heel kort en zacht was, waar ik vaster +sliep dan ik me ooit in mijn leven herinner gedaan te hebben; en, +naar mijn berekening, meer dan negen uur; want toen ik wakker werd +was het juist dag. Ik trachtte op te staan, maar was niet in staat +me te bewegen; want, zooals ik lag, op mijn rug, vond ik mijn armen +en beenen stevig vastgemaakt aan weerszijden aan den grond, en mijn +haar, dat lang en dik was, net zoo. Ook voelde ik allerlei smalle +banden dwars over mijn lichaam, van mijn oksels tot mijn dijen. Ik +kon alleen naar de hoogte kijken: de zon begon warm te worden en het +licht deed mij zeer in mijn oogen. Ik hoorde een verward gesoes om me +heen, maar in de houding, waarin ik liggen moest, kon ik niets zien, +als de lucht. Na een poosje voelde ik iets levends op mijn linkerbeen +bewegen, dat zachtjes vooruit kwam over mijn borst, en zoo staande, +bijna tot de hoogte van mijn kin kwam; en toen ik mijn oogen zoover +ik kon neerboog, merkte ik dat het een menschelijk wezentje van nog +geen zes duim hoog was, met een pijl-en-boog in zijn handjes en een +pijlkoker op zijn rug. Tegelijkertijd voelde ik, dat tenminste nog +veertig, naar ik giste van dezelfde soort, dien eersten volgden. Ik +was in de uiterste verbazing, en schreeuwde zóó hard, dat ze allemaal +in doodsangst weer wegliepen; en eenige van hen werden, zooals mij +later gezegd werd, ernstig gekneusd door den val dien zij deden, +toen ze in eens van mijn zijden af op den grond sprongen. + +Zij kwamen echter gauw weerom; en een van hen, die zich zóó ver +waagde, dat hij mijn heele gezicht zien kon, riep, zijn handen en +oogen opheffende bij wijze van verwondering, met een schrille, maar +duidelijke stem: Hekinah degul: de anderen herhaalden dezelfde woorden +verscheidene malen; maar ik wist toen niet wat zij beteekenden. Ik +lag al dien tijd, zooals de lezer wel gelooven zal, lang niet +gemakkelijk. Maar, al worstelende om los te komen, had ik, eindelijk, +het geluk de koorden te breken en de pinnen uit te wrikken, die mijn +linkerarm aan den grond hielden; want, door hem op te lichten naar mijn +gezicht toe, ontdekte ik op wat voor manier zij me gebonden hadden; en +tegelijkertijd maakte ik, met een hevigen ruk, die me erge pijn deed, +de koorden wat losser, die mijn haar aan de linkerzij bevestigden, +zoo dat ik juist zoowat in staat was mijn hoofd twee duim om te +draaien. Maar de wezentjes gingen nu de tweede maal aan den haal, +voordat ik ze pakken kon; waarop er een groot geschreeuw opging, +heel schril, en toen dat uit was, hoorde ik een van hen uitroepen: +Tolgo phonac, waarna ik in één oogenblik meer dan honderd pijlen +op mijn linkerhand voelde afgeschoten, die mij prikten als zooveel +naalden; en zag bovendien, dat zij nog een heele vlucht pijlen in de +lucht schoten, zooals wij met bommen doen in Europa, waarvan vele, +naar ik vermoed, want ik voelde er geen een van, op mijn lichaam +vielen, en sommige op mijn gezicht, waar ik dadelijk mijn linkerhand +over heen hield. Toen die pijlenregen over was, lag ik te kreunen +van pijn en boosheid; en toen, omdat ik weer probeerde los te komen, +kreeg ik nog een lading, grooter dan de eerste, en sommigen poogden, +met speren, mij in de zijden te steken; maar, gelukkig, had ik een +leeren wammes aan, waar ze niet doorheen konden. Het leek mij toen het +voorzichtigst mij stil te houden; en ik overlegde bij mijzelf daarmee +voort te gaan tot 's nachts, wanneer ik, nu mijn linkerhand al los was, +mij gemakkelijk zou kunnen vrijmaken. Wat de inwoners betrof, had ik +reden te gelooven, dat ik een portuur zou wezen voor de grootste legers +die zij tegen mij op de been konden brengen; als ze tenminste allen +van dezelfde grootte waren als de eene, dien ik gezien had. Maar het +lot had anders over mij beslist. Toen het volk zag dat ik stil was, +schoten zij geen pijlen meer af; maar aan het lawaai dat ik hoorde, +merkte ik dat hun aantal toenam: en ongeveer vier el van mij af, +vlak tegenover mijn rechteroor, hoorde ik, gedurende meer dan een +uur, een geklop als van timmervolk aan het werk; en zag, toen ik mijn +hoofd dien kant uitdraaide, zoover als de koorden en pinnen mij dat +toelieten, een stellage gebouwd, zoowat anderhalven voet van den grond, +waarop vier van de inboorlingen staan konden, met twee of drie ladders +om erop te gaan; van waaraf één, die een heer van gewicht scheen +te wezen, een lange rede tegen mij hield, waar ik geen syllabe van +verstond. Hier had ik nog moeten doen opmerken, dat die hoofdpersoon, +vóór hij zijn rede begon, driemaal uitriep: Langro dehul san; (deze +woorden en de vorige werden mij later herhaald en uitgelegd); waarop +onmiddellijk omstreeks vijftig van de inwoners de koorden doorsneden, +die de linkerzij van mijn hoofd vasthielden, en mij zoo de vrijheid +gaven het naar rechts te draaien en de gestalte en het voorkomen +te zien van den man, die spreken ging. Hij leek me van middelbaren +leeftijd, en grooter dan de andere drie die bij hem waren; waarvan +de een een page was, die zijn sleep ophield, en een beetje langer +leek dan mijn middelvinger; de twee anderen stonden aan weerszijden +van hem. Hij was uitstekend in de rol van een redenaar; en ik kon +nagaan sommige volzinnen met bedreigingen en andere met beloften, +medelijden en vriendelijkheid. Ik antwoordde in enkele woorden, maar +op de onderdanigste manier, terwijl ik mijn linkerhand en allebei mijn +oogen naar de zon ophief, alsof ik die tot getuige nam; en daar ik +nagenoeg dood van den honger was, want ik had geen stuk gegeten sinds +eenige uren voor ik van het schip ging, werd de natuur me zoo sterk, +dat ik niet laten kon mijn ongeduld te toonen (misschien een beetje +tegen de strenge regelen van welvoegelijkheid) door herhaaldelijk +mijn vinger aan mijn mond te brengen, om te kennen te geven, dat +ik eten noodig had. De Hurgo (want zoo noemen zij een groot heer, +zooals ik later vernam) begreep me volkomen. Hij ging van de stellage +af, en beval dat een aantal ladders tegen mijn zijden zouden gezet +worden, waar toen meer dan honderd van de inwoners boven-op klommen, +en naar mijn mond wandelden, allen beladen met manden vol vleesch, +dat aangevoerd en verzonden was op bevel van den koning, zoodra die +bericht omtrent mij ontvangen had. Ik merkte op, dat daar vleesch van +allerlei dieren was, maar kon ze niet door mijn smaak herkennen. Er +waren schouders, bouten en lendenstukken, gevormd als van schapen, +en uitstekend toebereid, maar kleiner dan leeuweriks-vleugels. Ik at +ze bij twee of drie in een mondvol, en nam drie brooden tegelijk, +elk zoowat van de grootte van een musketkogel. Zij voorzagen mij +zoo snel zij konden, en toonden duizend teekenen van verbazing +en ontzetting over mijn omvang en mijn eetlust. Toen gaf ik hun te +verstaan, dat ik drinken wou hebben. Aan mijn eten hadden zij gezien, +dat een kleine hoeveelheid niet genoeg voor me was; en, daar ze een +allervindingrijkst volk waren, heschen ze, met groote behendigheid, +een van hun grootste okshoofden op, rolden dat naar mijn hand en +sloegen er den boôm uit. Ik dronk het in één slok leeg, wat ook best +kon, want het hield geen halve pint, en het smaakte als een licht +Bourgondisch wijntje, maar veel lekkerder. Zij brachten me een tweede +okshoofd, dat ik net zoo uitdronk, en vroeg toen om meer; maar meer +hadden ze niet. Toen ik deze wonderen verricht had, schreeuwden zij +van pleizier, en dansten op mijn borst, en riepen verscheiden malen, +juist als zij in den beginne gedaan hadden, Hekinah degul. Zij +vroegen mij met teekens de twee okshoofden naar beneden te gooien, +maar vooraf waarschuwden zij het volk beneden uit den weg te gaan, +door te roepen Borach mivolah; en toen zij de vaten in de lucht zagen, +was er een algemeen geschreeuw van Hekinah degul. Ik moet zeggen, +dat ik dikwijls in de verzoeking kwam, terwijl zij zoo vooruit en +achteruit over mijn lichaam wandelden, veertig of vijftig, die het +eerst onder mijn bereik kwamen, op te grijpen en tegen den grond te +smijten. Maar de herinnering aan wat ik gevoeld had, wat waarschijnlijk +nog niet het ergste was wat ze doen konden, en ook mijn woord van +eer dat ik hun gegeven had--want als zoodanig beschouwde ik mijn +onderdanige gedragingen--dreven deze voornemens weg. Bovendien achtte +ik mij nu door de wetten der gastvrijheid verplicht aan dit volk, dat +mij met zooveel kosten en pracht onthaald had. Ondertusschen kon ik +mij in stilte niet genoeg verbazen over de stoutmoedigheid van deze +stervelingen in miniatuur, die het durfden wagen op mijn lichaam te +klimmen en er over heen te wandelen, terwijl een van mijn handen vrij +was, en niet al beefden bij het enkele zien van zoo'n monsterachtig +wezen, als ik toch voor hen moest zijn. Na eenigen tijd, toen zij +zagen dat ik niet meer om eten vroeg, verscheen vóór me een heer van +hoogen rang van wege Zijne Keizerlijke Majesteit. Zijne Excellentie +kwam, nadat hij eerst op den enkel van mijn rechterbeen geklommen was, +vooruit tot aan mijn gezicht, met zoowat een dozijn van zijn gevolg, +en terwijl hij zijn geloofsbrieven voor den dag haalde, voorzien +van het keizerlijk zegel, dat hij vlak bij mijn oogen hield, sprak +hij nagenoeg tien minuten zonder een blijk van boosheid, maar met +een soort van welbesloten vastberadenheid; daarbij wees hij telkens +vooruit, zooals ik later merkte, naar de hoofdstad, een halve mijl +daar vandaan, waarheen Zijne Majesteit in den raad besloten had dat ik +vervoerd zou worden. Ik antwoordde met een paar woorden, zoo maar wat, +en maakte een gebaar met de hand die los was, door daarmee eerst de +andere aan te raken (maar over het hoofd van Zijne Excellentie heen, +uit vrees dat ik hem of zijn gevolg bezeeren zou), en toen mijn eigen +hoofd en lichaam, om daarmede te kennen te geven, dat ik nu vrij wou +wezen. Het bleek dat hij me uitstekend begreep, want hij schudde zijn +hoofd afkeurend en hield zijn hand zoo, alsof hij wou uitdrukken, +dat ik als een gevangene moest vervoerd worden. Evenwel maakte hij +ook andere gebaren, om me te doen begrijpen, dat ik eten en drinken +genoeg zou krijgen en een heel goede behandeling. Toen dacht ik er nog +eens aan te beproeven mijn banden te breken; maar onder den indruk +van de pijn, die hun pijlen mijn gezicht en handen gedaan hadden, +die heelemaal stuk waren, en waar een heeleboel pijlen nog in staken, +en ook bemerkende, dat het aantal van mijn vijanden vermeerderde, +gaf ik door teekens te kennen, dat zij alles met mij doen mochten +wat zij wilden. Daarop vertrokken de Hurgo en zijn gevolg met veel +beleefdheid en opgeruimde gezichten. Spoedig daarna hoorde ik een +algemeen geschreeuw, met voortdurend herhalen van de woorden Peplom +selan; en ik voelde groote hoopen volk aan mijn linkerzijde de koorden +zooveel losmaken, dat ik in staat was mij naar rechts te draaien. Eerst +evenwel hadden zij mijn gezicht en mijn handen bestreken met een +soort van zalf, zeer aangenaam van geur, die, in een minuut of wat, +al de pijn van hun pijlen wegnam. Deze omstandigheden, samen met de +verfrissching die ik door hun eten en drinken, dat zeer voedzaam was, +ondergaan had, maakte mij geneigd een beetje te gaan slapen. Ik sliep +nagenoeg acht uur, zooals men mij later verzekerde; en dat was geen +wonder, want de geneesheeren hadden, op bevel van den Keizer, een +slaapdrank in de okshoofden wijn gemengd. + +Het schijnt, dat onmiddellijk nadat ik op den grond slapende ontdekt +was, de Keizer door een bizonderen bode daar bericht van kreeg, en in +den raad besloot dat ik zou gebonden worden op de wijze, die ik verteld +heb (wat gedaan werd 's nachts, terwijl ik sliep); dat mij overvloed +van eten en drinken zou gezonden worden, en een werktuig gereed gemaakt +om mij te vervoeren naar de hoofdstad. Dit besluit zal misschien heel +baldadig en roekeloos lijken, en ik ben wel zeker dat geen vorst in +Europa het bij een soortgelijke gelegenheid zou navolgen. Toch was +het, naar mijn meening, bij uitstek voorzichtig zoowel als edelaardig, +want gesteld dat deze lieden getracht hadden mij in mijn slaap met hun +speren en pijlen te dooden, dan zou ik zeker door het eerste gevoel van +pijn ontwaakt zijn, wat mijn woede en kracht zóó had kunnen opwekken, +dat ik de koorden, waarmee ik gebonden was, gebroken en hun, die mij +niet weêrstaan konden, stellig geen genade geschonken had. + +Deze lieden zijn zeer uitstekende wiskunstenaars, en hebben een groote +volkomenheid bereikt in het maken van werktuigen, daartoe opgewekt +en aangemoedigd door den Keizer, die een beroemd beschermheer van +wetenschappen is. Deze vorst heeft verscheiden werktuigen op wielen, +voor het vervoer van boomen en andere groote gewichten. Dikwijls bouwt +hij zijn grootste oorlogsschepen, waarvan sommige negen voet lang zijn, +in de bosschen waar het timmerhout groeit, en laat ze dan vervoeren +op die werktuigen, drie of vierhonderd el, naar zee. Vijfhonderd +timmerlieden en werktuigkundigen werden onmiddellijk aan het werk gezet +om het grootste werktuig dat zij hadden, in gereedheid te brengen. Dat +was een houten gestel, drie duim van den grond, zoowat zeven voet lang +en vier breed, dat zich voortbewoog op twee-en-twintig wielen. Het +geschreeuw, dat ik hoorde, ging op bij de aankomst van dit werktuig, +dat, naar het schijnt, vertrok vier uur na mijn landing. Het reed +tot waar ik lag, naast me. Maar de grootste moeielijkheid was nu +mij op te tillen en in dat voertuig te zetten. Tachtig palen, ieder +van een voet hoog, werden daartoe opgericht, en zeer sterke touwen, +van de dikte van pakgaren, met haken bevestigd aan een groot aantal +banden, die de werklieden om mijn hals, handen, lijf en beenen hadden +gewonden. Negenhonderd van de sterkste mannen werden gebruikt om die +touwen op te trekken, die met een groot aantal katrollen aan de palen +bevestigd waren; en zoo was ik in minder dan drie uur opgetild, in het +voertuig geheschen en daar vastgebonden. Dit werd me later allemaal +verteld; want gedurende die heele bewerking lag ik in een diepen +slaap, tengevolge van het drinken van den slaapdrank, die in mijn wijn +was. Vijftienhonderd van des Keizers grootste paarden, elk zoowat vier +en een halven duim hoog, werden gebruikt om mij naar de hoofdstad te +trekken, die, zooals ik al zei, een halve mijl verwijderd lag. + +Omstreeks vier uur nadat wij onze reis begonnen waren, werd ik wakker +door een heel belachelijke gebeurtenis; terwijl het rijtuig nl. even +stilhield, omdat er iets aan in orde moest gebracht worden, hadden twee +of drie van de jonge inboorlingen de nieuwsgierigheid te willen zien +hoe ik eruit zag als ik sliep; zij klommen daartoe op het voertuig, en +toen ze heel zoetjes tot bij mijn gezicht waren gekomen, stak een van +hen, een officier van de garde, het scherpe eind van zijn handspeer +een goed end in mijn linker neusgat, wat mij een gevoel gaf of er +met een strootje in mijn neus gekriebeld werd, en me heel erg aan 't +niezen maakte; toen kropen zij onbemerkt weg, en het duurde drie weken, +eer ik wist hoe het kwam, dat ik zoo in eens wakker geworden was. Het +overige deel van dien dag maakten wij een langen marsch en hielden 's +nachts stil, met vijfhonderd man keurbenden aan weerszijden van mij, +de eene helft met toortsen en de andere met bogen en pijlen, gereed +om mij dood te schieten als ik mij bewegen dorst. Den volgenden dag, +met zonsopgang, zetten wij onzen tocht voort, en kwamen omstreeks den +middag tot op twee honderd el afstand van de stadspoorten. De Keizer +en zijn heele hof kwamen naar buiten om ons te ontmoeten, maar zijn +hoofdofficieren wilden in geen geval toestaan, dat Zijne Majesteit +zijn persoon in gevaar zou brengen door op mijn lichaam te klimmen. + +Op de plaats waar het rijtuig stilhield stond een oude tempel, die +voor den grootsten in het heele koninkrijk gehouden werd, maar die, +daar hij voor eenige jaren door een onnatuurlijken moord bevlekt was, +door het volk, in zijn godsdienstijver, voor ontheiligd werd aangezien, +en daarom voor onheilig gebruik bestemd en van al zijn versierselen en +meubelen was ontdaan. In dit gebouw, was er bepaald, dat ik verblijf +zou houden. De groote poort, staande naar het noorden, was ongeveer +vier voet hoog en bijna twee voet breed, zoodat ik er lichtelijk door +kon kruipen. Aan weerszijden van de poort was een klein venster, +niet meer dan zes duim van den grond; door het linker brachten des +konings smeden een-en-negentig kettingen binnen, zooals in Europa +de dames aan hun horloges dragen en bijna even groot, die aan mijn +linkerbeen werden vastgemaakt met zes-en-dertig hangsloten. Tegenover +dien tempel, aan den anderen kant van den heerweg, op twintig voet +afstand, was een toren van minstens vijf voet hoog. Dien besteeg +de Keizer met de voornaamste heeren van het hof, om mij vandaar te +kunnen zien, zooals mij later verteld werd, want ik zag hem niet. Men +berekende dat meer dan honderdduizend inwoners uit de stad kwamen +met hetzelfde doel, en in weerwil van mijn bewakers, geloof ik, +dat er niet minder dan tienduizend achtereenvolgens geweest zijn, +die met behulp van ladders mijn lichaam bestegen. Maar spoedig werd +een proklamatie uitgevaardigd, waarbij dit op straffe des doods +verboden werd. Toen de werklieden ervan overtuigd waren dat het +mij onmogelijk was los te breken, sneden zij de koorden stuk, die +mij bonden; waarop ik opstond, zoo melankoliek als ik ooit in mijn +leven was geweest. Maar het geschreeuw en de verbazing van het volk, +toen het me opstaan en loopen zag, zijn niet te zeggen. De ketenen, +die mijn linkerbeen vasthielden, waren omstreeks twee el lang, en +lieten mij niet enkel vrij om achter- en vooruit in een halven cirkel +te wandelen, maar daar zij vier duim van de poort waren vastgemaakt, +ook om naar binnen te kruipen en lang-uit te liggen in den tempel. + + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + + De Keizer van Lilliput, vergezeld van verscheidene edelen, brengt + den schrijver in zijn gevangenis een bezoek.--Beschrijving van + des Keizers persoon en kleeding.--Geleerden aangesteld om den + schrijver hun taal te leeren.--Hij raakt in gunst door zijn + zachtmoedigheid.--Zijn zakken worden onderzocht en zijn zwaard + en pistolen hem afgenomen. + + +Toen ik mij weer op mijn voeten voelde staan, keek ik om me heen, en +ik moet zeggen, dat ik nooit een aangenamer vergezicht gezien had. Het +land in de rondte zag er uit als één eindelooze tuin, en de omheinde +velden, die gemiddeld veertig voet in 't vierkant waren, leken even +zooveel bloembedden. Deze velden werden afgewisseld door bosschen van +een halve roede, en de hoogste boomen er in waren, voor zooveel ik +kon berekenen, zeven voet hoog. Aan mijn linkerhand zag ik een stad, +die eruit zag als een geschilderde dekoratief-stad in een schouwburg. + +De Keizer was al van den toren afgeklommen en kwam te paard naar me +toe, wat hem bijna duur te staan was gekomen, want het dier, dat, +hoewel uitstekend gedresseerd, niet was afgericht op het zien van +een schepsel, dat wel een voor hem heenbewegende berg moest lijken, +steigerde achteruit; maar de vorst, die een uitmuntend ruiter is, +hield zich in 't zadel tot zijn gevolg kwam aanloopen en den teugel +greep, terwijl Zijne Majesteit afsteeg. Toen hij was afgestapt nam hij +me rondom op met groote verwondering, maar hij bleef op een afstand +van iets meer dan de lengte van mijn keten. Hij gaf zijn koks en +schenkers, die al gereed stonden, bevel mij voedsel en drank te +geven, dat zij vooruitreden in een soort wagentjes op wielen, tot +ik erbij kon. Ik nam die wagentjes en maakte ze al heel gauw leêg; +twintig waren gevuld met vleesch en tien met drank; elk van de eerste +hield twee of drie goede mondvollen in; en een hoeveelheid drank +van tien vaten, die in aarden kruikjes bewaard werd, ledigde ik in +een wagentje, en dronk dat in één slok uit; zoo deed ik met al den +drank. De Keizerin en de jonge prinsen en prinsessen van den bloede, +vergezeld door verscheiden dames, zaten op eenigen afstand in hun +draagstoelen, maar zoodra dat geval met het paard van den Keizer +gebeurde, stapten zij uit en kwamen naar hem toe. Deze Keizer is van +een voorkomen als ik nu zal gaan beschrijven. Hij is hooger, haast +een nagelbreedte, dan iemand van zijn hof, wat alleen al voldoende +is om allen die hem zien eerbied in te boezemen. Zijn trekken zijn +sterk en mannelijk, met een Oostenrijksche lip en een gewelfden neus; +zijn gelaatstint olijfachtig, zijn houding flink recht, zijn lichaam +en leden goed van evenredigheden, al zijn bewegingen bevallig, zijn +optreden vorstelijk. Hij was toen van middelbaren leeftijd, daar hij +acht-en-twintig en drie kwart jaar oud was, waarvan hij ongeveer zeven +voorspoedig geregeerd had, en haast altijd zegevierend. Om hem meer +op mijn gemak te bekijken, lag ik op mijn zij, zoodat mijn gezicht +evenwijdig aan het zijne was, en hij stond maar drie el van me af; +bovendien heb ik hem later meermalen in mijn hand gehad, zoodat +ik mij in mijn beschrijving niet vergissen kan. Zijn kleeding was +zeer eenvoudig en zonder versierselen, en hield het midden tusschen +de Aziatische en de Europeesche; maar op zijn hoofd had hij een +lichten helm van goud, getooid met juweelen, en een pluim op den +kam. Hij hield zijn bloot zwaard in de hand om zich te verdedigen +als ik los mocht breken; het was bijna drie duim lang, het gevest +en de scheê waren van goud met diamanten bepronkt. Zijn stem was +schel, maar zeer helder en verstaanbaar, en ik kon haar duidelijk +hooren als ik rechtop stond. De dames en hovelingen waren allen +allerprachtigst gekleed, zoodat de plaats waar zij stonden wel een +vrouwerok geleek, geborduurd met gouden en zilveren figuurwerk, op den +grond uitgespreid. Zijn Keizerlijke Majesteit sprak dikwijls tot mij +en ik gaf ook antwoord, maar geen van tweeën konden wij een syllabe +verstaan. Er waren verscheidene van hun priesters en rechtsgeleerden +(want daar hield ik ze voor naar hun kleeding) tegenwoordig, wien +bevolen werd mij aan te spreken, en ik sprak tot hen in al de talen, +waar ik maar het minste mondje van machtig was, namelijk Hoog- en +Laag-Duitsch, Latijn, Fransch, Spaansch, Italiaansch, en Lingua Franca, +maar alles zonder gevolg. Na twee uur ongeveer verwijderde zich het +hof, en ik bleef achter met een sterke wacht om de brutaalheid en +waarschijnlijk ook de kwaadwilligheid te verhinderen van het gepeupel, +dat ongeduldig drong om mij te zien van zoo nabij als het durfde, +en waarvan eenigen zelfs de onbeschaamheid hadden, terwijl ik op den +grond zat voor de deur van mijn huis, hun pijlen op mij af te schieten, +waarvan het niet veel scheelde of een had mijn linkeroog geraakt. Maar +de kolonel beval dat zes van de belhamels zouden gevat worden, en +oordeelde dat geen straf zoo geschikt was als hen gebonden in mijn +handen over te leveren, wat sommigen van zijn soldaten dan ook deden, +door hen met de achtereinden van hun speren tot binnen mijn bereik +te duwen. Ik nam ze allen in mijn rechterhand, stak er vijf in mijn +jaszak, en toen, tegen den zesde trok ik een gezicht of ik hem levend +wou opeten. De arme man schreeuwde verschrikkelijk, en de kolonel en +zijn officieren zaten er erg meê in, vooral toen ze mij mijn pennemes +zagen uithalen; maar ik hielp hen gauw uit de bangigheid, want terwijl +ik weer vriendelijk ging kijken, en dadelijk de koorden doorsneed, +waarmee hij gebonden was, zette ik hem zoetjes op den grond, en weg +was hij. Ik behandelde de rest net zoo, terwijl ik ze één voor één +uit mijn zak haalde, en ik merkte dat èn de soldaten èn het volk +hoogelijk waren ingenomen met dat blijk van mijn lankmoedigheid, +wat ook aan het hof erg in mijn voordeel werd voorgesteld. + +Tegen den nacht geraakte ik met eenige moeite weer in mijn huis, +waar ik op den grond lag, en hield dat vol ongeveer veertien dagen, +in welken tijd de keizer bevolen had dat een bed voor mij gereed +moest zijn. Zeshonderd bedden van de gewone afmetingen werden in +voertuigen aangebracht en mijn huis binnengewerkt; honderd vijftig +van hun bedden aan elkaar genaaid vulden de lengte en breedte, en +de dikte was van vier bedden, wat evenwel nog maar tamelijk weinig +gaf tegen de hardheid van den vloer, die van effen steen was. Naar +dezelfde berekening voorzagen ze mij van lakens, dekens en spreien, +tamelijk voldoende voor iemand, als ik, die zoolang aan ontberingen +was gewoon geweest. + +Toen het nieuws van mijn aankomst door het koninkrijk werd verspreid, +kwamen er ongelooflijke aantallen rijke, luie en nieuwsgierige +menschen om me te zien, zoodat de dorpen bijna leeg waren; en een +groote verwaarloozing van bedrijf en huishoudelijke zaken zou daarvan +het gevolg geweest zijn, als Zijne Keizerlijke Majesteit niet, door +verscheidene proklamaties en bevelschriften, in dien onhoudbaren +toestand had voorzien. Hij beval dat zij die mij al gezien hadden, +naar huis terug zouden keeren, en het niet wagen binnen vijftig +el van mijn huis te komen zonder vergunning van het hof; wat den +staats-secretarissen belangrijke voordeelen verzekerde. + +Intusschen belegde de Keizer gedurig zijn raad, om te bespreken wat +er met mij gedaan zou worden; en mij werd later verzekerd door een +bizonderen vriend van mij, een persoon van hoogen rang, die geacht +werd in 't geheim te zijn zoo goed als de beste, dat het hof zich in +groote ongelegenheid bevond en niet wist wat het met me moest doen. Zij +vreesden dat ik zou losbreken; dat mijn onderhoud erg kostbaar zou +wezen, dat het een hongersnood zou veroorzaken. Nu eens besloten ze mij +te laten doodhongeren, of voor 't minst, mij met vergiftigde pijlen in +gezicht en handen te schieten, die mij gauw uit den weg zouden helpen, +maar dan weer bedachten zij dat de rotting van zoo'n groot lijk een +pest in de hoofdstad zou aansteken, en waarschijnlijk het geheele rijk +vergiftigen. Te midden van deze beraadslagingen kwamen verscheidene +officieren van het leger aan de deur van de groote raadskamer, en +toen twee van hen waren toegelaten, gaven die een verslag van mijn +boven beschreven manier van handelen met de zes misdadigers, dat +zoo'n gunstigen indruk maakte op Zijne Majesteit, en den geheelen +raad zoo gunstig voor mij stemde, dat een keizerlijke commissie +werd saamgesteld die al de dorpen negenhonderd el in omtrek rondom +de hoofdstad verplichten moest, iederen morgen zes ossen, veertig +schapen, en andere levensmiddelen voor mijn onderhoud te leveren; +gezamenlijk met een daaraan evenredige hoeveelheid brood en wijn en +andere dranken; wat alles naar behooren door Zijne Majesteit betaald +zou worden in schuldbrieven op zijn schatkist:--want deze vorst leeft +hoofdzakelijk van zijn eigen domeinen, en heft zelden, dan alleen bij +groote gelegenheden, eenige belasting van zijn onderdanen, die alleen +verplicht zijn hem in zijn oorlogen op eigen kosten te volgen. Er +werden ook zeshonderd personen tot mijn bedienden aangesteld, die +kost en loon kregen voor hun onderhoud, en voor wie tenten gebouwd +werden, heel geriefelijk aan weerszijden van mijn deur. Ook werd +bepaald dat driehonderd kleermakers mij een pak kleeren zouden +maken, naar lands-fatsoen; dat zes van Zijner Majesteits grootste +geleerden zouden worden benoemd om mij in hun taal te onderwijzen, +en ten laatste, dat des Keizers paarden, en die van den adel en de +gardetroepen, gedurig in mijn nabijheid zouden geoefend worden om aan +mij gewend te raken. Al die bevelen werden naar behooren uitgevoerd; +en in nagenoeg drie weken maakte ik groote vorderingen in 't leeren +van hun taal; gedurende welken tijd de Keizer mij herhaaldelijk met +zijn bezoeken vereerde en er behagen in vond mijn meesters te helpen +in hun onderricht. Wij begonnen al eenigszins samen te praten, en +de eerste woorden die ik leerde waren om mijn wensch uit te drukken, +dat hij mij mijn vrijheid mocht weergeven; dien ik elken dag op mijn +knieën herhaalde. Zijn antwoord was, zooals ik wel gevreesd had, dat +dit een zaak van tijd was, en dat hij er niet aan denken kon zonder +zijn raad te hooren, en dat ik eerst moest lumos kelmin pesso desmar +lon emposo, dat is: zweren met hem en zijn rijk vrede te houden. Dat +ik evenwel met alle goedheid zou behandeld worden. En hij raadde mij, +door geduld en een passend gedrag de goede gezindheid van hemzelf en +zijn onderdanen te verwerven. Hij vroeg of ik het niet kwalijk zou +nemen, als hij sommigen geschikten beambten last gaf mij te doorzoeken, +want 't zou kunnen zijn dat ik verscheidene wapenen bij mij droeg, +die stellig heel gevaarlijk moesten zijn, als ze overeenkwamen met den +omvang van zoo'n ontzaglijk persoon. Ik zeide dat aan Zijner Majesteits +wensch zou voldaan worden, want dat ik bereid was mij heelemaal uit te +kleeden en mijn zakken voor hem om te keeren. Ik bracht er dat uit, +half in gebaren, half in woorden. Hij antwoordde, dat ik volgens de +wetten van het rijk onderzocht moest worden door twee beambten; dat hij +wist dat dit niet gebeuren kon zonder mijn toestemming en hulp: dat +hij zoo een goeden dunk had van mijn edelmoedigheid en billijkheid, +dat hij hunne personen in mijn handen vertrouwde; dat al wat ze +mij afnamen, mij zou worden teruggegeven als ik het land verliet, +of betaald met den prijs, dien ik zelf ervoor vragen zou. Ik nam toen +de twee beambten in mijn handen, stak ze eerst in mijn jaszakken, en +daarna in iederen zak, dien ik aan me had, behalve in mijn twee kleine +zakjes in den band van mijn broek, en een ander geheim zakje, dat ik +liever niet wou laten doorsnuffelen, omdat ik er kleine benoodigdheden +in had, die voor niemand dan mezelf van belang waren. In een van mijn +broekband-zakjes was een zilveren horloge, in het andere een kleine +hoeveelheid goud in een beurs. Deze heeren, die pen, inkt en papier bij +zich hadden, maakten een nauwkeurigen inventaris van al wat zij zagen; +en toen ze klaar waren, vroegen zij mij hen op den grond te zetten, +opdat ze hem aan den Keizer konden overhandigen. Dien inventaris +vertaalde ik later in 't Engelsch; hij is woordelijk als volgt: + +"Imprimis. In den rechter jaszak van den grooten man-berg, (want +zoo vertaal ik de woorden quinbus flestrin) vonden wij, na het +nauwkeurigste onderzoek, niets dan een groot stuk ruwe lap, groot +genoeg voor vloerkleed in Uwer Majesteits grootste statievertrek. In +den linkerzak zagen wij een zware zilveren kist, met een deksel van +hetzelfde metaal, dat wij niet in staat waren op te lichten. Wij +zeiden hem, die kist te openen, en een van ons bevond zich, toen hij +er in stapte, tot de knie in een soort van stof, waarvan een gedeelte, +dat ons in 't gezicht vloog, ons een keer of wat achter elkaar niezen +deed. In zijn rechter vestjeszak vonden we een ontzaglijken bundel +witte dunne stof, over elkaar gevouwen, van omstreeks den omvang +van drie mannen, met een sterken kabel saamgebonden, en beteekend +met zwarte figuren, waarvan wij onderdaniglijk vermoeden dat ze +geschriften zijn, iedere letter bijna half zoo groot als onze +handpalm. In den linkerzak was een soort werktuig, met een rug, +waarvan twintig lange palen uitstaken, gelijkende op de palissaden +voor Uwer Majesteits paleis; waarmee wij vermoeden dat de man-berg +zijn hoofd kamt; want wij hebben hem niet telkens geplaagd met vragen, +omdat wij het zoo moeielijk vonden ons door hem te doen verstaan. In +zijn grooten zak, aan den rechterkant van zijn midden-bedeksel (zoo +vertaalde ik het woord ranfu-lo, waarmee ze mijn broek bedoelden) +zagen we een hollen pijler, van ijzer, van de lengte ongeveer van een +man; en aan een zij van den pijler staken groote stukken ijzer uit, +in vreemde figuren gesneden, waarvan we niet wisten wat we ervan +moesten maken. In den linkerzak nog zoo'n werktuig. In den kleineren +zak, rechts, waren verscheidene ronde, platte stukken wit en rood +metaal van verschillende grootte; sommige witte, die wel zilver leken, +waren zoo groot en zwaar, dat mijn makker en ik ze nauwelijks konden +optillen. In den linkerzak waren twee onregelmatig gevormde pilaren: +staande op den bodem van zijn zak konden wij niet zonder moeite +den top ervan aanraken. Een ervan was dicht en leek uit één stuk; +maar boven aan den anderen scheen een wit rond voorwerp uit, van +zoowat tweemaal de grootte van ons hoofd. In elk van deze was een +ontzaglijke stalen plaat bevat, die wij hem bevalen ons te laten zien, +omdat wij vreesden dat het gevaarlijke werktuigen zijn zouden. Hij +nam ze uit hun scheden en vertelde ons, dat hij in zijn land gewoon +was, met de eene zijn baard te scheren en met de andere zijn vleesch +te snijden. Er waren twee zakken waar we niet in konden, die noemde +hij zijn broekband-zakjes; dit waren twee groote insnijdsels in den +top van zijn middenbekleedsel, maar dichtgesloten door de drukking van +zijn buik. Uit het rechter zakje hing een groote zilveren ketting, met, +aan het eind, een wonderlijk soort werktuig. We zeiden hem, dat wat aan +'t eind van dien ketting was eruit te halen, en dit bleek een bol te +zijn, half van zilver en half van 't een of ander doorschijnend metaal; +want op de doorschijnende zij zagen we in de rondte een soort vreemde +figuren, en dachten, dat wij die konden aanraken; maar bevonden, +dat onze vingers werden tegengehouden door een soort doorschijnende +zelfstandigheid. Hij hield dit werktuig aan onze ooren, en dit maakte +een aanhoudend gedruisch als een watermolen: en wij gelooven dat het +òf een onbekend soort beest òf de god van den man-berg is; schoon we +meer het laatste geneigd zijn te gelooven, want hij verzekerde ons, +(als we hem wel verstonden, want hij drukte zich heel gebrekkig uit) +dat hij zelden iets deed zonder het te raadplegen. Hij noemde het +zijn orakel, en zei dat het den tijd voor elke daad van zijn leven +aanwees. Uit het linker zakje nam hij een net, bijna groot genoeg +voor een visscher, maar zoo ingericht, dat het open en dicht kon als +een beurs, en dat hij daar ook voor gebruikte: daarin vonden wij een +aantal zware stukken van geel metaal, die als ze wezenlijk goud zijn, +onmetelijk veel waard moeten wezen. + +"Toen wij aldus, gehoorzaam aan de bevelen van Uwe Majesteit, al zijn +zakken hadden doorzocht, bespeurden wij om zijn middel een gordel, +gesneden uit de huid van een of ander ontzaglijk gedrocht, waar, aan +de linkerzijde, een zwaard van de lengte van vijf mannen in hing; en +rechts een zak of tasch in twee cellen verdeeld, waarvan ieder twee +of drie van Uwer Majesteits onderdanen kon inhouden. In een van die +cellen waren verscheiden ballen of kogels, van een verbazend zwaar +metaal, zoowat zoo groot als onze hoofden, en men moest een sterke +kerel zijn om het op te tillen, de andere cel bevatte een hoop zwarte +korrels, maar van geen grooten omvang of zwaarte, want wij konden +meer dan vijftig in onze handpalm houden. Dit is een nauwkeurige +inventaris van wat we vonden op het lichaam van den man-berg, die +ons behandelde met groote beleefdheid en met den eerbied, aan Uwer +Majesteits commissie verschuldigd. + +"Geteekend en van ons zegel voorzien den vierden dag van de +negen-en-tachtigste maan van Uwer Majesteits heilrijke regeering. + + + "CLEFSEN FRELOCK, MARSI FRELOCK". + + +Toen deze inventaris den Keizer was voorgelezen, beval hij mij, +ofschoon in de minzaamste termen, die verschillende voorwerpen af te +geven. Eerst vroeg hij om mijn sabel, die ik voor den dag haalde met +scheê en al. Ondertusschen beval hij drieduizend man keurbenden (die +hem toen vergezelden), mij te omringen op een afstand, met hun pijlen +en bogen, gereed om af te schieten, maar ik lette daar niet op, want +mijn oogen waren alleen op den Keizer gevestigd. Hij beval mij toen +de sabel te trekken, die, ofschoon zij een beetje geroest was door +het zeewater, toch nog voor 't grootste deel geweldig schitterde. Ik +deed het en onmiddellijk gaven al de troepen een schreeuw evenzeer +van schrik als van verrassing, want de zon scheen helder en de +weerkaatsing verblindde hun oogen, toen ik de sabel heen en weer +wuifde in mijn hand. Zijne Majesteit, die een uiterst moedig vorst +was, was minder ontsteld dan ik verwachten kon; hij beval mij haar +weer in de schede te steken en zoo zacht ik kon haar op den grond +te werpen, tot ongeveer zes voet van 't eind van mijn keten. Het +volgende voorwerp dat hij vroeg was een van de holle ijzeren pilaren, +waarmee hij mijn zakpistool bedoelde. Ik haalde het uit en verklaarde +hem, op zijn verlangen, zoo goed ik kon, het gebruik ervan; daarna +laadde ik het alleen met kruit, dat, door de dichtheid van mijn +tasch, toevallig niet nat was geworden van 't zeewater (een ongemak, +waartegen alle voorzichtige zeevaarders zich met zorg voorzien), en +nadat ik eerst den Keizer gewaarschuwd had niet te schrikken, schoot +ik het af in de lucht. De ontsteltenis hierover was veel grooter +dan die bij het zien van mijn sabel. Honderden vielen neer alsof ze +waren doodgeslagen; en zelfs de Keizer, schoon hij zich goed hield, +kon toch de eerste oogenblikken niet tot zichzelf komen. Ik gaf mijn +beide pistolen op dezelfde wijs over als ik de sabel gedaan had, en +toen kruitzak en kogels; terwijl ik verzocht dat de eerste van het +vuur zou worden verwijderd gehouden, want dat hij van de kleinste vonk +zou vlam vatten en het keizerlijk paleis doen in de lucht vliegen. Ik +gaf ook mijn horloge af, dat de Keizer heel benieuwd was te zien, +en dat hij twee van zijn grootste garde-soldaten beval aan een paal +op hun schouders te dragen, zooals brouwersknechten in Engeland een +vat bier doen. Hij was verbaasd over het onophoudelijk lawaai dat het +maakte, en over de beweging van den minuutwijzer, dien hij gemakkelijk +onderscheiden kon; want hun gezicht is veel scherper dan het onze, en +vroeg de meeningen van zijn geleerden erover, die, zooals de lezer wel +gelooven zal zonder dat ik ze opnoem, erg verscheiden en vaag waren; +bovendien kon ik ze niet heel goed verstaan. Toen gaf ik mijn zilver- +en kopergeld af; mijn beurs met negen groote stukken goud en een paar +kleinere; mijn zak- en scheermes, mijn kam en zilveren snuifdoos, +mijn zakdoek, en mijn dagboek. Mijn sabel, pistolen en kruitzak +werden in karren naar de magazijnen van Zijne Majesteit gebracht; +maar de rest van mijn goederen werd mij teruggegeven. + +Ik had, zooals ik vroeger deed opmerken, een geheim zakje, dat ze niet +vonden; daar had ik in: een bril (die ik soms gebruik, omdat ik zwakke +oogen heb), een zak-teleskoop, en verscheidene andere kleinigheden; +die ik, omdat zij voor den Keizer van geen belang waren, mij niet +verplicht rekende, aan te wijzen, en die ik ook vreesde dat verloren +of bedorven zouden worden als ik ze uit mijn handen gaf. + + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + + De schrijver vermaakt den Keizer en den adel van beiderlei geslacht + op een zeer ongewone manier.--Beschrijving van de vermaken aan + het hof van Lilliput.--De schrijver verkrijgt zijn vrijheid op + zekere voorwaarden. + + +Mijn zachtzinnigheid en goed gedrag hadden zulk een goeden indruk +op den Keizer en zijn hof, ja ik mag wel zeggen op het leger en het +volk in het algemeen gemaakt, dat ik de hoop ging koesteren binnenkort +in vrijheid te worden gesteld. Ik deed al wat ik kon om die gunstige +gezindheid te doen toenemen. De inboorlingen begonnen langzamerhand +minder gevaar van mij te duchten. Soms ging ik op den grond liggen, +en liet vijf of zes van hen dansen op mijn hand; en eindelijk waagden +de jongens en meisjes het zelfs in mijn haar verstoppertje te gaan +spelen. Ik was nu ook al vrij ver in het verstaan en spreken van hun +taal. De Keizer kreeg het eens op een dag in den zin mij te vermaken +met een paar nationale spelen, waarin ze alle volken, die ik ken, +overtreffen door pracht en behendigheid. Geen spel vermaakte me zoo +als dat van de koorddansers, dat werd uitgevoerd op een dunnen witten +draad, ongeveer twee voet twaalf duim boven den grond gespannen. Als +de lezer geduld heeft zal ik daar een beetje over uitweiden. + +Deze vermakelijkheid wordt alleen uitgevoerd door zulke personen, +als belust zijn op hofgunst en voorname betrekkingen. Ze worden +in die kunst geoefend van hun jeugd aan en zijn niet noodzakelijk +van adel of goede opvoeding. Als een groote betrekking openkomt, +door dood of ongenade (wat dikwijls gebeurt), verzoeken vijf of zes +kandidaten Zijne Majesteit en het hof te mogen vermaken met een dans +op de koord; en wie het hoogst springt zonder te vallen, krijgt de +betrekking. Heel dikwijls moeten zelfs de eerste ministers hun kunst +toonen, om den Keizer te overtuigen dat ze nog even knap als vroeger +zijn. Van Flimnap, den minister van financiën, is het bekend dat +hij een sprong maakt op de gespannen koord, van minstens een duim +hooger dan iemand anders in het heele rijk. Ik heb hem verscheidene +malen achter elkaar kopje-over zien doen op een bordje bevestigd +op een koord, niet dikker dan gewoon Engelsch pakgaren. Mijn vriend +Reldresal, eerste geheimschrijver, is, naar mijn meening, als ik niet +partijdig ben, de tweede na den minister van finantiën; de overige +grootwaardigheidsbekleeders zijn tamelijk wel van dezelfde kracht. + +Deze vermakelijkheden loopen dikwijls niet af zonder noodlottige +ongevallen, waarvan heel wat voorbeelden verteld worden. Ik zelf heb +twee of drie kandidaten een arm of been zien breken, maar het grootst +is het gevaar, als den ministers zelf gelast wordt hun behendigheid +te toonen; want door hun angst om zichzelf en hun mededingers te +overtreffen, spannen zij zich zóó in, dat nauwelijks één onder hen +niet één keer en verscheidene twee of drie keer gevallen zijn. Men +verzekerde mij dat een jaar of twee voor mijn aankomst, Flimnap +ontwijfelbaar zijn nek zou hebben gebroken als niet een van de +keizerlijke kussens, dat toevallig op den grond lag, de kracht van +zijn val had verzwakt. + +Er is nog een vermakelijkheid, die alleen vertoond wordt voor den +Keizer en de Keizerin, en den eersten minister, bij bijzondere +gelegenheden. De Keizer legt op een tafel drie fijne zijden draden +van zes duim lang; het eerste is blauw, het andere rood, het derde +groen. Deze draden zijn bestemd tot prijzen voor die personen, die de +Keizer lust heeft door een bijzonder gunstbewijs te onderscheiden. De +plechtigheid wordt volvoerd in Zijner Majesteits groote statiezaal, +waar de kandidaten een proef van hun behendigheid moeten afleggen +heel verschillend van de vorige, en eigenlijk zóó een, als ik nooit in +eenig ander land, van de oude of de nieuwe wereld, heb waargenomen. De +Keizer houdt een stok in zijn hand, met beide einden evenwijdig aan +den horizon, terwijl de kandidaten, één voor één aanloopende, soms +over den stok heenspringen, soms er onder door kruipen, achteruit +en vooruit, verscheiden malen, naar de stok vooruit of naar beneden +gehouden wordt. Soms houdt de Keizer een eind van den stok en de eerste +minister het andere; soms houdt de minister hem geheel alleen. Wie zijn +rol nu het vlugst speelt en het langst aan den gang kan blijven met +springen en kruipen, die wordt beloond met het blauw zijden lintje; +het roode is voor den volgende, en het groene voor den derde, en +allen dragen het als een gordel tweemaal om het middel gewonden; +ook ziet men in de buurt van het hof weinig personen van beteekenis, +die niet met een van die gordels zijn getooid. + +De paarden van het leger en die uit de keizerlijke stallen waren, nu +ze een tijdlang dagelijks langs mij waren geleid, niet schuw meer, +maar plachten tot vlak voor mijn voeten te komen, zonder schichtig +te worden. De ruiters lieten hen over mijn hand springen, die ik +plat op den grond hield; en een van de keizerlijke jagers, op een +grooten harddraver, nam mijn voet met schoen en al, wat eigenlijk een +ontzaglijke sprong was. Ik had het geluk den Keizer op een keer op een +heel buitengewone manier te vermaken. Ik verzocht hem bevel te geven +dat mij een aantal stokken van twee voet hoog, en de dikte van een +gewonen wandelstok, zouden gebracht worden; waarop Zijne Majesteit den +intendant van de bosschen beval maatregelen daarvoor te nemen; en den +volgenden morgen kwamen zes houthakkers aan met evenveel voertuigen, +elk getrokken door acht paarden. Ik nam negen van deze stokken, plantte +die fiksch in den grond in een vierkant van twee en een halven voet, +en nam toen vier andere stokken, die ik in een vlak, evenwijdig aan +elkaar, aan de hoeken vastbond, zoowat twee voet boven den grond; +toen bevestigde ik mijn zakdoek aan de negen stokken, die rechtop +stonden, en spande hem naar alle kanten uit, totdat hij zoo strak +was als een trommelvlies; en de vier evenwijdige stokken, die zoowat +vijf duim hooger waren dan de zakdoek, dienden aan elken kant als +leuning. Toen mijn werk af was, vroeg ik den Keizer een troep van zijn +beste paardevolk, vier-en-twintig in getal, op deze vlakte te laten +exerceeren. Zijne Majesteit keurde dat voorstel goed en ik nam ze op, +een voor een in mijn handen, gelaarsd en gespoord, met de bijbehoorende +officieren om ze te kommandeeren. Zoodra ze waren opgesteld verdeelden +zij zich in twee partijen, voerden spiegelgevechten uit, schoten stompe +pijlen af, trokken hunne zwaarden, vloden en vervolgden, vielen aan en +trokken terug, in 't kort openbaarden een militaire bedrevenheid zoo +groot als ik ze ooit had gezien. De evenwijdige stokken beveiligden +hen en hun paarden voor afvallen van de stellage; en de Keizer was er +zoo mee in zijn schik, dat hij verscheiden dagen de vermakelijkheid +opnieuw liet geven, en het hem eens zelfs behaagde erop te worden +getild en zelf het bevel te voeren; en met groote moeite overreedde +hij zelfs de Keizerin zich door mij in haar gesloten draagstoel binnen +twee el van de stellage te laten houden, vanwaar zij een goed gezicht +had op de heele uitvoering. Tot mijn geluk gebeurde er geen ongeluk +tijdens die spelen; alleen geviel het een keer, dat een vurig paard +van een van de kapiteins met zijn hoef een gat in mijn zakdoek sloeg, +en toen zijn voet erdoor gleed, met ruiter en al over den kop ging; +maar ik tilde ze onmiddellijk allebei op, en terwijl ik het gat +met een hand dicht hield, zette ik den troep met de andere eraf, op +dezelfde manier als ik ze erop getild had. Het paard dat gevallen was, +had zijn rechter schouder ontwricht, maar de ruiter had geen letsel; +en mijn zakdoek herstelde ik zoo goed als ik kon; evenwel wou ik zijn +sterkte niet meer beproeven in zulke gevaarlijke ondernemingen. + +Zoowat twee of drie dagen vóór ik in vrijheid werd gesteld, terwijl +ik het hof met dit soort grappen vermaakte, kwam er een ijlbode Zijne +Majesteit mededeelen, dat eenige van zijn onderdanen, rijdende dicht +bij de plaats waar ik het eerst gevonden was, een groot zwart voorwerp +op den grond hadden zien liggen, dat er heel vreemd uitzag, met randen +rondom uitgestrekt, zoo groot als Zijner Majesteits slaapkamer en in +'t midden opstijgende tot manshoogte; dat het geen levend wezen was, +zooals zij eerst gevreesd hadden, want dat het op het gras lag, +bewegingloos, en dat eenigen van hen er een keer of wat omheen +waren gewandeld; dat ze door op elkaars schouders te gaan staan, +op den top waren geklauterd, die vlak en effen was, en door erop +te stampen, bespeurd hadden dat het van binnen hol moest zijn; dat +zij onderdaniglijk meenden dat het iets zijn mocht dat den man-berg +behoorde; en dat, als het Zijne Majesteit behaagde, zij het met niet +meer dan vijf paarden naar de hoofdstad vervoeren zouden. Ik begreep +dadelijk wat zij bedoelden en was van harte blij met dit bericht. Het +schijnt, dat ik in 't eerst, toen ik pas na de schipbreuk de kust +bereikte, en vóór ik nog kwam aan de plaats waar ik slapen ging, +te verward was om te merken dat mijn hoed, dien ik met een koord om +mijn hoofd had vastgemaakt terwijl ik roeide, en die al den tijd dat +ik zwom erop gebleven was, afviel vlak nadat ik aan land kwam; zeker +doordat door een of ander toeval de koord brak; terwijl ik het niet +merkte, maar dacht dat ik mijn hoed op zee verloren had. Ik verzocht +zijne Keizerlijke Majesteit, wien ik uitlegde wat het voorwerp was en +waartoe ik het noodig had, orders te geven, zoodat het mij zoo gauw +mogelijk zou gebracht worden; en den volgenden dag kwamen de voerlui +er mee aan, maar niet in heel goeden toestand; zij hadden namelijk +twee gaten in den rand geboord, anderhalven duim van den kant af, +en in die twee gaten twee haken geslagen; die haken waren met een +lang touw aan het tuig bevestigd, en zoo was mijn hoed meer dan een +halve Engelsche mijl voortgesleept; maar daar de grond in dat land +bijzonder glad en effen is, had hij minder geleden dan ik verwachtte. + +Twee dagen na die gebeurtenis kreeg de Keizer, die juist bevolen had +dat het deel van zijn leger dat in en bij de hoofdstad in kwartier +lag, zich gereed moest houden, een bijzonder vreemde aardigheid in 't +hoofd. Hij wenschte dat ik zou gaan staan als een Kolossus, met mijn +beenen zoover van elkaar als ik zonder hinder doen kon. Toen beval hij +zijn generaal, (die een oud ervaren aanvoerder en een groot beschermer +van mij was) de troepen op te stellen en in gesloten gelederen onder +mij door te laten trekken; het voetvolk in rangen van vier-en-twintig +en het paardevolk van zestig, met slaande trommen, vliegende vaandels +en gevelde lansen. Dit leger bestond uit drieduizend man voetvolk en +duizend paarden. + +Ik had zooveel rekwesten en memories voor mijn vrijheid ingezonden, +dat Zijne Majesteit de zaak eindelijk ter sprake bracht, eerst in den +ministerraad, daarna in de voltallige raadsvergadering; waar niemand +er tegen was dan Skyresh Bolgolam, die zonder eenige aanleiding er +behagen in vond mijn doodsvijand te zijn; maar de heele raad haalde +het voorstel tegen zijn zin erdoor, en de Keizer bevestigde het. Die +minister was galbet, of admiraal van het rijk; hij genoot zeer het +vertrouwen van zijn meester, en was zeer ervaren in staatszaken, maar +van een zwartgallige en vinnige natuur. Op 't laatst echter liet hij +zich overhalen toe te geven; maar behield zich voor zelf de artikelen +en voorwaarden op te stellen, waarop ik zou worden vrijgesteld +en die ik bezweren moest. Deze artikelen werden mij gebracht door +Skyresh Bolgolam in persoon, vergezeld door twee onder-secretarissen +en verscheidene personen van rang. Nadat zij waren voorgelezen, werd +mij gevraagd of ik wou zweren ze na te komen; eerst naar de wijze van +mijn eigen land en daarna naar de bij hun wetten voorgeschrevene; +die daarin bestond dat men den rechtervoet in de linkerhand hield, +den middelvinger van de rechterhand op de kruin van het hoofd, en den +duim op de lel van het rechteroor plaatste. Omdat de lezer misschien +gaarne eenig denkbeeld wil krijgen van den stijl en de bijzondere +wijze van zich uit te drukken van dit volk, en ook misschien wel de +artikelen weten wil waarop ik mijn vrijheid terugkreeg, heb ik een +vertaling van het heele dokument gemaakt, zooveel mogelijk woordelijk, +die ik het publiek hierbij aanbied. + +"Golbasto Momarem Evlame Gurdilo Shefin Mully Ully Gue, de zeer +machtige Keizer van Lilliput, de verrukking en de schrik van het +heelal, wiens gebied zich uitstrekt vijfduizend blustrugs (zoowat +twaalf mijl in omtrek) tot aan het einde van den aardbol; de vorst der +vorsten, grooter dan de zonen der menschen; wiens voeten neerdrukken +tot het middelpunt der aarde, wiens hoofd stoot tegen de zon, die het +hoofd schudt en de knieën knikken van koningen, de aangename als lente, +de heerlijke als zomer, de vruchtbare als herfst, de verschrikkelijke +als winter. Zijne verhevenste Majesteit stelt den man-berg, onlangs +in ons hemelsche rijk aangekomen, de volgende artikelen, voor welke +hij door een plechtigen eed zich verplichten zal te houden: + +1e. "De man-berg zal niet vertrekken uit onze landen zonder onze, +van ons groot zegel voorziene, schriftelijke toestemming. + +2e. "Hij zal het niet wagen in onze hoofdstad te komen, zonder ons +bepaald daartoe uitgedrukt bevel; wanneer de inwoners twee uur vooruit +zullen gewaarschuwd worden binnenshuis te blijven. + +3e. "De gezegde man-berg zal zijn wandelingen beperken tot onze +voornaamste heerwegen, en niet gaan wandelen of neerliggen op een +weide of in een korenveld. + +4e. "Wanneer hij op die wegen wandelt, zal hij de grootste zorg dragen +niet te stappen op de lichamen van eenige van onze beminde onderdanen, +hun paarden of voertuigen; noch eenige van onze bovengenoemde +onderdanen in zijn handen nemen zonder hunne toestemming. + +5e. "Als een bericht buitengewonen spoed vereischt, zal de man-berg +verplicht zijn den bode en zijn paard in zijn zak zes dagreizen ver +te dragen, eens in iedere maand, en (zoo noodig) dien bode veilig in +onze keizerlijke tegenwoordigheid terug te brengen. + +6e. "Hij zal onze bondgenoot zijn tegen onze vijanden op het eiland +Blefuscu, en zijn uiterste best doen om hun vloot te verwoesten, +die zich op dit oogenblik gereed maakt hier een inval te doen. + +7e. "Dat gezegde man-berg, in zijn vrije uren, onze werklieden helpen +zal in het optillen van sommige groote steenen, voor het dekken van +den muur van het hoofdpark en andere van onze aanzienlijke gebouwen. + +8e. "Dat gezegde man-berg, in twee maanden tijd, zal inleveren een +nauwkeurige opmeting van den omtrek van ons gebied, berekend naar +zijn eigen stappen langs de kust. + +"Ten laatste: dat op zijn plechtigen eed al de bovengenoemde artikelen +te houden, gezegde man-berg een daaglijksch rantsoen zal hebben van +eet- en drinkwaren, als voldoende is voor het onderhoud van 1728 van +onze onderdanen, met vrijen toegang tot onze keizerlijke persoon, en +andere bewijzen van onze gunst. Gegeven in ons paleis te Belfaborac, +den twaalfden dag van de een-en-negentigste maan van onze regeering." + +Ik bezwoer en onderteekende deze artikelen met groote opgeruimdheid +en tevredenheid, ofschoon eenige ervan niet zoo eervol waren +als ik kon gewenscht hebben, wat heelemaal te wijten was aan de +kwaadwilligheid van Skyresh Bolgolam, den groot-admiraal; waarop +mijn ketens onmiddellijk werden losgemaakt, en ik weer mijn volle +vrijheid had. De Keizer deed me de eer, in persoon bij de heele +plechtigheid tegenwoordig te zijn. Ik toonde hem mijn erkentelijkheid +door mij voorover te werpen aan Zijner Majesteits voeten; maar +hij gebood mij op te staan; en na menig aangenaam woord, dat ik, +om de beschuldiging van ijdelheid te ontgaan, niet herhalen zal, +zei hij, dat hij hoopte dat ik een nuttig dienaar zou blijken en +al de gunsten verdienen waarmee hij mij al begiftigd had of in de +toekomst begiftigen zou. De lezer heeft misschien gemerkt, dat, in +het laatste artikel waarop ik werd vrijgelaten, de Keizer mij een +hoeveelheid eten en drinken toestaat voldoende voor het onderhoud van +1728 Lilliputters. Eenigen tijd later vertelde mij een vriend aan +het hof, wien ik vroeg hoe zij juist zoo precies dát getal hadden +voorgesteld, dat Zijner Majesteits wiskunstenaars, nadat zij met +een kwadrant de hoogte van mijn lichaam genomen hadden en gevonden +dat het de hunne overtrof in de evenredigheid van twaalf tot een, +daaruit en uit de gelijkvormigheid van onze lichamen het besluit hadden +getrokken, dat het mijne tenminste 1728 van de hunne moest inhouden, +en dientengevolge evenveel vereischte als noodig was tot onderhoud +van dat aantal Lilliputters. Waardoor de lezer een denkbeeld krijgen +kan van de vernuftigheid van dat volk, zoowel als van het voorzichtige +en nauwkeurige overleg van hun grooten vorst. + + + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + + Mildendo, de hoofdstad van Lilliput, beschreven tegelijk met het + paleis van den Keizer.--Een gesprek tusschen den schrijver en een + eersten secretaris, over de zaken van het rijk.--De aanbiedingen + van den schrijver om den Keizer in zijn oorlogen te helpen. + + +Het eerste verzoekschrift dat ik opstelde toen ik mijn vrijheid +verkregen had, behelsde het verzoek om verlof Mildendo te gaan +zien, de hoofdstad, hetwelk de Keizer mij gewillig toestond, maar +met bijzonderen last geen schade te doen aan de inwoners of hun +huizen. Het volk werd, bij proklamatie, met mijn plan om de stad +te bezoeken, in kennis gesteld. De muur, die haar omringt, is twee +en een halven voet hoog, en minstens elf duim breed, zoodat paard en +rijtuig veilig er op rond kunnen rijden; en op tien voet afstand is ze +geflankeerd door sterke torens. Ik stapte over de groote westerpoort, +en liep heel zoetjes in de dwarste door de twee hoofdstraten, met +niets dan mijn korte vest aan, uit vrees dat ik de daken en lijsten +van de huizen zou beschadigen met mijn jaspanden. Ik wandelde met +de uiterste voorzorg, om te voorkomen dat ik op den een of anderen +achterblijver trapte, schoon zeer strenge bevelen waren uitgevaardigd +dat ieder tot zijn eigen welzijn in huis moest blijven. De bovenste +vensters en de nokken van de huizen waren zoo vol met kijkers, +dat ik mij verbeeldde op geen van mijn reizen een plaats gezien te +hebben die zóo bevolkt was. De stad is precies vierkant, en iedere +zij van den muur is vijfhonderd voet lang. De twee hoofdstraten, die +er dwars doorgaan en haar in vier kwartieren deelen, zijn vijf voet +breed. De lanen en dwarsstraten die ik niet kon ingaan, maar alleen +in het voorbijgaan zag, zijn van twaalf tot achttien duim. De stad +kan vijfhonderdduizend zielen bevatten; de huizen hebben drie tot +vijf verdiepingen; de winkels en markten zijn goed voorzien. + +Het keizerlijk paleis staat midden in de stad, waar de twee groote +straten saamkomen. Het is ingesloten door een muur van twee voet +hoog, die twintig voet van de gebouwen afstaat. Ik had verlof van +Zijne Majesteit om dien muur over te stappen; en daar de ruimte +tusschen muur en paleis zoo groot was, kon ik het op mijn gemak +van alle kanten bezien. Het buitenste paleis is een vierkant van +veertig voet en omsluit twee andere gebouwen; in het binnenste zijn +de keizerlijke vertrekken, die ik graag zien wou, maar moeielijk kon, +want de groote poorten van het eene vierkant in het andere waren +maar achttien duim hoog en zeven breed. Nu waren de gebouwen van +het buitenhof minstens vijf voet hoog, en het was onmogelijk voor +me er overheen te stappen zonder onnoemelijke schade aan het dak +te doen, schoon de muren sterk gebouwd waren van gehouwen steen, +en vier duim dik. Tegelijk wou de Keizer heel graag, dat ik de +pracht van zijn paleis zien zou; maar ik was niet in staat dat te +doen voor drie dagen daarna, die ik doorbracht met een paar van de +grootste boomen van het keizerlijk park om te snijden, met mijn mes, +een honderd el zoowat van de stad van daan. Van die boomen maakte +ik twee stoelen, elk zoowat drie voet hoog en sterk genoeg om mijn +gewicht te houden. Nadat het volk een tweeden keer een kennisgeving +ontvangen had, ging ik weer door de stad naar het paleis met mijn +twee stoelen in mijn handen. Toen ik aan den muur van het buitenhof +kwam ging ik op den eenen stoel staan met den anderen in mijn hand; +dien tilde ik over het dak en zette hem zachtjes op de plaats tusschen +het eerste en tweede hof, die acht voet breed was. Toen stapte ik heel +op mijn gemak van den eenen stoel op den anderen en trok den eersten +achter me op aan een stok met een haak. Op die manier kwam ik tot in +het binnenhof, en daar, languit op mijn zij liggende, hield ik mijn +gezicht tegen de vensters van de middenverdiepingen, die met opzet +waren opengelaten, en ontdekte zoo de prachtigste vertrekken, die men +zich kan voorstellen. Daar zag ik de Keizerin en de jonge prinses, +in hun verschillende vertrekken, met hun voornaamste bedienden om hen +heen. Het behaagde Hare Keizerlijke Majesteit mij allerminzaamst toe +te lachen, en mij door het venster haar hand te kussen te geven. + +Maar ik zal den lezer niet vooruitloopen met meer beschrijvingen van +dit soort, omdat ik die bewaren moet voor een grooter werk, dat nu +al haast klaar is voor de pers, en dat een volledige beschrijving +van dit rijk zal inhouden, van zijn eerste opkomst, onder een lange +reeks van vorsten, met een afzonderlijk overzicht van zijn oorlogen en +staatkunde, wetten, geleerdheid en godsdienst; zijn planten en dieren, +zijn eigenaardige manieren en gebruiken, benevens andere zaken, zeer +nuttig en merkwaardig; terwijl het op 't oogenblik alleen mijn doel +is zulke gebeurtenissen en voorvallen te verhalen als het volk en +mijzelf overkwamen gedurende een verblijf van ongeveer negen maanden +in dat rijk. + +Eens op een morgen, ongeveer twee weken nadat ik mijn vrijheid +herkregen had, kwam Reldresal, eerste geheimschrijver (zooals zij hem +noemen) aan mijn huis, alleen vergezeld door een bediende. Hij beval +dat zijn draagkoets hem op eenigen afstand wachten zou, en vroeg +mij hem een gehoor van een uur toe te staan, waarin ik gereedelijk +toestemde, in aanmerking nemende zijn rang en zijn persoonlijke +verdiensten, zoowel als de vele goede diensten, die hij mij tijdens +mijn sollicitaties aan het hof bewezen had. Ik bood aan te gaan liggen, +opdat hij wat dichter bij mijn oor zou kunnen spreken; maar hij wou +liever dat ik hem gedurende ons gesprek in de hand hield. Hij begon +met mij geluk te wenschen met mijn invrijheidstelling; zei dat hij +zich eenigszins er op beroemen mocht daartoe te hebben medegewerkt, +maar voegde er bij, dat ik nochtans, als niet de tegenwoordige staat +van zaken aan het hof geholpen had, haar misschien niet zoo gauw +zou hebben verkregen. "Want", zeide hij, "in hoe bloeienden toestand +wij voor een vreemde ook schijnen te verkeeren, wij lijden onder twee +smartelijke kwalen: een hevigen partijtwist binnenslands, en het gevaar +van een inval door een zeer machtigen vijand erbuiten. Wat de eerste +betreft moet gij weten dat sinds zeventig manen twee overhoop liggende +partijen in dit rijk geweest zijn, die zich noemden Tramecksan en +Slamecksan, naar de hooge en lage hakken van hun schoenen, waardoor +zij zich van elkander onderscheiden. Men beweert wel eens, dat de +hoog-hakken het meest in gunst zijn bij ons oude vorstenhuis; maar, +wat daar ook van aan zij, het is een feit dat Zijne Majesteit in +het staatsbestuur, en, zooals ge wel zult bemerkt hebben, in al de +posten, die de kroon te begeven heeft, alleen laag-hakken gebruikt; +en wat meer zegt, dat Zijner Majesteits keizerlijke hakken minstens +een drurr lager zijn dan van iemand aan 't hof (drurr is een maat van +zoowat een veertiende van een duim). De vijandelijkheden tusschen deze +twee partijen loopen zoo hoog, dat ze met elkaar eten, drinken, noch +praten willen. Wij schatten de Tramecksan, of hoog-hakken, grooter in +aantal dan wij; maar de macht is heelemaal in onze handen. Wij vreezen +dat Zijne Keizerlijke Hoogheid de Kroonprins, zich min of meer tot +de Hoog-hakken voelt aangetrokken; we kunnen tenminste duidelijk zien +dat een van zijn hakken hooger is dan de andere, wat maakt dat hij een +beetje mank loopt. Nu, te midden van deze huiselijke onrusten worden +wij bedreigd door een inval van het eiland Blefuscu, dat het andere +groote rijk van de wereld is, bijna zoo groot en machtig als dit van +Zijne Majesteit. Want, wat aangaat wat wij u hebben hooren beweren, +dat er andere koninkrijken en staten in de wereld zijn, bewoond door +menschelijke wezens zoo groot als gij zijt, daarover verkeeren onze +wijsgeeren zeer in twijfel, en gelooven liever dat gij van de maan +of een van de sterren gevallen zijt; omdat het zeker is dat honderd +stervelingen van uw omvang in korten tijd al het vee en de vruchten +van Zijner Majesteits landen zouden uitroeien; bovendien maakt onze +geschiedenis over zesduizend manen geen melding van eenige andere +streken dan de twee groote rijken Lilliput en Blefuscu; welke twee +machtige rijken, zooals ik u juist vertellen wou, sinds zes-en-dertig +manen in een uiterst hardnekkigen oorlog gewikkeld zijn. Die begon +door het volgende voorval: Het wordt door niemand tegengesproken dat de +oorspronkelijke manier om eieren open te breken, voor we ze eten, was +op de stompe punt; maar nadat de grootvader van onzen tegenwoordigen +Keizer, toen hij nog een jongen was, eens het ongeluk gehad heeft, +toen hij een ei ging eten en dat openbrak volgens de oude manier, +zich in den vinger te snijden, liet de Keizer, zijn vader, een +bevel afkondigen, waarbij al zijnen onderdanen met bedreiging van +strenge straffen bevolen werd hun eieren aan de spitse punt open te +breken. Het volk was over dit bevel zoo verbitterd, dat, zooals onze +geschiedenissen melden, tengevolge daarvan zes opstanden verwekt zijn, +waarin één Keizer zijn leven en een ander zijn kroon verloor. Deze +binnenlandsche onrusten werden gestadig aan 't gisten gehouden door +de vorsten van Blefuscu, en als ze gedempt waren zochten de ballingen +altijd in hun rijk een schuilplaats. Men heeft berekend dat elfduizend +menschen op verschillende tijden zich lieten dooden, eerder dan er in +toe te stemmen hun eieren te breken aan de spitse punt. Veel honderden +dikke boekdeelen zijn over dit strijdpunt uitgekomen; maar de boeken +van de stomppunters zijn sinds lang verboden, en de heele partij bij +de wet uitgesloten van het vervullen van staatsambten. Gedurende +den loop van deze twisten, protesteerden de Keizers van Blefuscu +herhaaldelijk door hun gezanten, ons beschuldigende een scheiding te +maken in den godsdienst, door te handelen tegen een grondstelling van +onzen grooten profeet Lustrog, in het vier-en-vijftigste hoofdstuk +van den Blundecral (dat is hun Alcoran). Dit wordt evenwel als een +verwringing van den tekst beschouwd, want de woorden zijn: dat alle +ware geloovers hun eieren zullen openbreken aan de punt, die daartoe +het geschiktst is. En welke punt daartoe het geschiktst is, lijkt, +naar mijn bescheiden meening, te zijn overgelaten aan ieders oordeel +en geweten, of hoogstens in de macht van de overheid gesteld om uit +te maken. Nu hebben de verbannen stomppunters zooveel invloed gekregen +aan het hof van den Keizer van Blefuscu, en zooveel geheimen bijstand +en aanmoediging van hun partij hier in 't land, dat een bloedige +oorlog tusschen de twee rijken al sinds zes-en-dertig manen met +afwisselenden voor- en tegenspoed wordt gevoerd; gedurende welken +tijd wij veertig kapitale schepen en een veel grooter aantal kleine +vaartuigen verloren hebben, gezamenlijk met dertigduizend van onze +beste zeelui en soldaten; en de schade door onze vijanden geleden wordt +iets grooter geschat dan de onze. Zij hebben nu echter een talrijke +vloot uitgerust en maken zich juist gereed om op ons af te komen; +en de Keizerlijke Majesteit, die het grootste vertrouwen stelt in uw +moed en kracht, heeft mij bevolen u dit overzicht van onzen toestand +voor te leggen." + +Ik verzocht den secretaris mijne onderdanige groeten aan den Keizer +over te brengen en hem te doen weten, dat ik van meening was dat +het mij, als vreemdeling niet passen zou mij met partijtwisten in te +laten; maar dat ik gereed was mijn leven te wagen om zijn persoon en +rijk tegen alle indringers te verdedigen. + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + + De schrijver voorkomt een inval, door een zeer bijzondere + krijgslist.--Hem wordt een hooger rang geschonken.--Gezanten komen + van den Keizer van Blefuscu om over den vrede te onderhandelen. + + +Het Keizerrijk Blefuscu is een eiland, gelegen ten noord-oosten +van Lilliput, waarvan het alleen gescheiden is door een kanaal van +achthonderd el breed. Ik had het nog niet gezien, en na dit bericht van +voorgenomen inval vermeed ik mij aan die zij van de kust te vertoonen, +uit vrees bespeurd te worden door een of ander schip van den vijand, +die nog niet van mijn aanwezigheid verwittigd was, omdat gedurende den +oorlog alle verkeer tusschen de twee rijken op doodstraf verboden en +door onzen Keizer een embargo op alle schepen was gelegd. Ik deelde +Zijne Majesteit een plan mede dat ik gemaakt had, om met één slag de +heele vijandelijke vloot te vermeesteren, die, zooals onze voorposten +ons verzekerden, in de haven voor anker lag, klaar om met den eersten +gunstigen wind uit te zeilen. Ik raadpleegde de meest ervaren zeelui +over de diepte van het kanaal, dat ze dikwijls gepeild hadden; die +mij vertelden dat het in 't midden bij hoog water zeventig glumgluffs +diep was, wat zoowat zes voet Europeesche maat is; en voor 't overige +vijftig glumgluffs op zijn hoogst. Ik wandelde naar de noord-oostkust, +vlak tegenover Blefuscu, en achter een heuveltje liggende haalde ik +mijn kleinen zak-verrekijker uit en nam de vijandelijke vloot waar +voor anker, bestaande uit ongeveer vijftig oorlogsschepen en een +groot aantal transportschepen; toen ging ik terug naar mijn huis, +en gaf bevel (waarvoor ik volmacht had) mij een groote hoeveelheid +van het sterkste kabeltouw en ijzeren staven te leveren. Het kabeltouw +was ongeveer zoo dik als pakgaren, en de staven van de lengte en dikte +van een breinaald. Ik vlocht, om het sterker te maken, die touwen door +elkaar, en boog met hetzelfde doel drie ijzeren staven ineen, waarvan +ik de uiteinden tot een haak boog. Nadat ik zoo vijftig haken aan +evenveel kabels bevestigd had, ging ik terug naar de noord-oostkust, +en nadat ik mijn jas, schoenen en kousen uitgedaan had, wandelde +ik in zee, in mijn leeren wambuis, zoowat een half uur voor hoog +water. Ik waadde zoo gauw ik kon, en zwom in het midden nagenoeg +dertig el, tot ik grond voelde. Ik bereikte de vloot in minder dan +een half uur. De vijanden waren zoo verschrikt toen zij mij zagen, +dat zij uit hun schepen sprongen, en naar de kust zwommen, waar er +niet minder dan dertigduizend bij elkaar konden zijn; toen nam ik mijn +touwwerk, en een haak vastmakende aan het gat van elken voorsteven, +bond ik de koorden aan het uiteinde bij elkaar. Terwijl ik zoo bezig +was, schoot de vijand verscheiden duizenden pijlen af, waarvan vele +in mijn handen en gezicht bleven steken, en mij, behalve dat ze mij +bitter pijn deden, erg in mijn werk hinderden. Het meest vreesde ik +voor mijn oogen, die ik onfeilbaar zou verloren hebben, als ik niet +plotseling aan een hulpmiddel gedacht had. Ik had onder andere kleine +benoodigdheden, een bril in een geheim zakje, dat, zooals ik hiervoor +vertelde, door de keizerlijke nazoekers niet was opgemerkt. Dien +haalde ik voor den dag, en zette hem zoo vast ik kon op mijn neus, +en ging, zoo gewapend, stoutmoedig met mijn werk voort, in spijt van +de vijandelijke pijlen, waarvan menigeen tegen de glazen van mijn +bril aansloeg, maar zonder andere uitwerking dan dat mijn bril er een +klein beetje schuin van ging staan. Ik had nu al de haken aangehecht, +en begon, met den knoop in mijn hand, te trekken; maar geen schip +wou van zijn plaats, omdat ze allemaal te vast aan hun ankers lagen, +zoodat het ergste deel van mijn onderneming nog overbleef. Ik liet +daarom het touw los, en terwijl ik de haken aan de schepen vast liet, +sneed ik vastberaden met mijn mes de ankertouwen door, waarbij ik +ongeveer tweehonderd schoten in mijn gezicht en handen kreeg; toen +nam ik het bij elkaar geknoopte uiteinde van de touwen, waar mijn +haken aan vastgemaakt waren, en trok dood op mijn gemak vijftig van +des vijands grootste oorlogsschepen achter me aan. + +De Blefuscudianen, die niet het minste begrip hadden van wat ik ging +doen, waren in 't eerst kapot van verbazing. Zij hadden mij de touwen +zien doorsnijden en dachten, dat het alleen maar mijn plan was de +schepen te laten afdrijven, of op elkaar loopen; maar toen zij de +heele vloot in goede orde zagen voortbewegen, en mij trekken aan +'t eind, stieten zij zulk een kreet uit van smart en wanhoop, dat +het bijna onmogelijk is hem te beschrijven of te verbeelden. Toen +ik buiten gevaar was, hield ik een poos stil om de pijlen uit te +trekken, die in mijn handen en gezicht staken, en wreef er een beetje +van dezelfde zalf op, die mij bij mijn eerste aankomst gegeven was, +zooals ik vroeger verteld heb. Toen nam ik mijn bril af en nadat ik +een uur ongeveer gewacht had tot het tij een beetje verloopen was, +waadde ik met mijn buit door en bereikte veilig de Keizerlijke haven +van Lilliput. + +De Keizer en zijn heele hof stonden aan het strand, in afwachting +van den uitslag van dit groote waagstuk. Zij zagen de schepen in een +breede halve maan voortbewegen, maar konden mij niet onderscheiden, +omdat ik tot de borst in het water was. Toen ik tot het midden van +het kanaal gekomen was, waren zij in nog grooter benauwdheid, omdat +ik onder water was tot mijn hals. De Keizer begon te gelooven dat +ik verdronken was, en dat de vijandelijke vloot met oorlogzuchtige +bedoelingen naderde; maar hij werd spoedig van zijn angst verlost; +want het kanaal, bij iederen stap dien ik deed, ondieper wordende, +kwam ik binnenkort dicht genoeg bij om mij verstaanbaar te maken en +riep, het uiteinde van het touw, waar de vloot aan was vastgemaakt, +omhoog houdende, met luide stem: Lang leve de zeer machtige Keizer +van Lilliput! Deze groote vorst ontving mij bij mijn landing met +alle mogelijke loftuitingen, en maakte mij op de plaats tot nardac, +wat het hoogste eerambt onder hen is. + +Zijne Majesteit verlangde dat ik van een volgende gelegenheid gebruik +zou maken om ook de rest van de vijandelijke schepen in zijn havens +te sleepen. En zoo mateloos is de eerzucht van vorsten, dat hij niets +minder scheen in den zin te hebben dan het heele rijk Blefuscu in een +provincie te veranderen en het te doen besturen door een onderkoning, +de uitgeweken stomp-punters uit te roeien, en dat volk te noodzaken +hun eieren bij de spitse punt open te breken, en zoo de eenige vorst +van de heele wereld te zijn. Maar ik trachtte hem van dit plan af te +brengen, door allerlei argumenten, zoowel aan de politiek als aan +de rechtvaardigheid ontleend; ik verklaarde ronduit dat ik nooit +mij zou laten gebruiken als werktuig om een vrij en dapper volk in +slavernij te brengen. En toen de zaak in den raad besproken werd, +was het wijste deel van den ministerraad van mijne meening. + +Deze open stoutmoedige verklaring van mij was zoo tegengesteld aan +de plannen en de politiek van Zijne Keizerlijke Majesteit, dat hij ze +mij nooit vergeven kon. Hij zinspeelde er bedektelijk op in den raad, +waar, zooals men mij zei, sommige van de wijsten, door hun stilzwijgen, +ten minste schenen mij gelijk te geven, maar anderen, die mijn geheime +vijanden waren, konden eenige uitdrukkingen niet weerhouden, die langs +een omweg tot mij over werden gebracht. En van dien tijd aan begon een +samenspanning van Zijne Majesteit met eenige van zijn ministers, met +kwaadaardig opzet tegen mij, die in minder dan twee maanden uitbrak en +bijna met mijn volkomen ondergang geëindigd was. Van zoo klein gewicht +zijn de grootste diensten, vorsten bewezen, als ze in de schaal gelegd +worden tegenover een weigering om hun hartstochten te bevredigen. + +Ongeveer drie weken na deze heldendaad kwam er een plechtig gezantschap +aan van Blefuscu, met nederig verzoek om den vrede, die spoedig +geteekend werd op voor onzen Keizer zeer voordeelige voorwaarden, +waarmee ik den lezer niet zal lastig vallen. Er waren zes gezanten, +met een gevolg van ongeveer vijfhonderd personen, en hun inkomst was +zeer prachtig, zooals het de grootheid van hun meester en het gewicht +van hun zending paste. Toen de onderhandelingen waren afgeloopen, +waarbij ik hun menigen goeden dienst deed door den invloed, dien ik +nu had, of ten minste scheen te hebben, aan 't hof, brachten hunne +Excellenties, die in 't geheim onderricht waren hoezeer ik hun +vriend geweest was, mij een formeel bezoek. Zij begonnen met veel +komplimenten over mijn dapperheid en edelmoedigheid, noodigden mij in +naam van hun Keizer uit tot een bezoek aan zijn rijk, en vroegen of +zij eenige blijken zien mochten van mijn ontzaglijke kracht, waarvan +zij zooveel wonderen gehoord hadden, wat ik hun gereedelijk toestond, +maar met de bijzonderheden waarvan ik den lezer niet lastig zal vallen. + +Toen ik hunne Excellenties eenigen tijd tot hun onuitsprekelijke +voldoening en verrassing had beziggehouden, verzocht ik hun mij de +eer te willen doen mijn onderdanigste groeten over te brengen aan +den Keizer hun meester, de roep van wiens deugden zoo ten rechte +de geheele wereld met bewondering vervuld had, en wiens vorstelijke +persoon ik besloten was mijne opwachting te maken voor ik terugkeerde +naar mijn eigen land. Dienovereenkomstig vroeg ik den eerstvolgenden +keer dat ik de eer had onzen Keizer te zien, zijn onbepaald verlof +om den Blefuscudiaanschen vorst mijn opwachting te gaan maken, dat +hij mij toestond, zooals ik duidelijk merkte, op eenigszins koude +manier; maar ik kon daar de reden niet van gissen, totdat mij iemand +een gerucht overbracht als zouden Flimnap en Bolgolam mijn onderhoud +met de gezanten hebben voorgesteld als een bewijs van verandering in +mijn gezindheid; waarvan ik zeker ben dat mijn hart volkomen vrij +was. Dit was de eerste keer dat ik eenigszins een voorstelling van +hoven en ministers begon te krijgen. + +Hier moet ik doen opmerken dat de gezanten tot mij spraken door middel +van een tolk, daar de talen van de beide rijken evenveel verschilden +als twee talen in Europa, en iedere natie zich verheft op de oudheid, +schoonheid en gespierdheid van haar eigen taal, met een duidelijk +merkbare minachting voor die van haar naburen; onze Keizer evenwel had, +gebruik makende van het voordeel dat de vermeestering van hun vloten +hem gegeven had, hen verplicht hun geloofsbrieven over te leggen en +hun rede te houden in de taal der Lilliputters. En het moet gezegd +worden, dat door het drukke handels- en bedrijfsverkeer tusschen +de beide rijken, door het voortdurend opnemen van uitgewekenen, dat +weerkeerig bij hen is, en door de gewoonte in elk rijk, den jongen +adel en de rijke burgerzoons naar elkaar over te zenden, opdat ze hun +opvoeding voltooien door de wereld te zien, en menschen en zeden te +leeren verstaan, er weinig personen van beteekenis: òf handelaren òf +zeelui, in de zeeplaatsen zijn, die niet een gesprek kunnen voeren +in beide talen, zooals ik een paar weken later merkte, toen ik mijn +opwachting ging maken bij den Keizer van Blefuscu, wat, temidden +van groote rampen, veroorzaakt door de boosheid van mijn vijanden, +een gelukkig voorval bleek, zooals ik op de daartoe geschikte plaats +zal mededeelen. + +De lezer zal zich herinneren, dat er, toen ik de artikelen teekende, +waar ik mijn vrijheid op herkreeg, sommige bij waren waar ik op tegen +had, omdat zij mij te vernederend voorkwamen; ook kon niets dan een +uiterste noodzakelijkheid mij er toe gebracht hebben ze te teekenen; +maar nu, daar ik een nardac van den hoogsten rang in het rijk was, +werden zulke diensten beneden mijn waardigheid gerekend, en ik doe +den Keizer slechts recht door te verklaren, dat hij er mij nooit ééns +aan herinnerd heeft. + + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + + Over de inwoners van Lilliput; hun wetenschappen, wetten en + gewoonten; de wijze van opvoeding hunner kinderen.--Des schrijvers + leefwijze in dat land.--Zijn rechtvaardiging van een edele dame. + + +Ofschoon ik van plan ben de beschrijving van dit rijk te bewaren voor +een afzonderlijk werk, zal ik den belangstellenden lezer toch graag, +voorloopig, eenige algemeene denkbeelden erover geven. Terwijl dan de +gewone lengte van de inboorlingen iets minder dan zes duim is, bestaat +er een juiste overeenkomst daarmee bij al de andere dieren, zoowel +als bij planten en boomen; de grootste paarden en ossen bij voorbeeld +zijn misschien vier en vijf duim hoog, de schapen anderhalven duim, +iets meer of iets minder; hun ganzen zoowat zoo groot als een musch, +en zoo de verschillende soorten, al kleiner, totdat men komt aan +de kleinste, die voor mijn oogen bijna onzichtbaar waren; maar de +natuur heeft de oogen van de Lilliputters bekwaam gemaakt tot het +zien van alles wat hun noodig te zien is; zij zien zeer scherp, +maar niet op grooten afstand. Zoo vond ik het heel aardig--om een +voorbeeld te geven van hun scherpte van gezicht voor voorwerpen die +dichtbij zijn--een kok waar te nemen als hij een leeuwrik plukte, +die niet zoo groot was als een gewone vlieg en een klein meisje, +dat een onzichtbaren draad door het oog van een onzichtbare naald +haalde. Hun grootste boomen zijn zoowat zeven voet hoog; ik bedoel +sommige uit het Keizerlijk park, waarvan ik de toppen maar effentjes +met mijn gesloten vuist bereiken kon. De overige plantengroei is naar +dezelfde verhouding; maar dat kan de lezer zich wel zelf verbeelden. + +Ik zal hier maar weinig zeggen van den toestand der wetenschap, +die verscheidene eeuwen geleden, in al haar takken bij hen gebloeid +heeft; maar van hun wijze van schrijven vermeld ik als bijzonderheid, +dat die niet is van links naar rechts, zooals bij de Europeanen; +noch van rechts naar links als bij de Arabieren; noch van boven naar +beneden zooals bij de Chineezen; maar schuins van een hoek van het +papier naar den anderen, zooals die van de dames in Engeland. + +Zij begraven hun dooden met het hoofd recht naar beneden, omdat zij +de meening zijn toegedaan, dat zij in elfduizend manen allen weer +zullen opstaan; in welken tijd de aarde (die ze zich als een plat +vlak voorstellen) zich juist onderste boven keert, zoodat ze bij hun +opstanding precies recht overend zullen staan. Hunne geleerden zien +de onzinnigheid van die leer in, maar de gewoonte wordt gevolgd, +ten believe van het gemeen. + +Er zijn sommige zeer eigenaardige wetten en voorschriften in dit +rijk; en als ze niet zoo regelrecht tegenovergesteld waren aan die +van mijn eigen dierbaar vaderland, zou ik mij geneigd voelen het een +en ander tot hun rechtvaardiging aan te voeren. Men zou er alleen +van kunnen wenschen, dat ze ook goed uitgevoerd werden. De eerste, +waar ik van spreken wil, betreft de aanklagers. Alle misdaden tegen +den staat worden met de grootste gestrengheid gestraft, maar als de +beschuldigde voor de rechtbank zijn onschuld duidelijk weet te doen +uitkomen, wordt de aanklager onmiddellijk tot een onteerenden dood +veroordeeld, en uit zijn goederen en bezittingen wordt de onschuldig +beschuldigde vierdubbel schadeloos gesteld voor zijn tijdverlies, +voor het gevaar dat hij geloopen heeft, voor de ontberingen van +zijn gevangenschap en voor al de kosten die hij gemaakt heeft voor +de verdediging. En, als dat eigendom daartoe niet groot genoeg is, +wordt het ontbrekende door de Kroon aangevuld. De Keizer geeft hem +dan tevens een openlijk bewijs van zijn gunst, en zijn onschuld wordt +door de heele stad bekend gemaakt. + +Zij achten bedrog een grooter misdaad te zijn dan diefstal, en plegen +het daarom zelden anders te straffen dan met den dood; want, beweren +zij, zorg en waakzaamheid, met een klein beetje gezond verstand, kunnen +iemands bezittingen van dieven vrijwaren, maar eerlijkheid heeft geen +beschutting tegen grootere slimheid; en, aangezien het noodzakelijk +is dat er een voortdurend verkeer bestaat van koopen en verkoopen, +en leveren op crediet, zou, als bedrog geoorloofd of geduld was, +of niet strafbaar bij de wet gesteld, de eerlijke handelaar altijd +gepierd worden en de schurk de winst maken. Ik herinner me dat ik eens +bij den Keizer een misdadiger voorsprak, die met een groote som geld, +die hij voor zijn meester in ontvangst had genomen, was op den loop +gegaan, en dat, toen ik, als verzachtende omstandigheid, zoo tegen +Zijn Majesteit opmerkte dat het alleen maar misbruik van vertrouwen +was, de Keizer het monsterachtig in mij vond de grootste verzwarende +omstandigheid voor een verzachtende te willen laten doorgaan; en, +werkelijk, ik kon weinig anders daarop antwoorden dan het gewone +gezegde, dat andere volken andere zeden hebben; want ik moet zeggen +dat ik diep beschaamd was. + +Ofschoon wij gewoonlijk straf en belooning de twee scharnieren noemen, +waar alle bestuur op draait, heb ik die stelling toch bij geen enkel +volk in praktijk gebracht gezien, behalve bij dat van Lilliput. Al +wie daar afdoend bewijzen kan, dat hij de wetten van zijn land +zorgvuldig gehoorzaamd heeft, gedurende drie-en-zeventig manen, die +heeft aanspraak op zekere voorrechten, verschillend naar zijn stand +en rang in de maatschappij, met een daaraan evenredige som gelds, uit +een daartoe ingericht fonds; ook krijgt hij den titel van snilpall, +of wettige, die bij zijn naam gevoegd wordt, maar niet overgaat op +zijn nakomelingen. En deze lieden vonden het een verbazend groote +staathuishoudelijke fout in ons, dat wij het opvolgen van onze wetten +alleen door straffen afdwongen en niet door belooningen aanlokkelijk +maakten. Om die reden heeft het beeld van de gerechtigheid, dat in +hun gerechtshoven zit, en zes oogen heeft, twee van voren, twee van +achteren, en een aan iedere zijde, om alzijdige waakzaamheid uit te +drukken, in haar rechterhand een open tasch met goud, en een zwaard +in de scheede in haar linker, om te toonen dat zij meer tot beloonen +dan tot straffen geneigd is. + +Bij het kiezen van personen voor alle ambten, letten zij meer op +goede zeden dan op groote bekwaamheden, want, daar regeeringen +noodig zijn voor de menschheid, gelooven zij dat de gewone mate van +menschelijke wijsheid voldoende is voor een of ander regeeringsambt; +en dat de Voorzienigheid nooit kan bedoeld hebben het bestuur van de +staatszaken tot een geheimenis te maken, alleen doorgrondelijk voor +zeldzame verheven geesten, zooals er zelden drie in een eeuw worden +geboren; maar waarheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en dergelijke +deugden gelooven zij dat in het bezit van iedereen zijn kunnen, +en de beoefening van die deugden, gezamenlijk met ondervinding en +goede bedoelingen stelt elk mensch, meenen ze, in staat, zijn land te +dienen in betrekkingen, waar niet een bepaalde studie voor onmisbaar +is. Het gemis daarentegen van zedelijke deugden, vonden zij, kon zoo +weinig worden opgewogen door schitterende geestesgaven, dat nooit +eenige betrekking kon gewaagd worden in zoo gevaarlijke handen als +van zúlke personen, want zelfs de fouten, door onwetendheid begaan, +maar met deugdzame bedoeling, zouden nooit van zoo noodlottig gevolg +voor het algemeen welzijn wezen, als de practijken van een, die uit +lust tot kwaaddoen iets verderflijks deed, en dat verderflijke met +zijn groote bekwaamheden uitvoerde, voortzette en verdedigde. + +Eveneens maakt het ongeloof aan een Goddelijke Voorzienigheid iemand +ongeschikt tot het bezetten van een staatsambt; want, daar de koningen +zich plaatsvervangers van de Voorzienigheid noemen, kan niets--naar de +meening van de Lilliputters--dwazer voor een Vorst zijn, dan in zijn +dienst menschen te gebruiken, die het gezag niet erkennen, waar hij +onder heerscht. + +Ik wil, bij het verhaal van deze en de volgende wetten, wèl verstaan +hebben dat ik de oorspronkelijke instellingen bedoel, en niet de +zeer schandalige afwijkingen, waartoe dit volk door zijn ontaarde +menschennatuur vervallen is; want, wat betreft die schandelijke +gewoonten van groote ambten te krijgen door op koorden te dansen, of +lintjes van gunst en onderscheiding door over stokken te springen en +er onder door te kruipen, de lezer moet wel bedenken, dat die eerst +werden ingevoerd door den grootvader van den nu regeerenden Keizer, en +toenamen tot wat ze tegenwoordig zijn door de voortdurende verergering +van partij- en club-geest. + +Ondankbaarheid wordt onder hen voor een halsmisdaad gehouden, zooals +we lezen, dat ook in andere landen het geval is geweest; want zij +redeneeren zoo, dat iemand, die zich slecht gedraagt tegenover zijn +weldoener, noodzakelijk een vijand van de overige menschheid, die +hem niet aan zich verplicht heeft, zijn moet, en dat zulk een man +niet geschikt is om te blijven leven. + +Hun begrippen omtrent de plichten van ouders en kinderen verschillen +bijster van de onze. Zij zijn van meening, dat ouders de laatste +van alle menschen zijn, wien de opvoeding van hun eigen kind mag +worden toevertrouwd; en daarom hebben zij in iedere stad publieke +opvoedingsgestichten, waar alle ouders, behalve landbouwers en +arbeiders, verplicht zijn, hun kinderen van beiderlei geslacht heen te +zenden, om opgevoed en onderwezen te worden, zoodra ze den leeftijd +van twintig manen bereikt hebben, op welken tijd zij verondersteld +worden eenigszins handelbaar te zijn. Deze scholen zijn in verscheiden +soorten, voor de verschillende standen, en voor beiderlei geslacht. Zij +hebben bepaalde leeraren, ervaren in het opleiden van kinderen voor +zulk een betrekking, als den rang van hun ouders, zoowel als hun +eigen bekwaamheden en neigingen, het meest passend is. Ik zal eerst +iets zeggen van de mannelijke opvoedingsgestichten, en dan van de +vrouwelijke. + +Aan de opvoedingsgestichten voor mannelijke kinderen van adellijke +of deftige geboorte, zijn ernstige en geleerde professoren en +verschillende andere leeraren aangesteld. Kleeding en voedsel der +kinderen zijn eenvoudig en sober. Zij worden opgevoed in de beginselen +van eer, rechtvaardigheid, moed, bescheidenheid, lankmoedigheid, +godsdienst en vaderlandsliefde; zij zijn altijd bezig met het een +of ander, behalve in den tijd van eten en slapen, die heel kort is, +en de twee uren van afleiding, die in lichaamsoefeningen bestaat. Zij +worden door mannelijke bedienden gekleed tot ze vier jaar oud zijn, en +zijn dan verplicht zich zelf te kleeden, al zijn ze nog zoo hoog van +rang en geboorte; de vrouwelijke bedienden, die, naar evenredigheid +met ónzen leeftijd, van vijftig jaar oud zijn, doen alleen het +laagste werk. Zij mogen nooit met de bedienden babbelen, maar gaan +gezamenlijk in kleine of groote groepen hun uitspanning houden, en +altijd vergezeld van een professor, of een van zijn onder-leeraren, +waardoor zij die vroege verderfelijke indrukken van dwaasheid en +ondeugd vermijden, waaraan onze kinderen zijn blootgesteld. Hun ouders +mogen hen tweemaal per jaar bezoeken; het bezoek duurt maar een uur; +het staat hun vrij het kind bij het komen en het gaan te kussen; maar +een professor die er altijd bij is, staat hun niet toe te fluisteren +of suikerwoordjes te gebruiken, of eenigerlei geschenk mee te brengen: +speelgoed, zoetegoed of dergelijke. + +Het kostgeld van iedere familie voor de opvoeding en het onderhoud +van een kind, wordt, als het niet op tijd betaald is, door keizerlijke +beambten geïnd. + +De opvoedingsgestichten voor kinderen van gewone burgers, kooplieden, +handelaars en fabrikanten, worden naar verhouding op dezelfde wijze +behandeld, alleen worden zij, die voor den handel of eenig vak bestemd +zijn, op hun elfde jaar in de leer gedaan; terwijl de kinderen van +personen van stand tot hun vijftiende jaar in het gesticht blijven, +wat overeenkomt met hun een-en-twintigste bij ons, maar de laatste +drie jaren wordt de afzondering gaandeweg minder. + +In de vrouwelijke opvoedingsgestichten worden de jonge meisjes van +stand in veel opzichten juist als de jongens opgevoed, alleen worden +zij gekleed door vaste bedienden van hun eigen geslacht; maar altijd +in tegenwoordigheid van een professor of onder-leeraar, totdat zij +in staat zijn zichzelf te kleeden, wat op hun vijfde jaar is. En als +het ooit uitkomt, dat die bedienden het wagen de meisjes te vermaken +met vreeselijke of onzinnige vertelsels, of met de gebruikelijke +dwazigheden van kamermeisjes bij ons, dan worden zij driemaal in 't +openbaar rond de stad gegeeseld, krijgen een jaar gevangenisstraf, en +worden voor hun leven verbannen naar het meest verlaten gedeelte van +het rijk. Zoodoende schamen de jonge dames zich even erg lafaards en +dwazen te zijn als de mannen, en verachten alle lichaamsversieringen, +behalve ordentelijkheid en zindelijkheid; ook bespeurde ik geen +verschil in hun opvoeding, om het verschil van geslacht, alleen waren +de lichaamsoefeningen van de meisjes minder inspannend dan die van +de knapen, en leerden ze het een en ander van de huishouding meer, +en een hoeveelheid algemeene wetenschap minder; maar toch ook niet +heelemaal geen wetenschap, want hun stelregel is, dat de vrouw van +stand, daar ze toch niet altijd jong kan wezen, tenminste altijd +een redelijke en aangename gezellin moet kunnen zijn. Als de meisjes +twaalf jaar oud zijn, dat bij dit volk de huwbare leeftijd is, nemen +hun ouders of voogden hen thuis, met innige dankbaarheidsbetuigingen +aan de professoren en zelden zonder tranen van de jonge dame en haar +vriendinnen en kameraadjes. + +In de opvoedingsgestichten voor meisjes van minderen stand, worden de +kinderen onderwezen in alle soorten van werk dat voor vrouwen geschikt +is, ook weer elk naar zijn toekomstige plaats in de maatschappij: +die bestemd zijn leerling te worden gaan eruit als ze zeven jaar oud +zijn; de overige blijven tot hun elfde. + +De min-gefortuneerde familiën, die kinderen in deze gestichten hebben, +zijn verplicht, behalve hun jaarlijksche kostgeld, dat zoo laag +mogelijk is, den directeur van de inrichting een klein maandelijksch +deel van hun verdiensten af te staan tot een toekomstig inkomen voor +het kind; en daartoe worden alle ouders door de wet in hun uitgaven +beperkt. Want de Lilliputters achten niets onrechtvaardiger, dan dat +er menschen zijn, die kinderen ter wereld brengen, en den last van +hun onderhoud op de openbare kas schuiven. Personen van stand geven +vastigheid voor een zekere som voor ieder kind, naar hun vermogen; en +deze fondsen worden altijd zorgvuldig en met de meeste rechtvaardigheid +bestuurd. + +De landbouwers, boeren en arbeiders houden hun kinderen thuis, daar +die niets anders zullen hebben te doen dan den grond te bewerken en te +bebouwen en hun opvoeding dus van weinig belang is voor het publiek; +maar hun ouden en gebrekkigen worden onderhouden in gasthuizen; +want bedelen is een beroep dat men in dat rijk niet kent. + +En hier zal het den nieuwsgierigen lezer misschien vermaken iets te +hooren van mijn huishouding en mijn levenswijze in dat land, waar ik +negen maanden en dertien dagen geweest ben. Daar mijn hoofd van nature +staat naar knutselen, en het hier bovendien wel noodzakelijk was, had +ik me een tamelijk makkelijke stoel en tafel gemaakt, van de grootste +boomen van 't Keizerlijk park. Tweehonderd naaisters waren aangesteld +om overtrekken en lakens voor mijn bed en tafel te naaien, allemaal +van de sterkste en grofste soort goed die er te krijgen was, dat ze, +nochtans, genoodzaakt waren verscheiden keeren over elkaar te vouwen, +want het dikste was een paar soorten fijner dan mousseline. Hun linnen +is meestal drie duim breed, en een stuk is drie voet. De naaisters +namen mij de maat, terwijl ik op den grond lag, een staande bij mijn +nek, en een andere bij mijn bovenbeen, met een sterk touw, waarvan ze +de uiteinden vasthielden, terwijl een derde de lengte mat van het touw +met een lineaal van een duim lang. Toen maten zij mijn rechter duim, +en hadden meer niet noodig, want door een wiskundige berekening, dat +tweemaal om den duim is eenmaal om den pols, en zoo door tot nek en +middel, en met behulp van mijn oude hemd, dat ik als model voor hen +uitspreidde op den grond, hadden zij precies mijn maat. Driehonderd +kleermakers waren op dezelfde manier aan 't werk om mij kleeren te +maken; maar zij hadden een ander hulpmiddel om mij de maat te nemen. Ik +knielde neer, en zij zetten een ladder van den grond tot mijn nek; +een van hen klom daartegen op, en liet een schietlood vallen, van mijn +halsboord tot den vloer, wat juist de lengte van mijn jas aangaf, maar +mijn middel en armen mat ik zelf. Toen mijn kleeren gemaakt waren, wat +in mijn huis gebeurde (want de grootste van hun huizen zouden niet in +staat zijn geweest ze te bevatten) zagen ze eruit als het lapjeswerk, +dat de dames in Engeland werken, behalve dat ze van één kleur waren. + +Ik had driehonderd koks, om mijn eten te bereiden, in kleine, +geriefelijke hutjes om mijn huis heen, waar ze woonden met hun families +en mij elk twee schotels klaarmaakten. Ik nam twintig knechts in mijn +hand, en zette ze op tafel; honderd anderen stonden onder op den grond, +een afdeeling met schotels spijs, een andere met vaten wijn en andere +dranken, op hun schouders geheschen; de knechts op tafel trokken dat +alles, naarmate ik noodig had, heel vernuftig omhoog, met koorden, +op de manier, waarop wij in Europa een aker uit een put ophalen. Een +schotel van hun spijs was een goede mondvol, en een vat van hun +drank een redelijke slok. Hun lamsvleesch is minder dan het onze, +maar hun ossenvleesch is uitstekend. Ik heb éen lende gehad, die ik +genoodzaakt was in drie happen op te eten; maar dat is zeldzaam. Mijn +bedienden waren verbaasd mij die te zien eten met been en al, zooals +wij bij ons het een leeuwriksboutje doen. Hun ganzen en kalkoenen at +ik gemeenlijk in een hap, en ik moet bekennen dat ze veel beter zijn +dan de onze. Van hun kleine gevogelte kon ik twintig of dertig op de +punt van mijn mes nemen. + +Eens wenschte Zijne Keizerlijke Majesteit, ingelicht omtrent mijn +manier van leven, gezamenlijk met zijn gevolg, en de prinsen en +prinsessen van den bloede, het geluk te mogen hebben,--zooals het hem +wel behaagde dat te noemen,--met mij te tafelen. Zij kwamen dan ook, en +ik zette hen op hofstoelen, op mijn tafel, vlak tegenover me, met hun +wacht om hen heen. Flimnap, de Minister van Financiën, stond daar ook +bij met zijn witten staf; en ik zag wel dat hij dikwijls met een zuur +gezicht naar me keek, maar deed of ik dat niet merkte en at meer dan +gewoonlijk ter eere van mijn dierbaar geboorteland, en tot overgroote +verbazing van het hof. Ik heb mijn eigen redenen om te meenen, dat dit +bezoek van Zijne Majesteit Flimnap een goede gelegenheid gaf mij kwaad +te doen bij zijn meester. Die minister was altijd in 't geheim mijn +vijand geweest, schoon hij mij voor 't uiterlijk minzamer behandelde, +dan met zijn galachtige natuur overeenkwam. Hij stelde den Keizer +den slechten toestand voor van zijn schatkist; dat hij genoodzaakt +was geld op te nemen tegen hoogen interest; dat wisselbrieven niet +anders konden circuleeren dan tegen negen percent beneden pari; dat +ik, kortom, Zijne Majesteit meer dan anderhalf millioen sprugs (hun +grootste gouden munt, zoowat zoo groot als een lovertje) gekost had, +en dat het, over 't geheel, raadzaam voor den Keizer zijn zou bij de +eerste gelegenheid de beste van mij te worden verlost. + +Hier acht ik mij verplicht den goeden naam te verdedigen van een +uitmuntende dame, die om mijnentwil onschuldig te lijden had. De +minister van financiën kreeg het in zijn hoofd jaloersch te worden op +zijn vrouw, waarvan kwaadaardige tongen hem verteld hadden dat hare +genade een hevige genegenheid voor mij had opgevat; en een tijdlang +liepen er praatjes door het hof van dat ze eens in 't geheim in +mijn woning geweest was. Ik verklaar plechtig dat dit een lage, +gemeene leugen is, die geen enkelen grond heeft, dan dat het hare +genade behaagde mij te behandelen met alle onschuldige blijken van +vriendschappelijke familiariteit. Ik geef toe dat ze dikwijls bij mij +aankwam, maar dat was altijd in 't openbaar, en nooit zonder nog wel +drie anderen in haar koets, gewoonlijk haar zusters en dochtertje +en de een of andere bizondere kennis; maar dat deden verscheiden +hofdames. En nu nog roep ik mijn bedienden tot getuigen, of ze ooit een +koets voor mijn deur zagen, zonder te weten wie erin waren. Bij zulke +gelegenheden was mijn gewoonte, als een bediende mij gewaarschuwd had, +onmiddellijk naar de deur te gaan, en, nadat ik mijn gasten gegroet +had, de koets met twee paarden heel zorgvuldig in mijn handen te nemen +(want als er zes paarden waren spande de postiljon er vier af), en +ze op de tafel te plaatsen, waar ik een lossen rand omheen had gezet, +van vijf duim hoog, ter voorkoming van ongelukken. En dikwijls heb ik +vier koetsen met span en al op mijn tafel gehad, allen vol gezelschap, +terwijl ik in mijn stoel zat met mijn gezicht voorover naar hen toe; +en terwijl ik bezig was met éen partij, reden de koetsiers de andere +zoetjes over de tafel rond. Menigen namiddag heb ik heel aangenaam met +bezoek krijgen en praten doorgebracht. Maar ik tart den minister van +financiën, of zijn twee berichtgevers (ik zal ze noemen, en laat ze +zien hoe ze zich eruit redden), Clustril en Drunlo, te bewijzen dat +ooit iemand bij me kwam incognito, behalve de secretaris Reldresal, +die kwam, door bizonderen last van Zijne Keizerlijke Majesteit, zooals +ik hiervoor verteld heb. Ik zou niet zoolang hebben uitgeweid over +deze bizonderheden, als het niet een zaak was, waarin de goede naam +van een groote dame zoo van nabij betrokken is, om nog niet eens te +spreken van den mijne; schoon ik toen de eer genoot nardac te zijn, +wat de minister van financiën niet is; want de heele wereld weet +dat hij maar een glumglum is, éen graad lager in rang, zooals een +markies éen graad lager is dan een hertog; al is 't waar dat hij het +recht van voorgang op mij had, van wege zijn ambt. Door deze valsche +beschuldigingen, die mij later door een toeval, dat het niet de moeite +waard is te vermelden, ter ooren kwam, keek Flimnap, de minister van +financiën, gedurende eenigen tijd zijn vrouw leelijk en mij leelijker +aan; en ofschoon hij ten laatste ontgoocheld en met haar verzoend werd, +verloor ik daar zijn gunst niet minder om, en zag mijn invloed snel +afnemen ook bij den Keizer, die inderdaad te zeer beheerscht werd +door dien gunsteling. + + + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + + De schrijver vlucht, nadat hij gehoord heeft van een plan om + hem van hoogverraad aan te klagen, naar Blefuscu.--Hoe hij daar + ontvangen werd. + + +Voor ik voortga met te vertellen hoe ik dit rijk verlaten heb, zal +het niet onaardig zijn den lezer iets te zeggen van een hofintrige +tegen mij, die zich sinds twee maanden om mij heen had gevormd. + +Ik was, tot toen toe, mijn heele leven onbekend met hoven geweest, +waar ik door mijn lage geboorte niet paste. Wel had ik genoeg gelezen +en gehoord van de humeurs van vorsten en ministers; maar nooit had +ik verwacht, die zoo verschrikkelijk aan 't werk te zullen zien in +zoo'n verwijderde landstreek, waar ik gemeend had dat naar heel andere +regels geregeerd werd dan in Europa. + +Toen ik juist alles gereed maakte om mijn opwachting te gaan maken bij +den Keizer van Blefuscu, kwam een heer van rang van het hof, (wien ik +eens, toen hij bij den Keizer in de uiterste ongenade gevallen was, +van dienst was geweest) 's nachts in 't diepste geheim aan mijn huis, +in een gesloten draagstoel, en vroeg zonder zijn naam te zeggen, verlof +om binnen te komen. De dragers werden weggestuurd; ik stak den stoel +met Zijn Edelheid erin in mijn jaszak, en nadat ik een vertrouwden +dienaar last had gegeven te zeggen dat ik onwel was gaan slapen, +sloot ik de deur van mijn huis, zette den stoel op tafel, zooals ik +gewoon was, en ging ervoor zitten. Na de gebruikelijke begroetingen, +toen ik zag dat Zijn Edelheids gezicht groote bezorgdheid teekende +en de reden daarvan vroeg, verzocht hij mij met geduld te luisteren +naar een zaak die onmiddellijk betrof mijn eer en mijn leven. Hij zei +daarop ongeveer het volgende, want ik hield er aanteekening van zoodra +hij weg was: "Gij moet weten", zeide hij, "dat nu onlangs verscheidene +malen geheime raad over u is belegd; en eerst twee dagen geleden heeft +Zijne Majesteit een vast besluit genomen. Het zal u bekend zijn, dat +Skyresh Bolgolam (galbet, of opper-admiraal) bijna van uw aankomst af +uw doodsvijand is geweest. Zijn oorspronkelijke redenen daartoe weet +ik niet, maar zijn woede is erg toegenomen sinds uw groote onderneming +tegen Blefuscu, waardoor zijn roem als admiraal verduisterd werd. Deze +heer, in overleg met Flimnap, den minister van financiën, waarvan +het bekend is dat hij u haat vanwege die geruchten over zijn vrouw, +Limtoc, den generaal, Lalcon, den kamerheer en Palmuff, den minister +van Justitie, heeft een aanklacht tegen u opgesteld, wegens verraad +en andere halsmisdaden." + +Deze voorrede maakte mij zoo ongeduldig, daar ik overtuigd was van +mijn onschuld en mijn verdiensten, dat ik hem wou in de rede vallen, +maar hij verzocht mij bedaard te zijn, en ging voort als volgt: + +"Uit dankbaarheid voor de diensten, die gij mij bewezen hebt, +verschafte ik mij inlichtingen over den heelen loop der zaak, en een +afschrift van de punten van beschuldiging, waardoor ik, om uwentwil, +mijn hoofd op 't spel zette. + + + +Punten van Beschuldiging tegen Quinbus Flestrin, den Man-berg. + +"1e. Dat de genoemde Quinbus Flestrin, toen hij de keizerlijke vloot +van Blefuscu in de haven gebracht had, en daarna bevel kreeg van Zijne +Keizerlijke Majesteit al de andere schepen van het genoemde rijk van +Blefuscu te vermeesteren, en dat rijk tot een provincie te maken, +die voortaan door een onderkoning zou worden bestuurd, en te dooden +en uit te roeien niet enkel de uitgeweken stomp-punters, maar ook +een iegelijk in dat rijk, die niet onmiddellijk de stomp-puntersche +ketterij zou afzweren; dat hij, de voornoemde Flestrin, toen, als +een valsch verrader van Zijne goedgunstige, verheven, Keizerlijke +Majesteit verzocht van dien dienst verschoond te worden, bewerende +ongeneigd te zijn de gewetens te dwingen, of de vrijheid en het leven +te verwoesten van een onschuldig volk. + +"2e. Dat, toen zekere gezanten kwamen van het hof van Blefuscu, om den +vrede af te smeeken van Zijne Majesteit, hij, de meergenoemde Flestrin, +als een valsch verrader, bovengenoemde gezanten hielp, schadeloos +stelde, troostte en vermaakte, ofschoon hij wist, dat ze dienaars +waren van een vorst, die eerst onlangs in open vijandschap leefde met +zijne Keizerlijke Majesteit en in open oorlog was met Zijne Majesteit. + +"3e. Dat de meergenoemde Quinbus Flestrin, in strijd met de plichten +van een trouw onderdaan, zich nu gereedmaakt een reis te doen naar +het hof en rijk van Blefuscu, waartoe hij alleen voor den vorm verlof +heeft ontvangen van Zijne Keizerlijke Majesteit, en onder beschutting +van dat verlof, valschelijk en verraderlijk bedoelt de genoemde reis +te doen, en daardoor te helpen te troosten en schadeloos te stellen +den Keizer van Blefuscu, pas onlangs een vijand, in open oorlog met +Zijne Keizerlijke Majesteit, vorengenoemd." + +"Er zijn nog een paar andere punten; maar deze, waarvan ik u een +uittreksel voorgelezen heb, zijn de belangrijkste. + +"In de menigvuldige debatten over deze beschuldiging gehouden, +moet ik bekennen, dat Zijne Majesteit menig blijk gaf van zijne +groote zachtaardigheid; herhaaldelijk wijzende op de diensten, die +gij hem bewezen hebt, en trachtende uw misdaden te vergoêlijken. De +minister van finantiën en de admiraal drongen er op aan, dat gij op de +pijnlijkste en meest onteerende manier ter dood zoudt worden gebracht, +door uw huis 's nachts in brand te steken, terwijl de generaal met +twintigduizend man, gewapend met vergiftigde pijlen er omheen zou +staan, om u in 't gezicht en de handen te schieten. Eenige van uw +bedienden zouden geheime orders krijgen, om een giftig sap op uw handen +te sprenkelen, waardoor ge uw vleesch in stukken zoudt scheuren en in +de hevigste martelingen sterven. De generaal liet zich óók tot die +meening overhalen, zoodat er geruimen tijd een meerderheid tegen u +was; maar Zijne Majesteit, die besloten had, zoo mogelijk, uw leven +te sparen, kreeg eindelijk den kamerheer op zijn zij. + +"Reldresal, den eersten geheimschrijver, die zich altijd uw waren +vriend bewees, werd door den Keizer bevolen zijn meening hierover uit +te spreken, wat hij dienvolgens deed; en daarmede de goede gedachten, +die gij van hem hebt, rechtvaardigde. Hij gaf toe, dat uw misdaden +groot waren, maar dat er nog gelegenheid voor genade overbleef, die +de meest prijzenswaardige deugd in een vorst is, en waarvoor Zijne +Majesteit zoo ten rechte wordt geroemd. Hij zei, dat de vriendschap +tusschen u en hem aan de wereld zóo wel bekend was, dat de zeer geachte +raad hem misschien voor partijdig zou houden; maar dat hij toch, +gehoorzaam aan het bevel, dat hem gegeven was, vrij uit zijn gevoelens +zou uitspreken. Dat, indien het Zijne Majesteit, in aanmerking nemende +uw diensten, en gehoor gevende aan zijn eigen behoefte tot genadig +zijn, behagen mocht uw leven te sparen, en alleen te bevelen, dat uw +oogen zouden worden uitgestoken, hij onderdaniglijk geloofde, dat, +door dit middel, aan de gerechtigheid eenigszins voldaan zou zijn, +en de geheele wereld de lankmoedigheid van den Keizer zou toejuichen, +zoowel als de billijke en edelmoedige handelwijze van hen, die de eer +hebben zijn raadslieden te zijn. Dat het verlies van uw oogen geen +vermindering van uw lichaamskracht zou veroorzaken, waardoor gij zijne +majesteit nog van veel nut zoudt kunnen zijn; dat blindheid den moed +verhoogt, omdat ze de gevaren onzichtbaar maakt; dat de vrees, die ge +voor uw oogen hadt, uw grootste belemmering was bij het overbrengen van +de vijandelijke vloot; en het voldoende voor u zijn zou te zien door de +oogen van de ministers, daar toch de grootste vorsten niet anders doen. + +"Dit voorstel werd door den heelen raad met de grootste afkeuring +ontvangen. Bolgolam, de admiraal, kon zich niet inhouden, maar zei, +woedend opvliegend, dat hij zich verbaasde erover, dat de secretaris +het wagen dorst als zijn meening te uiten, dat het leven van een +verrader moest behouden worden, dat de diensten, die gij bewezen hadt, +juist, zooals men altijd in het staatsrecht begrepen had, uw misdaden +te ernstiger maakten; dat dezelfde kracht, die u in staat stelde de +vijandelijke vloot hierheen te brengen, bij het minste ongenoegen, +u van dienst zou zijn om haar weer terug te brengen; dat hij goede +redenen had om aan te nemen, dat gij in uw hart een stomp-punter waart, +en daar verraad in het hart begint, voor het uitkomt in open daden, +beschuldigde hij u dáarom van verraad, en drong dáarom aan op uw dood. + +"De minister van financiën was van dezelfde meening. Hij toonde aan, +hoe Zijner Majesteits schatkist was uitgeput door de kosten van uw +onderhoud, dat spoedig ondragelijk worden zou; dat het voorstel van +den secretaris, om uw oogen uit te steken, zoo weinig een middel +tegen dit kwaad was, dat het er waarschijnlijk door zou toenemen, +zooals duidelijk blijkt uit de gewoonte sommige soorten vogels blind +te maken, waarna zij meer eten en gauw vet worden; dat Zijne Gezalfde +Majesteit en de raad, die uw rechters zijn, in hun harten volkomen +overtuigd waren van uw misdaad, wat een voldoende reden was om u ter +dood te veroordeelen, zonder de vormelijke bewijzen, geëischt door +de letter van de wet. + +"Maar het behaagde Zijne Keizerlijke Majesteit, die sterk tegen het +zoo streng mogelijk straffen gekant was, genadiglijk te doen opmerken, +dat daar de raad het verlies van uw oogen een te lichte bestraffing +vond, er altijd later nog een andere aan kon toegevoegd worden. En +uw vriend de Secretaris, onderdaniglijk verzoekende nog eens gehoord +te worden, zeide, in antwoord op wat de minister van finantiën hem +had tegengeworpen, betreffende de groote kosten, die Zijne Majesteit +maken moest voor uw onderhoud, dat Zijne Excellentie, die de volle +beschikking had over de keizerlijke inkomsten, makkelijk tegen dat +kwaad zou kunnen voorzien, door gaandeweg uw toelagen te verminderen, +waardoor ge, bij gebrek aan voedsel, niet waar? zwak en flauw zoudt +worden, en uw eetlust verliezen, en, dientengevolge, op- en wegteren +in een paar maanden. Dat had meteen het voordeel in, dat de stank +van uw lijk niet zoo gevaarlijk zou wezen; en onmiddellijk na uw +dood, zouden vijf of zesduizend van Zijner Majesteits onderdanen, +in twee of drie dagen, uw vleesch van de beenderen kunnen snijden, +en het wegvoeren in karvrachten, begraven in verschillende deelen van +'t land, om besmetting te voorkomen, terwijl dan uw geraamte als een +bewonderenswaardig gedenkteeken over zou blijven voor het nageslacht. + +"Zoo werd, door de groote vriendschap van den Secretaris, de heele +zaak geschikt. Er werd bepaald dat het plan om u gaandeweg dood te +hongeren, strikt geheim zou worden gehouden, maar het vonnis om uw +oogen uit te steken werd in de boeken opgenomen; terwijl niemand tegen +was dan Bolgolam, de admiraal, die als een kreatuur van de keizerin, +voortdurend door hare Majesteit werd aangespoord om op uw dood aan +te dringen. + +"Binnen drie dagen zal uw vriend de secretaris bevel krijgen naar +uw huis te gaan en u de punten van beschuldiging voor te lezen en +u de groote lankmoedigheid en goedgunstigheid van Zijne Majesteit +en den raad te doen opmerken, waardoor gij alleen tot verlies van uw +oogen zijt veroordeeld, wat Zijne Majesteit niet twijfelt of gij zult +het dankbaar en onderdanig willen ondergaan; en twintig van Zijner +Majesteits doktoren zullen tegenwoordig zijn, ten einde te zorgen, +dat de bewerking goed wordt uitgevoerd, door zeer scherppuntige pijlen +in uw oogballen te schieten, terwijl gij op den grond ligt. + +"Ik laat aan uwe eigen voorzichtigheid over wat maatregelen gij nemen +wilt, en om achterdocht te vermijden, moet ik nu dadelijk terugkeeren, +even heimelijk als ik gekomen ben." + +Zijne edelheid ging; en ik bleef alleen, met een gemoed vol twijfel +en verontrustheid. + +Het was een gebruik, door dezen vorst en zijn ministers ingevoerd--heel +verschillend, naar men verzekerd heeft, van vroegere gebruiken--dat, +nadat het hof een of andere wreede straf had uitgesproken, om te +voldoen hetzij aan den toorn des Keizers, hetzij aan de boosaardigheid +van een gunsteling, de Keizer in de raadsvergadering een rede hield, +waarin hij sprak van zijn groote teerheid en lankmoedigheid, +als eigenschappen, waarom hij door de heele wereld bekend was +en werd geroemd. Deze rede werd onmiddellijk door het heele rijk +openbaar gemaakt; en er was niets dat het volk zoo bang maakte, +als die lofspraken op Zijner Majesteits barmhartigheid, omdat men +had opgemerkt, dat hoe breeder die loftuitingen werden uitgemeten, +en hoe nadrukkelijker voorgedragen, hoe onmenschelijker de straf was +en hoe onschuldiger de lijdende partij. En wat mij betreft, ik moet +bekennen, ik die nooit voor hoveling bestemd was, door geboorte +zoo min als door opvoeding, ik kon zoo slecht over die hofzaken +oordeelen, dat ik de lankmoedigheid en genadigheid van dit vonnis +maar niet ontdekken kon, en het, misschien geheel ten onrechte, +eerder streng vond dan licht. Een paar oogenblikken dacht ik er +aan de aanklacht af te wachten; want ofschoon ik de feiten in de +verschillende punten genoemd, niet loochenen kon, hoopte ik toch dat +zij ietwat gunstiger zouden kunnen worden voorgesteld. Maar, daar ik +vroeger heel wat staats-processen gelezen had, waarvan ik altijd had +opgemerkt, dat ze eindigden zooals den rechters het best uitkwam, +dorst ik op zoo'n gevaarlijk voornemen niet aan, nu mijn zaak zoo +kritiek stond, en ik zulke machtige vijanden tegenover me had. Ik +dacht er sterk over weerstand te bieden; want zoolang ik vrij was, +kon de heele macht van dit rijk mij nauwlijks onder krijgen, en ik +zou makkelijk de hoofdstad tot flenters kunnen steenigen; maar ik +wierp dat denkbeeld met afschuw van me, toen ik dacht aan den eed, +dien ik den Keizer gedaan had, aan de gunsten die hij mij bewezen +had en aan den titel van Nardac, waarmee hij mij had vereerd. Ook had +ik nog niet zoo gauw de hovelingen-dankbaarheid geleerd, die mij zou +overreed hebben dat de tegenwoordige wreedheden van Zijne Majesteit +mij onthieven van alle vroegere verplichtingen. + +Eindelijk nam ik een besluit, waarop mij waarschijnlijk een streng +oordeel te wachten staat, en niet onrechtvaardiglijk, want ik moet +toegeven dat ik het behoud van mijn oogen en daardoor mijn vrijheid, +heb te danken aan mijn groote onnadenkendheid en mijn gebrek aan +ervaring, omdat, als ik toen was bekend geweest met den aard van +vorsten en ministers, zooals ik die sinds toen aan verscheidene andere +hoven heb waargenomen, als ook met hunne gebruikelijke manieren van +behandeling van misdadigers, die minder dan ik misdreven hebben,--dan +zou ik met groote bereidwilligheid en opgewektheid zulk eene lichte +straf hebben ondergaan. Maar in de overdrevenheid van mijn haastige +jeugd, maakte ik gebruik van de gelegenheid, die mij open stond door +het verlof van den Keizer om mijn opwachting te gaan maken aan den +Keizer van Blefuscu, zond, voor de drie dagen om waren, een brief aan +mijn vriend den Secretaris, waarin ik mijn besluit te kennen gaf om +dien ochtend naar Blefuscu op reis te gaan, ingevolge het mij vergunde +verlof, en ging zonder te wachten op een antwoord naar die zij van het +eiland, waar onze vloot lag. Ik nam daar een groot oorlogsschip, bond +een touw aan den boeg, en toen ik de ankers gelicht had, kleedde ik me +uit, legde al mijn kleeren (saam met mijn deken, die ik onder mijn arm +had meegebracht) in het schip, en het achter me aantrekkende, bereikte +ik, nu wadende, dan zwemmende, de keizerlijke haven van Blefuscu, +waar het volk mij lang had verwacht. Zij gaven mij twee gidsen om me +naar de hoofdstad te leiden, die ook Blefuscu heet. Ik hield hen in +mijn handen tot dat ik binnen tweehonderd el van de poort kwam en zei +hun mijn aankomst te melden aan een van de secretarissen en hem te +doen weten dat ik daar de bevelen wachtte van Zijne Majesteit. Binnen +een uur zoowat kreeg ik antwoord, dat Zijne Majesteit, vergezelschapt +door het vorstelijk gezin en de groot-officieren van zijn huis, naar +buiten kwam om mij te ontvangen. Ik ging hun honderd el te gemoet. De +Keizer en zijn trein sprongen van hun paarden en de Keizerin en +haar dames stapten uit haar koetsen; en ik bemerkte niet dat ze ook +maar eenigszins bang of bezorgd waren. Ik lag op den grond om Zijne +Majesteit en de Keizerin de handen te kussen. Ik zeide Zijne Majesteit, +dat ik, ingevolge mijn belofte, gekomen was, en met verlof van den +Keizer, mijn meester, om de eer te hebben een zoo machtigen vorst te +zien, en hem de diensten aan te bieden die in mijn macht waren en +niet strijdig met mijn plicht tegenover mijn eigen vorst; maar van +mijn ongenade sprak ik geen woord, omdat ik tot dat oogenblik geen +officieele kennisgeving er van gehad had en mij zelf beschouwen moest +als heelemaal onbekend met zoo'n soort plan; ook zag ik geen reden +waarom ik den Keizer het geheim zou openbaren, terwijl ik buiten zijn +bereik was; maar daarin bleek mij spoedig dat ik me had vergist. + +Ik zal den lezer niet lastig vallen met een uitvoerig verslag van de +ontvangst aan dit hof, een ontvangst, waardig de edelmoedigheid van +een zoo grooten vorst; noch met het verhaal van de moeielijkheid, +waarin ik mij bevond door het gemis van een huis en bed, zoodat ik +genoodzaakt was te slapen op den grond, in mijn deken gerold. + + + + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + + De schrijver krijgt, door een gelukkig toeval, de middelen om + Blefuscu te verlaten, en keert na eenige moeilijkheden, veilig + naar zijn vaderland terug. + + +Driedagen na mijn aankomst, terwijl ik uit nieuwsgierigheid langs de +Noord-Oost-kust van het eiland wandelde, bemerkte ik, ongeveer een +mijl in zee, een voorwerp, dat er uitzag als een omgekeerde boot.--Ik +trok mijn schoenen en kousen uit, en bespeurde, toen ik, al wadende, +twee-, driehonderd el in zee geloopen was, dat het voorwerp door +den vloed dichter naar land kwam: toen zag ik duidelijk dat het +wezenlijk een boot was, die ik veronderstelde dat door een storm van +een of ander schip omgeslagen was; waarop ik onmiddellijk naar de +stad terugkeerde en Zijne Keizerlijke Majesteit verzocht mij twintig +van de grootste schepen te leenen, die hij na het verlies van zijn +vloot had overgehouden, en drieduizend matrozen, onder bevel van den +Vice-Admiraal. Deze vloot zeilde langs de kust, terwijl ik den kortsten +weg terugliep naar de plaats, waar ik de boot eerst had waargenomen. Ik +bevond dat het tij haar al dichterbij had gedreven. De matrozen waren +allemaal voorzien van touwwerk, dat ik vooraf, tot genoegzame sterkte, +in elkaar gedraaid had. Toen de schepen aankwamen kleedde ik me uit, +en waadde tot ik op honderd el afstand van de boot kwam, waarna ik +genoodzaakt was te zwemmen om bij haar te komen. De matrozen gooiden +me het eind van het touw toe, dat ik aan een gat in den boeg van de +boot vastmaakte, en het andere eind aan een oorlogsschip, maar ik vond +al mijn moeite vrij wel vruchteloos, want omdat ik geen grond voelde, +kon ik geen kracht zetten. In die omstandigheden schoot er niets over +dan er achteraan te zwemmen en de boot vooruit te duwen, zoo goed +en zoo kwaad ik kon, met één hand; en, daar het tij nog al meegaf, +kwam ik zoover vooruit dat ik mijn kin boven water kon houden en staan +blijven. Ik rustte twee, drie minuten, en gaf de boot toen nog een duw +of wat, totdat de zee niet hooger was dan mijn oksels, en toen zoo het +zwaarste werk gedaan was, nam ik mijn andere kabels, die in een van +de schepen gestouwd waren, en maakte ze eerst aan de boot, en toen +aan negen van de schepen vast; de matrozen sleepten nu en ik duwde, +vóor den wind, totdat we op veertig el afstands van de kust kwamen, +en, nadat ik gewacht had tot de zee afging, en de boot op het droge +lag, werkte ik haar, met behulp van tweeduizend man, met touwen en +werktuigen, op haar kiel, en bevond dat ze maar weinig beschadigd was. + +Ik zal den lezer niet lastig vallen met het verhaal van de moeite die +het inhad, om met behulp van een paar roeispanen, die mij tien dagen +werk gekost hadden, mijn boot naar de haven van Blefuscu te krijgen, +waar een groote toeloop van volk ontstond bij mijn aankomst, en elk +vol verbazing was bij den aanblik van zulk een ontzaglijk vaartuig. Ik +zeide den Keizer, dat het geluk mij gediend had door mij deze boot +te zenden, die mij brengen kon naar een plaats, vanwaar ik terug +zou kunnen keeren naar mijn vaderland, en verzocht Zijne Majesteit +bevel te willen geven voor het aanvoeren van materialen om haar op te +tuigen, alsook zijn verlof om te vertrekken, wat hij mij na allerlei +vriendelijke tegenwerpingen, goedgunstig toestond. + +Al dien tijd verwonderde ik mij zeer er over, dat ik niets hoorde +van een of ander bericht omtrent mij, van wege onzen Keizer, bij +het hof van Blefuscu. Maar later werd mij in vertrouwen meegedeeld, +dat Zijne Keizerlijke Majesteit, die volstrekt niet vermoedde, dat +ik het minste van zijn plannen afwist, zich overtuigd hield, dat ik +alleen naar Blefuscu gegaan was ingevolge mijn belofte, op grond van +het verlof dat hij mij gegeven had, wat aan het hof wel bekend was, +en zou terugkeeren, binnen een paar dagen, als die plechtigheid +was afgeloopen. Maar eindelijk werd hij ongerust over mijn lang +wegblijven, en nadat hij den Minister van Financiën en de overigen van +het kabaal geraadpleegd had, werd een heer van rang afgezonden met een +afschrift van de punten van beschuldiging tegen mij. Deze afgezant +had bevel den Vorst van Blefuscu de groote lankmoedigheid van zijn +meester onder het oog te brengen, die zich tevreden stelde met mij +geen grootere straf dan het verlies van mijn oogen te doen ondergaan; +en verder te doen weten, dat ik gevlucht was om te ontsnappen aan de +gerechtigheid, en dat ik, als ik niet binnen twee uur terugkeerde, +ontzet zou worden van mijn waardigheid van nardac en tot verrader +van het Rijk verklaard. De afgezant voegde er verder bij, dat zijn +meester verwachtte, dat zijn broeder van Blefuscu, ten einde de vrede +en vriendschap tusschen de beide Rijken bewaard mochten blijven, +mij aan handen en voeten gebonden terug zou zenden naar Lilliput, +om daar als een verrader te worden gestraft. + +De Keizer van Blefuscu zond, nadat hij zich drie dagen beraden +had, een antwoord, bestaande uit een massa beleefdheden en +verontschuldigingen. Hij zeide, wat betrof mij gebonden over te +zenden, zijn broeder wist dat dat onmogelijk was, dat, ofschoon ik +hem beroofd had van zijn vloot, hij groote verplichtingen aan mij had +voor de vele goede diensten, die ik hem bewezen had bij het sluiten +van den vrede. Dat, evenwel, hunne Majesteiten beiden spoedig gerust +zouden kunnen wezen, want dat ik op de kust een ontzaglijk vaartuig +gevonden had, geschikt om zee te bouwen, dat hij bevel gegeven had, +met mijn hulp en onder mijn toezicht op te tuigen; en dat hij hoopte, +dat binnen weinige weken de beide Rijken zouden bevrijd zijn van zulk +een ondragelijken last. + +Met dit antwoord keerde de gezant naar Lilliput terug en de Vorst +van Blefuscu vertelde mij alles wat er gebeurd was, waarbij hij +mij tegelijkertijd, maar onder strenge belofte van geheimhouding, +zijn genadige bescherming aanbood, als ik in zijn dienst wou blijven; +maar ofschoon ik geloofde dat hij het eerlijk met mij meende, was ik +vast besloten nooit meer eenig vertrouwen te stellen in vorsten of +ministers, zoolang ik er eenigszins buiten kan; zoodat ik hem, met +de verschuldigde erkentelijkheids-betuigingen voor zijn goedgunstige +bedoelingen, alleronderdaniglijkst verzocht daarvan verschoond te +mogen blijven. Ik zeide hem, dat, sinds de Fortuin, ze mocht dan goed +of kwaad zijn, een vaartuig op mijn weg geworpen had, ik besloten was +mij liever op den Oceaan te wagen, dan een aanleiding tot geschil te +zijn tusschen twee zulke machtige Vorsten. Ook vond de Keizer dat +eigenlijk in 't geheel niet onaangenaam en ik bemerkte bij toeval, +dat hij zelfs heel blij over mijn besluit was en zijn ministers +niet minder. + +Deze overwegingen deden mij mijn vertrek nog verhaasten; waar het +hof, ongeduldig om me weg te hebben, zoo hard het kon, het zijne +toe deed. Vijfhonderd werklieden werden aangesteld om twee zeilen +voor mijn boot te maken, naar mijn aanwijzingen, door hun sterkste +linnen dertiendubbel op elkaar te stikken. Ik had druk werk om touwen +en kabels te maken, door tien, twintig en dertig van hun dikste en +sterkste in elkaar te draaien. Een groote steen, dien ik na lang zoeken +toevallig aan de zeekust vond, diende mij voor anker. Ik had de talk +van driehonderd koeien voor mijn boot en voor andere doeleinden. Ik +had ongelooflijke moeite met het omhakken van een stuk of wat van de +grootste boomen voor timmerhout, om riemen en masten van te maken, +waar ik evenwel trouw aan geholpen werd door Zijner Majesteits +scheepstimmerlieden, die mij van dienst waren, om ze glad te maken, +nadat ik het ruwe werk gedaan had. + +Binnen ongeveer een maand, toen alles gereed was, zond ik om bevelen +van Zijne Majesteit, en berichtte dat ik mijn afscheid ging nemen. De +Keizer en de keizerlijke familie kwamen uit het paleis, ik knielde +met mijn gezicht op den grond om zijn hand te kussen, die hij mij +genadiglijk toereikte, wat ook gedaan werd door de Keizerin en de +jonge Prinsen van den bloede. Zijne Majesteit schonk mij vijftig +beurzen met tweehonderd sprugs elk, benevens zijn levensgroot portret +ten voete uit, dat ik onmiddellijk in mijn handschoen stopte, om het +niet te laten beschadigd worden. De ceremonies bij mijn vertrek waren +te talrijk om er den lezer hier mee lastig te vallen. + +Ik laadde de boot met het vleesch van honderd ossen en driehonderd +schapen, met brood en kaas naar evenredigheid, en zooveel toebereide +levensmiddelen, als vierhonderd koks mij verschaffen konden. Ik nam met +mij zes levende koeien en twee stieren, en evenveel ooien en rammen, +met het voornemen ze in mijn vaderland in te voeren en het ras te doen +voorttelen. Om ze aan boord te voeden nam ik een goeden bundel hooi +en een zak graan mee. Ik had gaarne een der inboorlingen meegenomen, +maar dat was iets, dat de Keizer mij in geen geval wou toestaan, +en behalve dat hij mijn zakken zorgvuldig doorzoeken liet, moest ik +Zijne Majesteit mijn woord van eer verpanden, geen van zijne onderdanen +mee te voeren, zelfs niet met hun eigen toestemming of op hun verzoek. + +Toen ik dus alles zoo goed ik kon had klaargemaakt, ging ik onder +zeil op den 24sten September 1701, om 6 uur 's morgens; en nadat ik +ongeveer vier mijlen noordwaarts gegaan was, daar de wind zuidoost was, +bespeurde ik om zes uur 's avonds een klein eiland, zoowat een halve +mijl naar het Noordwesten. Ik stuurde er op aan en wierp 't anker uit +nabij het eiland, dat wel onbewoond leek. Ik gebruikte toen eenige +ververschingen en ging naar kooi. Ik sliep goed, en naar ik vermoed +minstens zes uur, want de dag brak aan twee uur na mijn ontwaken. Het +was een heldere nacht, ik at mijn ontbijt voor de zon opkwam, en, +nadat ik het anker opgehaald had, stuurde ik, met gunstigen wind, +in dezelfde richting waar ik den vorigen dag gevaren had, waarbij +ik afging op mijn zakcompas. Mijn plan was, zoo mogelijk, een van +die eilanden te bereiken, die ik reden had te gelooven dat Noordoost +van Van Diemen's land lagen. Ik bespeurde dien dag niets, maar den +volgenden, omtrent drie uur 's middags, toen ik naar mijn berekening +vier en twintig mijlen van Blefuscu af was, merkte ik een schip dat +Zuid-Oost stuurde; mijn richting was vlak Oost. Ik riep het aan, +maar kon geen gehoor krijgen; maar ik merkte dat ik op haar won, +doordat de wind liggen ging. Ik zette alle zeilen bij en binnen een +half uur werd ik gezien, en van het schip werd een vlag geheschen en +een schot gelost. Het is moeielijk mijn vreugde uit te drukken bij de +onverwachte hoop mijn bemind vaderland weer te zien, en de dierbare +panden, die ik daar had achtergelaten. Het schip minderde zeil, ik kwam +het langs zij tusschen vijf en zes uur 's avonds, den 26sten September; +maar mijn hart sprong op in mijn lijf toen ik haar Engelsche kleuren +zag. Ik stak mijn koeien en schapen in mijn jaszakken en ging aan +boord met mijn heele kleine lading van levensmiddelen. Het vaartuig +was een Engelsche koopvaarder op de terugreis van Japan door de Noord- +en Zuidzeeën; de kapitein, Mr. John Biddel van Deptford, een zeer +beschaafd man en uitstekend zeeman. Wij waren nu onder de breedte +van 30 graden zuidelijk; er waren zoowat vijftig man aan boord; ik +ontmoette hier een ouden kameraad van me, een zekeren Peter Williams, +die den kapitein een goed idee van mij gaf. Deze heer behandelde mij +minzaam en vroeg mij hem te vertellen waar ik 't laatst vandaan kwam +en waar ik heen wou, wat ik in een paar woorden deed; maar hij vond +dat ik ijlde en dat de gevaren, die ik ondergaan had, mijn hoofd +van streek hadden gemaakt, waarop ik mijn zwarte koeien en schapen +uit mijn zak nam, die, na groote verbazing, hem overtuigden van mijn +goede trouw. Ik toonde hem toen het goud, dat de Keizer van Blefuscu +mij gegeven had, het levensgroote portret van Zijne Majesteit en een +paar andere bijzonderheden van dit land. Ik gaf hem twee zakken met +tweehonderd sprugs elk en beloofde hem als we in Engeland aankwamen, +een koe en een schaap present te doen. + +Ik zal den lezer niet lastig vallen met een nauwkeurig verslag van +deze reis, die grootendeels zeer voorspoedig was. We bereikten de +Duyns den 13den April 1702. Ik had maar éen ongelukje, namelijk dat +de ratten aan boord een van mijn schapen weghaalden. Ik vond zijn +beenderen in een gat, met het vleesch kaal er afgekloven, de rest +van mijn vee bracht ik veilig aan land en liet het grazen in een +kolfveld te Steenwich, waar ze grif aanvielen op het gras dat daar +heel fijn was, wat ik eerst had gevreesd dat ze niet doen zouden; +ik zou ze onmogelijk op zoo'n lange reis hebben kunnen in 't leven +houden als de kapitein mij niet een beetje van zijn beste beschuit +gegeven had, dat fijn gewreven en in water geweekt hun gedurig voer +was. Den korten tijd, dien ik in Engeland doorbracht, maakte ik geen +onbelangrijke winst door mijn vee te laten kijken aan personen van +stand en aan anderen: en voor ik mijn tweede reis begon, verkocht ik +het voor zeshonderd pond. Bij mijn laatste wederkomst vond ik het +ras belangrijk toegenomen, voornamelijk de schapen, die, zooals ik +hoop, veel zullen bijbrengen tot verbetering van de wolmanufactuur, +door de fijnheid van de vliezen. + +Ik bleef twee maanden bij mijn vrouw en huisgezin, want mijn +onverzadigbaar verlangen om vreemde landen te zien, liet me niet +langer met rust. Ik liet vijftienhonderd pond bij mijn vrouw achter +en zette haar in een goed huis te Redriff. Mijn overige bezitting nam +ik met me, deels in geld, deels in goederen, in de hoop mijn fortuin +te vermeerderen. Mijn oudste oom John had me een bezitting in land +nagelaten, bij Epping, van zoowat dertig pond 's jaars; en ik had een +lange pacht aan de Black Bull in Fetter Lane, die nog eens evenveel +opbracht, zoodat ik niet meer in gevaar was mijn gezin op de gemeente +te laten aankomen. Mijn zoon Johnny, die zoo heette naar zijn oom, +was op de gemeenteschool en een vlug kind. Mijn dochter Betty (die nu +goed getrouwd is en kinderen heeft) was toen aan haar naaiwerk. Ik nam +afscheid van mijn vrouw en jongen en meisje, met tranen van weerszijden +en ging aan boord van de Adventure, een koopvaarder van driehonderd +ton, met bestemming naar Surat, gezagvoerder kapitein John Nicholas, +van Liverpool; maar mijn verhaal van deze reis stel ik uit tot het +tweede deel van mijn reizen. + + + + + + + + +TWEEDE DEEL. + +EEN REIS NAAR BROBDINGNAG. + + +EERSTE HOOFDSTUK. + + Een hevige storm; de sloep wordt uitgezonden om water te halen; de + schrijver gaat mee om het land op te nemen; hij wordt op de kust + achtergelaten; gegrepen door een van de inboorlingen en naar een + boerenwoning gevoerd; zijn ontvangst daar, met de verschillende + dingen die hem daar overkwamen; een beschrijving van de inwoners. + + +Door de natuur en het noodlot tot een bezig en rusteloos leven +veroordeeld, verliet ik twee maanden na mijn wederkomst, opnieuw mijn +vaderland, en ging scheep in de Duyns, op den 20sten Juni 1702, in +de Adventure, gezagvoerder kapitein John Nicholas, van Corn-Wales, +met bestemming naar Surat. We hadden een zeer voordeeligen wind +tot we aan de Kaap de Goede Hoop kwamen, waar we ankerden om water +in te nemen, maar daar we een lek ontdekten, ontscheepten we onze +goederen en bleven er overwinteren; en doordat de kapitein een aanval +van jicht kreeg, konden wij de Kaap niet verlaten voor het eind van +Maart; wij gingen toen onder zeil en hadden een goede reis totdat we +de straat van Madagaskar doorgingen; maar toen wij ten Noorden van +dat eiland gekomen waren, en op ongeveer vijf graden zuiderbreedte, +begon de wind, die, zooals men heeft opgemerkt, in die zeeën van het +begin December tot het begin van Mei geregeld uit den hoek tusschen +het Noorden en Westen waait, heviger op te zetten en meer uit het +Westen dan gewoonlijk, en bleef zoo twintig dagen achter elkaar, in +welken tijd wij een beetje ten Oosten van de Molucca-eilanden werden +gedreven, en ongeveer drie graden ten Noorden van den Evenaar, naar +de waarnemingen die de kapitein deed op den 2den Mei, toen de wind +ophield en er een volledige kalmte intrad, waarover ik niet weinig +blij was. Maar, hij die goed ervaren was in de scheepvaart in die +zeeën, zeide ons, allen gereed te zijn voor een storm, die dan ook +den volgenden dag opkwam; want de zuidelijke wind, de Zuid-mousson +genaamd, begon te waaien en zwol spoedig aan tot een orkaan. + +Tijdens dezen storm, die gevolgd werd door een zwaren wind W.Z.W., +werden wij, naar mijn berekening, ongeveer vijfhonderd mijlen +oostwaarts gedreven, zoodat de oudste matroos aan boord niet zeggen kon +in welk deel van de wereld wij waren. Onze levensmiddelen hielden het +wel uit, ons schip was stevig en onze bemanning gezond, maar wij lagen +in den uitersten nood van water: wij oordeelden het best in dezelfde +richting voort te zeilen, liever dan ons meer Noordwaarts te wenden, +waardoor we in de noordwestelijke deelen van Noord-Tartarije en in +de IJszee zouden zijn verdwaald. + +Den 16den Juni 1703 bespeurde een jongen in den topmast land. Den +17den kwamen we in 't onmiddellijk gezicht van een groot eiland of +vasteland (want we wisten niet welk van beide), ten Zuiden waarvan +een kleine punt of landengte in zee uitstak, en een kreek was, te +ondiep om een schip van meer dan 100 ton toe te laten. Wij wierpen +het anker uit binnen een mijl van deze kreek, en onze kapitein zond +een dozijn van zijne mannen, goed gewapend in de sloep, met vaten om +water in te halen, als zij dat vinden konden. Ik verzocht verlof met +hen te gaan, opdat ik het land zien mocht en kijken wat ontdekkingen +ik doen kon. Toen wij aan land kwamen zagen wij geen rivier of bron, +noch eenig teeken van inwoners. Ons volk liep daarom de kust op +om versch water te vinden dicht bij de zee, en ik wandelde alleen +zoowat een mijl naar den anderen kant, waar ik zag dat het land kaal +en rotsig was. Ik begon nu vermoeid te worden, en niets ziende dat +mijn belangstelling gaande hield, ging ik zachtjes aan terug naar +de kreek, waar ik, daar de zee vlak voor me open lag, ons volk al +weer in de boot zag en zoo hard mogelijk naar schip roeien. Ik wou ze +juist achterna roepen, ofschoon het toch weinig zou geholpen hebben, +toen ik een reusachtigen man-mensch gewaar werd, die hen zoo snel hij +kon achtervolgde in zee: hij waadde niet veel dieper dan zijn knieën +en nam ontzaglijke stappen, maar ons volk was hem een halve mijl +vooruit, en daar de zee daaromtrent vol scherppuntige rotsen was, +kon het monster de boot niet inhalen. Dit werd mij later verteld, +want ik dorst niet daar blijven om den afloop van dit avontuur te +zien, en liep zoo hard ik kon den weg terug waar ik vandaan kwam +en beklom toen een steilen heuvel, vanwaar ik het land eenigszins +overzien kon. Ik bevond dat het overal bebouwd was; maar wat mij in +'t eerst verraste was de lengte van het gras, dat in die vakken, +die voor hooien bestemd schenen, meer dan twintig voet hoog stond. + +Ik raakte op een heerweg, want daar hield ik het voor, ofschoon het +den inwoners alleen voor voetpad tusschen een korenveld diende. Hier +wandelde ik een poosje door, maar kon aan weerszijde bijna niets zien, +want daar het nu bijna oogsttijd was, stond het koren minstens veertig +voet hoog. Na een uur wandelens kwam ik aan het eind van dit veld, dat +omhaagd was met palen van minstens honderdtwintig voet, en de boomen +waren zoo hoog, dat ik ze niet schatten kon. Er was een overloop om +van het eene veld in het andere te komen. Die had vier treden en een +steen, dien men over moest stappen als men op de hoogte kwam. Het was +onmogelijk voor mij dien overloop te beklimmen, want iedere trede +was zes voet hoog, en de steen er op meer dan twintig. Ik trachtte +een opening in de heg te vinden, toen ik in het naaste veld een van +de inwoners naar den overloop zag toekomen, van dezelfde grootte als +die ik in zee onze boot had zien vervolgen. Hij leek zoo hoog als een +gewone kerktoren en nam stappen naar schatting van ongeveer tien el; +ik was in de uiterste vrees en ontsteltenis, en liep om me in het +graan te verschuilen, vanwaar ik hem, op den top van den overloop +staande, naar het veld rechts ernaast zag kijken, en ik hoorde hem +roepen met een stem heel wat luider dan een spreektrompet; maar dit +geluid was zoo hoog in de lucht, dat ik in het eerst dacht dat het +donderde; waarop zeven monsters van zijn soort naar hem toekwamen +met sikkels in hun handen, iedere sikkel zoowat van de grootte van +zes zeisen. Deze lieden waren niet zoo goed gekleed als de eerste, +wiens knechts of arbeiders zij leken; want, ingevolge een paar +woorden die hij hun zei, gingen ze het koren afmaaien in het veld, +waar ik in lag. Ik bleef zoo ver mogelijk van hen vandaan, maar kon +niet dan met de grootste moeite voortkomen, want de halmen stonden +soms niet meer dan een voet van elkaar af, zoodat ik nauwelijks mijn +lichaam er tusschen door kon wringen. + +Ik slaagde er echter in vooruit te komen totdat ik kwam aan een deel +van het veld, waar het koren door regen en wind neergeslagen was. Hier +was het me onmogelijk een stap verder voort te gaan, want de halmen +waren zoo door elkaar gevlochten, dat ik er niet door kon kruipen en +de baard van de omgevallen aren was zoo hard en puntig, dat hij mij +door mijn kleeren heen in het vleesch stak. Tegelijkertijd hoorde ik +de maaiers niet meer dan honderd el achter me. Op van inspanning en +overweldigd door verdriet en wanhoop, ging ik in een vore liggen +en hoopte van harte, dat ik daar mijn dagen mocht eindigen. Ik +beklaagde mijn verlaten weduwe en vaderlooze kinderen. Ik betreurde +mijn eigen dwaasheid en grilligheid om een tweede reis te ondernemen, +in weerwil van den raad van al mijn vrienden en betrekkingen. Onder +deze vreeselijke aandoeningen kon ik niet nalaten te denken aan +Lilliput, waar de inwoners mij aanzagen voor het grootste wonder +dat ooit in de wereld verschenen was; waar ik in staat was geweest +een keizerlijke vloot met mijn hand te voeren, en al die daden te +bestaan die vermeld zullen worden in de geschiedboeken van dat rijk, +terwijl het nageslacht ze nauwelijks gelooven zal, schoon millioenen +er getuigenis van doen. Ik dacht bij mij zelf wat een vernedering het +voor me zijn zou, voor dit volk even onbeduidend te schijnen als een +enkele Lilliputter bij ons zou zijn, maar dit begreep ik, zou toch +nog de minste zijn van mijn rampen, want daar het is opgemerkt dat +menschelijke wezens wilder en wreeder zijn naarmate ze grooter zijn +van omvang, wat kon ik anders verwachten dan een hapje te zullen wezen +in den mond van den eersten van deze ontzaglijke barbaren, die mij +vangen mocht. Ongetwijfeld hebben de wijsgeeren gelijk als zij zeggen, +dat niets groot of klein is dan in vergelijking met iets anders. Het +lot zou de Lilliputters een land hebben kunnen laten vinden, waar de +menschen even klein waren ten opzichte van hen, als zij het waren +ten opzichte van mij. En wie weet of niet zelfs dit reusachtig ras +van stervelingen even zooveel in grootte overtroffen wordt in een of +ander deel van de wereld dat tot nu toe niet is ontdekt. + +Ontsteld en ontdaan als ik was, kon ik niet nalaten met die bedenkingen +voort te gaan, toen een van de maaiers, door de plaats waar ik lag, +tot op tien el afstands voorbij te komen, mij vreezen deed dat ik +bij den eerstvolgenden stap zou worden doodgetrapt onder zijn voet +of in tweeën gesneden door zijn sikkel. En daarom, zoodra hij zich +weer bewegen ging, schreeuwde ik zoo hard als mijn angst alleen me +kon doen uithouden; waarop het monster-schepsel zijn stap inhield, +en nadat hij een poosje om zich heen gekeken had, eindigde met mij +te bespeuren, waar ik voor hem op den grond lag. + +Hij bekeek mij eerst met de voorzichtigheid van iemand, die +probeert een klein gevaarlijk diertje zoo op te pakken, dat het hem +niet krabben of bijten kan, zooals ik zelf dikwijls een wezeltje in +Engeland gedaan heb. Ten laatste waagde hij het en vatte mij op, van +achteren om de middel, tusschen zijn voorvinger en duim en bracht me +tot binnen drie el van zijn oogen, om beter te kunnen waarnemen hoe +ik er precies uitzag. Ik raadde zijn bedoeling en had gelukkig zooveel +tegenwoordigheid van geest, dat ik besloot in 't minste niet tegen te +stribbelen, terwijl hij mij in de lucht hield, meer dan zestig voet +boven den grond, ofschoon hij mij vreeselijk in mijn zijde kneep, +uit angst dat ik hem door de vingers zou glippen. Al wat ik waagde +was mijn oogen naar de zon op te heffen, mijn handen samen te vouwen +in smeekende houding en eenige woorden te spreken, met een nederige en +zwaarmoedige uitdrukking, zooals dat mij in mijn toestand paste; want +ik vreesde ieder oogenblik dat hij mij tegen den grond zou smakken, +zoo als wij gewoonlijk doen met een klein griezelig insekt, dat we +willen doodmaken. Maar mijn goed gesternte beschikte dat hij scheen +behagen te scheppen in mijn stem en gebaren, en me begon te bekijken +als iets heel zonderlings, erg verbaasd mij gearticuleerde woorden +te hooren uitspreken, ofschoon hij die niet verstaan kon. In dien +tusschentijd kon ik niet nalaten te kreunen en tranen te storten, +en mijn hoofd naar mijn zijden te draaien, om hem zoo goed ik kon te +kennen te geven, hoe verschrikkelijk ik bezeerd werd door den druk +van zijn vinger en duim. Hij scheen mijn bedoeling te begrijpen, want +de panden van zijn jas oplichtende, stak hij mij zachtjes daarin en +liep dadelijk met mij naar zijn meester, die een gezeten boer was en +dezelfde, dien ik eerst in het veld gezien had. + +Toen de boer (zooals ik uit hun praten opmaakte) zich door zijn knecht +had laten vertellen, wat die van mij wist, nam hij een stukje van +een klein strootje, zoowat zoo groot als een wandelstok en lichtte +daarmede de panden van mijn jas op, die hij naar 't scheen voor een +soort bedeksel hield, dat de natuur mij gegeven had. Hij blies mijn +haar uit mijn gezicht om dit beter te kunnen bekijken. Hij riep zijn +knechts bij zich en vroeg hen, zooals ik later leerde begrijpen, +of ze ooit in het veld een wezentje gezien hadden dat iets van mij +had? Toen zette hij mij zachtjes op den grond op handen en voeten, +maar ik sprong dadelijk op en wandelde langzaam achteruit en vooruit, +om dien lieden te toonen, dat ik niet van plan was weg te loopen. Ze +gingen allemaal in een kring om me heen zitten, om beter mijn +bewegingen te kunnen zien. Ik nam mijn hoed af en maakte een diepe +buiging voor den boer. Ik viel op mijn knieën en hief mijn handen en +oogen omhoog en sprak zoo luid ik kon verscheidene woorden; ik haalde +een beurs met goudgeld uit mijn zak en bood hem die nederig aan. Hij +nam haar aan op de palm van zijn hand, hield haar toen dicht bij zijn +oogen om te zien wat het was, en draaide haar daarna een keer of wat +om en om met de punt van een speld, (die hij van zijn mouw haalde), +maar hij kon er niet uit wijs worden. Ik wenkte hem daarom zijn hand op +den grond te leggen, nam toen de beurs er af, opende haar, en stortte +al het goud op zijn handpalm uit. Er waren zes Spaansche stukken, +elk van vier pistolen, behalve twintig of dertig kleinere munten. Ik +zag hem den top van zijn middelsten vinger vochtig maken, en eerst +een, en toen nog een van de grootste stukken er mee opnemen; maar hij +scheen heelemaal niet te begrijpen wat dat waren. Hij beduidde mij ze +weer in mijn beurs te doen en de beurs in mijn zak te steken, wat ik, +na ze hem nog een paar keer te hebben aangeboden, besloot te doen. + +De boer begon nu overtuigd te worden dat ik een redelijk wezen zijn +moest. Hij sprak me herhaaldelijk toe, maar het geluid van zijn +stem verscheurde mijn ooren als dat van een watermolen; maar zijn +woorden klonken wel geartikuleerd. Ik antwoordde zoo hard ik kon in +verscheidene talen, en hij bracht zijn oor telkens tot op twee el van +me af, maar alles te vergeefs, want wij verstonden elkaar volstrekt +niet. Hij stuurde toen zijn knechts weer aan 't werk, en zijn zakdoek +uit zijn zak gehaald hebbende, deed hij dien dubbel en spreidde hem uit +op zijn linkerhand, die hij plat op den grond hield, met de palm naar +boven, en wenkte mij er op te stappen, wat ik gemakkelijk doen kon, +want ze was niet meer dan een voet dik. Ik achtte het het voordeeligst +te gehoorzamen en ging uit vrees voor vallen, languit op den zakdoek +liggen, waarvan hij de punten veiligheidshalve tot aan mijn hoofd om +me heen wikkelde en droeg me zoo ingepakt meê naar zijn huis. Daar +riep hij zijn vrouw en liet me aan haar zien, maar ze begon te gillen +en liep weg zooals de vrouwen in Engeland doen als ze een pad of een +spin zien. Maar toen ze een poosje mijn manieren gezien had en hoe +goed ik luisterde naar de gebaren van haar man, werd ze spoedig met +mij verzoend en ging langzamerhand erg veel van me houden. + +Het was omstreeks twaalf uur op den middag en een dienstbode bracht +het eten binnen. Het bestond uit niets dan een stevig vleesch-gerecht +(naar den eenvoudigen stand van een landman) in een schotel van zoowat +vier en twintig voet doorsnede. De aanzittenden waren de boer en zijn +vrouw, drie kinderen en een oude grootmoeder. Toen zij zaten zette +de boer mij een eindje van zich af, op de tafel, die dertig voet +hoog was. Ik was doodsbang dat ik er af zou vallen en bleef zoo ver +mogelijk van den rand. De vrouw sneed een snippertje vleesch af en +kruimelde wat brood op een schoteltje en zette me dat vóor. Ik maakte +een diepe buiging voor haar, haalde mijn mes en vork uit en ging aan +'t eten, waar ze verbazend veel schik in hadden. De meesteres liet de +meid een klein likeurkelkje halen, dat zoowat twee gallons inhield, en +vulde het met drank: ik tilde het vat met moeite met mijn twee handen +op en dronk met eerbiedige gebaren op mevrouws gezondheid, waarbij ik +de Engelsche woorden uitsprak zoo luid ik kon, wat het gezelschap zoo +hartelijk aan 't lachen maakte dat ik bijna doof werd van 't lawaai. + +De drank smaakte als een lichte ciderwijn, en was niet +onaangenaam. Toen gaf de meester mij een wenk om bij den rand van +zijn bord te komen; maar terwijl ik over de tafel liep, voortdurend, +zooals de lezer wel begrijpt en verontschuldigen zal, in de grootste +verbazing, struikelde ik over een broodkorst en viel plat op mijn +gezicht, maar zonder me te bezeeren. Ik stond dadelijk op en toen ik +zag dat de goede liên nog bezorgd over me waren, nam ik mijn hoed +(dien ik als welgemanierd mensch onder mijn arm hield), en riep, +terwijl ik er mee boven mijn hoofd zwaaide, driemaal hoera! om te +toonen dat de val goed was afgeloopen. Maar terwijl ik naar mijn +meester (zooals ik hem in 't vervolg noemen zal) toekwam, pakte +zijn jongste zoon, een bengel van een jongen van vier jaar oud, die +naast hem zat, mij bij mijn beenen en hield mij zoo hoog in de lucht, +dat ik sidderde aan al mijn leden; maar zijn vader griste me van hem +af en gaf hem tegelijkertijd een klap om zijn ooren, die een heele +afdeeling Europeesche ruiterij tegen den grond zou hebben geslagen, +terwijl hij hem beval van tafel te gaan. Maar daar ik bevreesd was dat +de knaap een hekel aan mij krijgen zou, en mij te binnen bracht hoe +baldadig alle kinderen bij ons van natuur zijn tegenover musschen, +kleine katjes en jonge hondjes, viel ik op mijn knieën, en gaf, +naar den knaap wijzende, mijn meester zoo goed ik kon te verstaan, +dat ik om vergiffenis voor hem verzocht: de vader gaf toe en de knaap +mocht weer gaan zitten, waarop ik naar hem toeging en zijn hand kuste, +die mijn meester in de zijne nam en mij zachtjes deed aaien. + +Midden onder het maal sprong de lievelingspoes van mijn meesteres op +haar schoot. Ik hoorde een gedruisch als van een dozijn kousenwevers +aan hunne weefgetouwen, en toen ik mijn hoofd omdraaide merkte ik dat +het het spinnen van dit dier was, dat driemaal grooter leek dan een os, +zooals ik opmaakte uit de grootte van haar kop en een klauw, dien ik +zag, terwijl haar meesteres haar eten gaf en aaide. Het woeste uitzicht +van dit gedrocht bracht me heelemaal van de wijs, schoon ik aan het +andere eind van de tafel stond, zoowat vijftig voet van haar af en mijn +meesteres haar vasthield, uit vrees dat ze een sprong zou doen en me +in haar klauwen grijpen. Maar daar was gelukkig geen gevaar voor, want +poes nam niet de minste notitie van me, zelfs niet toen mijn meester +me tot binnen drie el afstands van haar neerzette. En daar men mij +altijd gezegd heeft en ik dit op mijn reizen altijd bij ondervinding +had bewaarheid gezien, dat vluchten of zich bevreesd toonen voor een +wild dier, een zeker middel is om zich er door te laten aanvallen, +besloot ik in dit gevaarlijk oogenblik mij in 't geheel niet bezorgd +te toonen. Ik wandelde daarom stoutmoedig vijf- of zesmaal vlak voor +poes haar kop heen en weer en kwam tot op een halve el bij haar, +waarop zij zich terugtrok, alsof zij banger voor mij dan ik voor +haar was; minder bang was ik voor de honden, waarvan er drie of vier +in de kamer kwamen, zooals in boerenhuizen gebruikelijk is; waarvan +er één een bandhond was, zoowat van den omvang van vier olifanten, +en een hazewind ietwat hooger dan de bandhond, maar niet zoo zwaar. + +Toen de maaltijd bijna gedaan was, kwam de kindermeid binnen met +een kind van een jaar oud in haar armen, dat me dadelijk in de gaten +kreeg en begon te blèren dat men het zou kunnen hooren van Amsterdam +tot Sloterdijk, op de gebruikelijke manier van kinderen, om me voor +speelgoed te hebben. De moeder nam me uit pure goedheid op en hield me +naar het kind toe, dat me dadelijk bij mijn middel greep en mijn hoofd +in zijn mond stak, waar ik zoo hard ging schreeuwen dat de dreumes er +van schrikte en mij vallen liet, zoodat ik onvermijdelijk mijn nek +zou hebben gebroken, als de moeder niet haar boezelaar onder me had +gehouden. De kindermeid gebruikte, om het kind zoet te houden, een +ratel, die niets anders was dan een soort hol vat vol groote steenen +en met een kabel om het middel vastgemaakt; maar het was alles te +vergeefs, zoodat ze als laatste redmiddel wel besluiten moest het +kind de borst te geven. Ik moet bekennen dat nooit een voorwerp mij +zoo walgde als haar monsterachtige borst, waarvan ik niet kan zeggen +waar ik ze mee vergelijken moet om den belangstellenden lezer een +denkbeeld te geven van haar omvang, gedaante en kleur. + +Dit bracht me aan 't denken over het fijne vel van onze Engelsche +dames, die ons zoo mooi lijken, alleen omdat ze van onze eigen grootte +zijn, en hun gebreken alleen door een vergrootglas zijn te zien, +wanneer we bij ondervinding weten, dat het gladste en witste vel er +ruw en grof en akelig van kleur uitziet. + +Ik herinner mij, dat, toen ik in Lilliput was, de gelaatskleur van +die miniatuur-menschjes mij de mooiste in de wereld leek; en in een +gesprek over dit onderwerp met een geleerde daar, die een vertrouwd +vriend van mij was, zei die mij dat mijn gezicht veel fijner en gladder +leek als hij het van den grond, dan als hij het van nabij zag, als ik +hem in mijn hand nam en er vlak voorhield, wat werkelijk, zei hij, in +'t eerst een heel griezelig gezicht was. Hij zei dat hij groote gaten +in mijn huid kon waarnemen, dat de stompjes van mijn baard tienmaal +sterker waren dan de stekels van een wild zwijn en mijn gelaatskleur +bestond uit verschillende kleuren, volmaakt onaangenaam. Schoon ik +toch vrijheid vragen moet te betuigen, dat ik even blank ben als de +meeste van mijn mannelijke landgenooten, en door al mijn reizen maar +heel weinig verschroeid. + +Daarentegen, sprekende van de dames aan het hof van dien Keizer, +placht hij wel te zeggen dat éen sproeten had, een andere een te +grooten mond, een derde een te breeden neus; dingen waar ik allemaal +niets van onderscheiden kon. Ik moet zeggen dat deze overwegingen +hinderlijk genoeg zijn; maar ik kon ze toch niet achterwege laten, +omdat de lezer anders denken zou dat die groote schepsels werkelijk +mismaakt waren, wat niet zoo is, want ik moet om billijk te zijn, +erkennen dat ze een knap soort volk zijn, en voornamelijk de trekken +van het gezicht van mijn meester, ofschoon hij maar een boer was, +zagen er als ik ze op hun hoogte van zestig voet zag zeer evenredig +gevormd uit. + +Na den maaltijd ging mijn meester zien naar zijn arbeiders, en gaf zijn +vrouw, zooals ik uit zijn stem en gebaren kon opmaken, strikten last +om goed zorg voor mij te dragen. Ik was erg vermoeid en slaperig en +mijn meesteres, dat bemerkende, legde me op haar eigen bed en dekte +me toe met een schoonen witten zakdoek, maar grooter en grover dan +het schoenerzeil van een oorlogsschip. + +Ik sliep ongeveer twee uur en droomde dat ik thuis was bij mijn vrouw +en kinderen, wat mijn verdriet nog deed toenemen toen ik wakker +werd en mij alleen, in een uitgestrekt vertrek van tusschen twee- +en driehonderd voet breed en meer dan tweehonderd hoog in een bed +van twintig ellen breedte liggen vond. Mijn meesteres was aan haar +huishouden gegaan en had mij opgesloten. Het bed was acht el boven +den vloer. Ik wenschte er af te komen, maar dorst niet roepen; en als +ik het gedaan had zou het te vergeefs geweest zijn, met een stem als +de mijne, op een zoo grooten afstand als van de kamer waar ik was +tot de keuken, waar de familie zich in ophield. Terwijl ik mij in +die omstandigheden bevond, kropen twee ratten tegen de gordijnen op, +en liepen snuffelende naar achteren en naar voren over het bed. Een +kwam bijna vlak bij mijn gezicht, waarop ik beangst opsprong en mijn +houwer trok om me te verdedigen. Deze afgrijselijke dieren hadden +de stoutmoedigheid mij aan weerszijden aan te vallen en een hield +zijn voorpooten aan mijn halsboord; maar ik had het geluk haar den +buik op te rijten, voor zij mij eenig kwaad kon doen. Zij viel voor +mijn voeten neer en de andere, het lot van haar makker ziende, nam +de vlucht, maar niet zonder een geduchte wond op haar rug, die ik +haar gaf terwijl zij wegliep en haar het bloed langs de zijden deed +druppelen. Na deze heldendaad wandelde ik zoetjes op en neer over het +bed, om weer op adem en op mijn verhaal te komen. De beesten waren +van de grootte van een grooten dog maar oneindig vlugger en woester, +zoodat, als ik voor ik slapen ging, mijn gordel had afgelegd, ik +onfeilbaar in stukken gescheurd en verslonden zou zijn. Ik mat den +staart van de doode rat en bevond dat hij twee el lang was, op een +duim na; maar ik walgde er een beetje van het lijk van het bed af te +sleepen, waar het maar al lag te bloeden; ik merkte dat er nog eenig +leven in was, maar met een fikschen houw over den nek, maakte ik het +heelemaal van kant. Spoedig daarop kwam mijn meesteres in de kamer, +die mij geheel bebloed ziende, toeschoot en mij in haar hand nam. Ik +wees haar naar de doode rat, glimlachende en nog andere teekens makende +om te toonen dat ik niet gewond was, waarop ze uitermate blij werd, +roepende de meid om de doode rat op te nemen met een tang en haar +uit het venster te gooien. Toen zette ze mij op tafel, waar ik haar +mijn houwer toonde heelemaal bebloed, en stak hem, nadat ik hem aan +mijn jaspanden had afgeveegd, weer in zijn schede. + +Ik hoop dat de vriendelijke lezer mij het uitweiden over deze en +dergelijke bijzonderheden ten goede zal houden, die, hoe onbeteekenend +zij voor gewone geesten schijnen mogen, toch zeker een wijsgeer +zullen helpen zijn gedachten en verbeelding te verrijken, en er +gebruik van te maken ten welvaren van publiek zoowel als bijzonder +leven, wat mijn eenig doel was met het voorleggen van deze en andere +berichten van mijn reizen aan de wereld, waarin ik voornamelijk naar +waarheid gestreefd heb, zonder eenige versierselen van geleerdheid of +stijl voor te wenden. Maar het geheele tooneel van deze reis maakte +zoo een sterken indruk op mijn geest, en is zoo diep gegrift in mijn +geheugen, dat ik, haar op papier brengende, niet eene bijzonderheid van +beteekenis vergeten heb; evenwel heb ik bij een strenge herziening, +verscheidene gedeelten van minder gewicht weggeschrapt, die in mijn +eerste handschrift waren, uit vrees te worden veroordeeld als vervelend +en onbeteekenend, wat reizigers dikwijls, misschien niet ten onrechte, +beschuldigd worden te zijn. + + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + + Een beschrijving van het dochtertje van den boer.--De + schrijver naar een marktplaats gebracht en daarna naar de + hoofdstad.--Bizonderheden over zijn--reis.-- + + +Mijn meesteres had een dochtertje van negen jaar oud, een voordeelig +kind voor haar leeftijd, heel vlug met de naald en handig in het +kleeden van haar pop. Haar moeder en zij brachten tegen den nacht +de poppewieg voor mij in orde; de wieg werd in een kleine la van +een kabinet gezet, en de la op een hangende plank geplaatst uit +vrees voor de ratten. Dit was mijn bed, al den tijd, dat ik bij +die menschen in huis bleef, schoon het langzamerhand meer naar mijn +gemak werd ingericht, naarmate ik hun taal begon te leeren, en mijn +behoeften bekend te maken. Dit jonge meisje was zoo handig, dat toen +ik een of twee keer mijn kleeren had uitgetrokken waar zij bij was, +ze mij aan en uit kon kleeden, maar ik deed haar die moeite nooit aan, +tenzij ze er op aandrong. Zij maakte zeven hemden en ander linnengoed +voor me, van het fijnste goed dat ze krijgen kon, dat toch nog grover +was dan zakkegoed, en die waschte ze geregeld zelf. Zij was ook mijn +schooljuffrouw, die me de taal leerde; als ik naar iets wees, zei zij +mij den naam er van in haar taal, zoodat ik in een dag of wat vragen +kon om wat ik hebben wou. Zij was een goed kind en niet grooter dan +veertig voet, wat klein is voor haar leeftijd. Zij gaf mij den naam van +Grildrig, dien de familie overnam en later het heele rijk. Het woord +beteekent wat de Latijnen Nanunculus, de Italianen Homunceletino en de +Engelschen mannikin noemen. Ik ben haar grootendeels verschuldigd dat +ik in dit land mijn leven behield; ik noemde haar mijn Glumdalclitch +of kindermeisje, en ik zou me schuldig maken aan groote ondankbaarheid +als ik deze eervolle vermelding naliet van haar zorg en genegenheid +voor mij, die ik van harte wensch dat het in mijn macht stond, te +beloonen zooals ze het verdient, in plaats van, zooals ik maar te +veel reden heb te vreezen, de onschuldige, maar ongelukkige bewerker +van haar schande te zijn. + +Het begon nu bekend, en in de buurt erover gepraat te worden, dat mijn +meester een vreemd diertje in 't veld had gevonden, zoowat zoo groot +als een splacnuck, maar volmaakt gevormd als een menschelijk wezen, +dat het ook in al zijn bewegingen nabootste; en dat een eigen taaltje +scheen te spreken, al verscheidene woorden van hun taal geleerd had, +rechtop op zijn twee beenen liep, tam en aardig was, kwam wanneer het +geroepen werd, alles deed wat het gezegd werd, de fijnste ledematen van +de wereld had, en een complexie teerder dan een edelmansdochter van +drie jaar oud. Een andere boer, die dichtbij woonde, en een bizonder +vriend van mijn meester, kwam een bezoek brengen met het doel te +onderzoeken wat er waar was van dat verhaal. Ik werd onmiddellijk voor +den dag gehaald en op een tafel gezet, waar ik wandelde zooals men mij +beval, mijn houwer trok, weer opstak, een buiging maakte voor den gast, +hem in zijn eigen taal vroeg hoe hij het maakte, en hem zei dat hij +welkom was, zooals mijn kindermeisje mij dat had geleerd. Deze man, +die oud en bijziende was, zette zijn bril op om mij beter te zien, +waarop ik niet laten kon hartelijk te lachen, want zijn oogen leken +me wel volle manen, schijnende in een kamer met twee vensters. De +huisgenooten, die de oorzaak van mijn vroolijkheid ontdekten, hielden +mij in mijn lachen gezelschap, waarover de oude mal genoeg was boos +en uit zijn humeur te worden. Hij stond bekend voor een ergen vrek; +en hij kon dat, tot mijn ongeluk, best wezen, naar den vervloekten +raad dien hij mijn meester gaf, mij te laten kijken op een marktdag in +de naburige stad, die een half uur rijdens, ongeveer twee-en-twintig +mijlen, van ons af was. Ik vermoedde dat er eenig kwaad broeide, +toen ik mijn meester en zijn vriend met elkaar zag fluisteren, +terwijl zij soms naar mij wezen; en mijn vrees deed me gelooven dat +ik af en toe enkele van hun woorden verstaan kon. Maar den volgenden +morgen vertelde Glumdalclitch, mijn kleine oppaster, mij de heele +zaak, waarover ze haar moeder listig had uitgehoord. Het arme kind +legde mij aan haar borst, en viel aan 't schreien van verdriet en +schaamte. Zij was bang dat mij een ongeluk zou overkomen van gemeene +hardhandige menschen, die me misschien dood zouden knijpen of een +van mijn leden breken, als ze me in hun handen namen. Zij had ook +gemerkt hoe preutsch ik van nature was, hoe gesteld op mijn eer, +en wat een schande ik het vinden zou voor geld ten toon gesteld te +worden, als een publieke vertooning voor het minste volk. Zij zeide, +dat vader en moeder haar beloofd hadden, dat Grildrig van háar zou +hooren; maar nu merkte zij, dat ze haar net zoo zouden behandelen +als het vorige jaar, toen zij haar een lam beweerden te geven, en +het toch, zoodra het goed vet was, verkochten aan een slager. Wat +mij betreft, ik kan naar waarheid getuigen, dat ik minder bezorgd +was dan mijn verzorgstertje. Ik had een vast vertrouwen, dat me nooit +verliet, dat ik eens mijn vrijheid zou terugkrijgen; en wat aangaat de +schandelijkheid van te worden door het land gevoerd als een kijkspel, +ik bedacht dat ik een volslagen vreemdeling was in dat land, en dat +zulk een ongeluk mij nooit als een verwijt kon worden nagegeven, als +ik mocht terugkomen in Engeland, daar de koning van Groot-Brittannië +zelf, in mijn geval, hetzelfde lot had moeten ondergaan. + +Mijn meester nam me dan, ingevolge den raad van zijn vriend, den +volgenden marktdag, in een doos met zich naar de naburige stad en +liet zijn dochtertje, mijn kleine verzorgster, op een kussen achter +hem opzitten. De doos was aan alle kanten dicht, met een kleine +deur voor mij om in en uit te gaan en een paar boor-gaatjes om +lucht in te laten. Het meisje was zoo zorgvol geweest er de sprei +van haar poppebedje in te doen, waarop ik liggen kon. Nochtans werd +ik op die reis verschrikkelijk geschokt en heen en weer gegooid, +ofschoon ze maar een half uur duurde: want het paard nam stappen van +zoo wat veertig voet, en draafde zoo hoog, dat de beweging gelijk +was aan het op- en neergaan van een schip in een hevigen storm, +maar veel veelvuldiger. Onze reis was iets verder dan van Londen +naar St. Albans. Mijn meester stapte af aan een herberg, waar hij +dikwijls kwam; en na een poosje met den herbergier overlegd, en +eenige noodzakelijke toebereidselen gemaakt te hebben, huurde hij den +grultrud, of omroeper, om door de stad bekend te maken, dat een vreemd +wezen te zien was, waar de Groene Arend uithing, niet zoo groot als +een splacnuck (een dier in dat land, fraai gevormd, ongeveer zes voet +lang) en in al zijn lichaamsdeelen een menschelijk wezen gelijkende; +het kon verscheidene woorden spreken en honderd aardige kunstjes doen. + +Ik werd op een tafel gezet in het grootste vertrek van de herberg, +dat bijna driehonderd voet in 't vierkant mag zijn geweest. Mijn +kleine meesteres stond op een lagen stoel vlak bij de tafel, om +op me te passen en me te zeggen wat ik doen moest. Om gedrang te +vermijden wou mijn meester niet meer dan dertig personen tegelijk +binnenlaten. Ik stapte over de tafel heen en weer, zooals mij door +het dochtertje bevolen werd: zij stelde mij vragen, die ze wist dat +ik met mijn kennis van de taal kon beantwoorden, en ik antwoordde zoo +hard ik kon. Ik wendde mij verscheiden malen naar het gezelschap, +groette het beleefd, zei dat het welkom was, en gebruikte een paar +andere spreekwijzen, die ik had geleerd. Ik nam een vingerhoed, +gevuld met drank, dien Glumdalclitch mij voor beker gegeven had en +dronk hun gezondheid. Ik trok mijn houwer, en zwaaide hem, naar de +wijze van de schermers in Engeland. Mijn verzorgster gaf me een stuk +stroo, dat ik hanteerde als een piek, hebbende die kunst geleerd +in mijn jeugd. Ik werd dien dag vertoond aan twaalf partijen volk, +en was even dikwijls genoodzaakt dezelfde dwaasheden over te doen, +totdat ik halfdood was van uitputting en ergernis; want zij die mij +gezien hadden brachten zulke wondervolle verslagen uit, dat het volk +op het punt stond de deur open te breken om binnen te komen. Mijn +meester wou niet, in zijn eigen belang, dat iemand mij aanraakte dan +zijn dochtertje, en om ongelukken te voorkomen, waren banken rondom de +tafel gezet op zoo'n afstand, dat ik buiten ieders bereik was. Maar +een ondeugende schooljongen mikte een hazelnoot vlak op mijn hoofd, +die me bijna geraakt had; gelukkig bijna, want ze kwam met zooveel +kracht, dat ze onfeilbaar mijn hersens zou hebben stukgeslagen, want +ze was haast zoo groot als een kleine meloen; maar ik had de voldoening +den jeugdigen rekel flink afgerost en buiten de deur gezet te zien. + +Mijn meester liet bekend maken dat hij mij den volgenden marktdag +weer vertoonen zou; en maakte meteen een geriefelijker voertuig voor +me klaar, wat ook wel noodig was; want ik was zoo uitgeput van mijn +reis heen en van het acht uur achter elkaar kunstjes maken, dat ik +nauwelijks op mijn beenen staan en geen woord spreken kon. Het duurde +ruim drie dagen voor ik weer op mijn verhaal was; en opdat ik ook +thuis toch maar vooral geen rust zou hebben, kwamen al de buren van +honderd mijl in de rondte, die van mij hoorden, mij bij mijn meester +aan huis zien. Het kunnen niet minder geweest zijn dan dertig personen, +met hun vrouwen en kinderen (want het land was zeer bevolkt); en mijn +meester vroeg telkens, als hij me thuis vertoonde, den prijs van een +volle kamer, al kwam er maar een enkele familie, zoodat ik gedurende +eenigen tijd geen dag van de week op mijn gemak was (behalve Woensdag, +dat hun rustdag is) ook al werd ik niet naar stad gebracht. + +Mijn meester, merkende hoe winstgevend ik voor hem zijn kon, +besloot de belangrijkste steden van het koninkrijk met mij rond te +reizen. Hebbende daarom zich voorzien van al wat noodig is voor een +lange reis, en op zijn zaken thuis orde gesteld, nam hij afscheid van +zijn vrouw, en op den 17den Augustus 1703, zoowat twee maanden na mijn +aankomst, reisden wij af naar de hoofdstad, die bijna in het midden +van dat rijk gelegen is, en op ongeveer drieduizend mijlen afstand van +ons huis. Mijn meester had zijn dochtertje Glumdalclitch achter zich +te paard. Ze hield mij op haar schoot in een doos, die om haar middel +gebonden was. Het kind had die doos aan alle kanten gevoerd met het +zachtste goed dat zij krijgen kon, het van onderen goed opgevuld, haar +poppebedje erin gelegd, mij voorzien van linnen en andere behoeften, +en alles zoo geriefelijk mogelijk gemaakt. Wij hadden geen ander +gezelschap dan een knechtje, die achter ons reed met de bagage. + +Het plan van mijn meester was mij in alle steden te laten zien, +waar we doorreisden, en vijftig of honderd mijl bezijden den weg +af te gaan naar ieder dorp of heerenhuis, waar hij verwachten kon +zaken te doen. Wij maakten makkelijke dagreizen van niet meer dan +honderdvijftig mijlen: want Glumdalclitch klaagde, om mij te sparen, +over vermoeidheid door het schokken van het paard. Zij nam me, op +mijn verlangen, dikwijls uit de doos, om me lucht te geven en me het +land te laten zien, maar hield me altijd aan een draadje vast. Wij +gingen vijf of zes rivieren over, heel wat breeder en dieper dan de +Nijl of de Ganges, en er was nauwelijks een riviertje zoo smal als +de Theems bij London Bridge. Onze reis duurde tien weken en in dien +tijd was ik vertoond in achttien groote steden, behalve in een groot +aantal dorpen en afzonderlijke huizen. + +Den 26sten October bereikten wij de hoofdstad, in hun taal Lorbrulgrud, +of Trots van het Heelal genoemd. Mijn meester nam zijn intrek in de +hoofdstraat van de stad, niet ver van het Koninklijk paleis, en hing +aanplakbiljetten buiten, in den gewonen vorm, waarop een nauwkeurige +beschrijving van mijn persoon en hoedanigheden. Hij huurde een groote +kamer tusschen drie- en vierhonderd voet breed. Hij schafte zich +een tafel aan van zestig voet in doorsnee, waarop ik mijn kunsten +vertoonen zou en omheinde haar in de rondte drie voet binnen den rand +en evenveel hoog om afvallen te voorkomen. Ik werd tienmaal per dag +vertoond, tot de verbazing en de voldoening van iedereen. Ik kon de +taal nu tamelijk wel spreken en verstond volkomen elk woord dat tegen +me gezegd werd. Ook had ik hun alphabet geleerd en kon hier en daar +probeeren een volzin te verklaren; want Glumdalclitch had mij toen we +nog thuis waren en in onze vrije uren op reis, onderwezen. Zij droeg +een klein boekje bij zich, niet veel grooter dan een Sanson's Atlas, +dat was een eenvoudige verhandeling ten gebruike van jonge meisjes, +bevattende een kort overzicht van hun godsdienst; daaruit leerde zij +mij de letters en legde mij de woorden uit. + + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + + Er wordt van het hof gezonden om den schrijver.--De Koningin + koopt hem van zijn meester en stelt hem voor aan den koning.--Hij + houdt twistgesprekken met Zijner Majesteits geleerden.--Een + kamer aan 't hof wordt voor hem ingericht.--Hij staat in gunst + bij de Koningin.--Hij verdedigt de eer van zijn vaderland.--Zijn + vijandschap met den dwerg van de Koningin. + + +De aanhoudende veranderingen die ik iederen dag onderging, +veroorzaakten binnen weinige weken een belangrijke verandering in mijn +gezondheid: hoe meer mijn meester aan me verdiende, hoe begeeriger hij +werd. Ik had heelemaal mijn eetlust verloren, en was bijna afgevallen +tot een geraamte. De boer merkte het en overleggende bij zich zelf +dat ik gauw sterven zou, besloot hij nog zooveel uit me te halen als +hij kon. Terwijl hij zoo bij zichzelf overlegde en besloot, kwam een +slardral, of kamerdienaar van het hof, met bevel aan mijn meester +onmiddellijk daarheen te komen en mij te laten kijken aan de koningin +en haar dames. Eenige van de laatste waren me al komen zien en brachten +Haar Majesteit de vreemdste verhalen over van mijne schoonheid, mijn +manieren en mijn gezond verstand. Hare Majesteit en zij die bij haar +waren, toonden zich bovenmate over mijn voorkomen verrukt. Ik viel +op mijn knieën en verzocht om de eer haar vorstelijke voeten te mogen +kussen; maar deze bevallige vorstin hield, toen ik op tafel gezet was, +haar pink naar me toe, die ik omvatte met bei mijn armen en waarvan ik +den top met den diepsten eerbied aan mijn lippen bracht, en zij deed +mij een paar algemeene vragen over mijn land en mijn reizen, die ik +zoo duidelijk en zoo beknopt als ik kon beantwoordde. Zij vroeg of ik +wel aan het hof zou willen leven? Ik boog tot het vlak van de tafel en +antwoordde weder dat ik mijns meesters slaaf was, maar dat als ik over +mij zelf beschikken mocht, ik er trotsch op wezen zou mijn leven aan +Harer Majesteits dienst te wijden. Zij vroeg toen mijn meester of hij +geneigd was me tegen een goeden prijs te verkoopen. Hij, die vreesde +dat ik geen maand meer zou leven, was willig genoeg afstand van mij +te doen en vroeg duizend stukken goud, die hem onmiddellijk werden +toegestaan; elk stuk zoowat van de zwaarte van achthonderd moidores, +maar in aanmerking nemende de evenredigheid in alles tusschen dat +land en Europa en den hoogen prijs van het goud in dat rijk, was die +som nauwelijks zoo groot als duizend guineas bij ons. Ik zei toen +tot de Koningin, dat ik nog, daar ik Harer Majesteits onderdanigste +dienaar en vasal was, om de gunst verzoeken dorst dat Glumdalclitch +die mij altijd met zooveel zorg en zoo hartelijk had opgepast en daar +zoo goed voor berekend was, ook in haar dienst zou mogen overgaan, +en ook in het vervolg mijn onderwijzeres en oppaster zijn. + +Hare Majesteit stond mijn verzoek toe, en verkreeg gemakkelijk +de toestemming van den boer, die heel blij was zijn dochter te +zien aangesteld aan het hof, en het arme kind zelf was niet in +staat haar vreugd te verbergen. Mijn gewezen meester ging weg, +mij vaarwel zeggende en mij toevoegende dat hij mij in een goeden +dienst achterliet, waar ik geen woord op antwoordde, makende alleen +een lichte buiging. + +De Koningin bespeurde mijn koelheid, en vroeg mij, toen de boer uit +het vertrek was, de reden daarvan. Ik waagde het Hare Majesteit te +zeggen, dat ik aan mijn gewezen meester geen grooter verplichting had +dan daarvoor, dat hij mij arm, schadeloos schepsel, bij toeval in 't +veld gevonden, niet doodgetrapt had; een verplichting waar ruim tegen +opwoog de winst die hij gemaakt had door me in het halve koninkrijk +te laten kijken en de prijs waar hij me nu voor verkocht had; dat +het leven dat ik al dien tijd geleid had vermoeiend genoeg was om +een dier van tienmaal mijn kracht te dooden; dat mijn gezondheid erg +geschaad was door het voortdurend geploeter van ieder uur van den +dag het plebs te moeten pleizieren; en dat, als mijn meester niet +gedacht had dat mijn leven gevaar liep, Hare Majesteit mij niet zoo +goedkoop zou gekregen hebben. Maar daar ik nu buiten alle vrees voor +slechte behandeling was, onder de bescherming van een zoo groote en +goede vorstin, het sieraad der natuur, de lieveling van de wereld, +de verrukking van hare onderdanen, de phoenix der schepping, nu hoopte +ik dat de vrees van mijn gewezen meester zonder grond zou blijken te +zijn; want ik voelde mijn levensgeesten al weer wakker worden onder +den invloed van hare zeer verheven tegenwoordigheid. + +Dit was het hoofdzakelijke van mijn rede, gebrekkig en aarzelend +uitgesproken. Het laatste deel was in den bij dit volk gebruikelijken +stijl, waar ik sommige volzinnen van leerde van Glumdalclitch, +terwijl ze mij naar het hof bracht. + +De koningin, mijn gebrekkelijkheid in 't spreken goedgunstig +voorbijziende, was verrast over zooveel geest en verstand in een zoo +nietig schepseltje. Zij nam mij in haar eigen handen en liep met me +naar den Koning, die toen in zijn kabinet alleen was. Zijne Majesteit, +een vorst van grooten ernst en streng voorkomen, op 't eerste gezicht +mijn gestalte niet juist bemerkende, vroeg de Koningin eenigszins koel, +sinds hoe lang zij de gewoonte had dol te zijn op een splacnuck? want +daar hield hij mij voor naar het schijnt, terwijl ik op mijn buik +lag, op haar Majesteits rechterhand. Maar deze vorstin, een wonder +van geest en beminlijkheid, zette mij zachtjes op mijn voeten op de +schrijftafel en beval mij Zijne Majesteit zelf over me in te lichten, +wat ik in weinige woorden deed; en Glumdalclitch, die wachtte aan de +deur van het kabinet, en niet velen kon dat ik uit haar gezicht was, +bevestigde, toen haar vergund was binnen te komen, mijn verhaal van +al wat er gebeurd was sinds mijn aankomst in haar vaders huis. + +De Koning, schoon hij zoo geleerd als iemand in zijn rijk was +en onderwezen in de wijsbegeerte en voornamelijk in de wiskunde, +hield het toch er voor, toen hij mijn figuur nauwkeurig bekeken +had en mij rechtop loopen zag, maar nog niet had hooren spreken, +dat ik een soort klokwerk was, (in het maken waarvan men in dat land +een groote volmaaktheid bereikt heeft) bedacht door een vindingrijk +kunstenaar. Maar toen hij mijn stem hoorde, en merkte dat wat ik sprak +geregeld en redelijk was, kon hij zijn verbazing niet verbergen. Hij +was volstrekt niet tevreden met het verhaal dat ik hem deed van hoe +ik in zijn rijk gekomen was, maar hield het voor een vertelseltje +bedacht door Glumdalclitch en haar vader, die mij een stel woorden +geleerd hadden, om me duurder te kunnen verkoopen. In die overtuiging +deed hij me een aantal vragen en kreeg telkens redelijke antwoorden, +alleen uitgesproken met een vreemden tongval en door mijn gebrekkige +kennis van de taal vervat in boersche volzinnen, die ik bij den boer +thuis had geleerd, en die in den beschaafden hofstijl niet zouden +hebben gepast. + +Zijn Majesteit liet drie groote geleerden komen, die hun éénweeksche +wacht hadden, zooals gebruikelijk is in dat land. Deze heeren waren, +nadat zij een poosje mijn gedaante zorgvuldig en oplettend onderzocht +hadden, van verschillende meening over mij. Zij kwamen er in overeen +dat ik niet kon ontstaan zijn overeenkomstig de gewone natuurwetten, +omdat ik niet zoo was ingericht dat ik mijn leven kon beveiligen, +hetzij door snelheid, of het beklimmen van boomen, of het graven +van holen in den grond. Zij maakten op uit mijn tanden, die zij heel +nauwkeurig bekeken, dat ik een vleeschetend dier moest zijn; maar daar +de meeste viervoetige dieren mij de baas waren, en veldmuizen met nog +een paar andere mij in vlugheid de loef afstaken, konden zij zich niet +verbeelden hoe ik mij voeden zou, tenzij dan door te leven van slakken +en andere insekten, wat zij aanboden met allerlei geleerde argumenten +te bewijzen dat ik onmogelijk kon doen. Een van deze kunstvaardigen +scheen te meenen dat ik een embryo of misgeboorte zijn zou. Maar +die meening werd verworpen door de anderen, op grond dat mijn leden +volkomen gevormd waren, en dat ik verscheiden jaren geleefd had, zooals +duidelijk bleek aan mijn baard, waarvan zij de stompjes bespeurden door +een vergrootglas. Zij konden mij ook niet voor een dwerg houden, omdat +mijn kleinheid buiten alle vergelijking was; want de lievelings-dwerg +van de koningin, de kleinste, die ooit in dat koninkrijk bekend +was, was bijna dertig voet hoog. Na veel overleggingen besloten zij +eenparig dat ik niets was dan een relplum scalcath, wat vertaald +wordt lusus naturae, [1] eene bepaling, die uitnemend paste bij de +nieuwere wijsbegeerte in Europa, wier belijders, versmadende het +vroegere redmiddel van "verborgen oorzaken", waarmee de volgers +van Aristoteles te vergeefs beproefden hun onkunde te verbergen, +deze wonderlijke oplossing van alle moeielijkheden gevonden hebben, +tot onuitsprekelijke bevordering van de menschelijke wetenschap. + +Na dit beslissend oordeel verzocht ik een paar woorden te mogen +spreken. Ik wendde mij tot den Koning en verzekerde Zijne Majesteit, +dat ik van een land kwam waar het krioelde van millioenen menschen, van +beiderlei geslacht en allen van mijn gestalte; waar de boomen en huizen +naar evenredigheid klein waren, waar ik, dientengevolge, even geschikt +was mij te verdedigen en voor mijn onderhoud te zorgen, als Zijner +Majesteits onderdanen hier; wat ik meende dat een voldoend antwoord +was op de beweringen van de heeren daar. Hierop antwoordden zij alleen +met een minachtenden glimlach en het zeggen dat de boer mij uitstekend +mijn lesje had voorgezeid. De Koning, die een veel beter begrip had, +liet zijn geleerden gaan en zond om den boer, die gelukkig nog niet +uit de stad was. Toen hij dien nu eerst afzonderlijk ondervraagd had +en daarna met mij en het dochtertje tegelijk, begon Zijne Majesteit +te meenen, dat wat wij hem vertelden mogelijk wel waar kon zijn. Hij +verzocht de Koningin bizondere zorg voor mij te dragen, en vond het +goed dat Glumdalclitch in haar betrekking van oppaster blijven zou, +omdat hij zag dat wij elkander zoo genegen waren. Een welingericht +vertrek aan het hof werd haar aangewezen, een soort van gouvernante +werd benoemd om zorg te dragen voor haar opvoeding, een hofdame om +haar te kleeden en twee andere bedienden voor het mindere werk; maar +de zorg voor mij werd heel en al aan haar alleen toevertrouwd. De +Koningin beval haar eigen meubelmaker een doos te vervaardigen, die +ik voor slaapkamer gebruiken zou, naar het model dat Glumdalclitch en +ik zouden vaststellen. Deze man was een zeer vindingrijk kunstenaar en +vervaardigde naar mijn aanwijzingen binnen drie weken een houten kamer, +van zestien voet in 't vierkant en twaalf hoog, met schuiframen, een +deur en twee kleine vertrekjes als een Londensch slaapvertrek. Het +dak dat het plafond vormde kon men oplichten en neerlaten aan twee +scharnieren en zoo werd mijn bed er in gezet, kant en klaar geleverd +door Harer Majesteits bekleeder, dat Glumdalclitch iederen dag eruit +nam om het te luchten, met haar eigen handen opmaakte, en 's avonds +weer van boven erin zette en het plafond boven me sloot. Een kunstig +werkman, beroemd om de kleine snuisterijen die hij maken kon, nam op +zich twee stoelen te leveren met ruggen en zittingen van een stof, +die veel op ivoor leek, en twee tafels en een kast voor mijn zaken. De +kamer was aan alle kanten bekleed, ook de vloer en de zoldering, om +ongelukken te voorkomen, die ontstaan konden uit de zorgeloosheid +van hen, die mij heen en weer droegen, en de kracht van een schok +te breken, als ik mee in een rijtuig ging. Ik vroeg om een slot op +mijn deur, om ratten en muizen te verhinderen binnen te komen. De +smid, na verscheidene vruchtelooze pogingen, maakte 't kleinste dat +daar ooit gezien is, want ik heb een grooter gekend aan de deur van +een heerenhuis in Engeland. Ik bewaarde den sleutel in mijn zak, +uit vrees dat Glumdalclitch hem verliezen zou. De Koningin gaf ook +bevel de fijnst mogelijke zijde te doen uitzoeken, om kleederen voor +me van te maken, niet veel dikker dan een Engelsche deken, en nog al +bezwarend, zoolang ik er niet aan gewend was. Zij waren naar de mode +van het rijk, en leken deels Perzisch, deels Chineesch, maar stonden +ernstig en waardig. + +De Koningin werd zoo gesteld op mijn gezelschap dat ze niet meer +eten kon zonder me. Ik had een tafel staan op de tafel waar Hare +Majesteit aan at, vlak aan haar rechter elleboog, en een stoel waar +ik op zitten ging. Glumdalclitch stond op een bankje op den vloer +naast mijn tafel om te helpen en zorg voor me te dragen. Ik had een +volledig stel zilveren schalen en borden, en andere benoodigdheden, +die, vergeleken bij die van de Koningin, niet veel grooter waren +dan ik er wel eens gezien heb in een Londenschen speelgoedwinkel, +bij den inboedel van een poppehuis; mijn kleine oppaster droeg die +altijd in haar zak in een zilveren doos, en gaf ze me aan tafel als +ik ze noodig had, en maakte ze altijd zelf schoon. Er at niemand met +de Koningin dan de twee koninklijke prinsessen, de oudste van even +zestien en de jongste van dertien jaar en een maand. Hare Majesteit +placht een stukje vleesch op een van mijn borden te leggen, waarvan ik +sneed voor mij zelf, en haar grootste schik was mij zoo in miniatuur +te zien eten; want de Koningin, (die eigenlijk een zwakke maag had) +gebruikte in een mondvol zooveel als een dozijn Engelsche boeren +voor hun middagmaal zouden gebruiken; wat voor mij te dien tijde een +heel walgelijk gezicht was. Zij verbrijzelde een leeuwriksvleugel, +met been en al, tusschen haar tanden, al was hij negen maal zoo groot +als een volwassen kalkoen; en zij stak een stuk brood in haar mond, +dat tweemaal zoo groot was als twee brooden van twaalf stuivers. Zij +dronk uit een gouden kop, meer dan een okshoofd in een slok. Haar +messen waren tweemaal zoo lang als een zeis, die recht op haar heft +staat. De lepels, vorken en ander tafelgereedschap waren alle naar +dezelfde verhouding. Ik herinner me dat, toen Glumdalclitch me, voor de +aardigheid, naar eenige hoftafels droeg, waar tien of twaalf van die +reusachtige messen en vorken tegelijk in handen waren, ik dacht bij +me zelf, dat ik nooit van mijn leven zoo iets vreeselijks had gezien. + +Het is de gewoonte, dat iederen Woensdag (die, zooals ik hiervoor +heb opgemerkt, hun rustdag is) de Koning en de Koningin, met de +koninklijke prinsen en prinsessen, gezamenlijk eten in de kamer +van Zijne Majesteit, bij wien ik zeer in de gunst was; en bij die +gelegenheden werden mijn tafeltje en stoeltje aan zijn linkerhand +gezet, vóor een van de zoutvaten. Deze vorst had er vermaak in met +mij te praten, en mij uit te hooren over de zeden, den godsdienst, +de wetten, het bestuur en de wetenschap van Europa; waarover ik +hem zoo goed ik kon inlichtte. Zijn verstand was zoo helder, en zijn +oordeel zoo juist, dat hij bij al wat ik zei zeer wijze overwegingen en +opmerkingen maakte. Maar ik moet toegeven, dat, nadat ik een beetje te +rijkelijk gepraat had over mijn dierbaar vaderland, over onzen handel +en onze oorlogen te land en ter zee, over onze godsdiensttwisten en +staatspartijen, de vooroordeelen van zijne opvoeding zoo sterk werden, +dat hij niet laten kon mij in zijn rechterhand te nemen, en terwijl hij +mij zachtjes streelde, met de andere, mij na een hartelijke lachbui +te vragen: Wat ik nu was, een Whig of een Tory? Toen, zich wendende +tot zijn eersten minister, die achter hem stond met een witten staf, +wel haast zoo groot als de hoofdmast van de Royal Sovereign, zei hij: +wat een verachtelijk poppenspel toch menschelijke grootheid was, +die kon worden nageaapt door zulke nietige insecten als ik; en toch, +zei hij, durf ik volhouden, dat deze schepseltjes hun titels hebben +en onderscheidingen; dat zij kleine nestjes en molshoopen bouwen, +die ze huizen en steden noemen; dat zij vertoon maken met kleeding en +rijtuigen; dat ze liefhebben, vechten, twisten, bedriegen en verraad +plegen! En zoo ging hij voort, terwijl mijn kleur ging en kwam van +verontwaardiging, om zóo ons edel vaderland, de meesteres van kunsten +en wapenen, den geesel van Frankrijk, de scheidsrechteres van Europa, +den zetel van deugd, vroomheid, eer en waarheid, den trots en den +naijver van de wereld, zóo minachtend te hooren bespreken. + +Maar daar ik niet in omstandigheden was om wraak te nemen over +beleedigingen, begon ik er rijper over na te denken of ik wel +beleedigd wás. Want, nu ik mij verscheidene maanden eraan gewend had +dit volk te zien en ermee om te gaan, en zag dat elk voorwerp, waar +mijn oogen op vielen, van evenredige grootte was, begon de afschuw, +dien ik eerst had gevoeld voor hun omvang en voorkomen, zoo zeer te +slijten, dat, als ik op dat oogenblik een gezelschap van Engelsche +heeren en dames in hun Zondagspakjes en versierseltjes gezien had, +allen in hun dagelijksch bedrijf van hoffelijk loopen en buigen en +babbelen; ik zou om de waarheid te zeggen een onweerstaanbaren lust +gehad hebben zóo hard om hen te gaan lachen als de Koning en zijn +grooten om mij. Ook kon ik niet nalaten te glimlachen om mijzelf, +als de Koningin mij wel eens op haar hand voor een spiegel hield, +waardoor onze beide gestalten languit tegen elkaar zichtbaar werden, +want er kon niets belachelijker zijn dan de vergelijking; zoodat ik +mij werkelijk begon te verbeelden, dat ik verscheiden graden beneden +mijn oorspronkelijke grootte gekrompen was. + +Er was niets dat mij zoo kwelde en boos maakte als de dwerg van de +Koningin; die, zelf het kleinste menschje dat ooit was geweest in +dat land, (want ik geloof wezenlijk dat hij nauwelijks dertig voet +hoog was) zoo onbeschaamd werd door een schepsel te zien dat nog +zoo'n stuk kleiner was, dat hij geregeld zijn best deed zich groot en +gewichtig voor te doen en luidruchtig heen en weer te zwaaien als hij +langs me kwam in de antichambre van de Koningin, terwijl ik op een of +andere tafel stond te praten met de heeren en dames van het hof; en +zelden verzuimde hij met een paar scherpe woorden te schimpen op mijn +kleinheid; waartegen ik mij alleen verdedigen kon door hem broeder te +noemen, hem uit te dagen met mij te worstelen, en meer zulke dingen +te zeggen, als onder hofbedienden gebruikelijk zijn. Eens, aan den +maaltijd, was dit kwaadaardige kleine monster zoo neetoorig over iets +dat ik tegen hem gezegd had, dat hij op de zitting van Harer Majesteits +stoel klom, en mij, terwijl ik zonder erg op mijn stoeltje zat, bij +het middel pakte, en in een groote zilveren kom met room vallen liet, +waarna hij zoo hard hij kon wegliep. Ik ging heelemaal kopje onder, +en als ik niet zoo'n goed zwemmer was geweest zou het slecht met +me zijn afgeloopen; want Glumdalclitch was op dat oogenblik juist +aan het andere eind van de kamer, en de Koningin zóo geschrokken, +dat ze de tegenwoordigheid van geest miste om me te helpen. Maar mijn +kleine oppaster vloog me te hulp en haalde me eruit nadat ik meer dan +een kan room had ingekregen. Ik werd te bed gebracht, maar gelukkig +zonder ander nadeel dan het verlies van een pak kleeren, dat heelemaal +bedorven was. De dwerg kreeg een flink pak met de zweep, en werd, tot +verdere straf, veroordeeld den schotel met room, waar hij me in had +gegooid, leeg te drinken; ook werd hij nooit meer in gunst hersteld; +want kort daarna schonk de Koningin hem aan een dame van aanzien; +zoodat ik hem niet weerom zag, tot mijn groote voldoening, want ik +kon niet zeggen tot wat voor uitersten zoo'n kwaadaardige dwerg zijn +wrok zou hebben voortgezet. + +Daarvóór had hij me nog een gemeenen trek gespeeld, die de Koningin aan +'t lachen maakte, ofschoon ze tegelijk erg boos was en hem onmiddellijk +zou hebben weggejaagd als ik niet zoo edelmoedig was geweest hem voor +te spreken. Hare Majesteit had een mergpijp op haar bord genomen, +en de pijp, toen ze het merg eruit had geklopt, weer rechtop in de +schaal gezet; de dwerg, die op de loer lag, totdat Glumdalclitch even +naar het buffet gegaan was, klom, toen hij zoo zijn kans schoon zag, +op den stoel waarop zij stond als ze aan tafel voor me zorgde, nam met +allebei zijn handen me op, kneep mijn beenen bij mekaar en duwde ze +zoo in de mergpijp tot boven mijn middel, waar ik een poosje in steken +bleef en een allerbelachelijkst figuur sloeg. Ik geloof dat het bijna +een minuut duurde voordat iemand wist wat er van me geworden was; +want ik vond het beneden me te schreeuwen. Maar, daar vorsten zelden +te warm eten gebruiken, waren mijn beenen niet verschroeid en zag +het er alleen bedroefd uit met mijn broek en kousen. De dwerg kreeg +op mijn verzoek niet anders dan een flink pak slaag. + +Ik werd dikwijls door de Koningin geplaagd om mijn vreesachtigheid; +en zij placht mij te vragen of mijn landgenooten allemaal zulke +lafaards waren als ik zelf? Dit was het geval: Het koninkrijk is des +zomers verpest van vliegen; en die walgelijke insecten, waarvan elk +zoo groot is als een leeuwrik, lieten mij nauwelijks een oogenblik +rust als ik aan den maaltijd zat, met hun onophoudelijk gebrom en +gegons om mijn ooren heen. Soms gingen zij zitten op mijn eten, en +soms op mijn neus of voorhoofd, waar ze mij vinnig staken, en daarbij +allerhinderlijkst riekten; en ik kon gemakkelijk die lijmachtige stof +bemerken, die zooals de natuurbeschrijvers zeggen, die dieren in staat +stelt met hun voeten naar de hoogte tegen een zoldering te wandelen. Ik +had druk werk met mij tegen die afschuwelijke dieren te verdedigen, +en kon niet laten op te schrikken als zij op mijn gezicht kwamen. + +De dwerg had nog al eens de gewoonte een aantal van die beesten te +vangen in zijn handholte, zooals de schooljongens bij ons doen, en ze +dan plotseling vlak onder mijn neus er uit te laten, ten einde mij te +verschrikken en de Koningin te vermaken. Mijn hulpmiddel daartegen was, +ze met mijn mes in stukken te snijden, terwijl ze om me heen vlogen, +waarin ik bewonderd werd om mijn handigheid. + +Ik herinner me, dat op een morgen, toen Glumdalclitch mij in mijn doos +voor een venster gezet had, zooals zij meestal deed als het zonnig +weer was, om me frissche lucht te geven (want ik dorst niet wagen +de doos aan een nagel buiten het venster te laten hangen, zooals wij +met vogelkooitjes doen in Engeland), nadat ik een van mijn ramen had +opgeschoven en aan mijn tafel zat om een stukje koek voor mijn ontbijt +te gebruiken, meer dan twintig wespen door den reuk aangelokt, mijn +kamer kwamen invliegen, harder brommende dan het geblaas van zooveel +doedelzakken. Eenige grepen mijn koek en brachten die bij stukjes +weg; anderen vlogen om mijn hoofd en gezicht, mij doof makende met +hun geluid en doodsbang met hun angels. Ik had evenwel den moed op te +staan, mijn houwer te trekken en hen aan te vallen. Ik doodde er vier, +maar de rest vloog weg en ik sloot dadelijk het venster. Deze wezens +waren zoo groot als patrijzen; ik rukte hun angels uit die anderhalven +duim lang waren en zoo scherp als naalden. Ik bewaarde ze zorgvuldig +en nadat ik ze met andere merkwaardigheden in verschillende deelen +van Europa vertoond had, gaf ik er na mijn terugkomst in Engeland +drie aan Gresham College, en hield den vierden voor mijzelf. + + + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + + Beschrijving van het land.--Voorstel tot verbetering van moderne + landkaarten.--Het koninklijk paleis en een beschrijving van de + hoofdstad.--Des schrijvers manier van reizen.--Beschrijving van + den voornaamsten tempel. + + +Ik ga nu den lezer een korte beschrijving geven van dit land, voor +zoover ik het doorreisd heb, wat niet meer was dan twee duizend mijlen +rondom de hoofdstad Lorbrulgrud; want de Koningin, met wie ik altijd +meeging, ging nooit verder wanneer zij den Koning vergezelde op zijn +rondreizen, en bleef dan achter totdat Zijne Majesteit terugkeerde +van het nazien van zijn grenzen. De heele uitgestrektheid van het +gebied van dezen vorst is omstreeks zesduizend mijlen in de lengte en +van drie tot vijf in de breedte, waaruit ik niet anders kan dan het +besluit trekken dat onze aardrijkskundigen in Europa zeer dwalen, +als zij gelooven dat er niets dan zee tusschen Japan en Californië +is; want het is altijd mijn meening geweest, dat er een tegenwicht +van land moet wezen om evenwicht te houden met het groote vasteland +van Tartarije; en daarom behooren zij hunne atlassen en kaarten te +verbeteren, door deze uitgestrekte strook land bij de noordwestelijke +deelen te voegen van Amerika, waarin ik hen gaarne behulpzaam zal zijn. + +Het koninkrijk is een schiereiland, in het noord-oosten begrensd +door een bergrug van dertig mijl hoog, die volstrekt onbegaanbaar is, +van wege de vulkanen op zijn toppen; ook weten de geleerdste menschen +niet, wat soort van stervelingen overzijds die bergen wonen, noch of +daar iemand woont. Aan de drie andere zijden is het besloten door den +oceaan. Er is geen een zeehaven in het koninkrijk en die deelen van +de kusten, waar de rivieren uitmonden, zijn zoo vol puntige rotsen, +en de zee gemeenlijk zoo woest, dat de kleinste boot er zich niet wagen +kan, zoodat dit volk geheel en al afgesloten is van den handel met de +overige volken van de wereld. Maar de groote rivieren zijn vol schepen +en rijk aan uitmuntende visschen, want zelden krijgen zij visch van de +zee, omdat de zeevisschen van dezelfde grootte als die in Europa zijn, +en diensvolgens het vangen niet waard, waardoor het duidelijk is, +dat de natuur in het voortbrengen van planten en dieren van een zoo +buitengewonen omvang geheel tot dit vasteland begrensd is, de redenen +waarom ik den wijsgeeren te vinden overlaat. Nu en dan echter vangen +zij een walvisch, die toevallig op de rotsen geworpen is, waarvan het +gewone volk met graagte eet. Die walvisschen heb ik zoo groot gekend, +dat een man er nauwlijks een op zijn schouders versjouwen kon; en +soms worden ze als een merkwaardigheid in manden naar Lorbrulgrud +gebracht; ik zag er een in een schotel op de koningstafel, die werd +opgediend als een zeldzaamheid, maar ik vond niet dat hij er dol op +was; ik denk, dat de omvang van het beest hem tegenstond, ofschoon +ik een grooteren in Groenland gezien heb. + +Het land is goed bewoond, want het telt een-en-vijftig steden, bijna +honderd ommuurde plaatsen en een groot getal dorpen. Het zal om den +belangstellenden lezer te bevredigen, voldoende zijn Lorbrulgrud +te beschrijven. Deze stad staat op twee gelijke stukken oever; de +rivier gaat er midden door. Zij bevat meer dan tachtigduizend huizen +en omstreeks zeshonderd duizend inwoners. Zij strekt zich uit over een +lengte van drie glomglungs (dat is ongeveer vier en vijftig Engelsche +mijlen) en een breedte van twee en een halve; naar de berekening die +ik maakte op grond van den koninklijken atlas, op bevel van den koning +vervaardigd, die voor me op den vloer werd gelegd en zich honderd voet +uitstrekte; ik mat de doorsnee en den omtrek verscheidene malen met +mijn bloote voeten en met behulp van de daarbij behoorende schaal, +maakte ik een tamelijk nauwkeurige opmeting. + +Het koninklijk paleis is geen regelmatig gebouw, maar een opeenhooping +van gebouwen, zoo wat zeven mijl in omtrek; de voornaamste kamers +zijn meestal tweehonderd veertig voet hoog en breed en lang naar +verhouding. Er werd Glumdalclitch en mij een koets toegestaan, +waarin haar gouvernante haar dikwijls mee nam om de stad te zien of +naar de winkels te kijken en ik was altijd van de partij in mijn +doos, schoon het kind op mijn verlangen mij dikwijls er uit nam +en in haar hand hield, opdat ik, terwijl we de straten doorgingen, +meer op mijn gemak het volk en de huizen kon zien. Ik schatte onze +koets zoowat zoo groot te zijn als Westminster Hall, maar niet +heelemaal zoo hoog; maar ik kan daar niet heel precies in zijn. Op +een keer gaf de gouvernante den koetsier last stil te houden voor +verscheidene winkels, waar de bedelaars, hun kans schoon ziende, +te hoop liepen om het rijtuig, en mij de afgrijselijkste tooneelen +vertoonden, die ooit door Engelsche oogen zijn gezien. Daar was een +vrouw met een zweer in haar borst, tot een monsterachtige grootte +gezwollen en vol gaten. Daar was een vent met een wrat in zijn nek, +grooter dan vijf wolbalen, en een andere met een paar houten beenen, +elk van twintig voet hoog. Maar het afschuwlijkst te zien waren de +luizen, die op hun kleeren rondkropen. Ik kon duidelijk de ledematen +van dat ongedierte zien met mijn bloote oog, veel beter dan die van +een Europeesche luis door een microskoop en hun snoeten, waarmee +zij wroetten als zwijnen. Zij waren de eerste, die ik ooit zag, +en ik zou graag een ontleed en onderzocht hebben, als ik geschikte +instrumenten gehad had, die ik ongelukkig in het schip had gelaten; +schoon, om de waarheid te zeggen, het gezicht alleen al zoo walgelijk +was, dat mijn hart in mijn lijf er van omdraaide. + +Behalve de groote doos, waarin ik gewoonlijk gedragen werd, beval de +Koningin dat een kleinere gemaakt zou worden van twaalf voet oppervlak +en tien voet hoog, voor meerder gemak als we op reis waren, want +de andere was een beetje te groot voor Glumdalclitch haar schoot en +hinderlijk in het rijtuig; zij werd gemaakt door denzelfden kunstenaar, +wien ik bij de heele bewerking mijn aanwijzingen gaf. Dit reisvertrek +was precies vierkant, met een venster in het midden van drie zijden +en elk venster betralied met ijzer draadwerk van buiten, om bij lange +reizen ongelukken te voorkomen. Aan de vierde zijde, die geen venster +had, waren twee sterke hengsels bevestigd, waar de man, die mij droeg, +een leeren riem doorheen deed en die om zijn middel gespen kon. Dit was +altijd de taak van den een of anderen ernstigen vertrouwden dienaar op +wien ik aan kon, telkens als ik den Koning en de Koningin vergezelde +op hun rondreizen, of lust kreeg de tuinen te zien, of een visite +te maken bij een of andere dame of minister van staat aan het hof, +als Glumdalclitch een keer ongesteld was; want ik begon spoedig door +de grootste heeren gekend en geacht te worden; meer tengevolge van +de gunst van hunne Majesteiten, dan om mijn eigen belangrijkheid, +waarschijnlijk. Op reis, als het rijtuig mij verveelde, gespte een +bediende te paard mijn doos om, en zette haar voor zich op een kussen; +zoodat ik een onbelemmerd gezicht had op drie zijden van het land, +door mijn drie vensters. Ik had, in dit verblijf, een veldbed, en +een hangmat, die aan de zoldering hing, twee stoelen en een tafel, +aan den vloer geschroefd, om te voorkomen dat ze heen en weer gegooid +werden door het schokken van paard of rijtuig. En daar ik lang aan +zeereizen gewend was, hinderden die bewegingen, schoon zij soms vrij +hevig waren, mij niet te erg. + +Als ik eens lust had de stad te gaan zien, was dat altijd in mijn +reisvertrek, dat Glumdalclitch in haar schoot hield, terwijl zij zat +in een open draagstoel, naar landsgebruik door vier man gedragen, +en begeleid door twee andere, in de liverei der Koningin. Het volk, +dat dikwijls van mij hoorde, was altijd nieuwsgierig naar mij en +verdrong zich om den draagstoel, en mijn verzorgster was dan zoo +welwillend de dragers te doen stilhouden en mij in haar hand te nemen, +opdat ik beter zou kunnen gezien worden. + +Ik verlangde er zeer naar den grooten tempel te zien, en voornamelijk +den bijbehoorenden toren, dien men voor den grootsten van het rijk +houdt. Dientengevolge bracht Glumdalclitch mij op een keer daarheen, +maar ik moet zeggen dat ik teleurgesteld terugkwam, want de hoogte is +niet grooter dan drieduizend voet, van den grond tot de spits; wat, +als men bedenkt welk verschil in grootte er is tusschen de menschen +daar en in Europa, nu niet zoo erg verbazingwekkend is en niet in +verhouding staat (als ik me wel herinner) tot de hoogte van den +Salisbury Toren. Maar, om niet een volk te na te spreken, waaraan +ik, zoolang ik leef, erkennen zal bizonder veel verplicht te zijn, +moet ik erbij voegen, dat wat deze beroemde toren dan moge missen +in hoogte, ruimschoots weer wordt goedgemaakt door zijn schoonheid +en sterkte. Want de muren zijn bijna honderd voet dik, gebouwd van +gehouwen steenen, waarvan elke omstreeks veertig voet vierkant is, +en aan alle zijden versierd met beelden van goden en keizers, meer +dan levensgroot in marmer gebeiteld, elk in zijn eigen nis. Ik mat +een pink, die van een van die beelden was afgevallen en onopgemerkt +onder wat afval lag, en vond dat ze juist vier voet en een duim lang +was. Glumdalclitch wikkelde haar in een zakdoek, en nam ze in haar +zak mee naar huis, om te bewaren bij andere aardigheden, waar ze dol +op was, zooals kinderen van haar leeftijd meestal. + +De koninklijke keuken was een zeer edel gebouw, van boven overwelfd, en +omstreeks zeshonderd voet hoog. De groote oven is tien pas minder breed +dan de dom van de St. Paul: want ik mat den laatsten opzettelijk, na +mijn terugkomst. Maar als ik den haard beschrijven zou, de ontzaglijke +potten en ketels, de stukken rundvleesch aan de spitten, en allerlei +andere bizonderheden, dan zou ik misschien nauwelijks geloofd worden; +een streng kriticus ten minste zou geneigd zijn te denken, dat ik +een beetje erbij maakte, zooals reizigers dikwijls verdacht worden te +doen. Om zulke beschuldigingen te vermijden, ben ik, naar ik vrees, +al te veel in het tegenovergestelde uiterste vervallen en als dit +opstel bij ongeluk vertaald zou worden in de taal van Brobdingnag +(wat de algemeene naam van dat land is), en daarheen overgebracht, +dan zouden de Koning en zijn volk, geloof ik, reden hebben te klagen, +dat ik hun beleedigd had door een onware en verkleinende voorstelling. + +Zijne Majesteit houdt zelden meer dan zeshonderd paarden in zijn +stallen. Zij zijn meestal van vier-en-vijftig tot zestig voet hoog, +maar als hij uitrijdt bij plechtige gelegenheden is hij omgeven +door een gewapende garde van vijfhonderd ruiters, wat ik werkelijk +geloofde dat het prachtigste schouwspel was, dat ooit kon gezien +worden, totdat ik een deel van zijn leger ten oorlog zag uitgerust, +waarvan ik later hoop te spreken. + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + + Verschillende avonturen, die den schrijver overkwamen.--De + terechtstelling van een misdadiger.--De schrijver toont zijn + bekwaamheid in de zeevaart. + + +Ik zou tamelijk gelukkig in dat land geleefd hebben, als mijn +kleinheid me niet aan allerlei belachelijke en lastige ongelukjes +had blootgesteld, sommige waarvan ik het wagen zal hier mee te +deelen. Glumdalclitch droeg me dikwijls in mijn kleinste doos naar +de tuinen van het paleis en placht me daar wel er uit te nemen en me +in haar hand te houden of neer te zetten om te wandelen. Ik herinner +me dat de dwerg, voor de Koningin hem weg deed, ons op een keer in +den tuin volgde en toen mijn oppaster mij had neergezet en hij en ik +samen vlak bij een paar dwergappelboomen stonden, kon ik niet laten +mijn geestigheid te luchten door een spottende toespeling op hem en de +boomen, die in hun taal evengoed steek houdt als in de onze, waarop die +kwaadaardige schurk, toen hij zijn kans schoon zag, terwijl ik onder +een van die boomen wandelde, hem vlak boven mijn hoofd heen en weer +schudde, waardoor een dozijn appelen van de grootte van een bierton, +langs mijn ooren neerkwamen, en een trof me op mijn rug, terwijl ik +bukte, en bonkte me plat op den grond, maar ik ontving geen kwetsuur, +en den dwerg werd op mijn voorspraak vergiffenis geschonken, omdat +ik zelf aanleiding tot zijn baldadigheid gegeven had. + +Op een anderen keer liet Glumdalclitch me achter om me te vermaken op +een effen grasveld, terwijl zij een beetje verder met haar gouvernante +wandelde. In dien tusschentijd viel er plotseling zulk een hevige +hagelbui, dat ik onmiddellijk tegen den grond werd geslagen, en toen +ik lag, troffen mij de hagelsteenen zoo vreeselijk over mijn heele +lichaam, dat het wel leek of ik met kaats-ballen gegooid werd; het +lukte mij evenwel op handen en voeten kruipende, mij voorover op +mijn gezicht liggende, te bergen aan den windvrijen kant van een +komkommerbed; maar zoo van hoofd tot voeten gekneusd, dat ik in +geen tien dagen uit kon gaan. Dit is ook in 't geheel niet vreemd, +omdat, daar de natuur in dat land in al haar voortbrengselen dezelfde +evenredigheid betracht, de hagelsteenen er bijna achttienhonderd +maal zoo groot zijn als in Europa, wat ik weet bij proefneming, +daar ik ze gewogen en gemeten heb. + +Een gevaarlijker ongeval overkwam mij in denzelfden tuin, toen mijn +kleine verzorgster, meenende, dat ze mij op een veilige plaats gezet +had, (wat ik haar dikwijls verzocht te doen, opdat ik in stilte mijn +gedachten kon laten gaan) en mijn doos hebbende thuisgelaten om zich +de moeite van het dragen te besparen, naar een ander deel van de tuinen +ging met haar gouvernante en eenige dames van haar kennis. Terwijl zij +nu afwezig was en mij niet hooren kon, kwam een kleine witte hazewind, +die aan een van de oppertuinlui toebehoorde en toevallig in den tuin +geraakt was, rondsnuffelen, dicht bij de plek waar ik lag; de hond +volgde den reuk van mijn spoor, kwam recht op me af, nam me in zijn +bek, en liep met me weg naar zijn meester, kwispelstaartende, en zette +mij zoetjes op den grond. Gelukkig was hij zoo goed onderricht, dat +ik tusschen zijn tanden gedragen was, zonder in 't minst gewond te +zijn en zonder dat zelfs mijn kleeren gescheurd waren. Maar de arme +tuinman, die mij heel goed kende, en veel van mij hield, was doodelijk +verschrikt; hij nam mij zachtjes in allebei zijn handen en vroeg me +of ik me niet had bezeerd? Maar ik was zoo ontsteld en buiten adem, +dat ik geen woord kon spreken. In een minuut of wat kwam ik weer +tot mezelf, en hij bracht me veilig naar mijne kleine verzorgster, +die juist was gaan kijken op de plaats waar zij mij gelaten had, en +doodsangsten uitstond toen ik niet verscheen en niet op haar roepen +antwoordde. Zij berispte den tuinman hevig over zijn hond. Maar de +zaak werd gesust en nooit aan het hof geweten, want zij was bang +dat de Koningin boos zou worden; en wat me zelf betreft, ik kon niet +vinden dat het verhaal er van goed zou doen aan mijn reputatie. + +Dit ongeval deed Glumdalclitch voor goed het besluit nemen mij in 't +vervolg nooit buitenshuis uit het oog te verliezen. Ik was daar lang +bang voor geweest en had juist daarom sommige ongelukkige avontuurtjes +voor haar verborgen gehouden, die mij in de oogenblikken, dat ze mij +alleen liet, overkwamen. Zoo schoot eens een wouw, die boven den tuin +zweefde, op mij neer en als ik niet vastberaden mijn houwer getrokken +had, en onder een dikken leiboom gevlucht was, zou hij mij zeker in +zijn grijpers hebben meegepakt. Op een anderen keer, terwijl ik naar +den top van een verschen molshoop opwandelde, viel ik tot mijn hals +in het gat, waardoor het beest de aarde had opgegooid en bedacht het +een of ander leugentje, de moeite van het onthouden niet waard, om +me te verontschuldigen over het bederven van mijn kleeren. Eveneens +schaafde ik mijn rechter scheenbeen tegen een slakkehuis, waarover +ik bij ongeluk struikelde, toen ik eenzaam wandelde en peinsde over +mijn arme Engeland. + +Ik kan niet zeggen of het me onaangenaam of angstig aandeed, op die +eenzame wandelingen te bemerken, dat de kleinere vogels volstrekt +niet bang voor me leken, maar tot op een el afstands naar me +toehupten, wormen en ander voedsel zoekende met evenveel gerustheid +en onverschilligheid alsof er geen schepsel in hun nabijheid was. Ik +herinner mij dat een lijster zoo brutaal was met zijn snavel een stuk +koek uit mijn hand te grissen, dat Glumdalclitch mij pas voor ontbijt +had gegeven. Toen ik probeerde een paar van die vogels te vangen, +hielden zij stoutmoedig tegen mij stand en trachtten in mijn vingers +te pikken, die ik niet tot binnen hun bereik waagde; daarna draaiden +zij zich onbezorgd om en zochten wormen en slakken alsof er niets +gebeurd was. Maar eens nam ik een dikken knuppel en gooide dien met al +mijn kracht naar een vlasvink, zóo raak, dat hij neerviel en ik, met +allebei mijn handen vast om zijn nek, sleepte hem in triumf naar mijn +oppaster. Nochtans gaf het beest, dat alleen maar bedwelmd was, toen +het bijkwam, mij zooveel slagen met zijn vleugels aan weerskanten van +mijn hoofd en mijn lichaam, schoon ik het op armslengte hield en buiten +het bereik van zijn klauwen was, dat ik twintigmaal op het punt stond +het te laten gaan, Maar er kwam me gauw een van de bedienden te hulp, +die het beest den nek omdraaide, en ik kreeg het den volgenden dag +op bevel van de Koningin voor middagmaal. De vink scheen, voor zoover +ik me kan herinneren, iets grooter te zijn dan een Engelsche zwaan. + +De hofdames noodigden Glumdalclitch dikwijls uit in hun vertrekken +te komen en vroegen haar dan mij mee te brengen om het pleizier te +hebben mij te zien en aan te raken. Zij legden mij dikwijls tusschen +hun borsten, waar ik erg vies van was, omdat er, om de waarheid te +zeggen, een alleronaangenaamste lucht aan hun vel was, waarvan ik niet +melding maak om iets te zeggen ten nadeele van die uitstekende dames, +waar ik het grootste respekt voor heb; maar ik veronderstel dat mijn +reukorgaan fijner was naar evenredigheid van mijn kleinheid, en dat +die allerlofwaardigste juffrouwen niet onaangenamer waren voor elkaar +of voor hun minnaars, dan dames van denzelfden stand bij ons. En +bovendien, hun natuurlijke geur vond ik altijd nog dragelijker dan +als ze parfumerieën gebruikten, want daar viel ik onmiddellijk van +in zwijm. Ik herinner me altijd, dat een vertrouwd vriend van me in +Lilliput zoo vrij was, op een warmen dag, toen ik nog al in de weer +was geweest, over een sterke lucht te klagen, die ik bij me had, +schoon ik in dat opzicht geen onaangename uitzondering maak op de +meeste Engelsche heeren, maar ik veronderstel dat hun reukvermogens +even verfijnd waren bij de mijne, als de mijne bij die van dit volk +vergeleken. Ik kan hier niet nalaten recht te doen aan de Koningin, +mijn meesteres, en Glumdalclitch, mijn oppaster, wier lichamen even +aangenaam waren als van eenige dame in Engeland. + +Eens op een dag kwam een jong heer, neef van de gouvernante van +Glumdalclitch, en drong er op aan dat zij beiden zouden meegaan om +een terechtstelling te zien. Het was van een man, die een bizonderen +kennis van dien heer vermoord had. Glumdalclitch liet zich overhalen, +erg tegen haar zin, want zij was van nature teêrhartig; en ik, schoon +ik een afschuw heb van zulk soort vertooningen, was heel nieuwsgierig +iets te zien dat ik dacht dat buitengewoon moest wezen. De booswicht +werd in een stoel gezet, die te dien einde op het schavot stond, en +zijn hoofd met één slag afgeslagen met een zwaard van ongeveer veertig +voet lang. De aderen spoten zulk een ontzaglijke hoeveelheid bloed +op, en zoo hoog in de lucht, dat de groote jet d'eau te Versailles, +zoolang het duurde, niet zoo groot was; en het hoofd, toen het op +het schavot viel, gaf zoo'n bons, dat ik er van opschrok, ofschoon +ik er een halve mijl af stond. + +De Koningin, die me dikwijls praten liet over mijn zeereizen, en zulke +gelegenheden te baat nam om mij af te leiden als ik zwaarmoedig was, +vroeg me of ik de kunst verstond met een zeil of een paar riemen +om te gaan, en of een beetje roeien niet goed voor mijn gezondheid +zou zijn? Ik antwoordde dat ik van 't een zoowel als van 't ander +goed op de hoogte was; want ofschoon mijn eigenlijke betrekking op +schip chirurgijn of dokter was geweest, was ik toch dikwijls als 't +niet anders kon verplicht geweest het werk van een gewoon matroos te +doen. Maar ik begreep niet hoe dat gebeuren kon in dat land, waar de +kleinste wherry zoo groot was als een oorlogsschip eerste grootte bij +ons, en een boot, die ik zou kunnen behandelen het in geen éen rivier +zou uithouden. Hare Majesteit zei dat als ik een boot wou gemaakt +hebben, haar eigen schrijnwerker die zou maken en zij zorgen zou voor +een plaats waar ik in zeilen kon. Die knaap was een vernuftig werkman, +en voltooide in tien dagen een pleizierboot, met al haar tuig, in +staat om met gemak acht Europeanen te bevatten. Toen ze klaar was, +was de Koningin zoo verrukt, dat ze met de boot in haar voorschoot +naar den Koning liep, die bevel gaf haar in een tobbe met water te +zetten, met mij erin bij wijze van proefneming, waar ik mijn twee +losse riempjes niet gebruiken kon, wegens gebrek aan ruimte. Maar +de Koningin had al vooruit een ander plan bedacht. Zij beval den +schrijnwerker een houten trog te maken van driehonderd voet lang, +vijftien breed en acht diep; die, goed gepekt, om lekken te voorkomen, +op den vloer werd gezet, langs den muur van een van de buitenvertrekken +van het paleis. Er was een kraan in bij den bodem, om het water uit +te laten, als het begon te bederven; en twee bedienden konden het +makkelijk vullen in een half uur. Hier ging ik nu dikwijls roeien, +voor mijn eigen pleizier en voor dat van de Koningin en haar dames, +die vonden dat ze zich uitstekend vermaakten met mijn vlugheid en +handigheid. Soms zette ik mijn zeil op, en dan had ik niets te doen dan +te sturen, terwijl de dames een briesje veroorzaakten met hun waaiers; +en als zij moe waren, plachten eenige pages in mijn zeil te blazen, +terwijl ik mijn bedrevenheid toonde door stuur- of bakboord te sturen, +naar welgevallen. Als ik er mee uitscheidde, droeg Glumdalclitch mijn +boot geregeld weer naar haar kamer, en hing haar aan een spijker om +te drogen. + +Op een van die oefeningen gebeurde er iets, dat mij bijna het +leven gekost had; want nadat een van de pages mijn boot in den bak +gezet had, tilde de gouvernante, die Glumdalclitch vergezelde, mij +allerdienstvaardigst op, om me in de boot te zetten; maar ik glipte +haar bij ongeluk door de vingers, en zou onredbaar veertig voet omlaag +op den vloer gevallen zijn, als ik, door het gelukkigste toeval van de +wereld, niet was opgehouden door een groote speld, die in de borstlap +van die goede dame stak; de knop van de speld drong tusschen mijn +hemd en mijn broeksband, en zoo bleef ik bij mijn middel in de lucht +hangen, totdat Glumdalclitch mij te hulp vloog. + +Een ander maal was een van de bedienden, die de taak hadden, geregeld +om de drie dagen nieuw water in mijn bak te doen, zoo onachtzaam +geweest (zonder dat hij het merkte) een grooten kikvorsch uit zijn +emmer te laten glippen. De vorsch lag verborgen totdat ik in mijn boot +was gezet, maar toen, een vast plekje ziende, klom hij daar tegen op, +en deed de boot zoo schuin gaan, dat ik genoodzaakt was met al mijn +gewicht te gaan overhangen aan den anderen kant, om te voorkomen, +dat ze omsloeg. Toen de vorsch erin was, deed hij een sprong van de +halve lengte van de boot, en toen over mijn hoofd, naar achteren en +naar voren, en bezoedelde mijn hoofd en kleeren met zijn afschuwelijk +slijm. Met zijn monsterachtigen kop leek hij het meest misvormde dier +dat men zich kan voorstellen. Maar ik vroeg Glumdalclitch mij met hem +te laten begaan. Ik zat hem toen een poosje achterna met een van mijn +riemen en dwong hem ten slotte uit de boot te springen. + +Maar het grootste gevaar dat ik ooit liep in dat rijk, overkwam me door +een aap, die aan een van de keukenbedienden hoorde. Glumdalclitch had +me in haar kamer opgesloten, terwijl zij ergens heen was op bezoek of +om bezigheden. Daar het heel warm weer was, stond het venster van haar +kamer open, als ook de vensters en de deur van mijn grootste doos, +waarin ik gewoonlijk vertoefde omdat die grooter en gemakkelijker +was. Terwijl ik rustig in gedachten aan mijn tafel zat, hoorde ik +iets naar binnen vallen door het venster van de kamer, en van het eene +eind naar het andere bewegen, waarop ik, schoon ik erg verschrikt was, +waagde naar buiten te zien, maar zonder van mijn plaats op te staan; +en toen zag ik een dartel dier heen en weer springen en snuffelen, +totdat het eindelijk bij mijn doos kwam, die het bekeek, naar het +scheen met grooten schik en nieuwsgierigheid, naar binnen kijkend door +de deur en ieder venster. Ik trok me naar den versten hoek van mijn +kamer of doos terug; maar de aap, die naar alle kanten binnenkeek, +maakte me zóó beangst, dat mij de tegenwoordigheid van geest ontbrak, +om me onder het bed te verschuilen, wat ik makkelijk zou hebben +kunnen doen. Na een tijd te hebben doorgebracht met gluren, grijnzen +en babbelen, kreeg hij mij in 't oog, en een van zijn pooten door +de deur naar binnen stekende, zooals een kat doet, wanneer ze met +een muis speelt, kreeg hij, schoon ik hem onophoudelijk trachtte te +ontwijken, eindelijk een pand van mijn jas beet (die, van de stof van +dat land gemaakt, heel dik en sterk was) en sleepte me daaraan naar +buiten. Hij nam me in zijn rechter voorvoet, en hield me zooals een +min een kind houdt als ze 't wil zogen, net zoo als ik Europeesche apen +wel met kleine poesjes heb zien doen; en toen ik ging tegenstribbelen +drukte hij mij zoo hard, dat ik het voorzichtiger achtte bedaard te +zijn. Ik houd het er zeker voor dat hij me voor een jong van zijn +eigen geslacht hield, want hij aaide me telkens met zijn anderen +poot over mijn gezicht. In dat spelletje werd hij gehinderd door +een gedruisch aan de kamerdeur, alsof iemand haar opende, waarop hij +plotseling naar het venster sprong, waardoor hij was binnengekomen en +daaruit op de lijsten en gootpijpen, terwijl hij op drie beenen liep +en mij in het vierde hield, totdat hij op een dak was geklauterd, +dat vlak naast het onze was. Ik hoorde Glumdalclitch een schreeuw +geven op het oogenblik toen hij met mij naar buiten sprong. Het arme +kind was bijna waanzinnig; dat gedeelte van het paleis was heelemaal +in oproer; de bedienden zochten ladders; de aap werd door honderden +in het hof gezien, op de daklijst van een gebouw zittende, terwijl +hij mij als een zuigeling in een van zijn voorpooten hield en mij +met de anderen voedde door mijn mond vol te stoppen met eten, dat +hij uit een van zijn wangzakken kneep, waarbij hij mij sloeg als ik +niet happen wou, waarom velen van het plebs beneden lachen moesten; +ook geloof ik niet dat men hun dit verwijten mag, want het gezicht +was zonder twijfel belachelijk genoeg voor een ieder, behalve voor +mij zelf. Eenigen van het volk gooiden steenen naar de hoogte, op +hoop den aap naar beneden te jagen, maar dit werd streng verboden, +anders zouden ook waarschijnlijk mijn hersens zijn stukgegooid. + +De ladders werden nu aangebracht, en door verscheidene mannen bestegen, +waarop de aap, bemerkende dat hij bijna geheel was ingesloten, en niet +in staat gauw genoeg op zijn drie beenen weg te komen, mij vallen liet +op een vorstpan en zich op de vlucht begaf. Hier zat ik een poosje, +driehonderd el boven den grond, ieder oogenblik verwachtende, door den +wind te worden naar beneden gewaaid, of te vallen van duizeligheid, +en hals over kop van de vorst tot de goot te tuimelen; maar een flinke +knaap, een van de knechts van mijn verzorgster, klom naar boven, en, +mij in zijn broekzak stoppende, bracht me veilig omlaag. + +Ik was bijna gestikt aan het misselijke goed, dat de aap mij door +de keel had geduwd; maar mijn lieve kleine oppaster pikte het met +een kleine naald weer uit mijn mond en toen ging ik aan 't braken, +wat me erg opluchtte. Ik was evenwel zoo zwak en gekneusd in de +zijden door de knepen, die dat afschuwelijke dier mij gegeven had, +dat ik genoodzaakt was veertien dagen het bed te houden. De Koning, +de Koningin en het heele hof lieten iederen dag informeeren naar mijn +gezondheid; en Hare Majesteit kwam me verscheiden malen bezoeken +tijdens ik ziek was. De aap werd gedood, en bevel gegeven dat geen +zoo'n dier meer in den omtrek van het paleis mocht gehouden worden. + +Toen ik, nadat ik hersteld was, mijn opwachting maakte bij den Koning, +om hem te bedanken voor zijn goede gunsten, behaagde het hem niet +onbelangrijk met mij den draak te steken om dit avontuur. Hij vroeg +wat mijn gedachten en bespiegelingen waren, terwijl ik in den aap +zijn poot lag; hoe het eten smaakte dat hij me te slikken gaf; of ik +hield van zoo gevoed te worden; en of de frissche lucht op het dak +mijn eetlust gescherpt had? Hij vroeg me wat ik in mijn eigen land +in zoo'n geval zou gedaan hebben. Ik vertelde Zijne Majesteit dat +we in Europa geen apen hadden, behalve die voor de aardigheid van +andere plaatsen werden aangebracht, en zoo klein, dat ik tegen een +dozijn van hen op kon, als zij 't waagden mij aan te vallen. En dat, +wat dat monsterdier betrof, waarmee ik zoo onlangs had te doen gehad +(het was inderdaad zoo groot als een olifant), indien mijn angst mij +had toegelaten eraan te denken mijn houwer te gebruiken (hier keek +ik heldhaftig, en sloeg met mijn hand op het heft), toen hij zijn +poot in mijn kamer stak, ik hem misschien zulk een wond zou hebben +gegeven, dat hij haar heel graag gauwer terug had getrokken dan hij +haar erin stak. Dit sprak ik uit met een vaste stem, als iemand, +die niet lijden kan dat zijn moed in twijfel getrokken wordt. Maar +mijn woorden veroorzaakten niets anders dan een luid gelach, dat +alle eerbied, dien de omstanders hadden voor Zijne Majesteit, hen +niet kon doen inhouden. Dit deed mij erover nadenken hoe 'n ijdele +poging het is zichzelf als lofwaardig te willen voorstellen onder +menschen waarmee men onmogelijk in vergelijking komen kan. En toch +heb ik sinds mijn terugkomst heel dikwijls de moraal van mijn eigen +gedrag gezien, waar een nietige verachtelijke schobbejak zonder de +minste aanspraak op geboorte, voorkomen, geest of gezond verstand, +het wel wagen durft zich gewichtig voor te doen en zich op gelijken +voet te stellen met de grootsten van het koninkrijk. + +Ik verschafte het hof iederen dag de een of andere lachwekkende +geschiedenis, en Glumdalclitch, schoon ze overdreven veel van me hield, +was toch ondeugend genoeg om de Koningin te vertellen als ik de een of +andere dwaasheid begaan had, die zij dacht dat haar vermaken zou. Het +kind was een poosje ongesteld geweest, en werd door haar gouvernante +meegenomen om wat van de lucht te genieten naar een uur buiten de stad +of dertig mijl afstands. Zij stapten uit het rijtuig nabij een smal +voetpad in een veld, en toen Glumdalclitch mijn reisdoos had neergezet, +ging ik eruit om wat te wandelen. Er was een koeiekoek op dat pad, +en ik moest natuurlijk mijn vlugheid beproeven door te trachten erover +heen te springen. Ik nam een loopje, maar zette ongelukkig verkeerd af, +en kwam juist tot het midden, tot mijn knieën in den drek. Ik waadde +er met eenige inspanning door en een van de bedienden veegde me zoo +schoon hij kon, met zijn zakdoek; en mijn oppaster sloot me tot we +thuiskwamen in mijn doos; waar de Koningin spoedig over het gebeurde +werd ingelicht en de bedienden het door het heele hof vertelden; +zoodat er een paar dagen lang gelachen werd om niets anders. + + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + + Pogingen van den schrijver om den Koning en de Koningin genoegen + te doen.--Hij toont zijn muzikale bekwaamheden.--De koning laat + zich door den schrijver inlichten over engelsche toestanden.--Wat + de Koning naar aanleiding daarvan opmerkt. + + +Ik placht eens of tweemaal in de week bij het opstaan van den Koning +tegenwoordig te zijn en had hem dikwijls onder de handen van zijn +barbier gezien, wat waarachtig in 't eerst verschrikkelijk was om +waar te nemen; want het scheermes was bijna tweemaal zoo lang als een +gewone zeis. Zijne Majesteit werd, naar de gewoonte daar te lande, +maar tweemaal per week geschoren. Ik haalde op een keer den barbier +over mij een beetje zeepsop te geven, waar ik veertig of vijftig van +de sterkste haarborstels uitpikte. Ik nam toen een stuk fijn hout, en +sneed het als den rug van een kam, en maakte er een aantal gaatjes in +op gelijke afstanden, met de kleinste naald die ik van Glumdalclitch +krijgen kon. Ik maakte daar zoo kunstig de stompjes haar in vast, ze +afkrabbende en toespitsende met mijn mes, dat ik een heel geschikten +kam kreeg, die me goed van pas kwam, daar uit mijn eigene zooveel +tanden gebroken waren, dat hij bijna niet meer te gebruiken was, +en ik wist in dat land geen éen kunstenaar zoo fijn en nauwkeurig, +dat hij op zich nemen kon me een nieuwen te maken. + +Dit doet me denken aan een tijdverdrijf, dat me heel wat vrije uren +bezig hield. Ik vroeg de dame van 't toilet van de Koningin de kamharen +van Hare Majesteit voor mij te bewaren, waarvan ik mettertijd een goede +hoeveelheid kreeg; en raadplegende met mijn vriend den meubelmaker, +die den algemeenen last had kleine karweitjes voor mij te doen, zei +ik hem mij twee stoelrompen te maken, niet grooter dan die ik in mijn +doos had, en met een fijne aalboor kleine gaatjes te boren rondom die +gedeelten waar ik de ruggen en zittingen bedoelde te maken; door die +gaatjes weefde ik de sterkste haren die ik erbij had, juist zooals +in Engeland rieten stoelen worden gemaakt. Toen ze klaar waren gaf +ik ze aan Hare Majesteit present, die ze in haar kabinet zette en ze +placht te toonen als merkwaardigheden, zooals ze dan ook inderdaad +de verbazing opwekten van elk, die ze zag. De Koningin wou me op +een van deze stoelen laten zitten, maar ik weigerde bepaald haar +te gehoorzamen, betuigende dat ik eer zou willen sterven dan een +onbehoorlijk deel van mijn lichaam plaatsen op die kostelijke haren, +die eens Harer Majesteits hoofd versierden. Van deze haren (want ik +had aanleg voor zulke werkjes) maakte ik ook een mooi beursje, van +zoowat vijf voet lang, met Harer Majesteits naam met goudletters erin +geborduurd, die ik met toestemming van de Koningin aan Glumdalclitch +gaf. Om de waarheid te zeggen, was ze meer voor de mooiigheid dan om +haar te gebruiken, omdat ze niet sterk genoeg was om het gewicht van +de grootere munten te dragen, en zij bewaarde er daarom niets in dan +een beetje klein speelgoed, waar kinderen zoo dol op zijn. + +De koning, die heel veel van muziek hield, had herhaaldelijk concerten +aan het hof, waar ik somtijds naartoe gebracht werd en in mijn doos +op een tafel gezet om te luisteren, maar het lawaai was zoo hevig, +dat ik nauwelijks de wijzen onderscheiden kon. Ik ben zeker dat al de +trommels en trompetten van een koninklijk leger, slaande en blazende +met hun allen vlak aan je ooren, niet zoo'n lawaai maken. Ik had de +gewoonte mijn doos zoo ver ik kon van de muzikanten te laten plaatsen, +dan de deuren en vensters er van te sluiten en de gordijnen dicht te +trekken, waarna ik hun muziek niet onaangenaam vond. + +Ik had in mijn jeugd een beetje op het spinet leeren +spelen. Glumdalclitch had er een in haar kamer, en een meester kwam +haar tweemaal per week les geven; ik noem het een spinet, omdat het een +beetje op dat instrument leek en op dezelfde manier bespeeld werd. Ik +kreeg het in mijn hoofd den Koning en de Koningin met een Engelsch +deuntje op dit instrument te vermaken. Maar dit bleek verbazend +moeielijk, want het spinet was bijna zestig voet lang, daar iedere +toets bijna een voet breed was, zoodat ik met uitgestrekte armen niet +meer dan vijf toetsen omvatten kon, en om ze neer te drukken moest +ik met mijn vuisten goed raak slaan, wat een te zwaar en bovendien +vruchteloos werk zou zijn. De methode die ik toen bedacht was deze: +ik vervaardigde twee ronde stokken van zoowat de grootte van gewone +knuppels; zij waren aan een eind dikker dan aan het andere, en ik +bekleedde de dikke enden met een stuk muizevel, opdat ik, als ik +ermee sloeg, de toetsen niet beschadigen en het geluid niet storen +zou. Voor het spinet werd een bank gezet, zoowat vier voet onder de +toetsen en ik werd op de bank getild. Ik liep dwars er op heen en weer, +zoo hard als ik kon, de toetsen beukende met mijn twee stokken, en +speelde op goed geluk een Ierschen dans (a jig) tot groote voldoening +van Hunne Majesteiten; maar het was de geweldigste inspanning, die +ik ooit doorstaan heb; en toch kon ik niet meer dan zestien toetsen +aanslaan en dus ook niet de eerste en tweede partij te gelijk spelen, +zooals andere kunstenaars doen, wat groot nadeel was voor mijn spel. + +De Koning, die, zooals ik te voren opmerkte, een vorst was van een +uitmuntend verstand, placht dikwijls last te geven mij in mijn doos +bij hem te brengen en op de tafel te zetten in zijn studeervertrek; +hij beval nu en dan een van mijn stoelen uit mijn doos te halen, +en drie el van hem af op den top van zijn schrijftafel te gaan +zitten, wat me bijna gelijk met zijn gezicht bracht. Op die manier +had ik verscheiden gesprekken met hem. Eens nam ik de vrijheid Zijne +Majesteit te zeggen dat de minachting die hij toonde voor Europa en +de rest van de wereld, niet overeenkomstig scheen met die uitmuntende +eigenschappen, die in hem uitblonken; dat het verstand niet toenam +met den omvang van het lichaam; integendeel, wij maakten in ons land +de opmerking, dat de grootste menschen gewoonlijk het slechtst ervan +voorzien waren; dat onder alle andere dieren de bijen en mieren den +naam hadden van nijverder, kunstvaardiger en verstandiger te wezen, dan +verscheidene van de grootere soorten, en dat, voor hoe onbeteekenend +hij mij ook houden mocht, ik hoopte, dat ik eens in staat mocht +zijn Zijne Majesteit een veelbeteekenenden dienst te bewijzen. De +Koning hoorde me met oplettendheid en begon een veel beter idee van +me te krijgen dan hij vroeger gehad had. Hij vroeg mij hem een zoo +nauwkeurig mogelijk verslag te geven van het bestuur in Engeland, +omdat, al zijn vorsten gewoonlijk gehecht aan hun eigen zeden (want +zoo vermoedde hij dat andere vorsten waren, naar wat ik wel eens +verteld had) hij toch graag iets hooren wou dat navolging verdiende. + +Stel u voor, beleefde lezer, hoe dikwijls ik toen verlangde naar de +stem van Demosthenes of Cicero, die mij zou hebben bekwaam gemaakt om +den lof te verkondigen van mijn eigen lieve vaderland, in een stijl, +zijn deugden en zijn welvaart waard. + +Ik begon mijne rede met Zijne Majesteit mee te deelen, dat ons gebied +bestaat uit twee eilanden, die drie machtige koninkrijken saamstelden, +onder eenen vorst, en onze koloniën in Amerika. Ik weidde lang uit +over de vruchtbaarheid van den grond en de warmtegesteldheid van ons +klimaat. Ik sprak toen in 't breede over de samenstelling van een +Engelsch parlement, gedeeltelijk bestaande in een vermaard lichaam, +genaamd het Huis van de Lords, personen van het edelste bloed en van +de oudste en rijkste erfdeelen. Ik beschreef de buitengewone zorg +die altijd voor hun opvoeding in kunsten en wapenen gedragen wordt, +om ze bekwaam te maken raadgevers voor Koning en rijk te zijn, om een +aandeel te hebben in de wetgeving, om leden te zijn van het hoogste +gerechtshof, waarvan geen beroep meer is, en om kampvechters te wezen +altijd vaardig voor de verdediging van hun vorst en hun vaderland, +vol moed, beleid en trouw. Dat zij het sieraad en het bolwerk waren van +het koninkrijk, waardige opvolgers van hunne vermaarde voorzaten, wier +roem de belooning van hun deugd geweest was, waarvan hun nageslacht +bij menschenweten ook nog niet één keer was ontaard. Hieraan waren +toegevoegd verscheidene heilige mannen, om deel van die vergadering te +zijn, en bisschoppen genaamd; wier bizondere taak het is zorg voor den +godsdienst te dragen en voor hen die het volk daarin onderrichten. Deze +werden onder het heele volk opgespeurd en uitgezocht door den vorst en +zijn raadsmannen, uit die leden van de priesterschap, die het meest +naar verdienste bekend stonden om de heiligheid van hun leven en de +diepte van hun wijze wetenschap, die men naar waarheid de geestelijke +vaders van geestelijkheid en volk noemen mocht. + +Dat het andere deel van het parlement bestond in een vergadering +genaamd het Huis der Gemeenen, allen mannen van beteekenis, +vrijelijk gekozen en afgevaardigd door het volk zelf, om hunne groote +bekwaamheden en liefde voor hun vaderland, ten einde de wijsheid +van het heele volk te vertegenwoordigen. En dat deze twee lichamen +de meest indrukwekkende vergadering van Europa vormden; waaraan, +gezamenlijk met den vorst, de heele wetgeving is toevertrouwd. + +Ik sprak toen van de gerechtshoven, waarin de rechters, die +eerwaardige wijzen en wetsuitleggers, zitting hebben, om vast te +stellen de bestreden rechten en eigendommen der menschen, zoowel als +om te straffen wie kwaad doet en te beschermen wie onschuldig is. Ik +prees het voorzichtig bestuur van onze schatkist, de dapperheid en +goede uitrusting van onze land- en zeemacht. Ik berekende het aantal +inwoners van mijn vaderland, door op te tellen hoeveel millioenen er +van iedere godsdienstige sekte of politieke partij bij ons zijn. Ik +vergat zelfs niet onze spelen en tijdverdrijven, noch eenige andere +bizonderheid, die ik dacht dat strekken mocht tot groote eer van mijn +land. En ik eindigde dat alles met een kort historisch overzicht van +zaken en verbeteringen in Engeland, gedurende de laatste honderd jaar. + +Dit overzicht duurde vijf zittingen, elk van verscheidene uren, +en de Koning hoorde het heelemaal aan met de grootste aandacht, +herhaaldelijk aanteekeningen makende van het gesprokene en memorandums +van alle vragen die hij van plan was mij te doen. + +Toen ik mijn lange rede geëindigd had, stelde Zijne Majesteit, in +een zesde zitting, terwijl hij zijn aanteekeningen raadpleegde, een +aantal twijfelingen, vragen en tegenwerpingen op elk onderdeel. Hij +vroeg op welke wijze geest en lichaam van onzen jongen adel werden +opgekweekt, en met wat soort bezigheid zij gewoonlijk het eerste en +meest indrukwekkende deel van hun leven doorbrachten? Welke weg werd +ingeslagen om die vergadering aan te vullen, als de een of andere +adellijke familie uitstierf? Aan welke vereischten zij die tot nieuwe +lords worden bevorderd moesten voldoen; of de luim van den vorst, +een som gelds aan een hofdame of eersten minister, of een plan om +een partij te versterken ten nadeele van het algemeen welzijn, ooit +misschien beweegredenen waren tot zulke bevordering? Wat die lords +wisten van de wetten van hun land, en hoe zij aan die kennis kwamen, +die hun toch noodig was om te kunnen oordeelen over de bezittingen van +hun mede-onderdanen in het hoogste beroep? Of ze altijd vrij waren van +gierigheid, partijdigheid of geldnood, zoodat een omkooping of een of +ander duister plan geen vat op hen hebben kon? Of die heilige heeren +waar ik van sprak altijd tot dien rang bevorderd werden op grond van +hun kennis in godsdienstzaken, en de heiligheid van hun leven; of +zij nooit den huig naar den wind gehangen hadden, toen ze nog gewone +priesters waren; of slaafsche omgekochte kaplaans waren geweest van den +een of anderen edelman, wiens meeningen zij knechtachtig voortgingen +te volgen, nadat zij waren toegelaten in die vergadering? + +Hij wenschte daarop te weten welke kunsten werden in 't werk gesteld +bij het verkiezen van hen die ik Gemeenen noemde; of een vreemdeling, +met een ruime beurs, de minder-ontwikkelde stemmers niet zóó zou +kunnen bewerken dat ze hem kozen voor hun eigen landheer, of den +aanzienlijksten heer in de buurt? Hoe het kwam dat de menschen zoo +verschrikkelijk erop gesteld waren in die vergadering te komen, wat +ik beweerde dat grooten last en onkosten veroorzaakte, ja dikwijls +den ondergang van hun families, zonder eenig loon of toelage; omdat +dit zulk een verheven soort deugd en belangstelling in de publieke +zaak zou zijn, dat Zijne Majesteit er aan twijfelde of die wel altijd +oprecht kon wezen. En hij wenschte te weten of zulke ijverige heeren +misschien ook eenig uitzicht zouden hebben om zich zelf schadeloos +te stellen voor de moeiten en kosten die zij moesten beloopen, door +het algemeen welzijn op te offeren voor de plannen van een zwak en +verdorven vorst, in samenspanning met een bedorven ministerraad. Hij +vermenigvuldigde zijn vragen en vroeg me heelemaal uit over dit +onderwerp, tal van vragen en tegenwerpingen stellende, die ik het +voorzichtig noch oorbaar vind te herhalen. + +Omtrent wat ik zei van onze gerechtshoven wenschte Zijne Majesteit +verscheidene punten te zien toegelicht, en dit kon ik daarom te beter +doen omdat ik indertijd bijna geruïneerd was door een lang proces +in de Chancery, dat in mijn voordeel beslist werd, met vergoeding +van kosten. Hij vroeg hoeveel tijd er gewoonlijk gebruikt werd om +recht te spreken tusschen recht en onrecht, en wat dat kostte? Of +het advocaten en redenaars vrij stond te pleiten in zaken, waarvan +het openbaar was dat ze onrechtvaardig, ergerlijk of gevallen +van machtsoverschrijding waren? Of partijverschil, politiek of +godsdienstig, wel eens eenig belangrijk gewicht was in de schaal der +gerechtigheid? Of die pleitende redenaars menschen waren, opgevoed in +de algemeene kennis der rechtvaardigheid, of alleen in provinciale, +nationale en plaatselijke gebruiken? Of zij of de rechters eenig +aandeel hadden in het maken van die wetten, die zij de vrijheid namen +uit te leggen en te bekantteekenen naar welgevallen? Of zij ooit, op +verschillende plaatsen, voor en tegen dezelfde zaak gepleit hadden, +en vroegere gevallen hadden aangewend om tegengestelde meeningen +te bewijzen? Of zij een rijke of een arme corporatie waren? Of +zij eenige geldelijke belooning ontvingen voor hun pleiten of hun +raadgeven? En, voornamelijk, of zij ooit werden toegelaten als leden +in het Lagerhuis? Toen begon hij aan het bestuur van onze finantiën, +en zei dat hij dacht dat mijn geheugen mij in den steek moest hebben +gelaten, omdat ik onze inkomsten op vijf of zes millioen per jaar had +berekend, en toen ik kwam aan de uitgaven, noemde ik daarvoor bedragen, +die soms meer bedroegen dan het dubbele; want de aanteekeningen, +die hij gemaakt had, waren over dit punt heel nauwkeurig, omdat hij +hoopte, naar hij mij zei, dat de kennis van onze administratie hem +van nut zou kunnen zijn, en hij kon zich niet hebben bedrogen in zijn +berekeningen. Maar, als wat ik hem vertelde waar was, begreep hij +volstrekt niet hoe de zaken van een staat konden verloopen, als die +van een privaat persoon. Hij vroeg mij wie onze schuldeischers waren, +en waar wij 't geld vonden om hen te betalen? Het verbaasde hem mij te +hooren spreken van zulke dure en drukkende oorlogen. Hij zei, dat wij +zeker een erg twistziek volk waren, of erg slechte buren om ons heen +hadden, en een Engelsch generaal wel rijker dan een Engelsch koning +moest zijn. Hij vroeg wat wij hadden te maken buiten onze eilanden, +behalve voor handel, onderhandeling en ter verdediging van de kusten +door een vloot? Boven alles was hij verbaasd mij te hooren praten +van een staand huurleger in vredestijd en in 't midden van een vrij +volk. Hij zei, dat als wij geregeerd werden met onze eigen toestemming +door onze vertegenwoordigers, hij zich niet kon verbeelden waarvoor +we bang waren, of tegen wien wij hadden te vechten; en vroeg wat +mijn meening was, of iemands huis niet beter zou beschermd worden +door hemzelf, zijn kinderen en huisgezin, dan door een half dozijn +schurken, op goed geluk opgepikt op straat, voor kleine gage, die +honderdmaal meer konden maken door hem den nek af te snijden. + +Hij lachte om mijn grappige rekenkunst, zoo noemde hij 't--van +het aantal Engelschen te berekenen door de aanhangers van onze +verschillende godsdienstige en staatkundige sekten bij elkaar te +tellen. Hij zei dat hij niet begreep waarom zij, die meeningen zijn +toegedaan, nadeelig voor het algemeen, zouden worden genoodzaakt +die te veranderen, maar ook niet waarom men ze niet dwingen mocht +ze voor zich te houden. En, zoo goed als het dwingelandij was in een +regeering het eerste te eischen, zoo goed was het zwakheid het tweede +niet door te zetten, want wel mag het iemand vergund zijn vergiften +in zijn kamer te houden, maar niet ze te verkoopen voor voedsel. + +Hij merkte op, dat ik, onder de vermaken van onzen hof- en land-adel, +het spel genoemd had; hij wou weten op welken leeftijd dit tijdverdrijf +begonnen en op welken er mee geëindigd werd; hoe veel van hun tijd +er aan besteed werd; of het ooit zoo hoog was dat het hun vermogen +benadeelde; of lage, gemeene menschen, door hun bedrevenheid in die +kunst, niet groote rijkdommen verkrijgen, en onze edelen zelf van zich +afhankelijk doen zijn, en hen doen verkeeren in onwaardig gezelschap; +hen heelemaal beletten zelfs hun geest te beschaven, en hun dwingen +door de verliezen die zij lijden, diezelfde schandelijke bedrevenheid +te leeren en te beproeven op anderen? + +Hij was heelemaal verbaasd over het geschiedkundig overzicht, dat +ik gaf, van onze staatszaken in de laatste eeuw; bewerende, dat het +niets was dan een hoop samenzweringen, opstanden, moorden, slachtingen, +omwentelingen, verbanningen, ja het ergste wat gierigheid, partijzucht, +huichelarij, valschheid, wreedheid, woede, krankzinnigheid, afgunst, +nijd, wellust, kwaadaardigheid of eerzucht konden voortbrengen. + +In een volgende zitting nam Zijne Majesteit de moeite in 't kort +te herhalen al wat ik verteld had; hij vergeleek zijne vragen met +mijne antwoorden; toen, mij in zijn handen nemende, en mij zachtjes +streelende, uitte hij zich in deze woorden, die ik nooit vergeten +zal, noch de wijze waarop hij ze zei: mijn kleine vriend Grildrig, +ge hebt een allerbewonderenswaardigste lofrede gehouden op uw +vaderland; gij hebt helder bewezen, dat onwetendheid, luiheid en +gemeenheid de noodzakelijke eigenschappen zijn, die iemand geschikt +maken voor wetgever; dat de wetten het best verklaard, uitgelegd en +toegepast worden door hen wier belangen en vermogens hen dwingen +ze te verdraaien, te veronwaarden en te ontduiken. Ik merk in uw +staatsbestuur een paar lijnen van een inrichting, die, oorspronkelijk, +wel dragelijk geweest mag zijn, maar die half uitgewischt, en al het +overige heelemaal verknoeid en bevlekt door het bederf. Het blijkt +niet, uit al wat ge zeidet, hoe eenige deugd wordt vereischt voor +het vervullen van eenige betrekking; veel minder, dat deugd bij +u adelt; dat vroomheid en geleerdheid priesters; dat dapperheid +soldaten; onbesprokenheid rechters; vaderlandsliefde senatoren; +wijsheid raadslieden doet bevorderen. Wat u zelf betreft--vervolgde de +koning--die het grootste deel van uw leven reizende hebt doorgebracht, +ik ben wel geneigd te hopen, dat gij tot heden veel fouten van uw +land ontweken zijt, maar, uit wat ik van uw eigen verhaal gehoord heb, +uit de antwoorden ook die ik met moeite u ontrukt en ontwrongen heb, +begrijp ik volkomen dat het gros van uw Engelschen het afgrijselijkst +ras van walgelijke wormen is, dat de natuur ooit kan geduld hebben +dat omkroop op de oppervlakte van deze aard. + + + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + + Des schrijvers vaderlandsliefde.--Hij doet den Koning een + voordeelig voorstel, dat wordt verworpen.--Des Konings groote + onwetendheid in de politiek.--De wetenschap van dat land zeer + onvolkomen en beperkt.--Hun wetten, en zaken van oorlog, en + staatkundige partijen. + + +Niets dan een buitengewone waarheidsliefde zou mij hebben kunnen +beletten dit deel van mijn verhaal achter te houden. Het was vergeefs +mijn boosheid te doen merken, die altijd belachelijk werd gemaakt, +en ik was genoodzaakt mij bedaard te houden, terwijl mijn edel en +zeer bemind vaderland zóó beleedigd werd. Het spijt mij even erg als +wien ook van mijn lezers, dat het gebeuren moest; maar deze vorst was +nu eenmaal zoo nieuwsgierig en uitvorschend naar iedere bizonderheid, +dat het tegen alle erkentelijkheid en goede manieren zou geweest zijn +hem niet zoodanige inlichtingen te geven als ik kon. Toch moge ik dit +doen opmerken tot mijn rechtvaardiging, dat ik kunstiglijk menige +vraag ontweken heb, en elk punt een gunstiger draai gaf, dan met +strenge waarheid bestaanbaar was; want ik heb altijd die prijselijke +partijdigheid voor mijn eigen vaderland voorgestaan, die Dionysius +van Halicarnassus, zoo ten rechte, den geschiedschrijver aanbeveelt; +ik wilde de zwakheden en mismaaktheden van mijn staatkundige moeder +verbergen, en deugden en schoonheden in het gunstigste licht hebben +gesteld. Dit was mijn ernstig streven, in die gesprekken die ik voerde +met den koning, schoon dat streven helaas niet met goeden uitslag werd +beloond. Maar ook weer moet men niet te hard oordeelen over een koning, +die geheel leeft afgesloten van de overige wereld, en, dientengevolge, +volslagen onbekend moet wezen met de zeden en gewoonten die bij andere +volken in zwang zijn: een onkunde, die veel vooroordeelen baart, en +een zekere bekrompenheid van denken, waar wij en de beschaafde volken +van Europa volkomen vrij van zijn; en het zou hard wezen, werkelijk, +als de begrippen van deugd en ondeugd van een vorst die zoo veraf +woont, werden voorgesteld als een standaard voor het heele menschdom. + +Om te bevestigen wat ik nu gezegd heb, en verder de ellendige gevolgen +van een beperkte opvoeding te doen zien, zal ik hier een verhaal +inlasschen dat nauwelijks zal worden geloofd. In de hoop mij verder +van Zijner Majesteits gunst te verzekeren, vertelde ik hem van een +uitvinding, gedaan tusschen drie- en vierhonderd jaren geleden, om +een zeker poeder te maken, dat de kleinste vonk die er in viel, al was +het op een hoop, die zoo groot als een berg was, kon doen ontbranden, +en in de lucht vliegen met een geluid en geweld, grooter dan dat van +den donder. Dat een tamelijke hoeveelheid van dit poeder, in een holle +pijp van koper of ijzer gestampt, meer of min naar die pijp groot was, +een ijzeren of looden kogel met zulk een geweld daaruit zou drijven, +dat niets in staat was zijn kracht te weerstaan; dat de grootste +kogels, zoo afgeschoten, niet alleen heele slagorden tegelijk konden +verwoesten, maar de sterkste muren tot puin brijzelen, schepen doen +zinken, met duizend man er in; en als ze met een ketting aan elkaar +verbonden waren, masten en tuig konden doorsnijden, honderden lichamen +middendoor deelen, en alles voor hen uit plat slaan. Dat wij dit +kruit dikwijls in groote holle ijzeren kogels deden, en ze met een +werptuig afzonden naar de een of andere stad, die wij belegerden, +waar ze het plaveisel opscheurden, de huizen aan stukken reten, +splinters van zich werpende naar alle kanten, die de nabijzijnden +doodden. Dat ik de ingrediënten heel goed kende, die heel goedkoop +en gemakkelijk verkrijgbaar waren; en ook de kunst verstond van ze +te mengen, en zijn werklieden aanwijzingen kon geven voor het maken +van die buisjes, van eene grootte, evenredig aan die van alle andere +dingen in Zijner Majesteits rijk, en de grootste zou niet langer +dan honderd voet hoeven te zijn; twintig of dertig van welke tuben, +met de noodige hoeveelheid kruit en kogels geladen, de muren zouden +stukschieten van de sterkste stad in zijn koninkrijk, als die het ooit +zou wagen zijn vorstelijke bevelen te weerstaan. Dit bood ik den koning +onderdanig aan, als een kleine schatting van erkentelijkheid, en mijn +dank voor zooveel blijken van zijn koninklijke gunst en bescherming. + +De Koning stond versteld van de beschrijving, die ik hem van +die schrikkelijke machines gegeven had, en het voorstel dat ik +hem deed. Hij verbaasde zich er over dat zulk een machteloos en +kruipend insekt als ik (dat waren zijne uitdrukkingen), zulke +onmenschelijke denkbeelden ontwikkelen kon, en dat nog wel zoo +volmaakt gemoedelijk, zoo volkomen onbewogen bij het spreken over al +de tooneelen van bloedige verwoesting, die ik als de gewone gevolgen +van die verwoestende werktuigen schilderde: werktuigen, zeide hij, +waarvan de booze geest, een vijand van het menschdom, de uitvinder moet +zijn geweest. Wat hem zelf betrof, hij verklaarde, dat schoon weinig +zaken hem zóo verheugden als nieuwe ontdekkingen in de kunst of de +natuur, hij toch eerder de helft van zijn koninkrijk zou prijsgeven +dan deelgenoot van zulk een geheim te zijn; dat hij mij last gaf, +indien ik mijn leven liefhad, nooit meer voor iemand te noemen. + +Welk wonderlijk uitwerksel van bekrompen beginselen en beperkte +inzichten! dat een vorst, in 't bezit van elke eigenschap die eerbied, +liefde en achting afvergt; van een heerlijken aanleg en groote +wijsheid, een grondige geleerdheid, begaafd met bewonderenswaardige +gaven voor de regeering, door zijne onderdanen bijna vergood, uit +overdreven, onnoodig gemoedsbezwaar, zooals wij in Europa ons niet +kunnen voorstellen, een gelegenheid laat voorbijgaan, die hem in +de handen gegeven wordt, om oppermachtig meester te worden van het +leven, de vrijheid en de bezittingen van zijn volk! En dit zeg ik +niet met de minste bedoeling iets af te dingen op de vele deugden van +dien uitstekenden koning, wiens karakter, daar ben ik zeker van, om +déze reden heel erg dalen zal in de opinie van den Engelschen lezer: +maar ik houd het er voor, dat dit gebrek onder hen is voortgekomen +uit hun onwetendheid, daar zij tot nu toe de politiek nog niet tot +een wetenschap gemaakt hebben, zooals de schranderder vernuften van +Europa hebben gedaan. Want, ik herinner me zeer goed, dat toen ik +in een gesprek met den koning, op een keer zoo zeggen mocht, dat +er bij ons verscheiden duizenden boeken over de kunst van regeeren +geschreven zijn, hij daardoor (juist omgekeerd van wat ik bedoelde) +een heel min denkbeeld kreeg van ons gezond verstand. Hij verklaarde te +verafschuwen en te verachten tevens alle geheimzinnigheid, verfijning, +en dubbelzinnigheid in een vorst zoowel als in een minister. Hij kon +niet begrijpen wat ik bedoelde met staatsgeheimen, als er niet sprake +was van een vijand of een naijverig naburig volk. Hij beperkte de +regeerkunst in heel enge grenzen, van gezond verstand en overleg, +van rechtvaardigheid en lankmoedigheid, van spoedige afdoening van +burgerlijke rechts- en strafzaken; met nog een paar in 't oog vallende +onderwerpen, die de moeite niet waard zijn. En hij sprak als zijn +meening uit, dat diegene, die twee halmen graans, of twee sprietjes +gras kon doen groeien op een plek, waar vroeger maar éen opschoot, +meer goeds aan de menschheid verdiende, en beteekenisvoller dienst deed +aan zijn vaderland, dan het heele ras van staatskunstenaars bij elkaar. + +De wetenschap van dit volk is heel onvolkomen; bestaande enkel in +zedekunde, geschiedenis, poëzie en wiskunde, waarin ik zeggen moet +dat zij uitmunten. Maar de laatste wordt alleen toegepast op wat +in het leven van nut kan zijn, op de verbetering van den landbouw +en alle takken van werktuigkunde; zoodat ze, onder ons, in geringe +achting zou zijn. En wat betreft ideeën, het absolute, abstracties +en transcendenties, daarvan kon ik hen nooit het minste begrip doen +krijgen. + +Geen wet van dit koninkrijk mag meer woorden hebben dan er letters in +het alfabet zijn, en die zijn er maar twee-en-twintig. Maar er zijn +maar weinig van de volle lengte. Zij zijn vervat in de eenvoudigste en +simpelste termen, waarin dit volk niet spitsvondig genoeg is om meer +dan éen uitlegging te zien: en op het schrijven van een aanteekening op +een wet, staat de doodstraf. Wat betreft het beslissen over burgerlijke +zaken en rechtsvervolging tegen misdadigers, de precedenten zijn zoo +weinig talrijk, dat zij weinig aanleiding hebben zich te verheffen +op eenige bijzondere bedrevenheid daarin. + +De kunst van drukken kennen zij, zooals de Chineezen, sinds +onheugelijke tijden: maar hun boekerijen zijn niet zeer groot, want +die van den koning, die voor de grootste gehouden wordt, telt niet +meer dan duizend deelen, geplaatst in een galerij van twaalfhonderd +voet lang, waaruit ik de vrijheid had zooveel te zoeken als ik +wou. De schrijnwerker van de koningin had in een van de kamers van +Glumdalclitch een houten stelling vervaardigd, vijf-en-twintig voet +hoog, gevormd als een staande ladder: de treden waren elk vijftig +voet lang: het was dus eigenlijk een bewegelijke trap, waarvan het +benedeneind op tien voet afstand van den kamermuur was geplaatst. Het +boek, dat ik lezen wou, werd tegen den muur gezet: ik klom eerst de +ladder op tot de bovenste treê, en begon, mijn gezicht naar het boek +keerende, boven aan de bladzij, en zoo wandelende naar rechts en links, +acht of tien pas ongeveer, naar de regel lang was, totdat ik een beetje +onder de lijn van mijn oog gekomen was; waarna ik weer opklom, en aan +de andere bladzij begon op dezelfde manier en dan het blad omsloeg, +wat ik gemakkelijk met mijn beide handen doen kon, want het was dik +en stijf als bordpapier en in de grootste folianten niet meer dan +achttien of twintig voet lang. + +Hun stijl is duidelijk, mannelijk en vloeiend, maar niet bloemrijk; +want niets vermijden zij meer dan het onnoodig herhalen van woorden, of +het gebruik van verschillende zegswijzen. Ik heb verscheidene van hun +boeken gelezen, hoofdzakelijk die over zedekunde en geschiedenis. Onder +andere had ik heel veel schik in een kleine oude verhandeling, +die altijd in de slaapkamer van Glumdalclitch lag, en behoorde aan +haar gouvernante, een ernstige, bejaarde dame, die veel deed aan +zedelijke en vrome werken. Het boek handelt over de zwakte van het +menschelijk geslacht en is in kleine achting, behalve bij vrouwen +en onontwikkelden. Ik was evenwel benieuwd te zien wat een schrijver +van dat land kon zeggen over dit onderwerp. Deze schrijver behandelde +al de gewone onderwerpen van Europeesche moralisten, aantoonende hoe +een nietig, verachtelijk en hulpeloos wezen de mensch van nature was; +hoe onbekwaam zich te beveiligen tegen de ruwheden van den dampkring, +of de woede van wilde dieren; hoe ver hij door het eene schepsel in +kracht, door het andere in vlugheid, door het derde in inzicht, door +het vierde in kunstvaardigheid overtroffen wordt. Hij voegde er bij, +"dat de natuur ontaard was in deze latere afnemende eeuwen, en nog +alleen maar kleine misgeboorten kon voortbrengen, in vergelijking met +de geboorten van oude tijden." Hij zeide, "dat het zeer aannemelijk +was, dat niet alleen het menschengeslacht oorspronkelijk veel +grooter was geweest, maar ook dat er reuzen moeten geweest zijn in +vorige eeuwen; wat, zooals het beweerd wordt door geschiedenis en +overlevering wordt bevestigd door groote beenderen en schedels, nu en +dan opgegraven in verschillende deelen van het koninkrijk, die ver die +overtreffen van het tegenwoordige weggeslonken geslacht." Hij betoogde +"dat de wetten der natuur zelf noodzakelijk vereischten dat wij, +in den beginne, grooter en sterker zouden geschapen zijn; niet zoo +blootstaande aan den dood door nietige toevallen, door het vallen van +een dakpan op ons hoofd, of een steen, geworpen door een kinderhand, +of door het verdrinken in een kleine beek. Uit deze redeneeringen trok +de schrijver allerlei zedelijke toepassingen, nuttig om naar te leven, +maar noodeloos hier te herhalen. Wat mij betrof, ik kon niet laten +bij mijzelf te bedenken hoe algemeen dit talent was, zedelessen te +halen, of liever oorzaak van wrok en ontevredenheid te zoeken uit den +strijd, die er zou zijn tusschen de natuur en ons. En ik geloof, dat, +na ernstig onderzoek, die strijd even ongegrond zou blijken bij ons, +als hij is onder dit volk. Aangaande hun legerzaken, verheffen zij er +zich op, dat des konings leger uit honderd-zes-en-zeventig-duizend +man voet- en twee-en-dertig-duizend paardevolk bestaat: als dat een +leger genoemd mag worden, dat is samengesteld uit de handelaars in de +verschillende steden, en de boeren op het land, wier bevelhebbers de +adel en de heeren zijn, zonder loon of vergoeding. In hun oefeningen +zijn zij inderdaad vrijwel volmaakt, en onder zeer goede tucht, +waarin ik geen groote verdienste vond; want hoe kon het ook anders, +waar iedere boer onder het bevel van zijn eigen landheer staat, en +iedere burger onder dat van den voornaamsten van zijne eigene stad, +gekozen bij stemming, als in Venetië? + +Ik heb dikwijls de militie van Lorbrulgrud zien uitrukken om te +exerceeren in een groot veld bij de stad, van twintig mijl in 't +vierkant. Er waren in 't geheel niet meer dan vijf-en-twintig-duizend +man voet- en zesduizend paardenvolk; maar het was me onmogelijk hun +aantal precies te tellen, omdat ze zoo'n groote ruimte besloegen. Een +ruiter, zittende op een groot paard, mag zoowat negentig voet +hoog zijn geweest. Ik heb die heele ruitermacht, op éen woord +van commando, in eens hun zwaarden zien trekken en in de lucht +zwaaien. Geen verbeelding kan zich iets zoo groots, zoo verrassends, +zoo overweldigends voorstellen! het was alsof tienduizend bliksems +tegelijkertijd van iedere hemelwolk neerschoten. + +Ik was benieuwd te weten hoe deze vorst, tot wiens rijk geen toegang +van eenig ander land is, eraan kwam aan legers te denken, of zijn +volk te wennen onder militaire tucht. Maar ik werd spoedig, door +gesprekken en geschiedboeken, daarover ingelicht; want, in den loop +van verscheidene eeuwen, hebben zij geleden aan dezelfde kwaal, waaraan +veel andere regeeringen onderhevig zijn; de adel strevende naar macht, +het volk naar vrijheid en de vorst naar het alleenheerscherschap. Al +welke, hoewel gelukkig getemperd door de wetten, soms door elk van de +drie partijen verkracht zijn, en een of meer malen burgeroorlog deden +ontstaan; waarvan aan de laatste gelukkig een eind gemaakt werd door +den grootvader van dezen vorst, bij algemeen verdrag; en het leger, +toen met algemeene toestemming opgericht, is sinds dien tijd onder +strenge tucht gehouden. + + + + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + + De Koning en Koningin maken een reis naar de grenzen.--De schrijver + vergezelt hen.--De wijze waarop hij het land verlaat zeer omstandig + verteld.--Hij keert naar Engeland terug. + + +Ik had altijd een vast vertrouwen dat ik eens mijn vrijheid herkrijgen +zou, schoon het onmogelijk vooruit te zeggen was op welke wijze, +of eenig plan te maken dat de minste kans van slagen had. Het schip +waarmee ik gekomen was, was het eerste dat bij menschen weten in +'t gezicht van de kust gekomen was, en de koning had strikte orders +gegeven, dat, als er te eeniger tijd weer een opdaagde, het aan land +gehaald zou worden en met de heele bemanning en alle passagiers, +in een ton naar Lorbrulgrud gebracht. Ik werd, dat is waar, met veel +goedheid behandeld; ik was de lieveling van een groot koning en zijn +koningin, en de vreugd van het heele hof; maar ik werd met dat al +behandeld op een voet, die slecht overeenkwam met de waardigheid van +de menschheid. Ik kon nooit die huiselijke panden vergeten, die ik +achtergelaten had. Ik had behoefte aan het verkeeren onder menschen +met wie ik op gelijken voet kon omgaan, en langs de straten en velden +wandelen zonder vrees te worden doodgetrapt als een vorsch of een jong +hondje. Maar mijn verlossing kwam spoediger dan ik verwacht had, en +op een ongewone wijze; waarvan ik de geschiedenis en de omstandigheden +getrouw vertellen zal. + +Ik was twee jaar in het land geweest; en omstreeks den aanvang van het +derde vergezelden Glumdalclitch en ik den koning en de koningin, op +een reis naar de zuidkust van het koninkrijk. Ik werd, als gewoonlijk, +vervoerd in mijn reisdoos, die, zooals ik reeds beschreven heb, een +welingericht vertrek was van twaalf voet breed. En ik had een hangmat, +met zijden koorden, aan de vier hoeken bovenaan doen bevestigen, om +den schok te breken als een bediende mij voor zich op 't paard had, +zooals ik somtijds vroeg; en in die hangmat placht ik dikwijls onderweg +een slaapje te doen. In het dak van mijn vertrekje, niet precies midden +boven de hangmat, liet ik den timmerman een gat steken van een voet in +'t vierkant, om me lucht te maken bij warm weer, terwijl ik sliep; +en ik sloot dat gat wanneer ik wilde met een schuif die achter- +en vooruit door een gleuf gleed. + +Toen wij het doel van onze reis nabij waren, dacht het den +koning goed een paar dagen te vertoeven in een paleis dat hij had +nabij Flanflasnic, een stad achttien Engelsche mijlen van zee af +gelegen. Glumdalclitch en ik waren erg moe: ik had een beetje +kou gevat, maar het arme kind was zoo ziek dat zij haar kamer +moest houden. Ik smachtte er naar de zee te zien, waar alleen +ik over ontsnappen kon, als dat ooit gebeuren mocht. Ik deed mijn +ongesteldheid erger voorkomen dan ze was, en vroeg verlof de frissche +zeelucht te mogen gaan inademen, met een page waar ik veel van hield, +en dien men soms met mij vertrouwde. Ik zal nooit vergeten hoe ongaarne +Glumdalclitch er in toestemde, noch den strikten last dien zij den page +gaf goed voor mij te zorgen, terwijl zij tegelijk in tranen uitbarstte, +als had zij een voorgevoel van wat er te gebeuren stond. De knaap +liep met mij in mijn doos, tot een half uur van het paleis, naar de +rotsen aan de zeekust. Ik beval hem mij neer te zetten, en een van +mijn gordijnen opgehaald hebbende, wierp ik verlangende, droefgeestige +blikken naar de zee. Ik voelde me niet heel wel, en zei den page dat +ik lust had een dutje te doen in mijn hangmat, wat ik hoopte dat mij +goed zou doen. Ik kroop erin, en de knaap deed het venster goed dicht, +om de kou buiten te houden. Ik viel spoedig in slaap, en al wat ik +gissen kan, is dat de page, toen ik sliep, niet denkende dat er eenig +gevaar was, tusschen de rotsen ging zien naar eieren, waarnaar ik +hem uit mijn venster al had zien zoeken, en een of twee in de spleten +oppakken, maar hoe dat mag zijn, ik werd plotseling wakker door een +hevigen ruk aan den ring, die voor het gemak van mij te dragen boven +aan mijn doos was vastgemaakt. Ik voelde mijn doos heel hoog in de +lucht worden opgevoerd, en daarop vooruit gedragen met een verbazende +snelheid. De eerste schok had mij bijna uit mijn hangmat geworpen, +maar daarna was de beweging zacht schommelend. Ik riep verscheiden +malen zoo luid als ik kon, maar vruchteloos. Ik keek door mijn venster +en zag niets dan wolken en lucht. Ik hoorde een gedruisch vlak boven +mijn hoofd, als het slaan van vleugels, en begon toen te merken in +wat jammerlijken toestand ik was; dat een arend den ring van mijn +doos in zijn bek had, en mij straks op een rots zou laten vallen, +als een schildpad in zijn schaal, en mijn lichaam dan er uitpikken +en verslinden: want de scherpe blik en de fijne reuk van dien vogel +stelt hem in staat zijn prooi te ontdekken op een grooten afstand, +zelfs beter verborgen, dan ik binnen tweeduims planken kon zijn. + +Ik merkte binnen kort, dat het gedruisch en het kleppen van vleugels +snel toenam, en mijn doos werd heen en weer gezwaaid als een +uithangbord in den wind. Ik hoorde verscheiden stooten of slagen, +die naar ik dacht neerkwamen op den arend (want dat moet hij, daar +ben ik zeker van, geweest zijn, die den ring van mijn doos in zijn +bek hield), en toen, plotseling, voelde ik mij meer dan een minuut +lang loodrecht neervallen, maar met zulk een ongelooflijke snelheid, +dat ik bijna geen adem meer kon krijgen. Mijn val werd gestuit in +een verschrikkelijk gedreun, dat mij luider in de ooren klonk dan +de waterval van Niagara, waarna ik een volgende minuut heelemaal in +den donkere was, en toen begon mijn doos te rijzen, zoo hoog, dat +ik boven door mijn vensters licht kon zien. Ik bemerkte nu, dat ik +in de zee gevallen was. Mijn doos bleef, door het gewicht van mijn +lichaam, de goederen, die er in waren, en de breede ijzeren platen, +waarmee de vier hoeken van het dak en de bodem beslagen waren, vijf +voet onder water. Ik veronderstelde en veronderstel nog, dat de arend, +die met mijn doos was weggevlogen, door twee of drie anderen vervolgd +en genoodzaakt was geworden mij los te laten, om zich te verdedigen +tegen de anderen, die in zijn buit hoopten te deelen. De ijzeren +platen, waar de bodem mee beslagen was, hielden, (want die waren de +zwaarste) de doos onder het vallen in evenwicht, en voorkwamen dat +zij op het oppervlak van het water stuk viel. Iedere voeg was goed +gesloten, en de deur draaide niet op hengels, maar schoof op en neer +als een raam, wat mijn doos zoo dicht deed zijn, dat ze heel weinig +water binnenkreeg. Ik kwam met veel moeite uit mijn hangmat, nadat +ik eerst beproefd had het schuifje op het dak te openen, waarvan +ik vroeger zei, dat het was aangebracht om lucht binnen te laten, +waaraan ik tot stikkens toe behoefte had. + +Hoe dikwijls verlangde ik toen naar mijn lieve Glumdalclitch, +van wie een enkel uur mij zoo ver gescheiden had. En ik mag naar +waarheid betuigen, dat ik, te midden van mijn eigen ongelukken, niet +ophouden kon mijn arme verzorgstertje te beklagen, het verdriet, dat +zij van mijn verdwijnen hebben zou, het ongenoegen van den koning en +den ondergang van haar fortuin. Weinig reizigers misschien hebben +grooter moeielijkheden en benauwdheid doorgemaakt, dan waar ik in +was in dit angstig oogenblik, ieder oogenblik verwachtende mijn doos +te zien stukslaan of tenminste, door den eersten hevigen rukwind, +of een hooge golf, omvergooien. Een barst in éen venster-ruit zou +mijn onmiddellijken dood veroorzaakt hebben, en die ruiten zouden +het stellig zoo lang niet hebben uitgehouden, zonder de sterke +traliedraden, die aan de buitenzijde waren aangebracht tegen ongevallen +op reis. Ik zag het water door verscheidene reten binnendruppelen, +schoon de lekken niet belangrijk waren, en ik ze trachtte te stoppen +zoo goed ik kon. Ik was niet in staat het dak van mijn vertrek op te +lichten, wat ik anders zeker zou gedaan hebben en er boven op zijn gaan +zitten; waar ik tenminste een paar uur langer in veiligheid zou zijn, +dan door te zijn opgesloten (zooals ik het noemen mag) binnen in: of, +als ik deze gevaren al een dag of twee ontsnapte, wat kon ik anders +verwachten dan een ellendigen dood door honger en koude? Ik was vier +uur in deze omstandigheden, verwachtende, ja bijna wenschende, elk +oogenblik, dat dit het laatste zou zijn. + +Ik heb den lezer reeds verteld, dat er twee sterke krammen bevestigd +waren aan die zijde van mijn doos, die geen venster had, en waarin de +knecht, die me te paard placht te dragen, een lederen gordel haalde en +om zijn midden gespte. Terwijl ik nu zoo troosteloos in mijn doos zat, +hoorde ik, of meende ik tenminste te hooren een soort van knarsend +geluid, aan die zijde waar die krammen zaten; en kort daarop ging het +me voorkomen dat de doos door zee voortgetrokken of gesleept werd; want +ik voelde af en toe een soort van drukking, die de golven tot bijna +boven mijn vensters rijzen deed en me haast in 't donker liet. Dit +gaf me eenigszins hoop op uitredding, schoon ik niet in staat was mij +te verbeelden door wat middel die zou plaats hebben. Ik waagde het +een van mijn stoelen los te schroeven, die altijd aan den grond vast +waren; en na hem met groote inspanning weer te hebben vastgeschroefd +vlak onder het dakschuifje, dat ik kort te voren geopend had, klom +ik er op, en riep, met mijn mond zoo dicht ik kon bij de opening, +zoo hard mogelijk om hulp, in al de talen die ik sprak. Toen bond +ik mijn zakdoek aan een stok, dien ik gewoonlijk bij mij droeg, en +wuifde hem, boven het gat, herhaaldelijk heen en weer, opdat als eenig +schip of boot in de nabijheid was, de zeelieden begrijpen konden dat +een of ander ongelukkige sterveling in deze doos zat opgesloten. Ik +bespeurde geen gevolg op al wat ik deed, maar bemerkte duidelijk +dat mijn kamer voortgesleept werd; en binnen den tijd van een uur, +of minder, stootte die zij van de doos waar de krammen waren, en die +geen vensters had, tegen iets hards. Ik vreesde dat het een rots was, +en voelde mij meer dan ooit ontsteld heen en weer schudden. Ik hoorde +duidelijk een geluid op het dak van mijn kamer als van een kabel, en +een schuren alsof hij door den ring gehaald werd. Toen voelde ik me, +langzaam aan, ophijschen, tot ten minste drie voet hooger dan ik eerst +was. Waarop ik weer mijn zakdoek aan den stok uitstak, en om hulp riep +totdat ik nagenoeg heesch was. In antwoord waarop ik een luid driemaal +herhaald gejuich hoorde, wat mij zulke vervoeringen van vreugd gaf +als alleen kunnen begrepen worden door hen die ze voelen. Ik hoorde +nu voeten boven mijn hoofd, en iemand die met luider stem door het +gat riep, in 't Engelsch, of er iemand beneden was, en zoo ja of hij +dan maar spreken wou. Ik antwoordde dat ik een Engelschman was, door +mijn noodlot in de jammerlijkste omstandigheden gebracht waar ooit +eenig schepsel in verkeerde, en smeekte, bij al wat hen bewegen kon, +uit de gevangenis waar ik in was bevrijd te worden. De stem antwoordde +dat ik buiten gevaar was, want mijn doos lag vast aan hun schip, en de +timmerman zou onmiddellijk een gat in de zoldering zagen, groot genoeg +om me er door te hijschen. Ik antwoordde dat dit niet hoefde en te +veel tijd zou kosten; maar dat een van de bemanning liever eenvoudig +zijn vinger door den ring moest steken, en de doos uit zee in 't schip +zetten en bij den kapitein in zijn hut brengen. Eenigen, toen zij mij +zoo vreemd hoorden praten, dachten dat ik gek was, anderen lachten; +want 't was mij geen oogenblik in 't hoofd gekomen te denken dat ik nu +weer onder menschen van mijn eigen lengte en kracht gekomen was. De +timmerman kwam, en zaagde, binnen een minuut of wat, een doorgang +van ongeveer vijf voet in 't vierkant, liet een kleine ladder neer, +waar ik opklom, en erg verzwakt in 't schip werd opgenomen. + +De schepelingen stonden allen verbaasd en deden mij duizend vragen, +die ik geen lust had te beantwoorden. Ik was eveneens verbaasd +bij het gezicht van zooveel dwergen, want zoo leken zij mij, nu ik +zoo lang mijn oogen gewend had aan de monsterachtige afmetingen, +die ik pas verlaten had. Maar de kapitein, mr. Thomas Wilcocks, +een braaf eerlijk man uit Shropshire bemerkende dat ik op 't punt +stond flauw te vallen, nam me in zijn hut, gaf me een hartsterking +om me op te wekken, en deed me op zijn eigen bed liggen, met den +raad wat rust te nemen, die ik hard noodig had. Voor ik slapen ging, +zei ik hem dat ik een beetje goed onderhouden huisraad in mijn doos +had, te goed om te laten verloren gaan; een mooie hangmat--een knap +veldbed--twee stoelen--een tafel--en een kabinet. Dat mijn kamer aan +alle kanten behangen, of liever gevoerd was met zijde en katoen; dat, +als hij een van het volk mijn kamer in zijn hut wou laten brengen, ik +haar daar voor hem zou openen en hem mijn goederen laten zien. Toen de +kapitein mij dien zotteklap hoorde uitslaan, kreeg hij de overtuiging +dat ik ijlde; nochtans (ik denk om me tevreden te stellen) beloofde hij +mij te zullen doen zooals ik gevraagd had, en op dek gegaan zijnde, +zond hij eenige van zijn volk naar beneden in mijn kamer, waar zij, +(zooals ik later bemerkte) al mijn goederen uithaalden, en de voering +afstroopten; maar de stoelen, de kast en de bedstede, die aan den +vloer geschroefd waren, werden door de onwetendheid van de zeelieden, +die hen met geweld losscheurden, erg beschadigd. Toen sloegen zij +eenige planken af die op schip konden gebruikt worden, en toen zij +zoo alles ervan gehaald hadden wat hun geschikt leek, lieten zij het +overschot in zee vallen, waar het, wegens de vele bressen in bodem en +zijwanden, onmiddellijk zonk. En ik was werkelijk blij dat ik geen +toeschouwer geweest was van de schade, die zij aanrichtten, omdat +ik overtuigd ben dat het mij zeer zou hebben aangedaan, en vroegere +gebeurtenissen in mijn geest teruggeroepen, die ik liever vergeten wou. + +Ik sliep een paar uur, maar mijn slaap werd onophoudelijk gestoord +door droomen van de plaats waar ik van daan kwam, en de gevaren +waaraan ik was ontsnapt. Toen ik wakker werd, voelde ik mij evenwel +veel beter. Het was toen zoo wat acht uur 's avonds en de kapitein +bestelde dadelijk avondeten, meenende dat ik reeds te lang gevast +had. Hij onderhield mij allerminzaamst, bemerkende dat ik niet wild +keek of onsamenhangend praatte; en toen wij alleen waren vroeg hij +mij hem het verhaal te doen van mijn reizen, en hoe ik zoo kwam rond +te drijven in een houten kast. Hij zei, dat hij, omstreeks twaalf +uur op den middag, toen hij door zijn glas keek, iets bespeurde op +een afstand, dat hij voor een zeil hield, dat hij besloot te praaien, +daar het niet ver uit zijn koers lag, in de hoop een beetje beschuit +te kunnen koopen, omdat die hij had, begon op te raken. Dat hij, +naderbijkomende, en zijn vergissing bemerkende, zijn sloep had laten +uitzetten om te ontdekken wat het was; dat zijn matrozen doodsbang +terugkwamen, zwerende dat zij een drijvend huis gezien hadden. Dat hij +lachte om hun dwaasheid, en zelf in de boot gegaan was, terwijl hij +zijn volk last gaf een sterk kabeltouw mee in de boot te nemen. Dat +hij, daar de zee kalm was, verscheiden malen om me heen geroeid was, +mijn vensters had opgemerkt en het traliewerk dat ze beschutte. Dat hij +twee krammen aan éene zijde bespeurde, die heelemaal van planken was +en zonder doorgang voor het licht. Hij beval toen zijn volk naar dien +kant op te roeien, en een kabel aan een van de krammen bevestigende, +gaf hij hun last mijn kast, zooals zij haar noemden, naar het schip +te sleepen. Toen ze daar was, gaf hij order een anderen kabel te +bevestigen aan den ring, die in de zoldering vastzat, en mijn kast met +katrollen op te hijschen, wat al de matrozen niet bij machte waren +hooger dan twee of drie voet te doen. Hij zei, dat zij mijn stok +met den zakdoek uit het gat zagen gestoken, en daaruit opmaakten, +dat de een of andere ongelukkige er binnen moest opgesloten zijn. Ik +vroeg of hij of een van zijn volk niet sommige monsterachtige groote +vogels in de lucht gezien hadden omstreeks den tijd dat zij mij in +'t gezicht kregen? Waarop hij antwoordde, dat, terwijl hij deze +zaak, toen ik sliep, met de matrozen besprak, een van hen zeide, +dat hij drie arenden gezien had, die naar het noorden vlogen, +maar niets bemerkte van dat zij meer dan de gewone grootte hadden; +wat ik veronderstel dat moet worden toegeschreven aan de groote +hoogte waarop zij waren; en hij begreep niet om wat reden ik dat +vroeg. Ik vroeg toen den kapitein hoever wij, naar zijne berekening, +van land waren? Hij zei, naar de beste berekening die hij maken kon, +tenminste honderd mijlen. Ik verzekerde hem, dat hij zich bijna de +helft vergissen moest, want dat ik het land, waar ik vandaan kwam, +verlaten had niet meer dan twee uur voordat ik in zee viel. Waarop hij +opnieuw ging gelooven dat mijn hoofd van streek was, wat hij me half +en half te verstaan gaf, en toen raadde naar bed te gaan in een hut, +die hij voor me had laten klaarmaken. Ik verzekerde hem dat ik door +zijn goede zorgen en gezelschap uitstekend was opgefrischt, en zoo +goed bij mijn verstand als ooit. Toen werd hij ernstig, en verzocht +mij hem vrijuit te zeggen of mijn geest niet ontrust werd door het +bewustzijn van een vreeselijke misdaad, waarvoor ik gestraft was, +op bevel van een of anderen vorst, met in die kast gezet te worden; +zooals groote misdadigers, in andere landen, gedwongen zijn op zee +te gaan in een lek vaartuig, zonder teerkost: want ofschoon het hem +spijten zou zulk een slecht man in zijn schip genomen te hebben, +gaf hij toch zijn woord, dat hij mij veilig aan land zou zetten in de +eerste de beste haven waar wij aankwamen. Hij voegde erbij, dat zijn +vermoedens zeer versterkt waren door sommige allerdwaaste praatjes, +die ik eerst tegen de matrozen en daarna tegen hem zelf gehouden had, +aangaande mijn kamer of kast, zoowel als door mijn zonderlinge blikken +en gedrag bij 't avondeten. + +Ik verzocht hem geduldig te willen luisteren naar mijn verhaal, dat ik +hem daarop getrouwelijk vertelde, van den laatsten keer dat ik Engeland +verliet tot het oogenblik dat hij mij het eerst ontdekte. En, zooals de +waarheid zich altijd een weg baant in redelijke geesten, zoo werd ook +deze brave eerlijke man, die een beetje geleerdheid en een zeer gezond +verstand had, onmiddellijk van mijn oprechtheid en waarheidsliefde +overtuigd. Maar om al wat ik gezegd had verder te bevestigen, verzocht +ik hem last te geven dat mijn kabinet gebracht zou worden, waarvan +ik den sleutel in mijn zak had; want hij had me al verteld hoe het +volk over mijn kamer had beschikt. Ik opende het waar hij bij was, +en toonde hem de kleine verzameling merkwaardigheden, die ik in het +land, waaruit ik zoo wonderlijk verlost was, had aangelegd. Daar was +de kam, die ik uit de haartjes van des konings baard gemaakt had, +en nog een van dezelfde grondstof, maar met voor rug een knipsel +van Harer Majesteits duimnagel. Daar was een verzameling naalden en +spelden van een voet tot een halve el lang; vier wespenangels, als +kastenmakers-spijkers; eenige kamselharen van de koningin; een gouden +ring, dien zij mij op een keer op de innemendste wijze ten geschenke +gegeven had door hem van haar pink te nemen en me om het hoofd te +werpen als een halsband. Ik wenschte, dat de kapitein mij het genoegen +zou doen dezen ring in erkentelijkheid voor zijn beleefdheden aan te +nemen, wat hij heel stellig afsloeg. Ik liet hem een likdoorn zien, +dien ik met eigen handen van den teen van een hofdame gesneden had; +hij was zoo wat zoo groot als een pippeling, en zoo hard geworden, +dat ik hem, toen ik in Engeland terug was, uitholde tot een beker en +in zilver zette. Ten laatste liet ik hem de broek zien, die ik aanhad, +die gemaakt was van muizevel. + +Ik kon hem niets anders doen aannemen als een tand van een hofbediende, +dien ik zag dat hij zeer belangstellend bekeek en graag hebben wou. Hij +nam hem aan met de overvloedigste dankbetuigingen, meer dan zulk een +kleinigheid verdiende. Hij was door een onhandigen dokter getrokken +aan een van de bedienden van Glumdalclitch, die aan tandpijn leed, +maar hij was zoo gaaf als hij een in zijn hoofd had. Ik liet hem +schoonmaken en legde hem in mijn kast. Hij was zoo wat een voet lang +en vier duim in doorsneê. + +De kapitein was met het eenvoudige verhaal, dat ik hem gedaan had, +volmaakt tevreden, en zei, dat hij hoopte, dat ik, in Engeland +teruggekeerd, de wereld verplichten zou door het op schrift te +stellen en uit te geven. Mijn antwoord was, dat ik meende, dat we al +zeer overvoerd waren met reisboeken, dat er niets meer gebeuren kon, +dat buitengemeen was; waarom ik ook geloofde, dat sommige schrijvers +de waarheid minder dan hun eigen ijdelheid, of geldzucht, of het +vermaak van onwetende lezers raadpleegden; dat mijn verhaal weinig +anders dan gewone gebeurtenissen bevatten kon, zonder die opsierende +beschrijvingen van vreemde planten, boomen, vogels en andere, of van +de barbaarsche gewoonten en den afgodendienst van wilde volksstammen, +die bij de meeste schrijvers talrijk zijn. Evenwel dankte ik hem voor +zijn goede bedoeling en beloofde hem de zaak in bedenking te houden. + +Hij zei, dat hij zich over éen ding verwonderde, daarover namelijk, +dat ik zoo luid sprak; en vroeg mij of de koning of de inwoners van +dat land hardhoorig waren? Ik zei hem dat ik dat twee jaar lang voor +gewoonte had gehad, en dat ik me evengoed verwonderde over zijn stem +en die van zijn volk, die mij niets schenen te doen dan fluisteren, +en toch kon ik ze goed genoeg verstaan. Maar, als ik sprak in dat +land, was het als een man die in een straat spreekt tegen een, +die van den top van een toren kijkt, tenzij ik op tafel stond of in +iemands hand. Ik vertelde hem, dat ik nog iets bemerkt had, namelijk +dat toen ik eerst op 't schip kwam en de matrozen om me heen stonden, +ik dacht dat ze de allernietigste schepseltjes waren die ik ooit gezien +had. Want, toen ik in het land van dien vorst was, kon ik niet over +mij krijgen in een spiegel te kijken nadat mijn oogen gewoon waren +geraakt aan zulke ontzaglijke voorwerpen, omdat de vergelijking mij +zoo'n afschuwelijk klein denkbeeld van mij zelf gaf. De kapitein zei, +dat hij aan 't avondeten gemerkt had dat ik alles met zekere verbazing +bekeek, en soms nauwelijks mijn lachen, naar 't scheen, bedwingen kon, +wat hij niet wist hoe hij 't verklaren moest, maar toeschreef aan de +eene of andere stoornis in mijn hersens. Ik antwoordde, dat het zeer +waar was: en ik wel eens zou willen weten hoe ik dat laten moest als +ik zijn schotels zag van de grootte van een zilver driestuiverstuk, +een zwijnspoot van nauwelijks een mond vol, een beker, niet zoo groot +als een notedop; en zoo ging ik voort, de rest van huisraad en eetwaren +beschrijvende op dezelfde manier. Want ofschoon de koningin een kleine +uitrusting van alle noodige zaken voor mij had laten maken, toen ik in +haar dienst was, waren mijn denkbeelden toch heelemaal vervormd door +wat ik aan alle kanten om me heen zag, en ik zag mijn eigen kleinheid +maar voorbij zooals de menschen hun fouten doen. De kapitein begreep +mijn scherts volkomen en antwoordde luimig met het oude Engelsche +spreekwoord, dat hij vermoedde dat mijn oogen grooter dan mijn buik +waren, want hij merkte niet dat mijn maag heel trekkerig was, al had ik +den heelen dag gevast; en in zijn vroolijkheid doorgaande, verklaarde +hij dat hij graag honderd pond zou hebben gegeven om mijn kamer in den +snavel van den arend, en later in haar val van zoo hoog in zee te zien; +wat stellig een verbazingwekkend schouwspel geweest moest zijn, waardig +dat de beschrijving ervan naar toekomstige eeuwen werd overgebracht; +en de vergelijking met Phaëton lag zoo voor de hand, dat hij het niet +laten kon haar te maken, schoon ik de figuur niet erg aardig vond. + +De kapitein was, van Tonkin komende, op de thuisreis naar +Engeland noordoostwaarts gedreven tot op 44 graden breedte en 143 +lengte. Maar twee dagen nadat ik aan boord kwam, en langs de kust +van Nieuw-Holland zeilende, hielden wij onzen koers west-zuid-west, +en toen zuid-zuid-west, tot wij om de kaap de Goede Hoop voeren. Onze +reis was zeer gelukkig, maar ik zal den lezer niet plagen met een +dagverhaal ervan. De kapitein liep een of twee havens in, en zond +de sloep uit om levensmiddelen en versch water in te nemen; maar ik +verliet het schip niet voor we in de Duyns kwamen, wat gebeurde op den +derden Juni 1706, zoowat negen maanden na mijn ontsnapping. Ik bood +aan mijn goederen in pand te laten voor de betaling van mijn overtocht, +maar de kapitein verklaarde dat hij geen duit ontvangen wou. Wij namen +van elkaar een hartelijk afscheid en ik deed hem beloven dat hij mij +zou komen opzoeken in mijn huis te Redriff. Ik huurde een paard en +een gids voor vijf shillings, die ik van den kapitein leende. + +Onderweg, de kleinheid van de huizen, de boomen, het vee en de menschen +ziende, begon ik te denken dat ik in Lilliput was. Ik was bang op +iederen reiziger dien ik tegenkwam te trappen, en riep hun dikwijls +luidskeels toe uit den weg te gaan, zoodat het weinig scheelde of +ik was voor mijn onbeschaamdheid met een of twee gebroken schedels +thuis gekomen. + +Toen ik aan mijn huis kwam, waarnaar ik genoodzaakt was te vragen, +bukte ik mij, nadat een van de bedienden de deur geopend had, om +binnen te gaan (als een gans onder een hek) uit vrees van mijn hoofd +te stooten. Mijn vrouw vloog me tegemoet om me te omhelzen, maar ik +boog me lager dan haar knieën, meenende dat ze anders nooit bij mijn +mond zou kunnen komen. Mijn dochter knielde om mijn zegen te vragen, +maar ik kon haar niet zien eer ze weer opstond, daar ik zoo lang gewoon +was geweest met mijn hoofd en oogen zestig voet naar boven gericht, +te staan; en toen ging ik haar met een hand om 't midden vatten. Ik +keek op de boden neer, en op een of twee vrienden die in huis waren, +als waren zij dwergen en ik een reus. Ik zei tegen mijn vrouw, dat ze +te spaarzaam was geweest, want ik vond dat ze zichzelf en haar dochter +tot niets vermagerd had. In 't kort, ik gedroeg me zoo onverklaarbaar, +dat zij allen van de meening van den kapitein waren, toen die me 't +eerst zag, en geloofden dat ik mijn verstand was kwijtgeraakt. Dit +doe ik opmerken als een staaltje van de groote macht van gewoonte +en vooroordeel. + +Binnen weinig tijd gingen ik en mijn huisgenooten en vrienden elkaar +beter verstaan; maar mijn vrouw verklaarde dat ik nooit meer naar +zee zou gaan, ofschoon mijn ongelukkig noodlot het zoo besloten had +dat zij geen macht had mij tegen te houden, zooals de lezer hierna +hooren zal. Ondertusschen eindig ik hier het tweede deel van mijn +ongelukkige reizen. + + + + + + + + +INHOUD. + + +EERSTE DEEL. + +REIS NAAR LILLIPUT. + + +EERSTE HOOFDSTUK 5 + +De schrijver deelt het een en ander mee over zichzelf en zijn +familie.--Zijn eerste aanleiding tot op reis gaan.--Hij lijdt +schipbreuk en zwemt om zijn leven te redden.--Hij komt veilig aan land +in het rijk Lilliput.--Wordt gevangen genomen en het land ingevoerd. + + +TWEEDE HOOFDSTUK 19 + +De Keizer van Lilliput, vergezeld van verscheidene edelen, brengt den +schrijver in zijn gevangenis een bezoek.--Beschrijving van des Keizers +persoon en kleeding.--Geleerden aangesteld om den schrijver hun taal +te leeren.--Hij raakt in gunst door zijn zachtmoedigheid.--Zijn zakken +worden onderzocht en zijn zwaard en pistolen hem afgenomen. + + +DERDE HOOFDSTUK 32 + +De schrijver vermaakt den Keizer en den adel van beiderlei geslacht op +een zeer ongewone manier.--Beschrijving van de vermaken aan het hof van +Lilliput.--De schrijver verkrijgt zijn vrijheid op zekere voorwaarden. + + +VIERDE HOOFDSTUK 42 + +Mildendo, de hoofdstad van Lilliput, beschreven, tegelijk met het +paleis van den Keizer.--Een gesprek tusschen den schrijver en een +eersten secretaris over de zaken van het rijk.--De aanbiedingen van +den schrijver om den Keizer in zijn oorlogen te helpen. + + +VIJFDE HOOFDSTUK 49 + +De schrijver voorkomt een inval door een zeer bijzondere +krijgslist.--Hem wordt een hooge rang geschonken.--Gezanten komen +van den Keizer van Blefuscu om over den vrede te onderhandelen. + + +ZESDE HOOFDSTUK 56 + +Over de inwoners van Lilliput; hun wetenschappen, wetten en gewoonten; +de wijze van opvoeding hunner kinderen.--Des schrijvers leefwijze in +dat land.--Zijn rechtvaardiging van een edele dame. + + +ZEVENDE HOOFDSTUK 68 + +De schrijver vlucht, nadat hij gehoord heeft van een plan om hem van +Hoogverraad aan te klagen, naar Blefuscu.--Hoe hij daar ontvangen werd. + + +ACHTSTE HOOFDSTUK 79 + +De schrijver krijgt door een gelukkig toeval de middelen om Blefuscu +te verlaten; en keert na eenige moeilijkheden veilig in zijn vaderland +terug. + + +TWEEDE DEEL. + +REIS NAAR BROBDINGNAG. + + +EERSTE HOOFDSTUK 89 + +Een hevige storm; de sloep wordt uitgezonden om water te halen; +de schrijver gaat mee om het land op te nemen.--Hij wordt op de +kust achtergelaten, gegrepen door een van de inboorlingen, en naar +een boerenwoning gevoerd.--Zijn ontvangst daar met de verschillende +dingen, die hem daar overkwamen.--Een beschrijving van de inwoners. + + +TWEEDE HOOFDSTUK 104 + +Een beschrijving van het dochtertje van den boer.--De schrijver naar +een marktplaats gebracht en daarna naar de Hoofdstad.--Bijzonderheden +over zijn reis. + + +DERDE HOOFDSTUK 112 + +Er wordt van het Hof gezonden om den schrijver.--De Koningin koopt +hem van zijn meester, en stelt hem voor aan den Koning.--Hij houdt +twistgesprekken met Zijner Majesteits geleerden.--Een kamer aan 't Hof +wordt voor hem ingericht.--Hij staat in gunst bij de Koningin.--Hij +verdedigt de eer van zijn Vaderland.--Zijn vijandschap met den Dwerg +van de Koningin. + + +VIERDE HOOFDSTUK 125 + +Beschrijving van het Land.--Voorstel tot verbetering van nieuwe +Landkaarten.--Het Koninklijk Paleis en een Beschrijving van de +Hoofdstad.--Des schrijvers manier van Reizen.--Beschrijving van den +voornaamsten Tempel. + + +VIJFDE HOOFDSTUK 131 + +Verschillende avonturen, die den schrijver overkwamen.--De +Terechtstelling van een misdadiger.--De schrijver toont zijn +bekwaamheid in de Zeevaart. + + +ZESDE HOOFDSTUK 143 + +Pogingen van den schrijver om den Koning en de Koningin genoegen te +doen.--Hij toont zijn muzikale bekwaamheden.--De Koning laat zich +door den Schrijver inlichten over Engelsche toestanden.--Wat de Koning +naar aanleiding daarvan opmerkt. + + +ZEVENDE HOOFDSTUK 155 + +Des schrijvers Vaderlandsliefde.--Hij doet den Koning een voordeelig +voorstel, dat wordt verworpen.--Des Konings groote onwetendheid in de +Politiek.--De wetenschap van het Land zeer onvolledig en beperkt.--Hun +wetten, en zaken van Oorlog, en Staatkundige Partijen. + + +ACHTSTE HOOFDSTUK 163 + +De Koning en de Koningin maken een reis naar de grenzen.--De schrijver +vergezelt hen.--De wijze waarop hij het Land verlaat zeer omstandig +verteld.--Hij komt in Engeland terug. + + + + + + + +NOOT + +[1] Een speling der natuur. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Gulliver's Reizen, by Jonathan Swift + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GULLIVER'S REIZEN *** + +***** This file should be named 37442-8.txt or 37442-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/7/4/4/37442/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
