summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/37442-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '37442-8.txt')
-rw-r--r--37442-8.txt5288
1 files changed, 5288 insertions, 0 deletions
diff --git a/37442-8.txt b/37442-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..9764c05
--- /dev/null
+++ b/37442-8.txt
@@ -0,0 +1,5288 @@
+The Project Gutenberg EBook of Gulliver's Reizen, by Jonathan Swift
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Gulliver's Reizen
+ naar Lilliput en Brobdingnag
+
+Author: Jonathan Swift
+
+Translator: Albert Verwey
+
+Release Date: September 15, 2011 [EBook #37442]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GULLIVER'S REIZEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ GULLIVER'S REIZEN
+ Naar
+ Lilliput en Brobdingnag,
+
+
+ Door
+ JONATHAN SWIFT.
+
+ Vertaald Door
+ Albert Verwey.
+
+
+ Met 23 afbeeldingen.
+
+ Uitgave van
+ Gebroeders E. & M. Cohen, Amsterdam
+ Heerengracht 326
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE REIS NAAR LILLIPUT.
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+ De schrijver deelt het een en ander mede over zichzelf en zijn
+ familie.--Zijn eerste aanleiding tot op reis gaan.--Hij lijdt
+ schipbreuk en zwemt om zijn leven te redden.--Hij komt veilig
+ aan land in het rijk Lilliput.--Wordt gevangen genomen en het
+ land ingevoerd.
+
+
+Mijn vader had een kleine bezitting in Nottinghamshire; ik was de derde
+van vijf zoons. Hij zond mij naar de Emanuelschool in Cambridge, toen
+ik veertien jaar was, waar ik drie jaar bleef, en me ijverig op mijn
+studies toelegde; maar daar de kosten van mijn onderhoud, ofschoon ik
+maar een heel kleine toelaag kreeg, te groot waren voor een beperkt
+fortuin, werd ik in de leer gedaan bij den heer James Bates, een
+voornaam geneesheer in Londen en bleef bij hem vier achtereenvolgende
+jaren; en daar mijn vader mij nu en dan een sommetje geld zond,
+gebruikte ik dat om de scheepvaart te leeren, en andere deelen van
+de wiskunde, die van nut zijn voor hen, die zich voorstellen te gaan
+reizen, zooals ik altijd geloofde, dat ik op den een of anderen tijd
+nog wel eens zou doen. Toen ik den heer Bates verliet, ging ik naar
+mijn vader in de provincie, waar ik, met behulp van hem, mijn oom Jan,
+en een paar andere bloedverwanten, veertig pond bij elkaar kreeg,
+en een belofte van dertig pond 's jaars om me te laten studeeren in
+Leiden. Daar studeerde ik twee jaar en zeven maanden in de geneeskunde,
+omdat ik wist dat ik daar nut van hebben kon op lange reizen.
+
+Kort na mijn terugkomst van Leiden, werd ik, op aanbeveling van mijn
+goeden meester, den heer Bates, dokter op de Swallow, gezagvoerder
+kaptein Abraham Pannell; bij wien ik drie en half jaar bleef en in
+dien tijd een reis of twee maakte naar de Levant en een paar andere
+streken. Toen ik terugkwam, besloot ik, mij in Londen te vestigen;
+waartoe de heer Bates mij aanspoorde; en door hem werd ik aanbevolen
+bij verscheidene patiënten. Ik ging een deel van een klein huis in de
+Old Jewry bewonen; en daar men mij den raad gaf te trouwen, huwde ik
+Mrs Mary Burton, tweede dochter van Mr. Edmund Burton, winkelier in
+gebreide goederen, in Newgate Street, die mij vierhonderd pond als
+bruidschat aanbracht.
+
+Maar daar mijn goede meester Bates twee jaar later stierf en ik weinig
+vrienden had, begon mijn zaak te verloopen; óok omdat mijn geweten
+mij niet toeliet de kwade praktijken van te veel van mijn vakbroeders
+na te doen. Nadat ik daarom mijn vrouw en enkele van mijn kennissen
+geraadpleegd had, besloot ik weer naar zee te gaan. Achtereenvolgens
+was ik toen dokter op twee schepen, en maakte verscheidene reizen,
+gedurende zes jaar, naar Oost- en West-Indië, waardoor mijn vermogen
+een weinig toenam. Mijn vrije uren besteedde ik met het lezen van de
+beste schrijvers, antieke en moderne, waarvan ik altijd een goede
+hoeveelheid bij mij had; en, als ik aan land was, met het opmerken
+van de gewoonten en neigingen van het volk en het leeren van hun taal;
+waarin ik heel vlug was, omdat ik zoo'n sterk geheugen heb.
+
+Toen de laatste van deze reizen niet erg gelukkig uitviel, kreeg ik
+genoeg van de zee, en nam me voor thuis te blijven bij mijn vrouw en
+mijn familie. Ik verhuisde van de Old Jewry naar Fetter Lane, en daar
+vandaan naar Wapping, in de hoop patiënten onder de zeelui te krijgen;
+maar het leverde niets op. Na drie jaar wachten of de zaken beter
+zouden gaan, nam ik een voordeelig aanbod aan van Kaptein William
+Prichard, schipper van de Antilope, die een reis ging maken naar de
+Zuidzee. Wij gingen onder zeil, uit Bristol, den 4den Mei 1609, en in
+'t eerst was onze reis voorspoedig.
+
+Het zou, om sommige redenen, niet gepast zijn, den lezer lastig te
+vallen met bijzonderheden van onze lotgevallen in die zeeën; het
+is voldoende als ik meedeel, dat wij, in onzen overtocht vandaar
+naar Oost-Indië, door een hevigen storm noordwest van Van Diemens
+Land gejaagd werden. Volgens onze waarneming bevonden wij ons op een
+breedte van 30 graden 2 minuten zuidelijk. Twaalf van onze bemanning
+waren doodgegaan door overmatigen arbeid en slecht voedsel; al de
+anderen waren erg verzwakt. Op den 5den November, in die streken het
+begin van den zomer, en terwijl het bar mistig weer was, bespeurde
+het volk een rots binnen halve kabelslengte van het schip; maar de
+wind was zoo zwaar, dat we regelrecht erop gejaagd werden en het
+schip onmiddellijk stukstiet. Zes van de bemanning, waarvan ik een
+was, lieten de boot in zee, en probeerden het schip en de rots kwijt
+te raken. Wij roeiden, naar mijn berekening, omstreeks drie mijlen,
+totdat we niet meer konden, want al aan boord waren op geweest van
+'t werken. Wij dreven daarom maar voort, op 't geluk van de golven;
+en binnen nagenoeg een half uur lag de boot omgekanteld door een
+plotselinge windvlaag uit het Noorden. Wat er werd van mijn makkers in
+de boot, en van die zich op de rots redden, of van die in het schip
+bleven, kan ik niet zeggen, maar ik onderstel, dat ze allemaal zijn
+omgekomen. Ik, voor mij, zwom, waar de Fortuin me hebben wou, en liet
+me door wind en vloed voortduwen. Dikwijls liet ik mijn beenen zakken,
+en kon geen grond voelen; maar toen ik bijna dood-op was, en geen
+kracht meer had om me op te houden, merkte ik dat ik mijn diepte had;
+de storm was toen juist vrijwel gaan liggen. De strandhelling was zoo
+flauw, dat ik bijna een uur liep eer ik op 't droge was, wat, naar
+gissing, gebeurde omstreeks acht uur 's avonds. Ik liep toen nog bijna
+een halve mijl vooruit, maar ontdekte nergens eenig spoor van huizen
+of bewoners; tenminste, als ze er waren, was ik te zwak dan dat ik ze
+kon zien. Ik was verschrikkelijk moê en daardoor, en door de hitte,
+en door bijna een halve pint brandewijn, dien ik gedronken had eer ik
+van het schip ging, voelde ik me heel geneigd gauw te gaan slapen. Ik
+ging op het gras liggen, dat heel kort en zacht was, waar ik vaster
+sliep dan ik me ooit in mijn leven herinner gedaan te hebben; en,
+naar mijn berekening, meer dan negen uur; want toen ik wakker werd
+was het juist dag. Ik trachtte op te staan, maar was niet in staat
+me te bewegen; want, zooals ik lag, op mijn rug, vond ik mijn armen
+en beenen stevig vastgemaakt aan weerszijden aan den grond, en mijn
+haar, dat lang en dik was, net zoo. Ook voelde ik allerlei smalle
+banden dwars over mijn lichaam, van mijn oksels tot mijn dijen. Ik
+kon alleen naar de hoogte kijken: de zon begon warm te worden en het
+licht deed mij zeer in mijn oogen. Ik hoorde een verward gesoes om me
+heen, maar in de houding, waarin ik liggen moest, kon ik niets zien,
+als de lucht. Na een poosje voelde ik iets levends op mijn linkerbeen
+bewegen, dat zachtjes vooruit kwam over mijn borst, en zoo staande,
+bijna tot de hoogte van mijn kin kwam; en toen ik mijn oogen zoover
+ik kon neerboog, merkte ik dat het een menschelijk wezentje van nog
+geen zes duim hoog was, met een pijl-en-boog in zijn handjes en een
+pijlkoker op zijn rug. Tegelijkertijd voelde ik, dat tenminste nog
+veertig, naar ik giste van dezelfde soort, dien eersten volgden. Ik
+was in de uiterste verbazing, en schreeuwde zóó hard, dat ze allemaal
+in doodsangst weer wegliepen; en eenige van hen werden, zooals mij
+later gezegd werd, ernstig gekneusd door den val dien zij deden,
+toen ze in eens van mijn zijden af op den grond sprongen.
+
+Zij kwamen echter gauw weerom; en een van hen, die zich zóó ver
+waagde, dat hij mijn heele gezicht zien kon, riep, zijn handen en
+oogen opheffende bij wijze van verwondering, met een schrille, maar
+duidelijke stem: Hekinah degul: de anderen herhaalden dezelfde woorden
+verscheidene malen; maar ik wist toen niet wat zij beteekenden. Ik
+lag al dien tijd, zooals de lezer wel gelooven zal, lang niet
+gemakkelijk. Maar, al worstelende om los te komen, had ik, eindelijk,
+het geluk de koorden te breken en de pinnen uit te wrikken, die mijn
+linkerarm aan den grond hielden; want, door hem op te lichten naar mijn
+gezicht toe, ontdekte ik op wat voor manier zij me gebonden hadden; en
+tegelijkertijd maakte ik, met een hevigen ruk, die me erge pijn deed,
+de koorden wat losser, die mijn haar aan de linkerzij bevestigden,
+zoo dat ik juist zoowat in staat was mijn hoofd twee duim om te
+draaien. Maar de wezentjes gingen nu de tweede maal aan den haal,
+voordat ik ze pakken kon; waarop er een groot geschreeuw opging,
+heel schril, en toen dat uit was, hoorde ik een van hen uitroepen:
+Tolgo phonac, waarna ik in één oogenblik meer dan honderd pijlen
+op mijn linkerhand voelde afgeschoten, die mij prikten als zooveel
+naalden; en zag bovendien, dat zij nog een heele vlucht pijlen in de
+lucht schoten, zooals wij met bommen doen in Europa, waarvan vele,
+naar ik vermoed, want ik voelde er geen een van, op mijn lichaam
+vielen, en sommige op mijn gezicht, waar ik dadelijk mijn linkerhand
+over heen hield. Toen die pijlenregen over was, lag ik te kreunen
+van pijn en boosheid; en toen, omdat ik weer probeerde los te komen,
+kreeg ik nog een lading, grooter dan de eerste, en sommigen poogden,
+met speren, mij in de zijden te steken; maar, gelukkig, had ik een
+leeren wammes aan, waar ze niet doorheen konden. Het leek mij toen het
+voorzichtigst mij stil te houden; en ik overlegde bij mijzelf daarmee
+voort te gaan tot 's nachts, wanneer ik, nu mijn linkerhand al los was,
+mij gemakkelijk zou kunnen vrijmaken. Wat de inwoners betrof, had ik
+reden te gelooven, dat ik een portuur zou wezen voor de grootste legers
+die zij tegen mij op de been konden brengen; als ze tenminste allen
+van dezelfde grootte waren als de eene, dien ik gezien had. Maar het
+lot had anders over mij beslist. Toen het volk zag dat ik stil was,
+schoten zij geen pijlen meer af; maar aan het lawaai dat ik hoorde,
+merkte ik dat hun aantal toenam: en ongeveer vier el van mij af,
+vlak tegenover mijn rechteroor, hoorde ik, gedurende meer dan een
+uur, een geklop als van timmervolk aan het werk; en zag, toen ik mijn
+hoofd dien kant uitdraaide, zoover als de koorden en pinnen mij dat
+toelieten, een stellage gebouwd, zoowat anderhalven voet van den grond,
+waarop vier van de inboorlingen staan konden, met twee of drie ladders
+om erop te gaan; van waaraf één, die een heer van gewicht scheen
+te wezen, een lange rede tegen mij hield, waar ik geen syllabe van
+verstond. Hier had ik nog moeten doen opmerken, dat die hoofdpersoon,
+vóór hij zijn rede begon, driemaal uitriep: Langro dehul san; (deze
+woorden en de vorige werden mij later herhaald en uitgelegd); waarop
+onmiddellijk omstreeks vijftig van de inwoners de koorden doorsneden,
+die de linkerzij van mijn hoofd vasthielden, en mij zoo de vrijheid
+gaven het naar rechts te draaien en de gestalte en het voorkomen
+te zien van den man, die spreken ging. Hij leek me van middelbaren
+leeftijd, en grooter dan de andere drie die bij hem waren; waarvan
+de een een page was, die zijn sleep ophield, en een beetje langer
+leek dan mijn middelvinger; de twee anderen stonden aan weerszijden
+van hem. Hij was uitstekend in de rol van een redenaar; en ik kon
+nagaan sommige volzinnen met bedreigingen en andere met beloften,
+medelijden en vriendelijkheid. Ik antwoordde in enkele woorden, maar
+op de onderdanigste manier, terwijl ik mijn linkerhand en allebei mijn
+oogen naar de zon ophief, alsof ik die tot getuige nam; en daar ik
+nagenoeg dood van den honger was, want ik had geen stuk gegeten sinds
+eenige uren voor ik van het schip ging, werd de natuur me zoo sterk,
+dat ik niet laten kon mijn ongeduld te toonen (misschien een beetje
+tegen de strenge regelen van welvoegelijkheid) door herhaaldelijk
+mijn vinger aan mijn mond te brengen, om te kennen te geven, dat
+ik eten noodig had. De Hurgo (want zoo noemen zij een groot heer,
+zooals ik later vernam) begreep me volkomen. Hij ging van de stellage
+af, en beval dat een aantal ladders tegen mijn zijden zouden gezet
+worden, waar toen meer dan honderd van de inwoners boven-op klommen,
+en naar mijn mond wandelden, allen beladen met manden vol vleesch,
+dat aangevoerd en verzonden was op bevel van den koning, zoodra die
+bericht omtrent mij ontvangen had. Ik merkte op, dat daar vleesch van
+allerlei dieren was, maar kon ze niet door mijn smaak herkennen. Er
+waren schouders, bouten en lendenstukken, gevormd als van schapen,
+en uitstekend toebereid, maar kleiner dan leeuweriks-vleugels. Ik at
+ze bij twee of drie in een mondvol, en nam drie brooden tegelijk,
+elk zoowat van de grootte van een musketkogel. Zij voorzagen mij
+zoo snel zij konden, en toonden duizend teekenen van verbazing
+en ontzetting over mijn omvang en mijn eetlust. Toen gaf ik hun te
+verstaan, dat ik drinken wou hebben. Aan mijn eten hadden zij gezien,
+dat een kleine hoeveelheid niet genoeg voor me was; en, daar ze een
+allervindingrijkst volk waren, heschen ze, met groote behendigheid,
+een van hun grootste okshoofden op, rolden dat naar mijn hand en
+sloegen er den boôm uit. Ik dronk het in één slok leeg, wat ook best
+kon, want het hield geen halve pint, en het smaakte als een licht
+Bourgondisch wijntje, maar veel lekkerder. Zij brachten me een tweede
+okshoofd, dat ik net zoo uitdronk, en vroeg toen om meer; maar meer
+hadden ze niet. Toen ik deze wonderen verricht had, schreeuwden zij
+van pleizier, en dansten op mijn borst, en riepen verscheiden malen,
+juist als zij in den beginne gedaan hadden, Hekinah degul. Zij
+vroegen mij met teekens de twee okshoofden naar beneden te gooien,
+maar vooraf waarschuwden zij het volk beneden uit den weg te gaan,
+door te roepen Borach mivolah; en toen zij de vaten in de lucht zagen,
+was er een algemeen geschreeuw van Hekinah degul. Ik moet zeggen,
+dat ik dikwijls in de verzoeking kwam, terwijl zij zoo vooruit en
+achteruit over mijn lichaam wandelden, veertig of vijftig, die het
+eerst onder mijn bereik kwamen, op te grijpen en tegen den grond te
+smijten. Maar de herinnering aan wat ik gevoeld had, wat waarschijnlijk
+nog niet het ergste was wat ze doen konden, en ook mijn woord van
+eer dat ik hun gegeven had--want als zoodanig beschouwde ik mijn
+onderdanige gedragingen--dreven deze voornemens weg. Bovendien achtte
+ik mij nu door de wetten der gastvrijheid verplicht aan dit volk, dat
+mij met zooveel kosten en pracht onthaald had. Ondertusschen kon ik
+mij in stilte niet genoeg verbazen over de stoutmoedigheid van deze
+stervelingen in miniatuur, die het durfden wagen op mijn lichaam te
+klimmen en er over heen te wandelen, terwijl een van mijn handen vrij
+was, en niet al beefden bij het enkele zien van zoo'n monsterachtig
+wezen, als ik toch voor hen moest zijn. Na eenigen tijd, toen zij
+zagen dat ik niet meer om eten vroeg, verscheen vóór me een heer van
+hoogen rang van wege Zijne Keizerlijke Majesteit. Zijne Excellentie
+kwam, nadat hij eerst op den enkel van mijn rechterbeen geklommen was,
+vooruit tot aan mijn gezicht, met zoowat een dozijn van zijn gevolg,
+en terwijl hij zijn geloofsbrieven voor den dag haalde, voorzien
+van het keizerlijk zegel, dat hij vlak bij mijn oogen hield, sprak
+hij nagenoeg tien minuten zonder een blijk van boosheid, maar met
+een soort van welbesloten vastberadenheid; daarbij wees hij telkens
+vooruit, zooals ik later merkte, naar de hoofdstad, een halve mijl
+daar vandaan, waarheen Zijne Majesteit in den raad besloten had dat ik
+vervoerd zou worden. Ik antwoordde met een paar woorden, zoo maar wat,
+en maakte een gebaar met de hand die los was, door daarmee eerst de
+andere aan te raken (maar over het hoofd van Zijne Excellentie heen,
+uit vrees dat ik hem of zijn gevolg bezeeren zou), en toen mijn eigen
+hoofd en lichaam, om daarmede te kennen te geven, dat ik nu vrij wou
+wezen. Het bleek dat hij me uitstekend begreep, want hij schudde zijn
+hoofd afkeurend en hield zijn hand zoo, alsof hij wou uitdrukken,
+dat ik als een gevangene moest vervoerd worden. Evenwel maakte hij
+ook andere gebaren, om me te doen begrijpen, dat ik eten en drinken
+genoeg zou krijgen en een heel goede behandeling. Toen dacht ik er nog
+eens aan te beproeven mijn banden te breken; maar onder den indruk
+van de pijn, die hun pijlen mijn gezicht en handen gedaan hadden,
+die heelemaal stuk waren, en waar een heeleboel pijlen nog in staken,
+en ook bemerkende, dat het aantal van mijn vijanden vermeerderde,
+gaf ik door teekens te kennen, dat zij alles met mij doen mochten
+wat zij wilden. Daarop vertrokken de Hurgo en zijn gevolg met veel
+beleefdheid en opgeruimde gezichten. Spoedig daarna hoorde ik een
+algemeen geschreeuw, met voortdurend herhalen van de woorden Peplom
+selan; en ik voelde groote hoopen volk aan mijn linkerzijde de koorden
+zooveel losmaken, dat ik in staat was mij naar rechts te draaien. Eerst
+evenwel hadden zij mijn gezicht en mijn handen bestreken met een
+soort van zalf, zeer aangenaam van geur, die, in een minuut of wat,
+al de pijn van hun pijlen wegnam. Deze omstandigheden, samen met de
+verfrissching die ik door hun eten en drinken, dat zeer voedzaam was,
+ondergaan had, maakte mij geneigd een beetje te gaan slapen. Ik sliep
+nagenoeg acht uur, zooals men mij later verzekerde; en dat was geen
+wonder, want de geneesheeren hadden, op bevel van den Keizer, een
+slaapdrank in de okshoofden wijn gemengd.
+
+Het schijnt, dat onmiddellijk nadat ik op den grond slapende ontdekt
+was, de Keizer door een bizonderen bode daar bericht van kreeg, en in
+den raad besloot dat ik zou gebonden worden op de wijze, die ik verteld
+heb (wat gedaan werd 's nachts, terwijl ik sliep); dat mij overvloed
+van eten en drinken zou gezonden worden, en een werktuig gereed gemaakt
+om mij te vervoeren naar de hoofdstad. Dit besluit zal misschien heel
+baldadig en roekeloos lijken, en ik ben wel zeker dat geen vorst in
+Europa het bij een soortgelijke gelegenheid zou navolgen. Toch was
+het, naar mijn meening, bij uitstek voorzichtig zoowel als edelaardig,
+want gesteld dat deze lieden getracht hadden mij in mijn slaap met hun
+speren en pijlen te dooden, dan zou ik zeker door het eerste gevoel van
+pijn ontwaakt zijn, wat mijn woede en kracht zóó had kunnen opwekken,
+dat ik de koorden, waarmee ik gebonden was, gebroken en hun, die mij
+niet weêrstaan konden, stellig geen genade geschonken had.
+
+Deze lieden zijn zeer uitstekende wiskunstenaars, en hebben een groote
+volkomenheid bereikt in het maken van werktuigen, daartoe opgewekt
+en aangemoedigd door den Keizer, die een beroemd beschermheer van
+wetenschappen is. Deze vorst heeft verscheiden werktuigen op wielen,
+voor het vervoer van boomen en andere groote gewichten. Dikwijls bouwt
+hij zijn grootste oorlogsschepen, waarvan sommige negen voet lang zijn,
+in de bosschen waar het timmerhout groeit, en laat ze dan vervoeren
+op die werktuigen, drie of vierhonderd el, naar zee. Vijfhonderd
+timmerlieden en werktuigkundigen werden onmiddellijk aan het werk gezet
+om het grootste werktuig dat zij hadden, in gereedheid te brengen. Dat
+was een houten gestel, drie duim van den grond, zoowat zeven voet lang
+en vier breed, dat zich voortbewoog op twee-en-twintig wielen. Het
+geschreeuw, dat ik hoorde, ging op bij de aankomst van dit werktuig,
+dat, naar het schijnt, vertrok vier uur na mijn landing. Het reed
+tot waar ik lag, naast me. Maar de grootste moeielijkheid was nu
+mij op te tillen en in dat voertuig te zetten. Tachtig palen, ieder
+van een voet hoog, werden daartoe opgericht, en zeer sterke touwen,
+van de dikte van pakgaren, met haken bevestigd aan een groot aantal
+banden, die de werklieden om mijn hals, handen, lijf en beenen hadden
+gewonden. Negenhonderd van de sterkste mannen werden gebruikt om die
+touwen op te trekken, die met een groot aantal katrollen aan de palen
+bevestigd waren; en zoo was ik in minder dan drie uur opgetild, in het
+voertuig geheschen en daar vastgebonden. Dit werd me later allemaal
+verteld; want gedurende die heele bewerking lag ik in een diepen
+slaap, tengevolge van het drinken van den slaapdrank, die in mijn wijn
+was. Vijftienhonderd van des Keizers grootste paarden, elk zoowat vier
+en een halven duim hoog, werden gebruikt om mij naar de hoofdstad te
+trekken, die, zooals ik al zei, een halve mijl verwijderd lag.
+
+Omstreeks vier uur nadat wij onze reis begonnen waren, werd ik wakker
+door een heel belachelijke gebeurtenis; terwijl het rijtuig nl. even
+stilhield, omdat er iets aan in orde moest gebracht worden, hadden twee
+of drie van de jonge inboorlingen de nieuwsgierigheid te willen zien
+hoe ik eruit zag als ik sliep; zij klommen daartoe op het voertuig, en
+toen ze heel zoetjes tot bij mijn gezicht waren gekomen, stak een van
+hen, een officier van de garde, het scherpe eind van zijn handspeer
+een goed end in mijn linker neusgat, wat mij een gevoel gaf of er
+met een strootje in mijn neus gekriebeld werd, en me heel erg aan 't
+niezen maakte; toen kropen zij onbemerkt weg, en het duurde drie weken,
+eer ik wist hoe het kwam, dat ik zoo in eens wakker geworden was. Het
+overige deel van dien dag maakten wij een langen marsch en hielden 's
+nachts stil, met vijfhonderd man keurbenden aan weerszijden van mij,
+de eene helft met toortsen en de andere met bogen en pijlen, gereed
+om mij dood te schieten als ik mij bewegen dorst. Den volgenden dag,
+met zonsopgang, zetten wij onzen tocht voort, en kwamen omstreeks den
+middag tot op twee honderd el afstand van de stadspoorten. De Keizer
+en zijn heele hof kwamen naar buiten om ons te ontmoeten, maar zijn
+hoofdofficieren wilden in geen geval toestaan, dat Zijne Majesteit
+zijn persoon in gevaar zou brengen door op mijn lichaam te klimmen.
+
+Op de plaats waar het rijtuig stilhield stond een oude tempel, die
+voor den grootsten in het heele koninkrijk gehouden werd, maar die,
+daar hij voor eenige jaren door een onnatuurlijken moord bevlekt was,
+door het volk, in zijn godsdienstijver, voor ontheiligd werd aangezien,
+en daarom voor onheilig gebruik bestemd en van al zijn versierselen en
+meubelen was ontdaan. In dit gebouw, was er bepaald, dat ik verblijf
+zou houden. De groote poort, staande naar het noorden, was ongeveer
+vier voet hoog en bijna twee voet breed, zoodat ik er lichtelijk door
+kon kruipen. Aan weerszijden van de poort was een klein venster,
+niet meer dan zes duim van den grond; door het linker brachten des
+konings smeden een-en-negentig kettingen binnen, zooals in Europa
+de dames aan hun horloges dragen en bijna even groot, die aan mijn
+linkerbeen werden vastgemaakt met zes-en-dertig hangsloten. Tegenover
+dien tempel, aan den anderen kant van den heerweg, op twintig voet
+afstand, was een toren van minstens vijf voet hoog. Dien besteeg
+de Keizer met de voornaamste heeren van het hof, om mij vandaar te
+kunnen zien, zooals mij later verteld werd, want ik zag hem niet. Men
+berekende dat meer dan honderdduizend inwoners uit de stad kwamen
+met hetzelfde doel, en in weerwil van mijn bewakers, geloof ik,
+dat er niet minder dan tienduizend achtereenvolgens geweest zijn,
+die met behulp van ladders mijn lichaam bestegen. Maar spoedig werd
+een proklamatie uitgevaardigd, waarbij dit op straffe des doods
+verboden werd. Toen de werklieden ervan overtuigd waren dat het
+mij onmogelijk was los te breken, sneden zij de koorden stuk, die
+mij bonden; waarop ik opstond, zoo melankoliek als ik ooit in mijn
+leven was geweest. Maar het geschreeuw en de verbazing van het volk,
+toen het me opstaan en loopen zag, zijn niet te zeggen. De ketenen,
+die mijn linkerbeen vasthielden, waren omstreeks twee el lang, en
+lieten mij niet enkel vrij om achter- en vooruit in een halven cirkel
+te wandelen, maar daar zij vier duim van de poort waren vastgemaakt,
+ook om naar binnen te kruipen en lang-uit te liggen in den tempel.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+ De Keizer van Lilliput, vergezeld van verscheidene edelen, brengt
+ den schrijver in zijn gevangenis een bezoek.--Beschrijving van
+ des Keizers persoon en kleeding.--Geleerden aangesteld om den
+ schrijver hun taal te leeren.--Hij raakt in gunst door zijn
+ zachtmoedigheid.--Zijn zakken worden onderzocht en zijn zwaard
+ en pistolen hem afgenomen.
+
+
+Toen ik mij weer op mijn voeten voelde staan, keek ik om me heen, en
+ik moet zeggen, dat ik nooit een aangenamer vergezicht gezien had. Het
+land in de rondte zag er uit als één eindelooze tuin, en de omheinde
+velden, die gemiddeld veertig voet in 't vierkant waren, leken even
+zooveel bloembedden. Deze velden werden afgewisseld door bosschen van
+een halve roede, en de hoogste boomen er in waren, voor zooveel ik
+kon berekenen, zeven voet hoog. Aan mijn linkerhand zag ik een stad,
+die eruit zag als een geschilderde dekoratief-stad in een schouwburg.
+
+De Keizer was al van den toren afgeklommen en kwam te paard naar me
+toe, wat hem bijna duur te staan was gekomen, want het dier, dat,
+hoewel uitstekend gedresseerd, niet was afgericht op het zien van
+een schepsel, dat wel een voor hem heenbewegende berg moest lijken,
+steigerde achteruit; maar de vorst, die een uitmuntend ruiter is,
+hield zich in 't zadel tot zijn gevolg kwam aanloopen en den teugel
+greep, terwijl Zijne Majesteit afsteeg. Toen hij was afgestapt nam hij
+me rondom op met groote verwondering, maar hij bleef op een afstand
+van iets meer dan de lengte van mijn keten. Hij gaf zijn koks en
+schenkers, die al gereed stonden, bevel mij voedsel en drank te
+geven, dat zij vooruitreden in een soort wagentjes op wielen, tot
+ik erbij kon. Ik nam die wagentjes en maakte ze al heel gauw leêg;
+twintig waren gevuld met vleesch en tien met drank; elk van de eerste
+hield twee of drie goede mondvollen in; en een hoeveelheid drank
+van tien vaten, die in aarden kruikjes bewaard werd, ledigde ik in
+een wagentje, en dronk dat in één slok uit; zoo deed ik met al den
+drank. De Keizerin en de jonge prinsen en prinsessen van den bloede,
+vergezeld door verscheiden dames, zaten op eenigen afstand in hun
+draagstoelen, maar zoodra dat geval met het paard van den Keizer
+gebeurde, stapten zij uit en kwamen naar hem toe. Deze Keizer is van
+een voorkomen als ik nu zal gaan beschrijven. Hij is hooger, haast
+een nagelbreedte, dan iemand van zijn hof, wat alleen al voldoende
+is om allen die hem zien eerbied in te boezemen. Zijn trekken zijn
+sterk en mannelijk, met een Oostenrijksche lip en een gewelfden neus;
+zijn gelaatstint olijfachtig, zijn houding flink recht, zijn lichaam
+en leden goed van evenredigheden, al zijn bewegingen bevallig, zijn
+optreden vorstelijk. Hij was toen van middelbaren leeftijd, daar hij
+acht-en-twintig en drie kwart jaar oud was, waarvan hij ongeveer zeven
+voorspoedig geregeerd had, en haast altijd zegevierend. Om hem meer
+op mijn gemak te bekijken, lag ik op mijn zij, zoodat mijn gezicht
+evenwijdig aan het zijne was, en hij stond maar drie el van me af;
+bovendien heb ik hem later meermalen in mijn hand gehad, zoodat
+ik mij in mijn beschrijving niet vergissen kan. Zijn kleeding was
+zeer eenvoudig en zonder versierselen, en hield het midden tusschen
+de Aziatische en de Europeesche; maar op zijn hoofd had hij een
+lichten helm van goud, getooid met juweelen, en een pluim op den
+kam. Hij hield zijn bloot zwaard in de hand om zich te verdedigen
+als ik los mocht breken; het was bijna drie duim lang, het gevest
+en de scheê waren van goud met diamanten bepronkt. Zijn stem was
+schel, maar zeer helder en verstaanbaar, en ik kon haar duidelijk
+hooren als ik rechtop stond. De dames en hovelingen waren allen
+allerprachtigst gekleed, zoodat de plaats waar zij stonden wel een
+vrouwerok geleek, geborduurd met gouden en zilveren figuurwerk, op den
+grond uitgespreid. Zijn Keizerlijke Majesteit sprak dikwijls tot mij
+en ik gaf ook antwoord, maar geen van tweeën konden wij een syllabe
+verstaan. Er waren verscheidene van hun priesters en rechtsgeleerden
+(want daar hield ik ze voor naar hun kleeding) tegenwoordig, wien
+bevolen werd mij aan te spreken, en ik sprak tot hen in al de talen,
+waar ik maar het minste mondje van machtig was, namelijk Hoog- en
+Laag-Duitsch, Latijn, Fransch, Spaansch, Italiaansch, en Lingua Franca,
+maar alles zonder gevolg. Na twee uur ongeveer verwijderde zich het
+hof, en ik bleef achter met een sterke wacht om de brutaalheid en
+waarschijnlijk ook de kwaadwilligheid te verhinderen van het gepeupel,
+dat ongeduldig drong om mij te zien van zoo nabij als het durfde,
+en waarvan eenigen zelfs de onbeschaamheid hadden, terwijl ik op den
+grond zat voor de deur van mijn huis, hun pijlen op mij af te schieten,
+waarvan het niet veel scheelde of een had mijn linkeroog geraakt. Maar
+de kolonel beval dat zes van de belhamels zouden gevat worden, en
+oordeelde dat geen straf zoo geschikt was als hen gebonden in mijn
+handen over te leveren, wat sommigen van zijn soldaten dan ook deden,
+door hen met de achtereinden van hun speren tot binnen mijn bereik
+te duwen. Ik nam ze allen in mijn rechterhand, stak er vijf in mijn
+jaszak, en toen, tegen den zesde trok ik een gezicht of ik hem levend
+wou opeten. De arme man schreeuwde verschrikkelijk, en de kolonel en
+zijn officieren zaten er erg meê in, vooral toen ze mij mijn pennemes
+zagen uithalen; maar ik hielp hen gauw uit de bangigheid, want terwijl
+ik weer vriendelijk ging kijken, en dadelijk de koorden doorsneed,
+waarmee hij gebonden was, zette ik hem zoetjes op den grond, en weg
+was hij. Ik behandelde de rest net zoo, terwijl ik ze één voor één
+uit mijn zak haalde, en ik merkte dat èn de soldaten èn het volk
+hoogelijk waren ingenomen met dat blijk van mijn lankmoedigheid,
+wat ook aan het hof erg in mijn voordeel werd voorgesteld.
+
+Tegen den nacht geraakte ik met eenige moeite weer in mijn huis,
+waar ik op den grond lag, en hield dat vol ongeveer veertien dagen,
+in welken tijd de keizer bevolen had dat een bed voor mij gereed
+moest zijn. Zeshonderd bedden van de gewone afmetingen werden in
+voertuigen aangebracht en mijn huis binnengewerkt; honderd vijftig
+van hun bedden aan elkaar genaaid vulden de lengte en breedte, en
+de dikte was van vier bedden, wat evenwel nog maar tamelijk weinig
+gaf tegen de hardheid van den vloer, die van effen steen was. Naar
+dezelfde berekening voorzagen ze mij van lakens, dekens en spreien,
+tamelijk voldoende voor iemand, als ik, die zoolang aan ontberingen
+was gewoon geweest.
+
+Toen het nieuws van mijn aankomst door het koninkrijk werd verspreid,
+kwamen er ongelooflijke aantallen rijke, luie en nieuwsgierige
+menschen om me te zien, zoodat de dorpen bijna leeg waren; en een
+groote verwaarloozing van bedrijf en huishoudelijke zaken zou daarvan
+het gevolg geweest zijn, als Zijne Keizerlijke Majesteit niet, door
+verscheidene proklamaties en bevelschriften, in dien onhoudbaren
+toestand had voorzien. Hij beval dat zij die mij al gezien hadden,
+naar huis terug zouden keeren, en het niet wagen binnen vijftig
+el van mijn huis te komen zonder vergunning van het hof; wat den
+staats-secretarissen belangrijke voordeelen verzekerde.
+
+Intusschen belegde de Keizer gedurig zijn raad, om te bespreken wat
+er met mij gedaan zou worden; en mij werd later verzekerd door een
+bizonderen vriend van mij, een persoon van hoogen rang, die geacht
+werd in 't geheim te zijn zoo goed als de beste, dat het hof zich in
+groote ongelegenheid bevond en niet wist wat het met me moest doen. Zij
+vreesden dat ik zou losbreken; dat mijn onderhoud erg kostbaar zou
+wezen, dat het een hongersnood zou veroorzaken. Nu eens besloten ze mij
+te laten doodhongeren, of voor 't minst, mij met vergiftigde pijlen in
+gezicht en handen te schieten, die mij gauw uit den weg zouden helpen,
+maar dan weer bedachten zij dat de rotting van zoo'n groot lijk een
+pest in de hoofdstad zou aansteken, en waarschijnlijk het geheele rijk
+vergiftigen. Te midden van deze beraadslagingen kwamen verscheidene
+officieren van het leger aan de deur van de groote raadskamer, en
+toen twee van hen waren toegelaten, gaven die een verslag van mijn
+boven beschreven manier van handelen met de zes misdadigers, dat
+zoo'n gunstigen indruk maakte op Zijne Majesteit, en den geheelen
+raad zoo gunstig voor mij stemde, dat een keizerlijke commissie
+werd saamgesteld die al de dorpen negenhonderd el in omtrek rondom
+de hoofdstad verplichten moest, iederen morgen zes ossen, veertig
+schapen, en andere levensmiddelen voor mijn onderhoud te leveren;
+gezamenlijk met een daaraan evenredige hoeveelheid brood en wijn en
+andere dranken; wat alles naar behooren door Zijne Majesteit betaald
+zou worden in schuldbrieven op zijn schatkist:--want deze vorst leeft
+hoofdzakelijk van zijn eigen domeinen, en heft zelden, dan alleen bij
+groote gelegenheden, eenige belasting van zijn onderdanen, die alleen
+verplicht zijn hem in zijn oorlogen op eigen kosten te volgen. Er
+werden ook zeshonderd personen tot mijn bedienden aangesteld, die
+kost en loon kregen voor hun onderhoud, en voor wie tenten gebouwd
+werden, heel geriefelijk aan weerszijden van mijn deur. Ook werd
+bepaald dat driehonderd kleermakers mij een pak kleeren zouden
+maken, naar lands-fatsoen; dat zes van Zijner Majesteits grootste
+geleerden zouden worden benoemd om mij in hun taal te onderwijzen,
+en ten laatste, dat des Keizers paarden, en die van den adel en de
+gardetroepen, gedurig in mijn nabijheid zouden geoefend worden om aan
+mij gewend te raken. Al die bevelen werden naar behooren uitgevoerd;
+en in nagenoeg drie weken maakte ik groote vorderingen in 't leeren
+van hun taal; gedurende welken tijd de Keizer mij herhaaldelijk met
+zijn bezoeken vereerde en er behagen in vond mijn meesters te helpen
+in hun onderricht. Wij begonnen al eenigszins samen te praten, en
+de eerste woorden die ik leerde waren om mijn wensch uit te drukken,
+dat hij mij mijn vrijheid mocht weergeven; dien ik elken dag op mijn
+knieën herhaalde. Zijn antwoord was, zooals ik wel gevreesd had, dat
+dit een zaak van tijd was, en dat hij er niet aan denken kon zonder
+zijn raad te hooren, en dat ik eerst moest lumos kelmin pesso desmar
+lon emposo, dat is: zweren met hem en zijn rijk vrede te houden. Dat
+ik evenwel met alle goedheid zou behandeld worden. En hij raadde mij,
+door geduld en een passend gedrag de goede gezindheid van hemzelf en
+zijn onderdanen te verwerven. Hij vroeg of ik het niet kwalijk zou
+nemen, als hij sommigen geschikten beambten last gaf mij te doorzoeken,
+want 't zou kunnen zijn dat ik verscheidene wapenen bij mij droeg,
+die stellig heel gevaarlijk moesten zijn, als ze overeenkwamen met den
+omvang van zoo'n ontzaglijk persoon. Ik zeide dat aan Zijner Majesteits
+wensch zou voldaan worden, want dat ik bereid was mij heelemaal uit te
+kleeden en mijn zakken voor hem om te keeren. Ik bracht er dat uit,
+half in gebaren, half in woorden. Hij antwoordde, dat ik volgens de
+wetten van het rijk onderzocht moest worden door twee beambten; dat hij
+wist dat dit niet gebeuren kon zonder mijn toestemming en hulp: dat
+hij zoo een goeden dunk had van mijn edelmoedigheid en billijkheid,
+dat hij hunne personen in mijn handen vertrouwde; dat al wat ze
+mij afnamen, mij zou worden teruggegeven als ik het land verliet,
+of betaald met den prijs, dien ik zelf ervoor vragen zou. Ik nam toen
+de twee beambten in mijn handen, stak ze eerst in mijn jaszakken, en
+daarna in iederen zak, dien ik aan me had, behalve in mijn twee kleine
+zakjes in den band van mijn broek, en een ander geheim zakje, dat ik
+liever niet wou laten doorsnuffelen, omdat ik er kleine benoodigdheden
+in had, die voor niemand dan mezelf van belang waren. In een van mijn
+broekband-zakjes was een zilveren horloge, in het andere een kleine
+hoeveelheid goud in een beurs. Deze heeren, die pen, inkt en papier bij
+zich hadden, maakten een nauwkeurigen inventaris van al wat zij zagen;
+en toen ze klaar waren, vroegen zij mij hen op den grond te zetten,
+opdat ze hem aan den Keizer konden overhandigen. Dien inventaris
+vertaalde ik later in 't Engelsch; hij is woordelijk als volgt:
+
+"Imprimis. In den rechter jaszak van den grooten man-berg, (want
+zoo vertaal ik de woorden quinbus flestrin) vonden wij, na het
+nauwkeurigste onderzoek, niets dan een groot stuk ruwe lap, groot
+genoeg voor vloerkleed in Uwer Majesteits grootste statievertrek. In
+den linkerzak zagen wij een zware zilveren kist, met een deksel van
+hetzelfde metaal, dat wij niet in staat waren op te lichten. Wij
+zeiden hem, die kist te openen, en een van ons bevond zich, toen hij
+er in stapte, tot de knie in een soort van stof, waarvan een gedeelte,
+dat ons in 't gezicht vloog, ons een keer of wat achter elkaar niezen
+deed. In zijn rechter vestjeszak vonden we een ontzaglijken bundel
+witte dunne stof, over elkaar gevouwen, van omstreeks den omvang
+van drie mannen, met een sterken kabel saamgebonden, en beteekend
+met zwarte figuren, waarvan wij onderdaniglijk vermoeden dat ze
+geschriften zijn, iedere letter bijna half zoo groot als onze
+handpalm. In den linkerzak was een soort werktuig, met een rug,
+waarvan twintig lange palen uitstaken, gelijkende op de palissaden
+voor Uwer Majesteits paleis; waarmee wij vermoeden dat de man-berg
+zijn hoofd kamt; want wij hebben hem niet telkens geplaagd met vragen,
+omdat wij het zoo moeielijk vonden ons door hem te doen verstaan. In
+zijn grooten zak, aan den rechterkant van zijn midden-bedeksel (zoo
+vertaalde ik het woord ranfu-lo, waarmee ze mijn broek bedoelden)
+zagen we een hollen pijler, van ijzer, van de lengte ongeveer van een
+man; en aan een zij van den pijler staken groote stukken ijzer uit,
+in vreemde figuren gesneden, waarvan we niet wisten wat we ervan
+moesten maken. In den linkerzak nog zoo'n werktuig. In den kleineren
+zak, rechts, waren verscheidene ronde, platte stukken wit en rood
+metaal van verschillende grootte; sommige witte, die wel zilver leken,
+waren zoo groot en zwaar, dat mijn makker en ik ze nauwelijks konden
+optillen. In den linkerzak waren twee onregelmatig gevormde pilaren:
+staande op den bodem van zijn zak konden wij niet zonder moeite
+den top ervan aanraken. Een ervan was dicht en leek uit één stuk;
+maar boven aan den anderen scheen een wit rond voorwerp uit, van
+zoowat tweemaal de grootte van ons hoofd. In elk van deze was een
+ontzaglijke stalen plaat bevat, die wij hem bevalen ons te laten zien,
+omdat wij vreesden dat het gevaarlijke werktuigen zijn zouden. Hij
+nam ze uit hun scheden en vertelde ons, dat hij in zijn land gewoon
+was, met de eene zijn baard te scheren en met de andere zijn vleesch
+te snijden. Er waren twee zakken waar we niet in konden, die noemde
+hij zijn broekband-zakjes; dit waren twee groote insnijdsels in den
+top van zijn middenbekleedsel, maar dichtgesloten door de drukking van
+zijn buik. Uit het rechter zakje hing een groote zilveren ketting, met,
+aan het eind, een wonderlijk soort werktuig. We zeiden hem, dat wat aan
+'t eind van dien ketting was eruit te halen, en dit bleek een bol te
+zijn, half van zilver en half van 't een of ander doorschijnend metaal;
+want op de doorschijnende zij zagen we in de rondte een soort vreemde
+figuren, en dachten, dat wij die konden aanraken; maar bevonden,
+dat onze vingers werden tegengehouden door een soort doorschijnende
+zelfstandigheid. Hij hield dit werktuig aan onze ooren, en dit maakte
+een aanhoudend gedruisch als een watermolen: en wij gelooven dat het
+òf een onbekend soort beest òf de god van den man-berg is; schoon we
+meer het laatste geneigd zijn te gelooven, want hij verzekerde ons,
+(als we hem wel verstonden, want hij drukte zich heel gebrekkig uit)
+dat hij zelden iets deed zonder het te raadplegen. Hij noemde het
+zijn orakel, en zei dat het den tijd voor elke daad van zijn leven
+aanwees. Uit het linker zakje nam hij een net, bijna groot genoeg
+voor een visscher, maar zoo ingericht, dat het open en dicht kon als
+een beurs, en dat hij daar ook voor gebruikte: daarin vonden wij een
+aantal zware stukken van geel metaal, die als ze wezenlijk goud zijn,
+onmetelijk veel waard moeten wezen.
+
+"Toen wij aldus, gehoorzaam aan de bevelen van Uwe Majesteit, al zijn
+zakken hadden doorzocht, bespeurden wij om zijn middel een gordel,
+gesneden uit de huid van een of ander ontzaglijk gedrocht, waar, aan
+de linkerzijde, een zwaard van de lengte van vijf mannen in hing; en
+rechts een zak of tasch in twee cellen verdeeld, waarvan ieder twee
+of drie van Uwer Majesteits onderdanen kon inhouden. In een van die
+cellen waren verscheiden ballen of kogels, van een verbazend zwaar
+metaal, zoowat zoo groot als onze hoofden, en men moest een sterke
+kerel zijn om het op te tillen, de andere cel bevatte een hoop zwarte
+korrels, maar van geen grooten omvang of zwaarte, want wij konden
+meer dan vijftig in onze handpalm houden. Dit is een nauwkeurige
+inventaris van wat we vonden op het lichaam van den man-berg, die
+ons behandelde met groote beleefdheid en met den eerbied, aan Uwer
+Majesteits commissie verschuldigd.
+
+"Geteekend en van ons zegel voorzien den vierden dag van de
+negen-en-tachtigste maan van Uwer Majesteits heilrijke regeering.
+
+
+ "CLEFSEN FRELOCK, MARSI FRELOCK".
+
+
+Toen deze inventaris den Keizer was voorgelezen, beval hij mij,
+ofschoon in de minzaamste termen, die verschillende voorwerpen af te
+geven. Eerst vroeg hij om mijn sabel, die ik voor den dag haalde met
+scheê en al. Ondertusschen beval hij drieduizend man keurbenden (die
+hem toen vergezelden), mij te omringen op een afstand, met hun pijlen
+en bogen, gereed om af te schieten, maar ik lette daar niet op, want
+mijn oogen waren alleen op den Keizer gevestigd. Hij beval mij toen
+de sabel te trekken, die, ofschoon zij een beetje geroest was door
+het zeewater, toch nog voor 't grootste deel geweldig schitterde. Ik
+deed het en onmiddellijk gaven al de troepen een schreeuw evenzeer
+van schrik als van verrassing, want de zon scheen helder en de
+weerkaatsing verblindde hun oogen, toen ik de sabel heen en weer
+wuifde in mijn hand. Zijne Majesteit, die een uiterst moedig vorst
+was, was minder ontsteld dan ik verwachten kon; hij beval mij haar
+weer in de schede te steken en zoo zacht ik kon haar op den grond
+te werpen, tot ongeveer zes voet van 't eind van mijn keten. Het
+volgende voorwerp dat hij vroeg was een van de holle ijzeren pilaren,
+waarmee hij mijn zakpistool bedoelde. Ik haalde het uit en verklaarde
+hem, op zijn verlangen, zoo goed ik kon, het gebruik ervan; daarna
+laadde ik het alleen met kruit, dat, door de dichtheid van mijn
+tasch, toevallig niet nat was geworden van 't zeewater (een ongemak,
+waartegen alle voorzichtige zeevaarders zich met zorg voorzien), en
+nadat ik eerst den Keizer gewaarschuwd had niet te schrikken, schoot
+ik het af in de lucht. De ontsteltenis hierover was veel grooter
+dan die bij het zien van mijn sabel. Honderden vielen neer alsof ze
+waren doodgeslagen; en zelfs de Keizer, schoon hij zich goed hield,
+kon toch de eerste oogenblikken niet tot zichzelf komen. Ik gaf mijn
+beide pistolen op dezelfde wijs over als ik de sabel gedaan had, en
+toen kruitzak en kogels; terwijl ik verzocht dat de eerste van het
+vuur zou worden verwijderd gehouden, want dat hij van de kleinste vonk
+zou vlam vatten en het keizerlijk paleis doen in de lucht vliegen. Ik
+gaf ook mijn horloge af, dat de Keizer heel benieuwd was te zien,
+en dat hij twee van zijn grootste garde-soldaten beval aan een paal
+op hun schouders te dragen, zooals brouwersknechten in Engeland een
+vat bier doen. Hij was verbaasd over het onophoudelijk lawaai dat het
+maakte, en over de beweging van den minuutwijzer, dien hij gemakkelijk
+onderscheiden kon; want hun gezicht is veel scherper dan het onze, en
+vroeg de meeningen van zijn geleerden erover, die, zooals de lezer wel
+gelooven zal zonder dat ik ze opnoem, erg verscheiden en vaag waren;
+bovendien kon ik ze niet heel goed verstaan. Toen gaf ik mijn zilver-
+en kopergeld af; mijn beurs met negen groote stukken goud en een paar
+kleinere; mijn zak- en scheermes, mijn kam en zilveren snuifdoos,
+mijn zakdoek, en mijn dagboek. Mijn sabel, pistolen en kruitzak
+werden in karren naar de magazijnen van Zijne Majesteit gebracht;
+maar de rest van mijn goederen werd mij teruggegeven.
+
+Ik had, zooals ik vroeger deed opmerken, een geheim zakje, dat ze niet
+vonden; daar had ik in: een bril (die ik soms gebruik, omdat ik zwakke
+oogen heb), een zak-teleskoop, en verscheidene andere kleinigheden;
+die ik, omdat zij voor den Keizer van geen belang waren, mij niet
+verplicht rekende, aan te wijzen, en die ik ook vreesde dat verloren
+of bedorven zouden worden als ik ze uit mijn handen gaf.
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+ De schrijver vermaakt den Keizer en den adel van beiderlei geslacht
+ op een zeer ongewone manier.--Beschrijving van de vermaken aan
+ het hof van Lilliput.--De schrijver verkrijgt zijn vrijheid op
+ zekere voorwaarden.
+
+
+Mijn zachtzinnigheid en goed gedrag hadden zulk een goeden indruk
+op den Keizer en zijn hof, ja ik mag wel zeggen op het leger en het
+volk in het algemeen gemaakt, dat ik de hoop ging koesteren binnenkort
+in vrijheid te worden gesteld. Ik deed al wat ik kon om die gunstige
+gezindheid te doen toenemen. De inboorlingen begonnen langzamerhand
+minder gevaar van mij te duchten. Soms ging ik op den grond liggen,
+en liet vijf of zes van hen dansen op mijn hand; en eindelijk waagden
+de jongens en meisjes het zelfs in mijn haar verstoppertje te gaan
+spelen. Ik was nu ook al vrij ver in het verstaan en spreken van hun
+taal. De Keizer kreeg het eens op een dag in den zin mij te vermaken
+met een paar nationale spelen, waarin ze alle volken, die ik ken,
+overtreffen door pracht en behendigheid. Geen spel vermaakte me zoo
+als dat van de koorddansers, dat werd uitgevoerd op een dunnen witten
+draad, ongeveer twee voet twaalf duim boven den grond gespannen. Als
+de lezer geduld heeft zal ik daar een beetje over uitweiden.
+
+Deze vermakelijkheid wordt alleen uitgevoerd door zulke personen,
+als belust zijn op hofgunst en voorname betrekkingen. Ze worden
+in die kunst geoefend van hun jeugd aan en zijn niet noodzakelijk
+van adel of goede opvoeding. Als een groote betrekking openkomt,
+door dood of ongenade (wat dikwijls gebeurt), verzoeken vijf of zes
+kandidaten Zijne Majesteit en het hof te mogen vermaken met een dans
+op de koord; en wie het hoogst springt zonder te vallen, krijgt de
+betrekking. Heel dikwijls moeten zelfs de eerste ministers hun kunst
+toonen, om den Keizer te overtuigen dat ze nog even knap als vroeger
+zijn. Van Flimnap, den minister van financiën, is het bekend dat
+hij een sprong maakt op de gespannen koord, van minstens een duim
+hooger dan iemand anders in het heele rijk. Ik heb hem verscheidene
+malen achter elkaar kopje-over zien doen op een bordje bevestigd
+op een koord, niet dikker dan gewoon Engelsch pakgaren. Mijn vriend
+Reldresal, eerste geheimschrijver, is, naar mijn meening, als ik niet
+partijdig ben, de tweede na den minister van finantiën; de overige
+grootwaardigheidsbekleeders zijn tamelijk wel van dezelfde kracht.
+
+Deze vermakelijkheden loopen dikwijls niet af zonder noodlottige
+ongevallen, waarvan heel wat voorbeelden verteld worden. Ik zelf heb
+twee of drie kandidaten een arm of been zien breken, maar het grootst
+is het gevaar, als den ministers zelf gelast wordt hun behendigheid
+te toonen; want door hun angst om zichzelf en hun mededingers te
+overtreffen, spannen zij zich zóó in, dat nauwelijks één onder hen
+niet één keer en verscheidene twee of drie keer gevallen zijn. Men
+verzekerde mij dat een jaar of twee voor mijn aankomst, Flimnap
+ontwijfelbaar zijn nek zou hebben gebroken als niet een van de
+keizerlijke kussens, dat toevallig op den grond lag, de kracht van
+zijn val had verzwakt.
+
+Er is nog een vermakelijkheid, die alleen vertoond wordt voor den
+Keizer en de Keizerin, en den eersten minister, bij bijzondere
+gelegenheden. De Keizer legt op een tafel drie fijne zijden draden
+van zes duim lang; het eerste is blauw, het andere rood, het derde
+groen. Deze draden zijn bestemd tot prijzen voor die personen, die de
+Keizer lust heeft door een bijzonder gunstbewijs te onderscheiden. De
+plechtigheid wordt volvoerd in Zijner Majesteits groote statiezaal,
+waar de kandidaten een proef van hun behendigheid moeten afleggen
+heel verschillend van de vorige, en eigenlijk zóó een, als ik nooit in
+eenig ander land, van de oude of de nieuwe wereld, heb waargenomen. De
+Keizer houdt een stok in zijn hand, met beide einden evenwijdig aan
+den horizon, terwijl de kandidaten, één voor één aanloopende, soms
+over den stok heenspringen, soms er onder door kruipen, achteruit
+en vooruit, verscheiden malen, naar de stok vooruit of naar beneden
+gehouden wordt. Soms houdt de Keizer een eind van den stok en de eerste
+minister het andere; soms houdt de minister hem geheel alleen. Wie zijn
+rol nu het vlugst speelt en het langst aan den gang kan blijven met
+springen en kruipen, die wordt beloond met het blauw zijden lintje;
+het roode is voor den volgende, en het groene voor den derde, en
+allen dragen het als een gordel tweemaal om het middel gewonden;
+ook ziet men in de buurt van het hof weinig personen van beteekenis,
+die niet met een van die gordels zijn getooid.
+
+De paarden van het leger en die uit de keizerlijke stallen waren, nu
+ze een tijdlang dagelijks langs mij waren geleid, niet schuw meer,
+maar plachten tot vlak voor mijn voeten te komen, zonder schichtig
+te worden. De ruiters lieten hen over mijn hand springen, die ik
+plat op den grond hield; en een van de keizerlijke jagers, op een
+grooten harddraver, nam mijn voet met schoen en al, wat eigenlijk een
+ontzaglijke sprong was. Ik had het geluk den Keizer op een keer op een
+heel buitengewone manier te vermaken. Ik verzocht hem bevel te geven
+dat mij een aantal stokken van twee voet hoog, en de dikte van een
+gewonen wandelstok, zouden gebracht worden; waarop Zijne Majesteit den
+intendant van de bosschen beval maatregelen daarvoor te nemen; en den
+volgenden morgen kwamen zes houthakkers aan met evenveel voertuigen,
+elk getrokken door acht paarden. Ik nam negen van deze stokken, plantte
+die fiksch in den grond in een vierkant van twee en een halven voet,
+en nam toen vier andere stokken, die ik in een vlak, evenwijdig aan
+elkaar, aan de hoeken vastbond, zoowat twee voet boven den grond;
+toen bevestigde ik mijn zakdoek aan de negen stokken, die rechtop
+stonden, en spande hem naar alle kanten uit, totdat hij zoo strak
+was als een trommelvlies; en de vier evenwijdige stokken, die zoowat
+vijf duim hooger waren dan de zakdoek, dienden aan elken kant als
+leuning. Toen mijn werk af was, vroeg ik den Keizer een troep van zijn
+beste paardevolk, vier-en-twintig in getal, op deze vlakte te laten
+exerceeren. Zijne Majesteit keurde dat voorstel goed en ik nam ze op,
+een voor een in mijn handen, gelaarsd en gespoord, met de bijbehoorende
+officieren om ze te kommandeeren. Zoodra ze waren opgesteld verdeelden
+zij zich in twee partijen, voerden spiegelgevechten uit, schoten stompe
+pijlen af, trokken hunne zwaarden, vloden en vervolgden, vielen aan en
+trokken terug, in 't kort openbaarden een militaire bedrevenheid zoo
+groot als ik ze ooit had gezien. De evenwijdige stokken beveiligden
+hen en hun paarden voor afvallen van de stellage; en de Keizer was er
+zoo mee in zijn schik, dat hij verscheiden dagen de vermakelijkheid
+opnieuw liet geven, en het hem eens zelfs behaagde erop te worden
+getild en zelf het bevel te voeren; en met groote moeite overreedde
+hij zelfs de Keizerin zich door mij in haar gesloten draagstoel binnen
+twee el van de stellage te laten houden, vanwaar zij een goed gezicht
+had op de heele uitvoering. Tot mijn geluk gebeurde er geen ongeluk
+tijdens die spelen; alleen geviel het een keer, dat een vurig paard
+van een van de kapiteins met zijn hoef een gat in mijn zakdoek sloeg,
+en toen zijn voet erdoor gleed, met ruiter en al over den kop ging;
+maar ik tilde ze onmiddellijk allebei op, en terwijl ik het gat
+met een hand dicht hield, zette ik den troep met de andere eraf, op
+dezelfde manier als ik ze erop getild had. Het paard dat gevallen was,
+had zijn rechter schouder ontwricht, maar de ruiter had geen letsel;
+en mijn zakdoek herstelde ik zoo goed als ik kon; evenwel wou ik zijn
+sterkte niet meer beproeven in zulke gevaarlijke ondernemingen.
+
+Zoowat twee of drie dagen vóór ik in vrijheid werd gesteld, terwijl
+ik het hof met dit soort grappen vermaakte, kwam er een ijlbode Zijne
+Majesteit mededeelen, dat eenige van zijn onderdanen, rijdende dicht
+bij de plaats waar ik het eerst gevonden was, een groot zwart voorwerp
+op den grond hadden zien liggen, dat er heel vreemd uitzag, met randen
+rondom uitgestrekt, zoo groot als Zijner Majesteits slaapkamer en in
+'t midden opstijgende tot manshoogte; dat het geen levend wezen was,
+zooals zij eerst gevreesd hadden, want dat het op het gras lag,
+bewegingloos, en dat eenigen van hen er een keer of wat omheen
+waren gewandeld; dat ze door op elkaars schouders te gaan staan,
+op den top waren geklauterd, die vlak en effen was, en door erop
+te stampen, bespeurd hadden dat het van binnen hol moest zijn; dat
+zij onderdaniglijk meenden dat het iets zijn mocht dat den man-berg
+behoorde; en dat, als het Zijne Majesteit behaagde, zij het met niet
+meer dan vijf paarden naar de hoofdstad vervoeren zouden. Ik begreep
+dadelijk wat zij bedoelden en was van harte blij met dit bericht. Het
+schijnt, dat ik in 't eerst, toen ik pas na de schipbreuk de kust
+bereikte, en vóór ik nog kwam aan de plaats waar ik slapen ging,
+te verward was om te merken dat mijn hoed, dien ik met een koord om
+mijn hoofd had vastgemaakt terwijl ik roeide, en die al den tijd dat
+ik zwom erop gebleven was, afviel vlak nadat ik aan land kwam; zeker
+doordat door een of ander toeval de koord brak; terwijl ik het niet
+merkte, maar dacht dat ik mijn hoed op zee verloren had. Ik verzocht
+zijne Keizerlijke Majesteit, wien ik uitlegde wat het voorwerp was en
+waartoe ik het noodig had, orders te geven, zoodat het mij zoo gauw
+mogelijk zou gebracht worden; en den volgenden dag kwamen de voerlui
+er mee aan, maar niet in heel goeden toestand; zij hadden namelijk
+twee gaten in den rand geboord, anderhalven duim van den kant af,
+en in die twee gaten twee haken geslagen; die haken waren met een
+lang touw aan het tuig bevestigd, en zoo was mijn hoed meer dan een
+halve Engelsche mijl voortgesleept; maar daar de grond in dat land
+bijzonder glad en effen is, had hij minder geleden dan ik verwachtte.
+
+Twee dagen na die gebeurtenis kreeg de Keizer, die juist bevolen had
+dat het deel van zijn leger dat in en bij de hoofdstad in kwartier
+lag, zich gereed moest houden, een bijzonder vreemde aardigheid in 't
+hoofd. Hij wenschte dat ik zou gaan staan als een Kolossus, met mijn
+beenen zoover van elkaar als ik zonder hinder doen kon. Toen beval hij
+zijn generaal, (die een oud ervaren aanvoerder en een groot beschermer
+van mij was) de troepen op te stellen en in gesloten gelederen onder
+mij door te laten trekken; het voetvolk in rangen van vier-en-twintig
+en het paardevolk van zestig, met slaande trommen, vliegende vaandels
+en gevelde lansen. Dit leger bestond uit drieduizend man voetvolk en
+duizend paarden.
+
+Ik had zooveel rekwesten en memories voor mijn vrijheid ingezonden,
+dat Zijne Majesteit de zaak eindelijk ter sprake bracht, eerst in den
+ministerraad, daarna in de voltallige raadsvergadering; waar niemand
+er tegen was dan Skyresh Bolgolam, die zonder eenige aanleiding er
+behagen in vond mijn doodsvijand te zijn; maar de heele raad haalde
+het voorstel tegen zijn zin erdoor, en de Keizer bevestigde het. Die
+minister was galbet, of admiraal van het rijk; hij genoot zeer het
+vertrouwen van zijn meester, en was zeer ervaren in staatszaken, maar
+van een zwartgallige en vinnige natuur. Op 't laatst echter liet hij
+zich overhalen toe te geven; maar behield zich voor zelf de artikelen
+en voorwaarden op te stellen, waarop ik zou worden vrijgesteld
+en die ik bezweren moest. Deze artikelen werden mij gebracht door
+Skyresh Bolgolam in persoon, vergezeld door twee onder-secretarissen
+en verscheidene personen van rang. Nadat zij waren voorgelezen, werd
+mij gevraagd of ik wou zweren ze na te komen; eerst naar de wijze van
+mijn eigen land en daarna naar de bij hun wetten voorgeschrevene;
+die daarin bestond dat men den rechtervoet in de linkerhand hield,
+den middelvinger van de rechterhand op de kruin van het hoofd, en den
+duim op de lel van het rechteroor plaatste. Omdat de lezer misschien
+gaarne eenig denkbeeld wil krijgen van den stijl en de bijzondere
+wijze van zich uit te drukken van dit volk, en ook misschien wel de
+artikelen weten wil waarop ik mijn vrijheid terugkreeg, heb ik een
+vertaling van het heele dokument gemaakt, zooveel mogelijk woordelijk,
+die ik het publiek hierbij aanbied.
+
+"Golbasto Momarem Evlame Gurdilo Shefin Mully Ully Gue, de zeer
+machtige Keizer van Lilliput, de verrukking en de schrik van het
+heelal, wiens gebied zich uitstrekt vijfduizend blustrugs (zoowat
+twaalf mijl in omtrek) tot aan het einde van den aardbol; de vorst der
+vorsten, grooter dan de zonen der menschen; wiens voeten neerdrukken
+tot het middelpunt der aarde, wiens hoofd stoot tegen de zon, die het
+hoofd schudt en de knieën knikken van koningen, de aangename als lente,
+de heerlijke als zomer, de vruchtbare als herfst, de verschrikkelijke
+als winter. Zijne verhevenste Majesteit stelt den man-berg, onlangs
+in ons hemelsche rijk aangekomen, de volgende artikelen, voor welke
+hij door een plechtigen eed zich verplichten zal te houden:
+
+1e. "De man-berg zal niet vertrekken uit onze landen zonder onze,
+van ons groot zegel voorziene, schriftelijke toestemming.
+
+2e. "Hij zal het niet wagen in onze hoofdstad te komen, zonder ons
+bepaald daartoe uitgedrukt bevel; wanneer de inwoners twee uur vooruit
+zullen gewaarschuwd worden binnenshuis te blijven.
+
+3e. "De gezegde man-berg zal zijn wandelingen beperken tot onze
+voornaamste heerwegen, en niet gaan wandelen of neerliggen op een
+weide of in een korenveld.
+
+4e. "Wanneer hij op die wegen wandelt, zal hij de grootste zorg dragen
+niet te stappen op de lichamen van eenige van onze beminde onderdanen,
+hun paarden of voertuigen; noch eenige van onze bovengenoemde
+onderdanen in zijn handen nemen zonder hunne toestemming.
+
+5e. "Als een bericht buitengewonen spoed vereischt, zal de man-berg
+verplicht zijn den bode en zijn paard in zijn zak zes dagreizen ver
+te dragen, eens in iedere maand, en (zoo noodig) dien bode veilig in
+onze keizerlijke tegenwoordigheid terug te brengen.
+
+6e. "Hij zal onze bondgenoot zijn tegen onze vijanden op het eiland
+Blefuscu, en zijn uiterste best doen om hun vloot te verwoesten,
+die zich op dit oogenblik gereed maakt hier een inval te doen.
+
+7e. "Dat gezegde man-berg, in zijn vrije uren, onze werklieden helpen
+zal in het optillen van sommige groote steenen, voor het dekken van
+den muur van het hoofdpark en andere van onze aanzienlijke gebouwen.
+
+8e. "Dat gezegde man-berg, in twee maanden tijd, zal inleveren een
+nauwkeurige opmeting van den omtrek van ons gebied, berekend naar
+zijn eigen stappen langs de kust.
+
+"Ten laatste: dat op zijn plechtigen eed al de bovengenoemde artikelen
+te houden, gezegde man-berg een daaglijksch rantsoen zal hebben van
+eet- en drinkwaren, als voldoende is voor het onderhoud van 1728 van
+onze onderdanen, met vrijen toegang tot onze keizerlijke persoon, en
+andere bewijzen van onze gunst. Gegeven in ons paleis te Belfaborac,
+den twaalfden dag van de een-en-negentigste maan van onze regeering."
+
+Ik bezwoer en onderteekende deze artikelen met groote opgeruimdheid
+en tevredenheid, ofschoon eenige ervan niet zoo eervol waren
+als ik kon gewenscht hebben, wat heelemaal te wijten was aan de
+kwaadwilligheid van Skyresh Bolgolam, den groot-admiraal; waarop
+mijn ketens onmiddellijk werden losgemaakt, en ik weer mijn volle
+vrijheid had. De Keizer deed me de eer, in persoon bij de heele
+plechtigheid tegenwoordig te zijn. Ik toonde hem mijn erkentelijkheid
+door mij voorover te werpen aan Zijner Majesteits voeten; maar
+hij gebood mij op te staan; en na menig aangenaam woord, dat ik,
+om de beschuldiging van ijdelheid te ontgaan, niet herhalen zal,
+zei hij, dat hij hoopte dat ik een nuttig dienaar zou blijken en
+al de gunsten verdienen waarmee hij mij al begiftigd had of in de
+toekomst begiftigen zou. De lezer heeft misschien gemerkt, dat, in
+het laatste artikel waarop ik werd vrijgelaten, de Keizer mij een
+hoeveelheid eten en drinken toestaat voldoende voor het onderhoud van
+1728 Lilliputters. Eenigen tijd later vertelde mij een vriend aan
+het hof, wien ik vroeg hoe zij juist zoo precies dát getal hadden
+voorgesteld, dat Zijner Majesteits wiskunstenaars, nadat zij met
+een kwadrant de hoogte van mijn lichaam genomen hadden en gevonden
+dat het de hunne overtrof in de evenredigheid van twaalf tot een,
+daaruit en uit de gelijkvormigheid van onze lichamen het besluit hadden
+getrokken, dat het mijne tenminste 1728 van de hunne moest inhouden,
+en dientengevolge evenveel vereischte als noodig was tot onderhoud
+van dat aantal Lilliputters. Waardoor de lezer een denkbeeld krijgen
+kan van de vernuftigheid van dat volk, zoowel als van het voorzichtige
+en nauwkeurige overleg van hun grooten vorst.
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+ Mildendo, de hoofdstad van Lilliput, beschreven tegelijk met het
+ paleis van den Keizer.--Een gesprek tusschen den schrijver en een
+ eersten secretaris, over de zaken van het rijk.--De aanbiedingen
+ van den schrijver om den Keizer in zijn oorlogen te helpen.
+
+
+Het eerste verzoekschrift dat ik opstelde toen ik mijn vrijheid
+verkregen had, behelsde het verzoek om verlof Mildendo te gaan
+zien, de hoofdstad, hetwelk de Keizer mij gewillig toestond, maar
+met bijzonderen last geen schade te doen aan de inwoners of hun
+huizen. Het volk werd, bij proklamatie, met mijn plan om de stad
+te bezoeken, in kennis gesteld. De muur, die haar omringt, is twee
+en een halven voet hoog, en minstens elf duim breed, zoodat paard en
+rijtuig veilig er op rond kunnen rijden; en op tien voet afstand is ze
+geflankeerd door sterke torens. Ik stapte over de groote westerpoort,
+en liep heel zoetjes in de dwarste door de twee hoofdstraten, met
+niets dan mijn korte vest aan, uit vrees dat ik de daken en lijsten
+van de huizen zou beschadigen met mijn jaspanden. Ik wandelde met
+de uiterste voorzorg, om te voorkomen dat ik op den een of anderen
+achterblijver trapte, schoon zeer strenge bevelen waren uitgevaardigd
+dat ieder tot zijn eigen welzijn in huis moest blijven. De bovenste
+vensters en de nokken van de huizen waren zoo vol met kijkers,
+dat ik mij verbeeldde op geen van mijn reizen een plaats gezien te
+hebben die zóo bevolkt was. De stad is precies vierkant, en iedere
+zij van den muur is vijfhonderd voet lang. De twee hoofdstraten, die
+er dwars doorgaan en haar in vier kwartieren deelen, zijn vijf voet
+breed. De lanen en dwarsstraten die ik niet kon ingaan, maar alleen
+in het voorbijgaan zag, zijn van twaalf tot achttien duim. De stad
+kan vijfhonderdduizend zielen bevatten; de huizen hebben drie tot
+vijf verdiepingen; de winkels en markten zijn goed voorzien.
+
+Het keizerlijk paleis staat midden in de stad, waar de twee groote
+straten saamkomen. Het is ingesloten door een muur van twee voet
+hoog, die twintig voet van de gebouwen afstaat. Ik had verlof van
+Zijne Majesteit om dien muur over te stappen; en daar de ruimte
+tusschen muur en paleis zoo groot was, kon ik het op mijn gemak
+van alle kanten bezien. Het buitenste paleis is een vierkant van
+veertig voet en omsluit twee andere gebouwen; in het binnenste zijn
+de keizerlijke vertrekken, die ik graag zien wou, maar moeielijk kon,
+want de groote poorten van het eene vierkant in het andere waren
+maar achttien duim hoog en zeven breed. Nu waren de gebouwen van
+het buitenhof minstens vijf voet hoog, en het was onmogelijk voor
+me er overheen te stappen zonder onnoemelijke schade aan het dak
+te doen, schoon de muren sterk gebouwd waren van gehouwen steen,
+en vier duim dik. Tegelijk wou de Keizer heel graag, dat ik de
+pracht van zijn paleis zien zou; maar ik was niet in staat dat te
+doen voor drie dagen daarna, die ik doorbracht met een paar van de
+grootste boomen van het keizerlijk park om te snijden, met mijn mes,
+een honderd el zoowat van de stad van daan. Van die boomen maakte
+ik twee stoelen, elk zoowat drie voet hoog en sterk genoeg om mijn
+gewicht te houden. Nadat het volk een tweeden keer een kennisgeving
+ontvangen had, ging ik weer door de stad naar het paleis met mijn
+twee stoelen in mijn handen. Toen ik aan den muur van het buitenhof
+kwam ging ik op den eenen stoel staan met den anderen in mijn hand;
+dien tilde ik over het dak en zette hem zachtjes op de plaats tusschen
+het eerste en tweede hof, die acht voet breed was. Toen stapte ik heel
+op mijn gemak van den eenen stoel op den anderen en trok den eersten
+achter me op aan een stok met een haak. Op die manier kwam ik tot in
+het binnenhof, en daar, languit op mijn zij liggende, hield ik mijn
+gezicht tegen de vensters van de middenverdiepingen, die met opzet
+waren opengelaten, en ontdekte zoo de prachtigste vertrekken, die men
+zich kan voorstellen. Daar zag ik de Keizerin en de jonge prinses,
+in hun verschillende vertrekken, met hun voornaamste bedienden om hen
+heen. Het behaagde Hare Keizerlijke Majesteit mij allerminzaamst toe
+te lachen, en mij door het venster haar hand te kussen te geven.
+
+Maar ik zal den lezer niet vooruitloopen met meer beschrijvingen van
+dit soort, omdat ik die bewaren moet voor een grooter werk, dat nu
+al haast klaar is voor de pers, en dat een volledige beschrijving
+van dit rijk zal inhouden, van zijn eerste opkomst, onder een lange
+reeks van vorsten, met een afzonderlijk overzicht van zijn oorlogen en
+staatkunde, wetten, geleerdheid en godsdienst; zijn planten en dieren,
+zijn eigenaardige manieren en gebruiken, benevens andere zaken, zeer
+nuttig en merkwaardig; terwijl het op 't oogenblik alleen mijn doel
+is zulke gebeurtenissen en voorvallen te verhalen als het volk en
+mijzelf overkwamen gedurende een verblijf van ongeveer negen maanden
+in dat rijk.
+
+Eens op een morgen, ongeveer twee weken nadat ik mijn vrijheid
+herkregen had, kwam Reldresal, eerste geheimschrijver (zooals zij hem
+noemen) aan mijn huis, alleen vergezeld door een bediende. Hij beval
+dat zijn draagkoets hem op eenigen afstand wachten zou, en vroeg
+mij hem een gehoor van een uur toe te staan, waarin ik gereedelijk
+toestemde, in aanmerking nemende zijn rang en zijn persoonlijke
+verdiensten, zoowel als de vele goede diensten, die hij mij tijdens
+mijn sollicitaties aan het hof bewezen had. Ik bood aan te gaan liggen,
+opdat hij wat dichter bij mijn oor zou kunnen spreken; maar hij wou
+liever dat ik hem gedurende ons gesprek in de hand hield. Hij begon
+met mij geluk te wenschen met mijn invrijheidstelling; zei dat hij
+zich eenigszins er op beroemen mocht daartoe te hebben medegewerkt,
+maar voegde er bij, dat ik nochtans, als niet de tegenwoordige staat
+van zaken aan het hof geholpen had, haar misschien niet zoo gauw
+zou hebben verkregen. "Want", zeide hij, "in hoe bloeienden toestand
+wij voor een vreemde ook schijnen te verkeeren, wij lijden onder twee
+smartelijke kwalen: een hevigen partijtwist binnenslands, en het gevaar
+van een inval door een zeer machtigen vijand erbuiten. Wat de eerste
+betreft moet gij weten dat sinds zeventig manen twee overhoop liggende
+partijen in dit rijk geweest zijn, die zich noemden Tramecksan en
+Slamecksan, naar de hooge en lage hakken van hun schoenen, waardoor
+zij zich van elkander onderscheiden. Men beweert wel eens, dat de
+hoog-hakken het meest in gunst zijn bij ons oude vorstenhuis; maar,
+wat daar ook van aan zij, het is een feit dat Zijne Majesteit in
+het staatsbestuur, en, zooals ge wel zult bemerkt hebben, in al de
+posten, die de kroon te begeven heeft, alleen laag-hakken gebruikt;
+en wat meer zegt, dat Zijner Majesteits keizerlijke hakken minstens
+een drurr lager zijn dan van iemand aan 't hof (drurr is een maat van
+zoowat een veertiende van een duim). De vijandelijkheden tusschen deze
+twee partijen loopen zoo hoog, dat ze met elkaar eten, drinken, noch
+praten willen. Wij schatten de Tramecksan, of hoog-hakken, grooter in
+aantal dan wij; maar de macht is heelemaal in onze handen. Wij vreezen
+dat Zijne Keizerlijke Hoogheid de Kroonprins, zich min of meer tot
+de Hoog-hakken voelt aangetrokken; we kunnen tenminste duidelijk zien
+dat een van zijn hakken hooger is dan de andere, wat maakt dat hij een
+beetje mank loopt. Nu, te midden van deze huiselijke onrusten worden
+wij bedreigd door een inval van het eiland Blefuscu, dat het andere
+groote rijk van de wereld is, bijna zoo groot en machtig als dit van
+Zijne Majesteit. Want, wat aangaat wat wij u hebben hooren beweren,
+dat er andere koninkrijken en staten in de wereld zijn, bewoond door
+menschelijke wezens zoo groot als gij zijt, daarover verkeeren onze
+wijsgeeren zeer in twijfel, en gelooven liever dat gij van de maan
+of een van de sterren gevallen zijt; omdat het zeker is dat honderd
+stervelingen van uw omvang in korten tijd al het vee en de vruchten
+van Zijner Majesteits landen zouden uitroeien; bovendien maakt onze
+geschiedenis over zesduizend manen geen melding van eenige andere
+streken dan de twee groote rijken Lilliput en Blefuscu; welke twee
+machtige rijken, zooals ik u juist vertellen wou, sinds zes-en-dertig
+manen in een uiterst hardnekkigen oorlog gewikkeld zijn. Die begon
+door het volgende voorval: Het wordt door niemand tegengesproken dat de
+oorspronkelijke manier om eieren open te breken, voor we ze eten, was
+op de stompe punt; maar nadat de grootvader van onzen tegenwoordigen
+Keizer, toen hij nog een jongen was, eens het ongeluk gehad heeft,
+toen hij een ei ging eten en dat openbrak volgens de oude manier,
+zich in den vinger te snijden, liet de Keizer, zijn vader, een
+bevel afkondigen, waarbij al zijnen onderdanen met bedreiging van
+strenge straffen bevolen werd hun eieren aan de spitse punt open te
+breken. Het volk was over dit bevel zoo verbitterd, dat, zooals onze
+geschiedenissen melden, tengevolge daarvan zes opstanden verwekt zijn,
+waarin één Keizer zijn leven en een ander zijn kroon verloor. Deze
+binnenlandsche onrusten werden gestadig aan 't gisten gehouden door
+de vorsten van Blefuscu, en als ze gedempt waren zochten de ballingen
+altijd in hun rijk een schuilplaats. Men heeft berekend dat elfduizend
+menschen op verschillende tijden zich lieten dooden, eerder dan er in
+toe te stemmen hun eieren te breken aan de spitse punt. Veel honderden
+dikke boekdeelen zijn over dit strijdpunt uitgekomen; maar de boeken
+van de stomppunters zijn sinds lang verboden, en de heele partij bij
+de wet uitgesloten van het vervullen van staatsambten. Gedurende
+den loop van deze twisten, protesteerden de Keizers van Blefuscu
+herhaaldelijk door hun gezanten, ons beschuldigende een scheiding te
+maken in den godsdienst, door te handelen tegen een grondstelling van
+onzen grooten profeet Lustrog, in het vier-en-vijftigste hoofdstuk
+van den Blundecral (dat is hun Alcoran). Dit wordt evenwel als een
+verwringing van den tekst beschouwd, want de woorden zijn: dat alle
+ware geloovers hun eieren zullen openbreken aan de punt, die daartoe
+het geschiktst is. En welke punt daartoe het geschiktst is, lijkt,
+naar mijn bescheiden meening, te zijn overgelaten aan ieders oordeel
+en geweten, of hoogstens in de macht van de overheid gesteld om uit
+te maken. Nu hebben de verbannen stomppunters zooveel invloed gekregen
+aan het hof van den Keizer van Blefuscu, en zooveel geheimen bijstand
+en aanmoediging van hun partij hier in 't land, dat een bloedige
+oorlog tusschen de twee rijken al sinds zes-en-dertig manen met
+afwisselenden voor- en tegenspoed wordt gevoerd; gedurende welken
+tijd wij veertig kapitale schepen en een veel grooter aantal kleine
+vaartuigen verloren hebben, gezamenlijk met dertigduizend van onze
+beste zeelui en soldaten; en de schade door onze vijanden geleden wordt
+iets grooter geschat dan de onze. Zij hebben nu echter een talrijke
+vloot uitgerust en maken zich juist gereed om op ons af te komen;
+en de Keizerlijke Majesteit, die het grootste vertrouwen stelt in uw
+moed en kracht, heeft mij bevolen u dit overzicht van onzen toestand
+voor te leggen."
+
+Ik verzocht den secretaris mijne onderdanige groeten aan den Keizer
+over te brengen en hem te doen weten, dat ik van meening was dat
+het mij, als vreemdeling niet passen zou mij met partijtwisten in te
+laten; maar dat ik gereed was mijn leven te wagen om zijn persoon en
+rijk tegen alle indringers te verdedigen.
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+ De schrijver voorkomt een inval, door een zeer bijzondere
+ krijgslist.--Hem wordt een hooger rang geschonken.--Gezanten komen
+ van den Keizer van Blefuscu om over den vrede te onderhandelen.
+
+
+Het Keizerrijk Blefuscu is een eiland, gelegen ten noord-oosten
+van Lilliput, waarvan het alleen gescheiden is door een kanaal van
+achthonderd el breed. Ik had het nog niet gezien, en na dit bericht van
+voorgenomen inval vermeed ik mij aan die zij van de kust te vertoonen,
+uit vrees bespeurd te worden door een of ander schip van den vijand,
+die nog niet van mijn aanwezigheid verwittigd was, omdat gedurende den
+oorlog alle verkeer tusschen de twee rijken op doodstraf verboden en
+door onzen Keizer een embargo op alle schepen was gelegd. Ik deelde
+Zijne Majesteit een plan mede dat ik gemaakt had, om met één slag de
+heele vijandelijke vloot te vermeesteren, die, zooals onze voorposten
+ons verzekerden, in de haven voor anker lag, klaar om met den eersten
+gunstigen wind uit te zeilen. Ik raadpleegde de meest ervaren zeelui
+over de diepte van het kanaal, dat ze dikwijls gepeild hadden; die
+mij vertelden dat het in 't midden bij hoog water zeventig glumgluffs
+diep was, wat zoowat zes voet Europeesche maat is; en voor 't overige
+vijftig glumgluffs op zijn hoogst. Ik wandelde naar de noord-oostkust,
+vlak tegenover Blefuscu, en achter een heuveltje liggende haalde ik
+mijn kleinen zak-verrekijker uit en nam de vijandelijke vloot waar
+voor anker, bestaande uit ongeveer vijftig oorlogsschepen en een
+groot aantal transportschepen; toen ging ik terug naar mijn huis,
+en gaf bevel (waarvoor ik volmacht had) mij een groote hoeveelheid
+van het sterkste kabeltouw en ijzeren staven te leveren. Het kabeltouw
+was ongeveer zoo dik als pakgaren, en de staven van de lengte en dikte
+van een breinaald. Ik vlocht, om het sterker te maken, die touwen door
+elkaar, en boog met hetzelfde doel drie ijzeren staven ineen, waarvan
+ik de uiteinden tot een haak boog. Nadat ik zoo vijftig haken aan
+evenveel kabels bevestigd had, ging ik terug naar de noord-oostkust,
+en nadat ik mijn jas, schoenen en kousen uitgedaan had, wandelde
+ik in zee, in mijn leeren wambuis, zoowat een half uur voor hoog
+water. Ik waadde zoo gauw ik kon, en zwom in het midden nagenoeg
+dertig el, tot ik grond voelde. Ik bereikte de vloot in minder dan
+een half uur. De vijanden waren zoo verschrikt toen zij mij zagen,
+dat zij uit hun schepen sprongen, en naar de kust zwommen, waar er
+niet minder dan dertigduizend bij elkaar konden zijn; toen nam ik mijn
+touwwerk, en een haak vastmakende aan het gat van elken voorsteven,
+bond ik de koorden aan het uiteinde bij elkaar. Terwijl ik zoo bezig
+was, schoot de vijand verscheiden duizenden pijlen af, waarvan vele
+in mijn handen en gezicht bleven steken, en mij, behalve dat ze mij
+bitter pijn deden, erg in mijn werk hinderden. Het meest vreesde ik
+voor mijn oogen, die ik onfeilbaar zou verloren hebben, als ik niet
+plotseling aan een hulpmiddel gedacht had. Ik had onder andere kleine
+benoodigdheden, een bril in een geheim zakje, dat, zooals ik hiervoor
+vertelde, door de keizerlijke nazoekers niet was opgemerkt. Dien
+haalde ik voor den dag, en zette hem zoo vast ik kon op mijn neus,
+en ging, zoo gewapend, stoutmoedig met mijn werk voort, in spijt van
+de vijandelijke pijlen, waarvan menigeen tegen de glazen van mijn
+bril aansloeg, maar zonder andere uitwerking dan dat mijn bril er een
+klein beetje schuin van ging staan. Ik had nu al de haken aangehecht,
+en begon, met den knoop in mijn hand, te trekken; maar geen schip
+wou van zijn plaats, omdat ze allemaal te vast aan hun ankers lagen,
+zoodat het ergste deel van mijn onderneming nog overbleef. Ik liet
+daarom het touw los, en terwijl ik de haken aan de schepen vast liet,
+sneed ik vastberaden met mijn mes de ankertouwen door, waarbij ik
+ongeveer tweehonderd schoten in mijn gezicht en handen kreeg; toen
+nam ik het bij elkaar geknoopte uiteinde van de touwen, waar mijn
+haken aan vastgemaakt waren, en trok dood op mijn gemak vijftig van
+des vijands grootste oorlogsschepen achter me aan.
+
+De Blefuscudianen, die niet het minste begrip hadden van wat ik ging
+doen, waren in 't eerst kapot van verbazing. Zij hadden mij de touwen
+zien doorsnijden en dachten, dat het alleen maar mijn plan was de
+schepen te laten afdrijven, of op elkaar loopen; maar toen zij de
+heele vloot in goede orde zagen voortbewegen, en mij trekken aan
+'t eind, stieten zij zulk een kreet uit van smart en wanhoop, dat
+het bijna onmogelijk is hem te beschrijven of te verbeelden. Toen
+ik buiten gevaar was, hield ik een poos stil om de pijlen uit te
+trekken, die in mijn handen en gezicht staken, en wreef er een beetje
+van dezelfde zalf op, die mij bij mijn eerste aankomst gegeven was,
+zooals ik vroeger verteld heb. Toen nam ik mijn bril af en nadat ik
+een uur ongeveer gewacht had tot het tij een beetje verloopen was,
+waadde ik met mijn buit door en bereikte veilig de Keizerlijke haven
+van Lilliput.
+
+De Keizer en zijn heele hof stonden aan het strand, in afwachting
+van den uitslag van dit groote waagstuk. Zij zagen de schepen in een
+breede halve maan voortbewegen, maar konden mij niet onderscheiden,
+omdat ik tot de borst in het water was. Toen ik tot het midden van
+het kanaal gekomen was, waren zij in nog grooter benauwdheid, omdat
+ik onder water was tot mijn hals. De Keizer begon te gelooven dat
+ik verdronken was, en dat de vijandelijke vloot met oorlogzuchtige
+bedoelingen naderde; maar hij werd spoedig van zijn angst verlost;
+want het kanaal, bij iederen stap dien ik deed, ondieper wordende,
+kwam ik binnenkort dicht genoeg bij om mij verstaanbaar te maken en
+riep, het uiteinde van het touw, waar de vloot aan was vastgemaakt,
+omhoog houdende, met luide stem: Lang leve de zeer machtige Keizer
+van Lilliput! Deze groote vorst ontving mij bij mijn landing met
+alle mogelijke loftuitingen, en maakte mij op de plaats tot nardac,
+wat het hoogste eerambt onder hen is.
+
+Zijne Majesteit verlangde dat ik van een volgende gelegenheid gebruik
+zou maken om ook de rest van de vijandelijke schepen in zijn havens
+te sleepen. En zoo mateloos is de eerzucht van vorsten, dat hij niets
+minder scheen in den zin te hebben dan het heele rijk Blefuscu in een
+provincie te veranderen en het te doen besturen door een onderkoning,
+de uitgeweken stomp-punters uit te roeien, en dat volk te noodzaken
+hun eieren bij de spitse punt open te breken, en zoo de eenige vorst
+van de heele wereld te zijn. Maar ik trachtte hem van dit plan af te
+brengen, door allerlei argumenten, zoowel aan de politiek als aan
+de rechtvaardigheid ontleend; ik verklaarde ronduit dat ik nooit
+mij zou laten gebruiken als werktuig om een vrij en dapper volk in
+slavernij te brengen. En toen de zaak in den raad besproken werd,
+was het wijste deel van den ministerraad van mijne meening.
+
+Deze open stoutmoedige verklaring van mij was zoo tegengesteld aan
+de plannen en de politiek van Zijne Keizerlijke Majesteit, dat hij ze
+mij nooit vergeven kon. Hij zinspeelde er bedektelijk op in den raad,
+waar, zooals men mij zei, sommige van de wijsten, door hun stilzwijgen,
+ten minste schenen mij gelijk te geven, maar anderen, die mijn geheime
+vijanden waren, konden eenige uitdrukkingen niet weerhouden, die langs
+een omweg tot mij over werden gebracht. En van dien tijd aan begon een
+samenspanning van Zijne Majesteit met eenige van zijn ministers, met
+kwaadaardig opzet tegen mij, die in minder dan twee maanden uitbrak en
+bijna met mijn volkomen ondergang geëindigd was. Van zoo klein gewicht
+zijn de grootste diensten, vorsten bewezen, als ze in de schaal gelegd
+worden tegenover een weigering om hun hartstochten te bevredigen.
+
+Ongeveer drie weken na deze heldendaad kwam er een plechtig gezantschap
+aan van Blefuscu, met nederig verzoek om den vrede, die spoedig
+geteekend werd op voor onzen Keizer zeer voordeelige voorwaarden,
+waarmee ik den lezer niet zal lastig vallen. Er waren zes gezanten,
+met een gevolg van ongeveer vijfhonderd personen, en hun inkomst was
+zeer prachtig, zooals het de grootheid van hun meester en het gewicht
+van hun zending paste. Toen de onderhandelingen waren afgeloopen,
+waarbij ik hun menigen goeden dienst deed door den invloed, dien ik
+nu had, of ten minste scheen te hebben, aan 't hof, brachten hunne
+Excellenties, die in 't geheim onderricht waren hoezeer ik hun
+vriend geweest was, mij een formeel bezoek. Zij begonnen met veel
+komplimenten over mijn dapperheid en edelmoedigheid, noodigden mij in
+naam van hun Keizer uit tot een bezoek aan zijn rijk, en vroegen of
+zij eenige blijken zien mochten van mijn ontzaglijke kracht, waarvan
+zij zooveel wonderen gehoord hadden, wat ik hun gereedelijk toestond,
+maar met de bijzonderheden waarvan ik den lezer niet lastig zal vallen.
+
+Toen ik hunne Excellenties eenigen tijd tot hun onuitsprekelijke
+voldoening en verrassing had beziggehouden, verzocht ik hun mij de
+eer te willen doen mijn onderdanigste groeten over te brengen aan
+den Keizer hun meester, de roep van wiens deugden zoo ten rechte
+de geheele wereld met bewondering vervuld had, en wiens vorstelijke
+persoon ik besloten was mijne opwachting te maken voor ik terugkeerde
+naar mijn eigen land. Dienovereenkomstig vroeg ik den eerstvolgenden
+keer dat ik de eer had onzen Keizer te zien, zijn onbepaald verlof
+om den Blefuscudiaanschen vorst mijn opwachting te gaan maken, dat
+hij mij toestond, zooals ik duidelijk merkte, op eenigszins koude
+manier; maar ik kon daar de reden niet van gissen, totdat mij iemand
+een gerucht overbracht als zouden Flimnap en Bolgolam mijn onderhoud
+met de gezanten hebben voorgesteld als een bewijs van verandering in
+mijn gezindheid; waarvan ik zeker ben dat mijn hart volkomen vrij
+was. Dit was de eerste keer dat ik eenigszins een voorstelling van
+hoven en ministers begon te krijgen.
+
+Hier moet ik doen opmerken dat de gezanten tot mij spraken door middel
+van een tolk, daar de talen van de beide rijken evenveel verschilden
+als twee talen in Europa, en iedere natie zich verheft op de oudheid,
+schoonheid en gespierdheid van haar eigen taal, met een duidelijk
+merkbare minachting voor die van haar naburen; onze Keizer evenwel had,
+gebruik makende van het voordeel dat de vermeestering van hun vloten
+hem gegeven had, hen verplicht hun geloofsbrieven over te leggen en
+hun rede te houden in de taal der Lilliputters. En het moet gezegd
+worden, dat door het drukke handels- en bedrijfsverkeer tusschen
+de beide rijken, door het voortdurend opnemen van uitgewekenen, dat
+weerkeerig bij hen is, en door de gewoonte in elk rijk, den jongen
+adel en de rijke burgerzoons naar elkaar over te zenden, opdat ze hun
+opvoeding voltooien door de wereld te zien, en menschen en zeden te
+leeren verstaan, er weinig personen van beteekenis: òf handelaren òf
+zeelui, in de zeeplaatsen zijn, die niet een gesprek kunnen voeren
+in beide talen, zooals ik een paar weken later merkte, toen ik mijn
+opwachting ging maken bij den Keizer van Blefuscu, wat, temidden
+van groote rampen, veroorzaakt door de boosheid van mijn vijanden,
+een gelukkig voorval bleek, zooals ik op de daartoe geschikte plaats
+zal mededeelen.
+
+De lezer zal zich herinneren, dat er, toen ik de artikelen teekende,
+waar ik mijn vrijheid op herkreeg, sommige bij waren waar ik op tegen
+had, omdat zij mij te vernederend voorkwamen; ook kon niets dan een
+uiterste noodzakelijkheid mij er toe gebracht hebben ze te teekenen;
+maar nu, daar ik een nardac van den hoogsten rang in het rijk was,
+werden zulke diensten beneden mijn waardigheid gerekend, en ik doe
+den Keizer slechts recht door te verklaren, dat hij er mij nooit ééns
+aan herinnerd heeft.
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+ Over de inwoners van Lilliput; hun wetenschappen, wetten en
+ gewoonten; de wijze van opvoeding hunner kinderen.--Des schrijvers
+ leefwijze in dat land.--Zijn rechtvaardiging van een edele dame.
+
+
+Ofschoon ik van plan ben de beschrijving van dit rijk te bewaren voor
+een afzonderlijk werk, zal ik den belangstellenden lezer toch graag,
+voorloopig, eenige algemeene denkbeelden erover geven. Terwijl dan de
+gewone lengte van de inboorlingen iets minder dan zes duim is, bestaat
+er een juiste overeenkomst daarmee bij al de andere dieren, zoowel
+als bij planten en boomen; de grootste paarden en ossen bij voorbeeld
+zijn misschien vier en vijf duim hoog, de schapen anderhalven duim,
+iets meer of iets minder; hun ganzen zoowat zoo groot als een musch,
+en zoo de verschillende soorten, al kleiner, totdat men komt aan
+de kleinste, die voor mijn oogen bijna onzichtbaar waren; maar de
+natuur heeft de oogen van de Lilliputters bekwaam gemaakt tot het
+zien van alles wat hun noodig te zien is; zij zien zeer scherp,
+maar niet op grooten afstand. Zoo vond ik het heel aardig--om een
+voorbeeld te geven van hun scherpte van gezicht voor voorwerpen die
+dichtbij zijn--een kok waar te nemen als hij een leeuwrik plukte,
+die niet zoo groot was als een gewone vlieg en een klein meisje,
+dat een onzichtbaren draad door het oog van een onzichtbare naald
+haalde. Hun grootste boomen zijn zoowat zeven voet hoog; ik bedoel
+sommige uit het Keizerlijk park, waarvan ik de toppen maar effentjes
+met mijn gesloten vuist bereiken kon. De overige plantengroei is naar
+dezelfde verhouding; maar dat kan de lezer zich wel zelf verbeelden.
+
+Ik zal hier maar weinig zeggen van den toestand der wetenschap,
+die verscheidene eeuwen geleden, in al haar takken bij hen gebloeid
+heeft; maar van hun wijze van schrijven vermeld ik als bijzonderheid,
+dat die niet is van links naar rechts, zooals bij de Europeanen;
+noch van rechts naar links als bij de Arabieren; noch van boven naar
+beneden zooals bij de Chineezen; maar schuins van een hoek van het
+papier naar den anderen, zooals die van de dames in Engeland.
+
+Zij begraven hun dooden met het hoofd recht naar beneden, omdat zij
+de meening zijn toegedaan, dat zij in elfduizend manen allen weer
+zullen opstaan; in welken tijd de aarde (die ze zich als een plat
+vlak voorstellen) zich juist onderste boven keert, zoodat ze bij hun
+opstanding precies recht overend zullen staan. Hunne geleerden zien
+de onzinnigheid van die leer in, maar de gewoonte wordt gevolgd,
+ten believe van het gemeen.
+
+Er zijn sommige zeer eigenaardige wetten en voorschriften in dit
+rijk; en als ze niet zoo regelrecht tegenovergesteld waren aan die
+van mijn eigen dierbaar vaderland, zou ik mij geneigd voelen het een
+en ander tot hun rechtvaardiging aan te voeren. Men zou er alleen
+van kunnen wenschen, dat ze ook goed uitgevoerd werden. De eerste,
+waar ik van spreken wil, betreft de aanklagers. Alle misdaden tegen
+den staat worden met de grootste gestrengheid gestraft, maar als de
+beschuldigde voor de rechtbank zijn onschuld duidelijk weet te doen
+uitkomen, wordt de aanklager onmiddellijk tot een onteerenden dood
+veroordeeld, en uit zijn goederen en bezittingen wordt de onschuldig
+beschuldigde vierdubbel schadeloos gesteld voor zijn tijdverlies,
+voor het gevaar dat hij geloopen heeft, voor de ontberingen van
+zijn gevangenschap en voor al de kosten die hij gemaakt heeft voor
+de verdediging. En, als dat eigendom daartoe niet groot genoeg is,
+wordt het ontbrekende door de Kroon aangevuld. De Keizer geeft hem
+dan tevens een openlijk bewijs van zijn gunst, en zijn onschuld wordt
+door de heele stad bekend gemaakt.
+
+Zij achten bedrog een grooter misdaad te zijn dan diefstal, en plegen
+het daarom zelden anders te straffen dan met den dood; want, beweren
+zij, zorg en waakzaamheid, met een klein beetje gezond verstand, kunnen
+iemands bezittingen van dieven vrijwaren, maar eerlijkheid heeft geen
+beschutting tegen grootere slimheid; en, aangezien het noodzakelijk
+is dat er een voortdurend verkeer bestaat van koopen en verkoopen,
+en leveren op crediet, zou, als bedrog geoorloofd of geduld was,
+of niet strafbaar bij de wet gesteld, de eerlijke handelaar altijd
+gepierd worden en de schurk de winst maken. Ik herinner me dat ik eens
+bij den Keizer een misdadiger voorsprak, die met een groote som geld,
+die hij voor zijn meester in ontvangst had genomen, was op den loop
+gegaan, en dat, toen ik, als verzachtende omstandigheid, zoo tegen
+Zijn Majesteit opmerkte dat het alleen maar misbruik van vertrouwen
+was, de Keizer het monsterachtig in mij vond de grootste verzwarende
+omstandigheid voor een verzachtende te willen laten doorgaan; en,
+werkelijk, ik kon weinig anders daarop antwoorden dan het gewone
+gezegde, dat andere volken andere zeden hebben; want ik moet zeggen
+dat ik diep beschaamd was.
+
+Ofschoon wij gewoonlijk straf en belooning de twee scharnieren noemen,
+waar alle bestuur op draait, heb ik die stelling toch bij geen enkel
+volk in praktijk gebracht gezien, behalve bij dat van Lilliput. Al
+wie daar afdoend bewijzen kan, dat hij de wetten van zijn land
+zorgvuldig gehoorzaamd heeft, gedurende drie-en-zeventig manen, die
+heeft aanspraak op zekere voorrechten, verschillend naar zijn stand
+en rang in de maatschappij, met een daaraan evenredige som gelds, uit
+een daartoe ingericht fonds; ook krijgt hij den titel van snilpall,
+of wettige, die bij zijn naam gevoegd wordt, maar niet overgaat op
+zijn nakomelingen. En deze lieden vonden het een verbazend groote
+staathuishoudelijke fout in ons, dat wij het opvolgen van onze wetten
+alleen door straffen afdwongen en niet door belooningen aanlokkelijk
+maakten. Om die reden heeft het beeld van de gerechtigheid, dat in
+hun gerechtshoven zit, en zes oogen heeft, twee van voren, twee van
+achteren, en een aan iedere zijde, om alzijdige waakzaamheid uit te
+drukken, in haar rechterhand een open tasch met goud, en een zwaard
+in de scheede in haar linker, om te toonen dat zij meer tot beloonen
+dan tot straffen geneigd is.
+
+Bij het kiezen van personen voor alle ambten, letten zij meer op
+goede zeden dan op groote bekwaamheden, want, daar regeeringen
+noodig zijn voor de menschheid, gelooven zij dat de gewone mate van
+menschelijke wijsheid voldoende is voor een of ander regeeringsambt;
+en dat de Voorzienigheid nooit kan bedoeld hebben het bestuur van de
+staatszaken tot een geheimenis te maken, alleen doorgrondelijk voor
+zeldzame verheven geesten, zooals er zelden drie in een eeuw worden
+geboren; maar waarheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en dergelijke
+deugden gelooven zij dat in het bezit van iedereen zijn kunnen,
+en de beoefening van die deugden, gezamenlijk met ondervinding en
+goede bedoelingen stelt elk mensch, meenen ze, in staat, zijn land te
+dienen in betrekkingen, waar niet een bepaalde studie voor onmisbaar
+is. Het gemis daarentegen van zedelijke deugden, vonden zij, kon zoo
+weinig worden opgewogen door schitterende geestesgaven, dat nooit
+eenige betrekking kon gewaagd worden in zoo gevaarlijke handen als
+van zúlke personen, want zelfs de fouten, door onwetendheid begaan,
+maar met deugdzame bedoeling, zouden nooit van zoo noodlottig gevolg
+voor het algemeen welzijn wezen, als de practijken van een, die uit
+lust tot kwaaddoen iets verderflijks deed, en dat verderflijke met
+zijn groote bekwaamheden uitvoerde, voortzette en verdedigde.
+
+Eveneens maakt het ongeloof aan een Goddelijke Voorzienigheid iemand
+ongeschikt tot het bezetten van een staatsambt; want, daar de koningen
+zich plaatsvervangers van de Voorzienigheid noemen, kan niets--naar de
+meening van de Lilliputters--dwazer voor een Vorst zijn, dan in zijn
+dienst menschen te gebruiken, die het gezag niet erkennen, waar hij
+onder heerscht.
+
+Ik wil, bij het verhaal van deze en de volgende wetten, wèl verstaan
+hebben dat ik de oorspronkelijke instellingen bedoel, en niet de
+zeer schandalige afwijkingen, waartoe dit volk door zijn ontaarde
+menschennatuur vervallen is; want, wat betreft die schandelijke
+gewoonten van groote ambten te krijgen door op koorden te dansen, of
+lintjes van gunst en onderscheiding door over stokken te springen en
+er onder door te kruipen, de lezer moet wel bedenken, dat die eerst
+werden ingevoerd door den grootvader van den nu regeerenden Keizer, en
+toenamen tot wat ze tegenwoordig zijn door de voortdurende verergering
+van partij- en club-geest.
+
+Ondankbaarheid wordt onder hen voor een halsmisdaad gehouden, zooals
+we lezen, dat ook in andere landen het geval is geweest; want zij
+redeneeren zoo, dat iemand, die zich slecht gedraagt tegenover zijn
+weldoener, noodzakelijk een vijand van de overige menschheid, die
+hem niet aan zich verplicht heeft, zijn moet, en dat zulk een man
+niet geschikt is om te blijven leven.
+
+Hun begrippen omtrent de plichten van ouders en kinderen verschillen
+bijster van de onze. Zij zijn van meening, dat ouders de laatste
+van alle menschen zijn, wien de opvoeding van hun eigen kind mag
+worden toevertrouwd; en daarom hebben zij in iedere stad publieke
+opvoedingsgestichten, waar alle ouders, behalve landbouwers en
+arbeiders, verplicht zijn, hun kinderen van beiderlei geslacht heen te
+zenden, om opgevoed en onderwezen te worden, zoodra ze den leeftijd
+van twintig manen bereikt hebben, op welken tijd zij verondersteld
+worden eenigszins handelbaar te zijn. Deze scholen zijn in verscheiden
+soorten, voor de verschillende standen, en voor beiderlei geslacht. Zij
+hebben bepaalde leeraren, ervaren in het opleiden van kinderen voor
+zulk een betrekking, als den rang van hun ouders, zoowel als hun
+eigen bekwaamheden en neigingen, het meest passend is. Ik zal eerst
+iets zeggen van de mannelijke opvoedingsgestichten, en dan van de
+vrouwelijke.
+
+Aan de opvoedingsgestichten voor mannelijke kinderen van adellijke
+of deftige geboorte, zijn ernstige en geleerde professoren en
+verschillende andere leeraren aangesteld. Kleeding en voedsel der
+kinderen zijn eenvoudig en sober. Zij worden opgevoed in de beginselen
+van eer, rechtvaardigheid, moed, bescheidenheid, lankmoedigheid,
+godsdienst en vaderlandsliefde; zij zijn altijd bezig met het een
+of ander, behalve in den tijd van eten en slapen, die heel kort is,
+en de twee uren van afleiding, die in lichaamsoefeningen bestaat. Zij
+worden door mannelijke bedienden gekleed tot ze vier jaar oud zijn, en
+zijn dan verplicht zich zelf te kleeden, al zijn ze nog zoo hoog van
+rang en geboorte; de vrouwelijke bedienden, die, naar evenredigheid
+met ónzen leeftijd, van vijftig jaar oud zijn, doen alleen het
+laagste werk. Zij mogen nooit met de bedienden babbelen, maar gaan
+gezamenlijk in kleine of groote groepen hun uitspanning houden, en
+altijd vergezeld van een professor, of een van zijn onder-leeraren,
+waardoor zij die vroege verderfelijke indrukken van dwaasheid en
+ondeugd vermijden, waaraan onze kinderen zijn blootgesteld. Hun ouders
+mogen hen tweemaal per jaar bezoeken; het bezoek duurt maar een uur;
+het staat hun vrij het kind bij het komen en het gaan te kussen; maar
+een professor die er altijd bij is, staat hun niet toe te fluisteren
+of suikerwoordjes te gebruiken, of eenigerlei geschenk mee te brengen:
+speelgoed, zoetegoed of dergelijke.
+
+Het kostgeld van iedere familie voor de opvoeding en het onderhoud
+van een kind, wordt, als het niet op tijd betaald is, door keizerlijke
+beambten geïnd.
+
+De opvoedingsgestichten voor kinderen van gewone burgers, kooplieden,
+handelaars en fabrikanten, worden naar verhouding op dezelfde wijze
+behandeld, alleen worden zij, die voor den handel of eenig vak bestemd
+zijn, op hun elfde jaar in de leer gedaan; terwijl de kinderen van
+personen van stand tot hun vijftiende jaar in het gesticht blijven,
+wat overeenkomt met hun een-en-twintigste bij ons, maar de laatste
+drie jaren wordt de afzondering gaandeweg minder.
+
+In de vrouwelijke opvoedingsgestichten worden de jonge meisjes van
+stand in veel opzichten juist als de jongens opgevoed, alleen worden
+zij gekleed door vaste bedienden van hun eigen geslacht; maar altijd
+in tegenwoordigheid van een professor of onder-leeraar, totdat zij
+in staat zijn zichzelf te kleeden, wat op hun vijfde jaar is. En als
+het ooit uitkomt, dat die bedienden het wagen de meisjes te vermaken
+met vreeselijke of onzinnige vertelsels, of met de gebruikelijke
+dwazigheden van kamermeisjes bij ons, dan worden zij driemaal in 't
+openbaar rond de stad gegeeseld, krijgen een jaar gevangenisstraf, en
+worden voor hun leven verbannen naar het meest verlaten gedeelte van
+het rijk. Zoodoende schamen de jonge dames zich even erg lafaards en
+dwazen te zijn als de mannen, en verachten alle lichaamsversieringen,
+behalve ordentelijkheid en zindelijkheid; ook bespeurde ik geen
+verschil in hun opvoeding, om het verschil van geslacht, alleen waren
+de lichaamsoefeningen van de meisjes minder inspannend dan die van
+de knapen, en leerden ze het een en ander van de huishouding meer,
+en een hoeveelheid algemeene wetenschap minder; maar toch ook niet
+heelemaal geen wetenschap, want hun stelregel is, dat de vrouw van
+stand, daar ze toch niet altijd jong kan wezen, tenminste altijd
+een redelijke en aangename gezellin moet kunnen zijn. Als de meisjes
+twaalf jaar oud zijn, dat bij dit volk de huwbare leeftijd is, nemen
+hun ouders of voogden hen thuis, met innige dankbaarheidsbetuigingen
+aan de professoren en zelden zonder tranen van de jonge dame en haar
+vriendinnen en kameraadjes.
+
+In de opvoedingsgestichten voor meisjes van minderen stand, worden de
+kinderen onderwezen in alle soorten van werk dat voor vrouwen geschikt
+is, ook weer elk naar zijn toekomstige plaats in de maatschappij:
+die bestemd zijn leerling te worden gaan eruit als ze zeven jaar oud
+zijn; de overige blijven tot hun elfde.
+
+De min-gefortuneerde familiën, die kinderen in deze gestichten hebben,
+zijn verplicht, behalve hun jaarlijksche kostgeld, dat zoo laag
+mogelijk is, den directeur van de inrichting een klein maandelijksch
+deel van hun verdiensten af te staan tot een toekomstig inkomen voor
+het kind; en daartoe worden alle ouders door de wet in hun uitgaven
+beperkt. Want de Lilliputters achten niets onrechtvaardiger, dan dat
+er menschen zijn, die kinderen ter wereld brengen, en den last van
+hun onderhoud op de openbare kas schuiven. Personen van stand geven
+vastigheid voor een zekere som voor ieder kind, naar hun vermogen; en
+deze fondsen worden altijd zorgvuldig en met de meeste rechtvaardigheid
+bestuurd.
+
+De landbouwers, boeren en arbeiders houden hun kinderen thuis, daar
+die niets anders zullen hebben te doen dan den grond te bewerken en te
+bebouwen en hun opvoeding dus van weinig belang is voor het publiek;
+maar hun ouden en gebrekkigen worden onderhouden in gasthuizen;
+want bedelen is een beroep dat men in dat rijk niet kent.
+
+En hier zal het den nieuwsgierigen lezer misschien vermaken iets te
+hooren van mijn huishouding en mijn levenswijze in dat land, waar ik
+negen maanden en dertien dagen geweest ben. Daar mijn hoofd van nature
+staat naar knutselen, en het hier bovendien wel noodzakelijk was, had
+ik me een tamelijk makkelijke stoel en tafel gemaakt, van de grootste
+boomen van 't Keizerlijk park. Tweehonderd naaisters waren aangesteld
+om overtrekken en lakens voor mijn bed en tafel te naaien, allemaal
+van de sterkste en grofste soort goed die er te krijgen was, dat ze,
+nochtans, genoodzaakt waren verscheiden keeren over elkaar te vouwen,
+want het dikste was een paar soorten fijner dan mousseline. Hun linnen
+is meestal drie duim breed, en een stuk is drie voet. De naaisters
+namen mij de maat, terwijl ik op den grond lag, een staande bij mijn
+nek, en een andere bij mijn bovenbeen, met een sterk touw, waarvan ze
+de uiteinden vasthielden, terwijl een derde de lengte mat van het touw
+met een lineaal van een duim lang. Toen maten zij mijn rechter duim,
+en hadden meer niet noodig, want door een wiskundige berekening, dat
+tweemaal om den duim is eenmaal om den pols, en zoo door tot nek en
+middel, en met behulp van mijn oude hemd, dat ik als model voor hen
+uitspreidde op den grond, hadden zij precies mijn maat. Driehonderd
+kleermakers waren op dezelfde manier aan 't werk om mij kleeren te
+maken; maar zij hadden een ander hulpmiddel om mij de maat te nemen. Ik
+knielde neer, en zij zetten een ladder van den grond tot mijn nek;
+een van hen klom daartegen op, en liet een schietlood vallen, van mijn
+halsboord tot den vloer, wat juist de lengte van mijn jas aangaf, maar
+mijn middel en armen mat ik zelf. Toen mijn kleeren gemaakt waren, wat
+in mijn huis gebeurde (want de grootste van hun huizen zouden niet in
+staat zijn geweest ze te bevatten) zagen ze eruit als het lapjeswerk,
+dat de dames in Engeland werken, behalve dat ze van één kleur waren.
+
+Ik had driehonderd koks, om mijn eten te bereiden, in kleine,
+geriefelijke hutjes om mijn huis heen, waar ze woonden met hun families
+en mij elk twee schotels klaarmaakten. Ik nam twintig knechts in mijn
+hand, en zette ze op tafel; honderd anderen stonden onder op den grond,
+een afdeeling met schotels spijs, een andere met vaten wijn en andere
+dranken, op hun schouders geheschen; de knechts op tafel trokken dat
+alles, naarmate ik noodig had, heel vernuftig omhoog, met koorden,
+op de manier, waarop wij in Europa een aker uit een put ophalen. Een
+schotel van hun spijs was een goede mondvol, en een vat van hun
+drank een redelijke slok. Hun lamsvleesch is minder dan het onze,
+maar hun ossenvleesch is uitstekend. Ik heb éen lende gehad, die ik
+genoodzaakt was in drie happen op te eten; maar dat is zeldzaam. Mijn
+bedienden waren verbaasd mij die te zien eten met been en al, zooals
+wij bij ons het een leeuwriksboutje doen. Hun ganzen en kalkoenen at
+ik gemeenlijk in een hap, en ik moet bekennen dat ze veel beter zijn
+dan de onze. Van hun kleine gevogelte kon ik twintig of dertig op de
+punt van mijn mes nemen.
+
+Eens wenschte Zijne Keizerlijke Majesteit, ingelicht omtrent mijn
+manier van leven, gezamenlijk met zijn gevolg, en de prinsen en
+prinsessen van den bloede, het geluk te mogen hebben,--zooals het hem
+wel behaagde dat te noemen,--met mij te tafelen. Zij kwamen dan ook, en
+ik zette hen op hofstoelen, op mijn tafel, vlak tegenover me, met hun
+wacht om hen heen. Flimnap, de Minister van Financiën, stond daar ook
+bij met zijn witten staf; en ik zag wel dat hij dikwijls met een zuur
+gezicht naar me keek, maar deed of ik dat niet merkte en at meer dan
+gewoonlijk ter eere van mijn dierbaar geboorteland, en tot overgroote
+verbazing van het hof. Ik heb mijn eigen redenen om te meenen, dat dit
+bezoek van Zijne Majesteit Flimnap een goede gelegenheid gaf mij kwaad
+te doen bij zijn meester. Die minister was altijd in 't geheim mijn
+vijand geweest, schoon hij mij voor 't uiterlijk minzamer behandelde,
+dan met zijn galachtige natuur overeenkwam. Hij stelde den Keizer
+den slechten toestand voor van zijn schatkist; dat hij genoodzaakt
+was geld op te nemen tegen hoogen interest; dat wisselbrieven niet
+anders konden circuleeren dan tegen negen percent beneden pari; dat
+ik, kortom, Zijne Majesteit meer dan anderhalf millioen sprugs (hun
+grootste gouden munt, zoowat zoo groot als een lovertje) gekost had,
+en dat het, over 't geheel, raadzaam voor den Keizer zijn zou bij de
+eerste gelegenheid de beste van mij te worden verlost.
+
+Hier acht ik mij verplicht den goeden naam te verdedigen van een
+uitmuntende dame, die om mijnentwil onschuldig te lijden had. De
+minister van financiën kreeg het in zijn hoofd jaloersch te worden op
+zijn vrouw, waarvan kwaadaardige tongen hem verteld hadden dat hare
+genade een hevige genegenheid voor mij had opgevat; en een tijdlang
+liepen er praatjes door het hof van dat ze eens in 't geheim in
+mijn woning geweest was. Ik verklaar plechtig dat dit een lage,
+gemeene leugen is, die geen enkelen grond heeft, dan dat het hare
+genade behaagde mij te behandelen met alle onschuldige blijken van
+vriendschappelijke familiariteit. Ik geef toe dat ze dikwijls bij mij
+aankwam, maar dat was altijd in 't openbaar, en nooit zonder nog wel
+drie anderen in haar koets, gewoonlijk haar zusters en dochtertje
+en de een of andere bizondere kennis; maar dat deden verscheiden
+hofdames. En nu nog roep ik mijn bedienden tot getuigen, of ze ooit een
+koets voor mijn deur zagen, zonder te weten wie erin waren. Bij zulke
+gelegenheden was mijn gewoonte, als een bediende mij gewaarschuwd had,
+onmiddellijk naar de deur te gaan, en, nadat ik mijn gasten gegroet
+had, de koets met twee paarden heel zorgvuldig in mijn handen te nemen
+(want als er zes paarden waren spande de postiljon er vier af), en
+ze op de tafel te plaatsen, waar ik een lossen rand omheen had gezet,
+van vijf duim hoog, ter voorkoming van ongelukken. En dikwijls heb ik
+vier koetsen met span en al op mijn tafel gehad, allen vol gezelschap,
+terwijl ik in mijn stoel zat met mijn gezicht voorover naar hen toe;
+en terwijl ik bezig was met éen partij, reden de koetsiers de andere
+zoetjes over de tafel rond. Menigen namiddag heb ik heel aangenaam met
+bezoek krijgen en praten doorgebracht. Maar ik tart den minister van
+financiën, of zijn twee berichtgevers (ik zal ze noemen, en laat ze
+zien hoe ze zich eruit redden), Clustril en Drunlo, te bewijzen dat
+ooit iemand bij me kwam incognito, behalve de secretaris Reldresal,
+die kwam, door bizonderen last van Zijne Keizerlijke Majesteit, zooals
+ik hiervoor verteld heb. Ik zou niet zoolang hebben uitgeweid over
+deze bizonderheden, als het niet een zaak was, waarin de goede naam
+van een groote dame zoo van nabij betrokken is, om nog niet eens te
+spreken van den mijne; schoon ik toen de eer genoot nardac te zijn,
+wat de minister van financiën niet is; want de heele wereld weet
+dat hij maar een glumglum is, éen graad lager in rang, zooals een
+markies éen graad lager is dan een hertog; al is 't waar dat hij het
+recht van voorgang op mij had, van wege zijn ambt. Door deze valsche
+beschuldigingen, die mij later door een toeval, dat het niet de moeite
+waard is te vermelden, ter ooren kwam, keek Flimnap, de minister van
+financiën, gedurende eenigen tijd zijn vrouw leelijk en mij leelijker
+aan; en ofschoon hij ten laatste ontgoocheld en met haar verzoend werd,
+verloor ik daar zijn gunst niet minder om, en zag mijn invloed snel
+afnemen ook bij den Keizer, die inderdaad te zeer beheerscht werd
+door dien gunsteling.
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+ De schrijver vlucht, nadat hij gehoord heeft van een plan om
+ hem van hoogverraad aan te klagen, naar Blefuscu.--Hoe hij daar
+ ontvangen werd.
+
+
+Voor ik voortga met te vertellen hoe ik dit rijk verlaten heb, zal
+het niet onaardig zijn den lezer iets te zeggen van een hofintrige
+tegen mij, die zich sinds twee maanden om mij heen had gevormd.
+
+Ik was, tot toen toe, mijn heele leven onbekend met hoven geweest,
+waar ik door mijn lage geboorte niet paste. Wel had ik genoeg gelezen
+en gehoord van de humeurs van vorsten en ministers; maar nooit had
+ik verwacht, die zoo verschrikkelijk aan 't werk te zullen zien in
+zoo'n verwijderde landstreek, waar ik gemeend had dat naar heel andere
+regels geregeerd werd dan in Europa.
+
+Toen ik juist alles gereed maakte om mijn opwachting te gaan maken bij
+den Keizer van Blefuscu, kwam een heer van rang van het hof, (wien ik
+eens, toen hij bij den Keizer in de uiterste ongenade gevallen was,
+van dienst was geweest) 's nachts in 't diepste geheim aan mijn huis,
+in een gesloten draagstoel, en vroeg zonder zijn naam te zeggen, verlof
+om binnen te komen. De dragers werden weggestuurd; ik stak den stoel
+met Zijn Edelheid erin in mijn jaszak, en nadat ik een vertrouwden
+dienaar last had gegeven te zeggen dat ik onwel was gaan slapen,
+sloot ik de deur van mijn huis, zette den stoel op tafel, zooals ik
+gewoon was, en ging ervoor zitten. Na de gebruikelijke begroetingen,
+toen ik zag dat Zijn Edelheids gezicht groote bezorgdheid teekende
+en de reden daarvan vroeg, verzocht hij mij met geduld te luisteren
+naar een zaak die onmiddellijk betrof mijn eer en mijn leven. Hij zei
+daarop ongeveer het volgende, want ik hield er aanteekening van zoodra
+hij weg was: "Gij moet weten", zeide hij, "dat nu onlangs verscheidene
+malen geheime raad over u is belegd; en eerst twee dagen geleden heeft
+Zijne Majesteit een vast besluit genomen. Het zal u bekend zijn, dat
+Skyresh Bolgolam (galbet, of opper-admiraal) bijna van uw aankomst af
+uw doodsvijand is geweest. Zijn oorspronkelijke redenen daartoe weet
+ik niet, maar zijn woede is erg toegenomen sinds uw groote onderneming
+tegen Blefuscu, waardoor zijn roem als admiraal verduisterd werd. Deze
+heer, in overleg met Flimnap, den minister van financiën, waarvan
+het bekend is dat hij u haat vanwege die geruchten over zijn vrouw,
+Limtoc, den generaal, Lalcon, den kamerheer en Palmuff, den minister
+van Justitie, heeft een aanklacht tegen u opgesteld, wegens verraad
+en andere halsmisdaden."
+
+Deze voorrede maakte mij zoo ongeduldig, daar ik overtuigd was van
+mijn onschuld en mijn verdiensten, dat ik hem wou in de rede vallen,
+maar hij verzocht mij bedaard te zijn, en ging voort als volgt:
+
+"Uit dankbaarheid voor de diensten, die gij mij bewezen hebt,
+verschafte ik mij inlichtingen over den heelen loop der zaak, en een
+afschrift van de punten van beschuldiging, waardoor ik, om uwentwil,
+mijn hoofd op 't spel zette.
+
+
+
+Punten van Beschuldiging tegen Quinbus Flestrin, den Man-berg.
+
+"1e. Dat de genoemde Quinbus Flestrin, toen hij de keizerlijke vloot
+van Blefuscu in de haven gebracht had, en daarna bevel kreeg van Zijne
+Keizerlijke Majesteit al de andere schepen van het genoemde rijk van
+Blefuscu te vermeesteren, en dat rijk tot een provincie te maken,
+die voortaan door een onderkoning zou worden bestuurd, en te dooden
+en uit te roeien niet enkel de uitgeweken stomp-punters, maar ook
+een iegelijk in dat rijk, die niet onmiddellijk de stomp-puntersche
+ketterij zou afzweren; dat hij, de voornoemde Flestrin, toen, als
+een valsch verrader van Zijne goedgunstige, verheven, Keizerlijke
+Majesteit verzocht van dien dienst verschoond te worden, bewerende
+ongeneigd te zijn de gewetens te dwingen, of de vrijheid en het leven
+te verwoesten van een onschuldig volk.
+
+"2e. Dat, toen zekere gezanten kwamen van het hof van Blefuscu, om den
+vrede af te smeeken van Zijne Majesteit, hij, de meergenoemde Flestrin,
+als een valsch verrader, bovengenoemde gezanten hielp, schadeloos
+stelde, troostte en vermaakte, ofschoon hij wist, dat ze dienaars
+waren van een vorst, die eerst onlangs in open vijandschap leefde met
+zijne Keizerlijke Majesteit en in open oorlog was met Zijne Majesteit.
+
+"3e. Dat de meergenoemde Quinbus Flestrin, in strijd met de plichten
+van een trouw onderdaan, zich nu gereedmaakt een reis te doen naar
+het hof en rijk van Blefuscu, waartoe hij alleen voor den vorm verlof
+heeft ontvangen van Zijne Keizerlijke Majesteit, en onder beschutting
+van dat verlof, valschelijk en verraderlijk bedoelt de genoemde reis
+te doen, en daardoor te helpen te troosten en schadeloos te stellen
+den Keizer van Blefuscu, pas onlangs een vijand, in open oorlog met
+Zijne Keizerlijke Majesteit, vorengenoemd."
+
+"Er zijn nog een paar andere punten; maar deze, waarvan ik u een
+uittreksel voorgelezen heb, zijn de belangrijkste.
+
+"In de menigvuldige debatten over deze beschuldiging gehouden,
+moet ik bekennen, dat Zijne Majesteit menig blijk gaf van zijne
+groote zachtaardigheid; herhaaldelijk wijzende op de diensten, die
+gij hem bewezen hebt, en trachtende uw misdaden te vergoêlijken. De
+minister van finantiën en de admiraal drongen er op aan, dat gij op de
+pijnlijkste en meest onteerende manier ter dood zoudt worden gebracht,
+door uw huis 's nachts in brand te steken, terwijl de generaal met
+twintigduizend man, gewapend met vergiftigde pijlen er omheen zou
+staan, om u in 't gezicht en de handen te schieten. Eenige van uw
+bedienden zouden geheime orders krijgen, om een giftig sap op uw handen
+te sprenkelen, waardoor ge uw vleesch in stukken zoudt scheuren en in
+de hevigste martelingen sterven. De generaal liet zich óók tot die
+meening overhalen, zoodat er geruimen tijd een meerderheid tegen u
+was; maar Zijne Majesteit, die besloten had, zoo mogelijk, uw leven
+te sparen, kreeg eindelijk den kamerheer op zijn zij.
+
+"Reldresal, den eersten geheimschrijver, die zich altijd uw waren
+vriend bewees, werd door den Keizer bevolen zijn meening hierover uit
+te spreken, wat hij dienvolgens deed; en daarmede de goede gedachten,
+die gij van hem hebt, rechtvaardigde. Hij gaf toe, dat uw misdaden
+groot waren, maar dat er nog gelegenheid voor genade overbleef, die
+de meest prijzenswaardige deugd in een vorst is, en waarvoor Zijne
+Majesteit zoo ten rechte wordt geroemd. Hij zei, dat de vriendschap
+tusschen u en hem aan de wereld zóo wel bekend was, dat de zeer geachte
+raad hem misschien voor partijdig zou houden; maar dat hij toch,
+gehoorzaam aan het bevel, dat hem gegeven was, vrij uit zijn gevoelens
+zou uitspreken. Dat, indien het Zijne Majesteit, in aanmerking nemende
+uw diensten, en gehoor gevende aan zijn eigen behoefte tot genadig
+zijn, behagen mocht uw leven te sparen, en alleen te bevelen, dat uw
+oogen zouden worden uitgestoken, hij onderdaniglijk geloofde, dat,
+door dit middel, aan de gerechtigheid eenigszins voldaan zou zijn,
+en de geheele wereld de lankmoedigheid van den Keizer zou toejuichen,
+zoowel als de billijke en edelmoedige handelwijze van hen, die de eer
+hebben zijn raadslieden te zijn. Dat het verlies van uw oogen geen
+vermindering van uw lichaamskracht zou veroorzaken, waardoor gij zijne
+majesteit nog van veel nut zoudt kunnen zijn; dat blindheid den moed
+verhoogt, omdat ze de gevaren onzichtbaar maakt; dat de vrees, die ge
+voor uw oogen hadt, uw grootste belemmering was bij het overbrengen van
+de vijandelijke vloot; en het voldoende voor u zijn zou te zien door de
+oogen van de ministers, daar toch de grootste vorsten niet anders doen.
+
+"Dit voorstel werd door den heelen raad met de grootste afkeuring
+ontvangen. Bolgolam, de admiraal, kon zich niet inhouden, maar zei,
+woedend opvliegend, dat hij zich verbaasde erover, dat de secretaris
+het wagen dorst als zijn meening te uiten, dat het leven van een
+verrader moest behouden worden, dat de diensten, die gij bewezen hadt,
+juist, zooals men altijd in het staatsrecht begrepen had, uw misdaden
+te ernstiger maakten; dat dezelfde kracht, die u in staat stelde de
+vijandelijke vloot hierheen te brengen, bij het minste ongenoegen,
+u van dienst zou zijn om haar weer terug te brengen; dat hij goede
+redenen had om aan te nemen, dat gij in uw hart een stomp-punter waart,
+en daar verraad in het hart begint, voor het uitkomt in open daden,
+beschuldigde hij u dáarom van verraad, en drong dáarom aan op uw dood.
+
+"De minister van financiën was van dezelfde meening. Hij toonde aan,
+hoe Zijner Majesteits schatkist was uitgeput door de kosten van uw
+onderhoud, dat spoedig ondragelijk worden zou; dat het voorstel van
+den secretaris, om uw oogen uit te steken, zoo weinig een middel
+tegen dit kwaad was, dat het er waarschijnlijk door zou toenemen,
+zooals duidelijk blijkt uit de gewoonte sommige soorten vogels blind
+te maken, waarna zij meer eten en gauw vet worden; dat Zijne Gezalfde
+Majesteit en de raad, die uw rechters zijn, in hun harten volkomen
+overtuigd waren van uw misdaad, wat een voldoende reden was om u ter
+dood te veroordeelen, zonder de vormelijke bewijzen, geëischt door
+de letter van de wet.
+
+"Maar het behaagde Zijne Keizerlijke Majesteit, die sterk tegen het
+zoo streng mogelijk straffen gekant was, genadiglijk te doen opmerken,
+dat daar de raad het verlies van uw oogen een te lichte bestraffing
+vond, er altijd later nog een andere aan kon toegevoegd worden. En
+uw vriend de Secretaris, onderdaniglijk verzoekende nog eens gehoord
+te worden, zeide, in antwoord op wat de minister van finantiën hem
+had tegengeworpen, betreffende de groote kosten, die Zijne Majesteit
+maken moest voor uw onderhoud, dat Zijne Excellentie, die de volle
+beschikking had over de keizerlijke inkomsten, makkelijk tegen dat
+kwaad zou kunnen voorzien, door gaandeweg uw toelagen te verminderen,
+waardoor ge, bij gebrek aan voedsel, niet waar? zwak en flauw zoudt
+worden, en uw eetlust verliezen, en, dientengevolge, op- en wegteren
+in een paar maanden. Dat had meteen het voordeel in, dat de stank
+van uw lijk niet zoo gevaarlijk zou wezen; en onmiddellijk na uw
+dood, zouden vijf of zesduizend van Zijner Majesteits onderdanen,
+in twee of drie dagen, uw vleesch van de beenderen kunnen snijden,
+en het wegvoeren in karvrachten, begraven in verschillende deelen van
+'t land, om besmetting te voorkomen, terwijl dan uw geraamte als een
+bewonderenswaardig gedenkteeken over zou blijven voor het nageslacht.
+
+"Zoo werd, door de groote vriendschap van den Secretaris, de heele
+zaak geschikt. Er werd bepaald dat het plan om u gaandeweg dood te
+hongeren, strikt geheim zou worden gehouden, maar het vonnis om uw
+oogen uit te steken werd in de boeken opgenomen; terwijl niemand tegen
+was dan Bolgolam, de admiraal, die als een kreatuur van de keizerin,
+voortdurend door hare Majesteit werd aangespoord om op uw dood aan
+te dringen.
+
+"Binnen drie dagen zal uw vriend de secretaris bevel krijgen naar
+uw huis te gaan en u de punten van beschuldiging voor te lezen en
+u de groote lankmoedigheid en goedgunstigheid van Zijne Majesteit
+en den raad te doen opmerken, waardoor gij alleen tot verlies van uw
+oogen zijt veroordeeld, wat Zijne Majesteit niet twijfelt of gij zult
+het dankbaar en onderdanig willen ondergaan; en twintig van Zijner
+Majesteits doktoren zullen tegenwoordig zijn, ten einde te zorgen,
+dat de bewerking goed wordt uitgevoerd, door zeer scherppuntige pijlen
+in uw oogballen te schieten, terwijl gij op den grond ligt.
+
+"Ik laat aan uwe eigen voorzichtigheid over wat maatregelen gij nemen
+wilt, en om achterdocht te vermijden, moet ik nu dadelijk terugkeeren,
+even heimelijk als ik gekomen ben."
+
+Zijne edelheid ging; en ik bleef alleen, met een gemoed vol twijfel
+en verontrustheid.
+
+Het was een gebruik, door dezen vorst en zijn ministers ingevoerd--heel
+verschillend, naar men verzekerd heeft, van vroegere gebruiken--dat,
+nadat het hof een of andere wreede straf had uitgesproken, om te
+voldoen hetzij aan den toorn des Keizers, hetzij aan de boosaardigheid
+van een gunsteling, de Keizer in de raadsvergadering een rede hield,
+waarin hij sprak van zijn groote teerheid en lankmoedigheid,
+als eigenschappen, waarom hij door de heele wereld bekend was
+en werd geroemd. Deze rede werd onmiddellijk door het heele rijk
+openbaar gemaakt; en er was niets dat het volk zoo bang maakte,
+als die lofspraken op Zijner Majesteits barmhartigheid, omdat men
+had opgemerkt, dat hoe breeder die loftuitingen werden uitgemeten,
+en hoe nadrukkelijker voorgedragen, hoe onmenschelijker de straf was
+en hoe onschuldiger de lijdende partij. En wat mij betreft, ik moet
+bekennen, ik die nooit voor hoveling bestemd was, door geboorte
+zoo min als door opvoeding, ik kon zoo slecht over die hofzaken
+oordeelen, dat ik de lankmoedigheid en genadigheid van dit vonnis
+maar niet ontdekken kon, en het, misschien geheel ten onrechte,
+eerder streng vond dan licht. Een paar oogenblikken dacht ik er
+aan de aanklacht af te wachten; want ofschoon ik de feiten in de
+verschillende punten genoemd, niet loochenen kon, hoopte ik toch dat
+zij ietwat gunstiger zouden kunnen worden voorgesteld. Maar, daar ik
+vroeger heel wat staats-processen gelezen had, waarvan ik altijd had
+opgemerkt, dat ze eindigden zooals den rechters het best uitkwam,
+dorst ik op zoo'n gevaarlijk voornemen niet aan, nu mijn zaak zoo
+kritiek stond, en ik zulke machtige vijanden tegenover me had. Ik
+dacht er sterk over weerstand te bieden; want zoolang ik vrij was,
+kon de heele macht van dit rijk mij nauwlijks onder krijgen, en ik
+zou makkelijk de hoofdstad tot flenters kunnen steenigen; maar ik
+wierp dat denkbeeld met afschuw van me, toen ik dacht aan den eed,
+dien ik den Keizer gedaan had, aan de gunsten die hij mij bewezen
+had en aan den titel van Nardac, waarmee hij mij had vereerd. Ook had
+ik nog niet zoo gauw de hovelingen-dankbaarheid geleerd, die mij zou
+overreed hebben dat de tegenwoordige wreedheden van Zijne Majesteit
+mij onthieven van alle vroegere verplichtingen.
+
+Eindelijk nam ik een besluit, waarop mij waarschijnlijk een streng
+oordeel te wachten staat, en niet onrechtvaardiglijk, want ik moet
+toegeven dat ik het behoud van mijn oogen en daardoor mijn vrijheid,
+heb te danken aan mijn groote onnadenkendheid en mijn gebrek aan
+ervaring, omdat, als ik toen was bekend geweest met den aard van
+vorsten en ministers, zooals ik die sinds toen aan verscheidene andere
+hoven heb waargenomen, als ook met hunne gebruikelijke manieren van
+behandeling van misdadigers, die minder dan ik misdreven hebben,--dan
+zou ik met groote bereidwilligheid en opgewektheid zulk eene lichte
+straf hebben ondergaan. Maar in de overdrevenheid van mijn haastige
+jeugd, maakte ik gebruik van de gelegenheid, die mij open stond door
+het verlof van den Keizer om mijn opwachting te gaan maken aan den
+Keizer van Blefuscu, zond, voor de drie dagen om waren, een brief aan
+mijn vriend den Secretaris, waarin ik mijn besluit te kennen gaf om
+dien ochtend naar Blefuscu op reis te gaan, ingevolge het mij vergunde
+verlof, en ging zonder te wachten op een antwoord naar die zij van het
+eiland, waar onze vloot lag. Ik nam daar een groot oorlogsschip, bond
+een touw aan den boeg, en toen ik de ankers gelicht had, kleedde ik me
+uit, legde al mijn kleeren (saam met mijn deken, die ik onder mijn arm
+had meegebracht) in het schip, en het achter me aantrekkende, bereikte
+ik, nu wadende, dan zwemmende, de keizerlijke haven van Blefuscu,
+waar het volk mij lang had verwacht. Zij gaven mij twee gidsen om me
+naar de hoofdstad te leiden, die ook Blefuscu heet. Ik hield hen in
+mijn handen tot dat ik binnen tweehonderd el van de poort kwam en zei
+hun mijn aankomst te melden aan een van de secretarissen en hem te
+doen weten dat ik daar de bevelen wachtte van Zijne Majesteit. Binnen
+een uur zoowat kreeg ik antwoord, dat Zijne Majesteit, vergezelschapt
+door het vorstelijk gezin en de groot-officieren van zijn huis, naar
+buiten kwam om mij te ontvangen. Ik ging hun honderd el te gemoet. De
+Keizer en zijn trein sprongen van hun paarden en de Keizerin en
+haar dames stapten uit haar koetsen; en ik bemerkte niet dat ze ook
+maar eenigszins bang of bezorgd waren. Ik lag op den grond om Zijne
+Majesteit en de Keizerin de handen te kussen. Ik zeide Zijne Majesteit,
+dat ik, ingevolge mijn belofte, gekomen was, en met verlof van den
+Keizer, mijn meester, om de eer te hebben een zoo machtigen vorst te
+zien, en hem de diensten aan te bieden die in mijn macht waren en
+niet strijdig met mijn plicht tegenover mijn eigen vorst; maar van
+mijn ongenade sprak ik geen woord, omdat ik tot dat oogenblik geen
+officieele kennisgeving er van gehad had en mij zelf beschouwen moest
+als heelemaal onbekend met zoo'n soort plan; ook zag ik geen reden
+waarom ik den Keizer het geheim zou openbaren, terwijl ik buiten zijn
+bereik was; maar daarin bleek mij spoedig dat ik me had vergist.
+
+Ik zal den lezer niet lastig vallen met een uitvoerig verslag van de
+ontvangst aan dit hof, een ontvangst, waardig de edelmoedigheid van
+een zoo grooten vorst; noch met het verhaal van de moeielijkheid,
+waarin ik mij bevond door het gemis van een huis en bed, zoodat ik
+genoodzaakt was te slapen op den grond, in mijn deken gerold.
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+ De schrijver krijgt, door een gelukkig toeval, de middelen om
+ Blefuscu te verlaten, en keert na eenige moeilijkheden, veilig
+ naar zijn vaderland terug.
+
+
+Driedagen na mijn aankomst, terwijl ik uit nieuwsgierigheid langs de
+Noord-Oost-kust van het eiland wandelde, bemerkte ik, ongeveer een
+mijl in zee, een voorwerp, dat er uitzag als een omgekeerde boot.--Ik
+trok mijn schoenen en kousen uit, en bespeurde, toen ik, al wadende,
+twee-, driehonderd el in zee geloopen was, dat het voorwerp door
+den vloed dichter naar land kwam: toen zag ik duidelijk dat het
+wezenlijk een boot was, die ik veronderstelde dat door een storm van
+een of ander schip omgeslagen was; waarop ik onmiddellijk naar de
+stad terugkeerde en Zijne Keizerlijke Majesteit verzocht mij twintig
+van de grootste schepen te leenen, die hij na het verlies van zijn
+vloot had overgehouden, en drieduizend matrozen, onder bevel van den
+Vice-Admiraal. Deze vloot zeilde langs de kust, terwijl ik den kortsten
+weg terugliep naar de plaats, waar ik de boot eerst had waargenomen. Ik
+bevond dat het tij haar al dichterbij had gedreven. De matrozen waren
+allemaal voorzien van touwwerk, dat ik vooraf, tot genoegzame sterkte,
+in elkaar gedraaid had. Toen de schepen aankwamen kleedde ik me uit,
+en waadde tot ik op honderd el afstand van de boot kwam, waarna ik
+genoodzaakt was te zwemmen om bij haar te komen. De matrozen gooiden
+me het eind van het touw toe, dat ik aan een gat in den boeg van de
+boot vastmaakte, en het andere eind aan een oorlogsschip, maar ik vond
+al mijn moeite vrij wel vruchteloos, want omdat ik geen grond voelde,
+kon ik geen kracht zetten. In die omstandigheden schoot er niets over
+dan er achteraan te zwemmen en de boot vooruit te duwen, zoo goed
+en zoo kwaad ik kon, met één hand; en, daar het tij nog al meegaf,
+kwam ik zoover vooruit dat ik mijn kin boven water kon houden en staan
+blijven. Ik rustte twee, drie minuten, en gaf de boot toen nog een duw
+of wat, totdat de zee niet hooger was dan mijn oksels, en toen zoo het
+zwaarste werk gedaan was, nam ik mijn andere kabels, die in een van
+de schepen gestouwd waren, en maakte ze eerst aan de boot, en toen
+aan negen van de schepen vast; de matrozen sleepten nu en ik duwde,
+vóor den wind, totdat we op veertig el afstands van de kust kwamen,
+en, nadat ik gewacht had tot de zee afging, en de boot op het droge
+lag, werkte ik haar, met behulp van tweeduizend man, met touwen en
+werktuigen, op haar kiel, en bevond dat ze maar weinig beschadigd was.
+
+Ik zal den lezer niet lastig vallen met het verhaal van de moeite die
+het inhad, om met behulp van een paar roeispanen, die mij tien dagen
+werk gekost hadden, mijn boot naar de haven van Blefuscu te krijgen,
+waar een groote toeloop van volk ontstond bij mijn aankomst, en elk
+vol verbazing was bij den aanblik van zulk een ontzaglijk vaartuig. Ik
+zeide den Keizer, dat het geluk mij gediend had door mij deze boot
+te zenden, die mij brengen kon naar een plaats, vanwaar ik terug
+zou kunnen keeren naar mijn vaderland, en verzocht Zijne Majesteit
+bevel te willen geven voor het aanvoeren van materialen om haar op te
+tuigen, alsook zijn verlof om te vertrekken, wat hij mij na allerlei
+vriendelijke tegenwerpingen, goedgunstig toestond.
+
+Al dien tijd verwonderde ik mij zeer er over, dat ik niets hoorde
+van een of ander bericht omtrent mij, van wege onzen Keizer, bij
+het hof van Blefuscu. Maar later werd mij in vertrouwen meegedeeld,
+dat Zijne Keizerlijke Majesteit, die volstrekt niet vermoedde, dat
+ik het minste van zijn plannen afwist, zich overtuigd hield, dat ik
+alleen naar Blefuscu gegaan was ingevolge mijn belofte, op grond van
+het verlof dat hij mij gegeven had, wat aan het hof wel bekend was,
+en zou terugkeeren, binnen een paar dagen, als die plechtigheid
+was afgeloopen. Maar eindelijk werd hij ongerust over mijn lang
+wegblijven, en nadat hij den Minister van Financiën en de overigen van
+het kabaal geraadpleegd had, werd een heer van rang afgezonden met een
+afschrift van de punten van beschuldiging tegen mij. Deze afgezant
+had bevel den Vorst van Blefuscu de groote lankmoedigheid van zijn
+meester onder het oog te brengen, die zich tevreden stelde met mij
+geen grootere straf dan het verlies van mijn oogen te doen ondergaan;
+en verder te doen weten, dat ik gevlucht was om te ontsnappen aan de
+gerechtigheid, en dat ik, als ik niet binnen twee uur terugkeerde,
+ontzet zou worden van mijn waardigheid van nardac en tot verrader
+van het Rijk verklaard. De afgezant voegde er verder bij, dat zijn
+meester verwachtte, dat zijn broeder van Blefuscu, ten einde de vrede
+en vriendschap tusschen de beide Rijken bewaard mochten blijven,
+mij aan handen en voeten gebonden terug zou zenden naar Lilliput,
+om daar als een verrader te worden gestraft.
+
+De Keizer van Blefuscu zond, nadat hij zich drie dagen beraden
+had, een antwoord, bestaande uit een massa beleefdheden en
+verontschuldigingen. Hij zeide, wat betrof mij gebonden over te
+zenden, zijn broeder wist dat dat onmogelijk was, dat, ofschoon ik
+hem beroofd had van zijn vloot, hij groote verplichtingen aan mij had
+voor de vele goede diensten, die ik hem bewezen had bij het sluiten
+van den vrede. Dat, evenwel, hunne Majesteiten beiden spoedig gerust
+zouden kunnen wezen, want dat ik op de kust een ontzaglijk vaartuig
+gevonden had, geschikt om zee te bouwen, dat hij bevel gegeven had,
+met mijn hulp en onder mijn toezicht op te tuigen; en dat hij hoopte,
+dat binnen weinige weken de beide Rijken zouden bevrijd zijn van zulk
+een ondragelijken last.
+
+Met dit antwoord keerde de gezant naar Lilliput terug en de Vorst
+van Blefuscu vertelde mij alles wat er gebeurd was, waarbij hij
+mij tegelijkertijd, maar onder strenge belofte van geheimhouding,
+zijn genadige bescherming aanbood, als ik in zijn dienst wou blijven;
+maar ofschoon ik geloofde dat hij het eerlijk met mij meende, was ik
+vast besloten nooit meer eenig vertrouwen te stellen in vorsten of
+ministers, zoolang ik er eenigszins buiten kan; zoodat ik hem, met
+de verschuldigde erkentelijkheids-betuigingen voor zijn goedgunstige
+bedoelingen, alleronderdaniglijkst verzocht daarvan verschoond te
+mogen blijven. Ik zeide hem, dat, sinds de Fortuin, ze mocht dan goed
+of kwaad zijn, een vaartuig op mijn weg geworpen had, ik besloten was
+mij liever op den Oceaan te wagen, dan een aanleiding tot geschil te
+zijn tusschen twee zulke machtige Vorsten. Ook vond de Keizer dat
+eigenlijk in 't geheel niet onaangenaam en ik bemerkte bij toeval,
+dat hij zelfs heel blij over mijn besluit was en zijn ministers
+niet minder.
+
+Deze overwegingen deden mij mijn vertrek nog verhaasten; waar het
+hof, ongeduldig om me weg te hebben, zoo hard het kon, het zijne
+toe deed. Vijfhonderd werklieden werden aangesteld om twee zeilen
+voor mijn boot te maken, naar mijn aanwijzingen, door hun sterkste
+linnen dertiendubbel op elkaar te stikken. Ik had druk werk om touwen
+en kabels te maken, door tien, twintig en dertig van hun dikste en
+sterkste in elkaar te draaien. Een groote steen, dien ik na lang zoeken
+toevallig aan de zeekust vond, diende mij voor anker. Ik had de talk
+van driehonderd koeien voor mijn boot en voor andere doeleinden. Ik
+had ongelooflijke moeite met het omhakken van een stuk of wat van de
+grootste boomen voor timmerhout, om riemen en masten van te maken,
+waar ik evenwel trouw aan geholpen werd door Zijner Majesteits
+scheepstimmerlieden, die mij van dienst waren, om ze glad te maken,
+nadat ik het ruwe werk gedaan had.
+
+Binnen ongeveer een maand, toen alles gereed was, zond ik om bevelen
+van Zijne Majesteit, en berichtte dat ik mijn afscheid ging nemen. De
+Keizer en de keizerlijke familie kwamen uit het paleis, ik knielde
+met mijn gezicht op den grond om zijn hand te kussen, die hij mij
+genadiglijk toereikte, wat ook gedaan werd door de Keizerin en de
+jonge Prinsen van den bloede. Zijne Majesteit schonk mij vijftig
+beurzen met tweehonderd sprugs elk, benevens zijn levensgroot portret
+ten voete uit, dat ik onmiddellijk in mijn handschoen stopte, om het
+niet te laten beschadigd worden. De ceremonies bij mijn vertrek waren
+te talrijk om er den lezer hier mee lastig te vallen.
+
+Ik laadde de boot met het vleesch van honderd ossen en driehonderd
+schapen, met brood en kaas naar evenredigheid, en zooveel toebereide
+levensmiddelen, als vierhonderd koks mij verschaffen konden. Ik nam met
+mij zes levende koeien en twee stieren, en evenveel ooien en rammen,
+met het voornemen ze in mijn vaderland in te voeren en het ras te doen
+voorttelen. Om ze aan boord te voeden nam ik een goeden bundel hooi
+en een zak graan mee. Ik had gaarne een der inboorlingen meegenomen,
+maar dat was iets, dat de Keizer mij in geen geval wou toestaan,
+en behalve dat hij mijn zakken zorgvuldig doorzoeken liet, moest ik
+Zijne Majesteit mijn woord van eer verpanden, geen van zijne onderdanen
+mee te voeren, zelfs niet met hun eigen toestemming of op hun verzoek.
+
+Toen ik dus alles zoo goed ik kon had klaargemaakt, ging ik onder
+zeil op den 24sten September 1701, om 6 uur 's morgens; en nadat ik
+ongeveer vier mijlen noordwaarts gegaan was, daar de wind zuidoost was,
+bespeurde ik om zes uur 's avonds een klein eiland, zoowat een halve
+mijl naar het Noordwesten. Ik stuurde er op aan en wierp 't anker uit
+nabij het eiland, dat wel onbewoond leek. Ik gebruikte toen eenige
+ververschingen en ging naar kooi. Ik sliep goed, en naar ik vermoed
+minstens zes uur, want de dag brak aan twee uur na mijn ontwaken. Het
+was een heldere nacht, ik at mijn ontbijt voor de zon opkwam, en,
+nadat ik het anker opgehaald had, stuurde ik, met gunstigen wind,
+in dezelfde richting waar ik den vorigen dag gevaren had, waarbij
+ik afging op mijn zakcompas. Mijn plan was, zoo mogelijk, een van
+die eilanden te bereiken, die ik reden had te gelooven dat Noordoost
+van Van Diemen's land lagen. Ik bespeurde dien dag niets, maar den
+volgenden, omtrent drie uur 's middags, toen ik naar mijn berekening
+vier en twintig mijlen van Blefuscu af was, merkte ik een schip dat
+Zuid-Oost stuurde; mijn richting was vlak Oost. Ik riep het aan,
+maar kon geen gehoor krijgen; maar ik merkte dat ik op haar won,
+doordat de wind liggen ging. Ik zette alle zeilen bij en binnen een
+half uur werd ik gezien, en van het schip werd een vlag geheschen en
+een schot gelost. Het is moeielijk mijn vreugde uit te drukken bij de
+onverwachte hoop mijn bemind vaderland weer te zien, en de dierbare
+panden, die ik daar had achtergelaten. Het schip minderde zeil, ik kwam
+het langs zij tusschen vijf en zes uur 's avonds, den 26sten September;
+maar mijn hart sprong op in mijn lijf toen ik haar Engelsche kleuren
+zag. Ik stak mijn koeien en schapen in mijn jaszakken en ging aan
+boord met mijn heele kleine lading van levensmiddelen. Het vaartuig
+was een Engelsche koopvaarder op de terugreis van Japan door de Noord-
+en Zuidzeeën; de kapitein, Mr. John Biddel van Deptford, een zeer
+beschaafd man en uitstekend zeeman. Wij waren nu onder de breedte
+van 30 graden zuidelijk; er waren zoowat vijftig man aan boord; ik
+ontmoette hier een ouden kameraad van me, een zekeren Peter Williams,
+die den kapitein een goed idee van mij gaf. Deze heer behandelde mij
+minzaam en vroeg mij hem te vertellen waar ik 't laatst vandaan kwam
+en waar ik heen wou, wat ik in een paar woorden deed; maar hij vond
+dat ik ijlde en dat de gevaren, die ik ondergaan had, mijn hoofd
+van streek hadden gemaakt, waarop ik mijn zwarte koeien en schapen
+uit mijn zak nam, die, na groote verbazing, hem overtuigden van mijn
+goede trouw. Ik toonde hem toen het goud, dat de Keizer van Blefuscu
+mij gegeven had, het levensgroote portret van Zijne Majesteit en een
+paar andere bijzonderheden van dit land. Ik gaf hem twee zakken met
+tweehonderd sprugs elk en beloofde hem als we in Engeland aankwamen,
+een koe en een schaap present te doen.
+
+Ik zal den lezer niet lastig vallen met een nauwkeurig verslag van
+deze reis, die grootendeels zeer voorspoedig was. We bereikten de
+Duyns den 13den April 1702. Ik had maar éen ongelukje, namelijk dat
+de ratten aan boord een van mijn schapen weghaalden. Ik vond zijn
+beenderen in een gat, met het vleesch kaal er afgekloven, de rest
+van mijn vee bracht ik veilig aan land en liet het grazen in een
+kolfveld te Steenwich, waar ze grif aanvielen op het gras dat daar
+heel fijn was, wat ik eerst had gevreesd dat ze niet doen zouden;
+ik zou ze onmogelijk op zoo'n lange reis hebben kunnen in 't leven
+houden als de kapitein mij niet een beetje van zijn beste beschuit
+gegeven had, dat fijn gewreven en in water geweekt hun gedurig voer
+was. Den korten tijd, dien ik in Engeland doorbracht, maakte ik geen
+onbelangrijke winst door mijn vee te laten kijken aan personen van
+stand en aan anderen: en voor ik mijn tweede reis begon, verkocht ik
+het voor zeshonderd pond. Bij mijn laatste wederkomst vond ik het
+ras belangrijk toegenomen, voornamelijk de schapen, die, zooals ik
+hoop, veel zullen bijbrengen tot verbetering van de wolmanufactuur,
+door de fijnheid van de vliezen.
+
+Ik bleef twee maanden bij mijn vrouw en huisgezin, want mijn
+onverzadigbaar verlangen om vreemde landen te zien, liet me niet
+langer met rust. Ik liet vijftienhonderd pond bij mijn vrouw achter
+en zette haar in een goed huis te Redriff. Mijn overige bezitting nam
+ik met me, deels in geld, deels in goederen, in de hoop mijn fortuin
+te vermeerderen. Mijn oudste oom John had me een bezitting in land
+nagelaten, bij Epping, van zoowat dertig pond 's jaars; en ik had een
+lange pacht aan de Black Bull in Fetter Lane, die nog eens evenveel
+opbracht, zoodat ik niet meer in gevaar was mijn gezin op de gemeente
+te laten aankomen. Mijn zoon Johnny, die zoo heette naar zijn oom,
+was op de gemeenteschool en een vlug kind. Mijn dochter Betty (die nu
+goed getrouwd is en kinderen heeft) was toen aan haar naaiwerk. Ik nam
+afscheid van mijn vrouw en jongen en meisje, met tranen van weerszijden
+en ging aan boord van de Adventure, een koopvaarder van driehonderd
+ton, met bestemming naar Surat, gezagvoerder kapitein John Nicholas,
+van Liverpool; maar mijn verhaal van deze reis stel ik uit tot het
+tweede deel van mijn reizen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+EEN REIS NAAR BROBDINGNAG.
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+ Een hevige storm; de sloep wordt uitgezonden om water te halen; de
+ schrijver gaat mee om het land op te nemen; hij wordt op de kust
+ achtergelaten; gegrepen door een van de inboorlingen en naar een
+ boerenwoning gevoerd; zijn ontvangst daar, met de verschillende
+ dingen die hem daar overkwamen; een beschrijving van de inwoners.
+
+
+Door de natuur en het noodlot tot een bezig en rusteloos leven
+veroordeeld, verliet ik twee maanden na mijn wederkomst, opnieuw mijn
+vaderland, en ging scheep in de Duyns, op den 20sten Juni 1702, in
+de Adventure, gezagvoerder kapitein John Nicholas, van Corn-Wales,
+met bestemming naar Surat. We hadden een zeer voordeeligen wind
+tot we aan de Kaap de Goede Hoop kwamen, waar we ankerden om water
+in te nemen, maar daar we een lek ontdekten, ontscheepten we onze
+goederen en bleven er overwinteren; en doordat de kapitein een aanval
+van jicht kreeg, konden wij de Kaap niet verlaten voor het eind van
+Maart; wij gingen toen onder zeil en hadden een goede reis totdat we
+de straat van Madagaskar doorgingen; maar toen wij ten Noorden van
+dat eiland gekomen waren, en op ongeveer vijf graden zuiderbreedte,
+begon de wind, die, zooals men heeft opgemerkt, in die zeeën van het
+begin December tot het begin van Mei geregeld uit den hoek tusschen
+het Noorden en Westen waait, heviger op te zetten en meer uit het
+Westen dan gewoonlijk, en bleef zoo twintig dagen achter elkaar, in
+welken tijd wij een beetje ten Oosten van de Molucca-eilanden werden
+gedreven, en ongeveer drie graden ten Noorden van den Evenaar, naar
+de waarnemingen die de kapitein deed op den 2den Mei, toen de wind
+ophield en er een volledige kalmte intrad, waarover ik niet weinig
+blij was. Maar, hij die goed ervaren was in de scheepvaart in die
+zeeën, zeide ons, allen gereed te zijn voor een storm, die dan ook
+den volgenden dag opkwam; want de zuidelijke wind, de Zuid-mousson
+genaamd, begon te waaien en zwol spoedig aan tot een orkaan.
+
+Tijdens dezen storm, die gevolgd werd door een zwaren wind W.Z.W.,
+werden wij, naar mijn berekening, ongeveer vijfhonderd mijlen
+oostwaarts gedreven, zoodat de oudste matroos aan boord niet zeggen kon
+in welk deel van de wereld wij waren. Onze levensmiddelen hielden het
+wel uit, ons schip was stevig en onze bemanning gezond, maar wij lagen
+in den uitersten nood van water: wij oordeelden het best in dezelfde
+richting voort te zeilen, liever dan ons meer Noordwaarts te wenden,
+waardoor we in de noordwestelijke deelen van Noord-Tartarije en in
+de IJszee zouden zijn verdwaald.
+
+Den 16den Juni 1703 bespeurde een jongen in den topmast land. Den
+17den kwamen we in 't onmiddellijk gezicht van een groot eiland of
+vasteland (want we wisten niet welk van beide), ten Zuiden waarvan
+een kleine punt of landengte in zee uitstak, en een kreek was, te
+ondiep om een schip van meer dan 100 ton toe te laten. Wij wierpen
+het anker uit binnen een mijl van deze kreek, en onze kapitein zond
+een dozijn van zijne mannen, goed gewapend in de sloep, met vaten om
+water in te halen, als zij dat vinden konden. Ik verzocht verlof met
+hen te gaan, opdat ik het land zien mocht en kijken wat ontdekkingen
+ik doen kon. Toen wij aan land kwamen zagen wij geen rivier of bron,
+noch eenig teeken van inwoners. Ons volk liep daarom de kust op
+om versch water te vinden dicht bij de zee, en ik wandelde alleen
+zoowat een mijl naar den anderen kant, waar ik zag dat het land kaal
+en rotsig was. Ik begon nu vermoeid te worden, en niets ziende dat
+mijn belangstelling gaande hield, ging ik zachtjes aan terug naar
+de kreek, waar ik, daar de zee vlak voor me open lag, ons volk al
+weer in de boot zag en zoo hard mogelijk naar schip roeien. Ik wou ze
+juist achterna roepen, ofschoon het toch weinig zou geholpen hebben,
+toen ik een reusachtigen man-mensch gewaar werd, die hen zoo snel hij
+kon achtervolgde in zee: hij waadde niet veel dieper dan zijn knieën
+en nam ontzaglijke stappen, maar ons volk was hem een halve mijl
+vooruit, en daar de zee daaromtrent vol scherppuntige rotsen was,
+kon het monster de boot niet inhalen. Dit werd mij later verteld,
+want ik dorst niet daar blijven om den afloop van dit avontuur te
+zien, en liep zoo hard ik kon den weg terug waar ik vandaan kwam
+en beklom toen een steilen heuvel, vanwaar ik het land eenigszins
+overzien kon. Ik bevond dat het overal bebouwd was; maar wat mij in
+'t eerst verraste was de lengte van het gras, dat in die vakken,
+die voor hooien bestemd schenen, meer dan twintig voet hoog stond.
+
+Ik raakte op een heerweg, want daar hield ik het voor, ofschoon het
+den inwoners alleen voor voetpad tusschen een korenveld diende. Hier
+wandelde ik een poosje door, maar kon aan weerszijde bijna niets zien,
+want daar het nu bijna oogsttijd was, stond het koren minstens veertig
+voet hoog. Na een uur wandelens kwam ik aan het eind van dit veld, dat
+omhaagd was met palen van minstens honderdtwintig voet, en de boomen
+waren zoo hoog, dat ik ze niet schatten kon. Er was een overloop om
+van het eene veld in het andere te komen. Die had vier treden en een
+steen, dien men over moest stappen als men op de hoogte kwam. Het was
+onmogelijk voor mij dien overloop te beklimmen, want iedere trede
+was zes voet hoog, en de steen er op meer dan twintig. Ik trachtte
+een opening in de heg te vinden, toen ik in het naaste veld een van
+de inwoners naar den overloop zag toekomen, van dezelfde grootte als
+die ik in zee onze boot had zien vervolgen. Hij leek zoo hoog als een
+gewone kerktoren en nam stappen naar schatting van ongeveer tien el;
+ik was in de uiterste vrees en ontsteltenis, en liep om me in het
+graan te verschuilen, vanwaar ik hem, op den top van den overloop
+staande, naar het veld rechts ernaast zag kijken, en ik hoorde hem
+roepen met een stem heel wat luider dan een spreektrompet; maar dit
+geluid was zoo hoog in de lucht, dat ik in het eerst dacht dat het
+donderde; waarop zeven monsters van zijn soort naar hem toekwamen
+met sikkels in hun handen, iedere sikkel zoowat van de grootte van
+zes zeisen. Deze lieden waren niet zoo goed gekleed als de eerste,
+wiens knechts of arbeiders zij leken; want, ingevolge een paar
+woorden die hij hun zei, gingen ze het koren afmaaien in het veld,
+waar ik in lag. Ik bleef zoo ver mogelijk van hen vandaan, maar kon
+niet dan met de grootste moeite voortkomen, want de halmen stonden
+soms niet meer dan een voet van elkaar af, zoodat ik nauwelijks mijn
+lichaam er tusschen door kon wringen.
+
+Ik slaagde er echter in vooruit te komen totdat ik kwam aan een deel
+van het veld, waar het koren door regen en wind neergeslagen was. Hier
+was het me onmogelijk een stap verder voort te gaan, want de halmen
+waren zoo door elkaar gevlochten, dat ik er niet door kon kruipen en
+de baard van de omgevallen aren was zoo hard en puntig, dat hij mij
+door mijn kleeren heen in het vleesch stak. Tegelijkertijd hoorde ik
+de maaiers niet meer dan honderd el achter me. Op van inspanning en
+overweldigd door verdriet en wanhoop, ging ik in een vore liggen
+en hoopte van harte, dat ik daar mijn dagen mocht eindigen. Ik
+beklaagde mijn verlaten weduwe en vaderlooze kinderen. Ik betreurde
+mijn eigen dwaasheid en grilligheid om een tweede reis te ondernemen,
+in weerwil van den raad van al mijn vrienden en betrekkingen. Onder
+deze vreeselijke aandoeningen kon ik niet nalaten te denken aan
+Lilliput, waar de inwoners mij aanzagen voor het grootste wonder
+dat ooit in de wereld verschenen was; waar ik in staat was geweest
+een keizerlijke vloot met mijn hand te voeren, en al die daden te
+bestaan die vermeld zullen worden in de geschiedboeken van dat rijk,
+terwijl het nageslacht ze nauwelijks gelooven zal, schoon millioenen
+er getuigenis van doen. Ik dacht bij mij zelf wat een vernedering het
+voor me zijn zou, voor dit volk even onbeduidend te schijnen als een
+enkele Lilliputter bij ons zou zijn, maar dit begreep ik, zou toch
+nog de minste zijn van mijn rampen, want daar het is opgemerkt dat
+menschelijke wezens wilder en wreeder zijn naarmate ze grooter zijn
+van omvang, wat kon ik anders verwachten dan een hapje te zullen wezen
+in den mond van den eersten van deze ontzaglijke barbaren, die mij
+vangen mocht. Ongetwijfeld hebben de wijsgeeren gelijk als zij zeggen,
+dat niets groot of klein is dan in vergelijking met iets anders. Het
+lot zou de Lilliputters een land hebben kunnen laten vinden, waar de
+menschen even klein waren ten opzichte van hen, als zij het waren
+ten opzichte van mij. En wie weet of niet zelfs dit reusachtig ras
+van stervelingen even zooveel in grootte overtroffen wordt in een of
+ander deel van de wereld dat tot nu toe niet is ontdekt.
+
+Ontsteld en ontdaan als ik was, kon ik niet nalaten met die bedenkingen
+voort te gaan, toen een van de maaiers, door de plaats waar ik lag,
+tot op tien el afstands voorbij te komen, mij vreezen deed dat ik
+bij den eerstvolgenden stap zou worden doodgetrapt onder zijn voet
+of in tweeën gesneden door zijn sikkel. En daarom, zoodra hij zich
+weer bewegen ging, schreeuwde ik zoo hard als mijn angst alleen me
+kon doen uithouden; waarop het monster-schepsel zijn stap inhield,
+en nadat hij een poosje om zich heen gekeken had, eindigde met mij
+te bespeuren, waar ik voor hem op den grond lag.
+
+Hij bekeek mij eerst met de voorzichtigheid van iemand, die
+probeert een klein gevaarlijk diertje zoo op te pakken, dat het hem
+niet krabben of bijten kan, zooals ik zelf dikwijls een wezeltje in
+Engeland gedaan heb. Ten laatste waagde hij het en vatte mij op, van
+achteren om de middel, tusschen zijn voorvinger en duim en bracht me
+tot binnen drie el van zijn oogen, om beter te kunnen waarnemen hoe
+ik er precies uitzag. Ik raadde zijn bedoeling en had gelukkig zooveel
+tegenwoordigheid van geest, dat ik besloot in 't minste niet tegen te
+stribbelen, terwijl hij mij in de lucht hield, meer dan zestig voet
+boven den grond, ofschoon hij mij vreeselijk in mijn zijde kneep,
+uit angst dat ik hem door de vingers zou glippen. Al wat ik waagde
+was mijn oogen naar de zon op te heffen, mijn handen samen te vouwen
+in smeekende houding en eenige woorden te spreken, met een nederige en
+zwaarmoedige uitdrukking, zooals dat mij in mijn toestand paste; want
+ik vreesde ieder oogenblik dat hij mij tegen den grond zou smakken,
+zoo als wij gewoonlijk doen met een klein griezelig insekt, dat we
+willen doodmaken. Maar mijn goed gesternte beschikte dat hij scheen
+behagen te scheppen in mijn stem en gebaren, en me begon te bekijken
+als iets heel zonderlings, erg verbaasd mij gearticuleerde woorden
+te hooren uitspreken, ofschoon hij die niet verstaan kon. In dien
+tusschentijd kon ik niet nalaten te kreunen en tranen te storten,
+en mijn hoofd naar mijn zijden te draaien, om hem zoo goed ik kon te
+kennen te geven, hoe verschrikkelijk ik bezeerd werd door den druk
+van zijn vinger en duim. Hij scheen mijn bedoeling te begrijpen, want
+de panden van zijn jas oplichtende, stak hij mij zachtjes daarin en
+liep dadelijk met mij naar zijn meester, die een gezeten boer was en
+dezelfde, dien ik eerst in het veld gezien had.
+
+Toen de boer (zooals ik uit hun praten opmaakte) zich door zijn knecht
+had laten vertellen, wat die van mij wist, nam hij een stukje van
+een klein strootje, zoowat zoo groot als een wandelstok en lichtte
+daarmede de panden van mijn jas op, die hij naar 't scheen voor een
+soort bedeksel hield, dat de natuur mij gegeven had. Hij blies mijn
+haar uit mijn gezicht om dit beter te kunnen bekijken. Hij riep zijn
+knechts bij zich en vroeg hen, zooals ik later leerde begrijpen,
+of ze ooit in het veld een wezentje gezien hadden dat iets van mij
+had? Toen zette hij mij zachtjes op den grond op handen en voeten,
+maar ik sprong dadelijk op en wandelde langzaam achteruit en vooruit,
+om dien lieden te toonen, dat ik niet van plan was weg te loopen. Ze
+gingen allemaal in een kring om me heen zitten, om beter mijn
+bewegingen te kunnen zien. Ik nam mijn hoed af en maakte een diepe
+buiging voor den boer. Ik viel op mijn knieën en hief mijn handen en
+oogen omhoog en sprak zoo luid ik kon verscheidene woorden; ik haalde
+een beurs met goudgeld uit mijn zak en bood hem die nederig aan. Hij
+nam haar aan op de palm van zijn hand, hield haar toen dicht bij zijn
+oogen om te zien wat het was, en draaide haar daarna een keer of wat
+om en om met de punt van een speld, (die hij van zijn mouw haalde),
+maar hij kon er niet uit wijs worden. Ik wenkte hem daarom zijn hand op
+den grond te leggen, nam toen de beurs er af, opende haar, en stortte
+al het goud op zijn handpalm uit. Er waren zes Spaansche stukken,
+elk van vier pistolen, behalve twintig of dertig kleinere munten. Ik
+zag hem den top van zijn middelsten vinger vochtig maken, en eerst
+een, en toen nog een van de grootste stukken er mee opnemen; maar hij
+scheen heelemaal niet te begrijpen wat dat waren. Hij beduidde mij ze
+weer in mijn beurs te doen en de beurs in mijn zak te steken, wat ik,
+na ze hem nog een paar keer te hebben aangeboden, besloot te doen.
+
+De boer begon nu overtuigd te worden dat ik een redelijk wezen zijn
+moest. Hij sprak me herhaaldelijk toe, maar het geluid van zijn
+stem verscheurde mijn ooren als dat van een watermolen; maar zijn
+woorden klonken wel geartikuleerd. Ik antwoordde zoo hard ik kon in
+verscheidene talen, en hij bracht zijn oor telkens tot op twee el van
+me af, maar alles te vergeefs, want wij verstonden elkaar volstrekt
+niet. Hij stuurde toen zijn knechts weer aan 't werk, en zijn zakdoek
+uit zijn zak gehaald hebbende, deed hij dien dubbel en spreidde hem uit
+op zijn linkerhand, die hij plat op den grond hield, met de palm naar
+boven, en wenkte mij er op te stappen, wat ik gemakkelijk doen kon,
+want ze was niet meer dan een voet dik. Ik achtte het het voordeeligst
+te gehoorzamen en ging uit vrees voor vallen, languit op den zakdoek
+liggen, waarvan hij de punten veiligheidshalve tot aan mijn hoofd om
+me heen wikkelde en droeg me zoo ingepakt meê naar zijn huis. Daar
+riep hij zijn vrouw en liet me aan haar zien, maar ze begon te gillen
+en liep weg zooals de vrouwen in Engeland doen als ze een pad of een
+spin zien. Maar toen ze een poosje mijn manieren gezien had en hoe
+goed ik luisterde naar de gebaren van haar man, werd ze spoedig met
+mij verzoend en ging langzamerhand erg veel van me houden.
+
+Het was omstreeks twaalf uur op den middag en een dienstbode bracht
+het eten binnen. Het bestond uit niets dan een stevig vleesch-gerecht
+(naar den eenvoudigen stand van een landman) in een schotel van zoowat
+vier en twintig voet doorsnede. De aanzittenden waren de boer en zijn
+vrouw, drie kinderen en een oude grootmoeder. Toen zij zaten zette
+de boer mij een eindje van zich af, op de tafel, die dertig voet
+hoog was. Ik was doodsbang dat ik er af zou vallen en bleef zoo ver
+mogelijk van den rand. De vrouw sneed een snippertje vleesch af en
+kruimelde wat brood op een schoteltje en zette me dat vóor. Ik maakte
+een diepe buiging voor haar, haalde mijn mes en vork uit en ging aan
+'t eten, waar ze verbazend veel schik in hadden. De meesteres liet de
+meid een klein likeurkelkje halen, dat zoowat twee gallons inhield, en
+vulde het met drank: ik tilde het vat met moeite met mijn twee handen
+op en dronk met eerbiedige gebaren op mevrouws gezondheid, waarbij ik
+de Engelsche woorden uitsprak zoo luid ik kon, wat het gezelschap zoo
+hartelijk aan 't lachen maakte dat ik bijna doof werd van 't lawaai.
+
+De drank smaakte als een lichte ciderwijn, en was niet
+onaangenaam. Toen gaf de meester mij een wenk om bij den rand van
+zijn bord te komen; maar terwijl ik over de tafel liep, voortdurend,
+zooals de lezer wel begrijpt en verontschuldigen zal, in de grootste
+verbazing, struikelde ik over een broodkorst en viel plat op mijn
+gezicht, maar zonder me te bezeeren. Ik stond dadelijk op en toen ik
+zag dat de goede liên nog bezorgd over me waren, nam ik mijn hoed
+(dien ik als welgemanierd mensch onder mijn arm hield), en riep,
+terwijl ik er mee boven mijn hoofd zwaaide, driemaal hoera! om te
+toonen dat de val goed was afgeloopen. Maar terwijl ik naar mijn
+meester (zooals ik hem in 't vervolg noemen zal) toekwam, pakte
+zijn jongste zoon, een bengel van een jongen van vier jaar oud, die
+naast hem zat, mij bij mijn beenen en hield mij zoo hoog in de lucht,
+dat ik sidderde aan al mijn leden; maar zijn vader griste me van hem
+af en gaf hem tegelijkertijd een klap om zijn ooren, die een heele
+afdeeling Europeesche ruiterij tegen den grond zou hebben geslagen,
+terwijl hij hem beval van tafel te gaan. Maar daar ik bevreesd was dat
+de knaap een hekel aan mij krijgen zou, en mij te binnen bracht hoe
+baldadig alle kinderen bij ons van natuur zijn tegenover musschen,
+kleine katjes en jonge hondjes, viel ik op mijn knieën, en gaf,
+naar den knaap wijzende, mijn meester zoo goed ik kon te verstaan,
+dat ik om vergiffenis voor hem verzocht: de vader gaf toe en de knaap
+mocht weer gaan zitten, waarop ik naar hem toeging en zijn hand kuste,
+die mijn meester in de zijne nam en mij zachtjes deed aaien.
+
+Midden onder het maal sprong de lievelingspoes van mijn meesteres op
+haar schoot. Ik hoorde een gedruisch als van een dozijn kousenwevers
+aan hunne weefgetouwen, en toen ik mijn hoofd omdraaide merkte ik dat
+het het spinnen van dit dier was, dat driemaal grooter leek dan een os,
+zooals ik opmaakte uit de grootte van haar kop en een klauw, dien ik
+zag, terwijl haar meesteres haar eten gaf en aaide. Het woeste uitzicht
+van dit gedrocht bracht me heelemaal van de wijs, schoon ik aan het
+andere eind van de tafel stond, zoowat vijftig voet van haar af en mijn
+meesteres haar vasthield, uit vrees dat ze een sprong zou doen en me
+in haar klauwen grijpen. Maar daar was gelukkig geen gevaar voor, want
+poes nam niet de minste notitie van me, zelfs niet toen mijn meester
+me tot binnen drie el afstands van haar neerzette. En daar men mij
+altijd gezegd heeft en ik dit op mijn reizen altijd bij ondervinding
+had bewaarheid gezien, dat vluchten of zich bevreesd toonen voor een
+wild dier, een zeker middel is om zich er door te laten aanvallen,
+besloot ik in dit gevaarlijk oogenblik mij in 't geheel niet bezorgd
+te toonen. Ik wandelde daarom stoutmoedig vijf- of zesmaal vlak voor
+poes haar kop heen en weer en kwam tot op een halve el bij haar,
+waarop zij zich terugtrok, alsof zij banger voor mij dan ik voor
+haar was; minder bang was ik voor de honden, waarvan er drie of vier
+in de kamer kwamen, zooals in boerenhuizen gebruikelijk is; waarvan
+er één een bandhond was, zoowat van den omvang van vier olifanten,
+en een hazewind ietwat hooger dan de bandhond, maar niet zoo zwaar.
+
+Toen de maaltijd bijna gedaan was, kwam de kindermeid binnen met
+een kind van een jaar oud in haar armen, dat me dadelijk in de gaten
+kreeg en begon te blèren dat men het zou kunnen hooren van Amsterdam
+tot Sloterdijk, op de gebruikelijke manier van kinderen, om me voor
+speelgoed te hebben. De moeder nam me uit pure goedheid op en hield me
+naar het kind toe, dat me dadelijk bij mijn middel greep en mijn hoofd
+in zijn mond stak, waar ik zoo hard ging schreeuwen dat de dreumes er
+van schrikte en mij vallen liet, zoodat ik onvermijdelijk mijn nek
+zou hebben gebroken, als de moeder niet haar boezelaar onder me had
+gehouden. De kindermeid gebruikte, om het kind zoet te houden, een
+ratel, die niets anders was dan een soort hol vat vol groote steenen
+en met een kabel om het middel vastgemaakt; maar het was alles te
+vergeefs, zoodat ze als laatste redmiddel wel besluiten moest het
+kind de borst te geven. Ik moet bekennen dat nooit een voorwerp mij
+zoo walgde als haar monsterachtige borst, waarvan ik niet kan zeggen
+waar ik ze mee vergelijken moet om den belangstellenden lezer een
+denkbeeld te geven van haar omvang, gedaante en kleur.
+
+Dit bracht me aan 't denken over het fijne vel van onze Engelsche
+dames, die ons zoo mooi lijken, alleen omdat ze van onze eigen grootte
+zijn, en hun gebreken alleen door een vergrootglas zijn te zien,
+wanneer we bij ondervinding weten, dat het gladste en witste vel er
+ruw en grof en akelig van kleur uitziet.
+
+Ik herinner mij, dat, toen ik in Lilliput was, de gelaatskleur van
+die miniatuur-menschjes mij de mooiste in de wereld leek; en in een
+gesprek over dit onderwerp met een geleerde daar, die een vertrouwd
+vriend van mij was, zei die mij dat mijn gezicht veel fijner en gladder
+leek als hij het van den grond, dan als hij het van nabij zag, als ik
+hem in mijn hand nam en er vlak voorhield, wat werkelijk, zei hij, in
+'t eerst een heel griezelig gezicht was. Hij zei dat hij groote gaten
+in mijn huid kon waarnemen, dat de stompjes van mijn baard tienmaal
+sterker waren dan de stekels van een wild zwijn en mijn gelaatskleur
+bestond uit verschillende kleuren, volmaakt onaangenaam. Schoon ik
+toch vrijheid vragen moet te betuigen, dat ik even blank ben als de
+meeste van mijn mannelijke landgenooten, en door al mijn reizen maar
+heel weinig verschroeid.
+
+Daarentegen, sprekende van de dames aan het hof van dien Keizer,
+placht hij wel te zeggen dat éen sproeten had, een andere een te
+grooten mond, een derde een te breeden neus; dingen waar ik allemaal
+niets van onderscheiden kon. Ik moet zeggen dat deze overwegingen
+hinderlijk genoeg zijn; maar ik kon ze toch niet achterwege laten,
+omdat de lezer anders denken zou dat die groote schepsels werkelijk
+mismaakt waren, wat niet zoo is, want ik moet om billijk te zijn,
+erkennen dat ze een knap soort volk zijn, en voornamelijk de trekken
+van het gezicht van mijn meester, ofschoon hij maar een boer was,
+zagen er als ik ze op hun hoogte van zestig voet zag zeer evenredig
+gevormd uit.
+
+Na den maaltijd ging mijn meester zien naar zijn arbeiders, en gaf zijn
+vrouw, zooals ik uit zijn stem en gebaren kon opmaken, strikten last
+om goed zorg voor mij te dragen. Ik was erg vermoeid en slaperig en
+mijn meesteres, dat bemerkende, legde me op haar eigen bed en dekte
+me toe met een schoonen witten zakdoek, maar grooter en grover dan
+het schoenerzeil van een oorlogsschip.
+
+Ik sliep ongeveer twee uur en droomde dat ik thuis was bij mijn vrouw
+en kinderen, wat mijn verdriet nog deed toenemen toen ik wakker
+werd en mij alleen, in een uitgestrekt vertrek van tusschen twee-
+en driehonderd voet breed en meer dan tweehonderd hoog in een bed
+van twintig ellen breedte liggen vond. Mijn meesteres was aan haar
+huishouden gegaan en had mij opgesloten. Het bed was acht el boven
+den vloer. Ik wenschte er af te komen, maar dorst niet roepen; en als
+ik het gedaan had zou het te vergeefs geweest zijn, met een stem als
+de mijne, op een zoo grooten afstand als van de kamer waar ik was
+tot de keuken, waar de familie zich in ophield. Terwijl ik mij in
+die omstandigheden bevond, kropen twee ratten tegen de gordijnen op,
+en liepen snuffelende naar achteren en naar voren over het bed. Een
+kwam bijna vlak bij mijn gezicht, waarop ik beangst opsprong en mijn
+houwer trok om me te verdedigen. Deze afgrijselijke dieren hadden
+de stoutmoedigheid mij aan weerszijden aan te vallen en een hield
+zijn voorpooten aan mijn halsboord; maar ik had het geluk haar den
+buik op te rijten, voor zij mij eenig kwaad kon doen. Zij viel voor
+mijn voeten neer en de andere, het lot van haar makker ziende, nam
+de vlucht, maar niet zonder een geduchte wond op haar rug, die ik
+haar gaf terwijl zij wegliep en haar het bloed langs de zijden deed
+druppelen. Na deze heldendaad wandelde ik zoetjes op en neer over het
+bed, om weer op adem en op mijn verhaal te komen. De beesten waren
+van de grootte van een grooten dog maar oneindig vlugger en woester,
+zoodat, als ik voor ik slapen ging, mijn gordel had afgelegd, ik
+onfeilbaar in stukken gescheurd en verslonden zou zijn. Ik mat den
+staart van de doode rat en bevond dat hij twee el lang was, op een
+duim na; maar ik walgde er een beetje van het lijk van het bed af te
+sleepen, waar het maar al lag te bloeden; ik merkte dat er nog eenig
+leven in was, maar met een fikschen houw over den nek, maakte ik het
+heelemaal van kant. Spoedig daarop kwam mijn meesteres in de kamer,
+die mij geheel bebloed ziende, toeschoot en mij in haar hand nam. Ik
+wees haar naar de doode rat, glimlachende en nog andere teekens makende
+om te toonen dat ik niet gewond was, waarop ze uitermate blij werd,
+roepende de meid om de doode rat op te nemen met een tang en haar
+uit het venster te gooien. Toen zette ze mij op tafel, waar ik haar
+mijn houwer toonde heelemaal bebloed, en stak hem, nadat ik hem aan
+mijn jaspanden had afgeveegd, weer in zijn schede.
+
+Ik hoop dat de vriendelijke lezer mij het uitweiden over deze en
+dergelijke bijzonderheden ten goede zal houden, die, hoe onbeteekenend
+zij voor gewone geesten schijnen mogen, toch zeker een wijsgeer
+zullen helpen zijn gedachten en verbeelding te verrijken, en er
+gebruik van te maken ten welvaren van publiek zoowel als bijzonder
+leven, wat mijn eenig doel was met het voorleggen van deze en andere
+berichten van mijn reizen aan de wereld, waarin ik voornamelijk naar
+waarheid gestreefd heb, zonder eenige versierselen van geleerdheid of
+stijl voor te wenden. Maar het geheele tooneel van deze reis maakte
+zoo een sterken indruk op mijn geest, en is zoo diep gegrift in mijn
+geheugen, dat ik, haar op papier brengende, niet eene bijzonderheid van
+beteekenis vergeten heb; evenwel heb ik bij een strenge herziening,
+verscheidene gedeelten van minder gewicht weggeschrapt, die in mijn
+eerste handschrift waren, uit vrees te worden veroordeeld als vervelend
+en onbeteekenend, wat reizigers dikwijls, misschien niet ten onrechte,
+beschuldigd worden te zijn.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+ Een beschrijving van het dochtertje van den boer.--De
+ schrijver naar een marktplaats gebracht en daarna naar de
+ hoofdstad.--Bizonderheden over zijn--reis.--
+
+
+Mijn meesteres had een dochtertje van negen jaar oud, een voordeelig
+kind voor haar leeftijd, heel vlug met de naald en handig in het
+kleeden van haar pop. Haar moeder en zij brachten tegen den nacht
+de poppewieg voor mij in orde; de wieg werd in een kleine la van
+een kabinet gezet, en de la op een hangende plank geplaatst uit
+vrees voor de ratten. Dit was mijn bed, al den tijd, dat ik bij
+die menschen in huis bleef, schoon het langzamerhand meer naar mijn
+gemak werd ingericht, naarmate ik hun taal begon te leeren, en mijn
+behoeften bekend te maken. Dit jonge meisje was zoo handig, dat toen
+ik een of twee keer mijn kleeren had uitgetrokken waar zij bij was,
+ze mij aan en uit kon kleeden, maar ik deed haar die moeite nooit aan,
+tenzij ze er op aandrong. Zij maakte zeven hemden en ander linnengoed
+voor me, van het fijnste goed dat ze krijgen kon, dat toch nog grover
+was dan zakkegoed, en die waschte ze geregeld zelf. Zij was ook mijn
+schooljuffrouw, die me de taal leerde; als ik naar iets wees, zei zij
+mij den naam er van in haar taal, zoodat ik in een dag of wat vragen
+kon om wat ik hebben wou. Zij was een goed kind en niet grooter dan
+veertig voet, wat klein is voor haar leeftijd. Zij gaf mij den naam van
+Grildrig, dien de familie overnam en later het heele rijk. Het woord
+beteekent wat de Latijnen Nanunculus, de Italianen Homunceletino en de
+Engelschen mannikin noemen. Ik ben haar grootendeels verschuldigd dat
+ik in dit land mijn leven behield; ik noemde haar mijn Glumdalclitch
+of kindermeisje, en ik zou me schuldig maken aan groote ondankbaarheid
+als ik deze eervolle vermelding naliet van haar zorg en genegenheid
+voor mij, die ik van harte wensch dat het in mijn macht stond, te
+beloonen zooals ze het verdient, in plaats van, zooals ik maar te
+veel reden heb te vreezen, de onschuldige, maar ongelukkige bewerker
+van haar schande te zijn.
+
+Het begon nu bekend, en in de buurt erover gepraat te worden, dat mijn
+meester een vreemd diertje in 't veld had gevonden, zoowat zoo groot
+als een splacnuck, maar volmaakt gevormd als een menschelijk wezen,
+dat het ook in al zijn bewegingen nabootste; en dat een eigen taaltje
+scheen te spreken, al verscheidene woorden van hun taal geleerd had,
+rechtop op zijn twee beenen liep, tam en aardig was, kwam wanneer het
+geroepen werd, alles deed wat het gezegd werd, de fijnste ledematen van
+de wereld had, en een complexie teerder dan een edelmansdochter van
+drie jaar oud. Een andere boer, die dichtbij woonde, en een bizonder
+vriend van mijn meester, kwam een bezoek brengen met het doel te
+onderzoeken wat er waar was van dat verhaal. Ik werd onmiddellijk voor
+den dag gehaald en op een tafel gezet, waar ik wandelde zooals men mij
+beval, mijn houwer trok, weer opstak, een buiging maakte voor den gast,
+hem in zijn eigen taal vroeg hoe hij het maakte, en hem zei dat hij
+welkom was, zooals mijn kindermeisje mij dat had geleerd. Deze man,
+die oud en bijziende was, zette zijn bril op om mij beter te zien,
+waarop ik niet laten kon hartelijk te lachen, want zijn oogen leken
+me wel volle manen, schijnende in een kamer met twee vensters. De
+huisgenooten, die de oorzaak van mijn vroolijkheid ontdekten, hielden
+mij in mijn lachen gezelschap, waarover de oude mal genoeg was boos
+en uit zijn humeur te worden. Hij stond bekend voor een ergen vrek;
+en hij kon dat, tot mijn ongeluk, best wezen, naar den vervloekten
+raad dien hij mijn meester gaf, mij te laten kijken op een marktdag in
+de naburige stad, die een half uur rijdens, ongeveer twee-en-twintig
+mijlen, van ons af was. Ik vermoedde dat er eenig kwaad broeide,
+toen ik mijn meester en zijn vriend met elkaar zag fluisteren,
+terwijl zij soms naar mij wezen; en mijn vrees deed me gelooven dat
+ik af en toe enkele van hun woorden verstaan kon. Maar den volgenden
+morgen vertelde Glumdalclitch, mijn kleine oppaster, mij de heele
+zaak, waarover ze haar moeder listig had uitgehoord. Het arme kind
+legde mij aan haar borst, en viel aan 't schreien van verdriet en
+schaamte. Zij was bang dat mij een ongeluk zou overkomen van gemeene
+hardhandige menschen, die me misschien dood zouden knijpen of een
+van mijn leden breken, als ze me in hun handen namen. Zij had ook
+gemerkt hoe preutsch ik van nature was, hoe gesteld op mijn eer,
+en wat een schande ik het vinden zou voor geld ten toon gesteld te
+worden, als een publieke vertooning voor het minste volk. Zij zeide,
+dat vader en moeder haar beloofd hadden, dat Grildrig van háar zou
+hooren; maar nu merkte zij, dat ze haar net zoo zouden behandelen
+als het vorige jaar, toen zij haar een lam beweerden te geven, en
+het toch, zoodra het goed vet was, verkochten aan een slager. Wat
+mij betreft, ik kan naar waarheid getuigen, dat ik minder bezorgd
+was dan mijn verzorgstertje. Ik had een vast vertrouwen, dat me nooit
+verliet, dat ik eens mijn vrijheid zou terugkrijgen; en wat aangaat de
+schandelijkheid van te worden door het land gevoerd als een kijkspel,
+ik bedacht dat ik een volslagen vreemdeling was in dat land, en dat
+zulk een ongeluk mij nooit als een verwijt kon worden nagegeven, als
+ik mocht terugkomen in Engeland, daar de koning van Groot-Brittannië
+zelf, in mijn geval, hetzelfde lot had moeten ondergaan.
+
+Mijn meester nam me dan, ingevolge den raad van zijn vriend, den
+volgenden marktdag, in een doos met zich naar de naburige stad en
+liet zijn dochtertje, mijn kleine verzorgster, op een kussen achter
+hem opzitten. De doos was aan alle kanten dicht, met een kleine
+deur voor mij om in en uit te gaan en een paar boor-gaatjes om
+lucht in te laten. Het meisje was zoo zorgvol geweest er de sprei
+van haar poppebedje in te doen, waarop ik liggen kon. Nochtans werd
+ik op die reis verschrikkelijk geschokt en heen en weer gegooid,
+ofschoon ze maar een half uur duurde: want het paard nam stappen van
+zoo wat veertig voet, en draafde zoo hoog, dat de beweging gelijk
+was aan het op- en neergaan van een schip in een hevigen storm,
+maar veel veelvuldiger. Onze reis was iets verder dan van Londen
+naar St. Albans. Mijn meester stapte af aan een herberg, waar hij
+dikwijls kwam; en na een poosje met den herbergier overlegd, en
+eenige noodzakelijke toebereidselen gemaakt te hebben, huurde hij den
+grultrud, of omroeper, om door de stad bekend te maken, dat een vreemd
+wezen te zien was, waar de Groene Arend uithing, niet zoo groot als
+een splacnuck (een dier in dat land, fraai gevormd, ongeveer zes voet
+lang) en in al zijn lichaamsdeelen een menschelijk wezen gelijkende;
+het kon verscheidene woorden spreken en honderd aardige kunstjes doen.
+
+Ik werd op een tafel gezet in het grootste vertrek van de herberg,
+dat bijna driehonderd voet in 't vierkant mag zijn geweest. Mijn
+kleine meesteres stond op een lagen stoel vlak bij de tafel, om
+op me te passen en me te zeggen wat ik doen moest. Om gedrang te
+vermijden wou mijn meester niet meer dan dertig personen tegelijk
+binnenlaten. Ik stapte over de tafel heen en weer, zooals mij door
+het dochtertje bevolen werd: zij stelde mij vragen, die ze wist dat
+ik met mijn kennis van de taal kon beantwoorden, en ik antwoordde zoo
+hard ik kon. Ik wendde mij verscheiden malen naar het gezelschap,
+groette het beleefd, zei dat het welkom was, en gebruikte een paar
+andere spreekwijzen, die ik had geleerd. Ik nam een vingerhoed,
+gevuld met drank, dien Glumdalclitch mij voor beker gegeven had en
+dronk hun gezondheid. Ik trok mijn houwer, en zwaaide hem, naar de
+wijze van de schermers in Engeland. Mijn verzorgster gaf me een stuk
+stroo, dat ik hanteerde als een piek, hebbende die kunst geleerd
+in mijn jeugd. Ik werd dien dag vertoond aan twaalf partijen volk,
+en was even dikwijls genoodzaakt dezelfde dwaasheden over te doen,
+totdat ik halfdood was van uitputting en ergernis; want zij die mij
+gezien hadden brachten zulke wondervolle verslagen uit, dat het volk
+op het punt stond de deur open te breken om binnen te komen. Mijn
+meester wou niet, in zijn eigen belang, dat iemand mij aanraakte dan
+zijn dochtertje, en om ongelukken te voorkomen, waren banken rondom de
+tafel gezet op zoo'n afstand, dat ik buiten ieders bereik was. Maar
+een ondeugende schooljongen mikte een hazelnoot vlak op mijn hoofd,
+die me bijna geraakt had; gelukkig bijna, want ze kwam met zooveel
+kracht, dat ze onfeilbaar mijn hersens zou hebben stukgeslagen, want
+ze was haast zoo groot als een kleine meloen; maar ik had de voldoening
+den jeugdigen rekel flink afgerost en buiten de deur gezet te zien.
+
+Mijn meester liet bekend maken dat hij mij den volgenden marktdag
+weer vertoonen zou; en maakte meteen een geriefelijker voertuig voor
+me klaar, wat ook wel noodig was; want ik was zoo uitgeput van mijn
+reis heen en van het acht uur achter elkaar kunstjes maken, dat ik
+nauwelijks op mijn beenen staan en geen woord spreken kon. Het duurde
+ruim drie dagen voor ik weer op mijn verhaal was; en opdat ik ook
+thuis toch maar vooral geen rust zou hebben, kwamen al de buren van
+honderd mijl in de rondte, die van mij hoorden, mij bij mijn meester
+aan huis zien. Het kunnen niet minder geweest zijn dan dertig personen,
+met hun vrouwen en kinderen (want het land was zeer bevolkt); en mijn
+meester vroeg telkens, als hij me thuis vertoonde, den prijs van een
+volle kamer, al kwam er maar een enkele familie, zoodat ik gedurende
+eenigen tijd geen dag van de week op mijn gemak was (behalve Woensdag,
+dat hun rustdag is) ook al werd ik niet naar stad gebracht.
+
+Mijn meester, merkende hoe winstgevend ik voor hem zijn kon,
+besloot de belangrijkste steden van het koninkrijk met mij rond te
+reizen. Hebbende daarom zich voorzien van al wat noodig is voor een
+lange reis, en op zijn zaken thuis orde gesteld, nam hij afscheid van
+zijn vrouw, en op den 17den Augustus 1703, zoowat twee maanden na mijn
+aankomst, reisden wij af naar de hoofdstad, die bijna in het midden
+van dat rijk gelegen is, en op ongeveer drieduizend mijlen afstand van
+ons huis. Mijn meester had zijn dochtertje Glumdalclitch achter zich
+te paard. Ze hield mij op haar schoot in een doos, die om haar middel
+gebonden was. Het kind had die doos aan alle kanten gevoerd met het
+zachtste goed dat zij krijgen kon, het van onderen goed opgevuld, haar
+poppebedje erin gelegd, mij voorzien van linnen en andere behoeften,
+en alles zoo geriefelijk mogelijk gemaakt. Wij hadden geen ander
+gezelschap dan een knechtje, die achter ons reed met de bagage.
+
+Het plan van mijn meester was mij in alle steden te laten zien,
+waar we doorreisden, en vijftig of honderd mijl bezijden den weg
+af te gaan naar ieder dorp of heerenhuis, waar hij verwachten kon
+zaken te doen. Wij maakten makkelijke dagreizen van niet meer dan
+honderdvijftig mijlen: want Glumdalclitch klaagde, om mij te sparen,
+over vermoeidheid door het schokken van het paard. Zij nam me, op
+mijn verlangen, dikwijls uit de doos, om me lucht te geven en me het
+land te laten zien, maar hield me altijd aan een draadje vast. Wij
+gingen vijf of zes rivieren over, heel wat breeder en dieper dan de
+Nijl of de Ganges, en er was nauwelijks een riviertje zoo smal als
+de Theems bij London Bridge. Onze reis duurde tien weken en in dien
+tijd was ik vertoond in achttien groote steden, behalve in een groot
+aantal dorpen en afzonderlijke huizen.
+
+Den 26sten October bereikten wij de hoofdstad, in hun taal Lorbrulgrud,
+of Trots van het Heelal genoemd. Mijn meester nam zijn intrek in de
+hoofdstraat van de stad, niet ver van het Koninklijk paleis, en hing
+aanplakbiljetten buiten, in den gewonen vorm, waarop een nauwkeurige
+beschrijving van mijn persoon en hoedanigheden. Hij huurde een groote
+kamer tusschen drie- en vierhonderd voet breed. Hij schafte zich
+een tafel aan van zestig voet in doorsnee, waarop ik mijn kunsten
+vertoonen zou en omheinde haar in de rondte drie voet binnen den rand
+en evenveel hoog om afvallen te voorkomen. Ik werd tienmaal per dag
+vertoond, tot de verbazing en de voldoening van iedereen. Ik kon de
+taal nu tamelijk wel spreken en verstond volkomen elk woord dat tegen
+me gezegd werd. Ook had ik hun alphabet geleerd en kon hier en daar
+probeeren een volzin te verklaren; want Glumdalclitch had mij toen we
+nog thuis waren en in onze vrije uren op reis, onderwezen. Zij droeg
+een klein boekje bij zich, niet veel grooter dan een Sanson's Atlas,
+dat was een eenvoudige verhandeling ten gebruike van jonge meisjes,
+bevattende een kort overzicht van hun godsdienst; daaruit leerde zij
+mij de letters en legde mij de woorden uit.
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+ Er wordt van het hof gezonden om den schrijver.--De Koningin
+ koopt hem van zijn meester en stelt hem voor aan den koning.--Hij
+ houdt twistgesprekken met Zijner Majesteits geleerden.--Een
+ kamer aan 't hof wordt voor hem ingericht.--Hij staat in gunst
+ bij de Koningin.--Hij verdedigt de eer van zijn vaderland.--Zijn
+ vijandschap met den dwerg van de Koningin.
+
+
+De aanhoudende veranderingen die ik iederen dag onderging,
+veroorzaakten binnen weinige weken een belangrijke verandering in mijn
+gezondheid: hoe meer mijn meester aan me verdiende, hoe begeeriger hij
+werd. Ik had heelemaal mijn eetlust verloren, en was bijna afgevallen
+tot een geraamte. De boer merkte het en overleggende bij zich zelf
+dat ik gauw sterven zou, besloot hij nog zooveel uit me te halen als
+hij kon. Terwijl hij zoo bij zichzelf overlegde en besloot, kwam een
+slardral, of kamerdienaar van het hof, met bevel aan mijn meester
+onmiddellijk daarheen te komen en mij te laten kijken aan de koningin
+en haar dames. Eenige van de laatste waren me al komen zien en brachten
+Haar Majesteit de vreemdste verhalen over van mijne schoonheid, mijn
+manieren en mijn gezond verstand. Hare Majesteit en zij die bij haar
+waren, toonden zich bovenmate over mijn voorkomen verrukt. Ik viel
+op mijn knieën en verzocht om de eer haar vorstelijke voeten te mogen
+kussen; maar deze bevallige vorstin hield, toen ik op tafel gezet was,
+haar pink naar me toe, die ik omvatte met bei mijn armen en waarvan ik
+den top met den diepsten eerbied aan mijn lippen bracht, en zij deed
+mij een paar algemeene vragen over mijn land en mijn reizen, die ik
+zoo duidelijk en zoo beknopt als ik kon beantwoordde. Zij vroeg of ik
+wel aan het hof zou willen leven? Ik boog tot het vlak van de tafel en
+antwoordde weder dat ik mijns meesters slaaf was, maar dat als ik over
+mij zelf beschikken mocht, ik er trotsch op wezen zou mijn leven aan
+Harer Majesteits dienst te wijden. Zij vroeg toen mijn meester of hij
+geneigd was me tegen een goeden prijs te verkoopen. Hij, die vreesde
+dat ik geen maand meer zou leven, was willig genoeg afstand van mij
+te doen en vroeg duizend stukken goud, die hem onmiddellijk werden
+toegestaan; elk stuk zoowat van de zwaarte van achthonderd moidores,
+maar in aanmerking nemende de evenredigheid in alles tusschen dat
+land en Europa en den hoogen prijs van het goud in dat rijk, was die
+som nauwelijks zoo groot als duizend guineas bij ons. Ik zei toen
+tot de Koningin, dat ik nog, daar ik Harer Majesteits onderdanigste
+dienaar en vasal was, om de gunst verzoeken dorst dat Glumdalclitch
+die mij altijd met zooveel zorg en zoo hartelijk had opgepast en daar
+zoo goed voor berekend was, ook in haar dienst zou mogen overgaan,
+en ook in het vervolg mijn onderwijzeres en oppaster zijn.
+
+Hare Majesteit stond mijn verzoek toe, en verkreeg gemakkelijk
+de toestemming van den boer, die heel blij was zijn dochter te
+zien aangesteld aan het hof, en het arme kind zelf was niet in
+staat haar vreugd te verbergen. Mijn gewezen meester ging weg,
+mij vaarwel zeggende en mij toevoegende dat hij mij in een goeden
+dienst achterliet, waar ik geen woord op antwoordde, makende alleen
+een lichte buiging.
+
+De Koningin bespeurde mijn koelheid, en vroeg mij, toen de boer uit
+het vertrek was, de reden daarvan. Ik waagde het Hare Majesteit te
+zeggen, dat ik aan mijn gewezen meester geen grooter verplichting had
+dan daarvoor, dat hij mij arm, schadeloos schepsel, bij toeval in 't
+veld gevonden, niet doodgetrapt had; een verplichting waar ruim tegen
+opwoog de winst die hij gemaakt had door me in het halve koninkrijk
+te laten kijken en de prijs waar hij me nu voor verkocht had; dat
+het leven dat ik al dien tijd geleid had vermoeiend genoeg was om
+een dier van tienmaal mijn kracht te dooden; dat mijn gezondheid erg
+geschaad was door het voortdurend geploeter van ieder uur van den
+dag het plebs te moeten pleizieren; en dat, als mijn meester niet
+gedacht had dat mijn leven gevaar liep, Hare Majesteit mij niet zoo
+goedkoop zou gekregen hebben. Maar daar ik nu buiten alle vrees voor
+slechte behandeling was, onder de bescherming van een zoo groote en
+goede vorstin, het sieraad der natuur, de lieveling van de wereld,
+de verrukking van hare onderdanen, de phoenix der schepping, nu hoopte
+ik dat de vrees van mijn gewezen meester zonder grond zou blijken te
+zijn; want ik voelde mijn levensgeesten al weer wakker worden onder
+den invloed van hare zeer verheven tegenwoordigheid.
+
+Dit was het hoofdzakelijke van mijn rede, gebrekkig en aarzelend
+uitgesproken. Het laatste deel was in den bij dit volk gebruikelijken
+stijl, waar ik sommige volzinnen van leerde van Glumdalclitch,
+terwijl ze mij naar het hof bracht.
+
+De koningin, mijn gebrekkelijkheid in 't spreken goedgunstig
+voorbijziende, was verrast over zooveel geest en verstand in een zoo
+nietig schepseltje. Zij nam mij in haar eigen handen en liep met me
+naar den Koning, die toen in zijn kabinet alleen was. Zijne Majesteit,
+een vorst van grooten ernst en streng voorkomen, op 't eerste gezicht
+mijn gestalte niet juist bemerkende, vroeg de Koningin eenigszins koel,
+sinds hoe lang zij de gewoonte had dol te zijn op een splacnuck? want
+daar hield hij mij voor naar het schijnt, terwijl ik op mijn buik
+lag, op haar Majesteits rechterhand. Maar deze vorstin, een wonder
+van geest en beminlijkheid, zette mij zachtjes op mijn voeten op de
+schrijftafel en beval mij Zijne Majesteit zelf over me in te lichten,
+wat ik in weinige woorden deed; en Glumdalclitch, die wachtte aan de
+deur van het kabinet, en niet velen kon dat ik uit haar gezicht was,
+bevestigde, toen haar vergund was binnen te komen, mijn verhaal van
+al wat er gebeurd was sinds mijn aankomst in haar vaders huis.
+
+De Koning, schoon hij zoo geleerd als iemand in zijn rijk was
+en onderwezen in de wijsbegeerte en voornamelijk in de wiskunde,
+hield het toch er voor, toen hij mijn figuur nauwkeurig bekeken
+had en mij rechtop loopen zag, maar nog niet had hooren spreken,
+dat ik een soort klokwerk was, (in het maken waarvan men in dat land
+een groote volmaaktheid bereikt heeft) bedacht door een vindingrijk
+kunstenaar. Maar toen hij mijn stem hoorde, en merkte dat wat ik sprak
+geregeld en redelijk was, kon hij zijn verbazing niet verbergen. Hij
+was volstrekt niet tevreden met het verhaal dat ik hem deed van hoe
+ik in zijn rijk gekomen was, maar hield het voor een vertelseltje
+bedacht door Glumdalclitch en haar vader, die mij een stel woorden
+geleerd hadden, om me duurder te kunnen verkoopen. In die overtuiging
+deed hij me een aantal vragen en kreeg telkens redelijke antwoorden,
+alleen uitgesproken met een vreemden tongval en door mijn gebrekkige
+kennis van de taal vervat in boersche volzinnen, die ik bij den boer
+thuis had geleerd, en die in den beschaafden hofstijl niet zouden
+hebben gepast.
+
+Zijn Majesteit liet drie groote geleerden komen, die hun éénweeksche
+wacht hadden, zooals gebruikelijk is in dat land. Deze heeren waren,
+nadat zij een poosje mijn gedaante zorgvuldig en oplettend onderzocht
+hadden, van verschillende meening over mij. Zij kwamen er in overeen
+dat ik niet kon ontstaan zijn overeenkomstig de gewone natuurwetten,
+omdat ik niet zoo was ingericht dat ik mijn leven kon beveiligen,
+hetzij door snelheid, of het beklimmen van boomen, of het graven
+van holen in den grond. Zij maakten op uit mijn tanden, die zij heel
+nauwkeurig bekeken, dat ik een vleeschetend dier moest zijn; maar daar
+de meeste viervoetige dieren mij de baas waren, en veldmuizen met nog
+een paar andere mij in vlugheid de loef afstaken, konden zij zich niet
+verbeelden hoe ik mij voeden zou, tenzij dan door te leven van slakken
+en andere insekten, wat zij aanboden met allerlei geleerde argumenten
+te bewijzen dat ik onmogelijk kon doen. Een van deze kunstvaardigen
+scheen te meenen dat ik een embryo of misgeboorte zijn zou. Maar
+die meening werd verworpen door de anderen, op grond dat mijn leden
+volkomen gevormd waren, en dat ik verscheiden jaren geleefd had, zooals
+duidelijk bleek aan mijn baard, waarvan zij de stompjes bespeurden door
+een vergrootglas. Zij konden mij ook niet voor een dwerg houden, omdat
+mijn kleinheid buiten alle vergelijking was; want de lievelings-dwerg
+van de koningin, de kleinste, die ooit in dat koninkrijk bekend
+was, was bijna dertig voet hoog. Na veel overleggingen besloten zij
+eenparig dat ik niets was dan een relplum scalcath, wat vertaald
+wordt lusus naturae, [1] eene bepaling, die uitnemend paste bij de
+nieuwere wijsbegeerte in Europa, wier belijders, versmadende het
+vroegere redmiddel van "verborgen oorzaken", waarmee de volgers
+van Aristoteles te vergeefs beproefden hun onkunde te verbergen,
+deze wonderlijke oplossing van alle moeielijkheden gevonden hebben,
+tot onuitsprekelijke bevordering van de menschelijke wetenschap.
+
+Na dit beslissend oordeel verzocht ik een paar woorden te mogen
+spreken. Ik wendde mij tot den Koning en verzekerde Zijne Majesteit,
+dat ik van een land kwam waar het krioelde van millioenen menschen, van
+beiderlei geslacht en allen van mijn gestalte; waar de boomen en huizen
+naar evenredigheid klein waren, waar ik, dientengevolge, even geschikt
+was mij te verdedigen en voor mijn onderhoud te zorgen, als Zijner
+Majesteits onderdanen hier; wat ik meende dat een voldoend antwoord
+was op de beweringen van de heeren daar. Hierop antwoordden zij alleen
+met een minachtenden glimlach en het zeggen dat de boer mij uitstekend
+mijn lesje had voorgezeid. De Koning, die een veel beter begrip had,
+liet zijn geleerden gaan en zond om den boer, die gelukkig nog niet
+uit de stad was. Toen hij dien nu eerst afzonderlijk ondervraagd had
+en daarna met mij en het dochtertje tegelijk, begon Zijne Majesteit
+te meenen, dat wat wij hem vertelden mogelijk wel waar kon zijn. Hij
+verzocht de Koningin bizondere zorg voor mij te dragen, en vond het
+goed dat Glumdalclitch in haar betrekking van oppaster blijven zou,
+omdat hij zag dat wij elkander zoo genegen waren. Een welingericht
+vertrek aan het hof werd haar aangewezen, een soort van gouvernante
+werd benoemd om zorg te dragen voor haar opvoeding, een hofdame om
+haar te kleeden en twee andere bedienden voor het mindere werk; maar
+de zorg voor mij werd heel en al aan haar alleen toevertrouwd. De
+Koningin beval haar eigen meubelmaker een doos te vervaardigen, die
+ik voor slaapkamer gebruiken zou, naar het model dat Glumdalclitch en
+ik zouden vaststellen. Deze man was een zeer vindingrijk kunstenaar en
+vervaardigde naar mijn aanwijzingen binnen drie weken een houten kamer,
+van zestien voet in 't vierkant en twaalf hoog, met schuiframen, een
+deur en twee kleine vertrekjes als een Londensch slaapvertrek. Het
+dak dat het plafond vormde kon men oplichten en neerlaten aan twee
+scharnieren en zoo werd mijn bed er in gezet, kant en klaar geleverd
+door Harer Majesteits bekleeder, dat Glumdalclitch iederen dag eruit
+nam om het te luchten, met haar eigen handen opmaakte, en 's avonds
+weer van boven erin zette en het plafond boven me sloot. Een kunstig
+werkman, beroemd om de kleine snuisterijen die hij maken kon, nam op
+zich twee stoelen te leveren met ruggen en zittingen van een stof,
+die veel op ivoor leek, en twee tafels en een kast voor mijn zaken. De
+kamer was aan alle kanten bekleed, ook de vloer en de zoldering, om
+ongelukken te voorkomen, die ontstaan konden uit de zorgeloosheid
+van hen, die mij heen en weer droegen, en de kracht van een schok
+te breken, als ik mee in een rijtuig ging. Ik vroeg om een slot op
+mijn deur, om ratten en muizen te verhinderen binnen te komen. De
+smid, na verscheidene vruchtelooze pogingen, maakte 't kleinste dat
+daar ooit gezien is, want ik heb een grooter gekend aan de deur van
+een heerenhuis in Engeland. Ik bewaarde den sleutel in mijn zak,
+uit vrees dat Glumdalclitch hem verliezen zou. De Koningin gaf ook
+bevel de fijnst mogelijke zijde te doen uitzoeken, om kleederen voor
+me van te maken, niet veel dikker dan een Engelsche deken, en nog al
+bezwarend, zoolang ik er niet aan gewend was. Zij waren naar de mode
+van het rijk, en leken deels Perzisch, deels Chineesch, maar stonden
+ernstig en waardig.
+
+De Koningin werd zoo gesteld op mijn gezelschap dat ze niet meer
+eten kon zonder me. Ik had een tafel staan op de tafel waar Hare
+Majesteit aan at, vlak aan haar rechter elleboog, en een stoel waar
+ik op zitten ging. Glumdalclitch stond op een bankje op den vloer
+naast mijn tafel om te helpen en zorg voor me te dragen. Ik had een
+volledig stel zilveren schalen en borden, en andere benoodigdheden,
+die, vergeleken bij die van de Koningin, niet veel grooter waren
+dan ik er wel eens gezien heb in een Londenschen speelgoedwinkel,
+bij den inboedel van een poppehuis; mijn kleine oppaster droeg die
+altijd in haar zak in een zilveren doos, en gaf ze me aan tafel als
+ik ze noodig had, en maakte ze altijd zelf schoon. Er at niemand met
+de Koningin dan de twee koninklijke prinsessen, de oudste van even
+zestien en de jongste van dertien jaar en een maand. Hare Majesteit
+placht een stukje vleesch op een van mijn borden te leggen, waarvan ik
+sneed voor mij zelf, en haar grootste schik was mij zoo in miniatuur
+te zien eten; want de Koningin, (die eigenlijk een zwakke maag had)
+gebruikte in een mondvol zooveel als een dozijn Engelsche boeren
+voor hun middagmaal zouden gebruiken; wat voor mij te dien tijde een
+heel walgelijk gezicht was. Zij verbrijzelde een leeuwriksvleugel,
+met been en al, tusschen haar tanden, al was hij negen maal zoo groot
+als een volwassen kalkoen; en zij stak een stuk brood in haar mond,
+dat tweemaal zoo groot was als twee brooden van twaalf stuivers. Zij
+dronk uit een gouden kop, meer dan een okshoofd in een slok. Haar
+messen waren tweemaal zoo lang als een zeis, die recht op haar heft
+staat. De lepels, vorken en ander tafelgereedschap waren alle naar
+dezelfde verhouding. Ik herinner me dat, toen Glumdalclitch me, voor de
+aardigheid, naar eenige hoftafels droeg, waar tien of twaalf van die
+reusachtige messen en vorken tegelijk in handen waren, ik dacht bij
+me zelf, dat ik nooit van mijn leven zoo iets vreeselijks had gezien.
+
+Het is de gewoonte, dat iederen Woensdag (die, zooals ik hiervoor
+heb opgemerkt, hun rustdag is) de Koning en de Koningin, met de
+koninklijke prinsen en prinsessen, gezamenlijk eten in de kamer
+van Zijne Majesteit, bij wien ik zeer in de gunst was; en bij die
+gelegenheden werden mijn tafeltje en stoeltje aan zijn linkerhand
+gezet, vóor een van de zoutvaten. Deze vorst had er vermaak in met
+mij te praten, en mij uit te hooren over de zeden, den godsdienst,
+de wetten, het bestuur en de wetenschap van Europa; waarover ik
+hem zoo goed ik kon inlichtte. Zijn verstand was zoo helder, en zijn
+oordeel zoo juist, dat hij bij al wat ik zei zeer wijze overwegingen en
+opmerkingen maakte. Maar ik moet toegeven, dat, nadat ik een beetje te
+rijkelijk gepraat had over mijn dierbaar vaderland, over onzen handel
+en onze oorlogen te land en ter zee, over onze godsdiensttwisten en
+staatspartijen, de vooroordeelen van zijne opvoeding zoo sterk werden,
+dat hij niet laten kon mij in zijn rechterhand te nemen, en terwijl hij
+mij zachtjes streelde, met de andere, mij na een hartelijke lachbui
+te vragen: Wat ik nu was, een Whig of een Tory? Toen, zich wendende
+tot zijn eersten minister, die achter hem stond met een witten staf,
+wel haast zoo groot als de hoofdmast van de Royal Sovereign, zei hij:
+wat een verachtelijk poppenspel toch menschelijke grootheid was,
+die kon worden nageaapt door zulke nietige insecten als ik; en toch,
+zei hij, durf ik volhouden, dat deze schepseltjes hun titels hebben
+en onderscheidingen; dat zij kleine nestjes en molshoopen bouwen,
+die ze huizen en steden noemen; dat zij vertoon maken met kleeding en
+rijtuigen; dat ze liefhebben, vechten, twisten, bedriegen en verraad
+plegen! En zoo ging hij voort, terwijl mijn kleur ging en kwam van
+verontwaardiging, om zóo ons edel vaderland, de meesteres van kunsten
+en wapenen, den geesel van Frankrijk, de scheidsrechteres van Europa,
+den zetel van deugd, vroomheid, eer en waarheid, den trots en den
+naijver van de wereld, zóo minachtend te hooren bespreken.
+
+Maar daar ik niet in omstandigheden was om wraak te nemen over
+beleedigingen, begon ik er rijper over na te denken of ik wel
+beleedigd wás. Want, nu ik mij verscheidene maanden eraan gewend had
+dit volk te zien en ermee om te gaan, en zag dat elk voorwerp, waar
+mijn oogen op vielen, van evenredige grootte was, begon de afschuw,
+dien ik eerst had gevoeld voor hun omvang en voorkomen, zoo zeer te
+slijten, dat, als ik op dat oogenblik een gezelschap van Engelsche
+heeren en dames in hun Zondagspakjes en versierseltjes gezien had,
+allen in hun dagelijksch bedrijf van hoffelijk loopen en buigen en
+babbelen; ik zou om de waarheid te zeggen een onweerstaanbaren lust
+gehad hebben zóo hard om hen te gaan lachen als de Koning en zijn
+grooten om mij. Ook kon ik niet nalaten te glimlachen om mijzelf,
+als de Koningin mij wel eens op haar hand voor een spiegel hield,
+waardoor onze beide gestalten languit tegen elkaar zichtbaar werden,
+want er kon niets belachelijker zijn dan de vergelijking; zoodat ik
+mij werkelijk begon te verbeelden, dat ik verscheiden graden beneden
+mijn oorspronkelijke grootte gekrompen was.
+
+Er was niets dat mij zoo kwelde en boos maakte als de dwerg van de
+Koningin; die, zelf het kleinste menschje dat ooit was geweest in
+dat land, (want ik geloof wezenlijk dat hij nauwelijks dertig voet
+hoog was) zoo onbeschaamd werd door een schepsel te zien dat nog
+zoo'n stuk kleiner was, dat hij geregeld zijn best deed zich groot en
+gewichtig voor te doen en luidruchtig heen en weer te zwaaien als hij
+langs me kwam in de antichambre van de Koningin, terwijl ik op een of
+andere tafel stond te praten met de heeren en dames van het hof; en
+zelden verzuimde hij met een paar scherpe woorden te schimpen op mijn
+kleinheid; waartegen ik mij alleen verdedigen kon door hem broeder te
+noemen, hem uit te dagen met mij te worstelen, en meer zulke dingen
+te zeggen, als onder hofbedienden gebruikelijk zijn. Eens, aan den
+maaltijd, was dit kwaadaardige kleine monster zoo neetoorig over iets
+dat ik tegen hem gezegd had, dat hij op de zitting van Harer Majesteits
+stoel klom, en mij, terwijl ik zonder erg op mijn stoeltje zat, bij
+het middel pakte, en in een groote zilveren kom met room vallen liet,
+waarna hij zoo hard hij kon wegliep. Ik ging heelemaal kopje onder,
+en als ik niet zoo'n goed zwemmer was geweest zou het slecht met
+me zijn afgeloopen; want Glumdalclitch was op dat oogenblik juist
+aan het andere eind van de kamer, en de Koningin zóo geschrokken,
+dat ze de tegenwoordigheid van geest miste om me te helpen. Maar mijn
+kleine oppaster vloog me te hulp en haalde me eruit nadat ik meer dan
+een kan room had ingekregen. Ik werd te bed gebracht, maar gelukkig
+zonder ander nadeel dan het verlies van een pak kleeren, dat heelemaal
+bedorven was. De dwerg kreeg een flink pak met de zweep, en werd, tot
+verdere straf, veroordeeld den schotel met room, waar hij me in had
+gegooid, leeg te drinken; ook werd hij nooit meer in gunst hersteld;
+want kort daarna schonk de Koningin hem aan een dame van aanzien;
+zoodat ik hem niet weerom zag, tot mijn groote voldoening, want ik
+kon niet zeggen tot wat voor uitersten zoo'n kwaadaardige dwerg zijn
+wrok zou hebben voortgezet.
+
+Daarvóór had hij me nog een gemeenen trek gespeeld, die de Koningin aan
+'t lachen maakte, ofschoon ze tegelijk erg boos was en hem onmiddellijk
+zou hebben weggejaagd als ik niet zoo edelmoedig was geweest hem voor
+te spreken. Hare Majesteit had een mergpijp op haar bord genomen,
+en de pijp, toen ze het merg eruit had geklopt, weer rechtop in de
+schaal gezet; de dwerg, die op de loer lag, totdat Glumdalclitch even
+naar het buffet gegaan was, klom, toen hij zoo zijn kans schoon zag,
+op den stoel waarop zij stond als ze aan tafel voor me zorgde, nam met
+allebei zijn handen me op, kneep mijn beenen bij mekaar en duwde ze
+zoo in de mergpijp tot boven mijn middel, waar ik een poosje in steken
+bleef en een allerbelachelijkst figuur sloeg. Ik geloof dat het bijna
+een minuut duurde voordat iemand wist wat er van me geworden was;
+want ik vond het beneden me te schreeuwen. Maar, daar vorsten zelden
+te warm eten gebruiken, waren mijn beenen niet verschroeid en zag
+het er alleen bedroefd uit met mijn broek en kousen. De dwerg kreeg
+op mijn verzoek niet anders dan een flink pak slaag.
+
+Ik werd dikwijls door de Koningin geplaagd om mijn vreesachtigheid;
+en zij placht mij te vragen of mijn landgenooten allemaal zulke
+lafaards waren als ik zelf? Dit was het geval: Het koninkrijk is des
+zomers verpest van vliegen; en die walgelijke insecten, waarvan elk
+zoo groot is als een leeuwrik, lieten mij nauwelijks een oogenblik
+rust als ik aan den maaltijd zat, met hun onophoudelijk gebrom en
+gegons om mijn ooren heen. Soms gingen zij zitten op mijn eten, en
+soms op mijn neus of voorhoofd, waar ze mij vinnig staken, en daarbij
+allerhinderlijkst riekten; en ik kon gemakkelijk die lijmachtige stof
+bemerken, die zooals de natuurbeschrijvers zeggen, die dieren in staat
+stelt met hun voeten naar de hoogte tegen een zoldering te wandelen. Ik
+had druk werk met mij tegen die afschuwelijke dieren te verdedigen,
+en kon niet laten op te schrikken als zij op mijn gezicht kwamen.
+
+De dwerg had nog al eens de gewoonte een aantal van die beesten te
+vangen in zijn handholte, zooals de schooljongens bij ons doen, en ze
+dan plotseling vlak onder mijn neus er uit te laten, ten einde mij te
+verschrikken en de Koningin te vermaken. Mijn hulpmiddel daartegen was,
+ze met mijn mes in stukken te snijden, terwijl ze om me heen vlogen,
+waarin ik bewonderd werd om mijn handigheid.
+
+Ik herinner me, dat op een morgen, toen Glumdalclitch mij in mijn doos
+voor een venster gezet had, zooals zij meestal deed als het zonnig
+weer was, om me frissche lucht te geven (want ik dorst niet wagen
+de doos aan een nagel buiten het venster te laten hangen, zooals wij
+met vogelkooitjes doen in Engeland), nadat ik een van mijn ramen had
+opgeschoven en aan mijn tafel zat om een stukje koek voor mijn ontbijt
+te gebruiken, meer dan twintig wespen door den reuk aangelokt, mijn
+kamer kwamen invliegen, harder brommende dan het geblaas van zooveel
+doedelzakken. Eenige grepen mijn koek en brachten die bij stukjes
+weg; anderen vlogen om mijn hoofd en gezicht, mij doof makende met
+hun geluid en doodsbang met hun angels. Ik had evenwel den moed op te
+staan, mijn houwer te trekken en hen aan te vallen. Ik doodde er vier,
+maar de rest vloog weg en ik sloot dadelijk het venster. Deze wezens
+waren zoo groot als patrijzen; ik rukte hun angels uit die anderhalven
+duim lang waren en zoo scherp als naalden. Ik bewaarde ze zorgvuldig
+en nadat ik ze met andere merkwaardigheden in verschillende deelen
+van Europa vertoond had, gaf ik er na mijn terugkomst in Engeland
+drie aan Gresham College, en hield den vierden voor mijzelf.
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+ Beschrijving van het land.--Voorstel tot verbetering van moderne
+ landkaarten.--Het koninklijk paleis en een beschrijving van de
+ hoofdstad.--Des schrijvers manier van reizen.--Beschrijving van
+ den voornaamsten tempel.
+
+
+Ik ga nu den lezer een korte beschrijving geven van dit land, voor
+zoover ik het doorreisd heb, wat niet meer was dan twee duizend mijlen
+rondom de hoofdstad Lorbrulgrud; want de Koningin, met wie ik altijd
+meeging, ging nooit verder wanneer zij den Koning vergezelde op zijn
+rondreizen, en bleef dan achter totdat Zijne Majesteit terugkeerde
+van het nazien van zijn grenzen. De heele uitgestrektheid van het
+gebied van dezen vorst is omstreeks zesduizend mijlen in de lengte en
+van drie tot vijf in de breedte, waaruit ik niet anders kan dan het
+besluit trekken dat onze aardrijkskundigen in Europa zeer dwalen,
+als zij gelooven dat er niets dan zee tusschen Japan en Californië
+is; want het is altijd mijn meening geweest, dat er een tegenwicht
+van land moet wezen om evenwicht te houden met het groote vasteland
+van Tartarije; en daarom behooren zij hunne atlassen en kaarten te
+verbeteren, door deze uitgestrekte strook land bij de noordwestelijke
+deelen te voegen van Amerika, waarin ik hen gaarne behulpzaam zal zijn.
+
+Het koninkrijk is een schiereiland, in het noord-oosten begrensd
+door een bergrug van dertig mijl hoog, die volstrekt onbegaanbaar is,
+van wege de vulkanen op zijn toppen; ook weten de geleerdste menschen
+niet, wat soort van stervelingen overzijds die bergen wonen, noch of
+daar iemand woont. Aan de drie andere zijden is het besloten door den
+oceaan. Er is geen een zeehaven in het koninkrijk en die deelen van
+de kusten, waar de rivieren uitmonden, zijn zoo vol puntige rotsen,
+en de zee gemeenlijk zoo woest, dat de kleinste boot er zich niet wagen
+kan, zoodat dit volk geheel en al afgesloten is van den handel met de
+overige volken van de wereld. Maar de groote rivieren zijn vol schepen
+en rijk aan uitmuntende visschen, want zelden krijgen zij visch van de
+zee, omdat de zeevisschen van dezelfde grootte als die in Europa zijn,
+en diensvolgens het vangen niet waard, waardoor het duidelijk is,
+dat de natuur in het voortbrengen van planten en dieren van een zoo
+buitengewonen omvang geheel tot dit vasteland begrensd is, de redenen
+waarom ik den wijsgeeren te vinden overlaat. Nu en dan echter vangen
+zij een walvisch, die toevallig op de rotsen geworpen is, waarvan het
+gewone volk met graagte eet. Die walvisschen heb ik zoo groot gekend,
+dat een man er nauwlijks een op zijn schouders versjouwen kon; en
+soms worden ze als een merkwaardigheid in manden naar Lorbrulgrud
+gebracht; ik zag er een in een schotel op de koningstafel, die werd
+opgediend als een zeldzaamheid, maar ik vond niet dat hij er dol op
+was; ik denk, dat de omvang van het beest hem tegenstond, ofschoon
+ik een grooteren in Groenland gezien heb.
+
+Het land is goed bewoond, want het telt een-en-vijftig steden, bijna
+honderd ommuurde plaatsen en een groot getal dorpen. Het zal om den
+belangstellenden lezer te bevredigen, voldoende zijn Lorbrulgrud
+te beschrijven. Deze stad staat op twee gelijke stukken oever; de
+rivier gaat er midden door. Zij bevat meer dan tachtigduizend huizen
+en omstreeks zeshonderd duizend inwoners. Zij strekt zich uit over een
+lengte van drie glomglungs (dat is ongeveer vier en vijftig Engelsche
+mijlen) en een breedte van twee en een halve; naar de berekening die
+ik maakte op grond van den koninklijken atlas, op bevel van den koning
+vervaardigd, die voor me op den vloer werd gelegd en zich honderd voet
+uitstrekte; ik mat de doorsnee en den omtrek verscheidene malen met
+mijn bloote voeten en met behulp van de daarbij behoorende schaal,
+maakte ik een tamelijk nauwkeurige opmeting.
+
+Het koninklijk paleis is geen regelmatig gebouw, maar een opeenhooping
+van gebouwen, zoo wat zeven mijl in omtrek; de voornaamste kamers
+zijn meestal tweehonderd veertig voet hoog en breed en lang naar
+verhouding. Er werd Glumdalclitch en mij een koets toegestaan,
+waarin haar gouvernante haar dikwijls mee nam om de stad te zien of
+naar de winkels te kijken en ik was altijd van de partij in mijn
+doos, schoon het kind op mijn verlangen mij dikwijls er uit nam
+en in haar hand hield, opdat ik, terwijl we de straten doorgingen,
+meer op mijn gemak het volk en de huizen kon zien. Ik schatte onze
+koets zoowat zoo groot te zijn als Westminster Hall, maar niet
+heelemaal zoo hoog; maar ik kan daar niet heel precies in zijn. Op
+een keer gaf de gouvernante den koetsier last stil te houden voor
+verscheidene winkels, waar de bedelaars, hun kans schoon ziende,
+te hoop liepen om het rijtuig, en mij de afgrijselijkste tooneelen
+vertoonden, die ooit door Engelsche oogen zijn gezien. Daar was een
+vrouw met een zweer in haar borst, tot een monsterachtige grootte
+gezwollen en vol gaten. Daar was een vent met een wrat in zijn nek,
+grooter dan vijf wolbalen, en een andere met een paar houten beenen,
+elk van twintig voet hoog. Maar het afschuwlijkst te zien waren de
+luizen, die op hun kleeren rondkropen. Ik kon duidelijk de ledematen
+van dat ongedierte zien met mijn bloote oog, veel beter dan die van
+een Europeesche luis door een microskoop en hun snoeten, waarmee
+zij wroetten als zwijnen. Zij waren de eerste, die ik ooit zag,
+en ik zou graag een ontleed en onderzocht hebben, als ik geschikte
+instrumenten gehad had, die ik ongelukkig in het schip had gelaten;
+schoon, om de waarheid te zeggen, het gezicht alleen al zoo walgelijk
+was, dat mijn hart in mijn lijf er van omdraaide.
+
+Behalve de groote doos, waarin ik gewoonlijk gedragen werd, beval de
+Koningin dat een kleinere gemaakt zou worden van twaalf voet oppervlak
+en tien voet hoog, voor meerder gemak als we op reis waren, want
+de andere was een beetje te groot voor Glumdalclitch haar schoot en
+hinderlijk in het rijtuig; zij werd gemaakt door denzelfden kunstenaar,
+wien ik bij de heele bewerking mijn aanwijzingen gaf. Dit reisvertrek
+was precies vierkant, met een venster in het midden van drie zijden
+en elk venster betralied met ijzer draadwerk van buiten, om bij lange
+reizen ongelukken te voorkomen. Aan de vierde zijde, die geen venster
+had, waren twee sterke hengsels bevestigd, waar de man, die mij droeg,
+een leeren riem doorheen deed en die om zijn middel gespen kon. Dit was
+altijd de taak van den een of anderen ernstigen vertrouwden dienaar op
+wien ik aan kon, telkens als ik den Koning en de Koningin vergezelde
+op hun rondreizen, of lust kreeg de tuinen te zien, of een visite
+te maken bij een of andere dame of minister van staat aan het hof,
+als Glumdalclitch een keer ongesteld was; want ik begon spoedig door
+de grootste heeren gekend en geacht te worden; meer tengevolge van
+de gunst van hunne Majesteiten, dan om mijn eigen belangrijkheid,
+waarschijnlijk. Op reis, als het rijtuig mij verveelde, gespte een
+bediende te paard mijn doos om, en zette haar voor zich op een kussen;
+zoodat ik een onbelemmerd gezicht had op drie zijden van het land,
+door mijn drie vensters. Ik had, in dit verblijf, een veldbed, en
+een hangmat, die aan de zoldering hing, twee stoelen en een tafel,
+aan den vloer geschroefd, om te voorkomen dat ze heen en weer gegooid
+werden door het schokken van paard of rijtuig. En daar ik lang aan
+zeereizen gewend was, hinderden die bewegingen, schoon zij soms vrij
+hevig waren, mij niet te erg.
+
+Als ik eens lust had de stad te gaan zien, was dat altijd in mijn
+reisvertrek, dat Glumdalclitch in haar schoot hield, terwijl zij zat
+in een open draagstoel, naar landsgebruik door vier man gedragen,
+en begeleid door twee andere, in de liverei der Koningin. Het volk,
+dat dikwijls van mij hoorde, was altijd nieuwsgierig naar mij en
+verdrong zich om den draagstoel, en mijn verzorgster was dan zoo
+welwillend de dragers te doen stilhouden en mij in haar hand te nemen,
+opdat ik beter zou kunnen gezien worden.
+
+Ik verlangde er zeer naar den grooten tempel te zien, en voornamelijk
+den bijbehoorenden toren, dien men voor den grootsten van het rijk
+houdt. Dientengevolge bracht Glumdalclitch mij op een keer daarheen,
+maar ik moet zeggen dat ik teleurgesteld terugkwam, want de hoogte is
+niet grooter dan drieduizend voet, van den grond tot de spits; wat,
+als men bedenkt welk verschil in grootte er is tusschen de menschen
+daar en in Europa, nu niet zoo erg verbazingwekkend is en niet in
+verhouding staat (als ik me wel herinner) tot de hoogte van den
+Salisbury Toren. Maar, om niet een volk te na te spreken, waaraan
+ik, zoolang ik leef, erkennen zal bizonder veel verplicht te zijn,
+moet ik erbij voegen, dat wat deze beroemde toren dan moge missen
+in hoogte, ruimschoots weer wordt goedgemaakt door zijn schoonheid
+en sterkte. Want de muren zijn bijna honderd voet dik, gebouwd van
+gehouwen steenen, waarvan elke omstreeks veertig voet vierkant is,
+en aan alle zijden versierd met beelden van goden en keizers, meer
+dan levensgroot in marmer gebeiteld, elk in zijn eigen nis. Ik mat
+een pink, die van een van die beelden was afgevallen en onopgemerkt
+onder wat afval lag, en vond dat ze juist vier voet en een duim lang
+was. Glumdalclitch wikkelde haar in een zakdoek, en nam ze in haar
+zak mee naar huis, om te bewaren bij andere aardigheden, waar ze dol
+op was, zooals kinderen van haar leeftijd meestal.
+
+De koninklijke keuken was een zeer edel gebouw, van boven overwelfd, en
+omstreeks zeshonderd voet hoog. De groote oven is tien pas minder breed
+dan de dom van de St. Paul: want ik mat den laatsten opzettelijk, na
+mijn terugkomst. Maar als ik den haard beschrijven zou, de ontzaglijke
+potten en ketels, de stukken rundvleesch aan de spitten, en allerlei
+andere bizonderheden, dan zou ik misschien nauwelijks geloofd worden;
+een streng kriticus ten minste zou geneigd zijn te denken, dat ik
+een beetje erbij maakte, zooals reizigers dikwijls verdacht worden te
+doen. Om zulke beschuldigingen te vermijden, ben ik, naar ik vrees,
+al te veel in het tegenovergestelde uiterste vervallen en als dit
+opstel bij ongeluk vertaald zou worden in de taal van Brobdingnag
+(wat de algemeene naam van dat land is), en daarheen overgebracht,
+dan zouden de Koning en zijn volk, geloof ik, reden hebben te klagen,
+dat ik hun beleedigd had door een onware en verkleinende voorstelling.
+
+Zijne Majesteit houdt zelden meer dan zeshonderd paarden in zijn
+stallen. Zij zijn meestal van vier-en-vijftig tot zestig voet hoog,
+maar als hij uitrijdt bij plechtige gelegenheden is hij omgeven
+door een gewapende garde van vijfhonderd ruiters, wat ik werkelijk
+geloofde dat het prachtigste schouwspel was, dat ooit kon gezien
+worden, totdat ik een deel van zijn leger ten oorlog zag uitgerust,
+waarvan ik later hoop te spreken.
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+ Verschillende avonturen, die den schrijver overkwamen.--De
+ terechtstelling van een misdadiger.--De schrijver toont zijn
+ bekwaamheid in de zeevaart.
+
+
+Ik zou tamelijk gelukkig in dat land geleefd hebben, als mijn
+kleinheid me niet aan allerlei belachelijke en lastige ongelukjes
+had blootgesteld, sommige waarvan ik het wagen zal hier mee te
+deelen. Glumdalclitch droeg me dikwijls in mijn kleinste doos naar
+de tuinen van het paleis en placht me daar wel er uit te nemen en me
+in haar hand te houden of neer te zetten om te wandelen. Ik herinner
+me dat de dwerg, voor de Koningin hem weg deed, ons op een keer in
+den tuin volgde en toen mijn oppaster mij had neergezet en hij en ik
+samen vlak bij een paar dwergappelboomen stonden, kon ik niet laten
+mijn geestigheid te luchten door een spottende toespeling op hem en de
+boomen, die in hun taal evengoed steek houdt als in de onze, waarop die
+kwaadaardige schurk, toen hij zijn kans schoon zag, terwijl ik onder
+een van die boomen wandelde, hem vlak boven mijn hoofd heen en weer
+schudde, waardoor een dozijn appelen van de grootte van een bierton,
+langs mijn ooren neerkwamen, en een trof me op mijn rug, terwijl ik
+bukte, en bonkte me plat op den grond, maar ik ontving geen kwetsuur,
+en den dwerg werd op mijn voorspraak vergiffenis geschonken, omdat
+ik zelf aanleiding tot zijn baldadigheid gegeven had.
+
+Op een anderen keer liet Glumdalclitch me achter om me te vermaken op
+een effen grasveld, terwijl zij een beetje verder met haar gouvernante
+wandelde. In dien tusschentijd viel er plotseling zulk een hevige
+hagelbui, dat ik onmiddellijk tegen den grond werd geslagen, en toen
+ik lag, troffen mij de hagelsteenen zoo vreeselijk over mijn heele
+lichaam, dat het wel leek of ik met kaats-ballen gegooid werd; het
+lukte mij evenwel op handen en voeten kruipende, mij voorover op
+mijn gezicht liggende, te bergen aan den windvrijen kant van een
+komkommerbed; maar zoo van hoofd tot voeten gekneusd, dat ik in
+geen tien dagen uit kon gaan. Dit is ook in 't geheel niet vreemd,
+omdat, daar de natuur in dat land in al haar voortbrengselen dezelfde
+evenredigheid betracht, de hagelsteenen er bijna achttienhonderd
+maal zoo groot zijn als in Europa, wat ik weet bij proefneming,
+daar ik ze gewogen en gemeten heb.
+
+Een gevaarlijker ongeval overkwam mij in denzelfden tuin, toen mijn
+kleine verzorgster, meenende, dat ze mij op een veilige plaats gezet
+had, (wat ik haar dikwijls verzocht te doen, opdat ik in stilte mijn
+gedachten kon laten gaan) en mijn doos hebbende thuisgelaten om zich
+de moeite van het dragen te besparen, naar een ander deel van de tuinen
+ging met haar gouvernante en eenige dames van haar kennis. Terwijl zij
+nu afwezig was en mij niet hooren kon, kwam een kleine witte hazewind,
+die aan een van de oppertuinlui toebehoorde en toevallig in den tuin
+geraakt was, rondsnuffelen, dicht bij de plek waar ik lag; de hond
+volgde den reuk van mijn spoor, kwam recht op me af, nam me in zijn
+bek, en liep met me weg naar zijn meester, kwispelstaartende, en zette
+mij zoetjes op den grond. Gelukkig was hij zoo goed onderricht, dat
+ik tusschen zijn tanden gedragen was, zonder in 't minst gewond te
+zijn en zonder dat zelfs mijn kleeren gescheurd waren. Maar de arme
+tuinman, die mij heel goed kende, en veel van mij hield, was doodelijk
+verschrikt; hij nam mij zachtjes in allebei zijn handen en vroeg me
+of ik me niet had bezeerd? Maar ik was zoo ontsteld en buiten adem,
+dat ik geen woord kon spreken. In een minuut of wat kwam ik weer
+tot mezelf, en hij bracht me veilig naar mijne kleine verzorgster,
+die juist was gaan kijken op de plaats waar zij mij gelaten had, en
+doodsangsten uitstond toen ik niet verscheen en niet op haar roepen
+antwoordde. Zij berispte den tuinman hevig over zijn hond. Maar de
+zaak werd gesust en nooit aan het hof geweten, want zij was bang
+dat de Koningin boos zou worden; en wat me zelf betreft, ik kon niet
+vinden dat het verhaal er van goed zou doen aan mijn reputatie.
+
+Dit ongeval deed Glumdalclitch voor goed het besluit nemen mij in 't
+vervolg nooit buitenshuis uit het oog te verliezen. Ik was daar lang
+bang voor geweest en had juist daarom sommige ongelukkige avontuurtjes
+voor haar verborgen gehouden, die mij in de oogenblikken, dat ze mij
+alleen liet, overkwamen. Zoo schoot eens een wouw, die boven den tuin
+zweefde, op mij neer en als ik niet vastberaden mijn houwer getrokken
+had, en onder een dikken leiboom gevlucht was, zou hij mij zeker in
+zijn grijpers hebben meegepakt. Op een anderen keer, terwijl ik naar
+den top van een verschen molshoop opwandelde, viel ik tot mijn hals
+in het gat, waardoor het beest de aarde had opgegooid en bedacht het
+een of ander leugentje, de moeite van het onthouden niet waard, om
+me te verontschuldigen over het bederven van mijn kleeren. Eveneens
+schaafde ik mijn rechter scheenbeen tegen een slakkehuis, waarover
+ik bij ongeluk struikelde, toen ik eenzaam wandelde en peinsde over
+mijn arme Engeland.
+
+Ik kan niet zeggen of het me onaangenaam of angstig aandeed, op die
+eenzame wandelingen te bemerken, dat de kleinere vogels volstrekt
+niet bang voor me leken, maar tot op een el afstands naar me
+toehupten, wormen en ander voedsel zoekende met evenveel gerustheid
+en onverschilligheid alsof er geen schepsel in hun nabijheid was. Ik
+herinner mij dat een lijster zoo brutaal was met zijn snavel een stuk
+koek uit mijn hand te grissen, dat Glumdalclitch mij pas voor ontbijt
+had gegeven. Toen ik probeerde een paar van die vogels te vangen,
+hielden zij stoutmoedig tegen mij stand en trachtten in mijn vingers
+te pikken, die ik niet tot binnen hun bereik waagde; daarna draaiden
+zij zich onbezorgd om en zochten wormen en slakken alsof er niets
+gebeurd was. Maar eens nam ik een dikken knuppel en gooide dien met al
+mijn kracht naar een vlasvink, zóo raak, dat hij neerviel en ik, met
+allebei mijn handen vast om zijn nek, sleepte hem in triumf naar mijn
+oppaster. Nochtans gaf het beest, dat alleen maar bedwelmd was, toen
+het bijkwam, mij zooveel slagen met zijn vleugels aan weerskanten van
+mijn hoofd en mijn lichaam, schoon ik het op armslengte hield en buiten
+het bereik van zijn klauwen was, dat ik twintigmaal op het punt stond
+het te laten gaan, Maar er kwam me gauw een van de bedienden te hulp,
+die het beest den nek omdraaide, en ik kreeg het den volgenden dag
+op bevel van de Koningin voor middagmaal. De vink scheen, voor zoover
+ik me kan herinneren, iets grooter te zijn dan een Engelsche zwaan.
+
+De hofdames noodigden Glumdalclitch dikwijls uit in hun vertrekken
+te komen en vroegen haar dan mij mee te brengen om het pleizier te
+hebben mij te zien en aan te raken. Zij legden mij dikwijls tusschen
+hun borsten, waar ik erg vies van was, omdat er, om de waarheid te
+zeggen, een alleronaangenaamste lucht aan hun vel was, waarvan ik niet
+melding maak om iets te zeggen ten nadeele van die uitstekende dames,
+waar ik het grootste respekt voor heb; maar ik veronderstel dat mijn
+reukorgaan fijner was naar evenredigheid van mijn kleinheid, en dat
+die allerlofwaardigste juffrouwen niet onaangenamer waren voor elkaar
+of voor hun minnaars, dan dames van denzelfden stand bij ons. En
+bovendien, hun natuurlijke geur vond ik altijd nog dragelijker dan
+als ze parfumerieën gebruikten, want daar viel ik onmiddellijk van
+in zwijm. Ik herinner me altijd, dat een vertrouwd vriend van me in
+Lilliput zoo vrij was, op een warmen dag, toen ik nog al in de weer
+was geweest, over een sterke lucht te klagen, die ik bij me had,
+schoon ik in dat opzicht geen onaangename uitzondering maak op de
+meeste Engelsche heeren, maar ik veronderstel dat hun reukvermogens
+even verfijnd waren bij de mijne, als de mijne bij die van dit volk
+vergeleken. Ik kan hier niet nalaten recht te doen aan de Koningin,
+mijn meesteres, en Glumdalclitch, mijn oppaster, wier lichamen even
+aangenaam waren als van eenige dame in Engeland.
+
+Eens op een dag kwam een jong heer, neef van de gouvernante van
+Glumdalclitch, en drong er op aan dat zij beiden zouden meegaan om
+een terechtstelling te zien. Het was van een man, die een bizonderen
+kennis van dien heer vermoord had. Glumdalclitch liet zich overhalen,
+erg tegen haar zin, want zij was van nature teêrhartig; en ik, schoon
+ik een afschuw heb van zulk soort vertooningen, was heel nieuwsgierig
+iets te zien dat ik dacht dat buitengewoon moest wezen. De booswicht
+werd in een stoel gezet, die te dien einde op het schavot stond, en
+zijn hoofd met één slag afgeslagen met een zwaard van ongeveer veertig
+voet lang. De aderen spoten zulk een ontzaglijke hoeveelheid bloed
+op, en zoo hoog in de lucht, dat de groote jet d'eau te Versailles,
+zoolang het duurde, niet zoo groot was; en het hoofd, toen het op
+het schavot viel, gaf zoo'n bons, dat ik er van opschrok, ofschoon
+ik er een halve mijl af stond.
+
+De Koningin, die me dikwijls praten liet over mijn zeereizen, en zulke
+gelegenheden te baat nam om mij af te leiden als ik zwaarmoedig was,
+vroeg me of ik de kunst verstond met een zeil of een paar riemen
+om te gaan, en of een beetje roeien niet goed voor mijn gezondheid
+zou zijn? Ik antwoordde dat ik van 't een zoowel als van 't ander
+goed op de hoogte was; want ofschoon mijn eigenlijke betrekking op
+schip chirurgijn of dokter was geweest, was ik toch dikwijls als 't
+niet anders kon verplicht geweest het werk van een gewoon matroos te
+doen. Maar ik begreep niet hoe dat gebeuren kon in dat land, waar de
+kleinste wherry zoo groot was als een oorlogsschip eerste grootte bij
+ons, en een boot, die ik zou kunnen behandelen het in geen éen rivier
+zou uithouden. Hare Majesteit zei dat als ik een boot wou gemaakt
+hebben, haar eigen schrijnwerker die zou maken en zij zorgen zou voor
+een plaats waar ik in zeilen kon. Die knaap was een vernuftig werkman,
+en voltooide in tien dagen een pleizierboot, met al haar tuig, in
+staat om met gemak acht Europeanen te bevatten. Toen ze klaar was,
+was de Koningin zoo verrukt, dat ze met de boot in haar voorschoot
+naar den Koning liep, die bevel gaf haar in een tobbe met water te
+zetten, met mij erin bij wijze van proefneming, waar ik mijn twee
+losse riempjes niet gebruiken kon, wegens gebrek aan ruimte. Maar
+de Koningin had al vooruit een ander plan bedacht. Zij beval den
+schrijnwerker een houten trog te maken van driehonderd voet lang,
+vijftien breed en acht diep; die, goed gepekt, om lekken te voorkomen,
+op den vloer werd gezet, langs den muur van een van de buitenvertrekken
+van het paleis. Er was een kraan in bij den bodem, om het water uit
+te laten, als het begon te bederven; en twee bedienden konden het
+makkelijk vullen in een half uur. Hier ging ik nu dikwijls roeien,
+voor mijn eigen pleizier en voor dat van de Koningin en haar dames,
+die vonden dat ze zich uitstekend vermaakten met mijn vlugheid en
+handigheid. Soms zette ik mijn zeil op, en dan had ik niets te doen dan
+te sturen, terwijl de dames een briesje veroorzaakten met hun waaiers;
+en als zij moe waren, plachten eenige pages in mijn zeil te blazen,
+terwijl ik mijn bedrevenheid toonde door stuur- of bakboord te sturen,
+naar welgevallen. Als ik er mee uitscheidde, droeg Glumdalclitch mijn
+boot geregeld weer naar haar kamer, en hing haar aan een spijker om
+te drogen.
+
+Op een van die oefeningen gebeurde er iets, dat mij bijna het
+leven gekost had; want nadat een van de pages mijn boot in den bak
+gezet had, tilde de gouvernante, die Glumdalclitch vergezelde, mij
+allerdienstvaardigst op, om me in de boot te zetten; maar ik glipte
+haar bij ongeluk door de vingers, en zou onredbaar veertig voet omlaag
+op den vloer gevallen zijn, als ik, door het gelukkigste toeval van de
+wereld, niet was opgehouden door een groote speld, die in de borstlap
+van die goede dame stak; de knop van de speld drong tusschen mijn
+hemd en mijn broeksband, en zoo bleef ik bij mijn middel in de lucht
+hangen, totdat Glumdalclitch mij te hulp vloog.
+
+Een ander maal was een van de bedienden, die de taak hadden, geregeld
+om de drie dagen nieuw water in mijn bak te doen, zoo onachtzaam
+geweest (zonder dat hij het merkte) een grooten kikvorsch uit zijn
+emmer te laten glippen. De vorsch lag verborgen totdat ik in mijn boot
+was gezet, maar toen, een vast plekje ziende, klom hij daar tegen op,
+en deed de boot zoo schuin gaan, dat ik genoodzaakt was met al mijn
+gewicht te gaan overhangen aan den anderen kant, om te voorkomen,
+dat ze omsloeg. Toen de vorsch erin was, deed hij een sprong van de
+halve lengte van de boot, en toen over mijn hoofd, naar achteren en
+naar voren, en bezoedelde mijn hoofd en kleeren met zijn afschuwelijk
+slijm. Met zijn monsterachtigen kop leek hij het meest misvormde dier
+dat men zich kan voorstellen. Maar ik vroeg Glumdalclitch mij met hem
+te laten begaan. Ik zat hem toen een poosje achterna met een van mijn
+riemen en dwong hem ten slotte uit de boot te springen.
+
+Maar het grootste gevaar dat ik ooit liep in dat rijk, overkwam me door
+een aap, die aan een van de keukenbedienden hoorde. Glumdalclitch had
+me in haar kamer opgesloten, terwijl zij ergens heen was op bezoek of
+om bezigheden. Daar het heel warm weer was, stond het venster van haar
+kamer open, als ook de vensters en de deur van mijn grootste doos,
+waarin ik gewoonlijk vertoefde omdat die grooter en gemakkelijker
+was. Terwijl ik rustig in gedachten aan mijn tafel zat, hoorde ik
+iets naar binnen vallen door het venster van de kamer, en van het eene
+eind naar het andere bewegen, waarop ik, schoon ik erg verschrikt was,
+waagde naar buiten te zien, maar zonder van mijn plaats op te staan;
+en toen zag ik een dartel dier heen en weer springen en snuffelen,
+totdat het eindelijk bij mijn doos kwam, die het bekeek, naar het
+scheen met grooten schik en nieuwsgierigheid, naar binnen kijkend door
+de deur en ieder venster. Ik trok me naar den versten hoek van mijn
+kamer of doos terug; maar de aap, die naar alle kanten binnenkeek,
+maakte me zóó beangst, dat mij de tegenwoordigheid van geest ontbrak,
+om me onder het bed te verschuilen, wat ik makkelijk zou hebben
+kunnen doen. Na een tijd te hebben doorgebracht met gluren, grijnzen
+en babbelen, kreeg hij mij in 't oog, en een van zijn pooten door
+de deur naar binnen stekende, zooals een kat doet, wanneer ze met
+een muis speelt, kreeg hij, schoon ik hem onophoudelijk trachtte te
+ontwijken, eindelijk een pand van mijn jas beet (die, van de stof van
+dat land gemaakt, heel dik en sterk was) en sleepte me daaraan naar
+buiten. Hij nam me in zijn rechter voorvoet, en hield me zooals een
+min een kind houdt als ze 't wil zogen, net zoo als ik Europeesche apen
+wel met kleine poesjes heb zien doen; en toen ik ging tegenstribbelen
+drukte hij mij zoo hard, dat ik het voorzichtiger achtte bedaard te
+zijn. Ik houd het er zeker voor dat hij me voor een jong van zijn
+eigen geslacht hield, want hij aaide me telkens met zijn anderen
+poot over mijn gezicht. In dat spelletje werd hij gehinderd door
+een gedruisch aan de kamerdeur, alsof iemand haar opende, waarop hij
+plotseling naar het venster sprong, waardoor hij was binnengekomen en
+daaruit op de lijsten en gootpijpen, terwijl hij op drie beenen liep
+en mij in het vierde hield, totdat hij op een dak was geklauterd,
+dat vlak naast het onze was. Ik hoorde Glumdalclitch een schreeuw
+geven op het oogenblik toen hij met mij naar buiten sprong. Het arme
+kind was bijna waanzinnig; dat gedeelte van het paleis was heelemaal
+in oproer; de bedienden zochten ladders; de aap werd door honderden
+in het hof gezien, op de daklijst van een gebouw zittende, terwijl
+hij mij als een zuigeling in een van zijn voorpooten hield en mij
+met de anderen voedde door mijn mond vol te stoppen met eten, dat
+hij uit een van zijn wangzakken kneep, waarbij hij mij sloeg als ik
+niet happen wou, waarom velen van het plebs beneden lachen moesten;
+ook geloof ik niet dat men hun dit verwijten mag, want het gezicht
+was zonder twijfel belachelijk genoeg voor een ieder, behalve voor
+mij zelf. Eenigen van het volk gooiden steenen naar de hoogte, op
+hoop den aap naar beneden te jagen, maar dit werd streng verboden,
+anders zouden ook waarschijnlijk mijn hersens zijn stukgegooid.
+
+De ladders werden nu aangebracht, en door verscheidene mannen bestegen,
+waarop de aap, bemerkende dat hij bijna geheel was ingesloten, en niet
+in staat gauw genoeg op zijn drie beenen weg te komen, mij vallen liet
+op een vorstpan en zich op de vlucht begaf. Hier zat ik een poosje,
+driehonderd el boven den grond, ieder oogenblik verwachtende, door den
+wind te worden naar beneden gewaaid, of te vallen van duizeligheid,
+en hals over kop van de vorst tot de goot te tuimelen; maar een flinke
+knaap, een van de knechts van mijn verzorgster, klom naar boven, en,
+mij in zijn broekzak stoppende, bracht me veilig omlaag.
+
+Ik was bijna gestikt aan het misselijke goed, dat de aap mij door
+de keel had geduwd; maar mijn lieve kleine oppaster pikte het met
+een kleine naald weer uit mijn mond en toen ging ik aan 't braken,
+wat me erg opluchtte. Ik was evenwel zoo zwak en gekneusd in de
+zijden door de knepen, die dat afschuwelijke dier mij gegeven had,
+dat ik genoodzaakt was veertien dagen het bed te houden. De Koning,
+de Koningin en het heele hof lieten iederen dag informeeren naar mijn
+gezondheid; en Hare Majesteit kwam me verscheiden malen bezoeken
+tijdens ik ziek was. De aap werd gedood, en bevel gegeven dat geen
+zoo'n dier meer in den omtrek van het paleis mocht gehouden worden.
+
+Toen ik, nadat ik hersteld was, mijn opwachting maakte bij den Koning,
+om hem te bedanken voor zijn goede gunsten, behaagde het hem niet
+onbelangrijk met mij den draak te steken om dit avontuur. Hij vroeg
+wat mijn gedachten en bespiegelingen waren, terwijl ik in den aap
+zijn poot lag; hoe het eten smaakte dat hij me te slikken gaf; of ik
+hield van zoo gevoed te worden; en of de frissche lucht op het dak
+mijn eetlust gescherpt had? Hij vroeg me wat ik in mijn eigen land
+in zoo'n geval zou gedaan hebben. Ik vertelde Zijne Majesteit dat
+we in Europa geen apen hadden, behalve die voor de aardigheid van
+andere plaatsen werden aangebracht, en zoo klein, dat ik tegen een
+dozijn van hen op kon, als zij 't waagden mij aan te vallen. En dat,
+wat dat monsterdier betrof, waarmee ik zoo onlangs had te doen gehad
+(het was inderdaad zoo groot als een olifant), indien mijn angst mij
+had toegelaten eraan te denken mijn houwer te gebruiken (hier keek
+ik heldhaftig, en sloeg met mijn hand op het heft), toen hij zijn
+poot in mijn kamer stak, ik hem misschien zulk een wond zou hebben
+gegeven, dat hij haar heel graag gauwer terug had getrokken dan hij
+haar erin stak. Dit sprak ik uit met een vaste stem, als iemand,
+die niet lijden kan dat zijn moed in twijfel getrokken wordt. Maar
+mijn woorden veroorzaakten niets anders dan een luid gelach, dat
+alle eerbied, dien de omstanders hadden voor Zijne Majesteit, hen
+niet kon doen inhouden. Dit deed mij erover nadenken hoe 'n ijdele
+poging het is zichzelf als lofwaardig te willen voorstellen onder
+menschen waarmee men onmogelijk in vergelijking komen kan. En toch
+heb ik sinds mijn terugkomst heel dikwijls de moraal van mijn eigen
+gedrag gezien, waar een nietige verachtelijke schobbejak zonder de
+minste aanspraak op geboorte, voorkomen, geest of gezond verstand,
+het wel wagen durft zich gewichtig voor te doen en zich op gelijken
+voet te stellen met de grootsten van het koninkrijk.
+
+Ik verschafte het hof iederen dag de een of andere lachwekkende
+geschiedenis, en Glumdalclitch, schoon ze overdreven veel van me hield,
+was toch ondeugend genoeg om de Koningin te vertellen als ik de een of
+andere dwaasheid begaan had, die zij dacht dat haar vermaken zou. Het
+kind was een poosje ongesteld geweest, en werd door haar gouvernante
+meegenomen om wat van de lucht te genieten naar een uur buiten de stad
+of dertig mijl afstands. Zij stapten uit het rijtuig nabij een smal
+voetpad in een veld, en toen Glumdalclitch mijn reisdoos had neergezet,
+ging ik eruit om wat te wandelen. Er was een koeiekoek op dat pad,
+en ik moest natuurlijk mijn vlugheid beproeven door te trachten erover
+heen te springen. Ik nam een loopje, maar zette ongelukkig verkeerd af,
+en kwam juist tot het midden, tot mijn knieën in den drek. Ik waadde
+er met eenige inspanning door en een van de bedienden veegde me zoo
+schoon hij kon, met zijn zakdoek; en mijn oppaster sloot me tot we
+thuiskwamen in mijn doos; waar de Koningin spoedig over het gebeurde
+werd ingelicht en de bedienden het door het heele hof vertelden;
+zoodat er een paar dagen lang gelachen werd om niets anders.
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+ Pogingen van den schrijver om den Koning en de Koningin genoegen
+ te doen.--Hij toont zijn muzikale bekwaamheden.--De koning laat
+ zich door den schrijver inlichten over engelsche toestanden.--Wat
+ de Koning naar aanleiding daarvan opmerkt.
+
+
+Ik placht eens of tweemaal in de week bij het opstaan van den Koning
+tegenwoordig te zijn en had hem dikwijls onder de handen van zijn
+barbier gezien, wat waarachtig in 't eerst verschrikkelijk was om
+waar te nemen; want het scheermes was bijna tweemaal zoo lang als een
+gewone zeis. Zijne Majesteit werd, naar de gewoonte daar te lande,
+maar tweemaal per week geschoren. Ik haalde op een keer den barbier
+over mij een beetje zeepsop te geven, waar ik veertig of vijftig van
+de sterkste haarborstels uitpikte. Ik nam toen een stuk fijn hout, en
+sneed het als den rug van een kam, en maakte er een aantal gaatjes in
+op gelijke afstanden, met de kleinste naald die ik van Glumdalclitch
+krijgen kon. Ik maakte daar zoo kunstig de stompjes haar in vast, ze
+afkrabbende en toespitsende met mijn mes, dat ik een heel geschikten
+kam kreeg, die me goed van pas kwam, daar uit mijn eigene zooveel
+tanden gebroken waren, dat hij bijna niet meer te gebruiken was,
+en ik wist in dat land geen éen kunstenaar zoo fijn en nauwkeurig,
+dat hij op zich nemen kon me een nieuwen te maken.
+
+Dit doet me denken aan een tijdverdrijf, dat me heel wat vrije uren
+bezig hield. Ik vroeg de dame van 't toilet van de Koningin de kamharen
+van Hare Majesteit voor mij te bewaren, waarvan ik mettertijd een goede
+hoeveelheid kreeg; en raadplegende met mijn vriend den meubelmaker,
+die den algemeenen last had kleine karweitjes voor mij te doen, zei
+ik hem mij twee stoelrompen te maken, niet grooter dan die ik in mijn
+doos had, en met een fijne aalboor kleine gaatjes te boren rondom die
+gedeelten waar ik de ruggen en zittingen bedoelde te maken; door die
+gaatjes weefde ik de sterkste haren die ik erbij had, juist zooals
+in Engeland rieten stoelen worden gemaakt. Toen ze klaar waren gaf
+ik ze aan Hare Majesteit present, die ze in haar kabinet zette en ze
+placht te toonen als merkwaardigheden, zooals ze dan ook inderdaad
+de verbazing opwekten van elk, die ze zag. De Koningin wou me op
+een van deze stoelen laten zitten, maar ik weigerde bepaald haar
+te gehoorzamen, betuigende dat ik eer zou willen sterven dan een
+onbehoorlijk deel van mijn lichaam plaatsen op die kostelijke haren,
+die eens Harer Majesteits hoofd versierden. Van deze haren (want ik
+had aanleg voor zulke werkjes) maakte ik ook een mooi beursje, van
+zoowat vijf voet lang, met Harer Majesteits naam met goudletters erin
+geborduurd, die ik met toestemming van de Koningin aan Glumdalclitch
+gaf. Om de waarheid te zeggen, was ze meer voor de mooiigheid dan om
+haar te gebruiken, omdat ze niet sterk genoeg was om het gewicht van
+de grootere munten te dragen, en zij bewaarde er daarom niets in dan
+een beetje klein speelgoed, waar kinderen zoo dol op zijn.
+
+De koning, die heel veel van muziek hield, had herhaaldelijk concerten
+aan het hof, waar ik somtijds naartoe gebracht werd en in mijn doos
+op een tafel gezet om te luisteren, maar het lawaai was zoo hevig,
+dat ik nauwelijks de wijzen onderscheiden kon. Ik ben zeker dat al de
+trommels en trompetten van een koninklijk leger, slaande en blazende
+met hun allen vlak aan je ooren, niet zoo'n lawaai maken. Ik had de
+gewoonte mijn doos zoo ver ik kon van de muzikanten te laten plaatsen,
+dan de deuren en vensters er van te sluiten en de gordijnen dicht te
+trekken, waarna ik hun muziek niet onaangenaam vond.
+
+Ik had in mijn jeugd een beetje op het spinet leeren
+spelen. Glumdalclitch had er een in haar kamer, en een meester kwam
+haar tweemaal per week les geven; ik noem het een spinet, omdat het een
+beetje op dat instrument leek en op dezelfde manier bespeeld werd. Ik
+kreeg het in mijn hoofd den Koning en de Koningin met een Engelsch
+deuntje op dit instrument te vermaken. Maar dit bleek verbazend
+moeielijk, want het spinet was bijna zestig voet lang, daar iedere
+toets bijna een voet breed was, zoodat ik met uitgestrekte armen niet
+meer dan vijf toetsen omvatten kon, en om ze neer te drukken moest
+ik met mijn vuisten goed raak slaan, wat een te zwaar en bovendien
+vruchteloos werk zou zijn. De methode die ik toen bedacht was deze:
+ik vervaardigde twee ronde stokken van zoowat de grootte van gewone
+knuppels; zij waren aan een eind dikker dan aan het andere, en ik
+bekleedde de dikke enden met een stuk muizevel, opdat ik, als ik
+ermee sloeg, de toetsen niet beschadigen en het geluid niet storen
+zou. Voor het spinet werd een bank gezet, zoowat vier voet onder de
+toetsen en ik werd op de bank getild. Ik liep dwars er op heen en weer,
+zoo hard als ik kon, de toetsen beukende met mijn twee stokken, en
+speelde op goed geluk een Ierschen dans (a jig) tot groote voldoening
+van Hunne Majesteiten; maar het was de geweldigste inspanning, die
+ik ooit doorstaan heb; en toch kon ik niet meer dan zestien toetsen
+aanslaan en dus ook niet de eerste en tweede partij te gelijk spelen,
+zooals andere kunstenaars doen, wat groot nadeel was voor mijn spel.
+
+De Koning, die, zooals ik te voren opmerkte, een vorst was van een
+uitmuntend verstand, placht dikwijls last te geven mij in mijn doos
+bij hem te brengen en op de tafel te zetten in zijn studeervertrek;
+hij beval nu en dan een van mijn stoelen uit mijn doos te halen,
+en drie el van hem af op den top van zijn schrijftafel te gaan
+zitten, wat me bijna gelijk met zijn gezicht bracht. Op die manier
+had ik verscheiden gesprekken met hem. Eens nam ik de vrijheid Zijne
+Majesteit te zeggen dat de minachting die hij toonde voor Europa en
+de rest van de wereld, niet overeenkomstig scheen met die uitmuntende
+eigenschappen, die in hem uitblonken; dat het verstand niet toenam
+met den omvang van het lichaam; integendeel, wij maakten in ons land
+de opmerking, dat de grootste menschen gewoonlijk het slechtst ervan
+voorzien waren; dat onder alle andere dieren de bijen en mieren den
+naam hadden van nijverder, kunstvaardiger en verstandiger te wezen, dan
+verscheidene van de grootere soorten, en dat, voor hoe onbeteekenend
+hij mij ook houden mocht, ik hoopte, dat ik eens in staat mocht
+zijn Zijne Majesteit een veelbeteekenenden dienst te bewijzen. De
+Koning hoorde me met oplettendheid en begon een veel beter idee van
+me te krijgen dan hij vroeger gehad had. Hij vroeg mij hem een zoo
+nauwkeurig mogelijk verslag te geven van het bestuur in Engeland,
+omdat, al zijn vorsten gewoonlijk gehecht aan hun eigen zeden (want
+zoo vermoedde hij dat andere vorsten waren, naar wat ik wel eens
+verteld had) hij toch graag iets hooren wou dat navolging verdiende.
+
+Stel u voor, beleefde lezer, hoe dikwijls ik toen verlangde naar de
+stem van Demosthenes of Cicero, die mij zou hebben bekwaam gemaakt om
+den lof te verkondigen van mijn eigen lieve vaderland, in een stijl,
+zijn deugden en zijn welvaart waard.
+
+Ik begon mijne rede met Zijne Majesteit mee te deelen, dat ons gebied
+bestaat uit twee eilanden, die drie machtige koninkrijken saamstelden,
+onder eenen vorst, en onze koloniën in Amerika. Ik weidde lang uit
+over de vruchtbaarheid van den grond en de warmtegesteldheid van ons
+klimaat. Ik sprak toen in 't breede over de samenstelling van een
+Engelsch parlement, gedeeltelijk bestaande in een vermaard lichaam,
+genaamd het Huis van de Lords, personen van het edelste bloed en van
+de oudste en rijkste erfdeelen. Ik beschreef de buitengewone zorg
+die altijd voor hun opvoeding in kunsten en wapenen gedragen wordt,
+om ze bekwaam te maken raadgevers voor Koning en rijk te zijn, om een
+aandeel te hebben in de wetgeving, om leden te zijn van het hoogste
+gerechtshof, waarvan geen beroep meer is, en om kampvechters te wezen
+altijd vaardig voor de verdediging van hun vorst en hun vaderland,
+vol moed, beleid en trouw. Dat zij het sieraad en het bolwerk waren van
+het koninkrijk, waardige opvolgers van hunne vermaarde voorzaten, wier
+roem de belooning van hun deugd geweest was, waarvan hun nageslacht
+bij menschenweten ook nog niet één keer was ontaard. Hieraan waren
+toegevoegd verscheidene heilige mannen, om deel van die vergadering te
+zijn, en bisschoppen genaamd; wier bizondere taak het is zorg voor den
+godsdienst te dragen en voor hen die het volk daarin onderrichten. Deze
+werden onder het heele volk opgespeurd en uitgezocht door den vorst en
+zijn raadsmannen, uit die leden van de priesterschap, die het meest
+naar verdienste bekend stonden om de heiligheid van hun leven en de
+diepte van hun wijze wetenschap, die men naar waarheid de geestelijke
+vaders van geestelijkheid en volk noemen mocht.
+
+Dat het andere deel van het parlement bestond in een vergadering
+genaamd het Huis der Gemeenen, allen mannen van beteekenis,
+vrijelijk gekozen en afgevaardigd door het volk zelf, om hunne groote
+bekwaamheden en liefde voor hun vaderland, ten einde de wijsheid
+van het heele volk te vertegenwoordigen. En dat deze twee lichamen
+de meest indrukwekkende vergadering van Europa vormden; waaraan,
+gezamenlijk met den vorst, de heele wetgeving is toevertrouwd.
+
+Ik sprak toen van de gerechtshoven, waarin de rechters, die
+eerwaardige wijzen en wetsuitleggers, zitting hebben, om vast te
+stellen de bestreden rechten en eigendommen der menschen, zoowel als
+om te straffen wie kwaad doet en te beschermen wie onschuldig is. Ik
+prees het voorzichtig bestuur van onze schatkist, de dapperheid en
+goede uitrusting van onze land- en zeemacht. Ik berekende het aantal
+inwoners van mijn vaderland, door op te tellen hoeveel millioenen er
+van iedere godsdienstige sekte of politieke partij bij ons zijn. Ik
+vergat zelfs niet onze spelen en tijdverdrijven, noch eenige andere
+bizonderheid, die ik dacht dat strekken mocht tot groote eer van mijn
+land. En ik eindigde dat alles met een kort historisch overzicht van
+zaken en verbeteringen in Engeland, gedurende de laatste honderd jaar.
+
+Dit overzicht duurde vijf zittingen, elk van verscheidene uren,
+en de Koning hoorde het heelemaal aan met de grootste aandacht,
+herhaaldelijk aanteekeningen makende van het gesprokene en memorandums
+van alle vragen die hij van plan was mij te doen.
+
+Toen ik mijn lange rede geëindigd had, stelde Zijne Majesteit, in
+een zesde zitting, terwijl hij zijn aanteekeningen raadpleegde, een
+aantal twijfelingen, vragen en tegenwerpingen op elk onderdeel. Hij
+vroeg op welke wijze geest en lichaam van onzen jongen adel werden
+opgekweekt, en met wat soort bezigheid zij gewoonlijk het eerste en
+meest indrukwekkende deel van hun leven doorbrachten? Welke weg werd
+ingeslagen om die vergadering aan te vullen, als de een of andere
+adellijke familie uitstierf? Aan welke vereischten zij die tot nieuwe
+lords worden bevorderd moesten voldoen; of de luim van den vorst,
+een som gelds aan een hofdame of eersten minister, of een plan om
+een partij te versterken ten nadeele van het algemeen welzijn, ooit
+misschien beweegredenen waren tot zulke bevordering? Wat die lords
+wisten van de wetten van hun land, en hoe zij aan die kennis kwamen,
+die hun toch noodig was om te kunnen oordeelen over de bezittingen van
+hun mede-onderdanen in het hoogste beroep? Of ze altijd vrij waren van
+gierigheid, partijdigheid of geldnood, zoodat een omkooping of een of
+ander duister plan geen vat op hen hebben kon? Of die heilige heeren
+waar ik van sprak altijd tot dien rang bevorderd werden op grond van
+hun kennis in godsdienstzaken, en de heiligheid van hun leven; of
+zij nooit den huig naar den wind gehangen hadden, toen ze nog gewone
+priesters waren; of slaafsche omgekochte kaplaans waren geweest van den
+een of anderen edelman, wiens meeningen zij knechtachtig voortgingen
+te volgen, nadat zij waren toegelaten in die vergadering?
+
+Hij wenschte daarop te weten welke kunsten werden in 't werk gesteld
+bij het verkiezen van hen die ik Gemeenen noemde; of een vreemdeling,
+met een ruime beurs, de minder-ontwikkelde stemmers niet zóó zou
+kunnen bewerken dat ze hem kozen voor hun eigen landheer, of den
+aanzienlijksten heer in de buurt? Hoe het kwam dat de menschen zoo
+verschrikkelijk erop gesteld waren in die vergadering te komen, wat
+ik beweerde dat grooten last en onkosten veroorzaakte, ja dikwijls
+den ondergang van hun families, zonder eenig loon of toelage; omdat
+dit zulk een verheven soort deugd en belangstelling in de publieke
+zaak zou zijn, dat Zijne Majesteit er aan twijfelde of die wel altijd
+oprecht kon wezen. En hij wenschte te weten of zulke ijverige heeren
+misschien ook eenig uitzicht zouden hebben om zich zelf schadeloos
+te stellen voor de moeiten en kosten die zij moesten beloopen, door
+het algemeen welzijn op te offeren voor de plannen van een zwak en
+verdorven vorst, in samenspanning met een bedorven ministerraad. Hij
+vermenigvuldigde zijn vragen en vroeg me heelemaal uit over dit
+onderwerp, tal van vragen en tegenwerpingen stellende, die ik het
+voorzichtig noch oorbaar vind te herhalen.
+
+Omtrent wat ik zei van onze gerechtshoven wenschte Zijne Majesteit
+verscheidene punten te zien toegelicht, en dit kon ik daarom te beter
+doen omdat ik indertijd bijna geruïneerd was door een lang proces
+in de Chancery, dat in mijn voordeel beslist werd, met vergoeding
+van kosten. Hij vroeg hoeveel tijd er gewoonlijk gebruikt werd om
+recht te spreken tusschen recht en onrecht, en wat dat kostte? Of
+het advocaten en redenaars vrij stond te pleiten in zaken, waarvan
+het openbaar was dat ze onrechtvaardig, ergerlijk of gevallen
+van machtsoverschrijding waren? Of partijverschil, politiek of
+godsdienstig, wel eens eenig belangrijk gewicht was in de schaal der
+gerechtigheid? Of die pleitende redenaars menschen waren, opgevoed in
+de algemeene kennis der rechtvaardigheid, of alleen in provinciale,
+nationale en plaatselijke gebruiken? Of zij of de rechters eenig
+aandeel hadden in het maken van die wetten, die zij de vrijheid namen
+uit te leggen en te bekantteekenen naar welgevallen? Of zij ooit, op
+verschillende plaatsen, voor en tegen dezelfde zaak gepleit hadden,
+en vroegere gevallen hadden aangewend om tegengestelde meeningen
+te bewijzen? Of zij een rijke of een arme corporatie waren? Of
+zij eenige geldelijke belooning ontvingen voor hun pleiten of hun
+raadgeven? En, voornamelijk, of zij ooit werden toegelaten als leden
+in het Lagerhuis? Toen begon hij aan het bestuur van onze finantiën,
+en zei dat hij dacht dat mijn geheugen mij in den steek moest hebben
+gelaten, omdat ik onze inkomsten op vijf of zes millioen per jaar had
+berekend, en toen ik kwam aan de uitgaven, noemde ik daarvoor bedragen,
+die soms meer bedroegen dan het dubbele; want de aanteekeningen,
+die hij gemaakt had, waren over dit punt heel nauwkeurig, omdat hij
+hoopte, naar hij mij zei, dat de kennis van onze administratie hem
+van nut zou kunnen zijn, en hij kon zich niet hebben bedrogen in zijn
+berekeningen. Maar, als wat ik hem vertelde waar was, begreep hij
+volstrekt niet hoe de zaken van een staat konden verloopen, als die
+van een privaat persoon. Hij vroeg mij wie onze schuldeischers waren,
+en waar wij 't geld vonden om hen te betalen? Het verbaasde hem mij te
+hooren spreken van zulke dure en drukkende oorlogen. Hij zei, dat wij
+zeker een erg twistziek volk waren, of erg slechte buren om ons heen
+hadden, en een Engelsch generaal wel rijker dan een Engelsch koning
+moest zijn. Hij vroeg wat wij hadden te maken buiten onze eilanden,
+behalve voor handel, onderhandeling en ter verdediging van de kusten
+door een vloot? Boven alles was hij verbaasd mij te hooren praten
+van een staand huurleger in vredestijd en in 't midden van een vrij
+volk. Hij zei, dat als wij geregeerd werden met onze eigen toestemming
+door onze vertegenwoordigers, hij zich niet kon verbeelden waarvoor
+we bang waren, of tegen wien wij hadden te vechten; en vroeg wat
+mijn meening was, of iemands huis niet beter zou beschermd worden
+door hemzelf, zijn kinderen en huisgezin, dan door een half dozijn
+schurken, op goed geluk opgepikt op straat, voor kleine gage, die
+honderdmaal meer konden maken door hem den nek af te snijden.
+
+Hij lachte om mijn grappige rekenkunst, zoo noemde hij 't--van
+het aantal Engelschen te berekenen door de aanhangers van onze
+verschillende godsdienstige en staatkundige sekten bij elkaar te
+tellen. Hij zei dat hij niet begreep waarom zij, die meeningen zijn
+toegedaan, nadeelig voor het algemeen, zouden worden genoodzaakt
+die te veranderen, maar ook niet waarom men ze niet dwingen mocht
+ze voor zich te houden. En, zoo goed als het dwingelandij was in een
+regeering het eerste te eischen, zoo goed was het zwakheid het tweede
+niet door te zetten, want wel mag het iemand vergund zijn vergiften
+in zijn kamer te houden, maar niet ze te verkoopen voor voedsel.
+
+Hij merkte op, dat ik, onder de vermaken van onzen hof- en land-adel,
+het spel genoemd had; hij wou weten op welken leeftijd dit tijdverdrijf
+begonnen en op welken er mee geëindigd werd; hoe veel van hun tijd
+er aan besteed werd; of het ooit zoo hoog was dat het hun vermogen
+benadeelde; of lage, gemeene menschen, door hun bedrevenheid in die
+kunst, niet groote rijkdommen verkrijgen, en onze edelen zelf van zich
+afhankelijk doen zijn, en hen doen verkeeren in onwaardig gezelschap;
+hen heelemaal beletten zelfs hun geest te beschaven, en hun dwingen
+door de verliezen die zij lijden, diezelfde schandelijke bedrevenheid
+te leeren en te beproeven op anderen?
+
+Hij was heelemaal verbaasd over het geschiedkundig overzicht, dat
+ik gaf, van onze staatszaken in de laatste eeuw; bewerende, dat het
+niets was dan een hoop samenzweringen, opstanden, moorden, slachtingen,
+omwentelingen, verbanningen, ja het ergste wat gierigheid, partijzucht,
+huichelarij, valschheid, wreedheid, woede, krankzinnigheid, afgunst,
+nijd, wellust, kwaadaardigheid of eerzucht konden voortbrengen.
+
+In een volgende zitting nam Zijne Majesteit de moeite in 't kort
+te herhalen al wat ik verteld had; hij vergeleek zijne vragen met
+mijne antwoorden; toen, mij in zijn handen nemende, en mij zachtjes
+streelende, uitte hij zich in deze woorden, die ik nooit vergeten
+zal, noch de wijze waarop hij ze zei: mijn kleine vriend Grildrig,
+ge hebt een allerbewonderenswaardigste lofrede gehouden op uw
+vaderland; gij hebt helder bewezen, dat onwetendheid, luiheid en
+gemeenheid de noodzakelijke eigenschappen zijn, die iemand geschikt
+maken voor wetgever; dat de wetten het best verklaard, uitgelegd en
+toegepast worden door hen wier belangen en vermogens hen dwingen
+ze te verdraaien, te veronwaarden en te ontduiken. Ik merk in uw
+staatsbestuur een paar lijnen van een inrichting, die, oorspronkelijk,
+wel dragelijk geweest mag zijn, maar die half uitgewischt, en al het
+overige heelemaal verknoeid en bevlekt door het bederf. Het blijkt
+niet, uit al wat ge zeidet, hoe eenige deugd wordt vereischt voor
+het vervullen van eenige betrekking; veel minder, dat deugd bij
+u adelt; dat vroomheid en geleerdheid priesters; dat dapperheid
+soldaten; onbesprokenheid rechters; vaderlandsliefde senatoren;
+wijsheid raadslieden doet bevorderen. Wat u zelf betreft--vervolgde de
+koning--die het grootste deel van uw leven reizende hebt doorgebracht,
+ik ben wel geneigd te hopen, dat gij tot heden veel fouten van uw
+land ontweken zijt, maar, uit wat ik van uw eigen verhaal gehoord heb,
+uit de antwoorden ook die ik met moeite u ontrukt en ontwrongen heb,
+begrijp ik volkomen dat het gros van uw Engelschen het afgrijselijkst
+ras van walgelijke wormen is, dat de natuur ooit kan geduld hebben
+dat omkroop op de oppervlakte van deze aard.
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+ Des schrijvers vaderlandsliefde.--Hij doet den Koning een
+ voordeelig voorstel, dat wordt verworpen.--Des Konings groote
+ onwetendheid in de politiek.--De wetenschap van dat land zeer
+ onvolkomen en beperkt.--Hun wetten, en zaken van oorlog, en
+ staatkundige partijen.
+
+
+Niets dan een buitengewone waarheidsliefde zou mij hebben kunnen
+beletten dit deel van mijn verhaal achter te houden. Het was vergeefs
+mijn boosheid te doen merken, die altijd belachelijk werd gemaakt,
+en ik was genoodzaakt mij bedaard te houden, terwijl mijn edel en
+zeer bemind vaderland zóó beleedigd werd. Het spijt mij even erg als
+wien ook van mijn lezers, dat het gebeuren moest; maar deze vorst was
+nu eenmaal zoo nieuwsgierig en uitvorschend naar iedere bizonderheid,
+dat het tegen alle erkentelijkheid en goede manieren zou geweest zijn
+hem niet zoodanige inlichtingen te geven als ik kon. Toch moge ik dit
+doen opmerken tot mijn rechtvaardiging, dat ik kunstiglijk menige
+vraag ontweken heb, en elk punt een gunstiger draai gaf, dan met
+strenge waarheid bestaanbaar was; want ik heb altijd die prijselijke
+partijdigheid voor mijn eigen vaderland voorgestaan, die Dionysius
+van Halicarnassus, zoo ten rechte, den geschiedschrijver aanbeveelt;
+ik wilde de zwakheden en mismaaktheden van mijn staatkundige moeder
+verbergen, en deugden en schoonheden in het gunstigste licht hebben
+gesteld. Dit was mijn ernstig streven, in die gesprekken die ik voerde
+met den koning, schoon dat streven helaas niet met goeden uitslag werd
+beloond. Maar ook weer moet men niet te hard oordeelen over een koning,
+die geheel leeft afgesloten van de overige wereld, en, dientengevolge,
+volslagen onbekend moet wezen met de zeden en gewoonten die bij andere
+volken in zwang zijn: een onkunde, die veel vooroordeelen baart, en
+een zekere bekrompenheid van denken, waar wij en de beschaafde volken
+van Europa volkomen vrij van zijn; en het zou hard wezen, werkelijk,
+als de begrippen van deugd en ondeugd van een vorst die zoo veraf
+woont, werden voorgesteld als een standaard voor het heele menschdom.
+
+Om te bevestigen wat ik nu gezegd heb, en verder de ellendige gevolgen
+van een beperkte opvoeding te doen zien, zal ik hier een verhaal
+inlasschen dat nauwelijks zal worden geloofd. In de hoop mij verder
+van Zijner Majesteits gunst te verzekeren, vertelde ik hem van een
+uitvinding, gedaan tusschen drie- en vierhonderd jaren geleden, om
+een zeker poeder te maken, dat de kleinste vonk die er in viel, al was
+het op een hoop, die zoo groot als een berg was, kon doen ontbranden,
+en in de lucht vliegen met een geluid en geweld, grooter dan dat van
+den donder. Dat een tamelijke hoeveelheid van dit poeder, in een holle
+pijp van koper of ijzer gestampt, meer of min naar die pijp groot was,
+een ijzeren of looden kogel met zulk een geweld daaruit zou drijven,
+dat niets in staat was zijn kracht te weerstaan; dat de grootste
+kogels, zoo afgeschoten, niet alleen heele slagorden tegelijk konden
+verwoesten, maar de sterkste muren tot puin brijzelen, schepen doen
+zinken, met duizend man er in; en als ze met een ketting aan elkaar
+verbonden waren, masten en tuig konden doorsnijden, honderden lichamen
+middendoor deelen, en alles voor hen uit plat slaan. Dat wij dit
+kruit dikwijls in groote holle ijzeren kogels deden, en ze met een
+werptuig afzonden naar de een of andere stad, die wij belegerden,
+waar ze het plaveisel opscheurden, de huizen aan stukken reten,
+splinters van zich werpende naar alle kanten, die de nabijzijnden
+doodden. Dat ik de ingrediënten heel goed kende, die heel goedkoop
+en gemakkelijk verkrijgbaar waren; en ook de kunst verstond van ze
+te mengen, en zijn werklieden aanwijzingen kon geven voor het maken
+van die buisjes, van eene grootte, evenredig aan die van alle andere
+dingen in Zijner Majesteits rijk, en de grootste zou niet langer
+dan honderd voet hoeven te zijn; twintig of dertig van welke tuben,
+met de noodige hoeveelheid kruit en kogels geladen, de muren zouden
+stukschieten van de sterkste stad in zijn koninkrijk, als die het ooit
+zou wagen zijn vorstelijke bevelen te weerstaan. Dit bood ik den koning
+onderdanig aan, als een kleine schatting van erkentelijkheid, en mijn
+dank voor zooveel blijken van zijn koninklijke gunst en bescherming.
+
+De Koning stond versteld van de beschrijving, die ik hem van
+die schrikkelijke machines gegeven had, en het voorstel dat ik
+hem deed. Hij verbaasde zich er over dat zulk een machteloos en
+kruipend insekt als ik (dat waren zijne uitdrukkingen), zulke
+onmenschelijke denkbeelden ontwikkelen kon, en dat nog wel zoo
+volmaakt gemoedelijk, zoo volkomen onbewogen bij het spreken over al
+de tooneelen van bloedige verwoesting, die ik als de gewone gevolgen
+van die verwoestende werktuigen schilderde: werktuigen, zeide hij,
+waarvan de booze geest, een vijand van het menschdom, de uitvinder moet
+zijn geweest. Wat hem zelf betrof, hij verklaarde, dat schoon weinig
+zaken hem zóo verheugden als nieuwe ontdekkingen in de kunst of de
+natuur, hij toch eerder de helft van zijn koninkrijk zou prijsgeven
+dan deelgenoot van zulk een geheim te zijn; dat hij mij last gaf,
+indien ik mijn leven liefhad, nooit meer voor iemand te noemen.
+
+Welk wonderlijk uitwerksel van bekrompen beginselen en beperkte
+inzichten! dat een vorst, in 't bezit van elke eigenschap die eerbied,
+liefde en achting afvergt; van een heerlijken aanleg en groote
+wijsheid, een grondige geleerdheid, begaafd met bewonderenswaardige
+gaven voor de regeering, door zijne onderdanen bijna vergood, uit
+overdreven, onnoodig gemoedsbezwaar, zooals wij in Europa ons niet
+kunnen voorstellen, een gelegenheid laat voorbijgaan, die hem in
+de handen gegeven wordt, om oppermachtig meester te worden van het
+leven, de vrijheid en de bezittingen van zijn volk! En dit zeg ik
+niet met de minste bedoeling iets af te dingen op de vele deugden van
+dien uitstekenden koning, wiens karakter, daar ben ik zeker van, om
+déze reden heel erg dalen zal in de opinie van den Engelschen lezer:
+maar ik houd het er voor, dat dit gebrek onder hen is voortgekomen
+uit hun onwetendheid, daar zij tot nu toe de politiek nog niet tot
+een wetenschap gemaakt hebben, zooals de schranderder vernuften van
+Europa hebben gedaan. Want, ik herinner me zeer goed, dat toen ik
+in een gesprek met den koning, op een keer zoo zeggen mocht, dat
+er bij ons verscheiden duizenden boeken over de kunst van regeeren
+geschreven zijn, hij daardoor (juist omgekeerd van wat ik bedoelde)
+een heel min denkbeeld kreeg van ons gezond verstand. Hij verklaarde te
+verafschuwen en te verachten tevens alle geheimzinnigheid, verfijning,
+en dubbelzinnigheid in een vorst zoowel als in een minister. Hij kon
+niet begrijpen wat ik bedoelde met staatsgeheimen, als er niet sprake
+was van een vijand of een naijverig naburig volk. Hij beperkte de
+regeerkunst in heel enge grenzen, van gezond verstand en overleg,
+van rechtvaardigheid en lankmoedigheid, van spoedige afdoening van
+burgerlijke rechts- en strafzaken; met nog een paar in 't oog vallende
+onderwerpen, die de moeite niet waard zijn. En hij sprak als zijn
+meening uit, dat diegene, die twee halmen graans, of twee sprietjes
+gras kon doen groeien op een plek, waar vroeger maar éen opschoot,
+meer goeds aan de menschheid verdiende, en beteekenisvoller dienst deed
+aan zijn vaderland, dan het heele ras van staatskunstenaars bij elkaar.
+
+De wetenschap van dit volk is heel onvolkomen; bestaande enkel in
+zedekunde, geschiedenis, poëzie en wiskunde, waarin ik zeggen moet
+dat zij uitmunten. Maar de laatste wordt alleen toegepast op wat
+in het leven van nut kan zijn, op de verbetering van den landbouw
+en alle takken van werktuigkunde; zoodat ze, onder ons, in geringe
+achting zou zijn. En wat betreft ideeën, het absolute, abstracties
+en transcendenties, daarvan kon ik hen nooit het minste begrip doen
+krijgen.
+
+Geen wet van dit koninkrijk mag meer woorden hebben dan er letters in
+het alfabet zijn, en die zijn er maar twee-en-twintig. Maar er zijn
+maar weinig van de volle lengte. Zij zijn vervat in de eenvoudigste en
+simpelste termen, waarin dit volk niet spitsvondig genoeg is om meer
+dan éen uitlegging te zien: en op het schrijven van een aanteekening op
+een wet, staat de doodstraf. Wat betreft het beslissen over burgerlijke
+zaken en rechtsvervolging tegen misdadigers, de precedenten zijn zoo
+weinig talrijk, dat zij weinig aanleiding hebben zich te verheffen
+op eenige bijzondere bedrevenheid daarin.
+
+De kunst van drukken kennen zij, zooals de Chineezen, sinds
+onheugelijke tijden: maar hun boekerijen zijn niet zeer groot, want
+die van den koning, die voor de grootste gehouden wordt, telt niet
+meer dan duizend deelen, geplaatst in een galerij van twaalfhonderd
+voet lang, waaruit ik de vrijheid had zooveel te zoeken als ik
+wou. De schrijnwerker van de koningin had in een van de kamers van
+Glumdalclitch een houten stelling vervaardigd, vijf-en-twintig voet
+hoog, gevormd als een staande ladder: de treden waren elk vijftig
+voet lang: het was dus eigenlijk een bewegelijke trap, waarvan het
+benedeneind op tien voet afstand van den kamermuur was geplaatst. Het
+boek, dat ik lezen wou, werd tegen den muur gezet: ik klom eerst de
+ladder op tot de bovenste treê, en begon, mijn gezicht naar het boek
+keerende, boven aan de bladzij, en zoo wandelende naar rechts en links,
+acht of tien pas ongeveer, naar de regel lang was, totdat ik een beetje
+onder de lijn van mijn oog gekomen was; waarna ik weer opklom, en aan
+de andere bladzij begon op dezelfde manier en dan het blad omsloeg,
+wat ik gemakkelijk met mijn beide handen doen kon, want het was dik
+en stijf als bordpapier en in de grootste folianten niet meer dan
+achttien of twintig voet lang.
+
+Hun stijl is duidelijk, mannelijk en vloeiend, maar niet bloemrijk;
+want niets vermijden zij meer dan het onnoodig herhalen van woorden, of
+het gebruik van verschillende zegswijzen. Ik heb verscheidene van hun
+boeken gelezen, hoofdzakelijk die over zedekunde en geschiedenis. Onder
+andere had ik heel veel schik in een kleine oude verhandeling,
+die altijd in de slaapkamer van Glumdalclitch lag, en behoorde aan
+haar gouvernante, een ernstige, bejaarde dame, die veel deed aan
+zedelijke en vrome werken. Het boek handelt over de zwakte van het
+menschelijk geslacht en is in kleine achting, behalve bij vrouwen
+en onontwikkelden. Ik was evenwel benieuwd te zien wat een schrijver
+van dat land kon zeggen over dit onderwerp. Deze schrijver behandelde
+al de gewone onderwerpen van Europeesche moralisten, aantoonende hoe
+een nietig, verachtelijk en hulpeloos wezen de mensch van nature was;
+hoe onbekwaam zich te beveiligen tegen de ruwheden van den dampkring,
+of de woede van wilde dieren; hoe ver hij door het eene schepsel in
+kracht, door het andere in vlugheid, door het derde in inzicht, door
+het vierde in kunstvaardigheid overtroffen wordt. Hij voegde er bij,
+"dat de natuur ontaard was in deze latere afnemende eeuwen, en nog
+alleen maar kleine misgeboorten kon voortbrengen, in vergelijking met
+de geboorten van oude tijden." Hij zeide, "dat het zeer aannemelijk
+was, dat niet alleen het menschengeslacht oorspronkelijk veel
+grooter was geweest, maar ook dat er reuzen moeten geweest zijn in
+vorige eeuwen; wat, zooals het beweerd wordt door geschiedenis en
+overlevering wordt bevestigd door groote beenderen en schedels, nu en
+dan opgegraven in verschillende deelen van het koninkrijk, die ver die
+overtreffen van het tegenwoordige weggeslonken geslacht." Hij betoogde
+"dat de wetten der natuur zelf noodzakelijk vereischten dat wij,
+in den beginne, grooter en sterker zouden geschapen zijn; niet zoo
+blootstaande aan den dood door nietige toevallen, door het vallen van
+een dakpan op ons hoofd, of een steen, geworpen door een kinderhand,
+of door het verdrinken in een kleine beek. Uit deze redeneeringen trok
+de schrijver allerlei zedelijke toepassingen, nuttig om naar te leven,
+maar noodeloos hier te herhalen. Wat mij betrof, ik kon niet laten
+bij mijzelf te bedenken hoe algemeen dit talent was, zedelessen te
+halen, of liever oorzaak van wrok en ontevredenheid te zoeken uit den
+strijd, die er zou zijn tusschen de natuur en ons. En ik geloof, dat,
+na ernstig onderzoek, die strijd even ongegrond zou blijken bij ons,
+als hij is onder dit volk. Aangaande hun legerzaken, verheffen zij er
+zich op, dat des konings leger uit honderd-zes-en-zeventig-duizend
+man voet- en twee-en-dertig-duizend paardevolk bestaat: als dat een
+leger genoemd mag worden, dat is samengesteld uit de handelaars in de
+verschillende steden, en de boeren op het land, wier bevelhebbers de
+adel en de heeren zijn, zonder loon of vergoeding. In hun oefeningen
+zijn zij inderdaad vrijwel volmaakt, en onder zeer goede tucht,
+waarin ik geen groote verdienste vond; want hoe kon het ook anders,
+waar iedere boer onder het bevel van zijn eigen landheer staat, en
+iedere burger onder dat van den voornaamsten van zijne eigene stad,
+gekozen bij stemming, als in Venetië?
+
+Ik heb dikwijls de militie van Lorbrulgrud zien uitrukken om te
+exerceeren in een groot veld bij de stad, van twintig mijl in 't
+vierkant. Er waren in 't geheel niet meer dan vijf-en-twintig-duizend
+man voet- en zesduizend paardenvolk; maar het was me onmogelijk hun
+aantal precies te tellen, omdat ze zoo'n groote ruimte besloegen. Een
+ruiter, zittende op een groot paard, mag zoowat negentig voet
+hoog zijn geweest. Ik heb die heele ruitermacht, op éen woord
+van commando, in eens hun zwaarden zien trekken en in de lucht
+zwaaien. Geen verbeelding kan zich iets zoo groots, zoo verrassends,
+zoo overweldigends voorstellen! het was alsof tienduizend bliksems
+tegelijkertijd van iedere hemelwolk neerschoten.
+
+Ik was benieuwd te weten hoe deze vorst, tot wiens rijk geen toegang
+van eenig ander land is, eraan kwam aan legers te denken, of zijn
+volk te wennen onder militaire tucht. Maar ik werd spoedig, door
+gesprekken en geschiedboeken, daarover ingelicht; want, in den loop
+van verscheidene eeuwen, hebben zij geleden aan dezelfde kwaal, waaraan
+veel andere regeeringen onderhevig zijn; de adel strevende naar macht,
+het volk naar vrijheid en de vorst naar het alleenheerscherschap. Al
+welke, hoewel gelukkig getemperd door de wetten, soms door elk van de
+drie partijen verkracht zijn, en een of meer malen burgeroorlog deden
+ontstaan; waarvan aan de laatste gelukkig een eind gemaakt werd door
+den grootvader van dezen vorst, bij algemeen verdrag; en het leger,
+toen met algemeene toestemming opgericht, is sinds dien tijd onder
+strenge tucht gehouden.
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+ De Koning en Koningin maken een reis naar de grenzen.--De schrijver
+ vergezelt hen.--De wijze waarop hij het land verlaat zeer omstandig
+ verteld.--Hij keert naar Engeland terug.
+
+
+Ik had altijd een vast vertrouwen dat ik eens mijn vrijheid herkrijgen
+zou, schoon het onmogelijk vooruit te zeggen was op welke wijze,
+of eenig plan te maken dat de minste kans van slagen had. Het schip
+waarmee ik gekomen was, was het eerste dat bij menschen weten in
+'t gezicht van de kust gekomen was, en de koning had strikte orders
+gegeven, dat, als er te eeniger tijd weer een opdaagde, het aan land
+gehaald zou worden en met de heele bemanning en alle passagiers,
+in een ton naar Lorbrulgrud gebracht. Ik werd, dat is waar, met veel
+goedheid behandeld; ik was de lieveling van een groot koning en zijn
+koningin, en de vreugd van het heele hof; maar ik werd met dat al
+behandeld op een voet, die slecht overeenkwam met de waardigheid van
+de menschheid. Ik kon nooit die huiselijke panden vergeten, die ik
+achtergelaten had. Ik had behoefte aan het verkeeren onder menschen
+met wie ik op gelijken voet kon omgaan, en langs de straten en velden
+wandelen zonder vrees te worden doodgetrapt als een vorsch of een jong
+hondje. Maar mijn verlossing kwam spoediger dan ik verwacht had, en
+op een ongewone wijze; waarvan ik de geschiedenis en de omstandigheden
+getrouw vertellen zal.
+
+Ik was twee jaar in het land geweest; en omstreeks den aanvang van het
+derde vergezelden Glumdalclitch en ik den koning en de koningin, op
+een reis naar de zuidkust van het koninkrijk. Ik werd, als gewoonlijk,
+vervoerd in mijn reisdoos, die, zooals ik reeds beschreven heb, een
+welingericht vertrek was van twaalf voet breed. En ik had een hangmat,
+met zijden koorden, aan de vier hoeken bovenaan doen bevestigen, om
+den schok te breken als een bediende mij voor zich op 't paard had,
+zooals ik somtijds vroeg; en in die hangmat placht ik dikwijls onderweg
+een slaapje te doen. In het dak van mijn vertrekje, niet precies midden
+boven de hangmat, liet ik den timmerman een gat steken van een voet in
+'t vierkant, om me lucht te maken bij warm weer, terwijl ik sliep;
+en ik sloot dat gat wanneer ik wilde met een schuif die achter-
+en vooruit door een gleuf gleed.
+
+Toen wij het doel van onze reis nabij waren, dacht het den
+koning goed een paar dagen te vertoeven in een paleis dat hij had
+nabij Flanflasnic, een stad achttien Engelsche mijlen van zee af
+gelegen. Glumdalclitch en ik waren erg moe: ik had een beetje
+kou gevat, maar het arme kind was zoo ziek dat zij haar kamer
+moest houden. Ik smachtte er naar de zee te zien, waar alleen
+ik over ontsnappen kon, als dat ooit gebeuren mocht. Ik deed mijn
+ongesteldheid erger voorkomen dan ze was, en vroeg verlof de frissche
+zeelucht te mogen gaan inademen, met een page waar ik veel van hield,
+en dien men soms met mij vertrouwde. Ik zal nooit vergeten hoe ongaarne
+Glumdalclitch er in toestemde, noch den strikten last dien zij den page
+gaf goed voor mij te zorgen, terwijl zij tegelijk in tranen uitbarstte,
+als had zij een voorgevoel van wat er te gebeuren stond. De knaap
+liep met mij in mijn doos, tot een half uur van het paleis, naar de
+rotsen aan de zeekust. Ik beval hem mij neer te zetten, en een van
+mijn gordijnen opgehaald hebbende, wierp ik verlangende, droefgeestige
+blikken naar de zee. Ik voelde me niet heel wel, en zei den page dat
+ik lust had een dutje te doen in mijn hangmat, wat ik hoopte dat mij
+goed zou doen. Ik kroop erin, en de knaap deed het venster goed dicht,
+om de kou buiten te houden. Ik viel spoedig in slaap, en al wat ik
+gissen kan, is dat de page, toen ik sliep, niet denkende dat er eenig
+gevaar was, tusschen de rotsen ging zien naar eieren, waarnaar ik
+hem uit mijn venster al had zien zoeken, en een of twee in de spleten
+oppakken, maar hoe dat mag zijn, ik werd plotseling wakker door een
+hevigen ruk aan den ring, die voor het gemak van mij te dragen boven
+aan mijn doos was vastgemaakt. Ik voelde mijn doos heel hoog in de
+lucht worden opgevoerd, en daarop vooruit gedragen met een verbazende
+snelheid. De eerste schok had mij bijna uit mijn hangmat geworpen,
+maar daarna was de beweging zacht schommelend. Ik riep verscheiden
+malen zoo luid als ik kon, maar vruchteloos. Ik keek door mijn venster
+en zag niets dan wolken en lucht. Ik hoorde een gedruisch vlak boven
+mijn hoofd, als het slaan van vleugels, en begon toen te merken in
+wat jammerlijken toestand ik was; dat een arend den ring van mijn
+doos in zijn bek had, en mij straks op een rots zou laten vallen,
+als een schildpad in zijn schaal, en mijn lichaam dan er uitpikken
+en verslinden: want de scherpe blik en de fijne reuk van dien vogel
+stelt hem in staat zijn prooi te ontdekken op een grooten afstand,
+zelfs beter verborgen, dan ik binnen tweeduims planken kon zijn.
+
+Ik merkte binnen kort, dat het gedruisch en het kleppen van vleugels
+snel toenam, en mijn doos werd heen en weer gezwaaid als een
+uithangbord in den wind. Ik hoorde verscheiden stooten of slagen,
+die naar ik dacht neerkwamen op den arend (want dat moet hij, daar
+ben ik zeker van, geweest zijn, die den ring van mijn doos in zijn
+bek hield), en toen, plotseling, voelde ik mij meer dan een minuut
+lang loodrecht neervallen, maar met zulk een ongelooflijke snelheid,
+dat ik bijna geen adem meer kon krijgen. Mijn val werd gestuit in
+een verschrikkelijk gedreun, dat mij luider in de ooren klonk dan
+de waterval van Niagara, waarna ik een volgende minuut heelemaal in
+den donkere was, en toen begon mijn doos te rijzen, zoo hoog, dat
+ik boven door mijn vensters licht kon zien. Ik bemerkte nu, dat ik
+in de zee gevallen was. Mijn doos bleef, door het gewicht van mijn
+lichaam, de goederen, die er in waren, en de breede ijzeren platen,
+waarmee de vier hoeken van het dak en de bodem beslagen waren, vijf
+voet onder water. Ik veronderstelde en veronderstel nog, dat de arend,
+die met mijn doos was weggevlogen, door twee of drie anderen vervolgd
+en genoodzaakt was geworden mij los te laten, om zich te verdedigen
+tegen de anderen, die in zijn buit hoopten te deelen. De ijzeren
+platen, waar de bodem mee beslagen was, hielden, (want die waren de
+zwaarste) de doos onder het vallen in evenwicht, en voorkwamen dat
+zij op het oppervlak van het water stuk viel. Iedere voeg was goed
+gesloten, en de deur draaide niet op hengels, maar schoof op en neer
+als een raam, wat mijn doos zoo dicht deed zijn, dat ze heel weinig
+water binnenkreeg. Ik kwam met veel moeite uit mijn hangmat, nadat
+ik eerst beproefd had het schuifje op het dak te openen, waarvan
+ik vroeger zei, dat het was aangebracht om lucht binnen te laten,
+waaraan ik tot stikkens toe behoefte had.
+
+Hoe dikwijls verlangde ik toen naar mijn lieve Glumdalclitch,
+van wie een enkel uur mij zoo ver gescheiden had. En ik mag naar
+waarheid betuigen, dat ik, te midden van mijn eigen ongelukken, niet
+ophouden kon mijn arme verzorgstertje te beklagen, het verdriet, dat
+zij van mijn verdwijnen hebben zou, het ongenoegen van den koning en
+den ondergang van haar fortuin. Weinig reizigers misschien hebben
+grooter moeielijkheden en benauwdheid doorgemaakt, dan waar ik in
+was in dit angstig oogenblik, ieder oogenblik verwachtende mijn doos
+te zien stukslaan of tenminste, door den eersten hevigen rukwind,
+of een hooge golf, omvergooien. Een barst in éen venster-ruit zou
+mijn onmiddellijken dood veroorzaakt hebben, en die ruiten zouden
+het stellig zoo lang niet hebben uitgehouden, zonder de sterke
+traliedraden, die aan de buitenzijde waren aangebracht tegen ongevallen
+op reis. Ik zag het water door verscheidene reten binnendruppelen,
+schoon de lekken niet belangrijk waren, en ik ze trachtte te stoppen
+zoo goed ik kon. Ik was niet in staat het dak van mijn vertrek op te
+lichten, wat ik anders zeker zou gedaan hebben en er boven op zijn gaan
+zitten; waar ik tenminste een paar uur langer in veiligheid zou zijn,
+dan door te zijn opgesloten (zooals ik het noemen mag) binnen in: of,
+als ik deze gevaren al een dag of twee ontsnapte, wat kon ik anders
+verwachten dan een ellendigen dood door honger en koude? Ik was vier
+uur in deze omstandigheden, verwachtende, ja bijna wenschende, elk
+oogenblik, dat dit het laatste zou zijn.
+
+Ik heb den lezer reeds verteld, dat er twee sterke krammen bevestigd
+waren aan die zijde van mijn doos, die geen venster had, en waarin de
+knecht, die me te paard placht te dragen, een lederen gordel haalde en
+om zijn midden gespte. Terwijl ik nu zoo troosteloos in mijn doos zat,
+hoorde ik, of meende ik tenminste te hooren een soort van knarsend
+geluid, aan die zijde waar die krammen zaten; en kort daarop ging het
+me voorkomen dat de doos door zee voortgetrokken of gesleept werd; want
+ik voelde af en toe een soort van drukking, die de golven tot bijna
+boven mijn vensters rijzen deed en me haast in 't donker liet. Dit
+gaf me eenigszins hoop op uitredding, schoon ik niet in staat was mij
+te verbeelden door wat middel die zou plaats hebben. Ik waagde het
+een van mijn stoelen los te schroeven, die altijd aan den grond vast
+waren; en na hem met groote inspanning weer te hebben vastgeschroefd
+vlak onder het dakschuifje, dat ik kort te voren geopend had, klom
+ik er op, en riep, met mijn mond zoo dicht ik kon bij de opening,
+zoo hard mogelijk om hulp, in al de talen die ik sprak. Toen bond
+ik mijn zakdoek aan een stok, dien ik gewoonlijk bij mij droeg, en
+wuifde hem, boven het gat, herhaaldelijk heen en weer, opdat als eenig
+schip of boot in de nabijheid was, de zeelieden begrijpen konden dat
+een of ander ongelukkige sterveling in deze doos zat opgesloten. Ik
+bespeurde geen gevolg op al wat ik deed, maar bemerkte duidelijk
+dat mijn kamer voortgesleept werd; en binnen den tijd van een uur,
+of minder, stootte die zij van de doos waar de krammen waren, en die
+geen vensters had, tegen iets hards. Ik vreesde dat het een rots was,
+en voelde mij meer dan ooit ontsteld heen en weer schudden. Ik hoorde
+duidelijk een geluid op het dak van mijn kamer als van een kabel, en
+een schuren alsof hij door den ring gehaald werd. Toen voelde ik me,
+langzaam aan, ophijschen, tot ten minste drie voet hooger dan ik eerst
+was. Waarop ik weer mijn zakdoek aan den stok uitstak, en om hulp riep
+totdat ik nagenoeg heesch was. In antwoord waarop ik een luid driemaal
+herhaald gejuich hoorde, wat mij zulke vervoeringen van vreugd gaf
+als alleen kunnen begrepen worden door hen die ze voelen. Ik hoorde
+nu voeten boven mijn hoofd, en iemand die met luider stem door het
+gat riep, in 't Engelsch, of er iemand beneden was, en zoo ja of hij
+dan maar spreken wou. Ik antwoordde dat ik een Engelschman was, door
+mijn noodlot in de jammerlijkste omstandigheden gebracht waar ooit
+eenig schepsel in verkeerde, en smeekte, bij al wat hen bewegen kon,
+uit de gevangenis waar ik in was bevrijd te worden. De stem antwoordde
+dat ik buiten gevaar was, want mijn doos lag vast aan hun schip, en de
+timmerman zou onmiddellijk een gat in de zoldering zagen, groot genoeg
+om me er door te hijschen. Ik antwoordde dat dit niet hoefde en te
+veel tijd zou kosten; maar dat een van de bemanning liever eenvoudig
+zijn vinger door den ring moest steken, en de doos uit zee in 't schip
+zetten en bij den kapitein in zijn hut brengen. Eenigen, toen zij mij
+zoo vreemd hoorden praten, dachten dat ik gek was, anderen lachten;
+want 't was mij geen oogenblik in 't hoofd gekomen te denken dat ik nu
+weer onder menschen van mijn eigen lengte en kracht gekomen was. De
+timmerman kwam, en zaagde, binnen een minuut of wat, een doorgang
+van ongeveer vijf voet in 't vierkant, liet een kleine ladder neer,
+waar ik opklom, en erg verzwakt in 't schip werd opgenomen.
+
+De schepelingen stonden allen verbaasd en deden mij duizend vragen,
+die ik geen lust had te beantwoorden. Ik was eveneens verbaasd
+bij het gezicht van zooveel dwergen, want zoo leken zij mij, nu ik
+zoo lang mijn oogen gewend had aan de monsterachtige afmetingen,
+die ik pas verlaten had. Maar de kapitein, mr. Thomas Wilcocks,
+een braaf eerlijk man uit Shropshire bemerkende dat ik op 't punt
+stond flauw te vallen, nam me in zijn hut, gaf me een hartsterking
+om me op te wekken, en deed me op zijn eigen bed liggen, met den
+raad wat rust te nemen, die ik hard noodig had. Voor ik slapen ging,
+zei ik hem dat ik een beetje goed onderhouden huisraad in mijn doos
+had, te goed om te laten verloren gaan; een mooie hangmat--een knap
+veldbed--twee stoelen--een tafel--en een kabinet. Dat mijn kamer aan
+alle kanten behangen, of liever gevoerd was met zijde en katoen; dat,
+als hij een van het volk mijn kamer in zijn hut wou laten brengen, ik
+haar daar voor hem zou openen en hem mijn goederen laten zien. Toen de
+kapitein mij dien zotteklap hoorde uitslaan, kreeg hij de overtuiging
+dat ik ijlde; nochtans (ik denk om me tevreden te stellen) beloofde hij
+mij te zullen doen zooals ik gevraagd had, en op dek gegaan zijnde,
+zond hij eenige van zijn volk naar beneden in mijn kamer, waar zij,
+(zooals ik later bemerkte) al mijn goederen uithaalden, en de voering
+afstroopten; maar de stoelen, de kast en de bedstede, die aan den
+vloer geschroefd waren, werden door de onwetendheid van de zeelieden,
+die hen met geweld losscheurden, erg beschadigd. Toen sloegen zij
+eenige planken af die op schip konden gebruikt worden, en toen zij
+zoo alles ervan gehaald hadden wat hun geschikt leek, lieten zij het
+overschot in zee vallen, waar het, wegens de vele bressen in bodem en
+zijwanden, onmiddellijk zonk. En ik was werkelijk blij dat ik geen
+toeschouwer geweest was van de schade, die zij aanrichtten, omdat
+ik overtuigd ben dat het mij zeer zou hebben aangedaan, en vroegere
+gebeurtenissen in mijn geest teruggeroepen, die ik liever vergeten wou.
+
+Ik sliep een paar uur, maar mijn slaap werd onophoudelijk gestoord
+door droomen van de plaats waar ik van daan kwam, en de gevaren
+waaraan ik was ontsnapt. Toen ik wakker werd, voelde ik mij evenwel
+veel beter. Het was toen zoo wat acht uur 's avonds en de kapitein
+bestelde dadelijk avondeten, meenende dat ik reeds te lang gevast
+had. Hij onderhield mij allerminzaamst, bemerkende dat ik niet wild
+keek of onsamenhangend praatte; en toen wij alleen waren vroeg hij
+mij hem het verhaal te doen van mijn reizen, en hoe ik zoo kwam rond
+te drijven in een houten kast. Hij zei, dat hij, omstreeks twaalf
+uur op den middag, toen hij door zijn glas keek, iets bespeurde op
+een afstand, dat hij voor een zeil hield, dat hij besloot te praaien,
+daar het niet ver uit zijn koers lag, in de hoop een beetje beschuit
+te kunnen koopen, omdat die hij had, begon op te raken. Dat hij,
+naderbijkomende, en zijn vergissing bemerkende, zijn sloep had laten
+uitzetten om te ontdekken wat het was; dat zijn matrozen doodsbang
+terugkwamen, zwerende dat zij een drijvend huis gezien hadden. Dat hij
+lachte om hun dwaasheid, en zelf in de boot gegaan was, terwijl hij
+zijn volk last gaf een sterk kabeltouw mee in de boot te nemen. Dat
+hij, daar de zee kalm was, verscheiden malen om me heen geroeid was,
+mijn vensters had opgemerkt en het traliewerk dat ze beschutte. Dat hij
+twee krammen aan éene zijde bespeurde, die heelemaal van planken was
+en zonder doorgang voor het licht. Hij beval toen zijn volk naar dien
+kant op te roeien, en een kabel aan een van de krammen bevestigende,
+gaf hij hun last mijn kast, zooals zij haar noemden, naar het schip
+te sleepen. Toen ze daar was, gaf hij order een anderen kabel te
+bevestigen aan den ring, die in de zoldering vastzat, en mijn kast met
+katrollen op te hijschen, wat al de matrozen niet bij machte waren
+hooger dan twee of drie voet te doen. Hij zei, dat zij mijn stok
+met den zakdoek uit het gat zagen gestoken, en daaruit opmaakten,
+dat de een of andere ongelukkige er binnen moest opgesloten zijn. Ik
+vroeg of hij of een van zijn volk niet sommige monsterachtige groote
+vogels in de lucht gezien hadden omstreeks den tijd dat zij mij in
+'t gezicht kregen? Waarop hij antwoordde, dat, terwijl hij deze
+zaak, toen ik sliep, met de matrozen besprak, een van hen zeide,
+dat hij drie arenden gezien had, die naar het noorden vlogen,
+maar niets bemerkte van dat zij meer dan de gewone grootte hadden;
+wat ik veronderstel dat moet worden toegeschreven aan de groote
+hoogte waarop zij waren; en hij begreep niet om wat reden ik dat
+vroeg. Ik vroeg toen den kapitein hoever wij, naar zijne berekening,
+van land waren? Hij zei, naar de beste berekening die hij maken kon,
+tenminste honderd mijlen. Ik verzekerde hem, dat hij zich bijna de
+helft vergissen moest, want dat ik het land, waar ik vandaan kwam,
+verlaten had niet meer dan twee uur voordat ik in zee viel. Waarop hij
+opnieuw ging gelooven dat mijn hoofd van streek was, wat hij me half
+en half te verstaan gaf, en toen raadde naar bed te gaan in een hut,
+die hij voor me had laten klaarmaken. Ik verzekerde hem dat ik door
+zijn goede zorgen en gezelschap uitstekend was opgefrischt, en zoo
+goed bij mijn verstand als ooit. Toen werd hij ernstig, en verzocht
+mij hem vrijuit te zeggen of mijn geest niet ontrust werd door het
+bewustzijn van een vreeselijke misdaad, waarvoor ik gestraft was,
+op bevel van een of anderen vorst, met in die kast gezet te worden;
+zooals groote misdadigers, in andere landen, gedwongen zijn op zee
+te gaan in een lek vaartuig, zonder teerkost: want ofschoon het hem
+spijten zou zulk een slecht man in zijn schip genomen te hebben,
+gaf hij toch zijn woord, dat hij mij veilig aan land zou zetten in de
+eerste de beste haven waar wij aankwamen. Hij voegde erbij, dat zijn
+vermoedens zeer versterkt waren door sommige allerdwaaste praatjes,
+die ik eerst tegen de matrozen en daarna tegen hem zelf gehouden had,
+aangaande mijn kamer of kast, zoowel als door mijn zonderlinge blikken
+en gedrag bij 't avondeten.
+
+Ik verzocht hem geduldig te willen luisteren naar mijn verhaal, dat ik
+hem daarop getrouwelijk vertelde, van den laatsten keer dat ik Engeland
+verliet tot het oogenblik dat hij mij het eerst ontdekte. En, zooals de
+waarheid zich altijd een weg baant in redelijke geesten, zoo werd ook
+deze brave eerlijke man, die een beetje geleerdheid en een zeer gezond
+verstand had, onmiddellijk van mijn oprechtheid en waarheidsliefde
+overtuigd. Maar om al wat ik gezegd had verder te bevestigen, verzocht
+ik hem last te geven dat mijn kabinet gebracht zou worden, waarvan
+ik den sleutel in mijn zak had; want hij had me al verteld hoe het
+volk over mijn kamer had beschikt. Ik opende het waar hij bij was,
+en toonde hem de kleine verzameling merkwaardigheden, die ik in het
+land, waaruit ik zoo wonderlijk verlost was, had aangelegd. Daar was
+de kam, die ik uit de haartjes van des konings baard gemaakt had,
+en nog een van dezelfde grondstof, maar met voor rug een knipsel
+van Harer Majesteits duimnagel. Daar was een verzameling naalden en
+spelden van een voet tot een halve el lang; vier wespenangels, als
+kastenmakers-spijkers; eenige kamselharen van de koningin; een gouden
+ring, dien zij mij op een keer op de innemendste wijze ten geschenke
+gegeven had door hem van haar pink te nemen en me om het hoofd te
+werpen als een halsband. Ik wenschte, dat de kapitein mij het genoegen
+zou doen dezen ring in erkentelijkheid voor zijn beleefdheden aan te
+nemen, wat hij heel stellig afsloeg. Ik liet hem een likdoorn zien,
+dien ik met eigen handen van den teen van een hofdame gesneden had;
+hij was zoo wat zoo groot als een pippeling, en zoo hard geworden,
+dat ik hem, toen ik in Engeland terug was, uitholde tot een beker en
+in zilver zette. Ten laatste liet ik hem de broek zien, die ik aanhad,
+die gemaakt was van muizevel.
+
+Ik kon hem niets anders doen aannemen als een tand van een hofbediende,
+dien ik zag dat hij zeer belangstellend bekeek en graag hebben wou. Hij
+nam hem aan met de overvloedigste dankbetuigingen, meer dan zulk een
+kleinigheid verdiende. Hij was door een onhandigen dokter getrokken
+aan een van de bedienden van Glumdalclitch, die aan tandpijn leed,
+maar hij was zoo gaaf als hij een in zijn hoofd had. Ik liet hem
+schoonmaken en legde hem in mijn kast. Hij was zoo wat een voet lang
+en vier duim in doorsneê.
+
+De kapitein was met het eenvoudige verhaal, dat ik hem gedaan had,
+volmaakt tevreden, en zei, dat hij hoopte, dat ik, in Engeland
+teruggekeerd, de wereld verplichten zou door het op schrift te
+stellen en uit te geven. Mijn antwoord was, dat ik meende, dat we al
+zeer overvoerd waren met reisboeken, dat er niets meer gebeuren kon,
+dat buitengemeen was; waarom ik ook geloofde, dat sommige schrijvers
+de waarheid minder dan hun eigen ijdelheid, of geldzucht, of het
+vermaak van onwetende lezers raadpleegden; dat mijn verhaal weinig
+anders dan gewone gebeurtenissen bevatten kon, zonder die opsierende
+beschrijvingen van vreemde planten, boomen, vogels en andere, of van
+de barbaarsche gewoonten en den afgodendienst van wilde volksstammen,
+die bij de meeste schrijvers talrijk zijn. Evenwel dankte ik hem voor
+zijn goede bedoeling en beloofde hem de zaak in bedenking te houden.
+
+Hij zei, dat hij zich over éen ding verwonderde, daarover namelijk,
+dat ik zoo luid sprak; en vroeg mij of de koning of de inwoners van
+dat land hardhoorig waren? Ik zei hem dat ik dat twee jaar lang voor
+gewoonte had gehad, en dat ik me evengoed verwonderde over zijn stem
+en die van zijn volk, die mij niets schenen te doen dan fluisteren,
+en toch kon ik ze goed genoeg verstaan. Maar, als ik sprak in dat
+land, was het als een man die in een straat spreekt tegen een,
+die van den top van een toren kijkt, tenzij ik op tafel stond of in
+iemands hand. Ik vertelde hem, dat ik nog iets bemerkt had, namelijk
+dat toen ik eerst op 't schip kwam en de matrozen om me heen stonden,
+ik dacht dat ze de allernietigste schepseltjes waren die ik ooit gezien
+had. Want, toen ik in het land van dien vorst was, kon ik niet over
+mij krijgen in een spiegel te kijken nadat mijn oogen gewoon waren
+geraakt aan zulke ontzaglijke voorwerpen, omdat de vergelijking mij
+zoo'n afschuwelijk klein denkbeeld van mij zelf gaf. De kapitein zei,
+dat hij aan 't avondeten gemerkt had dat ik alles met zekere verbazing
+bekeek, en soms nauwelijks mijn lachen, naar 't scheen, bedwingen kon,
+wat hij niet wist hoe hij 't verklaren moest, maar toeschreef aan de
+eene of andere stoornis in mijn hersens. Ik antwoordde, dat het zeer
+waar was: en ik wel eens zou willen weten hoe ik dat laten moest als
+ik zijn schotels zag van de grootte van een zilver driestuiverstuk,
+een zwijnspoot van nauwelijks een mond vol, een beker, niet zoo groot
+als een notedop; en zoo ging ik voort, de rest van huisraad en eetwaren
+beschrijvende op dezelfde manier. Want ofschoon de koningin een kleine
+uitrusting van alle noodige zaken voor mij had laten maken, toen ik in
+haar dienst was, waren mijn denkbeelden toch heelemaal vervormd door
+wat ik aan alle kanten om me heen zag, en ik zag mijn eigen kleinheid
+maar voorbij zooals de menschen hun fouten doen. De kapitein begreep
+mijn scherts volkomen en antwoordde luimig met het oude Engelsche
+spreekwoord, dat hij vermoedde dat mijn oogen grooter dan mijn buik
+waren, want hij merkte niet dat mijn maag heel trekkerig was, al had ik
+den heelen dag gevast; en in zijn vroolijkheid doorgaande, verklaarde
+hij dat hij graag honderd pond zou hebben gegeven om mijn kamer in den
+snavel van den arend, en later in haar val van zoo hoog in zee te zien;
+wat stellig een verbazingwekkend schouwspel geweest moest zijn, waardig
+dat de beschrijving ervan naar toekomstige eeuwen werd overgebracht;
+en de vergelijking met Phaëton lag zoo voor de hand, dat hij het niet
+laten kon haar te maken, schoon ik de figuur niet erg aardig vond.
+
+De kapitein was, van Tonkin komende, op de thuisreis naar
+Engeland noordoostwaarts gedreven tot op 44 graden breedte en 143
+lengte. Maar twee dagen nadat ik aan boord kwam, en langs de kust
+van Nieuw-Holland zeilende, hielden wij onzen koers west-zuid-west,
+en toen zuid-zuid-west, tot wij om de kaap de Goede Hoop voeren. Onze
+reis was zeer gelukkig, maar ik zal den lezer niet plagen met een
+dagverhaal ervan. De kapitein liep een of twee havens in, en zond
+de sloep uit om levensmiddelen en versch water in te nemen; maar ik
+verliet het schip niet voor we in de Duyns kwamen, wat gebeurde op den
+derden Juni 1706, zoowat negen maanden na mijn ontsnapping. Ik bood
+aan mijn goederen in pand te laten voor de betaling van mijn overtocht,
+maar de kapitein verklaarde dat hij geen duit ontvangen wou. Wij namen
+van elkaar een hartelijk afscheid en ik deed hem beloven dat hij mij
+zou komen opzoeken in mijn huis te Redriff. Ik huurde een paard en
+een gids voor vijf shillings, die ik van den kapitein leende.
+
+Onderweg, de kleinheid van de huizen, de boomen, het vee en de menschen
+ziende, begon ik te denken dat ik in Lilliput was. Ik was bang op
+iederen reiziger dien ik tegenkwam te trappen, en riep hun dikwijls
+luidskeels toe uit den weg te gaan, zoodat het weinig scheelde of
+ik was voor mijn onbeschaamdheid met een of twee gebroken schedels
+thuis gekomen.
+
+Toen ik aan mijn huis kwam, waarnaar ik genoodzaakt was te vragen,
+bukte ik mij, nadat een van de bedienden de deur geopend had, om
+binnen te gaan (als een gans onder een hek) uit vrees van mijn hoofd
+te stooten. Mijn vrouw vloog me tegemoet om me te omhelzen, maar ik
+boog me lager dan haar knieën, meenende dat ze anders nooit bij mijn
+mond zou kunnen komen. Mijn dochter knielde om mijn zegen te vragen,
+maar ik kon haar niet zien eer ze weer opstond, daar ik zoo lang gewoon
+was geweest met mijn hoofd en oogen zestig voet naar boven gericht,
+te staan; en toen ging ik haar met een hand om 't midden vatten. Ik
+keek op de boden neer, en op een of twee vrienden die in huis waren,
+als waren zij dwergen en ik een reus. Ik zei tegen mijn vrouw, dat ze
+te spaarzaam was geweest, want ik vond dat ze zichzelf en haar dochter
+tot niets vermagerd had. In 't kort, ik gedroeg me zoo onverklaarbaar,
+dat zij allen van de meening van den kapitein waren, toen die me 't
+eerst zag, en geloofden dat ik mijn verstand was kwijtgeraakt. Dit
+doe ik opmerken als een staaltje van de groote macht van gewoonte
+en vooroordeel.
+
+Binnen weinig tijd gingen ik en mijn huisgenooten en vrienden elkaar
+beter verstaan; maar mijn vrouw verklaarde dat ik nooit meer naar
+zee zou gaan, ofschoon mijn ongelukkig noodlot het zoo besloten had
+dat zij geen macht had mij tegen te houden, zooals de lezer hierna
+hooren zal. Ondertusschen eindig ik hier het tweede deel van mijn
+ongelukkige reizen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+EERSTE DEEL.
+
+REIS NAAR LILLIPUT.
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK 5
+
+De schrijver deelt het een en ander mee over zichzelf en zijn
+familie.--Zijn eerste aanleiding tot op reis gaan.--Hij lijdt
+schipbreuk en zwemt om zijn leven te redden.--Hij komt veilig aan land
+in het rijk Lilliput.--Wordt gevangen genomen en het land ingevoerd.
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK 19
+
+De Keizer van Lilliput, vergezeld van verscheidene edelen, brengt den
+schrijver in zijn gevangenis een bezoek.--Beschrijving van des Keizers
+persoon en kleeding.--Geleerden aangesteld om den schrijver hun taal
+te leeren.--Hij raakt in gunst door zijn zachtmoedigheid.--Zijn zakken
+worden onderzocht en zijn zwaard en pistolen hem afgenomen.
+
+
+DERDE HOOFDSTUK 32
+
+De schrijver vermaakt den Keizer en den adel van beiderlei geslacht op
+een zeer ongewone manier.--Beschrijving van de vermaken aan het hof van
+Lilliput.--De schrijver verkrijgt zijn vrijheid op zekere voorwaarden.
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK 42
+
+Mildendo, de hoofdstad van Lilliput, beschreven, tegelijk met het
+paleis van den Keizer.--Een gesprek tusschen den schrijver en een
+eersten secretaris over de zaken van het rijk.--De aanbiedingen van
+den schrijver om den Keizer in zijn oorlogen te helpen.
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK 49
+
+De schrijver voorkomt een inval door een zeer bijzondere
+krijgslist.--Hem wordt een hooge rang geschonken.--Gezanten komen
+van den Keizer van Blefuscu om over den vrede te onderhandelen.
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK 56
+
+Over de inwoners van Lilliput; hun wetenschappen, wetten en gewoonten;
+de wijze van opvoeding hunner kinderen.--Des schrijvers leefwijze in
+dat land.--Zijn rechtvaardiging van een edele dame.
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK 68
+
+De schrijver vlucht, nadat hij gehoord heeft van een plan om hem van
+Hoogverraad aan te klagen, naar Blefuscu.--Hoe hij daar ontvangen werd.
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK 79
+
+De schrijver krijgt door een gelukkig toeval de middelen om Blefuscu
+te verlaten; en keert na eenige moeilijkheden veilig in zijn vaderland
+terug.
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+REIS NAAR BROBDINGNAG.
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK 89
+
+Een hevige storm; de sloep wordt uitgezonden om water te halen;
+de schrijver gaat mee om het land op te nemen.--Hij wordt op de
+kust achtergelaten, gegrepen door een van de inboorlingen, en naar
+een boerenwoning gevoerd.--Zijn ontvangst daar met de verschillende
+dingen, die hem daar overkwamen.--Een beschrijving van de inwoners.
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK 104
+
+Een beschrijving van het dochtertje van den boer.--De schrijver naar
+een marktplaats gebracht en daarna naar de Hoofdstad.--Bijzonderheden
+over zijn reis.
+
+
+DERDE HOOFDSTUK 112
+
+Er wordt van het Hof gezonden om den schrijver.--De Koningin koopt
+hem van zijn meester, en stelt hem voor aan den Koning.--Hij houdt
+twistgesprekken met Zijner Majesteits geleerden.--Een kamer aan 't Hof
+wordt voor hem ingericht.--Hij staat in gunst bij de Koningin.--Hij
+verdedigt de eer van zijn Vaderland.--Zijn vijandschap met den Dwerg
+van de Koningin.
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK 125
+
+Beschrijving van het Land.--Voorstel tot verbetering van nieuwe
+Landkaarten.--Het Koninklijk Paleis en een Beschrijving van de
+Hoofdstad.--Des schrijvers manier van Reizen.--Beschrijving van den
+voornaamsten Tempel.
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK 131
+
+Verschillende avonturen, die den schrijver overkwamen.--De
+Terechtstelling van een misdadiger.--De schrijver toont zijn
+bekwaamheid in de Zeevaart.
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK 143
+
+Pogingen van den schrijver om den Koning en de Koningin genoegen te
+doen.--Hij toont zijn muzikale bekwaamheden.--De Koning laat zich
+door den Schrijver inlichten over Engelsche toestanden.--Wat de Koning
+naar aanleiding daarvan opmerkt.
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK 155
+
+Des schrijvers Vaderlandsliefde.--Hij doet den Koning een voordeelig
+voorstel, dat wordt verworpen.--Des Konings groote onwetendheid in de
+Politiek.--De wetenschap van het Land zeer onvolledig en beperkt.--Hun
+wetten, en zaken van Oorlog, en Staatkundige Partijen.
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK 163
+
+De Koning en de Koningin maken een reis naar de grenzen.--De schrijver
+vergezelt hen.--De wijze waarop hij het Land verlaat zeer omstandig
+verteld.--Hij komt in Engeland terug.
+
+
+
+
+
+
+
+NOOT
+
+[1] Een speling der natuur.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Gulliver's Reizen, by Jonathan Swift
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GULLIVER'S REIZEN ***
+
+***** This file should be named 37442-8.txt or 37442-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/7/4/4/37442/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.