diff options
Diffstat (limited to '36982-8.txt')
| -rw-r--r-- | 36982-8.txt | 10748 |
1 files changed, 10748 insertions, 0 deletions
diff --git a/36982-8.txt b/36982-8.txt new file mode 100644 index 0000000..c91d265 --- /dev/null +++ b/36982-8.txt @@ -0,0 +1,10748 @@ +The Project Gutenberg EBook of Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde +kwam, by H. G. Wells + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam + +Author: H. G. Wells + +Translator: J. Kuylman + +Release Date: August 5, 2011 [EBook #36982] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VOEDSEL DER GODEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + + + + Wereld Bibliotheek + Onder leiding van L. Simons + + + H. G. WELLS + + HET VOEDSEL DER GODEN + en hoe het op Aarde kwam + + Uit het Engelsch door + J. Kuylman + + + + Uitgegeven voor de + Mij. voor Goede en Goedkoope Lectuur door + G. Schreuders Amsterdam + + + + + + + + + + +BOEK I. + +DE ONTDEKKING VAN HET VOEDSEL + + + +HOOFDSTUK I. + +DE ONTDEKKING VAN HET VOEDSEL. + + +I. + +In het midden der negentiende eeuw begon in onze vreemde wereld voor +het eerst in grooten getale een klasse van menschen op te komen, +die voor het meerendeel aanleg hadden om oudachtig te worden, +en die genoemd worden en dit zeer terecht, hoewel zij zelf dezen +titel buitengewoon onaangenaam vinden--"Scientisten." Zij vinden +dit woord zóó onaangenaam, dat het in de kolommen van "de Natuur," +hetwelk van het begin af hun uitsluitend en karakteristiek orgaan was, +even zorgvuldig vermeden wordt alsof het dat andere woord ware, dat +de basis van alle werkelijk-gemeene taal in dit land vormt. Doch het +Groote Publiek, en zijn Pers weten dit wel beter, en "Scientisten" +blijven zij, en als zij ook maar eenigszins algemeen bekend raken, +noemen wij hen "beroemde scientisten," en "eminente scheikundigen" +en "alom-bekende natuurkundigen" op zijn minst. + +Voorzeker verdiende de heer Bensington zoowel als Professor Redwood +elk van deze termen ten volle, lang vóór zij de wondervolle ontdekking +deden waar dit verhaal over handelt. De heer Bensington was Lid van het +Koninklijk Genootschap, een voormalig Voorzitter van het Scheikundig +Genootschap, en Professor Redwood was Professor in de Physiologie +aan het College van de Londensche Universiteit in Bond-street en hij +was herhaaldelijk door de anti-vivisectionisten in geschriften grof +belasterd. En sedert hun prilste jeugd hadden zij levens geleid van +academische onderscheiding. + +Zij zagen er natuurlijk heel onberoemd uit, zooals inderdaad alle +ware Scientisten. Er steekt meer persoonlijke distinctie in den +gladst-gemanierden acteur dan in het geheele Koninklijke Genootschap. + +De heer Bensington was kort van postuur, en erg, erg kaalhoofdig, +en liep lichtelijk gebogen; hij droeg een gouden bril en linnen +schoenen die erg laag uitgesneden waren om zijn talrijke likdoorns, +en Professor Redwood had een doodgewoon voorkomen. Tot zij toevallig +het Godenvoedsel vonden (ik sta er beslist op het zoo te noemen), +leidden zij zulke eminente en obscure studie-levens, dat ik er den +lezer moeilijk iets van zou kunnen vertellen. + +De heer Bensington verdiende zijn sporen (als wij tenminste een +dergelijke uitdrukking mogen bezigen met betrekking tot een heer met +uitgesneden linnen schoenen) met zijne schitterende onderzoekingen op +het gebied van de Meer Giftige Alkaloïden, en Professor Redwood werd +beroemd--dat herinner ik me eigenlijk niet recht meer, hoe hij beroemd +werd! Méér van hem weet ik niet dan dat hij erg beroemd was. Dergelijke +dingen groeien. Ik zou denken dat hij er gekomen was door een dik +werk over den Duur der Reactie-bewegingen, met talrijke platen van +sphygmographische opteekeningen (ik schrijf dit natuurlijk onderhevig +aan verbetering) en een bewonderenswaardige nieuwe terminologie. + +Het groote publiek kreeg weinig of niets van deze beide heeren te +zien. Nu en dan, op plaatsen als het Koninklijk Instituut en de +Maatschappij van Wetenschappen, kreeg het eens iets te zien van +den heer Bensington, tenminste zijn blozende kaalheid en een stukje +van zijn kraag en jas, en hoorde fragmenten van een lezing of een +verhandeling, die hij zich verbeeldde goed verstaanbaar voor te +dragen. En ééns herinner ik me hem gehoord te hebben--'t was op een +middag in het grauwe verleden--toen het Britsche Genootschap te Dover +vergaderde, en ik inviel bij afdeeling C. of D. of een dergelijke +letter welke haar kwartier had opgeslagen in een herberg, en ik uit +louter nieuwsgierigheid twee ernstig-kijkende dames met bruinpapieren +pakjes gevolgd was door eene deur waarop "Billard" en "Potspel" te +lezen stond, een schandelijke duisternis in, die slechts gebroken +werd door een tooverlantaarn-lichtkring van Redwood's diagrammen. + +Ik sloeg het inzetten en weder uithalen van de platen gade en luisterde +naar een stem (ik ben vergeten wat de stem zeide) die naar ik meen +de stem van Professor Redwood was, en er kwam een gesis uit de +lantaarn en nog een ander geluid dat mij daar vasthield, zuiver uit +nieuwsgierigheid, totdat de lichten plotseling opgedraaid werden. En +toen bemerkte ik dat dit geluid niets anders was dan het geluid van +het mummelen op krentenbroodjes en sandwiches en dergelijke dingen, +waarvoor de leden van het Genootschap hierheen gekomen waren om op +te eten onder bedekking van de duisternis der toover-lantaarn. + +En ik herinner mij dat Redwood al maar doorpraatte zoolang de lichten +op waren, en stond aan te wijzen op de plaats waar zijn diagram op het +scherm zichtbaar behoorde geweest te zijn--en dit was het dan ook weder +zoodra het weer duister werd. Ik herinner mij hem bij die gelegenheid +als een doodgewonen donkeren man, die er een beetje zenuwachtig uitzag, +met een air als of hij met iets anders bezig was en doende wat hij +in die oogenblikken deed door een onverklaarbaar plichtsgevoel. + +Ook Bensington heb ik eenmaal gehoord--in de dagen van ouds--op een +opvoedkundige samenkomst in Bloomsbury. Zooals de meeste eminente +Natuurkundigen en Botanici beschouwde Bensington zich ook als een +groote autoriteit in opvoedkunde,--al was ik zeker dat een middelmatige +klasse van een gemeenteschool hem binnen een half uur totaal van de +wijs zou gebracht hebben--en zoo ver als ik het mij nù nog herinneren +kan, stelde hij een verbetering van professor Armstrong's Heuristische +methode voor, waardoor, met drie of vierhonderd pond kosten aan +toestellen, met algeheele verwaarloozing van alle andere studievakken, +en de onverdeelde aandacht van een buitengewoon begaafd onderwijzer, +een middelmatig kind met een bizonderen vorm van stompzinnige +degelijkheid in den loop van tien of twaalf jaren bijna evenveel +chemie kon leeren als men kon halen uit een van die oppervlakkige +twee-kwartjes-boeken, die toen zoo algemeen gebruikt werden... + +Ge ziet wel dat beiden doodgewone menschen waren, buiten hun +wetenschappelijke sfeer. En nog wel aan den onpractischen kant van het +gewone. En gij zult bevinden dat dit laatste het geval is, de geheele +wereld over, met "scientisten" als klasse. Wat er groots aan hen is, +is een kwelling voor hun medenatuurkundigen en een mysterie voor het +groote publiek; en wat niet groot is, is duidelijk genoeg. + +Er bestaat inderdaad geen twijfel omtrent wat niet groot is, want +geen andere menschen-categorie heeft zulke in het oog vallende +kleinheden als zij. Zij leven in een erg begrensd wereldje zoover +het hun omgang met menschen betreft; hun navorschingen vergen een +oneindige aandacht, en een bijna kloosterachtige afzondering; en +wat er overblijft, is niet erg veel. Als men den een of anderen +eigenaardigen, blooden, misvormden, grijsharigen, opgeblazen +kleinen uitvinder van groote uitvindingen ziet, op belachelijke +wijze getooid met het breede lint van de een of andere ridderorde, +en receptie houdend voor zijne medemenschen; of den angst van "De +Natuur" leest, bij het "verwaarloozen der Wetenschap," als de engel +der geboortedag-eerelinten het Koninklijk Genootschap voorbijgaat; +of luistert naar den onvermoeiden mosplantkundige die een verhandeling +houdt over het werk van een ander onvermoeid mosplantkundige, komt men +tot de onvermijdelijke ervaring van de onveranderlijke menschelijke +kleinheid. + +En toch is het rif der wetenschap, dat deze kleine "natuurkundigen" +bouwden en nòg bezig zijn te bouwen zoo wondervol, zoo gewichtig, +zoo vol geheimzinnige, nog half-gevormde beloften voor de groote +toekomst van den mensch! Zij schijnen zelf de dingen die zij doen +niet te beseffen! Zonder twijfel had de heer Bensington, toen hij +lang geleden dit beroep koos, toen hij zijn leven wijdde aan de +alkaloïden en hunne verwante samenstellingen, een vaag begrip van het +visioen--méér dan een vaag begrip waarschijnlijk. Want welke jonge man +zou zonder een inspiratie, voor zoo weinig glorie en positie als een +gewoon "natuurkundige" verwachten kan, zijn leven gegeven hebben aan +zulk werk? Neen zij moèten den roem er van gezien hebben, zij moeten +dit visioen gehad hebben, doch van zóó dichtbij, dat het hen verblind +heeft. De heerlijkheid ervan heeft hen verblind, (en dat is gelukkig), +zoodat zij voor het overige van hun leven de fakkel der kennis hoog +kunnen houden zonder berouw opdat wij kunnen zien. + +En misschien wordt Redwood's afgetrokkenheid verklaard door het feit +dat hij (en daar bestaat nu geen twijfel meer aan) van zijne makkers +verschilde; en wel hièrin, dat er in zijn oogen nog iets van het +visioen schitterde. + + + +II. + +Ik noem het 't Voedsel der Goden, deze zelfstandigheid die de heer +Bensington en professor Redwood samen maakten; en in aanmerking nemend +wat het reeds gewrocht heeft, en alles wat het voorzeker nog zal doen, +is de naam beslist niet overdreven. En derhalve zal ik het zoo blijven +noemen mijn geheele verhaal door. + +Doch mijnheer Bensington zou het evenmin zóó in koelen bloede hebben +durven noemen, als zijne kamers in Sloane-street te verlaten, gehuld +in koninklijk purper en met een lauwerkrans op. Deze benaming was niets +anders dan een eerste kreet van verbazing die hem ontsnapte. Hij noemde +het 't Voedsel der Goden, in zijn enthousiasme, en dit wel een uur +lang achter elkaar. Daarna kwam hij tot de conclusie dat het dwaas +was. Toen hij het eerst over de zaak nadacht, had hij als het ware +een uitzicht op enòrme mogelijkheden--eenvoudig enorme mogelijkheden, +doch na één blik van verbazing, sloot hij resoluut de oogen voor dit +verblindende uitzicht, zooals een conscientieus "natuurkundige" dit +behoort te doen. Hierna klonk "Het Voedsel der Goden" hem zóó snoeverig +toe, dat hij het bijna onbehoorlijk ging vinden. Hij was er verwonderd +over dat hij deze uitdrukking gebezigd had. Maar niettegenstaande dit, +was er tòch nog iets van dat helder-geziene oogenblik in hem blijven +hangen, en kwam telkens weder voor den dag... + +"Waarachtig," zei hij, zich in de handen wrijvend en zenuwachtig +lachend, "het is van meer dan theoretisch belang." + +"Bijvoorbeeld," deelde hij den professor in vertrouwen mede, zijn +gezicht dicht bij dat van den geleerde brengend en zachter sprekend, +"het zou misschien te verkóópen zijn, als het goed aangelegd werd." + +"Precies als een voedingsstof," zei hij, een eindje wegloopend. "Of +ten minste als een voedingsbestanddeel. Natuurlijk aannemend dat +het smakelijk is. Iets wat we niet kunnen zeggen vóor we het bereid +hebben." + +Hij wendde zich om op het haardkleed en bestudeerde aandachtig de +zorgvuldig afgewerkte spleetjes in zijn linnen schoenen. + +"De naam?" zei hij, opkijkend, als antwoord op een vraag. "Wat mij +betreft hel ik over naar de goede oude klassieke zinspeling. Het--'t +maakt de wetenschap respectabel--geeft er een tikje ouderwetsche +waardigheid aan. Ik dacht zoo... Ik weet niet of je 't zot van me +zult vinden... een beetje verbeelding is nu en dan toch zeker wel +veroorloofd... Herakleophorbia. He? Het voedsel van een mogelijke +Hercules? Het zou best kùnnen, niet waar... Natuurlijk als jij denkt +dat het nièt...." + +Redwood keek aandachtig in het vuur en opperde geen bezwaren. + +"Geloof je dat die naam gaan zou?" + +Redwood's hoofd bewoog zich ernstig. + +"We konden het ook Titanophorbia noemen, zie je. Titanen-voedsel... of +lijkt het eerste je beter? Weet je zeker dat je het niet een beetje +tè...." + +"Neen." + +"Ha, daar ben ik blij om." + +En aldus noemden zij het Herakleophorbia, zoolang hunne onderzoekingen +duurden; en in hun rapport,--het rapport dat nooit uitgegeven werd, +door de onverwachte gebeurtenissen die al hun schikkingen in de war +brachten,--wordt het ook voortdurend aldus genoemd. Er werden drie +verwante zelfstandigheden bereid voor ze dàt tot uitkomst kregen, +wat hunne berekeningen hun voorspeld hadden, en van deze drie +substantie's spraken zij als Herakleophorbia I, Herakleophorbia II +en Herakleophorbia III. + +En--vasthoudend aan den oorspronkelijken naam dien Bensington het +gaf--noem ik hier Herakleophorbia IV het Voedsel der Goden. + + + +III. + +Het was een idee van den heer Bensington. Doch daar het hem aan de +hand gedaan werd door een van Professor Redwood's stukken in de +"Philosophische Verhandelingen," waaraan deze medewerkte, ging +hij dezen heer er behoorlijk over raadplegen vóor hij het verder +uitwerkte. Bovendien was het zoo goed een physiologisch als een +scheikundig onderzoek. + +Professor Redwood was een van die mannen der wetenschap, die +verslaafd zijn aan diagrammen en kromme lijnen. Gij weet wel--als +ge tenminste ook maar eenigszins tot het soort lezers behoort waar +ik van houd--welk soort van wetenschappelijk artikel ik bedoel. Het +is een verhandeling waar ge geen touw aan kunt vastknoopen, en aan +het einde komen er vijf of zes lange opgevouwen figuren, die men +ontvouwen kan en eigenaardige zigzag-lijnen, overdreven bliksemflitsen, +of onverklaarbare kronkelende dingen doen zien, die "vlakke lijnen" +worden genoemd, getrokken op ordinaten en wortelend in abscissae--en +dergelijke dingen. Ge zit een heelen tijd te gissen, en eindigt met +een vaag vermoeden dat niet alleen gìj het niet begrijpt, maar dat de +schrijver zelf dit evenmin doet. Maar zonder gekheid, verscheidene +van deze mannen der wetenschap begrijpen hun eigen schrifturen heel +goed: het is eenvoudig een gebrek aan duidelijk uitdrukken dat deze +hinderpaal tusschen hen en ons opwerpt. + +Ik voor mij geloof dat Redwood in rechte en kromme lijnen dacht. En +na zijn monumentaal werk over den Duur der Reactie-beweging (den +onwetenschappelijken lezer verzoek ik zich hier nog een beetje meer +in te werken, dan zal alles hem zoo helder zijn als klaarlichte dag) +begon Redwood voor den dag te komen met vlakke gebogen lijnen en +sphygmographeriën over Groei, en het was een van zijn stukken over +"de Groei," dat den heer Bensington op het denkbeeld bracht. + +Redwood, moet ge weten, had allerlei groeiende dingen opgemeten, zooals +jonge katten, jonge honden, zonnebloemen, paddestoelen, boonstengels +en (tot zijn vrouw er een stokje voor stak) zijn eigen baby, en hij +toonde aan, dat de groei zich voortzette, niet gelijkmatig of zooals +hij het aanduidde: + + +[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.] + + +maar met plotselinge zetten en tusschenpoozen, ongeveer als volgt: + + +[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.] + + +en dat, voor zoover hij kon uitmaken, nièts regelmatig en staag +kòn doorgroeien; het leek alsof ieder levend wezen kracht moest +opgaren om te groeien, slechts voor eenigen tijd krachtig groeide, +en dan weder een zekeren tijd moest wachten vóor het met groeien +kon voortgaan. En in de bedekte en uitermate technische taal van +den werkelijk voorzichtigen "natuurkundige," opperde Redwood, +dat het groeiproces waarschijnlijk de aanwezigheid van de een of +andere substantie in het bloed noodzakelijk maakte, dat slechts +zeer langzaam gevormd werd, en dat als deze substantie door den +groei verbruikt was, zij slechts zeer langzaam weder aangevuld kon +worden, en het organisme onderwijl tijd moest gelaten worden. Hij +vergeleek zijn onbekende substantie bij olie in een machine. Een +groeiend dier had werkelijk veel gemeen met een machine, die zich een +zekeren afstand kon voortbewegen, en dan geölied moet worden voor +zij verder loopen kan. ("Doch waarom zou men de machine niet van +bùìten-af van olie voorzien?" zei de heer Bensington, toen hij het +stuk las). "En dit alles," zei Redwood met het heerlijke zenuwachtige +over-tusschenliggende-gedachten-heenspringen van zijn klasse, "zou +waarschijnlijk licht kunnen werpen op het mysterie van enkele der +niet-geleidende klieren." Alsof dìe er iets mee uit te staan hadden! + +In een volgende verhandeling ging Redwood reeds verder. Hij gaf een +waar "Brock's Benefit" [1] van diagrammen--die precies leken op de +banen van vuurpijlen; en de clou ervan--voor zoover het eenige clou +bevatte--was, dat het bloed van jonge honden en katten, en het sap +van zonnebloemen en het sap van paddestoelen, als deze waren in wat +hij noemde "het groei-stadium," verschilde in de aanwezig-zijnde +proporties van zekere deelen van het bloed en sap, op de dagen dat +zij niet bijzonder sterk groeiden. + +En toen Bensington, na de figuren op hun kant en onderstboven gehouden +te hebben, begon te zien wat dit verschil was, werd hij uitermate +verbaasd. Omdat, ziet ge, het verschil mogelijk veroorzaakt werd door +de aanwezigheid juist van diè substantie, welke hij kort te voren +getracht had te isoleeren bij zijn onderzoek van diè alkaloïden, +welke het zeerst het zenuwstelsel stimuleeren. Hij legde Redwood's +verhandeling op den gepatenteerden lessenaar, die ongemakkelijk +weg-draaide van zijn leunstoel, nam zijn gouden bril af, ademde erop, +en wreef hem zeer zorgvuldig af. + +"Allemachtig!" zei de heer Bensington. + +Toen hij zijn bril weder had opgezet, wendde hij zich weder naar den +lessenaar, die, zoodra zijn elboog er tegen stootte, een coquet gepiep +liet hooren, en de verhandeling met al haar figuren op den grond deed +belanden, verfrommeld en verspreid. + +"Groote hemel!" zei mijnheer Bensington, zijn buik over den leunstoel +rekkend met een geduldige minachting voor de gewoonten van dit +gemakkelijk meubelstuk, en toen, bevindend dat de brochure nog buiten +zijn bereik lag, liet hij zich op de handen vallen, om de stukken +bijeen te garen. Op den grond viel het denkbeeld hem eigenlijk in, +het "'t Voedsel der Goden" te noemen... + +Want ziet ge, als hij het bij het rechte eind had, en Redwood eveneens, +zou hij, door deze nieuwe substantie in te spuiten of door ander +voedsel te mengen de rustpoos geheel buiten rekening kunnen laten, +en in plaats dat de groei aldus ging: + + +[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.] + + +zou hij (als ge mij volgen kunt) aldùs gaan: + + +[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.] + + + +IV. + +Bensington deed den nacht na zijn gesprek met Redwood haast geen oog +dicht. Eens meende hij in den dommel te raken, doch dit was slechts +voor een oogenblik en toen droomde hij dat hij een diep gat in de +aarde gegraven had, en daarin tonnen vol Godenvoedsel wierp en de +aarde zette al meer en meer uit, en al de grenzen der verschillende +landen scheurden, en het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap was +als één man aan het werk, als één gróót kleermakersgilde, om den +equator ùit te leggen... + +Het was natuurlijk een belachelijke droom, doch het toont veel +beter dan één der dingen, die hij zeide of deed als hij wakker en +op zijn hoede was, den staat van geestelijke opwinding aan, waarin +hij verkeerde. Anders zou ik er geen melding van gemaakt hebben, +daar ik over het algemeen het elkaar-droomen-vertellen volkomen +onbelangrijk vind. + +Door een vreemde toevalligheid droomde Redwood dien nacht eveneens, +en wat hij droomde was het volgende: + + +[Afbeelding: Lijn recht omhoog.] + + +Het was een figuur dat vurig stond afgedrukt op een lange rol, die +zich tot in het oneindige verlengde. En hij (Redwood) stond op een +planeet voor een soort van zwart podium; en hij hield een lezing over +den nieuwen groei die nu mogelijk was, voor het Meer dan Koninklijk +Instituut van Oorspronkelijke Krachten,--krachten die tot dan toe, +zelfs bij den groei der rassen, keizerrijken, sterrenstelsels en +werelden steeds aldus gewerkt hadden: + + +[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.] + + +En in sommige gevallen zelfs zoo: + + + +[Afbeelding: Lijn, eerste in stappen omhoog, dan curve naar beneden.] + + +En hij was bezig heel helder en vol overtuiging uit te leggen dat +deze langzame, achteruitgaande methoden weldra geheel uit de mode +zouden zijn door zijne ontdekking. + +Belachelijk natuurlijk. Doch ook dit toont aan-- + +Dat elk van deze beide droomen moet beschouwd worden als ook maar +eenigermate meer beteekenisvol of profetisch dan ik categorisch gezegd +heb, zou ik geen oogenblik durven opperen. + + + + + +HOOFDSTUK II. + +DE PROEF-HOEVE. + + +I. + +Bensington nam zich oorspronkelijk voor, met zijn goedje proeven +te nemen op jonge donderpadden, zoodra hij het werkelijk kon +produceeren. Dergelijke dingen worden altijd het eerst geprobeerd op +donderpadden; want daar zijn kikkers toch voor!--En zij kwamen overeen +dat hij en niet Redwood de proefnemingen zou doen, omdat Redwood's +laboratorium in beslag genomen werd door den projectiel-snelheidsmeter +en de dieren, die noodig waren voor een onderzoek naar de Dagelijksche +Afwijking in het aantal horenstooten per dag van den Jongen Stier, +een onderzoek dat kromme lijnen van abnormale en zeer verwarrende soort +opleverde, en de aanwezigheid van glazen bollen met donderpadjes erin +was bijzonder ongewenscht, zoolang bovengenoemd onderzoek juist in +vollen gang was. + +Doch toen de heer Bensington zijn nicht Jane iets toevertrouwde van +wat hij in het hoofd had, sprak zij onmiddellijk haar veto uit over den +invoer van donderpadden of dergelijke wezens om op te experimenteeren, +in hun verdiepingwoning. Zij had niet het minste bezwaar dat hij +een der vertrekken van hun verdieping gebruikte voor dingen zooals +scheikunde waar geen ontploffingen bij te pas kwamen, en die geen +nadeelige gevolgen had wat haar zelve betrof; zij had geen bezwaar +dat hij een gas-fornuis en een gootsteen en een stof-vrije kast er op +nahield, die veilig bleven voor den wekelijkschen storm der schoonmaak +dien zij op andere plaatsen duchtig liet woeden. En daar zij lieden +gekend had die aan den drank verslaafd waren, beschouwde zij zijn haken +naar onderscheiding in geleerde genootschappen als een uitmuntende +plaatsvervanger voor den groveren vorm van verdorvenheid. Doch +massa's levende dingen, die zoo "kronkelerig" waren als ze leefden en +"stinkerig" als ze dood waren, dat kon en wilde ze niet dulden. Zij +zei, dat dergelijke dingen beslist ongezond moesten zijn, en dat +Bensington een man was die erg moest oppassen--en dat het onzin zou +zijn als hij wilde beweren dat dit niet zoo was. + +En toen Bensington probeerde haar het enorme gewicht van deze mogelijke +ontdekking te doen zien, zeide ze dat 't allemaal goed en wel was, +maar dat, als zij hem toestond alles in huis akelig en ongezond te +maken (en daar kwam 't toch maar allemaal op neer), hij de eerste +zou zijn om zich te beklagen. + +En mijnheer Bensington liep het vertrek op en neer, niet lettend op +zijn eksteroogen, en praatte langen tijd met veel gedecideerdheid, en +zelfs misnoegen in zijn stem, zonder het geringste effect. Hij opperde +dat niets de Bevordering der Wetenschap in den weg behoorde te staan +en zij zeide dat de Bevordering der Wetenschap allemaal heel goed en +wel was, maar dat een hoop donderpadden op een bovenverdieping háár te +machtig was; hij zei dat het in Duitschland een voldongen feit was, +dat een man met een idee als het zijne onmiddellijk twintig duizend +goed-ingerichte kubieke voet laboratorium tot zijn beschikking zou +krijgen, en zij zei dat ze blij was, en altijd blij was geweest, dat ze +geen Duitsche was; hij zei dat het hem voor altijd beroemd zou maken +en zij zei dat er veel meer kans bestond dat het hem ziek zou maken, +als hij een hoop donderpadden op een verdieping als de hunne hield; hij +zei dat hij baas in zijn eigen huis was, en zij zei dat zij dan maar +liever directrice van een school werd, dan te moeten zorgen voor een +hoop enge jonge kikkers; en toen verzocht hij haar niet zulken onzin +te praten en zij verzocht hem hetzelfde, en verzocht hem die ideeën +over kikkers te laten varen; en hij zei dat ze wel een beetje meer +respect voor zijn ideeën kon hebben, en zij zei dat zij dat niet kon +of wilde als er zoo'n "luchtje" aan was--en toen--niettegenstaande de +klassieke opmerkingen die Huxley over dit punt gemaakt heeft--verloor +hij alle geduld en zei een goddeloos woord. Niet zoo heel goddeloos, +maar toch plat genoeg. En toen was zij zeer beleedigd en hij moest +excuus vragen, en het vooruitzicht het Godenvoedsel ooit op hun +verdieping op kikkers te probeeren, verdween geheel in het excuus. + +Derhalve moest Bensington er iets anders op zien te vinden om zijn +proefnemingen op het gebied van voeding, die noodig zouden zijn om +zijn ontdekking te demonstreeren, te kunnen uitvoeren, zoodra hij zijne +zelfstandigheid afgezonderd en bereid had. Eenige dagen lang bepeinsde +hij de mogelijkheid zijn kikkers bij den een of anderen vertrouwden +persoon in den kost te doen en toen richtte het toevallig-zien van +de uitdrukking in een courant zijne gedachten op een "Proef-Hoeve." + +En kuikens. Direct toen hij er aan dacht, dacht hij eraan als aan een +hoenderfokkerij. Plotseling kreeg hij een visioen van reusachtig-sterk +groeiende kuikens. Hij zag voor zich een beeld van rennen, en hokken, +hokken die àl grooter en grooter werden, en rennen die in grootte hier +gelijken tred mede hielden. Kuikens zijn zoo gemakkelijk te naderen, +zoo gemakkelijk te voederen en waar te nemen, zóóveel droger om te +hanteeren en te meten, dat kikkers hem voor zijn doel nu erg wilde +en onhandelbare beesten toeleken. Hij kon maar niet begrijpen hoe +het kwam dat hij niet aan kuikens en wèl aan kikkers gedacht had van +het begin af. Onder meer, zou het hem al dat gezeur met nicht Jane +bespaard hebben. En toen hij het Redwood voorstelde, was deze het +volkomen met hem eens. + +Redwood zei overtuigd te zijn dat experimenteele physiologen een +grooten misslag begingen met proeven te doen op noodeloos-kleine +dieren. Het stond precies gelijk met experimenteeren in de scheikunde +met een onvoldoende hoeveelheid materiaal; fouten in opmerking en +behandeling worden onevenredig groot. Het was, juist in dezen tijd, +van buitengewoon groot gewicht, dat de wetenschappelijke mannen +hun recht lieten gelden op groot materiaal. Dat was dan ook de reden +waarom hij zijn tegenwoordige experimenten aan het Bond-street College +verrichtte op jonge stieren, niettegenstaande zekere mate van ongerief +voor de studenten, en professoren die in andere vakken college gaven, +door de lichtzinnigheid en het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel +van deze dieren in de corridors nu en dan. Doch de kromme lijnen, +die hij kreeg, waren buitengewoon belangwekkend en zouden, zoo ze +uitkwamen, zijn keuze ten volle rechtvaardigen. Wat hemzelf betrof, +zoo de wetenschap niet zoo stiefmoederlijk bedeeld ware geweest in +dit land, zou hij nooit, als het niet hoefde, experimenteeren op iets +kleiners dan een walvisch. Maar een Publiek Vivarium, van voldoende +grootte om dit mogelijk te maken, was, vreesde hij, op dit oogenblik +in dit land tenminste, een Utopistische eisch. In Duitschland--enz. + +Daar Redwood's jonge stieren zijn dagelijksche zorg vereischten, kwam +het kiezen en uitrusten der Proef-Hoeve grootendeels op Bensington +neer. Ook werd overeengekomen dat alle kosten zouden bestreden worden +door Bensington, tot zij voldoende van buitenaf gesteund werden om het +experiment voort te zetten. Derhalve wisselde hij zijn werk in het +laboratorium op zijn verdieping af met de jacht naar een pachthoeve +langs de spoorweglijnen, die van London naar het zuiden loopen, +en zijn glurende bril, zijn vriendelijke kaalhoofdigheid, en zijn +opengewerkte linnen schoenen, vervulden de eigenaars van tallooze +onverhuurbare eigendommen met ijdele hoop. En hij adverteerde in +verscheidene dagbladen en in "de Natuur," om een verantwoordelijk paar +(gehuwd) dat nauwgezet en handig was, en gewoon met hoenders om te +gaan, om het algeheele beheer van een Proef-hoeve van een grooten +bunder op zich te nemen. + +Hij vond de plaats die hij noodig had te Hickleybrow, dicht bij Urshot +in Kent. Het was een eigenaardige, afgelegen plek, in een vallei, +omzoomd door pijnbosschen, die des avonds donker en ongastvrij +waren. Een hooge heuvel sneed het af van den zonsondergang en een +grillige put met een uit elkaar hangend afdak deed het gebouw kleiner +lijken dan het was. Tegen het kleine huis klommen geen klimplanten +op, er waren verscheidene ruiten gebroken, en de wagenschuur wierp +zelfs in den middag een donkere schaduw. Het lag op anderhalven mijl +van het laatste huis van het dorp en de eenzaamheid ervan werd op +twijfelachtige wijze vervroolijkt door een rondwandelende familie +van echo's. + +De plaats leek Bensington bijzonder geschikt voor wetenschappelijk +onderzoek. Hij liep het erf rond, hokken en rennen teekenend met +een zwaaienden arm, en bevond dat de keuken zonder veel verandering +te behoeven te ondergaan een aantal broedtoestellen en kunstmoeders +kon bergen. + +Hij nam de plaats onmiddellijk; en op den terugweg naar Londen stapte +hij uit te Dunton Green, en engageerde een geschikt paar dat op zijn +advertenties geschreven had, en nog dien zelfden avond slaagde hij +erin een voldoende hoeveelheid Herakleophorbia I te isoleeren om deze +schikkingen meer dan te rechtvaardigen. + +Het geschikte paar, dat onder Bensington de eerste aalmoezeniers op +aarde van het Voedsel der Goden zou zijn, was niet alleen zeer merkbaar +op jaren, maar ook buitengewoon vuil. Bensington merkte dit laatste +niet op, omdat niets het algemeene opmerkingsvermogen zoozeer afstompt +als een leven van experimenteele wetenschap. Zij heetten menheer en +juffrouw Skinner, en de heer Bensington interviewde hen in een klein +vertrek mat hermetisch gesloten vensters, een verweerden spiegel +boven den schoorsteenmantel en een paar kwijnende calceolaria's. + +Juffrouw Skinner was een heel klein oud vrouwtje, zonder muts, met +vuil-wit haar dat erg plakkerig was weggekamd van een gezicht dat +oorspronkelijk al bestond uit, en nu, door het verlies van tanden +en kin, en het rimpelen van wat er verder was, eindigde met bijna +uitsluitend te zijn--neus. Zij was gekleed in lei-kleurige kleedij +(voor zoover haar japon tenminste nog kleur had), die op een plaats +gelapt was met een strook rood flanel. Zij liet hem binnen en praatte +zeer bedachtzaam tegen hem, en gluurde naar hem om en over haar neus, +terwijl ze hem in vertrouwen mededeelde dat Skinner eenige wijziging +in zijn toilet aan het aanbrengen was. Zij bezat één tand, die haar +uitspraak in den weg stond, en zij hield haar lange gerimpelde +handen zenuwachtig saamgeperst. Zij vertelde den heer Bensington +dat zij al jaren met hoenders had omgegaan, en alles wist omtrent +broedmachines; ja, zij zelven hadden eens een hoenderpark gedreven, +en het was eindelijk alléén failliet gegaan door gebrek aan leerlingen. + +"Ziet u," zeide juffrouw Skinner, "de leerlingen, die brenge de +cente in." + +Meneer Skinner bleek bij zijne verschijning te zijn een man met +een groot breed gezicht, die lispelde en zóó erg scheel zag, dat +hij over uw hoofd heenkeek; hij had opengesneden pantoffels aan, +die Bensington dadelijk voor hem innamen, en hij zat erg schaars in +zijn knoopen. Hij hield met één hand zijn jas en hemd bij elkaar, en +trok, met den wijsvinger van de andere, modellen op het zwart-met-goud +tafelkleed, terwijl zijn eene oog dat hiernaar niet keek, Bensington's +zwaard van Damocles (om het zoo maar eens uit te drukken), gadesloeg +met een eenigszins droevige los-van-de-wereld-zijnde uitdrukking: +"U wilt dethe boerderij niet drijven om de winst. Neen, meneer. 't +Komt alleth op 't zelfde neer, mijnheer. Proeven! Net thoo!" + +Hij zeide dat ze dadelijk naar de boerderij konden vertrekken. Hij +deed niets te Dunton Green dan een beetje kleermaken. "'t Ith niet +zoo'n voordeelige plaatsth als ik dacht, en wat ik daar maak, ith +haastht niet de moeite waard," zeide hij, "thoodat, als 't u beter +thchikt, wij dadelijk..." + +En binnen een week waren meneer en juffrouw Skinner op de boerderij +geïnstalleerd, en de karwei-timmerman van Hickleybrow wisselde de +taak van kippehokken-timmeren en rennen-maken af met een systematisch +gesprek over den heer Bensington. + +"Ik heb hem nog niet veel gethien," zeide de heer Skinner. "Maar +voorzoover als ik uit hem wijth heb kunnen worden, lijkt hij mij een +stomme ouwe dwaath." + +"Ik dacht wel dat er een van z'n vijf op den loop was," zei de +timmerman van Hickleybrow. + +"Hij denkt, dat ie wat weet van hoenderth," zeide de heer +Skinner. "Heerem'ntijd! Als je 'm hoorde, zou je denken dat niemand +wat van hoenderth wisht dan hij." + +"'IJ ziet er zelf uit as een 'en," zeide de timmerman van Hickleybrow; +"misschien door z'n bril." + +De heer Skinner kwam wat dichter bij den timmerman van Hickleybrow +staan, en sprak vertrouwelijk met hem, en het eene treurige oog +keek naar het verwijderde dorp, en het andere schitterde en keek +kwaadaardig. "Moete èlke dag gemete worde,--iedere kip, thegt ie. Om +te thien of the goed groeie. Nou theg,--he? Iedere kip, thowerachtig, +iedere dag." + +En de heer Skinner stak zijn hand op om er achter te lachen op een +beschaafde, en aanstekelijke manier, en haalde de schouders erg hoog +op--en alleen zijn andere oog deelde niet in den lach. Toen, eraan +twijfelend of de timmerman het fijne van de zaak wel gesnapt had, +herhaalde hij met een doordringend gefluister: "gemète!" + +"'IJ is nog erger dan onze ouwe baas; verdompeld as 't niet waar is," +zei de timmerman van Hickleybrow. + + + +II. + +Experimenteeren is het langzaamste werk ter wereld; (de rapporten +erover in de "Philosophische Verhandelingen" zijn misschien nòg +vervelender) en het leek den heer Bensington erg lang toe, vóór +zijn eerste droom van enorme mogelijkheden vervangen werd door een +kruimpje verwerkelijking. Hij had de Proef-Hoeve in October gekocht, +en het was al Mei voor het eerste succès begon te dagen. In dien +tijd moesten Herakleophorbia I, II en III geprobeerd worden, en +mislukten; er ontstond last met de ratten op de boerderij en óók met +de Skinners. De eenige manier om Skinner ertoe te krijgen te doen +wat hem gezegd werd, was hem te dreigen met ontslag. Dan placht hij +met zijn vlakke hand over zijn ongeschoren kin te wrijven--hij was +steeds op de meest wonderbaarlijke manier ongeschoren en toch had +hij nooit een baard--en naar den heer Bensington te kijken met één +oog, en over hem heen met het andere en te zeggen: "O, natuurlijk, +meneer--als 't u ernst ith...!" + +Doch eindelijk brak de dageraad aan. En zijn heraut was een brief in +het lange spichtige handschrift van den heer Skinner. + +"Het nieuwe Broeisel is uit," schreef de heer Skinner, "en ik kan niet +zeggen dat ze me bijzonder bevallen. Groeien erg spichtig op--heelemaal +niet zooals dat andere toom was, vóór u uw laatste orders gaf. De +anderen, vóór de kat ze te pakke kreeg, waren flinke, tierige kuikens, +maar deze groeie als distels. Nooit zoo iets gezien. Ze pikken zóó +hard, dat ik onmogelijk de juiste maat van ze kan geven. 't Zijn ware +Reuzen en eten net zooveel. We zulle heel gauw weer graan noodig hebbe +want nooit heb je kuikens zóó zien ete'. Grooter dan Bantams. Als +ze zoo dóor gaan, zullen ze, al zijn ze ook spichtig, gauw groot +genoeg zijn voor een tentoonstelling. Plymouth Rocks zijn er niks +bij. Gisteren avond ben ik erg geschrokken, omdat ik dacht dat de kat +achter ze zat, en toen ik uit het raam keek zou ik er op hebben kunnen +zweren dat ik 'em onder het ijzerdraad door in het hok zag kruipen. De +kuikens waren allemaal wakker, maar ik kon geen kat ontdekken. Daarom +gaf ik ze maar wat koren, en sloot alles goed toe. Wees zoo goed me +te melden of ik met het voer moet doorgaan zooals u gezegd heb. Het +voeder dat u mengde is bijna allemaal op en ikzelf meng liever niets +meer, na het ongeluk met de pudding. Met onze vriendelijke groeten, +en ons in uwe gunst aanbevelend verblijf ik, + + +Hoogachtend, + +Alfred Newton Skinner. + + +De toespeling aan het einde sloeg op een melkpudding waar op de een +of andere onverklaarbare wijze wat Herakleophorbia II in geraakt was, +met pijnlijken en bijna noodlottigen afloop voor de Skinners. + +Doch de heer Bensington, die tusschen de regels doorlas, zag in den +weligen groei de bereiking van zijn lang gezocht doel. Den volgenden +morgen stapte hij uit te Urshot en in de tasch in zijn hand droeg +hij, goed verzegeld, in drie bussen, een voorraad Voedsel der Goden, +voldoende voor alle kuikens in Kent. + +Het was een heldere, mooie morgen, laat in Mei en zijne likdoorns waren +zooveel beter, dat hij besloot door Hickleybrow naar zijn boerderij +te wandelen. Het was goed drie en een halve mijl, door het park en +het dorp, en dan langs de valleien van de Hickleybrowsche afgesloten +jachtgronden. De boomen waren allen als met een waas van groene +loovertjes bedekt, de heggen waren vol kamille en paaschbloemen, en +de bosschen vol blauwe hyacinthen en roode orchideeën; en overal was +gerucht van vogels, grijze lijsters, merels, roodborstjes, vinken en +vele andere soorten en in een warmer hoekje van het park ontvouwde +zich wat brem, en renden en sprongen vaalroode herten rond. + +Deze dingen deden Bensington terugdenken aan het vroegere en +nu vergeten genot dat hij in het leven vond; voor zijne oogen +werd de belofte zijner ontdekking levend en vreugdevol, en het +scheen hem werkelijk toe dat hij den gelukkigsten dag zijns levens +bereikt had. En toen hij in den door de zon verlichten ren bij het +zandheuveltje onder de schaduw der pijnboomen de kuikens zag die van +het voedsel dat hij voor hen gemengd had, hadden gegeten, reusachtig +en onbeholpen, nù al grooter dan menige kip die getrouwd en gezet is, +en nog steeds groeiend, nog in hun eersten zachten gelen dos (licht +getint met bruin over den rug), toen begreep hij ten volle dat zijn +gelukkigste dag was aangebroken. + +Op aandrang van meneer Skinner ging hij den ren binnen, doch nadat hij +een of tweemaal door de spleten in zijn schoenen gepikt was, kwam hij +er maar weer uit, en sloeg deze monsters gade door het traliewerk. Hij +bracht het hoofd heel dicht erbij, en volgde al hunne bewegingen, +alsof hij nooit tevoren een kuiken gezien had. + +"Je kunt er haath niet inkomme hoe ze d'er zulle uitzien as ze volwasse +benne," zei de heer Skinner. + +"Groot als een paard," zei de heer Bensington. + +"Thal niet veel thchelen," zei Skinner. + +"Verscheiden menschen zouden hun maal kunnen doen van één +vleugel!" zeide de heer Bensington. "Zij zouden aan stukken te snijden +zijn als rundvleesch." + +"The thullen anderth wel niet doorgaan met tho hard te groeien," +zeide Skinner. + +"Niet?" zei de heer Bensington. + +"Nee," zei de heer Skinner. "Ik ken dit thoort. Thij beginne geil, +maar the thcheijen er gauw mee uit!" + +Er volgde een oogenblik stilte. + +"'t Ith nikth anderth dan de behandeling, die 't em doet," zeide de +heer Skinner bescheiden. + +De heer Bensington wendde plotseling zijn bril naar hem toe. + +"We fokten ze haatht net tho groot op onthe eigen sthtee," zeide +meneer Skinner, zijn goede oog vroom ten hemel slaand, en een beetje +loskomend; "ik en m'n vrouw." + +Bensington deed zijne gewone ronde over het erf, doch keerde spoedig +naar den ren terug. Het was werkelijk meer dan hij had durven hopen. De +gang der wetenschap is zoo kronkelig en zoo langzaam; na de duidelijke +beloften en vóór de verwerkelijking komt, zijn dikwijls jaren en +jaren van ingewikkeld gescharrel noodig en hier--hier droeg het +Voedsel der Goden reeds vrucht na weinig meer dan één proefjaar! Het +leek hem alles tè mooi--tè mooi. De uitgestelde verwachting die het +dagelijksch voedsel is der wetenschappelijke verbeelding, zou nu niet +langer zijn deel zijn! + +Zoo leek het hem tenminste toèn. Hij kwam telkens weder naar den ren +en staarde verbaasd naar zijn wondere kuikens. + +"Laat ik eens kijken," zeide hij. "Ze zijn nu tien dagen oud. En ik +zou denken dat ze, vergeleken bij een gewoon kuiken, ongeveer zes of +zeven maal zoo groot zijn..." + +"'t Wordt tijd dat we opthlag van loon vrage," zeide Skinner tot +zijne vrouw. "Hij ith tho lekker ath wat, dat we die kuikes in de +tweede ren tho ver gekrege hebbe,--zoo lekker ath wat." + +Hij boog zich vertrouwelijk naar haar over. + +"'IJ denkt dat 't dat goedje van 'em ith," zeide hij achter zijn hand, +en deed een onderdrukt gelach hooren in zijn keelholte... + +De heer Bensington was wèl een gelukkig man dien dag. Hij was niet +in de stemming om te vallen over kleinigheden in het beheer. Het +heldere daglicht deed weliswaar de groeiende slordigheid en vuilheid +der Skinners duidelijker dan ooit zien, doch zijn aanmerkingen waren +zeer zacht. De schotten van verscheidene hokken waren in staat van +verval, doch hij scheen den uitleg van Skinner zeer geldig te vinden, +toen deze hem in vertrouwen mededeelde, "dat 't 'n hond of een foth +of ietsth dergelijkth wath dat 't dee." + +Bensington wees hem er op, dat de broedmachine niet schoongemaakt was. + +"Dat is ie ook niet, meneer," zei juffrouw Skinner met over elkaar +geslagen armen, en zedig glimlachend achter haar neus. "'t Is as of +we geen tijd gehad hebbe, om 'em schoon te make sints we hier zijn..." + +Hij ging naar boven om naar de rattenholen te zien, waarvoor Skinner +een val wilde hebben--zeer zeker waren ze enorm groot--en ontdekte +dat het vertrek, waarin het Voedsel der Goden vermengd werd met meel +en zemelen, in schandelijke wanorde verkeerde. De Skinners behoorden +tot het slag van lieden, die gebarsten schotels, oude bussen, en +flesschen van ingemaakte augurken en mosterdpotjes nog wel ergens +voor weten te gebruiken, en het vertrek was er mee bezaaid. In een +hoek lag een groote hoop appels, die Skinner bijeengegaard had, te +rotten en aan een spijker aan het afloopend gedeelte der zoldering +hingen verscheidene konijnenvellen, waarop hij zijne vaardigheid als +bontwerker wilde beproeven. ("The kunne mìjn niet veel meer leere +van bont en tho," zeide Skinner). + +De heer Bensington haalde weliswaar critisch den neus op voor +deze wanorde, doch hij maakte geen noodeloos kabaal, en zelfs +toen hij een wesp zich vond te goed doen in een medicijnpot, half +vol Herakleophorbia IV, merkte hij eenvoudig kalm op, dat ze zijn +substantie liever moesten afsluiten voor de vocht, dan het zóó aan +de lucht bloot te stellen. + +En hij wendde zich af, om op te merken, wat hem al eenigen tijd in het +hoofd gezeten had: "ik geloof, Skinner--dat ik maar een van de kuikens +zal slachten,--eenvoudig om een exemplaar te hebben. Ik denk dat we +'t vanmiddag nog kunnen slachten, dan neem ik 't mee naar Londen." + +Hij deed alsof hij in een anderen medicijnpot keek en nam toen zijn +bril af om die schoon te wrijven. + +"Ik zou graag," zeide hij, "ik zou erg graag een reliquie--een +aandenken juist van dìt broedsel en speciaal op dèzen dag--hebben." + +"Tusschen twee haakjes," zei hij, "je geeft die kuikens toch geen +vleesch?" + +"O, nee, meneer," zei Skinner, "dàt kan ik je verthekere, meneer, +dat we nog tè veel afwete van hoenderthfokke, van welken aard dan ook, +om thóó ietsth te doen." + +"Dus je weet zeker dat je geen restantjes van je middageten werpt +in--ik meende de beenderen van een konijn te zien liggen in den +versten hoek van de ren--" + +Doch toen zij ze eens bekeken, bevonden zij dat het de grootere +beenderen van een kat waren, erg goed schoongepikt, en al erg droog. + + + +III. + +"Dàt is geen kuiken," zei Bensington's nicht Jane. "Denk je dat ik +geen kuiken ken," zei Bensington's nicht Jane heftig. "'t Is véél +te groot voor een kuiken, en bovendien, je kunt héél goed zien, dat +'t geen kuiken is. Het lijkt meer op een trapgans dan op een kuiken." + +"Ik moet zeggen," zei Redwood, aarzelend, Bensington noode toestaand +hem in het dispuut te betrekken, "ik moet bekennen, dat, de bewijzen +in aanmerking genomen--" + +"O, als u dát doet," zei nicht Jane, "in plaats van uw oogen te +gebruiken als een verstandig man--" + +"Nee maar, heusch, juffrouw Bensington--!" + +"Och, loop heen!" zei nicht Jane. "Jullie mannen zijn allemaal +'t zelfde." + +"De bewijzen in aanmerking nemend, valt dit dier toch zeker onder dit +soort--ongetwijfeld is het abnormaal, en overvoed, maar tòch--vooral +daar het gekomen is uit het ei van een normale kip--geloof ik toch, +juffrouw Bensington, te moeten toegeven, dat dit, voor zoover men +het ièts kon noemen, een kuiken is." + +"Dus u denkt dat dit een kuiken is?" zei nicht Jane. + +"Ik gelóóf dat dit een kuiken is," zei de heer Redwood. + +"Wat een onzin!" zei Bensington's nicht Jane, en "och," (dit gericht +tegen Redwood's hoofd) "jullie met je onzin," en toen keerde zij zich +plotseling om, ging de kamer uit en sloeg de deur achter zich dicht. + +"En 't is een heele opluchting, ook voor mij, het te zien, Bensington," +zei Redwood, toen de nagalm van het dichtslaan der deur weggestorven +was. "Al moet ik zeggen dat 't erg groot is." + +Zonder dat Bensington hem hiertoe behoefde uit te nooden, ging hij +in den lagen leunstoel bij het vuur zitten en bekende dingen bedreven +te hebben, die zelfs voor een leek ongepast zouden zijn geweest. + +"Je zult het wel wat overhaast van me vinden, Bensington," zei hij, +"maar de quaestie is, dat ik een klein beetje--niet erg veel--maar +toch, een beetje--in de flesch van baby gedaan heb, nu zoowat een +week geleden!" + +"Maar als nu--!" riep Bensington uit. + +"Jawel, dat weet ik," zeide Redwood, en keek naar het reuzenkuiken +op den schotel op tafel. + +"'t Is gelukkig goed afgeloopen," en hij zocht in zijn zak naar +zijne cigaretten. + +Bij stukjes en beetjes gaf hij de bijzonderheden: + +"Arme kleine kerel, kwam maar niet vooruit in gewicht... vreeselijk +ongerust. Winkles, een vent van niks... vroegere leerling van me... deê +niks... m'n vrouw, onbeperkt vertrouwen in Winkles... Je weet wel, +een man met een optreden als een rots... overdonderend... Niets geen +vertrouwen in mìj, natuurlijk... Gaf Winkles les... mocht nauwelijks +in de kinderkamer komen... moest toch ìets gedaan worden... sloop +naar binnen toen de zuster zat te ontbijten... en kreeg de flesch +in handen." + +"Maar dan zal het aan 't groeien gaan," zei de heer Bensington. + +"Het gróéit al. Zevenentwintig ons verleden week... Nu moet je Winkles +'es hooren. "Ligt alleen aan de behandeling," zei hij. + +"Wel allemachtig! precies 't zelfde zei Skinner!" + +Redwood keek nog eens naar het kuiken. "'t Moeilijke van de zaak is, +om het aan den gang te houden. Ze vertrouwen mij niet meer alleen +in de kinderkamer, omdat ik probeerde een groei-lijn van Georgina +Phyllis te krijgen--en hoe moet ik em nu een tweede dosis geven--" + +"Is 't noodig?" + +"Hij schreit al twee dagen--hoe dan ook, met zijn gewone voedsel kàn +hij niet doorgaan. Moet nu méér hebben." + +"Zeg 't aan Winkles." + +"Winkles kan naar den duivel loopen!" zei Redwood. + +"Je kondt Winkles in den arm nemen, en hem poeders geven om aan het +kind te geven--" + +"Ja, daar zal wel niets anders op zitten," zeide Redwood, zijn kin +op zijn vuist latend rusten en in het vuur kijkend. + +Bensington stond een oogenblik het dons op de borst van het kuiken glad +te strijken. "'t Zullen reusachtig groote hoenders worden," zei hij. + +"Dàt zullen ze," zei Redwood nog steeds in den gloed starend. + +"Zoo groot als paarden," zei Bensington. + +"Gróóter," zei Redwood. "Wat ik je zeg, hoor!" + +Bensington wendde zich van het exemplaar af. + +"Redwood," zei hij, "deze hoenders zullen fureur maken." + +Redwood knikte tegen het vuur. + +"En waarachtig!" zei Bensington plotseling naderbij tredend met +schitterende brilleglazen, "je kleine jongen óók!" + +"Daar denk ik net aan," zei Redwood. + +Hij liet zich achterover in zijn stoel vallen, zuchtte, wierp de +nog-niet-opgerookte cigarette in het vuur, en stak zijn handen diep +in zijne broekzakken. "Daar dacht ik juist over. Dit Herakleophorbia +zal raar goedje worden om mee om te gaan. Denk toch es hoe hard dat +kuiken gegroeid moet zijn--" + +"Een kleine jongen, die zóó hard groeit," zei de heer Bensington +langzaam, en keek naar het kuiken terwijl hij het zeide. + +"Zeg!" zei Bensington, "wat een kerel zal dàt worden." + +"Ik zal hem steeds kleiner wordende doses geven," zei Redwood. "Of +liever gezegd, Winkles zal dit doen." + +"'t Experiment is tè sterk." + +"Jawel." + +"Maar toch, weet je, moet ik zeggen--...Te een of andere tijd zal de +een of andere baby 't tòch moeten slikken." + +"O, zeker, we zullen er beslist proeven mee nemen op de een of +andere baby.--" + +"Precies," zei Bensington, kwam op het haardkleed staan en zette zijn +bril af om hem schoon te maken. + +"Ik geloof niet, Redwood, dat, vóór ik deze kuikens zag, ik begòn +te beseffen--ook maar iets--van de mogelijkheid die er lag in wat +wij gemaakt hadden. En zelfs nu begint het pas tot mij door te +dringen... de mogelijke gevolgen..." + +En zelfs op dat oogenblik had Bensington nog geen vaag besef van de +mijn, die dat lontje zou doen springen. + + + +IV. + +Dit gebeurde in het begin van Juni. Gedurende een paar weken was +Bensington verhinderd de Proef-Hoeve te bezoeken door een ernstige, +doch zuiver denkbeeldige catarrh, en Redwood bracht er slechts een +noodzakelijk overhaast bezoek aan. Hij kwam terug, als vader nog +bezorgder kijkend dan vóór hij ging. Alles bij elkaar genomen, was +het nu zeven weken dat de groei staag en ononderbroken voortging... + +En toen begonnen de wespen hun loopbaan. + +Het was achter in Juni, en bijna een week vóór de kippen uit +Hickleybrow ontsnapten, dat de eerste der groote wespen gedood +werd. Het bericht ervan verscheen in verscheidene bladen, maar ik +weet niet of het nieuws den heer Bensington bereikte, en nog veel +minder of hij het in verband bracht met het gebrek aan orde dat in +alles op de Proef-Hoeve heerschte. + +Er bestaat nu niet meer den geringsten twijfel aan, dat, terwijl +de heer Skinner de kuikens van den heer Bensington opfokte met +Herakleophorbia IV, een aantal wespen èven werkzaam--en misschien nòg +werkzamer--bezig waren hoeveelheden van hetzelfde deeg te vervoeren +naar hun vroege zomer-broedsels op de heuvelen achter de naburige +pijnbosschen. En het is boven allen twijfel verheven, dat deze vroege +broedsels precies evenveel baat vonden bij deze substantie als de +kippen van den heer Bensington. Een wesp bereikt uitteraard vroeger +den rijpen leeftijd dan een kip--en inderdaad waren van al de wezens +die--door de gulle achteloosheid der Skinners--deelden in de geneugten +waarmede de heer Bensington zijne kippen overlaadde--de wespen de +eersten, die in de wereld op den voorgrond begonnen te treden. + +Het was een boschwachter, Godfrey genaamd, op het buiten van +luitenant-kolonel Rupert Hick, bij Maidstone, die het eerste dezer +monsters ontmoette en het geluk had het te dooden. Hij liep tot aan +zijne knieën in de brem, dwars over een open veld in de beukenbosschen, +die verscheidenheid brengen in het park van luitenant-kolonel Hick, +en hij droeg zijn geweer--gelukkig voor hem een dubbelloops--over +zijn schouder, toen hij het ding het eerst in het oog kreeg. Het kwam, +zegt hij, met het licht mee, zoodat hij het niet duidelijk kon zien, +en terwijl het op hem afkwam, liet het een gesnor hooren "als een +automobiel." Hij geeft toe dat hij bang werd. Het was blijkbaar zoo +groot als, of nog grooter dan een kerkuil, en voor zijn geoefend oog +moet de vlucht en in het bijzonder het nevelige gedwarrel der vleugels +iets onheilspellend on-vogelachtigs geleken hebben. Bij het instinct +van zelfverdediging, stel ik mij voor, kwam langdurige gewoonte, +toen, zooals hij zegt, hij "het schot er aftrok." + +Het vreemde van het geval had waarschijnlijk invloed op zijn mikken; +het grootste gedeelte van zijn schot hagel miste tenminste, en het +ding viel slechts een oogenblik neer met een nijdig "Wzzzz," dat +het onmiddellijk kenmerkte als een wesp. Toen vloog het weder op, +terwijl alle strepen tegen het licht glansden. Hij zegt dat het op +hem af kwam. Hoe dan ook, hij ledigde zijn tweeden loop op nog geen +twintig pas, en wierp zijn geweer weg, liep een paar pas ver weg, +en bukte zich toen om het uit den weg te gaan. + +Hij is er zeker van dat het hem op nog geen meter afstands +voorbijsnorde, tegen den grond sloeg, weder opvloog, nogmaals neerviel, +op misschien dertig meter afstand, en toen op zij rolde, met een zich +krommend lichaam, terwijl de angel om zich heen stiet, in en uit, in +zijn laatsten doodstrijd. Hij schoot er beide loopen nogmaals op af, +vóor hij er zich dichtbij waagde. + +Toen hij aan het meten ging, bevond hij dat het een vlucht van +zevenentwintig en een halven duim had, en de angel was drie duim +lang. De buik was hem schoon van het lijf weggeschoten, maar hij +schatte de lengte van het ding van kop tot angel op achttien duim--wat +ongeveer uitkomt. Zijn facetten-oogen waren zoo groot als guldens. + +Dat is de eerste authentieke verschijning van deze reuzen-wespen. Den +dag daarna scheelde het heel weinig of een fietsrijder, die met +opgetrokken beenen den heuvel tusschen Sevenoaks en Tonbridge kwam +afdalen, reed over een tweede dezer reuzen, die dwars over den weg +kroop. Zijn voorbijkomen scheen het dier te verschrikken, en het vloog +òp met een gedruisch als een zaagmolen. Zijn fiets hotste over den +weg in de ontroering van het oogenblik, en toen hij in staat was òm +te kijken, zweefde de wesp heen, hoog over de bosschen, in de richting +van Westerham. + +Na een tijdje onvast voortgereden te hebben, remde hij, stapte af--hij +beefde zoo hevig, dat hij over zijn fiets viel terwijl hij het deed--en +ging aan den kant van den weg zitten om bij te komen. Hij was van plan +geweest naar Ashford te trappen, doch kwam niet verder dan Tonbridge +dien dag... + +Merkwaardig genoeg zijn er de eerstvolgende drie dagen geen berichten +van groote wespen, die gezien werden. De weerberichten van die +dagen raadplegend, bevind ik dat de lucht bedekt was, en het door +plaatselijke buien te koud was om veel uit te vliegen, wat misschien +deze tusschenruimte verklaart. Op den vierden dag was de hemel weder +blauw, en scheen de zon prachtig en braken er zooveel wespen los, +als de wereld voorzeker te voren nooit gezien had. + +Het is onmogelijk te raden hoeveel groote wespen er dien dag te +voorschijn kwamen. Er zijn minstens vijftig gevallen van hunne +verschijning vermeld. Er viel één slachtoffer, een kruidenier, die +een van deze monsters in een suikervat ontdekte en het onbezonnen +aanviel met een spa, toen het opvloog. Hij sloeg het neêr voor een +oogenblik, en het stak hem door zijn laars toen hij het een tweeden +slag toebracht, en het lichaam van het dier in tweeën sneed. Hij was +het eerste van hun tweeën dood... + +De meest dramatische van die vijftig verschijningen was wel die van de +wesp die het Britsch Museum bezocht, tegen den middag, en die uit het +blauwe luchtruim neerschoot op een der tallooze duiven die op het plein +vóór dat gebouw gevoederd worden, en ermee naar de kroonlijst vloog +om zijn slachtoffer op zijn gemak te verslinden. Daarna kroop zij een +tijdlang over het dak van het museum, kwam door een vallicht den koepel +der leeszaal binnen, gonsde hier eenigen tijd in rond--er ontstond een +paniek onder de lezers--vond eindelijk een raam en verdween plotseling +in stilte weder uit de menschelijke waarnemingssfeer. + +Het meerendeel der andere berichten behelsde niets anders dan dat +ze langs, of neergekomen waren. Een picnic werd te Aldington Heuvel +uiteengejaagd en alle lekkernijen en de jam verorberd, en een jonge +hond werd gedood en aan stukken gescheurd dicht bij Whitstable, +voor de oogen van zijn meesteres... + +De straten weerklonken dien avond van den roep over de wespen, +de plakkaten der nieuwsbladen wijdden zich in de vetste letters +uitsluitend aan de "Reusachtige Wespen in Kent!" Opgewonden +hoofdredacteurs en redacteuren holden wenteltrappen op en af en +brulden allerlei over "wespen." En Professor Redwood, die uit zijn +college in Bondstreet kwam, opgewonden door een warm dispuut met +zijn comité over den prijs van jonge stieren, kocht een avondblad, +opende het, verschoot van kleur, dacht geen oogenblik langer aan zijn +jonge stieren en zijn comité, en reed zoo hard het paard maar loopen +wilde in een bakje naar Bensington's kamers. + + + +V. + +De verdieping werd in beslag genomen, leek het hem toe--met +buitensluiting van alle andere voelende dingen--door meneer Skinner +en zijn stem, zoo ge tenminste een van beiden een voelend iets +kunt noemen! + +De stem was héél hoog, baggerend in de angsttonen. + +"We kunne onmogelijk blijve, meneer, we thijn d'r gebleve in de +hoop dat 't beter thou worden, en 't wordt hoe langer hoe erger, +meneer. 't Thijn niet alleen de wethpen, meneer--d'r thijn groote +oorwormen, meneer, thóó groot, meneer." (Hij stak zijn geheele hand en +nog ongeveer drie duim vette, smerige pols uit). "M'n vrouw krijgt er +haatht een beroerte van angtht van, meneer. En de brandnetelth bij de +kippenloopen, meneer, diè groeie ook al, meneer, en het kanariekruid, +meneer, dat we bij de thinkput thaaiden, meneer--dat sthak z'n ranke +door het raam 'th nachts, meneer, en greep m'n vrouw bijna bij d'r +beene, meneer. Dat komt door dat voeder van u, meneer. Overal waar we +wat gemortht hebbe, meneer, ith alles wèliger an 't groeie gegaan, +meneer, dan ik dacht dat mogelijk wath. 't Ith onmogelijk, meneer, +om nog 'n maand te blijve, meneer. We thoue d'r niet levend van daan +komme, meneer. Al stheke de wespen onth niet, dan thulle we gethmoord +worde door de thlingerplant, meneer. Je kunt je d'r geen denkbeeld +van make, meneer--alth je thelf niet komt kijke, meneer--" + +Hij richtte zijn verheven oog naar de kroonlijst boven Redwood's +hoofd. "Wie thal thegge, meneer, of de ratte 't ook al niet te pakke +hebbe, meneer! En daar ben ik 't bangthste voor, meneer. Tot nog toe +heb ik geen groote rat gethien, meneer, maar wie thal 't thegge, +meneer? We thijn dage lang in de war geweetht van thchrik toen we +die oorwurme thage--alth kreefte, meneer--twee, meneer--en dan dat +kanariekruid; en tho gauw toen ik de wethpen hoorde, meneer, thnapte ik +'t. Ik wachtte geen oogenblik langer, dan om 'n knoop antethette die +'k verlore had, en toen ben ik maar gauw hierheengekomme. En nou ben ik +half buite methelf van angst over m'n vrouw, meneer. Dat kanariekruid +kruipt over de heele plaatth alth een thlang, meneer--terwijl je d'r +naar kijk, meneer! en dan die oorwurme, die hoe langer hoe grooter +worde, en de wepthe--ze heeft thelfths geen thakjethblauw [2], +meneer,--alth d'r wat overkwam, meneer!" + +"Maar de kippen," zeide de heer Bensington; "hoe gaat het met de +kippen?" + +"We hebbe the tot githtere gevoederd, 't ith waar," zei de heer +Skinner, "maar vanmorge dòrthte' we niet meer, meneer. 't Lawaai dat de +wethpe' maakte'--vreethelijk, meneer. The vloge net uit--dothijne. Tho +groot ath kippe. Ik theg tege d'r "naai me eve 'n paar knoope' +aan," theg ik, "want ik kon toch thò niet naar Londen," theg ik, +"en dan ga ik naar meneer Benthington," zeg ik, "om 'em alleth te +vertelle. En jij blijf in dethe kamer tot ik terugkom," theg ik, +"en hou de rame' tho dicht alth je maar kan," theg ik." + +"Als jelui niet zoo vervloekt slordig waart geweest"--begon Redwood. + +"O, theg dàt niet, meneer!" zeide Skinner. "Noù niet meneer, nou +dat ik tho in angthst thit over m'n vrouw, meneer! Athjeblìéft, +meneer. Ik kan nou nikth tegenthegge. Waarachtig, meneer, 't gaat +niet! Ik moet al maar an die ratte denke--wie weet of the m'n vrouw +al niet beet hebbe, terwijl ik hier ben?" + +"En heb je dan niet één enkele opmeting van al die heerlijke +groei-lijnen!" zeide Redwood. + +"'k Ben te veel in de war geweetht, meneer," zeide meneer +Skinner. "Alth je witht, wat wij doorgethtaan hebbe--ik en m'n +vrouw. We withte niet wat er van te denke, meneer. Doordat die kippe +tho groeiden, en de oorwurme, en het kanarie-kruid..." + +"Ja, ja, dat heb je nou allemaal al verteld," zeide Redwood. "Maar +wat moeten we aanvangen, Bensington?" + +"Wát moeten wij aanvange?" vroeg meneer Skinner. + +"Jij zult natuurlijk terug moeten naar je vrouw," zeide Redwood. "Je +kunt haar daar niet alleen laten den geheelen nacht." + +"Maar alléén ga 'k nièt, meneer, al ware d'r 'n dothijn juffrouwen +Thkinner. 't Ith meneer Benthington --" + +"Onzin," zeide Redwood, "'s Avonds zijn d'r geen wespen, en de +oorwurmen gaan je wel uit den weg--" + +"Maar de ratten dan?" + +"Er zìjn geen ratten," zeide Redwood. + + + +VI. + +De heer Skinner had zich zijn voornaamste punt van bezorgdheid kunnen +besparen. Juffrouw Skinner bleef zelfs niet tot den avond. + +Tegen elf uur begon het kanariekruid, dat den geheelen morgen ijverig +werkzaam geweest was, over het raam heen te klimmen, en dit sterk +te verduisteren, en hoe donkerder het werd, hoe duidelijker het +juffrouw Skinner werd, dat haar toestand heel spoedig onhoudbaar +zou zijn. En ook, dat 't was alsof zij eeuwen doorleefd had sedert +Skinner heenging. Zij gluurde een tijdje uit het duister wordende raam, +door de steeds verder reikende ranken, ging toen zeer behoedzaam de +slaapkamerdeur open doen en luisterde... Alles scheen rustig, en aldus +haar rokken bij elkaar houdend, holde zij de slaapkamer binnen en nadat +zij eerst onder het bed had gekeken en de deur op slot gedraaid had, +begon zij met de stelselmatige vlugheid van een vrouw van ondervinding +aan het pakken om te vertrekken. Het bed was nog niet opgemaakt en de +vloer der kamer was bezaaid met stukken der kruipplant die Skinner +den vorigen avond afgehàkt had om het venster te kunnen sluiten, +doch aan deze wanorde stoorde zij zich niet. Zij pakte alles in +een fatsoenlijk laken. Zij pakte haar geheele eigen garderobe in en +een velveteen jas die Skinner droeg als hij er eens héél netjes wou +uitzien, en zij pakte een pot augurken in, die nog niet aangebroken +was, en tot zoover was haar pakken volkomen in orde. Doch zij pakte +ook in twéé van de hermetisch-gesloten bussen met Herakleophorbia IV, +die de heer Bensington bij zijn laatste bezoek had medegebracht. (Zij +was wel eerlijk, 't goeie mensch,--maar zij was toch ook grootmoeder en +haar hart bloedde als zij zulk een heerlijk groeimiddel zag verspillen +op een troep van die verwenschte kuikens.) + +En toen ze al deze dingen ingepakt had, zette zij haar hoed op, +deed haar schort af, bond een nieuwen schoenveter om haar parapluie +en na langen tijd aan de deur en het venster geluisterd te hebben, +opende zij de deur en trad naar buiten om de gevaarlijke buitenwereld +in te gaan. Zij hield de parapluie onder den arm en zij omklemde het +pak met twee beenige handen, die niet los zouden laten. Het was haar +beste zondagsche hoed en de twee klaprozen die hunne hoofden opstaken +midden uit de pracht van lint en kraal, schenen bezield met denzelfden +huiverigen moed, die haarzelf vervulde. + +De lijnen om haar neuswortel trokken rimpels van vastberadenheid. Nu +had zij er genoeg van! Heelemaal alleen daar te zitten! Als Skinner zin +had kon die daar terugkomen, maar zij moest er niks meer van hebben. + +Zij ging de vóórdeur uit, niet omdat zij naar Hickleybrow wilde +gaan (haar doel was Cheasing Eyebright, waar haar getrouwde dochter +woonde), maar omdat zij door de achterdeur er niet meer uit kon door +de slingerplant, die zoo woest aan het groeien gegaan was, nadat zij +de bus met voeder dicht bij de wortels bij ongeluk omgegooid had. Zij +luisterde een poosje, en sloot de voordeur zeer behoedzaam achter +zich dicht. + +Bij den hoek van het huis bleef zij staan en nam poolshoogte. + +Een lang litteeken van zand op de helling van den heuvel achter het +pijnbosch, duidde op de nabijheid van het Reuzen-wespen-nest, en dit +litteeken sloeg zij aandachtig gade. Het uitvliegen en terugkomen +van 's morgens was gedaan, toevallig was er geen enkele wesp in +het zicht, en behalve een geluid dat weinig meer hoorbaar was dan +een stoom-houtzaag in volle werking tusschen de denneboomen zoude +geweest zijn, was alles stil. Wat de oorwormen aangaat, zij zag +er geen enkele. Weliswaar zag ze onder in de kool iets bewegen, +doch dat kon evengoed een kat zijn die op vogels loerde. Zij keek +hier een tijdje naar. Zij verwijderde zich enkele schreden van den +hoek, kreeg den ren met de reuzen-kuikens in het zicht en bleef +weder staan. "Ach!" zeide zij, en schudde langzaam het hoofd toen +zij ze zag. Zij waren nù ongeveer zoo groot als een casuaris, doch +natuurlijk veel breeder van lijf--heelemaal veel grooter. Het waren +allen hennen, vijf stuks, nu dat de twee jonge hanen elkaar gedood +hadden. Ze aarzelde een oogenblik toen zij ze in zulke neerslachtige +houdingen zag staan. "Arme sukkels!" zeide zij, en legde haar pak neer; +"ze 'ebbe' geen water. En ze 'ebbe' in vierentwintig uur geen ete' +gehad! En dan met zoo'n eetlust!" Zij bracht een magere vinger aan +hare lippen en ging met zichzelve te rade. + +En toen deed deze slordige vrouw wat mij tenminste werkelijk een +heldhaftige, barmhartige daad toelijkt. Zij liet haar buidel en +parapluie midden op het klinkerpad liggen, ging naar den put en +putte niet minder dan drie emmers water voor den ledigen drinkbak der +kuikens, en toen, terwijl zij zich daar allemaal om verdrongen, deed +zij stilletjes de deur van den ren open. Daarna werd zij bijzonder +actief, nam haar pak weder op, klom over de heg achter in den tuin, +stak dwars de welige weiden (om het wespennest te vermijden) over en +beklom moeizaam het kronkelende pad naar Cheasing Eyebright. + +Al hijgend ging het tegen den heuvel op, en onder het gaan bleef zij +telkens even staan, om uit te rusten, op adem te komen en nog eens om +te kijken naar het kleine huis naast het pijnbosch daar beneden. En +toen zij eindelijk bijna den top van den heuvel bereikt had, zag zij +in de verte drie wespen van elkaar verwijderd vliegen, en log naar +het westen afdalen, en dat maakte haar beenen een boel vlugger. + +Zij had nu weldra het open terrein achter zich gelaten, en kwam aan +de met hooge bermen afgezette laan (die haar een veiliger plaats +toeleek) en zoo over Hickleybrow Coombe naar de heuvels. En daar +aan den voet der heuvels, waar een dikke boom haar een schuilplaats +aanbood, rustte zij een oogenblik uit op een hek. + +Toen weder vastberaden voorwaarts... + +Gij ziet haar al, hoop ik, met haar witten bundel, zelf een soort +van op-de-achterste-pooten-loopende mier, zich voortreppend langs +het kleine witte pad-lint dwars over de hellingen der heuvels, in de +felle zon van den zomernamiddag. Zij sukkelde voort, haar vastberaden, +onvermoeibaren neus achterna, en de papavers op haar hoed trilden +zonder ophouden, en haar elastieken schoenen werden al witter en +witter door het mulle zand. Flip-flap, flip-flap petterden haar +schoenen door de stille hitte van den dag, en voortdurend trachtte +haar parapluie ondeugend weg te glijden van onder den elleboog die +'m vasthield. De mond-rimpel onder haar neus was nu saamgetrokken tot +de uiterste vastberadenheid, en telkens beval zij haar parapluie weder +naar boven te komen of gaf een nijdigen ruk aan haar bundel. En soms +mompelden hare lippen gedeelten van een wel-te-wachten twistgesprek +tusschen haarzelf en Skinner. + +En, mijlen ver weg, groeiden een torenspits en een bosch ongemerkt +op uit het ijle blauw, zoodat het vreedzame uithoekje waar Cheasing +Eyebright veilig verborgen lag voor het gedruisch der wereld, +steeds duidelijker zichtbaar werd, zich zeer weinig bekommerend om +het Herakleophorbia dat verborgen lag in dien witten bundel, die zoo +volhardend op de kalme rust van het plaatsje toesukkelde. + + + +VII. + +Zoover als ik kan nagaan, kwamen de kuikens in Hickleybrow 's middags +tegen drie uur. Hun komst schijnt heel wat levendigheid meegebracht +te hebben, hoewel er toevallig niemand op straat was om ze te zien +aankomen. Het geweldige gekrijsch van den kleinen Skelmersdale schijnt +de eerste aanduiding te zijn geweest dat er iets niet in den haak +was. Juffrouw Durgon van het postkantoor stond als gewoonlijk voor +het raam, en zag de kip, die het ongelukkige kind beetgepakt had, +met groote passen de straat afrennen met haar slachtoffer, dicht +op de hielen gezeten door twee anderen. Ge kent wel die waggelende +groote passen van het geïmproviseerde athletische kuiken van heden ten +dage! Gij kent wel het vinnige vasthouden van de hongerige kip! Er +zat bloed van Plymouth Rocks in deze kippen, heb ik hooren zeggen, +en zelfs zonder Herakleophorbia, is dit een mager, hardloopend ras. + +Het is mogelijk dat juffrouw Durgon niet zoo heel erg verrast +was. Niettegenstaande het aandringen van den heer Bensington op +geheimhouding, liep er toch reeds sinds eenige weken in het dorp een +gerucht rond omtrent het groote kuiken, dat Skinner aan het opfokken +was. "Goeie hemel!" riep zij uit, "net wat ik dacht." + +Zij schijnt zich met groote tegenwoordigheid van geest gedragen te +hebben. Zij greep den verzegelden zak met brieven, die lag te wachten +om door te gaan naar Urshot, op, en rende hiermede onmiddellijk de deur +uit. Bijna op hetzelfde oogenblik verscheen de heer Skelmersdale, een +gieter krampachtig bij de tuit houdend, en erg bleek. En het spreekt +vanzelf, dat binnen een minimum van tijd iedereen in het dorp naar +de deur of het venster holde. + +Het schouwspel dat juffrouw Durgon aanbood, den weg afhollend, met de +geheele correspondentie van dien dag in de hand, bracht het kuiken, +dat in bezit was van den jongenheer Skelmersdale, tot nadenken. Het +bleef één oogenblik besluiteloos staan, en wendde zich toen naar het +open hek van de plaats van Fulcher. Dit oogenblik was noodlottig. Het +tweede kuiken kwam gezwind aanloopen, kreeg het kind te pakken door een +goedgerichte pik, en vloog over den muur in den tuin van den dominé. + +"Charawk, chawk, chawk, chawk, chawk, chawk!" riep de achterste hen, +netjes geraakt door den gieter van den heer Skelmersdale, en fladderde +in wilde haast over het landhuis van mevrouw Glue, en zoo op het +terrein van den dokter, terwijl de overige van die Gargantuaansche +vogels dwars over het grasveld der pastorie het kuiken achtervolgden, +dat op dàt oogenblik in bezit was van het kind. + +"Goeie hemel!" riep de hulpprediker uit (zooals enkelen beweren, zei +hij iets veel manlijkers) en liep toe, zijn crocket-hamer zwaaiend +en schreeuwend om de jacht te keeren. + +"Halt, schurk!" riep de hulpprediker, alsof reuzen-kippen doodgewone +dingen waren. + +En toen, bevindende dat hij het met geen mogelijkheid kon tegenhouden, +wierp hij zijn hamer met alle macht het dier achterna, en in een +sierlijken boog vloog hij rakelings langs het hoofd van jongenheer +Skelmersdale en door de glazen lantaarn van de broeikas. Krak! De +nieuwe broeikas! De prachtige nieuwe broeikas van de domineesche! + +De kip schrok er van. Iederéén zou er van geschrokken zijn. Zij liet +haar slachtoffer vallen in een Portugeeschen laurierstruik, (waaruit +het een oogenblik later te voorschijn gehaald werd, gehavend doch +heelshuids, op zijn minder fijne kleêren na), sprong fladderend naar +het dak van Fulcher's stal, zakte met den poot door een zwakke plaats +in de pannen, en daalde, om het zoo maar eens uit te drukken, uit de +oneindige ruimte, in de contemplatieve rust van den heer Bumps, de +lamme, die--en het is nu boven allen twijfel verheven door de bewijzen +die voorhanden zijn--bij deze speciale gelegenheid in zijn leven, +de geheele lengte van zijn tuin afliep, en zoo naar binnen zonder +eenige hulp, de deur achter zich grendelde en toen zich onmiddellijk +weder overgaf aan Christelijke berusting en algeheele afhankelijkheid +van zijn vrouw... + +De overige kuikens werden tegengehouden door andere crocketspelers, en +gingen door den moestuin van den predikant het veld van den dokter in, +waar de vijfde zich ook bij hen voegde, mistroostig klokkend na een +mislukte poging om over de komkommerkassen te loopen in den tuin van +meneer Witherspoon. Ze schijnen daar bij elkaar gestaan te hebben, +zooals kippen dat doen kunnen, en een beetje gekrabd en peinzend +geklokt te hebben, en toen pikte er een naar een bijenkorf van den +dokter en wierp hem omver, en hierop gingen ze aan den haal met een +zotten, hortenden, onregelmatigen gang, dwars de velden door in de +richting van Urshot, en de straat te Hickleybrow zag ze niet weder. Bij +Urshot schijnen ze werkelijk aan hun vraatzucht geëvenredigd voedsel +gevonden te hebben in een veld koolrapen, en pikten hier een tijd +met smaak aan, tot hun roem hen achterhaalde. + +De voornaamste onmiddellijke reactie op dezen verbazingwekkenden inval +van reuzen-hoenders op den menschelijken geest was het plotseling +ontwaken van een eigenaardige onweerstaanbare neiging om te schreeuwen +en hard te draven en met allerlei dingen te gooien, en in een bijzonder +korten tijd was nagenoeg de geheele beschikbare mannelijke bevolking +van Hickleybrow en verscheidene dames, er op uit met een merkwaardige +verzameling van ratelende en klapperende dingen in de hand--om het +verdrijven der reuzenkippen aan te vangen. Ze dreven ze Urshot binnen, +waar een Landelijk Feest gehouden werd, en Urshot beschouwde ze als +de kroon op een gelukkigen dag. Men begon op ze te schieten dicht bij +Findon Beeches, doch in het begin slechts met een vogelroer. Natuurlijk +kunnen vogels van deze grootte een onbeperkte hoeveelheid kleine hagel +in zich opnemen zonder eenige nadeelige gevolgen. Zij raakten dicht +bij Sevenoaks van elkaar en bij Tonbridge liep er een, al klokkend, +een tijdlang buitengewoon opgewonden, naast den namiddagboot-express, +en een eindje er voor uit,--tot groote verbazing van alle passagiers. + +En tegen half vijf werden er twee zeer handig gevangen door een +circuseigenaar te Tunbridge Wells, die ze in een kooi, welke leegstond +door den dood van een tot weduwe geworden drommedaris, lokte, door +koekjes en brood te strooien... + + + +VIII. + +Toen de ongelukkige Skinner dien avond te Urshot uit den Zuid-Ooster +trein stapte, was het bijna schemer. De trein was laat--doch niet +buitensporig laat--wat meneer Skinner dan ook tegen den stationschef +opmerkte. Misschien zag hij het oog van den chef veelbeteekenend +schitteren. Na een zeer korte aarzeling en met een vertrouwelijk +handgebaar naar den kant van zijn mond vroeg hij of er dien dag ook +"iets" gebeurd was. + +"Wat bedòel je?" zei de chef, een man met een harde nadrukkelijke stem. + +"Met die wethpen en dat tuig." + +"We hebbe niet veel tijd gehad om aan wespe te denke," zei de chef +vriendelijk. "We zijn veels te druk geweest met je pesterige kippen," +en hij deelde hem mede wat er met de kuikens gebeurd was. + +"Je hebt toch nikth ge'oord van juffrouw Thkinner?" vroeg Skinner, +tusschen dien stortvloed van kernachtige woorden en aanmerkingen +door... + +"Ben je nou heelemaal!" zeide de chef--alsof zelfs hij de grens trok +op het gebied van dingen-weten. + +"Dan moet 'k er toch eth naar gaan onderthoeke," zeide meneer Skinner, +zich zijdelings verwijderend buiten schot voor de algemeene opmerkingen +over de verantwoordelijkheid, die iemand op zich nam door kippen te +zwaar te voeden, waarmede de chef besloot... + +Toen hij Urshot doorkwam werd hij aangeroepen door een kalkbrander +uit de groeven in de buurt van Hankey, die hem vroeg of hij naar zijn +kippen zocht. + +"Je hebt bijgeval toch niksth gehoord van m'n vrouw?" vroeg hij. + +De kalkbrander--wàt hij precies zeide gaat ons niet aan--gaf te kennen +dat hij méér belang stelde in kippen.... + +Het was reeds donker--zoo donker als een nacht in de maand Juni +in Engeland tenminste zijn kan--toen Skinner--of zijn hoofd liever +gezegd--om de deur van "de Vroolijke Drijvers" kwam kijken, en zeide: +"Ello! je 'ebt toch nikth ge'oord van die gesthchiedenith met mijn +kippe, hè?" + +"Zoo!" zeide Fulcher. "Nou, een gedeelte van die geschiedenis is +door het dak van mijn stal komen zakken, en één hoofdstuk heeft +een gat gestooten in de broeibak van de domineesche--neem me niet +kwalijk--Broeikàst." + +Skinner trad binnen. "Ik wil een troothtertje hebbe," zei hij "warme +jenever met water, athjeblieft," en iedereen begon hem te vertellen +omtrent de kuikens. + +"Goeie god!" zeide Skinner. "Je 'ebt toch nikth ge'oord van juffrouw +Thkinner?" vroeg hij toen het even stil was. + +"Nee, dat niet!" zeide Witherspoon. "An haar hebbe we niet +gedacht. Trouwens an jou evenmin, hoor." + +"Ben je vandaag dan niet thuis geweest?" vroeg Fulcher, over zijn +bierpul heen. + +"As een van je verwenschte vogels d'r gepikt heeft," begon Witherspoon, +en liet de gansche onuitgesproken verschrikking zijner woorden aan +hun hulpelooze verbeelding over... + +Het leek de vergadering op dat oogenblik interessant toe, als besluit +van een gebeurtenis-vollen dag, om Skinner te vergezellen, en te +zien of er iets gebeurd wàs met juffrouw Skinner. Je weet nooit wat +meevallertjes je kunt hebben als er ongelukken op de baan zijn. Doch +Skinner, die bij de toonbank stond en zijn warme jenever met water +dronk, met één oog dwalend over de dingen achter het buffet en het +andere gericht op het onbegrensde, miste het psychologische van +dit moment. + +"D'r ith vandaag toch niksth an de hand geweetht met een van die +groote wepthen?" vroeg hij, met een bestudeerde losheid van manier. + +"Veels te druk geweest met je kippe," zei Fulcher. + +"Ik vertrouw dat the nou toch al wel binne thulle thijn, hè?" zei +Skinner. + +"Wat--de kippe?" + +"Ik dacht an de wepthe," zei Skinner. + +En toen, met een omzichtigheid die wantrouwen zou gewekt hebben in +een kind van een week oud, en den klemtoon leggend op het meerendeel +der woorden die hij zeide, vroeg hij, "níémand 'ééft toch ge'óórd van +andere groote dingen, wel? Groote 'onde' of katte' of thóó ietsth? Ik +thou thegge dat as d'r groote kippe en wepthe' thijn, dat--" + +Hij lachte met een uitstekend nagebootst air alsof hij zoo maar +wat zei. + +Doch er kwam een peinzende uitdrukking op de gezichten der +Hickleybrowers. Fulcher was de eerste die aan hun aller, steeds +helderder wordende gedachte den concreten woorden-vorm gaf. + +"'n Kat, die past bij die kippe'--" zei Fulcher. + +"Net zoo!" zei Witherspoon, "'n Kat die past bij diè kippe'." + +"Dat zou 'n tijger zijn," zei Fulcher. + +"Nog erger dan 'n tijger," zei Witherspoon. + +Toen Skinner eindelijk het eenzame voetpad volgde over het glooiende +veld dat Hickleybrow scheidde van de sombere vallei, die overschaduwd +werd door pijnboomen, in welker donkere schaduw de reusachtige +kanarie-kruid-kruipplant in stilte zijn strijd uitvocht met de +Proef-Hoeve, volgde hij het alléén. + +Zeer duidelijk zag men hem rijzen tegen de lucht--want zoover volgde +de publieke belangstelling hem--en weder afdalen in den nacht, in +een duisternis waaruit hij nooit weder zal te voorschijn komen. Hij +verdween--in één groot mysterie. Tot op dezen dag weet niemand wat +er met hem gebeurde, nadat hij de helling over was. + +Toen later de beide Fulchers en Witherspoon, aangevuurd door hun +eigen verbeelding, den heuvel beklommen, en naar hem uitstaarden, +had de nacht hem geheel verzwolgen. + +De drie mannen stonden dicht bij elkaar. Er kwam geen enkel geluid +tot hen vanuit de duisternis van het bosch, dat de Hoeve aan hunne +oogen onttrok. + +"'t Zal wel in orde zijn," zeide de jonge Fulcher, een lang stilzwijgen +verbrekend. + +"Ik zie geen lichten," zei Witherspoon. + +"'t Is dampig," zei de oudste van de Fulchers. + +Zij bleven een oogenblik in gedachten verzonken staan. + +"Hij zou wel teruggekomme zijn as d'r iets niet in den haak was." zei +de jonge Fulcher, en dit leek zóó voor de hand liggend en afdoend, +dat een oogenblik later de oude Fulcher zei "kom," en zij alle drie +naar huis en te bed gingen--ik moet toegeven, wel wat nadenkend... + +Een herder, die buiten was in de buurt van Huckster's boerderij, +hoorde een gejank in den nacht, dat hij dacht van vossen afkomstig +te zijn, en den volgenden morgen was een van zijn lammeren gedood, +halverwege naar Hickleybrow gesleept en gedeeltelijk verslonden... + +Het onverklaarbare van het geval is, dat er geen onbetwistbare +overblijfselen van Skinner gevonden werden! + +Verscheidene weken daarna, werd er tusschen de verkoolde ruïnen +der Proef-Hoeve iets ontdekt, dat een menschelijk schouderblad kon +geweest zijn, maar het ook evengoed nièt kon geweest zijn, en in een +ander gedeelte der ruïnen een lang been, erg afgekloven, en eveneens +van twijfelachtige herkomst. Dicht bij den opstap van het hek, op de +helling naar Eyebright, werd een glazen oog gevonden, en verscheidene +lieden ontdekten naar aanleiding hiervan, dat Skinner veel van zijn +persoonlijke bekoring te danken had aan dit artikel. Het staarde +de wereld aan met hetzelfde air van los zijn van al het aardsche, +dezelfde strenge zwaarmoedigheid, die de redders waren geweest van +zijn gelaat, dat anders wereldsch had kunnen lijken. + +En om de ruïnen bracht een ijverig onderzoek de metalen ringen en +verkoolde omtrekken van twee linnen knoopen, en drie onaangetaste +beenen knoopen aan het licht, en een van die metalen soort die gebruikt +worden voor de minder in het oog vallende naden der menschelijke +kleedij. Deze overblijfselen zijn door personen, die het weten +konden, beschouwd als zonder eenigen verderen twijfel, wijzend +op een verslonden en verstrooiden Skinner, doch terwille van mijn +eigen overtuiging, en zijn zeer sterk aangeboren slordigen aard in +aanmerking nemend, moet ik zeggen dat ik voor mij liever wat minder +knoopen en wat meer beenderen had wenschen te zien. + +Na het vinden van het glazen oog is het natuurlijk zeer moeilijk de +eerste meening te weerleggen en deze heeft dan ook allen schijn van +waarheid, doch als het werkelijk het oog van den heer Skinner is,--en +zelfs juffrouw Skinner wist nooit zeker of zijn onbeweeglijk oog van +glas was--dan moet het een of ander het veranderd hebben van zacht +bruin tot helder en geprononceerd blauw. Dat schouder-blad is een +zeer twijfelachtig bewijsstuk, en ik zou het wel eens willen leggen +naast de afgeknaagde schouderbladen van enkele van de meer gewone +huisdieren, vóor ik toegeef dat het aan een mensch toebehoorde. + +En waar waren Skinner's schoenen dan wel, bijvoorbeeld? + +Verdorven en vreemd als de vraatzucht van een rat moge zijn, is het +dan nog aan te nemen dat dezelfde wezens een lam half-opgegeten +zouden laten liggen, en Skinner oppeuzelen met haar, beenderen, +tanden en laarzen? + +Ik heb zooveel mogelijk lieden ondervraagd die Skinner zeer persoonlijk +gekend hadden, en als één man zijn zij het er over eens, dat zij +zich niet konden voorstellen dat ièts, wat dan ook, Skinner zou +opeten. Hij behoorde tot het soort van menschen,--zooals een ex-zeeman +die in een woning van den heer W. W. Jacobs te Dunton Green woonde, +mij vertelde, met een voorzichtige gewichtigheid in zijn optreden, +niet ongewoon in die streken--die tòch eenmaal "naar de haaien gaan," +en wat betreft die verscheurende dieren, dat Skinner in staat was +"om een vuur het licht uit te blazen." + +Hij beschouwde Skinner even veilig op een ronddrijvende balk als +overal elders. De ex-zeeman voegde erbij dat hij niks van Skinner zou +zeggen, hoor, maar feiten waren feiten, en dat hij, wat hem betreft, +nog maar liever de bak in ging dan zijn kleeren bij Skinner te laten +maken. Deze opmerkingen stellen Skinner voorzeker niet in een erg +appetijtelijk daglicht. + +Om volkomen eerlijk spel met den lezer te spelen, moet ik voor +mij verklaren, niet te gelooven dat hij ooit naar de Proef-Hoeve +terugkeerde. Ik geloof dat hij lang en aarzelend bleef rondzwerven +in de velden om Hickleybrow, en dat hij eindelijk, toen dat gejank +begon, den kortsten weg nam om uit zijne verlegenheid te geraken, +en zoo het onbekende in. + +En in het onbekende, hetzij van deze wereld of van het hiernamaals, +is hij hardnekkig en zonder eenigen twijfel gebleven tot op den +huidigen dag... + + + + + +HOOFDSTUK III. + +DE REUZEN-RATTEN. + + +I. + +Twee nachten na het verdwijnen van den heer Skinner, reed de dokter +van Podbourne nog laat in zijn tilbury in de buurt van Hankey. Hij was +den geheelen nacht bezig geweest een onaanzienlijken jongen burger +onze vreemde wereld in te helpen, en nadat zijn taak volbracht was, +reed hij slaperig naar huis. + +Het was ongeveer twee uur in den morgen en de afgaande maan kwam op. De +zomernacht was kil geworden, en er hing een lage bleeke mist, die +de dingen onduidelijk zichtbaar maakte. Hij was geheel alleen--want +zijn koetsier lag ziek te bed--en er was aan weerszijden van den +weg niets te zien dan een erg-mysterieus-uitziende heg, die voor het +gele licht zijner lantarens heentrok, en er was niets te hooren dan +het getrappel van zijn paard en de scherpe echo's die door de heg +weerkaatst werden. Zijn paard was even betrouwenswaardig als hijzelf +en het is dan ook niet te verwonderen dat hij dommelde... + +Gij kent dat afwisselende indutten en met schrik wakker worden wel, +dat knikkebollen van het hoofd, het knikken op het rhytmisch geluid +der wielen, nu eens met de kin op de borst en dan het plotseling +weder opschrikken. + +"Klep, klep, klep." + +"Wat was dat?" + +Het leek den dokter toe alsof hij een zacht, schril gejank vlak +bij zich hoorde. Een oogenblik lang was hij klaar wakker. Hij zeide +een paar onverdiende verwijtingen tegen zijn paard en keek om zich +heen. Hij trachtte zichzelven gerust te stellen. 't Zou 't verwijderde +geblaf van een vos wel zijn,--of misschien een jong konijn dat door +een fret gepakt was. + +"Rikke-tikke-e-tik-tik-tik...." + +"Wat was dat dan toch?" + +Hij voelde dat zijn verbeelding hem parten begon te spelen. Hij +schurkte es met de schouders en jeude zijn paard aan. Hij luisterde, +doch hoorde niets meer. + +"Of zou het niets geweest zijn?" + +Hij had een vaag idee dat er even iets naar hem gegluurd had over de +heg, een rare, groote kop. Met ronde ooren! Hij tuurde ingespannen, +maar zag niets. + +"Onzin," zei hij. + +Hij ging rechtop zitten met de overtuiging dat hij de nachtmerrie +gehad had, gaf zijn paard een heel zacht tikje met de zweep, +sprak het toe en tuurde weer over de heg. Het helle licht van zijn +lantaarn, samen met den mist, maakte de dingen schimmig, en hij kon +niets onderscheiden. Het kwam toen plotseling in hem op, zegt hij, +dat daar niets kòn zijn, want als er iets geweest was, zou zijn paard +wel schichtig geworden zijn. Doch hoe hij zichzelf ook trachtte gerust +te stellen, bleven zijn zinnen toch zenuwachtig waakzaam. + +Toen hoorde hij heel duidelijk een zacht gepetter van voeten achter +zich aan, op den weg. + +Hij wilde zijn ooren niet gelooven. Hij kon niet omkijken, want de +weg nam daar juist een scherpen draai. Hij legde de zweep over zijn +paard en keek nogmaals op zijde. En toen zag hij heel duidelijk, +waar een straal van zijn lantaarn over een laag eindje heg heengleed, +den gekromden rug van--het een of ander groot dier, hij kon niet +bepalen wat het was, dat met snelle, schokkende sprongen voortliep. + +Hij zegt dat hij dacht aan de oude heksen-verhalen--het beest leek +zoo absoluut niet op eenig ander dier dat hij kende, en hij vatte +de teugels steviger beet uit vrees voor den angst van zijn paard. En +man van opvoeding als hij was, geeft hij toch toe, dat hij zichzelven +afvroeg of dit iets was dat zijn paard niet kon zien. + +Voor hem uit, en steeds dichterbij komend zag hij tegen de +opkomende maan, de silhouet van het kleine gehucht Hankey. Dit was +geruststellend, al zag hij ook geen enkel licht en hij klapte met de +zweep en zei nog eens wat tegen zijn paard, en toen schoten plotseling +als een bliksemstraal de ratten op hem toe! + +Hij kwam een hek voorbij, en terwijl hij dit deed, sprong de voorste +rat erover op den weg. Het ding besprong hem van uit het duister, +en was nu zeer duidelijk te zien, het scherpe, felle, rond-oorige +gezicht, het lange lichaam dat nòg langer leek door de bewegingen +die het maakte; en wat hem vooral trof waren de roode, van vliezen +voorziene voorpooten van het dier. Wat het nog vreeselijker moet +gemaakt hebben, was, dat hij geen vaag idee had of het beest, hetwelk +hem aanviel, wel een áárdsch beest was. Hij herkende het niet als een +rat, doordat het zoo groot was. Zijn paard sprong opzij toen het wezen +naast hem op den weg neerkwam. Het smalle laantje was plotseling vol +gerucht door het klappen van de zweep en den schreeuw dien de dokter +gaf. Alles ging plotseling snel. + +"Rrr-klr-pats--." + +Het schijnt dat de dokter opstond en zijn paard aanvuurde, en er uit +alle macht op los sloeg. De rat deinsde terug en sprong opzij onder +zijn slag--wat den dokter geruststelde omtrent het aardsche van het +dier--bij het schijnsel der lantaarn was de voor, die de zweep in het +haar gehaald had, duidelijk zichtbaar--en hij sloeg telkens weder, +onbewust dat er aan de andere zijde een tweede vervolger staag +veld won. + +Hij vierde de teugels, keek om, en zag de derde rat, hem +achtervolgend... + +Het paard sprong vooruit. De tilbury sprong hoogop bij een +kruisspoor. Een krankzinnig oogenblik lang leek alles hem met rukken +en sprongen te gaan... + +Het was puur geluk dat het paard nog in Hankey kwam te vallen, en +niet vóór zij aan de huizen kwamen of ze achter zich gelaten hadden. + +Niemand weet hoè het paard kwam te vallen, of het struikelde, of dat de +rat van de andere zijde het werkelijk een van die kervende beten van +boven naar beneden gaf met haar tanden (die zij aanbrengen en kracht +bijzetten met hun volle zwaarte); en de dokter werd niet gewaar dat hij +zelf gebeten was, vóór hij in het huis van den metselaar was, en nog +veel minder had hij gemerkt wannéér de beet was toegebracht--hoewel +hij gebeten was en erg ook--een lange snede, als de snee van een +dubbelen tomahawk, die twee evenwijdigloopende reepen vleesch van +zijn linker schouder gerukt had. + +Hij stond op een gegeven oogenblik rechtop in zijn tilbury en het +volgende was hij op den grond gesprongen, met een erg verstuikten +enkel, hoewel hij dit toen niet bemerkte, en sloeg woest naar een derde +rat, die direct op hem kwam aanvliegen. Hij kan zich den sprong dien +hij gedaan moet hebben boven over het rad, toen de tilbury kantelde, +haast niet meer herinneren, zoo snel en verward werd hij bestormd +door indrukken. + +Ik voor mij geloof dat het paard steigerde toen de rat het in den +strot beet, opzij viel en de heele geschiedenis meesleepte; en dat +de dokter als het ware instinctmatig er uit sprong. Toen de tilbury +viel, sprong het oliereservoir van de lantaarn, en smakte plotseling +een hellen gloed van brandende olie en witten vlammengloed temidden +van den strijd. + +Dit was het eerste wat de metselaar zag. + +Hij had het geratel van de naderende tilbury gehoord en--hoewel de +dokter zich hier niets van herinnert --het wilde geschreeuw dat de +dokter deed hooren. Hij was haastig uit bed gekomen, en terwijl hij +dit deed, hoorde hij den vreeselijken smak, en zag dien gloed buiten +opschieten door het half-opgehaalde gordijn. "'t Was nog helderder dan +de dag," zegt hij. Hij bleef met het gordijnkoord in de hand staan +en staarde met open mond het venster uit naar den welbekenden weg, +die een verandering had ondergaan als in een nachtmerrie. De donkere +gestalte van den dokter met zijn om zich heen slaande zweep rees en +daalde tegen de vlam. Hij zag het paard staan, half verborgen door +den gloed, met een rat aan zijn keel. In de duisternis, die tegen +den kerkhofmuur opstond, schitterden de oogen van een tweede monster +kwaadaardig. Een derde--niets meer dan één brok vreeselijke duisternis +met rood-gloeiende oogen en vleeschkleurige handen--klemde zich onvast +aan den rand van den muur, waar het tegen opgesprongen was bij het +oplaaien van den uit-elkaar-springende lantaarn. + +Ge kent wel den scherpen snuit van een rat, met die twee scherpe +tanden en de meedoogenlooze oogen. Ongeveer zes maal vergroot en +nog meer vergroot door duisternis en verbazing en de plotseling +opschietende schimmen van een grilligen gloed, moet dit alles iets +vreeselijks geweest zijn om aan te zien voor den metselaar--die nog +meer dan half sliep. + +Toen had de dokter de gelegenheid, die het oplaaien der vlam hem een +oogenblik aanbood, te baat genomen, en verdween uit het gezicht van +den metselaar, en stond beneden op de deur te rameien met den knop +van zijn zweep.... + +De metselaar wilde hem niet binnenlaten vóór hij licht aangestoken had. + +Er zijn lieden die dat in den man gelaakt hebben, maar ik aarzel +om mij aan hun zijde te scharen, tot ik mijn eigen moed beter heb +leeren kennen. + +De dokter gilde en hamerde op de deur... + +De metselaar zegt dat hij huilde van angst toen de deur eindelijk +openging. + +"Grendel," zei de dokter, "grendel"--hij kon niet zeggen "grendel de +deur." Hij probeerde te helpen maar kon niet. De metselaar grendelde +de deur en de dokter moest eerst een poosje op den stoel naast de +klok zitten voor hij den trap kon opkomen... + +"Ik weet niet wàt 't zijn!" herhaalde hij verscheidene malen. "Ik +weet niet wat het zijn,"--en zijn stem ging de hoogte in, telkens +als hij aan "zijn" kwam. + +De metselaar wilde hem whiskey geven, doch de dokter wilde niet alleen +gelaten worden met niets dan een flakkerend licht. + +Het duurde geruimen tijd voor de metselaar hem ertoe kon bewegen naar +boven te gaan... + +En toen het vuur uit was, kwamen de reuzenratten terug, sleepten +het doode paard dwars het kerkhof over naar het veld waar het puin +neergeworpen werd en aten ervan tot de dageraad aanbrak, en zelfs +toèn durfde nog niemand hen storen. + + + +II. + +Redwood liep den volgenden morgen tegen elf uur bij Bensington aan, +met de "tweede edities" van drie avondbladen in de hand. + +Bensington, die in moedeloos gepeins verzonken zat boven de vergeten +bladzijden van den meest afleidenden roman, dien de boekhandelaar +op den Bromptonweg voor hem had kunnen vinden, keek op. "Iets +nieuws?" vroeg hij. + +"Twee menschen gestoken bij Chatham." + +"Zij moesten ons dat nest laten uitrooken. 't Is hun eigen schuld." + +"Zeker is 't hun eigen schuld," zei Redwood. + +"Heb je ook iets gehoord--omtrent den aankoop van de boerderij?" + +"De huizen-makelaar," zei Redwood, "is een wezen met een grooten +mond en gemaakt van ondoordringbaar hout. Het wezen geeft voor, dat +er een ander zin in het huis heeft--dat is zoo z'n vaste taktiek, +snap je--en wil maar niet begrijpen dat er haast bij is. "Maar dit +is een kwestie van leven of dood," zeide ik, "begrijpt u dat dan +niet?" Het wezen sloot zijn oogen half en zeide: "waarom is u dan +niet genegen die overige tweehonderd pond er bij te geven?" + +"Ik moet zeggen dat ik liever in een wereld van reuzenwespen leef, +dan dat steenen-metselende brok stomheid zijn zin te geven. Ik--" + +Hij zweeg even, voelend dat een dergelijke zin licht bedorven kon +worden door zijn samenhang. + +"'t Is te veel om te durven hopen," zei Bensington, "dat er een van +die wespen--" + +"De wesp heeft niet meer idee van algemeen nut dan een--dan een +makelaar in huizen," zei Redwood. + +Hij praatte nog een poosje door over huizen-makelaars en advocaten +en dergelijke menschen, op de onrechtvaardige, onredelijke manier die +zoovele lieden aannemen als ze over deze zaken-factotums aan het praten +raken--(van al de zotte dingen in deze zotte wereld, lijkt het mij +'t zotst van alles, dat, terwijl wij eer, moed, bekwaamheid van een +doctor of een krijgsman verwachten als iets dat vanzelf spreekt, wij +procureurs of makelaars in huizen niet alleen vergunnen, maar zelfs +van hen verwachten, een schraperige, vettige, in-den-weg-staande, +afzetterige stomheid ten toon te spreiden--enz.)--en ging toen, +erg opgelucht, naar het venster en keek wat naar het verkeer in +Sloane-street. + +Bensington had den roman op het tafeltje gelegd dat zijn electrischen +standaard droeg. Hij bracht de vingers van zijne beide handen zeer +voorzichtig tegen elkaar en keek er naar. "Redwood," zei hij, "wordt +er veel over òns gepraat?" + +"Niet zooveel als ik dacht." + +"Maar veroordeelen ze ons heelemaal niet?" + +"Nee, heelemaal niet. Maar daarentegen bevorderen ze ook heelemaal +niet wat ik aangetoond heb dat moèt gedaan worden. Ik heb naar de +"Times" geschreven, moet je weten, en heb alles uitgelegd--" + +"Wij lezen de "Daily Chronicle"," zei Bensington. + +"En de "Times" heeft een lang hoofdartikel over het onderwerp--een +erg goed doorwerkt, goed geschreven hoofdartikel met drie stukken +"Times"-Latijn--status quo is er een van--en het laat zich lezen als de +stem van Iemand die zijn naam niet noemt, van grooten invloed en die +lijdt aan Influenza-Hoofdpijn en die door vellen en vellen viltpapier +heenpraat zonder er baat bij te vinden. Als je tusschen de regels +dóór leest, merk je tamelijk duidelijk dat de "Times" het noodeloos +vindt er doekjes om te winden, en dat er iets (natuurlijk wordt er +niet gezegd wàt) moet gedaan worden en dat wel onmiddellijk. Anders +steeds meer ongewenschte gevolgen, "Times"-Engelsch, snap je, voor +nòg méér wespen en steken. Een door en door diplomatisch artikel!" + +"En onder de hand verspreidt zich deze Grootheid al meer en meer op +allerlei leelijke manieren." + +"Precies." + +"Ik wou wel eens weten of Skinner gelijk had omtrent die groote +ratten--" + +"Kom! Dàt zou tè erg zijn," zei Redwood. + +Hij kwam naast Bensington's stoel staan. + +"Tusschen twee haakjes," zei hij, terwijl hij zijn stem iets liet +dalen, "hoe vat zìj--?" + +Hij wees naar de gesloten deur. + +"Nicht Jane? Zij weet er nog niets van. Brengt ons er niet mee in +verband, en wil de artikelen niet lezen. "Reuzenwespen!" zegt ze, +"ik zou nog net zoo lief, als die kranten te lezen." + +"Dat is heel gelukkig," zei Redwood. + +"Ik hoop toch niet, dat--mevrouw Redwood--?" + +"Nee," zeide Redwood, "'t wordt net gevoed--ze tobt verschrikkelijk +over het kind. 't Gaat àl maar door, moet je weten." + +"'t Groeien?" + +"Ja. Is in tien dagen een-en-veertig ons aangekomen. Weegt nu +bijna tachtig pond. En nog maar zes maanden! Natuurlijk een beetje +onrustbarend." + +"Is ie goed in orde?" + +"Puik. Zijn kindermeid vertrekt omdat hij zoo van zich af trapt. En +natuurlijk is hij overal totaal uitgegroeid. We hebben alles +nieuw voor hem moeten laten maken, kleeren en al 't overige. Van de +kinderwagen--'n licht ding--brak een rad, en het ventje moest naar huis +gebracht worden op de handkar van den melkboer. Ja. Een heele menigte +er achteraan... En we hebben Georgina Phyllis in zijn bed moeten laten +slapen en hem in het bed van Georgina Phyllis. Zijn moeder--natuurlijk +wat geschrokken. Eerst vol trots en geneigd Winkles te prijzen. Nu niet +meer. Voelt dat zoo iets niet gezond kàn zijn. Begrijp je natuurlijk." + +"Ik dacht dat je hem kleinere doses zou geven." + +"Heb 't geprobeerd." + +"Werkte 't niet?" + +"Gegil. In gewone gevallen is het geschreeuw van een kind al luid en +hinderlijk; 't is goed voor de soort dàt dit zoo is,--maar sints hij +gevoed wordt met Herakleophorbia--" + +"Hm"--zei Bensington, met meer gelatenheid naar zijn vingers kijkend +dan tot nu toe het geval was geweest. + +"'t Ligt voor de hand dat de zaak moèt uitkomen. De menschen zullen +van dit kind hooren, het in verband brengen met onze kippen en 't +andere spul, en m'n vrouw zal de heele zaak te weten komen... Ik heb +geen vaag idee hoe ze 't zal opvatten." + +"'t Is stellig moeilijk," zei Bensington, "om eenig plan te maken----" + +Hij zette zijn bril af, en veegde hem zorgvuldig schoon. + +"'t Is alweer een voorbeeld van wat er voortdurend geschiedt. Wij--als +ik het tenminste zoo eens mag uitdrukken--wij, mannen der +wetenschap--wij werken natuurlijk altijd om een theoretisch resultaat +te bereiken--'n zuiver theoretisch resultaat. Doch, zonder dat +wij het zelf willen--brengen wij soms krachten in werking--nìèuwe +krachten. Wij mógen die niet beheerschen--en niemand anders kàn +het. Feitelijk hebben wij de quaestie niet langer in onze macht, +Redwood. Wij verschaffen het materiaal--" + +"En zij" zei Redwood, zich naar het raam wendend, "ondervinden de +gevolgen." + +"Voor zoover het die plaag in Kent betreft, zal ik mij er niet verder +moeilijk over maken." + +"Als ze het òns tenminste niet moeilijk gaan maken." + +"Precies. En als ze willen komen aanzeuren met procureurs en +beunhazen in de rechten en wettelijke belemmeringen en allerlei +wichtige bezwaren van het nonsensicale soort, tot ze een aantal +nieuwe soorten reuzen-ongedierten in de wereld geschopt hebben--De +zaken zijn altijd in de war geweest, Redwood." + +Redwood trok een kromme ineengestrengelde lijn in de lucht. + +"En het belang dat wij bij de zaak hebben, zetelt feitelijk op dit +oogenblik alleen bij jouw jongen." + +Redwood wendde zich om, kwam naderbij en keek zijn medewerker +scherp aan. + +"Wat is jouw idee omtrent hem, Bensington? Jij kunt de zaak +onbevooroordeelder bekijken dan ik. Wat moet ik met hem aanvangen??" + +"Doorgaan met hem te voeden." + +"Met Herakleophorbia?" + +"Met Herakleophorbia." + +"En dan groeit hij dóór." + +"Hij zal opgroeien, voor zoover ik het kan berekenen naar de kippen +en wespen, tot een lengte van ongeveer vijf en dertig voet--met alles +daaraan geëvenredigd--" + +"En wat zal hij dan aanvangen?" + +"Dat," zei Bensington, "maakt de geheele quaestie juist zoo +interessant." + +"Maar goeie hemel, kerel, denk es aan zijn kleêren! En als hij +volwassen is," zei Redwood, "zal hij een eenzame Gulliver zijn temidden +van een Lilliputter-wereld." + +De oogen van den heer Bensington keken veelbeteekenend over zijn bril. + +"Waarom eenzaam?" zeide hij, en herhaalde nog somberder: "waarom +eenzaam?" + +"Maar je wilt toch niet zeggen--?" + +"Ik zeide," zei de heer Bensington, met de zelfvoldoening van iemand +die een goed beteekenisvol iets gezegd heeft, "waarom eenzaam." + +"Bedoel je dat we nog meer van dergelijke kinderen zouden kunnen +grootbrengen--?" + +"Neen, ik bedoel niets meer dan wat ik vroeg." + +Redwood begon de kamer op en neer te loopen. + +"Natuurlijk," zeide hij, "dat zou kunnen.--Maar toch! Wat zou het +einde ervan zijn?" + +Bensington schepte blijkbaar behagen in zijn eigen hooge +gedachtenvlucht. + +"Wat mij het meeste belangstelling inboezemt, Redwood, is de gedachte +dat zijn brein daar hoog in de lucht, als mijn redeneering tenminste +juist is, óók vijfendertig voet of zoo verheven zal zijn boven ons +niveau... Wat is er?" + +Redwood stond voor het venster en keek verbaasd naar een plakkaat op +een wagen van een courantenbureau, die de straat kwam afratelen. + +"Wat is er aan de hand?" herhaalde Bensington, opstaand. + +Redwood slaakte een luiden kreet. + +"Wat is er dan toch?" zei Bensington. + +"Haal even een courant," zei Redwood, naar de deur gaand. + +"Waarom?" + +"Haal een courant.--Ik heb 't niet heelemaal--Reusachtige ratten--!" + +"Ratten?" + +"Ja, ratten. Skinner had bij slot van rekening toch gelijk!" + +"Wat bedoel je?" + +"Hoe kan ik dat zeggen vóór ik een krant heb? Groote Ratten. Goeie +God. Als ze hem maar niet opgegeten hebben!" + +Hij keek rond naar zijn hoed en besloot dan maar zonder hoed te gaan. + +Terwijl hij den trap afrende, twee treden tegelijk, kon hij op straat +het geweldige gebrul der Hooligan-couranten-verkoopers hooren, dat +nu eens nader kwam, en zich dan weder verwijderde. De kerels sloegen +er een aardig slaatje uit. + +"Vraiselijke gebeurtenis in Kent--vraiselijke gebeurtenis in +Kent. Dokter ............ opgevreten door ratte. Vraiselijke +gebeurtenis--ratte,--opgevreite door reusachtige ratte--" + + + +III. + +Cossar, de welbekende civiel-ingenieur, vond hen beiden staan in +de groote deur der bovenwoningen, terwijl Redwood de nog vochtige, +rose courant op armslengte hield en Bensington op de teenen stond, +over zijn arm heen lezend. Cossar was een groote man met magere +onbehouwen ledematen, die toevallig op geschikte hoeken van zijn +lichaam geplaatst waren en een gezicht als een houtsnee, die in +begin-stadium reeds onafgewerkt was gelaten, al tè weinig belovend +om ze te voltooien. Zijn neus was vierkant gelaten en zijn onderkaak +stak verder uit dan de bovenkaak. Hij ademde hoorbaar. Weinig lieden +vonden hem knap. Zijn haar was volkomen tangentiaal en zijn stem, +die hij niet te veel deed hooren, was hoog en meestal klonk er een +bitter protest in door. Hij droeg bij alle gelegenheden een grijs +linnen jacket-costuum en een zijden hoed. Hij peilde een onmetelijken +zak met een groote roode hand, betaalde zijn koetsier en kwam hijgend +en resoluut den trap op, een exemplaar van de rose courant in het +midden vastklemmend als een bliksemstraal van Jupiter. + +"Skinner?" zei Bensington, niet lettend op Cossar's nadering. + +"Staat niks over hem in," zei Redwood. "Is beslist +opgegeten. Allebei. 't Is te vreeselijk!... Hallo, Cossar!" + +"Is dat dat goedje van jullie?" vroeg Cossar, met de courant +wuivend. "Waarom maak je er geen eind aan?" vroeg hij. + +"De plaats koopen?" riep hij uit. "Wat een onzin! Brand 'em tegen +den grond. Ik wist wel dat lui als jelui d'r 'n rommel van zoudt +maken. Wat je moet aanvangen? Wel--wat ik je zeg." + +"Jij? Doen? Natuurlijk de straat opgaan naar den +wapenhandelaar. Waaròm? Om geweren. Ja--er is maar één winkel. Haal +acht geweren! Met getrokken loop. Geen olifant-roeren--nee! Te +groot. Geen infanteriegeweren ook--te klein. Zeg dat 't is +om 'n stier dood te schieten. Zeg dat ze zijn om buffels te +schieten! Zie je? Hè? Ratten? Nee! Hoe kunnen ze dàt begrijpen, +voor den duivel?... Acht? Omdat we er acht nóódig hebben. Zorg voor +een hoop ammunitie. Koop geen geweren zonder ammunitie--nee! Neem 't +heele zaakje mee in een vigelante naar--waarheen ook weer? Urshot? Dan +moet je Charing-Cross station hebben. Er gaat een trein om--enfin, +de eerste de beste trein na tweeën. Denk je dat je 't doen +kunt? Goed zoo. Vergunning? Haal er acht aan een postkantoor, +natuurlijk. Vergunning voor 't dragen van geweren, snap je. Geen +jachtakte. Waarom? Omdat 't ratten zijn, man." + +"Jij--Bensington! Heb je 'n telephoon? Ja. Ik zal vijf van m'n +mannetjes uit Ealing opbellen. Waarom vijf? Omdat dat 't juiste +getal is.--Waar ga jij heen, Redwood? Een hoed zoeken! Onzin. Hier +heb je den mijne. Geweren heb je noodig, man--geen hoeden. Heb je +geld? Genoeg? Goed zoo. Vooruit dan maar. Waar is die telephoon, +Bensington?" + +Bensington keerde zich gehoorzaam om en ging voor. Cossar gebruikte de +telephoon en belde af. "Dan heb je die wespen nog," zei hij. "Daar +zijn zwavel en salpeter goed voor. Natuurlijk. Gips. Jij bent +scheikundige. Waar kan ik zwavel bij de ton krijgen in zakken die +niet te groot zijn. Waarvoor? Wel, m'n goeie god!--om dat nest uit +te rooken, natuurlijk! Moet toch zwavel zijn, niet waar? Jij bent +scheikundige. Zwavel het beste, he?" + +"Ja, ik gelóóf wel dat zwavel 't beste is." + +"Niets beters? Goed, dat is jouw werk. Zie zooveel zwavel te krijgen +als je kunt--en salpeter om het te doen branden. Sturen? Charing +Cross. Dàdelijk. Zorg ervoor dat ze 't doen ook. Loop zèlf mee. Nog +iets?" + +Hij dacht een oogenblik na. + +"Portland cement--alle cement is goed--nest blokkeeren--gaten, snap +je? Dàt zal ìk wel halen." + +"Hoeveel?" + +"Hoeveel wat?" + +"Zwavel." + +"Ton. Begrepen?" + +Bensington kneep zijn bril wat vaster met een hand die beefde van +vastberadenheid. "In orde," zei hij, zeer kortaf. + +"Geld in je zak?" vroeg Cossar. "Loop naar den duivel met +cheques. Gereed geld betalen. Natuurlijk. Waar is je bank? Goed. Stap +onder weg uit en haal veertig pond--bankbiljetten en goud." + +Weer even nadenken. "Als we dit zaakje aan de ambtenaren +overlaten dan gaat heel Kent aan flarden," zei Cossar. "Is er nog +iets--? Neen. Hìèr!" + +Hij stak een enorme hand op naar een vigelante die gretig aan-hotste +om hem te bedienen. "Rijtuig, meneer?" zei de aapjes-man. "Nog +al vanzelf," zeide Cossar en Bensington, nog steeds zonder hoed, +pagaaide den trap af, en maakte zich gereed in te stappen. + +"Ik vind," zei hij, met zijn hand op het zeil der vigelante, en met +een schichtigen blik naar de vensters zijner verdieping, "ik geloof +dat ik het eerst nog even aan nicht Jeanne ga vertellen.--" + +"Meer tijd om te vertellen als je terugkomt," zei Cossar, hem erin +duwend met een enorme hand die zijn rug ongeveer besloeg... "Knappe +kerels," merkte Cossar op, "maar geen zier initiatief. Jawel, nicht +Jeanne. Ik ken 'er. Snert, al die nichten Jeanne!--'t land is er +mee verpest. Ik wed dat 't me den geheelen nacht zal bezighouden +om ervoor te zorgen dat ze doen wat ze aldoor geweten hebben dat ze +moèsten doen. Ik wou wel es weten of 't dat napluizen of nicht Jeanne +of iets anders is, dat ze zoo maakt?" + +Hij liet dit ondoorgrondelijke probleem voor wat het was, staarde +een poosje in gedachten op zijn horloge en bevond dat er nog juist +tijd genoeg zou zijn om een restaurant binnen te vallen en koffie te +drinken vóór hij op het portland-cement uitging en het naar Charing +Cross vervoerde. De trein vertrok om vijf minuten over drieën, en hij +kwam te Charing-Cross aan om kwart vóór drie, en vond daar Bensington +buiten het station in heet dispuut met twee politie-agenten en zijn +wagenvoerder buiten het station en Redwood in het goederenbureau, in +een technische moeilijkheid gewikkeld omtrent zijne ammunitie. Iedereen +gaf voor, niets te weten of geen macht te hebben, op de manier waarvan +de beambten op de Zuid-Ooster-lijn zooveel houden als ze zien, dat +ge haast hebt. + +"Jammer dat ze al die beambten niet kunnen neerschieten en een nieuw +stel nemen," merkte Cossar zuchtend op. Doch de tijd was te kort om +lang te redekavelen en deshalve schoof hij al deze kleinere hinderpalen +op zij, en dook uit de een of andere obscure schuilplaats een wezen op, +dat de station-chef kan geweest zijn--maar het ook even goed niet kan +geweest zijn--liep heen en weer, hem stevig vasthoudend, gaf orders +in zijn naam, en was het station uit met alles en iedereen veilig aan +boord, vóór die beambte den vollen omvang begreep van de inbreuk die er +gemaakt was op den meest heiligen gang van zaken en voorschriften. "Wie +wàs dat?" vroeg de hooge beambte, den arm betastend, dien Cossar beet +had gehad, en glimlachend met gefronste wenkbrauwen. + +"Hoe of wat dan ook meneer," zei een kruier, "maar 't was een +meneer. 'IJ en allemaal die bij 'em waren, reisden eerste klas." + +"Nu, we hebben hèm en zijn goedje aardig vlug de baan uitgestuurd--wie +hij dan ook was", zeide de hooge beambte, zijn arm wrijvend met iets +dat naar voldoening zweemde. + +En terwijl hij langzaam terugwandelde, knipoogend in het daglicht +waaraan hij zoo weinig gewoon was, naar die deftige plaats van +afzondering waarin de hoogere beambten te Charing Cross hun toevlucht +zoeken tegen den overlast van het plebs, liep hij nog steeds te +glimlachen om zijn ongewone energie. Het geval gaf hem een zeer veel +voldoening gevenden blik op zijn eigen handigheid, niettegenstaande +zijn stijven arm. Hij wenschte dat enkelen van die verwenschte critici, +die in een gemakkelijken stoel het bestuur der spoorwegen liggen af +te kammen, hem eens hadden kunnen zien. + +Tegen vijven had die niet genoeg te bewonderen Cossar zonder eenigen +schijn van overhaasting, al zijn materiaal voor zijn strijd tegen +deze losgebroken Grootheid Urshot reeds uit, en was hij op weg naar +Hickleybrow. Twee vaten petroleum en een vracht droge rijzen had +hij in Urshot gekocht; een meer dan voldoend aantal zakken zwavel, +acht geweren voor groot wild en ammunitie, drie lichte achterladers, +met fijne-hagel-patronen voor de wespen, een bijl, twee kapmessen, +een houweel en drie spaden, twee streng touw, wat flesschen bier, +soda en whiskey, een gros pakjes rattenkruid en koude proviand voor +drie dagen, waren uit Londen mee gekomen. Dit alles had hij op zeer +zakelijke manier in een kolenlorrie en een hooiwagen vooruit gezonden; +behalve de geweren en de ammunitie, die geborgen werden onder de bank +van het wagentje uit den Rooden Leeuw, dat bestemd was om Redwood en +de keurbende van vijf man die op Cossar's bevel uit Ealing gekomen was, +te vervoeren. + +Cossar leidde al deze werkzaamheden met een air, alsof het de meest +doodgewone zaak ter wereld was; hoewel er in Urshot een ware paniek +heerschte over de ratten, en alle wagenbestuurders moesten extra +betaald worden. Alle winkels in het plaatsje waren gesloten, en men +zag bijna niemand op straat, en als hij op een deur klopte, ging +niet de deur, maar het raam open. Hij scheen het zaken-drijven vanuit +open vensters een volkomen gewettigd en voor de hand liggend iets te +vinden. Eindelijk kregen hij en Bensington den sjees uit den Rooden +Leeuw, en gingen op weg met net karretje, om zich bij de bagage te +voegen die reeds een eind vooruit was. Dit deden zij een eindje voorbij +de kruiswegen, en kwamen zoodoende het eerst te Hickleybrow aan. + +Bensington, met een geweer tusschen de knieën, naast Cossar zittend +in de sjees, voelde een reeds lang in zich groeiende verbazing tot +rijpheid komen. Al wat zij nu deden, was, zooals Cossar volhield, +zonder twijfel het meest voor de hand liggende om te doen, maar--! In +Engeland doet men zelden wat voor de hand ligt. Hij keek van de voeten +van zijn buurman, naar de forsch gespierde handen op de teugels. Cossar +had blijkbaar nooit gemend, en reed maar recht uit recht aan over het +midden van den weg, volgens een zonder twijfel voor de hand liggende, +doch zeer zeker ongewone eigen methode. + +"Waarom doen wij toch niet allemaal wat voor de hand ligt? dacht +Bensington. Wat 'n goeie wereld zou 't dan worden als iedereen dat +deed! Waarom doe ik bijvoorbeeld zoo'n massa dingen niet, terwijl ik +weet dat 't goed zou zijn ze te doen--dingen die ik graag doen zou! Is +iederéén dan zóó, of ligt 't alleen aan mij!" Hij verzonk in sombere +overpeinzingen over den wil. Hij dacht na over de ingewikkelde, +ingeroeste beuzelachtigheden van het dagelijksch leven, en in +tegenstelling hiermede, over de eenvoudige en voor de hand liggende +dingen die men behoorde te doen, de aangename en mooie daden, die +eigenaardige invloeden ons nooit veroorloven te volbrengen. Nicht +Jeanne? Hij bemerkte dat nicht Jeanne op de een of andere listige en +moeilijk-na-te-gane manier een belangrijke factor in deze quaestie +was. Waarom moeten wij, bij slot van rekening, eten, drinken, slapen, +ongetrouwd blijven, híerheen gaan, dáár nièt heen gaan, en dit alles +uit consideratie voor nicht Jeanne? + +Zij werd symbolisch zonder op te houden ondoorgrondelijk te zijn!... + +Een overstap, en een pad dwars door de velden trokken zijn aandacht +en deden hem denken aan dien vroolijken helderen dag, nog zoo kort +geleden wat tijd betrof, terwijl de emoties ervan reeds zoo ver achter +hem lagen, toen hij van Urshot naar de Proef-Hoeve liep om naar de +reuzen-kuikens te gaan kijken... + +Het lot speelt met ons. + +"Tchek, tchek," zeide Cossar, "sta op." + +Het was een zeer warme middag, er was geen zuchtje en het stof lag +dik op de wegen. Menschen waren er niet veel te zien, doch de herten +achter de omheining van het park graasden vreedzaam. + +Zij zagen een paar van de groote wespen een kruisbessenstruik +leegplunderen even buiten Hickleybrow, en er kroop er een op en neer +voor het kleine kruideniers-winkeltje in de dorpstraat, trachtend +ergens een ingang te vinden. De kruidenier was nog zichtbaar binnen, +met een oud vogelroer in de hand en de pogingen van het dier +aandachtig volgend. De koetsier van het karretje hield stil voor +"de Vroolijke Koejongens," en deelde Redwood mede, dat zijn deel van +de overeenkomst hiermede afliep. Hierbij sloten zich een oogenblik +later ook de voerlieden van den hooiwagen en de kolenlorrie aan. Zij +hielden deze bewering niet alleen staande, doch weigerden pertinent +om de paarden verder mee te laten gaan. + +"Die groote ratten zijn dol op paarden", herhaalde de kolentremmer +telkens. + +Cossar keek het getwist een oogenblik aan. + +"Haal de spullen uit het wagentje", zeide hij, en een van zijne mannen, +een lange, blonde, smerige werktuigkundige, gehoorzaamde. + +"Geef me dat jachtgeweer es an", zeide Cossar. + +Hij ging tusschen de voerlui staan. "Wij verlangen niet van jelui +dat je rijden zult," zeide hij. + +"En nu kun je verder zeggen wat je wilt," gaf hij toe--"maar wij +moeten die paarden hebben." + +Zij begonnen over en weer te praten, maar hij ging voort: "Als jelui +het hart hebt om een hand naar ons uit te steken, schiet ik je uit +zelfverdediging in je beenen. Maar de paarden gaan mee verder."--Hij +beschouwde de zaak hiermede als afgedaan. + +"Klim op dien wagen, Flack," zei hij tot een breedgeschouderden, +taaien, kleinen man. "Boon, jij neemt den kolenwagen." + +Twee wagenvoerders begonnen tegen Redwood te tieren. + +"Jelui hebt je plicht gedaan jegens jelui werkgevers", zeide +Redwood. "Jelui blijven in dit dorp tot wij terugkomen. Niemand zal +je de schuld geven, als ze zien dat wij geweren hebben. Wij willen +niets onrechtvaardigs of gewelddadigs doen, maar de quaestie is +dringend. Ik betaal als er iets met de paarden gebeurt, dus stel je +op dat punt maar gerust." + +"Goed zoo," zeide Cossar, die zelden beloften deed. + +Zij lieten de sjees achter, en de mannen, die menden, gingen +te voet. Over elken schouder bungelde een geweer. Het was een +allervreemdste kleine expeditie voor een Engelschen landweg. Het +geleek meer op een Yankee-troep, die bezig was westwaarts te trekken +in de goede oude dagen der Indianen. + +Zij volgden den weg, totdat zij op den top van den heuvel, bij den +overstap, de Proef-Hoeve in het zicht kregen. + +Zij vonden boven op den heuvel een klein troepje mannen met een +geweer--de beide Fulchers waren er onder anderen ook bij--en een man, +een vreemde uit Maidstone, stond een paar pas vóór de anderen en nam +het terrein op door een tooneelkijker. + +Deze mannen wendden zich om en keken verbaasd naar Redwood's troep. + +"Iets nieuws?" zeide Cossar. + +"De wespen vliegen af en an," zei de oude Fulcher. + +"Kan niet zien of ze wat meebrengen." + +"Het kanariekruid is nou al tusschen de pijnboomen," zeide de man +met den tooneelkijker. "Van morgen was het daar nog niet. Je kunt +het zien groeien terwijl je er naar staat te kijken." + +Hij haalde een zakdoek uit zijn zak en wreef de glazen van den +tooneelkijker doodbedaard zorgvuldig af. + +"Jelui gaan zeker naar beneden, he?" waagde Skelmersdale te zeggen. + +"Ga je mee?" vroeg Cossar. + +Skelmersdale scheen te aarzelen. + +"Duurt den geheelen nacht." + +Skelmersdale besloot, als dat zoo was, maar liever niet mee te gaan. + +"Ook ratten op de vlakte?" vroeg Cossar. + +"D'r zat er een tusschen de dennen van morgen. Ik vertrouw dat ie op +konijnen uit was." + +Cossar sjokte weer voort om de anderen in te halen. Bensington, +die van onder zijn hand naar de Proef-Hoeve tuurde, kreeg voor het +eerst eenigermate een denkbeeld van de kracht van het voedsel. Zijn +eerste indruk was, dat het huis kleiner was dan hij gedacht had--véél +kleiner zelfs; zijn tweede indruk was, dat de geheele plantengroei +tusschen het huis en het pijnbosch ontzettend groot was geworden. Het +dak boven den put keek nog maar even uit van tusschen acht voet hooge +graspluimen en het kanariekruid had zich om den schoorsteen geslingerd +en gesticuleerde met stijve ranken in de lucht. Zijn bloemen waren +helder-gele vlekken, die wel een mijl ver duidelijk zichtbaar waren +als afzonderlijke, gele, spikkels. + +Een groote, groene kabel had zich dwars door het ijzergaas van +den looper der reuzen-kuikens gewrongen en had zijn bladerstelen +geslingerd om twee aan den buitenkant staande pijnboomen. Bijna half +zoo hoog was ook het boschje brandnetels, dat om de karreschuur was +opgeschoten. De geheele aanblik deed, hoe meer zij naderden, denken +aan een aanval van dwergen op een poppenhuis dat in een vergeten +hoekje van den een of ander grooten tuin is blijven staan. + +Zij zagen dat de wespen voortdurend ijverig af en aan vlogen. Een zwerm +zwarte gedaanten vloog door elkaar in de lucht boven de verweerde +heuvelhelling achter het pijnbosch en telkens schoot een van deze +gedaanten op in de lucht, met ongelooflijke snelheid, en zweefde heen +naar een verwijderd doel. Hun gegons was reeds hoorbaar op meer dan +een halve mijl van de Proef-Hoeve. + +Eenmaal kwam een geel-gestreept monster hun kant uit schieten, zweefde +een tijdlang vóór hen, naar hen kijkend met zijn groote facettenoogen, +doch op een mislukt schot uit Cossar's jachtgeweer, vloog het weder +heen. Rechts in een hoek van het veld, kropen er verscheidene over +eenige afgekloven beenderen, die waarschijnlijk de overblijfselen +waren van het lam dat de ratten hierheen gesleept hadden van Huxter's +boerderij. De paarden begonnen onrustig te worden, toen zij deze wezens +naderden. Geen van het gezelschap was een goed menner, en zij moesten +ieder paard bij den teugel leiden en het aanmoedigen met hun stem. + +Zij zagen geen enkel spoor van de ratten, toen zij het huis naderden, +en alles scheen volmaakt rustig, behalve het nu eens duidelijker, +dan weer minder duidelijk aanzwellende whoozzzzzzZZZ, whoooooozoo--oe +uit het wespen-nest. + +Zij leidden de paarden het erf op en een van Cossar's mannen +die de deur zag openstaan--het geheele middengedeelte ervan was +weggeknaagd--ging naar binnen. Niemand miste hem den eersten tijd, +daar de anderen bezig waren met de vaten petroleum, en zij bemerkten +eerst dat hij niet bij hen was, toen zij het knallen van zijn geweer +en het fluiten van zijn kogel hoorden. "Pang, pang," allebei de +loopen, en zijn eerste kogel ging, schijnt het, door het vat zwavel, +rukte er een duig aan den anderen kant uit, en vervulde de lucht met +geel poeder. Redwood had zijn geweer in de hand gehouden en trok +het schot er af op iets grijs' dat hem voorbij rende. Hij zag nog +even het breede achtergedeelte, den langen schubachtigen staart en +lange zolen der achterpooten van een rat, en ledigde zijn tweeden +loop. Hij zag Bensington neervallen op het oogenblik, dat het beest +om den hoek verdween. + +Toen was iedereen een tijdlang druk in de weer met een geweer. Drie +minuten lang waren levens geen cent meer waard op de Proef-Hoeve, en +het knallen der geweren vervulde de lucht. Redwood in zijn opwinding +niet op Bensington lettend, achtervolgde het dier, en werd omver +gegooid door een massa puin, kalk, cement en splinters van vermolmde +latten, die recht op hem af kwam stuiven, nadat een kogel juist +tegenover hem door den muur was komen vliegen. + +Hij vond zich zelf op den grond zitten met bebloede handen en lippen +en groote stilte hing drukkend over alles om hem heen. + +Toen merkte hij een geestlooze stem vanuit het huis op: + +"Gee--whizz!" + +"Hallo!" zei Redwood. + +"Hallo daar!" antwoordde de stem. + +En toen: "hebben jellui 'em?" + +Een besef van de plichten der vriendschap ontwaakte in Redwood. "Is +meneer Bensington gewond?" vroeg hij. + +De man binnen verstond hem niet goed. "'t Is jullie schuld zèker niet, +dat ik nog leef" zeide de stem. + +Het werd Redwood steeds duidelijker, dat 't niet anders kon, of hij +had Bensington neergeschoten. Hij dacht niet langer aan de schrammen +in zijn gezicht, stond op en vond Bensington op den grond zitten, +zijn schouder wrijvend. + +Bensington keek hem over zijn bril aan. "We hebben 'em smeer gegeven, +Redwood", zeide hij en toen: "hij probeerde over me heen te springen, +en gooide me omver. Maar ik gaf 'm allebei de loopen, en goeie hemel, +m'n schouder is murw." + +Er verscheen een man in de deur van het huis. "Eéns raakte ik 'm in +zijn borst en eens in z'n zij," zeide hij. + +"Waar zijn de wagens?" zeide Cossar, te voorschijn komend uit een +warbos van reusachtige kanariekruid-bladen. + +Het bleek tot Redwood's verbazing, ten eerste, dat er niemand +doodgeschoten was, en ten tweede dat de trollen en de wagen wel een +vijftig pas verplaatst waren, en nu met ineengeloopen wielen in den +verwoesten moestuin van Skinner stonden. + +De paarden hadden opgehouden met slaan en steigeren. Een eind +verder lag het gebarsten vat zwavel op het pad met een wolk van +stof er boven. Hij vestigde Cossar's aandacht hierop en ging er +naar toe. "Heeft een van jullie die rat ook gezien?" brulde Cossar, +hem volgend. "Ik raakte hem éénmaal tusschen z'n ribben, en éénmaal +recht in zijn facie toen hij op me afkwam." + +Terwijl zij nog bezig waren om de in elkaar gewerkte raderen te +trekken, voegden juist twee mannen zich bij hen. + +"Ik heb die rat neergelegd," zeide een van hen. + +"Hebben ze 'em?" vroeg Cossar. + +"Jim Bates heeft 'm gevonden, achter de heg. Ik raakte 'm net toen +hij om den hoek kwam...." + +"Pats, achter zijn schouder......" + +Toen de zaken weder een beetje op orde waren, ging Redwood eens kijken +naar het kolossale, wanstaltige lijk. Het dier lag op zijn zijde, +met lichtelijk gekromd lijf. Zijn knaagtanden, die uitstaken over +de onderkaak, gaven aan zijn gezicht een uitdrukking van zwakheid +bij al zijn grootte en vraatzucht. Het leek niet in 't minst woest of +vrees-aanjagend. De klauwen der voorpooten deden denken aan vermagerde +handen. Behalve een klein rond gaatje met een geschroeiden rand er +om heen aan weerszijden van den hals, was het dier volkomen ongedeerd. + +Hij bleef hierover eenigen tijd staan peinzen. + +"Dan moeten er twéé ratten geweest zijn," zeide hij eindelijk, +zich afwendend. + +"Ja, en die, die iedereen geraakt heeft,--is ontsnapt." + +"Ik weet anders zeker dat mijn schot......" + +Een kanariekruid-rank, die op de geheimzinnige manier van alle +kruipplanten naar een houvast zocht, boog zich allervriendelijkst +naar zijn hals, en deed hem haastig ter zijde gaan. + +"Whoe-z-z-z-z-z-z-Z-Z-Z", klonk het uit het wespennest, een eind +verder, "whoe-oe-zoe-oe." + + + +IV. + +Dit geval deed het gezelschap op zijn hoede zijn, hoewel het er niet +buitengewoon ontdaan over was. + +Zij brachten hun provisie in het huis, dat blijkbaar ondersteboven +gehaald was door de ratten, nadat juffrouw Skinner het verlaten had, en +vier van de mannen brachten de twee paarden naar Hickleybrow terug. Zij +sleepten de doode rat door de heg, zóó dat zij van uit de vensters +van het huis goed te zien was, en bemerkten toevallig een kolonie +reuzen-oorwormen in de greppel. Deze dieren gingen haastig uit elkaar, +doch Cossar stak zijn ontzettende ledematen uit en slaagde er in, +er verscheidene te dooden met zijn laarzen en geweer-kolf. Vervolgens +hakten twee der mannen verscheidene hoofd-stammen van het kanarie-kruid +door--dit waren reusachtige cylinders van een paar voet in doorsnede, +die uitkwamen bij den zinkput achter het huis; en terwijl Cossar het +huis voor den nacht in orde bracht, liepen Bensington, Redwood en een +der bijstand-verleenende electriciens behoedzaam om de kippenrennen +heen, zoekend naar de rattenholen. + +Zij maakten een wijden boog om de reuzen-brandnetels heen, want dit +reusachtig onkruid bedreigde hen met giftige doornen van ruim een +duim lang. + +Vervolgens kwamen zij aan gene zijde van het afgeknaagde, onttakelde +hek, en stonden plotseling voor het meest westelijk-gelegen reusachtige +ratten-hol--, een kwalijk-riekende diepte,--dat hen op éen rij deed +gaan staan. + +"Ik hoop dat zij te voorschijn zullen komen", zeide Redwood met een +blik naar het afdak van den put. + +"En als ze er eens niet uitkomen," zei Bensington. + +"Dat zullen ze wel," zei Redwood. + +Zij bleven in gedachten verzonken staan. + +"We zullen op de een of andere manier vuur moeten aanmaken àls we er +in gaan," zeide Redwood. + +Zij gingen een klein paadje van wit zand op, door het dennenbosch, +en hielden een oogenblik later stand in het gezicht der wespen-holen. + +De zon ging nu onder, en de wespen kwamen allen naar huis; hun vleugels +vormden in het gouden licht snel-ronddraaiende stralen-kransen om hen +heen. De drie mannen keken behoedzaam toe van onder de boomen--zij +waagden het niet tot aan den rànd van het bosch te gaan--en zagen +deze kolossale insecten neerkomen, een beetje rondkruipen, de holen +binnengaan en verdwijnen. + +"Binnen een paar uur zijn ze kalm," zei Redwood... "'t Is net of je +weer een jongen bent." + +"We kunnen deze holen niet misloopen," zei Bensington, "al is de +nacht ook donker. Tusschen twee haakjes--hoe moet het met 't licht"-- + +"Volle maan," zei de electricien. "Heb 't opgezocht." + +Zij gingen terug en raadpleegden Cossar. + +Hij zeide, dat 't "voor de hand lag", dat ze voor 't schemer de zwavel, +salpeter en gips 't bosch doorbrachten en derhalve ontlaadden zij de +wagens en droegen de zakken op hun rug. + +Na het noodige geschreeuw der voorafgaande orders werd er geen woord +meer gesproken, en toen het gezoem uit het wespen-nest verstierf, +was er bijna geen ander geluid te hooren dan het gedruisch van +voetstappen, de zware ademhaling van beladen mannen en het neerwerpen +der zakken. Om beurten hielp ieder een handje behalve Bensington +die hier klaarblijkelijk ongeschikt voor was. Hij vatte post in de +slaapkamer der Skinners met een geweer, om het lijk der doode rat te +bewaken en de andere droegen om beurten zakken en rustten dan weder, +en hielden twee aan twee de wacht bij de ratten-holen achter het +brandnetel-boschje. De zaadbolletjes der netels waren rijp, en telkens +werd hun waken verlevendigd door het opengaan van een dezer bolletjes, +wat precies klonk als het knallen van een pistool, en de zaadkorrels, +zoo groot als hertenloopers, vlogen overal om hen heen. + +Bensington zat voor zijn venster in een harden paardenharen leunstoel, +waarover een smoezelige anti-macasser lag, die gedurende vele jaren +een tikje van maatschappelijke distinctie gegeven had aan de huiskamer +der Skinners. + +Zijn geweer, waaraan hij zoo weinig gewoon was, rustte op het kozijn, +en zijn bril keek nu eens naar de duistere gestalte der doode rat +in het steeds-meer-dalende schemerduister, dan weer om zich heen, +in vreemde overpeinzingen. Er was een flauwe stank van petroleum, +want een van de vaten lekte, en deze lucht vermengde zich met een +minder onaangenamen geur, die opsteeg uit den afgehakten en vertreden +stengel van het kanariekruid. + +Als hij het hoofd omwendde herinnerde een mengeling van vage +huiselijke geuren, van bier, kaas, rotte appels en oude laarzen +als leidmotieven, hem sterk aan de verdwenen Skinners. Hij keek een +tijdje lang rond in het duistere vertrek. Het meubilair was zeer in +wanorde gebracht--misschien wel door de een of andere nieuwsgierige +rat--doch een jas aan een pen, tegen de deur, een scheermes en enkele +vuile strookjes papier, en een stukje zeep dat tot een hoornachtigen +dobbelsteen geworden was doordat het sedert jaren niet meer gebruikt +werd, dit alles rook naar Skinner's marquante persoonlijkheid. + +De gedachte kwam in Bensington's brein op, dat hoogstwaarschijnlijk +het monster, dat daar nu in het halfduister lag, Skinner gedood en +opgegeten had, tenminste gedeeltelijk, iets waarvan hij den geheelen +omvang nog niet overdacht had. + +Waar toch een er-onschuldig-uitziende ontdekking op chemisch gebied +al niet toe leiden kon! + +Hier zat hij nu, in zijn eenvoudige, oude Engeland, en toch aan +alle zijden belaagd door gevaren, geheel alleen met een geweer +in een halfduister, bouwvallig huis, ver van elk gemak, met zijn +schouder deerlijk gekneusd door het stooten van een geweer, en--bij +alle heiligen! + +Hij begreep nu eerst ten volle hoezeer de gewone orde van zaken van +het Heelal voor hem veranderd was. Hij was weggegaan naar de plaats +van dit verbazingwekkende avontuur, zonder er zelfs met één woord +van te reppen tegen zijn nicht Jeanne! + +Wat moest zij wel van hem denken? + +Hij trachtte zich dit voor te stellen, doch het gelukte hem niet. Hij +had het vreemde gevoel, dat hij en zij nu voor altijd gescheiden +waren, en elkander nooit weer zouden zien. Hij gevoelde, dat hij een +verbazenden stap gedaan had, en een wereld van nieuwe onmetelijke +dingen had betreden. Wat voor monsters konden die steeds duisterder +wordende schaduwen niet verbergen?... De toppen der reuzen-netels +staken donker en scherp af tegen het bleeke groen en amber van de lucht +in het westen. Alles was heel stil--heel, heel stil. Hij verwonderde +zich waarom hij de anderen niet kon hooren daar ginds om den hoek +van het huis. De schaduw in het karrehuis was nu één zwarte diepte. + +Pang... pang... pang. + +Een keten van echoos en een schreeuw. + +Toen lange stilte. + +Goddank! daar kwamen Redwood en Cossar opdoemen uit de onhoorbare +duisternis, en Redwood riep "Bensington!" + +"Bensington! We hebben wéér 'n rat! Cossar heeft een tweede rat +neergelegd!" + + + +V. + +Toen de expeditie zich voldoende ververscht had, was de nacht +gedaald. De sterren schenen zoo helder als zij maar konden, en een +steeds grooter wordende bleekheid in de richting van Hankey kondigde +de maan aan. Nog steeds werd er wacht gehouden bij de rattenholen, +doch de wakers hadden van plaats verwisseld en hadden post gevat +op de heuvelhelling boven de holen, voelend dat dit een veiliger +punt was om te vuren. Zij hurkten daar in de overvloedig vallende +dauw, en bestreden de vochtigheid met whiskey. De anderen bleven in +huis en de drie leiders bespraken met de mannen het werk dat hun +gedurende den nacht voor de borst stond. Tegen middernacht ging +de maan op, en zoodra zij boven de duinen uitkwam, begaven allen, +behalve de schildwachten bij de rattenholen, zich op weg, achter +elkaar loopend, in den ganzenpas, en aangevoerd door Cossar, naar +het wespennest. Voor zoover het 't wespennest betrof, was hun taak +buitengewoon licht--verbàzend licht. Behalve dat 't langer duurde, +had het niet veel meer voeten in de aarde dan het eerste het beste +gewone wespennest. Zeker, er was eenig gevaar bij--levensgevaar nog +wel, doch dit stak zelfs het hóófd niet buiten het hol. Zij propten +er de zwavel en salpeter in, stopten de holen zorgvuldig dicht en +staken hunne lonten aan. + +Toen wendde het geheele gezelschap, behalve Cossar, zich als één man +om en rende dwars door de lange schaduwen der pijnboomen, en ziende +dat Cossar stand gehouden had, kwamen zij een honderd meter verder +tot staan, dicht op elkaar gedrongen, knus dicht bij een greppel, +die een schuilplaats aanbood. Een paar minuten lang was de zwarte en +witte maannacht zwaar van een gesmoord gegons, dat aanzwol tot een +gebrul, tot een diepen breeden klank, zijn hoogtepunt bereikte en +toen weder verstierf; en toen--het was haast niet te gelooven--was +de nacht weder stil. + +"Bij den hemel!" zei Bensington, bijna fluisterend, "hij heeft +'t klaargespeeld." + +Allen stonden in spanning. De heuvelhelling boven het donkere +naald-kantwerk van de schaduwen der pijnboomen was helder als het +daglicht en kleurloos als sneeuw. Het verstijvende cement in de holen +glom zoo waar. Cossar's losse gestalte kwam op hen toe. + +"Klaar hoor"--zei Cossar. + +"Pang--pang!" + +Een schot van dicht bij het huis en toen--stilte. + +"Wat is dàt?" zei Bensington. + +"Een van de ratten zal z'n kop naar buiten gestoken hebben," opperde +een van de mannen. + +"Tusschen twee haakjes, we hebben onze geweren ginds gelaten," +zei Redwood. + +"Bij de zakken." + +Iedereen begon weer den kant van den heuvel uit te loopen. + +"Dat moeten de ratten zijn," zei Bensington. + +"Ligt voor de hand," zei Cossar, op zijn nagels bijtend. + +"Pang!" + +"Hallo?" zei één van de mannen. + +Toen klonken er plotseling een roep, twee schoten, een luiden +schreeuw die bijna een gil was, drie snel op elkaar volgende schoten +en het geluid van hout dat versplinterde. Al deze geluiden waren zeer +duidelijk en zeer klein in de onmetelijke stilte van den nacht. Toen +eenige minuten lang niets dan een zacht, gedempt verward geluid uit +de richting der rattenholen, en toen weder een woeste gil... allen +liepen om 't hardst naar de geweren... Weer twee schoten. + +Bensington holde met het geweer in de hand door het pijnbosch achter +een aantal voor hem uithollende ruggen aan. Het is eigenaardig dat de +gedachte, die op dat oogenblik den boventoon voerde in zijn brein, +de wensch was, dat nicht Jeanne hem nu eens kon zien. Zijn bolle +opengewerkte schoenen sloegen uit in wilde groote passen en zijn +gezicht was vertrokken tot een voortdurende grijns, omdat dit zijn +neus deed rimpelen en zijn bril op zijn plaats hield. Ook hield hij +den loop van zijn geweer recht voor zich uit, terwijl hij daar door +het plekken-werpende maanlicht holde. De man die weggeloopen was, +kwam hen in vollen ren tegen--hij had zijn geweer laten vallen. + +"Hallo," zei Cossar, en ving hem op in zijn armen. "Wat heeft dit +te beduiden?" + +"Ze kwamen er allemaal samen uit," zei de man. + +"De ratten?" + +"Ja, zes waren 't er." + +"Waar is Flack?" + +"Die ligt ginds." + +"Wat zegt ie?" hijgde Bensington, die kwam aanloopen zonder dat iemand +op hem lette. + +"Ligt Flack ginds?" + +"Hij viel." + +"Ze kwamen er een voor een uit." + +"Wat?" + +"Deden een uitval. Ik loste m'n beide loopen." + +"En heb je Flack daar alleen achtergelaten?" + +"Zij zaten ons op 't lijf." + +"Vooruit," zei Cossar. "Jij gaat met ons mee. Waar is Flack? Breng +ons er heen." + +Het geheele gezelschap ging op weg. Verdere bijzonderheden omtrent +het gevecht ontvielen den man die weggeloopen was. De anderen, +behalve Cossar die voorop ging, verdrongen zich om hem. + +"Waar zijn ze nou?" + +"Misschien al weer in hun holen. Ik smeerde 'n 'm. Ze renden op ons +in om bij hun holen te kommen." + +"Wat bedoel je? Waren jelui dan achter ze gekomen?" + +"Wij gingen naar hun hol. Zagen ze d'r uit kommen, en probeerden +ze den pas af te snijden. Ze kropen d'r uit--net als konijnen. Wij +holden naar beneden, en brandden los. Zij liepen wild in 't rond na ons +eerste schot, en toen kwamen ze plotseling op ons af. Op ons àf, hoor!" + +"Hoeveel?" + +"Zes of zeven." + +Cossar ging vóór naar den rand van het pijnbosch en hield stil. + +"Bedoel je dat ze Flack gepakt hebben?" vroeg iemand. + +"'k Zag wel dat er een op 'em afkwam." + +"Schoot je niet?" + +"Hoe kon ik dat nou?" + +"Heeft iedereen geladen?" zei Cossar over zijn schouder. Van alle +kanten werd toestemmend geantwoord. + +"Maar Flack--" zei er een. + +"Je wilt toch niet zeggen dat Flack--" begon een tweede. + +"Er is geen tijd te verliezen," zei Cossar en riep luid +"Flack!" terwijl hij vóórging. De geheele gewapende macht ging op +de rattenholen toe, de man die weggeloopen was een beetje in de +achterhoede. Zij gingen voorwaarts door allerlei soorten welig, +overdreven-groot onkruid en liepen om het lichaam van de tweede +gedoode rat heen. Zij waren uitgespreid tot een lijn, waarbij elke +man dicht bij zijn buurman liep; allen liepen met hun geweer recht +voor zich uit en gluurden om zich heen in het heldere maanlicht, of +ze niet een ineengedoken, onheilspellende gestalte zagen. Zij vonden +zeer spoedig het geweer van den man die weggeloopen was. + +"Flack!" riep Cossar. "Flack!" + +"Hij liep voorbij de netels en viel toen," zei de man die weggeloopen +was. + +"Waar?" + +"Daar ginds." + +"Waar viel hij?" + +Hij aarzelde en leidde hen een tijdlang door de donkere schaduwen en +keerde toen om. + +"Zoowat daar, geloof ik." + +"Zoo, maar nu is hij er toch niet meer." + +"Maar zijn geweer dan--?" + +"Bliksems nog an toe!" vloekte Cossar, "maar waar is dan alles +gebleven?" Hij deed een schrede in de richting der donkere schaduwen op +de heuvelhelling die de rattenholen verborg en bleef staan kijken. Toen +stootte hij nogmaals een vloek uit, "àls ze hem naar binnen gesleept +hebben--!" + +En aldus bleven zij een tijdlang dralen, elkaar hunne gedachtetjes +toewerpend. Bensington's brilleglazen schoten stralen uit als +diamanten, als hij van den een naar den ander keek. De gezichten der +mannen veranderden van koude helderheid tot geheimzinnige duisternis, +naarmate zij zich van of naar de maan keerden. Iedereen sprak, +doch geen van allen maakten zij een zin af. Toen besloot Cossar, +met zijn korte manier van optreden, wat hij doen moest. Hij gooide +zijn ledematen hierheen en daarheen en gooide er bevelen uit als +ballen. Het lag voor de hand, dat hij lampen noodig had. Iedereen +behalve Cossar liep heen in de richting van het huis. + +"Ga je in de holen?" vroeg Redwood. + +"Ligt voor de hand," zei Cossar. + +Hij maakte het hun nog eens duidelijk dat de lantaarns van de kar en +de trolley gehaald moesten worden. + +Toen Bensington dit ten volle begreep, ging hij op weg, het pad bij +den put af. Hij keek over zijn schouder en zag de reusachtige gestalte +van Cossar op den voorgrond staan, alsof hij in gedachten verzonken +naar de holen stond te kijken. Op dit gezicht bleef Bensington een +oogenblik staan en wendde zich half om. "Zij lieten Cossar daar maar +alleen staan--!" + +Natuurlijk, Cossar was wel in staat voor zichzelven te +zorgen. Plotseling zag Bensington iets dat hem een ademloos +"Hier!" deed uitschreeuwen. In een oogwenk hadden drie ratten zich +uit den donkeren warbos van slingerplanten losgemaakt en kwamen op +Cossar toeschieten. Drie seconden lang stond Cossar daar, zonder hen +op te merken, en toen werd hij plotseling het actiefste wezen ter +wereld. Hij schoot niet. Klaarblijkelijk had hij geen tijd om te +mikken, of dacht hij niet aan mikken; Bensington zag dat hij zich +bukte om een hem bespringende rat te ontgaan, en gaf het dier toen +een slag achter zijn kop met de kolf van zijn geweer. Het monster +sprong in de hoogte en viel over zijn kop duikelend op den grond. + +Cossar's gedaante verdween uit het gezicht tusschen het rietachtige +gras, en toen kwam hij weder te voorschijn, op een van de andere +ratten inrennend en zijn geweer boven zijn hoofd zwaaiend. Een +zwakke kreet trof Bensington's oor, en toen zag hij de twee overige +ratten in verschillende richtingen wegloopen en Cossar hen achterna +in de richting der holen. Het geheele voorval was in nevelachtige +schaduwen gehuld; alle drie vechtende monsters werden nog grooter +en onwerkelijker gemaakt door de bedriegelijke helderheid van het +licht. Nu eens was Cossar kolossaal, dan weder onzichtbaar. De ratten +schoten voor zijn oog heen met plotselinge onverwachte sprongen, of +renden met zulk een snelle beweging der pooten, dat zij op raderen +leken te gaan. Het geheele voorval was afgespeeld in een halve +minuut. Niemand anders dan Bensington zag het. Hij kon de andere +achter zich hooren nog steeds op weg naar het huis. Hij schreeuwde +iets onsamenhangends en liep toen terug naar Cossar, terwijl de +ratten verdwenen. + +Hij bereikte hem buiten de holen. In het maanlicht duidde het spelen +der schaduwen, die over Cossar's gezicht gleden, kalmte aan. "Hallo," +zei Cossar, "al terug? Waar zijn de Iantaarns? Ze zijn nu allemaal +weer in hun holen. Eén heb ik z'n nek gebroken toen ie langs me heen +kwam... Zie je? daar!" En hij wees naar het dier met een mageren +vinger. + +Bensington was te verbaasd om iets te zeggen... Het leek een ontzettend +langen tijd vóór de Iantaarns kwamen. Eindelijk verschenen zij, +eerst één helder, onbeweeglijk oog, voorafgegaan door een heen en +weer bewegenden gelen gloed, en toen, nu en dan even verdwijnend en +dan weder tevoorschijn komend, nòg twee. Daar achter kwamen kleine +gestalten aan met zachte stemmen, en toen enorme schaduwen. Deze +groep vormde als het ware één plek brand in het reusachtige droomland +van maneschijn. + +"Flack," zeiden de stemmen. "Flack." + +Een verklarende zin kwam tot Cossar en Bensington over. "Heeft zichzelf +in het dakkamertje opgesloten." + +Cossar wekte van oogenblik tot oogenblik méér verbazing. Hij haalde +groote handen-vol ruw katoen voor den dag, en propte die in zijne +ooren.--Bensington vroeg zich verwonderd af waarvoor dit diende. Toen +laadde hij zijn geweer met een kwart lading kruit. Wie anders dan +Cossar kon aan zoo iets gedacht hebben. De illusie van het wonderland +bereikte zijn hoogtepunt, toen Cossar's twee breede vlakken schoenzool +in het middelste hol verdwenen. + +Cossar kroop op handen en voeten met twee geweren die aan weerszijden +achter hem aan sleepten aan een touw, dat vastgemaakt was onder zijn +kin, en zijn meest vertrouwde helper, een kleine donkere man met een +ernstig gezicht, zou hem in de holen volgen, achter hem aan kruipen, +en een lantaarn boven zijn hoofd houden. Alles was met even veel +verstand voorbereid en was éven voor de hand liggend en in orde, als +de droom van een krankzinnige. Het bleek dat het katoen was om het +effect van het geweerschot tegen te gaan; ook de helper had wat in +zijn ooren. Natuurlijk! Zoo lang de ratten voor Cossar uitvluchtten, +was er geen gevaar, en zoodra zij stand hielden, zou hij hun oogen +zien en daar tusschen vuren. En daar zij door den koker van het hol +moesten komen, kòn Cossar ze bijna niet missen. Cossar verklaarde, +dat het de meest voor de hand liggende manier was, misschien een +beetje vervelend, maar absoluut zeker. Toen de helper zich bukte om +naar binnen te kruipen, zag Bensington dat het eind van een kluwen +bindtouw aan het jaspand van den man was vastgebonden. Hiermede moest +hij het touw naar binnen trekken om zoo noodig de lichamen der ratten +naar buiten te sleepen. + +Bensington bemerkte dat het voorwerp hetwelk hij in de hand hield, +Cossar's zijden hoed was. + +Hoe was die daar gekomen?... + +In ieder geval was het een soort souvenir. Bij elk van de aangrenzende +holen stond een klein groepje met een lantaarn op den grond, die het +hol verlichtte, en een man lag voor elk hol geknield te mikken op de +ronde, ledige diepte, wachtend dat er iets zoude uitkomen. + +Eindelooze spanning. + +Toen hoorden zij Cossar's eerste schot, als een ontploffing in +een mijn... + +Elk's zenuwen en spieren spanden zich, en pang! pang! pang! de ratten +hadden geprobeerd weg te komen, en twee waren neergeveld. Toen rukte +de man die het kluwen bindtouw vasthield aan de lijn. + +"Hij heeft er daar binnen een neergelegd," zei Bensington, "en hij +heeft het touw noodig." + +Hij zag toe hoe het touw het hol inkroop, en het leek wel alsof +er een slangachtig leven in gevaren was--want de duisternis maakte +het bindgaren onzichtbaar. Eindelijk kroop het niet langer voort, +en gebeurde er een heelen tijd niets. Toen kroop er, wat Bensington +het vreemdste monster van alles toeleek, langzaam uit het hol en +ontpopte zich als de kleine werktuigkundige, die er achterwaarts +uitkroop. Achter hem aan en diepe voren ploegend, stak Cossar zijn +voeten naar buiten en toen volgde zijn door den lantaarn verlichten +rug... + +Slechts nog één rat was er nu in leven, en deze arme, ten doode +opgeschreven sukkel zat ineengedoken in den versten schuilhoek, +tot Cossar en de lantaarn weder in het gat verdween en het doodde, +en eindelijk deed Cossar, die menschelijke fret, de ronde door al de +holen om zich te vergewissen, dat er niet méér waren. + +"We hebben ze," zei hij tot zijn van eerbied bijna stomme +gezelschap. "En als ik niet zoo'n stuipekop geweest was, dan zou +ik me tot op m'n middel uitgekleed hebben. Ligt voor de hand, niet +waar. Voel m'n mouwen es, Bensington! Kletsnat van 't zweet. Maar je +kunt niet an alles tegelijk denken. Alleen een halve flesch whiskey +kan me 'n kou van 't lijf houden." + + + +VI. + +Er waren oogenblikken in dezen wondervollen nacht waarin het Bensington +toescheen, dat hij voorbestemd was voor een leven van fantastische +avonturen. Dit was voornamelijk wel een uur lang het geval nadat +hij een flink glas whiskey gedronken had. "'k Ga niet terug naar +Sloanestreet," deelde hij den langen, blonden, groezeligen monteur +in vertrouwen mede. + +"Niet?" + +"Waarachtig niet," zei Bensington, somber het hoofd schuddend. + +De inspanning die het sleepen van de zeven doode ratten naar den +brandstapel bij het brandnetelboschje van hem vereischte, deed hem +baden in zweet, en Cossar wees op de voor de hand liggende physieke +reactie van whiskey om hem te behoeden voor de anders onvermijdelijke +kou. + +Ze hielden een soort van roovers-souper in de oude met tegels bevloerde +keuken, terwijl de rij doode ratten tegen de kippeloopen buiten lag in +het maanlicht en na ongeveer een half uur slaap, wekte Cossar hen allen +weder om het werk, dat nog gedaan moest worden, te verrichten. "'t +Ligt voor de hand dat we de plaats met den grond gelijk moeten maken," +zei hij. "Geen rommel, en geen schandaal. Snap je?" Hij haalde hen +over tot zijn idee om de verwoesting volkomen te maken. Zij sloegen en +versplinterden ieder stukje hout in huis; zij legden paden van gehakt +hout overal waar de ontzaglijke plantengroei opschoot; zij maakten +een brandstapel voor de rattenlijken, en overgoten ze met petroleum. + +Bensington werkte als een polderjongen, die weet wat hem te doen +staat. Hij bereikte zijn toppunt van vroolijkheid en energie tegen twee +uur. Als hij in het verwoestingswerk een bijl zwaaide, ontvluchtte +zelfs de dapperste zijn nabijheid. Daarna kalmeerde hij een beetje +door het tijdelijk verlies van zijn bril, die de anderen eindelijk +vonden in den zijzak van zijn jas. Mannen liepen af en aan--vuile, +nijvere mannen. Cossar bewoog zich tusschen hen als een god. + +Bensington dronk diep van die vreugde, die men vindt in elkaars +gezelschap, die zegevierende legers en stoere expedities leeren +kennen,--doch nooit zij, die het leven van eerzaam burger in steden +leiden. Nadat Cossar hem zijn bijl had afgenomen, en hem aan het +hout-dragen gezet had, liep Bensington af en aan, zeggend dat ze +allemaal "goeie kerels" waren. Hij werkte dóór, nog lang nadat hij +vermoeidheid begon te voelen. + +Eindelijk was alles in gereedheid en werd er begonnen met het +openbreken der petroleum-vaten. De maan, nu beroofd van haar toch +reeds niet talrijk nachtelijk gevolg van sterren, scheen hoog boven +den dageraad. + +"Verbrand alles," zei Cossar, af en aan loopend--"verbrand den grond +en alles wat er op staat of groeit." + +Bensington kreeg hem in 't oog; Cossar zag er nu zeer mager en +vreesaanjagend uit in het eerste bleeke aanlichten van den dageraad, +voorbijhollend met vooruitstekende onderkaak, en een walmend zwam in +de hand. + +"Vooruit, kom mee!" zei iemand, aan Bensington's arm trekkend. + +De stille dageraad--er zongen daar geen vogels--was plotseling vervuld +met een rumoerig geknapper; een klein, dof rood vlammetje lekte om +de basis van den brandstapel, werd blauw toen het den grond raakte, +en begon van blad tot blad tegen den stam van een reuzennetel op te +klimmen. Een zangerig geluid vermengde zich met het geknapper... + +Zij grepen haastig hunne geweren uit den hoek van de woonkamer der +Skinners, en toen holden allen weg. Cossar kwam achter hen aan met +zware reuzenpassen... + +Nu stonden allen te kijken naar de Proef-Hoeve. + +Langzamerhand vatte alles vlam; de rook en de vlammen stortten naar +buiten als een menigte in een paniek, uit deuren en vensters en uit +duizend spleten en reten van het dak. Cossar wist wel hoe hij een +vuurtje moest stoken! Een groote rookkolom waaruit bloedroode tongen +en uitschietende vuurstralen te voorschijn kwamen, schoot op ten +hemel. Het was alsof er een ontzaglijke reus plotseling opstond, zich +uitrekte en op eens zijn reuzenarmen over den hemel uitspreidde. Het +dompelde hen weder in het duister en verbleekte geheel den gloed +der zon die er achter opging. Geheel Hickleybrow bemerkte spoedig +den ontzaglijken rookkolom, en kwam aangeloopen naar den heuveltop, +in allerlei vormen van déshabillé om hen te zien terugkeeren. Achter +hen, als een fantastische fungus [3] zwaaide en vervormde zich deze +rookkolom, al hooger en hooger de lucht in--en deed de heuvelen +laag lijken en alle andere voorwerpen klein, en op den voorgrond, +aangevoerd door Cossar volgden de stichters van dezen brand, het pad, +acht kleine donkere gestalten die moe, met het geweer op schouder, +de weide doorkwamen. + +Toen Bensington omkeek, kwam er in zijn moede brein een welbekend +gezegde op, en bleef daar hangen. Wat was het ook? "Ge hebt vandaag +ontstoken--? Ge hebt vandaag ontstoken?--" + +Toen herinnerde hij zich Latimer's woorden: "wij hebben heden een +licht ontstoken in Engeland, dat niemand ooit weder blusschen kan--" + +Wàt 'n man was die Cossar! Hij bewonderde zijn rug een tijdje en was +er trotsch op, dien hoed vastgehouden te hebben. Trotsch! Hoewel +hij een beroemd navorscher was en Cossar slechts aan toegepaste +wetenschap deed. + +Plotseling begon hij te huiveren en vreeselijk te geeuwen en wenschte, +dat hij warm ingestopt in zijn bed lag op zijn kleine bovenhuis, +dat uitzag op Sloanestreet. Aan nicht Jeanne te denken ging heelemaal +niet meer. Zijn beenen waren strengen katoen geworden, en zijn voeten +van lood. Hij verwonderde er zich over of er iemand in Hickleybrow +hun koffie zou kunnen verschaffen. Hij was gedurende drie en dertig +jaren nooit een heelen nacht opgebleven. + + + +VII. + +En terwijl deze acht avonturiers om de Proef-Hoeve ratten bevochten, +kampte, negen mijlen ver weg, in het dorp Cheasing Eyebright, een oude +juffrouw met een ontzettenden neus, met groote moeilijkheden bij het +licht van een flakkerende kaars. Zij had een tang om sardinenblikjes +open te breken in de eene knokkige hand, en in de andere hield zij +een bus Herakleophorbia, die zij zei te willen openen, of te sterven +in de poging. Zij spande zich onvermoeid in, terwijl door het uiterst +dunne beschot de stem van het kleine kind der Caddles klaagde. "'t Arme +schaap," zei juffrouw Skinner; en vervolgens, zich met haar eenigen +tand in de lip bijtend in een extase van vastbeslotenheid, zei zij: +"Hier d'r maar mee!" + +En een oogenblik later, "jap!" en een nieuwe voorraad van het Voedsel +der Goden werd vrijgelaten om zijn reuzengroeikracht de wereld in +te slingeren. + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +DE REUZEN-KINDEREN. + + +I. + +Voor een tijd tenminste moet de zich steeds uitbreidende kring van +de nog achtergebleven gevolgen op de Proef-Hoeve buiten ons verder +verhaal blijven--bijvoorbeeld hoe nog een tijd lang een reuzengroei +in fungus en paddestoel, in gras en onkruid voortwoekerde in dat +wel verkoolde doch niet geheel uitgewischte centrum. Ook kunnen +wij niet uitweiden over de geschiedenis van die twee kwijnende +vrijsters, de twee overlevende hennen; hoeveel bekijks zij hadden +en hoeveel verbazing zij verwekten, en hoe zij hunne verdere jaren +doorbrachten in ei-looze beroemdheid. De lezer, die haakt naar verdere +bijzonderheden omtrent deze dingen, verwijs ik naar de nieuwsbladen +van dien tijd--naar de ruime, niet al te kieskeurige kolommen van +den modernen boekstavenden Engel. Wij zullen ons verder bezighouden +met den heer Bensington ten tijde van deze verontrustende dingen. + +Hij was dan naar Londen teruggekeerd, en bemerkte dat hij plotseling +een zeer beroemd man was geworden. In één nacht was de geheele wereld +ten zijnen opzichte veranderd. Iedereen begreep hem. Het leek wel alsof +nicht Jeanne er alles van wist; de menschen op straat wisten er ook +alles van: de bladen eveneens alles en nòg méér. Zeer zeker was het +iets vreeselijks geweest nicht Jeanne onder de oogen te moeten komen, +doch toen het voorbij was, was het bij slot van rekening toch niet +zoo héél vreeselijk. + +Zelfs háár macht over feiten had grenzen; het was duidelijk, dat +zij met zichzelve te rade was gegaan en het Voedsel aangenomen had +als iets dat in de natuur der dingen lag. Ze nam een houding van +snauwende plichtmatigheid aan. Het was duidelijk, dat zij er haar +goedkeuring geenszins aan hechtte, doch zij verbood niets. Het is +mogelijk dat Bensington's vlucht, zooals zij die moet hebben opgevat, +haar vermurwd heeft, en het ergste wat zij deed, was hem met bittere +volharding op te passen onder voorwendsel van een verkoudheid die de +goede man niet gevat had, en van zijne vermoeidheid die hij reeds +lang vergeten was, en hem een nieuw soort hygiënisch heel-wollen +"combination" stel ondergoed te koopen dat even veel neiging vertoonde +om gedeeltelijk binnenste buiten te keeren en gedeeltelijk niet, en +waar hij, als afgetrokken mensch even moeilijk kon inkomen, als in +gezelschapskringen. En nog een tijdlang, en voor zoover dit gemak +hem ledigen tijd liet, ging hij voort een aandeel te nemen in de +ontwikkeling van dit nieuwe element in de menschelijke geschiedenis, +het Voedsel der Goden. + +De publieke opinie, die haar eigen, mysterieuze wetten van selectie +volgde, had hèm uitgekozen als den eenigen verantwoordelijken uitvinder +en bevorderaar van dit nieuwe wonder; zij wilde niets van Redwood +weten, en zonder protest stond het Cossar toe zijn natuurlijke neiging +te volgen en in een uiterst vruchtbare obscuriteit te verzinken. Vóór +hij bemerkte waar dit alles heen wilde, stond hij, om zoo te zeggen, +reeds stijf en ontleed op de schuttingen tentoongesteld. Zijn +kaalhoofdigheid, zijn eigenaardige roode kleur en zijn gouden bril +waren algemeen eigendom geworden. Vastberaden jonge mannen met groote, +er-duur-uitziende camera's en een air alsof zij er het volste recht toe +hadden, namen Bensington's verdieping in bezit gedurende korten, doch +zeer vruchtbaren tijd, lieten er plotseling helle lichten in schijnen, +die het huis nog dagen daarna met een dikken, ondragelijken stank +vervulden, en gingen dan weder heen om de bladzijden der periodieken te +vullen met hunne bewonderenswaardige kiekjes van den heer Bensington +ten voeten uit, en te huis zittend in op één na zijn beste jasje en +opengewerkte schoenen. Weer andere personen met resolute manieren, +van verschillende leeftijden en sexe, kwamen binnenvallen en verhaalden +hem allerlei dingen over Bom-Voedsel--het was Punch, die het goed het +eerst "Bom-Voedsel" noemde--en drukten later af wat zij gezegd hadden, +als zijn eigen origineele bijdrage in het interview. Het geval werd +Broadbeam, den populairen humorist, een ware bezetting. Hij rook weer +iets dat hij niet begrijpen kon, en tobde zich af in pogingen om het +geval door zijn moppen onbeduidend te doen schijnen. Men kon hem in +societeiten vinden, een grooten onbeholpen man, met de sporen van zijn +middernachtelijk werken bij een walmende olie-lamp op zijn ongezond +bleek gelaat afgedrukt, aan iedereen dien hij maar te pakken kon +krijgen, uitleggend: "Die wetenschappelijke mannetjes weet je, hebben +niet 't minste gevoel van Humor. Dat is 't. Deze wetenschap--vermoordt +het." Zijne grappen op Bensington werden kwaadwillige lasterschriften. + +Een ondernemend agentschap in couranten-uitknipsels zond Bensington +een lang artikel over hemzelven, geknipt uit een schelling's +weekblad, genaamd "Een nieuwe Terreur," en bood hem aan honderd van +dezelfde artikelen te leveren voor een tientje; en twee buitengewoon +bekoorlijke jonge dames, die hem geheel onbekend waren, bezochten hem, +en bleven, tot de onzeggelijke verontwaardiging van nicht Jeanne, +thee bij hem drinken, en zonden hem later hun verjaarsalbums om zijn +handteekening in te zetten. Hij was er spoedig aan gewend zijn naam +in één adem genoemd te zien met de meest onsamenhangende ideeën in +de publieke pers, en in de revues artikelen te ontdekken, handelend +over Bom-Voedsel en hemzelven, en geschreven op de meest familiare +wijze door lieden, waarvan hij nooit gehoord had. En welke verkeerde +denkbeelden omtrent het aangename van beroemdheid hij ook moge gevoed +hebben in de dagen toen hij nog onbekend was, deze werden zeer spoedig +en voor altijd gebannen. In het begin--Broadbeam uitgenomen--was de +toon der publieke opinie vrij van alle vijandelijkheid. Het leek het +publiek niet anders dan een speelsgewijze geopperde mogelijkheid, dat +er nog meer Herakleophorbia zou kunnen ontsnappen. En het scheen het +publiek niet in te vallen, dat de groeiende kleine groep kinderen, +die nu gevoed werden met het voedsel, binnen korten tijd meer "òp" +zouden groeien dan de meesten van ons ooit groeien. Waar het publiek +het meest plezier in had, waren Caricaturen van eminente politici "na +een kuur van Bom-Voedsel," het gebruikmaken van de Bom-Voedsel-idee op +schuttingen, en zulke stichtelijke teekeningen als van de doode wespen +die aan het vuur ontsnapt waren en van de nog overblijvende kippen. + +Verder dan dit keek het publiek liever niet, totdat er zeer +ijverige pogingen gedaan werden om aller oogen te vestigen op de meer +verwijderde gevolgen en zelfs toèn nog was de geestdrift om te handelen +nog maar betrekkelijk bij het publiek. "Er is altijd iets nieuws," zei +het publiek--een publiek dat zoo overvoerd was van nieuwigheden, dat +het zonder verbazing zoude aangehoord hebben, dat de aarde gespleten +was, zooals men een appel doorsnijdt, en dat zou gezegd hebben: +"'k Zou wel es willen weten wat "ze" hierna weer zullen beginnen." + +Doch er waren er een paar die buiten het publiek stonden, en die +reeds verder zagen, en enkelen, schijnt het, werden angstig van wat +zij daar zagen. Daar hadt je bijvoorbeeld de jonge Caterham, neef van +den graaf van Penterstone, en een van de meestbelovende Engelsche +politici, die, op gevaar af voor een leuteraar gehouden te worden, +een lang artikel schreef in de "Negentiende Eeuw en Daarna," om de +algeheele onderdrukking van het Voedsel voor te stellen. En dan was +er nog--in sommige stemmingen--Bensington zelf. + +"Ze schijnen niet te begrijpen--" zei hij tot Cossar. + +"Nee, dat doen ze ook niet." + +"En doen wij dat wel? Soms, als ik er aan denk wat het zeggen wil--dit +arme kind van Redwood--en, natuurlijk, joùw drie--misschien veertig +voet groot!... Mogen we, bij slot van rekening er wel mee doorgaan?" + +"Er mee doorgaan!" riep Cossar uit, schokkend van plompe verbazing, en +met hooger stem dan ooit. "Natúúrlijk ga je d'r mee door! Waar denk je +wel voor gemaakt te zijn? Om rond te slenteren tusschen je maaltijden?" + +"Ernstige gevolgen," gilde hij, "natúúrlijk! Enorm! Ligt voor de +hand--Ligt voor de hand. M'n goeie man, 't is de eenige kans die je +in je leven hebt op een ernstig gevolg! En nou wil je terug!" Een +oogenblik lang was hij sprakeloos van verontwaardiging. "'t Is +schànde!" zei hij eindelijk, en barstte nog eens nà los: "Schande!" + +Doch Bensington werkte nu in zijn laboratorium met meer emotie dan +lust. Hij kon niet zeggen of hij ernstige gevolgen in zijn leven +wenschte of niet; hij was een man met een kalmen smaak. Het was een +wondere ontdekking, natuurlijk, zeer wonderbaarlijk--maar--Hij was +reeds eigenaar geworden van verscheidene hectaren verschroeiden, te +slechter-faam bekend staanden grond bij Hickleybrow, tegen een prijs +van bijna f 1000 per are, en soms was hij geneigd ook dit als zùlk +een ernstig gevolg van speculatieve chemie te beschouwen, als een +man zonder eerzucht maar kon wenschen. Meer dan voldoening gevend, +ja, veel meer dan voldoening gevend was de roem, dien hij bereikt +had.--Doch de gewoonte van navorschen zat hem in het bloed... + +En soms, in sommige oogenblikken, zeldzaam voorkomende oogenblikken, +voornamelijk in het laboratorium, vond hij nu en dan nog iets anders +dan gewoonte en Cossar's argumenten om hem tot zijn werk aan te +zetten. In dezen kleinen gebrilden man, die, met zijn opengewerkte +schoenen om de pooten van zijn hooge kruk geslagen, zich hierop in +evenwicht hield, met de hand op het pincet zijner gewichtjes, placht +dan plotseling weder een lichtstraal van dat jeugd-visioen door te +breken, een momenteele visie van het eeuwig ontkiemen van het zaad +dat gezaaid was in zijn geest, en zag hij als het ware in de lucht, +achter de grotesque gedaanten en voorvallen van het heden, de komende +wereld van reuzen en al de machtige dingen die in de toekomst weggelegd +waren--vaag en schitterend, als een glanzend paleis dat plotseling +gezien wordt in een voorbijschietenden zonnestraal in de verte... En +een oogenblik later was het hem weer alsof die voorbijgaande glorie +zijn geest nooit beschenen had, en zag hij niets in de toekomst +dan sombere schaduwen, onmetelijke hellingen en donkere diepten, +onherbergzame wildernissen, koude, woeste en vreeselijke dingen. + + + +II. + +Temidden van de ingewikkelde en verwarde gebeurtenissen, de schokken +van de groote buitenwereld, die den heer Bensington zijn roem +bezorgden, trad een schitterende, en actieve figuur weldra op den +voorgrond--werd bijna, als het ware, een leider en heraut van deze +dingen, die Bensington als buiten de zaak omgaand toeleken. Dit was +dr. Winkles, die zelfbewuste jonge praktizeerende dokter, die reeds +in dit verhaal ten tooneele gevoerd is als het middel waardoor het +Redwood mogelijk werd het Voedsel zijnen zoon toe te dienen. Zelfs +vóor het algemeen uitbreken der gevolgen in Hickleybrow, was het +duidelijk, dat de geheimzinnige poeders die Redwood hem gegeven had, +de levendige belangstelling van dezen heer hadden opgewekt, en zoodra +de eerste wespen verschenen, bracht hij de dingen met elkaar in +verband. Hij behoorde tot het soort van dokters, die in manieren, +moraal, wijze van werken en voorkomen het best konden getypeerd +worden met het woord "opkomend." Hij was lang en blond, met een hard, +waakzaam, pedant, aluminium-kleurig oog, haar als aangemengde kalk, +regelmatige gelaatstrekken, met sterk ontwikkelde kaakspieren +en vierkanten gladgeschoren kin, recht van lijf en leden en met +flinken gang, vlug en zich op de hielen omdraaiend; hij droeg lange +gekleede jassen, zwart-zijden dassen en eenvoudige gouden manchet- +en boorden-knoopen en horloge-ketting, en zijn zijden hoeden hadden +een bijzonderen vorm en rand die hem er verstandiger en beter dan +iemand anders deden uitzien. Hij zag er even jong of oud uit als de +eerste de beste volwassene. En na dit eerste wondervolle uitbreken, +klampte hij zich aan Bensington en Redwood en het Voedsel der Goden +met zulk een overtuigend air van eigenaarschap vast, dat Bensington, +niettegenstaande het feit dat de pers het tegendeel verklaarde, soms +geneigd was hèm als den oorspronkelijken uitvinder van de geheele +zaak aan te zien. + +"Deze kleine ongelukjes," zei Winkles, toen Bensington een toespeling +maakte op de gevaren van verdere ontsnappingen, "deze kleine ongelukjes +hebben niets te beteekenen. Niets. De ontdekking is alles. Behoorlijk +uitgewerkt, zorgvuldig behandeld, verstandig gecontroleerd, en we +hebben iets heel gewichtigs gevonden in dit voedsel van "òns"... Maar +we moeten er een oogje op houden... We moeten het niet weer laten +ontglippen, en--we moeten het er niet bij laten zitten." + +En dit was hij voorzeker niet van plan te doen. Hij kwam nu bijna +elken dag bij Bensington. Als Bensington uit het raam keek, placht hij +de uiterst-correcte equipage Sloane-street te zien af komen draven, +en na een ongelooflijk korten tijd trad Winkles de kamer binnen met +lichten, veerkrachtigen tred, en vervulde haar met gerucht, haalde +het een of ander nieuwsblad uit den zak, voorzag Bensington van nieuws +en maakte opmerkingen. + +"Nou," placht hij te zeggen, zich in de handen wrijvend, "en schieten +we op?" en bracht met deze woorden het gesprek erop. + +"Zie je wel," zei hij bijvoorbeeld, "dat die Caterham over ons goedje +gesproken heeft op de Bijeenkomst van den Kerkelijken Bond?" + +"Goeie hemel!" zei Bensington, "dat is 'n neef van den eersten +minister, hè?" + +"Ja," zei Winkles, "een heel bekwame jonge man--werkelijk heel +bekwaam. Zijn hoofd staat hem heelemaal verkeerd, weet je, verwoed +reactionnair--maar op en top een handige vent, hoor. En 't schijnt +werkelijk alsof hij geld wil slaan uit ons goedje. Slaat een beslisten +toon aan. Praat over "ons" voorstel om het te gebruiken op de lagere +scholen--" + +"Ons voorstel om het te gebruiken op de lagere scholen!" + +"Ja, onlangs zei ik daar zoo iets over--zoo terloops--praatje +aan een Polytechnische. Probeerde 't duidelijk te maken, dat 't +goedje werkelijk veel goed kon doen. Niet in 't minst gevaarlijk, +niettegenstaande die kleine ongelukjes. Die kunnen onmogelijk weer +plaats hebben... Weet je, 't zóú werkelijk goed zijn voor--Maar nu +is hij er over aan 't praten gegaan." + +"Wat heb je dan gezegd?" + +"Och, enkele voor de hand liggende onbeduidende dingen. Maar zooals je +ziet--hij neemt het in vollen ernst op. Zegt dat er zonder dit ook al +geld genoeg verknoeid wordt aan de openbare scholen. Vertelt weer de +oude geschiedenissen over piano-lessen--weet je. Niemand, zegt hij, +wil de kinderen uit het volk verhinderen een opvoeding te genieten, +die overeenkomt met hun stand, maar door ze dergelijk voedsel te +geven, zou je hun besef van verhoudingen absoluut vernietigen. Heeft +'t onderwerp nog verder uitgewerkt. Welk nut heeft het, zegt hij, +arme lieden zes en dertig voet lang te maken? Hij gelooft werkelijk, +zie je, dat ze zes en dertig voet lang zullen worden." + +"Dat zouden ze ook," zei Bensington, "als je ze ons voedsel geregeld +gaf. Maar niemand heeft iets gezegd van--" + +"Jawel, ik zei iets." + +"Maar m'n beste Winkles--!" + +"Ze zullen natuurlijk nòg Grooter worden," viel Winkles hem in de rede, +met een air van "'k weet er alles van," en verachtelijk over de onrijpe +ideeën van Bensington heenloopend. "Ontegenzeggelijk Grooter. Maar +luister eens naar wat hij zegt! Zal het hen gelúkkiger maken? Dat is +de quaestie. Zullen ze meer eerbied hebben voor de over hen gestelde +machten? Is het wel billijk tegenover de kinderen zelf?" Grappig hoe +bezorgd lui van zijn slag zijn voor de rechtvaardigheid--voor zoover +het schikkingen in de toekomst betreft. Zelfs heden ten dage, zegt hij, +bedragen de kosten van kleeding en voeding meer dan menig ouder voor +zijn kinderen kan betalen, en als dit nieuwe wordt toegelaten!--He?" + +"Je ziet dat hij mijn terloops gegeven wenk tot een positief voorstel +maakt. En dan berekent hij verder hoeveel een broek zal kosten +voor een groeienden jongen van twintig voet ongeveer. Alsof hij +werkelijk geloofde--Honderd twintig gulden berekent hij, en dan is +nog alleen maar de naaktheid van den jongen bedekt. Grappige kerel, +die Caterham. Zoo concreet! En op den braven en hard-werkenden +belastingbetaler zal 't neerkomen, zegt hij. Hij zegt dat wij +rekenschap hebben te houden met de Rechten der Ouders. Hier staat het +allemaal. Twee kolommen. Ieder ouder heeft het recht zijne kinderen +groot te brengen naar zijn eigen lengte..." + +"Dan komt de quaestie van de inrichting der scholen, kosten van +vergroote banken en lessenaars voor ons tòch al tè zwaar belaste +Rijksscholenbudget. En wat krijg je dan nòg?--een proletariaat van +hongerige reuzen. En hij eindigt met een heel ernstige passage; hij +zegt dat, zelfs al komt er niets van dat alle perken overschrijdende +voorstel--ik greep 't zoo maar uit de lucht, moet je weten en heelemaal +verkeerd uitgelegd bovendien--van die scholen, dat dan de quaestie daar +nog niet mee uit is. Dit is een eigenaardig voedsel, zóo eigenaardig, +dat het bijna kwaadaardig lijkt. Het is roekeloos rondgestrooid--zoo +zegt hij--en niets waarborgt, dat het niet nogmaals zal worden +rondgestrooid. Als men er eenmaal van genomen heeft, is het gif, +tenzij men er mee doorgaat. ("Dat is het ook," zei Bensington). En om +kort te gaan, hij stelt voor een "Nationaal Genootschap ter Behoud +van de Normale Verhoudingen der Dingen" op te richten. Zot, he? En +heel veel lui voelen er veel voor. Maar wat denken ze te doèn?" + +Winkles haalde de schouders op en stak zijn handen uit. "Een +vereeniging vormen," zei hij, "en lawaai maken. Ze willen het onwettig +doen verklaren, dit Herakleophorbia te fabriceeren--of tenminste het +algemeen bekend maken van het bestaan ervan. Ik heb er een beetje +over geschreven naar dit en dat blad, om aan te toonen, dat Caterham's +begrip van de zaak schromelijk overdreven is--schròmelijk overdreven, +maar mijn geschrijf schijnt hem niet tegen te houden. Grappig, he, hoe +de menschen er zich tegen gaan kanten. En de Nationale Matigheids-Bond +heeft een afdeeling opgericht voor Matigheid in Groei." + +"Hm," zei Bensington en streek zich over den neus. + +"Na al wat er gebeurd is kan dat lawaai slecht uitblijven. Oppervlakkig +beschouwd is de quaestie werkelijk wat--onrustbarend." + +Winkles liep een tijdje de kamer op en neer, aarzelde en vertrok. + +Het was duidelijk, dat hij iets verborgen hield, iets dat op twee +manieren van belang voor hem was en dat hij nog niet wenschte te laten +zien. Op zekeren dag toen Redwood en Bensington samen op Bensington's +kamers zaten, liet hij even doorschemeren wat het was, dat hij in +reserve hield. + +"Hoe staan de zaken?" zei hij, zich in de handen wrijvend. + +"Wij zijn bezig een soort van rapport samen te stellen." + +"Voor het Koninklijk Genootschap?" + +"Juist." + +"Hm," zei Winkles, heel gewichtig doend, en ging naar het +haardkleed. "Hm. Maar--De quaestie is maar, mag je dat wel doen?" + +"Mogen we--wat?" + +"Mag je dat wel publiek maken?" + +"Wij leven niet meer in de middeleeuwen," zei Redwood. + +"Dat weet ik wel." + +"Zooals Cossar zegt, "kennis ruilen,"--dat is de ware wetenschappelijke +methode." + +"In de meeste gevallen wel, ja. Maar--Dit is een exceptioneel geval." + +"Wij zullen het Koninklijk Genootschap de geheele zaak behoorlijk +voorleggen," zei Redwood. + +Winkles kwam bij een latere gelegenheid hier op terug. + +"In veel opzichten is 't een merkwaardige uitvinding." + +"Dat verandert niets aan de zaak," zei Redwood. + +"Maar dit is een soort van wetenschap die heel licht aanleiding +kan geven tot ernstige misbruiken,--"tot ernstige gevaren,"--zooals +Caterham het uitdrukt." + +Redwood zei niets. + +"Zelfs achteloosheid, weet je--Als we een commissie van betrouwbare +lieden vormden om het vervaardigen van Bomvoedsel, Herakleophorbia +bedoel ik, te controleeren--zouden we kunnen--" + +Hij zweeg, en Redwood, met een heimelijk onaangenaam gevoel, deed +alsof hij de vraag in Winkles' woorden niet opmerkte. + +Buiten de vertrekken van Redwood en Bensington werd Winkles, +niettegenstaande de onvolledigheid van zijn kennis ervan, een leidend +autoriteit op het gebied van Bomvoedsel. Hij schreef brieven waarin hij +het gebruik ervan verdedigde; hij schreef korte stukjes en artikelen +waarin hij het nut ervan verklaarde; hij sprong op oogenblikken +dat het heelemaal niet te pas kwam op in de vergaderingen der +wetenschappelijke en medische genootschappen om erover te praten; +hij vereenzelvigde er zich mede. Hij gaf een pamflet uit, getiteld +"De waarheid omtrent Bomvoedsel," waarin hij het geheele voorval te +Hickleybrow nagenoeg tot niets reduceerde. Hij zei, dat het onzinnig +was te zeggen dat Bomvoedsel de menschen zeven en dertig voet lang zou +maken. Het "lag voor de hand," dat dit overdrijving was. Natuurlijk +zou het hen Grooter maken, maar meer niet... + +In dat intieme kringetje van twee zag men maar al te duidelijk, dat +Winkles dolgraag wilde helpen bij het maken van Herakleophorbia, en +helpen bij het corrigeeren van de proeven van het een of ander artikel +dat voorbereid werd over dit onderwerp, ja alles te doen waaruit hij +de bizonderheden van het vervaardigen van Herakleophorbia kon te weten +komen. Voortdurend vertelde hij hen beiden, dat hij voelde, dat het +"een Groot Ding" was, en dat er enorme mogelijkheden in verscholen +lagen. Als ze maar eerst op de een of andere manier ongestoord hun +gang konden gaan. En eindelijk vroeg hij op zekeren dag ronduit, +of ze hem niet zeggen konden hoe het gemaakt werd. + +"Ik heb nog es nagedacht over wat je zei," zeide Redwood. + +"Nu, en?" zei Winkles, plotseling oplevend. + +"Het is een soort van kennis die heel licht aanleiding zou kunnen +geven tot ernstige misbruiken." zei Redwood. + +"Maar ik zie niet in waar dat op slaat," zei Winkles. + +"'t Is tòch zoo," zei Redwood. + +Winkles dacht er een paar dagen over na. Toen kwam hij bij Redwood +en zei dat hij er aan twijfelde of hij aan Redwood's kleinen jongen +wel langer poeders mocht geven, waarvan hij niets wist; het leek hem +toe erg veel te hebben van lichtvaardig verantwoordelijkheid op zich +te nemen. Dit stemde Redwood tot nadenken. + +"Heb je gezien, dat de "Vereeniging tot Algeheele Onderdrukking van +Bomvoedsel" al verscheidene duizenden leden telt?" zei Winkles van +het onderwerp afstappend. + +"Ze hebben een petitie op touw gezet," zei Winkles. "En de jonge +Caterham zal haar de Kamer voorleggen. 't Gaat meenens worden, +hoor. Zij zijn bezig plaatselijke comité's te vormen om invloed +te oefenen bij verkiezingen. Zij wenschen het vervaardigen en het +in voorraad hebben van Herakleophorbia zonder speciale vergunning, +strafbaar te stellen, en het toedienen van Bomvoedsel--zoo noemen +ze het--aan eenig persoon onder de eenentwintig, als landverraad +aan te merken, met gevangenisstraf zonder boete. Maar er zijn nog +andere vereenigingen weet je. De "Vereeniging tot Behoud van de Oude +Lichaamsgrootte" wil den heer Frederic Harrison in den raad zien +te krijgen, zeggen ze. Je weet dat hij er een verhandeling over +geschreven heeft; hij zegt dat het absoluut niet harmonieert met +die Openbaring van het Menschelijk Geslacht die gevonden wordt in de +leeringen van Comte. Dat het iets is, dat zelfs de achttiende eeuw in +hare ergste tijden niet zou hebben kúnnen voortbrengen. De gedachte +aan dit Voedsel is nooit in het hoofd van Comte opgekomen--wat wel +een bewijs is, dat het werkelijk uit den booze is. Niemand, zegt hij, +die Comte werkelijk heeft begrepen..." + +"Maar je wilt toch niet zeggen--" zei Redwood, die van schrik over +zijn verachting voor Winkles heenraakte. + +"Nou, ze zullen dat nu allemaal wel niet doen," zei Winkles. "Maar +de publieke opinie is nu eenmaal de publieke opinie, en stemmen zijn +stemmen. Iedereen kan wel zien dat jullie een lastig ding in de wereld +geschopt hebt. En het menschelijk instinct stelt zich onmiddellijk +tegenover dingen die de rust verstoren. + +"Niemand schijnt te gelooven in Caterham's denkbeeld van menschen +van zeven en dertig voet lang, die geen kerk of vergaderlokaal +kunnen binnenkomen, of eenig andere maatschappelijke of menschelijke +inrichting. Maar toch zijn ze er niet zoo heel gerust op. Ze zien +wel dat dit iets is,--iets dat meer is dan een gewone ontdekking--" + +"Dat zit er in iedere ontdekking," zei Redwood. + +"Hoe dan ook, ze worden--schichtig. Caterham zeurt maar steeds over +wat er gebeuren kàn, als het weer losbreekt. Ik herhaal telkens en +telkens weer dat het dat niet zàl, en dat 't dat niet kàn. Maar--je +staat er voor!" + +En hij liep een tijd lang lawaaiërig in de kamer op en neer, alsof +hij het onderwerp van het geheim weder wilde op de proppen brengen, +bedacht zich en ging heen. + +De beide geleerden keken elkaar aan. Een tijdlang spraken alleen +hunne oogen. + +"In het ergste geval," zei Redwood, met gemaakt-kalme stem, "zal ik +het Voedsel mijn kleinen Teddy eigenhandig toedienen." + + + +III. + +Slechts enkele dagen na dit gesprek, sloeg Redwood, zijn courant +open en zag, dat de Eerste Minister een "Koninklijke Commissie ter +onderzoek van Bom-Voedsel" had toegezegd. Dit deed hem, met de courant +in de hand, naar Bensington's kamer snellen. + +"Ik geloof, dat Winkles de zaak aan het bederven is. Hij maakt +het Caterham gemakkelijk. Hij praat er al maar over en wat het nog +uitwerken zal, en jaagt de menschen vrees aan. Als hij zoo doorgaat, +geloof ik vast dat hij onze navorschingen onmogelijk zal maken. Zelfs +zoo als de zaken nu staan--met dit gedoe over mijn kleinen jongen--" + +Bensington zei dat hij wenschte dat Winkles er mede ophield. + +"Heb je wel opgemerkt, dat hij de gewoonte heeft aangenomen het +Bomvoedsel te noemen. Ik mag dien naam niet," zei Bensington, over +zijn bril heenkijkend. + +"Maar 't drukt precies uit wat 't is--voor Winkles." + +"Waarom blijft hij er zich toch zoo voor interesseeren. Hij is de +uitvinder toch niet!" + +"Ja, ik begrijp 't ook niet," zeide Redwood. "Maar al is hij de +uitvinder niet, iedereen is toch mooi op weg te denken, dat hij +'t wel is. Niet dat 't er véél op aankomt, hoor!" + +"Maar als deze domme, belachelijke agitatie--eens--ernstig wordt," +begon Bensington. + +"Mijn kleine jongen kan er niet meer buiten," zei Redwood. "Ik zie +niet in wat me ànders te doen staat. In 't ergste geval--" + +Een licht bonzend geluid duidde de komst van Winkles aan. Hij stond +plotseling midden in de kamer, zich in de handen wrijvend. + +"Ik zag graag, dat je in 't vervolg aanklopte," zei Bensington, +kwaadaardig over de gouden randen van zijn bril kijkend. + +Winkles putte zich uit in excuses. Toen wendde hij zich tot +Redwood. "Goed dat je hier bent," begon hij, "de quaestie is--" + +"Heb je gelezen van die Koninklijke Commissie?" viel Redwood hem in +de rede. + +"Ja," zei Winkles, van zijn stuk gebracht. "Ja." + +"Wat is jouw opinie daarover?" + +"Uitstekend iets," zei Winkles. "Moèt een eind maken aan al dit +lawaai. Licht laten schijnen over de geheele zaak. Caterham zijn +mond snoeren. Maar daarom ben ik niet hierheen gekomen, Redwood. De +quaestie is--" + +"Ik moet zeggen, dat ik niet erg òp heb met die Koninklijke Commissie," +zei Bensington. + +"Ik kan je verzekeren, dat dàt zaakje in orde is, hoor. Ik kan je wel +zeggen--ik geloof niet dat 't een misbruik van vertrouwen is--dat ik +er hoogst waarschijnlijk zitting in zal nemen--" + +"H'm," zei Redwood, in het vuur starend. + +"Ik zal dat zaakje wel in orde brengen. Ik kan het in de eerste plaats +volkomen duidelijk maken, dat het goedje zeer wel in bedwang te houden +is, en ten tweede, dat er wel een wonder zou moeten gebeuren als die +quaestie te Hickleybrow nog eens voor zou vallen. Dat is wat ze noodig +hebben, een verzekering van iemand die het weten kan. Natuurlijk zou +ik met meer zelfvertrouwen kunnen spreken als ik wist--Maar dat zeg +ik maar zoo, hoor. En nu dat ik toch hier ben, wou ik je meteen wel +even raadplegen in een ander zaakje. Ahem. De quaestie is--nu--Ik +verkeer in een kleine moeilijkheid en jij kunt me daaruit helpen." + +Redwood trok de wenkbrauwen op, en was heimelijk verheugd. + +"De quaestie is--zeer confidentieel." + +"Ga voort," zei Redwood. "Je kunt op me vertrouwen." + +"Nu dan, onlangs is er een kind onder mijn behandeling gesteld--het +kind van--van een Verheven Personage." + +Winkles kuchte. + +"Nou, nou, je raakt mooi op weg," zei Redwood. + +"Ik moet bekennen, dat het grootendeels te danken is aan jouw +poeders--en de reputatie van mijn succes met je kleine jongen--'t Is +waar, ik kan het niet verhelen, de publieke opinie is erg tegen het +gebruik ervan. En toch merk ik, dat onder de meer intellectueele--Je +moet niet te hard van stapel loopen met dergelijke dingen--langzaam +aan. En toch, in het geval van Hare Doorluchtig--ik bedoel dit nieuwe +patientje van mij. Feitelijk kwam het voorstel van haar vader, of ik +zou nooit--" + +Het kwam Redwood voor dat hij niet goed wist, hoe zich te houden. + +"Ik dacht dat je er aan twijfelde of het wel raadzaam was deze poeders +te gebruiken," zei Redwood. + +"O, die twijfel was van voorbijgaanden aard." + +"Je bent toch niet van plan er mee uit te scheiden--" + +"Wat jouw kleine jongen betreft? Beslist niet!" + +"Voor zoover ik er kijk op heb, zou ik 't tenminste als moord +beschouwen." + +"Nee, en voor de wereld zou 't óók niet gaan er mee op te houden." + +"Je zult de poeders hebben, hoor," zei Redwood. + +"Je zoudt me zeker niet kunnen zeggen--" + +"Nee, nee," zei Redwood. "Er bestaat geen recept. Vergeef mij +m'n openhartigheid, Winkles, maar probeer 't maar niet uit me te +krijgen. Ik zelf zal je de poeders maken." + +"Misschien nog wèl zoo goed," zei Winkles, na Redwood een oogenblik +strak te hebben aangekeken--"misschien nog wèl zoo goed." En +vervolgens: "ik kan je verzekeren dat ik er absoluut niets tegen heb." + + + +IV. + +Toen Winkles weg was, kwam Bensington op het haardkleed staan en zag +op Redwood neer. + +"Hare Doorluchtigheid!" merkte hij op. + +"Hare Doorluchtigheid!" zei Redwood. + +"Het is de prinses van Weser Dreiburg!" + +"Niet verder dan een nicht in den derden graad." + +"Redwood!" zei Bensington, "'t is natuurlijk gek dat ik 't zeg, +maar--geloof je dat Winkles 't begrijpt?" + +"Wat?" + +"Wàt het is dat wij gemaakt hebben." + +"Zou hij werkelijk begrijpen," zei Bensington, zijn stem latende +dalen, en zijn blik op de deur gericht houdend, "dat in de Familie--de +Familie van zijn nieuwe patiente--" + +"Ga door," zei Redwood. + +"Die altijd een beetje onder--onder--" + +"De middelbare lengte?" + +"Juist. En zoo bijzonder tactvol onberoemd als hij is op elk mogelijk +gebied, gaat hij nu een koninklijk personage te voorschijn brengen--een +te langzaam groeiend koninklijk personage--van diè grootte. Weet je, +Redwood, ik ben er niet zeker van of er niet iets bijna--verraderlijks +in schuilt...." + +Hij wendde zijn oogen van de deur naar Redwood. + +Redwood maakte een gebaar--met gestrekten wijsvinger--in de richting +van het vuur. "Bij den hemel!" zei hij, "hij weet 't níét!" + +"Die man," zei hij, "weet nièts. Dat was reeds zijn meest tergende +eigenschap als student. Letterlijk niets. Hij kwam door al zijn +examens, hij had al zijn feiten bij elkaar--en hij had evenveel +kennis als een draaiende boekenplank waarop de "Times Encyclopedie" +staat. En nù weet hij nog evenmin iets. Hij is Winkles en niet in +staat om werkelijk iets in zich op te nemen en te verwerken, wat +niet in onmiddellijk verband staat met zijn oppervlakkig, pedant +eigen-ik. Alle verbeeldingskracht ontbreekt hem en als een gevolg +daarvan, is hij ongeschikt voor kennis. Niemand kan zonder juist diè +ongeschiktheid, door zooveel examens komen, en zoo goed gekleed gaan, +en zooveel succes hebben als dokter. Dat is de geheele quaestie. En +niettegenstaande alles wat men hem verteld, en wat hij gehoord en +gezien heeft, heeft hij nòg geen vaag begrip van wat hij aan den gang +gebracht heeft. Hij heeft een goed zaakje aan de hand, dat hij opkweekt +met Bomvoedsel, en de een of ander heeft hem die koninklijke baby in +handen gespeeld. En het feit, dat Weser Dreiburg over eenigen tijd +zal staan voor het reuzen-probleem van een dertig en idem zooveel +voet lange prinses, is niet alleen niet in zijn hoofd opgekomen, +maar kòn het ook niet--kòn het ook niet." + +"'t Zal een ontzettende herrie geven," zei Bensington. + +"Ja, binnen een jaar of zoo al." + +"Zoodra ze zien dat het kind al maar blijft dóórgroeien." + +"Tenzij zij, zooals dat doorgaans in dergelijke kringen gedaan wordt, +'t doodzwijgen." + +"'t Is anders wel wat véél om stil te houden." + +"Ja, nog al!" + +"'t Zal me benieuwen wat ze zullen doen?" + +"Zij dòèn nooit iets--Koninklijke tact." + +"Maar ze moeten toch ièts doen." + +"Misschien dat zij dat wel zullen doen." + +"O, Heer, ja." + +"Zij zullen haar achterbaks houden. Dat is meer gebeurd." + +Redwood barstte in een onbedaarlijk gelach uit. + +"Het overtollige koningskind--de niet te stuiten baby met het IJzeren +Masker!" zei hij. + +"Ze zullen haar in den hoogsten toren van het oude kasteel Weser +Dreiburg moeten zetten, en gaten in de plafonds maken, naarmate zij +van verdieping tot verdieping groeit!"... + +"Nu, ik verkeer in 't zelfde geval. En Cossar en zijn drie jongens +net zoo. En--nu ja." + +"'n Ontzettende herrie zal dat geven," herhaalde Bensington, niet +mede lachend. "Ontzettend." + +"Ik vertrouw dat je de quaestie goed overdacht hebt, Redwood. Maar +weet je zeker dat 't niet wijzer zoude zijn Winkles te waarschuwen, +jouw kleine jongen er langzamerhand zien af te brengen--en--ons te +vergenoegen met de Theoretische Overwinning die we behaald hebben?" + +"Ik wou waaràchtig dat je eens een half uur doorbracht in mijn +kinderkamer als het Voedsel een beetje laat is," zei Redwood, met +een ongeduldigen klank in zijn stem, "dan zou je wel anders praten, +Bensington. Bovendien--stel je voor, Winkles waarschuwen!... Nee +hoor! De opkomende vloed van deze quaestie heeft ons onverhoeds +overvallen en of we bang zijn of niet--we zullen moèten zwemmen!" + +"Ja, daar zal wel niet anders opzitten," zei Bensington, naar zijn +teenen starend. "Ja, we moeten zwemmen. En jouw jongen zal moeten +zwemmen en Cossar's jongens--hij heeft het aan alle drie gegeven. Niets +halfs in Cossar--alles of niets. En Haar Doorluchtigheid. En al het +verdere. Wij gaan voort met het Voedsel te maken." + +"Cossar ook. Wij zijn pas in den dageraad van het begin, Redwood. Het +is duidelijk, dat er allerlei dingen volgen zullen. Monsterachtig +groote dingen. Maar ik kan me ze niet goed voorstellen, +Redwood. Behalve--" + +Hij keek vorschend naar zijn nagels. Toen keek hij Redwood aan met +zachte oogen door zijn bril. + +"Ik geloof half en half," waagde hij te zeggen, "dat Caterham gelijk +heeft. Soms. Het zal wèrkelijk de normale afmetingen der dingen +omverwerpen. Het zal in de plaats komen van--Ja, wat zal het niet +verplaatsen?" + +"Wat het ook doet," zei Redwood, "mijn kleine jongen moet het Voedsel +hebben." + +Zij hoorden iemand vlug tegen de trap optuimelen. Toen stak Cossar zijn +hoofd om de deur. "Hallo!" zei hij, toen hij hun gelaatsuitdrukking +zag en binnenkomend: "Wel?" + +Zij vertelden hem de quaestie met de prinses. + +"Moeilijk geval?" merkte hij op. "Geen quaestie van. Zij zal +groeien, jouw jongen zal groeien. Al de anderen waaraan je 't gaf, +zullen groeien. Alles. En hard ook. Waar steekt het moeilijke van de +zaak? Alles in orde, hoor. Een kind kan je dat zeggen.... Waar zit +de moeilijkheid?" + +Zij trachtten hem dat duidelijk te maken. + +"Er niet mee doorgaan!" gilde hij bijna. "Maar--! Jullie staat +machteloos. Daar ben jelui voor op de wereld. Daar is Winkles +voor. Alles in orde, hoor! Heb me dikwijls verwonderd waar Winkles +eigenlijk voor was. Nù ligt 't voor de hand. Herrie. Natúúrlijk. Dingen +in de war brengen? Zal àlles in de war brengen. En eindelijk zal het +àlle menschelijke aangelegenheden omverwerpen. Helder als de dag, +niet waar! Ze zullen probeeren 't tegen te houden, maar ze zijn er te +laat bij. Dat zijn ze meestal. Jullie gaat er mee door en verspreidt +er zoo veel van als je maar kunt. Dank God dat hij je ergens voor +gebruiken wil!" + +"Maar de strijd die er uit volgen moet!" zei Bensington, "de +spanning! Ik weet niet of je je wel een denkbeeld gevormd hebt--" + +"Jij behoorde de een of andere stronk groente geweest te zijn, +Bensington," zei Cossar--"dat moest je. Iets dat groeide op een +kunstrotsje in 'n tuin. Daar zit je nu, wonderbaarlijk geformeerd, +en jij denkt dat 't eenige waar je voor op aarde bent, is om hier +en daar wat om te hangen en je malen te gebruiken. Denk je dat deze +wereld gemaakt is voor ouwe wijven om wat in te luiwammissen? Maar +hoe dan ook, jelui staat er machteloos tegenover--je moèt er wel +mede doorgaan." + +"Ik vertrouw 't ook," zei Redwood. "Langzaam." + +"Neen!" zei Cossar, met een geweldigen kreet. "Neen! Maak er zooveel +van als je kunt en zoo vlug je maar kunt. Strooi het overall" + +Hij werd geïnspireerd tot een vlaag van geestigheid. Hij parodieerde +een van Redwood's kromme lijnen met een breeden zwaai omhoog van +zijn arm. "Redwood!" zei hij, om zijn beweging duidelijker te maken, +"maak het Zoo!" + + + +V. + +Er schijnt een lengte-grens te zijn voor moedertrots, en deze werd +in mevrouw Redwood's geval bereikt, toen haar spruit de zesde +maand van zijn aardsch bestaan volbracht, zijn uiterst soliede +bassinet-kinderwagen in elkaar deed zakken, en thuis gebracht werd op +den melkwagen. De jonge Redwood woog te dien tijde vijf en negentig en +een half pond, mat acht en veertig duim in de lengte en kon ongeveer +zestig pond opbeuren. Hij werd naar de kinderkamer boven gedragen door +de keukenmeid en de werkmeid. Na deze gebeurtenis was ontdekking nog +slechts een quaestie van dagen. Op zekeren middag kwam Redwood uit +zijn laboratorium thuis en vond zijn ongelukkige vrouw verdiept in de +boeiende bladzijden van "Het Machtige Atoom," [4] en toen zij hem zag, +legde zij haar boek terzijde, liep driftig op hem toe en barstte in +tranen uit, terwijl zij tegen zijn schouder leunde. + +"Zeg mij toch wat je aan hem gedaan hebt," klaagde zij. "Zeg me toch +wat je gedaan hebt." + +Redwood vatte haar hand, en leidde haar naar de sofa, terwijl hij +nadacht hoe hij zich het best verdedigen kon. + +"O, 't is niets, lieve," zei hij; "'t is niets hoor. Je bent alleen +wat overspannen. 't Komt door dien goedkoopen kinderwagen. Ik heb een +man, die altijd achter een ziekenstoel loopt, besteld om morgen hier +te komen met iets stevigers." + +Mevrouw Redwood keek hem door haar tranen heen aan over de punt van +haar zakdoek. + +"Een baby in een ziekenstoel?" snikte zij. + +"Nu, waarom niet?" + +"Dan is het net of hij kreupel is." + +"Als een jonge reus, lieve, en je hoeft je heusch niet over hem +te schamen." + +"Je hebt iets aan hem gedaan, Dandy," zei zij. "Ik kan het aan je +gezicht zien." + +"Nu, in ieder geval heeft hij toch niet opgehouden te groeien," +zei Redwood harteloos. + +"Ik wist het wel," zei mevrouw Redwood en frommelde haar zakdoek tot +een bal in haar eene hand. Zij keek hem plotseling streng aan. "Wat +heb je aan ons kind gedaan?" + +"Wat is er dan met hem?" + +"Hij is zoo groot. 't Is een monster." + +"Onzin. Hij is zoo recht van lijf en leden en zoo gladjes als je maar +wenschen kunt. Wat is er dan met hem?" + +"Zie dan toch eens hoe groot hij is." + +"O, dat is volkomen in orde. Kijk liever eens om je heen naar die +kleine, sukkelende kinderen van anderen. Hij is de flinkste baby--" + +"Hij is tè flink," zei mevrouw Redwood. + +"Dat gaat zoo niet door," zei Redwood geruststellend, "'t is zoo maar +een groeischeut." + +Maar hij wist zeer goed, dat het wèl zou doorgaan. En dat deed het +dan ook. Toen deze baby een jaar oud was, waggelde hij heen en weer, +juist een duim onder de vijf voet lang, en woog honderd vijftien pond; +hij was inderdaad even groot als een cherubin in de Sint Pieters "in +Vaticano", en zijn speelsche greep naar het haar en de gelaatstrekken +der bezoekers werd het onderwerp van den dag in West-Kensington. Zij +hadden een invalide-stoel om hem naar boven en beneden te dragen +naar zijn kinderkamer, en zijn speciale ziekenzuster, een stevig +jong vrouwspersoon die juist haar proeftijd achter den rug had, +ging met hem wandelritten doen in een Panhard-ziekenstoel-auto van +8 paardekracht, in staat heuvels van een hoek van vijftien graden te +beklimmen, en speciaal gemaakt ten zijnen dienste. Het was in ieder +opzicht gelukkig dat Redwood bij zijn professorschap nog verstand +van dergelijke dingen had ook. Als men over den schok van de enorme +grootte van den kleinen Redwood heen was, zoo hebben wij lieden die +hem dagelijks langzaam Hyde-Park zagen rond-tuf-tuffen hooren zeggen, +was hij een wonder-vroolijke en lieve baby. Hij schreeuwde zelden en +behoefde niet gesust te worden. Doorgaans omklemde hij een grooten +ratel, en soms riep hij onder het voorbijgaan de omnibus-koetsiers +en de politie-agenten langs den weg buiten het hek toe met "Dadda" +en "Babba!" op een sociaaldemocratische manier. + +"Daar gaat dat groote kind, dat met Bomvoedsel gevoed wordt," zei de +omnibus-koetsier dan. + +"Ziet er gezond uit," zei de passagier, die naast hem op den bok zat. + +"Opgevoed met de flesch," legde de koetsier dan uit. "Ze zeggen +dat er zoowat vier liter ingaat, en dat ie speciaal voor 'm gemaakt +moest worden." + +"'Eel gezond kind, 'oe dan ook," besliste de passagier voorop. + +Toen mevrouw Redwood tot het besef kwam, dat de groei onbepaald en +logisch voortging--en dit deed ze werkelijk voor de eerste maal +toen de motor-kinderwagen voor de deur reed--gaf ze toe aan een +wilde smart. Ze verklaarde, dat ze nooit weder in de kinderkamer +wilde komen, dat ze wenschte dat ze dood was, en dat haar kind dood +was, dat iedereen dood was, wenschte dat ze Redwood nooit getrouwd +had, dat ze niemand getrouwd had, en trok zich in haar eigen kamer +terug, waar zij gedurende drie dagen bijna uitsluitend van kippesoep +leefde. Toen Redwood kwam om haar tot andere gedachten te brengen, +gooide zij met de sofakussens, weende en bracht haar haar in wanorde. + +"O, hij is zoo gezond als een visch," zei Redwood. "Waarachtig, hij +is er niet slechter aan toe omdat hij groot is. Je zoudt toch niet +willen, dat hij kleiner was dan de kinderen van anderen?" + +"Ik wil dat hij nèt is als andere kinderen, niet kleiner en niet +grooter. Ik had gehoopt dat hij een aardig klein ventje zou worden, +net als Georgina Phyllis een aardig klein meisje is, en ik wilde hem +grootbrengen zoodat hij lief werd, en kijk nù eens"--en de stem van +de ongelukkige vrouw brak weder--"hij draagt schoenen van nummer vier +voor volwassenen, en wordt rondgereden door--boeboe!--Petroleum! Ik +kan hem nooit liefhebben," klaagde zij. "Hij is me tè groot! Ik kan +nooit een moeder voor hem zijn, zooals ik had willen zijn!" + +Doch eindelijk kregen ze haar er toe naar de kinderkamer te gaan, +en daar zat Edward Monson Redwood ("Pantagruel" was pas later zijn +bijnaam) te schommelen in een speciaal versterkten hobbelstoel, en +glimlachte en zeide "yoe en wou." En het hart van mevrouw Redwood +ging weder uit naar haar kind, en zij nam hem in haar armen en weende. + +"Ze hebben iets aan je gedaan," snikte zij, "en je zult al maar +doorgroeien, liefje, maar wat ik voor je kan doen om je fatsoenlijk +groot te brengen, dat zàl ik doen, wat je vader er ook van mag zeggen." + +En Redwood, die geholpen had haar naar de deur te brengen, ging erg +verlucht de gang af. + +("Hè, maar 't is een min zaakje een man te zijn--tegenover vrouwen +tenminste!") + + + +VI. + +Vóór er een jaar verstreken was, waren er, behalve Redwood's +pionier-voertuig, een heel aantal motor-kinderwagens te zien in het +westen van Londen. Men heeft mij verteld, dat er wel zeven waren; doch +een zeer nauwkeurig onderzoek wijst uit, dat er slechts zes waren in de +Hoofdstad te dien tijde. Het scheen dat het goedje verschillend werkte +op verschillende constituties. In het begin leende Herakleophorbia zich +niet tot inspuiten, en het is boven allen twijfel verheven dat er een +groot aantal menschelijke wezens niet in staat zijn deze stof in zich +op te nemen en op de normale wijze te verteren. Het werd bijvoorbeeld +gegeven aan den jongsten zoon van Winkles; doch hij schijnt even weinig +in staat geweest te zijn tot groeien, als,--zoo Redwood tenminste +gelijk had--, zijn vader tot kennis in zich opnemen. Weer anderen +werden er, volgens de "Vereeniging tot Algeheele Onderdrukking van +Bomvoedsel," op de een of andere onverklaarbare wijze door verdorven, +en stierven reeds in het begin aan kinderkwaaltjes. De jongens van +Cossar namen het in zich op met verbazingwekkende gulzigheid. + +Natuurlijk komt iets als dit nooit in het leven van een mensch met +absolute eenvoudigheid van toepassing; groei, in het bijzonder, +is een ingewikkeld iets, en alle generalisaties moeten uit den aard +der zaak een weinig onnauwkeurig zijn. Doch de algemeene regel van +het Voedsel leek dèze te zijn: dat als het organisme het in zich kòn +opnemen op de een of andere manier, het dit in alle gevallen nagenoeg +even sterk stimuleerde. Het vermenigvuldigde het groeicijfer van zes +tot zeven malen, en daar bòven ging het niet, hoeveel van het Voedsel +ook verder genomen werd. Te groote hoeveelheden van Herakleophorbia, +toegediend boven het noodige minimum, leidden, zooals men bevond, +tot ziekelijke storingen in de spijsverteringsorganen, tot kanker en +gezwellen, beenverhardingen en dergelijke. En als de groei eenmaal +op groote schaal begonnen was, bleek het weldra dat men er slechts op +denzelfden voet mede kon doorgaan, en dat het onafgebroken toedienen +van kleine doses Herakleophorbia dringend noodig was. + +Hield men er mede op, terwijl de groei nog in gang was, dan vertoonde +zich eerst een onbestemde rusteloosheid en benauwdheid, dan een +tijdperk van abnormaal veel eten,--zooals in het geval der jonge +ratten te Hankey--en dan kreeg het groeiende wezen een soort van +erge bloedarmoede, ging kwijnen en stierf. Planten leden op een +dergelijke wijze. Doch dit alles was alleen toepasselijk op het +groei-tijdperk. Zoodra de mannelijke staat bereikt was--in planten +openbaarde zich dit door de vorming van de eerste bloemknoppen--werd +de behoefte aan, en de lust naar Herakleophorbia minder, en zoodra +de plant of het dier volkomen volwassen was, hield alle behoefte aan +elken verderen toevoer van het Voedsel op. De plant of het dier was +dan als het ware geheel gevormd op de nieuwe basis. Het was zoo gehéél +hiernaar gevormd dat, zooals de distels van Hickleybrow en het gras aan +den duinkant reeds gedemonstreerd hadden, het zaad van dit dier of deze +plant reuzen-nakomelingschap voortbracht, even groot als de ouders. + +En het duurde niet lang of de kleine Redwood, pionier van het nieuwe +geslacht, en het eerste kind van allen dat het voedsel at, begon in +de kinderkamer rond te kruipen, meubels te breken, te bijten als een +paard, te knijpen als een nijptang en reuzen-babytaal te stamelen +tegen zijn "paatje," en "maatje," en tegen zijn tamelijk onthutsten +en van ontzag vervulden vader, die dit kwaad in de wereld geschopt had. + +Het kind was geboren met goede voornemens. "Padda zoet zijn, zoet +zijn," placht hij te zeggen, terwijl alles wat maar breekbaar was +voor hem uit vloog. "Padda" was zijn overzetting van Pantagruel, den +bijnaam dien Redwood hem gegeven had. En Cossar, zich niet storend aan +eenige Oude Oorkonden die hem zeer spoedig in moeilijkheden brachten, +ging, na een conflict met de plaatselijke bouw-verordening, op een +braakliggend stuk grond, dat grensde aan Redwood's huis, aan het +bouwen van een heerlijke, goed-verlichte speelkamer, schoollokaal +en kinderkamer voor hun vier jongens--zestig voet in het vierkant, +en veertig voet hoog. + +Redwood vatte een ware passie op voor deze groote kinderkamer terwijl +hij en Cossar haar bouwden, en zijne belangstelling in kromme lijnen +ging aan het tanen, zooals hij nooit gedroomd had dat zij kòn tanen, +en maakte plaats voor belangstelling in de dringende behoeften +van zijn zoon. "Er zit heel wat in het behoorlijk in orde brengen +van een kinderkamer. Heel wat. De wanden, de dingen die er in zijn, +dit alles zal tot onzen nieuwen geest spreken, hier een beetje meer, +daar een beetje minder welsprekend, en hem al of niet duizenderlei +dingen leeren." + +"Ligt voor de hand," zei Cossar, haastig naar zijn hoed grijpend. + +Zij werkten eenstemmig samen, doch Redwood zorgde voor het grootste +gedeelte der opvoedkundige theorie die noodig was... Zij lieten de +wanden en het houtwerk verven met prettige, heldere kleuren; voor +het meerendeel voerde een, door een andere kleur wat warmer gemaakt, +wit den boventoon, doch er waren ook strepen heldere zuivere kleur +om de eenvoudige lijnen der constructie beter te doen uitkomen. "We +moèten zuivere kleuren hebben," zei Redwood, en liet op een plaats +een aardigen horizontalen rand ruiten aanbrengen, waarin purper en +karmozijn, oranje en geel, blauw en groen prijkten. Deze ruiten moesten +de reuzen-kinderen schikken en herschikken naar eigen genoegen. "Er +moeten versieringen volgen," zei Redwood; "laat ze eerst de rij +van al de tinten in hun hoofd prenten, dan kan dit weg. Er is geen +reden waarom wij hen zouden doen overhellen naar een bepaalde kleur +of dessin." + +Vervolgens zei Redwood: "Het lokaal moet overal voor hen belangwekkende +dingen bevatten. Belangstelling is voedsel voor een kind en leegheid +kwelling en verhongering. Hij moet massa's prenten hebben!" Er +werden geen vaste prenten opgehangen in het vertrek, doch blanco +lijsten werden aangebracht, waarin steeds nieuwe afbeeldingen konden +gezet worden en van daar in een portefeuille gelegd, zoodra hunne +belangstelling erin begon te tanen. Er was één venster van waaruit +men de geheele lengte eener straat kon afzien, en dan had Redwood, om +hunne belangstelling nog te verhoogen, boven op het dak der kinderkamer +een camera obscura aangebracht, die uitzag op Kensington High Street +en op een deel van het Kensington Park. + +In een hoek wachtte dat waardige werktuig, een rekentafel,--vier voet +in het vierkant, een speciaal versterkt stuk ijzer met afgerande +hoeken--, de eerste rekensommen der jonge reuzen. Er waren weinig +wollen lammeren en dergelijke speeldingen, doch inplaats hiervan had +Cossar op zekeren dag, zonder verderen uitleg, met drie vigilanten +een groot aantal speeldingen aangebracht (allen natuurlijk net iets te +groot om doorgeslikt te worden door de kinderen); deze dingen konden +worden opgestapeld, op rijen gerangschikt, in het rond gegooid; er +kon in gebeten worden, er waren er die konden klepperen en ratelen, +die tegen elkaar geslagen konden worden, die ze konden bevoelen, +uittrekken en opendoen, sluiten en verminken en proeven op nemen tot +in het oneindige. Er waren veel blokken hout in verschillende kleuren, +ovale en kubieke, blokken van glanzend porcelein, blokken doorschijnend +glas en blokken gomelastiek; er waren leien en griffels; kegels en +afgeknotte kegels, en verlengde spheroïden, ballen van verschillende +grondstof, massieve en holle, veel doozen van verschillende grootte en +vorm, met hengsel-deksels en deksels die er op moesten vastgeschroefd +worden, en een paar om op slot te draaien; er waren riemen van leer +en van elastiek, en een aantal grove en stevige voorwerpen, alle +even groot, die stevig konden staan, en de gedaante van een mensch +voorstelden. "Geef ze deze," zei Gossar. "Eén tegelijk." + +Deze dingen schikte Redwood in een kist in een hoek. Langs den eenen +wand in het vertrek, op een behoorlijke hoogte voor een zes- of acht +voet lang kind, was een bord, waarop de kinderen konden teekenen met +wit en gekleurd krijt, en daar dichtbij een soort teeken-bloknoot, +waarop zij met houtskool konden teekenen, en dan was er een kleine +lessenaar, voorzien van groote timmerman's potlooden van verschillende +hardheid en een ruime voorraad papier, waarop de jongens eerst konden +krabbelen en daarna netter konden teekenen. En bovendien bestelde +Redwood, (want zóóver liep zijne verbeelding vooruit) bijzonder +groote tuben verf en verfdoozen, tegen den tijd dat zij noodig zouden +zijn. Hij sloeg een vat modelleer-klei in. "Eerst zullen hij en zijn +leeraar tezamen modeleeren," zei hij, "en als hij wat meer kent, +zal hij gipsen en misschien dieren namaken. En à propos, ik moet ook +een kist met gereedschap voor ze laten maken!" + +"En dan nog boeken. Ik zal 'n massa boeken moeten uitzoeken, en wat +'n druk zal dàt moeten zijn. Wat genre van boeken zullen ze noodig +hebben? Hun verbeelding moet gevoed worden. Want deze is bij slot van +rekening toch maar de kroon van alle opvoeding. De kroon--zooals +gezonde gewoonten van geest en leven de troon zijn. Heelemaal +geen verbeelding staat gelijk met een dierlijken staat; een lage +verbeelding is wellust en lafheid; doch een edele verbeelding is God +die weder op aarde wandelt. Zij moeten ook droomen van een heerlijk +sprookjesland en van al de typische kleine dingen van het leven, als +ze zoover zijn. Doch hoofdzakelijk moeten zij hun geest voeden met de +heerlijke werkelijkheid; zij zullen verhalen hebben van reizen, de +geheele wereld door, reizen en avonturen, en hoe de wereld veroverd +werd. Zij zullen dierengeschiedenissen hebben, groote, duidelijke, +prachtige boeken over dieren en vogels, planten en kruipende wezens, +groote boeken over de eindeloosheden der lucht en de mysteriën der zee; +ze zullen de geschiedenis en kaarten hebben van al de rijken, die de +wereld heeft zien komen en gaan, afbeeldingen en verhalen van al de +stammen en de gewoonten en gebruiken der menschen. En dan nog moeten +ze boeken en prenten hebben om hun schoonheidsgevoel te ontwikkelen, +fijne Japansche afbeeldingen, om hen de fijnere schoonheid van vogel +en bloemenrank te doen liefhebben, en ook westersche afbeeldingen, +van mooigevormde mannen en vrouwen, lieve groepeeringen, en wijde +vergezichten van land en zee. Zij zullen boeken hebben van huizen en +paleizen; zij zullen zelven vertrekken ontwerpen en steden uitdenken"-- + +"Ik denk ze een klein theater te geven." + +"En dan is er de muziek nog!" + +Redwood dacht hier over na, en besloot dat zijn zoon het beste deed +te beginnen met een zuiver-klinkend harmonicon van één octaaf, dat +misschien later kon vergroot worden. "Hiermee zal hij eerst spelen, +er bij zingen en namen aan de noten geven," zei Redwood, "en daarna--?" + +Hij keek op naar de vensterbank daarboven, en mat de grootte van het +vertrek met zijn oog. + +"Ze zullen zijn piano hierbinnen in elkaar moeten zetten," zei +hij. "Haar in stukken hier binnenbrengen." + +Hij bleef nog wat wijlen tusschen zijne voorbereidende maatregelen, +en leek temidden van al deze grootheid een peinzende, donkere, kleine +gestalte. Als ge hem daar hadt kunnen zien, zou hij u een tien-duims' +mannetje hebben toegeleken temidden van gewone kinderkamer-dingen. Een +groot dekkleed--in werkelijkheid was het een Turksch tapijt--van +vierhonderd vierkante voet, en waarop de jonge Redwood weldra zou +rondkruipen, strekte zich uit tot den met een rooster afgeschutten +electrischen radiator, die het geheele gebouw verwarmen zou. Een van +Cossar's mannen hing heel hoog tusschen de palen van een steiger, om de +groote lijst op te hangen waarin de te verwisselen schilderijen zouden +geschoven worden. Een vloeiboek voor plantensoorten, zoo groot als een +huisdeur, leunde tegen den wand, en uit dit boek stak een reusachtige +stengel, een rand van een blad en een bloem van het vogelkruid, allen +van die reusachtige grootte die Urshot weldra beroemd zoude maken, +de geheele botanische wereld door... + +Een soort van ongeloovigheid beving Redwood, terwijl hij temidden +dezer dingen stond. + +"Als het werkelijk doorgáát--" zei hij, naar het plafond daàr heel +hoog starend. + +Uit de verte kwam een geluid, als het loeien van een Mafficking stier, +alsof het een antwoord op zijne gedachten was. + +"Blijkbaar gaat alles nog geregeld zijn gang," zei Redwood. Er volgden +dreunende slagen op een tafel, gevolgd door een luiden kraaienden kreet +"Goeloe, Boezoe! Bzz...." "'t Beste wat ik doen kan," zei Redwood, +een anderen gedachtengang volgend, "is dat ik zelf hem onderwijs." + +Het geklop werd hoe langer hoe heviger. Een oogenblik lang leek het +Redwood alsof er 't rythme inkwam van het dreunen eener machine--als +de machine van een zwaren langen trein van gedachten die op hem +afkwamen. Toen verbrak een opeenvolging van lichtere vluggere slagen +dezen gedachtengang, en werd eenige malen herhaald. + +"Binnen," riep hij uit, bemerkend dat er iemand tikte, en de deur die +groot genoeg voor een kathedraal was, ging langzaam een eindje open. De +nieuwe kruk hield op te knarsen en Bensington verscheen in den kier, +goedaardig glimlachend onder zijn sterk-uitkomende kaalhoofdigheid +en over zijn bril. + +"Ik heb 't er maar es op gewaagd om es te komen zièn," fluisterde hij, +op vertrouwelijken toon. + +"Kom binnen," zeide Redwood, en dit deed hij, terwijl hij de deur +achter zich sloot. + +Hij kwam naar Redwood toe met de handen op den rug, deed een paar +stappen en gluurde naar boven met een vogelachtige beweging van den +hals. Hij streek zich nadenkend over de kin. "Telkens als ik binnen +kom," zei hij op ingehouden toon, "treft het me als--"Groot". + +"Ja," zei Redwood, zijn oog eveneens nog eens over alles latend dwalen, +alsof hij trachtte den zichtbaren indruk vast te houden. "Ja, gróót +zullen ze worden, daar kun je van op aan." + +"'k Geloof het ook," zei Bensington, met iets bijna eerbiedigs in +zijn stem. "Héél groot." + +Zij keken elkander aan, bijna angstig. + +"Ja, héél groot," zei Bensington, zich over den rug van zijn neus +strijkend, en met één oog Redwood twijfelachtig aankijkend, alsof +hij verwachtte op zijn gelaat nog een bevestiging te zien zijner +eigen woorden. "Allemaal--vrééselijk groot. 't Is me alsof ik 't me +niet kan voorstellen--zelfs al zie ik dit--hoe groot ze allemaal wel +zullen worden." + + + + + +HOOFDSTUK V. + +HET IN HET NIET VERDWIJNEN VAN DEN HEER BENSINGTON. + + +I. + +Het was in den tijd toen de Koninklijke Commissie tot onderzoek van het +Bomvoedsel haar rapport opmaakte, dat Herakleophorbia werkelijk begon +te laten zien hoe geschikt het was om ergens uit te lekken. En deze +te vroege uitbarsting kwam des te ongelegener, tenminste van Cossar's +standpunt, omdat de schets van het rapport, die nog bestaat, aantoont +dat de commissie, onder voogdijschap van dat hoogstbekwame lid, Doctor +Stephen Winkles (Lid van het Koninklijk Genootschap, Medicinal Doctor, +Vrederechter, Litterarum Doctor enz.) er reeds eenstemmig over was, +dat dergelijke toevallige ontsnappingen onmogelijk waren, en gereed +was te verklaren dat zoo men de contrôle erover in handen stelde +van een bevoegde commissie (vooral Winkles), met een onbeperkte +contrôle over den verkoop ervan, dit meer dan voldoende was om aan +alle redelijke bezwaren, die geopperd konden worden tegen de vrije +verspreiding ervan, te gemoet te komen. Het comité zou een onbeperkt +monopolie hebben. En zonder twijfel moet het beschouwd worden als +een deel van de ironie des levens, dat de eerste en ernstigste dezer +tweede serie van ontsnappingen plaats greep op nog geen vijftig pas +van een klein landhuis in Kent, dat voor de zomermaanden door dokter +Winkles betrokken was. + +Er kon geen twijfel meer aan bestaan, dat Redwood's weigering om +Winkles in te wijden in de samenstelling van Herakleophorbia IV, +in laatstgenoemden heer een hem tot dan toe vreemde en hevige +belangstelling had gewekt voor analytische chemie. Hij was geen +erg zaakkundige werker, en juist hierdoor zag hij waarschijnlijk +kans om te werken, niet in de uitstekend uitgeruste laboratoria +in Londen, die ter zijner beschikking waren, doch zonder iemand te +raadplegen, en steelsgewijze, in een klein laboratorium, dat in een +verwaarloosd tuintje van zijn huis te Keston stond. Hij schijnt bij +zijne onderzoekingen geen al te groot blijk van energie of groote +bekwaamheid gegeven te hebben; ja, het is slechts al te duidelijk, +dat hij zijn onderzoek opgaf, na er met tusschenpoozen gedurende een +maand aan gewerkt te hebben. + +Dit tuin-laboratorium, waarin hij werkte, was zeer elementair +uitgerust, voorzien van een standpijp met water, dat afliep door +een pijp, die uitkwam in een drassigen, met biezen afgezetten poel +onder een elzenstruik in een afgelegen hoekje van de weide, die zich +aan de andere zijde van den heg bevond. De pijp was gebarsten en het +overblijfsel van het Voedsel der Goden ontsnapte door de scheur in +een kleinen plas, te midden van bosjes biezen, juist vóór het ontwaken +der lente. + +Het leven in dat vuile, kleine hoekje was uit zijn winterslaap +ontwaakt. Er dreef kikkerdril, sidderend van donderpadjes, die juist +door hun geleiachtig omhulsel braken; er waren kleine waterslakken +die uitkropen; en onder den groenen bast van het riet, deden de +larven van den grooten waterkever al hun best om uit hunne eieren +te komen. Ik weet niet of de lezer de larven kent van den kever, die +(ik weet niet waarom) Dytiscus genoemd wordt. Zoo'n tor is een geleed, +vreemd beest, erg gespierd, en plotseling in haar bewegingen, en heeft +de gewoonte om met haar kop naar beneden te zwemmen, met haar staart +uit het water; zij is zoo lang als het bovenste lid van een mannenduim, +en misschien nòg langer--wel twee duim (dat wil zeggen, diè torren, +die niet van het Voedsel gegeten hebben)--en zij heeft twee scherpe +kaken die vóór haar kop samenkomen--cylinder-vormige kaken met scherpe +punten,--waardoor zij 't bloed harer slachtoffers opzuigt... De eerste +wezens die de ronddrijvende kruimels van het Voedsel te pakken kregen, +waren de donderpadden en de kleine waterslakken; de kleine kronkelende +donderpadden in het bijzonder, kregen er veel trek in, toen zij er +eenmaal den smaak van beet hadden. + +Doch nauwelijks begon er een van hen een in het oog loopende positie te +bereiken in dat kleine donderpaddenwereldje, en een kleinen broeder of +zoo te nuttigen als aanvulling van een vegetarisch diëet, of kip! daar +sloeg een van de Tor-larven haar kromme bloedzuigende scharen in zijn +hart, en met dien rooden stroom ging Herakleophorbia IV, in een staat +van oplossing of ontbinding, in het organisme van een nieuwen cliënt +over. Het eenige, dat, naast deze monsters, nog iets van het Voedsel +kon te pakken krijgen, was het riet en het slijmerige groene schuim +op het water en de pas ontkiemde waterplanten in de modder op den +bodem. Een schoonmaak van de studeerkamer kort daarop, wiesch een +nieuwen vloed van het Voedsel in den poel, deed hem overstroomen, +en voerde deze geheele onheilspellende vermeerdering in den strijd om +het bestaan naar den aangrenzenden poel onder de wortels van den els... + +De eerste die ontdekte wat er gaande was, was een zeker heer Lukey +Carrington, buitengewoon leeraar in de natuurwetenschappen onder +de Londensche Commissie van Onderwijs en, in zijn vrijen tijd, +specialiteit in zoetwaterplanten, en zeer zeker behoeven wij hem zijn +ontdekking niet te benijden. + +Hij was van Keston Common gekomen om dien dag een aantal proef-buizen +te vullen om later te onderzoeken, en hij kwam met, zeg een dozijn, +gekurkte buisjes die zacht tegen elkaar klingelden in zijn zak, over +den zanderigen heuveltop heen en zoo naar den poel, met den stok +in de hand. Een tuinjongen, die op de bovenste trede der keukentrap +stond en de heg van dokter Winkles aan het knippen was, zag hem in +dit weinig bezochte hoekje, en vond hem en zijn bezigheid genoegzaam +onverklaarbaar en interessant om hem nauwkeurig na te gaan. + +Hij zag den heer Carrington zich voorover buigen naar den poel, +met zijn hand tegen den stam van den ouden els, en in het water +gluren, doch natuurlijk kon hij de verrassing en het genoegen niet +apprecieeren, waarmede de heer Carrington de groote, ongewoon-lijkende +knobbels en slingers der waterplanten op den bodem gadesloeg. Er +waren geen donderpadden meer te zien--die waren nu allen gedood--en +het schijnt, dat de heer Carrington niets ongewoons zag dan den +buitengewoon weelderigen plantengroei. Hij stroopte zijn mouw op +tot den elleboog, boog zich voorover, en stak den arm in het water +om een exemplaar te bemachtigen. Zijn tastende hand ging steeds +lager. Onmiddellijk schoot er iets uit de koele schaduw onder +de boomwortels. Bliksemsnel had het zijn scharen diep in zijn arm +begraven--een bizarre gedaante was het--een voet en meer lang, bruin +en geleed als een schorpioen. + +De leelijke verschijning en de plotselinge, scherpe pijn die de beet +veroorzaakte, deden den heer Carrington het evenwicht verliezen. Hij +voelde dat hij van den oever afgleed en gilde luid. Daar ging hij +met zijn gezicht vooruit, plas! den poel in. + +De jongen zag hem verdwijnen en hoorde hem spartelen in het water. Hij +zag den ongelukkige weder bovenkomen, zonder hoed, druipend van het +water en gillend! + +De jongen had nog nooit te voren een màn hooren gillen. + +Het leek wel alsof deze verbazingwekkende vreemde aan iets rukte aan +den kant van zijn gezicht. Er vertoonden zich daar strepen bloed. Hij +stak zijn armen op als in wanhoop, sprong in de lucht als een bezetene, +liep razend tien of twaalf pas, viel toen op den grond en rolde al +maar rond, tot de jongen hem niet meer zien kon. De jongen was in een +oogwenk van de trap af en door de heg--gelukkig met de heggeschaar +nog in de hand. Hij zegt, dat, toen hij bezig was door de bremstruiken +te dringen, hij half en half zin had om terug te gaan, daar hij bang +was met een krankzinnige te doen te hebben, doch het bezit van de +heggeschaar stelde hem gerust. "Als ie me wat had willen doen, kon ik +'m altijd in z'n oogen gestoken hebben," legde hij uit. Zoodra de +heer Carrington hem zag, begon hij zich te gedragen als iemand die +wèl bij zinnen, doch wanhopig is. Hij krabbelde op de been, wankelde, +stond op en kwam naar den jongen toe. + +"Kijk es!" riep hij, "ik kan ze er niet afkrijgen!" + +En met een rilling van ontzetting zag de jongen dat er aan de wang +van den heer Carrington, aan zijn blooten arm en aan zijn dij, en +verwoed slaand met hunne lenige bruine gespierde lichamen, zich drie +van deze afschuwelijke larven hadden vastgeklemd, met hunne groote +haken diep in zijn vleesch, en zich vastzogen alsof 't om hun leven +ging. Zij hielden zich vast als buldoggen en de pogingen van den heer +Carrington om de monsters van zijn gezicht los te maken, hadden tot +eenig resultaat, dat hij het vleesch waaraan het beest zich vastgehecht +had, afscheurde, en zijn gelaat, hals en jas met levend purper bedekte. + +"'k Zal em d'r afknippe'; hou je goed, meneer." + +En met het behagen, dat jongens op dien leeftijd in dergelijke dingen +scheppen, scheidde hij de koppen der aanvallers van den heer Carrington +een voor een van hunne lichamen. "Yoep," zei de jongen met een beetje +benauwd gezicht, telkens als er een voor hem neerviel. En zelfs toèn +nog was hun greep zoo vast en taai, dat de afgesneden koppen nog een +tijdlang woest bleven toebijten en zuigen, terwijl het bloed achter +uit hun halzen stroomde. Doch de jongen maakte hier een eind aan met +nog een paar happen van zijn schaar--waarvan de heer Carrington zelf +er ook nog een mee kreeg. + +"Ik kon ze er niet afkrijgen!" herhaalde Carrington en bleef een +tijdje lang staan, wankelend en hevig bloedend. Hij bette met slappe +handen zijne wonden en keek naar zijn handpalmen. Toen zonken zijn +knieën onder hem uit en hij viel voorover zoo lang als hij was voor +de voeten van den jongen in zwijm, tusschen de nog steeds opspringende +lichamen zijner verslagen vijanden. Gelukkig viel het den jongen niet +in water op zijn gezicht te sprenkelen,--want er waren nog meer van +deze monsters onder de wortels van den els--, en inplaats hiervan ging +hij om den vijver heen, den tuin door, om hulp te halen. En daar kwam +hij den tuinman-koetsier tegen en vertelde hem het geheele geval. + +Toen zij samen den heer Carrington weder bereikten, zat hij op, +versuft en zwak, doch met genoeg bewustzijn om hen te waarschuwen +voor het gevaar in den poel. + + + +II. + +Dusdanig waren de omstandigheden, waardoor de wereld voor de tweede +maal bemerkte, dat het Voedsel weder losgebroken was. Binnen een week +was Keston Common in volle werking, en werd wat de natuurkundigen +een "verspreidings-centrum" noemen. Ditmaal waren er geen wespen +of ratten, geen oorwormen en geen netels, doch er waren tenminste +drie water-spinnen, verscheidene larven van waterjuffers, die +weldra zelf waterjuffers werden, en geheel Kent verblindden met +hun zwevende saffier-kleurige lichamen; en dan was er nog een vieze, +gelei-achtige vegetatie, die over den rand van den vijver heengroeide, +en zijn glibberige groene massa's halverwege het tuinpad naar dokter +Winkles' huis opstuwde. En er begonnen reuzen-biezen, en equisetum en +potamogeton te groeien, die eerst gestuit werden toen zij den vijver +hadden doen opdrogen. + +Het werd het publiek spoedig duidelijk, dat er ditmaal niet één +verspreidings-centrum was doch een heele màssa centrum. Er was er +een te Ealing--dat lijdt nu geen twijfel meer en hieruit ontstonden +de vliegen- en de roode spinnenplaag; er was er een te Sunbury, +die vraatzuchtige palingen voortbracht, die aan land konden komen, +en schapen doodden; en er was er een te Bloomsbury, die de wereld +een nieuw ras van kakkerlakken van een vreeselijke soort gaf, +welke met allerlei ander gespuis een oud huis in Bloomsbury +bewoonden. Plotseling, zonder voorteekenen, stond de wereld weer +tegenover al de verschijnselen van Hickleybrow, met allerlei vreemde +buitensporig-vergrootte monsters, (die men tot nu toe als doodgewone +onschadelijke dieren gekend had), inplaats van de reuzen-hennen, +ratten en wespen. + +Ieder centrum brak uit met zijn eigen karakteristieke plaatselijke +fauna en flora... + +Wij weten nu, dat elk van deze centra in verband stond met een +der patienten van dokter Winkles, doch dit was niet bekend te +dien tijde. Dokter Winkles was de laatste om onder verdenking +te vallen. Natuurlijk ontstond er een paniek, een woedende +verontwaardiging, doch tegen het Voedsel en nog niet zoozeer tegen het +Voedsel als wel tegen den ongelukkigen Bensington, wien de publieke +verbeeldingskracht van het begin af hardnekkig had beschouwd als de +eenige persoon die voor deze nieuwe zaak aansprakelijk was. + +De poging om hem te lynchen, die volgde, is niet meer dan een van die +plotselinge uitbarstingen van volkswoede welke in de geschiedenis zoo +menigvuldig voorkomen, en die in werkelijkheid wel de onbelangrijkste +aller gebeurtenissen zijn. + +De geschiedenis van dezen opstand is in het duister gehuld. De groote +massa van de menigte kwam ongetwijfeld uit een Anti-Bomvoedsel Meeting +in Hyde-Park, georganiseerd door drijvers van Caterham's partij, +doch er schijnt niemand geweest te zijn die het eerst voorstelde, +en niemand die ook maar doelde op de gewelddadigheid waaraan zooveel +menschen meededen. Het is een probleem voor den heer Gustave le Bon +[5]--een mysterie in de psychologie der menigten. Het blijkt dat des +Zondagsmiddags tegen drie uur een merkwaardig groote en kwaadaardige +Londensche menigte, die niet meer te regeeren was, Thursday Street kwam +afstroomen, bedacht op des heeren Bensington's exempleerlijken dood +als afschrikwekkend voorbeeld voor alle wetenschappelijke navorschers, +en dat deze menigte dichter bij het volvoeren van haar plan kwam dan +eenig andere menigte ooit gekomen is sedert de hekken van Hyde-Park +omver gehaald werden in de ver achter ons liggende tijden van het +midden van Victoria's regeering. Deze menigte kwam zelfs zoo dicht +bij haar doel, dat gedurende een uur een enkel woord het lot van den +ongelukkigen Bensington zou beslist hebben. + +Hij bemerkte het eerst wat er gaande was aan het rumoer dat het volk +buiten maakte. Hij ging naar het venster en gluurde naar buiten, niet +bevroedend wat hem boven het hoofd hing. Een minuut lang misschien zag +hij het aan hoe de menigte zich om den ingang verdrong, een dozijn +politieagenten die haar den weg versperden, uit den weg ruimend, +vóór hij ten volle de rol begreep die hij in de zaak speelde. Toen +ging hem plotseling een licht op en begreep hij dat die brullende, +deinende menigte het op hem gemunt had. Hij was geheel alleen op de +verdieping--misschien gelukkig nog--daar zijn nicht Jeanne naar Ealing +op de thee was bij een familielid van moeder's kant, en hij had even +weinig begrip hoe zich onder dergelijke omstandigheden te gedragen, als +van de etiquette van den Dag des oordeels. Hij was bezig door de kamers +te hollen, aan de meubelen vragend wat hij beginnen moest, sleutels +in sloten omdraaiend en ze dan weder ontsluitend, naar deur, raam en +slaapkamer vliegend--toen de beambte van de verdieping binnenkwam. [6] + +"Geen oogenblik te verliezen, meneer," zei hij. "Ze hebben uw nummer +gevonden op het bord in den gang! Ze komen recht hier naar toe!" + +Hij sleepte den heer Bensington mee den corridor op, die reeds +weerklonk van het naderend tumult op de groote trap, draaide de deur +achter hen op slot en ging Bensington voor naar de tegenoverliggende +kamers, die hij binnenging door middel van een duplicaat sleutel. + +"Dat is onze eenige kans nog," zei hij. + +Hij wierp het venster open dat uitkwam op een ventilatie-koker en +vanuit dit venster zagen zij dat in den muur een rij krammen op +gezetten afstand onder elkaar waren geslagen die een zeer ruwe en +gevaarlijke ladder vormden, welke als brandladder moest dienen om +uit de bovenste verdiepingen te komen. Hij duwde den heer Bensington +zachtjes het raam uit, toonde hem hoe hij zich vast moest houden, en +kwam achter hem de ladder op, hem in zijne beenen porrend en prikkend +met een bos sleutels zoodra hij even met klimmen ophield. Het leek +Bensington soms of hij die verticale ladder verder tot in alle +eeuwigheid zou moeten blijven beklimmen. Boven, was de goot nog +onbereikbaar ver--'t leek wel een mijl--; beneden--Hij durfde niet +denken aan wat er beneden wachtte. + +"Vooruit!" riep de klerk, en pakte hem bij den enkel. Het was +vreeselijk zoo bij den enkel gepakt te worden en de heer Bensington +greep de ijzeren kram boven zich zóó stevig beet alsof hij op 't punt +was te verdrinken, en slaakte een onderdrukten kreet van angst. + +Het bleek dat de klerk een ruit ingedrukt had, en toen leek het hem +alsof hij zijdelings een enorm eind gesprongen was, en toen drong het +geluid van een venster, dat neergeschoven werd tot zijn besef door. Hij +brulde allerlei dingen. De heer Bensington wendde voorzichtig het hoofd +tot hij den klerk kon zien. "Kom zes treden naar beneden," beval deze. + +Al dit beweeg leek hem erg dwaas toe, maar heel, heel behoedzaam liet +hij toch een voet zakken. + +"Niet trekken!" riep hij uit, toen de klerk hem wilde helpen vanuit +het open venster. + +Het leek hem toe dat het bereiken van het raam van de ladder af een +heel respectabel feit zou zijn voor een vliegenden vos, en het was +meer met het idee van een fatsoenlijken zelfmoord, dan in de hoop hem +te volbrengen, dat hij den stap eindelijk waagde en de klerk heesch +hem meedoogenloos naar binnen. + +"U zult hier moeten blijven," zei de klerk; "mijn sleutels helpen +hier niet. 't Is een Amerikaansch slot. Ik zal naar buiten gaan en +de deur achter me dichtslaan, en zien of ik 't mannetje van deze +verdieping kan vinden. U zult zoolang opgesloten moeten blijven. 't +Eenigste is, ga niet naar 't raam. 't Is de kwaadaardigste menigte +die ik ooit gezien heb. Als ze maar eerst denken dat u uit is, zullen +ze zich waarschijnlijk wel tevreden stellen met uw boeltje in mekaar +te slaan--" + +"De indicator wees "Tehuis" aan," zei Bensington. + +"Dat zal je de drommel halen! In ieder geval, ze moeten mij hier +niet vinden--" + +Hij verdween, de deur achter zich dichtslaand. + +Bensington was weder aan zijn eigen initiatief overgelaten. En dit +initiatief dreef hem onder het bed. Daar werd hij een oogenblik later +gevonden door Cossar. + +Bensington was bijna versuft van angst toen hij gevonden werd, want +Cossar had de deur met zijn schouder ingeloopen door er van den +overkant van den gang op toe te springen. + +"Kom er onderuit, Bensington," zei hij. "'t Is goed volk. Ik ben 't. We +moeten zien hier vandaan te komen. Zij steken het huis in brand. De +portiers gaan er allemaal vandoor. De bedienden zijn al weg. 't Is +gelukkig dat ik den man, die van dit zaakje afwist, te pakken kreeg." + +"Kijk es hier." + +Toen Bensington onder het bed uit gluurde, zag hij eenige zonderlinge +kleedingstukken over Cossar's arm hangen, en wat het belachelijkste +van alles was, een zwarten vrouwenmuts in diens hand! + +"Ze zoeken het heele huis af," zei Cossar. "Als ze het niet in brand +steken, komen ze beslist hierheen. Troepen kunnen er niet binnen een +uur zijn. Vijftig percent "Hooligans" [7] onder de menigte, en hoe +meer gemeubileerde kamers ze binnenkomen, hoe meer ze den smaak er +van beet zullen krijgen. Ligt voor de hand... Trek dezen rok aan en +zet dien muts op, Bensington, en snij uit met mij." + +"Bedoel je--?" begon Bensington, een hoofd onder het bed uitstekend, +op de manier van een schildpad. + +"Ik bedoel, maak er wat mee voort, en kom mee." + +En met plotselinge heftigheid trok hij Bensington onder het bed +uit, en begon hem zelf aan te kleeden als een oud vrouwtje uit het +volk. Hij sloeg zijn broek op, liet hem zijn pantoffels uittrekken, +deed zijn boord, das, jas en vest uit, schoot een zwarten rok over +zijn hoofd en deed hem een rood-flanellen keurslijf aan en een lijf van +dezelfde stof. Hij liet hem zijn al te karakteristieken bril afzetten +en drukte hem de muts vast op het hoofd. "Je kondt waarachtig als +ouwe vrouw geboren zijn," zei hij, terwijl hij de linten der muts +onder Bensington's kin samenbond. Toen kwamen de elastieke laarzen +aan de beurt--een pijnlijk getrek voor de likdorens--en de shawl, +en de vermomming was voltooid. + +"Loop es op en neer," zei Cossar, en Bensington gehoorzaamde. + +"'t Zal gaan," zei Cossar. + +En in deze vermomming, onbeholpen struikelend over zijn ongewone +rokken, en een vloed van vrouwelijke verwenschingen doend neerdalen op +zijn eigen hoofd, met een schrille falsetto om in zijn rol te blijven, +en temidden van het brullen eener menigte die er op uit was om hem te +lynchen, kwam de oorspronkelijke ontdekker van Herakleophorbia IV, den +corridor der Chesterfield-Mansions af, midden tusschen die verwoede +wanordelijke menigte, en verdween aldus geheel van het tooneel der +gebeurtenissen die ons verder verhaal vormen. + +Na deze ontsnapping bemoeide hij zich nooit weder met de +wonderbaarlijke ontwikkeling van het Voedsel der Goden, dat het eerst +aan hem zijn ontstaan te danken had. + + + +III. + +Het mannetje dat de geheele zaak op touw zette, verdwijnt uit deze +geschiedenis en na eenigen tijd verdween hij heelemaal uit de wereld +der zichtbare en vertelbare dingen. Doch omdat bij de zaak aan den +gang bracht, lijkt het mij niet meer dan billijk, aan zijn uitvaart +een extra bladzijde te wijden. Gij kunt hem u wel voorstellen in later +tijd, zooals Tunbridge Wells hem leerde kennen. Want te Tunbridge +Wells dook hij weder op, na een tijdelijke verdwijning, zoodra hij ten +volle begreep hoe voorbijgaand, hoe exceptioneel en onbeduidend die +oproerige woede der menigte was. Hij verscheen weder onder de hoede +van nicht Jeanne, om zijn geschokt zenuwgestel te restaureeren, en +hiervoor werden alle verdere belangen terzijde gesteld. Hij scheen ook +volkomen onverschillig te zijn geworden voor den strijd die toen juist +woedde om deze nieuwe centra van verspreiding, en voor de Kinderen +van het Voedsel. + +Hij nam zijn intrek in het Mount-Glory Hydro-Geneeskundig Hotel, +dat werkelijk bijzonder goed ingericht is op het gebied van +gecarbonneerde Baden, Creosoot-Baden, Galvanische en Faradische +Baden-Behandeling, Massage, Dennen-Baden, Stijfsel- en Kervel-Baden, +Radium-Baden, Licht-Baden, Hitte-Baden, Zemel- en Naalden-Baden, Teer- +en Vogeldons-Baden--alle mogelijke soorten van baden; en hij gaf al +zijn denken aan de ontwikkeling van dat systeem van geneeskundige +behandeling, dat nog niet volmaakt was toen hij stierf. En soms reed +hij in een huurrijtuig, met een met zeehondenleer gevoerde jas naar de +Pantiles, of als zijne voeten het hem permitteerden liep hij er ook +wel heen, en dan slurpte hij daar ijzerhoudend water onder toezicht +van nicht Jeanne. + +Zijn gebogen schouders, zijn roode gezicht, zijn schitterende bril, +dit alles werd een van de typische dingen van Tunbridge Wells. Niemand +was ook maar in het minst onvriendelijk tegen hem, en het plaatsje +en het Hotel schenen zelfs erg met zijne tegenwoordigheid vereerd te +zijn. En hoewel hij liever den verderen loop zijner uitvinding niet +volgde in de dagbladen, was het, als hij de Promenade vóór het Hotel +overstak, of de Pantiles afliep, en hij hoorde fluisteren "dat is +'em, dat is 'em!"--toch geen ontevredenheid die een zachter trek om +zijn mond bracht en een oogenblik in zijn oog schitterde. + +Deze kleine figuur, deze heel kleine gestalte, zond het Voedsel der +Goden de wereld in! Men weet werkelijk niet wat verbazingwekkender +is, de grootheid of de kleinheid dezer mannen der wetenschap en +filosofie. Ge ziet hem voor u, op de Pantiles, in den met bont +gevoerden overjas. Hij staat onder dat steenen kozijn waar de fontein +opspringt, en houdt het glas met ijzerhoudend water, waaruit hij nu en +dan een teug neemt, in de hand. Eén helder oog is, over den vergulden +rand van zijn bril gevestigd op nicht Jeanne, met onverbiddelijke +strengheid. "Mm," zegt hij en slurpt. + +En wij maken ons souvenir voor hem, in deze houding, zóó richten wij +onze camera op hem, en "nemen" dezen ontdekker voor de laatste maal, +en laten hem achter, als een spikkel op onzen voorgrond, en gaan +verder naar het grootere schilderij dat zich om hem gevormd heeft, +naar het verhaal van zijn Voedsel, hoe de verspreide Reuzen-Kinderen +met den dag grooter werden en opgroeiden temidden eener wereld die +zóóveel te klein voor hen was, en hoe het net der Bomvoedsel-wetten, +en Bomvoedsel-conventies die de Bomvoedsel-commissie aan het weven was, +zich ieder jaar al dichter en dichter om hen samentrok. Totdàt-- + + + + + +BOEK II. + +HET VOEDSEL IN HET DORP. + + +HOOFDSTUK I. + +DE KOMST VAN HET VOEDSEL. + + +I. + +Ons thema, dat zoo beknopt begon in de studeerkamer van den heer +Bensington, heeft zich reeds uitgebreid en vertakt, tot het nu dezen, +dan genen kant uitwijst en van nu aan zullen de gebeurtenissen +in ons verhaal op verschillende plaatsen voorvallen. Het Voedsel +der Goden verder te volgen, staat gelijk met de vertakkingen van +een voortdurend lotenschietenden boom na te gaan; in korten tijd, +in het vierde gedeelte van een menschenleven, was het voedsel uit +zijn eersten bron te Hickleybrow op de kleine boerderij, gelekt en +had zich verspreid--het voedsel, en ook de faam en schaduw van zijn +kracht--de geheele wereld over. Zeer spoedig had het zich ook buiten +Engeland verspreid. Weldra werkte het in Amerika, op het geheele +vasteland van Europa, in Japan, in Australië, eindelijk de geheele +wereld over, naar het gezette doel. Steeds werkte het langzaam, langs +indirecte kanalen en tegen de verdrukking in. Het was de grootheid die +in opstand gekomen was. Niettegenstaande vooroordeelen, ten spijt van +wet en verordening, niettegenstaande al de koppige vasthoudendbeid, +die ten grondslag ligt aan de formeele orde der menschheid, ging het +Voedsel der Goden, als het eenmaal losgelaten was, zijn onnaspeurlijken +en niet te stuiten gang. Gedurende al deze jaren groeiden de kinderen +van het Voedsel staag; dit was de belangrijkste factor van dien +tijd. Doch het zijn juist de gevallen waarin het uitbrak, die het +tot historie maken. De kinderen die ervan gegeten hadden, groeiden, +en weldra waren er nog andere kinderen die ook begonnen te groeien; en +de beste voornemens ter wereld konden niet verhoeden dat het telkens +en telkens maar weer aan uitlekte. Het Voedsel volhardde in het +losbreken, alsof het een levend iets was. Als het met bloem van meel +vermengd geraakte, werd het Voedsel, bij droog weder, als bij opzet +tot fijn poeder en stoof voor het lichtste briesje uit. Nu eens was +het een of ander insect dat tot tijdelijke noodlottige ontwikkeling +kwam, dan weder een nieuw uitbreken der rattenplaag uit de riolen, +en dergelijk ongedierte. Eenige dagen lang had het dorp Pangbourne in +Berkshire te kampen met reuzenmieren. Drie mannen werden gebeten en +stierven. Er placht een paniek te ontstaan, er werd gekampt en dan was +de losgebroken plaag weder aan banden gelegd, doch liet steeds iets +na in de minder op den voorgrond tredende dingen des levens--die voor +altijd veranderd waren. Dan was het weder een acute en onrustbarende +uitbarsting, een snel opgroeien van monsterachtig kreupelhout, een +vertakking over de aarde van onredelijk-sterk groeiende distels, +van torren die door de menschen bevochten werden met jachtgeweren, +of een plaag van reusachtige vliegen. + +Hier en daar werd op vreemde en wanhopige wijze gekampt in obscure +plaatsen. Het Voedsel verwekte helden in de zaak der kleinheid... + +En in de levens der menschen kwamen allerlei, tot nu toe ongekende, +gebeurtenissen en zij traden ze tegen zooals zij het beste konden, +en zeiden tegen elkaar, dat er eigenlijk in de orde der dingen +niets veranderd was. Na de eerste groote paniek werd Caterham, +niettegenstaande zijn groote welsprekendheid, een minder belangrijke +figuur in de politieke wereld, en bleef slechts in de heugenis der +menschen hangen als de voorstander van een zeer geavanceerde opvatting. + +Slechts zeer langzaam veroverde hij zich een op den voorgrond tredende +positie. "Er had geen verandering in de essentieele orde der dingen +plaats gegrepen"--die eminente leider der moderne gedachte, Dokter +Winkles zei hier zeer duidelijke dingen over,--en de voorstanders +van wat men in die dagen Progressief Liberalisme noemde, werden +werkelijk sentimenteel over de essentieele onoprechtheid hunner +vooruitstrevendheid. Het blijkt dat hunne droomen uitsluitend liepen +over natietjes, taaltjes, huishoudentjes, elk zichzelf bedruipend op +zijn eigen kleine hoeve. Er ontstond plotseling een mode van het kleine +en nette. Groot-zijn was "vulgair", en sierlijk, net, mignon, miniatuur +"minitieus-volmaakt" werden de grond-woorden voor critischen bijval. + +Ondertusschen groeiden de Kinderen van het Voedsel rustig en namen hun +tijd ervoor, zooals kinderen dit moeten, in een wereld die veranderde +om hen te ontvangen, en verzamelden kracht en postuur en kennis, +werden persoonlijkheden met een doel in het oog, en groeiden langzaam +op tot de afmetingen waarvoor het lot hen bestemd had. Weldra leken zij +een natuurlijk deel te vormen van de wereld rondom hen, en begonnen +de menschen zich verwonderd af te vragen, hoe alles vóór hun tijd +geweest was. Verhalen van wat de reuzen-jongens konden doen drongen +tot hunne ooren door, en men zei "dat is sterk!"--zonder eenige +verwondering. De populaire bladen verhaalden van de drie zonen van +Cossar en hoe deze wonderbaarlijke kinderen groote kanonnen konden +optillen, ijzer-massa's honderden meters ver weg slingeren, en twee +honderd voet ver springen. Men vertelde dat zij bezig waren een put +te graven, dieper dan eenig andere put of mijn die de menschen ooit +gemaakt hadden, en dat zij, zoo zei men, zochten naar schatten die +in de aarde verborgen lagen sedert de aarde geschapen werd. + +"Deze Kinderen," zeiden de populaire tijdschriften, "zullen bergen +met den grond gelijk maken, zeeën overbruggen, tunnels graven door +jelui aarde tot deze een honiggraat gelijkt." "Merkwaardig," zei +het kleine volk, "niet waar? Wat een massa gemakken zullen we dan +hebben!" en gingen weder huns weegs, alsof er van geen Voedsel der +Goden sprake was op aarde. En inderdaad was dit alles nog slechts +een vage aanduiding en belofte van wat de "Kinderen van het Voedsel" +zouden kùnnen doen, later. Nù was alles nog slechts kinderspel bij hen, +niet anders dan het eerste gebruik maken van kracht, waarin nog geen +doel stak. Zij zelven wisten nog niet waarvoor zij waren. Zij waren +kinderen--langzaam groeiende kinderen van een nieuw geslacht. De +reuzenkracht groeide dag aan dag--de reuzen-wìl moest nog tot een +doel rijpen; doch inderdaad zag niemand het komen van Grootheid in de +wereld, zooals ook niemand ter wereld, vóór er eeuwen verloopen waren, +het verval en den ondergang van Rome als één gebeurtenis zag. Zij, +die in die dagen leefden, stonden te veel temidden van deze heele +ontwikkeling van Groei, om ze als een enkel op zichzelf staand iets te +zien. Het leek zelfs wijzen menschen toe, dat het Voedsel de wereld +niets anders zou geven dan een oogst van onhandelbare, met elkaar +niets uit te staan hebbende dingen, die de bestaande orde van zaken +konden doen beven op hare grondvesten en haar konden verontrusten, +doch verder niets. + +Het wonderbaarste in dezen tijd van toenemende kracht leek +wel--tenminste één' opmerker leek het dit--het koppig volharden van +de groote massa in den ouden toestand, hun rustig voortgaan in het +negeeren van de kolossale gestalten die zich tusschen hen bewogen, +en van de belofte van nog meer kolossale dingen, die temidden van hen +zouden opgroeien. Zooals menige stroom het rustigst voortstroomt, +diep en krachtig, in de nabijheid van een waterval, zoo scheen al +wat behoudend in den mensch was, in die dagen een kalm overwicht te +voeren. De reactie werd populair; men praatte van het bankroet der +wetenschap, van het sterven van den vooruitgang, van de nadering der +Mandarijnen--, en van dergelijke dingen, terwijl de schreden van de +"Kinderen van het Voedsel" te midden van hen daverden. De lawaaierige +doellooze Revolutien van ouds, een groote menigte dwaze kleine lieden +die den een of anderen dwazen kleinen monarch verjoegen, dit alles lag +ver achter hen en hiermede had men afgedaan; doch de Verandering was +nièt gestorven. Het eenige was, dat de Verandering veranderd was. Het +nieuwe was bezig te komen op zijn eigen manier en dit ging boven het +alledaagsch begrip der wereld. + +Uitvoerig te verhalen van deze komst, zou gelijk staan met een groote +Geschiedenis te schrijven, doch overal was een evenwijdig-loopende +keten van gebeurtenissen. Zoodat het verhalen van de komst ervan op +ééne plaats, feitelijk het verhalen van het geheel is. Toevallig +viel er een zaadje dezer Onmetelijkheid in het aardige dorpje +Cheasing Eyebright in Kent; en te oordeelen naar het verhaal van de +eigenaardige ontkieming ervan en van de tragische beuzelachtigheden +die hieruit ontstonden, kan men trachten--als het ware één draad +volgend--de richting aan te wijzen waarin dit geheele groote weefsel +van gebeurtenissen het weefgestoel van den Tijd ontrolde. + + + +II. + +Cheasing Eyebright had natuurlijk een dominé. + +Nu zijn er dominé's en dominé's; en van alle soorten houd ik van een +nieuwigheden invoerenden dominé--van een bonten, naar vooruitgang +strevenden professioneelen reactionnair--het minst. Doch de dominé +van Cheasing Eyebright was iemand die wel het allerminst dacht aan +nieuwigheden invoeren, een brave, gezette, rijpe en conservatieve +kleine man. Het is niet meer dan passend een eindje met ons verhaal +terug te gaan om van hem te vertellen. Hij paste volkomen bij zijn +dorpsbewoners en men kan hen zich het beste voorstellen zooals zij +waren, op den avond tegen zonsondergang, toen juffrouw Skinner--gij +herinnert u haar vlucht nog wel!--het voedsel, zonder dat iemand het +vermoedde, tusschen haar wereldsche goederen deze landelijke rust +binnen droeg. + +In dit licht uit het westen, zag het dorp er op zijn best uit. Het +strekte zich uit over de lengte der vallei onder de beukenwouden van +den "Hanger," als een koralensnoer van met riet bedekte en roodpannige +huisjes--huisjes met portico's, die met latten bespijkerd waren en +met pyracanthus [8] afgezette voorgevels, welke zich al dichter +en dichter tegen elkaar aandrongen naarmate de weg daalde van de +taxusboomen bij de kerk naar de brug. De pastorie gluurde niet al +te hoogmoedig tusschen de boomen uit achter het dorpslogement; zij +had een Georgiaanschen gevel, gerijpt door den tijd, en de spits der +kerk verhief zich blij boven de holte die de vallei in de heuvels +vormde. Een kronkelend riviertje, dat als een smal lint van schuim +en hemelblauw voortstroomde, glinsterde tusschen breede randen riet +en zich er overheen neigende wilgen, midden door een méékronkelende +strook weide. Het geheel bood den eigenaardigen Engelschen aanblik +van goede bebouwing--dien aanblik van kalme afgerondheid--die de +volmaaktheid nabijkomt in de warmte van de ondergaande zon. + +En ook de dominé zag er rijp uit. Hij was gewoon er bijzonder rijp +uit te zien, alsof hij geboren was als een murwe baby, een rijpe, +en sappige kleine jongen. Al vóór hij het u vertelde, was het aan +hem te zien dat hij op eene oude gevestigde openbare kostschool was +geweest, die begroeid was met klimop, en die schitterende tradities, +aristocratische relaties, en geen scheikundige laboratoria bezat; +en dat hij vandaar gegaan was naar een eerwaardige hoogeschool, +gebouwd in den rijpsten gothischen stijl. Hij bezat weinig boeken die +jonger waren dan duizend jaar; van dezen vormden Yarrow en Ellis en +goede preeken uit den tijd vóór de Methodisten het meerendeel. Hij +was een man van middelmatige lengte, een beetje kleiner lijkend door +zijn equatoriale afmetingen en met een gezicht, dat hoewel rijp van +het begin af, nu climacterisch [9] rijp was. De baard van een David +verborg zijne dubbele onderkin; hij droeg geen horloge-ketting uit +verfijning, en zijn hoogsteenvoudige kleeding van geestelijke, was +gemaakt door een kleermaker uit het West-End [10]... En hij zat daar, +met een hand op elke dij, genoegelijk knipoogend naar zijn dorp. Hij +wuifde er met een mollige hand naar. En in hem zong weer zijn oude +refrein. "Wat kan men meer wenschen?" "Onze ligging is heel gelukkig," +zei hij, zich niet al te sterk uitdrukkend. + +"Wij liggen in een sterke vesting tusschen de heuvelen," legde hij +nader uit. + +En eindelijk kwam hij geheel en al voor de zaak uit. "Wij liggen er +gelukkig geheel van afgesloten." + +Want hij en zijn vriend hadden gepraat over de Verschrikkingen der +Eeuw, over Democratie en Openbaar onderwijs en Lucht-schrapers [11] +en auto's en de Inval van Amerika, het Onoordeelkundig Lezen van het +Publiek, en het verdwijnen van allen smaak. + +"Wij staan er hier heelemaal buiten," herhaalde hij en net terwijl +hij dit zei trof het geluid der voetstappen van iemand die dien kant +uitkwam zijn oor, en hij rolde zich om in zijn stoel en keek naar haar. + +Gij kunt u de stage, beverige nadering der oude vrouw wel voorstellen, +met haar pak in haar knoestige, vermagerde hand geklemd, haar neus (die +haar gezicht vormde) gerimpeld van ademlooze vastberadenheid. Gij ziet +de klaprozen al zwaar van noodlot knikken op haar hoed, en de met stof +bedekte elastieken laarzen onder haar schamele rokken onherroepelijk +en langzaam beurtelings oost en west wijzend. Onder haar arm schoof +een niet zeer kostbare parapluie heen en weer, als een oproerige +gevangene. Wat kon den Dominé aanduiden, dat deze grotesque oude +gestalte--tenminste voor zoover het zijn dorp betrof--niemand anders +was dan het Vruchtbare Toeval, en het Onverwachte--de oude harpij die +de menschen het Noodlot noemen. Doch voor ons is zij niemand anders +dan juffrouw Skinner. + +Daar zij te veel bepakt was om een buiging te maken, deed zij net of +zij hem en zijn vriend niet zag, en ging hen dus, flip, flap, op nog +geen drie pas voorbij, op het dorp toe. De dominé zag haar daar zoo +langzaam in stilte heentrekken en deed ondertusschen een opmerking +in zich rijpen... + +Het voorval leek hem niet in het minst belangrijk. Er zijn stééds +oude vrouwen, in àlle tijden, geweest die bundels getorst hebben, +de geheele wereld door. En wat heeft het uitgemaakt? "Wij liggen +er geheel en al buiten," zei de dominé. "Wij leven in een sfeer +van eenvoudige dingen die niet licht veranderen; van Geboorte en +Arbeid, simpelen tijd van zaaien en simpelen oogst. Het rumoer +gaat ons voorbij." Hij kon altijd goed praten over wat hij noemde +de permanente dingen. "De dingen veranderen," placht hij te zeggen, +"doch de Menschheid--aere perennius". [12] Hij hield van een klassieke +aanhaling die listiglijk verkeerd te pas gebracht werd. En verder op, +den heuvel af, was de ongracieuze doch vastberaden juffrouw Skinner, +op grappige wijze één geworden met Wilmerding's "overstap." [13] + + + +III. + +Niemand weet wat de dominé van de Reuzen-Wolfsveesten [14] dacht. + +Zonder twijfel was hij een van de eersten die ze ontdekte. Met kleine +afstanden ertusschen waren ze langs het pad verspreid; tusschen den +dichtst bijzijnden heuvel en het einde van het dorp--een pad dat hij +dagelijks bezocht op zijn digestie-wandelingetje. Alles bij elkaar +genomen, waren er van het begin tot het einde, minstens dertig van deze +zwammen. De dominé schijnt naar elk van hen afzonderlijk verbaasd te +hebben staan kijken, en in de meeste een paar maal met zijn wandelstok +te hebben gestooten. Eén ervan trachtte hij met zijne armen te meten, +doch zij barstte bij zijn Ixionische omarming. + +Hij sprak er met verscheidene menschen over en zeide dat zij +"wonderbaarlijk!" waren en hij verhaalde aan minstens zeven +verschillende personen de welbekende geschiedenis van den vloersteen, +die opgelicht werd van den keldervloer door een hoop paddestoelen +die er onder groeiden. Hij keek er zijn Sowerby eens op na om te +zien of het Lycoperdon coelatum of giganteum was. Hij hield er een +geliefkoosde theorie op na, dat de benaming "giganteum" niet juist was. + +Men weet niet of hij ook opmerkte dat deze witte bollen juist op +het pad groeiden dat die oude vrouw gisteren gevolgd had, en of hij +opmerkte dat de laatste op nog geen twintig passen van het hek van +het huisje van Caddles zijn dikken kop opstak. Zoo hij dit alles al +opmerkte, trachtte hij toch niet er aanteekening van te houden. Zijn +observatie-vermogen in botanische dingen was wat de kleinere +natuurkundigen een "geoefende waarneming" noemen--men zoekt naar +zekere bepaalde dingen en ziet alle verdere dingen over het hoofd. En +hij deed geen moeite om dit verschijnsel in verband te brengen met +het merkwaardig snelle groeien van den zuigeling van Caddles, wat nu +al eenige weken aan den gang was; ja, feitelijk van den dag af dat +Caddles ongeveer een maand tevoren zijn schoonmoeder was gaan bezoeken +en hij zijn schoonmoeder hoorde opsnijden over het fokken van kippen. + + + +IV. + +Het groeien der wolfsveesten, volgend op het plotseling groeien +van den baby der Caddles, behoorde den dominé de oogen geopend te +hebben. Het laatste dezer twee feiten was hem reeds rechtstreeks in +de armen gevoerd bij het doopen--bijna overweldigend... + +De hummel gilde oorverdoovend, toen het koude water, dat zijn goddelijk +erfdeel en zijn recht op den naam van Albert Edward Caddles bezegelde, +op zijn voorhoofd druppelde. Hij ging de moederlijke draagkracht +reeds te boven en Caddles, weliswaar wankelend onder den last, doch +ouders van minder voordeelige kinderen triumphantelijk toegrijnzend, +droeg hem terug naar de bank die door zijn gezelschap werd ingenomen. + +"Zóó'n kind heb ik nog nooit gezien!" zei dominé. + +Dit was de eerste openlijke aanduiding dat het kleine kind van Caddles, +dat zijn aardsche loopbaan begonnen was ònder een gewicht van zeven +pond, bij slot van rekening zijn ouders toch nog eer aan zou gaan +doen. En heel gauw werd het duidelijk dat het niet alleen voornemens +was hun een eer, doch zelfs een glorie te zijn. En binnen een maand +schitterde hun glorie zoo helder, dat zij, den stand van lieden als +de Caddles in aanmerking nemend, onbehoorlijk was. + +De slager woog het kind elf maal. Hij was geen erg spraakzaam mensch +en besteedde niet veel tijd aan dit wegen. De eerste maal zei hij: +"'t is een goeie hoor;" de tweede maal zei hij: "wel allemachtig!" De +derde maal zei hij: "Nou, hm," en daarna blies hij ieder maal slechts +geweldig, krabde zich het hoofd, en keek naar zijn weegschaal met een +tot hier toe nooit gevoeld wantrouwen. Iedereen kwam naar het "Groote +Kind" kijken--zoo werd het algemeen genoemd--en de meesten zeiden: +"'t is een dikzak, hoor!" Juffrouw Fletcher kwam ook kijken en zeide +dat ze nog nooit zóó iets gezien had, wat volkomen juist was. + +Lady Wondershoot, de dorps-tyran, kwam op den dag nadat het voor de +derde maal gewogen was aanzetten en bekeek het phenomeen nauwkeurig +door haar lorgnon, wat het kind deed brullen van angst. + +"'t Is een merkwaardig "Groot kind,"" vertelde zij de moeder, +met een luide, leerende stem. "Je mag er wel goed voor zorgen, +Caddles. Natuurlijk gaat dat zoo niet dóór, daar het met de flesch +grootgebracht wordt, maar we moeten er voor doen wat we kunnen. Ik +zal je nog wat flanel sturen." + +De dokter kwam en mat het kind met een elletje, en schreef de +cijfers in zijn notitieboekje, en de oude meneer Drifthassock, die +een boerderij bij Up Marden had, maakte met een voerage-reiziger een +omweg van een half-uur, om het te zien. De reiziger vroeg drie malen +hoe oud het kind was en zeide eindelijk dat hij "verdompeld" zou +zijn. Hoe en waarom hij "verdompeld" was moest men maar raden. Hij +zei ook dat het in een reuzen-kinderen-tent op de kermis moest +tentoongesteld worden. En den geheelen dag kwamen er kinderen die +zeiden: "juffrouw Caddles, maggen we asjeblief je kind es zien," +tot juffrouw Caddles er een stokje voor moest steken. En temidden +van al deze verbazingwekkende dingen stond daar juffrouw Skinner, +glimlachend en zich een beetje achteraf houdend, met de puntige +elbogen in haar lange slappe handen, en al maar glimlachend om en +bij haar neus, met een oneindig diepzinnigen glimlach. + +"Zelfs die oude heks van een grootmoeder ziet er opgeruimder door +uit," zei Lady Wondershoot. "Al spijt 't mij ook dat ze weer hier in +het dorp terug is." + +Natuurlijk, zooals bij de meerderheid der zuigelingen van de armere +dorpelingen, werd het bedeeld, doch door een enorm gekrijt maakte het +kind het weldra duidelijk dat het, wat het vullen van zijn zuigflesch +aanging, nog lang niet genoeg bedeeld werd. + +De baby had recht op een negendaagsche bewondering, en iedereen had +schik in zijn verbazenden groei, gedurende tweemaal dien tijd en +langer. En zelfs daarna, inplaats van op den achtergrond te geraken, +en plaats te maken voor andere wonderen, bleef het maar steeds +doorgroeien, nog sterker dan te voren! + +Lady Wondershoot luisterde met de uiterste verbazing naar haar +huisbewaarster. + +"Caddles al wéér beneden. Geen eten voor het kind! Maar m'n beste +Greenfield, dat kàn niet. Het schepsel eet als een nijlpaard! 't Kan +beslist niet waar zijn." + +"Ik mag van harte lijden dat ze u niet bedriegen, barones," zei +juffrouw Greenfield. + +"Het is zoo moeilijk te zeggen bij zulk soort menschen," zei Lady +Wondershoot. "Doe me een pleizier, m'n beste Greenfield, er vanmiddag +zelf even heen te gaan en je zelf te overtuigen--en blijf erbij als 't +de flesch krijgt. Al is 't werkelijk een groot kind, ik kan me heusch +niet voorstellen dat 't méér dan zes pint per dag zou noodig hebben." + +"'t Heeft er geen recht op, barones," zei juffrouw Greenfield. + +Lady Wondershoot's hand beefde, met die C. O. S. soort van emotie, +die achterdochtige woede, die in alle ware aristocraten beeft, bij de +gedachte dat mogelijk de lagere klassen bij slot van rekening--even +laag zijn als hun meerderen en--en hier steekt de angel--op dit gebied +nog beter aan toe zijn misschien dan zij. + +Doch juffrouw Greenfield kon geen bewijzen vinden dat er op +den zak harer meesteres gespeculeerd werd, en er werd bevel +gegeven, aan Caddles' baby een grooter dagelijksch rantsoen te +verstrekken. Nauwelijks was het eerste rantsoen op, of daar kwam +Caddles alweer aan, met een wanhopig air van "ik kan er niks aan doen." + +"Wij hebben er zuinig op gepast, juffrouw Greenfield, 't is waar, +juffrouw, maar ze zijn 'em d'r allemaal gewoon afgesprongen! Ze vlogen +met zoo'n kracht in de rondte, juffrouw, dat er een knoop door een +ruit ging, en een andere me nèt hier tegen m'n hoofd vloog da 'k er +van duizelde." + +Toen Lady Wondershoot vernam dat het wonderbaarlijke kind zoowaar +zijn prachtige bedeelingskleeren had doen barsten, besloot zij er +Caddles zèlf eens over te spreken. Hij verscheen vóór haar; zijn haar +inderhaast natgemaakt en gladgestreken met de hand, buiten adem en +zich aan zijn hoed-rand vastklemmend alsof het een zwemgordel was, +en struikelend in zijn rampzaligheid over den rand van het vloerkleed. + +Lady Wondershoot mocht Caddles graag afsnauwen. Caddles was in +haar oog het ideaal van iemand die tot de lagere klassen behoort, +oneerlijk, trouw, kruiperig, werkzaam, en onbegrijpelijk ongeschikt om +verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zij zeide hem dat hij werkelijk +niet te licht moest denken over de wijze waarop dat kind zich gedroeg. + +"Niks anders dan dat hij zoo'n honger heeft, barones," zei Caddles, +met verheffing van stem. + +"En je kunt hem niet tegenhouden ook, barones," zei Caddles. "Hij +ligt daar maar van zich af te trappen en te gillen dat je hooren en +zien vergaat. 't Gaat niet, barones en als we 't al deden, zouden de +buren tusschen beiden komen..." + +Lady Wondershoot raadpleegde er den dokter eens over. + +"Ik zou wel eens willen weten," zei Lady Wondershoot, "of 't wel goèd +is dat dit kind zulk een verbazende hoeveelheid melk krijgt?" + +"De gewone hoeveelheid voor een kind van dien leeftijd," zei de +dorpsdokter, "is anderhalf tot twee pint in de vierentwintig uur. Ik +zie heusch niet in dat u geroepen is om méér te verschaffen. Zóó +u het doet, dan is 't alleen uw eigen edelmoedigheid. Natuurlijk +zouden we het met de hoeveelheid die hem toekomt eens een paar dagen +kunnen probeeren. Maar ik moet toegeven, dat het kind, door de een +of andere oorzaak physiologisch van andere kinderen verschilt. Het +is mogelijk dat het, wat men een "Sport" noemt, is. Een geval van +Algeheele Overvoeding." + +"Het is niet eerlijk tegenover de andere dorpskinderen," zei Lady +Wondershoot. "Ik weet zeker dat er klachten inkomen als dit zoo +dóórgaat." + +"Ik zie werkelijk niet in dat er van iemand verwacht kan worden +méér te geven dan de hoeveelheid die algemeen aan kinderen van dien +leeftijd gegeven wordt. We zouden er op kunnen staan dat 't zich +daarmede tevreden stelde, of, als 't dat niet wilde, het als een +"geval" naar het ziekenhuis sturen." + +"Ontdekt u, nog afgezien van de grootte en den eetlust, ook nog iets +anders dat abnormaal is--niets monsterachtigs?" zei Lady Wondershoot +nadenkend. + +"Neen, neen, dat niet. Doch als deze groei doorgaat, zullen wij +ernstige moreele en intellectueele tekortkomingen ontdekken. Men zou +dit reeds nu haast durven voorspellen aan de hand van Max Nordau's +wet. Een zeer begaafde, en beroemde filosoof, Lady Wondershoot. Hij +ontdekte dat het abnormale--abnormaal is, een zeer gewichtige +ontdekking, die wel de moeite waard is onthouden te worden. Voor +mij is zij tenminste van groot belang in mijn praktijk. Als ik iets +abnormaals ontdek, zeg ik dadelijk: "Dit is abnormaal." Zijn oogen +namen een diepzinnige uitdrukking aan; hij liet zijn stem dalen, +zijn houding grensde aan het intiem-vertrouwelijke. Hij hief stijf +een hand op. "En in dien geest behandel ik dan zoo'n geval," zei hij. + + + +V. + +"Wel, wel!" zei de dominé tegen zijn ontbijt-gerei--den dag na de +aankomst van juffrouw Skinner. + +"Wel, wel, wat hebben we hier?" en richtte zijn bril op zijn courant +met een afkeurenden blik. + +"Reuzenwespen! Wat beleven we al niet... Amerikaansche journalisten, +vertrouw ik! Ik moet niets hebben van al die nieuwe fratsen. Ik ben +al heel tevreden met reuzen-klapbessen." + +"Onzin!" zei de dominé, dronk in één teug zijn koffie leeg, met zijn +blikken vast op zijn courant gevestigd, en smakte ongeloovig met +de lippen. + +"Nonsens!" zei de dominé, het bericht niet willend gelooven. Doch den +volgenden dag stond er meer over in, en toen ging hem plotseling een +licht op. Doch alles werd hem niet opeens duidelijk. Toen hij dien dag +zijn digestie-wandeling ging doen, liep hij nog onderdrukt te lachen +over dat nonsensicale verzinsel, dat zijn courant hem op de mouw +wilde spelden. "Jawel! Wespen--die een hond gedood hadden!" Toen hij +toevallig voorbij de plek kwam waar die eerste was van Wolfsveesten +groeide, merkte hij bij zichzelven op dat het gras daar erg hoog en +weelderig groeide, doch hij bracht dit op geenerlei wijze in verband +met dat waarover hij in stilte zulk een pleizier had. + +"Dan zouden we er toch hier ook wel ièts van gehoord hebben," zei hij; +"Whitstable is nog geen twintig mijlen hier vandaan." + +Een eindje verder vond hij weder een wolfsveest, een van de tweede +collectie, die als het ei van een rock [15] uit de abnormaal grove +aarde stak. + +Toen schoot de beteekenis van dit alles in hem als een bliksemstraal. + +Dien morgen deed hij niet zijn gebruikelijke rondte. Hij sloeg af bij +den tweeden overstap en liep zóó om naar het huisje der Caddles. "Waar +is je kind?" vroeg hij, en toen hij het zag, riep hij uit: "Goeie +hemel!" + +Hij liep den stijgenden weg naar het dorp op en kwam den dokter tegen +die in allerijl naar beneden liep. Hij vatte hem bij den arm. "Wat +betéékent dit allemaal?" zei hij. "Heb je de laatste dagen couranten +gelezen?" + +De dokter antwoordde toestemmend. + +"Nu, en wat is er aan de hand met dat kind? En al dat andere--wespen, +wolfsveesten, zuigelingen, hè, zeg? Wat is het dat ze zoo sterk doet +groeien? 't Komt erg onverwacht. En dat nog wel in Kent! Als 't nu +nog Amerika was--" + +"'t Is op 't oogenblik nog moeilijk te zeggen wat 't precies is," +zei de dokter. "Zoover als ik de symptomen kan nagaan--" + +"...is het overmatige voeding--algemeene overvoeding." + +"Overvóéding?" + +"Ja, algeheele--doet den geheelen lichaamsbouw aan--het geheele +organisme. Tusschen ons, in vertrouwen gezegd, ben ik er wel haast van +overtuigd dat het dàt is... Maar je moet altijd een beetje voorzichtig +zijn in je oordeel." + +"Ha," zei de dominé, erg opgelucht, te bevinden dat de dokter tegen +het geval was opgewassen; "maar hoe komt 't dat 't overal op deze +manier uitbreekt?" + +"Ja, dat is weer iets dat moeilijk te zeggen valt." + +"In Urshot, en nu hier, 't is een vrij duidelijk geval van +verspreiding." + +"Ja," zei de dokter, "ja. Ik geloof het ook. Het lijkt in elk geval +erg op de een of andere epidemie. Waarschijnlijk zal 't wel Epidemische +Overvoeding zijn." + +"Epidemisch!" zei de dominé. "Je wilt toch niet zeggen dat 't +besmettelijk is?" + +De dokter glimlachte vriendelijk en wreef zich in de handen. "Ja, +zie je, dàt kan ik niet zeggen," zei hij. + +"Maar--!" riep de dominé, met wijd open oogen. "Als 't eens +besmettelijk is--dan--dan steekt 't òns ook aan!" + +Hij liep een paar pas den weg op en wendde zich toen weder om. + +"Ik kom er juist vandaan," riep hij. "Zou 't niet goed zijn als--? Ik +ga dadelijk naar huis, om een bad te nemen en mijn kleeren te +ontsmetten." + +De dokter keek zijn zich verwijderende gestalte een oogenblik na, +wendde zich toen om en ging naar zijn eigen huis... + +Doch onderweg dacht hij na over het feit dat er nu al een maand lang +een geval in het dorp was zonder dat iemand anders er door besmet +werd, en na een korte aarzeling besloot hij moedig te zijn zooals +een dokter betaamt en de gevolgen als een man af te wachten. + +En wèl waren zijn overdenkingen juist. Want groei was het allerlaatste +dat hèm nog zou aansteken. Hij,--en ook de dominé--kon een handkar +vol Herakleophorbia opgegeten hebben. Want de groei was bij hen uit, +voor altijd. + + + +VI. + +Een dag of zoo na dit gesprek,--dat wil zeggen een dag of zoo na het +verbranden der Proef-Hoeve, kwam Winkles bij Redwood en liet hem een +beleedigenden brief zien. Het was een ongeteekende brief, en een auteur +behoort de geheimen zijner sujetten te bewaren. "Ge denkt eer in te +leggen met wat niets anders dan een volkomen natuurlijk verschijnsel +is," luidde de brief, "en ge tracht voor uzelf reclame te maken met uw +brief aan de "Times." U en uw Bomvoedsel! Laat ik u even zeggen dat +dit voedsel met zijn zotten naam slechts zeer toevallig in verband +staat met deze groote wespen en ratten. De naakte waarheid is dat er +een epidemie van Overvoeding heerscht--Besmettelijke Overvoeding--die +ge ongeveer even weinig kunt tegengaan als ge het zonnestelsel kunt +bedwingen. Het is een quaestie die zoo oud is als de wereld. Er +heerschte overvoeding in het geslacht van Enak. Geheel buiten uw +bereik, te Chaesing Eyebright bevindt zich op dit oogenblik een kind--" + +"Beverige op- en neerhalen. Blijkbaar oude heer," zei Redwood. "Maar +het is toch vreemd dat een kind--" + +Hij las een paar regels verder, en kreeg plotseling een ingeving. + +"Bij den hemel!" zei hij. "Dat is mijn verdwenen juffrouw Skinner!" + +Hij overviel haar plotseling den volgenden dag in den namiddag. + +Zij was bezig uien te trekken in het tuintje voor haar dochter's +huisje, toen zij hem zag aankomen door het tuinhek. Zij bleef een +oogenblik "beduusd" staan, zooals de lui op 't land het uitdrukken, +sloeg toen de armen over elkaar en wachtte zijn komst af met het +bosje uien als ter verdediging onder haar linker elboog. Haar mond +opende en sloot zich verscheidene malen; zij mummelde wat met haar +eenigen tand, en eenmaal maakte zij plotseling een buiging, als het +flikkeren van een booglamp. + +"Ik dacht wel dat ik je vinden zou," zei Redwood. + +"Ja, dat heb ik ook al gedacht, meneer," zei zij, zonder veel +vreugdebetoon. + +"Waar is Skinner?" + +"'IJ 'eeft me nooit weer geschreve', meneer, en is ook nooit meer +'ier geweest vanaf dat ik 'ier ben." + +"Weet je niet wat er van hem geworden is?" + +"'IJ 'eeft me nooit meer geschreve', meneer,'' zei zij en deed +zijdelings een schrede naar links, half met het doel Redwood van de +deur af te houden. + +"Niemand weet wat er van hem geworden is," zei Redwood. + +"Nou maar, 'ijzèlf wel," zei juffrouw Skinner, "maar 'ij wil 't +niet zegge', want 'ij 'ad t'r altijd slag van 'n mensch, dat 't em +'t naaste stond in last te brenge' en te late' zitte'. Maar slim was +ie, da mô' k zegge'," zei juffrouw Skinner.... + +"En waar is dat kind nu?" vroeg Redwood plotseling. + +"Wâ blieft u?" + +"Dat kind daar ik van heb hooren spreken, 't kind dat je ons goedje +gegeven hebt--het kind dat acht en twintig pond weegt." + +De handen van juffrouw Skinner waren zenuwachtig in de weer, +en ze liet de uien vallen. "Warachies, meneer," zei zij, "ik weet +werkelijk niet wat u bedoel. M'n dochter, meneer, juffrouw Caddles, +'ééft een kind, meneer." En zij maakte zenuwachtig een reverence, +en probeerde er onschuldig-vragend uit te zien, door haar neus naar +één kant te trekken. + +"Ik zou graag dat kind es zien, juffrouw Skinner," zei Redwood. + +Juffrouw Skinner deed één oog wat wijder open toen zij hem voorging +naar de deel. "Natuurlijk, meneer, d'r kan ergens wel een klein beetje +in geweest zijn, in een kleine bus van Nicey die ik aan zijn vader +gaf om van de boerderij mee te brengen, of misschien een klein beetje +dat ik om 't zoo maar es uit te drukken bij me had, en dat door m'n +gauwe inpakke' d'r tussche' zal zijn geraakt...." + +"H'm!" zei Redwood nadat hij een poosje naar het kind had staan +kijken. "H'm!" + +Hij zei tot juffrouw Caddles dat het een erg voordeelig kind was, iets +wat zij hoe langer hoe meer in al zijn omvang begon te begrijpen,--en +na dit gezegd te hebben, bemoeide hij zich verder niet met haar. Een +oogenblik later verliet zij het vertrek uit louter onbeduidendheid. + +"Nu dat je er mee begonnen bent, zul je er mee voort moeten gaan," +zei hij tot juffrouw Skinner. Hij wendde zich plotseling tot haar. + +"En denk er wel om, dat je 't niet wéér rondmorst," zei hij. + +"'t Rondmorse, meneer?" + +"Kom, je begrijpt me heel goed." + +En dàt zij hem begreep bleek uit haar zenuwachtige gebaren. + +"Je hebt er hier niemand iets van verteld? De ouders, den dorpsheer +op het heerenhuis, den dokter, aan niemand?" + +Juffrouw Skinner schudde ontkennend het hoofd. + +"Dat zou ik je ook niet raden," zei Redwood. + +Hij ging naar de deel-deur en keek eens naar buiten. De schuurdeur +zag, tusschen het eind van het boerenplaatsje en eenige ongebruikte +varkenskotten, door een hek met vijf dwarslatten uit op den +heirweg. Daar achter bevond zich een hooge steenen muur, weelderig +met klimop, muurbloemen en huismanslook begroeid, en die van boven +voorzien was van glasscherven. Net voorbij den hoek van den muur stak +een door de zon verlicht bord tusschen de groene en gele bladerentakken +uit, boven de weelderige schakeeringen der eerste gevallen bladeren, +en behelsde het gebruikelijke "Verboden Terrein, volgens artikel 461 +Wetboek van Strafrecht." De donkere schaduw van een gat in de heg +deed een eind prikkeldraad duidelijk uitkomen. + +"Hm," zei Redwood, en toen nog eens wat dieper, "hm!" + +Het geklep van paardenhoeven en het geratel van raderen kwam naderbij +en Lady Wondershoot's schimmels kwamen in het zicht. Hij lette +op de gezichten van koetsier en palfrenier, onderwijl de equipage +naderbij kwam. De koetsier was een zeer mooi exemplaar in zijn soort, +welgedaan en rijp, en hij mende met een soort van sacramenteele +waardigheid. Anderen mochten aan hun roeping en positie twijfelen in +de wereld, hij was er ten minste zéker van--hij reed de barones. De +palfrenier zat naast hem met over elkaar geslagen armen en met een +onbeweeglijk, zéker gezicht. Toen werd de groote dame zelf zichtbaar, +met hoed en mantel die alle elegance verachtten. Twee jonge dames +rekten, met haar, hunne halzen uit en gluurden naar buiten. De dominé, +die aan den anderen kant voorbij kwam, nam met een zwaai den hoed +van zijn David's voorhoofd, zonder dat hij opgemerkt werd. + +Redwood bleef nog langen tijd nadat het rijtuig verdwenen was, +in den deurpost staan kijken, de handen op zijn rug. Zijn blikken +gingen naar het hooge duinland en de met wolken geplekte lucht, +en gingen toen weder terug naar den met glasscherven afgezetten +muur. Hij wendde zich om naar de koele schaduwen daarbinnen, en +temidden van plekken en klodders kleur zag hij daar het reuzen-kind +in dat Rembrandtieke halfduister, naakt op een flanellen luier na, +gezeten op een ontzettend dikke wis stroo en met zijn teenen spelend. + +"Ik begin in te zien, wat wij gedaan hebben," zei hij. + +Hij verzonk in gedachten, en de jonge Caddles en zijn eigen kind +en Cossar's jongens vormden deel van zijne mijmeringen. Plotseling +begon hij te lachen. "Goeie hemel!" zei hij, als om een voorbijgaande +gedachte. + +"In ieder geval mag hij niet gekweld worden met storing in het geregeld +krijgen van zijn voedsel. Dàt kunnen we tenminste voorkomen. Ik zal je +elk half jaar een bus sturen. Daar zal hij wel mee uitkomen, denk ik," +zei hij tot juffrouw Skinner. + +Juffrouw Skinner mompelde iets van "als uwes dat denkt, meneer," en +"is er vast bij ongeluk tusschen geraakt.... dacht niet dat 't kwaad +kon as 'k 'em er 'n beetje van gaf," en aldus met behulp van allerlei +buigzame gebaren beduidde zij hem dat ze hem begreep. + +En aldus ging het kind voort met groeien. + +"Feitelijk," zei Lady Wondershoot, "heeft hij ieder kalf in het dorp +opgegeten. Als die Caddles toch nog weer zoo'n kind--" + + + +VII. + +Doch zelfs zulk een afgezonderd plaatsje als Cheasing Eyebright kon, +bij de steeds toenemende drukte die er over het Voedsel gemaakt werd, +niet lang volharden in de theorie van Overvoeding--besmettelijk +of niet. Weldra kwam het tot pijnlijke ophelderingen voor juffrouw +Skinner--ophelderingen die haar slechts sprakeloos deden mummelen +op haar eenigen tand--verklaringen, die uit haar haalden wat +er uit te halen was, die haar als 't ware doorzòchten, en haar +ontmaskerden--totdat zij zich ten laatste genoodzaakt zag haar +toevlucht te nemen tot de waardigheid van een ontroostbaar weduwschap, +om de zich steeds ophoopende blaam te ontgaan. Zij sloeg haar oog--dat +ze steeds in een waterigen toestand hield--op de burchtvrouwe, en +veegde het zeepsop van haar handen. + +"U vergeet, barones, waar ik onder gebukt ga." + +En zij liet op deze waarschuwing, met lichtelijk uitdagende stem +volgen: + +"Aan 'em denk ik, nacht en dag." + +Zij perste de lippen samen en haar stem werd zachter en haperde: +"En nog wel opgegeten en wel." + +En zich aldus op dit standpunt geplaatst hebbend, herhaalde zij de +verklaring die de barones eerst niet had willen aannemen. "Ik 'ad niet +méér idee wat ik an 't kind gaf, dan ieder ander mensch zou 'ebben." + +De barones richtte hare gedachten op hoopvoller dingen, doch vergat +niet Caddles natuurlijk flink de les te lezen. Afgezanten, vol van +diplomatieke bedreigingen, kwamen plotseling in de bewogen levens +van Bensington en Redwood. Zij verschenen in den vorm van leden van +den parochialen raad van bestuur, dom vasthoudend als een speeldoos +aan hun vooraf in elkaar gezette bewerinkjes. + +"Wij beschouwen u als aansprakelijk, mijnheer Bensington, voor al het +nadeel dat onze parochie ondervonden heeft. U draagt hiervan alleen +de schuld." + +Een advocaten-firma, met een arglistigen stijl--zij noemden zich +Banghurst, Brown, Flapp, Codlin Tedder en Snoxton, en verschenen +onveranderd in den vorm van een rood, er-listig-uitziend heertje +met een spitsen neus--zei vage dingen over schadevergoeding, en dan +was er nog een erg gepolijst personage--de agent der barones, die +Redwood plotseling op zekeren dag overviel en vroeg: "Nu, mijnheer, +wat denkt u te doen?" Waarop Redwood antwoordde dat hij van plan was +het verstrekken van het "Voedsel" aan het kind te staken, als hij of +Bensington nog verder over iets lastig gevallen werden. "Ik geef het +toch al gratis," zei hij, "en als u ophoudt het 't voedsel te geven, +zal het uw dorp omvèr schreeuwen vóór het sterft. Jullie hebt dit kind +nu eenmaal, en jullie moet het houden. Lady Wondershoot kon niet altijd +Lady de Milde en Aardsch Voorzienigheidje spelen in haar parochie +zonder zoo nu en dan eens een verantwoordelijkheid tegen te komen." + +"Het kwaad is geschied," besliste Lady Wondershoot toen men haar +mededeelde--met de noodige afkortingen en zuiveringen--wat Redwood +gezegd had. + +Hoewel inderdaad het kwaad pas bezig was een aanvang te nemen. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +DE REUSACHTIGE TELG. + + +I. + +"Het reuzenkind was leelijk"--hield de dominé vol. "Het was altijd +leelijk geweest, zooals alle buitensporige dingen dit uit den aard der +zaak moèsten zijn." De overtuiging van den dominé stond zijn onbevangen +oordeel in den weg. Zelfs in deze landelijke afzondering werden +er heel wat kiekjes genomen van het kind en hun onbevooroordeelde +getuigenis staat lijnrecht tegenover de verklaring van den dominé, +daar zij uitwijzen dat het jonge monster eerst bijna knap was, met +een overvloedigen krullekop met haar, dat tot op zijn voorhoofd viel, +en dat het altijd klaar was om te glimlachen. Op de meesten dezer +kiekjes staat Caddles, die tenger gebouwd was, achter het kind, +aldus zijne betrekkelijke kleinheid nog meer latende uitkomen. + +Na het tweede jaar werd de knapheid van het kind meer betwistbaar. Hij +begon, zooals zijn ongelukkige grootvader het zéker zoude uitgedrukt +hebben "geil" op te groeien. Hij verloor zijn kleur, begon er bij +al zijn kolossaalheid, toch maar smalletjes uit te zien. Hij was +erg tenger. Zijn oogen en iets in zijn gezicht werden fijner, en +werden, zooals men het uitdrukte, "interessant." Nadat zijn haar +eenmaal geknipt was, begon het één warbos te worden. "Dat is de +degeneratie die in hem zit," zei de dokter, die dit alles gadesloeg, +doch in hoever hij hierin gelijk had, en in hoever het achteruitgaan +van de gezondheid van het kind te wijten was aan het voortdurend +verblijf houden in een schuur met gewitte wanden, en levend van Lady +Wondershoot's liefdadigheid, die nog getemperd werd door een gevoel +van rechtvaardigheid, blijft een onuitgemaakte zaak. De kiekjes +die er van hem genomen werden, van zijn derde tot zijn zesde jaar, +wijzen uit dat hij zich aan het ontwikkelen was tot een rond-oogigen, +vlasharigen jongen met een dopneus en een niet onvriendelijk starenden +blik. Er zweeft om zijne lippen die nooit ver-verwijderde belofte van +een glimlach, die op al de foto's van de jonge reuzenkinderen is weer +te vinden. In den zomer draagt hij losse kleederen van tijk, die aan +elkaar genaaid zijn met touw; doorgaans heeft hij op zijn hoofd een +van die strooien manden die werklieden voor hun gereedschap gebruiken, +en hij is blootsvoets. Op één opname grinnikt hij met breeden mond +en houdt hij een afgeknabbelden citroen in de hand. + +De foto's die in den winter van hem genomen werden zijn minder talrijk +en minder goed gelukt. Hij draagt reusachtige klompen--natuurlijk van +beukenhout en (zooals brokstukken van de inscriptie "John Stickells, +Iping" uitwijzen) zakken als sokken, en zijn broek en jas zijn +onmiskenbaar gesneden uit het overblijfsel van een carpet met een +vrolijk patroon. Daaronder bevonden zich grove flanellen luren; vijf +of zes el flanel zijn als een bouffante om zijn hals gebonden. Het +ding op zijn hoofd is waarschijnlijk eveneens een zak. Hij staart, +soms lachend, soms een beetje treurig naar de camera. Zelfs toen hij +pas vijf jaar oud was, kon men die half grillige rimpels boven zijn +zachte bruine oogen opmerken, die zijn gelaat kenteekenden. + +Zooals de dominé tenminste van het begin af beweerde, was hij een +schrikkelijke last voor het dorp. Hij schijnt een aan zijn grootte +geëvenredigden lust om te spelen gehad te hebben. Hij schijnt bovendien +erg nieuwsgierig en erg op gezelschap gesteld geweest te zijn, en +dan nog had hij een zeker verlangen--het spijt mij dat ik het zeggen +moet--naar meer voedsel. + +Niettegenstaande wat juffrouw Greenfield een "buitengewoon" ruim +rantsoen noemde, en dat hem door Lady Wondershoot verstrekt werd, +gaf hij toch blijk van wat de dokter onmiddellijk herkende als +de "Crimineele Honger." Het bewees slechts al te duidelijk Lady +Wondershoot's zwartgalligste ondervindingen van de lagere klassen--dat, +niettegenstaande een rantsoen, dat het maximum van een volwassene ver +overtrof, men het kind toch betrapte op diefstal. En wat hij stal, +at hij op met een onbevallige gulzigheid. Zijn groote hand placht +plotseling over tuinmuren te verschijnen; zelfs hunkerde hij naar het +brood in de bakkerskarren. Kazen verdwenen van Marlew's voorraadzolder +en geen varkenstrog was veilig voor hem. Als de een of andere boer eens +door zijn koolrapenveld liep, zag hij dikwijls het spoor zijner enorme +voeten, en het bewijs van zijn knagenden honger--hier en daar was een +raap uitgetrokken, en de hierdoor ontstane gaten had hij dan weder, +met kinderlijken list, onbeholpen dichtgemaakt. Hij at een koolraap +zooals men een radijs eet. Hij stond de appels van een boom te eten +als er niemand in de buurt was, zooals gewone kinderen bramen van +een struik plukken. In één opzicht was dit gebrek aan voldoende +proviand tenminste heilzaam voor den goeden vrede te Cheasing +Eyebright--want vele jaren lang at hij ieder kruimpje op van het +Voedsel der Goden dat hem gegeven werd... Ontegenzeggelijk was het +kind lastig en niet op zijn plaats. "Hij slenterde altijd rond," +placht de dominé te zeggen. Hij kon geen school bezoeken; hij kon +evenmin ter kerk gaan, om reden van den beperkten kubieken inhoud +ervan. Er werd een poging gedaan om te voldoen aan den geest van die +"allerdwaaste en onheil-stichtende" wet--ik herhaal wat de dominé +zei--de Wet op het Lager Onderwijs van 1870, door hem buiten het open +schoolraam te doen plaatsnemen, terwijl er binnen onderwezen werd. Doch +zijne tegenwoordigheid ondermijnde de discipline der school, daar de +kinderen voortdurend opstonden en naar hem gluurden, en telkens als +hij wat zei, lachten zij in koor. Zijn stem was zoo vreemd! En aldus +lieten zij hem maar niet weder komen. + +Ook werd er niet verder bij hem aangedrongen naar de kerk te gaan, +want zijn kolossale afmetingen droegen er niet toe bij, om de +algemeene aandacht te bevorderen. En toch konden zij op dit punt +een lichter taak gehad hebben; want er is alle reden te vermoeden +dat er ergens in dat groote lichaam kiemen van godsdienstig gevoel +huisden. Misschien ook dat de muziek hem aantrok. Zoo kon men hem +Zondagsmorgens vaak opmerken op het kerkhof, voorzichtig tusschen +de graven doorloopend, nadat de gemeente de kerk binnengegaan was, +en hij zat daar dan zoolang de dienst duurde bij de groote deur, +en luisterde toe, zooals men luistert naar het geluid in een bijenkorf. + +In het begin toonde hij een zeker gebrek aan tact; de menschen in de +kerk plachten zijn voeten rusteloos om het gebouw te hooren kraken, +of zagen zijn gezicht door de verweerde ruiten naar binnen gluren, half +nieuwsgierig, half afgunstig, en soms trof hem plotseling een eenvoudig +gezang en brulde hij met sombere stem mede, in een reuzen-poging om in +te stemmen. Waarop de kleine Sloppet, die orgeltrapper, banksluiter, +koster en bode en klokkenluider op Zondag was, benevens postbode +en schoorsteenveger in de week, heel dapper en flink naar buiten +placht te gaan en hem, het kind, met hangend hoofd wegzond. Het doet +me genoegen te kunnen zeggen dat Sloppet het,--in de oogenblikken +dat hij er ernstiger over nadacht--voelde. "Het was net als dat je +'n hond naar huis stuurde als je ging wandelen," vertelde hij mij. + +Doch de verstandelijke en moreele opvoeding van den jongen Caddles, +al ging ze ook bij stukjes en beetjes, liet niets aan duidelijkheid +te wenschen over. Van het begin af aan, spanden dominé, moeder en de +geheele wereld samen om hem duidelijk te maken dat zijn reuzenkracht +nièt was om te gebruiken. Het was een ongeluk dat hij maar zoo goed +mogelijk moest zien te dragen. Hij moest ter harte nemen wat hem gezegd +werd, en doen wat hem bevolen werd, oppassen nooit iets te breken of +iemand pijn te doen. Vooral moest hij oppassen nergens op te trappen +of tegen dingen aan te loopen of in het rond te springen. Hij moest +de groote lui beleefd groeten en dankbaar zijn voor het voedsel en +de kleeren, die er voor hem van hunne rijkdommen overschoten. En hij +leerde al deze dingen onderworpen, daar hij van aard en uit gewoonte +een leerzaam kind was, en slechts door zijn voedsel en bij toeval, +een reus. + +In die dagen bleek hij den diepsten eerbied voor Lady Wondershoot +te hebben. Zij vond dat zij het beste tegen hem kon spreken als +zij korte rokken aan en haar hondenzweep bij zich had, en hiermede +gesticuleerde zij en deed altijd een beetje minachtend en praatte erg +luid. Doch soms speelde de dominé den baas--een kleinen, buiten adem +zijnden David van middelbaren leeftijd, die berispingen en verwijten +en bevelen slingerde naar een kinderlijken Goliath. Het monster was +nu zoo groot, dat niemand er zich rekenschap van scheen te kunnen +geven dat het bij slot van rekening nog slechts een kind van zeven +jaar was, met het verlangen van een kind om aangehaald te worden, +en om zich te vermaken en nieuwe ondervinding op te doen, met al het +verlangen van een kind naar wederliefde, aandacht en genegenheid, +en met al de in een kind schuilende geschiktheid tot afhankelijkheid +en oneindige verveling en ellende. + +Als de dominé zoo 's morgens in den zonneschijn den dorpsweg +afwandelde, placht hij een lompen achttien voet van het Onverklaarbare +te ontmoeten, die voor hem even fantastisch en onaangenaam was als een +nieuwe vorm van afscheiding der kerk, zooals het daar onregelmatig +heenliep met uitgestrekten hals, voortdurend zoekend naar de twee +dingen die een kind het meeste noodig heeft--iets te eten en iets om +mee te spelen. + +Als het den dominé zag, kwam er een blik van heimelijken eerbied in +de oogen van het wezen, en het probeerde aan de verwarde voorlok te +tikken bij wijze van groet. + +Op bescheiden schaal bezat de dominé werkelijk +verbeeldingskracht--tenminste het overblijfsel ervan--en tegenover +den jongen Caddles nam zij den vorm aan van het berekenen der +reusachtige mogelijkheden van persoonlijk geweld die er lagen in +zulke enorme spieren. Veronderstel bijvoorbeeld een plotselinge +krankzinnigheid--! Veronderstel een momenteel verliezen van +respect--! Doch de werkelijk dappere man is niet hij die geen vrees +voelt, doch hij die haar overwint. En telkens weder gelukte het den +dominé de vlucht zijner verbeelding te bedwingen. En steeds sprak +hij den jongen Caddles aan met een helderen preektenor. + +"Pas je nog altijd goed op, Albert Edward?" + +En terwijl de jonge reus dichter bij den muur ging staan en diep +kleurde, placht hij te antwoorden "ja meneer--zooveel as 'k kan." + +"Ja, pas maar goed op," zei de dominé dan, en ging hem voorbij met +hoogstens een kleine versnelling van zijn adem. En uit eerbied voor +zijn manlijkheid maakte hij het zich tot regel, om, wat hij zich ook +in het hoofd mocht halen, nooit om te kijken naar het gevaar als hij +het eenmaal voorbij was. + +Zoo nu en dan onderrichtte de dominé den jongen Caddles zelf. Hij +leerde het monster nooit lezen--dat was niet noodig; doch hij leerde +hem de meer gewichtige punten van den Catechismus--zijn plicht jegens +zijn naaste bijvoorbeeld en ook sprak hij hem over die godheid, +die Caddles zoude straffen met de uiterste gestrengheid als hij het +ooit waagde den dominé of Lady Wondershoot ongehoorzaam te zijn. Deze +lessen werden gegeven op de plaats van den dominé, en de voorbijgangers +plachten die zware vlugge kinderlijke stem de leeringen der Gevestigde +Kerk te hooren opdreunen. + +"Den koning en allen die macht 'ebben onder 'em te +ge'oorzamen. Onderworpen te zijn aan al m'n leermeesters, geestelijke +'erders en meesters. En ootmoedig te zijn jegens allen die over mij +gesteld zijn--" + +Weldra bleek het, dat de indruk dien de jonge reus op paarden, die niet +aan hem gewoon waren, maakte, dezelfde was als de schrik die een kameel +hen inboezemde, en hij kreeg bevel niet meer op den heirweg te komen, +niet alleen niet meer in de buurt van het kreupelhout, (waar zijn domme +lach die over den muur klonk, de barones buitengewoon gehinderd had) +doch nèrgens meer. Hij gehoorzaamde deze wet nooit volkomen, daar +de heirweg hem àl te veel belangstelling inboezemde. Doch zijn gang +naar de plaats waar hij vroeger geregeld kwam, werd een hèimelijk +genoegen. Zijn tochten waren ten laatste bijna geheel tot de oude +weide en de heuvels beperkt. + +Ik weet werkelijk niet wat hij had moeten beginnen als de heuvels +er niet geweest waren. Dààr waren ruimten waar hij mijlen ver kon +loopen, en dit deed hij dan ook. Hij brak takken van de boomen en +maakte onzinnige groote bouquetten tot het hem verboden werd, hij +nam de schapen op en zette ze netjes op rijen, waar ze onmiddellijk +weer uitliepen, (en altijd lachte hij hier hartelijk om) totdat het +hem verboden werd, hij groef den bovengrond weg en maakte in zijn +baldadigheid groote gaten, totdat ook dit hem verboden werd... + +Hij placht over de heuvelen te dwalen, zelfs wel tot den heuvel +achter Wreckstone, doch niet verder, omdat hij daar aan bebouwd land +kwam en omdat de lieden, door de verwoestingen die hij aanrichtte +onder hunne wortelvelden, en bovendien aangemoedigd door een soort +vijandelijke blooheid die zijn ongekamd voorkomen dikwijls verwekte, +steeds op hem afkwamen met blaffende honden om hem te verjagen. Zij +dreigden hem en sloegen op hem los met karrezweepen. Ik heb hooren +zeggen dat ze soms zelfs op hem schoten met hagel. En den anderen +kant uit dwaalde hij tot onder Hickleybrow. Als hij op den heuvel +achter Thursley Hauzer stond, kon hij nog juist de London- Chatam- +en Dover-lijn zien, doch bebouwde velden en een verdacht gehucht +hielden hem terug van elke poging naderbij te komen. + +En na eenigen tijd verschenen er waarschuwingsborden--groote borden +met roode letters, die hem in iedere richting den weg versperden. Hij +kon niet lezen wat de letters voorstelden: "Verboden terrein," doch +weldra begreep hij het. Spoorwegreizigers zagen hem in die dagen +dikwijls zitten met zijn kin op de knieën, tegen het duin aan, dicht +bij de kalkmijnen van Thursley, waar hij later aan het werk gezet +werd. De trein scheen vage vriendschappelijke gevoelens in hem te +wekken, en soms wuifde hij naar het gevaarte met een enorme hand, +en soms riep hij het in zijn boersch dialect een groet toe. + +"Kolossaal," zei de passagier dan. "Dat is een van de +Bomvoedsel-kinderen. Ze zeggen, meneer, dat hij absoluut niet voor +zichzelven kan zorgen--feitelijk niet veel meer dan een idioot, +en een groote last voor de plaats waar hij woont." + +"Ouders erg arm, hoor ik." + +"Leeft van de liefdadigheid van de plaatselijke deftige lui." + +En iedereen keek dan, alsof ze 't volkomen begrepen, naar die in de +verte neerhurkende monsterachtige gestalte. + +"Daar moest feitelijk een stokje voor gestoken worden," opperde dan +de een of andere verruimde geest. "Stel je voor als je d'r zoo es +een paar duizend in den kost had, he?" + +En doorgaans was er wel één onder de passagiers die wijs genoeg was +dezen filosoof te antwoorden met zijn gansche hart: "ja, dan zou je +wat zien, meneer." + + + +II. + +Het was niet alles rozegeur en maneschijn met den jongen Caddles. + +Daar hadt je bijvoorbeeld die onaangenaamheden die ontstonden uit de +quaestie met de rivier. + +Hij maakte kleine bootjes uit heele couranten, een kunst die hij +afzag van den jongen van Spender, en hij liet ze stroomafwaarts +drijven--precies groote papieren steekhoeden. Als ze onder de brug +verdwenen, die de grens vormt van de voor het publiek gesloten gronden +om het kasteel Eyebright, placht hij een luiden kreet te slaken en naar +den anderen kant te loopen, dwars door Tormat's nieuwe veld--goeie +hemel! wat gingen die varkens van Tormat er van door, zóólang tot al +hun goede vet tot mager vleesch werd!--om zijn bootjes aan den anderen +kant bij de doorwaadbare plaats weer op te vangen. Deze papieren +bootjes plachten dwars tusschen de dichterbij gelegen gazons door te +varen, tot vóór het kasteel, waar Lady Wondershoot ze vlak voor haar +neus zag voorbijvaren! die opzichtige opgevouwen couranten! "'t Was +wat moois!" + +Stoutmoediger wordend omdat hij niet gestraft werd, begon hij op zijn +kindermanier zich toe te leggen op waterbouwkunde. Hij groef een groote +haven voor zijn papieren vloten met een oude schuurdeur, die als spade +dienst deed, en daar toevallig niemand zijne werkzaamheden gadesloeg, +dacht hij op vernuftige wijze een kanaal uit, dat ongelukkigerwijs +den ijskelder van Lady Wondershoot deed onderloopen, en ten slotte +maakte hij een dam dwars door de rivier met een paar deuren aarde--hij +moet hieraan gewerkt hebben als een lawine--en daar kwam plotseling +en op wonderbaarlijke wijze een stroom water dwars door de heesters +en voerde juffrouw Sprinks en haar schildersezel mede, en liet haar +achter, kletsnat tot de knieën, met druipende rokken, loopend al wat +zij loopen kon in de richting van het huis. En vandaar stortte het +water zich door den moestuin en zoo langs de groene deur het laantje +in en door Short's sloot, zóó weer naar de rivierbedding terug. + +De dominé, die in zijn gesprek met den smid gestoord werd, was +verbaasd de visch, die allertreurigst op het droge geworpen was, +te zien opspringen uit een paar overgebleven plassen, en groen wier +opgehoopt te zien in de stroombedding, waar nog geen tien minuten +tevoren acht voet en meer helder koel water gestaan had. + +Hierna ontvluchtte de jonge Caddles, ontsteld over de gevolgen zijner +daad, zijn tehuis gedurende twee dagen en nachten. Slechts door den +honger gedreven keerde hij er in terug, om met stoïcijnsche kalmte een +hoeveelheid scheldwoorden te verdragen, die méér aan zijne grootte +geëvenredigd was dan iets anders dat hem in het Gelukkige Dorp ooit +ten deel was gevallen. + + + +III. + +Onmiddellijk na deze zaak, vaardigde Lady Wondershoot, die om zich +heen zocht naar nog meer dingen die zij als reden kon opgeven voor +de uitbranders en het vasten waarmede zij den ongelukkige gestraft +had, eene ukase uit. Het eerst aan haren bottelier en dit erg +plotseling, zoodat zij hem van schrik deed opspringen. Hij was bezig +den ontbijtboel op te ruimen, en zij keek een erg groot raam uit dat +uitzag op het terras waar de reeën altijd gevoederd werden. "Jobbet," +zei zij op haren meest gebiedenden toon,--"Jobbet, dit Wezen moet +werken voor den kost." + +En zij maakte niet alleen Jòbbet duidelijk (hetwelk gemakkelijk ging), +doch ieder ander in het dorp, den jongen Caddles zelf hierin begrepen, +dat zij hierin, als in alle andere dingen, meende wat zij zeide. + +"Houdt hem bezig," zei Lady Wondershoot. "Dáár moeten we heen met +den jongenheer Caddles." + +"Daar moet het met de geheele Menschheid heen," zei de dominé. "De +simpele plichten, tijd van zaaien, tijd van oogsten--" + +"Juist," zei Lady Wondershoot. "Dat zeg ik ook altijd. Ledigheid is +des duivels oorkussen. Dat is tenminste zoo bij de lagere klassen. Wij +voeden onze onder-werkmeiden altijd naar dit principe op. Waar zullen +we hem aan zetten?" + +Ja, dit was een lastige vraag. Zij bedachten verschillende dingen, +en ondertusschen wenden zij hem een beetje aan werken, door hèm, +inplaats van een bereden boodschapper te gebruiken bij het bezorgen +van telegrammen en berichten als er dringende haast bij was, en ook +droeg hij bagage en kisten en dergelijke dingen in een groot net, +dat zij voor hem maakten. Hij scheen van bezigheid te houden, en het +te beschouwen als een soort spelletje en Kinkle, Lady Wondershoot's +rentmeester, die hem op zekeren dag een kunstmatig aangelegde +rotspartij voor haar zag verplaatsen, kreeg den schitterenden +inval hem in haar krijt-groeven te Thursley Hanger aan het werk te +zetten. Aan dit denkbeeld werd gevolg gegeven, en het had er allen +schijn van dat hiermede het probleem opgelost was. Hij werkte in de +krijtgroeve, eerst met het pleizier van een spelend kind, en later uit +sleur--gravend, opladend, en alleen al de wagentjes ophijschend, de +vollen de rails naar het wisselspoor opduwend en de leêgen optrekkend +aan het staaldraad van een groote windas--en de geheele groeve alleen +bewerkend. + +Ik heb hooren vertellen dat Kinkle een heel aardig sommetje uit hem +sloeg ten bate van Lady Wondershoot, daar Caddles bijna niets anders +verteerde dan zijn voedsel; doch dit belette niet dat zij "het Wezen" +"een reusachtigen parasiet van haar liefdadigheid" bleef noemen... + +Te dien tijde droeg hij een soort boerenkiel van zakkenlinnen, +een broek van gelapt leder, en met ijzer beslagen klompen. Op +zijn hoofd droeg hij soms een vreemdsoortig ding--een niet langer +gebruikte stoel-zitting, die gevlochten was uit het stroo van een +bijenkorf, doch gewoonlijk liep hij blootshoofds. Hij bewoog zich in +de groeve met groot overleg, en als de dominé 's middags, op zijn +digestiewandeling daar voorbijkwam, vond hij hem zijn verbazende +hoeveelheid voedsel verorberend, alsof hij er zich eenigszins voor +schaamde, en met zijn rug naar zijne verdere omgeving gekeerd. Zijn +voedsel werd hem dagelijks gebracht--een massa koren in de aar, op +een lorrie--een kleine spoor-lorrie, gelijkend op een van de lorries +die hij voortdurend met krijt vulde, en deze lading placht hij te +roosteren in een ouden kalkput en haar dan te verorberen. Soms ook +vermengde hij haar wel met een zak suiker. Soms zat hij te likken aan +een klomp zout zooals men aan koeien geeft, of at hij een reusachtigen +klomp dadels met pitten en al op, zooals men ze in Londen wel op de +wagens der straatventers ziet. Zijn drinkwater haalde hij uit het +riviertje, dat achter het verbrande terrein der Proef-Hoeve stroomde, +en ging met zijn gezicht voorover in het water liggen en slurpte het +zóó op. Door dit drinken, nadat hij gegeten had, raakte het Voedsel +der Goden op zekeren keer los, en deed zijn werking voelen, eerst +in het opschieten van reuzen-onkruid aan den rivierkant, toen in +groote kikvorschen, grootere forellen en karpers, en dàn nog in een +fantastischen overvloedigen plantengroei, die zich over de geheele +kleine vallei verspreidde. + +En na ongeveer een jaar werden de vreemde monsterachtige larven in het +stuk land voor het huis van den smid zóó groot en ontpopten zich in +zùlke vreeselijke torren en kakkerlakken--motor-kakkerlakken noemden +de jongens ze--dat ze Lady Wondershoot het land uitdreven. + + + +IV. + +Doch weldra zou het Voedsel een nieuwe phase bij hem +intreden. Niettegenstaande de eenvoudige leeringen van den +dominé--leeringen die er op berekend waren, het bescheiden natuurlijke +leven dat een reuzen-boer paste, op de beste en meest afdoende +wijze af te ronden--begon hij te vragen naar allerlei dingen en te +dènken. Naarmate hij van jongen tot man opgroeide werd het steeds +duidelijker dat zijn brein er een eigen denk-proces op na hield--dat +geheel buiten het toezicht van den dominé viel. De predikant deed +zijn best dit verontrustend verschijnsel te negeeren, maar toch,--hij +voelde zeer goed dat het aanwezig was. + +De stof waar de jonge reus over kon denken, vond hij overal om +zich heen. Zonder dat hij het bepaald kon helpen, moet hij toch, +met zijn ruimer uitzicht, zijn voortdurend op de dingen néérzien, +heel wat gezien hebben van het menschelijk leven, en naarmate het +hem duidelijker werd dat, uitgenomen zijn lompe grootte, hij óók een +mensch was, moet hij steeds meer hebben leeren inzien van hoeveel +hij buitengesloten was door dit meewarig punt van onderscheid. Het +gezellige gegons dat uit de school kwam, het mysterie van den +godsdienst dat in zooveel weelde genoten werd, en zulk een zoete +melodie uitademde, het joviale gezang dat uit de herberg klonk, de +warm-verlichte vertrekken, met kaarsen verlicht en met vuur verwarmd, +waarin hij gluurde van uit de duisternis buiten, of de luidruchtige +opwinding, de energie der in flanel gekleede jongens, die naar een, +door hem maar vaag begrepen doel speelden op het cricketveld--al +deze dingen moeten luid gesproken hebben tot zijn naar gezelligheid +hakend hart. Het blijkt dat naarmate hij langzaam zijn volwassen +staat bereikte, hij een warme belangstelling begon te voelen in de +handelingen van minnaars, in de keuzen en het paren, en in al die +intimiteiten die zoo gewichtig zijn in het leven. + +Op zekeren Zondag, tegen het uur dat de sterren en de vledermuizen en +de hartstochten van het leven op het land te voorschijn komen, bevond +zich toevallig een jong paartje dat "mekaar een beetje kuste", in het +"Minnaarslaantje", een laantje met breede heggen, dat achterom loopt +naar de Upper Lodge. Zij vierden hun emotietjes bot, zoo veilig in +den warmen, stillen schemer als minnaars maar zijn kunnen. De eenige +stoornis kon, zoo meenden zij, van den kant van den weg komen, en deze +konden zij een heel eind afzien; de twaalfvoet hooge heg die naar de +stille duinen liep, leek hun een absolute waarborg tegen stoornis. + +En toen werden zij--'t is haast niet te gelooven--van den grond +gelicht en van elkaar gescheiden. + +Zij bevonden dat zij onder de oksels in de hoogte werden gehouden +tusschen een vinger en duim, terwijl de ontstelde bruine oogen van +den jongen Caddles hen scherp in hunne warme, kleurende gezichten +staarden. Het is begrijpelijk dat zij niets konden zeggen van +verbazing. + +"Waaròm doen jelui dat zoo graag?" vroeg de jonge Caddles. + +Ik maak, uit wat ik ervan gehoord heb, op, dat de verlegenheid +duurde tot de boerenjongen, zich herinnerend dat hij een man was, +den jongen Caddles heftig, met luide bedreigingen, geschreeuw en +manhaftige vloeken, zooals het geval vereischte, beval hen bij dit en +dat neêr te zetten. Waarop de jonge Caddles, plotseling inziend dat +hij onbeleefd was, hen knus dicht bij elkaar bracht, zoodat ze hun +omarmingen, indien ze zin hadden, dadelijk weder konden hervatten, +en nadat hij een oogenblik aarzelend boven hen was blijven staan, +verdween hij weder in den schemer... + +"Maar ik voelde toch maar dat ik een héél raar figuur sloeg," +deelde de jongen mij in vertrouwen mede. "We konden bijna niet naar +mekaar kijken--omdat hij ons zóó gesnapt had. We kusten mekaar zoo'n +beetje--weetje. En 't gekste van alles was dat ze mijn van alles de +schuld gaf", zei de jongen. + +"Gaf me leelijk smeer, en wou de heele weg naar 'uis bena niet meer +teuge me spreke..." + +Het leed geen twijfel of de reus begon de dingen zelf te +onderzoeken. Het was duidelijk dat zijn geest vragen begon te +stellen. Tot nu toe deed hij ze aan weinigen, doch hij liep er mede +rond. Ook zijn moeder kreeg haar deel van de strikvragen. + +Hij placht het erf achter zijn moeder's huisje op te komen en na den +grond nauwkeurig onderzocht te hebben of er ook kippen of kuikens +liepen, zich langzaam op den grond neer te laten, met zijn rug tegen +den schuur. In een oogwenk waren de hoenders, die hem graag mochten, +bezig met overal aan hem te pikken aan de krijt-laag die zich in de +naden van zijn kleederen had vastgezet, en als het weder op regen +stond en het hard waaide, zette het jonge katje van juffrouw Caddles, +dat nooit het vertrouwen in hem verloor, een hoogen rug, en rende het +huisje in, naar het fornuis in de keuken, dan weer terug, naar buiten, +tegen zijn been op, dan tegen zijn lijf op, tot op zijn schouder, +bleef dan een oogenblik als in gedachten zitten, en dan, hip, daar +ging het weer! denzelfden weg terug en zoo voort. Soms zette het hem +de nagels wel eens in het gezicht van pure pret, doch hij durfde het +nooit aan te raken omdat hij er niet zeker van was wat het effect zoude +zijn als hij zijn zware hand op zulk een zwak wezentje legde. Bovendien +hield hij er wel van om gekitteld te worden. En een poosje later deed +hij dan zijne moeder eenige onhandige vragen. + +"Moeder, als het goed is om te werken, waarom werkt dan iederéén niet?" + +Dan keek zijn moeder naar hem op en antwoordde: + +"Dat is goed voor ons soort van menschen." + +Hij dacht dan een tijdje na. "Waaròm?" + +En als hij hierop geen antwoord kreeg, ging hij voort: "Waar diènt +werken eigenlijk voor, moeder? Waarom hak ik krijt en wasch jij, +van dag tot dag, terwijl Lady Wondershoot rondrijdt in haar rijtuig, +moeder, en op reis gaat naar die mooie vreemde landen die jij en ik +nooit zullen zien, moeder?" + +"Dat komt omdat zij 'n dame is," zei juffrouw Caddles. + +"Zoo zoo," zei de jonge Caddles en verzonk in diep gepeins. + +"Als er geen deftige lui waren die werk voor ons maakten, hoe zouwen +wij arme lui dan an de kost kommen?" zei juffrouw Caddles. + +Dit moest hij eerst weer verwerken. + +"Moeder," waagde hij nog eens, "als er nu es geen adellijke lui waren, +zou dan alles niet aan menschen zooals jij en ik hooren, en als ze--" + +"Goeie hemel, hoor me die jongen nou toch es!" zei juffrouw Caddles +dan--met behulp van een goed geheugen had zij zich sinds haar +moeders dood tot een bloemrijk- en krachtig-uitende persoonlijkheid +ontwikkeld--"nadat je arme goeie grootmoeder 'eengegaan is, ben je +onverdragelijk geworden. Zorg jij maar dat je geen vragen doet, +dan krijg je geen leugens te hooren. As ik je es ècht zou willen +gaan antwoorde', dan zou je vader wel eerst iemand anders magge gaan +hale om z'n avondete' klaar te make'--om nog niet eens te spreke' +van de wasch--" + +"Nou, goed, moeder," zei hij dan, na haar een oogenblik verwonderd +te hebben aangekeken. "Ik wou 't je niet lastig maken." + +En dan verzonk hij weder in gedachten. + + + +V. + +Hij was ook bezig met denken vier jaren later, toen de dominé, nu niet +langer rijp, doch òverrijp, hem voor de laatste maal zag. Ge kunt u den +ouden heer wel voorstellen, voor het uiterlijke een weinig ouder nu, +minder zwaarlijvig, een beetje grover, en wat zwakker van gedachten +en in zijn spraak, met een zekere beverigheid in zijne hand en een +zekere beverigheid in zijne overtuigingen, doch met een nog helder en +blijmoedig oog, niettegenstaande al wat "het Voedsel" in het dorp en in +hemzelf gewrocht had. Soms was hij verontrust en beangst geworden; doch +was hij nog niet in leven en dezelfde? en vijftien lange jaren--een +heel brokje eeuwigheid--hadden de bezoeking in nut doen verkeeren. + +"Ik geef toe, dat het een heele omkeer was," placht hij te zeggen, +"en de dingen zijn werkelijk anders geworden--anders in vele +opzichten. Vroeger kon een jòngen wieden, doch nu gaat een màn het veld +in met bijl en breekijzer--tenminste, dit is noodig op sommige plaatsen +bij het kreupelhout. En het is ons ouderwetsche menschen nòg altijd +een beetje vreemd, te zien, dat, waar vroeger de rivierbedding was, +vóór zij aan het irrigeeren gingen, nu koren van vijf en twintig voet +groeit--zooals dit jaar het geval is--. Men gebruikte de ouderwetsche +zeis hier twintig jaar geleden en dan bracht men den oogst op +een wagen thuis--en men verheugde zich--kalm en fatsoenlijk. Een +beetje dronken, niet al te erg, zeker, een beetje eerbaar gevrij, +waarmede het Oogstfeest eindigde... Arme Lady Wondershoot--zij kon +niet tegen al deze veranderingen. Erg conservatief! Had nog een tikje +van de achttiende eeuw in zich, placht ik altijd te zeggen. Haar taal +bijvoorbeeld... opgeblazen in haar trots... + +"Zij stierf betrekkelijk arm. Dat groote onkruid raakte ook in háár +tuin. Zij was niet een van die vrouwen die aan tuinieren doen, doch +zij zag haar tuin graag netjes--dat de dingen groeiden wáár ze geplant +werden, en zooàls ze geplant werden--onder toezicht... De wijze waarop +de dingen begonnen te groeien was heelemaal niet wat zij wenschte--en +bracht een algeheele omwenteling in hare denkbeelden teweeg. Zij hield +niet van de voortdurende invallen van dit jonge monster--ten laatste +begon zij zich te verbeelden dat hij voortdurend haar stond aan te +gapen over haar eigen muur... Zij vond het naar, dat hij bijna zoo +lang was als haar huis hoog... Haar aesthetisch gevoel kwam hiertegen +in opstand. Arme goeie dame! Ik had zoo gehoopt dat zij niet vóór mij +was heengegaan. Het waren de groote meikevers die hier een jaar of +zoo waren, die haar deden besluiten naar het buitenland te gaan. Die +meikevers kwamen van de reuzen-larven--leelijke dingen zoo groot als +ratten--in de grasgrond van de vallei... En ook de mieren droegen er +ongetwijfeld het hunne toe bij. + +"Daar nu toch alles onderstboven gekeerd was en er nergens rust +en vrede te vinden waren, zei zij dat zij feitelijk even goed naar +Monte Carlo kon verhuizen als ergens anders heen. En daar ging zij +dan ook heen. + +"Ik heb hooren zeggen dat ze tamelijk hoog speelde en stierf in +een hotel daar. Treurig einde... Bannelinge... Niet--niet wat men +behoorlijk acht... Door geboorte een leidster van ons Engelsch +volk... Ontworteld. Ja ja! + +"En toch," ging de dominé voort, "heeft het feitelijk niet zooveel te +beteekenen. 't Is natuurlijk wel een last. De kinderen kunnen niet +zoo vrij meer rondloopen als vroeger, uit vrees voor mierenbeten +en andere dingen. Maar misschien is dàt nog wel zoo goed... Er +werd over gepraat--alsof dit goedje in alles een omwenteling zou +teweegbrengen... Doch er is iets dat al deze krachten van het +Nieuwe wederstaat... Natuurlijk ik weet daar niet van. Ik behoor +niet tot de moderne filosofen,--die alles met aether en atomen +verklaren. Evolutie. Stel je voor, dergelijke nonsens. Wat ik bedoel +is iets dat de Ologiën niet bevatten. Quaestie van verstand, niet van +begrip. Rijpe wijsheid. De menschelijke natuur. Aere perennius... Noem +het wat ge wilt." + +En zoo liep alles eindelijk met hem op een eind. + +De predikant had geen voorgevoel van wat hem boven het hoofd hing. Hij +deed zijn gewone wandeling langs Farthing Doron, zooals hij dit meer +dan twintig jaren lang gedaan had, en zóó naar de plaats waar hij +den jongen Caddles kon gadeslaan. Hij was een beetje buiten adem +toen hij boven op de helling van de krijt-groeve aankwam--sedert +lang had hij den Veerkrachtigen Christen-tred van vroeger jaren +verloren; doch Caddles was niet aan zijn werk, en toen, terwijl hij +heenliep om het kreupelboschje van reuzenbrem dat den Hanger begon te +verduisteren en er zijn schaduw op wierp, stond hij plotseling voor de +reuzengestalte van het monster, dat op den heuvel zat--alsof het op de +aarde zat te broeden. Caddles' knieën waren opgetrokken, hij steunde +den wang met zijn hand, en hield het hoofd een weinig op zijde. Hij +zat met zijn schouder naar den Dominé gewend, zoodat de oogen, die, +als niet begrijpend, rondstaarden, niet zichtbaar waren. Hij moet +zeer ingespannen hebben zitten werken--hij zat tenminste heel stil... + +Hij wendde zich niet om en wist niet dat de dominé, die zulk een +groote rol gespeeld had in het vormen van zijn bestaan, naar hem +stond te kijken voor het laatst voor langen, langen tijd--wist zelfs +niet dat hij daar stond (op deze wijze hebben zoovele scheidingen +plaats.) Het kwam in het brein van den dominé op, dat bij slot van +rekening niemand ter wereld een vaag begrip had van wat dit monster +bepeinsde als hij uitrustte van zijn arbeid. Doch hij was te traag +om dit nieuwe thema dien dag verder uit te werken; hij liet het weder +varen en verviel weder in zijn vroegeren gedachtengang. + +"Aere perennius," fluisterde hij, langzaam huiswaarts wandelend +langs een pad, dat niet langer zooals vroeger recht over den met +gras bedekten grond liep, doch in allerlei bochten kronkelde om +nieuwe opgeschoten bosjes reuzengras te vermijden. "Neen! Er is niets +veranderd. Afmetingen zeggen niets. De simpele rondgang, de weg van +altijd." En dien nacht, zonder eenige pijn, en zonder dat hij het +zelf wist, ging ook hij den gewonen weg--en verliet dit Mysterie van +Verandering dat hij gedurende zijn leven staag geloochend had. + +Men begroef hem op het kerkhof van Cheasing Eyebright, dicht bij +den hoogsten iep, en de eenvoudige grafsteen, die zijn grafschrift +droeg--het eindigde met: Ut in Principio, nunc est et semper,--werd +bijna onmiddellijk aan het oog onttrokken door het opschieten van +reusachtig, grijs-gepluimd gras, dat te dik en te grof was voor zeis +en schapen, en dat zich als een mist over het dorp kwam storten uit +de aan kiemen rijke vochtige vallei-weiden, waarin het Voedsel der +Goden gewerkt had. + + + + + + +BOEK III. + +DE OOGST VAN HET VOEDSEL. + + +HOOFDSTUK I. + +DE VERANDERDE WERELD. + + +I. + +Gedurende twintig jaren speelde de Verandering met de wereld. Voor de +meeste menschen kwamen de nieuwe dingen merkwaardig genoeg langzaam en +dag aan dag, doch niet zoo plotseling dat zij hen overstelpten. Doch +aan één mensch zou alles wat zich in die twintig jaar had opgehoopt, +geopenbaard worden plotseling en verbazingwekkend, en wel alles in één +dag. Voor ons doel is het noodzakelijk dien dag met hem te doorleven, +en iets te verhalen van de dingen die hij toen zag. + +Deze man was een tot levenslange gevangenisstraf veroordeelde--wat +hij bedreven had komt hier minder op aan--dien de wet na twintig +jaren gratie geschonken had. + +Op zekeren zomermorgen werd deze arme sukkel, die de wereld verlaten +had als een jonge man van drie en twintig, plotseling uit de grauwe +sleur van arbeid en discipline, waaraan hij gewoon was geworden, +geplaatst temidden der heerlijkst-schitterende vrijheid. Men had hem +ongewone kleêren aangetrokken; zijn haar had hij gedurende eenige weken +laten groeien, en hij had er gedurende eenige dagen een scheiding in +gekamd; en daar stond hij nu, met een soort armoedige, en onbeholpen +nieuwheid van lichaam en geest, knipperend met de oogen en zelfs +knipperend met zijn ziel, weder buiten de gevangenis, en trachtend in +één ongelooflijk iets te denken, namelijk dat hij zich gedurende een +tijdje weder in het daadwerkelijke leven bevond, en geheel onvoorbereid +op alle andere ongelooflijke dingen. Hij was zoo gelukkig een broeder +te bezitten, die wel zóóveel gaf om de vervlogen dingen van vroeger +dagen, welke zij tezamen beleefd hadden, om hem te komen afhalen +en zijn hand te drukken--een broeder dien hij als kleinen jongen +achtergelaten had en die nu een gebaard man was wien het goed ging +in de wereld--en wiens oogen hij zelfs niet meer herkende. En tezamen +kwamen hij en deze vreemdeling, die tot zijn naaste familie behoorde +in de stad Dover aan, wèinig met elkaar sprekend en véél denkend. + +Zij zaten een tijdje in een café, terwijl de een de vragen van den +ander omtrent dezen en genen persoon beantwoordde; eigenaardige +oude gezichtspunten leefden weer op; eindelooze nieuwe uitzichten en +verten werden op zij geschoven, en toen was het tijd naar het station +te gaan, om den trein naar Londen te kunnen halen. Hunne namen en +de persoonlijke dingen die zij te bespreken hadden, komen er voor +onze geschiedenis minder op aan, doch enkel de veranderingen en al +het vreemde dat deze arme wederkeerende ziel vond in de eens hem +zoo bekende wereld. In Dover zelf viel hem weinig anders op dan dat +het goed was bier uit een pul te drinken--nooit had bier hem tevoren +ooit zóó gesmaakt, en het deed tranen van dankbaarheid in zijne oogen +wellen. "'t Bier is nog altijd even goed om te drinken," zei hij, +het inderdaad oneindig veel beter vindend dan vroeger... + +Eerst toen de trein hen voorbij Folkestone deed vliegen, was hij +in staat iets verder te zien dan zijne onmiddellijke emoties, +en zag hij wat er met de aarde gebeurd was. Hij gluurde uit het +raampje. "Lekker zonnetje," zei hij, voor de twaalfde maal. "Ik kon +geen beter weêr treffen." En toen viel het hem voor het eerst op, +dat er nieuwe verhoudingen in de dingen gekomen waren. "Goeie hemel," +riep hij uit, terwijl hij rechtop ging zitten, en voor de eerste +maal met levendigen blik naar buiten keek, "dat zijn allemachtig +groote distels, die daar op den oever bij dat brem daar groeien. As +'t tenminste distels zijn. Of weet 'k 't niet meer?" + +Doch het waren wèl distels, en wat hij voor hooge bremstruiken aanzag, +was het nieuwe gras, en hier middenin was een compagnie Britsche +soldaten--nog altijd met roode jassen aan--bezig te schermutselen +volgens de regelen van het excercitie-boekje dat gedeeltelijk herzien +was na den Boeren-oorlog. Toen plotseling--sjt--een tunnel in, +en toen vlogen zij Sandling Junction binnen, dat geheel omgeven en +verduisterd werd--alle lampen brandden er--door een groot kreupelbosch +van rododendrons, die uit een naburigen tuin gekropen waren en zich +over de geheele vallei verspreid hadden. Er stond een trein op het +zijspoor te Sandling, die hoog opgeladen was met rhododendronblokken, +en hièr hoorde de wederkeerende burger voor het eerst van Bomvoedsel. + +Toen zij voortsnelden, een landstreek in die geheel onveranderd +scheen, waren de beide broeders druk bezig met hunne uitleggingen. De +een was vol van driftige vervelende vragen: de ander had zich nooit +bekommerd, en er nooit aan gedacht de quaestie als een op zichzelf +staand feit te zien, en bij sprak over dingen die hem heel gewoon +leken en die de ander zich moeilijk kon voorstellen. "Dat is dat +Bomvoedsel," zei hij, al zijn grondkennis van het geval op èenmaal +luchtend... "Snap je? Hebben ze je daar geen van allen iets van +verteld? Bomvoedsel! Dat weet je toch wel--Bomvoedsel. Waar de heele +verkiezing om draait. Wetenschappelijk goedje. Niemand je d'r ooit +van verteld?" + +Hij vond dat de gevangenis een ontzettenden sufkop van zijn broeder +gemaakt had, dat hij dàt niet wist. Over en weer vlogen de vragen +en antwoorden. En hiertusschen waren soms tusschenpoozen dat zij +uit het raampje keken. In het begin was de belangstelling die de +man voor de dingen voelde, vaag en algemeen. Zijn verbeelding was +bezig geweest met wat die en die, dien hij nog kende van vroeger, +wel zeggen zou, hoe die en die er wel zou uitzien, hoe hij tegen +allen die hij van vroeger kende enkele dingen zou zeggen die zijn +"verhuizen naar de Nor," in een minder ongunstig daglicht zouden +stellen. Dit Bomvoedsel had zich 't eerst aan hem voorgedaan, alsof +hij er zóó van in een couranten-artikel gelezen had, en toen was het +een bron van geestelijke moeilijkheid geworden tusschen hem en zijn +broeder. Doch het werd hem spoedig duidelijk, dat dit Bom-voedsel in +ieder gesprek dat hij begon binnensloop. + +In die dagen was de wereld in een alles desorganiseerend tijdperk +van overgang, zoodat dit groote nieuwe feit hem in zijne contrasten +trof met een schok. Het veranderingsproces was niet algemeen geweest; +het had zich verspreid vanuit centra, die ver van elkaar lagen. Het +land was in plekken verdeeld; er waren groote uitgestrektheden waar +het Voedsel nog komen moest, en andere, waar het reeds in den grond +en in de lucht zat, sporadisch en besmettend. Het was als een brutaal +nieuw motief dat zich tusschen oude, eerwaardige melodieën dringt. + +Het contrast was te dien tijde vooral zeer levendig langs de spoorlijn +van Dover naar Londen. Een tijd lang snelden zij door juist zulk een +landstreek als hij gekend had sedert zijn kindsheid, de kleine ovale +met heggen-afgezette akkers, juist groot genoeg om door dwerg-paardjes +geploegd te worden, de weggetjes, breed als drie karren, de olmen en +eiken en populieren die als spikkels in deze velden stonden, kleine +boschjes van wilgen op de oevers der riviertjes, hooischelven die +niet hooger waren dan de knieën van een reus, poppen-landhuisjes met +ruitvormige venster-ruiten, braakliggende stukken land, en slingerende +dorpsstraatjes, de grootere huizen op de klein-groote, met bloemen +overdekte stations, en al die kleine dingen der negentiende eeuw die +nog weerstand boden aan deze enorme Grootheid. Hier en daar stond +een bosje door den wind gezaaide en verwaaide reuzendistels, die +den bijl weerstonden; hier en daar stond een tien voet hooge zwam, +of de buigzame stengels van een dor afgebrand bosje reuzen-gras; +doch dit was het eenige dat op de komst van het Voedsel duidde. + +Een veertig mijlen ver was er niets dat wees op de aanwezigheid van +het reusachtige graan en van het onkruid, dat op nog geen twaalf +mijlen afstand over de heuvelen in de vallei van Cheasing Eyebright +groeide. En toen begonnen zich plotseling sporen van het Voedsel +te vertoonen. + +Het eerste wat hem opviel, was het groote nieuwe viaduct te Tonbridge, +waar het moeras van de dichtgegroeide Medway (dit dichtgroeien was +veroorzaakt door een reuzen-varieteit van "Chara") in die dagen +begon. Toen weder het gewone kleine land, en vervolgens, toen de +klein-krioelende uitgestrektheid van Londen zich in de wazige verte +begon uit te spreiden, werden de sporen van den strijd der menschen +om deze grootheid buiten te sluiten, talrijk en zonder tusschenpoozen. + +In dat zuid-oostelijk gedeelte van Londen, en overal om de plaats +waar Cossar en zijn kinderen woonden, was het Voedsel op honderden +punten op geheimzinnige wijze losgebroken; het kleine leven ging +gewoon zijn gang tusschen deze dagelijksche voorteekenen, die niet +langer waarschuwend tot de menschen spraken, door het geleidelijke van +hunnen aanwas, en doordat men langzaam en even geleidelijk wende aan +hunne tegenwoordigheid. Doch deze huiswaarts-keerende burger staarde +naar buiten, en zag voor het eerst hoe vreemd en overweldigend het +Voedsel gewerkt had. Platgebrande en verkoolde stukken grond, groote +wanstaltige verdedigingswerken en voorzorgsmaatregelen, barakken en +arsenalen, die deze subtiele volhoudende invloed in het leven der +menschen had gedrongen. + +Hier had zich telkens en telkens weder op grooter schaal de +ondervinding der eerste Proef-Hoeve herhaald. Het Voedsel had gewerkt +in de minder belangrijke dingen des levens--op braakliggende plaatsen, +onregelmatig en zonder doel--en hierin had de komst van een nieuwe +kracht en nieuwe punten van uitgang zich het eerst doen gelden. Er +lagen groote kwalijkriekende erven en afgeschoten plaatsen, waar de +een of ander onuitroeibare wildernis van onkruid, brandstof leverde +voor reusachtige machinerieën (kleine stadsmenschjes kwamen staan +gapen naar de geoliede snorrende raderen en gaven de werklieden een +kwartje fooi); er waren wegen en wagensporen voor groote motoren en +voertuigen--wegen, die aangelegd waren van de inelkaar gevlochten +vezels van overvoed vlas; dan waren er torens met stoom-sirenen, die +onmiddellijk konden gillen en de wereld waarschuwen als er weder een +nieuw soort ongedierte was losgebroken, of, en dit was nog vreemder, +oude eerwaardige kerktorens, die in het oogloopend voorzien waren van +mechanisch-gillende instrumenten. Er waren kleine rood-geschilderde +vlucht-hutten en barakken voor het garnizoen, elk met een schietbaan +van 300 meter, waar de scherpschutters zich dagelijks oefenden +met kogels met zacht-looden punten, op schijven die den vorm van +reuzen-ratten hadden. + +Sedert den tijd der Skinners was er zesmaal een reuzen-ratten-plaag +geweest--telkenmale vanuit de riolen van het zuidwesten van Londen, +en nù werd hun bestaan geaccepteerd, als dat der tijgers op den delta +van Calcutta... + +De broeder van den man had op nonchalante wijze een courant gekocht +te Sandling en eindelijk viel het oog van den ontslagen gevangene +hierop. Hij sloeg de bladen waaraan hij zoozeer ontwend was, op--ze +leken hem kleiner, talrijker en anders gedrukt dan de couranten van +vroeger--en hij zag voor zich tallooze afbeeldingen van dingen die zóó +vreemd waren, dat hij er geen belang in stelde, en met lange kolommen +druks, welker opschriften even onbegrijpelijk voor hem waren alsof +ze in een vreemde taal geschreven waren--"Groote Redevoering van den +heer Caterham"; "De Bomvoedsel-Wetten." + +"Wie is die Caterham?" vroeg hij, pogend het gesprek weder op gang +te brengen. + +"O, laat diè maar loopen," zei zijn broeder. + +"Aha! Zeker zoo'n politieker, he?" + +"Legt 't 'r op an de Kamers naar huis te sturen. 't Wordt tijd ook, +hoor." + +"Zoo!" Hij dacht even na. "'k Vertrouw dat al de lui die àn waren +toen ik er nog was--Chamberlain, Roseberry--al die lui--Wat?" + +Zijn broeder had hem plotseling bij den pols gegrepen en wees het +portier uit. + +"Daar heb je de Cossars!" De oogen van den ontslagen gevangene volgden +de richting van den vinger en zagen--" + +"Mijn God!" riep hij uit, voor het eerst werkelijk overweldigd +van verbazing. De courant viel, nu geheel vergeten, tusschen zijne +voeten. Tusschen de boomen kon hij zeer duidelijk een menschelijke +gestalte van ruim veertig voet lang zien staan in een gemakkelijke +houding, wijdbeens, en in de hand een bal, alsof hij op het punt stond +dezen weg te slingeren. De gedaante schitterde in het zonlicht, gekleed +als zij was in een pak van gevlochten wit metaal en met een breeden +stalen gordel om. Een oogenblik concentreerde hij aller aandacht op +zich en toen werd deze afgetrokken door een tweeden reus, die een eind +verder stond, als klaar om op te vangen en het werd duidelijk dat +dit geheele groote terrein in de heuvelen even benoorden Sevenoaks, +gebezigd werd voor reuzendoeleinden. + +Een reusachtige omwalde trens omgaf de krijtgroeve, waarin het huis +stond, een monsterachtige, plompe Egyptische structuur, die Cossar +voor zijne zonen gebouwd had, toen de Reuzen-Kinderkamer haar tijd +uitgediend had, en daarachter stond een groote donkere loods, die een +kathedraal had kunnen overkappen, waarin een sissende gloeihitte af +en aan laaide en waaruit een Titanisch gehamer klonk. Toen werd de +aandacht nogmaals gevestigd op den reus, toen de groote, met ijzer +beslagen houten bal uit zijne hand schoot en de lucht in vloog. + +De beide mannen stonden op en keken verbaasd toe. De bal leek zoo +groot als een vat. + +"Hij heeft 'em gegrepen!" riep de man uit de gevangenis, toen een +boom den werper aan het gezicht onttrok. De trein liet al deze dingen +slechts een ondeelbaar oogenblik zien en verdween toen achter boomen +en zoo de Chislehurst tunnel in. "Goeie God!" zei de ex-gevangene +nogmaals," toen de duisternis hen omsloot. "Die kerel is zoo groot +als een 'uis." + +"Dat zijn die jonge Cossars," zei zijn broeder, met zijn hoofd een +gebaar makend naar den kant waar de reuzen verdwenen waren--"waar al +die herrie om is..." + +Zij kwamen de tunnel weder uit en ontdekten nog meer torens met +sirenen erop, nog meer roode hutten, en toen de rijen villa's der +voorsteden. De kunst van het reclame-biljetten-aanplakken was er +in den tusschentijd niet op achteruit gegaan, en op tallooze hooge +schuttingen, op zijmuren van huizen, op omheiningen, en honderden +van dergelijke schoone gelegenheden waren de veelkleurige oproepingen +voor de groote Bomvoedsel-verkiezing te lezen. + +"Caterham," "Bomvoedsel," en "Jack de Reuzendooder" telkens +en telkens weêr, en monsterachtige caricaturen en verminkte +afbeeldingen--honderden varieteiten van verkeerde, belachelijke +voorstellingen van die schitterende gestalten, die zij van zoo dichtbij +gepasseerd waren, enkele oogenblikken geleden... + + + +II. + +De jongere broeder was van plan geweest iets heel royaals te doen, +namelijk dezen terugkeer tot het leven te vieren met een diner in +het een of ander restaurant van onbetwistbare renommé, een diner +dat gevolgd zou worden door die uitermate schitterende opeenvolging +van indrukken, die de café-chantants dier dagen zoo uitmuntend geven +konden. Het was een waardige manier om hiermede alle restende sporen +van de gevangenis uit te wisschen door dit vertoon van gulheid; +doch wat het tweede gedeelte van het plan betrof, kwam er wijziging +in. Het diner werd gegeven, doch er was reeds een sterker verlangen +dan de lust naar vertooningen, een verlangen dat beter zijn somber +peinzen over zijn verleden kon doen verdwijnen dan eenig theater, en +dit was een alles overstemmende nieuwsgierigheid naar dit Bomvoedsel +en deze Bomkinderen--dit nieuwe dreigende reuzendom, dat de wereld +scheen te overheerschen. + +"Ik heb 't er 't mijne nog niet van," zei hij. "Ze wille' me niet uit +'t hoofd." + +Zijn broeder had die fijnheid van geest, die zelfs kan heenstappen +over voorgenomen gastvrijheid. "Jij kunt kiezen vanavond, kerel," +zei hij. "We zullen probeeren in 't Volkspaleis te komen bij die +massavergadering." + +En eindelijk was de ex-gevangene zoo gelukkig zich, van alle kanten +opgedrongen, te bevinden tusschen een opeengepakte menigte, en van uit +de verte te staren naar een klein, helder-verlicht podium onder een +orgel en een gaanderij. De organist had iets gespeeld dat de voeten aan +het trappelen had gebracht, terwijl de menigte naar binnen stroomde; +doch nu zweeg het orgel weder. + +Nauwelijks had de ontslagen gevangene zich neergezet en zijn twist +met een lastigen vreemde, die hem met de elbogen op zijde drong, +geëindigd, of Caterham kwam binnen. Hij trad vanuit het halfduister +midden op het podium, en leek, zoo van uit de verte gezien, een +alleronbeduidendste kleine dwerg, een kleine zwarte figuur met een +roze vlek als gezicht--en profil zag men zijn sterk geprononceerden +arendsneus--een klein gestaltetje, dat achter zich aansleepte--een +juichkreet. Applaus dat dicht bij hem werd aangeheven en aangroeide +en zich verspreidde. Een gedempt rumoer van stemmen, om het podium, +dat plotseling over de geheele menschenmassa heensloeg, in het gebouw +en daarbuiten. Wat applaudiseerde men: "Hoera! Hoera!!" + +Niemand van al die myriaden applaudiseerde als de ontslagen +gevangene. De tranen stroomden hem langs de wangen en hij hield +niet eerder op met toejuichen, vóór zijn aandoening hem bijna had +doen stikken. Ge moet zoolang als hij in de gevangenis geweest zijn, +vóór ge begrijpen kunt, of zelfs ook maar een begrip kunt krijgen, +wat het zeggen wil voor zoo iemand om zijne longen eens flink uit te +kunnen zetten temidden van een menigte. (Doch niettegenstaande dit +alles maakte hij zich zelf zelfs niet wijs dat hij wist waar al dit +gejuich om was.) "Hoera!--Hoera!" + +En toen volgde er eenigermate stilte. Caterham stond opzichtig-geduldig +te wachten tot het rumoer wat bedaard zoude zijn, en onbelangrijke en +slecht-te-verstane lieden zeiden en deden officieele en onbeduidende +dingen. Het was als stemmen die men in de lente door het ritselen +der bladeren heen hoort. "Wawawawa--" Wat kwam 't er ook op +aan? Groepen toehoorders praatten met elkaar--"Wawawawa"--de zaak +ging gewoon door. Kwam die grijs-harige suffer dan noòit aan het +eind? Tusschenroepen? Natuùrlijk werd er geroepen. "Wa, wa, wa, wa--" +Doch zullen wij Caterham beter hooren? In ieder geval kan je naar +Caterham kijken, en je kan opstaan en van uit de verte de trekken +van den grooten man eens opnemen. Hij was gemakkelijk te teekenen, +deze man, en reeds kon de wereld hem naar hartelust bekijken op +lampeschermpjes en kinder-bordjes, op Anti-Bomvoedsel-medailles en +Anti-Bomvoedsel-vlaggen, op het zelfkant van Caterham-zijde en katoen +en aan den binnenkant van Goede Oude Engelsche Caterham-hoeden. In +al de caricaturen van dien tijd is hij te vinden. Men ziet hem +als een zeeman bij een ouderwetsch kanon staan, met een lontstok, +met "Nieuwe Bomvoedsel-Wetten" erop, in zijn hand; terwijl de zee +dat reusachtige, leelijke, dreigende monster "Bomvoedsel" opgeeft; +of hij is een figuur-ten-voeten-uit in volle wapenrusting, met 't +St. George's kruis op schild en helm, en een laffe titanische Caliban, +aan den ingang van een vreeselijk hol gezeten, weigert onder allerlei +verwenschingen te gehoorzamen aan de "Nieuwe Bomvoedsel-Bepalingen;" +of hij komt als Perseus uit de lucht aanvliegen en bevrijdt een +geketende en schoone Andromeda (met een gordel om waarop duidelijk +te lezen staat "Beschaving") van een zich tot in oneindige +verten kronkelend zeemonster, op welks verschillende halzen en +klauwen te lezen staat: "Anti-Christ", "Alles vertredend Egoïsme", +"Mechanisme", "Monsterachtigheid" en dergelijke dingen. Doch als +"Jack de Reuzen-Dooder" beschouwde het groote publiek hem het best +getroffen, en de ontslagen gevangene stelde zich de gestalte die +daar in de verte stond dan ook voor als een Jack de Reuzen-Dooder, +zooals hij die op de aanplakbiljetten had zien staan. + +Het "Wawawawa" hield plotseling op. + +"Hij is klaar. Hij gaat zitten. Ja! Nee! Jawel! 't Is +Caterham! Caterham! Caterham!" En toen begon het gejuich opnieuw. + +Er is een menigte toe noodig om zùlk een stilte te kunnen veroorzaken +als toen volgde op het lawaaierlge gejuich. Een man alléén in een +wildernis;--zeker is ook dit stilte tot op zekere hoogte; doch hij +hoort zichzelven ademhalen, hij hoort zichzelven bewegen, en hij hoort +allerlei andere dingen. Doch hier in deze zaal was Caterham's stem +het eenige dat verneembaar was, heel helder en duidelijk, als een +klein lichtje dat brandt in een zwart fluweelen nis. Of je hem kon +verstaan? Je kondt hem verstaan alsof hij naast je stond te spreken. + +De indruk op den ontslagen gevangene was geweldig: die kleine +gesticuleerende gestalte, die daar stond in een stralenkrans van licht, +in een krans van weelderige, golvende klanken; en achter de gestalte +op het podium zaten, met gedeeltelijk uitgewischte gezichten, de +partijgenooten die hem steunden, en op den voorgrond was een ruim +veld van tallooze ruggen en profielen, één reusachtige aandacht +van een menigte. Die kleine gestalte scheen het wezen van die allen +uitgezogen te hebben. + +Caterham sprak van onze oude instellingen. + +"Juistjuistjuist", brulde de menigte, "Juist! net zoo!" zei de +ontslagen gevangene. Hij sprak van onzen ouden geest van orde en +rechtvaardigheid. "Jajajaja!" brulde de menigte. "Ja ja!" riep de +man uit de gevangenis, diep bewogen. Hij sprak van de wijsheid +onzer voorvaderen, van den langzamen groei van eerbiedwaardige +instellingen, van zedelijke en maatschappelijke overleveringen, die +zich aan onze nationale Engelsche eigenaardigheden aanpasten zooals +de huid over de hand. "Ja, ja!" kermde de man uit de gevangenis, +terwijl de tranen van opwinding hem over de wangen biggelden. En nu +zouden al deze dingen in den smeltkroes moeten verdwijnen. Ja, in +den smeltkroes! omdat twintig jaar geleden drie mannen een vreemde +zelfstandigheid hadden uitgevonden, daarom moest voor de geheele +geregelde orde der dingen--"Kreten van "Neen! Neen!"--Nu, als dit +nièt moest, dan dienden allen zich in te spannen, en alle aarzeling +op zij te zetten.--Toen Caterham zóóver gekomen was, volgde er weder +een uitbarsting van gejuich.--Dan moesten zij alle aarzeling en halve +maatregelen vaarwel zeggen." + +"Wij hebben gehoord, heeren," riep Caterham, "van brandnetels, die +reuzen-netels werden. Eerst zijn ze niet meer dan gewone netels--kleine +plantjes die een stevige hand kan beetpakken en uittrekken; doch +als ge ze laat staan--als ge ze laat staan, groeien ze met zóóveel +giftige kracht, dat ge eindelijk bijl en touw noodig hebt, en loopen +uw leven en ledematen gevaar, en moet gij u inspannen en volgt er +moeite--onder het vellen ervan kunnen menschen gedood worden, onder +het vellen ervan kunnen menschen gedood worden--" + +Er volgde even eenig rumoer en toen hoorde de ontslagen gevangene +Caterham's stem weder, die helder en krachtig opklonk: "Leer uw les +omtrent 'tgeen ge met het Bom-voedsel te doen hebt van het Bom-voedsel +zelf en--" Hij hield even op--"pak de brandnetel beet voor het te +laat is!" + +Hij zweeg, en wischte zich de lippen af. "Een glas," riep iemand, +"een glas," en toen hoorde men weder dat geluid, dat zoo merkwaardig +snel aangroeide tot een donderend gejuich, tot het leek alsof de +geheele wereld juichte... + +De ontslagen gevangene verliet de zaal eindelijk wonderbaar bewogen; +op zijn gelaat eene uitdrukking alsof hij een visioen gezien had. Nu +wist hij het, iedereen wist het nu; zijn denkbeelden waren niet langer +vaag. Hij was teruggekeerd in eene wereld die in een crisis verkeerde, +die onmiddellijk moest beslissen in een geweldige moeilijkheid. Hij ook +moest zijn rol in den grooten strijd spelen als een man--als een vrij +man, doordrongen van zijn verantwoordelijkheidsgevoel. De vijandelijke +botsing stond voor zijn verbeelding als een schilderij--Aan de eene +zijde deze reusachtige in-malien-gekleede gestalten van dien morgen--nu +zag hij ze in een heel ander licht--aan de andere zijde dit kleine, in +het zwart gekleede gesticuleerende mannetje onder het magnesium-licht, +dit dwergje met zijn goed-geordenden vloed van welluidende overredende +argumenten, met zijn klein-menschelijke, wonder-doordringende stem, +"John Caterham"--"Jack de Reuzen-Dooder." Zij moesten allen schouder +aan schouder staan "om de netel beet te pakken" vóór het "te laat" was. + + + +III. + +Het grootst, het sterkst en het meest ontzien van al de kinderen van +het Voedsel waren de drie zonen van Cossar. Het stuk bij Sevenoaks van +een mijl lengte en breedte ongeveer, waarop zij hun jeugd doorbrachten, +werd zóó omwald, zóó uitgegraven en onderste-boven-gehaald, zóó +bedekt met loodsen en reusachtige werk-modellen en al het gespeel +van hunne zich ontwikkelende krachten, dat er geen tweede plaats op +aarde was die hiermede vergeleken kon worden. En reeds lang was zij +te klein geworden voor de dingen die zij wilden doen. De oudste zoon +was een machtig ontwerper van rader-machines; hij had zich een soort +reuzen-fiets gemaakt, waarvoor geen weg ter wereld ruimte genoeg had, +en die geen brug kon dragen. Daar stond het ding, een groote structuur +van raderen en machines, in staat een snelheid van twee honderd +vijftig mijlen per uur te ontwikkelen, ongebruikt, behalve wanneer +hij er nu en dan op stapte en er die overvulde plaats mede overrende +en weder terug. Hij had er deze kleine aarde mee rond willen rennen; +met dit doel had hij het ding gemaakt, toen hij nog niet veel meer +dan een droomerige jongen was. Nu had de roest in de spaken gevreten, +die rood waren als wonden, overal waar het nikkel eraf geraakt was. + +"Je moet er eerst een weg voor maken, zoontje," had Cossar gezegd, +"voor je dat kunt doen." + +Zoodat op een goeden morgen de jonge reus en zijn beide broeders aan +het werk waren getogen om een weg om de wereld aan te leggen. Zij +schijnen een voorgevoel gehad te hebben van komende tegenkanting, en +zij werkten derhalve met nog meer vaart. De wereld had ze gauw genoeg +betrapt, terwijl ze dien weg aanlegden, zoo recht als een kegelbaan +naar het Engelsche Kanaal, toen ze er reeds eenige mijlen van gelijk +gemaakt en vastgestampt hadden. Vóór het midden van den dag waren +ze in hun werk gestoord door een groote menigte opgewonden lieden, +bestaande uit landeigenaars, makelaars, plaatselijke overheden, +advocaten, politie-agenten, en zelfs soldaten. + +"We zijn bezig een weg aan te leggen," had de grootste jongen hun +uitgelegd. + +"Dat is een heel verdienstelijk werk," zei de leidende advocaat +ter plaatse, "maar eerbiedig alstublieft de rechten van anderen. U +hebt nu reeds inbreuk gemaakt op de privaat-rechten van zeven +en twintig privaat-bezitters; om nog niet eens te spreken van de +bijzondere privilegien en het eigendom van een stedelijk bestuur, +negen parochie-besturen, een graafschapsraad, twee gasfabrieken en +een spoorweg-maatschappij".... + +"Goeie grootje!" zei de oudste jongen van Cossar. + +"U zult hier mee uit moeten scheiden." + +"Maar heb je dan geen mooie rechte weg noodig, inplaats van al die +vunze stinkende laantjes?" + +"Ik zal niet zeggen, dat het geen groot voordeel zou zijn, maar--" + +"'t Is niet te doen," zei de oudste Cossar, zijn gereedschap opnemend. + +"Niet op deze manier," zei de advocaat, "zeker niet zóó!" + +"Maar hoe dan wèl?" + +Het antwoord van den woordvoerenden advocaat was ingewikkeld en vaag. + +Cossar zelf was er ook bijgekomen om te kijken naar het kwaad, dat +zijn kinderen aangericht hadden en berispte hen ernstig en lachte +verbazend en scheen erg blij te zijn met dit zaakje. "Jelui zult +nog een beetje moeten wachten, jongens," brulde hij naar hen op, +"voor je dergelijke dingen kunt gaan doen." + +"Die advocaat zei, dat we moesten beginnen met een plan te maken, +en speciale vergunningen aan te vragen en dergelijke onzin. Zei dat +'t jaren zou duren"-- + +"We zullen gauw genoeg een schema klaar hebben, ventje," riep Cossar +met zijn handen aan den mond, "maak je maar niks bezorgd. Maar nu +moet je nog maar liever een beetje hier spelen en modellen maken van +de dingen die je wilt doen." + +En zij deden als gehoorzame zoons wat hij hen beval. + +Maar niettegenstaande dit, broeiden de jongens van Cossar op iets. + +"Dat is allemaal heel goed en wel," zei de tweede tot den eerste, +"maar ik heb er geen zin in hièr altijd te spelen en plannen te +maken. Ik wil iets doèn, weet je. Wij zijn niet geboren met zooveel +kracht in ons om hier maar wat te spelen op dit ellendige lapje grond, +en wandelingetjes te doen en zorgvuldig de steden te vermijden"--want +het was nu zoover gekomen dat alle bewoonde plaatsen hun verboden +waren. "Niets doen is slecht. Zouden we niks kunnen vinden, dat de +kleine menschjes noodig hebben, en het dan voor hen maken--alleen +maar voor het plezier van het doen?" + +"Hoopen menschjes hebben geen goed-bewoonbare huizen," zei de tweede +jongen. "Laten we een huis voor ze gaan bouwen, vlak bij Londen, +waar er hoopen en nog es hoopen in kunnen, en het zoo maken, dat 't +er prettig en gezellig in is, en laten we een mooi weggetje voor hen +maken naar de plek waar ze allemaal heengaan om zaken te doen--een +mooi recht weggetje. We zullen alles zoo helder en prettig maken, +dat ze geen van allen langer zoo smerig en beestachtig meer kùnnen +leven zooals ze nu doen. Massa's water om zich in te wasschen moeten +ze hebben--want ze zijn zoo smerig, nu negen van de tien huizen zelfs +geen badgelegenheid hebben, die smerige kleine bunsings! En weet je wat +zoo grappig is, de lui die wèl baden hebben, gooien de anderen die ze +niet hebben beleedigingen naar hun hoofd, inplaats van ze te helpen, +zoodat ze er ook een kunnen aanschaffen--en noemen ze de "Groote +Ongewasschen Menigte." Nu zullen wij daar es verandering in brengen. En +we zullen electrisch licht voor ze maken en voor ze koken en groote +schoonmaak voor hen houden en al dergelijke dingen. Stel je voor! Ze +laten hun vrouwen--vrouwen die moeders zullen worden--rondkruipen +en de vloeren schrobben! Wij zouden alles zoo mooi kunnen doen. We +zouden een dam om een vallei ginds in die heuvelrij kunnen leggen, +en een mooi reservoirtje maken, en dan konden we hièr een groote +flinke gelegenheid maken voor het opwekken van onze electriciteit en +'t alles zoo knus mogelijk maken. Is 't niet, broêr?... En dan zouden +ze ons misschien nog wel meer laten doen ook." + +"Ja," zei de oudere broeder, "we zouden 't hun werkelijk heel prettig +kunnen maken." + +"Nou, laten we 't dan doen óók," zei de tweede broeder. + +"Ik heb er niet op tegen," zei de oudere broeder en keek om zich heen +naar een geschikt stuk gereedschap. + +En ook dit leidde weer tot ontzettende moeilijkheden. + +Opgewonden menigten zaten hun in minder dan geen tijd op den hals, +hun om duizenderlei redenen bevelend uit te scheiden, hen bevelend +te stoppen zonder éénige reden--kakelende, verwarde, veelsoortige +menigten. Het gebouw dat ze bouwden was te hoog--dat kon onmogelijk +veilig zijn. Het was leelijk; het stond bovendien het behoorlijk +verhuren van huizen in de buurt die de juiste hoogte hadden, in den +weg; het bracht den stijl van de geheele buurt in de war; 't was +ònbuurzaam; het was in strijd met Plaatselijke Bouwverordeningen; +het maakte inbreuk op de rechten der plaatselijke overheid, om +zelf te gaan knoeien met een eigen dure, petiterige, electrische +centrale; het botste aan tegen de belangen der plaatselijke +waterleidings-maatschappij. + +Klerken van het Ministerie van Handel en Nijverheid werden zoo +actief, dat ze rechtskundige bezwaren in het midden brachten. Het +kleine advocaatje kwam weer te voorschijn om het woord te doen voor +een twaalftal bedreigde belanghebbenden; plaatselijke landeigenaars +voerden oppositie; menschen met vage aanspraken wenschten onzinnig +hooge schadevergoedingen; de werkliedenbonden van al de bouwvakken +verhieven eendrachtig hun stem; en een trust van handelaars in allerlei +soorten van bouwmateriaal werd een ware hinderpaal. Buitengewone +vereenigingen van menschen met profetische visies van aesthetische +verschrikkingen wierpen zich in den strijd om het natuurschoon te +bewaren van de plaats waar zij het groote huis wilden neerzetten, en +van de vallei waar zij het waterreservoir wilden maken. Deze laatste +groep van lieden waren wel de grootste ezels van het heele zoodje, +vonden de jongens van Cossar. Dat mooie huis van Cossar's jongens +werd in minder dan geen tijd als een wandelstok, die in een wespennest +gestoken wordt. + +"Wel god beware me!" zei de oudere jongen. + +"We kunnen er zoo niet mee voortgaan," zei de tweede broeder. + +"Beroerde kleine beestjes zijn 't," zei de derde der broeders; +"we kunnen eenvoudig nìks doen?" + +"Zelfs als 't voor hun eigen gemak is, niet." + +"En we zouden 't hun zoo prettig en gezellig gemaakt hebben." + +"Ze schijnen hun zotte kleine leventjes door te brengen met mekaar +in de wielen te rijden," zei de oudste jongen. "Rechten en wetten +en bepalingen en gemeenigheden; net een knibbelspelletje... Nu, dan +moeten ze nog maar wat langer in hun stoffige, smerige, zotte huisjes +wonen. 't Is nog al duidelijk dat wij er mee uit moeten scheiden." + +En de kinderen van Cossar lieten het groote huis onvoltooid, niet +veel meer dan een gat voor de fundamenten en het begin van een muur, +en gingen bedrukt terug naar hun groote omheinde plaats. Na eenigen +tijd vulde het gat zich met water dat ging stinken, met waterplanten en +allerlei ongedierte, en het Voedsel, dat daar òf door Cossar's zonen +neergeworpen, òf als stof er heen gewaaid was, zette de groeikracht +aan als gewoonlijk. Waterratten verspreidden zich over het land en +richtten ontzettende verwoesting aan, en op zekeren dag betrapte +een boer zijne biggen op het drinken uit dezen poel, en slachtte ze +allen onmiddellijk met groote tegenwoordigheid van geest--want hij +herinnerde zich nog het geval met die groote zeug te Oakham. En uit +dien diepen poel kwamen ook de muskieten, werkelijk vreesaanjagende +muskieten, die alleen dit bewerkten, dat de zonen van Cossar, na een +beetje gestoken te zijn, het niet langer konden uithouden, doch een +maannacht uitkozen, toen wet en orde sliepen, en het water afleidden +naar de rivier bij Brook. + +Doch de groote waterplanten en het onkruid en de groote waterratten +en allerlei andere ongewenschte dingen bleven nog leven en zich +voortplanten in de streek die Cossar's zonen bewoonden--het stuk grond +waarop het mooie groote huis voor de kleine menschjes zich ten hemel +had kunnen verheffen... + + + +IV. + +Dit alles was voorgevallen toen zij nog maar jongens waren, doch +nu waren zij bijna mannen. En de ketenen waren àl nauwer om hen +saamgetrokken, met elk jaar van hun groei. Met ieder jaar dat zij +groeiden en het Voedsel zich verspreidde en groote dingen zich +vermenigvuldigden, werd ook de spanning grooter. Voor de groote +massa was het Voedsel eerst niet meer dan een ver-af wonder geweest, +en nu kwam het tot voor bijna iederen drempel, de geheele geregelde +orde van zaken bedreigend en verdringend. Het deed dìt dichtgroeien +en wierp dàt omver; het veranderde natuurlijke producten, en doordat +het de natuurlijke producten veranderde, zette het allerlei bedrijven +stil en maakte honderdduizenden werkloos; het vloog de grenzen over +en bracht de geheele handelswereld slag op slag toe; geen wonder dat +de menschen het haatten. + +En daar het gemakkelijker is levende, dan levenlooze wezens te haten, +dieren meer dan planten, en zijn medemenschen meer dan dieren, +werd de angst en al de last die veroorzaakt werd door reuzennetels +en zes voet hooge grassprieten, vreeselijke insecten en tijgerachtig +ongedierte samengevat in één grooten haat tegen die verspreide groep +van groote menschelijke wezens, de kinderen van het Voedsel. Die haat +was de voornaamste kracht geworden in het politieke leven. De oude +partij-grenzen werden overschreden en uitgewischt en maakten plaats +voor deze nieuwere belangen, en de strijd werd nù gevoerd tusschen de +partij dergenen die wilden schipperen, die kleine politieke mannetjes +het Voedsel wilden laten controleeren en regelen; en de partij der +reactie voor wie Caterham sprak, steeds sprekend met een sinistere +dubbelzinnigheid, zijn bedoeling kristalliseerend nu eens in dezen +dreigenden zin, en dan weer in een anderen; nu eens zei hij, dat men +"den reuzengroei der bremstruiken moest snoeien," dan weder dat men +een "middel tegen olifantiasis" moest zien te vinden, en eindelijk, +aan den vooravond der verkiezingen, dat men de "netel moest aanpakken." + +Op zekeren dag zaten de drie zonen van Cossar, die nu niet langer +jongens doch mannen waren, tusschen de massa's van hun nuttelooze +gewrochten, en spraken samen op hun wijze over al deze dingen. Zij +hadden den geheelen dag gewerkt aan een van een serie groote +samengestelde verschansingen die hun vader hen verzocht had te +maken, en nu neeg de zon ten ondergang, en zaten zij in het lapje +tuin voor het groote huis en keken op de wereld neder en rustten, +totdat de kleine bediendetjes daarbinnen zouden aankondigen dat het +eten klaar was. + +Ge moet u deze machtige gestalten voorstellen, de kleinste veertig voet +lang, uitgestrekt liggend op een stuk grasveld, dat een gewoon mensch +een met rietstoppels bedekte oppervlakte zou toegeleken hebben. De eene +ging overeind zitten en krabde de aarde van zijn reusachtige schoenen +met een ijzeren dwarsbalk, die hij in de hand geklemd hield; de tweede +rustte op zijn elboog; de derde sneed een punt aan een pijnboom met +zijn zakmes en vervulde de lucht met harsgeur. Zij waren gekleed, niet +in laken, doch in onderkleeren van gevlochten touw en bovenkleederen +van met vilt bekleed aluminium-draad; ze waren geschoeid met hout en +ijzer, en de maliën en knoopen en gordels hunner kleederdracht waren +alle van geplet staal. Het groote huis met één verdieping waarin zij +woonden, in zijn massiefheid gelijkend op de Egyptische pyramiden, +gedeeltelijk gebouwd van monsterachtig-groote blokken krijt, en half +uitgehouwen in het graniet van den heuvel, had een gevel van ruim +honderd voet hoog, en daarachter rezen de schoorsteenen en raderen, +de kranen en daken hunner werk-plaatsen wondervreemd ten hemel. Door +een cirkelvormig raam in het huis was een pijp zichtbaar, waaruit +een wit-gloeiende metaal-massa druppelde in afgemeten druppels in een +onzichtbaren vergaarbak. De plaats was omheind, en ruw versterkt door +reusachtige aarden wallen, gestut door staal, zoowel boven de kruinen +der heuvelen uit, als dwars door de golvende vallei. Alleen een mensch +van gewone grootte kon de kolossaalheid ervan opmerken. De trein die +van Sevenoaks kwam aanrazen, binnen hun gezichtskring, en een oogenblik +later de tunnel invloog en zóó aan bun blik onttrokken werd, zag er in +zijn contrast met hen uit als een klein automatisch stukje speelgoed. + +"Ze hebben de grenzen van al de bosschen aan dezen kant van Ightham +veranderd," zei de eene, "en het bord met "verboden terrein" erop, +dat eerst bij Knockholt stond, meer dan twee mijlen hierheen gezet." + +"Ze konden slecht anders doen, hè?" zei de jongste, na een oogenblik +zwijgen. "Ze probeeren den wind uit Caterham's zeilen te nemen." + +"Daar is het niet genoeg voor, en--het is ons bijna te veel," zei +de derde. + +"Zij willen ons van Broeder Redwood afsnijden. De laatste maal toen +ik naar hem toeging, waren de roode waarschuwingsborden al weer een +mijl naar beide kanten verder gezet. De weg, die over de duinen naar +hem toeleidt, is niet meer dan een nauw laantje." De spreker dacht +na. "Wat kan er met onzen broeder Redwood gebeurd zijn?" + +"Hoezoo?" zei de oudste broeder. + +De spreker kapte een tak van zijn pijnboom. + +"Het was net--of hij niet goed wakker was. Hij scheen heelemaal niet +te luisteren naar wat ik te zeggen had. En hij zei iets over--liefde." + +De jongste tikte met zijn dwarsbalk op den rand van zijn ijzeren zool +en lachte. "Broer Redwood" zei hij, "is een droomer." + +Beiden zwegen eenigen tijd. Toen zei de oudste: + +"Dit hoe langer hoe nauwer insluiten wordt me haast te machtig. Ze +zullen zoowaar op z'n laatst nog een lijn om onze laarzen trekken en +ons bevelen daarbinnen te leven." + +De middelste broeder veegde met één hand een massa dennetakken terzijde +en verschikte. + +"Wat ze nu doen is nog niets vergeleken bij wat ze zullen gaan doen +als Caterham de macht in handen krijgt." + +"Als hij die krijgt," zei de jongste broeder, met zijn dwarsbalk op +den grond slaand. + +"Dat zal hij beslist," zei de oudste, naar zijn voeteind kijkend. + +De middelste broeder hield op met kappen en zijn blik ging naar de +groote aarden wallen die hen aan alle kanten beschermden. "Dan, +broeders," zei hij, "is onze jeugd voorbij, en zullen wij ons, +zooals Vader Redwood ons lang geleden al gezegd heeft, moeten weren +als mannen." + +"Jawel," zei de oudste broeder; "maar wat wil dat eigenlijk precies +zeggen? wat wil dat zeggen als die moeilijke dag aanbreekt?" + +Ook hij keek naar die ruwe, ontzaglijke aarden wallen om hen heen, +doch niet zoozeer nààr hen, als wel er dóórheen en over de heuvelen +naar de ontelbare menigten daarachter. Allen overdachten iets +dergelijks--een visie van een klein volkje dat ten strijde optrok, +in ontelbare scharen, het kleine, onuitputtelijke, kwaadaardige kleine +volk der menschen... + +"Ze zijn klein," zei de jongste broeder; "doch zij zijn niet te tellen, +als het zand aan den oever der zee." + +"Zij hebben wapenen--zij hebben wapenen ja, die onze broeders in +Sunderland nog wel voor hen gemaakt hebben." + +"Bovendien, Broeders, wat weten we van doodmaken, behalve hier en +daar wat ongedierte en kleine ongelukjes met kwade dingen?" + +"Ja, 't is waar," zei de oudste broeder. "Maar toch--we zijn die we +zijn. Als de kwade dagen komen moeten we doen wat onze hand vindt om +te doen." + +Hij klikte zijn mes dicht--het lemmet was zoo lang als een mensch--en +gebruikte zijn nieuwe dennenstaf om op te staan. Hij stond op en wendde +zich naar het kolossale, plompe huis. Het purper van den zonsondergang +overstroomde hem terwijl hij opstond, viel op de maliën en gespen +bij zijn hals en het gevlochten metaal over zijn armen, en het leek +zijnen broeders toe alsof hij plotseling overstroomd was van bloed... + +Terwijl de jonge reus oprees, kreeg hij een kleine zwarte gedaante in +het oog, afstekende tegen den westelijken gloed die het bovengedeelte +van den aarden wal, machtig rijzend boven het duin, nog verlichtte. De +zwarte kleine ledematen zwaaiden met vreemde gebaren. Iets in dit +zwaaien deed den jongen reus denken aan haast. Hij zwaaide met zijn +dennemast ten antwoord, vervulde de geheele vallei met zijn enorm +"Hallo!" riep zijn broeders toe "d'r is iets aan de hand," en ging +met passen van vijf en twintig voet zijn vader tegemoet om te zien +of er te helpen viel. + + + +V. + +Toevallig was ook juist op dezen tijd een jonge man, die geen reus +was, bezig zijn hart te luchten over deze zonen van Cossar. Hij +en zijn vriend waren van over de heuvels achter Sevenoaks gekomen, +en hij was voortdurend aan het woord. Onder het voorbijgaan hadden +zij in het kreupelhout een erbarmelijk gepiep gehoord en hadden drie +jonge meezen die in het nestje zaten, beschermd tegen den aanval van +twee reuzenmieren. Dit avontuur had hen aan het praten gebracht. + +"Reactionair!" zei hij, toen zij het kamp der Cossars in het zicht +kregen. "Wie zou niet reactionair worden? Zie dat vierkant stuk grond +eens aan, dat gedeelte van God's aarde, dat eens zoo liefelijk en mooi +was, hoe woest, en ontheiligd en uitgegraven het is! Die loodsen! Dat +groote windrad! Die monsterachtige machine op raderen! Die aarden +wallen! Zie eens hoe die drie monsters daar neerhurken, onder elkaar de +een of andere duivelsche streek uitdenkend! Zie eens--zie de geheele +streek eens aan!" + +Zijn vriend keek naar zijn gelaat. "Je hebt zeker Caterham hooren +spreken," zei hij. + +"Nee, ik gebruik mijn eigen oogen en blik eens terug naar den +vrede en de goede orde van het verleden, dat wij achter ons gelaten +hebben. Dit gemeene Voedsel is de laatste gedaante van den Duivel, +nog altijd bedacht op den ondergang van onze wereld. Bedenk toch eens +wat de wereld moet geweest zijn vóór onzen tijd, wat zij nog was toen +onze moeders ons droegen, en zie nù eens! Bedenk toch eens hoe deze +hellingen blijde lachten onder den gouden oogst, hoe de heggen vol +geurige kleine bloemen stonden, en het bescheiden stukje grond van den +een scheidden van dat van zijn buurman; hoe de rood-gedakte boerderijen +over het land verspreid lagen en de kerkklokken van gindschen toren +elken Zondag de geheele omgeving tot het gebed opriepen. En nu groeit +er met ieder jaar steeds meer reusachtig onkruid en komt er steeds +meer monsterachtig ongedierte, en dan deze reuzen, die overal om ons +heen opgroeien, die over ons heen stappen, en tegen alles wat ons +heilig is aanloopen. Hier--kijk bijvoorbeeld hier maar eens!" + +Hij wees ergens heen en het oog van zijn vriend volgde de richting +van zijn vinger. + +"Eén van hun voetindrukken. Kijk! Is er drie voet diep in gezonken, +een valkuil voor paard en berijder, een valstrik voor hen die er +geen erg in hebben. Daar is een wilde roos vertrapt; daar is gras +uitgerukt en een koordendistel geknakt, de draineer-buis van een +boer afgebroken en de kanten van het pad afgetrapt. Vernielen! Dat +doen ze de geheele wereld over, en alle orde en fatsoen die tot nu +heerschten gooien zij omver. Ze vertrappen alles onder hun plompe +voeten. Reactie! Wat anders?" + +"Maar--wat denk je met die reactie te bereiken?" + +"Paal en perk stellen aan dit alles, vóór het te laat is," zei de +jonge man van Oxford. + +"Maar--" + +"Het is niet onmogelijk," riep de jonge man van Oxford, terwijl zijn +stem plotseling de hoogte in ging. "We hebben de vaste hand noodig; +een vernuftig plan, en een onwrikbaren geest. Wij zijn te bedeesd +geweest in onze uitdrukkingen en te zwak van hand; we hebben onzen +tijd verknoeid en de zaak op de lange baan geschoven, en het Voedsel +heeft tijd gehad om zich te verspreiden. En zelfs nù nog--" + +Hij zweeg een oogenblik. "Dit is de echo van Caterham," zei zijn +vriend. + +"En zelfs nù nog. Zelfs nù is er nog hoop--gegronde hoop, als we maar +eerst goed weten wat wij willen en wat we moeten vernietigen. Wij +hebben de groote massa op onze hand, veel meer dan dit een paar jaren +geleden het geval was; de wet is op onze hand, de grondwet en de goede +gang van zaken der maatschappij, de geest der erkende godsdiensten, +de gebruiken en gewoonten der menschheid staan allen aan onzen kant--en +tegenover het Voedsel. Waarom zouden wij de zaak nog langer op de lange +baan schuiven? Waarom zouden wij liegen? Wij haten het en hebben het +niet noodig; waarom zouden wij het dan dulden? Wou jij dan maar bij +de pakken neerzitten, en alleen lijdelijke obstructie voeren en niets +doen--tot het te laat is?" + +Hij zweeg en wendde zich om. "Zie dat boschje brandnetels daar eens. In +het midden ervan staan huizen--verlaten--waar ééns heldere gezinnen +van eenvoudige lieden hun leven leefden! En daar!" hij keerde zich +driftig om naar de plaats waar de jonge Cossars over het onrecht dat +hun aangedaan werd zaten te praten. + +"Kijk hen eens! En ik ken hun vader, een bruut, een soort van +bruut beest met een onverdragelijk luide stem, een wezen, dat +nu al dertig jaar en meer amok maakt in onze maar al te genadige +wereld. Een werktuigkundige! Alles wat ons heilig en dierbaar is, +is hem niets. Niets! De schoone overleveringen van ons ras en land, +de edele instellingen, de eerbiedwaardige orde, de breede, langzame +gang van precedent tot precedent, die ons Engelsche volk groot gemaakt +heeft en dit zonnige eiland vrij--dit is alles een ijdel verhaal, +dat verteld en dan vergeten wordt. Wat bombast over de Toekomst wordt +boven al deze heilige dingen gesteld..... Het soort van man dat een +trambaan over zijn moeder's graf zou laten loopen als hij dacht dat +het 't goedkoopst was hem zóó aan te leggen! En jij denkt er nog aan, +de zaak op de lange baan te schuiven, een compromis te sluiten, dat +je in staat zal stellen op jouw manier te leven, terwijl die--die +machinemensch het op zijn manier doet. Ik zeg je, 't geeft niets, +'t is hopeloos. Je zoudt even goed een verdrag met een tijger kunnen +sluiten! Zij willen de dingen reusachtig groot hebben--wij wenschen ze +liefelijk en normaal. Je staat hier òf voor 't een, òf voor het ander." + +"Maar wat kùn je aanvangen?" + +"O, heel veel! Alles! Het Voedsel inhouden! Zij zijn nu nog verspreid, +deze reuzen, nog onrijp en nog niet vereenigd. Keten ze, stop ze een +prop in den mond, doe ze een muilband voor. Hoe dan ook, ze moeten +gestuit worden. Het gaat erom of deze aarde de hunne zal worden of +de onze blijven! We kunnen het Voedsel inhouden. We kunnen de lui +die het fabriceeren in de kast duwen. We zullen àl het mogelijke +doen om Cossar te stuiten! Je schijnt heelemaal niet in aanmerking +te nemen, dat--dat we maar één geslacht behoeven te onderdrukken, +en dàn--Dan kunnen we die aardhoopen weer met den grond gelijk maken, +hun voetsporen dempen, de leelijke sirenen van onze kerktorens nemen, +al onze olifanten-geweren aan stukken slaan, en terugkeeren tot de +oude orde der dingen, de rijpe oude beschaving, waarvoor de ziel van +den mensch aangelegd is." + +"Dat zal een geweldige poging worden." + +"Tot het bereiken van een grootsch doel. En als we haar niet +wagen? Zie je dan niet zoo helder als de dag, het verschiet dat voor +ons ligt? Overal zullen de reuzen zich vermenigvuldigen en groeien; +overal zullen zij het Voedsel gaan maken en verspreiden. Het gras +zal reusachtig hoog opgroeien in onze velden, het onkruid in onze +heggen, het ongedierte in het kreupelhout, de ratten in de riolen, +alles zal reusachtig worden. Steeds meer en meer. Dit is nog pas een +begin. De insecten-wereld zal tegen ons opstaan, en de plantenwereld +eveneens; ja, zelfs de visschen der zee zullen onze schepen doen +volloopen en ze doen zinken. Een reusachtige plantengroei zal onze +huizen verduisteren en ze verbergen, onze kerken verstikken, de goede +orde in onze steden vernietigen en wij zullen niet veel meer zijn dan +een zwak soort van ongedierte onder de voeten van het nieuwe ras. De +menschheid zal overstroomd worden en verdrinken in dingen die zij +zelve verwekt heeft! En dat volkomen doelloos. Grootte. Niets anders +dan grootte! Uitzetting en "da capo." Nu reeds moeten we oppassen waar +we onze voeten zetten tusschen de eerste aanduidingen van den komenden +tijd. En het eenige wat we doen, is zeggen: "wat een last!" We grommen +en doen niets. Neen!" + +Hij hief zijne hand op. + +"Laten zij doen wat ze denken te moeten doen. Dat zal ik ook. Ik +ben voor Reactie--voor reactie zonder vrees en die van geen wijken +weet. Wat kun je in deze wereld nog beginnen, als je zelf het +Voedsel niet wilt innemen? We hebben te lang getreuzeld op den gulden +middenweg. Treuzelen op middenwegen is jullie gewoonte, jelui bestaan, +en hetgeen waar jelui je tijd aan geeft. Doch Ik ben niet zoo! Ik ben +tegen het Voedsel met al de kracht die in mij is, en tot het uiterste +zal ik mij er tegen verzetten." + +Hij wendde zich tot zijn metgezel toen hij diens gegrom van afkeuring +hoorde. "Aan welken kant sta jij?" + +"Ja, dat is zoo in een paar woorden niet te zeggen, 't is een +ingewikkelde zaak--" + +"Och--drijfhout!" zei de jonge man van Oxford bitter, terwijl hij +een wanhopend gebaar maakte met alle ledematen. "De middenweg leidt +tot niets. Wij hebben hier òf het een, òf het andere te kiezen. Ons +laten òpeten, of zèlf vernietigen. Wat kunnen we ànders beginnen?" + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +DE REUZEN-GELIEFDEN. + + +I. + +Nu gebeurde het in de dagen, toen Caterham bezig was met zijne campagne +tegen de Bomkinderen, vóór de Algemeene Verkiezingen die--temidden +van de meest tragische en vreeselijke omstandigheden--hem op het +kussen moesten helpen, dat de Reuzen-Prinses, die Doorluchtigheid, +welker voeding jaren te voren zulk een gewichtige rol had gespeeld in +de schitterende loopbaan van Dokter Winkles, het koninkrijk van haren +vader verlaten, en zich naar Engeland begeven had, voor eene zaak, die +als zeer gewichtig beschouwd werd. Zij was om staatsredenen verloofd +met een zekeren Prins--en het huwelijk zou tot een gebeurtenis van +internationale beteekenis gemaakt worden. Er was een geheimzinnig +oponthoud ontstaan. Het Gerucht en de Verbeelding vertelden samen +het wàarom en er ging heel wat van mond tot mond. Men sprak van een +recalcitranten prins, die verklaard had, dat hij terwille van niemand +een dwaas figuur wou slaan--tenminste niet zóó erg. Men sympathiseerde +met hem. En dat is de gewichtigste kant van de zaak. + +Nu mag het volgende vreemd lijken, doch het is een feit, dat toen de +Reuzen-Prinses naar Engeland kwam, zij niets afwist van het bestaan van +nog andere reuzen. Zij had geleefd in een omgeving, waar tact bijna +een hartstocht is en gereserveerdheid de adem des levens. Men had +alles voor haar verborgen gehouden; men had haar van de buitenwereld +afgesloten, zoodat zij nooit een reus gezien of ervan gehoord had, +vóór de tijd gekomen was dat zij naar Engeland zou vertrekken. Vóór +zij den jongen Redwood ontmoette, had zij zelfs geen flauw vermoeden, +dat er sprake kon zijn van nog andere reuzen. + +In het koninkrijk van den vader der Prinses waren onherbergzame +hooggebergten, waar zij vrij had rondgedwaald. Zij hield méér van +den zonsopgang en van den zonsondergang en van het geheele drama +der natuur, dan van iets anders ter wereld; doch onder een volk, +dat zóó democratisch is en tegelijkertijd zóó koningsgezind als het +Engelsche, werd haar vrijheid natuurlijk erg beperkt. De menschen +kwamen met Janpleziers, met pleizier-treinen, bij heele menigten +om haar te zien; zij fietsten lange afstanden om haar aan te gapen, +en zij moest vroeg opstaan als zij tenminste rustig wilde wandelen. + +De dageraad was nog pas aangebroken, dien dag, toen de jonge Redwood +haar ontmoette. + +Het groote Park bij het Paleis waar zij verblijf hield, strekte +zich meer dan twintig mijlen ver naar het westen en zuiden van +de westelijke poorten van het paleis uit. De kastanjeboomen der +lanen verhieven zich hoog boven haar hoofd. En elk hunner scheen, +terwijl zij voorbijging, te wedijveren wie van hen haar den rijksten +bloemenschat zou aanbieden. Een tijdlang stelde zij zich tevreden +met het zien en ruiken der mooie bloesems, doch eindelijk liet zij +zich overhalen en begon ijverig uit te zoeken en te plukken, zoodat +zij den jongen Redwood niet bemerkte vóór deze vlak bij haar was. + +Zij bewoog zich tusschen de kastanjeboomen, met den haar door het +lot beschoren minnaar dicht bij zich, zonder dat zij het bevroedde of +iets bemerkte. Zij stak haar handen tusschen de takken, ze afbrekend +en vergârend. Zij was alleen op de wereld. En toen-- + +Zij keek op en in dat oogenblik was haar lot beslist. + +Wij moeten onze verbeelding op zijn maat stellen, om de schoonheid +te kunnen zien, die hij zag. Die onbenaderbare grootheid die het +ons onmogelijk maakt ons een met haar te voelen, bestond voor hem +niet. Daar stond zij, een gracieus meisje, het eerste schepsel, dat +hem een waardige gezellin toeleek, licht en slank, licht gekleed, +terwijl de frissche morgenwind haar kleed plooide om de weeke lijnen +van haar gestalte, en met een groote massa bloeiende kastanjetakken +in hare handen. De boord van haar kleed was open en liet de blankheid +van haar hals en een zachte schaduwige rondheid zien, die naar hare +schouders afdaalde en aan het oog onttrokken werd. De wind had een vlok +haar gestolen en strekte de rood-gepunte haren over haar wangen. Haar +oogen waren groot en blauw en om haar lippen zweefde steeds de belofte +van een glimlach, terwijl zij tusschen de takken doorreikte. + +Zij wendde zich met schrik naar hem om, bemerkte hem, en een tijdlang +deden zij niet anders dan elkaar aankijken. Het zien van hem was voor +haar wonderbaarlijk en zóó bijna-ongelooflijk, dat het haar eenige +oogenblikken lang iets vreeselijks toeleek. Hij was tot haar gekomen en +had haar geschokt zooals een bovennatuurlijke verschijning dit gedaan +zou hebben; hij verbrak al de vaste wetten van haar wereld. Hij was +toen een jongeling van een en twintig, slank, met het donkere teint +en den ernst van zijn vader. Hij was gekleed in sobere, zacht-bruin +lederen, nauw-passende, doch gemakkelijk-zittende kleêren en met bruine +kuitbroek aan, die hem goed stond en zijn figuur deed uitkomen. In +weer en wind, hij liep blootshoofds. Zij stonden elkaar al maar aan +te kijken--zij ongeloovig-verbaasd, en hij met snelkloppend hart. Het +was een oogenblik zonder inleiding, de belangrijkste ontmoeting van +hun leven. + +Hij was minder verbaasd. Hij had haar aldaar gezocht, en zijn hart +klopte onstuimig. Hij ging naar haar toe, langzaam, met de oogen op +haar gelaat gevestigd. + +"U is de prinses," zei hij. "Mijn vader heeft mij van u verteld. U +is de prinses die men van het Voedsel der Goden gegeven heeft." + +"Ja, ik ben de Prinses,"--zei zij, met verbaasde blikken. "Maar--wie +zijt gij?" + +"Ik ben de zoon van den man, die het Voedsel der Goden gemaakt heeft." + +"Voedsel der Goden!" + +"Ja, het Voedsel der Goden." + +"Maar--" + +Haar gezicht drukte de grootste verbazing uit, als begreep zij +hem niet. + +"Wat is dat? Ik begrijp er niets van. Het Voedsel der Goden, zei u?" + +"Hebt ge daar nooit van gehoord?" + +"Van het Voedsel der Goden? Néén!" + +Zij bemerkte dat zij hevig beefde. Zij verschoot van kleur. "Ik wist +niet," zei zij. "U wilt toch niet zeggen--?" + +Hij wachtte tot zij haar zin voltooien zou. + +"U wilt toch niet zeggen, dat er nog méér reuzen zijn?" + +En hij herhaalde: "Wist u dat niet?" + +En zij antwoordde met steeds toenemende verbazing, toen zij begon te +begrijpen: "Neen!" + +De geheele wereld en de geheele beteekenis ervan begon in haar oog +anders te worden. Een kastanjetak ontgleed haar hand. "U wilt toch +niet zeggen, dat er nog meer reuzen op aarde zijn? Dat het een of +ander voedsel--?" + +Nu was het zijn beurt om verbaasd te staan. + +"Maar wist u dan niets?" riep hij uit. "Had u dan nooit van ons +gehoord? U, die door het Voedsel aan ons verwant zijt!" + +Er sprak nog steeds angst uit de blikken die hem aanstaarden. Haar hand +ging naar haar keel en viel weder neer. Zij fluisterde: "Neen." Het was +haar of zij òf weenen, òf in zwijm vallen moest. Doch een oogenblik +later had zij hare zelfbeheersching herkregen en sprak en dacht +zij weder duidelijk en helder. "Dit is alles voor mij verborgen +gehouden," zeide zij. "Het is als een droom. Ik heb gedroomd--Ik heb +van dergelijke mogelijkheden gedroomd. Doch wakend--Neen. Vertel mij +toch alles. Alles! Wat zijt ge? Wat is dit Voedsel der Goden? Vertel +het me langzaam--en duidelijk. Waarom heeft men voor mij verborgen +gehouden, dat ik niet alleen sta in mijn grootte?" + + + +II. + +"Vertel het mij," zei zij, en de jonge Redwood begon haar bevend +en opgewonden te vertellen--het was toèn maar een onsamenhangende +en armelijke vertelling--van het Voedsel der Goden en van de +Reuzenkinderen, die over de geheele wereld verspreid waren. + +Stel u hen voor, met opgewonden kleur en nog wat verschrikt, trachtend +elkaar te begrijpen uit tallooze half-verstane, half-uitgesproken +zinnen, steeds weder herhalend, en dan weder plotseling zwijgend, +en het nog eens opnieuw beproevend--een wonder-vreemd gesprek, +waarbij zij ontwaakte uit de onwetendheid waarin zij haar geheele +leven verkeerd had. En heel langzaam werd het haar duidelijk, dat zij +geen uitzondering vormde op den gewonen regel der menschheid, doch +dat zij deel uitmaakte van een verspreide broederschap, waarvan alle +leden van het Voedsel gegeten hadden, en die voor altijd de kleine +verhoudingen van de menschjes onder hunne voeten ontgroeid waren. De +jonge Redwood sprak van zijn vader, van Cossar, van de broederen die +over het gansche land verspreid waren, van den grooten dageraad die +grootscher willen met zich had gebracht en die in de geschiedenis der +wereld was opgegaan. "Wij zijn in het begin van een begin," zei hij; +"dit wereldje, dat ze nu hebben, is slechts een inleiding tot de wereld +die het Voedsel scheppen zal. Mijn vader gelooft--en ik met hem--dat +er een tijd zal komen, waarin kleinheid geheel uit de menschenwereld +verdwenen zal zijn,--waarin reuzen vrijelijk over deze aarde--hùnne +aarde zullen rondwandelen--voortdurend grooter en grootscher dingen +verrichtend. Doch dat--dat moet nog komen. Wij zijn hiervan zelfs +niet het eerste geslacht--wij zijn de eerste experimenten." + +"En van al deze dingen wist ik niets!" zeide zij. + +"Soms denk ik wel eens, dat wij te vroeg gekomen zijn. Natuurlijk één +van allen moest het eerst komen. Doch de wereld was geheel onvoorbereid +op onze komst en op de komst van al de minder groote dingen, die hunne +grootheid aan het Voedsel ontleenden. Er zijn grove fouten begaan; +er is strijd geweest. Het kleine menschenvolk haat ons... + +"Zij zijn hard jegens òns, omdat zìj zoo klein zijn... En omdat onze +voeten zwaar neerkomen op de dingen, die hen doen leven. Doch hoe dit +ook zij, zij haten ons nu; zij moeten niets van ons hebben--alleen +als wij tot hunne normale grootte konden inkrimpen, zouden zij ons +langzamerhand vergeven... + +"Zij zijn gelukkig in huizen, die ons gevangeniscellen toelijken; +hunne steden zijn ons te klein. Het doet ons pijn langs hunne smalle +wegen te loopen; wij kunnen niet mede opgaan naar hunne plaatsen +van eeredienst... + +"Wij kijken over hunne muren, en over hunne verdedigingswerken; +we kijken zonder er bij te denken door hunne bovenste vensters; +wij houden geen rekening met hunne gewoonten; hun wetten zijn ons +slechts een net om onze voeten... + +"Telkens als wij struikelen, hooren wij hen schreeuwen; telkens als wij +hunne grenzen overschrijden, of ons opmaken tot eenige breede daad... + +"Als wij op ons doode gemak loopen, lijkt het hun alsof wij ergens +wild op losstormen, en al de dingen die zij groot en wondervol achten, +zijn voor ons niet meer dan poppen-pyramiden. De kleinheid van hun +methodes en toepassingen en verbeeldingskracht belemmert en verslaat +onze kracht. Er bestaan nog geen machines, die evenredig zijn aan +de kracht onzer handen, en geen hulpmiddelen die in onze nooden +kunnen voorzien. Zij maken onze grootte dienstbaar door duizenden +onzichtbare handen. Wij zijn man voor man honderdmaal sterker, doch +wij zijn ongewapend; juist onze grootte maakt ons tot schuldenaren; +zij laten rechten gelden op het land, waar wij nu op staan; zij +belasten onze grootere behoefte aan voedsel en onderdak, en voor al +deze dingen moeten wij om hunne dwergen-grillen te bevredigen, zwaren +arbeid verrichten met de werktuigen die deze dwergen voor ons maken.... + +"Op alle mogelijke manieren belemmeren zij onze bewegingen. Al +was het alleen maar om te leven, mòèten wij de grenzen die zij ons +gesteld hebben wel overschrijden. Om u hier vandaag te ontmoeten, +heb ik zelfs op verboden terrein moeten gaan. Alles wat aangenaam en +begeerenswaardig in het leven is, stellen zij buiten ons bereik. Wij +mogen niet in de steden komen; wij mogen niet over bruggen loopen; +wij mogen niet loopen door hun bebouwde velden of in de wildparken +voor het wild, dat zij dooden. Ik ben nu afgesneden van al de Broederen +behalve van de drie zonen van Cossar, en zelfs diè doorgang wordt met +elken dag nauwer. Het is of zij twist met ons zoèken, om ons het een +of ander te kunnen aandoen." + +"Maar we zijn toch heel sterk," zeide zij. + +"Wij behóórden tenminste sterk te zijn, ja. Allen voelen wij--en ik, +weet dat jij dat ook moet voelen--dat wij macht hebben, de kracht +om groote dingen te doen, macht die in ons dringt om vrijgelaten te +worden. Doch vóór wij iets kunnen beginnen--" + +Hij stak driftig een hand uit, die een wereld scheen weg te vagen. + +"Al heb ik ook gemeend, dat ik alleen op de wereld was," zeide zij, +na een tijdlang gezwegen te hebben, "heb ik tòch wel over deze dingen +nagedacht. Men heeft mij steeds geleerd, dat kracht bijna zonde was, +dat het beter was klein te zijn dan groot, dat alle ware godsdienst +bestond in het beschermen der zwakken en kleinen, de zwakken en +kleinen te bemoedigen, hen te helpen zich te vermenigvuldigen en +al maar vermenigvuldigen, totdat zij ten laatste elkaar verdringen; +men heeft mij geleerd al ònze kracht op te offeren voor hunne zaak, +maar... ik heb altijd getwijfeld aan wat men mij onderwees." + +"Dit leven," zei hij, "deze lichamen, die wij gekregen hebben, zijn +niet om te sterven." + +"Neen." + +"En ook niet om in beuzeling door te brengen. Doch zoo wij dit laatste +niet doen willen, is het allen Broederen nu reeds duidelijk, dat een +strijd niet kan uitblijven. Ik kan niet zeggen hoe verbitterd de +strijd, die spoedig komen moet, zijn zal, vóór de kleine menschen +zullen dulden, dat wij leven op de wijze waaraan wij behoefte +hebben. Al de Broederen hebben hier over nagedacht. Ook Cossar, +waarvan ik je verteld heb, heeft hier over nagedacht." + +"Zij zijn heel klein en zwak." + +"Ja dat is zoo, tenminste het lijkt zoo. Maar jij weet ook, evenals ik, +dat zij alle middelen om te dooden in handen hebben, en die ook naar +de grootte hunner handen gemaakt zijn. Al honderdduizenden jaren lang +hebben deze kleine menschjes, wier wereld wij overrompelen, geleerd +hoe zij elkaar het beste en snelste kunnen dooden. Hierin zijn zij heel +bekwaam. In meerdere dingen zijn zij zeer bekwaam. En bovendien kunnen +zij bedriegen en zich plotseling anders voordoen dan zij zijn... ik +weet het niet... er is strijd op til. Jij--jij bent misschien anders +dan wij. Maar voor òns komt er zeker strijd.... Wat de menschen Oorlog +noemen. Wij weten het. En tot op zekere hoogte bereiden wij ons er +op voor. Maar je kent--deze kleine menschen!--wij weten niet hoe wij +dooden moeten, tenminste wij missen de lust om te dooden--" + +"Zie eens," viel zij hem in de rede, en hij hoorde een toeterenden +hoorn. + +Hij wendde zich om, en keek in de richting die hare oogen aanduidden +en zag hoe een helder-gele automobiel, met een donkeren chauffeur +met een motor-bril op, en met in bont gekleede passagiers, gillend en +dreunend en nijdig puffend bij zijn hiel stond. Hij verplaatste zijn +voet en het ding vervolgde met drie toornige kreten zijn lawaaierigen +weg in de richting van de stad. + +"Blokkeeren tegenwoordig den weg ook al!" klonk er tot hem op. + +Vervolgens zeide iemand: "Zie! heb je haar wel gezien? Daar ginds +achter de boomen staat de reuzen-prinses!" en al hun van stof-brillen +voorziene gezichten wendden zich naar haar toe om haar aan te staren. + +"Nee maar, hoor es," zei een derde. "Dat gaat niet aan"... + +"Dit alles," zeide zij, "verbaast mij meer dan ik zeggen kan." + +"Dat ze je van dit alles niets gezegd hebben," zei hij en voltooide +zijn zin niet. + +"Vóór je mij ontmoette, had ik geleefd in een wereld waarin ik +groot en--alléén was. Maar toch had ik mijn leven hier zoo goed +mogelijk aangepast. Ik dacht eerst, dat ik het slachtoffer was van +een gril der natuur. En nu is mijn wereldje in een half uur in elkaar +gevallen, en ik zie een andere wereld, andere voorwaarden, ruimere +mogelijkheden--kameraadschap--" + +"Kameraadschap," antwoordde hij. + +"Je moet me nog wat meer vertellen, nog véél meer," zeide zij. "Weet +je, dit alles vaart door mijn geest als een verhaal dat mij verteld +wordt. Zelfs jij... Binnen een dag of wat zal ik misschien in je +kunnen gelooven. Maar nu--nu droom ik... Luister!" + +De eerste slag van een klok bovenop de paleisgebouwen ver weg drong +tot hen door. Elk telde werktuigelijk tot "zeven." + +"Nu moet ik weg," zeide zij. "Zij zullen nu net ongeveer de bowl +met mijn koffie het vertrek waarin ik slaap binnendragen. De kleine +lakeien en bedienden--je kunt je haast niet voorstellen hoe ernstig +die zijn--zijn nu al weer druk bezig aan hunne werkzaamheidjes." + +"Zij zullen zich wel verwonderen, waar... maar ik wil met je praten." + +Zij dacht na.--"Maar ik wil er ook over denken. Ik wensch nu alléén +er over na te denken, en tot klaarheid te komen in deze algeheele +verandering der dingen, en de oude eenzaamheid weg te denken en jou en +al die anderen in mijn wereld in te denken... Ik moet nu heen. Vandaag +zal ik teruggaan naar mijn oude plaats in het kasteel, en morgen, +als de dageraad aanbreekt, zal ik hier weder komen." + +"Ik zal je hier opwachten." + +"Den geheelen dag zal ik droomen van deze nieuwe wereld die je mij +gegeven hebt. Ik kan het nu zelfs nog haast niet gelooven--" + +Zij deed een schrede achterwaarts en nam hem op van het hoofd tot de +voeten. Hunne blikken ontmoetten elkaar en bleven een oogenblik vast +op elkaar gericht. + +"Ja," zeide zij, met een lachje, dat bijna een snik was. "Je bent tòch +werkelijk. Maar het is zoo wondervreemd! Denk je--werkelijk--? En als +ik nu morgen eens hier kwam, en ik vond--dat je net zoo'n dwerg was +als de anderen!--Ja, ik moet over alles nog eens nadenken. En daarom, +voor vandaag--zooals de kleine menschen doen--" + +Zij stak haar hand uit, en voor de eerste maal raakten zij elkander +aan. Zij hielden elkaar's hand stevig vast en hunne blikken ontmoetten +elkaar weder. + +"Voor vandaag--goedendag," zeide zij. "Vaarwel! Vaarwel, Broeder Reus!" + +Hij aarzelde, alsof hij nog iets wilde zeggen, en eindelijk zei hij +eenvoudig "goedendag." + +Een tijdlang hielden zij elkaar's hand vast, en keken elkaar vorschend +aan. En nadat zij van elkaar gegaan waren, keek zij nog verscheidene +malen half weifelend naar hem om, en bleef staan op de plaats waar +zij elkaar ontmoet hadden... + +Zij liep dwars over het plein van het Paleis hare vertrekken binnen +als een die in den slaap wandelt, met een grooten kastanje-tak, +die slap in hare hand hing. + + + +III. + +De twee ontmoetten elkaar, alles bij elkaar genomen, veertien maal +vóór het begin van het einde. Zij kwamen samen in het Groote Park, of +op de hoogten en in de passen van het moer, dat doorsneden werd door +ruwe wegen en hier en daar begroeid was met sombere pijnbosschen, en +dat zich naar het zuidwesten uitstrekte. Tweemalen hadden zij elkaar +ontmoet in de groote kastanjelaan, en vijf malen aan den breeden, +aangelegden vijver, die de koning, haar grootvader, had doen graven. Er +was daar een plek waar een groot, mooi-glad grasperk, dat met hooge +coniferen bezet was, gracieus afhelde naar den waterkant, en daar +placht zij dan te gaan zitten, en hij legde zich aan hare knieën +neder, keek op naar haar gelaat en praatte; hij verhaalde haar van +alles wat voorgevallen was, en van het groote werk, dat zijn vader hem +opgedragen had te volbrengen, en van den grooten en verruimden droom +van al wat het reuzenvolk eens zijn zoude. Gewoonlijk kwamen zij bij +elkaar bij het aanbreken van den dageraad, doch eens ontmoetten zij +elkaar in den middag en zagen weldra, hoe zij omringd werden door +een menigte van loerende luisteraars, fietsrijders en voetgangers, +die allen van uit de struiken naar hen gluurden, ritselend (zooals +de musschen soms ritselen in de boschjes om u heen in de Londensche +parken) tusschen de dorre bladeren in de bosschen, het meer komend +afroeien in booten naar een punt, vanwaar zij hen konden zien, en +trachtend hen zoo dicht te naderen, dat zij hen goed konden zien en +hooren. Dit was voor de twee reuzen de eerste aanduiding van de groote +belangstelling die de geheele streek in hunne samenkomsten stelde. En +eens--het was de zevende maal, en verhaastte het schandaal nog--kwamen +zij samen op het frissche moerland bij helder maanlicht en fluisterden, +want de nacht was warm en stil. Zeer spoedig hadden zij het bewustzijn +verloren, dat in en door hen een nieuwe wereld van reusachtige dingen +zich vormde in de aarde, en dachten zij niet langer over den grooten +strijd tusschen klein en groot, waarin zij blijkbaar voorbeschikt +waren een rol te spelen, en dachten zij slechts aan meer persoonlijke +en grooter belangen. Telkens als zij elkaar ontmoetten en met elkaar +spraken en elkaar aanzagen, leerden zij iets meer begrijpen, dat er +iets dierbaarders en wondervollers dan enkel vriendschap in hun gevoel +voor elkaar was, en overal met hen meeging en hunne handen elkaar +deed zoeken. En binnen zeer korten tijd vonden zij het woord zelf en +waren zij minnenden, de Adam en Eva voor een nieuw geslacht op aarde. + +Zij schreden tezamen de wonderschoone vallei der liefde in, met hare +diepe en vredige plaatsen. De wereld om hen nam een geheel ander +aanzicht aan, naarmate zij zelven anders gestemd waren, totdat weldra +een schoonheid als van het Heilige der Heiligen hunnen samenkomsten +weldra omgaf en de sterren niet anders dan bloemen van licht waren +onder de voeten hunner liefde, en de dageraad en de zonsondergang de +kleurige draperiën langs hunnen weg. Zij waren niet langer wezens van +vleesch en bloed voor elkaar en voor zichzelven; zij werden tot een +belichaamd weefsel en voor zichzelven; zij werden tot een beschaamd +weefsel van teederheid en verlangen. Eerst fluisterden zij en toen +zwegen zij geheel en naderden elkaar àl meer en staarden in elkaar's +door de maan verlichte, schemerige gezichten onder den oneindigen +boog des hemels. En de stille donkere pijnboomen stonden om hen +als wachters. + +De weerklinkende schreden van den tijd werden tot stilte gebracht en +het leek hen alsof het heelal onbeweeglijk om hen heen hing. Alleen +de klop hunner harten was hoorbaar. Zij leken samen te leven in +een wereld waar geen dood meer was, en dit was werkelijk zoo in +hun gevoel. Het leek hen toe, dat zij peilden, en werkelijk peilden +zij zulke verborgen heerlijkheden in het hart der dingen als nooit +te voren door iemand bereikt was. Zelfs voor lage en kleine zielen +is de liefde een openbaring van groote heerlijkheden. En dit waren +reuzen-geliefden, die van het Voedsel der Goden gegeten hadden... + +Stel u de zich steeds méér verspreidende schrik in deze goed-geordende +wereld voor, toen het bekend werd dat Hare Doorluchtigheid de Prinses, +die koninklijk bloed in de aderen had en die verloofd was met den +Prins! samenkwam,--dikwijls samenkwam--met den overvoeden telg van +een gewonen professor in de chemie, een schepsel zonder rang, zonder +positie, zonder rijkdom, en met hem praatte alsof er geen Koningen en +Prinsen waren, geen orde, geen eerbied--niets dan Reuzen en Dwergen +op aarde. Zij praatte met hem en men was er maar al te zeker van, +dat zij hem als haar minnaar beschouwde. + +"Als de krantenlui er de lucht van krijgen!" zei Sir Arthur Poedel +Laarslik... + +"Ik heb hooren zeggen"--fluisterde de oude bisschop van Frumps... + +"Weer een nieuwtje boven," zei de eerste lakei, terwijl hij hier en +daar knabbelde aan dessert-dingen. "Voor zoover ik er uit wijs kon +worden, is die reuzen Prinses--" + +"Men zegt--" zei de juffrouw die den winkel in kantoor- en +schrijfbehoeften bij den hoofdingang van het paleis hield, en bij wie +de kleine Amerikanen hun kaartjes nemen voor de Statie-Vertrekken... + +En vervolgens: + +"Wij kunnen uit goede bron tegenspreken--" zei "Picaroon," in "Het +Babbeltje." + +En aldus kwam het geheele geval uit en ontstond al de last voor de +twee minnenden. + + +IV. + +"Ze zeggen, dat wij scheiden moeten," zei de Prinses tot haar geliefde. + +"Maar waarom?" riep hij uit. "Wat hebben die kleine wezens zich nu +weêr voor zotternij in het hoofd gehaald?" + +"Weet je wel," vroeg zij, "dat mij liefhebben hoogverraad is?" + +"Lief," riep hij uit, "wat komt het er alles op aan? Wat kan ons hun +recht--recht zonder een zweem van redelijkheid--en hun hoogverraad +en hun trouw aan den koning schelen?" + +"Dat zal ik je vertellen," zeide zij, en vertelde hem van al wat men +tot haar gezegd had. + +"Zoo'n typisch klein mannetje als er toch op me af kwam, met een +zachte, prachtig gemoduleerde stem, een gladjes daarheenloopend +heertje, dat zijdelings de kamer in kwam, net als een kat, en dat +zijn mooie witte handje zóó opstak, telkens als hij iets gewichtigs te +zeggen had. Hij is kaal, maar natuurlijk niet heelemaal, en zijn neus +en gezicht zijn klein en rozig als van een bazuinengeltje, en zijn +baard is allerliefst in een punt geknipt. Hij deed verscheidene malen +alsof hij erg onder den indruk was, en liet zijn oogen schitteren. Weet +je, hij is een warm aanhanger van de koninklijke familie hier, en +hij noemde mij zijn "waarde jonge dame," en was van het begin af +erg deelnemend. "M'n waarde jonge dame, u móógt zoo niet voortgaan," +zei hij verscheidene malen en vervolgens: "u hebt plichten." + +"Waar vormen ze toch zulke mannetjes?" + +"O, hij mag zoo iets juist wel," zeide zij. + +"Maar ik begrijp niet--" + +"Hij zei heel ernstige dingen tegen me." + +"Je gelooft toch niet, dat er iets zit in wat hij zei?" zei hij, +zich plotseling tot haar wendend. + +"Zéker zit er iets in," zeide zij. + +"Je meent dat--?" + +"Ik meen, dat, zonder dat we 't zelf wisten, wij op de heiligste +concepties van dit kleine volkje hebben getreden. Wij, die koninklijk +bloed in onze aderen hebben, zijn een op zichzelfstaande klasse. Wij +zijn gevangenen die aangebeden worden, speelgoed om in processies +medegevoerd te worden. Wij betalen voor deze hulde met het verlies +van--onze vrijheid. En ik had dien prins moeten huwen--Maar van +hèm weet je niets. Nu, 't is een dwerg Prinsje. Hij is niet van 't +minste belang... Het schijnt, dat het den band tusschen mijn land en +een ander hechter gemaakt zou hebben. En ook dìt zou er voordeel van +gehad hebben. Stel je es voor!--de band hechter maken!" + +"En wat nu?" + +"Zij wenschen, dat ik in dezelfde verhouding tot hem blijf staan +alsof er niets tusschen òns bestond." + +"Niets tusschen ons!" + +"Ja, maar dat is nog niet alles. Hij zei--" + +"Je specialiteit in takt?" + +"Ja. Hij zei, dat het beter voor jou en beter voor alle reuzen zou +zijn als wij tweeën--ons onthielden van met elkaar te spreken. Zóó +zei hij het." + +"Maar wat willen ze dan doen, gesteld dat we eens doen wat zij +verlangen?" + +"Hij zei, dat jij je vrijheid dan zou kunnen krijgen." + +"Ik!" + +"Hij zei, met nadruk, "m'n waarde jonge dame, het zou heusch beter +zijn, het zou waardiger zijn, als ge uit eigen vrijen wil van elkaar +scheiddet." Dat zei hij, en legde den nadruk op "uit vrijen wil." + +"Maar--! Maar wat hebben deze ellendige kleine peuters er eigenlijk +mee te maken, waar en hoe wij elkaar liefhebben! Wat hebben zij en +hun heele wereldje met ons uit te staan?" + +"Zij denken er anders over." + +"Natuurlijk," zei hij, "geef je niets om wat zij zeggen." + +"Het lijkt me wel héél dwaas toe." + +"Dat hunne wetten ons willen binden! Dat wij, in de eerste lente +van ons leven, ons ons geluk zouden laten ontnemen door hun oude +engagementen en hun redelooze oude instellingen. O--! Maar wij zullen +er ons niet aan storen." + +"Ik ben de jouwe. In zooverre heb je gelijk, ja." + +"In zooverre? Is dat dan niet alles?" + +"Maar ze--Als ze ons nu eens willen scheiden--" + +"Wat zouden ze kunnen beginnen?" + +"Ik weet het niet. Wat kùnnen ze doen?" + +"Wie geeft er wat om wat zij kunnen doen, of wat ze zùllen doen. Ik +behoor jou en jij mij. Verder is er niets. Ik ben de jouwe en jij de +mijne voor eeuwig. Denk je, dat ik je zou laten varen om hun kleine +wetjes, en hun kleine verbodjes, en hun roode waarschuwingsbordjes, +jawel!--en van jòu wegblijven?" + +"Ja. Maar toch, wat kunnen ze ons doen?" + +"Je bedoelt", zeide hij, "wat wij moeten doen?" + +"Ja." + +"Wij? wij gaan onzen gang." + +"Maar als ze ons dat nu eens willen beletten?" + +Hij balde de vuisten. Hij keek om zich heen alsof de kleine menschjes +er reeds aankwamen om het hem te beletten. Toen wendde hij zich van +haar af en staarde in de verte. "Ja," zei hij, "je hadt gelijk met +te vragen "wat kunnen ze doen?"" + +"Hier in dit kleine landje," zeide zij, en zweeg toen. + +Hij scheen alles te overzien. "Ze zijn overal." + +"Maar we konden--" + +"Waarheen?" + +"We zouden heen kunnen gaan. We zouden samen de zeeën kunnen +overzwemmen. Aan de overzijde--" + +"Ik ben nooit aan de andere zijde van de zee geweest." + +"Daar zijn groote, eenzame bergen, waartusschen wij niet meer zouden +lijken dan kleine menschjes, daar zijn afgelegen en verlaten valleien, +nog onbekende meren en met sneeuw bedekte hooglanden, nog niet betreden +door een menschenvoet." + +"Daar--" + +"Doch om daar te komen, moeten wij ons iederen dag door millioenen +en millioenen menschen heen vechten." + +"Het is onze eenige hoop. In dit dichtbevolkte land is geen +toevluchtsoord voor ons. Waar zouden wij moeten wonen temidden +van al deze millioenen? Zij die zoo klein zijn, kunnen zich voor +elkaar verbergen, doch waar moeten wij ons verschuilen? Er is geen +plaats waar wij zouden kunnen eten, geen plek om te slapen. Als we +vluchtten--zouden zij dag en nacht onze schreden volgen." + +Toen viel hem iets in. + +"Er is één plaats," zei hij, "zelfs op dit eiland." + +"Waar?" + +"De plaats die onze Broeders ginds gemaakt hebben. Zij hebben groote +aarden wallen om hun huis opgeworpen, aan noord- en zuid-, oost- en +westkant; zij hebben diepe groeven en verborgen plaatsen, en straks +nog--kwam er een bij mij. Hij zei--ik luisterde niet aandachtig naar +wat hij zei. Maar hij sprak van wapenen. Mogelijk--dat we daar een +schuilplaats zouden vinden..." + +Na lang gezwegen te hebben, zei hij: "ik heb onze Broeders in +verscheidene dagen niet gezien... Liefste! ik heb gedroomd, en heb +alles om me heen vergeten! De dagen zijn voorbijgegaan en ik heb +niets gedaan dan uitgekeken naar het oogenblik, dat ik je weer zou +zien... Ik moet met hen gaan spreken en hen van jou vertellen en van al +de dingen die ons boven het hoofd hangen. Als zij ons helpen willen, +kunnen zij ons helpen. Dàn zou er hoop voor ons zijn. Ik weet niet +hoe sterk hun plaats is, maar zonder twijfel zal Cossar haar erg +versterkt hebben. Hiervóór--vóór jij mij ontmoette, herinner ik me, +dat er ook al onheil broedde. Toen was er eens een verkiezing--dat is +als de kleine menschen de zaken opknappen door het aantal hoofden te +tellen. Maar die verkiezing moet nu al voorbij zijn. Toen werden er +bedreigingen geuit tegen ons geheele ras--dat wil zeggen, tegen ons +geheele ras, behalve jou. Ik moet met onze Broeders gaan spreken. Ik +moet ze vertellen van al wat er tusschen ons is voorgevallen, en van +alles dat ons nu bedreigt." + +De volgende maal dat zij elkaar zouden ontmoeten, moest zij eenigen +tijd wachten vóór hij kwam. Zij zouden dien dag tegen twaalf uur bij +elkaar komen in een gedeelte van het park dat in een bocht langs de +rivier liep, en terwijl zij zuidwaarts uitkeek, haar hand boven de +oogen houdend, viel het haar op dat alles heel stil was, ja, dat de +stilte drukkend was. En toen bemerkte zij, dat niettegenstaande het +reeds zoo laat was, haar gewoon gevolg van vrijwillige spionnen niet +tegenwoordig was. Rechts en links, waar zij ook keek, was niemand te +zien, en er was geen enkele boot in de zilveren bocht der Theems. Zij +trachtte voor deze vreemde stilte om haar een verklaring te vinden... + +En toen zag zij tot haar blijdschap, den jongen Redwood aankomen, +boven een open plek uit, tusschen de boomen die haar het uitzicht +belemmerden. + +Een oogenblik onttrokken de boomen hem aan haar gezicht en toen zag zij +hem er zich weder doorheen breken. Zij zag wel, dat er iets ongewoons +had plaats gegrepen, en toen zag zij, dat hij harder liep dan anders +en dat hij hinkte. Hij wenkte haar en zij liep naar hem toe. Zijn +gezicht werd nu duidelijker zichtbaar, en zij zag met bezorgdheid, +dat zijn gelaat bij iedere schrede pijnlijk vertrok. + +Zij snelde naar hem toe, met het hoofd vol vragen en onbestemden +angst. Hij bereikte haar en hijgde zonder haar eerst te groeten: + +"Moeten wij scheiden?" + +"Neen," antwoordde zij. "Waarom? Wat is er?" + +"Maar als we niet van elkaar gaan--! Het ìs al zoover." + +"Wat is er dan?" + +"Ik wil niet van je scheiden," zei hij. "Maar--" + +Hij zweeg plotseling en vroeg een oogenblik later: "dus je wilt niet +van mij scheiden?" + +Zij keek hem met vasten blik in de oogen. "Wat is er gebeurd?" drong +zij aan. + +"Ook niet voor een tijd?" + +"Wat voor een tijd?" + +"Voor jaren misschien." + +"Scheiden! Neen!" + +"Heb je alles goed gewikt en gewogen?" hield hij aan. + +"Ik wil niet scheiden." Zij vatte zijn hand. "Al moest ik nu op dìt +oogenblik sterven, zou ik je niet laten gaan." + +"Al moest je op dit oogenblik sterven," zei hij, en zij voelde, +dat zijn vingers haar hand omknelden. + +Hij keek om zich heen alsof hij vreesde de kleine menschen al te zien +aankomen terwijl hij nog sprak. En toen: "het is heel wel mogelijk, +dat het ons het leven kost." + +"Vertel mij nu wat er gebeurd is," zeide zij. + +"Zij probeerden mijn gaan hierheen te belemmeren." + +"Hoe?" + +"En toen ik uit mijn werkplaats kwam, waar ik het Godenvoedsel voor +de Cossars maak, om in voorraad te houden in hun kamp, zag ik een +klein inspecteurtje van politie--een man in het blauw gekleed, met +schoone witte handschoenen aan--die mij wenkte stil te staan. "Deze +weg is voor u afgesloten!" zei hij. Dit was geen bezwaar voor mij; +ik liep om mijn werkplaats heen naar een anderen weg die westwaarts +loopt, en daar stond er weer een. "Hier kunt u niet door!" zei hij +en voegde erbij: "alle wegen zijn voor u afgesloten!" + +"En toen?" + +"Ik redeneerde wat met hem. "Dit zijn publieke wegen!" zei ik. + +"Precies," zei hij. "U maakt ze onbegaanbaar voor het publiek." + +"Heel goed," zei ik, "dan zal ik de landen overgaan," en toen sprongen +er nog anderen op van achter heggen en zeiden "deze akkers zijn +privaat eigendom." + +"Loop naar den duivel met je publiek en je privaat eigendom," zei +ik, "ik ga naar mijn Prinses," en ik bukte me en nam er een heel +voorzichtig op--hij schopte en schreeuwde erg--en zette hem uit den +weg. In een oogwenk leken de velden om mij te leven van hardloopende +mannen. Ik zag er een te paard naast mij voort hollen, die iets voorlas +onder het rijden--of liever, hij schreeuwde het. Hij hield op, wendde +zijn paard om, en galoppeerde weg--met gebogen hoofd. Ik begreep er +niets van. En toen hoorde ik achter mij het knallen van geweren." + +"Geweren!" + +"Geweren--net alsof zij op ratten schoten. De kogels floten door de +lucht met een geluid alsof er iets scheurde: een stak me in het been." + +"En wat deed jij?" + +"Ik liep door naar jou, en liet hen achter, schreeuwend en rennend +en op me schietend." + +"En nu--" + +"Nu?" + +"Dit is slechts een begin. Zij zijn vastbesloten ons te scheiden. Zelfs +op dit oogenblik achtervolgen ze mij. Wij willen niet scheiden." + +"Neen. Maar als we niet scheiden willen--dan moet je met me mee naar +de Broeders." + +"Welken kant?" zeide zij. + +"Naar het oosten. Van gindschen kant zullen mijne vervolgers komen. Dus +dit is de weg dien wij moeten volgen. Deze laan af. Laat mij voorgaan, +zoodat als zij wachten--" + +Hij deed een schrede voorwaarts, doch zij had zijn arm gevat. + +"Neen," riep zij uit. "Ik wil dicht bij je blijven, je +vasthouden. Misschien dat ze, omdat ik van koninklijken bloede en dus +heilig ben, dat ze niet zullen durven schieten. Als ik je vasthoud--God +gave, dat we konden vluchten terwijl ik mijn armen om je heengeslagen +hield! dan zouden ze misschien niet op je schieten--" + +Zij hield zijn schouder vast, en vatte zijn hand terwijl zij nog sprak; +zij drong zich dichter tegen hem aan. "Mogelijk dat ze dan niet op je +schieten," herhaalde zij, en met plotselinge teederheid nam hij haar +in zijne armen en kuste haar op de wang. Zóó hield hij haar eenigen +tijd vast. + +"Zelfs al kost het ons den dood," fluisterde zij. + +Zij sloeg haar armen om zijn hals en hief haar gelaat tot het zijne. + +"Liefste, kus mij nog eenmaal." + +Hij trok haar naar zich toe. Stilzwijgend kusten zij elkaar op de +lippen, en hielden elkaar nog een oogenblik omklemd. En toen, terwijl +zij voortdurend trachtte haar lichaam dicht bij het zijne te houden, +gingen zij hand in hand op weg om te trachten het veilige kamp der +zonen van Cossar te bereiken, vóór de hen achtervolgende menschjes +hen achterhaalden. + +En terwijl zij het gedeelte van het park achter het kasteel dóorstaken, +kwamen er tusschen de boomen ruiters aan galoppeeren, die tevergeefs +trachtten hun reuzenpassen bij te houden. En een oogenblik later +zagen zij voor zich huizen en mannen, die met geweren de huizen kwamen +uitloopen. Toen zij dit zag, deed zij hem omkeeren hoewel hij wilde +doorgaan en strijd leveren, en sloegen zij af naar het zuiden. + +Terwijl zij vluchtten vloog een kogel rakelings over hunne hoofden. + + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +DE JONGE CADDLES IN LONDEN. + + +I. + +Geheel onbewust van den gang van zaken, niets wetend van de wetten +die zich steeds nauwer samentrokken om al de Broederen, ja, zelfs +niet wetend dat er een Broeder leefde op aarde, koos de jonge Caddles +dezen tijd uit om uit zijn krijtgroeve te komen en de wereld te gaan +zien. Door zijn somber gepeins kwam hij hièr eindelijk toe. Hij +kreeg in Cheasing Eyebright geen antwoord op al zijn vragen; de +nieuwe dominé was nòg minder verlicht dan de oude, en het raadsel +van zijn doelloozen arbeid werd eindelijk zoo groot, dat hij het niet +langer dragen kon. "Waarom moet ik hier dag in dag uit in deze groeve +werken?" vroeg hij. "Waarom zou ik me binnen zekere grenzen houden, +en zou ik al de wonderen van de wereld daarbuiten niet mogen zien? Wat +heb ik gedaan, dat ik hiertoe veroordeeld ben?" + +En op zekeren dag stond hij op, rekte zich uit, en zeide met luider +stem: "Neen! ik doe 't niet langer," en toen verwenschte hij de +groeve met kernachtige taal. En toen, daar hij niet rad van tong +was, trachtte hij zijn gedachten in daden uit te drukken. Hij nam een +lorrie, die half met krijt gevuld was en keilde hem met een smak tegen +een anderen aan. Toen greep hij een heele rij leege lorries en gooide +ze een glooiing af. Hij smeet er een reusachtig krijtblok tusschen +dat aan stukken vloog, en brak toen met één krachtigen schop van zijn +voet ongeveer twaalf rails op. Aldus begon hij op nauwgezette wijze +de groeve te vernielen. + +"'k Zou nog liever, dan hier al mijn dagen in te werken," zei hij. + +De kleine geoloog dien hij, in zijn abstractie, over het hoofd +gezien had, beleefde een angstige vijf minuten. Nadat dit arme wezen +ternauwernood twee rotsblokken ontweken was, vluchtte hij door den +westelijken uitgang, den heuvel over, met zijn knapzak dansend op zijn +rug en met glanzende beentjes die in een kuitbroek gestoken waren, +en liet een spoor van krijtachtige echinodermata achter zich, terwijl +de jonge Caddles, voldaan over de verwoesting die hij aangericht had, +met groote passen naar buiten kwam om zijn fortuin in de wereld te +gaan zoeken. + +"Ik zou nog liever dan in die ouwe rot-groef te werken, tot ik +doodga en rot en stink!" Wat voor 'n wurm dachten ze wel, dat in +mijn reuzenlichaam huisde? Krijtgraven voor god weet wat een onzinnig +doel. 'k Zou je danken!.. + +De richting van den weg, of van de spoorlijn misschien, deed hem +den kant naar Londen opgaan, en daar kwam hij opaan stappen, over +de Duinen, dwars over de weiden, in den heeten namiddag, tot groote +verbazing van de wereld. Het had voor hem geen beteekenis, dat er aan +iederen muur en schuur verscheurde roode en witte aanplakbiljetten +fladderden, waarop verschillende namen te lezen waren. + +Hij wist niets van de verkiezings-revolutie die Caterham, "Jack +de Reuzendooder" plotseling op het kussen gebracht had. Het wilde +voor hem niets zeggen, dat op elk aanplakbord aan elk politiebureau +langs zijn weg, aangeplakt was wat bekend stond als Caterham's ukase, +proclameerend dat geen reus, of eenig ander persoon boven de acht voet, +zich verder dan vijf mijlen buiten zijn "woonplaats" mocht begeven, +zonder speciale vergunning. Het zei hem niets, dat achter hem aan +constabels, die hem niet bij konden houden, en voor wien het een ware +opluchting was dat ze dit niet konden, waarschuwende biljetten achter +zijn verdwijnenden rug schudden. Hij wilde zien wat er in de wereld te +zien was, de arme ongeloovige domme jongen, en hij was niet van plan +zich te laten ophouden door lieden die nu en dan nijdig "ho" tegen hem +schreeuwden. Hij liep voort door Rochester en Greenwich op een steeds +compacter wordende huizenmassa toe; hij liep nu tamelijk langzaam, +verbaasd om zich heen ziend, en met zijn geweldig houweel zwaaiend. + +De Londenaars hadden tevoren al wel iets van hem gehoord, hoe hij een +beetje idioot was, doch erg zachtzinnig, en wonderwel in toom gehouden +door Lady Wondershoot's rentmeester en den predikant; hoe hij op zijn +suffe manier hoog tegen deze autoriteiten opzag en dankbaar was voor +de zorg, die zij aan hem besteedden, en zoo voort. Zoodat, toen men +dien middag op de plakkaten der nieuwsbladen [16] las, dat ook hij +het werk neergelegd had, het velen toeleek dat het een afgesproken +zaak was. "Zij willen onze kracht op de proef stellen," zeiden de +passagiers in de treinen, die van hun kantoor naar huis gingen. + +"'t Is maar goed dat we nu Caterham hebben." + +"Dat is het antwoord op zijn proclamatie." + +De lieden in de societeiten wisten er meer van. Zij verdrongen zich +allen om het telegraaflint of praatten in groepen in hunne rookzalen. + +"Hij is ongewapend. Als hij wist wat daar gaande was, zou hij naar +Sevenoaks gaan." + +"Caterham zal wel weten hoe hij hem klein moet krijgen." + +De winkeliers vertelden het hun klanten. De kellners in restaurants +braken er een oogenblik tusschen de schotels uit om een avondblad +te lezen. De huurkoetsiers lazen het dadelijk na het wedren-nieuws +ingekeken te hebben... Op de plakaten van het voornaamste +regeeringsavondblad stond met vette letters te lezen van "De koe bij +de horens vatten"--Anderen trachtten effect te bereiken met: "Reus +Redwood gaat voort met de prinses te ontmoeten." "De Echo" volgde een +geheel eigen methode: "Berichten van Opstand onder de Reuzen in het +Noorden van Engeland. De Sunderland Reuzen op weg naar Schotland." De +"Westminster Gazette" liet haar gewone waarschuwende klanken hooren. + +"Reuzen, Laat af," zei de "Westminster Gazette," en trachtte uit het +geval iets te halen, dat dienstig kon zijn om de Liberale Partij weder +te vereenigen--waarin ten dien tijde vreeselijke scheuring ontstaan +was door zeven intens-egoïstische leiders. In de latere bladen kwam +meer eenheid. "De Reus op den New Kent Road," luidde hun aankondiging. + +"Ik wou wel es weten," zei de bleeke jongeling in de theezaak, +"waarom we niets hooren van de jonge Cossars. Je zoudt anders kunnen +verwachten dat zij zich meer dan een van de anderen zouden roeren..." + +"Ik heb hooren zeggen, dat er wéér een van die jonge reuzen op pad +is," zei de buffetjuffrouw, een glas afdrogend. "Ik heb altijd gezegd +dat't gevaarlijke kerels waren om zoo maar los te late' loope'. 'k Heb +'t al dàdelijk gezegd.... Ze moesten d'r 'n stokje voor steke'. Ik +'oop maar, in elk geval, dat ie deze kant niet uitkomt." + +"Ik wou 'm anders wel es zien," zei de jonge man voor het buffet +snoeverig, en voegde erbij "'k heb de Prinses óók gezien." + +"Denk je dat ze 'm wat doen zulle'?" zei de buffetjuffrouw. + +"Zulle' misschien wel moete'," zei de jonge man die voor den toonbank +stond, zijn glas leegdrinkend. + +En temidden van tien millioen dergelijke praatjes kwam de jonge +Caddles naar Londen... + + + +II. + +Ik denk aan den jongen Caddles altijd terug zooals men hem +op den Nieuwen Kentschen weg zag, met de warme stralen der +ondergaande zon op zijn verbaasd gezicht. De weg was overvol van +omnibussen, trams, wagens, karren, trolleys, fietsers, auto's en +een menigte-in-verbazing--straatslijpers, vrouwen, kindermeisjes, +winkelende vrouwen, kinderen, vermetele melkbaarden--die alle achter +zijn moeilijk-bewegende voeten aankwamen. De schuttingen waren overal +slordig van de verscheurde verkiezingsbiljetten. Een gekakel van +stemmen rees en daalde om hem. Ge kunt u de klanten en winkeliers +zich zien verdringen in de deuren, de gezichten die aan vensters +verschenen en weder verdwenen, de kleine straatjongens hardloopend en +schreeuwend, de politieagenten die het allen heel stijfjes en kalmpjes +opnamen, de werklieden hun karwei neerleggend op de steigers en al de +dooreenkrioelende mengelmoes van kleine menschjes. Zij schreeuwden hem +toe, vage aanmoedigende woorden of nauw-verstaanbare beleedigingen, +de stomme pakmoppen van den dag, en hij keek verbaasd op hen neer, +naar zulk een menigte van levende wezens als hij zich nooit op aarde +gedacht had. + +Naarmate hij verder in Londen vorderde moest hij hoe langer hoe +langzamer loopen, daar de kleine menschjes zich zoo om hem heen +verdrongen. De menigte werd bij iedere schrede dichter en eindelijk, +op den hoek waar twee drukke straten bij elkaar kwamen, stond hij stil, +en de menigte vloeide als het ware om hem heen en sloot hem in. + +Daar stond hij, met zijne voeten een eindje van elkaar, met zijn rug +tegen een grooten hoogen kroeg die wel tweemaal zoo hoog was als hij, +en in de lucht eindigde in een reclame bord. Hij staarde neer op de +dwergen en verwonderde zich al meer--zonder twijfel trachtend dit +alles in verband te brengen met de andere dingen van zijn leven, met +de vallei tusschen de lage heuvellanden, de minnaars die hij bij avond +betrapte, het zingen in de kerk, het krijt dat hij dagelijks afbikte, +en met instinct, den dood en de lucht, trachtend den samenhang en +beteekenis van dit alles te vinden. Hij stond daar met gefronste +wenkbrauwen. Hij hief zijn enorme hand om er mede door zijn haar te +varen, en kermde luid. + +"Ik zie het niet", zeide hij. + +Men verstond zijn dialect niet. Een luid gekakel rees over de open +ruimte--een gebabbel waartusschen de gongs der trams, die hardnekkig +hun weg door de menigte bleven ploegen, uitklonken, zooals roode +klaproozen tusschen het koren uitsteken. "Wat zei ie?" "Zei dat ie +'t niet begreep." Hij zei "waar is de zee?" Hij zei "waar kan ik toch +gaan zitten?" "Hij wil gaan zitten." "Kan die idioot dan niet boven +op een huis of iets dergelijks gaan zitten?" + +"Wat is jelui doel, jelui kleine krioelende menschjes? Wat doen jelui +toch allemaal, waar zijn jelui allemaal voor?" + +"Waarom zijn jelui allemaal hier, terwijl ik krijt voor jelui hak in +de krijtgroeven daar ginder?"--zijn eigenaardige stem, de stem die +zoo nadeelig gewerkt had op de discipline van de school te Cheasing +Eyebright, deed de menigte verstommen zoolang zij klonk, en deed hen +eindelijk weder in luid tumult losbreken. De een of andere droogkomieke +persoon brulde: "Spreken, spreken!" "Wat zegt hij?" werd er telkens +en telkens weer gevraagd, en men begon te vertellen dat Caddles +dronken was. "Hé, hé, hé," brulden de omnibus-koetsiers die zich een +weg baanden. Een dronken Amerikaansch matroos liep huilend rond en +vroeg: "wat moet hij eigenlijk hebben?" Een voddenkoopman, met een +leêrachtig gezicht, die op een karretje met een ponnie er voor zat, +overstemde de menigte door zijn luidere stem. "Ga naar 'uis, pest van +een reus!" brulde hij, "Ga naar 'uis! Jij verpest groot gevaarlijk +ding! Zie je dan niet dat je de paarden an 't schrikke maakt. Ga +naar je land. 'Eeft niemand je gezeid wat er in de wet staat?"--En +boven al dit rumoer stond de jonge Caddles verward, vol verwachting +en niets meer zeggend. + +Uit een zijstraat kwam een klein rijtje deftige politieagenten, +en kronkelde zich handig door het gedrang; "doorloopen, asjeblieft." + +De jonge Caddles bemerkte dat er een klein donker blauw mannetje hem +op zijn scheen stond te tikken. Hij keek naar beneden en zag twee +witte gesticuleerende handen. "Wat?" zei hij, zich vooroverbuigend. + +"Kunt hier niet blijven staan," riep de inspecteur. + +"Nee! Je kunt hier niet blijven staan," herhaalde hij. + +"Maar waar moet ik dan heen?" + +"Terug naar je dorp. Je woonplaats. In ieder geval--je moet +doorloopen. Je stremt het verkeer." + +"Wat voor verkeer?" + +"Hier op den weg." + +"Maar waar leidt die dan heen? waar komt ie vandaan? wat beteekent dit +toch allemaal? ze staan allemaal om me heen. Wat willen ze toch? wat +gaan ze doen? Ik wil het weten. Ik heb genoeg van krijt bikken en +alleen zijn. Wat doen zij voor mij terwijl ik krijt hak? Nu ik toch +hier ben, zou ik graag hebben dat 't me nù uitgelegd werd." + +"Ja hoor is, maar wij zijn hier niet om dergelijke dingen uit te +leggen. Ik moet je verzoeken door te loopen." + +"Maar weet je 't dan niet?" + +"Doorloopen, áls je blieft...... Ik zou je raden om maar te maken dat +je thuis komt. We hebben nog geen speciale instructies ontvangen--maar +'t is in ieder geval tegen de wet... Uit den weg daar, uit den weg." + +Het trottoir aan zijn linkerkant werd heerlijk leeg, en de jonge +Caddles begaf zich langzaam op weg. Doch nu raakte zijn tong los. + +"Ik begrijp het niet," mompelde hij. "Ik begrijp het niet." + +Hij sprak nu en dan de menigte, die steeds naast en achter hem +voortging, met gebroken stem aan. "Ik wist niet dat er zulke plaatsen +als deze waren. Wat doen jelui toch allemaal voor de kost? waar is +dit allemaal voor? Waar is dit toch allemaal voor en wat is mijn +rol hierin?" + +Hij had reeds een nieuwe mop doen geboren worden. Jonge mannen, vol +geestigheid en boertigen luim, spraken elkander op de volgende wijzen +aan: "Hello, 'Arry, O'cock, waar is dit allemaal voor? Hè? Waar dient +dit allemaal voor?" waarop een concurreerende varieteit van snedige +antwoorden gegeven werd, voor het meerendeel onbeleefd. Het meest +populaire en best geschikte voor algemeen gebruik schijnt geweest te +zijn "Hou je smoel," of een verachtelijk eruitgegooid: "Stik!" + +Maar er waren ook nog andere die bijna even populair waren. + + + +III + +Wat zocht hij toch? Hij verlangde iets dat de dwergen-wereld hem +niet gaf, een doel, dat de dwergen-wereld hem belette te bereiken, +dat zij hem zelfs belette duidelijk te zien, en dat hij nooit helder +zou zien. Dit was het haken van het eenzame stomme monster naar +gezelligheid, naar zijn ras, naar de dingen die aan hem verwant waren, +naar iets dat hij zou liefhebben en iets dat hij kon dienen, naar een +doel dat hij kon begrijpen, en een bevel dat hij kon gehoorzamen. En +ge weet dat dit alles in hem "stom" was en met stomme woede in hem +kookte, en dat hij het, zelfs al had hij een broeder-reus ontmoet, +niet in woorden had kunnen uitdrukken. Het eenige wat hij van het +leven kende was de eentonige kringloop van het dorpsbestaan, de +eenige taal die hij kende waren de onbelangrijke praatjes van het +boerderijtje, die zelfs zijn minst reusachtige behoefte onbevredigd +lieten. Deze reusachtige eenvoudige jongen kende geen geld, wist +niets af van handel, niets van de ingewikkelde voorwendsels waarop +het maatschappelijke gebouw der kleine menschjes gebouwd was. Hij +had behoefte aan...... Hij had behoefte aan...... + +Maar waar hij ook behoefte aan had, het werd nooit bevredigd. + +Dien geheelen dag en den zomeravond die er op volgde, dwaalde hij rond, +hongerig wordend, doch tot dàn toe nog onvermoeid, het verkeer, dat +verschilde naar het karakter der straten, gadeslaand, de niet na te +gane affairetjes van al die ontelbare wezens. Het geheel droeg een +zeer verwarrend karakter voor hem...... + +Ik heb hooren vertellen dat hij in Kensington een dame uit haar +rijtuig nam, een dame in zeer chic avond-toilet, dat hij haar +nauwkeurig bekeek, haar sleep en schouderbladen en dat hij haar er +toen weder--een beetje achteloos--inzette met een diepen zucht. Doch +voor de waarheid hiervan kan ik niet instaan. Een uur lang stond hij +te kijken naar de menschen die vochten om plaatsen in de omnibussen +aan het einde van Picadilly. Men zag hem des middags een paar minuten +lang als een toren op Kennington Oval [17] staan, doch toen hij zag +dat deze opeengepakte duizenden verdiept waren in de mysteriën van +het cricket-spel en niet op hem letten, ging hij weder stenend heen. + +Hij kwam weder in Picadilly Circus tusschen elf en twaalf uur des +nachts en vond daar nu een geheel ander soort van menigte. Blijkbaar +keken allen scherp om zich heen: vol van de dingen die zij, hij +begreep niet waarom, wilden doen en van andere dingen die zij niet +konden doen. Zij keken naar hem op en jouwden hem uit en gingen +door. De huurkoetsiers, met hun gierenoogen, volgden elkaar in één +lange rij, langs den rand van het krioelende trottoir. Er kwamen +lieden uit de restaurants of traden ze binnen, ernstig, vol aandacht, +vol waardigheid of lichtelijk en aangenaam opgewonden of waakzaam +en scherp om zich heen kijkend--gladder dan de gladste kellner die +hen wilde afzetten. Terwijl de kolossus daar op zijn hoek stond, keek +hij op dit alles neer. "Wat is toch het doel van dit alles?" mompelde +hij zacht en klagelijk. "Wat is toch het doel van dit alles? Zij zijn +allemaal zoo ernstig. Wat is er dan dat ik niet begrijp?" + +En geen van die allen scheen te zien, zooals hij dit doen kon, +de dronken ellende der geblankette vrouwen op den hoek, die in +lompen gehulde ellende, die langs de goten voortsloop, de oneindige +beuzelachtigheid van al dit gedoe. De oneindige nietigheid! Geen van +die allen scheen ook maar in de verte de behoefte van dezen reus te +begrijpen, de schaduw der toekomst te zien, die over hun pad viel...... + +Aan den overkant gloeiden hoog in de lucht de geheimzinnige letters +op en verdwenen weder. Zoo hij ze had kunnen lezen, zouden ze hem +een denkbeeld hebben kunnen geven van de afmetingen der menschelijke +belangen, zouden zij hem hebben kunnen vertellen van de fundamenteele +behoeften en van de dingen des levens, zooals de kleine menschjes +dit tenminste opvatten. Eerst kwam er een gloeiende T. + +Toen volgde er een U. + + T U. + +Toen P. + + T U P. + +Totdat er eindelijk in zijn geheel tegen de lucht de blijde mare te +lezen stond voor allen die den last van 's levens ernst voelden: + + + TUPPER's VERSTERKENDE WIJN TOT + HERSTEL VAN KRACHTEN. + + +Klik! en het was weder verdwenen in het duister, om op dezelfde +langzame wijze gevolgd te worden door een tweede algemeene behoefte: + + + SCHOONHEID's ZEEP. + + +Let wel, het was geen gewone zeep om schoon te maken, maar iets, +wat men noemt "ideaal"; en vervolgens om den drievoet van het kleine +leventje volledig te maken: + + + YANKER's GELE PILLEN. + + +Hierna zat er niets anders op dan dat Tupper weder zou verschijnen, +in gloeiende purperen letters; klik, klik, schoten ze over het duister: + + T U P P............ + +Kort na middernacht schijnt de jonge Caddles aan de lommerrijke rust +van het Regent's Park gekomen te zijn; hij moet over het hek gestapt +zijn en zich neergelegd hebben over een met gras begroeide helling +dicht bij de plaats waar men 's winters schaatst en daar sliep hij +een uur lang. Tegen zes uur in den morgen zag men hem praten tegen +een beslijkte vrouw, die hij slapende gevonden had in een greppel bij +Hampstead Heath, en hij vroeg haar zeer ernstig waar zij voor dacht +op de wereld te zijn...... + + + +IV. + +Het omdwalen van Caddles door Londen liep den tweeden dag in den morgen +plotseling ten einde. Want toen werd zijn honger hem de baas. Hij +bleef aarzelend staan bij een kar waarin warme, lekker riekende brooden +gegooid werden, en toen knielde hij snel neder en begon te rooven. Hij +ledigde de kar terwijl de bakkersknecht de politie ging halen en toen +kwam zijn groote hand den winkel binnen en veegde den toonbank en de +kisten ledig. Toen ging hij met een armvol brooden, al etend heen, +uitziend naar een tweeden winkel om zijn maal voort te zetten. + +Toevallig was het een tijd, waarin het werk schaars en het voedsel duur +was, en in dat stadsgedeelte sympathiseerde de menigte zelfs met een +reus, al nam hij ook het voedsel dat zij begeerden. Zij juichten hem +toe toen hij aan het tweede gedeelte van zijn maal begon, en lachten +om zijn domme gebaar tegen den politie-agent. + +"Ik had honger", zeide hij, met zijn mond vol. + +"Brayvo!" riep de menigte. "Goed soo!" + +Toen hij nu aan een derden bakkerswinkel beginnen wilde, werd +hij tegengehouden door een half dozijn politie-agenten die zijne +schenen met wapenstokken bewerkten. "Kijk es hier, reusje, jij gaat +met mij mee", zeide de hoofdagent. "Je mâg zoover niet van huis. En +nou ga je met mijn mee naar huis!" Zij deden hun uiterste best hem te +arresteeren. Men had toen nog geen plan hem te dooden. "Hij heeft niets +met het complot te maken," had Caterham gezegd. "Ik wil mijn handen +niet met onschuldig bloed bezoedelen." En hij voegde erbij:--"vóór +we alles beproefd hebben." + +Eerst begreep Caddles niet wat deze attenties te beduiden hadden. Toèn +hij het begreep, zei hij den agenten zich niet als zotten aan te +stellen, en ging er van door met groote passen, en liet hen allen +achter zich. De bakkerswinkels bevonden zich in Harrow Road en hij liep +dwars door Londen naar St. John's Wood en ging daar in een privaten +tuin zitten om zijn tanden te stoken, en hier werd hij zeer spoedig +weder aangevallen door een nieuwen troep agenten. + +"La' me met rust, hoor," gromde hij, en liep log door de +tuinen--bedierf verscheidene gazons en trapte een paar schuttingen +omver, terwijl de rappe politie-agentjes hem volgden, enkelen door de +tuinen, anderen langs den weg aan den voorkant der huizen. Er waren +er hier ook een paar met geweren, doch zij maakten er geen gebruik +van. Toen hij in den Edgeware-Road uitkwam, was er een andere stemming +onder de menigte, en een bereden agent reed over zijn voet. Het gevolg +was dat het mannetje omver werd gekijld voor zijn dienstijver. + +"La' me met rust," zei Caddles, zich naar de ademlooze menigte +keerend. "Ik heb je niks in den weg gelegd." + +Hij was toen ongewapend, want hij had zijn krijthouweel in Regent's +Park achtergelaten. Doch de arme drommel schijnt nu gevoeld +te hebben dat hij een wapen noodig had. Hij liep terug naar het +Goederen-emplacement der Great Western Spoorweg-Maatschappij, rukte den +paal van een groot booglicht uit den grond, die een geweldigen knots in +zijn hand vormde, en schouderde hem. En toen hij bevond dat de politie +hem nog maar steeds bleef nazetten en kwellen, liep hij terug, door den +Edgware Road, naar Cricklewood, en ging droevig gestemd noordwaarts. + +Hij zwierf tot bij Waltham en keerde zich toen weder westwaarts, en +zoo weder naar Londen en langs de begraafplaatsen en over den heuvel +bij Highgate. En zoo kwam hij tegen den middag weder in het gezicht +der enorme stad. Hij ging aan den kant van den weg in een tuin zitten +met zijn rug tegen een huis aan, dat op Londen uitzag. Hij was buiten +adem en zijn gelaat stond dreigend, en nu verdrongen de menschen zich +niet langer om hem zooals de eerste maal, toen hij in Londen kwam, +doch loerden naar hem vanuit een tuin daarnaast, en gluurden vanuit +veilige schuilplaatsen. Men wist nu dat de zaak er ernstiger uitzag +dan men eerst gedacht had. + +"Waarom kunnen ze me niet met rust laten?" gromde de jonge Caddles. "Ik +moèt eten. Waarom late' ze me niet met rust?" + +Hij zat daar met een gezicht, dat steeds donkerder werd, bijtend op +zijn knokkels en op Londen neerziend. Al de vermoeidheid, de kwelling, +de verwarring en de onmachtige woede die hij op zijne zwerftochten +gevoeld had, bereikten nu hun toppunt. "Wat willen ze toch?" fluisterde +hij. "Wat willen ze toch? En ze willen me niet met rust laten." En +telkens herhaalde hij weder bij zich zelven: "wat willen ze toch?" + +"Bah, dat kleine volkje!" + +Hij beet harder op zijn vingers en zijn gezicht werd nog +dreigender. "Krijt voor hen bikken," fluisterde hij. "En de heele +wereld hoort an ze! Ik heb nergens deel aan--nergens." + +Plotseling zag hij met een aanval van weëe woede de hem nu reeds zoo +goed bekende gestalte van een agent schrijlings op den tuinmuur zitten. + +"La' me met rust," gromde de reus. "La' me met rust." + +"Ik moet m'n plicht doen," zei het agentje, met een bleek, doch +vastbesloten gezicht. + +"La' me met rust, hoor! Ik moet net zoo goed leven as jij ook. Ik +moet denken. Ik moet eten. La' me met rust!" + +"De wet is eenmaal niet anders," zei het agentje, blijvend waar hij +was. "Wij hebben de wet niet gemaakt." + +"Ik ook niet," zei de jonge Caddles. "Jelui kleine menschjes hebben +dat allemaal gemaakt vóór ik geboren werd. Jelui met je wet! Wat ik +mag doen en wat niet! Geen eten voor me of ik moet er voor werken +als een slaaf, geen rust, geen onderkomen, niks, en jij zoudt me +willen vertellen--" + +"Daar heb ik allemaal niks mee te maken," zei de agent. "Ik kan +daar niet over praten. 't Eenige wat ik te doen heb, is de wet te +voltrekken." En hij stak zijn tweede been over den muur en scheen +van plan te zijn naar beneden te komen. Achter hem werden nog meer +agenten zichtbaar. + +"Denk erom--tegen jou heb ik niks," zei de jonge Caddles, zijn +reusachtige knots omknellend, met bleek gelaat, en een slappen vinger +naar den agent uitstekend. "Tegen jou heb ik niks, maar dit zeg ik je, +je láát me met rust." + +De agent trachtte kalm te doen, alsof er niets buitengewoons voorviel, +terwijl hij de reusachtige tragedie toch voor zijne oogen had. "Geef +mij de proclamatie," zei hij tot een ander die onzichtbaar was, +en een klein wit papier werd hem aangegeven. + +"La' me met rust," zei Caddles, dreigend naar hem kijkend, en zijn +spieren spanden zich. + +"Dit papier wil zooveel zeggen als "ga naar 'uis," zei de agent, +vóór hij begon te lezen. "Ga naar 'uis naar je krijtgroef. En als je +dat niet wil, dan zul je d'r de last van motte drage!" + +Caddles gromde iets onverstaanbaars. + +En toen de proclamatie hem voorgelezen was, gaf de agent een +teeken. Vier mannen met geweren werden nu zichtbaar en stelden zich +met voorgewende kalmte op langs den muur. Ze droegen den uniform +der ratten-politie. Toen hij de geweren zag, werd de jonge Caddles +plotseling woedend. Hij herinnerde zich de pijnlijke steken die de +geweren der Wreckstone boeren hem veroorzaakt hadden. "Wil je die +op me afschieten?" zei hij, ernaar wijzend, en het leek den agent, +dat hij bang was. + +"Als je niet naar je groef terugwilt--" + +Het volgend oogenblik had de agent zich laten terugglijden van den +muur en van zestig voet boven hem kwam de electrische-booglamp-paal +neerschieten met doodelijke juistheid. Pang, pang, pang, knalden +de zware geweren, en krak! de versplinterde muur, de grond, en de +ondergrond van den tuin vloog in het rond. Er kwam iets meevliegen +dat roode droppels op de handen van een der schutters achterliet. De +schutters zochten, zich bukkend, een goed heenkomen en keerden zich +dapper om, om nogmaals te vuren. Doch Caddles, die reeds tweemaal +door het lichaam geschoten was, had zich met een ruk omgekeerd om +te zien wie hem zoo ernstig in den rug geraakt had. Pang, pang! Hij +zag huizen en serres en tuinen om zich heen draaien, en menschen die +zich verschrikt van de ramen terugtrokken, alles draaide en wankelde +geheimzinnig en vreeselijk om hem heen. Hij deed drie wankelende +schreden voorwaarts, hief zijn reusachtige knods op, liet hem toen +vallen, en drukte zijn hand tegen de borst. De pijn stak hem en deed +hem ineenkrimpen. Wat was dat, dat daar zoo warm en kleverig op zijn +hand lekte?... + +Een man die uit een slaapkamerraam gluurde, zag zijn gezicht, zag hem +neerkijken, met weenende verslagenheid, toen hij het bloed op zijn hand +zag en toen knikten zijne knieën onder hem en hij viel met een smak +ter aarde, de eerste der reuzen-netels die in Caterham's vastbesloten +klauwen terechtkwamen, en de allerlaatste die hij gedacht had dat in +zijn handen zou vallen. + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +REDWOOD'S TWEE DAGEN. + + +I. + +Zoodra Caterham het oogenblik om den netel aan te vatten gekomen wist, +nam hij de uitvoering der wet in eigen handen en zond lieden uit om +Cossar en Redwood te arresteeren. + +Met Redwood ging dit gemakkelijk genoeg. Hij had een operatie in de +zijde ondergaan en de doktoren hadden alle verontrustende tijdingen +voor hem verborgen gehouden, totdat hij aan de betere hand zou zijn. En +nu was hij zoover. Hij was juist opgestaan, en zat in een verwarmd +vertrek, met een berg couranten om zich heen, voor het eerst lezend +van de agitatie die aan Caterham het land in handen gespeeld had, +en van al de moeilijkheden die zich boven de hoofden van zijn zoon +en de prinses samenpakten. Het was 's morgens op den dag dat de jonge +Caddles stierf en waarop de politieagent den jongen Redwood trachtte +te weerhouden van zijn tocht naar de Prinses. De laatste bladen die +Redwood had, stipten deze dingen slechts vaag aan. Hij las deze eerste +afschaduwingen van tegenspoed nog eens over met een zinkend hart, +en las er steeds meer de schaduw des doods uit; hij las voort om +zijn geest bezig te houden tot er verder nieuws zoude komen. Toen de +politiebeambten den knecht de kamer in volgden, keek hij verlangend op. + +"Ik dacht dat je me een avondblad bracht," zei hij. + +Toen stond hij op, en zei met een plotselinge verandering van houding: +"Wat heeft dit te beteekenen?...." + +Hiernà bereikte Redwood geen tijding van iets gedurende twee dagen. + +Men was met een rijtuig gekomen om hem mede te nemen, doch toen +het bleek dat hij ziek was, besloot men hem nog een dag of zoo te +laten waar hij was, tot hij veilig kon vervoerd worden, en de politie +bezette zijn huis en veranderde het in een tijdelijke gevangenis. Het +was hetzelfde huis waarin de Reus Redwood geboren was, en waarin +Herakleophorbia voor de eerste maal aan een menschelijk wezen gegeven +was, en Redwood was nu al gedurende acht jaar weduwnaar en woonde +daar alleen. + +Hij was nu metaal-grijs, met een klein puntbaardje, en met nog +altijd levendige bruine oogen. Hij was tenger en had een zachte stem, +zooals hij altijd gehad had, doch zijne trekken hadden nu die niet te +beschrijven uitdrukking welke ontstaat door het peinzen over groote +dingen. Het leek den beambte die hem kwam arresteeren, toe, dat zijn +voorkomen een indrukwekkend contrast vormde met de kolossaalheid zijner +vergrijpen. "Deze vent," zei de hoofdagent tot zijn ondergeschikte, +"heeft zijn uiterste best gedaan om alles in de war te schoppen, en hij +heeft een gezicht als een kalm landedelman; en daar heb je nou Rechter +Hangbrow, die de zaken in orde houdt voor iedereen, en die heeft een +kop als een varken. En dan hun manier van optreden! De één een en al +vriendelijkheid en de ander niks dan grommen en brommen. 'k Wil dus +alleen maar zeggen dat je niet op iemand z'n uiterlijk kunt afgaan." + +Doch dezen lof van Redwood's minzaamheid werd al heel gauw den +bodem ingeslagen. De agenten vonden hem lastig in het begin, tot +zij hem aan zijn verstand gebracht hadden dat het nutteloos was, +vragen te doen of om couranten te vragen. Zij stelden een onderzoek +in, in zijn studeerkamer, en namen zelfs de couranten mede die hij +hàd. Redwood's stem was luid en vol protest. "Maar begrijp jelui dan +niet," zei hij telkens weer, "dat het mijn zoon is, mijn eenige zoon, +die in moeilijkheid zit. Om het Voedsel geef ik niets, maar mijn zoon." + +"Ik wou waarachtig dat ik u iets kon mededeelen, mijnheer," zei de +agent. "Maar onze orders zijn strict." + +"En wie heeft je die orders gegeven?" riep Redwood uit. + +"Ah, ja, ziet u, meneer--" zei de agent, naar de deur gaand... + +"Hij loopt z'n kamer op en neer," zei de tweede agent, toen zijn +superieur naar beneden kwam. + +"Goed zoo, dan zal hij 't er wel wat uitloopen." + +"Ik mag 't lijjen," zei de hoofdagent, "van diè kant heb ik 't nog +niet bekeken, zie je, maar die Reus, die met de Prinses verkeert, +weet je, is zijn zóón." + +De twee keken elkaar aan en toen den derden agent. + +"Ja, dan is 't wel wat hard voor hem," zei de derde agent. + +Het bleek dat Redwood nog niet ten volle begrepen had, dat er een +ijzeren gordijn gevallen was tusschen hem en de buitenwereld. Zij +hoorden hem naar de deur gaan, aan den knop draaien en aan het +slot rammelen, en vervolgens de stem van den agent, die op den +overloop geplaatst was, en die hem beduidde dat dit alles hem niets +hielp. Daarna hoorden zij hem aan de vensters, en zagen de agenten +buiten opkijken. "Neen, u kunt er langs dièn kant evenmin uit," zei +de tweede agent. Toen begon Redwood uit alle macht te bellen. De +inspecteur ging naar boven en legde hem met veel geduld uit, dat +het hem niets gaf of hij al belde, en dat als hij er nù voor niets op +drukte, men er wel eens niet naar kon luisteren, als hij wèrkelijk iets +noodig had. "We willen u graag in 't redelijke geven wat we kunnen, +meneer," zei hij, "maar als u op het knopje drukt, eenvoudig om te +protesteeren, dan zullen we 'em moeten uitschakelen." + +Het laatste woord dat de inspecteur hoorde was een luid: "maar u +kondt me toch in ieder geval wel vertellen of mijn zoon--" + + + +II. + +Hierna bracht Redwood een groot gedeelte van zijn tijd aan de +vensters door. + +Doch de vensters lieten hem heel weinig zien van den gang der zaken +buiten. Het was altijd al een stille straat geweest en dien dag was +zij buitengewoon stil. Men zag er bijna geen enkel huurrijtuig, +en dien geheelen morgen ging er bijna niets anders voorbij dan +een winkeliers-karretje nu en dan. Af en toe gingen er menschen +voorbij--zonder dat er iets bijzonders aan hen te zien was,--nu en dan +een troepje kinderen, een kindermeisje en een vrouw die ging winkelen, +en zoo voort. Ze kwamen de straat af links of rechts, met een tergenden +schijn van onverschilligheid voor alles wat grooter en ruimer van +zin was dan zijzelven, zij kregen het door de politie bewaakte huis +met verbazing in het oog en verwijderden zich in tegenovergestelde +richting, waar de groote ranken van een reuzen hydrangea over de +straat hingen, en keken dan nog eens om en wezen.... Nu en dan ging +er een man naar een van de agenten toe om dezen iets te vragen en +kreeg dan een kort antwoord... + +Aan den overkant schenen de huizen uitgestorven te zijn. Eenmaal +verscheen er een werkmeisje aan een slaapkamerraam en bleef een +tijdlang nieuwsgierig staan kijken, en het viel Redwood in, haar +teekens te geven. Een poosje bleef zij naar deze gebaren kijken alsof +zij haar interesseerden en maakte op haar beurt eenige gebaren terug, +toen keek ze plotseling over haar schouder en ging heen. Een oude +man kwam Nummer 37 uitstrompelen, de stoep af en ging zonder op te +kijken de straat af. Het eenige wat er gedurende tien minuten in de +straat te zien was, was een kat... En met dergelijke onbelangrijke +gebeurtenisjes rekte zich die oneindige en toch zoo gewichtige morgen. + +Tegen twaalf uur begonnen de courantenjongens in de straat daar +dichtbij te schreeuwen; doch ook dit verstomde. Tègen hunne gewoonte +kwamen zij niet door Redwood's straat en hij begon te vermoeden dat +de politie het einde der straat had afgezet. Hij trachtte het raam +op te schuiven, doch dit haalde hem onmiddellijk een agent op den hals. + +De klok der naburige kerk sloeg twaalf, en na een zee van tijd--één +uur. + +Het was alsof ze hem wilden voor den gek houden met hem een lunch +voor te zetten. + +Hij at een stukje en strooide het voedsel wat rond opdat ze het maar +weg zouden nemen, dronk nog al wat whiskey, nam een stoel en ging +weder voor het venster zitten. De minuten rekten zich uit tot grijze +oneindigheden, en een tijdlang sliep hij... + +Hij werd wakker met een vagen indruk van verwijderde ontploffingen. Hij +nam een trillen der vensterruiten waar als bij een aardbeving; dit +duurde een minuut of zoo en hield weder op. Toen, na een tijdje stilte, +herhaalde het zich nogmaals... Toen hield het weder op. Hij dacht dat +het eenvoudig het voorbijgaan van het een of ander zware voertuig in +de hoofdstraat zou zijn. Wat zou het anders kunnen wezen?... + +Na eenigen tijd begon hij het te betwijfelen of hij dit geluid wel +gehoord had. + +Hij hield eindelooze redeneeringen met zichzelf. + +Waarom hadden ze hem eigenlijk gevangen genomen? Caterham was pas +twee dagen áán--juist lang genoeg--om zijn koe bij de horens te +grijpen! Zijn koe bij de horens te grijpen! Zijn Reuzen Netel! Toen +dit refrein hem eenmaal in zijn hoofd zat, kon hij het niet weder +kwijtraken. Wat kon Caterham eigenlijk doen? Hij was een godsdienstig +man. Hierdoor kon hij niet zonder geldige redenen geweld gebruiken. + +Zijn Netel uitrukken! Misschien dat ze de Prinses zouden gevangen nemen +en haar buitenslands sturen. Dan konden moeilijkheden volgen met zijn +zoon. En in dàt geval--! Maar waarom was hijzèlf gearresteerd? Waarom +was het noodzakelijk hem omtrent een dergelijk iets onwetend te +laten? Het leek wel alsof er--iets meer--iets gewichtigs achterzat. + +Misschien dat ze àl de reuzen wilden oppakken! Allemaal tegelijk. Daar +was al op gedoeld in de verkiezingstoespraken. En dan? + +Zonder twijfel hadden ze Cossar ook al opgepakt. + +Caterham was een godsdienstig man. Dààr hield Redwood zich aan +vast. Het was of de achtergrond van zijn brein een zwart gordijn was, +en op dit gordijn verscheen en verdween telkens weder een woord--een +woord, geschreven in vurige letters. Hij vocht voortdurend om het woord +niet te zien. Het was alsof het telkens begon op het voorhangsel te +komen en niet voleindigd werd. + +Eindelijk zag hij het onder de oogen. "Slachting!" Daar stond het +woord in zijn volle bruutheid. + +Neen! Neen! Neen! Dat was onmogelijk! Caterham was een man met +godsdienstige principes, een beschaafd man. En bovendien het kòn toch +niet, dat het werk van al deze jaren, dat al deze hoop met één slag +vernietigd werd! + +Redwood sprong op, en liep de kamer op en neêr. Hij praatte in +zichzelf; hij riep luide: "Neen!" + +Zóó krankzinnig zou de menschheid toch zeker niet zijn--'t kòn +niet! Het was onmogelijk, het was niet te gelooven, het kòn niet. Wat +voor nut kon het hebben de menschen-reuzen te dooden, waar de tijd +van het reusachtige in al de lager-staande dingen nu onherroepelijk +aangebroken was? Zóó krankzinnig kònden ze niet zijn. + +"Ik moet dit uit mijn hoofd zetten," zei hij luid, "ik moet dit +denkbeeld absoluut uit mijn hoofd zetten!" + +Hij zweeg plotseling. Wat was dat? + +Nu was hij er toch zeker van dat de ruiten gerateld hadden. Hij ging +naar het venster om in de straat te kijken. Aan den overkant zàg hij +de onmiddellijke bevestiging van wat zijne ooren gehoord hadden. Voor +een slaapkamerraam, op nummer 35 stond een vrouw, met een handdoek in +de hand, en aan het venster van de eetzaal van nummer 37 zag hij een +man staan achter een groote vaas overvoed venus-haar, en beiden keken +ongerust en nieuwsgierig naar boven. Hij zag nu maar al te duidelijk +dat de agenten op straat het ook gehoord hadden. Het kwam dus niet +voort uit zijne verbeelding. + +Hij wendde zich om naar de duisterwordende kamer. + +"Kanonnen," zei hij. + +Hij bleef staan peinzen. + +"Kanonnen?" + +Men bracht hem sterke thee, zooals hij die gewoon was te +drinken. Blijkbaar had men zijn huishoudster hierin geraadpleegd. Nadat +hij zijn thee had uitgedronken was hij te rusteloos om nog langer +aan het venster te zitten, en hij liep de kamer op en neer. Hij begon +langzamerhand geregelder te denken. + +Deze kamer was al vierentwintig jaar zijn studeerkamer geweest. Zij +was gemeubeld bij zijn trouwen, en al de zwaardere meubels dateerden +van dien tijd, de groote dubbele schrijftafel, de draai-stoel, de +luie-stoel bij het vuur, de draaiende boekenstander, de vaste rij +genummerde vakjes die de nis aan het eind van het vertrek vulden. Het +kleurige Turksche tapijt, de kleeden uit den lateren tijd van +Victoria's regeering, en gordijnen die nu verschoten waren tot een +mooie waardige kleurschakeering, en het roode en gele koper blonk +prachtig vóór den gloed van het vuur. Electrische lampjes hadden de +plaats ingenomen van de petroleum-lamp van vroeger dagen; dit was de +voornaamste verandering, die het oorspronkelijke meubilair ondergaan +had. Doch tusschen al deze dingen had zijn omgaan met het Voedsel +allerlei sporen achtergelaten. Langs den eenen wand, boven den dado, +was een drukke groepeering van foto's en photogravures in lijsten, +die zijn eigen zoon en Cossar's zonen en andere Bomvoedsel-kinderen +voorstelden op verschillende leeftijden en temidden van verschillende +omgevingen. Zelfs het peinzende gezicht van den jongen Caddles kon men +weervinden in deze verzameling. In den hoek stond een bosje reusachtige +grashalmen uit een weide bij Cheasing-Eyebright, en op de schrijftafel +lagen ledige manekoppen zoo groot als hoeden. De gordijn-roeden waren +grasstengels. En de reusachtige schedel van het groote varken van +Oakham hing met den snuit naar beneden als een massieve ivoren schouw, +met een Chineesche pul in elke oogholte, boven het vuur... + +Redwood ging naar de foto's en keek in het bijzonder naar de foto's +van zijn zoon. + +Zij riepen hem tallooze herinneringen in het geheugen terug, die +hij haast vergeten had, uit de dagen toen het Voedsel nog pas in de +geboorte was; hij dacht aan Bensington's bloode verschijning, aan +Bensington's nicht Jeanne, aan Cossar en aan den nachtelijken arbeid +op de Proef-Hoeve. Deze dingen kwamen hem nu weder erg klein en helder +en duidelijk voor den geest, als dingen die men op een zonnigen dag +door een verrekijker ziet. En dan was er die reusachtige kinderkamer, +de kindertijd van den reus, de eerste pogingen om te spreken, en de +eerste duidelijke teekenen van affectie van het reuzen-kind. + +Kanonnen? + +Het drong zich aan hem op, onwederstaanbaar en overweldigend, dat +daarbuiten, ver van deze vervloekte stilte en geheimzinnigheid, zijn +zoon en Cossar's zonen en al deze heerlijke eerste vruchten van een +grootscher eeuw aan het vechten waren--op dàt oogenblik zelfs--aan het +vechten waren om het leven! Zelfs op dat oogenblik was het mogelijk +dat zijn zoon in de een of andere groote moeilijkheid zat, gewond +en vermeesterd.... + +Hij wendde zich plotseling van de foto's af en liep gesticuleerend +het vertrek op en neer. + +"Het kàn niet," riep hij uit. "Het is onmogelijk. Het kàn zoo niet +eindigen!" + +"Wat was dat?" + +Hij bleef als verstijfd staan. + +Het beven der ramen was weder begonnen, en toen was er plotseling een +doffe plof gevolgd--een ontzettende ontploffing die het geheele huis +deed dreunen. Dat moest erg dichtbij geweest zijn. Een oogenblik lang +leek het hem alsof iets het huis boven hem geraakt had--een enorme +drukking waarop een gerinkel van vallend glas volgde en toen een +stilte die eindelijk eindigde in een duidelijk hoorbaar geluid van +dravende voeten beneden op straat. + +Deze voeten schudden hem uit zijne verstijving wakker. Hij wendde +zich naar het venster en zag dat de ruiten gebarsten waren. + +Zijn hart klopte hevig, als voelde hij dat nu de crisis, de +eindbeslissing en de bevrijding gekomen was. En toen viel de +plotselinge gedachte aan de gevangenschap, die hem machteloos maakte, +weder om hem heen als een gordijn! + +Buiten zag hij niets behalve dat de kleine electrische lamp aan den +overkant niet brandde; hij hoorde niets na de eerste aanduiding +van wilde verwarring. En hij kon niets verders gewaar worden om +dit mysterie te verklaren of nog te vergrooten, behalve dat er een +oogenblik later een roodachtig, heen en weer bewegende gloed in de +lucht zichtbaar werd in het zuid-oosten. Dit licht werd telkens helder +en verdween weder. Als het verdween twijfelde hij eraan of het eerst +wel opgekomen was. Het was langzamerhand in de kamer gegleden met het +schemerduister. Het werd het voornaamste feit in dien langen nacht, +vol spanning. Soms leek het hem dat het beefde als flikkerende vlammen +en dan weder verbeeldde hij zich dat het niets anders was dan de gewone +reflectie der avond-lantarens. Het groeide aan en werd weder minder, +al die uren lang, en verdween niet éér voor het vervloeide in den +aanbrekenden dageraad. Beteekende dit--? Wat hàd het te beduiden? Hij +was er bijna zeker van dat het een brand was, dichtbij of verwijderd, +doch hij kon zelfs niet zeggen of het rook was of wolken die langs +de lucht zeilden. Doch tegen één uur begonnen er zoeklichten te +flikkeren door dien rossigen schijn, die den geheelen nacht bleven +heen en weder glijden. Dit óók kon allerlei beteekenen. Wat kòn het +beduiden. Wat betéékende het? Het eenige wat hij had om zijn geest +bezig te houden, waren deze vuilgevlekte rustelooze lucht en de indruk +van een geweldige ontploffing. Verder deed zich geen geluid vernemen, +geen verder heen en weer gedraaf, niets dan geschreeuw dat evengoed +van dronken lieden op een afstand kon komen.... + +Hij draaide zijn lichten niet op; hij bleef voor zijn tochtige gebroken +ruiten staan, en leek den agent, die telkens eens in de kamer kwam +kijken en hem aanried om wat te gaan rusten, een kommervol, klein +donker omlijnd mannetje toe. + +Den geheelen nacht bleef Redwood voor het venster staan, keek op naar +het verwarde voorbijdrijven der wolken, en niet vóór den dageraad, +gaf hij aan zijne vermoeidheid toe en ging hij liggen op het veldbed +dat men voor hem gespreid had tusschen zijn schrijftafel en het steeds +lager vlammende vuur in den haard, onder den kop van het groote varken. + + + +III. + +Zesendertig uur lang bleef Redwood opgesloten in zijn kamer en +afgesloten van het groote drama der Twee Dagen, waarop de kleine +menschenkinderen, in den dageraad der grootheid, tegen de Kinderen van +het Voedsel streden. En toen ging plotseling het ijzeren gordijn weder +op en bevond hij zich dichtbij het centrum van den strijd. Laat in den +middag werd hij naar het venster getrokken door het rollen van een +huurrijtuig dat buiten stilhield. Een jonge man sprong eruit en een +oogenblik later stond er voor hem in de kamer, een tenger gebouwde +jonge man van misschien dertig jaren, gladgeschoren, goed gekleed +en welgemanierd. + +"Mijnheer Redwood, mijnheer," begon hij, "zoudt u genegen zijn bij +mijnheer Caterham te komen? Hij verzoekt u zeer dringend bij hem +te komen." + +"Verzoekt mij dringend!"... Er kwam plotseling een vraag in Redwood's +hoofd op, die hij niet kon uiten. Hij aarzelde. En toen vroeg hij +met bevende stem: "Wat heeft hij met mijn zoon gedaan?" en wachtte +ademloos op het antwoord. + +"Uw zoon, mijnheer? Uw zoon maakt het goed. Ten minste dat vertrouwen +wij." + +"Maakt hij het goed?" + +"Hij werd gisteren gewond, mijnheer. Hebt u dat dan niet gehoord?" + +Redwood wierp deze huichelarijen omver door te zeggen, met een stem +waarin nu niet langer vrees, doch toorn klonk: "U weet heel goed dat +ik dit niet vernomen heb. U weet heel goed dat ik niets vernomen heb." + +"Mijnheer Caterham was bang, mijnheer--Het was een tijd van +opstand. Iedereen--overrompeld. Hij arresteerde u om uwe veiligheid +te verzekeren, Mijnheer." + +"Hij arresteerde mij om te voorkomen, dat ik mijn zoon zou waarschuwen +of hem raadgeven. Maar ga voort. Vertel mij wat er gebeurd is. Zijn +uwe pogingen geslaagd? Hebt gij ze allen gedood?" + +De jonge man deed een schrede in de richting van het venster en wendde +zich toen om. + +"Neen, mijnheer," zei hij kortaf. + +"Waarvoor komt u hier?" + +"Het is ons bewijs, mijnheer, dat wij dit gevecht niet begonnen +zijn. Zij vonden ons--geheel onvoorbereid. + +"U bedoelt?" + +"Ik bedoel, mijnheer, dat de reuzen zich tot op zekere hoogte +hebben--staande gehouden." + +Redwood zag nu alles in een ander licht. Een oogenblik leek het alsof +eene zenuwaandoening de spieren van Redwood's gelaat en keel deed +schokken. Toen uitte hij een diep "Ah!" En zijn hart sprong in hem +op van vreugde. "De reuzen hebben zich staande gehouden." + +"Er is vreeselijk gevochten--en er zijn vreeselijke verwoestingen +aangericht. Alles komt voort uit een afgrijselijk misverstand... In het +Noorden en in het midden van het land zijn er Reuzen gedood... Overal." + +"Wordt er nù nòg gevochten?" + +"Neen, mijnheer. Er werd een wapenstilstand gevraagd." + +"Door hen?" + +"Neen, mijnheer. Mijnheer Caterham zond een witte vlag en vroeg +een wapenstilstand aan. Alles komt voort uit een vreeselijk +misverstand. Daarom wenscht hij met u te spreken, en u zijn geval +voor te leggen. Zij staan erop, dat u als bemiddelaar zult optreden--" + +Redwood viel hem in de rede. "Weet u ook wat er met mijn zoon gebeurd +is," vroeg hij. + +"Hij werd gewond!" + +"Vertel het mij, vertel het mij!" + +"Hij en de Prinses stuitten--nog vóór de beweging om het kamp der +Cossar's--de groeve der Cossar's te Chislehurst--te omsingelen geheel +uitgevoerd was, plotseling op een colonne infanterie toen zij door +een dicht kreupelbosch van reuzen-haver kwamen breken... De soldaten +waren den heelen dag al erg zenuwachtig geweest en dit veroorzaakte +een paniek." + +"Hebben ze hem doodgeschoten?" + +"Neen, mijnheer. Zij vluchtten. De een of ander schoot in het wilde +op hem--tegen de bevelen in." + +Redwood gaf te kennen dat hij dit niet geloofde. + +"Het is zoo, mijnheer. Ik wil niet beweren dat 't om uw zoon was, +maar terwille van de prinses." + +"Juist, dàt is het." + +"De twee reuzen renden schreeuwend naar het kamp. De soldaten liepen +wild door elkaar en toen vuurde er een. Men zegt, dat ze hem zagen +wankelen--" + +"Hu!" + +"Ja, mijnheer. Maar wij weten ook dat hij niet ernstig gewond is." + +"Hoè weet u dat?" + +"Hij zond bericht, mijnheer, dat hij wel was!" + +"Aan mij?" + +"Aan wien anders, mijnheer?" + +Redwood stond bijna een minuut lang met over elkaar geslagen armen +om dit alles te omvatten. En toen gaf de verontwaardiging hem zijn +stem weder. + +"Omdat jelui krankzinnig waren dit alles te doen, omdat jelui je +misrekend en een stomme fout gemaakt hebt, zou je mij willen doen +gelooven, dat jelui geen moordenaars in voorbedachten rade zijt. En +bovendien--Hoe is het met de anderen?" + +De jonge man keek hem vragend aan. + +"De andere Reuzen?" + +De jonge man wendde niet langer voor hem niet te begrijpen. Zijn +stem daalde. + +"Er zijn er dertien gesneuveld, mijnheer." + +"En nog anderen gewond?" + +"Ja, mijnheer." + +"En Caterham," hijgde hij, "wil hebben, dat ik hem ga opzoeken!... Waar +zijn de anderen?" + +"Enkelen bereikten het kamp onder het gevecht, mijnheer.... Zij +schijnen geweten te hebben dat--" + +"Natuurlijk wisten ze dat. Als Cossar er niet geweest was--Is Cossar +daar ook?" + +"Jawel, mijnheer. En al de nog overgebleven reuzen bevinden zich +daar--die welke het kamp niet konden bereiken onder het gevecht, +zijn verdwenen, of zijn nu veilig onder de vlag der wapenstilstand." + +"Dat wil dus zooveel zeggen, als dat jelui verslagen zijt," zei +Redwood. + +"Wij zijn nièt verslagen, mijnheer. Neen, mijnheer. Dàt kunt +u niet zeggen. Maar uwe zonen hebben tegen de krijgsgebruiken +gehandeld. Eenmaal gisterenavond en vandaag wèder. Nadat onze +aanvallende colonnes zich teruggetrokken hadden. Vanmiddag begonnen +zij Londen te bombardeeren--" + +"Dat is volkomen gewettigd!" + +"Zij vuurden bommen af, gevuld met--vergif." + +"Vergif?" + +"Ja. Vergif. Het Voedsel--" + +"Herakleophorbia?" + +"Ja, mijnheer. Mijnheer Caterham, mijnheer--" + +"U zijt verslagen! Natúúrlijk kunnen jelui dáár niet tegen op. Dat +is het werk van Cossar! En wat rest jullie nu nog? Wat geeft het of +je de hemel weet wat ook begint? Jelui zult het inademen met het +stof van de straten. Waarom zouden jelui nog dóórvechten? Jawel, +krijgsregelen! En nu wil Caterham mij zoover overduvelen dat ik hem +zal helpen onderhandelen. Goeie God, man? Waarom zou ik meegaan +naar jelui uitelkaar gespatte zak met wind? Hij heeft zijn kaart +uitgespeeld... gemoord en de boel wanhopig in de war gestuurd. Waarom +zou ik nù nog meegaan?" + +De jonge man stond daar in een houding van eerbiedige waakzaamheid. + +"Mijnheer, het is zooals ik u zei," viel hij Redwood in de rede; +"de reuzen staan er op u te zien. Zij willen geen anderen bemiddelaar +dan u. Ik vrees dat, zoo u niet naar hen toegaat, er nog meer bloed +zal vloeien." + +"Aan úw kant misschien." + +"Néén, mijnheer--aan beide zijden. De wereld heeft vast besloten, +dat er een einde aan moet komen." + +Redwood keek zijn studeervertrek rond. Zijn oog bleef een oogenblik +rusten op de foto van zijn zoon. Hij wendde zich om en antwoordde +den in spanning verkeerenden jongen man: + +"Ja, ik zal meegaan." + + + +IV. + +Zijn ontmoeting met Caterham was geheel anders dan hij verwacht +had. Hij had den man slechts tweemaal in zijn leven gezien, eenmaal +aan een diner, en eens in de corridors van het Parlementsgebouw, +en zijn verbeeldingskracht had zich beziggehouden, niet met den +màn, doch met de creatie der nieuwsbladen en karikaturen, met den +Caterham uit de legende, "Jack de Reuzendooder," "Perseus" en al +die andere nonsens. Doch nu kwam de persoonlijkheid van vleesch +en bloed dit alles omverwerpen. Dit was niet het gelaat uit de +caricaturen en afbeeldingen, doch het gelaat van een afgewerkt man +die aan slapeloosheid leed, gerimpeld en lusteloos, en met geel in +het wit zijner oogen, en een beetje verzwakt om den mond. Zeker, +dit waren de roodbruine oogen, het zwarte haar, het gepronunceerde +arends-profiel van den grooten volksman, doch hier was eveneens iets +dat alle vóór-opgevatte geringschatting en rhetorica wegdreef. Deze man +was lijdende; hij leed acúut; en zijne zenuwen waren tot het uiterste +gespannen. Van het eerste oogenblik af aan zag hij eruit als de man +die zijn rol speelt. Een oogenblik later zag Redwood aan een enkel +gebaar, en aan een lichte beweging, dat hij zich met artsenijen op +de been hield. Hij bracht zijn duim naar zijn vestzak en na nog even +doorgepraat te hebben, wierp hij alle geheimhouding terzijde en liet +het tabletje tusschen zijn lippen doorglijden. + +Bovendien, niettegenstaande zijne overspanning, niettegenstaande het +feit dat hij ongelijk had, en een dozijn jaren jonger dan Redwood, +voelde Redwood toch in hem die vreemde hoedanigheid, dat onverklaarbaar +iets--men zou het bij gebrek aan een beteren naam "persoonlijk +magnetisme" kunnen noemen--nog aanwezig hetwelk hem deze noodlottige +hoogte had doen bereiken. En ook hièrop had Redwood niet gerekend. Van +het eerste oogenblik af aan, overheerschte Caterham Redwood voor zoover +het den loop en de leiding van hun gesprek betrof. De aard van het +eerste gedeelte van hun samenspreking, de toon en de leiding er van +gingen van hem uit. En dat gebeurde alsof het zoo vanzelf sprak. Al +Redwood's verwachtingen gingen in rook op toen hij voor hem stond. Zij +hadden elkaar de hand gedrukt vóór Redwood zich nog goed bewust was, +dat hij deze familiariteit had willen afwijzen; hij gaf van het begin +den toon van het gesprek aan, zeker en duidelijk, alsof zij samen +naar middelen zochten om een gemeenschappeltjke ramp te bezweren. + +Als hij al eens een fout beging, was het wanneer zijne vermoeidheid +zijne aandacht een oogenblik de baas werd, en de gewoonte in +het publiek te spreken hem meêsleepte. Dan richtte hij zich +op--gedurende hun geheele conferentie stónden de beide mannen--en +staarde hij langs Redwood heen, en begon zich te verweren en zich +te rechtvaardigen. Eenmaal zei hij zelfs: "Mijne heeren!" Rustig +uiteenzettend, begon hij te praten... + +Op sommige oogenblikken vergat Redwood zelfs, dat hij tegenover dezen +man stond als ondervrager, en werd hij niets dan de toehoorder van een +monoloog. Hij werd de begunstigde toeschouwer van een buitengewoon +verschijnsel. Hij voelde bijna iets van een specifiek verschil +tusschen zich zelf en dit wezen welks mooie stem als het ware om +hem heenvloeide, al maar doorpratend. Deze geest, die zich hier voor +hem uitte, was zoo machtig en toch tegelijk zoo klein. De naar zijn +doel stuwende energie, het persoonlijke gewicht, het onverbeterlijke +over het hoofd zien van zekere dingen, deden in Redwood's geest +een belachelijk en vreemd beeld geboren worden. Inplaats van als +een tegenstander, die een medemensch was, een man dien men moreel +verantwoordelijk kon stellen, en tot wien men redelijke verzoeken +kon richten, zag hij Caterham als iets, ja, als een monsterachtigen +rhinoceros, als het ware een beschaafden rhinoceros, voortgekomen uit +de wildernis van het democratische leven, een monster welks aanval +en verdediging onwederstaanbaar en onoverwinbaar waren. In al de +tegen elkaar indruischende woordenwisselingen van die netelige +zaak was hij de eerste. En verder? Deze man was een wezen, bij +uitnemendheid geschikt om zich een weg te banen door menigten van +menschen. Voor hem bestond er geen grover fout dan zelftegenspraak, +geen wetenschap zóó belangrijk als het verzoenen van met elkaar +strijdige "belangen." Economische werkelijkheid, topografische +behoeften, de nauwelijks aangeraakte mijnen van wetenschappelijke +hulpmiddelen bestonden voor hem evenmin, als spoorwegen of geweren +of land- en volkenkunde bestaan voor den rhinoceros waarop hij +in Redwood's verbeelding geleek. Wat alléén voor hem bestond waren +vergaderingen en kiesvereenigingen en stemmen--ja bovenal, stèmmen. Hij +was de geïncarneerde stem--millioènen stemmen. + +En nu, in deze geweldige crisis met de Reuzen, die wel geleden hadden, +doch niet verslagen waren, praatte dit stem-monster. + +Het was zoo duidelijk dat hij zelfs nù nog alles te leeren had. Hij +wist niet dat er physieke en economische wetten waren, grootheden +en reacties die de geheele menschheid, al stemt ze ook "nemine +contradicente" niet kan weg-stemmen, en waaraan men alleen ten koste +van algeheele vernietiging kan ongehoorzaam worden. Hij wist niet, +dat er moreele wetten zijn, die niet verbogen kunnen worden door +welk oogbedrog ook, of die slechts gebogen worden om met wrekende +hevigheid terug te springen. Het werd Redwood duidelijk, dat deze man +als hij voor schroot of den Dag des Oordeels gesteld werd, zich zou +verschuilen achter de een of andere op eigenaardige manier verdraaide +"stemming van het Lagerhuis." + +Wat zijn geest zelfs op dit oogenblik het meest bezig hield, waren +niet de machten die de sterkte ginds in het zuiden bezet hielden, +niet nederlaag of dood, doch den indruk dien dit alles op zijne +"Meerderheid" zou maken, (de eenige, groote werkelijkheid in zijn +leven.) Hij moest de Reuzen verslaan of zelf van het politiek tooneel +verdwijnen. Hij was nog geenszins geheel wanhopig. In dit uur van +algeheel falen, met bloed en ramp op zijn geweten, en de rijke belofte +van nog meer vreeselijke rampen; terwijl de reusachtige krachten der +wereld zich hoog boven hem verhieven en over hem heen vielen, was +hij nog in staat te gelooven dat als hij zijn stem maar uitzette, +en uitlegde en nog eens weder uitlegde, hij zijn macht weder zou +kunnen herstellen. Zonder twijfel zat hij in de klem, en was hij moe +en lijdend, maar als hij zich er maar bovenop kon houden, als hij +maar kon blijven sprèken-- + +Terwijl hij praatte leek het Redwood toe alsof hij naar voren trad en +zich weder terugtrok, alsof hij zich uitzette en inkromp. Redwood's +aandeel in wat er gezegd werd, was van zeer ondergeschikt belang, +en niet anders als het ware dan wiggen, plotseling tusschen zijn +phrases geschoven. + +"Onzin mijnheer." "Neen." "Dàt voorstel geeft natuurlijk +niets." "Waarom begon u er dan mee?" + +Het is twijfelachtig of Caterham hem wel hoorde. Caterham's rede +omvloeide dergelijke onderbrekingen als een snelle stroom een +rots. Daar stond deze wonderbare man, op zijn officieele haardkleed, +pratend, al maar pratend met enorme kracht en vaardigheid, pratend +alsof een oogenblik rust in zijn rede, in zijne uitleggingen, in zijn +voorstelling van een standpunt, van overwegingen en middelen, den +een of anderen vijandigen invloed gelegenheid zou geven zich te doen +gelden--zich in wóórden uit te drukken,--het eenige wat hij begrijpen +kon. Daar stond hij temidden der lichtelijk verwelkte pracht van dat +officieele vertrek waarin de eene man na den ander was ondergegaan +door het geloof dat een zekere handigheid in het bemiddelen de beste +manier was om een keizerrijk te regeeren... + +Hoe meer deze man praatte, hoe sterker Redwood doordrongen werd van +de verbazende oppervlakkigheid van dezen woordenvloed. Besefte deze +man wel dat, terwijl hij daar stond te praten, de geheele groote +wereld voortleefde; dat het niet te keeren getij van groei al maar +voortstroomde, dat er nog andere uren bestonden dan die welke men in +het Parlement doorbracht met praten, en dat de hand der Wrekers van +het vergoten Bloed gewapend was? Buiten tikte één enkel reuzenblad +van een Virginische meelbloem, dat het geheele vertrek verduisterde, +tegen de ruiten, zonder dat iemand er op lette. + +Redwood verlangde naar het slot van deze wondere alleenspraak, om te +kunnen gaan naar een plaats waar hij weder gezonde rede en oordeel zou +hooren, naar het belegerde kamp, naar de sterke vesting der toekomst, +waar de Zonen nu bij elkaar waren, in al de glorie hunner grootheid. Om +daarheen te kunnen gaan had hij al dit gepraat geduldig aangehoord. Hij +kreeg het eigenaardige gevoel, dat zoo deze alleenspraak niet spoedig +eindigde, hij er door zou meê gesleept worden, dat hij moest kampen +tegen den indruk dien Caterham's stem op hem maakte, zooals men kampt +tegen de werking van een slaapmiddel. De feiten waren veranderd, +en vervormden zich nog steeds onder die betoovering. + +Wat zei die man toch? + +Daar Redwood het den Kinderen van het Voedsel moest overbrengen, +begreep hij dat het tot op zekere hoogte van belang was ernaar te +luisteren. + +Hij zou beter moeten luisteren en zijn neiging om zich te laten +afleiden door de dingen om hem heen, zoo veel mogelijk moeten +beheerschen. + +Hij hoorde veel praten over "bloedschuld." Dat was alleen maar terwille +van de welsprekendheid. Dus dat kwam er minder op aan. En dan? + +Hij stelde een verdrag voor! + +Hij stelde voor, dat de nog overgebleven Kinderen van het Voedsel +zouden capituleeren en ergens afzonderlijk zouden gaan wonen en een +eigen maatschappij vormen. De geschiedenis kon op meer dergelijke +maatregelen wijzen. "Wij zouden hun grondgebied kunnen aanwijzen--" + +"Waar?" viel Redwood hem in de rede, zich verwaardigend om te praten. + +Caterham greep naar de vraag als een concessie. Hij wendde zijn gelaat +naar Redwood, en zijn stem werd overredend. Dat zou men later kunnen +bepalen. Hij moest opmerken, dat dit een punt van ondergeschikt +belang was. Toen ging hij voort met vaststellen: "En behalve over +hetgeen zij zelf behoeven op de plaats waar zij zijn, moeten wij de +absolute beschikking hebben over het Voedsel, en al de Vruchten van +het Voedsel moeten verdelgd worden--" + +Redwood bemerkte dat hij zelf ook aan het onderhandelen raakte: +"En de Prinses?" + +"Die staat erbuiten." + +"Neen," zei Redwood, kampend om weder tot het oude standpunt terug +te keeren. "Dat is belachelijk!" + +"Daar spreken we later nog wel over. In elk geval zijn wij het er +over eens, dat het fabriceeren van het Voedsel moet ophouden--" + +"Ik heb niets toegegeven. Ik heb niets gezegd--" + +"Maar het gaat toch niet aan, op één planeet twéé menschensoorten te +hebben, een groot en een klein! Denk eens aan wat er gebeurd is! Bedenk +dat het nog slechts een voorproefje is van wat er gebeuren zal als +dit Voedsel ongestoord zijn gang gaat! Denk eens aan al wat u al +over deze aarde gebracht hebt! Als er een ras van Reuzen moet zijn, +dat steeds aangroeit en zich vermenigvuldigt--" + +"Ik kan daar niet over gaan redeneeren," zei Redwood. "Ik moet +naar onze kinderen. Ik wil naar mijn zoon. Daarom ben ik naar u toe +gekomen. Zeg me kort en goed wat uwe voorwaarden zijn." + +Caterham hield weder een redevoering over zijne voorwaarden. + +Den Kinderen van het Voedsel zou een groot eigen grondgebied afgestaan +worden--misschien in Noord-Amerika of in Afrika--waarop zij hun leven +konden leven zooals zij dit zelven wenschten. + +"Maar dat is onzin," zei Redwood. "Op dit oogenblik zijn er overal +al Reuzen. Over geheel Europa--overal!" + +"Wij zouden een internationaal verdrag kunnen sluiten. Het is niet +onmogelijk. Iets dergelijks is al besproken... Doch op dit terrein +kunnen zij hun leven leven zooals zij dit zelven wenschen. Zij mogen +doen wat zij willen; zij mogen maken wat zij willen. Wij zullen het +apprecieeren, als zij allerlei dingen voor ons willen maken. Zij +kunnen er zeer gelukkig zijn. Bedenk dit eens!" + +"Mits er niet meerdere Kinderen komen?" + +"Juist. De Kinderen zijn voor ons. En op deze wijze, mijnheer, +zullen wij de wereld redden, wij zullen haar geheel vrijwaren voor de +vruchten uwer vreeselijke ontdekking. Het is nog niet te laat voor +ons. Doch tevens willen wij gaarne deze practische noodzakelijkheid +verzachten met wat toe te geven. Op dit oogenblik reeds zijn wij +bezig de plaatsen waar hunne granaten gisteren insloegen, uit te +branden en dicht te maken. We zullen het overwinnen. Geloof me, +we zullen het onderdrukken. Doch op die wijze, zonder wreedheid, +zonder onrechtvaardigheid--" + +"En als de Kinderen hier eens niet in kunnen treden?" + +Voor de eerste maal keek Caterham Redwood recht in de oogen. + +"Zij moèten!" + +"Ik geloof niet dat zij het doen zullen." + +"Waarom zouden zij niet toestemmen?" vroeg Caterham, met +warm-geschakeerde verbazing. + +"En als ze het eens niet doen?" + +"Wat rest ons dan nog behalve strijd? Wij mògen het zóó niet +voort laten gaan. Wij mógen niet, mijnheer. Hebben jullie, +mannen der wetenschap dan geen verbeeldingskracht? Hebt ge geen +mededoogen? Wij kunnen onze aarde niet laten vertrappen door een +steeds aangroeiende kudde van zulke monsters en door monsterachtigen +plantengroei zooals uw Voedsel veroorzaakt heeft. Wij kùnnen niet, +en ik herhaal nog eens, wij mógen het niet! Ik vraag u, mijnheer, +wat rest ons dan nog dan oorlog? En bedenk wel--wat nu gebeurd is +was nog pas een begin! Dit was een schermutseling. Niets anders +dan een gevecht met politie. Gelooft u me, niets anders dan een +gevecht met de politie. Laat u niet misleiden door perspectief, +door de grootheid van deze nieuwere dingen en wezens. Achter ons +staat de natie--staat de menschheid. Achter de duizenden die gevallen +zijn, staan millioenen. Zoo ik niet teruggedeinsd was voor nog meer +bloedvergieten, mijnheer, zouden zich achter onze eerste aanvallen, +nieuwe aanvallen vormen, zelfs op dit oogenblik. Of wij dit Voedsel +al of niet kunnen uitroeien, zonder eenigen twijfel kunnen wij uwe +zonen dooden! U bouwt te veel op de dingen die gisteren gebeurd zijn, +op de gebeurtenissen van een twintig jaren, op één slag. U hebt geen +begrip van den langzamen gang der Geschiedenis. Ik stel u dit verdrag +voor terwille van de menschenlevens, nièt omdat het het onvermijdelijk +einde kan afwenden. Zoo u denkt dat uw armelijke paar dozijn Reuzen +de geheele kracht van ons volk en van al de met ons verbonden natiën +die ons ter hulp zullen snellen, kunnen weerstaan; als u denkt dat u +de Menschheid kunt veranderen in één slag, in één enkele generatie, +en den aard der natuur en de lichaamsbouw van den Mensch--" Hij stak +een arm uit. "Ga naar hen toe, Mijnheer! Nù dadelijk! En zie hoe zij, +om al het kwaad dat zij aangericht hebben, neerhurken tusschen hunne +gewonden--" + +Hij zweeg, alsof hij toevallig een blik op Redwood's zoon geslagen had. + +Een tijdlang zwegen de beide mannen. + +"Ga naar hen toe," zei hij. + +"Ja, dat is juist wat ik wil." + +"Ga dan nù..." + +Hij wendde zich af, drukte op het knopje van een schel; en buiten +klonk, als antwoord, onmiddellijk een geluid van deuren die zich +openden en voeten die kwamen aansnellen. + +Het gesprek was geëindigd. De comedie was afgespeeld. En plotseling +scheen Caterham in te krimpen, te verschrompelen tot een man, met +een geel gezicht, uitgeput, van middelbare lengte en van middelbaren +leeftijd. Hij deed een schrede voorwaarts, alsof hij uit de lijst van +een schilderij trad, en met een voorwenden van die vriendelijkheid die +loert achter al den openlijken strijd van ons ras, stak hij Redwood +de hand toe. + +En alsof dit zoo van zelf sprak, drukte Redwood hem ten tweeden male +de hand. + + + + + + + +HOOFDSTUK V. + +DE REUZEN-LEGERPLAATS. + + +I. + +Eenigen tijd later zat Redwood in een trein die zuidwaarts over den +Theems ging. Hij zag in het voorbijgaan even de rivier, die schitterde +onder de lichten, en de rook die nog opsteeg van de plaats op den +noordelijken oever waar de granaat neergekomen was, en waar een groote +menigte mannen aan het werk gezet was om de Herakleophorbia uit den +grond te branden. + +De zuidelijke oever was duister, en om den een of anderen reden waren +de straten zelfs niet verlicht, en het eenige wat duidelijk zichtbaar +was, waren de omtrekken der hooge alarm-torens en de duistere massa's +van bovenverdiepingen en scholen, en na een minuut lang naar buiten +gegluurd te hebben ging hij met den rug naar het raampje zitten en +verzonk in gepeins. Er was niets meer te doen of te zien vóór hij de +zonen zag... + +Hij was moe van de spanning der laatste twee dagen. Het leek hem +toe dat zijne emoties nu uitgeput moesten zijn, doch hij had zich +versterkt met sterke koffie voor hij op weg ging en nu dacht hij weder +helder. Hij dacht na over velerlei dingen. Hij ging nog eens na,--doch +nu in het licht van de gebeurtenissen die voorgevallen waren--, de +wijze waarop het Voedsel het eerst in de wereld was gekomen en hoe +het zich ontwikkeld had. + +"Bensington meende, dat het een uitstekend Voedsel voor kleine kinderen +zou zijn," fluisterde hij bij zich zelven, flauwtjes glimlachend. En +toen kwam in zijn brein weder op, alsof hij nog onbeslist was, de +pijnigende twijfel nadat hij het Voedsel aan zijn eigen kind gegeven +had. En hierna, met een stagen, niet aarzelenden gang, niettegenstaande +elke poging der menschen om het te bevorderen of het tegen te houden, +had het Voedsel zich verspreid over de geheele menschenwereld. En nu? + +"Al dooden zij hen allen," fluisterde Redwood, "dan is de zaak tòch +geschied." + +Het geheim van het maken ervan, was nu heinde en ver bekend. Dit +was zìjn werk geweest. Planten, dieren, een menigte ontzettend-sterk +groeiende kinderen zouden onwederstaanbaar samenspannen om de wereld +te dwingen toch weder tot het Voedsel terug te keeren, wat er ook +uit den huidigen strijd mocht voortvloeien. "De zaak is niet meer +te veranderen," zei hij, terwijl zijn geest, niettegenstaande alle +pogingen om het te verhinderen, toch weder begon na te denken over +het tegenwoordige lot der Kinderen en dat van zijn zoon. Zou hij +hen uitgeput vinden van de vermoeienissen van den strijd, gewond, +omkomend van honger, op het punt verslagen te worden, of zou hij hen +nog krachtig en vol hoop vinden, gereed voor den nog meer verwoeden +strijd van morgen?... Zijn zoon was gewond! Doch hij had een boodschap +gezonden! + +Hij begon weder te denken over zijn interview met Caterham. + +Hij werd uit zijne overpeinzingen opgeschrikt door het stoppen van den +trein aan het station te Chislehurst. Hij herkende de plaats aan den +reusachtigen ratten-alarmtoren die op den top van den heuvel te Camden +stond, en de rij bloeiende reuzen-klavers die langs den weg groeiden. + +Caterhams privaat-secretaris kwam naar hem toe uit het andere rijtuig +en zei hem, dat de lijn een half uur verder opgebroken was, en dat het +overige der reis afgelegd zou moeten worden in een auto. Redwood stapte +uit, op het perron, dat slechts verlicht werd door een handlantaarn +en waarover de nachtwind koel aanwoei. De stilte van deze verlaten, +met hout begroeide, en door onkruid overdekte buitenwijk--want al de +bewoners hadden den vorigen dag de wijk genomen naar Londen, zoodra +de strijd een aanvang nam--was indrukwekkend. Zijn geleider voerde +hem den trap af naar de plaats waar een automobiel stond te wachten +met helle lantaarns aan--de eenige lichten die te zien waren--beval +den chauffeur goed zorg voor hem te dragen en zei hem vaarwel. + +"Zult u uw best voor ons doen?" zei hij, zijns meesters wijze van +optreden zoo getrouw mogelijk nabootsend, terwijl hij Redwood's hand +gevat hield. + +Zoodra Redwood goed in het bont gestopt was, reden zij het nachtelijk +duister in. Een oogenblik stond de auto stil en toen vloog hij zacht +en snel het stationsplein af. Zij draaiden een hoek om en daarna nog +een, volgden de kronkelingen van een met villa's afgezette laan en +toen lag de weg voor hen. Het gesnor van den auto klonk al luider en +luider, tot hij zijn grootste snelheid bereikt had en de donkere nacht +vloog hen voorbij. De geheele omgeving lag zeer duister onder het +licht der sterren uitgespreid en het gansche drukke leven lag daar, +geheimzinnig stil, volkomen geluidloos. Er voer geen zuchtje door de +boomen en struiken waar zij langs vlogen; de verlaten, bleek-witte +villa's aan weerszijden, met hunne donkere vensters waarachter geen +licht brandde, deden hem denken aan het geruischlooze voorbijtrekken +van een processie skeletten. De chauffeur naast hem was een zwijgzaam +man, of misschien dat hij zich niet tot spreken geneigd voelde door +de omstandigheden van den tocht. Hij antwoordde op de korte vragen +van Redwood met monosyllaben en tamelijk barsch. Langs de zuiderlucht +schoten geruischloos zoeklichten; de eenige vreemde teekenen van leven +in die geheele verlaten wereld, die zich overal om de voortsnellende +machine uitstrekte. + +Een oogenblik later stonden er overal langs den kant van den weg +reusachtige sleedoorn-twijgen die het erg donker maakten, en dan +stonden er nog hoog gras en pijpkruid, reusachtige doove netels, +zoo hoog als boomen, wier duistere silhouetten boven hunne hoofden +voorbijschoten. Toen zij Keston voorbij waren, kwamen zij aan een +heuvelhelling en reed de chauffeur langzamer. Toen hij den top bereikt +had, stopte hij. De machine dreunde en zweeg. "Daar," zei hij, en +zijn groote gehandschoende hand schoof al wijzend, als een zwarte +vormlooze massa voor Redwood's oogen. + +Hij meende in de verte de groote schans, gekroond door den gloed +waaruit de zoeklichten schoten, tegen de lucht te zien afsteken. Deze +stralen kwamen en gingen tusschen de wolken en het heuvelland om hen +heen alsof zij geheimzinnige tooverformules trokken. + +"Verder weet ik niet," zei de chauffeur eindelijk en het was duidelijk +dat hij bang was verder te gaan. + +Daar schoot een zoeklicht uit de lucht naar hen neer, bleef plotseling, +als met schrik, staan, bekeek hen nauwkeurig, een verblindende +blik die nog eerder verscherpt dan verzacht werd door den stengel +van het een of ander reuzen-onkruid, dat zich tusschen hen en dit +licht plaatste. Zij zaten daar met hunne handschoenen voor de oogen, +trachtende er onderdoor te kijken, tegen het licht in. + +"Rij door," zei Redwood na eenigen tijd. + +De chauffeur aarzelde nog steeds; hij trachtte zijn aarzeling onder +woorden te brengen, doch het eenige wat hij zeggen kon was: "verder +weet ik niet." + +Eindelijk waagde hij het verder te gaan. "Nou, vooruit dan maar," +zei hij, en bracht weder leven in zijn machine, zorgvuldig gevolgd +door dat groote helle oog. + +Het leek Redwood geruimen tijd toe dat zij niet langer op aarde waren, +doch in een toestand van zenuwachtigen haast door een lichtende wolk +schoten. Tuf, tuf, tuf, tuf, ging de machine en telkens--gehoorzamend, +ik weet niet aan welke zenuwachtige aandrift--liet de chauffeur zijn +hoorn toeteren. + +Zij schoten de welkome duisternis eener met hooge schuttingen +afgezette laan in, een vallei binnen, en zoo voorbij eenige huizen +weder in dat verblindende licht. Toen liep de weg een tijdlang over een +onbegroeiden heuvel, en zij schenen dreunend in de oneindige ruimte +te hangen. Toen vertoonde zich weder reuzen-onkruid om hen heen en +schoot langs hen. En toen stond er plotseling vlak voor hen de gestalte +van een reus, helder blinkend waar liet zoeklicht van onderen op hem +viel en donker afstekend tegen de lucht daarboven. "Hallo daar!" riep +hij. "Stop! verder gaat de weg niet... Is dat Vader Redwood?" + +Redwood stond op en schreeuwde flauwtjes ten antwoord, en toen stond +Cossar plotseling naast hem op den weg, zijne beide handen stevig +drukkend en hem uit den auto trekkend. + +"Hoe is 't met mijn zoon?" vroeg Redwood. + +"O, goed," zei Cossar. "Hèm hebben ze niet erg geraakt." + +"En jouw eìgen jongens?" + +"Goed in orde, allemaal. Maar 't is een warm dagje geweest gisteren." + +De reus zei iets tot den chauffeur. Redwood ging op zij toen de auto +omdraaide en toen verdween Cossar plotseling, alles verdween, en hij +stond een tijd lang in absolute duisternis. Het zoeklicht volgde +den auto weder terwijl deze terugreed naar den top van den heuvel +van Keston. Hij zag het kleine rijtuig zich verwijderen temidden +van dien witten stralenkrans. En het eigenaardige van de zaak was +dat het net was alsof het voertuig zelf stilstond en de stralenkrans +zich voortbewoog. Een groep, door den krijg gehavende, reuzen-elzen +werd plotseling zichtbaar met hunne grillige verkoolde takken, en werd +weder verzwolgen door de duisternis... Redwood wendde zich weder naar +de duidelijk-zichtbare gestalte van Cossar en drukte hem de hand: +"Ze hebben me opgesloten en van alles totaal onwetend gehouden, +twee volle dagen lang," zei hij. + +"Wij vuurden het Voedsel op hen af," zei Cossar. "Ligt voor de +hand! Dertig schoten. Hè!" + +"Ik kom van Caterham." + +"Dat weet ik." Hij lachte en er klonk iets bitters in dien lach. "Ik +vertrouw dat hij bezig is 't op te vegen, he?" + + + +II. + +"Waar is mijn zoon?" zei Redwood. + +"O, daar is alles mee in orde, hoor. De Reuzen wachten op je +boodschap." + +"Jawel, maar mijn jongen--" + +Hij ging met Cossar een lange, hellende tunnel af die een oogenblik +rood verlicht en toen weder duister werd, en uitkwam op de groote +veilige groeve die de reuzen gemaakt hadden. + +Redwood's eerste indruk was die van een enorme arena, die omzet was +met heel hooge rotsen, en welker vloer bestrooid was met allerlei +dingen. Het eenige licht dat dit alles deed zien was het schijnsel +der zoeklichten die voortdurend hoog over de groeve heenschoten, en +een gloed die nu eens aanlaaide dan weder verflauwde, vanuit een hoek, +waar twee reuzen samen werkten temidden van metaal-geklank. Toen deze +gloed weder oplaaide zag hij tegen de lucht de bekende omlijningen +der oude werkloodsen en speelgebouwen die daar gemaakt waren voor +de jongens van Cossar. Zij hingen nu, als het ware, aan den rand +van een rots, en waren eigenaardig vervormd en gehavend door het +bombardement van Caterham's geschut. Hij zag daar boven iets dat op +stellingen voor reusachtig geschut geleek, en dichter bij lagen groote +pyramiden kolossale cylinders opgestapeld die misschien ammunitie +voorstelden. Over de geheele ruime uitgestrektheid beneden lagen groote +machinerieën en massa's, waarvan hij het gebruik niet kon gissen, in +wanorde door elkaar. De reuzen verschenen en verdwenen weder tusschen +deze massa's en in het onzekere licht; allen groote gestalten doch niet +buiten verhouding met de dingen waartusschen zij zich bewogen. Enkelen +waren druk bezig, anderen zaten en lagen alsof zij den slaap zochten, +en een, die zich vlak bij Redwood bevond en wiens lichaam verbonden +was, lag op een ruw leger van dennetakken en sliep vast. + +Redwood keek verbaasd naar deze nauwelijks te onderscheiden gedaanten; +zijn oogen dwaalden van den eenen bewegenden omtrek naar den anderen. + +"Waar is mijn jongen, Cossar?" + +En toen zag hij hem. + +Zijn zoon zat in de schaduw van een grooten stalen muur. Hij was niet +anders dan een groote zwarte gedaante, slechts te herkennen aan zijn +houding--zijn gelaat was onzichtbaar. Hij zat met de kin in de hand, +alsof hij moê of in gedachten verdiept was. Naast hem ontdekte Redwood +de gestalte der Prinses, of liever, hij meende uit de donkere gestalte +die naast zijn zoon stond, te kunnen opmaken dat zij het was, en toen, +toen de gloed van het ijzer, een eind verder, weder oplichtte, zag +hij een oogenblik haar rood-verlichte zachte gezicht. Zij keek op +haren minnaar neer, terwijl haar hand tegen het staal van den muur +rustte. Het scheen dat zij tot hem fluisterde. + +Redwood wilde naar hen toe gaan. + +"Straks," zei Cossar. "Eerst je boodschap." + +"Ja," zei Redwood, "maar--" + +Hij hield plotseling op. Zijn zoon keek nu op en zei wat tot de +Prinses, doch te zacht om het te verstaan. De jonge Redwood hief zijn +gezicht op en zij boog zich tot hem over, en wendde haar gelaat af +voor zij begon te spreken. + +"Maar als wij nu eens verslagen worden," hoorde hij de stem van zijn +zoon fluisteren. + +Zij zweeg even, en de roode gloed liet haar oogen zien die glansden +van ongestorte tranen. Zij boog zich nog meer naar hem over en sprak +nog zachter. Er was iets zóó intiems en innigs in hun houding, in +hun fluisteren, dat Redwood--Redwood die twee dagen lang aan niets +anders dan zijn zoon gedacht had--zich hier te veel voelde. Hij bleef +plotseling staan. Voor het eerst in zijn leven misschien besefte hij, +hoeveel méér een vader zijn zoon kan liefhebben dan een zoon ooit +zijn vader; hij besefte ten volle de heerschappij der toekomst over +het verleden. Tusschen deze twee was geen plaats voor hem. Hij had +zijn rol gespeeld. Hij wendde zich tot Cossar, terwijl dit besef hem +nog vasthield. Hunne oogen ontmoetten elkaar. Zijn stem klonk nu heel +anders met een toon van kleurlooze vastbeslotenheid erin. + +"Ik wil mijn boodschap nù afleveren," zei hij. "Daarna--....Dan kan +'t altijd nog wel." + +De groeve was zoo enorm en lag zoo bezaaid met allerlei, dat de weg +naar de plaats vanwaar Redwood de Reuzen kon toespreken, lang en +kronkelig was, + +Hij en Cossar volgden een steil afgaanden weg die onder een boog van +inelkaar sluitende machinerieën doorliep, en kwamen zoo in een groote +diepe verschansing die dwars over den bodem der groeve liep. Deze +verschansing, breed en ledig, en toch betrekkelijk smal, droeg er, +met al het verdere om hem heen, toe bij om Redwood's gevoel van eigen +kleinheid nog te verhoogen. Het begon hem als het ware een uitgegraven +keel toe te lijken. Hoog boven zijn hoofd, van hem gescheiden door +duistere rotsen, flikkerden en schenen hel de zoeklichten en de +blinkende gedaanten gingen af en aan. Reuzen-stemmen riepen elkander +daar boven toe, riepen de Reuzen ten Krijgsraad, om de voorwaarden te +hooren die Caterham gesteld had. De verschansing helde steeds verder +naar donkere ruimten, naar schaduwen en mysteriën en niet te begrijpen +dingen, waarin Redwood langzaam afdaalde met aarzelende schreden en +Cossar met vastberaden tred als van een, die dit alles reeds kende... + +Redwood's gedachten gingen over allerlei dingen. + +De beide mannen waren nu in de diepste duisternis gekomen, en Cossar +vatte zijn metgezel bij den pols. Zij waren nu wel gedwongen langzaam +voort te gaan. + +Redwood voelde zich gedrongen te spreken. + +"Dit alles is heel vreemd om te zien," zei hij. + +"Groot," zei Cossar. + +"Vreemd. En het is vréémd dat het mij vreemd toeschijnt--mij, die, +tot op zekere hoogte, de schepper van dit alles ben. Het is--" + +Hij zweeg, trachtende zijn bedoeling duidelijk te maken, en maakte +een gebaar naar de klip boven, dat de ander door de duisternis niet +kon zien. + +"Ik heb er nooit zoo aan gedacht. Ik heb het druk gehad en de jaren +zijn omgevlogen. Maar hier zie ik--Het is een nieuw geslacht, Cossar, +met nieuwe aandoeningen en nieuwe behoeften. Dit alles, Cossar--" + +Cossar zag nu zijn onduidelijk gebaar naar de dingen om hen heen. + +"Dit alles is de Jeugd." + +Cossar gaf geen antwoord, en zijn onregelmatige schreden gingen voort. + +"Maar ònze jeugd is het niet, Cossar. Zij hebben alles overgenomen. Zij +vangen nu aan met eigen aandoeningen, eigen ondervinding en eigen +levenswijze. Wij hebben een nieuwe wereld gemaakt, die de onze niet +meer is. Zij is mij zelfs niet--sympathiek. Deze groote ruimte--" + +"Die heb ik ontworpen," zei Cossar, met strak gezicht. + +"Maar nù?" + +"Ah, ik heb haar aan mijn jongens gegeven." + +Redwood kon den lossen zwaai van den arm dien hij niet zien kon, +voelen. + +"Juist, zoo is het. Wij hebben onzen tijd uitgediend--of tenminste +bijnà." + +"Je boodschap!" + +"Ja. En dan--" + +"Is 't gedaan met ons." + +"Nu--? Natuurlijk staan wij buiten dit alles, wij twee oudjes," zei +Cossar, met den welbekenden klank van plotselingen toorn in zijn +stem. "Natuurlijk. Ligt voor de hand. Een ieder op zijn tijd. En +nu--is het hùn tijd om te beginnen. Natuurlijk. Wij doen wat we +doen moeten en dan gaan we heen. Snap je? Daar is de dood voor. Wij +verwerken ons kleine verstand en onze kleine emoties en dan beginnen +die na ons komen opnieuw. Met frisschen moed! Heel eenvoudig, niet +waar? En wat is daar niet goed in?" + +Hij zweeg even om Redwood naar een trap te leiden. + +"Ja," zei Redwood, "maar ik voel toch--" + +Hij voltooide den zin niet. + +"Daar is de Dood voor." Hij hoorde 't Cossar beneden zich nogmaals met +overtuiging zeggen: "Hoe zou 't ànders met de wereld moeten gaan? Dààr +is de Dood voor." + + + +III. + +Na veel gedaal en geklim kwamen zij uit op een vooruitstekenden +rand, vanwaar het mogelijk was het grootste gedeelte van de groeve +der Reuzen te overzien, en vanwaar Redwood zich verstaanbaar kon +maken voor de geheele vergadering. De Reuzen waren reeds verzameld, +beneden hem en op verschillende hoogten, om de boodschap te hooren +die hij zou brengen. Cossar's oudste zoon stond op den wal daarboven, +gadeslaand wat de zoeklichten openbaarden, want zij vreesden dat +de wapenstilstand verraderlijk zou verbroken worden. Zij die het +groote instrument in den hoek bedienden, stonden daar hel verlicht +door hun eigen licht; zij waren bijna geheel naakt; zij wendden hunne +gezichten naar Redwood, doch keken telkens weder naar de gietvormen +die zij niet konden verlaten. Hij zag degenen, die dichtbij stonden +onduidelijk in het weifelende licht en zij die verder af stonden, nòg +onduidelijker. Zij verschenen plotseling uit, en verdwenen weder in +de diepten der duisternis, want deze Reuzen brandden niet méér licht +dan absoluut noodig was in de groeve, opdat hunne oogen dadelijk +elke aanvallende strijdmacht, die hen van uit de duisternis mocht +bespringen, zouden kunnen zien. + +Telkens als er toevallig een lichtstraal op hen viel, werd er de een +of andere groep van lange reuzen-gestalten zichtbaar, de Reuzen van +Sunderland gekleed in metalen platen die over elkaar heenvielen, +en de anderen gekleed in leder, in gedraaid touw of in gevlochten +metaal, al naar de omstandigheden hen hadden doen kiezen. Zij zaten +tusschen, of lieten de handen rusten op, of stonden rechtop tusschen +machinerieën en wapenen even machtig als zijzelven, en in hun aller +oogen, als ze zichtbaar werden, lag vastberadenheid. + +Hij probeerde te beginnen, doch kwam zoover niet. Toen, in een +plotseling oplaaien van het vuur, zag hij het gelaat van zijn zoon +naar hem geheven, vol liefde en toch sterk; en toen vond hij zijn +stem weder om hem toe te spreken, en was het hem of hij dwars over +een afgrond tot zijn zoon sprak. + +"Ik kom van Caterham," zei hij. "Hij heeft mij tot u gezonden, om u +de voorwaarden die hij u aanbiedt, mede te deelen." + +Hij zweeg even. "Ik weet, dat zij onmogelijk zijn aan te nemen, +nu ik u hier allen verzameld zie; het zijn onmogelijke voorwaarden, +doch ik breng ze u over, omdat ik u allen wenschte te zien--en ook +mijn zoon. Ik wilde mijn zoon--nog eens zien..." + +"Zeg hun de voorwaarden," zei Cossar. + +"Dit is wat Caterham aanbiedt: Hij wil, dat jullie van hier gaat en +zijn grondgebied verlaat!" + +"Waarheen?" + +"Dat weet hij nog niet. Hij zei zoo iets van "een groot terrein ergens +in de wereld reserveeren.... En gij moogt geen Voedsel meer maken, +geen kinderen krijgen, ge moogt leven zooals ge wilt tot ge sterft, +en dan is alles meteen uit." + +Hij zweeg. + +"Meer niet?" + +"Meer niet." + +Er volgde een diepe stilte. De duisternis die de Reuzen omhulde +leek hem peinzend aan te staren. Hij voelde dat iemand zijn +elboog aanraakte, en Cossar schoof hem een stoel toe--een typisch +stukje poppenspeelgoed temidden van deze op elkaar gestapelde +reuzen-dingen. Hij ging zitten en sloeg de beenen over elkaar, legde +vervolgens het eene been dwars over de knie van het andere, en hield +zenuwachtig zijn laars vast, en voelde zich erg klein en alleen, en +scherp zichtbaar en belachelijk misplaatst temidden van dit alles. Toen +klonk er plotseling een stem en vergat hij zichzelven weder. + +"Ge hebt het gehoord, Broeders," zei deze stem vanuit het duister. + +En een tweede antwoordde: "Wij hebben het gehoord." + +"En het antwoord, Broeders?" + +"Aan Caterham?" + +"Is "Neen!" + +"En dan?" + +Er volgde een stilte van eenige seconden. + +Toen zei een stem: "Deze menschen hebben gelijk. Dat wil zeggen, van +hùn standpunt en naar het verstand dat zij gekregen hebben. Zij hadden +gelijk alles te dooden wat grooter was dan zijzelven--dier en plant, +en alle groote dingen die opschoten. Zij hadden gelijk, toen zij ons +trachtten om te brengen. En ook nù hebben zij gelijk als zij zeggen, +dat wij niet mogen huwen met anderen die even groot zijn als wij. Zij +beseffen--en het wordt tijd, dat wij dit ook inzien--dat reuzen en +dwergen niet tezamen in één samenleving passen. Caterham heeft dat +telkens en telkens weder herhaald--heel duidelijk--òf aan hun of aan +òns de wereld." + +"Maar wij zijn geen vijftig man sterk," zei een ander, "en zij +tallooze millioenen." + +"Dat is mogelijk. Maar het is zooals ik gezegd heb." + +Toen volgde er weder een lange stilte. + +"En moeten wij dan sterven?" + +"God beware ons daarvoor!" + +"Zij dan?" + +"Neen." + +"Maar dàt zegt Caterham! Hij wil hebben, dat wij ons leven uitleven, +éen voor éen sterven, totdat er slechts één over is, en die eene +zal eindelijk ook sterven, en zij zullen alle reuzen-planten en +onkruid omhakken, de lager-staande reuzen-dierenwereld uitroeien, alle +sporen van het Voedsel uitbranden--ook aan ons en aan het Voedsel een +einde maken voor altijd. Dan eerst zal de dwergen-wereld weer veilig +zijn. Zij zullen voortgaan--voor altijd veilig,--hun kleine leventjes +te leven, dwergen-vriendelijkheidjes bewijzend, en dwergen-wreedheidjes +begaand tegenover elkaar; ze zouden het misschien zelfs wel tot een +dwergen-heilstaat kunnen brengen, een eind maken aan allen krijg, een +eind maken aan overbevolking, en zich neerzetten in een de geheele +wereld omvattende stad om aan dwerg-kunst te doen, elkaar vereerend +tot de wereld begint te bevriezen...." + +In den hoek viel een ijzeren plaat met donderend geraas op den grond. + +"Broeders, wij weten wat wij willen." + +Bij een plotseling flikkeren der zoeklichten, zag Redwood ernstige +jeugdige gezichten zich naar zijn zoon wenden. + +"Het is nu gemakkelijk het Voedsel te maken. Wij zouden gemakkelijk +Voedsel voor de geheele wereld kumnen fabriceeren." + +"Je bedoelt, Broeder Redwood," zei een stem uit de duisternis, +"dat de kleine menschjes het Voedsel moeten eten." + +"Wat valt er anders te doen?" + +"Maar wij zijn geen vijftig man sterk en zij vele millioenen." + +"Maar wij hebben ons staande gehouden.'' + +"Tot nu toe, ja." + +"Als God het wil, kunnen wij dit nògmaals." + +"Ja, maar denk eens aan de dooden!" + +Toen vervolgde een andere stem: "De dooden. Denk aan de nog niet +geborenen...." + +"Broeders," zei de stem van den jongen Redwood, "wat rest ons nog, +dan hen te bevechten, en àls wij hen verslaan, hen te dwingen om +van het Voedsel te eten? Zij moèten het nu wel nemen. Veronderstel, +dat wij ons erfdeel zouden afstaan en dezen nonsens die Caterham ons +aanbiedt, aannemen! Gesteld dat wij dit kònden! Gesteld dat wij al dit +groote opgeven dat in ons leeft, en al wat onze vaders voor ons gedaan +hebben,--dat gìj vader--voor ons gedaan hebt--en als onze tijd daar +is, in het niet verzinken en rotten! Wat dan? Zal deze kleine wereld +dan zijn zooals zij tevoren was? Zij mogen kampen tegen grootheid +in ons die menschenkinderen zijn, maar zullen zij overwinnen? Zelfs +al doodden zij ons een voor een, wat zou dit dan nog? Zou dit hen +redden? Neen! Want er is Grootheid opgestaan, niet alleen in ons, +niet alleen in het Voedsel, maar in het willen van alle dingen. Het +uit zich in den aard van alles; het is een deel geworden van tijd en +ruimte. Te groeien, al maar te groeien, dit is het doel--dit is de +Levenswet. Welke andere wet kan daarnaast nog bestaan?" + +"Om anderen te helpen?" + +"Te groeien. Anderen te helpen is óók groei. Tenzij wij hen helpen +te falen...." + +"Zij zullen hun uiterste best doen om ons te verslaan," zei een stem. + +En weer een andere: "Wat zou dat?" + +"Zij zullen vechten," zei de jonge Redwood. "Als wij deze voorwaarden +niet aannemen, twijfel ik er niet aan of zij zullen vechten. Ik hoop +werkelijk, dat zij er open en rond mee voor den dag zullen komen en ons +bevechten. Als zij ons bij slot van rekening vrede aanbieden, zal hun +dit des te beter in staat stellen ons onverhoeds aan te vallen. Begaat +geen fout, Broeders; op de een of andere wijze bestrijden zij ons +tòch. De strijd is begonnen en wij moeten strijden tot het einde. Als +wij niet wijs zijn, zullen wij nog bevinden, dat wij slechts geleefd +hebben om hun beter wapenen tegen onze kinderen en ons geslacht +in handen te geven. Tot nu toe hebben wij slechts den dageraad van +den strijd gezien. Ons geheele leven zal één strijd zijn. Eenigen +van ons zullen gedood worden in den strijd, anderen zullen belaagd +worden. Er zal geen gemakkelijke overwinning volgen--geen overwinning, +die niet half een nederlaag voor ons is. Weest daar zeker van. Doch +waarom zou ons dit afschrikken? Als wij ons slechts staande houden, +zoo wij slechts achterlaten een groeiende menigte, om den strijd +voort te zetten als wij heengegaan zijn!" + +"En morgen?" + +"Zullen wij het Voedsel overal verspreiden; wij zullen de wereld +verzadigen van het Voedsel." + +"En als zij eens nieuwe en meer aannemelijke voorwaarden mochten +stellen?" + +"Onze voorwaarden zijn het Voedsel. Nooit kunnen klein en groot naast +elkander leven in een duurzamen vrede. Of het één, of het ànder. Met +welk recht zouden onze ouders zeggen: "Mijn kind zal geen ander licht +hebben dan ik gehad heb, zal niet grooter worden dan ik geworden +ben." Zijt gij het met mij eens, Broeders." + +Een goedkeurend gemompel antwoordde hem. + +"En voor de kinderen die vrouwen zullen worden, zoowel als voor de +kinderen die mannen zullen worden," zeide een stem uit het duister. + +"Méér nog--die moeders zullen worden van een nieuw geslacht..." + +"Doch voor het volgend geslacht moet er nog groot en klein zijn," +zei Redwood met de oogen op het gelaat van zijn zoon gevestigd. + +"Nog vele geslachten lang. En het kleine zal het groote steeds in +den weg staan en het groote zal het kleine onderdrukken. Dit mòèt +zoo zijn, vader. + +"Er zal strijd heerschen. + +"Strijd zonder einde. Eindeloos misverstand. Het geheele leven is +zoo. Groot en klein kunnen elkaar niet begrijpen. Doch in elk kind +dat uit menschen geboren wordt, Vader Redwood, schuilt een zaadje +grootheid--dat op het Voedsel wacht." + +"Dan zal ik naar Caterham moeten gaan en hem zeggen, dat--" + +"Gij blijft bij ons, Vader Redwood. Bij het aanbreken van den dageraad +gaat ons antwoord naar Caterham." + +"Hij zegt, dat hij jullie zal bevechten tot...." + +"Zoo zij het," zei de jonge Redwood, en zijne broederen mompelden +goedkeurend. + +"Het ijzer wacht," mompelde een stem, en de twee reuzen die in den +hoek aan het werk waren, begonnen rythmisch te hameren, wat bij dit +tooneel klonk als een begeleiding van een machtige muziek. Het metaal +gloeide heller dan het tevoren had gedaan, en liet Redwood het kamp +duidelijker zien dan hij het tot nu toe had kunnen waarnemen. + +Om hem heen stonden de jonge reuzen, torenhoog en schoon, glanzend in +hun maliën, temidden der toebereidselen voor den dag van morgen. Zijn +hart sprong op van vreugde toen hij hen zoo zag. Hun kracht kwam +zoo gemakkelijk! Zij waren zoo groot en gracelijk! Hunne bewegingen +waren zoo vast! En daar stond zijn zoon tusschen hen, met de eerste +van alle reuzen-vrouwen, de Prinses naast zich.... + +In zijn hoofd kwam plotseling een allervreemdst contrast op, het +terugdenken aan Bensington, heel levendig en klein--Bensington met +zijn hand in het zachte borstdons van dat eerste groote kuiken, +staande in zijn conventioneel gemeubileerde kamer, en weifelend over +zijn bril heenkijkend naar Nicht Jane, die de deur dichtsmeet... + +Het was alles gebeurd in een gisteren van een en twintig jaren. + +Toen werd hij plotseling bevangen door een vreemden twijfel: dat +deze plaats en al de grootheid die hij om zich zag, slechts een +droomweefsel was; dat hij zelf droomde en straks zou ontwaken, +en zich weder in zijn studeerkamer bevinden, de Reuzen vermoord, +het Voedsel geheel vernietigd en hij zelf gevangen en opgesloten. + +Als je daar op neer kwam; wat was het leven dan anders dan een +voortdurende gevangenschap! Dit was het hoogtepunt en het einde van +zijn droom. Hij zou ontwaken temidden van bloedvergieten en strijd, +en zijn Voedsel het dwaaste aller hersenschimmen bevinden, en zijn hoop +op en geloof aan een beter wereld zouden evenmin verwezenlijkt worden +als het kleurige vliesje op een poel vol rottende stoffen. Onverwinbare +kleinheid!... + +En zoo hevig en diep was deze neerslachtigheid, deze vrees voor +ontnuchtering, dat hij opsprong; Hij stond daar en drukte de gebalde +vuisten tegen zijne oogen en bleef zoo een oogenblik staan, bang, als +hij ze opende, te zien, dat de droom reeds in het niet vergaan was..... + +De stemmen der reuzenkinderen spraken tot elkaar, als een +zachteren klank door de galmende melodie der smeden. Zijn twijfel +verminderde. Hij hoorde de reuzenstemmen; hij hoorde hunne +bewegingen nog om zich heen. Het was werkelijk, ongetwijfeld was +het werkelijkheid--even werkelijk als spijtige daden! Inderdaad méér +werkelijk, want mogelijk zijn deze groote dingen, de dingen die komen +zullen; en de kleinheid, bestialiteit, en de zwakheid der menschen +zijn dingen die voorbijgaan. Hij opende de oogen. + +"Klaar!" riep een der twee smeden, en zij wierpen hunne hamers neer. + +Er klonk een stem hoog boven Redwood. De zoon van Cossar, die op de +groote aarden wal stond, had zich omgewend en sprak hun nu allen toe. + +"Het is niet ons opzet om het kleine volk de wereld uit te dringen," +zei hij, "opdat wij die slechts één stap verder zijn van hun +kleinheid, de wereld voor altijd zouden kunnen bezitten. Het is de trap +waarlangs wij moeten opklimmen, waarvoor wij strijden, en niet voor +onszelven.... Hier zijn wij, Broeders, en met welk doel? Om getrouw te +zijn aan het leven en het Doel waarvoor wij geboren zijn. Wij strijden +niet voor onszelven--want wij zijn slechts de handen en oogen van het +Leven der wereld. Dit hebt gij, Vader Redwood, ons geleerd. Uit ons, +zoowel als uit het kleine volk, spreekt de Geest. En van ons moet hij, +door woord, geboorte en daad overgaan--op nòg gróótere levens. Deze +aarde is geen rustplaats, deze aarde is geen speelplaats; als dit +zoo was, ja, dan zouden wij onze keel het mes van het kleine volkje +kunnen voorhouden, daar wij dan niet méér recht om te leven zouden +hebben dan zij. En dan zouden zij op hun beurt moeten onderdoen voor +mieren en ongedierte. Wij strijden niet voor onszelven, doch voor +den Groei--groei die steeds dóórgaat. Morgen, hetzij wij blijven +leven of sterven, zal de Groei door ons overwinnen. Dat is de wet van +den Geest voor altijd. Te groeien zooals God het wil! Deze spleten +en holen, schaduwen en duisternis te ontgroeien, naar grootheid +en licht! Grooter," zei hij, het woord langzaam en met nadruk +uitsprekend,--"steeds grooter. Al maar te groeien--. Groeien tot +wij eindelijk groot genoeg zijn om bij God te leven. Groeien... tot +de aarde niet meer is dan een voetbank onzer voeten... Tot de geest +de vrees geheel zal verdreven hebben en zich over alles zal hebben +verspreid"... Hij zwaaide zijn arm hemelwaarts:--"Daar!" + +Zijn stem zweeg. De witte gloed van een der zoeklichten straalde +neer, en viel een oogenblik op hem, en hij stond daar, reusachtig, +met één hand ten hemel geheven. + +Eén oogenblik straalde hij, en keek onbevreesd in de met sterren +bezaaide hemeldiepten; gekleed in maliën, jong en sterk, vastberaden +en kalm. Toen gleed het licht heen en was hij nog slechts een groote +donkere omtrek, die tegen den sterrenhemel afstak,-- een groote +zwarte omtrek, die met een machtig gebaar het firmament en al die +sterrenscharen bedreigde. + + + + + + +INHOUD. + + +Boek I. + +De ontdekking van het voedsel. + + Pag. + Hoofdstuk I. De ontdekking van het Voedsel 5 + Hoofdstuk II. De Proef-Hoeve 19 + Hoofdstuk III. De Reuzen-Ratten 58 + Hoofdstuk IV. De Reuzen-Kinderen 102 + Hoofdstuk V. Het in het niet verdwijnen van + den heer Bensington 138 + +Boek II. + +Het voedsel in het dorp. + + Hoofdstuk I. De komst van het Voedsel 153 + Hoofdstuk II. De reusachtige Telg 179 + +Boek III. + +De oogst van het voedsel. + + Hoofdstuk I. De veranderde wereld 201 + Hoofdstuk II. De Reuzen-Geliefden 232 + Hoofdstuk III. De jonge Caddles in Londen 256 + Hoofdstuk IV. Redwood's Twee Dagen 273 + Hoofdstuk V. De Reuzen-Legerplaats 298 + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Brock is dè vuurwerkmaker in Engeland en bij Brock's Benefiet, +eenmaal per jaar in het "Crystal Palace", wordt een eindeloos getal +rakketten enz. opgelaten. + +(Noot van Vertaler.) + +[2] Reckitt's zakjes-blauw wordt geacht uitstekend te helpen als men +door een wesp etc. gestoken is, en dit op de oploopende plaats legt. + +[3] Sponsachtige uitwas van het genus fungales. + +[4] Roman van de veelschrijfster Marie Corelli. (Red.) + +[5] Fransch schrijver van werken over "de zielkunde der menigte", +evenals Sighele. (Red.) + +[6] In Amerika heeft, in de groote hôtels, iedere verdieping haar +eigen beambte of klerk. Wells schijnt dit overgebracht te hebben op +de groote particuliere huizen, die in verdiepingen verhuurd worden. + +[7] Hooligans zijn de ruwste, meest bandelooze soort van +straatslijpers. + +[8] Pyracanthus is een soort hagedoorn. + +[9] Climacterisch, letterlijk: naar zekere tijdperken. Volgens +oud-medische beschouwing wordt een menschenleeftijd verdeeld in +tijdperken, die aan het eind levensgevaarlijk zouden zijn. Vooral +het 63e jaar, waarbij een zekere sufheid intreedt. Men zou, als van +een vrucht, kunnen zeggen, dat de mensch "beurs" wordt. + +[10] West-End is het deftigere gedeelte van Londen. + +[11] De hooge huizen van twintig en meer verdiepingen in Londen. + +[12] "Verandert niet". + +[13] "Overstap".--Waar in Engeland een voetpad over partikulier land +loopt, dat omheind is, zijn bij de kruisingen en afscheidingen overal +zoogenaamde "stiles" aangebracht; soms draaiende hekken, soms eenige +treden, om over te stappen. + +[14] Wolfsveest: kampernoelje, paddenstoel--latijn: Lycoperdon. + +[15] Het "ei van Koning Rock" speelt een rol in de geschiedenis van +Aladdin en de Wonderlamp, waar de broeder van den vermoorden toovenaar +Aladdin doet overhalen de geesten van de lamp om dat ei te vragen. (Zie +onze uitgave van dit verhaal.) + +[16] Anders dan hier te lande worden de nieuwsbladen, onmiddellijk +nadat zij uitgegeven zijn, rondgevent op straat door jongens, die +tevens groote reclame-biljetten bij zich hebben, waarop het meest +sensationeele van den dag te lezen staat. + +[17] Kennington Oval: het bekende cricket-veld bij Londen. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Het voedsel der Goden en hoe het op +Aarde kwam, by H. G. Wells + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VOEDSEL DER GODEN *** + +***** This file should be named 36982-8.txt or 36982-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/6/9/8/36982/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
