summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/36982-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '36982-8.txt')
-rw-r--r--36982-8.txt10748
1 files changed, 10748 insertions, 0 deletions
diff --git a/36982-8.txt b/36982-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..c91d265
--- /dev/null
+++ b/36982-8.txt
@@ -0,0 +1,10748 @@
+The Project Gutenberg EBook of Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde
+kwam, by H. G. Wells
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam
+
+Author: H. G. Wells
+
+Translator: J. Kuylman
+
+Release Date: August 5, 2011 [EBook #36982]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VOEDSEL DER GODEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Wereld Bibliotheek
+ Onder leiding van L. Simons
+
+
+ H. G. WELLS
+
+ HET VOEDSEL DER GODEN
+ en hoe het op Aarde kwam
+
+ Uit het Engelsch door
+ J. Kuylman
+
+
+
+ Uitgegeven voor de
+ Mij. voor Goede en Goedkoope Lectuur door
+ G. Schreuders Amsterdam
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+BOEK I.
+
+DE ONTDEKKING VAN HET VOEDSEL
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DE ONTDEKKING VAN HET VOEDSEL.
+
+
+I.
+
+In het midden der negentiende eeuw begon in onze vreemde wereld voor
+het eerst in grooten getale een klasse van menschen op te komen,
+die voor het meerendeel aanleg hadden om oudachtig te worden,
+en die genoemd worden en dit zeer terecht, hoewel zij zelf dezen
+titel buitengewoon onaangenaam vinden--"Scientisten." Zij vinden
+dit woord zóó onaangenaam, dat het in de kolommen van "de Natuur,"
+hetwelk van het begin af hun uitsluitend en karakteristiek orgaan was,
+even zorgvuldig vermeden wordt alsof het dat andere woord ware, dat
+de basis van alle werkelijk-gemeene taal in dit land vormt. Doch het
+Groote Publiek, en zijn Pers weten dit wel beter, en "Scientisten"
+blijven zij, en als zij ook maar eenigszins algemeen bekend raken,
+noemen wij hen "beroemde scientisten," en "eminente scheikundigen"
+en "alom-bekende natuurkundigen" op zijn minst.
+
+Voorzeker verdiende de heer Bensington zoowel als Professor Redwood
+elk van deze termen ten volle, lang vóór zij de wondervolle ontdekking
+deden waar dit verhaal over handelt. De heer Bensington was Lid van het
+Koninklijk Genootschap, een voormalig Voorzitter van het Scheikundig
+Genootschap, en Professor Redwood was Professor in de Physiologie
+aan het College van de Londensche Universiteit in Bond-street en hij
+was herhaaldelijk door de anti-vivisectionisten in geschriften grof
+belasterd. En sedert hun prilste jeugd hadden zij levens geleid van
+academische onderscheiding.
+
+Zij zagen er natuurlijk heel onberoemd uit, zooals inderdaad alle
+ware Scientisten. Er steekt meer persoonlijke distinctie in den
+gladst-gemanierden acteur dan in het geheele Koninklijke Genootschap.
+
+De heer Bensington was kort van postuur, en erg, erg kaalhoofdig,
+en liep lichtelijk gebogen; hij droeg een gouden bril en linnen
+schoenen die erg laag uitgesneden waren om zijn talrijke likdoorns,
+en Professor Redwood had een doodgewoon voorkomen. Tot zij toevallig
+het Godenvoedsel vonden (ik sta er beslist op het zoo te noemen),
+leidden zij zulke eminente en obscure studie-levens, dat ik er den
+lezer moeilijk iets van zou kunnen vertellen.
+
+De heer Bensington verdiende zijn sporen (als wij tenminste een
+dergelijke uitdrukking mogen bezigen met betrekking tot een heer met
+uitgesneden linnen schoenen) met zijne schitterende onderzoekingen op
+het gebied van de Meer Giftige Alkaloïden, en Professor Redwood werd
+beroemd--dat herinner ik me eigenlijk niet recht meer, hoe hij beroemd
+werd! Méér van hem weet ik niet dan dat hij erg beroemd was. Dergelijke
+dingen groeien. Ik zou denken dat hij er gekomen was door een dik
+werk over den Duur der Reactie-bewegingen, met talrijke platen van
+sphygmographische opteekeningen (ik schrijf dit natuurlijk onderhevig
+aan verbetering) en een bewonderenswaardige nieuwe terminologie.
+
+Het groote publiek kreeg weinig of niets van deze beide heeren te
+zien. Nu en dan, op plaatsen als het Koninklijk Instituut en de
+Maatschappij van Wetenschappen, kreeg het eens iets te zien van
+den heer Bensington, tenminste zijn blozende kaalheid en een stukje
+van zijn kraag en jas, en hoorde fragmenten van een lezing of een
+verhandeling, die hij zich verbeeldde goed verstaanbaar voor te
+dragen. En ééns herinner ik me hem gehoord te hebben--'t was op een
+middag in het grauwe verleden--toen het Britsche Genootschap te Dover
+vergaderde, en ik inviel bij afdeeling C. of D. of een dergelijke
+letter welke haar kwartier had opgeslagen in een herberg, en ik uit
+louter nieuwsgierigheid twee ernstig-kijkende dames met bruinpapieren
+pakjes gevolgd was door eene deur waarop "Billard" en "Potspel" te
+lezen stond, een schandelijke duisternis in, die slechts gebroken
+werd door een tooverlantaarn-lichtkring van Redwood's diagrammen.
+
+Ik sloeg het inzetten en weder uithalen van de platen gade en luisterde
+naar een stem (ik ben vergeten wat de stem zeide) die naar ik meen
+de stem van Professor Redwood was, en er kwam een gesis uit de
+lantaarn en nog een ander geluid dat mij daar vasthield, zuiver uit
+nieuwsgierigheid, totdat de lichten plotseling opgedraaid werden. En
+toen bemerkte ik dat dit geluid niets anders was dan het geluid van
+het mummelen op krentenbroodjes en sandwiches en dergelijke dingen,
+waarvoor de leden van het Genootschap hierheen gekomen waren om op
+te eten onder bedekking van de duisternis der toover-lantaarn.
+
+En ik herinner mij dat Redwood al maar doorpraatte zoolang de lichten
+op waren, en stond aan te wijzen op de plaats waar zijn diagram op het
+scherm zichtbaar behoorde geweest te zijn--en dit was het dan ook weder
+zoodra het weer duister werd. Ik herinner mij hem bij die gelegenheid
+als een doodgewonen donkeren man, die er een beetje zenuwachtig uitzag,
+met een air als of hij met iets anders bezig was en doende wat hij
+in die oogenblikken deed door een onverklaarbaar plichtsgevoel.
+
+Ook Bensington heb ik eenmaal gehoord--in de dagen van ouds--op een
+opvoedkundige samenkomst in Bloomsbury. Zooals de meeste eminente
+Natuurkundigen en Botanici beschouwde Bensington zich ook als een
+groote autoriteit in opvoedkunde,--al was ik zeker dat een middelmatige
+klasse van een gemeenteschool hem binnen een half uur totaal van de
+wijs zou gebracht hebben--en zoo ver als ik het mij nù nog herinneren
+kan, stelde hij een verbetering van professor Armstrong's Heuristische
+methode voor, waardoor, met drie of vierhonderd pond kosten aan
+toestellen, met algeheele verwaarloozing van alle andere studievakken,
+en de onverdeelde aandacht van een buitengewoon begaafd onderwijzer,
+een middelmatig kind met een bizonderen vorm van stompzinnige
+degelijkheid in den loop van tien of twaalf jaren bijna evenveel
+chemie kon leeren als men kon halen uit een van die oppervlakkige
+twee-kwartjes-boeken, die toen zoo algemeen gebruikt werden...
+
+Ge ziet wel dat beiden doodgewone menschen waren, buiten hun
+wetenschappelijke sfeer. En nog wel aan den onpractischen kant van het
+gewone. En gij zult bevinden dat dit laatste het geval is, de geheele
+wereld over, met "scientisten" als klasse. Wat er groots aan hen is,
+is een kwelling voor hun medenatuurkundigen en een mysterie voor het
+groote publiek; en wat niet groot is, is duidelijk genoeg.
+
+Er bestaat inderdaad geen twijfel omtrent wat niet groot is, want
+geen andere menschen-categorie heeft zulke in het oog vallende
+kleinheden als zij. Zij leven in een erg begrensd wereldje zoover
+het hun omgang met menschen betreft; hun navorschingen vergen een
+oneindige aandacht, en een bijna kloosterachtige afzondering; en
+wat er overblijft, is niet erg veel. Als men den een of anderen
+eigenaardigen, blooden, misvormden, grijsharigen, opgeblazen
+kleinen uitvinder van groote uitvindingen ziet, op belachelijke
+wijze getooid met het breede lint van de een of andere ridderorde,
+en receptie houdend voor zijne medemenschen; of den angst van "De
+Natuur" leest, bij het "verwaarloozen der Wetenschap," als de engel
+der geboortedag-eerelinten het Koninklijk Genootschap voorbijgaat;
+of luistert naar den onvermoeiden mosplantkundige die een verhandeling
+houdt over het werk van een ander onvermoeid mosplantkundige, komt men
+tot de onvermijdelijke ervaring van de onveranderlijke menschelijke
+kleinheid.
+
+En toch is het rif der wetenschap, dat deze kleine "natuurkundigen"
+bouwden en nòg bezig zijn te bouwen zoo wondervol, zoo gewichtig,
+zoo vol geheimzinnige, nog half-gevormde beloften voor de groote
+toekomst van den mensch! Zij schijnen zelf de dingen die zij doen
+niet te beseffen! Zonder twijfel had de heer Bensington, toen hij
+lang geleden dit beroep koos, toen hij zijn leven wijdde aan de
+alkaloïden en hunne verwante samenstellingen, een vaag begrip van het
+visioen--méér dan een vaag begrip waarschijnlijk. Want welke jonge man
+zou zonder een inspiratie, voor zoo weinig glorie en positie als een
+gewoon "natuurkundige" verwachten kan, zijn leven gegeven hebben aan
+zulk werk? Neen zij moèten den roem er van gezien hebben, zij moeten
+dit visioen gehad hebben, doch van zóó dichtbij, dat het hen verblind
+heeft. De heerlijkheid ervan heeft hen verblind, (en dat is gelukkig),
+zoodat zij voor het overige van hun leven de fakkel der kennis hoog
+kunnen houden zonder berouw opdat wij kunnen zien.
+
+En misschien wordt Redwood's afgetrokkenheid verklaard door het feit
+dat hij (en daar bestaat nu geen twijfel meer aan) van zijne makkers
+verschilde; en wel hièrin, dat er in zijn oogen nog iets van het
+visioen schitterde.
+
+
+
+II.
+
+Ik noem het 't Voedsel der Goden, deze zelfstandigheid die de heer
+Bensington en professor Redwood samen maakten; en in aanmerking nemend
+wat het reeds gewrocht heeft, en alles wat het voorzeker nog zal doen,
+is de naam beslist niet overdreven. En derhalve zal ik het zoo blijven
+noemen mijn geheele verhaal door.
+
+Doch mijnheer Bensington zou het evenmin zóó in koelen bloede hebben
+durven noemen, als zijne kamers in Sloane-street te verlaten, gehuld
+in koninklijk purper en met een lauwerkrans op. Deze benaming was niets
+anders dan een eerste kreet van verbazing die hem ontsnapte. Hij noemde
+het 't Voedsel der Goden, in zijn enthousiasme, en dit wel een uur
+lang achter elkaar. Daarna kwam hij tot de conclusie dat het dwaas
+was. Toen hij het eerst over de zaak nadacht, had hij als het ware
+een uitzicht op enòrme mogelijkheden--eenvoudig enorme mogelijkheden,
+doch na één blik van verbazing, sloot hij resoluut de oogen voor dit
+verblindende uitzicht, zooals een conscientieus "natuurkundige" dit
+behoort te doen. Hierna klonk "Het Voedsel der Goden" hem zóó snoeverig
+toe, dat hij het bijna onbehoorlijk ging vinden. Hij was er verwonderd
+over dat hij deze uitdrukking gebezigd had. Maar niettegenstaande dit,
+was er tòch nog iets van dat helder-geziene oogenblik in hem blijven
+hangen, en kwam telkens weder voor den dag...
+
+"Waarachtig," zei hij, zich in de handen wrijvend en zenuwachtig
+lachend, "het is van meer dan theoretisch belang."
+
+"Bijvoorbeeld," deelde hij den professor in vertrouwen mede, zijn
+gezicht dicht bij dat van den geleerde brengend en zachter sprekend,
+"het zou misschien te verkóópen zijn, als het goed aangelegd werd."
+
+"Precies als een voedingsstof," zei hij, een eindje wegloopend. "Of
+ten minste als een voedingsbestanddeel. Natuurlijk aannemend dat
+het smakelijk is. Iets wat we niet kunnen zeggen vóor we het bereid
+hebben."
+
+Hij wendde zich om op het haardkleed en bestudeerde aandachtig de
+zorgvuldig afgewerkte spleetjes in zijn linnen schoenen.
+
+"De naam?" zei hij, opkijkend, als antwoord op een vraag. "Wat mij
+betreft hel ik over naar de goede oude klassieke zinspeling. Het--'t
+maakt de wetenschap respectabel--geeft er een tikje ouderwetsche
+waardigheid aan. Ik dacht zoo... Ik weet niet of je 't zot van me
+zult vinden... een beetje verbeelding is nu en dan toch zeker wel
+veroorloofd... Herakleophorbia. He? Het voedsel van een mogelijke
+Hercules? Het zou best kùnnen, niet waar... Natuurlijk als jij denkt
+dat het nièt...."
+
+Redwood keek aandachtig in het vuur en opperde geen bezwaren.
+
+"Geloof je dat die naam gaan zou?"
+
+Redwood's hoofd bewoog zich ernstig.
+
+"We konden het ook Titanophorbia noemen, zie je. Titanen-voedsel... of
+lijkt het eerste je beter? Weet je zeker dat je het niet een beetje
+tè...."
+
+"Neen."
+
+"Ha, daar ben ik blij om."
+
+En aldus noemden zij het Herakleophorbia, zoolang hunne onderzoekingen
+duurden; en in hun rapport,--het rapport dat nooit uitgegeven werd,
+door de onverwachte gebeurtenissen die al hun schikkingen in de war
+brachten,--wordt het ook voortdurend aldus genoemd. Er werden drie
+verwante zelfstandigheden bereid voor ze dàt tot uitkomst kregen,
+wat hunne berekeningen hun voorspeld hadden, en van deze drie
+substantie's spraken zij als Herakleophorbia I, Herakleophorbia II
+en Herakleophorbia III.
+
+En--vasthoudend aan den oorspronkelijken naam dien Bensington het
+gaf--noem ik hier Herakleophorbia IV het Voedsel der Goden.
+
+
+
+III.
+
+Het was een idee van den heer Bensington. Doch daar het hem aan de
+hand gedaan werd door een van Professor Redwood's stukken in de
+"Philosophische Verhandelingen," waaraan deze medewerkte, ging
+hij dezen heer er behoorlijk over raadplegen vóor hij het verder
+uitwerkte. Bovendien was het zoo goed een physiologisch als een
+scheikundig onderzoek.
+
+Professor Redwood was een van die mannen der wetenschap, die
+verslaafd zijn aan diagrammen en kromme lijnen. Gij weet wel--als
+ge tenminste ook maar eenigszins tot het soort lezers behoort waar
+ik van houd--welk soort van wetenschappelijk artikel ik bedoel. Het
+is een verhandeling waar ge geen touw aan kunt vastknoopen, en aan
+het einde komen er vijf of zes lange opgevouwen figuren, die men
+ontvouwen kan en eigenaardige zigzag-lijnen, overdreven bliksemflitsen,
+of onverklaarbare kronkelende dingen doen zien, die "vlakke lijnen"
+worden genoemd, getrokken op ordinaten en wortelend in abscissae--en
+dergelijke dingen. Ge zit een heelen tijd te gissen, en eindigt met
+een vaag vermoeden dat niet alleen gìj het niet begrijpt, maar dat de
+schrijver zelf dit evenmin doet. Maar zonder gekheid, verscheidene
+van deze mannen der wetenschap begrijpen hun eigen schrifturen heel
+goed: het is eenvoudig een gebrek aan duidelijk uitdrukken dat deze
+hinderpaal tusschen hen en ons opwerpt.
+
+Ik voor mij geloof dat Redwood in rechte en kromme lijnen dacht. En
+na zijn monumentaal werk over den Duur der Reactie-beweging (den
+onwetenschappelijken lezer verzoek ik zich hier nog een beetje meer
+in te werken, dan zal alles hem zoo helder zijn als klaarlichte dag)
+begon Redwood voor den dag te komen met vlakke gebogen lijnen en
+sphygmographeriën over Groei, en het was een van zijn stukken over
+"de Groei," dat den heer Bensington op het denkbeeld bracht.
+
+Redwood, moet ge weten, had allerlei groeiende dingen opgemeten, zooals
+jonge katten, jonge honden, zonnebloemen, paddestoelen, boonstengels
+en (tot zijn vrouw er een stokje voor stak) zijn eigen baby, en hij
+toonde aan, dat de groei zich voortzette, niet gelijkmatig of zooals
+hij het aanduidde:
+
+
+[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.]
+
+
+maar met plotselinge zetten en tusschenpoozen, ongeveer als volgt:
+
+
+[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]
+
+
+en dat, voor zoover hij kon uitmaken, nièts regelmatig en staag
+kòn doorgroeien; het leek alsof ieder levend wezen kracht moest
+opgaren om te groeien, slechts voor eenigen tijd krachtig groeide,
+en dan weder een zekeren tijd moest wachten vóor het met groeien
+kon voortgaan. En in de bedekte en uitermate technische taal van
+den werkelijk voorzichtigen "natuurkundige," opperde Redwood,
+dat het groeiproces waarschijnlijk de aanwezigheid van de een of
+andere substantie in het bloed noodzakelijk maakte, dat slechts
+zeer langzaam gevormd werd, en dat als deze substantie door den
+groei verbruikt was, zij slechts zeer langzaam weder aangevuld kon
+worden, en het organisme onderwijl tijd moest gelaten worden. Hij
+vergeleek zijn onbekende substantie bij olie in een machine. Een
+groeiend dier had werkelijk veel gemeen met een machine, die zich een
+zekeren afstand kon voortbewegen, en dan geölied moet worden voor
+zij verder loopen kan. ("Doch waarom zou men de machine niet van
+bùìten-af van olie voorzien?" zei de heer Bensington, toen hij het
+stuk las). "En dit alles," zei Redwood met het heerlijke zenuwachtige
+over-tusschenliggende-gedachten-heenspringen van zijn klasse, "zou
+waarschijnlijk licht kunnen werpen op het mysterie van enkele der
+niet-geleidende klieren." Alsof dìe er iets mee uit te staan hadden!
+
+In een volgende verhandeling ging Redwood reeds verder. Hij gaf een
+waar "Brock's Benefit" [1] van diagrammen--die precies leken op de
+banen van vuurpijlen; en de clou ervan--voor zoover het eenige clou
+bevatte--was, dat het bloed van jonge honden en katten, en het sap
+van zonnebloemen en het sap van paddestoelen, als deze waren in wat
+hij noemde "het groei-stadium," verschilde in de aanwezig-zijnde
+proporties van zekere deelen van het bloed en sap, op de dagen dat
+zij niet bijzonder sterk groeiden.
+
+En toen Bensington, na de figuren op hun kant en onderstboven gehouden
+te hebben, begon te zien wat dit verschil was, werd hij uitermate
+verbaasd. Omdat, ziet ge, het verschil mogelijk veroorzaakt werd door
+de aanwezigheid juist van diè substantie, welke hij kort te voren
+getracht had te isoleeren bij zijn onderzoek van diè alkaloïden,
+welke het zeerst het zenuwstelsel stimuleeren. Hij legde Redwood's
+verhandeling op den gepatenteerden lessenaar, die ongemakkelijk
+weg-draaide van zijn leunstoel, nam zijn gouden bril af, ademde erop,
+en wreef hem zeer zorgvuldig af.
+
+"Allemachtig!" zei de heer Bensington.
+
+Toen hij zijn bril weder had opgezet, wendde hij zich weder naar den
+lessenaar, die, zoodra zijn elboog er tegen stootte, een coquet gepiep
+liet hooren, en de verhandeling met al haar figuren op den grond deed
+belanden, verfrommeld en verspreid.
+
+"Groote hemel!" zei mijnheer Bensington, zijn buik over den leunstoel
+rekkend met een geduldige minachting voor de gewoonten van dit
+gemakkelijk meubelstuk, en toen, bevindend dat de brochure nog buiten
+zijn bereik lag, liet hij zich op de handen vallen, om de stukken
+bijeen te garen. Op den grond viel het denkbeeld hem eigenlijk in,
+het "'t Voedsel der Goden" te noemen...
+
+Want ziet ge, als hij het bij het rechte eind had, en Redwood eveneens,
+zou hij, door deze nieuwe substantie in te spuiten of door ander
+voedsel te mengen de rustpoos geheel buiten rekening kunnen laten,
+en in plaats dat de groei aldus ging:
+
+
+[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]
+
+
+zou hij (als ge mij volgen kunt) aldùs gaan:
+
+
+[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.]
+
+
+
+IV.
+
+Bensington deed den nacht na zijn gesprek met Redwood haast geen oog
+dicht. Eens meende hij in den dommel te raken, doch dit was slechts
+voor een oogenblik en toen droomde hij dat hij een diep gat in de
+aarde gegraven had, en daarin tonnen vol Godenvoedsel wierp en de
+aarde zette al meer en meer uit, en al de grenzen der verschillende
+landen scheurden, en het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap was
+als één man aan het werk, als één gróót kleermakersgilde, om den
+equator ùit te leggen...
+
+Het was natuurlijk een belachelijke droom, doch het toont veel
+beter dan één der dingen, die hij zeide of deed als hij wakker en
+op zijn hoede was, den staat van geestelijke opwinding aan, waarin
+hij verkeerde. Anders zou ik er geen melding van gemaakt hebben,
+daar ik over het algemeen het elkaar-droomen-vertellen volkomen
+onbelangrijk vind.
+
+Door een vreemde toevalligheid droomde Redwood dien nacht eveneens,
+en wat hij droomde was het volgende:
+
+
+[Afbeelding: Lijn recht omhoog.]
+
+
+Het was een figuur dat vurig stond afgedrukt op een lange rol, die
+zich tot in het oneindige verlengde. En hij (Redwood) stond op een
+planeet voor een soort van zwart podium; en hij hield een lezing over
+den nieuwen groei die nu mogelijk was, voor het Meer dan Koninklijk
+Instituut van Oorspronkelijke Krachten,--krachten die tot dan toe,
+zelfs bij den groei der rassen, keizerrijken, sterrenstelsels en
+werelden steeds aldus gewerkt hadden:
+
+
+[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]
+
+
+En in sommige gevallen zelfs zoo:
+
+
+
+[Afbeelding: Lijn, eerste in stappen omhoog, dan curve naar beneden.]
+
+
+En hij was bezig heel helder en vol overtuiging uit te leggen dat
+deze langzame, achteruitgaande methoden weldra geheel uit de mode
+zouden zijn door zijne ontdekking.
+
+Belachelijk natuurlijk. Doch ook dit toont aan--
+
+Dat elk van deze beide droomen moet beschouwd worden als ook maar
+eenigermate meer beteekenisvol of profetisch dan ik categorisch gezegd
+heb, zou ik geen oogenblik durven opperen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+DE PROEF-HOEVE.
+
+
+I.
+
+Bensington nam zich oorspronkelijk voor, met zijn goedje proeven
+te nemen op jonge donderpadden, zoodra hij het werkelijk kon
+produceeren. Dergelijke dingen worden altijd het eerst geprobeerd op
+donderpadden; want daar zijn kikkers toch voor!--En zij kwamen overeen
+dat hij en niet Redwood de proefnemingen zou doen, omdat Redwood's
+laboratorium in beslag genomen werd door den projectiel-snelheidsmeter
+en de dieren, die noodig waren voor een onderzoek naar de Dagelijksche
+Afwijking in het aantal horenstooten per dag van den Jongen Stier,
+een onderzoek dat kromme lijnen van abnormale en zeer verwarrende soort
+opleverde, en de aanwezigheid van glazen bollen met donderpadjes erin
+was bijzonder ongewenscht, zoolang bovengenoemd onderzoek juist in
+vollen gang was.
+
+Doch toen de heer Bensington zijn nicht Jane iets toevertrouwde van
+wat hij in het hoofd had, sprak zij onmiddellijk haar veto uit over den
+invoer van donderpadden of dergelijke wezens om op te experimenteeren,
+in hun verdiepingwoning. Zij had niet het minste bezwaar dat hij
+een der vertrekken van hun verdieping gebruikte voor dingen zooals
+scheikunde waar geen ontploffingen bij te pas kwamen, en die geen
+nadeelige gevolgen had wat haar zelve betrof; zij had geen bezwaar
+dat hij een gas-fornuis en een gootsteen en een stof-vrije kast er op
+nahield, die veilig bleven voor den wekelijkschen storm der schoonmaak
+dien zij op andere plaatsen duchtig liet woeden. En daar zij lieden
+gekend had die aan den drank verslaafd waren, beschouwde zij zijn haken
+naar onderscheiding in geleerde genootschappen als een uitmuntende
+plaatsvervanger voor den groveren vorm van verdorvenheid. Doch
+massa's levende dingen, die zoo "kronkelerig" waren als ze leefden en
+"stinkerig" als ze dood waren, dat kon en wilde ze niet dulden. Zij
+zei, dat dergelijke dingen beslist ongezond moesten zijn, en dat
+Bensington een man was die erg moest oppassen--en dat het onzin zou
+zijn als hij wilde beweren dat dit niet zoo was.
+
+En toen Bensington probeerde haar het enorme gewicht van deze mogelijke
+ontdekking te doen zien, zeide ze dat 't allemaal goed en wel was,
+maar dat, als zij hem toestond alles in huis akelig en ongezond te
+maken (en daar kwam 't toch maar allemaal op neer), hij de eerste
+zou zijn om zich te beklagen.
+
+En mijnheer Bensington liep het vertrek op en neer, niet lettend op
+zijn eksteroogen, en praatte langen tijd met veel gedecideerdheid, en
+zelfs misnoegen in zijn stem, zonder het geringste effect. Hij opperde
+dat niets de Bevordering der Wetenschap in den weg behoorde te staan
+en zij zeide dat de Bevordering der Wetenschap allemaal heel goed en
+wel was, maar dat een hoop donderpadden op een bovenverdieping háár te
+machtig was; hij zei dat het in Duitschland een voldongen feit was,
+dat een man met een idee als het zijne onmiddellijk twintig duizend
+goed-ingerichte kubieke voet laboratorium tot zijn beschikking zou
+krijgen, en zij zei dat ze blij was, en altijd blij was geweest, dat ze
+geen Duitsche was; hij zei dat het hem voor altijd beroemd zou maken
+en zij zei dat er veel meer kans bestond dat het hem ziek zou maken,
+als hij een hoop donderpadden op een verdieping als de hunne hield; hij
+zei dat hij baas in zijn eigen huis was, en zij zei dat zij dan maar
+liever directrice van een school werd, dan te moeten zorgen voor een
+hoop enge jonge kikkers; en toen verzocht hij haar niet zulken onzin
+te praten en zij verzocht hem hetzelfde, en verzocht hem die ideeën
+over kikkers te laten varen; en hij zei dat ze wel een beetje meer
+respect voor zijn ideeën kon hebben, en zij zei dat zij dat niet kon
+of wilde als er zoo'n "luchtje" aan was--en toen--niettegenstaande de
+klassieke opmerkingen die Huxley over dit punt gemaakt heeft--verloor
+hij alle geduld en zei een goddeloos woord. Niet zoo heel goddeloos,
+maar toch plat genoeg. En toen was zij zeer beleedigd en hij moest
+excuus vragen, en het vooruitzicht het Godenvoedsel ooit op hun
+verdieping op kikkers te probeeren, verdween geheel in het excuus.
+
+Derhalve moest Bensington er iets anders op zien te vinden om zijn
+proefnemingen op het gebied van voeding, die noodig zouden zijn om
+zijn ontdekking te demonstreeren, te kunnen uitvoeren, zoodra hij zijne
+zelfstandigheid afgezonderd en bereid had. Eenige dagen lang bepeinsde
+hij de mogelijkheid zijn kikkers bij den een of anderen vertrouwden
+persoon in den kost te doen en toen richtte het toevallig-zien van
+de uitdrukking in een courant zijne gedachten op een "Proef-Hoeve."
+
+En kuikens. Direct toen hij er aan dacht, dacht hij eraan als aan een
+hoenderfokkerij. Plotseling kreeg hij een visioen van reusachtig-sterk
+groeiende kuikens. Hij zag voor zich een beeld van rennen, en hokken,
+hokken die àl grooter en grooter werden, en rennen die in grootte hier
+gelijken tred mede hielden. Kuikens zijn zoo gemakkelijk te naderen,
+zoo gemakkelijk te voederen en waar te nemen, zóóveel droger om te
+hanteeren en te meten, dat kikkers hem voor zijn doel nu erg wilde
+en onhandelbare beesten toeleken. Hij kon maar niet begrijpen hoe
+het kwam dat hij niet aan kuikens en wèl aan kikkers gedacht had van
+het begin af. Onder meer, zou het hem al dat gezeur met nicht Jane
+bespaard hebben. En toen hij het Redwood voorstelde, was deze het
+volkomen met hem eens.
+
+Redwood zei overtuigd te zijn dat experimenteele physiologen een
+grooten misslag begingen met proeven te doen op noodeloos-kleine
+dieren. Het stond precies gelijk met experimenteeren in de scheikunde
+met een onvoldoende hoeveelheid materiaal; fouten in opmerking en
+behandeling worden onevenredig groot. Het was, juist in dezen tijd,
+van buitengewoon groot gewicht, dat de wetenschappelijke mannen
+hun recht lieten gelden op groot materiaal. Dat was dan ook de reden
+waarom hij zijn tegenwoordige experimenten aan het Bond-street College
+verrichtte op jonge stieren, niettegenstaande zekere mate van ongerief
+voor de studenten, en professoren die in andere vakken college gaven,
+door de lichtzinnigheid en het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel
+van deze dieren in de corridors nu en dan. Doch de kromme lijnen,
+die hij kreeg, waren buitengewoon belangwekkend en zouden, zoo ze
+uitkwamen, zijn keuze ten volle rechtvaardigen. Wat hemzelf betrof,
+zoo de wetenschap niet zoo stiefmoederlijk bedeeld ware geweest in
+dit land, zou hij nooit, als het niet hoefde, experimenteeren op iets
+kleiners dan een walvisch. Maar een Publiek Vivarium, van voldoende
+grootte om dit mogelijk te maken, was, vreesde hij, op dit oogenblik
+in dit land tenminste, een Utopistische eisch. In Duitschland--enz.
+
+Daar Redwood's jonge stieren zijn dagelijksche zorg vereischten, kwam
+het kiezen en uitrusten der Proef-Hoeve grootendeels op Bensington
+neer. Ook werd overeengekomen dat alle kosten zouden bestreden worden
+door Bensington, tot zij voldoende van buitenaf gesteund werden om het
+experiment voort te zetten. Derhalve wisselde hij zijn werk in het
+laboratorium op zijn verdieping af met de jacht naar een pachthoeve
+langs de spoorweglijnen, die van London naar het zuiden loopen,
+en zijn glurende bril, zijn vriendelijke kaalhoofdigheid, en zijn
+opengewerkte linnen schoenen, vervulden de eigenaars van tallooze
+onverhuurbare eigendommen met ijdele hoop. En hij adverteerde in
+verscheidene dagbladen en in "de Natuur," om een verantwoordelijk paar
+(gehuwd) dat nauwgezet en handig was, en gewoon met hoenders om te
+gaan, om het algeheele beheer van een Proef-hoeve van een grooten
+bunder op zich te nemen.
+
+Hij vond de plaats die hij noodig had te Hickleybrow, dicht bij Urshot
+in Kent. Het was een eigenaardige, afgelegen plek, in een vallei,
+omzoomd door pijnbosschen, die des avonds donker en ongastvrij
+waren. Een hooge heuvel sneed het af van den zonsondergang en een
+grillige put met een uit elkaar hangend afdak deed het gebouw kleiner
+lijken dan het was. Tegen het kleine huis klommen geen klimplanten
+op, er waren verscheidene ruiten gebroken, en de wagenschuur wierp
+zelfs in den middag een donkere schaduw. Het lag op anderhalven mijl
+van het laatste huis van het dorp en de eenzaamheid ervan werd op
+twijfelachtige wijze vervroolijkt door een rondwandelende familie
+van echo's.
+
+De plaats leek Bensington bijzonder geschikt voor wetenschappelijk
+onderzoek. Hij liep het erf rond, hokken en rennen teekenend met
+een zwaaienden arm, en bevond dat de keuken zonder veel verandering
+te behoeven te ondergaan een aantal broedtoestellen en kunstmoeders
+kon bergen.
+
+Hij nam de plaats onmiddellijk; en op den terugweg naar Londen stapte
+hij uit te Dunton Green, en engageerde een geschikt paar dat op zijn
+advertenties geschreven had, en nog dien zelfden avond slaagde hij
+erin een voldoende hoeveelheid Herakleophorbia I te isoleeren om deze
+schikkingen meer dan te rechtvaardigen.
+
+Het geschikte paar, dat onder Bensington de eerste aalmoezeniers op
+aarde van het Voedsel der Goden zou zijn, was niet alleen zeer merkbaar
+op jaren, maar ook buitengewoon vuil. Bensington merkte dit laatste
+niet op, omdat niets het algemeene opmerkingsvermogen zoozeer afstompt
+als een leven van experimenteele wetenschap. Zij heetten menheer en
+juffrouw Skinner, en de heer Bensington interviewde hen in een klein
+vertrek mat hermetisch gesloten vensters, een verweerden spiegel
+boven den schoorsteenmantel en een paar kwijnende calceolaria's.
+
+Juffrouw Skinner was een heel klein oud vrouwtje, zonder muts, met
+vuil-wit haar dat erg plakkerig was weggekamd van een gezicht dat
+oorspronkelijk al bestond uit, en nu, door het verlies van tanden
+en kin, en het rimpelen van wat er verder was, eindigde met bijna
+uitsluitend te zijn--neus. Zij was gekleed in lei-kleurige kleedij
+(voor zoover haar japon tenminste nog kleur had), die op een plaats
+gelapt was met een strook rood flanel. Zij liet hem binnen en praatte
+zeer bedachtzaam tegen hem, en gluurde naar hem om en over haar neus,
+terwijl ze hem in vertrouwen mededeelde dat Skinner eenige wijziging
+in zijn toilet aan het aanbrengen was. Zij bezat één tand, die haar
+uitspraak in den weg stond, en zij hield haar lange gerimpelde
+handen zenuwachtig saamgeperst. Zij vertelde den heer Bensington
+dat zij al jaren met hoenders had omgegaan, en alles wist omtrent
+broedmachines; ja, zij zelven hadden eens een hoenderpark gedreven,
+en het was eindelijk alléén failliet gegaan door gebrek aan leerlingen.
+
+"Ziet u," zeide juffrouw Skinner, "de leerlingen, die brenge de
+cente in."
+
+Meneer Skinner bleek bij zijne verschijning te zijn een man met
+een groot breed gezicht, die lispelde en zóó erg scheel zag, dat
+hij over uw hoofd heenkeek; hij had opengesneden pantoffels aan,
+die Bensington dadelijk voor hem innamen, en hij zat erg schaars in
+zijn knoopen. Hij hield met één hand zijn jas en hemd bij elkaar, en
+trok, met den wijsvinger van de andere, modellen op het zwart-met-goud
+tafelkleed, terwijl zijn eene oog dat hiernaar niet keek, Bensington's
+zwaard van Damocles (om het zoo maar eens uit te drukken), gadesloeg
+met een eenigszins droevige los-van-de-wereld-zijnde uitdrukking:
+"U wilt dethe boerderij niet drijven om de winst. Neen, meneer. 't
+Komt alleth op 't zelfde neer, mijnheer. Proeven! Net thoo!"
+
+Hij zeide dat ze dadelijk naar de boerderij konden vertrekken. Hij
+deed niets te Dunton Green dan een beetje kleermaken. "'t Ith niet
+zoo'n voordeelige plaatsth als ik dacht, en wat ik daar maak, ith
+haastht niet de moeite waard," zeide hij, "thoodat, als 't u beter
+thchikt, wij dadelijk..."
+
+En binnen een week waren meneer en juffrouw Skinner op de boerderij
+geïnstalleerd, en de karwei-timmerman van Hickleybrow wisselde de
+taak van kippehokken-timmeren en rennen-maken af met een systematisch
+gesprek over den heer Bensington.
+
+"Ik heb hem nog niet veel gethien," zeide de heer Skinner. "Maar
+voorzoover als ik uit hem wijth heb kunnen worden, lijkt hij mij een
+stomme ouwe dwaath."
+
+"Ik dacht wel dat er een van z'n vijf op den loop was," zei de
+timmerman van Hickleybrow.
+
+"Hij denkt, dat ie wat weet van hoenderth," zeide de heer
+Skinner. "Heerem'ntijd! Als je 'm hoorde, zou je denken dat niemand
+wat van hoenderth wisht dan hij."
+
+"'IJ ziet er zelf uit as een 'en," zeide de timmerman van Hickleybrow;
+"misschien door z'n bril."
+
+De heer Skinner kwam wat dichter bij den timmerman van Hickleybrow
+staan, en sprak vertrouwelijk met hem, en het eene treurige oog
+keek naar het verwijderde dorp, en het andere schitterde en keek
+kwaadaardig. "Moete èlke dag gemete worde,--iedere kip, thegt ie. Om
+te thien of the goed groeie. Nou theg,--he? Iedere kip, thowerachtig,
+iedere dag."
+
+En de heer Skinner stak zijn hand op om er achter te lachen op een
+beschaafde, en aanstekelijke manier, en haalde de schouders erg hoog
+op--en alleen zijn andere oog deelde niet in den lach. Toen, eraan
+twijfelend of de timmerman het fijne van de zaak wel gesnapt had,
+herhaalde hij met een doordringend gefluister: "gemète!"
+
+"'IJ is nog erger dan onze ouwe baas; verdompeld as 't niet waar is,"
+zei de timmerman van Hickleybrow.
+
+
+
+II.
+
+Experimenteeren is het langzaamste werk ter wereld; (de rapporten
+erover in de "Philosophische Verhandelingen" zijn misschien nòg
+vervelender) en het leek den heer Bensington erg lang toe, vóór
+zijn eerste droom van enorme mogelijkheden vervangen werd door een
+kruimpje verwerkelijking. Hij had de Proef-Hoeve in October gekocht,
+en het was al Mei voor het eerste succès begon te dagen. In dien
+tijd moesten Herakleophorbia I, II en III geprobeerd worden, en
+mislukten; er ontstond last met de ratten op de boerderij en óók met
+de Skinners. De eenige manier om Skinner ertoe te krijgen te doen
+wat hem gezegd werd, was hem te dreigen met ontslag. Dan placht hij
+met zijn vlakke hand over zijn ongeschoren kin te wrijven--hij was
+steeds op de meest wonderbaarlijke manier ongeschoren en toch had
+hij nooit een baard--en naar den heer Bensington te kijken met één
+oog, en over hem heen met het andere en te zeggen: "O, natuurlijk,
+meneer--als 't u ernst ith...!"
+
+Doch eindelijk brak de dageraad aan. En zijn heraut was een brief in
+het lange spichtige handschrift van den heer Skinner.
+
+"Het nieuwe Broeisel is uit," schreef de heer Skinner, "en ik kan niet
+zeggen dat ze me bijzonder bevallen. Groeien erg spichtig op--heelemaal
+niet zooals dat andere toom was, vóór u uw laatste orders gaf. De
+anderen, vóór de kat ze te pakke kreeg, waren flinke, tierige kuikens,
+maar deze groeie als distels. Nooit zoo iets gezien. Ze pikken zóó
+hard, dat ik onmogelijk de juiste maat van ze kan geven. 't Zijn ware
+Reuzen en eten net zooveel. We zulle heel gauw weer graan noodig hebbe
+want nooit heb je kuikens zóó zien ete'. Grooter dan Bantams. Als
+ze zoo dóor gaan, zullen ze, al zijn ze ook spichtig, gauw groot
+genoeg zijn voor een tentoonstelling. Plymouth Rocks zijn er niks
+bij. Gisteren avond ben ik erg geschrokken, omdat ik dacht dat de kat
+achter ze zat, en toen ik uit het raam keek zou ik er op hebben kunnen
+zweren dat ik 'em onder het ijzerdraad door in het hok zag kruipen. De
+kuikens waren allemaal wakker, maar ik kon geen kat ontdekken. Daarom
+gaf ik ze maar wat koren, en sloot alles goed toe. Wees zoo goed me
+te melden of ik met het voer moet doorgaan zooals u gezegd heb. Het
+voeder dat u mengde is bijna allemaal op en ikzelf meng liever niets
+meer, na het ongeluk met de pudding. Met onze vriendelijke groeten,
+en ons in uwe gunst aanbevelend verblijf ik,
+
+
+Hoogachtend,
+
+Alfred Newton Skinner.
+
+
+De toespeling aan het einde sloeg op een melkpudding waar op de een
+of andere onverklaarbare wijze wat Herakleophorbia II in geraakt was,
+met pijnlijken en bijna noodlottigen afloop voor de Skinners.
+
+Doch de heer Bensington, die tusschen de regels doorlas, zag in den
+weligen groei de bereiking van zijn lang gezocht doel. Den volgenden
+morgen stapte hij uit te Urshot en in de tasch in zijn hand droeg
+hij, goed verzegeld, in drie bussen, een voorraad Voedsel der Goden,
+voldoende voor alle kuikens in Kent.
+
+Het was een heldere, mooie morgen, laat in Mei en zijne likdoorns waren
+zooveel beter, dat hij besloot door Hickleybrow naar zijn boerderij
+te wandelen. Het was goed drie en een halve mijl, door het park en
+het dorp, en dan langs de valleien van de Hickleybrowsche afgesloten
+jachtgronden. De boomen waren allen als met een waas van groene
+loovertjes bedekt, de heggen waren vol kamille en paaschbloemen, en
+de bosschen vol blauwe hyacinthen en roode orchideeën; en overal was
+gerucht van vogels, grijze lijsters, merels, roodborstjes, vinken en
+vele andere soorten en in een warmer hoekje van het park ontvouwde
+zich wat brem, en renden en sprongen vaalroode herten rond.
+
+Deze dingen deden Bensington terugdenken aan het vroegere en
+nu vergeten genot dat hij in het leven vond; voor zijne oogen
+werd de belofte zijner ontdekking levend en vreugdevol, en het
+scheen hem werkelijk toe dat hij den gelukkigsten dag zijns levens
+bereikt had. En toen hij in den door de zon verlichten ren bij het
+zandheuveltje onder de schaduw der pijnboomen de kuikens zag die van
+het voedsel dat hij voor hen gemengd had, hadden gegeten, reusachtig
+en onbeholpen, nù al grooter dan menige kip die getrouwd en gezet is,
+en nog steeds groeiend, nog in hun eersten zachten gelen dos (licht
+getint met bruin over den rug), toen begreep hij ten volle dat zijn
+gelukkigste dag was aangebroken.
+
+Op aandrang van meneer Skinner ging hij den ren binnen, doch nadat hij
+een of tweemaal door de spleten in zijn schoenen gepikt was, kwam hij
+er maar weer uit, en sloeg deze monsters gade door het traliewerk. Hij
+bracht het hoofd heel dicht erbij, en volgde al hunne bewegingen,
+alsof hij nooit tevoren een kuiken gezien had.
+
+"Je kunt er haath niet inkomme hoe ze d'er zulle uitzien as ze volwasse
+benne," zei de heer Skinner.
+
+"Groot als een paard," zei de heer Bensington.
+
+"Thal niet veel thchelen," zei Skinner.
+
+"Verscheiden menschen zouden hun maal kunnen doen van één
+vleugel!" zeide de heer Bensington. "Zij zouden aan stukken te snijden
+zijn als rundvleesch."
+
+"The thullen anderth wel niet doorgaan met tho hard te groeien,"
+zeide Skinner.
+
+"Niet?" zei de heer Bensington.
+
+"Nee," zei de heer Skinner. "Ik ken dit thoort. Thij beginne geil,
+maar the thcheijen er gauw mee uit!"
+
+Er volgde een oogenblik stilte.
+
+"'t Ith nikth anderth dan de behandeling, die 't em doet," zeide de
+heer Skinner bescheiden.
+
+De heer Bensington wendde plotseling zijn bril naar hem toe.
+
+"We fokten ze haatht net tho groot op onthe eigen sthtee," zeide
+meneer Skinner, zijn goede oog vroom ten hemel slaand, en een beetje
+loskomend; "ik en m'n vrouw."
+
+Bensington deed zijne gewone ronde over het erf, doch keerde spoedig
+naar den ren terug. Het was werkelijk meer dan hij had durven hopen. De
+gang der wetenschap is zoo kronkelig en zoo langzaam; na de duidelijke
+beloften en vóór de verwerkelijking komt, zijn dikwijls jaren en
+jaren van ingewikkeld gescharrel noodig en hier--hier droeg het
+Voedsel der Goden reeds vrucht na weinig meer dan één proefjaar! Het
+leek hem alles tè mooi--tè mooi. De uitgestelde verwachting die het
+dagelijksch voedsel is der wetenschappelijke verbeelding, zou nu niet
+langer zijn deel zijn!
+
+Zoo leek het hem tenminste toèn. Hij kwam telkens weder naar den ren
+en staarde verbaasd naar zijn wondere kuikens.
+
+"Laat ik eens kijken," zeide hij. "Ze zijn nu tien dagen oud. En ik
+zou denken dat ze, vergeleken bij een gewoon kuiken, ongeveer zes of
+zeven maal zoo groot zijn..."
+
+"'t Wordt tijd dat we opthlag van loon vrage," zeide Skinner tot
+zijne vrouw. "Hij ith tho lekker ath wat, dat we die kuikes in de
+tweede ren tho ver gekrege hebbe,--zoo lekker ath wat."
+
+Hij boog zich vertrouwelijk naar haar over.
+
+"'IJ denkt dat 't dat goedje van 'em ith," zeide hij achter zijn hand,
+en deed een onderdrukt gelach hooren in zijn keelholte...
+
+De heer Bensington was wèl een gelukkig man dien dag. Hij was niet
+in de stemming om te vallen over kleinigheden in het beheer. Het
+heldere daglicht deed weliswaar de groeiende slordigheid en vuilheid
+der Skinners duidelijker dan ooit zien, doch zijn aanmerkingen waren
+zeer zacht. De schotten van verscheidene hokken waren in staat van
+verval, doch hij scheen den uitleg van Skinner zeer geldig te vinden,
+toen deze hem in vertrouwen mededeelde, "dat 't 'n hond of een foth
+of ietsth dergelijkth wath dat 't dee."
+
+Bensington wees hem er op, dat de broedmachine niet schoongemaakt was.
+
+"Dat is ie ook niet, meneer," zei juffrouw Skinner met over elkaar
+geslagen armen, en zedig glimlachend achter haar neus. "'t Is as of
+we geen tijd gehad hebbe, om 'em schoon te make sints we hier zijn..."
+
+Hij ging naar boven om naar de rattenholen te zien, waarvoor Skinner
+een val wilde hebben--zeer zeker waren ze enorm groot--en ontdekte
+dat het vertrek, waarin het Voedsel der Goden vermengd werd met meel
+en zemelen, in schandelijke wanorde verkeerde. De Skinners behoorden
+tot het slag van lieden, die gebarsten schotels, oude bussen, en
+flesschen van ingemaakte augurken en mosterdpotjes nog wel ergens
+voor weten te gebruiken, en het vertrek was er mee bezaaid. In een
+hoek lag een groote hoop appels, die Skinner bijeengegaard had, te
+rotten en aan een spijker aan het afloopend gedeelte der zoldering
+hingen verscheidene konijnenvellen, waarop hij zijne vaardigheid als
+bontwerker wilde beproeven. ("The kunne mìjn niet veel meer leere
+van bont en tho," zeide Skinner).
+
+De heer Bensington haalde weliswaar critisch den neus op voor
+deze wanorde, doch hij maakte geen noodeloos kabaal, en zelfs
+toen hij een wesp zich vond te goed doen in een medicijnpot, half
+vol Herakleophorbia IV, merkte hij eenvoudig kalm op, dat ze zijn
+substantie liever moesten afsluiten voor de vocht, dan het zóó aan
+de lucht bloot te stellen.
+
+En hij wendde zich af, om op te merken, wat hem al eenigen tijd in het
+hoofd gezeten had: "ik geloof, Skinner--dat ik maar een van de kuikens
+zal slachten,--eenvoudig om een exemplaar te hebben. Ik denk dat we
+'t vanmiddag nog kunnen slachten, dan neem ik 't mee naar Londen."
+
+Hij deed alsof hij in een anderen medicijnpot keek en nam toen zijn
+bril af om die schoon te wrijven.
+
+"Ik zou graag," zeide hij, "ik zou erg graag een reliquie--een
+aandenken juist van dìt broedsel en speciaal op dèzen dag--hebben."
+
+"Tusschen twee haakjes," zei hij, "je geeft die kuikens toch geen
+vleesch?"
+
+"O, nee, meneer," zei Skinner, "dàt kan ik je verthekere, meneer,
+dat we nog tè veel afwete van hoenderthfokke, van welken aard dan ook,
+om thóó ietsth te doen."
+
+"Dus je weet zeker dat je geen restantjes van je middageten werpt
+in--ik meende de beenderen van een konijn te zien liggen in den
+versten hoek van de ren--"
+
+Doch toen zij ze eens bekeken, bevonden zij dat het de grootere
+beenderen van een kat waren, erg goed schoongepikt, en al erg droog.
+
+
+
+III.
+
+"Dàt is geen kuiken," zei Bensington's nicht Jane. "Denk je dat ik
+geen kuiken ken," zei Bensington's nicht Jane heftig. "'t Is véél
+te groot voor een kuiken, en bovendien, je kunt héél goed zien, dat
+'t geen kuiken is. Het lijkt meer op een trapgans dan op een kuiken."
+
+"Ik moet zeggen," zei Redwood, aarzelend, Bensington noode toestaand
+hem in het dispuut te betrekken, "ik moet bekennen, dat, de bewijzen
+in aanmerking genomen--"
+
+"O, als u dát doet," zei nicht Jane, "in plaats van uw oogen te
+gebruiken als een verstandig man--"
+
+"Nee maar, heusch, juffrouw Bensington--!"
+
+"Och, loop heen!" zei nicht Jane. "Jullie mannen zijn allemaal
+'t zelfde."
+
+"De bewijzen in aanmerking nemend, valt dit dier toch zeker onder dit
+soort--ongetwijfeld is het abnormaal, en overvoed, maar tòch--vooral
+daar het gekomen is uit het ei van een normale kip--geloof ik toch,
+juffrouw Bensington, te moeten toegeven, dat dit, voor zoover men
+het ièts kon noemen, een kuiken is."
+
+"Dus u denkt dat dit een kuiken is?" zei nicht Jane.
+
+"Ik gelóóf dat dit een kuiken is," zei de heer Redwood.
+
+"Wat een onzin!" zei Bensington's nicht Jane, en "och," (dit gericht
+tegen Redwood's hoofd) "jullie met je onzin," en toen keerde zij zich
+plotseling om, ging de kamer uit en sloeg de deur achter zich dicht.
+
+"En 't is een heele opluchting, ook voor mij, het te zien, Bensington,"
+zei Redwood, toen de nagalm van het dichtslaan der deur weggestorven
+was. "Al moet ik zeggen dat 't erg groot is."
+
+Zonder dat Bensington hem hiertoe behoefde uit te nooden, ging hij
+in den lagen leunstoel bij het vuur zitten en bekende dingen bedreven
+te hebben, die zelfs voor een leek ongepast zouden zijn geweest.
+
+"Je zult het wel wat overhaast van me vinden, Bensington," zei hij,
+"maar de quaestie is, dat ik een klein beetje--niet erg veel--maar
+toch, een beetje--in de flesch van baby gedaan heb, nu zoowat een
+week geleden!"
+
+"Maar als nu--!" riep Bensington uit.
+
+"Jawel, dat weet ik," zeide Redwood, en keek naar het reuzenkuiken
+op den schotel op tafel.
+
+"'t Is gelukkig goed afgeloopen," en hij zocht in zijn zak naar
+zijne cigaretten.
+
+Bij stukjes en beetjes gaf hij de bijzonderheden:
+
+"Arme kleine kerel, kwam maar niet vooruit in gewicht... vreeselijk
+ongerust. Winkles, een vent van niks... vroegere leerling van me... deê
+niks... m'n vrouw, onbeperkt vertrouwen in Winkles... Je weet wel,
+een man met een optreden als een rots... overdonderend... Niets geen
+vertrouwen in mìj, natuurlijk... Gaf Winkles les... mocht nauwelijks
+in de kinderkamer komen... moest toch ìets gedaan worden... sloop
+naar binnen toen de zuster zat te ontbijten... en kreeg de flesch
+in handen."
+
+"Maar dan zal het aan 't groeien gaan," zei de heer Bensington.
+
+"Het gróéit al. Zevenentwintig ons verleden week... Nu moet je Winkles
+'es hooren. "Ligt alleen aan de behandeling," zei hij.
+
+"Wel allemachtig! precies 't zelfde zei Skinner!"
+
+Redwood keek nog eens naar het kuiken. "'t Moeilijke van de zaak is,
+om het aan den gang te houden. Ze vertrouwen mij niet meer alleen
+in de kinderkamer, omdat ik probeerde een groei-lijn van Georgina
+Phyllis te krijgen--en hoe moet ik em nu een tweede dosis geven--"
+
+"Is 't noodig?"
+
+"Hij schreit al twee dagen--hoe dan ook, met zijn gewone voedsel kàn
+hij niet doorgaan. Moet nu méér hebben."
+
+"Zeg 't aan Winkles."
+
+"Winkles kan naar den duivel loopen!" zei Redwood.
+
+"Je kondt Winkles in den arm nemen, en hem poeders geven om aan het
+kind te geven--"
+
+"Ja, daar zal wel niets anders op zitten," zeide Redwood, zijn kin
+op zijn vuist latend rusten en in het vuur kijkend.
+
+Bensington stond een oogenblik het dons op de borst van het kuiken glad
+te strijken. "'t Zullen reusachtig groote hoenders worden," zei hij.
+
+"Dàt zullen ze," zei Redwood nog steeds in den gloed starend.
+
+"Zoo groot als paarden," zei Bensington.
+
+"Gróóter," zei Redwood. "Wat ik je zeg, hoor!"
+
+Bensington wendde zich van het exemplaar af.
+
+"Redwood," zei hij, "deze hoenders zullen fureur maken."
+
+Redwood knikte tegen het vuur.
+
+"En waarachtig!" zei Bensington plotseling naderbij tredend met
+schitterende brilleglazen, "je kleine jongen óók!"
+
+"Daar denk ik net aan," zei Redwood.
+
+Hij liet zich achterover in zijn stoel vallen, zuchtte, wierp de
+nog-niet-opgerookte cigarette in het vuur, en stak zijn handen diep
+in zijne broekzakken. "Daar dacht ik juist over. Dit Herakleophorbia
+zal raar goedje worden om mee om te gaan. Denk toch es hoe hard dat
+kuiken gegroeid moet zijn--"
+
+"Een kleine jongen, die zóó hard groeit," zei de heer Bensington
+langzaam, en keek naar het kuiken terwijl hij het zeide.
+
+"Zeg!" zei Bensington, "wat een kerel zal dàt worden."
+
+"Ik zal hem steeds kleiner wordende doses geven," zei Redwood. "Of
+liever gezegd, Winkles zal dit doen."
+
+"'t Experiment is tè sterk."
+
+"Jawel."
+
+"Maar toch, weet je, moet ik zeggen--...Te een of andere tijd zal de
+een of andere baby 't tòch moeten slikken."
+
+"O, zeker, we zullen er beslist proeven mee nemen op de een of
+andere baby.--"
+
+"Precies," zei Bensington, kwam op het haardkleed staan en zette zijn
+bril af om hem schoon te maken.
+
+"Ik geloof niet, Redwood, dat, vóór ik deze kuikens zag, ik begòn
+te beseffen--ook maar iets--van de mogelijkheid die er lag in wat
+wij gemaakt hadden. En zelfs nu begint het pas tot mij door te
+dringen... de mogelijke gevolgen..."
+
+En zelfs op dat oogenblik had Bensington nog geen vaag besef van de
+mijn, die dat lontje zou doen springen.
+
+
+
+IV.
+
+Dit gebeurde in het begin van Juni. Gedurende een paar weken was
+Bensington verhinderd de Proef-Hoeve te bezoeken door een ernstige,
+doch zuiver denkbeeldige catarrh, en Redwood bracht er slechts een
+noodzakelijk overhaast bezoek aan. Hij kwam terug, als vader nog
+bezorgder kijkend dan vóór hij ging. Alles bij elkaar genomen, was
+het nu zeven weken dat de groei staag en ononderbroken voortging...
+
+En toen begonnen de wespen hun loopbaan.
+
+Het was achter in Juni, en bijna een week vóór de kippen uit
+Hickleybrow ontsnapten, dat de eerste der groote wespen gedood
+werd. Het bericht ervan verscheen in verscheidene bladen, maar ik
+weet niet of het nieuws den heer Bensington bereikte, en nog veel
+minder of hij het in verband bracht met het gebrek aan orde dat in
+alles op de Proef-Hoeve heerschte.
+
+Er bestaat nu niet meer den geringsten twijfel aan, dat, terwijl
+de heer Skinner de kuikens van den heer Bensington opfokte met
+Herakleophorbia IV, een aantal wespen èven werkzaam--en misschien nòg
+werkzamer--bezig waren hoeveelheden van hetzelfde deeg te vervoeren
+naar hun vroege zomer-broedsels op de heuvelen achter de naburige
+pijnbosschen. En het is boven allen twijfel verheven, dat deze vroege
+broedsels precies evenveel baat vonden bij deze substantie als de
+kippen van den heer Bensington. Een wesp bereikt uitteraard vroeger
+den rijpen leeftijd dan een kip--en inderdaad waren van al de wezens
+die--door de gulle achteloosheid der Skinners--deelden in de geneugten
+waarmede de heer Bensington zijne kippen overlaadde--de wespen de
+eersten, die in de wereld op den voorgrond begonnen te treden.
+
+Het was een boschwachter, Godfrey genaamd, op het buiten van
+luitenant-kolonel Rupert Hick, bij Maidstone, die het eerste dezer
+monsters ontmoette en het geluk had het te dooden. Hij liep tot aan
+zijne knieën in de brem, dwars over een open veld in de beukenbosschen,
+die verscheidenheid brengen in het park van luitenant-kolonel Hick,
+en hij droeg zijn geweer--gelukkig voor hem een dubbelloops--over
+zijn schouder, toen hij het ding het eerst in het oog kreeg. Het kwam,
+zegt hij, met het licht mee, zoodat hij het niet duidelijk kon zien,
+en terwijl het op hem afkwam, liet het een gesnor hooren "als een
+automobiel." Hij geeft toe dat hij bang werd. Het was blijkbaar zoo
+groot als, of nog grooter dan een kerkuil, en voor zijn geoefend oog
+moet de vlucht en in het bijzonder het nevelige gedwarrel der vleugels
+iets onheilspellend on-vogelachtigs geleken hebben. Bij het instinct
+van zelfverdediging, stel ik mij voor, kwam langdurige gewoonte,
+toen, zooals hij zegt, hij "het schot er aftrok."
+
+Het vreemde van het geval had waarschijnlijk invloed op zijn mikken;
+het grootste gedeelte van zijn schot hagel miste tenminste, en het
+ding viel slechts een oogenblik neer met een nijdig "Wzzzz," dat
+het onmiddellijk kenmerkte als een wesp. Toen vloog het weder op,
+terwijl alle strepen tegen het licht glansden. Hij zegt dat het op
+hem af kwam. Hoe dan ook, hij ledigde zijn tweeden loop op nog geen
+twintig pas, en wierp zijn geweer weg, liep een paar pas ver weg,
+en bukte zich toen om het uit den weg te gaan.
+
+Hij is er zeker van dat het hem op nog geen meter afstands
+voorbijsnorde, tegen den grond sloeg, weder opvloog, nogmaals neerviel,
+op misschien dertig meter afstand, en toen op zij rolde, met een zich
+krommend lichaam, terwijl de angel om zich heen stiet, in en uit, in
+zijn laatsten doodstrijd. Hij schoot er beide loopen nogmaals op af,
+vóor hij er zich dichtbij waagde.
+
+Toen hij aan het meten ging, bevond hij dat het een vlucht van
+zevenentwintig en een halven duim had, en de angel was drie duim
+lang. De buik was hem schoon van het lijf weggeschoten, maar hij
+schatte de lengte van het ding van kop tot angel op achttien duim--wat
+ongeveer uitkomt. Zijn facetten-oogen waren zoo groot als guldens.
+
+Dat is de eerste authentieke verschijning van deze reuzen-wespen. Den
+dag daarna scheelde het heel weinig of een fietsrijder, die met
+opgetrokken beenen den heuvel tusschen Sevenoaks en Tonbridge kwam
+afdalen, reed over een tweede dezer reuzen, die dwars over den weg
+kroop. Zijn voorbijkomen scheen het dier te verschrikken, en het vloog
+òp met een gedruisch als een zaagmolen. Zijn fiets hotste over den
+weg in de ontroering van het oogenblik, en toen hij in staat was òm
+te kijken, zweefde de wesp heen, hoog over de bosschen, in de richting
+van Westerham.
+
+Na een tijdje onvast voortgereden te hebben, remde hij, stapte af--hij
+beefde zoo hevig, dat hij over zijn fiets viel terwijl hij het deed--en
+ging aan den kant van den weg zitten om bij te komen. Hij was van plan
+geweest naar Ashford te trappen, doch kwam niet verder dan Tonbridge
+dien dag...
+
+Merkwaardig genoeg zijn er de eerstvolgende drie dagen geen berichten
+van groote wespen, die gezien werden. De weerberichten van die
+dagen raadplegend, bevind ik dat de lucht bedekt was, en het door
+plaatselijke buien te koud was om veel uit te vliegen, wat misschien
+deze tusschenruimte verklaart. Op den vierden dag was de hemel weder
+blauw, en scheen de zon prachtig en braken er zooveel wespen los,
+als de wereld voorzeker te voren nooit gezien had.
+
+Het is onmogelijk te raden hoeveel groote wespen er dien dag te
+voorschijn kwamen. Er zijn minstens vijftig gevallen van hunne
+verschijning vermeld. Er viel één slachtoffer, een kruidenier, die
+een van deze monsters in een suikervat ontdekte en het onbezonnen
+aanviel met een spa, toen het opvloog. Hij sloeg het neêr voor een
+oogenblik, en het stak hem door zijn laars toen hij het een tweeden
+slag toebracht, en het lichaam van het dier in tweeën sneed. Hij was
+het eerste van hun tweeën dood...
+
+De meest dramatische van die vijftig verschijningen was wel die van de
+wesp die het Britsch Museum bezocht, tegen den middag, en die uit het
+blauwe luchtruim neerschoot op een der tallooze duiven die op het plein
+vóór dat gebouw gevoederd worden, en ermee naar de kroonlijst vloog
+om zijn slachtoffer op zijn gemak te verslinden. Daarna kroop zij een
+tijdlang over het dak van het museum, kwam door een vallicht den koepel
+der leeszaal binnen, gonsde hier eenigen tijd in rond--er ontstond een
+paniek onder de lezers--vond eindelijk een raam en verdween plotseling
+in stilte weder uit de menschelijke waarnemingssfeer.
+
+Het meerendeel der andere berichten behelsde niets anders dan dat
+ze langs, of neergekomen waren. Een picnic werd te Aldington Heuvel
+uiteengejaagd en alle lekkernijen en de jam verorberd, en een jonge
+hond werd gedood en aan stukken gescheurd dicht bij Whitstable,
+voor de oogen van zijn meesteres...
+
+De straten weerklonken dien avond van den roep over de wespen,
+de plakkaten der nieuwsbladen wijdden zich in de vetste letters
+uitsluitend aan de "Reusachtige Wespen in Kent!" Opgewonden
+hoofdredacteurs en redacteuren holden wenteltrappen op en af en
+brulden allerlei over "wespen." En Professor Redwood, die uit zijn
+college in Bondstreet kwam, opgewonden door een warm dispuut met
+zijn comité over den prijs van jonge stieren, kocht een avondblad,
+opende het, verschoot van kleur, dacht geen oogenblik langer aan zijn
+jonge stieren en zijn comité, en reed zoo hard het paard maar loopen
+wilde in een bakje naar Bensington's kamers.
+
+
+
+V.
+
+De verdieping werd in beslag genomen, leek het hem toe--met
+buitensluiting van alle andere voelende dingen--door meneer Skinner
+en zijn stem, zoo ge tenminste een van beiden een voelend iets
+kunt noemen!
+
+De stem was héél hoog, baggerend in de angsttonen.
+
+"We kunne onmogelijk blijve, meneer, we thijn d'r gebleve in de
+hoop dat 't beter thou worden, en 't wordt hoe langer hoe erger,
+meneer. 't Thijn niet alleen de wethpen, meneer--d'r thijn groote
+oorwormen, meneer, thóó groot, meneer." (Hij stak zijn geheele hand en
+nog ongeveer drie duim vette, smerige pols uit). "M'n vrouw krijgt er
+haatht een beroerte van angtht van, meneer. En de brandnetelth bij de
+kippenloopen, meneer, diè groeie ook al, meneer, en het kanariekruid,
+meneer, dat we bij de thinkput thaaiden, meneer--dat sthak z'n ranke
+door het raam 'th nachts, meneer, en greep m'n vrouw bijna bij d'r
+beene, meneer. Dat komt door dat voeder van u, meneer. Overal waar we
+wat gemortht hebbe, meneer, ith alles wèliger an 't groeie gegaan,
+meneer, dan ik dacht dat mogelijk wath. 't Ith onmogelijk, meneer,
+om nog 'n maand te blijve, meneer. We thoue d'r niet levend van daan
+komme, meneer. Al stheke de wespen onth niet, dan thulle we gethmoord
+worde door de thlingerplant, meneer. Je kunt je d'r geen denkbeeld
+van make, meneer--alth je thelf niet komt kijke, meneer--"
+
+Hij richtte zijn verheven oog naar de kroonlijst boven Redwood's
+hoofd. "Wie thal thegge, meneer, of de ratte 't ook al niet te pakke
+hebbe, meneer! En daar ben ik 't bangthste voor, meneer. Tot nog toe
+heb ik geen groote rat gethien, meneer, maar wie thal 't thegge,
+meneer? We thijn dage lang in de war geweetht van thchrik toen we
+die oorwurme thage--alth kreefte, meneer--twee, meneer--en dan dat
+kanariekruid; en tho gauw toen ik de wethpen hoorde, meneer, thnapte ik
+'t. Ik wachtte geen oogenblik langer, dan om 'n knoop antethette die
+'k verlore had, en toen ben ik maar gauw hierheengekomme. En nou ben ik
+half buite methelf van angst over m'n vrouw, meneer. Dat kanariekruid
+kruipt over de heele plaatth alth een thlang, meneer--terwijl je d'r
+naar kijk, meneer! en dan die oorwurme, die hoe langer hoe grooter
+worde, en de wepthe--ze heeft thelfths geen thakjethblauw [2],
+meneer,--alth d'r wat overkwam, meneer!"
+
+"Maar de kippen," zeide de heer Bensington; "hoe gaat het met de
+kippen?"
+
+"We hebbe the tot githtere gevoederd, 't ith waar," zei de heer
+Skinner, "maar vanmorge dòrthte' we niet meer, meneer. 't Lawaai dat de
+wethpe' maakte'--vreethelijk, meneer. The vloge net uit--dothijne. Tho
+groot ath kippe. Ik theg tege d'r "naai me eve 'n paar knoope'
+aan," theg ik, "want ik kon toch thò niet naar Londen," theg ik,
+"en dan ga ik naar meneer Benthington," zeg ik, "om 'em alleth te
+vertelle. En jij blijf in dethe kamer tot ik terugkom," theg ik,
+"en hou de rame' tho dicht alth je maar kan," theg ik."
+
+"Als jelui niet zoo vervloekt slordig waart geweest"--begon Redwood.
+
+"O, theg dàt niet, meneer!" zeide Skinner. "Noù niet meneer, nou
+dat ik tho in angthst thit over m'n vrouw, meneer! Athjeblìéft,
+meneer. Ik kan nou nikth tegenthegge. Waarachtig, meneer, 't gaat
+niet! Ik moet al maar an die ratte denke--wie weet of the m'n vrouw
+al niet beet hebbe, terwijl ik hier ben?"
+
+"En heb je dan niet één enkele opmeting van al die heerlijke
+groei-lijnen!" zeide Redwood.
+
+"'k Ben te veel in de war geweetht, meneer," zeide meneer
+Skinner. "Alth je witht, wat wij doorgethtaan hebbe--ik en m'n
+vrouw. We withte niet wat er van te denke, meneer. Doordat die kippe
+tho groeiden, en de oorwurme, en het kanarie-kruid..."
+
+"Ja, ja, dat heb je nou allemaal al verteld," zeide Redwood. "Maar
+wat moeten we aanvangen, Bensington?"
+
+"Wát moeten wij aanvange?" vroeg meneer Skinner.
+
+"Jij zult natuurlijk terug moeten naar je vrouw," zeide Redwood. "Je
+kunt haar daar niet alleen laten den geheelen nacht."
+
+"Maar alléén ga 'k nièt, meneer, al ware d'r 'n dothijn juffrouwen
+Thkinner. 't Ith meneer Benthington --"
+
+"Onzin," zeide Redwood, "'s Avonds zijn d'r geen wespen, en de
+oorwurmen gaan je wel uit den weg--"
+
+"Maar de ratten dan?"
+
+"Er zìjn geen ratten," zeide Redwood.
+
+
+
+VI.
+
+De heer Skinner had zich zijn voornaamste punt van bezorgdheid kunnen
+besparen. Juffrouw Skinner bleef zelfs niet tot den avond.
+
+Tegen elf uur begon het kanariekruid, dat den geheelen morgen ijverig
+werkzaam geweest was, over het raam heen te klimmen, en dit sterk
+te verduisteren, en hoe donkerder het werd, hoe duidelijker het
+juffrouw Skinner werd, dat haar toestand heel spoedig onhoudbaar
+zou zijn. En ook, dat 't was alsof zij eeuwen doorleefd had sedert
+Skinner heenging. Zij gluurde een tijdje uit het duister wordende raam,
+door de steeds verder reikende ranken, ging toen zeer behoedzaam de
+slaapkamerdeur open doen en luisterde... Alles scheen rustig, en aldus
+haar rokken bij elkaar houdend, holde zij de slaapkamer binnen en nadat
+zij eerst onder het bed had gekeken en de deur op slot gedraaid had,
+begon zij met de stelselmatige vlugheid van een vrouw van ondervinding
+aan het pakken om te vertrekken. Het bed was nog niet opgemaakt en de
+vloer der kamer was bezaaid met stukken der kruipplant die Skinner
+den vorigen avond afgehàkt had om het venster te kunnen sluiten,
+doch aan deze wanorde stoorde zij zich niet. Zij pakte alles in
+een fatsoenlijk laken. Zij pakte haar geheele eigen garderobe in en
+een velveteen jas die Skinner droeg als hij er eens héél netjes wou
+uitzien, en zij pakte een pot augurken in, die nog niet aangebroken
+was, en tot zoover was haar pakken volkomen in orde. Doch zij pakte
+ook in twéé van de hermetisch-gesloten bussen met Herakleophorbia IV,
+die de heer Bensington bij zijn laatste bezoek had medegebracht. (Zij
+was wel eerlijk, 't goeie mensch,--maar zij was toch ook grootmoeder en
+haar hart bloedde als zij zulk een heerlijk groeimiddel zag verspillen
+op een troep van die verwenschte kuikens.)
+
+En toen ze al deze dingen ingepakt had, zette zij haar hoed op,
+deed haar schort af, bond een nieuwen schoenveter om haar parapluie
+en na langen tijd aan de deur en het venster geluisterd te hebben,
+opende zij de deur en trad naar buiten om de gevaarlijke buitenwereld
+in te gaan. Zij hield de parapluie onder den arm en zij omklemde het
+pak met twee beenige handen, die niet los zouden laten. Het was haar
+beste zondagsche hoed en de twee klaprozen die hunne hoofden opstaken
+midden uit de pracht van lint en kraal, schenen bezield met denzelfden
+huiverigen moed, die haarzelf vervulde.
+
+De lijnen om haar neuswortel trokken rimpels van vastberadenheid. Nu
+had zij er genoeg van! Heelemaal alleen daar te zitten! Als Skinner zin
+had kon die daar terugkomen, maar zij moest er niks meer van hebben.
+
+Zij ging de vóórdeur uit, niet omdat zij naar Hickleybrow wilde
+gaan (haar doel was Cheasing Eyebright, waar haar getrouwde dochter
+woonde), maar omdat zij door de achterdeur er niet meer uit kon door
+de slingerplant, die zoo woest aan het groeien gegaan was, nadat zij
+de bus met voeder dicht bij de wortels bij ongeluk omgegooid had. Zij
+luisterde een poosje, en sloot de voordeur zeer behoedzaam achter
+zich dicht.
+
+Bij den hoek van het huis bleef zij staan en nam poolshoogte.
+
+Een lang litteeken van zand op de helling van den heuvel achter het
+pijnbosch, duidde op de nabijheid van het Reuzen-wespen-nest, en dit
+litteeken sloeg zij aandachtig gade. Het uitvliegen en terugkomen
+van 's morgens was gedaan, toevallig was er geen enkele wesp in
+het zicht, en behalve een geluid dat weinig meer hoorbaar was dan
+een stoom-houtzaag in volle werking tusschen de denneboomen zoude
+geweest zijn, was alles stil. Wat de oorwormen aangaat, zij zag
+er geen enkele. Weliswaar zag ze onder in de kool iets bewegen,
+doch dat kon evengoed een kat zijn die op vogels loerde. Zij keek
+hier een tijdje naar. Zij verwijderde zich enkele schreden van den
+hoek, kreeg den ren met de reuzen-kuikens in het zicht en bleef
+weder staan. "Ach!" zeide zij, en schudde langzaam het hoofd toen
+zij ze zag. Zij waren nù ongeveer zoo groot als een casuaris, doch
+natuurlijk veel breeder van lijf--heelemaal veel grooter. Het waren
+allen hennen, vijf stuks, nu dat de twee jonge hanen elkaar gedood
+hadden. Ze aarzelde een oogenblik toen zij ze in zulke neerslachtige
+houdingen zag staan. "Arme sukkels!" zeide zij, en legde haar pak neer;
+"ze 'ebbe' geen water. En ze 'ebbe' in vierentwintig uur geen ete'
+gehad! En dan met zoo'n eetlust!" Zij bracht een magere vinger aan
+hare lippen en ging met zichzelve te rade.
+
+En toen deed deze slordige vrouw wat mij tenminste werkelijk een
+heldhaftige, barmhartige daad toelijkt. Zij liet haar buidel en
+parapluie midden op het klinkerpad liggen, ging naar den put en
+putte niet minder dan drie emmers water voor den ledigen drinkbak der
+kuikens, en toen, terwijl zij zich daar allemaal om verdrongen, deed
+zij stilletjes de deur van den ren open. Daarna werd zij bijzonder
+actief, nam haar pak weder op, klom over de heg achter in den tuin,
+stak dwars de welige weiden (om het wespennest te vermijden) over en
+beklom moeizaam het kronkelende pad naar Cheasing Eyebright.
+
+Al hijgend ging het tegen den heuvel op, en onder het gaan bleef zij
+telkens even staan, om uit te rusten, op adem te komen en nog eens om
+te kijken naar het kleine huis naast het pijnbosch daar beneden. En
+toen zij eindelijk bijna den top van den heuvel bereikt had, zag zij
+in de verte drie wespen van elkaar verwijderd vliegen, en log naar
+het westen afdalen, en dat maakte haar beenen een boel vlugger.
+
+Zij had nu weldra het open terrein achter zich gelaten, en kwam aan
+de met hooge bermen afgezette laan (die haar een veiliger plaats
+toeleek) en zoo over Hickleybrow Coombe naar de heuvels. En daar
+aan den voet der heuvels, waar een dikke boom haar een schuilplaats
+aanbood, rustte zij een oogenblik uit op een hek.
+
+Toen weder vastberaden voorwaarts...
+
+Gij ziet haar al, hoop ik, met haar witten bundel, zelf een soort
+van op-de-achterste-pooten-loopende mier, zich voortreppend langs
+het kleine witte pad-lint dwars over de hellingen der heuvels, in de
+felle zon van den zomernamiddag. Zij sukkelde voort, haar vastberaden,
+onvermoeibaren neus achterna, en de papavers op haar hoed trilden
+zonder ophouden, en haar elastieken schoenen werden al witter en
+witter door het mulle zand. Flip-flap, flip-flap petterden haar
+schoenen door de stille hitte van den dag, en voortdurend trachtte
+haar parapluie ondeugend weg te glijden van onder den elleboog die
+'m vasthield. De mond-rimpel onder haar neus was nu saamgetrokken tot
+de uiterste vastberadenheid, en telkens beval zij haar parapluie weder
+naar boven te komen of gaf een nijdigen ruk aan haar bundel. En soms
+mompelden hare lippen gedeelten van een wel-te-wachten twistgesprek
+tusschen haarzelf en Skinner.
+
+En, mijlen ver weg, groeiden een torenspits en een bosch ongemerkt
+op uit het ijle blauw, zoodat het vreedzame uithoekje waar Cheasing
+Eyebright veilig verborgen lag voor het gedruisch der wereld,
+steeds duidelijker zichtbaar werd, zich zeer weinig bekommerend om
+het Herakleophorbia dat verborgen lag in dien witten bundel, die zoo
+volhardend op de kalme rust van het plaatsje toesukkelde.
+
+
+
+VII.
+
+Zoover als ik kan nagaan, kwamen de kuikens in Hickleybrow 's middags
+tegen drie uur. Hun komst schijnt heel wat levendigheid meegebracht
+te hebben, hoewel er toevallig niemand op straat was om ze te zien
+aankomen. Het geweldige gekrijsch van den kleinen Skelmersdale schijnt
+de eerste aanduiding te zijn geweest dat er iets niet in den haak
+was. Juffrouw Durgon van het postkantoor stond als gewoonlijk voor
+het raam, en zag de kip, die het ongelukkige kind beetgepakt had,
+met groote passen de straat afrennen met haar slachtoffer, dicht
+op de hielen gezeten door twee anderen. Ge kent wel die waggelende
+groote passen van het geïmproviseerde athletische kuiken van heden ten
+dage! Gij kent wel het vinnige vasthouden van de hongerige kip! Er
+zat bloed van Plymouth Rocks in deze kippen, heb ik hooren zeggen,
+en zelfs zonder Herakleophorbia, is dit een mager, hardloopend ras.
+
+Het is mogelijk dat juffrouw Durgon niet zoo heel erg verrast
+was. Niettegenstaande het aandringen van den heer Bensington op
+geheimhouding, liep er toch reeds sinds eenige weken in het dorp een
+gerucht rond omtrent het groote kuiken, dat Skinner aan het opfokken
+was. "Goeie hemel!" riep zij uit, "net wat ik dacht."
+
+Zij schijnt zich met groote tegenwoordigheid van geest gedragen te
+hebben. Zij greep den verzegelden zak met brieven, die lag te wachten
+om door te gaan naar Urshot, op, en rende hiermede onmiddellijk de deur
+uit. Bijna op hetzelfde oogenblik verscheen de heer Skelmersdale, een
+gieter krampachtig bij de tuit houdend, en erg bleek. En het spreekt
+vanzelf, dat binnen een minimum van tijd iedereen in het dorp naar
+de deur of het venster holde.
+
+Het schouwspel dat juffrouw Durgon aanbood, den weg afhollend, met de
+geheele correspondentie van dien dag in de hand, bracht het kuiken,
+dat in bezit was van den jongenheer Skelmersdale, tot nadenken. Het
+bleef één oogenblik besluiteloos staan, en wendde zich toen naar het
+open hek van de plaats van Fulcher. Dit oogenblik was noodlottig. Het
+tweede kuiken kwam gezwind aanloopen, kreeg het kind te pakken door een
+goedgerichte pik, en vloog over den muur in den tuin van den dominé.
+
+"Charawk, chawk, chawk, chawk, chawk, chawk!" riep de achterste hen,
+netjes geraakt door den gieter van den heer Skelmersdale, en fladderde
+in wilde haast over het landhuis van mevrouw Glue, en zoo op het
+terrein van den dokter, terwijl de overige van die Gargantuaansche
+vogels dwars over het grasveld der pastorie het kuiken achtervolgden,
+dat op dàt oogenblik in bezit was van het kind.
+
+"Goeie hemel!" riep de hulpprediker uit (zooals enkelen beweren, zei
+hij iets veel manlijkers) en liep toe, zijn crocket-hamer zwaaiend
+en schreeuwend om de jacht te keeren.
+
+"Halt, schurk!" riep de hulpprediker, alsof reuzen-kippen doodgewone
+dingen waren.
+
+En toen, bevindende dat hij het met geen mogelijkheid kon tegenhouden,
+wierp hij zijn hamer met alle macht het dier achterna, en in een
+sierlijken boog vloog hij rakelings langs het hoofd van jongenheer
+Skelmersdale en door de glazen lantaarn van de broeikas. Krak! De
+nieuwe broeikas! De prachtige nieuwe broeikas van de domineesche!
+
+De kip schrok er van. Iederéén zou er van geschrokken zijn. Zij liet
+haar slachtoffer vallen in een Portugeeschen laurierstruik, (waaruit
+het een oogenblik later te voorschijn gehaald werd, gehavend doch
+heelshuids, op zijn minder fijne kleêren na), sprong fladderend naar
+het dak van Fulcher's stal, zakte met den poot door een zwakke plaats
+in de pannen, en daalde, om het zoo maar eens uit te drukken, uit de
+oneindige ruimte, in de contemplatieve rust van den heer Bumps, de
+lamme, die--en het is nu boven allen twijfel verheven door de bewijzen
+die voorhanden zijn--bij deze speciale gelegenheid in zijn leven,
+de geheele lengte van zijn tuin afliep, en zoo naar binnen zonder
+eenige hulp, de deur achter zich grendelde en toen zich onmiddellijk
+weder overgaf aan Christelijke berusting en algeheele afhankelijkheid
+van zijn vrouw...
+
+De overige kuikens werden tegengehouden door andere crocketspelers, en
+gingen door den moestuin van den predikant het veld van den dokter in,
+waar de vijfde zich ook bij hen voegde, mistroostig klokkend na een
+mislukte poging om over de komkommerkassen te loopen in den tuin van
+meneer Witherspoon. Ze schijnen daar bij elkaar gestaan te hebben,
+zooals kippen dat doen kunnen, en een beetje gekrabd en peinzend
+geklokt te hebben, en toen pikte er een naar een bijenkorf van den
+dokter en wierp hem omver, en hierop gingen ze aan den haal met een
+zotten, hortenden, onregelmatigen gang, dwars de velden door in de
+richting van Urshot, en de straat te Hickleybrow zag ze niet weder. Bij
+Urshot schijnen ze werkelijk aan hun vraatzucht geëvenredigd voedsel
+gevonden te hebben in een veld koolrapen, en pikten hier een tijd
+met smaak aan, tot hun roem hen achterhaalde.
+
+De voornaamste onmiddellijke reactie op dezen verbazingwekkenden inval
+van reuzen-hoenders op den menschelijken geest was het plotseling
+ontwaken van een eigenaardige onweerstaanbare neiging om te schreeuwen
+en hard te draven en met allerlei dingen te gooien, en in een bijzonder
+korten tijd was nagenoeg de geheele beschikbare mannelijke bevolking
+van Hickleybrow en verscheidene dames, er op uit met een merkwaardige
+verzameling van ratelende en klapperende dingen in de hand--om het
+verdrijven der reuzenkippen aan te vangen. Ze dreven ze Urshot binnen,
+waar een Landelijk Feest gehouden werd, en Urshot beschouwde ze als
+de kroon op een gelukkigen dag. Men begon op ze te schieten dicht bij
+Findon Beeches, doch in het begin slechts met een vogelroer. Natuurlijk
+kunnen vogels van deze grootte een onbeperkte hoeveelheid kleine hagel
+in zich opnemen zonder eenige nadeelige gevolgen. Zij raakten dicht
+bij Sevenoaks van elkaar en bij Tonbridge liep er een, al klokkend,
+een tijdlang buitengewoon opgewonden, naast den namiddagboot-express,
+en een eindje er voor uit,--tot groote verbazing van alle passagiers.
+
+En tegen half vijf werden er twee zeer handig gevangen door een
+circuseigenaar te Tunbridge Wells, die ze in een kooi, welke leegstond
+door den dood van een tot weduwe geworden drommedaris, lokte, door
+koekjes en brood te strooien...
+
+
+
+VIII.
+
+Toen de ongelukkige Skinner dien avond te Urshot uit den Zuid-Ooster
+trein stapte, was het bijna schemer. De trein was laat--doch niet
+buitensporig laat--wat meneer Skinner dan ook tegen den stationschef
+opmerkte. Misschien zag hij het oog van den chef veelbeteekenend
+schitteren. Na een zeer korte aarzeling en met een vertrouwelijk
+handgebaar naar den kant van zijn mond vroeg hij of er dien dag ook
+"iets" gebeurd was.
+
+"Wat bedòel je?" zei de chef, een man met een harde nadrukkelijke stem.
+
+"Met die wethpen en dat tuig."
+
+"We hebbe niet veel tijd gehad om aan wespe te denke," zei de chef
+vriendelijk. "We zijn veels te druk geweest met je pesterige kippen,"
+en hij deelde hem mede wat er met de kuikens gebeurd was.
+
+"Je hebt toch nikth ge'oord van juffrouw Thkinner?" vroeg Skinner,
+tusschen dien stortvloed van kernachtige woorden en aanmerkingen
+door...
+
+"Ben je nou heelemaal!" zeide de chef--alsof zelfs hij de grens trok
+op het gebied van dingen-weten.
+
+"Dan moet 'k er toch eth naar gaan onderthoeke," zeide meneer Skinner,
+zich zijdelings verwijderend buiten schot voor de algemeene opmerkingen
+over de verantwoordelijkheid, die iemand op zich nam door kippen te
+zwaar te voeden, waarmede de chef besloot...
+
+Toen hij Urshot doorkwam werd hij aangeroepen door een kalkbrander
+uit de groeven in de buurt van Hankey, die hem vroeg of hij naar zijn
+kippen zocht.
+
+"Je hebt bijgeval toch niksth gehoord van m'n vrouw?" vroeg hij.
+
+De kalkbrander--wàt hij precies zeide gaat ons niet aan--gaf te kennen
+dat hij méér belang stelde in kippen....
+
+Het was reeds donker--zoo donker als een nacht in de maand Juni
+in Engeland tenminste zijn kan--toen Skinner--of zijn hoofd liever
+gezegd--om de deur van "de Vroolijke Drijvers" kwam kijken, en zeide:
+"Ello! je 'ebt toch nikth ge'oord van die gesthchiedenith met mijn
+kippe, hè?"
+
+"Zoo!" zeide Fulcher. "Nou, een gedeelte van die geschiedenis is
+door het dak van mijn stal komen zakken, en één hoofdstuk heeft
+een gat gestooten in de broeibak van de domineesche--neem me niet
+kwalijk--Broeikàst."
+
+Skinner trad binnen. "Ik wil een troothtertje hebbe," zei hij "warme
+jenever met water, athjeblieft," en iedereen begon hem te vertellen
+omtrent de kuikens.
+
+"Goeie god!" zeide Skinner. "Je 'ebt toch nikth ge'oord van juffrouw
+Thkinner?" vroeg hij toen het even stil was.
+
+"Nee, dat niet!" zeide Witherspoon. "An haar hebbe we niet
+gedacht. Trouwens an jou evenmin, hoor."
+
+"Ben je vandaag dan niet thuis geweest?" vroeg Fulcher, over zijn
+bierpul heen.
+
+"As een van je verwenschte vogels d'r gepikt heeft," begon Witherspoon,
+en liet de gansche onuitgesproken verschrikking zijner woorden aan
+hun hulpelooze verbeelding over...
+
+Het leek de vergadering op dat oogenblik interessant toe, als besluit
+van een gebeurtenis-vollen dag, om Skinner te vergezellen, en te
+zien of er iets gebeurd wàs met juffrouw Skinner. Je weet nooit wat
+meevallertjes je kunt hebben als er ongelukken op de baan zijn. Doch
+Skinner, die bij de toonbank stond en zijn warme jenever met water
+dronk, met één oog dwalend over de dingen achter het buffet en het
+andere gericht op het onbegrensde, miste het psychologische van
+dit moment.
+
+"D'r ith vandaag toch niksth an de hand geweetht met een van die
+groote wepthen?" vroeg hij, met een bestudeerde losheid van manier.
+
+"Veels te druk geweest met je kippe," zei Fulcher.
+
+"Ik vertrouw dat the nou toch al wel binne thulle thijn, hè?" zei
+Skinner.
+
+"Wat--de kippe?"
+
+"Ik dacht an de wepthe," zei Skinner.
+
+En toen, met een omzichtigheid die wantrouwen zou gewekt hebben in
+een kind van een week oud, en den klemtoon leggend op het meerendeel
+der woorden die hij zeide, vroeg hij, "níémand 'ééft toch ge'óórd van
+andere groote dingen, wel? Groote 'onde' of katte' of thóó ietsth? Ik
+thou thegge dat as d'r groote kippe en wepthe' thijn, dat--"
+
+Hij lachte met een uitstekend nagebootst air alsof hij zoo maar
+wat zei.
+
+Doch er kwam een peinzende uitdrukking op de gezichten der
+Hickleybrowers. Fulcher was de eerste die aan hun aller, steeds
+helderder wordende gedachte den concreten woorden-vorm gaf.
+
+"'n Kat, die past bij die kippe'--" zei Fulcher.
+
+"Net zoo!" zei Witherspoon, "'n Kat die past bij diè kippe'."
+
+"Dat zou 'n tijger zijn," zei Fulcher.
+
+"Nog erger dan 'n tijger," zei Witherspoon.
+
+Toen Skinner eindelijk het eenzame voetpad volgde over het glooiende
+veld dat Hickleybrow scheidde van de sombere vallei, die overschaduwd
+werd door pijnboomen, in welker donkere schaduw de reusachtige
+kanarie-kruid-kruipplant in stilte zijn strijd uitvocht met de
+Proef-Hoeve, volgde hij het alléén.
+
+Zeer duidelijk zag men hem rijzen tegen de lucht--want zoover volgde
+de publieke belangstelling hem--en weder afdalen in den nacht, in
+een duisternis waaruit hij nooit weder zal te voorschijn komen. Hij
+verdween--in één groot mysterie. Tot op dezen dag weet niemand wat
+er met hem gebeurde, nadat hij de helling over was.
+
+Toen later de beide Fulchers en Witherspoon, aangevuurd door hun
+eigen verbeelding, den heuvel beklommen, en naar hem uitstaarden,
+had de nacht hem geheel verzwolgen.
+
+De drie mannen stonden dicht bij elkaar. Er kwam geen enkel geluid
+tot hen vanuit de duisternis van het bosch, dat de Hoeve aan hunne
+oogen onttrok.
+
+"'t Zal wel in orde zijn," zeide de jonge Fulcher, een lang stilzwijgen
+verbrekend.
+
+"Ik zie geen lichten," zei Witherspoon.
+
+"'t Is dampig," zei de oudste van de Fulchers.
+
+Zij bleven een oogenblik in gedachten verzonken staan.
+
+"Hij zou wel teruggekomme zijn as d'r iets niet in den haak was." zei
+de jonge Fulcher, en dit leek zóó voor de hand liggend en afdoend,
+dat een oogenblik later de oude Fulcher zei "kom," en zij alle drie
+naar huis en te bed gingen--ik moet toegeven, wel wat nadenkend...
+
+Een herder, die buiten was in de buurt van Huckster's boerderij,
+hoorde een gejank in den nacht, dat hij dacht van vossen afkomstig
+te zijn, en den volgenden morgen was een van zijn lammeren gedood,
+halverwege naar Hickleybrow gesleept en gedeeltelijk verslonden...
+
+Het onverklaarbare van het geval is, dat er geen onbetwistbare
+overblijfselen van Skinner gevonden werden!
+
+Verscheidene weken daarna, werd er tusschen de verkoolde ruïnen
+der Proef-Hoeve iets ontdekt, dat een menschelijk schouderblad kon
+geweest zijn, maar het ook evengoed nièt kon geweest zijn, en in een
+ander gedeelte der ruïnen een lang been, erg afgekloven, en eveneens
+van twijfelachtige herkomst. Dicht bij den opstap van het hek, op de
+helling naar Eyebright, werd een glazen oog gevonden, en verscheidene
+lieden ontdekten naar aanleiding hiervan, dat Skinner veel van zijn
+persoonlijke bekoring te danken had aan dit artikel. Het staarde
+de wereld aan met hetzelfde air van los zijn van al het aardsche,
+dezelfde strenge zwaarmoedigheid, die de redders waren geweest van
+zijn gelaat, dat anders wereldsch had kunnen lijken.
+
+En om de ruïnen bracht een ijverig onderzoek de metalen ringen en
+verkoolde omtrekken van twee linnen knoopen, en drie onaangetaste
+beenen knoopen aan het licht, en een van die metalen soort die gebruikt
+worden voor de minder in het oog vallende naden der menschelijke
+kleedij. Deze overblijfselen zijn door personen, die het weten
+konden, beschouwd als zonder eenigen verderen twijfel, wijzend
+op een verslonden en verstrooiden Skinner, doch terwille van mijn
+eigen overtuiging, en zijn zeer sterk aangeboren slordigen aard in
+aanmerking nemend, moet ik zeggen dat ik voor mij liever wat minder
+knoopen en wat meer beenderen had wenschen te zien.
+
+Na het vinden van het glazen oog is het natuurlijk zeer moeilijk de
+eerste meening te weerleggen en deze heeft dan ook allen schijn van
+waarheid, doch als het werkelijk het oog van den heer Skinner is,--en
+zelfs juffrouw Skinner wist nooit zeker of zijn onbeweeglijk oog van
+glas was--dan moet het een of ander het veranderd hebben van zacht
+bruin tot helder en geprononceerd blauw. Dat schouder-blad is een
+zeer twijfelachtig bewijsstuk, en ik zou het wel eens willen leggen
+naast de afgeknaagde schouderbladen van enkele van de meer gewone
+huisdieren, vóor ik toegeef dat het aan een mensch toebehoorde.
+
+En waar waren Skinner's schoenen dan wel, bijvoorbeeld?
+
+Verdorven en vreemd als de vraatzucht van een rat moge zijn, is het
+dan nog aan te nemen dat dezelfde wezens een lam half-opgegeten
+zouden laten liggen, en Skinner oppeuzelen met haar, beenderen,
+tanden en laarzen?
+
+Ik heb zooveel mogelijk lieden ondervraagd die Skinner zeer persoonlijk
+gekend hadden, en als één man zijn zij het er over eens, dat zij
+zich niet konden voorstellen dat ièts, wat dan ook, Skinner zou
+opeten. Hij behoorde tot het soort van menschen,--zooals een ex-zeeman
+die in een woning van den heer W. W. Jacobs te Dunton Green woonde,
+mij vertelde, met een voorzichtige gewichtigheid in zijn optreden,
+niet ongewoon in die streken--die tòch eenmaal "naar de haaien gaan,"
+en wat betreft die verscheurende dieren, dat Skinner in staat was
+"om een vuur het licht uit te blazen."
+
+Hij beschouwde Skinner even veilig op een ronddrijvende balk als
+overal elders. De ex-zeeman voegde erbij dat hij niks van Skinner zou
+zeggen, hoor, maar feiten waren feiten, en dat hij, wat hem betreft,
+nog maar liever de bak in ging dan zijn kleeren bij Skinner te laten
+maken. Deze opmerkingen stellen Skinner voorzeker niet in een erg
+appetijtelijk daglicht.
+
+Om volkomen eerlijk spel met den lezer te spelen, moet ik voor
+mij verklaren, niet te gelooven dat hij ooit naar de Proef-Hoeve
+terugkeerde. Ik geloof dat hij lang en aarzelend bleef rondzwerven
+in de velden om Hickleybrow, en dat hij eindelijk, toen dat gejank
+begon, den kortsten weg nam om uit zijne verlegenheid te geraken,
+en zoo het onbekende in.
+
+En in het onbekende, hetzij van deze wereld of van het hiernamaals,
+is hij hardnekkig en zonder eenigen twijfel gebleven tot op den
+huidigen dag...
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+DE REUZEN-RATTEN.
+
+
+I.
+
+Twee nachten na het verdwijnen van den heer Skinner, reed de dokter
+van Podbourne nog laat in zijn tilbury in de buurt van Hankey. Hij was
+den geheelen nacht bezig geweest een onaanzienlijken jongen burger
+onze vreemde wereld in te helpen, en nadat zijn taak volbracht was,
+reed hij slaperig naar huis.
+
+Het was ongeveer twee uur in den morgen en de afgaande maan kwam op. De
+zomernacht was kil geworden, en er hing een lage bleeke mist, die
+de dingen onduidelijk zichtbaar maakte. Hij was geheel alleen--want
+zijn koetsier lag ziek te bed--en er was aan weerszijden van den
+weg niets te zien dan een erg-mysterieus-uitziende heg, die voor het
+gele licht zijner lantarens heentrok, en er was niets te hooren dan
+het getrappel van zijn paard en de scherpe echo's die door de heg
+weerkaatst werden. Zijn paard was even betrouwenswaardig als hijzelf
+en het is dan ook niet te verwonderen dat hij dommelde...
+
+Gij kent dat afwisselende indutten en met schrik wakker worden wel,
+dat knikkebollen van het hoofd, het knikken op het rhytmisch geluid
+der wielen, nu eens met de kin op de borst en dan het plotseling
+weder opschrikken.
+
+"Klep, klep, klep."
+
+"Wat was dat?"
+
+Het leek den dokter toe alsof hij een zacht, schril gejank vlak
+bij zich hoorde. Een oogenblik lang was hij klaar wakker. Hij zeide
+een paar onverdiende verwijtingen tegen zijn paard en keek om zich
+heen. Hij trachtte zichzelven gerust te stellen. 't Zou 't verwijderde
+geblaf van een vos wel zijn,--of misschien een jong konijn dat door
+een fret gepakt was.
+
+"Rikke-tikke-e-tik-tik-tik...."
+
+"Wat was dat dan toch?"
+
+Hij voelde dat zijn verbeelding hem parten begon te spelen. Hij
+schurkte es met de schouders en jeude zijn paard aan. Hij luisterde,
+doch hoorde niets meer.
+
+"Of zou het niets geweest zijn?"
+
+Hij had een vaag idee dat er even iets naar hem gegluurd had over de
+heg, een rare, groote kop. Met ronde ooren! Hij tuurde ingespannen,
+maar zag niets.
+
+"Onzin," zei hij.
+
+Hij ging rechtop zitten met de overtuiging dat hij de nachtmerrie
+gehad had, gaf zijn paard een heel zacht tikje met de zweep,
+sprak het toe en tuurde weer over de heg. Het helle licht van zijn
+lantaarn, samen met den mist, maakte de dingen schimmig, en hij kon
+niets onderscheiden. Het kwam toen plotseling in hem op, zegt hij,
+dat daar niets kòn zijn, want als er iets geweest was, zou zijn paard
+wel schichtig geworden zijn. Doch hoe hij zichzelf ook trachtte gerust
+te stellen, bleven zijn zinnen toch zenuwachtig waakzaam.
+
+Toen hoorde hij heel duidelijk een zacht gepetter van voeten achter
+zich aan, op den weg.
+
+Hij wilde zijn ooren niet gelooven. Hij kon niet omkijken, want de
+weg nam daar juist een scherpen draai. Hij legde de zweep over zijn
+paard en keek nogmaals op zijde. En toen zag hij heel duidelijk,
+waar een straal van zijn lantaarn over een laag eindje heg heengleed,
+den gekromden rug van--het een of ander groot dier, hij kon niet
+bepalen wat het was, dat met snelle, schokkende sprongen voortliep.
+
+Hij zegt dat hij dacht aan de oude heksen-verhalen--het beest leek
+zoo absoluut niet op eenig ander dier dat hij kende, en hij vatte
+de teugels steviger beet uit vrees voor den angst van zijn paard. En
+man van opvoeding als hij was, geeft hij toch toe, dat hij zichzelven
+afvroeg of dit iets was dat zijn paard niet kon zien.
+
+Voor hem uit, en steeds dichterbij komend zag hij tegen de
+opkomende maan, de silhouet van het kleine gehucht Hankey. Dit was
+geruststellend, al zag hij ook geen enkel licht en hij klapte met de
+zweep en zei nog eens wat tegen zijn paard, en toen schoten plotseling
+als een bliksemstraal de ratten op hem toe!
+
+Hij kwam een hek voorbij, en terwijl hij dit deed, sprong de voorste
+rat erover op den weg. Het ding besprong hem van uit het duister,
+en was nu zeer duidelijk te zien, het scherpe, felle, rond-oorige
+gezicht, het lange lichaam dat nòg langer leek door de bewegingen
+die het maakte; en wat hem vooral trof waren de roode, van vliezen
+voorziene voorpooten van het dier. Wat het nog vreeselijker moet
+gemaakt hebben, was, dat hij geen vaag idee had of het beest, hetwelk
+hem aanviel, wel een áárdsch beest was. Hij herkende het niet als een
+rat, doordat het zoo groot was. Zijn paard sprong opzij toen het wezen
+naast hem op den weg neerkwam. Het smalle laantje was plotseling vol
+gerucht door het klappen van de zweep en den schreeuw dien de dokter
+gaf. Alles ging plotseling snel.
+
+"Rrr-klr-pats--."
+
+Het schijnt dat de dokter opstond en zijn paard aanvuurde, en er uit
+alle macht op los sloeg. De rat deinsde terug en sprong opzij onder
+zijn slag--wat den dokter geruststelde omtrent het aardsche van het
+dier--bij het schijnsel der lantaarn was de voor, die de zweep in het
+haar gehaald had, duidelijk zichtbaar--en hij sloeg telkens weder,
+onbewust dat er aan de andere zijde een tweede vervolger staag
+veld won.
+
+Hij vierde de teugels, keek om, en zag de derde rat, hem
+achtervolgend...
+
+Het paard sprong vooruit. De tilbury sprong hoogop bij een
+kruisspoor. Een krankzinnig oogenblik lang leek alles hem met rukken
+en sprongen te gaan...
+
+Het was puur geluk dat het paard nog in Hankey kwam te vallen, en
+niet vóór zij aan de huizen kwamen of ze achter zich gelaten hadden.
+
+Niemand weet hoè het paard kwam te vallen, of het struikelde, of dat de
+rat van de andere zijde het werkelijk een van die kervende beten van
+boven naar beneden gaf met haar tanden (die zij aanbrengen en kracht
+bijzetten met hun volle zwaarte); en de dokter werd niet gewaar dat hij
+zelf gebeten was, vóór hij in het huis van den metselaar was, en nog
+veel minder had hij gemerkt wannéér de beet was toegebracht--hoewel
+hij gebeten was en erg ook--een lange snede, als de snee van een
+dubbelen tomahawk, die twee evenwijdigloopende reepen vleesch van
+zijn linker schouder gerukt had.
+
+Hij stond op een gegeven oogenblik rechtop in zijn tilbury en het
+volgende was hij op den grond gesprongen, met een erg verstuikten
+enkel, hoewel hij dit toen niet bemerkte, en sloeg woest naar een derde
+rat, die direct op hem kwam aanvliegen. Hij kan zich den sprong dien
+hij gedaan moet hebben boven over het rad, toen de tilbury kantelde,
+haast niet meer herinneren, zoo snel en verward werd hij bestormd
+door indrukken.
+
+Ik voor mij geloof dat het paard steigerde toen de rat het in den
+strot beet, opzij viel en de heele geschiedenis meesleepte; en dat
+de dokter als het ware instinctmatig er uit sprong. Toen de tilbury
+viel, sprong het oliereservoir van de lantaarn, en smakte plotseling
+een hellen gloed van brandende olie en witten vlammengloed temidden
+van den strijd.
+
+Dit was het eerste wat de metselaar zag.
+
+Hij had het geratel van de naderende tilbury gehoord en--hoewel de
+dokter zich hier niets van herinnert --het wilde geschreeuw dat de
+dokter deed hooren. Hij was haastig uit bed gekomen, en terwijl hij
+dit deed, hoorde hij den vreeselijken smak, en zag dien gloed buiten
+opschieten door het half-opgehaalde gordijn. "'t Was nog helderder dan
+de dag," zegt hij. Hij bleef met het gordijnkoord in de hand staan
+en staarde met open mond het venster uit naar den welbekenden weg,
+die een verandering had ondergaan als in een nachtmerrie. De donkere
+gestalte van den dokter met zijn om zich heen slaande zweep rees en
+daalde tegen de vlam. Hij zag het paard staan, half verborgen door
+den gloed, met een rat aan zijn keel. In de duisternis, die tegen
+den kerkhofmuur opstond, schitterden de oogen van een tweede monster
+kwaadaardig. Een derde--niets meer dan één brok vreeselijke duisternis
+met rood-gloeiende oogen en vleeschkleurige handen--klemde zich onvast
+aan den rand van den muur, waar het tegen opgesprongen was bij het
+oplaaien van den uit-elkaar-springende lantaarn.
+
+Ge kent wel den scherpen snuit van een rat, met die twee scherpe
+tanden en de meedoogenlooze oogen. Ongeveer zes maal vergroot en
+nog meer vergroot door duisternis en verbazing en de plotseling
+opschietende schimmen van een grilligen gloed, moet dit alles iets
+vreeselijks geweest zijn om aan te zien voor den metselaar--die nog
+meer dan half sliep.
+
+Toen had de dokter de gelegenheid, die het oplaaien der vlam hem een
+oogenblik aanbood, te baat genomen, en verdween uit het gezicht van
+den metselaar, en stond beneden op de deur te rameien met den knop
+van zijn zweep....
+
+De metselaar wilde hem niet binnenlaten vóór hij licht aangestoken had.
+
+Er zijn lieden die dat in den man gelaakt hebben, maar ik aarzel
+om mij aan hun zijde te scharen, tot ik mijn eigen moed beter heb
+leeren kennen.
+
+De dokter gilde en hamerde op de deur...
+
+De metselaar zegt dat hij huilde van angst toen de deur eindelijk
+openging.
+
+"Grendel," zei de dokter, "grendel"--hij kon niet zeggen "grendel de
+deur." Hij probeerde te helpen maar kon niet. De metselaar grendelde
+de deur en de dokter moest eerst een poosje op den stoel naast de
+klok zitten voor hij den trap kon opkomen...
+
+"Ik weet niet wàt 't zijn!" herhaalde hij verscheidene malen. "Ik
+weet niet wat het zijn,"--en zijn stem ging de hoogte in, telkens
+als hij aan "zijn" kwam.
+
+De metselaar wilde hem whiskey geven, doch de dokter wilde niet alleen
+gelaten worden met niets dan een flakkerend licht.
+
+Het duurde geruimen tijd voor de metselaar hem ertoe kon bewegen naar
+boven te gaan...
+
+En toen het vuur uit was, kwamen de reuzenratten terug, sleepten
+het doode paard dwars het kerkhof over naar het veld waar het puin
+neergeworpen werd en aten ervan tot de dageraad aanbrak, en zelfs
+toèn durfde nog niemand hen storen.
+
+
+
+II.
+
+Redwood liep den volgenden morgen tegen elf uur bij Bensington aan,
+met de "tweede edities" van drie avondbladen in de hand.
+
+Bensington, die in moedeloos gepeins verzonken zat boven de vergeten
+bladzijden van den meest afleidenden roman, dien de boekhandelaar
+op den Bromptonweg voor hem had kunnen vinden, keek op. "Iets
+nieuws?" vroeg hij.
+
+"Twee menschen gestoken bij Chatham."
+
+"Zij moesten ons dat nest laten uitrooken. 't Is hun eigen schuld."
+
+"Zeker is 't hun eigen schuld," zei Redwood.
+
+"Heb je ook iets gehoord--omtrent den aankoop van de boerderij?"
+
+"De huizen-makelaar," zei Redwood, "is een wezen met een grooten
+mond en gemaakt van ondoordringbaar hout. Het wezen geeft voor, dat
+er een ander zin in het huis heeft--dat is zoo z'n vaste taktiek,
+snap je--en wil maar niet begrijpen dat er haast bij is. "Maar dit
+is een kwestie van leven of dood," zeide ik, "begrijpt u dat dan
+niet?" Het wezen sloot zijn oogen half en zeide: "waarom is u dan
+niet genegen die overige tweehonderd pond er bij te geven?"
+
+"Ik moet zeggen dat ik liever in een wereld van reuzenwespen leef,
+dan dat steenen-metselende brok stomheid zijn zin te geven. Ik--"
+
+Hij zweeg even, voelend dat een dergelijke zin licht bedorven kon
+worden door zijn samenhang.
+
+"'t Is te veel om te durven hopen," zei Bensington, "dat er een van
+die wespen--"
+
+"De wesp heeft niet meer idee van algemeen nut dan een--dan een
+makelaar in huizen," zei Redwood.
+
+Hij praatte nog een poosje door over huizen-makelaars en advocaten
+en dergelijke menschen, op de onrechtvaardige, onredelijke manier die
+zoovele lieden aannemen als ze over deze zaken-factotums aan het praten
+raken--(van al de zotte dingen in deze zotte wereld, lijkt het mij
+'t zotst van alles, dat, terwijl wij eer, moed, bekwaamheid van een
+doctor of een krijgsman verwachten als iets dat vanzelf spreekt, wij
+procureurs of makelaars in huizen niet alleen vergunnen, maar zelfs
+van hen verwachten, een schraperige, vettige, in-den-weg-staande,
+afzetterige stomheid ten toon te spreiden--enz.)--en ging toen,
+erg opgelucht, naar het venster en keek wat naar het verkeer in
+Sloane-street.
+
+Bensington had den roman op het tafeltje gelegd dat zijn electrischen
+standaard droeg. Hij bracht de vingers van zijne beide handen zeer
+voorzichtig tegen elkaar en keek er naar. "Redwood," zei hij, "wordt
+er veel over òns gepraat?"
+
+"Niet zooveel als ik dacht."
+
+"Maar veroordeelen ze ons heelemaal niet?"
+
+"Nee, heelemaal niet. Maar daarentegen bevorderen ze ook heelemaal
+niet wat ik aangetoond heb dat moèt gedaan worden. Ik heb naar de
+"Times" geschreven, moet je weten, en heb alles uitgelegd--"
+
+"Wij lezen de "Daily Chronicle"," zei Bensington.
+
+"En de "Times" heeft een lang hoofdartikel over het onderwerp--een
+erg goed doorwerkt, goed geschreven hoofdartikel met drie stukken
+"Times"-Latijn--status quo is er een van--en het laat zich lezen als de
+stem van Iemand die zijn naam niet noemt, van grooten invloed en die
+lijdt aan Influenza-Hoofdpijn en die door vellen en vellen viltpapier
+heenpraat zonder er baat bij te vinden. Als je tusschen de regels
+dóór leest, merk je tamelijk duidelijk dat de "Times" het noodeloos
+vindt er doekjes om te winden, en dat er iets (natuurlijk wordt er
+niet gezegd wàt) moet gedaan worden en dat wel onmiddellijk. Anders
+steeds meer ongewenschte gevolgen, "Times"-Engelsch, snap je, voor
+nòg méér wespen en steken. Een door en door diplomatisch artikel!"
+
+"En onder de hand verspreidt zich deze Grootheid al meer en meer op
+allerlei leelijke manieren."
+
+"Precies."
+
+"Ik wou wel eens weten of Skinner gelijk had omtrent die groote
+ratten--"
+
+"Kom! Dàt zou tè erg zijn," zei Redwood.
+
+Hij kwam naast Bensington's stoel staan.
+
+"Tusschen twee haakjes," zei hij, terwijl hij zijn stem iets liet
+dalen, "hoe vat zìj--?"
+
+Hij wees naar de gesloten deur.
+
+"Nicht Jane? Zij weet er nog niets van. Brengt ons er niet mee in
+verband, en wil de artikelen niet lezen. "Reuzenwespen!" zegt ze,
+"ik zou nog net zoo lief, als die kranten te lezen."
+
+"Dat is heel gelukkig," zei Redwood.
+
+"Ik hoop toch niet, dat--mevrouw Redwood--?"
+
+"Nee," zeide Redwood, "'t wordt net gevoed--ze tobt verschrikkelijk
+over het kind. 't Gaat àl maar door, moet je weten."
+
+"'t Groeien?"
+
+"Ja. Is in tien dagen een-en-veertig ons aangekomen. Weegt nu
+bijna tachtig pond. En nog maar zes maanden! Natuurlijk een beetje
+onrustbarend."
+
+"Is ie goed in orde?"
+
+"Puik. Zijn kindermeid vertrekt omdat hij zoo van zich af trapt. En
+natuurlijk is hij overal totaal uitgegroeid. We hebben alles
+nieuw voor hem moeten laten maken, kleeren en al 't overige. Van de
+kinderwagen--'n licht ding--brak een rad, en het ventje moest naar huis
+gebracht worden op de handkar van den melkboer. Ja. Een heele menigte
+er achteraan... En we hebben Georgina Phyllis in zijn bed moeten laten
+slapen en hem in het bed van Georgina Phyllis. Zijn moeder--natuurlijk
+wat geschrokken. Eerst vol trots en geneigd Winkles te prijzen. Nu niet
+meer. Voelt dat zoo iets niet gezond kàn zijn. Begrijp je natuurlijk."
+
+"Ik dacht dat je hem kleinere doses zou geven."
+
+"Heb 't geprobeerd."
+
+"Werkte 't niet?"
+
+"Gegil. In gewone gevallen is het geschreeuw van een kind al luid en
+hinderlijk; 't is goed voor de soort dàt dit zoo is,--maar sints hij
+gevoed wordt met Herakleophorbia--"
+
+"Hm"--zei Bensington, met meer gelatenheid naar zijn vingers kijkend
+dan tot nu toe het geval was geweest.
+
+"'t Ligt voor de hand dat de zaak moèt uitkomen. De menschen zullen
+van dit kind hooren, het in verband brengen met onze kippen en 't
+andere spul, en m'n vrouw zal de heele zaak te weten komen... Ik heb
+geen vaag idee hoe ze 't zal opvatten."
+
+"'t Is stellig moeilijk," zei Bensington, "om eenig plan te maken----"
+
+Hij zette zijn bril af, en veegde hem zorgvuldig schoon.
+
+"'t Is alweer een voorbeeld van wat er voortdurend geschiedt. Wij--als
+ik het tenminste zoo eens mag uitdrukken--wij, mannen der
+wetenschap--wij werken natuurlijk altijd om een theoretisch resultaat
+te bereiken--'n zuiver theoretisch resultaat. Doch, zonder dat
+wij het zelf willen--brengen wij soms krachten in werking--nìèuwe
+krachten. Wij mógen die niet beheerschen--en niemand anders kàn
+het. Feitelijk hebben wij de quaestie niet langer in onze macht,
+Redwood. Wij verschaffen het materiaal--"
+
+"En zij" zei Redwood, zich naar het raam wendend, "ondervinden de
+gevolgen."
+
+"Voor zoover het die plaag in Kent betreft, zal ik mij er niet verder
+moeilijk over maken."
+
+"Als ze het òns tenminste niet moeilijk gaan maken."
+
+"Precies. En als ze willen komen aanzeuren met procureurs en
+beunhazen in de rechten en wettelijke belemmeringen en allerlei
+wichtige bezwaren van het nonsensicale soort, tot ze een aantal
+nieuwe soorten reuzen-ongedierten in de wereld geschopt hebben--De
+zaken zijn altijd in de war geweest, Redwood."
+
+Redwood trok een kromme ineengestrengelde lijn in de lucht.
+
+"En het belang dat wij bij de zaak hebben, zetelt feitelijk op dit
+oogenblik alleen bij jouw jongen."
+
+Redwood wendde zich om, kwam naderbij en keek zijn medewerker
+scherp aan.
+
+"Wat is jouw idee omtrent hem, Bensington? Jij kunt de zaak
+onbevooroordeelder bekijken dan ik. Wat moet ik met hem aanvangen??"
+
+"Doorgaan met hem te voeden."
+
+"Met Herakleophorbia?"
+
+"Met Herakleophorbia."
+
+"En dan groeit hij dóór."
+
+"Hij zal opgroeien, voor zoover ik het kan berekenen naar de kippen
+en wespen, tot een lengte van ongeveer vijf en dertig voet--met alles
+daaraan geëvenredigd--"
+
+"En wat zal hij dan aanvangen?"
+
+"Dat," zei Bensington, "maakt de geheele quaestie juist zoo
+interessant."
+
+"Maar goeie hemel, kerel, denk es aan zijn kleêren! En als hij
+volwassen is," zei Redwood, "zal hij een eenzame Gulliver zijn temidden
+van een Lilliputter-wereld."
+
+De oogen van den heer Bensington keken veelbeteekenend over zijn bril.
+
+"Waarom eenzaam?" zeide hij, en herhaalde nog somberder: "waarom
+eenzaam?"
+
+"Maar je wilt toch niet zeggen--?"
+
+"Ik zeide," zei de heer Bensington, met de zelfvoldoening van iemand
+die een goed beteekenisvol iets gezegd heeft, "waarom eenzaam."
+
+"Bedoel je dat we nog meer van dergelijke kinderen zouden kunnen
+grootbrengen--?"
+
+"Neen, ik bedoel niets meer dan wat ik vroeg."
+
+Redwood begon de kamer op en neer te loopen.
+
+"Natuurlijk," zeide hij, "dat zou kunnen.--Maar toch! Wat zou het
+einde ervan zijn?"
+
+Bensington schepte blijkbaar behagen in zijn eigen hooge
+gedachtenvlucht.
+
+"Wat mij het meeste belangstelling inboezemt, Redwood, is de gedachte
+dat zijn brein daar hoog in de lucht, als mijn redeneering tenminste
+juist is, óók vijfendertig voet of zoo verheven zal zijn boven ons
+niveau... Wat is er?"
+
+Redwood stond voor het venster en keek verbaasd naar een plakkaat op
+een wagen van een courantenbureau, die de straat kwam afratelen.
+
+"Wat is er aan de hand?" herhaalde Bensington, opstaand.
+
+Redwood slaakte een luiden kreet.
+
+"Wat is er dan toch?" zei Bensington.
+
+"Haal even een courant," zei Redwood, naar de deur gaand.
+
+"Waarom?"
+
+"Haal een courant.--Ik heb 't niet heelemaal--Reusachtige ratten--!"
+
+"Ratten?"
+
+"Ja, ratten. Skinner had bij slot van rekening toch gelijk!"
+
+"Wat bedoel je?"
+
+"Hoe kan ik dat zeggen vóór ik een krant heb? Groote Ratten. Goeie
+God. Als ze hem maar niet opgegeten hebben!"
+
+Hij keek rond naar zijn hoed en besloot dan maar zonder hoed te gaan.
+
+Terwijl hij den trap afrende, twee treden tegelijk, kon hij op straat
+het geweldige gebrul der Hooligan-couranten-verkoopers hooren, dat
+nu eens nader kwam, en zich dan weder verwijderde. De kerels sloegen
+er een aardig slaatje uit.
+
+"Vraiselijke gebeurtenis in Kent--vraiselijke gebeurtenis in
+Kent. Dokter ............ opgevreten door ratte. Vraiselijke
+gebeurtenis--ratte,--opgevreite door reusachtige ratte--"
+
+
+
+III.
+
+Cossar, de welbekende civiel-ingenieur, vond hen beiden staan in
+de groote deur der bovenwoningen, terwijl Redwood de nog vochtige,
+rose courant op armslengte hield en Bensington op de teenen stond,
+over zijn arm heen lezend. Cossar was een groote man met magere
+onbehouwen ledematen, die toevallig op geschikte hoeken van zijn
+lichaam geplaatst waren en een gezicht als een houtsnee, die in
+begin-stadium reeds onafgewerkt was gelaten, al tè weinig belovend
+om ze te voltooien. Zijn neus was vierkant gelaten en zijn onderkaak
+stak verder uit dan de bovenkaak. Hij ademde hoorbaar. Weinig lieden
+vonden hem knap. Zijn haar was volkomen tangentiaal en zijn stem,
+die hij niet te veel deed hooren, was hoog en meestal klonk er een
+bitter protest in door. Hij droeg bij alle gelegenheden een grijs
+linnen jacket-costuum en een zijden hoed. Hij peilde een onmetelijken
+zak met een groote roode hand, betaalde zijn koetsier en kwam hijgend
+en resoluut den trap op, een exemplaar van de rose courant in het
+midden vastklemmend als een bliksemstraal van Jupiter.
+
+"Skinner?" zei Bensington, niet lettend op Cossar's nadering.
+
+"Staat niks over hem in," zei Redwood. "Is beslist
+opgegeten. Allebei. 't Is te vreeselijk!... Hallo, Cossar!"
+
+"Is dat dat goedje van jullie?" vroeg Cossar, met de courant
+wuivend. "Waarom maak je er geen eind aan?" vroeg hij.
+
+"De plaats koopen?" riep hij uit. "Wat een onzin! Brand 'em tegen
+den grond. Ik wist wel dat lui als jelui d'r 'n rommel van zoudt
+maken. Wat je moet aanvangen? Wel--wat ik je zeg."
+
+"Jij? Doen? Natuurlijk de straat opgaan naar den
+wapenhandelaar. Waaròm? Om geweren. Ja--er is maar één winkel. Haal
+acht geweren! Met getrokken loop. Geen olifant-roeren--nee! Te
+groot. Geen infanteriegeweren ook--te klein. Zeg dat 't is
+om 'n stier dood te schieten. Zeg dat ze zijn om buffels te
+schieten! Zie je? Hè? Ratten? Nee! Hoe kunnen ze dàt begrijpen,
+voor den duivel?... Acht? Omdat we er acht nóódig hebben. Zorg voor
+een hoop ammunitie. Koop geen geweren zonder ammunitie--nee! Neem 't
+heele zaakje mee in een vigelante naar--waarheen ook weer? Urshot? Dan
+moet je Charing-Cross station hebben. Er gaat een trein om--enfin,
+de eerste de beste trein na tweeën. Denk je dat je 't doen
+kunt? Goed zoo. Vergunning? Haal er acht aan een postkantoor,
+natuurlijk. Vergunning voor 't dragen van geweren, snap je. Geen
+jachtakte. Waarom? Omdat 't ratten zijn, man."
+
+"Jij--Bensington! Heb je 'n telephoon? Ja. Ik zal vijf van m'n
+mannetjes uit Ealing opbellen. Waarom vijf? Omdat dat 't juiste
+getal is.--Waar ga jij heen, Redwood? Een hoed zoeken! Onzin. Hier
+heb je den mijne. Geweren heb je noodig, man--geen hoeden. Heb je
+geld? Genoeg? Goed zoo. Vooruit dan maar. Waar is die telephoon,
+Bensington?"
+
+Bensington keerde zich gehoorzaam om en ging voor. Cossar gebruikte de
+telephoon en belde af. "Dan heb je die wespen nog," zei hij. "Daar
+zijn zwavel en salpeter goed voor. Natuurlijk. Gips. Jij bent
+scheikundige. Waar kan ik zwavel bij de ton krijgen in zakken die
+niet te groot zijn. Waarvoor? Wel, m'n goeie god!--om dat nest uit
+te rooken, natuurlijk! Moet toch zwavel zijn, niet waar? Jij bent
+scheikundige. Zwavel het beste, he?"
+
+"Ja, ik gelóóf wel dat zwavel 't beste is."
+
+"Niets beters? Goed, dat is jouw werk. Zie zooveel zwavel te krijgen
+als je kunt--en salpeter om het te doen branden. Sturen? Charing
+Cross. Dàdelijk. Zorg ervoor dat ze 't doen ook. Loop zèlf mee. Nog
+iets?"
+
+Hij dacht een oogenblik na.
+
+"Portland cement--alle cement is goed--nest blokkeeren--gaten, snap
+je? Dàt zal ìk wel halen."
+
+"Hoeveel?"
+
+"Hoeveel wat?"
+
+"Zwavel."
+
+"Ton. Begrepen?"
+
+Bensington kneep zijn bril wat vaster met een hand die beefde van
+vastberadenheid. "In orde," zei hij, zeer kortaf.
+
+"Geld in je zak?" vroeg Cossar. "Loop naar den duivel met
+cheques. Gereed geld betalen. Natuurlijk. Waar is je bank? Goed. Stap
+onder weg uit en haal veertig pond--bankbiljetten en goud."
+
+Weer even nadenken. "Als we dit zaakje aan de ambtenaren
+overlaten dan gaat heel Kent aan flarden," zei Cossar. "Is er nog
+iets--? Neen. Hìèr!"
+
+Hij stak een enorme hand op naar een vigelante die gretig aan-hotste
+om hem te bedienen. "Rijtuig, meneer?" zei de aapjes-man. "Nog
+al vanzelf," zeide Cossar en Bensington, nog steeds zonder hoed,
+pagaaide den trap af, en maakte zich gereed in te stappen.
+
+"Ik vind," zei hij, met zijn hand op het zeil der vigelante, en met
+een schichtigen blik naar de vensters zijner verdieping, "ik geloof
+dat ik het eerst nog even aan nicht Jeanne ga vertellen.--"
+
+"Meer tijd om te vertellen als je terugkomt," zei Cossar, hem erin
+duwend met een enorme hand die zijn rug ongeveer besloeg... "Knappe
+kerels," merkte Cossar op, "maar geen zier initiatief. Jawel, nicht
+Jeanne. Ik ken 'er. Snert, al die nichten Jeanne!--'t land is er
+mee verpest. Ik wed dat 't me den geheelen nacht zal bezighouden
+om ervoor te zorgen dat ze doen wat ze aldoor geweten hebben dat ze
+moèsten doen. Ik wou wel es weten of 't dat napluizen of nicht Jeanne
+of iets anders is, dat ze zoo maakt?"
+
+Hij liet dit ondoorgrondelijke probleem voor wat het was, staarde
+een poosje in gedachten op zijn horloge en bevond dat er nog juist
+tijd genoeg zou zijn om een restaurant binnen te vallen en koffie te
+drinken vóór hij op het portland-cement uitging en het naar Charing
+Cross vervoerde. De trein vertrok om vijf minuten over drieën, en hij
+kwam te Charing-Cross aan om kwart vóór drie, en vond daar Bensington
+buiten het station in heet dispuut met twee politie-agenten en zijn
+wagenvoerder buiten het station en Redwood in het goederenbureau, in
+een technische moeilijkheid gewikkeld omtrent zijne ammunitie. Iedereen
+gaf voor, niets te weten of geen macht te hebben, op de manier waarvan
+de beambten op de Zuid-Ooster-lijn zooveel houden als ze zien, dat
+ge haast hebt.
+
+"Jammer dat ze al die beambten niet kunnen neerschieten en een nieuw
+stel nemen," merkte Cossar zuchtend op. Doch de tijd was te kort om
+lang te redekavelen en deshalve schoof hij al deze kleinere hinderpalen
+op zij, en dook uit de een of andere obscure schuilplaats een wezen op,
+dat de station-chef kan geweest zijn--maar het ook even goed niet kan
+geweest zijn--liep heen en weer, hem stevig vasthoudend, gaf orders
+in zijn naam, en was het station uit met alles en iedereen veilig aan
+boord, vóór die beambte den vollen omvang begreep van de inbreuk die er
+gemaakt was op den meest heiligen gang van zaken en voorschriften. "Wie
+wàs dat?" vroeg de hooge beambte, den arm betastend, dien Cossar beet
+had gehad, en glimlachend met gefronste wenkbrauwen.
+
+"Hoe of wat dan ook meneer," zei een kruier, "maar 't was een
+meneer. 'IJ en allemaal die bij 'em waren, reisden eerste klas."
+
+"Nu, we hebben hèm en zijn goedje aardig vlug de baan uitgestuurd--wie
+hij dan ook was", zeide de hooge beambte, zijn arm wrijvend met iets
+dat naar voldoening zweemde.
+
+En terwijl hij langzaam terugwandelde, knipoogend in het daglicht
+waaraan hij zoo weinig gewoon was, naar die deftige plaats van
+afzondering waarin de hoogere beambten te Charing Cross hun toevlucht
+zoeken tegen den overlast van het plebs, liep hij nog steeds te
+glimlachen om zijn ongewone energie. Het geval gaf hem een zeer veel
+voldoening gevenden blik op zijn eigen handigheid, niettegenstaande
+zijn stijven arm. Hij wenschte dat enkelen van die verwenschte critici,
+die in een gemakkelijken stoel het bestuur der spoorwegen liggen af
+te kammen, hem eens hadden kunnen zien.
+
+Tegen vijven had die niet genoeg te bewonderen Cossar zonder eenigen
+schijn van overhaasting, al zijn materiaal voor zijn strijd tegen
+deze losgebroken Grootheid Urshot reeds uit, en was hij op weg naar
+Hickleybrow. Twee vaten petroleum en een vracht droge rijzen had
+hij in Urshot gekocht; een meer dan voldoend aantal zakken zwavel,
+acht geweren voor groot wild en ammunitie, drie lichte achterladers,
+met fijne-hagel-patronen voor de wespen, een bijl, twee kapmessen,
+een houweel en drie spaden, twee streng touw, wat flesschen bier,
+soda en whiskey, een gros pakjes rattenkruid en koude proviand voor
+drie dagen, waren uit Londen mee gekomen. Dit alles had hij op zeer
+zakelijke manier in een kolenlorrie en een hooiwagen vooruit gezonden;
+behalve de geweren en de ammunitie, die geborgen werden onder de bank
+van het wagentje uit den Rooden Leeuw, dat bestemd was om Redwood en
+de keurbende van vijf man die op Cossar's bevel uit Ealing gekomen was,
+te vervoeren.
+
+Cossar leidde al deze werkzaamheden met een air, alsof het de meest
+doodgewone zaak ter wereld was; hoewel er in Urshot een ware paniek
+heerschte over de ratten, en alle wagenbestuurders moesten extra
+betaald worden. Alle winkels in het plaatsje waren gesloten, en men
+zag bijna niemand op straat, en als hij op een deur klopte, ging
+niet de deur, maar het raam open. Hij scheen het zaken-drijven vanuit
+open vensters een volkomen gewettigd en voor de hand liggend iets te
+vinden. Eindelijk kregen hij en Bensington den sjees uit den Rooden
+Leeuw, en gingen op weg met net karretje, om zich bij de bagage te
+voegen die reeds een eind vooruit was. Dit deden zij een eindje voorbij
+de kruiswegen, en kwamen zoodoende het eerst te Hickleybrow aan.
+
+Bensington, met een geweer tusschen de knieën, naast Cossar zittend
+in de sjees, voelde een reeds lang in zich groeiende verbazing tot
+rijpheid komen. Al wat zij nu deden, was, zooals Cossar volhield,
+zonder twijfel het meest voor de hand liggende om te doen, maar--! In
+Engeland doet men zelden wat voor de hand ligt. Hij keek van de voeten
+van zijn buurman, naar de forsch gespierde handen op de teugels. Cossar
+had blijkbaar nooit gemend, en reed maar recht uit recht aan over het
+midden van den weg, volgens een zonder twijfel voor de hand liggende,
+doch zeer zeker ongewone eigen methode.
+
+"Waarom doen wij toch niet allemaal wat voor de hand ligt? dacht
+Bensington. Wat 'n goeie wereld zou 't dan worden als iedereen dat
+deed! Waarom doe ik bijvoorbeeld zoo'n massa dingen niet, terwijl ik
+weet dat 't goed zou zijn ze te doen--dingen die ik graag doen zou! Is
+iederéén dan zóó, of ligt 't alleen aan mij!" Hij verzonk in sombere
+overpeinzingen over den wil. Hij dacht na over de ingewikkelde,
+ingeroeste beuzelachtigheden van het dagelijksch leven, en in
+tegenstelling hiermede, over de eenvoudige en voor de hand liggende
+dingen die men behoorde te doen, de aangename en mooie daden, die
+eigenaardige invloeden ons nooit veroorloven te volbrengen. Nicht
+Jeanne? Hij bemerkte dat nicht Jeanne op de een of andere listige en
+moeilijk-na-te-gane manier een belangrijke factor in deze quaestie
+was. Waarom moeten wij, bij slot van rekening, eten, drinken, slapen,
+ongetrouwd blijven, híerheen gaan, dáár nièt heen gaan, en dit alles
+uit consideratie voor nicht Jeanne?
+
+Zij werd symbolisch zonder op te houden ondoorgrondelijk te zijn!...
+
+Een overstap, en een pad dwars door de velden trokken zijn aandacht
+en deden hem denken aan dien vroolijken helderen dag, nog zoo kort
+geleden wat tijd betrof, terwijl de emoties ervan reeds zoo ver achter
+hem lagen, toen hij van Urshot naar de Proef-Hoeve liep om naar de
+reuzen-kuikens te gaan kijken...
+
+Het lot speelt met ons.
+
+"Tchek, tchek," zeide Cossar, "sta op."
+
+Het was een zeer warme middag, er was geen zuchtje en het stof lag
+dik op de wegen. Menschen waren er niet veel te zien, doch de herten
+achter de omheining van het park graasden vreedzaam.
+
+Zij zagen een paar van de groote wespen een kruisbessenstruik
+leegplunderen even buiten Hickleybrow, en er kroop er een op en neer
+voor het kleine kruideniers-winkeltje in de dorpstraat, trachtend
+ergens een ingang te vinden. De kruidenier was nog zichtbaar binnen,
+met een oud vogelroer in de hand en de pogingen van het dier
+aandachtig volgend. De koetsier van het karretje hield stil voor
+"de Vroolijke Koejongens," en deelde Redwood mede, dat zijn deel van
+de overeenkomst hiermede afliep. Hierbij sloten zich een oogenblik
+later ook de voerlieden van den hooiwagen en de kolenlorrie aan. Zij
+hielden deze bewering niet alleen staande, doch weigerden pertinent
+om de paarden verder mee te laten gaan.
+
+"Die groote ratten zijn dol op paarden", herhaalde de kolentremmer
+telkens.
+
+Cossar keek het getwist een oogenblik aan.
+
+"Haal de spullen uit het wagentje", zeide hij, en een van zijne mannen,
+een lange, blonde, smerige werktuigkundige, gehoorzaamde.
+
+"Geef me dat jachtgeweer es an", zeide Cossar.
+
+Hij ging tusschen de voerlui staan. "Wij verlangen niet van jelui
+dat je rijden zult," zeide hij.
+
+"En nu kun je verder zeggen wat je wilt," gaf hij toe--"maar wij
+moeten die paarden hebben."
+
+Zij begonnen over en weer te praten, maar hij ging voort: "Als jelui
+het hart hebt om een hand naar ons uit te steken, schiet ik je uit
+zelfverdediging in je beenen. Maar de paarden gaan mee verder."--Hij
+beschouwde de zaak hiermede als afgedaan.
+
+"Klim op dien wagen, Flack," zei hij tot een breedgeschouderden,
+taaien, kleinen man. "Boon, jij neemt den kolenwagen."
+
+Twee wagenvoerders begonnen tegen Redwood te tieren.
+
+"Jelui hebt je plicht gedaan jegens jelui werkgevers", zeide
+Redwood. "Jelui blijven in dit dorp tot wij terugkomen. Niemand zal
+je de schuld geven, als ze zien dat wij geweren hebben. Wij willen
+niets onrechtvaardigs of gewelddadigs doen, maar de quaestie is
+dringend. Ik betaal als er iets met de paarden gebeurt, dus stel je
+op dat punt maar gerust."
+
+"Goed zoo," zeide Cossar, die zelden beloften deed.
+
+Zij lieten de sjees achter, en de mannen, die menden, gingen
+te voet. Over elken schouder bungelde een geweer. Het was een
+allervreemdste kleine expeditie voor een Engelschen landweg. Het
+geleek meer op een Yankee-troep, die bezig was westwaarts te trekken
+in de goede oude dagen der Indianen.
+
+Zij volgden den weg, totdat zij op den top van den heuvel, bij den
+overstap, de Proef-Hoeve in het zicht kregen.
+
+Zij vonden boven op den heuvel een klein troepje mannen met een
+geweer--de beide Fulchers waren er onder anderen ook bij--en een man,
+een vreemde uit Maidstone, stond een paar pas vóór de anderen en nam
+het terrein op door een tooneelkijker.
+
+Deze mannen wendden zich om en keken verbaasd naar Redwood's troep.
+
+"Iets nieuws?" zeide Cossar.
+
+"De wespen vliegen af en an," zei de oude Fulcher.
+
+"Kan niet zien of ze wat meebrengen."
+
+"Het kanariekruid is nou al tusschen de pijnboomen," zeide de man
+met den tooneelkijker. "Van morgen was het daar nog niet. Je kunt
+het zien groeien terwijl je er naar staat te kijken."
+
+Hij haalde een zakdoek uit zijn zak en wreef de glazen van den
+tooneelkijker doodbedaard zorgvuldig af.
+
+"Jelui gaan zeker naar beneden, he?" waagde Skelmersdale te zeggen.
+
+"Ga je mee?" vroeg Cossar.
+
+Skelmersdale scheen te aarzelen.
+
+"Duurt den geheelen nacht."
+
+Skelmersdale besloot, als dat zoo was, maar liever niet mee te gaan.
+
+"Ook ratten op de vlakte?" vroeg Cossar.
+
+"D'r zat er een tusschen de dennen van morgen. Ik vertrouw dat ie op
+konijnen uit was."
+
+Cossar sjokte weer voort om de anderen in te halen. Bensington,
+die van onder zijn hand naar de Proef-Hoeve tuurde, kreeg voor het
+eerst eenigermate een denkbeeld van de kracht van het voedsel. Zijn
+eerste indruk was, dat het huis kleiner was dan hij gedacht had--véél
+kleiner zelfs; zijn tweede indruk was, dat de geheele plantengroei
+tusschen het huis en het pijnbosch ontzettend groot was geworden. Het
+dak boven den put keek nog maar even uit van tusschen acht voet hooge
+graspluimen en het kanariekruid had zich om den schoorsteen geslingerd
+en gesticuleerde met stijve ranken in de lucht. Zijn bloemen waren
+helder-gele vlekken, die wel een mijl ver duidelijk zichtbaar waren
+als afzonderlijke, gele, spikkels.
+
+Een groote, groene kabel had zich dwars door het ijzergaas van
+den looper der reuzen-kuikens gewrongen en had zijn bladerstelen
+geslingerd om twee aan den buitenkant staande pijnboomen. Bijna half
+zoo hoog was ook het boschje brandnetels, dat om de karreschuur was
+opgeschoten. De geheele aanblik deed, hoe meer zij naderden, denken
+aan een aanval van dwergen op een poppenhuis dat in een vergeten
+hoekje van den een of ander grooten tuin is blijven staan.
+
+Zij zagen dat de wespen voortdurend ijverig af en aan vlogen. Een zwerm
+zwarte gedaanten vloog door elkaar in de lucht boven de verweerde
+heuvelhelling achter het pijnbosch en telkens schoot een van deze
+gedaanten op in de lucht, met ongelooflijke snelheid, en zweefde heen
+naar een verwijderd doel. Hun gegons was reeds hoorbaar op meer dan
+een halve mijl van de Proef-Hoeve.
+
+Eenmaal kwam een geel-gestreept monster hun kant uit schieten, zweefde
+een tijdlang vóór hen, naar hen kijkend met zijn groote facettenoogen,
+doch op een mislukt schot uit Cossar's jachtgeweer, vloog het weder
+heen. Rechts in een hoek van het veld, kropen er verscheidene over
+eenige afgekloven beenderen, die waarschijnlijk de overblijfselen
+waren van het lam dat de ratten hierheen gesleept hadden van Huxter's
+boerderij. De paarden begonnen onrustig te worden, toen zij deze wezens
+naderden. Geen van het gezelschap was een goed menner, en zij moesten
+ieder paard bij den teugel leiden en het aanmoedigen met hun stem.
+
+Zij zagen geen enkel spoor van de ratten, toen zij het huis naderden,
+en alles scheen volmaakt rustig, behalve het nu eens duidelijker,
+dan weer minder duidelijk aanzwellende whoozzzzzzZZZ, whoooooozoo--oe
+uit het wespen-nest.
+
+Zij leidden de paarden het erf op en een van Cossar's mannen
+die de deur zag openstaan--het geheele middengedeelte ervan was
+weggeknaagd--ging naar binnen. Niemand miste hem den eersten tijd,
+daar de anderen bezig waren met de vaten petroleum, en zij bemerkten
+eerst dat hij niet bij hen was, toen zij het knallen van zijn geweer
+en het fluiten van zijn kogel hoorden. "Pang, pang," allebei de
+loopen, en zijn eerste kogel ging, schijnt het, door het vat zwavel,
+rukte er een duig aan den anderen kant uit, en vervulde de lucht met
+geel poeder. Redwood had zijn geweer in de hand gehouden en trok
+het schot er af op iets grijs' dat hem voorbij rende. Hij zag nog
+even het breede achtergedeelte, den langen schubachtigen staart en
+lange zolen der achterpooten van een rat, en ledigde zijn tweeden
+loop. Hij zag Bensington neervallen op het oogenblik, dat het beest
+om den hoek verdween.
+
+Toen was iedereen een tijdlang druk in de weer met een geweer. Drie
+minuten lang waren levens geen cent meer waard op de Proef-Hoeve, en
+het knallen der geweren vervulde de lucht. Redwood in zijn opwinding
+niet op Bensington lettend, achtervolgde het dier, en werd omver
+gegooid door een massa puin, kalk, cement en splinters van vermolmde
+latten, die recht op hem af kwam stuiven, nadat een kogel juist
+tegenover hem door den muur was komen vliegen.
+
+Hij vond zich zelf op den grond zitten met bebloede handen en lippen
+en groote stilte hing drukkend over alles om hem heen.
+
+Toen merkte hij een geestlooze stem vanuit het huis op:
+
+"Gee--whizz!"
+
+"Hallo!" zei Redwood.
+
+"Hallo daar!" antwoordde de stem.
+
+En toen: "hebben jellui 'em?"
+
+Een besef van de plichten der vriendschap ontwaakte in Redwood. "Is
+meneer Bensington gewond?" vroeg hij.
+
+De man binnen verstond hem niet goed. "'t Is jullie schuld zèker niet,
+dat ik nog leef" zeide de stem.
+
+Het werd Redwood steeds duidelijker, dat 't niet anders kon, of hij
+had Bensington neergeschoten. Hij dacht niet langer aan de schrammen
+in zijn gezicht, stond op en vond Bensington op den grond zitten,
+zijn schouder wrijvend.
+
+Bensington keek hem over zijn bril aan. "We hebben 'em smeer gegeven,
+Redwood", zeide hij en toen: "hij probeerde over me heen te springen,
+en gooide me omver. Maar ik gaf 'm allebei de loopen, en goeie hemel,
+m'n schouder is murw."
+
+Er verscheen een man in de deur van het huis. "Eéns raakte ik 'm in
+zijn borst en eens in z'n zij," zeide hij.
+
+"Waar zijn de wagens?" zeide Cossar, te voorschijn komend uit een
+warbos van reusachtige kanariekruid-bladen.
+
+Het bleek tot Redwood's verbazing, ten eerste, dat er niemand
+doodgeschoten was, en ten tweede dat de trollen en de wagen wel een
+vijftig pas verplaatst waren, en nu met ineengeloopen wielen in den
+verwoesten moestuin van Skinner stonden.
+
+De paarden hadden opgehouden met slaan en steigeren. Een eind
+verder lag het gebarsten vat zwavel op het pad met een wolk van
+stof er boven. Hij vestigde Cossar's aandacht hierop en ging er
+naar toe. "Heeft een van jullie die rat ook gezien?" brulde Cossar,
+hem volgend. "Ik raakte hem éénmaal tusschen z'n ribben, en éénmaal
+recht in zijn facie toen hij op me afkwam."
+
+Terwijl zij nog bezig waren om de in elkaar gewerkte raderen te
+trekken, voegden juist twee mannen zich bij hen.
+
+"Ik heb die rat neergelegd," zeide een van hen.
+
+"Hebben ze 'em?" vroeg Cossar.
+
+"Jim Bates heeft 'm gevonden, achter de heg. Ik raakte 'm net toen
+hij om den hoek kwam...."
+
+"Pats, achter zijn schouder......"
+
+Toen de zaken weder een beetje op orde waren, ging Redwood eens kijken
+naar het kolossale, wanstaltige lijk. Het dier lag op zijn zijde,
+met lichtelijk gekromd lijf. Zijn knaagtanden, die uitstaken over
+de onderkaak, gaven aan zijn gezicht een uitdrukking van zwakheid
+bij al zijn grootte en vraatzucht. Het leek niet in 't minst woest of
+vrees-aanjagend. De klauwen der voorpooten deden denken aan vermagerde
+handen. Behalve een klein rond gaatje met een geschroeiden rand er
+om heen aan weerszijden van den hals, was het dier volkomen ongedeerd.
+
+Hij bleef hierover eenigen tijd staan peinzen.
+
+"Dan moeten er twéé ratten geweest zijn," zeide hij eindelijk,
+zich afwendend.
+
+"Ja, en die, die iedereen geraakt heeft,--is ontsnapt."
+
+"Ik weet anders zeker dat mijn schot......"
+
+Een kanariekruid-rank, die op de geheimzinnige manier van alle
+kruipplanten naar een houvast zocht, boog zich allervriendelijkst
+naar zijn hals, en deed hem haastig ter zijde gaan.
+
+"Whoe-z-z-z-z-z-z-Z-Z-Z", klonk het uit het wespennest, een eind
+verder, "whoe-oe-zoe-oe."
+
+
+
+IV.
+
+Dit geval deed het gezelschap op zijn hoede zijn, hoewel het er niet
+buitengewoon ontdaan over was.
+
+Zij brachten hun provisie in het huis, dat blijkbaar ondersteboven
+gehaald was door de ratten, nadat juffrouw Skinner het verlaten had, en
+vier van de mannen brachten de twee paarden naar Hickleybrow terug. Zij
+sleepten de doode rat door de heg, zóó dat zij van uit de vensters
+van het huis goed te zien was, en bemerkten toevallig een kolonie
+reuzen-oorwormen in de greppel. Deze dieren gingen haastig uit elkaar,
+doch Cossar stak zijn ontzettende ledematen uit en slaagde er in,
+er verscheidene te dooden met zijn laarzen en geweer-kolf. Vervolgens
+hakten twee der mannen verscheidene hoofd-stammen van het kanarie-kruid
+door--dit waren reusachtige cylinders van een paar voet in doorsnede,
+die uitkwamen bij den zinkput achter het huis; en terwijl Cossar het
+huis voor den nacht in orde bracht, liepen Bensington, Redwood en een
+der bijstand-verleenende electriciens behoedzaam om de kippenrennen
+heen, zoekend naar de rattenholen.
+
+Zij maakten een wijden boog om de reuzen-brandnetels heen, want dit
+reusachtig onkruid bedreigde hen met giftige doornen van ruim een
+duim lang.
+
+Vervolgens kwamen zij aan gene zijde van het afgeknaagde, onttakelde
+hek, en stonden plotseling voor het meest westelijk-gelegen reusachtige
+ratten-hol--, een kwalijk-riekende diepte,--dat hen op éen rij deed
+gaan staan.
+
+"Ik hoop dat zij te voorschijn zullen komen", zeide Redwood met een
+blik naar het afdak van den put.
+
+"En als ze er eens niet uitkomen," zei Bensington.
+
+"Dat zullen ze wel," zei Redwood.
+
+Zij bleven in gedachten verzonken staan.
+
+"We zullen op de een of andere manier vuur moeten aanmaken àls we er
+in gaan," zeide Redwood.
+
+Zij gingen een klein paadje van wit zand op, door het dennenbosch,
+en hielden een oogenblik later stand in het gezicht der wespen-holen.
+
+De zon ging nu onder, en de wespen kwamen allen naar huis; hun vleugels
+vormden in het gouden licht snel-ronddraaiende stralen-kransen om hen
+heen. De drie mannen keken behoedzaam toe van onder de boomen--zij
+waagden het niet tot aan den rànd van het bosch te gaan--en zagen
+deze kolossale insecten neerkomen, een beetje rondkruipen, de holen
+binnengaan en verdwijnen.
+
+"Binnen een paar uur zijn ze kalm," zei Redwood... "'t Is net of je
+weer een jongen bent."
+
+"We kunnen deze holen niet misloopen," zei Bensington, "al is de
+nacht ook donker. Tusschen twee haakjes--hoe moet het met 't licht"--
+
+"Volle maan," zei de electricien. "Heb 't opgezocht."
+
+Zij gingen terug en raadpleegden Cossar.
+
+Hij zeide, dat 't "voor de hand lag", dat ze voor 't schemer de zwavel,
+salpeter en gips 't bosch doorbrachten en derhalve ontlaadden zij de
+wagens en droegen de zakken op hun rug.
+
+Na het noodige geschreeuw der voorafgaande orders werd er geen woord
+meer gesproken, en toen het gezoem uit het wespen-nest verstierf,
+was er bijna geen ander geluid te hooren dan het gedruisch van
+voetstappen, de zware ademhaling van beladen mannen en het neerwerpen
+der zakken. Om beurten hielp ieder een handje behalve Bensington
+die hier klaarblijkelijk ongeschikt voor was. Hij vatte post in de
+slaapkamer der Skinners met een geweer, om het lijk der doode rat te
+bewaken en de andere droegen om beurten zakken en rustten dan weder,
+en hielden twee aan twee de wacht bij de ratten-holen achter het
+brandnetel-boschje. De zaadbolletjes der netels waren rijp, en telkens
+werd hun waken verlevendigd door het opengaan van een dezer bolletjes,
+wat precies klonk als het knallen van een pistool, en de zaadkorrels,
+zoo groot als hertenloopers, vlogen overal om hen heen.
+
+Bensington zat voor zijn venster in een harden paardenharen leunstoel,
+waarover een smoezelige anti-macasser lag, die gedurende vele jaren
+een tikje van maatschappelijke distinctie gegeven had aan de huiskamer
+der Skinners.
+
+Zijn geweer, waaraan hij zoo weinig gewoon was, rustte op het kozijn,
+en zijn bril keek nu eens naar de duistere gestalte der doode rat
+in het steeds-meer-dalende schemerduister, dan weer om zich heen,
+in vreemde overpeinzingen. Er was een flauwe stank van petroleum,
+want een van de vaten lekte, en deze lucht vermengde zich met een
+minder onaangenamen geur, die opsteeg uit den afgehakten en vertreden
+stengel van het kanariekruid.
+
+Als hij het hoofd omwendde herinnerde een mengeling van vage
+huiselijke geuren, van bier, kaas, rotte appels en oude laarzen
+als leidmotieven, hem sterk aan de verdwenen Skinners. Hij keek een
+tijdje lang rond in het duistere vertrek. Het meubilair was zeer in
+wanorde gebracht--misschien wel door de een of andere nieuwsgierige
+rat--doch een jas aan een pen, tegen de deur, een scheermes en enkele
+vuile strookjes papier, en een stukje zeep dat tot een hoornachtigen
+dobbelsteen geworden was doordat het sedert jaren niet meer gebruikt
+werd, dit alles rook naar Skinner's marquante persoonlijkheid.
+
+De gedachte kwam in Bensington's brein op, dat hoogstwaarschijnlijk
+het monster, dat daar nu in het halfduister lag, Skinner gedood en
+opgegeten had, tenminste gedeeltelijk, iets waarvan hij den geheelen
+omvang nog niet overdacht had.
+
+Waar toch een er-onschuldig-uitziende ontdekking op chemisch gebied
+al niet toe leiden kon!
+
+Hier zat hij nu, in zijn eenvoudige, oude Engeland, en toch aan
+alle zijden belaagd door gevaren, geheel alleen met een geweer
+in een halfduister, bouwvallig huis, ver van elk gemak, met zijn
+schouder deerlijk gekneusd door het stooten van een geweer, en--bij
+alle heiligen!
+
+Hij begreep nu eerst ten volle hoezeer de gewone orde van zaken van
+het Heelal voor hem veranderd was. Hij was weggegaan naar de plaats
+van dit verbazingwekkende avontuur, zonder er zelfs met één woord
+van te reppen tegen zijn nicht Jeanne!
+
+Wat moest zij wel van hem denken?
+
+Hij trachtte zich dit voor te stellen, doch het gelukte hem niet. Hij
+had het vreemde gevoel, dat hij en zij nu voor altijd gescheiden
+waren, en elkander nooit weer zouden zien. Hij gevoelde, dat hij een
+verbazenden stap gedaan had, en een wereld van nieuwe onmetelijke
+dingen had betreden. Wat voor monsters konden die steeds duisterder
+wordende schaduwen niet verbergen?... De toppen der reuzen-netels
+staken donker en scherp af tegen het bleeke groen en amber van de lucht
+in het westen. Alles was heel stil--heel, heel stil. Hij verwonderde
+zich waarom hij de anderen niet kon hooren daar ginds om den hoek
+van het huis. De schaduw in het karrehuis was nu één zwarte diepte.
+
+Pang... pang... pang.
+
+Een keten van echoos en een schreeuw.
+
+Toen lange stilte.
+
+Goddank! daar kwamen Redwood en Cossar opdoemen uit de onhoorbare
+duisternis, en Redwood riep "Bensington!"
+
+"Bensington! We hebben wéér 'n rat! Cossar heeft een tweede rat
+neergelegd!"
+
+
+
+V.
+
+Toen de expeditie zich voldoende ververscht had, was de nacht
+gedaald. De sterren schenen zoo helder als zij maar konden, en een
+steeds grooter wordende bleekheid in de richting van Hankey kondigde
+de maan aan. Nog steeds werd er wacht gehouden bij de rattenholen,
+doch de wakers hadden van plaats verwisseld en hadden post gevat
+op de heuvelhelling boven de holen, voelend dat dit een veiliger
+punt was om te vuren. Zij hurkten daar in de overvloedig vallende
+dauw, en bestreden de vochtigheid met whiskey. De anderen bleven in
+huis en de drie leiders bespraken met de mannen het werk dat hun
+gedurende den nacht voor de borst stond. Tegen middernacht ging
+de maan op, en zoodra zij boven de duinen uitkwam, begaven allen,
+behalve de schildwachten bij de rattenholen, zich op weg, achter
+elkaar loopend, in den ganzenpas, en aangevoerd door Cossar, naar
+het wespennest. Voor zoover het 't wespennest betrof, was hun taak
+buitengewoon licht--verbàzend licht. Behalve dat 't langer duurde,
+had het niet veel meer voeten in de aarde dan het eerste het beste
+gewone wespennest. Zeker, er was eenig gevaar bij--levensgevaar nog
+wel, doch dit stak zelfs het hóófd niet buiten het hol. Zij propten
+er de zwavel en salpeter in, stopten de holen zorgvuldig dicht en
+staken hunne lonten aan.
+
+Toen wendde het geheele gezelschap, behalve Cossar, zich als één man
+om en rende dwars door de lange schaduwen der pijnboomen, en ziende
+dat Cossar stand gehouden had, kwamen zij een honderd meter verder
+tot staan, dicht op elkaar gedrongen, knus dicht bij een greppel,
+die een schuilplaats aanbood. Een paar minuten lang was de zwarte en
+witte maannacht zwaar van een gesmoord gegons, dat aanzwol tot een
+gebrul, tot een diepen breeden klank, zijn hoogtepunt bereikte en
+toen weder verstierf; en toen--het was haast niet te gelooven--was
+de nacht weder stil.
+
+"Bij den hemel!" zei Bensington, bijna fluisterend, "hij heeft
+'t klaargespeeld."
+
+Allen stonden in spanning. De heuvelhelling boven het donkere
+naald-kantwerk van de schaduwen der pijnboomen was helder als het
+daglicht en kleurloos als sneeuw. Het verstijvende cement in de holen
+glom zoo waar. Cossar's losse gestalte kwam op hen toe.
+
+"Klaar hoor"--zei Cossar.
+
+"Pang--pang!"
+
+Een schot van dicht bij het huis en toen--stilte.
+
+"Wat is dàt?" zei Bensington.
+
+"Een van de ratten zal z'n kop naar buiten gestoken hebben," opperde
+een van de mannen.
+
+"Tusschen twee haakjes, we hebben onze geweren ginds gelaten,"
+zei Redwood.
+
+"Bij de zakken."
+
+Iedereen begon weer den kant van den heuvel uit te loopen.
+
+"Dat moeten de ratten zijn," zei Bensington.
+
+"Ligt voor de hand," zei Cossar, op zijn nagels bijtend.
+
+"Pang!"
+
+"Hallo?" zei één van de mannen.
+
+Toen klonken er plotseling een roep, twee schoten, een luiden
+schreeuw die bijna een gil was, drie snel op elkaar volgende schoten
+en het geluid van hout dat versplinterde. Al deze geluiden waren zeer
+duidelijk en zeer klein in de onmetelijke stilte van den nacht. Toen
+eenige minuten lang niets dan een zacht, gedempt verward geluid uit
+de richting der rattenholen, en toen weder een woeste gil... allen
+liepen om 't hardst naar de geweren... Weer twee schoten.
+
+Bensington holde met het geweer in de hand door het pijnbosch achter
+een aantal voor hem uithollende ruggen aan. Het is eigenaardig dat de
+gedachte, die op dat oogenblik den boventoon voerde in zijn brein,
+de wensch was, dat nicht Jeanne hem nu eens kon zien. Zijn bolle
+opengewerkte schoenen sloegen uit in wilde groote passen en zijn
+gezicht was vertrokken tot een voortdurende grijns, omdat dit zijn
+neus deed rimpelen en zijn bril op zijn plaats hield. Ook hield hij
+den loop van zijn geweer recht voor zich uit, terwijl hij daar door
+het plekken-werpende maanlicht holde. De man die weggeloopen was,
+kwam hen in vollen ren tegen--hij had zijn geweer laten vallen.
+
+"Hallo," zei Cossar, en ving hem op in zijn armen. "Wat heeft dit
+te beduiden?"
+
+"Ze kwamen er allemaal samen uit," zei de man.
+
+"De ratten?"
+
+"Ja, zes waren 't er."
+
+"Waar is Flack?"
+
+"Die ligt ginds."
+
+"Wat zegt ie?" hijgde Bensington, die kwam aanloopen zonder dat iemand
+op hem lette.
+
+"Ligt Flack ginds?"
+
+"Hij viel."
+
+"Ze kwamen er een voor een uit."
+
+"Wat?"
+
+"Deden een uitval. Ik loste m'n beide loopen."
+
+"En heb je Flack daar alleen achtergelaten?"
+
+"Zij zaten ons op 't lijf."
+
+"Vooruit," zei Cossar. "Jij gaat met ons mee. Waar is Flack? Breng
+ons er heen."
+
+Het geheele gezelschap ging op weg. Verdere bijzonderheden omtrent
+het gevecht ontvielen den man die weggeloopen was. De anderen,
+behalve Cossar die voorop ging, verdrongen zich om hem.
+
+"Waar zijn ze nou?"
+
+"Misschien al weer in hun holen. Ik smeerde 'n 'm. Ze renden op ons
+in om bij hun holen te kommen."
+
+"Wat bedoel je? Waren jelui dan achter ze gekomen?"
+
+"Wij gingen naar hun hol. Zagen ze d'r uit kommen, en probeerden
+ze den pas af te snijden. Ze kropen d'r uit--net als konijnen. Wij
+holden naar beneden, en brandden los. Zij liepen wild in 't rond na ons
+eerste schot, en toen kwamen ze plotseling op ons af. Op ons àf, hoor!"
+
+"Hoeveel?"
+
+"Zes of zeven."
+
+Cossar ging vóór naar den rand van het pijnbosch en hield stil.
+
+"Bedoel je dat ze Flack gepakt hebben?" vroeg iemand.
+
+"'k Zag wel dat er een op 'em afkwam."
+
+"Schoot je niet?"
+
+"Hoe kon ik dat nou?"
+
+"Heeft iedereen geladen?" zei Cossar over zijn schouder. Van alle
+kanten werd toestemmend geantwoord.
+
+"Maar Flack--" zei er een.
+
+"Je wilt toch niet zeggen dat Flack--" begon een tweede.
+
+"Er is geen tijd te verliezen," zei Cossar en riep luid
+"Flack!" terwijl hij vóórging. De geheele gewapende macht ging op
+de rattenholen toe, de man die weggeloopen was een beetje in de
+achterhoede. Zij gingen voorwaarts door allerlei soorten welig,
+overdreven-groot onkruid en liepen om het lichaam van de tweede
+gedoode rat heen. Zij waren uitgespreid tot een lijn, waarbij elke
+man dicht bij zijn buurman liep; allen liepen met hun geweer recht
+voor zich uit en gluurden om zich heen in het heldere maanlicht, of
+ze niet een ineengedoken, onheilspellende gestalte zagen. Zij vonden
+zeer spoedig het geweer van den man die weggeloopen was.
+
+"Flack!" riep Cossar. "Flack!"
+
+"Hij liep voorbij de netels en viel toen," zei de man die weggeloopen
+was.
+
+"Waar?"
+
+"Daar ginds."
+
+"Waar viel hij?"
+
+Hij aarzelde en leidde hen een tijdlang door de donkere schaduwen en
+keerde toen om.
+
+"Zoowat daar, geloof ik."
+
+"Zoo, maar nu is hij er toch niet meer."
+
+"Maar zijn geweer dan--?"
+
+"Bliksems nog an toe!" vloekte Cossar, "maar waar is dan alles
+gebleven?" Hij deed een schrede in de richting der donkere schaduwen op
+de heuvelhelling die de rattenholen verborg en bleef staan kijken. Toen
+stootte hij nogmaals een vloek uit, "àls ze hem naar binnen gesleept
+hebben--!"
+
+En aldus bleven zij een tijdlang dralen, elkaar hunne gedachtetjes
+toewerpend. Bensington's brilleglazen schoten stralen uit als
+diamanten, als hij van den een naar den ander keek. De gezichten der
+mannen veranderden van koude helderheid tot geheimzinnige duisternis,
+naarmate zij zich van of naar de maan keerden. Iedereen sprak,
+doch geen van allen maakten zij een zin af. Toen besloot Cossar,
+met zijn korte manier van optreden, wat hij doen moest. Hij gooide
+zijn ledematen hierheen en daarheen en gooide er bevelen uit als
+ballen. Het lag voor de hand, dat hij lampen noodig had. Iedereen
+behalve Cossar liep heen in de richting van het huis.
+
+"Ga je in de holen?" vroeg Redwood.
+
+"Ligt voor de hand," zei Cossar.
+
+Hij maakte het hun nog eens duidelijk dat de lantaarns van de kar en
+de trolley gehaald moesten worden.
+
+Toen Bensington dit ten volle begreep, ging hij op weg, het pad bij
+den put af. Hij keek over zijn schouder en zag de reusachtige gestalte
+van Cossar op den voorgrond staan, alsof hij in gedachten verzonken
+naar de holen stond te kijken. Op dit gezicht bleef Bensington een
+oogenblik staan en wendde zich half om. "Zij lieten Cossar daar maar
+alleen staan--!"
+
+Natuurlijk, Cossar was wel in staat voor zichzelven te
+zorgen. Plotseling zag Bensington iets dat hem een ademloos
+"Hier!" deed uitschreeuwen. In een oogwenk hadden drie ratten zich
+uit den donkeren warbos van slingerplanten losgemaakt en kwamen op
+Cossar toeschieten. Drie seconden lang stond Cossar daar, zonder hen
+op te merken, en toen werd hij plotseling het actiefste wezen ter
+wereld. Hij schoot niet. Klaarblijkelijk had hij geen tijd om te
+mikken, of dacht hij niet aan mikken; Bensington zag dat hij zich
+bukte om een hem bespringende rat te ontgaan, en gaf het dier toen
+een slag achter zijn kop met de kolf van zijn geweer. Het monster
+sprong in de hoogte en viel over zijn kop duikelend op den grond.
+
+Cossar's gedaante verdween uit het gezicht tusschen het rietachtige
+gras, en toen kwam hij weder te voorschijn, op een van de andere
+ratten inrennend en zijn geweer boven zijn hoofd zwaaiend. Een
+zwakke kreet trof Bensington's oor, en toen zag hij de twee overige
+ratten in verschillende richtingen wegloopen en Cossar hen achterna
+in de richting der holen. Het geheele voorval was in nevelachtige
+schaduwen gehuld; alle drie vechtende monsters werden nog grooter
+en onwerkelijker gemaakt door de bedriegelijke helderheid van het
+licht. Nu eens was Cossar kolossaal, dan weder onzichtbaar. De ratten
+schoten voor zijn oog heen met plotselinge onverwachte sprongen, of
+renden met zulk een snelle beweging der pooten, dat zij op raderen
+leken te gaan. Het geheele voorval was afgespeeld in een halve
+minuut. Niemand anders dan Bensington zag het. Hij kon de andere
+achter zich hooren nog steeds op weg naar het huis. Hij schreeuwde
+iets onsamenhangends en liep toen terug naar Cossar, terwijl de
+ratten verdwenen.
+
+Hij bereikte hem buiten de holen. In het maanlicht duidde het spelen
+der schaduwen, die over Cossar's gezicht gleden, kalmte aan. "Hallo,"
+zei Cossar, "al terug? Waar zijn de Iantaarns? Ze zijn nu allemaal
+weer in hun holen. Eén heb ik z'n nek gebroken toen ie langs me heen
+kwam... Zie je? daar!" En hij wees naar het dier met een mageren
+vinger.
+
+Bensington was te verbaasd om iets te zeggen... Het leek een ontzettend
+langen tijd vóór de Iantaarns kwamen. Eindelijk verschenen zij,
+eerst één helder, onbeweeglijk oog, voorafgegaan door een heen en
+weer bewegenden gelen gloed, en toen, nu en dan even verdwijnend en
+dan weder tevoorschijn komend, nòg twee. Daar achter kwamen kleine
+gestalten aan met zachte stemmen, en toen enorme schaduwen. Deze
+groep vormde als het ware één plek brand in het reusachtige droomland
+van maneschijn.
+
+"Flack," zeiden de stemmen. "Flack."
+
+Een verklarende zin kwam tot Cossar en Bensington over. "Heeft zichzelf
+in het dakkamertje opgesloten."
+
+Cossar wekte van oogenblik tot oogenblik méér verbazing. Hij haalde
+groote handen-vol ruw katoen voor den dag, en propte die in zijne
+ooren.--Bensington vroeg zich verwonderd af waarvoor dit diende. Toen
+laadde hij zijn geweer met een kwart lading kruit. Wie anders dan
+Cossar kon aan zoo iets gedacht hebben. De illusie van het wonderland
+bereikte zijn hoogtepunt, toen Cossar's twee breede vlakken schoenzool
+in het middelste hol verdwenen.
+
+Cossar kroop op handen en voeten met twee geweren die aan weerszijden
+achter hem aan sleepten aan een touw, dat vastgemaakt was onder zijn
+kin, en zijn meest vertrouwde helper, een kleine donkere man met een
+ernstig gezicht, zou hem in de holen volgen, achter hem aan kruipen,
+en een lantaarn boven zijn hoofd houden. Alles was met even veel
+verstand voorbereid en was éven voor de hand liggend en in orde, als
+de droom van een krankzinnige. Het bleek dat het katoen was om het
+effect van het geweerschot tegen te gaan; ook de helper had wat in
+zijn ooren. Natuurlijk! Zoo lang de ratten voor Cossar uitvluchtten,
+was er geen gevaar, en zoodra zij stand hielden, zou hij hun oogen
+zien en daar tusschen vuren. En daar zij door den koker van het hol
+moesten komen, kòn Cossar ze bijna niet missen. Cossar verklaarde,
+dat het de meest voor de hand liggende manier was, misschien een
+beetje vervelend, maar absoluut zeker. Toen de helper zich bukte om
+naar binnen te kruipen, zag Bensington dat het eind van een kluwen
+bindtouw aan het jaspand van den man was vastgebonden. Hiermede moest
+hij het touw naar binnen trekken om zoo noodig de lichamen der ratten
+naar buiten te sleepen.
+
+Bensington bemerkte dat het voorwerp hetwelk hij in de hand hield,
+Cossar's zijden hoed was.
+
+Hoe was die daar gekomen?...
+
+In ieder geval was het een soort souvenir. Bij elk van de aangrenzende
+holen stond een klein groepje met een lantaarn op den grond, die het
+hol verlichtte, en een man lag voor elk hol geknield te mikken op de
+ronde, ledige diepte, wachtend dat er iets zoude uitkomen.
+
+Eindelooze spanning.
+
+Toen hoorden zij Cossar's eerste schot, als een ontploffing in
+een mijn...
+
+Elk's zenuwen en spieren spanden zich, en pang! pang! pang! de ratten
+hadden geprobeerd weg te komen, en twee waren neergeveld. Toen rukte
+de man die het kluwen bindtouw vasthield aan de lijn.
+
+"Hij heeft er daar binnen een neergelegd," zei Bensington, "en hij
+heeft het touw noodig."
+
+Hij zag toe hoe het touw het hol inkroop, en het leek wel alsof
+er een slangachtig leven in gevaren was--want de duisternis maakte
+het bindgaren onzichtbaar. Eindelijk kroop het niet langer voort,
+en gebeurde er een heelen tijd niets. Toen kroop er, wat Bensington
+het vreemdste monster van alles toeleek, langzaam uit het hol en
+ontpopte zich als de kleine werktuigkundige, die er achterwaarts
+uitkroop. Achter hem aan en diepe voren ploegend, stak Cossar zijn
+voeten naar buiten en toen volgde zijn door den lantaarn verlichten
+rug...
+
+Slechts nog één rat was er nu in leven, en deze arme, ten doode
+opgeschreven sukkel zat ineengedoken in den versten schuilhoek,
+tot Cossar en de lantaarn weder in het gat verdween en het doodde,
+en eindelijk deed Cossar, die menschelijke fret, de ronde door al de
+holen om zich te vergewissen, dat er niet méér waren.
+
+"We hebben ze," zei hij tot zijn van eerbied bijna stomme
+gezelschap. "En als ik niet zoo'n stuipekop geweest was, dan zou
+ik me tot op m'n middel uitgekleed hebben. Ligt voor de hand, niet
+waar. Voel m'n mouwen es, Bensington! Kletsnat van 't zweet. Maar je
+kunt niet an alles tegelijk denken. Alleen een halve flesch whiskey
+kan me 'n kou van 't lijf houden."
+
+
+
+VI.
+
+Er waren oogenblikken in dezen wondervollen nacht waarin het Bensington
+toescheen, dat hij voorbestemd was voor een leven van fantastische
+avonturen. Dit was voornamelijk wel een uur lang het geval nadat
+hij een flink glas whiskey gedronken had. "'k Ga niet terug naar
+Sloanestreet," deelde hij den langen, blonden, groezeligen monteur
+in vertrouwen mede.
+
+"Niet?"
+
+"Waarachtig niet," zei Bensington, somber het hoofd schuddend.
+
+De inspanning die het sleepen van de zeven doode ratten naar den
+brandstapel bij het brandnetelboschje van hem vereischte, deed hem
+baden in zweet, en Cossar wees op de voor de hand liggende physieke
+reactie van whiskey om hem te behoeden voor de anders onvermijdelijke
+kou.
+
+Ze hielden een soort van roovers-souper in de oude met tegels bevloerde
+keuken, terwijl de rij doode ratten tegen de kippeloopen buiten lag in
+het maanlicht en na ongeveer een half uur slaap, wekte Cossar hen allen
+weder om het werk, dat nog gedaan moest worden, te verrichten. "'t
+Ligt voor de hand dat we de plaats met den grond gelijk moeten maken,"
+zei hij. "Geen rommel, en geen schandaal. Snap je?" Hij haalde hen
+over tot zijn idee om de verwoesting volkomen te maken. Zij sloegen en
+versplinterden ieder stukje hout in huis; zij legden paden van gehakt
+hout overal waar de ontzaglijke plantengroei opschoot; zij maakten
+een brandstapel voor de rattenlijken, en overgoten ze met petroleum.
+
+Bensington werkte als een polderjongen, die weet wat hem te doen
+staat. Hij bereikte zijn toppunt van vroolijkheid en energie tegen twee
+uur. Als hij in het verwoestingswerk een bijl zwaaide, ontvluchtte
+zelfs de dapperste zijn nabijheid. Daarna kalmeerde hij een beetje
+door het tijdelijk verlies van zijn bril, die de anderen eindelijk
+vonden in den zijzak van zijn jas. Mannen liepen af en aan--vuile,
+nijvere mannen. Cossar bewoog zich tusschen hen als een god.
+
+Bensington dronk diep van die vreugde, die men vindt in elkaars
+gezelschap, die zegevierende legers en stoere expedities leeren
+kennen,--doch nooit zij, die het leven van eerzaam burger in steden
+leiden. Nadat Cossar hem zijn bijl had afgenomen, en hem aan het
+hout-dragen gezet had, liep Bensington af en aan, zeggend dat ze
+allemaal "goeie kerels" waren. Hij werkte dóór, nog lang nadat hij
+vermoeidheid begon te voelen.
+
+Eindelijk was alles in gereedheid en werd er begonnen met het
+openbreken der petroleum-vaten. De maan, nu beroofd van haar toch
+reeds niet talrijk nachtelijk gevolg van sterren, scheen hoog boven
+den dageraad.
+
+"Verbrand alles," zei Cossar, af en aan loopend--"verbrand den grond
+en alles wat er op staat of groeit."
+
+Bensington kreeg hem in 't oog; Cossar zag er nu zeer mager en
+vreesaanjagend uit in het eerste bleeke aanlichten van den dageraad,
+voorbijhollend met vooruitstekende onderkaak, en een walmend zwam in
+de hand.
+
+"Vooruit, kom mee!" zei iemand, aan Bensington's arm trekkend.
+
+De stille dageraad--er zongen daar geen vogels--was plotseling vervuld
+met een rumoerig geknapper; een klein, dof rood vlammetje lekte om
+de basis van den brandstapel, werd blauw toen het den grond raakte,
+en begon van blad tot blad tegen den stam van een reuzennetel op te
+klimmen. Een zangerig geluid vermengde zich met het geknapper...
+
+Zij grepen haastig hunne geweren uit den hoek van de woonkamer der
+Skinners, en toen holden allen weg. Cossar kwam achter hen aan met
+zware reuzenpassen...
+
+Nu stonden allen te kijken naar de Proef-Hoeve.
+
+Langzamerhand vatte alles vlam; de rook en de vlammen stortten naar
+buiten als een menigte in een paniek, uit deuren en vensters en uit
+duizend spleten en reten van het dak. Cossar wist wel hoe hij een
+vuurtje moest stoken! Een groote rookkolom waaruit bloedroode tongen
+en uitschietende vuurstralen te voorschijn kwamen, schoot op ten
+hemel. Het was alsof er een ontzaglijke reus plotseling opstond, zich
+uitrekte en op eens zijn reuzenarmen over den hemel uitspreidde. Het
+dompelde hen weder in het duister en verbleekte geheel den gloed
+der zon die er achter opging. Geheel Hickleybrow bemerkte spoedig
+den ontzaglijken rookkolom, en kwam aangeloopen naar den heuveltop,
+in allerlei vormen van déshabillé om hen te zien terugkeeren. Achter
+hen, als een fantastische fungus [3] zwaaide en vervormde zich deze
+rookkolom, al hooger en hooger de lucht in--en deed de heuvelen
+laag lijken en alle andere voorwerpen klein, en op den voorgrond,
+aangevoerd door Cossar volgden de stichters van dezen brand, het pad,
+acht kleine donkere gestalten die moe, met het geweer op schouder,
+de weide doorkwamen.
+
+Toen Bensington omkeek, kwam er in zijn moede brein een welbekend
+gezegde op, en bleef daar hangen. Wat was het ook? "Ge hebt vandaag
+ontstoken--? Ge hebt vandaag ontstoken?--"
+
+Toen herinnerde hij zich Latimer's woorden: "wij hebben heden een
+licht ontstoken in Engeland, dat niemand ooit weder blusschen kan--"
+
+Wàt 'n man was die Cossar! Hij bewonderde zijn rug een tijdje en was
+er trotsch op, dien hoed vastgehouden te hebben. Trotsch! Hoewel
+hij een beroemd navorscher was en Cossar slechts aan toegepaste
+wetenschap deed.
+
+Plotseling begon hij te huiveren en vreeselijk te geeuwen en wenschte,
+dat hij warm ingestopt in zijn bed lag op zijn kleine bovenhuis,
+dat uitzag op Sloanestreet. Aan nicht Jeanne te denken ging heelemaal
+niet meer. Zijn beenen waren strengen katoen geworden, en zijn voeten
+van lood. Hij verwonderde er zich over of er iemand in Hickleybrow
+hun koffie zou kunnen verschaffen. Hij was gedurende drie en dertig
+jaren nooit een heelen nacht opgebleven.
+
+
+
+VII.
+
+En terwijl deze acht avonturiers om de Proef-Hoeve ratten bevochten,
+kampte, negen mijlen ver weg, in het dorp Cheasing Eyebright, een oude
+juffrouw met een ontzettenden neus, met groote moeilijkheden bij het
+licht van een flakkerende kaars. Zij had een tang om sardinenblikjes
+open te breken in de eene knokkige hand, en in de andere hield zij
+een bus Herakleophorbia, die zij zei te willen openen, of te sterven
+in de poging. Zij spande zich onvermoeid in, terwijl door het uiterst
+dunne beschot de stem van het kleine kind der Caddles klaagde. "'t Arme
+schaap," zei juffrouw Skinner; en vervolgens, zich met haar eenigen
+tand in de lip bijtend in een extase van vastbeslotenheid, zei zij:
+"Hier d'r maar mee!"
+
+En een oogenblik later, "jap!" en een nieuwe voorraad van het Voedsel
+der Goden werd vrijgelaten om zijn reuzengroeikracht de wereld in
+te slingeren.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+DE REUZEN-KINDEREN.
+
+
+I.
+
+Voor een tijd tenminste moet de zich steeds uitbreidende kring van
+de nog achtergebleven gevolgen op de Proef-Hoeve buiten ons verder
+verhaal blijven--bijvoorbeeld hoe nog een tijd lang een reuzengroei
+in fungus en paddestoel, in gras en onkruid voortwoekerde in dat
+wel verkoolde doch niet geheel uitgewischte centrum. Ook kunnen
+wij niet uitweiden over de geschiedenis van die twee kwijnende
+vrijsters, de twee overlevende hennen; hoeveel bekijks zij hadden
+en hoeveel verbazing zij verwekten, en hoe zij hunne verdere jaren
+doorbrachten in ei-looze beroemdheid. De lezer, die haakt naar verdere
+bijzonderheden omtrent deze dingen, verwijs ik naar de nieuwsbladen
+van dien tijd--naar de ruime, niet al te kieskeurige kolommen van
+den modernen boekstavenden Engel. Wij zullen ons verder bezighouden
+met den heer Bensington ten tijde van deze verontrustende dingen.
+
+Hij was dan naar Londen teruggekeerd, en bemerkte dat hij plotseling
+een zeer beroemd man was geworden. In één nacht was de geheele wereld
+ten zijnen opzichte veranderd. Iedereen begreep hem. Het leek wel alsof
+nicht Jeanne er alles van wist; de menschen op straat wisten er ook
+alles van: de bladen eveneens alles en nòg méér. Zeer zeker was het
+iets vreeselijks geweest nicht Jeanne onder de oogen te moeten komen,
+doch toen het voorbij was, was het bij slot van rekening toch niet
+zoo héél vreeselijk.
+
+Zelfs háár macht over feiten had grenzen; het was duidelijk, dat
+zij met zichzelve te rade was gegaan en het Voedsel aangenomen had
+als iets dat in de natuur der dingen lag. Ze nam een houding van
+snauwende plichtmatigheid aan. Het was duidelijk, dat zij er haar
+goedkeuring geenszins aan hechtte, doch zij verbood niets. Het is
+mogelijk dat Bensington's vlucht, zooals zij die moet hebben opgevat,
+haar vermurwd heeft, en het ergste wat zij deed, was hem met bittere
+volharding op te passen onder voorwendsel van een verkoudheid die de
+goede man niet gevat had, en van zijne vermoeidheid die hij reeds
+lang vergeten was, en hem een nieuw soort hygiënisch heel-wollen
+"combination" stel ondergoed te koopen dat even veel neiging vertoonde
+om gedeeltelijk binnenste buiten te keeren en gedeeltelijk niet, en
+waar hij, als afgetrokken mensch even moeilijk kon inkomen, als in
+gezelschapskringen. En nog een tijdlang, en voor zoover dit gemak
+hem ledigen tijd liet, ging hij voort een aandeel te nemen in de
+ontwikkeling van dit nieuwe element in de menschelijke geschiedenis,
+het Voedsel der Goden.
+
+De publieke opinie, die haar eigen, mysterieuze wetten van selectie
+volgde, had hèm uitgekozen als den eenigen verantwoordelijken uitvinder
+en bevorderaar van dit nieuwe wonder; zij wilde niets van Redwood
+weten, en zonder protest stond het Cossar toe zijn natuurlijke neiging
+te volgen en in een uiterst vruchtbare obscuriteit te verzinken. Vóór
+hij bemerkte waar dit alles heen wilde, stond hij, om zoo te zeggen,
+reeds stijf en ontleed op de schuttingen tentoongesteld. Zijn
+kaalhoofdigheid, zijn eigenaardige roode kleur en zijn gouden bril
+waren algemeen eigendom geworden. Vastberaden jonge mannen met groote,
+er-duur-uitziende camera's en een air alsof zij er het volste recht toe
+hadden, namen Bensington's verdieping in bezit gedurende korten, doch
+zeer vruchtbaren tijd, lieten er plotseling helle lichten in schijnen,
+die het huis nog dagen daarna met een dikken, ondragelijken stank
+vervulden, en gingen dan weder heen om de bladzijden der periodieken te
+vullen met hunne bewonderenswaardige kiekjes van den heer Bensington
+ten voeten uit, en te huis zittend in op één na zijn beste jasje en
+opengewerkte schoenen. Weer andere personen met resolute manieren,
+van verschillende leeftijden en sexe, kwamen binnenvallen en verhaalden
+hem allerlei dingen over Bom-Voedsel--het was Punch, die het goed het
+eerst "Bom-Voedsel" noemde--en drukten later af wat zij gezegd hadden,
+als zijn eigen origineele bijdrage in het interview. Het geval werd
+Broadbeam, den populairen humorist, een ware bezetting. Hij rook weer
+iets dat hij niet begrijpen kon, en tobde zich af in pogingen om het
+geval door zijn moppen onbeduidend te doen schijnen. Men kon hem in
+societeiten vinden, een grooten onbeholpen man, met de sporen van zijn
+middernachtelijk werken bij een walmende olie-lamp op zijn ongezond
+bleek gelaat afgedrukt, aan iedereen dien hij maar te pakken kon
+krijgen, uitleggend: "Die wetenschappelijke mannetjes weet je, hebben
+niet 't minste gevoel van Humor. Dat is 't. Deze wetenschap--vermoordt
+het." Zijne grappen op Bensington werden kwaadwillige lasterschriften.
+
+Een ondernemend agentschap in couranten-uitknipsels zond Bensington
+een lang artikel over hemzelven, geknipt uit een schelling's
+weekblad, genaamd "Een nieuwe Terreur," en bood hem aan honderd van
+dezelfde artikelen te leveren voor een tientje; en twee buitengewoon
+bekoorlijke jonge dames, die hem geheel onbekend waren, bezochten hem,
+en bleven, tot de onzeggelijke verontwaardiging van nicht Jeanne,
+thee bij hem drinken, en zonden hem later hun verjaarsalbums om zijn
+handteekening in te zetten. Hij was er spoedig aan gewend zijn naam
+in één adem genoemd te zien met de meest onsamenhangende ideeën in
+de publieke pers, en in de revues artikelen te ontdekken, handelend
+over Bom-Voedsel en hemzelven, en geschreven op de meest familiare
+wijze door lieden, waarvan hij nooit gehoord had. En welke verkeerde
+denkbeelden omtrent het aangename van beroemdheid hij ook moge gevoed
+hebben in de dagen toen hij nog onbekend was, deze werden zeer spoedig
+en voor altijd gebannen. In het begin--Broadbeam uitgenomen--was de
+toon der publieke opinie vrij van alle vijandelijkheid. Het leek het
+publiek niet anders dan een speelsgewijze geopperde mogelijkheid, dat
+er nog meer Herakleophorbia zou kunnen ontsnappen. En het scheen het
+publiek niet in te vallen, dat de groeiende kleine groep kinderen,
+die nu gevoed werden met het voedsel, binnen korten tijd meer "òp"
+zouden groeien dan de meesten van ons ooit groeien. Waar het publiek
+het meest plezier in had, waren Caricaturen van eminente politici "na
+een kuur van Bom-Voedsel," het gebruikmaken van de Bom-Voedsel-idee op
+schuttingen, en zulke stichtelijke teekeningen als van de doode wespen
+die aan het vuur ontsnapt waren en van de nog overblijvende kippen.
+
+Verder dan dit keek het publiek liever niet, totdat er zeer
+ijverige pogingen gedaan werden om aller oogen te vestigen op de meer
+verwijderde gevolgen en zelfs toèn nog was de geestdrift om te handelen
+nog maar betrekkelijk bij het publiek. "Er is altijd iets nieuws," zei
+het publiek--een publiek dat zoo overvoerd was van nieuwigheden, dat
+het zonder verbazing zoude aangehoord hebben, dat de aarde gespleten
+was, zooals men een appel doorsnijdt, en dat zou gezegd hebben:
+"'k Zou wel es willen weten wat "ze" hierna weer zullen beginnen."
+
+Doch er waren er een paar die buiten het publiek stonden, en die
+reeds verder zagen, en enkelen, schijnt het, werden angstig van wat
+zij daar zagen. Daar hadt je bijvoorbeeld de jonge Caterham, neef van
+den graaf van Penterstone, en een van de meestbelovende Engelsche
+politici, die, op gevaar af voor een leuteraar gehouden te worden,
+een lang artikel schreef in de "Negentiende Eeuw en Daarna," om de
+algeheele onderdrukking van het Voedsel voor te stellen. En dan was
+er nog--in sommige stemmingen--Bensington zelf.
+
+"Ze schijnen niet te begrijpen--" zei hij tot Cossar.
+
+"Nee, dat doen ze ook niet."
+
+"En doen wij dat wel? Soms, als ik er aan denk wat het zeggen wil--dit
+arme kind van Redwood--en, natuurlijk, joùw drie--misschien veertig
+voet groot!... Mogen we, bij slot van rekening er wel mee doorgaan?"
+
+"Er mee doorgaan!" riep Cossar uit, schokkend van plompe verbazing, en
+met hooger stem dan ooit. "Natúúrlijk ga je d'r mee door! Waar denk je
+wel voor gemaakt te zijn? Om rond te slenteren tusschen je maaltijden?"
+
+"Ernstige gevolgen," gilde hij, "natúúrlijk! Enorm! Ligt voor de
+hand--Ligt voor de hand. M'n goeie man, 't is de eenige kans die je
+in je leven hebt op een ernstig gevolg! En nou wil je terug!" Een
+oogenblik lang was hij sprakeloos van verontwaardiging. "'t Is
+schànde!" zei hij eindelijk, en barstte nog eens nà los: "Schande!"
+
+Doch Bensington werkte nu in zijn laboratorium met meer emotie dan
+lust. Hij kon niet zeggen of hij ernstige gevolgen in zijn leven
+wenschte of niet; hij was een man met een kalmen smaak. Het was een
+wondere ontdekking, natuurlijk, zeer wonderbaarlijk--maar--Hij was
+reeds eigenaar geworden van verscheidene hectaren verschroeiden, te
+slechter-faam bekend staanden grond bij Hickleybrow, tegen een prijs
+van bijna f 1000 per are, en soms was hij geneigd ook dit als zùlk
+een ernstig gevolg van speculatieve chemie te beschouwen, als een
+man zonder eerzucht maar kon wenschen. Meer dan voldoening gevend,
+ja, veel meer dan voldoening gevend was de roem, dien hij bereikt
+had.--Doch de gewoonte van navorschen zat hem in het bloed...
+
+En soms, in sommige oogenblikken, zeldzaam voorkomende oogenblikken,
+voornamelijk in het laboratorium, vond hij nu en dan nog iets anders
+dan gewoonte en Cossar's argumenten om hem tot zijn werk aan te
+zetten. In dezen kleinen gebrilden man, die, met zijn opengewerkte
+schoenen om de pooten van zijn hooge kruk geslagen, zich hierop in
+evenwicht hield, met de hand op het pincet zijner gewichtjes, placht
+dan plotseling weder een lichtstraal van dat jeugd-visioen door te
+breken, een momenteele visie van het eeuwig ontkiemen van het zaad
+dat gezaaid was in zijn geest, en zag hij als het ware in de lucht,
+achter de grotesque gedaanten en voorvallen van het heden, de komende
+wereld van reuzen en al de machtige dingen die in de toekomst weggelegd
+waren--vaag en schitterend, als een glanzend paleis dat plotseling
+gezien wordt in een voorbijschietenden zonnestraal in de verte... En
+een oogenblik later was het hem weer alsof die voorbijgaande glorie
+zijn geest nooit beschenen had, en zag hij niets in de toekomst
+dan sombere schaduwen, onmetelijke hellingen en donkere diepten,
+onherbergzame wildernissen, koude, woeste en vreeselijke dingen.
+
+
+
+II.
+
+Temidden van de ingewikkelde en verwarde gebeurtenissen, de schokken
+van de groote buitenwereld, die den heer Bensington zijn roem
+bezorgden, trad een schitterende, en actieve figuur weldra op den
+voorgrond--werd bijna, als het ware, een leider en heraut van deze
+dingen, die Bensington als buiten de zaak omgaand toeleken. Dit was
+dr. Winkles, die zelfbewuste jonge praktizeerende dokter, die reeds
+in dit verhaal ten tooneele gevoerd is als het middel waardoor het
+Redwood mogelijk werd het Voedsel zijnen zoon toe te dienen. Zelfs
+vóor het algemeen uitbreken der gevolgen in Hickleybrow, was het
+duidelijk, dat de geheimzinnige poeders die Redwood hem gegeven had,
+de levendige belangstelling van dezen heer hadden opgewekt, en zoodra
+de eerste wespen verschenen, bracht hij de dingen met elkaar in
+verband. Hij behoorde tot het soort van dokters, die in manieren,
+moraal, wijze van werken en voorkomen het best konden getypeerd
+worden met het woord "opkomend." Hij was lang en blond, met een hard,
+waakzaam, pedant, aluminium-kleurig oog, haar als aangemengde kalk,
+regelmatige gelaatstrekken, met sterk ontwikkelde kaakspieren
+en vierkanten gladgeschoren kin, recht van lijf en leden en met
+flinken gang, vlug en zich op de hielen omdraaiend; hij droeg lange
+gekleede jassen, zwart-zijden dassen en eenvoudige gouden manchet-
+en boorden-knoopen en horloge-ketting, en zijn zijden hoeden hadden
+een bijzonderen vorm en rand die hem er verstandiger en beter dan
+iemand anders deden uitzien. Hij zag er even jong of oud uit als de
+eerste de beste volwassene. En na dit eerste wondervolle uitbreken,
+klampte hij zich aan Bensington en Redwood en het Voedsel der Goden
+met zulk een overtuigend air van eigenaarschap vast, dat Bensington,
+niettegenstaande het feit dat de pers het tegendeel verklaarde, soms
+geneigd was hèm als den oorspronkelijken uitvinder van de geheele
+zaak aan te zien.
+
+"Deze kleine ongelukjes," zei Winkles, toen Bensington een toespeling
+maakte op de gevaren van verdere ontsnappingen, "deze kleine ongelukjes
+hebben niets te beteekenen. Niets. De ontdekking is alles. Behoorlijk
+uitgewerkt, zorgvuldig behandeld, verstandig gecontroleerd, en we
+hebben iets heel gewichtigs gevonden in dit voedsel van "òns"... Maar
+we moeten er een oogje op houden... We moeten het niet weer laten
+ontglippen, en--we moeten het er niet bij laten zitten."
+
+En dit was hij voorzeker niet van plan te doen. Hij kwam nu bijna
+elken dag bij Bensington. Als Bensington uit het raam keek, placht hij
+de uiterst-correcte equipage Sloane-street te zien af komen draven,
+en na een ongelooflijk korten tijd trad Winkles de kamer binnen met
+lichten, veerkrachtigen tred, en vervulde haar met gerucht, haalde
+het een of ander nieuwsblad uit den zak, voorzag Bensington van nieuws
+en maakte opmerkingen.
+
+"Nou," placht hij te zeggen, zich in de handen wrijvend, "en schieten
+we op?" en bracht met deze woorden het gesprek erop.
+
+"Zie je wel," zei hij bijvoorbeeld, "dat die Caterham over ons goedje
+gesproken heeft op de Bijeenkomst van den Kerkelijken Bond?"
+
+"Goeie hemel!" zei Bensington, "dat is 'n neef van den eersten
+minister, hè?"
+
+"Ja," zei Winkles, "een heel bekwame jonge man--werkelijk heel
+bekwaam. Zijn hoofd staat hem heelemaal verkeerd, weet je, verwoed
+reactionnair--maar op en top een handige vent, hoor. En 't schijnt
+werkelijk alsof hij geld wil slaan uit ons goedje. Slaat een beslisten
+toon aan. Praat over "ons" voorstel om het te gebruiken op de lagere
+scholen--"
+
+"Ons voorstel om het te gebruiken op de lagere scholen!"
+
+"Ja, onlangs zei ik daar zoo iets over--zoo terloops--praatje
+aan een Polytechnische. Probeerde 't duidelijk te maken, dat 't
+goedje werkelijk veel goed kon doen. Niet in 't minst gevaarlijk,
+niettegenstaande die kleine ongelukjes. Die kunnen onmogelijk weer
+plaats hebben... Weet je, 't zóú werkelijk goed zijn voor--Maar nu
+is hij er over aan 't praten gegaan."
+
+"Wat heb je dan gezegd?"
+
+"Och, enkele voor de hand liggende onbeduidende dingen. Maar zooals je
+ziet--hij neemt het in vollen ernst op. Zegt dat er zonder dit ook al
+geld genoeg verknoeid wordt aan de openbare scholen. Vertelt weer de
+oude geschiedenissen over piano-lessen--weet je. Niemand, zegt hij,
+wil de kinderen uit het volk verhinderen een opvoeding te genieten,
+die overeenkomt met hun stand, maar door ze dergelijk voedsel te
+geven, zou je hun besef van verhoudingen absoluut vernietigen. Heeft
+'t onderwerp nog verder uitgewerkt. Welk nut heeft het, zegt hij,
+arme lieden zes en dertig voet lang te maken? Hij gelooft werkelijk,
+zie je, dat ze zes en dertig voet lang zullen worden."
+
+"Dat zouden ze ook," zei Bensington, "als je ze ons voedsel geregeld
+gaf. Maar niemand heeft iets gezegd van--"
+
+"Jawel, ik zei iets."
+
+"Maar m'n beste Winkles--!"
+
+"Ze zullen natuurlijk nòg Grooter worden," viel Winkles hem in de rede,
+met een air van "'k weet er alles van," en verachtelijk over de onrijpe
+ideeën van Bensington heenloopend. "Ontegenzeggelijk Grooter. Maar
+luister eens naar wat hij zegt! Zal het hen gelúkkiger maken? Dat is
+de quaestie. Zullen ze meer eerbied hebben voor de over hen gestelde
+machten? Is het wel billijk tegenover de kinderen zelf?" Grappig hoe
+bezorgd lui van zijn slag zijn voor de rechtvaardigheid--voor zoover
+het schikkingen in de toekomst betreft. Zelfs heden ten dage, zegt hij,
+bedragen de kosten van kleeding en voeding meer dan menig ouder voor
+zijn kinderen kan betalen, en als dit nieuwe wordt toegelaten!--He?"
+
+"Je ziet dat hij mijn terloops gegeven wenk tot een positief voorstel
+maakt. En dan berekent hij verder hoeveel een broek zal kosten
+voor een groeienden jongen van twintig voet ongeveer. Alsof hij
+werkelijk geloofde--Honderd twintig gulden berekent hij, en dan is
+nog alleen maar de naaktheid van den jongen bedekt. Grappige kerel,
+die Caterham. Zoo concreet! En op den braven en hard-werkenden
+belastingbetaler zal 't neerkomen, zegt hij. Hij zegt dat wij
+rekenschap hebben te houden met de Rechten der Ouders. Hier staat het
+allemaal. Twee kolommen. Ieder ouder heeft het recht zijne kinderen
+groot te brengen naar zijn eigen lengte..."
+
+"Dan komt de quaestie van de inrichting der scholen, kosten van
+vergroote banken en lessenaars voor ons tòch al tè zwaar belaste
+Rijksscholenbudget. En wat krijg je dan nòg?--een proletariaat van
+hongerige reuzen. En hij eindigt met een heel ernstige passage; hij
+zegt dat, zelfs al komt er niets van dat alle perken overschrijdende
+voorstel--ik greep 't zoo maar uit de lucht, moet je weten en heelemaal
+verkeerd uitgelegd bovendien--van die scholen, dat dan de quaestie daar
+nog niet mee uit is. Dit is een eigenaardig voedsel, zóo eigenaardig,
+dat het bijna kwaadaardig lijkt. Het is roekeloos rondgestrooid--zoo
+zegt hij--en niets waarborgt, dat het niet nogmaals zal worden
+rondgestrooid. Als men er eenmaal van genomen heeft, is het gif,
+tenzij men er mee doorgaat. ("Dat is het ook," zei Bensington). En om
+kort te gaan, hij stelt voor een "Nationaal Genootschap ter Behoud
+van de Normale Verhoudingen der Dingen" op te richten. Zot, he? En
+heel veel lui voelen er veel voor. Maar wat denken ze te doèn?"
+
+Winkles haalde de schouders op en stak zijn handen uit. "Een
+vereeniging vormen," zei hij, "en lawaai maken. Ze willen het onwettig
+doen verklaren, dit Herakleophorbia te fabriceeren--of tenminste het
+algemeen bekend maken van het bestaan ervan. Ik heb er een beetje
+over geschreven naar dit en dat blad, om aan te toonen, dat Caterham's
+begrip van de zaak schromelijk overdreven is--schròmelijk overdreven,
+maar mijn geschrijf schijnt hem niet tegen te houden. Grappig, he, hoe
+de menschen er zich tegen gaan kanten. En de Nationale Matigheids-Bond
+heeft een afdeeling opgericht voor Matigheid in Groei."
+
+"Hm," zei Bensington en streek zich over den neus.
+
+"Na al wat er gebeurd is kan dat lawaai slecht uitblijven. Oppervlakkig
+beschouwd is de quaestie werkelijk wat--onrustbarend."
+
+Winkles liep een tijdje de kamer op en neer, aarzelde en vertrok.
+
+Het was duidelijk, dat hij iets verborgen hield, iets dat op twee
+manieren van belang voor hem was en dat hij nog niet wenschte te laten
+zien. Op zekeren dag toen Redwood en Bensington samen op Bensington's
+kamers zaten, liet hij even doorschemeren wat het was, dat hij in
+reserve hield.
+
+"Hoe staan de zaken?" zei hij, zich in de handen wrijvend.
+
+"Wij zijn bezig een soort van rapport samen te stellen."
+
+"Voor het Koninklijk Genootschap?"
+
+"Juist."
+
+"Hm," zei Winkles, heel gewichtig doend, en ging naar het
+haardkleed. "Hm. Maar--De quaestie is maar, mag je dat wel doen?"
+
+"Mogen we--wat?"
+
+"Mag je dat wel publiek maken?"
+
+"Wij leven niet meer in de middeleeuwen," zei Redwood.
+
+"Dat weet ik wel."
+
+"Zooals Cossar zegt, "kennis ruilen,"--dat is de ware wetenschappelijke
+methode."
+
+"In de meeste gevallen wel, ja. Maar--Dit is een exceptioneel geval."
+
+"Wij zullen het Koninklijk Genootschap de geheele zaak behoorlijk
+voorleggen," zei Redwood.
+
+Winkles kwam bij een latere gelegenheid hier op terug.
+
+"In veel opzichten is 't een merkwaardige uitvinding."
+
+"Dat verandert niets aan de zaak," zei Redwood.
+
+"Maar dit is een soort van wetenschap die heel licht aanleiding
+kan geven tot ernstige misbruiken,--"tot ernstige gevaren,"--zooals
+Caterham het uitdrukt."
+
+Redwood zei niets.
+
+"Zelfs achteloosheid, weet je--Als we een commissie van betrouwbare
+lieden vormden om het vervaardigen van Bomvoedsel, Herakleophorbia
+bedoel ik, te controleeren--zouden we kunnen--"
+
+Hij zweeg, en Redwood, met een heimelijk onaangenaam gevoel, deed
+alsof hij de vraag in Winkles' woorden niet opmerkte.
+
+Buiten de vertrekken van Redwood en Bensington werd Winkles,
+niettegenstaande de onvolledigheid van zijn kennis ervan, een leidend
+autoriteit op het gebied van Bomvoedsel. Hij schreef brieven waarin hij
+het gebruik ervan verdedigde; hij schreef korte stukjes en artikelen
+waarin hij het nut ervan verklaarde; hij sprong op oogenblikken
+dat het heelemaal niet te pas kwam op in de vergaderingen der
+wetenschappelijke en medische genootschappen om erover te praten;
+hij vereenzelvigde er zich mede. Hij gaf een pamflet uit, getiteld
+"De waarheid omtrent Bomvoedsel," waarin hij het geheele voorval te
+Hickleybrow nagenoeg tot niets reduceerde. Hij zei, dat het onzinnig
+was te zeggen dat Bomvoedsel de menschen zeven en dertig voet lang zou
+maken. Het "lag voor de hand," dat dit overdrijving was. Natuurlijk
+zou het hen Grooter maken, maar meer niet...
+
+In dat intieme kringetje van twee zag men maar al te duidelijk, dat
+Winkles dolgraag wilde helpen bij het maken van Herakleophorbia, en
+helpen bij het corrigeeren van de proeven van het een of ander artikel
+dat voorbereid werd over dit onderwerp, ja alles te doen waaruit hij
+de bizonderheden van het vervaardigen van Herakleophorbia kon te weten
+komen. Voortdurend vertelde hij hen beiden, dat hij voelde, dat het
+"een Groot Ding" was, en dat er enorme mogelijkheden in verscholen
+lagen. Als ze maar eerst op de een of andere manier ongestoord hun
+gang konden gaan. En eindelijk vroeg hij op zekeren dag ronduit,
+of ze hem niet zeggen konden hoe het gemaakt werd.
+
+"Ik heb nog es nagedacht over wat je zei," zeide Redwood.
+
+"Nu, en?" zei Winkles, plotseling oplevend.
+
+"Het is een soort van kennis die heel licht aanleiding zou kunnen
+geven tot ernstige misbruiken." zei Redwood.
+
+"Maar ik zie niet in waar dat op slaat," zei Winkles.
+
+"'t Is tòch zoo," zei Redwood.
+
+Winkles dacht er een paar dagen over na. Toen kwam hij bij Redwood
+en zei dat hij er aan twijfelde of hij aan Redwood's kleinen jongen
+wel langer poeders mocht geven, waarvan hij niets wist; het leek hem
+toe erg veel te hebben van lichtvaardig verantwoordelijkheid op zich
+te nemen. Dit stemde Redwood tot nadenken.
+
+"Heb je gezien, dat de "Vereeniging tot Algeheele Onderdrukking van
+Bomvoedsel" al verscheidene duizenden leden telt?" zei Winkles van
+het onderwerp afstappend.
+
+"Ze hebben een petitie op touw gezet," zei Winkles. "En de jonge
+Caterham zal haar de Kamer voorleggen. 't Gaat meenens worden,
+hoor. Zij zijn bezig plaatselijke comité's te vormen om invloed
+te oefenen bij verkiezingen. Zij wenschen het vervaardigen en het
+in voorraad hebben van Herakleophorbia zonder speciale vergunning,
+strafbaar te stellen, en het toedienen van Bomvoedsel--zoo noemen
+ze het--aan eenig persoon onder de eenentwintig, als landverraad
+aan te merken, met gevangenisstraf zonder boete. Maar er zijn nog
+andere vereenigingen weet je. De "Vereeniging tot Behoud van de Oude
+Lichaamsgrootte" wil den heer Frederic Harrison in den raad zien
+te krijgen, zeggen ze. Je weet dat hij er een verhandeling over
+geschreven heeft; hij zegt dat het absoluut niet harmonieert met
+die Openbaring van het Menschelijk Geslacht die gevonden wordt in de
+leeringen van Comte. Dat het iets is, dat zelfs de achttiende eeuw in
+hare ergste tijden niet zou hebben kúnnen voortbrengen. De gedachte
+aan dit Voedsel is nooit in het hoofd van Comte opgekomen--wat wel
+een bewijs is, dat het werkelijk uit den booze is. Niemand, zegt hij,
+die Comte werkelijk heeft begrepen..."
+
+"Maar je wilt toch niet zeggen--" zei Redwood, die van schrik over
+zijn verachting voor Winkles heenraakte.
+
+"Nou, ze zullen dat nu allemaal wel niet doen," zei Winkles. "Maar
+de publieke opinie is nu eenmaal de publieke opinie, en stemmen zijn
+stemmen. Iedereen kan wel zien dat jullie een lastig ding in de wereld
+geschopt hebt. En het menschelijk instinct stelt zich onmiddellijk
+tegenover dingen die de rust verstoren.
+
+"Niemand schijnt te gelooven in Caterham's denkbeeld van menschen
+van zeven en dertig voet lang, die geen kerk of vergaderlokaal
+kunnen binnenkomen, of eenig andere maatschappelijke of menschelijke
+inrichting. Maar toch zijn ze er niet zoo heel gerust op. Ze zien
+wel dat dit iets is,--iets dat meer is dan een gewone ontdekking--"
+
+"Dat zit er in iedere ontdekking," zei Redwood.
+
+"Hoe dan ook, ze worden--schichtig. Caterham zeurt maar steeds over
+wat er gebeuren kàn, als het weer losbreekt. Ik herhaal telkens en
+telkens weer dat het dat niet zàl, en dat 't dat niet kàn. Maar--je
+staat er voor!"
+
+En hij liep een tijd lang lawaaiërig in de kamer op en neer, alsof
+hij het onderwerp van het geheim weder wilde op de proppen brengen,
+bedacht zich en ging heen.
+
+De beide geleerden keken elkaar aan. Een tijdlang spraken alleen
+hunne oogen.
+
+"In het ergste geval," zei Redwood, met gemaakt-kalme stem, "zal ik
+het Voedsel mijn kleinen Teddy eigenhandig toedienen."
+
+
+
+III.
+
+Slechts enkele dagen na dit gesprek, sloeg Redwood, zijn courant
+open en zag, dat de Eerste Minister een "Koninklijke Commissie ter
+onderzoek van Bom-Voedsel" had toegezegd. Dit deed hem, met de courant
+in de hand, naar Bensington's kamer snellen.
+
+"Ik geloof, dat Winkles de zaak aan het bederven is. Hij maakt
+het Caterham gemakkelijk. Hij praat er al maar over en wat het nog
+uitwerken zal, en jaagt de menschen vrees aan. Als hij zoo doorgaat,
+geloof ik vast dat hij onze navorschingen onmogelijk zal maken. Zelfs
+zoo als de zaken nu staan--met dit gedoe over mijn kleinen jongen--"
+
+Bensington zei dat hij wenschte dat Winkles er mede ophield.
+
+"Heb je wel opgemerkt, dat hij de gewoonte heeft aangenomen het
+Bomvoedsel te noemen. Ik mag dien naam niet," zei Bensington, over
+zijn bril heenkijkend.
+
+"Maar 't drukt precies uit wat 't is--voor Winkles."
+
+"Waarom blijft hij er zich toch zoo voor interesseeren. Hij is de
+uitvinder toch niet!"
+
+"Ja, ik begrijp 't ook niet," zeide Redwood. "Maar al is hij de
+uitvinder niet, iedereen is toch mooi op weg te denken, dat hij
+'t wel is. Niet dat 't er véél op aankomt, hoor!"
+
+"Maar als deze domme, belachelijke agitatie--eens--ernstig wordt,"
+begon Bensington.
+
+"Mijn kleine jongen kan er niet meer buiten," zei Redwood. "Ik zie
+niet in wat me ànders te doen staat. In 't ergste geval--"
+
+Een licht bonzend geluid duidde de komst van Winkles aan. Hij stond
+plotseling midden in de kamer, zich in de handen wrijvend.
+
+"Ik zag graag, dat je in 't vervolg aanklopte," zei Bensington,
+kwaadaardig over de gouden randen van zijn bril kijkend.
+
+Winkles putte zich uit in excuses. Toen wendde hij zich tot
+Redwood. "Goed dat je hier bent," begon hij, "de quaestie is--"
+
+"Heb je gelezen van die Koninklijke Commissie?" viel Redwood hem in
+de rede.
+
+"Ja," zei Winkles, van zijn stuk gebracht. "Ja."
+
+"Wat is jouw opinie daarover?"
+
+"Uitstekend iets," zei Winkles. "Moèt een eind maken aan al dit
+lawaai. Licht laten schijnen over de geheele zaak. Caterham zijn
+mond snoeren. Maar daarom ben ik niet hierheen gekomen, Redwood. De
+quaestie is--"
+
+"Ik moet zeggen, dat ik niet erg òp heb met die Koninklijke Commissie,"
+zei Bensington.
+
+"Ik kan je verzekeren, dat dàt zaakje in orde is, hoor. Ik kan je wel
+zeggen--ik geloof niet dat 't een misbruik van vertrouwen is--dat ik
+er hoogst waarschijnlijk zitting in zal nemen--"
+
+"H'm," zei Redwood, in het vuur starend.
+
+"Ik zal dat zaakje wel in orde brengen. Ik kan het in de eerste plaats
+volkomen duidelijk maken, dat het goedje zeer wel in bedwang te houden
+is, en ten tweede, dat er wel een wonder zou moeten gebeuren als die
+quaestie te Hickleybrow nog eens voor zou vallen. Dat is wat ze noodig
+hebben, een verzekering van iemand die het weten kan. Natuurlijk zou
+ik met meer zelfvertrouwen kunnen spreken als ik wist--Maar dat zeg
+ik maar zoo, hoor. En nu dat ik toch hier ben, wou ik je meteen wel
+even raadplegen in een ander zaakje. Ahem. De quaestie is--nu--Ik
+verkeer in een kleine moeilijkheid en jij kunt me daaruit helpen."
+
+Redwood trok de wenkbrauwen op, en was heimelijk verheugd.
+
+"De quaestie is--zeer confidentieel."
+
+"Ga voort," zei Redwood. "Je kunt op me vertrouwen."
+
+"Nu dan, onlangs is er een kind onder mijn behandeling gesteld--het
+kind van--van een Verheven Personage."
+
+Winkles kuchte.
+
+"Nou, nou, je raakt mooi op weg," zei Redwood.
+
+"Ik moet bekennen, dat het grootendeels te danken is aan jouw
+poeders--en de reputatie van mijn succes met je kleine jongen--'t Is
+waar, ik kan het niet verhelen, de publieke opinie is erg tegen het
+gebruik ervan. En toch merk ik, dat onder de meer intellectueele--Je
+moet niet te hard van stapel loopen met dergelijke dingen--langzaam
+aan. En toch, in het geval van Hare Doorluchtig--ik bedoel dit nieuwe
+patientje van mij. Feitelijk kwam het voorstel van haar vader, of ik
+zou nooit--"
+
+Het kwam Redwood voor dat hij niet goed wist, hoe zich te houden.
+
+"Ik dacht dat je er aan twijfelde of het wel raadzaam was deze poeders
+te gebruiken," zei Redwood.
+
+"O, die twijfel was van voorbijgaanden aard."
+
+"Je bent toch niet van plan er mee uit te scheiden--"
+
+"Wat jouw kleine jongen betreft? Beslist niet!"
+
+"Voor zoover ik er kijk op heb, zou ik 't tenminste als moord
+beschouwen."
+
+"Nee, en voor de wereld zou 't óók niet gaan er mee op te houden."
+
+"Je zult de poeders hebben, hoor," zei Redwood.
+
+"Je zoudt me zeker niet kunnen zeggen--"
+
+"Nee, nee," zei Redwood. "Er bestaat geen recept. Vergeef mij
+m'n openhartigheid, Winkles, maar probeer 't maar niet uit me te
+krijgen. Ik zelf zal je de poeders maken."
+
+"Misschien nog wèl zoo goed," zei Winkles, na Redwood een oogenblik
+strak te hebben aangekeken--"misschien nog wèl zoo goed." En
+vervolgens: "ik kan je verzekeren dat ik er absoluut niets tegen heb."
+
+
+
+IV.
+
+Toen Winkles weg was, kwam Bensington op het haardkleed staan en zag
+op Redwood neer.
+
+"Hare Doorluchtigheid!" merkte hij op.
+
+"Hare Doorluchtigheid!" zei Redwood.
+
+"Het is de prinses van Weser Dreiburg!"
+
+"Niet verder dan een nicht in den derden graad."
+
+"Redwood!" zei Bensington, "'t is natuurlijk gek dat ik 't zeg,
+maar--geloof je dat Winkles 't begrijpt?"
+
+"Wat?"
+
+"Wàt het is dat wij gemaakt hebben."
+
+"Zou hij werkelijk begrijpen," zei Bensington, zijn stem latende
+dalen, en zijn blik op de deur gericht houdend, "dat in de Familie--de
+Familie van zijn nieuwe patiente--"
+
+"Ga door," zei Redwood.
+
+"Die altijd een beetje onder--onder--"
+
+"De middelbare lengte?"
+
+"Juist. En zoo bijzonder tactvol onberoemd als hij is op elk mogelijk
+gebied, gaat hij nu een koninklijk personage te voorschijn brengen--een
+te langzaam groeiend koninklijk personage--van diè grootte. Weet je,
+Redwood, ik ben er niet zeker van of er niet iets bijna--verraderlijks
+in schuilt...."
+
+Hij wendde zijn oogen van de deur naar Redwood.
+
+Redwood maakte een gebaar--met gestrekten wijsvinger--in de richting
+van het vuur. "Bij den hemel!" zei hij, "hij weet 't níét!"
+
+"Die man," zei hij, "weet nièts. Dat was reeds zijn meest tergende
+eigenschap als student. Letterlijk niets. Hij kwam door al zijn
+examens, hij had al zijn feiten bij elkaar--en hij had evenveel
+kennis als een draaiende boekenplank waarop de "Times Encyclopedie"
+staat. En nù weet hij nog evenmin iets. Hij is Winkles en niet in
+staat om werkelijk iets in zich op te nemen en te verwerken, wat
+niet in onmiddellijk verband staat met zijn oppervlakkig, pedant
+eigen-ik. Alle verbeeldingskracht ontbreekt hem en als een gevolg
+daarvan, is hij ongeschikt voor kennis. Niemand kan zonder juist diè
+ongeschiktheid, door zooveel examens komen, en zoo goed gekleed gaan,
+en zooveel succes hebben als dokter. Dat is de geheele quaestie. En
+niettegenstaande alles wat men hem verteld, en wat hij gehoord en
+gezien heeft, heeft hij nòg geen vaag begrip van wat hij aan den gang
+gebracht heeft. Hij heeft een goed zaakje aan de hand, dat hij opkweekt
+met Bomvoedsel, en de een of ander heeft hem die koninklijke baby in
+handen gespeeld. En het feit, dat Weser Dreiburg over eenigen tijd
+zal staan voor het reuzen-probleem van een dertig en idem zooveel
+voet lange prinses, is niet alleen niet in zijn hoofd opgekomen,
+maar kòn het ook niet--kòn het ook niet."
+
+"'t Zal een ontzettende herrie geven," zei Bensington.
+
+"Ja, binnen een jaar of zoo al."
+
+"Zoodra ze zien dat het kind al maar blijft dóórgroeien."
+
+"Tenzij zij, zooals dat doorgaans in dergelijke kringen gedaan wordt,
+'t doodzwijgen."
+
+"'t Is anders wel wat véél om stil te houden."
+
+"Ja, nog al!"
+
+"'t Zal me benieuwen wat ze zullen doen?"
+
+"Zij dòèn nooit iets--Koninklijke tact."
+
+"Maar ze moeten toch ièts doen."
+
+"Misschien dat zij dat wel zullen doen."
+
+"O, Heer, ja."
+
+"Zij zullen haar achterbaks houden. Dat is meer gebeurd."
+
+Redwood barstte in een onbedaarlijk gelach uit.
+
+"Het overtollige koningskind--de niet te stuiten baby met het IJzeren
+Masker!" zei hij.
+
+"Ze zullen haar in den hoogsten toren van het oude kasteel Weser
+Dreiburg moeten zetten, en gaten in de plafonds maken, naarmate zij
+van verdieping tot verdieping groeit!"...
+
+"Nu, ik verkeer in 't zelfde geval. En Cossar en zijn drie jongens
+net zoo. En--nu ja."
+
+"'n Ontzettende herrie zal dat geven," herhaalde Bensington, niet
+mede lachend. "Ontzettend."
+
+"Ik vertrouw dat je de quaestie goed overdacht hebt, Redwood. Maar
+weet je zeker dat 't niet wijzer zoude zijn Winkles te waarschuwen,
+jouw kleine jongen er langzamerhand zien af te brengen--en--ons te
+vergenoegen met de Theoretische Overwinning die we behaald hebben?"
+
+"Ik wou waaràchtig dat je eens een half uur doorbracht in mijn
+kinderkamer als het Voedsel een beetje laat is," zei Redwood, met
+een ongeduldigen klank in zijn stem, "dan zou je wel anders praten,
+Bensington. Bovendien--stel je voor, Winkles waarschuwen!... Nee
+hoor! De opkomende vloed van deze quaestie heeft ons onverhoeds
+overvallen en of we bang zijn of niet--we zullen moèten zwemmen!"
+
+"Ja, daar zal wel niet anders opzitten," zei Bensington, naar zijn
+teenen starend. "Ja, we moeten zwemmen. En jouw jongen zal moeten
+zwemmen en Cossar's jongens--hij heeft het aan alle drie gegeven. Niets
+halfs in Cossar--alles of niets. En Haar Doorluchtigheid. En al het
+verdere. Wij gaan voort met het Voedsel te maken."
+
+"Cossar ook. Wij zijn pas in den dageraad van het begin, Redwood. Het
+is duidelijk, dat er allerlei dingen volgen zullen. Monsterachtig
+groote dingen. Maar ik kan me ze niet goed voorstellen,
+Redwood. Behalve--"
+
+Hij keek vorschend naar zijn nagels. Toen keek hij Redwood aan met
+zachte oogen door zijn bril.
+
+"Ik geloof half en half," waagde hij te zeggen, "dat Caterham gelijk
+heeft. Soms. Het zal wèrkelijk de normale afmetingen der dingen
+omverwerpen. Het zal in de plaats komen van--Ja, wat zal het niet
+verplaatsen?"
+
+"Wat het ook doet," zei Redwood, "mijn kleine jongen moet het Voedsel
+hebben."
+
+Zij hoorden iemand vlug tegen de trap optuimelen. Toen stak Cossar zijn
+hoofd om de deur. "Hallo!" zei hij, toen hij hun gelaatsuitdrukking
+zag en binnenkomend: "Wel?"
+
+Zij vertelden hem de quaestie met de prinses.
+
+"Moeilijk geval?" merkte hij op. "Geen quaestie van. Zij zal
+groeien, jouw jongen zal groeien. Al de anderen waaraan je 't gaf,
+zullen groeien. Alles. En hard ook. Waar steekt het moeilijke van de
+zaak? Alles in orde, hoor. Een kind kan je dat zeggen.... Waar zit
+de moeilijkheid?"
+
+Zij trachtten hem dat duidelijk te maken.
+
+"Er niet mee doorgaan!" gilde hij bijna. "Maar--! Jullie staat
+machteloos. Daar ben jelui voor op de wereld. Daar is Winkles
+voor. Alles in orde, hoor! Heb me dikwijls verwonderd waar Winkles
+eigenlijk voor was. Nù ligt 't voor de hand. Herrie. Natúúrlijk. Dingen
+in de war brengen? Zal àlles in de war brengen. En eindelijk zal het
+àlle menschelijke aangelegenheden omverwerpen. Helder als de dag,
+niet waar! Ze zullen probeeren 't tegen te houden, maar ze zijn er te
+laat bij. Dat zijn ze meestal. Jullie gaat er mee door en verspreidt
+er zoo veel van als je maar kunt. Dank God dat hij je ergens voor
+gebruiken wil!"
+
+"Maar de strijd die er uit volgen moet!" zei Bensington, "de
+spanning! Ik weet niet of je je wel een denkbeeld gevormd hebt--"
+
+"Jij behoorde de een of andere stronk groente geweest te zijn,
+Bensington," zei Cossar--"dat moest je. Iets dat groeide op een
+kunstrotsje in 'n tuin. Daar zit je nu, wonderbaarlijk geformeerd,
+en jij denkt dat 't eenige waar je voor op aarde bent, is om hier
+en daar wat om te hangen en je malen te gebruiken. Denk je dat deze
+wereld gemaakt is voor ouwe wijven om wat in te luiwammissen? Maar
+hoe dan ook, jelui staat er machteloos tegenover--je moèt er wel
+mede doorgaan."
+
+"Ik vertrouw 't ook," zei Redwood. "Langzaam."
+
+"Neen!" zei Cossar, met een geweldigen kreet. "Neen! Maak er zooveel
+van als je kunt en zoo vlug je maar kunt. Strooi het overall"
+
+Hij werd geïnspireerd tot een vlaag van geestigheid. Hij parodieerde
+een van Redwood's kromme lijnen met een breeden zwaai omhoog van
+zijn arm. "Redwood!" zei hij, om zijn beweging duidelijker te maken,
+"maak het Zoo!"
+
+
+
+V.
+
+Er schijnt een lengte-grens te zijn voor moedertrots, en deze werd
+in mevrouw Redwood's geval bereikt, toen haar spruit de zesde
+maand van zijn aardsch bestaan volbracht, zijn uiterst soliede
+bassinet-kinderwagen in elkaar deed zakken, en thuis gebracht werd op
+den melkwagen. De jonge Redwood woog te dien tijde vijf en negentig en
+een half pond, mat acht en veertig duim in de lengte en kon ongeveer
+zestig pond opbeuren. Hij werd naar de kinderkamer boven gedragen door
+de keukenmeid en de werkmeid. Na deze gebeurtenis was ontdekking nog
+slechts een quaestie van dagen. Op zekeren middag kwam Redwood uit
+zijn laboratorium thuis en vond zijn ongelukkige vrouw verdiept in de
+boeiende bladzijden van "Het Machtige Atoom," [4] en toen zij hem zag,
+legde zij haar boek terzijde, liep driftig op hem toe en barstte in
+tranen uit, terwijl zij tegen zijn schouder leunde.
+
+"Zeg mij toch wat je aan hem gedaan hebt," klaagde zij. "Zeg me toch
+wat je gedaan hebt."
+
+Redwood vatte haar hand, en leidde haar naar de sofa, terwijl hij
+nadacht hoe hij zich het best verdedigen kon.
+
+"O, 't is niets, lieve," zei hij; "'t is niets hoor. Je bent alleen
+wat overspannen. 't Komt door dien goedkoopen kinderwagen. Ik heb een
+man, die altijd achter een ziekenstoel loopt, besteld om morgen hier
+te komen met iets stevigers."
+
+Mevrouw Redwood keek hem door haar tranen heen aan over de punt van
+haar zakdoek.
+
+"Een baby in een ziekenstoel?" snikte zij.
+
+"Nu, waarom niet?"
+
+"Dan is het net of hij kreupel is."
+
+"Als een jonge reus, lieve, en je hoeft je heusch niet over hem
+te schamen."
+
+"Je hebt iets aan hem gedaan, Dandy," zei zij. "Ik kan het aan je
+gezicht zien."
+
+"Nu, in ieder geval heeft hij toch niet opgehouden te groeien,"
+zei Redwood harteloos.
+
+"Ik wist het wel," zei mevrouw Redwood en frommelde haar zakdoek tot
+een bal in haar eene hand. Zij keek hem plotseling streng aan. "Wat
+heb je aan ons kind gedaan?"
+
+"Wat is er dan met hem?"
+
+"Hij is zoo groot. 't Is een monster."
+
+"Onzin. Hij is zoo recht van lijf en leden en zoo gladjes als je maar
+wenschen kunt. Wat is er dan met hem?"
+
+"Zie dan toch eens hoe groot hij is."
+
+"O, dat is volkomen in orde. Kijk liever eens om je heen naar die
+kleine, sukkelende kinderen van anderen. Hij is de flinkste baby--"
+
+"Hij is tè flink," zei mevrouw Redwood.
+
+"Dat gaat zoo niet door," zei Redwood geruststellend, "'t is zoo maar
+een groeischeut."
+
+Maar hij wist zeer goed, dat het wèl zou doorgaan. En dat deed het
+dan ook. Toen deze baby een jaar oud was, waggelde hij heen en weer,
+juist een duim onder de vijf voet lang, en woog honderd vijftien pond;
+hij was inderdaad even groot als een cherubin in de Sint Pieters "in
+Vaticano", en zijn speelsche greep naar het haar en de gelaatstrekken
+der bezoekers werd het onderwerp van den dag in West-Kensington. Zij
+hadden een invalide-stoel om hem naar boven en beneden te dragen
+naar zijn kinderkamer, en zijn speciale ziekenzuster, een stevig
+jong vrouwspersoon die juist haar proeftijd achter den rug had,
+ging met hem wandelritten doen in een Panhard-ziekenstoel-auto van
+8 paardekracht, in staat heuvels van een hoek van vijftien graden te
+beklimmen, en speciaal gemaakt ten zijnen dienste. Het was in ieder
+opzicht gelukkig dat Redwood bij zijn professorschap nog verstand
+van dergelijke dingen had ook. Als men over den schok van de enorme
+grootte van den kleinen Redwood heen was, zoo hebben wij lieden die
+hem dagelijks langzaam Hyde-Park zagen rond-tuf-tuffen hooren zeggen,
+was hij een wonder-vroolijke en lieve baby. Hij schreeuwde zelden en
+behoefde niet gesust te worden. Doorgaans omklemde hij een grooten
+ratel, en soms riep hij onder het voorbijgaan de omnibus-koetsiers
+en de politie-agenten langs den weg buiten het hek toe met "Dadda"
+en "Babba!" op een sociaaldemocratische manier.
+
+"Daar gaat dat groote kind, dat met Bomvoedsel gevoed wordt," zei de
+omnibus-koetsier dan.
+
+"Ziet er gezond uit," zei de passagier, die naast hem op den bok zat.
+
+"Opgevoed met de flesch," legde de koetsier dan uit. "Ze zeggen
+dat er zoowat vier liter ingaat, en dat ie speciaal voor 'm gemaakt
+moest worden."
+
+"'Eel gezond kind, 'oe dan ook," besliste de passagier voorop.
+
+Toen mevrouw Redwood tot het besef kwam, dat de groei onbepaald en
+logisch voortging--en dit deed ze werkelijk voor de eerste maal
+toen de motor-kinderwagen voor de deur reed--gaf ze toe aan een
+wilde smart. Ze verklaarde, dat ze nooit weder in de kinderkamer
+wilde komen, dat ze wenschte dat ze dood was, en dat haar kind dood
+was, dat iedereen dood was, wenschte dat ze Redwood nooit getrouwd
+had, dat ze niemand getrouwd had, en trok zich in haar eigen kamer
+terug, waar zij gedurende drie dagen bijna uitsluitend van kippesoep
+leefde. Toen Redwood kwam om haar tot andere gedachten te brengen,
+gooide zij met de sofakussens, weende en bracht haar haar in wanorde.
+
+"O, hij is zoo gezond als een visch," zei Redwood. "Waarachtig, hij
+is er niet slechter aan toe omdat hij groot is. Je zoudt toch niet
+willen, dat hij kleiner was dan de kinderen van anderen?"
+
+"Ik wil dat hij nèt is als andere kinderen, niet kleiner en niet
+grooter. Ik had gehoopt dat hij een aardig klein ventje zou worden,
+net als Georgina Phyllis een aardig klein meisje is, en ik wilde hem
+grootbrengen zoodat hij lief werd, en kijk nù eens"--en de stem van
+de ongelukkige vrouw brak weder--"hij draagt schoenen van nummer vier
+voor volwassenen, en wordt rondgereden door--boeboe!--Petroleum! Ik
+kan hem nooit liefhebben," klaagde zij. "Hij is me tè groot! Ik kan
+nooit een moeder voor hem zijn, zooals ik had willen zijn!"
+
+Doch eindelijk kregen ze haar er toe naar de kinderkamer te gaan,
+en daar zat Edward Monson Redwood ("Pantagruel" was pas later zijn
+bijnaam) te schommelen in een speciaal versterkten hobbelstoel, en
+glimlachte en zeide "yoe en wou." En het hart van mevrouw Redwood
+ging weder uit naar haar kind, en zij nam hem in haar armen en weende.
+
+"Ze hebben iets aan je gedaan," snikte zij, "en je zult al maar
+doorgroeien, liefje, maar wat ik voor je kan doen om je fatsoenlijk
+groot te brengen, dat zàl ik doen, wat je vader er ook van mag zeggen."
+
+En Redwood, die geholpen had haar naar de deur te brengen, ging erg
+verlucht de gang af.
+
+("Hè, maar 't is een min zaakje een man te zijn--tegenover vrouwen
+tenminste!")
+
+
+
+VI.
+
+Vóór er een jaar verstreken was, waren er, behalve Redwood's
+pionier-voertuig, een heel aantal motor-kinderwagens te zien in het
+westen van Londen. Men heeft mij verteld, dat er wel zeven waren; doch
+een zeer nauwkeurig onderzoek wijst uit, dat er slechts zes waren in de
+Hoofdstad te dien tijde. Het scheen dat het goedje verschillend werkte
+op verschillende constituties. In het begin leende Herakleophorbia zich
+niet tot inspuiten, en het is boven allen twijfel verheven dat er een
+groot aantal menschelijke wezens niet in staat zijn deze stof in zich
+op te nemen en op de normale wijze te verteren. Het werd bijvoorbeeld
+gegeven aan den jongsten zoon van Winkles; doch hij schijnt even weinig
+in staat geweest te zijn tot groeien, als,--zoo Redwood tenminste
+gelijk had--, zijn vader tot kennis in zich opnemen. Weer anderen
+werden er, volgens de "Vereeniging tot Algeheele Onderdrukking van
+Bomvoedsel," op de een of andere onverklaarbare wijze door verdorven,
+en stierven reeds in het begin aan kinderkwaaltjes. De jongens van
+Cossar namen het in zich op met verbazingwekkende gulzigheid.
+
+Natuurlijk komt iets als dit nooit in het leven van een mensch met
+absolute eenvoudigheid van toepassing; groei, in het bijzonder,
+is een ingewikkeld iets, en alle generalisaties moeten uit den aard
+der zaak een weinig onnauwkeurig zijn. Doch de algemeene regel van
+het Voedsel leek dèze te zijn: dat als het organisme het in zich kòn
+opnemen op de een of andere manier, het dit in alle gevallen nagenoeg
+even sterk stimuleerde. Het vermenigvuldigde het groeicijfer van zes
+tot zeven malen, en daar bòven ging het niet, hoeveel van het Voedsel
+ook verder genomen werd. Te groote hoeveelheden van Herakleophorbia,
+toegediend boven het noodige minimum, leidden, zooals men bevond,
+tot ziekelijke storingen in de spijsverteringsorganen, tot kanker en
+gezwellen, beenverhardingen en dergelijke. En als de groei eenmaal
+op groote schaal begonnen was, bleek het weldra dat men er slechts op
+denzelfden voet mede kon doorgaan, en dat het onafgebroken toedienen
+van kleine doses Herakleophorbia dringend noodig was.
+
+Hield men er mede op, terwijl de groei nog in gang was, dan vertoonde
+zich eerst een onbestemde rusteloosheid en benauwdheid, dan een
+tijdperk van abnormaal veel eten,--zooals in het geval der jonge
+ratten te Hankey--en dan kreeg het groeiende wezen een soort van
+erge bloedarmoede, ging kwijnen en stierf. Planten leden op een
+dergelijke wijze. Doch dit alles was alleen toepasselijk op het
+groei-tijdperk. Zoodra de mannelijke staat bereikt was--in planten
+openbaarde zich dit door de vorming van de eerste bloemknoppen--werd
+de behoefte aan, en de lust naar Herakleophorbia minder, en zoodra
+de plant of het dier volkomen volwassen was, hield alle behoefte aan
+elken verderen toevoer van het Voedsel op. De plant of het dier was
+dan als het ware geheel gevormd op de nieuwe basis. Het was zoo gehéél
+hiernaar gevormd dat, zooals de distels van Hickleybrow en het gras aan
+den duinkant reeds gedemonstreerd hadden, het zaad van dit dier of deze
+plant reuzen-nakomelingschap voortbracht, even groot als de ouders.
+
+En het duurde niet lang of de kleine Redwood, pionier van het nieuwe
+geslacht, en het eerste kind van allen dat het voedsel at, begon in
+de kinderkamer rond te kruipen, meubels te breken, te bijten als een
+paard, te knijpen als een nijptang en reuzen-babytaal te stamelen
+tegen zijn "paatje," en "maatje," en tegen zijn tamelijk onthutsten
+en van ontzag vervulden vader, die dit kwaad in de wereld geschopt had.
+
+Het kind was geboren met goede voornemens. "Padda zoet zijn, zoet
+zijn," placht hij te zeggen, terwijl alles wat maar breekbaar was
+voor hem uit vloog. "Padda" was zijn overzetting van Pantagruel, den
+bijnaam dien Redwood hem gegeven had. En Cossar, zich niet storend aan
+eenige Oude Oorkonden die hem zeer spoedig in moeilijkheden brachten,
+ging, na een conflict met de plaatselijke bouw-verordening, op een
+braakliggend stuk grond, dat grensde aan Redwood's huis, aan het
+bouwen van een heerlijke, goed-verlichte speelkamer, schoollokaal
+en kinderkamer voor hun vier jongens--zestig voet in het vierkant,
+en veertig voet hoog.
+
+Redwood vatte een ware passie op voor deze groote kinderkamer terwijl
+hij en Cossar haar bouwden, en zijne belangstelling in kromme lijnen
+ging aan het tanen, zooals hij nooit gedroomd had dat zij kòn tanen,
+en maakte plaats voor belangstelling in de dringende behoeften
+van zijn zoon. "Er zit heel wat in het behoorlijk in orde brengen
+van een kinderkamer. Heel wat. De wanden, de dingen die er in zijn,
+dit alles zal tot onzen nieuwen geest spreken, hier een beetje meer,
+daar een beetje minder welsprekend, en hem al of niet duizenderlei
+dingen leeren."
+
+"Ligt voor de hand," zei Cossar, haastig naar zijn hoed grijpend.
+
+Zij werkten eenstemmig samen, doch Redwood zorgde voor het grootste
+gedeelte der opvoedkundige theorie die noodig was... Zij lieten de
+wanden en het houtwerk verven met prettige, heldere kleuren; voor
+het meerendeel voerde een, door een andere kleur wat warmer gemaakt,
+wit den boventoon, doch er waren ook strepen heldere zuivere kleur
+om de eenvoudige lijnen der constructie beter te doen uitkomen. "We
+moèten zuivere kleuren hebben," zei Redwood, en liet op een plaats
+een aardigen horizontalen rand ruiten aanbrengen, waarin purper en
+karmozijn, oranje en geel, blauw en groen prijkten. Deze ruiten moesten
+de reuzen-kinderen schikken en herschikken naar eigen genoegen. "Er
+moeten versieringen volgen," zei Redwood; "laat ze eerst de rij
+van al de tinten in hun hoofd prenten, dan kan dit weg. Er is geen
+reden waarom wij hen zouden doen overhellen naar een bepaalde kleur
+of dessin."
+
+Vervolgens zei Redwood: "Het lokaal moet overal voor hen belangwekkende
+dingen bevatten. Belangstelling is voedsel voor een kind en leegheid
+kwelling en verhongering. Hij moet massa's prenten hebben!" Er
+werden geen vaste prenten opgehangen in het vertrek, doch blanco
+lijsten werden aangebracht, waarin steeds nieuwe afbeeldingen konden
+gezet worden en van daar in een portefeuille gelegd, zoodra hunne
+belangstelling erin begon te tanen. Er was één venster van waaruit
+men de geheele lengte eener straat kon afzien, en dan had Redwood, om
+hunne belangstelling nog te verhoogen, boven op het dak der kinderkamer
+een camera obscura aangebracht, die uitzag op Kensington High Street
+en op een deel van het Kensington Park.
+
+In een hoek wachtte dat waardige werktuig, een rekentafel,--vier voet
+in het vierkant, een speciaal versterkt stuk ijzer met afgerande
+hoeken--, de eerste rekensommen der jonge reuzen. Er waren weinig
+wollen lammeren en dergelijke speeldingen, doch inplaats hiervan had
+Cossar op zekeren dag, zonder verderen uitleg, met drie vigilanten
+een groot aantal speeldingen aangebracht (allen natuurlijk net iets te
+groot om doorgeslikt te worden door de kinderen); deze dingen konden
+worden opgestapeld, op rijen gerangschikt, in het rond gegooid; er
+kon in gebeten worden, er waren er die konden klepperen en ratelen,
+die tegen elkaar geslagen konden worden, die ze konden bevoelen,
+uittrekken en opendoen, sluiten en verminken en proeven op nemen tot
+in het oneindige. Er waren veel blokken hout in verschillende kleuren,
+ovale en kubieke, blokken van glanzend porcelein, blokken doorschijnend
+glas en blokken gomelastiek; er waren leien en griffels; kegels en
+afgeknotte kegels, en verlengde spheroïden, ballen van verschillende
+grondstof, massieve en holle, veel doozen van verschillende grootte en
+vorm, met hengsel-deksels en deksels die er op moesten vastgeschroefd
+worden, en een paar om op slot te draaien; er waren riemen van leer
+en van elastiek, en een aantal grove en stevige voorwerpen, alle
+even groot, die stevig konden staan, en de gedaante van een mensch
+voorstelden. "Geef ze deze," zei Gossar. "Eén tegelijk."
+
+Deze dingen schikte Redwood in een kist in een hoek. Langs den eenen
+wand in het vertrek, op een behoorlijke hoogte voor een zes- of acht
+voet lang kind, was een bord, waarop de kinderen konden teekenen met
+wit en gekleurd krijt, en daar dichtbij een soort teeken-bloknoot,
+waarop zij met houtskool konden teekenen, en dan was er een kleine
+lessenaar, voorzien van groote timmerman's potlooden van verschillende
+hardheid en een ruime voorraad papier, waarop de jongens eerst konden
+krabbelen en daarna netter konden teekenen. En bovendien bestelde
+Redwood, (want zóóver liep zijne verbeelding vooruit) bijzonder
+groote tuben verf en verfdoozen, tegen den tijd dat zij noodig zouden
+zijn. Hij sloeg een vat modelleer-klei in. "Eerst zullen hij en zijn
+leeraar tezamen modeleeren," zei hij, "en als hij wat meer kent,
+zal hij gipsen en misschien dieren namaken. En à propos, ik moet ook
+een kist met gereedschap voor ze laten maken!"
+
+"En dan nog boeken. Ik zal 'n massa boeken moeten uitzoeken, en wat
+'n druk zal dàt moeten zijn. Wat genre van boeken zullen ze noodig
+hebben? Hun verbeelding moet gevoed worden. Want deze is bij slot van
+rekening toch maar de kroon van alle opvoeding. De kroon--zooals
+gezonde gewoonten van geest en leven de troon zijn. Heelemaal
+geen verbeelding staat gelijk met een dierlijken staat; een lage
+verbeelding is wellust en lafheid; doch een edele verbeelding is God
+die weder op aarde wandelt. Zij moeten ook droomen van een heerlijk
+sprookjesland en van al de typische kleine dingen van het leven, als
+ze zoover zijn. Doch hoofdzakelijk moeten zij hun geest voeden met de
+heerlijke werkelijkheid; zij zullen verhalen hebben van reizen, de
+geheele wereld door, reizen en avonturen, en hoe de wereld veroverd
+werd. Zij zullen dierengeschiedenissen hebben, groote, duidelijke,
+prachtige boeken over dieren en vogels, planten en kruipende wezens,
+groote boeken over de eindeloosheden der lucht en de mysteriën der zee;
+ze zullen de geschiedenis en kaarten hebben van al de rijken, die de
+wereld heeft zien komen en gaan, afbeeldingen en verhalen van al de
+stammen en de gewoonten en gebruiken der menschen. En dan nog moeten
+ze boeken en prenten hebben om hun schoonheidsgevoel te ontwikkelen,
+fijne Japansche afbeeldingen, om hen de fijnere schoonheid van vogel
+en bloemenrank te doen liefhebben, en ook westersche afbeeldingen,
+van mooigevormde mannen en vrouwen, lieve groepeeringen, en wijde
+vergezichten van land en zee. Zij zullen boeken hebben van huizen en
+paleizen; zij zullen zelven vertrekken ontwerpen en steden uitdenken"--
+
+"Ik denk ze een klein theater te geven."
+
+"En dan is er de muziek nog!"
+
+Redwood dacht hier over na, en besloot dat zijn zoon het beste deed
+te beginnen met een zuiver-klinkend harmonicon van één octaaf, dat
+misschien later kon vergroot worden. "Hiermee zal hij eerst spelen,
+er bij zingen en namen aan de noten geven," zei Redwood, "en daarna--?"
+
+Hij keek op naar de vensterbank daarboven, en mat de grootte van het
+vertrek met zijn oog.
+
+"Ze zullen zijn piano hierbinnen in elkaar moeten zetten," zei
+hij. "Haar in stukken hier binnenbrengen."
+
+Hij bleef nog wat wijlen tusschen zijne voorbereidende maatregelen,
+en leek temidden van al deze grootheid een peinzende, donkere, kleine
+gestalte. Als ge hem daar hadt kunnen zien, zou hij u een tien-duims'
+mannetje hebben toegeleken temidden van gewone kinderkamer-dingen. Een
+groot dekkleed--in werkelijkheid was het een Turksch tapijt--van
+vierhonderd vierkante voet, en waarop de jonge Redwood weldra zou
+rondkruipen, strekte zich uit tot den met een rooster afgeschutten
+electrischen radiator, die het geheele gebouw verwarmen zou. Een van
+Cossar's mannen hing heel hoog tusschen de palen van een steiger, om de
+groote lijst op te hangen waarin de te verwisselen schilderijen zouden
+geschoven worden. Een vloeiboek voor plantensoorten, zoo groot als een
+huisdeur, leunde tegen den wand, en uit dit boek stak een reusachtige
+stengel, een rand van een blad en een bloem van het vogelkruid, allen
+van die reusachtige grootte die Urshot weldra beroemd zoude maken,
+de geheele botanische wereld door...
+
+Een soort van ongeloovigheid beving Redwood, terwijl hij temidden
+dezer dingen stond.
+
+"Als het werkelijk doorgáát--" zei hij, naar het plafond daàr heel
+hoog starend.
+
+Uit de verte kwam een geluid, als het loeien van een Mafficking stier,
+alsof het een antwoord op zijne gedachten was.
+
+"Blijkbaar gaat alles nog geregeld zijn gang," zei Redwood. Er volgden
+dreunende slagen op een tafel, gevolgd door een luiden kraaienden kreet
+"Goeloe, Boezoe! Bzz...." "'t Beste wat ik doen kan," zei Redwood,
+een anderen gedachtengang volgend, "is dat ik zelf hem onderwijs."
+
+Het geklop werd hoe langer hoe heviger. Een oogenblik lang leek het
+Redwood alsof er 't rythme inkwam van het dreunen eener machine--als
+de machine van een zwaren langen trein van gedachten die op hem
+afkwamen. Toen verbrak een opeenvolging van lichtere vluggere slagen
+dezen gedachtengang, en werd eenige malen herhaald.
+
+"Binnen," riep hij uit, bemerkend dat er iemand tikte, en de deur die
+groot genoeg voor een kathedraal was, ging langzaam een eindje open. De
+nieuwe kruk hield op te knarsen en Bensington verscheen in den kier,
+goedaardig glimlachend onder zijn sterk-uitkomende kaalhoofdigheid
+en over zijn bril.
+
+"Ik heb 't er maar es op gewaagd om es te komen zièn," fluisterde hij,
+op vertrouwelijken toon.
+
+"Kom binnen," zeide Redwood, en dit deed hij, terwijl hij de deur
+achter zich sloot.
+
+Hij kwam naar Redwood toe met de handen op den rug, deed een paar
+stappen en gluurde naar boven met een vogelachtige beweging van den
+hals. Hij streek zich nadenkend over de kin. "Telkens als ik binnen
+kom," zei hij op ingehouden toon, "treft het me als--"Groot".
+
+"Ja," zei Redwood, zijn oog eveneens nog eens over alles latend dwalen,
+alsof hij trachtte den zichtbaren indruk vast te houden. "Ja, gróót
+zullen ze worden, daar kun je van op aan."
+
+"'k Geloof het ook," zei Bensington, met iets bijna eerbiedigs in
+zijn stem. "Héél groot."
+
+Zij keken elkander aan, bijna angstig.
+
+"Ja, héél groot," zei Bensington, zich over den rug van zijn neus
+strijkend, en met één oog Redwood twijfelachtig aankijkend, alsof
+hij verwachtte op zijn gelaat nog een bevestiging te zien zijner
+eigen woorden. "Allemaal--vrééselijk groot. 't Is me alsof ik 't me
+niet kan voorstellen--zelfs al zie ik dit--hoe groot ze allemaal wel
+zullen worden."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+HET IN HET NIET VERDWIJNEN VAN DEN HEER BENSINGTON.
+
+
+I.
+
+Het was in den tijd toen de Koninklijke Commissie tot onderzoek van het
+Bomvoedsel haar rapport opmaakte, dat Herakleophorbia werkelijk begon
+te laten zien hoe geschikt het was om ergens uit te lekken. En deze
+te vroege uitbarsting kwam des te ongelegener, tenminste van Cossar's
+standpunt, omdat de schets van het rapport, die nog bestaat, aantoont
+dat de commissie, onder voogdijschap van dat hoogstbekwame lid, Doctor
+Stephen Winkles (Lid van het Koninklijk Genootschap, Medicinal Doctor,
+Vrederechter, Litterarum Doctor enz.) er reeds eenstemmig over was,
+dat dergelijke toevallige ontsnappingen onmogelijk waren, en gereed
+was te verklaren dat zoo men de contrôle erover in handen stelde
+van een bevoegde commissie (vooral Winkles), met een onbeperkte
+contrôle over den verkoop ervan, dit meer dan voldoende was om aan
+alle redelijke bezwaren, die geopperd konden worden tegen de vrije
+verspreiding ervan, te gemoet te komen. Het comité zou een onbeperkt
+monopolie hebben. En zonder twijfel moet het beschouwd worden als
+een deel van de ironie des levens, dat de eerste en ernstigste dezer
+tweede serie van ontsnappingen plaats greep op nog geen vijftig pas
+van een klein landhuis in Kent, dat voor de zomermaanden door dokter
+Winkles betrokken was.
+
+Er kon geen twijfel meer aan bestaan, dat Redwood's weigering om
+Winkles in te wijden in de samenstelling van Herakleophorbia IV,
+in laatstgenoemden heer een hem tot dan toe vreemde en hevige
+belangstelling had gewekt voor analytische chemie. Hij was geen
+erg zaakkundige werker, en juist hierdoor zag hij waarschijnlijk
+kans om te werken, niet in de uitstekend uitgeruste laboratoria
+in Londen, die ter zijner beschikking waren, doch zonder iemand te
+raadplegen, en steelsgewijze, in een klein laboratorium, dat in een
+verwaarloosd tuintje van zijn huis te Keston stond. Hij schijnt bij
+zijne onderzoekingen geen al te groot blijk van energie of groote
+bekwaamheid gegeven te hebben; ja, het is slechts al te duidelijk,
+dat hij zijn onderzoek opgaf, na er met tusschenpoozen gedurende een
+maand aan gewerkt te hebben.
+
+Dit tuin-laboratorium, waarin hij werkte, was zeer elementair
+uitgerust, voorzien van een standpijp met water, dat afliep door
+een pijp, die uitkwam in een drassigen, met biezen afgezetten poel
+onder een elzenstruik in een afgelegen hoekje van de weide, die zich
+aan de andere zijde van den heg bevond. De pijp was gebarsten en het
+overblijfsel van het Voedsel der Goden ontsnapte door de scheur in
+een kleinen plas, te midden van bosjes biezen, juist vóór het ontwaken
+der lente.
+
+Het leven in dat vuile, kleine hoekje was uit zijn winterslaap
+ontwaakt. Er dreef kikkerdril, sidderend van donderpadjes, die juist
+door hun geleiachtig omhulsel braken; er waren kleine waterslakken
+die uitkropen; en onder den groenen bast van het riet, deden de
+larven van den grooten waterkever al hun best om uit hunne eieren
+te komen. Ik weet niet of de lezer de larven kent van den kever, die
+(ik weet niet waarom) Dytiscus genoemd wordt. Zoo'n tor is een geleed,
+vreemd beest, erg gespierd, en plotseling in haar bewegingen, en heeft
+de gewoonte om met haar kop naar beneden te zwemmen, met haar staart
+uit het water; zij is zoo lang als het bovenste lid van een mannenduim,
+en misschien nòg langer--wel twee duim (dat wil zeggen, diè torren,
+die niet van het Voedsel gegeten hebben)--en zij heeft twee scherpe
+kaken die vóór haar kop samenkomen--cylinder-vormige kaken met scherpe
+punten,--waardoor zij 't bloed harer slachtoffers opzuigt... De eerste
+wezens die de ronddrijvende kruimels van het Voedsel te pakken kregen,
+waren de donderpadden en de kleine waterslakken; de kleine kronkelende
+donderpadden in het bijzonder, kregen er veel trek in, toen zij er
+eenmaal den smaak van beet hadden.
+
+Doch nauwelijks begon er een van hen een in het oog loopende positie te
+bereiken in dat kleine donderpaddenwereldje, en een kleinen broeder of
+zoo te nuttigen als aanvulling van een vegetarisch diëet, of kip! daar
+sloeg een van de Tor-larven haar kromme bloedzuigende scharen in zijn
+hart, en met dien rooden stroom ging Herakleophorbia IV, in een staat
+van oplossing of ontbinding, in het organisme van een nieuwen cliënt
+over. Het eenige, dat, naast deze monsters, nog iets van het Voedsel
+kon te pakken krijgen, was het riet en het slijmerige groene schuim
+op het water en de pas ontkiemde waterplanten in de modder op den
+bodem. Een schoonmaak van de studeerkamer kort daarop, wiesch een
+nieuwen vloed van het Voedsel in den poel, deed hem overstroomen,
+en voerde deze geheele onheilspellende vermeerdering in den strijd om
+het bestaan naar den aangrenzenden poel onder de wortels van den els...
+
+De eerste die ontdekte wat er gaande was, was een zeker heer Lukey
+Carrington, buitengewoon leeraar in de natuurwetenschappen onder
+de Londensche Commissie van Onderwijs en, in zijn vrijen tijd,
+specialiteit in zoetwaterplanten, en zeer zeker behoeven wij hem zijn
+ontdekking niet te benijden.
+
+Hij was van Keston Common gekomen om dien dag een aantal proef-buizen
+te vullen om later te onderzoeken, en hij kwam met, zeg een dozijn,
+gekurkte buisjes die zacht tegen elkaar klingelden in zijn zak, over
+den zanderigen heuveltop heen en zoo naar den poel, met den stok
+in de hand. Een tuinjongen, die op de bovenste trede der keukentrap
+stond en de heg van dokter Winkles aan het knippen was, zag hem in
+dit weinig bezochte hoekje, en vond hem en zijn bezigheid genoegzaam
+onverklaarbaar en interessant om hem nauwkeurig na te gaan.
+
+Hij zag den heer Carrington zich voorover buigen naar den poel,
+met zijn hand tegen den stam van den ouden els, en in het water
+gluren, doch natuurlijk kon hij de verrassing en het genoegen niet
+apprecieeren, waarmede de heer Carrington de groote, ongewoon-lijkende
+knobbels en slingers der waterplanten op den bodem gadesloeg. Er
+waren geen donderpadden meer te zien--die waren nu allen gedood--en
+het schijnt, dat de heer Carrington niets ongewoons zag dan den
+buitengewoon weelderigen plantengroei. Hij stroopte zijn mouw op
+tot den elleboog, boog zich voorover, en stak den arm in het water
+om een exemplaar te bemachtigen. Zijn tastende hand ging steeds
+lager. Onmiddellijk schoot er iets uit de koele schaduw onder
+de boomwortels. Bliksemsnel had het zijn scharen diep in zijn arm
+begraven--een bizarre gedaante was het--een voet en meer lang, bruin
+en geleed als een schorpioen.
+
+De leelijke verschijning en de plotselinge, scherpe pijn die de beet
+veroorzaakte, deden den heer Carrington het evenwicht verliezen. Hij
+voelde dat hij van den oever afgleed en gilde luid. Daar ging hij
+met zijn gezicht vooruit, plas! den poel in.
+
+De jongen zag hem verdwijnen en hoorde hem spartelen in het water. Hij
+zag den ongelukkige weder bovenkomen, zonder hoed, druipend van het
+water en gillend!
+
+De jongen had nog nooit te voren een màn hooren gillen.
+
+Het leek wel alsof deze verbazingwekkende vreemde aan iets rukte aan
+den kant van zijn gezicht. Er vertoonden zich daar strepen bloed. Hij
+stak zijn armen op als in wanhoop, sprong in de lucht als een bezetene,
+liep razend tien of twaalf pas, viel toen op den grond en rolde al
+maar rond, tot de jongen hem niet meer zien kon. De jongen was in een
+oogwenk van de trap af en door de heg--gelukkig met de heggeschaar
+nog in de hand. Hij zegt, dat, toen hij bezig was door de bremstruiken
+te dringen, hij half en half zin had om terug te gaan, daar hij bang
+was met een krankzinnige te doen te hebben, doch het bezit van de
+heggeschaar stelde hem gerust. "Als ie me wat had willen doen, kon ik
+'m altijd in z'n oogen gestoken hebben," legde hij uit. Zoodra de
+heer Carrington hem zag, begon hij zich te gedragen als iemand die
+wèl bij zinnen, doch wanhopig is. Hij krabbelde op de been, wankelde,
+stond op en kwam naar den jongen toe.
+
+"Kijk es!" riep hij, "ik kan ze er niet afkrijgen!"
+
+En met een rilling van ontzetting zag de jongen dat er aan de wang
+van den heer Carrington, aan zijn blooten arm en aan zijn dij, en
+verwoed slaand met hunne lenige bruine gespierde lichamen, zich drie
+van deze afschuwelijke larven hadden vastgeklemd, met hunne groote
+haken diep in zijn vleesch, en zich vastzogen alsof 't om hun leven
+ging. Zij hielden zich vast als buldoggen en de pogingen van den heer
+Carrington om de monsters van zijn gezicht los te maken, hadden tot
+eenig resultaat, dat hij het vleesch waaraan het beest zich vastgehecht
+had, afscheurde, en zijn gelaat, hals en jas met levend purper bedekte.
+
+"'k Zal em d'r afknippe'; hou je goed, meneer."
+
+En met het behagen, dat jongens op dien leeftijd in dergelijke dingen
+scheppen, scheidde hij de koppen der aanvallers van den heer Carrington
+een voor een van hunne lichamen. "Yoep," zei de jongen met een beetje
+benauwd gezicht, telkens als er een voor hem neerviel. En zelfs toèn
+nog was hun greep zoo vast en taai, dat de afgesneden koppen nog een
+tijdlang woest bleven toebijten en zuigen, terwijl het bloed achter
+uit hun halzen stroomde. Doch de jongen maakte hier een eind aan met
+nog een paar happen van zijn schaar--waarvan de heer Carrington zelf
+er ook nog een mee kreeg.
+
+"Ik kon ze er niet afkrijgen!" herhaalde Carrington en bleef een
+tijdje lang staan, wankelend en hevig bloedend. Hij bette met slappe
+handen zijne wonden en keek naar zijn handpalmen. Toen zonken zijn
+knieën onder hem uit en hij viel voorover zoo lang als hij was voor
+de voeten van den jongen in zwijm, tusschen de nog steeds opspringende
+lichamen zijner verslagen vijanden. Gelukkig viel het den jongen niet
+in water op zijn gezicht te sprenkelen,--want er waren nog meer van
+deze monsters onder de wortels van den els--, en inplaats hiervan ging
+hij om den vijver heen, den tuin door, om hulp te halen. En daar kwam
+hij den tuinman-koetsier tegen en vertelde hem het geheele geval.
+
+Toen zij samen den heer Carrington weder bereikten, zat hij op,
+versuft en zwak, doch met genoeg bewustzijn om hen te waarschuwen
+voor het gevaar in den poel.
+
+
+
+II.
+
+Dusdanig waren de omstandigheden, waardoor de wereld voor de tweede
+maal bemerkte, dat het Voedsel weder losgebroken was. Binnen een week
+was Keston Common in volle werking, en werd wat de natuurkundigen
+een "verspreidings-centrum" noemen. Ditmaal waren er geen wespen
+of ratten, geen oorwormen en geen netels, doch er waren tenminste
+drie water-spinnen, verscheidene larven van waterjuffers, die
+weldra zelf waterjuffers werden, en geheel Kent verblindden met
+hun zwevende saffier-kleurige lichamen; en dan was er nog een vieze,
+gelei-achtige vegetatie, die over den rand van den vijver heengroeide,
+en zijn glibberige groene massa's halverwege het tuinpad naar dokter
+Winkles' huis opstuwde. En er begonnen reuzen-biezen, en equisetum en
+potamogeton te groeien, die eerst gestuit werden toen zij den vijver
+hadden doen opdrogen.
+
+Het werd het publiek spoedig duidelijk, dat er ditmaal niet één
+verspreidings-centrum was doch een heele màssa centrum. Er was er
+een te Ealing--dat lijdt nu geen twijfel meer en hieruit ontstonden
+de vliegen- en de roode spinnenplaag; er was er een te Sunbury,
+die vraatzuchtige palingen voortbracht, die aan land konden komen,
+en schapen doodden; en er was er een te Bloomsbury, die de wereld
+een nieuw ras van kakkerlakken van een vreeselijke soort gaf,
+welke met allerlei ander gespuis een oud huis in Bloomsbury
+bewoonden. Plotseling, zonder voorteekenen, stond de wereld weer
+tegenover al de verschijnselen van Hickleybrow, met allerlei vreemde
+buitensporig-vergrootte monsters, (die men tot nu toe als doodgewone
+onschadelijke dieren gekend had), inplaats van de reuzen-hennen,
+ratten en wespen.
+
+Ieder centrum brak uit met zijn eigen karakteristieke plaatselijke
+fauna en flora...
+
+Wij weten nu, dat elk van deze centra in verband stond met een
+der patienten van dokter Winkles, doch dit was niet bekend te
+dien tijde. Dokter Winkles was de laatste om onder verdenking
+te vallen. Natuurlijk ontstond er een paniek, een woedende
+verontwaardiging, doch tegen het Voedsel en nog niet zoozeer tegen het
+Voedsel als wel tegen den ongelukkigen Bensington, wien de publieke
+verbeeldingskracht van het begin af hardnekkig had beschouwd als de
+eenige persoon die voor deze nieuwe zaak aansprakelijk was.
+
+De poging om hem te lynchen, die volgde, is niet meer dan een van die
+plotselinge uitbarstingen van volkswoede welke in de geschiedenis zoo
+menigvuldig voorkomen, en die in werkelijkheid wel de onbelangrijkste
+aller gebeurtenissen zijn.
+
+De geschiedenis van dezen opstand is in het duister gehuld. De groote
+massa van de menigte kwam ongetwijfeld uit een Anti-Bomvoedsel Meeting
+in Hyde-Park, georganiseerd door drijvers van Caterham's partij,
+doch er schijnt niemand geweest te zijn die het eerst voorstelde,
+en niemand die ook maar doelde op de gewelddadigheid waaraan zooveel
+menschen meededen. Het is een probleem voor den heer Gustave le Bon
+[5]--een mysterie in de psychologie der menigten. Het blijkt dat des
+Zondagsmiddags tegen drie uur een merkwaardig groote en kwaadaardige
+Londensche menigte, die niet meer te regeeren was, Thursday Street kwam
+afstroomen, bedacht op des heeren Bensington's exempleerlijken dood
+als afschrikwekkend voorbeeld voor alle wetenschappelijke navorschers,
+en dat deze menigte dichter bij het volvoeren van haar plan kwam dan
+eenig andere menigte ooit gekomen is sedert de hekken van Hyde-Park
+omver gehaald werden in de ver achter ons liggende tijden van het
+midden van Victoria's regeering. Deze menigte kwam zelfs zoo dicht
+bij haar doel, dat gedurende een uur een enkel woord het lot van den
+ongelukkigen Bensington zou beslist hebben.
+
+Hij bemerkte het eerst wat er gaande was aan het rumoer dat het volk
+buiten maakte. Hij ging naar het venster en gluurde naar buiten, niet
+bevroedend wat hem boven het hoofd hing. Een minuut lang misschien zag
+hij het aan hoe de menigte zich om den ingang verdrong, een dozijn
+politieagenten die haar den weg versperden, uit den weg ruimend,
+vóór hij ten volle de rol begreep die hij in de zaak speelde. Toen
+ging hem plotseling een licht op en begreep hij dat die brullende,
+deinende menigte het op hem gemunt had. Hij was geheel alleen op de
+verdieping--misschien gelukkig nog--daar zijn nicht Jeanne naar Ealing
+op de thee was bij een familielid van moeder's kant, en hij had even
+weinig begrip hoe zich onder dergelijke omstandigheden te gedragen, als
+van de etiquette van den Dag des oordeels. Hij was bezig door de kamers
+te hollen, aan de meubelen vragend wat hij beginnen moest, sleutels
+in sloten omdraaiend en ze dan weder ontsluitend, naar deur, raam en
+slaapkamer vliegend--toen de beambte van de verdieping binnenkwam. [6]
+
+"Geen oogenblik te verliezen, meneer," zei hij. "Ze hebben uw nummer
+gevonden op het bord in den gang! Ze komen recht hier naar toe!"
+
+Hij sleepte den heer Bensington mee den corridor op, die reeds
+weerklonk van het naderend tumult op de groote trap, draaide de deur
+achter hen op slot en ging Bensington voor naar de tegenoverliggende
+kamers, die hij binnenging door middel van een duplicaat sleutel.
+
+"Dat is onze eenige kans nog," zei hij.
+
+Hij wierp het venster open dat uitkwam op een ventilatie-koker en
+vanuit dit venster zagen zij dat in den muur een rij krammen op
+gezetten afstand onder elkaar waren geslagen die een zeer ruwe en
+gevaarlijke ladder vormden, welke als brandladder moest dienen om
+uit de bovenste verdiepingen te komen. Hij duwde den heer Bensington
+zachtjes het raam uit, toonde hem hoe hij zich vast moest houden, en
+kwam achter hem de ladder op, hem in zijne beenen porrend en prikkend
+met een bos sleutels zoodra hij even met klimmen ophield. Het leek
+Bensington soms of hij die verticale ladder verder tot in alle
+eeuwigheid zou moeten blijven beklimmen. Boven, was de goot nog
+onbereikbaar ver--'t leek wel een mijl--; beneden--Hij durfde niet
+denken aan wat er beneden wachtte.
+
+"Vooruit!" riep de klerk, en pakte hem bij den enkel. Het was
+vreeselijk zoo bij den enkel gepakt te worden en de heer Bensington
+greep de ijzeren kram boven zich zóó stevig beet alsof hij op 't punt
+was te verdrinken, en slaakte een onderdrukten kreet van angst.
+
+Het bleek dat de klerk een ruit ingedrukt had, en toen leek het hem
+alsof hij zijdelings een enorm eind gesprongen was, en toen drong het
+geluid van een venster, dat neergeschoven werd tot zijn besef door. Hij
+brulde allerlei dingen. De heer Bensington wendde voorzichtig het hoofd
+tot hij den klerk kon zien. "Kom zes treden naar beneden," beval deze.
+
+Al dit beweeg leek hem erg dwaas toe, maar heel, heel behoedzaam liet
+hij toch een voet zakken.
+
+"Niet trekken!" riep hij uit, toen de klerk hem wilde helpen vanuit
+het open venster.
+
+Het leek hem toe dat het bereiken van het raam van de ladder af een
+heel respectabel feit zou zijn voor een vliegenden vos, en het was
+meer met het idee van een fatsoenlijken zelfmoord, dan in de hoop hem
+te volbrengen, dat hij den stap eindelijk waagde en de klerk heesch
+hem meedoogenloos naar binnen.
+
+"U zult hier moeten blijven," zei de klerk; "mijn sleutels helpen
+hier niet. 't Is een Amerikaansch slot. Ik zal naar buiten gaan en
+de deur achter me dichtslaan, en zien of ik 't mannetje van deze
+verdieping kan vinden. U zult zoolang opgesloten moeten blijven. 't
+Eenigste is, ga niet naar 't raam. 't Is de kwaadaardigste menigte
+die ik ooit gezien heb. Als ze maar eerst denken dat u uit is, zullen
+ze zich waarschijnlijk wel tevreden stellen met uw boeltje in mekaar
+te slaan--"
+
+"De indicator wees "Tehuis" aan," zei Bensington.
+
+"Dat zal je de drommel halen! In ieder geval, ze moeten mij hier
+niet vinden--"
+
+Hij verdween, de deur achter zich dichtslaand.
+
+Bensington was weder aan zijn eigen initiatief overgelaten. En dit
+initiatief dreef hem onder het bed. Daar werd hij een oogenblik later
+gevonden door Cossar.
+
+Bensington was bijna versuft van angst toen hij gevonden werd, want
+Cossar had de deur met zijn schouder ingeloopen door er van den
+overkant van den gang op toe te springen.
+
+"Kom er onderuit, Bensington," zei hij. "'t Is goed volk. Ik ben 't. We
+moeten zien hier vandaan te komen. Zij steken het huis in brand. De
+portiers gaan er allemaal vandoor. De bedienden zijn al weg. 't Is
+gelukkig dat ik den man, die van dit zaakje afwist, te pakken kreeg."
+
+"Kijk es hier."
+
+Toen Bensington onder het bed uit gluurde, zag hij eenige zonderlinge
+kleedingstukken over Cossar's arm hangen, en wat het belachelijkste
+van alles was, een zwarten vrouwenmuts in diens hand!
+
+"Ze zoeken het heele huis af," zei Cossar. "Als ze het niet in brand
+steken, komen ze beslist hierheen. Troepen kunnen er niet binnen een
+uur zijn. Vijftig percent "Hooligans" [7] onder de menigte, en hoe
+meer gemeubileerde kamers ze binnenkomen, hoe meer ze den smaak er
+van beet zullen krijgen. Ligt voor de hand... Trek dezen rok aan en
+zet dien muts op, Bensington, en snij uit met mij."
+
+"Bedoel je--?" begon Bensington, een hoofd onder het bed uitstekend,
+op de manier van een schildpad.
+
+"Ik bedoel, maak er wat mee voort, en kom mee."
+
+En met plotselinge heftigheid trok hij Bensington onder het bed
+uit, en begon hem zelf aan te kleeden als een oud vrouwtje uit het
+volk. Hij sloeg zijn broek op, liet hem zijn pantoffels uittrekken,
+deed zijn boord, das, jas en vest uit, schoot een zwarten rok over
+zijn hoofd en deed hem een rood-flanellen keurslijf aan en een lijf van
+dezelfde stof. Hij liet hem zijn al te karakteristieken bril afzetten
+en drukte hem de muts vast op het hoofd. "Je kondt waarachtig als
+ouwe vrouw geboren zijn," zei hij, terwijl hij de linten der muts
+onder Bensington's kin samenbond. Toen kwamen de elastieke laarzen
+aan de beurt--een pijnlijk getrek voor de likdorens--en de shawl,
+en de vermomming was voltooid.
+
+"Loop es op en neer," zei Cossar, en Bensington gehoorzaamde.
+
+"'t Zal gaan," zei Cossar.
+
+En in deze vermomming, onbeholpen struikelend over zijn ongewone
+rokken, en een vloed van vrouwelijke verwenschingen doend neerdalen op
+zijn eigen hoofd, met een schrille falsetto om in zijn rol te blijven,
+en temidden van het brullen eener menigte die er op uit was om hem te
+lynchen, kwam de oorspronkelijke ontdekker van Herakleophorbia IV, den
+corridor der Chesterfield-Mansions af, midden tusschen die verwoede
+wanordelijke menigte, en verdween aldus geheel van het tooneel der
+gebeurtenissen die ons verder verhaal vormen.
+
+Na deze ontsnapping bemoeide hij zich nooit weder met de
+wonderbaarlijke ontwikkeling van het Voedsel der Goden, dat het eerst
+aan hem zijn ontstaan te danken had.
+
+
+
+III.
+
+Het mannetje dat de geheele zaak op touw zette, verdwijnt uit deze
+geschiedenis en na eenigen tijd verdween hij heelemaal uit de wereld
+der zichtbare en vertelbare dingen. Doch omdat bij de zaak aan den
+gang bracht, lijkt het mij niet meer dan billijk, aan zijn uitvaart
+een extra bladzijde te wijden. Gij kunt hem u wel voorstellen in later
+tijd, zooals Tunbridge Wells hem leerde kennen. Want te Tunbridge
+Wells dook hij weder op, na een tijdelijke verdwijning, zoodra hij ten
+volle begreep hoe voorbijgaand, hoe exceptioneel en onbeduidend die
+oproerige woede der menigte was. Hij verscheen weder onder de hoede
+van nicht Jeanne, om zijn geschokt zenuwgestel te restaureeren, en
+hiervoor werden alle verdere belangen terzijde gesteld. Hij scheen ook
+volkomen onverschillig te zijn geworden voor den strijd die toen juist
+woedde om deze nieuwe centra van verspreiding, en voor de Kinderen
+van het Voedsel.
+
+Hij nam zijn intrek in het Mount-Glory Hydro-Geneeskundig Hotel,
+dat werkelijk bijzonder goed ingericht is op het gebied van
+gecarbonneerde Baden, Creosoot-Baden, Galvanische en Faradische
+Baden-Behandeling, Massage, Dennen-Baden, Stijfsel- en Kervel-Baden,
+Radium-Baden, Licht-Baden, Hitte-Baden, Zemel- en Naalden-Baden, Teer-
+en Vogeldons-Baden--alle mogelijke soorten van baden; en hij gaf al
+zijn denken aan de ontwikkeling van dat systeem van geneeskundige
+behandeling, dat nog niet volmaakt was toen hij stierf. En soms reed
+hij in een huurrijtuig, met een met zeehondenleer gevoerde jas naar de
+Pantiles, of als zijne voeten het hem permitteerden liep hij er ook
+wel heen, en dan slurpte hij daar ijzerhoudend water onder toezicht
+van nicht Jeanne.
+
+Zijn gebogen schouders, zijn roode gezicht, zijn schitterende bril,
+dit alles werd een van de typische dingen van Tunbridge Wells. Niemand
+was ook maar in het minst onvriendelijk tegen hem, en het plaatsje
+en het Hotel schenen zelfs erg met zijne tegenwoordigheid vereerd te
+zijn. En hoewel hij liever den verderen loop zijner uitvinding niet
+volgde in de dagbladen, was het, als hij de Promenade vóór het Hotel
+overstak, of de Pantiles afliep, en hij hoorde fluisteren "dat is
+'em, dat is 'em!"--toch geen ontevredenheid die een zachter trek om
+zijn mond bracht en een oogenblik in zijn oog schitterde.
+
+Deze kleine figuur, deze heel kleine gestalte, zond het Voedsel der
+Goden de wereld in! Men weet werkelijk niet wat verbazingwekkender
+is, de grootheid of de kleinheid dezer mannen der wetenschap en
+filosofie. Ge ziet hem voor u, op de Pantiles, in den met bont
+gevoerden overjas. Hij staat onder dat steenen kozijn waar de fontein
+opspringt, en houdt het glas met ijzerhoudend water, waaruit hij nu en
+dan een teug neemt, in de hand. Eén helder oog is, over den vergulden
+rand van zijn bril gevestigd op nicht Jeanne, met onverbiddelijke
+strengheid. "Mm," zegt hij en slurpt.
+
+En wij maken ons souvenir voor hem, in deze houding, zóó richten wij
+onze camera op hem, en "nemen" dezen ontdekker voor de laatste maal,
+en laten hem achter, als een spikkel op onzen voorgrond, en gaan
+verder naar het grootere schilderij dat zich om hem gevormd heeft,
+naar het verhaal van zijn Voedsel, hoe de verspreide Reuzen-Kinderen
+met den dag grooter werden en opgroeiden temidden eener wereld die
+zóóveel te klein voor hen was, en hoe het net der Bomvoedsel-wetten,
+en Bomvoedsel-conventies die de Bomvoedsel-commissie aan het weven was,
+zich ieder jaar al dichter en dichter om hen samentrok. Totdàt--
+
+
+
+
+
+BOEK II.
+
+HET VOEDSEL IN HET DORP.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DE KOMST VAN HET VOEDSEL.
+
+
+I.
+
+Ons thema, dat zoo beknopt begon in de studeerkamer van den heer
+Bensington, heeft zich reeds uitgebreid en vertakt, tot het nu dezen,
+dan genen kant uitwijst en van nu aan zullen de gebeurtenissen
+in ons verhaal op verschillende plaatsen voorvallen. Het Voedsel
+der Goden verder te volgen, staat gelijk met de vertakkingen van
+een voortdurend lotenschietenden boom na te gaan; in korten tijd,
+in het vierde gedeelte van een menschenleven, was het voedsel uit
+zijn eersten bron te Hickleybrow op de kleine boerderij, gelekt en
+had zich verspreid--het voedsel, en ook de faam en schaduw van zijn
+kracht--de geheele wereld over. Zeer spoedig had het zich ook buiten
+Engeland verspreid. Weldra werkte het in Amerika, op het geheele
+vasteland van Europa, in Japan, in Australië, eindelijk de geheele
+wereld over, naar het gezette doel. Steeds werkte het langzaam, langs
+indirecte kanalen en tegen de verdrukking in. Het was de grootheid die
+in opstand gekomen was. Niettegenstaande vooroordeelen, ten spijt van
+wet en verordening, niettegenstaande al de koppige vasthoudendbeid,
+die ten grondslag ligt aan de formeele orde der menschheid, ging het
+Voedsel der Goden, als het eenmaal losgelaten was, zijn onnaspeurlijken
+en niet te stuiten gang. Gedurende al deze jaren groeiden de kinderen
+van het Voedsel staag; dit was de belangrijkste factor van dien
+tijd. Doch het zijn juist de gevallen waarin het uitbrak, die het
+tot historie maken. De kinderen die ervan gegeten hadden, groeiden,
+en weldra waren er nog andere kinderen die ook begonnen te groeien; en
+de beste voornemens ter wereld konden niet verhoeden dat het telkens
+en telkens maar weer aan uitlekte. Het Voedsel volhardde in het
+losbreken, alsof het een levend iets was. Als het met bloem van meel
+vermengd geraakte, werd het Voedsel, bij droog weder, als bij opzet
+tot fijn poeder en stoof voor het lichtste briesje uit. Nu eens was
+het een of ander insect dat tot tijdelijke noodlottige ontwikkeling
+kwam, dan weder een nieuw uitbreken der rattenplaag uit de riolen,
+en dergelijk ongedierte. Eenige dagen lang had het dorp Pangbourne in
+Berkshire te kampen met reuzenmieren. Drie mannen werden gebeten en
+stierven. Er placht een paniek te ontstaan, er werd gekampt en dan was
+de losgebroken plaag weder aan banden gelegd, doch liet steeds iets
+na in de minder op den voorgrond tredende dingen des levens--die voor
+altijd veranderd waren. Dan was het weder een acute en onrustbarende
+uitbarsting, een snel opgroeien van monsterachtig kreupelhout, een
+vertakking over de aarde van onredelijk-sterk groeiende distels,
+van torren die door de menschen bevochten werden met jachtgeweren,
+of een plaag van reusachtige vliegen.
+
+Hier en daar werd op vreemde en wanhopige wijze gekampt in obscure
+plaatsen. Het Voedsel verwekte helden in de zaak der kleinheid...
+
+En in de levens der menschen kwamen allerlei, tot nu toe ongekende,
+gebeurtenissen en zij traden ze tegen zooals zij het beste konden,
+en zeiden tegen elkaar, dat er eigenlijk in de orde der dingen
+niets veranderd was. Na de eerste groote paniek werd Caterham,
+niettegenstaande zijn groote welsprekendheid, een minder belangrijke
+figuur in de politieke wereld, en bleef slechts in de heugenis der
+menschen hangen als de voorstander van een zeer geavanceerde opvatting.
+
+Slechts zeer langzaam veroverde hij zich een op den voorgrond tredende
+positie. "Er had geen verandering in de essentieele orde der dingen
+plaats gegrepen"--die eminente leider der moderne gedachte, Dokter
+Winkles zei hier zeer duidelijke dingen over,--en de voorstanders
+van wat men in die dagen Progressief Liberalisme noemde, werden
+werkelijk sentimenteel over de essentieele onoprechtheid hunner
+vooruitstrevendheid. Het blijkt dat hunne droomen uitsluitend liepen
+over natietjes, taaltjes, huishoudentjes, elk zichzelf bedruipend op
+zijn eigen kleine hoeve. Er ontstond plotseling een mode van het kleine
+en nette. Groot-zijn was "vulgair", en sierlijk, net, mignon, miniatuur
+"minitieus-volmaakt" werden de grond-woorden voor critischen bijval.
+
+Ondertusschen groeiden de Kinderen van het Voedsel rustig en namen hun
+tijd ervoor, zooals kinderen dit moeten, in een wereld die veranderde
+om hen te ontvangen, en verzamelden kracht en postuur en kennis,
+werden persoonlijkheden met een doel in het oog, en groeiden langzaam
+op tot de afmetingen waarvoor het lot hen bestemd had. Weldra leken zij
+een natuurlijk deel te vormen van de wereld rondom hen, en begonnen
+de menschen zich verwonderd af te vragen, hoe alles vóór hun tijd
+geweest was. Verhalen van wat de reuzen-jongens konden doen drongen
+tot hunne ooren door, en men zei "dat is sterk!"--zonder eenige
+verwondering. De populaire bladen verhaalden van de drie zonen van
+Cossar en hoe deze wonderbaarlijke kinderen groote kanonnen konden
+optillen, ijzer-massa's honderden meters ver weg slingeren, en twee
+honderd voet ver springen. Men vertelde dat zij bezig waren een put
+te graven, dieper dan eenig andere put of mijn die de menschen ooit
+gemaakt hadden, en dat zij, zoo zei men, zochten naar schatten die
+in de aarde verborgen lagen sedert de aarde geschapen werd.
+
+"Deze Kinderen," zeiden de populaire tijdschriften, "zullen bergen
+met den grond gelijk maken, zeeën overbruggen, tunnels graven door
+jelui aarde tot deze een honiggraat gelijkt." "Merkwaardig," zei
+het kleine volk, "niet waar? Wat een massa gemakken zullen we dan
+hebben!" en gingen weder huns weegs, alsof er van geen Voedsel der
+Goden sprake was op aarde. En inderdaad was dit alles nog slechts
+een vage aanduiding en belofte van wat de "Kinderen van het Voedsel"
+zouden kùnnen doen, later. Nù was alles nog slechts kinderspel bij hen,
+niet anders dan het eerste gebruik maken van kracht, waarin nog geen
+doel stak. Zij zelven wisten nog niet waarvoor zij waren. Zij waren
+kinderen--langzaam groeiende kinderen van een nieuw geslacht. De
+reuzenkracht groeide dag aan dag--de reuzen-wìl moest nog tot een
+doel rijpen; doch inderdaad zag niemand het komen van Grootheid in de
+wereld, zooals ook niemand ter wereld, vóór er eeuwen verloopen waren,
+het verval en den ondergang van Rome als één gebeurtenis zag. Zij,
+die in die dagen leefden, stonden te veel temidden van deze heele
+ontwikkeling van Groei, om ze als een enkel op zichzelf staand iets te
+zien. Het leek zelfs wijzen menschen toe, dat het Voedsel de wereld
+niets anders zou geven dan een oogst van onhandelbare, met elkaar
+niets uit te staan hebbende dingen, die de bestaande orde van zaken
+konden doen beven op hare grondvesten en haar konden verontrusten,
+doch verder niets.
+
+Het wonderbaarste in dezen tijd van toenemende kracht leek
+wel--tenminste één' opmerker leek het dit--het koppig volharden van
+de groote massa in den ouden toestand, hun rustig voortgaan in het
+negeeren van de kolossale gestalten die zich tusschen hen bewogen,
+en van de belofte van nog meer kolossale dingen, die temidden van hen
+zouden opgroeien. Zooals menige stroom het rustigst voortstroomt,
+diep en krachtig, in de nabijheid van een waterval, zoo scheen al
+wat behoudend in den mensch was, in die dagen een kalm overwicht te
+voeren. De reactie werd populair; men praatte van het bankroet der
+wetenschap, van het sterven van den vooruitgang, van de nadering der
+Mandarijnen--, en van dergelijke dingen, terwijl de schreden van de
+"Kinderen van het Voedsel" te midden van hen daverden. De lawaaierige
+doellooze Revolutien van ouds, een groote menigte dwaze kleine lieden
+die den een of anderen dwazen kleinen monarch verjoegen, dit alles lag
+ver achter hen en hiermede had men afgedaan; doch de Verandering was
+nièt gestorven. Het eenige was, dat de Verandering veranderd was. Het
+nieuwe was bezig te komen op zijn eigen manier en dit ging boven het
+alledaagsch begrip der wereld.
+
+Uitvoerig te verhalen van deze komst, zou gelijk staan met een groote
+Geschiedenis te schrijven, doch overal was een evenwijdig-loopende
+keten van gebeurtenissen. Zoodat het verhalen van de komst ervan op
+ééne plaats, feitelijk het verhalen van het geheel is. Toevallig
+viel er een zaadje dezer Onmetelijkheid in het aardige dorpje
+Cheasing Eyebright in Kent; en te oordeelen naar het verhaal van de
+eigenaardige ontkieming ervan en van de tragische beuzelachtigheden
+die hieruit ontstonden, kan men trachten--als het ware één draad
+volgend--de richting aan te wijzen waarin dit geheele groote weefsel
+van gebeurtenissen het weefgestoel van den Tijd ontrolde.
+
+
+
+II.
+
+Cheasing Eyebright had natuurlijk een dominé.
+
+Nu zijn er dominé's en dominé's; en van alle soorten houd ik van een
+nieuwigheden invoerenden dominé--van een bonten, naar vooruitgang
+strevenden professioneelen reactionnair--het minst. Doch de dominé
+van Cheasing Eyebright was iemand die wel het allerminst dacht aan
+nieuwigheden invoeren, een brave, gezette, rijpe en conservatieve
+kleine man. Het is niet meer dan passend een eindje met ons verhaal
+terug te gaan om van hem te vertellen. Hij paste volkomen bij zijn
+dorpsbewoners en men kan hen zich het beste voorstellen zooals zij
+waren, op den avond tegen zonsondergang, toen juffrouw Skinner--gij
+herinnert u haar vlucht nog wel!--het voedsel, zonder dat iemand het
+vermoedde, tusschen haar wereldsche goederen deze landelijke rust
+binnen droeg.
+
+In dit licht uit het westen, zag het dorp er op zijn best uit. Het
+strekte zich uit over de lengte der vallei onder de beukenwouden van
+den "Hanger," als een koralensnoer van met riet bedekte en roodpannige
+huisjes--huisjes met portico's, die met latten bespijkerd waren en
+met pyracanthus [8] afgezette voorgevels, welke zich al dichter
+en dichter tegen elkaar aandrongen naarmate de weg daalde van de
+taxusboomen bij de kerk naar de brug. De pastorie gluurde niet al
+te hoogmoedig tusschen de boomen uit achter het dorpslogement; zij
+had een Georgiaanschen gevel, gerijpt door den tijd, en de spits der
+kerk verhief zich blij boven de holte die de vallei in de heuvels
+vormde. Een kronkelend riviertje, dat als een smal lint van schuim
+en hemelblauw voortstroomde, glinsterde tusschen breede randen riet
+en zich er overheen neigende wilgen, midden door een méékronkelende
+strook weide. Het geheel bood den eigenaardigen Engelschen aanblik
+van goede bebouwing--dien aanblik van kalme afgerondheid--die de
+volmaaktheid nabijkomt in de warmte van de ondergaande zon.
+
+En ook de dominé zag er rijp uit. Hij was gewoon er bijzonder rijp
+uit te zien, alsof hij geboren was als een murwe baby, een rijpe,
+en sappige kleine jongen. Al vóór hij het u vertelde, was het aan
+hem te zien dat hij op eene oude gevestigde openbare kostschool was
+geweest, die begroeid was met klimop, en die schitterende tradities,
+aristocratische relaties, en geen scheikundige laboratoria bezat;
+en dat hij vandaar gegaan was naar een eerwaardige hoogeschool,
+gebouwd in den rijpsten gothischen stijl. Hij bezat weinig boeken die
+jonger waren dan duizend jaar; van dezen vormden Yarrow en Ellis en
+goede preeken uit den tijd vóór de Methodisten het meerendeel. Hij
+was een man van middelmatige lengte, een beetje kleiner lijkend door
+zijn equatoriale afmetingen en met een gezicht, dat hoewel rijp van
+het begin af, nu climacterisch [9] rijp was. De baard van een David
+verborg zijne dubbele onderkin; hij droeg geen horloge-ketting uit
+verfijning, en zijn hoogsteenvoudige kleeding van geestelijke, was
+gemaakt door een kleermaker uit het West-End [10]... En hij zat daar,
+met een hand op elke dij, genoegelijk knipoogend naar zijn dorp. Hij
+wuifde er met een mollige hand naar. En in hem zong weer zijn oude
+refrein. "Wat kan men meer wenschen?" "Onze ligging is heel gelukkig,"
+zei hij, zich niet al te sterk uitdrukkend.
+
+"Wij liggen in een sterke vesting tusschen de heuvelen," legde hij
+nader uit.
+
+En eindelijk kwam hij geheel en al voor de zaak uit. "Wij liggen er
+gelukkig geheel van afgesloten."
+
+Want hij en zijn vriend hadden gepraat over de Verschrikkingen der
+Eeuw, over Democratie en Openbaar onderwijs en Lucht-schrapers [11]
+en auto's en de Inval van Amerika, het Onoordeelkundig Lezen van het
+Publiek, en het verdwijnen van allen smaak.
+
+"Wij staan er hier heelemaal buiten," herhaalde hij en net terwijl
+hij dit zei trof het geluid der voetstappen van iemand die dien kant
+uitkwam zijn oor, en hij rolde zich om in zijn stoel en keek naar haar.
+
+Gij kunt u de stage, beverige nadering der oude vrouw wel voorstellen,
+met haar pak in haar knoestige, vermagerde hand geklemd, haar neus (die
+haar gezicht vormde) gerimpeld van ademlooze vastberadenheid. Gij ziet
+de klaprozen al zwaar van noodlot knikken op haar hoed, en de met stof
+bedekte elastieken laarzen onder haar schamele rokken onherroepelijk
+en langzaam beurtelings oost en west wijzend. Onder haar arm schoof
+een niet zeer kostbare parapluie heen en weer, als een oproerige
+gevangene. Wat kon den Dominé aanduiden, dat deze grotesque oude
+gestalte--tenminste voor zoover het zijn dorp betrof--niemand anders
+was dan het Vruchtbare Toeval, en het Onverwachte--de oude harpij die
+de menschen het Noodlot noemen. Doch voor ons is zij niemand anders
+dan juffrouw Skinner.
+
+Daar zij te veel bepakt was om een buiging te maken, deed zij net of
+zij hem en zijn vriend niet zag, en ging hen dus, flip, flap, op nog
+geen drie pas voorbij, op het dorp toe. De dominé zag haar daar zoo
+langzaam in stilte heentrekken en deed ondertusschen een opmerking
+in zich rijpen...
+
+Het voorval leek hem niet in het minst belangrijk. Er zijn stééds
+oude vrouwen, in àlle tijden, geweest die bundels getorst hebben,
+de geheele wereld door. En wat heeft het uitgemaakt? "Wij liggen
+er geheel en al buiten," zei de dominé. "Wij leven in een sfeer
+van eenvoudige dingen die niet licht veranderen; van Geboorte en
+Arbeid, simpelen tijd van zaaien en simpelen oogst. Het rumoer
+gaat ons voorbij." Hij kon altijd goed praten over wat hij noemde
+de permanente dingen. "De dingen veranderen," placht hij te zeggen,
+"doch de Menschheid--aere perennius". [12] Hij hield van een klassieke
+aanhaling die listiglijk verkeerd te pas gebracht werd. En verder op,
+den heuvel af, was de ongracieuze doch vastberaden juffrouw Skinner,
+op grappige wijze één geworden met Wilmerding's "overstap." [13]
+
+
+
+III.
+
+Niemand weet wat de dominé van de Reuzen-Wolfsveesten [14] dacht.
+
+Zonder twijfel was hij een van de eersten die ze ontdekte. Met kleine
+afstanden ertusschen waren ze langs het pad verspreid; tusschen den
+dichtst bijzijnden heuvel en het einde van het dorp--een pad dat hij
+dagelijks bezocht op zijn digestie-wandelingetje. Alles bij elkaar
+genomen, waren er van het begin tot het einde, minstens dertig van deze
+zwammen. De dominé schijnt naar elk van hen afzonderlijk verbaasd te
+hebben staan kijken, en in de meeste een paar maal met zijn wandelstok
+te hebben gestooten. Eén ervan trachtte hij met zijne armen te meten,
+doch zij barstte bij zijn Ixionische omarming.
+
+Hij sprak er met verscheidene menschen over en zeide dat zij
+"wonderbaarlijk!" waren en hij verhaalde aan minstens zeven
+verschillende personen de welbekende geschiedenis van den vloersteen,
+die opgelicht werd van den keldervloer door een hoop paddestoelen
+die er onder groeiden. Hij keek er zijn Sowerby eens op na om te
+zien of het Lycoperdon coelatum of giganteum was. Hij hield er een
+geliefkoosde theorie op na, dat de benaming "giganteum" niet juist was.
+
+Men weet niet of hij ook opmerkte dat deze witte bollen juist op
+het pad groeiden dat die oude vrouw gisteren gevolgd had, en of hij
+opmerkte dat de laatste op nog geen twintig passen van het hek van
+het huisje van Caddles zijn dikken kop opstak. Zoo hij dit alles al
+opmerkte, trachtte hij toch niet er aanteekening van te houden. Zijn
+observatie-vermogen in botanische dingen was wat de kleinere
+natuurkundigen een "geoefende waarneming" noemen--men zoekt naar
+zekere bepaalde dingen en ziet alle verdere dingen over het hoofd. En
+hij deed geen moeite om dit verschijnsel in verband te brengen met
+het merkwaardig snelle groeien van den zuigeling van Caddles, wat nu
+al eenige weken aan den gang was; ja, feitelijk van den dag af dat
+Caddles ongeveer een maand tevoren zijn schoonmoeder was gaan bezoeken
+en hij zijn schoonmoeder hoorde opsnijden over het fokken van kippen.
+
+
+
+IV.
+
+Het groeien der wolfsveesten, volgend op het plotseling groeien
+van den baby der Caddles, behoorde den dominé de oogen geopend te
+hebben. Het laatste dezer twee feiten was hem reeds rechtstreeks in
+de armen gevoerd bij het doopen--bijna overweldigend...
+
+De hummel gilde oorverdoovend, toen het koude water, dat zijn goddelijk
+erfdeel en zijn recht op den naam van Albert Edward Caddles bezegelde,
+op zijn voorhoofd druppelde. Hij ging de moederlijke draagkracht
+reeds te boven en Caddles, weliswaar wankelend onder den last, doch
+ouders van minder voordeelige kinderen triumphantelijk toegrijnzend,
+droeg hem terug naar de bank die door zijn gezelschap werd ingenomen.
+
+"Zóó'n kind heb ik nog nooit gezien!" zei dominé.
+
+Dit was de eerste openlijke aanduiding dat het kleine kind van Caddles,
+dat zijn aardsche loopbaan begonnen was ònder een gewicht van zeven
+pond, bij slot van rekening zijn ouders toch nog eer aan zou gaan
+doen. En heel gauw werd het duidelijk dat het niet alleen voornemens
+was hun een eer, doch zelfs een glorie te zijn. En binnen een maand
+schitterde hun glorie zoo helder, dat zij, den stand van lieden als
+de Caddles in aanmerking nemend, onbehoorlijk was.
+
+De slager woog het kind elf maal. Hij was geen erg spraakzaam mensch
+en besteedde niet veel tijd aan dit wegen. De eerste maal zei hij:
+"'t is een goeie hoor;" de tweede maal zei hij: "wel allemachtig!" De
+derde maal zei hij: "Nou, hm," en daarna blies hij ieder maal slechts
+geweldig, krabde zich het hoofd, en keek naar zijn weegschaal met een
+tot hier toe nooit gevoeld wantrouwen. Iedereen kwam naar het "Groote
+Kind" kijken--zoo werd het algemeen genoemd--en de meesten zeiden:
+"'t is een dikzak, hoor!" Juffrouw Fletcher kwam ook kijken en zeide
+dat ze nog nooit zóó iets gezien had, wat volkomen juist was.
+
+Lady Wondershoot, de dorps-tyran, kwam op den dag nadat het voor de
+derde maal gewogen was aanzetten en bekeek het phenomeen nauwkeurig
+door haar lorgnon, wat het kind deed brullen van angst.
+
+"'t Is een merkwaardig "Groot kind,"" vertelde zij de moeder,
+met een luide, leerende stem. "Je mag er wel goed voor zorgen,
+Caddles. Natuurlijk gaat dat zoo niet dóór, daar het met de flesch
+grootgebracht wordt, maar we moeten er voor doen wat we kunnen. Ik
+zal je nog wat flanel sturen."
+
+De dokter kwam en mat het kind met een elletje, en schreef de
+cijfers in zijn notitieboekje, en de oude meneer Drifthassock, die
+een boerderij bij Up Marden had, maakte met een voerage-reiziger een
+omweg van een half-uur, om het te zien. De reiziger vroeg drie malen
+hoe oud het kind was en zeide eindelijk dat hij "verdompeld" zou
+zijn. Hoe en waarom hij "verdompeld" was moest men maar raden. Hij
+zei ook dat het in een reuzen-kinderen-tent op de kermis moest
+tentoongesteld worden. En den geheelen dag kwamen er kinderen die
+zeiden: "juffrouw Caddles, maggen we asjeblief je kind es zien,"
+tot juffrouw Caddles er een stokje voor moest steken. En temidden
+van al deze verbazingwekkende dingen stond daar juffrouw Skinner,
+glimlachend en zich een beetje achteraf houdend, met de puntige
+elbogen in haar lange slappe handen, en al maar glimlachend om en
+bij haar neus, met een oneindig diepzinnigen glimlach.
+
+"Zelfs die oude heks van een grootmoeder ziet er opgeruimder door
+uit," zei Lady Wondershoot. "Al spijt 't mij ook dat ze weer hier in
+het dorp terug is."
+
+Natuurlijk, zooals bij de meerderheid der zuigelingen van de armere
+dorpelingen, werd het bedeeld, doch door een enorm gekrijt maakte het
+kind het weldra duidelijk dat het, wat het vullen van zijn zuigflesch
+aanging, nog lang niet genoeg bedeeld werd.
+
+De baby had recht op een negendaagsche bewondering, en iedereen had
+schik in zijn verbazenden groei, gedurende tweemaal dien tijd en
+langer. En zelfs daarna, inplaats van op den achtergrond te geraken,
+en plaats te maken voor andere wonderen, bleef het maar steeds
+doorgroeien, nog sterker dan te voren!
+
+Lady Wondershoot luisterde met de uiterste verbazing naar haar
+huisbewaarster.
+
+"Caddles al wéér beneden. Geen eten voor het kind! Maar m'n beste
+Greenfield, dat kàn niet. Het schepsel eet als een nijlpaard! 't Kan
+beslist niet waar zijn."
+
+"Ik mag van harte lijden dat ze u niet bedriegen, barones," zei
+juffrouw Greenfield.
+
+"Het is zoo moeilijk te zeggen bij zulk soort menschen," zei Lady
+Wondershoot. "Doe me een pleizier, m'n beste Greenfield, er vanmiddag
+zelf even heen te gaan en je zelf te overtuigen--en blijf erbij als 't
+de flesch krijgt. Al is 't werkelijk een groot kind, ik kan me heusch
+niet voorstellen dat 't méér dan zes pint per dag zou noodig hebben."
+
+"'t Heeft er geen recht op, barones," zei juffrouw Greenfield.
+
+Lady Wondershoot's hand beefde, met die C. O. S. soort van emotie,
+die achterdochtige woede, die in alle ware aristocraten beeft, bij de
+gedachte dat mogelijk de lagere klassen bij slot van rekening--even
+laag zijn als hun meerderen en--en hier steekt de angel--op dit gebied
+nog beter aan toe zijn misschien dan zij.
+
+Doch juffrouw Greenfield kon geen bewijzen vinden dat er op
+den zak harer meesteres gespeculeerd werd, en er werd bevel
+gegeven, aan Caddles' baby een grooter dagelijksch rantsoen te
+verstrekken. Nauwelijks was het eerste rantsoen op, of daar kwam
+Caddles alweer aan, met een wanhopig air van "ik kan er niks aan doen."
+
+"Wij hebben er zuinig op gepast, juffrouw Greenfield, 't is waar,
+juffrouw, maar ze zijn 'em d'r allemaal gewoon afgesprongen! Ze vlogen
+met zoo'n kracht in de rondte, juffrouw, dat er een knoop door een
+ruit ging, en een andere me nèt hier tegen m'n hoofd vloog da 'k er
+van duizelde."
+
+Toen Lady Wondershoot vernam dat het wonderbaarlijke kind zoowaar
+zijn prachtige bedeelingskleeren had doen barsten, besloot zij er
+Caddles zèlf eens over te spreken. Hij verscheen vóór haar; zijn haar
+inderhaast natgemaakt en gladgestreken met de hand, buiten adem en
+zich aan zijn hoed-rand vastklemmend alsof het een zwemgordel was,
+en struikelend in zijn rampzaligheid over den rand van het vloerkleed.
+
+Lady Wondershoot mocht Caddles graag afsnauwen. Caddles was in
+haar oog het ideaal van iemand die tot de lagere klassen behoort,
+oneerlijk, trouw, kruiperig, werkzaam, en onbegrijpelijk ongeschikt om
+verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zij zeide hem dat hij werkelijk
+niet te licht moest denken over de wijze waarop dat kind zich gedroeg.
+
+"Niks anders dan dat hij zoo'n honger heeft, barones," zei Caddles,
+met verheffing van stem.
+
+"En je kunt hem niet tegenhouden ook, barones," zei Caddles. "Hij
+ligt daar maar van zich af te trappen en te gillen dat je hooren en
+zien vergaat. 't Gaat niet, barones en als we 't al deden, zouden de
+buren tusschen beiden komen..."
+
+Lady Wondershoot raadpleegde er den dokter eens over.
+
+"Ik zou wel eens willen weten," zei Lady Wondershoot, "of 't wel goèd
+is dat dit kind zulk een verbazende hoeveelheid melk krijgt?"
+
+"De gewone hoeveelheid voor een kind van dien leeftijd," zei de
+dorpsdokter, "is anderhalf tot twee pint in de vierentwintig uur. Ik
+zie heusch niet in dat u geroepen is om méér te verschaffen. Zóó
+u het doet, dan is 't alleen uw eigen edelmoedigheid. Natuurlijk
+zouden we het met de hoeveelheid die hem toekomt eens een paar dagen
+kunnen probeeren. Maar ik moet toegeven, dat het kind, door de een
+of andere oorzaak physiologisch van andere kinderen verschilt. Het
+is mogelijk dat het, wat men een "Sport" noemt, is. Een geval van
+Algeheele Overvoeding."
+
+"Het is niet eerlijk tegenover de andere dorpskinderen," zei Lady
+Wondershoot. "Ik weet zeker dat er klachten inkomen als dit zoo
+dóórgaat."
+
+"Ik zie werkelijk niet in dat er van iemand verwacht kan worden
+méér te geven dan de hoeveelheid die algemeen aan kinderen van dien
+leeftijd gegeven wordt. We zouden er op kunnen staan dat 't zich
+daarmede tevreden stelde, of, als 't dat niet wilde, het als een
+"geval" naar het ziekenhuis sturen."
+
+"Ontdekt u, nog afgezien van de grootte en den eetlust, ook nog iets
+anders dat abnormaal is--niets monsterachtigs?" zei Lady Wondershoot
+nadenkend.
+
+"Neen, neen, dat niet. Doch als deze groei doorgaat, zullen wij
+ernstige moreele en intellectueele tekortkomingen ontdekken. Men zou
+dit reeds nu haast durven voorspellen aan de hand van Max Nordau's
+wet. Een zeer begaafde, en beroemde filosoof, Lady Wondershoot. Hij
+ontdekte dat het abnormale--abnormaal is, een zeer gewichtige
+ontdekking, die wel de moeite waard is onthouden te worden. Voor
+mij is zij tenminste van groot belang in mijn praktijk. Als ik iets
+abnormaals ontdek, zeg ik dadelijk: "Dit is abnormaal." Zijn oogen
+namen een diepzinnige uitdrukking aan; hij liet zijn stem dalen,
+zijn houding grensde aan het intiem-vertrouwelijke. Hij hief stijf
+een hand op. "En in dien geest behandel ik dan zoo'n geval," zei hij.
+
+
+
+V.
+
+"Wel, wel!" zei de dominé tegen zijn ontbijt-gerei--den dag na de
+aankomst van juffrouw Skinner.
+
+"Wel, wel, wat hebben we hier?" en richtte zijn bril op zijn courant
+met een afkeurenden blik.
+
+"Reuzenwespen! Wat beleven we al niet... Amerikaansche journalisten,
+vertrouw ik! Ik moet niets hebben van al die nieuwe fratsen. Ik ben
+al heel tevreden met reuzen-klapbessen."
+
+"Onzin!" zei de dominé, dronk in één teug zijn koffie leeg, met zijn
+blikken vast op zijn courant gevestigd, en smakte ongeloovig met
+de lippen.
+
+"Nonsens!" zei de dominé, het bericht niet willend gelooven. Doch den
+volgenden dag stond er meer over in, en toen ging hem plotseling een
+licht op. Doch alles werd hem niet opeens duidelijk. Toen hij dien dag
+zijn digestie-wandeling ging doen, liep hij nog onderdrukt te lachen
+over dat nonsensicale verzinsel, dat zijn courant hem op de mouw
+wilde spelden. "Jawel! Wespen--die een hond gedood hadden!" Toen hij
+toevallig voorbij de plek kwam waar die eerste was van Wolfsveesten
+groeide, merkte hij bij zichzelven op dat het gras daar erg hoog en
+weelderig groeide, doch hij bracht dit op geenerlei wijze in verband
+met dat waarover hij in stilte zulk een pleizier had.
+
+"Dan zouden we er toch hier ook wel ièts van gehoord hebben," zei hij;
+"Whitstable is nog geen twintig mijlen hier vandaan."
+
+Een eindje verder vond hij weder een wolfsveest, een van de tweede
+collectie, die als het ei van een rock [15] uit de abnormaal grove
+aarde stak.
+
+Toen schoot de beteekenis van dit alles in hem als een bliksemstraal.
+
+Dien morgen deed hij niet zijn gebruikelijke rondte. Hij sloeg af bij
+den tweeden overstap en liep zóó om naar het huisje der Caddles. "Waar
+is je kind?" vroeg hij, en toen hij het zag, riep hij uit: "Goeie
+hemel!"
+
+Hij liep den stijgenden weg naar het dorp op en kwam den dokter tegen
+die in allerijl naar beneden liep. Hij vatte hem bij den arm. "Wat
+betéékent dit allemaal?" zei hij. "Heb je de laatste dagen couranten
+gelezen?"
+
+De dokter antwoordde toestemmend.
+
+"Nu, en wat is er aan de hand met dat kind? En al dat andere--wespen,
+wolfsveesten, zuigelingen, hè, zeg? Wat is het dat ze zoo sterk doet
+groeien? 't Komt erg onverwacht. En dat nog wel in Kent! Als 't nu
+nog Amerika was--"
+
+"'t Is op 't oogenblik nog moeilijk te zeggen wat 't precies is,"
+zei de dokter. "Zoover als ik de symptomen kan nagaan--"
+
+"...is het overmatige voeding--algemeene overvoeding."
+
+"Overvóéding?"
+
+"Ja, algeheele--doet den geheelen lichaamsbouw aan--het geheele
+organisme. Tusschen ons, in vertrouwen gezegd, ben ik er wel haast van
+overtuigd dat het dàt is... Maar je moet altijd een beetje voorzichtig
+zijn in je oordeel."
+
+"Ha," zei de dominé, erg opgelucht, te bevinden dat de dokter tegen
+het geval was opgewassen; "maar hoe komt 't dat 't overal op deze
+manier uitbreekt?"
+
+"Ja, dat is weer iets dat moeilijk te zeggen valt."
+
+"In Urshot, en nu hier, 't is een vrij duidelijk geval van
+verspreiding."
+
+"Ja," zei de dokter, "ja. Ik geloof het ook. Het lijkt in elk geval
+erg op de een of andere epidemie. Waarschijnlijk zal 't wel Epidemische
+Overvoeding zijn."
+
+"Epidemisch!" zei de dominé. "Je wilt toch niet zeggen dat 't
+besmettelijk is?"
+
+De dokter glimlachte vriendelijk en wreef zich in de handen. "Ja,
+zie je, dàt kan ik niet zeggen," zei hij.
+
+"Maar--!" riep de dominé, met wijd open oogen. "Als 't eens
+besmettelijk is--dan--dan steekt 't òns ook aan!"
+
+Hij liep een paar pas den weg op en wendde zich toen weder om.
+
+"Ik kom er juist vandaan," riep hij. "Zou 't niet goed zijn als--? Ik
+ga dadelijk naar huis, om een bad te nemen en mijn kleeren te
+ontsmetten."
+
+De dokter keek zijn zich verwijderende gestalte een oogenblik na,
+wendde zich toen om en ging naar zijn eigen huis...
+
+Doch onderweg dacht hij na over het feit dat er nu al een maand lang
+een geval in het dorp was zonder dat iemand anders er door besmet
+werd, en na een korte aarzeling besloot hij moedig te zijn zooals
+een dokter betaamt en de gevolgen als een man af te wachten.
+
+En wèl waren zijn overdenkingen juist. Want groei was het allerlaatste
+dat hèm nog zou aansteken. Hij,--en ook de dominé--kon een handkar
+vol Herakleophorbia opgegeten hebben. Want de groei was bij hen uit,
+voor altijd.
+
+
+
+VI.
+
+Een dag of zoo na dit gesprek,--dat wil zeggen een dag of zoo na het
+verbranden der Proef-Hoeve, kwam Winkles bij Redwood en liet hem een
+beleedigenden brief zien. Het was een ongeteekende brief, en een auteur
+behoort de geheimen zijner sujetten te bewaren. "Ge denkt eer in te
+leggen met wat niets anders dan een volkomen natuurlijk verschijnsel
+is," luidde de brief, "en ge tracht voor uzelf reclame te maken met uw
+brief aan de "Times." U en uw Bomvoedsel! Laat ik u even zeggen dat
+dit voedsel met zijn zotten naam slechts zeer toevallig in verband
+staat met deze groote wespen en ratten. De naakte waarheid is dat er
+een epidemie van Overvoeding heerscht--Besmettelijke Overvoeding--die
+ge ongeveer even weinig kunt tegengaan als ge het zonnestelsel kunt
+bedwingen. Het is een quaestie die zoo oud is als de wereld. Er
+heerschte overvoeding in het geslacht van Enak. Geheel buiten uw
+bereik, te Chaesing Eyebright bevindt zich op dit oogenblik een kind--"
+
+"Beverige op- en neerhalen. Blijkbaar oude heer," zei Redwood. "Maar
+het is toch vreemd dat een kind--"
+
+Hij las een paar regels verder, en kreeg plotseling een ingeving.
+
+"Bij den hemel!" zei hij. "Dat is mijn verdwenen juffrouw Skinner!"
+
+Hij overviel haar plotseling den volgenden dag in den namiddag.
+
+Zij was bezig uien te trekken in het tuintje voor haar dochter's
+huisje, toen zij hem zag aankomen door het tuinhek. Zij bleef een
+oogenblik "beduusd" staan, zooals de lui op 't land het uitdrukken,
+sloeg toen de armen over elkaar en wachtte zijn komst af met het
+bosje uien als ter verdediging onder haar linker elboog. Haar mond
+opende en sloot zich verscheidene malen; zij mummelde wat met haar
+eenigen tand, en eenmaal maakte zij plotseling een buiging, als het
+flikkeren van een booglamp.
+
+"Ik dacht wel dat ik je vinden zou," zei Redwood.
+
+"Ja, dat heb ik ook al gedacht, meneer," zei zij, zonder veel
+vreugdebetoon.
+
+"Waar is Skinner?"
+
+"'IJ 'eeft me nooit weer geschreve', meneer, en is ook nooit meer
+'ier geweest vanaf dat ik 'ier ben."
+
+"Weet je niet wat er van hem geworden is?"
+
+"'IJ 'eeft me nooit meer geschreve', meneer,'' zei zij en deed
+zijdelings een schrede naar links, half met het doel Redwood van de
+deur af te houden.
+
+"Niemand weet wat er van hem geworden is," zei Redwood.
+
+"Nou maar, 'ijzèlf wel," zei juffrouw Skinner, "maar 'ij wil 't
+niet zegge', want 'ij 'ad t'r altijd slag van 'n mensch, dat 't em
+'t naaste stond in last te brenge' en te late' zitte'. Maar slim was
+ie, da mô' k zegge'," zei juffrouw Skinner....
+
+"En waar is dat kind nu?" vroeg Redwood plotseling.
+
+"Wâ blieft u?"
+
+"Dat kind daar ik van heb hooren spreken, 't kind dat je ons goedje
+gegeven hebt--het kind dat acht en twintig pond weegt."
+
+De handen van juffrouw Skinner waren zenuwachtig in de weer,
+en ze liet de uien vallen. "Warachies, meneer," zei zij, "ik weet
+werkelijk niet wat u bedoel. M'n dochter, meneer, juffrouw Caddles,
+'ééft een kind, meneer." En zij maakte zenuwachtig een reverence,
+en probeerde er onschuldig-vragend uit te zien, door haar neus naar
+één kant te trekken.
+
+"Ik zou graag dat kind es zien, juffrouw Skinner," zei Redwood.
+
+Juffrouw Skinner deed één oog wat wijder open toen zij hem voorging
+naar de deel. "Natuurlijk, meneer, d'r kan ergens wel een klein beetje
+in geweest zijn, in een kleine bus van Nicey die ik aan zijn vader
+gaf om van de boerderij mee te brengen, of misschien een klein beetje
+dat ik om 't zoo maar es uit te drukken bij me had, en dat door m'n
+gauwe inpakke' d'r tussche' zal zijn geraakt...."
+
+"H'm!" zei Redwood nadat hij een poosje naar het kind had staan
+kijken. "H'm!"
+
+Hij zei tot juffrouw Caddles dat het een erg voordeelig kind was, iets
+wat zij hoe langer hoe meer in al zijn omvang begon te begrijpen,--en
+na dit gezegd te hebben, bemoeide hij zich verder niet met haar. Een
+oogenblik later verliet zij het vertrek uit louter onbeduidendheid.
+
+"Nu dat je er mee begonnen bent, zul je er mee voort moeten gaan,"
+zei hij tot juffrouw Skinner. Hij wendde zich plotseling tot haar.
+
+"En denk er wel om, dat je 't niet wéér rondmorst," zei hij.
+
+"'t Rondmorse, meneer?"
+
+"Kom, je begrijpt me heel goed."
+
+En dàt zij hem begreep bleek uit haar zenuwachtige gebaren.
+
+"Je hebt er hier niemand iets van verteld? De ouders, den dorpsheer
+op het heerenhuis, den dokter, aan niemand?"
+
+Juffrouw Skinner schudde ontkennend het hoofd.
+
+"Dat zou ik je ook niet raden," zei Redwood.
+
+Hij ging naar de deel-deur en keek eens naar buiten. De schuurdeur
+zag, tusschen het eind van het boerenplaatsje en eenige ongebruikte
+varkenskotten, door een hek met vijf dwarslatten uit op den
+heirweg. Daar achter bevond zich een hooge steenen muur, weelderig
+met klimop, muurbloemen en huismanslook begroeid, en die van boven
+voorzien was van glasscherven. Net voorbij den hoek van den muur stak
+een door de zon verlicht bord tusschen de groene en gele bladerentakken
+uit, boven de weelderige schakeeringen der eerste gevallen bladeren,
+en behelsde het gebruikelijke "Verboden Terrein, volgens artikel 461
+Wetboek van Strafrecht." De donkere schaduw van een gat in de heg
+deed een eind prikkeldraad duidelijk uitkomen.
+
+"Hm," zei Redwood, en toen nog eens wat dieper, "hm!"
+
+Het geklep van paardenhoeven en het geratel van raderen kwam naderbij
+en Lady Wondershoot's schimmels kwamen in het zicht. Hij lette
+op de gezichten van koetsier en palfrenier, onderwijl de equipage
+naderbij kwam. De koetsier was een zeer mooi exemplaar in zijn soort,
+welgedaan en rijp, en hij mende met een soort van sacramenteele
+waardigheid. Anderen mochten aan hun roeping en positie twijfelen in
+de wereld, hij was er ten minste zéker van--hij reed de barones. De
+palfrenier zat naast hem met over elkaar geslagen armen en met een
+onbeweeglijk, zéker gezicht. Toen werd de groote dame zelf zichtbaar,
+met hoed en mantel die alle elegance verachtten. Twee jonge dames
+rekten, met haar, hunne halzen uit en gluurden naar buiten. De dominé,
+die aan den anderen kant voorbij kwam, nam met een zwaai den hoed
+van zijn David's voorhoofd, zonder dat hij opgemerkt werd.
+
+Redwood bleef nog langen tijd nadat het rijtuig verdwenen was,
+in den deurpost staan kijken, de handen op zijn rug. Zijn blikken
+gingen naar het hooge duinland en de met wolken geplekte lucht,
+en gingen toen weder terug naar den met glasscherven afgezetten
+muur. Hij wendde zich om naar de koele schaduwen daarbinnen, en
+temidden van plekken en klodders kleur zag hij daar het reuzen-kind
+in dat Rembrandtieke halfduister, naakt op een flanellen luier na,
+gezeten op een ontzettend dikke wis stroo en met zijn teenen spelend.
+
+"Ik begin in te zien, wat wij gedaan hebben," zei hij.
+
+Hij verzonk in gedachten, en de jonge Caddles en zijn eigen kind
+en Cossar's jongens vormden deel van zijne mijmeringen. Plotseling
+begon hij te lachen. "Goeie hemel!" zei hij, als om een voorbijgaande
+gedachte.
+
+"In ieder geval mag hij niet gekweld worden met storing in het geregeld
+krijgen van zijn voedsel. Dàt kunnen we tenminste voorkomen. Ik zal je
+elk half jaar een bus sturen. Daar zal hij wel mee uitkomen, denk ik,"
+zei hij tot juffrouw Skinner.
+
+Juffrouw Skinner mompelde iets van "als uwes dat denkt, meneer," en
+"is er vast bij ongeluk tusschen geraakt.... dacht niet dat 't kwaad
+kon as 'k 'em er 'n beetje van gaf," en aldus met behulp van allerlei
+buigzame gebaren beduidde zij hem dat ze hem begreep.
+
+En aldus ging het kind voort met groeien.
+
+"Feitelijk," zei Lady Wondershoot, "heeft hij ieder kalf in het dorp
+opgegeten. Als die Caddles toch nog weer zoo'n kind--"
+
+
+
+VII.
+
+Doch zelfs zulk een afgezonderd plaatsje als Cheasing Eyebright kon,
+bij de steeds toenemende drukte die er over het Voedsel gemaakt werd,
+niet lang volharden in de theorie van Overvoeding--besmettelijk
+of niet. Weldra kwam het tot pijnlijke ophelderingen voor juffrouw
+Skinner--ophelderingen die haar slechts sprakeloos deden mummelen
+op haar eenigen tand--verklaringen, die uit haar haalden wat
+er uit te halen was, die haar als 't ware doorzòchten, en haar
+ontmaskerden--totdat zij zich ten laatste genoodzaakt zag haar
+toevlucht te nemen tot de waardigheid van een ontroostbaar weduwschap,
+om de zich steeds ophoopende blaam te ontgaan. Zij sloeg haar oog--dat
+ze steeds in een waterigen toestand hield--op de burchtvrouwe, en
+veegde het zeepsop van haar handen.
+
+"U vergeet, barones, waar ik onder gebukt ga."
+
+En zij liet op deze waarschuwing, met lichtelijk uitdagende stem
+volgen:
+
+"Aan 'em denk ik, nacht en dag."
+
+Zij perste de lippen samen en haar stem werd zachter en haperde:
+"En nog wel opgegeten en wel."
+
+En zich aldus op dit standpunt geplaatst hebbend, herhaalde zij de
+verklaring die de barones eerst niet had willen aannemen. "Ik 'ad niet
+méér idee wat ik an 't kind gaf, dan ieder ander mensch zou 'ebben."
+
+De barones richtte hare gedachten op hoopvoller dingen, doch vergat
+niet Caddles natuurlijk flink de les te lezen. Afgezanten, vol van
+diplomatieke bedreigingen, kwamen plotseling in de bewogen levens
+van Bensington en Redwood. Zij verschenen in den vorm van leden van
+den parochialen raad van bestuur, dom vasthoudend als een speeldoos
+aan hun vooraf in elkaar gezette bewerinkjes.
+
+"Wij beschouwen u als aansprakelijk, mijnheer Bensington, voor al het
+nadeel dat onze parochie ondervonden heeft. U draagt hiervan alleen
+de schuld."
+
+Een advocaten-firma, met een arglistigen stijl--zij noemden zich
+Banghurst, Brown, Flapp, Codlin Tedder en Snoxton, en verschenen
+onveranderd in den vorm van een rood, er-listig-uitziend heertje
+met een spitsen neus--zei vage dingen over schadevergoeding, en dan
+was er nog een erg gepolijst personage--de agent der barones, die
+Redwood plotseling op zekeren dag overviel en vroeg: "Nu, mijnheer,
+wat denkt u te doen?" Waarop Redwood antwoordde dat hij van plan was
+het verstrekken van het "Voedsel" aan het kind te staken, als hij of
+Bensington nog verder over iets lastig gevallen werden. "Ik geef het
+toch al gratis," zei hij, "en als u ophoudt het 't voedsel te geven,
+zal het uw dorp omvèr schreeuwen vóór het sterft. Jullie hebt dit kind
+nu eenmaal, en jullie moet het houden. Lady Wondershoot kon niet altijd
+Lady de Milde en Aardsch Voorzienigheidje spelen in haar parochie
+zonder zoo nu en dan eens een verantwoordelijkheid tegen te komen."
+
+"Het kwaad is geschied," besliste Lady Wondershoot toen men haar
+mededeelde--met de noodige afkortingen en zuiveringen--wat Redwood
+gezegd had.
+
+Hoewel inderdaad het kwaad pas bezig was een aanvang te nemen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+DE REUSACHTIGE TELG.
+
+
+I.
+
+"Het reuzenkind was leelijk"--hield de dominé vol. "Het was altijd
+leelijk geweest, zooals alle buitensporige dingen dit uit den aard der
+zaak moèsten zijn." De overtuiging van den dominé stond zijn onbevangen
+oordeel in den weg. Zelfs in deze landelijke afzondering werden
+er heel wat kiekjes genomen van het kind en hun onbevooroordeelde
+getuigenis staat lijnrecht tegenover de verklaring van den dominé,
+daar zij uitwijzen dat het jonge monster eerst bijna knap was, met
+een overvloedigen krullekop met haar, dat tot op zijn voorhoofd viel,
+en dat het altijd klaar was om te glimlachen. Op de meesten dezer
+kiekjes staat Caddles, die tenger gebouwd was, achter het kind,
+aldus zijne betrekkelijke kleinheid nog meer latende uitkomen.
+
+Na het tweede jaar werd de knapheid van het kind meer betwistbaar. Hij
+begon, zooals zijn ongelukkige grootvader het zéker zoude uitgedrukt
+hebben "geil" op te groeien. Hij verloor zijn kleur, begon er bij
+al zijn kolossaalheid, toch maar smalletjes uit te zien. Hij was
+erg tenger. Zijn oogen en iets in zijn gezicht werden fijner, en
+werden, zooals men het uitdrukte, "interessant." Nadat zijn haar
+eenmaal geknipt was, begon het één warbos te worden. "Dat is de
+degeneratie die in hem zit," zei de dokter, die dit alles gadesloeg,
+doch in hoever hij hierin gelijk had, en in hoever het achteruitgaan
+van de gezondheid van het kind te wijten was aan het voortdurend
+verblijf houden in een schuur met gewitte wanden, en levend van Lady
+Wondershoot's liefdadigheid, die nog getemperd werd door een gevoel
+van rechtvaardigheid, blijft een onuitgemaakte zaak. De kiekjes
+die er van hem genomen werden, van zijn derde tot zijn zesde jaar,
+wijzen uit dat hij zich aan het ontwikkelen was tot een rond-oogigen,
+vlasharigen jongen met een dopneus en een niet onvriendelijk starenden
+blik. Er zweeft om zijne lippen die nooit ver-verwijderde belofte van
+een glimlach, die op al de foto's van de jonge reuzenkinderen is weer
+te vinden. In den zomer draagt hij losse kleederen van tijk, die aan
+elkaar genaaid zijn met touw; doorgaans heeft hij op zijn hoofd een
+van die strooien manden die werklieden voor hun gereedschap gebruiken,
+en hij is blootsvoets. Op één opname grinnikt hij met breeden mond
+en houdt hij een afgeknabbelden citroen in de hand.
+
+De foto's die in den winter van hem genomen werden zijn minder talrijk
+en minder goed gelukt. Hij draagt reusachtige klompen--natuurlijk van
+beukenhout en (zooals brokstukken van de inscriptie "John Stickells,
+Iping" uitwijzen) zakken als sokken, en zijn broek en jas zijn
+onmiskenbaar gesneden uit het overblijfsel van een carpet met een
+vrolijk patroon. Daaronder bevonden zich grove flanellen luren; vijf
+of zes el flanel zijn als een bouffante om zijn hals gebonden. Het
+ding op zijn hoofd is waarschijnlijk eveneens een zak. Hij staart,
+soms lachend, soms een beetje treurig naar de camera. Zelfs toen hij
+pas vijf jaar oud was, kon men die half grillige rimpels boven zijn
+zachte bruine oogen opmerken, die zijn gelaat kenteekenden.
+
+Zooals de dominé tenminste van het begin af beweerde, was hij een
+schrikkelijke last voor het dorp. Hij schijnt een aan zijn grootte
+geëvenredigden lust om te spelen gehad te hebben. Hij schijnt bovendien
+erg nieuwsgierig en erg op gezelschap gesteld geweest te zijn, en
+dan nog had hij een zeker verlangen--het spijt mij dat ik het zeggen
+moet--naar meer voedsel.
+
+Niettegenstaande wat juffrouw Greenfield een "buitengewoon" ruim
+rantsoen noemde, en dat hem door Lady Wondershoot verstrekt werd,
+gaf hij toch blijk van wat de dokter onmiddellijk herkende als
+de "Crimineele Honger." Het bewees slechts al te duidelijk Lady
+Wondershoot's zwartgalligste ondervindingen van de lagere klassen--dat,
+niettegenstaande een rantsoen, dat het maximum van een volwassene ver
+overtrof, men het kind toch betrapte op diefstal. En wat hij stal,
+at hij op met een onbevallige gulzigheid. Zijn groote hand placht
+plotseling over tuinmuren te verschijnen; zelfs hunkerde hij naar het
+brood in de bakkerskarren. Kazen verdwenen van Marlew's voorraadzolder
+en geen varkenstrog was veilig voor hem. Als de een of andere boer eens
+door zijn koolrapenveld liep, zag hij dikwijls het spoor zijner enorme
+voeten, en het bewijs van zijn knagenden honger--hier en daar was een
+raap uitgetrokken, en de hierdoor ontstane gaten had hij dan weder,
+met kinderlijken list, onbeholpen dichtgemaakt. Hij at een koolraap
+zooals men een radijs eet. Hij stond de appels van een boom te eten
+als er niemand in de buurt was, zooals gewone kinderen bramen van
+een struik plukken. In één opzicht was dit gebrek aan voldoende
+proviand tenminste heilzaam voor den goeden vrede te Cheasing
+Eyebright--want vele jaren lang at hij ieder kruimpje op van het
+Voedsel der Goden dat hem gegeven werd... Ontegenzeggelijk was het
+kind lastig en niet op zijn plaats. "Hij slenterde altijd rond,"
+placht de dominé te zeggen. Hij kon geen school bezoeken; hij kon
+evenmin ter kerk gaan, om reden van den beperkten kubieken inhoud
+ervan. Er werd een poging gedaan om te voldoen aan den geest van die
+"allerdwaaste en onheil-stichtende" wet--ik herhaal wat de dominé
+zei--de Wet op het Lager Onderwijs van 1870, door hem buiten het open
+schoolraam te doen plaatsnemen, terwijl er binnen onderwezen werd. Doch
+zijne tegenwoordigheid ondermijnde de discipline der school, daar de
+kinderen voortdurend opstonden en naar hem gluurden, en telkens als
+hij wat zei, lachten zij in koor. Zijn stem was zoo vreemd! En aldus
+lieten zij hem maar niet weder komen.
+
+Ook werd er niet verder bij hem aangedrongen naar de kerk te gaan,
+want zijn kolossale afmetingen droegen er niet toe bij, om de
+algemeene aandacht te bevorderen. En toch konden zij op dit punt
+een lichter taak gehad hebben; want er is alle reden te vermoeden
+dat er ergens in dat groote lichaam kiemen van godsdienstig gevoel
+huisden. Misschien ook dat de muziek hem aantrok. Zoo kon men hem
+Zondagsmorgens vaak opmerken op het kerkhof, voorzichtig tusschen
+de graven doorloopend, nadat de gemeente de kerk binnengegaan was,
+en hij zat daar dan zoolang de dienst duurde bij de groote deur,
+en luisterde toe, zooals men luistert naar het geluid in een bijenkorf.
+
+In het begin toonde hij een zeker gebrek aan tact; de menschen in de
+kerk plachten zijn voeten rusteloos om het gebouw te hooren kraken,
+of zagen zijn gezicht door de verweerde ruiten naar binnen gluren, half
+nieuwsgierig, half afgunstig, en soms trof hem plotseling een eenvoudig
+gezang en brulde hij met sombere stem mede, in een reuzen-poging om in
+te stemmen. Waarop de kleine Sloppet, die orgeltrapper, banksluiter,
+koster en bode en klokkenluider op Zondag was, benevens postbode
+en schoorsteenveger in de week, heel dapper en flink naar buiten
+placht te gaan en hem, het kind, met hangend hoofd wegzond. Het doet
+me genoegen te kunnen zeggen dat Sloppet het,--in de oogenblikken
+dat hij er ernstiger over nadacht--voelde. "Het was net als dat je
+'n hond naar huis stuurde als je ging wandelen," vertelde hij mij.
+
+Doch de verstandelijke en moreele opvoeding van den jongen Caddles,
+al ging ze ook bij stukjes en beetjes, liet niets aan duidelijkheid
+te wenschen over. Van het begin af aan, spanden dominé, moeder en de
+geheele wereld samen om hem duidelijk te maken dat zijn reuzenkracht
+nièt was om te gebruiken. Het was een ongeluk dat hij maar zoo goed
+mogelijk moest zien te dragen. Hij moest ter harte nemen wat hem gezegd
+werd, en doen wat hem bevolen werd, oppassen nooit iets te breken of
+iemand pijn te doen. Vooral moest hij oppassen nergens op te trappen
+of tegen dingen aan te loopen of in het rond te springen. Hij moest
+de groote lui beleefd groeten en dankbaar zijn voor het voedsel en
+de kleeren, die er voor hem van hunne rijkdommen overschoten. En hij
+leerde al deze dingen onderworpen, daar hij van aard en uit gewoonte
+een leerzaam kind was, en slechts door zijn voedsel en bij toeval,
+een reus.
+
+In die dagen bleek hij den diepsten eerbied voor Lady Wondershoot
+te hebben. Zij vond dat zij het beste tegen hem kon spreken als
+zij korte rokken aan en haar hondenzweep bij zich had, en hiermede
+gesticuleerde zij en deed altijd een beetje minachtend en praatte erg
+luid. Doch soms speelde de dominé den baas--een kleinen, buiten adem
+zijnden David van middelbaren leeftijd, die berispingen en verwijten
+en bevelen slingerde naar een kinderlijken Goliath. Het monster was
+nu zoo groot, dat niemand er zich rekenschap van scheen te kunnen
+geven dat het bij slot van rekening nog slechts een kind van zeven
+jaar was, met het verlangen van een kind om aangehaald te worden,
+en om zich te vermaken en nieuwe ondervinding op te doen, met al het
+verlangen van een kind naar wederliefde, aandacht en genegenheid,
+en met al de in een kind schuilende geschiktheid tot afhankelijkheid
+en oneindige verveling en ellende.
+
+Als de dominé zoo 's morgens in den zonneschijn den dorpsweg
+afwandelde, placht hij een lompen achttien voet van het Onverklaarbare
+te ontmoeten, die voor hem even fantastisch en onaangenaam was als een
+nieuwe vorm van afscheiding der kerk, zooals het daar onregelmatig
+heenliep met uitgestrekten hals, voortdurend zoekend naar de twee
+dingen die een kind het meeste noodig heeft--iets te eten en iets om
+mee te spelen.
+
+Als het den dominé zag, kwam er een blik van heimelijken eerbied in
+de oogen van het wezen, en het probeerde aan de verwarde voorlok te
+tikken bij wijze van groet.
+
+Op bescheiden schaal bezat de dominé werkelijk
+verbeeldingskracht--tenminste het overblijfsel ervan--en tegenover
+den jongen Caddles nam zij den vorm aan van het berekenen der
+reusachtige mogelijkheden van persoonlijk geweld die er lagen in
+zulke enorme spieren. Veronderstel bijvoorbeeld een plotselinge
+krankzinnigheid--! Veronderstel een momenteel verliezen van
+respect--! Doch de werkelijk dappere man is niet hij die geen vrees
+voelt, doch hij die haar overwint. En telkens weder gelukte het den
+dominé de vlucht zijner verbeelding te bedwingen. En steeds sprak
+hij den jongen Caddles aan met een helderen preektenor.
+
+"Pas je nog altijd goed op, Albert Edward?"
+
+En terwijl de jonge reus dichter bij den muur ging staan en diep
+kleurde, placht hij te antwoorden "ja meneer--zooveel as 'k kan."
+
+"Ja, pas maar goed op," zei de dominé dan, en ging hem voorbij met
+hoogstens een kleine versnelling van zijn adem. En uit eerbied voor
+zijn manlijkheid maakte hij het zich tot regel, om, wat hij zich ook
+in het hoofd mocht halen, nooit om te kijken naar het gevaar als hij
+het eenmaal voorbij was.
+
+Zoo nu en dan onderrichtte de dominé den jongen Caddles zelf. Hij
+leerde het monster nooit lezen--dat was niet noodig; doch hij leerde
+hem de meer gewichtige punten van den Catechismus--zijn plicht jegens
+zijn naaste bijvoorbeeld en ook sprak hij hem over die godheid,
+die Caddles zoude straffen met de uiterste gestrengheid als hij het
+ooit waagde den dominé of Lady Wondershoot ongehoorzaam te zijn. Deze
+lessen werden gegeven op de plaats van den dominé, en de voorbijgangers
+plachten die zware vlugge kinderlijke stem de leeringen der Gevestigde
+Kerk te hooren opdreunen.
+
+"Den koning en allen die macht 'ebben onder 'em te
+ge'oorzamen. Onderworpen te zijn aan al m'n leermeesters, geestelijke
+'erders en meesters. En ootmoedig te zijn jegens allen die over mij
+gesteld zijn--"
+
+Weldra bleek het, dat de indruk dien de jonge reus op paarden, die niet
+aan hem gewoon waren, maakte, dezelfde was als de schrik die een kameel
+hen inboezemde, en hij kreeg bevel niet meer op den heirweg te komen,
+niet alleen niet meer in de buurt van het kreupelhout, (waar zijn domme
+lach die over den muur klonk, de barones buitengewoon gehinderd had)
+doch nèrgens meer. Hij gehoorzaamde deze wet nooit volkomen, daar
+de heirweg hem àl te veel belangstelling inboezemde. Doch zijn gang
+naar de plaats waar hij vroeger geregeld kwam, werd een hèimelijk
+genoegen. Zijn tochten waren ten laatste bijna geheel tot de oude
+weide en de heuvels beperkt.
+
+Ik weet werkelijk niet wat hij had moeten beginnen als de heuvels
+er niet geweest waren. Dààr waren ruimten waar hij mijlen ver kon
+loopen, en dit deed hij dan ook. Hij brak takken van de boomen en
+maakte onzinnige groote bouquetten tot het hem verboden werd, hij
+nam de schapen op en zette ze netjes op rijen, waar ze onmiddellijk
+weer uitliepen, (en altijd lachte hij hier hartelijk om) totdat het
+hem verboden werd, hij groef den bovengrond weg en maakte in zijn
+baldadigheid groote gaten, totdat ook dit hem verboden werd...
+
+Hij placht over de heuvelen te dwalen, zelfs wel tot den heuvel
+achter Wreckstone, doch niet verder, omdat hij daar aan bebouwd land
+kwam en omdat de lieden, door de verwoestingen die hij aanrichtte
+onder hunne wortelvelden, en bovendien aangemoedigd door een soort
+vijandelijke blooheid die zijn ongekamd voorkomen dikwijls verwekte,
+steeds op hem afkwamen met blaffende honden om hem te verjagen. Zij
+dreigden hem en sloegen op hem los met karrezweepen. Ik heb hooren
+zeggen dat ze soms zelfs op hem schoten met hagel. En den anderen
+kant uit dwaalde hij tot onder Hickleybrow. Als hij op den heuvel
+achter Thursley Hauzer stond, kon hij nog juist de London- Chatam-
+en Dover-lijn zien, doch bebouwde velden en een verdacht gehucht
+hielden hem terug van elke poging naderbij te komen.
+
+En na eenigen tijd verschenen er waarschuwingsborden--groote borden
+met roode letters, die hem in iedere richting den weg versperden. Hij
+kon niet lezen wat de letters voorstelden: "Verboden terrein," doch
+weldra begreep hij het. Spoorwegreizigers zagen hem in die dagen
+dikwijls zitten met zijn kin op de knieën, tegen het duin aan, dicht
+bij de kalkmijnen van Thursley, waar hij later aan het werk gezet
+werd. De trein scheen vage vriendschappelijke gevoelens in hem te
+wekken, en soms wuifde hij naar het gevaarte met een enorme hand,
+en soms riep hij het in zijn boersch dialect een groet toe.
+
+"Kolossaal," zei de passagier dan. "Dat is een van de
+Bomvoedsel-kinderen. Ze zeggen, meneer, dat hij absoluut niet voor
+zichzelven kan zorgen--feitelijk niet veel meer dan een idioot,
+en een groote last voor de plaats waar hij woont."
+
+"Ouders erg arm, hoor ik."
+
+"Leeft van de liefdadigheid van de plaatselijke deftige lui."
+
+En iedereen keek dan, alsof ze 't volkomen begrepen, naar die in de
+verte neerhurkende monsterachtige gestalte.
+
+"Daar moest feitelijk een stokje voor gestoken worden," opperde dan
+de een of andere verruimde geest. "Stel je voor als je d'r zoo es
+een paar duizend in den kost had, he?"
+
+En doorgaans was er wel één onder de passagiers die wijs genoeg was
+dezen filosoof te antwoorden met zijn gansche hart: "ja, dan zou je
+wat zien, meneer."
+
+
+
+II.
+
+Het was niet alles rozegeur en maneschijn met den jongen Caddles.
+
+Daar hadt je bijvoorbeeld die onaangenaamheden die ontstonden uit de
+quaestie met de rivier.
+
+Hij maakte kleine bootjes uit heele couranten, een kunst die hij
+afzag van den jongen van Spender, en hij liet ze stroomafwaarts
+drijven--precies groote papieren steekhoeden. Als ze onder de brug
+verdwenen, die de grens vormt van de voor het publiek gesloten gronden
+om het kasteel Eyebright, placht hij een luiden kreet te slaken en naar
+den anderen kant te loopen, dwars door Tormat's nieuwe veld--goeie
+hemel! wat gingen die varkens van Tormat er van door, zóólang tot al
+hun goede vet tot mager vleesch werd!--om zijn bootjes aan den anderen
+kant bij de doorwaadbare plaats weer op te vangen. Deze papieren
+bootjes plachten dwars tusschen de dichterbij gelegen gazons door te
+varen, tot vóór het kasteel, waar Lady Wondershoot ze vlak voor haar
+neus zag voorbijvaren! die opzichtige opgevouwen couranten! "'t Was
+wat moois!"
+
+Stoutmoediger wordend omdat hij niet gestraft werd, begon hij op zijn
+kindermanier zich toe te leggen op waterbouwkunde. Hij groef een groote
+haven voor zijn papieren vloten met een oude schuurdeur, die als spade
+dienst deed, en daar toevallig niemand zijne werkzaamheden gadesloeg,
+dacht hij op vernuftige wijze een kanaal uit, dat ongelukkigerwijs
+den ijskelder van Lady Wondershoot deed onderloopen, en ten slotte
+maakte hij een dam dwars door de rivier met een paar deuren aarde--hij
+moet hieraan gewerkt hebben als een lawine--en daar kwam plotseling
+en op wonderbaarlijke wijze een stroom water dwars door de heesters
+en voerde juffrouw Sprinks en haar schildersezel mede, en liet haar
+achter, kletsnat tot de knieën, met druipende rokken, loopend al wat
+zij loopen kon in de richting van het huis. En vandaar stortte het
+water zich door den moestuin en zoo langs de groene deur het laantje
+in en door Short's sloot, zóó weer naar de rivierbedding terug.
+
+De dominé, die in zijn gesprek met den smid gestoord werd, was
+verbaasd de visch, die allertreurigst op het droge geworpen was,
+te zien opspringen uit een paar overgebleven plassen, en groen wier
+opgehoopt te zien in de stroombedding, waar nog geen tien minuten
+tevoren acht voet en meer helder koel water gestaan had.
+
+Hierna ontvluchtte de jonge Caddles, ontsteld over de gevolgen zijner
+daad, zijn tehuis gedurende twee dagen en nachten. Slechts door den
+honger gedreven keerde hij er in terug, om met stoïcijnsche kalmte een
+hoeveelheid scheldwoorden te verdragen, die méér aan zijne grootte
+geëvenredigd was dan iets anders dat hem in het Gelukkige Dorp ooit
+ten deel was gevallen.
+
+
+
+III.
+
+Onmiddellijk na deze zaak, vaardigde Lady Wondershoot, die om zich
+heen zocht naar nog meer dingen die zij als reden kon opgeven voor
+de uitbranders en het vasten waarmede zij den ongelukkige gestraft
+had, eene ukase uit. Het eerst aan haren bottelier en dit erg
+plotseling, zoodat zij hem van schrik deed opspringen. Hij was bezig
+den ontbijtboel op te ruimen, en zij keek een erg groot raam uit dat
+uitzag op het terras waar de reeën altijd gevoederd werden. "Jobbet,"
+zei zij op haren meest gebiedenden toon,--"Jobbet, dit Wezen moet
+werken voor den kost."
+
+En zij maakte niet alleen Jòbbet duidelijk (hetwelk gemakkelijk ging),
+doch ieder ander in het dorp, den jongen Caddles zelf hierin begrepen,
+dat zij hierin, als in alle andere dingen, meende wat zij zeide.
+
+"Houdt hem bezig," zei Lady Wondershoot. "Dáár moeten we heen met
+den jongenheer Caddles."
+
+"Daar moet het met de geheele Menschheid heen," zei de dominé. "De
+simpele plichten, tijd van zaaien, tijd van oogsten--"
+
+"Juist," zei Lady Wondershoot. "Dat zeg ik ook altijd. Ledigheid is
+des duivels oorkussen. Dat is tenminste zoo bij de lagere klassen. Wij
+voeden onze onder-werkmeiden altijd naar dit principe op. Waar zullen
+we hem aan zetten?"
+
+Ja, dit was een lastige vraag. Zij bedachten verschillende dingen,
+en ondertusschen wenden zij hem een beetje aan werken, door hèm,
+inplaats van een bereden boodschapper te gebruiken bij het bezorgen
+van telegrammen en berichten als er dringende haast bij was, en ook
+droeg hij bagage en kisten en dergelijke dingen in een groot net,
+dat zij voor hem maakten. Hij scheen van bezigheid te houden, en het
+te beschouwen als een soort spelletje en Kinkle, Lady Wondershoot's
+rentmeester, die hem op zekeren dag een kunstmatig aangelegde
+rotspartij voor haar zag verplaatsen, kreeg den schitterenden
+inval hem in haar krijt-groeven te Thursley Hanger aan het werk te
+zetten. Aan dit denkbeeld werd gevolg gegeven, en het had er allen
+schijn van dat hiermede het probleem opgelost was. Hij werkte in de
+krijtgroeve, eerst met het pleizier van een spelend kind, en later uit
+sleur--gravend, opladend, en alleen al de wagentjes ophijschend, de
+vollen de rails naar het wisselspoor opduwend en de leêgen optrekkend
+aan het staaldraad van een groote windas--en de geheele groeve alleen
+bewerkend.
+
+Ik heb hooren vertellen dat Kinkle een heel aardig sommetje uit hem
+sloeg ten bate van Lady Wondershoot, daar Caddles bijna niets anders
+verteerde dan zijn voedsel; doch dit belette niet dat zij "het Wezen"
+"een reusachtigen parasiet van haar liefdadigheid" bleef noemen...
+
+Te dien tijde droeg hij een soort boerenkiel van zakkenlinnen,
+een broek van gelapt leder, en met ijzer beslagen klompen. Op
+zijn hoofd droeg hij soms een vreemdsoortig ding--een niet langer
+gebruikte stoel-zitting, die gevlochten was uit het stroo van een
+bijenkorf, doch gewoonlijk liep hij blootshoofds. Hij bewoog zich in
+de groeve met groot overleg, en als de dominé 's middags, op zijn
+digestiewandeling daar voorbijkwam, vond hij hem zijn verbazende
+hoeveelheid voedsel verorberend, alsof hij er zich eenigszins voor
+schaamde, en met zijn rug naar zijne verdere omgeving gekeerd. Zijn
+voedsel werd hem dagelijks gebracht--een massa koren in de aar, op
+een lorrie--een kleine spoor-lorrie, gelijkend op een van de lorries
+die hij voortdurend met krijt vulde, en deze lading placht hij te
+roosteren in een ouden kalkput en haar dan te verorberen. Soms ook
+vermengde hij haar wel met een zak suiker. Soms zat hij te likken aan
+een klomp zout zooals men aan koeien geeft, of at hij een reusachtigen
+klomp dadels met pitten en al op, zooals men ze in Londen wel op de
+wagens der straatventers ziet. Zijn drinkwater haalde hij uit het
+riviertje, dat achter het verbrande terrein der Proef-Hoeve stroomde,
+en ging met zijn gezicht voorover in het water liggen en slurpte het
+zóó op. Door dit drinken, nadat hij gegeten had, raakte het Voedsel
+der Goden op zekeren keer los, en deed zijn werking voelen, eerst
+in het opschieten van reuzen-onkruid aan den rivierkant, toen in
+groote kikvorschen, grootere forellen en karpers, en dàn nog in een
+fantastischen overvloedigen plantengroei, die zich over de geheele
+kleine vallei verspreidde.
+
+En na ongeveer een jaar werden de vreemde monsterachtige larven in het
+stuk land voor het huis van den smid zóó groot en ontpopten zich in
+zùlke vreeselijke torren en kakkerlakken--motor-kakkerlakken noemden
+de jongens ze--dat ze Lady Wondershoot het land uitdreven.
+
+
+
+IV.
+
+Doch weldra zou het Voedsel een nieuwe phase bij hem
+intreden. Niettegenstaande de eenvoudige leeringen van den
+dominé--leeringen die er op berekend waren, het bescheiden natuurlijke
+leven dat een reuzen-boer paste, op de beste en meest afdoende
+wijze af te ronden--begon hij te vragen naar allerlei dingen en te
+dènken. Naarmate hij van jongen tot man opgroeide werd het steeds
+duidelijker dat zijn brein er een eigen denk-proces op na hield--dat
+geheel buiten het toezicht van den dominé viel. De predikant deed
+zijn best dit verontrustend verschijnsel te negeeren, maar toch,--hij
+voelde zeer goed dat het aanwezig was.
+
+De stof waar de jonge reus over kon denken, vond hij overal om
+zich heen. Zonder dat hij het bepaald kon helpen, moet hij toch,
+met zijn ruimer uitzicht, zijn voortdurend op de dingen néérzien,
+heel wat gezien hebben van het menschelijk leven, en naarmate het
+hem duidelijker werd dat, uitgenomen zijn lompe grootte, hij óók een
+mensch was, moet hij steeds meer hebben leeren inzien van hoeveel
+hij buitengesloten was door dit meewarig punt van onderscheid. Het
+gezellige gegons dat uit de school kwam, het mysterie van den
+godsdienst dat in zooveel weelde genoten werd, en zulk een zoete
+melodie uitademde, het joviale gezang dat uit de herberg klonk, de
+warm-verlichte vertrekken, met kaarsen verlicht en met vuur verwarmd,
+waarin hij gluurde van uit de duisternis buiten, of de luidruchtige
+opwinding, de energie der in flanel gekleede jongens, die naar een,
+door hem maar vaag begrepen doel speelden op het cricketveld--al
+deze dingen moeten luid gesproken hebben tot zijn naar gezelligheid
+hakend hart. Het blijkt dat naarmate hij langzaam zijn volwassen
+staat bereikte, hij een warme belangstelling begon te voelen in de
+handelingen van minnaars, in de keuzen en het paren, en in al die
+intimiteiten die zoo gewichtig zijn in het leven.
+
+Op zekeren Zondag, tegen het uur dat de sterren en de vledermuizen en
+de hartstochten van het leven op het land te voorschijn komen, bevond
+zich toevallig een jong paartje dat "mekaar een beetje kuste", in het
+"Minnaarslaantje", een laantje met breede heggen, dat achterom loopt
+naar de Upper Lodge. Zij vierden hun emotietjes bot, zoo veilig in
+den warmen, stillen schemer als minnaars maar zijn kunnen. De eenige
+stoornis kon, zoo meenden zij, van den kant van den weg komen, en deze
+konden zij een heel eind afzien; de twaalfvoet hooge heg die naar de
+stille duinen liep, leek hun een absolute waarborg tegen stoornis.
+
+En toen werden zij--'t is haast niet te gelooven--van den grond
+gelicht en van elkaar gescheiden.
+
+Zij bevonden dat zij onder de oksels in de hoogte werden gehouden
+tusschen een vinger en duim, terwijl de ontstelde bruine oogen van
+den jongen Caddles hen scherp in hunne warme, kleurende gezichten
+staarden. Het is begrijpelijk dat zij niets konden zeggen van
+verbazing.
+
+"Waaròm doen jelui dat zoo graag?" vroeg de jonge Caddles.
+
+Ik maak, uit wat ik ervan gehoord heb, op, dat de verlegenheid
+duurde tot de boerenjongen, zich herinnerend dat hij een man was,
+den jongen Caddles heftig, met luide bedreigingen, geschreeuw en
+manhaftige vloeken, zooals het geval vereischte, beval hen bij dit en
+dat neêr te zetten. Waarop de jonge Caddles, plotseling inziend dat
+hij onbeleefd was, hen knus dicht bij elkaar bracht, zoodat ze hun
+omarmingen, indien ze zin hadden, dadelijk weder konden hervatten,
+en nadat hij een oogenblik aarzelend boven hen was blijven staan,
+verdween hij weder in den schemer...
+
+"Maar ik voelde toch maar dat ik een héél raar figuur sloeg,"
+deelde de jongen mij in vertrouwen mede. "We konden bijna niet naar
+mekaar kijken--omdat hij ons zóó gesnapt had. We kusten mekaar zoo'n
+beetje--weetje. En 't gekste van alles was dat ze mijn van alles de
+schuld gaf", zei de jongen.
+
+"Gaf me leelijk smeer, en wou de heele weg naar 'uis bena niet meer
+teuge me spreke..."
+
+Het leed geen twijfel of de reus begon de dingen zelf te
+onderzoeken. Het was duidelijk dat zijn geest vragen begon te
+stellen. Tot nu toe deed hij ze aan weinigen, doch hij liep er mede
+rond. Ook zijn moeder kreeg haar deel van de strikvragen.
+
+Hij placht het erf achter zijn moeder's huisje op te komen en na den
+grond nauwkeurig onderzocht te hebben of er ook kippen of kuikens
+liepen, zich langzaam op den grond neer te laten, met zijn rug tegen
+den schuur. In een oogwenk waren de hoenders, die hem graag mochten,
+bezig met overal aan hem te pikken aan de krijt-laag die zich in de
+naden van zijn kleederen had vastgezet, en als het weder op regen
+stond en het hard waaide, zette het jonge katje van juffrouw Caddles,
+dat nooit het vertrouwen in hem verloor, een hoogen rug, en rende het
+huisje in, naar het fornuis in de keuken, dan weer terug, naar buiten,
+tegen zijn been op, dan tegen zijn lijf op, tot op zijn schouder,
+bleef dan een oogenblik als in gedachten zitten, en dan, hip, daar
+ging het weer! denzelfden weg terug en zoo voort. Soms zette het hem
+de nagels wel eens in het gezicht van pure pret, doch hij durfde het
+nooit aan te raken omdat hij er niet zeker van was wat het effect zoude
+zijn als hij zijn zware hand op zulk een zwak wezentje legde. Bovendien
+hield hij er wel van om gekitteld te worden. En een poosje later deed
+hij dan zijne moeder eenige onhandige vragen.
+
+"Moeder, als het goed is om te werken, waarom werkt dan iederéén niet?"
+
+Dan keek zijn moeder naar hem op en antwoordde:
+
+"Dat is goed voor ons soort van menschen."
+
+Hij dacht dan een tijdje na. "Waaròm?"
+
+En als hij hierop geen antwoord kreeg, ging hij voort: "Waar diènt
+werken eigenlijk voor, moeder? Waarom hak ik krijt en wasch jij,
+van dag tot dag, terwijl Lady Wondershoot rondrijdt in haar rijtuig,
+moeder, en op reis gaat naar die mooie vreemde landen die jij en ik
+nooit zullen zien, moeder?"
+
+"Dat komt omdat zij 'n dame is," zei juffrouw Caddles.
+
+"Zoo zoo," zei de jonge Caddles en verzonk in diep gepeins.
+
+"Als er geen deftige lui waren die werk voor ons maakten, hoe zouwen
+wij arme lui dan an de kost kommen?" zei juffrouw Caddles.
+
+Dit moest hij eerst weer verwerken.
+
+"Moeder," waagde hij nog eens, "als er nu es geen adellijke lui waren,
+zou dan alles niet aan menschen zooals jij en ik hooren, en als ze--"
+
+"Goeie hemel, hoor me die jongen nou toch es!" zei juffrouw Caddles
+dan--met behulp van een goed geheugen had zij zich sinds haar
+moeders dood tot een bloemrijk- en krachtig-uitende persoonlijkheid
+ontwikkeld--"nadat je arme goeie grootmoeder 'eengegaan is, ben je
+onverdragelijk geworden. Zorg jij maar dat je geen vragen doet,
+dan krijg je geen leugens te hooren. As ik je es ècht zou willen
+gaan antwoorde', dan zou je vader wel eerst iemand anders magge gaan
+hale om z'n avondete' klaar te make'--om nog niet eens te spreke'
+van de wasch--"
+
+"Nou, goed, moeder," zei hij dan, na haar een oogenblik verwonderd
+te hebben aangekeken. "Ik wou 't je niet lastig maken."
+
+En dan verzonk hij weder in gedachten.
+
+
+
+V.
+
+Hij was ook bezig met denken vier jaren later, toen de dominé, nu niet
+langer rijp, doch òverrijp, hem voor de laatste maal zag. Ge kunt u den
+ouden heer wel voorstellen, voor het uiterlijke een weinig ouder nu,
+minder zwaarlijvig, een beetje grover, en wat zwakker van gedachten
+en in zijn spraak, met een zekere beverigheid in zijne hand en een
+zekere beverigheid in zijne overtuigingen, doch met een nog helder en
+blijmoedig oog, niettegenstaande al wat "het Voedsel" in het dorp en in
+hemzelf gewrocht had. Soms was hij verontrust en beangst geworden; doch
+was hij nog niet in leven en dezelfde? en vijftien lange jaren--een
+heel brokje eeuwigheid--hadden de bezoeking in nut doen verkeeren.
+
+"Ik geef toe, dat het een heele omkeer was," placht hij te zeggen,
+"en de dingen zijn werkelijk anders geworden--anders in vele
+opzichten. Vroeger kon een jòngen wieden, doch nu gaat een màn het veld
+in met bijl en breekijzer--tenminste, dit is noodig op sommige plaatsen
+bij het kreupelhout. En het is ons ouderwetsche menschen nòg altijd
+een beetje vreemd, te zien, dat, waar vroeger de rivierbedding was,
+vóór zij aan het irrigeeren gingen, nu koren van vijf en twintig voet
+groeit--zooals dit jaar het geval is--. Men gebruikte de ouderwetsche
+zeis hier twintig jaar geleden en dan bracht men den oogst op
+een wagen thuis--en men verheugde zich--kalm en fatsoenlijk. Een
+beetje dronken, niet al te erg, zeker, een beetje eerbaar gevrij,
+waarmede het Oogstfeest eindigde... Arme Lady Wondershoot--zij kon
+niet tegen al deze veranderingen. Erg conservatief! Had nog een tikje
+van de achttiende eeuw in zich, placht ik altijd te zeggen. Haar taal
+bijvoorbeeld... opgeblazen in haar trots...
+
+"Zij stierf betrekkelijk arm. Dat groote onkruid raakte ook in háár
+tuin. Zij was niet een van die vrouwen die aan tuinieren doen, doch
+zij zag haar tuin graag netjes--dat de dingen groeiden wáár ze geplant
+werden, en zooàls ze geplant werden--onder toezicht... De wijze waarop
+de dingen begonnen te groeien was heelemaal niet wat zij wenschte--en
+bracht een algeheele omwenteling in hare denkbeelden teweeg. Zij hield
+niet van de voortdurende invallen van dit jonge monster--ten laatste
+begon zij zich te verbeelden dat hij voortdurend haar stond aan te
+gapen over haar eigen muur... Zij vond het naar, dat hij bijna zoo
+lang was als haar huis hoog... Haar aesthetisch gevoel kwam hiertegen
+in opstand. Arme goeie dame! Ik had zoo gehoopt dat zij niet vóór mij
+was heengegaan. Het waren de groote meikevers die hier een jaar of
+zoo waren, die haar deden besluiten naar het buitenland te gaan. Die
+meikevers kwamen van de reuzen-larven--leelijke dingen zoo groot als
+ratten--in de grasgrond van de vallei... En ook de mieren droegen er
+ongetwijfeld het hunne toe bij.
+
+"Daar nu toch alles onderstboven gekeerd was en er nergens rust
+en vrede te vinden waren, zei zij dat zij feitelijk even goed naar
+Monte Carlo kon verhuizen als ergens anders heen. En daar ging zij
+dan ook heen.
+
+"Ik heb hooren zeggen dat ze tamelijk hoog speelde en stierf in
+een hotel daar. Treurig einde... Bannelinge... Niet--niet wat men
+behoorlijk acht... Door geboorte een leidster van ons Engelsch
+volk... Ontworteld. Ja ja!
+
+"En toch," ging de dominé voort, "heeft het feitelijk niet zooveel te
+beteekenen. 't Is natuurlijk wel een last. De kinderen kunnen niet
+zoo vrij meer rondloopen als vroeger, uit vrees voor mierenbeten
+en andere dingen. Maar misschien is dàt nog wel zoo goed... Er
+werd over gepraat--alsof dit goedje in alles een omwenteling zou
+teweegbrengen... Doch er is iets dat al deze krachten van het
+Nieuwe wederstaat... Natuurlijk ik weet daar niet van. Ik behoor
+niet tot de moderne filosofen,--die alles met aether en atomen
+verklaren. Evolutie. Stel je voor, dergelijke nonsens. Wat ik bedoel
+is iets dat de Ologiën niet bevatten. Quaestie van verstand, niet van
+begrip. Rijpe wijsheid. De menschelijke natuur. Aere perennius... Noem
+het wat ge wilt."
+
+En zoo liep alles eindelijk met hem op een eind.
+
+De predikant had geen voorgevoel van wat hem boven het hoofd hing. Hij
+deed zijn gewone wandeling langs Farthing Doron, zooals hij dit meer
+dan twintig jaren lang gedaan had, en zóó naar de plaats waar hij
+den jongen Caddles kon gadeslaan. Hij was een beetje buiten adem
+toen hij boven op de helling van de krijt-groeve aankwam--sedert
+lang had hij den Veerkrachtigen Christen-tred van vroeger jaren
+verloren; doch Caddles was niet aan zijn werk, en toen, terwijl hij
+heenliep om het kreupelboschje van reuzenbrem dat den Hanger begon te
+verduisteren en er zijn schaduw op wierp, stond hij plotseling voor de
+reuzengestalte van het monster, dat op den heuvel zat--alsof het op de
+aarde zat te broeden. Caddles' knieën waren opgetrokken, hij steunde
+den wang met zijn hand, en hield het hoofd een weinig op zijde. Hij
+zat met zijn schouder naar den Dominé gewend, zoodat de oogen, die,
+als niet begrijpend, rondstaarden, niet zichtbaar waren. Hij moet
+zeer ingespannen hebben zitten werken--hij zat tenminste heel stil...
+
+Hij wendde zich niet om en wist niet dat de dominé, die zulk een
+groote rol gespeeld had in het vormen van zijn bestaan, naar hem
+stond te kijken voor het laatst voor langen, langen tijd--wist zelfs
+niet dat hij daar stond (op deze wijze hebben zoovele scheidingen
+plaats.) Het kwam in het brein van den dominé op, dat bij slot van
+rekening niemand ter wereld een vaag begrip had van wat dit monster
+bepeinsde als hij uitrustte van zijn arbeid. Doch hij was te traag
+om dit nieuwe thema dien dag verder uit te werken; hij liet het weder
+varen en verviel weder in zijn vroegeren gedachtengang.
+
+"Aere perennius," fluisterde hij, langzaam huiswaarts wandelend
+langs een pad, dat niet langer zooals vroeger recht over den met
+gras bedekten grond liep, doch in allerlei bochten kronkelde om
+nieuwe opgeschoten bosjes reuzengras te vermijden. "Neen! Er is niets
+veranderd. Afmetingen zeggen niets. De simpele rondgang, de weg van
+altijd." En dien nacht, zonder eenige pijn, en zonder dat hij het
+zelf wist, ging ook hij den gewonen weg--en verliet dit Mysterie van
+Verandering dat hij gedurende zijn leven staag geloochend had.
+
+Men begroef hem op het kerkhof van Cheasing Eyebright, dicht bij
+den hoogsten iep, en de eenvoudige grafsteen, die zijn grafschrift
+droeg--het eindigde met: Ut in Principio, nunc est et semper,--werd
+bijna onmiddellijk aan het oog onttrokken door het opschieten van
+reusachtig, grijs-gepluimd gras, dat te dik en te grof was voor zeis
+en schapen, en dat zich als een mist over het dorp kwam storten uit
+de aan kiemen rijke vochtige vallei-weiden, waarin het Voedsel der
+Goden gewerkt had.
+
+
+
+
+
+
+BOEK III.
+
+DE OOGST VAN HET VOEDSEL.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DE VERANDERDE WERELD.
+
+
+I.
+
+Gedurende twintig jaren speelde de Verandering met de wereld. Voor de
+meeste menschen kwamen de nieuwe dingen merkwaardig genoeg langzaam en
+dag aan dag, doch niet zoo plotseling dat zij hen overstelpten. Doch
+aan één mensch zou alles wat zich in die twintig jaar had opgehoopt,
+geopenbaard worden plotseling en verbazingwekkend, en wel alles in één
+dag. Voor ons doel is het noodzakelijk dien dag met hem te doorleven,
+en iets te verhalen van de dingen die hij toen zag.
+
+Deze man was een tot levenslange gevangenisstraf veroordeelde--wat
+hij bedreven had komt hier minder op aan--dien de wet na twintig
+jaren gratie geschonken had.
+
+Op zekeren zomermorgen werd deze arme sukkel, die de wereld verlaten
+had als een jonge man van drie en twintig, plotseling uit de grauwe
+sleur van arbeid en discipline, waaraan hij gewoon was geworden,
+geplaatst temidden der heerlijkst-schitterende vrijheid. Men had hem
+ongewone kleêren aangetrokken; zijn haar had hij gedurende eenige weken
+laten groeien, en hij had er gedurende eenige dagen een scheiding in
+gekamd; en daar stond hij nu, met een soort armoedige, en onbeholpen
+nieuwheid van lichaam en geest, knipperend met de oogen en zelfs
+knipperend met zijn ziel, weder buiten de gevangenis, en trachtend in
+één ongelooflijk iets te denken, namelijk dat hij zich gedurende een
+tijdje weder in het daadwerkelijke leven bevond, en geheel onvoorbereid
+op alle andere ongelooflijke dingen. Hij was zoo gelukkig een broeder
+te bezitten, die wel zóóveel gaf om de vervlogen dingen van vroeger
+dagen, welke zij tezamen beleefd hadden, om hem te komen afhalen
+en zijn hand te drukken--een broeder dien hij als kleinen jongen
+achtergelaten had en die nu een gebaard man was wien het goed ging
+in de wereld--en wiens oogen hij zelfs niet meer herkende. En tezamen
+kwamen hij en deze vreemdeling, die tot zijn naaste familie behoorde
+in de stad Dover aan, wèinig met elkaar sprekend en véél denkend.
+
+Zij zaten een tijdje in een café, terwijl de een de vragen van den
+ander omtrent dezen en genen persoon beantwoordde; eigenaardige
+oude gezichtspunten leefden weer op; eindelooze nieuwe uitzichten en
+verten werden op zij geschoven, en toen was het tijd naar het station
+te gaan, om den trein naar Londen te kunnen halen. Hunne namen en
+de persoonlijke dingen die zij te bespreken hadden, komen er voor
+onze geschiedenis minder op aan, doch enkel de veranderingen en al
+het vreemde dat deze arme wederkeerende ziel vond in de eens hem
+zoo bekende wereld. In Dover zelf viel hem weinig anders op dan dat
+het goed was bier uit een pul te drinken--nooit had bier hem tevoren
+ooit zóó gesmaakt, en het deed tranen van dankbaarheid in zijne oogen
+wellen. "'t Bier is nog altijd even goed om te drinken," zei hij,
+het inderdaad oneindig veel beter vindend dan vroeger...
+
+Eerst toen de trein hen voorbij Folkestone deed vliegen, was hij
+in staat iets verder te zien dan zijne onmiddellijke emoties,
+en zag hij wat er met de aarde gebeurd was. Hij gluurde uit het
+raampje. "Lekker zonnetje," zei hij, voor de twaalfde maal. "Ik kon
+geen beter weêr treffen." En toen viel het hem voor het eerst op,
+dat er nieuwe verhoudingen in de dingen gekomen waren. "Goeie hemel,"
+riep hij uit, terwijl hij rechtop ging zitten, en voor de eerste
+maal met levendigen blik naar buiten keek, "dat zijn allemachtig
+groote distels, die daar op den oever bij dat brem daar groeien. As
+'t tenminste distels zijn. Of weet 'k 't niet meer?"
+
+Doch het waren wèl distels, en wat hij voor hooge bremstruiken aanzag,
+was het nieuwe gras, en hier middenin was een compagnie Britsche
+soldaten--nog altijd met roode jassen aan--bezig te schermutselen
+volgens de regelen van het excercitie-boekje dat gedeeltelijk herzien
+was na den Boeren-oorlog. Toen plotseling--sjt--een tunnel in,
+en toen vlogen zij Sandling Junction binnen, dat geheel omgeven en
+verduisterd werd--alle lampen brandden er--door een groot kreupelbosch
+van rododendrons, die uit een naburigen tuin gekropen waren en zich
+over de geheele vallei verspreid hadden. Er stond een trein op het
+zijspoor te Sandling, die hoog opgeladen was met rhododendronblokken,
+en hièr hoorde de wederkeerende burger voor het eerst van Bomvoedsel.
+
+Toen zij voortsnelden, een landstreek in die geheel onveranderd
+scheen, waren de beide broeders druk bezig met hunne uitleggingen. De
+een was vol van driftige vervelende vragen: de ander had zich nooit
+bekommerd, en er nooit aan gedacht de quaestie als een op zichzelf
+staand feit te zien, en bij sprak over dingen die hem heel gewoon
+leken en die de ander zich moeilijk kon voorstellen. "Dat is dat
+Bomvoedsel," zei hij, al zijn grondkennis van het geval op èenmaal
+luchtend... "Snap je? Hebben ze je daar geen van allen iets van
+verteld? Bomvoedsel! Dat weet je toch wel--Bomvoedsel. Waar de heele
+verkiezing om draait. Wetenschappelijk goedje. Niemand je d'r ooit
+van verteld?"
+
+Hij vond dat de gevangenis een ontzettenden sufkop van zijn broeder
+gemaakt had, dat hij dàt niet wist. Over en weer vlogen de vragen
+en antwoorden. En hiertusschen waren soms tusschenpoozen dat zij
+uit het raampje keken. In het begin was de belangstelling die de
+man voor de dingen voelde, vaag en algemeen. Zijn verbeelding was
+bezig geweest met wat die en die, dien hij nog kende van vroeger,
+wel zeggen zou, hoe die en die er wel zou uitzien, hoe hij tegen
+allen die hij van vroeger kende enkele dingen zou zeggen die zijn
+"verhuizen naar de Nor," in een minder ongunstig daglicht zouden
+stellen. Dit Bomvoedsel had zich 't eerst aan hem voorgedaan, alsof
+hij er zóó van in een couranten-artikel gelezen had, en toen was het
+een bron van geestelijke moeilijkheid geworden tusschen hem en zijn
+broeder. Doch het werd hem spoedig duidelijk, dat dit Bom-voedsel in
+ieder gesprek dat hij begon binnensloop.
+
+In die dagen was de wereld in een alles desorganiseerend tijdperk
+van overgang, zoodat dit groote nieuwe feit hem in zijne contrasten
+trof met een schok. Het veranderingsproces was niet algemeen geweest;
+het had zich verspreid vanuit centra, die ver van elkaar lagen. Het
+land was in plekken verdeeld; er waren groote uitgestrektheden waar
+het Voedsel nog komen moest, en andere, waar het reeds in den grond
+en in de lucht zat, sporadisch en besmettend. Het was als een brutaal
+nieuw motief dat zich tusschen oude, eerwaardige melodieën dringt.
+
+Het contrast was te dien tijde vooral zeer levendig langs de spoorlijn
+van Dover naar Londen. Een tijd lang snelden zij door juist zulk een
+landstreek als hij gekend had sedert zijn kindsheid, de kleine ovale
+met heggen-afgezette akkers, juist groot genoeg om door dwerg-paardjes
+geploegd te worden, de weggetjes, breed als drie karren, de olmen en
+eiken en populieren die als spikkels in deze velden stonden, kleine
+boschjes van wilgen op de oevers der riviertjes, hooischelven die
+niet hooger waren dan de knieën van een reus, poppen-landhuisjes met
+ruitvormige venster-ruiten, braakliggende stukken land, en slingerende
+dorpsstraatjes, de grootere huizen op de klein-groote, met bloemen
+overdekte stations, en al die kleine dingen der negentiende eeuw die
+nog weerstand boden aan deze enorme Grootheid. Hier en daar stond
+een bosje door den wind gezaaide en verwaaide reuzendistels, die
+den bijl weerstonden; hier en daar stond een tien voet hooge zwam,
+of de buigzame stengels van een dor afgebrand bosje reuzen-gras;
+doch dit was het eenige dat op de komst van het Voedsel duidde.
+
+Een veertig mijlen ver was er niets dat wees op de aanwezigheid van
+het reusachtige graan en van het onkruid, dat op nog geen twaalf
+mijlen afstand over de heuvelen in de vallei van Cheasing Eyebright
+groeide. En toen begonnen zich plotseling sporen van het Voedsel
+te vertoonen.
+
+Het eerste wat hem opviel, was het groote nieuwe viaduct te Tonbridge,
+waar het moeras van de dichtgegroeide Medway (dit dichtgroeien was
+veroorzaakt door een reuzen-varieteit van "Chara") in die dagen
+begon. Toen weder het gewone kleine land, en vervolgens, toen de
+klein-krioelende uitgestrektheid van Londen zich in de wazige verte
+begon uit te spreiden, werden de sporen van den strijd der menschen
+om deze grootheid buiten te sluiten, talrijk en zonder tusschenpoozen.
+
+In dat zuid-oostelijk gedeelte van Londen, en overal om de plaats
+waar Cossar en zijn kinderen woonden, was het Voedsel op honderden
+punten op geheimzinnige wijze losgebroken; het kleine leven ging
+gewoon zijn gang tusschen deze dagelijksche voorteekenen, die niet
+langer waarschuwend tot de menschen spraken, door het geleidelijke van
+hunnen aanwas, en doordat men langzaam en even geleidelijk wende aan
+hunne tegenwoordigheid. Doch deze huiswaarts-keerende burger staarde
+naar buiten, en zag voor het eerst hoe vreemd en overweldigend het
+Voedsel gewerkt had. Platgebrande en verkoolde stukken grond, groote
+wanstaltige verdedigingswerken en voorzorgsmaatregelen, barakken en
+arsenalen, die deze subtiele volhoudende invloed in het leven der
+menschen had gedrongen.
+
+Hier had zich telkens en telkens weder op grooter schaal de
+ondervinding der eerste Proef-Hoeve herhaald. Het Voedsel had gewerkt
+in de minder belangrijke dingen des levens--op braakliggende plaatsen,
+onregelmatig en zonder doel--en hierin had de komst van een nieuwe
+kracht en nieuwe punten van uitgang zich het eerst doen gelden. Er
+lagen groote kwalijkriekende erven en afgeschoten plaatsen, waar de
+een of ander onuitroeibare wildernis van onkruid, brandstof leverde
+voor reusachtige machinerieën (kleine stadsmenschjes kwamen staan
+gapen naar de geoliede snorrende raderen en gaven de werklieden een
+kwartje fooi); er waren wegen en wagensporen voor groote motoren en
+voertuigen--wegen, die aangelegd waren van de inelkaar gevlochten
+vezels van overvoed vlas; dan waren er torens met stoom-sirenen, die
+onmiddellijk konden gillen en de wereld waarschuwen als er weder een
+nieuw soort ongedierte was losgebroken, of, en dit was nog vreemder,
+oude eerwaardige kerktorens, die in het oogloopend voorzien waren van
+mechanisch-gillende instrumenten. Er waren kleine rood-geschilderde
+vlucht-hutten en barakken voor het garnizoen, elk met een schietbaan
+van 300 meter, waar de scherpschutters zich dagelijks oefenden
+met kogels met zacht-looden punten, op schijven die den vorm van
+reuzen-ratten hadden.
+
+Sedert den tijd der Skinners was er zesmaal een reuzen-ratten-plaag
+geweest--telkenmale vanuit de riolen van het zuidwesten van Londen,
+en nù werd hun bestaan geaccepteerd, als dat der tijgers op den delta
+van Calcutta...
+
+De broeder van den man had op nonchalante wijze een courant gekocht
+te Sandling en eindelijk viel het oog van den ontslagen gevangene
+hierop. Hij sloeg de bladen waaraan hij zoozeer ontwend was, op--ze
+leken hem kleiner, talrijker en anders gedrukt dan de couranten van
+vroeger--en hij zag voor zich tallooze afbeeldingen van dingen die zóó
+vreemd waren, dat hij er geen belang in stelde, en met lange kolommen
+druks, welker opschriften even onbegrijpelijk voor hem waren alsof
+ze in een vreemde taal geschreven waren--"Groote Redevoering van den
+heer Caterham"; "De Bomvoedsel-Wetten."
+
+"Wie is die Caterham?" vroeg hij, pogend het gesprek weder op gang
+te brengen.
+
+"O, laat diè maar loopen," zei zijn broeder.
+
+"Aha! Zeker zoo'n politieker, he?"
+
+"Legt 't 'r op an de Kamers naar huis te sturen. 't Wordt tijd ook,
+hoor."
+
+"Zoo!" Hij dacht even na. "'k Vertrouw dat al de lui die àn waren
+toen ik er nog was--Chamberlain, Roseberry--al die lui--Wat?"
+
+Zijn broeder had hem plotseling bij den pols gegrepen en wees het
+portier uit.
+
+"Daar heb je de Cossars!" De oogen van den ontslagen gevangene volgden
+de richting van den vinger en zagen--"
+
+"Mijn God!" riep hij uit, voor het eerst werkelijk overweldigd
+van verbazing. De courant viel, nu geheel vergeten, tusschen zijne
+voeten. Tusschen de boomen kon hij zeer duidelijk een menschelijke
+gestalte van ruim veertig voet lang zien staan in een gemakkelijke
+houding, wijdbeens, en in de hand een bal, alsof hij op het punt stond
+dezen weg te slingeren. De gedaante schitterde in het zonlicht, gekleed
+als zij was in een pak van gevlochten wit metaal en met een breeden
+stalen gordel om. Een oogenblik concentreerde hij aller aandacht op
+zich en toen werd deze afgetrokken door een tweeden reus, die een eind
+verder stond, als klaar om op te vangen en het werd duidelijk dat
+dit geheele groote terrein in de heuvelen even benoorden Sevenoaks,
+gebezigd werd voor reuzendoeleinden.
+
+Een reusachtige omwalde trens omgaf de krijtgroeve, waarin het huis
+stond, een monsterachtige, plompe Egyptische structuur, die Cossar
+voor zijne zonen gebouwd had, toen de Reuzen-Kinderkamer haar tijd
+uitgediend had, en daarachter stond een groote donkere loods, die een
+kathedraal had kunnen overkappen, waarin een sissende gloeihitte af
+en aan laaide en waaruit een Titanisch gehamer klonk. Toen werd de
+aandacht nogmaals gevestigd op den reus, toen de groote, met ijzer
+beslagen houten bal uit zijne hand schoot en de lucht in vloog.
+
+De beide mannen stonden op en keken verbaasd toe. De bal leek zoo
+groot als een vat.
+
+"Hij heeft 'em gegrepen!" riep de man uit de gevangenis, toen een
+boom den werper aan het gezicht onttrok. De trein liet al deze dingen
+slechts een ondeelbaar oogenblik zien en verdween toen achter boomen
+en zoo de Chislehurst tunnel in. "Goeie God!" zei de ex-gevangene
+nogmaals," toen de duisternis hen omsloot. "Die kerel is zoo groot
+als een 'uis."
+
+"Dat zijn die jonge Cossars," zei zijn broeder, met zijn hoofd een
+gebaar makend naar den kant waar de reuzen verdwenen waren--"waar al
+die herrie om is..."
+
+Zij kwamen de tunnel weder uit en ontdekten nog meer torens met
+sirenen erop, nog meer roode hutten, en toen de rijen villa's der
+voorsteden. De kunst van het reclame-biljetten-aanplakken was er
+in den tusschentijd niet op achteruit gegaan, en op tallooze hooge
+schuttingen, op zijmuren van huizen, op omheiningen, en honderden
+van dergelijke schoone gelegenheden waren de veelkleurige oproepingen
+voor de groote Bomvoedsel-verkiezing te lezen.
+
+"Caterham," "Bomvoedsel," en "Jack de Reuzendooder" telkens
+en telkens weêr, en monsterachtige caricaturen en verminkte
+afbeeldingen--honderden varieteiten van verkeerde, belachelijke
+voorstellingen van die schitterende gestalten, die zij van zoo dichtbij
+gepasseerd waren, enkele oogenblikken geleden...
+
+
+
+II.
+
+De jongere broeder was van plan geweest iets heel royaals te doen,
+namelijk dezen terugkeer tot het leven te vieren met een diner in
+het een of ander restaurant van onbetwistbare renommé, een diner
+dat gevolgd zou worden door die uitermate schitterende opeenvolging
+van indrukken, die de café-chantants dier dagen zoo uitmuntend geven
+konden. Het was een waardige manier om hiermede alle restende sporen
+van de gevangenis uit te wisschen door dit vertoon van gulheid;
+doch wat het tweede gedeelte van het plan betrof, kwam er wijziging
+in. Het diner werd gegeven, doch er was reeds een sterker verlangen
+dan de lust naar vertooningen, een verlangen dat beter zijn somber
+peinzen over zijn verleden kon doen verdwijnen dan eenig theater, en
+dit was een alles overstemmende nieuwsgierigheid naar dit Bomvoedsel
+en deze Bomkinderen--dit nieuwe dreigende reuzendom, dat de wereld
+scheen te overheerschen.
+
+"Ik heb 't er 't mijne nog niet van," zei hij. "Ze wille' me niet uit
+'t hoofd."
+
+Zijn broeder had die fijnheid van geest, die zelfs kan heenstappen
+over voorgenomen gastvrijheid. "Jij kunt kiezen vanavond, kerel,"
+zei hij. "We zullen probeeren in 't Volkspaleis te komen bij die
+massavergadering."
+
+En eindelijk was de ex-gevangene zoo gelukkig zich, van alle kanten
+opgedrongen, te bevinden tusschen een opeengepakte menigte, en van uit
+de verte te staren naar een klein, helder-verlicht podium onder een
+orgel en een gaanderij. De organist had iets gespeeld dat de voeten aan
+het trappelen had gebracht, terwijl de menigte naar binnen stroomde;
+doch nu zweeg het orgel weder.
+
+Nauwelijks had de ontslagen gevangene zich neergezet en zijn twist
+met een lastigen vreemde, die hem met de elbogen op zijde drong,
+geëindigd, of Caterham kwam binnen. Hij trad vanuit het halfduister
+midden op het podium, en leek, zoo van uit de verte gezien, een
+alleronbeduidendste kleine dwerg, een kleine zwarte figuur met een
+roze vlek als gezicht--en profil zag men zijn sterk geprononceerden
+arendsneus--een klein gestaltetje, dat achter zich aansleepte--een
+juichkreet. Applaus dat dicht bij hem werd aangeheven en aangroeide
+en zich verspreidde. Een gedempt rumoer van stemmen, om het podium,
+dat plotseling over de geheele menschenmassa heensloeg, in het gebouw
+en daarbuiten. Wat applaudiseerde men: "Hoera! Hoera!!"
+
+Niemand van al die myriaden applaudiseerde als de ontslagen
+gevangene. De tranen stroomden hem langs de wangen en hij hield
+niet eerder op met toejuichen, vóór zijn aandoening hem bijna had
+doen stikken. Ge moet zoolang als hij in de gevangenis geweest zijn,
+vóór ge begrijpen kunt, of zelfs ook maar een begrip kunt krijgen,
+wat het zeggen wil voor zoo iemand om zijne longen eens flink uit te
+kunnen zetten temidden van een menigte. (Doch niettegenstaande dit
+alles maakte hij zich zelf zelfs niet wijs dat hij wist waar al dit
+gejuich om was.) "Hoera!--Hoera!"
+
+En toen volgde er eenigermate stilte. Caterham stond opzichtig-geduldig
+te wachten tot het rumoer wat bedaard zoude zijn, en onbelangrijke en
+slecht-te-verstane lieden zeiden en deden officieele en onbeduidende
+dingen. Het was als stemmen die men in de lente door het ritselen
+der bladeren heen hoort. "Wawawawa--" Wat kwam 't er ook op
+aan? Groepen toehoorders praatten met elkaar--"Wawawawa"--de zaak
+ging gewoon door. Kwam die grijs-harige suffer dan noòit aan het
+eind? Tusschenroepen? Natuùrlijk werd er geroepen. "Wa, wa, wa, wa--"
+Doch zullen wij Caterham beter hooren? In ieder geval kan je naar
+Caterham kijken, en je kan opstaan en van uit de verte de trekken
+van den grooten man eens opnemen. Hij was gemakkelijk te teekenen,
+deze man, en reeds kon de wereld hem naar hartelust bekijken op
+lampeschermpjes en kinder-bordjes, op Anti-Bomvoedsel-medailles en
+Anti-Bomvoedsel-vlaggen, op het zelfkant van Caterham-zijde en katoen
+en aan den binnenkant van Goede Oude Engelsche Caterham-hoeden. In
+al de caricaturen van dien tijd is hij te vinden. Men ziet hem
+als een zeeman bij een ouderwetsch kanon staan, met een lontstok,
+met "Nieuwe Bomvoedsel-Wetten" erop, in zijn hand; terwijl de zee
+dat reusachtige, leelijke, dreigende monster "Bomvoedsel" opgeeft;
+of hij is een figuur-ten-voeten-uit in volle wapenrusting, met 't
+St. George's kruis op schild en helm, en een laffe titanische Caliban,
+aan den ingang van een vreeselijk hol gezeten, weigert onder allerlei
+verwenschingen te gehoorzamen aan de "Nieuwe Bomvoedsel-Bepalingen;"
+of hij komt als Perseus uit de lucht aanvliegen en bevrijdt een
+geketende en schoone Andromeda (met een gordel om waarop duidelijk
+te lezen staat "Beschaving") van een zich tot in oneindige
+verten kronkelend zeemonster, op welks verschillende halzen en
+klauwen te lezen staat: "Anti-Christ", "Alles vertredend Egoïsme",
+"Mechanisme", "Monsterachtigheid" en dergelijke dingen. Doch als
+"Jack de Reuzen-Dooder" beschouwde het groote publiek hem het best
+getroffen, en de ontslagen gevangene stelde zich de gestalte die
+daar in de verte stond dan ook voor als een Jack de Reuzen-Dooder,
+zooals hij die op de aanplakbiljetten had zien staan.
+
+Het "Wawawawa" hield plotseling op.
+
+"Hij is klaar. Hij gaat zitten. Ja! Nee! Jawel! 't Is
+Caterham! Caterham! Caterham!" En toen begon het gejuich opnieuw.
+
+Er is een menigte toe noodig om zùlk een stilte te kunnen veroorzaken
+als toen volgde op het lawaaierlge gejuich. Een man alléén in een
+wildernis;--zeker is ook dit stilte tot op zekere hoogte; doch hij
+hoort zichzelven ademhalen, hij hoort zichzelven bewegen, en hij hoort
+allerlei andere dingen. Doch hier in deze zaal was Caterham's stem
+het eenige dat verneembaar was, heel helder en duidelijk, als een
+klein lichtje dat brandt in een zwart fluweelen nis. Of je hem kon
+verstaan? Je kondt hem verstaan alsof hij naast je stond te spreken.
+
+De indruk op den ontslagen gevangene was geweldig: die kleine
+gesticuleerende gestalte, die daar stond in een stralenkrans van licht,
+in een krans van weelderige, golvende klanken; en achter de gestalte
+op het podium zaten, met gedeeltelijk uitgewischte gezichten, de
+partijgenooten die hem steunden, en op den voorgrond was een ruim
+veld van tallooze ruggen en profielen, één reusachtige aandacht
+van een menigte. Die kleine gestalte scheen het wezen van die allen
+uitgezogen te hebben.
+
+Caterham sprak van onze oude instellingen.
+
+"Juistjuistjuist", brulde de menigte, "Juist! net zoo!" zei de
+ontslagen gevangene. Hij sprak van onzen ouden geest van orde en
+rechtvaardigheid. "Jajajaja!" brulde de menigte. "Ja ja!" riep de
+man uit de gevangenis, diep bewogen. Hij sprak van de wijsheid
+onzer voorvaderen, van den langzamen groei van eerbiedwaardige
+instellingen, van zedelijke en maatschappelijke overleveringen, die
+zich aan onze nationale Engelsche eigenaardigheden aanpasten zooals
+de huid over de hand. "Ja, ja!" kermde de man uit de gevangenis,
+terwijl de tranen van opwinding hem over de wangen biggelden. En nu
+zouden al deze dingen in den smeltkroes moeten verdwijnen. Ja, in
+den smeltkroes! omdat twintig jaar geleden drie mannen een vreemde
+zelfstandigheid hadden uitgevonden, daarom moest voor de geheele
+geregelde orde der dingen--"Kreten van "Neen! Neen!"--Nu, als dit
+nièt moest, dan dienden allen zich in te spannen, en alle aarzeling
+op zij te zetten.--Toen Caterham zóóver gekomen was, volgde er weder
+een uitbarsting van gejuich.--Dan moesten zij alle aarzeling en halve
+maatregelen vaarwel zeggen."
+
+"Wij hebben gehoord, heeren," riep Caterham, "van brandnetels, die
+reuzen-netels werden. Eerst zijn ze niet meer dan gewone netels--kleine
+plantjes die een stevige hand kan beetpakken en uittrekken; doch
+als ge ze laat staan--als ge ze laat staan, groeien ze met zóóveel
+giftige kracht, dat ge eindelijk bijl en touw noodig hebt, en loopen
+uw leven en ledematen gevaar, en moet gij u inspannen en volgt er
+moeite--onder het vellen ervan kunnen menschen gedood worden, onder
+het vellen ervan kunnen menschen gedood worden--"
+
+Er volgde even eenig rumoer en toen hoorde de ontslagen gevangene
+Caterham's stem weder, die helder en krachtig opklonk: "Leer uw les
+omtrent 'tgeen ge met het Bom-voedsel te doen hebt van het Bom-voedsel
+zelf en--" Hij hield even op--"pak de brandnetel beet voor het te
+laat is!"
+
+Hij zweeg, en wischte zich de lippen af. "Een glas," riep iemand,
+"een glas," en toen hoorde men weder dat geluid, dat zoo merkwaardig
+snel aangroeide tot een donderend gejuich, tot het leek alsof de
+geheele wereld juichte...
+
+De ontslagen gevangene verliet de zaal eindelijk wonderbaar bewogen;
+op zijn gelaat eene uitdrukking alsof hij een visioen gezien had. Nu
+wist hij het, iedereen wist het nu; zijn denkbeelden waren niet langer
+vaag. Hij was teruggekeerd in eene wereld die in een crisis verkeerde,
+die onmiddellijk moest beslissen in een geweldige moeilijkheid. Hij ook
+moest zijn rol in den grooten strijd spelen als een man--als een vrij
+man, doordrongen van zijn verantwoordelijkheidsgevoel. De vijandelijke
+botsing stond voor zijn verbeelding als een schilderij--Aan de eene
+zijde deze reusachtige in-malien-gekleede gestalten van dien morgen--nu
+zag hij ze in een heel ander licht--aan de andere zijde dit kleine, in
+het zwart gekleede gesticuleerende mannetje onder het magnesium-licht,
+dit dwergje met zijn goed-geordenden vloed van welluidende overredende
+argumenten, met zijn klein-menschelijke, wonder-doordringende stem,
+"John Caterham"--"Jack de Reuzen-Dooder." Zij moesten allen schouder
+aan schouder staan "om de netel beet te pakken" vóór het "te laat" was.
+
+
+
+III.
+
+Het grootst, het sterkst en het meest ontzien van al de kinderen van
+het Voedsel waren de drie zonen van Cossar. Het stuk bij Sevenoaks van
+een mijl lengte en breedte ongeveer, waarop zij hun jeugd doorbrachten,
+werd zóó omwald, zóó uitgegraven en onderste-boven-gehaald, zóó
+bedekt met loodsen en reusachtige werk-modellen en al het gespeel
+van hunne zich ontwikkelende krachten, dat er geen tweede plaats op
+aarde was die hiermede vergeleken kon worden. En reeds lang was zij
+te klein geworden voor de dingen die zij wilden doen. De oudste zoon
+was een machtig ontwerper van rader-machines; hij had zich een soort
+reuzen-fiets gemaakt, waarvoor geen weg ter wereld ruimte genoeg had,
+en die geen brug kon dragen. Daar stond het ding, een groote structuur
+van raderen en machines, in staat een snelheid van twee honderd
+vijftig mijlen per uur te ontwikkelen, ongebruikt, behalve wanneer
+hij er nu en dan op stapte en er die overvulde plaats mede overrende
+en weder terug. Hij had er deze kleine aarde mee rond willen rennen;
+met dit doel had hij het ding gemaakt, toen hij nog niet veel meer
+dan een droomerige jongen was. Nu had de roest in de spaken gevreten,
+die rood waren als wonden, overal waar het nikkel eraf geraakt was.
+
+"Je moet er eerst een weg voor maken, zoontje," had Cossar gezegd,
+"voor je dat kunt doen."
+
+Zoodat op een goeden morgen de jonge reus en zijn beide broeders aan
+het werk waren getogen om een weg om de wereld aan te leggen. Zij
+schijnen een voorgevoel gehad te hebben van komende tegenkanting, en
+zij werkten derhalve met nog meer vaart. De wereld had ze gauw genoeg
+betrapt, terwijl ze dien weg aanlegden, zoo recht als een kegelbaan
+naar het Engelsche Kanaal, toen ze er reeds eenige mijlen van gelijk
+gemaakt en vastgestampt hadden. Vóór het midden van den dag waren
+ze in hun werk gestoord door een groote menigte opgewonden lieden,
+bestaande uit landeigenaars, makelaars, plaatselijke overheden,
+advocaten, politie-agenten, en zelfs soldaten.
+
+"We zijn bezig een weg aan te leggen," had de grootste jongen hun
+uitgelegd.
+
+"Dat is een heel verdienstelijk werk," zei de leidende advocaat
+ter plaatse, "maar eerbiedig alstublieft de rechten van anderen. U
+hebt nu reeds inbreuk gemaakt op de privaat-rechten van zeven
+en twintig privaat-bezitters; om nog niet eens te spreken van de
+bijzondere privilegien en het eigendom van een stedelijk bestuur,
+negen parochie-besturen, een graafschapsraad, twee gasfabrieken en
+een spoorweg-maatschappij"....
+
+"Goeie grootje!" zei de oudste jongen van Cossar.
+
+"U zult hier mee uit moeten scheiden."
+
+"Maar heb je dan geen mooie rechte weg noodig, inplaats van al die
+vunze stinkende laantjes?"
+
+"Ik zal niet zeggen, dat het geen groot voordeel zou zijn, maar--"
+
+"'t Is niet te doen," zei de oudste Cossar, zijn gereedschap opnemend.
+
+"Niet op deze manier," zei de advocaat, "zeker niet zóó!"
+
+"Maar hoe dan wèl?"
+
+Het antwoord van den woordvoerenden advocaat was ingewikkeld en vaag.
+
+Cossar zelf was er ook bijgekomen om te kijken naar het kwaad, dat
+zijn kinderen aangericht hadden en berispte hen ernstig en lachte
+verbazend en scheen erg blij te zijn met dit zaakje. "Jelui zult
+nog een beetje moeten wachten, jongens," brulde hij naar hen op,
+"voor je dergelijke dingen kunt gaan doen."
+
+"Die advocaat zei, dat we moesten beginnen met een plan te maken,
+en speciale vergunningen aan te vragen en dergelijke onzin. Zei dat
+'t jaren zou duren"--
+
+"We zullen gauw genoeg een schema klaar hebben, ventje," riep Cossar
+met zijn handen aan den mond, "maak je maar niks bezorgd. Maar nu
+moet je nog maar liever een beetje hier spelen en modellen maken van
+de dingen die je wilt doen."
+
+En zij deden als gehoorzame zoons wat hij hen beval.
+
+Maar niettegenstaande dit, broeiden de jongens van Cossar op iets.
+
+"Dat is allemaal heel goed en wel," zei de tweede tot den eerste,
+"maar ik heb er geen zin in hièr altijd te spelen en plannen te
+maken. Ik wil iets doèn, weet je. Wij zijn niet geboren met zooveel
+kracht in ons om hier maar wat te spelen op dit ellendige lapje grond,
+en wandelingetjes te doen en zorgvuldig de steden te vermijden"--want
+het was nu zoover gekomen dat alle bewoonde plaatsen hun verboden
+waren. "Niets doen is slecht. Zouden we niks kunnen vinden, dat de
+kleine menschjes noodig hebben, en het dan voor hen maken--alleen
+maar voor het plezier van het doen?"
+
+"Hoopen menschjes hebben geen goed-bewoonbare huizen," zei de tweede
+jongen. "Laten we een huis voor ze gaan bouwen, vlak bij Londen,
+waar er hoopen en nog es hoopen in kunnen, en het zoo maken, dat 't
+er prettig en gezellig in is, en laten we een mooi weggetje voor hen
+maken naar de plek waar ze allemaal heengaan om zaken te doen--een
+mooi recht weggetje. We zullen alles zoo helder en prettig maken,
+dat ze geen van allen langer zoo smerig en beestachtig meer kùnnen
+leven zooals ze nu doen. Massa's water om zich in te wasschen moeten
+ze hebben--want ze zijn zoo smerig, nu negen van de tien huizen zelfs
+geen badgelegenheid hebben, die smerige kleine bunsings! En weet je wat
+zoo grappig is, de lui die wèl baden hebben, gooien de anderen die ze
+niet hebben beleedigingen naar hun hoofd, inplaats van ze te helpen,
+zoodat ze er ook een kunnen aanschaffen--en noemen ze de "Groote
+Ongewasschen Menigte." Nu zullen wij daar es verandering in brengen. En
+we zullen electrisch licht voor ze maken en voor ze koken en groote
+schoonmaak voor hen houden en al dergelijke dingen. Stel je voor! Ze
+laten hun vrouwen--vrouwen die moeders zullen worden--rondkruipen
+en de vloeren schrobben! Wij zouden alles zoo mooi kunnen doen. We
+zouden een dam om een vallei ginds in die heuvelrij kunnen leggen,
+en een mooi reservoirtje maken, en dan konden we hièr een groote
+flinke gelegenheid maken voor het opwekken van onze electriciteit en
+'t alles zoo knus mogelijk maken. Is 't niet, broêr?... En dan zouden
+ze ons misschien nog wel meer laten doen ook."
+
+"Ja," zei de oudere broeder, "we zouden 't hun werkelijk heel prettig
+kunnen maken."
+
+"Nou, laten we 't dan doen óók," zei de tweede broeder.
+
+"Ik heb er niet op tegen," zei de oudere broeder en keek om zich heen
+naar een geschikt stuk gereedschap.
+
+En ook dit leidde weer tot ontzettende moeilijkheden.
+
+Opgewonden menigten zaten hun in minder dan geen tijd op den hals,
+hun om duizenderlei redenen bevelend uit te scheiden, hen bevelend
+te stoppen zonder éénige reden--kakelende, verwarde, veelsoortige
+menigten. Het gebouw dat ze bouwden was te hoog--dat kon onmogelijk
+veilig zijn. Het was leelijk; het stond bovendien het behoorlijk
+verhuren van huizen in de buurt die de juiste hoogte hadden, in den
+weg; het bracht den stijl van de geheele buurt in de war; 't was
+ònbuurzaam; het was in strijd met Plaatselijke Bouwverordeningen;
+het maakte inbreuk op de rechten der plaatselijke overheid, om
+zelf te gaan knoeien met een eigen dure, petiterige, electrische
+centrale; het botste aan tegen de belangen der plaatselijke
+waterleidings-maatschappij.
+
+Klerken van het Ministerie van Handel en Nijverheid werden zoo
+actief, dat ze rechtskundige bezwaren in het midden brachten. Het
+kleine advocaatje kwam weer te voorschijn om het woord te doen voor
+een twaalftal bedreigde belanghebbenden; plaatselijke landeigenaars
+voerden oppositie; menschen met vage aanspraken wenschten onzinnig
+hooge schadevergoedingen; de werkliedenbonden van al de bouwvakken
+verhieven eendrachtig hun stem; en een trust van handelaars in allerlei
+soorten van bouwmateriaal werd een ware hinderpaal. Buitengewone
+vereenigingen van menschen met profetische visies van aesthetische
+verschrikkingen wierpen zich in den strijd om het natuurschoon te
+bewaren van de plaats waar zij het groote huis wilden neerzetten, en
+van de vallei waar zij het waterreservoir wilden maken. Deze laatste
+groep van lieden waren wel de grootste ezels van het heele zoodje,
+vonden de jongens van Cossar. Dat mooie huis van Cossar's jongens
+werd in minder dan geen tijd als een wandelstok, die in een wespennest
+gestoken wordt.
+
+"Wel god beware me!" zei de oudere jongen.
+
+"We kunnen er zoo niet mee voortgaan," zei de tweede broeder.
+
+"Beroerde kleine beestjes zijn 't," zei de derde der broeders;
+"we kunnen eenvoudig nìks doen?"
+
+"Zelfs als 't voor hun eigen gemak is, niet."
+
+"En we zouden 't hun zoo prettig en gezellig gemaakt hebben."
+
+"Ze schijnen hun zotte kleine leventjes door te brengen met mekaar
+in de wielen te rijden," zei de oudste jongen. "Rechten en wetten
+en bepalingen en gemeenigheden; net een knibbelspelletje... Nu, dan
+moeten ze nog maar wat langer in hun stoffige, smerige, zotte huisjes
+wonen. 't Is nog al duidelijk dat wij er mee uit moeten scheiden."
+
+En de kinderen van Cossar lieten het groote huis onvoltooid, niet
+veel meer dan een gat voor de fundamenten en het begin van een muur,
+en gingen bedrukt terug naar hun groote omheinde plaats. Na eenigen
+tijd vulde het gat zich met water dat ging stinken, met waterplanten en
+allerlei ongedierte, en het Voedsel, dat daar òf door Cossar's zonen
+neergeworpen, òf als stof er heen gewaaid was, zette de groeikracht
+aan als gewoonlijk. Waterratten verspreidden zich over het land en
+richtten ontzettende verwoesting aan, en op zekeren dag betrapte
+een boer zijne biggen op het drinken uit dezen poel, en slachtte ze
+allen onmiddellijk met groote tegenwoordigheid van geest--want hij
+herinnerde zich nog het geval met die groote zeug te Oakham. En uit
+dien diepen poel kwamen ook de muskieten, werkelijk vreesaanjagende
+muskieten, die alleen dit bewerkten, dat de zonen van Cossar, na een
+beetje gestoken te zijn, het niet langer konden uithouden, doch een
+maannacht uitkozen, toen wet en orde sliepen, en het water afleidden
+naar de rivier bij Brook.
+
+Doch de groote waterplanten en het onkruid en de groote waterratten
+en allerlei andere ongewenschte dingen bleven nog leven en zich
+voortplanten in de streek die Cossar's zonen bewoonden--het stuk grond
+waarop het mooie groote huis voor de kleine menschjes zich ten hemel
+had kunnen verheffen...
+
+
+
+IV.
+
+Dit alles was voorgevallen toen zij nog maar jongens waren, doch
+nu waren zij bijna mannen. En de ketenen waren àl nauwer om hen
+saamgetrokken, met elk jaar van hun groei. Met ieder jaar dat zij
+groeiden en het Voedsel zich verspreidde en groote dingen zich
+vermenigvuldigden, werd ook de spanning grooter. Voor de groote
+massa was het Voedsel eerst niet meer dan een ver-af wonder geweest,
+en nu kwam het tot voor bijna iederen drempel, de geheele geregelde
+orde van zaken bedreigend en verdringend. Het deed dìt dichtgroeien
+en wierp dàt omver; het veranderde natuurlijke producten, en doordat
+het de natuurlijke producten veranderde, zette het allerlei bedrijven
+stil en maakte honderdduizenden werkloos; het vloog de grenzen over
+en bracht de geheele handelswereld slag op slag toe; geen wonder dat
+de menschen het haatten.
+
+En daar het gemakkelijker is levende, dan levenlooze wezens te haten,
+dieren meer dan planten, en zijn medemenschen meer dan dieren,
+werd de angst en al de last die veroorzaakt werd door reuzennetels
+en zes voet hooge grassprieten, vreeselijke insecten en tijgerachtig
+ongedierte samengevat in één grooten haat tegen die verspreide groep
+van groote menschelijke wezens, de kinderen van het Voedsel. Die haat
+was de voornaamste kracht geworden in het politieke leven. De oude
+partij-grenzen werden overschreden en uitgewischt en maakten plaats
+voor deze nieuwere belangen, en de strijd werd nù gevoerd tusschen de
+partij dergenen die wilden schipperen, die kleine politieke mannetjes
+het Voedsel wilden laten controleeren en regelen; en de partij der
+reactie voor wie Caterham sprak, steeds sprekend met een sinistere
+dubbelzinnigheid, zijn bedoeling kristalliseerend nu eens in dezen
+dreigenden zin, en dan weer in een anderen; nu eens zei hij, dat men
+"den reuzengroei der bremstruiken moest snoeien," dan weder dat men
+een "middel tegen olifantiasis" moest zien te vinden, en eindelijk,
+aan den vooravond der verkiezingen, dat men de "netel moest aanpakken."
+
+Op zekeren dag zaten de drie zonen van Cossar, die nu niet langer
+jongens doch mannen waren, tusschen de massa's van hun nuttelooze
+gewrochten, en spraken samen op hun wijze over al deze dingen. Zij
+hadden den geheelen dag gewerkt aan een van een serie groote
+samengestelde verschansingen die hun vader hen verzocht had te
+maken, en nu neeg de zon ten ondergang, en zaten zij in het lapje
+tuin voor het groote huis en keken op de wereld neder en rustten,
+totdat de kleine bediendetjes daarbinnen zouden aankondigen dat het
+eten klaar was.
+
+Ge moet u deze machtige gestalten voorstellen, de kleinste veertig voet
+lang, uitgestrekt liggend op een stuk grasveld, dat een gewoon mensch
+een met rietstoppels bedekte oppervlakte zou toegeleken hebben. De eene
+ging overeind zitten en krabde de aarde van zijn reusachtige schoenen
+met een ijzeren dwarsbalk, die hij in de hand geklemd hield; de tweede
+rustte op zijn elboog; de derde sneed een punt aan een pijnboom met
+zijn zakmes en vervulde de lucht met harsgeur. Zij waren gekleed, niet
+in laken, doch in onderkleeren van gevlochten touw en bovenkleederen
+van met vilt bekleed aluminium-draad; ze waren geschoeid met hout en
+ijzer, en de maliën en knoopen en gordels hunner kleederdracht waren
+alle van geplet staal. Het groote huis met één verdieping waarin zij
+woonden, in zijn massiefheid gelijkend op de Egyptische pyramiden,
+gedeeltelijk gebouwd van monsterachtig-groote blokken krijt, en half
+uitgehouwen in het graniet van den heuvel, had een gevel van ruim
+honderd voet hoog, en daarachter rezen de schoorsteenen en raderen,
+de kranen en daken hunner werk-plaatsen wondervreemd ten hemel. Door
+een cirkelvormig raam in het huis was een pijp zichtbaar, waaruit
+een wit-gloeiende metaal-massa druppelde in afgemeten druppels in een
+onzichtbaren vergaarbak. De plaats was omheind, en ruw versterkt door
+reusachtige aarden wallen, gestut door staal, zoowel boven de kruinen
+der heuvelen uit, als dwars door de golvende vallei. Alleen een mensch
+van gewone grootte kon de kolossaalheid ervan opmerken. De trein die
+van Sevenoaks kwam aanrazen, binnen hun gezichtskring, en een oogenblik
+later de tunnel invloog en zóó aan bun blik onttrokken werd, zag er in
+zijn contrast met hen uit als een klein automatisch stukje speelgoed.
+
+"Ze hebben de grenzen van al de bosschen aan dezen kant van Ightham
+veranderd," zei de eene, "en het bord met "verboden terrein" erop,
+dat eerst bij Knockholt stond, meer dan twee mijlen hierheen gezet."
+
+"Ze konden slecht anders doen, hè?" zei de jongste, na een oogenblik
+zwijgen. "Ze probeeren den wind uit Caterham's zeilen te nemen."
+
+"Daar is het niet genoeg voor, en--het is ons bijna te veel," zei
+de derde.
+
+"Zij willen ons van Broeder Redwood afsnijden. De laatste maal toen
+ik naar hem toeging, waren de roode waarschuwingsborden al weer een
+mijl naar beide kanten verder gezet. De weg, die over de duinen naar
+hem toeleidt, is niet meer dan een nauw laantje." De spreker dacht
+na. "Wat kan er met onzen broeder Redwood gebeurd zijn?"
+
+"Hoezoo?" zei de oudste broeder.
+
+De spreker kapte een tak van zijn pijnboom.
+
+"Het was net--of hij niet goed wakker was. Hij scheen heelemaal niet
+te luisteren naar wat ik te zeggen had. En hij zei iets over--liefde."
+
+De jongste tikte met zijn dwarsbalk op den rand van zijn ijzeren zool
+en lachte. "Broer Redwood" zei hij, "is een droomer."
+
+Beiden zwegen eenigen tijd. Toen zei de oudste:
+
+"Dit hoe langer hoe nauwer insluiten wordt me haast te machtig. Ze
+zullen zoowaar op z'n laatst nog een lijn om onze laarzen trekken en
+ons bevelen daarbinnen te leven."
+
+De middelste broeder veegde met één hand een massa dennetakken terzijde
+en verschikte.
+
+"Wat ze nu doen is nog niets vergeleken bij wat ze zullen gaan doen
+als Caterham de macht in handen krijgt."
+
+"Als hij die krijgt," zei de jongste broeder, met zijn dwarsbalk op
+den grond slaand.
+
+"Dat zal hij beslist," zei de oudste, naar zijn voeteind kijkend.
+
+De middelste broeder hield op met kappen en zijn blik ging naar de
+groote aarden wallen die hen aan alle kanten beschermden. "Dan,
+broeders," zei hij, "is onze jeugd voorbij, en zullen wij ons,
+zooals Vader Redwood ons lang geleden al gezegd heeft, moeten weren
+als mannen."
+
+"Jawel," zei de oudste broeder; "maar wat wil dat eigenlijk precies
+zeggen? wat wil dat zeggen als die moeilijke dag aanbreekt?"
+
+Ook hij keek naar die ruwe, ontzaglijke aarden wallen om hen heen,
+doch niet zoozeer nààr hen, als wel er dóórheen en over de heuvelen
+naar de ontelbare menigten daarachter. Allen overdachten iets
+dergelijks--een visie van een klein volkje dat ten strijde optrok,
+in ontelbare scharen, het kleine, onuitputtelijke, kwaadaardige kleine
+volk der menschen...
+
+"Ze zijn klein," zei de jongste broeder; "doch zij zijn niet te tellen,
+als het zand aan den oever der zee."
+
+"Zij hebben wapenen--zij hebben wapenen ja, die onze broeders in
+Sunderland nog wel voor hen gemaakt hebben."
+
+"Bovendien, Broeders, wat weten we van doodmaken, behalve hier en
+daar wat ongedierte en kleine ongelukjes met kwade dingen?"
+
+"Ja, 't is waar," zei de oudste broeder. "Maar toch--we zijn die we
+zijn. Als de kwade dagen komen moeten we doen wat onze hand vindt om
+te doen."
+
+Hij klikte zijn mes dicht--het lemmet was zoo lang als een mensch--en
+gebruikte zijn nieuwe dennenstaf om op te staan. Hij stond op en wendde
+zich naar het kolossale, plompe huis. Het purper van den zonsondergang
+overstroomde hem terwijl hij opstond, viel op de maliën en gespen
+bij zijn hals en het gevlochten metaal over zijn armen, en het leek
+zijnen broeders toe alsof hij plotseling overstroomd was van bloed...
+
+Terwijl de jonge reus oprees, kreeg hij een kleine zwarte gedaante in
+het oog, afstekende tegen den westelijken gloed die het bovengedeelte
+van den aarden wal, machtig rijzend boven het duin, nog verlichtte. De
+zwarte kleine ledematen zwaaiden met vreemde gebaren. Iets in dit
+zwaaien deed den jongen reus denken aan haast. Hij zwaaide met zijn
+dennemast ten antwoord, vervulde de geheele vallei met zijn enorm
+"Hallo!" riep zijn broeders toe "d'r is iets aan de hand," en ging
+met passen van vijf en twintig voet zijn vader tegemoet om te zien
+of er te helpen viel.
+
+
+
+V.
+
+Toevallig was ook juist op dezen tijd een jonge man, die geen reus
+was, bezig zijn hart te luchten over deze zonen van Cossar. Hij
+en zijn vriend waren van over de heuvels achter Sevenoaks gekomen,
+en hij was voortdurend aan het woord. Onder het voorbijgaan hadden
+zij in het kreupelhout een erbarmelijk gepiep gehoord en hadden drie
+jonge meezen die in het nestje zaten, beschermd tegen den aanval van
+twee reuzenmieren. Dit avontuur had hen aan het praten gebracht.
+
+"Reactionair!" zei hij, toen zij het kamp der Cossars in het zicht
+kregen. "Wie zou niet reactionair worden? Zie dat vierkant stuk grond
+eens aan, dat gedeelte van God's aarde, dat eens zoo liefelijk en mooi
+was, hoe woest, en ontheiligd en uitgegraven het is! Die loodsen! Dat
+groote windrad! Die monsterachtige machine op raderen! Die aarden
+wallen! Zie eens hoe die drie monsters daar neerhurken, onder elkaar de
+een of andere duivelsche streek uitdenkend! Zie eens--zie de geheele
+streek eens aan!"
+
+Zijn vriend keek naar zijn gelaat. "Je hebt zeker Caterham hooren
+spreken," zei hij.
+
+"Nee, ik gebruik mijn eigen oogen en blik eens terug naar den
+vrede en de goede orde van het verleden, dat wij achter ons gelaten
+hebben. Dit gemeene Voedsel is de laatste gedaante van den Duivel,
+nog altijd bedacht op den ondergang van onze wereld. Bedenk toch eens
+wat de wereld moet geweest zijn vóór onzen tijd, wat zij nog was toen
+onze moeders ons droegen, en zie nù eens! Bedenk toch eens hoe deze
+hellingen blijde lachten onder den gouden oogst, hoe de heggen vol
+geurige kleine bloemen stonden, en het bescheiden stukje grond van den
+een scheidden van dat van zijn buurman; hoe de rood-gedakte boerderijen
+over het land verspreid lagen en de kerkklokken van gindschen toren
+elken Zondag de geheele omgeving tot het gebed opriepen. En nu groeit
+er met ieder jaar steeds meer reusachtig onkruid en komt er steeds
+meer monsterachtig ongedierte, en dan deze reuzen, die overal om ons
+heen opgroeien, die over ons heen stappen, en tegen alles wat ons
+heilig is aanloopen. Hier--kijk bijvoorbeeld hier maar eens!"
+
+Hij wees ergens heen en het oog van zijn vriend volgde de richting
+van zijn vinger.
+
+"Eén van hun voetindrukken. Kijk! Is er drie voet diep in gezonken,
+een valkuil voor paard en berijder, een valstrik voor hen die er
+geen erg in hebben. Daar is een wilde roos vertrapt; daar is gras
+uitgerukt en een koordendistel geknakt, de draineer-buis van een
+boer afgebroken en de kanten van het pad afgetrapt. Vernielen! Dat
+doen ze de geheele wereld over, en alle orde en fatsoen die tot nu
+heerschten gooien zij omver. Ze vertrappen alles onder hun plompe
+voeten. Reactie! Wat anders?"
+
+"Maar--wat denk je met die reactie te bereiken?"
+
+"Paal en perk stellen aan dit alles, vóór het te laat is," zei de
+jonge man van Oxford.
+
+"Maar--"
+
+"Het is niet onmogelijk," riep de jonge man van Oxford, terwijl zijn
+stem plotseling de hoogte in ging. "We hebben de vaste hand noodig;
+een vernuftig plan, en een onwrikbaren geest. Wij zijn te bedeesd
+geweest in onze uitdrukkingen en te zwak van hand; we hebben onzen
+tijd verknoeid en de zaak op de lange baan geschoven, en het Voedsel
+heeft tijd gehad om zich te verspreiden. En zelfs nù nog--"
+
+Hij zweeg een oogenblik. "Dit is de echo van Caterham," zei zijn
+vriend.
+
+"En zelfs nù nog. Zelfs nù is er nog hoop--gegronde hoop, als we maar
+eerst goed weten wat wij willen en wat we moeten vernietigen. Wij
+hebben de groote massa op onze hand, veel meer dan dit een paar jaren
+geleden het geval was; de wet is op onze hand, de grondwet en de goede
+gang van zaken der maatschappij, de geest der erkende godsdiensten,
+de gebruiken en gewoonten der menschheid staan allen aan onzen kant--en
+tegenover het Voedsel. Waarom zouden wij de zaak nog langer op de lange
+baan schuiven? Waarom zouden wij liegen? Wij haten het en hebben het
+niet noodig; waarom zouden wij het dan dulden? Wou jij dan maar bij
+de pakken neerzitten, en alleen lijdelijke obstructie voeren en niets
+doen--tot het te laat is?"
+
+Hij zweeg en wendde zich om. "Zie dat boschje brandnetels daar eens. In
+het midden ervan staan huizen--verlaten--waar ééns heldere gezinnen
+van eenvoudige lieden hun leven leefden! En daar!" hij keerde zich
+driftig om naar de plaats waar de jonge Cossars over het onrecht dat
+hun aangedaan werd zaten te praten.
+
+"Kijk hen eens! En ik ken hun vader, een bruut, een soort van
+bruut beest met een onverdragelijk luide stem, een wezen, dat
+nu al dertig jaar en meer amok maakt in onze maar al te genadige
+wereld. Een werktuigkundige! Alles wat ons heilig en dierbaar is,
+is hem niets. Niets! De schoone overleveringen van ons ras en land,
+de edele instellingen, de eerbiedwaardige orde, de breede, langzame
+gang van precedent tot precedent, die ons Engelsche volk groot gemaakt
+heeft en dit zonnige eiland vrij--dit is alles een ijdel verhaal,
+dat verteld en dan vergeten wordt. Wat bombast over de Toekomst wordt
+boven al deze heilige dingen gesteld..... Het soort van man dat een
+trambaan over zijn moeder's graf zou laten loopen als hij dacht dat
+het 't goedkoopst was hem zóó aan te leggen! En jij denkt er nog aan,
+de zaak op de lange baan te schuiven, een compromis te sluiten, dat
+je in staat zal stellen op jouw manier te leven, terwijl die--die
+machinemensch het op zijn manier doet. Ik zeg je, 't geeft niets,
+'t is hopeloos. Je zoudt even goed een verdrag met een tijger kunnen
+sluiten! Zij willen de dingen reusachtig groot hebben--wij wenschen ze
+liefelijk en normaal. Je staat hier òf voor 't een, òf voor het ander."
+
+"Maar wat kùn je aanvangen?"
+
+"O, heel veel! Alles! Het Voedsel inhouden! Zij zijn nu nog verspreid,
+deze reuzen, nog onrijp en nog niet vereenigd. Keten ze, stop ze een
+prop in den mond, doe ze een muilband voor. Hoe dan ook, ze moeten
+gestuit worden. Het gaat erom of deze aarde de hunne zal worden of
+de onze blijven! We kunnen het Voedsel inhouden. We kunnen de lui
+die het fabriceeren in de kast duwen. We zullen àl het mogelijke
+doen om Cossar te stuiten! Je schijnt heelemaal niet in aanmerking
+te nemen, dat--dat we maar één geslacht behoeven te onderdrukken,
+en dàn--Dan kunnen we die aardhoopen weer met den grond gelijk maken,
+hun voetsporen dempen, de leelijke sirenen van onze kerktorens nemen,
+al onze olifanten-geweren aan stukken slaan, en terugkeeren tot de
+oude orde der dingen, de rijpe oude beschaving, waarvoor de ziel van
+den mensch aangelegd is."
+
+"Dat zal een geweldige poging worden."
+
+"Tot het bereiken van een grootsch doel. En als we haar niet
+wagen? Zie je dan niet zoo helder als de dag, het verschiet dat voor
+ons ligt? Overal zullen de reuzen zich vermenigvuldigen en groeien;
+overal zullen zij het Voedsel gaan maken en verspreiden. Het gras
+zal reusachtig hoog opgroeien in onze velden, het onkruid in onze
+heggen, het ongedierte in het kreupelhout, de ratten in de riolen,
+alles zal reusachtig worden. Steeds meer en meer. Dit is nog pas een
+begin. De insecten-wereld zal tegen ons opstaan, en de plantenwereld
+eveneens; ja, zelfs de visschen der zee zullen onze schepen doen
+volloopen en ze doen zinken. Een reusachtige plantengroei zal onze
+huizen verduisteren en ze verbergen, onze kerken verstikken, de goede
+orde in onze steden vernietigen en wij zullen niet veel meer zijn dan
+een zwak soort van ongedierte onder de voeten van het nieuwe ras. De
+menschheid zal overstroomd worden en verdrinken in dingen die zij
+zelve verwekt heeft! En dat volkomen doelloos. Grootte. Niets anders
+dan grootte! Uitzetting en "da capo." Nu reeds moeten we oppassen waar
+we onze voeten zetten tusschen de eerste aanduidingen van den komenden
+tijd. En het eenige wat we doen, is zeggen: "wat een last!" We grommen
+en doen niets. Neen!"
+
+Hij hief zijne hand op.
+
+"Laten zij doen wat ze denken te moeten doen. Dat zal ik ook. Ik
+ben voor Reactie--voor reactie zonder vrees en die van geen wijken
+weet. Wat kun je in deze wereld nog beginnen, als je zelf het
+Voedsel niet wilt innemen? We hebben te lang getreuzeld op den gulden
+middenweg. Treuzelen op middenwegen is jullie gewoonte, jelui bestaan,
+en hetgeen waar jelui je tijd aan geeft. Doch Ik ben niet zoo! Ik ben
+tegen het Voedsel met al de kracht die in mij is, en tot het uiterste
+zal ik mij er tegen verzetten."
+
+Hij wendde zich tot zijn metgezel toen hij diens gegrom van afkeuring
+hoorde. "Aan welken kant sta jij?"
+
+"Ja, dat is zoo in een paar woorden niet te zeggen, 't is een
+ingewikkelde zaak--"
+
+"Och--drijfhout!" zei de jonge man van Oxford bitter, terwijl hij
+een wanhopend gebaar maakte met alle ledematen. "De middenweg leidt
+tot niets. Wij hebben hier òf het een, òf het andere te kiezen. Ons
+laten òpeten, of zèlf vernietigen. Wat kunnen we ànders beginnen?"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+DE REUZEN-GELIEFDEN.
+
+
+I.
+
+Nu gebeurde het in de dagen, toen Caterham bezig was met zijne campagne
+tegen de Bomkinderen, vóór de Algemeene Verkiezingen die--temidden
+van de meest tragische en vreeselijke omstandigheden--hem op het
+kussen moesten helpen, dat de Reuzen-Prinses, die Doorluchtigheid,
+welker voeding jaren te voren zulk een gewichtige rol had gespeeld in
+de schitterende loopbaan van Dokter Winkles, het koninkrijk van haren
+vader verlaten, en zich naar Engeland begeven had, voor eene zaak, die
+als zeer gewichtig beschouwd werd. Zij was om staatsredenen verloofd
+met een zekeren Prins--en het huwelijk zou tot een gebeurtenis van
+internationale beteekenis gemaakt worden. Er was een geheimzinnig
+oponthoud ontstaan. Het Gerucht en de Verbeelding vertelden samen
+het wàarom en er ging heel wat van mond tot mond. Men sprak van een
+recalcitranten prins, die verklaard had, dat hij terwille van niemand
+een dwaas figuur wou slaan--tenminste niet zóó erg. Men sympathiseerde
+met hem. En dat is de gewichtigste kant van de zaak.
+
+Nu mag het volgende vreemd lijken, doch het is een feit, dat toen de
+Reuzen-Prinses naar Engeland kwam, zij niets afwist van het bestaan van
+nog andere reuzen. Zij had geleefd in een omgeving, waar tact bijna
+een hartstocht is en gereserveerdheid de adem des levens. Men had
+alles voor haar verborgen gehouden; men had haar van de buitenwereld
+afgesloten, zoodat zij nooit een reus gezien of ervan gehoord had,
+vóór de tijd gekomen was dat zij naar Engeland zou vertrekken. Vóór
+zij den jongen Redwood ontmoette, had zij zelfs geen flauw vermoeden,
+dat er sprake kon zijn van nog andere reuzen.
+
+In het koninkrijk van den vader der Prinses waren onherbergzame
+hooggebergten, waar zij vrij had rondgedwaald. Zij hield méér van
+den zonsopgang en van den zonsondergang en van het geheele drama
+der natuur, dan van iets anders ter wereld; doch onder een volk,
+dat zóó democratisch is en tegelijkertijd zóó koningsgezind als het
+Engelsche, werd haar vrijheid natuurlijk erg beperkt. De menschen
+kwamen met Janpleziers, met pleizier-treinen, bij heele menigten
+om haar te zien; zij fietsten lange afstanden om haar aan te gapen,
+en zij moest vroeg opstaan als zij tenminste rustig wilde wandelen.
+
+De dageraad was nog pas aangebroken, dien dag, toen de jonge Redwood
+haar ontmoette.
+
+Het groote Park bij het Paleis waar zij verblijf hield, strekte
+zich meer dan twintig mijlen ver naar het westen en zuiden van
+de westelijke poorten van het paleis uit. De kastanjeboomen der
+lanen verhieven zich hoog boven haar hoofd. En elk hunner scheen,
+terwijl zij voorbijging, te wedijveren wie van hen haar den rijksten
+bloemenschat zou aanbieden. Een tijdlang stelde zij zich tevreden
+met het zien en ruiken der mooie bloesems, doch eindelijk liet zij
+zich overhalen en begon ijverig uit te zoeken en te plukken, zoodat
+zij den jongen Redwood niet bemerkte vóór deze vlak bij haar was.
+
+Zij bewoog zich tusschen de kastanjeboomen, met den haar door het
+lot beschoren minnaar dicht bij zich, zonder dat zij het bevroedde of
+iets bemerkte. Zij stak haar handen tusschen de takken, ze afbrekend
+en vergârend. Zij was alleen op de wereld. En toen--
+
+Zij keek op en in dat oogenblik was haar lot beslist.
+
+Wij moeten onze verbeelding op zijn maat stellen, om de schoonheid
+te kunnen zien, die hij zag. Die onbenaderbare grootheid die het
+ons onmogelijk maakt ons een met haar te voelen, bestond voor hem
+niet. Daar stond zij, een gracieus meisje, het eerste schepsel, dat
+hem een waardige gezellin toeleek, licht en slank, licht gekleed,
+terwijl de frissche morgenwind haar kleed plooide om de weeke lijnen
+van haar gestalte, en met een groote massa bloeiende kastanjetakken
+in hare handen. De boord van haar kleed was open en liet de blankheid
+van haar hals en een zachte schaduwige rondheid zien, die naar hare
+schouders afdaalde en aan het oog onttrokken werd. De wind had een vlok
+haar gestolen en strekte de rood-gepunte haren over haar wangen. Haar
+oogen waren groot en blauw en om haar lippen zweefde steeds de belofte
+van een glimlach, terwijl zij tusschen de takken doorreikte.
+
+Zij wendde zich met schrik naar hem om, bemerkte hem, en een tijdlang
+deden zij niet anders dan elkaar aankijken. Het zien van hem was voor
+haar wonderbaarlijk en zóó bijna-ongelooflijk, dat het haar eenige
+oogenblikken lang iets vreeselijks toeleek. Hij was tot haar gekomen en
+had haar geschokt zooals een bovennatuurlijke verschijning dit gedaan
+zou hebben; hij verbrak al de vaste wetten van haar wereld. Hij was
+toen een jongeling van een en twintig, slank, met het donkere teint
+en den ernst van zijn vader. Hij was gekleed in sobere, zacht-bruin
+lederen, nauw-passende, doch gemakkelijk-zittende kleêren en met bruine
+kuitbroek aan, die hem goed stond en zijn figuur deed uitkomen. In
+weer en wind, hij liep blootshoofds. Zij stonden elkaar al maar aan
+te kijken--zij ongeloovig-verbaasd, en hij met snelkloppend hart. Het
+was een oogenblik zonder inleiding, de belangrijkste ontmoeting van
+hun leven.
+
+Hij was minder verbaasd. Hij had haar aldaar gezocht, en zijn hart
+klopte onstuimig. Hij ging naar haar toe, langzaam, met de oogen op
+haar gelaat gevestigd.
+
+"U is de prinses," zei hij. "Mijn vader heeft mij van u verteld. U
+is de prinses die men van het Voedsel der Goden gegeven heeft."
+
+"Ja, ik ben de Prinses,"--zei zij, met verbaasde blikken. "Maar--wie
+zijt gij?"
+
+"Ik ben de zoon van den man, die het Voedsel der Goden gemaakt heeft."
+
+"Voedsel der Goden!"
+
+"Ja, het Voedsel der Goden."
+
+"Maar--"
+
+Haar gezicht drukte de grootste verbazing uit, als begreep zij
+hem niet.
+
+"Wat is dat? Ik begrijp er niets van. Het Voedsel der Goden, zei u?"
+
+"Hebt ge daar nooit van gehoord?"
+
+"Van het Voedsel der Goden? Néén!"
+
+Zij bemerkte dat zij hevig beefde. Zij verschoot van kleur. "Ik wist
+niet," zei zij. "U wilt toch niet zeggen--?"
+
+Hij wachtte tot zij haar zin voltooien zou.
+
+"U wilt toch niet zeggen, dat er nog méér reuzen zijn?"
+
+En hij herhaalde: "Wist u dat niet?"
+
+En zij antwoordde met steeds toenemende verbazing, toen zij begon te
+begrijpen: "Neen!"
+
+De geheele wereld en de geheele beteekenis ervan begon in haar oog
+anders te worden. Een kastanjetak ontgleed haar hand. "U wilt toch
+niet zeggen, dat er nog meer reuzen op aarde zijn? Dat het een of
+ander voedsel--?"
+
+Nu was het zijn beurt om verbaasd te staan.
+
+"Maar wist u dan niets?" riep hij uit. "Had u dan nooit van ons
+gehoord? U, die door het Voedsel aan ons verwant zijt!"
+
+Er sprak nog steeds angst uit de blikken die hem aanstaarden. Haar hand
+ging naar haar keel en viel weder neer. Zij fluisterde: "Neen." Het was
+haar of zij òf weenen, òf in zwijm vallen moest. Doch een oogenblik
+later had zij hare zelfbeheersching herkregen en sprak en dacht
+zij weder duidelijk en helder. "Dit is alles voor mij verborgen
+gehouden," zeide zij. "Het is als een droom. Ik heb gedroomd--Ik heb
+van dergelijke mogelijkheden gedroomd. Doch wakend--Neen. Vertel mij
+toch alles. Alles! Wat zijt ge? Wat is dit Voedsel der Goden? Vertel
+het me langzaam--en duidelijk. Waarom heeft men voor mij verborgen
+gehouden, dat ik niet alleen sta in mijn grootte?"
+
+
+
+II.
+
+"Vertel het mij," zei zij, en de jonge Redwood begon haar bevend
+en opgewonden te vertellen--het was toèn maar een onsamenhangende
+en armelijke vertelling--van het Voedsel der Goden en van de
+Reuzenkinderen, die over de geheele wereld verspreid waren.
+
+Stel u hen voor, met opgewonden kleur en nog wat verschrikt, trachtend
+elkaar te begrijpen uit tallooze half-verstane, half-uitgesproken
+zinnen, steeds weder herhalend, en dan weder plotseling zwijgend,
+en het nog eens opnieuw beproevend--een wonder-vreemd gesprek,
+waarbij zij ontwaakte uit de onwetendheid waarin zij haar geheele
+leven verkeerd had. En heel langzaam werd het haar duidelijk, dat zij
+geen uitzondering vormde op den gewonen regel der menschheid, doch
+dat zij deel uitmaakte van een verspreide broederschap, waarvan alle
+leden van het Voedsel gegeten hadden, en die voor altijd de kleine
+verhoudingen van de menschjes onder hunne voeten ontgroeid waren. De
+jonge Redwood sprak van zijn vader, van Cossar, van de broederen die
+over het gansche land verspreid waren, van den grooten dageraad die
+grootscher willen met zich had gebracht en die in de geschiedenis der
+wereld was opgegaan. "Wij zijn in het begin van een begin," zei hij;
+"dit wereldje, dat ze nu hebben, is slechts een inleiding tot de wereld
+die het Voedsel scheppen zal. Mijn vader gelooft--en ik met hem--dat
+er een tijd zal komen, waarin kleinheid geheel uit de menschenwereld
+verdwenen zal zijn,--waarin reuzen vrijelijk over deze aarde--hùnne
+aarde zullen rondwandelen--voortdurend grooter en grootscher dingen
+verrichtend. Doch dat--dat moet nog komen. Wij zijn hiervan zelfs
+niet het eerste geslacht--wij zijn de eerste experimenten."
+
+"En van al deze dingen wist ik niets!" zeide zij.
+
+"Soms denk ik wel eens, dat wij te vroeg gekomen zijn. Natuurlijk één
+van allen moest het eerst komen. Doch de wereld was geheel onvoorbereid
+op onze komst en op de komst van al de minder groote dingen, die hunne
+grootheid aan het Voedsel ontleenden. Er zijn grove fouten begaan;
+er is strijd geweest. Het kleine menschenvolk haat ons...
+
+"Zij zijn hard jegens òns, omdat zìj zoo klein zijn... En omdat onze
+voeten zwaar neerkomen op de dingen, die hen doen leven. Doch hoe dit
+ook zij, zij haten ons nu; zij moeten niets van ons hebben--alleen
+als wij tot hunne normale grootte konden inkrimpen, zouden zij ons
+langzamerhand vergeven...
+
+"Zij zijn gelukkig in huizen, die ons gevangeniscellen toelijken;
+hunne steden zijn ons te klein. Het doet ons pijn langs hunne smalle
+wegen te loopen; wij kunnen niet mede opgaan naar hunne plaatsen
+van eeredienst...
+
+"Wij kijken over hunne muren, en over hunne verdedigingswerken;
+we kijken zonder er bij te denken door hunne bovenste vensters;
+wij houden geen rekening met hunne gewoonten; hun wetten zijn ons
+slechts een net om onze voeten...
+
+"Telkens als wij struikelen, hooren wij hen schreeuwen; telkens als wij
+hunne grenzen overschrijden, of ons opmaken tot eenige breede daad...
+
+"Als wij op ons doode gemak loopen, lijkt het hun alsof wij ergens
+wild op losstormen, en al de dingen die zij groot en wondervol achten,
+zijn voor ons niet meer dan poppen-pyramiden. De kleinheid van hun
+methodes en toepassingen en verbeeldingskracht belemmert en verslaat
+onze kracht. Er bestaan nog geen machines, die evenredig zijn aan
+de kracht onzer handen, en geen hulpmiddelen die in onze nooden
+kunnen voorzien. Zij maken onze grootte dienstbaar door duizenden
+onzichtbare handen. Wij zijn man voor man honderdmaal sterker, doch
+wij zijn ongewapend; juist onze grootte maakt ons tot schuldenaren;
+zij laten rechten gelden op het land, waar wij nu op staan; zij
+belasten onze grootere behoefte aan voedsel en onderdak, en voor al
+deze dingen moeten wij om hunne dwergen-grillen te bevredigen, zwaren
+arbeid verrichten met de werktuigen die deze dwergen voor ons maken....
+
+"Op alle mogelijke manieren belemmeren zij onze bewegingen. Al
+was het alleen maar om te leven, mòèten wij de grenzen die zij ons
+gesteld hebben wel overschrijden. Om u hier vandaag te ontmoeten,
+heb ik zelfs op verboden terrein moeten gaan. Alles wat aangenaam en
+begeerenswaardig in het leven is, stellen zij buiten ons bereik. Wij
+mogen niet in de steden komen; wij mogen niet over bruggen loopen;
+wij mogen niet loopen door hun bebouwde velden of in de wildparken
+voor het wild, dat zij dooden. Ik ben nu afgesneden van al de Broederen
+behalve van de drie zonen van Cossar, en zelfs diè doorgang wordt met
+elken dag nauwer. Het is of zij twist met ons zoèken, om ons het een
+of ander te kunnen aandoen."
+
+"Maar we zijn toch heel sterk," zeide zij.
+
+"Wij behóórden tenminste sterk te zijn, ja. Allen voelen wij--en ik,
+weet dat jij dat ook moet voelen--dat wij macht hebben, de kracht
+om groote dingen te doen, macht die in ons dringt om vrijgelaten te
+worden. Doch vóór wij iets kunnen beginnen--"
+
+Hij stak driftig een hand uit, die een wereld scheen weg te vagen.
+
+"Al heb ik ook gemeend, dat ik alleen op de wereld was," zeide zij,
+na een tijdlang gezwegen te hebben, "heb ik tòch wel over deze dingen
+nagedacht. Men heeft mij steeds geleerd, dat kracht bijna zonde was,
+dat het beter was klein te zijn dan groot, dat alle ware godsdienst
+bestond in het beschermen der zwakken en kleinen, de zwakken en
+kleinen te bemoedigen, hen te helpen zich te vermenigvuldigen en
+al maar vermenigvuldigen, totdat zij ten laatste elkaar verdringen;
+men heeft mij geleerd al ònze kracht op te offeren voor hunne zaak,
+maar... ik heb altijd getwijfeld aan wat men mij onderwees."
+
+"Dit leven," zei hij, "deze lichamen, die wij gekregen hebben, zijn
+niet om te sterven."
+
+"Neen."
+
+"En ook niet om in beuzeling door te brengen. Doch zoo wij dit laatste
+niet doen willen, is het allen Broederen nu reeds duidelijk, dat een
+strijd niet kan uitblijven. Ik kan niet zeggen hoe verbitterd de
+strijd, die spoedig komen moet, zijn zal, vóór de kleine menschen
+zullen dulden, dat wij leven op de wijze waaraan wij behoefte
+hebben. Al de Broederen hebben hier over nagedacht. Ook Cossar,
+waarvan ik je verteld heb, heeft hier over nagedacht."
+
+"Zij zijn heel klein en zwak."
+
+"Ja dat is zoo, tenminste het lijkt zoo. Maar jij weet ook, evenals ik,
+dat zij alle middelen om te dooden in handen hebben, en die ook naar
+de grootte hunner handen gemaakt zijn. Al honderdduizenden jaren lang
+hebben deze kleine menschjes, wier wereld wij overrompelen, geleerd
+hoe zij elkaar het beste en snelste kunnen dooden. Hierin zijn zij heel
+bekwaam. In meerdere dingen zijn zij zeer bekwaam. En bovendien kunnen
+zij bedriegen en zich plotseling anders voordoen dan zij zijn... ik
+weet het niet... er is strijd op til. Jij--jij bent misschien anders
+dan wij. Maar voor òns komt er zeker strijd.... Wat de menschen Oorlog
+noemen. Wij weten het. En tot op zekere hoogte bereiden wij ons er
+op voor. Maar je kent--deze kleine menschen!--wij weten niet hoe wij
+dooden moeten, tenminste wij missen de lust om te dooden--"
+
+"Zie eens," viel zij hem in de rede, en hij hoorde een toeterenden
+hoorn.
+
+Hij wendde zich om, en keek in de richting die hare oogen aanduidden
+en zag hoe een helder-gele automobiel, met een donkeren chauffeur
+met een motor-bril op, en met in bont gekleede passagiers, gillend en
+dreunend en nijdig puffend bij zijn hiel stond. Hij verplaatste zijn
+voet en het ding vervolgde met drie toornige kreten zijn lawaaierigen
+weg in de richting van de stad.
+
+"Blokkeeren tegenwoordig den weg ook al!" klonk er tot hem op.
+
+Vervolgens zeide iemand: "Zie! heb je haar wel gezien? Daar ginds
+achter de boomen staat de reuzen-prinses!" en al hun van stof-brillen
+voorziene gezichten wendden zich naar haar toe om haar aan te staren.
+
+"Nee maar, hoor es," zei een derde. "Dat gaat niet aan"...
+
+"Dit alles," zeide zij, "verbaast mij meer dan ik zeggen kan."
+
+"Dat ze je van dit alles niets gezegd hebben," zei hij en voltooide
+zijn zin niet.
+
+"Vóór je mij ontmoette, had ik geleefd in een wereld waarin ik
+groot en--alléén was. Maar toch had ik mijn leven hier zoo goed
+mogelijk aangepast. Ik dacht eerst, dat ik het slachtoffer was van
+een gril der natuur. En nu is mijn wereldje in een half uur in elkaar
+gevallen, en ik zie een andere wereld, andere voorwaarden, ruimere
+mogelijkheden--kameraadschap--"
+
+"Kameraadschap," antwoordde hij.
+
+"Je moet me nog wat meer vertellen, nog véél meer," zeide zij. "Weet
+je, dit alles vaart door mijn geest als een verhaal dat mij verteld
+wordt. Zelfs jij... Binnen een dag of wat zal ik misschien in je
+kunnen gelooven. Maar nu--nu droom ik... Luister!"
+
+De eerste slag van een klok bovenop de paleisgebouwen ver weg drong
+tot hen door. Elk telde werktuigelijk tot "zeven."
+
+"Nu moet ik weg," zeide zij. "Zij zullen nu net ongeveer de bowl
+met mijn koffie het vertrek waarin ik slaap binnendragen. De kleine
+lakeien en bedienden--je kunt je haast niet voorstellen hoe ernstig
+die zijn--zijn nu al weer druk bezig aan hunne werkzaamheidjes."
+
+"Zij zullen zich wel verwonderen, waar... maar ik wil met je praten."
+
+Zij dacht na.--"Maar ik wil er ook over denken. Ik wensch nu alléén
+er over na te denken, en tot klaarheid te komen in deze algeheele
+verandering der dingen, en de oude eenzaamheid weg te denken en jou en
+al die anderen in mijn wereld in te denken... Ik moet nu heen. Vandaag
+zal ik teruggaan naar mijn oude plaats in het kasteel, en morgen,
+als de dageraad aanbreekt, zal ik hier weder komen."
+
+"Ik zal je hier opwachten."
+
+"Den geheelen dag zal ik droomen van deze nieuwe wereld die je mij
+gegeven hebt. Ik kan het nu zelfs nog haast niet gelooven--"
+
+Zij deed een schrede achterwaarts en nam hem op van het hoofd tot de
+voeten. Hunne blikken ontmoetten elkaar en bleven een oogenblik vast
+op elkaar gericht.
+
+"Ja," zeide zij, met een lachje, dat bijna een snik was. "Je bent tòch
+werkelijk. Maar het is zoo wondervreemd! Denk je--werkelijk--? En als
+ik nu morgen eens hier kwam, en ik vond--dat je net zoo'n dwerg was
+als de anderen!--Ja, ik moet over alles nog eens nadenken. En daarom,
+voor vandaag--zooals de kleine menschen doen--"
+
+Zij stak haar hand uit, en voor de eerste maal raakten zij elkander
+aan. Zij hielden elkaar's hand stevig vast en hunne blikken ontmoetten
+elkaar weder.
+
+"Voor vandaag--goedendag," zeide zij. "Vaarwel! Vaarwel, Broeder Reus!"
+
+Hij aarzelde, alsof hij nog iets wilde zeggen, en eindelijk zei hij
+eenvoudig "goedendag."
+
+Een tijdlang hielden zij elkaar's hand vast, en keken elkaar vorschend
+aan. En nadat zij van elkaar gegaan waren, keek zij nog verscheidene
+malen half weifelend naar hem om, en bleef staan op de plaats waar
+zij elkaar ontmoet hadden...
+
+Zij liep dwars over het plein van het Paleis hare vertrekken binnen
+als een die in den slaap wandelt, met een grooten kastanje-tak,
+die slap in hare hand hing.
+
+
+
+III.
+
+De twee ontmoetten elkaar, alles bij elkaar genomen, veertien maal
+vóór het begin van het einde. Zij kwamen samen in het Groote Park, of
+op de hoogten en in de passen van het moer, dat doorsneden werd door
+ruwe wegen en hier en daar begroeid was met sombere pijnbosschen, en
+dat zich naar het zuidwesten uitstrekte. Tweemalen hadden zij elkaar
+ontmoet in de groote kastanjelaan, en vijf malen aan den breeden,
+aangelegden vijver, die de koning, haar grootvader, had doen graven. Er
+was daar een plek waar een groot, mooi-glad grasperk, dat met hooge
+coniferen bezet was, gracieus afhelde naar den waterkant, en daar
+placht zij dan te gaan zitten, en hij legde zich aan hare knieën
+neder, keek op naar haar gelaat en praatte; hij verhaalde haar van
+alles wat voorgevallen was, en van het groote werk, dat zijn vader hem
+opgedragen had te volbrengen, en van den grooten en verruimden droom
+van al wat het reuzenvolk eens zijn zoude. Gewoonlijk kwamen zij bij
+elkaar bij het aanbreken van den dageraad, doch eens ontmoetten zij
+elkaar in den middag en zagen weldra, hoe zij omringd werden door
+een menigte van loerende luisteraars, fietsrijders en voetgangers,
+die allen van uit de struiken naar hen gluurden, ritselend (zooals
+de musschen soms ritselen in de boschjes om u heen in de Londensche
+parken) tusschen de dorre bladeren in de bosschen, het meer komend
+afroeien in booten naar een punt, vanwaar zij hen konden zien, en
+trachtend hen zoo dicht te naderen, dat zij hen goed konden zien en
+hooren. Dit was voor de twee reuzen de eerste aanduiding van de groote
+belangstelling die de geheele streek in hunne samenkomsten stelde. En
+eens--het was de zevende maal, en verhaastte het schandaal nog--kwamen
+zij samen op het frissche moerland bij helder maanlicht en fluisterden,
+want de nacht was warm en stil. Zeer spoedig hadden zij het bewustzijn
+verloren, dat in en door hen een nieuwe wereld van reusachtige dingen
+zich vormde in de aarde, en dachten zij niet langer over den grooten
+strijd tusschen klein en groot, waarin zij blijkbaar voorbeschikt
+waren een rol te spelen, en dachten zij slechts aan meer persoonlijke
+en grooter belangen. Telkens als zij elkaar ontmoetten en met elkaar
+spraken en elkaar aanzagen, leerden zij iets meer begrijpen, dat er
+iets dierbaarders en wondervollers dan enkel vriendschap in hun gevoel
+voor elkaar was, en overal met hen meeging en hunne handen elkaar
+deed zoeken. En binnen zeer korten tijd vonden zij het woord zelf en
+waren zij minnenden, de Adam en Eva voor een nieuw geslacht op aarde.
+
+Zij schreden tezamen de wonderschoone vallei der liefde in, met hare
+diepe en vredige plaatsen. De wereld om hen nam een geheel ander
+aanzicht aan, naarmate zij zelven anders gestemd waren, totdat weldra
+een schoonheid als van het Heilige der Heiligen hunnen samenkomsten
+weldra omgaf en de sterren niet anders dan bloemen van licht waren
+onder de voeten hunner liefde, en de dageraad en de zonsondergang de
+kleurige draperiën langs hunnen weg. Zij waren niet langer wezens van
+vleesch en bloed voor elkaar en voor zichzelven; zij werden tot een
+belichaamd weefsel en voor zichzelven; zij werden tot een beschaamd
+weefsel van teederheid en verlangen. Eerst fluisterden zij en toen
+zwegen zij geheel en naderden elkaar àl meer en staarden in elkaar's
+door de maan verlichte, schemerige gezichten onder den oneindigen
+boog des hemels. En de stille donkere pijnboomen stonden om hen
+als wachters.
+
+De weerklinkende schreden van den tijd werden tot stilte gebracht en
+het leek hen alsof het heelal onbeweeglijk om hen heen hing. Alleen
+de klop hunner harten was hoorbaar. Zij leken samen te leven in
+een wereld waar geen dood meer was, en dit was werkelijk zoo in
+hun gevoel. Het leek hen toe, dat zij peilden, en werkelijk peilden
+zij zulke verborgen heerlijkheden in het hart der dingen als nooit
+te voren door iemand bereikt was. Zelfs voor lage en kleine zielen
+is de liefde een openbaring van groote heerlijkheden. En dit waren
+reuzen-geliefden, die van het Voedsel der Goden gegeten hadden...
+
+Stel u de zich steeds méér verspreidende schrik in deze goed-geordende
+wereld voor, toen het bekend werd dat Hare Doorluchtigheid de Prinses,
+die koninklijk bloed in de aderen had en die verloofd was met den
+Prins! samenkwam,--dikwijls samenkwam--met den overvoeden telg van
+een gewonen professor in de chemie, een schepsel zonder rang, zonder
+positie, zonder rijkdom, en met hem praatte alsof er geen Koningen en
+Prinsen waren, geen orde, geen eerbied--niets dan Reuzen en Dwergen
+op aarde. Zij praatte met hem en men was er maar al te zeker van,
+dat zij hem als haar minnaar beschouwde.
+
+"Als de krantenlui er de lucht van krijgen!" zei Sir Arthur Poedel
+Laarslik...
+
+"Ik heb hooren zeggen"--fluisterde de oude bisschop van Frumps...
+
+"Weer een nieuwtje boven," zei de eerste lakei, terwijl hij hier en
+daar knabbelde aan dessert-dingen. "Voor zoover ik er uit wijs kon
+worden, is die reuzen Prinses--"
+
+"Men zegt--" zei de juffrouw die den winkel in kantoor- en
+schrijfbehoeften bij den hoofdingang van het paleis hield, en bij wie
+de kleine Amerikanen hun kaartjes nemen voor de Statie-Vertrekken...
+
+En vervolgens:
+
+"Wij kunnen uit goede bron tegenspreken--" zei "Picaroon," in "Het
+Babbeltje."
+
+En aldus kwam het geheele geval uit en ontstond al de last voor de
+twee minnenden.
+
+
+IV.
+
+"Ze zeggen, dat wij scheiden moeten," zei de Prinses tot haar geliefde.
+
+"Maar waarom?" riep hij uit. "Wat hebben die kleine wezens zich nu
+weêr voor zotternij in het hoofd gehaald?"
+
+"Weet je wel," vroeg zij, "dat mij liefhebben hoogverraad is?"
+
+"Lief," riep hij uit, "wat komt het er alles op aan? Wat kan ons hun
+recht--recht zonder een zweem van redelijkheid--en hun hoogverraad
+en hun trouw aan den koning schelen?"
+
+"Dat zal ik je vertellen," zeide zij, en vertelde hem van al wat men
+tot haar gezegd had.
+
+"Zoo'n typisch klein mannetje als er toch op me af kwam, met een
+zachte, prachtig gemoduleerde stem, een gladjes daarheenloopend
+heertje, dat zijdelings de kamer in kwam, net als een kat, en dat
+zijn mooie witte handje zóó opstak, telkens als hij iets gewichtigs te
+zeggen had. Hij is kaal, maar natuurlijk niet heelemaal, en zijn neus
+en gezicht zijn klein en rozig als van een bazuinengeltje, en zijn
+baard is allerliefst in een punt geknipt. Hij deed verscheidene malen
+alsof hij erg onder den indruk was, en liet zijn oogen schitteren. Weet
+je, hij is een warm aanhanger van de koninklijke familie hier, en
+hij noemde mij zijn "waarde jonge dame," en was van het begin af
+erg deelnemend. "M'n waarde jonge dame, u móógt zoo niet voortgaan,"
+zei hij verscheidene malen en vervolgens: "u hebt plichten."
+
+"Waar vormen ze toch zulke mannetjes?"
+
+"O, hij mag zoo iets juist wel," zeide zij.
+
+"Maar ik begrijp niet--"
+
+"Hij zei heel ernstige dingen tegen me."
+
+"Je gelooft toch niet, dat er iets zit in wat hij zei?" zei hij,
+zich plotseling tot haar wendend.
+
+"Zéker zit er iets in," zeide zij.
+
+"Je meent dat--?"
+
+"Ik meen, dat, zonder dat we 't zelf wisten, wij op de heiligste
+concepties van dit kleine volkje hebben getreden. Wij, die koninklijk
+bloed in onze aderen hebben, zijn een op zichzelfstaande klasse. Wij
+zijn gevangenen die aangebeden worden, speelgoed om in processies
+medegevoerd te worden. Wij betalen voor deze hulde met het verlies
+van--onze vrijheid. En ik had dien prins moeten huwen--Maar van
+hèm weet je niets. Nu, 't is een dwerg Prinsje. Hij is niet van 't
+minste belang... Het schijnt, dat het den band tusschen mijn land en
+een ander hechter gemaakt zou hebben. En ook dìt zou er voordeel van
+gehad hebben. Stel je es voor!--de band hechter maken!"
+
+"En wat nu?"
+
+"Zij wenschen, dat ik in dezelfde verhouding tot hem blijf staan
+alsof er niets tusschen òns bestond."
+
+"Niets tusschen ons!"
+
+"Ja, maar dat is nog niet alles. Hij zei--"
+
+"Je specialiteit in takt?"
+
+"Ja. Hij zei, dat het beter voor jou en beter voor alle reuzen zou
+zijn als wij tweeën--ons onthielden van met elkaar te spreken. Zóó
+zei hij het."
+
+"Maar wat willen ze dan doen, gesteld dat we eens doen wat zij
+verlangen?"
+
+"Hij zei, dat jij je vrijheid dan zou kunnen krijgen."
+
+"Ik!"
+
+"Hij zei, met nadruk, "m'n waarde jonge dame, het zou heusch beter
+zijn, het zou waardiger zijn, als ge uit eigen vrijen wil van elkaar
+scheiddet." Dat zei hij, en legde den nadruk op "uit vrijen wil."
+
+"Maar--! Maar wat hebben deze ellendige kleine peuters er eigenlijk
+mee te maken, waar en hoe wij elkaar liefhebben! Wat hebben zij en
+hun heele wereldje met ons uit te staan?"
+
+"Zij denken er anders over."
+
+"Natuurlijk," zei hij, "geef je niets om wat zij zeggen."
+
+"Het lijkt me wel héél dwaas toe."
+
+"Dat hunne wetten ons willen binden! Dat wij, in de eerste lente
+van ons leven, ons ons geluk zouden laten ontnemen door hun oude
+engagementen en hun redelooze oude instellingen. O--! Maar wij zullen
+er ons niet aan storen."
+
+"Ik ben de jouwe. In zooverre heb je gelijk, ja."
+
+"In zooverre? Is dat dan niet alles?"
+
+"Maar ze--Als ze ons nu eens willen scheiden--"
+
+"Wat zouden ze kunnen beginnen?"
+
+"Ik weet het niet. Wat kùnnen ze doen?"
+
+"Wie geeft er wat om wat zij kunnen doen, of wat ze zùllen doen. Ik
+behoor jou en jij mij. Verder is er niets. Ik ben de jouwe en jij de
+mijne voor eeuwig. Denk je, dat ik je zou laten varen om hun kleine
+wetjes, en hun kleine verbodjes, en hun roode waarschuwingsbordjes,
+jawel!--en van jòu wegblijven?"
+
+"Ja. Maar toch, wat kunnen ze ons doen?"
+
+"Je bedoelt", zeide hij, "wat wij moeten doen?"
+
+"Ja."
+
+"Wij? wij gaan onzen gang."
+
+"Maar als ze ons dat nu eens willen beletten?"
+
+Hij balde de vuisten. Hij keek om zich heen alsof de kleine menschjes
+er reeds aankwamen om het hem te beletten. Toen wendde hij zich van
+haar af en staarde in de verte. "Ja," zei hij, "je hadt gelijk met
+te vragen "wat kunnen ze doen?""
+
+"Hier in dit kleine landje," zeide zij, en zweeg toen.
+
+Hij scheen alles te overzien. "Ze zijn overal."
+
+"Maar we konden--"
+
+"Waarheen?"
+
+"We zouden heen kunnen gaan. We zouden samen de zeeën kunnen
+overzwemmen. Aan de overzijde--"
+
+"Ik ben nooit aan de andere zijde van de zee geweest."
+
+"Daar zijn groote, eenzame bergen, waartusschen wij niet meer zouden
+lijken dan kleine menschjes, daar zijn afgelegen en verlaten valleien,
+nog onbekende meren en met sneeuw bedekte hooglanden, nog niet betreden
+door een menschenvoet."
+
+"Daar--"
+
+"Doch om daar te komen, moeten wij ons iederen dag door millioenen
+en millioenen menschen heen vechten."
+
+"Het is onze eenige hoop. In dit dichtbevolkte land is geen
+toevluchtsoord voor ons. Waar zouden wij moeten wonen temidden
+van al deze millioenen? Zij die zoo klein zijn, kunnen zich voor
+elkaar verbergen, doch waar moeten wij ons verschuilen? Er is geen
+plaats waar wij zouden kunnen eten, geen plek om te slapen. Als we
+vluchtten--zouden zij dag en nacht onze schreden volgen."
+
+Toen viel hem iets in.
+
+"Er is één plaats," zei hij, "zelfs op dit eiland."
+
+"Waar?"
+
+"De plaats die onze Broeders ginds gemaakt hebben. Zij hebben groote
+aarden wallen om hun huis opgeworpen, aan noord- en zuid-, oost- en
+westkant; zij hebben diepe groeven en verborgen plaatsen, en straks
+nog--kwam er een bij mij. Hij zei--ik luisterde niet aandachtig naar
+wat hij zei. Maar hij sprak van wapenen. Mogelijk--dat we daar een
+schuilplaats zouden vinden..."
+
+Na lang gezwegen te hebben, zei hij: "ik heb onze Broeders in
+verscheidene dagen niet gezien... Liefste! ik heb gedroomd, en heb
+alles om me heen vergeten! De dagen zijn voorbijgegaan en ik heb
+niets gedaan dan uitgekeken naar het oogenblik, dat ik je weer zou
+zien... Ik moet met hen gaan spreken en hen van jou vertellen en van al
+de dingen die ons boven het hoofd hangen. Als zij ons helpen willen,
+kunnen zij ons helpen. Dàn zou er hoop voor ons zijn. Ik weet niet
+hoe sterk hun plaats is, maar zonder twijfel zal Cossar haar erg
+versterkt hebben. Hiervóór--vóór jij mij ontmoette, herinner ik me,
+dat er ook al onheil broedde. Toen was er eens een verkiezing--dat is
+als de kleine menschen de zaken opknappen door het aantal hoofden te
+tellen. Maar die verkiezing moet nu al voorbij zijn. Toen werden er
+bedreigingen geuit tegen ons geheele ras--dat wil zeggen, tegen ons
+geheele ras, behalve jou. Ik moet met onze Broeders gaan spreken. Ik
+moet ze vertellen van al wat er tusschen ons is voorgevallen, en van
+alles dat ons nu bedreigt."
+
+De volgende maal dat zij elkaar zouden ontmoeten, moest zij eenigen
+tijd wachten vóór hij kwam. Zij zouden dien dag tegen twaalf uur bij
+elkaar komen in een gedeelte van het park dat in een bocht langs de
+rivier liep, en terwijl zij zuidwaarts uitkeek, haar hand boven de
+oogen houdend, viel het haar op dat alles heel stil was, ja, dat de
+stilte drukkend was. En toen bemerkte zij, dat niettegenstaande het
+reeds zoo laat was, haar gewoon gevolg van vrijwillige spionnen niet
+tegenwoordig was. Rechts en links, waar zij ook keek, was niemand te
+zien, en er was geen enkele boot in de zilveren bocht der Theems. Zij
+trachtte voor deze vreemde stilte om haar een verklaring te vinden...
+
+En toen zag zij tot haar blijdschap, den jongen Redwood aankomen,
+boven een open plek uit, tusschen de boomen die haar het uitzicht
+belemmerden.
+
+Een oogenblik onttrokken de boomen hem aan haar gezicht en toen zag zij
+hem er zich weder doorheen breken. Zij zag wel, dat er iets ongewoons
+had plaats gegrepen, en toen zag zij, dat hij harder liep dan anders
+en dat hij hinkte. Hij wenkte haar en zij liep naar hem toe. Zijn
+gezicht werd nu duidelijker zichtbaar, en zij zag met bezorgdheid,
+dat zijn gelaat bij iedere schrede pijnlijk vertrok.
+
+Zij snelde naar hem toe, met het hoofd vol vragen en onbestemden
+angst. Hij bereikte haar en hijgde zonder haar eerst te groeten:
+
+"Moeten wij scheiden?"
+
+"Neen," antwoordde zij. "Waarom? Wat is er?"
+
+"Maar als we niet van elkaar gaan--! Het ìs al zoover."
+
+"Wat is er dan?"
+
+"Ik wil niet van je scheiden," zei hij. "Maar--"
+
+Hij zweeg plotseling en vroeg een oogenblik later: "dus je wilt niet
+van mij scheiden?"
+
+Zij keek hem met vasten blik in de oogen. "Wat is er gebeurd?" drong
+zij aan.
+
+"Ook niet voor een tijd?"
+
+"Wat voor een tijd?"
+
+"Voor jaren misschien."
+
+"Scheiden! Neen!"
+
+"Heb je alles goed gewikt en gewogen?" hield hij aan.
+
+"Ik wil niet scheiden." Zij vatte zijn hand. "Al moest ik nu op dìt
+oogenblik sterven, zou ik je niet laten gaan."
+
+"Al moest je op dit oogenblik sterven," zei hij, en zij voelde,
+dat zijn vingers haar hand omknelden.
+
+Hij keek om zich heen alsof hij vreesde de kleine menschen al te zien
+aankomen terwijl hij nog sprak. En toen: "het is heel wel mogelijk,
+dat het ons het leven kost."
+
+"Vertel mij nu wat er gebeurd is," zeide zij.
+
+"Zij probeerden mijn gaan hierheen te belemmeren."
+
+"Hoe?"
+
+"En toen ik uit mijn werkplaats kwam, waar ik het Godenvoedsel voor
+de Cossars maak, om in voorraad te houden in hun kamp, zag ik een
+klein inspecteurtje van politie--een man in het blauw gekleed, met
+schoone witte handschoenen aan--die mij wenkte stil te staan. "Deze
+weg is voor u afgesloten!" zei hij. Dit was geen bezwaar voor mij;
+ik liep om mijn werkplaats heen naar een anderen weg die westwaarts
+loopt, en daar stond er weer een. "Hier kunt u niet door!" zei hij
+en voegde erbij: "alle wegen zijn voor u afgesloten!"
+
+"En toen?"
+
+"Ik redeneerde wat met hem. "Dit zijn publieke wegen!" zei ik.
+
+"Precies," zei hij. "U maakt ze onbegaanbaar voor het publiek."
+
+"Heel goed," zei ik, "dan zal ik de landen overgaan," en toen sprongen
+er nog anderen op van achter heggen en zeiden "deze akkers zijn
+privaat eigendom."
+
+"Loop naar den duivel met je publiek en je privaat eigendom," zei
+ik, "ik ga naar mijn Prinses," en ik bukte me en nam er een heel
+voorzichtig op--hij schopte en schreeuwde erg--en zette hem uit den
+weg. In een oogwenk leken de velden om mij te leven van hardloopende
+mannen. Ik zag er een te paard naast mij voort hollen, die iets voorlas
+onder het rijden--of liever, hij schreeuwde het. Hij hield op, wendde
+zijn paard om, en galoppeerde weg--met gebogen hoofd. Ik begreep er
+niets van. En toen hoorde ik achter mij het knallen van geweren."
+
+"Geweren!"
+
+"Geweren--net alsof zij op ratten schoten. De kogels floten door de
+lucht met een geluid alsof er iets scheurde: een stak me in het been."
+
+"En wat deed jij?"
+
+"Ik liep door naar jou, en liet hen achter, schreeuwend en rennend
+en op me schietend."
+
+"En nu--"
+
+"Nu?"
+
+"Dit is slechts een begin. Zij zijn vastbesloten ons te scheiden. Zelfs
+op dit oogenblik achtervolgen ze mij. Wij willen niet scheiden."
+
+"Neen. Maar als we niet scheiden willen--dan moet je met me mee naar
+de Broeders."
+
+"Welken kant?" zeide zij.
+
+"Naar het oosten. Van gindschen kant zullen mijne vervolgers komen. Dus
+dit is de weg dien wij moeten volgen. Deze laan af. Laat mij voorgaan,
+zoodat als zij wachten--"
+
+Hij deed een schrede voorwaarts, doch zij had zijn arm gevat.
+
+"Neen," riep zij uit. "Ik wil dicht bij je blijven, je
+vasthouden. Misschien dat ze, omdat ik van koninklijken bloede en dus
+heilig ben, dat ze niet zullen durven schieten. Als ik je vasthoud--God
+gave, dat we konden vluchten terwijl ik mijn armen om je heengeslagen
+hield! dan zouden ze misschien niet op je schieten--"
+
+Zij hield zijn schouder vast, en vatte zijn hand terwijl zij nog sprak;
+zij drong zich dichter tegen hem aan. "Mogelijk dat ze dan niet op je
+schieten," herhaalde zij, en met plotselinge teederheid nam hij haar
+in zijne armen en kuste haar op de wang. Zóó hield hij haar eenigen
+tijd vast.
+
+"Zelfs al kost het ons den dood," fluisterde zij.
+
+Zij sloeg haar armen om zijn hals en hief haar gelaat tot het zijne.
+
+"Liefste, kus mij nog eenmaal."
+
+Hij trok haar naar zich toe. Stilzwijgend kusten zij elkaar op de
+lippen, en hielden elkaar nog een oogenblik omklemd. En toen, terwijl
+zij voortdurend trachtte haar lichaam dicht bij het zijne te houden,
+gingen zij hand in hand op weg om te trachten het veilige kamp der
+zonen van Cossar te bereiken, vóór de hen achtervolgende menschjes
+hen achterhaalden.
+
+En terwijl zij het gedeelte van het park achter het kasteel dóorstaken,
+kwamen er tusschen de boomen ruiters aan galoppeeren, die tevergeefs
+trachtten hun reuzenpassen bij te houden. En een oogenblik later
+zagen zij voor zich huizen en mannen, die met geweren de huizen kwamen
+uitloopen. Toen zij dit zag, deed zij hem omkeeren hoewel hij wilde
+doorgaan en strijd leveren, en sloegen zij af naar het zuiden.
+
+Terwijl zij vluchtten vloog een kogel rakelings over hunne hoofden.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+DE JONGE CADDLES IN LONDEN.
+
+
+I.
+
+Geheel onbewust van den gang van zaken, niets wetend van de wetten
+die zich steeds nauwer samentrokken om al de Broederen, ja, zelfs
+niet wetend dat er een Broeder leefde op aarde, koos de jonge Caddles
+dezen tijd uit om uit zijn krijtgroeve te komen en de wereld te gaan
+zien. Door zijn somber gepeins kwam hij hièr eindelijk toe. Hij
+kreeg in Cheasing Eyebright geen antwoord op al zijn vragen; de
+nieuwe dominé was nòg minder verlicht dan de oude, en het raadsel
+van zijn doelloozen arbeid werd eindelijk zoo groot, dat hij het niet
+langer dragen kon. "Waarom moet ik hier dag in dag uit in deze groeve
+werken?" vroeg hij. "Waarom zou ik me binnen zekere grenzen houden,
+en zou ik al de wonderen van de wereld daarbuiten niet mogen zien? Wat
+heb ik gedaan, dat ik hiertoe veroordeeld ben?"
+
+En op zekeren dag stond hij op, rekte zich uit, en zeide met luider
+stem: "Neen! ik doe 't niet langer," en toen verwenschte hij de
+groeve met kernachtige taal. En toen, daar hij niet rad van tong
+was, trachtte hij zijn gedachten in daden uit te drukken. Hij nam een
+lorrie, die half met krijt gevuld was en keilde hem met een smak tegen
+een anderen aan. Toen greep hij een heele rij leege lorries en gooide
+ze een glooiing af. Hij smeet er een reusachtig krijtblok tusschen
+dat aan stukken vloog, en brak toen met één krachtigen schop van zijn
+voet ongeveer twaalf rails op. Aldus begon hij op nauwgezette wijze
+de groeve te vernielen.
+
+"'k Zou nog liever, dan hier al mijn dagen in te werken," zei hij.
+
+De kleine geoloog dien hij, in zijn abstractie, over het hoofd
+gezien had, beleefde een angstige vijf minuten. Nadat dit arme wezen
+ternauwernood twee rotsblokken ontweken was, vluchtte hij door den
+westelijken uitgang, den heuvel over, met zijn knapzak dansend op zijn
+rug en met glanzende beentjes die in een kuitbroek gestoken waren,
+en liet een spoor van krijtachtige echinodermata achter zich, terwijl
+de jonge Caddles, voldaan over de verwoesting die hij aangericht had,
+met groote passen naar buiten kwam om zijn fortuin in de wereld te
+gaan zoeken.
+
+"Ik zou nog liever dan in die ouwe rot-groef te werken, tot ik
+doodga en rot en stink!" Wat voor 'n wurm dachten ze wel, dat in
+mijn reuzenlichaam huisde? Krijtgraven voor god weet wat een onzinnig
+doel. 'k Zou je danken!..
+
+De richting van den weg, of van de spoorlijn misschien, deed hem
+den kant naar Londen opgaan, en daar kwam hij opaan stappen, over
+de Duinen, dwars over de weiden, in den heeten namiddag, tot groote
+verbazing van de wereld. Het had voor hem geen beteekenis, dat er aan
+iederen muur en schuur verscheurde roode en witte aanplakbiljetten
+fladderden, waarop verschillende namen te lezen waren.
+
+Hij wist niets van de verkiezings-revolutie die Caterham, "Jack
+de Reuzendooder" plotseling op het kussen gebracht had. Het wilde
+voor hem niets zeggen, dat op elk aanplakbord aan elk politiebureau
+langs zijn weg, aangeplakt was wat bekend stond als Caterham's ukase,
+proclameerend dat geen reus, of eenig ander persoon boven de acht voet,
+zich verder dan vijf mijlen buiten zijn "woonplaats" mocht begeven,
+zonder speciale vergunning. Het zei hem niets, dat achter hem aan
+constabels, die hem niet bij konden houden, en voor wien het een ware
+opluchting was dat ze dit niet konden, waarschuwende biljetten achter
+zijn verdwijnenden rug schudden. Hij wilde zien wat er in de wereld te
+zien was, de arme ongeloovige domme jongen, en hij was niet van plan
+zich te laten ophouden door lieden die nu en dan nijdig "ho" tegen hem
+schreeuwden. Hij liep voort door Rochester en Greenwich op een steeds
+compacter wordende huizenmassa toe; hij liep nu tamelijk langzaam,
+verbaasd om zich heen ziend, en met zijn geweldig houweel zwaaiend.
+
+De Londenaars hadden tevoren al wel iets van hem gehoord, hoe hij een
+beetje idioot was, doch erg zachtzinnig, en wonderwel in toom gehouden
+door Lady Wondershoot's rentmeester en den predikant; hoe hij op zijn
+suffe manier hoog tegen deze autoriteiten opzag en dankbaar was voor
+de zorg, die zij aan hem besteedden, en zoo voort. Zoodat, toen men
+dien middag op de plakkaten der nieuwsbladen [16] las, dat ook hij
+het werk neergelegd had, het velen toeleek dat het een afgesproken
+zaak was. "Zij willen onze kracht op de proef stellen," zeiden de
+passagiers in de treinen, die van hun kantoor naar huis gingen.
+
+"'t Is maar goed dat we nu Caterham hebben."
+
+"Dat is het antwoord op zijn proclamatie."
+
+De lieden in de societeiten wisten er meer van. Zij verdrongen zich
+allen om het telegraaflint of praatten in groepen in hunne rookzalen.
+
+"Hij is ongewapend. Als hij wist wat daar gaande was, zou hij naar
+Sevenoaks gaan."
+
+"Caterham zal wel weten hoe hij hem klein moet krijgen."
+
+De winkeliers vertelden het hun klanten. De kellners in restaurants
+braken er een oogenblik tusschen de schotels uit om een avondblad
+te lezen. De huurkoetsiers lazen het dadelijk na het wedren-nieuws
+ingekeken te hebben... Op de plakaten van het voornaamste
+regeeringsavondblad stond met vette letters te lezen van "De koe bij
+de horens vatten"--Anderen trachtten effect te bereiken met: "Reus
+Redwood gaat voort met de prinses te ontmoeten." "De Echo" volgde een
+geheel eigen methode: "Berichten van Opstand onder de Reuzen in het
+Noorden van Engeland. De Sunderland Reuzen op weg naar Schotland." De
+"Westminster Gazette" liet haar gewone waarschuwende klanken hooren.
+
+"Reuzen, Laat af," zei de "Westminster Gazette," en trachtte uit het
+geval iets te halen, dat dienstig kon zijn om de Liberale Partij weder
+te vereenigen--waarin ten dien tijde vreeselijke scheuring ontstaan
+was door zeven intens-egoïstische leiders. In de latere bladen kwam
+meer eenheid. "De Reus op den New Kent Road," luidde hun aankondiging.
+
+"Ik wou wel es weten," zei de bleeke jongeling in de theezaak,
+"waarom we niets hooren van de jonge Cossars. Je zoudt anders kunnen
+verwachten dat zij zich meer dan een van de anderen zouden roeren..."
+
+"Ik heb hooren zeggen, dat er wéér een van die jonge reuzen op pad
+is," zei de buffetjuffrouw, een glas afdrogend. "Ik heb altijd gezegd
+dat't gevaarlijke kerels waren om zoo maar los te late' loope'. 'k Heb
+'t al dàdelijk gezegd.... Ze moesten d'r 'n stokje voor steke'. Ik
+'oop maar, in elk geval, dat ie deze kant niet uitkomt."
+
+"Ik wou 'm anders wel es zien," zei de jonge man voor het buffet
+snoeverig, en voegde erbij "'k heb de Prinses óók gezien."
+
+"Denk je dat ze 'm wat doen zulle'?" zei de buffetjuffrouw.
+
+"Zulle' misschien wel moete'," zei de jonge man die voor den toonbank
+stond, zijn glas leegdrinkend.
+
+En temidden van tien millioen dergelijke praatjes kwam de jonge
+Caddles naar Londen...
+
+
+
+II.
+
+Ik denk aan den jongen Caddles altijd terug zooals men hem
+op den Nieuwen Kentschen weg zag, met de warme stralen der
+ondergaande zon op zijn verbaasd gezicht. De weg was overvol van
+omnibussen, trams, wagens, karren, trolleys, fietsers, auto's en
+een menigte-in-verbazing--straatslijpers, vrouwen, kindermeisjes,
+winkelende vrouwen, kinderen, vermetele melkbaarden--die alle achter
+zijn moeilijk-bewegende voeten aankwamen. De schuttingen waren overal
+slordig van de verscheurde verkiezingsbiljetten. Een gekakel van
+stemmen rees en daalde om hem. Ge kunt u de klanten en winkeliers
+zich zien verdringen in de deuren, de gezichten die aan vensters
+verschenen en weder verdwenen, de kleine straatjongens hardloopend en
+schreeuwend, de politieagenten die het allen heel stijfjes en kalmpjes
+opnamen, de werklieden hun karwei neerleggend op de steigers en al de
+dooreenkrioelende mengelmoes van kleine menschjes. Zij schreeuwden hem
+toe, vage aanmoedigende woorden of nauw-verstaanbare beleedigingen,
+de stomme pakmoppen van den dag, en hij keek verbaasd op hen neer,
+naar zulk een menigte van levende wezens als hij zich nooit op aarde
+gedacht had.
+
+Naarmate hij verder in Londen vorderde moest hij hoe langer hoe
+langzamer loopen, daar de kleine menschjes zich zoo om hem heen
+verdrongen. De menigte werd bij iedere schrede dichter en eindelijk,
+op den hoek waar twee drukke straten bij elkaar kwamen, stond hij stil,
+en de menigte vloeide als het ware om hem heen en sloot hem in.
+
+Daar stond hij, met zijne voeten een eindje van elkaar, met zijn rug
+tegen een grooten hoogen kroeg die wel tweemaal zoo hoog was als hij,
+en in de lucht eindigde in een reclame bord. Hij staarde neer op de
+dwergen en verwonderde zich al meer--zonder twijfel trachtend dit
+alles in verband te brengen met de andere dingen van zijn leven, met
+de vallei tusschen de lage heuvellanden, de minnaars die hij bij avond
+betrapte, het zingen in de kerk, het krijt dat hij dagelijks afbikte,
+en met instinct, den dood en de lucht, trachtend den samenhang en
+beteekenis van dit alles te vinden. Hij stond daar met gefronste
+wenkbrauwen. Hij hief zijn enorme hand om er mede door zijn haar te
+varen, en kermde luid.
+
+"Ik zie het niet", zeide hij.
+
+Men verstond zijn dialect niet. Een luid gekakel rees over de open
+ruimte--een gebabbel waartusschen de gongs der trams, die hardnekkig
+hun weg door de menigte bleven ploegen, uitklonken, zooals roode
+klaproozen tusschen het koren uitsteken. "Wat zei ie?" "Zei dat ie
+'t niet begreep." Hij zei "waar is de zee?" Hij zei "waar kan ik toch
+gaan zitten?" "Hij wil gaan zitten." "Kan die idioot dan niet boven
+op een huis of iets dergelijks gaan zitten?"
+
+"Wat is jelui doel, jelui kleine krioelende menschjes? Wat doen jelui
+toch allemaal, waar zijn jelui allemaal voor?"
+
+"Waarom zijn jelui allemaal hier, terwijl ik krijt voor jelui hak in
+de krijtgroeven daar ginder?"--zijn eigenaardige stem, de stem die
+zoo nadeelig gewerkt had op de discipline van de school te Cheasing
+Eyebright, deed de menigte verstommen zoolang zij klonk, en deed hen
+eindelijk weder in luid tumult losbreken. De een of andere droogkomieke
+persoon brulde: "Spreken, spreken!" "Wat zegt hij?" werd er telkens
+en telkens weer gevraagd, en men begon te vertellen dat Caddles
+dronken was. "Hé, hé, hé," brulden de omnibus-koetsiers die zich een
+weg baanden. Een dronken Amerikaansch matroos liep huilend rond en
+vroeg: "wat moet hij eigenlijk hebben?" Een voddenkoopman, met een
+leêrachtig gezicht, die op een karretje met een ponnie er voor zat,
+overstemde de menigte door zijn luidere stem. "Ga naar 'uis, pest van
+een reus!" brulde hij, "Ga naar 'uis! Jij verpest groot gevaarlijk
+ding! Zie je dan niet dat je de paarden an 't schrikke maakt. Ga
+naar je land. 'Eeft niemand je gezeid wat er in de wet staat?"--En
+boven al dit rumoer stond de jonge Caddles verward, vol verwachting
+en niets meer zeggend.
+
+Uit een zijstraat kwam een klein rijtje deftige politieagenten,
+en kronkelde zich handig door het gedrang; "doorloopen, asjeblieft."
+
+De jonge Caddles bemerkte dat er een klein donker blauw mannetje hem
+op zijn scheen stond te tikken. Hij keek naar beneden en zag twee
+witte gesticuleerende handen. "Wat?" zei hij, zich vooroverbuigend.
+
+"Kunt hier niet blijven staan," riep de inspecteur.
+
+"Nee! Je kunt hier niet blijven staan," herhaalde hij.
+
+"Maar waar moet ik dan heen?"
+
+"Terug naar je dorp. Je woonplaats. In ieder geval--je moet
+doorloopen. Je stremt het verkeer."
+
+"Wat voor verkeer?"
+
+"Hier op den weg."
+
+"Maar waar leidt die dan heen? waar komt ie vandaan? wat beteekent dit
+toch allemaal? ze staan allemaal om me heen. Wat willen ze toch? wat
+gaan ze doen? Ik wil het weten. Ik heb genoeg van krijt bikken en
+alleen zijn. Wat doen zij voor mij terwijl ik krijt hak? Nu ik toch
+hier ben, zou ik graag hebben dat 't me nù uitgelegd werd."
+
+"Ja hoor is, maar wij zijn hier niet om dergelijke dingen uit te
+leggen. Ik moet je verzoeken door te loopen."
+
+"Maar weet je 't dan niet?"
+
+"Doorloopen, áls je blieft...... Ik zou je raden om maar te maken dat
+je thuis komt. We hebben nog geen speciale instructies ontvangen--maar
+'t is in ieder geval tegen de wet... Uit den weg daar, uit den weg."
+
+Het trottoir aan zijn linkerkant werd heerlijk leeg, en de jonge
+Caddles begaf zich langzaam op weg. Doch nu raakte zijn tong los.
+
+"Ik begrijp het niet," mompelde hij. "Ik begrijp het niet."
+
+Hij sprak nu en dan de menigte, die steeds naast en achter hem
+voortging, met gebroken stem aan. "Ik wist niet dat er zulke plaatsen
+als deze waren. Wat doen jelui toch allemaal voor de kost? waar is
+dit allemaal voor? Waar is dit toch allemaal voor en wat is mijn
+rol hierin?"
+
+Hij had reeds een nieuwe mop doen geboren worden. Jonge mannen, vol
+geestigheid en boertigen luim, spraken elkander op de volgende wijzen
+aan: "Hello, 'Arry, O'cock, waar is dit allemaal voor? Hè? Waar dient
+dit allemaal voor?" waarop een concurreerende varieteit van snedige
+antwoorden gegeven werd, voor het meerendeel onbeleefd. Het meest
+populaire en best geschikte voor algemeen gebruik schijnt geweest te
+zijn "Hou je smoel," of een verachtelijk eruitgegooid: "Stik!"
+
+Maar er waren ook nog andere die bijna even populair waren.
+
+
+
+III
+
+Wat zocht hij toch? Hij verlangde iets dat de dwergen-wereld hem
+niet gaf, een doel, dat de dwergen-wereld hem belette te bereiken,
+dat zij hem zelfs belette duidelijk te zien, en dat hij nooit helder
+zou zien. Dit was het haken van het eenzame stomme monster naar
+gezelligheid, naar zijn ras, naar de dingen die aan hem verwant waren,
+naar iets dat hij zou liefhebben en iets dat hij kon dienen, naar een
+doel dat hij kon begrijpen, en een bevel dat hij kon gehoorzamen. En
+ge weet dat dit alles in hem "stom" was en met stomme woede in hem
+kookte, en dat hij het, zelfs al had hij een broeder-reus ontmoet,
+niet in woorden had kunnen uitdrukken. Het eenige wat hij van het
+leven kende was de eentonige kringloop van het dorpsbestaan, de
+eenige taal die hij kende waren de onbelangrijke praatjes van het
+boerderijtje, die zelfs zijn minst reusachtige behoefte onbevredigd
+lieten. Deze reusachtige eenvoudige jongen kende geen geld, wist
+niets af van handel, niets van de ingewikkelde voorwendsels waarop
+het maatschappelijke gebouw der kleine menschjes gebouwd was. Hij
+had behoefte aan...... Hij had behoefte aan......
+
+Maar waar hij ook behoefte aan had, het werd nooit bevredigd.
+
+Dien geheelen dag en den zomeravond die er op volgde, dwaalde hij rond,
+hongerig wordend, doch tot dàn toe nog onvermoeid, het verkeer, dat
+verschilde naar het karakter der straten, gadeslaand, de niet na te
+gane affairetjes van al die ontelbare wezens. Het geheel droeg een
+zeer verwarrend karakter voor hem......
+
+Ik heb hooren vertellen dat hij in Kensington een dame uit haar
+rijtuig nam, een dame in zeer chic avond-toilet, dat hij haar
+nauwkeurig bekeek, haar sleep en schouderbladen en dat hij haar er
+toen weder--een beetje achteloos--inzette met een diepen zucht. Doch
+voor de waarheid hiervan kan ik niet instaan. Een uur lang stond hij
+te kijken naar de menschen die vochten om plaatsen in de omnibussen
+aan het einde van Picadilly. Men zag hem des middags een paar minuten
+lang als een toren op Kennington Oval [17] staan, doch toen hij zag
+dat deze opeengepakte duizenden verdiept waren in de mysteriën van
+het cricket-spel en niet op hem letten, ging hij weder stenend heen.
+
+Hij kwam weder in Picadilly Circus tusschen elf en twaalf uur des
+nachts en vond daar nu een geheel ander soort van menigte. Blijkbaar
+keken allen scherp om zich heen: vol van de dingen die zij, hij
+begreep niet waarom, wilden doen en van andere dingen die zij niet
+konden doen. Zij keken naar hem op en jouwden hem uit en gingen
+door. De huurkoetsiers, met hun gierenoogen, volgden elkaar in één
+lange rij, langs den rand van het krioelende trottoir. Er kwamen
+lieden uit de restaurants of traden ze binnen, ernstig, vol aandacht,
+vol waardigheid of lichtelijk en aangenaam opgewonden of waakzaam
+en scherp om zich heen kijkend--gladder dan de gladste kellner die
+hen wilde afzetten. Terwijl de kolossus daar op zijn hoek stond, keek
+hij op dit alles neer. "Wat is toch het doel van dit alles?" mompelde
+hij zacht en klagelijk. "Wat is toch het doel van dit alles? Zij zijn
+allemaal zoo ernstig. Wat is er dan dat ik niet begrijp?"
+
+En geen van die allen scheen te zien, zooals hij dit doen kon,
+de dronken ellende der geblankette vrouwen op den hoek, die in
+lompen gehulde ellende, die langs de goten voortsloop, de oneindige
+beuzelachtigheid van al dit gedoe. De oneindige nietigheid! Geen van
+die allen scheen ook maar in de verte de behoefte van dezen reus te
+begrijpen, de schaduw der toekomst te zien, die over hun pad viel......
+
+Aan den overkant gloeiden hoog in de lucht de geheimzinnige letters
+op en verdwenen weder. Zoo hij ze had kunnen lezen, zouden ze hem
+een denkbeeld hebben kunnen geven van de afmetingen der menschelijke
+belangen, zouden zij hem hebben kunnen vertellen van de fundamenteele
+behoeften en van de dingen des levens, zooals de kleine menschjes
+dit tenminste opvatten. Eerst kwam er een gloeiende T.
+
+Toen volgde er een U.
+
+ T U.
+
+Toen P.
+
+ T U P.
+
+Totdat er eindelijk in zijn geheel tegen de lucht de blijde mare te
+lezen stond voor allen die den last van 's levens ernst voelden:
+
+
+ TUPPER's VERSTERKENDE WIJN TOT
+ HERSTEL VAN KRACHTEN.
+
+
+Klik! en het was weder verdwenen in het duister, om op dezelfde
+langzame wijze gevolgd te worden door een tweede algemeene behoefte:
+
+
+ SCHOONHEID's ZEEP.
+
+
+Let wel, het was geen gewone zeep om schoon te maken, maar iets,
+wat men noemt "ideaal"; en vervolgens om den drievoet van het kleine
+leventje volledig te maken:
+
+
+ YANKER's GELE PILLEN.
+
+
+Hierna zat er niets anders op dan dat Tupper weder zou verschijnen,
+in gloeiende purperen letters; klik, klik, schoten ze over het duister:
+
+ T U P P............
+
+Kort na middernacht schijnt de jonge Caddles aan de lommerrijke rust
+van het Regent's Park gekomen te zijn; hij moet over het hek gestapt
+zijn en zich neergelegd hebben over een met gras begroeide helling
+dicht bij de plaats waar men 's winters schaatst en daar sliep hij
+een uur lang. Tegen zes uur in den morgen zag men hem praten tegen
+een beslijkte vrouw, die hij slapende gevonden had in een greppel bij
+Hampstead Heath, en hij vroeg haar zeer ernstig waar zij voor dacht
+op de wereld te zijn......
+
+
+
+IV.
+
+Het omdwalen van Caddles door Londen liep den tweeden dag in den morgen
+plotseling ten einde. Want toen werd zijn honger hem de baas. Hij
+bleef aarzelend staan bij een kar waarin warme, lekker riekende brooden
+gegooid werden, en toen knielde hij snel neder en begon te rooven. Hij
+ledigde de kar terwijl de bakkersknecht de politie ging halen en toen
+kwam zijn groote hand den winkel binnen en veegde den toonbank en de
+kisten ledig. Toen ging hij met een armvol brooden, al etend heen,
+uitziend naar een tweeden winkel om zijn maal voort te zetten.
+
+Toevallig was het een tijd, waarin het werk schaars en het voedsel duur
+was, en in dat stadsgedeelte sympathiseerde de menigte zelfs met een
+reus, al nam hij ook het voedsel dat zij begeerden. Zij juichten hem
+toe toen hij aan het tweede gedeelte van zijn maal begon, en lachten
+om zijn domme gebaar tegen den politie-agent.
+
+"Ik had honger", zeide hij, met zijn mond vol.
+
+"Brayvo!" riep de menigte. "Goed soo!"
+
+Toen hij nu aan een derden bakkerswinkel beginnen wilde, werd
+hij tegengehouden door een half dozijn politie-agenten die zijne
+schenen met wapenstokken bewerkten. "Kijk es hier, reusje, jij gaat
+met mij mee", zeide de hoofdagent. "Je mâg zoover niet van huis. En
+nou ga je met mijn mee naar huis!" Zij deden hun uiterste best hem te
+arresteeren. Men had toen nog geen plan hem te dooden. "Hij heeft niets
+met het complot te maken," had Caterham gezegd. "Ik wil mijn handen
+niet met onschuldig bloed bezoedelen." En hij voegde erbij:--"vóór
+we alles beproefd hebben."
+
+Eerst begreep Caddles niet wat deze attenties te beduiden hadden. Toèn
+hij het begreep, zei hij den agenten zich niet als zotten aan te
+stellen, en ging er van door met groote passen, en liet hen allen
+achter zich. De bakkerswinkels bevonden zich in Harrow Road en hij liep
+dwars door Londen naar St. John's Wood en ging daar in een privaten
+tuin zitten om zijn tanden te stoken, en hier werd hij zeer spoedig
+weder aangevallen door een nieuwen troep agenten.
+
+"La' me met rust, hoor," gromde hij, en liep log door de
+tuinen--bedierf verscheidene gazons en trapte een paar schuttingen
+omver, terwijl de rappe politie-agentjes hem volgden, enkelen door de
+tuinen, anderen langs den weg aan den voorkant der huizen. Er waren
+er hier ook een paar met geweren, doch zij maakten er geen gebruik
+van. Toen hij in den Edgeware-Road uitkwam, was er een andere stemming
+onder de menigte, en een bereden agent reed over zijn voet. Het gevolg
+was dat het mannetje omver werd gekijld voor zijn dienstijver.
+
+"La' me met rust," zei Caddles, zich naar de ademlooze menigte
+keerend. "Ik heb je niks in den weg gelegd."
+
+Hij was toen ongewapend, want hij had zijn krijthouweel in Regent's
+Park achtergelaten. Doch de arme drommel schijnt nu gevoeld
+te hebben dat hij een wapen noodig had. Hij liep terug naar het
+Goederen-emplacement der Great Western Spoorweg-Maatschappij, rukte den
+paal van een groot booglicht uit den grond, die een geweldigen knots in
+zijn hand vormde, en schouderde hem. En toen hij bevond dat de politie
+hem nog maar steeds bleef nazetten en kwellen, liep hij terug, door den
+Edgware Road, naar Cricklewood, en ging droevig gestemd noordwaarts.
+
+Hij zwierf tot bij Waltham en keerde zich toen weder westwaarts, en
+zoo weder naar Londen en langs de begraafplaatsen en over den heuvel
+bij Highgate. En zoo kwam hij tegen den middag weder in het gezicht
+der enorme stad. Hij ging aan den kant van den weg in een tuin zitten
+met zijn rug tegen een huis aan, dat op Londen uitzag. Hij was buiten
+adem en zijn gelaat stond dreigend, en nu verdrongen de menschen zich
+niet langer om hem zooals de eerste maal, toen hij in Londen kwam,
+doch loerden naar hem vanuit een tuin daarnaast, en gluurden vanuit
+veilige schuilplaatsen. Men wist nu dat de zaak er ernstiger uitzag
+dan men eerst gedacht had.
+
+"Waarom kunnen ze me niet met rust laten?" gromde de jonge Caddles. "Ik
+moèt eten. Waarom late' ze me niet met rust?"
+
+Hij zat daar met een gezicht, dat steeds donkerder werd, bijtend op
+zijn knokkels en op Londen neerziend. Al de vermoeidheid, de kwelling,
+de verwarring en de onmachtige woede die hij op zijne zwerftochten
+gevoeld had, bereikten nu hun toppunt. "Wat willen ze toch?" fluisterde
+hij. "Wat willen ze toch? En ze willen me niet met rust laten." En
+telkens herhaalde hij weder bij zich zelven: "wat willen ze toch?"
+
+"Bah, dat kleine volkje!"
+
+Hij beet harder op zijn vingers en zijn gezicht werd nog
+dreigender. "Krijt voor hen bikken," fluisterde hij. "En de heele
+wereld hoort an ze! Ik heb nergens deel aan--nergens."
+
+Plotseling zag hij met een aanval van weëe woede de hem nu reeds zoo
+goed bekende gestalte van een agent schrijlings op den tuinmuur zitten.
+
+"La' me met rust," gromde de reus. "La' me met rust."
+
+"Ik moet m'n plicht doen," zei het agentje, met een bleek, doch
+vastbesloten gezicht.
+
+"La' me met rust, hoor! Ik moet net zoo goed leven as jij ook. Ik
+moet denken. Ik moet eten. La' me met rust!"
+
+"De wet is eenmaal niet anders," zei het agentje, blijvend waar hij
+was. "Wij hebben de wet niet gemaakt."
+
+"Ik ook niet," zei de jonge Caddles. "Jelui kleine menschjes hebben
+dat allemaal gemaakt vóór ik geboren werd. Jelui met je wet! Wat ik
+mag doen en wat niet! Geen eten voor me of ik moet er voor werken
+als een slaaf, geen rust, geen onderkomen, niks, en jij zoudt me
+willen vertellen--"
+
+"Daar heb ik allemaal niks mee te maken," zei de agent. "Ik kan
+daar niet over praten. 't Eenige wat ik te doen heb, is de wet te
+voltrekken." En hij stak zijn tweede been over den muur en scheen
+van plan te zijn naar beneden te komen. Achter hem werden nog meer
+agenten zichtbaar.
+
+"Denk erom--tegen jou heb ik niks," zei de jonge Caddles, zijn
+reusachtige knots omknellend, met bleek gelaat, en een slappen vinger
+naar den agent uitstekend. "Tegen jou heb ik niks, maar dit zeg ik je,
+je láát me met rust."
+
+De agent trachtte kalm te doen, alsof er niets buitengewoons voorviel,
+terwijl hij de reusachtige tragedie toch voor zijne oogen had. "Geef
+mij de proclamatie," zei hij tot een ander die onzichtbaar was,
+en een klein wit papier werd hem aangegeven.
+
+"La' me met rust," zei Caddles, dreigend naar hem kijkend, en zijn
+spieren spanden zich.
+
+"Dit papier wil zooveel zeggen als "ga naar 'uis," zei de agent,
+vóór hij begon te lezen. "Ga naar 'uis naar je krijtgroef. En als je
+dat niet wil, dan zul je d'r de last van motte drage!"
+
+Caddles gromde iets onverstaanbaars.
+
+En toen de proclamatie hem voorgelezen was, gaf de agent een
+teeken. Vier mannen met geweren werden nu zichtbaar en stelden zich
+met voorgewende kalmte op langs den muur. Ze droegen den uniform
+der ratten-politie. Toen hij de geweren zag, werd de jonge Caddles
+plotseling woedend. Hij herinnerde zich de pijnlijke steken die de
+geweren der Wreckstone boeren hem veroorzaakt hadden. "Wil je die
+op me afschieten?" zei hij, ernaar wijzend, en het leek den agent,
+dat hij bang was.
+
+"Als je niet naar je groef terugwilt--"
+
+Het volgend oogenblik had de agent zich laten terugglijden van den
+muur en van zestig voet boven hem kwam de electrische-booglamp-paal
+neerschieten met doodelijke juistheid. Pang, pang, pang, knalden
+de zware geweren, en krak! de versplinterde muur, de grond, en de
+ondergrond van den tuin vloog in het rond. Er kwam iets meevliegen
+dat roode droppels op de handen van een der schutters achterliet. De
+schutters zochten, zich bukkend, een goed heenkomen en keerden zich
+dapper om, om nogmaals te vuren. Doch Caddles, die reeds tweemaal
+door het lichaam geschoten was, had zich met een ruk omgekeerd om
+te zien wie hem zoo ernstig in den rug geraakt had. Pang, pang! Hij
+zag huizen en serres en tuinen om zich heen draaien, en menschen die
+zich verschrikt van de ramen terugtrokken, alles draaide en wankelde
+geheimzinnig en vreeselijk om hem heen. Hij deed drie wankelende
+schreden voorwaarts, hief zijn reusachtige knods op, liet hem toen
+vallen, en drukte zijn hand tegen de borst. De pijn stak hem en deed
+hem ineenkrimpen. Wat was dat, dat daar zoo warm en kleverig op zijn
+hand lekte?...
+
+Een man die uit een slaapkamerraam gluurde, zag zijn gezicht, zag hem
+neerkijken, met weenende verslagenheid, toen hij het bloed op zijn hand
+zag en toen knikten zijne knieën onder hem en hij viel met een smak
+ter aarde, de eerste der reuzen-netels die in Caterham's vastbesloten
+klauwen terechtkwamen, en de allerlaatste die hij gedacht had dat in
+zijn handen zou vallen.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+REDWOOD'S TWEE DAGEN.
+
+
+I.
+
+Zoodra Caterham het oogenblik om den netel aan te vatten gekomen wist,
+nam hij de uitvoering der wet in eigen handen en zond lieden uit om
+Cossar en Redwood te arresteeren.
+
+Met Redwood ging dit gemakkelijk genoeg. Hij had een operatie in de
+zijde ondergaan en de doktoren hadden alle verontrustende tijdingen
+voor hem verborgen gehouden, totdat hij aan de betere hand zou zijn. En
+nu was hij zoover. Hij was juist opgestaan, en zat in een verwarmd
+vertrek, met een berg couranten om zich heen, voor het eerst lezend
+van de agitatie die aan Caterham het land in handen gespeeld had,
+en van al de moeilijkheden die zich boven de hoofden van zijn zoon
+en de prinses samenpakten. Het was 's morgens op den dag dat de jonge
+Caddles stierf en waarop de politieagent den jongen Redwood trachtte
+te weerhouden van zijn tocht naar de Prinses. De laatste bladen die
+Redwood had, stipten deze dingen slechts vaag aan. Hij las deze eerste
+afschaduwingen van tegenspoed nog eens over met een zinkend hart,
+en las er steeds meer de schaduw des doods uit; hij las voort om
+zijn geest bezig te houden tot er verder nieuws zoude komen. Toen de
+politiebeambten den knecht de kamer in volgden, keek hij verlangend op.
+
+"Ik dacht dat je me een avondblad bracht," zei hij.
+
+Toen stond hij op, en zei met een plotselinge verandering van houding:
+"Wat heeft dit te beteekenen?...."
+
+Hiernà bereikte Redwood geen tijding van iets gedurende twee dagen.
+
+Men was met een rijtuig gekomen om hem mede te nemen, doch toen
+het bleek dat hij ziek was, besloot men hem nog een dag of zoo te
+laten waar hij was, tot hij veilig kon vervoerd worden, en de politie
+bezette zijn huis en veranderde het in een tijdelijke gevangenis. Het
+was hetzelfde huis waarin de Reus Redwood geboren was, en waarin
+Herakleophorbia voor de eerste maal aan een menschelijk wezen gegeven
+was, en Redwood was nu al gedurende acht jaar weduwnaar en woonde
+daar alleen.
+
+Hij was nu metaal-grijs, met een klein puntbaardje, en met nog
+altijd levendige bruine oogen. Hij was tenger en had een zachte stem,
+zooals hij altijd gehad had, doch zijne trekken hadden nu die niet te
+beschrijven uitdrukking welke ontstaat door het peinzen over groote
+dingen. Het leek den beambte die hem kwam arresteeren, toe, dat zijn
+voorkomen een indrukwekkend contrast vormde met de kolossaalheid zijner
+vergrijpen. "Deze vent," zei de hoofdagent tot zijn ondergeschikte,
+"heeft zijn uiterste best gedaan om alles in de war te schoppen, en hij
+heeft een gezicht als een kalm landedelman; en daar heb je nou Rechter
+Hangbrow, die de zaken in orde houdt voor iedereen, en die heeft een
+kop als een varken. En dan hun manier van optreden! De één een en al
+vriendelijkheid en de ander niks dan grommen en brommen. 'k Wil dus
+alleen maar zeggen dat je niet op iemand z'n uiterlijk kunt afgaan."
+
+Doch dezen lof van Redwood's minzaamheid werd al heel gauw den
+bodem ingeslagen. De agenten vonden hem lastig in het begin, tot
+zij hem aan zijn verstand gebracht hadden dat het nutteloos was,
+vragen te doen of om couranten te vragen. Zij stelden een onderzoek
+in, in zijn studeerkamer, en namen zelfs de couranten mede die hij
+hàd. Redwood's stem was luid en vol protest. "Maar begrijp jelui dan
+niet," zei hij telkens weer, "dat het mijn zoon is, mijn eenige zoon,
+die in moeilijkheid zit. Om het Voedsel geef ik niets, maar mijn zoon."
+
+"Ik wou waarachtig dat ik u iets kon mededeelen, mijnheer," zei de
+agent. "Maar onze orders zijn strict."
+
+"En wie heeft je die orders gegeven?" riep Redwood uit.
+
+"Ah, ja, ziet u, meneer--" zei de agent, naar de deur gaand...
+
+"Hij loopt z'n kamer op en neer," zei de tweede agent, toen zijn
+superieur naar beneden kwam.
+
+"Goed zoo, dan zal hij 't er wel wat uitloopen."
+
+"Ik mag 't lijjen," zei de hoofdagent, "van diè kant heb ik 't nog
+niet bekeken, zie je, maar die Reus, die met de Prinses verkeert,
+weet je, is zijn zóón."
+
+De twee keken elkaar aan en toen den derden agent.
+
+"Ja, dan is 't wel wat hard voor hem," zei de derde agent.
+
+Het bleek dat Redwood nog niet ten volle begrepen had, dat er een
+ijzeren gordijn gevallen was tusschen hem en de buitenwereld. Zij
+hoorden hem naar de deur gaan, aan den knop draaien en aan het
+slot rammelen, en vervolgens de stem van den agent, die op den
+overloop geplaatst was, en die hem beduidde dat dit alles hem niets
+hielp. Daarna hoorden zij hem aan de vensters, en zagen de agenten
+buiten opkijken. "Neen, u kunt er langs dièn kant evenmin uit," zei
+de tweede agent. Toen begon Redwood uit alle macht te bellen. De
+inspecteur ging naar boven en legde hem met veel geduld uit, dat
+het hem niets gaf of hij al belde, en dat als hij er nù voor niets op
+drukte, men er wel eens niet naar kon luisteren, als hij wèrkelijk iets
+noodig had. "We willen u graag in 't redelijke geven wat we kunnen,
+meneer," zei hij, "maar als u op het knopje drukt, eenvoudig om te
+protesteeren, dan zullen we 'em moeten uitschakelen."
+
+Het laatste woord dat de inspecteur hoorde was een luid: "maar u
+kondt me toch in ieder geval wel vertellen of mijn zoon--"
+
+
+
+II.
+
+Hierna bracht Redwood een groot gedeelte van zijn tijd aan de
+vensters door.
+
+Doch de vensters lieten hem heel weinig zien van den gang der zaken
+buiten. Het was altijd al een stille straat geweest en dien dag was
+zij buitengewoon stil. Men zag er bijna geen enkel huurrijtuig,
+en dien geheelen morgen ging er bijna niets anders voorbij dan
+een winkeliers-karretje nu en dan. Af en toe gingen er menschen
+voorbij--zonder dat er iets bijzonders aan hen te zien was,--nu en dan
+een troepje kinderen, een kindermeisje en een vrouw die ging winkelen,
+en zoo voort. Ze kwamen de straat af links of rechts, met een tergenden
+schijn van onverschilligheid voor alles wat grooter en ruimer van
+zin was dan zijzelven, zij kregen het door de politie bewaakte huis
+met verbazing in het oog en verwijderden zich in tegenovergestelde
+richting, waar de groote ranken van een reuzen hydrangea over de
+straat hingen, en keken dan nog eens om en wezen.... Nu en dan ging
+er een man naar een van de agenten toe om dezen iets te vragen en
+kreeg dan een kort antwoord...
+
+Aan den overkant schenen de huizen uitgestorven te zijn. Eenmaal
+verscheen er een werkmeisje aan een slaapkamerraam en bleef een
+tijdlang nieuwsgierig staan kijken, en het viel Redwood in, haar
+teekens te geven. Een poosje bleef zij naar deze gebaren kijken alsof
+zij haar interesseerden en maakte op haar beurt eenige gebaren terug,
+toen keek ze plotseling over haar schouder en ging heen. Een oude
+man kwam Nummer 37 uitstrompelen, de stoep af en ging zonder op te
+kijken de straat af. Het eenige wat er gedurende tien minuten in de
+straat te zien was, was een kat... En met dergelijke onbelangrijke
+gebeurtenisjes rekte zich die oneindige en toch zoo gewichtige morgen.
+
+Tegen twaalf uur begonnen de courantenjongens in de straat daar
+dichtbij te schreeuwen; doch ook dit verstomde. Tègen hunne gewoonte
+kwamen zij niet door Redwood's straat en hij begon te vermoeden dat
+de politie het einde der straat had afgezet. Hij trachtte het raam
+op te schuiven, doch dit haalde hem onmiddellijk een agent op den hals.
+
+De klok der naburige kerk sloeg twaalf, en na een zee van tijd--één
+uur.
+
+Het was alsof ze hem wilden voor den gek houden met hem een lunch
+voor te zetten.
+
+Hij at een stukje en strooide het voedsel wat rond opdat ze het maar
+weg zouden nemen, dronk nog al wat whiskey, nam een stoel en ging
+weder voor het venster zitten. De minuten rekten zich uit tot grijze
+oneindigheden, en een tijdlang sliep hij...
+
+Hij werd wakker met een vagen indruk van verwijderde ontploffingen. Hij
+nam een trillen der vensterruiten waar als bij een aardbeving; dit
+duurde een minuut of zoo en hield weder op. Toen, na een tijdje stilte,
+herhaalde het zich nogmaals... Toen hield het weder op. Hij dacht dat
+het eenvoudig het voorbijgaan van het een of ander zware voertuig in
+de hoofdstraat zou zijn. Wat zou het anders kunnen wezen?...
+
+Na eenigen tijd begon hij het te betwijfelen of hij dit geluid wel
+gehoord had.
+
+Hij hield eindelooze redeneeringen met zichzelf.
+
+Waarom hadden ze hem eigenlijk gevangen genomen? Caterham was pas
+twee dagen áán--juist lang genoeg--om zijn koe bij de horens te
+grijpen! Zijn koe bij de horens te grijpen! Zijn Reuzen Netel! Toen
+dit refrein hem eenmaal in zijn hoofd zat, kon hij het niet weder
+kwijtraken. Wat kon Caterham eigenlijk doen? Hij was een godsdienstig
+man. Hierdoor kon hij niet zonder geldige redenen geweld gebruiken.
+
+Zijn Netel uitrukken! Misschien dat ze de Prinses zouden gevangen nemen
+en haar buitenslands sturen. Dan konden moeilijkheden volgen met zijn
+zoon. En in dàt geval--! Maar waarom was hijzèlf gearresteerd? Waarom
+was het noodzakelijk hem omtrent een dergelijk iets onwetend te
+laten? Het leek wel alsof er--iets meer--iets gewichtigs achterzat.
+
+Misschien dat ze àl de reuzen wilden oppakken! Allemaal tegelijk. Daar
+was al op gedoeld in de verkiezingstoespraken. En dan?
+
+Zonder twijfel hadden ze Cossar ook al opgepakt.
+
+Caterham was een godsdienstig man. Dààr hield Redwood zich aan
+vast. Het was of de achtergrond van zijn brein een zwart gordijn was,
+en op dit gordijn verscheen en verdween telkens weder een woord--een
+woord, geschreven in vurige letters. Hij vocht voortdurend om het woord
+niet te zien. Het was alsof het telkens begon op het voorhangsel te
+komen en niet voleindigd werd.
+
+Eindelijk zag hij het onder de oogen. "Slachting!" Daar stond het
+woord in zijn volle bruutheid.
+
+Neen! Neen! Neen! Dat was onmogelijk! Caterham was een man met
+godsdienstige principes, een beschaafd man. En bovendien het kòn toch
+niet, dat het werk van al deze jaren, dat al deze hoop met één slag
+vernietigd werd!
+
+Redwood sprong op, en liep de kamer op en neêr. Hij praatte in
+zichzelf; hij riep luide: "Neen!"
+
+Zóó krankzinnig zou de menschheid toch zeker niet zijn--'t kòn
+niet! Het was onmogelijk, het was niet te gelooven, het kòn niet. Wat
+voor nut kon het hebben de menschen-reuzen te dooden, waar de tijd
+van het reusachtige in al de lager-staande dingen nu onherroepelijk
+aangebroken was? Zóó krankzinnig kònden ze niet zijn.
+
+"Ik moet dit uit mijn hoofd zetten," zei hij luid, "ik moet dit
+denkbeeld absoluut uit mijn hoofd zetten!"
+
+Hij zweeg plotseling. Wat was dat?
+
+Nu was hij er toch zeker van dat de ruiten gerateld hadden. Hij ging
+naar het venster om in de straat te kijken. Aan den overkant zàg hij
+de onmiddellijke bevestiging van wat zijne ooren gehoord hadden. Voor
+een slaapkamerraam, op nummer 35 stond een vrouw, met een handdoek in
+de hand, en aan het venster van de eetzaal van nummer 37 zag hij een
+man staan achter een groote vaas overvoed venus-haar, en beiden keken
+ongerust en nieuwsgierig naar boven. Hij zag nu maar al te duidelijk
+dat de agenten op straat het ook gehoord hadden. Het kwam dus niet
+voort uit zijne verbeelding.
+
+Hij wendde zich om naar de duisterwordende kamer.
+
+"Kanonnen," zei hij.
+
+Hij bleef staan peinzen.
+
+"Kanonnen?"
+
+Men bracht hem sterke thee, zooals hij die gewoon was te
+drinken. Blijkbaar had men zijn huishoudster hierin geraadpleegd. Nadat
+hij zijn thee had uitgedronken was hij te rusteloos om nog langer
+aan het venster te zitten, en hij liep de kamer op en neer. Hij begon
+langzamerhand geregelder te denken.
+
+Deze kamer was al vierentwintig jaar zijn studeerkamer geweest. Zij
+was gemeubeld bij zijn trouwen, en al de zwaardere meubels dateerden
+van dien tijd, de groote dubbele schrijftafel, de draai-stoel, de
+luie-stoel bij het vuur, de draaiende boekenstander, de vaste rij
+genummerde vakjes die de nis aan het eind van het vertrek vulden. Het
+kleurige Turksche tapijt, de kleeden uit den lateren tijd van
+Victoria's regeering, en gordijnen die nu verschoten waren tot een
+mooie waardige kleurschakeering, en het roode en gele koper blonk
+prachtig vóór den gloed van het vuur. Electrische lampjes hadden de
+plaats ingenomen van de petroleum-lamp van vroeger dagen; dit was de
+voornaamste verandering, die het oorspronkelijke meubilair ondergaan
+had. Doch tusschen al deze dingen had zijn omgaan met het Voedsel
+allerlei sporen achtergelaten. Langs den eenen wand, boven den dado,
+was een drukke groepeering van foto's en photogravures in lijsten,
+die zijn eigen zoon en Cossar's zonen en andere Bomvoedsel-kinderen
+voorstelden op verschillende leeftijden en temidden van verschillende
+omgevingen. Zelfs het peinzende gezicht van den jongen Caddles kon men
+weervinden in deze verzameling. In den hoek stond een bosje reusachtige
+grashalmen uit een weide bij Cheasing-Eyebright, en op de schrijftafel
+lagen ledige manekoppen zoo groot als hoeden. De gordijn-roeden waren
+grasstengels. En de reusachtige schedel van het groote varken van
+Oakham hing met den snuit naar beneden als een massieve ivoren schouw,
+met een Chineesche pul in elke oogholte, boven het vuur...
+
+Redwood ging naar de foto's en keek in het bijzonder naar de foto's
+van zijn zoon.
+
+Zij riepen hem tallooze herinneringen in het geheugen terug, die
+hij haast vergeten had, uit de dagen toen het Voedsel nog pas in de
+geboorte was; hij dacht aan Bensington's bloode verschijning, aan
+Bensington's nicht Jeanne, aan Cossar en aan den nachtelijken arbeid
+op de Proef-Hoeve. Deze dingen kwamen hem nu weder erg klein en helder
+en duidelijk voor den geest, als dingen die men op een zonnigen dag
+door een verrekijker ziet. En dan was er die reusachtige kinderkamer,
+de kindertijd van den reus, de eerste pogingen om te spreken, en de
+eerste duidelijke teekenen van affectie van het reuzen-kind.
+
+Kanonnen?
+
+Het drong zich aan hem op, onwederstaanbaar en overweldigend, dat
+daarbuiten, ver van deze vervloekte stilte en geheimzinnigheid, zijn
+zoon en Cossar's zonen en al deze heerlijke eerste vruchten van een
+grootscher eeuw aan het vechten waren--op dàt oogenblik zelfs--aan het
+vechten waren om het leven! Zelfs op dat oogenblik was het mogelijk
+dat zijn zoon in de een of andere groote moeilijkheid zat, gewond
+en vermeesterd....
+
+Hij wendde zich plotseling van de foto's af en liep gesticuleerend
+het vertrek op en neer.
+
+"Het kàn niet," riep hij uit. "Het is onmogelijk. Het kàn zoo niet
+eindigen!"
+
+"Wat was dat?"
+
+Hij bleef als verstijfd staan.
+
+Het beven der ramen was weder begonnen, en toen was er plotseling een
+doffe plof gevolgd--een ontzettende ontploffing die het geheele huis
+deed dreunen. Dat moest erg dichtbij geweest zijn. Een oogenblik lang
+leek het hem alsof iets het huis boven hem geraakt had--een enorme
+drukking waarop een gerinkel van vallend glas volgde en toen een
+stilte die eindelijk eindigde in een duidelijk hoorbaar geluid van
+dravende voeten beneden op straat.
+
+Deze voeten schudden hem uit zijne verstijving wakker. Hij wendde
+zich naar het venster en zag dat de ruiten gebarsten waren.
+
+Zijn hart klopte hevig, als voelde hij dat nu de crisis, de
+eindbeslissing en de bevrijding gekomen was. En toen viel de
+plotselinge gedachte aan de gevangenschap, die hem machteloos maakte,
+weder om hem heen als een gordijn!
+
+Buiten zag hij niets behalve dat de kleine electrische lamp aan den
+overkant niet brandde; hij hoorde niets na de eerste aanduiding
+van wilde verwarring. En hij kon niets verders gewaar worden om
+dit mysterie te verklaren of nog te vergrooten, behalve dat er een
+oogenblik later een roodachtig, heen en weer bewegende gloed in de
+lucht zichtbaar werd in het zuid-oosten. Dit licht werd telkens helder
+en verdween weder. Als het verdween twijfelde hij eraan of het eerst
+wel opgekomen was. Het was langzamerhand in de kamer gegleden met het
+schemerduister. Het werd het voornaamste feit in dien langen nacht,
+vol spanning. Soms leek het hem dat het beefde als flikkerende vlammen
+en dan weder verbeeldde hij zich dat het niets anders was dan de gewone
+reflectie der avond-lantarens. Het groeide aan en werd weder minder,
+al die uren lang, en verdween niet éér voor het vervloeide in den
+aanbrekenden dageraad. Beteekende dit--? Wat hàd het te beduiden? Hij
+was er bijna zeker van dat het een brand was, dichtbij of verwijderd,
+doch hij kon zelfs niet zeggen of het rook was of wolken die langs
+de lucht zeilden. Doch tegen één uur begonnen er zoeklichten te
+flikkeren door dien rossigen schijn, die den geheelen nacht bleven
+heen en weder glijden. Dit óók kon allerlei beteekenen. Wat kòn het
+beduiden. Wat betéékende het? Het eenige wat hij had om zijn geest
+bezig te houden, waren deze vuilgevlekte rustelooze lucht en de indruk
+van een geweldige ontploffing. Verder deed zich geen geluid vernemen,
+geen verder heen en weer gedraaf, niets dan geschreeuw dat evengoed
+van dronken lieden op een afstand kon komen....
+
+Hij draaide zijn lichten niet op; hij bleef voor zijn tochtige gebroken
+ruiten staan, en leek den agent, die telkens eens in de kamer kwam
+kijken en hem aanried om wat te gaan rusten, een kommervol, klein
+donker omlijnd mannetje toe.
+
+Den geheelen nacht bleef Redwood voor het venster staan, keek op naar
+het verwarde voorbijdrijven der wolken, en niet vóór den dageraad,
+gaf hij aan zijne vermoeidheid toe en ging hij liggen op het veldbed
+dat men voor hem gespreid had tusschen zijn schrijftafel en het steeds
+lager vlammende vuur in den haard, onder den kop van het groote varken.
+
+
+
+III.
+
+Zesendertig uur lang bleef Redwood opgesloten in zijn kamer en
+afgesloten van het groote drama der Twee Dagen, waarop de kleine
+menschenkinderen, in den dageraad der grootheid, tegen de Kinderen van
+het Voedsel streden. En toen ging plotseling het ijzeren gordijn weder
+op en bevond hij zich dichtbij het centrum van den strijd. Laat in den
+middag werd hij naar het venster getrokken door het rollen van een
+huurrijtuig dat buiten stilhield. Een jonge man sprong eruit en een
+oogenblik later stond er voor hem in de kamer, een tenger gebouwde
+jonge man van misschien dertig jaren, gladgeschoren, goed gekleed
+en welgemanierd.
+
+"Mijnheer Redwood, mijnheer," begon hij, "zoudt u genegen zijn bij
+mijnheer Caterham te komen? Hij verzoekt u zeer dringend bij hem
+te komen."
+
+"Verzoekt mij dringend!"... Er kwam plotseling een vraag in Redwood's
+hoofd op, die hij niet kon uiten. Hij aarzelde. En toen vroeg hij
+met bevende stem: "Wat heeft hij met mijn zoon gedaan?" en wachtte
+ademloos op het antwoord.
+
+"Uw zoon, mijnheer? Uw zoon maakt het goed. Ten minste dat vertrouwen
+wij."
+
+"Maakt hij het goed?"
+
+"Hij werd gisteren gewond, mijnheer. Hebt u dat dan niet gehoord?"
+
+Redwood wierp deze huichelarijen omver door te zeggen, met een stem
+waarin nu niet langer vrees, doch toorn klonk: "U weet heel goed dat
+ik dit niet vernomen heb. U weet heel goed dat ik niets vernomen heb."
+
+"Mijnheer Caterham was bang, mijnheer--Het was een tijd van
+opstand. Iedereen--overrompeld. Hij arresteerde u om uwe veiligheid
+te verzekeren, Mijnheer."
+
+"Hij arresteerde mij om te voorkomen, dat ik mijn zoon zou waarschuwen
+of hem raadgeven. Maar ga voort. Vertel mij wat er gebeurd is. Zijn
+uwe pogingen geslaagd? Hebt gij ze allen gedood?"
+
+De jonge man deed een schrede in de richting van het venster en wendde
+zich toen om.
+
+"Neen, mijnheer," zei hij kortaf.
+
+"Waarvoor komt u hier?"
+
+"Het is ons bewijs, mijnheer, dat wij dit gevecht niet begonnen
+zijn. Zij vonden ons--geheel onvoorbereid.
+
+"U bedoelt?"
+
+"Ik bedoel, mijnheer, dat de reuzen zich tot op zekere hoogte
+hebben--staande gehouden."
+
+Redwood zag nu alles in een ander licht. Een oogenblik leek het alsof
+eene zenuwaandoening de spieren van Redwood's gelaat en keel deed
+schokken. Toen uitte hij een diep "Ah!" En zijn hart sprong in hem
+op van vreugde. "De reuzen hebben zich staande gehouden."
+
+"Er is vreeselijk gevochten--en er zijn vreeselijke verwoestingen
+aangericht. Alles komt voort uit een afgrijselijk misverstand... In het
+Noorden en in het midden van het land zijn er Reuzen gedood... Overal."
+
+"Wordt er nù nòg gevochten?"
+
+"Neen, mijnheer. Er werd een wapenstilstand gevraagd."
+
+"Door hen?"
+
+"Neen, mijnheer. Mijnheer Caterham zond een witte vlag en vroeg
+een wapenstilstand aan. Alles komt voort uit een vreeselijk
+misverstand. Daarom wenscht hij met u te spreken, en u zijn geval
+voor te leggen. Zij staan erop, dat u als bemiddelaar zult optreden--"
+
+Redwood viel hem in de rede. "Weet u ook wat er met mijn zoon gebeurd
+is," vroeg hij.
+
+"Hij werd gewond!"
+
+"Vertel het mij, vertel het mij!"
+
+"Hij en de Prinses stuitten--nog vóór de beweging om het kamp der
+Cossar's--de groeve der Cossar's te Chislehurst--te omsingelen geheel
+uitgevoerd was, plotseling op een colonne infanterie toen zij door
+een dicht kreupelbosch van reuzen-haver kwamen breken... De soldaten
+waren den heelen dag al erg zenuwachtig geweest en dit veroorzaakte
+een paniek."
+
+"Hebben ze hem doodgeschoten?"
+
+"Neen, mijnheer. Zij vluchtten. De een of ander schoot in het wilde
+op hem--tegen de bevelen in."
+
+Redwood gaf te kennen dat hij dit niet geloofde.
+
+"Het is zoo, mijnheer. Ik wil niet beweren dat 't om uw zoon was,
+maar terwille van de prinses."
+
+"Juist, dàt is het."
+
+"De twee reuzen renden schreeuwend naar het kamp. De soldaten liepen
+wild door elkaar en toen vuurde er een. Men zegt, dat ze hem zagen
+wankelen--"
+
+"Hu!"
+
+"Ja, mijnheer. Maar wij weten ook dat hij niet ernstig gewond is."
+
+"Hoè weet u dat?"
+
+"Hij zond bericht, mijnheer, dat hij wel was!"
+
+"Aan mij?"
+
+"Aan wien anders, mijnheer?"
+
+Redwood stond bijna een minuut lang met over elkaar geslagen armen
+om dit alles te omvatten. En toen gaf de verontwaardiging hem zijn
+stem weder.
+
+"Omdat jelui krankzinnig waren dit alles te doen, omdat jelui je
+misrekend en een stomme fout gemaakt hebt, zou je mij willen doen
+gelooven, dat jelui geen moordenaars in voorbedachten rade zijt. En
+bovendien--Hoe is het met de anderen?"
+
+De jonge man keek hem vragend aan.
+
+"De andere Reuzen?"
+
+De jonge man wendde niet langer voor hem niet te begrijpen. Zijn
+stem daalde.
+
+"Er zijn er dertien gesneuveld, mijnheer."
+
+"En nog anderen gewond?"
+
+"Ja, mijnheer."
+
+"En Caterham," hijgde hij, "wil hebben, dat ik hem ga opzoeken!... Waar
+zijn de anderen?"
+
+"Enkelen bereikten het kamp onder het gevecht, mijnheer.... Zij
+schijnen geweten te hebben dat--"
+
+"Natuurlijk wisten ze dat. Als Cossar er niet geweest was--Is Cossar
+daar ook?"
+
+"Jawel, mijnheer. En al de nog overgebleven reuzen bevinden zich
+daar--die welke het kamp niet konden bereiken onder het gevecht,
+zijn verdwenen, of zijn nu veilig onder de vlag der wapenstilstand."
+
+"Dat wil dus zooveel zeggen, als dat jelui verslagen zijt," zei
+Redwood.
+
+"Wij zijn nièt verslagen, mijnheer. Neen, mijnheer. Dàt kunt
+u niet zeggen. Maar uwe zonen hebben tegen de krijgsgebruiken
+gehandeld. Eenmaal gisterenavond en vandaag wèder. Nadat onze
+aanvallende colonnes zich teruggetrokken hadden. Vanmiddag begonnen
+zij Londen te bombardeeren--"
+
+"Dat is volkomen gewettigd!"
+
+"Zij vuurden bommen af, gevuld met--vergif."
+
+"Vergif?"
+
+"Ja. Vergif. Het Voedsel--"
+
+"Herakleophorbia?"
+
+"Ja, mijnheer. Mijnheer Caterham, mijnheer--"
+
+"U zijt verslagen! Natúúrlijk kunnen jelui dáár niet tegen op. Dat
+is het werk van Cossar! En wat rest jullie nu nog? Wat geeft het of
+je de hemel weet wat ook begint? Jelui zult het inademen met het
+stof van de straten. Waarom zouden jelui nog dóórvechten? Jawel,
+krijgsregelen! En nu wil Caterham mij zoover overduvelen dat ik hem
+zal helpen onderhandelen. Goeie God, man? Waarom zou ik meegaan
+naar jelui uitelkaar gespatte zak met wind? Hij heeft zijn kaart
+uitgespeeld... gemoord en de boel wanhopig in de war gestuurd. Waarom
+zou ik nù nog meegaan?"
+
+De jonge man stond daar in een houding van eerbiedige waakzaamheid.
+
+"Mijnheer, het is zooals ik u zei," viel hij Redwood in de rede;
+"de reuzen staan er op u te zien. Zij willen geen anderen bemiddelaar
+dan u. Ik vrees dat, zoo u niet naar hen toegaat, er nog meer bloed
+zal vloeien."
+
+"Aan úw kant misschien."
+
+"Néén, mijnheer--aan beide zijden. De wereld heeft vast besloten,
+dat er een einde aan moet komen."
+
+Redwood keek zijn studeervertrek rond. Zijn oog bleef een oogenblik
+rusten op de foto van zijn zoon. Hij wendde zich om en antwoordde
+den in spanning verkeerenden jongen man:
+
+"Ja, ik zal meegaan."
+
+
+
+IV.
+
+Zijn ontmoeting met Caterham was geheel anders dan hij verwacht
+had. Hij had den man slechts tweemaal in zijn leven gezien, eenmaal
+aan een diner, en eens in de corridors van het Parlementsgebouw,
+en zijn verbeeldingskracht had zich beziggehouden, niet met den
+màn, doch met de creatie der nieuwsbladen en karikaturen, met den
+Caterham uit de legende, "Jack de Reuzendooder," "Perseus" en al
+die andere nonsens. Doch nu kwam de persoonlijkheid van vleesch
+en bloed dit alles omverwerpen. Dit was niet het gelaat uit de
+caricaturen en afbeeldingen, doch het gelaat van een afgewerkt man
+die aan slapeloosheid leed, gerimpeld en lusteloos, en met geel in
+het wit zijner oogen, en een beetje verzwakt om den mond. Zeker,
+dit waren de roodbruine oogen, het zwarte haar, het gepronunceerde
+arends-profiel van den grooten volksman, doch hier was eveneens iets
+dat alle vóór-opgevatte geringschatting en rhetorica wegdreef. Deze man
+was lijdende; hij leed acúut; en zijne zenuwen waren tot het uiterste
+gespannen. Van het eerste oogenblik af aan zag hij eruit als de man
+die zijn rol speelt. Een oogenblik later zag Redwood aan een enkel
+gebaar, en aan een lichte beweging, dat hij zich met artsenijen op
+de been hield. Hij bracht zijn duim naar zijn vestzak en na nog even
+doorgepraat te hebben, wierp hij alle geheimhouding terzijde en liet
+het tabletje tusschen zijn lippen doorglijden.
+
+Bovendien, niettegenstaande zijne overspanning, niettegenstaande het
+feit dat hij ongelijk had, en een dozijn jaren jonger dan Redwood,
+voelde Redwood toch in hem die vreemde hoedanigheid, dat onverklaarbaar
+iets--men zou het bij gebrek aan een beteren naam "persoonlijk
+magnetisme" kunnen noemen--nog aanwezig hetwelk hem deze noodlottige
+hoogte had doen bereiken. En ook hièrop had Redwood niet gerekend. Van
+het eerste oogenblik af aan, overheerschte Caterham Redwood voor zoover
+het den loop en de leiding van hun gesprek betrof. De aard van het
+eerste gedeelte van hun samenspreking, de toon en de leiding er van
+gingen van hem uit. En dat gebeurde alsof het zoo vanzelf sprak. Al
+Redwood's verwachtingen gingen in rook op toen hij voor hem stond. Zij
+hadden elkaar de hand gedrukt vóór Redwood zich nog goed bewust was,
+dat hij deze familiariteit had willen afwijzen; hij gaf van het begin
+den toon van het gesprek aan, zeker en duidelijk, alsof zij samen
+naar middelen zochten om een gemeenschappeltjke ramp te bezweren.
+
+Als hij al eens een fout beging, was het wanneer zijne vermoeidheid
+zijne aandacht een oogenblik de baas werd, en de gewoonte in
+het publiek te spreken hem meêsleepte. Dan richtte hij zich
+op--gedurende hun geheele conferentie stónden de beide mannen--en
+staarde hij langs Redwood heen, en begon zich te verweren en zich
+te rechtvaardigen. Eenmaal zei hij zelfs: "Mijne heeren!" Rustig
+uiteenzettend, begon hij te praten...
+
+Op sommige oogenblikken vergat Redwood zelfs, dat hij tegenover dezen
+man stond als ondervrager, en werd hij niets dan de toehoorder van een
+monoloog. Hij werd de begunstigde toeschouwer van een buitengewoon
+verschijnsel. Hij voelde bijna iets van een specifiek verschil
+tusschen zich zelf en dit wezen welks mooie stem als het ware om
+hem heenvloeide, al maar doorpratend. Deze geest, die zich hier voor
+hem uitte, was zoo machtig en toch tegelijk zoo klein. De naar zijn
+doel stuwende energie, het persoonlijke gewicht, het onverbeterlijke
+over het hoofd zien van zekere dingen, deden in Redwood's geest
+een belachelijk en vreemd beeld geboren worden. Inplaats van als
+een tegenstander, die een medemensch was, een man dien men moreel
+verantwoordelijk kon stellen, en tot wien men redelijke verzoeken
+kon richten, zag hij Caterham als iets, ja, als een monsterachtigen
+rhinoceros, als het ware een beschaafden rhinoceros, voortgekomen uit
+de wildernis van het democratische leven, een monster welks aanval
+en verdediging onwederstaanbaar en onoverwinbaar waren. In al de
+tegen elkaar indruischende woordenwisselingen van die netelige
+zaak was hij de eerste. En verder? Deze man was een wezen, bij
+uitnemendheid geschikt om zich een weg te banen door menigten van
+menschen. Voor hem bestond er geen grover fout dan zelftegenspraak,
+geen wetenschap zóó belangrijk als het verzoenen van met elkaar
+strijdige "belangen." Economische werkelijkheid, topografische
+behoeften, de nauwelijks aangeraakte mijnen van wetenschappelijke
+hulpmiddelen bestonden voor hem evenmin, als spoorwegen of geweren
+of land- en volkenkunde bestaan voor den rhinoceros waarop hij
+in Redwood's verbeelding geleek. Wat alléén voor hem bestond waren
+vergaderingen en kiesvereenigingen en stemmen--ja bovenal, stèmmen. Hij
+was de geïncarneerde stem--millioènen stemmen.
+
+En nu, in deze geweldige crisis met de Reuzen, die wel geleden hadden,
+doch niet verslagen waren, praatte dit stem-monster.
+
+Het was zoo duidelijk dat hij zelfs nù nog alles te leeren had. Hij
+wist niet dat er physieke en economische wetten waren, grootheden
+en reacties die de geheele menschheid, al stemt ze ook "nemine
+contradicente" niet kan weg-stemmen, en waaraan men alleen ten koste
+van algeheele vernietiging kan ongehoorzaam worden. Hij wist niet,
+dat er moreele wetten zijn, die niet verbogen kunnen worden door
+welk oogbedrog ook, of die slechts gebogen worden om met wrekende
+hevigheid terug te springen. Het werd Redwood duidelijk, dat deze man
+als hij voor schroot of den Dag des Oordeels gesteld werd, zich zou
+verschuilen achter de een of andere op eigenaardige manier verdraaide
+"stemming van het Lagerhuis."
+
+Wat zijn geest zelfs op dit oogenblik het meest bezig hield, waren
+niet de machten die de sterkte ginds in het zuiden bezet hielden,
+niet nederlaag of dood, doch den indruk dien dit alles op zijne
+"Meerderheid" zou maken, (de eenige, groote werkelijkheid in zijn
+leven.) Hij moest de Reuzen verslaan of zelf van het politiek tooneel
+verdwijnen. Hij was nog geenszins geheel wanhopig. In dit uur van
+algeheel falen, met bloed en ramp op zijn geweten, en de rijke belofte
+van nog meer vreeselijke rampen; terwijl de reusachtige krachten der
+wereld zich hoog boven hem verhieven en over hem heen vielen, was
+hij nog in staat te gelooven dat als hij zijn stem maar uitzette,
+en uitlegde en nog eens weder uitlegde, hij zijn macht weder zou
+kunnen herstellen. Zonder twijfel zat hij in de klem, en was hij moe
+en lijdend, maar als hij zich er maar bovenop kon houden, als hij
+maar kon blijven sprèken--
+
+Terwijl hij praatte leek het Redwood toe alsof hij naar voren trad en
+zich weder terugtrok, alsof hij zich uitzette en inkromp. Redwood's
+aandeel in wat er gezegd werd, was van zeer ondergeschikt belang,
+en niet anders als het ware dan wiggen, plotseling tusschen zijn
+phrases geschoven.
+
+"Onzin mijnheer." "Neen." "Dàt voorstel geeft natuurlijk
+niets." "Waarom begon u er dan mee?"
+
+Het is twijfelachtig of Caterham hem wel hoorde. Caterham's rede
+omvloeide dergelijke onderbrekingen als een snelle stroom een
+rots. Daar stond deze wonderbare man, op zijn officieele haardkleed,
+pratend, al maar pratend met enorme kracht en vaardigheid, pratend
+alsof een oogenblik rust in zijn rede, in zijne uitleggingen, in zijn
+voorstelling van een standpunt, van overwegingen en middelen, den
+een of anderen vijandigen invloed gelegenheid zou geven zich te doen
+gelden--zich in wóórden uit te drukken,--het eenige wat hij begrijpen
+kon. Daar stond hij temidden der lichtelijk verwelkte pracht van dat
+officieele vertrek waarin de eene man na den ander was ondergegaan
+door het geloof dat een zekere handigheid in het bemiddelen de beste
+manier was om een keizerrijk te regeeren...
+
+Hoe meer deze man praatte, hoe sterker Redwood doordrongen werd van
+de verbazende oppervlakkigheid van dezen woordenvloed. Besefte deze
+man wel dat, terwijl hij daar stond te praten, de geheele groote
+wereld voortleefde; dat het niet te keeren getij van groei al maar
+voortstroomde, dat er nog andere uren bestonden dan die welke men in
+het Parlement doorbracht met praten, en dat de hand der Wrekers van
+het vergoten Bloed gewapend was? Buiten tikte één enkel reuzenblad
+van een Virginische meelbloem, dat het geheele vertrek verduisterde,
+tegen de ruiten, zonder dat iemand er op lette.
+
+Redwood verlangde naar het slot van deze wondere alleenspraak, om te
+kunnen gaan naar een plaats waar hij weder gezonde rede en oordeel zou
+hooren, naar het belegerde kamp, naar de sterke vesting der toekomst,
+waar de Zonen nu bij elkaar waren, in al de glorie hunner grootheid. Om
+daarheen te kunnen gaan had hij al dit gepraat geduldig aangehoord. Hij
+kreeg het eigenaardige gevoel, dat zoo deze alleenspraak niet spoedig
+eindigde, hij er door zou meê gesleept worden, dat hij moest kampen
+tegen den indruk dien Caterham's stem op hem maakte, zooals men kampt
+tegen de werking van een slaapmiddel. De feiten waren veranderd,
+en vervormden zich nog steeds onder die betoovering.
+
+Wat zei die man toch?
+
+Daar Redwood het den Kinderen van het Voedsel moest overbrengen,
+begreep hij dat het tot op zekere hoogte van belang was ernaar te
+luisteren.
+
+Hij zou beter moeten luisteren en zijn neiging om zich te laten
+afleiden door de dingen om hem heen, zoo veel mogelijk moeten
+beheerschen.
+
+Hij hoorde veel praten over "bloedschuld." Dat was alleen maar terwille
+van de welsprekendheid. Dus dat kwam er minder op aan. En dan?
+
+Hij stelde een verdrag voor!
+
+Hij stelde voor, dat de nog overgebleven Kinderen van het Voedsel
+zouden capituleeren en ergens afzonderlijk zouden gaan wonen en een
+eigen maatschappij vormen. De geschiedenis kon op meer dergelijke
+maatregelen wijzen. "Wij zouden hun grondgebied kunnen aanwijzen--"
+
+"Waar?" viel Redwood hem in de rede, zich verwaardigend om te praten.
+
+Caterham greep naar de vraag als een concessie. Hij wendde zijn gelaat
+naar Redwood, en zijn stem werd overredend. Dat zou men later kunnen
+bepalen. Hij moest opmerken, dat dit een punt van ondergeschikt
+belang was. Toen ging hij voort met vaststellen: "En behalve over
+hetgeen zij zelf behoeven op de plaats waar zij zijn, moeten wij de
+absolute beschikking hebben over het Voedsel, en al de Vruchten van
+het Voedsel moeten verdelgd worden--"
+
+Redwood bemerkte dat hij zelf ook aan het onderhandelen raakte:
+"En de Prinses?"
+
+"Die staat erbuiten."
+
+"Neen," zei Redwood, kampend om weder tot het oude standpunt terug
+te keeren. "Dat is belachelijk!"
+
+"Daar spreken we later nog wel over. In elk geval zijn wij het er
+over eens, dat het fabriceeren van het Voedsel moet ophouden--"
+
+"Ik heb niets toegegeven. Ik heb niets gezegd--"
+
+"Maar het gaat toch niet aan, op één planeet twéé menschensoorten te
+hebben, een groot en een klein! Denk eens aan wat er gebeurd is! Bedenk
+dat het nog slechts een voorproefje is van wat er gebeuren zal als
+dit Voedsel ongestoord zijn gang gaat! Denk eens aan al wat u al
+over deze aarde gebracht hebt! Als er een ras van Reuzen moet zijn,
+dat steeds aangroeit en zich vermenigvuldigt--"
+
+"Ik kan daar niet over gaan redeneeren," zei Redwood. "Ik moet
+naar onze kinderen. Ik wil naar mijn zoon. Daarom ben ik naar u toe
+gekomen. Zeg me kort en goed wat uwe voorwaarden zijn."
+
+Caterham hield weder een redevoering over zijne voorwaarden.
+
+Den Kinderen van het Voedsel zou een groot eigen grondgebied afgestaan
+worden--misschien in Noord-Amerika of in Afrika--waarop zij hun leven
+konden leven zooals zij dit zelven wenschten.
+
+"Maar dat is onzin," zei Redwood. "Op dit oogenblik zijn er overal
+al Reuzen. Over geheel Europa--overal!"
+
+"Wij zouden een internationaal verdrag kunnen sluiten. Het is niet
+onmogelijk. Iets dergelijks is al besproken... Doch op dit terrein
+kunnen zij hun leven leven zooals zij dit zelven wenschen. Zij mogen
+doen wat zij willen; zij mogen maken wat zij willen. Wij zullen het
+apprecieeren, als zij allerlei dingen voor ons willen maken. Zij
+kunnen er zeer gelukkig zijn. Bedenk dit eens!"
+
+"Mits er niet meerdere Kinderen komen?"
+
+"Juist. De Kinderen zijn voor ons. En op deze wijze, mijnheer,
+zullen wij de wereld redden, wij zullen haar geheel vrijwaren voor de
+vruchten uwer vreeselijke ontdekking. Het is nog niet te laat voor
+ons. Doch tevens willen wij gaarne deze practische noodzakelijkheid
+verzachten met wat toe te geven. Op dit oogenblik reeds zijn wij
+bezig de plaatsen waar hunne granaten gisteren insloegen, uit te
+branden en dicht te maken. We zullen het overwinnen. Geloof me,
+we zullen het onderdrukken. Doch op die wijze, zonder wreedheid,
+zonder onrechtvaardigheid--"
+
+"En als de Kinderen hier eens niet in kunnen treden?"
+
+Voor de eerste maal keek Caterham Redwood recht in de oogen.
+
+"Zij moèten!"
+
+"Ik geloof niet dat zij het doen zullen."
+
+"Waarom zouden zij niet toestemmen?" vroeg Caterham, met
+warm-geschakeerde verbazing.
+
+"En als ze het eens niet doen?"
+
+"Wat rest ons dan nog behalve strijd? Wij mògen het zóó niet
+voort laten gaan. Wij mógen niet, mijnheer. Hebben jullie,
+mannen der wetenschap dan geen verbeeldingskracht? Hebt ge geen
+mededoogen? Wij kunnen onze aarde niet laten vertrappen door een
+steeds aangroeiende kudde van zulke monsters en door monsterachtigen
+plantengroei zooals uw Voedsel veroorzaakt heeft. Wij kùnnen niet,
+en ik herhaal nog eens, wij mógen het niet! Ik vraag u, mijnheer,
+wat rest ons dan nog dan oorlog? En bedenk wel--wat nu gebeurd is
+was nog pas een begin! Dit was een schermutseling. Niets anders
+dan een gevecht met politie. Gelooft u me, niets anders dan een
+gevecht met de politie. Laat u niet misleiden door perspectief,
+door de grootheid van deze nieuwere dingen en wezens. Achter ons
+staat de natie--staat de menschheid. Achter de duizenden die gevallen
+zijn, staan millioenen. Zoo ik niet teruggedeinsd was voor nog meer
+bloedvergieten, mijnheer, zouden zich achter onze eerste aanvallen,
+nieuwe aanvallen vormen, zelfs op dit oogenblik. Of wij dit Voedsel
+al of niet kunnen uitroeien, zonder eenigen twijfel kunnen wij uwe
+zonen dooden! U bouwt te veel op de dingen die gisteren gebeurd zijn,
+op de gebeurtenissen van een twintig jaren, op één slag. U hebt geen
+begrip van den langzamen gang der Geschiedenis. Ik stel u dit verdrag
+voor terwille van de menschenlevens, nièt omdat het het onvermijdelijk
+einde kan afwenden. Zoo u denkt dat uw armelijke paar dozijn Reuzen
+de geheele kracht van ons volk en van al de met ons verbonden natiën
+die ons ter hulp zullen snellen, kunnen weerstaan; als u denkt dat u
+de Menschheid kunt veranderen in één slag, in één enkele generatie,
+en den aard der natuur en de lichaamsbouw van den Mensch--" Hij stak
+een arm uit. "Ga naar hen toe, Mijnheer! Nù dadelijk! En zie hoe zij,
+om al het kwaad dat zij aangericht hebben, neerhurken tusschen hunne
+gewonden--"
+
+Hij zweeg, alsof hij toevallig een blik op Redwood's zoon geslagen had.
+
+Een tijdlang zwegen de beide mannen.
+
+"Ga naar hen toe," zei hij.
+
+"Ja, dat is juist wat ik wil."
+
+"Ga dan nù..."
+
+Hij wendde zich af, drukte op het knopje van een schel; en buiten
+klonk, als antwoord, onmiddellijk een geluid van deuren die zich
+openden en voeten die kwamen aansnellen.
+
+Het gesprek was geëindigd. De comedie was afgespeeld. En plotseling
+scheen Caterham in te krimpen, te verschrompelen tot een man, met
+een geel gezicht, uitgeput, van middelbare lengte en van middelbaren
+leeftijd. Hij deed een schrede voorwaarts, alsof hij uit de lijst van
+een schilderij trad, en met een voorwenden van die vriendelijkheid die
+loert achter al den openlijken strijd van ons ras, stak hij Redwood
+de hand toe.
+
+En alsof dit zoo van zelf sprak, drukte Redwood hem ten tweeden male
+de hand.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE REUZEN-LEGERPLAATS.
+
+
+I.
+
+Eenigen tijd later zat Redwood in een trein die zuidwaarts over den
+Theems ging. Hij zag in het voorbijgaan even de rivier, die schitterde
+onder de lichten, en de rook die nog opsteeg van de plaats op den
+noordelijken oever waar de granaat neergekomen was, en waar een groote
+menigte mannen aan het werk gezet was om de Herakleophorbia uit den
+grond te branden.
+
+De zuidelijke oever was duister, en om den een of anderen reden waren
+de straten zelfs niet verlicht, en het eenige wat duidelijk zichtbaar
+was, waren de omtrekken der hooge alarm-torens en de duistere massa's
+van bovenverdiepingen en scholen, en na een minuut lang naar buiten
+gegluurd te hebben ging hij met den rug naar het raampje zitten en
+verzonk in gepeins. Er was niets meer te doen of te zien vóór hij de
+zonen zag...
+
+Hij was moe van de spanning der laatste twee dagen. Het leek hem
+toe dat zijne emoties nu uitgeput moesten zijn, doch hij had zich
+versterkt met sterke koffie voor hij op weg ging en nu dacht hij weder
+helder. Hij dacht na over velerlei dingen. Hij ging nog eens na,--doch
+nu in het licht van de gebeurtenissen die voorgevallen waren--, de
+wijze waarop het Voedsel het eerst in de wereld was gekomen en hoe
+het zich ontwikkeld had.
+
+"Bensington meende, dat het een uitstekend Voedsel voor kleine kinderen
+zou zijn," fluisterde hij bij zich zelven, flauwtjes glimlachend. En
+toen kwam in zijn brein weder op, alsof hij nog onbeslist was, de
+pijnigende twijfel nadat hij het Voedsel aan zijn eigen kind gegeven
+had. En hierna, met een stagen, niet aarzelenden gang, niettegenstaande
+elke poging der menschen om het te bevorderen of het tegen te houden,
+had het Voedsel zich verspreid over de geheele menschenwereld. En nu?
+
+"Al dooden zij hen allen," fluisterde Redwood, "dan is de zaak tòch
+geschied."
+
+Het geheim van het maken ervan, was nu heinde en ver bekend. Dit
+was zìjn werk geweest. Planten, dieren, een menigte ontzettend-sterk
+groeiende kinderen zouden onwederstaanbaar samenspannen om de wereld
+te dwingen toch weder tot het Voedsel terug te keeren, wat er ook
+uit den huidigen strijd mocht voortvloeien. "De zaak is niet meer
+te veranderen," zei hij, terwijl zijn geest, niettegenstaande alle
+pogingen om het te verhinderen, toch weder begon na te denken over
+het tegenwoordige lot der Kinderen en dat van zijn zoon. Zou hij
+hen uitgeput vinden van de vermoeienissen van den strijd, gewond,
+omkomend van honger, op het punt verslagen te worden, of zou hij hen
+nog krachtig en vol hoop vinden, gereed voor den nog meer verwoeden
+strijd van morgen?... Zijn zoon was gewond! Doch hij had een boodschap
+gezonden!
+
+Hij begon weder te denken over zijn interview met Caterham.
+
+Hij werd uit zijne overpeinzingen opgeschrikt door het stoppen van den
+trein aan het station te Chislehurst. Hij herkende de plaats aan den
+reusachtigen ratten-alarmtoren die op den top van den heuvel te Camden
+stond, en de rij bloeiende reuzen-klavers die langs den weg groeiden.
+
+Caterhams privaat-secretaris kwam naar hem toe uit het andere rijtuig
+en zei hem, dat de lijn een half uur verder opgebroken was, en dat het
+overige der reis afgelegd zou moeten worden in een auto. Redwood stapte
+uit, op het perron, dat slechts verlicht werd door een handlantaarn
+en waarover de nachtwind koel aanwoei. De stilte van deze verlaten,
+met hout begroeide, en door onkruid overdekte buitenwijk--want al de
+bewoners hadden den vorigen dag de wijk genomen naar Londen, zoodra
+de strijd een aanvang nam--was indrukwekkend. Zijn geleider voerde
+hem den trap af naar de plaats waar een automobiel stond te wachten
+met helle lantaarns aan--de eenige lichten die te zien waren--beval
+den chauffeur goed zorg voor hem te dragen en zei hem vaarwel.
+
+"Zult u uw best voor ons doen?" zei hij, zijns meesters wijze van
+optreden zoo getrouw mogelijk nabootsend, terwijl hij Redwood's hand
+gevat hield.
+
+Zoodra Redwood goed in het bont gestopt was, reden zij het nachtelijk
+duister in. Een oogenblik stond de auto stil en toen vloog hij zacht
+en snel het stationsplein af. Zij draaiden een hoek om en daarna nog
+een, volgden de kronkelingen van een met villa's afgezette laan en
+toen lag de weg voor hen. Het gesnor van den auto klonk al luider en
+luider, tot hij zijn grootste snelheid bereikt had en de donkere nacht
+vloog hen voorbij. De geheele omgeving lag zeer duister onder het
+licht der sterren uitgespreid en het gansche drukke leven lag daar,
+geheimzinnig stil, volkomen geluidloos. Er voer geen zuchtje door de
+boomen en struiken waar zij langs vlogen; de verlaten, bleek-witte
+villa's aan weerszijden, met hunne donkere vensters waarachter geen
+licht brandde, deden hem denken aan het geruischlooze voorbijtrekken
+van een processie skeletten. De chauffeur naast hem was een zwijgzaam
+man, of misschien dat hij zich niet tot spreken geneigd voelde door
+de omstandigheden van den tocht. Hij antwoordde op de korte vragen
+van Redwood met monosyllaben en tamelijk barsch. Langs de zuiderlucht
+schoten geruischloos zoeklichten; de eenige vreemde teekenen van leven
+in die geheele verlaten wereld, die zich overal om de voortsnellende
+machine uitstrekte.
+
+Een oogenblik later stonden er overal langs den kant van den weg
+reusachtige sleedoorn-twijgen die het erg donker maakten, en dan
+stonden er nog hoog gras en pijpkruid, reusachtige doove netels,
+zoo hoog als boomen, wier duistere silhouetten boven hunne hoofden
+voorbijschoten. Toen zij Keston voorbij waren, kwamen zij aan een
+heuvelhelling en reed de chauffeur langzamer. Toen hij den top bereikt
+had, stopte hij. De machine dreunde en zweeg. "Daar," zei hij, en
+zijn groote gehandschoende hand schoof al wijzend, als een zwarte
+vormlooze massa voor Redwood's oogen.
+
+Hij meende in de verte de groote schans, gekroond door den gloed
+waaruit de zoeklichten schoten, tegen de lucht te zien afsteken. Deze
+stralen kwamen en gingen tusschen de wolken en het heuvelland om hen
+heen alsof zij geheimzinnige tooverformules trokken.
+
+"Verder weet ik niet," zei de chauffeur eindelijk en het was duidelijk
+dat hij bang was verder te gaan.
+
+Daar schoot een zoeklicht uit de lucht naar hen neer, bleef plotseling,
+als met schrik, staan, bekeek hen nauwkeurig, een verblindende
+blik die nog eerder verscherpt dan verzacht werd door den stengel
+van het een of ander reuzen-onkruid, dat zich tusschen hen en dit
+licht plaatste. Zij zaten daar met hunne handschoenen voor de oogen,
+trachtende er onderdoor te kijken, tegen het licht in.
+
+"Rij door," zei Redwood na eenigen tijd.
+
+De chauffeur aarzelde nog steeds; hij trachtte zijn aarzeling onder
+woorden te brengen, doch het eenige wat hij zeggen kon was: "verder
+weet ik niet."
+
+Eindelijk waagde hij het verder te gaan. "Nou, vooruit dan maar,"
+zei hij, en bracht weder leven in zijn machine, zorgvuldig gevolgd
+door dat groote helle oog.
+
+Het leek Redwood geruimen tijd toe dat zij niet langer op aarde waren,
+doch in een toestand van zenuwachtigen haast door een lichtende wolk
+schoten. Tuf, tuf, tuf, tuf, ging de machine en telkens--gehoorzamend,
+ik weet niet aan welke zenuwachtige aandrift--liet de chauffeur zijn
+hoorn toeteren.
+
+Zij schoten de welkome duisternis eener met hooge schuttingen
+afgezette laan in, een vallei binnen, en zoo voorbij eenige huizen
+weder in dat verblindende licht. Toen liep de weg een tijdlang over een
+onbegroeiden heuvel, en zij schenen dreunend in de oneindige ruimte
+te hangen. Toen vertoonde zich weder reuzen-onkruid om hen heen en
+schoot langs hen. En toen stond er plotseling vlak voor hen de gestalte
+van een reus, helder blinkend waar liet zoeklicht van onderen op hem
+viel en donker afstekend tegen de lucht daarboven. "Hallo daar!" riep
+hij. "Stop! verder gaat de weg niet... Is dat Vader Redwood?"
+
+Redwood stond op en schreeuwde flauwtjes ten antwoord, en toen stond
+Cossar plotseling naast hem op den weg, zijne beide handen stevig
+drukkend en hem uit den auto trekkend.
+
+"Hoe is 't met mijn zoon?" vroeg Redwood.
+
+"O, goed," zei Cossar. "Hèm hebben ze niet erg geraakt."
+
+"En jouw eìgen jongens?"
+
+"Goed in orde, allemaal. Maar 't is een warm dagje geweest gisteren."
+
+De reus zei iets tot den chauffeur. Redwood ging op zij toen de auto
+omdraaide en toen verdween Cossar plotseling, alles verdween, en hij
+stond een tijd lang in absolute duisternis. Het zoeklicht volgde
+den auto weder terwijl deze terugreed naar den top van den heuvel
+van Keston. Hij zag het kleine rijtuig zich verwijderen temidden
+van dien witten stralenkrans. En het eigenaardige van de zaak was
+dat het net was alsof het voertuig zelf stilstond en de stralenkrans
+zich voortbewoog. Een groep, door den krijg gehavende, reuzen-elzen
+werd plotseling zichtbaar met hunne grillige verkoolde takken, en werd
+weder verzwolgen door de duisternis... Redwood wendde zich weder naar
+de duidelijk-zichtbare gestalte van Cossar en drukte hem de hand:
+"Ze hebben me opgesloten en van alles totaal onwetend gehouden,
+twee volle dagen lang," zei hij.
+
+"Wij vuurden het Voedsel op hen af," zei Cossar. "Ligt voor de
+hand! Dertig schoten. Hè!"
+
+"Ik kom van Caterham."
+
+"Dat weet ik." Hij lachte en er klonk iets bitters in dien lach. "Ik
+vertrouw dat hij bezig is 't op te vegen, he?"
+
+
+
+II.
+
+"Waar is mijn zoon?" zei Redwood.
+
+"O, daar is alles mee in orde, hoor. De Reuzen wachten op je
+boodschap."
+
+"Jawel, maar mijn jongen--"
+
+Hij ging met Cossar een lange, hellende tunnel af die een oogenblik
+rood verlicht en toen weder duister werd, en uitkwam op de groote
+veilige groeve die de reuzen gemaakt hadden.
+
+Redwood's eerste indruk was die van een enorme arena, die omzet was
+met heel hooge rotsen, en welker vloer bestrooid was met allerlei
+dingen. Het eenige licht dat dit alles deed zien was het schijnsel
+der zoeklichten die voortdurend hoog over de groeve heenschoten, en
+een gloed die nu eens aanlaaide dan weder verflauwde, vanuit een hoek,
+waar twee reuzen samen werkten temidden van metaal-geklank. Toen deze
+gloed weder oplaaide zag hij tegen de lucht de bekende omlijningen
+der oude werkloodsen en speelgebouwen die daar gemaakt waren voor
+de jongens van Cossar. Zij hingen nu, als het ware, aan den rand
+van een rots, en waren eigenaardig vervormd en gehavend door het
+bombardement van Caterham's geschut. Hij zag daar boven iets dat op
+stellingen voor reusachtig geschut geleek, en dichter bij lagen groote
+pyramiden kolossale cylinders opgestapeld die misschien ammunitie
+voorstelden. Over de geheele ruime uitgestrektheid beneden lagen groote
+machinerieën en massa's, waarvan hij het gebruik niet kon gissen, in
+wanorde door elkaar. De reuzen verschenen en verdwenen weder tusschen
+deze massa's en in het onzekere licht; allen groote gestalten doch niet
+buiten verhouding met de dingen waartusschen zij zich bewogen. Enkelen
+waren druk bezig, anderen zaten en lagen alsof zij den slaap zochten,
+en een, die zich vlak bij Redwood bevond en wiens lichaam verbonden
+was, lag op een ruw leger van dennetakken en sliep vast.
+
+Redwood keek verbaasd naar deze nauwelijks te onderscheiden gedaanten;
+zijn oogen dwaalden van den eenen bewegenden omtrek naar den anderen.
+
+"Waar is mijn jongen, Cossar?"
+
+En toen zag hij hem.
+
+Zijn zoon zat in de schaduw van een grooten stalen muur. Hij was niet
+anders dan een groote zwarte gedaante, slechts te herkennen aan zijn
+houding--zijn gelaat was onzichtbaar. Hij zat met de kin in de hand,
+alsof hij moê of in gedachten verdiept was. Naast hem ontdekte Redwood
+de gestalte der Prinses, of liever, hij meende uit de donkere gestalte
+die naast zijn zoon stond, te kunnen opmaken dat zij het was, en toen,
+toen de gloed van het ijzer, een eind verder, weder oplichtte, zag
+hij een oogenblik haar rood-verlichte zachte gezicht. Zij keek op
+haren minnaar neer, terwijl haar hand tegen het staal van den muur
+rustte. Het scheen dat zij tot hem fluisterde.
+
+Redwood wilde naar hen toe gaan.
+
+"Straks," zei Cossar. "Eerst je boodschap."
+
+"Ja," zei Redwood, "maar--"
+
+Hij hield plotseling op. Zijn zoon keek nu op en zei wat tot de
+Prinses, doch te zacht om het te verstaan. De jonge Redwood hief zijn
+gezicht op en zij boog zich tot hem over, en wendde haar gelaat af
+voor zij begon te spreken.
+
+"Maar als wij nu eens verslagen worden," hoorde hij de stem van zijn
+zoon fluisteren.
+
+Zij zweeg even, en de roode gloed liet haar oogen zien die glansden
+van ongestorte tranen. Zij boog zich nog meer naar hem over en sprak
+nog zachter. Er was iets zóó intiems en innigs in hun houding, in
+hun fluisteren, dat Redwood--Redwood die twee dagen lang aan niets
+anders dan zijn zoon gedacht had--zich hier te veel voelde. Hij bleef
+plotseling staan. Voor het eerst in zijn leven misschien besefte hij,
+hoeveel méér een vader zijn zoon kan liefhebben dan een zoon ooit
+zijn vader; hij besefte ten volle de heerschappij der toekomst over
+het verleden. Tusschen deze twee was geen plaats voor hem. Hij had
+zijn rol gespeeld. Hij wendde zich tot Cossar, terwijl dit besef hem
+nog vasthield. Hunne oogen ontmoetten elkaar. Zijn stem klonk nu heel
+anders met een toon van kleurlooze vastbeslotenheid erin.
+
+"Ik wil mijn boodschap nù afleveren," zei hij. "Daarna--....Dan kan
+'t altijd nog wel."
+
+De groeve was zoo enorm en lag zoo bezaaid met allerlei, dat de weg
+naar de plaats vanwaar Redwood de Reuzen kon toespreken, lang en
+kronkelig was,
+
+Hij en Cossar volgden een steil afgaanden weg die onder een boog van
+inelkaar sluitende machinerieën doorliep, en kwamen zoo in een groote
+diepe verschansing die dwars over den bodem der groeve liep. Deze
+verschansing, breed en ledig, en toch betrekkelijk smal, droeg er,
+met al het verdere om hem heen, toe bij om Redwood's gevoel van eigen
+kleinheid nog te verhoogen. Het begon hem als het ware een uitgegraven
+keel toe te lijken. Hoog boven zijn hoofd, van hem gescheiden door
+duistere rotsen, flikkerden en schenen hel de zoeklichten en de
+blinkende gedaanten gingen af en aan. Reuzen-stemmen riepen elkander
+daar boven toe, riepen de Reuzen ten Krijgsraad, om de voorwaarden te
+hooren die Caterham gesteld had. De verschansing helde steeds verder
+naar donkere ruimten, naar schaduwen en mysteriën en niet te begrijpen
+dingen, waarin Redwood langzaam afdaalde met aarzelende schreden en
+Cossar met vastberaden tred als van een, die dit alles reeds kende...
+
+Redwood's gedachten gingen over allerlei dingen.
+
+De beide mannen waren nu in de diepste duisternis gekomen, en Cossar
+vatte zijn metgezel bij den pols. Zij waren nu wel gedwongen langzaam
+voort te gaan.
+
+Redwood voelde zich gedrongen te spreken.
+
+"Dit alles is heel vreemd om te zien," zei hij.
+
+"Groot," zei Cossar.
+
+"Vreemd. En het is vréémd dat het mij vreemd toeschijnt--mij, die,
+tot op zekere hoogte, de schepper van dit alles ben. Het is--"
+
+Hij zweeg, trachtende zijn bedoeling duidelijk te maken, en maakte
+een gebaar naar de klip boven, dat de ander door de duisternis niet
+kon zien.
+
+"Ik heb er nooit zoo aan gedacht. Ik heb het druk gehad en de jaren
+zijn omgevlogen. Maar hier zie ik--Het is een nieuw geslacht, Cossar,
+met nieuwe aandoeningen en nieuwe behoeften. Dit alles, Cossar--"
+
+Cossar zag nu zijn onduidelijk gebaar naar de dingen om hen heen.
+
+"Dit alles is de Jeugd."
+
+Cossar gaf geen antwoord, en zijn onregelmatige schreden gingen voort.
+
+"Maar ònze jeugd is het niet, Cossar. Zij hebben alles overgenomen. Zij
+vangen nu aan met eigen aandoeningen, eigen ondervinding en eigen
+levenswijze. Wij hebben een nieuwe wereld gemaakt, die de onze niet
+meer is. Zij is mij zelfs niet--sympathiek. Deze groote ruimte--"
+
+"Die heb ik ontworpen," zei Cossar, met strak gezicht.
+
+"Maar nù?"
+
+"Ah, ik heb haar aan mijn jongens gegeven."
+
+Redwood kon den lossen zwaai van den arm dien hij niet zien kon,
+voelen.
+
+"Juist, zoo is het. Wij hebben onzen tijd uitgediend--of tenminste
+bijnà."
+
+"Je boodschap!"
+
+"Ja. En dan--"
+
+"Is 't gedaan met ons."
+
+"Nu--? Natuurlijk staan wij buiten dit alles, wij twee oudjes," zei
+Cossar, met den welbekenden klank van plotselingen toorn in zijn
+stem. "Natuurlijk. Ligt voor de hand. Een ieder op zijn tijd. En
+nu--is het hùn tijd om te beginnen. Natuurlijk. Wij doen wat we
+doen moeten en dan gaan we heen. Snap je? Daar is de dood voor. Wij
+verwerken ons kleine verstand en onze kleine emoties en dan beginnen
+die na ons komen opnieuw. Met frisschen moed! Heel eenvoudig, niet
+waar? En wat is daar niet goed in?"
+
+Hij zweeg even om Redwood naar een trap te leiden.
+
+"Ja," zei Redwood, "maar ik voel toch--"
+
+Hij voltooide den zin niet.
+
+"Daar is de Dood voor." Hij hoorde 't Cossar beneden zich nogmaals met
+overtuiging zeggen: "Hoe zou 't ànders met de wereld moeten gaan? Dààr
+is de Dood voor."
+
+
+
+III.
+
+Na veel gedaal en geklim kwamen zij uit op een vooruitstekenden
+rand, vanwaar het mogelijk was het grootste gedeelte van de groeve
+der Reuzen te overzien, en vanwaar Redwood zich verstaanbaar kon
+maken voor de geheele vergadering. De Reuzen waren reeds verzameld,
+beneden hem en op verschillende hoogten, om de boodschap te hooren
+die hij zou brengen. Cossar's oudste zoon stond op den wal daarboven,
+gadeslaand wat de zoeklichten openbaarden, want zij vreesden dat
+de wapenstilstand verraderlijk zou verbroken worden. Zij die het
+groote instrument in den hoek bedienden, stonden daar hel verlicht
+door hun eigen licht; zij waren bijna geheel naakt; zij wendden hunne
+gezichten naar Redwood, doch keken telkens weder naar de gietvormen
+die zij niet konden verlaten. Hij zag degenen, die dichtbij stonden
+onduidelijk in het weifelende licht en zij die verder af stonden, nòg
+onduidelijker. Zij verschenen plotseling uit, en verdwenen weder in
+de diepten der duisternis, want deze Reuzen brandden niet méér licht
+dan absoluut noodig was in de groeve, opdat hunne oogen dadelijk
+elke aanvallende strijdmacht, die hen van uit de duisternis mocht
+bespringen, zouden kunnen zien.
+
+Telkens als er toevallig een lichtstraal op hen viel, werd er de een
+of andere groep van lange reuzen-gestalten zichtbaar, de Reuzen van
+Sunderland gekleed in metalen platen die over elkaar heenvielen,
+en de anderen gekleed in leder, in gedraaid touw of in gevlochten
+metaal, al naar de omstandigheden hen hadden doen kiezen. Zij zaten
+tusschen, of lieten de handen rusten op, of stonden rechtop tusschen
+machinerieën en wapenen even machtig als zijzelven, en in hun aller
+oogen, als ze zichtbaar werden, lag vastberadenheid.
+
+Hij probeerde te beginnen, doch kwam zoover niet. Toen, in een
+plotseling oplaaien van het vuur, zag hij het gelaat van zijn zoon
+naar hem geheven, vol liefde en toch sterk; en toen vond hij zijn
+stem weder om hem toe te spreken, en was het hem of hij dwars over
+een afgrond tot zijn zoon sprak.
+
+"Ik kom van Caterham," zei hij. "Hij heeft mij tot u gezonden, om u
+de voorwaarden die hij u aanbiedt, mede te deelen."
+
+Hij zweeg even. "Ik weet, dat zij onmogelijk zijn aan te nemen,
+nu ik u hier allen verzameld zie; het zijn onmogelijke voorwaarden,
+doch ik breng ze u over, omdat ik u allen wenschte te zien--en ook
+mijn zoon. Ik wilde mijn zoon--nog eens zien..."
+
+"Zeg hun de voorwaarden," zei Cossar.
+
+"Dit is wat Caterham aanbiedt: Hij wil, dat jullie van hier gaat en
+zijn grondgebied verlaat!"
+
+"Waarheen?"
+
+"Dat weet hij nog niet. Hij zei zoo iets van "een groot terrein ergens
+in de wereld reserveeren.... En gij moogt geen Voedsel meer maken,
+geen kinderen krijgen, ge moogt leven zooals ge wilt tot ge sterft,
+en dan is alles meteen uit."
+
+Hij zweeg.
+
+"Meer niet?"
+
+"Meer niet."
+
+Er volgde een diepe stilte. De duisternis die de Reuzen omhulde
+leek hem peinzend aan te staren. Hij voelde dat iemand zijn
+elboog aanraakte, en Cossar schoof hem een stoel toe--een typisch
+stukje poppenspeelgoed temidden van deze op elkaar gestapelde
+reuzen-dingen. Hij ging zitten en sloeg de beenen over elkaar, legde
+vervolgens het eene been dwars over de knie van het andere, en hield
+zenuwachtig zijn laars vast, en voelde zich erg klein en alleen, en
+scherp zichtbaar en belachelijk misplaatst temidden van dit alles. Toen
+klonk er plotseling een stem en vergat hij zichzelven weder.
+
+"Ge hebt het gehoord, Broeders," zei deze stem vanuit het duister.
+
+En een tweede antwoordde: "Wij hebben het gehoord."
+
+"En het antwoord, Broeders?"
+
+"Aan Caterham?"
+
+"Is "Neen!"
+
+"En dan?"
+
+Er volgde een stilte van eenige seconden.
+
+Toen zei een stem: "Deze menschen hebben gelijk. Dat wil zeggen, van
+hùn standpunt en naar het verstand dat zij gekregen hebben. Zij hadden
+gelijk alles te dooden wat grooter was dan zijzelven--dier en plant,
+en alle groote dingen die opschoten. Zij hadden gelijk, toen zij ons
+trachtten om te brengen. En ook nù hebben zij gelijk als zij zeggen,
+dat wij niet mogen huwen met anderen die even groot zijn als wij. Zij
+beseffen--en het wordt tijd, dat wij dit ook inzien--dat reuzen en
+dwergen niet tezamen in één samenleving passen. Caterham heeft dat
+telkens en telkens weder herhaald--heel duidelijk--òf aan hun of aan
+òns de wereld."
+
+"Maar wij zijn geen vijftig man sterk," zei een ander, "en zij
+tallooze millioenen."
+
+"Dat is mogelijk. Maar het is zooals ik gezegd heb."
+
+Toen volgde er weder een lange stilte.
+
+"En moeten wij dan sterven?"
+
+"God beware ons daarvoor!"
+
+"Zij dan?"
+
+"Neen."
+
+"Maar dàt zegt Caterham! Hij wil hebben, dat wij ons leven uitleven,
+éen voor éen sterven, totdat er slechts één over is, en die eene
+zal eindelijk ook sterven, en zij zullen alle reuzen-planten en
+onkruid omhakken, de lager-staande reuzen-dierenwereld uitroeien, alle
+sporen van het Voedsel uitbranden--ook aan ons en aan het Voedsel een
+einde maken voor altijd. Dan eerst zal de dwergen-wereld weer veilig
+zijn. Zij zullen voortgaan--voor altijd veilig,--hun kleine leventjes
+te leven, dwergen-vriendelijkheidjes bewijzend, en dwergen-wreedheidjes
+begaand tegenover elkaar; ze zouden het misschien zelfs wel tot een
+dwergen-heilstaat kunnen brengen, een eind maken aan allen krijg, een
+eind maken aan overbevolking, en zich neerzetten in een de geheele
+wereld omvattende stad om aan dwerg-kunst te doen, elkaar vereerend
+tot de wereld begint te bevriezen...."
+
+In den hoek viel een ijzeren plaat met donderend geraas op den grond.
+
+"Broeders, wij weten wat wij willen."
+
+Bij een plotseling flikkeren der zoeklichten, zag Redwood ernstige
+jeugdige gezichten zich naar zijn zoon wenden.
+
+"Het is nu gemakkelijk het Voedsel te maken. Wij zouden gemakkelijk
+Voedsel voor de geheele wereld kumnen fabriceeren."
+
+"Je bedoelt, Broeder Redwood," zei een stem uit de duisternis,
+"dat de kleine menschjes het Voedsel moeten eten."
+
+"Wat valt er anders te doen?"
+
+"Maar wij zijn geen vijftig man sterk en zij vele millioenen."
+
+"Maar wij hebben ons staande gehouden.''
+
+"Tot nu toe, ja."
+
+"Als God het wil, kunnen wij dit nògmaals."
+
+"Ja, maar denk eens aan de dooden!"
+
+Toen vervolgde een andere stem: "De dooden. Denk aan de nog niet
+geborenen...."
+
+"Broeders," zei de stem van den jongen Redwood, "wat rest ons nog,
+dan hen te bevechten, en àls wij hen verslaan, hen te dwingen om
+van het Voedsel te eten? Zij moèten het nu wel nemen. Veronderstel,
+dat wij ons erfdeel zouden afstaan en dezen nonsens die Caterham ons
+aanbiedt, aannemen! Gesteld dat wij dit kònden! Gesteld dat wij al dit
+groote opgeven dat in ons leeft, en al wat onze vaders voor ons gedaan
+hebben,--dat gìj vader--voor ons gedaan hebt--en als onze tijd daar
+is, in het niet verzinken en rotten! Wat dan? Zal deze kleine wereld
+dan zijn zooals zij tevoren was? Zij mogen kampen tegen grootheid
+in ons die menschenkinderen zijn, maar zullen zij overwinnen? Zelfs
+al doodden zij ons een voor een, wat zou dit dan nog? Zou dit hen
+redden? Neen! Want er is Grootheid opgestaan, niet alleen in ons,
+niet alleen in het Voedsel, maar in het willen van alle dingen. Het
+uit zich in den aard van alles; het is een deel geworden van tijd en
+ruimte. Te groeien, al maar te groeien, dit is het doel--dit is de
+Levenswet. Welke andere wet kan daarnaast nog bestaan?"
+
+"Om anderen te helpen?"
+
+"Te groeien. Anderen te helpen is óók groei. Tenzij wij hen helpen
+te falen...."
+
+"Zij zullen hun uiterste best doen om ons te verslaan," zei een stem.
+
+En weer een andere: "Wat zou dat?"
+
+"Zij zullen vechten," zei de jonge Redwood. "Als wij deze voorwaarden
+niet aannemen, twijfel ik er niet aan of zij zullen vechten. Ik hoop
+werkelijk, dat zij er open en rond mee voor den dag zullen komen en ons
+bevechten. Als zij ons bij slot van rekening vrede aanbieden, zal hun
+dit des te beter in staat stellen ons onverhoeds aan te vallen. Begaat
+geen fout, Broeders; op de een of andere wijze bestrijden zij ons
+tòch. De strijd is begonnen en wij moeten strijden tot het einde. Als
+wij niet wijs zijn, zullen wij nog bevinden, dat wij slechts geleefd
+hebben om hun beter wapenen tegen onze kinderen en ons geslacht
+in handen te geven. Tot nu toe hebben wij slechts den dageraad van
+den strijd gezien. Ons geheele leven zal één strijd zijn. Eenigen
+van ons zullen gedood worden in den strijd, anderen zullen belaagd
+worden. Er zal geen gemakkelijke overwinning volgen--geen overwinning,
+die niet half een nederlaag voor ons is. Weest daar zeker van. Doch
+waarom zou ons dit afschrikken? Als wij ons slechts staande houden,
+zoo wij slechts achterlaten een groeiende menigte, om den strijd
+voort te zetten als wij heengegaan zijn!"
+
+"En morgen?"
+
+"Zullen wij het Voedsel overal verspreiden; wij zullen de wereld
+verzadigen van het Voedsel."
+
+"En als zij eens nieuwe en meer aannemelijke voorwaarden mochten
+stellen?"
+
+"Onze voorwaarden zijn het Voedsel. Nooit kunnen klein en groot naast
+elkander leven in een duurzamen vrede. Of het één, of het ànder. Met
+welk recht zouden onze ouders zeggen: "Mijn kind zal geen ander licht
+hebben dan ik gehad heb, zal niet grooter worden dan ik geworden
+ben." Zijt gij het met mij eens, Broeders."
+
+Een goedkeurend gemompel antwoordde hem.
+
+"En voor de kinderen die vrouwen zullen worden, zoowel als voor de
+kinderen die mannen zullen worden," zeide een stem uit het duister.
+
+"Méér nog--die moeders zullen worden van een nieuw geslacht..."
+
+"Doch voor het volgend geslacht moet er nog groot en klein zijn,"
+zei Redwood met de oogen op het gelaat van zijn zoon gevestigd.
+
+"Nog vele geslachten lang. En het kleine zal het groote steeds in
+den weg staan en het groote zal het kleine onderdrukken. Dit mòèt
+zoo zijn, vader.
+
+"Er zal strijd heerschen.
+
+"Strijd zonder einde. Eindeloos misverstand. Het geheele leven is
+zoo. Groot en klein kunnen elkaar niet begrijpen. Doch in elk kind
+dat uit menschen geboren wordt, Vader Redwood, schuilt een zaadje
+grootheid--dat op het Voedsel wacht."
+
+"Dan zal ik naar Caterham moeten gaan en hem zeggen, dat--"
+
+"Gij blijft bij ons, Vader Redwood. Bij het aanbreken van den dageraad
+gaat ons antwoord naar Caterham."
+
+"Hij zegt, dat hij jullie zal bevechten tot...."
+
+"Zoo zij het," zei de jonge Redwood, en zijne broederen mompelden
+goedkeurend.
+
+"Het ijzer wacht," mompelde een stem, en de twee reuzen die in den
+hoek aan het werk waren, begonnen rythmisch te hameren, wat bij dit
+tooneel klonk als een begeleiding van een machtige muziek. Het metaal
+gloeide heller dan het tevoren had gedaan, en liet Redwood het kamp
+duidelijker zien dan hij het tot nu toe had kunnen waarnemen.
+
+Om hem heen stonden de jonge reuzen, torenhoog en schoon, glanzend in
+hun maliën, temidden der toebereidselen voor den dag van morgen. Zijn
+hart sprong op van vreugde toen hij hen zoo zag. Hun kracht kwam
+zoo gemakkelijk! Zij waren zoo groot en gracelijk! Hunne bewegingen
+waren zoo vast! En daar stond zijn zoon tusschen hen, met de eerste
+van alle reuzen-vrouwen, de Prinses naast zich....
+
+In zijn hoofd kwam plotseling een allervreemdst contrast op, het
+terugdenken aan Bensington, heel levendig en klein--Bensington met
+zijn hand in het zachte borstdons van dat eerste groote kuiken,
+staande in zijn conventioneel gemeubileerde kamer, en weifelend over
+zijn bril heenkijkend naar Nicht Jane, die de deur dichtsmeet...
+
+Het was alles gebeurd in een gisteren van een en twintig jaren.
+
+Toen werd hij plotseling bevangen door een vreemden twijfel: dat
+deze plaats en al de grootheid die hij om zich zag, slechts een
+droomweefsel was; dat hij zelf droomde en straks zou ontwaken,
+en zich weder in zijn studeerkamer bevinden, de Reuzen vermoord,
+het Voedsel geheel vernietigd en hij zelf gevangen en opgesloten.
+
+Als je daar op neer kwam; wat was het leven dan anders dan een
+voortdurende gevangenschap! Dit was het hoogtepunt en het einde van
+zijn droom. Hij zou ontwaken temidden van bloedvergieten en strijd,
+en zijn Voedsel het dwaaste aller hersenschimmen bevinden, en zijn hoop
+op en geloof aan een beter wereld zouden evenmin verwezenlijkt worden
+als het kleurige vliesje op een poel vol rottende stoffen. Onverwinbare
+kleinheid!...
+
+En zoo hevig en diep was deze neerslachtigheid, deze vrees voor
+ontnuchtering, dat hij opsprong; Hij stond daar en drukte de gebalde
+vuisten tegen zijne oogen en bleef zoo een oogenblik staan, bang, als
+hij ze opende, te zien, dat de droom reeds in het niet vergaan was.....
+
+De stemmen der reuzenkinderen spraken tot elkaar, als een
+zachteren klank door de galmende melodie der smeden. Zijn twijfel
+verminderde. Hij hoorde de reuzenstemmen; hij hoorde hunne
+bewegingen nog om zich heen. Het was werkelijk, ongetwijfeld was
+het werkelijkheid--even werkelijk als spijtige daden! Inderdaad méér
+werkelijk, want mogelijk zijn deze groote dingen, de dingen die komen
+zullen; en de kleinheid, bestialiteit, en de zwakheid der menschen
+zijn dingen die voorbijgaan. Hij opende de oogen.
+
+"Klaar!" riep een der twee smeden, en zij wierpen hunne hamers neer.
+
+Er klonk een stem hoog boven Redwood. De zoon van Cossar, die op de
+groote aarden wal stond, had zich omgewend en sprak hun nu allen toe.
+
+"Het is niet ons opzet om het kleine volk de wereld uit te dringen,"
+zei hij, "opdat wij die slechts één stap verder zijn van hun
+kleinheid, de wereld voor altijd zouden kunnen bezitten. Het is de trap
+waarlangs wij moeten opklimmen, waarvoor wij strijden, en niet voor
+onszelven.... Hier zijn wij, Broeders, en met welk doel? Om getrouw te
+zijn aan het leven en het Doel waarvoor wij geboren zijn. Wij strijden
+niet voor onszelven--want wij zijn slechts de handen en oogen van het
+Leven der wereld. Dit hebt gij, Vader Redwood, ons geleerd. Uit ons,
+zoowel als uit het kleine volk, spreekt de Geest. En van ons moet hij,
+door woord, geboorte en daad overgaan--op nòg gróótere levens. Deze
+aarde is geen rustplaats, deze aarde is geen speelplaats; als dit
+zoo was, ja, dan zouden wij onze keel het mes van het kleine volkje
+kunnen voorhouden, daar wij dan niet méér recht om te leven zouden
+hebben dan zij. En dan zouden zij op hun beurt moeten onderdoen voor
+mieren en ongedierte. Wij strijden niet voor onszelven, doch voor
+den Groei--groei die steeds dóórgaat. Morgen, hetzij wij blijven
+leven of sterven, zal de Groei door ons overwinnen. Dat is de wet van
+den Geest voor altijd. Te groeien zooals God het wil! Deze spleten
+en holen, schaduwen en duisternis te ontgroeien, naar grootheid
+en licht! Grooter," zei hij, het woord langzaam en met nadruk
+uitsprekend,--"steeds grooter. Al maar te groeien--. Groeien tot
+wij eindelijk groot genoeg zijn om bij God te leven. Groeien... tot
+de aarde niet meer is dan een voetbank onzer voeten... Tot de geest
+de vrees geheel zal verdreven hebben en zich over alles zal hebben
+verspreid"... Hij zwaaide zijn arm hemelwaarts:--"Daar!"
+
+Zijn stem zweeg. De witte gloed van een der zoeklichten straalde
+neer, en viel een oogenblik op hem, en hij stond daar, reusachtig,
+met één hand ten hemel geheven.
+
+Eén oogenblik straalde hij, en keek onbevreesd in de met sterren
+bezaaide hemeldiepten; gekleed in maliën, jong en sterk, vastberaden
+en kalm. Toen gleed het licht heen en was hij nog slechts een groote
+donkere omtrek, die tegen den sterrenhemel afstak,-- een groote
+zwarte omtrek, die met een machtig gebaar het firmament en al die
+sterrenscharen bedreigde.
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+Boek I.
+
+De ontdekking van het voedsel.
+
+ Pag.
+ Hoofdstuk I. De ontdekking van het Voedsel 5
+ Hoofdstuk II. De Proef-Hoeve 19
+ Hoofdstuk III. De Reuzen-Ratten 58
+ Hoofdstuk IV. De Reuzen-Kinderen 102
+ Hoofdstuk V. Het in het niet verdwijnen van
+ den heer Bensington 138
+
+Boek II.
+
+Het voedsel in het dorp.
+
+ Hoofdstuk I. De komst van het Voedsel 153
+ Hoofdstuk II. De reusachtige Telg 179
+
+Boek III.
+
+De oogst van het voedsel.
+
+ Hoofdstuk I. De veranderde wereld 201
+ Hoofdstuk II. De Reuzen-Geliefden 232
+ Hoofdstuk III. De jonge Caddles in Londen 256
+ Hoofdstuk IV. Redwood's Twee Dagen 273
+ Hoofdstuk V. De Reuzen-Legerplaats 298
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Brock is dè vuurwerkmaker in Engeland en bij Brock's Benefiet,
+eenmaal per jaar in het "Crystal Palace", wordt een eindeloos getal
+rakketten enz. opgelaten.
+
+(Noot van Vertaler.)
+
+[2] Reckitt's zakjes-blauw wordt geacht uitstekend te helpen als men
+door een wesp etc. gestoken is, en dit op de oploopende plaats legt.
+
+[3] Sponsachtige uitwas van het genus fungales.
+
+[4] Roman van de veelschrijfster Marie Corelli. (Red.)
+
+[5] Fransch schrijver van werken over "de zielkunde der menigte",
+evenals Sighele. (Red.)
+
+[6] In Amerika heeft, in de groote hôtels, iedere verdieping haar
+eigen beambte of klerk. Wells schijnt dit overgebracht te hebben op
+de groote particuliere huizen, die in verdiepingen verhuurd worden.
+
+[7] Hooligans zijn de ruwste, meest bandelooze soort van
+straatslijpers.
+
+[8] Pyracanthus is een soort hagedoorn.
+
+[9] Climacterisch, letterlijk: naar zekere tijdperken. Volgens
+oud-medische beschouwing wordt een menschenleeftijd verdeeld in
+tijdperken, die aan het eind levensgevaarlijk zouden zijn. Vooral
+het 63e jaar, waarbij een zekere sufheid intreedt. Men zou, als van
+een vrucht, kunnen zeggen, dat de mensch "beurs" wordt.
+
+[10] West-End is het deftigere gedeelte van Londen.
+
+[11] De hooge huizen van twintig en meer verdiepingen in Londen.
+
+[12] "Verandert niet".
+
+[13] "Overstap".--Waar in Engeland een voetpad over partikulier land
+loopt, dat omheind is, zijn bij de kruisingen en afscheidingen overal
+zoogenaamde "stiles" aangebracht; soms draaiende hekken, soms eenige
+treden, om over te stappen.
+
+[14] Wolfsveest: kampernoelje, paddenstoel--latijn: Lycoperdon.
+
+[15] Het "ei van Koning Rock" speelt een rol in de geschiedenis van
+Aladdin en de Wonderlamp, waar de broeder van den vermoorden toovenaar
+Aladdin doet overhalen de geesten van de lamp om dat ei te vragen. (Zie
+onze uitgave van dit verhaal.)
+
+[16] Anders dan hier te lande worden de nieuwsbladen, onmiddellijk
+nadat zij uitgegeven zijn, rondgevent op straat door jongens, die
+tevens groote reclame-biljetten bij zich hebben, waarop het meest
+sensationeele van den dag te lezen staat.
+
+[17] Kennington Oval: het bekende cricket-veld bij Londen.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het voedsel der Goden en hoe het op
+Aarde kwam, by H. G. Wells
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VOEDSEL DER GODEN ***
+
+***** This file should be named 36982-8.txt or 36982-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/6/9/8/36982/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.