summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--36294-8.txt16481
-rw-r--r--36294-8.zipbin0 -> 356208 bytes
-rw-r--r--36294-h.zipbin0 -> 868275 bytes
-rw-r--r--36294-h/36294-h.htm16665
-rw-r--r--36294-h/images/back-th.jpgbin0 -> 20482 bytes
-rw-r--r--36294-h/images/back.jpgbin0 -> 182521 bytes
-rw-r--r--36294-h/images/cover-th.jpgbin0 -> 28779 bytes
-rw-r--r--36294-h/images/cover.jpgbin0 -> 208371 bytes
-rw-r--r--36294-h/images/spine-th.jpgbin0 -> 6977 bytes
-rw-r--r--36294-h/images/spine.jpgbin0 -> 51961 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
13 files changed, 33162 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/36294-8.txt b/36294-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..8f9456c
--- /dev/null
+++ b/36294-8.txt
@@ -0,0 +1,16481 @@
+The Project Gutenberg EBook of Cleopatra, by Georg Ebers
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Cleopatra
+ historische roman van George Ebers
+
+Author: Georg Ebers
+
+Translator: Louise Stuart
+
+Release Date: June 3, 2011 [EBook #36294]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK CLEOPATRA ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. |
+ | Variaties in spelling (met/zonder trema, ae/æ, met/zonder |
+ | afbreekstreepje, variatie aanhalingstekens) zijn behouden. |
+ | |
+ | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. |
+ | Vette tekst is weergegeven als $vet$. In het origineel |
+ | uitgespatiëerde tekst is weergeven als ~uitgespatiëerd~. |
+ | |
+ | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+CLEOPATRA
+
+
+
+
+ CLEOPATRA
+
+ HISTORISCHE ROMAN
+
+ VAN
+ GEORGE EBERS
+
+ ~UIT HET HOOGDUITSCH VERTAALD~
+
+ DOOR
+
+ LOUISE STUART
+
+ TWEEDE DRUK
+
+ AMSTERDAM
+ VAN HOLKEMA & WARENDORF
+
+
+
+
+VOORREDE.
+
+
+Wanneer men somtijds wilde beweren dat de sentimenteele liefde van onzen
+tijd aan de Heidensche oudheid vreemd is geweest, dan wees de schrijver
+van dit boek in de eerste plaats op het minnend paar Antonius en
+Cleopatra, en op het testament van dien krachtigen Romeinschen veldheer.
+Hij had daarin den wensch geuit om, waar hij ook zou sterven, begraven
+te worden naast de vrouw, die hem tot het einde toe zoo dierbaar was.
+Aan dat verlangen werd voldaan, en het innig verbonden leven dezer twee
+zeer buitengewone menschen, dat aan de geschiedenis behoort, heeft reeds
+meer dan eens een welkome stof geleverd aan kunst en poëzie.
+
+Vooral ten opzichte van Cleopatra, is hun beider bestaan gehuld in een
+weefsel van romantiek, die zeer nabij komt aan de sprookjeswereld.
+Zelfs haar ergste vijanden bewonderen hare schoonheid, en de zeldzame
+geestesgaven die zij heeft bezeten. Daarentegen behoort haar karakter
+tot de moeilijkste raadsels der zielkunde. De slaafsche geest der
+Romeinsche dichters en schrijvers, die niet openlijk konden of wilden
+erkennen welk een schitterend licht er uitging van de vijandin van hun
+Staat en Keizer, hebben dat vraagstuk verklaard ten haren nadeele. Alles
+wat Aegyptisch heette was bij de Romeinen gehaat of verdacht, en zij
+konden aan deze vrouw, die te huis behoorde aan den Nijl, moeilijk
+vergeven, dat zij eenmaal een Julius Caesar aan hare voeten had gezien,
+en Marcus Antonius aan zich had onderworpen. Andere geschiedschrijvers,
+met Plutarchus aan hun hoofd, hebben het raadsel eerlijker opgelost,
+meermalen zelfs ten gunste van Cleopatra.
+
+Het was voor den schrijver een aangename taak de persoon dier
+ongelukkige Koningin nader te leeren kennen, en uit het groote
+aantal der bestaande oorkonden allereerst voor zich zelven een
+menschelijk beeld te scheppen, waarin hij zelf gelooven kon. Jaren
+zijn voorbijgegaan eer hij daarmede gereed was; doch nu, terwijl hij
+zijn voltooide schilderij beziet, vreest hij dat misschien menigeen
+bezwaar zal hebben tegen de helderheid zijner kleuren. Toch zou het
+den maker geen moeite kosten, iedere tint die hij gebruikt heeft, te
+rechtvaardigen. Wanneer hij, onder het werken, zijn heldin leerde
+liefhebben, dan was dat, omdat hoe duidelijker deze merkwaardige
+vrouwen-figuur vóór hem stond, hoe levendiger hij gevoelde en helderder
+inzag, dat zij niet alleen medelijden en bewondering verdiende maar ook,
+met al hare zwakheden en gebreken, die toewijding en liefde, die zij bij
+zoovelen heeft gewekt.
+
+Niemand minder dan Horatius heeft Cleopatra dan ook genoemd: "non
+humilis mulier",--een vrouw, die tot geen laagheid in staat was. Dit
+woord verkrijgt echter zijn grootste beteekenis, wanneer men weet dat
+het prijkt in de hymne, die de dichter heeft gewijd aan Octavianus en
+zijne overwinning over Antonius en Cleopatra. Het was stoutmoedig van
+hem, in zulk een lied de vijandin van den overwinnaar met zooveel lof te
+vermelden. Toch heeft hij dat gewaagd, en zijn woord, dat men een daad
+mag noemen, behoort tot de schoonste eeretitels der veel miskende vrouw.
+
+Het had helaas een minder krachtige uitwerking dan het oordeel van Dio,
+die meermalen de mededeelingen van Plutarchus verminkt, en zich dan ook
+voornamelijk aansluit bij de comedie of de volksverhalen, die niet
+durfden wagen te Rome de Aegyptische Vorstin in een gunstig daglicht te
+plaatsen.
+
+Billijker dan de meeste Romeinsche berichtgevers toont zich de Griek
+Plutarchus, die, ook ten opzichte van den tijd, onze heldin naderbij
+kwam dan Dio. Zijn grootvader had zelfs nog allerlei dingen omtrent
+Antonius en Cleopatra gehoord van zijn landgenoot Philotas, die
+gedurende de glansperiode van het beroemde paar te Alexandrië, in die
+stad als student verblijf had gehouden. Van alle schrijvers die van de
+Koningin melding maken, is hij de vertrouwbaarste, doch ook van zijne
+verzekeringen moet met omzichtigheid gebruik worden gemaakt. Wij hebben
+ons, ook in de bijzonderheden, gehouden aan de aanschouwelijke en
+duidelijke beschrijving die Plutarchus geeft van de laatste levensdagen
+onzer heldin. Zij draagt geheel den stempel der waarheid, en het zou
+willekeur geweest zijn daarvan af te wijken.
+
+De Aegyptische bronnen bevatten helaas niets, wat van eenig belang
+is voor de ware schatting van Cleopatra's karakter, ofschoon wij
+afbeeldingen bezitten van de Koningin alleen, of met haar zoon
+Caesarion. Eerst in den allerlaatsten tijd (1892) werd te Alexandrië een
+fragment gevonden van een kolossaal standbeeld van twee personen, dat
+zeer waarschijnlijk Cleopatra voorstelt hand aan hand met Antonius.
+Het bovenste gedeelte der vrouwen-figuur is tamelijk goed bewaard
+gebleven, en vertoont een bevallig gevormd, jeugdig vrouwen gelaat.
+De mannen-figuur is zeker vernietigd, toen op bevel van Octavianus,
+alle standbeelden van Antonius vernield moesten worden. Aan Dr. Walther
+te Alexandrië zijn wij een goede photographische afbeelding van dit
+merkwaardig beeld verschuldigd. Behalve dat, zijn er betrekkelijk weinig
+werken der beeldende kunst overig, de munten medegerekend, waaruit wij
+het uiterlijk onzer heldin konden leeren kennen.
+
+Hoewel het den dichter vóór alles moet te doen zijn om zijn werk tot
+een kunstwerk te maken, zoo gevoelt hij daarbij toch den plicht om
+te streven naar getrouwheid. Evenals het beeld der Koningin moet
+overeenkomen met hare persoonlijkheid, zoo moet ook het leven, dat
+in dit boek wordt weergegeven, in iederen trek beantwoorden aan de
+beschaving van het tijdperk dat geschilderd wordt. Om dit doel te
+bereiken hebben we onze heldin geplaatst in het midden van een wijden
+kring van menschen, op wie zij invloed heeft, waardoor het mogelijk
+werd hare persoonlijkheid voor te stellen in de meest verschillende
+verhoudingen met anderen.
+
+Mocht het den schrijver gelukt zijn het beeld der merkwaardige vrouw,
+die zoo verschillend beoordeeld is geworden, niet minder "levend" en
+geloofwaardig voor de oogen zijner lezers te stellen dan het zich heeft
+afgedrukt in zijn eigen geest, dan zou hij met voldoening mogen terug
+zien op de uren, die hij aan dit boek heeft gewijd.
+
+ GEORGE EBERS.
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Sinds lang had de bouwmeester Gorgias van Alexandrië geleerd de hitte
+der Aegyptische middagzon te weerstaan. Ofschoon hij nog geen dertig
+jaren telde, was hij het geweest die, eerst als medehelper van zijn
+vader, en na diens dood als zijn opvolger, de groote gebouwen opgericht
+had, waarmede Cleopatra de stad had verrijkt. Ook nu had zij hem weder
+een nieuwe taak opgedragen, en toch had hij zich, nog vóór het rustuur
+hierheen begeven, om aan den wensch te voldoen van een jongeling, die
+nog nauwelijks den knapenleeftijd ontwassen was.
+
+Dit offer gold dan ook niemand minder dan Caesarion, den zoon van
+koningin Cleopatra en den grooten Julius Caesar. Antonius had hem met
+den trotschen naam van »Koning der koningen" vereerd--maar daarom was
+het hem toch in geenen deele vergund te bevelen of heerschappij te
+voeren; integendeel, zijne moeder hield hem geheel van de regeering
+buitengesloten, en hij zelf verlangde evenmin daarnaar. Zoo had dus
+Gorgias, indien hij gewild had, aan zijn verzoek geen gehoor behoeven
+te geven, en dit te meer, daar het hem duidelijk bleek, dat Caesarion
+hem in het geheim wilde spreken. De bouwmeester kon in de verte niet
+vermoeden wat hij hem wilde mededeelen, in ieder geval zou het onderhoud
+niet lang kunnen duren, want de vloot, waarmede de koningin en Marcus
+Antonius naar Griekenland overgestoken waren, moest nu reeds die van
+Octavianus hebben ontmoet, en zoo was waarschijnlijk de slag geleverd,
+die het lot der wereld beslissen zou. Gorgias geloofde dat Antonius
+en de koningin overwinnaars zouden zijn, en hij wenschte dit het
+doorluchtig paar van harte toe. Zelfs moest hij handelen alsof de
+uitslag van den strijd reeds verzekerd was, want hij moest de
+toebereidselen tot de plechtige ontvangst der overwinnaars leiden,
+voor zoover die tot zijn vak behoorden, en nog heden bepalen waar het
+kolossale beeld moest opgericht worden, dat Antonius voorstelde met
+zijne koninklijke geliefde aan de hand.
+
+Mardion, een eunuch, dien Cleopatra in hare afwezigheid als Regent had
+aangesteld, en de groot-zegelbewaarder Zeno, die zelden in gevoelen met
+hem verschilde, wenschten het op een andere plaats te zien. Dit had
+echter tegen, dat dan een stuk grond, dat privaat eigendom was, daarvoor
+gebruikt moest worden, en hieruit konden moeilijkheden ontstaan, die
+Gorgias afschrikten. Maar ook als kunstenaar kon hij met het plan van
+Mardion niet ingenomen zijn, want op den grond van Didymus zou het beeld
+wel aan de zee staan, zooals de Regent en de zegelbewaarder vooral
+wenschten, maar het zou daar geen achtergrond hebben. In ieder geval
+kon de bouwmeester zich nu het verzoek van Caesarion ten nutte maken
+om van de plaats der bijeenkomst, de hooge trappen van den Isistempel,
+het Bruchium te overzien, en een geschikte plek voor zijn beeld uit te
+zoeken. Er was hem veel aan gelegen die te vinden, want de meester die
+dit kunstwerk had vervaardigd, was zijn vriend geweest en had kort na de
+voltooiing er van de oogen gesloten.
+
+Het heiligdom, van waaruit Gorgias zijn onderzoekenden blik in het rond
+liet gaan, lag op een der schoonste gedeelten van het Bruchium. In deze
+wijk van Alexandrië stonden de koninklijke paleizen met alles wat
+daarbij behoorde, de prachtigste tempels (het Serapeum, dat in een
+ander deel der stad lag, niet medegerekend) en de grootste schouwburgen
+der stad. Hier riep het Forum den raad der Macedonische burgers tot
+hunne vergaderingen bijeen, en bood het Museum een tehuis aan de
+geleerden. Het kleine plein, dat den Isistempel ten oosten begrensde,
+werd gewoonlijk den Muzenhoek genoemd, ter eere van de marmeren
+vrouwenbeelden vóór de poort van het huis, dat met zijn grooten tuin
+de noordzijde, naar de zee toe afsloot, en dat aan den ouden algemeen
+geachten geleerde Didymus behoorde, die ook lid van het Museum was.
+
+Het was een warme dag geweest, en het voorhof van den Isistempel bood
+den bouwmeester een welkome schaduw. Dit heiligdom rustte op een hoogen
+onderbouw, en een trap van vele treden leidde naar het inwendige
+gedeelte. Van hieruit had Gorgias een ruim vergezicht. De meeste
+gebouwen die hij hier zag waren uit den tijd van Alexander en van zijn
+opvolgers uit het geslacht der Ptolemaeërs, maar enkele, en dat niet
+de slechtste, waren zijn eigen werk of dat van zijn vader. Die aanblik
+deed zijn hart kloppen, en vervulde hem met geestdrift en vreugde. Hij
+had Rome gezien en menige andere stad, die tot de allerschoonste en
+volkrijkste werden gerekend, maar nergens was zulk een tal van heerlijke
+kunstwerken bijeen als in zijne vaderstad. »Al wilden de goden zelve
+beproeven," dacht hij, »om voor de bewoners van den Olympus een woning
+te bouwen, die met hunne grootheid en schoonheid in overeenstemming was,
+toch zou die niet veel rijker kunnen zijn, noch meer aan de behoefte van
+het kunstenaars gemoed voldoen, dan de gebouwen aan het strand van zulk
+een zee." Daarbij hield hij de hand boven de oogen, en de man die anders
+al zijn oplettendheid wijdde aan de kleine bijzonderheden van het werk
+dat hem bezighield, gunde zich nu eens het genot van den indruk dien het
+geheel op hem maakte, en waartoe hij zelf zooveel bijgedragen had. En
+terwijl hij met zijn kennersoog aan iederen tempel en zuilengang de
+harmonie en volmaaktheid der vormen bewonderde, haalde hij diep adem en
+bekende bij zich zelven, dat zijne kunst toch de schoonste van allen
+was, en dat niets haalde bij het oprichten van koninklijke gebouwen.
+
+Zeker hadden de vorsten, die sinds driehonderd jaren in deze omgeving
+al die paleizen hadden doen verrijzen, hetzelfde gedacht. Zij hadden
+daardoor zoowel de grootte van hunne macht en hun rijkdom, als hun
+eerbied voor de goden en de liefde voor het schoone en de kunst getoond.
+Geen enkel koningsgeslacht op aarde kon zich beroemen op een prachtiger
+woonplaats. Ook dit erkende de bouwmeester, terwijl het donkerblauw van
+de zee en den hemel zich verbond met het licht der zon, om alles wat
+kunst en vernuft van den mensch hier te voorschijn geroepen had, in zijn
+volle schoonheid te doen uitkomen. Het wachten, dat den werkzamen man
+dikwijls moeilijk viel, werd hier op dit uur tot een genoegen. De
+stralen uit de diadeem der koningin de Zon, overgoten naar alle zijden
+de witmarmeren zuilen met een schitterend licht, en spiegelden zich op
+het vlak van het gepolijst graniet der obelisken, en de niet minder
+gladde wanden van wit, geel en groen marmer, syeniet en bruin gevlekt
+porfier, aan heiligdommen en paleizen. Het was alsof zij de bonte
+mozaïkfiguren, die den grond bedekten, overal waar geen rijweg dien
+doorsneed, noch boomen groeiden, wilden doen ineensmelten, terwijl het
+blinkend metaal of het glazuur der tichels op de daken ze schitterend
+terugkaatste. Hier gleden die stralen langs de metalen sieraden, dáár
+schenen zij in glans te wedijveren met de vergulde koepels, en weer
+verder gaven zij aan het fraai groen der met platina overtrokken bronzen
+oppervlakte, den gloed van smaragd. De blauw en rood geverfde deelen van
+den marmeren tempel werden in lazuursteen en koraal, en de vergulde in
+topaas veranderd. De afbeeldingen op den ingelegden vloer en aan de
+binnenmuren der zuilengangen staken nu nog duidelijker dan anders af
+bij de witte marmerblokken er om heen. Daardoor boden deze in plaats van
+schitterende eentonigheid, nu het oog een aangename afwisseling aan.
+
+Hoe werd ook de kleurenpracht van vlaggen en wimpels, die naast de
+obelisken en pylonen, van triomfbogen, tempels en paleizen waaiden, door
+het licht der avondzon verhoogd! Doch schooner nog dan het kostbare
+purperblauw der vlag op het paleis, dat op het schiereiland Lochias
+stond, en waar nu de kinderen van Cleopatra woonden, was de kleur van de
+zee, die dicht bij de kust het donkerst, verderop steeds lichter blauw
+werd, doorspeeld met bewegelijke strepen van wit en helder groen.
+
+Wanneer Gorgias van een schoon natuurtooneel of kunstwerk genoot, dan
+was hij gewoon den indruk, dien dat maakte, ongestoord op zijne ziel te
+laten inwerken, en daarbij alles om zich heen te vergeten. Toch had hij
+ditmaal het doel niet uit het oog verloren, waarvoor hij hier gekomen
+was. Neen, de tuin van Didymus was toch niet de rechte plaats voor het
+laatste werk van zijn vriend!
+
+Terwijl hij de hooge platanen, sykomoren en mimosa's, die het oude huis
+van den geleerde omgaven, nog eens onderzoekend bezag, kwam er op het
+stille plein daar beneden op eens leven. Van alle zijden stroomde het
+volk voor Didymus' huis bijeen, alsof daar wat bijzonders was te zien.
+Wat zouden die lieden toch verlangen van den teruggetrokken man? Hij
+keek oplettend toe, maar keerde zich weldra weder om, daar op eens zijn
+eigen naam hem van beneden in de ooren klonk.
+
+Een wonderlijke optocht naderde den tempel. Het was een troepje
+gewapenden, voorafgegaan door een breedgeschouderden kleinen man, wiens
+groot zwaargelokt hoofd door een dubbelen lauwerkrans was gesierd, en
+die in een levendig gesprek gewikkeld was met iemand die veel jonger
+scheen. Vóór de trap van den tempel was hij met zijn gevolg blijven
+staan om den bouwmeester te begroeten, en deze riep hem van boven af
+eenige vriendelijke woorden toe. Nu maakte de bekranste zich gereed om
+de trap op naar hem toe te gaan, maar zijn metgezel hield hem daarvan
+terug, en na een korte woordenwisseling gaf hij den jongen man de hand,
+wierp het zware hoofd in den nek, en trok, trotsch als een pauw, met
+zijn gevolg verder. De ander zag hem schouderophalend na, en riep
+Gorgias vragend toe, wat hij daarboven van de godin begeerde.
+
+»Uw bijzijn," riep de bouwmeester vroolijk terug.
+
+»Dan wil Isis u heden hare gunst bewijzen," luidde het wederwoord, en
+een oogenblik later schudden de beide jonge mannen elkander hartelijk
+de hand. Beiden waren welgevormd en groot; beider gelaat getuigde van
+hunne Grieksche afkomst, en men had hen bijna voor broeders kunnen
+houden, indien niet aan den bouwmeester alles krachtiger en minder
+schoon gevormd geweest was dan aan den ander, dien hij »Dion" en zijn
+vriend noemde.
+
+Deze begon dadelijk den spot te drijven met den bekranste die hem
+zooeven verlaten had, en die Anaxenor heette. Hij was een beroemd
+citerspeler, wien Antonius de inkomsten van vier steden had geschonken
+en daarbij de vergunning om een lijfwacht te houden. Gorgias deed met
+zijne zware stem lustig mee, maar weerhield hem ook nu en dan door een
+verstandige opmerking om al te ver te gaan. Het bleek hieruit duidelijk
+hoe verschillend de beide vrienden van karakter waren, ofschoon
+van één leeftijd en van eenzelfde afkomst. Wel bezaten beiden een
+zelfvertrouwen, dat voor hunne jaren ongewoon was, doch de bouwmeester
+had zich dat door arbeid en verdienste verworven, terwijl Dion het aan
+rijke bezittingen en een onafhankelijke positie te danken had. Als men
+niet wist dat Dion in den raad der stad reeds meer dan eens door het
+gewicht van zijn weldoordachte en goed uitgesproken redevoeringen bij
+een besluit den doorslag gegeven had, dan zou men hem licht voor een
+van die zorgelooze, wereldsche rijke lieden gehouden hebben, waaraan
+het onder de jeugd van Alexandrië toenmaals niet ontbrak. Aan den
+bouwmeester echter sprak alles, van den blik zijner oogen af tot aan het
+grove leder der sandalen toe, van een ernstigen geest en de bescheiden
+degelijkheid van zijn geheele persoon.
+
+Zij hadden vriendschap gesloten toen Gorgias voor Dion een nieuw paleis
+had gebouwd, in de plaats van het oude, waar zijn familie had gewoond.
+Bij zulk een langdurigen omgang, vooral wanneer het niet enkel om
+voorschrift en uitvoering is te doen, komt men licht nader tot elkander.
+Daarenboven was in dit geval hij, die de opdracht deed, slechts de
+wenschende en raadplegende, de kunstenaar daarentegen de hartelijke
+vriend geweest, die zijn beste krachten inspant om tot werkelijkheid
+te maken wat den ander als het hoogste voor oogen staat. Op deze wijze
+hadden zij elkander leeren waardeeren, en eindelijk was de een den ander
+onmisbaar geworden. Evenals de bouwmeester in den jongen aanzienlijken
+man veel had ontdekt dat hij niet vermoed had, zoo was het ook voor
+dezen een verrassing geweest in den ernstigen kunstenaar een geschikten
+makker te vinden, dien het--en dat maakte hem zijn vriend nog
+dierbaarder--geenszins aan kleine fouten ontbrak.
+
+Zoodra het paleis tot tevredenheid van Dion en als een sieraad der
+stad was voltooid, verkreeg de vriendschap der jonge lieden een nieuwe
+gedaante, en het zou moeilijk zijn te zeggen, wien van de twee zij het
+meeste waard was.
+
+Zooeven was Dion door den citerspeler aangehouden, omdat deze hem naar
+bevestiging vroeg van het bericht dat de vereenigde strijdmacht van
+Antonius en Cleopatra een groote overwinning had behaald, te water en te
+land.
+
+In het eethuis te Kanopus, waar hij zijn ontbijt had gebruikt, waren
+allen reeds vol geweest van de blijde tijding, en er was veel wijn
+gedronken op het welzijn der overwinnaars en den ondergang van den
+vijand.
+
+»Nu is het," riep Dion, »dezer dagen niet alleen de onnoozele
+citerspeler die mij voor alwetend houdt, maar ook menig verstandig
+mensch. En dat waarom? Omdat ik de neef ben van den zegelbewaarder Zeno,
+die zelf wanhopig is, omdat hij niets weet, zelfs het allergeringste
+niet."
+
+»Maar hij staat ook het dichtst bij den Regent," merkte Gorgias op, »en
+zoo iemand, dan moet hij toch hooren wat er met de vloot is gebeurd."
+
+»Zegt gij dat ook al!" klaagde de ander. »Als ik zoo vaak op een steiger
+of muur, hoog boven den grond moest staan als gij, architect--wel, bij
+den Hond, dan zou het mij niet zijn ontgaan uit welken hoek de wind
+waait. Nu reeds sinds veertien dagen blaast hij uit het zuiden en houd
+de schepen tegen, die van het noorden komen. De Regent weet niets, in
+het geheel niets, en mijn oom natuurlijk even weinig. En wanneer zij
+al iets wisten, zouden zij wel zoo wijs zijn om niet ook mijne kennis
+daarmede te verrijken."
+
+»Er zijn toch ook andere geruchten," zeide de bouwmeester bedenkelijk.
+»Als ik in Mardions plaats was..."
+
+»Zeg de goden dank, dat gij het niet zijt," lachte de ander. »Hij zit in
+de zorgen, als een visch in zijn schubben. En die eene, de grootste van
+allen... daaraan brandde zich gisteren de jonge onnoozele Antyllus, toen
+hij bij Barine was. Arme knaap! Te huis kreeg hij zeker nog heel wat
+daarover te hooren van zijn gouverneur."
+
+»Gij meent zijne aanmerking op de tegenwoordigheid der koningin bij de
+vloot?"
+
+»Stil!" viel Dion hem in de rede, en legde den vinger op zijn mond; want
+vele mannen en vrouwen kwamen de trap van den tempel op. Verscheidene
+droegen bloemen en koeken in de hand, en op het gelaat van de meesten
+lag blijde ontroering. De tijding van een overwinning was ook hen ter
+oore gekomen, en nu wenschten zij een offer te brengen aan de godin, die
+Cleopatra, »de nieuwe Isis", boven alle andere begunstigde.
+
+In het voorhof van het heiligdom heerschte groote levendigheid. Men
+hoorde het gekletter der ringen aan het sistrum[1], en het halfluid
+gezang der priesters. Het stille voorportaal van het kleine heiligdom
+der godin, dat hier in de Grieksche paleizenwijk even weinig bezocht
+werd als de groote Isistempel in de Rhakotis overvol placht te zijn, was
+nu de allerongeschikste plek geworden, waar mannen, die de leiders der
+staatszaken zoo van nabij kenden, elkander rustig konden spreken. Het
+gezegde van Antyllus, de negentienjarigen zoon van Antonius, dat hem
+ontsnapt was in het huis van Barine, een jonge, schoone vrouw, die alle
+aanzienlijke jonge lieden van Alexandrië tot zich trok, was des te
+onvoorzichtiger, omdat het zoo geheel overeenkwam met het gevoelen der
+meer verstandige menschen. De lichtzinnige jongeling koesterde eene
+dwepende vereering voor zijn vader, maar Cleopatra, die door de
+Aegyptenaren als diens wettige gemalin werd beschouwd, was niet zijne
+moeder. Dat was Fulvia, de eerste vrouw zijns vaders geweest; daarom
+gevoelde hij zich vóór alles Romein, en zou duizendmaal liever aan de
+Tiber gewoond hebben dan hier. Daarbij was het een uitgemaakte zaak, die
+de beste vrienden zijns vaders niet verhelen konden, dat de aanwezigheid
+der koningin bij het leger Antonius hinderde, en afbreuk moest doen aan
+den koenen moed van den veldheer. Dat had Antyllus met de onvoorzichtige
+openhartigheid, die hij van zijn vader had, uitgesproken ten aanhoore
+van alle gasten van Barine, en wel in een vorm, die te Alexandrië, waar
+men zoo iets aardig vond, maar al te snel verbreid werd.
+
+[1] Geraasmakend muziekinstrument, bij den Isisdienst in gebruik.
+
+Tot de geringe lieden die in den tempel bijeengebracht waren door het
+bericht der overwinning, drong iets dergelijks slechts langzaam door,
+maar menigeen kende zeker den zoogenaamden koning Cæsarion, dien de
+bouwmeester hier verwachtte. Daarom vond hij het geraden den zoon der
+koningin beneden aan de trap te ontvangen. Zoo daalden dan beiden af
+naar het plein, doch de talrijke menigte die hier den tempel binnenkwam
+en daar voor het huis van den geleerde bijeenstroomde, maakte hun het
+heen en weer gaan zeer moeilijk. Zij waren beiden verlangend om te weten
+of het gerucht, dat men Didymus zijn tuin wilde ontnemen, om er het
+standbeeld te plaatsen, zich reeds had verbreid, en al spoedig vernamen
+zij, dat dit werkelijk zoo was. Men zeide zelfs dat ook het huis moest
+worden gesloopt, en dat wel binnen enkele uren. Natuurlijk verhief zich
+daartegen een felle tegenstand, maar een lange magere man scheen zich
+tot taak gesteld te hebben de overheid te verdedigen.
+
+De beide vrienden kenden hem wel. Het was de Syriër Philostratus, een
+knap improvisator en volksredenaar die de slechtste zaken verdedigde
+en zijn gladde tong ter beschikking stelde van ieder, die hem goed
+betaalde. »Thans," zeide Dion, »staat de schelm zeker in dienst van mijn
+oom. Het denkbeeld om het beeld daar ginds te plaatsen, is immers van
+hem afkomstig, en het zal moeilijk gaan hem van zoo iets af te brengen.
+Daarbij zijn hier zeker ook andere bedoelingen in het spel. Dat zij nu
+juist dien Philostratus hebben omgekocht! Wie weet of er niet iets met
+Barine achter steekt, die immers helaas met dien pleitbezorger gehuwd
+was, eer hij haar verstootte."
+
+»Verstootte!" viel Gorgias hem driftig in de rede. »Dat klinkt al te
+sterk. Het is waar, dat heeft hij gedaan, doch om hem zoover te brengen,
+offerde de beklagenswaardige vrouw de helft van het vermogen op, dat
+haar vader met zijn penseel had verdiend, en nog meer dan dat. Gij weet
+evengoed als ik dat het leven aan de zijde van dien ellendeling haar
+eindelijk onverdragelijk geworden was."
+
+»Gij hebt gelijk," gaf Dion kalm ten antwoord. »Toen geheel Alexandrië
+bij haar Jamelos[2] op het Adonisfeest van bewondering was vervuld, had
+zij den nietswaardigen levensgezel niet langer noodig."
+
+[2] Klaagzang.
+
+»Hoe kunt gij er een genoegen in vinden op de vrouw die gij gisteren nog
+zoo vlekkeloos noemdet, zoo bevallig, zoo eenig, nu zulk een schaduw te
+werpen?"
+
+»Dat doe ik opdat het sterke licht, dat van haar uitgaat, u niet geheel
+verblinde. Ik weet hoe gevoelig gij zijt."
+
+»Spaar mij dan liever, in plaats van mij te prikkelen. Bovendien geeft
+uwe veronderstelling te denken. Barine is de kleindochter van den man,
+wien zij zijn huis willen afnemen, en de pleitbezorger wil het voor
+beide kanten goedmaken. Maar ik zal er tusschenbeide komen. Het is aan
+mij, de plaats voor het standbeeld te bepalen."
+
+»Aan u?" vroeg de ander. »Ja, als geen machtiger dan gij u vóór is. Ik
+wilde mijn oom al overreden, maar ook boven hem staat nog deze en gene.
+De koningin is weliswaar weg, maar Iras, wier bevelen ook niet in den
+wind gesproken zijn, zeide mij nog dezen morgen dat zij omtrent de
+plaatsing van het beeld hare eigen gedachten had."
+
+»Dus gij zijt het," riep de bouwmeester uit, »die Philostratus hierheen
+hebt gebracht!"
+
+»Ik?" vroeg de ander verbaasd.
+
+»Ja, gij!" hield Gorgias vol. »Hebt gij mij niet zelf gezegd dat Iras,
+met wie gij als knaap hebt gespeeld, u nu lastig begon te worden, omdat
+zij al uwe schreden naging? En ook... gij zijt een trouw bezoeker van
+Barine, en zij trekt u zoo openlijk boven ons allen voor, dat Iras het
+licht gehoord kan hebben."
+
+»Als Argus honderd oogen heeft, zoo heeft de jaloerschheid er duizend,"
+gaf zijn vriend ten antwoord, »en toch verlang ik van Barine niets dan
+in dezen vervelenden tijd van wachten, in den avond een paar aangename
+uren. Het zij zoo! Iras--zoo denkt men--heeft gehoord dat de gevierde
+vrouw mij genegen is. Iras zelve is dat ook een weinig, en daarom juist
+heeft zij getracht de gunst van Philostratus te winnen. Gelooft gij dat
+zij zooveel moeite deed om de vrouw, die zich tusschen haar en mij
+plaatst, of ook om den ouden man, die het geluk of ongeluk heeft de
+grootvader van haar mededingster te zijn, kwaad te doen? Neen, neen.
+Dat zou al te laag zijn! En waarlijk, wanneer Iras Barine ten val wilde
+brengen, dan had zij daarvoor niet zulk een langen, listigen omweg
+behoeven te gaan. Bovendien is zij niet werkelijk boos. Of zou zij het
+toch zijn? Ik weet alleen, dat zij geen middelen schuwt, als het er om
+te doen is voor de koningin iets gedaan te krijgen, en verder, dat de
+uren in haar gezelschap bijzonder snel voorbijgaan. Ja, Iras, Iras....
+ik spreek dien naam gaarne uit. En toch bemin ik haar niet, en zij, zij
+bemint allereerst zich zelve, en wat maar weinigen kunnen zeggen, een
+tweede nog meer. Wat geeft zij om de wereld, wat geeft zij om mij,
+vergeleken bij de koningin, de afgod van haar hart? Sedert die weg is,
+voelt zij zich als de verlaten Ariadne, als een jonge ree, die van haar
+moeder is afgedwaald. Maar wacht eens, misschien is zij toch er bij in
+'t spel; de koningin vertrouwt haar als eene zuster, als haar eigen
+dochter. Niemand weet wat zij en Charmion voor haar zijn. Zij heeten
+kamervrouwen maar eigenlijk zijn zij de hartsvriendinnen van hare
+gebiedster. Toen Cleopatra, bij het uitzeilen der vloot, Iras hier moest
+laten, daar zij toen aan koorts leed, droeg zij haar op voor de kinderen
+te zorgen. Ook voor die welke reeds een baard kregen, den »Koning der
+koningen" Cæsarion, wien zijn gouverneur voor iedere ongehoorzaamheid
+kastijdt, en voor den woesten knaap Antyllus, die de laatste avonden
+toegang verkreeg bij onze vriendin."
+
+»Zijn eigen vader, Antonius, heeft hem dien verschaft."
+
+»Juist, en Antyllus bracht weder Cæsarion bij haar. Dat hindert
+Iras, evenals alles wat de koningin verdriet kan doen. Ter wille van
+Cleopatra, die zij voor ergernissen sparen wil, zit Barine haar in
+den weg, en misschien haat zij haar ook een weinig ter wille van mij.
+Nu laat zij toe, dat den grootvader, dien Barine zoo liefheeft, iets
+aangedaan wordt, dat de verwende, onvoorzichtige vrouw zeker niet kalm
+opnemen kan, en dat haar prikkelen zal om een dwaasheid te begaan, die
+weder gelegenheid geven zal iets tegen haar te beproeven. Het is Iras
+zeker niet te doen om haar van het leven te berooven, maar misschien
+denkt zij aan verbanning of iets dergelijks. Zij kent de menschen
+evengoed als ik haar ken. Zij was in vroeger tijd mijn buurmeisje, dat
+ik menigmaal uit den boom heb moeten helpen, als het vlugge ding daarin
+geklauterd was."
+
+»Ik heb u zelf deze vermoedens aan de hand gedaan, maar toch geloof ik
+niet dat zij tot zulke kuiperijen in staat is," zeide Gorgias
+ongeloovig.
+
+»Wat ik van haar geloof?" viel de andere hem levendig in de rede. »Ik
+verplaats mij alleen maar in gedachte aan het hof, en in de ziel der
+vrouw, die daar medehelpt om zonneschijn en regen te maken. Gij laat,
+als bekwaam bouwmeester, eerst zuilen afronden en balken hakken, opdat
+die later het dak zullen dragen, waarop gij de aandacht vestigen wilt,
+wanneer de tijd daartoe gekomen is. Zij, en al degenen die aan het hof
+een woordje meespreken, denken het eerst aan het dak, en dan zoeken
+zij wat zij maar krijgen kunnen bijeen, om het in de hoogte te brengen
+en te steunen. Daartoe kunnen zelfs lijken dienen, verwoeste levens en
+gebroken harten. Al waar het op aankomt is, dat het dak zoo lang blijft
+staan, totdat de bouwmeester--de koningin--het ziet, en voor goed
+verklaart. Het andere.... maar zie eens, die wagen dáár brengt zeker....
+gij wildet...."
+
+Hier bleef hij steken, legde de hand op den arm van zijn vriend, en
+fluisterde hem haastig toe: »daar zit zeker Iras achter, en het is niet
+Antyllus, maar de zwaarmoedige knaap daarginds, voor wien zij werkt.
+Toen zij zooeven van het standbeeld sprak, vroeg zij in één adem naar
+hem, en of ik hem eergisteravond had gezien, en juist dien dag was hij
+bij Barine. De aanslag is stellig op haar gemunt, en Iras doet niets ten
+halve. Men vangt geen muizen als de val dicht is, en Iras heft haar
+kleine hand al op, om haar te openen."
+
+»Indien maar geen mannenhand haar tegenhoudt," antwoordde de bouwmeester
+knorrig. Daarop ging hij het voertuig te gemoet en te gelijk den ouden
+man, die juist uitgestapt was, en die nu naar de beide vrienden toe
+kwam.
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+
+Dion wilde zich bescheiden verwijderen, toen Cæsarions metgezel op hen
+toetrad en hen groette. Hij kende beiden goed, en verzocht daarom ook
+Dion, te blijven. Er was iets rustigs en afgemetens in de stem en de
+bedaarde bewegingen van dezen forschen man met de breede schouders en de
+hooge gestalte. Wel was hij nog niet eens diep in de veertig, maar zijn
+grijze haren en zijn geheele wijze van optreden die achting afdwong,
+schenen een hoogeren leeftijd aan te duiden.
+
+»De jonge koning daar," begon hij, met een vriendelijke klankrijke stem,
+terwijl hij op den wagen wees, »wenscht u, Gorgias, hier persoonlijk
+te spreken, doch op mijn raad wil hij zich liever niet onder de
+volksmenigte vertoonen. Daarom komen wij ook in een gesloten
+rijtuig.--Als ge er niet tegen hebt, stap dan een oogenblik bij hem
+in, en luister naar hem, terwijl ik hier eens rondzie. Er schijnen
+belangrijke dingen te gebeuren, en daar--of vergis ik mij? Is het
+gevaarte, dat zij hierheen sleepen, misschien het standbeeld van de
+koningin en haar vriend? Waart gij het zelf Gorgias, die deze plek
+daarvoor uitgekozen hebt?"
+
+»Neen," antwoordde de bouwmeester beslist. »Deze overbrenging geschiedt
+zelfs zonder mijn medeweten, en tegen mijn zin."
+
+»Dat dacht ik al," was het antwoord. »Cæsarion wenscht u juist te
+spreken omtrent dit beeld. Indien gij de oprichting daarvan op het stuk
+grond van Didymus verhinderen kunt,--des te beter. Ik zal gaarne doen
+wat ik kan om u bij te staan, maar in de afwezigheid der koningin vermag
+ik slechts weinig."
+
+»Wat zal ik u van mijn eigen invloed zeggen?" vroeg de bouwmeester. »Wie
+van ons weet in dezen tijd of de hemel morgen blauw zal zijn of grijs?
+Eén ding staat bij mij vast: voor zoover het van mij afhangt, zal alles
+geschieden om deze onrechtmatige bejegening van een achtbaar burger
+dezer stad, deze inbreuk op de wet en beleediging van den goeden smaak
+te voorkomen."
+
+»Zeg dat aan den jongen koning, maar vooral voorzichtig," verzocht
+Archibius, terwijl de bouwmeester zich omkeerde om naar den wagen te
+gaan.
+
+Zoodra Dion en de andere man alleen waren, trachtte de eerste iets
+naders te hooren omtrent de reden van het toenemend rumoer, en daar hij,
+evenals ieder welgezind Alexandrijn Archibius hoogachtte, en wist dat
+hij den eigenaar van den veelbesproken tuin en ook diens kleindochter
+Barine kende, deelde hij hem zonder voorbehoud alles mede, waarover hij
+zich ongerust maakte.
+
+»Iras," zeide hij op zijn vertrouwelijke wijze, »is immers uwe nicht,
+en ik weet dat gij haar kent. Zij schept er thans behagen in om op
+den weg eener vrouw, die zij geen goed hart toedraagt, en die zij voor
+onvoorzichtig aanziet, een gouden appel neer te leggen, in de hoop dat
+zij dien zal oprapen, en daardoor aanleiding geven dat zij van diefstal
+wordt beschuldigd."
+
+Archibius zag hem bij deze beeldspraak vragend aan, en daarom ging hij
+op een anderen toon ernstiger voort: »Zeus is groot, maar het noodlot
+is machtiger dan hij. Mijn oom Zeno vermag veel, maar als Iras en
+uwe zuster Charmion, die nu helaas bij de koningin is, iets willen
+doorzetten, dan moet hij en de Regent Mardion de zeilen strijken. Hoe
+beminnelijker Cleopatra is, des te zekerder stelt ieder een plaats in
+hare nabijheid op den allerhoogsten prijs, en vooral hooger dan zulke
+kleinigheden als recht en wet."
+
+»Dat zijn harde woorden," antwoordde de ander, »en zij schijnen mij te
+bitterder, omdat zij een kern van waarheid bevatten. Ons hof deelt het
+lot van alle andere in het Oosten, en hij, wien Rome vroeger het
+voorbeeld gaf van recht en wet heilig te houden....."
+
+»Die," viel Dion in, »mag nu dáárheen gaan, om te zien hoe ruw men beide
+met voeten treedt. De machthebbenden hier en ginds mogen elkander
+uitlachen zooals de waarzeggers doen, zij zijn toch broeders van ééne
+soort...."
+
+»Slechts met dat onderscheid," merkte Archibius op, »dat bij ons aan het
+hoofd van den Staat de beminnelijkheid en gratie in eigen persoon staan,
+terwijl het in Rome het tegenovergestelde is: ruwe hardvochtigheid en
+wreede overmoed of verachtelijk gekruip voeren dáár de teugels."
+
+Hier hield Archibius plotseling op, en wees op een troep schreeuwende
+lieden, die op hen afkwamen. Dion zeide: »Gij hebt gelijk. Laten wij
+dit gesprek liever voortzetten in het huis van de schoone Barine. Doch
+ik vind u daar slechts zelden, en toch hebt gij haar vader zoo goed
+gekend, en is er bij haar altijd iets belangwekkends te hooren. Ik ben
+haar vriend. Dat kan op mijn leeftijd ook beteekenen: haar geliefde,
+maar in ons geval is dit niet zoo. Misschien gelooft gij mij, want gij
+hebt immers zelf het recht u de vriend van de bevalligste aller vrouwen
+te noemen."
+
+Een weemoedige glimlach gleed bij deze woorden over het ernstige,
+fijnbesneden gelaat van den veertiger, en met een afwerend gebaar
+antwoordde hij luchtig:
+
+»Ik ben met Cleopatra opgegroeid, maar de geringe man bemint een
+koningin niet anders dan als een godheid. Ik geloof gaarne aan uwe
+vriendschap voor Barine, maar ik houd die toch voor gevaarlijk."
+
+»Wanneer gij daarmede bedoelt dat zij haar schaden kan," hernam Dion,
+en hief het hoofd op, als om te kennen te geven dat hij van hem geene
+waarschuwing noodig had, »dan hebt gij misschien gelijk. Maar ik verzoek
+u mij niet verkeerd te begrijpen. Ik ben niet ijdel genoeg om te denken,
+dat ik indruk kan maken op haar hart, maar er zijn helaas velen, die
+het de jonge vrouw niet vergeven dat zij op mij aantrekkingskracht
+uitoefent, evenals zij dat op allen doet. Zoovele mannen als het huis
+van Barine gaarne bezoeken, zoovele vrouwen moeten er noodzakelijk zijn,
+die het gaarne gesloten zouden zien. Tot haar behoort natuurlijk ook
+Iras. Zij heeft een wrok tegen mijn vriendin, ja ik vrees zelfs, dat wat
+gij daar ginds ziet, de appel is, dien zij daar geworpen heeft om haar
+daarmede, zoo niet in het verderf te storten, dan toch uit de stad te
+verwijderen, eer de koningin--de goden verleenen haar de overwinning!
+terugkeert. Gij kent Iras, want zij is uwe nicht. Evenals uw zuster
+Charmion vreest zij voor niets, wanneer het er op aan komt voor de
+koningin eenig leed of verdriet uit den weg te ruimen, en het zal
+Cleopatra allerminst verheugen, als zij verneemt, dat de beide knapen,
+wier welzijn haar ter harte gaat, Antyllus en Cæsarion, hun weg naar
+eene Barine gevonden hebben--hoe onbesproken overigens haar naam ook
+is."
+
+»Dat heb ik ook reeds gehoord," antwoordde Archibius, »en ik maak er
+mij ook ongerust over. Antonius' zoon heeft veel van de onverzadelijke
+genotzucht zijns vaders. Maar Cæsarion! Die waagde zich nog niet uit
+het droomleven dat hij leidt, in de wereld. Wat een ander nauwelijks
+opmerkt, is genoeg om hem te kwetsen. Ik vrees dat Eros voor hem
+fijngepunte pijlen gereed maakt, die diep in het hart doordringen. Toen
+hij onlangs bij mij kwam, vond ik hem zeer veranderd. Zijn droomerige
+oogen schitterden alsof hij in een roes van opgewondenheid was, terwijl
+hij van Barine vertelde. Ik vrees, ik vrees."
+
+»Dat zou iets zijn!" riep Dion verrast, ja bijna verschrikt uit.
+»Als de zaken zóó staan, dan heeft Iras niet geheel ongelijk, en dan
+moeten wij het anders aanvatten. Vóór alle dingen moet het een geheim
+blijven, dat Cæsarion zich mengt in de onderhandelingen met den ouden
+grondbezitter daar ginds. Het spreekt vanzelf dat men beproeft voor
+den grijsaard het zijne te behouden, en ik neem het op mij om den
+improvisator, die daar juist in den dienst van Iras zoo prachtig met
+zijn armen zwaait, zijn taak te doen opgeven. Wat Barine betreft, het
+beste zal zijn haar te overreden vrijwillig de stad te verlaten, waar
+men het haar zoo moeielijk maakt. Gij, waardige man, zoek haar daartoe
+te brengen. Indien ik zelf met zulk een voorstel kwam, ik, die nog
+gisteren... Neen, neen! Zij hoorde toch reeds dat Iras en ik.... Zij kan
+licht allerlei dwaasheden vermoeden. Gij weet wat jaloerschheid is. Naar
+u, die zij hoogacht, luistert zij echter zeker, dat weet ik, en zij
+behoeft ook zoo ver niet te gaan. Als het hart van dezen dweepzieken
+knaap, die het toch ook wel eens in zijn hoofd kan krijgen, om met enkel
+in naam »Koning der koningen" te zijn, in ernst voor Barine ontvlamd is,
+wat zou daardoor dan een groot onheil kunnen ontstaan! Wij moeten haar
+voor hem in veiligheid brengen. Naar mijn landgoed bij de papyrusvelden
+nabij Sebennytus mag zij niet gaan. Dat zou aan de booze tongen te veel
+voedsel geven. Maar gij... uwe villa te Kanopus is te dicht in de
+nabijheid--maar gij hebt immers, als ik mij niet vergis--"
+
+»Mijn landgoed aan de kust is ver genoeg verwijderd, en dat staat tot
+hare beschikking," hernam de ander. »Het huis staat altijd voor mijn
+bewoning gereed; ik zal doen wat ik kan om haar te overreden, want uw
+raad is verstandig. Zij moet dien knaap niet meer onder de oogen komen!"
+
+»En ik," ging Dion voort, »zal morgen naar den afloop van uwe zending
+laten hooren, misschien van avond nog. Als zij er in toestemt, dan
+vertel ik aan Iras, geheel toevallig, dat zij naar Opper-Aegypte gaat om
+daar versche melk te drinken. Iras is verstandig en zij zal blij zijn,
+dat zij, in een tijd, die over het lot van Cleopatra en de geheele
+wereld beslissen moet, zich nu met dergelijke kleinigheden niet meer
+behoeft in te laten."
+
+»Zoo zijn mijne gedachten," zeide Archibius, »ook telkens weder bij het
+leger. Hoe nietig wordt alles in vergelijking met de beslissing, die
+ons in deze dagen te wachten staat! Doch het leven bestaat uit kleine
+dingen. Die voeden en sterken en steunen ons! Al keert de koningin
+zegevierend terug, doch vindt zij Caesarion op verkeerde wegen...."
+
+»Die moeten wij voor hem afsluiten!" riep Dion uit.
+
+»Opdat de knaap Barine niet nareist bedoelt gij?" vroeg Archibius, en
+schudde het hoofd. »Daarvoor behoeven wij, geloof ik, niet te vreezen.
+Hij zou dat misschien wel vurig wenschen, maar tusschen verlangen en
+volbrengen vloeit bij hem een breede stroom. Antyllus is van een gansch
+anderen aard. Hij zou in staat zijn, dadelijk een paard te laten zadelen
+of op een boot de zeilen te doen hijschen om haar na te ijlen, desnoods
+tot over den waterval. Daarom moeten wij streng verzwijgen waar Barine
+in vrijwillige ballingschap heengaat."
+
+»Ik zie haar nog niet gaan," voegde Dion er met een zucht bij. »Zij is
+aan deze stad als met ketenen gebonden."
+
+»Ik weet het," bevestigde Archibius, maar de andere wees op den wagen en
+zeide snel en met nadruk:
+
+»Gorgias wenkt. Nog eens, vóór wij scheiden: doe alles om Barine van
+hier te verwijderen. Zij wordt ernstig bedreigd. Verzwijg haar niets en
+zeg haar, dat de vrienden haar niet al te lang in de eenzaamheid zullen
+laten."
+
+Archibius wierp den jongeling nog een veelbeteekenden blik toe, en
+daarop traden beiden den gesloten wagen tegemoet.
+
+Het welbesneden doch bleeke gelaat van Caesarion, dat trek voor trek op
+dat van zijn vader, den grooten Caesar geleek, zag reeds door de opening
+boven het portier naar hen uit, en hij begroette hen met een afgemeten
+hoofdbuiging en een beschermenden blik uit dezelfde oogen, die nog
+zooeven, bij het wederzien van zijn ouden vriend, zoo vroolijk hadden
+gestraald. Nu wilde hij zich echter tegenover den vreemde als koning
+toonen. Hij wilde hem doen gevoelen hoe hoog hij boven hem stond,
+want hij was hem niet genegen. Hij had hem immers boven zich zelven
+bevoorrecht gezien door de vrouw, die hij meende lief te hebben, en wier
+bezit hem door de geheime wetenschap der Aegyptenaren die, naar hij vast
+geloofde, de toekomst ontsluieren kon, verzekerd was.
+
+Antyllus, de zoon van Antonius, had hem bij Barine binnengeleid, en zij
+had hem ontvangen met al de onderscheiding, die aan zijn hoogen rang
+toekwam. Toch had zijn jongensachtige verlegenheid hem verboden om de
+jonge bevallige vrouw, die zich door vele oudere en voortreffelijke
+mannen omringd zag, van liefde te spreken. Alleen zijn vochtige,
+sprekende oogen hadden haar moeten zeggen wat hij voor haar voelde. Dat
+was dan ook niet onopgemerkt gebleven, want vóór enkele uren was hij
+aangehouden door een Aegyptische vrouw, terwijl hij zich naar den tempel
+van Caesar, zijn vader begaf. Bij zijn geregelde levenswijs deed hij dit
+iederen dag op hetzelfde uur, om daar te bidden, te offeren, den steen
+van het altaar te zalven of een krans te hangen om het beeld van den
+overledene. Hij had in die vrouw dadelijk de slavin herkend, die hij in
+het atrium[3] van Barine had gezien, en aan zijn gevolg bevolen achter
+te blijven.
+
+[3] Voorzaal.
+
+Gelukkig voor hem, had zijn gouverneur Rhodon zijn plicht om hem overal
+te vergezellen, verzuimd, en zoo had hij het durven wagen haar te
+volgen. Hij had in de schaduw der mimosa's in het kleine boschje naast
+den tempel Barine's draagstoel gevonden. Met kloppend hart en vol bange
+vrees had hij aan haar wenk om bij haar te komen gehoor gegeven. Doch
+zij had hem geen andere gunst bewezen dan dat hij een wensch van haar
+vervullen mocht. Zijn hart was tot barstens toe vol geweest, toen zij,
+met haar blanken arm op het portier van den draagstoel geleund, hem had
+medegedeeld dat men zoo onrechtmatig haar grootvader Didymus zijn tuin
+wilde ontnemen, en dat zij van hem, die immers de »Koning der koningen"
+heette, verwachtte, dat hij alles zou doen om daaraan paal en perk te
+stellen.
+
+Terwijl zij sprak had het hem moeite gekost den zin harer rede te
+vatten, want het had in zijne ooren gesuisd alsof hij in plaats van in
+het stilste boschje dat den tempel omgaf, op een stormachtigen dag te
+midden der branding aan het uiteinde van de Lochias stond. Hij had de
+oogen niet durven opslaan om haar in het gelaat te zien. Doch toen zij
+hem rechtstreeks vroeg of zij op zijn bijstand mocht hopen, had zij hem
+met haar blik gedwongen tot haar op te zien, en wat had hij toen niet
+gelezen in die blauwe smeekende oogen, en hoe onbeschrijfelijk schoon
+was zij hem voorgekomen! Hij had bijna als een zinnelooze tegenover haar
+gestaan, en wist alleen nog dat hij haar, met de hand op het hart had
+beloofd alles te doen om haar dat verdriet te besparen. Daarop had zij
+hem de kleine hand met de schitterende ringen toegestoken, en hij had
+die willen kussen, maar op hetzelfde oogenblik had zij hare slaven
+gewenkt, en de draagstoel was opgenomen en weggedragen.
+
+Toen had hij daar gestaan als de man die afgebeeld was op een oude vaas
+van zijn moeder, die verbijsterd de voorbijvliegende Fortuin naoogt, die
+hij zoo gemakkelijk bij het lange golvende haar had kunnen vasthouden.
+Hij ergerde zich aan die ongelukkige wankelmoedigheid, die hem reeds
+zooveel goeds had doen ontgaan. Maar er was toch nog niets verloren.
+Wanneer het hem gelukte haar wensch te vervullen, dan moest zij hem
+dankbaar zijn en dan... Hij dacht nu na, tot wien hij zich wenden kon.
+Tot Mardion, den Regent, of tot den zegelbewaarder? Neen, die hadden
+immers juist de oprichting van het beeld in den tuin van den philosoof
+bevolen. Tot Iras, de vertrouweling zijner moeder? Dat het allerlaatst!
+Die listige vrouw had hem doorzien en aan den Regent hare opmerkingen
+medegedeeld. Ja, als Charmion, de andere kamervrouw zijner moeder hier
+geweest was, maar deze was immers mede op de vloot, die misschien reeds
+heden tegen die van den vijand slag leverde.
+
+De herinnering daaraan deed hem de oogen neerslaan, want hem was het
+niet vergund geweest de plaats in het leger die hem toekwam in te nemen,
+terwijl zijn moeder en Charmion... maar hij wilde deze pijnlijke
+gedachte van zich afzetten, want een ernstig verwijt drong zich daarbij
+aan hem op, en joeg hem het bloed naar de wangen. Hij wilde een man
+zijn, en in dezen gewichtigen tijd, in deze dagen die over het lot van
+zijn moeder, van zijne vaderstad, van Aegypte moesten beslissen, en
+tegelijk van dat Rome, dat men hem, den eenigen zoon van Caesar, als
+zijn erfdeel leerde beschouwen--sloop hij naar een schoone vrouw en
+dacht aan haar, en verder aan niets anders. Met allerlei dwaze plannen
+om haar tot de zijne te maken, bracht hij de dagen en halve nachten
+door, en vergat daarbij wat hem het naast aan het hart had moeten
+liggen.
+
+Iras had hem nog gisteren in scherpe bewoordingen voorgehouden dat het
+in deze dagen plicht was voor iederen vriend van Cleopatra en iederen
+vijand van hare vijanden, om ten minste in gedachte bij het leger te
+zijn. Dat had hij zich nu herinnerd, maar in plaats van op de vermaning
+van het geestkrachtige meisje acht te slaan, was hij daardoor alleen
+op haren oom Archibius gebracht geworden, die niet alleen door zijn
+rijkdom, doch ook omdat iedereen wist, hoe hoog hij bij de koningin
+stond aangeschreven, grooten invloed bezat. Ook had de verstandige,
+welwillende man hem, van kind af, veel vriendelijkheid bewezen, en als
+een lichtstraal was het denkbeeld bij hem opgekomen, dat hij zich tot
+hem, en tegelijkertijd tot den architect moest wenden, die in deze zaak
+ook wat te zeggen had. Bovendien had Gorgias hem, toen hij den vleugel
+van het paleis op de Lochias voor hem verbouwde, zeer voor zich
+ingenomen.
+
+Zoo had hij dan een dienaar uit zijn gevolg dadelijk met een wastafeltje
+uitgezonden, om Gorgias uit te noodigen tot een bijeenkomst bij den
+Isistempel. Na den middag had Cæsarion zich in het geheim met een boot
+naar Kanopus aan de zeekust begeven, waar het paleis van Archibius lag,
+en nu deze met zijn vriend aan zijn wagen stond, legde hij hen uit, dat
+hij met den architect naar den ouden Didymus wilde gaan, om hem van zijn
+hulp te verzekeren.
+
+Dat was in geen enkel opzicht geraden, en al de welsprekendheid van
+Archibius was noodig, om er hem van af te brengen. De gevolgen die het
+hebben kon, wanneer hij partij koos tegen den Regent, en het volk zijne
+macht erkende, waren niet te voorzien. Maar ditmaal had de jonge »Koning
+der koningen" weinig lust zich te voegen en toe te geven. Hij zou zich
+tegenover Dion zoo gaarne als man getoond hebben, en nu dit niet ging,
+trachtte hij toch den schijn daarvan aan te nemen, en verzekerde daarom,
+dat hij zijn voornemen alleen opgaf om den ouden geleerde en zijne
+kleindochter niet in ongelegenheid te brengen. Daarop verzocht hij den
+bouwmeester nog eens om Didymus toch in het bezit van zijn eigendom te
+laten. Toen hij eindelijk met Archibius wegreed, was de avond reeds
+gevallen. Voor den tempel en het kleine mausoleum dat naast de cella
+gelegen was, werden de fakkels, en op het plein de pekpannen
+aangestoken.
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+
+»Het gaat niet goed met dien knaap," zeide de architect, terwijl het
+voertuig over het plaveisel der straat ratelend wegreed; en hij schudde
+bedenkelijk het hoofd.
+
+»En daar ginds," voegde Dion er bij, »ziet het er ook niet verblijdend
+uit. Philostratus brengt de menschen geheel van de wijs. Maar die
+omgekochte onruststoker zal spoedig genoeg wenschen, dat hij het goud
+van Iras minder gretig aangenomen had."
+
+»En dan te moeten denken," riep de bouwmeester uit, »dat Barine de
+vrouw, de wettige echtgenoot van dezen ellendeling was! Hoe dat zoo ver
+kon komen...."
+
+»Zij was nog een kind toen men haar uithuwelijkte," zeide Dion. »Wie
+vraagt hier naar het hart van een vijftienjarig meisje, als men een man
+voor haar kiest? En Philostratus, die op Rhodus mijn medestudent was,
+beloofde in dien tijd veel goeds. Het zou zijn broeder Alexas, den
+bevoorrechten gunsteling van Antonius gemakkelijk gevallen zijn hem
+vooruit te brengen. Barine's vader was dood, en haar moeder was gewend
+den grootvader om raad te vragen. Dien ouden Didymus had de slimme
+Syriër zand in de oogen gestrooid. Hoe lang en mager hij ook is, toch
+ziet hij er nog zoo slecht niet uit. In den tijd toen hij als redenaar
+optrad, viel hij wel in den smaak. Dat is hem naar het hoofd gestegen,
+en hij heeft daarbij aanleg om een verkwister te worden. Om zijn jonge
+schoone vrouw een voorname woning te kunnen bezorgen, heeft hij de
+slechte zaak van den roofzuchtigen ontvanger der belastingen Pyrrhus
+verdedigd en hem vrijgepleit."
+
+»Hij had voor geld een dozijn valsche getuigen weten te krijgen."
+
+»Er waren er zeker zestien. Later kwamen er nog evenveel bij, als op
+het oogenblik geopende monden hem toejuichen. Het wordt tijd die tot
+zwijgen te brengen. Ga gij in het huis, en stel den ouden man gerust,
+ook Barine, als zij bij hem is. Zoo gij er reeds een bode van den Regent
+vindt, spreek dan krachtig uw gevoelen uit over het schandelijk besluit.
+Gij kent de wet genoeg, om te weten welke artikelen daarvan ten gunste
+van Didymus kunnen aangehaald worden."
+
+»Sedert den tweeden Euergetes is het wettig grondbezit onaantastbaar, en
+toch heeft men op het zijne beslag gelegd."
+
+»Des te beter. Zeg ook in vertrouwen aan den beambte dat gij weet, hoe
+de Regent misschien door pas opgekomen bedenkingen tot andere gedachten
+te brengen zou zijn."
+
+»En in de eerste plaats, sta ik zelf op mijn recht om voor het
+standbeeld een plaats uit te zoeken. De koningin heeft zelve bevolen dat
+de anderen naar mijn gevoelen moesten luisteren."
+
+»Dat legt nog het meeste gewicht in de schaal. Nu dan, tot wederziens!
+Ga heden avond liever niet naar Barine. Mocht gij haar zien, zeg haar
+dan, dat Archibius zich heeft laten ontvallen dat hij haar wilde
+bezoeken; waartoe dat dient, verklaar ik u later. Misschien ga ik zelf
+later naar Iras, om ook haar tot rede te brengen. Intusschen moeten wij
+van Cæsarions wensch nog niet reppen."
+
+»Neen, zeker niet. En geef vooral niets aan dien redenaar daar ginds!"
+
+»Integendeel, ik ben juist tot mildheid gestemd. Als Peitho[4] mij wil
+bijstaan, dan krijgt die onverzadelijke man meer van mij te doen, dan
+hem misschien lief is."
+
+[4] De godin der overreding.
+
+Hiermede stak Dion den bouwmeester de hand toe en baande zich een weg
+door de menigte, die zich verzameld had om het hooge gevaarte waarop het
+zorgvuldig bedekte standbeeld stond.
+
+De poort van het huis des geleerden stond open, want werkelijk was
+zooeven een beambte van den Regent naar binnen gegaan. Doch de
+Scythische wacht, die daarheen gezonden was door den magistraat der stad
+Demetrius, ook een der vrienden van Barine, hield de nieuwsgierigen
+terug.
+
+De bouwmeester kende den aanvoerder goed, en spoedig was hij in het huis
+gegaan en bevond zich in het impluvium. Dit was een langwerpige ruimte
+met in het midden geopende zoldering, waaronder een rond bloembed
+voortdurend werd besproeid door het water uit een kleine fontein, dat
+zich naar alle zijden in fijne droppeltjes verspreidde. De oude slaaf
+van het huis had juist eenige drie-armige lampen op hooge voetstukken
+aangestoken.
+
+De beambten, die de Regent gezonden had, waren zooeven gekomen om
+aan Didymus de mededeeling te doen, dat zijn tuin in een openbare
+wandelplaats veranderd moest worden. Toen de bouwmeester het huis
+binnenging, waren de beambten, de schrijvers en de getuigen, eene
+schaar van wel twintig mannen, hem reeds voorgegaan. Aan hun hoofd
+stond Apollonius, een aanzienlijk man, en opzichter van de koninklijke
+schatkist. De slaaf, die Gorgias naar binnen bracht, vertelde hem dit
+alles.
+
+In het atrium werd hij tegengehouden door een jonkvrouw, die zeker
+behoorde tot de familie van den ouden geleerde. Hij vergiste zich niet,
+toen hij in haar Didymus' jongste kleindochter Helena meende te zien,
+van wie Barine hem reeds gesproken had. Zij geleek echter noch in
+gestalte, noch in gelaat op hare zuster. Terwijl het haar der jonge
+vrouw golvend en blond was, had het meisje een gladde zwarte vlecht om
+het hoofd gewonden. Doch vooral trof hem de diepe ernstige klank harer
+stem, waaruit een hevige gemoedsbeweging sprak, toen zij de korte vraag
+tot hem richtte, waarin een zacht verwijt lag opgesloten: »Verlangt gij
+nog iets?"
+
+Eerst wenschte hij te weten of hij met Helena, de zuster zijner
+vriendin, sprak, en daarop legde hij haar spoedig uit wie hij was en
+hoe hij juist haar grootvader voor een groot onheil kwam behoeden. Bij
+de eerste kennismaking in de slecht verlichte ruimte, was zijn indruk
+van haar niet gunstig. Het reine, blanke voorhoofd scheen hem voor
+een vrouwengelaat te hoog toe, en hij had daarop ook een eenigszins
+onvriendelijke plooi ontdekt. En de mond, hoe fraai die ook gevormd was,
+vertoonde een onrustigen trek, waardoor de geheele uitdrukking iets
+scherps en bitters kreeg. Maar nauwelijks had zij gehoord wat hem daar
+gebracht had, of zij drukte de hand op haar hart, haalde diep adem, en
+zeide:
+
+»O, doe wat gij kunt om dat vreeselijke plan te verhinderen! Niemand
+weet, hoe de oude man aan dit huis is gehecht. En mijn grootmoeder ook.
+Als het hen afgenomen wordt, zullen zij het beiden besterven!"
+
+Zij zag hem met haar groote oogen vol ontroering smeekend aan, en uit
+die strenge stem van zooeven klonk hem nu teedere liefde voor de haren
+toe.
+
+Hoe gaarne wilde hij haar helpen. Hiervan verzekerde hij haar, en zij
+zag in hem een redder uit den nood. Zij verzocht hem met aandoenlijke
+innigheid, dat hij haar grootvader toch verzekeren zou dat alles nog
+niet verloren was. De bouwmeester vroeg vol verbazing of Didymus dan nog
+niet wist, wat hem te wachten stond, en zij antwoordde snel:
+
+»Hij is ginds in het tuinhuis bij de zee aan het werk. De intendant
+Apollonius is een welwillend man, en heeft mij beloofd te wachten,
+totdat ik mijn grootvader voorbereid heb. Daarom moet ik mij nu haasten.
+Hij heeft wel reeds een dozijn malen zijn leerling Philotas gezonden,
+die gewoonlijk zijn boeken voor hem uitzoekt en oprolt, om te vragen wat
+al die drukte beteekent, maar ik heb hem laten zeggen dat die menigte
+bijeengekomen was om de koningin de haven te zien binnenzeilen. Er is
+immers zoo dikwijls een oploop van het volk. Maar grootvader laat zich
+nooit door iets storen, als hij aan den arbeid is, en de leerling,
+een jong student uit Amphissa, houdt veel van hem en houdt zich stipt
+aan wat ik zeg. Grootmoeder weet ook nog niets. Zij is doof, en hare
+slavinnen mogen het haar niet zeggen. Sedert zij onlangs een duizeling
+heeft gehad, zou een plotselinge schrik haar kwaad kunnen doen, zegt de
+arts. Als ik nu de rechte woorden maar kon vinden, om grootvader niet al
+te veel leed te doen!"
+
+»Mag ik met u medegaan?" vroeg Gorgias vriendelijk.
+
+»Neen," antwoordde zij. »Het duurt bij hem altijd lang, eer hij vreemden
+vertrouwt. Maar als de opzichter hem alles heeft uiteengezet en de smart
+de overhand op hem krijgt, troost hem dan, en laat hem zien dat wij nog
+vrienden hebben die bereid zijn ons voor onrecht te behoeden." Hiermede
+groette zij hem dankbaar, en ging door een zijpoortje in den tuin.
+
+De bouwmeester zag haar met stralende oogen na. Welk een goed meisje
+moest dit zijn, dat zoo vol zorg was voor hare grootouders! En hoe flink
+handelend trad zij op, zoo jong als zij was! Hij had haar slechts in
+halflicht gezien, maar schoon was zij toch zeker. De oogen, de mond
+en het haar waren dat bepaald. Zijn hart klopte sneller, terwijl hij
+daaraan dacht, en tegelijk vroeg hij zich af, of deze jonkvrouw die met
+alles was bedeeld wat de eigenlijke waarde eener vrouw uitmaakt, niet
+nog boven hare zuster Barine gesteld moest worden, ofschoon van deze
+misschien meer dadelijke bekoring uitging? Hij was op dat oogenblik
+dankbaar dat hij een vollen baard droeg om wang en kin, want hij voelde
+hoe hij kleurde, ofschoon hij toch zoo jong niet meer was. Hij wist ook
+wel waarom. Nog geen half uur geleden had hij aan Dion bekend, dat hij
+Barine voor de aantrekkelijkste van alle vrouwen hield, en nu reeds
+wierp het beeld van een andere een schaduw op het hare, en vervulde zijn
+hart met een nieuw, misschien nog sterker gevoel.
+
+Zoo iets was hem al meer overkomen, en zijn vrienden, met Dion aan
+het hoofd, hadden zijne zwakheid ontdekt, en hem menigmaal daarmede
+geplaagd. Het aantal bruinen en blonden, grooten en kleinen, voor wie
+zijn hart was ontgloeid, was dan ook al vrij groot, en telkens als een
+nieuwe neiging in hem was gewekt, had hij gedacht dat het voorwerp
+daarvan de eenige was, die de zijne moest worden om hem tot een
+gelukkig man te maken. Doch eer het zoover kwam, was altijd de vraag
+opgekomen of hij een andere nog niet vuriger begeerde. Daarom had hij
+getracht zich zelven wijs te maken dat zijn hart zich niet aan ééne
+verbinden wilde, maar dat het klopte voor het geheele geslacht, voor
+zoover het jong en schoon was. Wel wist hij dat hij ook trouw zou kunnen
+zijn, want aan zijn vrienden was hij innig gehecht en voor hen tot
+ieder offer bereid, maar hij dacht dat het met vrouwen anders was. Zou
+nu ook weder Helena's beeld, dat hem nu zóó beminnelijk scheen, even
+snel verbleeken? Het tegendeel zou wel wonderlijk zijn, en toch geloofde
+hij vast en zeker dat Eros er ditmaal ernst mede maakte. De lachende
+Eroten[5], die om hem en al hare voorgangsters rozenguirlanden
+geslingerd hadden, waren met deze ernstige jonkvrouw niet medegekomen.
+
+[5] Kleine liefdegoden, in het gevolg van Eros.
+
+Dit alles ging met de snelheid des bliksems door zijn hoofd en hart,
+terwijl hij het impluvium binnentrad, waar de beambten ongeduldig op
+den eigenaar van het huis wachtten. Op zijne levendige, warme wijze
+verklaarde hij hun waarom hij hoopte, dat zij vergeefs zouden gekomen
+zijn, en de intendant verzekerde hem dat niemand zich meer zou verheugen
+dan hij, indien de Regent hem morgen machtigde, zijn opdracht in
+te trekken. Hij zou hier gaarne nog een tijdlang wachten, als het
+de kleindochter van den ouden geleerde mocht gelukken deze met
+bedachtzaamheid mede te deelen, wat hem boven het hoofd hing.
+
+Intusschen werd het geduld van den welmeenenden man niet lang op de
+proef gesteld, want toen Helena in het tuinhuis was gekomen, vond zij
+haar grootvader reeds ingelicht omtrent het lot dat hem wachtte.
+
+De philosoof Euphranor, een bejaard lid van het Museum, was door de
+tuindeur tot hem doorgedrongen en had hem alles medegedeeld, zonder
+te letten op de veelbeteekende wenken en gebaren van zijn leerling
+Philotas. Maar Didymus kende zijn bezoeker, die evenals hij van de
+wereld afgezonderd al zijn tijd en kracht aan de wetenschap wijdde.
+Daarom had hij enkel ongeloovig het hoofd geschud, de dunne haarvlok,
+die over zijn gelaat hing, naar achteren gestreken, en op een licht
+verwijtenden toon uitgeroepen: »Wat denkt gij nu weder gehoord te
+hebben! Nu, wij zullen zien!"
+
+Toen was hij opgestaan, doch te zeer door het onverwachte bericht
+getroffen om aan zijn sandalen op de mat en aan den mantel te denken die
+op een boekenkist lag, en wilde hij zonder die de kamer verlaten, toen
+zijn vriend, die hem eerst sprakeloos liet begaan, hem tegenhield, en
+tegelijk Helena in het tuinhuis kwam. De grijze philosoof wendde zich nu
+tot haar, en verzocht dat zij haar grootvader mocht bewijzen, dat dingen
+die men niet gaarne gelooven wil, daarom toch wel waar kunnen zijn. Dat
+deed zij dan ook, maar zoo omzichtig mogelijk, daarbij denkende aan den
+bouwmeester en wat hij hoopte.
+
+Doch Didymus zag naar den grond, en schudde langzaam het grijze hoofd.
+Eensklaps richtte hij zich op, liep, zonder te letten op den mantel
+dien Helena reeds gereed hield, op de deur toe, en opende die met den
+uitroep: »En toch moet en zal het anders gebeuren!"
+
+Euphranor en Helena volgden hem, maar hij liep met vluggen, krachtigen
+tred, hoewel in gebogen houding, het tuintje door, en ging daarop
+rechtstreeks het impluvium binnen. Het schelle licht hinderde aan zijn
+zwakke oogen, en door zijn gewoonte om recht voor zich uit of naar den
+grond te zien, duurde het een tijdlang eer hij recht wist wie zich om
+hem heen bevonden. De intendant was hem echter tegemoet gegaan, had hem
+eerbiedig gegroet en verzekerde zeer te betreuren, dat hij hem moest
+storen in het werk, dat de geheele wereld met belangstelling te gemoet
+zag, maar het was voor een gewichtige zaak.
+
+»Ik weet het al," antwoordde de geleerde, met een kalmen glimlach. »Wat
+moet dat alles toch beteekenen?"
+
+Hij zag de aanwezigen beurtelings allen aan, doch hij kende niemand dan
+den intendant die aan de administratie van het Museum verbonden was, en
+den bouwmeester, voor wien hij het opschrift had gemaakt dat op het door
+hem gebouwde Odeon stond.
+
+Toen nu zijn blik ook op het gelaat der anderen alleen verwondering las,
+begon zijn vertrouwen toch eenigszins te wankelen. Toch nog overtuigd
+dat men hem onmogelijk den eisch kon stellen, waarvan de philosoof
+gesproken had, zeide hij:
+
+»Men beweert dus, dat het plan bestaat om mijn tuin in een openbare
+wandelplaats te herscheppen. En tot welk doel? Om er een standbeeld
+te plaatsen. Dat kan toch niet ernstig gemeend zijn, want mijn
+eigendomsrecht staat opgeteekend in de boeken, en de wet..."
+
+»Vergeef mij," zeide de intendant, »indien ik u hier in de rede val. Wij
+kennen die verordening zeer goed, doch men wil hier een uitzondering
+maken. De Regent wil u niets ontnemen, hij biedt u veeleer uit naam der
+koningin een schadeloosstelling aan, die gij zelf bepalen moogt voor
+dat stuk grond, dat door het standbeeld der hoogstgeplaatsten in dit
+land--het stelt Cleopatra met Antonius hand in hand voor--een bijzondere
+eer te beurt zal vallen. Het is reeds hierheen gebracht. Als een werk
+van den voortreffelijken, te vroeg gestorven Lysander, zal het uw huis
+zeker tot sieraad strekken. Het kleine huis aan de zee moet trouwens
+morgen reeds gesloopt worden; want gij weet dat de genadige koningin
+iederen dag, als overwinnares, naar wij hopen, verwacht worden kan. Dit
+beeld, dat bestemd is om haar een verrassing te bereiden en te eeren,
+moet haar reeds bij haar aankomst begroeten, en daarom heeft de Regent
+mij nog heden gezonden, om u zijn wensch kenbaar te maken. Daar het ook
+die der koningin is..."
+
+»Intusschen," zeide de bouwmeester, die nogmaals aan de kleindochter van
+den grijsaard zijn bijstand had beloofd, »zullen uwe vrienden toch
+beproeven den Regent tot een andere keus te overreden."
+
+»Dat staat hen vrij," merkte de intendant op. »Wat later gebeuren zal
+moge de tijd leeren. Mijn taak is alleen den waardigen bezitter van
+dit huis en dezen tuin reeds heden te overtuigen, dat hij zich moet
+onderwerpen aan het bevel der koningin, ofschoon de Regent en mijn eigen
+hart mij daaraan den vorm van een wensch hebben doen geven."
+
+Gedurende deze samenspraak had de oude man eerst zwijgend toegeluisterd
+en hem met gespannen blik daarbij aangestaard. Het was dus werkelijk
+zoo. Hij moest van zijn tuin en het huisje, dat een halve eeuw lang het
+tooneel van zijn werken en denken geweest was, afstand doen, ter wille
+van een standbeeld. Zoodra hij de zekerheid hiervan verkregen had, zag
+men hem den blik op den grond gevestigd houden, als iemand die met zijn
+gedachten afwezig is. De groote smart verlamde zijn tong, en Helena, die
+hem dit aanzag en met hem mede voelde, had zich aan zijne zijde
+geplaatst.
+
+Het schreeuwen en joelen der menigte drong door de open zoldering van
+het impluvium tot hen door, maar de grijsaard scheen het niet te hooren,
+en bemerkte ook zijn kleindochter niet. Nauwelijks echter voelde hij
+hare aanraking, of hij trok zich haastig terug en zag den kring der
+indringers opnieuw in het rond.
+
+Nu brandde in het anders zoo matte oog van den ouden commentator het
+vuur van jeugdige hartstocht. Als een worstelaar, die naar het rechte
+punt van aanval zoekt, haalde hij diep adem en mat den intendant met
+vertoornden blik, van het hoofd tot de voeten. De gebrekkige, eenzelvige
+grijsaard scheen een tot den kamp bereid strijder geworden te zijn.
+Zijne lippen en fijne neusvleugels trilden, en toen de intendant
+herhaalde dat hij den inhoud van het tuinhuis nog heden diende in
+veiligheid te brengen, daar die anders morgen vroeg uitgedragen moest
+worden, hief Didymus zijn arm op en riep uit: »Dat zal men _niet_ doen!
+Geen enkele rol mag uit het tuinhuis weggehaald worden. Morgen vroeg ben
+ik als altijd aan mijn werk te vinden, en als gij bij uw voornemen
+blijft om mij van mijn eigendom te berooven, dan zult gij geweld moeten
+gebruiken om dat doel te bereiken."
+
+»Wees kalm, waardige man," zeide de intendant. »Ieder moet zich buigen
+voor een hooger wil: de goden voor dien van het noodlot, de stervelingen
+voor dien der koningen. Gij zijt een wijze, en ik volbreng slechts de
+plichten die aan mijn ambt verbonden zijn. Maar ik ken het leven, en
+wanneer ik u raden mag, dan laat gij toe wat niet te veranderen is. Ik
+zou tien tegen één durven wedden dat gij daarbij wel varen zult, en de
+koningin u de middelen in de hand geeft..."
+
+»Die zullen wel toereikend zijn," viel Didymus met bitterheid in, »om
+een paleis te bouwen, in plaats van het huisje, dat mij ontnomen wordt."
+En toen barstte hij weder uit: »Maar wat vraag ik naar uw geld! Ik wil
+mijn recht, mijn goed eerlijk recht. Dáárop sta ik, en wie mij een
+duimbreed ontnemen durft van den grond, die het erfgoed van mijn vader
+en grootvader is...."
+
+Hij hield stil want daarbuiten was het volk weer in luid gejubel
+losgebarsten, en toen het ophield en de grijsaard voortging met zijn
+goed recht te verdedigen, werd hij in de rede gevallen door een heldere
+vrouwenstem die hem den Griekschen groet: »wees blijde!" toeriep. Dat
+klonk zoo welluidend en vroolijk, dat de doffe stemming die als een
+grauwen nevel over de aanwezigen hing, er als het ware door weggevaagd
+werd.
+
+Terwijl de een luisterde naar het opgewonden volk, en de ander den ouden
+man aanzag, wiens tegenstand moeilijk door goedheid overwonnen zou
+kunnen worden, zagen de jongeren uit het gezelschap de schoone vrouw
+aan, die zich bij hen had gevoegd. Door de haast waren hare wangen
+hooger gekleurd; uit den donkerblauwen doek die haar blond hoofd
+bedekte, zag een lieftallig gelaat blijde en vertrouwelijk haar zuster,
+haar grootvader en den bouwmeester aan.
+
+De intendant en ook velen onder de overigen hadden een gevoel alsof het
+geluk in eigen persoon dit bedreigde huis was binnengetreden, en menige
+blik verhelderde zich toen de oude man zijn kleindochter, op een geheel
+anderen toon dan zooeven, toeriep: »Gij hier, Barine?" en zij hem
+daarop, zonder op de anderen acht te geven, met warmte omhelsde.
+
+Helena, de bouwmeester en de oude philosoof Euphranor, kwamen nu ook
+naderbij, en deze vroeg haar verwijtend maar toch hartelijk: »Maar
+onvoorzichtig kind, hoe zijt gij door die volksmenigte heengekomen?"
+Vroolijk klonk haar antwoord: »Het ééne geleerde lid van het Museum
+ontvangt mij met de vraag, of ik er werkelijk ben, hoewel ik van kind
+af door een vriendelijk of vijandelijk noodlot--hoe verkiest gij het,
+grootvader?--gespaard ben voor het overzien-worden. En de ander wil zoo
+grimmig verwijtend weten, hoe ik door het volk heen kwam, alsof het een
+onrecht ware door het water te waden en een hand uit te steken naar mijn
+liefste betrekkingen, als zij er bijna onder raken.--Maar dit geschreeuw
+is werkelijk te erg."
+
+Zij legde haar kleine handen op den hoofddoek tegen haar ooren, en
+ging eerst met spreken voort toen het geraas verminderde, ofschoon zij
+verzekerde dat zij haast had, en alleen maar eens was komen zien, hoe
+het hier ging. Het scheen alsof het haar, frisch en bevallig als zij
+was, onmogelijk viel om ook maar één oogenblik ongebruikt te laten, al
+was het maar om een blik van welgevallen op te vangen of te
+beantwoorden.
+
+De bouwmeester en hare zuster moesten vlug op hare vragen antwoorden, en
+zoodra zij vernomen had wat die vreemde mannen hier deden, dankte zij
+den intendant, en drukte de overtuiging uit dat de oude vrienden hun
+best zouden doen om haar grootvader dat leed te besparen.
+
+Toen de beide grijsaards hunne vraag, hoe zij hier gekomen was,
+herhaalden, antwoordde zij: »misschien zal niemand mij gelooven, omdat
+op 't oogenblik mijn mond geen oogenblik stil staat, maar toch deed ik
+als een stomme visch, en kwam over het water."
+
+Daarop nam zij haar grootvader ter zijde en vertelde hem hoe zij aan
+de haven naar de boot was gegaan, en Archibius haar uit zijn wagen had
+gezien en stil had laten houden, om haar voor dezen avond zijn bezoek
+aan te kondigen. Hij zou over een gewichtige zaak komen spreken. Zij
+had dus te zorgen, dat zij alleen met hem bleef, en daarom kon zij dan
+ook niet langer blijven. Nu keerde zij zich weder tot de overigen,
+en vroeg, nog vóór zij wegging, waarom het volk toch zoo schreeuwde.
+De bouwmeester antwoordde dat Philostratus zich moeite gaf om aan de
+menigte te beduiden, dat het bewuste standbeeld nergens dan in den tuin
+van haar grootvader geplaatst kon worden, en hij dacht ook wel te weten,
+wie hem dat opgedragen had.
+
+»Niet de Regent," zeide de intendant op een toon van overtuiging. Doch
+toen Gorgias den volksredenaar genoemd had, was er over Barine's zonnig
+gelaat een lichte schaduw gegleden en zij dankte den beambte met een
+hoofdbuiging. Vervolgens fluisterde zij hem haastig, doch met nadruk
+toe, dat zij op zich nam den grijsaard tot rede te brengen, zoo men
+haar slechts tijd tot nadenken liet. Morgen zoodra het op de markt vol
+werd zou de beambte de onderhandelingen opnieuw kunnen beginnen, indien
+de Regent bij zijn plan bleef. Zij zou intusschen het hare doen om
+haar grootvader toegevender te maken, al behoorde hij ook niet tot de
+menschen die zich lieten leiden. Dan moest de intendant den Regent
+ook herinneren dat het geraden was in dezen tijd openbare ergernis te
+vermijden, en den leeftijd en het goed recht van Didymus in het oog te
+houden.
+
+Terwijl Apollonius nu verder met de andere afgevaardigden sprak,
+wenkte zij den bouwmeester, en nam spoedig van de haren afscheid. Zij
+beweerde dat er volstrekt geen gevaar voor haar was, daar zij weder op
+visschenmanier terugging, maar dat zij daarbij nu toch behoorlijk haar
+spraakvermogen gebruiken zou. Zij hoopte daarmede den man te winnen die
+dit alles wel zou voorkomen hebben, indien de Koningin er maar was
+geweest.
+
+Tot op dit oogenblik had zij aller oogen en ooren geboeid, want ieder
+vond het een genot haar te hooren en te zien. Eerst toen zij met den
+bouwmeester was verdwenen, kwamen de beambten tot een besluit, en
+spoedig daarop verwijderde zich de intendant met zijne geleiders, om
+nog eens met den Regent over deze ongelukkige zaak te spreken.
+
+Ditmaal bewees Gorgias zijne diensten aan de jonge vrouw met gemengde
+gewaarwordingen. Nog geen uur geleden zou het hem gelukkig hebben
+gemaakt Barine te mogen vergezellen en beschermen, maar nu zou hij
+gaarne bij hare zuster zijn gebleven, die zijn afscheidsgroet zoo
+dankbaar, en toch zoo echt jonkvrouwelijk bedeesd beantwoord had. Maar
+ook bij den wankelmoedigste kan de eene neiging niet in de plaats der
+andere geschoven worden als een witte damschijf voor een zwarte, en hij
+vond het nog altijd heerlijk zoo dicht in Barine's nabijheid te zijn.
+Alleen de gedachte dat Helena nu misschien zou denken dat hij in
+vertrouwelijke betrekking tot hare zuster stond, had hem onaangenaam
+aangedaan, toen zij hem opriep om met haar mede te gaan.
+
+In den tuin verzocht Barine hem of hij haar helpen wilde om, vóór zij
+naar de landingsplaats van de boot gingen, de smalle trap te beklimmen,
+die naar het platte dak van het poortwachtershuisje voerde. Van daaruit
+konden zij al de drukte op het plein volgen zonder zelf gezien te
+worden, want het was geheel door dichte laurierstruiken omgeven. Van
+de beide tempels ter zijde van den «Muzenhoek" sloegen heldere vlammen
+uit de pekpannen omhoog, en dat licht werd nog zeer versterkt door de
+fakkels in de hand der Scythen. Toch kon men midden op het plein geen
+mensch onderscheiden. Wel blonken bij dat vuur de marmeren wanden der
+tempels, de standbeelden aan de poort van Didymus en de Hermen[6] aan
+den koningsweg die langs het bedreigde huis liep, en de noordzijde van
+het plein met de zeekust verbond; maar de walm der fakkels verduisterde
+den hemel en doofde het licht der sterren.
+
+[6] Vierkante steenen zuilen met den kop van Hermes er op.
+
+Alleen Dion was duidelijk zichtbaar, die zich op het hooge zijstuk der
+slede geplaatst had, waarop het omhulde standbeeld hierheen gebracht
+was, en verder Philostratus, de pleitbezorger, die op het voetstuk
+van een der dolfijnen geklommen was, die om de fontein tusschen den
+Isistempel en de straat stonden. De ruimte van een twaalf schreden
+ongeveer, die hen scheidde, liet den strijders toe elkander te verstaan,
+en de algemeene aandacht was op hen gevestigd.
+
+Het behoorde tot de grootste genoegens der Alexandrijnen zulk soort van
+gevecht met woorden aan te hooren, en iedere gelukkige zinwending werd
+met teekenen van goedkeuring, ieder woord dat hun mishaagde met
+geschreeuw, sissen en fluiten begroet.
+
+Barine kon zien en hooren wat daarbeneden gebeurde. Zij had de
+lauriertakken, die haar verborgen, op zijde gebogen, en luisterde
+aandachtig naar het gesprek der strijdende mannen. Toen de ellendeling,
+die eens haar echtgenoot was, en dien zij nu te diep verachtte om hem
+te haten, hare familie beleedigde met de aantijging dat zij zich van
+geslacht tot geslacht gevoed hadden uit de ruif van het Museum, beet zij
+zich op de lippen. Maar spoedig verscheen om haar mond een trek, die
+bewees dat het gehoorde al te grooten weerzin bij haar opwekte, want
+de pleitbezorger had zich nu tegen Dion gekeerd. Hij beschuldigde er
+hem van dat hij den welmeenenden Regent wilde verhinderen den roem der
+groote Koningin te verhoogen, en haar edel hart een vreugde te bereiden.
+
+»Mijn tong," riep hij, »is het instrument, dat den kost voor mij
+verdient. Waarom praat ik haar hier moede? Ter eere van Cleopatra, onze
+verheven Koningin, en haar grootmoedigen vriend, aan wien ieder van u
+een weldaad te danken heeft. Al wie haar, en den goddelijken Antonius,
+den nieuwen Herakles en Dionysos, liefheeft--en beiden zullen spoedig in
+triomf met den krans der overwinnaars tot ons terugkeeren--die legge met
+den Regent en ieder welgezinde de hand op dat ellendige stukje gronds
+daar ginds, dat snoode gierigheid ons zoo kleingeestig onthoud. Daaruit
+spreekt een gezindheid--een gezindheid--hoort gij?... die ik nu niet
+nader aanduid, omdat al wat leelijk is mij tegenstaat, en omdat ik hier
+niet als aanklager sta. Wie partij trekt voor dien woordenvitter, die
+boeken te voorschijn brengt, even gemakkelijk als die dolfijn dáár
+water, die mag zijn gang gaan, ik zal het hem niet benijden. Maar laat
+hem eerst acht geven op den bondgenoot en lofredenaar van Didymus. Daar
+staat hij tegenover mij. Het zou beter voor hem zijn, als hij van steen,
+en de dolfijn aan zijn voeten een levend wezen was. Dan had men hem in
+de duisternis kunnen laten, waar hij behoort. Maar zooals het nu is,
+moet ik hem u wel, tegen wil en dank vertoonen, en dat zal ik doen,
+medeburgers, al gaf ik u liever dingen te zien, die minder mijn gal doen
+overloopen. Het flauwe licht verhindert u de kleur van zijn gewaad
+te onderscheiden, maar ik ken die, want ik zag het bij dag. Het is
+hyacinthen-purper! Gij weet wat zoo iets kost. Een flink man uit uw
+midden onderhoudt daarvan tien jaren lang zijn vrouw en kinderen. »Hoe
+zwaar moet de buidel wel wegen van een man, die zulk een schat aan zon
+en regen blootstelt!" denkt gij zeker allen, die hem daarin zoo trotsch
+als een pauw ziet rondwandelen. En zijn buidel weegt dan ook vele
+talenten. Jammer maar, dat de meesten van u iederen dag uw kinderen
+een brood minder geven en u zelven menigen teug wijn onthouden moeten
+om hem zoo deftig uit te dossen. Zijn vader Eumenes was ontvanger der
+belastingen, en wat die bloedzuiger u en uw kinderen afperste, dat
+gebruikt nu zijn zoon om daarmee in het purper te pronken op zijn wagen
+met vier paarden, die velen van u het slijk in het gezicht deed spatten,
+als hij voorbijreed. Bij den Hond! Het heerschap weegt niet zwaar, en
+toch gebruikt hij het vierspan om vooruit te komen. En, waarom doet hij
+dat, medeburgers? Dat zal ik u zeggen. Hij is bang om te blijven steken,
+te blijven steken, overal, ook in zijn redevoering."
+
+Hier liet Philostratus zijn stem dalen, want die wending van het
+»blijven steken" had eenige toehoorders aan het lachen gemaakt. Maar
+Dion, wiens vader in zijne betrekking van ontvanger der belastingen
+inderdaad het familiegoed aanzienlijk vermeerderd had, bleef hem het
+antwoord niet schuldig.
+
+»Ja, ja," zeide hij verachtelijk, »die Syrische prater dáár heeft het
+ditmaal bij het rechte einde. Daar staat hij tegenover mij, en wie zou
+niet licht blijven steken zóó in de buurt van een slibberig moeras? Wat
+mijn purperen mantel betreft, dien draag ik, omdat mij dat behaagt.
+Ik vind den zijnen van crocus-geel veel minder mooi. Trouwens, in den
+zonneschijn ziet hij daar heel deftig mee uit. Hij schittert als een
+paardenbloem in het gras. Gij kent die plant wel. Als zij uitgebloeid
+is,--en zou iemand zeggen dat Philostratus nog veel op een knopje
+gelijkt?--dan wordt zij een licht, met lucht gevuld bolletje, dat een
+kind wegblazen kan. Hoe zoudt gij het vinden om voortaan die ronde
+zaadhuisjes »Philostratushoofdjes" te noemen? Bevalt u dat denkbeeld?
+Dat doet mij genoegen, medeburgers, en ik dank u daarvoor. Het bewijst
+uw goeden smaak. Laat ons dus bij dit beeld blijven. Bij ieder hoofd
+behoort een tong, en Philostratus zegt dat de zijne het werktuig is,
+waarmee hij den kost verdient."
+
+»Hoort dien trotschaard eens!" viel de ander woedend daarop in. »In zijn
+oogen strekt eerlijke arbeid, waarmee iemand zich in het leven houdt,
+een mensch tot schande."
+
+»Van eerlijken arbeid, vriend," sprak Dion, »is hier niet zoozeer
+sprake. Ik sprak immers alleen van _uwe_ tong. Gij begrijpt mij,
+medeburgers. Mocht een van u dezen waardigen man nog nooit ontmoet
+hebben, dan zal ik hem toonen wie hij is, want ik ken hem goed. Het is
+waar, hij is mijn tegenstander, maar ik kan hem toch aan velen onder u
+met volle overtuiging aanbevelen. Wie een dóór en dóór slechte zaak voor
+de rechtbank te brengen heeft, dien raad ik sterk aan zich tot dien
+paardenbloemenman daar bij de fontein te wenden. Hij zal er mij dankbaar
+voor zijn. Gelooft mij, alleen reeds omdat deze advokaat zich zoo
+uitslooft, staat de zaak van Didymus uitstekend. Ik heb u vroeger al
+gezegd wat de quaestie is. Wie van u, die een tuin bezit, kan dien in
+het vervolg nog zijn eigendom noemen, wanneer het geoorloofd is dien
+in de afwezigheid der Koningin eenvoudig iemand af te nemen en tot een
+ander doel te bestemmen? Zoo wil men doen met dien van Didymus. Wordt
+dat hier zoo de gewoonte, dan moet men maar liever geen radijs meer
+zaaien, noch een struik of boom planten; want vóórdat de eene rijp is en
+de andere schaduw geeft, is hij hem misschien al afgenomen, als de vrouw
+van een voornamen heer bijgeval verkiest haar waschgoed daarin te drogen
+te hangen."
+
+Luide toejuichingen volgden op deze woorden, doch de pleitbezorger riep
+met een harde stem: »Hoort naar mij burgers, en laat u niet misleiden!
+Niemand zal hier beroofd worden. Tegen ruime schadevergoeding wil men de
+plek, die men noodig heeft om de stad te verfraaien en de Koningin te
+eeren, van hem overnemen. Zouden de Regent en de bevolking zich deze
+schoone gelegenheid laten ontgaan om hunne dankbaarheid en vreugde over
+de grootste der overwinningen aan den dag te leggen, alleen omdat het
+een slechtgezind man en--het woord moet er uit--een vijand van zijn
+land, anders behaagt?"
+
+»Nu komt het moeras te dicht bij _mij_," riep Dion driftig uit, »en dat,
+»blijven steken," waarvoor gij mij waarschuwdet, kon nu wel eens ernst
+worden. Want een schaamtelooze die den vuigsten laster durft uitspreken,
+benijd ik niet om zijn vlugheid van geest. Gij weet immers, gij allen
+die mij hoort, door hoevele geslachten heen de familie van Didymus tot
+eer van de stad hier heeft gewoond en roemvollen arbeid heeft verricht.
+Gij weet dat de oude man tot de leermeesters der koningskinderen
+behoorde."
+
+»En toch," hield Philostratus vol, »zag men hem nog eergisteren met
+Arius, den vriend en gouverneur van Octavianus, den doodvijand van onze
+koningin, arm in arm in den tuin van het Paneum wandelen. Aan ieder die
+het hooren wilde, verzekerde Didymus dat juist deze Arius tot zijn
+liefste leerlingen behoorde."
+
+»Inderdaad," hernam Dion, »de geringste schoolmeester zou zich wel
+schamen u ooit zoo te noemen, zelfs al waart ge hem in verstand en
+kennis boven het hoofd gegroeid. Ja, al had men u, in plaats van bij de
+rhetoren, bij vischhandelaars in de leer gedaan, dan zouden deze het ook
+niet gaarne bekennen, want zij verkoopen alleen goede waar voor goed
+geld, maar bij u is ook het allerslechtste nog voor goud te krijgen.
+Ditmaal treedt gij daarvoor den goeden naam van een achtenswaardig man
+met voeten. Maar ik zal dat niet gedoogen: gij hoort het, medeburgers:
+ik daag den Syriër daar ginds uit te bewijzen dat Didymus het vaderland
+verraden heeft, of zich te laten welgevallen dat ik hem, ten aanhoore
+van u allen een snood lasteraar en omkoopbaar opruier noem."
+
+»Smaad uit zulk een mond is gemakkelijk te verdragen," antwoordde de
+pleitbezorger op een toon van minachting, maar toch duurde het eenigen
+tijd, eer hij zich weder tot zijn toehoorders richtte, en met al de
+warmte, waarover hij beschikken kon, voortging: »Wat ik dan wil,
+medeburgers? Waarom het te doen is? Ik treed hier op voor de koningin,
+alleen omdat mijn hart mij daartoe dringt. Om een waardige plaats te
+verzekeren aan datgene wat Cleopatra tot eer en roem strekken zal,
+treed ik in het strijdperk met haar vijand, stel ik mij bloot aan
+den hoon waarmede gij den trotschen overmoed vergunt zijne woede aan
+mij te koelen. Toch heb ik er geen berouw van, al doe ik mijn natuur
+geweld aan; want de man, tegen wien ik mijn stem verhef, is ook mijn
+leermeester geweest, en vóór hij van den weg van waarheid en recht werd
+afgebracht, heeft hij ook menigmaal mij, voor vele getuigen, tot zijn
+beste leerlingen gerekend. Ik was ook stellig een der dankbaarste. En
+zijn kleindochter werd mijn echtgenoot. Door haar bezit..."
+
+»Bezit?" riep Dion luid en heftig. »Zóó kon een door de zee aangespoeld
+lijk zich evengoed beroemen die zee te bezitten!"
+
+Het zwakke licht der fakkels was sterk genoeg om de omstanders te doen
+zien hoe de pleitbezorger verbleekte. Eén oogenblik scheen het, of hij,
+die nooit verlegen werd, nu toch in verwarring was geraakt, maar spoedig
+riep hij weder: »Medeburgers, lieve vrienden! Ik wilde u spreken van
+de ellende waarin eene schoone doch lichtzinnige vrouw iemand storten
+kan....."
+
+Maar hij kon niet verder gaan, want velen der aanwezigen, die den
+gevierden, milden Dion en Barine, de schoone zangeres van het laatste
+Adonisfeest, kenden, gaven duidelijk hun ongenoegen te kennen. Een
+volksmenigte verheugt er zich altijd in, als zij een man van het vak
+door een ander die dat niet is, overwonnen ziet.
+
+Toch zou de strijd nog zoo spoedig niet geëindigd zijn, als niet op dit
+oogenblik onrust en schrik zich van het volk hadden meester gemaakt.
+Er ontstond een geroep van: »Terug! gaat uiteen!" en tegelijk hoorde
+men hoefgetrappel en het commando van den aanvoerder eener afdeeling
+Libysche ruiters. De aanleiding was niet gewichtig genoeg, dat het
+volk zich daarvoor aan een ernstig gevaar mocht blootstellen. Ook was
+de heftige woordenstrijd vroolijk geëindigd, en onder de angst- en
+waarschuwingskreten mengde zich een luid gelach, want de golvende
+menigte had zich in de richting van de fontein bewogen, en den
+pleitbezorger in het volle waterbekken doen vallen. Men wist niet of dit
+met opzet of door een toeval was gebeurd, doch de vergeefsche pogingen
+van het slachtoffer om zich langs het gladde marmer er uit te werken,
+waren zoo komiek, en zijn gebaren, toen hij met den bijstand van
+hulpvaardige handen weder op het plaveisel van het plein terecht was
+gekomen, wekten zoo onweerstaanbaar de vroolijkheid op, dat veel meer
+gelach dan gemor onder het gepeupel werd gehoord. De een riep: »Toen hij
+Didymus zoo zwart maakte, heeft hij zijn eigen handen zwart gemaakt,
+en nu wil hij ze wasschen!" Een ander: »Een wijze arts heeft hem in
+de fontein geworpen. Hij had voor al de houwen die hij van Dion heeft
+gekregen, koude omslagen noodig." Den Regent, die de ruiters hierheen
+gezonden had om de menigte voor het huis van Didymus uit elkander
+te jagen, was het zeer welkom dat deze maatregel nu zoo weinig
+tegenstand ontmoette. Het volk ging spoedig uiteen, en reeds bij het
+Dionysostheater werd de aandacht door iets nieuws getrokken. Op de
+trappen daarvan had de citerspeler Anaxenor eerst afgekondigd dat
+Cleopatra en Antonius de schoonste aller overwinningen hadden behaald,
+en daarna een loflied gezongen dat aller harten diep had geroerd. Hij
+had het al lang geleden vervaardigd, en deze eerste gelegenheid, zoodra
+het gerucht zich verbreid had, aangegrepen, om de uitwerking er van te
+beproeven.
+
+Zoodra het plein weer ledig was, verliet Barine haar toeschouwersplaats.
+Sinds lang had haar hart niet zoo snel geklopt. Van al degenen die haar
+gunst zochten te verwerven, stond niemand hooger bij haar aangeschreven
+dan Dion; doch nu gevoelde zij voor het eerst dat zij hem liefhad. Wat
+hij daar op het plein voor haar en haar grootvader had gedaan, verdiende
+haar grootste dankbaarheid; het bewees dat hij niet maar, zooals de
+meesten, alleen bij haar kwam om de lange avonduren door te komen.
+
+Het was geen kleinigheid voor den aanzienlijken jongen man geweest
+om zich, voor het geheele volk, in een strijd in te laten met dien
+schaamteloozen man, wien Barine eenmaal had toebehoord, en hoe goed
+was het hem gelukt den gevreesden improvisator tot zwijgen te brengen.
+Bovendien had hij hare partij gekozen tegen zijn eigen, machtigen oom,
+en misschien den broeder van zijn tegenstander, Alexas, die een der
+voornaamste gunstelingen van Antonius was, tot zijn vijand gemaakt. Dat
+verhief Barine in eigen oogen, want dat, dacht zij, zou hij die voor
+geen der Macedonische edelen der stad behoefte achter te staan, voor
+geene andere gedaan hebben. Zij had door dit alles een gevoel alsof zij
+verlost was.
+
+Sedert zij de liefelijke opgeruimdheid van geest, die in haar
+ongelukkig huwelijksleven gedreigd had verloren te gaan, voor zich zelve
+teruggevonden had, en haar huis een middelpunt van geestelijk leven
+had zien worden, had zij altijd getracht al hare gasten met dezelfde
+vriendelijkheid te gemoet te komen. Zij had begrepen dat zij zich niet
+meer veroorlooven mocht aan een enkelen die macht over haar te geven,
+die een vrouw aan den man dien zij liefheeft vanzelve schenkt. Aan Dion
+had zij niets meer toegestaan dan aan de anderen, maar nu gevoelde zij
+duidelijk dat zij al het genot van een gevierde vrouw te zijn, en de
+grootste vernuften der stad tot zich te trekken, gaarne zou prijsgeven
+voor het zooveel grootere geluk door hem bemind te worden en de zijne te
+zijn. Met hem, door zijne liefde gesteund, geloofde zij iets beters te
+zullen vinden in de eenzaamheid, dan in de drukte en de opwinding van
+haar tegenwoordig leven.
+
+Zij wist nu wat haar te doen stond indien hij hare hand vroeg, en voor
+het eerst had de bouwmeester een stilzwijgend gezelschap aan haar. Hij
+zou haar gaarne teruggebracht hebben naar het huis van haar grootvader;
+daar had hij toch andermaal hare zuster Helena ontmoet, terwijl zij het
+teleurgesteld verlaten had, omdat haar moedige verdediger daar niet
+teruggekeerd was.
+
+Na het onverwachte slot van den woordenstrijd, had Dion zich recht
+behagelijk gevoeld. De voldoening van voor een goede zaak opgetreden te
+zijn, en de verheffende zekerheid van den uitslag waren voor hem wel is
+waar niets nieuws, maar toch had hij het zelden zóó ondervonden als nu.
+Hij had vurig verlangd naar de eerstvolgende ontmoeting met haar, en
+zich voorgesteld hoe hij haar alles verhalen en haar dank voor zijn
+goede diensten aanhooren zou. Hij had dat alles in zijn verbeelding al
+doorleefd, maar nauwelijks was dat lachende beeld verdwenen, of de
+vroolijke uitdrukking van zijn mannelijk gelaat werd ernstig en vol
+bezorgdheid. Ofschoon het nachtelijk donker slechts spaarzaam door het
+vuur in de pekpannen werd verlicht, was het hem een oogenblik geweest
+alsof hij in het heldere daglicht in den bloeienden tuin van zijn paleis
+stond, en als had Barine, toen hij het loon voor zijn dapper optreden
+van haar verlangde, hem innig bewogen aan haar borst gedrukt en hij haar
+hartstochtelijk de betraande oogen gekust. Het visioen was spoedig
+verdwenen, maar zoo duidelijk geweest als de levendigste droom.
+
+Zou Barine hem toch dierbaarder zijn dan hij dacht? Was het geen
+welbehagen in haar buigzamen geest en schitterende schoonheid alleen
+geweest, dat hem in de laatste maanden zoo menigmaal tot haar
+aangetrokken had? Was een werkelijke, sterke hartstocht in hem ontwaakt?
+Bestond er gevaar dat de wilskracht, die zijn vrijheid bewaken moest,
+bezwijken zou? Moest hij vreezen eenmaal, door een geheimzinnige,
+onwederstaanbare macht gedwongen, in weerwil van de tegenkanting der
+bedachtzame wijsheid, een verbond voor het leven te sluiten met haar,
+Barine, die eens een Philostratus toebehoord had? De vrouw die iets
+geven wilde aan ieder die haar huis bezocht, en wien het daar alleen te
+doen was om streeling van oog en oor, of een aangenaam onderhoud. Al was
+haar eer ook zoo rein als het dons van een zwaan--er was toch geen reden
+om daaraan te twijfelen--toch werd haar naam te gelijk genoemd met dien
+van Aspasia en vele anderen, bij wie de gasten nog meer vonden dan
+gezang en geestvolle gesprekken. De gaven, waarmede de goden haar zoo
+rijk hadden bedeeld, waren reeds door te velen genoten dan dat hij, de
+laatste spruit uit een edel Macedonisch geslacht, er aan had mogen
+denken haar als gebiedster binnen te leiden in een huis, dat met
+Gorgias' hulp zoo rijk en fraai was gebouwd en versierd.
+
+Zeker, er ontbrak niets aan, dan het vriendelijke bestier eener vrouw.
+En als zij er eens in toestemde zonder den zegen van Hymen de zijne te
+worden? Neen, dat nooit. De kleindochter van Didymus, die reeds zijns
+vaders leermeester was geweest, de vrouw die hij steeds zoo van harte
+had hooggeacht, ondanks de vroolijke vrijheid waarmede zij met zoovelen
+omging, wilde hij blijven eeren. Dat zou hij doen, zelfs al zouden zijne
+vrienden hem er om uitlachen. Wat gaf men ook om de heiligheid van den
+echt, in een stad waar de Koningin in vrije liefde met den gade van een
+ander leefde? Hij zelf had reeds zoo menige korte verbintenis gesloten,
+en juist daarom hinderde het hem Barine gelijk te stellen met hen, wier
+liefde hij waarschijnlijk alleen aan zijn goud te danken had.
+
+Aan moed en vastberadenheid had het hem nooit ontbroken, maar hij voelde
+dat hij ditmaal rekening te houden had met een macht, waarmede hij zich
+nog nooit gemeten had. Dat verwenschte visioen! Hij zag het weder, en
+het lachte zoo lieflijk, dat de dag wel komen moest, dat alle weerstand
+vruchteloos zou zijn. Indien hij in hare nabijheid bleef, dan zou hij
+zeker doen wat hem later berouwen zou. Hij had graag een offer gebracht
+aan Peitho, opdat zij de overredingskunst van Archibius bevleugelen
+mocht, en Barine tot het besluit brengen om Alexandrië te verlaten.
+
+Het zou hem wel moeilijk vallen haar te missen, maar veel zou reeds
+gewonnen zijn wanneer zij de stad verliet. Tusschen het tegenwoordige en
+den verwijderden tijd van het wederzien lag het uitstel van het gevaar,
+en misschien de kans op de overwinning. Hij herkende zich zelven niet.
+Hij was in eigen oogen zoo wankelmoedig als een riet, omdat hij den
+wensch bij Didymus binnen te gaan en hem toe te spreken, onderdrukt had,
+en het huis voorbijgeloopen was. Hij zou dan Barine bij haar grootvader
+gevonden hebben, en hij wilde haar nu niet zien, hoewel alles in hem
+verlangde naar haar aangezicht, hare stem en een woord van dank uit haar
+lieven mond. In de plaats van blijdschap was een gevoel van misnoegdheid
+gekomen, zooals van iemand die aan een kruisweg staat, en weet dat
+hij langs geen der drie wegen tot zijn eigenlijk doel komen zal. De
+koningsweg, waarover hij zich door de menigte liet voortstuwen, leidde
+langs de zee, tot aan het theater van Dionysos. Zoodra hij dat zag
+herinnerde hij zich eensklaps dat zijn vriend Gorgias het beeld van het
+koninklijke paar vóór dit grootsch gebouw wilde doen oprichten, en als
+hij nu een onderzoek instelde naar de geschiktheid van deze plaats, zou
+hij vanzelf op andere gedachten komen.
+
+Toen hij het theater naderde, had de citerspeler juist zijn lied
+geëindigd, en de menigte ging uiteen. Ieder was vol van de blijde
+tijding der overwinning, en de een riep de ander toe wat Anaxenor de
+gunsteling van den grooten Antonius, die het dus weten moest, hun in
+verzen had meegedeeld. Daarop weerklonk menig "Io" en "Evoë"[7] op
+Cleopatra, de nieuwe Isis, en Antonius, den nieuwen Dionysos. Gebaarde
+en gladde, fijne Grieksche en dikke Aegyptische lippen vereenigden zich
+in het geroep: "Naar het Sebasteum!" Dat was namelijk het koninklijk
+paleis, waar tegenover het gebouw der Regeering stond en het huis van
+den Regent. Men wilde het kostelijk bericht bevestigd zien en door een
+uiting van dankbare vreugde lucht geven aan het volle hart.
+
+[7] Een juichkreet bij de Dionysosfeesten.
+
+Ook Dion wilde zekerheid erlangen, en hoewel de luidruchtige
+ontboezemingen van het volk hem altijd te veel tegenstonden om er aan
+deel te nemen, maakte hij zich nu toch gereed om de joelende schaar te
+volgen naar het Sebasteum. Doch plotseling hoorde hij het geroep van
+mannen, die een dichtgesloten draagstoel vooruitliepen. Het was die van
+Iras, de vertrouwde kamervrouw der Koningin. Als iemand mededeelingen
+kon doen, dan was zij het, maar het was in dit gedrang onmogelijk
+een gesprek met haar aan te knoopen. Zij scheen echter van een ander
+gevoelen te zijn, want zij had hem opgemerkt en riep hem tot zich. Haar
+anders zoo heldere stem klonk ditmaal schor. Men hoorde daaraan dat zij
+heftig bewogen was, terwijl zij Dion met allerlei vragen overstelpte.
+Zonder zich tijd te gunnen voor de gewone begroeting, wilde zij dadelijk
+weten wat de menigte zoo opgewonden maakte, wie hun de tijding der
+overwinning gebracht had, en waarheen het volk zich begaf.
+
+Terwijl Dion haar te woord stond, had hij moeite genoeg niet
+voortgedrongen te worden. Dat merkte zij, en daar zij juist den Meander
+voorbij kwamen, den dwaaltuin die na zonsondergang gesloten werd, liet
+zij zich naar den ingang daarvan dragen, maakte zich aan de wachters
+bekend, liet den draagstoel daar nederzetten, en beval de dragers en
+voorloopers te blijven wachten, totdat zij hen roepen zou.
+
+De ongewone gejaagdheid van het meisje vervulde Dion met gegronden
+angst. Toen hij haar verzocht uit te stappen en met hem op en neder te
+wandelen, wees zij dit af met de betuiging, dat er in het leven te veel
+dwaalwegen waren, dan dat men die met opzet zoeken moest. Hij scheen
+ook wel op wegen te gaan, die niet juist tot de rechte behoorden.
+"Waarom," besloot zij, en stak het hoofd daarbij door de opening van
+den draagstoel "maakt gij het den Regent en uw eigen oom zoo moeielijk
+om hunne bevelen door te zetten, en trekt partij voor het volk als een
+omgekochte oproermaker?"
+
+"Als Philostratus, bedoelt gij, dien ik als toevoegsel tot de gouden
+belooning uit uwe hand, nog eenige ribbenstooten toegediend heb?"
+
+"Zooals gij wilt. Waarschijnlijk waart gij het ook, die hem in het water
+deedt werpen, nadat gij uw gemoed aan hem gekoeld hadt? Gij moet uwe
+zaak goed verstaan hebben. Wat men met liefde op zich neemt, gaat
+gewoonlijk goed. Het zij zoo, wanneer nu maar zijn broeder Alexas,
+Antonius niet tegen u in het harnas jaagt. Wat mij betreft, ik wil
+alleen maar weten, waarom en voor wien dat alles is geschied."
+
+»Voor wien anders dan voor den braven ouden man, die reeds de
+leermeester mijns vaders is geweest, en voor zijn goed recht,"
+antwoordde Dion rustig. »En behalve dat ook ter wille van den goeden
+smaak, want er is geen ongunstiger plek voor het standbeeld denkbaar dan
+juist die tuin."
+
+Iras lachte, een korten, scherpen lach, en haar smal, zeer regelmatig
+gezicht, dat men schoon had kunnen noemen als de rug van den fijnen
+rechten neus niet wat lang en de kin iets te klein waren geweest,
+vertrok zich, terwijl zij uitriep: »Dat is ten minste openhartig."
+
+»Daaraan moest gij bij mij gewoon zijn," hernam hij bedaard. »In dit
+geval is trouwens de deskundige bouwmeester Gorgias geheel van hetzelfde
+gevoelen."
+
+»Ook dat kwam mij ter oore. Gij beiden zijt ijverige bezoekers van--hoe
+heet zij ook weer?--de betooverende Barine."
+
+»Barine!" herhaalde Dion, alsof die naam hem verraste. »Gij zorgt er
+voor, vriendin, dat ons gesprek onze omgeving, den dwaaltuin, eer aan
+doet. Ik spreek van werken der beeldende kunst, en gij doet alsof gij
+dat toepast op een overigens zeer wel gelukt levend werk der scheppende
+goden. Ik was er mijlen ver van af bij dat alles aan de kleindochter van
+den ouden geleerde te denken, toen ik voor hem in 't strijdperk trad."
+
+»Zooals," voegde zij er bitter bij, »alle jonge heeren van uwe soort
+altijd eerder denken aan de waardige leermeesters van hun vader, dan
+aan die vrouwen die, sedert Pandora haar doos opende, alle kwalen in
+de wereld brachten. Maar,"--en zij streek de zwarte lokken van haar
+voorhoofd, »ik begrijp mij zelve niet, hoe ik er nu, bij den zwaren
+last, die op mijn ziel ligt, toe kom, om ook maar één woord aan zulke
+beuzelingen te verspillen... En toch! De oude geleerde raakt mij
+even weinig als het geheele aantal van zijn commentaren en andere
+geschriften, al zijn zij mij niet geheel onbekend.... Hij mocht, wat
+mij betreft, even veel kleinkinderen hebben als hier in Alexandrië
+booze tongen zijn, als het er mij niet om te doen was alles wat een
+schaduw op den weg der Koningin werpt te verwijderen. Ik kom zooeven
+van de Lochias, uit het paleis der koninklijke kinderen, en wat ik daar
+hoorde.... Maar ik wil en kan het nog niet gelooven.... Ik ben er geheel
+van vervuld."
+
+»Zijn er slechte tijdingen van de vloot?" vroeg Dion vol belangstelling.
+Zij antwoordde niet, maar knikte bevestigend met het hoofd, en legde den
+waaier van struisvederen als teeken van stilzwijgen tegen haar mond.
+Tegelijk beefde zij zoo hevig, dat hij het, niettegenstaande de
+duisternis, zag. Hij begreep hoe moeilijk het spreken haar viel, toen
+zij met doffe stem vervolgde: »Het moet nog geheim blijven.... Schippers
+van Rhodus.... het is, de Goden zij dank, nog geheel onzeker.... het
+kan, het mag niet waar zijn! En toch.... het is een schande dat die
+citerspeler bij het volk zulke blijde verwachtingen durft opwekken. Wie
+het meest aan de grooten der aarde te danken heeft, doet hun gewoonlijk
+het meeste kwaad. Gij kunt zwijgen Dion, dat weet ik. Dat toondet gij
+reeds als knaap, als gij iets te verbergen hadt voor uw ouders. Of gij
+nu nog, evenals toen, voor mij in het water zoudt springen? Ik geloof
+het niet! Maar vertrouwen mag ik u, en dat doe ik zelfs hier in dezen
+dwaaltuin. Mijn hart dreigt te bersten, maar geen woord daarvan aan
+wien ook! Ik heb geen vertrouweling noodig, en zou ook u alles kunnen
+verzwijgen, maar ik wensch dat gij mij begrijpt, juist gij, die de
+rol gespeeld hebt, die gij speeldet. Vóór ik op de Lochias in mijn
+draagstoel stapte, kwam ook die knaap tehuis, en ik sprak hem nog even."
+
+»De jonge Cæsarion," viel Dion haar ernstig in de rede »bemint Barine."
+
+»Dus bleef deze ontzettende dwaasheid ook al niet geheim?" vroeg zij
+opgewonden. »De droomer toont een hartstocht, dieper dan ik ooit van
+hem zou hebben gedacht. Stel u voor dat de Koningin terugkomt, minder
+gelukkig dan wij wenschen, dat zij allen terugziet van wie zij nog iets
+verblijdends, goeds of groots verwacht, en dan hoort wat er met den
+knaap is gebeurd,--want wat zou haar verlichte geest niet opmerken en
+doorzien? Hij is haar dierbaar, meer dan gij allen vermoedt--hoe zal
+dat dan haar onrust, haar ellende vermeerderen! Hoe rechtmatig zal haar
+toorn zijn over hen, wien plicht en liefde geboden over den knaap te
+waken!"
+
+»Daarom," zeide Dion, »is het noodig dat de steen des aanstoots
+weggenomen wordt. Met dien aanval op Didymus hebt gij tot dat doel reeds
+het uwe gedaan."
+
+Hij had terecht ingezien, dat zij met het geheele complot tegen
+den geleerde eigenlijk alleen beoogde aan de machthebbers het recht
+te geven om tegen den ouden philosoof en de zijnen, dus ook tegen
+Barine, krachtig op te treden. De Aegyptische wet eischte, dat ook de
+bloedverwanten dergenen die tegen de regeering iets hadden misdaan,
+verbannen werden. Deze aanval op een onschuldige was schandelijk, en
+toch begreep Dion uit ieder woord dat Iras sprak, uit iederen trek van
+haar gelaat, dat het niet alleen lage jaloerschheid, maar iets edelers
+was, wat haar daartoe bracht: de liefde voor hare gebiedster, de groote
+begeerte om haar voor kommer en leed te behoeden. Hij kende Iras, haar
+ijzeren wil, en de meedoogenloosheid waarmede zij aan het hof altijd
+haar doel had trachten te bereiken. Zijn eerste werk moest nu zijn
+Barine te bewaren voor het gevaar dat haar dreigde; vervolgens moest
+hij Iras, de dochter van Krates, die langen tijd naast zijn vader had
+gewoond, met wie hij als knaap had gespeeld en die tot nu toe in al zijn
+lotgevallen had gedeeld, bevrijden van den angst die haar drukte.
+
+Zijn uitspraak verraste haar. Zij zag hoe de man, die haar meer waard
+was dan ieder ander, haar doorzag, en een vrouw die bemint, verheugt
+zich altijd als zij de meerderheid van den geliefde gevoelt. Daarbij was
+zij van kind af--en zij was maar twee jaar jonger dan Dion--opgegroeid
+in kringen waar men niets hooger stelde dan de oefening van den geest,
+ten einde dien helder en scherp te maken. Haar zwarte oogen, die eerst
+uitvorschend en wantrouwend gefonkeld en daarna van hartstochtelijke
+droefheid gegloeid hadden, namen nu een nieuwe uitdrukking aan. Smeekend
+zochten zij den blik van haar vriend, terwijl zij op zijn vermoeden
+hernam: »Ja Dion, de kleindochter van den philosoof mag hier niet
+blijven. Of ziet gij een ander middel om den knaap voor onberekenbaar
+onheil te bewaren? Gij kent mij lang genoeg om te weten dat het mij,
+evenzeer als u, tegen de borst stuit om het goed recht van een ander te
+krenken, en dat ik, als het niet noodig is, zoo hardvochtig niet ben. Ik
+acht u zeer hoog. Niemand is zoo waarheidlievend als gij, en gisteren
+hebt gij mij nog stellig verzekerd, dat Eros met uwe bezoeken bij de
+jonge vrouw niets te maken had, dat gij enkel zoo dikwijls tot hare
+gasten behoort omdat zij uw geest zoo aangenaam opwekt. Wat ik ook
+leerde wantrouwen in de wereld, op uw woord vertrouw ik nog. En toch,
+toen ik vernam hoe gij voor Didymus in de bres gesprongen waart, en u
+zag trachten naar den dank en de gunst van zijn kleindochter.... gij
+mannen zegt immers, dat Zeus de betuigingen der minnenden niet
+hoort,--toen hief de argwaan het hoofd weder op. Nu schijnt gij mijn
+gevoelen te deelen...."
+
+»Ja," viel hij in, »evenals gij, geloof ik dat Barine onttrokken moet
+worden aan de wenschen van den knaap, die u niet onaangenamer kunnen
+zijn dan haar zelve. Daar Cæsarion op het oogenblik Alexandrië te minder
+verlaten kan, omdat de zaken zoo slecht staan, blijft er niets anders
+over dan de jonge vrouw van hier te verwijderen;--maar natuurlijk met
+alle mogelijke omzichtigheid."
+
+»O, in een gouden wagen, en met rozen bekranst, als gij dat verkiest!"
+riep Iras levendig uit.
+
+»Dat zou maar opzien wekken," antwoordde hij glimlachend, en met een
+afwerend handgebaar. »Nu ik de drijfveeren uwer handelwijze ken, behaagt
+die mij wel is waar altijd nog niet, doch ik wil u gaarne helpen om uw
+doel te bereiken. Ook langs kronkelpaden komt men waar men wezen wil, en
+daarop loopt men minder gevaar den voet te stooten; de rechte weg is mij
+echter liever, en ik geloof dat ik dien ook reeds gevonden heb. Een
+harer vrienden noodigt de jonge vrouw uit naar zijn landgoed te komen
+dat ver van hier gelegen is."
+
+»Zijt gij dat?" vroeg Iras, terwijl haar fijne wenkbrauwen zich pijnlijk
+samentrokken.
+
+»Gelooft gij dan dat zij mij volgen zou?" hernam hij op licht
+verwijtenden toon. »Neen. Gelukkig hebben wij nog vrienden die ouder
+zijn, en de voornaamste van die is toevallig uw oom, die als was is in
+de handen der koningin."
+
+»Archibius?" riep Iras uit. »Ja, als hij haar daartoe overreden kon."
+
+»Dat zal hij beproeven. Hij maakt zich ook ongerust over den knaap.
+Terwijl wij hier samen spreken, noodigt hij Barine uit van zijn landgoed
+gebruik te maken. De buitenlucht daar zal haar zeker goed doen."
+
+»Ik wensch haar toe dat zij zoo gezond moge worden als een
+herderinnetje!"
+
+»Dat is een goede wensch, want komt de Koningin niet zegevierend terug,
+dan worden wij Alexandrijnen nog veel prikkelbaarder. Toen gij den tuin
+van Didymus in beslag wildet nemen, waart gij al zoo ijverig aan de
+oprichting van een eerepoort bezig, dat gij daarbij vergeten hebt...."
+
+»Wie twijfelde dan ook aan den gelukkigen afloop van dezen oorlog?" riep
+Iras. »En zij zullen zeker, zeker overwinnen! De man uit Rhodus zeide,
+dat de vloot uiteengedreven was. Dat zou dan gebeurd zijn aan de kust
+van Akarnië. Dat klonk zeer stellig, maar intusschen had hij het zelf
+ook slechts van een tweede of derde gehoord. En wat beteekent een
+gerucht! Hoe dikwijls blijkt later dat het verkeerd was. Bovendien, al
+werd de zeeslag ook verloren, dan zouden wij altijd nog onze geduchte
+landmacht hebben. Zij beteekent veel meer dan die van Octavianus.
+En welke veldheer is opgewassen tegen Antonius? Hoe dapper zal hij
+strijden, als het de allergewichtigste dingen geldt: roem, eer,
+heerschappij, haat en liefde. Waarom zouden wij zoo beangst zijn? Na
+Dyrrhachium hield ieder de zaak van Cæsar voor verloren, en hoe spoedig
+daarop werd hij te Pharsalus de beheerscher der wereld! Is het niet
+beneden een verstandig mensch om door schipperspraatjes den moed te
+verliezen?--En toch--toch! Reeds toen ik ziek werd, begon het. En dan
+die zwaluwen aan het admiraalsschip! Daar sprak ik u vroeger al van.
+Mardion en uw oom Zeno hebben het met eigen oogen gezien, hoe vreemde
+zwaluwen de andere uit haar nest bij het roer verjoegen en de jongen met
+hare snavels dood pikten. Dat was een slecht voorteeken! Ik kan het maar
+niet vergeten. En dan mijn droom, toen ik de koorts had!--Maar ik heb
+hier al veel te lang vertoefd. Toch ben ik dankbaar voor dit onderhoud
+met u, Dion, want nu kan ik gerust zijn wat den knaap Cæsarion betreft.
+Zet het standbeeld neer waar gij wilt. Het volk moet weten dat wij acht
+geven op hun tegenstand, en, als hunne vrienden, rechtvaardig zijn.
+Help gij mij nu ook om alles ten beste te keeren voor de Koningin....
+en als het Archibius gelukt Barine voor eenigen tijd buiten de stad te
+houden, dan.... Ja, zoo ik maar iets wist wat u aangenaam kon zijn, dan
+zou ik u dat zeker verschaffen. Maar wat geeft de gevierde Dion om zijn
+verwelkende vroegere speelkameraad?"
+
+»Verwelkende?" herhaalde hij op een toon van verwijt. »Zeg liever de
+volschoone, die van haar koninklijke vriendin het geheim geleerd heeft
+van jong te blijven."
+
+Met een rassche beweging stak zij hem dankbaar de witte slanke hand toe,
+die, na die van Cleopatra, de fraaiste aan het hof werd genoemd; doch
+toen hij de fijne vingertoppen eerbiedig en zacht aan zijn lippen
+bracht, trok zij snel de hand terug en riep, alsof zij plotseling berouw
+voelde: »In dezen tijd, met zulk een angst in het hart, dit onbeduidende
+gebeuzel! Het is onwaardig en beleedigend. Als Barine met Archibius
+medegaat, zal de tijd haar zeker niet lang vallen op zijne landgoederen.
+Ik geloof dat ik wel weet wie haar spoedig na zal reizen om haar
+gezelschap te houden.--Hier, Pasis! De dragers! En nu naar de
+Zonnepoort!"
+
+Dion staarde den verdwijnenden draagstoel nog een oogenblik na; toen
+liet hij de hand door zijn bruine lokken gaan, liep daarop naar het
+strand, en sprong, zonder zich te bedenken, in een der booten die daar
+verhuurd werden. Hij gebood de schippers, die met hem mede wilden gaan,
+op het land te blijven, spande zelf de zeilen met een geoefende hand, en
+voer zoo de haven uit. Die krachtsinspanning kwam hem juist te stade, en
+hij ging nu meteen zelf op verkenning uit.
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+
+Het huis dat Barine bewoonde, dicht bij de tuinen van het Paneum, was
+het eigendom harer moeder, die het van hare ouders geërfd had. Haar
+vader, de schilder Leonax, de zoon van den philosoof Didymus, was lang
+geleden gestorven. Zoodra Barine's ongelukkig huwelijk met Philostratus
+ontbonden was, had zij weder haar intrek genomen bij haar moeder, die de
+huishouding bestierde. Ook deze stamde van een geleerde familie af, en
+was opgegroeid met een broeder, die naam gemaakt had als philosoof, en
+de studiën van den jongen Octavianus had geleid. Dit was echter lang
+vóór het begin der twisten, die den erfgenaam van Cæsar en Marcus
+Antonius vaneen scheidden. Doch zelfs nadat deze laatste zijne gemalin
+Octavia, Octavianus' zuster, verstooten had, om tot Cleopatra, de
+geliefde van zijn hart, terug te keeren, en nadat het tusschen de
+mededingers om de heerschappij der wereld tot een openlijke breuk
+gekomen was, had Antonius zich vriendelijk getoond jegens Arius, en in
+geen enkel opzicht zijn innige betrekking tot Octavianus gewraakt. De
+milde Romein had den vroegeren Mentor van zijn vijand ten overvloede een
+fraai huis ten geschenke gegeven, om hem te toonen hoe gaarne hij hem in
+Alexandrië en in zijne nabijheid behield.
+
+De weduwe Berenice, Barine's moeder, was zeer gehecht aan haar eenigen
+broeder, die dikwijls tot de gasten harer dochter behoorde. Zij was een
+bedaarde, stille vrouw, die den tijd toen zij zich wijden kon aan de
+opvoeding harer kinderen, den vurigen Hippias, Barine en Helena, den
+gelukkigste haars levens noemde. De laatste woonde nu al sinds jaren
+bij haar grootouders, en verzorgde hen met de meeste toewijding. Zij
+was altijd gemakkelijker te leiden geweest dan haar oudere zuster en
+broeder. De hoog strevende geest van den knaap had hem dikwijls aan de
+moederlijke leiding onttrokken, en het schoone, levendige meisje had
+van jongsaf iets bijzonder betooverends gehad, zoodat een nauwlettend
+toezicht dubbel noodig was geweest.
+
+Eerst te Alexandrië, later te Athene en op Rhodus had Hippias zich tot
+redenaar ontwikkeld, en drie jaren geleden had zijn oom Arius hem met
+goede aanbevelingen naar Rome gezonden, om het leven daar te leeren
+kennen, en te beproeven met zijne zeldzame gave van welsprekendheid daar
+zijn weg te maken.
+
+Twee ongeluksjaren aan de zijde van een gewetenloos man, dien zij niet
+liefhad, hadden den kinderlijken overmoed van Barine langzaam doen
+overgaan in haar tegenwoordige kalmere opgeruimdheid. Haar moeder was
+zich bewust dat zij met de beste bedoelingen haar zestienjarige dochter
+een huwelijk had laten sluiten met Philostratus, in wien Didymus
+toenmaals een veelbelovenden jongen man dacht te zien, terwijl diens
+broeder Alexas, Antonius' gunsteling, die dezen in den oorlog had
+vergezeld, beloofd had hem voort te helpen op zijn verdere loopbaan.
+De goede vrouw had gedacht dat het bevallige schepseltje op deze wijze
+het best voor de gevaren der wufte stad beschermd zou zijn; doch de
+onwaardige echtgenoot had moeder en dochter veel leed berokkend, en niet
+veel minder deed dit zijn invloedrijke broeder, die niet moede geworden
+was zijn jonge schoonzuster met onwaardige voorstellen te vervolgen.
+
+Thans zag vrouw Berenice vaak haar kind met stomme verbazing aan, omdat
+zij, uit al die smart en vernedering nog die onschuldige vroolijkheid
+had weten te redden, die den schijn gaf, alsof haar leven slechts rozen
+zonder doornen opgeleverd had.
+
+Haar vader Leonax had tot de beroemdste der Alexandrijnsche schilders
+behoord, en van hem had zij die veerkrachtige kunstenaarsziel, die ook
+na den zwaarsten druk weder krachtig opsprong. Hem had zij ook die
+bijzondere gave van den zang te danken, die zorgvuldig aangekweekt
+was, en die haar in de koren der jonkvrouwen op de hooge feesten der
+godinnen, eene eerste plaats hadden doen verwerven. De lof van haar
+kunst was in aller mond, sedert zij op het Adonisfeest bij het wassen
+beeld van den lieveling der goden, die door het everzwijn was gedood, in
+het koninklijk paleis den »Jalemos" gezongen had. Men rekende het als
+een voorrecht haar te hebben gehoord, te meer daar zij zich enkel in
+haar eigen huis of bij bijzondere gelegenheden »ter eere der goden" liet
+hooren.
+
+Ook de Koningin had haar gehoord, en na dat Adonisfeest was Antonius
+door haar oom Arius in haar huis binnengeleid. Met al de warmte van
+zijn vurige, openhartige natuur had hij zijne bewondering voor haar
+uitgesproken, en zich een volgend maal ook doen vergezellen door zijn
+zoon Antyllus. Zeker zou hij nog wel meer gekomen zijn, indien hij
+niet, daags na het tweede bezoek, zich gedwongen had gezien de stad te
+verlaten.
+
+Barine's moeder had het Arius verweten dat hij den geliefde der koningin
+bij haar had gebracht, en door het herhaald bezoek van Antonius' zoon,
+nog meer door dat van Cæsarion, dien Antyllus medegebracht had, had hare
+vrees nieuw voedsel gekregen. Deze jongelieden behoorden niet tot de
+gasten die zij gaarne komen zag, en naar wier gesprek zij gaarne
+luisterde. Wel was het vleiend dat zij haar eenvoudig huis met hunne
+tegenwoordigheid vereerden, doch zij wist dat Cæsarion buiten voorkennis
+van zijn gouverneur kwam, en zag hem duidelijk aan wat hem tot haar
+dochter aantrok. De arme vrouw Berenice had bij de opvoeding van die
+beide kinderen van veel zorgen, het blijde vertrouwen van vroeger tijd
+verloren. Thans zag zij van al het nieuwe, dat het leven haar bracht,
+altijd de donkere zijde het eerst. Als een brandende kaars voor haar
+stond, zag zij eerst de schaduw van den kandelaar, en dan eerst de
+vlam. Haar geheele inwendig leven was een aaneenschakeling van angsten
+geworden, maar de goedhartige vrouw had hare kinderen te lief, om hen
+dat te laten merken. Het gaf haar alleen een kleine verlichting wanneer
+zij, als haar vrees bevestigd werd, verzekeren kon, dat zij dat van te
+voren wel geweten had.
+
+Op haar nog altijd lief, vriendelijk gelaat was van dat alles niets te
+lezen. Zij sprak slechts weinig, maar wat zij zeide was verstandig, en
+bewees hoe oplettend zij gewoonlijk toeluisterde. Daarom waardeerden
+Barine's gasten hare tegenwoordigheid. Zelfs de meestbeteekenende
+ontving nog wat van haar, daar hij voelde dat de stille vrouw hem
+begreep.
+
+Eer Barine dezen avond te huis was gekomen, was er iets gebeurd, dat
+haar moeder dubbel deed betreuren, dat haar broeder Arius eergisteren
+een ongeval overkomen was. Toen hij in het donker van Berenice kwam,
+was hij door een wild rijdenden wagen op den grond geworpen en zwaar
+gekwetst naar huis gedragen. Daar lag hij nu roerloos in een hevige
+koorts, en het maakte zijn lijden niet lichter, dat hij hoorde hoe zijne
+beide zoons den woesteling, die dit hun vader had aangedaan, met hunne
+wraak bedreigden. Om goede redenen hield hij zelf Antyllus voor den
+boosdoener, en uit een ongenoegen met Antonius' zoon kon voor hem en de
+zijnen een nieuw onheil ontstaan, want de jonge Romein scheen weinig
+van de menschlievende grootmoedigheid zijns vaders geërfd te hebben.
+Trouwens, Arius kon het zijn zoons niet kwalijk nemen, als zij de
+handelwijze van den onvoorzichtige in de scherpste bewoordingen laakten.
+Hij zelf had zijn zuster nog gewaarschuwd voor den niets ontzienden
+overmoed van den jongen man, wiens vader door zijn eigen toedoen in
+haar huis gekomen was. Hoeveel reden hij daarvoor had gehad, was nu
+reeds gebleken. Bij het ondergaan der zon waren namelijk heden eenige
+gasten, en later ook de negentienjarige Antyllus aan de poort gekomen en
+door den wachter afgewezen. Daarop had hij onstuimig verlangd Barine
+toch te zien, had den ouden portier, die hem wilde tegenhouden op zijde
+geduwd, en was zonder vergunning doorgedrongen tot de werkplaats van
+den overleden heer des huizes, waar de vrouwen gewoonlijk hare gasten
+opwachtten. Eerst toen hij deze ledig vond, was hij teruggekeerd, maar
+te voren had hij een bloemruiker, dien hij had meegebracht, vastgebonden
+aan een beeld van Eros, dat daar stond. De poortwachter en Barine's
+kamermeisje beweerden dat hij dronken was geweest. Dat hadden zij
+gezien, toen hij met zijne makkers, die op hem wachtten, strompelend
+weder weg was gegaan.
+
+Dit ongepaste gedrag vervulde vrouw Berenice met hevige
+verontwaardiging. Het mocht ook niet ongestraft blijven. Terwijl zij
+hare dochter verwachtte, ging zij bij zich zelve na welke slechte
+gevolgen het hebben kon, wanneer men aan Antyllus het huis verbood en
+hem bij zijn gouverneur aanklaagde, maar ook hoe hij, als dit niet
+gebeurde, tot allerlei ondragelijke handelwijzen komen kon.
+
+Zij was vol droeve voorgevoelens, en juist omdat zij met zooveel grond
+het ergste moest vreezen, hoopte zij in stilte dat haar dochter toch nog
+misschien iets verblijdends zou mede te deelen hebben. Reeds dikwijls
+had zij ondervonden dat de dingen, die zij zoo somber ingezien had, op
+het laatst zich toch nog ten goede keerden. Eindelijk verscheen Barine,
+en in lang had haar moeder haar niet zoo vroolijk en gelukkig gezien.
+
+De weduwe voelde den angst uit haar hart verdwijnen. Haar dochter
+moest iets bijzonder verblijdens overkomen zijn, want zij straalde
+van vreugde. Toch moest zij zeker reeds gehoord hebben wat hier was
+geschied, althans, daar zij zonder mantel en zorgvuldig gekapt
+binnenkwam, moest zij in het slaapvertrek zijn geweest, waar de
+spraakzame Cyprische slavin, die niet licht een nieuwstijding vóór zich
+hield, haar zeker bij het kleeden geholpen had. Het meisje had hare
+handigheid heden weder duidelijk bewezen. »Niemand kan mijn kind voor
+ouder dan negentien houden," dacht de trotsche moeder. »Hoe goed staan
+haar het witte gewaad en het peplos[8] met den blauwen rand! Hoe fraai
+slingert zich het blauw zijden lint door dat zware golvende haar! Wie
+zou gelooven dat geen brandijzer die gouden lokjes krulde, die zoo
+bevallig op het voorhoofd liggen; dat aan het rood en wit op die wangen,
+en de albasten tint dier armen geen enkele penseelstreek mededeed? Het
+is waar, zooveel schoonheid wordt licht een geschenk der Danaërs, maar
+het is toch ook een heerlijke gave der goden! Doch waarom zou zij nu den
+armband dragen, dien Antonius haar na zijn laatste bezoek gezonden
+heeft? Zeker niet voor mij alleen. Dion kan zij toch ook zoo laat niet
+meer verwachten. Misschien pakt zich op dit oogenblik reeds weder een
+nieuwe wolk boven haar hoofd samen."
+
+[8] Wijd opperkleed zonder mouwen.
+
+Dit alles ging haar door het hoofd, terwijl hare dochter opgewekt
+vertelde wat zij bij haar grootvader en voor diens huis had beleefd.
+Zij had zich ondertusschen gemakkelijk in de kussens van een rustbank
+neergevlijd, en toen zij over het onbehoorlijke gedrag van Antyllus
+sprak, noemde zij dat met een luchthartigheid die Berenice deed
+schrikken, slechts een grove onbeleefdheid, die niet weder plaats hebben
+mocht.
+
+»Maar wie zal zich daartegen verzetten?" vroeg haar moeder.
+
+»Wie anders dan wij?" was het antwoord. »Wij ontvangen hem niet meer."
+
+»En wanneer hij dan toch binnendringt?"
+
+Barine's groote blauwe oogen schoten vonken, terwijl zij met vaste stem
+uitriep: »Dat moest hij eens beproeven!"
+
+»Maar over welke macht hebben wij dan te beschikken," zeide Berenice,
+»dat wij Antonius' zoon terug zouden kunnen houden? Ik ken die niet."
+
+»Maar ik wel," verzekerde hare dochter. »Luister, moeder; ik zal kort
+zijn, want wij verwachten een bezoek."
+
+»Zoo laat nog?" was de bezorgde vraag.
+
+»Archibius wenscht ons te spreken over een gewichtige zaak."
+
+Eén oogenblik ontrimpelde zich bij deze woorden het voorhoofd van
+Berenice, maar spoedig fronste zij de wenkbrauwen weder, terwijl zij
+uitriep: »Een gewichtige zaak op zulk een ongewoon uur! Reeds lang
+vermoedde ik niets goeds. Op weg naar mijn broeder vloog een raaf voor
+mij op, en vloog linksom den tuin in."
+
+»Maar ik," zeide Barine, »zag zeven witte duiven, niet meer en niet
+minder, want zeven is het allerbeste getal, die alle met snellen
+vleugelslag rechtsom vlogen. Vooraan de schoonste. Zij droeg in haar
+snavel een korfje, en daarin lag de macht om den zoon van Antonius van
+ons af te houden. Ja, zie mij maar niet zoo verbaasd aan, lieve moeder,
+gij toonbeeld van bezorgdheid, dat gij zijt."
+
+»Maar kind, gij hebt toch gezegd dat Archibius zoo laat zou komen om
+iets gewichtigs te bespreken," zeide Berenice.
+
+»Hij zal ook spoedig komen."
+
+»Spreek daarom niet in raadsels, want ik ben niet vlug in het raden."
+
+»Dat zijt gij wel," hield Barine vol. »Maar wij hebben inderdaad geen
+tijd te verliezen. De schoone duif was dus een goede gedachte, en wat
+er in dat korfje was, zult ge dadelijk hooren. Zie eens moeder, wie
+er ook anders over denke moge, en of ook iemand ons beklaagt: zoo kan
+het hier niet voortgaan! Met iederen dag dat ik ouder word, voel ik het
+duidelijker, en het zal nog jaren duren eer dit gevoel geheel verdwijnt.
+Ik ben te jong om ieder, die aan mij voorgesteld wordt als gast welkom
+te heeten. Het is waar, onze ontvangzaal was eenmaal de werkplaats van
+mijn eigen vader, en de meesteres van dit huis zijt gij, mijn waardige,
+vlekkelooze moeder, maar door uw nederigen aard, houdt gij, die in
+alles beter zijt dan ik, u zoo bescheiden op den achtergrond, dat zij
+u slechts opmerken als gij er niet zijt. Zoo is het gekomen dat de
+menschen die ons bezoeken, altijd zeggen: »ik ga naar Barine," en het
+getal van hen die zoo spreken wordt mij al te groot. Ik kan niet meer
+uitkiezen--en deze gedachte...."
+
+»Kind, kind!" riep haar moeder hoogst verheugd. »Welken god hebt gij
+heden op uw weg ontmoet?"
+
+»Dat weet gij wel," was het antwoord. »Er waren zeven duiven, en toen
+ik uit den snavel van de voorste het korfje nam, vertelde zij mij een
+geschiedenis. Wilt gij die hooren?"
+
+»Zeker, zeker! Maar spoedig, anders komt men ons storen."
+
+Barine lag achterover in de kussens, sloeg de oogleden neer en begon:
+»Daar was eens een vrouw, die een tuin bezat in het aanzienlijkste
+gedeelte der stad, hier in de buurt van het Padeum, zoo gij wilt. In
+den herfst, als de vruchten aan hare boomen rijp waren, liet zij de
+deur open, al deden alle buren ook het tegenovergestelde. Maar om nu
+toch de ongewenschte liefhebbers van hare goede vijgen en dadels af te
+houden, hechtte zij aan de deur een bordje met het opschrift: »Men mag
+ongestraft binnentreden en genieten van het gezicht van den tuin: doch
+wie een bloem plukt, het gras vertreedt of een vrucht neemt, wordt door
+de honden verscheurd." Nu bezat de vrouw slechts een schoothondje, dat
+haar echter niet altijd gehoorzaamde. Maar het opschrift deed goede
+diensten, want in het eerst kwamen enkel de buren uit de voorname wijk.
+Zij lazen de bedreiging, en zouden ook wel zonder die het eigendom der
+vrouw, die hen zoo vriendelijk liet binnengaan, ontzien hebben. Zoo ging
+het een tijdlang voort, totdat er eens een bedelaar kwam en toen een
+Phoenicische matroos en een diefachtige Aegyptenaar uit de Rhakotis,
+die geen van allen konden lezen. Daarom was voor hen het opschrift als
+niet geschreven, en daar zij buitendien niet zeer goed het mijn en dijn
+onderscheiden konden, vertrad de een het grasperk, de ander stal een
+bloem of vrucht van de takken. Steeds kwamen er meer van dat gepeupel,
+en gij kunt wel begrijpen hoe het verder ging. Niemand strafte hen voor
+hun euveldaad, want het keffen van het schoothondje verschrikte hen
+niet, en dat gaf ook aan de anderen, die wel lezen konden, moed, om zich
+niet meer aan de waarschuwing te storen. Nu verloor de fraaie tuin zeer
+spoedig zijn bekoorlijkheid en ook zijn vruchten. Toen eindelijk de
+regen het schrift van het tafeltje uitwischte en baldadige knapen het
+bekrasten, kwam het er verder niet op aan. Wie nu nog in den tuin kwam,
+vond er dan ook niets meer dat hem aantrok. Daarom sloot de eigenares
+voortaan de deur, evenals de buren hadden gedaan, en het volgend jaar
+verheugde zij zich opnieuw in het groene gras en de bonte bloemen. Nu
+genoot zij zelve van de vruchten, en het schoothondje hinderde haar niet
+meer met zijn gekef."
+
+»Dat wil zeggen," zeide de moeder, »als alle menschen van goede zeden en
+zoo beschaafd waren als Gorgias, Lysias en eenige anderen, dan zouden
+wij kunnen voortgaan met ons huis open te stellen. Maar nu er ook ruwe
+lieden zijn, zooals Antyllus...."
+
+»Goed begrepen!" riep de dochter uit. »Wij zijn immers vrij om de
+enkelen, die ons schrift lezen kunnen, uit te noodigen? Morgen reeds
+zullen wij aan onze bezoekers mededeelen, dat wij hen niet meer kunnen
+ontvangen zooals vroeger."
+
+»En," voegde haar moeder er bij, »Antyllus' gedrag doet daartoe een
+voortreffelijk voorwendsel aan de hand. Ieder weldenkende moet dat
+begrijpen."
+
+»Ja zeker," zeide Barine, »en als gij, die de verstandigste van alle
+vrouwen zijt, daarbij het uwe doet...."
+
+»Dan zullen wij het in ons eigen tehuis eerst recht goed hebben. Geloof
+mij kind--als gij maar niet...."
+
+»Geen »als!" Ditmaal niet!" riep de jonge vrouw uit, en hief smeekend
+hare handen op. »Ik denk zoo gaarne aan ons nieuwe leven, en als het,
+zooals ik hoop en wensch, eenmaal komt--gelooft gij ook niet, moeder,
+dat de goden mij dan een vergoeding schuldig zijn?"
+
+»Waarvoor dat?" klonk plotseling de zware stem van Archibius, die
+onaangemeld binnengekomen was, en nu eerst door de beide vrouwen werd
+opgemerkt.
+
+Barine stond snel op, reikte haar ouden vriend beide handen toe, en riep
+uit: »Nu zij mij u toezenden, begint de afrekening al!"
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+
+Voor een kunstenaar, en vooral voor een schilder, is het gemakkelijk
+zijn huis fraai en aantrekkelijk te maken. Hij wil het gaarne behagelijk
+zien en alleen het schoone behaagt hem. Alles wat de harmonie zou
+verstoren beleedigt zijn oog, en om de edelste versieringen aan te
+brengen, behoeft hij geen vreemde over zijn drempel te laten komen. De
+Muze alleen komt hem ongeroepen hare onovertrefbare hulp aanbieden. Zij
+was het ook die Leonax, Barine's vader, geholpen had om zijn huis tot
+een bekoorlijk verblijf te maken. In zijn werkplaats had hij op de muren
+tooneelen geschilderd uit het leven van Alexander den Grooten, den
+stichter zijner vaderstad, en op de kroonlijst een krans van dansende
+liefdegoden.
+
+In dit vertrek placht Barine hare gasten te ontvangen, en de roem van
+deze schilderijen had mede Antonius tot een bezoek uitgelokt, en hem ook
+zijn zoon doen meebrengen, in wien hij althans een vluchtig welgevallen
+in de kunst wilde opwekken. Barine's schoonheid en zangkunst wist hij
+natuurlijk ook naar waarde te schatten; doch de vurige hartstocht dien
+hij op rijpen leeftijd voor Cleopatra had opgevat, bleef voor deze
+alleen bewaard. De man, die door zijn licht ontvlambaar hart vroeger van
+de eene liefde op de andere overgegaan was, was nu door de Koningin met
+onverbreekbare ketenen geboeid, en bij haar vergeleken was Barine enkel
+een kunstwerk, dat leven en een liefelijke stem had gekregen. Toch had
+hij haar te danken voor eenige aangename uren, en in zulk een geval
+wilde hij altijd geschenken geven. Het streelde hem als men hem voor den
+grootmoedigsten verkwister van de wereld hield. Thans had hij daartoe
+een gladden armband uitgekozen van een kostbaren steen voorzien, waarin
+Apollo met de lier gesneden was, omgeven door de luisterende Muzen. Het
+geschenk scheen eenvoudig, maar het was in werkelijkheid een stuk van
+onberekenbare waarde, want de kunstenaar die het bewerkt had, was de
+grootste steensnijder van Alexandrië ten tijde van Philadelphus geweest,
+en ieder der kleine figuren in den slechts drie vingers breeden onyx was
+een zorgvuldig uitgewerkt meesterstuk van groote schoonheid. Antonius
+had dezen band gekozen, omdat hij dien geschikt vond voor eene vrouw,
+wier gezang hem had bekoord. Hij had er niet aan gedacht naar den prijs
+te vragen. Dien had ook slechts een kenner kunnen raden; en daar de band
+niet al te zeer in het oog viel en zeer goed stond aan haar welgevormden
+bovenarm, droeg Barine hem gaarne.
+
+Zoo niet de oorlog Antonius tot vertrekken had genoopt, dan zou zijn
+tweede bezoek zeker niet het laatste zijn geweest, want behalve het
+gezang dat hem had verrukt, was het gesprek levendig en belangwekkend
+geweest, en bij de kunstwerken van Leonax had hij daar ook nog vele
+andere gevonden, die de schilder bij vaardige vakgenooten ingeruild had.
+Ook aan beeldhouwwerken ontbrak het in dat groote vertrek niet.
+
+Men zag er onder anderen het beeld van een krachtig man die uit een
+zak van bokkenleder over zijn schouder hangende, water in een schelp
+goot, hetgeen een aangenaam geluid veroorzaakte. De meester, die
+dezen bukkenden Nubiër gebeeldhouwd had, was dezelfde aan wien men het
+veelbesproken standbeeld van het koninklijke paar te danken had. Ook de
+Eros uit kleiaarde, die zijn boog richtte op een slachtoffer dat hij
+alleen zien kon, was zijn werk. Bij zijn tweede bezoek had Antonius den
+meegebrachten krans schertsend voor dien »machtigsten der overwinnaars"
+nedergelegd, terwijl zijn zoon Antyllus eerst een ruiker gestoken had
+in de opening gevormd door den gebogen rechterarm die den boog spande.
+Hij had daarbij de klei een weinig beschadigd. Thans lagen de bloemen
+onopgemerkt op het kleine altaar op den achtergrond van het zwak
+verlichte vertrek, want de vrouwen hadden het met haar gast verlaten.
+Zij bevonden zich nu in de kleine lievelingskamer van Barine, die
+behangen was met eenige schilderijen van haar overleden vader. Over
+Antyllus' ruiker en het beschadigen van het Erosbeeld was reeds veel
+door hen gesproken, en daardoor was de taak van Archibius veel verlicht.
+
+De late bezoeker was door vrouw Berenice ontvangen met een klacht over
+het ongepaste gedrag en de onvoorzichtigheid van den jongen Romein, en
+Barine had hierbij de verklaring gevoegd, dat zij nu aan Zeus Xenios,
+den beschermer van het gastrecht, naar haar inzien reeds genoeg geofferd
+hadden. Zij was van plan, zeide zij, in het vervolg haar leven te wijden
+aan de bescheiden huisgoden en aan Apollo, die haar de geringe, maar
+kostbare gave des lieds geschonken had. Dit had Archibius uitermate
+verrast, en zij moest hem eerst nog eens uitleggen hoe zij dat
+bedoelde, eer hij er op antwoordde. Spoedig werd het hem dan ook
+duidelijk, dat zij zich haar leven in de toekomst zonder al die gasten,
+met haar moeder alleen voorstelde.
+
+De levendige phantasie der jonge vrouw verplaatste haar nu reeds in dat
+nieuwe, stille leven. Hoe aanschouwelijk zij dat echter maakte, toch
+scheen haar bezadigde toehoorder er nog niet geheel in te gelooven.
+Somtijds vloog er een fijne glimlach over het krachtig, een weinig
+zwaarmoedig gelaat. Zelf was hij een man die niet meer meedeed aan den
+wedstrijd des levens, en nu liever rustig toezag hoe anderen daarbij
+den prijs behaalden of bezweken. Wellicht deden de wonden, die hem
+vroeger waren toegebracht, nu nog pijn, maar al zijn doorworsteld leed
+verhinderde hem niet een oplettend toeschouwer te zijn. Men zag het aan
+den blik van zijn helder oog dat hij alles, wat zijne belangstelling
+wekte, ook mee doorleefde. Wie zóó de kunst van luisteren verstond en
+daarbij, zooals uit zijn edel voorhoofd bleek, zich zoo in het denken
+had geoefend, die moest wel een goede raadsman zijn, en als zoodanig
+deed de Koningin, meer dan op iemand anders, vaak een beroep op hem. Ook
+heden legde hij zijn kalme bedachtzaamheid aan den dag, want hoewel hij
+gekomen was om Barine tot een verblijf op het land te overreden, sprak
+hij daar niet eerder van dan toen zij haar eigen belangen als het ware
+had uitgeput, en hem zelven had gevraagd naar de gewichtige
+beweegredenen van zijn bezoek.
+
+In hoofdzaak was zijn verzoek al aangenomen, nog voor dat hij dit had
+geuit. Daarom kon hij nu de vraag doen of moeder en dochter niet zouden
+denken dat de overgang tot het nieuwe leven beter zou gaan, indien zij
+voor een tijdlang de stad verlieten. Het zou zulk een opzien wekken als
+de gewone bezoekers morgen het huis gesloten vonden en, daar zij niet
+voor de ware reden uit wilden komen, kon licht de een of ander zich
+beleedigd gevoelen. Als zij daarentegen besloten om voor eenige weken
+uit de stad te gaan, dan zou wel is waar menigeen dat betreuren, maar
+wat allen tegelijk trof kon geen enkele zich persoonlijk aantrekken.
+
+Vrouw Berenice gaf dit alles gereedelijk toe, maar Barine bewaarde eerst
+het stilzwijgen. Archibius verzocht haar daarom zich ook uit te spreken,
+en op hare vraag waarheen zij dan moesten gaan, sloeg hij haar voor op
+zijn eigen landgoed te komen. Zijn scherpe, grijze oogen hadden reeds
+lang gezien dat er iets was dat haar aan de stad boeide, en hij begreep
+dat bij een vrouw als Barine haar hart daarbij in het spel moest zijn.
+Dat had hij goed gezien, want zoodra hij het vermoeden uitsprak dat ook
+daarbuiten haar liefste vrienden haar zeker wel bezoeken zouden, hief
+zij het hoofd op, en zeide met een helderen gloed in haar blauwe oogen
+met opgewektheid tot haar moeder: »Ja, wij moeten gaan!"
+
+De levendige verbeeldingskracht der kunstenaarsdochter tooverde haar ook
+nu weder de toekomst duidelijk voor oogen. Wel is waar wist zij alleen
+wien zij bedoelde, als zij van bezoekers sprak, die zij buiten op het
+landgoed Irenia verwachtte. Deze naam die »Oord des Vredes" beteekent,
+beviel haar goed.
+
+Archibius hoorde haar glimlachend aan, maar toen zij in haar
+voorstelling ook hem er bijhaalde en hem liet meedoen aan het rijden met
+de kleine Sardinische paarden en de vogeljacht, was hij wel genoodzaakt
+haar te zeggen, dat hij er waarschijnlijk niet lang tegelijk met haar
+vertoeven zou. Hoe gaarne hij dat zou doen, het zou moeten afhangen van
+eene andere vrouw. Hij was met een verlicht hart hier gekomen omdat hij
+juist gehoord had van een groote overwinning der Koningin. Maar indien
+het hem vergund was nog wat te blijven, dan zou hij hier nog eerst de
+bevestiging van dat bericht afwachten.
+
+Het was hem aan te zien hoe hem dat in spanning hield en dat zijn hart
+niet vrij van vrees was. Vrouw Berenice deelde die, en haar vriendelijk
+gezicht, dat eerst bij het verstandig besluit harer dochter, van
+blijdschap had gestraald, kreeg nu een uitdrukking van angst, toen
+Archibius zeide: »Wat het doel van mijn komst hier betreft, gij hebt mij
+dat gemakkelijk gemaakt. Als ik het niet oneerlijk vond, dan zou ik nu
+wel kunnen verzwijgen dat ik met een voorstel kwam om u de stad te doen
+verlaten. Van Antonius' zoon en zijn jeugdigen overmoed ducht ik geen
+gevaar. Maar voor Cæsarion moet gij voortaan niet te genaken zijn, mijn
+kind."
+
+»Als gij mij om die reden naar de maan kondt brengen, dat zou mij nog
+het allerliefste zijn," antwoordde Barine vroolijk. »Daarom juist wilde
+ik zelve ook van levenswijs veranderen, want ik kan nu eenmaal niet mijn
+huis sluiten voor dien knaap. Eigenlijk behoort hij nog in de school
+thuis, maar hij gebruikt zijn rang als sleutel om alle deuren te openen.
+En dan dien zwaarmoedigen droomer met de smeekende oogen ook nog
+»Koning" te moeten noemen."
+
+»Doch welke machtige neiging," zeide Archibius, »zou er niet kunnen
+sluimeren in de borst van den zoon eener Cleopatra en van een Julius
+Cæsar? Ik weet wel kind, dat gij geen schuld daaraan hebt, maar de
+hartstocht is nu eenmaal bij hem ontwaakt. Wat daar ook van komen
+moge--het hart uwer moeder maakt zich daarover bezorgd. Laat ons daarom
+uw vertrek verhaasten en streng geheim houden waarheen gij gaat. Tot nu
+toe heeft hij niets wezenlijks beproefd, maar men kan van het kind van
+zulke ouders ieder oogenblik alles verwachten."
+
+»Gij maakt mij bang," riep Barine uit. »Van de kirrende duif die ons
+huis binnenvloog, maakt gij een vreeselijken grijpvogel."
+
+»Daar moogt gij hem gerust voor houden," was het ernstig antwoord.
+»Gij zult mij een welkome gast zijn Barine, want reeds toen gij nog
+een kind waart, hield ik van u, en gij zijt de dochter van mijn besten
+vriend. Toch was het niet alleen om u een dienst te bewijzen, dat ik u
+uitnoodigde naar Irenia te komen; het is veeleer om smart, of ook maar
+verdriet, te besparen aan haar, aan wie ik alles verschuldigd ben."
+
+Nu begrepen de beide vrouwen eerst goed, dat, hoe lief zij Archibius ook
+waren, zij en misschien alle andere menschen, toch moesten achterstaan
+bij de Koningin. Barine had ook niets anders van hem verwacht. Zij
+wist dat hij, de zoon van een philosoof, door Cleopatra tot een rijk
+grondbezitter en aanzienlijk man gemaakt was, doch zij voelde ook, dat
+zijn vaderlijke zorg voor de Koningin, nog een andere oorzaak had.
+Cleopatra van hare zijde schatte hem hoog. Ware hij eerzuchtig geweest,
+dan had hij reeds aan het roer van den Staat gestaan, maar de gansche
+stad wist, dat hij deze eer reeds meer dan eens geweigerd had, omdat hij
+dacht als eenvoudig, geheim raadsman, zijne gebiedster des te beter van
+dienst te kunnen zijn.
+
+Barine's moeder had haar verhaald hoe Archibius en Cleopatra van jongs
+af aan met elkander in betrekking hadden gestaan. Meer wist zij daar
+evenwel niet van. Wel gingen daarvan allerlei geruchten rond, die
+gaandeweg opgesierd en met verdichte vertellingen doorweven waren.
+
+Barine had vooral altijd gaarne geloofd dat de philosoof reeds in zijn
+prille jeugd met innige liefde aan de vorstin verbonden was geweest, en
+nu werd zij daarin nog versterkt.
+
+Toen Archibius ophield te spreken, verzekerde de jonge vrouw dat zij hem
+begreep. Zij wees op het portret der negentienjarige koningin, door haar
+vader geschilderd, waarop de albasten lamp aan de zoldering een helder
+licht deed vallen, en vroeg hem op den man af: »Was zij in dien tijd
+niet verwonderlijk schoon?"
+
+»Zooals uw vaders kunst haar daar voorstelt," was het antwoord. »Leonax
+heeft in datzelfde jaar de beeltenis van Octavia geschilderd, en
+misschien was in zijne oogen de Romeinsche vrouw nog schooner."
+
+Daarbij wees hij haar op het portret van Octavianus' zuster, dat haar
+vader geschilderd had, toen zij nog de vrouw van haar eersten
+echtgenoot, Marcellus, was.
+
+»Daarin vergist gij u," zeide Berenice. »Ik herinner mij zeer goed hoe
+Leonax destijds terugkwam. Welke vrouw zou niet jaloersch geworden zijn
+bij zijn geestdrift voor de Romeinsche Hera. Ik had toen het portret nog
+niet gezien, en op mijn vraag of hij Octavia nog schooner vond dan de
+koningin, barstte hij los op de driftige manier die gij van hem gekend
+hebt, met een: »Octavia is de eerste onder degenen die schoon of minder
+schoon genoemd worden; maar de andere, Cleopatra, staat geheel alleen,
+en niemand is met haar te vergelijken.""
+
+Archibius knikte toestemmend met het hoofd, en zeide beslist: »Als kind,
+zooals ik haar het eerst heb gezien, zou zij zelfs onder liefdegoden de
+schoonste zijn geweest."
+
+»En hoe oud was zij toen?" vroeg Barine vol belangstelling. »Acht
+jaren," antwoordde hij. »Hoe ver ligt dat alles al achter ons, en toch
+heb ik geen uur daarvan vergeten."
+
+Nu verzocht Barine hem dringend nog meer te vertellen van dien tijd.
+Archibius zag een oogenblik nadenkend naar den grond, richtte toen zijn
+hoofd op, en sprak: »Misschien is het goed voor u beiden, nog wat meer
+te weten van de vrouw, die thans een offer van u vraagt. Arius is uw
+broeder en oom. Hij is nauw verbonden aan Octavianus, daar deze eens
+zijn leerling was. Hij vereert Octavia, de zuster van den Romein, als
+een godin, dat weet ik. Op dit oogenblik kampt Marcus Antonius met
+Octavianus om de wereldheerschappij; Octavia is reeds bezweken in den
+strijd tegen de vrouw van wie gij wenscht te hooren. Het komt mij niet
+toe hier een beslissende uitspraak te doen, doch wel mag ik raden en
+waarschuwen. De matrone's te Rome branden wierook voor Octavia, en
+als Cleopatra's naam uitgesproken wordt, bedekken zij haar gelaat van
+verontwaardiging. Dat doen velen in Alexandrië haar na. Wie zich zelve
+aan de zijde van het vlekkeloos reine schaart, hoopt in stilte dat iets
+van de heiligheid die daarvan uitgaat, ook haar deel worde. Octavia
+wordt nu eenmaal de wettige gemalin genoemd, en Cleopatra de listige
+vrouw die haar zijn hart ontstal."
+
+»Zoo noem _ik_ haar niet!" riep Barine met levendigheid uit. »Hoe
+dikwijls zeide ik het niet tot mijn oom: Antonius en Cleopatra gevoelden
+reeds lang voor elkaar de allervurigste liefde. Nooit hadden Eros'
+pijlen twee harten dieper getroffen. In dien tijd gold het den Staat
+te bewaren voor burgeroorlog en bloed vergieten. Antonius liet zich
+overreden met zijn mededinger een verbond te sluiten, en als het ware
+tot een onderpand voor den ernst der verzoening sloot hij een echt met
+de zuster van zijn voormaligen vijand, Octavia, die eerst sinds kort
+haar gemaal Marcellus verloren had. Doch zijn hart bleef het eigendom
+der Aegyptische Koningin. En ofschoon Antonius ontrouw werd aan de gade
+die dat om staatkundige redenen geworden was, zooveel te vaster bleef
+hij verbonden aan die andere, die oudere rechten op hem had. Zoo
+Cleopatra den man niet verlaten heeft, met wien zij geloften van eeuwige
+trouw had gewisseld, zoo is zij duizendmaal in haar recht. Wat mijn
+moeder ook beweren moge, in mijne oogen is en blijft Cleopatra, ook voor
+de goden, Antonius' ware gemalin, en de andere, al werd er bij de
+bruiloft geen enkel gebruik, geen woord, geen pennestreek, geen gebaar
+verzuimd, een indringster. De goden verheugen zich in dit verbond der
+liefde, hoezeer de menschen, en--vergeef mij, moeder--de deugdzame
+huisvrouwen zich daaraan mogen ergeren."
+
+Vrouw Berenice had haar dochter met spanning aangehoord, doch nu viel
+zij levendig in: »Ja, ik weet wel, dat dit de denkbeelden zijn van den
+nieuwen tijd; dat Antonius in de oogen der Aegyptenaren, en misschien
+ook volgens hunne zeden, de eigenlijke gemaal der Koningin is, en
+daarbij weet ik ook dat ik u beiden tegen mij heb. Maar Cleopatra is nu
+eenmaal in haar hart een Grieksche vrouw en daarom.... beklaag ik haar
+van ganscher hart. De echt is niettemin heilig, en ik wil op Octavia
+geen enkele smet laten werpen. Hoe trouw verzorgt en hoedt zij de
+kinderen van haar trouweloozen echtgenoot, die zijn eerste vrouw hem
+schonk, en die zij even goed aan vreemden overlaten kon. En het is meer
+dan gewoon menschelijk zooals zij voor haar gemaal, die haar vijand
+werd, de struikelblokken uit den weg ruimt. Met dat al kan geen vrouw
+in Alexandrië vuriger dan ik bidden dat Cleopatra en haar vriend mogen
+zegepralen over Octavianus. Diens koelheid staat mij altijd tegen. Maar
+als ik Octavia dáár in het wonderschoone, zedige, edele gelaat zie, de
+spiegel van vrouwelijke reinheid...."
+
+»Welnu, vermeid u dan daarin," viel Archibius haar in de rede, en legde
+daarbij zijn rechterhand op haar arm, »alleen zou het raadzaam zijn dat
+gij tegenwoordig aan deze beeltenis een andere plaats gaaft, en dat gij
+niet met andere menschen over Octavia en haar broeder spraakt. Als wij
+overwinnen dan zal het niet schaden, maar indien het anders mocht
+zijn..... de bode laat lang op zich wachten."
+
+Barine verzocht hem daarom met zijn verhaal voort te gaan. Zij zelve
+had slechts ééns, en wel nadat zij gezongen had op het Adonisfeest, het
+geluk gehad, door de Koningin te worden opgemerkt. Bij die gelegenheid
+was Cleopatra naar haar toe gekomen om haar te bedanken. Met enkele
+vriendelijke woorden slechts, doch met een stem die regelrecht tot haar
+hart was doorgedrongen, had zij haar toen als met onzichtbare banden tot
+zich getrokken. Daarbij had echter haar blik dien der vorstin ontmoet,
+en dit had voor het eerst bij haar den wensch doen opkomen, om haar
+lippen te drukken, al was het maar op den zoom van haar kleed.
+Tegelijkertijd had in haar verbeelding een gevaarlijke slang uit een
+der liefelijkste bloemen de giftige tong naar haar uitgestoken....
+
+Archibius maakte nu de opmerking dat hij zich wel herinnerde, hoe
+Antonius evenzeer haar bij die gelegenheid had aangesproken, en dat de
+koningin ook niet van vrouwelijke zwakheid vrij te pleiten was.
+
+»Jaloerschheid?" vroeg Barine verwonderd. »Ik was niet verwaand genoeg
+om zoo iets te vermoeden. Wel vreesde ik in stilte dat Alexas, de
+broeder van Philostratus, haar tegen mij ingenomen had. Hij is mij even
+vijandig gezind als mijn vroegere gemaal omdat.... Maar alles wat dat
+broederpaar betreft is zoo laag, en verachtelijk, dat ik dit gezellig
+uur niet door zulke herinneringen wil laten bederven.--Toch was mijn
+vrees dat Alexas mij bij de Koningin verdacht gemaakt zou hebben, niet
+geheel zonder grond. Hij is immers even slim als zijn broeder, en door
+Antonius, wiens gunst hij wist te verwerven, komt hij steeds in de
+nabijheid der Koningin. Ook is hij mede ten strijde getrokken."
+
+»Dat heb ik eerst gehoord toen het te laat was, en ik ben tegenover
+Antonius volkomen machteloos," verzekerde Archibius.
+
+»Maar sprak het daardoor niet vanzelf," vroeg Barine, »dat ik vreesde
+dat men mij bij de Koningin had zwart gemaakt? In ieder geval meende ik
+iets vijandigs in haar blik te lezen, en daarom voelde ik mij evenzeer
+door haar afgestooten, als zij mij eerst aantrok."
+
+»En als er niet zoo iets tusschen beide gekomen was," verzekerde haar
+vriend, »dan zoudt gij haar nooit hebben kunnen loslaten. Ik zeide u
+reeds, toen ik haar zelf voor de eerste maal zag, was ik nog een knaap,
+en zij een achtjarig kind."
+
+Barine zag Archibius dankbaar aan, bracht toen aan haar moeder het
+spinnewiel, goot water bij den wijn in het mengvat, en dook daarna weder
+diep in de kussens weg. Doch weldra nam zij een andere houding aan:
+zij leunde met den arm op haar knie, legde haar kin op de hand, en zóó
+luisterde zij aandachtig toe. Haar moeder spon daarbij haar vlas, eerst
+langzaam, toen steeds sneller.
+
+»Gij kent mijn landhuis te Kanopus," begon de verhaler. »Oorspronkelijk
+was het een klein zomerverblijf van het Koninklijk gezin. Sedert wij er
+onzen intrek namen, is er maar weinig veranderd. De tuin is ook nog
+geheel zoo als toen, vol zware, oude boomen. De lijfarts Olympius had
+dit verblijf uitgezocht opdat mijn vader daar de hem toevertrouwde taak
+der opvoeding naar eisch volbrengen zou. Daarvan zult gij spoedig meer
+hooren. Het was destijds onrustig in Alexandrië; want Rome had den
+Koning nog niet erkend, en scheen als een hoogere macht over het
+lot der stad te beschikken. Toch werd het testament, waarbij de
+nietswaardige Alexander Aegypte als een akker of een slaaf aan Rome
+als eigendom vermaakt had, door die stad niet als geldig beschouwd.
+
+»De Koning van Aegypte, die zichzelven den nieuwen Dionysos noemde, was
+een zwakke man, die zelfs door zijne geboorte niet het volle recht op de
+regeering had. Gij weet dat hij bij het volk »de fluitspeler" heette.
+Hij kende dan ook werkelijk geen grooter genot dan muziek te hooren, en
+zelf bespeelde hij meer dan één instrument, en dat in het geheel niet
+slecht. Daarbij deed hij als wijndrinker ook zijn anderen naam eer aan.
+Wie op het feest van Dionysos, voor wiens mensch-geworden evenbeeld hij
+zich zelven hield, nuchter bleef, moest met het leven daarvoor boeten.
+
+»Zijn gemalin, Koningin Tryphaena, en hare oudste dochter die heette
+zoo als gij, vrouw Berenice, maakten hem het leven zuur. Bij die twee
+vergeleken, was de Koning een achtenswaardig, deugdzaam man. Wat was er
+geworden van het roemrijk geslacht der Ptolemaeërs? Alle hartstochten,
+alle ondeugden waren hun paleis binnengekomen!
+
+»De fluitspeler, Cleopatra's vader, was op verre na de slechtste niet.
+Hij gaf ijverig aan zijn liefhebberijen toe, doch niemand had hem
+geleerd dat men zijn hartstochten beteugelen moet. Als het noodig was,
+nam hij wel eens zijn toevlucht tot een gewelddadigen dood, maar dat
+was bij de vroegere koningen van zijn geslacht ook al niets ongewoons
+geweest. Hierin was hij beter dan zij, dat hij nog afschuw gevoelen kon
+voor de ergste misdaden, en geloofde aan de mogelijkheid om deugd en
+zielegrootheid in jonge zielen aan te kweeken. Als knaap had hij de
+leiding van een degelijk leermeester gehad. Daarvan was hem altijd nog
+iets bijgebleven en dit deed hem besluiten om ten minste zijne meest
+geliefde kinderen, twee meisjes, zooveel hij kon aan den invloed harer
+moeder te onttrekken.
+
+»Zooals ik later hoorde, had hij gewenscht de meisjes geheel aan mijne
+ouders toe te vertrouwen. Maar er was één onoverkomelijk bezwaar.
+Hoewel de koningsdochters onderricht van Grieken mochten ontvangen
+in alle wetenschappen, hare godsdienstige opleiding moest altijd aan
+Aegyptenaren overgelaten worden. De waardige oude arts Olympius had
+er op aangedrongen, dat de teere Cleopatra de barre wintermaanden in
+Opper-Aegypte zou doorbrengen, waar de hemel nooit bewolkt is, maar den
+zomertijd in de nabijheid van de zee, in een lommerrijken tuin. Zulk een
+was juist bij het kleine paleis te Kanopus, en die werd dus tot dit doel
+bestemd.
+
+»Toen wij met onze ouders daarheen trokken, was er eerst nog niemand,
+maar weldra zouden de koningskinderen komen. Voor den winter deed
+Olympus ons het eiland Philae aan de hand, dat op de grens van Nubië
+ligt; want daar was de beroemde tempel van Isis met de priesterschap die
+zich gaarne met de taak belasten zouden de prinsessen te onderwijzen.
+
+»De koningin wilde van dat alles niets weten, want de gedachte
+Alexandrië te verlaten en den winter door te brengen op een eenzaam
+eiland zoo dicht bij den keerkring, was haar onverdragelijk. Zij liet
+dus den Koning zijn gang gaan, en het was haar zeer aangenaam dat zij
+van de zorg voor de kinderen ontheven werd. Nadat haar gemaal uit
+Alexandrië verdreven was, verzette zij geen voet meer voor de beide
+meisjes. Trouwens, de dood liet haar niet lang meer tijd daartoe.
+
+»Haar oudste dochter Berenice, die haar opvolgde, drukte haar
+voetstappen, en bekommerde zich weinig om hare zusters. Ik heb later
+gehoord dat het haar genoegen deed te vernemen dat zij onder menschen
+waren, die andere dingen bij haar opwekten, dan het verlangen naar de
+heerschappij alleen.
+
+»Haar broeders werden op de Lochias opgevoed, door onzen landgenoot
+Theodotus, onder de oogen van hun voogd Pothinus.
+
+»Het leven in ons gezin werd natuurlijk door het bijzijn der
+koningskinderen geheel anders. Vooreerst verhuisden wij uit onze woning
+op het Museumplein, naar het kleine paleis te Kanopus, en het beviel ons
+goed in den grooten schaduwrijken tuin. Alsof het gisteren was, herinner
+ik mij den morgen,--ik was toen eerst vijftien jaar--waarop vader ons
+meedeelde dat de twee dochters des konings onze huisgenooten zouden
+worden. Wij waren toen nog met ons drieën in het ouderlijk huis:
+Charmion, die met de Koningin mede in den strijd is gegaan, omdat de
+andere kamervrouw, onze nicht Iras, ziek was, ik, en Straton, die nu
+reeds lang niet meer leeft.
+
+»Men prentte ons in dat wij ons behoorlijk en met eerbied jegens de
+koningsdochters gedragen moesten, en wij bemerkten spoedig dat hare
+komst werkelijk allerlei plichtplegingen noodig maakte. Het paleis dat
+leeg en verwaarloosd was, werd ook weder opnieuw opgeknapt van den
+kelder tot het dak.
+
+»Op den dag vóór de aankomst der meisjes, kwamen paarden, wagens en
+draagstoelen, en over de zee booten en een schip dat op staatskosten
+volledig was bemand en uitgerust. Verder een geheel gezelschap
+mannelijke en vrouwelijke slaven.
+
+»Ik zie nog den misnoegden blik van mijn vader en hoe hij dat alles
+nauwkeurig opnam. Hij reed dadelijk naar de stad, en bij zijn terugkeer
+zagen de heldere oogen van den waardigen man zoo vroolijk als ooit. Een
+beambte van het hof was medegekomen, en nu bleef er van al dien ballast
+van menschen en dingen alleen over wat mijn vader wenschelijk vond.
+
+»Den volgenden morgen,--het was aan het einde van Februari, en in
+gras en struiken bloeiden de bloemen, aan de boomen prijkte het jonge
+groen,--moesten zij komen. Ik zat tegenover het huis op den dikken tak
+van een sycomore, en zag naar hen uit. Zij lieten een geruimen tijd op
+zich wachten, en terwijl ik onzen tuin nog eens goed rondzag, dacht ik,
+dat het hen hier zeker wel bevallen zou. Men kon bij geen paleis in de
+stad een fraaieren vinden.
+
+»Eindelijk kwamen de draagstoelen, zonder voorloopers noch gevolg,
+zooals mijn vader had verzocht, en toen de beide meisjes tegelijk
+uitstapten, wist ik niet waarheen ik mijn blik het eerst wenden zou.
+Wat daar uit dien eersten draagstoel niet uitstapte, maar zweefde als
+een elf, dat was geen meisje als andere van dien leeftijd, dat scheen
+mij toe een wensch, een verwachting te zijn. En toen het teedere,
+wonderschoone schepsel het hoofdje omwendde en met haar groote stralende
+oogen nu mijn vader en moeder, dan mijn zusters vragend aanzag, alsof
+zij hen om hulp smeekte, toen dacht ik: zoo moet Psyche er uitgezien
+hebben, op het oogenblik toen zij om genade smeekend den troon van Zeus
+naderde.
+
+»Maar het was ook de moeite waard naar de andere te zien. Of dat
+Cleopatra was? Zij had zeer goed de oudste kunnen zijn, want zij was
+niets kleiner dan hare zuster, maar zoo geheel anders. Bij de eerste,
+die toch Cleopatra bleek te zijn, had alles van de golvende haren af,
+tot aan de bewegingen van lichaam en handen toe, mij toegeschenen alsof
+het vloeide. Aan de tweede was niets dat niet stevig bleek te zijn; het
+leek zelfs tegenwerkende kracht te bezitten. Met beide voeten te gelijk
+sprong zij uit den draagstoel, hield zich vast aan de deur, en wierp het
+hoofd met het zware, donkere krulhaar trotsch achterover. Het gelaat was
+wit en rood, en hare blauwe oogen waren vol uitdrukking. Maar in plaats
+van te vragen, zagen zij mijn ouders uitdagend aan, en terwijl zij
+rondkeek trok de lip van het roode kindermondje zich op, alsof alles wat
+zij zag verachtelijk en harer onwaardig was.
+
+»Dat verdroot mij in het zevenjarige kind, maar ik moest toch ook bij
+mijzelven bekennen, dat hoe mooi alles bij ons was gemaakt door de zorg
+van mijn vader, het toch hoogst eenvoudig was, wanneer men het vergeleek
+met het marmer, het goud en het purper van het koninklijk paleis, dat
+zij immers zooeven eerst verlaten had.
+
+»Zij had evenals haar zusje een fijn besneden gezicht, en zou iedereen
+zeker in het oog gevallen zijn. En toen ik haar weldra zoo gebiedend
+hoorde spreken en aan al hare wenschen zulk een krachtige uiting geven,
+toen dacht ik in mijn kinderlijke wijsheid dat Arsinoë de oudste had
+moeten zijn, omdat zij, beter dan haar zuster, geschikt was den scepter
+te voeren. Dat besprak ik ook met mijn broers en zusters, maar spoedig
+bleek het ons, wie de ware majesteit bezat. Als Arsinoë haar zin niet
+kreeg, kon zij schreien en snikken en tieren, of ook bedelen en plagen,
+terwijl Cleopatra als zij iets wenschte, dat langs een geheel anderen
+weg bereikte. Reeds toen wist zij wel welke wapenen haar de overwinning
+moesten verschaffen, en ook wanneer zij zich daarvan bediende, bleef zij
+toch altijd een koningskind.
+
+»Wel kon geen arbeidersdochter verder verwijderd zijn van overdreven
+gevoelsuitingen, dan dit toonbeeld van echt liefelijke, kinderlijke
+bevalligheid; maar wat haar warm hart het vurigst begeerde en wat zij
+het moeilijkst krijgen kon, dat wist zij toch te veroveren door den
+klank harer stem, den betooverenden glans harer oogen, en somtijds ook
+door een enkelen stillen traan. Als zij daarbij de handen smeekend
+ophief en er een enkel woord bijvoegde, als: »het zou mij zoo gelukkig
+maken," of »ziet gij niet, hoe het mij leed doet?" dan werd alle
+tegenstand onmogelijk. Later hebben die tranen, en de onbeschrijfelijke
+welluidendheid van haar stem haar in beslissende oogenblikken nog menige
+overwinning doen behalen.
+
+»Wij kinderen werden spoedig speelkameraden en goede vrienden, want onze
+ouders lieten de koningskinderen niet eerder met de lessen beginnen,
+dan nadat zij zich bij ons thuis gevoelden. Aan Arsinoë beviel dat
+goed, hoewel zij reeds lezen en schrijven kon; Cleopatra echter uitte
+menigmaal het verlangen om iets te hooren van de wijsheid mijns vaders,
+waarvan men haar veel verhaald had.
+
+»De Koning en hare vroegere leermeesters hadden de verwachtingen der
+ouders omtrent dit buitengewone kind hoog gespannen, en de arts Olympus
+hield mij eens ernstig voor, dat dit koningskind mij, den zoon van een
+philosoof, wel eens boven het hoofd kon groeien. Doch daar ik altijd
+tot de beste leerlingen had behoord, antwoordde ik daarop lachend, dat
+daarvoor nog geen gevaar bestond. Intusschen merkte ik weldra dat zijn
+waarschuwing niet zonder grond was geweest. Gij denkt misschien dat
+het hart den ouden dwaas parten speelt, en dat in den toovertuin der
+herinneringen het begaafde meisje een jonge godin geworden is. Dat was
+zij echter niet, want de hemelsche machten deelen de fouten en zwakheden
+der menschen niet."
+
+»En wat deed Cleopatra dien roem verliezen, den goden gelijk te zijn?"
+vroeg Barine nieuwsgierig.
+
+Archibius antwoordde met een fijnen glimlach, die niet geheel vrij van
+verwijt was:
+
+»Als ik van haar deugden had gesproken, dan zoudt gij er niet aan
+gedacht hebben mij om nog meer bijzonderheden te vragen! Doch waarom zou
+ik verbloemen wat zij duidelijk genoeg aan de geheele wereld te zien
+heeft gegeven? Leugen of huichelarij kwamen evenmin bij haar op, als een
+woestijnbewoner aan vischvangst zou denken. De grondtrekken van haar
+wezen, die dit bevoorrechte schepsel van haar kindsheid af, tot nu
+toe beheerscht hebben, zijn twee nooit rustende wenschen; de eene is:
+iedereen in alles ook het moeilijkste te overtreffen, en de andere: te
+beminnen, en te weten dat zij bemind wordt. Dat heeft haar zoo ver boven
+andere vrouwen doen uitblinken. En die eerzucht en behoefte aan liefde
+zullen haar ook steeds doen blijven op die trotsche hoogte, waartoe zij
+haar als twee machtige vleugels hebben opgeheven, ten minste zoolang zij
+hunne kracht eendrachtig blijven uitoefenen. Door de gunst van het lot
+was dit tot nu toe het geval, en de goden geven, dat het zoo blijven
+moge!"
+
+Hier hield Archibius even op, veegde zijn voorhoofd af, en vroeg of de
+bode er nog niet was. Vervolgens ging hij kalm voort:
+
+"De koningskinderen waren onze huisgenooten geworden, en mettertijd werd
+het als één gezin. In de eerste winters vergunde de Koning hen alleen in
+de wintermaanden te Philae te blijven, want hij wilde hen niet missen.
+Hij zag hen dan ook maar zeer zelden, want er gingen dikwijls vele weken
+voorbij, zonder dat hij bij ons kwam. Op andere tijden daarentegen kwam
+hij iederen dag eenvoudig gekleed in zijn draagstoel naar onzen tuin, en
+van deze bezoeken wist niemand behalve de arts Olympus. Dan zag ik den
+grooten forschen man met zijn rood gezicht met de kinderen stoeien als
+een arbeider, die van zijn werk komt. Gewoonlijk bleef hij echter maar
+kort. Het scheen hem genoeg te zijn, als hij ze maar even had gezien.
+Misschien wilde hij alleen maar weten, hoe het hen bij ons beviel. Wij
+moesten ten minste altijd op een afstand blijven, als hij met hen sprak.
+Ik verborg mij echter dikwijls in de kruinen der olmboomen, en ik weet
+dus niet alleen van hooren zeggen, dat hij hen uitvroeg. Cleopatra
+voelde zich al zeer spoedig tehuis bij ons, doch met Arsinoë duurde dit
+langer. De Koning hechtte evenwel alleen gewicht aan het gevoelen der
+oudste, die zijn lieveling was. Hij placht in de grootste verrukking
+naar haar te luisteren, en soms lachte hij om een harer treffende
+antwoorden of opmerkingen zoo hartelijk, dat men zijn luide stem tot in
+het huis hooren kon.
+
+"Maar eens zag ik traan op traan langs zijn wangen rollen, en toch
+duurde toen het bezoek nog korter dan anders. Toen hij ons huis verliet,
+bracht zijn goed gesloten draagstoel hem naar het schip, waarmede hij
+naar Cyprus en Rome moest oversteken. De Alexandrijnen, met de Koningin
+aan het hoofd, hadden hem gedwongen de stad en het land te verlaten.
+
+"Zeker had hij zich de kroon onwaardig gemaakt, maar toch beminde hij
+zijn dochtertjes als een echte vader. Alleen was het vreeselijk zooals
+hij tegen die jonge kinderen hare moeder en oudere zuster vervloekte, en
+haar in één adem beval die beiden te haten en te verwenschen, doch
+hemzelf nooit te vergeten en lief te hebben.
+
+"Ik was in dien tijd zestien, Cleopatra tien jaar oud, en ik werd eerst
+ijskoud en toen weder warm, toen ik, na het vertrek haars vaders de
+kleine Arsinoë haar zusje hoorde toefluisteren: "Ja, wij zullen haar
+haten! De goden mogen haar verderven!" en hoe Cleopatra met betraande
+oogen daarop antwoordde: "Laten wij liever beter worden dan zij,
+Arsinoë, zoo héél goed, dat de goden ons liefhebben, en vader weer tot
+ons terugbrengen."
+
+""Omdat gij dan Koningin wordt," zeide Arsinoë verachtelijk, en nog
+trillend van opgewondenheid.
+
+"Hier zag Cleopatra haar verwonderd aan. Het was duidelijk, dat zij de
+beteekenis dier woorden overwoog, en ik zie nog de kleine gestalte zich
+oprichten, en vol zelfbewustzijn zeggen: "Ja, ik wil ook Koningin
+worden!"
+
+"Doch plotseling veranderde zij van toon, en met de lieflijkste klanken
+van haar zoete stem verzocht zij haar zuster: "Niet waar, gij zult niet
+weder zulke leelijke dingen zeggen?"
+
+"Dat was in den tijd toen mijns vaders lessen reeds eenigen indruk
+begonnen te maken op haar jonge ziel. Wat Olympus had voorspeld,
+kwam toen reeds tot vervulling. Ik zelf ging toen naar de school der
+rhetoren[9], maar als vader aan de meisjes een taak opgaf dan mocht
+ik hetzelfde onderwerp behandelen als zij, en ik moest dikwijls
+erkennen dat Cleopatra het beter had gedaan dan ik. Spoedig kon zij
+tot moeielijker oefeningen overgaan, want de geest van dit kind had
+krachtiger voedsel noodig, en nu begonnen de lessen in de Philosophie.
+Mijn vader behoorde zelf tot de school van Epicurus, en boven
+verwachting gelukte het hem Cleopatra voor de leer van dezen meester te
+winnen. Zij leerde ook de leerstellingen van andere philosofen kennen,
+doch kwam altijd weer terug op Epicurus. Zij wilde dat wij allen als
+echte leerlingen van dien grooten Samiër leven zouden.
+
+[9] Leeraars in de welsprekendheid.
+
+"Gij zijt zeker door uw vader en broeder meer met de leer der Stoa
+vertrouwd geraakt, maar gij zult toch ook wel weten, dat Epicurus het
+laatste gedeelte van zijn leven met zijn vrienden en leerlingen, in
+stille overdenkingen en wijsgeerige gesprekken, doorgebracht heeft in
+zijn tuin te Athene. Op die wijze wenschte Cleopatra, dat ook wij leven
+zouden, en wij moesten ons daarbij "leerlingen van Epicurus" noemen.
+Behalve Arsinoë en mijn sterke broeder Straton, die meer van levendiger
+spelen hielden, vonden wij dat allen goed. Ik werd tot meester gekozen,
+maar daar ik haar aanzag, dat zij dat graag was, stond ik het haar af.
+
+"Den eerstvolgenden vrijen middag gingen wij in den tuin op en neder
+wandelen, en onderhielden ons in allen ernst over het hoogste goed. Zij
+leidde daarbij onze gesprekken met zooveel vaardigheid, en wist in
+twijfelachtige gevallen zoo goed uitspraak te doen, dat het ons speet
+toen de klok ons naar huis riep en wij ons 's avonds al verheugden op
+den volgenden middag.
+
+"Dien morgen zag mijn vader eenige landlieden voor den afgelegen tuin
+bijeen staan, maar hij had geen tijd te vragen wat zij daar kwamen doen,
+want Timagenes, die de geschiedenis onderwees, dezelfde, die later als
+krijgsgevangen slaaf te Rome kwam, liep op hem toe, en liet hem een
+bordje zien. Daarop stond het opschrift te lezen, dat Epicurus eenmaal
+geplaatst had boven de poort van zijn tuin: Vreemdeling, hier zult ge u
+gelukkig gevoelen; hier is het hoogste goed, het levensgenot te vinden.
+
+"Cleopatra had dit vóór zonsopgang met groote letters op het bordje
+geschreven, en dat door een slaaf aan de poort doen bevestigen. Deze
+inval had intusschen bijna een eind gemaakt aan ons heerlijk samenzijn,
+doch zij had het slechts gedaan om bij ons spel het voorbeeld getrouw na
+te volgen. Mijn vader liet ons ook toe daarmee voort te gaan, alleen
+verbood hij ons streng dat wij elkander, buiten den tuin, "Epicuristen"
+zouden noemen, want aan dezen schoonen naam hadden de menschen reeds
+lang een verkeerde beteekenis gegeven. Epicurus zegt immers dat de ware
+levensvreugde slechts in zielsrust en afwezigheid van smart te vinden
+is."
+
+"Maar toch houdt iedereen," bracht Barine in het midden, "iets anders
+dan dat voor de ware leer van Epicurus. Isidorus, bijvoorbeeld, een
+godloochenaar, wiens levensdoel daarin bestaat dat hij den beker van het
+genot tot op den bodem ledigen wil, wordt voor een echt Epicurist
+gehouden. Mijn moeder zou mij zeker niet toevertrouwd hebben aan een
+opvoeder, voor wien het levensgenot het hoogste goed is."
+
+"Gij, dochter van een philosoof," hernam Archibius hoofdschuddend,
+"moest beter weten wat bij Epicurus "de vreugd" beteekent, en dat
+begrijpt gij ook wel. Wie er niet meer van gehoord heeft, kan trouwens
+niet weten dat de meester verbiedt naar genoegen te trachten in de
+enkele dingen van het leven. Hebt gij wel een klare voorstelling van
+zijn leer? Niet? Laat mij dan beproeven u die in weinige woorden te
+verklaren. Epicurus wordt maar al te dikwijls verward met Aristippus,
+die de genoegens der zinnen boven die van den geest stelt, evenals hij
+gelooft dat lichaamssmarten moeilijker te dragen zijn dan zielesmart.
+Maar Epicurus stelt juist het genot van den geest het hoogst, want het
+zinnelijke, al veroordeelt hij dat niet, blijft toch altijd maar tot het
+tegenwoordige bepaald, terwijl het geestelijke zich tot in het verleden
+en de toekomst verlengt. Het doel van het leven is, zooals ik zeide, bij
+den Epicurist: zielsrust te erlangen en van smarten bevrijd te zijn, wat
+hij als het hoogste goed beschouwt. Oók de deugd wil hij alleen beoefend
+hebben ter wille van het genot dat zij schenkt; want wie zou deugdzaam
+kunnen blijven, zonder ook wijs, edel en rechtvaardig te zijn, en wie
+dit is, die heeft de grootste rust der ziel, en zal waarachtig gelukkig
+zijn, naar de bedoeling van den meester. Ik heb nu reeds lang het gevaar
+van deze leer ingezien, dat daarin ligt, dat zij niet van zedelijke
+waarde spreekt; maar in dien tijd scheen zij mij werkelijk het
+allerhoogste toe. En hoe gretig werd dit alles opgenomen in de nog
+geheel hartstochtlooze ziel van dat nadenkende kind! Men kon haar
+wondersterken geest bijna nooit genoeg voedsel geven, en het was haar
+grootste genot dien te verrijken. Voor haar was ook de afwezigheid van
+smart, die de eerste voorwaarde tot het genot werd genoemd, werkelijk
+een eerste vereischte om gelukkig te zijn. Zij kon het even moeilijk
+verdragen dat een harde hand haar aangreep, als dat een kleine
+teleurstelling haar trof.
+
+"En toch droeg dit kind, dat mijn vader eens "een bloem, die nadacht"
+noemde, haar droevig lot, de verwijdering van haar vader, den dood harer
+moeder en de wreedheid harer zuster Berenice, als een ware heldin,
+zonder een enkele klacht. Zelfs met mij sprak zij over deze dingen
+slechts in bedekte termen, hoewel zij mij, als aan een broeder haar
+vertrouwen schonk. Ik weet dat zij volkomen begreep wat er voorviel, en
+het diep voelde. De smart plaatste zich tusschen haar en het hoogste
+goed, maar zij overwon haar. En als zij aan het werk was, dan worstelde
+het teere kind met taaie volharding, totdat zij het Charmion en mij ook
+in het moeilijkste had afgewonnen.
+
+"In dien tijd begreep ik waarom men onder de goden aan een jonkvrouw
+de wetenschap heeft toevertrouwd, en waarom zij met wapenen toegerust
+is.--Gij hebt immers al gehoord, hoe vele talen Cleopatra spreekt? Een
+woord van Timagenes was eens als een zaadkorrel in haar ziel gevallen.
+Het was dit: "met iedere taal die gij leert, wint gij een volk." Nu
+behoorden er vele volken tot het rijk van haar vader, en als zij eenmaal
+koningin was, dan moesten zij haar alle liefhebben. Het is waar, zij
+begon met die der heerschers, niet met die der beheerschten. Het eerst
+wilde zij Lucretius verstaan, die de leer van Epicurus in verzen
+overgebracht heeft. Mijn vader onderwees ons, en reeds in het tweede
+jaar las zij dit dichtstuk even gemakkelijk als een Grieksch boek.
+Het Aegyptisch kende zij ook nog maar half. Nu leerde zij het vlug.
+Gedurende ons verblijf op het Isiseiland Philae vond zij een Troglodiet
+die haar in zijne taal onderrichten moest. Hier in Alexandrië waren
+genoeg Joden, die haar in de hunne inwijdden, en daarbij leerde zij ook
+het daaraan verwante Arabisch.
+
+"Toen zij vele jaren later Antonius opzocht te Tarsus, dachten de
+krijgslieden dat zij met Aegyptische tooverkunst te doen hadden, want
+zij sprak iederen bevelhebber aan in de taal van zijn volk, en stond hem
+te woord alsof zij een landgenoot van hem was. En zoo ging het met alles
+wat zij leerde. Op ieder gebied streefde zij ons ver vooruit. Haar
+brandende eerzucht kon niet gedoogen dat zij in één enkel ding
+achterblijven zou.
+
+"De Romein Lucretius werd haar lievelingsdichter, hoewel zij van zijn
+volk even weinig hield als ik. Maar de zelfbewuste kracht van haar
+vijand maakte indruk op haar, en eens hoorde ik haar uitroepen: "Ja, als
+de Aegyptenaars Romeinen waren, dan zou ik onzen tuin geven voor den
+troon van Berenice."
+
+"Lucretius bracht haar telkens weer terug op Epicurus en deed in haar
+nooit rustenden geest een tweestrijd ontstaan. Hij leert, zooals gij
+weet, dat het leven op zichzelf niet zulk een heerlijk bezit is, dat men
+_niet-leven_ voor een ongeluk zou moeten houden. Men bederft het juist
+daardoor, dat de dood ons als het grootste ongeluk voorkomt. Alleen
+die ziel verkrijgt rust, die niet meer aan den dood als aan een ongeluk
+denkt. Wie overtuigd is dat tegelijk met het leven ook het voelen en
+denken voorbij is, die kan het einde niet vreezen. Hoeveel liefs en
+kostbaars een afgestorvene ook achtergelaten heeft, met zijn leven
+verliest hij toch ook voor altijd het verlangen daarnaar. Hij noemt het
+daarom de grootste dwaasheid dat men zich bekommert om een lijk, en dat
+alles is juist het tegenovergestelde van het geloof der Aegyptenaars,
+dat Anubis Cleopatra trachtte in te prenten. Tot op zekere hoogte
+gelukte hem dit ook, want zijn persoon maakte een machtigen indruk op
+haar, en daarbij was haar een groote neiging tot het mystieke en
+bovenzinnelijke aangeboren, evenals mijn broeder Straton zijn
+lichaamskracht, en u Barine, de gave des lieds.
+
+"Gij kent Anubis zeker wel van aanzien. Welk Alexandrijn zou dien
+merkwaardigen man nooit gezien hebben, en wie dat eenmaal deed, zal hem
+niet licht vergeten. Hij beschikt inderdaad over geheimzinnige krachten,
+en deze heeft hij ook toegepast op het opgroeiende vorstenkind. Als
+zij nu nog vasthoudt aan het geloof van haar volk en, ofschoon een
+Helleensche tot in merg en been, haar Aegypte liefheeft, zóó dat zij
+daarvoor tot alle offers is bereid, dan is dat zijn werk. Zij laat zich
+"de nieuwe Isis" noemen, en Isis is het middenpunt der Aegyptische
+tooverkunst. Anubis heeft Cleopatra ingewijd in de geheime wetenschap,
+en heeft haar zelfs overreed om op de Sterrenwacht en in het
+laboratorium....
+
+"Doch dat alles begon eerst in den tijd toen wij onzen Epicurustuin
+hadden, en mijn vader kon er niets aan doen, daar de Koning uit Rome had
+laten zeggen hoe het hem verheugde dat Cleopatra behagen schepte in haar
+volk en zijn geheime wetenschap. En de fluitspeler had aan de Tiber het
+Aegyptische goud goed besteed en velen, door hen tot zijn schuldenaren
+te maken, aan zijn belangen verbonden. Nadat Pompejus, Cæsar en Crassus
+het verbond der driemanschap gesloten hadden, kwamen zij te Lucca
+overeen dat de Ptolemaeër op zijn troon zou worden hersteld. Millioenen
+waren hem daarvoor niet te veel. Het liefst zou Pompejus hem zelf naar
+Aegypte teruggebracht hebben, doch dat liet de naijver der anderen niet
+toe. Deze taak werd aan Gabinius, stadhouder van Syrië, opgedragen. Maar
+zij, die nu den Aegyptischen troon bezet hielden, waren niet gezind dien
+zoo dadelijk weer op te geven. Gij weet, Koningin Berenice, Cleopatra's
+oudste zuster, was in dien tijd tot tweemaal toe in het huwelijk
+getreden. Haar eersten, nietswaardigen gemaal had zij om het leven doen
+brengen, doch in den tweeden had zij een moedigen verdediger geworden.
+Hij hield zich dapper, maar sneuvelde op het slagveld.
+
+"Weldra vernam de Senaat, dat Gabinius den Ptolemaeër in zijn land
+teruggebracht had, maar tot ons kwam dat bericht eerst later. Wij
+luisterden destijds met evenveel spanning naar elk geluid, als wij het
+nu doen.
+
+"Cleopatra was nu veertien jaar geworden, en allerbevalligst opgegroeid.
+Dat portret aan den wand toont u de geheel geopende bloem, doch het
+knopje was nog bekoorlijker. Hoe helder en ernstig waren hare oogen!
+Maar als zij vroolijk was, konden zij schitteren als sterren, en dan
+kreeg ook haar mond een onbeschrijfelijk ondeugende betoovering, terwijl
+in hare wangen de kuiltjes te voorschijn kwamen, die nu nog ieder in
+verrukking brengen. Haar neus was fijner dan hij nu is, en men zag nog
+nauwelijks de lichte kromming die het portret te zien geeft, en die op
+de munten te sterk uitkomt. Het haar is eerst later donker geworden.
+Mijn zuster Charmion vond er haar grootste genoegen in die zware
+golvende lokken in orde te brengen. Zij verzekerde dikwijls dat het
+precies zijde was, en dat was het ook. Dat weet ik omdat Cleopatra het
+bij het Isisfeest, als zij het beeld moest volgen met het sistrum,
+loshangend droeg. Onder het naar huis gaan schudde zij dikwijls
+schertsend het hoofd, en dan stroomde dat haar als een waterval om haar
+heen, en verborg haar gelaat en gestalte. Zij was van gewone grootte,
+maar alles was in volkomen juiste verhouding, alleen iets fijner en
+teerder dan tegenwoordig.
+
+"Zij verstond sinds lang de kunst om alle harten te veroveren. Het
+scheen alsof zij mijn vader het meest vereerde, mij het meest
+vertrouwde, voor Anubis een eerbiediger schroom had, en met den
+scherpzinnigen Timagenes liever redeneerde dan met anderen; doch zij
+liet het altijd voorkomen alsof allen haar even lief waren. Arsinoë
+daarentegen vergat mij als Straton er bij was, en wierp vurige blikken
+op Menodor, een leerling van mijn vader, zoo menigmaal die bij ons was.
+
+"Zoodra het heette dat de Koning door de Romeinen zou worden
+teruggebracht, kwam Koningin Berenice de meisjes afhalen om naar de stad
+te gaan. Cleopatra verzocht haar echter bij mijn ouders te mogen blijven
+en hare lessen voort, te zetten. Berenice antwoordde hierop met een
+verachtelijken glimlach, en terwijl zij zich tot haar gemaal Archelaus
+wendde, zeide zij kort af: "Ik zou denken dat voor haar uit de boeken
+het minste gevaar dreigt."
+
+"Pothinus, de voogd, had vroeger wel eens aan de broeders der prinsessen
+toegestaan haar te bezoeken, doch nu mochten zij de Lochias niet meer
+verlaten. Dat trokken Cleopatra en Arsinoë zich echter weinig aan. De
+kleine knapen hadden altijd hare liefkozingen verlegen afgeweerd, en met
+hun Aegyptischen haartooi en kleederdracht, die Pothinus voorgeschreven
+had, waren zij aan de zusters ook vreemd gebleven.
+
+"Toen zij hoorden dat de Romeinen uit Gaza optrokken, werden de beide
+meisjes hartstochtelijk opgewonden. Dat zag men Arsinoë dadelijk aan,
+maar Cleopatra wist het te verbergen, ofschoon haar jong gezichtje
+menigmaal van kleur verschoot. En toch was haar gelaat niet wit en rood,
+zooals dat van haar zuster, maar van een, hoe zal ik het zeggen.....?"
+
+»Ik weet wat gij bedoelt," zeide Barine. »Toen ik haar zag, vond ik
+niets bekoorlijker dan die zachte tint, waar het rood slechts even
+doorschijnt, als het licht door die albasten lamp of de kleur der perzik
+door het dons. Ik heb dat dikwijls opgemerkt bij pas herstellende
+zieken. Dat spreidt Aphrodite slechts over hare lievelingen uit,
+evenals de god van den tijd het fraaie groen over het brons. Niets
+schooners, dan wanneer zulke vrouwen blozen!"
+
+»Gij ziet scherp," zeide Archibius glimlachend. »Het was inderdaad alsof
+niet Eos[10] zelve, maar haar zachte weerschijn aan den westelijken
+horizon den hemel kleurde, zoo vaak vreugde of schaamte haar het bloed
+naar de wangen joeg. Doch als zij door toorn werd beheerscht, en dat
+gebeurde dikwijls, dan kon zij er uitzien als een marmeren beeld, ja
+alsof alle leven uit haar geweken was. Doch laat ik verder gaan.
+Misschien komt de bode nu spoedig.
+
+[10] De godin van den dageraad.
+
+»Gabinius bracht den Koning dus terug. Doch sedert hij aanrukte met het
+Romeinsche leger en de hulptroepen van den Ethnarch van Judea, sprak
+niemand meer van hem of van Antipater, die het leger van Hyrkanus
+aanvoerde, maar men hoorde enkel van den Romeinschen veldheer Antonius.
+Hij had de troepen gelukkig door de woestijn tusschen Syrië en de
+Aegyptische Delta heen geleid en op dien tocht geen enkelen man
+verloren, hoewel in die streken vroeger reeds velen het leven hadden
+moeten laten. De Joodsche bezetting van Pelusium had die stad niet aan
+hun stamgenoot Antipater, maar aan hem, zonder slag of stoot overgeven.
+Hij had in twee veldslagen overwonnen, en in den tweeden, waarin, zooals
+gij weet Berenice's gemaal sneuvelde, werd het lot van het land beslist.
+
+»Sinds zijn naam aan de beide meisjes voor het eerst was genoemd, konden
+zij niet genoeg van hem hooren. Men zeide, dat hij de voornaamste der
+voorname Romeinen, de stoutste der dapperen, de uitgelatenste en dolste
+der verkwisters en de schoonste van alle mannen was. De kamervrouw uit
+Mantua, met wie Cleopatra zich in de Romeinsche taal oefende, had hem
+dikwijls gezien en nog meer van hem gehoord, en zijn leven gaf aan de
+Romeinen veel te spreken. Het heette dat hij in rechte lijn van Hercules
+afstamde, en dat zijn gestalte en fraaie zwarte baard aan dezen
+voorvader herinnerden. Gij kent hem en weet, dat er van hem veel te
+verhalen valt wat aan een meisjesoor niet onverschillig is, en hij was
+toenmaals bijna vijf lustra jonger dan nu.
+
+»Hoe luisterde Arsinoë, hoe bloosde en verbleekte Cleopatra, toen
+Timagenes waagde hem een zedeloozen woesteling te noemen. Deze Marcus
+Antonius had dan ook haar vader den weg naar zijn vaderland weder
+geopend.
+
+»De fluitspeler had zijn dochtertjes niet vergeten. Hij was zelf buiten
+het gevecht gebleven en kwam dadelijk na de beslissing in de stad.
+Zijn weg voerde langs onzen tuin. De Koning had maar één kwartiers
+uurs tijd gehad om door een snellooper zijn aankomst te doen melden, en
+zijn verlangen om haar te begroeten. In allerijl werden zij feestelijk
+uitgedost, en beiden boden nu een aanblik, die het vaderhart goed moest
+doen.
+
+»Cleopatra was nog altijd niet zoo groot als Arsinoë, maar ofschoon pas
+veertien jaar, geleek zij toch geheel en al op een volwassen jonkvrouw,
+terwijl gelaat en houding der jongste verrieden dat zij nog een kind
+was. In haar hart was zij dit echter niet meer.
+
+»Zoo goed het ging waren in der haast ruikers saamgebonden, en de
+meisjes hadden beiden een in de hand, toen de reizigers naderden. Mijne
+ouders gingen tot aan de tuinpoort mede. Ik kon zien wat er gebeurde,
+maar alleen verstaan wat de mannen zeiden.
+
+»De Koning stapte uit zijn reiswagen, die met acht Medische schimmels
+bespannen was. De aanzienlijke kamerheer die hem vergezelde, moest hem
+daarbij ondersteunen. Zijn rood gezicht glansde toen hij zijne meisjes
+begroette. Men zag hoe blijde hij verrast was, vooral door Cleopatra.
+Wel kuste hij ook Arsinoë, maar hij had toch alleen oogen en ooren voor
+de andere. Toch had ook de jongste zich schoon ontwikkeld, en zonder
+haar zuster ware ook zij zeker de aandacht waardig geweest. Doch
+Cleopatra was als de zon, die ieder ander hemellicht naast haar
+verbleeken doet. En toch mocht men haar niet zonnig noemen. Dat was
+juist voor een deel het bekoorlijke in haar, dat ieder zich gedrongen
+voelde zijn blik op haar te laten rusten, alleen om uit te vorschen
+waarin toch de betoovering bestond die van haar uitging.
+
+»Ook Antonius werd door die aantrekkingskracht geboeid, zoodra de eerste
+woorden over hare lippen gekomen waren. Hij was te paard tot naast den
+wagen van den koning komen aanrijden. Zoodra hij de dochters aan de
+zijde van haar vader had gezien, begroette hij haar met vluchtige
+beleefdheid. Toen vraagde hij Cleopatra of hij op haar dank mocht hopen,
+omdat hij zoo spoedig haar vader had teruggebracht, en zij zeide dat
+zij, als dochter, gaarne erkentelijk wilde zijn, maar dat het haar als
+Aegyptische koningsdochter moeite kostte. Bij dit antwoord zag hij haar
+scherper aan dan te voren. Ik zelf hoorde daarvan pas later, maar ik zag
+hoe de Romein, zoodra zij ophield met spreken, van het paard sprong,
+en den voornamen kamerheer Ammonius, die den Koning uit den wagen had
+geholpen, de teugels toewierp, alsof hij een stalknecht was. De man, die
+zulk een oog had voor vrouwenschoonheid, had hier een zeldzame vondst
+gedaan, en terwijl hij het gesprek met Cleopatra voortzette, mengde
+zich ook haar vader daarin, en telkens hoorden wij zijn luiden lach.
+Men zou de ernstige leerlinge van Epicurus niet herkend hebben. Reeds
+menigmaal hadden wij treffende gezegden en verrassende denkbeelden van
+haar gehoord, doch zij had nog maar een enkele maal de scherts van
+Timagenes op dezelfde manier beantwoord. Maar nu gaf zij op ieder woord
+van Antonius een geestige repliek. Het was alsof zij nu eerst iemand
+gevonden had tegenover wien zij het de moeite waard vond om alle gaven
+van haar vluggen en diepen geest aan den dag te leggen. En toch verloor
+zij daarbij geen oogenblik haar vrouwelijke waardigheid. Hare oogen
+schitterden niet meer dan zij in een levendig gesprek met mij of met
+mijn vader deden.
+
+»Met Arsinoë was het anders. Toen Antonius van het paard was gestegen,
+was zij hare zuster genaderd, doch daar de Romein haar voortdurend over
+het hoofd zag, zag ik hoe zij kleurde. Zij beet zich op de lippen en
+kreeg iets onrustigs over zich. Ik zag aan haar oogen en de trillende
+neusvleugels dat zij slechts met moeite hare tranen weerhield. Ofschoon
+Cleopatra mij veel liever was, ging mij dit toch aan het hart, en ik had
+dien trotschen Romein, die er werkelijk uitzag als de oorlogsgod zelf,
+aan zijn arm willen schudden en hem toefluisteren dat hij die andere
+koningsdochter toch niet zoo mocht veronachtzamen.
+
+»En nog wat ergers wachtte de arme Arsinoë. Op het oogenblik dat de
+koning tot afscheidnemen vermaande, nam Antonius hem een der
+bloemruikers, die hij nog in zijn hand hield, af en zeide met zijn
+diepe, schoone stem: »Wie zulk een bloem zijn dochter noemt, heeft geen
+andere noodig." Daarbij reikte hij den ruiker aan Cleopatra, en met de
+hand op het hart sprak hij den wensch uit dat hij haar te Alexandrië zou
+mogen wederzien. Toen sprong hij op het paard, dat de verontwaardigde
+kamerheer nog altijd bij den teugel hield.
+
+»De fluitspeler was over zijn oudste dochter werkelijk verrukt, en
+deelde mijn vader mede, dat hij de meisjes overmorgen in de stad zou
+laten brengen. Morgen had hij daar allerlei dingen te doen, die zij
+liever niet moesten bijwonen. Mijn vader mocht het zomerpaleis met den
+tuin ten teeken van dankbaarheid voor zich en zijn nageslacht in
+eigendom behouden. Hij zou zorgen dat dit in de boeken ingeschreven
+werd. Inderdaad had dit op denzelfden dag nog plaats. Zelfs zou het zijn
+allereerste werk zijn geweest, indien niet een andere zaak vóór moest
+gaan: de terechtstelling van zijn dochter Berenice.
+
+»Dezelfde koning die in de oogen van allen, die zijn ontmoeting met zijn
+dochters hadden gezien, een gevoelig man en teeder vader scheen, zou
+in die dagen half Alexandrië hebben laten ter dood brengen, zoo niet
+Antonius tusschenbeide gekomen ware. Deze verbood al dat bloedvergieten,
+en eerde de nagedachtenis van Berenice's gemaal nog met een prachtige
+begrafenis.
+
+»Terwijl hij te paard wegreed, zag hij nog meermalen naar Cleopatra om,
+doch aan Arsinoë kon hij geen groet meer geven, want zij was haastig
+naar den tuin teruggegaan. Haar gezwollen gelaat toonde duidelijk de
+sporen van pas vergoten heete tranen. Van dien dag haatte zij Cleopatra
+met bitteren wrok.
+
+»De Koning liet op den bepaalden tijd de beide meisjes afhalen.
+Dat geschiedde met vorstelijke praal. De Alexandrijnen juichten
+de koningsdochters luide toe, terwijl zij op vergulde troonzetels,
+met waaiers van struisvederen toegewuifd, omringd door veldheeren,
+hooggeplaatste ambtenaren, lijfwachten en den senaat, langs den
+koningsweg stadwaarts gedragen werden. Cleopatra dankte het voor zijne
+begroeting met een trotsche majesteit alsof zij nu reeds Koningin was.
+Wie haar gezien had, zooals zij met betraande oogen van ons allen
+afscheid nam en ieder van ons verzekerde dat zij met hartelijkheid aan
+hen zou blijven denken, zooals zij mij, die toen reeds gekozen was tot
+hoofd van den bond der epheben[11], zoo zusterlijk innig....."
+
+[11] Jonge mannen.
+
+Hier werd het verhaal van Archibius afgebroken door een slaaf, die de
+aankomst van zijn bode meldde, en hij stond onmiddellijk op, om hem in
+de werkplaats, waar men hem gebracht had alléén te spreken.
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+
+De lieden, die door Archibius op kondschap uitgezonden waren, hadden nog
+geen zekere berichten ingewonnen, doch een hardlooper van den Koning
+had kort geleden een tafeltje voor hem afgegeven, waarop Iras hem
+uitnoodigde haar den volgenden dag een bezoek te brengen. Er waren
+verontrustende, doch gelukkig nog onzekere tijdingen gekomen. De
+Regent wilde alles doen om zekerheid te verkrijgen, doch hij kende
+het wantrouwen der zeelieden en dergenen die aan de haven woonden ten
+opzichte van de Regeering. Een onafhankelijk man als hij, zou meer te
+weten kunnen komen dan de havenopzichter met al zijn schepen en volk.
+
+Bij dit tafeltje was nog een tweede, waarop de overbrenger van den
+Regent de vergunning gekregen had te allen tijde de havenketen te doen
+ontsluiten, met zijn schip in de open zee te loopen en ongehinderd terug
+te keeren.
+
+De bode, de opzichter der scheepsslaven van Archibius, was een man van
+ondervinding. Hij nam op zich, de »Epicurus" een snelzeiler, dien
+Cleopatra aan haar vriend ten geschenke gegeven had, binnen twee uren
+tot een tocht in de volle zee gereed te maken. Intusschen zou zijn
+meester afgehaald worden met een wagen, opdat geen tijd zou verloren
+gaan.
+
+Nu keerde Archibius tot de vrouwen terug, en vroeg haar, of het geen
+misbruik maken van hare gastvrijheid zou zijn, indien hij zijn vertrek
+nu, kort voor middernacht, nog eenigen tijd uitstelde. Zij toonden zich
+integendeel oprecht verblijd en verzochten om het vervolg van zijn
+verhaal.
+
+»Ik moet mij bekorten," zeide hij, nadat hij den maaltijd dien Berenice
+gedurende zijn afwezigheid voor hem had doen gereed maken, eer aangedaan
+had. »Ook is er in de daaropvolgende jaren niet veel gebeurd, wat de
+vermelding waardig is. Ik moest toen ook al mijn tijd aan mijne studies
+in het Museum wijden. Wat Cleopatra en Arsinoë betreft, zij werden
+aan het hof als koninginnen behandeld. Met den dag, toen zij ons huis
+verlieten, eindigde ook haar kinderjaren. Was het de herstelling van
+haar vader op den troon, of de ontmoeting met Antonius, die deze groote
+verandering bij Cleopatra veroorzaakt had? Wie zal het zeggen?
+
+»Kort vóór Cleopatra's afscheid, had mijn moeder nog betreurd dat zij
+haar moest afstaan aan een vader, zooals de fluitspeler was, en niet aan
+een waardige moeder; want zelfs de allerbeste zou zich gelukkig rekenen
+in het bezit van zulk een schat. Doch later was haar aard en manier van
+doen meer geschikt om een mannenhart in verrukking te brengen, dan juist
+dat eener moeder. Het scheen alsof haar streven naar zielevrede geheel
+voorbij was. Toch werden haar de drukke feestmalen, het zingen en
+muziekmaken, waaraan het in het paleis van den koninklijken virtuoos
+nooit ontbrak, wel eens wat te veel. Dan kwam zij in onzen tuin, en
+bleef daar dikwijls verscheidene dagen. Arsinoë kwam nooit mede, want
+deze liet zich nu eens boeien door een blonden officier der Germaansche
+ruiterij, die Gabinius achtergelaten had ter bezetting van de stad, dan
+weder door een Macedonisch edelman onder de koninklijke jongelingen, die
+toenmaal nog de wacht hadden in het paleis.
+
+»Cleopatra leefde geheel van haar gescheiden, en sedert zij hare zuster
+eens hare minnarijen verweten had, legde deze haar vijandige gezindheid
+openlijk aan den dag. Cleopatra's belangstelling was op andere zaken
+gevestigd. Hoewel zij zich somtijds bezighield met de magische kunsten
+der Aegyptenaars, was haar helder verstand toch het meest tehuis in de
+wijsbegeerte der Hellenen. Het was een genoegen haar in het Museum met
+de leiders der verschillende scholen te hooren spreken of redetwisten.
+Haar gevoel van eigenwaarde was zeer toegenomen. Hoewel zij bij ons
+altijd verklaarde, dat zij met smart terugverlangde naar den tijd van
+den vreedzamen Epicuristen tuin, zoo nam zij toch zeer levendig deel in
+wereldsche zaken en politiek. Zij wist evengoed wat te Rome voorviel,
+wat de partijen dáár wilden en najaagden, als wie hunne leiders waren en
+welke bijzondere bedoelingen zij hadden.
+
+»Met hartelijke belangstelling volgde zij de loopbaan van Marcus
+Antonius. Voor hem was de eerste neiging van haar jonge hart geweest.
+Zij had de grootste verwachtingen van hem gekoesterd, maar zijn latere
+handelwijze scheen daaraan niet te beantwoorden. Van toen af was iedere
+uiting omtrent hem met een tintje van minachting gekleurd, en toch
+voelde men ook daarin haar hart.
+
+»Pompejus, wien haar vader zijn terugkeer te danken had, zag zij
+voor meer gelukkig, dan groot en wijs aan. Daarentegen sprak zij van
+Julius Cæsar, lang vóór zij hem persoonlijk had ontmoet, met gloeiende
+geestdrift, al wist zij, dat hij Aegypte tot een Romeinsche provincie
+had willen maken. Het grootste wat zij van hem verwachtte was, dat hij
+een einde zou maken aan de republiek, die zij haatte, en zichzelven tot
+beheerscher der wereld verheffen zou. Alleen had zij gaarne Antonius in
+zijn plaats gezien. Dikwijls nam zij in dien tijd tooverkunst te baat om
+iets van zijn toekomst te weten te komen. Haar vader deed hieraan mede,
+te meer omdat hij daarvan genezing van zijn lichaamskwalen verwachtte.
+
+»Cleopatra's broeders waren nog aankomende jongelingen, die hun voogd
+Pothinus moesten gehoorzamen. Aan dezen, en hun opvoeder Theodotus, een
+knap doch gewetenloos redenaar, liet de Koning het bewind over zijn land
+geheel over. Zij beiden, en ook de veldheer Achillas zouden gaarne
+Dionysus, den oudsten erfgenaam des konings aan de regeering gebracht
+hebben, om dien ook later te kunnen beheerschen, maar op dit punt haalde
+de Koning een streep door hunne rekening. Zooals gij weet, benoemde hij
+in zijn laatsten wil zijn lieveling Cleopatra tot zijn opvolgster, maar
+haar broeder Dionysus moest de heerschappij als haar gemaal met haar
+deelen. Dit wekte in Rome veel ergernis, hoewel het overeenkwam met een
+oud Aegyptisch gebruik.
+
+»De fluitspeler stierf. Cleopatra werd koningin en ook de gemalin van
+een tienjarigen knaap, voor wien zij zelfs niet een gewone zusterlijke
+genegenheid had. En zoo verbond zij zich met het eigenzinnige kind dat
+zich door de inblazingen van zijn raadslieden als alleenheerscher
+beschouwde, en tegelijk met de voormalige regeeringspersonen van het
+land.
+
+»Er brak nu een droeve tijd voor haar aan. Haar leven was een
+voortdurende strijd tegen de kuiperijen, waaraan vooral haar zuster
+Arsinoë meedeed. Zij hield er een eigen hofhouding op na, aan welker
+hoofd de eunuch Ganymedes stond, die een ervaren veldheer en tegelijk
+een wijs en welmeenend raadsman voor haar was. Hij wist haar in
+aanraking te brengen met Pothinus en de overige staatslieden, en zoo
+vereenigden zich ten slotte allen in het ééne streven: Cleopatra van den
+troon te dringen. Pothinus, Theodotus en Achillas haatten haar omdat
+zij hunne fouten doorzag en hun de meerderheid van haar geest gevoelen
+liet. Ook zou het aan hunne vereende pogingen reeds vroeger zijn gelukt
+haar te doen vallen, wanneer de Alexandrijnen, en vooral de bond der
+jongelingen, die nog altijd eenigszins onder mijn invloed stonden, haar
+niet zoo trouw hadden bijgestaan. Alles wat zich »jongeling" noemde,
+gloeide voor haar, en ook onder de Macedonische edelen bij de lijfwacht,
+zouden de meesten voor haar door het vuur zijn gegaan, hoewel zij
+zonder hoop tot haar op moesten zien, als tot een ongenaakbare godin.
+
+»Toen haar vader stierf, was zij zeventien jaar oud, doch zij wist zich
+als een man te verdedigen tegen hare vijanden en belagers. Mijne zuster
+Charmion die zij bij zich in dienst had genomen, stond haar daarbij
+trouw ter zijde. Zij was een mooi en lief meisje, en menigeen dong naar
+haar hand, maar de tooverkracht der Koningin hield haar als met ketenen
+geboeid. Zij gaf vrijwillig de liefde van een edel man op,--gij weet hij
+werd later uw gade, vrouw Berenice--om niet de Koningin te verlaten, in
+een tijd dat zij haar bijzonder noodig had. Van dien tijd af was het
+hart mijner zuster voor de liefde gesloten. Het behoorde geheel aan
+Cleopatra. Zij leeft, denkt, zorgt alleen voor haar. Voor u Barine,
+gevoelt zij bijzondere genegenheid omdat uw vader Leonax haar dierbaar
+was. Iras, die zoo dikwijls tegelijk met haar wordt genoemd, is de
+dochter van mijn oudste zuster, die reeds gehuwd was, toen de Koning de
+prinsessen aan mijn vader toevertrouwde. Zij is twaalf jaren jonger dan
+Cleopatra, en ook bij haar is hare gebiedster de eerste. Haar vader, de
+rijke Krates, deed alles om haar van den dienst der koningin terug te
+houden, maar het was te vergeefs. Na één enkel onderhoud met die
+wonderbare vrouw was zij voor goed voor haar gewonnen.
+
+»Maar ik moet kort zijn! Gij hebt zeker zelve gehoord hoe Cleopatra ook
+Pompejus' zoon, bij zijn bezoek te Alexandrië geheel voor zich innam.
+Sedert de ontmoeting met Antonius, had zij geen man zoo vriendelijk
+behandeld als hem, en dat was geen opwelling van haar hart geweest, maar
+ter wille van het vaderland, dat haar zoo lief was. De vader van dien
+Gnejus had destijds de grootste macht in handen, en uit staatkundig
+overleg trachtte zij hem te winnen door middel van zijn zoon. De
+jonge Romein was dan ook bij het afscheid »vol van haar" zooals de
+Aegyptenaars zeggen. Dat deed haar genoegen, maar dit bezoek gaf ook
+voedsel aan den laster van haar vijanden. De aanvoerders der lijfwacht,
+aan wien zij zich altijd slechts als de trotsche Koningin vertoonde,
+hadden haar, heette het, met den zoon van Pompejus zien omgaan als met
+haars gelijken; in het theater en bij vele andere gelegenheden waren de
+Alexandrijnen getuige geweest hoe zij zijn betuigingen van welgevallen
+evenzoo beantwoordde. Maar de haat tegen Rome was in dien tijd hoog
+geklommen. De regenten en Arsinoë strooiden uit dat Cleopatra Aegypte
+aan Pompejus wilde afstaan, indien de senaat haar verzekerde van de
+alleenheerschappij over het nieuwe wingewest, en haar vrijheid wilde
+geven zich te ontslaan van haar koninklijken broeder en gemaal.
+
+»Nu moest zij vluchten, en begaf zich allereerst naar de grenzen van
+Syrië om onder de Aziatische vorsten vrienden te winnen voor hare
+zaak. Aan mij en mijn broeder Straton, die zooals gij weet, bij den
+worstelstrijd te Olympia een krans behaalde, werd bevolen haar hare
+schatten na te dragen. Dat was wel is waar een gevaarlijke tocht, doch
+wij ondernamen dien met blijdschap, en vertrokken uit Alexandrië met
+eenige kameelen, een ossenwagen en verscheidene vertrouwde slaven. De
+reis ging tot Gaza, waar zij reeds een leger bijeenverzameld had. Wij
+hadden ons beiden verkleed als Nabateesche kooplieden, en de talen die
+ik geleerd had, om niet bij Cleopatra achter te staan, kwamen mij nu
+goed te pas.
+
+»Het was een veelbewogen tijd. De namen van Pompejus en Cæsar waren in
+ieders mond. Na de nederlaag bij Dyrrhachium scheen de zaak van Julius
+Cæsar verloren, maar de slag bij Pharsalus gaf hem de heerschappij
+terug, indien zich het Oosten niet voor Pompejus verklaarde. Het scheen
+alsof beiden gelukskinderen waren. De vraag was maar wie dat het langst
+zou blijven.
+
+»Mijne zuster Charmion vergezelde de Koningin, doch door eene haar
+toegedane vrouw uit het gevolg van Arsinoë hadden wij reeds uit het
+paleis vernomen, dat het lot van Pompejus beslist was. Hij kwam na zijn
+nederlaag bij Pharsalus als vluchteling hierheen, en verzocht den Koning
+van Aegypte, of liever de mannen die voor hem het bewind voerden, om
+gastvrijheid. Toen bevonden zich Pothinus en de zijnen in groote
+verlegenheid, want de troepen en schepen van Cæsar waren in de
+nabijheid, en vele vrienden van Gabinius dienden in het Aegyptische
+leger. Wanneer men den verslagen Pompejus vriendelijk ontving, dan
+maakte men zich den overwinnaar Cæsar tot vijand. Ik moest getuige zijn
+van de verschrikkelijke oplossing van dit dilemma. Het afschuwelijke
+gezegde van Theodotus: »doode honden bijten niet meer", gaf den
+doorslag.
+
+»Mijn broeder en ik waren met onze kostbare vracht reeds tot aan den
+berg Casius gekomen en hadden daar onze tent opgeslagen om een bode af
+te wachten, toen een groote schaar gewapende krijgslieden uit de stad
+naar ons toe kwam. Eerst vreesden wij dat wij vervolgd werden, maar een
+verspieder meldde, dat de Koning zelf zich onder de soldaten bevond, en
+op hetzelfde oogenblik zagen wij een groot Romeinsch admiraalsschip van
+de zijde der kust naderen. Dat kon niet anders dan van Pompejus zijn.
+De Koning was dus van gevoelen veranderd, en kwam zelf zijn gast
+verwelkomen. De troepen legerden zich langs de vlakke kust, waarboven de
+tempel van Ammon zich verhief.
+
+»Het was een heldere Septemberdag en de wapens glinsterden in de zon.
+Van den hoogen rotswand der droge rivierbedding, waarin wij onze tent
+hadden opgeslagen, zagen wij iets roods zich op en neer bewegen. Het was
+de purperen mantel des konings. De blauwe golven, door een zacht windje
+bewogen, kabbelden over het gele duinzand. De koning bleef stilstaan.
+Hij tuurde met de hand boven de oogen naar het naderende admiraalsschip.
+Achillas, de bevelhebber, en de tribuun Septimius, die tot de Romeinsche
+bezetting in Alexandrië behoorde, en van wien ik wist dat hij onder
+Pompejus gediend, en hem veel te danken had, waren intusschen in een
+boot gegaan, en voeren hem tegemoet, daar het schip daar niet landen
+kon.
+
+»Nu begonnen de onderhandelingen, en Achillas' voorslagen moeten
+zeer aannemelijk en vertrouwen-inboezemend geweest zijn, want een
+hooggeplaatste vrouw, Cornelia, de gemalin van den Imperator maakte een
+gebaar dat haar dank moest uitdrukken."
+
+De verhaler hield een oogenblik op, haalde diep adem, en drukte de hand
+tegen zijn voorhoofd, terwijl hij voortging:
+
+»Nu komt iets.... ach, dat ik dat verschrikkelijk tooneel mee moest
+aanzien! Hoe dikwijls heeft men het verkeerd weergegeven, en toch ging
+alles zoo akelig eenvoudig!
+
+»De Fortuin geeft haar gunstelingen vertrouwen. Dat had Pompejus dan
+ook. In weerwil van zijne acht en vijftig jaren, stapte hij vlug in het
+bootje. Alleen een vrijgelaten slaaf bood hem zijn hulp. Een zwarte
+matroos stiet het scheepje met zulk een kracht van het groote schip af,
+dat het scheen alsof de ijzeren stang een speer en het vaartuig zijn
+vijand was. De man struikelde, doordat de riemslagen der roeiers de boot
+reeds vooruit dreven, en daarbij viel het bruine mutsje van zijn hoofd.
+Het is of ik dat zwarte, wollige haar nog zie. Eer het mij nog recht
+helder werd dat dit geen goed voorteeken was, lag de boot reeds stil.
+
+»Het water stond laag. Ik zag hoe Achillas naar het land wees. Hij
+kon het met één sprong bereiken. Pompejus zag naar den Koning; de
+vrijgelatene legde de hand onder zijn arm om hem bij het opstaan te
+helpen, Septimius stond op naar het scheen om hem te steunen. Doch
+neen! Wat is dat? Op eens flikkert iets naast het grijze haar van
+den Imperator in het helle zonlicht, alsof er een vonk uit den hemel
+gevallen was. Wil Pompejus die afweren, of waarom beweegt hij zijn hand?
+Hij nam zijn toga op, en zonder geluid te geven bedekte hij daarmede
+zijn gelaat. Nog eens zwaait de tribuun met zijn arm, en toen.... welk
+een verwarring! Hier, ginds, overal opgestoken handen, en weder flikkert
+iets in de lucht. De veldheer Achillas stoot zijn dolk met zulk een
+vaste hand, alsof hij zich in het moorden geoefend had. Het zware
+lichaam van den Imperator zijgt neder. De vrijgelatene ondersteunt hem
+nog.
+
+»Nu hoorde men een geschreeuw van woede, van weeklachten, en boven dat
+alles uit de pijnlijke smartkreet eener vrouw. Die komt van het schip,
+van Cornelia, de gemalin van het slachtoffer. Daarop weder toejuichingen
+uit het kamp van den Koning, trompetsignalen; de Aegyptenaars trekken
+weder af. Daar vertoonde de vuurroode mantel zich weder. Septimius
+gaat hem tegemoet, met een bloedend hoofd in de hand. De jonge Koning
+ziet in de gebroken oogen, die zoovele gevechten, die Rome, die twee
+werelddeelen hebben beheerscht. Dit gezicht is het kind toch te machtig:
+hij wendt zich af. Het schip zeilt weer weg; de Aegyptenaars scharen
+zich in rijen, en trekken af. Achillas wascht zijne bebloede handen in
+de zee, en naast hem de vrijgelatene eveneens het hoofdelooze lichaam
+van zijn heer. De trouwe dienaar roept den veldheer iets toe, maar deze
+haalt alleen de schouders op."
+
+Archibius moest weder een oogenblik ophouden om adem te scheppen. Toen
+ging hij weder kalmer voort:
+
+»Ik hoorde later dat Achillas het leger niet naar Alexandrië
+terugbracht, maar naar het Oosten, naar Pelusium.
+
+»Mijn broeder en ik stonden op den steilen rotswand. Het duurde lang
+eer wij een van beiden spraken. Een stofwolk onttrok den Koning en zijn
+gevolg aan ons gezicht, en het zeil van het admiraalsschip verdween ook.
+Het werd donker, en Straton wees naar het Westen, waar Alexandrië lag.
+Daar ging de zon onder, zoo rood, alsof een stroom van bloed over de
+stad werd uitgegoten.
+
+»Thans daalde de nacht. Er brandde aan de kust nog een zwak vuur.
+Vanwaar kwam op die dorre vlakte dat hout? Hoe had men dat daar
+ontstoken? Dicht bij het tooneel van den moord had een wrakke schuit
+gelegen. De vrijgelatene en zijn makker hadden die in stukken gehakt,
+en het vuur werd gevoed met dorre takken, de verscheurde kleeren van het
+slachtoffer en droog zeegras. De vlammen sloegen nu hooger op. Wij zagen
+hoe op dezen armzaligen brandstapel behoedzaam een menschenlichaam werd
+neergelegd. Het was dat van den grooten Pompejus. Een veteraan van den
+Imperator bood den trouwen dienaar de behulpzame hand."
+
+Archibius zonk op den rustbank achterover, en voegde er ter verklaring
+bij:
+
+»De man heette Cordus, Servius Cordus. Later is het hem goed gegaan,
+want daar heeft de Koningin voor gezorgd. Maar de anderen werden alle
+spoedig genoeg door het noodlot achterhaald. Theodotus werd later door
+Brutus tot een ellendigen dood veroordeeld. Terwijl hij zieltogend luid
+schreeuwde, riep een oud dienaar van Pompejus hem toe: »Doode honden
+bijten niet meer, maar zij huilen als zij sterven."
+
+»Het was Julius Cæsar waardig, dat hij zich vol afschuw afwendde toen
+hem later het hoofd van zijn vijand gebracht werd. En Pothinus wachtte
+te vergeefs een belooning voor zijn schandelijke daad.
+
+»Spoedig na de terugkomst des Konings in Alexandrië zeilde Cæsar uit.
+Eerst in Aegypte hoorde hij welke ontvangst men daar Pompejus had
+bereid. Gij weet dat hij hier negen maanden lang gebleven is. Menigmaal
+heb ik hooren zeggen dat het Cleopatra was, die hem hier geboeid hield.
+Dat is waar, en toch ook weder niet waar. Een half jaar was hij
+gedwongen te blijven; de overig drie maanden schonk hij aan zijne
+geliefde, want het hart van den vierenvijftigjarigen man had zich
+werkelijk nog eenmaal voor een grooten hartstocht geopend. Evenals
+alle wonden, zoo zijn ook die van Eros' pijlen moeilijker te heelen,
+wanneer iemands jeugd al achter hem ligt. Ook waren het niet slechts
+oogen en zinnen die dit, in leeftijd zoo verschillende paar tot
+elkander aantrokken, maar veeleer beider innerlijke hoedanigheden. Twee
+gevleugelde geesten hadden elkander hier ontmoet. Het genie van den een
+had dat van de ander erkend. De echte mannelijkheid was de volkomen
+vrouwelijkheid tegemoet gekomen. Het kon niet anders of zij moesten
+elkander aantrekken. Ik zag het aankomen, want reeds lang had Cleopatra
+met gespannen aandacht de vlucht van dezen adelaar gevolgd. Hij vloog
+hooger dan alle anderen, ook dan hij, dien zij reeds als kind vol
+verlangen had nagestaard. En zij voelde zich sterk genoeg hem ter zijde
+te blijven.
+
+»Wij kwamen zonder ongeval bij Cleopatra aan, en hoorden hoe Cæsar in
+het paleis der Ptolemaeërs afgestapt was, in weerwil van den vijandige
+gezindheid der burgers, en hoe hij de taak op zich genomen had de
+orde in Aegypte te herstellen. Wij wisten op welke wijze Pothinus,
+Achillas en Arsinoë zouden trachten invloed op hem uit te oefenen. Wat
+Cleopatra betreft, zij maakte zich ongerust dat hare vijanden Aegypte
+onvoorwaardelijk aan Rome zouden afstaan, wanneer Cæsar hen de teugels
+der regeering overliet, en haar daarvan uitsloot. Zij had reden dit te
+vreezen, maar ook den moed om voor haar eigen zaak het leven te wagen.
+
+»Zij moest nu naar de stad, en wel naar het paleis, in de
+tegenwoordigheid van den Dictator gebracht worden. Mijn broeder en ik
+hielpen haar. Aan kinderen heeft men het verhaaltje opgedischt, dat
+Cleopatra door een sterken man in een zak door de poort van het paleis
+werd gedragen. Het was nu wel geen zak, maar een Syrisch tapijt. De
+sterke man was mijn broeder Straton. Ik liep vooruit en maakte ruim
+baan.
+
+»Julius Cæsar en zij zagen en vonden elkander. Het lot trok nu het
+besluit, dat uit de gegevens vanzelf voortvloeide. Nooit zag ik
+Cleopatra meer schitterend in al hare gaven van verstand en hart
+dan toen. Toch was zij door gevaren omringd, en had Cæsar al zijn
+veldheerstalent noodig om den tegenstand, dien hij hier vond, te
+bedwingen. Ik herhaal: dat was het, wat hem hier hield; Cleopatra niet.
+Waarom zou hij niet, zooals hij later deed, zijn geliefde meegenomen
+hebben naar Rome, wanneer hem dat mogelijk ware geweest? Dit was echter
+in geenen deele het geval. Daar zorgden de Alexandrijnen wel voor.
+
+»Hij had het testament van den fluitspeler erkend, en zelfs aan het
+Aegyptische koningshuis nog meer rechten toegestaan, dan de Koning had
+kunnen doen. Cleopatra en haar broeder en gemaal Dionysus moesten de
+heerschappij deelen; aan Arsinoë en haar jongsten broeder werd daarbij
+nog Cyprus toebedeeld, dat de Republiek aan hun oom Ptolemæus had
+ontnomen. Natuurlijk moest Rome de voogdij over de kinderen behouden.
+
+»Deze beschikkingen waren ondragelijk voor Pothinus en de voormalige
+bewindvoerders van den staat. Cleopatra als Koningin, en Rome, dat was
+Cæsar, de dictator die haar vriend was, als voogd, dat was zooveel als
+ontzetting uit alle macht, ja hunne geheele vernietiging, en daarom
+verzetten zij zich daartegen met alle kracht.
+
+»De Aegyptenaars en ook de Alexandrijnen waren aan hare zijde, en de
+jonge Koning torste met tegenzin het juk der zooveel meer ontwikkelde
+zuster, die hij nooit had liefgehad. Cæsar was met een strijdmacht
+aangekomen die op verre na niet gelijkstond met de hunne, en misschien
+konden zij den algemeen gevreesden man hier ten val brengen. Zoo streden
+zij dan van weerszijden met zooveel inspanning en ijver, dat de dictator
+groot gevaar liep het onderspit te delven. Maar Cleopatra verlamde
+waarlijk niet zijn kracht, noch belemmerde hem in zijn bewegingen.
+Neen! nooit was hij grooter geweest, nooit bewees hij zóó duidelijk
+de macht van zijn genie! En welk een overmacht, welk een haat, had
+hij te bestrijden! Ik zag hoe de jonge Koning, toen hij hoorde dat het
+Cleopatra was gelukt in het paleis binnen te dringen en Cæsar te zien,
+als bezeten van woede de straat op liep, zich de kroon van het hoofd
+rukte, die op den grond wierp en de voorbijgangers toeriep, dat hij
+verraden was. Dit duurde zoolang totdat Cæsar's soldaten hem in het
+paleis terugbrachten en de menigte uiteendreven.
+
+»Arsinoë had meer gekregen dan zij had durven hopen, en toch voelde zij
+zich ook nu weder het meest beleedigd. Toen Cæsar in het paleis zijn
+intrek had genomen had zij hem als Koningin ontvangen, en al haar hoop
+op hem gevestigd. Daar was haar gehate zuster gekomen en als altijd
+geraakte zij door Cleopatra op den achtergrond. Dat was te veel, en met
+haar vertrouweling Ganymedes, die een geducht krijgsman was, verliet zij
+het paleis, en ging tot de vijanden van den dictator over.
+
+»Nu volgden hevige gevechten te water en te land. In de stad zelve
+streed men om de drinkwaterleiding te bemachtigen die door den vijand
+was afgedamd, om haar te gebruiken bij den brand die in een deel van het
+Bruchium woedde, en de bibliotheek van het Museum al verwoest had. Maar
+ofschoon hij half versmachtte van dorst, en nauwelijks aan het gevaar
+van verdrinken ontkomen was; ofschoon hij aan alle zijden werd bedreigd
+door den grimmigsten haat, toch stond de overwinnaar pal, en bleef
+zegepralen, evenals later in een veldslag, waarvoor de jonge Koning een
+leger verzameld en zich aan het hoofd daarvan gesteld had.
+
+»Zooals gij weet, is de jongeling op zijn vlucht verdronken.
+
+»Onder dergelijken strijd en doodsgevaren verliep een half jaar, eer
+het Cæsar en Cleopatra vergund was de vruchten te plukken van hun
+gemeenschappelijken arbeid. De dictator verhief haar tot Koningin van
+Aegypte, en benoemde haar jongsten broeder, nauwelijks half zoo oud als
+zij, tot haar mederegent. Aan Arsinoë schonk hij het leven, dat zij
+eigenlijk had verbeurd, maar zond haar naar Italië.
+
+»Op de overwinning volgde de vrede. Nu hadden werkelijk ernstige
+plichten den Staatsman naar Rome moeten terugroepen doch hij bleef nog
+volle drie maanden hier. Wie het leven van den eerzuchtigen Cæsar kent,
+en weet wat dit verzuim hem had kunnen kosten, die slaat zich met de
+hand tegen het hoofd en vraagt: kan dat waar zijn, dat hij dezen
+kostbaren tijd gebruikte om met zijne geliefde een tochtje op den Nijl
+te doen, tot aan het eiland van Isis toe, aan de uiterste zuidgrens van
+het land? Toch is dat zoo geschied, en ik was zelfs in het tweede schip
+met haar gevolg. Niet alleen zag ik hen meermalen bijeen, maar ik deelde
+ook nu en dan hunnen maaltijd en hunne gesprekken. Dat was dan een geven
+en nemen, een terugtrekken en zich verheffen, kortom een opeenvolging
+van dissonanten, die men gaarne aanhoorde, omdat men wist, dat zij zich
+in de schoonste harmonie moesten oplossen. Dat waren dagen van genot
+voor alle zintuigen te gelijk."
+
+»Deze geheele Nijlreis," viel Barine hem in de rede, »stel ik
+mij evenzoo voor als die fabelachtige tocht, toen het zeil van
+purperkleurige zijde Cleopatra op den Kydnos Antonius tegemoet voerde."
+
+»Neen, neen!" riep Archibius uit. »Van Antonius heeft zij eerst geleerd
+het aardsche leven door aardsche genietingen te veraangenamen; Julius
+Cæsar verlangde meer dan dat. Haar geest verschafte hem een veel grooter
+genot."
+
+Een oogenblik later ging hij voort:
+
+»Het is waar, al datgene waarmede zij Antonius in later jaren altijd
+nieuw vermaak verschafte, kwam niet altijd uit haar zelve."
+
+»En dat," riep de jonge vrouw uit, »was nu hetzelfde wezen, dat in de
+rust der ziel eenmaal het hoogste goed had erkend!"
+
+»Hetzelfde," antwoordde Archibius nadenkend. »Maar dat moest alles zoo
+wezen. Het levensgenot was voor het aankomende meisje het voornaamste
+geweest. Vóórdat de hartstocht bij haar ontwaakte, was zielsrust het
+hoogste wat zij kende. Toen de tijd kwam dat deze onbereikbaar voor
+haar bleek te zijn, bleef toch nog het vastgewortelde verlangen naar
+geluk in haar gemoed den boventoon voeren. Mijn vader had haar, als de
+toekomstige Koningin, moeten inprenten dat het goede de grondwet van
+haar bestaan was. Dat deed hij niet, omdat hij zelf in zijne afzondering
+dat geluk gevonden had, dat de meester aan zijn jongeren voorspiegelt.
+Van Athene naar Cyrene, van Epicurus naar Aristippus is slechts één
+enkele schrede. Zij deed die, toen zij vergat dat de meester geenszins
+in het najagen van genoegens alléén het hoogste goed zocht. De
+gelukzaligheid, zooals Epicurus die bedoelde, moest niet minder zijn
+dan die van Zeus, zelfs al had men enkel gerstebrood en water, om zijn
+honger en dorst mede te stillen.
+
+»Toch geloofde zij nog altijd zijn leerling te zijn en toen later
+Antonius ten strijde trok tegen de Parthen, waardoor zij langen tijd
+alleen bleef, begon zij weder te wenschen naar afwezigheid van smart en
+rust der ziel. Doch de staat, haar kinderen, de echtverbintenis van
+Antonius met Octavia, haar eigen hartewenschen, de magische kunst en de
+Aegyptischen leer van het leven na den dood; meer dan dit alles nog de
+brandende eerzucht, de nooit sluimerende behoefte bemind te worden door
+hen, die zij zélve beminde, en de eerste te zijn onder de eersten...."
+
+Op dit oogenblik kwam de bode binnen, die hem aankondigde, dat het schip
+in gereedheid was.
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Archibius had zich zoo geheel in het verleden verdiept, dat hij eenigen
+tijd noodig had om tot het tegenwoordige terug te keeren. Hij sprak nu
+met de vrouwen af wanneer zij gereed moesten zijn tot het vertrek.
+
+Het viel vrouw Berenice zeer moeilijk haar overreden broeder in de
+stad achter te laten, en Barine had gaarne vóór het afscheid Dion
+nog eens gezien. Ook vonden beiden het hard Alexandrië te verlaten,
+eer de beslissende tijding van leger en vloot aangekomen was. Zij
+verzochten daarom nog eenige dagen uitstel, maar met een vastheid,
+die den beminnelijken vriend veranderde in een strengen gebieder,
+wees Archibius dat af, en verklaarde dat zij den volgenden dag vóór
+zonsondergang tot het vertrek gereed moesten zijn. Zijn Nijlboot zou in
+de Agathodemonhaven voor haar klaar liggen, en dan zouden zij in zijn
+reiswagen, met zooveel slavinnen en kisten als zij wilden meenemen,
+verder gebracht worden. Vervolgens herinnerde hij haar op zachten toon
+aan de onaangenaamheden die een langer verblijf in de stad haar op den
+hals kon halen, verontschuldigde zijn gestrengheid met den haast dien
+hij had, drukte moeder en dochter de hand, en ging heen. Barine riep
+hem nog eens terug, maar hij deed alsof hij dat niet hoorde. Zijn wagen
+bracht hem spoedig aan de groote haven.
+
+De wassende maan weerspiegelde als een zilveren zuil trillend in het
+golvend water, en verlichtte den zoelen herfstnacht. Verderop stond de
+zee zeker hol; dat zag men aan de beweging der schepen, die voor anker
+lagen in den hoek, gevormd door den prachtigen Poseidontempel en den
+Choma. Dat was een landtong, die zich als een vinger in de zee
+uitstrekte, en aan welker punt een klein paleis stond. Cleopatra had dit
+voor Antonius laten bouwen om hem te verrassen, nadat hij zich een enkel
+woord daarover had laten ontvallen. Een ander paleis van wit marmer op
+het eiland Antirrhodus blonk in den maneschijn tegenover de plaats van
+afvaart, en op grooter afstand nog zag men een helder vuur branden. Op
+den beroemden, hoogen vuurtoren op het eiland Pharus, aan den ingang
+van de haven, flikkerden de vlammen, door den wind bewogen, op en neer.
+Daardoor werd de gezichteinder en het kalme havenwater tot aan den
+uitersten rand met beweegelijke lichtmassa's overstroomd, die nu eens
+sterker dan weer flauwer de duisternis verhelderden.
+
+Aan de haven was het, in weerwil van het late uur, nog levendig, en
+de wind was zoo hevig, dat de mantels der mannen dikwijls over hun
+hoofd waaiden, en de vrouwen hare kleederen moesten vasthouden. Het
+handelsverkeer was wel is waar afgeloopen, maar velen waren hier gekomen
+om nieuwstijdingen op te doen, of het eerst terugkomende schip van de
+zegepralende vloot te begroetten. Niemand twijfelde er immers aan of
+Antonius had in den slag tegen Octavianus de overwinning behaald. De
+haven werd goed bewaakt, en juist was een afdeeling Syrische ruiters
+uit de kazerne ten zuiden van den Lochias naar den kant van den
+Poseidontempel getrokken. Hier, en niet in de Eunostushaven, die van de
+andere was gescheiden door den breeden op een brug gelijkenden dam van
+het Heptastadium, die op zijne beurt weder het vasteland met het eiland
+Pharus verbond, moesten de koninklijke schepen het anker uitwerpen. In
+deze buurt stonden de paleizen en tuighuizen en daarom moesten alle
+berichten hier het eerst gebracht worden. De andere haven was alleen ten
+gebruike voor den handel bestemd, en het was verboden dat pas aankomende
+schepen hier binnenliepen, omdat het verspreiden van valsche geruchten
+voorkomen moest worden.
+
+Trouwens, men kon moeilijk verwachten zelfs in de groote haven eenig
+nieuws te vernemen, want de geheele opening was versperd door een keten,
+die van de punt van het eiland Pharus af, tot een tegenoverliggende klip
+aan den Alveus Steganus liep. Maar als er een schip van den staat met
+gewichtige tijdingen aan mocht komen, dan kon die afsluiting weggenomen
+worden, en daarop hoopten de talrijke zwervers aan den oever.
+
+Velen van hen kwamen van feestmalen, uit gaarkeukens, herbergen of van
+nachtelijke bijeenkomsten van godsdienstige secten, maar aller opgewekte
+stemming werd gedempt onder den druk van een bange verwachting. Waar
+Archibius zijn blikken wendde, overal zag hij gespannen en angstige
+gelaatstrekken. Ook moesten velen om den wind zich voorover buigen, en
+al de wapperende vlaggen, en opstijgende stofwolken vermeerderden nog de
+onrust van het geheele tooneel.
+
+Op het oogenblik dat het schip van wal stak en de roeiers de riemen
+grepen voelde de eigenaar daarvan zich zóó gedrukt, dat hij bijna niet
+meer durfde hopen een goede tijding te zullen hooren.
+
+Zijn verhaal had lang verleden dagen als het ware weer uit het graf doen
+verrijzen, en terwijl hij van zijn bank op het achterdek opzag naar den
+hemel, waar de sterren telkens verduisterd werden door voorbij vliegende
+wolken, trok menig tooneel van vroegeren tijd aan zijn geestesoog
+voorbij.
+
+»Wat kan men veel onder zijn woorden verbergen, zonder zich nog schuldig
+te maken aan een leugen," dacht hij, toen hij alles nog eens naging, wat
+hij aan de vrouwen had verhaald.
+
+Ja zeker, hij was al vroeg Cleopatra's vertrouweling geweest, maar
+hoe had hij haar bemind, hoe was hij met hart en ziel haar toegedaan
+geweest! Zij moest dit niet alleen vermoeden: hij had het haar duidelijk
+genoeg getoond en bekend. En zij.... zij had dat aangenomen, als een
+recht dat haar toekwam. Toen hij slechts éénmaal had beproefd, in een
+overvloeiend gevoel van teederheid, haar in de armen te sluiten, had
+zij hem met ontevreden hooghartigheid afgeweerd. Maar een betuiging van
+liefde is een misdaad, die de hoogstgeplaatste den geringste toch altijd
+weer vergeven kan, en reeds enkele uren later was Cleopatra hem met de
+oude, hartelijke vertrouwelijkheid tegemoet gekomen.
+
+Nu dacht hij ook weder aan al de kwellingen die hij had doorgestaan, in
+den tijd toen hij moest aanzien hoe zij door Antonius werd geboeid. Die
+Romein was toenmaals nog maar als een even snel verschenen als verdwenen
+meteoor door haar leven heengegleden, maar allerlei dingen hadden
+verraden dat zij hem niet vergeten kon. Hare liefde voor den grooten
+Caesar had Archibius zonder smart bij haar zien ontkiemen en opgroeien,
+doch toen zij zich te Tarsus aan den Kydnos met Antonius verbonden had,
+was er in zijn hart een pijnlijk gevoel van afgunst ontwaakt. Thans
+waren zijne haren vergrijsd, en al had niets zijn vriendschap voor de
+Koningin verzwakt, al was hij ten allen tijde bereid haar te dienen,
+toch had dit dwaze gevoel zich nog niet voor goed laten onderdrukken,
+en telkens weder maakte het zich van zijn gansche ziel meester. Hij
+ontkende geenszins de goede eigenschappen van Antonius, maar hij zag
+ook dat de zwakke zijden van zijn karakter veel meer in 't oog loopend
+waren. Telkens wanneer zijne gedachten zich bezig hielden met dit hooge
+paar, ging het hem als een kunstkenner, die het edelste kleinood uit
+zijn verzameling moet afstaan aan een rijkaard die de waarde ervan niet
+kent, en het eene verkeerde plaats geeft.
+
+Met dat al wenschte hij den Romein van harte een schitterende
+overwinning toe, want zijne nederlaag zou ook die van Cleopatra zijn, en
+zou zij de gevolgen daarvan kunnen dragen?
+
+Het schip naderde nu den lichtkring aan den voet van den Pharus, en
+juist wilde Archibius het sein geven om de keten te doen wegnemen, toen
+hij in den stilte van den nacht zijn naam hoorde roepen.
+
+Het was Dion, die hem riep. Hij zat in een der booten, die aan den
+ingang van de haven op de golven dobberden, en had den snelzeiler van
+Archibius herkend aan den kop van Epicurus aan den voorsteven, die door
+het licht der lantaarns beschenen werd. Cleopatra had dit schip voor
+haar vriend laten bouwen en het met dit kopstuk doen versieren. Dion
+wenschte nu bij hem te komen, en weldra stonden beiden op het dek.
+
+Hij was op het eiland Pharus geland en in een herberg voor matrozen
+binnengegaan, om daar te vragen, of iemand ook iets wist; maar niemand
+had iets zekers durven vertellen. De wind kwam nog altijd van de
+landzijde, en daardoor konden de grootere vaartuigen alleen met de hulp
+van roeiers de Aegyptische kust bereiken. Eerst sinds kort was de wind
+van het Zuiden naar het Zuidoosten omgeloopen, en een ervaren Rhodisch
+stuurman had verzekerd dat hij »nooit weder een beker wijn aan zijn mond
+zou zetten," als hij nu morgen of overmorgen niet uit het Noorden kwam.
+Was dat het geval, dan konden er schepen en tijdingen bij dozijnen te
+gelijk naar Alexandrië komen; dat was te zeggen, had de grijskop met een
+uittartenden blik op den fijnen heer uit de stad er bij gevoegd, indien
+men die voorbij den Pharus of door het Poseidon-bekken in den Eunostus
+liet binnenloopen. Met zonsondergang had hij aan den horizont reeds
+zeilen meenen te zien, maar de vlugste watervogel werd een egel, als
+de wind hem tegen was, en zelfs zijn zwempooten vasthield. Anderen
+verzekerden hetzelfde, en gaarne zou Dion daarom uitgezeild zijn in
+de open zee om ze op te zoeken. Hij was echter geheel alleen in een
+gebrekkig huurbootje geweest, en dit had de haven niet mogen verlaten.
+
+Zijn vermoeden dat voor Archibius iedere weg openstond, had hem niet
+bedrogen, en spoedig werd de ketting voor den »Epicurus" weggenomen. Nu
+kliefde het schip, door den Zuidoosten wind gedreven, met volle zeilen
+den vloed.
+
+In het Noorden werd een flauw licht zichtbaar, dat zich heen en weer
+bewoog. Dat kon niet anders zijn dan een schip. Nu had wel de stuurman
+in de herberg op Pharus, die er zelf had uitgezien alsof hij niet enkel
+koopvaardijschepen had bevaren, gesproken van vaartuigen die aan
+bezoekers aan boord niets ten geschenke gaven, maar toch vreesden
+de mannen op den goed uitgerusten, stevigen »Epicurus" niet voor
+zeeroovers, te meer daar de dag weldra aanbreken zou, en hij juist twee
+zware oorlogsschepen, die de Regent had uitgezonden, voorbijgestevend
+was.
+
+De sterke wind blies in de zeilen, roeien zou vergeefs zijn geweest en
+het licht in de verte scheen naar hen toe te komen. Reeds was in het
+Oosten een bleeke lichtstreep te zien, toen de Epicurus het vaartuig
+met het licht naderde. Dit scheen echter voor het Alexandrijnsche schip
+te willen uitwijken, en wendde zich plotseling naar het Noordoosten.
+Nu overlegde Archibius met Dion of het de moeite waard kon zijn den
+vluchteling te achtervolgen. Het was een klein vaartuig, dat in de
+flauwe schemering een Cilicisch zeerooversschip van de kleinste soort
+scheen te zijn.
+
+Welke de bemanning ook mocht zijn, het beproefde en talrijke scheepsvolk
+van den veel grooteren Epicurus behoefde die niet te vreezen. Bovendien
+had de kapitein op de vloot van Sextus Pompejus gediend en reeds menig
+zeerooversschip geënterd.
+
+Toch vond Archibius het dwaasheid zonder noodzaak een strijd aan te
+gaan, doch Dion was in een stemming om ieder gevaar, wat het ook ware,
+te trotseeren. Ging het op leven en dood--welnu des te beter!
+
+Hij had aan zijn vriend de booze vermoedens van Iras meegedeeld. Het
+stond zeker niet goed met de vloot, en als de kleine Ciliciër niets voor
+hen te verbergen had, dan zou hij hen niet uit den weg zijn gegaan.
+Daarom was het stellig van belang te vernemen waarom hij, zoo dicht bij
+de haven was omgekeerd.
+
+Ook de strijdlustige kapitein was vóór de vervolging, en zoo gaf
+Archibius dan eindelijk toe; de onzekerheid was voor hem ook het
+ondragelijkste van alles. Dion was ook gedrukt. Hij kon het beeld van
+Barine maar niet uit zijn herinnering verbannen; sedert Archibius hem
+had medegedeeld, dat zij van plan was haar huis voortaan voor bezoekers
+te sluiten, en hoe gewillig zij gehoor gegeven had aan zijn uitnoodiging
+om bij hem buiten te komen, had hij zich telkens weder afgevraagd,
+waarom hij dan ook niet haar, die toch de dochter van een beroemd
+schilder was, tot de zijne zou maken.
+
+Archibius had gezegd dat Barine haar beste vrienden en natuurlijk ook
+hem, gaarne in haar landelijke afzondering bij zich ontvangen zou. Dat
+betwijfelde Dion geen oogenblik, maar evenmin of zulk een bezoek hem
+niet misschien voor goed van zijn vrijheid zou berooven. Maar kon
+eigenlijk een Alexandrijn nog op echte vrijheid bogen, wanneer de
+Romeinen het bewind voerden in zijn stad, evenals zij in Karthago
+of Korinthe deden? Indien Cleopatra verslagen was en Aegypte een
+Romeinsche provincie werd, dan kon het hem enkel vernederen deel te
+nemen aan de besluiten van den Raad, die heden nog uit »Macedonische
+mannen" bestond en waaraan hij zoo was gehecht; dan kon hij nooit meer
+voldoening van zijn werk verwachten. Dan mocht de lans van een zeeroover
+aan het onvrije leven onder een Romeinsch juk, en aan dit onwaardig
+verlangen en weifelen een einde maken! Op dezen najaarsmorgen, onder
+een grijzen hemel, waaruit een lichte, vochtige nevel neerdaalde,
+met zooveel bange vrees en twijfel in het hart, zag Dion van alle
+tegenwoordige en toekomstige dingen enkel de schaduwzijde. Maar op dit
+oogenblik had de Epicurus den vluchteling ingehaald en zich van hem
+meester gemaakt. De eerste zwakke tegenstand was spoedig opgegeven,
+zoodra de kapitein van Archibius hem toegeroepen had, dat de Epicurus
+niet behoorde tot de koninklijke vloot, en alleen op kondschap uitgegaan
+was.
+
+Nu haalden de Ciliciërs de riemen in, Archibius en Dion gingen op hun
+schip over, en namen den bevelhebber in het verhoor. Het was een oude
+verweerde zeeman, die het zwijgen niet eerder verbrak, dan nadat hij
+zeker wist wat zijn vervolgers verlangden.
+
+Hij begon met de verzekering dat hij aan de Peloponnesische kust getuige
+was geweest van een groote overwinning der Aegyptische vloot op die van
+Octavianus, maar door de strikvragen der vrienden raakte hij in zijn
+eigen woorden verward, en beweerde dat hij in het geheel niets wist. Hij
+had dat maar gezegd om den Alexandrijnschen heeren welgevallig te zijn.
+Dion doorzocht daarop met eenige lieden van den Epicurus het schip, en
+in de kleine kajuit vond hij een man, die sterk geboeid was, en door een
+der zeeroovers werd bewaakt. Het was een matroos uit Pontus, die alleen
+de taal van zijn eigen land sprak. Men kon dus niets verstaanbaars uit
+hem krijgen. Daarentegen stonden er belangrijke aanwijzingen in een
+briefrol, die zij in de kajuit in een kist vonden, onder kleederen,
+sieraden en andere geroofde voorwerpen.
+
+Dion kon zijn oogen niet gelooven, toen deze brief bleek gericht te zijn
+aan zijn vriend, den bouwmeester Gorgias. Daar de zeeroover het schrift
+niet lezen kon, had hij hem niet geopend, doch Dion verbrak zonder
+aarzelen het zegel. De brief was geschreven door den Griekschen rhetor
+Aristokrates, die met Antonius in den oorlog was gegaan, uit Tænarum in
+het Zuiden van den Peloponnesus. Uit naam van zijn veldheer verzocht
+hij Gorgias daarin, het kleine paleis op het uiteinde van den Choma
+ten spoedigste in gereedheid te brengen, en aan de havenzijde door een
+hoogen muur af te sluiten. Een deur daarin was niet noodig. Alle verkeer
+met het huis kon over het water plaats hebben. Hij moest maar zorgen
+dat het werk spoedig gereed was.
+
+De beide vrienden zagen elkander, bij het lezen van deze opdracht, vol
+verbazing aan. Wat kon de aanleiding zijn tot dit vreemdsoortig bevel?
+Hoe kwam het in bezit van den zeeroover? Dit alles moesten zij zien uit
+te vorschen.
+
+Wanneer Archibius, wiens zachtaardige, vertrouwen-wekkende
+persoonlijkheid de menschen altijd spoedig voor zich innam, een enkel
+maal in hartstochtelijke drift losbarstte, dan miste deze plotselinge
+omkeering nooit zijne uitwerking, omdat zijne hooge, trotsche gestalte
+en harde trekken er dan werkelijk onheilspellend uitzagen. Ook nu zag
+de kapitein vol ontzag tot hem op, toen de Alexandrijn hem dreigde
+alle genade die hij beloofd had, weer in te zullen trekken, indien
+hij hem ook maar het geringste verzweeg, wat samenhing met dezen
+brief. De zeeroover bemerkte spoedig genoeg dat het vergeefs zou zijn
+leugenachtige verklaringen af te leggen; de gevangene uit Pontus sprak
+wel is waar geen Grieksch, maar hij verstond deze taal toch goed, en
+alles wat de andere zeide, bevestigde hij met levendige gebaren, of
+anders gaf hij op dezelfde wijze te kennen, dat het onwaar was.
+
+Zoo kwam dus alles aan het licht. De bark van den zeeroover had met een
+veel grooter schip in de nabijheid van Kreta op een prooi geloerd. Nog
+hadden zij van de tegenover elkander liggende vloten niets gezien of
+gehoord, toen een sierlijke snelzeiler »de vlugste en schoonste die
+ooit de zee had bevaren," misschien wel »de Zwaluw" een scheepje van
+Antonius, dat hem als bode dienst deed, in het vizier was gekomen. Zij
+hadden het gemakkelijk prijsgemaakt. De beide schepen hadden den buit
+gedeeld, maar het leeuwenaandeel van menschen en goederen had het groote
+schip gekregen.
+
+De zeeroover had een aanzienlijk man, misschien Antonius' gezant, die
+toen zwaar gewond en sedert gestorven en in de zee geworpen was, een
+tasch met brieven en eenig geld afgenomen. De eerste had hij gebruikt om
+het vuur mee aan te houden; doch die aan den bouwmeester was toevallig
+overgebleven.
+
+De gevangen matrozen hadden verklaard dat de vloot van Octavianus die
+van Cleopatra verslagen had, dat de Koningin was gevlucht, doch dat de
+landmacht nog onaangetast was, en de overwinning daardoor ten slotte
+nog aan de zijde van Antonius kon blijken te zijn. Maar de zeeroover
+wist niet waar het leger stond--misschien bij Tænarum, vanwaar het
+buitgemaakte schip gekomen was. Het was vreeselijk jammer, maar zijn
+eigen manschappen hadden het in brand gestoken, en het was vóór zijn
+oogen gezonken.
+
+Deze berichten hadden allen schijn van waarheid; maar de kust van
+Akarnië, waar dan de slag geleverd moest zijn, lag zoo ver van de
+Zuidpunt van den Peloponnesus af, dat de brief van Antonius wel
+gedurende zijn vlucht moest geschreven zijn. Alleen dit scheen zeker
+te zijn: de vloot was op den tweeden of derden September verslagen en
+uiteen gedreven.
+
+Waar zou de Koningin nu zijn? Waar waren de groote, prachtige schepen
+gebleven, die haar in den strijd hadden gevoerd? Zelfs tegenwind had
+ze niet zóó lang kunnen ophouden, want zij waren immers voldoende met
+roeiers bemand. Zou Octavianus ze bemeesterd hebben? Waren zij verbrand
+of gezonken? Maar hoe zou Antonius dan naar Tænarum zijn gekomen?
+
+Op dit alles kon de zeeroover geen antwoord geven. Waarom zou hij het
+verzwegen hebben, als hij iets wist?
+
+Archibius liet eindelijk het geroofde goed uit het schip van Antonius,
+benevens den bevrijden matroos, op den Epicurus overbrengen, maar de
+zeeroover moest hem zweren nooit meer het water tusschen Kreta en
+Alexandrië onveilig te maken. Daarna liet hij hem ongehinderd zijn koers
+vervolgen.
+
+Met dit geheele avontuur waren ettelijke uren verstreken, en nu ging de
+terugvaart, tegen den wind op, langzaam, want de Epicurus was, zoolang
+de vervolging duurde, door den sterken wind een goed eind de volle zee
+ingestuwd. Toen zij nu nog maar enkele mijlen van de haven van Pharus
+verwijderd waren, bleek het intusschen dat de stuurman uit Rhodus goed
+had voorspeld; het weder veranderde ongewoon snel, en de wind kwam
+nu uit het Noorden. De zee wemelde van schepen, die voor een deel
+behoorden tot de koninklijke vloot, voor een ander deel bezet waren met
+nieuwsgierige Alexandrijnen, uitgezeild om het groote nieuws zoo spoedig
+mogelijk te vernemen.
+
+Archibius en Dion hadden den nacht, en ook den volgenden morgen en
+middag slapeloos doorgebracht. De lucht, nu vochtig geworden door den
+fijnen motregen, was koel. Zij versterkten zich eerst aan een hartig
+maal, en liepen daarna samen op het dek op en neder. Zij spraken slechts
+weinig, en trokken hunne mantels dichter om zich heen. De krachtige
+wijn, die ook op den Epicurus niet ontbrak, had hen reeds eenigermate
+goed gedaan, maar toch waren zij nog niet warm geworden. Dat had zelfs
+een helder houtvuur in de kajuit ook niet gedaan kunnen krijgen. De
+gedachten van Archibius waren bij zijne geliefde Koningin, en zijn
+levendige verbeeldingskracht toonde hem alles, wat haar overkomen kon
+zijn. Geen enkele mogelijkheid, ook de vreeselijkste niet, werd hierbij
+vergeten, en het bloed verstijfde in zijne aderen, als hij haar met het
+schip zag zinken, en naar hem, haar ouden vriend, smeekend de schoone
+armen uitstrekken. Of, wat nog erger was, hij zag haar als gevangene
+vóór den vijandigen, hardvochtigen Octavianus. Eindelijk kon hij het
+niet meer uithouden. Hij liet zijne vilten mantel los, drukte zijn
+gebalde vuist tegen de slapen, en steunde luid. Hij had met het oog
+zijns geestes gezien hoe zij bij den triomftocht van den overwinnaar,
+voor zijn zegekar uitging met gouden kettingen om de teere polsen, en
+bij dat schouwspel had hij het Romeinsche gepeupel hooren losbarsten in
+jubelkreten!
+
+Dat zou het ergste van alles zijn! Zich zóó iets in te denken ging de
+kracht van den trouwen man te boven, en Dion zag geroerd naar hem om,
+toen hij hem hoorde snikken, en de tranen zag, die langs zijn wangen
+stroomden.
+
+Ook hem was het bang om het hart, maar hij kende de gehechtheid van zijn
+ouderen vriend aan de Koningin, en daarom legde hij zijn arm om diens
+schouder, en bad hem ernstig de kalmte van geest te bewaren die hij zoo
+vaak in hem bewonderd had. In de moeilijkste toestanden had hij in zijn
+oog altijd zoo ver boven alle anderen gestaan, als de wachter op den
+vuurtoren boven de wild bewogen zee. Wanneer hij bedaard als altijd
+al het gebeurde met hem overdacht, dan zou hij moeten toegeven, dat
+Antonius toch zeker vrij moest zijn en nog in staat om over zijne
+toekomst te beschikken, daar hij immers het paleis op den Choma voor
+zich in orde liet brengen. Wel begreep hij niet, wat die muur moest
+beduiden, maar misschien kwam er wel een hooggeplaatst gevangene met hem
+mede, die niet vrij in en uit de stad mocht gaan. Het kon immers wel
+zijn, dat alles veel minder erg was dan zij nu dachten, en dat zij nog
+eens zouden lachen om deze bange vrees. Toch maakte hijzelf zich ook
+ongerust, want hij gunde de Koningin het allerbeste, vooreerst om haar
+zelfs wil, maar ook omdat met haar en haar gelukkigen strijd tegen Rome,
+de vrijheid van Alexandrië stond of viel.
+
+»Die," zeide hij, »is voor mij tot nog toe het liefste en hoogste. Voor
+u is dat de beheerscheres van dit land. Mijn wereld zou verduisterd
+zijn, en mijn leven niet meer de moeite van het leven waard, wanneer de
+ijzeren voet van Rome onze zelfstandigheid en vrijheid vertreedt."
+
+Dit alles klonk warm en trouw, en Archibius had gretig naar hem
+geluisterd. Zijn diepdenkende geest moest toegeven dat er nog niets
+gebeurd was, waaruit men het ergste besluiten moest; en daar dikwijls
+niets een bedroefde beter troost dan anderen te troosten, verlichtte
+hij nu ook zijn eigen hart door zijn vriend voor te houden, dat, ook al
+bleef Octavianus overwinnaar en Aegypte in zijne macht, hij toch aan de
+vrije beschikking der Alexandrijnen over hunne eigen aangelegenheden
+geen afbreuk zou durven doen. Vervolgens hoe hij, de jonge, vastberaden,
+onafhankelijke man, zich dubbel nuttig kon maken, wanneer hij de
+bedreigde vrijheid zijner vaderstad moest bewaken, en hoeveel schoons
+het leven hem ook dan nog brengen kon.
+
+De klank van zijn stem verried aan zijn jongen vriend zijn hartelijke
+genegenheid. Nog nooit had iemand, sedert zijns vaders dood, zóó met hem
+gesproken.
+
+Nu zou de Epicurus weldra den havenmond bereiken, en zoodra zij aan land
+kwamen, zouden de vrienden moeten scheiden. Voor beiden was dit het
+beslissend uur geweest, dat ernstige geesten dikwijls vaster verbindt
+dan voorheen een geheele reeks van jaren had gedaan. Zij hadden voor
+elkander hunne harten geopend. Slechts één ding had Dion in zijn ziel
+opgesloten gehouden en dit vervulde hem met nieuwe onrust, zoodra hij de
+eerste huizen der stad in het oog kreeg. Hij was sinds lang niet meer
+gewend anderen om raad te vragen. Velen, die den zijnen hadden gevraagd,
+waren wel met veel dankbetuigingen heengegaan, maar zij hadden juist het
+tegendeel gedaan van wat hij had geraden, ofschoon het wezenlijk tot hun
+bestwil was geweest. Meer dan eens had hij zelf evenzoo gehandeld, maar
+nu voelde hij zich onweerstaanbaar gedrongen om Archibius zijn volle
+vertrouwen te schenken. Deze ook kende Barine, en wenschte hem zelf het
+beste toe. Misschien zou het hem helpen indien hij iemand, die het zoo
+goed met hem meende, eens deelgenoot maakte van wat zijn hart zoo
+nadrukkelijk van hem vorderde, terwijl zijn nadenkende geest het hem
+verbood.
+
+Plotseling wendde hij zich nogmaals tot zijn vriend en zeide:
+
+»Gij hebt u zoo even als een vader voor mij betoond. Stel u nu eens voor
+dat ik werkelijk uw zoon ben, en als zoodanig u beken dat ik een vrouw
+heb lief gekregen. En nu vraag ik u, of het u verheugen zou haar als uw
+dochter te begroeten."
+
+Archibius antwoordde met den uitroep: »Een lichtstraal in den donkeren
+nacht! Haal maar zoo spoedig mogelijk in, wat gij al veel te lang hebt
+verzuimd. Het is de plicht eens burgers in den echt te treden. De Griek
+wordt pas werkelijk man, als hij echtgenoot en vader is. Dat ik zelf
+ongehuwd gebleven ben, heeft zijn bijzondere reden, maar ik heb dikwijls
+den armen schoenmaker benijd, dien ik op feestdagen met zijn kind op
+den arm voor zijn werkplaats zag staan, of den stuurman, wien bij zijn
+thuiskomst groote en kleine armen toegestoken worden. Als ik te huis
+kom, is niemand blij, dan mijn honden. Maar gij, die een fraai paleis
+bezit dat leeg staat, gij, van wien een trotsch geslacht verwachten mag
+dat gij voor het voortbestaan er van zult zorgen...."
+
+»Dat is het juist," zeide Dion, "wat mij in tweestrijd brengt, ofschoon
+mij dat anders niet licht overkomt. Gij kent mij, en mijne positie. En
+ook haar, die ik bedoel, kent gij reeds lang."
+
+»Is het Iras?" vroeg Archibius aarzelend. Zijn zuster Charmion had hem
+wel eens gesproken van de neiging van haar jonge mede-kamervrouw.
+
+Maar Dion hielp hem onmiddellijk uit den droom en zeide:
+
+»Het is Barine, de dochter van uw overleden vriend Leonax. Ik bemin
+haar, maar ik ben trotsch en teergevoelig omtrent het oordeel over mijn
+toekomstige gemalin. Ik zou den man die haar met schuinsche blikken
+durfde aanzien, eenvoudig verachten, want ik ken hare waarde. Gij
+herinnert u zeker mijne moeder. Die was anders dan zij. Haar huis, haar
+kind, haar slaven en haar weefstoel waren haar wereld, en zij eischte
+ook van andere vrouwen dezelfde strenge teruggetrokkenheid, die zij
+bezat. Toch had zij een teeder hart, en beminde mij, haar eenigen zoon,
+boven alles. Zij zou Barine met open armen bij zich ontvangen hebben,
+zoodra zij bemerkt had dat ik haar noodig had voor mijn geluk. Maar zou
+het voor de jonge vrouw, die aan een opwekkenden omgang met ontwikkelde
+mannen gewend is, mogelijk zijn zich in dien eisch te schikken? Als
+ik moest denken, dat de gewoonte om omringd en gevleid te worden,
+haar zou bijblijven ook in haar huwelijk; als ik mij voorstel, dat de
+onvoorzichtigheid der aan vrijheid gewende vrouw de tongen in beweging
+kon brengen en een smet werpen op de reinheid van mijn naam, als ik
+zelfs"--en hij hief zijn gebalde vuist reeds op.
+
+Doch Archibius viel hem in de rede:
+
+»Wanneer Barine u warm en blijde haar geheele hart schenkt, dan is deze
+vrees onnoodig. Het is een zonnig, echt beminnenswaardig vrouwenhart,
+en daardoor vatbaar voor een groote liefde. Schenkt zij u die, zooals
+ik vast van haar vertrouw, breng dan een dankoffer aan de goden, want
+die bedoelden uw geluk, toen zij uwe keus vestigden op haar, en niet
+op Iras, het kind mijner zuster. Waart gij mijn zoon, dan zou ik nu
+uitroepen: Gij kondt mij geen liever dochter brengen, wanneer gij--dat
+herhaal ik--slechts zeker zijt van hare liefde."
+
+Dion zag een oogenblik vóór zich; toen riep hij vol overtuiging uit:
+
+»Dat ben ik!"
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+
+De Epicurus lag voor den Poseidontempel voor anker. Aan de bemanning
+was het stilzwijgen opgelegd. Zij hadden ook niets anders vernomen dan
+dat aan boord van het zeerooversschip een brief was gevonden, waarin
+Antonius beval een muur op te richten. Dat kon een gunstig teeken zijn,
+want aan bouwen denkt men alleen in vredestijd.
+
+De regen had opgehouden, maar de wind blies heviger uit het Noorden en
+de lucht was koel geworden. Toch was er een golvende menigte op de kade
+van de zuidzijde van het Heptastadium tot aan de Lochias. Tusschen de
+spits van den Choma en het Sebasteum was het gedrang het grootst, want
+van hier uit zag men de zee, en in de hier gelegen woning van den Regent
+moesten de eerste tijdingen aankomen. Dien morgen hadden reeds honderd
+tegenstrijdige berichten de ronde gedaan, en zoodra de Epicurus in het
+derde uur van den middag aangekomen was, had men het schip omringd, om
+te hooren wat men daar ginds in zee had ontdekt. Met andere schepen ging
+het evenzoo, maar geen daarvan bracht vertrouwbare berichten mede.
+
+Men zeide dat twee snelzeilers van de oorlogsvloot een triere[12] uit
+Samos hadden ontmoet, die van een groote overwinning van Antonius te
+land, en van Cleopatra ter zee wist te verhalen, en daar de mensch
+gaarne gelooft wat hij hoopt, trokken gansche scharen al jubelend langs
+den oever. Bij velen, die eerst bezwaard waren geweest, versterkte dit
+de hoop. Anderen daarentegen, die zich terecht verontrust hadden over
+het lang uitblijven van het eerste schip der vloot, hadden nu alleen
+oor voor de slechte berichten, en zagen de toekomst donker in. Doch
+zij durfden dit niet uitspreken, want een voornaam goudborduurder, die
+het volk gewaarschuwd had voor al te voorbarige vreugd, was deerlijk
+toegetakeld naar huis gehinkt, terwijl men twee andere ongeluksprofeten
+in de zee geworpen had, en hen juist op dat oogenblik weder druipnat
+ophaalde.
+
+[12] Schip met drie rijen roeiers.
+
+Men kon het volk zijn goed vertrouwen ook niet kwalijk nemen, want er
+werden immers reeds overal eerepoorten opgericht, bij het Serapeum, het
+Dionysos-theater, de hooge pylonen van het Sebasteum, de hoofdpoort
+van het Museum, voor den ingang van het paleis, in het Bruchium en
+voor de brug op de Lochias. En die allen werden versierd met goden der
+overwinning, tropeeën van gips of met gips bestreken doek, opschriften
+die een gelukwensch of dank aan de goden behelsden, lofwerk en
+bloemfestoenen. Het omkransen van de Aegyptische pylonen en obelisken,
+de voornaamste tempels en standbeelden in de stad, was reeds in den
+nacht begonnen, en nu legde men de laatste hand aan dit werk. Evenals
+zijn vriend Dion, had ook Gorgias sedert den vorigen avond geen oog
+toegedaan, want hij moest zorgen voor de versiering van het Bruchium,
+waar het eene prachtige gebouw naast het andere stond. En ook in het
+Sebasteum, het koninklijk paleis waar Iras verblijf hield, zoolang de
+koningin afwezig was, en het tegenoverliggende Prætorium, de woning van
+den Regent, was de slaap der bewoners ontvlucht.
+
+Toen Archibius bij de kamervrouw der Koningin werd binnengeleid,
+schrikte hij zooals zij er uitzag. Pas twee dagen geleden was zij bij
+hem te Kanopus geweest, maar wat was zij in dien tijd veranderd! Het was
+of haar lang en smal gelaat nog uitgerekt was, hare trekken geleken nog
+scherper, en de zevenentwintigjarige, die tot nu toe in den vollen bloei
+der jeugd had geprijkt, scheen eensklaps tien jaren ouder geworden. Zij
+had iets koortsachtigs over zich, toen zij haar oom de hand reikte en
+hem angstig toeriep: »Gij brengt zeker ook niets goeds?"
+
+»Evenmin iets kwaad," antwoordde hij kalm. »Maar uw uiterlijk, mijn
+kind, met die donkere kringen onder uw oogen, bevalt mij niet. Hebt gij
+verontrustende tijding gekregen?"
+
+»Meer dan dat," gaf zij met zachte stem ten antwoord.
+
+»Wat dan?"
+
+»Lees!" zeide zij, en met een zenuwachtigen trek om mond en neus gaf zij
+Archibius een waschtafeltje aan. Met een haast die hem anders vreemd
+was, nam hij het haar uit de hand en onder het lezen werd hij
+doodsbleek. Het was Cleopatra's schrift en bevatte het volgende:
+
+»De zeeslag is verloren, en dat door mijne schuld. Het leger te land zou
+ons nog kunnen redden, maar niet zoolang het onder zijn bevel staat. Hij
+is bij mij, niet gewond maar als het ware doodgebloed, geheel anders dan
+vroeger, zonder moed, zonder kracht tot handelen, als een gebroken man.
+Ik zie nu het begin van het eind. Zoodra deze u bereikt, zorg dan dat
+dadelijk na zonsondergang, iederen avond eenige eenvoudige draagstoelen
+voor ons gereed staan. Het volk moet blijven gelooven dat wij hebben
+overwonnen, totdat het uitgemaakt is hoe Canidius en de troepen ter land
+zich gedragen hebben. Als gij de kinderen voor mij kust, doe dat dan
+met teederheid. Wie weet hoe spoedig zij weezen zullen zijn. Nu reeds
+hebben zij een ongelukkige moeder; zij blijven er voor gespaard aan een
+moedelooze te moeten denken. Neem, behalve degenen aan wie ik volmacht
+gaf, en Archibius, niemand in uw vertrouwen, ook niet Cæsarion en
+Antyllus. Zorg dat allen, wier bijstand mij van dienst kan zijn,
+gemakkelijk te bereiken zijn, als ik terug kom. Ik kan ditmaal niet
+besluiten met het gewone: verblijd u! Het »houd moed"[13] dat men immers
+ook op grafsteenen zet, schijnt mij gepaster. Gij, die mij niet benijd
+hebt in mijn geluk, zult mij nu wel willen helpen mijn ongeluk te
+dragen. Epicurus had gelijk, toen hij de goden uit hun zalige woonplaats
+werkeloos op het lot der menschen liet neerzien. Zoo het anders ware,
+hoe konden dan de liefde en trouw, die nog gehecht blijven aan hen die
+in het ongeluk zijn, met harteleed en tranen vergolden worden? Hoe het
+zij, houd niet op hen lief te hebben."
+
+[13] "Verblijd u" en "houd moed" staat op vele grafsteenen te lezen.
+
+Bleek en sprakeloos liet Archibius het tafeltje vallen. Het duurde lang
+eer hij met heesche stem uitstootte:
+
+»Ik heb het alles wel vooruit gezien, maar nu het gekomen is...." Hier
+begaf hem zijn stem, en zijne geheele lichaam beefde van een hevig
+snikken zonder tranen, hij viel op een rustbank neder en verborg zijn
+gelaat in de kussens. Iras zag hem aan en schudde zachtjes het hoofd.
+
+Ook zij had de Koningin lief, ook hare oogen waren bij het lezen van
+deze tijding met tranen gevuld geweest, maar reeds terwijl zij las,
+waren allerlei plannen om dit onheil te herstellen in haar rusteloos
+brein opgekomen. Enkele minuten na het ontvangen der ongelukstijding was
+zij reeds in overleg getreden met den plaatsvervanger der Koningin, en
+had maatregelen genomen om bij het volk het geloof aan de zegepraal der
+vloot te bestendigen.
+
+Wat was zij, het fijne, zelfs niet moedige meisje, vergeleken met dezen
+ijzersterken man, die, zooals zij wist, in den dienst der Koningin de
+grootste gevaren had getrotseerd. En daar lag hij nu, geheel gebroken,
+met het aangezicht in de kussens. Zou een vrouwenziel hare veerkracht
+spoediger herkrijgen onder den druk van het lijden, of was de hare
+buitengewoon sterk en verborg haar zwak lichaam het hart van een held?
+
+Zij had reden om dit laatste te gelooven, toen zij bedacht hoe ook de
+Regent en de zegelbewaarder de treurige tijding hadden ontvangen. Zij
+hadden als wanhopigen de groote zaal waar de zitting gehouden werd, op
+en neder geloopen. Maar Mardion telde eigenlijk niet mede, en Zeno was
+een karakterlooze oude dichter, die daarom alleen bij de Koningin goed
+aangeschreven stond en zulk een hoogen post had gekregen doordien zijn
+levendige phantasie telkens weer nieuwe tooneelvoorstellingen, vermaken
+en spelen wist te verzinnen en met tooverachtigen praal te doen
+opvoeren.
+
+Maar Archibius dan, de moedige bedachtzame raadsman en helper!
+
+Daar zag zij weder hoe zijn schouders zich optrokken alsof hij een slag
+had gekregen, en plotseling schoot haar door het hoofd wat zij wel al
+lang wist, maar nog nooit zoo duidelijk had begrepen: die vergrijsde man
+beminde Cleopatra, beminde haar zooals zij Dion deed; en zij vroeg zich
+af of zij sterk genoeg geweest zou zijn kalm te blijven wanneer zij had
+gehoord dat dezen door een wreed lot leven, eer of vrijheid was
+ontroofd.
+
+Zij had Dion reeds van uur tot uur vergeefs verwacht, en toch had hij
+gisteren gezien hoe ongerust zij zich maakte. Had zij hem misschien
+beleedigd, of werd hij vastgehouden door de schoone kleindochter van
+Didymus? Wel verweet zij zichzelve, dat zij bij het onbeschrijfelijk
+treurig lot van haar gebiedster nog altijd dacht aan haar vriend; doch
+evenals zijn beeld in haar eigen hart, zoo leefde dat van Cleopatra in
+de ziel van haar oom, en zij besefte, dat de liefde niet bij vrouwen
+alleen, zich noch aan leeftijd, noch aan grijze haren stoort.
+
+Op dit oogenblik richtte Archibius zich weder op, streek met zijn hand
+over het voorhoofd, en zijn stem had weer den gewonen diepen rustigen
+klank toen hij zeide: »Wie door een pijl getroffen is, verlaat het
+slagveld om verbonden te worden.
+
+Met mij heeft de wondarts nu afgedaan. Ik had u dit jammerlijke
+schouwspel moeten besparen, mijn kind. Maar nu ben ik ook weder gereed
+om den strijd voort te zetten. En wat dien brief van Cleopatra betreft,
+ik begrijp nu beter de tijding, die wij vroeger ontvangen hebben."
+
+»Wij?" vroeg Iras, »Wie was er dan bij u?"
+
+»Dion," was het antwoord, doch toen hij haar verhalen wilde, wat hij in
+den laatsten nacht had doorleefd, viel zij hem in de rede met de vraag,
+of Barine er in toegestemd had de stad te verlaten.
+
+Hij antwoordde kortaf: »ja!" Zij deed alsof zij niet anders had
+verwacht, en verzocht hem verder te vertellen. Hij deed dit dan ook, en
+zoo wist zij spoedig alles wat er op het zeerooversschip was gebeurd.
+»Dion" zoo eindigde hij, »is nu op weg om de boodschap van Antonius aan
+zijn vriend Gorgias over te brengen."
+
+»Dat had iedere slaaf anders evengoed kunnen doen," merkte zij schamper
+op. »Ik zou denken, dat hij meer reden had om hier te blijven en nieuwe
+berichten af te wachten. Maar zoo zijn de mannen!"
+
+Zij hield op maar daar haar oom haar vragend aanzag, ging zij voort: »Ik
+geloof dat niets hen vaster verbindt, dan een gezamenlijk vermaak. Doch
+nu moet het daarmee uit zijn. Zij zullen nu andere verstrooiingen moeten
+zoeken, hetzij bij Heliodora of bij Thaïs, dat is mij om het even. Ware
+die vrouw maar eerder weggegaan! Toen zij den jongen Cæsarion
+inpakte....."
+
+»Niet verder kind," viel haar oom bestraffende in. »Ik weet hoe vurig
+zij wenschte dat Antyllus den knaap nooit medegebracht had."
+
+»Ja, nu,--omdat zijn razernij haar bang maakt."
+
+»Neen, reeds van het eerste bezoek af. Zulke jonge knapen passen niet
+bij de voortreffelijke mannen die zij altijd placht te ontvangen."
+
+»Wie zijn deur altijd openzet, krijgt ook dieven in huis."
+
+»Zij ontving enkel vertrouwde kennissen en de vrienden die deze
+meebrachten. Voor anderen bleef haar huis zorgvuldig gesloten, en voor
+dieven was geen gevaar. Maar wie had aan een zoon der Koningin den
+toegang durven weigeren?"
+
+»Tusschen een gewone verwelkoming en het aanwakkeren van een hartstocht,
+tot krankzinnigmakens toe, ligt nog een zeer groote afstand. Waar een
+houtvuur brandt, is een vonk noodig geweest om dat aan te steken. Gij
+mannen ziet zoo niet hoe zulke vrouwen dat aanleggen. Eén blik, een
+handdruk, en de vlam slaat uit, wanneer reeds zooveel droge brandstof
+gereed ligt."
+
+»Laat ons de felheid van den brand liever betreuren," zeide Archibius
+ernstig. »Gij draagt Barine geen goed hart toe."
+
+»Ik voel even weinig voor haar, als deze rustbank voor de Herme daar op
+de straat!" riep Iras hooghartig uit. »Geen mensch staat verder van een
+ander af dan ik van haar. Ik, en de vrouw met de open deur, hebben niets
+met elkander gemeen, dan ons geslacht."
+
+»En daarbij," zeide Archibius »vele schoone gaven die de goden evenzeer
+aan u, als aan haar hebben verleend. Wat die open deur betreft, die werd
+gisteren reeds gesloten. De dieven, zooals gij ze noemt, hadden haar het
+genoegen der gastvrijheid bedorven. Antyllus was haar huis op vermetele
+wijze binnengedrongen. Dat voorspelde haar voor het vervolg nog erger
+dingen, en daarom is zij reeds binnen enkele uren op weg naar Irenia.
+Dat verheugt mij voor Cæsarion en nog meer voor zijne moeder, die wij
+ten onrechte zoo lang vergeten hebben, ter wille van eene andere vrouw."
+
+»Waarom moesten wij dat ook?" riep Iras opgewonden. »En dat heden, op
+dit uur, terwijl iedere gedachte in mijn arm hoofd, iedere druppel bloed
+in mijn aderen voor haar moest zijn! Toch konden wij het niet helpen.
+Cleopatra keert tot ons terug met een hart dat uit honderd wonden
+bloedt, en de gedachte dat, zoodra zij den vaderlandschen grond weder
+betreedt, een nieuwe pijl haar treffen zal, is vreeselijk. Gij weet hoe
+zij gehecht is aan dien knaap, het evenbeeld van den man, die haar het
+grootste geluk deelachtig heeft doen worden. En hoort zij nu dat hij,
+Cæsars zoon, zijn jonge hart gezet heeft op de vrouw die verstooten is
+door een volksredenaar, en die nu allerlei mannen in haar huis lokt--o,
+ik weet, dat zal haar zijn als zout in een versche wond. En bij dat eene
+verdriet zal het niet blijven! Antonius heeft ook reeds zijn weg naar
+Barine gevonden. Hij heeft haar reeds een paar maal bezocht. Gij weet
+dat zoo niet, maar Charmion kan getuigen hoe gevoelig zij is, sedert de
+bloem van haar jeugdige schoonheid het eene blad na het andere verliest.
+Want zoo is het, al zult gij dat niet toegeven. De jaloerschheid zal
+haar nu kwellen, en--ik ken haar--misschien heeft ten slotte geen mensch
+aan de sirene een grooteren dienst bewezen dan ik, toen ik haar
+noodzaakte de stad te verlaten."
+
+In de oogen van het meisje schitterde bij deze verklaring zulk een
+boosaardige gloed, dat Archibius een rechtmatigen vrees begon te
+koesteren voor de dochter van zijn overleden vriend. Ofschoon nu nog
+geen eigenlijk gevaar Barine dreigde, zijn nicht kon haar dat op den
+hals halen. Dion had hem verzocht te zwijgen, maar ook indien hij had
+mogen spreken, toch zou hij het nu niet gedaan hebben. Zooals hij Iras
+kende, wist hij dat zij geen middel schuwen zou om den vriend harer
+jeugd en Barine ten val te brengen, zoodra zij hooren zou, dat deze zich
+tusschen hem en haar had geplaatst. Hij dacht aan de edele Macedonische
+jonkvrouw, die de Koningin in het begin voorgetrokken had boven haar,
+en wier dood zij door allerlei listige kuiperijen veroorzaakt had. Wel
+waren weinig vrouwen verstandiger, en als zij eenmaal liefhad, trouwer
+en volgzamer, in goede oogenblikken zelfs aantrekkelijker dan zij, maar
+reeds als kind had zij liever kromme dan rechte wegen bewandeld. Het was
+altijd geweest alsof haar scherpzinnigheid het beneden zich rekende
+hare wenschen door voor de hand liggende middelen te bereiken. Zijn
+moeder en zijn tweede zuster Charmion hadden er altijd een genoegen
+in gevonden voor de slaven te zorgen, en hen, als zij ziek waren, te
+verplegen. Charmion's Nubische kamervrouw Anukis was zelfs zulk een
+trouwe vriendin van haar geworden, dat zij voor haar in den dood zou
+zijn gegaan. Ook Cleopatra had als kind gaarne aan de ziekelijke grijze
+huisbezorgster van haar ouders bloemen gebracht, en aan haar bed
+gezeten, om haar met haar vroolijk gebabbel den tijd te verkorten. Dit
+had zij geheel uit zich zelve gedaan, zonder dat iemand het haar zeide,
+doch bij Iras was alles anders. Zij was dikwijls gestraft, als zij in
+haar ouderlijk huis, waar ook vele slaven gehouden werden, het leven
+dezer ongelukkigen onnoodig zuur maakte. Dat had haar oom reeds vroeg
+reden tot bezorgdheid gegeven en ook later had hij haar om haar
+trotschen omgang met hare minderen, onmogelijk onder de goede vrouwen
+kunnen rekenen.
+
+De trouwe, onbaatzuchtige liefde, waarmede zij zich tot nu toe aan den
+dienst der Koningin had gewijd, was hem echter meegevallen. Cleopatra
+had, op den wensch zijner zuster Charmion, Iras haar tot helpster
+gegeven, en het meisje, dat voor hare eigen moeder geene liefdevolle
+dochter was geweest, had zich nu met innige hartelijkheid aan hare
+gebiedster gehecht. Dat waardeerde Archibius zeer in haar, maar hij wist
+wat andere menschen van haar te wachten hadden, zoo zij hen haatte. Bij
+de vrees dat zij Barine in wezenlijk gevaar zou brengen, kwam nu nog
+de grootere angst voor Cleopatra. In de droevige overtuiging dat hij
+machteloos stond tegenover de kwade bedoelingen zijner nicht, wilde hij
+afscheid nemen, toen de gedachte dat iedere tijding het eerst in het
+Sebasteum en tot haar zou komen, hem nog terughield. Het kon toch licht
+eene zijn die hij met zijn kalm doorzicht beter begrijpen kon dan zij.
+Haar geest geleek op dit oogenblik in zijne oogen op een stilstaand
+water, dat door daarin geworpen steenen troebel was geworden.
+
+De vertrekken van zijn zuster Charmion, die door een gang met de hare
+verbonden waren, stonden ledig. Zij verzocht hem daar een weinig rust te
+nemen. Zij zelve dreigde te sterven van angst en onrust; het zou een
+weldaad voor haar zijn, indien zij hem in hare nabijheid wist.
+
+Eerst aarzelde Archibius, want het was zijn plicht Cæsarion, op wien hij
+wel eenigen invloed had, op het hart te drukken dat hij uit liefde voor
+zijn moeder van zijn dwaze wenschen moest afstand doen. Iras verzekerde
+hem echter, dat hij hem nu niet vinden zou, want hij was met Antyllus en
+eenige vrienden op de jacht; zij had dat plan goedgekeurd, omdat het
+hem van de stad en het noodlottige huis van Barine verwijderd hield.
+
+»Daar de Koningin hem nog onkundig laten wil van het verschrikkelijke
+nieuws," zeide zij, »zou zijne aanwezigheid ons maar in moeilijkheden
+gebracht hebben. Blijf gij alzoo hier, en zoodra het donker wordt, rijdt
+gij mede naar de Lochias. Mij dunkt, de ongelukkigen zullen bij het aan
+wal stappen gaarne uw welbekend gelaat zien, dat hen aan vroeger, beter
+dagen herinnert. Bewijs mij die weldaad, en blijf!"
+
+Zij strekte hare beide handen naar hem uit, en hij drukte die en
+beloofde het haar.
+
+De maaltijd was gereed, en beiden zetten zich aan tafel; doch hoe
+uitgezocht de spijzen ook mochten zijn, Iras roerde die in het geheel
+niet aan, en hij at slechts zeer weinig. Zonder het nagerecht af te
+wachten, stond hij op, om zich naar de vertrekken zijner zuster te
+begeven. Iras verzocht hem echter op den divan in het zijvertrek te
+blijven rusten, en hij willigde dit gaarne in. Maar ofschoon de kussens
+zacht waren en hij zeer naar slaap verlangde, hij kon die maar niet
+vatten. De onrust in zijn ziel hield hem wakker, en door het
+voorhangsel, dat Iras kamer van de zijne scheidde, heen, hoorde hij nu
+eens den lichten tred van het rusteloos heen en weer loopende meisje,
+dan weder het komen en gaan van boden, die kwamen hooren of er al
+tijdingen waren.
+
+Zijn geheele leven trok nog eens aan zijn ziel voorbij. Cleopatra was de
+zon daarvan geweest, en nu kwam de zwarte wolk, die dit licht misschien
+voor altijd verduisteren zou. Hij, de leerling van Epicurus, die zich
+eerst in later jaren ook in de leerstellingen van anderen had verdiept,
+beschouwde de goden met hetzelfde oog als zijn meester. Evenals hij, zag
+hij in hen zalige, onsterfelijke wezens, zonder zorgen en zich zelven
+genoeg, tot wie men moest opzien enkel om hunne volmaaktheid, doch die
+zich evenmin bekommerden om het bestuur der wereld dat van eeuwige
+wetten afhankelijk was, als om het lot der enkele menschen. Ware hij van
+het tegendeel overtuigd geweest, gaarne zou hij al het zijne geven om de
+hemelsche machten door middel van offers gunstig te stemmen voor haar,
+aan wie hij zijn leven had gewijd.
+
+Hij bleef den geheelen nacht even onrustig als Iras was, en toen zij ook
+zijne voetstappen hoorde, riep zij hem toe, waarom hij niet sliep en
+zijne schade inhaalde? Want men kon met weten wat in de volgende nachten
+van hem geëischt zou worden. Hij antwoordde bedaard: »Men zal mij wakker
+vinden."
+
+Nu trad hij aan het venster dat tegenover de pylonen voor het Sebasteum
+lag, en uitzag op het Bruchium en de zee. Het wemelde op dit oogenblik
+in de haven van schepen van allerlei grootte, die met kransen, vlaggen
+en wimpels waren versierd. Allen geloofden aan het gerucht van den
+goeden afloop van den eersten zeeslag, en velen verlangden er naar de
+vloot te begroeten en de Koningin bij hare aankomt toe te juichen.
+
+Aan land, tusschen de alleenstaande hooge pylonen en de groote poort,
+die toegang verleende tot het Sebasteum, waren ook vele menschen,
+draagstoelen en voertuigen bijeen. De meeste hunner behoorden tot de
+aanzienlijke kringen der stad, en werden door rijk gekleede slaven
+gevolgd. Sommigen waren bekranst, en menige wagen was met gouden en
+zilveren sieraden, edelgesteenten en geslepen glas getooid. Vóór het
+paleis was een voortdurend heen-en-weder-geloop, en Iras, die naast haar
+oom was gaan staan, wees hem daarop en zeide: »Zie, wat het gerucht
+reeds uitwerkt! Gisteren kwam slechts een enkele, heden verdringen zich
+hier allen, die tot den kring der »onnavolgbare kunstenaars van het
+leven" behooren om iets van een bericht op te vangen. De overwinning
+is afgekondigd op de markt, in het theater, in de gymnasiën en in het
+kamp. Alles wat nu kransen of wapens draagt, heeft van een gewonnen
+slag gehoord. Gisteren was er onder duizenden niet één, die daaraan
+twijfelde, maar heden--hoe komt dat toch? Zelfs onder de »onnavolgbaren"
+die alle vermaken, genietingen en vertooningen van ons edel paar gedeeld
+hebben, is het geloof aan het wankelen gebracht. Als zij vast overtuigd
+waren van die »glansrijke overwinning" die hen verkondigd werd, dan
+zouden zij niet zelve gekomen zijn, om te vragen, te bespieden, te
+luisteren. Zie eens daar ginds! Dat is de draagstoel van Diogenes--die
+dáár van Lysander. Gindsche wagen behoort aan Alexander; die slaven
+in roodzijden rokken zijn in dienst van Hermias. Die allen maken deel
+uit van de »onnavolgbaren" en deden aan al onze feesten mede. Diezelfde
+Apollonius, die nu al een half uur lang bezig is de dienaren van het
+paleis uit te hooren, liet eergisteren nog voor Ares, Nike en de groote
+Isis, als de godin der Koningin, ieder vijftig ossen slachten. Toen
+ik hem in den tempel aantrof, riep hij mij toe, dat dit de grootste
+verkwisting was, waaraan hij zich ooit had schuldig gemaakt, want ook
+zonder al dat rundvee waren Cleopatra en Antonius van hunne overwinning
+zeker. Maar nu blaast ook bij hem de wind van het gerucht zijn goed
+vertrouwen weg.
+
+»Zij mogen mij niet zien. De poortwachters zeggen dat ik uit de stad
+ben. En ik zou het besterven als ik mij moest vertoonen met een verblijd
+gezicht.--Daar komt Apollonius aan. Wat ziet hij er stralend uit! Hij
+gelooft het goede nieuws, en zoodra de zon ondergaat, zal geen enkele
+van die allen meer te zien zijn, want daar geeft hij reeds zijn slaven
+bevelen. Hij noodigt zijn vrienden tot een gastmaal uit, en zal daarbij
+den kostelijken wijn niet sparen. Goed zoo! Dan kan ten minste geen
+van hen ons hinderen! Dion is zijn neef, en ook hij zal tot de gasten
+behooren. Wat zullen deze liefhebbers van feestvieren wel zeggen als zij
+de schrikkelijke waarheid moeten hooren?"
+
+»Ik denk," antwoordde Archibius, »dat zij aan de wereld dit merkwaardig
+schouwspel te zien zullen geven: vrienden, die men in dagen van
+voorspoed heeft opgedaan, en die in tegenspoed getrouw blijven."
+
+»Zoudt gij dat denken?" vroeg Iras met fonkelende oogen. »Als dat waar
+is, dan zou ik hen roemen en prijzen, al waren zij zoo arm als
+bedelaars! Maar zie eens dáár! Is dat niet Dion, met dien witten mantel,
+naast den obelisk? De menigte stuwt hem voort.... ik geloof zeker, dat
+hij het was."
+
+Toch vergiste zij zich; de man, dien zij meende te zien, omdat haar hart
+zoo vurig naar hem verlangde, bevond zich niet zoo dicht bij het
+Sebasteum, en zijne gedachten waren nog verder van haar af.
+
+Eerst was hij naar Gorgias gegaan om hem den bewusten brief te brengen.
+Hij had gedacht hem te vinden bij de eerepoort die aan het strand in het
+Bruchium opgericht was, doch hij vernam al spoedig dat hij naar het huis
+van Didymus gegaan was om het beeld van Cleopatra en Antonius, dat daar
+nog altijd stond, weg te halen en voor het Dionysostheater te doen
+opzetten. Dat geschiedde op bevel van Mardion, en Gorgias had gezorgd
+dat het voetstuk er reeds stond. Hij had de groote steenblokken die hij
+daarvoor noodig had, genomen van den tempel van Nemesis, die onder zijne
+leiding in aanbouw was, en de eerste opzichter had gezegd dat hij
+beschikken kon over zoovele staatsslaven als hij maar hebben wilde. Met
+trots voegde hij hierbij, dat de bouwmeester, nog eer de zon onderging,
+aan de Alexandrijnen het wonder zou doen zien, hoe men in één dag het
+standbeeld van twee personen van de eene plek naar de andere vervoeren
+kon, en zóó zorgvuldig nederzetten, dat het zoo vast stond als de
+duizendjarige kolos van Thebe.
+
+Vóór den tuin van Didymus vond Dion het beeld ter overbrenging gereed,
+doch de bouwmeester liet de slaven, die de rollen al vóór de slede
+hadden gelegd, nog een geruimen tijd wachten.
+
+Hij was ten derden male naar het huis van den ouden philosoof gegaan.
+Den eersten keer had hij hem en de zijnen moeten meedeelen, dat hun
+eigendom geen gevaar meer dreigde, daarna was hij gekomen om te zeggen
+op welk uur hij het standbeeld zou doen weghalen en eindelijk was hij
+nog eens gaan melden, dat het nu dadelijk gebeuren zou. Hij had al die
+boodschappen zeer goed door een slaaf of onderopzichter kunnen laten
+brengen, doch Didymus' kleindochter Helena had hem zelf telkens weder
+naar dat huis getrokken. Hij zou om harentwil nog vaker gekomen zijn,
+want bij iedere ontmoeting had hij nieuwe bekoorlijkheden ontdekt in
+het schoone, stille, bedachtzame meisje, dat zoo liefderijk haar oude
+grootouders verzorgde. Hij geloofde dat hij haar beminde, en dat ook zij
+hem gaarne bij zich zag. Maar dat gaf hem nog niet het recht naar hare
+hand te dingen, al had zijn groot, ledig huis ook dringend een meesteres
+noodig. Zijn hart had reeds zoo menigmaal gegloeid; hij wilde eerst
+afwachten of het ditmaal zoo blijven zou. Hij kon geen echtgenoote
+vinden die beter voor hem paste. Was hij ook maar eenige dagen aan deze
+neiging getrouw, dan zou hij zichzelf daarvoor als het ware beloonen,
+door bij Didymus te komen met het aanzoek om haar hand.
+
+Hij verontschuldigde zijn talrijke bezoeken voor zichzelven met de
+noodzakelijkheid zijn toekomstige gemalin te leeren kennen, en Helena
+maakte hem deze taak gemakkelijk. Hare terughoudendheid verdween hoe
+langer hoe meer, en het groote vertrouwen dat hij haar al dadelijk
+ingeboezemd had, was door zijn krachtdadige hulp nog toegenomen. Bij
+een vorig bezoek had zij hem zelfs hare hand toegestoken, en naar den
+voortgang van het werk gevraagd.
+
+Overstelpt met bezigheden als hij was, gaf het gesprek met haar hem toch
+zooveel genoegen, dat hij haar langer, dan hij ooit onder dergelijke
+omstandigheden zichzelven veroorloofd zou hebben, te woord stond, en het
+een onaangename stoornis vond, toen Barine, die hij nog onlangs zoo hoog
+schatte, ook het tablinum binnentrad.
+
+De jonge vrouw liet het niet bij een korte begroeting, maar nam weldra
+Helena geheel in beslag. Zij omarmde haar zuster zoo teeder en
+hartstochtelijk, als hij nog nooit van haar had gezien, en vertelde haar
+in levendige bewoordingen, dat zij gekomen was om van iedereen afscheid
+te nemen. Vrouw Berenice was met haar medegekomen, maar deze was eerst
+naar den ouden Didymus en zijn vrouw gegaan.
+
+Terwijl Barine Helena alles uitlegde, maakte Gorgias in stilte zijne
+vergelijkingen. Hij kon wel begrijpen dat hij eenmaal gemeend had Barine
+te beminnen, maar zij zou toch nooit geschikt zijn geweest voor zijn
+echtgenoote. Het leven met haar zou een aaneenschakeling van jaloersche
+opwellingen en bezorgdheid voor haar man geworden zijn. Die vrouw, die
+met haar levendige opmerkingen en weetgierige vragen steeds al zijn
+oplettendheid vorderde, zou hem als hij vermoeid van zijn werk tehuis
+kwam, de rust niet bezorgen die hij in zulke uren noodig had. Alsof het
+een onderzoek naar den afstand van twee pas opgerichte zuilen gold, zoo
+dwaalde zijn oog van haar naar haar zuster, en toen de jonge vrouw dat
+opmerkte, barstte zij in een vroolijken lach uit, en vroeg of zij ook
+weten mocht met welk gebouw zijn geest zich bezighield, terwijl een
+goede vriendin hem kwam vertellen dat het met de prettige uurtjes in
+haar huis gedaan was.
+
+Nu kwam hij met allerlei verontschuldigingen voor den dag, maar daaruit
+bleek zoo zonneklaar hoe onoplettend hij toegeluisterd had, dat Barine
+zich in ernst beleedigd had kunnen voelen. Maar een blik op haar zuster
+en daarna op hem, deed haar plotseling de waarheid vermoeden. Dat
+verheugde haar, want zij waardeerde Gorgias en had al eens gevreesd
+dat zij hem, als hij haar hand vroeg, met een afwijzend antwoord zou
+moeten bedroeven. Maar hij scheen als geschapen voor haar zuster. Haar
+binnenkomen had hen zeker gestoord, en daarom zeide zij tot Helena: »Ik
+ga moeder en mijn grootouders opzoeken. Houd gij ondertusschen onzen
+vriend bezig. Wij kennen hem goed. Hij behoort tot de enkelen die men
+vertrouwen kan. Dat meen ik in ernst, bouwmeester! En gij Helena, denk
+er aan!"
+
+Nu zeiden zij elkander vaarwel, en Gorgias was weder met het geliefde
+meisje alleen. Het kostte beiden moeite het gesprek weer op gang te
+brengen, en daarom was de stem van den opzichter die hem weder aan het
+werk riep, hem ditmaal welkom. Hij beloofde nu spoedig terug te zullen
+komen, en legde hierop zooveel nadruk, alsof men er hem ernstig om had
+verzocht. Daarna verliet hij haar door de deur die naar het woonvertrek
+leidde.
+
+Doch op den drempel deinsde hij reeds weder terug, en Helena, die hem
+gevolgd was, ook, want daar stond zijn vriend Dion, en het bevallige
+hoofdje van Barine leunde tegen zijn borst, terwijl zijn hand als om
+haar te zegenen, op het blonde haar rustte. Daarbij--neen, Gorgias
+vergiste zich met--zag hij het teere persoontje die door haar opgewekten
+levenslust hem en anderen zoo dikwijls had meegesleept, nu sidderen,
+alsof zij door een diepe, smartelijke ontroering werd geschokt. Hij zag
+hoe zij het hoofd ophief en Dion aanzag met een gelaat dat door tranen
+bevochtigd was, maar toch kon de bron daarvan geen leed zijn, want hare
+blauwe oogen blonken van gelukzaligheid. Bovendien ontdekte Gorgias in
+hare trekken nog iets waaraan hij geen naam kon geven. Het was de
+weerschijn van de warme dankbaarheid, die hare ziel op dat oogenblik
+geheel vervulde.
+
+Barine had Dion ontmoet toen hij den bouwmeester zocht, en zij naar
+hare grootouders ging. Wat hij den vorigen dag had gevreesd, werd nu
+waarheid. De eerste blik uit hare oogen die hem trof, had reeds het
+beslissende woord op zijne lippen gebracht. Toen had hij haar in korte,
+ernstige woorden bekend dat hij haar liefhad, en niets vuriger begeerde
+dan haar, als de trots en het sieraad van zijn huis, tot de zijne te
+maken. In de overmaat van haar geluk waren toen de heete tranen gekomen,
+en alsof zij onder den indruk van een groot wonder was, had zij geen
+woorden gevonden om hem te antwoorden. Maar hij had hare hand gevat, die
+in beide de zijne gedrukt, en zóó alles bekend: hoe hij eerst met het
+beeld zijner strenge moeder voor oogen geweifeld had, maar hoe eindelijk
+de liefde oppermachtig in hem geworden was. Nu vroeg hij haar vol
+vertrouwen, of zij er in toestemde als de eer en het sieraad van zijn
+oude huis, als meesteres daarin het gebied te voeren. Hij wist wel dat
+haar hart hem reeds toebehoorde, maar één ding moest hij toch nog uit
+haar mond vernemen....
+
+Toen riep zij uit »Dit ééne: uwe vrouw wil voor u, en voor u alléén
+leven, in vreugde en leed. De geheele wereld mag voor haar ondergaan,
+nu gij haar tot u opheft en zij de uwe is."
+
+Bij deze verzekering, die hem als een plechtige gelofte in de ooren
+klonk, was het alsof hem een pak van het hart viel. Hij sloot haar met
+hartstochtelijke teederheid in de armen, en herhaalde: »In vreugde en
+leed!"
+
+Op dat oogenblik hadden Gorgias en Helena hen gevonden, en voor het
+eerst van zijn leven voelde de bouwmeester, niet zonder eenige
+verwondering, dat er geen eigenlijk onderscheid is tusschen het geluk
+van ons zelven, en dat van iemand die ons lief is.
+
+Zijne vriendin Helena scheen hetzelfde te gevoelen, toen zij zag wat
+deze dag haar zuster had gebracht. Het huis van den ouden philosoof,
+waar in den laatsten tijd zoovele zorgen en angsten binnengeslopen
+waren, weerklonk nu van enkel blijde, elkander geluk wenschende stemmen.
+
+De bouwmeester voelde dat hij nu niet langer blijven mocht in dezen
+vertrouwelijken kring, die door ééne groote, gemeenschappelijke vreugde
+werd bezield, en na een korte verklaring van Dion, hoorde men hem weldra
+buiten bij het werk zijne bevelen geven aan de arbeiders.
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Gorgias zette nu zijn werk ijverig voort. Toen het standbeeld alleen
+nog maar opgezet moest worden vóór het Dionysostheater, kwam Dion hem
+opzoeken. Eer hij met zijn verloofde de stad verliet, wenschte hij nog
+ééns zijn vriend te spreken. Sedert zij van elkander waren gegaan, had
+deze handen vol werk gehad, want het bouwen van den door Antonius
+verlangden muur op den Choma had een aanvang genomen, terwijl de
+herstelling van het kleine paleis aan de spits daarvan, en nog veel meer
+alles wat betrof de versiering der eerepoorten en triomfbogen, voltooid
+was. Zijn bekwame opzichter had moeite zijne bevelen bij te houden,
+terwijl hij het een na het ander op zijn schrijftafel voorschreef.
+Het onderhoud met zijn vriend duurde dan ook niet lang, en Dion had
+bovendien aan de vrouwen beloofd haar te vergezellen op haar tocht
+naar het landgoed van Archibius. Het vertrek moest, in weerwil van de
+verloving, nog heden plaats hebben, want in den loop van den dag was
+Cæsarion nog tot tweemaal toe bij Barine aan komen rijden. Zij had hem
+natuurlijk niet ontvangen, maar deze herhaalde pogingen van zijn kant
+deden haar zelve aandringen op een verhaast vertrek.
+
+Om alle opzien te vermijden wilden zij liever gebruik maken van den
+grooten reiswagen en de Nijlboot van Archibius, hoewel Dion zelf een
+dergelijke bezat, die even gemakkelijk was.
+
+Op »Vrede-oord" zou de bruiloft worden gevierd. Het eigen schip van den
+jongen Raadsheer, waarop het jonge paar later naar Alexandrië terug zou
+varen, heette Peittho, naar de godin der overreding, omdat Dion gaarne
+herinnerd werd aan zijn triomfen als redenaar in den Raad. Doch van nu
+af aan zou het »Barine" heeten en veel worden verfraaid.
+
+Dion vertrouwde zijn vriend nu ook toe wat hij gehoord had omtrent het
+lot van de Koningin en de vloot, en hoe druk Gorgias het ook had, toch
+luisterde hij vol belangstelling, zoodra Dion sprak over de toekomst
+van hunne stad en hare bedreigde zelfstandigheid en vrijheid, want deze
+dingen lagen ook hem het naast aan het hart.
+
+»In tijd van voorspoed," riep Dion uit, »deed ik wat mij behaagde; nu
+schijnt het mij de plicht van ieder rechtgeaard man, in zijn eigen huis
+de gezindheid aan te kweeken die hij van zijne vaderen geërfd heeft, en
+die niet mag uitsterven zoolang Alexandrië nog Macedonische burgers
+heeft. Wij moeten ons laten welgevallen dat Rome's overmacht Aegypte
+maakt tot een provincie der Republiek, doch wij zijn nog in staat het
+beste deel van de vrijheid onzer stad en van haar Raad te behouden. Wat
+er ook gebeuren moge, wij zijn en blijven toch de bron, waaruit Rome de
+wetenschappen put, die zijn geestelijk leven verrijken."
+
+»En vergeet niet de kunst," voegde Gorgias hier bij, »die de schoonheid
+daaraan geeft. Als Rome ons zonder genade vernietigen wil, dan zal het
+hun wellicht gaan als het meisje dat reeds haar voet oplichtte om een
+schoone, zeldzame bloem te vertreden, maar dien terugtrok omdat het een
+misdaad zou zijn zulk een kostelijk werk van de goden te verwoesten."
+
+»En wat heeft dat meisje ook niet te danken aan die bloem!" riep Dion,
+»en Rome aan onze schoone stad! Indien wij zijne eischen maar met
+waardige standvastigheid beantwoorden, dan geloof ik dat wij nog niet
+zulk een verschrikkelijk lot te duchten hebben."
+
+»Laat ons dat maar hopen! Maar gij vriend, houd uwe oogen open, ook voor
+andere vijanden dan die uit Rome alleen. Wees op uwe hoede voor Iras, nu
+het een bekende zaak wordt dat gij haar versmaadt. Zij heeft iets, dat
+mij somtijds aan een jakhals doet denken. Haar jaloerschheid!--Ik acht
+haar tot alles in staat...."
+
+»Maar," zeide Dion, »wat Iras mij zou willen aandoen, dat zal Charmion
+verhinderen; en mijn oom Archibius, hoewel ik niet al te zeer op hem
+rekenen wil, staat toch boven haar, en keurt mijn verbintenis met Barine
+goed."
+
+»Als dat zoo is," riep Gorgias met een verlicht hart uit, »dan wensch ik
+u geluk!"
+
+»En begint nu ook eens voor uw eigen geluk te zorgen," zeide Dion met
+hartelijkheid. »Laat uw hart niet langer dat zwervende nomaden leven
+leiden. Ik zou denken dat een bouwmeester niet op den duur genoegen
+nemen kan met tenten, die de wind omverblaast. Bouw nu voor u zelf eens
+een stevig huis, dat de stormen trotseert. Ik gun het u van harte, en
+heb u immers reeds gezegd: de tijden vorderen het."
+
+»Ik zal aan uw raad denken," antwoordde Gorgias, »doch daar zie ik
+reeds weder zes oogen, die om inlichtingen vragen. Er is zooveel
+gewichtigs te doen, en men besteedt zijn tijd aan het bouwen van
+triomfbogen voor verslagenen, en tropeeën voor een nederlaag! Toch heeft
+uw oom bevolen het werk zoo prachtig mogelijk uit te voeren. De wegen
+van het lot en van de grooten der aarde zijn duister; dat de uwe door
+een helder zonlicht bestraald worde! Wij hooren natuurlijk nog wanneer
+gij bruiloft viert, en als ik kan, dan kom ik ook een lied voor Hymen
+zingen. Gelukkige, die gij zijt! Daar word ik alweder geroepen. Mogen
+Castor en Pollux en alle goden die de reizigers beschermen, Aphrodite en
+alle Eroten uw tocht naar het land aan het meer en naar het rijk van
+Eros en Hymen begunstigen!"
+
+Hierop drukte de hartelijke man zijn vriend voor het eerst aan zijn
+borst en Dion liet dit gaarne toe, en met den uitroep: »Tot weerziens in
+Irenia op mijn trouwdag, mijn beste, trouwe vriend!" drukte hij hem de
+vereelte rechterhand.
+
+Dion vertrok in den wagen die voor hem gereed stond, terwijl Gorgias hem
+met zorg nazag.
+
+Nog was de purperen mantel, dien Dion ook heden droeg, niet uit zijne
+oogen verdwenen, of hij hoorde vlak achter zich een luid gekraak, geraas
+en gedreun. Een vluchtig opgeslagen steiger, die de katrollen droeg waar
+mede het beeld moest worden opgeheschen, was ingestort. De schade kon
+gemakkelijk worden hersteld, maar dit voorval maakte op den bouwmeester
+toch een pijnlijken indruk. Hij was een kind van zijn tijd, en het was
+dus zijn plicht als bedachtzaam man om op voorteekenen acht te geven.
+Bovendien had de ondervinding hem ook geleerd, dat als hem bij zijn
+werkzaamheden iets dergelijks overkwam, daarop gewoonlijk iets droevigs
+voor een zijner vrienden volgde. Wat nu misschien het jonge paar dat hem
+zoo dierbaar was, te wachten stond, was onder den sluier der toekomst
+verborgen, maar hij besloot voor Dion goed uit de oogen te blijven zien,
+en Archibius te verzoeken hetzelfde te doen.
+
+Onder den arbeid werd dit onaangename gevoel echter weldra tot zwijgen
+gebracht. De schade was spoedig hersteld, en daarna deelde Gorgias zijne
+bevelen weer uit, nu eens met de eene, dan weder met een andere tafel of
+rol in de hand.
+
+De avond begon te vallen, en vóór den nacht, waarin storm en regen kon
+komen, reed hij op zijn muildier nog eens naar het Bruchium, om te zien
+hoe het werk daar vorderde en nieuwe beschikkingen te maken, want het
+moest den geheelen nacht daar voortgezet worden. Het begon uit het
+Noorden zoo hevig te waaien dat het moeite kostte de fakkels en lampen
+aan te houden. De wind dreef hem den regen in het gelaat, en hij zag
+tegenover de haven en den vuurtoren nog zware wolken hangen. Alles
+voorspelde een kwaden nacht, en weder overviel hem dat sombere gevoel
+alsof er een onheil te wachten stond. Toch was hij met ijver en
+zorgvuldigheid bij het werk, en hielp zelfs mede waar dit noodig bleek.
+Het was nu geheel donker geworden, en geen enkele ster stond aan den
+hemel. Zelfs werd het zoo koel, dat Gorgias eindelijk zijn lijfslaaf
+veroorloofde hem zijn mantel om te slaan. Terwijl hij de kap over zijn
+hoofd trok, zag hij een stoet menschen en draagstoelen naar de Lochias
+trekken.
+
+Misschien waren het de koningskinderen, die van een uitstapje
+terugkeerden. Toch schenen het eerder gewone burgers te zijn, die zich
+tot een feest der overwinning opmaakten, want op dit oogenblik geloofden
+alle menschen aan een zegepraal en den goeden afloop van den oorlog. Dit
+bewees het gejubel en de vreugdekreten dergenen die zich, in weerwil van
+het slechte weder, nog altijd in den omtrek van de haven bevonden.
+
+Juist was de laatste fakkel van den stoet Gorgias voorbij gedragen,
+en had hij bij zichzelven overlegd dat de draagstoelen die tot het
+koninklijk huis behoorden, niet zoo slecht verlicht moesten worden,
+of een man met een lantaarn in de hand kwam snel van de andere zijde
+aanloopen. Het flikkerende licht viel op een gerimpeld gelaat, en toonde
+hem den ouden Phryx, den huisslaaf van Didymus, die hij had leeren
+kennen in den tijd toen het opschrift voor het pas gebouwde Odeum door
+den oude geleerde was vervaardigd. De grijze dienaar had hem toen
+menigmaal veranderingen in het eerste ontwerp van zijn heer moeten
+overbrengen, en Gorgias daaraan nog gisteren herinnerd.
+
+De arbeiders hadden middelerwijl het standbeeld bij helder fakkellicht
+en onder eentonig gezang, op het voetstuk gezet, en zij waren nu bezig
+de touwen, katrollen en hefboomen op te bergen, toen de bouwmeester den
+slaaf herkende.
+
+Wat kwam die oude man daar zoo laat nog doen? Op eens kwam hem de
+ingestorte steiger weder in de gedachte. Zocht de slaaf hulp voor iemand
+van het gezin? Had Helene hem misschien noodig?
+
+Hij hield den ouden man staande, en deze beantwoordde zijne vraag met
+een diepen zucht en het spreekwoord: »een ongeluk komt nooit alleen."
+Daarop ging hij voort: »Gisteren was er rede tot groote vrees, en toen
+er heden zooveel blijdschap bij ons was om Barine, dacht ik dadelijk:
+»na vreugde leed!" de tweede ramp zal ons niet gespaard worden. En zoo
+is het dan ook!"
+
+Gorgias vermaande hem alles wat er gebeurd was nauwkeurig te verhalen,
+en nu kwam de oude naderbij en fluisterde hem toe dat de jonge Philotas
+uit Amphissa, die een leerling en helper van Didymus was, en een
+wellevend jonkman van goede familie, naar een gastmaal was gegaan,
+waarop Antyllus, Antonius' zoon, eenige van zijn medestudenten genoodigd
+had. Dat was wel meer gebeurd, en daarom had hij, de oude Phryx, hem
+gewaarschuwd, want als de kleinen met de grooten omgaan, komen de eerste
+er zelden zonder kleerscheuren af. De jonge man, die overigens niet
+slechter was dan de andere epheben, was van zulke feesten altijd
+teruggekomen met een rood gezicht en onvasten gang, maar heden had hij
+zelfs zijn kamertje op de bovenverdieping niet kunnen wedervinden.
+Alsof hij door vervolgers achterna gezeten werd, was hij het huis
+binnengedrongen, en toen hij de trap wilde opvliegen--of eigenlijk was
+het maar een vaststaande ladder--had hij een misstap gedaan en was
+gevallen. Hij voor zich geloofde niet dat hij zich had bezeerd, want
+geen enkel lid deed hem pijn als men het aanraakte of het uitrekte, en
+de beschonkenen stonden immers in de hoede van Dionysos; maar het scheen
+wel of er een booze geest in hem gevaren was, want hij deed niets dan
+kreunen en weenen, en bleef op alle vragen het antwoord schuldig. Nu
+wist hij wel van de Dionysosfeesten, dat deze jonge man als hij te
+veel gedronken had altijd jammerde, maar ditmaal moest er toch iets
+bijzonders met hem zijn gebeurd, want vooreerst was zijn gezicht zwart
+gemaakt, en zag het er afschuwelijk uit nu de tranen het roet op vele
+plaatsen hadden afgewischt, maar daarbij sprak hij enkel wartaal. Het
+was iets verschrikkelijks!
+
+Toen men hem naar zijn kamer had willen brengen, had hij zich met handen
+en voeten verweerd. Daarom geloofde Didymus zelf, dat demonen zich van
+hem hadden meester gemaakt, zooals niet zelden gebeurde wanneer iemand
+van de trap was gevallen en op zijn hoofd neergekomen, en daardoor bij
+de aardgeesten aangeklopt en hen gewekt had. Wel zeker, demonen zouden
+het wel zijn, maar zooals hij dacht, geen andere dan die van den wijn.
+De student had zich zeker daaraan te buiten gegaan. Maar de oude
+philosoof hield bijzonder veel van dezen leerling, en had hem bevolen
+Olympus te gaan halen, die zoo lang hij zich herinneren kon, de arts van
+het huis was.
+
+"De oude lijfarts van de Koningin?" vroeg Gorgias afkeurend, en toen de
+slaaf dit bevestigde, zeide hij: »Dat is in mijn oogen niet goed, dien
+eerwaardigen grijsaard met zulk een fellen Noordenwind ter wille van
+zoo iets te laten uitgaan. De ouderdom is tegenover den ouderdom nooit
+bijzonder barmhartig. Ik kan, nu dat ding daar eindelijk op zijn plaats
+staat, wel voor een half uurtje mijn post verlaten, en ik ga met u mede.
+Ik zou denken dat om deze demonen te bezweren, geen lijfarts noodig
+is."
+
+»Dat is goed, heer," riep de slaaf, »maar Olympus is een vriend van ons.
+Hij bezoekt nog maar weinig zieken, maar bij ons komt hij door alle weer
+en wind. Hij bezit ook draagstoelen, wagens en prachtige muildieren. De
+Koningin geeft hem alles wat het beste en gemakkelijkste is. Hij is wijs
+en kan misschien spoedig helpen. Wat men krijgen kan, daar moet men
+gebruik van maken."
+
+»Alleen als het noodig is," hernam de bouwmeester. »Daar staan mijn
+beide rijdieren, volg gij mij op het tweede, en als ik met de booze
+geesten niet klaar kom, dan is het nog altijd tijd genoeg om den
+lijfarts te halen."
+
+Deze voorslag behaagde den ouden man, en korten tijd daarna trad Gorgias
+het tablinum van den philosoof binnen.
+
+Helena heette hem welkom alsof hij een oud vriend was. Zoodra hij maar
+verscheen, dacht zij, was het gevaar reeds half voorbij. Ook Didymus was
+blijde hem te zien, en leidde hem het kleine vertrek binnen, waar de
+jongeling op een divan lag.
+
+Hij steunde en jammerde nog steeds. De tranen liepen hem over de wangen,
+en zoodra een lid van het gezin hem naderde, stootte hij hem weenend van
+zich af. Toen Gorgias echter zijne beide handen vasthield en hem streng
+beval te bekennen wat hij zich te verwijten had, toen zeide hij snikkend
+dat hij de ondankbaarste booswicht op aarde was. Zijn slechtheid had
+zijn goede ouders, hem zelven en zijn vrienden te gronde gericht. Daarop
+beschuldigde hij zich, dat door zijn toedoen Didymus' kleindochter in
+her verderf werd gestort. Hij zou zeker niet weder naar Antyllus zijn
+gegaan, als deze hem niet kort geleden door zijne grootmoedigheid
+opnieuw tot zich getrokken had.
+
+Maar nu moest hij er voor boeten, ja boeten.... en hij stamelde dit
+woord »boeten" zoo onophoudelijk, dat er vooreerst niets anders uit hem
+te krijgen was.
+
+Intusschen bezat Didymus den sleutel op dit raadsel. Enkele weken
+geleden was Philotas met andere leerlingen van den rhetor wiens lessen
+in het Museum hij volgde, door Antyllus op een ochtendmaaltijd
+uitgenoodigd. Toen de student de fraaie gouden en zilveren bekers
+waaruit gedronken werd, zoo luide bewonderde, had de overmoedige jonge
+gastheer gezegd: »Welnu, zij zijn voor u, neem ze maar mede!" Philotas
+had dit eerst niet voor ernst opgenomen, maar bij het heengaan had de
+schenker hem aangemoedigd het geschenk aan te nemen. Antyllus had hem
+immers de bokalen vereerd? Maar hij raadde den jongen man aan, zich de
+waarde in geld te laten betalen, want er waren eenige oude kunstig
+bewerkte stukken onder, die Antyllus' vader, Antonius, misschien
+ongaarne zou missen.
+
+Daarop had hij den verbaasden jongeling verscheidene rolletjes
+goudstukken in de hand gegeven. Doch dit geld had hem niet veel goeds
+gebracht, want daardoor was het hem mogelijk geworden met rijke,
+aanzienlijke mede studenten om te gaan en deel te nemen aan hunne
+uitspattingen. Toch had hij bij Didymus altijd trouw zijn plicht gedaan.
+
+Al had hij dikwijls den nacht tot dag gemaakt, tot nu toe had zijn
+gedrag geen ernstige reden tot klagen gegeven. Kleine zonden zag men hem
+gaarne over het hoofd, omdat hij een aardige, vroolijke jonkman was, die
+de kunst verstond zich bij ieder lid van het huisgezin, ook bij de
+vrouwen, aangenaam te maken.
+
+Maar wat was den beklagenswaardigen jongeling nu toch overkomen? Didymus
+had het grootste medelijden met hem, en hoewel hij Gorgias dankbaar was
+voor zijn komst gaf hij hem toch te verstaan, dat het wegblijven van den
+arts hem verdroot.
+
+De bouwmeester was echter in zijn veeljarig jonggezellen leven in het
+Dionysos-vereerende Alexandrië vertrouwd geraakt met ziekten als die van
+Philotas, en wist hoe men dergelijke lijders behandelen moest. En nadat
+men Gorgias verscheidene kannen water gebracht en eenigen tijd met den
+lijder alleen gelaten had, verheugde de philosoof zich in stilte toch
+ook dat hij den lijfarts niet door het stormachtige weer had laten
+komen. Spoedig bracht Gorgias zijn leerling met natte haren, maar
+overigens in een toestand van snel vorderend herstel weder bij hem.
+
+Het fraaie gelaat van den jongeling was nu ontdaan van het roetzwart,
+doch hij zag beschaamd naar den grond, en sloeg zich nu en dan voor het
+hoofd. De philosoof had al zijn redeneerkunst noodig om hem aan het
+spreken te brengen, en Philotas verzocht vóór hij begon, dat Helena hem
+met de mannen alleen zou laten.
+
+Hij was van plan zich stipt aan de waarheid te houden, doch vreesde dat
+de onzinnige streek, waartoe hij zich had laten overhalen, noodlottige
+gevolgen kon hebben voor zijn geheele leven. Hij hoopte echter op goeden
+raad, vooral van den bouwmeester, die hem nu zoo goed geholpen had, en
+wiens vriendelijke persoonlijkheid hem vertrouwen inboezemde. Den
+grijsaard was hij zooveel verplicht, dat hij hem nu ook oprechtheid
+schuldig was,--en toch durfde hij hem één der beweegredenen zijner dwaze
+handelwijze niet bekennen.
+
+De aanslag, waarin hij zich had laten meeslepen, was op Barine gemunt
+geweest. Hij had reeds lang gedacht dat hij haar beminde met al den
+gloed van zijn twintigjarig hart. Kort vóór hij naar dat noodlottige
+gastmaal ging, had hij evenwel gehoord, dat zij hare hand aan Dion had
+beloofd. Dat had hem diep gegriefd, want in menig stil uur had hij het
+voor mogelijk gehouden haar voor zich te winnen, en haar als echtgenoot
+binnen te leiden in zijn ouderlijk huis te Amphissa. Hij was immers
+maar weinig jonger dan zij, en als zijne ouders haar maar eerst hadden
+gezien, zouden zij zijn keus zeker billijken. En de andere menschen te
+Amphissa hadden Barine voor een godin moeten houden!
+
+Doch nu was de voorname heer gekomen, die zijn hoop den bodem ingeslagen
+had. Zeker, er was nooit van liefde tusschen hem en Barine sprake
+geweest, maar hoe vriendelijk had zij hem altijd aangezien, en hoe
+gaarne zijne kleine diensten aangenomen! Nu was zij voor altijd voor hem
+verloren.
+
+In het eerst had hij dit alleen bedroevend gevonden, maar toen hij
+veel wijn had gedronken en Antyllus bij den maaltijd, waarvan Cæsarion
+symposiarch[14] was, Barine beschuldigd had de harten door magische
+kunsten te betooveren, toen was hij op eenmaal tot de overtuiging
+gekomen, dat zij die ook op hem had toegepast.
+
+[14] Leider van het gastmaal.
+
+Hij had zichzelven wijs gemaakt dat hij haar òf als speelgoed had
+gediend, òf dat zij van hem had gehouden en alleen de voorkeur gegeven
+had aan Dion om zijn rijkdom. In ieder geval geloofde hij reden genoeg
+te hebben om op haar vertoornd te zijn, en bij iederen beker dien hij
+ledigde, nam zijn wrok toe.
+
+Juist toen had men hem verzocht mee te doen aan de dwaze streek, die nu
+zoo zwaar op zijn geweten drukte, en hij had gretig daarin toegestemd,
+om haar te straffen voor het onrecht, dat hem in zijn verhitte
+verbeelding door haar was aangedaan.
+
+Dit alles verzweeg hij echter voor de oude lieden, en verhaalde alleen
+in het kort van het prachtige gastmaal, dat Cæsarion zoo bleek en
+onverschillig als altijd, geleid had, en dat vooral door den dollen
+overmoed van Antyllus opgevroolijkt was.
+
+De »Koning der koningen" en de zoon van Antonius hadden, onder
+voorwendsel van op de jacht te gaan, zich van hunne gouverneurs bevrijd.
+Zij hadden gezegd dat de opperjachtmeester hun dit genoegen wilde
+verschaffen en dat zij hem beloofd hadden 's morgens vroeg gereed te
+zullen zijn voor een tocht in de woestijn. Toen na den maaltijd de
+mengvaten neergezet en de bekers nog sneller gevuld werden, had Antyllus
+met Cæsarion allerlei dingen in stilte besproken en het gesprek gebracht
+op Barine, de schoonste der schoonen, die door de goden bestemd was
+voor den grootste en hoogstgeplaatste van allen. Dat was immers »de
+Koning der koningen" Cæsarion, en daarom mocht hij rekenen op de gunst
+der hemelsche machten. Maar men wist ook dat Aphrodite zichzelve voor
+nog grooter hield dan den hoogsten koning, en daarom waagde Barine
+het, voor den symposiarch hare deur te sluiten, op een wijze die niet
+alleen voor hem, maar voor de geheele jeugd van Alexandrië krenkend
+zijn moest. Alles wat zich »ephebe" noemde moest de vuist ballen van
+verontwaardiging, als hij hoorde dat de overmoedige jonge vrouw de jeugd
+op een afstand hield, omdat zij alleen oudere mannen hare aandacht
+waardig keurde.
+
+Dat mocht zoo niet blijven! Veeleer moesten de jongelingen van
+Alexandrië haar hunne macht doen gevoelen. En dit werd des te dringender
+bevolen, daar Cæsarion hierdoor het doel zijner wenschen bereiken zou.
+
+Barine zou dien avond de stad verlaten. De beleedigde Eros zelf wees
+hen daardoor den weg. Hij gebood hun haar wagen aan te houden en haar
+te brengen bij den jongeling, die in naam der geheele jeugd op zich
+nam haar te bewijzen dat de hartstocht der epheben, die zij van zich
+verwijderde, vuriger was dan die der oudere mannen die zij om zich heen
+duldde.
+
+Hier viel Gorgias den verhaler in de rede met een luiden uitroep van
+misnoegen, en de oogen van den ouden Didymus schenen uit hunne kassen te
+willen komen, toen hij zijn leerling met barsche stem een ongeduldig »ga
+voort!" toeriep.
+
+En Philotas, die nu weder geheel ontnuchterd was, schilderde met
+levendige kleuren hoe wonderbaar de stille Cæsarion veranderd was. Hij
+scheen werkelijk betooverd te zijn, want nauwelijks hadden Antyllus'
+makkers hem toegejuicht en zich bereid verklaard de jeugd van Alexandrië
+aan Barine te wreken, toen »de Koning der koningen" eensklaps opstond
+van de rustbank, waarop hij tot zoolang bijna onverschillig gelegen had,
+om met fonkelende oogen uit te roepen dat, wie zich zijn vriend noemde,
+hem bij dezen aanval helpen moest.
+
+Hier werd hij door een tweede ongeduldig »ga voort!" tot grooter
+spoed gedrongen, en nu verhaalde hij minder uitvoerig hoe zij hunne
+aangezichten zwart gemaakt en zich met zwaarden en lansen gewapend
+hadden. Tegen zonsondergang waren zij in een overdekte boot door het
+Agathodemonkanaal naar het Mareotische meer gevaren. Het bleek dat alles
+goed van te voren beschikt was, want zij waren precies op het aangegeven
+uur aangeland.
+
+Daar zij zich op het water steeds met krachtigen wijn hadden versterkt,
+had hij al moeite gehad om aan wal te stappen en had zich door de
+anderen laten voortsleepen. Verder wist hij niets meer, dan dat hij zich
+te gelijk met hen had geworpen op een groote harmamaxa[15], en daarbij
+gevallen was. Toen hij opstond was alles voorbij.
+
+[15] Gesloten Aziatische reiswagen op vier wielen.
+
+Als in een droom had hij gezien hoe Scythen en andere bewakers der
+veiligheid Antyllus hadden aangegrepen, en hoe Cæsarion op den grond
+met een ander lag te worstelen. Als hij zich niet vergiste, den was
+dat Barine's verloofde, Dion geweest! Al deze mededeelingen waren door
+menigen uitroep van ongeduld en verontwaardiging afgebroken, en nu
+stootte Didymus, buiten zich zelven van angst, de vraag uit: »En het
+kind--en Barine?"
+
+Doch Philotas kon geen antwoord geven dan een sprakelooze hoofdbuiging,
+en de toorn overmande daardoor zoo zeer den ouden philosoof, dat hij
+zijn leerling bij den chiton greep, hem schudde, en toornig toeriep:
+
+»Weet gij het niet, booswicht? In plaats van haar te beschermen zooals
+het uw plicht was tegenover een kind van mijn huis, hebt gij medegedaan
+met lichtzinnige verkrachters van zeden en recht, als een handlanger van
+deze schaamtelooze aanranders in het koninklijk purper gekleed?"
+
+De bouwmeester bracht den vertoornden grijsaard in eerbiedige
+bewoordingen onder het oog, dat op het oogenblik alles moest achterstaan
+bij de noodzakelijkheid om Barine en Dion te laten opsporen. Zijn hoofd
+liep om van al zijn werk, maar toch wilde hij spoedig met zijn opzichter
+alles bespreken en daarna zelf beproeven zijn vriend weder te vinden.
+
+»En ik," riep de oude man, »moet aanstonds naar mijn ongelukkig kind.
+Breng mijn mantel Phryx, en mijn sandalen!"
+
+En toen Gorgias hem vermaande aan zijn leeftijd en het stormachtige weer
+te denken, ging hij driftig voort:
+
+»Ik ga, zooals ik heb gezegd. Al moest de storm mij op den grond
+werpen en de bliksemstraal van Zeus mij treffen, wat geef ik daarom!
+Op een onheil meer of minder komt het niet aan, in een leven dat ééne
+aaneenschakeling van rampen is. Drie zonen heb ik begraven in den
+bloei van het leven, en twee heb ik verloren in den oorlog. Barine was
+mijn oogappel, en dwaas die ik was, heb ik haar zelf geketend aan den
+booswicht, die haar zonnig leven voor goed verduisterd heeft, en nu ik
+haar gelukkig dacht, en beveiligd voor zorg en miskenning, aan de zijde
+van een voortreffelijk man, wordt misschien haar verloofde gewond of
+zelfs vermoord door die vervloekte booswichten, die door hunne hooge
+geboorte aan mijn wraak ontsnappen! Zij sleepen haar goeden naam en
+mijne grijze haren door het slijk. Mijn tuinhoed Phryx, en mijn staf!"
+
+Sinds lang woedde de storm om het huis aan de zee, en het zeil dat
+gespannen was boven de opening van het impluvium, rukte met luid geraas
+aan de metalen ringen die het vasthielden. Nu kwam er zulk een hevige
+windvlaag, dat twee vlammen van de drie-armige lamp uitwoeien. Tegelijk
+werd de huisdeur geopend, en de Nubische portier van vrouw Berenice kwam
+binnen, druipend van den regen, en met de kap van zijn mantel over zijn
+bruine hoofd. Hij was in een deerniswaardigen toestand, en kon in het
+eerst niet den groet en al de vragen der mannen beantwoorden. Helena
+had zich bij hen gevoegd en hield den arm van haar grootmoeder vast. De
+bode was geheel buiten adem van het loopen, doch eindelijk kon hij zijn
+boodschap overbrengen. Het was niet veel. Barine liet hen enkel weten,
+dat, wat zij ook mochten gehoord hebben, haar moeder en zij ongedeerd
+waren. Dion had een wond aan den schouder gekregen, maar dat was niet
+erg. Zij verpleegde hem met hare moeder. Haar grootouders konden zonder
+zorg zijn; de aanslag die tegen haar ondernomen was, was volkomen
+mislukt.
+
+Vrouw Doris die zeer doof was, had te vergeefs met de hand aan haar
+oor getracht iets van dit alles op te vangen, en nu zeide Didymus wat
+Helena hiervan aan hare grootmoeder overbrengen moest. De oude vrouw
+placht naar de lippen van het meisje te zien, en verstond haar beter
+dan een ander. Het verheugde Didymus natuurlijk dat zijn lieveling
+aan het gevaar ontkomen was, maar toch was hij nog niet geheel gerust.
+Ook Gorgias vreesde het ergste nog. Hij wilde zelfs uitgaan op nadere
+berichten, en verzekerde den grijsaard dat hij, zoodra hij die
+ingewonnen had, bij hem terugkomen zou. Daardoor alleen kon hij hem
+afhouden van een nachtelijken tocht door den storm.
+
+De student Philotas vroeg smeekend met betraande oogen of men hem als
+bode wilde gebruiken, doch Didymus beval hem ter rust te gaan. Hij zou
+later wel een gelegenheid vinden om goed te maken wat hij door zijn
+lichtzinnigheid bedorven had.
+
+In het stille huis van den geleerde werd dien nacht niet aan slapen
+gedacht. Gorgias vertrok, en Helena uitte den wensch om door den ouden
+portier naar hare zuster gebracht te worden, maar dien kon Didymus niet
+inwilligen. Hij bleef nu met zijn vrouw in het tablinum alleen. Men had
+haar enkel gezegd dat Barine door dieven was aangevallen, die haren
+verloofde licht hadden gewond; maar haar hart en het gedrag van haren
+man maakten het haar duidelijk dat haar iets verborgen werd. Zij
+zou er gaarne meer van weten, maar Didymus vond het op dit oogenblik
+bezwaarlijk haar met zoo luide stem nog meer mede te deelen, en daarom
+moest zij haar verlangen nu tot zwijgen brengen. Doch niemand ging ter
+ruste, omdat zij eerst de terugkomst van den bouwmeester wilden
+afwachten.
+
+Didymus was in een leunstoel neergevallen, en vrouw Doris zat in een
+hoek aan haar spinnewiel, zonder den draad van het spinrokken af te
+winden. Toen zij haar echtgenoot hoorde zuchten en het hoofd in zijn
+handen zag verbergen, stond zij op, ging op haar stokje geleund naar
+hem toe, en streek hem met de hand over het bijna kale hoofd. Zij sprak
+hem daarbij troostend toe, en toen zij de bedroefde uitdrukking toch
+nog niet uit zijn gelaat verdwijnen zag, herinnerde zij hem op hare
+hartelijke, vriendelijke manier hoe menigmaal zij reeds de wanhoop nabij
+geweest waren en toch alles altijd weer goed afgeloopen was.
+
+»Zie oude," zeide zij, »ik weet wel dat er weder dikke, zwarte wolken
+boven ons huis hangen, al weet ik het rechte er niet van. Ik voel alleen
+dat een zware slag ons dreigt. En toch, wat kunnen de menschen ons
+aandoen, als wij beiden maar bij elkander mogen blijven, wij beiden
+oudjes, en dan de kinderen der kinderen die Hades ons heeft geroofd. Als
+men zoo samen oud wordt, leert men dat het leven een hoofd heeft met
+vele aangezichten. Het kwade van het heden kan evenmin lang duren als
+die diepe rimpels in uw voorhoofd. Gij behoeft u voor mij geen geweld
+aan te doen, beste man. Laat het maar zoo. Ik behoef mijn oogen maar toe
+te doen, om te zien hoe glad en schoon het eens was in uw jeugd, en hoe
+vriendelijk gij er weder uit zult zien, zoodra de betere dagen zeggen:
+daar zijn wij weer!"
+
+Hij kuste haar met een weemoedigen glimlach op het grijze haar, en riep
+haar toe aan het linker oor, dat beter hooren kon: »Hoe jong blijft gij
+nog altijd, oudje!"
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Een storm uit het Noorden woei over het eiland Pharus en de ondiepten
+van Diabathra heen, in de haven van Alexandrië. Op het anders zoo stille
+water waren nu golven te zien, en de lantaarn op den lichttoren van
+Sostratus scheen zijne heen en weer gaande vlammen met vijandige woede
+naar de stad te jagen. De vuren in de pekpannen en de fakkels aan de
+kust schenen het eene oogenblik uit te gaan, maar in het volgende
+flikkerden zij door den walm heen dubbel helder op.
+
+De koninklijke haven, een uitgestrekt bekken dat het zuidelijk gedeelte
+van de Lochias en een deel van het noordelijke strand van het Bruchium
+in een halven kring omgaf, was iederen nacht sterk verlicht, doch heden
+schenen de lichten aan de westzijde, bij de ligplaats der koningsvloot,
+bijzonder bewegelijk. Kwam dat door den storm? Doch neen! Hoe had die
+de eene fakkel op de plaats van de andere kunnen zetten, en lichten of
+lantaarns tegen de richting van zijn onstuimige pogingen in, in beweging
+kunnen brengen? Het waren echter slechts weinigen, die dit opmerkten,
+want hoevelen ook vervuld waren van bange vrees, wie zou zich in zulk
+een stormnacht naar buiten op de kade wagen? Bovendien zou niemand
+toegang gekregen hebben tot de koningshaven, want zij was aan alle
+zijden afgesloten. Ook de havendam, die de koorde was van den boog dien
+het land ten westen vormde had slechts ééne opening, en die was, zooals
+ieder wist, ook met een keten bespannen, evenals de groote havenmond
+tusschen den Pharus en Alveus Steganus.
+
+Twee uren vóór middernacht kwamen de lichten die zoo wonderlijk bewogen
+werden, tot rust, hoewel de storm eer toegenomen dan verminderd was.
+Maar het hart der menschen voor wie zij brandden, had zelden zoo
+onrustig geklopt als nu. Het waren de regeeringspersonen en hofbeambten
+die tot de naaste omgeving der Koningin behoorden: ongeveer twintig
+mannen, en Iras was onder hen de eenige vrouw. Zij en de Regent Mardion
+hadden deze allen hier bijeengeroepen, daar de brief van Cleopatra haar
+toeliet deze gevolmachtigden in het geheim te ontvangen. Na lange
+beraadslagingen waren zij overeengekomen de bevelhebbers der kleine
+achtergebleven Romeinsche bezetting niet mede uit te noodigen. Het was
+immers nog de vraag, of de verwachte personen reeds in dezen nacht
+zouden terugkomen, en de Romeinsche krijgslieden, die in het oog van
+Marcus Antonius iets beteekenden, waren met hem mede in den oorlog.
+
+De overdekte doorgang in het midden der afgesloten aanlegplaats van de
+koninklijke haven, waar zij verzameld waren, was met vorstelijke praal
+ingericht, want de Koningin gebruikte die gaarne. Het ontbrak in de
+groote ruimte niet aan gemakkelijke zetels, en menigeen had zich
+uitgestrekt op een rustbank, terwijl anderen, door een inwendige onrust
+gedreven, op en neer liepen.
+
+Daar deze gang maanden lang gesloten was gebleven, hadden vledermuizen
+er hun nest gemaakt, en toen de lichten ontstoken werden, zag men deze
+boven de hoofden der vergaderden rondfladderen. Iras had den bevelhebber
+der Mellakes, of jongelingen die een lijfwacht vormden uit de zonen
+der edelste Macedonische geslachten, verzocht die lastige dieren te
+verjagen, en het gaf den trouwen dienaar der Koningin eenige afleiding
+voor zijne zwaarmoedige gedachten, dat hij met zijn zwaard daarnaar kon
+slaan.
+
+Anderen keken liever naar dit onbeduidend gevecht, dan toe te geven
+aan de vrees die hen vervulde. De Regent zag sprakeloos naar den
+grond, Iras luisterde bleek en verstrooid naar de uitleggingen van den
+zegelbewaarder Zeno, en Archibius was naar buiten gegaan om, zonder zich
+om den storm te bekommeren, over het onstuimige havenwater heen, naar de
+verwachte schepen uit te zien.
+
+De bedienden, van de fouriers tot de dragers der draagstoelen toe,
+zaten bij groepen in een houten halfverlichte schuur, welker zoldering
+gesteund werd door bontbeschilderde zuilen, waar de wind doorheen blies.
+De Grieken zaten op houten zetels, de Aegyptenaars op matten op den
+grond. Den grootsten kring vormden de fouriers, die voor de bagage der
+Koningin moesten zorg dragen, benevens de hoogere slaven van het hof, en
+eenige kamervrouwen.
+
+Men had hen gezegd dat de Koningin reeds dezen nacht verwacht werd,
+omdat het mogelijk was dat de sterke Noordenwind haar schip ongedacht
+snel uit den slag naar huis drijven zou. Maar zij wisten wel beter,
+want in paleizen zijn reten en spleten en gordijnen, en daarin woont een
+echo van een bijzondere soort, die binnen de muren zelfs, het gefluister
+voortdraagt van oor tot oor.
+
+De vrijgelaten lijfslaaf van den veldheer Seleukus voerde het hoogste
+woord. Zijn meester was enkele uren geleden uit de grensvesting
+Pelusium, waar hij het bevel voerde, in Alexandrië aangekomen. Een
+geheimzinnig bevel van Lucilius, den trouwsten vriend van Antonius, dat
+hem overgebracht was door een snelzeiler van Tænarum, had hem hierheen
+gevoerd.
+
+De vrijgelatene Beryllus, een welbespraakt Siciliër, die als
+tooneelspeler beter dagen had gekend, eer de zeeroovers hem van zijn
+vrijheid hadden beroofd, was menige nieuwstijding te weten gekomen, en
+allen luisterden gaarne naar hem, want te Pelusium waren schepen uit het
+Noorden aangekomen en deze hadden de slechte berichten, die men in het
+Sebasteum had gehoord, bevestigd en aangevuld.
+
+Als men hem gelooven kon, dan wist hij alles zoo goed alsof hij den
+zeeslag zelf had bijgewoond, want hij verzekerde dat hij bij een gesprek
+van zijn heer met vele scheepsbevelhebbers en boden uit Griekenland
+tegenwoordig was geweest. Ook deed hij het voorkomen alsof hij een trouw
+dienaar was die goed zwijgen kon, en enkel mocht bevestigen of ontkennen
+wat de Alexandrijnen zelve reeds hadden vernomen. Intusschen bestond
+zijn geheele wetenschap in een verward samenraapsel van ware en onware
+feiten. Terwijl de Aegyptische vloot bij Actium was verslagen en
+Antonius met Cleopatra eerst gevlucht waren naar Taenarum aan de
+zuidpunt van den Peloponnesus, beweerde hij, dat het leger te land en
+de vloot elkander aan de Peloponnesische kust hadden ontmoet, en dat
+Octavianus Antonius vervolgde in de richting van Athene; Cleopatra zou
+onderwijl reeds op weg naar Alexandrië zijn.
+
+Deze »zekere berichten" had hij opgemaakt uit enkele woorden die hij
+gehoord had onder den maaltijd, en ook terwijl de veldheer boden afzond
+en ontving. In andere opzichten echter was hij geloofwaardiger. Daar de
+haven van Alexandrië de laatste dagen afgesloten was geweest, hadden
+alle schepen in die van Pelusium mogen binnenloopen, en de kapiteins
+waren zoodoende verplicht geweest het eerst aan te komen bij Beryllus'
+meester, die de kommandant dier belangrijke grensvesting was.
+
+Eerst den vorigen nacht was hij uit Pelusium vertrokken. De sterke wind
+had de triëre zoo snel voortgejaagd, dat de zeemeeuwen die bijna niet
+hadden kunnen bijhouden. Dit wilden zijne toehoorders gaarne gelooven,
+want de storm loeide steeds heviger, en gierde door de open ruimte
+waarin de bedienden zich bevonden. De meeste fakkels en lampen waren
+reeds uitgegaan; uit de pekpannen steeg een dikke zwarte walm omhoog,
+waarin men de gele vlammen bijna niet meer kon onderscheiden, en alleen
+de gesloten lantaarns gaven nog een flauw licht. Het was dus in die met
+rook gevulde, akelige schuur somber genoeg.
+
+Een der fouriers had voor wijn gezorgd om den tijd wat te korten; maar
+men durfde dien niet anders dan in het geheim drinken, en er waren geen
+bekers. Zoo gingen de kannen van mond tot mond, maar iedere teug werd
+gretig genoten, te meer daar de rook de kelen prikkelde. Beryllus moest
+dikwijls midden in zijn verhaal ophouden om al het gehoest, vooral van
+de vrouwen. Van alles wat hij zeide beweerde hij echter dat hij voor de
+waarheid instond, en vooral aan de voorteekenen die men te Pelusium aan
+zijn meester had medegedeeld, hechtte hij zelf veel waarde.
+
+Eene der kamervrouwen van Iras vertelde hierbij ook van de zwaluwen,
+die op de »Antonias" het admiraalschip van Cleopatra, waren gezien.
+Zij dacht dat dit nog het slechtste voorteeken van allen was geweest.
+Maar Beryllus zag haar met zulk een medelijdenden glimlach aan, dat de
+verwachting der anderen nog hooger gespannen werd. De opperfourier riep
+dan ook op barschen toon den lastdragers een: »stilte!" toe. Nu hoorde
+men in de open zaal een tijdlang ook niets anders dan het langgerekte
+fluiten van den wind, nu en dan een commando aan de wachters vóór de
+koningshaven, en de stem van den vrijgelatene. Hij sprak zacht, om
+daardoor aan zijne geheimzinnige mededeelingen nog meer bekoring te
+geven.
+
+Hij begon met hoogdravende loftuitingen op Cleopatra en Marcus Antonius,
+en herinnerde zijn toehoorders dat de imperator een afstammeling van
+Herakles was. Daarbij zouden de Alexandrijnen zeker wel weten, zeide
+hij, dat de Koningin »de nieuwe Isis" en Antonius »de nieuwe Dionysos"
+wenschten genoemd te worden. Ieder moest dan ook erkennen, dat hij in
+gelaat en houding veel meer op een god geleek dan op een mensch.
+
+Voornamelijk te Athene had de imperator zich voor Dionysos uitgegeven.
+Daar was aan den gevel van het theater een voorstelling van den
+gigantenstrijd in reliëf-figuren te zien, een beroemd werk van een ouden
+beeldhouwer--dat hij goed kende--en uit dit aan beelden zoo rijk reliëf
+was door den storm een afgerukt, en welk zou dat geweest zijn? Geen
+ander dan dat van den god Dionysos, het afbeeldsel van Antonius, zooals
+hij eens, vóór de oogen der Atheners, in een priëel door wijnranken
+begroeid, had zitten drinken. De storm van heden was maar als de adem
+van een kind bij den orkaan, die het beeld van het harde marmer waarop
+het stond had kunnen losmaken. Maar de natuur spande dan ook al hare
+krachten in, als zij de kortzichtige menschen verkondigen moest welke
+wereldschokkende gebeurtenissen op handen waren.
+
+Die laatste woorden sprak hij zijn heer na, die te Athene gestudeerd
+had, en wien zij uit de diep ontroerde ziel geweld waren, toen hij van
+een ander voorteeken hoorde, waarvan een schip uit Ostia de tijding
+medebracht. De bloeiende stad Pisaura....
+
+Doch hier werd hij weder in de rede gevallen, want velen hadden al weken
+geleden gehoord, dat deze plaats in de zee verdwenen was, en zij hadden
+alleen de ongelukkige bewoners der stad betreurd.
+
+Beryllus liet rustig toe dat zij zich zuiverden van de verdenking, als
+zou men te Alexandrië deze merkwaardige gebeurtenis minder spoedig
+gehoord hebben dan te Pelusium. Toen men hem vroeg wat dat met den
+oorlog te maken had, antwoordde hij eerst alleen met een stilzwijgend
+schouderophalen, maar nadat ook de opperfourier zijn nieuwsgierigheid
+had getoond, ging hij voort: »Dit voorteeken maakte een bijzonder diepen
+indruk, want wij wisten wat Pisaura was, of liever hoe het is ontstaan.
+De ongelukkige stad, die door den duisteren Hades verzwolgen is,
+behoorde op geheel bijzondere wijze aan Antonius, want in de dagen van
+zijn voorspoed had hij die zelf gesticht."
+
+Bij deze woorden zag hij uitvorschend in het rond, en het ontbrak in
+den kring zijner toehoorders ook niet aan teekenen van ontzetting; eene
+kamervrouw zelfs gilde het uit, want juist op dat oogenblik had de storm
+een fakkel uit den ijzeren ring in den muur gerukt, en die vlak naast de
+luisterende schaar neergeworpen. De spanning scheen nu haar hoogste punt
+bereikt te hebben, en toch was het Beryllus aan te zien, dat hij zijn
+laatsten pijl nog niet verschoten had. De kamervrouw, die ook de anderen
+aan het schrikken had gemaakt, werd weer kalm. Zij scheen nu nog het
+allermeest te verlangen naar iets nieuws en verschrikkelijks, en zij bad
+den vrijgelatene met een smeekenden blik, dat hij toch niets van wat hij
+wist zou verzwijgen.
+
+Hij zag echter hoe het angstzweet op haar voorhoofd stond, en zeide:
+»Van het hooren alleen zijt gij reeds buiten u zelve. De steenen beelden
+zijn van een hardere stof dan gij, en toch bezitten ook zij een ziel.
+Zij zijn of hard of zacht van gemoed, en brengen ons rampen of heelen
+onze smart naar dat zij ons goed of slecht gezind zijn. Ieder die zijne
+handen smeekend naar hen opheft, ondervindt dat. Zulk een standbeeld
+staat ook te Alba. Het stelt Marcus Antonius voor, tot wiens eer de
+stad het heeft opgericht. En dit beeld heeft vooruit gezien wat den
+man, wiens steenen dubbelganger het is, te wachten stond. Ja, luistert
+maar goed! Een dag of vier geleden liet zich bij mijn meester een
+scheepskapitein aandienen, en die man heeft in mijn bijzijn, zoo bleek
+als een doek, verhaald wat hij zelf had gezien. Het standbeeld van
+Antonius te Alba had zweetdroppelen op het gelaat gekregen; de geheele
+burgerij was er van ontzet; mannen en vrouwen kwamen met doeken om ze af
+te wisschen, maar steeds waren er meer gekomen, en dat dagen en nachten
+achtereen. Zoo had dus het steenen beeld vóórgevoeld wat den levenden
+Antonius overkomen zou. Het was vreeselijk geweest om te zien, zeide die
+man."
+
+Hier hield de verhaler een oogenblik op, en door den geheelen kring der
+toehoorders liep een koude rilling. Te gelijk hoorde men in de lucht een
+geluid alsof er op een metalen schijf geslagen werd, en een oogenblik
+later vlogen allen op hun post.
+
+Ook in den versierden doorgang waren de wachtenden opgestaan. Hier had
+men enkel zacht gefluisterd of gezwegen, de aangezichten hadden sinds
+lang angstig en somber gestaan, doch thans werden de meesten doodsbleek,
+en men durfde elkander bijna niet aanzien.
+
+Archibius had het eerst van allen den rooden schijn van het licht op den
+vuurtoren ontdekt, die het sein was van een naderend koninklijk schip.
+Zóó vroeg had niemand dat nog verwacht, en daar voer het nu reeds
+voorbij den toren de koninklijke haven binnen. Het kon wel het
+admiraalsschip Antonias zijn, hetzelfde waarop de oude zwaluwen hunne
+jongen doodgebeten hadden.
+
+Hoe hoog de golven ook gingen in de wel-beschermde haven, toch brachten
+zij het groote gevaarte slechts weinig in beweging. Een ervaren stuurman
+moest het voorbij de ondiepten en klippen aan de oostzijde der reede
+sturen; want in plaats van, zooals anders, om het eiland Antirrhodus te
+varen, zette het koers tusschen dit en de Lochias in, en naderde zóó in
+rechte lijn den ingang van de kleine koninklijke haven. Aan weerszijden
+daarvan werd in de pekpannen nieuwe hars en werk aangebracht om den weg
+beter te verlichten, en de menschen die aan wal stonden, konden nu
+duidelijk het schip onderscheiden.
+
+Het was de Antonias, en toch weder de Antonias niet. De zegelbewaarder
+Zeno, die naast Iras stond terwijl zij haar mantel dichter om haar heen
+sloeg, maakte haar daarop opmerkzaam en fluisterde haar in het oor: »Het
+heeft iets van een vrouw die haar ouderlijk huis in bruidstooi heeft
+verlaten, en nu als een arme weduwe daarin terugkomt."
+
+Bij deze woorden richtte Iras zich in haar volle lengte op, en
+antwoordde scherp: »Of van de zon, die door de nevelen omsluierd is,
+maar binnen korten tijd weder zoo heerlijk stralen zal als ooit."
+
+»Dat hebt gij mij uit het hart gesproken," zeide de oude hoveling met
+warmte, »voor zoover het de Koningin betreft. Ik bedoelde natuurlijk
+niet haar, maar het schip. Gij waart ziek, en kondt dus niet zien hoe
+rijk met bloemen gesierd het was, toen de purperen zeilen geheschen
+werden, en het vertrok. En nu! Zelfs bij dit onzekere flikkerlicht kan
+men zien welk een schade het geleden heeft. Gij behoeft mij waarlijk
+niet te herinneren dat onze Cleopatra-zon hare oude kracht spoedig weer
+herwinnen zal, maar voor het oogenblik is het hier aan het water en in
+dien storm recht ijzig koud, en als ik aan het eerste wederzien
+denk...."
+
+»Ach, was dit maar voorbij!" mompelde Iras, en wikkelde zich nog meer in
+haar mantel. Op eens overviel haar een huivering, want het kletterend
+geluid der zware kettingen die van den havenmond werden weggenomen,
+klonk akelig door de nachtelijke stilte, het was alsof een nachtmerrie
+alle aanwezigen benauwde, want het houten gevaarte, dat nu de haven
+binnenliep, kwam langzaam en stil als een spookschip nader. Er scheen
+geen leven meer te zijn op dat reusachtige, van menschen wemelende
+vaartuig, alsof de geheele bemanning aan een vreeselijke pestziekte
+bezweken was. Nu en dan een kommando en seinfluit der roeiers was
+het eenige teeken van leven aan boord. Op het onafzienbaar lange dek
+brandden slechts enkele lantaarns, omdat de schitterende verlichting die
+het anders had, de blikken van alle Alexandrijnen zou getrokken hebben.
+
+Thans was het vlak bij de aanlegplaats gekomen. De toeschouwers volgden
+iedere beweging in ademlooze spanning, en zoodra het eerste touw aan de
+slaven toegeworpen werd, drongen eenige mannen in Grieksch gewaad
+tusschen hen door.
+
+Zij brachten een gewichtige tijding die geen uitstel duldde bij
+den Regent Mardion, die voor den zegelbewaarder en Iras stond, het
+somber gelaat naar den grond gericht. Hij dacht er over na in welke
+bewoordingen hij de Koningin zou aanspreken, en het was mogelijk dat
+Cleopatra reeds binnen enkele oogenblikken aan wal stappen zou. Niemand
+die den lichtgeraakten, grilligen man kende, zou het wagen hem hierin te
+storen. En toch deed dat de Macedoniër, die zoo even alle blikken tot
+zich getrokken had. Het was de nachtstrateeg, het welbekende hoofd der
+politie van de stad.
+
+»Een enkel woord slechts, heer," fluisterde hij den Regent toe, »al komt
+het u op dit oogenblik ongelegen."
+
+»Dat komt het werkelijk zéér," antwoordde Mardion streng.
+
+»Laat ons maar zeggen even ongelegen als uwe spoedige uitspraak
+noodzakelijk is. De koning Cæsarion en Antyllus hebben met eenige
+makkers een vrouw aangevallen. Zij hadden hun gezicht zwart gemaakt, en
+er is gevochten. Cæsarion en de geleider der jonge vrouw, een man die
+zeer gezien is in den Raad, zijn licht gewond. Te rechter tijd kwamen er
+lictoren bij. De jonge lieden worden aangehouden. Eerst weigeren zij
+hunne namen op te geven...."
+
+»Cæsarion licht gewond? Toch niet gevaarlijk?" vroeg nu de Regent
+ongeduldig.
+
+»Dat niet. Zoo spoedig mogelijk wordt de arts Olympus ontboden. Hij
+vindt een gat in het hoofd. De aangevallene had hem in den strijd
+onzacht op de straatsteenen geworpen."
+
+»Dat was Dion, de zoon van Eumenes," zeide Iras, die oplettend
+toegeluisterd had, »en de vrouw is: Barine, de dochter van den schilder
+Leonax."
+
+»Wist gij dat reeds?" vroeg de nachtstrateeg verbaasd.
+
+»Dat schijnt zoo," antwoordde de Regent, en zag daarbij het meisje
+veelbeteekenend aan. En terwijl hij zich meer tot haar dan tot den
+Macedoniër richtte, voegde hij er bij: »Mij dunkt, wij moesten de jonge
+boosdoeners in vrijheid stellen en zoo stil mogelijk naar de Lochias
+brengen."
+
+»Naar het paleis?" vroeg de beambte.
+
+»Natuurlijk," verzekerde Iras. »Ieder naar zijn eigen vertrekken. Daar
+moeten zij dan afwachten wat er van komt."
+
+»Het overige eerst na de verwelkoming," voegde de Regent er bij, en de
+nachtstrateeg verliet hem met een zelfbewusten groet.
+
+»Al weder een onheil!" zuchtte Mardion.
+
+»Jongensstreken," liet Iras er snel op volgen. »Maar nog erger rampen,
+als die bestaan, zouden minder dan niets zijn zoolang zij ons maar niet
+duidelijk voor den geest staan. Dit onaangename voorval moet voor de
+Koningin verzwegen blijven. Het is nu nog maar een kleinigheid, en dat
+moet het blijven. Het staat in onze hand den vergiftigen boom, waarvan
+het de vrucht is, met wortel en tak uit te roeien."
+
+»Gij ziet er uit, alsof niemand dat beter zou doen dan gij," zeide de
+Regent, »en daarom draag ik het bij dezen aan u op. Het is het laatste,
+wat ik in de afwezigheid der Koningin te bevelen heb."
+
+»Het zal niet ontbreken aan mijn ijver," verzekerde zij.
+
+Nu zag zij naar de landingplaats en ontwaarde Archibius, die daar alleen
+en zich in zich zelven gekeerd naar den grond staarde. Een oogenblik
+dacht zij er aan haar oom te vertellen wat zij zoo even had gehoord;
+maar spoedig kwam zij van haar voornemen terug, en van de fijne lippen
+klonk het vastberaden: »neen!"
+
+Haar vriend was een steen op haar weg geworden, en als het dan zoo zijn
+moest, zou zij wel middelen vinden om ook hem uit den weg te ruimen, in
+weerwil van zijn zuster Charmion en de oude banden die hem aan Cleopatra
+hechtten. Hij was zwak geworden met de jaren, doch Charmion was dat
+altijd geweest. Ware Iras' harteleed niet zoo groot geweest, dan zou
+zij nu tijd genoeg gehad hebben, reeds nu te bedenken hoe zij dat
+bewerkstelligen zou.
+
+Toen het groote admiraalschip reeds vastgemeerd lag, duurde het nog
+eenige minuten eer de eersten die het verlieten, den steiger betraden.
+Dat waren twee pastophoren[16] van Isis, die den beker van Nektanebus,
+die tot de tempelschatten der godin behoorde, bewaakten en in een
+beschilderde kist droegen. Op deze volgde de eerste kamerdienaar van
+Cleopatra. Hij meldde met gedempte stem de komst der Koningin, en gaf
+bevel om ruimte voor haar te maken. Van de landingsplaats tot aan de
+poort van het Bruchium en die aan de noordzijde, tegenover de paleizen
+op de Lochias, werd een dubbele rij fakkeldragers opgesteld, want men
+wist niet waar Cleopatra aan wal stappen zou. De kamerdienaar verzekerde
+intusschen dat zij althans dezen nacht zou doorbrengen op de Lochias,
+waar hare kinderen woonden, en hij beval dat men de meeste fakkels
+uitblusschen zou.
+
+[16] Aegyptische priesters.
+
+Mardion, de zegelbewaarder, Archibius en Iras stonden vóór al de
+overigen bij de brug, toen er eindelijk beweging ontstond op het schip,
+en de Koningin verscheen, voorafgegaan door eenige lantaarndragers, en
+met een groot gevolg van hofbeambten, pages, kamervrouwen en slavinnen.
+
+Met haar kleine hand op den arm van Charmion, trad zij met hoog
+opgericht hoofd aan land. Een dichte sluier bedekte haar hoofd en
+aangezicht, een donker wijd opperkleed haar tengere gestalte. Doch hoe
+veerkrachtig was nog altijd haar tred, hoe trotsch en bevallig haar
+houding en gang, terwijl zij Mardion en Zeno een groet toewuifde.
+
+Aan Iras, die voor haar op de knieën gevallen was, stak zij hare hand
+toe, ten teeken dat zij op moest staan, en terwijl zij haar op het
+voorhoofd kuste, fluisterde zij: »Hoe is het met de kinderen?"
+
+»Alles goed," antwoordde het meisje zacht.
+
+Daarop begroette de aangekomene ook de anderen met een minzaam
+handgebaar, maar zij sprak niemand toe, alvorens de Regent naderbij
+trad om het woord tot haar te richten. Met een kort: »Dat later!" ging
+zij hem echter voorbij. En toen Zeno het portier van haar draagkoets
+opende, klonk het met gedempte stem: »Ik ga te voet. Na al dat
+dobberen op de golven, kan ik mij van geen draagstoel bedienen. Er is
+nog veel te overleggen, en onderweg is mij iets ingevallen. Ik moet den
+haven-admiraal en zijn voornaamste raadslieden, de krijgsbevelhebbers,
+en de bestuurders der land- en zeemacht bij mij zien; vooral ook den
+aristarch en Gorgias. Er is haast bij. In twee uur, neen, in anderhalf,
+moeten zij hier zijn. Ik moet hunne plannen en kaarten van de Oostelijke
+grens nazien. Vooral de vertakkingen der rivier en de kanalen van de
+Delta zijn van belang."
+
+Vervolgens wendde zij zich tot Archibius, die bij den draagstoel stond,
+en legde haar hand op zijn arm. De sluier verhinderde hem den glans
+harer oogen te zien, maar toch was het hem op dit oogenblik alsof die
+hem wonderbaar toeblonken, terwijl zij hem met die welluidende stem, die
+reeds zoo menigmaal zijn ziel had gevangen, toeriep: »Laat ons voor een
+gunstig voorteeken houden, dat _gij_ het weder zijt, die mij in dezen
+moeilijken tijd naar het paleis brengt."
+
+Hij antwoordde met warmte: »In welken tijd ook, altijd, altijd behooren
+deze arm en dit leven u toe." »Dat wist ik", liet de Koningin op een
+toon van vaste overtuiging daarop volgen.
+
+Zij liet hare hand nog op zijn arm rusten terwijl zij verder ging, en
+hij vroeg haar of er werkelijk aanleiding was om van moeilijke dagen
+te spreken; maar zij viel hem in de rede en zeide: »Nu niet. Laat ons
+daarover zwijgen. Het is erger dan erg--zoo slecht als het kan. Maar
+neen, dat is niet waar, want het is maar weinigen vergund te steunen op
+een zóó trouwen arm als de uwe."
+
+Hij voelde daarbij hoe haar kleine hand zacht zijn arm drukte, en op dat
+oogenblik was het of zijn hart weder geheel jong werd. Spreken mocht hij
+niet, want haar wensch was bevel, en zoo liepen zij zwijgend verder,
+eerst langs den zeekant, toen door de havenpoort, en eindelijk over
+de marmeren steenen, die naar het koninklijk paleis leidden. Het was
+Archibius te moede alsof hij, in plaats van naar het gesluierde hoofd
+der Koningin, opzag naar het met blonde krullen omgeven kopje van een
+gelukkig kind. Hij zag in den geest weder de kleine meesteres van den
+Epicuristentuin. Hij zag den blik uit hare groote blauwe oogen, die niet
+ophield te vragen, en die toch reeds het geheim dezer wereld scheen te
+verstaan. Hij geloofde weder den zilverhelderen klank harer stem en den
+betooverenden kinderlach te hooren, en hij moest zich geweld aandoen om
+niet te vergeten wat er nu van haar geworden was.
+
+Door dit alles aan het tegenwoordige ontrukt, en toch met het besef dat
+hij in dezen moeilijken tijd de gunst van het lot genoot, ging hij naast
+haar voort, en geleidde haar door het hoofdportaal tot in het binnenhof
+van het paleis. Op den achtergrond opende zich de hooge poort, die
+toegang gaf tot de woonkamers en feestzalen der Koningin, en waar
+reeds de Regent, Iras, en hare begeleiders gereed stonden om haar te
+ontvangen. Links was nog een kleinere deur, waardoor men in het verblijf
+der kinderen kwam.
+
+Archibius was van plan Cleopatra te vergezellen over het verlichte
+binnenplein, maar zij wees op de poort van den vleugel der prinsen, en
+hij begreep haar.
+
+Op den drempel liet zij zijn arm los, en toen hij met een diepe buiging
+heen wilde gaan, zeide zij vriendelijk: »Daar staat Charmion reeds.
+U beiden komt het toe mij dáárheen te geleiden waar de jeugd droomt,
+en zielsrust zonder smart gevonden wordt. Ik geloof dat gij uit
+eerbied voor de Koningin elkander nog niet als broeder en zuster hebt
+verwelkomd, na zulk een lange scheiding. Doet dat dan nu, en komt daarna
+met mij mede."
+
+Met jeugdig-vluggen tred ging zij het atrium binnen en daarna de trap
+op, naar de slaapkamer der prinsen en prinsessen.
+
+Archibius en Charmion deden wat zij gezegd hadden. Zij omarmden elkander
+hartelijk, en zij deelde hem in enkele woorden en met de oogen vol
+tranen mede, dat alles verloren scheen te zijn. Antonius had gehandeld
+op een manier, waarvoor zij geen woorden en geen afkeuring genoeg had.
+Waarschijnlijk zou hij Cleopatra wel spoedig volgen;--de vloot, en
+misschien ook het leger waren geheel vernietigd. Haar lot berustte in de
+handen van Octavianus.
+
+Nu ging zij hem vooruit de trap op. Daar stond Iras, en naast haar een
+Syriër van lange gestalte, die in het oogvallend geleek op Philostratus,
+den voormaligen echtgenoot van Barine. Het was diens broeder Alexas, de
+vertrouwde gunsteling van Marcus Antonius, bij wien nu ook zijn plaats
+moest geweest zijn, en Archibius vroeg met een snellen blik aan zijn
+zuster, hoe deze man bij de Koningin kwam?
+
+»Zijn kunst om in de sterren te lezen," was het antwoord, »en zijn
+vleiende tong. Hij is een indringer van de ergste soort, maar hij
+bewijst haar veel dienst en geeft haar afleiding; vandaar dat zij hem
+bij zich houdt."
+
+Zoodra Iras had gezien waarheen Cleopatra hare schreden richtte, was
+zij haar nageijld om met haar mede naar de kinderen te gaan. De Syriër
+Alexas had haar slaande gehouden, om haar te verzekeren van zijn
+blijdschap dat hij haar wederzag. Reeds vóór de oorlog begon, had
+hij haar duidelijk zijne liefde doen blijken, en gedurende de lange
+scheiding was hij te haren opzichte niet bekoeld. Evenals bij zijn
+broeder, was ook bij hem het hoofd te klein in verhouding tot het
+lichaam, doch in het welbesneden gelaat blonken een paar oogen, waaruit
+groote scherpzinnigheid sprak.
+
+Ook Iras zelve scheen verheugd bij het wederzien van den gunsteling,
+doch vóór Archibius en zijn zuster de trap op waren, liet zij hem staan
+om Charmion, hare tante, met de teederheid van een dochter te omarmen.
+
+In de voorzaal van de woning der prinsen vonden zij de Koningin. De
+gouverneur van de kinderen, Euphronion, wachtte haar daar reeds op, en
+deed spoedig en in de meest vleiende bewoordingen allerlei verrassende
+mededeelingen omtrent de kinderen en de verwonderlijke gaven, waarmede
+zij bedeeld waren. Steeds duidelijker toonden zich die bij ieder
+afzonderlijk, nu eens als erfenis hunner moeder, dan weder als die van
+hun vader.
+
+Cleopatra viel hem te midden van dien woordenstroom dikwijls in de rede,
+en trachtte daarbij den sluier dien zij om haar hoofd droeg los te
+maken, maar dat wilde aan de kleine handen, die aan zulk werk niet
+gewoon waren, maar niet gelukken. Zoodra Iras dat bemerkte, was zij zoo
+vlug als zij kon de trap opgegaan en bevrijdde haar nu met hare fijne
+handige vingers van het lange kanten weefsel.
+
+De Koningin dankte haar met een genadigen hoofdknik, doch toen de
+opper-eunuch de deur van de slaapkamer der kinderen opendeed, riep
+zij alleen Archibius en Charmion vriendelijk toe: »Komt mede!" De
+gouverneur, die de slaapkamer toch steeds aan de eunuchen en de vrouwen
+moest overlaten, trok zich terug, en Iras gevoelde zich zeer beleedigd
+dat zij van dit bezoek uitgesloten werd. Zij verschoot van kleur, en
+hare dunne lippen klemden zich vaster op elkander. Zij tuurde daarbij
+zoo strak naar den mozaïeken vruchtkorf aan hare voeten, alsof zij de
+kersen daarin tellen moest. Plotseling streek zij het krullende haar
+van haar hoog voorhoofd weg, liep snel de trap af, en riep den pas
+aangekomen Alexas aan, die juist het atrium verlaten wilde.
+
+De Syriër kwam dadelijk bij haar, en prees zich gelukkig dat in dezen
+nacht voor de tweede maal zijn zon voor hem opging. Doch zij viel
+ongeduldig in: »Geen dwaze vleierijen op dit oogenblik! Het zou voor ons
+beiden beter zijn in vollen bitteren ernst bondgenooten te zijn en te
+blijven. Ik voor mij ben daartoe bereid."
+
+»En ik dan!" riep de Syriër in verrukking uit, en drukte de hand op
+zijn hart.
+
+Intusschen was Cleopatra in het vertrek gekomen waar de kinderen
+sliepen. Het was een hooge zaal met veelkleurige tapijten behangen,
+terwijl drie lampen van lichtrood glas er een zacht licht verspreidden.
+Er heerschte een diepe stilte. Door een boog, die op zuilen rustte van
+bont Libysch marmer, werd het ruime vertrek in tweeën gedeeld. In het
+eene stonden dicht bij het hooge, door gordijnen afgesloten venster,
+twee bedden van ivoor, rustende op den rug van gouden kinderfiguren. Aan
+het hoofdeinde prijkten kronen van goud en zilver bezet met paarlen en
+turkooizen, en in den geheelen rand van elpenbeen had een kunstvaardige
+hand dartele kleine geniën gesneden, dansende bij het gezang der
+vroolijke vogels in de bloeiende struiken.
+
+Een zwaar gordijn hing tusschen de beide bedden, doch de eunuchen hadden
+dat bij de komst der Koningen opgetrokken. Nu kon zij beide met één blik
+overzien, en het was een liefelijk beeld van zeldzame bekoorlijkheid,
+want op die fraaie legersteden sluimerden de tienjarige tweelingen die
+Cleopatra Antonius geschonken had: Antonius Helios en Cleopatra Selene.
+Het meisje blank en rood, blond en van groote bevalligheid, de knaap
+niet minder schoon, doch met gitzwart haar, evenals zijn vader. Beide
+gekrulde hoofdjes lagen op zijde en rustten op de hand, die in het
+zijden kussen was gedrukt.
+
+Op een derde bed, aan de andere zijde van den boog, sliep Alexander, de
+jongste prins, een aardige zesjarige knaap, de lieveling der Koningin.
+
+Nadat zij een geruime poos van den aanblik der tweelingen had genoten,
+en ieder een zachten kus had gedrukt op de wangen die gloeiden van den
+slaap, keerde zij zich naar haar jongste, en zonk bij zijn bedje neer
+alsof een visioen, dat de hemel haar op dit oogenblik te zien gaf, haar
+drong de knieën te buigen. De tranen stroomden uit hare oogen, terwijl
+zij het kind behoedzaam naar zich toe trok, het kuste op mond, oogen en
+wangen, en het toen weder zachtjes op de kussens legde. Maar de knaap
+kon niet weder dadelijk in slaap komen; hij sloeg de ronde armpjes om
+den hals zijner moeder, en mompelde daarbij eenige onverstaanbare
+woorden. Met genot liet zij dit toe, totdat de slaap hem weder overmande
+en zijne handjes terugvielen op het bed.
+
+Nu drukte zij haar voorhoofd een oogenblik op het elpenbeen van het
+ledikant. Zij bad voor dit kind en zijne broeder en zuster. Toen zij
+weder opstond, waren hare wangen nat van tranen, en zij drukte de hand
+op haar borst. Daarop wenkte zij Charmion en haar broeder om naderbij te
+komen, wees hen eerst op den kleinen Alexander, toen op de tweelingen,
+en zeide, daar zij beider oogen vochtig zag: »Ik weet het wel, gij
+beiden ontbeert dit geluk om mijnentwil. Voor een van deze kinderen zou
+een groot rijk mij niet te duur zijn, voor hen allen.... wat is er in de
+wereld, dat ik voor hen niet zou willen opofferen? Maar wat is er nog,
+dat ik het mijne kan noemen?"
+
+Bij deze vraag werd haar lachend gelaat plotseling verduisterd. Zij
+dacht weder aan den verloren slag. Haar eigen macht was verspeeld,
+verloren, en de vrijheid van het vaderland dat zij liefhad, verbeurd.
+Reeds strekte Rome de hand er naar uit, om het als een nieuwe
+provincie bij de overigen te voegen. Doch dat mocht niet zoo zijn! Het
+tweelingpaar dat daar rustte onder de kronen, moest die eenmaal mogen
+dragen. En die knaap daar op het kussen? Antonius had reeds zoovele
+rijken weggeschonken; wat bleef haar thans nog te geven over?
+
+Nog eens boog zij zich over het kind. Er moest een schoone droom op hem
+nedergedaald zijn, want hij glimlachte in zijn slaap. Een warme stroom
+van moederliefde welde eensklaps op in haar ontroerd gemoed, en toen zij
+zag hoe ook de speelmakkers harer jeugd met aandoening en teederheid
+neerzagen op den kleinen slaper, dacht zij aan haar eigen kindsheid en
+aan het stille geluk dat zij gesmaakt had in haar Epicuristen-tuin.
+
+Macht en grootheid waren voor haar eerst begonnen toen zij dien had
+verlaten; maar naar mate die hooger geklommen waren, scheen het
+gevoel der zaligheid, die zij eenmaal genoten, en waarnaar zij altijd
+terugverlangd had, des te verder verwijderd en des te moeilijker terug
+te bekomen. Terwijl zij op dit oogenblik het slapende kind, dat nog geen
+smart of onrust kende, in het vredig glimlachende gelaat zag, was het
+alsof al de liefde van haar hart in vollen stroom hem tegengolfde, en de
+vraag kwam bij haar op, of niet misschien juist deze knaap, voor wien
+zij geen kroon meer had, bestemd was de eenige gelukkige van allen te
+worden,--gelukkig, in den zin zooals de meester had bedoeld.
+
+Onder den diepen indruk dezer gedachten wendde zij zich tot Archibius
+en Charmion en zeide, om de slapenden niet te wekken, op zachten toon:
+»Wat er ook over ons beschikt moge worden, dit kind beveel ik aan uwe
+bijzondere liefde en zorg. Wanneer het lot hem den glans der kroon en
+het trotsche gevoel van macht ontzegt, leert gij hem dan dat hoogere
+geluk kennen, dat--hoe lang is het reeds geleden!--uw vader aan zijne
+moeder ontvouwde."
+
+Tot antwoord drukte Archibius een kus op haar gewaad en Charmion op hare
+handen, maar Cleopatra haalde diep adem, en zeide: »Reeds te lang liet
+de Koningin de moeder aan het woord. Ik had verboden dat men Cæsarion
+van mijne aankomst verwittigen zou. Dat was ook goed. Vóór dat ik hem
+wederzie, moeten de gewichtigste zaken afgehandeld zijn. Binnen een
+uur moet ik geheel en al den Staat toebehooren. Maar eerst.... behalve
+moeder en Koningin, ben ik ook nog iets anders. Ook de vrouw heeft hare
+rechten. Tot morgen mijn vriend, als ik tijd voor u vind! Eerst naar
+mijn slaapkamer, Charmion. Doch gij hebt de rust meer noodig dan ik. Ga
+met uw broeder mede, en zend mij Iras. Zij zal blijde zijn als zij voor
+hare meesteres weder eens haar vaardige handen gebruiken mag!"
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+
+De Koningin had het bad verlaten, en Iras had haar altijd nog zwaar,
+golvend donkerbruin haar in orde gebracht, en hielp haar nu met het
+prachtgewaad, waarin zij de beambten ontvangen wilde, die zij nog in dit
+nachtelijk uur wachtende was.
+
+Zij had zich verwonderlijk goed gehouden. De tijd scheen het niet
+te hebben gewaagd de hand te slaan aan dit volmaakte toonbeeld van
+vrouwelijke gratie. Maar het scherpe oog der Grieksche ontdekte toch
+hier en daar een spoor van het verdwijnen der betooverende jeugd. Zij
+had hare gebiedster hartelijk lief, en toch kwam er een heimelijk gevoel
+van blijdschap in hare ziel op, zoo menigmaal zij bij haar denzelfden
+achteruitgang opmerkte, die zich ook reeds bij haar zelve eenigszins
+vertoonde, ofschoon zij eerst zeven en twintig jaren oud was. Zij zou
+in staat zijn aan Cleopatra alles af te staan wat zij bezat, maar het
+was alsof zij de natuur moest prijzen voor hare rechtvaardigheid, zoo
+dikwijls zij bespeurde dat zij de algemeene wet niet geheel ophief ten
+gunste van haar koninklijke lieveling.
+
+»Nu geen vleierij," verzocht Cleopatra met een weemoedigen glimlach. »De
+menschen zeggen dat de werken der Pharao's hier aan den Nijl spotten met
+den tijd. Maar dat laat die onverbiddelijke zich niet welgevallen van de
+Koninginnen van Aegypte. Dit zijn grijze haren, en die zijn afkomstig
+van mijn hoofd, hoe ijverig gij dat ook moogt tegenspreken. En dan die
+rimpels aan de ooghoeken op mijn voorhoofd, van wie zijn die anders dan
+van mij? En dan die tand, dien de lip toch niet zoo vriendelijk bedekt
+als gij beweert? Het was op den avond vóór den ongelukkigen slag dat
+hij die schade leed. Mijn lieve, trouwe, bekwame Olympus, de arts der
+artsen, is de eenige die iets dergelijks onzichtbaar weet te maken.
+Maar ik kon dien grijsaard toch niet mede in den oorlog nemen, en
+Glaucus is veel minder handig dan hij. Hoe miste ik den ouden man in
+die noodlottige uren! Ik leek in mijn eigen oogen een monster, en
+hij.... Antonius' oogen zien dergelijke dingen maar al te goed. Wat is
+de liefde van mannen? Een slechte tand kan daar afbreuk aan doen. Eén
+kleinigheid die hun kritischen blik mishaagt, giet water op het heetste
+vuur. Toen had ik moeilijke uren te doorworstelen, Iras! Menige blik van
+hem was als een beleediging voor mij, en dan daarbij nog die martelende
+onzekerheid. Ik voelde dat er iets tusschen ons gekomen was, daar was
+geen twijfel aan!
+
+»Het begon al spoedig, nadat hij Alexandrië verlaten had. Het knaagde
+als een worm aan mijn ziel, en nu ik weder hier ben, moet ik weten
+wat het is. Ik weet, dat hij mij binnen weinige dagen volgen zal. In
+Parætonium waarheen hij zich begeven heeft, is Pinarius Scarpus nog met
+versche troepen gelegerd. Te Tænarum had hij zich voorgenomen de wereld
+die hem zooveel geschonken heeft vaarwel te zeggen, want hij haat haar,
+omdat hij haar reden gegeven heeft het hoofd over hem te schudden....
+Maar de oude geest begint al weder te ontwaken, en als de Fortuin hem
+weder even gunstig wordt als van ouds, dan voegt zich weldra een groot
+leger bij het nieuwe uit Afrika. De Aziatische vorsten.... maar het is
+waar, de beheerscheres van den Staat moet zwijgen. Ik ben in dit vertrek
+gekomen met het voornemen om aan de vrouw te geven wat haar toekomt, en
+dat zal zij ook hebben! Hij zal spoedig hier zijn, want hij kan zonder
+mij niet leven. Het is niet enkel de beker van Nektanebus, die hem tot
+mij aantrekt!"
+
+»Toen de grootste onder de grooten, toen Julius Cæsar te Alexandrië
+naar uwe liefde dong en Antonius aan den Kydnos," merkte Iras op, »toen
+hadt gij nog niets van die bokaal gehoord. Eerst twee jaren geleden
+veroorloofde Anubis u om het wonderbare voorwerp uit de schatten van den
+tempel te leenen, en binnen weinige dagen zijt gij gehouden die terug te
+geven. Dat van den beker een geheime invloed uitgaat, is zeker, maar gij
+zelve bezit in uw persoon een nog veel grooter toovermacht."
+
+"Indien die dan heden nog eens toonde wat zij vermag!" riep de Koningin
+uit. »In ieder geval heeft Antonius zich door de kracht van den beker
+tot allerlei dingen laten overhalen. Ik ben ook niet ijdel genoeg om te
+denken, dat het alleen liefde, de tooverkracht mijner persoonlijkheid
+was, die hem in dat ongelukkig uur tot mij trok. Ach, die slag, die
+onbegrijpelijke, schandelijke nederlaag! Gij waart ziek in dien tijd,
+en kondet onze vloot bij het uitzeilen dus niet zien: maar alle kenners
+zeiden, dat er nooit fraaier en grooter schepen geweest waren. Ik was in
+mijn recht toen ik vast geloofde dat aan haar de beslissing zou blijven.
+Ik mocht haar immers de mijne noemen. Indien wij gezegevierd hadden,
+met welk een trots zou ik dan tot mijzelve gezegd hebben: uwe wapenen
+hebben den geliefden man de heerschappij over de wereld verschaft!
+In de sterren had ik bovendien gelezen dat op de zee het geluk ons was
+weggelegd. Aan Anubis die hier, en Alexas, die op het schip van Antonius
+was, hadden zij hetzelfde verkondigd. En ook vertrouwde ik op de macht
+van den beker, die Antonius reeds zoo dikwijls genoopt had tot iets
+waarvan hij vroeger afkeerig was. Om al die redenen zette ik het plan,
+om de vloot over ons lot te laten beslissen, door. Maar het was
+verkeerd! _Hoe_ verkeerd, zou spoedig genoeg blijken!
+
+»Had men mij maar vroeger, toen het nog tijd was, medegedeeld, wat ik
+later vernam! Na de nederlaag sprak ieder zich meer uit. Dat ééne woord
+van een veteraan onder de bevelhebbers van het voetvolk, zou al genoeg
+zijn geweest mij de oogen te openen. Hij vroeg Marcus Antonius, waarom
+hij toch al zijn hoop vestigde op het zwakke hout, en riep daarbij uit:
+»Laat Pheniciers en Aegyptenaars te water strijden, maar laat _ons_ het
+land, waarop wij gewoon zijn te overwinnen of te sterven!" Dat alleen,
+durf ik zeggen, zou mij te rechter tijd van gevoelen hebben doen
+veranderen. Doch het werd mij verzwegen.
+
+»De slag begon toen de onzen hun geduld reeds verloren hadden. De
+linkerlinie van de vloot kwam het eerst op. In het begin zag ik den
+strijd aan met spanning en een kloppend hart. De groote schepen bewogen
+zich trotsch vooruit. Alles ging voortreffelijk. Antonius hield een
+toespraak, en verzekerde de strijders dat onze vaartuigen, zelfs zonder
+hun toedoen, door hun grootte en hoogte alleen, noodlottig voor den
+vijand moesten worden. Waar vind men een redenaar die zóó zijne
+toehoorders medesleept? Ik was dan ook geheel zonder vrees. Hoe zou men
+zich kunnen verontrusten, wanneer men zoo zeker de overwinning verwacht?
+Toen hij een oogenblik te voren op zijn admiraalsschip gegaan was, en
+mij minder hartelijk dan anders vaarwel gezegd had, was het mij veel
+angstiger te moede geweest, want ik dacht toen duidelijk te merken dat
+zijn liefde verkoelde. Wat was er ook niet van mij geworden, sinds wij
+uit Alexandrië gingen, en Olympus niet meer voor mij zorgde! Zóó kon het
+niet duren. Ik wilde het oorlogvoeren aan hem alleen overlaten, en hem
+zelve niet onder de oogen komen. Het is waar, nog altijd, als hij in den
+beker van Nektenebus keek, deed hij wat ik wenschte, maar niet zelden
+geschiedde dat met tegenzin. Die duidelijk zichtbare, door niets te
+verwijderen rimpels en de jaren, die wreede jaren!"
+
+»Wat zijn dat voor gedachten!" riep Iras uit. »Laat mij u zweren,
+gebiedster, dat gij, zooals gij daar vóór mij staat...."
+
+»Dat ben ik aan deze toilettafel en de nieuwe middelen van Olympus in
+deze doozen verschuldigd! In dien tijd, zeg ik u, kon ik schrikken van
+mijzelve. Het verdriet maakt iemand ook niet schooner, en hoe hadden
+de Romeinen zich niet uitgelaten over de vrouw die zich mengde in den
+oorlog, die het werk der mannen moet zijn! Ik antwoordde in denzelfden
+geest, doch ik wilde het niet langer dulden. Ik had al lang van te voren
+besloten niet bij den slag te land te zijn, maar, hoewel de kans toen
+goed scheen te staan; reeds bij het begin van het gevecht, werd ik er
+toe gedreven, Antonius te verlaten en naar mijne kinderen terug te
+keeren. Die vragen niet naar de kleur van het haar en de rimpels in het
+voorhoofd hunner moeder. En hij--zoodra hij te vergeefs naar mij zou
+uitzien zou hij eerst voelen wat hij in mij bezat. Hij zou mij missen en
+de oude liefde zou, tegelijk met het vurig verlangen naar mij, weder in
+zijn hart ontwaken. Zoodra de vloot de overwinning had behaald, wilde
+ik heengaan, het schip doen koers zetten naar het zuiden, en zonder
+afscheid naar Aegypte trekken, hem enkel toeroepend: »Tot wederziens in
+Alexandrië!"
+
+»Ik riep Alexas, die bij mij gebleven was, en beval hem mij een teeken
+te geven, zoodra de strijd in ons voordeel beslist zou zijn. Ik zelf
+bleef op het dek. Ik zag hoe de schepen van den vijand een grooten boog
+beschreven. De nauarch[17] zeide dat dit Agrippa was, die ons wilde
+omsingelen. Dat wekte reeds een vreeselijk voorgevoel bij mij op, en het
+begon mij al te spijten dat ik mij had ingelaten met dat mannenwerk.
+
+[17] Scheepskapitein.
+
+»Antonius stond op het admiraalsschip en zag naar mij uit. Ik gaf hem
+een teeken om hem opmerkzaam te maken op het gevaar, doch in plaats van
+mij zooals vroeger, levendig en hartelijk terug te groeten, keerde hij
+mij den rug toe. Kort daarna hoorde ik een verschrikkelijk verward
+rumoer om mij heen. Het eene schip kwam in aanraking met het andere.
+Planken en ijzeren stangen braken met ijselijk gekraak. Het geschreeuw,
+gejammer en gesteun der vechtenden en gewonden vermengde zich met het
+gedreun der steenen die uit de catapulten vlogen, en den schellen toon
+der signalen die als noodkreten klonken. Vlak naast mij vielen twee
+krijgslieden door pijlen getroffen, op den grond. Het was ontzettend.
+Maar ik verloor niet den moed, zelfs niet toen een eskader--onder
+Aruntis--op onze vloot afkwam. Ik zag nog een geheele reeks andere
+schepen naderen, en ook hoe een Romeinsch vaartuig door een der mijne,
+dat ik Selene had genoemd, werd aangevallen, ter zijde overhelde en
+zonk. Dat verheugde mij, en scheen een voorteeken van de overwinning.
+Ik beval Alexas nog eens dat hij het schip moest doen wenden, zoodra aan
+den afloop niet meer te twijfelen viel. Terwijl ik dit zeide verscheen
+mijn dienaar Jason, dien gij wel kent, met eenige ververschingen. Ik nam
+een beker, doch ik had dien nog niet aan mijn mond gezet, toen de man
+met verpletterden schedel naast mij nederviel, en het vruchtennat zich
+vermengde met zijn bloed. Toen voelde ik dat mijn hart ophield te
+kloppen, en Alexas vroeg doodsbleek en met een bevende stem: »Beveelt
+gij, dat wij ons buiten het gevecht begeven?"
+
+»Alles wat in mij was drong mij dit te doen, doch ik raapte al mijn
+geestkracht bijeen en vroeg eerst den nauarch, die vóór mij op de brug
+stond: »Is het voordeel aan onze zijde?" Hij antwoordde met overtuiging:
+»Ja!" Nu dacht ik dat de tijd gekomen was, en riep hem toe dat hij het
+schip moest omwenden en naar het Zuiden sturen. Maar de man scheen mij
+niet te verstaan. Het rumoer van den slag was dan ook steeds grooter
+geworden. Ik zond dus, in weerwil van Charmion, die mij smeekte niet op
+eigen gezag bevelen te geven, Alexas naar den bevelhebber op de brug.
+Terwijl hij met den grijzen zeeman sprak, die hem, ik weet niet wat
+toeschreeuwde, zag ik naar de omliggende schepen; ik kon niet meer
+onderscheiden of het vriend of vijand was, en terwijl al die rijen
+rustelooze roeiers vlak onder mijn oogen zich op en neder bewogen, was
+het alsof ieder schip een verbazend groote spin geworden was, en de
+lange houten roeiriemen haar pooten waren. Ieder van die ondieren scheen
+mij in zijn vreeselijk net te willen vangen, en toen de nauarch bij mij
+kwam om mij te bezweren dat ik blijven zou, gaf ik hem gebiedend te
+kennen dat hij mij te gehoorzamen had.
+
+»De ongelukkige man boog, en deed wat zijne Koningin bevolen had. Het
+reuzenschip wendde den boeg, en baande zich een weg door al die
+verschillende vaartuigen heen. Ik haalde vrijer adem. De dreigende
+spinnenpooten werden weder roeiriemen. Alexas bracht mij onder een
+afdak, waar geen werptuig mij bereiken kon. Mijn wensch werd vervuld.
+Ik was onttrokken aan den blik van Antonius, en nu voeren wij naar
+Alexandrië en de kinderen terug. Toen ik eindelijk waagde nog eens om
+te zien, bespeurde ik dat ook mijne overige schepen mij volgden. Dat
+was niet mijn bedoeling, en ik schrikte niet weinig daarvan. Alexas was
+verdwenen. De centurio dien ik beval den nauarch te gebieden signalen te
+geven om de andere schepen te doen terugkeeren naar het tooneel van den
+strijd, antwoordde mij, dat men zoo even het lijk van den kapitein had
+weggedragen; doch mijn bevel moest daarom toch gehoorzaamd worden. Hoe
+men dat deed, kan ik niet zeggen, maar in ieder geval werkte het niets
+uit, en mijn angstig wuiven kon men op dien afstand niet meer zien.
+
+»Wij hadden het admiraalschip van Antonius, die altijd nog op de
+kommandobrug stond, achter ons gelaten. Terwijl wij dicht langs hem heen
+voeren, had ik hem gegroet. Op dat oogenblik kwam hij naar beneden, om
+mij, over de verschansing leunende, iets toe te roepen. Ik zie nog hoe
+hij zijn handen, tegen elkaar gelegd om een spreekbuis te vormen, aan
+zijn gebaarden mond bracht. Maar wat hij zeide, kon ik niet verstaan,
+en ik wees alleen naar het Zuiden, dezen kant uit, als het doel van
+mijn tocht. In gedachte wenschte ik hem de overwinning toe, en dat deze
+scheiding tot heil van onze liefde mocht dienen. Hij schudde het hoofd,
+drukte de hand tegen zijn voorhoofd als een wanhopige, en zwaaide met
+zijn armen, alsof hij mij een teeken wilde geven; doch de Antonius liet
+zijn schip steeds verder achter zich en hield recht op het Zuiden aan.
+
+»In het heerlijk gevoel van een tweevoudig gevaar ontkomen te zijn,
+ademde ik vrijer. Indien Antonius mij lang voor oogen had gehad zooals
+ik toenmaals was, hij zou.... Maar welk een jammerlijke dwaling van
+een beklagenswaardige vrouw! zeg ik nu.... Op dat tijdstip kon ik nog
+niet vermoeden, welk een vreeselijk lot ik in dat uur over ons, onze
+kinderen, misschien over de geheele wereld had gebracht, en zoo bleef ik
+verdiept in zorgen en gedachten betreffende mijn eigen kleine wereld,
+totdat ik vele gewonden mij voorbij zag dragen. Dat gezicht deed mij
+pijn; gij weet immers hoe gevoelig ik ben, en hoe slecht ik de smart kan
+verdragen en mede aanzien.
+
+»Charmion bracht mij in de kajuit. Daar werd het mij eerst recht helder
+wat ik had gedaan. Ik had gehoopt den gehaten vijand te helpen
+vernietigen, en nu was ik het misschien geweest die de brug gelegd had
+die hem leidde tot overwinning, heerschappij en tot vernietiging van ons
+zelven. Zulke gedachten vervolgden mij als de Erinnyen[18], terwijl ik
+in de groote kajuitzaal op en neder liep.
+
+[18] Wraakgodinnen.
+
+»Plotseling kwam er leven op het dek. Een stoot, gepaard met een
+dreunend gekraak, scheen het kolossale schip te doen wankelen. Men
+vervolgt ons! Een Romeinsch schip entert het mijne! dacht ik, en greep
+reeds naar den dolk, dien Antonius mij ten geschenke gegeven had.
+
+»Maar daar kwam Charmion met een bericht, dat nauwelijks beter was dan
+onnoodige vrees. Ik had haar toornig gelast mij te verlaten omdat zij
+mij al te oneerbiedig had willen overhalen mijn bevel tot den terugtocht
+in te trekken. Nu kwam zij mij doodsbleek mededeelen dat Antonius het
+admiraalsschip had verlaten, ons op een klein vijf-roeiersvaartuig
+gevolgd was, en zooeven bij ons aan boord was gekomen.
+
+»Van schrik voelde ik mijn bloed verstijven. Daar komt hij, dacht ik,
+om mij te dwingen tot terugkeer naar den slag! Doch toen haalde ik diep
+adem, en een trotsch gevoel van eigenwaarde drong mij hem te toonen dat
+ik Koningin was, en alleen gehoorzaamde aan mijn eigen wil. Tegelijk
+echter voelde ik in mijn hart een neiging om aan zijn voeten te vallen
+en hem te smeeken geen acht te slaan op mij, doch alleen bevelen te
+geven, die tot de overwinning konden leiden.
+
+»Hij kwam echter niet, en ik zond Charmion weder naar boven. Hij was
+niet in staat geweest van mij gescheiden den strijd door te zetten. Daar
+zat hij nu aan den ingang der kajuit met zijn hoofd in de handen, als
+een zinnelooze naar de planken van het dek te staren. Hij.... Marcus
+Antonius! De dapperste van alle ruiters, de schrik zijner vijanden--als
+een herdersknaap, wien door een wolf zijn schapen zijn ontroofd, liet
+hij nu zijn armen vallen. Marcus Antonius, de held die duizend gevaren
+had getrotseerd, had nu het zwaard weggeworpen! En dat waarom? Omdat een
+vrouw had toegegeven aan ijdele vrees, omdat zij naar het verlangen van
+haar moederhart geluisterd had en heengegaan was! De man, dien zijne
+vermetelheid dikwijls tot roekeloosheid had gebracht, was van alle
+menschelijke zwakheden het minst van lafhartigheid te beschuldigen...
+En nu?... Maar neen, duizendmaal neen! Eerder laten zich water en vuur
+vereenigen, dan Marcus Antonius en lafhartigheid. Hij stond onder de
+macht van een boozen geest, een geheimzinnige kracht dwong hem...."
+
+»Ja, de sterkste van allen, de liefde," viel Iras de spreekster hier vol
+vuur in de rede. »Een liefde, grooter en machtiger dan ooit de ziel van
+een man bedwongen heeft."
+
+»Zoo is het," antwoordde Cleopatra met zachte stem.
+
+Toen vloog er een spottende glimlach over hare lippen en een bittere
+twijfel klonk uit hare stem, terwijl zij voortging: »Ware het slechts
+die liefde geweest, die twee zielen tot één versmelt, die het hart van
+den een verplaatst in dat van den ander, en mijn zielsangst wellicht
+overgoot in zijne heldenziel!... doch neen! Vóór den slag waren er
+hevige stormen geweest, en dan is het niet altijd mogelijk ons zóó te
+toonen als wij zouden wenschen dat onze geliefde ons zag. En zelfs nu,
+nadat uwe vaardige hand het hare aan mij heeft gedaan..... dáár in den
+spiegel.... dat beeld--het schijnt mij nu slechts als goed onderhouden
+overblijfselen...."
+
+»Maar gebiedster!" riep Iras uit, en hief daarbij hare handen smeekend
+op, »moet ik u nogmaals zweren, dat noch de grijze haren, die al lang
+weder bruin zijn, noch de enkele rimpels, die Olympus spoedig weder
+onzichtbaar zal maken, noch iets anders dat u misschien beangst, aan
+uwe schoonheid ook maar de minste afbreuk doet? Ik verzeker u dat de
+betoovering van uwe goddelijke schoonheid, van hare overwinning
+zeker...."
+
+»Houd op!" riep Cleopatra. »Ik weet wat ik weet. Geen sterveling kan
+ontkomen aan de groote, eeuwige wetten. Even zeker als de geboorte de
+aanvang van het leven is, gaat alles wat leeft en bloeit, de verwelking
+tegemoet."
+
+»Maar," zeide Iras, »de goden geven aan al hunne werken een
+verschillenden levensduur. Gij kent de waterlelie, die slechts één dag
+bloeit. Daarentegen staat de duizendjarige sycomore in den tuin van het
+Paneum nog altijd frisch en krachtig. Tot nu toe is geen blaadje van uw
+bloesem afgevallen, en zoudt gij dan gelooven dat de liefde van den man
+die alles voor u heeft opgeofferd, en die u geen week, geen dag meer
+missen kan, ook maar het minste verkoelen kan?"
+
+»Had hij mij maar kunnen missen!" zeide Cleopatra smartelijk. »Maar weet
+gij zoo zeker dat het liefde was, die hem mij volgen deed? Ik ben van
+een ander gevoelen. De echte liefde verlamt niet, maar verdubbelt al wat
+groot is aan een man. Dat ondervond ik toen Caesar in dit paleis door
+een overweldigende overmacht ingesloten werd gehouden, zijn schepen
+verbrand werden, en het water afgeleid werd. Ook bij hem, bij Antonius
+mocht ik twintig--wat zeg ik? honderdmaal van dat heerlijke schouwspel
+genieten, zoo lang hij mij nog beminde met al de kracht van zijn vurige
+ziel. Doch wat bij Actium gebeurde? Die schandelijke vlucht van den
+doffer om de duif te achtervolgen, waarop het nageslacht nog na eeuwen
+met den vinger wijzen zal.... dat onzalige vergeten van plicht, eer,
+roem, het tegenwoordige en de toekomst,--wie niet dieper ziet, zal dat
+wel aan den waanzin der liefde toeschrijven, maar ik, Iras--en dat is
+het, wat al het haar op mijn hoofd zal doen wit worden, en het overschot
+der vroegere schoonheid van uwe meesteres in slapelooze nachten spoedig
+verwoesten zal--ik weet het beter! Het was geen liefde, wat Antonius
+drong mij te volgen; niet zij was het, die zijn schitterende, trotsche
+persoonlijkheid in het stof vertrad; niet zij dwong den halfgod het
+onbeduidende spoor te volgen van een voortvluchtige vrouw."
+
+Haar stem daalde; zij greep met vastheid de hand van het meisje,
+trok haar naar zich toe, en fluisterde haar in: »de beker van
+Nektanebus is er bij in het spel. Ja, schrik maar! De krachten,
+die van dit wonder-voorwerp uitgaan, zijn inderdaad even vreeselijk
+als onnatuurlijk. De magische toovermacht van de bokaal veranderde,
+zoo dikwijls ik hem daarin den blik liet slaan, den heldhaftigen
+afstammeling van Herakles, den bovenaardschen mensch, in een jammerenden
+bloodaard, in dien ineengezonken, gebroken man, dien ik terugvond op het
+dek. Gij zwijgt? Uw vlugge tong vindt nu geen enkel gepast antwoord.
+Gij zult ook nog niet vergeten zijn hoe gij mij de weddenschap hielpt
+winnen, die Antonius noodzaakte in den beker te zien, eer ik dien voor
+hem vulde. Hoe dankbaar was ik, toen Anubis eindelijk toe stond dat ik
+het wonderwerk uit den tempelschat een tijdlang houden mocht, toen de
+eerste proef gelukte, en Antonius op mijn bevel, den schoonen krans
+dien hij droeg, op het hoofd van den ouden, norschen leerling van
+Aristoteles, Dimodes zette, van wien hij in zijn ziel een afkeer had.
+Dat is nog geen jaar geleden, en gij weet hoe zelden ik in het begin de
+kracht van het vreeselijke voorwerp te hulp riep. Bovendien gehoorzaamde
+mijn geliefde toch ook wel den wenk mijner oogen. Doch later, vóór den
+slag.... dat was een verschrikkelijke tijd. Ik voelde dat hij mij, die
+alles bederven kon, gaarne naar huis teruggezonden zou hebben. Ik wist
+ook, zooals ik reeds zeide, dat er iets tusschen ons gekomen was. Doch
+hoewel hij dikwijls op het punt was mij aan de voortdringende Romeinen
+op te offeren--ik behoefde hem maar in den beker te laten zien, en toe
+te roepen: »Zend mij niet weg; wij behooren bij elkander. Waar een van
+ons heengaat, daar gaat de ander mede!" of hij smeekte mij, dat ik hem
+niet zou verlaten. Nog op den morgen vóór den slag, gaf ik hem den beker
+aan, en drukte hem op het hart, dat hij, wat er ook gebeuren mocht bij
+mij blijven moest. En hij heeft mij gehoorzaamd, al was zij, aan wie hij
+door tooverkracht gebonden was, een vluchtende vrouw. Het is ontzettend!
+Maar heb ik daarom het recht de toovermacht van den beker te vloeken?
+Neen! Want zonder dat blinkende voorwerp van den magiër--dat heb ik wel
+duizendmaal in slapelooze nachten mij zelve voorgehouden--zou hij in
+mijne plaats een andere mede op het schip genomen hebben. Ik geloof ook
+dat ik die andere wel ken. Ik bedoel de vrouw wier gezang, vóór ons
+vertrek, bij het Adonisfeest ook mijn hart heeft bekoord. Ik merkte bij
+die gelegenheid reeds op, hoe hij haar blik zocht. En nu weet ik zeker,
+dat het niet alleen mijn oude bedriegelijke vijandin de jaloerschheid
+was, die mij waarschuwde. Ook heeft Alexas, de trouwste van zijn
+getrouwen, mij alles bevestigd wat ik vreesde. Ach, hij deelde mij nog
+meer mede, dat hij uit de sterren gelezen had! Hij kende de sirene ook
+wel, want zij is de vrouw van zijn eigen broeder geweest. Om zijne eer
+te redden heeft hij de behaagzieke Circe verstooten."
+
+»Barine," klonk het beslist van Iras' lippen.
+
+»Wist gij het reeds?" vroeg Cleopatra in spanning.
+
+Het meisje hief nog eens hare handen smeekend naar de Koningin op, en
+riep uit:
+
+»Ik weet van deze vrouw maar al te veel, en mijn hart krimpt ineen,
+o gebiedster, als ik bedenk dat ook ik moet medewerken om dit uur zoo
+bedroevend voor u te doen zijn. Maar toch moet ik u alles bekennen. De
+geheele stad weet dat Antonius die zangeres heeft bezocht, en ook tot
+tweemaal toe zijn zoon bij haar heeft gebracht. Toch is dat nog niets,
+want een Barine mededingster van u! dat zou al te belachelijk zijn.
+Maar wat kan paal en perk stellen aan de begeerlijkheid van deze vrouw?
+Geen rang, geen leeftijd is haar heilig. Het was haar te stil in de
+afwezigheid van het hof en het leger. Er waren geen mannen genoeg die
+haar de moeite waard schenen, om tot zich te trekken en daarom lokte zij
+jongelingen naar zich toe, en geen liet zich sterker door haar boeien
+dan de Koning Cæsarion."
+
+»Cæsarion!" riep Cleopatra uit, en over hare bleeke wangen vloog een
+donkere blos. »En zijn gouverneur Rhodon? En mijn strenge bevelen?"
+
+»Antyllus bracht hem heimelijk bij haar," antwoordde Iras. »Doch ik
+hield mijne oogen open. De knaap vatte een hevigen hartstocht voor
+Barine op. Ik kon niet anders doen dan haar uit de stad te verwijderen,
+en Archibius heeft mij daarbij geholpen."
+
+»Dan behoeven wij haar niet verder weg te zenden."
+
+»Helaas ja! dat is toch nog noodig; want onderweg is Cæsarion met eenige
+makkers haar overvallen."
+
+»En gelukte die dwaasheid?"
+
+»Neen, gebiedster. Doch ik wilde, dat zij gelukt ware. Een andere
+dwaas, die haar ook bemint, verdedigde haar. Hij verhief zijne hand
+tegen Cæsars zoon, en wondde hem. Stel u gerust, gebiedster. Ik bid u,
+ik bezweer u.... de wond is niet gevaarlijk! De hartstocht van den
+jongeling geeft meer reden tot ernstige bezorgdheid."
+
+De Koningin sloot hare roode lippen zoo vast op elkander, dat haar mond
+daardoor al de liefelijkheid die hij anders bezat, verloor, en zeide
+beslist en streng: »Het is de plicht der moeder, om haar zoon te
+beschermen voor de verleidster! Alexas heeft gelijk! Haar ster is in de
+baan der mijne gekomen. Dat zulk een vrouw een zwarte schaduw werpen kan
+op den weg eener Koningin! Daartegen moet gewaakt worden. Zij is het,
+die zich tusschen ons heeft geplaatst, die Antonius.... Maar neen!
+waartoe mij zelf een rad voor de oogen gedraaid? De tijd, en wat hij de
+vrouw aan bekoorlijkheid ontneemt, is machtiger dan twintig van zulke
+kleine verleidsters. En dan de omstandigheden, die verhinderen de schade
+te bedekken, die de meest verwende van alle oogen kwetste. Dat alles was
+in het voordeel van de zangeres. Ik zie het duidelijk! Haar stonden alle
+middelen ten dienste, die ons vrouwen helpen het onaantrekkelijke te
+verbergen, en te doen uitkomen wat het oog bekoort,--doch mij niet,
+terwijl ik u niet had, noch de beproefde kunst van Olympus. Het
+godenbeeld moest zich in den storm op het schip, aan haar aanbidder meer
+dan eens vertoonen zonder krans, hoofdtooi of wierook."
+
+»Maar gebiedster!" riep Iras. »Al had zij alle kunsten van Aphrodite en
+Isis te zamen te baat genomen, toch zou zij zich niet kunnen meten met
+u, die immers onvergelijkelijk zijt? Hoe weinig is er toe noodig om een
+jongen man, die nog half een kind is, het hoofd op hol te brengen!"
+
+»Arme knaap!" zuchtte de Koningin, en schudde langzaam haar hoofd. »Ware
+hij niet gewond, en deed het niet zooveel pijn te ontberen wanneer men
+bemint, dan zou ik er mij in verheugen dat hij ook in staat is wakker te
+zijn en te handelen. Wellicht--o Iras, indien dat eens gebeurde! komt,
+nu de poort eenmaal opengebroken is, in dit evenbeeld van Cæsar wat het
+uiterlijk betreft, ook nog eens de geest en de kracht tot handelen van
+dien grooten man voor den dag. Evenals de Aegyptenaars Horus den "wreker
+van zijn vader" noemen, groeit uit hem misschien nog eens de verdediger
+en wreker van zijn moeder. Hij zal dien gluiperige Octavianus, den
+zusterszoon, die hem, den eigen zoon, het erfdeel ontstal, dat weder
+afnemen, zoodra Cæsars geest geheel in hem is ontwaakt. Durft gij mij
+zweren dat het slechts een lichte wond is?"
+
+»Dat hebben de artsen mij verzekerd."
+
+»Welaan, dan mogen wij hopen! Dan mag hij in de wereld optreden.
+Wij moeten hem ruim baan maken om zijn eigen weg te gaan. Geen dwaze
+hartstocht mag hem, als hij hersteld is, verhinderen om zijn vader
+te volgen naar de hoogte van roem en eer. Maar laat de vrouw die hem
+met hare netten omstrikt, de overmoedige, wier wenschen zich durven
+verheffen tot hen die mij het dierbaarst zijn, eens hier komen! Dan
+zullen wij eens zien welk een figuur zij maakt nevens mij!"
+
+»Het zijn zware tijden," klaagde Iras, verbaasd dat zij de groote
+oogen der Koningin eensklaps zag stralen, in het bewustzijn van haar
+zegepraal. »Gun aan uw voeten wat ze toekomt: doe ze haar vertreden! Er
+zijn op uwen weg reeds genoeg monsters, die gij met uwe schoenzool niet
+bereiken kunt. Als zich iets, in zulke dagen van strijd niet op zijde
+laat duwen, dan maar in den Hades er mede!"
+
+»Bedoelt gij moord?" vroeg Cleopatra, terwijl haar edel voorhoofd zich
+fronste.
+
+»Als het zoo zijn moet, ja!" antwoordde Iras met vastheid. »Zoo mogelijk
+verbanning op een eiland of naar een oase, maar zoo noodig, dan den
+arbeid in de groeve voor de sirene!"
+
+»Zoo noodig?" herhaalde de Koningin. »Dat moet dus beteekenen: als het
+blijkt dat zij de allerzwaarste straf verdient."
+
+»Die heeft zij reeds op zich geladen, op het oogenblik toen zij mijne
+Koningin bedroefde. In de groeven vergaat iemand de lust om strikken te
+spannen voor mannen en jongelingen."
+
+»En daar kwijnt men onder vreeselijke pijnen weg, totdat de dood een
+einde maakt aan de ellende," voegde Cleopatra er bij, op een toon van
+verwijt. »Neen meisje, deze overwinning is mij te gemakkelijk. Tot nu
+toe was het voordeel aan hare zijde, nu komt de beurt aan mij. Maar
+zelfs mijn vijand zou ik niet ter dood veroordeelen zonder hem te
+hooren, allerminst in dezen tijd, nu ik uit alles leer, wat het zeggen
+wil het oordeel af te wachten van een die machtiger is dan wij. Nu deze
+vrouw mij, als het ware zelve tot den strijd heeft uitgelokt, zal zij
+haar zin hebben. Ik verlang er al naar de zangeres weerom te zien, en de
+middelen te leeren kennen, waardoor het haar gelukte zoovelen, zoowel
+jongelingen als bezadigde mannen, aan haar zegekar te hechten."
+
+»Gebiedster!" riep Iras vol ontzetting, »gij wilt toch niet..."
+
+»Ja, ik wil," viel Cleopatra haar gebiedend in de rede, »ik wil de
+dochter van Leonax, de kleindochter van Didymus, die ik beiden
+hoogschatte, spreken, eer ik over haar lot beslis. Ik wil een blik slaan
+in het hart en de gezindheid van mijn tegenstandster, en dan overwegen
+en rechtspreken, eer ik veroordeel. Ik wil den strijd met haar wagen,
+waartoe zij immers zelve de minnende vrouw en de moeder uitdaagde! Maar,
+het is mijn recht en ik zal er haar toe dwingen, dat zij mij zich zóó
+vertoont, zooals Antonius mij in deze laatste weken zoo dikwijls heeft
+gezien, niet schooner of jonger gemaakt door de kunst, waarover wij
+beiden beschikken."
+
+Zonder verder acht te geven op Iras, trad zij aan het venster, en ging
+met een snellen blik op den hemel, kalmer voort: »Het eerste uur na
+middernacht spoedt ten einde. Al dadelijk zal de beraadslaging een
+aanvang nemen. Zij betreft een poging, die nog veel zou kunnen redden.
+De zitting zal twee uur duren, misschien ook maar één. De zangeres kan
+nog wachten. Waar woont zij?"
+
+»In het huis van haar vader, den schilder Leonax, naast den tuin van het
+Paneum," antwoordde Iras met heesche stem. »Indien gij nog eenige waarde
+hecht aan mijn gevoelen, gebiedster....."
+
+»Op dit oogenblik raadpleeg ik niemand, doch eisch alleen dat mijne
+bevelen worden ten uitvoer gebracht!" riep de Koningin met vastheid uit.
+»Zoodra de verwachtte personen er zijn....."
+
+Juist kwam een kamerdienaar binnen, en meldde de aankomst dergenen, die
+zij bij zich geroepen had. Cleopatra liet hen zeggen, dat zij terstond
+bij hen verschijnen zou. Daarop wendde zij zich weer tot Iras, en
+gelastte haar, met een waren woordenvloed, onverwijld in gezelschap van
+een vertrouwd man in een gesloten wagen naar Barine te gaan. Iras zou
+wel begrijpen, dat zij onmiddellijk bij haar moest gaan, desnoods haar
+uit den slaap wekken. »Alsof de storm haar gedwongen had op het dek van
+het schip te gaan," besloot zij, »zóó wil ik haar zien!"
+
+Zij greep een tafeltje dat op de toilettafel lag, en kraste in vliegende
+haast in het was: »Koningin Cleopatra wenscht Barine, Leonax' dochter,
+onverwijld te spreken. Geen oogenblik talmens wordt haar gegund. Zij
+moet iedere opdracht van Iras, Cleopatra's afgevaardigde, en van haar
+geleider, stipt gehoorzamen."
+
+Daarna sloeg zij het tafeltje toe, gaf het aan het meisje over en vroeg:
+»Wien neemt gij mede?"
+
+Zonder zich een oogenblik te bedenken, antwoordde Iras: »Alexas."
+
+»Goed," zeide Cleopatra. »Geef haar geen oogenblik tot voorbereidende
+maatregelen, welke ook. Maar ik beveel u: vergeet niet, dat zij een
+vrouw is."
+
+Nu keerde zij zich tot den kamerdienaar, om dien te volgen, doch Iras
+snelde haar achterna, om de diadeem op haar hoofd terecht te zetten en
+nog eenige plooien van haar gewaad te verschikken.
+
+Cleopatra liet dat toe, en zeide vriendelijk: »Ik zie dat gij nog iets
+op het hart hebt."
+
+»Ach, gebiedster!" riep het meisje uit. »Na al deze schokken, al deze
+maanden vol aandoeningen, maakt gij nu nog den nacht tot dag, en neemt
+nieuwe inspannende zaken op uwe schouders. Als Olympus, de arts....."
+
+»Dat kan niet anders," viel Cleopatra haar met zachtheid in de rede.
+»De beide laatste weken waren één lange, donkere nacht. Slechts enkele
+uren verliet ik mijn legerstede. Wie iets dat hem het liefst is uit den
+stroom moet halen, vraagt niet hoe het koude bad hem bekomen zal. Gaan
+wij ten gronde, dan komt het er niet op aan of wij gezond of ziek zijn;
+gelukt het daarentegen een nieuwe strijdmacht te verzamelen, en Aegypte
+te redden, dan moge het ons gezondheid en het leven kosten. De minuten
+die ik van plan ben aan de vrouw toe te staan, tellen mede in dien koop.
+Wat er ook gebeure, ik ben bereid het tegemoet te gaan. Ik sta voor een
+gewichtig keerpunt in mijn leven. In zulk een tijd rekent men af met
+alle verplichtingen die men nog heeft, de groote zoowel als de kleine."
+
+Enkele minuten later nam Cleopatra plaats op haar troonzetel en
+verwelkomde de mannen, die door hare oproeping in hunne nachtrust
+waren gestoord, omdat zij hen een grootsch, verheven denkbeeld ter
+beoordeeling wilde voorleggen. Want midden in den grootsten tegenspoed
+was dit plan in haar rusteloozen geest ontstaan, door den wensch om den
+zegevierenden vijand nieuwen tegenstand te bieden.
+
+Vele jaren geleden, toen zij volgens den wil van haar vader, den troon
+deelde met een knaap, en deze met zijn voogd Pothinus, haar gedwongen
+hadden uit Alexandrië te vluchten, had zij aan de oostzijde van de
+Delta, op de landengte die Aegypte met Azië verbond, de overblijfselen
+van een kanaal gevonden, dat ondernemende Pharao's in den ouden tijd
+gegraven hadden, om de Middellandsche Zee te verbinden met de Roode Zee.
+
+Reeds toen had zij dit, nu bijna verdwenen werk haar aandacht waardig
+gekeurd. Vol belangstelling had zij de Aeanieten die daar woonden,
+uitgevraagd naar de overblijfselen van dezen waterweg, en zelfs eenigen
+daarvan, in den tijd toen zij toch niets anders kon dan afwachten, zelve
+bezocht. Daarna had zij het mogelijk geacht, door inspanning van alle
+kracht het kanaal weder bevaarbaar te maken, dat de Pharao's reeds
+hadden gebruikt, om met hunne schepen van de eene zee in de andere te
+komen. De eerste Darius, de stichter van het Perzische wereldrijk had
+het, nog geen vijfhonderd jaren geleden, reeds ter beschikking van zijn
+vloot gesteld.
+
+Cleopatra had zich met haar rustelooze weetgierigheid dat alles doen
+uitleggen, en zich in dagen van rust meermalen beziggehouden met het
+plan om de Grieksche met de Arabische zee in verbinding te brengen.
+Duidelijk, aanschouwelijk en grondig, op vele punten beter ingelicht dan
+de waterbouwkundigen zelve, zette zij nu voor de vergaderde mannen van
+het vak uiteen, wat haar plan was. Indien het uitvoerbaar bleek, dan
+zouden de gespaarde schepen der vloot, en andere, die nog op de reede
+van Alexandrië lagen, over de landengte heen in de Roode Zee worden
+gebracht, en zoo voor Aegypte gered en den vijand onttrokken worden. Met
+behulp van deze strijdmacht zou men weder van alles kunnen ondernemen;
+daardoor kon het mogelijk zijn den tegenstand aanmerkelijk langer te
+doen voortduren, en den tijd te gebruiken om nieuwe hulpmiddelen en
+bondgenooten te verzamelen.
+
+Ging men later weder tot een aanval over, dan kon zij beschikken over
+een machtige vloot, en men kon voor die, welke te Klysma lag, nog een
+aantal kleinere schepen bouwen, op grond der ondervindingen die bij
+Actium waren opgedaan.
+
+De mannen die van hun nachtrust afstand hadden moeten doen, hoorden vol
+verbazing naar de welsprekende woorden dezer vrouw, die midden onder den
+zwaarsten druk der omstandigheden een plan tot redding had bedacht, dat
+zóó omvangrijk was en beter scheen doordacht te zijn, dan wanneer het
+van hen zelve uitgegaan ware. Zij volgden haar met gespannen aandacht,
+van woord tot woord. En hare rede nam steeds hooger vlucht en verkreeg
+meer kracht en diepte, naarmate zij duidelijker de echte bewondering
+en geestdrift zag, waarmede zij naar haar luisterden. Het verrassende
+voorstel scheen zelfs den oudste en bedachtzaamste niet geheel
+onmogelijk en onuitvoerbaar. Sommigen echter hielden de moeilijkheden
+die een verhevenheid van den grond, in het midden der landengte, dreigde
+op te leveren, voor onoverkomelijk. Ook Gorgias die zijn vader geholpen
+had bij de herstelling van het Serapeum aan de oostzijde van de Delta,
+en zoodoende de landstreek van Heroonpolis had leeren kennen, deelde die
+vrees. Maar waarom zou hetgeen in Sesostris' tijd gelukt was, ook nu
+niet slagen? Bedenkelijker nog was de korte tijdruimte waarover men te
+beschikken had, en daarbij de mededeeling dat bij den aanleg van het
+kanaal, dat Pharao Necho bijna had voltooid, 120,000 arbeiders omgekomen
+waren. De waterweg was destijds niet gereed gekomen, omdat het orakel
+had gezegd dat hij enkel voordeel zou opleveren voor de Pheniciers.
+
+Dit alles werd overwogen, maar kon toch het gevoelen niet aan het
+wankelen brengen, dat het plan der Koningin onder bijzonder gunstige
+omstandigheden uitvoerbaar was, al moesten ook, ter verwezenlijking er
+van, bergen van bezwaren worden geslecht. Allen die anders op het veld
+bezig waren, en niet in het leger werden gebruikt, moesten tot den
+arbeid worden opgeroepen. Het werk kon geen uur uitstel lijden. Waar
+geen water was om de schepen te dragen, moest men maar trachten ze
+over het land te sleepen. Aan hulpmiddelen zou het niet ontbreken. De
+werktuigkundigen die de obelisken en colossen van den waterval naar
+Alexandrië hadden verplaatst, zouden hier weder eens toonen wat hunne
+vindingrijkheid en werktuigen vermochten.
+
+Nooit had de werkzame, tot daden aanvurende geest van Cleopatra in een
+vergadering levendiger, ja hartstochtelijker ingenomenheid met hare
+plannen gewekt dan in deze nachtelijke bijeenkomst. Toen zij eindelijke
+gesloten werd, klonken luide toejuichingen uit den mond der
+geestdriftige mannen.
+
+De terugkomst der Koningin en alles wat de leden van den Raad gehoord
+hadden van den verloren slag, moesten zij zorgvuldig geheim houden.
+
+Gorgias behoorde ook tot de leiders der onderneming, en Cleopatra's
+geestkracht, haar stem, haar hartveroverende bevalligheid hadden hem zóó
+verrukt, dat hij reeds meende te bemerken dat een nieuwe liefde die voor
+Helene begon te verdringen.
+
+Het was immers een dwaasheid zulke verheven wenschen te koesteren; en
+toch zeide hij tot zich zelven, dat hij nooit een vrouw ontmoet had, die
+hem meer aantrok dan Cleopatra. Met dat al dacht hij met warmte aan de
+kleindochter van den philosoof, en het deed hem leed, dat hij nauwelijks
+tijd zou kunnen vinden, om afscheid van haar te nemen.
+
+De zegelbewaarder Zeno, Dion's oom, had hem bij zijn binnenkomen in
+de vergaderzaal op een wonderlijk geheimzinnige wijze naar zijn neef
+gevraagd. Hij had hem ten antwoord gegeven dat de wond die Cæsarion hem
+met een kort Romeinsch zwaard, in zijn schouder had toegebracht, wel is
+waar niet licht was, maar tocht naar de meening der artsen, geneeselijk.
+
+Dat had den oom schijnbaar bevredigd. Vóór dat de bouwmeester hem nog
+goed op het hart kon drukken zijn neef de beschermende hand boven het
+hoofd te houden, had hij zich verontschuldigd, en met een groet aan den
+gewonde hem den rug toegekeerd.
+
+De hoveling was nog niet overtuigd hoe hare koninklijke majesteit dit
+pijnlijke voorval opvatten zou, en bovendien was hij werkelijk met
+bezigheden overstelpt. De nieuwe onderneming eischte het uitgeven van
+een groot aantal volmachten, die allen door zijne handen moesten gaan.
+
+De Koningin gaf aan ieder der deskundigen, aan wie zij de uitvoering van
+haar plannen toevertrouwde, een vriendelijk, aanmoedigend woord ten
+afscheid mede. Ook aan Gorgias veroorloofde zij haar kleed te kussen,
+waarbij zijn bloed weder sneller stroomde. Hij voelde een neiging om
+zich aan de voeten van deze wonderbare vrouw te werpen en met zijne
+diensten ook zijn leven tot hare beschikking te stellen. En Cleopatra
+merkte den dwependen blik zijner oogen maar al te goed op.
+
+Men had ook hem genoemd onder de vereerders van Barine. Die vrouw moest
+toch wel iets buitengewoons hebben! Maar zou zij er in geslaagd zijn een
+schaar van ernstige mannen te ontvonken voor een groot, bijna onmogelijk
+plan, hen tot zulk een geestdriftvolle bewondering op te voeren, zooals
+het haar, de overwonnene, de bedreigde, zooeven was gelukt? Dat zeker
+niet!
+
+Zij voelde zich juist in de stemming om Barine als rechtspreekster en
+als gelukkige mededingster te gemoet te gaan.
+
+Te midden van al hare ellende doorleefde zij nu een heerlijk uur.
+Met blijden trots gevoelde zij opnieuw dat haar geest, nog frisch en
+ongebogen, instaat was de besten te overvleugelen. Neen, waarlijk! Zij
+had nog geen tooverbeker noodig om de harten te winnen!--
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+
+Sedert een uur bevond Barine zich in het paleis. Het rijk gemeubelde
+vertrek, waarin men haar had binnengeleid, lag boven de zaal waar
+Cleopatra zitting hield, en nu en dan deed zich door den stillen nacht
+de stem der Koningin of de luide toejuichingen der vergadering hooren.
+
+Barine luisterde daarnaar, zonder zelfs te beproeven, den zin der
+woorden, die tot haar doordrongen, te verstaan. Zij verlangde
+alleen naar afleiding van de diepe, bittere aandoeningen die haar
+hart vervulden. Ja, diep en bitter tot heftigheid toe, was haar
+opgewondenheid in dit oogenblik, en zij gevoelde daarbij tegelijk hoe
+deze driftige wrok geheel in tegenspraak was met haar eigenlijk wezen.
+
+Het is waar, ook het gedrag van Philostratus had in den tijd van haar
+ongelukkig huwelijk, haar kalme, heldere ziel dikwijls tot in haar
+diepste diepte geschokt, en toen later zijn broeder Alexas haar met
+schandelijke voorstellen tot wanhoop had gebracht, was bij die stormen
+in haar ziel nog groote bitterheid gekomen. Maar daarover kon zij zich
+nu verheugen, want zonder dien geweldigen opstand ten tijde van den
+strijd, zou zij misschien door een smachtend verlangen naar rust voor
+hem bezweken zijn.
+
+Eindelijk, eindelijk was het haar en haar vrienden door groote
+offers gelukt, haar uit dien nood te redden. Philostratus had zich de
+toestemming, om haar de vrijheid te hergeven, laten afkoopen. Ook van de
+herhaalde aanzoeken van Alexas had zij sinds lang rust gekregen, want
+eerst was hij door zijn beschermer Antonius als gezant uitgezonden, en
+later genoodzaakt hem te vergezellen in den oorlog.
+
+Hoe had zij daarna genoten van de vreedzame dagen in het huis van haar
+moeder. Aanstonds was de kalme tevredenheid, die zij reeds voor altijd
+verloren waande, in haar gemoed teruggekeerd, en op dezen dag had
+het lot haar den rijksten zegen geschonken, dien zij nog ooit had
+ondervonden. Wel had zij daarvan nog maar enkele uren genot gehad,
+want door den aanval der woeste jongelingen en de verwonding van haar
+verloofde was er een donkere schaduw op gevallen. Alweder had haar
+moeder gelijk gehad, toen zij met zulk een overtuiging voorspeld had,
+dat op het eerste ongeluk een tweede zou volgen.
+
+Midden in den nacht was men Barine uit haar vredige omgeving, en van
+de legerstede waar haar gewonde minnaar lag, komen weghalen. Dit was
+geschied op bevel van de Koningin, en in hare bittere verontwaardiging
+erkende zij dat de mannen wel gelijk hadden wanneer zij de dwingelandij
+vloekten, die een vrij mensch tot een willoos voorwerp verlaagde. Wat
+haar te wachten stond, was zeker niets goeds. Dat bemerkte zij wel aan
+de personen die haar op dit ongewone uur uit naam van Cleopatra kwamen
+ontbieden. Dat waren immers hare ergste vijanden! Iras, die haar
+verloofde voor zich zelve wenschte, zooals Dion haar had bekend, en
+diezelfde Alexas, wiens aanzoek zij had afgewezen op een wijze, zooals
+een man nooit vergeeft.
+
+Hoe Iras te haren opzichte gezind was, had zij reeds ondervonden. Dat
+slanke meisje met het smalle hoofd, den fijnen neus, de kleine kin en
+de spitse vingers, leek haar een lange, scherpe doorn. Deze vreemde
+vergelijking was al bij haar opgekomen op het oogenblik toen zij haar,
+in stijve, trotsche houding, den last der Koningin met haar schrille,
+hooge stem voorgelezen had. Alles aan dit harde, koude, vijandige
+schepsel scheen puntig als een stekel, en gereed om haar in het verderf
+te storten.
+
+Haar overbrenging uit het huis harer moeder naar het koninklijk paleis
+was vlug en eenvoudig in zijn werk gegaan. Na den aanslag, waarvan
+zij eigenlijk weinig had gezien omdat zij, door vrees en ontzetting
+overmand, de oogen gesloten had, was zij met haar gewonden geliefde naar
+huis gereden. Daar had de arts hem verbonden, en vrouw Berenice had haar
+eigen slaapvertrek spoedig en met zorg in een ziekenkamer herschapen.
+
+Barine was geen oogenblik van zijne zijde geweken, doch eerst had
+zij zich verkleed, want zij wist hoe hij gesteld was op uiterlijken
+tooi. Toen zij vóór zonsondergang terugkwam van het bezoek bij haar
+grootouders, was zij even alleen met hem gebleven. Hij had haar toen op
+den arm gekust, en gezegd dat er geen fraaier waren, zoo ver er Grieksch
+gesproken werd. De kostbare gesneden steen die hem sierde, was die eer
+waard. Daarom had zij dan ook met opzet haar reiskoffer weder geopend
+en den armband daaruit genomen, dien Antonius haar had vereerd. Deze
+versierde nu haar bovenarm, toen zij weder bij hem in de ziekenkamer
+kwam.
+
+Hij had haar eens gezegd dat hij haar het liefste zag in het eenvoudige
+witte gewaad, waarin zij hem, weinige dagen geleden, toen hij alleen met
+Gorgias bij haar was, tot na middernacht zijn meest geliefde liederen
+voorgezongen had, alsof die alleen voor hem waren bestemd. Daarom was
+dan ook nu hare keus op dat kleed gevallen, en zij was daar nu blijde om
+toen zij zag hoe innig gelukkig en dankbaar de gewonde de oogen op haar
+liet rusten, terwijl zij zich tegenover hem neerzette.
+
+De arts had hem het spreken verboden, en zooveel mogelijk slaap
+voorgeschreven. Daarom had Barine maar stil bij hem gezeten en zijn hand
+vastgehouden, om hem, als hij de oogen open deed, een hartelijk woord
+van liefde en opwekking toe te fluisteren.
+
+Urenlang had zij zoo bij hem gezeten, en was alleen van haar post gegaan
+om hem geneesmiddelen toe te dienen of, met behulp harer moeder, nieuwe
+omslagen op de wond te leggen. Als daarbij zijn mannelijk gelaat zich
+van pijn vertrok, dan had dat haar ook pijn gedaan, maar toch was over
+het geheel een stil en vredig gevoel van welbehagen over haar gekomen.
+Zij had zich zoo veilig en geborgen gevoeld in het bezit van den
+geliefden man, ofschoon zij zich ten volle bewust was van de gevaren,
+die hem, en misschien ook haar zelve, bedreigden. Maar het veilig gevoel
+in haar hart vervulde haar geheel en al, en drong allen angst naar den
+achtergrond. Vóór hij de hare was, had zij vele anderen hoog gesteld
+en hun aangenamen omgang gewaardeerd, enkele zelfs waren haar
+begeerenswaardig voorgekomen, doch Dion was het geweest, die in hare
+levendige, doch weinig hartstochtelijke ziel voor het eerst den warmen
+gloed eener groote, ware liefde had gewekt. Het was als een heerlijk
+wonder, wat in de laatste dagen met haar was gebeurd. Hoe lang had zij
+gevreesd en gesmacht, totdat haar vurigste hartewensch werd vervuld!
+Thans had Dion haar zijne liefde geschonken, en niets kon haar die meer
+rooven.
+
+Gorgias en de zoons van haar oom Arius hadden haar voor korten tijd in
+hare rust gestoord. Nadat zij met goede tijdingen vertrokken waren, had
+vrouw Berenice haar dochter ernstig verzocht te gaan liggen, en haar
+hare plaats aan het ziekbed over te laten. Barine had daartoe echter
+niet kunnen besluiten, en had juist de blonde haren losgemaakt en die
+opnieuw laten vlechten en om het hoofd leggen, toen, te twee uur na
+middernacht, met onbescheiden drift aan de vensterluiken werd geklopt.
+Vrouw Berenice was op dat oogenblik juist bezig den omslag op de wond
+te vernieuwen; daarom was Barine zelf naar het atrium gesneld om den
+portier te wekken.
+
+De oude man was nog niet in de rust, en haar daardoor vóór geweest, en
+nu had zij met een gedempten kreet van ontzetting, in den eersten
+persoon die de verlichte voorzaal betrad, Alexas herkend. Iras was hem
+op den voet gevolgd, gesluierd, want buiten huilde nog altijd de storm.
+Ten laatste was ook nog een lantaarndrager meê naar binnen gekomen.
+
+De Syriër was de verschrikte jonge vrouw met een deftige buiging
+tegemoet gegaan, maar Iras had, zonder haar te groeten, of een enkel
+woord ter voorbereiding te zeggen, het bevel der Koningin herhaald, en
+haar bij het licht van de lantaarn voorgelezen wat Cleopatra in het
+wastafeltje had gekrast.
+
+Daarop had Barine, bleek en nauwelijks zich zelve meester, de boden der
+Koningin verzocht binnen te komen, en haar tijd te laten zich tot den
+nachtelijken tocht voor te bereiden en hare moeder vaarwel te zeggen,
+doch Iras had haar met geen antwoord verwaardigd, en alleen, alsof zij
+hier te gebieden had, den poortwachter bevolen onverwijld den mantel
+zijner meesteres te halen.
+
+Terwijl de oude zich met bevende knieën verwijderde, had Iras gevraagd
+of de gewonde Dion zich daar bevond? Barine, die door deze vraag de
+bezinning terugkreeg, had met een afwerend gebaar trotsch geantwoord,
+dat het bevelschrift der Koningin haar niet gebood zich in haar eigen
+huis aan een verhoor te onderwerpen.
+
+De andere had hierop de schouders opgehaald, en op een schamperen toon
+Alexas toegeroepen:
+
+»Het is waar, ik heb te veel gevraagd. Wie zoovele mannen van iederen
+leeftijd tot zich trekt, hoe kan die van ieder afzonderlijk weten waar
+hij is?"
+
+»Het hart heeft anders een goed geheugen," gaf de Syriër ten antwoord;
+maar Iras riep verachtelijk: »het hart?"
+
+Vervolgens bleef het stil, totdat in plaats van den poortwachter, vrouw
+Berenice zelve met den mantel aan kwam loopen. Zij legde dien, bleek en
+met witte lippen, om de schouders harer dochter, en fluisterde haar
+daarbij met vochtige oogen en nauwelijks in staat om te spreken, eenige
+teedere en geruststellende woorden toe. Iras maakte hier echter spoedig
+een eind aan, daar zij Barine verzocht met haar in den wagen te stappen.
+
+Moeder en dochter omhelsden en kusten elkander; daarna bracht de
+gesloten wagen de vervolgde en beschuldigde vrouw door storm en
+duisternis, naar de Lochias.
+
+Totdat zij in het vertrek waren gekomen, waar Barine op de Koningin
+moest wachten, was tusschen haar en Iras geen enkel woord gewisseld.
+Hier trachtte de laatste haar aan het spreken te brengen, maar reeds op
+de eerste vraag antwoordde Barine dat zij haar niets te zeggen had.
+
+In het vertrek was het zoo helder licht, alsof het dag was, maar toch
+flikkerden de vlammen onrustig heen en weder, daar de lucht aan beide
+zijden van die hoekkamer door de reten der vensterluiken binnendrong,
+en daardoor een sterke tocht ontstond. Barine sloeg haar mantel vaster
+om zich heen, en de storm, die van den zeekant om het paleis gierde,
+was in overeenstemming met de onrust harer ziel. Hetzij zij den blik
+naar binnen of om zich heen sloeg,--niets kon haar rust geven dan de
+zekerheid zich bemind te weten. Dat was het wat haar tot nu toe alle
+vrees ontnomen had. Nu kwam er nog verontwaardiging bij, en zoodoende
+kon de angst niet de overhand op haar verkrijgen. En toch, als zij kalm
+nadacht, wist zij dat zij van alle zijden door gevaren werd bedreigd.
+Dit bemerkte zij reeds aan de wijze waarop Iras en Alexas met elkander
+fluisterden, zonder op haar te letten, want zóó onwellevend zijn lieden
+die aan het hof verkeeren alleen jegens diegenen, van wie zij weten dat
+hun de ongenade of ook de toorn van den heerscher boven het hoofd hangt.
+
+Wel had Barine in haar huwelijk met den man, die zoo geheel zonder
+fijngevoeligheid, en even boosaardig als welbespraakt was, véél leeren
+verdragen wat haar in het begin zeer moeielijk viel, maar toen zij
+Alexas, na een opmerking van Iras, die haar zelve gelden moest, luid
+hoorde lachen, moest zij zich geweld aandoen, om haar vijandin niet in
+het gezicht te zeggen hoe diep verachtelijk zij de laffe wreedheid van
+haar gedrag vond. Toch gelukte het haar het stilzwijgen te bewaren. Maar
+die verkropte toorn moest toch op de eene of andere wijze een uitweg
+zoeken, en terwijl de smart harer gepijnigde ziel haar hoogste punt had
+bereikt, vloeiden de heete tranen over haar wangen.
+
+Ook dit had haar tegenstandster opgemerkt, en haar daarom tot een
+mikpunt van haar geestigheden gemaakt. Ditmaal echter had de spot haar
+uitwerking op den Syriër gemist, want in plaats van te lachen, was hij
+ernstig geworden, en fluisterde het meisje iets toe, dat Barine voor
+eene berisping of een waarschuwing hield. Doch Iras had hierop enkel met
+een minachtend schouderophalen geantwoord.
+
+Barine had al lang gezien, dat haar moeder haar, in den angst en de
+verwarring van het oogenblik, haar eigen mantel, in plaats van den
+haren, omgeslagen had; ook deze kleinigheid vond haar vijandin niet
+te gering om er een beleediging aan vast te knoopen. Toch was al die
+kinderachtige overmoed, die nu het anders geenszins onbeduidende meisje
+geheel scheen te beheerschen, slechts een masker, waaronder zij haar
+eigen bittere zielesmart bedekte. Aan de vroolijkheid, die de mantel
+van haar slachtoffer bij haar scheen op te wekken, lag een ernstige
+overweging ten grondslag. Het grijze, slecht passende kleedingstuk
+misvormde Barine, en Iras wenschte voor de Koningin de zekerheid, dat
+zij hare mededingster ook in uiterlijke bekoorlijkheid verre overtrof.
+Niemand, zelfs Cleopatra niet, kon het in dien kouden tocht, zonder
+een beschermend omhulsel doen, en haar zelve stond niets beter dan de
+purperen mantel met de zwarte en gouden draken en grijpvogels, die in de
+zachte stof waren geborduurd. Iras had dien voor haar klaar gelegd, en
+Barine moest nu naast haar wel een bedelares gelijken, hoewel Alexas
+volhield dat de blauwe hoofddoek haar allerliefst stond.
+
+Hij was een laaghartig wellusteling, die, met rijke geestesgaven bedeeld
+en daarbij zeer geleerd, geen middel had geschuwd om zich in de gunst
+van Antonius, den mildste van alle beschermers, te dringen.--De
+weigering zooals de verwende man niet gewoon was te ontvangen en die
+hij van Barine had moeten verdragen, was voor hem moeilijk te verduwen
+geweest, doch hij gaf het nog altijd niet op haar voor zich te winnen.
+Nooit had hij haar aantrekkelijker gevonden dan in haar aandoenlijke
+machteloosheid. Een weerlooze te zien martelen wekt zelfs bij de laagste
+naturen weerzin op, en toen Iras nogmaals een giftigen pijl op haar
+afschoot, veroorloofde hij zich, op gevaar af zijn bondgenoote te
+ontstemmen, de zacht uitgesproken opmerking:
+
+»Men zet anders altijd aan veroordeelden, vóór de terechtstelling, hun
+lievelingsgerecht nog eens voor. Ik heb geen reden haar iets goeds toe
+te wenschen, maar dat zou ik haar toch gaarne gunnen. U daarentegen
+schijnt het te vermaken nog alsem op haar laatste beten te gieten."
+
+»Zeker!" antwoordde zij stoutweg, terwijl hare oogen vonken schoten.
+»Leedvermaak is het zuiverste van alle genoegens; ten minste voor mij,
+tegenover deze vrouw."
+
+De Syriër stak haar met een wonderlijken glimlach de hand toe, en zeide:
+»Blijf mij maar genegen, Iras!"
+
+»Want," ging zij smadelijk voort, »het kon wel eens slechte gevolgen
+na zich sleepen mij tot vijandin te hebben. Dat geloof ik zelf ook.
+Voor mij zelve ben ik anders zoo bijzonder gevoelig niet. Maar wie het
+waagt,"--vervolgde zij met verheffing van stem--»aan ééne leed te doen,
+die ik.... Hoor eens, dat gejubel! Hoe sleept zij weder allen mede!
+Al had het noodlot een bedelares van haar gemaakt, dan nog zou zij de
+eerste van alle vrouwen zijn. Zij is als de zon. De wolk die zij op haar
+lichtend pad ontmoet, wordt opgelost en verdwijnt."
+
+Bij deze laatste woorden had zij haar hoofd geheel naar de zijde van
+Barine gekeerd, en Iras' scherpe stem drong weder als een doorn in
+Barine's oor, toen zij haar eindelijk gebood zich gereed te maken
+voor het verhoor. Op hetzelfde oogenblik viel de deur door den tocht
+knarsend in het slot terug, nadat zij eerst geopend was door den
+»binnenleider"[19] die na een snellen blik in het rond uitriep:
+
+[19] Hofmaarschalk.
+
+»Hier, waar alle vier de winden elkander tegelijk ontmoeten, kan de
+Koningin u niet spreken. Hare Majesteit wenscht de late bezoekster in de
+schelpzaal te ontvangen."
+
+Hij verzocht Barine met een beleefde buiging met hem mede te gaan, en
+leidde haar en de beide anderen door verscheidene gangen en zalen heen,
+naar een goed verwarmd voorvertrek.
+
+Hier waren alle luiken goed gesloten. Eenige lijfwachten en pages uit
+het corps der »Koninklijke Knapen" stonden tot hunne ontvangst gereed.
+
+»Hier is het goed," zeide Alexas tot Iras. »Moet de winter van daareven
+ons niet met dubbele dankbaarheid vervullen voor de genietingen van de
+zachte lente in deze heerlijke omgeving?"
+
+»Dat is wel mogelijk," antwoordde zij spijtig, en ging zachter voort:
+»Hier op de Lochias houden de jaargetijden zich overigens niet aan hunne
+gewone opeenvolging. Zij wisselen overeenkomstig den hoogsten wil. In
+plaats van vier, zooals bij ons, hebben de Aegyptenaars, zooals gij wel
+weten zult, er slechts drie;--daarentegen zijn zij in de paleizen aan
+den Nijl ontelbaar. Wat of deze rassche overgang in den zomer wel
+beteekenen zou? Ik had ditmaal den winter liever."
+
+De Koningin had, zonder dat Iras wist waarom, hare schikkingen tot de
+ontvangst van Barine veranderd. Dat verdroot het meisje, en hare trekken
+waren dreigend en somber, toen de jonge vrouw zich van haar mantel en
+hoofddoek ontdeed, en nu in het eenvoudige witte kleed, zoo fijn van
+stof en edel van snit, de Koningin afwachtte.
+
+De dikke blonde vlechten, die op kunstelooze wijze om haar welgevormd
+hoofd lagen, deden er haar bijna kinderlijk uitzien, en bij dit
+onverwachte gezicht, was het Iras te moede alsof men met haar en
+Cleopatra een spel dreef.
+
+In het halfdonkere atrium van het huis naast het Paneum had zij alleen
+opgemerkt dat Barine iets wits droeg. Was dit haar nachtgewaad, des te
+beter! Doch zóóals zij daar nu stond en heen en weer liep, had zij zich
+zelfs op het Isisfeest kunnen vertoonen. Met alle overleg had men
+onmogelijk een passender en smaakvoller gewaad kunnen vinden. Ging deze
+ijdele vrouw dan met hare gouden sieraden ter ruste? Of hoe kwam anders
+die band aan haar bovenarm? Al de bekoorlijkheden van Cleopatra waren
+voor Iras, die ze zoo goed kende, als het ware haar eigendom. Het
+verdroot haar ook maar de geringste daarvan door een ander overtroffen
+te zien, en dat zij nu bij die vrouw vormen ontdekte die zij niet minder
+schoon kon vinden, vertoornde haar, ja, sneed haar door de ziel.
+
+Zij had Barine gehaat, van het oogenblik af dat zij wist hoe zij om
+harentwil niets meer te hopen had van den man, op wiens liefde zij
+van kind af recht meende te hebben. En tot alles wat hare vijandige
+gezindheid nog deed toenemen, behoorde ook het onaangename gevoel, dat
+zij zich in de laatste uren onwaardig tegenover haar gedragen had. Had
+zij maar eerder gezien wat hare vijandin onder haar mantel verborgen had
+gehouden, dan zou zij wel wegen en middelen gevonden hebben om er haar
+anders te doen uitzien. Intusschen, zooals zij nu was moest zij blijven,
+want daar kwam Charmion reeds binnen. Maar op dit uur zou een ander
+volgen, en wanneer dit niet over het lot der gehate vrouw besliste, dan
+zouden lateren dat toch doen.
+
+Charmion, de zuster van haar oom Archibius, die tot nu toe zulk een
+lieve gezellin en moederlijke vriendin voor haar was geweest, had zij
+daarbij niet noodig. Doch wat had deze toch? Het scheen Iras toe, alsof
+op haar vriendelijk gelaat iets afwerends lag, dat zij daar nog nooit
+had gezien. Had de zangeres ook dááraan schuld? En wat zou het zijn?
+Dit gedrag van haar oudere gezellin besliste de vraag, of zij de pas
+teruggekeerde tante nog met dezelfde dankbare hartelijkheid tegemoet
+zou gaan als vroeger. Neen! dat zou zij nu niet meer van zich kunnen
+verkrijgen, Charmion moest voelen dat zij, Iras, dat voortrekken van
+haar vijandin, als een persoonlijke beleediging opnam. Het lag niet in
+haar aard, achter haar rug iets tegen haar te doen. Zij had moed genoeg
+om haar afkeer aan haar tegenpartij duidelijk te laten merken, en zij
+had voor Charmion niet zooveel ontzag, dat zij met haar anders zou
+handelen. Zij wist dat de schilder Leonax, Barine's vader, in het hart
+van haar gezellin een bijzondere plaats had gehad, maar daarom behoefde
+zij toch niet partij te trekken voor de vrouw die haar, haar eigen
+nicht, den man ontfutseld had, dien zij--haar tante wist daarvan--van
+haar kindsheid af had liefgehad.
+
+Wat Charmion betrof, zij had zooeven een lang gesprek met haar broeder
+gehad en in het paleis gehoord dat Barine midden in den nacht bij de
+Koningin was geroepen. Vast overtuigd, dat de jonge vrouw, die heden al
+zoo velerlei geluk en ongeluk ondervonden had, niets goeds te wachten
+stond, was zij ook in de wachtzaal gekomen. Haar goedig, niet meer
+jeugdig gelaat, dat door het grijze haar zoo eenvoudig en aardig werd
+omlijst, was op dat oogenblik voor Barine, wat het toewenkende land voor
+den schipper in nood is.
+
+Al de stormen harer ziel, alle gevoel van bitterheid en leed kwam tot
+rust, en als een beangst kind dat op haar moeder toeloopt, ging zij de
+zuster van haar vriend tegemoet. En Charmion zag haar dadelijk aan wat
+er leefde in hare ziel. Haar in dit paleis en in deze omgeving te
+kussen, ging niet aan; maar om Iras te toonen dat zij bereid was hare
+beschermende hand te houden boven deze vervolgde vrouw, drukte zij de
+dochter van haar vriend tegen zich aan. Barine zag met een smeekenden
+om redding vragenden blik naar haar op, en fluisterde met tranen in
+de oogen: »Help mij, Charmion. Met woorden en blikken heeft zij mij
+gekweld, beleedigd, vernederd--zoo wreed, zoo boosaardig! Help gij mij,
+ik kan het niet langer uithouden!"
+
+Charmion schudde het vriendelijke hoofd en vermaande haar met zachte
+stem zich te beheerschen. Zij moest bedenken, dat zij Iras ook haar
+geliefde ontnomen had. Wat het haar ook kosten moest, zij mocht geen
+enkelen traan meer storten. De Koningin was genadig. Zij, Charmion zou
+haar bijstaan. Het voornaamste waar het op aan kwam was zich aan
+Cleopatra te toonen zooals zij was, niet zooals de laster haar
+afgeschilderd had. Zij moest haar maar antwoorden, alsof zij of
+Archibius haar ondervroeg.
+
+Zij streek haar daarbij met moederlijke teederheid over voorhoofd en
+oogen, en het was de jonge vrouw alsof de goedheid zelve den storm in
+hare ziel had doen bedaren. Alsof zij uit een boozen droom ontwaakte,
+zag zij rond, en eerst nu bemerkte zij in welk een rijk versierd vertrek
+zij zich bevond, welke goedkeurende blikken de jongelingen van de
+Macedonische lijfwacht op haar wierpen, en hoe gezellig het vuur
+brandde in den schoorsteen. Het gehuil van den storm versterkte nog het
+welbehagelijk gevoel van onder een veilig dak te zijn, en Iras die den
+»binnenleider" aan de deur iets toefluisterde, scheen haar nu niet meer
+een stekende doorn, of een booze kwelgeest, maar een schoone vrouw, die
+haar weliswaar afstootte, maar die zij dan ook zelve het grootste kwaad
+had aangedaan dat men een vrouwenhart aan doen kan. Ook dacht zij nu
+weder aan haar gewonden minnaar tehuis, en hoe zijn hart, wat er ook
+gebeuren zou, aan haar alleen, en niet aan die andere toebehoorde. En
+eindelijk viel haar nog in, hoe Archibius het kind Cleopatra beschreven
+had, en deze herinnering wekte de overtuiging dat de alvermogende vrouw
+haar noch wreed noch onrechtvaardig bejegenen zou, en dat het voor een
+deel in haar eigen macht stond, haar voor zich in te nemen. Charmion was
+immers ook een vertrouweling der Koningin, en zoo de handelwijze van
+Iras en Alexas haar vrees had moeten aanjagen, dan mocht de hare haar
+met vertrouwen vervullen.
+
+Dat alles vloog met bliksemsnelheid door haar brein. Zij had dan ook
+niet veel tijd tot nadenken meer, want reeds toen zij haar hoofd aan de
+borst van haar beschermster neergevlijd had, was de »binnenleider" in de
+kamer gekomen, met de aankondiging: »Binnen weinige minuten zal hare
+doorluchtige Majesteit de opgeroepenen verwachten!"
+
+Spoedig daarop verscheen een kamerdienaar, en wenkte met een pluim van
+struisvederen. Nu gingen zij onder geleide der hofbeambten, door eenige
+helder verlichte, prachtig getooide zalen.
+
+Barine liep weder recht op en met verruimde borst voort. Daar gingen de
+hooge, breede vleugeldeuren van ebbenhout open, tegen welker dofzwart
+het ivoor der ingelegde tritonen, zeemeerminnen, schelpen, visschen en
+zeemonsters zoo fraai uitkwam. Een schitterende aanblik verraste haar:
+de zaal, die Cleopatra tot hare ontvangst had uitgekozen, was geheel en
+al bedekt met de meest verschillende soorten van zeegewassen, van de
+schelp af tot de koraal en de zeester toe.
+
+Op den achtergrond van de zaal bevond zich een diepe grot, gevormd door
+een hoog en breed gebouw in druipsteenvorm, van natuurlijke rotsblokken
+opgetrokken. Daaruit kwam het reusachtig groote hoofd van een monster
+te voorschijn en zijn wijd geopende muil vormde den haard in den
+schoorsteen. Daar brandde een vroolijk vuur van welriekend Arabisch
+hout; uit de robijnglasoogen van den draak straalde een roodachtige
+gloed, en smolt in de zaal samen met het licht der witte en rooskleurige
+lampen, in den vorm van lotosbloemen, die tusschen gouden en zilveren
+ranken en bosjes riet aan den muur en de zoldering bevestigd waren.
+Zij vulden de groote ruimte met dat zachte licht, welks rozenroode
+weerschijn de zachte gelaatstint van Cleopatra bijzonder voordeelig deed
+uitkomen.
+
+Eenige oppervoorsnijders, schenkers, jachtmeesters, ceremoniemeesters,
+kamerdienaars, vrouwen die tot den dienst in het paleis behoorden,
+eunuchen en andere hofbeambten wachtten hier de Koningin op, en de pages
+van het Macedonische kadettencorps der »Koninklijke knapen" stonden
+slaapdronken en met gebogen hoofd om den kleinen troon van goud, koralen
+en barnsteen, tegenover den schoorsteen, waarop de Koningin zou plaats
+nemen.
+
+Barine had deze prachtige zaal en andere in het Sebasteum die nog
+schitterender waren, vroeger reeds gezien; vandaar dat zij door al deze
+praal geenszins van haar stuk werd gebracht. Alleen zou zij gewenscht
+hebben, dat er niet zooveel hovelingen om haar heen waren. Zou Cleopatra
+van plan zijn, haar ten aanzien van al die mannen, vrouwen en
+jongelingen in het verhoor te nemen?
+
+Zij was nu niet bang meer, maar toch klopte haar hart sneller dan
+anders. Het was hetzelfde gevoel dat zij als aankomend meisje gehad had,
+wanneer men haar vroeg om voor vreemden te zingen.
+
+Eindelijk hoorde zij deuren opengaan, en door een onzichtbare hand
+werd rechts van haar het zwarte voorhangsel ter zijde geschoven. Zij
+verwachtte den Regent, den zegelbewaarder en de geheele rijk uitgedoste
+legerschaar te zien, in wier gezelschap de Koningin zich bij plechtige
+gelegenheden altijd in deze staatsiezaal vertoonde. Waarom zou zij die
+anders tot het tooneel van dit nachtelijk verhoor gekozen hebben?
+
+Maar wat was dat? Terwijl zij nog terugdacht aan haar optreden bij het
+Adonisfeest, ging het voorhangsel reeds weder dicht. De hovelingen,
+die om den troon stonden, richtten zich op; de pages vergaten hunne
+vermoeidheid, en alle tegelijk riepen luide den Griekschen welkomstgroet
+uit, waarmede de Aegyptenaars gewoon waren hun beheerschers in te halen:
+»Leven, heil, gezondheid!"
+
+Die vrouw van middelbare grootte, die zij vóór het voorhangsel zag, en
+die haar nu, terwijl zij alleen en los van hare omgeving de ruime zaal
+doorschreed, kleiner voorkwam dan vroeger in het bonte gewemel bij het
+Adonisfeest, moest wel de Koningin zijn!
+
+Ja, zij was het! Iras stond reeds naast haar, en Charmion ging haar
+met den »binnenleider« tegemoet. De vrouwen beijverden zich om haar
+te bedienen. Iras nam haar den purperen mantel met den zwarten rand
+waarop de gouden draken geborduurd waren, van de schouders. Welk een
+kostbaar meesterstuk van weefkunst moest dat zijn! In Barine's geest
+verdrong zich nu achtereenvolgens alles, waartegen zij zich zou moeten
+verdedigen; en toch voelde zij onder dat alles ook even den dwazen, echt
+vrouwelijken wensch bij zich opkomen, om één oogenblik dien prachtigen
+mantel van nabij te mogen zien en betasten. Maar Iras legde hem reeds
+over den arm van eene der vrouwen, en nu zag Cleopatra om, en ging met
+jeugdigen, veerkrachtigen tred naar den troon toe. Daar kreeg Barine
+weder dat gevoel van angst, dat zij zich nog uit vroegere jaren
+herinnerde, maar tegelijkertijd viel haar ook weder in wat Archibius
+had verhaald van den Epicuristen-tuin, evenals zijne verzekering, dat
+ook zij stellig warme geestdrift voor de Koningin zou voelen indien er
+niets storends tusschen beide gekomen ware. Bestond er dan werkelijk zoo
+iets storends?
+
+Neen! niet anders dan in de jaloersche phantasie van Cleopatra. Zoo
+zij haar wilde vergunnen zich uit te spreken, dan zou zij hooren dat
+Antonius even weinig naar haar had gevraagd, als zij naar den jongen
+Cæsarion. Waarom zou zij haar niet bekennen dat haar hart een ander
+toebehoorde? Zij behoefde immers ook zijn naam niet te verzwijgen. Het
+was Iras' eigen schuld, wanneer zij dien nu zonder mededoogen in haar
+bijzijn uit moest spreken.
+
+Thans richtte Cleopatra zich tot den »binnenleider," en wees op den
+troon en allen die daar om heen stonden. Ja, wel was zij schoon! Hoe
+helder en rustig was de blik uit haar groote, glanzende oogen, in
+weerwil van de droeve dagen die zij pas had doorleefd, en den
+doorwaakten stormnacht.
+
+De goede ontvangst die haar plan tot redding bij de raadslieden
+gevonden had, hield de Koningin nog steeds in opgewekte stemming en met
+zachtmoedige gevoelens en bedoelingen kwam zij Barine tegemoet. Ook had
+zij, in plaats van de zaal, die Iras voor deze bijeenkomst had bestemd,
+een vriendelijker vertrek gekozen, want zij had voor iedere stemming
+een bepaalde omgeving noodig. Zoodra zij bemerkte hoe vele hovelingen
+zich om den troon hadden geschaard, gaf zij bevel die te laten gaan.
+De »binnenleider" had hen uit eigen beweging, en om te voldoen aan de
+gewone vormen, naar de gehoorzaal doen komen; maar hunne aanwezigheid
+gaf aan deze samenkomst iets vormelijks, dat de Koningin op dit
+oogenblik hinderde. Zij wilde slechts een onderzoek instellen, nog geen
+vonnis spreken.
+
+In zulke goede uren gevoelde zij behoefte genadig te zijn. Misschien
+had zij zich toch zonder reden ten opzichte van deze vrouw verontrust.
+Dit hield zij nu zelfs voor waarschijnlijk, want wie haar zóó liefhad
+als Antonius, kon niet naar de gunst van een ander dingen. Een kort
+onderhoud met een waardigen grijsaard, den opperste der wichelaars, had
+haar daarin opnieuw bevestigd; want toen deze gehoord had hoe Antonius
+haar bij Actium achterna gesneld was, had hij in geestvervoering gelaat
+en handen naar boven gericht, en haar toegeroepen: »Ongelukkige
+Koningin! Gelukkigste van alle vrouwen! Zóó vurig werd nog geene
+bemind. Zoolang men verhalen zal van het edele Troje, dat om een vrouw
+zooveel moest lijden en dat gewillig verdroeg, zoolang zal ook het
+late nageslacht met lof gedenken aan de vrouw, wier onweerstaanbare
+betoovering den grootsten man van zijn tijd, den held der helden, dwong
+om overwinning en roem en de hoop op de wereldheerschappij als nietige
+beuzelarij te versmaden."
+
+De oude, wijze waarzegger had gelijk: het nageslacht, voor welks oordeel
+zij eenmaal had gebeefd, zou haar prijzen als de vurigst beminde, de
+begeerenswaardigste van alle vrouwen.
+
+En Marcus Antonius? Al was het de tooverkracht van den beker van
+Nektanebus geweest, die hem had gedwongen haar te volgen en den slag
+te verlaten, dan bleef toch zijn testament bestaan, waarvan Zeno, de
+zegelbewaarder, haar een afschrift had laten zien, dat hem uit Rome was
+toegezonden. »Waar hij ook sterven mocht," heette het daarin, »wenschte
+hij naast Cleopatra te worden begraven." Octavianus had dit ontnomen aan
+de Vestaalsche maagden, die het in bewaring hadden, omdat hij de harten
+der Romeinen en hunner echtgenooten daardoor met verontwaardiging tegen
+hunnen vijand vervullen wilde. Dat was hem ook gelukt; maar haar
+herinnerde nu dit geschrift, dat haar hart zijn eerste bloesems aan
+dezen man geschonken had; dat de liefde tot hem de zonneschijn van haar
+leven was geweest.
+
+Zoo had zij dan met opgeheven hoofd den drempel overschreden van de
+zaal, waarin zij de vrouw ontmoeten wilde, die zich vermeten had onkruid
+te zaaien in haar tuin. Zij wilde aan dit onderhoud slechts weinig tijd
+wijden, doch zij zag het tegemoet met het welbehagen van een sterke, die
+zeker is van zijne overwinning. Zoodra zij bij den troon gekomen was,
+verliet het gevolg de zaal, en niemand bleef achter dan Charmion en
+Iras, de zegelbewaarder Zeno en de »binnenleider."
+
+Cleopatra wierp een vluchtigen blik op den zetel, en een onderdanig
+handgebaar van den hoveling noodigde haar uit, daarop plaats te nemen;
+doch zij bleef staan en zag Barine aan.
+
+Was het de gekleurde glans uit de robijnglas-oogen van den draak aan den
+schoorsteen, die nu dien rooden gloed over Cleopatra's wangen wierp?
+Zeker is het, dat het de schoonheid verhoogde van haar gelaat, dat thans
+maar al te vaak, wanneer het blanketsel niet te hulp kwam, vaal en
+kleurloos was; en Barine begreep op eens de gloeiende geestdrift van
+Archibius voor deze buitengewone vrouw, toen Cleopatra haar verzocht
+naderbij te komen.
+
+Men kan zich onmogelijk iets innemenders voorstellen dan de
+ongekunstelde, van trotsche neerbuigendheid hemelsbreed verwijderde
+vriendelijkheid dezer machtige vorstin.
+
+Daar Barine allerminst zulk een ontvangst verwacht had, was zij er zeer
+door getroffen; hare oogen werden vochtig van dankbare ontroering,
+hetgeen ze een verhoogden glans schonk. Daarbij stond de blijde
+verrassing haar zoo goed, dat de Koningin vond, dat de zangeres in de
+maanden, die sedert hare eerste ontmoeting verloopen waren, nog veel
+schooner was geworden.
+
+Hoe jong was de beschuldigde dan ook nog! Cleopatra ging vluchtig na,
+hoeveel jaren Barine als gade van Philostratus, en daarna aan het hoofd
+van een veel bezocht gastvrij huis moest hebben doorleefd, en zij
+kon het uiterlijk van dit jeugdige, frissche schepseltje maar niet
+overeenbrengen met de uitkomst van deze berekening. Ook kon men niet
+ontkennen dat in de geheele verschijning der schildersdochter iets
+voornaams was, dat haar verraste. Dat zag men zelfs aan haar kleeding,
+en toch had Iras haar midden in den nacht in haar rust gestoord, en haar
+zeker geen tijd gelaten om aandacht te schenken aan haar uiterlijk.
+
+Zij had gedacht bij deze vrouw, van wie men haar had gezegd dat zij zoo
+vele mannen tot zich trok, iets uittartends te vinden, iets dat niet
+fijn beschaafd was, maar daarvan kon haar bitterste vijand zelfs geen
+spoor bij haar ontdekken. Integendeel; de verlegenheid die zij nooit
+geheel overwonnen had, gaf haar iets jonkvrouwelijk schuchters. Alles
+bij elkaar genomen was Barine een bekoorlijk wezen, dat de mannen
+stellig aantrok door vroolijkheid, bevalligheid en haar heerlijk gezang,
+en niet door behaagzucht en driestheid. Dat zij ook door geestesgaven
+uitmuntte geloofde Cleopatra niet. Slechts één ding had Barine op
+haar vóór: haar jeugd. De tijd had aan deze vrouw nog niets van de
+betoovering daarvan ontroofd, maar aan haar zelve reeds veel; hoe veel,
+dat wisten alleen zij zelve en hare vertrouwde vriendinnen. Doch op dit
+uur miste zij dat niet.
+
+Barine trad nader met een diepe, eerbiedige buiging voor de Koningin, en
+deze begon het gesprek met een vriendelijke verontschuldiging van het
+late uur, waarin zij haar bij zich had doen komen. »Doch," ging zij
+voort, »gij zijt immers een van die filomeelen, die juist in den nacht
+het liefst en schoonst aan anderen te hooren geven, wat er in hen
+omgaat."
+
+Een oogenblik zag Barine zwijgend naar den grond, en toen zij haar blik
+weer opsloeg, antwoordde zij zacht en nog bedeesd: »Ik kan wel zingen
+edele Koningin, doch met een vogel heb ik thans niets meer gemeen. De
+vleugels, die mij, toen ik een kind was, brachten waarheen ik wilde,
+hebben hunne kracht verloren. Het is niet, dat zij mij geheel en al den
+dienst ontzeggen, maar tegenwoordig zijn er maar enkele uren waarin ik
+ze kan uitslaan."
+
+»Dat had ik van uwe jeugd, die uw schoonste bezit is, niet verwacht,"
+sprak de Koningin. »Doch het is goed zóó. Ook ik, al is het lang
+geleden, was eens een kind, en mijn verbeeldingskracht steeg in dien
+tijd hooger dan de vlucht eens adelaars. Dat mocht zij ook straffeloos
+wagen. Maar nu.... wie midden in het leven staat, doet wél de wieken
+te laten rusten. Een sterveling die zich iets anders onderstaat, komt
+licht te dicht bij de zon, en dan gaat het hem als Icarus, en het was
+smelt er van weg. Neem dit van mij aan: Voor een kind is de phantasie
+als voedzaam brood. Later moet men haar alleen als zout, kruiden, of
+opwekkenden wijn gebruiken. Wel wijst zij ons vele wegen aan, en waarop
+die uitloopen, maar van de honderd zwerftochten, waartoe zij hem roept,
+kan de mensch maar één tegelijk ondernemen. Geen lastiger parasiet wordt
+met meer volharding en stelliger afgewezen dan zij. Wie zou het die
+verstooteling daarom misduiden, wanneer zij met de jaren minder gaarne
+in onzen dienst treedt? De wijze houdt altijd een open oor voor haar,
+doch zelden leent hij haar de helpende hand. En toch, haar uit het leven
+te verbannen, zou hetzelfde zijn als aan de plant haar bloei, aan de
+roos haar geur, aan den hemel zijn sterren te ontnemen."
+
+»Iets dergelijks heb ik ook dikwijls als het leven mij bedroefde, tot
+mijzelve gezegd, hoewel in minder heldere en schoone bewoordingen,"
+hernam Barine licht blozend; want zij voelde dat deze toespraak toch wel
+bestemd was om haar te waarschuwen, voor al te hoog vliegende wenschen.
+»Maar edele vrouw, ook hierin hebben de goden u, de groote Koningin,
+boven ons allen bevoorrecht. Ons leven zou bedroevend arm worden, zonder
+de phantasie, die ons denkbeeldige goederen schenkt. Gij bezit de macht
+uzelve duizend dingen te verschaffen die ons, kleinen, alleen door de
+macht der phantasie bereikbaar voorkomen."
+
+»Gij denkt," hervatte de Koningin, »dat het met het geluk evenzoo gaat
+als met den rijkdom, en die mensch de gelukkigste is, die den meesten
+voorspoed geniet. Ik geloof echter dat ik u spoedig genoeg het tegendeel
+zou kunnen bewijzen. Het gezegde: »hoe meer iemand heeft, des te minder
+behoeft hij te wenschen" is ook onwaar, ofschoon hier op aarde slechts
+een bepaald aantal begeerenswaardige zaken te vinden is. Wie van de tien
+solidi die er te verdeelen zijn, er reeds één bezit, moest eigenlijk nog
+maar negen solidi's begeeren, en zou dus één wensch armer zijn dan die
+andere, die er geen heeft. Maar zóó gaat het in de wereld niet. Dat de
+goden mij met ettelijke vergankelijke gaven meer belast of bevoorrecht
+hebben dan u en vele anderen, valt niet te loochenen. Gij schijnt u
+daarvan een hoog denkbeeld te vormen. Misschien is er ook wel de eene of
+andere onder, die gij u alleen met de hulp der verbeeldingskracht zoudt
+kunnen toe eigenen. Mag ik vragen welke u het allerbegeerlijkst
+toeschijnt?"
+
+»Ik verzoek u," zeide Barine verlegen, »mij van deze keus te
+verschoonen. Uit uwen voorraad heb ik niets noodig, en wat andere zaken
+aangaat.... Er ontbreekt mij nog zooveel; het is ook niet zeker hoe het
+edelste en hoogste uit den schat van de wondervol begaafde lieveling
+der goden passen zou bij het geringe en kleine, dat ik het mijne mag
+noemen en ik weet niet...."
+
+»Dat is een zeer gerechte twijfel," viel de Koningin haar in de rede.
+»Een lamme, die een paard wenschte te bezitten, ontving dat, en bij den
+eersten rit brak hij zijn nek. Het eenige--het is ook het hoogste--dat
+zeker tot gelukzaligheid leidt, laat zich niet wegschenken, en van den
+een op den ander overbrengen. Wie het verworven heeft, dien wordt het
+mogelijk in het volgende oogenblik al weder ontroofd."
+
+Die laatste zin had de Koningin zacht en nadenkend uitgesproken, doch
+Barine herinnerde zich het verhaal van Archibius en zeide op bescheiden
+toon: »Gij denkt aan het hoogste goed van Epicurus: de volmaakte rust
+der ziel."
+
+Op eens kwam er in Cleopatra's oogen een nieuw helder licht en zij vroeg
+met levendige belangstelling: »Gij kleindochter van een denker, kent gij
+ook de leer van dien meester?"
+
+»Slechts oppervlakkig, groote Koningin. Mijn geest is van een geringere
+soort dan de uwe. Het kost mij moeite mij in een geheel philosophisch
+leer-gebouw tot in den kelder en de verst afgelegen kamers toe, tehuis
+te gevoelen."
+
+»Maar hebt gij het wel eens beproefd?"
+
+»Veeleer hebben anderen zich moeite gegeven mij binnen te leiden in de
+Stoa. Het meeste ben ik vergeten, maar één ding is mij bijgebleven, en
+ik weet wel waarom: het behaagde mij."
+
+»En wat is dat ééne?"
+
+»Het is het gebod om verstandig te leven, dat is: zóó als onze eigen
+natuur ons voorschrijft. Het bevel, om alles te vermijden wat in
+tegenspraak is met de eenvoudige manier van doen, die ons oorspronkelijk
+eigen is, trok mij aan, en overal waar ik iets gekunstelds, gemaakts,
+opgesierds zag, daar voelde ik mij afgestooten. Uit al de lessen van
+mijn grootvader leidde ik deze wet af: dat ik voor mijzelve en alle
+verstandige lieden niets beters kon doen dan, voor zoover het leven
+toelaat, zoo te blijven als ik als kind was geweest, eer ik nog het
+eerste woord van philosophie gehoord en den dwang gevoeld had, dien de
+samenleving en hare vormen ons opleggen."
+
+»Dus ook dáártoe komt men door de Stoa?" riep de Koningin opgewekt uit,
+en terwijl zij zich naar de deelgenoot van haar eigen studies keerde,
+voegde zij er bij: »Hebt gij het gehoord, Charmion? Ware het ons maar
+gelukt, de redelijkheid en ongestoorde, doelmatige orde van het leven
+in de wereld te erkennen, waaraan de Stoa, die zooveel verkeerds,
+ziekelijks, tot tegenspraak uitlokkends eischt, bijna al het andere
+vastknoopt. Hoe kan ik, om verstandig te leven, doen als de natuur,
+wanneer ik in haar worden, zijn en werken, zooveel ontmoet wat met mijn
+menschelijke rede, die een deel der goddelijke is, zoo beslist in
+tegenspraak is?"
+
+Hier hield zij op, en haar gelaat veranderde plotseling van uitdrukking.
+Zij was dicht naar Barine toe gegaan, en toen zij tegenover haar stond,
+was haar blik op den gesneden steen gevallen, die haar bovenarm
+versierde.
+
+Was het dit gezicht, dat Cleopatra op eens zóó heftig bewoog, dat hare
+stem alle liefelijke welluidendheid verloor, toen zij ruw en misnoegd
+voortging: »Dat is dus de bronwel van al dit onheil? Reeds als kind was
+ik afkeerig van die willekeur, die verstandig moest heeten, en die in de
+wereld voor zedelijke strengheid doorgaat. Ja, dat is het! Hoort gij den
+storm wel huilen? Evenals daarbuiten, zijn er ook in de menschelijke
+natuur onweders en verwoestende vulkanen, en het eigenlijke wezen van
+een sterveling is even vol van zulke woeste krachten als de streek van
+den Vesuvius of den Etna. Wat er van komt als men daaraan toegeeft,
+daarvan zien wij hier een levend voorbeeld. Wel zeker! Den Stoïcijn is
+het verboden de harmonie en de schoone orde der dingen van het leven,
+en ook die welke de staat, als bijzondere godheid, voorschrijft, te
+verstoren. Maar onze natuur te volgen waarheen zij ons ook voert--dat is
+een waagstuk, zóó gevaarlijk, dat wie de macht heeft daaraan bijtijds
+paal en perk te stellen, verplicht is dat te doen.--En ik bezit die
+macht, en ik zal er gebruik van maken!"
+
+Daarop ging zij met ijzeren strengheid voort: »Evenals het tot de
+eischen uwer natuur, vrouw, schijnt te behooren, dat gij alles wat man
+heet tot u lokt en doet ontvlammen, zelfs al droeg het nog niet het
+ephebengewaad, zoo lijkt het ook gesteld te zijn met uw welbehagen in
+ijdele versieringen. Of"--en zij strekte de hand uit naar den schouder
+der jonge vrouw--»of hoe komt in dit middernachtelijk uur deze armband
+aan uw arm?"
+
+Barine had met toenemenden angst de groote verandering in de houding en
+den toon der Koningin opgemerkt. Zij zag nu een herhaling van hetgeen er
+op het Adonisfeest was gebeurd, en ditmaal wist zij wat de jaloezie van
+Cleopatra opwekte. Zij, Barine, droeg een geschenk van Antonius aan haar
+arm. Doodsbleek zocht zij naar een gepast antwoord, doch vóór zij dat
+gevonden had, trad Iras op de opgewonden Koningin toe en zeide: »Deze
+armband is de wedergade van dien, welke uw doorluchtige gemaal u heeft
+vereerd. Ook deze is zeker een geschenk van Marcus Antonius, ditmaal aan
+de zangeres. Zij houdt, evenals iedereen, den edelen imperator voor den
+grootsten man van zijn tijd. Wie kan het haar dan ten kwade duiden dat
+zij zijn geschenk waardeert, en dat zelfs in den slaap niet afgelegd?"
+
+Barine had bij deze woorden weder de gewaarwording alsof een doorn haar
+stak. Met hoeveel kracht echter de bitterheid van straks weder bij haar
+opwelde, toch dwong zij zich de gepaste kalmte te bewaren en spande zich
+in om een geschikt wederwoord te vinden. Maar zij vond het rechte niet,
+en zweeg.
+
+Wat zij gezegd had, was de waarheid. Van jongsaf had zij, zonder naar
+het oordeel der menschen te vragen, zooals de Stoïcijnsche leer haar
+voorschreef, haar eigen aard gevolgd, en dat had zij gerust kunnen doen
+omdat deze aard zuiver was, waar, op het schoone gericht, en daarbij
+vrij van die onbedwingbare, vulkanische driften, die de Koningin
+bedoelde. Die opgeruimde gemoedsgesteldheid was tevreden geweest in het
+beoefenen van haar kunst en den gezelligen omgang met mannen, die haar
+vergunden deel te nemen aan hun opgewekt geestelijk leven. Eerst op
+dezen dag had zij ondervonden, dat de eerste groote liefde van haar hart
+beantwoord werd. Thans was zij aan haar geliefde vast verbonden, en
+zij wist, rein en vrij van schuld als zij zich gevoelde, dat zij meer
+gerechtigd was achting te vorderen, ook van de strengste zederechters,
+dan de Koningin die haar vonniste, en die andere boosaardige vrouw die
+niet opgehouden had bij Dion met hare liefde aan te komen.
+
+Het smartelijke gevoel van misverstaan en onrechtvaardig veroordeeld te
+worden, paarde zich nu aan de vrees voor het schrikkelijk lot, dat de
+alvermogende vrouw, wier heldere geest nu door lage jaloezie en den wrok
+van een gekwetst moederhart beneveld werd, over haar kon doen komen, en
+deed haar geheel verstommen. Bovendien bracht haar het vijandige gevoel
+dat het gezicht van Iras bij haar opwekte, in verwarring. Twee- driemaal
+raapte zij haar geestkracht bijeen om een verklaring, een verdediging te
+beproeven, doch haar tong weigerde haar geheel en al den dienst. Toen
+Charmion eindelijk naar haar toekwam om haar toe te spreken, was het
+reeds te laat, want de vertoornde Koningin had haar den rug toegekeerd
+en Iras toegeroepen: »Zij moet op de Lochias blijven. Haar schuld is
+bewezen;--doch het komt de beleedigde partij, de aanklaagster, niet toe
+haar vonnis uit te spreken. Dat blijft overgelaten aan den rechter, in
+wiens handen wij haar stelden."
+
+Nu kreeg Barine haar spraakvermogen terug. Hoe kon Cleopatra beweren
+dat zij overtuigd was van een misslag, zonder hare verdediging aan te
+hooren? Zoo zeker als zij zich onschuldig voelde, moest zij ook kunnen
+bewijzen dat zij dat was, en in deze overtuiging riep zij de Koningin
+op roerend smeekenden toon achterna: »O, mocht Uwe Majesteit niet
+heengaan zonder mij gehoord te hebben! Zoo waar ik geloof aan uwe
+rechtvaardigheid, mag ik van u vragen mij nog éénmaal het oor te
+leenen. Geef mij niet over aan de willekeur van deze vrouw die mij haat,
+omdat ik de uitverkorene ben van den man, dien zij...."
+
+Hier viel de Koningin haar weder in de rede. De vorstelijke waardigheid
+verbood haar te luisteren naar de jaloersche beschuldigingen van vrouwen
+onderling, doch met het fijne gevoel, waarmede de eene vrouw de
+gezindheid der andere doorziet, hoorde zij duidelijk in den klagenden
+uitroep van Barine, dat deze oprecht geloofde, dat zij te streng
+beoordeeld werd. Zij had misschien ook reden om aan den haat van Iras te
+gelooven, en Cleopatra wist hoe haar jonge vertrouweling allen die haar
+mishaagden, zonder mededoogen vervolgde. Haar raad, om de zangeres uit
+den weg te ruimen, had zij ook reeds moeten van de hand wijzen, en
+daarvoor beefde zij ook nog altijd terug, want alles wat in haar was,
+waarschuwde haar, om hare ziel niet juist nu met een nieuwe misdaad
+te belasten, die haar rust verstoren kon. Daarbij was er in dit
+eigenaardig, bevallig schepsel veel wat haar in den aanvang had
+aangetrokken; maar de grievende gedachte, dat Antonius haar en de
+dochter van den schilder, één en hetzelfde geschenk gegeven had,
+beheerschte haar nog in zulk een mate, dat zij de uiterste grens van
+genade en zelfbeheersching meende bereikt te hebben, toen zij, zonder
+zich tot een bepaalde persoon te wenden, nog eens in de zaal uitriep:
+»Op dit verhoor zal nog een ander volgen. Als de tijd daarvoor gekomen
+is, moet de beschuldigde ter beschikking van den rechter zijn, en daarom
+blijft zij op de Lochias in verzekerde bewaring. Ik wil, dat haar geen
+leed worde gedaan. Gij zijt haar genegen, Charmion. Voorloopig vertrouw
+ik haar aan u. Alleen," voegde zij er met verheffing van stem bij,
+»vrees mijne ongenade, wanneer haar de mogelijkheid wordt gegeven het
+paleis, al is het maar voor één oogenblik te verlaten, en omgang te
+hebben met een ander, wie dat ook zij."
+
+Hierop verliet zij de zaal, en begaf zich naar hare eigen vertrekken.
+Zij had den nacht tot dag gemaakt, niet alleen om spoedig af te doen wat
+in hare oogen geen uitstel duldde, maar nog meer omdat zij sedert gruwde
+van de rustelooze uren op hare eenzame legerstede. Die wilden nooit een
+eind nemen, en zoo zij zich vroeger gaarne al de pracht en weelde te
+binnen riep waarmede zij haar leven met Antonius had omringd, zoo
+verweet zij zich nu, dat zij het geluk van haar volk roekeloos had
+verspeeld. Het tegenwoordige scheen haar ondragelijk toe, en uit de
+toekomst zag zij een heirleger droeve zorgen op haar aanstormen.
+
+De volgende dagen brachten allerlei bezigheden meê, en de Koningin
+sleet halve nachten op de sterrenwacht. Naar Barine had zij nog niet
+weder gevraagd. Op den vijfden avond liet zij zich door Alexas naar de
+kleine sterrenwacht brengen, die haar vader op de Lochias had doen
+oprichten. De gunsteling van Antonius wist haar daar te bewijzen dat een
+ster, die de hare sinds lang bedreigd had, de planeet was der vrouw, die
+zij nu even zorgeloos scheen vergeten te hebben, als vroeger zijne
+waarschuwing voor dezelfde vijandin.
+
+De Koningin gaf dit niet toe, maar hij ging vol ijver voort:
+
+»In den nacht na uwe terugkomst, beweest gij weder uwe goedheid in
+hare onuitputtelijke, voor ons, die niet zoo edel zijn als gij,
+onbegrijpelijke volheid. Met diepe ontroering woonden wij toen onder dat
+belangwekkend verhoor, het treffend schouwspel bij, hoe het grootste
+van alle harten zich van zijn eigen maatstaf bediende om het kleine
+en nietige te meten. Doch vóór gij tot een tweede verhoor overgaat,
+gebieden mij de toekomst-voorspellende zwervelingen daar boven, u nog
+éénmaal te waarschuwen. Iedere gelaatstrek van die vrouw was vooruit
+berekend, ieder woord had zijn bedoeling, iedere klank harer stem moest
+iets uitwerken. Wat zij ook gezegd heeft, en nog zeggen zal, het kan
+niets anders bedoelen dan mijne verhevene gebiedster te bedriegen. Nog
+is het tot geen eigenlijk verhoor gekomen. Doch als gij daartoe zult
+overgaan, dan.... Wat zal zij niet maken van de geschiedenis van Marcus
+Antonius, Barine, en de beide armbanden? Dat zal een meesterstuk
+worden!"
+
+»Weet gij hoe het zich werkelijk toegedragen heeft?" vroeg Cleopatra, en
+hare vingers sloten zich vaster om de stift, die zij in de hand hield.
+
+»Als dat zoo was," antwoordde Alexas met een veelbeteekenenden glimlach,
+»dan zou de stilzwijgende heler den steler niet mogen verraden."
+
+»Ook niet wanneer de bestolene, uwe Koningin, u beveelt het onrechtmatig
+verkregen goed terug te geven?"
+
+»Tot mijn spijt moet ik zelfs in dat geval gehoorzaamheid weigeren; want
+zie, edele vorstin! er zijn slechts twee heldere hemellichamen, waarom
+mijn donker leven zich draait. Zou ik de maan verraden, als ik er zeker
+van ben dat ik daardoor niets uitwerk dan de warme lichtkracht der zon
+te verduisteren?"
+
+»Wil dat zeggen dat uwe mededeeling mij, de zon, krenken zou?"
+
+»Ja, wanneer uwe groote ziel ten minste niet te hoog staat om bereikt te
+worden door de schaduwen, die vrouwen van veel geringere soort dan gij,
+met onbegrijpelijke zucht tot zelfkwelling op zich neer doen dalen."
+
+»Denkt gij dat uwe woorden aangenamer worden door de sluiers die gij
+er over heen hangt? Trouwens, zij zijn doorschijnend, en hinderen het
+oog maar weinig. Gij gelooft dat mijne ziel vrij van jaloerschheid en
+van andere zwakheden van mijn geslacht zou zijn? Daarin vergist gij u.
+Ik ben een vrouw, en wil dat zijn en blijven. Zooals de Chremes van
+Terentius zegt, dat hij een mensch is, en niets wat menschelijk is
+hem vreemd, zoo aarzel ik niet mijn aandeel te bekennen in alles wat
+vrouwelijk is. Anubis heeft mij verteld van een Koningin uit den ouden
+tijd, van wie de opschriften niet mochten zeggen: »Zij," maar »hij
+kwam," of: »hij, de heerscheres, overwon!" Die dwaze! Wat mij betreft,
+mijne vrouwelijkheid staat in mijn schatting niet minder hoog dan de
+kroon. Ik was vrouw, eer ik Koningin werd. De menschen knielen nu zelfs
+voor mijn ledigen draagstoel neer, maar toen ik in jonger jaren met
+Antonius in dollen overmoed, verkleed door de straten liep om een
+feestterrein uit te zoeken, toen keken de jongelingen hunne oogen naar
+mij uit, en telkens hoorde ik achter mij: »Een schoon paar menschen!"
+Ja, dan mocht ik met fieren moed naar huis gaan. Maar er was nog iets
+grooters voor de vrouw te ondervinden. Wanneer het hart der Koningin
+troon en scepter vergat; wanneer in de heerlijke uren die door Eros
+waren gewijd, van mijn eigen ik niets overbleef dan de vrouw, dan was er
+een zaligheid te genieten, zooals de man die niet kent, daar hij enkel
+gelukkig wil zijn, terwijl wij.... Doch wat kunt gij mannen, die slechts
+vraagt en begeert, van de zaligheid van het geven en de toewijding
+weten?.... Ik ben een vrouw, en boven geen enkele aandoening van het
+vrouwengemoed verheven, want ik zou het niet willen zijn. En daarom, wat
+ik nu vraag, dat vraag ik u niet als Koningin, maar als vrouw."
+
+»Als dat het geval is," viel Alexas in, met de hand op het hart, »dan
+legt gij mij geheel en al het stilzwijgen op; want indien ik aan de
+vrouw Cleopatra bekennen wilde wat in mijn ziel omgaat, dan zou ik
+mij aan een dubbele misdaad schuldig maken. Ik zou mijn belofte van
+geheimhouding verbreken, en den vriend verraden, die zijn verheven
+gemalin mede aan mijne bescherming heeft toevertrouwd."
+
+»Nu wordt de duisternis mij al te groot," antwoordde Cleopatra en hief
+daarbij trotsch het hoofd op. »Of, indien het mij behaagde den sluier op
+te lichten, dan moest ik u wijzen op de grenzen...."
+
+»Die aan de Koningin zijn gesteld," voltooide de Syriër den volzin,
+terwijl hij onderdanig boog. »Daar ziet gij het al! Het behoort
+werkelijk tot de onmogelijkheden, de vrouw af te scheiden van de
+vorstin. Wat mij betreft, ik wil de eene niet in het harnas jagen
+tegen den al te vermetelen vereerder, en tegelijk jegens de andere de
+verschuldigde gehoorzaamheid in acht nemen. Daarom verzoek ik u, van den
+armband en al wat daar pijnlijks aan verbonden is, op iets anders over
+te gaan. Wellicht zal de schoone Barine zelve u dat alles nog eens
+bekennen, en voegt zij er dan nog bij, hoe zij den beminnelijken zoon
+van den grootsten aller mannen en de bewonderenswaardigste aller
+moeders, den jongen koning Cæsarion, in hare netten gevangen heeft."
+
+De oogen der Koningin begonnen te fonkelen, en misnoegd riep zij uit:
+»Zooeven zag ik den knaap als van demonen bezeten. Hij wilde het verband
+van zijn wond rukken, indien men hem de vrouw, die bij beminde, niet
+gunde. Het ligt voor de hand aan een tooverdrank te denken, en zijn
+gouverneur wijt natuurlijk alles aan magische kunsten. Charmion
+verzekert daarentegen dat zijne bezoeken de verleidster verdroten en
+haar zelfs beangstigd hebben. Alleen door een streng verhoor zal daarin
+licht te krijgen zijn. Wij zullen eerst de terugkomst van den imperator
+afwachten. Denkt gij, dat hij weder de zangeres zal bezoeken, als hij
+terug is? Gij zijt het meest in zijn vertrouwen. Beoogt gij zijn
+welzijn, en is u ook aan mijne gunst iets gelegen, dan aarzelt gij nu
+niet langer en beantwoordt mijn vraag."
+
+De Syriër liet het voorkomen alsof hij het na een moeielijken inwendigen
+strijd eindelijk met zichzelf eens geworden was, en gaf met vastheid ten
+antwoord: »Zeker en stellig zal hij Barine bezoeken, wanneer gij hem
+daarvan niet terughoudt. Alles zou zeker op de allereenvoudigste manier
+uitgemaakt worden, wanneer men...."
+
+»Nu?"
+
+»Wanneer men hem dadelijk bij zijn landing meedeelde dat zij niet meer
+te vinden is. Ik zelf zou bijzonder gaarne deze opdracht van mijn
+koninklijke Zon ontvangen."
+
+»En denkt gij dat het een weinig het licht van uwe maan benevelen zou,
+indien hij haar hier te vergeefs zocht?"
+
+»Even zeker als het tegendeel het geval zou zijn, indien hij de
+onvergelijkelijke heerlijkheid zijner Zon steeds zoo dankbaar besefte
+als zij het verdient. Zoo lang Helios aan den hemel prijkt, duldt hij
+geen andere sterren naast zich. Zijn glans dooft dien van alle anderen
+uit. Mijne Zon gebiedt, en het kleine sterretje Barine verdwijnt."
+
+»Houd op! Nu weet ik wat gij bedoelt. Maar een menschenleven is niet zoo
+gering te tellen, en deze vrouw heeft een moeder. Daarom moet ik eerst
+overwegen en bepeinzen of er ook nog iets anders is dan dit uiterste
+redmiddel. Het moet met allen mogelijken spoed en met goeden wil
+geschieden.... Maar ik.... Nu, terwijl het lot van mijn land, van
+mijzelve en mijne kinderen op het spel staat, nu geen kwartieruurs
+mijzelve toebehoort, en er geen eind komt aan het schrijven en
+raadplegen, mag ik mijn tijd niet met dergelijke dingen verbeuzelen.
+De werkzame geest...."
+
+»Dien moet het vergund zijn zich ongehinderd op zijn vleugelen te
+verheffen," riep de Syriër met vuur. »Laat de oplossing van kleinere
+vraagstukken gerust aan vertrouwde vrienden over."
+
+Hier werden zij gestoord door den »binnenleider" die de komst van den
+Regent Mardion meldde. Hij liet zeggen, dat hij kwam voor zaken, die
+geen uitstel konden lijden, ofschoon het reeds zoo laat was.
+
+Alexas geleidde de Koningin in het tablinum, waar zij den eunuch reeds
+vonden. Een slaaf droeg hem een zak vol briefrollen na, die hem zooeven
+gebracht waren door twee boden uit Syrië. Daar waren eenige onder,
+die onmiddellijk moesten beantwoord worden. Met hem wachtten ook
+de zegelbewaarder en de Exegeet. Deze waren zoo laat gekomen om te
+overleggen, welke maatregelen er moesten genomen worden tegenover de
+opgewonden burgerij. Den vorigen dag hadden allen die op de vloot waren
+overgebleven, op versierde schepen alsof er een overwinning was behaald,
+hun intocht in de haven gedaan. Eerst waren de terugkeerenden luide
+toegejuicht, maar met de snelheid van den wind had zich de tijding van
+de nederlaag bij Actium verspreid. Thans waren er samenrottingen onder
+de menigte; vóór het Sebasteum waren al allerlei bedreigingen geuit; op
+het Serapeumplein had men de hulp der troepen moeten inroepen, en er was
+reeds bloed gevloeid.
+
+Daar lagen de briefrollen. De zegelbewaarder maakte de opmerking dat ook
+voor het kanaal nieuwe volmachten noodig waren, en de Exegeet verzocht
+dringend om een beslist antwoord.
+
+»Het is wel veel!" mompelde Cleopatra bij zich zelve. Maar daarna
+richtte zij zich hooger op, en riep: »Welaan dan, aan het werk!"
+
+Doch Alexas liet het daartoe nog zoo spoedig niet komen, want hij
+naderde ootmoedig, en terwijl zij zich aan de groote schrijftafel zette,
+fluisterde hij: »En kan mijn hooge gebiedster onder al die gewichtige
+zaken nog tijd en denkkracht verspillen aan die rustverstoorster? Uwe
+goddelijke Majesteit lastig te vallen met deze beuzeling, is misdaad,
+maar zij moet worden gepleegd, want als deze zaak onafgedaan blijft, dan
+kan uit het sijpelende beekje een bergstroom worden...."
+
+Cleopatra, wier blik juist op een noodlottigen brief van Koning Herodes
+gevallen was, keerde haar gelaat ten halve naar den gunsteling van haar
+gemaal, en riep met gloeiende wangen hem enkel toe: »aanstonds."
+
+Vervolgens liep zij den brief vluchtig door, schoof dien driftig ter
+zijde, en liet den wachtenden Alexas gaan, met den ongeduldigen uitroep:
+»Zorg gij dan maar voor het verhoor, en wat daarbij behoort. Geen
+onrechtvaardigheid, maar ook geen ongepaste goedertierenheid. Ik zal
+zelf nog een blik slaan in deze onaangename zaak, eer de imperator
+terugkeert."
+
+»En de volmacht?" vroeg de Syriër weder met een diepe buiging.
+
+»Die hebt gij. Hebt gij iets op schrift noodig, wend u dan tot Zeno.
+In een rustiger uur spreek ik u weder."
+
+De Syriër trok zich terug, doch Cleopatra keerde zich tot den eunuch
+en riep gloeiend van opgewondenheid, terwijl zij op den brief van den
+Koning der Joden wees: »Hebt gij ooit schandelijker ondankbaarheid
+gezien? De ratten denken dat het schip zinkt, en dat het voor hen tijd
+wordt het te verlaten. Als wij er in slagen het boven water te houden,
+dan komen zij bij troepen terug, en dat moet, moet, moet geschieden,
+ter wille der zelfstandigheid van dit dierbare land... En de kinderen,
+de kinderen!--Alle krachten moeten worden ingespannen, alle middelen
+uitgedacht en gebruikt. Op ieder wankelend vertrouwen zullen wij zoolang
+hameren, totdat het aan het harde staal der zekerheid gelijk wordt.
+Wij zullen de nachten veranderen in dagen. Het kanaal zal onze vloot
+behouden, in Afrika zal Marcus Antonius zeker Pinarius Scarpus vinden
+met nog versche, trouwe legioenen. De zwaardvechters zijn ook op onze
+hand. Die zullen wij gemakkelijk voor ons winnen, en nog allerlei andere
+gedachten dwarrelen in mijn hoofd. Maar eerst naar de Alexandrijnen.
+Geen geweld!"
+
+Nu volgde nog het ééne bevel op het andere, en zij beloofde, als het
+noodig was zich aan het volk te zullen vertoonen.
+
+De Exegeet aanvaardde vol bewondering hare heldere en verstandige
+opdrachten. Nadat hij zich met zijn metgezellen verwijderd had, richtte
+de Koningin zich weder tot den Regent, en zeide: »Het was toch goed,
+dat wij hen eerst verblijdden met dit bericht van de overwinning. De
+onverwachte ongelukstijding zou hen, ik weet niet tot welke waanzinnige
+daad hebben gebracht. Ontgoocheling is een meer alledaagsche pijn,
+waartegen minder sterke middelen reeds helpen. Buitendien was hier veel
+te regelen, vóór zij wisten dat ik er reeds was. Wat hebben wij niet al
+ten uitvoer gebracht, Mardion! Maar ik heb mij dan ook nog niet eens
+recht het genot van mijn kinderen gegund! Mijn oudste vrienden, zelfs
+Archibius, moest ik afschepen met de belofte van later met hem te
+zullen spreken. Als hij terugkomt, moet hij bij mij worden toegelaten.
+Ik heb reeds last daartoe gegeven. Hij kent Rome. Ik moet hem hooren
+over de zaken, die ik behandeld wil hebben."
+
+Plotseling overviel haar een huivering; zij drukte de hand tegen het
+voorhoofd en riep: »Octavianus de overwinnaar, Cleopatra de overwonnene!
+Ik, die voor Cæsar alles was, genade afbedelend van zijn erfgenaam! Ik,
+ik een smeekeling voor den broeder van Octavia! Doch neen, neen!.... Er
+zijn nog honderd manieren mogelijk om zoo iets vreeselijks te voorkomen.
+Wie het veld wil dwingen vruchten voort te brengen, moet echter vlijtig
+graven, water scheppen, ploegen en zaaien. Aan het werk dus, aan het
+werk!.... Als Antonius terugkomt, moet hij alles gereed vinden. Bij den
+eersten goeden uitslag krijgt hij zijn verloren kracht tot handelen
+terug. Ik heb dien brief dààr reeds doorgevlogen terwijl ik met den
+magistraat der stad sprak.... nu zal ik het antwoord dicteeren."
+
+En zoo zaten zij te lezen en te schrijven, liet zelve schrijven,
+luisterde, gaf antwoord en deelde bevelen uit, totdat het licht werd
+in het Oosten, de morgenster verbleekte, en de afgematte Regent haar
+dringend verzocht te denken aan haar eigen kracht en zijn jaren, en hem
+eenige uren rust toe te staan.
+
+Toen liet zij zich eindelijk naar haar slaapvertrek leiden, waar het zoo
+donker mogelijk gemaakt was. Ditmaal sloot een zoete, droomlooze slaap
+spoedig haar oververmoeide oogen, en hield die gesloten, totdat zij
+gewekt werd door het luide geschreeuw der menigte, die gehoord had dat
+de Koningin teruggekeerd was, en daarom naar de Lochias was geijld.
+
+
+
+
+DERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Gedurende dezen rusttijd waren Iras en Charmion bij afwisseling in de
+nabijheid der Koningin gebleven. Toen zij opstond bood de jongste van de
+twee haar de behulpzame hand. Tot den avond toe mocht zij zich weiden
+aan hare meesteres, want de gezellin, die haar de laatste dagen zoo in
+den weg stond, zou eerst dan terugkeeren. Vóór dat Charmion heenging,
+had zij intusschen gezorgd dat hare vertrekken, waarin Barine, op
+aanwijzing der Koningin behandeld werd als een welkome gast, goed werden
+bewaakt.
+
+De bevelhebber der Macedonische jongelings-lijfwacht, die vele jaren
+geleden vergeefs naar hare hand had gedongen, en eindelijk haar
+trouwste, welmeenendste vriend geworden was, had de taak op zich genomen
+Barine zorgvuldig te bewaken.
+
+Toch had Iras zich den slaap harer gebiedster en de afwezigheid harer
+oudere mede-kamervrouw ten nutte weten te maken. Zij had gehoord dat de
+vertrekken van deze, en daardoor ook Barine zelve, ongenaakbaar voor
+haar waren. Vóór zij iets tegen de gevangene ondernemen kon, moest zij
+ook eerst allerlei dingen met Alexas bespreken. Nu hare verwachting haar
+mededingster in het stof vernederd te zien, niet was vervuld, was haar
+jaloersche wrok in haat veranderd, en al was zij Charmion's nicht, een
+deel daarvan bracht zij op deze over, omdat zij zich beschermend
+geplaatst had tusschen haar en haar slachtoffer.
+
+Zij had den Syriër bij zich ontboden, maar hij was ook eerst laat ter
+rust gegaan, en liet nu lang op zich wachten. De ontvangst, die hem
+door het ongeduldige meisje was bereid, kon dan ook in het begin alles
+behalve hartelijk heeten, maar spoedig werd zij vriendelijker jegens
+hem.
+
+Vooreerst beroemde Alexas er zich op, dat hij de Koningin had overreed
+om Barine op genade of ongenade aan hem over te leveren. Wanneer hij
+haar des middags in het verhoor nam en schuldig bevond, dan kon niets
+hem verhinderen haar des avonds den giftbeker te laten drinken of te
+doen worgen. Maar die zaak was gevaarlijk, daar de aanhangers der
+zangeres vele in getal en niet van macht ontbloot waren. In den grond
+wenschte Cleopatra zeker niets vuriger dan zich van de gevaarlijke
+mededingster te ontslaan, maar hij kende de grooten der aarde. Als hij
+krachtig optrad en er spoedig een eind aan maakte, dan zou de Koningin,
+ter wille van haar goeden naam, de daad op zijne verantwoording stellen.
+Op Antonius viel niet te rekenen, en van diens gunst hing al zijn wel en
+wee af. De terechtstelling der zangeres van het laatste Adonisfeest kon
+op het Alexandrijnsche volk de allergevaarlijkste uitwerking hebben. Het
+was toch al zoo verontwaardigd en zijn broeder, die het volk goed kende,
+had gezegd: hier verging het van rouw, en dáár was het op het punt in
+dolle woede een bloedig oproer te verwekken. Van dit gepeupel kon men
+alles verwachten; doch Philostratus verstond ook de kunst het tot
+allerlei over te halen, en hij had zich te voren van zijn hulp
+verzekerd.
+
+Inderdaad, het werk der verzoening was Alexas goed gelukt. In den tijd
+toen de improvisator met Barine gehuwd was, had zij haar zwager den
+toegang tot haar huis ontzegd en haar echtgenoot was met zijn broeder
+die zijn vrouw voor zich begeerde, in onmin geraakt. Nadat deze echter
+zoo hoog was gestegen in de gunst van Antonius, en door diens altijd
+geopende hand met goud was overladen, was Philostratus weder naar hem
+toe gekomen om zijn deel te eischen van dien pas verkregen rijkdom. En
+de bron, waaruit Alexas putte, vloeide zoo rijkelijk, dat het geven den
+gunsteling in het geheel niet zwaar viel. Beiden waren even gewetenloos
+als verkwistend, en bij hen werd de waarheid gestaafd, dat lage naturen
+er altijd een pad op na houden, dat de tweedracht overbrugt. Is dat van
+goud, dan wordt dat het spoedigste betreden. Zoo was het dan ook hier,
+en in de laatste dagen had dat pad een bijzondere vastheid verkregen,
+want wederkeerig hadden zij elkander noodig.
+
+Alexas wenschte Barine te bezitten, terwijl Philostratus zich niet meer
+om haar bekommerde. Daarentegen haatte hij Dion met zulk een fellen
+dorst naar wraak, dat hij om dien te lesschen, zelfs de hoop op nieuwe
+veroveringen zou hebben prijsgegeven. De vernedering, die hem door den
+hoogmoedigen Macedonischen edelman aangedaan was, en de smaad, waarmede
+hij door zijn schuld was bedekt, lieten hem evenmin rust als lasterende
+vervolgers, en hij voelde dat hij zich van hen slechts tegelijk met
+den veroorzaker daarvan, kon ontdoen. Zonder zijn broeder had hij zich
+moeten vergenoegen met hen door zijne lastertong te benadeelen; met den
+steun van diens veelvermogenden bijstand kon hij hem veel erger dingen
+aandoen, ja zelfs de vrijheid en het leven benemen. Daarom hadden zij
+zooeven een afspraak gemaakt, waarbij Philostratus op zich nam het volk
+te verzoenen met alles wat Barine zou worden aangedaan, terwijl de ander
+beloofd had zijn broeder te helpen om een bloedige wraak te nemen op
+Dion.
+
+Met den dood van Barine zou Alexas niet gediend zijn, want toen hij haar
+had wedergezien, was hij opnieuw voor haar ontvlamd, en hij wilde haar
+eindelijk de zijne noemen. In den kerker, misschien op de pijnbank,
+zou zij gedwongen worden zijn reddende hand aan te grijpen. Doch dit
+alles leed geen uitstel. Het moest alles afgeloopen zijn vóór Antonius
+terugkwam, en hij kon ieder oogenblik verwacht worden. De verkwistende
+beschermer had hem zoo rijk gemaakt, dat het hem thans onverschillig
+liet of hij door dit geval bij hem in ongenade viel. Ook zonder hem zou
+hij nu met Barine een weelderige huishouding kunnen opzetten in een der
+steden van zijn Syrisch vaderland.
+
+Toen de gunsteling verzekerde dat hij reeds den volgenden dag Barine
+onttrekken zou aan de hoede van Charmion, werd Iras reeds vriendelijker
+jegens hem gestemd. Tegen zijn beweren dat het nieuwe verhoor wel is
+waar tot geene doodstraf zou kunnen leiden, maar wel tot een verwijzing
+naar de steengroeven of iets dergelijks, had zij niets ernstigs in te
+brengen.
+
+Nu trachtte Alexas voorzichtig uit te vorschen hoe Iras dacht over den
+doodvijand van zijn broeder. Zij droeg dezen geen goed hart toe, doch
+zoodra hij er op zinspeelde dat ook hij aan de straffende gerechtigheid
+kon worden overgeleverd, kwam zij daar zoo ijverig tegen op, dat hij
+dat onderwerp liet rusten en het gesprek weder bracht op de vrouw,
+die veroordeeld moest worden. Zij stelde zich weder met haar gewone
+levendigheid tot zijn beschikking, en men besloot den volgenden dag,
+terwijl Charmion des voormiddags dienst had bij de Koningin, de
+gevangenneming te doen plaats hebben.
+
+Iras wist goeden raad te geven, want in een der gevangenissen was zij
+goed bekend. Zij had de poorten daarvan geopend voor menig ongelukkige,
+van wien zij geloofde dat zijn verdwijnen de Koningin van dienst zou
+zijn. Zij had het bij zulke gelegenheden als haar plicht beschouwd, hand
+in hand met den zegelbewaarder haar gebiedster te voorkomen, wanneer het
+deze, in hare goedheid, te moeilijk zou gevallen zijn een streng vonnis
+uit te spreken. Cleopatra had zich dat dan laten welgevallen, zonder
+zich er over uit te laten, noch het te beloonen. Wat binnen die muren
+voorviel, drong, dank de stilzwijgendheid van den wachter, niet naar
+buiten door. Het was wellicht in dien kerker niet fraai, en toch, als
+Barine daar was en dan het leven verwenschte, had zij het altijd nog
+beter dan zij. Iras, die in de laatste nachten, wanneer zij dacht aan
+den man, die hare liefde had versmaad en haar had opgeofferd aan een
+ander, aan den rand der wanhoop was geweest.
+
+Toen de Syriër haar reeds de hand tot afscheid reikte, vroeg zij op
+eens: »En Dion?"
+
+»Hij zal zijne vrijheid wel verbeurd hebben," was het antwoord, »want
+Barine is zijn geliefde; de dwaas was reeds op het punt haar als zijn
+echtgenoot in zijn fraai paleis binnen te leiden."
+
+»Is dat waar? zonder eenigen twijfel waar?" vroeg Iras, terwijl zij wel
+hare kalmte bewaarde, maar niet verhinderen kon, dat het bloed uit haar
+wangen en lippen verdween.
+
+»Hij heeft het gisteren aan zijn oom, den zegelbewaarder, medegedeeld in
+een brief, en hem daarbij bezworen voor zijne uitverkorene, die hij voor
+altijd trouw gezworen had, het zijne te doen. Doch Zeno wil van deze
+nicht niets weten. Wilt gij den brief zien?"
+
+»Als dat zoo is," begon het meisje opnieuw, en haar hooge stem kreeg
+weder een schrillen klank, »dan kan men hem ook niet vrij laten. Voor
+zijn geliefde zet hij alles op het spel, en dat is veel--veel meer
+dan gij, die hier half vreemd zijt, vermoeden kunt. De Macedonische
+geslachten hangen alle aan elkander. Hij maakt deel uit van den Raad....
+De ephebenvereenigingen staan als één man achter hem... En het volk...
+Toen uw broeder onlangs handelde zooals ik hem had gezegd, heeft hij hem
+in de wielen gereden op een manier die.... Men moest hem op het laatst
+ophalen uit het bekken der fontein, druipend van water en van
+schande...."
+
+»Juist om dat alles zou men nu zijn mond moeten stoppen..."
+
+Iras knikte hem goedkeurend toe, maar na een korte pauze viel zij uit:
+»Ik zal u helpen, om hem tot zwijgen te brengen, doch niet voor altijd.
+Vergeet dat niet! Dat gezegde van Theodotus, van de doode honden die
+niet meer bijten, heeft bij ons geen zegen gebracht aan hen die hem dat
+nazeggen. Er zijn andere middelen, om ons van dezen man te ontdoen."
+
+»Een vogel heeft mij voorgezongen, dat gij hem wel lijden mocht."
+
+»Een vogel? Dan zeker een uil, die bij daglicht niet ziet. Zijn ergste
+vijand, uw broeder, zou liever een offer voor zijn welzijn brengen, dan
+ik."
+
+»Dan begin ik belangstelling te krijgen in dien Dion."
+
+»Ik zag onlangs reeds hoe gij mij in medelijden overtreft. De dood is
+niet de ergste van alle straffen."
+
+»Dus daarom dat genadig uitstel?"
+
+»Misschien wel. Maar wij hebben nog andere dingen te bedenken: vooreerst
+welk een tijd het is, nu alles wankelt, zelfs de macht der Koningin,
+die nog zoo kort geleden een muur gelijk was, die veel dekte, en voor
+iederen aanval beschutte. Vervolgens den persoon van Dion. Ik heb al
+opgenoemd wie al niet voor hem in de bres zal springen.... En de
+Koningin kan, sedert Actium, het veelhoofdige monster »Volk" niet meer
+toeroepen »gij moet", maar »ik verzoek u". Het andere...."
+
+»Deze eerste bedenkingen zijn genoeg. Mag ik ook weten, wat mijn wijze
+vriendin over den beklagenswaardigen man, dien zij haar gunst onttrok,
+nu heeft beschikt?"
+
+»Vooreerst gevangenschap hier op de Lochias. Hij heeft zijn hand
+bevlekt met het bloed van den »Koning der koningen", Cæsarion. Dat is
+hoogverraad, ook in de oogen van het volk. Gij moet nog heden het bevel
+ter gevangenneming zien te krijgen."
+
+»Wanneer het doenlijk is, de Koningin met zoo iets aan te komen."
+
+»Het is niet voor _mij_, maar om _haar_ voor onheil te behoeden, dat wij
+dat noodig hebben. Weg met alles wat in deze dagen der eindbeslissing
+haar helderen geest benevelt! Eerst met Barine, die haar thuiskomst
+bedorven heeft, en dan met den man, die in staat zou zijn terwille dezer
+vrouw, te Alexandrië een oproer te verwekken. Aan haar de groote zorgen
+voor staat en troon; aan mij de kleine die haar toilet en haar hart
+betreffen."
+
+Hier werd zij gestoord door eene der slavinnen van Cleopatra. De
+Koningin was ontwaakt, en Iras haastte zich om op haar post te zijn.
+
+Toen zij de vertrekken van Charmion voorbijkwam, en daarvóór twee flinke
+krijgslieden uit de Macedonische jongelings-wacht ter bewaking op en
+neer zag loopen, nam haar gelaat een sombere uitdrukking aan. Haar
+mede-kamervrouw liet Barine bewaken alleen voor haar. Zij had zich van
+de oudere vrouw, wier nicht zij was, een strenge berisping op den hals
+gehaald, ter oorzake van de vrouw, die voor haar de oorzaak was van
+zooveel leed, en daarbij had zij spijt gehad dat zij haar vroeger had
+medegedeeld wat zij voor Dion gevoelde. Er mocht van komen wat wilde,
+de giftboom, waaruit al deze ellende, deze vrees en ergenissen waren
+opgegroeid, moest uitgeroeid, en zij uit de rijen der levenden geschrapt
+worden.
+
+Eer zij in het voorvertrek der Koningin binnentrad, had zij in stilte
+het doodvonnis harer vijandin uitgesproken. Nu moest haar scherpzinnige
+geest nog den Syriër weten over te halen om de voltrekking daarvan op
+zich te nemen. Als deze steen des aanstoots eenmaal uit den weg was
+geruimd, zou het ook weder mogelijk zijn in goede verstandhouding met
+Charmion te leven, dan zou Dion weder vrij zijn, en dan.... Hoe hij
+haar ook had gekrenkt, zij zou hem toch beschermen voor den haat van
+Philostratus en diens broeder.
+
+Met een verlicht hart kwam zij bij de Koningin. De vernietiging van het
+leven eens veroordeelden greep haar in de nabijheid der straffende
+Majesteit sinds lang niet meer diep in de ziel. Terwijl zij haar door
+den slaap verkwikte gebiedster de eerste diensten bewees, verhelderde
+zich haar gelaat hoe langer hoe meer, want de Koningin uitte ongevraagd
+hare blijdschap, dat zij op dezen dag door haar werd bediend, en niet
+altijd weder werd lastig gevallen met diezelfde onaangename zaak, die
+overigens spoedig genoeg afgehandeld zou zijn.
+
+Dit zag op Charmion, die in het bewustzijn dat geen ander aan het hof
+dit wagen mocht, in weerwil van menige terechtzetting, niet moede
+geworden was Barine's verdediging te beproeven. Doch eindelijk had
+Cleopatra haar den vorigen dag toornig gelast, haar niet weder aan te
+komen met die onheilstichtster.
+
+Toen Charmion haar daarop had verzocht den volgenden dag den dienst
+aan Iras te mogen overlaten, had de Koningin reeds berouw gevoeld over
+dien uitval tegen haar vriendin. Zij had Charmion het gevraagde verlof
+gaarne toegestaan, en haar zelfs vriendelijk verzocht hare drift toe te
+schrijven aan de zorgen die haar drukten. »En als gij mij weder uw goed,
+trouw gezicht vertoont," had zij tot besluit gezegd, »dan zult gij
+hebben ingezien, dat een ware vriendin van een ongelukkige die zij
+liefheeft, alles verwijderen moet wat haar toch al beneveld levenslicht
+nog erger verduisteren zou. De enkele naam van deze vrouw klinkt mij als
+een spotlied in mijn moeilijk verkregen rust. Ik wil dien niet meer
+hooren."
+
+Dat alles had zoo lief en innemend geklonken, dat Charmion's geraaktheid
+was versmolten als sneeuw voor de zon. Toch had zij haar met angstige
+voorgevoelens verlaten, daar Cleopatra, eer zij uit de kamer ging, in
+het voorbijgaan had opgemerkt, dat zij de zaak der zangeres in handen
+van Alexas had gegeven. Zij waardeerde nu dubbel dat zij een vrijen dag
+vóór zich had, want zij wist, hoe deze gewetenlooze gunsteling omtrent
+de jonge vrouw gezind was, en zij wilde met Archibius overleggen, hoe
+zij haar voor het ergste behoeden zou.
+
+Toen zij eerst laat ter ruste ging, hielp haar daarbij de bruine
+kamervrouw, die uit haar ouderlijk huis meegekomen was naar het hof. Zij
+was uit Nubië geboortig waar zij gekocht was, toen het gezin van Alypius
+het kind Cleopatra naar het Isis-eiland Philae had gebracht.
+
+Charmion, die in dien tijd een aankomend meisje was, had Anukis, zoo
+heette de slavin, ten geschenke bekomen als eerste kamervrouw in haar
+eigen dienst, en het meisje had zich zoo verstandig, geschikt, voor
+ontwikkeling vatbaar en aanhankelijk getoond, dat hare meesteres haar
+medegenomen had tot haar persoonlijke hulp in het Koninklijk paleis.
+
+Even innig als Charmion aan de Koningin was gehecht, was Anukis het aan
+haar. Zij had een hartelijke, onbaatzuchtige liefde opgevat voor haar
+meesteres, die iets jonger was dan zij, en haar sinds lang de vrijheid
+gegeven had, en Charmion had haar met zooveel vriendelijkheid bejegend,
+dat de belangen der Nubische bij haar eigene niet verre achterstonden.
+Haar eenvoudig doch scherp verstand en haar natuurlijke geestigheid
+hadden haar in het paleis een zekere vermaardheid doen krijgen.
+Cleopatra had zich menigmaal verwaardigd een snedig antwoord van haar
+uit te lokken, en ook Antonius had dat wel gedaan. Daar de licht
+gekromde rug die zij in haar jeugd had gehad, langzamerhand een bult
+geworden was, had hij haar den naam Aisopion gegeven, dat is de kleine,
+vrouwelijke Aesopus. Thans noemde iedereen in de omgeving der Koningin
+haar zóó, en ook, wanneer anderen, die lager geplaatst waren dan zij,
+dat deden, liet zij zich dat welgevallen, ofschoon haar vlugge geest
+haar menig scherp antwoord op een woord dat haar mishaagde, ingegeven
+had. Doch zij kende de levensgeschiedenis en de fabelen van Aesopus, die
+ook eens een slaaf was geweest, en vond het eervol bij hem te worden
+vergeleken.
+
+Toen Charmion Cleopatra verlaten had en ter ruste wilde gaan, vond zij
+Barine reeds in vasten slaap, doch Anukis wachtte haar op, en hare
+meesteres besprak met haar de droeve vrees voor Barine, die de Koningin
+bij haar had opgewekt. Zij wist hoe de Nubische de jonge vrouw genegen
+was, die zij als kind reeds op de armen had gedragen, en wier vader
+Leonax dikwijls met haar geschertst had. Vol belangstelling had zij haar
+in haar verder leven gevolgd, en sedert Barine de gast harer meesteres
+was, had zij alles gedaan wat zij kon, om haar afleiding te geven en
+gerust te stellen.
+
+Iederen morgen had zij de moeder van Barine bezocht om naar den toestand
+van Dion te vragen, en altijd goede tijdingen mee terug gebracht. Zij
+kende ook den zaakwaarnemer Philostratus en diens broeder, en daar
+zij Antonius, die zoo goedaardig met haar schertste, gaarne lijden
+mocht, had zij het betreurd dat zulk een gewetenloos man als Alexas
+zijn voornaamste vertrouweling was. Zij was ook op de hoogte van de
+aanzoeken, waarmede de Syriër Barine had vervolgd, en toen Charmion haar
+mededeelde dat de Koningin het lot van haar beschermeling in de hand van
+dezen man had gelegd, kreeg haar bruin gelaat een vale tint, doch zij
+bedwong zich om de ontzetting, die dit bij haar wekte, te verbergen.
+
+Hare meesteres wist immers wat de keus van dezen rechter voor Barine
+beteekenen moest. Het zou haar verkeerd toegeschenen hebben hare
+nachtrust door de voorstelling van haar eigen zielsangst te storen.
+Het was goed dat Charmion den volgenden morgen vroeg Archibius, dien
+zij voor den wijsten van alle mannen hield, om hulp wilde vragen; maar
+toch stelde dat haar nog in geenen deele gerust. Zij kende de fabel
+van den leeuw en de muis, die men in haar land verteld had, al lang
+vóór den tijd van den dichter, aan wien zij haar bijnaam te danken
+had, en zij was zelve reeds meer dan eens in de gelegenheid geweest
+om een gewichtigen dienst te bewijzen aan menschen die veel grooter en
+machtiger waren dan zij. Om Charmion spoediger te doen inslapen en haar
+op andere gedachten te brengen, vertelde zij haar nu van Dion, dien zij
+heden veel beter gevonden had. Zij voegde er bij, hoe teeder hij Barine
+scheen te beminnen, en hoe aandoenlijk geduldig en haar vader waardig,
+zij de dochter van Leonax weder gevonden had.
+
+Zoodra haar gebiedster sliep, ging zij naar de zaal, waar zij, in
+weerwil van het vergevorderde uur, mocht verwachten een deel van het
+dienstpersoneel te vinden, en overtuigd was als een zeer welkome gast
+te worden begroet. Toen kort daarna de lijfslaaf van Alexas verscheen,
+vulde zij zijn beker, zette zich naast hem neder, en zocht met alle
+middelen die haar ten dienste stonden, zijn vertrouwen te winnen. Dat
+gelukte de verstandige Nubische vrouw zoo goed, dat Marsyas, een aardige
+jonge Liguriër, toen zij weg gegaan was, aan de anderen verzekerde dat
+Aisopion met hare grappen en geschiedenissen de kunst verstond om de
+dooden weer levend te maken; met dat bruine monster ernstig te praten,
+zeide hij, was even prettig als te stoeien met zijn blonde geliefde.
+
+Charmion ging den volgenden morgen weder van huis, en in dien tijd wist
+Anukis Marsyas weer te vinden, en hoorde van hem, dat Iras Alexas bij
+zich ontboden had, en op welk uur hij komen zou. Zijn heer scheen
+tegenwoordig met die slanke Macedonische jonkvrouw veel geheimen te
+moeten bespreken.
+
+Voor Barine was het een teleurstelling, dat Anukis ditmaal geen nieuws
+medebracht van haar moeder en Dion, doch de Nubische verzocht haar
+geduld te hebben, en haalde boeken en een spinnewiel voor haar, om zich
+daarmede in de eenzaamheid den tijd te verdrijven. Zij zelve moest in
+de keuken gaan, omdat zij gisteren had gehoord dat de koks paddestoelen
+hadden gekocht, die wel eens vergiftig konden zijn. Zij kende echter de
+soorten goed uit elkander, en wilde ze daarom zelve in oogenschouw
+nemen.
+
+Daarop ging zij door Charmion's slaapvertrek, in de gang, die de
+aangrenzende kamers der beide vertrouwelingen van de Koningin verbond,
+en sloop de vertrekken van Iras binnen. Zoodra Alexas binnenkwam, had
+zij zich verborgen achter een der tapijten, die de muren van de
+ontvangkamer geheel bedekten.
+
+Nadat de Syriër weder vertrokken en Iras uit haar kamers geroepen was,
+keerde zij tot Barine terug en zeide dat er werkelijk vergiftige
+paddestoelen onder geloopen hadden, en nog wel van de gevaarlijkste
+soort. Men had die ook reeds gekookt, en daarom moest zij nu uitgaan om
+voor tegengif te zorgen. Daar kon Barine zeker niets tegen hebben, als
+zij wist dat meer dan één kostbaar menschenleven er mee gemoeid was.
+
+»Ga gerust,« antwoordde deze vriendelijk. »Maar als gij nog de oude
+dienstvaardige Aisopion zijt, dan vreest gij zeker niet een kleinen
+omweg te maken.«
+
+»En loopt eens aan in het huis naast den Paneumtuin,« viel de ander in.
+»Dat had ik mij toch al voorgenomen. Een smachtend verlangen is voor een
+minnend hart ook vergif, en dáárvoor is het tegengif: een goede
+tijding.«
+
+Met een lachend gezicht liet zij nu haar lieveling alleen, doch
+nauwelijks was zij in de open lucht, of er kwamen diepe rimpels in haar
+bruin voorhoofd, en zij bleef een poos peinzend stilstaan. Vervolgens
+ging zij naar het Bruchium om een ezel te huren voor den tocht naar
+Kanopus, waar zij Archibius wilde opzoeken. Het was intusschen zeer
+moeielijk de plaats waar de ezels stonden, te bereiken. Op de kade
+tusschen de Lochias en den Muzenhoek was een groote volksmenigte
+bijeenverzameld, en troepen geringe lieden, matrozen en slaven stroomden
+nog altijd toe. Toch kwam zij eindelijk en ten laatste bij den
+ezelverhuurder, en terwijl de drijver haar hielp om het gekozen dier te
+bestijgen, vroeg zij hem, wat daar toch te doen was.
+
+»Zij halen het huis van Didymus, den ouden man van het Museum omver,"
+was het antwoord.
+
+»Hoe is dat mogelijk?" riep de Nubische vol schrik. »Die oude, kloeke
+man."
+
+»Kloek?" herhaalde de drijver smadelijk. »Hij is een verrader, die
+aan al het onheil mede schuld heeft. Dat heeft de pleitbezorger
+Philostratus, de broeder van den grooten Alexas en een vriend van Marcus
+Antonius, zelf verzekerd. Hij wilde het ook bewijzen, en dus moet het
+wel waar zijn. Hoor zij eens schreeuwen! en wat vliegen die steenen!
+Ja, zijn kleindochter en haar geliefde hebben samen Koning Caesarion
+opgewacht, om hem het leven te benemen. Doch de wacht is bijtijds
+toegeschoten, en nu ligt hij gewond op zijn legerstede. Als de groote
+Isis niet te hulp komt, dan zal het wel spoedig gedaan zijn met den
+jongen Koning."
+
+Hierop keerde hij zich weder naar zijn ezel, gaf hem met zijn langen
+stok twee flinke slagen rechts en links op zijn rug, en riep hem toe:
+»Niet waar, grauwtje? het doet toch goed te hooren, dat er op een
+koninklijken rug ook nog wel een plekje is, waar de slagen vallen."
+
+Ondertusschen was de Nubische in tweestrijd of zij den ezel niet zou
+doen omkeeren en eerst bij Didymus aangaan. Doch Barine dreigde een
+grooter gevaar, en haar leven was kostbaarder dan dat van het oude paar.
+Dat gaf den doorslag, en zonder verder oponthoud reed zij voort.
+
+De ezel en zijn drijver deden hun uiterste best, maar toch kwamen zij
+te laat. Anukis hoorde in het kleine paleis te Kanopus reeds van den
+portier, dat Archibius naar de stad was gegaan met den geschiedschrijver
+Timagenes, een oud vriend van hem, die tegenwoordig in Rome woonde, en
+nu als afgezant scheen gekomen te zijn.
+
+Charmion was daar ook reeds geweest, en zij had haar broeder evenmin te
+huis gevonden. Daarom was zij hem in een wagen nagereden. Dat was slecht
+nieuws, dat bovendien noodlottig kon worden door het tijdverlies dat er
+van komen zou. Liep die ezel maar wat harder! Het is waar, Archibius had
+zijn stal vol paarden, maar wie was zij, om te durven wagen zich daarvan
+te bedienen. Toch had zij in verloop van tijd iets verworven dat haar
+met vele vrij- en hooggeborenen gelijk stelde: den goeden naam van
+betrouwbaarheid en verstand. Daarop rekende zij, en deelde den ouden,
+trouwen huismeester mede, zoo goed en zoo kwaad het ging, waarom het
+haar te doen was. Spoedig daarna geleide hij haar zelf met twee
+muildieren naar de stad en de tuinen van het Paneum.
+
+Hij koos den naasten weg daarheen, door de Zonnepoort en de Kanopische
+straat. Daar wemelde het altijd van menschen op dezen tijd van den dag,
+maar nu was het er niet bijzonder druk. Ieder die tijd en gelegenheid
+had, was naar het Bruchium en de haven gegaan, om de teruggekomen
+schepen van de verslagen vloot te zien, een nieuwstijding te hooren,
+zich aan te sluiten bij de aankondigingen en optochten die te wachten
+waren, en--als de fortuin gunstig was--de Koningin tegen te komen en het
+volle hart lucht te geven in toejuichingen.
+
+Toen de wagen links den hoek omgeslagen was en het Paneum naderde, werd
+voor het eerst de doortocht bemoeielijkt. Een talrijke schaar was bijeen
+aan den voet van den heuvel, op welks top het heiligdom van Pan zich
+prachtig verhief boven de uitgestrekte tuinen die er omheen lagen. De
+lange gestalte van den pleitbezorger Philostratus viel de Nubische in
+het voorbij rijden dadelijk in het oog. Was die onheilstichter dan
+overal tegelijk? Doch ditmaal scheen hij tegenstand te ondervinden, want
+zijn rede werd door luid geschreeuw afgebroken. Juist toen het voertuig
+hem vlak voorbij reed, wees hij op de rij huizen, waartoe ook dat van de
+weduwe van den schilder Leonax behoorde, maar op deze beweging volgde
+een hevige tegenspraak.
+
+Anukis begreep nu ook wat de menigte terughield, want toen de wagen
+bijna het doel van den tocht bereikt had, kwam hen een stoet gewapende
+jongelingen tegen. Met hun flinken in de Palestra gestaalden
+lichaamsbouw, en de krullende zwarte, bruine of blonde haren, boden zij
+een schoon schouwspel aan. Het waren leden van den epheben bond, welks
+hoofdman vroeger Archibius was geweest, en waartoe later Dion was
+gekozen. De jongelingen hadden gehoord wat er met hem was gebeurd,
+en dat hij door gevangenschap of misschien nog erger dingen werd
+bedreigd. In vroeger tijd zou het niet mogelijk zijn geweest zich tegen
+de handelwijze der Regeering te verzetten en over hun bedreigden vriend
+te waken, maar in deze ongeluksdagen moesten de machthebbers rekening
+met hen houden. Ofschoon zij innig gehecht waren aan de Koningin, en
+besloten hadden, in weerwil van haar nederlaag, voor haar in de bres te
+springen, zoodra dat noodig zou zijn, toch wilden zij niet dulden dat
+Dion gestraft werd voor een vergrijp, dat hem in hunne oogen tot eer
+verstrekte. Naarmate het hen meer ergerde dat de Raad der stad in dit
+geval dat toch een van hun medeleden betrof, zoo aarzelend optrad, waren
+zij zelve des te vaster besloten hem te beschermen. Zij waren het nog
+niet eens geworden over de vraag of voor den man, die den »Koning der
+Koningen" den zoon hunner gebiedster, had gewond, volledige vrijspraak
+of enkel een zacht oordeel mocht worden geëischt. Ook had de stille
+Cæsarion, die altijd gehoorzaam was aan zijn gouverneur, geenszins de
+kunst verstaan om de epheben voor zich te winnen. De verwijfde jongeling
+vertoonde zich nooit in de Palestra, al had zelfs de groote Marcus
+Antonius niet versmaad daar een bezoek te brengen. Hij had daar
+menigmaal aan de jongelingen proeven zijner reuzenkracht gegeven, en ook
+zijn zoon Antyllus nam dikwijls aan de oefeningen deel. De slag dien
+Dion aan Cæsarion gegeven had, was niet veel meer geweest dan een van
+die vuistslagen, zooals ieder die in het worstelperk van tijd tot tijd
+ontving.
+
+Philotas van Amphissa, Didymus' leerling, had de jongelingen het eerst
+van den aanval in kennis gesteld, en al het mogelijke gedaan om weer
+goed te maken, wat hij tegen de kleindochter van zijn leermeester had
+misdaan. Zijn oproeping had luiden weerklank gevonden. De epheben
+voelden zich sterk genoeg een vriend, wie dat ook zijn mocht, te
+beschermen, en zij wisten dat zij in het uiterste geval waren gedekt
+door den Raad, den Exegeet, den bevelhebber der stad, een flinken
+Macedoniër, die eenmaal een sieraad van hun bond was geweest, en ook
+door het groote aantal cliënten van Dion en zijn geslacht. Geen enkele
+zwakkeling werd in hun midden geduld. Zij hadden ook reeds gelegenheid
+gehad hun naam te handhaven, want al waren zij ook te laat gekomen
+om het eigendom van Didymus voor schade te behoeden, toch hadden zij
+aan het tieren van het volk, dat door den pleitbezorger Philostratus
+opgestookt was, een eind gemaakt, en de menigte teruggedrongen, toen de
+Syriër die wilde leiden naar het huis van Barine om dat een zelfde lot
+te doen ondergaan.
+
+Vóór het huis van vrouw Berenice stond reeds een ander voertuig, toen
+Anukis uit het hare stapte. Het was een van die, welke altijd ter
+beschikking waren voor de beambten der Koningin. Waren hier handlangers
+van Alexas aan het werk, of was hij misschien zelf reeds bezig Dion
+in het verhoor te nemen, of zelfs zich van hem meester te maken? De
+Nubische kende den wagendrijver, evenals allen die tot den dienst in het
+paleis behoorden, en vernam van hem, dat hij den bouwmeester Gorgias
+gereden had.
+
+Anukis had dezen nog nooit ontmoet, hoewel zij gedurende de verbouwing
+van Cæsarion's woonhuis, hem dikwijls gezien en veel van hem gehoord
+had, ook dat het fraaie paleis van Dion zijn werk was. Hij was een
+vriend van den gewonde, dus behoefde zij hem niet te vreezen.
+
+Zoodra zij het atrium binnentrad hoorde zij dat vrouw Berenice met
+Archibius en zijn Romeinsche vriend was uitgereden. De arts had den
+gewonde verboden veel bezoek te ontvangen, maar toch was behalve de
+bouwmeester nog een vrijgelatene van Dion bij hem toegelaten.
+
+De tijd drong; lieden van één stand en gelijke gezindheid begrijpen
+elkander. De oude portier en de Nubische waren beiden trouw gehecht aan
+hunne meesters en daarenboven landgenooten, dus had zij maar weinig
+woorden noodig om den poortwachter over te halen haar aanstonds aan de
+legerstede van den gewonde te brengen. Vóór de deur der ziekenkamer
+stond de vrijgelatene, een groote, donkerbruine, eenvoudig gekleede
+grijskop, dien zij voor een stuurman aanzag. Hij had nog geen toegang
+tot den lijder gekregen, maar dit scheen hem volstrekt niet te
+verdrieten; hij stond bedaard tegen den muur geleund naast de deur der
+ziekenkamer, en zag naar zijn breedgeranden schippershoed, dien hij
+langzaam in de rondte draaide. Nauwelijks had Dion den naam Anukis
+gehoord of hij riep door de half geopende deur met levendigheid: »Laat
+zij binnen komen!"
+
+Dat liet de Nubische zich geen tweemaal zeggen. Het scheen op haar bruin
+gelaat geschreven te staan dat iets ernstigs en dringends haar daar
+gebracht had, want op de eerste begroeting liet de gewonde dadelijk de
+angstige opmerking volgen, dat zij zeker niets goeds mede te deelen had.
+
+Tot eenig antwoord knikte zij veelbeteekenend met het hoofd en wierp een
+zijdelingschen blik op den bouwmeester; Dion gaf hierop aan zijn vriend
+een korte verklaring wie zij was, en verzekerde van den anderen kant
+haar zelve dat hij alles, ook het grootste geheim, gerust hooren mocht.
+
+Nu was dan ook alle vrees van haar geweken, en terwijl het zweet op haar
+voorhoofd parelde, gaf zij op een toon van ernstige waarschuwing te
+kennen dat zijn leven in groot gevaar was. Zij liet zich daarvan niet
+afbrengen toen hij zijn vertrouwen op de epheben te kennen gaf, die
+altijd bereid waren tot zijn bescherming, en op den Raad, die de zaak
+van een der leden tot de zijne zoude maken, doch zwoer hem zich zoo
+spoedig mogelijk in veiligheid te stellen, hetzelfde waarheen. Er
+werden reeds handen naar hem uitgestoken door machten, waartegen geen
+tegenstand baten zou. Maar ook deze verzekering bleek te vergeefs
+gedaan, want hij was overtuigd dat de invloed van zijn oom den
+zegelbewaarder, hem voor ieder wezenlijk gevaar behoedde. Nu besloot
+Anukis eindelijk te bekennen wat zij afgeluisterd had, doch sprak
+hierbij niet van Barine, noch van hetgeen haar dreigde. Ten slotte
+bezwoer zij hem met al het vuur van een trouw, bezorgd gemoed, toch hare
+waarschuwing niet in den wind te slaan.
+
+Terwijl zij sprak, hadden de beide vrienden blikken van verstandhouding
+gewisseld, doch nauwelijks had de Nubische het laatste woord geuit of
+door de open gebleven deur trad de reuzengestalte van den vrijgelatene
+binnen.
+
+»Gij hier, Pyrrhus!" riep de gewonde hem vriendelijk toe.
+
+»Ja heer, ik ben het," antwoordde de ander, en liet zijn schippershoed
+nog sneller draaien. »Ik ben anders geen man om aan deuren te luisteren,
+en kom ook nooit ongeroepen ergens binnen, maar wat daar zooeven
+gesproken werd, moest ik wel hooren, en het gekras van dien ouden
+ongelukskraai trok mij naar binnen."
+
+»Ik wilde," hernam Dion, »dat gij verblijdender dingen hadt kunnen
+hooren; die bruine ongeluksvogel zingt anders vriendelijke liederen,
+en zij komen alle uit een trouw hart. Trouwens, als mijn stilzwijgende
+Pyrrhus zijn mond zoo wijd open doet, dan komt er zeker iets gewichtigs
+te voorschijn, en voor deze hier mag dat wel voor den dag komen."
+
+De schipper kuchte eens, drukte zijn groven, vilten hoed met zijn
+vereelte handen ineen, en zeide met zooveel ontroering en verlegenheid,
+dat zijn zware kin op en neertrok en zijn stem hem somtijds begaf:
+»Wanneer die bruinen vrouw te vertrouwen is dan moet gij van hier weg en
+naar een veilige schuilplaats heer. Ik kwam toch reeds hier om u die aan
+te bieden. Onderweg hoorde ik uw naam noemen. De menschen zeiden dat gij
+den zoon der Koningin een wond toegebracht hadt en daarvoor het hoofd
+zoudt moeten verliezen. Toen dacht ik: »dat zal niet gebeuren, neen,
+zeker niet, zoolang Pyrrhus nog leeft, die eenmaal zijn jongenheer Dion
+leerde de roeiriemen te gebruiken en de zeilen te hijschen,--Pyrrhus en
+al zijn eigen volk." Waartoe zou ik herhalen, wat wij beiden lang genoeg
+weten? Van mijn eerste schuitje en het stuk grond op ons eiland af, tot
+aan de vrijheid toe, zijn wij alles verschuldigd aan uw vader en aan u.
+Er rustte zegen op uw geschenk en op onzen arbeid, en nu is al het mijne
+het uwe. Ik behoef er niets meer bij te zeggen. Gij kent immers onze
+klip aan de andere zijde van den Alveus Steganus, ten Noorden der
+groote haven; het Slangeneiland heet het. Voor iemand die het water
+daar kent, is het gemakkelijk te bereiken, doch voor ieder ander even
+ontoegankelijk als maan en sterren. Zij worden al bang als zij den naam
+maar hooren, ofschoon wij dat ongedierte al lang hebben uitgeroeid. Mijn
+jongens, Dionysus, Dionichus en Dionikus--gij ziet, ieder heeft wat van
+Dion in zijn naam--wachten op de vischmarkt, en zoodra het donker
+wordt..."
+
+De gewonde liet hem niet uitspreken, hij stak hem de hand toe en dankte
+hem hartelijk voor zijne trouw en goedheid, maar toch wees hij het
+welgemeende aanbod van de hand. Hij moest bekennen dat hij geen veiliger
+schuilhoek weten zou dan de klip, waaromheen altijd meeuwen vlogen,
+en waar Pyrrhus met zijn gezin een overvloedig bestaan vond in de
+vischvangst en den dienst als loods. Doch de bezorgdheid voor zijn
+toekomstige gemalin hield hem van het verlaten der stad terug.
+
+De vrijgelatene gaf het daarom toch niet op. Hij herinnerde hoe spoedig
+men van zijn eiland in de haven kon komen en dat er dagelijks visch naar
+de markt werd gebracht, zoodat het hem aan berichten nooit behoefde
+te ontbreken. Zijn zoons waren precies als hij, en spraken ook geen
+onnoodig woord, beweerde hij. Zij waren daar zelfs afkeerig van, terwijl
+de vrouwen maar zelden het eiland verlieten. Zoolang zij de geliefde
+gasten herbergen zouden, mochten zij geen stap daarbuiten doen. Als het
+noodig was, kon zijn heer spoedig genoeg weder te Alexandrië zijn om
+zijn plicht te doen.
+
+De bouwmeester vond in dit voorstel veel goeds, en hij mengde zich dus
+in het gesprek, om het verzoek van den vrijgelatene te ondersteunen;
+doch Dion hield ter wille zijner geliefde, zijn weigering zoolang vol,
+totdat Anukis die reeds lang verlangde naar Archibius te kunnen gaan, nu
+ook voor haar gevoelen uitkwam.
+
+»Volg dien man daarheen, heer!" riep zij uit. »Ik weet wat ik weet. Ik
+zal aan onze Barine vertellen van uwe trouwe standvastigheid, maar hoe
+kan zij u ooit hare dankbaarheid betoonen, zoo gij moet sterven?"
+
+Dit laatste woord en de mededeelingen die er op volgden, hadden een
+beslissende uitwerking, en zoodra Dion er in had toegestemd den
+vrijgelatene te volgen, maakte de Nubische zich gereed haar verdere
+plannen uit te voeren. Eerst echter hield de gewonde haar nog terug,
+om haar allerlei dingen voor Barine op te dragen, en daarna ook de
+bouwmeester, die geloofde dat hij in haar de rechte helpster gevonden
+had voor alles wat hij nog in het schild voerde.
+
+In den vroegen morgen was hij uit Heroonpolis teruggekeerd, waarheen hij
+met andere vakgenooten had moeten gaan om te onderzoeken of de waterweg
+weder bruikbaar gemaakt kon worden. De uitkomst was zóó slecht geweest,
+dat hij bijna allen moed op de mogelijkheid verloren had, en op verzoek
+der anderen was hij naar de Koningin gegaan, om haar te overreden het
+veelbelovende maar in dien korten tijd onuitvoerbare plan te laten
+varen.
+
+Hij had den nacht tot dag gemaakt, en was ook, zoodra Cleopatra was
+opgestaan, bij haar ontvangen. Er was een wagen voor hem beschikbaar
+gesteld, want hij had nog veel te doen gehad in het arsenaal en bij
+verschillende bouwwerken. Hij was toen uitgereden van de Lochias, om
+den muur te gaan bezichtigen, dien hij voor Antonius op den Choma had
+opgericht, en ook den Isistempel bij den Muzenhoek, waaraan Cleopatra
+een nieuw gedeelte wenschte toegevoegd te zien. Doch nauwelijks had hij
+het schiereiland verlaten, of hij werd in het Bruchium opgehouden door
+een woeste menigte die het huis van Didymus berende met balken en
+masten, en zich daarbij te verweren had tegen de epheben die haar
+aanvielen.
+
+Eindelijk was hij door dien woedenden troep heen gedrongen, om het oude
+echtpaar en hunne kleindochter te hulp te komen. De slaaf Phryx was al
+bezig geweest om de booten, die in de haven lagen in gereedheid te
+brengen. Gorgias had moeite genoeg den grijzen philosoof te bewegen om
+met de zijnen hem naar den zeekant te volgen. Hij was integendeel juist
+voornemens zich vóór die woestelingen te plaatsen, en hen, zelfs al zou
+het zijn leven kosten, toe te roepen, dat zij jammerlijk misleid waren,
+en zich schuldig maakten aan een schandelijke euveldaad. Gelukkig kon
+de bouwmeester hem overreden met de opmerking, dat het een Didymus
+onwaardig zou zijn, als hij zijn leven, waarop de hulpelooze vrouwen
+en de geheele wereld, voor wie zijn geschriften wegwijzers waren
+naar het rijk der waarheid, recht hadden, wilde prijs geven aan ruwe
+barbaarschheid. Toch zouden de grijsaard en zijn gezin nog bijna in de
+handen der woedende menigte zijn gevallen, daar Didymus niet eerder
+wilde heengaan, dan nadat hij het een en ander, vooral een twintig of
+dertig kostbare boeken, in veiligheid had gebracht. Bovendien begreep
+zijn oude doove levensgezellin, die er anders gaarne in berustte wanneer
+haar zwak gehoor haar verhinderde de dingen te verstaan, nu volstrekt
+niet, wat er toch gebeurde. Zij wilde daarom dat ieder die in haar
+nabijheid kwam, haar dat zou uitleggen, en hield daardoor haar
+kleindochter Helena op, die er voor zorgen wilde dat de kostbaarste
+zaken van het huis gered werden. Door dat alles werd het vertrek
+vertraagd, en het was alleen te danken aan het flinke optreden van
+Philotas, Didymus' helper, en aan eenige epheben die zich bij hem
+voegden, dat zij nog ongedeerd ontkwamen.
+
+De Scythische wacht die ten laatste een eind maakte aan het onzinnige
+woeden van het opgeruide volk, kwam te laat om het sloopen van het huis
+te voorkomen, doch zij redde Philotas en de epheben uit de handen en van
+de steenen der volksmenigte.
+
+Eerst toen de booten een eindweegs de haven uitgezeild waren, was de
+vraag bij hen opgerezen waarheen de philosoof en zijn gezin de wijk
+zouden nemen. Het huis van Berenice werd evenzeer bedreigd, en de wetten
+van het Museum verboden dat dáárin vrouwen werden opgenomen. Vijf van
+zijn bedienden waren hun heer gevolgd, en in de huizen der geleerde
+vrienden van Didymus ontbrak het voor zoovele gasten aan ruimte.....
+Terwijl de grijsaard en Helena alle huizen waar zij wisten dat zij een
+onderkomen konden vinden, opsomden, kwam Gorgias met het verzoek aan, of
+men het verblijf in het zijne voor lief zou willen nemen. Hij had dit
+van zijn vader geërfd. Het was zeer groot en ruim, stond zoo goed als
+leeg, en was gemakkelijk te bereiken, daar het ten Noorden van het forum
+aan de zee lag. De vluchtelingen konden zich daar geheel vrij bewegen,
+daar hem nog zooveel arbeid te wachten stond, dat hij alleen den nacht
+onder zijn eigen dak zou kunnen doorbrengen. Hij wist de kleine
+bezwaren, die zijne beschermelingen opperden, spoedig uit den weg te
+ruimen, en een kwartier nadat zij den Muzenhoek verlaten hadden, mocht
+hij reeds de poort van zijn woning voor hen openen en hij deed dit met
+ware vreugde. De oude huisbezorgsters en de bewaarder die reeds in den
+dienst van zijn vader was vergrijsd, zetten een verbaasd gezicht, maar
+gingen ijverig aan het werk, zoodra Gorgias zijn gasten aan hun zorg had
+toevertrouwd. De gewichtige bezigheden die hem riepen, verhinderden hem
+zelf de plichten van een gastheer waar te nemen.
+
+Didymus en zijn gezin had alle reden hem dankbaar te zijn, en toen
+de oude philosoof in de groote boekerij, die de bouwmeester hun tot
+verblijf had aangewezen, vele goede geschriften en daaronder vele van
+zijn eigen hand vond, staakte hij eindelijk het op en neder loopen, en
+ging rustig zitten. Daarbij viel hem ook weder in dat hij, op raad van
+een vriend, zijn vermogen aan een vertrouwd bankier ter bewaring gegeven
+had, en het leven scheen hem nu wel is waar nog donkergrijs, maar toch
+niet meer zoo zwart als eerst.
+
+Gorgias had in korte woorden de Nubische van alles op de hoogte
+gebracht, en daarop had Dion haar medegedeeld dat zij Archibius met den
+Romeinschen vriend bij den broeder van vrouw Berenice, den philosoof
+Arius zou vinden. Deze lag even als hij, gewond op zijn legerstede,
+tengevolge van een overmoedige streek van Antyllus. Zij zou ook Barine's
+moeder bij Arius vinden. Zij kon hen dan in kennis stellen van het lot
+van Didymus en de zijnen, en hen mededeelen dat hij, Dion, van plan was
+een uur na zonsondergang hun huis en de stad den rug toe te keeren.
+
+»Doch waarheen gij gaat," viel Gorgias hem in de rede, »mag niemand, ook
+vrouw Berenice en Arius niet vernemen. Gij vrouw, ziet er naar uit alsof
+gij zwijgen kunt."
+
+»Hoewel zij," viel Dion hierop in, »haar naam Aisopion aan de vlugheid
+harer tong te danken heeft."
+
+»Maar die tong," verzekerde de Nubische, »is toch maar als de
+zilvervischjes met de roode stippels in den tuin der koningskinderen.
+Zij schieten rad genoeg voort, doch zoodra zij een gevaar duchten,
+liggen zij in het water zoo stil alsof zij vastgenageld waren. En, bij
+de groote godin Isis!--aan gevaren is in dezen droevigen tijd geen
+gebrek. Wenscht gij vrouw Berenice en de anderen nog voor uw vertrek te
+zien?"
+
+»De moeder, ja;--Arius' zonen zijn flinke jongens, maar heden is het
+toch beter, dat zij hier niet aan huis komen."
+
+»Zeker!" zeide Gorgias. »Ook hun vader zou goed doen als hij een
+schuilplaats zocht. Hij is nog altijd in goede verstandhouding met
+Octavianus. Het is echter wel mogelijk dat de Koningin hem wenscht te
+gebruiken. In dat geval kan hij misschien nog van nut zijn voor Barine,
+die toch het kind zijner zuster is. Timagenes, die uit Rome als
+bemiddelaar komt, krijgt ook veel invloed."
+
+»Op diezelfde gedachte" zeide Anukis »is mijn arm hoofd ook al gekomen.
+Nu ga ik mijn heer het gevaar aantoonen dat de jonge vrouw bedreigt, en
+als het mij gelukt.... Maar wat zou een dienares, die er uitziet als ik,
+kunnen uitrichten? En toch... mijn huis staat dichter bij den oever van
+den stroom dan dat van de meeste anderen, en als ik er een blad in werp,
+dan draagt hij dat misschien naar de goddelijke zee."
+
+»Die wijze Aisopion!" riep Dion uit; maar de wakkere Nubische haalde
+haar hooge schouders op, en zeide: »Men behoeft niet vrij geboren te
+zijn, om zich te verheugen in hetgeen recht is, en als wijs zijn
+beteekent: zijn hoofd gebruiken om te denken, en met zijn wil alles
+bevorderen wat goed en rechtvaardig is, dan moogt gij mij, wat mij
+betreft, zoo noemen. Dus na zonsondergang vertrekt gij?"
+
+Zij wilde zich verwijderen, doch de bouwmeester, die iedere uitdrukking
+van haar gelaat had bespied, had een besluit genomen, en verzocht haar
+hem te volgen.
+
+Toen zij in het zijvertrek waren, verlangde hij van haar een nauwkeurig
+verslag omtrent Barine en wat haar dreigde. Nu beraadslaagden zij
+te zamen over hetgeen er te doen stond alsof zij zijnsgelijke was,
+en daarop reikte hij haar de hand tot afscheid, en zeide: »Als het
+mogelijk is, om haar zonder dat zij herkend wordt naar den Isistempel
+te brengen, dan kan deze duisternis nog licht worden. Van het eerste
+uur na zonsondergang af ben ik te vinden in het heiligdom. Ik heb
+daar opmetingen te doen. Wanneer gij beweert te weten dat de hemelsche
+machten zich erbarmen over de onschuldigen, die zij tot aan den rand van
+den afgrond hebben gebracht, dan hebt gij in dat geval misschien gelijk.
+Het komt mij voor, alsof de dingen hier samenloopen op een wijze, die
+door degenen die het hoorden vertellen, niet geloofd zou worden."
+
+Toen Aisopion weg was, ging Gorgias naar zijn vriend terug, en verzocht
+den vrijgelatene dat hij met zijn schuit gereed zou liggen op een plek
+aan den oever, die hij hem nauwkeurig aan gaf. Daarna waren de vrienden
+weder alleen.
+
+Gorgias had handen vol werk, maar hij kon toch niet nalaten aan Dion
+zijn verbazing te kennen te geven over de kalmte die hij bewaarde.
+»Alsof zij naar Kanopus moesten om oesters te eten," besloot hij, en
+schudde daarbij zijn hoofd, als over iets, dat hem te hoog was.
+
+»Wat wilt gij dan?" vroeg de andere. »U kunstenaars, laat de
+gevleugelde phantasie altijd een toekomst zien, die aan uwe bewegelijke
+stemming beantwoordt. Zijt gij vol hoop, dan maakt gij een aardigen tuin
+tot de Eliseesche velden; vreest gij iets, dan ziet gij, als het dak
+brandt, de geheele wereld opgaan in de vlammen. Wij, aan wier wieg
+de Muze niet verschenen is, en die alleen ons overleggend verstand
+gebruiken om te zorgen voor ons eigen welzijn en dat van ons huis
+en den Staat, wij zien de dingen zooals zij zijn, en behandelen de
+omstandigheden als de getallen in een rekenopgaaf. Ik weet dat Barine
+bedreigd wordt. Dat zou mij het verstand kunnen doen verliezen; maar
+achter haar zie ik Archibius en Charmion staan, als met uitgespreide
+vleugelen om haar te beschermen. Ik zie ook de vrees van al mijne
+vrienden, met inbegrip van het Museum, van den Raad, waartoe ik
+behoor, van mijn cliënten en de tijdsomstandigheden, die verbieden de
+misnoegdheid der burgerij te wekken.--En nu het resultaat dat ik uit
+de juiste bijeenvoeging van al deze bekende grootheden verkrijg...."
+
+»Dat zal even lang het ware zijn," viel zijn vriend in, »als de
+onberekenbaarste van alle factoren, de hartstocht, er zich niet in
+mengt, de hartstocht eener vrouw, en de Koningin behoort tot het, op het
+gebied van den hartstocht, stellig sterkere geslacht."
+
+»Toegegeven! Doch zoodra Marcus Antonius terugkeert, zal het blijken,
+dat haar jaloerschheid haar heeft doen dwalen."
+
+»Dat willen wij hopen. Het is ook alleen de op dwaalsporen geleide,
+bedrogen, verkeerd ingelichte Cleopatra, die ik vrees, want in den grond
+heeft zij in goddelijke goedheid haar gelijke niet. De vriendelijkheid
+waarmede zij aller harten wint, is onbeschrijfelijk. En dan die ijzeren
+kracht van haar geest! Ik zeg u Dion...."
+
+»Vriend, vriend!" viel deze hem glimlachend in de rede, »wat vliegen uwe
+wenschen weer hoog! Sedert drie jaren heb ik al de branden in uw hart
+opgeteld. Ik geloof dat wij aan de zeventiende gekomen waren, maar deze
+laatste telt dubbel."
+
+»Dwaasheid!" riep de bouwmeester verachtelijk. »Zou men niet meer mogen
+erkennen wat heerlijk, wonderbaar, éénig is? Dat is zij! Kort
+geleden--wanneer was het ook weer?--kwam zij mij tegemoet in een glans
+van schoonheid...."
+
+»Dat gij ditmaal wel zorgen moogt uwe oogen te bewaken. En toch spraakt
+gij nog zooeven zoo vurig over uwe jonge gast, van de liefdevolle zorg,
+de bevallige bedaardheid die Helena midden in het dreigende gevaar...."
+
+Nu viel de bouwmeester knorrig in: »Alsof ik één syllabe daarvan wilde
+terugnemen! Helena wordt door geen enkele Alexandrijnsche jonkvrouw
+geëvenaard, maar die andere, zij, Cleopatra.... Zij is nu eenmaal in
+haar goddelijke majesteit boven al het menschelijke verheven. Dien
+spottenden trek om uw mond kondet gij mij en uzelven ditmaal wel sparen!
+Als zij u even als mij aangezien had met die vochtige, diepe, weemoedige
+oogen, en over haar ongeluk gesproken had, dan zoudt gij hand aan hand
+met mij voor haar door water en vuur gaan. Ik behoor juist niet tot de
+lichtbewogen menschen, en sedert mijn vader gestorven is, heb ik enkel
+bij anderen tranen gezien; doch toen zij sprak van het mausoleum, dat ik
+voor haar bouwen moest, omdat het noodlot haar, wie weet hoe spoedig,
+zou kunnen noodzaken een toevlucht te zoeken in de armen van den dood,
+toen was het met mijn zelfbeheersching gedaan. En zooals zij mij toen
+telde onder de vrienden, op wie zij zich verliet, en mij haar hand
+toestak--die hand, zooals er geen tweede is--toen, ja lach maar, als gij
+den moed daartoe hebt, ik weet zelf niet wat mij toen bezielde, maar ik
+voelde mij tot haar aangetrokken, en terwijl ik haar--de hand bedoel
+ik--kuste, werd zij misschien nat van mijn tranen. Ik schaam mij niet
+over die aandoening, en mijne lippen schijnen mij gewijd door de
+aanraking van die bleeke, kleine godenhand, die haar eigen taal spreekt,
+en die mij, waarheen ik den blik ook sla, voor oogen zweeft."
+
+Gorgias streek zich het zware haar uit het gelaat, schudde het hoofd
+alsof hij ontevreden over zichzelf was, en ging op een anderen toon
+voort: »Maar de tijd is slecht gekozen voor zulke ontboezemingen. Ik
+sprak van het mausoleum, dat de Koningin wil laten bouwen. Morgen
+wenscht zij het eerste vluchtige ontwerp er van te zien. Ik zie het
+reeds duidelijk voor mij. Het moet naast den tempel van Isis, haar eigen
+godin staan... Ik sloeg voor het te plaatsen in het groote heiligdom in
+de Rhakotis bij het Serapeum. Dat keurde zij niet goed... zij wilde het
+dicht bij het paleis op de Lochias hebben. Zij had zich den tempel in
+den Muzenhoek in het hoofd gesteld; maar het huis van Didymus stond een
+gebouw van grooter omvang in den weg. Als men dit weg dacht, dan zou
+men een weg kunnen aanleggen door den tuin van den ouden man heen,
+misschien zelfs langs de zee. Wij zouden ruimte gekregen hebben voor
+een reusachtig gebouw, en er zou toch nog altijd een fraaie tuin over
+gebleven zijn. Maar wij hadden gehoord hoe Didymus gehecht is aan zijn
+oude eigendom. Het zou de Koningin stuiten den grijsaaard met geweld te
+dwingen... Zij is rechtvaardig, en wellicht wordt zij gedreven door
+redenen die ik niet ken.... Ik heb daarom beloofd naar een andere
+plek uit te zien, hoewel ik zag, hoe zij er op gesteld was dat haar
+grafteeken met het heiligdom der godin verbonden zou zijn.... En
+ziet.... Ik heb het aan die slimme bruine heks al verteld--daar lieten
+de hemelsche machten, de goden, het noodlot, of hoe men anders de kracht
+noemen wil die de wereld en ons bestaan naar eeuwige wetten en naar
+haar eigen, geheimzinnigen, almachtigen wil bestuurt, een schelmstuk
+gelukken, waaruit redding voor u, en voor de Koningin iets wat in dezen
+moeilijken tijd haar zeer welgevallig zal zijn, schijnt te zullen
+voortkomen."
+
+»Mensch, mensch!" viel Dion weder in. »Waarheen zal deze nieuwe
+hartstocht u nu weder voeren? Daarbuiten trappelen de wachtende paarden,
+de plicht roept den plichtmatigsten van alle menschen, en alsof hij een
+ziener ware, vermeit hij zich in duistere uitspraken!"
+
+»Maar waarvan de zin en inhoud," hernam Gorgias, »u, met al uw
+koele berekeningen van gegeven omstandigheden, spoedig niet minder
+wondervol schijnen zal dan mij, al is het, volgens u, mijn onstuimig
+kunstenaarsbloed, dat mij parten speelt. Nu nog slechts dit ter
+verklaring: het huis van Didymus wordt aanstonds door mijne bouwlieden
+in beslag genomen, en ik onderzoek de benedenruimte van den Isistempel.
+Ik heb de volmacht bij mij om daar naar welgevallen te werk te
+gaan. Cleopatra heeft mij zelve de bouwplannen laten zien, ook dat
+geheimzinnige, waarop de loop der onderaardsche gangen aangeduid wordt.
+Er zal nu ook voor u eenig licht vallen op mijn duistere uitspraken, als
+ik u later door een van die geheime gangen aan uwe vijanden ontvoer.
+Men heeft u terecht verzwegen aan welk een dunnen draad het zwaard
+boven uw hoofd heeft gehangen, ondanks uw rekenopgaaf. Thans, nu ik de
+mogelijkheid inzie het op zijde te schuiven, mag ik het u aanwijzen.
+Morgen reeds zoudt gij reddeloos in de handen van wreede vijanden zijn
+gevallen en door uw eigen zwakken oom smadelijk prijsgegeven zijn,
+wanneer de onverzoenlijkste van allen zich niet het schandelijke
+genoegen had gegund de hand te slaan aan het huis van den grijsaard.
+Gij weet wat ik meen, wanneer niet de Koningin door een verpletterenden
+tijding op de gedachten gekomen was, voor zich zelve een mausoleum te
+laten bouwen. De gang," en hij liet zijn stem dalen, »waarvan ik sprak,
+komt uit vlak bij het stuk grond van Didymus aan de zee; daar leid ik u
+door, en als het kan en noodig is, ook Barine. Op den gewonen weg zou
+men zoo iets slechts met het grootste gevaar kunnen bewerkstelligen. Als
+wij de gang gebruiken, dan komen wij ongezien aan een donkere plek aan
+het strand, en de vlucht blijft, als er geen bijzonder ongeluk gebeurt,
+onopgemerkt. De draagstoel en uw waggelende gang zouden, indien wij
+ergens anders aan de haven in de boot wilden gaan, alles verraden."
+
+»En dan willen wij, verstandige menschen, aan geen wonderen, gelooven!"
+riep Dion, en stak zijn vriend zijn witte hand toe. »Hoe zal ik u genoeg
+danken, gij lieve, verstandige, trouwste vriend van uw vrienden, met
+het hart zonder trouw voor uw vriendinnen. Voeg dit booze woord bij de
+andere van vroeger, waarvoor ik u nu om vergeving vraag. Wat gij voor
+mij en Barine wilt doen, geeft u het recht, mij uw leven lang al het
+kwaad aan te doen en te hooren te geven, wat gij maar wilt. Bezorgdheid
+voor haar zou mij heden avond, als het ernst geworden was met onze
+poging tot ontvluchten, zeer zeker aan dit huis en deze stad geboeid
+hebben gehouden, want zonder haar heeft het leven nu geen waarde meer
+voor mij. Doch wanneer ik mij voorstel dat zij mij zou kunnen volgen
+naar die klip van Pyrrhus..."
+
+»Vlei u niet met die hoop," verzocht de bouwmeester. »Daar zou zij
+misschien wezenlijk hinderpalen ontmoeten.--Overigens, ik moet later nog
+eens met de Nubische overleggen. De anderen niet te na gesproken, houd
+ik haar raad toch voor den besten. Zij weet hoe het bij de grooten
+toegaat, en behoort zelve tot de kleinen. Buitendien heeft zij door
+Charmion toegang tot de Koningin, en niets wat er aan het hof geschiedt,
+ontgaat haar. Zij deed mij ook inzien dat wij de uitlevering van Barine
+aan Alexas als een geluk moesten beschouwen. Hoe licht had het niet
+kunnen gebeuren dat zij, wier wenschen altijd daden worden, wanneer zij
+den al te grooten ijver harer levende werktuigen niet beteugelt, door
+jaloerschheid tot een gruwelijke misdaad ware gedreven! Iemand die zelf
+door het lot met zoo harde slagen getroffen wordt, haast zich maar
+zelden anderen daarvoor te behoeden, wanneer de zorgen, die als een
+berg op haar drukken, zich maar tusschen de Koningin en de jaloersche
+verbolgenheid plaatsen, die voor hare groote ziel werkelijk te klein
+is!"
+
+»Wat is groot of klein voor het hart eener minnende vrouw?" vroeg Dion.
+»In ieder geval doet gij wat gij kunt om Barine buiten de macht der
+vertoornde vorstin te brengen, dat weet ik."
+
+Gorgias drukte zijn vriend met warmte de hand, en door een plotselinge
+ingeving gedreven, kuste hij hem daarbij op het voorhoofd, en haastte
+zich naar de deur. Op den drempel werd hij door een zacht steunen van
+den gewonde teruggehouden. Zou hij zich dienzelfden avond reeds sterk
+genoeg gevoelen den langen tocht door de onderaardsche gang te doen?
+
+Dion verzekerde, dat hij dat stellig geloofde, maar tegelijk verried
+zijn hooger gekleurd gelaat dat de reeds verdwenen koorts teruggekeerd
+was.
+
+Gorgias sloeg den blik nadenkend naar den grond. Vele zieken die
+genezing behoefden, werden naar den tempel der godin gebracht, daarom
+kon de verschijning van Dion op die plaats niet bijzonder de aandacht
+trekken. Daarentegen scheen het gevaarlijk aan vreemden op te dragen den
+zieke door de gang te leiden. Hij zelf was sterk genoeg, maar het zou
+voor den allersterkste een onmogelijkheid zijn het zware lichaam van
+den langen man in gebukte houding tot aan de zee te dragen; want de
+gang was laag en van aanzienlijke lengte. Maar als het noodig was, dan
+zou hij het beproeven. Hij riep hem vertroostend toe: »Als uw kracht
+niet toereikend is, dan vinden wij er wel iets anders op!" en nam
+daarmede afscheid. Vervolgens schreef hij aan Barine's kamervrouw en
+den lijfslaaf van den gewonde voor, wat zij moesten doen, beval den
+poortwachter iederen bezoeker, wien ook, met uitzondering van den arts,
+den toegang te weigeren, en kwam eindelijk weder in de open lucht.
+
+Voor het huis liep een kleine schaar epheben heen en weder. Anderen
+hadden zich neergezet op een grasperk, langs de struiken van den
+Paneumtuin naast het huis, en deden den edelen wijn eer aan, dien Dion's
+keldermeester, op bevel van zijn heer, hen hier geschonken had.
+
+Het was een vroolijk tooneel; want cliënten van den lijder, die nadat
+zij hunne deelneming betuigd hadden, door den portier waren afgewezen,
+en aardig gekleede meisjes hadden zich bij de epheben gevoegd. Het
+ontbrak daarbij niet aan scherts en lach, en wanneer een bevallige jonge
+moeder of slavin voorbij kwam met kinderen, die in dezen tuin altijd bij
+voorkeur speelden en stoeiden, dan werd menig dartel woord gewisseld.
+
+Gorgias wuifde de jongelingen vroolijk toe, verheugd over de frissche
+levenslust, waarmede de flinke knapen de plichtsvervulling tot een feest
+maakten, en menige ephebe hief den beker op om den beroemden kunstenaar,
+die nog niet zoo lang geleden een der hunnen was, een vroolijk »Io" en
+»Evoë" toe te drinken.
+
+Een der eersten daarbij was een slank jongeling, de student Philotas uit
+Amphissa, Didymus' helper, dien Gorgias vóór enkele dagen uit de macht
+der demonen van de wijn had helpen verlossen. Terwijl de bouwmeester
+hem, uit zijn tweewieligen wagen, vriendelijk groette, viel de gedachte
+hem in, dat die aardige jongen, die zoo ernstig tegen Barine en Dion had
+misdreven, wel de rechte kon zijn om zijn vriend door de onderaardsche
+gang naar de zee te dragen. Als Philotas de man was, voor wien Gorgias
+hem hield, dan moest het hem als een geschenk voorkomen, wanneer hij
+zijn misdrijf bij de betrokken personen weer goed kon maken, en hij had
+zich daarin niet vergist. Nadat de jongeling eerst plechtig gezworen had
+dat hij, tegen ieder, wie het ook mocht zijn, er van zou zwijgen, vroeg
+de bouwmeester hem af, of hij hem bij de redding van Dion terzijde wilde
+staan. Overvloeiend van dankbaarheid toonde Philotas zich dadelijk
+daartoe bereid, en beloofde dat hij op het bepaalde uur aan de opgegeven
+plaats bij den Isistempel op hem zou wachten.
+
+
+
+
+VEERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Terwijl Gorgias bezig was in den Isistempel de onderaardsche ruimte
+te onderzoeken, keerde Charmion, vroeger dan zij had gedacht, op de
+Lochias terug. Zij had haar broeder, niet te Kanopus, maar bij vrouw
+Berenice gevonden, en hem na een kort bezoek aan het ziekbed van Dion,
+deelgenoot van hare vrees gemaakt. Aan hem alleen vertrouwde zij het
+geheim toe dat de Koningin het lot van Barine in handen van Alexas had
+gelegd. Dit bericht zou de moeder der bedreigde jonge vrouw allicht tot
+wanhopige stappen hebben gebracht, want zelfs de onverstoorbaar kalme
+Archibius bleef zich zelven daarbij niet meester. Het liefst had hij
+zich onmiddellijk toegang tot de Koningin verschaft, als het moest
+zijn, met geweld, maar hij werd gewacht door den uit Rome gekomen
+geschiedschrijver Timagenes. Deze was niet als gewoon burger in zijn
+vaderstad wedergekeerd, maar met de opdracht van Octavianus, om als
+bemiddelaar een eind te maken aan den strijd, die bij Actium immers
+te zijnen gunste was beslist. De keus van dezen tusschenpersoon was
+gelukkig, want hij had Cleopatra in hare jeugd onderwezen, en was nog
+dezelfde strijdlustige man gebleven, die haar dikwijls tot tegenspraak
+geprikkeld had. Toen hij deelgenomen had aan een volksopstand tegen de
+Romeinsche overheid, was hij als slaaf naar de Tiber gevoerd. Hij was
+echter spoedig weder vrijgekocht en tot zulk een aanzien gekomen, dat
+Octavianus hem, die zoo goed bekend was in Alexandrië, deze gewichtige
+zending had toevertrouwd. Archibius had afgesproken hem te ontmoeten
+bij Arius, die nog altijd niet hersteld was van de kwetsuren, die hem
+door de wielen van Antyllus' wagen waren toegebracht, en zoo geleidde
+vrouw Berenice Timagenes naar haar broeder. Charmion mocht hen daar
+niet volgen, want men zou haar een bezoek bij den voormaligen Mentor
+van Octavianus euvel geduid hebben. Daarenboven verzette hare
+fijngevoeligheid zich ook tegen het denkbeeld, om juist nu in aanraking
+te komen met den vriend van den vijand en overwinnaar harer gebiedster.
+
+Zij liet dus haar broeder alleen met vrouw Berenice naar het huis van
+den gewonde rijden, doch Archibius had haar eer zij scheidden, beloofd,
+dat hij in het ergste geval het uiterste beproeven zou, om de Koningin,
+die haar verboden had van de jonge vrouw te spreken, de oogen te openen
+en Alexas den voet dwars te zetten.
+
+Uit den tuin van het Paneum, had zij zich naar de Kanopische straat en
+in de Jodenwijk laten dragen, waar zij allerlei gewichtige zaken voor
+Cleopatra moest inkoopen. Het was reeds langs over den middag, toen
+zij in haar draagstoel weder voor het paleis op den Lochias verscheen.
+Onderweg had zij reeds een droevig besef van haar eigen machteloosheid
+gehad. Zonder zelfs ook maar het geringste te hebben uitgericht, moest
+zij afwachten hoe andere daarin zouden slagen, en nauwelijks had zij den
+drempel van het paleis overschreden, of bij de oude zorgen, die hare
+ziel reeds zwaar genoeg drukten, kwamen nog nieuwe.
+
+Zij verstond de kunst in de gelaatstrekken der hovelingen te lezen, en
+die van den poortwachter hadden haar al dadelijk doen zien, dat er in
+hare afwezigheid iets noodlottigs was gebeurd.
+
+Het lag niet in haar aard om de onvrijen en minderen van het
+dienstpersoneel om inlichting te vragen, en dit deed zij dan ook niet,
+hoewel het in het paleis wemelde van wachters, beambten van allerlei
+soort, dienaren en slaven. Menigeen, die haar in het oog kreeg, zag haar
+aan met die eigenaardige schuwheid, die men gewoonlijk heeft voor iemand
+wien iets treurigs boven het hooft hangt. Anderen daarentegen, met wie
+zij in nadere betrekking stond, liepen op haar toe om zich het droevige
+genoegen te gunnen de eerste berichtgever van slecht nieuws te zijn.
+Doch Charmion stapte met ernstig afwerende blikken en woorden hen allen
+voorbij, totdat zij voor de deur van de groote wachtzaal, die overvol
+was met Aegyptische en Grieksche houders van verzoekschriften, den
+zegelbewaarder Zeno ontmoette. Dezen hield zij aan, om van hem te hooren
+wat er was geschied.
+
+»Sedert wanneer?" vroeg de oude hoveling. »Iedere minuut heeft iets
+nieuws gebracht, en alles was even diep bedroevend. Welk een tijd,
+Charmion, en welk een onheil!"
+
+»Toen ik uitging," antwoordde zij, »was er nog geen bode aangekomen.
+Nu is het alsof bij dit oude monster van een paleis, dat toch al aan
+zoovele verschrikkingen gewend is, de adem stilstaat. Zeg mij ten minste
+de hoofdzaak, eer ik mijn gebiedster terugzie!"
+
+»De hoofdzaak? Pest of hongersnood,--wat moet men het ergste noemen?"
+
+»Spoedig Zeno, ik word gewacht."
+
+»Ik zelf heb ook haast, en er is ook waarlijk niets te vertellen waarbij
+men gaarne zou stilstaan. Vooreerst is Canidius gekomen, in eigen
+persoon en onmiddellijk uit Actium. Die man is stoutmoedig genoeg."
+
+»Is het leger te land ook verslagen?"
+
+»Verslagen, verstrooid, overgeloopen; vooraan Koning Herodes met zijn
+legioenen."
+
+Nu sloeg Charmion hare handen voor het gelaat, en steunde luid, doch
+Zeno ging voort:
+
+»Gij waart immers mede op de vlucht. Toen Marcus Antonius van u
+scheidde, zeilde hij met de schepen, die zich bij het zijne hadden
+gevoegd, op Parætonium aan. Daar stond een groote strijdmacht nog
+ongerept, waarop de Vorstin en Mardion hunne hoop vestigden. Andere
+troepen zouden zich bij deze kunnen aansluiten, en dan hadden wij weder
+een sterk leger tot onze beschikking."
+
+»Pinarius Scarpus staat aan hun hoofd; hij is een beleidvol krijgsman,
+en ik zelve dacht...."
+
+»Hoe meer vertrouwen gij in hem steldet, hoe grooter uw dwaling was!
+Die vervloekte schelm, die zoo veel aan Antonius te danken heeft, had
+reeds tijding uit Actium ontvangen, vóór de schepen kwamen, en toen de
+imperator zelf verscheen, was hij reeds tot Octavianus overgeloopen. De
+ellendeling liet al de veteranen die zich tegen dit verraad verzetten,
+dooden. De dappere bezetting der stad was echter niet voor de snoode
+daad te winnen. Aan haar heeft Marcus Antonius het te danken dat hij nog
+leeft, en geen schandelijken dood vond door zijn eigen troepen. Nu heeft
+een ruiter de tijding gebracht, dat heden avond de verslagene hier zal
+terug komen. Om onbekende redenen stapt hij niet op de Lochias uit, maar
+in het kleine paleis op den Choma."
+
+»Arme, arme Koningin!" riep Charmion uit. »Hoe heeft zij dat alles
+gedragen?"
+
+»Tegenover den verslagen Canidius en den bode van Antonius gedroeg zij
+zich als een heldin. Maar daarna.... het is waar, het jammeren duurde
+niet lang, maar dat stomme, wanhopige stilzwijgen.... Eer zij weder
+geheel zich zelve geworden was, zond zij ons allen weg, en ik heb haar
+nog niet wedergezien. Doch alles wat hier binnen leeft van gedachten en
+gevoel,"--en hij wees daarbij op voorhoofd en borst--»dat heeft van dat
+oogenblik af zijn woonplaats verlaten en blijft bij haar. Als een mensch
+zonder ziel waggel ik van de eene plaats naar de andere. O, Charmion,
+wat is ons overkomen! Waar zijn de tijden gebleven, toen kommer en
+vrees begraven lagen bij de andere dooden; die dagen en nachten, toen
+mijn geest zich verbond met dien der vorsten, om eene droeve aarde
+te herscheppen in de bloeiende velden der zaligen, den gewonen dag
+in een feest, en het feest in Olympisch genot? Welke fonkelnieuwe
+heerlijkheden had ik niet voor het overwinningsfeest, den triomf, ja
+zelfs voor den intocht in Rome ontworpen en gedicht! Mijn plannen,
+programma's, teekeningen en verzen vullen geheele kisten. Allen, die het
+timmermanslood, den kwast en den beitel hanteeren, die verzen en muziek
+maken, zouden mij hebben bijgestaan, en, dat kunt gij gelooven, het zou
+iets éénigs geworden zijn, waarvan het late nageslacht nog spreken zou,
+dat men zou geprezen en bezongen hebben. En nu--en thans?"
+
+»Thans verdubbelen wij onze krachten, om te redden wat nog te redden
+is."
+
+»Nog te redden?" herhaalde de hoveling dof. »De Vorstin klampt zich
+trouwens ook nog vast aan dit schoone woord. Toen ik haar gisterennacht
+aan het werk zag, was het mij voortdurend alsof ik haar water zag gieten
+in het bodemlooze vat der Danaïden. Het is waar, heden, toen ik haar
+verliet, liet zij de armen zinken--en zóó--zoo staat zij mij nu voor
+mijn vochtige oogen, zoo.... Daarbij kan ik mijn neef Dion ook niet uit
+mijn gedachten bannen. Zorgen, niets dan zorgen, ook wat hem betreft! En
+ik meende het zoo goed met hem. In mijn testament vermaak ik hem alles
+wat ik bezit; maar nu wil hij in vollen ernst in den echt treden met de
+zangeres, de dochter van den schilder Leonax. Gij hebt op u genomen haar
+te beschermen;--doch uw eigen nicht, Iras, ligt u toch zeker nader aan
+het hart, en daarom zult gij wel goed vinden dat ik, als Dion bij zijn
+voornemen volhardt, het testament verscheur. Hij krijgt geen penning van
+mijn vermogen als hij de vrouw niet opgeeft, die de Vorstin een doorn in
+het oog is. Dat past nu eenmaal niet in ons oud, eerwaardig geslacht.
+Iras daarentegen is Dion's speelnoot, en ik heb haar sinds lang voor hem
+bestemd. Men kan geen verstandiger echtgenoot bedenken, en die daarbij
+de Koningin welgevalliger is. Hij was haar genegen, totdat de zangeres
+hem inpakte. Breng hen weder tot elkander, en ik zal hen als mijn eigen
+kinderen beschouwen. Indien de dwaas zijn oom, die enkel zijn welzijn
+beoogt, tegenstreeft, dan trek ik mijn hand van hem af. Hoe zijne
+vijanden ook tegen hem samenspannen, ik sla mijne armen over elkander,
+en zie het kalm aan. Ik neem de plaats in van zijn vader, mijn overleden
+broeder, en ik eisch gehoorzaamheid van hem. De Koningin is mijn alles,
+en hare genade is mij meer waard dan twintig weerspannige neven."
+
+»Gij zult de gunst der Vorstin toch wel behouden, al komt gij op voor
+den zoon uws broeders."
+
+»En Iras dan? Als zij zich door hem bedrogen ziet,--en dat doet zij nu
+reeds--dan zal zij niet rusten...."
+
+»Totdat zij hem in de ellende heeft gestort," voltooide Charmion den
+volzin, meer bezorgd dan verwijtend, en alsof zij het naderend onheil
+reeds vóór zich zag.
+
+»Maar Iras staat niet nader bij de Koningin dan ik, en wanneer gij en
+ik, hand aan hand het onze doen om den wakkeren jongen man, die van uw
+eigen bloed is, te beschermen...."
+
+»Ja, dat is waar.... gij staat zeker, ook om uw langeren diensttijd,
+nader bij de Koningin dan Iras... intusschen.... zulke dingen moeten wel
+overwogen worden, en ik heb het u immers al gezegd:... mijn geest heeft
+de oude woonplaats verlaten om de Vorstin als haar schaduw te volgen.
+Alleen datgene wat haar betreft, boezemt hem nog belang in. Al het
+andere mag gaan zooals het wil! De vloot is zoo goed als vernield,
+Canidius verslagen, Herodes tot den vijand overgeloopen, verraad op
+verraad,--en de Afrikaansche legioenen verloren. Hoe heet de god die het
+rad, dat in zijn vaart den berg afrolt, zou kunnen terug wentelen naar
+den top? En toch--laat ons offeren, vriendin, en op beter dagen hopen!"
+
+De zegelbewaarder verwijderde zich, doch Charmion ging met gebogen hoofd
+verder, om bij Barine en haar trouwe Anukis tot zich zelve te komen
+en uit te weenen, voor dat zij de taak aanvaardde om hare dierbare
+meesteres te troosten en op te beuren. En toch had zij zelve zóózeer een
+vriendelijke toespraak noodig! Waarheen zij den blik ook wendde, overal
+zag zij ongeluk, gevaar, verraad en schandelijke listen. Het was haar
+te moede alsof zij lang genoeg had geleefd, en haar tijd nu voorbij
+was. Haar zachtmoedige aard, haar geest, die zich zoo gaarne in iets
+verdiepte, zich verrijkte, en wat zij verkregen had, met een ander
+deelde, had tot nu toe de Koningin veel kunnen schenken. Niet alleen was
+zij Cleopatra's vertrouwde geweest, maar de Koningin had haar ook noodig
+gehad om met haar de vragen te bespreken die haar rusteloos brein,
+midden onder de dagelijksche plichten, bezig hielden. Nu waren het
+gebeurtenissen, harde, wreede feiten, die de Koningin geheel en al in
+beslag namen, waaraan zij weerstand bieden, en die zij ten goede leiden
+moest. Haar leven was een en al strijd geworden, en Charmion voelde zich
+niets minder dan strijdlustig.
+
+De harde, buigzame, scherp geslepen geest van Iras zou zich nu beter
+doen gelden, en de vrouw wier haren reeds grijs werden, zeide tot
+zichzelve dat het nu haar plicht was de jongere gezellin te laten
+voorgaan. Het zou haar rust gegeven hebben indien zij haar ambt had
+kunnen neerleggen, maar hiertoe kon zij niet besluiten. Juist omdat deze
+tijd zoo vol ellende was en misschien tot val en ondergang leiden kon,
+moest zij volharden, vooreerst ter liefde van de Koningin, en dan ook om
+over Barine te waken.
+
+Nu moest zij weder naar Cleopatra terug. Zij wist dat hare enkele
+nabijheid reeds het gewonde hart der Koningin goed zou doen.
+
+Voor de open deur van den tuin, waarop zij ijlings toe liep, klonk haar
+de zilverheldere lach van een kind tegemoet. De kleine zesjarige
+Alexander liep met open armen op haar toe, sloeg die om haar heen,
+vlijde zijn krulkopje tegen haar aan, en zag met zijn groote, heldere
+oogen tot haar op.
+
+Daar ging haar hart van open. Terwijl zij het kind optilde en kuste, en
+daarbij de gedachte bij haar opkwam, welk een treurig lot het te wachten
+stond, liet al de met moeite verkregen zelfbeheersching haar in den
+steek. Hare oogen liepen over van tranen en luid snikkend drukte zij het
+knaapje vaster tegen haar borst.
+
+Doch het koningskind, dat alleen aan opgeruimde gezichten en
+vriendelijke liefkoozingen gewend was, maakte zich verschrikt uit hare
+armen los, om hard terug te loopen naar zijn broertje en zusje. Toch had
+het kind een warm hart, en daar hij wel wist dat niemand weent en snikt
+zonder dat hij verdriet heeft, voelde Alexander medelijden met Charmion,
+van wie hij zeer veel hield, en daarom kwam hij nog eens bij haar terug.
+Wat hij van plan was haar te toonen, daarin had ook zijn moeder behagen
+geschept en het zou de tranen der bedroefde Charmion drogen. Het kind
+vatte hare hand, trok haar mede, en zeide dat hij haar iets héél moois
+en aardigs wilde laten zien. Zij liet zich gewillig medevoeren over de
+paden met fijn roodachtig zand bestrooid, van den kleinen tuin, dien
+Antonius voor hem en de andere kinderen op zijn gewone verkwistende en
+prachtlievende manier had laten aanleggen en voorzien was van allerlei
+schoone en zeldzame zaken.
+
+Er was een vijver met goud- en zilvervisschen, waarop zeldzame
+lotosbloemen met rozenroode bloesems uit het groen der gladde bladeren
+te voorschijn kwamen, en een andere, waarop dwergeenden van allerlei
+kleuren rondzwommen, alsof zij opzettelijk voor kinderen waren gemaakt.
+Een gedeelte van de zee, die den tuin bespoelde, was met gouden
+traliewerk omheind, en op haar spiegel dreven tal van zwanen, sneeuwwit
+of zwart met roode snavels. In de bloemperken stonden inheemsche of
+Indische bloemen van alle kleuren. Doorgangen van gouddraad, omrankt
+door bontbloeiende slingerplanten, gaven schaduw op de smalle paden.
+Achter een dichtbegroeiden Indischen boom, noodigde een druipsteengrot
+tot rusten uit, en daarnaast stond een huisje, dat geheel voor de
+kinderen was ingericht. Niets ontbrak daarin wat tot het dagelijksch
+leven behoort, zelfs niet het gereedschap in de keuken, noch in het
+tablinum de portretten der familie, die een kunstenaar sierlijk
+geschilderd had op kleine platen van ivoor. Dat alles was in verhouding
+tot de grootte der kinderen, van de kostbaarste stoffen en met de meeste
+kunst vervaardigd.
+
+Achter het huis was een kleine stal, waarin vier vlugge paardjes met
+gevlekte huid, zoo vreemd en aardig als men maar bedenken kan, een
+geschenk van den Koning van Medië, vol vuur op den grond stampten.
+Elders waren weder perken met gazellen, struisvogels, jonge giraffen en
+andere gras-etenden dieren. Bonte vogels en apen sprongen in de kruinen
+der boomen rond, en op den waterstraal der fontein werden gekleurde
+ballen voortdurend op en neder geworpen. Kindergeniën en godenbeelden
+uit marmer en brons kwamen uit het gras te voorschijn, en deze geheele
+tooverwereld was bijeen gebracht in een kleine ruimte en maakte door
+haar kleuren- en vormenrijkdom, haar geuren, gezang en gekweel een
+overweldigenden indruk op de verbeeldingskracht, en niet op die der
+kinderen alleen.
+
+De kleine Alexander trok Charmion voort, vol opgetogenheid en zonder
+op al die heerlijkheden ook maar één blik te slaan. Eerst bij den
+lotosvijver bleef hij staan, legde zijn vingertje op den mond en zeide:
+»Nu zal ik het u laten zien. Kijk eens naar dezen kant!"
+
+Hij ging zachtjes op zijn toonen staan, en wees op een hollen stam.
+Daarin had een paar vinken zijn nest gebouwd, en vijf jongen met breede,
+gele snavels, strekten hunne leelijke kopjes hongerig in de hoogte. »Is
+dat niet aardig?" riep het prinsje. »En nu moet gij eens zien als de
+ouden komen en hen voeden."
+
+Het lieve gezicht van den schoonen knaap straalde daarbij van verrukking
+en Charmion kuste hem teeder. Doch terwijl zij dat deed, dacht zij aan
+de dood gepikte jonge zwaluwen op het admiraalschip van zijn moeder, en
+een koude rilling ging haar door de aderen.
+
+Nu hoorde men uit een verborgen hoekje achter het fraai bewerkte
+kinderhuisje heldere stemmen »Alexander" roepen. De knaap bedacht zich,
+en zei vol spijt:
+
+»Nu heb ik u het nestje gewezen, maar daardoor heb ik wat vergeten.
+Agatha was ingeslapen, en Smerdis weggegaan, en dus waren wij alleen.
+Toen hebben zij mij gezonden naar den poortwachter Horus, om wat van
+zijn grof gerstebrood te halen. Hij geeft mij altijd alles, en wij
+houden daar zooveel van. Wij zijn boeren, en hebben hard gewerkt met de
+bijl en de schop, en nu gaan wij eten. Hebt gij ons huis al gezien? Wij
+hebben het zelf gebouwd! Selene, Helios, Jotape, daar ik mee ga trouwen,
+en ik.... Ja, ik! Zij hebben mij ook laten meehelpen, en wij hebben het
+heel, heel alleen gedaan! Het is heelemaal klaar. Morgen maken wij nog
+een stal voor de koe! De anderen mogen het niet zien, maar aan u mag ik
+het wel laten kijken."
+
+Hij trok haar weder mede, en Charmion volgde hem gewillig. Zij werden
+met vreugde begroet door de tweelingen en de kleine Jotape, die de
+zesjarige Alexander zijn aanstaand vrouwtje had genoemd. Het was een
+aardig blond kind van denzelfden leeftijd als hij, de dochter van den
+Koning van Medië, die men na den oorlog met de Parthen met den knaap
+verloofd had, en die nu aan Cleopatra's hof in gijzeling was. Met
+uitzondering van dit Medische Vorstenkind, had Charmion hen alle zien
+geboren worden, en zij hielden veel van haar.
+
+De jonge vorstelijke bouwlieden toonden haar met blijden trots hun
+werk, en het was werkelijk goed gelukt. Zij hadden al wekenlang daaraan
+gewerkt, en in dien tijd den geheelen tuin met al zijn heerlijkheden
+vergeten. Bijzonder trotsch waren zij op de twee planken, die Helios
+zelf, met de hulp van Alexander, na den laatsten storm, uit de zee had
+opgevischt, toen men hen eens alleen gelaten had, en op het slot aan de
+deur, dat zij stilletjes en met veel moeite uit een oude poort hadden
+gehaald. Selene had zelf het voorhangsel voor de deur geweven. Nu wilden
+zij ook een haard bouwen.
+
+Charmion prees hunne vaardigheid, terwijl zij vroolijk allen door
+elkander spraken, om haar te vertellen welke moeilijkheden zij hadden
+moeten overwinnen. Het pleizier in hun eigen werk straalde hen daarbij
+uit de oogen, en zij waren zoo daarvan vervuld, dat zij niet eens den
+man hoorden naderen, die hen overviel met den uitroep: »Nu genoeg met
+dat spel, uwe hoogheden! Er gaat toch al genoeg tijd mee heen!"
+
+Daarop keerde hij zich tot de Koningin, die hij daarheen vergezeld had,
+en ging op verontschuldigenden toon voort: »Misschien is dit spel in uwe
+oogen bedenkelijk, doch er is ook veel vóór te zeggen. In ieder geval
+scheen het de jonge Vorsten zooveel genoegen te geven dat ik het voor
+korten tijd heb laten gaan. Indien echter uwe Majesteit beveelt"....
+
+»Laat hun dit vermaak," gaf de Koningin vriendelijk ten antwoord,
+en zoodra de kinderen hunne moeder zagen, liepen zij naar haar toe,
+drongen zich hartelijk en zonder vrees tegen haar aan, bedankten haar en
+verzekerden haar met levendigheid dat zij in den geheelen tuin niets zoo
+heerlijk vonden, als hun huis dáár.
+
+Zij waren ook van plan nog een stal er bij te bouwen.
+
+»Dat kon wel eens te veel worden," merkte de gouverneur Euphronion
+op. Deze was een man, die reeds op jaren kwam, met een verstandig en
+welwillend gelaat; hij liet er op volgen: »Laat ons niet vergeten,
+hoeveel er nog te leeren is, opdat wij op den verjaardag van Hare
+Majesteit ons plan ten uitvoer brengen, en de proef goed doorkomen."
+
+Maar de kinderen vereenigden zich in het dringend verzoek, dat zij den
+stal nog mochten bouwen, en eindelijk stond hij hun ook dat nog toe.
+
+Toen de gouverneur hen eindelijk wilde wegbrengen, hield de koninklijke
+moeder hen nog even tegen, en vroeg: »En wanneer ik u nu eens in plaats
+van dezen tuin een stuk land gaf, dat in het geheel niet aangelegd was,
+juist zooals een boer het beploegt, en gij mocht daarin, na de leeruren,
+graven en bouwen, zooveel gij maar wildet?"
+
+Daar klonk een luide jubelkreet uit den mond der kinderen; alleen de
+kleine Medische Jotape vroeg bezorgd: »Maar dan mag ik mijn pop toch
+meenemen? Alleen maar de oudste van allen, Atossa. Zij heeft maar één
+arm, maar ik houd van haar het allermeeste."
+
+»Neem ons maar alles af wat gij wilt!" riep Helios, en trok den kleinen
+Alexander naar zich toe, om te toonen dat zij, de mannen, het met
+elkander eens waren, »geef ons alleen het land, en laat ons daar
+bouwen!"
+
+»Wij zullen zien of het gaat," antwoordde Cleopatra. »En gij Euphronion,
+zoudt misschien de rechte persoon zijn, om... Doch daarvan op een
+rustiger tijd."
+
+De gouverneur ging heen, en de kinderen volgden hem, terwijl zij nog
+lang naar hunne moeder omzagen, en haar groetten en toewuifden.
+
+Zoodra zij achter de boomen in den tuin verdwenen waren, riep Charmion:
+»Hoe duister de hemel ook moge worden, zoo lang gij deze nog hebt, kan
+het er nooit ontbreken aan zonneschijn."
+
+»Indien," ging de Koningin nadenkend voort, »niet een andere gedachte
+zich met deze samenvlocht, die den nacht nog zwarter maakt. Weet gij wat
+deze vreeselijke dag ons gebracht heeft?"
+
+»Ik weet alles!" antwoordde zij met een diepen zucht.
+
+»Dan kent gij ook den afgrond, aan welks rand wij wandelen, en deze
+kinderen door hunne ongelukkige moeder zelve medegesleept te zien in
+die gapende kloof,--dat, Charmion,--dat!"... Zij barstte daarbij in een
+luid snikken uit, sloeg hare armen om den hals van hare vriendin, de
+speelnoot harer kindsche jaren, en liet een oogenblik haar hoofd rusten
+aan dat trouwe hart, als een kind dat troost noodig heeft.
+
+Zij weende enkele minuten zonder zich te bedwingen. Toen hief zij het
+vochtige gelaat weder op, en zeide zacht:
+
+»Dat heeft goed gedaan! O, Charmion, ik heb meer dan iemand behoefte aan
+liefde. Aan uw warm hart is het hier binnen al stiller geworden."
+
+»Gebruik het maar, rust er aan uit, zoo dikwijls gij het noodig hebt,
+tot aan het einde toe!" riep Charmion diep ontroerd.
+
+»Tot aan het einde," herhaalde Cleopatra, en droogde hare tranen af.
+»Het is mij, alsof alles eerst heden begon. Straks was ik een uur
+alleen. Ik dacht dat ik zou ondergaan, en gij weet hoe licht ik mij
+door den hartstocht laat meesleepen. Maar wat was mij ook al niet
+overkomen! Het leger vernietigd, Herodes en Pinarius afvallig geworden,
+het grootmoedige, vertrouwende hart van Antonius verscheurd door snood
+verraad, zijn ziel verduisterd, de herstelling van het kanaal, mijn
+laatste hoop--Gorgias is het mij komen zeggen--zoo goed als mislukt....
+Daar kwam de kleine Alexander, om mij naar zijn vogelnestje te brengen.
+Al het overige in den tuin scheen hem daarbij vergeleken, onbeduidend.
+Dat wekte nieuwe gedachten bij mij op, en dan dat huisje, dat de
+kinderen geheel alleen voor zich zelve hebben gebouwd! Dat alles,--het
+heeft mij met geheimzinnige kracht gedwongen terug te zien op mijn
+levensweg, tot in de lang verloopen dagen in het huis van uwen vader...
+Ik... De kinderen... Op hoe verschillende grondslagen bouwen wij ons
+leven op! Waartoe ik ook, toen mijn jeugd achter mij lag, gekomen ben,
+bij haar zoek ik het begin van alles. Mijn kindsheid viel midden in de
+verwikkelingen van den Staat, met de verdrijving van mijn vader en den
+dood van mijn moeder. Ik stond toen ook aan den rand van een afgrond.
+De tweelingen, die nu al tien jaar zijn, hebben ook bijna de kinderjaren
+achter den rug, en zij zullen spoedig hetzelfde lijden moeten doorstaan
+als ik, nadat zij genietingen hebben gesmaakt, waarvan ik ook niet de
+geringste heb gekend. Doch waren er voor ons niet betere weggelegd?
+Wat hen dagelijks ten deel is gevallen, daarvan hebben wij in onzen
+eenvoudigen tuin alleen maar gedroomd. Hoe dikwijls liet ik u deelen
+in de schitterende toekomstvisioenen die ik destijds had! Gij volgdet
+mij altijd gaarne in de sprookjeswereld mijner droomen. En ik.... wat
+de phantasie mij toonde, in die jaren van rust en nadenken, dat is
+in mijn later leven met mij medegegaan. Toen ik rijk en machtig op
+een troon zat, zag ik dat alles telkens weder. De middelen om die
+hersenschimmen tot werkelijkheid te maken, ontbraken mij niet, en toen
+ik den man ontmoette, wiens eigen leven de verwezenlijking van een droom
+geleek,--toen riep ik de visioenen uit mijn kindsheid weder op, en liet
+ze waarheid worden. De wonderen, waarmede ik het leven van mijn geliefde
+sierde, waren de kinderlijke phantasieën, waaraan ik een tastbaren
+vorm gaf. Deze tuin is een beeld van het leven waartoe ik geloofde
+opgeklommen te zijn, terwijl ik in waarheid daarin afdaalde. Alles wat
+de zinnen streelen kan, hebben wij op dit stuk grond bijeengebracht;
+doch geen daarvan komt tot rust, in deze enge ruimte, waar ieder die het
+waagt zich vrij te bewegen zich stoot aan al de overtolligheden die hier
+bijeen zijn.
+
+»En toch had ik mij in uwe omgeving en aan de hand van uw wijzen vader
+leeren tevreden stellen met zoo weinig, en was ik reeds begonnen met
+het streven naar rust. Waar is zij, die rust zonder smart,--ons hoogste
+goed--toch heengegaan? Door mijne schuld hebt ook gij beiden haar
+verloren... maar de kinderen... Ik liet hen het leven beginnen op een
+brandpunt van alle mogelijke onrust, en nu zie ik hoe hun eigen gezonde
+natuur zich tracht los te maken uit dien verblindenden kleurengloed, den
+bedwelmenden geur, het geestverwarrend gezang en gekweel. Zij smachten
+naar den onontgonnen akker waarop het leven van den strijdenden mensch
+begonnen is. De knaap werpt alle beuzeling ver weg, om de kracht die hem
+aangeboren is te kunnen gebruiken. Het meisje doet evenals hij, en houdt
+zich vast aan haar pop, waarin zij het levende kind ziet, om toe te
+geven, aan de moederlijke aandrift, die het kenteeken is harer natuur.
+Wat hunne ziel met zooveel kracht begeert, dat is dan ook het ware,
+en dat moet hen worden gegund. Toen ik tien jaar oud was, zooals de
+tweelingen nu, toen had mijn geheele leven en streven reeds een bepaalde
+richting genomen. Zij gaan nog blindelings af op het doel dat hen
+voorgehouden wordt. Daarom: terug met hen naar het punt vanwaar hunne
+moeder uitging--naar de plek waar zij alles ontving, wat er goeds in
+haar is! Zij moeten naar den Epicuristen-tuin, om het even of het de
+oude te Kanopus is, of een andere. Wat bonte droomen aan hunne moeder
+hebben getoond, en wat zij met misdadige verkwisting heeft zoeken te
+verwezenlijken, dat heeft hen omringd van hunne geboorte af aan, en het
+heeft al spoedig zijn aantrekkingskracht voor hen verloren. Als zij
+eenmaal in de wereld komen, dan zullen zij alles wat alleen de zinnen
+prikkelt en bedwelmt verachten. Zij zullen vasthouden aan het streven
+naar smartelooze inwendige rust, wanneer zij geleid worden door een
+gids, die de gevaren, waarmede Epicurus' leer juist de jeugd omstrikt,
+verwijderd houdt. Ik heb dien leidsman gevonden, en gij zult ook
+vertrouwen in hem hebben, want het is uw broeder Archibius, dien ik
+bedoel."
+
+»Hij?" vroeg Charmion verrast.
+
+»Ja, hij, die opgegroeid is in den Epicuristen-tuin, en die in het leven
+en de philosophie het steunpunt vond, dat hem midden in al den strijd
+van het dagelijksch bestaan de rust der ziel heeft doen behouden,--hij,
+die de moeder bemint, en wien ook hare kinderen dierbaar zijn,--hij, aan
+wien de knapen en meisjes gehecht zijn met warmte en oprecht vertrouwen.
+Ik wensch de kinderen onder zijne hoede te stellen, en indien hij er in
+toestemt dezen wensch van de ongelukkigste aller vrouwen te vervullen,
+dan zie ik mijn einde met kalmte tegemoet. Dat is nabij!--Ik voel het,
+ik weet het. Gorgias houdt zich reeds met een ontwerp voor mijn
+grafmonument bezig."
+
+»O, Koningin!" riep Charmion vol smart. »Wat er ook gebeuren moge, het
+kan toch nooit uw hoogheerlijk leven bedreigen! In Octavianus' borst
+klopt geen grootmoedig hart als dat van Marcus Antonius, maar toch is
+hij niet wreed, en juist omdat koele berekening datgene matigt waartoe
+de eerzucht hem drijft, zal hij uw leven sparen. Hij weet hoe deze stad,
+dit land u vergoden,--en indien het hem werkelijk gelukt op deze eerste
+overwinning andere te doen volgen, indien de goden toelaten dat uw troon
+en--wat zij verhoeden mogen!--ook uw geheiligde persoon in zijne handen
+valt..."
+
+»Dan," riep Cleopatra uit, en hare heldere oogen schoten vonken, »dan
+zal hij gewaar worden wie de grootste is van ons beiden--juist dan
+zal ik mijn recht laten gelden op hem neer te zien, al zou het blinde
+noodlot ook hem, die mij en Cæsars zoon het erfdeel ontstal, de
+heerschappij over de geheele aarde schenken."
+
+Zij had deze woorden uit gesproken met toornig fonkelende blikken, doch
+nu liet zij de kleine hand, die zich tot een vuist had gebald, zakken,
+en ging op een geheel anderen toon voort:
+
+»Er kunnen nog maanden voorbijgaan, eer hij sterk genoeg is den aanval
+te wagen, en de goden zelve hebben het oprichten van het grafteeken
+goedgekeurd. De eenige hinderpaal die daaraan in den weg stond, het
+huis van den ouden philosoof Didymus, is reeds gesloopt. Zooeven heeft
+een bode van Gorgias mij daarvan kennis gegeven. Het moet het tweede
+grafteeken in deze stad worden, dat de aandacht waardig is. Het andere
+bedekt het lichaam van den grooten Alexander, aan wien zij het aanzijn
+en den naam te danken heeft. Hij, die de halve wereld onderwierp aan
+zijn macht en aan den genius van het Grieksche volk, was toen hij
+stierf, jonger dan ik. Waaraan heb ik, die door mijn ellendige zwakheid
+Actium deed verloren gaan, het recht te danken nog een dag langer onder
+de zon te wandelen? Misschien kunnen wij reeds binnen enkele uren Marcus
+Antonius verwachten."
+
+»En wilt gij dan," vroeg Charmion, »den diep terneergebogen man in deze
+stemming verwelkomen?"
+
+»Hij wil niet ontvangen worden," gaf Cleopatra scherp ten antwoord.
+»Hij heeft zelfs mij verboden hem te begroeten, en ik begrijp dit
+verbod. Maar wat moet hem wel overkomen zijn, dat hij, de opgeruimde, de
+menschenvriend, naar eenzaamheid smacht, en schroomt te ontmoeten zelfs
+die hem het liefst en het naast zijn? Hij wenscht zich af te zonderen
+op den Choma, en daar is Iras nu, om te zien of alles in orde is. Zij
+zorgt ook dat de bloemen er zijn, die hij graag heeft. Het valt mij
+zwaar en hard dat ik hem niet als vroeger mag welkom heeten. O Charmion,
+wat was dat heerlijk, wanneer hij met open armen en wijd geopend hart
+als een jongeling met zijn krachtige gestalte aan land sprong, en uit
+zijn schoon heroëngelaat een stroom van vurige, machtige liefde mij
+tegenkwam. En als hij dan--dat hebt gij ook nog niet vergeten!--zijn
+zware stem verhief, om mij den eersten groet te brengen, dan was het mij
+alsof de visschen in het water daarmede instemmen, en de palmen aan den
+oever in zalig medegevoel met de pluimen wuiven moesten.--
+
+»En hier! De droomen der kindsheid, die ik voor hem tot werkelijkheid
+maakte, namen ons op, en ons leven, door liefde en rozen omstrengeld,
+werd aan een sprookje gelijk! Van den eersten dag af dat hij ons te
+Kanopus tegemoet reed, en mij den eersten bloemruiker en een om liefde
+smeekenden zonnigen blik toewierp, staat zijn beeld voor mijn ziel als
+de belichaming der alles overwinnende mannekracht en der heldere, door
+niets te verduisteren, wereld-bezielende vreugde. En nu, nu?--Weet
+ge nog hoe wij hem als een somber droomer verlieten, vóór hij naar
+Paraetonium vertrok? Maar neen, duizendmaal neen, zóó mag hij niet
+blijven! Niet met gebogen hoofd, in opgerichte houding, zooals in de
+dagen van ons geluk, moet hij hand aan hand met haar die hij liefheeft,
+den drempel van den Hades overschrijden. En hij bemint mij nog altijd!
+Zou hij mij anders wel hierheen gevolgd zijn, hoewel het nu geen
+tooverbeker meer is, die hem naar mij toetrekt? En ik? Dit hart, dat
+reeds als kind de eerste neiging voor hem voelde, behoort hem nog
+altijd, en blijft het zijne....
+
+»Zou ik mij toch niet naar de haven begeven, en hem opwachten? Zie mij
+in het gelaat Charmion, en antwoord mij zonder schroom, even waar als
+een spiegel: is het Olympus werkelijk gelukt de rimpels te doen
+verdwijnen?"
+
+»Ik kon ze te voren ook nauwelijks zien," luidde het antwoord, »en nu
+kan zelfs het scherpste oog niets meer ontdekken. Ik heb ook de haarzalf
+meegebracht, en wat Olympus u voor..."
+
+»Stil, stil!" zeide Cleopatra zacht.... »Er zijn veel levende schepselen
+in dezen tuin, en men zegt immers dat de vogels het allerscherpste
+hooren."
+
+Tegelijk kwamen de schalksche kuiltjes in de wangen weder te voorschijn,
+en de blijdschap over deze betooverende bevalligheid dwong Charmion den
+uitroep af:
+
+»Als Marcus Antonius u op dit oogenblik eens zag!"
+
+»Vleister!" antwoordde de Koningin met een dankbaren glimlach, doch haar
+vriendin voelde dat nu het oogenblik gekomen was om nog eens een goed
+woord voor Barine te doen, en daarom zeide zij met levendigheid:
+
+»Neen waarlijk, ik vlei u niet! Geen vrouw in Alexandrië, hoe zij ook
+heeten moge, zou het mogen wagen, zich ook maar in de verte met uwe
+bekoorlijkheden te meten. En daarom: laat toch de vervolging varen van
+die ongelukkige, die gij aan mijne hoede hebt toevertrouwd. Het is
+zichzelve beleedigen, wanneer men een Cleopatra is...."
+
+Doch hier werd zij in de rede gevallen door een misnoegd:
+
+»Al weder!"
+
+Cleopatra's gelaat, dat gedurende dit gesprek alle gemoedsbewegingen
+eener vrouwenziel, van de diepste droefheid tot vroolijke schalkschheid
+weerspiegeld had, kreeg nu een uitdrukking van hardheid. Zij maakte de
+korte opmerking: »Gij vergeet weder, wat ik om goede redenen niet wilde
+hooren,--nu moet ik aan het werk," en keerde daarmede de vriendin harer
+jeugd den rug toe.
+
+
+
+
+VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Charmion ging nu naar hare woning terug. Wat reeds zoo menigmaal het
+geval was geweest, was het ook nu weder. Zoo vaak zij de diepte van
+gemoed, de mannelijke geestkracht, den rusteloozen ijver, de waakzame
+zorg van Cleopatra voor haar land, de moederlijke toewijding dezer
+zeldzame vrouw het vurigst had bewonderd, was zij op jammerlijke wijze
+ontgoocheld.
+
+Dan had zij het moeten aanzien hoe de Koningin, om een droom uit de
+sprookjeswereld harer kindsheid te verwezenlijken, en haar geliefde
+daarmede te verrassen, ontzettende sommen verkwistte, die zoodoende
+aan de welvaart harer onderdanen onttrokken werden; hoe zij groote
+en gewichtige zaken liet achterstaan bij de ijdele en angstvallige
+verzorging harer eigene persoon; hoe kleingeestige jaloerschheid haar
+de rechtvaardigheid en goedheid deed vergeten die haar anders eigen
+waren; hoe zij, de vriendelijkste en meest vrouwelijke van alle
+gebiedsters, in een toornige opwelling tegen een ondergeschikte zich tot
+onrechtvaardigheid toe vergat, wanneer diens manier van doen haar met
+verontwaardiging vervulde. Dezelfde eerzucht, die haar van nature eigen
+was en haar de schoonste en roemrijkste harer daden ingegeven had, was
+meer dan eens de drijfveer geworden tot handelingen, waarvan zij later
+berouw had. Zooals zij het als kind reeds niet had kunnen hebben dat
+een ander haar in het oplossen van moeilijke vraagstukken overtrof,
+zoo had zij altijd de behoefte behouden om, waar zij zich vertoonde, de
+eerste te zijn en zich nooit geëvenaard te zien. Misschien lag daarom de
+voornaamste oorzaak van haar bitteren wrok tegen de ongelukkige Barine
+in de omstandigheid, dat Antonius haar de wedergade van een armband had
+vereerd, dien zij zelve droeg als een geschenk van haar geliefde.
+
+Charmion had dikwijls gezien hoe Cleopatra menig onrecht, ja zelfs
+menige beleediging gewillig en grootmoedig had vergeven, maar zich door
+haar gemaal gelijkgesteld te zien in wat het ook zij, met eene Barine,
+kon haar licht onverdragelijk voorgekomen zijn;--daarbij gaf hetgeen met
+Cæsarion was gebeurd, ten gevolge van den dwazen hartstocht, dien de
+jonge vrouw bij hem had gewekt, haar het recht hare mededingster te
+straffen.
+
+Vol vrees voor het lot van haar beschermeling, diep geschokt, en daarbij
+afgemat naar lichaam en ziel, naderde Charmion hare woning. Dáár hoopte
+zij verkwikking te vinden in de weldadige, gelijkmatig opgeruimde
+stemming van Barine; daar wachtten haar de trouwe, zorgzame handen van
+hare bruine dienares en vertrouweling.
+
+De zon neigde reeds ten ondergang, toen zij de voorzaal betrad. De
+wachter, die op post stond, deelde haar mede, dat er niets belangrijks
+was gebeurd, en met een verruimd hart ging zij het woonvertrek binnen.
+
+Evenwel, terwijl anders de Aethiopische haar met vriendelijke woorden
+tegemoet kwam om haar den sluier en mantel af te nemen, en de schoenen
+uit te trekken, was er ditmaal niemand om haar te ontvangen. Eerst in
+het aangrenzend vertrek, dat zij aan hare gast had aangewezen, vond zij
+Barine met roodgeweende oogen.
+
+In Charmions afwezigheid was haar een brief van Alexas gebracht, waarin
+deze haar schreef, dat zij den volgenden morgen vroeg op bevel der
+Koningin een verhoor bij hem moest ondergaan. Haar zaak stond slecht,
+doch als zij hem niet door die hardheid, die hem vroeger reeds zooveel
+smart had berokkend, zijn plicht nog zwaarder maakte, dan zou hij zijn
+uiterste best doen, om haar te behoeden voor gevangenschap, dwangarbeid
+in de groeven, of nog erger dingen. Het onvoorzichtig spel, dat zij
+met den Koning Cæsarion had gedreven, had het volk helaas tegen haar
+vertoornd. Hoe diep dat ging bewees de woede, waarmede men het huis
+van haar grootvader Didymus had omvergehaald. Dion, die zich misdadig
+vergrepen had tegen den edelen zoon der Koningin, zou door niets voor
+de verbolgenheid der volksmenigte te bewaren zijn. Hij, Alexas, wist
+wel dat zij in dien Dion een vriend en beschermer verloor; doch hij was
+geneigd om zijn plaats in te nemen, wanneer haar gedrag het hem hem niet
+onmogelijk maakte genade met recht te vereenigen.
+
+Deze boosaardige brief, die Barine een zachte behandeling beloofde
+tot den prijs van hare gunst, zonder dat Alexas daardoor in zijn
+hoedanigheid als rechter zichzelven aan de kaak stelde, verklaarde
+Charmion, waarom zij de dochter van haar vriend zoo diepbewogen vond.
+
+Wel gaf het haar een kleine verlichting om aan haar afschuw en wrok
+tegen Alexas uitdrukking te geven, zoo sterk als haar zachtzinnige
+aard dat maar vergunde, maar toch bleven angst, bekommering en
+verontwaardiging in haar bedrukte ziel om den voorrang strijden.
+
+Men zou verwacht hebben dat de jonge vrouw met haar levendigen geest,
+beproefd had alles te weten te komen wat Charmion bij de Koningin en
+Archibius had uitgericht, en wat er voor Cleopatra voor gewichtigs in
+staat en stad was gebeurd; maar met veel hartelijke belangstelling vroeg
+zij alleen naar den toestand van haar geliefde, van wien zij allerlei
+dingen wilde hooren, waarvan Charmion niets kon zeggen. Zij had bij haar
+kort bezoek aan Dion's legerstede niet vernomen hoe hij zijn eigen lot
+en dat van Barine droeg, hoe hij de toekomst tegemoet zag, en wat hij
+daarvan verwachtte.
+
+Dat Charmion juist deze vragen met stilzwijgen beantwoordde, deed de
+vrees der arme bedreigde niet weinig toenemen, daar zij niet alleen
+zich zelve, maar ook hen, die zij het meeste liefhad, in zulk een groot
+gevaar zag. Zij drong er bij hare gastvrouw nog meer op aan haar te
+verlossen uit die slingering, die nog moeilijker te verdragen was dan de
+vreeselijkste zekerheid; doch noch over Cleopatra's bedoelingen, noch
+omtrent het lot en de verblijfplaats van hare grootouders en Helena kon
+zij haar iets naders meedeelen. Hierdoor klom haar angst, want indien de
+berichten van Alexas waarheid behelsden, dan moesten de haren nu zonder
+dak zijn. Toen Charmion eindelijk bekende dat zij Dion slechts even had
+gezien, voelde de arme gepijnigde ziel ten laatste hoe al de kracht van
+het in stilte dragen van haar leed gebroken was.
+
+Zij, die altijd zoo rijk was geweest in hoop, die, als het licht van den
+avond verdween, zich reeds verheugde op het morgenrood van den volgenden
+dag, zag nu reeds in Cleopatra's hand de schrijfstift, waarmede zij het
+doodvonnis van haar zelve en van haar geliefde onderteekende. Met het
+oog van haar geest zag zij de haren, en hoe het instortende huis hen
+verpletterde, of hoe zij bloedden onder de steenen, geworpen door de
+woedende menigte. Zij hoorde Alexas den beul bevel geven om haar op
+de pijnbank te brengen, en zij dacht dat de Nubische niet naar huis
+terugkeerde omdat zij Dion niet gevonden had. Zeker hadden de trawanten
+der Koningin hem, met ketenen geboeid, naar de gevangenis gevoerd, in
+dien niet reeds Philostratus het volk had overreed hem door de straten
+te sleepen.
+
+Met een koortsachtige opgewondenheid, die Charmion te meer deed
+schrikken, omdat het in de dochter van haar vriend zoo iets vreemds
+was, liet Barine haar al de schrikbeelden zien die hare door doodsangst,
+smachtend verlangen, liefde en afschuw gefolterde phantasie haar
+voortooverde. Charmion deed alles wat zij kon om haar tot rust te
+brengen en aan de wanhoop te ontrukken; nu eens bestrafte zij haar, dan
+weder overlaadde zij haar met liefkoozingen, doch niets hielp. Eindelijk
+slaagde zij er in de ongelukkige te overreden met haar aan het venster
+te gaan staan, vanwaar zij een verrukkelijk schouwspel konden gadeslaan.
+In het Westen, achter het Heptastadium, midden tusschen het mastbosch
+in de haven van Eunostus, ging de zon onder, en Charmion, die van de
+kinderen der Koningin had geleerd hoe men een geschokt jong hart de rust
+moest wedergeven, wees hare beschermeling op het gloeiende avondrood aan
+den westelijken horizont, in de hoop dat hare gedachten daardoor op iets
+anders gericht zouden worden. Zij vertelde haar daarbij hoe haar vader,
+de schilder, haar opmerkzaam had gemaakt op den prachtigen lichtgloed,
+dien de kleuren aannemen op dezen tijd van den dag, ook al gloeide de
+avondhemel niet zoo sterk als ditmaal het geval was.
+
+Maar Barine, die zich op andere dagen aan zulk een tooneel niet
+verzadigen kon, was haar daar nu niet dankbaar voor, want deze
+zonsondergang deed haar denken aan een anderen, dien zij zoo kort
+geleden aan de zijde van Dion had bewonderd, en opnieuw barstte zij in
+hevig snikken uit.
+
+Nu wist Charmion geen raad meer. Zij legde haar arm om Barine's
+schouder; op hetzelfde oogenblik werd de deur geopend en Anukis, de
+Nubische trad binnen.
+
+Hare meesteres wist wel, dat het niets verkeerd kon zijn wat haar zoo
+lang van haar post bij Barine verwijderd had gehouden. Zeker was haar
+zelfs iets gewichtigs wedervaren, dat haar kracht op sterke proeven had
+gesteld. Dat bewees haar geheele uiterlijk. Haar glanzend bruine huid
+had een aschgrauwe tint gekregen, haar hoog, met krullend haar omgeven
+voorhoofd was vochtig, en de volle lippen waren bleek geworden.
+
+Hoewel zij zich vreeselijk moest hebben ingespannen, scheen zij
+toch geen rust te behoeven. Zij groette de beide vrouwen haastig,
+verontschuldigde zich over haar lang uitblijven, en deelde Barine mede
+dat zij Dion nu werkelijk bijna hersteld had gezien, doch toen verzocht
+zij haar meesteres met een enkelen blik van verstandhouding, om haar te
+volgen naar het nevenvertrek. Toch was aan de beangstigde jonge vrouw
+die beteekenisvolle blik der Nubische niet ontgaan, en door nieuwe vrees
+overvallen, wilde zij alles hooren wat er gebeurd was.
+
+Charmion gebood hare dienares dan ook te spreken. Anukis verzekerde,
+eer zij begon, dat de tijdingen die zij medebracht, werkelijk zeer
+goed waren,--alleen stelden zij groote eischen aan den moed en de
+standvastigheid van Barine, die zij trouwens gehoopt had anders weder te
+zien. Er was geen tijd te verliezen. Een uur na het ondergaan der zon
+werd zij op de afgesproken plaats verwacht.
+
+Hier viel Charmion haar in de rede met den uitroep: »Onmogelijk!" en
+herinnerde haar aan de wachters, die Alexas, volgens overeenkomst met
+Iras, die in het paleis woonde, reeds den vorigen dag in de voorzaal en
+aan alle uitgangen, zelfs onder de vensters, had geplaatst.
+
+Doch de Nubische verklaarde dat zij dat alles reeds had bedacht; alleen
+moest zij, om tijd te winnen, Barine verzoeken om onder het spreken zich
+het haar te laten zwart verwen en krullen.
+
+De verrassing, die op het bedroefde gelaat der jonge vrouw eensklaps
+zichtbaar werd, deed Anukis uitroepen:
+
+»Laat ons vol vertrouwen de hand aan het werk slaan. Gij zult spoedig
+alles vernemen. Er is veel te verhalen. Onderweg heb ik mij voorgenomen
+alles zorgvuldig achter elkander te vertellen, maar ik zie dat het niet
+gaat. Neen, neen! Wie een kudde schapen uit den brandenden stal wil
+halen, trekt eerst den belhamel er uit--de hoofdzaak bedoel ik,--en
+daarmede, al behoort die eigenlijk pas bij het einde, wil ik dan nu
+beginnen. De uitlegging hoe dat alles is gegaan...."
+
+Doch hier viel Barine haar in de rede met den blijden uitroep: »Ik moet
+vluchten, en Dion weet er van, en zal mij volgen! Ik zie het aan uw
+gezicht."
+
+Inderdaad verried elke trek op het leelijke gelaat van de Nubische
+dat het iets verblijdends was, wat haar gemoed vervulde. Stoute
+ondernemingsgeest straalde uit haar zwarte oogen, en een vriendelijke
+glimlach verfraaide haar grooten mond met de dikke lippen, terwijl zij
+antwoordde:
+
+»Zulk een verliefd hart verstaat de kunst van waarzeggen beter dan de
+eerste profeet van den grooten Serapis. Ja, jonge meesteres, hij dien
+gij bedoelt, moet uit deze gevaarlijke stad, waar u beiden zooveel
+gevaar dreigt, verdwijnen. Hem zal het stellig gelukken, en, als de
+goden ons bijstaan, en wij verstandig en moedig zijn, ook u.--Wie weet,
+hoe spoedig gij elkander zult wederzien! Van welke zijde de hulp komt,
+zeg ik u later. Nu komt het er het allereerst op aan u te veranderen, en
+wel--heb daar maar geen spijt van!--in het allerleelijkste: in de bruine
+Anukis. In hare gedaante moet gij uit dit paleis vluchten. Nu weet gij
+het, en terwijl ik het noodige uit mijn kleerenkast ga halen, verzoek ik
+u, meesteres, te bedenken, hoe wij de zwarte verf zullen krijgen voor
+het kleuren van deze ivoren huid en dit gouden haar."
+
+Zij verliet de kamer, doch Barine wierp zich aan de borst van haar
+vriendin, en riep half schreiend, half lachend uit: »Al moest ik ook
+altijd zoo bruin en krom blijven als de trouwe Aisopion, als hij mij
+zijn liefde maar niet onttrekt, zou ik door het vuur en het water willen
+gaan,--ik zou.... o, Charmion, wat wisselt sneller in ons hart dan
+vreugde en smart? Op dit oogenblik zou ik aan iedereen, zelfs aan uwe
+Koningin, die mij toch al die vrees berokkend heeft, een weldaad willen
+bewijzen!"
+
+De wanhopige vrouw van zoo even was door de nieuw opgewekte hoop in een
+overgelukkige veranderd, en Charmion zag dat met dankbaarheid aan,
+terwijl zij in stilte wenschte, dat de Koningin dezen uitroep mocht
+hebben gehoord.
+
+Zij begon nu al de haarkleurmiddelen die Cleopatra had afgekeurd, en
+waarvan zij daardoor een grooten voorraad in haren medicijnkist had, aan
+een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen, doch onder die bezigheid zag
+zij achter al hetgeen nog onopgehelderd was en dat haar in verwarring
+bracht, nieuwe groote gevaren. Barine echter zag over die alle heen de
+vertroostende wedervereeniging met haar geliefde, die haar wachtte, en
+was vol vroolijke opgewektheid, toen Anukis terugkwam.
+
+Nu begon onverwijld het werk der vermomming, en terwijl de Nubische de
+handen repte, stond ook haar mond geen oogenblik stil, en zoo kreeg
+Barine allengs het geheele verhaal te hooren van al wat er op dien
+gewichtigen dag voorgevallen was. Zij luisterde met toenemende spanning,
+en hare vreugde vermeerderde naarmate zij meer zag van den weg, dien de
+zorg en het beleid harer vrienden voor haar hadden gebaand. Daarentegen
+werd Charmion steeds stiller en ernstiger, hoe duidelijker zij het
+gevaar zag, dat haar beschermeling tegemoet ging. Toch moest zij
+bekennen dat het een misdaad zou zijn, tegen de veiligheid, misschien
+tegen het leven van Barine, indien zij haar van dit wel overlegde plan
+tot vluchten afhield.
+
+Dat zij het ondernemen moest, stond bij haar vast, doch nu het oogenblik
+naderde dat het geliefde kind zich in gevaar begeven moest; nu zij
+zichzelve moest bekennen dat zij een plan steunde, dat tegen het
+uitgesproken bevel der Koningin indruischte, en daarmede iets beoogde
+waarvan het welslagen Cleopatra's misnoegen, ja zelfs haar toorn dreigde
+op te wekken,--nu werd zij daardoor pijnlijk aangedaan. Voor zichzelve
+koesterde zij geen vrees. Geen oogenblik dacht zij aan de slechte
+gevolgen, die Barine's vlucht voor haar zelve kon hebben. Het eenige
+wat haar drukte was het besef, dat zij voor het eerst handelde tegen
+den uitdrukkelijken wil van haar, wier wenschen te vervullen en wier
+pogingen te steunen, tot nu toe de dierbaarste plicht van haar leven was
+geweest. Wel bedacht zij ook dat zij, door Barine te helpen vluchten,
+Cleopatra behoedde voor naberouw, wel was zij vast overtuigd dat zij dit
+schoone jonge leven, welks bloesems door storm en vorst werden bedreigd,
+op het oogenblik dat het reinste geluk haar was weggelegd, moest
+trachten te redden; maar met dat al bracht deze daad, hoe loffelijk ook
+op zichzelve, haar in botsing met het voornaamste streven en trachten
+van haar bestaan. En hoeveel hooger stond in hare schatting de vrouw,
+die--zij durfde het niet indenken--die zij op het punt was te verraden,
+dan die andere: hoe veel meer aanspraak op hare liefde en trouw had
+Cleopatra niet bij haar verworven!
+
+Zou zij iets anders dan dankbaarheid kunnen gevoelen, indien het
+reddingsplan gelukte? En toch kon zij slechts met tegenzin haar hand
+uitsteken om de fraaie, goed geëvenredigde gestalte van Barine op de
+mismaakte der Nubische te doen gelijken, of de vinger in de zalf te
+doopen, die eigenlijk voor Cleopatra was bestemd. Ook om de schoonheid
+der blonde haarvlechten van de jonge vrouw ging het haar aan het hart,
+een deel daarvan te moeten afsnijden.
+
+Toch, zou de vlucht gelukken, dan was dat alles niet te vermijden, en
+hoe verder Anukis kwam met haar verhaal, des te minder tegenwerpingen
+vond hare meesteres. Alleen reeds het door de Nubische afgeluisterd
+gesprek tusschen Iras en Alexas, maakte het noodzakelijk om Barine
+en haar verloofde aan de macht van zulke vijanden te onttrekken. Het
+scheen inderdaad alsof het lot zelf den bouwmeester Gorgias aan Dion's
+legerstede bijeengebracht had met den trouwen man, dien Anukis bij hem
+gevonden had, wiens naam zij nu niet noemde, doch van wiens woonplaats
+zij verzekerde: dat de mol onder den grond geen veiliger schuilplaats
+bezat dan hij. Ook dat de bouwmeester juist vrijen toegang tot de
+onderaardsche gangen van den Isistempel gekregen had, geleek een wonder.
+
+De verstandige Aisopion had eerst nu, nadat zij haar omtrent de
+hoofdzaak had ingelicht, aan hare meesteres een tafeltje in de hand
+gegeven, waarop te lezen stond: »Vooraf een groet van Archibius aan zijn
+zuster Charmion. Indien ik u goed ken, dan valt het u even moeilijk als
+mij, deel te nemen aan dit avontuur, maar toch moet dat geschieden ter
+wille van de nagedachtenis van haar vader, en om het geluk en het leven
+van zijn kind te redden van den ondergang. Daarom is het uwe taak Barine
+te brengen naar den tempel van Isis in den Muzenhoek. Daar zal zij haar
+geliefde vinden en, als het kan, met hem in den echt vereenigd worden.
+Ik zelf zal voor het offer daarbij zorgen. Zoodra de verbintenis heeft
+plaats gehad, zal het u vergund zijn naar huis terug te keeren. Daar het
+heiligdom zoo spoedig kan worden bereikt, behoeft gij maar voor korten
+tijd den dienst te verlaten. Zeg aan Barine nog niet welke plannen wij
+met haar hebben. De teleurstelling kon te groot zijn, wanneer het
+onuitvoerbaar zou blijken te zijn."
+
+Deze brief en de zaak, waarop hij het uitzicht opende, veranderde de
+welwillende doch gedrukte gezindheid van Charmion in den blijden, ja
+geestdriftvollen wensch om hare hulp te verleenen. Het huwelijk van
+Barine met den man wien haar hart toebehoorde, was nu mogelijk geworden,
+en zij was de dochter van Leonax, die eenmaal dierbaar was geweest aan
+haar eigen hart. Alle vrees en twijfel waren plotseling vervlogen, en
+toen Aisopion haar vermommingswerk had volbracht en Barine tegenover
+haar stond als een Nubische met hoogen rug en een bruin, gerimpeld
+gezicht, toen moest zij bekennen dat het niet moeilijk zou vallen in
+deze gedaante uit het paleis te ontsnappen.
+
+Thans deelde zij ook aan Barine mede, dat zij van plan was haar zelve
+te vergezellen, en ofschoon de jonge vrouw zich met haar geverfd gelaat
+er van onthouden moest haar vriendin te kussen, zoo gaf zij toch in
+de volheid van haar hart aan haar en de trouwe vrijgelatene duidelijk
+genoeg te kennen, welk een groote dankbaarheid haar ziel deed ontroeren.
+
+De Nubische bleef alleen achter. Eerst ruimde zij naar gewoonte
+zorgvuldig alle sporen harer werkzaamheid op; daarna hief zij biddend
+hare armen omhoog en smeekte de goden van haar vaderland om bescherming
+voor de schoone vrouw aan wie zij haar eigen misvormde gedaante, die nu
+toch ergens voor diende, had geleend en die nu zulke groote gevaren te
+gemoet ging, doch tegelijkertijd een geluk, waarop het lot haar reeds
+alle hoop had ontzegd.
+
+Charmion had haar bevolen, indien Iras niet bijtijds van den Choma
+teruggekeerd zou zijn en de Koningin haar noodig mocht hebben, haar dan
+te verontschuldigen en te zeggen, dat zij onverwachts was uitgegaan,
+terwijl zij zelve dan in hare plaats den dienst moest waarnemen. Immers
+was het gedurende den veldtocht ook eens voorgekomen dat, toen Charmion
+plotseling onwel werd, aan Aisopion de zorg voor hare persoon werd
+overgelaten, en deze had daarbij toen veel lof ingeoogst.
+
+Zooals gewoonlijk wanneer de vertrouwde der Koningin uitging om inkoopen
+te doen, werd zij gevolgd door een bruine vrouw. In de gangen van
+het uitgestrekte paleis waren reeds de lampen en lantaarns, op de
+binnenpleinen de fakkels en pekpannen aangestoken; maar hoe helder
+die ook op verscheidene plaatsen brandden, en hoeveel lijfwachten,
+officieren, eunuchen, beambten, schrijvers, trawanten, koks, bewakers
+en slaven, poortwachters en boden zij ook voorbijgingen, geen van allen
+schonk hen meer dan een vluchtigen blik.
+
+Zoo kwamen zij tot aan het laatste binnenplein, doch toen kwam er een
+oogenblik waarin de beide vrouwen dachten dat haar hart stilstond, want
+zij ontmoetten den man, van wien zij het ergste te vreezen hadden: den
+Syriër Alexas. En hij ging de vluchtelingen niet voorbij maar hield
+Charmion staande, en deelde haar beleefd, ja zelfs nederig mede, dat hij
+van die lastige zaak van haar beschermeling, die hem zeer tegen zijn zin
+op de schouders was gelegd, gaarne ontslagen wilde zijn. Daarom had hij
+besloten, den volgenden dag in alle stilte Barine in het verhoor te
+nemen.
+
+De lijfslaaf van den Syriër volgde zijn heer, en terwijl deze met
+Charmion sprak, wendde die zich tot de gewaande Nubische, gaf haar een
+lichten stoot tegen den schouder, en fluisterde haar toe: »Heden avond,
+evenals gisteren. Gij zijt ons nog het slot der geschiedenis van Prins
+Setnau schuldig."
+
+Het was de vluchtende Barine op dat oogenblik te moede alsof zij stom
+geworden was, en nooit weder het gebruik van haar spraakvermogen
+terugkrijgen zou. Toch kon zij het er toe brengen met het hoofd te
+knikken, en tegelijk maakte de gunsteling een buiging voor Charmion.
+De slaaf moest hem volgen, maar zij kwam met haar beschermster door de
+poort tusschen de laatste pylonentorens eindelijk in de open lucht. Daar
+woei haar de zeelucht opwekkend en verfrisschend tegen, als een groet
+uit het rijk der vrijheid en des geluks, en hoe vreesachtig zij ook was,
+kreeg zij thans, midden in het gevaar zooveel tegenwoordigheid van geest
+terug, dat zij haar vriendin kon meedeelen wat de lijfslaaf van Alexas
+haar had toegefluisterd, opdat Aisopion hem dien avond daaraan
+herinneren kon, en hem versterken in het geloof, dat niet zij, maar de
+Nubische de vertrouweling der Koningin had begeleid.
+
+De weg naar den Isistempel was kort. Zij zagen aan de sterren dat
+zij op het rechte tijdstip het doel van hun tocht konden bereiken;
+doch onverwachts hadden zij een tweede oponthoud. Van de trappen, die
+naar het inwendige van het heiligdom leidden, kwam hen een optocht
+tegemoet, die geen einde scheen te willen nemen. Vooraan werd door acht
+pastophoren het beeld van Isis gedragen. Daarop volgde de korfdraagster
+der godin met eenige andere priesteressen, en de voorlezer met
+het opengeslagen boek. Achter hem aan kwamen de vier profeten; de
+opperpriester, hun aanvoerder liep vol waardigheid onder een baldakijn.
+De overige priesters der godin droegen geschriften, heilige voorwerpen,
+standaards en kransen. De priesteressen, onder welke eenige met
+loshangend haar en fraaie kransen, het sistrum of klapperblik van Isis
+schudden, mengden zich in den stoet der geestelijken, en paarde hare
+hooge stemmen aan die der zingende mannen. Neokoren of tempeldienaars en
+een groot aantal aanbidders en aanbidsters van Isis besloten den stoet,
+allen bekranst, en met bloemen in de hand. Fakkel- en lantaarndragers
+verlichtten den weg, en de geur van den wierook, die opsteeg uit het
+kolenbakje in de hand van een bronzen arm, die door pastophoren heen en
+weder werd gezwaaid, omzweefde de processie en vervulde nog lang daarna
+de lucht.
+
+De wachtende vrouwen zagen hen den kant van de Lochias uitgaan, en
+vernamen uit de gesprekken der omstanders, dat zij aan »de nieuwe Isis",
+de Koningin, den groet der godin gingen brengen, en tot doel hadden haar
+mede te deelen hoe trouw zij ook in nood en gevaar aan haar dacht.
+
+Cleopatra kon niet anders dan dit vriendelijk huldeblijk aannemen, en
+was daarom verplicht zich te vertoonen met de kronen van het vereenigde
+koninkrijk Aegypte op het hoofd en in vol priesterlijk ornaat. Alleen
+de beide vertrouwde kamervrouwen waren in staat haar daarbij in alle
+bijzonderheden die het gebruik voorschreef, behulpzaam te zijn. Aan
+dienstdoende vrouwen van lager rang als de Nubische was, had zij dit
+nooit overgelaten. Dus zou Cleopatra de afwezige Charmion toch missen.
+Dit vervulde deze met nieuwe onrust, en toen eindelijk de trappen weder
+vrij waren, vroeg zij zichzelven af hoe dat alles zou eindigen.
+
+Bovendien scheen het werkelijk, alsof de vluchteling en hare gezellin
+zich te vergeefs hadden blootgesteld aan zulk een groot gevaar. Eenige
+tempeldienaars drongen de aanwezigen, die het heiligdom wenschten te
+bezoeken, terug, en riepen de menigte toe, dat het tot aan de terugkomst
+der processie gesloten bleef.
+
+Barine zag hare beschermster angstig vragend aan, doch eer deze nog haar
+gevoelen kon uiten, kwam hen reeds op de trappen van den tempel de hooge
+gestalte van een man tegemoet. Het was Archibius, en hij beval haar met
+kalmte en ernst dat zij hem zouden volgen. Nu leidde hij haar zwijgend
+rondom het heiligdom naar een zijpoort, waardoor een oogenblik te voren
+ook een draagstoel met begeleiders binnengelaten was.
+
+Langs vele trappen in het inwendige van het lang uitgestrekte gebouw
+kwamen zij in de zwak verlichte cella.
+
+Zooals in den tempel van Osiris te Abydos zeven zuilengangen waren,
+vond men er hier drie, die naar even zooveel kamers leidden, die het
+Sanctuarium van het heiligdom vormden. De middenzaal was aan Isis
+gewijd, die ter linkerzijde daarvan aan haar gemaal Osiris en ter
+rechter aan Horus, den zoon der groote godin. Daarvóór verhieven zich in
+de schemering slechts half zichtbaar de altaren, die op Archibius' bevel
+met offergaven waren bedekt.
+
+Naast dat van Horus stond de draagstoel, die vóór de vrouwen uit, in den
+tempel was gebracht, en daaruit stapte nu, door zijn vrienden
+ondersteund, een slanke, jonge man.
+
+Plotseling dreunde in de zuilenzaal een doffe slag. Het was de ijzeren
+hoofdpoort van den tempel die dichtgeslagen werd. Het knarsend geraas
+dat daarop volgde, ontstond door de metalen grendels, die een oude
+neokore dichtgeschoven had. Barine kromp van schrik ineen, maar vroeg
+evenmin naar de oorzaak van deze geluiden, als zij al het overige
+opmerkte dat zich in rijken overvloed aan haar oog vertoonde. De man,
+die daar aan den arm van een ander naar het altaar ging, was Dion, de
+geliefde die om harentwil zich in dit gevaar begeven had. Haar blik
+bleef op hem rusten, haar geheele ziel ging hem tegemoet, en zonder te
+weten wat zij deed, riep zij luide zijn naam.
+
+Verschrikt zag Charmion den kring der omstanders rond, doch weldra
+haalde zij diep adem en was weer gerust gesteld, want de lange man die
+Dions arm ondersteunde, was de wakkere bouwmeester Gorgias, zijn beste
+vriend, en die andere, die nog grooter en forscher was, haar broeder
+Archibius. De gedaante, die zich daar van hare vermomming ontdeed, was
+vrouw Berenice, Barine's moeder. Enkel vertrouwde vrienden dus! Alleen
+den jongen aardigen ephebe, die naast haar broeder stond, kende zij
+niet.
+
+Barine, die zij nog altijd aan den arm hield, trachtte zich nu van haar
+los te maken om haar moeder en den geliefden man tegemoet te ijlen; maar
+Archibius ging naar haar toe, en vermaande haar op zachten toon geduld
+te hebben, en zich te onthouden van alle vragen of begroetingen, »altijd
+in veronderstelling," zoo besloot hij, »dat het volgens uw wensch is
+hier, voor het altaar, in den echt verbonden te worden met Dion, den
+zoon van Eumenes."
+
+Charmion voelde hoe bij dit vooruitzicht Barine's arm op den haren
+beefde, doch de jonge vrouw volgde den wenk van haar vriend. Zij wist
+eigenlijk niet wat er met haar gebeurde, en of zij, in de overmaat van
+de zaligheid die haar deel werd, luid zou juichen van vreugde, of stille
+tranen storten van dankbaarheid en ontroering.
+
+Alle omstanders hadden tot nu toe gezwegen. Nu nam Archibius uit de
+hand van den verloofde een rol, stelde zichzelven aan de aanwezigen
+voor als kyrios of voogd der bruid, en vroeg Barine of zij hem als
+zoodanig erkende. Daarop gaf hij aan Dion het geschrift, dat het
+huwelijkscontract bevatte, spoedig terug, daar hij den inhoud kende en
+goedkeurde. Vervolgens deelde hij de aanwezige mede, dat zij hem bij dit
+huwelijk dat met zooveel spoed gesloten moest worden, ook beschouwen
+moesten als paranymph of leidsman en vrouw Berenice als leidsvrouw der
+bruid. Daarop ontstaken zij een fakkel aan het vuur van een der altaren.
+Archibius legde nu als kyrios naar Aegyptische, de moeder der bruid als
+leidsvrouw naar Grieksch gebruik, de handen der verloofden in elkander,
+en Dion gaf hierbij aan zijne uitverkorene een eenvoudigen ijzeren ring.
+Dat was dezelfde die zijn vader bij zijn eigen huwelijk aan zijn vrouw
+gegeven had, en hij fluisterde haar in het oor: »Mijn moeder stelde dien
+op hoogen prijs; nu is het aan u, dit oude kleinood in eere te houden."
+
+Nadat Archibius had verklaard dat de noodige offers gebracht waren aan
+Isis en Serapis, Zeus, Hera en Artemis, en dat de echtverbintenis
+tusschen Dion, den zoon van Eumenes en Barine de dochter van Leonax,
+voltrokken was, drukte hij hen beiden de hand.
+
+Het scheen dat de tijd drong, want hij vergunde aan vrouw Berenice en
+aan zijn zuster nog slechts één oogenblik om Barine te omhelzen, en
+Gorgias om haar en Dion de hand te drukken. Daarop gaf hij een wenk, en
+de moeder der jonggehuwden volgde hem, wegsmeltend in haar tranen, en
+Charmion verbijsterd en als het ware bedwelmd. Niet eerder dan toen een
+oude neokore haar met de beide anderen door de zijpoort in de open lucht
+had gebracht, werd het haar recht duidelijk, welke gewichtige
+gebeurtenis zij als getuige had bijgewoond.
+
+Barine zelve was het te moede alsof ieder oogenblik haar uit een zaligen
+droom kon wekken, en toch bekende zij zichzelve met blijdschap dat zij
+wakker was, want die man die daar aan den arm van zijn vriend voortliep,
+was Dion. Zij zag echter bij het flauwe schijnsel in de slecht verlichte
+tempelzalen wel dat hij pijn leed. Het gaan scheen hem zoo moeilijk te
+vallen, dat het haar verheugde toen hij gehoor gaf aan het verzoek van
+Gorgias om weder in den draagstoel te stappen.
+
+Maar wie zouden hem dragen? Dat zou zij spoedig genoeg gewaar worden,
+want terwijl zij nog naar hen uitzag, hadden de bouwmeester en de
+ephebe, in wien zij reeds lang den jongen Philotas, den helper van haar
+grootvader had herkend, de stokken gegrepen.
+
+»Volg ons," riep Gorgias haar op gedempten toon toe, en zij gehoorzaamde
+en bleef vlak achter den draagstoel gaan, terwijl deze eerst langs
+een breede trap, daarna langs een smalle, en eindelijk door een gang
+gedragen werd. Hier stuitten de vluchtelingen op een deur;--doch de
+bouwmeester opende die en hielp zijn vriend uitstappen. Vóór zij nu
+verder gingen, plaatste hij den stoel in een vertrek waar allerlei
+gereedschappen lagen, en dat hij bij het onderzoek van de onderaardsche
+tempelzalen had ontdekt.
+
+Tot nu toe was tusschen de vluchtelingen geen enkel woord gewisseld.
+Thans riep Gorgias Barine toe: »De gang is laag.--Gij moet bukken. Bedek
+uw hoofd, en schrik niet wanneer vleermuizen om u heen vliegen; die zijn
+sinds lang niet in hunne rust gestoord geworden. Wij hadden u ook uit
+den tempel naar de zee kunnen laten brengen en u daar opwachten, maar
+dat zou licht in het oog gevallen en gevaarlijk geworden zijn. Moed
+gevat, jonge echtgenoote van Dion. De gang is niet kort, en het zal
+moeilijk vallen vooruit te komen--maar bij den weg naar de steengroeven
+vergeleken, is hij effen en gemakkelijk als een koninklijke heirbaan.
+Als gij denkt aan den eindpaal van den tocht, dan zullen de vleermuizen
+u voorkomen als zwaluwen, die de naderende lente aankondigen."
+
+Zij knikte hem dankbaar toe, en kuste Dion die nu aan den arm van zijn
+vriend, met moeite voortliep, de hand. Het licht van de fakkel, die de
+trouwe opzichter van Gorgias voor hen uit droeg, viel juist op hare
+bruingeverfde armen, en gedurende den verderen tocht hield zij zich
+achter de anderen. Zij dacht dat het haar geliefde smartelijk kon zijn
+haar zoo misvormd weder te zien, en spaarde hem dat, hoe gaarne zij ook
+dichter in zijn nabijheid gebleven ware. Zoodra de gang nog lager werd
+namen de vrienden den herstellende in hunne armen, en nu hadden zij een
+moeilijk werk te verrichten, want zij moesten diep gebukt voortloopen
+met den last van dien langen man en zich tegelijk verweren tegen de
+vleermuizen, die door de fakkel van den opzichter bij troepen werden
+opgejaagd.
+
+Barine's hoofd was wel-is-waar bedekt, maar op een anderen tijd zouden
+de leelijke dieren, die telkens vlak langs haar hoofd en armen vlogen,
+haar toch met ontzetting en afschuw vervuld hebben. Nu sloeg zij er
+bijna geen acht op, want haar blik hing aan den man die daar in liggende
+houding op de armen der dragers rustte, wien zij toebehoorde met lichaam
+en ziel, en wiens geduldig gedragen lijden haar door de ziel sneed.
+Zijn hoofd lag tegen de borst van Gorgias, die dicht vóór haar liep.
+Zij kon het niet zien, omdat de bouwmeester er zich overheen boog, maar
+zij zag naar de voeten van haar echtgenoot, en zoo menigmaal die zich
+samentrokken, meende zij te voelen dat hij pijn leed. Dan zou zij gaarne
+naar hem toe zijn gegaan om in de benauwde, lage gang zijn voorhoofd
+te drogen, en hem een vriendelijk bemoedigend woord van liefde toe te
+fluisteren. Somtijds werd haar dat ook vergund, wanneer de vrienden even
+den zwaren last lieten rusten. Het was trouwens altijd maar voor een
+kort oogenblik dat zij zich dat veroorloofden, maar het was toch lang
+genoeg om haar te doen zien, hoe de krachten van den lijder afnamen.
+Toen zij eindelijk het doel van den tocht hadden bereikt, moest Philotas
+den uitgeputten man met alle kracht ondersteunen, terwijl Gorgias
+behoedzaam de gesloten poort opende. Deze kwam uit boven een vrije hooge
+trap, die naar zee leidde, vlak naast den tuin van Didymus. Zij was die
+trap als kind menigmaal met haar broeder afgegaan om een klein bootje op
+het water te laten drijven.
+
+De bouwmeester hield de deur slechts half open, en het bleek dat hij
+verwacht werd; want weldra hoorde zij hem fluisteren en plotseling ging
+de poort geheel open. Een lange man nam Dion op, en droeg hem naar
+buiten. Terwijl Barine hem met ingehouden adem nazag, kwam een andere,
+die niet minder groot was, haar tegemoet, verzocht haar haastig zich dat
+te laten welgevallen, hief haar als een kind in zijne armen op, en zoo,
+terwijl zij de koele nachtlucht inademde en het water, dat de drager met
+haar doorwaadde, tot haar opsprong en hare voeten nat maakte, zocht haar
+blik den jongen echtgenoot; doch zij vond hem niet, want de nacht was
+donker, en de lichten aan de kust konden deze plaats niet bereiken, daar
+de hooge muren van de kade dit beletten.
+
+Zij ontstelde daarvan, maar een oogenblik later kwamen uit de
+duisternis, waarin de havenlichten slechts een zwak schijnsel gaven, de
+omtrekken van een groote visschersboot te voorschijn: onmiddellijk zette
+de sterke man die Barine droeg, haar in het schip neder, en een diepe
+stem fluisterde haar toe: »Alles in orde. Aanstonds breng ik u
+versterkenden wijn."
+
+Daar zag zij haar echtgenoot, voor wien men op de voorplecht een leger
+had bereid, bewegingloos liggen. Zij boog zich over hem heen en bemerkte
+dat hij het bewustzijn verloren had. Zij wreef zijn voorhoofd met wijn,
+legde zijn hoofd op haar schoot, sprak hem zachtjes toe, vernieuwde bij
+het licht van eene kleine lantaarn, het verband op zijn schouder, en
+bemerkte onder dat alles niet dat de boot het water doorkliefde. Eerst
+toen de schippers het driehoekige zeil omwendden kwam zij tot het besef
+daarvan.
+
+Niemand had haar nog gezegd waarheen de reis ging, maar zij vroeg daar
+ook niet naar. Het was overal goed, waar zij maar bij hem mocht zijn.
+Hoe eenzamer de plek, waar hij haar heen voerde, hoe meer zij samen
+zouden kunnen zijn. Hoe vol dank en liefde was haar hart! Zij boog zich
+over hem heen, kuste zijn voorhoofd en dacht terwijl zij den heeten
+koortsgloed daar van voelde: »Ik zal u verplegen totdat gij weder gezond
+zijt."
+
+Daarbij richtte zij oog en hart naar boven om haar lievelingsgod, aan
+wien zij de gave van den zang verschuldigd was, en die alles wat rein
+en schoon is, onder zijne bescherming neemt, Phoebus Apollo, te danken,
+en te smeeken het licht van den nieuwen morgen te doen opgaan over een
+herstellende. Terwijl zij nog bad, kwam de boot aan land. Alweder werden
+zij en haar geliefde door krachtige armen naar den oever gedragen, en
+zoodra haar voet vasten grond onder zich voelde, verbrak haar redder,
+de vrijgelatene Pyrrhus, het stilzwijgen en zeide: »Gemalin van Dion,
+ik heet u welkom op ons eiland. Gij zult het hier wel is waar voor
+lief moeten nemen; doch als het u bij ons even goed bevalt, als het ons
+verheugt u te dienen en uw heer, die ook de onze is, dan zal het uur van
+scheiden nog lang op zich laten wachten."
+
+Nu ging hij haar voor in zijn huis, en wees haar als haar toekomstige
+woning twee groote witgepleisterde vertrekken aan, die geen ander
+sieraad bezaten dan de uiterste zindelijkheid.
+
+Op den drempel stond Pyrrhus' vrouw, wier haren reeds begonnen te
+grijzen, een jonge vrouw en een meisje, dat nauwlijks de kinderschoenen
+ontwassen was. De oudste verwelkomde Barine op eerbiedige wijze, en
+verzocht haar eveneens het zich als gast bij haar te willen aangenaam
+maken. In de zuivere lucht op het Slangeneiland kon men spoedig genezing
+vinden. Zij zelve en--zij wees op de andere--de vrouw van haar oudsten
+zoon en haar eigen dochter Dione zouden haar gaarne op hare wenken
+bedienen.
+
+
+
+
+ZESTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Broeders en zusters zijn zelden zeer spraakzaam, wanneer zij met
+elkander alleen zijn. Toen Charmion met haar broeder naar de Lochias
+ging, kostte het haar toch al moeite woorden te vinden, zoo diep hadden
+de gebeurtenissen van het laatste uur haar aangegrepen. Ook Archibius
+wilde het niet gelukken zijn geest op iets anders te richten, en toch
+was zijn hoofd vervuld van zaken, die in veel wijderen kring van
+beteekenis, en daarom gewichtiger waren.
+
+Stilzwijgend liepen zij naast elkander voort.--Toen zijn zuster vroeg
+waar de jonggehuwden zich verbergen moesten, antwoordde hij dat dit,
+hoe goed zij ook zwijgen kon, voor haar een geheim moest blijven. Op
+de tweede vraag, hoe het mogelijk was geweest ongestoord het binnenste
+gedeelte van den Isistempel in gebruik te nemen, kon hij ook slechts met
+omzichtigheid antwoord geven.
+
+In werkelijkheid was het de vrije beschikking over de onderaardsche
+gangen van het heiligdom geweest, die den bouwmeester op de gedachte
+had gebracht, Dion langs dien weg naar de boot van Pyrrhus te brengen.
+Daarvoor was alleen noodig dat de Isistempel, die gewoonlijk dag
+en nacht openstond, voor korten tijd alleen aan de vrienden der
+vluchtelingen werd overgelaten, en dat hadden zij gedaan gekregen.
+
+De geschiedschrijver Timagenes, die als afgezant uit Rome gekomen was
+en de gastvrijheid van zijn vroegeren leerling Archibius genoot, had
+volmacht gekregen om aan Cleopatra, zijn voormalige leerling, het
+uitzicht te openen op de erkenning als Koningin voor haarzelve en hare
+kinderen, en volkomen genade, ingeval zij Marcus Antonius aan Octavianus
+wilde uitleveren of hem doen ombrengen. De Alexandrijn Timagenes vond
+zelf dezen eisch even billijk als noodzakelijk, omdat daardoor zijn
+vaderstad verlost zou worden van den man, wiens willekeur en overmoed
+hare vrijheid bedreigden, en wiens verkwistende mildheid en onmatige
+prachtlievendheid zooveel van haar schatten verslond. Voor den
+Romeinschen staat, dien de historicus hier vertegenwoordigde, beteekende
+het enkele bestaan van dezen man onrust zonder einde en burgeroorlog.
+Bij de herstelling op den troon van den fluitspeler, door Gabinius en
+Marcus Antonius, was Timagenes in slavernij geraakt. Ofschoon het hem
+te Rome, waar de zoon van Sulla den geschiedschrijver vrijgekocht had,
+gelukt was grooten invloed te verkrijgen, toch had hij een afkeer van
+Antonius behouden, en daarom was hem de taak om in zijn vaderstad
+zijn invloed tegen hem te gebruiken, welkom geweest. Hij hoopte door
+Archibius, wiens trouwe gehechtheid aan de Koningin hem bekend was,
+begrepen te worden. En ook Arius, Barine's oom, die vroeger de studiën
+van Octavianus had geleid, moest hem steunen. Doch de krachtigste
+medewerking bij zijn zending hoopte hij te vinden bij den grijzen
+Alexander-priester, het opperhoofd der geheele Aegyptische
+priesterheerschappij.
+
+Aan hem had hij bewezen dat Antonius in ieder geval een verloren man
+was, en Aegypte op het punt stond om Octavianus als een rijpe vrucht
+in den schoot te vallen. Het zou nu spoedig in zijne macht staan om aan
+het land zooveel vrijheid en zelfstandigheid over te laten als hij goed
+vond. Ook over het lot der Koningin had de Cæsar alleen te beschikken,
+en ieder die wenschte haar op den troon gehandhaafd te zien, zou eerst
+de gunst van Octavianus dienen te winnen.
+
+Dat alles had de wijze Anubis zich zelf ook reeds gezegd, doch Timagenes
+maakte hem het eerst opmerkzaam op Arius, als op den Alexandrijn dien
+Octavianus het meest vertrouwde. Zoo was dan ook de hooge prelaat
+in het geheim met Barine's oom in betrekking gekomen. Doch de
+eerbied-afdwingende waardigheid en de gebreken van zijn hoogen leeftijd
+weerhielden Anubis er van Arius, die reeds van vriendschap met de
+Romeinen werd verdacht, persoonlijk op te zoeken. Daarom had hij zijn
+vertrouwden schrijver, den nog jongen waarzegger Serapion gezonden, om
+in zijne plaats te spreken met Octavianus' vriend, die door zijn zware
+kwetsuur nog altijd verhinderd werd het huis te verlaten en naar hem toe
+te komen.
+
+Gedurende de onderhandelingen van Timagenes met den secretaris en Arius,
+was Archibius gekomen om Barine's oom te overreden een poging te doen
+tot redding van zijn nicht. Allen die het goed meenden met de Koningin,
+moesten haar in dezen tijd van onrust gaarne terughouden van een daad,
+die, daar zij ook den Raadsheer Dion betrof, een deel der burgerij
+tegen haar in het harnas jagen moest. Daarom had de afgezant van den
+Alexanderpriester, zoodra men hem in het vertrouwen genomen had, zich
+dan ook volkomen bereid getoond alles te doen wat in zijn vermogen
+stond, tot redding der bedreigden. Om den persoon van Barine, noch om
+dien van Dion was het bij hem te doen--wèl ware hij bereid geweest een
+nog grooter offer te brengen om den machtigen Archibius en vóór alles
+Arius, die bij het nieuw opgaande licht, Octavianus, zooveel invloed
+had, voor zich te winnen.
+
+Juist toen de mannen aan het beraadslagen waren wat er tot redding van
+Barine te doen viel, was de Nubische verschenen en had aan Archibius
+toevertrouwd, wat er aan Dion's ziekbed afgesproken was met den
+vrijgelatene en Gorgias. De vlucht der vervolgden zou alleen mogelijk
+zijn wanneer zij de boot der redding onbemerkt konden bereiken, en dit
+zou het beste bewerkstelligd kunnen worden door de onderaardsche gang,
+die de bouwmeester weder opengesteld had.
+
+Nu had Archibius, wien de afgevaardigde van den opperpriester zijn
+medewerking had toegezegd, de verzamelde mannen in zijn vertrouwen
+genomen, en Arius had voorgesteld dat zijn nicht Barine in den
+Isistempel met Dion verbonden, en daarna beiden door de geheime gang
+naar de boot gebracht zouden worden. Dit denkbeeld was goedgekeurd, en
+de waarzegger Serapion had beloofd het heiligdom, na het vertrek van de
+processie, dat na zonsondergang zou plaats hebben, een korten tijd voor
+de vluchtenden en de huwelijksvoltrekking vrij te houden. Voor dien
+dienst mocht hij van Octavianus' vriend, die zijn belofte met zulk een
+warme erkentelijkheid had aangenomen, al zeer spoedig een anderen
+vragen.
+
+De priesters, zeide de waarzegger, beschermden altijd de onrechtvaardig
+vervolgden, en aan deze schonken zij hunne hulp des te gereeder,
+naarmate het hen meer verheugde de Koningin te behoeden voor een daad
+die onvergefelijk zou zijn.
+
+Wat de vluchtelingen betrof, hen stonden, dacht hem, slechts twee
+mogelijkheden open: Cleopatra zou zich blijven vasthouden aan Marcus
+Antonius en--wat de goden mochten verhoeden--met hem te gronde gaan, of
+hem opofferen, en troon en leven behouden. In beide gevallen zouden de
+geredden zonder gevaar terug kunnen komen. Het hart der Koningin was
+goedertieren, en waar geen schuld was, kon zij nooit lang vertoornd
+blijven. Vervolgens was het plan in bijzonderheden besproken door
+Archibius, de Nubische en vrouw Berenice, die zich tijdelijk bij het
+gezin van Arius bevond, en daarna had men alles aan den bouwmeester
+medegedeeld.
+
+Evenmin als aan zijn zuster, had Archibius aan de beraadslagende mannen
+en Barine's moeder toevertrouwd, waarheen de jonggehuwden de wijk
+zouden nemen. Ook omtrent de zending van Timagenes en de staatkundige
+vraagstukken die hem zoo ernstig bezighielden, deelde hij Charmion
+slechts zooveel mede, als zij ter verklaring van het avontuur, waaraan
+zij met zooveel liefde medehielp, noodig had te weten. Zij zelve had
+ook niet begeerd meer te hooren, want zoo lang zij onderweg waren, had
+de vrees dat Cleopatra haar zou missen en Barine's vlucht ontdekt zou
+worden, haar geen rust gelaten. Wel had zij even melding gemaakt van den
+wensch der Koningin om aan Archibius de opvoeding harer kinderen toe te
+vertrouwen, doch eerst in haar woning was het haar mogelijk geweest
+daarvan nog meer te zeggen.
+
+Haar afwezigheid was onopgemerkt gebleven. De Regent, Mardion had de
+processie ontvangen in naam der Koningin, want Cleopatra was uitgereden
+naar de stad, niemand wist met welk doel.
+
+Met een verlicht hart kwam Charmion met haar broeder in hare vertrekken
+terug. Anukis deed de deur voor hen open. Niemand was haar komen
+storen, en Archibius vond er een genoegen in, aan de verstandige,
+trouwe vrijgelatene met eigen mond alles te kunnen verhalen. Hij had de
+nederige dienares, die daarnaar luisterde als naar eene openbaring, niet
+rijker kunnen beloonen dan met deze geringe moeite. Toen hij haar ten
+slotte zijn dank uitsprak, wees zij dien met den meesten nadruk af,
+en verzekerde dat het aan haar stond, erkentelijk te zijn. Haar fijne
+geest had nauwkeurig het onderscheid opgemerkt in de wijze, waarop een
+hooggeplaatste spreekt tot zijns gelijken of tot een mindere, en nu had
+hij, bij wien voor haar alles wat man heette, verre achterstond, haar
+den geheelen loop der gebeurtenissen beschreven alsof zij zijns gelijke
+was. Zelfs de Koningin had met zulk eene mededeeling tevreden kunnen
+zijn.
+
+Toen zij heenging om zich aan het overige dienstpersoneel te vertoonen,
+zeide zij tot zich zelve, dat zij toch een boven velen bevoorrecht
+schepsel was, en toen een jonge kok haar plaagde met haar korten hals,
+gaf zij lachend ten antwoord: »Mijn schouders zijn zoo in de hoogte
+blijven staan, omdat ik ze zoo dikwijls heb opgehaald over de gekken die
+mij uitlachen, en die toch niet half zoo gelukkig en dankbaar zijn als
+ik."
+
+Charmion was doodelijk vermoeid in een leunstoel neergevallen, en
+Archibius nam tegenover haar plaats. Zij waren altijd gaarne bij
+elkander, doch heden was beiden het hart zoo vol, dat het hen ging
+als de afgematten, die van vermoeidheid den slaap niet kunnen vinden.
+Hoeveel hadden zij elkander niet te zeggen, en toch duurde het een
+geruime poos eer Charmion het stilzwijgen verbrak en terug kwam op
+den wensch der Koningin. Zij verhaalde haar broeder hoe Cleopatra op
+die gedachte gekomen was door het huisje dat de kinderen zelf hadden
+gebouwd, hoe hartelijk en vriendelijk zij was geweest, maar hoe zij met
+dat al, een oogenblik later, bij het enkele noemen van den naam Barine,
+haar zoo onbarmhartig en vertoornd weggezonden had.
+
+»Ik weet niet wat gij van plan zijt te doen," besloot zij, »maar hoe
+ik haar ook liefheb, moet ik voor mijzelve misschien het moeielijkste
+besluit nemen; want, zie! indien zij hoort dat ik het was die de dochter
+van Leonax aan haar en den snooden Alexas ontvoerde, welk lot staat mij
+dan niet van haar te wachten, te meer daar Iras niet meer zoo aan mij
+gehecht is als vroeger, en mij van hare zijde reeds heeft getoond, dat
+zij de liefde en de zorgen die ik haar bewezen heb, vergeten is.--Dat
+zal nog toenemen, en het ergste is dat, wanneer de Koningin haar bij mij
+gaat voortrekken, ik--wanneer ik rechtvaardig wil zijn--haar dat niet
+tot verwijt mag maken, want zij is scherpzinniger dan ik, en heeft een
+levendiger geest. Mij heeft de staatkunde van het begin af tegengestaan;
+Iras daarentegen heeft alles over voor de vergunning om mede te mogen
+spreken, waar het aankomt op de regeering van het land en vooral op het
+nooit rustende ernstige spel met Rome en zijne regeering."
+
+»Dit spel is reeds verloren," zeide haar broeder met zulk een ernst, dat
+Charmion opsprong en zacht en angstig herhaalde: »Verloren?"
+
+»Voor altijd," verzekerde Archibius, »als niet...."
+
+»Den goden zij dank,--toch nog een »als"...."
+
+»Als niet Cleopatra besluit tot een daad die haar dwingt ontrouw te
+worden aan haar zelve, en haar edel beeld te schenden voor alle eeuwen."
+
+»Waardoor?"
+
+»Wanneer gij er ook van hooren moogt, het zal altijd nog te vroeg zijn."
+
+»En als zij dat doet, Archibius? Gij zijt de man, dien zij het meest
+vertrouwt. Zij zal aan uwe hoede toevertrouwen wat zij meer liefheeft
+dan zich zelve."
+
+»Meer liefheeft? Indien ik u goed begrijp, dan denkt gij aan de
+kinderen."
+
+»De kinderen, ja! Honderdmaal ja--die heeft zij boven alles lief! Geloof
+mij--voor hen zou zij bereid zijn in den dood te gaan."
+
+»Laat ons dat hopen."
+
+»En gij--als zij de ontzettende daad begaat.... ik kan slechts vermoeden
+wat gij bedoelt.... Doch als zij afdaalt van de hoogte, waarop zij zich
+tot nu toe staande gehouden heeft--zoudt gij dan nog bereid zijn...."
+
+»Voor mij," viel hij haar met kalmte in de rede, »is het de vraag niet
+meer wat zij zal doen of niet doen. Zij is ongelukkig, en zal nog
+dieper, veel dieper zinken. Dat weet ik, en juist dat dringt mij haar
+met opoffering van alle krachten te dienen. Ik behoor aan haar, zoo goed
+als de kluizenaar die zich aan Serapis heeft gewijd, aan zijn god. Ieder
+van zijn gedachten is voor hem. Den god, die hem schiep, wijdt hij
+lichaam en ziel tot in den dood, dien hij over hem beschikt. De banden
+die mij hechten aan deze vrouw--gij kent de oorsprong daarvan--zijn niet
+minder onverbrekelijk. Wat zij wenscht en wat mij bij de vervulling
+daarvan, niet dwingt mij zelven te verachten, dat sta ik haar bij
+voorbaat toe."
+
+»Zoo iets" riep Charmion uit, »zal zij zeker niet verlangen van den
+vriend harer jeugd." Daarop ging zij naar hem toe, strekte hare beide
+handen naar hem uit, en ging met blijde ontroering voort: »Zóó moest gij
+juist gevoelen en spreken, en daarin ligt ook het antwoord op de vraag,
+die sinds gisteren mijn ziel bezig houdt. De vlucht van Barine, de
+genade en ongenade van onze gebiedster, Iras, mijn arm hoofd dat voor
+staatkunde terug deinst, terwijl Cleopatra juist in dezen tijd een
+scherpzinnige vertrouweling noodig heeft...."
+
+»In het geheel niet," viel haar broeder haar in de rede. »Het komt
+alleen aan mannen toe haar in deze dingen raad te geven. Ik verwensch
+dat gewauwel van vrouwen aan de toilettafel! Dat heeft reeds menigen wel
+doordachten raad der verstandigste mannen in den wind doen vervliegen,
+en nooit kon het staatsbeleid van eene Iras noodlottiger worden dan
+juist nu, indien het lot niet reeds het laatste woord gesproken had."
+
+»Dus dit bezwaar is ook opgeheven!" riep Charmion levendig uit, »dan
+weet ik voor mij zelve wat ik doen zal! Zooals altijd, wijst gij mij ook
+nu weder den rechten weg. Het is waar, ik had het mij verrukkelijk
+schoon voorgesteld op het landgoed dat wij Irenia--Vrede-oord--noemden,
+of te Kanopus in het lieve, kleine paleis, de jaren die mij nog gegeven
+zullen worden, in rust door te brengen, en terug te keeren tot alles wat
+onze kinderjaren zoo heerlijk heeft gemaakt. De philosofen, de bloemen
+in den tuin, de dichters--ook die nieuwe Romeinsche, waarvan Timagenes
+ons zulke verrukkelijke proeven zond, zouden onze eenzaamheid
+veraangenamen. Het kind, de dochter van den man, van wiens liefde ik
+afstand deed, en misschien later ook hare knapen en meisjes, zouden voor
+mij als mijn eigen kinderen zijn. Even dierbaar als zij Leonax zouden
+geweest zijn, zoo hartelijk zou ik ook hen hebben bemind.--Zóó heb ik in
+stille uren dikwijls de toekomst gezien. Maar dezelfde Charmion, die,
+toen haar hart nog warmer klopte en het leven voor haar open lag, hare
+eerste vurige neigingen offerde op het altaar der vriendschap voor hare
+vorstelijke speelnoot, zou die nu, uit zelfzuchtige beweegredenen,
+Cleopatra in het ongeluk verlaten? Neen! Neen!--Evenals gij, behoor ook
+ik--er kome van wat wil--aan de Koningin!"
+
+Van zijne instemming overtuigd, zag zij haar broeder in het gelaat, doch
+deze maakte een handgebaar en antwoordde met ernst: »Neen, Charmion!
+Wat ik als man op mij neem, zou voor u noodlottig kunnen worden.... Het
+tegenwoordige is niet zoet genoeg om dat te verbitteren met alsem uit de
+toekomst. En toch!.... Gij moet een enkelen blik slaan in haar duister
+rijk om mij te verstaan. Gij kunt zwijgen, en wat gij hooren zult,
+blijft een geheim tusschen ons beiden. Slechts één ding," en hij liet
+zijn stem dalen, »slechts één kan haar redden: de moord van Antonius
+of een schandelijk verraad, dat hem in de handen van Octavianus doet
+vallen. Dat is het wat Timagenes mij heeft doen inzien."
+
+»Dat?" vroeg zij dof, en liet haar grijzend hoofd op de borst vallen.
+
+»Ja, dat is het," herhaalde hij met vastheid. »En als zij voor de
+verzoeking bezwijkt en ontrouw wordt aan de liefde die haar gansche
+leven heeft doorstroomd, zooals de Nijl het land harer vaderen, dan,
+Charmion, blijf haar dan, onder iedere voorwaarde getrouw, en hecht u
+vaster aan haar dan ooit; want dan, zuster, zal zij ongelukkiger zijn,
+tien- honderdmaal ongelukkiger dan wanneer Octavianus haar alles,
+misschien zelfs het leven ontneemt."
+
+»En dus verlaat ik haar niet, maar wat er ook gebeurt, ik blijf bij haar
+tot aan het eind," riep Charmion met vuur. Doch Archibius sloeg geen
+acht op deze geestdrift en warmte, die zijne kalme zuster anders niet
+eigen waren, en ging bedaard voort: »Zij heeft ook u voor zich gewonnen,
+en het schijnt u nu onmogelijk toe u van haar los te scheuren. Velen
+is het evenzoo gegaan, en dat heeft niemand tot schande gestrekt. Het
+ongeluk is als het ijzer, dat alledaagsche naturen als een zwaard van
+elkander scheidt, en edele als met een hamer des te vaster aaneen
+smeedt. Het schijnt u daarom juist nu dubbel moeilijk haar te verlaten;
+maar gij hebt liefde noodig. Het recht om te leven en uzelve te behoeden
+voor den droevigsten achteruitgang, komt u even goed toe als die
+merkwaardige vrouw op den troon. Houd aan haar vast zoolang gij zeker
+zijt van hare liefde, en blijf haar getrouw door alles heen, tot aan het
+eind. Doch de redenen die u van haar willen aftrekken en voeren tot de
+boeken, de bloemen en de kinderen, wegen zwaar, en als het u ontbreekt
+aan den dauw van hare liefde en genade, dan zie ik reeds hoe gij
+jammerlijk wegkwijnen zult. De koude die van Cleopatra uitgaat, wanneer
+haar hart voor u is verkoeld, de speldeprikken die Iras u, die weerloos
+zijt, geven zal, zouden u te gronde richten. Dat mag zoo niet zijn,
+zuster, dat willen wij verhoeden.... Neen, laat mij uitspreken! Ik heb
+den raad dien ik hoop dat gij volgen zult, goed overwogen. Indien gij
+bemerkt dat de Koningin u nog altijd liefheeft als in vroeger dagen,
+blijf dan bij haar; doch als gij het tegendeel ondervindt, zeg haar dan
+morgen reeds vaarwel. Mijn Irenia is het uwe..."
+
+»Maar zij bemint mij, en als zij dat niet meer deed..."
+
+»De toetssteen daarvan ligt voor de hand. Wij zullen aan haar zelve de
+beslissing overlaten. Gij bekent haar dat gij het waart die Barine
+hielpt om zich te onttrekken aan haar straffende hand."
+
+»Archibius!"
+
+»Zoo gij dat niet doet, zoudt gij een geheele keten van leugens moeten
+smeden. Let wel op, of het kleine in haar karakter, dat haar dreef om de
+dochter van Leonax in de hand van een onwaardige te geven, sterker is
+dan het groote! Onderzoek of zij de zelfopofferende trouw, die gij haar
+uw geheele leven hebt gewijd, wel waard is. Als zij, in weerwil van deze
+bekentenis, voor u blijft wat zij altijd is geweest...."
+
+Hier werd hij in de rede gevallen door de Nubische, die kwam vragen of
+hare meesteres, ondanks het late uur, Iras nog even zou willen te woord
+staan.
+
+»Laat haar binnenkomen," antwoordde Archibius na een vluchtigen blik van
+verstandhouding op zijn zuster die nog zeer bleek zag, sedert hij haar
+dien eisch had gesteld. Dat merkte hij op, en zoodra de dienares zich
+had verwijderd, greep hij Charmions hand en zeide met vertrouwelijke
+hartelijkheid: »Ik heb u alleen maar mijn gevoelen gezegd, maar op onzen
+leeftijd moet men met zich zelve te rade gaan, en gij zult ook ditmaal
+zeker toch wel het rechte vinden."
+
+»Ik heb het al gevonden," zeide zij zacht en met neergeslagen oogen.
+»Dit bezoek heeft mij tot een spoedig besluit gebracht. Zoover mag het
+met mij niet komen, dat ik mij voor Iras moet schamen!"
+
+Nauwelijks had zij deze woorden geuit, of de jongere vertrouweling der
+Koningin kwam de kamer binnen. Zij was gejaagd, en terwijl zij in de
+welbekende vertrekken onderzoekend rondzag, zeide zij na een korte
+begroeting: »Niemand weet, waarheen de Koningin gereden is. Mardion
+heeft reeds in hare plaats de processie ontvangen. Heeft zij u in haar
+vertrouwen genomen?"
+
+Charmion antwoordde ontkennend, en vroeg op hare beurt of Antonius al
+aangekomen was, en hoe zij dien gevonden had.
+
+»Treurig," luidde het antwoord. »Ik heb mij zooveel ik kon gehaast om de
+Koningin terug te houden van een mogelijk bezoek aan hem. Doch zij was
+reeds afgewezen. Het is ontzettend."
+
+»De ontgoocheling van Parætonium komt nog bij de overige ongelukken,"
+merkte Archibius op.
+
+»Dat is een veertje in vergelijking met het andere," voegde Iras er
+misnoegd bij. »Welk een tooneel! Een ineengekrompen ziel, die nooit
+overgroot was, in het lichaam van een reus. De afstammeling van Herakles
+is door zijn tegenspoed geheel ineen gezonken. De zwakke man zal den
+fieren moed der Koningin nog met zich medetrekken in het stof."
+
+»Laat ons alle krachten inspannen om dat te verhinderen," hernam
+Archibius met vastheid; »de goden hebben u en Charmion aan hare zijde
+geplaatst, om haar te ondersteunen wanneer de kracht haar ontzinkt. Nu
+is het de tijd om te toonen wie gij zijt."
+
+»Ik ken mijn plicht," gaf Iras bits ten antwoord.
+
+»Bewijs dat dan!" zeide Archibius ernstig. »Gij meent reden te hebben om
+vertoornd te zijn op Charmion."
+
+»Wie zoo hartelijk is voor mijne vijanden, zal het zeker wel zonder mijn
+vriendschap kunnen doen. Waar is uw beschermeling nu?"
+
+»Dat zult gij later wel hooren," antwoordde Charmion en trad haar nader.
+»Als het u bekend wordt, zult gij echter meenen nog meer recht te hebben
+om aan mijne liefde te twijfelen; maar niet om u te krenken, alleen om
+een wezen dat mij dierbaar is, voor ongeluk te behoeden, ben ik tusschen
+u en Barine gekomen. En nu wil ik u dit zeggen: Wanneer gij mij gekwetst
+hadt tot in merg en been, en alles waaraan een Griekenhart waarde hecht
+mij opriep om mij daarover te wreken,--dan toch zou ik mij nu, juist nu,
+den dwang aandoen om aan deze neiging geen gehoor te geven, omdat er in
+deze borst een liefde leeft, die sterker en machtiger is dan de felste
+haat. Deze liefde hebben wij gemeen. Wees verbolgen op mij, tracht mij,
+die u tot nu toe als een moeder ter zijde stond, leed te doen en nadeel
+te berokkenen, doch wacht u mij te berooven van die kracht en vrijheid,
+die ik noodig heb om aan mijne gebiedster te geven wat ik kan. Ik sprak
+er zooeven met mijn broeder over, of het voor mij niet geraden zou zijn
+Cleopatra te verlaten."
+
+»Nu?" viel Iras driftig uit. »Neen, neen! dat niet! Dat mag niet zijn.
+Zij kan u niet missen, nu minder dan ooit."
+
+»Misschien beter dan u" verzekerde Charmion, »doch in vele opzichten
+zouden mijn diensten inderdaad moeilijk te vervangen zijn."
+
+»Door niemand onder de zon," riep Iras met warmte uit. »Als zij ook u in
+deze dagen verliezen moest...."
+
+»Er komen nog donkerder dagen dan deze," viel Archibius haar in de rede,
+alsof hij zeker van zijn zaak was. »Misschien zult gij het reeds morgen
+hooren. Het hangt mede van uw gedrag af, of Charmion aan haar wensch
+naar rust zal toegeven, of blijven bij de Koningin. Gij wilt dat zij
+blijven zal, en daarom moet gij haar het volharden niet al te moeilijk
+maken. Wij drieën, mijn kind, zijn wellicht de eenigen aan het hof, wien
+het geluk der Koningin nader aan het hart ligt dan ons eigen, en daarom
+moeten wij niet gedoogen dat het geringste misverstand, wat dat ook zij,
+onze eendracht verstoort."
+
+Iras wierp het hoofd achterover, en riep in hevigen toorn uit: »Was ik
+het dan misschien, die iets tegen u heb misdreven? Ik zou niet weten
+hoe. Maar Charmion en gij--hoe lang hebt gij het reeds geweten, dat
+dit hart zich ook voor een andere liefde had geopend; maar gij--juist
+gijlieden, plaatstet u tusschen mij en hem, op wien mijn hart van
+jongsaf heeft gehoopt; gijlieden, gij hebt de brug gelegd die Dion met
+Barine verbindt. Ik had de gehate vrouw in mijn macht, om haar aan hem
+te ontrukken, en ik dankte de goden daarvoor--maar gijlieden--het is nu
+niet moeilijk meer te raden wat gij mij nog verzwijgen wilt--gij zult
+haar helpen, of hebt dat reeds gedaan, om mij te ontkomen. Gij hebt mij
+de wraak ontstolen, gij hebt de zangeres teruggebracht op den weg, waar
+hij haar vinden moet, op wien ik een beter en ouder recht heb dan zij.
+En hij zal zich misschien toch nog wel bedenken wie van ons beter
+geschikt is, zijn echtgenoot te zijn, indien ten minste Alexas en zijn
+waardige broeder er niet voor zorgen dat wij weldra tevreden moeten zijn
+met een doode in liefde te gedenken. Weet dus, dat ik niet het gevoel
+heb u nog iets verschuldigd te zijn, maar geloof dat Charmion voor al
+het goede dat zij mij bewezen heeft, ruimschoots betaald is."
+
+Hierop liep zij ijlings naar de deur, maar op den drempel bleef zij
+staan, en riep nog eens in de kamer: »Zóó is het met mij gesteld; maar
+daarom ben ik toch bereid hand in hand met u, als met een vriendin, in
+alles de Koningin te dienen, want ook gij zijt, zooals ik reeds zeide,
+noodig tot haar welzijn. In al het overige ga ik zonder u mijn eigen
+weg."
+
+
+
+
+ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Cleopatra had een bezoek gebracht aan den grijzen Anubis, die nu in
+de hoofdstad als Alexanderpriester aan het hoofd stond van de geheele
+priesterheerschappij des lands. Het was den tachtigjarigen opperpriester
+moeilijk gevallen zijn leunstoel te verlaten, maar toch had hij zich
+naar de sterrenwacht laten dragen om den droevigen uitslag van het
+onderzoek dat de Koningin had ingesteld, zelf nog eens na te gaan. Doch
+de stand der sterren aan den hemel was al te ongunstig geweest, om nog
+vol te houden dat verder verwijderde planeten een verzachtenden invloed
+hadden, zooals hij in het begin had beweerd, te meer daar Cleopatra
+zelve zich ook in die studie had verdiept.
+
+Toch had de opperpriester in zijn ontvangzaal verzekerd, dat de redding
+van hare eigen persoon en de onafhankelijkheid van Aegypte in hare macht
+stonden, doch de planeten wezen er op dat deze haar een vreeselijk offer
+kosten zou, waarvan zijne waardigheid, zijn tachtig jaren en zijne
+liefde tot haar hem intusschen verboden te spreken. Zij was er aan
+gewend dergelijke duistere gezegden uit zijn mond te vernemen, en
+had die altijd op hare wijze uitgelegd. Allerlei dingen hadden haar
+gedrongen nog op dit late uur den grijsaard te gaan bezoeken. In
+moeilijke omstandigheden had hij haar dikwijls met goeden raad ter zijde
+gestaan; doch ditmaal was het vooral de tooverbeker van Nektanebus die
+haar tot hem voerde, welken de pastophoren die hem hadden vergezeld, hem
+heden hadden teruggebracht; want sinds Actium was dit voorwerp een
+voortdurende bron van onrust voor haar geweest.
+
+Thans richtte Cleopatra tot den leeraar harer kindsheid de
+rechtstreeksche vraag: of die bokaal, een schaal met spiegelgladden
+bodem, inderdaad Antonius er toe gebracht kon hebben den nog onbeslisten
+slag te verlaten en haar te volgen? Voordat de vloten op elkander
+stieten, had zij er zich nog van bediend, en deze omstandigheid gaf
+Anubis aanleiding hare vraag bevestigend te beantwoorden.
+
+Lang geleden had men haar het wondervolle voorwerp in den tempelschat
+getoond, en haar medegedeeld dat het dengenen, dien het gelukte een
+ander tot op zijn blanken bodem te doen zien, gegeven was, dien te doen
+gehoorzamen aan zijn wil. Intusschen was toenmaals haar wensch om hem te
+bezitten onbevredigd gebleven, en zij had hem niet weder begeerd, eer
+het haar toescheen dat de onvoorwaardelijke overgave en vurige liefde
+van Antonius in den laatsten tijd begonnen te verkoelen.
+
+Van dat oogenblik af was zij niet moede geworden haar grijzen vriend te
+overreden om den wonderbeker aan haar te geven.--In het begin had hij
+dit met groote beslistheid geweigerd en voorspeld, dat het gebruik van
+de magische bokaal op haar ongeluk uitloopen zou; doch toen haar wensch
+was gevolgd door een streng bevel, en de bokaal haar was toevertrouwd,
+had Anubis zelf geloofd, dat alleen dit ééne voorwerp de toovermacht
+bezat, die men daaraan toeschreef. Ook vond hij in den beker het
+zekerste bewijs voor de, het menschelijke vermogen ver te boven
+gaande magische kunsten der verheven godin, met wier bijstand Koning
+Nektanebus, die door de overlevering de vader van den Grooten Alexander
+werd genoemd, dit voorwerp op het Isiseiland Philae gesmeed zou hebben.
+
+Anubis was van plan geweest Cleopatra te herinneren aan zijne weigering,
+en haar voor oogen te houden welk een groot gevaar er voor een
+sterveling in ligt, te gebieden over krachten, die buiten den kring van
+zijn macht liggen. Hij had plan gehad haar te wijzen op Phaëton, die
+op den wagen van zijn vader Phoebus Apollo een vreeselijken brand had
+gesticht, toen hij de zonnepaarden zelf had durven besturen; maar het
+kon daar niet toe komen, want nauwelijks had hij hare vraag bevestigend
+beantwoord, of zij beval met hartstochtelijke drift, dat men het
+onheilbrengende voorwerp voor hare oogen vernietigen zou.
+
+De priester deed het nu voorkomen alsof dit verlangen beantwoordde aan
+een besluit, dat hij zelf ook reeds genomen had. Werkelijk had hij ook
+reeds, vóór zij zelve bij hem verschenen was, vrees gekoesterd dat de
+bokaal op gevaarlijke wijze zou misbruikt kunnen worden, wanneer
+Octavianus de stad en het land in bezit zou nemen en daarbij tegelijk
+dit wonderdoende voorwerp in zijne handen geraken kon. Nektanebus had
+den beker vervaardigd voor Aegyptenaars. Indien de priester hem den
+vreemden overheerscher onthield, zou hij zeker handelen in den geest
+van den laatsten koning, in wiens aderen het bloed der Pharao's had
+gevloeid, en die met geestdriftige zelfopoffering gestreden had voor
+zijn natie, haar vrijheid en zelfstandig bestaan. Toen de Koningin hem
+dus gelastte het wonderwerk van dezen man liever te vernietigen, dan het
+aan den Romeinschen veroveraar te laten, scheen dit den opperpriester
+een heilige plicht. Als zoodanig stelde hij het ook voor, toen hij het
+smeltvuur liet stoken, en den beker voor de oogen van Cleopatra in een
+vormlooze massa deed veranderen.
+
+Terwijl het metaal smolt, toonde hij de Koningin in levendige
+bewoordingen aan, hoe gemakkelijk zij dezen beker, die zijn tooverkracht
+aan de groote Isis verschuldigd was, ontberen kon.
+
+De betoovering die van een bevallige vrouw uitgaat, was immers evengoed
+een geschenk der godin. Die was genoeg om het hart van Antonius buigzaam
+en kneedbaar te maken, evenals het vuur dat het goud deed. Doch
+misschien had de imperator, tegelijk met de achting der Koningin, ook
+hare liefde, de kostbaarste aller bezittingen, verspeeld. Hij, Anubis,
+zou dit beschouwen als een groote gunst der godin; »want," zoo besloot
+hij, »Marcus Antonius alleen, is de klip, waarop iedere poging
+schipbreuk lijden moet om voor mijne goddelijke gebiedster onverminderd
+te behouden wat haar en haar kinderen als erfdeel harer vaderen toekomt,
+en aan dit dierbaar land vrijheid en welvaart te verzekeren. Deze beker
+was een kostbare schat. De troon en het geluk van Aegypte zijn nog
+grootere offers waard. Doch voor de vrouw bestaat er geen grooter dan
+dat van haar liefde, dat weet ik."
+
+Wat de grijsaard bedoelde met deze toespelingen zou Cleopatra reeds den
+volgenden morgen vernemen, wanneer zij aan Timagenes, den afgezant van
+Octavianus, het eerste gehoor verleenen zou.
+
+De scherpzinnige, levendige man, die een harer beste leermeesters was
+geweest, en met wien zij als zijn leerling menigen woordenstrijd uit
+verschil van gevoelen ontstaan, had gevoerd, was vriendelijk door haar
+ontvangen, en had zich van zijn opdracht met schitterenden uitslag
+gekweten. De Koningin had zijne uiteenzettingen met aandacht gevolgd, en
+had hem doen zien dat haar eigen geest nog niets van zijne buigzaamheid
+verloren, maar wel gewonnen had aan kracht. Toen zij hem eindelijk met
+geschenken en minzame woorden zijn afscheid gaf, wist zij dat het in
+haar eigen macht stond voor haar geliefd vaderland de onafhankelijkheid,
+en voor haar zelve en hare kinderen den troon te behouden, wanneer zij
+Antonius overgaf aan den overwinnaar, of hem, zij het dan ook »als
+handelend persoon,"--zooals Timagenes het had uitgedrukt--voor altijd
+verwijderde uit dit drama, dat zij voor zich zelve zoo glansrijk of
+noodlottig kon doen eindigen als zij wilde.
+
+Zoodra zij weder alleen was, begon haar hart zoo hevig te kloppen, en
+er ontstond zulk een oproer in haar ziel, dat zij zich niet in staat
+gevoelde de bijeengeroepen vergadering van den Raad der Kroon bij te
+wonen. Zij stelde die daarom uit tot den volgenden dag, en besloot een
+tocht op de zee te gaan doen om tot haar zelve te kunnen inkeeren.
+
+Antonius had geweigerd haar bezoek te ontvangen. Dat deed haar pijn. Met
+de vernieling van den beker, waartoe zij gedreven was door een van die
+aanvallen van drift, die zij in dezen ongelukstijd meer had dan vroeger,
+was de gedachte aan de bokaal en haar machtige uitwerking toch geenszins
+voor goed verdwenen. Integendeel!--Zij moest nu alleen zijn, tot
+zichzelve komen en beproeven licht te krijgen in hare benevelde ziel.
+
+De beker had deel uitgemaakt van den schat van Isis, en bij de
+herinnering daaraan kwamen haar de uren voor den geest, waarin zij
+vroeger zoo vaak in de stilte van den tempel der godin rust en vrede had
+gevonden. Zij wilde ook nu weder een bezoek brengen aan dat heiligdom,
+en om het onbekend te doen, wierp zij een dichten sluier over haar
+hoofd, en begaf zich, alleen vergezeld door Iras en den eersten der
+hofmaarschalken, naar den naburigen tempel in den Muzenhoek.
+
+Doch zij vond daar niet wat zij zocht. De menigte die daar gekomen was
+om te bidden en te offeren, en daarbij de vrees herkend te zullen
+worden, stoorden haar in hare godsdienstige overpeinzingen.
+
+Op het punt van weder heen te gaan, ontmoette zij den bouwmeester
+Gorgias, gevolgd door een dienaar, met gereedschappen voor de opmeting.
+Zij riep hem onmiddellijk tot zich, en hij verhaalde haar op welk
+een wonderbare wijze het noodlot zelf haar bouwplannen scheen te
+begunstigen. Zij wist hoe het volk het huis van den ouden Didymus had
+omvergehaald, en nu was de grijsaard, dien hij in zijn eigen woning
+huisvesting had verleend, bereid om haar het erfgoed zijner vaderen af
+te staan, indien de Vorstin daarvoor aan hem en de zijnen hare
+bescherming wilde beloven.
+
+Uit hare vraag: wat het hoog geachte lid van het Museum van haar, die
+een vriendin was van geleerdheid en onderzoek, te vreezen kon hebben,
+bemerkte hij dat zij nog niets had gehoord van de vlucht van Barine, en
+daarom doelde hij alleen op de ongenade der hoogste Majesteit, die de
+kleindochter van den philosoof zich op den hals had gehaald. Doch zij
+verzekerde dat, wat de zangeres ook misdaan mocht hebben, het niet aan
+hare familie zou toegerekend worden.
+
+Daarop liet zij zich toonen hoe de bouwmeester zich de aansluiting van
+het mausoleum aan het heiligdom voorstelde, en verdiepte zich in het
+eerste ontwerp, waaraan Gorgias een deel van den nacht en den morgen had
+gewijd. Het beviel haar goed, en met levendigen aandrang beval zij zoo
+spoedig mogelijk met bouwen te beginnen en dat ook in den nacht voort te
+zetten. Wat anders in maanden zou worden verricht, moest nu in weken
+gereed komen.
+
+Iras en de hofmaarschalk wachtten haar in gewone burgerkleeding in
+den voorhof op. Nu vergezelden zij haar met den bouwmeester naar den
+eenvoudigen draagstoel, die bij een der zijpoorten stond; zij ging daar
+echter nog niet in, maar gelastte Gorgias haar eerst naar den tuin te
+geleiden.
+
+Toen zij dien in oogenschouw nam, bleek het dat de bouwmeester goed
+gezien had, en hij dubbel zoo groot zou blijven als die bij het paleis
+van de Lochias, ook al nam het mausoleum een deel daarvan in, en werd
+de weg, die hem van den Isistempel scheidde, naar de zee verlegd. Uit
+het nauwkeurig onderzoek dat Cleopatra deed, maakte Gorgias op, dat zij
+met dien tuin nog een bepaald plan had. Uit haar vraag, of hij met de
+Lochias verbonden kon worden, bleek duidelijk waaraan zij dacht, en de
+architect gaf een bevestigend antwoord. Alleen zou men eenige gebouwen
+die koninklijk eigendom waren, en een klein heiligdom van Berenice,
+ten zuiden van de Koningshaven, moeten sloopen. De arm van het
+Agathodemonkanaal die hier uitliep, was sinds lang van een brug
+voorzien.
+
+Met wonderlijke vlugheid had de Koningin zich het geheel nieuwe beeld
+dat uit deze verandering ontstond, voor den geest gesteld, en zij
+beschreef het nu den bouwmeester kort en aanschouwelijk. De tuin zou
+blijven bestaan, doch naar de zijde van de Lochias, tot aan de brug toe
+vergroot worden. Van daaruit moest een overdekte zuilengang naar het
+paleis voeren. Op de verzekering van Gorgias dat alles zich zeer wel zoo
+liet inrichten, zag zij een tijdlang nadenkend naar den grond. Daarop
+beval zij dat men oogenblikkelijk een aanvang zou maken met dit werk, en
+verzocht den bouwmeester middelen noch arbeiders daarvoor te ontzien.
+
+Gorgias zag een tijd van koortsachtig haastigen arbeid vóór zich, doch
+dat schrikte hem niet af. Met zulke bouwheeren zou hij het aandurven
+de geheele stad te overdekken. En deze opdracht verblijdde hem nog te
+meer, omdat zij bewees dat de vrouw, wier grafmonument zoo snel uit
+den grond verrijzen moest, er toch ook nog aan dacht zich het leven te
+veraangenamen; want zij wenschte wel is waar dat de tuin zou blijven
+zooals hij was, doch de zuilengangen en al het overige wilde zij
+samengesteld zien uit edele grondstoffen en in schoonen vorm. Bij het
+afscheid drukte Gorgias met vurige bewondering een kus op haar kleed.
+
+Welk een vrouw! Wel had zij den sluier niet opgelicht, en droeg zij
+slechts eenvoudige, donkere kleederen, doch al hare bewegingen waren
+edel en schoon. Haar arm, en de hand waarmede zij nu hier- dan daarheen
+wees, schenen hem bezield te zijn, en den man, die zooveel waarde
+hechtte aan het volmaakt schoone, viel het moeilijk zijn blik los te
+maken van dien wondervollen vorm. En dan haar geheele persoon! Dat waren
+eerst lijnen, dat was echte voornaamheid, en warm bewegelijk leven! Dien
+morgen toen Helena, die nu zijn huisgenoot was, hem den ochtendgroet had
+gebracht, had hij getracht haar te vergelijken met Cleopatra, maar hij
+had dat spoedig opgegeven. Hij, wien Hebe zelve nektar schenkt, vraagt
+niet naar den edelsten Bybluswijn. Het bezorgde hem nog altijd een
+moeilijk te beschrijven, dankbaar en opgewekt gevoel van welbehagen,
+wanneer de ingetogen, bedaarde Helena hem zoo hartelijk en vertrouwelijk
+begroette, maar Cleopatra's beeld plaatste zich gedurig tusschen hem en
+haar, en het kostte hem moeite zichzelven te begrijpen. Hij had al vele
+vrouwen, de een na de ander bemind, en nu klopte zijn hart zelfs voor
+twee tegelijk, maar de Koningin was van die beide sterren, wier licht
+hem verrukte, toch de helderste. Daarom zou hij het in zijn rechtschapen
+ziel als verraad hebben beschouwd, indien hij nu naar de hand van Helena
+gedongen had.
+
+Cleopatra voelde welk een vurig bewonderaar zij in den degelijken
+kunstenaar gevonden had, en dat verheugde haar. Bij hem had zij zich van
+geen beker bediend! Reeds den volgenden dag zou hij met de oprichting
+van haar grafmonument beginnen. In de groeve moest ruimte zijn voor
+verscheidene lijkkisten. Antonius had meer dan eens den wensch geuit om,
+waar hij ook mocht sterven, naast haar begraven te worden, en dat had
+hij reeds gezegd, eer zij den beker in haar bezit had. Zij moest hem in
+ieder geval die gunst bewijzen, waar en door wien hij ook den dood zou
+vinden, en het reeds verduisterend licht van zijn bestaan zou zeker
+maar al te spoedig geheel worden uitgebluscht. Als zij hem spaarde, zou
+Octavianus hem toch uit de rijen der levenden schrappen, en zij....
+Weder maakte die vreeselijke, koortsachtige onrust zich van haar
+meester, die de aanleiding was geweest tot het bevel om den beker te
+vernielen, en die haar zelve naar den tempel had doen gaan. In dien
+toestand kon zij niet in haar paleis terugkeeren, de Raadszitting
+bijwonen, bezoeken ontvangen en de kinderen gaan zien. Het was de
+verjaardag der tweelingen, Charmion had haar daaraan herinnerd en op
+zich genomen voor geschenken te zorgen. Hoe zou zij zelve tijd en
+opgewektheid voor zoo iets gevonden hebben?
+
+Laat in den nacht was zij van den opperpriester teruggekomen, maar had
+zich nauwkeurig laten vertellen hoe men Marcus Antonius gevonden had.
+De beschrijving van Iras kwam overeen met den toestand waarin zij hem
+gedurende den slag en daarna had gezien. Ja, sedert dien tijd scheen
+zijn somber gepeins nog erger geworden te zijn. Dien morgen had Charmion
+haar bij het aankleeden geholpen. Zij was toen op het punt geweest om
+de moeilijke bekentenis te doen, dat zij Barine had bijgestaan om te
+ontkomen aan de straffende hand der Koningin; doch vóór dat zij daaraan
+begonnen was, werd Timagenes aangediend, want Cleopatra was eerst laat
+opgestaan.
+
+Wat de Koningin van haar tocht naar den tempel had verwacht, was niet
+in vervulling gekomen, maar het onderhoud met Gorgias had haar op iets
+nieuws gebracht. Doch de klanken in haar gemoed, die door de plannen van
+haar laatste rustplaats waren wakker gemaakt, overstemden nu al het
+andere, evenals het bruischen van de branding het gekweel der zwaluwen
+aan de rotsachtige kust.
+
+Ja, zij had behoefte in te keeren tot zich zelve. In alle stilte moest
+zij velen dingen overwegen en bepeinzen. Op de Lochias kon zij daar niet
+toe komen. Daar viel haar eensklaps het kleine heiligdom van Berenice in
+het oog, dat zij bevolen had te slechten, om aan de kinderen in hare
+nabijheid een tuin te bezorgen, die geschikt zou zijn voor hun lust tot
+werken. Het was ledig. Daar behoefde zij niet te vreezen gestoord te
+zullen worden. Het inwendige bevatte een enkele, stille, afgesloten
+ruimte met het beeld van Berenice. De hofmaarschalk beval den wachter om
+iederen anderen bezoeker af te wijzen, en weldra bevond de Koningin zich
+alleen in de kleine overwelfde koepel van wit marmer. Zij zette zich
+neder op eene der bronzen banken tegenover het standbeeld. Hier was het
+stil; in deze koele, rustige omgeving zou het haar geest die aan ernstig
+denken gewoon was, misschien gelukken datgene te vinden, waarnaar zij
+smachtte: klaarheid, klaarheid omtrent zich zelve en haar toestand,
+tegenover de beslissing waarvoor zij stond.
+
+In het begin dwaalde hij heen en weder als een duif, eer zij de richting
+van haar vlucht gekozen heeft, maar de vraag, waarom zij met zulk een
+haast een grafteeken voor zich liet oprichten wanneer het haar nog
+vergund mocht worden te blijven leven, bracht hare gedachte op de rechte
+baan.--Onder de Scythen van de wacht, de Mauretaniërs en Blemmyers in
+het leger, waren genoeg woeste knapen te vinden, die zich door een woord
+uit haar mond en een handvol goud op den verslagen Antonius zouden
+laten aanhitsen, als de hond van een jager door zijn: »pak aan!" Eén
+wenk, en twintig der armzalige toovenaars en magiërs in de Rhakotis,
+de Aegyptische wijk der stad, zouden zich laten aanwerven om hem door
+vergif of listige kunstgrepen verradelijk te vermoorden; één bevel aan
+de Macedoniërs in de lijfwacht der »mellakes" of jongelingen, en hij
+werd nog dezen dag gevangen genomen, en was als zij dat wenschte, reeds
+morgen op weg naar Azië, waarheen Octavianus zich, volgens Timagenes,
+weder begeven had.
+
+En wat verhinderde haar naar het goud te grijpen, dien wenk te geven,
+dat bevel uit te vaardigen?
+
+Wel dacht zij nog aan den nu gesmolten tooverbeker, die hem gedwongen
+had roem, eer en macht als ijdele beuzelingen weg te werpen, en haar
+gebod om niet van haar weg te gaan, gehoorzaam te zijn; doch ofschoon
+deze herinnering haar drukte, toch kon zij daardoor nog niet tot een
+eindbesluit komen. Het was dan ook eigenlijk niet één enkele reden die
+haar hand en mond gesloten hield, het was iedere zenuw van haar wezen,
+iedere polsslag van haar bloed, iedere blik van haar geest in het
+verleden, tot aan de grens van haar kindsheid toe, die het haar verbood.
+
+En zij gaf ook nog aan andere overwegingen gehoor. Zij spraken haar van
+hare kinderen, het trotsche gevoel van haar macht, de liefde voor het
+land harer vaderen, en hoe dat bedreigd werd zonder haar, van het genot
+het licht te zien, en van de donkerheid, het stilzwijgen, de strakheid
+van den dood; van de vernietiging van lichaam en geest, beide zoo trouw
+gekweekt en met zoo veel moeite ontwikkeld, en van het vreeselijk
+lijden, dat misschien met een overgang uit het leven in den dood zou
+samengaan. Daarbij--wat stond haar te wachten in dat leven, dat den duur
+der eeuwigheid had? Eenmaal zou het toch gedaan zijn met het leven hier
+op aarde; als zij den vastgestelden tijd willekeurig veranderde, en
+indien niet Epicurus, die met den dood alles deed ophouden, maar de oude
+leerstellingen der Aegyptenaars de waarheid gesproken hadden, wat zou
+haar dan wachten aan gene zijde van het graf, wanneer zij enkele nieuwe
+levensjaren gekocht had met den moord of het verraad van haar geliefde,
+haar gade?
+
+Doch misschien waren de straffen der verdoemden slechts middelen ter
+verschrikking, uitgedacht door de priesters, die voor de orde in den
+staat moesten waken, om de wilde driften der menigte in toom te houden,
+en de teugellooze overtreders der wet bevreesd te maken. En, fluisterde
+de vermetele Grieken-geest haar in, zij zou in het oord der verdoemenis,
+niet in den Aalu-tuin, de Eliseesche velden der Aegyptenaars, haar vader
+en moeder en al haar misdadige voorvaders terug vinden, tot aan den
+eersten Euergetes toe, die den slechten Philopator opgevolgd was.
+
+De gedachte aan het hiernamaals mocht dus, als iets hoogst
+twijfelachtigs, waarvan niets met zekerheid te zeggen viel, buiten spel
+blijven. De vraag moest zóó worden gesteld: hoe zouden de levensjaren,
+die zij zich gekocht had door den moord of het verraad van een mensch
+dien zij liefhad, voor haar zijn?
+
+In den nacht zou het beeld van den vermoorde zeker den slaap van hare
+legerstede verdrijven. De Erinnyen, de Dirae, zooals de Romein Antonius
+hen noemde, die den moordenaar vervolgden met een geesel van slangen,
+waren geen gewrocht der dichterlijke phantasie, maar een treffend
+zinnebeeld der onrust van den door gewetenswroegingen gefolterden
+misdadiger. Het hoogste goed, de zaligheid zonder smart der Epicuristen,
+was door hen, op wie zulk eene schuld drukte, voor eeuwig verbeurd.
+
+En overdag en bij avond? Ja, dan zou het haar vrij staan genot op genot
+te stapelen, maar voor wien zou er feest worden gevierd? Met wien kon
+zij de vreugde deelen? Zonder Marcus Antonius was er sinds lang geen
+gastmaal of tooneelvoorstelling meer, die haar genoegen gaf. Voor wien
+tooide zij zich of maakte het verdwijnen der bevallige betoovering door
+hulpmiddelen weder goed, zoo niet voor hem?--En hoe spoedig zou die
+betoovering, die haar zoo langzaam maar zeker verliet, door knagenden
+zielsangst geheel en al vernietigd worden? Als de spiegel haar rimpels
+vertoonde, die zelfs de kunst van Olympus niet uitwisschen kon, als....
+Neen, zij was niet geschapen om oud te worden! Zouden de enkele,
+gekochte levensjaren, waarin zich zulk een groote ellende mengen zoude,
+werkelijk waarde genoeg bezitten om daarvoor het recht te verliezen, bij
+tijdgenooten en volgende geslachten de betooverende Cleopatra, de
+onweerstaanbaarste van alle vrouwen te heeten?
+
+En de kinderen? O ja, het zou heerlijk geweest zijn hen te zien
+opgroeien en zich tot den troon verheffen, maar ook bij deze
+voorstelling, hoe rijk aan verkwikkelijke bijzonderheden, voegden zich
+weldra groote, afdoende bezwaren.
+
+Hoe verrukkelijk zou het zijn Cæsarion, in de plaats van Octavianus, als
+beheerscher der wereld te begroeten! Maar hoe zou die droomer daartoe
+geraken, hij, dien de eerste neigingen van het hart reeds verleid hadden
+tot het onzinnigste prijsgeven van zijn waardigheid en inbreuk maken op
+de wetten, en die nu in den ouden, half slapenden toestand teruggezonken
+scheen te zijn?
+
+De overige kinderen wekten echter liefelijke, hoopvolle gedachten op,
+en hoe verlustigde zich haar moederhart in het gezicht van Antonius
+Helios, als Koning van Aegypte, Cleopatra Selene met haar eerste kind
+aan hare borst, den kleinen Alexander als een groot en begaafd, aan
+deugden rijk staatsman en held.--Doch wat moesten juist zij, Antonius'
+kinderen, die zij hoopte dat door Archibius zouden worden opgevoed,
+gevoelen voor de moeder, die hun vader had vermoord?
+
+Zij huiverde, en dacht terug aan de uren, toen haar kinderlijk hart
+bloedige tranen had geweend, zoo dikwijls zij gedacht had aan haar eigen
+booze moeder, die door haar vader was vervloekt. En toch had Koningin
+Tryhæna, die door de geschiedenis een monster wordt genoemd, haar gemaal
+niet vermoord, maar enkel van den troon gestooten.
+
+Ook kwamen haar weder Arsinoë's verwenschingen voor den geest tegen hare
+moeder en zuster, en dan te denken dat de roode lippen van de tweelingen
+en van haar oogappel Alexander zich ook eens konden openen om haar te
+vloeken--zich voor te stellen, dat de lieve handen der kinderen zich
+zouden opheffen om met verontwaardiging en minachting te wijzen op
+haar, de wreede moordenares van hun vader.... Neen, neen, en nogmaals
+neen!.... Tot den prijs van deze pijniging, deze vernedering en schande
+wilde zij niet luttele jaren van een toch al waardeloos geworden leven
+koopen. Koopen, van wien?
+
+Van dienzelfden Octavianus, die haar zoon het erfdeel van zijn vader
+Cæsar had ontnomen, wiens plaatsing in het testament een teeken was van
+twijfel aan hare trouw. Van dien kouden, koel berekenenden geluksvogel,
+wiens geheele persoon haar, sinds zij hem de eerste maal te Rome
+ontmoette, had tegengestaan, afgestooten, en doen huiveren. Van hem,
+door wiens overredingskracht en dwingelandij haar gemaal--want dat
+was Antonius in hare eigen oogen en in die van alle Aegyptenaren--er
+toe gebracht was, om zijn zuster Octavia te huwen en haar, Cleopatra,
+daardoor enkel tot zijn geliefde te stempelen, en de wettige geboorte
+hunner kinderen twijfelachtig te maken; den valschen vriend van den goed
+vertrouwenden Antonius, die bij Actium hem en haar op het diepst had
+vernederd en gesmaad.
+
+Te gehoorzamen aan het verlangen van zulk een man, die haar de snoodste
+van alle daden wilde doen begaan, daartegen verzette zich met kracht
+haar koninklijke trots, en deze trots had haar van kind af het hoofd
+hoog doen houden, en behoorde bij hare natuur, zoo goed als het
+ademhalen en het kloppen van haar hart. En toch! Ter wille van de
+kinderen zou zij misschien ook deze schande op zich hebben geladen,
+indien die niet tegelijk het graf zou geweest zijn van het beste en
+schoonste, dat zij van de jonge ziel der tweelingen en van Alexander
+wenschte.
+
+Reeds toen zij zich den vloek harer kinderen had ingedacht, was zij van
+hare plaats opgestaan. Waartoe zou zij nog langer nadenken en overwegen?
+De helderheid, waarnaar zij had gezocht, was reeds gevonden. Gorgias
+moest zich met de graftombe haasten! Wanneer het noodlot haar leven
+eischte, dan zou zij zich niet daartegen verzetten, mits het niet van
+haar vroeg, dat te bewaren tot den prijs van moord of snood verraad.
+Het leven van haar geliefde was reeds verloren gegaan. Aan zijne zijde
+had zij genoten van een heerlijk, bedwelmend, verblindend geluk zonder
+wederga, waarvan de wereld nog altijd met benijdende verbazing gewaagde.
+Aan zijne zijde wenschte zij, als alles voorbij zou zijn, in het graf te
+rusten, en de wereld te dwingen het minnend paar, Antonius en Cleopatra,
+met eerbiedig medelijden te herdenken. De kinderen moesten bij de
+herinnering aan haar, het hart kunnen verheffen en geen schaduw van
+een bitter gevoel of van een waarschuwing mocht hen verhinderen den
+grafsteen hunner ouders met bloemen te versieren, daarbij te weenen,
+en aan hun genius een plengoffer te wijden.
+
+Vervolgens wierp zij een blik op het beeld van Berenice, die eenmaal,
+evenals zij, de dubbele kroon van Aegypte op haar hoofd gedragen had.
+Zij ook was te vroeg een gewelddadigen dood gestorven, zij ook had
+geweten wat liefhebben is. De gelofte om haar fraai haar aan Aphrodite
+te offeren, wanneer haar gade ongedeerd zou terugkeeren uit den oorlog
+tegen Syrië, had den roem van haren naam verhoogd. »Het haar van
+Berenice" was nog altijd als een sterrenbeeld aan den nachtelijken hemel
+te zien.
+
+Ofschoon deze vrouw veel en zwaar had misdaan, ééne daad van trouwe
+liefde had haar tot een gevierde, aangebeden vorstin gemaakt. Zij,
+Cleopatra, wilde een nog grootere daad volbrengen. Het offer, dat zij
+zich zelve wilde opleggen, zou nog zwaarder wegen dan een handvol fraaie
+haren, want het betrof de heerschappij en haar leven.
+
+Met opgeheven hoofd en een trotsch gevoel van eigenwaarde zag zij naar
+het edele marmeren gelaat der Kyrenaeische op.
+
+Vóórdat zij het heiligdom was binnengegaan, had zij een gevoel gehad,
+alsof zij wist hoe het den misdadigers, die ter dood veroordeeld waren,
+te moede was. Nu zij zelve vrijwillig van het leven afstand ging doen,
+voelde zij zich als het ware van een drukkenden last bevrijd, en toch
+deed het hart haar pijn; vooral als zij aan de kinderen dacht, werd zij
+overweldigd door het smartelijkste van alle soorten van medelijden: het
+medelijden met zichzelve.
+
+
+
+
+ACHTTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Toen Cleopatra uit den tempel kwam, verbaasde Iras zich over haar
+veranderd uiterlijk. De strakheid die zoo even nog iets scherps gegeven
+had aan haar schoon gelaat, had plaats gemaakt voor een uitdrukking van
+stille smart, die er goed aan stond; doch die was spoedig verdwenen toen
+haar vertrouweling haar wees op den stoet, die juist het eerste
+binnenplein van het paleis opkwam.
+
+In Alexandrië en geheel Aegypte werd de geboortedag zoo feestelijk
+mogelijk gevierd. Ter eere der tweelingen waren vele kinderen uit de
+stad gezonden om hen geluk te wenschen, en tegelijk hunne koninklijke
+moeder te verzekeren van de trouw en liefde der burgerij.
+
+De terugweg naar het paleis duurde slechts enkele minuten, en toen
+Cleopatra, terwijl zij zich in haast een feestgewaad liet aandoen, op
+die kinderschaar neerzag, was het haar alsof het noodlot haar door dit
+liefelijk schouwspel een teeken gaf, dat het haar moeilijk besluit
+goedkeurde.
+
+Weldra stond zij met de tweelingen aan de hand op het terras, waarvoor
+de optocht stilhield; honderden knapen en meisjes van denzelfden
+leeftijd als de prins en prinses, waren daar bijeen. Deze hadden
+ruikers, gene droegen kleine mandjes met viooltjes en rozen in de hand.
+Al de hoofden droegen kransen, en vele meisjes waren met guirlanden van
+bloemen omslingerd. Een koor van jongelingen en jonkvrouwen zong een
+feestlied, waarin zij de goden smeekten om geluk voor de edele moeder
+en hare kinderen; de aanvoerster van het meisjeskoor hield een korte
+aanspraak uit naam van de geheele stad, en terwijl zij sprak, hadden
+de kinderen zich in rijen geschaard. De kleinsten stonden vóór de
+grooteren, en deze weder voor de allergrootsten. Het geheel geleek een
+levende tuin, waarin de frissche gezichtjes de schoonste bloemen waren.
+
+Cleopatra sprak haar dank uit voor dien liefelijken groet der burgerij,
+die haar door het dierbaarste wat zij had, liet zeggen dat zij hare
+liefde beantwoordde. Hare oogen werden vochtig, toen zij met haar eigen
+klaverblad naar de gelukwenschende kinderen toeging, en een klein,
+bijzonder bekoorlijk meisje, dat zij kuste, de armen zoo teeder om
+haar hals sloeg, alsof zij haar eigen moeder was. Ook was het een
+allervriendelijkst gezicht, toen de meisjes den inhoud harer korfjes
+vóór haar op den grond strooiden, en de knapen hunne ruikers aanboden
+aan haar en de tweelingen en Alexander, en dat met menigen vroolijken
+uitroep en hartelijken gelukwensch vergezeld deden gaan.
+
+Charmion had de geschenken niet vergeten, en toen kamerdienaren
+en vrouwen de kinderen naar een feestzaal brachten om hen daar
+ververschingen te doen geven, straalde er zulk een helder licht uit de
+oogen der Koningin, dat de gezellin harer jeugd moed vatte om nu met
+haar moeielijke bekentenis voor den dag te komen.
+
+Zooals zoo dikwijls datgene, waarvoor wij den meesten angst hebben
+gehad, als het eenmaal daar is, ons een vriendelijk of onverschillig
+gelaat vertoont, zoo gebeurde het ook nu. Er is in het leven niets
+groot of klein. Het eene kan het andere worden, naar gelang der dingen
+waarmede wij het in verhouding brengen. De grootste mensch wordt een
+dwerg naast de reusachtige rots, de kleinste is een reus in vergelijking
+met de krioelende mieren in het bosch. De bedelaar beschouwt datgene
+als een rijke schat, waar de rijke verachtelijk overheen ziet. Wat voor
+Cleopatra, enkele dagen geleden, onverdragelijk was geweest, wat haar in
+onrust had gebracht en een deel van haar slaap geroofd; wat haar genoopt
+had ernstige maatregelen daartegen te doen nemen, kwam haar nu als iets
+nietigs voor, dat nauwelijks de aandacht waard was.
+
+De dag van gisteren en die van heden hadden gebeurtenissen medegebracht,
+en haar voor vragen gesteld, die de verdwijning eener Barine terug
+gedrongen hadden naar het rijk van het onbeteekenende.
+
+Vóór zij hare bekentenis deed, had Charmion haar verzekerd dat zij
+smachtte naar rust, maar toch bereid was om in alle omstandigheden
+hare koninklijke vriendin getrouw te blijven, zoolang totdat deze haar
+bijzijn niet meer begeeren en haar wegzenden zou. Zij vreesde dat dit
+oogenblik nu gekomen was.
+
+Cleopatra viel haar in de rede met de verzekering dat zij van iets
+onmogelijks sprak, en toen Charmion daarop bekende dat Barine was
+ontkomen, en zij het was geweest, die de onschuldige, zwaar bedreigde
+kleindochter van Didymus in hare vlucht had bijgestaan, toen was de
+Koningin opgestaan en had het voorhoofd gefronst; doch dit had slechts
+een oogenblik geduurd.
+
+Zij had haar vriendin glimlachend met den vinger gedreigd, haar naar
+zich toe getrokken, en ernstig, doch vriendelijk verzekerd, dat van
+alle ondeugden, ondankbaarheid het verste van haar verwijderd was. De
+vriendin harer jeugd had haar zooveel sprekende bewijzen van trouw en
+liefde, van offervaardigheid en onvermoeid dienstbetoon gegeven, dat
+zij door ééne daad van eigenmachtige ongehoorzaamheid nog lang niet
+opgewogen werden. Er bleef nog altijd een aanzienlijk bedrag over, en
+daarop terende, mocht zij nog een tijd lang voort zondigen, zonder te
+vreezen dat Cleopatra zich van haar Charmion zou kunnen scheiden.
+
+Op dit oogenblik wist deze opnieuw, dat niets op aarde vijandig en
+scherp genoeg zijn kon om den band door te snijden, die haar aan deze
+vrouw verbond. Terwijl hare lippen overvloeiden van den dank uit haar
+volle hart, bekende Cleopatra dat het haar toescheen alsof haar met
+Barine's vlucht, eigenlijk een dienst was bewezen. Het was haar niet
+ontgaan hoe voorzichtig Charmion verzwegen had waar de jonge vrouw zich
+nu verborgen hield, en zij verlangde dat ook niet te hooren. Het was
+haar genoeg dat de gevaarlijke schoone onbereikbaar geworden was voor
+Cæsarion.--Wat Antonius aanging, deze was nu door een muur gescheiden
+van de overige wereld, en dus ook van de vrouw, voor wie hij eigenlijk
+nooit iets innigers had gevoeld, niettegenstaande de beschuldigingen van
+Alexas.
+
+Met veel warmte trachtte Charmion nu de Koningin te doen inzien wat de
+aanleiding was geweest, dat de Syriër Barine met zulk een fellen haat
+vervolgde. Het lag voor de hand, en behoefde nauwelijks bewezen te
+worden, dat de geheele omgang van Marcus Antonius met de kleindochter
+van Didymus in het minst niet tot een nauwere betrekking had geleid.
+Cleopatra luisterde echter slechts met een half oor. Het was alsof de
+geliefde, voor wien eenmaal haar hart uitsluitend had geklopt, haar
+nu reeds tot een dierbare herinnering geworden was. Zij vergat niet
+welk geluk zij met en door hem had gesmaakt, en wat zij hem door den
+tooverbeker aangedaan had, doch met den muur voor de landtong Choma, die
+hem van haar en de overige wereld scheidde, en haar bevel om voor hen
+beiden een grafteeken te bouwen, was, dacht zij, het tijdperk hunner
+liefde afgesloten. Wat nu nog aan dit deel van het leven hunner harten
+toegevoegd kon worden, kon alleen het einde zijn. Zelfs dacht zij voor
+goed te hebben afgedaan met de jaloerschheid, die het geluk van haar
+liefde als een voorbijgaande, plotseling invallende schaduw had
+verduisterd.
+
+Terwijl Charmion verzekerde dat niemand buiten Dion zich er op mocht
+beroemen dat Barine zijn wensch had verhoord, en daarbij allerlei
+gebeurtenissen uit haar vroeger leven vertelde, verwijlde Cleopatra in
+gedachte bij haar geliefde. De boven allen uitstekende heldengestalte
+van Antonius stond als het beeld van een dierbaren doode voor haar
+geestesoog. Daarbij herdacht zij alleen wat hij vóór Actium voor haar
+was geweest. Zij verlangde en hoopte niets meer van den man, die nu zoo
+geheel gebroken was, misschien door haar schuld alleen. Maar zij was
+immers besloten daarvoor te boeten. Zij wilde dat doen met haar leven en
+haar troon. Dat zou de rekening doen sluiten. Wat de rest van haar leven
+misschien nog aan de uitkomst toevoegen of daarvan aftrekken zou, moest
+medegerekend worden.
+
+De komst van Alexas maakte een eind aan hare overpeinzingen. De Syriër
+beklaagde zich hevig, dat het hem toegekende recht om over de schuldige
+het oordeel uit te spreken, hem door schandelijke listen zoo goed als
+ontnomen was. Dit viel hem bijzonder hard, omdat hem de mogelijkheid
+afgesneden was de vluchtelingen te doen vervolgen. Antonius had hem de
+vereerende opdracht gegeven Herodes weer tot zijne partij terug te doen
+keeren. Hij moest nog dezen nacht Alexandrië verlaten. Daar in deze zaak
+niets te wachten was van den menschenschuwen imperator, hoopte hij dat
+de Koningin zulk een inbreuk op hare gekwetste waardigheid straffen, en
+tegen Barine zoowel als tegen haar laatsten geliefde, dien Dion, die den
+zoon van Cæsar met heiligschennende hand mishandeld had, strenge
+maatregelen zou nemen.
+
+Cleopatra gebood hem echter met vorstelijke hoogheid binnen de perken te
+blijven, en van deze zaak in hare tegenwoordigheid niet meer te spreken;
+daarop wenschte zij hem met een weemoedigen glimlach een goeden uitslag
+van zijne zending bij Herodes toe. Welke goede gedachten zij ook had
+van de handigheid van den bemiddelaar, zij geloofde toch niet, dat het
+hem zou gelukken, dezen tot de verloren partij van Antonius terug te
+brengen.
+
+Zoodra hij zich verwijderd had, riep zij Charmion toe: »Ben ik dan blind
+geweest? Deze man is een verrader. Dat zullen wij spoedig ondervinden.
+Waarheen Dion zijn jonge vrouw ook heeft gebracht, laat zij zich
+goed verbergen, niet voor mij, maar voor dezen Syriër. Men kan zich
+gemakkelijker hoeden voor een leeuw, dan voor een schorpioen. Vriendin,
+zorg gij er voor dat nog heden Archibius mij komt bezoeken. Ik moet hem
+spreken, en van een scheiding tusschen ons beiden is geen sprake meer,
+niet waar? Spoedig genoeg zal er een ander komen, die deze lippen voor
+altijd verbieden zal uw trouw gelaat te kussen."
+
+Zij sloot nog eens de vriendin harer jeugd in hare armen, en toen Iras
+naderde om gehoor te vragen voor Lucilius, den vertrouwden vriend van
+Antonius, zeide Cleopatra, die opgemerkt had met welk een benijdenden
+blik zij deze omarming aanzag: »Vergiste ik mij toen ik meende te
+bemerken, dat gij u achteruitgezet voeldet bij Charmion, die toch mijne
+oudste vriendin is? Dat zou niet goed zijn, want gij zijt mij beiden
+lief, en ik heb u beiden noodig. Gij zijt haar nicht, en van jongs
+af zijt gij haar veel dankbaarheid schuldig. Vergeet daarom wat er
+is gebeurd, evenals ik dat heb gedaan, al derft gij daardoor het
+verkwikkend gevoel van u op iemand dien gij haat te wreken, en laat die
+oudere vriendschappelijke omgang blijven bestaan. Mijn dank daarvoor is
+het eenige wat de dochter van den rijken Krates zich niet koopen kan, en
+dat zij toch zeker niet geringschat: de liefde harer koninklijke
+vriendin."
+
+Daarop sloot zij ook Iras in hare armen, en toen deze heenging om
+Lucilius te roepen, dacht zij: »Geene vrouw heeft zooveel liefde
+ontvangen als deze; misschien komt het daardoor dat zij zelve zulk een
+rijken schat daarvan bezit en door liefde anderen zoo onuitsprekelijk
+gelukkig maken kan. Of wordt zij door zoo velen bemind, omdat zij zoo
+vol van liefde ter wereld kwam, en die als het ware uitstraalt evenals
+de zon het licht? Ja, dat moet het zijn. Ik heb, meer dan iemand, reden
+om dat te gelooven, want wien had ik lief behalve haar? Niemand, zelfs
+niet mij zelve, en hoe ik ook peins, ik zou niemand weten van wien ik
+zou mogen denken dat hij mij liefhad.... Maar waarom versmaadde Dion
+mij, hij, dien ik zou innig...? Dwaze, die ik ben! Waarom koos Antonius
+Cleopatra boven Octavia, die niet minder schoon was en wier hart hem
+toebehoorde, en die de heerschappij over de geheele wereld in hare hand
+had?"
+
+Zij moest gaan, en leidde weldra den Romein Lucilius bij de Koningin
+binnen. Door een daad van dapperheid was deze man voor goed aan Antonius
+verbonden. Na den slag bij Philippi, toen het leger der republikeinen
+reeds op de vlucht was geslagen, was Brutus op het punt geweest door
+vijandelijke ruiters te worden weggevoerd; doch Lucilius had zich, op
+gevaar af van gedood te worden, voor hem uitgegeven, en hem daardoor,
+al was het maar voor korten tijd, het leven gered. Dat had Antonius
+zeer buitengewoon en edel gevonden, en op zijne grootmoedige manier
+had hij hem niet alleen vergeven, maar hem zelfs met zijn vriendschap
+verwaardigd. Lucilius was hem daarvoor dankbaar en bleef met dezelfde
+trouw als aan Brutus, ook aan hem gehecht. Bij Actium had hij eerst de
+gunst van Antonius op het spel gezet door hem er van af te brengen den
+slag te verlaten om Cleopatra te volgen; doch daarna had hij hem op zijn
+vlucht vergezeld. Nu deelde hij zijne afzondering op den Choma. Gebogen
+en neerslachtig kwam de man, die zoo kort geleden nog frisch en krachtig
+was geweest, al begonnen ook zijn haren reeds te grijzen de Koningin
+tegemoet. Zijn welgevormd gelaat had in de laatste weken een groote
+verandering ondergaan. Zijne wangen waren ingevallen, zijn trekken
+scherper geworden. Zijn trouwe oogen hadden een weemoedige uitdrukking
+aangenomen, en toen hij Cleopatra bescheid gaf omtrent den toestand van
+haar vriend, kregen zij een vochtigen glans.
+
+Vóór den ongelukkigen slag was hij een harer grootste bewonderaars
+geweest; doch sedert hij had moeten aanzien hoe zijn vriend en weldoener
+roem, geluk en eer prijs gaf om Cleopatra te volgen, koesterde hij een
+wrok tegen haar. Hij zou zich dezen tocht zeker bespaard hebben, indien
+hij niet overtuigd ware geweest dat zij, die haar geliefde te gronde had
+gericht, ook de eenige was, die hem nu uit zijn moedelooze verslapping
+tot nieuwe geestkracht en levenslust kon opwekken.
+
+Hij kwam ongeroepen en door niemand gezonden, alleen om de vrouw, die
+hij vroeger zoo oprecht had bewonderd, op het hart te drukken dat zij
+den neergebogen man weder oprichten en hem aan zijne plichten herinneren
+moest. Veel nieuws had hij haar niet te melden, want zij zelve was op
+zee lang genoeg getuige geweest van den droevigen toestand van haar
+gade. In den laatsten tijd echter begon Antonius daarin behagen te
+scheppen, en dat verontrustte den trouwen man het meest.
+
+De imperator had het kleine paleis, dat hij op den Choma bewoonde zijn
+Timonium genoemd, omdat hij zich vergeleek bij den vermaarden
+menschenhater uit Athene, even als hij door vele voormalige vrienden
+verraden, nadat het geluk hem den rug had toegekeerd. Reeds bij Tænarum
+had hij zich bedacht dat hij zich op den Choma wilde terugtrekken en
+dien, door een muur, die de landtong van het vasteland zou afsnijden,
+even ongenaakbaar te maken als het graf van Timon te Halæ, in de buurt
+van Athene moest zijn geweest. Gorgias had dien muur opgericht, en ieder
+die den wereld-ontvluchtenden man wilde bezoeken, moest per schip komen
+en om toegang verzoeken; en nog werd deze maar aan enkelen vergund.
+
+Cleopatra hoorde Lucilius vol belangstelling aan, en vroeg hem of er
+niets zou zijn waarmee men den droefgeestige genoegen kon doen of
+opwekken.
+
+»Neen, gebiedster," antwoordde hij. »Hij denkt het liefst aan hetgeen
+hij eenmaal bezat, maar alleen om te bewijzen hoe weinig het de moeite
+loont zich daaraan te herinneren. »Welke genietingen heeft het leven
+mij niet geboden?" vraagt hij, en voegt er bij: »Maar dezelfde keerden
+telkens weder, en als men zich tienmaal daarin had verheugd, dan werden
+zij eentonig, en hadden hunne aantrekkingskracht verloren. Wat zij
+nalieten was enkel verveling en walging." Hij wil niets dan het
+noodigste hebben, zooals water en brood, maar hij verlangt naar geen van
+beide omdat hij daarin nog minder smaak vindt dan in datgene waarmede
+men zich den volgenden morgen bederft. Gisteren, toen hij bijzonder
+somber was gestemd, viel ons gesprek op het goud. Dat was misschien nog
+het meest waard begeerd te worden. De enkele aanblik daarvan wekte reeds
+aangename verwachtingen op, omdat daarin zoovele genietingen verborgen
+lagen. Maar daarop lachte hij weder, en beweerde dat het juist deze
+genietingen waren die de afschuwelijke oververzadiging in het leven
+riepen. Het goud was ook al niet waard er een hand naar uit te steken.
+
+»Zulke gedachten spint hij gaarne uit, en zoekt dan beelden om zijne
+bedoeling duidelijk te maken. »In de sneeuw op de hoogste toppen," zeide
+hij, »bevriezen onze voeten. In het slijk hebben zij het warm, maar de
+zwarte modder is leelijk, en blijft er aanhangen."
+
+»Ik merkte op, dat er tusschen het moeras en de sneeuw op de bergen,
+zonnige dalen liggen waarin men heerlijk leven kan, maar hij stoof op,
+en wierp het denkbeeld ver weg, zich ooit tevreden te stellen met den
+jammerlijken middenweg van Horatius. Daarop ging hij voort: »Ja, ik
+heb het onderspit moeten delven. Octavianus en zijn Agrippa zijn de
+overwinnaars, maar als een steen mij verplettert, of de plompe poot van
+een olifant mij vertrapt, dan ben ik toch nog van een hoogere natuur dan
+die beide zijn.""
+
+»Dat was weder de oude Marcus Antonius!" riep Cleopatra uit, doch bij
+den trouwen man werd opnieuw de toorn wakker tegen de vrouw die voedsel
+gegeven had aan den overmoed, waardoor zijn machtige vriend ten val was
+gekomen. Hij ging daarom voort: »Maar dikwijls ziet hij zichzelf ook
+in een ander licht. Onlangs riep hij uit: »geen dichter zou zich een
+onwaardiger leven kunnen denken dan het mijne is: een satyrspel, met een
+tragedie tot slot.""
+
+Lucilius had nog veel krenkender dingen hierbij kunnen voegen, maar
+tegenover den bedroefden blik uit de vochtige oogen der zwaarbeproefde
+vrouw, wilden die hem niet over de lippen.
+
+De gebroken man wist op de eene of andere wijze in bijna alles wat hij
+sprak Cleopatra te betrekken. Somtijds deed hij dit met weergaloos
+bittere verwijten, maar vaker nog met onbegrensde verrukking en heftige
+uitbarstingen van het vurigst verlangen, en juist die waren het, die
+Lucilius versterkten in de hoop, dat de invloed van de Koningin zich
+krachtig zou doen gelden bij zijn vriend. Daarom bracht hij haar eenige
+bijzonder hartelijke woorden over, die Antonius aan haar aandenken had
+gewijd, en die hoorde zij met dankbare blijdschap aan.
+
+Toen Lucilius ophield met spreken, maakte zij intusschen de opmerking,
+dat de menschenhater toch zeker ook wel in een anderen geest van haar
+en misschien ook van Octavia, zou hebben gesproken. Zij was op het
+allerergste voorbereid; zij behoorde immers tot de klippen, waarop zijne
+grootheid schipbreuk geleden had.
+
+Op dat oogenblik herinnerde Lucilius zich wat Antonius eenmaal had
+gezegd omtrent de drie vrouwen, wier gemaal hij was geweest, en
+aarzelend antwoordde hij: »Fulvia, de gemalin zijner jeugd--ik heb die
+hartstochtelijke, vermetele vrouw, de voormalige gade van Clodius,
+welgekend--noemde hij de stormwind, die in zijne zeilen geblazen had."
+
+»Goed, goed," riep Cleopatra. »Dat deed zij ook. Hij heeft haar veel te
+danken, en ook ik ben veel aan de overledene verplicht. Zij heeft hem
+geleerd de macht der vrouw te erkennen en zich daarnaar te voegen."
+
+»Niet altijd tot zijn voordeel," hernam Lucilius, bij wien dat laatste
+gezegde het pas verdwenen onaangename gevoel weder opwekte, en zonder te
+letten op den lichten blos der Koningin, ging hij voort: »Van Octavia
+zeide hij, dat zij de rechte weg was geweest, die tot tevredenheid
+leidt, en die hen, die zich daarmede vergenoegen, bij goden en menschen
+aangenaam maakt."
+
+»Waarom vergenoegde hij er zich dan met mede?" vroeg de Koningin
+driftig.
+
+»In de school van Fulvia," antwoordde de Romein, »werd tevredenheid het
+allerlaatste onderwezen. Gij weet dat die aan zijne natuur, die gij zoo
+goed kent, vreemd is. Ook hebt gij zooeven gehoord hoe hij over rustige
+dalen en den gulden middenweg denkt."
+
+»Maar ik, wat ben ik voor hem geweest?" vroeg de Koningin in spanning.
+
+Lucilius zag een tijdlang nadenkend naar den grond, en gaf toen
+aarzelend ten antwoord: »Gij verlangt het te hooren, en het bevel der
+Koningin moet gehoorzaamd worden! U, gebiedster, noemde hij een heerlijk
+overwinningsfeest waarop de gasten zich met kransen op het hoofd, vóór
+den slag in weelde baden."
+
+»En die verloren wordt," voegde de koningin er op gedempten toon bij.
+»Die vergelijking is juist. Thans, na de nederlaag, zou het iets
+tegenstrijdigs zijn, opnieuw een feestmaal aan te richten. Het treurspel
+loopt ten eind; daar het satyrspel--zoo zeide hij immers?--reeds
+vooraf is gegaan, zou de opvoering daarvan in dezen tijd slechts een
+onaangename herhaling zijn. Trouwens, ééne zaak schijnt mij gewenscht:
+een verzoenend slottooneel. Zoo gij denkt dat het in mijne macht
+staat mijn gade terug te geven aan het leven, reken dan op mij. Het
+overwinningsmaal, waarvan hij sprak, heeft lange jaren geduurd. Het
+nagerecht zal kort zijn, maar ik ben bereid daarvoor te zorgen. Toen ik
+hem een bezoek wilde brengen, heeft hij mij afgewezen. Op welke wijze
+stelt gij u de toenadering voor?"
+
+»Ik geloof," antwoordde Lucilius, »dat ik dat aan uwe vrouwelijke
+fijngevoeligheid moet overlaten. Doch ik kom ook met een verzoek, en
+in de vervulling daarvan ligt misschien reeds het antwoord opgesloten.
+Eros, de trouwe lijfslaaf van Marcus Antonius, laat uwe majesteit
+nederig verzoeken hem enkele oogenblikken gehoor te verleenen. Gij kent
+den wakkeren knaap. Hij zou voor u, zoowel als voor zijn heer, het leven
+laten, en hij.... Ik heb eens van uzelve gehoord wat Koning Antiochus
+zeide: dat niemand groot was voor zijn lijfslaaf.... Zoo ziet dan ook
+Eros de zwakheden en voorrechten van zijn heer van meer nabij dan wij,
+en daarbij is hij verstandig. Antonius heeft hem sinds lang vrijgelaten,
+en indien uwe Majesteit er niet tegen heeft den geringen man bij zich te
+ontvangen...."
+
+»Laat hem komen," antwoordde Cleopatra. »Wat gij van mij verlangt is
+billijk. Ik weet helaas maar al te goed wat ik bij mijn vriend heb goed
+te maken. Reeds vóór gij kwaamt bedacht ik mij juist, hoe ik een zijner
+vurigste wenschen zou vervullen."
+
+Hierop gaf zij den Romein zijn afscheid, en zag hem met gemengde
+gewaarwordingen vertrekken. Het smachtend verlangen naar den man, dien
+zij reeds zoo lang moest missen, was opnieuw in haar ontwaakt, en toch
+klonken de grievende woorden, die hij omtrent haar had geuit, nog bij
+haar na. Doch nauwelijks was de deur achter Lucilius gesloten, of de
+hofmaarschalk meldde de komst van eenige afgevaardigden uit de leden van
+het Museum.
+
+De geleerde heeren kwamen zich beklagen over het onrecht dat hun
+medelid Didymus was aangedaan, en tegelijkertijd uiting geven aan hunne
+gevoelens van trouw, ook in dezen tijd van druk. Cleopatra van hare
+zijde betuigde hen hare hulde en verklaarde dat zij den ouden philosoof
+reeds volkomen schadeloosstelling had aangeboden. Zij was in zekeren zin
+een der hunnen. Zij wisten immers allen, dat zij van hare jeugd af aan
+hun streven geëerbiedigd en gedeeld had. Ten bewijze daarvan vereerde
+zij aan de bibliotheek van het Museum de tweehonderd duizend boekdeelen
+die uit Pergamus afkomstig waren, een der schoonste geschenken waarmede
+Marcus Antonius haar ooit had verrast, en die zij tot nu toe aan hunne
+boekerij slechts in bruikleen had afgestaan. Daardoor hoopte zij de
+schade die tot haar leedwezen aan Didymus was toegebracht, weder goed
+te maken, en tenminste gedeeltelijk het verlies te herstellen, dat de
+beroemde bibliotheek van het Museum door den brand in het Bruchium
+geleden had.
+
+De geleerden verwijderden zich met levendige dankbetuigingen en
+verzekeringen van trouwe gehechtheid. Zij kende de meesten van hen
+persoonlijk, en met de uitstekendste onder hen had zij dikwijls een
+wedstrijd in scherpzinnigheid gehouden, tot genoegen en ten nutte van
+beide partijen.
+
+De zon was reeds ondergegaan, toen een den vorigen dag aangekondigde
+optocht der priesters van Serapis, den hoogsten god der stad, op de
+Lochias verscheen. Begeleid door fakkel- en lantaarndragers, bewoog de
+stoet zich langzaam in plechtige staatsie, voort. Overeenkomstig den
+aard van Serapis, was daarbij veel dat aan den dood moest doen denken.
+De Koningin was met de beteekenis van ieder beeld, iedere standaard,
+iedere kist, iedere bijzonderheid van de muziek en het gezang vertrouwd.
+Zelfs de afwisselende kleuren van het licht hadden een beteekenis, die
+betrekking had op den kringloop van het worden en vergaan in het heelal
+en in het menschelijk leven, en het grootsche slot van het eerebetoon,
+dat de opname van de koninklijke ziel in het wezen der godheid, de
+apotheose van de ziel des heerschers voorstelde, was wel geschikt het
+hart te treffen. Onverwachts baadde de geheele stoet in een zee van
+licht, en terwijl door dien lichtgloed de omvangrijke steenen massa
+van het paleis, de zee met de schepen en masten die haar bedekten,
+en de kust met zijn tempels, pylonen, obelisken en praalgebouwen werd
+beschenen, vereenigde zich al de koren, begeleid door de klanken der
+bazuinen, cymbalen en luiten tot één machtige hymne, welker tonen tot
+aan den sterrenhemel en de open zee achter den vuurtoren doordrongen.
+
+Allerlei zinnebeeldige voorstellingen moesten doen denken aan den dood
+en de opstanding, de nederlaag en een daarop volgende overwinning
+door den bijstand van den grooten Serapis, en toen de fakkels zich
+verwijderden en tegelijk met het gezang der priesters in het donker van
+den nacht verdwenen, hief Cleopatra het hoofd omhoog, en het was haar
+alsof de gelofte die zij zichzelve had gedaan, onder het zachte gezang
+der grijsaards en het uitblusschen der flambouwen, de goedkeuring had
+verworven van den god, dien hare vaderen naar Alexandrië gebracht en
+daar eer hadden doen bewijzen, opdat hij het wezen der Grieksche en
+Aegyptische godheden in zich vereenigen zou.
+
+Nu moest haar grafmonument worden opgericht en wanneer het noodlot
+het wilde, haar geliefde en haar zelve tot gezamentlijke rustplaats
+strekken. Zij had uit de bittere woorden van Antonius, zoowel als uit
+den blik en den klank der stem van Lucilius, begrepen, dat hij, evenals
+den man aan wien haar hart ook nu nog met onverbrekelijke banden was
+gehecht, haar aansprakelijk stelden voor Actium en de vernietiging van
+zijn grootheid. Zij wist dat de wereld dat naspreken zou, maar die moest
+leeren inzien dat, zoo het de liefde was geweest die den grootsten man
+van zijn tijd roem en heerschappij had doen verliezen, deze liefde ook
+den allerhoogsten prijs waard was geweest.
+
+Wat men haar zooeven in een zinnebeeld voor oogen had gesteld, dat het
+voor het verdwijnende licht was weggelegd in nieuwen stralenden glans
+weder op te gaan, dat wilde zij bedenken, ook dan als de beste uitslag
+harer pogingen tot niets leidde dan om de glimmende vonken nog eens aan
+te blazen en het uitdooven daarvan nog wat uit te stellen.
+
+Voor haar eigen persoon was er geen groote overwinning meer te behalen,
+die den strijd zou zijn waard geweest. Toch mochten de wapenen niet
+rusten tot het laatste toe, en mocht Antonius niet langer, als een
+andere Timon, morrend en als een stuk wild dat in een strik gevangen
+was, er bij nederliggen. Zij wilde het vuur zijner heldennatuur, dat
+door de blinde liefde tot haar en door de macht der tooverkunst,
+waarmede zij zijn wil gebonden had, met verstikkende asch was bedekt,
+weder oprakelen en het dwingen, al was het maar tot een enkele laatste
+opflikkering.
+
+Onder het luisteren naar de opstandingshymne der Serapispriesters, had
+zij zichzelve de vraag gesteld: of het misschien niet mogelijk zou zijn
+om aan Antonius, zoo deze tot nieuwe geestkracht ontwaakte, den zoon van
+Julius Cæsar tot medestrijder te geven.
+
+Het is waar, zij had den jongeling anders wedergevonden dan zij had
+gehoopt. Ofschoon hij zich eenmaal tot een stoute onderneming had laten
+medesleepen, scheen het alsof al zijn kracht tot handelen daarmede
+uitgeput was, want thans gaf hij zich geheel aan de jammerlijkste
+liefdesmart over, en verdiepte zich in somber gepeins. Maar hij was dan
+ook nog ziek. Als hij hersteld was zou hij weder ontwaken tot levendige
+belangstelling in de gebeurtenissen, die zoo diep dreigden in te grijpen
+in zijn bestaan, en, even goed als de geringste slaaf, treuren over de
+nederlaag bij Actium.
+
+Tot nu toe had hij alle berichten omtrent den slag, dien men hem
+letterlijk had moeten opdringen, aangehoord met een onverschilligheid,
+die alleen te verklaren en te vergeven was als men die aan zijn
+verwonding toeschreef.
+
+Zijn gouverneur Rhodon had zooeven om een kort verlof verzocht en
+daarbij opgemerkt, dat het in zijn afwezigheid Cæsarion niet aan
+gezelschap zou ontbreken, daar hij Antyllus en eenige andere jongelieden
+van zijn leeftijd verwachtte.
+
+De vensters van de ontvangzaal van den »Koning der koningen"
+waren helder verlicht. Het was nog tijd hem op te zoeken en te doen
+begrijpen, waarom het ook voor hem te doen was. O, indien het haar eens
+gelukte zijns vaders geest bij hem wakker te maken! Indien eens die
+strafwaardige aanslag op Barine een voorbode was geweest van toekomstige
+heldendaden!
+
+Geen enkele ontmoeting met hem had haar nog aanleiding gegeven tot deze
+verwachting, doch voor het moederhart wordt zelfs de ontgoocheling licht
+een trap die tot nieuwe hoop leidt. Toen Charmion binnentrad om den
+lijfslaaf van Antonius aan te dienen, beval zij dien te laten wachten,
+en verzocht haar vriendin haar naar haar zoon te vergezellen. Op het
+oogenblik toen zij de vertrekken naderden die Cæsarion bewoonde, klonk
+de luide stem van Antyllus haar tegen door de breede open deur, waarvan
+het voorhangsel slechts half toegeschoven was. Het eerste woord dat de
+Koningin verstond, was haar eigen naam; daarom gaf zij hare gezellin een
+wenk, en beiden bleven staan.
+
+Het onderwerp van het gesprek was alweder Barine. De zoon van Antonius
+verhaalde wat hij door Alexas had gehoord. Cleopatra, had de Syriër
+beweerd, was van plan geweest de jonge vrouw naar de steengroeven of in
+verbanning te zenden, en Dion zwaar te straffen; doch nu waren beiden
+ontsnapt. De epheben hadden zich als verraders gedragen, want zij hadden
+de partij van hun vijand gekozen. Maar dat was daaraan toe toe te
+schrijven, dat men hem nog niet met het jongelingsgewaad had bekleed.
+Hij hoopte zijn vader daartoe te bewegen indien deze maar eerst weder
+van zijn beklagenswaardige menschenschuwheid verlost was. Dan moest men
+hem ook overreden zelf voor de vervolging der gevluchten te zorgen. »En
+dat zal niet moeilijk gaan," riep hij overmoedig uit, »want de oude man
+weet wat schoon is, en heeft zelf reeds een oog op de zangeres geworpen.
+Doch als zij haar vangen, dan sta ik u overigens voor niets in, gij
+»Koning der koningen"--want ondanks zijn grijzen baard steekt hij ons
+allen bij de vrouwen nog de loef af, en voor Barine--dat hebben wij
+immers gehoord--begint een man eerst iets waard te worden, wanneer zijn
+haar gaat dunnen. Ik heb aan den trawant Derketaeus opgedragen al zijne
+lieden uit te zenden om haar te zoeken; die is zoo slim als een vos, en
+de gerechtsdienaars moeten hem gehoorzamen."
+
+»Als ik hier maar niet moest liggen als een doode ezel," zuchtte
+Caesarion, »dan zou ik haar wel vinden. Nacht en dag denk ik aan haar.
+Al mijn geld zou ik willen geven om haar te vervolgen. Gisteren heb ik
+ook den zaakwaarnemer Seleukus laten komen. Waartoe ben ik anders de
+zoon mijner moeder? Doch die kleine, dikke man is de eerlijkste niet.
+Hij wil wel-is-waar, nog niet toeslaan, maar toch moet er geld genoeg
+zijn. In den Delta, op de grens van Syrië, heeft de Koningin millioenen
+in het zand verstopt. Ik hoor dat men daar bezig is een vierkante kuil
+te graven, of iets dergelijks om daarin de vloot te verbergen. Ik heb
+dat onzinnige plan maar half begrepen. Ik had voor dat geld honderden
+speurhonden kunnen laten werken. Zoo worden de talenten weggeworpen,
+en voor den eigen zoon blijft de kas gesloten. Maar ik zal wel iemand
+vinden om die voor mij te openen! Ik moet het geld hebben, al kost
+het ook de kroon. Het klinkt mij altijd als spot in de ooren, als zij
+mij »Koning der koningen" noemen. Ik deug niet voor de heerschappij!
+Buitendien, eer ik den troon werkelijk bestijg, zal hij mij reeds
+ontnomen zijn. Wij hebben de nederlaag geleden, en indien het ons gelukt
+vrede te sluiten, waardoor wij het leven en maar weinig meer behouden
+mogen, dan moeten wij het daarmede doen. Ik voor mij ben tevreden
+met een landgoed aan het water, geld genoeg, en daarbij Barine. Wat
+gaat dit Aegypte mij aan? Als Caesars zoon zou ik over Rome kunnen
+gebieden,--doch de goden wisten wat zij deden, toen zij mijn vader
+ingaven mij te onterven. Om de wereld te regeeren, moet men een minder
+sterke behoefte aan slaap hebben. Eigenlijk--dat weet gij wel--voel ik
+mij altijd moede, zelfs wanneer ik gezond ben. Men moet mij met vrede
+laten! Uw vader, Antyllus, legt immers ook de wapenen neder, en laat de
+dingen gaan zooals zij willen."
+
+»Helaas ja!" riep Antonius' zoon wrevelig. »Maar wacht slechts! De
+sluimerende leeuw zal weder ontwaken, en als hij zijn tanden en klauwen
+gebruikt...."
+
+»Dan loopt mijn moeder weg, en uw vader haar achterna," hernam Caesarion
+met een diep weemoedigen, niets minder dan honenden glimlach. »Alles is
+nu ook verloren. Maar Rome laat de overwonnen koningen en koninginnen in
+het leven. Men zal Caesars zoon niet bij een triomftocht aan de Quiriten
+vertoonen. Daarvoor gelijk ik te veel op mijn vader. Er zou een oproer
+komen, zegt Rhodon, indien ik op het Forum verscheen. Als ik daar nog
+eens kom--dan zal het zeker niet zijn bij den zegevierenden intocht van
+Octavianus, want voor deze soort van schande ben ik niet gemaakt. Zij
+zou mij doen stikken, en eer ik een ander het genoegen gunde, Cæsars
+zoon achter zich aan te sleepen, om zijn eigen roem te verhoogen, zou
+ik aan mijn toch niet overheerlijk leven op goede Romeinen-manier tien-
+neen honderdmaal een eind maken. Wat is er eigenlijk zoeter dan een
+vaste slaap, en wie stoort of wekt mij, wanneer de dood zijn toorts
+voor mij uitbluscht? Maar nu blijft mij ten minste het ergste bespaard,
+zou ik denken. Alles wat men mij nog meer zou kunnen aandoen, zal
+mijn kracht niet te boven gaan. Zoo iemand geleerd heeft zijn wenschen
+te matigen, dan ben ik het. Den »Koning der koningen" en mederegent
+der groote Koningin werd zijn leven lang tevredenheid ingeprent. Wat
+moest ik zijn, en wat ben ik?--Doch ik klaag niet, en zal ook niemand
+beschuldigen. Wij behoeven Octavianus niet te roepen, en is hij er
+eenmaal, dan mag hij nemen wat hij wil, indien hij mijne moeder, de
+tweelingen en den kleinen Alexander, die mij allen lief zijn, maar laat
+leven; en indien hij mij het landgoed waarvan ik sprak--met vischrijke
+vijvers als hoofdvoorwaarde--als mijn eigendom toebedeelt. Den gewonen
+burger Cæsarion, die zich den tijd verdrijft met hengelen, en met de
+boeken die hij gaarne leest, zal men licht veroorlooven zich een vrouw
+te kiezen naar zijn eigen smaak, en van hoe geringer afkomst zij is,
+zooveel te zekerder krijg ik de toestemming van mijn Romeinschen voogd."
+
+»Weet gij wat, Cæsarion," viel hier de losbandige zoon van Antonius hem
+in de rede, en strekte daarbij, op zijn rustbank liggende, zijn beenen
+verder uit, »zoo gij niet »de Koning der koningen" waart, dan zou ik
+lust hebben u een nietswaardige, flauwe knaap te noemen. Wie het geluk
+heeft de zoon van Julius Caesar te zijn, moest dat niet zoo schandelijk
+vergeten. Bij al dat jammeren van u is mij de gal overgeloopen. Bij den
+Hond! Het was een van mijn domste streken, om u bij die zangeres te
+brengen! Mij dunkt dat er nu voor den »Koning der koningen" wel wat
+anders te bedenken valt! Daarbij geeft Barine evenveel om u als de
+laatste meerval dien gij gevangen hebt. Dat heeft zij u duidelijk
+genoeg getoond. En dan, laat ik u nog eens zeggen: als het Derketaeus
+gelukt de schoone op te sporen, die u het verstand doet verliezen,
+dan zal zij u daarom nog lang niet volgen naar uw ellendig landgoed,
+om de visschen, die gij met hengelen vangt, voor u te koken; want als
+wij haar weder hier hebben, en mijn vader slechts een hand naar haar
+uitsteekt, dan zou al uwe moeite vergeefsch zijn. Hij heeft die blonde
+harten-veroveraarster immers slechts tweemaal gezien, en de tijd ontbrak
+hem haar nader te leeren kennen; doch zij behaagde hem, en als ik hem
+aan haar herinner, wie weet wat er dan gebeurt?"
+
+Op dit oogenblik gaf Cleopatra haar vriendin een wenk, en met gebogen
+hoofd keerde zij naar hare vertrekken terug. Eerst dààr verbrak zij het
+stilzwijgen, en zeide: »Gesprekken afluisteren, Charmion, is zeker een
+Koningin niet waardig, doch als alle luisteraars zulke pijnlijke dingen
+te hooren kregen als ik, dan behoefde men niet meer te letten op de
+reten der deuren en sleutelgaten. Vóór ik Eros ontvang, moet ik eerst
+tot mijzelve komen. En nu nog één ding! Is de schuilplaats van Barine
+veilig?"
+
+»Ik ken die niet, maar Archibius zegt van ja."
+
+»Goed. Zij wordt ijverig genoeg gezocht, zooals gij hebt gehoord, en men
+mag haar niet vinden. Het verheugt mij dat zij het niet was, die den
+knaap tot zich lokte. Waartoe kan het jaloersche hart ons niet brengen?
+Had ik haar hier, dan zou ik haar, ik weet niet wat willen toestaan,
+ter wille van Antonius en mijn valschen argwaan. En te denken dat
+Alexas haar--en zonder uwe tusschenkomst zou dat geschied zijn--naar
+de steengroeven had willen zenden! Het is een vreeselijke waarschuwing
+om op onze hoede te zijn. Voor wien? Altijd het eerst voor onze eigen
+zwakheid. Dit is voor mij een dag van nieuw inzicht. Een edel doelwit;
+doch op den weg daarheen worden de voeten ten bloede toe opengereten en
+het hart,--ach Charmion, dat arme, zwakke, ontgoochelde hart!"
+
+Zij zuchtte diep, en liet het hooft rusten op haar arm, die op een
+naast haar staande tafel steunde. Dat glimmende, fraai gevlamde blad
+van thyahout had een even groote som gekost als een groot landgoed; de
+edelsteenen der ringen en banden aan haar handen en armen, zooveel als
+een vorstendom. Dat kwam haar nu in de gedachte, en in een opwelling van
+toornigen weerzin zou zij al die kostbare nietigheden liefst ver van
+zich af, in de zee of in de vernielende vlammen geworpen hebben.
+
+Zij zeide tot zichzelve dat zij zich gaarne als een bedelares met het
+gerstebrood van Epicurus tevreden zou stellen, indien zij daarvoor haar
+zoon, al was het slechts de gezindheid van den lichtzinnigen dwarrelwind
+Antyllus, had kunnen inblazen. Voor zóó machteloos, zóó onbeduidend
+hadden hare ergste vermoedens Cæsarion niet gehouden. Zij kon het op de
+rustbank niet meer uithouden, en terwijl zij met neergebogen hoofd een
+terugblik op het verleden wierp, riep de aanklager in haar eigen borst
+haar toe, dat zij nu maaide, wat zij had gezaaid. Zij had de ontwakende
+wilskracht van den knaap tegengegaan, onderdrukt, om hem gehoorzaamheid
+te leeren. Zij had alle pogingen van zijn kunnen en streven in wijderen
+kring weten te weerhouden. Dat was trouwens niet gebeurd zonder dat zij
+daarvoor menig voorwendsel had gevonden. Waarom zou haar zoon niet het
+stille geluk mogen smaken, dat zij in den Epicuristentuin te Kanopus had
+gekend? En was de eisch dat, wie eens zou moeten bevelen, eerst zelf
+moest leeren gehoorzamen, dan niet op oude ervaringen gegrond?
+
+Deze dag was echter aan afrekening en opheldering gewijd, en voor het
+eerst vond zij den moed zichzelve te bekennen, dat haar eigen brandende
+eerzucht bij de opvoeding van Cæsarion had voorgezeten. Zij had niet uit
+koele berekening zijn aanleg onderdrukt. Het was haar alleen aangenaam
+geweest hem zoo zonder wenschen te zien opgroeien. Zij had den droomer
+rust gegund, zonder hem wakker te maken. Hoe dikwijls had zij zich
+verheugd in de zekerheid, dat deze zoon, aan wien Antonius bij zijn
+zegepraal over de Parthen den titel van mede-regent had gegeven, zich
+nooit zou verzetten tegen de voogdij zijner moeder. Het welzijn van
+den Staat was toch in hare bekwame hand veiliger dan in die van een
+onervaren knaap. En dan het trotsche gevoel van haar macht! Haar hart
+zwol daarbij op. Zoolang zij leefde, wilde zij Koningin zijn! De
+heerschappij aan een ander, wie dat ook zijn mocht, af te staan, scheen
+haar onmogelijk. Thans wist zij hoe weinig haar zoon naar zulke hooge
+dingen streefde. Haar hart kromp ineen. Het woord: »gij maait wat gij
+hebt gezaaid" liet haar geen rust, en waar zij ook rondzag in haar
+vroeger leven, overal ontdekte zij de vrucht van het zaad, dat zij zelf
+in den bodem had gelegd. Het veld droeg den last der onheilvolle halmen.
+Het was rijp voor den maaier. Doch eer deze de zeis opnam, moest het
+recht van den bezitter verzekerd zijn. Gorgias moest met het bouwen der
+graftombe haast maken, want het einde zou niet lang meer op zich laten
+wachten. Hoe zij aan dat einde een waardigen vorm moest geven, indien de
+overwinnaar haar geen andere keus liet, dat had zooeven de zoon, over
+wien zij zich schaamde, haar voorgeschreven. Den diepsten smaad te
+dragen met het geduld dat zijn moeder hem had ingescherpt, dat verbood
+hem ten minste het edele bloed van zijn vader.
+
+Het was reeds laat, toen zij den lijfslaaf van Antonius bij zich
+toeliet. Doch voor haar moest de werkzaamheid voor den nacht nog pas
+beginnen. Als hij weg was, dan moest zij nog uren lang arbeiden met de
+bevelhebbers van het leger, de vloot en de vestingwerken. Daarbij moest
+zij voortgaan, door middel van hartroerende brieven, bondgenooten te
+werven.
+
+Daar kwam Eros, de lijfslaaf van Antonius, binnen. Bij dit wederzien
+vulden zich zijn trouwe oogen met tranen. Het verdriet had wel is waar
+zijn aardig rond gezicht niet aan volheid doen verliezen, maar de
+uitdrukking van een schalksche, vaak overmoedige vroolijkheid had plaats
+gemaakt voor een weemoedigen trek om den mond, en zijn blond haar begon
+al grijs te worden.
+
+Het bericht van Lucilius, dat Cleopatra er in bewilligde zijn heer weder
+te ontmoeten, was voor hem geweest als het doorbreken van de zon na
+lange duisternis. In zijn oogen moesten allen, niet alleen zijn heer,
+zich buigen voor de macht der Koningin. Hij had het bijgewoond hoe
+Antonius te Tarsus uitgevaren was tegen de Aegyptische slang, die hij
+voor haar twijfelachtige gezindheid jegens hem, haar ouden vriend,
+en omtrent de zaak van Caesar, zou laten betalen, betalen dat de
+schatkamers aan den Nijl er zoo mager van zouden worden als een leege
+wijnzak,--en slechts enkele uren later, was hij haar weder met lichaam
+en ziel toegedaan geweest. Zoo was het altijd gegaan, tot aan den
+dag van Actium toe. Nu was er niets meer te verliezen; maar wat kon
+Cleopatra zijn heer niet schenken en toestaan? Hij dacht daarbij slechts
+in het voorbijgaan aan de goede jaren, toen zijn gezicht zoo dik en
+rond geworden was, en iederen dag oogen en ooren, verhemelte en neus te
+gast waren gegaan, terwijl ook de nieuwsgierigheid werd bevredigd door
+allerlei vermaken en vertooningen, op een wijze zooals de wereld nooit
+weder zien zou. Indien dat alles--al ware het in bescheidener vorm--zich
+herhalen wilde, des te beter! Datgene waarom het hem hoofdzakelijk, ja
+bijna alléén was te doen, was zijn heer te verlossen uit deze droevige
+eenzaamheid en van dat akelige wereldverachters-bestaan, dat zoo slecht
+bij hem paste.
+
+Cleopatra had hem ongeveer twee uren laten wachten, doch hij zou graag
+nog driemaal zoo lang in het voorvertrek vliegen gevangen hebben,
+wanneer zij dan had kunnen besluiten zijn raad te volgen. Die was
+werkelijk de aandacht waard, en Eros hield hem niet vóór zich. Hoe
+Antonius de verschijning van Cleopatra zelve opnemen zou, kon niemand
+weten. Daarom sloeg hij voor, dat zij Charmion zou zenden, en wel
+vergezeld van haar slimme gebochelde kamervrouw, aan wie de imperator
+zelf den naam Aisopion gegeven had. Hij was Charmion altijd genegen
+geweest, en de bruine dienares kon hij niet aanzien zonder met haar te
+schertsen. Als zijn heer nu maar eerst weder eens aan een ander dan
+alleen aan hem, Eros, een vroolijk gezicht had getoond, en daarbij had
+ondervonden, hoe veel meer goed het doet te lachen dan somber voor zich
+heen te staren en te morren, dan zou er al zóóveel gewonnen zijn. Het
+overige zou Charmion wel gedaan krijgen, wanneer zij hem slechts
+vriendelijke woorden van de Koningin mocht overbrengen.
+
+Tot zoover had Cleopatra hem laten voortspreken, doch toen zij het
+vermoeden uitte, dat de radde tong van een slavin maar weinig zou kunnen
+veranderen aan de ernstige zwaarmoedigheid van een door tegenspoed
+getroffen man, maakte Eros een gebaar met zijn breede, korte hand, en
+zeide: »Moge de goddelijke Majesteit een gering man zijn openhartigheid
+vergeven, maar voorname lieden geven onwillekeurig aan een van onzen
+stand veel te zien, wat zij voor huns gelijken verbergen. Alleen aan
+den allerhoogste en geringste, aan de godheid en den slaaf, toonen de
+grooten zich onvermomd zooals zij zijn. Men mag mij de ooren afkappen,
+wanneer die menschenhaat en zwaarmoedigheid zoo diep gaan bij den
+imperator. Dat is alles een vertooning, waarin hij behagen schept. Gij
+weet nog wel, hoe gaarne hij in beter dagen zich als Dionysos vertoonde,
+en met welk een wegslependen vroolijken overmoed hij de rol van dien god
+speelde. Nu verbergt hij zijn waar en opgeruimd gelaat onder het masker
+van menschenschuwe mijmerij, omdat het hem toeschijnt zoo slecht te
+passen voor dezen tijd van jammerlijke ellende. Het is waar, menigmaal
+geeft hij iemand dingen te hooren, die hem een rilling op het lijf
+jagen, en ook zit hij dikwijls in zichzelf gekeerd stil te peinzen.
+Maar dat duurt nooit lang, wanneer wij alleen zijn. Kom ik met een recht
+grappig verhaal aan, en legt hij mij niet dadelijk het zwijgen op, dan
+kunt gij er op aan, dat hij mij met een nog koddiger overtroeft. Onlangs
+herinnerde ik hem aan die vischvangst, waarbij uwe Majesteit door den
+duiker een gezouten haring aan zijn hengelhaak had laten binden. Toen
+hadt gij hem moeten hooren lachen en uitroepen, welk een kostelijke
+tijd dat was geweest! De edele Charmion behoeft hem dien slechts weder
+te binnen te brengen en Aisopion het met iets geestigs te kruiden. Ik
+geef ook mijn neus er voor--hij is wel klein, maar ieder geeft dáárom
+toch het meeste--als zij hem er niet toe brengen om dat afschuwelijke
+kraaiennest, midden in de zee, te verlaten. Zij moeten ook spreken van
+de tweelingen en van den kleinen Alexander; want als dat mij veroorloofd
+is, dan wordt zijn voorhoofd het spoedigst weder glad. Hij zelf spreekt
+nog dikwijls met Lucilius en zijn andere vrienden van zijn grootsch plan
+om een machtig rijk van het Oosten te stichten, met Alexandrië tot
+hoofdstad. Zijn krijgsmansbloed is dan ook nog niet tot rust gekomen.
+Onlangs moest ik zelf den krommen Perzischen sabel slijpen, dien hij
+hier zoo gaarne draagt. Men kan niet weten, zeide hij, waarvoor die nog
+dienen kan. En toen zwaaide hij dien met zijn sterken arm. Bij den Hond!
+De kracht van drie jongelingen steekt nog in dezen grijzenden reus. Als
+hij maar eerst weder bij u is, en onder zijn krijgslieden en paarden,
+dan wordt alles nog goed."
+
+»Laat ons dat hopen," antwoordde zij vriendelijk, en beloofde hem zijn
+raad te zullen volgen.
+
+Toen Iras, die Charmion in den dienst opgevolgd was, de Koningin na
+vele uren arbeid ter ruste bracht, vond zij haar stil en bedroefd.
+In gedachten verzonken liet zij zich de handreikingen van haar
+vertrouweling welgevallen. Nadat zij zich reeds op hare legerstede had
+gelegd, verbrak zij het stilzwijgen, en zeide: »Dat was een moeilijke
+dag, meisje, en toch bracht hij mij niets dan de bevestiging van een
+oude, misschien de alleroudste les: Ieder maait alleen, wat hij heeft
+gezaaid. De kiem die voortkomt uit het koren, dat gij in de aarde hebt
+gelegd, laat zich wel vertreden, doch geene macht ter wereld kan den
+zaadkorrel dwingen zich anders te ontplooien en een andere vrucht voort
+te brengen, dan de natuur daaraan voorgeschreven heeft. Mijn zaad was
+slecht. Dat wordt mij nu, in den oogsttijd, duidelijk. Maar toch zullen
+wij ook nog een handvol goede tarwekorrels in de schuur bergen. Daarom
+moeten wij daarvoor zorgen zoolang het nog tijd is.
+
+»Morgen vroeg zal ik met Gorgias spreken. Als er iets te bouwen viel,
+hebt gij altijd goeden smaak getoond en ons dikwijls op een nieuwe
+gedachte gebracht. Wanneer Gorgias ons de plannen voor de graftombe
+voorlegt, dan moet gij ze mede bespreken. Daarop hebt gij recht, want
+zoo ik mij niet vergis, zullen weinig menschen het voltooide monument
+trouwer bezoeken dan mijne Iras."
+
+Het meisje sprong op, en terwijl zij hare hand als tot een eed in de
+hoogte stak, riep zij: »Op mijn bezoek zal uw grafteeken te vergeefs
+wachten;--uw einde zal ook het mijne zijn."
+
+»Daarvoor mogen de goden uwe jeugd bewaren," viel de Koningin haar op
+een toon van ernstige afkeuring in de rede. »Nog leven wij, en willen
+wij strijden."
+
+
+
+
+NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+De nacht bracht Cleopatra weinig slaap. De eene herinnering had zich aan
+de andere geschakeld, en de overwegingen waren elkander opgevolgd. Wat
+zij den vorigen dag besloten had, was het rechte. Heden moest met de
+uitvoering er van reeds een aanvang gemaakt worden. Wat er nu ook mocht
+komen, zij was op alles voorbereid.
+
+Eer zij aan den arbeid ging, liet zij nog eens den bemiddelaar uit Rome
+bij haar toe, en Timagenes nam bij dit onderhoud alles te baat wat hij
+aan welbespraaktheid en overredingskunst, geest en scherpzinnigheid
+bezat. Hij beloofde aan Cleopatra ook weder het leven en de vrijheid, en
+aan hare kinderen den troon; daar hij echter volhield dat de uitlevering
+of de dood van Marcus Antonius de eerste voorwaarde voor alle verdere
+overeenkomsten was, bleef zij standvastig, en de onderhandelaar verliet
+haar, teleurgesteld en zonder eenige toezegging te hebben ontvangen.
+
+Na zijn vertrek zag de Koningin met Iras de plannen voor de graftombe
+in, die Gorgias had gebracht, doch de diepe aandoeningen harer ziel
+verhinderden haar de volle aandacht daaraan te schenken, en zij verzocht
+hem er nog eens mede terug te komen. Toen zij alleen was, zocht zij de
+brieven op, die Cæsar en Antonius haar indertijd geschreven hadden.
+Hoe fijn, hoe verstandig en liefdevol waren de eerste, hoe gloeiend
+overstroomend van liefde, en toch waar gevoeld, die van den sterken
+veldheer, die als redenaar een geheele volksmenigte kon meesleepen, en
+dien hare teere vrouwenhand geleid had, waarheen zij wilde.
+
+Haar hart klopte sneller als zij aan het wederzien dacht, dat nu weldra
+volgen zou, want Charmion was met de Nubische naar hem toe gegaan om
+hem uit te noodigen zich weder met haar te vereenigen. Zij waren
+reeds eenige uren weg geweest, en zij wachtte met toenemend ongeduld
+hare terugkomst af. Zij had hem tot zich geroepen voor den laatsten,
+gemeenschappelijken strijd. Dat hij komen zou, daaraan twijfelde zij
+geen oogenblik. Als het haar dan nog eens gelukken mocht, zijn ouden
+moed te doen herleven! Wie zóó innig verbonden waren, moesten ook als de
+overwinning hen onthouden werd, vast met elkander vereenigd en in den
+laatsten strijd samen bezwijken en sterven.
+
+Op dit oogenblik werd Archibius aangediend. Het gaf haar rust juist
+nu dat trouwe gelaat weder te zien, dat zoo velen van de beste
+herinneringen bij haar wakker riep.
+
+Zij legde dan ook zonder voorbehoud haar geheele ziel voor hem open,
+verzekerde dat zij nooit of nimmer zichzelve bezoedelen zou met het
+verraad van haar geliefden gade, en dat zij besloten was te sterven op
+een wijze, die haar naam waardig was. Toen Archibius dat hoorde, richtte
+hij zich op, alsof hij zich verjongd gevoelde, en in zijn blik las zij
+zijn goedkeuring.
+
+Vóór zij haar verzoek had gedaan dat hij de leiding en opvoeding harer
+kinderen op zich zou nemen, sloeg hij uit eigen beweging voor aan hen
+zijn beste krachten te wijden. Hij juichte het denkbeeld toe om den
+tuin van Didymus te verbinden aan de Lochias, en dien af te staan ten
+gebruike van de jeugd. Dat zij besloten had een grafmonument te laten
+oprichten, wist hij reeds door zijn zuster. Het was te hopen, zeide hij,
+dat het eerst vele jaren later voor haar geopend zou worden.
+
+Daarop schudde zij weemoedig het hoofd, en riep uit: »Ik wenschte dat
+ik in ieder gelaat zoo goed kon lezen als in het uwe! Zoo iemand, dan
+wenscht mijn Archibius mij een lang leven toe; doch hij is even wijs
+als trouw, en verliest daarom niet uit het oog dat het aardsche bestaan
+in geenen deele louter geluk is. Daarbij zegt hij ook tot zichzelven:
+deze Koningin en vrouw, die mijn vriendin is, staan dingen te wachten,
+die het misschien geraden doen zijn gebruik te maken van het groote
+voorrecht dat de goden aan de stervelingen geschonken hebben, om wanneer
+het hen beter voorkomt, vrijwillig af te treden van het schouwtooneel
+des levens. Laat zij daarom die graftombe doen oprichten!--Heb ik goed
+gelezen in het oude, welbekende boek?"
+
+»In het algemeen ja," antwoordde hij ernstig. »Maar op die bladzijden
+staat ook te lezen, dat het een groote vorstin en trouwe moeder eerst
+dan veroorloofd is, de laatste reis te ondernemen, waarvan geen
+terugkeeren is...."
+
+»Wanneer," viel zij hem in de rede, »een smadelijk einde, als een
+afschuwelijke zwerm sprinkhanen de lucht verduisterend en het veld
+verwoestend, dreigt te vallen op het vriendelijk begin, het schitterend
+midden, en het rampzalig slot. Ik weet het, en zal daarnaar handelen."
+
+»En," voegde Archibius er bij, »gij zult ook aan dit slot,
+overeenkomstig uwe natuur, een waarlijk koninklijken vorm geven.
+Onderweg, dicht bij den Choma, ontmoette ik mijn zuster. Gij hebt haar
+naar uw gemaal gezonden. Hij zal de aangeboden hand grijpen. Nu hij
+alles op het spel moet zetten of ten onder gaan, zal de afstammeling van
+Herakles zijn oude heldenkracht nog eens toonen. Wie weet of hij niet,
+aangevuurd door de toespraak en het voorbeeld zijner geliefde, het
+vijandige noodlot dwingt hem opnieuw gunstig te zijn."
+
+»Het noodlot gaat zijn gang," sprak Cleopatra met overtuiging. »Maar
+Antonius moet mij helpen, om het hinderpalen in den weg te leggen,
+en zijn arm is sterk genoeg om geheele rotsmassa's weg te slingeren,
+wanneer het hem behaagt zijn reuzenkracht te gebruiken."
+
+»En indien uw verheven geest de paden voor hem effent, dan,
+gebiedster...."
+
+»Ook dan is de slotsom der tragedie de dood, en die van ieder tooneel
+afzonderlijk: mislukking. Was het geen stout en veelbelovend denkbeeld,
+om de vloot van de landengte naar de Arabische zee te brengen? Ook de
+mannen van het vak hechtten er hunne goedkeuring aan, en toch bleek
+het onuitvoerbaar te zijn. Het noodlot zelf heeft het graf daarvoor
+gegraven. En daarbij, die verschrikkelijke voorteekenen vóór en na
+Actium, en de sterren, de sterren! Alles wijst op een spoedigen
+ondergang, alles! Ieder uur brengt de tijding dat weder een vorst
+of bevelhebber afvallig is geworden. Thans overzie ik, als van een
+wachttoren, alles wat er is opgegroeid uit het zaad, dat ik gezaaid heb.
+Looze aren of giftkorrels, overal waar ik rondzie. En toch! Gij die mijn
+leven kent, van het begin af aan,--zeg mij, moet ik mijn aangezicht met
+schaamte bedekken, wanneer de vraag oprijst wat Cleopatra getoond heeft
+aan geest en gaven, aan vlijt en geneigdheid tot het goede?"
+
+»Neen, gebiedster, duizendmaal neen."
+
+»En toch zijn de vruchten aan iederen boom, dien ik heb geplant, ontaard
+en bedorven. Cæsarion kwijnt weg, reeds in den bloei zijns levens,--door
+wiens schuld, weet ik maar al te goed. De opvoeding der andere kinderen
+wilt gij nu op u nemen. Daarom is het nu aan u te bedenken wat mij tot
+hiertoe heeft gebracht, en hoe hun scheepje behoed kan worden voor
+afdwalen en schipbreuk lijden."
+
+»Laat mij hen opvoeden tot menschen," hernam Archibius ernstig, »en hen
+bewaren voor den wensch de goden op zijde te streven. Uit de eenvoudige
+Cleopatra in den Epicuristentuin, die de wellust der goeden en wijzen
+was, zijt gij de »nieuwe Isis" geworden, tot wie de menigte, bedwelmd
+en verblind, oogen en handen ophief. Wij moeten de tweelingen Helios en
+Selene, de zon en de maan, weder van den hemel op de aarde terugbrengen;
+zij moeten menschen, Grieken worden. Ik wil hen overplanten, niet in den
+tuin van Epicurus, maar in een anderen, waar een strengere lucht waait.
+Aan de poort daarvan mag niet te lezen staan: »Hier is het hoogste goed
+het genot," maar: »dit is een worstelschool voor het karakter." Wie
+dien tuin verlaat, mag daaruit niet het streven naar geluk en welzijn
+medenemen, maar een onwrikbare zedelijke gezindheid. Uwe kinderen zijn,
+evenals gij, geboren in het morgenland, waar men het ontzettende, het
+bovenmenschelijke, het overdrevene liefheeft. Als gij hen aan mij
+toevertrouwt, dan moeten zij leeren zich binnen de perken te houden.
+Aan het roer behoort de zedelijke ernst te staan, die de vroolijke
+levenslust van ons volk niet buitensluit; de gematigdheid, het edelste
+voorrecht der Grieken-natuur, de zeilen te hijschen."
+
+»Ik begrijp u," zeide Cleopatra, en boog het hoofd. »Met datgene, wat
+gij tot heil mijner kinderen wilt doen dienen, houdt gij hunne moeder
+voor oogen wat haar heeft ontbroken. Juist omdat het haar ontbrak,
+gelooft gij dat haar vaartuig schipbreuk heeft geleden, en misschien
+hebt gij gelijk. Ik weet dat gij reeds lang hebt gebroken met de
+leerstellingen van Epicurus en met die der Stoa tegelijkertijd, en dat
+gij, met een ernstig doel voor oogen, uw eigen weg zoekt. Mij hebben de
+stormen des levens mijlen ver weggevoerd van de rust in den tuin, waar
+wij streefden naar het reinste genot. Nu heb ik de gevaren leeren kennen
+die dengenen bedreigen, die in de gelukzaligheid het hoogste goed ziet.
+Zij staat voor sterfelijke menschen te hoog, want te midden van het
+bonte gewoel des levens blijft zij onbereikbaar voor hem, en toch staat
+zij te laag om het doelwit van zijn worstelstrijd te zijn; daarvoor
+bestaat wel een waardiger prijs. Maar één woord van Epicurus namen wij
+beiden toch ter harte, en het is ons tot nu toe te pas gekomen; het is
+dit: »de wijsheid kan geen kostelijker bijdrage verkrijgen voor het
+geluk van het geheele leven, dan het bezit van vriendschap.""
+
+Hierop stak zij hem de hand toe, en terwijl hij die ontroerd aan zijn
+lippen bracht, ging zij voort: »Gij weet, ik ga den laatsten wanhopigen
+strijd te gemoet--indien de goden het zoo beschikken, schouder aan
+schouder met Antonius. Daarom is het mij niet gegeven uw opvoedingswerk
+met aandacht te volgen, maar toch wil ik medewerken tot het welslagen
+er van. Wanneer de kinderen naar hunne moeder vragen, zult gij u geweld
+moeten aandoen om niet te zeggen: »in plaats van te streven naar
+smartelooze zielsrust, het edele genot, van Epicurus, dat haar eenmaal
+als hoogste goed voorkwam, jaagde zij met een onverzadelijken begeerte
+naar snel voorbij gaande genietingen; de vrouw uit het Oosten verspilde
+roekeloos de schoone gaven van haar geest en de goederen haars volks,
+omdat zij slaafsch gehoorzaamde aan de driften van haar hartstochtelijke
+ziel." Maar gij zult hen ook mogen antwoorden: »Het hart uwer moeder was
+vol vurige liefde; zij verachtte al wat laag was, zij worstelde om het
+hoogste te verkrijgen, en toen zij viel, verkoos zij den dood boven
+schande en verraad.""
+
+Hier hield zij op, want zij meende naderende voetstappen te hooren, en
+riep angstig uit: »Ik wacht steeds vergeefs. Misschien kan Antonius zich
+toch niet losmaken uit de armen der verlammende wanhoop. Mijn laatsten
+strijd te strijden zonder hem, en terwijl toch zijn sombere, toornige,
+eens zoo zonnige blik op mij rust--dat, Archibius, zou de grootste smart
+van mijn leven zijn. Aan u, mijn vriend, die in mijn kinderhart de
+liefde voor dezen man zaagt ontkiemen, mag ik het wel bekennen.... Doch
+wat is dat?.... Een oproer?.... Is het volk opgestaan? Gisteren nog
+hebben alle priesters, de geleerden van het Museum, de aanvoerders van
+het leger mij van hun onveranderlijke trouw en liefde verzekerd. Dion
+was een van de Macedonische leden van den Raad.... doch ik heb immers
+al naar waarheid betuigd dat ik er nooit ernstig aan heb gedacht hem te
+vervolgen, om dat geval met Cæsarion. Ik weet zelfs niet waar hij zich
+tegenwoordig met zijn jonge vrouw bevindt en wil het ook niet weten.
+Of zou de nieuwe belasting, het gebod de schatten van den tempel te
+gebruiken, hen tot het uiterste drijven? Wat moet ik doen? Wij hebben
+goud noodig om het hoofd te bieden aan den vijand, om voor troon, land
+en volk de onafhankelijkheid te bewaren. Of zou men misschien uit
+Rome?.... Het wordt ernst--het gedruisch komt nader."
+
+»Laat mij gaan zien wat zij willen," viel Archibius haar bezorgd in de
+rede, en hij haastte zich naar de deur, maar juist werd zij geopend door
+den hofmaarschalk, die haar toeriep: »Marcus Antonius nadert de Lochias,
+en half Alexandrië volgt hem!"
+
+»De groote imperator komt terug," klonk het, eer de hofmaarschalk nog
+had uitgesproken, van de gebaarde lippen van den oppersten trawant, en
+op hetzelfde oogenblik drong Iras hem voorbij en schreeuwde, buiten zich
+zelve, haar gebiedster toe: »Hij komt! hij is er al! Ik wist wel, dat
+hij komen zou. Hoe juichen en jubelen zij! Verwijdert u, gij mannen! Als
+het u goeddunkt, gebiedster, dan gaan wij van het terras van Berenice af
+hem tegemoet. Hadden wij nu slechts...."
+
+»De tweelingen, de kleine Alexander!" viel Cleopatra in, doodsbleek en
+met heesche stem. »Hunne feestkleederen aantrekken!"
+
+»Ga dadelijk naar de kinderen, Zoë," voegde Iras aan dit bevel toe,
+en klapte daarbij in de handen. Daarop richtte zij zich weder tot de
+Koningin met het verzoek: »Houd u kalm, gebiedster, ik bezweer u, houd u
+kalm! Er blijft ons altijd nog tijd genoeg over. Hier hebt gij reeds de
+gierenkroon van Isis, en hier het andere. Zooeven is zijn lijfslaaf Eros
+ademloos komen binnen loopen. Hij zeide dat de imperator als de nieuwe
+Dionysos zou verschijnen. Het zou zijn heer zeker genoegen doen--maar
+dat had hij hem niet opgedragen--als gij hem begroette als de nieuwe
+Isis. Help mij, Hathor. Gij Nephoris, moet den hofmaarschalk zeggen
+te zorgen dat de waaierdragers en de overige hofbedienden, vrouwen en
+mannen, op hunne post zijn. Hier zijn de paarlen en diamanten snoeren
+voor uw hals en borst. Voorzichtig met het gewaad! De doorzichtige zijde
+is teer als een spinnerag, en als gij die scheurt... Neen, gij moogt
+niet weigeren! Wij weten immers allen hoe het hem verblijdt als hij
+zijne godin in goddelijke pracht en schoonheid terugziet!"
+
+Zonder verder te wederstreven, met gloeiende wangen en een kloppend
+hart, liet Cleopatra zich het feestgewaad aandoen, dat met schitterende
+paarlen en fonkelend edelgesteente was bezaaid. Het zou beter gepast
+hebben bij haar gevoel en haar daarom liever zijn geweest, den
+terugkeerende tegemoet te gaan in het eenvoudige donkere kleed, dat zij,
+sedert haar tehuiskomst, alleen bij plechtige gelegenheden voor een
+rijker had verwisseld; doch Antonius kwam als de nieuwe Dionysos, en
+Eros wist wat zijn heer zou behagen.
+
+Acht vaardige vrouwenhanden, waarbij zich nog dikwijls de vlugge vingers
+van Iras voegden, repten zich, en weldra kon het meisje haar den spiegel
+voorhouden en haar uit den grond van haar hart toeroepen: »Als de uit
+schuim geboren Aphrodite, en de gouden Hathor!"
+
+Terwijl Iras bezig was met het tooien van haar geliefde meesteres, had
+zij haar eigen liefdesmart, haat en nijd vergeten, en midden onder de
+drukke bedrijvigheid vond zij nog tijd tot een kort, innig gebed om
+een gelukkigen afloop van deze ontmoeting. Daarop opende zij de breede
+vleugeldeuren zoo wijd, alsof zij aan de vrome menigte in den tempel het
+godenbeeld toonen moest, dat uit het Allerheiligste te voorschijn trad.
+
+Een langgerekte kreet van verrassing en verrukking klonk haar tegen;
+want buiten werd zij reeds opgewacht door het snel bijeengeroepen
+gevolg, van den grijzen epistolograaf af, tot den jongsten page toe.
+Feestelijk versierde vrouwen in den dienst van het paleis hieven den
+langen, slependen mantel op, anderen in priestergewaad beproefden de
+beweegbaarheid der ringen aan de staven van het sistrum, de mannen
+en knapen schaarden zich naar rangorde in rijen, en de opperste
+waaierdrager gaf het sein tot vertrek. Na eenige zalen en gangen te zijn
+doorgegaan, kwam de stoet aan het eerste binnenplein, en besteeg daar
+langs enkele trappen het breede terras bij den ingang, vanwaar men het
+geheele Bruchium en den Koningsweg kon overzien, waarlangs de verwachte
+komen moest.
+
+Uit de verte had het geschreeuw der menigte dreigend geklonken, doch
+nu kon men in het oorverdoovend geraas duidelijk alle welkomstgroeten
+en kreten van vreugde, verrassing, goedkeuring, bewondering of hulde
+onderscheiden, waaraan de taal der Hellenen en Aegyptenaren zoo rijk
+is. Men kon alleen het midden en het eind van den optocht zien. Het
+begin werd aan het gezicht onttrokken bij den Muzenhoek, waar hij zich
+voortbewoog tusschen den Isistempel en het stuk grond van Didymus. Het
+einde reikte altijd nog tot aan den Choma, vanwaar hij was vertrokken.
+
+Geheel Alexandrië scheen zich daarbij te hebben aangesloten. Groot en
+klein, hoog en laag, oud en jong, kreupel en lam, mengden zich onder de
+menigte, en lieten zich met wagens en paarden, lastdieren en karren als
+door een woesten, naar het dal spoedenden bergstroom voortsleuren. Hier
+hoorde men een luiden gil uit een omgevallen draagstoel, waarvan de
+dragers waren ineengezakt, dáár schreeuwde een op den grond gevallen
+kind, ginds hief een onder den voet geraakt hondje een erbarmelijk
+gehuil aan. Zoo luid en sterk was het gejuich, dat het de fluiten en
+tamboerijnen, de cymbalen en luiten der muziekkorpsen overstemde,
+waardoor de naderende man, die een god moest voorstellen, gevolgd werd.
+
+Thans waren de eerste rijen van den stoet den Muzenhoek voorbij, en
+werden van het terras af zichtbaar. Er was geen twijfel aan ter eere van
+wien de optocht zich gevormd had, want de terugkeerende veldheer stak
+hoog boven al de anderen uit. Van zijn gouden troonzetel af, die door
+twaalf zwarte slaven op de schouders werd gedragen, groette hij met
+zijn langen thyrsusstaf de jubelende menigte. Voor den bacchanten-stoet
+die hem vergezelde, en achter de koren die hem volgden, liepen twee
+olifanten, waartusschen als een lichte last iets zweefde dat met een
+purperrooden doek bedekt, en daardoor niet herkenbaar was. De optocht
+was nu door de hooge poort gegaan, die gevormd werd door de pylonen, die
+het paleis scheidden van den Koningsweg; en nu hield hij stil tegenover
+het terras.
+
+Terwijl trawanten, Scythen en lijfwachten van alle kleuren, te voet en
+te paard, de opdringende volksmassa, als vriendelijke vermaningen niet
+hielpen, met geweld terugdreven, zag Cleopatra haar vriend van zijn
+troon afdalen en een teeken geven aan den Indischen slaaf, die de
+olifanten leidde. Het doek vloog op zijde, en de verbaasde omstanders
+zagen een bloemruiker, zooals nog geen Alexandryn er ooit een had
+gezien. Zij bestond uit geheele rozenstruiken, die één en al bloem
+waren. De roode bloemen vormden een kring in het midden, de witte
+omgaven dien als een breede, lichtere krans. Het geheele reuzenvoorwerp
+rustte, als een ei in een dop, in een bloemdrager van palmwaaiers, die
+het met bevallige golvingen als het ware omlijstten. Meer dan duizend
+bloemen waren in dezen weergaloozen ruiker bijeen, en dit zeldzame
+reuzengeschenk was geheel in overeenstemming met den gever.
+
+Hij ging te voet naar het terras, en zijn gestalte stak boven de bruine,
+blanke en zwarte vrijen en slaven, die hem volgden, uit, evenals op de
+gedenkteekenen der Pharao's het beeld van den heerscher dat der
+onderdanen en vijanden in grootte overtreft.
+
+Zelfs op de allergrootsten zag hij neder, en de breedte van zijn
+machtige schouders was in evenredigheid met zijne lengte. Een lang,
+saffraankleurig, met goud doorwerkt purperen gewaad, dat tot op de
+enkels afhing, verhoogde nog den indruk van zijn grootte, en hij strekte
+zijn forsche armen met de gewelfde athletenspieren, die uit den mantel
+zonder mouwen te voorschijn kwamen, naar de geliefde Koningin uit.
+
+Bij deze indrukwekkende gestalte behoorde een welgevormd hoofd met zwaar
+donker haar en een prachtigen, vollen baard.
+
+Eens had het hoofd van den jongeling geprijkt met een haardos zoo
+blauwzwart als ravengevederte; nu kon het overvloedige grijs dat er zich
+in mengde, alleen door verf aan den blik worden onttrokken. Een volle
+wingertkrans lag om zijn hoofd, en rijkbebladerde wijnranken, waarvan
+enkele donkere druiven droegen, hingen af op zijn breede schouders en
+rug, die als door een mantel werd gedekt door de huid, niet van een
+luipaard, maar van een Indischen koningstijger, van zeldzame grootte,
+door hem zelven in de arena gedood. De kop en de klauwen van het vel
+waren van goud, de oogen twee sterk fonkelende, prachtige saffieren.
+Het slot van de ketting, waaraan het vel hing, was evenals de groote
+gesp aan den gouden gordel, dien de imperator om de heupen droeg, met
+robijnen en smaragden bezet. Aan de breede banden aan zijn bovenarm, de
+sieraden op de gewelfde borst, ja zelfs van de roode marokijnen laarzen,
+blonk en glinsterde schitterend edelgesteente.
+
+Even verblindend als eenmaal zijn geluk, was nu het prachtige gewaad van
+dezen machtigen, gevallen held, die zich nog den vorigen dag beschroomd
+en gedrukt aan de oogen zijner medemenschen had onttrokken. Groot, edel
+en fraai gevormd was ook zijn gelaat; doch hoewel de bleeke wangen nu
+prijkten met den geleenden blos der jeugd, toch had een halve eeuw van
+de wildste jacht op genietingen, en de pijnlijke opgewondenheid der
+laatste weken, er maar al te duidelijke sporen op nagelaten, want onder
+de oogen waren groote blazen gekomen. Bochtige lijnen doorploegden zijn
+voorhoofd en verspreidden zich uit de ooghoeken stersgewijze over de
+slapen.
+
+En toch kwam het in niemand op om in dezen rijk uitgedosten vijftiger,
+een ouden, opgesierden gek te zien; het was hem nu eenmaal ingeschapen
+zich met praal en glans te omringen, en daarbij had zijne geheele
+verschijning iets zoo overweldigends, dat spot en hoon schuw voor hem
+terugdeinsden.
+
+Hoe open, goed en beminnelijk was het gezicht van dezen man, hoe oprecht
+de aandoening van zijn hart, die uit zijne nog altijd jeugdig-heldere
+oogen de lang ontbeerde geliefde tegemoet blonk. Uit iederen trek sprak
+voor de hooge vrouw die hij naderde, zulk een overstroomend warme
+teederheid, en om den mond van dezen forsch gebouwden man wisselde zoo
+snel de uitdrukking van een ootmoedige, droeve gemoedsgesteldheid met
+die van dank en vreugde, dat door dien aanblik zelfs zijn vijanden
+getroffen werden. Toen hij eindelijk zijne hand drukte op de breede
+borst, en de Koningin naderde in zulk een diep gebogen houding, als
+wilde hij hare voeten kussen; toen hij zelfs zijn reuzengestalte voor
+haar op de knieën wierp, en zijn sterke armen naar haar uitstrekte met
+zulk een innige overgave als een om hulp smeekend kind--toen overkwam de
+vrouw die hem haar leven lang met al den gloed eener hartstochtelijke
+vrouwenziel had bemind, het gevoel alsof alles wat zich tusschen hen
+beiden had geplaatst, en wat zij tegen elkander hadden misdreven, in het
+niet verzonk. Daar ontwaarde hij den zonnigen glimlach die zich over
+haar dierbaar, nog altijd schoon gelaat verbreidde, en toen, toen klonk
+hem ook zijn eigen naam tegen, van de lippen waaraan hij de grootste
+wellust te danken had, die de liefde hem had verschaft. En toen hij
+nu, als verbijsterd door den klank van haar stem, die voor hem in
+welluidendheid het gezang der Muzen overtrof, half glimlachend over de
+scherts, waarvan hij ook bij den diepsten ernst geen afstand kon doen,
+half geroerd door de overmaat der weder nieuw ontwakende zaligheid na
+zulk een zwaren kommer, op den reuzenruiker wees, die door drie slaven
+van de olifanten afgenomen en naar de Koningin was gebracht, toen werd
+ook Cleopatra door een groote, diepe aandoening overweldigd.
+
+Dit bloemengeschenk bootste, vele malen vergroot, den kleinen ruiker na,
+dien de gevierde jonge aan voerder der ruiterij eenmaal voor de poort
+van den Epicuristentuin, haar vader uit de hand genomen had, om dien aan
+haar, als zijn eerste geschenk te overhandigen. Daarin waren ook roode
+rozen geweest, omgeven door witte. Wel was die andere, in plaats van
+door waaierpalmen, slechts door varenbladen omlijst geweest. Het was een
+van die schoone geschenken, die hij, met zijn vriendelijk gemoed, altijd
+zoo goed had weten te kiezen. Deze ruiker was een zinnebeeld van de
+ongeëvenaarde grootmoedigheid, die hem, den buitengewonen man, eigen
+was. Geen wonderdoende beker had hem nu met tooverkracht gedwongen haar
+met zulk een huldeblijk te naderen; het was alleen zijn overvol hart, de
+altijd groene, onverwelkelijke liefde, die dit had gedaan.
+
+Als verjongd, als door betoovering terug verplaatst in de gelukkige
+dagen der ontluikende jeugd, vergat zij hare koninklijke waardigheid en
+de honderden oogenparen die zich als geboeid op haar bleven richten, en
+gehoorzamende aan een onwederstaanbaren drang van het hart, zonk zij aan
+de breede, diep ademende borst van den geknielden man. Hij lachte haar
+zalig toe met dien zilverhelderen lach, die gewoonlijk alleen aan de
+jeugd behoort, omvatte haar met zijn reuzen-armen, lichtte hare tengere
+gestalte op tegelijk met den golvenden purperen vorstenmantel, kuste
+haar op oogen en lippen, hield haar lang omhoog in de zwevende houding
+der godin van de overwinning, als om de aanwezigen zijn geluk recht
+duidelijk te maken, en liet haar eindelijk behoedzaam neder, alsof zij
+een zorgvuldig te bewaren kleinood was.
+
+Daarop wendde hij zich tot zijn kinderen, die hem naast hunne moeder
+hadden opgewacht, en hief eerst den kleinen Alexander, daarna de
+tweelingen op, om hen te kussen. Terwijl hij de beide tienjarigen, die
+door de blijdschap van het wederzien voor hem geen gewicht meer schenen
+te hebben, op zijn sterke armen hield, duurde het gejubel nog voort, dat
+reeds was aangevangen toen de Koningin aan zijne borst was gezonken.
+
+De oude muren van het Lochiaspaleis hadden nog nooit iets dergelijks
+gehoord. Het plantte zich voort van hoofd tot hoofd, van honderden tot
+honderden, en al wisten de verstverwijderden niet wat het beteekende,
+toch stemden zij er mede in. Op de geheele uitgestrektheid tusschen de
+Lochias en den Choma verhief het zich als één enkel, hartverheffend,
+ondeelbaar geheel, en klonk over de haven, de voor anker liggende
+schepen en hooge masten heen, tot op de klip aan de zee, waar Barine
+haar jongen echtgenoot verpleegde.
+
+
+
+
+TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Een rotsachtig plateau ten Noorden van de haven, niet veel grooter dan
+de tuin van Didymus in den Muzenhoek, een verlaten stuk grond waarop
+boom noch struik groeide, dat was het eigendom van den vrijgelatene
+Pyrrhus. Het heette het Slangeneiland, hoewel de bewoners het sinds
+lang hadden bevrijd van die gevaarlijke gasten, die daarentegen nog in
+grooten getale huisden op de naburige klippen. De steenachtige bodem van
+dit eiland bracht niet den geringsten zaadkorrel tot ontkiemen, en de
+menschen die zich hier metterwoon gevestigd hadden, waren genoodzaakt
+het drinkwater te halen van het vasteland.
+
+Deze woestenij, waar meeuwen, zeezwaluwen en zeearenden om heen vlogen,
+was nu reeds weken lang de verblijfplaats van het ontvluchte jonge paar.
+
+De beide kamers die hen bij hunne aankomst waren afgestaan, waren nog
+altijd hun woon- en slaapvertrek gebleven. Overdag brandde daarbuiten de
+zon op den gelen kalksteen. Nergens was schaduw te vinden dan bij het
+huis of aan den voet van een hoogen rotspilaar in het Zuiden van het
+eiland, die de visschers tot wachttoren diende. Er was geen ander
+gewrocht van menschenhanden dan een klein heiligdom van Poseidon, een
+altaar van Isis, het groote, door Alexandrijnsche metselaars stevig en
+doelmatig gebouwde huis van Pyrrhus, en een kleiner voor de getrouwde
+zoons van den vrijgelatene en hunne gezinnen. Aan het strand stond een
+lang houten raam, waarop netten te drogen hingen. Daar dichtbij en in
+het noorden, aan de open zee, was de reede met het grootere zeeschip,
+en verscheidene booten en schuitjes der visschers. Op een werf bouwde
+Dionikos, de jongste ongehuwde zoon van Pyrrhus, nieuwe vaartuigen, en
+herstelde de schade aan de oude.
+
+Zijn beide stille broeders, met hunne vrouwen en kinderen, vader
+Pyrrhus, diens echtgenoote en hunne jongste, zestienjarige dochter
+Dione, eenige honden, katten en hoenders, maakten de bevolking van het
+Slangeneiland uit.
+
+Dat was de omgeving van het jonggetrouwde paar, van hen, die beiden
+waren opgegroeid in de groote stad Alexandrië. In het begin hadden zij
+nog aan vele dingen moeten wennen, doch met wat goeden wil was hen dit
+gelukt, en zij hadden elkander sinds lang bekend, dat het leven hen nog
+nooit zoo ongestoord vreedzaam was voorgekomen.
+
+In de eerste week hadden de wond en de koorts van Dion nog reden tot
+bezorgdheid gegeven, doch de voorspelling van Pyrrhus, dat de zuivere,
+verkwikkende zeelucht den lijder goed zou doen, was vervuld, en voor de
+jonge vrouw waren, onder het verplegen van haar geliefde, de eentonige
+dagen omgevlogen.
+
+De vrouw van Pyrrhus, »moeder," zooals allen haar noemden, had zich
+daarbij een bekwame heelmeesteres getoond, en de schoondochters en de
+jonge Dione waren trouwe en vaardige helpsters geweest. In den tijd
+van zorg en verpleging had Barine vriendschap met haar gesloten. Zoo
+traag in het spreken als de mannen waren, die ieder overtollig woord
+achterwege lieten, zoo veel te liever waren de vrouwen tot praten bereid
+en het was een waar genoegen met de aardige, op het eiland opgegroeide,
+weetgierige Dione te spreken.
+
+Dion had sinds lang zijn legerstede verlaten en ging weder uit. Hij zag
+er nog altijd uit als een gelukkig mensch, die met zich zelf en zijn
+woonplaats tevreden is.
+
+Gedurende de eerste dagen hadden de koortsphantasieën hem telkens weder
+zijn overleden moeder doen zien, die hem angstig op zijn jonge vrouw
+wees, alsof zij hem voor haar waarschuwen moest. Nu herinnerde de
+herstellende zich deze zinsbegoochelingen, en deze waren het alleen die
+somtijds de vraag bij hem deden opkomen, of Barine het in de eenzaamheid
+op deze woeste klip op den duur zou kunnen uithouden, en of zij de
+opgeruimdheid harer ziel, die hem telkens opnieuw in verrukking bracht,
+er niet bij verliezen zou? Zou het wonder zijn als zij hier van heimwee
+verkwijnde, en ook lichamelijk zou moeten lijden onder zulke groote
+ontberingen? Het deed hem goed op te merken dat de liefde haar nu nog
+schadeloos stelde voor alles wat zij had achtergelaten, doch hij wilde
+niet toegeven aan de hoop dat dit langen tijd zoo kon blijven. Alleen
+een overdreven gevoel van eigenwaarde zou zich veroorlooven zoo iets
+te verwachten. Maar hij moest toch zijn eigen aantrekkingskracht of
+de liefde van Barine onderschat hebben, want met iedere nieuwe week
+werd de vroolijke tevredenheid van haar stemming bestendiger. Hem
+zelven ging het evenzoo, want in lang had hij zich niet zoo frisch,
+zoo onbevangen en zorgeloos gevoeld. Het eenige wat hij betreurde was
+de onmogelijkheid om in dezen moeilijken tijd deel te nemen aan het
+staatkundig leven der stad. Somtijds verontrustte hij zich ook over het
+lot en het beheer van zijn bezittingen, hoewel een aanzienlijk deel van
+zijn vermogen, dat hij aan een vertrouwden wisselaar in bewaring gegeven
+had, hem toch altijd zou overblijven, ook al werd er op zijn overige
+goederen beslag gelegd. Barine stelde in alles wat hem betrof belang,
+ook in dergelijke beslommeringen, en dit gaf hem aanleiding haar in te
+lichten omtrent de zaken van de stad en den Staat, waarnaar zij vroeger
+zoo weinig had gevraagd, en omtrent zijne bezittingen in Alexandrië
+en in de provincie. Als hij zoo sprak luisterde zij gaarne en met
+belangstelling toe, terwijl zij overdag van de reede aan de noordzijde
+met hem een eind de zee invoer, of in de lange winteravonden netten
+breide, een kunst die zij van Dione had geleerd. Men had haar uit de
+stad ook haar luit medegebracht, en hoeveel genot kon zij met haar
+gezang haar echtgenoot en haar zelve bereiden, en welke dankbare
+toehoorders had zij in haar groote en kleine gastvrije vrienden!
+
+Ook waren er eenige boekrollen gekomen, en Dion vond er een genoegen
+in, met Barine over den inhoud te spreken. Hij zelf las slechts weinig,
+want overdag was hij zelden te huis. Reeds in de vierde week kon hij de
+mannen bij het visschen, en Dionikos bij de scheepsbouw, met zijne in de
+Palastra gestaalde armen behulpzaam zijn.
+
+Bij dezen innigen, onafgebroken, en door niets gestoorden omgang van
+de jonggehuwden, ontdekte de een bij den ander telkens onverwachtte
+schatten, die bij het leven in de stad misschien voor altijd zouden
+verborgen gebleven zijn. Hier was de een alles voor den ander, en door
+dit ongehinderd in en met elkander leven, verkregen zij dat heerlijk
+gevoel van onafscheidelijk één zijn, dat anders eerst na jaren het deel
+wordt der gehuwden, als de schoonste vrucht van een op liefde
+gegrondvest echtverbond.
+
+Wel waren er ook uren, waarin Barine haar moeder en de anderen die haar
+lief waren, o zoo gaarne weder zou zien, maar de brieven, die zij van
+tijd tot tijd ontving, maakten dat dit gevoel geen pijnlijk verlangen
+werd.
+
+De voorzichtigheid gebood het verkeer met de stad zooveel mogelijk te
+beperken. Doch zoo menigmaal Pyrrhus naar de markt voer, kwamen er ook
+brieven mede terug, die Anukis, Charmion's getrouwe Nubische, den ouden
+vrijgelatene overhandigde bij den vischafslag aan de haven.
+Langzamerhand waren deze twee goede vrienden geworden.
+
+Zoo was dan nu de tijd gekomen, dat Dion zonder zelfbedrog zich durfde
+bekennen, dat Barine in deze woestenij volkomen tevreden was, en dat
+zijn liefde en de omgang met hem haar geheel schadeloos stelde voor
+het opwindende leven vol afwisseling in de hoofdstad. Als er een brief
+kwam van haar moeder, haar zuster of Charmion, of van haar grootvader,
+Archibius of Gorgias, dan kon toch geen van die allen haar wensch om die
+stille schuilplaats te verlaten, in brandend heimwee veranderen; wel gaf
+elke brief nieuwe stof tot gesprekken, en daaronder was veel wat hen des
+te vaster verbond, omdat het hun beider belangstelling wekte.
+
+In de tweede maand na hun vlucht kwam er een schrijven van Archibius,
+waarin hij mededeelde, dat zij nu spoedig aan terugkeeren mochten
+denken, want de Syriër Alexas was gebleken een laaghartig verrader
+te zijn. Hij had de taak, die hem opgedragen was, om Herodes voor de
+zaak van Antonius te winnen, niet volbracht, was zelf verradelijk zijn
+beschermer afgevallen, en bij den Koning der Joden gebleven. Toen hij
+met zeldzame onbeschaamdheid Octavianus zelf had opgezocht om hem de
+geheimen van zijne Aegyptische weldoeners te verkoopen, was hij gevangen
+genomen en in zijn vaderland Laodicea terechtgesteld.
+
+Nu, vervolgde hun vriend, waren Cleopatra evenals haar gemaal de oogen
+open gegaan voor den grootsten beschuldiger van Barine. Natuurlijk was,
+ten gevolge van de snoode daad zijns broeders, ook het aanzien van
+Philostratus geheel te niet gegaan. Toch moesten zij nog een weinig
+geduld hebben, want Cæsarion had zich bij de epheben gevoegd, en
+Antyllus was met de »toga virilis" bekleed. Nu konden zij allerlei
+dingen ondernemen op hun eigen hand, en dat Cæsarion niet zou nalaten
+Barine te vervolgen, kon men gemakkelijk opmaken uit vele zijner
+gezegden.
+
+Voor zijn eigen persoon vreesde Dion van den koninklijken jongeling
+niets, maar ter wille zijner gade durfde hij de waarschuwing van zijn
+vriend niet in den wind slaan. Dat was hard, want wel is waar voelde hij
+zich nog gelukkig op het eiland, maar hij smachtte er toch naar, zijn
+geliefde vrouw binnen te leiden in zijn eigen huis, en hij verlangde in
+dezen rampspoedigen tijd met zijn geheele ziel naar de zittingen van den
+Raad terug. Daarom vooral zou hij gaarne naar de stad zijn gegaan, doch
+Barine verzocht hem zoo dringend, het zekere geluk dat zij hier smaakten
+niet lichtvaardig prijs te geven voor een grooter, waarachter misschien
+het ergste onheil verborgen lag, dat hij eindelijk toegaf. Een nieuwe
+brief van Charmion bewees ook spoedig hoe noodzakelijk het nog altijd
+was, voorzichtigheid te oefenen.
+
+Zelfs van hun eiland af hadden zij kunnen opmerken hoe in Alexandrië
+alles feestvreugde was, en hoe het hof en de burgerij zich liet
+meesleepen in de meest woeste uitgelatenheid. Zoo dikwijls de wind
+uit het Zuiden woei, droeg hij enkele tonen der vroolijke muziek of
+onverstaanbare klanken van het luidruchtigste volksgejubel tot hen over.
+
+De visschersdochter Dione riep hen ook somtijds naar den oever, om de
+gondels te bewonderen, die met fabelachtige pracht gesierd, met bloemen
+omwonden waren, en waaruit de tonen van een luit of van gezang opstegen.
+Zeilen van geborduurde purperen zijde dreven de vaartuigen over den
+gladden zeespiegel. Eenmaal zelfs zagen de toeschouwers uit de verte
+op een scheepje, dat rijk met vergulde beelden was versierd, jonge
+slavinnen, met loshangend haar en doorschijnende zeegroene kleederen,
+als Nereïden de lichte sandelhouten roeiriemen hanteeren. Meermalen
+bracht de wind de welriekende geuren, die de gondels omzweefden, tot
+hen over, en in stille nachten gleden de feestelijke schepen in het
+tooverachtige licht van veelkleurige lampen over het water. In de
+opvarende ontdekten zij goden, godinnen en halfgoden, die in fraaie
+groepen, in staande of liggende houding, tooneelen uit mythe en
+geschiedenis voorstelden. Op het dek van het prachtige schip der
+Koningin zag men de bekranste gasten op purperen rustbanken onder
+bloemfestoenen, een feestmaal houden en gouden bekers ledigen.
+
+Dan weder was des nachts de oever van het Bruchium daghelder verlicht.
+Dan prijkte in de Rhakotis de indrukwekkende koepel van het Serapeum,
+met lampen bedekt, als het op aarde neergedaalde, met sterren bezaaide
+hemelgewelf boven de platte daken der stad. Iedere tempel en ieder
+paleis was veranderd in een reuzenluchter, en de reeksen lampen aan
+de kade strekten zich uit als bonte lichtranken, van den verblindend
+stralenden marmeren tempel van Poseidon af tot aan het paleis op de
+Lochias, dat ook scheen te baden in een zee van licht.
+
+Zoo vaak Pyrrhus en een van zijn zoons van de markt huiswaarts keerden,
+verhaalden zij van de feesten en tooneelvoorstellingen, drinkgelagen,
+wedrennen en pleziertochten zonder einde, die door het hof gegeven
+werden, en de burgerij voortdurend bezig hielden. Het was een
+voordeelige tijd voor de visschers, want alles wat zij vingen werd door
+de koks der Koningin opgekocht en ruim betaald.
+
+Het was al Januari geworden, toen de laatste brief van Charmion kwam.
+Dion en Barine hadden op den geboortedag van Cleopatra te vergeefs
+verwacht dat er iets ongewoons gebeuren zou, maar op dien van Antonius,
+die enkele dagen later viel, was er buitengewoon veel muziek en gejuich
+geweest, en in den avond een bijzonder prachtige verlichting.
+
+Twee dagen later had Pyrrhus dien brief van zijne bruine vrienden Anukis
+gekregen. Op hare vraag of hij het nu eindelijk voor mogelijk hield dat
+de een of ander zijne beschermelingen kwam bezoeken, had hij ontkennend
+geantwoord; want sedert Octavianus in Azië verblijf hield, wemelde het
+in de haven van bewakers, en ééne onvoorzichtigheid kon alles bederven.
+
+Intusschen was de brief van Charmion, nog meer dan de waarschuwing van
+den visscher, geschikt om het toenemend verlangen van Dion naar zijn
+vaderstad te beteugelen. Wel bevatte de aanhef goede tijdingen omtrent
+de bloedverwanten van Barine, maar daarna kwam de mededeeling aan
+Dion dat zijn oom de zegelbewaarder, tegenwoordig in weelde zwom.
+Van zijn talent tot het bedenken van vermaken werd meer dan ooit
+partij getrokken. Iedere dag bracht een feest, iedere nacht overdadige
+gastmalen. De eene tooneelvoorstelling, pleiziertocht, of jachtvermaak
+volgde op de andere. Zelfs in den tijd voor Actium waren er in de
+theaters, het Odeum, het Hippodroom, geen schitterender voorstellingen,
+wedrennen, spiegelgevechten op zee, gladiatorengevechten en jachten op
+dieren geweest. Dion had zelf vroeger dergelijke vermaken bijgewoond
+als lid van het gezelschap der »onnavolgbare kunstenaars om het leven
+te genieten," dat zeer gezien was aan het hof. Dat was nu weder in het
+leven geroepen, doch Antonius had hen de »metgezellen van den dood"
+genoemd. Dat teekende. Ieder wist, dat hij zijn einde tegemoet ging,
+en het voorbeeld van dien Pharao navolgde, wien het orakel nog zes
+levensjaren had beloofd, en die dat logenstrafte en er twaalf van
+maakte, door ook de nachten door te zwieren.
+
+De wederontmoeting van de Koningin en haar gemaal waarvan zij vroeger
+had gesproken, was hartverheffend geweest.
+
+»Toen," schreef zij, »hoopten wij dat er weder een beteren tijd zou
+aanbreken, en dat Marcus Antonius, medegesleept en opgeheven door een
+nieuw ontwaakte liefde, de oude heldenkracht terug zou vinden; doch wij
+hadden ons vergist. Cleopatra gaf zich wel-is-waar niet aan de rust
+over, maar hij had met zijn verbazend grooten ruiker van rozen bewezen
+dat hij alles wat de verhitte phantasie van een mensch, die voor genot
+leeft, uitdenken kan, tot het uiterste dreef. De vertooningen der
+»onnavolgbare kunstenaars van het leven," werden door de »metgezellen
+van den dood" nog overtroffen.
+
+»Antonius staat aan hunne spits, en de man, wiens reuzenlichaam de
+ongeloofelijkste inspanning weerstaat, slaagt er in zich te bedwelmen,
+en te vergeten dat hij zijn ondergang nadert. Wanneer wij hem na een
+losbandig doorgezwierden nacht terug zien, dan stralen zijne oogen even
+helder, en zijn stem heeft een even frisschen metaalklank als bij het
+begin van het gastmaal. De Koningin is zijn godin, en wie zou er niet
+van getroffen zijn, wanneer de reus zich gehoorzaam buigt voor den wenk
+der tengere gebiedster en al het mogelijke uitdenkt en haar aanbiedt, om
+daarmede een glimlach op hare lippen te tooveren. De tijd toen hij zoo
+onstuimig en onrustig dong naar haar gunst, ligt nu immers reeds ver
+achter hem; ik heb bij zijn huldeblijken, die de epheben van onze
+dagen wellicht verouderd zullen noemen, echter altijd het gevoel alsof
+zich een berg voor een ster buigt. De oningewijde, die haar in zijn
+gezelschap ziet, houdt haar voor gelukkig. In den sprookjesachtigen
+glans van den feesttooi, wanneer allen die om haar heen zijn haar
+aanbidden, hulde brengen en met bloemen bestrooien, zou men zelfs kunnen
+denken dat de zondige dagen van vroeger waren teruggekeerd, doch als
+wij alleen zijn, hoe zelden zie ik haar dan glimlachen! Nu eens houdt
+zij zich bezig met het grafmonument, dat onder de leiding van Gorgias
+snel vordert; dan weder overlegt zij met hem hoe dat het best tot een
+ontoegankelijke schuilplaats te maken. Alles, tot aan de beelden op den
+steenen sarcophaag toe, kiest zij zelve uit.
+
+»In de kelders en boven den grond worden vertrekken en kamers gemetseld,
+waarin hare schatten bewaard moeten worden. Daaronder laat zij gangen
+graven tot bergplaats voor het pik en stroo, dat in het uiterste geval
+in brand moet worden gestoken. Dan wil zij haar goud en zilver,
+edelgesteente en gemmen, ebbenhout en elpenbeen, kostbare reukwerken,
+kortom alles wat zij aan kleinodieën bezit, aan de vlammen prijsgeven.
+De paarlen alleen zijn vele koninkrijken waard. Wie kan het haar euvel
+duiden wanneer zij die liever ten vure doemt dan ze den vijand na te
+laten?
+
+»De tuin, waarin gij zijt opgegroeid Barine, is thans het tooneel der
+vroolijke werkzaamheid van de tweelingen en van Alexander. Daar stoeien
+zij, bouwen en graven, onder de leiding van mijn broeder. Het is een
+allerliefst, rijkbegaafd klaverblad. Tot hen neemt zij tegenwoordig haar
+toevlucht, wanneer zij, op haar jacht naar genietingen, die dat voor
+haar niet meer zijn, naar rust smacht.
+
+»Toen Antonius eergisteren, als de nieuwe Dionysos, met klimop bekranst,
+op een met tamme leeuwen bespannen wagen langs den Koningsweg kwam
+aanrijden, om haar van de Lochias af te halen tot een rit op een
+lotusbloem van zilver en wit geslepen glas, door vier sneeuwwitte
+schimmels getrokken, toen wees zij op dien schitterenden stoet en
+zeide: »tusschen de stilte van den philosofen-tuin waar ik begonnen ben,
+en mij nog altijd het behagelijkst voel, en het graf, waar niets de
+verbeurde rust meer storen zal, loopt de Koningsweg met dit bedwelmend
+geraas en deze nietige praal. En dat is mijn weg."
+
+»O kind, eens was dat anders! Zij beminde Marcus Antonius met
+hartstochtelijken gloed. Hij was voor haar de eerste man op aarde,
+en toch boog hij zich voor de overmacht van haar wil. Het smachtend
+verlangen van haar ontwakend hart, de brandende eerzucht, die reeds
+als kind in haar ziel was ontvlamd, zij hadden toen beide bevrediging
+gevonden, en de wereld zag het aan, hoe de sterfelijke vrouw Cleopatra
+dit arme leven hier op aarde, voor haar geliefde en zichzelve,
+verzadigde met het genot der Goden. Dankbaar gaf hij zich hier aan over,
+en de grootmoedigste aller grootmoedigen legde aan de voeten van »de
+groote koningin van het Oosten" zichzelven, de macht over Rome, en van
+de koningen over twee werelddeelen, neder.
+
+»Die jaren vlogen hen beiden als in een droom voorbij. Zijn huwelijk
+met Octavia bracht het eerste ontwaken mede. Dat viel haar zwaar te
+dragen. Doch hij had Cleopatra niet verlaten, ter wille van een andere
+vrouw, maar tot behoud van zijn bedreigde macht en heerschappij. De
+niet-beminde Octavia dwong hem echter met achting en bewondering tot
+haar op te zien; ja eindelijk werd zij hem zelfs dierbaar.
+
+»Nu ontspon zich een felle strijd tusschen haar beiden om hem en zijn
+hart. Die werd met zeer verschillende wapenen gevoerd, en Cleopatra
+overwon. Toen begon de bedwelming, de droom op nieuw. Daar kwam Actium,
+de ontgoocheling, het ontwaken, de val, de vlucht uit de wereld. Thans
+moest zij zorgen hem niet weder in verdooving te laten vervallen, den
+moed en de kracht van den held wakker te houden, en hem uit liefde tot
+medestrijder te maken voor de gemeenschappelijke zaak.
+
+»Hij was er echter aan gewoon geraakt haar te beschouwen als de persoon
+die hem in dezen toestand van bedwelming bracht. Het eenige wat hij nog
+begeerde was in vereeniging met haar den beker van het genot te ledigen,
+totdat alles voorbij zou zijn. Dat ziet zij, dat smart haar. Zij laat
+niets onbeproefd om hem tot nieuwe werkzaamheid op te wekken, doch maar
+zeer zelden spant hij zich tot ernstigen arbeid in.
+
+»Terwijl zij echter de monden van den Nijl en de grenzen van het
+land versterkt, tal van schepen voor de nieuwe vloot bouwt, uitrust
+en bemant, kan zij hem toch niet weerstaan als hij haar tot nieuwe
+genietingen oproept. Hoeveel er ook verloren ging van de begaafdheden,
+die hem groot en beminnenswaardig maakten, zij heeft de kracht niet
+haar oude liefde op te geven, en blijft hem getrouw, omdat--omdat....
+Ik weet niet waarom. Een liefhebbend vrouwenhart handelt nu eenmaal
+niet volgens vaste regels en wetten. Hij is dan ook de vader van
+haar kinderen, en terwijl hij met hen speelt vindt hij zijn oude
+aantrekkelijke vroolijkheid weder.
+
+»Sedert Archibius voor hen zorgt, kunnen zij hun gouverneur Euphronion
+missen. Die verstandige man kent Rome, Octavianus en diens omgeving
+goed; daarom hebben zij hem tot gezant gekozen. Hij moest den
+overwinnaar overreden om de heerschappij over Aegypte op te dragen
+aan de beide knapen, Antonius Helios en Alexander; doch de Cæsar
+verwaardigde den bemiddelaar in de zaak van Antonius niet met een
+antwoord; hij wilde hem zelfs niet aanhooren.
+
+»Aan Cleopatra beloofde Octavianus een vriendelijke behandeling en
+de vervulling van den wensch omtrent de knapen, indien zij--en hier
+herhaalde hij zijn vroegeren eisch--haar vriend uit den weg wilde
+ruimen, of aan hem uitleveren.
+
+»Dit voorstel, dat een snood verraad behelsde, was voor hare edele ziel
+onaannemelijk. Sedert zij besloten heeft het grafmonument op te richten,
+behoort het voldoen aan dien wensch tot de onmogelijkheden. Toch stelde
+Octavianus alles in het werk om haar tot die schandelijke daad te
+verleiden. De dood van dien eenen man zou trouwens veel bloedvergieten
+hebben voorkomen. De Cæsar weet zijne lieden te kiezen. Hierheen zond
+hij als onderhandelaar een knappen jongen man, rijk begaafd naar lichaam
+en geest. Wat zou hij wel onbeproefd gelaten hebben om de Koningin in
+te nemen tegen haar gemaal, en haar over te halen tot verraad. Hij ging
+zelfs zóó ver, van aan Cleopatra te verzekeren dat zij reeds in vroeger
+jaren het hart van Cæsars neef veroverd had, en dat hij haar nog altijd
+liefhad. Zij nam deze betuigingen voor hetgeen zij waren, en bleef
+onwrikbaar.
+
+»Antonius liet den intrigant aanvankelijk zijn gang gaan. Doch toen hij
+hoorde welke middelen hij gebruikte en hoe hij zelfs de uitlevering van
+een der moordenaars van Cæsar, waarvan hij zelf al lang spijt had, er
+bij haalde om hem als een ondankbaren verrader te brandmerken, toen
+had hij zichzelf niet moeten zijn, wanneer hij dit kalm had opgenomen.
+Hij was weder geheel en al de oude Antonius, toen hij dezen listigen
+knaap, hoewel hij als gezant van den machtigen overwinnaar was gekomen,
+eenvoudig liet geeselen, hem terug zond naar Rome, en een brief schreef
+aan Octavianus, waarin hij zich over de vermetelheid en aanmatiging
+van dezen jongeling beklaagde, en er bijvoegde--hoe gedrukt ik ook
+ben, ik moet toch glimlachen als ik er aan denk--dat het ongeluk hem
+buitengewoon prikkelbaar had gemaakt; wanneer echter zijne handelwijze
+den Cæsar mishagen mocht, dan kon hij met zijn eigen vrijgelatene
+Hipparchus, dien Octavianus in zijn macht had, even zoo doen als hij met
+Thyrsus had gedaan.
+
+»Gij ziet dat de jeugdige overmoed hem nog niet geheel heeft verlaten.
+Het leed glijdt weder langs hem neer als de regen van den groven
+soldatenmantel, dien hij in den oorlog met de Parthen droeg, en daarom
+kan het hem ook nooit zijn louterende kracht bewijzen.
+
+»Als men bedenkt, dat deze man, nog maar enkele jaren geleden zichzelven
+als het ware verdubbelde, zoo vaak het gevaar op het hoogste was
+geklommen, dan is zijn gedrag nu, vóór de eindbeslissing, alleen
+te begrijpen door hen, die hem zoo goed kennen als wij. Wanneer
+hij strijdt, doet hij dat niet meer om zich te redden, of wel om te
+overwinnen, maar met eere te sterven. Als hij nog geniet van wat er te
+genieten valt, dan denkt hij daarmede de grootte van zijn nederlaag
+voor zich zelven te verkleinen, en voor den overwinnaar den omvang van
+zijn zegepraal te verminderen. In het oog der wereld ten minste, is
+iemand die nog kan feestvieren als Antonius, slechts half overwonnen.
+Ondertusschen werden zijne edele bedoelingen toch nog in twijfel
+getrokken. De uitlevering van dien moordenaar van Cæsar--Turullius heet
+hij--bewijst dat.
+
+»En dat, Barine--zeg het ook aan uw echtgenoot--dat is het, wat mij met
+vrees vervult en mij dringt u te smeeken nog niet aan terugkeeren te
+denken.
+
+»Antonius is op het oogenblik de makker van zijn zoon geworden. Wat hij
+zelf geniet, daarin laat hij Antyllus deelen. Natuurlijk heeft hij ook
+van den hartstocht van Cæsarion gehoord, en is geneigd om den armen
+knaap te helpen. Meermalen heeft hij beweerd dat niets beter geschikt
+was om den droomer op te wekken uit zijn slaap, dan uwe lieftallige
+vroolijkheid. Daar men toch moeielijk denken kon dat de aarde u had
+verzwolgen, zou men u wel weten te vinden; hij verlangde er zelfs naar
+u nog eens te hooren zingen.
+
+»Ik weet dat hij u reeds laat zoeken. Hoe gebiedend u dit vermaant
+voorzichtigheid te oefenen, begrijpt gij van zelf. Daarentegen zal het
+bericht dat Cleopatra van plan is Cæsarion met zijn gouverneur Rhodon
+over het eiland Philae naar Aethiopië te zenden, tot uwe geruststelling
+dienen.
+
+»Archibius heeft namelijk door Timagenes gehoord dat Octavianus den zoon
+van Cæsar, wiens gelaat zoo verwonderlijk op dat van zijn vader gelijkt,
+voor gevaarlijk houdt, en in deze gedachte ligt het doodvonnis van den
+jongeling opgesloten. Ook Antyllus gaat op reis. Hij moet naar Azië, om
+Octavianus genadiger te stemmen en hem nieuwe aanbiedingen te doen. Hij
+was immers, zooals gij weet, met zijne dochter Julia verloofd.
+
+»De Koningin houdt al sinds lang niet meer de overwinning voor mogelijk,
+en toch arbeid zij, ondanks al het tijdroovende van de vermaken der
+»metgezellen van den dood", met onvermoeiden ijver aan de verdediging
+des lands. Zij is dan ook zeker het eenige lid dier vereeniging die het
+met zijn naderend einde ernstig opneemt.
+
+»Nu het grafmonument vordert, denkt zij dikwijls aan den dood. Zij, die
+reeds van Epicurus heeft geleerd te streven naar volkomen afwezigheid
+van smart, en die zoo gevoelig is voor de minste lichamelijke pijn,
+zoekt nu naar een weg om zonder pijn te komen tot de eeuwige rust,
+waarnaar zij smacht. Iras en de jongere leerlingen van Olympus helpen
+haar daarbij. De oude man levert de meest verschillende soorten van
+vergift. Zij nemen proeven op allerlei dieren, ja onlangs ook op ter
+dood veroordeelde misdadigers. Daarnaar te oordeelen, schijnt het alsof
+de dood het snelst en op de minst pijnlijke wijze wordt teweeggebracht
+door den beet van de uraeusslang, die aan de Aegyptische kroon het
+zinnebeeld is van de geduchte macht des Konings over leven en dood.
+
+»Hoe verschrikkelijk is dat alles! Hoe smart het te zien hoe een zoo
+geliefd wezen, de moeder der liefste kinderen, zich het afscheid zoo
+wreed verzwaart, en midden onder de bedwelmendste vermaken den dood als
+het ware tot reisgenoot kiest. Zij ziet al de verschrikkingen daarvan
+dagelijks in het aangezicht; en toch versmaadt zij trotsch de brug, die
+het haar mogelijk zou maken, dat spook misschien nog voor geruimen tijd
+te ontvluchten. Dat is groot en harer waardig, en nooit heb ik inniger
+liefde voor haar gevoeld.
+
+»Gij ook moet met vriendschap aan haar blijven denken. Zij verdient het.
+Een edel hart dat zich gedrongen ziet zijn vijand te beklagen, schenkt
+hem gemakkelijk vergiffenis; en was zij eigenlijk ooit uwe vijandin?
+
+»Ik heb lang over dezen brief geschreven, om uwe afzondering uit de
+wereld te veraangenamen en mijn eigen hart te verlichten. Hebt nog een
+poos geduld. De tijd is nu niet ver meer, dat het lot zelf u uit uwe
+verbanning bevrijden zal. Al de uwen, ook Archibius en Gorgias, dien ik
+tegenwoordig veel bij de Koningin zie, verlangen er dikwijls naar u op
+te zoeken, doch zij vreezen dat zij u daarmede vooreerst nog in gevaar
+zouden brengen."
+
+De slechte tijdingen die deze brief bevatte, werden nog bevestigd door
+een anderen van Archibius, en spoedig daarna hoorden zij dat Cæsarion
+werkelijk met zijn gouverneur Rhodon den Nijl opgevaren was naar
+Aethiopië, en dat Antyllus naar Azië tot Octavianus was gezonden. Deze
+had hem wel is waar ontvangen, doch ook weder weggezonden, zonder zich
+tot iets te verbinden.
+
+Dit laatste vernamen zij niet uit een brief, maar van Gorgias zelf, die
+hen eens, laat op een avond in Maart, met een bezoek verraste. Zelden
+werd een gast met hartelijker blijdschap ontvangen dan hij. Toen hij het
+eenvoudige vertrek binnentrad was Barine juist bezig een net te breien,
+terwijl zij daarbij aan de visschersdochter Dione van de zwerftochten
+van Odysseus verhaalde. Dion luisterde ook opgeruimd en aandachtig toe,
+en bracht nu en dan eens eene verbetering of opheldering in het midden,
+onder het snijden van een Poseidonkop voor de voorsteven van een pas
+gebouwde boot.
+
+Op het oogenblik dat Gorgias zoo onverwacht hun drempel overschreed,
+scheen het alsof het matte schijnsel van de kiki-olielamp, die het
+vertrek slechts spaarzaam verlichtte, plotseling in zonneschijn
+veranderde. Hoe blijde schitterden aller oogen, hoe helder klonken de
+uitroepen van verwelkoming en verrassing! Dat was een vragen, antwoorden
+en vertellen! Gorgias moest deelnemen aan den avondmaaltijd der familie,
+want men had daarvoor de thuiskomst van den vader afgewacht, en nu had
+deze ook den gast medegebracht. En de versche oesters en zeekreeften, en
+wat er verder opgedragen werd, smaakten den stedeling beter dan de
+overdadigste feestmalen der »gezellen van den dood", waartoe hij
+tegenwoordig dikwijls door de Koningin genoodigd werd.
+
+Wat Pyrrhus sprak en aan zijn zoons vroeg, was daarbij zoo verstandig,
+en betrof dingen die Gorgias zoo veel belangstelling inboezemden, juist
+omdat zij hem onbekend waren, dat hij, toen de goede wijn van Dion zou
+gedronken worden, beweerde dat, indien Pyrrhus ook aan hem huisvesting
+wilde verleenen, hij ook wel vervolgers zou willen hebben, en zich
+hierheen laten verbannen.
+
+Toen zij later met hun drieën alleen bij de eenvoudige leemen mengkruik
+zaten, was het voor het eenzame, jonge paar alsof het beste deel van het
+stadsleven, dat zij den rug toe gekeerd hadden, naar hen toe gekomen
+was. Wat hadden zij elkander niet al te vertellen, Dion en Barine van
+hun kluizenaarsleven, Gorgias van de Koningin en het gedenkteeken, dat
+tegelijk een schatkamer zou worden. De schuine muren waren zoo stevig
+opgemetseld, alsof het gebouw bestemd was duizenden jaren te blijven
+bestaan, en een krachtigen aanval te kunnen weerstand bieden. Het
+binnenste gedeelte van de benedenverdieping was een hooge zaal, van
+verbazende afmetingen. In het midden daarvan moesten de groote marmeren
+sarcophagen worden geplaatst. Thans werd er ijverig gewerkt aan de
+reliëf-figuren, die de zijden en deksels daarvan moesten versieren. Deze
+zaal, waarvan de lichtgewelfde zoldering gedragen werd door drie paar
+dikke zuilen, moest worden ingericht als woonvertrek. De rustbanken,
+luchters en offertafels waren ook reeds in bewerking gegeven. Charmion
+had aan de gevluchten alles nauwkeurig beschreven. In de ledige ruimte
+naast de zaal, en in de bovenverdieping, waaraan eerst na de voltooiing
+der zoldering kon worden begonnen, moesten inderdaad kamers gemaakt
+worden, en daaronder en er naast, kokers voor den doortocht der lucht en
+tot berging van brandstoffen.
+
+Het speet Gorgias, dat hij zijn vrienden die zaal niet kon laten zien,
+want zij was misschien het prachtigste en fraaiste wat hij ooit tot
+stand had gebracht. De edelste bouwstoffen waren er voor gebruikt: bruin
+porfier, zwartgroene serpentijnsteen en donkere marmersoorten; en de
+mozaïeken en bronzen deuren, nu bijna voltooid, waren meesterstukken
+van Alexandrijnsche kunst. Het was een vreeselijke gedachte dat alles
+te zien vernietigen, doch nog ondragelijker was het te denken dat het
+bestemd was om weldra het lijk der Koningin te bergen.
+
+Weder liet Gorgias zich door zijne verrukking over deze grootste en
+heerlijkste van alle vrouwen, tot de geestdriftigste ontboezemingen
+verleiden, totdat ook ditmaal weder Dion hem tot bezadigdheid vermaande,
+en Barine verlangde nog wat te hooren van hare moeder, grootouders en
+zuster. Van die allen viel niets dan goeds te berichten.--Wel had de
+bouwmeester alle dagen te strijden met den grijzen philosoof, want deze
+noemde het de gastvrijheid misbruiken, om zoo lang met zijne geheele
+gezin bij zijn jongen vriend in te wonen, maar Gorgias had toch nog
+altijd overwonnen, ook tegenover vrouw Berenice, die wilde dat hij en de
+zijnen in haar eigen huis hun intrek zouden nemen.
+
+Cleopatra, verhaalde de bouwmeester verder, had het huis en den tuin van
+Didymus gekocht, en er driemaal de waarde voor betaald. Daardoor was hij
+een rijk man geworden, en had Gorgias opgedragen een nieuw huis voor hem
+te bouwen. Het stuk grond was daar al voor gevonden; het lag aan de zee,
+in de nabijheid der bibliotheek, doch daar het een groot gebouw zou
+worden, zou hij het pas in den zomer kunnen betrekken. Het zou in de
+droge, Aegyptische lucht wel spoediger onder dak zijn gekomen, indien
+hij niet aan de vele, meest zeer verstandige wenschen van Helena gevolg
+had willen geven.
+
+Barine en Dion zagen elkander hierbij veelbeteekenend aan, doch de
+bouwmeester bemerkte dit, en riep uit: »Ik begrijp uwe oogentaal zeer
+goed, en ik wil u ook wel bekennen dat reeds vijf maanden lang Helena in
+mijne oogen de begeerenswaardigste van alle jonkvrouwen is. Ik zie ook
+wel, dat ik ook haar niet onverschillig ben. Doch zoodra ik _haar_, ik
+bedoel de Koningin, weder vóór mij zie, en hare stem hoor, dan is het
+alsof een stormwind iedere gedachte aan Helena doet vervliegen en het
+ligt niet in mijn aard om iemand, wien ook, te bedriegen. Hoe kan ik
+aanzoek doen om de hand eener vrouw die ik zoo hoog stel als haar, en
+wier zuster gij zijt, Barine, wanneer het beeld van eene andere mijn
+geheele ziel inneemt?!"
+
+Hier herinnerde Dion hem aan zijn eigen gezegde, dat men de Koningin
+enkel liefhad als een godin, en bracht, zonder zijn antwoord af te
+wachten, het gesprek op andere zaken.
+
+Het was te drie uur in den nacht, dat Pyrrhus hem vermaande tot
+vertrekken. Terwijl de bouwmeester op het snelste vaartuig van den
+visscher naar de stad terugvoer, vroeg hij zich zelven af, of meisjes,
+die voor haar huwelijk in zulk een ongestoorde rust leefden als Helena,
+wel betere huisvrouwen zouden kunnen worden, en zich beter in alles
+zouden voegen dan Barine, die toch altijd zoo was bewonderd en gevierd,
+en die door Dion midden uit het drukste gewoel van het leven in de
+wereldstad, naar de grootste afzondering was overgebracht.
+
+Op dezen heerlijken avond volgde een dag van opwinding en groote
+spanning, want het jonge paar moest zich verschuilen voor de mannen die
+de belasting kwamen innen, en wien Pyrrhus een gedeelte van het geld
+moest afstaan, dat hij in dat jaar had opgespaard, en ook zijn nieuwe,
+groote schuit, waarmede hij de volle zee wilde bevaren. De nieuwe
+uitrustingen van het leger eischten namelijk aanzienlijke geldsommen,
+en voor de vloot werd beslag gelegd op alle vaartuigen die eenigszins
+daarvoor konden dienen. Hetzelfde lot als den visscher trof de geheele
+bevolking van stad en land. Zelfs de schatten van den tempel werden ten
+bate daarvan gebruikt, en toch wist ieder, dat de groote sommen, die
+door deze meedoogenlooze afpersingen in de staatskas vloeiden, even goed
+dienden ter voldoening aan de zucht tot vermaak van het hof, als tot de
+uitrusting van leger en vloot.
+
+Met dat al kwam het volk niet in opstand. Zóó groot was de liefde voor
+hunne Koningin, zóóveel prijs stelde men op de onafhankelijkheid van
+Aegypte, zóó bitter was de haat tegen de Romeinen.
+
+De bannelingen konden zelfs van hunne klip af zien, hoeveel ernst
+Cleopatra met hare toebereidselen maakte, midden onder al de
+buitensporige genoegens, waaraan zij zich niet altijd onttrekken kon.
+Op alle scheepstimmerwerven heerschte dag en nacht een koortsachtige
+bedrijvigheid, en de haven vulde zich steeds meer met schepen.
+Onophoudelijk gingen en kwamen oorlogsvaartuigen. Op het Slangeneiland
+kon men voortdurend, dikwijls nog bij het licht der sterren, de
+oefeningen zien van roeiers of geheele eskaders, in de open zee.
+
+Van tijd tot tijd zagen zij ook een prachtig schip van den Staat, met
+Antonius aan boord, die de zoo snel gevormde vloot in oogenschouw kwam
+nemen. Hij richtte dan tot het nieuw aangeworven scheepsvolk een van die
+geestdriftwekkende toespraken, waarin hij nog altijd een onovertrefbaar
+meester was. Tot de bemanning der pas gebouwde oorlogsschepen behoorden
+nu ook twee zoons van Pyrrhus. In April had men hen opgeroepen tot den
+dienst, en hoewel Dion hun vader een groote som gegeven had om hen vrij
+te koopen, was hem dit niet gelukt.
+
+Van nu af aan werden er in den kring van die tevreden menschen op de
+eenzame klip, veel tranen vergoten, en als Dionysos en Dionichos eens
+een vrijen dag hadden om de hunnen te bezoeken, dan gaven zij hun hart
+lucht in klachten over de wreede haast, waarmede de jonge manschappen
+werden gedrild, en onbarmhartig afgebeuld. Zij vertelden van de burger-
+en boerenzonen, die men met geweld uit hun dorp, van hunne ouders en
+hunne zaken had weggehaald, om hen tot zeelieden op te leiden. In hunne
+gelederen heerschte groote verontwaardiging, en men leende maar al te
+gaarne het oor aan opruiers, die verhaalden hoeveel beter de lieden op
+de schepen van Octavianus werden behandeld.
+
+Pyrrhus bezwoer zijn zoons niet mede te doen aan pogingen tot muiterij;
+de vrouwen daarentegen zouden alles goedgekeurd hebben wat maar
+eenigszins beloofde de jongelingen te bevrijden uit hun harden dienst,
+en hare vroolijke levenslust ging in zwaarmoedige bezorgdheid over.
+
+Barine was ook dezelfde niet meer. Zij had haar opgeruimdheid en
+bedrijvigheid verloren. Hare oogen zwommen menigmaal in tranen, en als
+men haar met gebogen hoofd zag rondloopen, zou men denken dat zware
+zorgen haar drukten.
+
+Was het de April-hitte met hare woestijnwinden, die zulk een verandering
+had teweeg gebracht? Zou eindelijk het verlangen naar de afwisselende en
+opwekkende levenswijze van vroeger tijd haar te machtig worden? Begon de
+eenzaamheid haar te zeer te drukken? Was de liefde van haar echtgenoot
+niet meer genoeg om haar schadeloos te stellen voor zoovele goede
+dingen, die zij voor hem had opgegeven?--Neen! dat kon het niet zijn.
+Nooit had zij dien geliefden man met inniger teederheid in het gelaat
+gezien, wanneer zij soms op een beschaduwde plek geheel alleen met hem
+was. Zij, die in zulke uren het verpersoonlijkte geluk en welvaren
+geleek, was zeker niet ongelukkig of ziek.
+
+Dion daarentegen droeg steeds het hoofd zoo hoog, en zag zoo fier en
+trotsch rond, alsof het leven hem een allervriendelijkst gelaat toonde.
+En toch had hij gehoord dat zijne goederen in beslag genomen waren, en
+dat hij het alleen aan Archibius en den invloed van zijn oom te danken
+had, dat zijn geheele vermogen nog niet, zooals dat van zoovele anderen,
+in de koninklijke schatkist terecht gekomen was--maar welken tegenspoed
+zou hij in dezen tijd niet gemakkelijk te boven gekomen zijn?
+
+Een groot geluk, het allergrootste dat de hemelsche machten een mensch
+kunnen schenken, begon voor hem en zijne jonge vrouw te ontluiken, en
+toen de Meimaand gekomen was, deelden ook de vrouwen op het eiland in de
+hoop, die haar zalig maakte.
+
+Pyrrhus bracht uit de stad een offeraltaar voor haar mede, en een
+marmeren beeld van Ilythyia, de godin der geboorte, die door de Romeinen
+Lucina werd genoemd, dat zijn vriendin Anukis hem uit naam van Charmion
+had overhandigd. Het gesprek was daarbij weder op de slangen gekomen,
+die op het naburige eiland zoo talrijk moesten zijn. Zij had gevraagd of
+het moeilijk zou zijn er eene levend te vangen? En de vrijgelatene had
+dit ontkennend beantwoord.
+
+Het beeld der godin en het altaar kregen een plaats bij de andere
+heiligdommen, en hoe dikwijls goot Barine en ieder der andere vrouwen
+zalf op den steen!
+
+Dion beloofde aan de godin, die de vrouwen in hare verwachting ter zijde
+stond, een fraaie kapel op de klip en een in de stad, indien zij zijn
+geliefde jonge vrouw genadig wilde bijstaan.
+
+Eens, in Juni, als de middagzon op het heetst is, bracht de visscher des
+avonds twee welbekende vrouwen op de klip mede: Helena, de jongere
+kleindochter van Didymus, en Chloris, de voedster van Dion, die reeds
+zijne moeder trouw had gediend, en later het opzicht gekregen had over
+de slavinnen van zijn huis.
+
+Recht dankbaar en blijde strekte Barine de armen naar hare zuster uit.
+Haar moeder had zich alleen laten terughouden door de verzekering,
+dat haar verdwijnen de aandacht der verspieders trekken zou. De
+gerechtsdienaars waren inderdaad waakzaam, want Marcus Antonius liet nog
+altijd de zangeres opsporen, de zaakwaarnemer Philostratus had zijn
+afkondiging, dat op de gevangenneming van Dion twee talenten belooning
+stonden, niet weder ingetrokken, en de dienaren hielden daarom het
+paleis van den ontvluchte, evenals Berenice's huis, voortdurend
+zorgvuldig in het oog.
+
+Het scheen voor de stille Helena moeilijker te zijn zich in de
+eenzaamheid te schikken, dan voor haar meer levendige zuster. Hoe
+duidelijk zij ook hare liefde voor Barine deed blijken, toch verzonk zij
+dikwijls in mijmerij, en iederen avond ging zij, zoodra de schaduwen
+zich begonnen te verlengen, naar den zuidelijken rand van het eiland, en
+tuurde naar de stad, waar hare grootouders, hoe goed zij ook in het huis
+van Gorgias bezorgd waren, haar toch zeker wel zouden missen.
+
+Acht dagen waren sedert hare aankomst verstreken, en het eenzame leven
+scheen haar nu nog meer te drukken dan op den eersten en tweeden dag.
+Het verlangen naar hare grootouders scheen ook nog toe te nemen, want
+dien dag was zij zelfs in de brandende middagzon naar het strand gegaan,
+om een enkelen blik op de stad te werpen.
+
+Hoe lief had zij die oude lieden toch!--Maar Dion vermoedde dat de
+vochtige oogen, waarmede Helena heden in de schemering weder bij hen
+binnengekomen was, een jongeren bewoner der wereldstad golden, en in
+weerwil van de tegenspraak zijner vrouw, scheen hij toch goed geraden
+te hebben. Slechts korten tijd daarna lieten zich vóór het huis heldere
+stemmen hooren, en toen er een luide, hartelijke lach klonk, sprong Dion
+op en riep Barine toe: »Zóó kan alleen Gorgias lachen, wanneer hem iets
+zeer buitengewoons is overkomen."
+
+Hij ijlde naar buiten, zag rond, doch er was in den helderen maneschijn
+niets meer te zien dan vader Pyrrhus, die naar de ankerplaats terug
+ging.
+
+Maar Dions oor was scherp, en nu meende hij aan de andere zijde van het
+huis gedempte stemmen te hooren. Hij ging daar aanstonds op af, en toen
+hij den hoek van het gebouw omsloeg, bleef hij verrast staan, en riep,
+toen hij dicht bij zich een gesmoorden kreet hoorde: »Goeden avond,
+Gorgias. Tot weerziens! Ik wil u niet storen."
+
+Met enkele vlugge stappen was hij bij Barine terug. Hij fluisterde haar
+in het oor: »Daarbuiten in den maneschijn heb ik Helena aan de borst
+van Gorgias haar verlangen naar haar grootouders zien stillen!" en zij
+klapte daarbij in de handen, en zeide glimlachend: »Zóó gaan in deze
+woestenij de goede oude zeden verloren. Een minnend paar te storen bij
+hunne eerste ontmoeting! Maar het is waar, dat heeft Gorgias ons, midden
+in Alexandrië, ook gedaan, en nu moet hij daarvoor boeten."
+
+Spoedig daarna kwam de bouwmeester met zijn verloofde aan den arm de
+kamer binnen. Van uur tot uur had hij Helena meer gemist, en op den
+achtsten dag had hij het onmogelijk bevonden, nog langer den last des
+levens te dragen zonder haar. Hij verzekerde nu met een goed geweten,
+dat hij bij hare moeder en grootouders eerlijk aanzoek om haar had
+gedaan, want reeds op den derden dag na het vertrek van Helena was de
+verhouding tusschen de Koningin en hem veranderd. In de tegenwoordigheid
+van Cleopatra was hem, namelijk het beeld van Helena, nog duidelijker
+voor den geest gekomen dan vroeger tegenover haar dat der nog altijd
+onvergelijkelijke Vorstin. Een smachtend verlangen zooals dat, waardoor
+hij in de laatste dagen werd gekweld, was hem tot dusver alleen maar
+bekend geweest uit de wereld der verdichting.
+
+
+
+
+EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Ditmaal was het den bouwmeester slechts enkele uren vergund op het
+Slangeneiland te blijven, want ook in de stad begon het er ernstig uit
+te zien, en aan den bouw van het grafmonument werd zelfs des nachts
+ijverig voortgewerkt. Het inwendige van de eerste verdieping naderde
+zijne voltooiing, en de opbouw der tweede vorderde goed. Maar ook het
+benedengedeelte eischte nog veel arbeid. Dit moest, evenals het geheel,
+een volmaakt kunstwerk worden. De mozaïekwerkers, die den vloer der
+groote zaal hadden ingelegd, hadden zichzelve overtroffen. Op het
+beeldhouwwerk voor de zijwanden kon nu niet langer worden gewacht. Dáár,
+waar eigenlijk reliëfs van brons behoorden te zijn, moesten voorloopig
+platen van gepolijst zwart marmer worden aangebracht, want er was de
+grootste haast bij.
+
+Octavianus was reeds tot Pelusium genaderd, en al zou Seleukus, de
+bevelhebber der bezetting, de sterke vesting ook nog lang behouden, toch
+kon reeds in de volgende week een deel van het vijandelijk leger voor
+Alexandrië verschijnen.
+
+Trouwens, er stond een eerbiedwaardige strijdmacht tot zijn ontvangst
+gereed. De vloot scheen tegen die van den vijand opgewassen; de
+ruiterij, die Antonius den vorigen dag voorbij de Koningin had doen
+trekken, moest welgevallen vinden ook in de oogen van een kenner, en
+de imperator had al zijn hoop gevestigd op de krijgslieden, die in
+vroeger dagen onder hem hadden gediend, die in tijd van voorspoed
+zijn grootmoedigheid en mildheid hadden leeren kennen, en nog niet
+de gedenkwaardige dagen zouden vergeten hebben, toen hij gewillig en
+vroolijk, gevaar en ontbering met hen had gedeeld.
+
+Helena bleef op het eiland, en haar verlangen naar het oude echtpaar was
+aanmerkelijk verminderd. Flink en hulpvaardig roerde zij nu hare handen,
+en haar helderen blik bewees, dat het eenzame leven op het eiland ook
+voor haar veel aantrekkelijks begon te krijgen.
+
+Daarentegen was over den jongen echtgenoot een groote onrust gekomen.
+Hij verborg die voor de vrouwen, doch het kostte den ouden Pyrrhus
+dikwijls moeite hem terug te houden van een tocht naar de stad, die,
+zoo kort vóór de eindbeslissing, de vrucht der volharding en ontbering
+weleens kon doen verloren gaan. Reeds menigmaal had Dion zich met
+zijn echtgenoot willen inschepen om naar een groote stad in Syrië
+of Griekenland te gaan, doch altijd was hij door nieuwe, gewichtige
+bezwaren daarvan teruggekomen. Vooral was het gevaarlijk, omdat ieder
+vaartuig nauwkeurig werd onderzocht vóór het de haven verliet,--en het
+was onmogelijk daaruit te komen, zonder de smalle straat ten Oosten van
+den pharus, of den doorgang in het Heptastadium voorbij te gaan, die
+beiden gemakkelijk konden worden bewaakt. De kalme bezadigdheid, die
+anders den jongen Raadsheer kenmerkte, was nu in koortsachtige onrust
+overgegaan, en ook zijn oude getrouwe beschermer had zijn gemoedsrust
+verloren, want spoedig zou de vloot, waarop zijn zonen dienden, met die
+van Octavianus in botsing komen.
+
+Op zekeren dag kwam hij diep getroffen uit de stad terug. Hij had
+gehoord dat Pelusium gevallen was.
+
+Toen hij aangeland was, vond hij op de klip alles stil. Niemand, zelfs
+niet Dione, was er om hem te ontvangen.
+
+Wat was hier gebeurd? Waren de hier verborgen vluchtelingen ontdekt, en
+had men hen en de zijnen naar de stad, misschien wel naar de steengroeve
+gesleept?
+
+Doodsbleek, maar kalm en ongebogen, ging hij naar zijn huis. Hij had aan
+Dion en diens vader zijn hoogste levensgenot, de vrijheid te danken, en
+bovendien den grondslag van alles wat hij verder bezat. Maar indien zijn
+vrees reden van bestaan had, en hij van alles was beroofd, dan mocht
+hij, zelfs als een eenzame bedelaar, toch nog altijd van zijn vrijheid
+blijven genieten. Wanneer hij voor den man, door wiens toedoen hij het
+beste bezat, al het overige moest prijsgeven, dan was het ook zijn
+plicht, dat geduldig te dragen.
+
+Het was nog licht. Ook toen hij dicht bij het huis gekomen was, trof
+geen ander geluid zijn oor dan het blijde geblaf van zijn grooten
+wolfshond Argus, die tegen hem opsprong.
+
+Hij stak de hand uit om de deur te openen, doch zij werd van de andere
+zijde reeds opengeduwd. Dion had hem zien aankomen, en in het gevoel van
+de nieuwe, groote zaligheid, die deze dag hem had gebracht, viel hij den
+trouwen man opgewonden in de armen, en riep hem toe:
+
+»Een jongen, een heerlijke jongen!--Hij zal Pyrrhus heeten." Nu
+vloeiden de tranen van den vrijgelatene in zijn grijzen baard, en toen
+zijn oude levensgezellin hem met den vinger op den mond tegemoet kwam,
+fluisterde hij haar met bevende stem in het oor: »Toen ik hen hier
+bracht, waart gij bang dat die menschen uit de stad ons in het verderf
+zouden storten;--maar toch hebt gij hen gehuisvest zooals het hen
+toekwam, en nu--Pyrrhus zal hij heeten!--Wat heb ik, geringe man,
+gedaan, dat mij zoo iets groots en schoons ten deel valt?"
+
+»En ik dan, ik!" snikte de visschersvrouw. »En het kind, dat lieve
+wurmpje!"
+
+Op dezen dag van zonnige blijdschap volgden anderen van stille
+zielevreugd, het reinste genot, en tegelijk van de grootste bezorgdheid.
+Zij brachten ook menig uur door, waarin Helena gelegenheid vond hare
+zorgelijkheid te toonen, en de oude Chloris en de visschersvrouw stonden
+haar daarbij met hare ondervinding ter zijde. Een bevalliger jonge
+moeder dan Barine, een schooner kind dan den kleinen Pyrrhus, geloofden
+allen, tot den grijzen peetvader toe, nooit te hebben gezien. Doch Dion
+hield het nu op de klip niet langer uit.
+
+Duizenderlei dingen, die hem tot dusver onbeduidend hadden toegeschenen,
+en waaromtrent hij onverschillig was geweest, waren nu in zijne oogen
+gewichtig, en moesten door hem persoonlijk behandeld worden. Hij was
+vader, en uit ieder verzuim kon voor zijn zoon een nadeel ontstaan. Zoo
+bruin verbrand door de zon als hij tegenwoordig was, en met dat lange
+haar en dien baard, was er maar weinig toe noodig om hem zelfs voor zijn
+vrienden onkenbaar te maken. In de kleederen die hij reeds lang gedragen
+had, en met die handen die op werf geheel vereelt geworden waren, moest
+ieder hem wel voor een echten visscher aanzien.
+
+Misschien was het dwaas, doch de behoefte om zich aan Barine's moeder,
+hunne grootouders en Gorgias als vader te vertoonen, scheen hem wel
+waard een gering gevaar daarvoor te trotseeren, en zoo voer hij, zonder
+Barine, die zich reeds weder in hare vertrekken bewoog, van zijn plan te
+onderrichten, na zonsondergang op den laatsten Juli naar de stad.
+
+Hij wist dat Octavianus oostelijk van Alexandrië bij het Hippodroom
+gelegerd was. Ook van het Slangeneiland af had men in de witte
+verhevenheden die daar gekomen waren, de tenten kunnen onderscheiden.
+'s Namiddags was Pyrrhus teruggekomen met de tijding dat de ruiterij van
+Octavianus door die van Marcus Antonius was verslagen. En ditmaal mocht
+men aan dit bericht der overwinning geloof slaan, want het paleis op de
+Lochias was feestelijk verlicht, en op het oogenblik dat Dion aan wal
+stapte, was het zeer druk op de kade. De een riep den ander toe, dat
+alle kansen goed stonden. Marcus Antonius was weder de oude geworden.
+Hij had gestreden als een held.
+
+Velen, die hem gisteren nog hadden gevloekt, mengden heden hunne stemmen
+in het »Evoë" dat weerklonk ter eere van den nieuwen Dionysos, die
+opnieuw zijne goddelijkheid had bewezen.
+
+In het huis van Gorgias vond de late gast de grootouders alleen.
+Zij hadden reeds lang bericht ontvangen van het nieuwe geluk hunner
+kleindochter. Thans verblijdde zij zich met Dion, en wilden dadelijk den
+heer des huizes, hun toekomstigen zoon, laten roepen, die deelnam aan
+een vergadering van de epheben der stad, hoewel hij al lang niet meer
+tot hen behoorde. Maar Dion wilde hem liever begroeten te midden van de
+jongelingen die den bouwmeester hadden uitgenoodigd, opdat hij hen bij
+de bespreking der vraag, hoe zij zich gedurende den strijd te gedragen
+hadden, met raad zou kunnen dienen.
+
+Toch verliet hij niet aanstonds het oude paar, want hij verwachtte hier
+nog twee bezoeken: van Barine's moeder en de Nubische kamervrouw van
+Charmion, die sedert de geboorte van den kleinen Pyrrhus, iederen avond
+bij den philosoof aankwamen, de eerste om te hooren of gedurende den dag
+nog nieuwe tijdingen van moeder en kind gekomen waren, de laatste om de
+brieven af te halen, die zij, als tusschenpersoon, dan den volgenden
+morgen op de vischmarkt aan haar vriend Pyrrhus of diens zoon
+overhandigde.
+
+Anukis verscheen het eerst. Al aanstonds gaf zij haar deelnemend hart
+lucht in een korten gelukwensch; hoe gaarne zij echter nog iets naders
+gehoord zou hebben omtrent de jonge moeder, die ook haar dierbaar was,
+toch onderdrukte zij ook ditmaal weder haar eigen wensch, om in den
+geest harer meesteres te handelen. Daarom ging zij zoo spoedig mogelijk
+naar Charmion terug, en meldde haar de aankomst van den onverwachten
+gast.
+
+Vrouw Berenice genoot met dankbare vreugde van de grootmoederlijke
+waardigheid, maar thans ging zij gebukt onder een groote vrees, die niet
+alleen in hare zwaarmoedige verbeelding bestond.
+
+Haar broeder Arius had zich met zijne zoons in het huis van een vriend
+verborgen, want zij schenen door een ernstig gevaar bedreigd te worden.
+Tot nu toe had Antonius in zijn grootmoedigheid het den philosoof niet
+euvel geduid dat hij in zulk een nauwe betrekking tot Octavianus stond;
+doch nu deze laatste voor de stad lag, werd het huis van den man, die
+in vroeger jaren de studiën van den vijand had geleid, en altijd zijn
+hoogvereerde raadsman en vriend was gebleven, op bevel van Mardion,
+door Scythen bewaakt. Aan hem en zijn gezin was het verboden in de stad
+te komen, en daarom was zijn nachtelijke vlucht naar zijn vriend met
+groot gevaar gepaard gegaan.
+
+De bezorgde vrouw vreesde het ergste voor haar broeder, indien Marcus
+Antonius de overhand behield, en toch wenschte zij van ganscher harte
+de overwinning toe aan de Koningin. Zij, die toch altijd het ergste
+verwachtte, zag nu reeds in den geest de krijgskans keeren--en daarvoor
+was reden genoeg; de stoutmoedige bevelhebber, die reeds zoo vele
+overwinningen had behaald, en die door den tegenspoed van Actium
+enkel diep ter neer gedrukt was geweest, moest de oude veerkracht
+teruggekregen hebben. Even heldhaftig als vroeger, ja, met vermetele
+onstuimigheid was hij aan het hoofd zijner ruiters den vijand tegemoet
+gereden. Men zeide dat hij, gezeten op zijn prachtig strijdros, zijn
+groot zwaard even krachtig had gezwaaid als vijf en twintig jaren
+geleden, toen hij, niet ver van deze zelfde plek, Archelaus het
+onderspit had doen delven. Dat hij in zijn gouden wapenrusting, met den
+helm op het hoofd en met zijn zwaren baard, op zijn voorvader Herakles
+geleek, werd ook bevestigd door Charmion, die op een wagen der Koningin
+met spoed hierheen gekomen was. Cleopatra zou haar misschien weldra
+noodig hebben, maar toch was zij even van de Lochias ontsnapt, om aan
+den jongen vader zelf allerlei dingen te vragen waarin zij belangstelde,
+omtrent de moeder en het kind dat haar zoo dierbaar was, als eerste
+kleinzoon van den man, wiens hand zij wel is waar geweigerd had, doch
+wien zij het heerlijke bewustzijn dankte, dat ook zij in den bloeitijd
+van haar leven bemind had, en zelve bemind was geweest.
+
+Dion vond haar veranderd. De moeielijke maanden, die zij in haar brief
+aan Barine beschreven had, hadden hare licht grijzende haren geheel wit
+doen worden, hare wangen waren ingevallen en een diepe rimpel tusschen
+mond en neus gaf aan haar vriendelijk gelaat een uitdrukking van lijden.
+Ook scheen zij pas te hebben geweend, en inderdaad had zij zoo even diep
+aangrijpende voorvallen bijgewoond. Zij had zich heimelijk van de
+Lochias verwijderd, terwijl het daar vroolijk toeging.... De zegepraal
+van Antonius werd feestelijk gevierd. Hij zelf leidde den maaltijd.
+Weder had hij hoofd en borst met frissche bladen en prachtige bloemen
+getooid. Naast hem lag Cleopatra in een lichtblauw met lotosbloemen
+versierd gewaad dat, evenals de kleine kroon op haar hoofd, met paarlen
+en saffieren was bezet. Charmion verzekerde, dat zij haar nooit schooner
+had gezien. Doch wat zij verzweeg was, dat Cleopatra's doodsbleeke
+wangen door de kunst gekleurd hadden moeten worden. Het was een roerend
+schouwspel geweest, zooals Antonius haar, na zijn terugkeer uit den
+slag, nog in zijn wapenrusting, verheugd aan zijn hart had gedrukt,
+alsof hij door den strijd ook haar teruggekregen had, en tegelijk met
+de verdwenen heldenkracht, ook zijne liefde had wedergevonden. En ook
+haar had het geluk als een heldere zon uit de oogen gestraald. Aan den
+ruiter, die om zijne buitengewone dapperheid vóór haar was geleid, had
+zij in de vreugde van haar hart een helm en pantser van zuiver goud
+geschonken.
+
+Doch nog vóór de feestmaaltijd begon, was zij gedwongen zichzelve te
+bekennen, dat dit alles toch het begin van het einde was, want enkele
+uren nadat zij dien ruiter zoo mild had beloond, was hij reeds tot den
+vijand overgeloopen. Ook had Antonius zijn vijand Octavianus tot een
+tweegevecht uitgedaagd, doch het koele antwoord ontvangen dat er genoeg
+wegen waren waarlangs men den dood kon zoeken.
+
+Aan die taal herkende zij weder haar vijand met het koude hart, en die
+nu zeker was van de heerschappij. Daarbij zag zij zich droevig bedrogen
+in de hoop dat de oude strijders, die onder Antonius hadden gediend,
+bij zijne eerste oproeping den nieuwen veldheer zouden verlaten en
+bij troepen hem tegemoet snellen. Alles wat haar gemaal tot bereiking
+van dat doel had beproefd, had schipbreuk geleden, niettegenstaande
+de wegsleepende kracht zijner welsprekendheid, terwijl met ieder uur
+tijdingen kwamen van verraderlijke afvalligheid van enkele krijgslieden,
+of van geheele troepen tegelijk. De vijand scheen zóó zeker van zijn
+zaak, dat hij zich niet eens verzette tegen de pogingen van Marcus
+Antonius, om de soldaten door beloften voor zich te winnen.
+
+Na dat alles zag Cleopatra nu met volle zekerheid in de zegepraal van
+haar geliefde nog slechts de laatste opflikkering van het uitdoovende
+vuur; doch zoolang het nog brandde, moest hij zien dat zij zijn licht
+nog volgde. Zoo was zij dan met den overwinnaar van heden de feestzaal
+binnengekomen, en was getuige geweest van een zonderling gastmaal. Het
+was met tranen begonnen, en had Cleopatra doen denken aan dit woord: dat
+zij zelve geleek op een overwinningsfeest vóór dat de slag gewonnen was.
+
+Nauwelijks waren de schenkers met hunne gouden kannen bij de gasten
+rondgegaan, of Antonius had zich tot hen gewend met den uitroep:
+»Schenkt maar dapper in, gij mannen, morgen dient gij misschien reeds
+een anderen heer!"
+
+Toen was hij, geheel tegen zijn gewoonte, nadenkend geworden, en had in
+zichzelven gemompeld: »En dan lig ik daar buiten als een lijk, een
+armzalig niets!"
+
+Op deze woorden was een luid snikken der schenkers en dienaren gevolgd,
+doch hij had hen bedaard toegesproken, en beloofd hen niet mede te
+voeren in een strijd, waarvan hij voor zichzelven veeleer een roemvollen
+dood verwachtte, dan redding en zegepraal.
+
+Daarbij begonnen ook de tranen der Koningin te vloeien. Indien deze
+teugellooze genotzoeker, de roekelooze verkwister en onruststichter, met
+zijne steeds begeerende, onverzadelijke zinnen, ook bittere vijandschap
+had gewekt, toch was ook zeker maar aan enkelen zulk een hartelijke
+liefde van velen ten deel gevallen. Eén blik op zijne heroëngestalte;
+één gedachte aan den tijd, toen ook zijne vijanden van hem zeiden: dat
+hij nooit grooter was dan tegenover het dreigendste gevaar, nooit beter
+in staat om blijde hoop op betere tijden ook bij anderen te wekken,
+dan te midden van de zwaarste ontberingen; één oogenblik luisteren
+naar die metaalrijke stem van den redenaar, die zoo dikwijls uit zijn
+hart was gekomen, en daarom zulk een onweerstaanbaren indruk op zijne
+toehoorders had gemaakt; een reeks van herinneringen aan zijn vroolijke
+openhartigheid en zijn grenzenlooze grootmoedigheid: dit alles
+verklaarde voldoende de klachten, die bij dien maaltijd oprezen en de
+tranen die daarbij werden gestort, en die allen zoo welgemeend waren.
+Zij hadden ook de schoone, koninklijke vrouw gegolden die, zonder zich
+aan de aanwezigen te storen, het edele hoofd met de paarlenkroon tegen
+den machtigen schouder van haar gemaal had gevlijd.
+
+Maar die treurigheid had niet lang geduurd, en Marcus Antonius had
+uitgeroepen: »Nu weg met al die droefheid! Wij hebben de Larva niet
+noodig.[20] Ook zonder dat weten wij wel dat het spoedig gedaan zal zijn
+met de vreugd! Een vroolijk feestlied, Xuthus! en gij Metrodorus, ga
+vóór in den dans! Ik wijd den eersten beker aan de schoonste, de beste,
+de verstandigste, de beminnelijkste, de vurigst geliefde!"
+
+[20] Bij de gastmalen der Aegyptenaars werd een kleine figuur, in de
+gedaante van een mummie rondgegeven, die de gasten er aan moest
+herinneren, dat zij weldra zouden zijn als deze, en geen tijd meer
+zouden hebben zich te verheugen in het leven en zijne genietingen. De
+Romeinen volgden dit na, door de Larva, een klein beeldje, gewoonlijk in
+den vorm van een geraamte, bij den maaltijd onder de feestvierenden te
+laten rond gaan. Het schoonheidsgevoel der Grieken maakte uit dit
+leelijke schrikbeeld een gevleugelden genius.
+
+Hij had de bokaal hoog opgeheven, de fluitspeler Xuthus gaf het koor
+dat zijn lied begeleidde, een wenk, en de danser Metrodorus was als een
+vlinder een schaar van liefelijke meisjes vooruit gezweefd. En deze, in
+hare wijde gewaden van gekleurde doorschijnende zijdestof, die haar als
+een wolk omgaven, waren daarop aan het bevallige spel gegaan, en hadden,
+nu eens als in nevelen gehuld, dan weder als op vleugelen voortgedragen,
+aan de verrukte toeschouwers een allerbekoorlijkst schouwspel geboden.
+
+De »metgezellen van den dood" waren weder makkers in de vreugd geworden,
+en juist toen Charmion, die hare gebiedster geen oogenblik uit het oog
+had verloren, en den pijnlijken trek op haar gelaat had opgemerkt, uit
+den kring der gasten weggeslopen was, had zij de trouwe Anukis ontmoet,
+die haar de aankomst van Dion kwam melden.
+
+Toen was zij--maar dat had zij voor hare vrienden verzwegen--naar hare
+vertrekken gesneld om zich tot uitgaan gereed te maken, en daar Iras op
+hetzelfde oogenblik de deur van haar eigen kamer opende, was zij haar
+gevolgd, om met haar over den nachtdienst bij de Koningin te spreken.
+Haar nicht had dat echter niet bemerkt, want door een zenuwachtig
+snikken overvallen, had zij juist haar gelaat tegen de kussens van
+een rustbank gedrukt, en trachtte op deze wijze de wilde smart, die
+hare ziel schokte, met al de hevigheid harer hartstochtelijke natuur,
+te laten uitwoeden. Toen had Charmion haar naam geroepen, en zelve
+weenende, hare armen voor haar geopend, en voor het eerst sedert haar
+terugkomst van Actium, was de dochter harer zuster weder eens aan hare
+borst gezonken, en hadden zij elkander lang omstrengeld gehouden. Op
+Charmion's uitroep: »Met haar, voor haar tot in den dood!" had het
+antwoord van Iras geklonken: »Tot in het graf!"
+
+Dat woord had reeds in menig stil nachtelijk uur geleefd in de ziel der
+oude vriendin dier vrouw, die daar beneden met bloedend hart deelnam aan
+het bedwelmende maal van overmoedige feestgenooten. En daaraan had zich
+de vraag vastgeknoopt: »Is uw lot niet geketend aan het hare? Wat kan u
+het leven nog bieden, zonder haar?"
+
+Thans had dit woord haar duidelijk verstaanbaar tegengeklonken uit
+den mond van een ander, en Charmion's gelofte had als een echo op den
+uitroep van Iras geantwoord: »Tot in den dood, evenals gij, wanneer zij
+ons vóórgaat. Wat er daarna ook komen moge, nergens mag zij het hart en
+de handen van Charmion missen."
+
+»En zeker evenmin de liefde en de diensten van Iras," had deze
+wederkeerig verzekerd.
+
+Zoo waren zij gescheiden, en het waren de aandoeningen van dit gewichtig
+oogenblik, die nog zichtbaar waren in de trekken der verouderende vrouw,
+die eens de liefde van haar hart had opgeofferd voor de koninklijke
+speelnoot harer jeugd, en die nu ook haar leven voor haar wilde geven.
+
+Toen zij in Gorgias' huis afscheid nam van haar vrienden, drukte zij
+Dion met warmte de hand, en terwijl hij haar naar den wagen bracht,
+deelde zij hem mede dat Archibius, voor dat de troepen het eerst op
+elkander stieten, de koninklijke kinderen van hier naar zijn landgoed
+Irenia had geleid. Daar waren zij nu bij hem.
+
+»Ik heb nooit een moeilijker uur moeten doorleven," besloot zij, »dan
+toen ik de koningin met een verscheurd hart van hen zag afscheid nemen.
+Wat zal de toekomst zijn voor die dierbare wezens, die zoozeer het
+grootste geluk waardig zouden zijn. Mijn laatste wensch is nu nog: de
+tweelingen en den kleinen Alexander erkend, en bewaard te zien voor dood
+en schande, en dan uw eigen zoon op den arm van Barine."
+
+Op de Lochias moest Charmion nog lang wachten, eer de Koningin zich ter
+ruste begaf. Zij vreesde voor haar stemming, nadat zij het gastmaal had
+verlaten, want reeds maanden lang kwam Cleopatra telkens gedrukt, tot
+tranen toe bewogen of in groote verontwaardiging van den feestdisch der
+»metgezellen van den dood" terug. Wat moest dan wel de uitwerking zijn
+van dit laatste, dat zoo treurig begonnen was, en toen zoo uitgelaten
+vroolijk was geworden?
+
+Eindelijk, in het tweede uur na middernacht, verscheen Cleopatra.
+Charmion dacht dat zij aan zinsverbijstering leed, want de oogen der
+Koningin die, toen zij haar verliet, vol tranen stonden, straalden nu
+met een blijden, opgewekten gloed, en toen haar vriendin haar de kroon
+van het hoofd nam, riep zij uit: »Waarom zijt gij zoo vroeg van het
+feest verdwenen? Misschien was dit het laatste, maar ik herinner mij
+geen dat schooner was! Het was als in de lentedagen van onze liefde.
+Marcus Antonius zou een steenen beeld hebben geroerd met die vereeniging
+van mannelijke stoutheid en nederige toewijding, waaraan geen vrouw kan
+weerstand bieden. Evenals vroeger krompen de uren tot oogenblikken in.
+Wij waren weder jong, weder één. Hier op de Lochias in dezen nacht
+waren wij bij elkander, en toch tegelijk in lang vervlogen tijden,
+en op andere plaatsen. Wat de zangers zongen, de muzikanten speelden,
+de dansers ons te zien gaven, dat ging alles voor ons verloren. Wij
+zweefden hand in hand terug naar een zonnige tooverwereld, en het
+sprookje van het rijk der zaligen, dat wij daar voor ons zagen in
+verblindende pracht en verrukkelijk genot, was de droom, dien ik als
+kind het liefste droomde, en meteen het schoonste tijdperk van het leven
+der Koningin van Aegypte.
+
+»Het begon voor de poort van den Epicuristen-tuin. Op de rivier Kydnos
+werd het voorgezet. Ik zag mij zelve weder op het gouden schip, met
+bloemenguirlanden omwonden, op het purperen rustbed, met rozen om mij
+heen, en onder het van edelgesteente flonkerende tentdak. Een zacht
+windje blies in het zijden zeil, mijne gezellinnen lieten om mij heen
+hare stemmen klinken door snarenspel begeleid, de zefier droeg de zoete
+geuren die ons omzweefden naar den oever, en ademde hem de boodschap
+toe, dat de hoogste zaligheid hem naderde, waarvan hij had gedacht dat
+het genot alleen den goden was beschoren. En evenals zijn hart het mijne
+tegenklopte, en zijne bedwelmde zinnen sidderend naar mij verlangden,
+hetzelfde--dat heeft hij mij bekend--was ook het geval met zijn geest,
+zoodra die den mijnen ontmoette. In ons geluk gevoelden wij ons beiden
+door banden omslingerd, die niets, ook het noodlot niet, zou kunnen
+losmaken. Hij, de beheerscher der aarde, was overwonnen, en hij vond er
+een wellust in, de wenken zijner vorstin te volgen, omdat hij gevoelde
+dat zij, voor wie hij zich boog, zijne gehoorzame slavin was. En dat
+alles had geen tooverbeker uitgewerkt! Alsof ik was verlost van een
+vreeselijk schrikbeeld, dat--al was het ook in het vuur gesmolten--tot
+vóór enkele uren het zwaarste drukte op mijne ziel, leefde ik weder op.
+Geen magische kunst, niets dan de gaven van lichaam en ziel, die de
+overwonnen overwinnende, die de vrouw Cleopatra aan de gunst der goden
+te danken had, hadden zijn verheven mannelijkheid gedwongen zich aan
+haar over te geven.
+
+»Van den Kydnos voerde hij mij hierheen, en nu begonnen de genotvolle
+dagen, die het ons vergund was door te brengen op den grond van mijn
+Alexandrië. Duizend uren, helder als de zon, golven van klanken, die
+sinds lang met den stroom van den tijd voorbij waren geruischt, wekte
+hij tot nieuw leven op, en ik, ik deed hetzelfde, en onze herinneringen
+smolten inéén. De onvergetelijke uren, die wij samen hebben doorleefd,
+wanneer wij ons, in dollen overmoed, onbekend onder het vroolijke volk
+mengden; al de Olympische vreugd die onzen boezem zwellen deed, als
+duizenden ons toejuichten; alles wat ons in het stille vertrek geest en
+zinnen met de wellust der zaligen vervulde; al het genot dat de kinderen
+ons schonken, als zuivere nectar voor de ziel--dat alles hebben wij
+elkander nu weder getoond en geschonken, en geen van ons beiden wist
+wie de gever was of de ontvangende. Het donkere, het pijnlijke scheen
+opgelost te zijn--en de kinderdroom, het sprookje, gedicht door de
+phantasie, stond als werkelijkheid voor mijne ziel, als dezelfde
+werkelijkheid--ik herhaal het--die ik mijn vroeger leven noem.
+
+»En Charmion, als nu morgen de dood komt, behoef ik dan wel te zeggen
+dat hij te vroeg kwam, dat hij mij afriep, vóór het leven mij zijn
+schoonste gaven had mogen schenken? Neen, neen en nogmaals neen! Wie in
+zijn laatste uur tot zichzelven mag zeggen, dat de schoonste droom uit
+zijn kinderjaren nog overtroffen is geworden door een lang tijdperk van
+zijn leven, die mag zich gelukkig prijzen, al is het in den diepsten
+nood en aan den rand van het graf!
+
+»De wensch om de eerste en hoogste onder alle vrouwen van haar tijd te
+worden, die reeds gekoesterd werd in het hart der jonge leerling, werd
+vervuld. Het vurig verlangen naar liefde, dat reeds toen mijn geheele
+ziel doorgloeide, dat heeft de minnende vrouw, de moeder, de Koningin
+bevredigd gezien, en opdat ook de vriendschap mij alles bieden zou wat
+zij vermag te geven, daarvoor liet de gunst van het lot mijn Archibius,
+uw broeder, zorgen en ook mijne Charmion en Iras.
+
+»Laat nu komen, wat wil. Deze avond heeft mij geleerd dat het leven
+de belofte die het mij deed, gehouden heeft. Doch ook anderen zal
+het vergund zijn de schitterendste van alle Koninginnen, de vurigst
+beminde van alle vrouwen, gaarne te gedenken. Daar zorg ik voor, want
+het grafmonument dat Gorgias voor mij opricht, plaatst zich als een
+onverbrekelijke muur tusschen de Cleopatra, die nog heden met trotsch
+gevoel van eigenwaarde deze kroon draagt, en de dreigende vernedering en
+schande.
+
+»Nu wil ik gaan slapen. Al brengt het ontwaken nederlaag, ellende en
+dood--toch heb ik geen reden om over mijn lot te klagen. Slechts één
+ding heeft het mij geweigerd: de rust zonder smart, die het kind en de
+opgroeiende jonkvrouw zich als het hoogste goed dachten; maar nu zal ook
+die nog het deel worden van Cleopatra. Het rijk des doods, dat zooals de
+Aegyptenaars zeggen, het stilzwijgen liefheeft, opent voor mij zijne
+poorten. De grootste rust vangt aan op zijn drempel, en wie zal zeggen
+waar zij ophoudt? De blik van onzen geest reikt niet ver genoeg om de
+grens te zien, waar zij aan het eind der eeuwigheid, die immers zonder
+einde is, door iets anders wordt verdrongen."
+
+Hierop wenkte de Koningin haar vriendin om haar naar het slaapvertrek te
+vergezellen. Een deur leidde vandaar naar de kamer der kinderen, en een
+onwederstaanbare behoefte drong haar die te openen, en in de leege,
+donkere ruimte naar binnen te zien.
+
+Een koude huivering ging haar daarbij door de leden. Zij nam eene der
+kamervrouwen die haar volgden, den kandelaar uit de hand, en trad
+daarmee naar de legerstede van den kleinen Alexander. Deze was leeg en
+verlaten, evenals de andere. Toen zonk haar opgeheven hoofd op de borst;
+de moedige kalmte, die uit den terugblik op haar vervlogen leven was
+ontstaan, kon niet langer duren, en zooals de helderste lichttinten aan
+den hemel, bij den schitterenden gloed van den avond, eensklaps plaats
+moeten maken voor den nacht, zoo kwam er in de ziel van Cleopatra, na
+de hooge geestvervoering der laatste uren, een plotselinge omkeer. Door
+een diepe, pijnlijke neerslachtigheid aangegrepen, wierp zij zich voor
+het bed der tweelingen neder. Daar bleef zij lang, stil weenend liggen,
+totdat Charmion haar, bij het aanbreken van den dag, vermaande ter rust
+te gaan. Toen richtte Cleopatra zich langzaam op, wischte hare tranen
+af, en zeide: »Zooeven scheen het leven, dat achter mij ligt, mij een
+prachtige tuin toe. Maar ach, hoeveel slangen strekten hunne platte
+koppen met de glinsterende oogen en de gespleten tong naar mij uit! Wie
+heeft de bloemen ter zijde geschoven, waaronder zij verborgen lagen?
+Ik geloof Charmion, dat het de geheimzinnige macht was, die immers hier
+bij de kinderen zich tegenover de kleinste zoo goed als de grootste
+gemoedsbeweging zoo krachtig doet gevoelen,--het was--wanneer heb ik
+dat huiveringwekkende woord toch voor het laatst gehoord?--het was het
+geweten. Hier, in dit verblijf van onschuld en reinheid, valt alles wat
+op een vlek gelijkt, sterk in het oog.--Hier.... o Charmion, waren de
+kinderen maar hier!--Mocht ik maar...
+
+»Doch neen, neen! Het is goed, het is zeer goed dat zij weg zijn! Ik
+moet sterk blijven, en hun lieftalligheid zou mijn kracht breken. Maar
+het wordt steeds lichter. Kleed mij voor den dag. Ik zou eerder kunnen
+slapen in een instortend huis, dan met zulk een oproerig hart."
+
+Men deed haar de donkere kleederen aan, die zij had uitgekozen, en
+terwijl zij daarmede bezig waren, klonk in de koninklijke haven daar
+beneden luid en vele malen herhaald het geluid der trompet en der andere
+signalen, tot het bijeenroepen van de vloot en het leger, waarvan in den
+nacht reeds een deel naar de heuvels aan de zee was gebracht.
+
+Dat klonk krijgshaftig en stout. De goed uitgeruste schepen in de haven
+boden een prachtig schouwspel aan. Hoe dikwijls had Cleopatra niet reeds
+gezien dat er iets onverwachts gebeurde, en het schijnbaar onmogelijke
+mogelijk werd. De overwinning van Octavianus bij Actium, was die ook
+niet een wonder geweest? Wanneer het lot nu eens, als een grillig
+heerscher, tegenspoed in voorspoed veranderde? Wanneer Antonius zich
+heden weder eens een held betoonde, zooals gisteren, en een veldheer
+zooals zoo menigmaal in vroeger dagen?
+
+Zij had geweigerd hem nog eens te zien vóór het begin van den slag,
+om hem niet af te leiden van de groote taak, die hij te vervullen had.
+Doch toen zij hem op zijn vurigen Barbarijschen hengst in blinkende
+wapenrusting, den oorlogsgod zelf gelijk, langs zijn troepen zag
+rijden, en hen dien gullen, opgewekten groet zag toewuiven, waarvan
+de warme vriendelijkheid zoo regelrecht uit zijn hart kwam, en die de
+krijgslieden zoo dikwijls tot vurige geestdrift had ontvonkt, toen
+moest zij zich geweld aandoen om hem niet tot zich te roepen, en hem
+te zeggen dat hare gedachten met hem medegingen.
+
+Zij deed dit echter niet, en zoodra zijn purperen mantel uit het gezicht
+verdwenen was, liet zij haar hoofd weder zinken.
+
+Hoe geheel anders hadden vroeger de toejuichingen der soldaten
+geklonken, wanneer hij zich aan hen had vertoond! Die koele
+beantwoording van zijn blijmoedigen, welgemeenden groet, was geen
+voorteeken van overwinning.
+
+
+
+
+TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Ook Dion was getuige van het uittrekken der troepen. Gorgias, dien hij
+onder de epheben had gevonden, vergezelde hem, en evenals de Koningin,
+zagen ook zij een slecht voorteeken voor den afloop van den slag in de
+gedwongen wijze, waarop het leger den bevelhebber begroette.
+
+De bouwmeester had Dion aan de jongelingen voorgesteld als de genius van
+een gestorvene, die zoodra men hem vroeg van waar hij kwam of waarheen
+hij ging, genoodzaakt zou zijn in de gedaante van een vlieg op de vlucht
+te gaan. Hij had dit gerust durven wagen, daar hij de epheben kende en
+wist dat onder hen geen verrader school.
+
+Zij hadden Dion welkom geheeten als een geliefden, uit den dood verrezen
+broeder, het voormalig hoofd der vereeniging, en hijzelf had er groot
+genot in gevonden na zooveel tijd weder eens als redenaar op te treden,
+en in een zaak waarover beraadslaagd werd, uitspraak te doen. Het is
+waar, hij had slechts weinig tegenspraak uitgelokt, want het besluit om
+zich te onthouden van den strijd tegen de Romeinen, had de Koningin
+zelve, bij monde van Antyllus, de epheben op het hart gedrukt. Deze
+laatste had intusschen de vergadering reeds verlaten, vóór Dion daar was
+verschenen.
+
+Het had Cleopatra een misdaad toegeschenen het bloed der edelste zonen
+van de stad te doen vloeien voor een zaak, die zij zelve reeds verloren
+waande. Zij kende de moeders en vaders van velen onder hen en zij
+vreesde dat Octavianus hen, die niet tot het leger behoorden, zwaar zou
+straffen wanneer zij, met de wapenen in de hand, in zijne macht vielen.
+
+De sterren begonnen reeds weder te verdwijnen, toen de epheben hun
+vriend op zijn weg huiswaarts hun geleide gaven. Onderweg hieven zij
+samen in beurtgezang de koren der Hymenaeën aan, die zij op zijn
+bruiloftsdag verhinderd waren geweest te zingen. Zij begeleidden die
+liederen met de luit, en deze nachtelijke muziek in de straten der stad
+deed de mythe ontstaan dat de god Dionysos, aan wien Marcus Antonius
+zich altijd bijzonder verwant had gevoeld, en in wiens gedaante hij zich
+zoo dikwijls aan het volk had vertoond, hem op dat uur onder gezang en
+muziek had verlaten.
+
+Vóór den Isistempel namen de jongelingen afscheid van hem. Alleen
+Gorgias hield hem nog gezelschap. Hij bracht hem naar het naburige
+grafteeken der Koningin, waaraan bij fakkellicht ijverig werd gearbeid.
+Er stond nog altijd een lichte stellaadje omheen, doch de hooge
+benedenbouw met de eigenlijke groeve was reeds voltooid, en Dion
+bewonderde de kunst, waarmede het uitwendige van dit gebouw aan de
+bestemming van het inwendige beantwoordde. De muren bestonden uit groote
+vierkante steenen van donkergrijs graniet. Ernstig, bijna schrikwekkend,
+verhief zich de breede, licht hellende voorzijde met de verbazend
+hooge poort, waarboven zich een kroonlijst bevond met de gevleugelde
+zonneschijf. Daarnaast stonden in overwelfde nissen de donkere bronzen
+beelden van Antonius en Cleopatra, en boven de kroonlijst verhieven zich
+de metalen zinnebeelden van de liefde en van den dood, den roem en het
+stilzwijgen, en veredelden de Aegyptische vormen door schoone werken van
+Helleensche kunst.
+
+De massieve poort van gegoten brons, die versierd was met
+reliëf-figuren, zou een stormram hebben kunnen weerstaan. Naast de
+trappen, die daarheen voerden, lagen sphynxen van donkergroen dioriet.
+Alles aan dit gebouw, dat geheel aan den dood was gewijd, was grootsch
+en ernstig, en sprak door zijne onverwoestbaarheid van de eeuwigheid.
+
+Van de bovenverdieping was nog geen enkel gedeelte gereed. Metselaars
+en steenhouwers arbeidden aan de bedekking der dikke muren met donkeren
+serpentijnsteen en zwart marmer. Het groote windas stond gereed om een
+meesterstuk van Alexandrijnsche plastiek naar boven te hijschen. Het was
+voor den gevel bestemd en stelde de overwinnende Venus voor, met helm,
+schild en lans, zooals zij, als aanvoerster van een schaar gevleugelde
+liefdegoden, aan wier hoofd Eros zelf pijlen afschoot, zegevierend
+streed met den dood, den driekoppigen Cerberus, die reeds uit vele
+wonden bloedde.
+
+Het ontbrak aan tijd om ook het inwendige van het monument te
+bezichtigen, want Pyrrhus verwachtte zijn beschermeling tegen zonsopgang
+aan de haven, en in het Oosten begon het reeds te dagen.
+
+Toen de vrienden de landingsplaats naderden, fonkelde de boven alles
+uitstekende metalen koepel van het Serapeum in verblindenden glans. De
+vlaggen en masten der tot vertrek gereed liggende vloot schenen zich in
+een zee van gouden licht te baden. In de blinkende, licht gerimpelde
+oppervlakte der zee weerspiegelden trillend de bronzen en vergulde
+figuren aan den voorsteven der schepen, en de lange schaduwen der
+roeiriemen, die zich in rijen uitstrekten van schip tot schip, vormden
+als het ware een netwerk van donker gestreepte mazen.
+
+Hier zeiden de vrienden elkander vaarwel, en Dion ging alleen verder
+langs de kade, om den vrijgelatene op te zoeken, die ditmaal zwaar werk
+zou hebben om met zijn bark tusschen dit gewemel van vaartuigen door,
+een uitweg te vinden. De bezichtiging van het mausoleum had den jongen
+vader te lang opgehouden, en ofschoon hij wist dat hij onherkenbaar was,
+verweet hij zich toch zich onvoorzichtig te hebben blootgesteld aan een
+gevaar, waarvan de gevolgen--dat voelde hij heden voor het eerst--niet
+alleen hemzelven noodlottig konden worden.
+
+De verzamelde oorlogsvloot wachtte nu op het sein tot vertrek.
+Alle vaartuigen, die er niet toe behoorden, hadden zich bij den
+Poseidontempel moeten vereenigen, en het was aan ieder afzonderlijk ten
+strengste verboden, de reede te verlaten.
+
+De schuit van Pyrrhus lag daar midden tusschen, en dus viel er vooreerst
+niet te denken aan terugkeer naar het Slangeneiland. Hoezeer deed hem
+dat leed! Barine wist immers niets van zijn tocht naar de stad, en dat
+hij haar nu alleen moest laten, terwijl zoo dicht onder haar oogen een
+zeeslag zou worden geleverd, verontrustte hem zelven evenzeer als het
+dit haar moest doen.
+
+Werkelijk wachtte de jonge moeder van den vroegen morgen af, met
+toenemenden angst op haar echtgenoot. De zon steeg hooger, en aan alle
+zijden van het eiland hoorde zij de riemslagen, die tweehonderd schepen
+voortbewogen, den schrillen toon der fluiten die hen de maat aangaf, de
+met luider stem gegeven kommando's der kapiteins, en de schetterende
+trompetsignalen, die van verre en nabij door de lucht weerklonken. Onder
+dit alles werd zij door zulk een onrust bevangen, dat zij met alle
+geweld naar den oever wilde gaan, terwijl men haar tot dusver nog enkel
+had veroorloofd wat frissche lucht te scheppen onder een zeil, dat tot
+dit doel aan den schaduwkant van het huis was uitgespannen. Te vergeefs
+vermaanden haar de vrouwen toch niet toe te geven aan haar angst, en
+geduld te hebben. Doch zij zou nog krachtiger tegenstand getrotseerd
+hebben, om uit te zien naar haar geliefden gade, die nu, met haar kind,
+haar geheele wereld uitmaakte.
+
+Toen zij aan Helena's arm aan den oever kwam, was er geen boot te zien.
+Het zeevlak dat vóór haar lag, was enkel bedekt met oorlogsschepen,
+drijvende vestingen, die zich als duizendpootige draken voortbewogen.
+De pooten waren de tallooze roeiriemen, in drie of vijf rijen geschikt.
+Elk der grootere schepen was door kleinere omringd, en uit de meeste
+schoten verblindende bliksemstralen omhoog, want zij waren overvol met
+gewapenden, en aan de voorstevens der sterke entervaartuigen werden de
+zonnestralen weerkaatst in de groote, glimmende metalen punten, waarmede
+in het houten lichaam van den tegenstander moest worden geboord. De
+gouden beelden aan de voorplecht der groote schepen, glinsterden en
+blonken in het heldere licht der zon, en ook op de lage heuvels op het
+land was het alsof men vlammen zag. Dáár stond het leger van Marcus
+Antonius, en de helmen, pantsers en lanspunten van het voetvolk, en
+de wapenrustingen der ruiterij flikkerden in de zon, en wierpen met
+verblindenden gloed bliksemschichten door de heete lucht van den eersten
+Augustusdag in Aegypte.
+
+Onder al dit lichten en vlammen en stralen in de van glans en
+helderheid verzadigde ochtendlucht, mengde zich uit leger en vloot
+een voortdurend en toenemend oorlogsrumoer.--Juist had de uitgeputte
+vrouw zich laten neervallen op een zetel, dien de visschersdochter Dione
+voor haar had neergezet, in de schaduw van de hoogste rotspunt aan den
+noordwestelijken oever van het vlakke eiland, toen plotseling van alle
+schepen der Aegyptische vloot te samen een luid en ver-doordringend
+trompetsignaal weerklonk, en de geheele menigte vaartuigen door de haven
+opening aan den pharus koers zette naar de open zee.
+
+Op eens gingen de smalle leden van het houten reuzenlegioen uiteen en
+roeiden in minder breede rijen verder. Dat geschiedde zeer kalm, en in
+dezelfde onberispelijke orde, als eenige dagen geleden, toen zij onder
+de oogen van Marcus Antonius een dergelijke beweging hadden uitgevoerd.
+
+Het scheen dat de lust tot strijden hen onophoudelijk voorwaarts dreef.
+Onbewegelijk bleef de vijandelijke vloot hen afwachten. Maar nauwelijks
+hadden de Aegyptische aanvallers zich eenige scheepslengten in de
+richting van den Romeinschen tegenstander bewogen, of een nieuw signaal
+daverde door de lucht. De vrouwen die het hoorden, verzekerden in later
+dagen dat het geklonken had als een jammerkreet, en het had dan ook het
+teeken gegeven tot een verraad zonder wederga. De slaven, boosdoeners
+en ellendigste huurlingen op de roeibanken in het ruim van het schip,
+hadden er reeds lang met gespannen verwachting naar geluisterd, en toen
+het eindelijk kwam, hieven de mannen op de bovenste banken hunne lange
+roeiriemen op, en hielden die in de hoogte; die van de onderste rijen
+staakten hun werk, en alle schepen lagen stil. Het was alsof het ééne
+vaartuig met zijn houten, ver voor zich uitgestrekte riemenvingers, vol
+afschuw op het andere wees. Een eerlijk scheepsbevelhebber zou met de
+snelheid en onberispelijke orde, waarmede het opheffen der riemen was
+geschied, en vaartuig naast vaartuig tot stilstand was gebracht, eer
+hebben ingelegd; doch nu leidde het tot een der nietswaardigste,
+schandelijke daden waarvan de geschiedenis verhaalt. De vrouwen die
+reeds menig spiegelgevecht op zee hadden bijgewoond en de beteekenis er
+van begrepen, riepen allen als uit éénen mond: »Verraad! Zij geven zich
+aan den vijand over!"
+
+De vloot van Marcus Antonius, door Cleopatra voor hem in het leven
+geroepen, was tot op de laatste bark overgegaan tot den erfgenaam van
+Cæsar, den overwinnaar van Actium. Hij, wien zij trouw gezworen had,
+die hare oefeningen had geleid, en hen nog den vorigen dag tot moedig
+standhouden had aangespoord, zag het van een duinheuvel aan den oever
+aan, hoe het sterke wapen, waarop hij al zijn hoop gevestigd had, niet
+brak, maar zichzelf in de handen der vijanden gaf.
+
+Hij wist dat de overgave van de vloot aan den vijand het zegel zette
+op zijn ondergang, en de vrouwen op de kust van het Slangeneiland, die
+op zulk een afstand stonden van den grooten man, wien dit ongeluk het
+zwaarste trof, vermoedden hetzelfde. Beiden waren er tot in de ziel van
+geroerd, en hare oogen werden vochtig van verontwaardiging en smart. Zij
+waren Alexandrijnsche vrouwen, en wilden geen Romeinsche worden.
+
+Aan Cleopatra alleen, de dochter uit het hun verwante Macedonische huis
+der Ptolemaeërs, kwam de heerschappij toe over hare vaderstad, die
+gesticht was door den grooten Macedoniër. Al het leed dat de Koningin
+haar had aangedaan, werd thans in hare schatting geheel onbeduidend bij
+den ontzettenden slag van het noodlot, die in dit uur haarzelve trof.
+
+De vereenigde Romeinsche en Aegyptische vloot keerde als een groot,
+denzelfden bevelhebber gehoorzamend eskader terug in de haven en op de
+reede der stad, die nu als een kostbare buit haar toebehoorde.
+
+Barine had genoeg gezien, en ging met gebogen hoofd naar huis terug.
+Haar hart was vol, en de angst voor haar geliefden man wies van uur tot
+uur.
+
+Het was alsof het gesternte des daags schroomde zulk een snoode daad met
+zijn vriendelijk licht te beschijnen, want de verblindende en stekende
+zon van den eersten Augustus omsluierde haar stralend aangezicht met een
+witgrijzen nevel, en de ontwijde zee fronste het voorhoofd, verwisselde
+haar zuiver blauw met geelachtig grijs en zwartgroen, en een wit schuim
+kookte op de koppen der verbolgen golven.
+
+Toen het begon te schemeren werd de ongerustheid der verlaten vrouw
+haar bijna te veel. Niet alleen de kalmeerende woorden van Helena, maar
+zelfs het gezicht van haar kind miste thans zijne uitwerking, en reeds
+had Barine den tehuis gebleven zoon van Pyrrhus geroepen, om hem te
+overreden haar met zijn boot naar de stad te varen, toen Dione een
+schuit ontdekte, die van de zeezijde het Slangeneiland naderde.
+
+Een oogenblik later sprong Dion aan land, en kuste zijn jonge vrouw het
+verwijt, waarmede zij hem ontving, spoedig van de lippen. Hij had reeds
+gehoord van het verraad der vloot, terwijl hij met den vrijgelatene in
+de haven van Eunostus in een huurboot was gestapt, daar die van Pyrrhus,
+evenals de andere vaartuigen, bij den tempel van Poseidon vastgehouden
+werd.
+
+De ervaren loods had zijn bark met een wijden boog tegen den wind in,
+door de open zee moeten sturen, en was onderweg lang opgehouden, daar
+hij midden tusschen een deel der oorlogsvloot was geraakt.
+
+Nu het gevaar en de scheiding voorbij waren, gevoelden zij zich wel
+innig gelukkig in het besef dat zij elkander terug hadden gekregen, maar
+toch kon het niet tot de rechte blijdschap komen. Het lot der Koningin
+en van hunne vaderstad, drukte al te zwaar op hunne ziel. Bij het
+invallen van den nacht sloegen de honden luid aan, en men hoorde leven
+aan het strand. Met het vaste voorgevoel dat hem en de zijnen een onheil
+dreigde, volgde Dion die roepstem en ging er heen.
+
+De nacht werd door geen enkele ster verlicht. Alleen het zwervend
+licht van een lantaarn, en een ander op het naastbijgelegen eiland,
+verhelderden een weinig de duisternis rondom, doch in het Zuiden
+brandden de lichten in de stad zoo helder als ooit.
+
+Pyrrhus was juist bezig met zijn jongsten zoon een boot in zee te
+sleepen. Zij moesten een andere die in het zand van een ondiepte bij het
+naburige eiland was vastgeraakt, daaruit gaan losmaken.
+
+Dion sprong met hen mede in de schuit, en nu herkende hij spoedig in de
+stem die hem geroepen had, die van den bouwmeester Gorgias.
+
+De blijde begroeting van den jongen vader klonk den vriend te gemoet,
+doch deze beantwoordde die niet.
+
+Kort daarna bracht Pyrrhus zijn laten gast aan wal. Hij was, zooals
+de visscher hem deed inzien, voor de tweede maal aan een groot gevaar
+ontkomen; want indien hij aan het andere eiland had aangelegd, waar het
+wemelde van vergiftige slangen, dan ware hij licht het slachtoffer
+geworden van den beet van een dezer dieren.
+
+Gorgias greep met de oude hartelijkheid de hand van zijn vriend, doch
+toen Dion hem drong aanstonds met hem in huis te gaan, weigerde hij dit
+en verzocht hem eerst aan te hooren, eer hij zich naar de vrouwen begaf.
+
+Dion schrikte, want hij kende zijn vriend. Als zijn diepe stem zoo
+bedroefd klonk, en daarbij zijn hoofd zoo gebogen was onder het leed,
+dan was er zeker iets vreeselijks voorgevallen. En hij had goed gezien;
+de eerste mededeeling daarvan schokte ook hem zelven hevig.
+
+Dat de Romeinen te Alexandrië als heerschers te werk gingen, verbaasde
+hem niet, doch een kleine schaar der overwinnaars, die overigens
+in last hadden zich te gedragen als in een land van vrienden, was
+binnengedrongen in het groote huis van Gorgias om zich daar in te
+kwartieren. De doove grootmoeder van Helena en Barine, die alles wat er
+gebeurd was, maar half had begrepen, was door den schrik bij het woeste
+binnendringen der krijgslieden, door een beroerte getroffen, en had, nog
+vóór hij naar het eiland vertrok, de oogen gesloten.
+
+Maar deze droeve tijding, die de beide zusters op het eiland diep trof,
+was het niet alleen, wat den bouwmeester zoo laat en in een vreemde boot
+naar het Slangeneiland had gevoerd. Zijn ziel, die door de ontzettende
+gebeurtenissen van dezen dag al te zeer overspannen was, gevoelde
+behoefte aan rust te zoeken in den kring van hen, door wie hij zeker
+was te worden begrepen.
+
+Meer dan door al het vreeselijke dat hij had moeten mede doorleven, was
+hij echter tot dezen onvoorzichtigen tocht over zee gedreven geworden
+door den wensch om de bannelingen de verblijdende boodschap te brengen,
+dat zij zonder gevaar in hunne vaderstad konden terugkeeren.
+
+Met hevige ontroering, ja zelfs verbijsterd en overstelpt door alles wat
+hij had beleefd en gezien, begon de anders zoo heldere, en bij al zijn
+levendigheid bezadigde man zijn verhaal. Een waarschuwend woord van Dion
+noopte hem echter eerst nog te wachten totdat hij kalmer zou zijn, om
+daarna al hetgeen er gebeurd was naar tijdsorde te beschrijven.
+
+
+
+
+DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Nadat de bouwmeester Dion naar de haven had geleid, had hij zich naar
+het Forum begeven om daar met verschillende mannen te spreken en te
+hooren wat men voor de toekomst der stad vreesde en verwachtte.
+
+Dáár kwamen ook altijd het eerst de tijdingen aan: hij vond er een groot
+aantal Macedonische burgers, die evenals hij, in dit beslissend uur naar
+zekerheid verlangden.
+
+Het was er druk en woelig, want de meest verschillende berichten van het
+leger en de schepen volgden elkander op. Eerst waren zij gunstig, maar
+spoedig daarop hoorde men van het verraad der vloot, en het overloopen
+van voetvolk en ruiterij.
+
+Een aanzienlijk inwoner der stad had Marcus Antonius, van eenige
+vrienden vergezeld, te paard langs de kade zien draven. Het was gebleken
+dat zij op weg waren naar het kleine paleis op den Choma. Ernstige
+mannen, wier meening slechts weinig tegenspraak vond, waren van gevoelen
+dat de imperator verplicht was zich daar, even als Brutus en zoovele
+andere edele Romeinen, met eigen hand te dooden, nu het noodlot zich
+tegen hem had verklaard, en hem niets meer te wachten stond dan een
+leven door schande bevlekt. Spoedig kwam dan ook de tijding dat hij
+getracht had te volbrengen, wat de edelste burgers van hem hadden
+verwacht.
+
+Toen had Gorgias het op het Forum niet langer uitgehouden. Hij was naar
+den Choma gesneld, hoeveel moeite het ook kostte tot aan den muur te
+komen, waarin reeds een bres was gemaakt. Hij had dat gedeelte van den
+oever waar de landtong begon, door een dichte menigte bezet gevonden.
+Ook had er een aantal booten omheen gelegen, en zoodoende had hij
+vernomen dat Antonius zich niet meer in het paleis bevond.
+
+Juist op dat oogenblik werd een zorgvuldig bedekt lijk uit het kleine
+slot over den Koningsweg gedragen, en onder de menigte die daarachter
+ging, herkende Gorgias een slaaf van Antonius, dien hij vroeger wel had
+gezien. De oogen van dezen man zagen rood van het weenen. Hij kwam
+gewillig naar den bouwmeester toe, toen deze hem wenkte, en vertelde hem
+al snikkend, dat de beklagenswaardige veldheer, nadat al zijne troepen
+afvallig geworden waren, hierheen was gevlucht. Toen hij daarop in het
+paleis had gehoord dat Cleopatra hem was voorgegaan in den dood, had hij
+zijn lijfslaaf Eros bevolen ook aan zijn leven een einde te maken.
+Daarop was die wakkere man achteruitgetreden en had met afgewend gelaat
+zichzelf met het staal doorboord. Voor de voeten van zijn meester was
+hij stervend ineengezonken; waarop Antonius had uitgeroepen, dat hij
+door zijn voorbeeld geleerd had wat nu ook hem te doen stond, en op
+hetzelfde oogenblik had hij zijn kort zwaard in eigen borst gestoken. De
+verbazende levenskracht van dezen reus was echter door die ééne wond,
+hoe diep en zwaar zij ook was, nog niet vernietigd. Toen had hij op de
+aandoenlijkste wijze de omstanders gebeden en gesmeekt aan zijn leven
+een eind te maken, doch niemand had zulk een daad van zich kunnen
+verkrijgen. Onderwijl had onophoudelijk van des imperators lippen de
+naam Cleopatra geklonken, en daarbij de wensch om haar te mogen volgen.
+
+Eindelijk was Diomedes, de geheimschrijver der Koningin verschenen, om
+hem op haar bevel naar het grafmonument te laten brengen, waarheen zij
+zelve de wijk genomen had.
+
+Antonius had daarin met nieuw opgewekte levenslust toegestemd, en
+terwijl men hem wegdroeg, had hij nog last gegeven om voor een
+waardige begrafenis van Eros te zorgen. Zelfs stervende was het dezen
+grootmoedigste van alle gebieders nog onmogelijk geweest, het goede dat
+men hem bewezen had onbeloond te laten.
+
+Toen hij zoover met zijn verhaal gekomen was, barstte de slaaf opnieuw
+in tranen uit, doch Gorgias was onmiddellijk naar het grafteeken
+gesneld.
+
+De naaste weg daarheen, de Koningsweg, was in dien tusschentijd zoo vol
+geworden door de menigte, die tusschen het Dionysostheater en den
+Muzenhoek door Romeinsche soldaten terug gedrongen was, dat hij zich
+genoodzaakt had gezien door zijstraten het gebouw te bereiken.
+
+De kade was reeds niet meer te herkennen, en ook in de andere straten
+had de bevolking een vreemdsoortig aanzien gehad, want in plaats van
+vreedzame burgers, kwam men overal Romeinsche soldaten in volle
+wapenrusting tegen. Voor de Grieksche, Aegyptische en Syrische
+aangezichten waren blanke en bruine van vreemd uiterlijk in de plaats
+gekomen.
+
+De stad zelve scheen in een legerkamp veranderd te zijn. Hier had
+Gorgias een cohorte van blondgelokte Germanen, daar een met roode haren
+ontmoet, wier vaderland hij niet kende, en nog verder een detachement
+Numidische of Pannonische ruiters. Bij het heiligdom der Dioscuren,[21]
+had men hem aangehouden. Dáár had zooeven een klein aantal Hispaniërs
+Antonius' zoon Antyllus gegrepen, en na een kortstondig krijgsgericht
+terechtgesteld. Zijn gouverneur Theodotus had hem aan de krijgslieden
+verraden, doch deze nietswaardige booswicht werd geboeid achter het lijk
+van den jongeling medegevoerd, daar men hem op de daad had betrapt,
+terwijl hij een kostbaren edelsteen, dien hij hem van den hals had
+genomen, in zijn eigen gordel verborg. Vóór hij naar het eiland ging,
+was den verhaler ter oore gekomen dat men den ellendeling tot den dood
+aan het kruis had veroordeeld.
+
+[21] De tweelingzonen van Zeus, Castor en Pollux.
+
+Eindelijk was het Gorgias gelukt het grafmonument te bereiken. Hij had
+het aan alle zijden afgezet gevonden door Romeinsche lictoren en Scythen
+uit de stad, maar hij, de bouwmeester, werd natuurlijk doorgelaten.
+
+Het was hem door al de hindernissen, die hij op zijn weg had ontmoet,
+bespaard, om de vreeselijkste tooneelen van het treurspel, dat hier
+zooeven afgespeeld was, met eigen oogen te aanschouwen, doch zij werden
+hem in alle bijzonderheden beschreven door den geheimschrijver der
+Koningin, die den gewonden Antonius had begeleid. Hij was een welmeenend
+Macedoniër, die onder het bouwen met Gorgias in vriendschappelijke
+betrekking was geraakt.
+
+Cleopatra was naar het grafteeken gevlucht, zoodra de oorlogskans zich
+voor Octavianus had verklaard. Alleen Charmion en Iras hadden haar
+daarheen mogen vergezellen, en deze twee hadden haar geholpen de zware
+metalen deur van het kolossale gebouw te sluiten. Het valsche gerucht
+van haar dood, dat Antonius er toe gebracht had om ook aan zijn leven
+een eind te maken, was misschien daaraan toe te schrijven, dat de
+Koningin zich feitelijk in haar graf bevond. Toen hij in de armen van
+zijn trouwe dienaren doodelijk gewond bij het mausoleum was aangekomen,
+hadden de vrouwen te vergeefs beproefd, de zware deur weder te openen.
+Maar Cleopatra reikhalsde er naar, haar stervenden vriend nog eenmaal te
+zien. Zij moest hem in hare nabijheid hebben, om hem de laatste diensten
+te bewijzen, hem nog eens van hare liefde te verzekeren, hem de oogen
+toe te drukken, en als het mocht, met hem te sterven.
+
+Zij had dus met haar beide kamervrouwen rondgezien naar een hulpmiddel,
+en daarbij was het Iras ingevallen dat er op den steiger een windas
+stond, om de zware metalen plaat met het reliëf-beeld van de liefde, die
+den dood overwint, naar de eerste verdieping te hijschen. De Koningin
+was daarop dadelijk met hare vriendinnen de trap opgesneld; de dragers
+hadden beneden den gewonde aan de touwen bevestigd, en Cleopatra was
+zelve aan het werktuig gaan staan om hem, met behulp harer gezellinnen,
+tot zich op te trekken.
+
+Diomedes had beweerd dat hij nooit een deerniswaardiger gezicht had
+gezien, dan dat van den reusachtigen man, terwijl hij tusschen hemel en
+aarde zweefde, en worstelend met den dood, onder wreede pijnen de handen
+in smachtend verlangen uitstrekte naar zijne geliefde. Zijn stem had
+hem daarbij bijna begeven, en toch riep hij nog met teederheid haar
+naam, doch zij bleef hem het antwoord schuldig, daar zij met dezelfde
+hartstochtelijke inspanning als Iras en Charmion, op dat oogenblik al
+hare zwakke krachten wijdde aan het ophijschen door middel van het
+windas. Het over een katrol loopend touw had haar daarbij in de fijne
+handen gesneden, haar schoon gelaat was akelig vertrokken geweest,
+maar zij had het niet opgegeven, eer zij en haar helpsters werkelijk
+den zwaren last van den stervenden man al hooger en hooger hadden
+gebracht, eindelijk zelfs tot aan de planken van den steiger. Maar die
+bovenmenschelijke krachtinspanning, waardoor het aan de drie vrouwen
+was gelukt een werk te volbrengen, dat veel te zwaar was voor haar
+kracht, al was die ook verdubbeld door de macht van haar ernstigen wil
+en vurig verlangen, zou toch niet tot het doel hebben geleid, indien
+niet Diomedes op het laatste oogenblik nog te hulp ware gekomen. Hij was
+sterk, en met zijn bijstand konden zij den stervende grijpen, hem op den
+steiger trekken, en langs de reeds voltooide trap naar het graf in de
+benedenruimte dragen. Toen zij den gewonde daar hadden neergelegd op
+een der rustbanken, waarvan de groote zaal reeds was voorzien, was de
+geheimschrijver weder weggegaan. Doch op de trap was hij blijven staan
+om de rol van onopgemerkt toeschouwer te spelen, en spoedig bij de hand
+te zijn, voor het geval dat de Koningin nog eens zijn hulp zou behoeven.
+
+Nog gloeiend van de ontzettende inspanning van zooeven, met verwarde
+loshangende haren, kermend en steunend, had Cleopatra als buiten zich
+zelve haar kleed gescheurd, zich op de borst geslagen en die met hare
+nagels opengereten.
+
+Toen had zij haar eigen schoon gelaat op de wond van haar geliefde
+gedrukt, om het stroomende bloed te stelpen, en daarbij waren weder al
+die zoete, liefkoozende namen over hare lippen gekomen, die zij den nu
+stervenden man in den lentetijd hunner liefde toegeroepen had.
+
+Zijn verschrikkelijk lijden maakte dat zij haar eigen droevig lot
+vergat. Tranen van medelijden vielen als een verkwikkende zomerregen op
+de nog onverwelkte bloem hunner liefde, en deden die, terwijl zij in
+dien nacht toch reeds weder heerlijk opgeloken was, tot een laatsten
+vollen bloei komen. Even onmatig en onbegrensd als eens de hartstocht
+voor dezen man was geweest, was nu de droefheid, waarmede zijn
+smartelijk scheiden haar vervulde. Gedurende het feestmaal, dat pas
+enkele uren geleden was afgeloopen, was haar weder duidelijk en helder
+voor den geest gekomen wat Marcus Antonius in den glanstijd van haar
+leven voor haar was geweest, wat zij elkander hadden geschonken en wat
+de een van den ander had ontvangen. Thans ging dat alles in enkele
+beelden samengevat nog eens aan haar geestesoog voorbij, doch het was
+alleen om haar nog duidelijker de diepte van ellende van dit uur te doen
+zien. Eindelijk drong de smart ook de schitterendste herinnering naar de
+duisternis terug; zij zag niets meer dan de marteling van den geliefde
+aan hare zijde; haar altijd levendige geest toonde haar enkel nog den
+afgrond aan hare voeten, en het graf, dat niet voor Antonius alleen,
+maar ook voor haar zelve openstond.
+
+Niet in staat om voorbijgegaan geluk te herdenken of nog op toekomstig
+te hopen, verloor zij al hare kalmte, en werd geheel een prooi der
+wanhoop. Geen vrouw uit het volk had zich hartstochtelijker overgegeven
+aan de brandende pijn die haar hart verscheurt, en daaraan een woester,
+onbeteugelder uiting kunnen geven, dan deze groote Koningin, deze vrouw,
+die reeds als kind zoo gevoelig was geweest voor de geringste smart, en
+die in haar later leven waarlijk niet had geleerd het leed te dragen en
+geduld te oefenen.
+
+Nadat Charmion den lijder op zijn wensch een teug wijn had gegeven, vond
+hij de kracht om, in plaats van enkel te jammeren en te klagen, geregeld
+te spreken.
+
+Vol liefde vermaande hij Cleopatra om aan haar eigen redding te denken,
+wanneer die mogelijk was zonder dat hare eer er onder leed, en wees haar
+Proculejus aan als de man, die onder de vrienden van Octavianus het
+meest haar vertrouwen waardig was. Daarop smeekte hij haar hem niet te
+beklagen, maar gelukkig te prijzen, omdat hij de allergrootste gunst van
+het lot had genoten. Het schoonste wat het leven heeft, was hij aan hare
+liefde verschuldigd, doch ook was hij de eerste en machtigste man der
+wereld geweest. Nu stierf hij in de armen der liefde een eervollen dood,
+als een Romein, die voor een Romein bezweek.
+
+In dit bewustzijn had hij, na een korten strijd, den laatsten snik
+gegeven. Cleopatra had naar zijn laatsten ademtocht geluisterd, hem de
+oogen gesloten, en zich daarna zonder tranen over den geliefden man
+heengebogen. Eindelijk was zij in onmacht gevallen, en met het hoofd op
+zijn koude borst blijven liggen.
+
+De geheimschrijver had bij dat alles toegezien en was daarna met
+vochtige oogen naar de eerste verdieping teruggegaan. Daar had hij
+Gorgias ontmoet, die juist op den steiger was geklommen, en had hem
+medegedeeld wat hij van de trap af, had gehoord en gezien. Doch
+nauwelijks had hij zijn verhaal geëindigd, of bij den Muzenhoek had een
+wagen stil gehouden, waaruit een voornaam Romein was gestapt.
+
+Het was dezelfde Proculejus, dien de stervende Antonius aan zijn
+geliefde, als haar vertrouwen waardig, aanbevolen had.
+
+»Inderdaad," vervolgde Gorgias, »scheen hij door gestalte en gelaat
+tot de edelsten van zijn trotsche natie te behooren. Hij kwam met een
+zending van Octavianus. Men zegt dat hij innig aan den Cæsar is gehecht,
+en daarbij een welmeenend man is. Wij hebben hem ook hooren roemen
+als dichter, en zwager van Mæcenas. Die rijke, voorname heer is een
+grootmoedig beschermer der dichters, en ook kunst en wetenschap stelt
+hij op hoogen prijs. Timagenes heeft hem geroemd om zijne beschaving en
+edele gezindheid. Misschien had de geschiedschrijver gelijk, doch voor
+zoover het den Staat en zijn welzijn betreft, schijnt het in de omgeving
+van Octavianus slecht gesteld te zijn met datgene wat wij hier een vrij
+man waardig achten. De heer, aan wien hij zijne diensten wijdt, heeft
+hem een moeielijke taak opgelegd, en zeker houdt Proculejus het voor
+zijn plicht niets onbeproefd te laten die tot een goed einde te
+brengen;--en toch.... Als ik goed zie, dan zal de tijd voor hem komen,
+waarop hij den dag van heden verwenscht, en de gehoorzaamheid vloekt,
+waarmede hij, de vrije man, den Cæsar bijstond.... Maar hoor nu verder!
+
+»Trotsch, met opgericht hoofd en in fraaie wapenrusting, klopte hij aan
+de deur van het grafmonument. Cleopatra was tot bewustzijn wedergekeerd
+en vroeg--daar zij hem zeker uit Rome nog wel moest kennen--wat hij
+begeerde.
+
+»»Hij kwam," antwoordde hij beleefd, »uit naam van Octavianus, om met
+haar te onderhandelen." De Koningin toonde zich bereid, hem aan te
+hooren, doch weigerde hem in het gebouw binnen te laten.
+
+»Zoo spraken zij dan met elkander door de deur. Zij sprak met edele
+kalmte haar wensch uit, dat de zonen, die zij Antonius geschonken
+had,--niet Cæsarion--als Koningen van Aegypte zouden worden erkend.
+
+»Proculejus beloofde dadelijk volijverig dat hij dit aan den Cæsar zon
+overbrengen, en gaf haar bovendien hoop op de vervulling van dien
+wensch.
+
+»Terwijl zij van de kinderen en hunne rechten sprak--op hare eigen
+toekomst zinspeelde zij met geen enkel woord--wenschte haar toehoorder
+iets naders te vernemen omtrent het einde van Antonius, en verhaalde
+haar daarop zelf, hoe het gegaan was met de vernietiging van het leger
+van den afgestorvene, en ook andere dingen van minder beteekenis. De man
+zag er niet uit als een prater, en ik koesterde reeds toen argwaan dat
+hij de Koningin met opzet bezighield. Dat was ook zijn bedoeling, want
+hij had alleen gewacht op Cornelius Gallus, den bevelhebber der vloot,
+van wien gij immers reeds hebt gehoord. Hij is een der aanzienlijkste
+Romeinen, en toch maakte hij zich tot een bondgenoot van Proculejus!
+
+»Deze laatste verwijderde zich, zoodra hij de ongelukkige vrouw met zijn
+vriend bekend had gemaakt. Ik bleef op mijn post en luisterde toe,
+terwijl hij Cleopatra verzekerde van de deelneming van zijn gebieder.
+Hij bracht haar in gezwollen taal over hoe bitter Octavianus Marcus
+Antonius betreurde, als zijn vriend, zwager, mederegent en deelhebber
+aan zoovele gewichtige ondernemingen. Bij de tijding van zijn dood had
+hij heete tranen gestort, en zeker had nooit iemand oprechtere vergoten.
+
+»Het scheen mij toe, dat ook Gallus met opzet het gesprek rekte.
+
+»Op eens, terwijl ik nog al mijn oplettendheid inspande om ook te hooren
+wat Cleopatra, zoo kort mogelijk, antwoordde, kwam mijn opzichter der
+bouwwerken naar mij toe, die, toen de arbeiders door de Romeinen waren
+verdreven, zich tusschen twee blokken graniet verborgen had gehouden.
+Hij deelde mij mede dat Proculejus aan de achterzijde van het monument
+den steiger had beklommen door middel van een ladder. Twee dienaren
+waren hem gevolgd, en zij waren alle drie naar beneden in de zaal
+geslopen.
+
+»Ik vloog op, want ik had op den grond gelegen om met uitgerekten hals
+des te beter te kunnen luisteren.
+
+»Nu moest ik, het kostte wat het wilde, de Koningin waarschuwen, want
+stellig was hier verraad in het spel.
+
+»Maar ik kwam te laat. O, Dion! Indien ik het enkele oogenblikken
+vroeger had gehoord, misschien was er dan iets nog vreeselijkers
+gebeurd;--doch zij, de Koningin, ware gespaard gebleven voor wat haar
+nu bedreigt.--Want wat mag zij verwachten van den overwinnaar, die zich
+verlaagt tot snood bedriegen van een edele, weerlooze vrouw, die voor de
+overmacht moet bukken, met het doel om zich levend, alleen maar levend,
+van haar meester te maken.
+
+»De dood zou de ongelukkige hebben bevrijd van zwaar leed en
+vreeselijke schande! En zij had reeds tegen zichzelve den dolk
+opgeheven. Deze oogen hebben het gezien hoe zij den schoonen arm zwaaide
+met het flikkerende staal, dat bij het schijnsel der kaarsen op de
+veelarmige luchters naast de sarcophaag helder schitterde.... Doch ik
+wil beproeven kalm te blijven! Ik zal het u alles achter elkaar
+verhalen, zooals het zich heeft toegedragen. Bovendien raken mijne
+gedachten verward nu ik mij die schrikkelijke gebeurtenis weder voor den
+geest roep.
+
+»Om het te beschrijven zooals ik het heb gezien, zou ik een dichter
+moeten zijn, een schilder met woorden; want wat daar vóór mijne oogen
+geschiedde in die omgeving.... Gij weet immers, dat het een graftombe
+was. De muren van donkeren steen; donker waren ook zuilen en zoldering,
+alles glimmend, maar donker.... Bijna overal glad gepolijste steen,
+die daardoor blonk als een spiegel. Bij de sarcophagen en in den omtrek
+van de kandelaber, tot dichtbij de deur, waar het schelmstuk werd
+uitgevoerd, helder licht--als in een feestzaal. Iedere bloedvlek op de
+hand, iedere schram, iedere wond duidelijk zichtbaar, door de wanhopige
+vrouw met hare nagels gereten in den boezem, die sneeuwwit door het
+verscheurde zwarte gewaad te voorschijn kwam. Verderop rechts en links
+zwak schemerlicht, en in den achtergrond en bij de zijmuren diepe
+duisternis, als in een echt, werkelijk graf. Maar aan de gladde ronding
+der porfieren zuilen, aan het zwarte marmer en den serpentijnsteen,
+hier, ginds en overal de trillende weerkaatsing van het licht der
+kaarsen. De tocht hield dit steeds in beweging, en zoo dreef het in de
+zaal zijn spel, evenals de rustelooze zielen der verdoemden. Waarheen
+de blik zich wendde, overal was duisternis op den achtergrond. Het
+verst verwijderde gedeelte van de zaal was zwart, zwart als de voorhof
+van den Hades, doch ook hier brak een heldere, bewegelijke streep door:
+zonnestralen, die van de zijde der trap in de graftombe vielen, en
+waarin stofjes dansten. Welk een indruk maakte dat! De woonplaats der
+duistere Hekate! En de Koningin, en alles wat er met haar gebeurde! Een
+schilderij door licht overgoten, die stralend uitkwam tegen het donker
+in den wijden kring der massieve, majestueuse vormen er omheen. Dit
+grafteeken, in dit licht, zou een geschikter paleis zijn geweest voor
+den koning der demonen, wiens heirscharen de Magiër bezweert, wanneer
+zij zijn opgeroepen om hem te gehoorzamen bij zijne werken der
+duisternis.--Doch waar dwaal ik heen? »De kunstenaar!" hoor ik u weder
+roepen, de kunstenaar! In plaats van ter hulp te ijlen geeft hij zich
+over aan den indruk dien het licht op hem maakt, dat in de koninklijke
+grafgewelven valt.--Ja, het is waar: ik was te laat, veel te laat
+gekomen! Ik ontdekte dat reeds op de trap, die naar de benedenruimte
+voert; doch ik heb geen schuld aan dit tijdverlies, neen, zeker niet!
+
+»In het begin had ik van de mannen niets kunnen bespeuren,--geen schaduw
+zelfs; doch wel zag ik in het helderste licht het lijk van Antonius, op
+de rustbank uitgestrekt, en verder in de schemering ter rechterzijde
+Iras en Charmion, die zich vergeefs inspanden om een valluik op te
+lichten. Het was hetzelfde, dat de gang afsloot, waardoor men de
+brandstof in de kelders bereiken kon. Zij hadden die op een teeken der
+Koningin in brand moeten steken.
+
+»Nauwelijks was ik de eerste treden van de trap af--daar komt eensklaps
+uit de diepe duisternis Proculejus met twee mannen van de andere zijde
+te voorschijn. Mijzelven bijna niet meer meester ijl ik verder de
+trappen af, en terwijl de schrille stem van Iras mij in de ooren
+krijscht: »Arme Cleopatra, zij nemen u gevangen!" zie ik, hoe de Vorstin
+zich afwendt van de deur, waardoor zij, vastbesloten te sterven, nog
+iets, ik weet niet wat, aan Gallus had willen zeggen. Daarop zie ik hoe
+zij Proculejus vlak achter zich ontdekt, in haar gordel grijpt, en met
+bliksemsnelheid--zooals ik u reeds verhaalde--haar arm met den kleinen
+dolk omhoog heft, om zich de scherpe punt in haar eigen borst te
+stooten. Welk een gezicht! Door het heldere licht beschenen, geleek
+zij de triomfeerende overwinning, de edele trots, die groote daden
+volbrengt; en toen, slechts enkele oogenblikken later.... Maar welk een
+lot zou haar nog treffen!
+
+»Als een roover, een sluipmoordenaar, viel Proculejus op haar aan, hield
+haar arm tegen, en ontwrong haar het wapen. Door zijne hooge gestalte
+werd zij aan mijn blik onttrokken. Doch toen zij, terwijl zij zich aan
+het geweld van den snoodaard ontrukte, het gelaat weder naar de zaal
+keerde, hoe was zij toen veranderd! Hare oogen--gij kent ze--waren nog
+eens zoo groot geworden en zij vlamden van verachting, vijandschap en
+haat tegen den verrader. Het verwarmende licht was verwoestend vuur
+geworden. Zoo stel ik mij de wraak, den vloek voor, die verderf afsmeekt
+over het hoofd van zijn vijand. En Proculejus, de groote heer, de
+dichter, wiens edele zin daarginds aan den Tiber wordt geprezen, hij
+stond nog altijd achter de weerlooze vrouw, de waardige dochter uit een
+schitterend koningsgeslacht, en hield haar omklemd, alsof hij al zijne
+mannenkracht gebruiken moest om dit teedere toonbeeld van bekoorlijke
+vrouwelijkheid te bedwingen. Het is waar, het trotsche bloed der
+vertoornde leeuwin drong haar om zich tegen deze vernederende
+behandeling te verweren en Proculejus--een benijdenswaardige eer!--liet
+haar de meerdere kracht van zijn armen voelen. Ik ben geen profeet,
+maar ik herhaal het, Dion: Hij zal tot in zijn laatste uur dien
+smadelijken kamp en de blikken niet vergeten, die hem daarbij troffen.
+Indien zij mij gegolden hadden, ik zou mijn leven moeten vloeken!
+
+»Ook den Romein dreef die blik het bloed uit de wangen. Doodsbleek
+volvoerde hij verder, wat hij voor zijn plicht hield. Hij bezoedelde
+zijn eigen voorname handen met het werk van den tolbeambte, en doorzocht
+de kleederen eener vrouw, der Koningin, of er ook verboden zaken in
+te vinden waren; vergif of wapenen. Een vrijgelatene van den Caesar,
+Epaphroditus, die zeer in de gunst van Octavianus moet staan, hielp hem
+daarbij.
+
+»Ook Iras en Charmion werden door den ellendeling onderzocht, en onder
+dat alles hielden beide Romeinen niet op, met schoonklinkende woorden te
+spreken van de genade van den Caesar, en zijn wensch om aan Cleopatra
+alles toe te staan, wat een Koningin toekomt.
+
+»Eindelijk leidde men haar naar de Lochias terug; ik zelf was als een
+zinnelooze, want het beeld der ongelukkige vrouw vervolgde mij als
+mijn schaduw. Het was nu niet meer dat van een betooverende vrouw;
+maar van de verpersoonlijkte wanhoop, van den weedom die geen tranen
+heeft, van den toorn, die naar wraak hijgt. Ik wil niet trachten het
+te beschrijven, maar die oogen, die dreigend vlammende oogen en dat
+verwarde haar, waaraan het bloed van Antonius kleefde..... vreeselijk,
+ontzettend! Mijn hart versteende, alsof ik de Medusa met het slangenhaar
+in het schild van Athene in het aangezicht had gezien.
+
+»Ik zeide het reeds, het was mij onmogelijk geweest haar bijtijds te
+waarschuwen of zelfs den verrader bij den arm te grijpen, en nochthans
+zag haar vlammend gelaat mij om dit verzuim verwijtend aan. Nog altijd
+vervolgt mij haar blik, en rooft mij kalmte en vrede. Eerst als ik in
+Helena's reine, rustige oogen zie, zal het vreeselijke, door 't licht
+omstraalde gezicht uit het graf van mij wijken, en misschien gelukt het
+mij dan de rust weder te vinden."
+
+Nu legde zijn vriend de hand op zijn arm, trachtte hem tot bedaren te
+brengen, en herinnerde hem daarbij aan het goede, dat deze noodlottige
+dag--zooals hij zelf had gezegd--toch ook had meegebracht.
+
+Hiermede had Dion de rechte snaar aangeroerd, want op eens veranderden
+Gorgias' houding en toon, en hij verzekerde met warmte, dat op al die
+gruwelen hoogst verblijdende dingen gevolgd waren, voor de stad, zijn
+vriend en Barine.
+
+Vervolgens zette hij op kalmen toon zijn verhaal voort: »Als een
+beschonkene ging ik op weg naar huis. De poging om de Koningin of
+hare vertrouwelingen te naderen, had helaas schipbreuk geleden, doch
+ik hoorde van de slimme Nubische dienares van Charmion, dat het aan
+Cleopatra, uit naam van den Caesar, vergund geworden was zelve te
+bepalen in welk paleis zij wilde wonen. En zij moet dat op de Lochias
+gekozen hebben.
+
+»Op mijn weg naar huis, kwam ik niet snel vooruit, daar ik reeds vóór
+het groote gymnasium werd tegengehouden door de menigte. Octavianus
+had zijn intocht in de stad gedaan, en ik hoorde hoe het volk hem had
+toegejuicht en voor hem op de knieën was gevallen. Onze onbuigzame
+Alexandrijnen in het stof voor den overwinnaar! Dat maakte mijn diepste
+verontwaardiging gaande--doch mijn toorn zou spoedig bedaren.
+
+»Allen die tot het gymnasium behooren, kennen mij. Men maakte voor mij
+plaats, en eer ik nog was besloten binnen te gaan, was ik de hoofdpoort
+reeds door. De lange Phryxus had mijn arm door den zijne getrokken. De
+rijke man, die overal en nergens is, hoort immers alles, en de beste
+plaatsen zijn altijd reeds vooruit voor hem bewaard. Ook ditmaal gelukte
+hem dat, want toen hij mij losliet, stonden wij tegenover een pas
+opgerichte redenaarstribune.
+
+»Men verwachtte Octavianus, die reeds in den zuilengang van Euergetes
+de hulde ontvangen had van den epitroop[22], de leden van den Raad, den
+gymnasiarch, en ik weet niet van wien al meer.
+
+[22] Landvoogd.
+
+»Phryxus verhaalde mij dat de Caesar reeds bij den intocht zijn
+voormaligen gouverneur de hand had gereikt, zich door hem had doen
+vergezellen, en zijn zoons voor hem laten brengen. De philosoof was meer
+dan iemand anders door hem met onderscheiding behandeld, en dat zal nu
+u en de uwen ten goede komen, want hij is immers de broeder van vrouw
+Berenice, en dus de oom van uw echtgenoot. Wat hij wenscht, wordt hem
+bij voorbaat toegestaan. Gij zult spoedig hooren hoe in het oog vallend
+de Caesar hem tracht tot zich te trekken en te onderscheiden. Ik gun
+het den man gaarne, want hij is indertijd kloek opgetreden voor Barine;
+zij roemen hem als een degelijk geleerde, en aan moed ontbreekt het hem
+evenmin. Ondanks Actium, en de eenige schandelijke daad die men, zoover
+ik weet, aan Marcus Antonius verwijten kan--de uitlevering van Turullius
+bedoel ik--heeft Arius hier altijd verblijf kunnen houden. Even goed als
+hij den moordenaar van Julius Caesar prijs gaf, had de imperator den
+vriend van diens neef als gijzelaar kunnen gevangen nemen.
+
+»Sedert Octavianus voor de stad ligt, is uw oom ernstig bedreigd
+geweest, en evenals hij waren dat ook zijn zoons--gij zult die schoone,
+sterke jonge epheben wel kennen.
+
+»In het Gymnasium behoefden wij niet lang te wachten eer de Caesar de
+tribune beklom, en toen--als zich nu uw vuist gaat ballen, dan doet zij
+niets anders dan ik verwacht--toen vielen allen die er omheen stonden,
+op de knieën. Ons woest, oproerig gepeupel hief als smeekende bedelaars
+de handen omhoog, en ernstige, waardige mannen deden hen dat na. Wie
+mij en mijn langen metgezel heeft gezien, zal ons beiden ook onder die
+knielende lage vleiers rekenen, want indien wij staande gebleven waren,
+zouden zij ons zeker naar den grond getrokken hebben. Wij huilden dus
+met de wolven mee en deden als de anderen."
+
+»En Octavianus?" vroeg Dion in spanning.
+
+»Een koninklijke verschijning, met een jeugdig uiterlijk. Een
+baardeloos, fijn besneden gelaat, een fraai profiel, als geschapen voor
+een stempelsnijder. Scherpe, en toch innemende trekken. Voornaam van
+top tot teen; maar de spiegel van een koude ziel, niet in staat tot
+geestverheffing, noch vatbaar voor een warm gevoel of een opwelling
+van barmhartigheid. Alles bij elkaar: een schoon, trotsch, verstandig,
+berekenend man, dien men voor zijn hart niet tot vriend zou wenschen,
+doch voor wiens vijandschap de goden allen die wij liefhebben mogen
+bewaren.
+
+»Weder leidde hij Arius bij de hand. De zoons van den philosoof volgden
+hen. Toen hij op de tribune stond en neerzag op de duizenden, die voor
+hem op de knieën lagen, toonde geen spier van zijn edel gezicht--want
+edel is het--ook maar de minste aandoening. Als een landheer, die zijn
+kudde overziet, zag hij op ons neer, en na lang stilzwijgen verklaarde
+hij in voortreffelijk Grieksch kortaf, dat hij het Alexandrijnsche volk
+vrijsprak van alle schuld jegens hem, ten eerste--hij rekende hen dat
+voor, alsof hij veteranen opriep om hen te beloonen--uit eerbied voor
+den grooten stichter van onze stad, den wereldveroveraar Alexander;
+ten tweede, omdat de grootte en schoonheid van Alexandrië hem met
+bewondering vervulde, en ten derde--hier wendde hij zich tot Arius--om
+welgevallig te zijn aan dezen, zijn voortreffelijken en veelgeliefden
+vriend.
+
+»Daarop barstte een luid gejubel los.
+
+»Aan ieder, van den kleinste tot den grootste, was hierdoor een zware
+last van de ziel genomen, en nauwelijks had het volk het Gymnasium
+verlaten, of het lachte weder zoo overmoedig als ooit, en er was geen
+gebrek aan scherpe of onschuldige grappen. Dicht bij mij riep de dikke
+timmerman Memnon, dezelfde die voor uw paleis het houtwerk maakte:
+vroeger heeft een dolfijn Arius uit de handen der zeeroovers gered, en
+nu redt Arius het zeedier Alexandrië uit die van andere roovers. En zoo
+ging het voort. Niemand was zeker een beter mikpunt voor geestigheden
+dan Philostratus, de eerste man van Barine. Die opruier had goede
+redenen om het ergste te vreezen, en nu liep hij in zwarte rouwkleederen
+achter Arius aan, dien hij nog maar enkele maanden geleden met grimmigen
+haat had vervolgd, en riep hem voortdurend den zinledigen versregel toe:
+
+ "Zijt gij wijselijk man, dan helpe de wijze den wijze."
+
+»Of die armzalige bedelarij geholpen heeft, zullen wij later wel hooren.
+
+»Het was niet gemakkelijk naar huis te komen. De straten wemelden
+van Romeinsche soldaten. Zij hadden het zoo goed als zij maar konden
+verlangen, want vele gegoede burgers der stad, die het hunne gespaard
+zagen, namen in de vreugde van hun hart enkele krijgslieden, of zelfs
+wel een geheele troep, mede naar de gaarkeuken of de herberg, en in
+dezen nacht zal de voorraad wijn der Alexandrijnen zeker aanmerkelijk
+verminderen.
+
+»Zooals ik zeide, waren vele soldaten in de huizen ingekwartierd, met
+bevel het eigendom der burgers te eerbiedigen. Juist toen trof Barine's
+grootmoeder de slag, waarmede ik begon. Vóór mijn vertrek had men haar
+de oogen reeds gesloten.
+
+»Thans staan alle poorten der stad voor u open, en men zal Arius' nicht
+en haar echtgenoot met kransen ontvangen. Ik gun het uwe Barine gaarne,
+want zooals uwe bewonderenswaardige gade, die ook mijn hart heeft
+veroverd, alles heeft opgegeven waarop een gevierde stadbewoonster prijs
+stelt, om op het eenzaamste van alle eilanden een nieuwe wereld te
+vinden voor hare liefde, dat is allen lof en iedere belooning waard.
+Voor u zelven ben ik eigenlijk voor nog meer geluk en eer beducht, want
+als die zich nog bij al het andere voegen, dat het lot u geschonken
+heeft in zulk een gemalin en in uw zoon Pyrrhus, dan zouden de goden
+niet meer zichzelven zijn, wanneer zij u niet met hunnen naijver
+vervolgden. Ik voor mij heb minder reden hen te vreezen."
+
+»Ondankbare!" zeide zijn vriend. »Ook onder de stervelingen is er
+menigeen die u uwe Helena benijden zou. Wat mij betreft, werkelijk heeft
+reeds menigmaal een stille angst mij bekropen, doch wij hebben immers
+aan de goden geen geringe schatting betaald? In ons woonvertrek brandt
+de lamp nog. Bereid de vrouwen voor op den dood der oude vrouw, en
+verhaal ook de verblijdende dingen, die gij hebt gehoord. Wacht liever
+tot morgen om te spreken over de verschrikkelijke gebeurtenis waarvan
+gij getuige waart. Wij moeten niet hare nachtrust bederven. Let eens op!
+Helena's stille droefheid en hare blijdschap over onze verlossing zullen
+nog heden uw hart goed doen."
+
+En zoo was het ook. Wel doorleefde Gorgias nog eens in den droom het
+vreeselijke schouwspel van den vorigen dag, doch toen de zon van den
+tweeden Augustus met helderen glans over Alexandrië opging, namen
+nieuwe, vriendelijke indrukken een goed deel van de verschrikkingen dier
+gruweltooneelen weg. In den vroegen morgen landde op het Slangeneiland
+de eene boot na de andere. Uit de eerste stapte vrouw Berenice met hare
+neven, de beide zonen van den gevierden philosoof Arius; daarna uit
+de andere, cliënten, beambten en vrienden van Dion, en bevoorrechte
+voormalige bezoekers van Barine. Zij allen kwamen het jonge paar
+begroeten, en hen uit den schuilhoek, die hen zoolang verborgen had,
+naar de stad en in hun midden terugvoeren. Want het nieuws, waar Dion en
+Barine verblijf gehouden hadden en dat zij sinds lang een gelukkig paar
+waren, had zich door »den langen Phryxus" met groote snelheid verbreid.
+
+Velen hadden er een zeetochtje voor over, om de helden van zulk een
+zeldzaam avontuur te zien en het eerst te begroeten. Al wie Barine en
+haar gemaal kende, was daarenboven nieuwsgierig te weten hoe deze beide
+menschen, die gewend waren aan het leven in een groote stad, zulk een
+volkomen afzondering zoovele maanden lang zouden hebben uitgehouden.
+Menigeen vreesde of vermoedde haar bij het wederzien uitgeteerd en
+kwijnend, verwilderd of zelfs tot zwaarmoedigheid vervallen te vinden,
+en zoo waren er vele verbaasde gezichten onder degenen, wier boot de
+vrijgelatene Pyrrhus in zijn hoedanigheid van loods door de ondiepten
+had gebracht, die zijn eiland zoo beschermend omringden.
+
+Het feestelijk inhalen van het merkwaardige paar zou een goede
+aanleiding geweest zijn tot vroolijke feesten. Men verheugde zich dat de
+stad zoo genadig behandeld werd, ofschoon de meesten het droevig lot der
+Koningin oprecht betreurden, en de ernstigsten zich verontrustten over
+de toekomst van Alexandrië's vrijheid onder Romeinsche heerschappij.
+Het leven en de bezittingen der bewoners waren immers gespaard, en
+feestvieren was voor groot en klein een levensbehoefte geworden. Maar
+het bericht van den dood van Didymus' gemalin en van de ziekte des
+grijsaards, die niet wennen kon aan het gemis van zijne trouwe gezellin
+gaf Dion het recht, om iedere vroolijke verwelkoming in zijn eigen huis
+af te slaan. Het leed van Barine was het zijne, en Didymus stierf reeds
+eenige dagen na zijn vrouw, met wie hij langer dan een halven eeuw
+verbonden was geweest; de menschen zeiden: "aan een gebroken hart."
+
+Zoo deden dus Dion en zijne jonge vrouw zonder luidruchtige
+feestelijkheden hunne intrede in zijn fraai paleis. In plaats van
+jubelende Hymenaeën, klonk hem op den drempel de stem van zijn eigen
+kind tegen.
+
+De rouwkleederen, waarin Barine hem in de vrouwenvertrekken ontving,
+deden hem weder denken aan den naijver der goden, waarvoor zijn vriend
+om zijnentwil had gevreesd. Veeleer was het hem dikwijls, alsof het
+beeld zijner moeder in het tablinum er bijzonder tevreden uitzag,
+wanneer zijne jonge huisvrouw daar binnen trad. Barine voelde ook
+dat haar geluk als echtgenoote en moeder, in dit heerlijk tehuis
+overstelpend groot zou zijn geweest, wanneer een wijze lotsbeschikking
+haar niet juist nu de smart over het verlies van geliefde betrekkingen
+te dragen had gegeven.
+
+Dion wijdde zich dadelijk weder aan de belangen van zijn stad en zijn
+eigendom. Hij en de geliefde vrouw, met wie hij door den moeilijken tijd
+van ontbering nog veel inniger verbonden was, waren nu in een veilige
+haven binnen geloopen, en zagen met kalmte de stormen van het leven
+tegemoet. Het anker der liefde, dat zijn scheepje aan den vasten grond
+hechtte, had in de eenzaamheid op het Slangeneiland de proef doorstaan.
+
+
+
+
+VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+De visschersfamilie had hare lieve gasten met een bedroefd hart zien
+vertrekken, en de vrouwen hadden menigen traan daarbij vergoten,
+ofschoon Pyrrhus' zonen uit den dienst op de vloot ontslagen, en nu
+weder als vroeger hun vader behulpzaam waren.
+
+Dion had bovendien den trouwen vrijgelatene tot een gegoed man gemaakt,
+en aan zijn dochter Dione een huwelijksgift beloofd. Zij werd dan ook
+spoedig de vrouw van den scheepskapitein, die op den Epicurus, den
+snelzeiler van Archibius, bevel voerde. Zij had dien leeren kennen in
+den tijd toen de bruine dienares van Charmion zoo vaak op dit schip naar
+het Slangeneiland was gekomen. Het doel van deze bezoeken van Anukis
+was niet alleen geweest haar vriend te begroeten, maar ook om hem te
+overreden een der vergiftige slangen van de naburige eilanden te vangen,
+en voor de Koningin in gereedheid te houden.
+
+Sedert Cleopatra tot de overtuiging gekomen was, dat geen vergift een
+minder pijnlijken dood ten gevolge had dan dat van den tand der aspis,
+had zij het besluit genomen, zich door den beet van een dezer dieren
+van den last des levens te bevrijden. De slimme Aethiopische was op de
+gedachte gekomen haar vriend Pyrrhus met het bezorgen van de adder te
+belasten, doch al Aisopion's overredingskunst, en de roerende wijze
+waarop zij den ontzettenden toestand der Koningin beschreef, waren
+noodig geweest om het verzet van den rechtschapen man te overwinnen.
+Eindelijk had zij hem toch aan het verstand gebracht, dat men een
+Koningin naar een anderen maatstaf beoordeelen moest dan een vrouw uit
+het volk, en hem overgehaald met haar, Anukis, af te spreken hoe en
+wanneer de slang in het wel bewaakte paleis het best zou zijn binnen te
+brengen. Als het beslissend uur gekomen was, zou hem een teeken worden
+gegeven. Voortaan moest hij iederen dag met de adder op de vischmarkt
+gereed staan. Waarschijnlijk zou het niet lang duren eer men hem dien
+dienst zou vragen, want men kon het lange aarzelen van Octavianus
+moeilijk als een gunstige beschikking omtrent het lot van Cleopatra
+uitleggen.
+
+Wel liet men haar op de Lochias op koninklijke wijze voortleven, en had
+haar zelfs toegestaan de kinderen weder bij zich te zien, met belofte
+het leven en de vrijheid van de tweelingen en den kleinen Alexander te
+zullen sparen. Cæsarion was echter gevangen genomen in het heiligdom van
+zijn vader, waar hij bescherming had gezocht, nadat zijn verraderlijke
+gouverneur Rhodon hem met allerlei verlokkende voorspiegelingen,
+waaronder ook de terugkeer van Barine, naar Alexandrië had doen terug
+komen, terwijl hij juist op reis was naar het zuiden. Dit bleef de
+ongelukkige moeder niet verborgen, evenmin dat Octavianus den jongeling,
+die zoozeer op Cæsar geleek, ter dood had veroordeeld. Ook werd haar
+een gezegde van den philosoof Arius overgebracht, waarmede deze zijn
+goedkeuring had gehecht aan den wensch van den Cæsar, om zich te ontdoen
+van den zoon zijns grooten ooms. Het was een zinspeling op een versregel
+van Homerus, waarin deze de veelhoofdige regeering veroordeelde.
+
+Over het geheel kwam Cleopatra alles ter oore, wat zij omtrent de
+gebeurtenissen in de stad wenschte te weten, want men liet haar veel
+vrijheid. Alleen werd zij dag en nacht zeer zorgvuldig bewaakt, en
+evenals de dienaren en beambten, werd ieder dien zij bij zich wenschte
+te zien, eer hij met haar in aanraking kwam, nauwkeurig onderzocht om
+alle middelen, waardoor zij zich het leven zou kunnen benemen, van haar
+verwijderd te houden.
+
+Niemand twijfelde er trouwens aan, of zij met het leven had afgedaan.
+Haar poging om alle spijs te weigeren en van honger te sterven, moest
+worden ontdekt. Toen had men ernstige bedreigingen uitgesproken tegen
+hare kinderen, want men zag in, dat door hen de meeste invloed op haar
+kon worden uitgeoefend, en werkelijk was zij er daar door weder toe
+gekomen, zich voldoende te voeden. Dat alles wist Octavianus, en zijn
+gedrag bewees dat hij er bijzonder op gesteld was, haar van een
+zelfmoord terug te houden.
+
+Verscheidene Aziatische vorsten wedijverden in den wensch om de
+nagedachtenis van Marcus Antonius te eeren door een prachtige uitvaart,
+doch Octavianus had aan Cleopatra toegestaan zelve daarvoor te mogen
+zorgen. In dezen tijd van het grootste zieleleed vond zij er troost
+en bevrediging in, dat alles zelve te beschikken, en zelfs enkele
+dingen die er toe behoorden met eigen hand in orde te maken. De
+teraardebestelling zou dan ook met al de praal geschieden, die met den
+aard van den overledene overeenkwam.
+
+Iras en Charmion begrepen dikwijls niet hoe zij al die inspanning en
+aandoeningen, die haar die bezorging op den hals haalde, kon verduren,
+terwijl zij, sedert Antonius' dood, niet alleen leed aan de wonden, die
+zij zich in haar wanhoop had toegebracht, maar ook, na haar mislukte
+poging om zich te laten doodhongeren, door sluipkoortsen was aangetast.
+
+Intusschen had de terugkomst van Archibius met de kinderen haar
+wegkwijnenden moed zichtbaar doen herleven. Zij ging dikwijls in den
+tuin van Didymus, die thans met het paleis op de Lochias verbonden was,
+om hun werk in oogenschouw te nemen en te deelen in alles wat in hun
+jong hart omging.
+
+Doch de opgeruimdste van alle moeders die zij vroeger was, en die
+zich zoo vriendelijk had kunnen verplaatsen in het kinderhart, was
+nu een bezorgde leidsvrouw geworden, die hen ernstig waarschuwde en
+onderrichtte. Hoe schoon en wel doordacht alles wat zij hen op het hart
+drukte ook was, toch was het voor den leeftijd van Archibius' leerlingen
+niet geschikt, want gewoonlijk had het betrekking op den dood en
+wijsgeerige vraagstukken, waarvan de kleinen niets begrepen.
+
+Zij voelde zelve dat zij den rechten toon niet meer trof, doch zoo
+vaak zij beproefde een anderen aan te slaan en met de tweelingen of den
+kleinen Alexander te schertsen zooals vroeger, dan kon zij die gedwongen
+vroolijkheid maar een oogenblik verdragen. Weldra volgde daarop een
+uitbarsting van smart, dikwijls met tranen gepaard, en zij was
+genoodzaakt hare lievelingen te verlaten.
+
+Het leven dat haar vijand haar liet, was in haar oogen een opgedrongen
+geschenk, een drukkende schuld, die men den lastigen schuldeischer hoe
+eer hoe beter wil afbetalen.
+
+Zij was alleen kalmer en schijnbaar tevreden, wanneer het haar vergund
+werd met de vrienden harer jeugd over lang verleden tijden, of met hen
+en Iras over den dood te spreken, en middelen te beramen om een eind te
+maken aan haar droevig bestaan.
+
+Na zulke gesprekken verlieten Iras en Charmion haar met een bloedend
+hart. Zij hadden sinds lang het plan opgevat om het lot harer meesteres,
+wat dat ook zijn mocht, te deelen. Het gemeenschappelijk leed was de
+band, die haar nu weder in vriendschap vereenigde. Iras had gezorgd voor
+vergiftigde naalden, die aan de dieren, waarop men ze had beproefd, een
+plotselingen dood hadden berokkend. Cleopatra had daarvan vernomen, doch
+voor zichzelve hield zij vast aan den pijnloozen dood door den beet van
+een slang, en haar vriendinnen hadden de geliefde oogen der rampzalige
+vrouw sinds lang niet zoo helder zien glanzen, als op het bericht van
+Charmion, dat er mogelijkheid was de uraeus-slang te verkrijgen, zoodra
+men die noodig zou hebben. Maar het was nog altijd niet het oogenblik
+om naar dit laatste redmiddel te grijpen. Octavianus wenschte voor
+goedertieren te worden gehouden, en misschien liet hij zich nog
+overreden om de toekomst der Koningin en die van haar kinderen dragelijk
+te maken.
+
+Een ongeloovige glimlach van Cleopatra was hierop het antwoord, en
+toch was er ook in hare ziel een kiem van hoop gelegd, die haar voor
+vertwijfeling behoedde.
+
+Een zekere Dolabella, een voorname jonge Romein uit het edele geslacht
+der Corneliussen, en die tot het gevolg van den Cæsar behoorde, had zich
+aan haar laten voorstellen. Zijn vader was in vroeger jaren een vriend
+van Cleopatra geweest, en zij had hem aan zich verplicht door hem, na
+den moord op Julius Cæsar, een leger toe te zenden waarover zij te
+beschikken had, om dat tegen Cassius te gebruiken. Nu waren wel is waar
+hare legioenen door den afgezant van Dolabella zelf tot een ander doel
+gebruikt, maar niettemin had Cleopatra een vriendelijkheid bewezen
+aan den vader van den jongeling. Deze had haar reeds vóór Cæsars dood
+te Rome ontmoet, en had zijn zoon met geestdrift de betooverende
+lieftalligheid der Aegyptische Vorstin beschreven. Zoo hadden, ofschoon
+de jonge man haar nu als een treurende weduwe vond, ziek naar lichaam
+en ziel, haar heldere geest, de innemendheid van haar geheele persoon,
+haar ongeluk en lijden hem zoozeer geboeid en getroffen, dat hij menig
+uur aan haar wijdde, en het als een geluk zou hebben beschouwd, indien
+hij haar grootere diensten had kunnen bewijzen, dan de omstandigheden
+toelieten. Dikwijls vergezelde hij haar ook naar de kinderen, wier hart
+hij gewonnen had door zijn open, opgeruimde manier van zijn, en zoo was
+het gekomen dat hij op de Lochias weldra tot de meest welkome bezoekers
+behoorde. Hij vertrouwde aan de veel oudere, warm voelende vrouw zonder
+voorbehoud alles toe, wat in zijn ziel omging, en zij kwam door hem veel
+te weten betreffende Octavianus en zijne omgeving. Zoo werd hij, zonder
+zich als werktuig te laten gebruiken, bij den Cæsar een voorspraak voor
+de ongelukkige vrouw, die hij zoo hoogachtte.
+
+Haar zelve trachtte hij zooveel mogelijk vertrouwen te doen stellen in
+Octavianus. Deze ging veel met hem om, hield van hem, en de jongeling
+zelf vertrouwde op zijn edelmoedigheid.
+
+Vooral had hij zijn hoop gevestigd op een gesprek van de Koningin met
+den Cæsar. Hij hield het voor onmogelijk dat de gelukkige overwinnaar
+niet te vermurwen zou zijn en zonder den wensch om haar treurig lot
+te verlichten, zou kunnen afscheid nemen van de vrouw, die in vroeger
+jaren zijn vader zoo betooverd had, en die, al had zij bijna zijn
+moeder kunnen zijn, in zijne oogen, in bekoorlijke en aantrekkelijke
+beminnelijkheid door geen andere werd geëvenaard.
+
+Cleopatra daarentegen vreesde voor de ontmoeting met den man, die
+zooveel onheil over haar en haar geliefden had gebracht, en dingen had
+gezegd, die haar maar al te veel recht gaven om te twijfelen aan zijne
+goedheid en eerlijkheid. Van den anderen kant moest zij Dolabella gelijk
+geven, wanneer deze beweerde dat Octavianus de wenschen, die zij vooral
+voor de toekomst harer kinderen koesterde, aan haar persoonlijk veel
+moeilijker zou kunnen weigeren dan aan bemiddelaars. Proculejus had
+gehoord dat Antonius juist hem bij Cleopatra had genoemd als de man,
+die haar vertrouwen het meest waardig was, en nu voelde hij zich daarom
+bezwaard over hetgeen hij als werktuig en gehoorzame vriend van
+Octavianus, de beklagenswaardige vrouw had aangedaan. De gedachte
+aan zijn eigen onwaardig gedrag, dat in de geschiedboeken zou worden
+vereeuwigd, had den fijngevoeligen man, die als dichter de pas
+ontwakende Romeinsche poëzie tot bloei bracht, menigen nacht den slaap
+ontroofd. En nu deed hij al wat hij kon om de Koningin aangenaam te zijn
+en haar droevig lot te verlichten.
+
+Hij en de vrijgelatene Epaphroditus, die op last van den Cæsar
+zorgvuldig waakte over haar leven, schenen veel te verwachten van zulk
+een gesprek, en zij trachtten haar dus over te halen om den Cæsar om een
+bijeenkomt te verzoeken.
+
+Archibius meende dat het in het ergste geval den stand der zaken
+niet nog slechter zou maken. De ondervinding leerde, zeide hij tot
+Charmion, dat geen man van eenig gevoel zich geheel kon losmaken van de
+betoovering die van haar uitgaat, en hem zelf was zij nooit innemender
+voorgekomen dan nu. Wie zou haar zonder aandoening in dat stil,
+lijdende, schoone gelaat kunnen zien? Wien zou de smartelijke toon, die
+in haar zachte stem trilde, niet diep in de ziel dringen? Daarbij paste
+dat zwarte rouwgewaad zoo goed bij de sfeer van lijden, die haar geheele
+persoon omgaf. Wanneer de koorts den blos harer wangen verhoogde, dan
+dacht Archibius dat hij haar nooit schooner had gezien, in weerwil van
+den verwoestenden invloed dien smart, angst en bekommering op enkele
+harer bekoorlijkheden uitgeoefend hadden. Hij kende haar en wist hoezeer
+het haar ernst was met den wensch om te sterven evenals haar geliefde,
+ja dat die haar geheel en al beheerschte.--Zij hechtte alleen nog waarde
+aan het leven om, zoodra zij er kans toe zag, te sterven. Wat zij na
+haar besluit om het grafteeken op te richten, in het heiligdom van
+Berenice als de goede keuze had leeren beschouwen, was de richtsnoer
+van haar leven geworden. Iedere gedachte, ieder gesprek bracht haar naar
+het verleden terug. Een toekomst scheen voor haar niet meer te bestaan.
+Indien het Archibius al een enkele maal gelukte haar geest te richten
+op de dagen die komen zouden, dan hield zij zich alleen met het lot van
+hare kinderen bezig. Voor zich zelve hoopte zij niets meer; zij voelde
+zich ontslagen van iederen plicht, behalve van dien éénen, om zich zelve
+en haar naam te bewaren voor schande en vernedering.
+
+Dat Octavianus, nadat hij besloten had Cæsarion ter dood te
+veroordeelen, aan de andere kinderen veroorloofd had naar haar terug te
+keeren, met de verzekering dat hen geen leed geschieden zou, bewees dat
+hij tusschen hen en den zoon van zijn oom onderscheid maakte, en van de
+eersten voor zijn eigen veiligheid niets duchtte. Van een bijeenkomst
+met Octavianus zou inderdaad voor haar zelve iets gewichtigs te
+verwachten zijn; en zoo droeg zij dan eindelijk aan Proculejus op, om
+hem een onderhoud te verzoeken.
+
+Het antwoord kwam nog dienzelfden dag. De Cæsar liet haar weten dat het
+aan hem was, haar te komen bezoeken.
+
+Deze ontmoeting moest over haar lot beslissen. Zij was zich daarvan
+bewust, en verzocht Charmion de adder gereed te houden.
+
+Men had aan de kamervrouwen der Koningin verboden de Lochias te
+verlaten, doch Epaphroditus stond haar wel toe bezoeken te ontvangen. De
+Nubische had door hare levendige manieren de Romeinsche bewakers reeds
+voor zich gewonnen. Zij mocht ongestoord in- en uitgaan. Evenwel werd
+zij, telkens als zij weer op de Lochias terugkwam, met de grootste
+nauwkeurigheid onderzocht.
+
+Het beslissend uur naderde. Charmion wist wat haar te doen stond, hoe de
+afloop ook mocht zijn. Zij had echter nog één wensch, welks vervulling
+haar zeer ter harte ging. Zij wilde Barine nog eens spreken, en haar
+zoontje zien.
+
+Ter wille van Iras had zij tot nu toe met opzet Dion's gemalin niet
+bij zich laten komen. Het gezicht van moeder en kind zou de nog niet
+geheelde wonden opengereten hebben, en zij wilde hare nicht, die sedert
+lang weder trouw en vast aan haar verbonden was, deze smart besparen.
+
+De Cæsar haastte zich niet met de vervulling van zijn belofte: doch
+ongeveer een week nadat Proculejus de toezegging had gebracht, kon hij
+des morgens het bezoek van den Cæsar tegen den namiddag aankondigen. Een
+groote ontroering maakte zich bij deze tijding van de Koningin meester.
+Zij wenschte, vóór het onderhoud, het grafteeken nog te bezoeken. Iras
+nam op zich haar te vergezellen, en daar Cleopatra daar urenlang placht
+te vertoeven, scheen Charmion deze tijd geschikt toe om Barine en haar
+zoon bij zich te zien.
+
+Dion's echtgenoot had door haar vrienden reeds lang van dezen wensch
+gehoord, en Anukis, die haar naar de Lochias zou brengen, behoefde niet
+lang op moeder en kind te wachten.
+
+De voormalige tuin van Didymus,--nu het eigendom der koninklijke
+kinderen--werd het tooneel van deze ontmoeting. In de schaduw der
+welbekende boomen zonk de jonge moeder aan de borst van haar trouwe
+vriendin, en deze kon zich niet verzadigen aan den aanblik van den
+knaap, in wien zij het evenbeeld van zijn grootvader Leonax zag.
+
+Hoeveel hadden die beide vrouwen, wier levensloop zoo verschillend
+was, elkander te vertellen en toe te vertrouwen! De oudste voelde zich
+verplaatst in lang verloopen tijden, voor de jongste scheen er enkel
+een bloeiend heden en een hoopvolle toekomst te zijn. Zij had ook goede
+dingen te verhalen van haar zuster. Deze was sinds lang de gelukkige
+gade van den bouwmeester Gorgias, die intusschen, met al zijn liefde
+voor zijn jonge echtgenoot, de uren die hij bij het voortgezette bouwen
+van het grafteeken met Cleopatra doorbracht, tot de heerlijkste van zijn
+leven rekende.
+
+De tijd vloog de beide vrouwen veel te snel om, en zij schrikten, toen
+een der wachthebbende eunuchen meldde, dat de Koningin uit het monument
+terug was gekeerd.
+
+Voor de laatste maal omarmde Charmion den kleinzoon van haar geliefde,
+gaf hem en zijn jonge moeder haar zegen, droeg haar de groeten aan haar
+gemaal op, en verzocht haar, wanneer zij er niet meer zou zijn, met
+vriendschap aan haar te blijven denken; ja, wanneer haar hart haar dat
+ingaf, dan moest zij haar grafsteen zalven, en met een krans of bloem
+versieren. Zij had immers geen kind of vriend, die haar zulk een dienst
+zouden kunnen bewijzen.
+
+Diep getroffen door de vastheid waarmede Charmion den naderenden dood
+tegemoet zag, hoorde Barine haar sprakeloos aan, doch plotseling sprong
+zij verschrikt op, want een welbekende scherpe stem had den naam harer
+vriendin geroepen, en toen zij zich omkeerde, zag zij Iras voor zich
+staan. Bleek en uitgeteerd als zij was, geleek zij in het lang, slepende
+zwarte rouwkleed een belichaming van zielesmart en kommer.
+
+Die aanblik sneed de gelukkige vrouw en moeder door de ziel. Het was in
+haar gevoel alsof veel van het geluk, waarop die andere recht had, op
+haar was overgegaan, en alles wat zij zelve ooit aan leed en zorg had
+ondervonden, op Iras. Het liefst zou zij nederig naar haar toe zijn
+gegaan, en haar iets recht liefs en hartelijks hebben gezegd, doch toen
+zij die magere, afgestreden vrouw den blik op haar kind zag vestigen,
+en daarbij dien afgunstigen trek om haar mond bemerkte, die haar eens
+aanleiding had gegeven haar bij een stekenden doorn te vergelijken, toen
+voelde haar moederhart een grooten angst voor het »booze oog" dezer
+vrouw, dat verderfelijk kon worden voor haar kind. Door een sterken,
+innerlijken drang gedreven, bedekte zij het gelaat van haar zoon met
+haar eigen sluier. Dat zag Iras, en toen Barine haar vraag: »Is dat
+Dion's kind?" met een om genade smeekenden blik had bevestigd, richtte
+het slanke meisje zich hooger op, en zeide met trotsche koelheid: »Wat
+gaat mij dit kind aan? Wij hebben op dit oogenblik gewichtiger dingen op
+het hart."
+
+Daarop wendde zij zich tot Charmion, en zeide op den toon van een
+opdracht in dienst der Koningin, dat Cleopatra wenschte bij de
+aanstaande bijeenkomst ook haar aan hare zijde te hebben.
+
+Octavianus had zijn bezoek tegen zonsondergang aangekondigd, en er
+moesten nog verscheidene uren verloopen vóór dien tijd. Op het oogenblik
+voelde de lijdende Koningin zich nog vermoeid van het bezoek aan het
+graf; zij had daarbij den Genius van Antonius gesmeekt om, wanneer hij
+eenige macht bezat over het hart van den overwinnaar, hem dan te bewegen
+de martelende onzekerheid van haar af te nemen en aan hare kinderen een
+gelukkig lot te beloven.
+
+Ook had zij Dolabella, die haar uit het mausoleum naar het paleis
+geleidde, bekend, dat zij van dit gesprek slechts één ding verwachtte.
+Daarbij had zij hem een toezegging afgebeden, die haar nieuwen moed gaf,
+en haar het kostbaarste geschenk toescheen, dat men haar in dezen tijd
+kon aanbieden. Toen zij namelijk uiting had gegeven aan haar vrees,
+dat Octavianus haar ook nu weder in de onzekerheid zou laten, was de
+jongeling daarbij opgestaan om den Cæsar te verdedigen, en had ten
+slotte uitgeroepen: »Als hij u nu nog in spanning hield, dan zou hij
+niet alleen koel en bedachtzaam zijn."....
+
+»Welnu," had Cleopatra gezegd, »wees gij dan grooter, wees minder hard
+dan hij, en bevrijd de vriendin van uw vader uit dezen pijnigenden
+toestand. Wanneer hij mij niet verklaart wat mij te wachten staat,
+en gij verneemt dat, dan--zeg niet neen, gij kunt het mij niet
+weigeren!--dan laat gij, ja gij, het mij weten."
+
+De jonge man had snel en vastberaden geantwoord: »Wat heb ik tot dusver
+voor u kunnen doen? Doch uit _deze_ marteling zal ik u verlossen, als
+ik kan." Daarop had hij zich spoedig uit de voeten gemaakt, om niet
+genoodzaakt te zijn het aan te zien hoe de daartoe aangestelde eunuchen
+bij de poort van het paleis de kleederen der edele vrouw doorzochten.
+
+Zijn belofte hield den zinkenden moed der vermoeide bekommerde Koningin
+staande, terwijl zij zich uitstrekte op de kussens van een rustbank, om
+te bekomen van haar aangrijpenden tocht. Doch nauwelijks had zij de
+oogen gesloten, of daar klonk op het plaveisel het hoefgetrappel van het
+vierspan dat den Cæsar naar de Lochias bracht. Zóó vroeg had Cleopatra
+dit bezoek niet verwacht.
+
+Tevoren had zij met hare vertrouwelingen overlegd hoe zij hem zou
+ontvangen. Eerst was zij geneigd geweest om daarvoor op den troon plaats
+te nemen, en hem te begroeten in feestkleeding als Koningin, maar
+spoedig had zij ingezien, dat zij te zwak en ziek was om dien zwaren,
+koninklijken tooi te dragen. Bovendien zou een man en gelukkig
+overwinnaar zich eerder toegevend en genadig betoonen jegens een
+lijdende vrouw, dan tegenover een vorstin.
+
+Er was veel dat haar gedrag in vroeger tijd verontschuldigen kon, en zij
+had zorgvuldig bij zichzelve overlegd hoe zij met haar verdediging het
+best zijn koude, maar niet onrechtvaardige gezindheid voor zich kon
+winnen. Veel wat te haren gunste sprak, was vervat in de brieven van
+Cæsar en Antonius, die zij in de nachtelijke uren, na den dood van haar
+gemaal, herhaaldelijk overgelezen had, en die men haar nu juist had
+gebracht.
+
+Archibius en ook de Romein Proculejus hadden haar afgeraden hem geheel
+alleen te ontvangen. De laatste sprak het niet uit, doch wist dat
+Octavianus zich eerder tot iets edelmoedigs en goedertierens zou laten
+overhalen, indien er getuigen bij waren die het wereldkundig konden
+maken. Het was zaak om tegenover den bekwaamsten tooneelspeler van zijn
+tijd, voor toeschouwers te zorgen.
+
+Daarom had dan ook de Koningin Iras, Charmion en behalve die nog eenige
+der meest vertrouwde beambten bij zich gehouden, onder anderen den
+zaakwaarnemer Seleukus die inlichtingen zou kunnen geven, wanneer er
+sprake was van de overgave der schatten.
+
+Zij was ook voornemens geweest zich, nadat zij uitgerust zou zijn van
+haar bezoek aan het graf, opnieuw te laten kleeden. In dit plan werd zij
+verhinderd door de vervroegde komst van den Cæsar. En al had zij den
+tijd er toe gehad, dan zou zij nu niet in staat zijn geweest, zich zelfs
+maar het haar in orde te laten brengen, zoo zwak en daarbij koortsachtig
+opgewonden voelde zij zich. Het bloed joeg met snelheid door hare aderen
+en hare wangen gloeiden. Toen men haar zeide dat de Cæsar naderde, had
+zij te nauwernood tijd zich uit de kussens op te richten, het haar uit
+haar gelaat te strijken, en Iras te vergunnen met enkele vlugge
+handbewegingen de plooien van haar rouwgewaad te schikken.
+
+Indien zij de poging had gewaagd om hem tegemoet te loopen, dan zouden
+hare knieën hebben geknikt. Toen de Cæsar binnentrad, vond zij dan ook
+enkel de kracht hem te begroeten met een zwijgend handgebaar; doch
+Octavianus, die haar reeds op den drempel den gebruikelijken groet had
+toegebracht, verbrak spoedig de pijnlijke stilte, en zeide met een
+hoffelijke buiging: »Gij riept, en ik kwam. Aan de schoonheid onderwerpt
+zich ieder--ook de overwinnaar."
+
+Zij wendde als beschaamd het hoofd ter zijde en antwoordde dankbaar, en
+toch op afwijzenden toon:
+
+»Ik heb u alleen om de gunst verzocht mij te willen aanhooren, doch ik
+_riep_ u niet. Ik zeg u dank, dat gij dit verzoek hebt ingewilligd. Als
+er voor den man een gevaar in ligt, om zich te buigen voor de
+bevalligheid der vrouw--dan bedreigt u dat hier zeker niet. Tegen een
+lijden zooals mij werd opgelegd, is de schoonheid, bijna zou ik zeggen
+het leven niet bestand. Gij hebt mij evenwel verhinderd dat van mij te
+werpen. Als gij rechtvaardig zijt, dan zult gij de vrouw, die gij
+verboodt te sterven, een leven toestaan welks last niet hare kracht tot
+dragen te boven gaat."
+
+De Caesar boog ten tweeden male, en gaf vriendelijk ten antwoord: »Ik
+ben van plan het uwer waard te maken."
+
+»Als dat waar is," riep Cleopatra uit, »ontneem mij dan eerst die
+folterende onzekerheid! Gij behoort allerminst tot de mannen die niet
+verder zien dan het heden en den volgenden dag."
+
+»Gij denkt aan hem," merkte Octavianus schamper op, »die misschien nog
+onder ons zou rondwandelen, indien hij met wijzer overleg...."
+
+Cleopatra's oogen, die tot nu toe den koelen blik des overwinnaars
+bescheiden en smeekend hadden ontmoet, vlamden eensklaps toornig op, en
+zij viel hem in de rede met een fier: »Laat het verleden rusten!"
+
+Het gelukte haar echter spoedig de drift die haar hartstochtelijk
+bloed in beweging bracht, meester te worden, en op een geheel anderen
+toon, die niet vrij was van vleiende weekheid, ging zij voort: »De
+voorzienende geest van den man, aan wiens wenken de gansche aarde
+gehoorzaamt, overziet de toekomstige dingen zoowel als de tegenwoordige.
+Zou hij dan ook niet beslist hebben over het lot der kinderen, eer hij
+er in toestemde de moeder te zien? De eenige, die u in den weg had
+kunnen staan, de zoon van uw grooten oom...."
+
+»Het vonnis moest over hem worden uitgesproken," sprak de heerscher op
+een toon van oprecht leedwezen. »Evenals ik Antonius heb beweend, zoo
+betreur ik ook den ongelukkigen jongeling."
+
+»Als dat zoo is," zeide Cleopatra met warmte, »dan doet het de goedheid
+van uw hart eer aan. Toen Proculejus mij den dolk ontnam, berispte hij
+mij, omdat ik den zachtmoedigste van alle veldheeren den naam gaf van
+hard te zijn en onverzoenlijk."
+
+»Twee eigenschappen," verzekerde de Cæsar, »die mijn natuur volkomen
+vreemd zijn."
+
+»En die gij, als zij u eigen waren, niet zoudt kunnen, noch mogen
+gebruiken," riep Cleopatra, »indien het u ten minste ernst is met het
+schoone plan, dat gij zoo dikwijls hebt uitgesproken, om als neef en
+erfgenaam van den grooten Julius Cæsar, diens voetstappen te drukken.
+Cæsarion--zie maar dat borstbeeld! geleek in iederen gelaatstrek op zijn
+vader, uw verheven voorbeeld. Aan mij, ongelukkige, die nu mijn vonnis
+verwacht uit den mond van zijn neef, hebben de goden als de kostbaarste
+van alle gaven, de liefde van uwen goddelijken oom geschonken. En welk
+eene liefde! Het is voor de wereld verborgen gebleven, wat ik voor zijn
+groot hart ben geweest; doch de wensch om mijzelve voor miskenning te
+behoeden, gebiedt mij het u te openbaren. Uit uwen mond wacht ik de
+uitspraak. Gij zijt de rechter. Deze brieven zijn mijn voornaamste
+verdedigingsmiddel. Aan die laat ik over u te toonen wie ik was en ben,
+niet wat de laster van mij heeft gemaakt. Het elpenbeenen kistje, Iras!
+Het bevat de treffende bewijzen der liefde van Cæsar, de brieven die hij
+mij geschreven heeft."
+
+Met bevende handen lichtte zij het deksel op, en alsof deze
+herinneringen haar in vervlogen tijden terugvoerden, ging zij met
+gedempten stem voort: »Onder al mijne schatten is deze eenvoudige kleine
+kist een half leven lang mijn dierbaarste kleinood geweest. Hij heeft
+mij die geschonken, hier op het Bruchium, te midden van een heeten
+strijd."
+
+Zij opende de eerste rol, en terwijl zij Octavianus daarop wees en
+tegelijk op den verderen inhoud van het kistje, riep zij uit: »Hoe
+welsprekend zijn die stomme bladen! Ieder daarvan is een schilderij
+zonder wedergade: de machtige denker, de man van de daad, die den
+rusteloos bezigen geest tot rust brengt, en aan het hart veroorlooft
+over te vloeien van de liefde eens jongelings. Ware ik ijdel,
+Octavianus, dan kon ik ieder dezer brieven een zegeteeken noemen, een
+Olympische krans. De vrouw, aan wie Julius Cæsar bekende dat zij hem had
+onderworpen, had eenmaal het recht het hoofd hooger te dragen dan de
+ongelukkige hier vóór u, die voor zichzelve, behalve de vergunning om te
+sterven...."
+
+»Laat deze brieven rusten," viel Octavianus haar vriendelijk in de rede.
+»Wie zou betwijfelen, dat zij voor u een groote schat zijn...."
+
+»De grootste van allen zijn zij, en daarbij de pleitbezorgers van de
+beschuldigde," verzekerde zij met levendigheid. »Op die brieven--gij
+hebt het reeds gehoord--berust de verdediging, waartoe ik bereid ben.
+Ik nam mij voor die van dááruit te beginnen. Hoe vreeselijk is het
+om hetgeen ons heilig was, en bestemd om alleen ons eigen hart te
+verheffen, dienstbaar te maken aan een doel--ze te gebruiken tot iets,
+waarvan wij ons leven lang wars waren! Maar ik heb nu eenmaal een
+voorspraak noodig, en, Octavianus, deze brieven geven aan de rampzalige,
+kranke bedelares de waardigheid en het wezen der Koningin terug. De
+wereld kent slechts twee machten, waarvoor Julius Cæsar zich gebogen
+heeft: de wenschen der treurende vrouw hier op dit rustbed, en de alles
+bedwingende dood. Een droevig broederpaar!--Doch ik vrees die niet, want
+de dood heeft hem het leven ontnomen en uit mijne hand.... Ik smeek u
+nog slechts om een enkel oogenblik.... Hoe gaarne zou ik mij zelve dezen
+lof besparen en u, zijn voorbeeld te volgen! Doch hier staat het: »Door
+u, gij onweerstaanbare," schrijft hij, »ondervond ik voor de eerste
+maal, toen mijn jeugd reeds achter mij lag, hoe schoon het leven kan
+zijn.""
+
+Met deze woorden overhandigde Cleopatra den brief aan den Cæsar. Terwijl
+zij echter nog haastig naar een anderen zocht, gaf hij haar den eersten
+reeds terug en zeide: »Ik begrijp maar al te goed hoe het u stuit om
+zulke vertrouwelijke ontboezemingen tot uwe verdedigers te maken. Ik kan
+mij den inhoud der overige voorstellen, en het zal dezelfde uitwerking
+hebben alsof ik ze alle gelezen had. Hoe welsprekend ook, zij zijn toch
+noodelooze getuigenissen. Is er dan een schriftelijke bewijsgrond noodig
+voor een toovermacht, die zich nog altijd even krachtig betoont?"
+
+Als om die vleiende woorden uit den mond van den trotschen jongen
+beheerscher der wereld te bezegelen, vloog op dit oogenblik een
+beminnelijke glimlach over Cleopatra's gelaat. Octavianus merkte dat op.
+Zij bezat inderdaad een onweerstaanbare bekoorlijkheid, en hij voelde
+hoe zijn eigen wangen zich hooger kleurden. De ongelukkige vrouw,
+deze lijdende smeekelinge, kon dus ook nu nog een man in hare
+netten verstrikken, indien hij slechts niet die koel-berekenende
+voorzichtigheid bezat, die zijne ziel ompantserde. Was het de wonderbare
+welluidendheid der stem of de afwisselende glans in de vochtig
+glinsterende oogen; was het de voorname buigzaamheid der edele gestalte,
+gevoegd bij de volmaakt schoone vormen der handen en voeten, of de
+zwakheid der onderworpen lijderes, die zich zoo eigenaardig vermengde
+met koninklijke majesteit; of misschien de gedachte dat de liefde van
+deze vrouw de grootsten en hoogstgeplaatsten aan zich had geboeid met
+onverbrekelijke banden, wat aan deze kwijnende vrouw, die hare jeugd
+reeds lang achter zich had, nu nog zulk een machtige aantrekkingskracht
+gaf?
+
+In ieder geval moest ook hij, hoe zeker hij ook van zich zelf mocht
+zijn, op zijn hoede voor haar wezen. Hij verstond de kunst om zijn
+hartstocht te beteugelen, beter dan zijn veel grootere oom dat vermocht.
+
+Maar vóór alles wilde hij, om Cleopatra in het leven te behouden, haar
+versterken in haar geloof aan zijne bewondering. Hij moest aan de
+»groote Koningin van het Oosten" die zich nog zoo even had beroemd, even
+onverbiddelijk als de dood, de machtigsten der aarde te overwinnen, en
+tegelijk aan de geheele wereld, zijn overmacht bewijzen, als mensch
+en als heerscher. Doch hij moest ook zachtmoedig zijn, om niet zelf
+onvoorzichtig datgene in de waagschaal te stellen waartoe hij haar
+noodig had. Zij moest hem volgen naar Rome. Zij met hare kinderen
+beloofde zijn triomftocht tot de schitterendste en merkwaardigste te
+maken, dien ooit een overwinnaar den senaat en het volk had doen zien.
+Daarom antwoordde hij op luchtigen toon, doch waarin duidelijk genoeg
+de aandoening zijner ziel te hooren was: »Mijn verheven oom was immers
+bekend als een vriend van schoone vrouwen. Door vele liet hij zijn
+ernstig leven met bloemen versieren en verzekerde haar dat mondeling,
+of misschien ook wel--zooals u in deze brieven--met de schrijfstift.
+Zijn genius was grooter, in ieder geval veelzijdiger en levendiger dan
+de mijne. Hij kon verschillende dingen en met dezelfde zorgvuldigheid
+tegelijkertijd doen. Wat mij betreft, de Staat, de regeering, de
+oorlog nemen mij geheel in beslag. Ik ben al dankbaar, wanneer ik
+eens een oogenblik aan onze dichters veroorloven kan, mijn rusttijd te
+veraangenamen. Een zoo zwaar beladen man als ik heeft geen vrijen tijd
+over om zich te laten boeien door de bevalligste der vrouwen, zooals
+mijn oom dat kon. Indien ik kon wat ik wilde, dan zoudt gij de eerste
+zijn, van wie ik Eros' gaven.... Maar het mag niet zijn! Wij Romeinen
+leeren ook den vurigsten wensch bedwingen, wanneer de plicht, de
+zedenwet dat gebiedt. Er is in de wereld geen stad waar zoovele goden
+vereerd worden als hier, en welke behooren daar niet al toe; Om hunnen
+aard ook maar oppervlakkig te begrijpen, daar is een bijzondere
+inspanning van den geest toe noodig.... Maar de eenvoudige goden van den
+huiselijken haard! Zij zijn te eenvoudig voor u Alexandrijnen, die men,
+tegelijk met de moedermelk, reeds voedt met philosophie.... Geen wonder,
+dat ik daar te vergeefs naar uitzag. Het is waar, zij--onze huisgoden,
+bedoel ik--zouden ook maar weinig voldoening vinden, hier waar de
+strenge eischen van Hymen zwijgen voor de hartstochtelijke wenschen van
+Eros. Men kan niet zeggen dat het huwelijk hier tot de heilige zaken
+behoort.--Het schijnt dat dit gevoelen u verdriet."
+
+»Omdat het onwaar is," stootte Cleopatra heftig uit, terwijl zij met
+moeite een nieuwe uitbarsting van toorn onderdrukte. »Doch, als ik goed
+zie, dan bedoelt gij met uw verwijt alleen te wijzen op den band, die
+mij vereenigde met den man, dien men de gemaal uwer zuster noemde.
+Gij Romeinen noemt het huwelijk van een uwer grooten met een vreemde
+vernederend.... Maar ik wil mij.... Ik zou het gaarne voor mij zelve
+houden, maar gij dwingt mij te spreken, en ik wil het doen, hoewel uw
+eigen vriend Proculejus mij aanmaant voorzichtig te zijn... Ik, ik,
+Cleopatra, was de ware gemalin van Marcus Antonius, volgens de zeden van
+dit land, toen gij hem hebt uitgehuwelijkt aan de weduwe van Marcellus,
+nadat die nauwelijks zijne oogen had gesloten. Niet uwe zuster Octavia,
+ik was de verstootene aan wie zijn hart behoorde tot het einde toe; ik,
+die een reeks van groote koningen mijne voorvaderen noem, en die in
+geboorte toch zeker niet achtersta bij de voornaamste dochter van uw
+edel geslacht; niet de onbeminde, hem opgedrongen gemalin..."
+
+Zij liet haar stem dalen. Zij had aan den hartstochtelijken drang die
+haar gebood zich op dit punt uit te spreken, voldaan, en nu ging zij op
+verklarenden toon zachter voort: »Ik weet wel, dat gij deze verbintenis
+slechts hadt voorgeslagen ter wille van den vrede en het welzijn van den
+Staat...."
+
+»Het geschiedde om beide te verzekeren, en het bloed van tienduizenden
+te sparen," sprak Octavianus met trots en overtuiging. »Dat heeft uw
+heldere geest goed ingezien. En wanneer gij, in weerwil van het gewicht
+dezer beweegredenen.... Maar welke stemmen worden door u, vrouwen, niet
+door die van het hart tot zwijgen gebracht? Den man, den Romein, gelukt
+het zijn oor te sluiten voor het sirenengezang. Indien het anders ware,
+dan zou ik nooit of nimmer voor mijn zuster een gemaal gekozen hebben,
+bij wien ik haar geluk zoo slecht gewaarborgd wist, zou ik--zooals ik
+reeds zeide--geen weerstand kunnen bieden aan mijn eigen begeerte om de
+beminnelijkste van alle vrouwen te bezitten.... Doch ik mag mij daarop
+eigenlijk niet beroemen. Ik vrees dat een vrouwenhart als het uwe zich
+minder snel voor den nederigen Octavianus openen zou, dan voor een
+Julius Cæsar of den schitterenden Marcus Antonius. Maar ik mag hier
+bekennen, dat ik misschien vermeden zou hebben aan dezen onzaligen
+oorlog tegen een vriend in eigen persoon een einde te maken en zelf in
+Aegypte te verschijnen, terwijl elke degelijke legaat datzelfde had
+kunnen doen, indien ik niet hierheen gedreven ware door den wensch, de
+vrouw weder te zien, wier merkwaardige schoonheid reeds als knaap mijne
+oogen had verblind. Thans gevoelt de man van rijper leeftijd zich
+beheerscht door den wensch om die wonderbare geestesgaven te leeren
+kennen, dat onvergelijkelijk verstand...."
+
+»Verstand!" viel de Koningin hem in de rede, en haalde droevig de
+schouders op. »Wat men gewoonlijk zoo noemt, werd u in tienmaal rijker
+mate toebedeeld. Dat bewijst u mijn lot. De lenigheid van geest, die de
+goden mij wellicht geschonken hebben, zou in dezen tijd van smart de
+proef slecht doorstaan. Doch als het u werkelijk te doen is om te weten
+te komen hoe het eenmaal gesteld was met Cleopatra's geest, neem dan
+deze vreeselijke onzekerheid van mij af, en sta mij een leven toe, dat
+mijn verlamde ziel weder veroorlooft zich vrij te bewegen."
+
+»Het ligt alleen aan u," zeide Octavianus met levendigheid, »de dagen
+die komen zullen voor u en de uwen niet alleen vrij van zorgen, maar ook
+zelfs schoon te doen zijn."
+
+»Aan mij?" vroeg Cleopatra verbaasd. »In uwe hand, geheel alleen in de
+uwe, ligt ons wel en wee. Ik ben bescheiden, en verlang alleen te weten,
+wat gij over onze toekomst hebt beschikt, en wat gij verstaat onder een
+lot, dat gij schoon noemt."
+
+»Niets minder," antwoordde de Caesar kalm, »dan wat u bijzonder veel
+waard schijnt te zijn: een leven met die vrije beweging der ziel,
+waarnaar gij streeft."
+
+Nu begon de boezem der diep ontroerde vrouw zich sneller te bewegen,
+en niet meer in staat het ongeduld dat haar beving geheel te bedwingen,
+riep zij uit: »Met de verzekering van uw hulde op de lippen, ontzegt gij
+mij het nader aandringen van een vraag, die meer dan alle anderen mijn
+gemoed vervult, waarop gij, toen gij hier binnentraadt voorbereid moest
+zijn, indien gij het op ééne waart...."
+
+»Verwijten?" vroeg Octavianus met goed gespeelde verbazing. »Maar heb ik
+niet eerder reden mij te beklagen? Juist omdat het mij ernst is met de
+welwillende gezindheid, die gij terecht in mijne woorden hebt opgemerkt,
+moesten enkelen uwer maatregelen mij bedroeven. Het vuur moest uwe
+schatten vernietigen. Het zou onbillijk zijn vriendschapsbewijzen te
+verwachten van een overwonnene, doch kunt gij loochenen dat de bitterste
+haat nauwelijks iets vijandigers had kunnen uitdenken?"
+
+»Laat het verleden rusten! Wie zou in den oorlog niet trachten den buit
+voor zijn tegenstander te verkleinen?" zeide de Koningin op een toon van
+verontschuldiging.
+
+Doch toen Octavianus met zijn antwoord talmde, ging zij levendiger
+voort: »Men zegt dat de steenbok in de bergen van het Oosten zich in
+zijn doodsstrijd op den jager werpt, en hem mede in den afgrond trekt.
+Diezelfde neiging is ook den mensch ingeschapen, en mij dunkt, zij
+strekt beiden tot eer.--Vergeet het verleden, zooals ik tracht het
+te doen; ik herhaal het met opgeheven handen. Zeg dat gij den knaap,
+dien ik aan Antonius geschonken heb, den troon van Aegypte wilt doen
+bestijgen, niet onder voogdij van zijn moeder, maar onder die van Rome.
+En sta mij zelve toe om, waar het dan ook moge zijn, in vrijheid te
+leven. Dan laat ik u gewillig alles wat ik bezit aan goederen en
+schatten, tot op het laatste toe, over."
+
+Daarbij had zich hare kleine hand onder de plooien van haar kleed van
+ongeduld tot een vuist gebald, maar Octavianus sloeg de oogen neder, en
+zeide luchtig: »In den oorlog beschikt de overwinnaar over het bezit
+van den overwonnene, doch mijn hart verbiedt mij tegenover u, die zoo
+ver boven het alledaagsche verheven zijt, algemeen geldige wetten in
+toepassing te brengen. Uw rijkdom moet groot zijn, hoewel de onzinnige
+oorlog, dien Antonius met uw bijstand zoo lang voortzette, verbazende
+sommen verslonden heeft. Het schijnt alsof in dit land het verspilde
+goud even snel weder opwast als het gras dat gemaaid is."
+
+»Gij spreekt," antwoordde Cleopatra, steeds dieper geraakt en met groote
+fierheid, »van de schatten die mijne voorvaderen, de groote Koningen
+van dit land, drie eeuwen lang verzameld en verworven hebben voor hun
+edel geslacht en de sieraden hunner vrouwen. Voor de grootmoedigheid
+en de hooghartigheid van een Antonius was het niet weggelegd te sparen,
+en toch zal hetgeen nog overig is, zelfs aan de hebzucht niet gering
+toeschijnen. Tot op het laatste stuk staat alles opgeschreven."
+
+Daarmede nam zij haar zaakwaarnemer Seleukus een rol uit de hand, en
+reikte die aan Octavianus over; hij nam die met een lichte buiging
+zwijgend in ontvangst. Nauwelijks echter was hij begonnen te lezen, of
+de zaakwaarnemer, een klein, zwaarlijvig man met glinsterende oogen, die
+half verdwenen in de opgezette wangen, hief zijn korten wijsvinger op,
+wees onbeschaamd op de Koningin, en hield in haar aangezicht vol, dat
+zij eenige dingen had trachten achter te houden, en hem daarom verboden
+had op de lijst te zetten.
+
+De diep geschokte, hartstochtelijke, door koortsachtig ongeduld
+gemartelde vrouw werd bij deze woorden doodsbleek. Zij verloor alle
+zelfbeheersching, hief zich op, en sloeg den verrader, dien zij eenmaal
+uit armoede en lagen stand tot zijn hoogen post had verheven, herhaalde
+malen met hare zachte hand in het gezicht, totdat Octavianus haar
+eindelijk met een fijnen glimlach uit de hoogte toeriep, dat het,
+hoezeer de man het ook verdiend had, nu genoeg moest zijn.
+
+Toen viel de ongelukkige Koningin geheel buiten zichzelve op haar
+rustbank neer en terwijl de tranen uit hare oogen vloeiden, klaagde zij
+met heesche stem zichzelve aan, en zeide dat zij tegenover zulk een
+onduldbare handelwijze en overmaat van laagheid tot een afschuw van zich
+zelve was geworden.
+
+Daarop drukte zij hare vuist tegen de slapen, en riep uit: »Voor de
+oogen van mijn vijand valt de waardigheid der Koningin, die mij mijn
+leven lang niet heeft begeven, van mij af als een geleende mantel. Maar
+wat ben ik ook nog? Wat zal ik morgen zijn, en wat daarna? Doch wie is
+er onder de zon, met warm bloed in de aderen, die kalm kan blijven,
+wanneer men hem, terwijl hij versmacht, saprijke druiven voorhoudt,
+om hem die, evenals aan Tantalus, weder wreed te ontnemen, eer hij
+de lippen er mede bevochtigd heeft? Gij kwaamt hier bij mij, met de
+verzekering uwer genade; doch de vleiende, veel goeds belovende woorden
+die gij mij, rampzalige, schonkt, waren niet anders dan heulsapdruppels,
+waarmede men onrustige koortslijders tot rust brengt. Was de genade, die
+gij mij liet zien en voor de toekomst deedt vermoeden, alleen bestemd om
+een diep gezonkene te misleiden....."
+
+Doch zij kon niet voortgaan, want Octavianus viel haar met verheffing
+van stem en met waardigheid in de rede: »Wie meent dat Caesars
+erfgenaam in staat is om een edele vrouw, een Koningin, de vriendin
+van zijn grooten voorganger, smadelijk te bedriegen, die beleedigt en
+krenkt hem. Doch de rechtmatige toorn, die u medesleepte, mag u tot
+verontschuldiging dienen. Ja," voegde hij er op een geheel anderen toon
+bij, »ik zou zelfs reden hebben dezen toorn dankbaar te zijn, en te
+wenschen nog eens een uitbarsting van drift te mogen zien, die zelfs
+in haar onbeteugelde woestheid schoon blijft; de koninklijke leeuwin
+weet immers zelve nauwelijks hoe schoon zij is, wanneer de storm der
+verontwaardiging haar medesleept. En welk een gezicht moet het dan niet
+zijn, wanneer het de liefde is, die hare brandende ziel dwingt in laaien
+gloed te ontvlammen."
+
+»De brandende ziel!" herhaalde zij levendig, en plotseling ontwaakte
+in haar weder de behaagzieke wensch om ook dezen man, die zich, in de
+zekerheid zijner overwinning, zoo beroemde op zijn standvastigheid, aan
+hare voeten te zien. Al was hij ook sterker dan anderen, toch was hij
+zeker niet onbedwingbaar! En in het bewustzijn van haar nog altijd
+onverminderde macht over mannenharten, volgde zij de oppermachtige
+neiging der vrouw om over de harten te heerschen. Ook dat van haar
+vijand moest haar worden onderworpen, en vóór deze wensch nog een vasten
+vorm had aangenomen, blonk er reeds in hare oogen een veelbelovende
+liefdeblik voor hem, en verscheen op haar gelaat een betooverende
+glimlach.
+
+Nu begon het zoo goed beveiligde hart van den jongen heerscher sneller
+te kloppen, en de teugels te verbreken. Zijn wangen gloeiden, en werden
+beurtelings bleek en rood. Hoe had zij hem aangezien! Zou zij den neef
+beminnen, zooals zij eens zijn oom had gedaan, die door haar had geleerd
+welk een genot het leven bieden kon? Ja, het moest heerlijk zijn dezen
+fijnen mond te kussen, zich door deze schoon gevormde armen te doen
+omvangen, door den zilverhelderen klank van die stem zijn eigen naam
+met teederheid te hooren uitspreken. Zelfs het meest volmaakte marmeren
+beeld der wakend rustende Ariadne, dat hij in Athene had gezien, had
+niet schooner ineenvloeiende lijnen, dan die uit de kussens zich
+oprichtende vrouw, daar vóór hem. Wie zou tegenover haar van verdwenen
+bekoorlijkheden durven spreken? O neen! De betoovering, die eens Julius
+Caesar tot haar dienaar had gemaakt, was nog even krachtig als ooit. Hij
+voelde zelf die macht. Hij, die pas drie en dertig jaren telde, was nog
+jong. Na al die inspanning kwam het ook hem toe, zich te bedwelmen met
+den nektar van het edelste genot, en lichaam en ziel gelijkelijk te
+verzadigen met genietingen, die door niets te overtreffen waren.
+
+Hij naderde dan ook met snellen tred haar rustbank, vast besloten
+hare handen te grijpen en die aan zijn lippen te brengen. Zijn
+hartstochtelijke blik beantwoordde den haren, doch zij, verbaasd over
+de macht die haar, hoe vreeselijk zij ook was afgetobt naar lichaam
+en ziel, nog altijd eigen scheen te zijn, zelfs over den sterkste en
+koelste van alle mannen, merkte kalm op wat in hem omging, en een
+zegevierende glimlach, waarin zich bittere spot mengde, speelde om haar
+fraaien mond. Zou zij nu door list van hem trachten te verkrijgen wat
+zij van hem wenschte, door voor het eerst een verraderlijk spel te
+spelen met hare liefde? Zou zij zich overgeven aan den man die haar
+verstiet, om door hem voor hare kinderen te verkrijgen wat hen toekwam?
+Zou zij, ten gevalle van den vijand haars geliefden, afstand doen van de
+heilige smart, die haar noopte hem te volgen, en het nageslacht en hare
+kinderen recht geven haar, in plaats van de trouwste der trouwen, een
+eerlooze vrouw te noemen, die voor iederen machtige op zijn beurt te
+koop was?
+
+Al deze vragen moesten, als van zelf sprak, ontkend worden. De stap,
+dien Octavianus haar tegemoet was gegaan, met den om liefde smeekenden
+blik, gaf haar het recht zich te gevoelen als een zegepralende over den
+overwinnaar, en de trotsche blijdschap over haar triomf weerspiegelde
+zich al te duidelijk in hare bewegelijke trekken, dan dat de
+scherpziende en wantrouwende man, die voor haar bezweken was, het
+niet zou hebben opgemerkt. Doch nauwelijks had hij bespeurd wat hem
+bedreigde, en zich haar gezegde herinnerd, dat zijn groote oom alleen
+voor haar en voor den dood had moeten zwichten, of het gelukte hem ook
+weder, zijn snel ontvlamde zinnen te beheerschen. Blozend over zijn
+eigen zwakheid wendde hij den blik van de Koningin af, en toen zijn oog
+op Proculejus en de andere getuigen viel, zag hij eerst recht, voor welk
+een afgrond hij had gestaan. Hij had zich reeds half laten medesleepen
+door het gevaar om door een oogenblik van zwakheid de vrucht van
+ernstige onthouding en zware inspanning te verbeuren. Zijn sprekende
+blik, die nog zooeven vol verlangen op een schoone vrouw had gerust,
+mat nu zijne omgeving met de strenge uitdrukking van een heerscher; en
+oogenschijnlijk op matiging bedacht van het overdrevene der vleiende
+waardeering, die men verkeerd zou kunnen uitleggen, zeide hij op een
+ernstigen toon, die bijna vermanend klonk:
+
+»En toch zouden wij de edele leeuwin nog liever zien in haar majestueuze
+rust, die alles, wat Vorst heet, het best staat. Het valt een koel
+overleggenden geest, zooals de mijne is moeilijk zich te verplaatsen in
+een ras en fel ontgloeiend hart."
+
+Meer verbaasd dan teleurgesteld, had Cleopatra deze snelle verandering
+gadegeslagen. Hij was spoedig onder haar invloed geraakt, had dat
+bijtijds begrepen, en een man van zijne soort begaf zich niet licht ten
+tweeden male in een gevaar, waaraan hij zoo ternauwernood ontkomen was.
+En dat was ook goed! Hij moest ondervinden dat hij den blik, die zijn
+hart in vlam had gezet, verkeerd had uitgelegd, en daarom antwoordde zij
+afwerend en met koninklijke waardigheid:
+
+»Een rampspoed als de mijne dooft allen gloed uit. En de liefde? Het
+hart eener vrouw blijft altijd voor haar geopend, alleen dan niet
+meer, wanneer het de lust en de kracht tot wenschen verloren heeft.
+Gij zijt jong en gelukkig, en daarom verlangt uwe ziel ook nog heden
+naar liefde--dat weet ik--ofschoon in geenen deele naar de mijne. Mij
+daarentegen is nog slechts één minnaar welkom: de man, met de omgekeerde
+toorts, dien gij van mij afhoudt. Bij hem alleen is datgene te vinden,
+waarnaar mijn ziel van kindsaf heeft gehunkerd: rust zonder smart! Gij
+glimlacht, en mijn vroeger leven geeft u het recht daartoe. Daar zal ik
+niets van af doen. Ieder leeft zijn eigen leven, voor zichzelf. Slechts
+enkelen begrijpen de kronkelpaden van hun eigen, nog minder die van
+anderer bestaan. De wereld is er immers getuige van geweest, hoe de rust
+mij ontvloden is, of ik haar, en toch zie ik nog de mogelijkheid haar
+terug te vinden. Ik ben beveiligd voor het eenige, wat mij het genot
+daarvan onthouden zou: vernedering en schande."
+
+Zij zweeg, en een oogenblik later ging zij met het weekste stemgeluid,
+waarover zij beschikken kon, voort: »Ik geloof dat uwe grootmoedigheid
+dáárvoor de vrouw beschermen zal, die gij nog zoo even--het is mij niet
+ontgaan--een meer dan genadigen blik waardig keurdet. Dien zal ik
+bewaren bij mijn onvergetelijke herinneringen. Doch doe mij nu ook
+weten, hoog edel heer: hoe luidt uw besluit omtrent mij en mijne
+kinderen? Wat mogen wij van uwe genade hopen?"
+
+»Dat de wensch om aan u en de uwen een waardig lot te bereiden,
+Octavianus des te oprechter bezielen zal, naarmate gij met vaster
+vertrouwen verwachten zult dat hij zijne grootmoedigheid in al hare
+volheid aan u zal bewijzen."
+
+»En als ik dezen wensch vervul, en alles van u verwacht wat groot en
+edel is,--en dat valt mij niet moeilijk--welke bewijzen van uwe gunst
+geeft gij ons dan?"
+
+Zonder zich te bedenken antwoordde de Cæsar: »Schilder dat uzelve af
+met al den gloed uwer machtige phantasie, die zelfs mijne blikken zoo
+levendig ten uwen gunste weet te verklaren, en die de wonderen heeft
+uitgedacht, waardoor gij den grootsten en schitterendsten man van Rome
+tot den gelukkigste van alle stervelingen hebt gemaakt. Dat hij de
+ongelukkigste geworden is, was, dunkt mij, zijne schuld, de uwe niet.
+Maar--bij Zeus!--het is reeds het vierde uur na den middag!"
+
+Een blik uit het venster had tot dezen uitroep aanleiding gegeven.
+Daarop vervolgde hij, op een toon van oprechten spijt, en met de hand
+op het hart: »Hoe gaarne zou ik nog langer genieten van dit boeiend
+gesprek, doch ik word geroepen door gewichtige, helaas niet uit te
+stellen zaken..."
+
+»En het antwoord?" vroeg Cleopatra, en zag hem daarbij met ingehouden
+adem en in gespannen verwachting aan.
+
+»Moet ik dat nog herhalen?" vroeg hij met ongeduldigen haast. »Het
+zij dan zoo! Tegenover volkomen vertrouwen van uwe zijde, genade,
+vergiffenis, tegemoetkoming en alle eerbiediging van uw persoon, die gij
+billijkerwijze verlangt. Uw hart is zoo rijk aan warm gevoel! Gun mij
+slechts een klein deel daarvan, en eisch van mij tastbare geschenken
+terug. Zij worden u al van te voren toegestaan." Hierop groette hij
+haar als een vriend die ongaarne afscheid neemt, en verliet met rassche
+schreden de zaal.
+
+»Weg, weg!" riep Iras, toen de deur achter hem gesloten was. »Als een
+aal, die ontsnapt aan de hand die hem vasthoudt."
+
+»Als het ijs in het Noorden," voegde Cleopatra er op doffen toon bij,
+terwijl Charmion haar hielp gemakkelijker te gaan liggen. »Even glad,
+als het koud is. Nu blijft er niets meer voor mij te hopen over."
+
+»Ja zeker gebiedster, er blijft nog iets!" verzekerde Iras met warmte.
+»Dolabella wacht hem op in den Philadelphus-hof. Hij heeft beloofd, dat
+wij door hem zullen hooren wat Octavianus met u voor heeft."
+
+De Cæsar vond inderdaad bij de eerste poort van het paleis den
+jongeling, bezig zijn schoon Kyrenaeisch vierspan te bewonderen.
+
+»Prachtige dieren!" riep hij Dolabella toe. »Een geschenk van deze stad.
+Wilt gij met mij rijden? Een merkwaardige vrouw, een hoogst merkwaardige
+vrouw!"
+
+»Niet waar?" was het toestemmend antwoord.
+
+»Zonder twijfel," hernam de Cæsar. »Doch ofschoon zij bijna uw moeder
+kon zijn, buitengewoon gevaarlijk voor jonge lieden van uw leeftijd en
+uwe soort. Welk een teedere klank in die stem, welk een levendigheid en
+vuur! En daarbij toch zoo vorstelijk in al hare bewegingen. Maar ik wil
+de vonk, die misschien reeds in uw hart gevallen is, niet aanwakkeren,
+maar uitdooven. En dat tooneel, die comedie, die zij te midden van den
+bloedigsten ernst voor mij vertoonde!"
+
+Een oogenblik lachte hij zacht, en Dolabella riep vol nieuwsgierigheid:
+»Gij lacht maar zelden, doch dit gesprek schijnt u vroolijk te hebben
+gestemd.--Het heeft dus een verblijdenden afloop gehad?"
+
+»Dat willen wij hopen! Ik heb mij zoo genadig betoond als maar mogelijk
+was."
+
+»Dat is goed! Mag ik ook weten op welke wijze uwe goedheid en wijsheid
+voor hare toekomst gezorgd heeft? Of liever: wat hebt gij aan de
+beklagenswaardige overwonnen vrouw beloofd?"
+
+»Mijn genade, indien zij mij vertrouwen schenkt."
+
+»Proculejus en ik gaan steeds voort, haar daarin te versterken. En als
+het ons gelukt?"
+
+»Dan zal zij, zooals ik zeide, genade vinden, genade in overvloed!"
+
+»Doch haar lot in de toekomst? Wat hebt gij over haar en hare kinderen
+beschikt?"
+
+»Wat zij door de hoeveelheid van hun vertrouwen zullen verdienen."
+
+Hij hield op, want hij had den blik van Dolabella opgevangen en bemerkt,
+dat in den droeven ernst daarvan zich een zacht verwijt mengde.
+
+Hij was er bijzonder op gesteld de geestdriftvolle bewondering van dezen
+edelen jongeling, die misschien tot groote dingen geroepen zou worden,
+te behouden, en daarom ging hij vertrouwelijk voort: »Voor u jonge
+vriend, mag ik meer open uitspreken. Ik wil gaarne voldoen aan de
+stoutste verwachtingen van deze altijd nog boeiende, en, ik herhaal het,
+hoogst merkwaardige vrouw; maar eerst heb ik haar noodig voor mijn
+triomftocht. De Romeinen zouden met recht ontevreden over mij zijn,
+wanneer ik hen het schouwspel onthield van deze Koningin, deze vrouw
+zonder wederga, die in zoovele opzichten de eerste van haar tijd is.
+Spoedig vertrekken wij naar Syrië, en wel over land. Ik zend de Koningin
+met hare kinderen binnen drie dagen naar Rome. Wanneer zij dáár, bij
+mijn triomftocht, als groot en waarlijk bewonderenswaardig schouwspel,
+den indruk zal maken, dien ik daarvan verwacht, dan zal zij ondervinden
+hoe ik hen die mij een vriendelijkheid bewijzen, weet te beloonen."
+
+Dolabella had hem zwijgend aangehoord. Zoodra de Cæsar zijn wagen
+besteeg, verzocht zijn vriend verlof om te mogen achter blijven.
+
+Octavianus reed dus alleen in oostelijke richting naar de plek, waar,
+in de nabijheid van het Hippodroom, de grond werd opgemeten, waarop de
+voorstad Nikopolis, dat is: »stad der overwinning" moest worden gebouwd.
+Zij zou de volgende geslachten herinneren aan de zegepraal van den
+eersten keizer over Antonius en Cleopatra. Deze stad nam later wel in
+grootte toe, maar is toch nooit een stad van beteekenis geworden.
+
+De edele jongeling uit het geslacht der Corneliussen zag het vurige
+vierspan van den heerscher wrevelig na. Daarop richtte hij zijn fiere
+gestalte hooger op, en ging met vasten tred naar het paleis. Het kon hem
+zijn leven kosten, maar toch wilde hij doen wat hij als zijn plicht
+beschouwde jegens de groote Vorstin, die hem haar vriendschap had
+waardig gekeurd. Deze buitengewone vrouw was te goed om tentoongesteld
+te worden tot vermaak van het gepeupel.
+
+Enkele oogenblikken later wist Cleopatra welk een smaad haar boven het
+hoofd hing.
+
+
+
+
+VIJF EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Den volgenden morgen had de Koningin met Charmion, en deze met de
+Nubische Anukis, veel in het geheim te bespreken.
+
+Den vorigen dag was de tuinman van Archibius gekomen en had aan de
+zuster van zijn heer bijzonder schoone vijgen gebracht, die gerijpt
+waren in den ouden Epicuristen-tuin. Ook over deze vruchten werd
+gesproken, en Anukis ging naar Kanopus, en van daar, in den wagen van
+den huisbezorger, met een mand vol prachtige vijgen naar de vischmarkt.
+Dáár moest zij veel afspreken met Pyrrhus, en de vrijgelatene nam de
+vruchten mede in zijn boot.
+
+Spoedig na de thuiskomst der Nubische, keerde de Koningin uit
+het grafmonument terug. Hare trekken droegen een stempel van
+vastberadenheid, die daar anders vreemd aan was; ja zelfs gaven de vast
+opeengeklemde lippen daaraan een uitdrukking van bepaalde strengheid.
+Zij wist nu wat haar te doen stond, en zag haar naderend einde als een
+onafwijsbare noodzakelijkheid tegemoet. De dood kwam haar voor als een
+reis, die zij ondernemen moest om te ontkomen aan den wreedsten smaad.
+Bovendien was haar leven, na Antonius' dood, toch het rechte leven niet
+meer; het was nog maar een droevig talmen en afwachten geweest in het
+belang van haar kinderen.
+
+Het bezoek aan het grafteeken had als het ware moeten dienen om den
+gemaal, die haar was voorgegaan, hare nadering aan te kondigen. Zij
+hadden langen tijd vertoefd in de stille zaal. Zij had daar de
+sarcophaag van haar geliefde met bloemen gesierd en gekust, tot den
+afgestorvene gesproken als tot een levende, en hem toegeroepen, dat nu
+de dag gekomen was, waarop vervuld zou worden wat hij in zijn testament
+zijn liefste hartewensch had genoemd: naast haar te rusten in hetzelfde
+graf. Onder het duizendvoudig leed dat haar getroffen had, was niets
+haar zwaarder te dragen geweest dan het gemis van zijne nabijheid en
+liefde. Vervolgens was zij in den tuin gegaan, had hare kinderen aan het
+hart gedrukt en gekust, en hen verzocht met liefde aan haar te blijven
+denken. Aan Archibius was niet verborgen gebleven wat zij voornemens
+was te doen, doch Charmion had hem medegedeeld wat haar anders in de
+toekomst te wachten stond--en hij had haar besluit goedgekeurd. Met
+behulp van al de wilskracht die hem ten dienste stond, wist hij de
+smart, die zijn trouw hart vaneen reet, te verbergen. Zij moest sterven.
+De gedachte haar te zien deelnemen aan den triomftocht van Octavianus,
+was ook voor hem ondragelijk. Haar dank en de bede, dat hij ook verder
+een liefdevol leidsman voor hare kinderen mocht zijn, hoorde hij aan met
+een uiterlijke kalmte, die hem later zelf onbegrijpelijk voorkwam.
+
+Toen zij sprak van het wederzien van den geliefde tot wien zij nu heen
+ging, vroeg hij, of ze dan geheel gebroken had met de leer van Epicurus,
+die alle leven als geëindigd beschouwt met den dood.
+
+Zij bevestigde dat levendig, en zeide: »Ook de smarteloosheid komt mij
+niet voor als het hoogste goed, sinds ik weet dat liefde niet alleen
+genot medebrengt, sinds ik ondervond dat smart onafscheidelijk is van
+liefde. Haar geef ik niet op, en evenmin mijn geliefde. Wie ondervonden
+heeft wat mij te dragen werd gegeven, heeft andere goden leeren kennen,
+dan in de ledigheid zalig rustende goden van den meester. Liever in een
+andere wereld met mijn geliefde vereenigd tot eeuwige pijn, dan een
+smart- en vreugdeloos niets in een ledig en ijl Nergens.--Gij zult
+allerminst de kinderen leeren streven naar afwezigheid van smart....."
+
+»Evenals gij," riep Archibius uit, »heb ik ook geleerd welk een heerlijk
+goed de liefde is, en dat liefde ook smart insluit."
+
+Hij boog zich over hare hand om die te kussen, doch zij nam zijn hoofd
+in hare handen, en drukte hare lippen snel en vluchtig op zijn breed
+voorhoofd.
+
+Nu was het met zijne zelfbeheersching gedaan, en luid snikkend haastte
+hij zich naar de kinderen terug.
+
+Met een weemoedigen glimlach zag zij hem na, en aan den arm van Charmion
+ging zij het paleis weer binnen. Daarop nam zij een bad, en legde zich
+toen, in kostbaar rouwgewaad, op haar rustbank, om zooals gewoonlijk
+haar ontbijt te gebruiken. Iras en Charmion namen met haar daaraan deel.
+
+Terwijl het nagerecht werd opgedragen, bracht de Nubische een korf met
+prachtige vijgen. Zij verklaarden aan Epaphroditus, die bij den maaltijd
+tegenwoordig was, dat zij die als iets bijzonders van een boer had
+gekregen. De wachters hadden er reeds eenige van gesnoept.
+
+De aanzittenden aten eenige dier vruchten, en ook Proculejus, die
+gekomen was om de Koningin te begroeten, liet zich overhalen om een der
+schoonste te proeven. Na afloop van den maaltijd wenschte Cleopatra te
+rusten. De Romeinsche heeren en bedienden verwijderden zich. Eindelijk
+waren de vrouwen alleen, en zagen elkander zwijgend aan.
+
+Charmion schoof aarzelend de bovenste vruchten ter zijde, doch de
+Koningin zeide met doffe stem in zichzelve:
+
+»De gemalin van Antonius achter den wagen des overwinnaars in triomf
+door Rome's straten gesleept, tot vermaak van het volk en der afgunstige
+matrone's." Daarop vloog zij op, en riep: »Welk een gedachte! Was die
+voor Octavianus te groot of te klein? Hij, die er zich zoo luide op
+beroemt, dat hij de menschen kent, verwacht dit onmogelijke van de
+vrouw, die hem toch even eerlijk haar gemoed heeft ontsloten, als hij
+voor haar het zijne verborgen heeft gehouden. Wij zullen hem toonen hoe
+weinig die menschenkennis waard is, en hem daardoor nederigheid leeren."
+
+Een verachtelijke glimlach gleed over haar fraaie lippen, en met snelle
+grepen wierp zij de vijgen bij handen vol op de tafel, totdat zij
+plotseling bespeurde, dat zich onder de vruchten iets bewoog. Zij haalde
+diep adem; van haar lippen klonk het zacht: »Daar is het dus!" en met
+een snel besluit stak zij de adder, die de tong naar haar uitstrekte,
+haar arm toe.
+
+Terwijl zij den blik gevestigd hield op de bewegingen van het dier, dat
+scheen te schromen zijn vreeselijke taak te vervullen, riep zij de
+vrouwen toe:
+
+»Dank, dank voor alles! Weest kalm. Gij weet het immers Iras, dat het
+geen pijn doet. Het moet zijn alsof men inslaapt." Daarop overviel haar
+een lichte huivering en zij zeide: »Wat is het sterven toch een ernstige
+zaak. Om het even--het moet geschieden. Waarom aarzelt de slang? Daar,
+daar.... ik blijf standvastig. Eerzucht en liefde waren de drijfveeren
+van mijn leven... Men moet mijn nagedachtenis kunnen eeren.... Ik volg
+u, Marcus Antonius!"
+
+Nu boog zich Charmion over den linkerarm harer gebiedster, die vrij naar
+beneden hing, en bedekte die, luid snikkend, met kussen. Cleopatra liet
+haar begaan, en zeide, terwijl zij opnieuw aandachtig de bewegingen van
+de adder gadesloeg:
+
+»Heden begint de rust uit onzen Epicuristen-tuin, mijne vriendinnen. Of
+zij zonder pijn zal zijn, wie weet het? en toch--ook hierin was ik het
+eens met Archibius--bij het hoogste genot van het leven, de liefde,
+behoort de smart. Ik denk dat gij beiden dat ook reeds ondervonden hebt.
+Ook dit land, mijn Aegypte, was mij dierbaar. Liever eeuwig blind, dan
+ziende onder het Romeinsche juk. De tweelingen, en mijn kleine
+lieveling.... Als zij hun moeder en haar einde gedenken, niet waar, dan
+zullen de kinderen...."
+
+Plotseling uitte zij een kreet, en kromp ineen. De slang was als een
+koude bliksemstraal langs haar arm naar boven geschoten, en een
+oogenblik later zonk Cleopatra ontzield op haar rustbank neder.
+
+Bleek, doch kalm, wees Iras op haar en zeide: »Als een sluimerend kind.
+Betooverend, ook nog in den dood. Zelfs het noodlot moet haar gehoorzaam
+zijn, moet den laatsten wensch vervullen van de groote Koningin, de
+zegevierende vrouw. Daarmede valt het hoogvliegende plan van Octavianus
+in duigen. De triomphator zal zich zonder u in Rome vertoonen, gij
+dierbare!" Zij barstte in hevig snikken los, en boog zich over de
+ontslapene, sloot haar de oogen, en kuste haar op mond en voorhoofd.
+Charmion deed weenend hetzelfde. Daar hoorde men in het nevenvertrek
+den voetstap van mannen, en Iras die hen het eerst gewaar werd, riep
+dringend: »Het oogenblik nadert. Goed dat het gekomen is. Is het u ook
+niet, alsof de zon aan den hemel verduisterd is?"
+
+Charmion knikte toestemmend, en vroeg zacht: »Het vergift?"
+
+»Hier!" antwoordde Iras met kalmte, en reikte haar een kleine naald toe.
+»Een lichte prik, en het moet gedaan zijn.... Zie maar! Doch neen! Eens
+hebt gij mij het grootste leed aangedaan. Gij weet--de speelnoot van
+mijn kindsche jaren, Dion... Ik heb het u vergeven. Maar nu moet gij
+mij ook deze weldaad bewijzen!--Spaar het mij, mijzelve met de naald te
+prikken.--Wilt gij? Ik zal het u vergelden! Als gij het wenscht, zal
+deze hand u denzelfden dienst bewijzen."
+
+Charmion drukte haar nicht aan haar hart, kuste haar, prikte haar even
+in den arm, gaf haar toen de andere naald, en zeide:
+
+»Nu is de beurt aan u.--Ons hart was vol groote liefde voor eene die
+zelve liefhad als geen ander, en onze liefde werd beantwoord. Wat is
+daarbij vergeleken die andere liefde, die wij hebben opgeofferd? Hij,
+voor wien de zon schijnt, behoeft geen licht te ontsteken. »Liefde is
+smart," zeide zij bij het scheiden; doch deze smart--in de eerste plaats
+die van het zich onthouden uit liefde--draagt in haar schoot een genot,
+een heerlijk genot, dat het sterven licht maakt. Het is mij alsof het
+alleen te doen is om de Koningin te volgen, om haar.... O, dat deed
+pijn!"
+
+De naald van Iras had haar getroffen. Het vergift werkte snel. Iras werd
+door een duizeling overvallen en kon zich nog slechts met moeite staande
+houden.
+
+Juist was Charmion neergevallen, toen er buiten luid werd geklopt op de
+gesloten deur, en de stemmen van Epaphroditus en Proculejus geboden met
+drift die te openen.
+
+Daar er geen antwoord kwam, liet men het slot van de deur met
+onstuimigen spoed openbreken. Men vond Charmion, bleek en ontdaan aan de
+voeten harer gebiedster, doch Iras was, ofschoon wankelend en reeds half
+bedwelmd door het vergift, bezig haar diadeem recht te zetten, die
+verschoven was. Haar laatste zorg was haar geliefde meesteres te sparen
+voor alles wat zou kunnen afbreuk doen aan de schoonheid van haar
+uiterlijk.
+
+Ontzet, en buiten zichzelven van toorn, ijlden de Romeinen op de vrouwen
+toe. Epaphroditus had Iras nog bezig gezien met den tooi van Cleopatra.
+Hij trachtte nu hare gezellin op te richten, en riep haar verwijtend
+toe: »Dat is wat schoons, Charmion!" Doch zij raapte hare laatste kracht
+bijeen en antwoordde met brekende stem: »Ja, iets zeer schoons, zooals
+het voor de afstammeling van zoovele heerschers past."[23]
+
+[23] De uitroep van den Romein en het antwoord der stervende trouwe
+Charmion, zijn woordelijk volgens het verhaal van Plutarchus.
+
+Toen sloot zij de oogen, doch Proculejus, de dichter, die lang met
+ontroering had gestaard in het trotsche, schoone gelaat der vrouw
+tegen wie hij zoo zwaar had misdreven, zeide: »Zij werd gevierd door de
+grootsten, bemind door de hoogstgeplaatsten, zooals geen andere vrouw op
+aarde. Haar roem weergalmde van volk tot volk over de geheele wereld.
+Hij zal voortklinken van geslacht tot geslacht; doch hoe luide hij haar
+betooverende bevalligheid prijst, den gloed harer liefde, die den dood
+overleeft, haar geest, kennis, heldenmoed, waarmede zij, de vrouw, den
+dood verkoos boven de schande--toch zal hij ook niet vergeten den lof
+te verkondigen van deze twee.--Hare trouw heeft dat verdiend. Onbewust
+hebben zij door haar wonderbaar einde voor haar gebiedster het schoonste
+gedenkteeken opgericht; want hoe waarlijk goed en beminnenswaardig moet
+de vrouw zijn geweest, die na den diepsten val het voor degenen, die
+haar het naaste stonden, zoeter deed schijnen te sterven, dan zonder
+haar te leven."
+
+De tijding van den dood der geliefde, gevierde Vorstin veranderde
+Alexandrië in een huis van rouw. Een uitvaart van ongeëvenaarde pracht
+en plechtigheid, waarbij veel oprechte tranen werden gestort, eerde hare
+nagedachtenis.
+
+Voor Octavianus was een zijner schitterendste plannen door haar dood
+verijdeld, en vol woede had hij den brief gelezen, waarin Cleopatra
+hem met eigen hand meedeelde, dat zij van plan was te sterven. Toch
+was hij het verschuldigd aan den roem zijner grootmoedigheid, haar een
+begrafenis toe te staan, die haar rang waardig zou zijn. Aan dooden,
+die niet langer gevaarlijk voor hem waren, kon hij licht ruimschoots
+genade bewijzen.
+
+Ook door de behandeling die hij haar kinderen liet ondervinden, deed
+hij de wereld de zachtmoedigheid zijner gezindheid bewonderen. Octavia,
+zijn zuster, nam hen in haar eigen huis, en liet hunne opvoeding aan
+Archibius over.
+
+Toen het bevel was gegeven, dat alle standbeelden van Antonius en
+Cleopatra moesten worden omvergeworpen, gaf Octavianus nogmaals aan
+zijne tijdgenooten een bewijs zijner vergevensgezindheid, door te
+gebieden dat de standbeelden der Koningin, die talrijk waren te
+Alexandrië en in geheel Aegypte, moesten blijven staan en onderhouden
+worden. Trouwens, hij was daartoe gebracht door de aanzienlijke som van
+tweeduizend talenten, die een Alexandrijn in zijn schatkist had doen
+vloeien om deze grootmoedige daad te bewerken. De voortreffelijke
+vriend, die zich tot een arm man had gemaakt om aan de nagedachtenis
+der dierbare overledene dezen dienst te bewijzen, heette Archibius.
+
+Dus bleven de standbeelden der ongelukkige vorstin ook nog in later tijd
+onaangeroerd de plaats versieren, waar zij waren opgericht.
+
+De sarcophagen van Cleopatra en Marcus Antonius, waarnaast ook Iras en
+Charmion rustten, waren steeds overladen met bloemen en geschenken aan
+de dooden. Het grafteeken der veelgeliefde Koningin trok als een plaats
+der bedevaart vooral de vrouwen van Alexandrië aan; maar ook uit ver
+verwijderde streken, en nog in later tijd, kwamen trouwe harten die haar
+betreurden, het bezoeken, en onder die ook de kinderen van het beroemde
+paar, dat hier in den dood vereenigd was: Cleopatra Selene, die later de
+gemalin werd van den geleerden Numidischen koningszoon Juba; Antonius
+Helios, en de tot man gerijpte Alexander. Archibius, hun leeraar en
+vriend, vergezelde hen. Hij had er voor gezorgd, dat het aandenken
+hunner moeder bij hen in eere werd gehouden, en hen opgevoed tot
+menschen, die hij met opgerichten hoofde leiden mocht naar de sarcophaag
+zijner vriendin, die hen aan hem had toevertrouwd.
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+ MEESTERWERKEN van GEORGE EBERS
+
+
+ _$Volksuitgave.$_
+
+Prijs per deel:
+
+ $In geïllustreerden omslag f 1.50.$
+
+ $In fraaien stempelband f 1.90.$
+
+In deze uitgave zijn verschenen:
+
+ I. $Eene Egyptische Koningsdochter.$
+
+ II. $Warda.$
+
+ III. $Homo Sum.$
+
+ IV. $Klea en Irene.$
+
+ V. $De Keizer.$
+
+ VI. $Serapis.$
+
+ VII. $De Nijlbruid.$
+
+ VIII. $Jozua.$
+
+ IX. $Melissa.$
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: een euneuch, dien Cleopatra |
+ | C: een eunuch, dien Cleopatra |
+ | B: Gorgias. afschrikten. Maar ook |
+ | C: Gorgias afschrikten. Maar ook |
+ | B: daarbij behoorden, de prachtigste |
+ | C: daarbij behoorde, de prachtigste |
+ | B: waar zijn familie had gewoond, |
+ | C: waar zijn familie had gewoond. |
+ | B: «Er zijn toch ook andere |
+ | C: »Er zijn toch ook andere |
+ | B: beslist. Deze overbrenging |
+ | C: beslist. »Deze overbrenging |
+ | B: is. |
+ | C: is." |
+ | B: nabijheid--Maar gij hebt |
+ | C: nabijheid--maar gij hebt |
+ | B: wetenschap der Egyptenaren die, |
+ | C: wetenschap der Aegyptenaren die, |
+ | B: kon komen ..." |
+ | C: kon komen...." |
+ | B: trekken. hij zou hier gaarne |
+ | C: trekken. Hij zou hier gaarne |
+ | B: ernstig gemeend zijn, wat mijn |
+ | C: ernstig gemeend zijn, want mijn |
+ | B: jeugdige harstocht. Als een worstelaar, |
+ | C: jeugdige hartstocht. Als een worstelaar, |
+ | B: En toen barste hij weder |
+ | C: En toen barstte hij weder |
+ | B: vader en grootvader is.. ." |
+ | C: vader en grootvader is...." |
+ | B: haar grootvader geplaats kon worden, |
+ | C: haar grootvader geplaatst kon worden, |
+ | B: te bewijzen dat Dydymus het |
+ | C: te bewijzen dat Didymus het |
+ | B: gaat uiteen! en tegelijk |
+ | C: gaat uiteen!" en tegelijk |
+ | B: daarna een lofled gezongen dat |
+ | C: daarna een loflied gezongen dat |
+ | B: geêindigd, en de menigte |
+ | C: geëindigd, en de menigte |
+ | B: ander toe wat Anaxemorde |
+ | C: ander toe wat Anaxenor de |
+ | B: doorzien?. hij is haar dierbaar, |
+ | C: doorzien? Hij is haar dierbaar, |
+ | B: haar dreigde; vervolgens moet |
+ | C: haar dreigde; vervolgens moest |
+ | B: de koorts had!"--Maar ik |
+ | C: de koorts had!--Maar ik |
+ | B: keeren voor de Koningin.. . |
+ | C: keeren voor de Koningin.... |
+ | B: laat nog? was de |
+ | C: laat nog?" was de |
+ | B: Barini lag achterover in |
+ | C: Barine lag achterover in |
+ | B: vragen. Dion had ook slecht |
+ | C: vragen. Dien had ook slecht |
+ | B: taak van Archibius veel verlicht, |
+ | C: taak van Archibius veel verlicht. |
+ | B: en misschen alle andere menschen, |
+ | C: en misschien alle andere menschen, |
+ | B: met haar te vergelijken." |
+ | C: met haar te vergelijken."" |
+ | B: van de vronw, die thans |
+ | C: van de vrouw, die thans |
+ | B: in het wonderschooone, zedige, edele |
+ | C: in het wonderschoone, zedige, edele |
+ | B: tot een geweldadigen dood, maar |
+ | C: tot een gewelddadigen dood, maar |
+ | B: zij komen, Ik zat tegenover het |
+ | C: zij komen. Ik zat tegenover het |
+ | B: sycomore, en en zag naar he |
+ | C: sycomore, en zag naar he |
+ | B: woesteinbewoner aan vischvangst zou |
+ | C: woestijnbewoner aan vischvangst zou |
+ | B: "Omdat gij dan Koningin |
+ | C: ""Omdat gij dan Koningin |
+ | B: De Romein Lucretius werd haar |
+ | C: "De Romein Lucretius werd haar |
+ | B: minste gevaar dreigt. |
+ | C: minste gevaar dreigt." |
+ | B: had maar éen kwartiers uurs |
+ | C: had maar één kwartiers uurs |
+ | B: uitgedost. en beiden boden |
+ | C: uitgedost, en beiden boden |
+ | B: De Koning liet op den |
+ | C: »De Koning liet op den |
+ | B: voorhoofd, tewijl hij voortging: |
+ | C: voorhoofd, terwijl hij voortging: |
+ | B: »Nn hoorde men een geschreeuw |
+ | C: »NNu hoorde men een geschreeuw |
+ | B: voor gezorgd. Maa de anderen werden |
+ | C: voor gezorgd. Maar de anderen werden |
+ | B: Epicurus naar Aaristippus is slechts |
+ | C: Epicurus naar Aristippus is slechts |
+ | B: door Antonius werd geboeid Die |
+ | C: door Antonius werd geboeid. Die |
+ | B: en gaarne zou Didon daarom uitgezeild |
+ | C: en gaarne zou Dion daarom uitgezeild |
+ | B: had uitgezien afsof hij niet enkel |
+ | C: had uitgezien alsof hij niet enkel |
+ | B: een bleeke lichstreep te zien, toen |
+ | C: een bleeke lichtstreep te zien, toen |
+ | B: toekomstige gemalin, Ik zou den man |
+ | C: toekomstige gemalin. Ik zou den man |
+ | B: ik van haar. »Ik, en de |
+ | C: ik van haar. Ik, en de |
+ | B: dáàrvan Lysander. Gindsche |
+ | C: dáár van Lysander. Gindsche |
+ | B: het goede nieuws. en zoodra de |
+ | C: het goede nieuws, en zoodra de |
+ | B: er aan! |
+ | C: er aan!" |
+ | B: »Nu zeiden zij elkander |
+ | C: Nu zeiden zij elkander |
+ | B: voor oogen gewijfeld had, maar |
+ | C: voor oogen geweifeld had, maar |
+ | B: dat Rome's overmacht Aegyte |
+ | C: dat Rome's overmacht Aegypte |
+ | B: volgde, door Antylllus op een |
+ | C: volgde, door Antyllus op een |
+ | B: neem ze maar mede!'" Philotas |
+ | C: neem ze maar mede!" Philotas |
+ | B: oude," zeide zij, »ik weet wel |
+ | C: oude," zeide zij, »ik weet wel |
+ | B: meester had megedeeld, hechtte |
+ | C: meester had medegedeeld, hechtte |
+ | B: Antonius »de nieuwe Dionysos'" |
+ | C: Antonius »de nieuwe Dionysos" |
+ | B: geen uitstel dulde bij den |
+ | C: geen uitstel duldde bij den |
+ | B: bewerkstellingen zou. |
+ | C: bewerkstelligen zou. |
+ | B: wist ik, liet de Koningin |
+ | C: wist ik", liet de Koningin |
+ | B: vriendelijk: Daar staat Charmion |
+ | C: vriendelijk: »Daar staat Charmion |
+ | B: naar haar jongste. en zonk bij zijn |
+ | C: naar haar jongste, en zonk bij zijn |
+ | B: grooten, toen Julias Cæsar te |
+ | C: grooten, toen Julius Cæsar te |
+ | B: scheen het kolosale schip te |
+ | C: scheen het kolossale schip te |
+ | B: is aan een man Dat ondervond ik |
+ | C: is aan een man. Dat ondervond ik |
+ | B: en mijn hart krimt ineen, |
+ | C: en mijn hart krimpt ineen, |
+ | B: Welaan, dan mogen wij |
+ | C: »Welaan, dan mogen wij |
+ | B: harsttocht mag hem, als |
+ | C: hartstocht mag hem, als |
+ | B: haar gelukte zoovelen, zooowel |
+ | C: haar gelukte zoovelen, zoowel |
+ | B: vol ontzetting, gij wilt toch |
+ | C: vol ontzetting, »gij wilt toch |
+ | B: In het huis van haar |
+ | C: »In het huis van haar |
+ | B: Wien neemt gij mede?" |
+ | C: »Wien neemt gij mede?" |
+ | B: meisje uit.» Na al deze |
+ | C: meisje uit. »Na al deze |
+ | B: begon te verdringen, |
+ | C: begon te verdringen. |
+ | B: van den plilosoof, en het deed |
+ | C: van den philosoof, en het deed |
+ | B: vergezellen in den oorlog |
+ | C: vergezellen in den oorlog. |
+ | B: toch op de eene af andere wijze |
+ | C: toch op de eene of andere wijze |
+ | B: eigen mantel, inplaats van den |
+ | C: eigen mantel, in plaats van den |
+ | B: lievelingsrecht nog eens voor. |
+ | C: lievelingsgerecht nog eens voor. |
+ | B: Hoor eens- dat gejubel! |
+ | C: Hoor eens, dat gejubel! |
+ | B: schitterende aanblik verrastte haar: |
+ | C: schitterende aanblik verraste haar: |
+ | B: het zwarte voorhansel ter zijde |
+ | C: het zwarte voorhangsel ter zijde |
+ | B: Zij wilde sleehts[ een onderzoek |
+ | C: Zij wilde slechts een onderzoek |
+ | B: is dat éene?" |
+ | C: is dat ééne?" |
+ | B: Wel zeker! Den Stoicijn is |
+ | C: Wel zeker! Den Stoïcijn is |
+ | B: die haar vonnisde, en die andere |
+ | C: die haar vonniste, en die andere |
+ | B: haar aan u. »Alleen," voegde |
+ | C: haar aan u. Alleen," voegde |
+ | B: meten. Doch vóor gij tot een tweede |
+ | C: meten. Doch vóór gij tot een tweede |
+ | B: heerscheres, overwon! Die dwaze! |
+ | C: heerscheres, overwon!" Die dwaze! |
+ | B: antwoord: Zeker en stellig |
+ | C: antwoord: »Zeker en stellig |
+ | B: ter gevangeneming zien te |
+ | C: ter gevangenneming zien te |
+ | B: slavinnen van Cleoapatra. De |
+ | C: slavinnen van Cleopatra. De |
+ | B: uiltval tegen haar vriendin. |
+ | C: uitval tegen haar vriendin. |
+ | B: worden begroet, Toen kort daarna |
+ | C: worden begroet. Toen kort daarna |
+ | B: schuld heeft. »Dat heeft de |
+ | C: schuld heeft. Dat heeft de |
+ | B: Alexas en een vriend van Markus |
+ | C: Alexas en een vriend van Marcus |
+ | B: Macedonier, die eenmaal een |
+ | C: Macedoniër, die eenmaal een |
+ | B: zijn Romeische vriend was uitgereden. |
+ | C: zijn Romeinsche vriend was uitgereden. |
+ | B: sneller draaien. Ik ben anders |
+ | C: sneller draaien. »Ik ben anders |
+ | B: Ik wilde," hernam |
+ | C: »Ik wilde," hernam |
+ | B: dat wel voor den dag komen. |
+ | C: dat wel voor den dag komen." |
+ | B: zoolang Phyrrhus nog leeft, |
+ | C: zoolang Pyrrhus nog leeft, |
+ | B: uitrichten? En toch.. mijn huis staat |
+ | C: uitrichten? En toch... mijn huis staat |
+ | B: keurde zij niet goed .. zij |
+ | C: keurde zij niet goed... zij |
+ | B: bouwen. De gang" en hij liet |
+ | C: bouwen. De gang," en hij liet |
+ | B: aan Barine's kamervouw en den |
+ | C: aan Barine's kamervrouw en den |
+ | B: Isistempel de onderaarsche ruimte |
+ | C: Isistempel de onderaardsche ruimte |
+ | B: die bij Acitium immers te |
+ | C: die bij Actium immers te |
+ | B: Doch Charminon stapte met |
+ | C: Doch Charmion stapte met |
+ | B: oude hoveling. «Iedere minuut |
+ | C: oude hoveling. »Iedere minuut |
+ | B: en ik zelve dacht ..." |
+ | C: en ik zelve dacht...." |
+ | B: tegen hem samenspannen »ik sla mijne |
+ | C: tegen hem samenspannen, ik sla mijne |
+ | B: dit Medische Vostenkind, had Charmion |
+ | C: dit Medische Vorstenkind, had Charmion |
+ | B: met mij medegegaan, Toen ik rijk |
+ | C: met mij medegegaan. Toen ik rijk |
+ | B: strief, jonger dan ik. Waaraan |
+ | C: stierf, jonger dan ik. Waaraan |
+ | B: korte opmerking: Gij vergeet weder, |
+ | C: korte opmerking: »Gij vergeet weder, |
+ | B: had bewonderd,was zij op |
+ | C: had bewonderd, was zij op |
+ | B: dit vooruitzicht Barina's arm op den |
+ | C: dit vooruitzicht Barine's arm op den |
+ | B: uwhoofd, en schrik niet |
+ | C: uw hoofd, en schrik niet |
+ | B: Barine's oom, die vroeger de studien |
+ | C: Barine's oom, die vroeger de studiën |
+ | B: nog een »als".... |
+ | C: nog een »als"...." |
+ | B: noodlottig kunnen worden ... Het |
+ | C: noodlottig kunnen worden.... Het |
+ | B: eerste gehoor verleenen zou, |
+ | C: eerste gehoor verleenen zou. |
+ | B: afscheid druktte Gorgias met |
+ | C: afscheid drukte Gorgias met |
+ | B: armzalige toovenaars en magiers in de |
+ | C: armzalige toovenaars en magiërs in de |
+ | B: Aalu-tuin, de Elyeesche velden der |
+ | C: Aalu-tuin, de Eliseesche velden der |
+ | B: vertrouwenden Antonius. die bij Actium |
+ | C: vertrouwenden Antonius, die bij Actium |
+ | B: wat hij vóór Acticum voor haar |
+ | C: wat hij vóór Actium voor haar |
+ | B: uitkomst toevoegen af daarvan |
+ | C: uitkomst toevoegen of daarvan |
+ | B: opdracht gegeven Herodus weer tot |
+ | C: opdracht gegeven Herodes weer tot |
+ | B: vijandelijke ruisters te worden |
+ | C: vijandelijke ruiters te worden |
+ | B: hij, bevriezen onze voeten. »In het |
+ | C: hij, »bevriezen onze voeten. In het |
+ | B: die beide zijn." |
+ | C: die beide zijn."" |
+ | B: tragedie tot slot." |
+ | C: tragedie tot slot."" |
+ | B: Luculius had nog veel |
+ | C: Lucilius had nog veel |
+ | B: de Koningin n[ spanning. |
+ | C: de Koningin in spanning. |
+ | B: voor zijn lijfslaaf ... Zoo ziet dan |
+ | C: voor zijn lijfslaaf.... Zoo ziet dan |
+ | B: Het smachtend verlangeen naar den |
+ | C: Het smachtend verlangen naar den |
+ | B: beide partijen, |
+ | C: beide partijen. |
+ | B: daar hij Atyllus en eenige andere |
+ | C: daar hij Antyllus en eenige andere |
+ | B: Wij behoeven Octovianus niet te roepen, |
+ | C: Wij behoeven Octavianus niet te roepen, |
+ | B: voor u te koken,; want als wij |
+ | C: voor u te koken; want als wij |
+ | B: Antonius te Tarsun uitgevaren was tegen |
+ | C: Antonius te Tarsus uitgevaren was tegen |
+ | B: hernam Archibius ernstig, en hen |
+ | C: hernam Archibius ernstig, »en hen |
+ | B: te lezen staan: Hier is het hoogste |
+ | C: te lezen staan: »Hier is het hoogste |
+ | B: het bezit van vriendschap." |
+ | C: het bezit van vriendschap."" |
+ | B: schande en verraad." |
+ | C: schande en verraad."" |
+ | B: Een oproer? ... Is het volk |
+ | C: Een oproer?.... Is het volk |
+ | B: menigte dreigend gegeklonken, doch |
+ | C: menigte dreigend geklonken, doch |
+ | B: dal spoedenden bergstoom voortsleuren. |
+ | C: dal spoedenden bergstroom voortsleuren. |
+ | B: zijn breede sehouders en |
+ | C: zijn breede schouders en |
+ | B: omtrent zijne bezitttingen in Alexandrië |
+ | C: omtrent zijne bezittingen in Alexandrië |
+ | B: opgedragen was, om Herodus voor |
+ | C: opgedragen was, om Herodes voor |
+ | B: nieuw onwaakte liefde, de |
+ | C: nieuw ontwaakte liefde, de |
+ | B: ondergang nadert. Waneer wij hem |
+ | C: ondergang nadert. Wanneer wij hem |
+ | B: wellicht veroudert zullen |
+ | C: wellicht verouderd zullen |
+ | B: niets onbeproef om hem tot |
+ | C: niets onbeproefd om hem tot |
+ | B: beloofde Octovianus een vriendelijke |
+ | C: beloofde Octavianus een vriendelijke |
+ | B: hij verlangde er zells naar |
+ | C: hij verlangde er zelfs naar |
+ | B: deze gedachte licht het doodvonnis |
+ | C: deze gedachte ligt het doodvonnis |
+ | B: beet van de ureauslang, die aan de |
+ | C: beet van de uraeusslang, die aan de |
+ | B: onder de bedwelmste vermaken den |
+ | C: onder de bedwelmendste vermaken den |
+ | B: Odysseus yerhaalde. Dion luisterde |
+ | C: Odysseus verhaalde. Dion luisterde |
+ | B: prachtigste en fraaste wat hij ooit |
+ | C: prachtigste en fraaiste wat hij ooit |
+ | B: alle vaartuigen die eenigzins |
+ | C: alle vaartuigen die eenigszins |
+ | B: gevestigd op de krijsgslieden, die in |
+ | C: gevestigd op de krijgslieden, die in |
+ | B: bewees, dat het eenzaame leven op het |
+ | C: bewees, dat het eenzame leven op het |
+ | B: van den nieuwen Dionyos, die |
+ | C: van den nieuwen Dionysos, die |
+ | B: met raad zoo kunnen dienen. |
+ | C: met raad zou kunnen dienen. |
+ | B: allen zoo wel gemeend waren. |
+ | C: allen zoo welgemeend waren. |
+ | B: schaar van liefdelijke meisjes vooruit |
+ | C: schaar van liefelijke meisjes vooruit |
+ | B: Doch neen, neen! |
+ | C: »Doch neen, neen! |
+ | B: schepen der Aepytische vloot |
+ | C: schepen der Aegyptische vloot |
+ | B: der Ptotemaeërs, kwam de heerschappij |
+ | C: der Ptolemaeërs, kwam de heerschappij |
+ | B: Romeinen te Alexanderië als heerschers |
+ | C: Romeinen te Alexandrië als heerschers |
+ | B: gebeurtenisen van dezen dag |
+ | C: gebeurtenissen van dezen dag |
+ | B: de Grieksche, Aagyptische en Syrische |
+ | C: de Grieksche, Aegyptische en Syrische |
+ | B: »Hij kwam," antwoordde |
+ | C: »»Hij kwam," antwoordde |
+ | B: in die omgeving .... Gij weet |
+ | C: in die omgeving.... Gij weet |
+ | B: Phryxus verhaalde mij dat |
+ | C: »Phryxus verhaalde mij dat |
+ | B: verminderen." |
+ | C: verminderen. |
+ | B: de opgeruimste van alle moeders |
+ | C: de opgeruimdste van alle moeders |
+ | B: zulke geeprekken verlieten Iras |
+ | C: zulke gesprekken verlieten Iras |
+ | B: droeg haar de groete aan haar |
+ | C: droeg haar de groeten aan haar |
+ | B: gezegd, wees gij dan grooter, |
+ | C: gezegd, »wees gij dan grooter, |
+ | B: riep Cleopatra, indien het u ten |
+ | C: riep Cleopatra, »ndien het u ten |
+ | B: zijn." |
+ | C: zijn."" |
+ | B: gij het op ééne waart ..." |
+ | C: gij het op ééne waart...." |
+ | B: gloed te ontvlammen. |
+ | C: gloed te ontvlammen." |
+ | B: zijn schoon Kyrenaeiseh vierspan |
+ | C: zijn schoon Kyrenaeisch vierspan |
+ | B: moet gedaan zijn. .. Zie maar! |
+ | C: moet gedaan zijn.... Zie maar! |
+ | B: mijzelve met de naal te |
+ | C: mijzelve met de naald te |
+ | B: betooverende bevaligheid prijst, |
+ | C: betooverende bevalligheid prijst, |
+ | |
+ +----------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Cleopatra, by Georg Ebers
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK CLEOPATRA ***
+
+***** This file should be named 36294-8.txt or 36294-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/6/2/9/36294/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/36294-8.zip b/36294-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..e6299dc
--- /dev/null
+++ b/36294-8.zip
Binary files differ
diff --git a/36294-h.zip b/36294-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..c046fb8
--- /dev/null
+++ b/36294-h.zip
Binary files differ
diff --git a/36294-h/36294-h.htm b/36294-h/36294-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..36b165a
--- /dev/null
+++ b/36294-h/36294-h.htm
@@ -0,0 +1,16665 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <meta name="description" content="" />
+ <meta name="author" content="" />
+ <meta name="keywords" content="" />
+
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Cleopatra, by Georg Ebers.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 1em; font-size: 320%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;
+ margin-top: 5em; margin-bottom: 2em; font-size: 100%;}
+h2.h2ad {font-size: 180%; letter-spacing: 0em; margin-right: 0em; font-variant: small-caps;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+
+div.title {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em; text-align: center;}
+div.voorblad {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em; letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;
+ text-align: center; font-size: 167%;}
+div.verso {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ text-align: center;}
+div.voorrede {margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+div.einde {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; font-size: 67%;
+ letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;}
+div.ad {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+/* TB */
+hr {width: 24%; clear: both; border: 1px solid black;
+ margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.fnsep {width: 19%; text-align: left;
+ margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;}
+hr.chend {width: 24%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+hr.chbegin {width: 24%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+.toc {border: 1px dotted red; margin-top: 3em; margin-bottom: 1em; font-size: 75%;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+
+/* ALIGN */
+.clear {clear: both;}
+.center {text-align: center;}
+.right {text-align: right;}
+.floatleft {float: left; width: auto;}
+.floatright {text-align: left; text-indent: 0em; float: right; width: auto;}
+.i4 {text-indent: 4em;}
+.i8 {text-indent: 8em;}
+.ri2 {padding-right: 2em;}
+
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.ls2 {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+
+/* IMAGES */
+img {border: 0;}
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+/* FOOTNOTES */
+.footnote {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 90%; text-align: justify; }
+.footnote .label {position: absolute; right: 89%; text-align: right; text-decoration: none;}
+.label:hover {text-decoration: underline;}
+.fnanchor {text-decoration: none; margin-left: 0.05em;}
+.fnanchor:hover {text-decoration: underline;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left;}
+.poem br {display: none;}
+.poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+.size60 {font-size: 60%;}
+.size67 {font-size: 67%;}
+.size80 {font-size: 80%;}
+.size85 {font-size: 85%;}
+.size90 {font-size: 90%;}
+.size110 {font-size: 110%;}
+.size115 {font-size: 115%;}
+.size133 {font-size: 133%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h2 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Cleopatra, by Georg Ebers
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Cleopatra
+ historische roman van George Ebers
+
+Author: Georg Ebers
+
+Translator: Louise Stuart
+
+Release Date: June 3, 2011 [EBook #36294]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK CLEOPATRA ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h2>Opmerkingen van de bewerker</h2>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van het hoofdstuk.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br />
+ Variaties in spelling (met/zonder trema, ae/æ, met/zonder afbreekstreepje, variatie aanhalingstekens) zijn behouden.<br />
+ Een inhoudsopgave is op <a href="#p_4">bladzijde 4</a> toegevoegd.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+ <p>Van dit e-boek is ook een engelse vertaling vanuit het duits beschikbaar via
+ <a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/5482">Project Gutenberg (e-boek no. 5482)</a>.</p>
+
+ <p>Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn
+ dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+</div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 695px;">
+ <a href="images/back.jpg"><img class="floatleft" src="images/back-th.jpg" width="308" height="475" alt="achterzijde" title="achterzijde [Klik voor vergroting (739×1140px, 178kb)]" /></a>
+ <a href="images/spine.jpg"><img src="images/spine-th.jpg" width="79" height="475" alt="rug" title="rug [Klik voor vergroting (190×1140px, 50kb)]" /></a>
+ <a href="images/cover.jpg"><img class="floatright" src="images/cover-th.jpg" width="308" height="475" alt="voorzijde" title="voorzijde [Klik voor vergroting (739×1140px, 203kb)]" /></a>
+ <div class="clear"></div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="1">&nbsp;</span><a id="p_1"></a></p>
+
+<div class="voorblad">CLEOPATRA</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="2">&nbsp;</span><a id="p_2"></a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="3"><br />&nbsp;</span><a id="p_3"></a></p>
+
+<div class="title">
+
+ <h1>CLEOPATRA</h1>
+
+ <p class="tp ls2 size67">HISTORISCHE ROMAN</p>
+
+ <p class="tp size60">VAN</p>
+
+ <p class="tp size133">GEORGE EBERS</p>
+
+ <p class="tp ls2 size67">UIT HET HOOGDUITSCH VERTAALD</p>
+
+ <p class="tp size60">DOOR</p>
+
+ <p class="tp size115">LOUISE STUART</p>
+
+ <p class="tp size67">TWEEDE DRUK</p>
+
+ <p class="tp"><span class="size80">AMSTERDAM</span><br />
+ <span class="size90">VAN HOLKEMA &amp; WARENDORF</span></p>
+
+</div>
+
+<div class="verso">
+
+<p><span class="pagenum" title="4">&nbsp;</span><a id="p_4"></a></p>
+
+ <table class="toc" id="corr0" title="Inhoudsopgave niet in Bron." summary="inhoudsopgave">
+ <tbody>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#VOORREDE">VOORREDE.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_5">5</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#EERSTE_HOOFDSTUK">EERSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_7">7</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#TWEEDE_HOOFDSTUK">TWEEDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#DERDE_HOOFDSTUK">DERDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_25">25</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#VIERDE_HOOFDSTUK">VIERDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_49">49</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#VIJFDE_HOOFDSTUK">VIJFDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_56">56</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ZESDE_HOOFDSTUK">ZESDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_79">79</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ZEVENDE_HOOFDSTUK">ZEVENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_90">90</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ACHTSTE_HOOFDSTUK">ACHTSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_101">101</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#NEGENDE_HOOFDSTUK">NEGENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_114">114</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#TIENDE_HOOFDSTUK">TIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_126">126</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ELFDE_HOOFDSTUK">ELFDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_141">141</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#TWAALFDE_HOOFDSTUK">TWAALFDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_158">158</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#DERTIENDE_HOOFDSTUK">DERTIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_183">183</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#VEERTIENDE_HOOFDSTUK">VEERTIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_207">207</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#VIJFTIENDE_HOOFDSTUK">VIJFTIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_221">221</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ZESTIENDE_HOOFDSTUK">ZESTIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_236">236</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ZEVENTIENDE_HOOFDSTUK">ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_246">246</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ACHTTIENDE_HOOFDSTUK">ACHTTIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_257">257</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#NEGENTIENDE_HOOFDSTUK">NEGENTIENDE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_276">276</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#TWINTIGSTE_HOOFDSTUK">TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_287">287</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#EEN_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK">EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_305">305</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#TWEE_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK">TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_318">318</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#DRIE-EN-TWINTIGSTE_HOOFDSTUK">DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_325">325</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#VIER_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK">VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_340">340</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#VIJF_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK">VIJF EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_362">362</a></td></tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="5"><br />&nbsp;</span><a id="p_5"></a></p>
+
+<div class="voorrede">
+
+<h2><a id="VOORREDE"></a>VOORREDE.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Wanneer men somtijds wilde beweren dat de sentimenteele liefde van onzen
+tijd aan de Heidensche oudheid vreemd is geweest, dan wees de schrijver
+van dit boek in de eerste plaats op het minnend paar <span class="mixcap">Antonius</span> en
+<span class="mixcap">Cleopatra</span>, en op het testament van dien krachtigen Romeinschen veldheer.
+Hij had daarin den wensch geuit om, waar hij ook zou sterven, begraven
+te worden naast de vrouw, die hem tot het einde toe zoo dierbaar was.
+Aan dat verlangen werd voldaan, en het innig verbonden leven dezer twee
+zeer buitengewone menschen, dat aan de geschiedenis behoort, heeft reeds
+meer dan eens een welkome stof geleverd aan kunst en poëzie.</p>
+
+<p>Vooral ten opzichte van <span class="mixcap">Cleopatra</span>, is hun beider bestaan gehuld in een
+weefsel van romantiek, die zeer nabij komt aan de sprookjeswereld. Zelfs
+haar ergste vijanden bewonderen hare schoonheid, en de zeldzame
+geestesgaven die zij heeft bezeten. Daarentegen behoort haar karakter
+tot de moeilijkste raadsels der zielkunde. De slaafsche geest der
+Romeinsche dichters en schrijvers, die niet openlijk konden of wilden
+erkennen welk een schitterend licht er uitging van de vijandin van hun
+Staat en Keizer, hebben dat vraagstuk verklaard ten haren nadeele. Alles
+wat Aegyptisch heette was bij de Romeinen gehaat of verdacht, en zij
+konden aan deze vrouw, die te huis behoorde aan den Nijl, moeilijk
+vergeven, dat zij eenmaal een <span class="mixcap">Julius Caesar</span> aan hare voeten had gezien,
+en <span class="mixcap">Marcus Antonius</span> aan zich had onderworpen. Andere geschiedschrijvers,
+met <span class="mixcap">Plutarchus</span> aan hun hoofd, hebben het raadsel eerlijker opgelost,
+meermalen zelfs ten gunste van <span class="mixcap">Cleopatra</span>.</p>
+
+<p>Het was voor den schrijver een aangename taak de persoon dier
+ongelukkige Koningin nader te leeren kennen, en uit het groote aantal
+der bestaande oorkonden allereerst voor zich zelven een menschelijk
+beeld te scheppen, waarin hij zelf gelooven kon. Jaren zijn
+voorbijgegaan eer hij daarmede gereed was; doch nu, terwijl hij zijn
+voltooide schilderij beziet, vreest hij dat misschien menigeen bezwaar
+zal hebben tegen de helderheid zijner kleuren. Toch zou het den maker
+geen moeite kosten, iedere tint die hij gebruikt heeft, te
+rechtvaardigen. Wanneer hij, onder het werken, zijn heldin leerde
+liefhebben, dan was dat, omdat hoe duidelijker deze merkwaardige
+vrouwen-figuur vóór hem stond, hoe levendiger hij gevoelde en helderder
+inzag, dat zij niet alleen medelijden en bewondering verdiende maar ook,
+met al hare zwakheden en gebreken, die toewijding en liefde, die zij bij
+zoovelen heeft gewekt.</p>
+
+<p>Niemand minder dan <span class="mixcap">Horatius</span> heeft <span class="mixcap">Cleopatra</span> dan ook genoemd: &bdquo;<span xml:lang="la">non
+humilis mulier</span>&ldquo;,&mdash;een vrouw, die tot geen laagheid in staat was. Dit
+<span class="pagenum" title="6">&nbsp;</span><a id="p_6"></a>woord verkrijgt echter zijn grootste beteekenis, wanneer men weet dat
+het prijkt in de hymne, die de dichter heeft gewijd aan <span class="mixcap">Octavianus</span> en
+zijne overwinning over <span class="mixcap">Antonius</span> en <span class="mixcap">Cleopatra</span>. Het was stoutmoedig van
+hem, in zulk een lied de vijandin van den overwinnaar met zooveel lof te
+vermelden. Toch heeft hij dat gewaagd, en zijn woord, dat men een daad
+mag noemen, behoort tot de schoonste eeretitels der veel miskende vrouw.</p>
+
+<p>Het had helaas een minder krachtige uitwerking dan het oordeel van <span class="mixcap">Dio</span>,
+die meermalen de mededeelingen van <span class="mixcap">Plutarchus</span> verminkt, en zich dan ook
+voornamelijk aansluit bij de comedie of de volksverhalen, die niet
+durfden wagen te Rome de Aegyptische Vorstin in een gunstig daglicht te
+plaatsen.</p>
+
+<p>Billijker dan de meeste Romeinsche berichtgevers toont zich de Griek
+<span class="mixcap">Plutarchus</span>, die, ook ten opzichte van den tijd, onze heldin naderbij
+kwam dan <span class="mixcap">Dio</span>. Zijn grootvader had zelfs nog allerlei dingen omtrent
+<span class="mixcap">Antonius</span> en <span class="mixcap">Cleopatra</span> gehoord van zijn landgenoot <span class="mixcap">Philotas</span>, die
+gedurende de glansperiode van het beroemde paar te Alexandrië, in die
+stad als student verblijf had gehouden. Van alle schrijvers die van de
+Koningin melding maken, is hij de vertrouwbaarste, doch ook van zijne
+verzekeringen moet met omzichtigheid gebruik worden gemaakt. Wij hebben
+ons, ook in de bijzonderheden, gehouden aan de aanschouwelijke en
+duidelijke beschrijving die <span class="mixcap">Plutarchus</span> geeft van de laatste levensdagen
+onzer heldin. Zij draagt geheel den stempel der waarheid, en het zou
+willekeur geweest zijn daarvan af te wijken.</p>
+
+<p>De Aegyptische bronnen bevatten helaas niets, wat van eenig belang is
+voor de ware schatting van <span class="mixcap">Cleopatra's</span> karakter, ofschoon wij
+afbeeldingen bezitten van de Koningin alleen, of met haar zoon
+<span class="mixcap">Caesarion</span>. Eerst in den allerlaatsten tijd (1892) werd te Alexandrië een
+fragment gevonden van een kolossaal standbeeld van twee personen, dat
+zeer waarschijnlijk <span class="mixcap">Cleopatra</span> voorstelt hand aan hand met <span class="mixcap">Antonius</span>. Het
+bovenste gedeelte der vrouwen-figuur is tamelijk goed bewaard gebleven,
+en vertoont een bevallig gevormd, jeugdig vrouwen gelaat. De
+mannen-figuur is zeker vernietigd, toen op bevel van <span class="mixcap">Octavianus</span>, alle
+standbeelden van <span class="mixcap">Antonius</span> vernield moesten worden. Aan Dr. <span class="mixcap">Walther</span> te
+Alexandrië zijn wij een goede photographische afbeelding van dit
+merkwaardig beeld verschuldigd. Behalve dat, zijn er betrekkelijk weinig
+werken der beeldende kunst overig, de munten medegerekend, waaruit wij
+het uiterlijk onzer heldin konden leeren kennen.</p>
+
+<p>Hoewel het den dichter vóór alles moet te doen zijn om zijn werk tot
+een kunstwerk te maken, zoo gevoelt hij daarbij toch den plicht om
+te streven naar getrouwheid. Evenals het beeld der Koningin moet
+overeenkomen met hare persoonlijkheid, zoo moet ook het leven, dat
+in dit boek wordt weergegeven, in iederen trek beantwoorden aan de
+beschaving van het tijdperk dat geschilderd wordt. Om dit doel te
+bereiken hebben we onze heldin geplaatst in het midden van een wijden
+kring van menschen, op wie zij invloed heeft, waardoor het mogelijk werd
+hare persoonlijkheid voor te stellen in de meest verschillende
+verhoudingen met anderen.</p>
+
+<p>Mocht het den schrijver gelukt zijn het beeld der merkwaardige vrouw,
+die zoo verschillend beoordeeld is geworden, niet minder &bdquo;levend&rdquo; en
+geloofwaardig voor de oogen zijner lezers te stellen dan het zich heeft
+afgedrukt in zijn eigen geest, dan zou hij met voldoening mogen terug
+zien op de uren, die hij aan dit boek heeft gewijd.</p>
+
+<p class="right ri2">GEORGE EBERS.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="7">&nbsp;</span><a id="p_7"></a></p>
+
+<h2><a id="EERSTE_HOOFDSTUK"></a>EERSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Sinds lang had de bouwmeester Gorgias van Alexandrië geleerd de hitte
+der Aegyptische middagzon te weerstaan. Ofschoon hij nog geen dertig
+jaren telde, was hij het geweest die, eerst als medehelper van zijn
+vader, en na diens dood als zijn opvolger, de groote gebouwen opgericht
+had, waarmede Cleopatra de stad had verrijkt. Ook nu had zij hem weder
+een nieuwe taak opgedragen, en toch had hij zich, nog vóór het rustuur
+hierheen begeven, om aan den wensch te voldoen van een jongeling, die
+nog nauwelijks den knapenleeftijd ontwassen was.</p>
+
+<p>Dit offer gold dan ook niemand minder dan Caesarion, den zoon van
+koningin Cleopatra en den grooten Julius Caesar. Antonius had hem met
+den trotschen naam van »Koning der koningen&rdquo; vereerd&mdash;maar daarom was
+het hem toch in geenen deele vergund te bevelen of heerschappij te
+voeren; integendeel, zijne moeder hield hem geheel van de regeering
+buitengesloten, en hij zelf verlangde evenmin daarnaar. Zoo had dus
+Gorgias, indien hij gewild had, aan zijn verzoek geen gehoor behoeven
+te geven, en dit te meer, daar het hem duidelijk bleek, dat Caesarion
+hem in het geheim wilde spreken. De bouwmeester kon in de verte niet
+vermoeden wat hij hem wilde mededeelen, in ieder geval zou het onderhoud
+niet lang kunnen duren, want de vloot, waarmede de koningin en Marcus
+Antonius naar Griekenland overgestoken waren, moest nu reeds die van
+Octavianus hebben ontmoet, en zoo was waarschijnlijk de slag geleverd,
+die het lot der wereld beslissen zou. Gorgias geloofde dat Antonius
+en de koningin overwinnaars zouden zijn, en hij wenschte dit het
+doorluchtig paar van harte toe. Zelfs moest hij handelen alsof de
+uitslag van den strijd reeds verzekerd was, want hij moest de
+toebereidselen tot de plechtige ontvangst der overwinnaars leiden,
+voor zoover die tot zijn vak <span class="pagenum" title="8">&nbsp;</span><a id="p_8"></a>behoorden, en nog heden bepalen waar het
+kolossale beeld moest opgericht worden, dat Antonius voorstelde met
+zijne koninklijke geliefde aan de hand.</p>
+
+<p>Mardion, een <ins class="corr" id="corr1" title="Bron: euneuch">eunuch</ins>, dien Cleopatra in hare afwezigheid als Regent had
+aangesteld, en de groot-zegelbewaarder Zeno, die zelden in gevoelen met
+hem verschilde, wenschten het op een andere plaats te zien. Dit had
+echter tegen, dat dan een stuk grond, dat privaat eigendom was, daarvoor
+gebruikt moest worden, en hieruit konden moeilijkheden ontstaan, die
+Gorgias<ins class="corr" id="corr2" title="Bron: ."></ins> afschrikten. Maar ook als kunstenaar kon hij met het plan van
+Mardion niet ingenomen zijn, want op den grond van Didymus zou het beeld
+wel aan de zee staan, zooals de Regent en de zegelbewaarder vooral
+wenschten, maar het zou daar geen achtergrond hebben. In ieder geval
+kon de bouwmeester zich nu het verzoek van Caesarion ten nutte maken
+om van de plaats der bijeenkomst, de hooge trappen van den Isistempel,
+het Bruchium te overzien, en een geschikte plek voor zijn beeld uit te
+zoeken. Er was hem veel aan gelegen die te vinden, want de meester die
+dit kunstwerk had vervaardigd, was zijn vriend geweest en had kort na de
+voltooiing er van de oogen gesloten.</p>
+
+<p>Het heiligdom, van waaruit Gorgias zijn onderzoekenden blik in het rond
+liet gaan, lag op een der schoonste gedeelten van het Bruchium. In deze
+wijk van Alexandrië stonden de koninklijke paleizen met alles wat
+daarbij <ins class="corr" id="corr3" title="Bron: behoorden">behoorde</ins>, de prachtigste tempels (het Serapeum, dat in een
+ander deel der stad lag, niet medegerekend) en de grootste schouwburgen
+der stad. Hier riep het Forum den raad der Macedonische burgers tot
+hunne vergaderingen bijeen, en bood het Museum een tehuis aan de
+geleerden. Het kleine plein, dat den Isistempel ten oosten begrensde,
+werd gewoonlijk den Muzenhoek genoemd, ter eere van de marmeren
+vrouwenbeelden vóór de poort van het huis, dat met zijn grooten tuin
+de noordzijde, naar de zee toe afsloot, en dat aan den ouden algemeen
+geachten geleerde Didymus behoorde, die ook lid van het Museum was.</p>
+
+<p>Het was een warme dag geweest, en het voorhof van den Isistempel bood
+den bouwmeester een welkome schaduw. Dit heiligdom rustte op een hoogen
+onderbouw, en een trap van vele treden leidde naar het inwendige
+gedeelte. Van hieruit had Gorgias een ruim vergezicht. De meeste
+gebouwen die hij hier zag waren uit den tijd van Alexander en van zijn
+opvolgers uit het geslacht der Ptolemaeërs, maar enkele, en dat niet
+de slechtste, waren zijn eigen werk of dat van zijn vader. Die aanblik
+deed zijn hart kloppen, en vervulde hem met geestdrift en vreugde. Hij
+had Rome gezien en menige andere stad, <span class="pagenum" title="9">&nbsp;</span><a id="p_9"></a>die tot de allerschoonste en
+volkrijkste werden gerekend, maar nergens was zulk een tal van heerlijke
+kunstwerken bijeen als in zijne vaderstad. »Al wilden de goden zelve
+beproeven,&rdquo; dacht hij, »om voor de bewoners van den Olympus een woning
+te bouwen, die met hunne grootheid en schoonheid in overeenstemming was,
+toch zou die niet veel rijker kunnen zijn, noch meer aan de behoefte van
+het kunstenaars gemoed voldoen, dan de gebouwen aan het strand van zulk
+een zee.&rdquo; Daarbij hield hij de hand boven de oogen, en de man die anders
+al zijn oplettendheid wijdde aan de kleine bijzonderheden van het werk
+dat hem bezighield, gunde zich nu eens het genot van den indruk dien het
+geheel op hem maakte, en waartoe hij zelf zooveel bijgedragen had. En
+terwijl hij met zijn kennersoog aan iederen tempel en zuilengang de
+harmonie en volmaaktheid der vormen bewonderde, haalde hij diep adem en
+bekende bij zich zelven, dat zijne kunst toch de schoonste van allen
+was, en dat niets haalde bij het oprichten van koninklijke gebouwen.</p>
+
+<p>Zeker hadden de vorsten, die sinds driehonderd jaren in deze omgeving
+al die paleizen hadden doen verrijzen, hetzelfde gedacht. Zij hadden
+daardoor zoowel de grootte van hunne macht en hun rijkdom, als hun
+eerbied voor de goden en de liefde voor het schoone en de kunst getoond.
+Geen enkel koningsgeslacht op aarde kon zich beroemen op een prachtiger
+woonplaats. Ook dit erkende de bouwmeester, terwijl het donkerblauw van
+de zee en den hemel zich verbond met het licht der zon, om alles wat
+kunst en vernuft van den mensch hier te voorschijn geroepen had, in zijn
+volle schoonheid te doen uitkomen. Het wachten, dat den werkzamen man
+dikwijls moeilijk viel, werd hier op dit uur tot een genoegen. De
+stralen uit de diadeem der koningin de Zon, overgoten naar alle zijden
+de witmarmeren zuilen met een schitterend licht, en spiegelden zich op
+het vlak van het gepolijst graniet der obelisken, en de niet minder
+gladde wanden van wit, geel en groen marmer, syeniet en bruin gevlekt
+porfier, aan heiligdommen en paleizen. Het was alsof zij de bonte
+mozaïkfiguren, die den grond bedekten, overal waar geen rijweg dien
+doorsneed, noch boomen groeiden, wilden doen ineensmelten, terwijl het
+blinkend metaal of het glazuur der tichels op de daken ze schitterend
+terugkaatste. Hier gleden die stralen langs de metalen sieraden, dáár
+schenen zij in glans te wedijveren met de vergulde koepels, en weer
+verder gaven zij aan het fraai groen der met platina overtrokken bronzen
+oppervlakte, den gloed van smaragd. De blauw en rood geverfde deelen van
+den marmeren tempel werden in lazuursteen en koraal, en de vergulde in
+topaas veranderd. De afbeeldingen op den ingelegden vloer en aan de
+<span class="pagenum" title="10">&nbsp;</span><a id="p_10"></a>binnenmuren der zuilengangen staken nu nog duidelijker dan anders af
+bij de witte marmerblokken er om heen. Daardoor boden deze in plaats van
+schitterende eentonigheid, nu het oog een aangename afwisseling aan.</p>
+
+<p>Hoe werd ook de kleurenpracht van vlaggen en wimpels, die naast de
+obelisken en pylonen, van triomfbogen, tempels en paleizen waaiden, door
+het licht der avondzon verhoogd! Doch schooner nog dan het kostbare
+purperblauw der vlag op het paleis, dat op het schiereiland Lochias
+stond, en waar nu de kinderen van Cleopatra woonden, was de kleur van de
+zee, die dicht bij de kust het donkerst, verderop steeds lichter blauw
+werd, doorspeeld met bewegelijke strepen van wit en helder groen.</p>
+
+<p>Wanneer Gorgias van een schoon natuurtooneel of kunstwerk genoot, dan
+was hij gewoon den indruk, dien dat maakte, ongestoord op zijne ziel te
+laten inwerken, en daarbij alles om zich heen te vergeten. Toch had hij
+ditmaal het doel niet uit het oog verloren, waarvoor hij hier gekomen
+was. Neen, de tuin van Didymus was toch niet de rechte plaats voor het
+laatste werk van zijn vriend!</p>
+
+<p>Terwijl hij de hooge platanen, sykomoren en mimosa's, die het oude huis
+van den geleerde omgaven, nog eens onderzoekend bezag, kwam er op het
+stille plein daar beneden op eens leven. Van alle zijden stroomde het
+volk voor Didymus' huis bijeen, alsof daar wat bijzonders was te zien.
+Wat zouden die lieden toch verlangen van den teruggetrokken man? Hij
+keek oplettend toe, maar keerde zich weldra weder om, daar op eens zijn
+eigen naam hem van beneden in de ooren klonk.</p>
+
+<p>Een wonderlijke optocht naderde den tempel. Het was een troepje
+gewapenden, voorafgegaan door een breedgeschouderden kleinen man, wiens
+groot zwaargelokt hoofd door een dubbelen lauwerkrans was gesierd, en
+die in een levendig gesprek gewikkeld was met iemand die veel jonger
+scheen. Vóór de trap van den tempel was hij met zijn gevolg blijven
+staan om den bouwmeester te begroeten, en deze riep hem van boven af
+eenige vriendelijke woorden toe. Nu maakte de bekranste zich gereed om
+de trap op naar hem toe te gaan, maar zijn metgezel hield hem daarvan
+terug, en na een korte woordenwisseling gaf hij den jongen man de hand,
+wierp het zware hoofd in den nek, en trok, trotsch als een pauw, met
+zijn gevolg verder. De ander zag hem schouderophalend na, en riep
+Gorgias vragend toe, wat hij daarboven van de godin begeerde.</p>
+
+<p>»Uw bijzijn,&rdquo; riep de bouwmeester vroolijk terug.</p>
+
+<p>»Dan wil Isis u heden hare gunst bewijzen,&rdquo; luidde het wederwoord, en
+een oogenblik later schudden de beide jonge mannen elkander hartelijk
+de hand. Beiden waren welgevormd <span class="pagenum" title="11">&nbsp;</span><a id="p_11"></a>en groot; beider gelaat getuigde van
+hunne Grieksche afkomst, en men had hen bijna voor broeders kunnen
+houden, indien niet aan den bouwmeester alles krachtiger en minder
+schoon gevormd geweest was dan aan den ander, dien hij »Dion&rdquo; en zijn
+vriend noemde.</p>
+
+<p>Deze begon dadelijk den spot te drijven met den bekranste die hem
+zooeven verlaten had, en die Anaxenor heette. Hij was een beroemd
+citerspeler, wien Antonius de inkomsten van vier steden had geschonken
+en daarbij de vergunning om een lijfwacht te houden. Gorgias deed met
+zijne zware stem lustig mee, maar weerhield hem ook nu en dan door een
+verstandige opmerking om al te ver te gaan. Het bleek hieruit duidelijk
+hoe verschillend de beide vrienden van karakter waren, ofschoon
+van één leeftijd en van eenzelfde afkomst. Wel bezaten beiden een
+zelfvertrouwen, dat voor hunne jaren ongewoon was, doch de bouwmeester
+had zich dat door arbeid en verdienste verworven, terwijl Dion het aan
+rijke bezittingen en een onafhankelijke positie te danken had. Als men
+niet wist dat Dion in den raad der stad reeds meer dan eens door het
+gewicht van zijn weldoordachte en goed uitgesproken redevoeringen bij
+een besluit den doorslag gegeven had, dan zou men hem licht voor een
+van die zorgelooze, wereldsche rijke lieden gehouden hebben, waaraan
+het onder de jeugd van Alexandrië toenmaals niet ontbrak. Aan den
+bouwmeester echter sprak alles, van den blik zijner oogen af tot aan het
+grove leder der sandalen toe, van een ernstigen geest en de bescheiden
+degelijkheid van zijn geheele persoon.</p>
+
+<p>Zij hadden vriendschap gesloten toen Gorgias voor Dion een nieuw paleis
+had gebouwd, in de plaats van het oude, waar zijn familie had gewoond<ins class="corr" id="corr4" title="Bron: ,">.</ins>
+Bij zulk een langdurigen omgang, vooral wanneer het niet enkel om
+voorschrift en uitvoering is te doen, komt men licht nader tot elkander.
+Daarenboven was in dit geval hij, die de opdracht deed, slechts de
+wenschende en raadplegende, de kunstenaar daarentegen de hartelijke
+vriend geweest, die zijn beste krachten inspant om tot werkelijkheid
+te maken wat den ander als het hoogste voor oogen staat. Op deze wijze
+hadden zij elkander leeren waardeeren, en eindelijk was de een den ander
+onmisbaar geworden. Evenals de bouwmeester in den jongen aanzienlijken
+man veel had ontdekt dat hij niet vermoed had, zoo was het ook voor
+dezen een verrassing geweest in den ernstigen kunstenaar een geschikten
+makker te vinden, dien het&mdash;en dat maakte hem zijn vriend nog
+dierbaarder&mdash;geenszins aan kleine fouten ontbrak.</p>
+
+<p>Zoodra het paleis tot tevredenheid van Dion en als een sieraad der
+stad was voltooid, verkreeg de vriendschap der <span class="pagenum" title="12">&nbsp;</span><a id="p_12"></a>jonge lieden een nieuwe
+gedaante, en het zou moeilijk zijn te zeggen, wien van de twee zij het
+meeste waard was.</p>
+
+<p>Zooeven was Dion door den citerspeler aangehouden, omdat deze hem naar
+bevestiging vroeg van het bericht dat de vereenigde strijdmacht van
+Antonius en Cleopatra een groote overwinning had behaald, te water en te
+land.</p>
+
+<p>In het eethuis te Kanopus, waar hij zijn ontbijt had gebruikt, waren
+allen reeds vol geweest van de blijde tijding, en er was veel wijn
+gedronken op het welzijn der overwinnaars en den ondergang van den
+vijand.</p>
+
+<p>»Nu is het,&rdquo; riep Dion, »dezer dagen niet alleen de onnoozele
+citerspeler die mij voor alwetend houdt, maar ook menig verstandig
+mensch. En dat waarom? Omdat ik de neef ben van den zegelbewaarder Zeno,
+die zelf wanhopig is, omdat hij niets weet, zelfs het allergeringste
+niet.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar hij staat ook het dichtst bij den Regent,&rdquo; merkte Gorgias op, »en
+zoo iemand, dan moet hij toch hooren wat er met de vloot is gebeurd.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zegt gij dat ook al!&rdquo; klaagde de ander. »Als ik zoo vaak op een steiger
+of muur, hoog boven den grond moest staan als gij, architect&mdash;wel, bij
+den Hond, dan zou het mij niet zijn ontgaan uit welken hoek de wind
+waait. Nu reeds sinds veertien dagen blaast hij uit het zuiden en houd
+de schepen tegen, die van het noorden komen. De Regent weet niets, in
+het geheel niets, en mijn oom natuurlijk even weinig. En wanneer zij
+al iets wisten, zouden zij wel zoo wijs zijn om niet ook mijne kennis
+daarmede te verrijken.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr5" title="Bron: «">»</ins>Er zijn toch ook andere geruchten,&rdquo; zeide de bouwmeester bedenkelijk.
+»Als ik in Mardions plaats was...&rdquo;</p>
+
+<p>»Zeg de goden dank, dat gij het niet zijt,&rdquo; lachte de ander. »Hij zit in
+de zorgen, als een visch in zijn schubben. En die eene, de grootste van
+allen... daaraan brandde zich gisteren de jonge onnoozele Antyllus, toen
+hij bij Barine was. Arme knaap! Te huis kreeg hij zeker nog heel wat
+daarover te hooren van zijn gouverneur.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij meent zijne aanmerking op de tegenwoordigheid der koningin bij de
+vloot?&rdquo;</p>
+
+<p>»Stil!&rdquo; viel Dion hem in de rede, en legde den vinger op zijn mond; want
+vele mannen en vrouwen kwamen de trap van den tempel op. Verscheidene
+droegen bloemen en koeken in de hand, en op het gelaat van de meesten
+lag blijde ontroering. De tijding van een overwinning was ook hen ter
+oore gekomen, en nu wenschten zij een offer te brengen aan de godin, die
+Cleopatra, »de nieuwe Isis&rdquo;, boven alle andere begunstigde.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="13">&nbsp;</span><a id="p_13"></a></p>
+
+<p>In het voorhof van het heiligdom heerschte groote levendigheid. Men
+hoorde het gekletter der ringen aan het sistrum<a id="FNa1" href="#FN1" class="fnanchor"><sup>1</sup>)</a>, en het halfluid
+gezang der priesters. Het stille voorportaal van het kleine heiligdom
+der godin, dat hier in de Grieksche paleizenwijk even weinig bezocht
+werd als de groote Isistempel in de Rhakotis overvol placht te zijn, was
+nu de allerongeschikste plek geworden, waar mannen, die de leiders der
+staatszaken zoo van nabij kenden, elkander rustig konden spreken. Het
+gezegde van Antyllus, de negentienjarigen zoon van Antonius, dat hem
+ontsnapt was in het huis van Barine, een jonge, schoone vrouw, die alle
+aanzienlijke jonge lieden van Alexandrië tot zich trok, was des te
+onvoorzichtiger, omdat het zoo geheel overeenkwam met het gevoelen der
+meer verstandige menschen. De lichtzinnige jongeling koesterde eene
+dwepende vereering voor zijn vader, maar Cleopatra, die door de
+Aegyptenaren als diens wettige gemalin werd beschouwd, was niet zijne
+moeder. Dat was Fulvia, de eerste vrouw zijns vaders geweest; daarom
+gevoelde hij zich vóór alles Romein, en zou duizendmaal liever aan de
+Tiber gewoond hebben dan hier. Daarbij was het een uitgemaakte zaak, die
+de beste vrienden zijns vaders niet verhelen konden, dat de aanwezigheid
+der koningin bij het leger Antonius hinderde, en afbreuk moest doen aan
+den koenen moed van den veldheer. Dat had Antyllus met de onvoorzichtige
+openhartigheid, die hij van zijn vader had, uitgesproken ten aanhoore
+van alle gasten van Barine, en wel in een vorm, die te Alexandrië, waar
+men zoo iets aardig vond, maar al te snel verbreid werd.</p>
+
+<p>Tot de geringe lieden die in den tempel bijeengebracht waren door het
+bericht der overwinning, drong iets dergelijks slechts langzaam door,
+maar menigeen kende zeker den zoogenaamden koning Cæsarion, dien de
+bouwmeester hier verwachtte. Daarom vond hij het geraden den zoon der
+koningin beneden aan de trap te ontvangen. Zoo daalden dan beiden af
+naar het plein, doch de talrijke menigte die hier den tempel binnenkwam
+en daar voor het huis van den geleerde bijeenstroomde, maakte hun het
+heen en weer gaan zeer moeilijk. Zij waren beiden verlangend om te weten
+of het gerucht, dat men Didymus zijn tuin wilde ontnemen, om er het
+standbeeld te plaatsen, zich reeds had verbreid, en al spoedig vernamen
+zij, dat dit werkelijk zoo was. Men zeide zelfs dat ook het huis moest
+worden gesloopt, en dat wel binnen enkele uren. Natuurlijk verhief zich
+daartegen een felle tegenstand, maar een lange magere man scheen zich
+tot taak gesteld te hebben de overheid te verdedigen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="14">&nbsp;</span><a id="p_14"></a></p>
+
+<p>De beide vrienden kenden hem wel. Het was de Syriër Philostratus, een
+knap improvisator en volksredenaar die de slechtste zaken verdedigde
+en zijn gladde tong ter beschikking stelde van ieder, die hem goed
+betaalde. »Thans,&rdquo; zeide Dion, »staat de schelm zeker in dienst van mijn
+oom. Het denkbeeld om het beeld daar ginds te plaatsen, is immers van
+hem afkomstig, en het zal moeilijk gaan hem van zoo iets af te brengen.
+Daarbij zijn hier zeker ook andere bedoelingen in het spel. Dat zij nu
+juist dien Philostratus hebben omgekocht! Wie weet of er niet iets met
+Barine achter steekt, die immers helaas met dien pleitbezorger gehuwd
+was, eer hij haar verstootte.&rdquo;</p>
+
+<p>»Verstootte!&rdquo; viel Gorgias hem driftig in de rede. »Dat klinkt al te
+sterk. Het is waar, dat heeft hij gedaan, doch om hem zoover te brengen,
+offerde de beklagenswaardige vrouw de helft van het vermogen op, dat
+haar vader met zijn penseel had verdiend, en nog meer dan dat. Gij weet
+evengoed als ik dat het leven aan de zijde van dien ellendeling haar
+eindelijk onverdragelijk geworden was.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij hebt gelijk,&rdquo; gaf Dion kalm ten antwoord. »Toen geheel Alexandrië
+bij haar Jamelos<a id="FNa2" href="#FN2" class="fnanchor"><sup>2</sup>)</a> op het Adonisfeest van bewondering was vervuld, had
+zij den nietswaardigen levensgezel niet langer noodig.&rdquo;</p>
+
+<p>»Hoe kunt gij er een genoegen in vinden op de vrouw die gij gisteren nog
+zoo vlekkeloos noemdet, zoo bevallig, zoo eenig, nu zulk een schaduw te
+werpen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat doe ik opdat het sterke licht, dat van haar uitgaat, u niet geheel
+verblinde. Ik weet hoe gevoelig gij zijt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Spaar mij dan liever, in plaats van mij te prikkelen. Bovendien geeft
+uwe veronderstelling te denken. Barine is de kleindochter van den man,
+wien zij zijn huis willen afnemen, en de pleitbezorger wil het voor
+beide kanten goedmaken. Maar ik zal er tusschenbeide komen. Het is aan
+mij, de plaats voor het standbeeld te bepalen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Aan u?&rdquo; vroeg de ander. »Ja, als geen machtiger dan gij u vóór is. Ik
+wilde mijn oom al overreden, maar ook boven hem staat nog deze en gene.
+De koningin is weliswaar weg, maar Iras, wier bevelen ook niet in den
+wind gesproken zijn, zeide mij nog dezen morgen dat zij omtrent de
+plaatsing van het beeld hare eigen gedachten had.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dus gij zijt het,&rdquo; riep de bouwmeester uit, »die Philostratus hierheen
+hebt gebracht!&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik?&rdquo; vroeg de ander verbaasd.</p>
+
+<p>»Ja, gij!&rdquo; hield Gorgias vol. »Hebt gij mij niet zelf gezegd <span class="pagenum" title="15">&nbsp;</span><a id="p_15"></a>dat Iras,
+met wie gij als knaap hebt gespeeld, u nu lastig begon te worden, omdat
+zij al uwe schreden naging? En ook... gij zijt een trouw bezoeker van
+Barine, en zij trekt u zoo openlijk boven ons allen voor, dat Iras het
+licht gehoord kan hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als Argus honderd oogen heeft, zoo heeft de jaloerschheid er duizend,&rdquo;
+gaf zijn vriend ten antwoord, »en toch verlang ik van Barine niets dan
+in dezen vervelenden tijd van wachten, in den avond een paar aangename
+uren. Het zij zoo! Iras&mdash;zoo denkt men&mdash;heeft gehoord dat de gevierde
+vrouw mij genegen is. Iras zelve is dat ook een weinig, en daarom juist
+heeft zij getracht de gunst van Philostratus te winnen. Gelooft gij dat
+zij zooveel moeite deed om de vrouw, die zich tusschen haar en mij
+plaatst, of ook om den ouden man, die het geluk of ongeluk heeft de
+grootvader van haar mededingster te zijn, kwaad te doen? Neen, neen.
+Dat zou al te laag zijn! En waarlijk, wanneer Iras Barine ten val wilde
+brengen, dan had zij daarvoor niet zulk een langen, listigen omweg
+behoeven te gaan. Bovendien is zij niet werkelijk boos. Of zou zij het
+toch zijn? Ik weet alleen, dat zij geen middelen schuwt, als het er om
+te doen is voor de koningin iets gedaan te krijgen, en verder, dat de
+uren in haar gezelschap bijzonder snel voorbijgaan. Ja, Iras, Iras....
+ik spreek dien naam gaarne uit. En toch bemin ik haar niet, en zij, zij
+bemint allereerst zich zelve, en wat maar weinigen kunnen zeggen, een
+tweede nog meer. Wat geeft zij om de wereld, wat geeft zij om mij,
+vergeleken bij de koningin, de afgod van haar hart? Sedert die weg is,
+voelt zij zich als de verlaten Ariadne, als een jonge ree, die van haar
+moeder is afgedwaald. Maar wacht eens, misschien is zij toch er bij in
+'t spel; de koningin vertrouwt haar als eene zuster, als haar eigen
+dochter. Niemand weet wat zij en Charmion voor haar zijn. Zij heeten
+kamervrouwen maar eigenlijk zijn zij de hartsvriendinnen van hare
+gebiedster. Toen Cleopatra, bij het uitzeilen der vloot, Iras hier moest
+laten, daar zij toen aan koorts leed, droeg zij haar op voor de kinderen
+te zorgen. Ook voor die welke reeds een baard kregen, den »Koning der
+koningen&rdquo; Cæsarion, wien zijn gouverneur voor iedere ongehoorzaamheid
+kastijdt, en voor den woesten knaap Antyllus, die de laatste avonden
+toegang verkreeg bij onze vriendin.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zijn eigen vader, Antonius, heeft hem dien verschaft.&rdquo;</p>
+
+<p>»Juist, en Antyllus bracht weder Cæsarion bij haar. Dat hindert
+Iras, evenals alles wat de koningin verdriet kan doen. Ter wille van
+Cleopatra, die zij voor ergernissen sparen wil, zit Barine haar in
+den weg, en misschien haat zij haar ook een weinig ter wille van mij.
+Nu laat zij toe, dat den grootvader, dien Barine zoo liefheeft, iets
+aangedaan wordt, dat de verwende, <span class="pagenum" title="16">&nbsp;</span><a id="p_16"></a>onvoorzichtige vrouw zeker niet kalm
+opnemen kan, en dat haar prikkelen zal om een dwaasheid te begaan, die
+weder gelegenheid geven zal iets tegen haar te beproeven. Het is Iras
+zeker niet te doen om haar van het leven te berooven, maar misschien
+denkt zij aan verbanning of iets dergelijks. Zij kent de menschen
+evengoed als ik haar ken. Zij was in vroeger tijd mijn buurmeisje, dat
+ik menigmaal uit den boom heb moeten helpen, als het vlugge ding daarin
+geklauterd was.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik heb u zelf deze vermoedens aan de hand gedaan, maar toch geloof ik
+niet dat zij tot zulke kuiperijen in staat is,&rdquo; zeide Gorgias
+ongeloovig.</p>
+
+<p>»Wat ik van haar geloof?&rdquo; viel de andere hem levendig in de rede. »Ik
+verplaats mij alleen maar in gedachte aan het hof, en in de ziel der
+vrouw, die daar medehelpt om zonneschijn en regen te maken. Gij laat,
+als bekwaam bouwmeester, eerst zuilen afronden en balken hakken, opdat
+die later het dak zullen dragen, waarop gij de aandacht vestigen wilt,
+wanneer de tijd daartoe gekomen is. Zij, en al degenen die aan het hof
+een woordje meespreken, denken het eerst aan het dak, en dan zoeken
+zij wat zij maar krijgen kunnen bijeen, om het in de hoogte te brengen
+en te steunen. Daartoe kunnen zelfs lijken dienen, verwoeste levens en
+gebroken harten. Al waar het op aankomt is, dat het dak zoo lang blijft
+staan, totdat de bouwmeester&mdash;de koningin&mdash;het ziet, en voor goed
+verklaart. Het andere.... maar zie eens, die wagen dáár brengt zeker....
+gij wildet....&rdquo;</p>
+
+<p>Hier bleef hij steken, legde de hand op den arm van zijn vriend, en
+fluisterde hem haastig toe: »daar zit zeker Iras achter, en het is niet
+Antyllus, maar de zwaarmoedige knaap daarginds, voor wien zij werkt.
+Toen zij zooeven van het standbeeld sprak, vroeg zij in één adem naar
+hem, en of ik hem eergisteravond had gezien, en juist dien dag was hij
+bij Barine. De aanslag is stellig op haar gemunt, en Iras doet niets ten
+halve. Men vangt geen muizen als de val dicht is, en Iras heft haar
+kleine hand al op, om haar te openen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Indien maar geen mannenhand haar tegenhoudt,&rdquo; antwoordde de bouwmeester
+knorrig. Daarop ging hij het voertuig te gemoet en te gelijk den ouden
+man, die juist uitgestapt was, en die nu naar de beide vrienden toe
+kwam.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN1" href="#FNa1" class="label"><sup>1</sup>)</a> Geraasmakend muziekinstrument, bij den Isisdienst in
+gebruik.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN2" href="#FNa2" class="label"><sup>2</sup>)</a> Klaagzang.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="17">&nbsp;</span><a id="p_17"></a></p>
+
+<h2><a id="TWEEDE_HOOFDSTUK"></a>TWEEDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Dion wilde zich bescheiden verwijderen, toen Cæsarions metgezel op hen
+toetrad en hen groette. Hij kende beiden goed, en verzocht daarom ook
+Dion, te blijven. Er was iets rustigs en afgemetens in de stem en de
+bedaarde bewegingen van dezen forschen man met de breede schouders en de
+hooge gestalte. Wel was hij nog niet eens diep in de veertig, maar zijn
+grijze haren en zijn geheele wijze van optreden die achting afdwong,
+schenen een hoogeren leeftijd aan te duiden.</p>
+
+<p>»De jonge koning daar,&rdquo; begon hij, met een vriendelijke klankrijke stem,
+terwijl hij op den wagen wees, »wenscht u, Gorgias, hier persoonlijk
+te spreken, doch op mijn raad wil hij zich liever niet onder de
+volksmenigte vertoonen. Daarom komen wij ook in een gesloten
+rijtuig.&mdash;Als ge er niet tegen hebt, stap dan een oogenblik bij hem
+in, en luister naar hem, terwijl ik hier eens rondzie. Er schijnen
+belangrijke dingen te gebeuren, en daar&mdash;of vergis ik mij? Is het
+gevaarte, dat zij hierheen sleepen, misschien het standbeeld van de
+koningin en haar vriend? Waart gij het zelf Gorgias, die deze plek
+daarvoor uitgekozen hebt?&rdquo;</p>
+
+<p>»Neen,&rdquo; antwoordde de bouwmeester beslist. <ins class="corr" id="corr6" title="Niet in Bron.">»</ins>Deze overbrenging geschiedt
+zelfs zonder mijn medeweten, en tegen mijn zin.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat dacht ik al,&rdquo; was het antwoord. »Cæsarion wenscht u juist te
+spreken omtrent dit beeld. Indien gij de oprichting daarvan op het stuk
+grond van Didymus verhinderen kunt,&mdash;des te beter. Ik zal gaarne doen
+wat ik kan om u bij te staan, maar in de afwezigheid der koningin vermag
+ik slechts weinig.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wat zal ik u van mijn eigen invloed zeggen?&rdquo; vroeg de bouwmeester. »Wie
+van ons weet in dezen tijd of de hemel morgen blauw zal zijn of grijs?
+Eén ding staat bij mij vast: voor zoover het van mij afhangt, zal alles
+geschieden om deze onrechtmatige bejegening van een achtbaar burger
+dezer stad, deze <span class="pagenum" title="18">&nbsp;</span><a id="p_18"></a>inbreuk op de wet en beleediging van den goeden smaak
+te voorkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zeg dat aan den jongen koning, maar vooral voorzichtig,&rdquo; verzocht
+Archibius, terwijl de bouwmeester zich omkeerde om naar den wagen te
+gaan.</p>
+
+<p>Zoodra Dion en de andere man alleen waren, trachtte de eerste iets
+naders te hooren omtrent de reden van het toenemend rumoer, en daar hij,
+evenals ieder welgezind Alexandrijn Archibius hoogachtte, en wist dat
+hij den eigenaar van den veelbesproken tuin en ook diens kleindochter
+Barine kende, deelde hij hem zonder voorbehoud alles mede, waarover hij
+zich ongerust maakte.</p>
+
+<p>»Iras,&rdquo; zeide hij op zijn vertrouwelijke wijze, »is immers uwe nicht,
+en ik weet dat gij haar kent. Zij schept er thans behagen in om op
+den weg eener vrouw, die zij geen goed hart toedraagt, en die zij voor
+onvoorzichtig aanziet, een gouden appel neer te leggen, in de hoop dat
+zij dien zal oprapen, en daardoor aanleiding geven dat zij van diefstal
+wordt beschuldigd.&rdquo;</p>
+
+<p>Archibius zag hem bij deze beeldspraak vragend aan, en daarom ging hij
+op een anderen toon ernstiger voort: »Zeus is groot, maar het noodlot
+is machtiger dan hij. Mijn oom Zeno vermag veel, maar als Iras en
+uwe zuster Charmion, die nu helaas bij de koningin is, iets willen
+doorzetten, dan moet hij en de Regent Mardion de zeilen strijken. Hoe
+beminnelijker Cleopatra is, des te zekerder stelt ieder een plaats in
+hare nabijheid op den allerhoogsten prijs, en vooral hooger dan zulke
+kleinigheden als recht en wet.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat zijn harde woorden,&rdquo; antwoordde de ander, »en zij schijnen mij te
+bitterder, omdat zij een kern van waarheid bevatten. Ons hof deelt het
+lot van alle andere in het Oosten, en hij, wien Rome vroeger het
+voorbeeld gaf van recht en wet heilig te houden.....&rdquo;</p>
+
+<p>»Die,&rdquo; viel Dion in, »mag nu dáárheen gaan, om te zien hoe ruw men beide
+met voeten treedt. De machthebbenden hier en ginds mogen elkander
+uitlachen zooals de waarzeggers doen, zij zijn toch broeders van ééne
+soort....&rdquo;</p>
+
+<p>»Slechts met dat onderscheid,&rdquo; merkte Archibius op, »dat bij ons aan het
+hoofd van den Staat de beminnelijkheid en gratie in eigen persoon staan,
+terwijl het in Rome het tegenovergestelde is: ruwe hardvochtigheid en
+wreede overmoed of verachtelijk gekruip voeren dáár de teugels.&rdquo;</p>
+
+<p>Hier hield Archibius plotseling op, en wees op een troep schreeuwende
+lieden, die op hen afkwamen. Dion zeide: »Gij hebt gelijk. Laten wij
+dit gesprek liever voortzetten in het huis van de schoone Barine. Doch
+ik vind u daar slechts zelden, en <span class="pagenum" title="19">&nbsp;</span><a id="p_19"></a>toch hebt gij haar vader zoo goed
+gekend, en is er bij haar altijd iets belangwekkends te hooren. Ik ben
+haar vriend. Dat kan op mijn leeftijd ook beteekenen: haar geliefde,
+maar in ons geval is dit niet zoo. Misschien gelooft gij mij, want gij
+hebt immers zelf het recht u de vriend van de bevalligste aller vrouwen
+te noemen.&rdquo;</p>
+
+<p>Een weemoedige glimlach gleed bij deze woorden over het ernstige,
+fijnbesneden gelaat van den veertiger, en met een afwerend gebaar
+antwoordde hij luchtig:</p>
+
+<p>»Ik ben met Cleopatra opgegroeid, maar de geringe man bemint een
+koningin niet anders dan als een godheid. Ik geloof gaarne aan uwe
+vriendschap voor Barine, maar ik houd die toch voor gevaarlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wanneer gij daarmede bedoelt dat zij haar schaden kan,&rdquo; hernam Dion,
+en hief het hoofd op, als om te kennen te geven dat hij van hem geene
+waarschuwing noodig had, »dan hebt gij misschien gelijk. Maar ik verzoek
+u mij niet verkeerd te begrijpen. Ik ben niet ijdel genoeg om te denken,
+dat ik indruk kan maken op haar hart, maar er zijn helaas velen, die
+het de jonge vrouw niet vergeven dat zij op mij aantrekkingskracht
+uitoefent, evenals zij dat op allen doet. Zoovele mannen als het huis
+van Barine gaarne bezoeken, zoovele vrouwen moeten er noodzakelijk zijn,
+die het gaarne gesloten zouden zien. Tot haar behoort natuurlijk ook
+Iras. Zij heeft een wrok tegen mijn vriendin, ja ik vrees zelfs, dat wat
+gij daar ginds ziet, de appel is, dien zij daar geworpen heeft om haar
+daarmede, zoo niet in het verderf te storten, dan toch uit de stad te
+verwijderen, eer de koningin&mdash;de goden verleenen haar de overwinning!
+terugkeert. Gij kent Iras, want zij is uwe nicht. Evenals uw zuster
+Charmion vreest zij voor niets, wanneer het er op aan komt voor de
+koningin eenig leed of verdriet uit den weg te ruimen, en het zal
+Cleopatra allerminst verheugen, als zij verneemt, dat de beide knapen,
+wier welzijn haar ter harte gaat, Antyllus en Cæsarion, hun weg naar
+eene Barine gevonden hebben&mdash;hoe onbesproken overigens haar naam ook
+is.<ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>»Dat heb ik ook reeds gehoord,&rdquo; antwoordde Archibius, »en ik maak er
+mij ook ongerust over. Antonius' zoon heeft veel van de onverzadelijke
+genotzucht zijns vaders. Maar Cæsarion! Die waagde zich nog niet uit
+het droomleven dat hij leidt, in de wereld. Wat een ander nauwelijks
+opmerkt, is genoeg om hem te kwetsen. Ik vrees dat Eros voor hem
+fijngepunte pijlen gereed maakt, die diep in het hart doordringen. Toen
+hij onlangs bij mij kwam, vond ik hem zeer veranderd. Zijn droomerige
+oogen schitterden alsof hij in een roes van opgewondenheid was, terwijl
+hij van Barine vertelde. Ik vrees, ik vrees.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="20">&nbsp;</span><a id="p_20"></a></p>
+
+<p>»Dat zou iets zijn!&rdquo; riep Dion verrast, ja bijna verschrikt uit.
+»Als de zaken zóó staan, dan heeft Iras niet geheel ongelijk, en dan
+moeten wij het anders aanvatten. Vóór alle dingen moet het een geheim
+blijven, dat Cæsarion zich mengt in de onderhandelingen met den ouden
+grondbezitter daar ginds. Het spreekt vanzelf dat men beproeft voor
+den grijsaard het zijne te behouden, en ik neem het op mij om den
+improvisator, die daar juist in den dienst van Iras zoo prachtig met
+zijn armen zwaait, zijn taak te doen opgeven. Wat Barine betreft, het
+beste zal zijn haar te overreden vrijwillig de stad te verlaten, waar
+men het haar zoo moeielijk maakt. Gij, waardige man, zoek haar daartoe
+te brengen. Indien ik zelf met zulk een voorstel kwam, ik, die nog
+gisteren... Neen, neen! Zij hoorde toch reeds dat Iras en ik.... Zij kan
+licht allerlei dwaasheden vermoeden. Gij weet wat jaloerschheid is. Naar
+u, die zij hoogacht, luistert zij echter zeker, dat weet ik, en zij
+behoeft ook zoo ver niet te gaan. Als het hart van dezen dweepzieken
+knaap, die het toch ook wel eens in zijn hoofd kan krijgen, om met enkel
+in naam »Koning der koningen&rdquo; te zijn, in ernst voor Barine ontvlamd is,
+wat zou daardoor dan een groot onheil kunnen ontstaan! Wij moeten haar
+voor hem in veiligheid brengen. Naar mijn landgoed bij de papyrusvelden
+nabij Sebennytus mag zij niet gaan. Dat zou aan de booze tongen te veel
+voedsel geven. Maar gij... uwe villa te Kanopus is te dicht in de
+nabijheid&mdash;<ins class="corr" id="corr8" title="Bron: Maar">maar</ins> gij hebt immers, als ik mij niet vergis&mdash;&rdquo;</p>
+
+<p>»Mijn landgoed aan de kust is ver genoeg verwijderd, en dat staat tot
+hare beschikking,&rdquo; hernam de ander. »Het huis staat altijd voor mijn
+bewoning gereed; ik zal doen wat ik kan om haar te overreden, want uw
+raad is verstandig. Zij moet dien knaap niet meer onder de oogen komen!&rdquo;</p>
+
+<p>»En ik,&rdquo; ging Dion voort, »zal morgen naar den afloop van uwe zending
+laten hooren, misschien van avond nog. Als zij er in toestemt, dan
+vertel ik aan Iras, geheel toevallig, dat zij naar Opper-Aegypte gaat om
+daar versche melk te drinken. Iras is verstandig en zij zal blij zijn,
+dat zij, in een tijd, die over het lot van Cleopatra en de geheele
+wereld beslissen moet, zich nu met dergelijke kleinigheden niet meer
+behoeft in te laten.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoo zijn mijne gedachten,&rdquo; zeide Archibius, »ook telkens weder bij het
+leger. Hoe nietig wordt alles in vergelijking met de beslissing, die
+ons in deze dagen te wachten staat! Doch het leven bestaat uit kleine
+dingen. Die voeden en sterken en steunen ons! Al keert de koningin
+zegevierend terug, doch vindt zij Caesarion op verkeerde wegen....&rdquo;</p>
+
+<p>»Die moeten wij voor hem afsluiten!&rdquo; riep Dion uit.</p>
+
+<p>»Opdat de knaap Barine niet nareist bedoelt gij?&rdquo; vroeg <span class="pagenum" title="21">&nbsp;</span><a id="p_21"></a>Archibius, en
+schudde het hoofd. »Daarvoor behoeven wij, geloof ik, niet te vreezen.
+Hij zou dat misschien wel vurig wenschen, maar tusschen verlangen en
+volbrengen vloeit bij hem een breede stroom. Antyllus is van een gansch
+anderen aard. Hij zou in staat zijn, dadelijk een paard te laten zadelen
+of op een boot de zeilen te doen hijschen om haar na te ijlen, desnoods
+tot over den waterval. Daarom moeten wij streng verzwijgen waar Barine
+in vrijwillige ballingschap heengaat.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik zie haar nog niet gaan,&rdquo; voegde Dion er met een zucht bij. »Zij is
+aan deze stad als met ketenen gebonden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik weet het,&rdquo; bevestigde Archibius, maar de andere wees op den wagen en
+zeide snel en met nadruk:</p>
+
+<p>»Gorgias wenkt. Nog eens, vóór wij scheiden: doe alles om Barine van
+hier te verwijderen. Zij wordt ernstig bedreigd. Verzwijg haar niets en
+zeg haar, dat de vrienden haar niet al te lang in de eenzaamheid zullen
+laten.&rdquo;</p>
+
+<p>Archibius wierp den jongeling nog een veelbeteekenden blik toe, en
+daarop traden beiden den gesloten wagen tegemoet.</p>
+
+<p>Het welbesneden doch bleeke gelaat van Caesarion, dat trek voor trek op
+dat van zijn vader, den grooten Caesar geleek, zag reeds door de opening
+boven het portier naar hen uit, en hij begroette hen met een afgemeten
+hoofdbuiging en een beschermenden blik uit dezelfde oogen, die nog
+zooeven, bij het wederzien van zijn ouden vriend, zoo vroolijk hadden
+gestraald. Nu wilde hij zich echter tegenover den vreemde als koning
+toonen. Hij wilde hem doen gevoelen hoe hoog hij boven hem stond, want
+hij was hem niet genegen. Hij had hem immers boven zich zelven
+bevoorrecht gezien door de vrouw, die hij meende lief te hebben, en wier
+bezit hem door de geheime wetenschap der <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: Egyptenaren">Aegyptenaren</ins> die, naar hij vast
+geloofde, de toekomst ontsluieren kon, verzekerd was.</p>
+
+<p>Antyllus, de zoon van Antonius, had hem bij Barine binnengeleid, en zij
+had hem ontvangen met al de onderscheiding, die aan zijn hoogen rang
+toekwam. Toch had zijn jongensachtige verlegenheid hem verboden om de
+jonge bevallige vrouw, die zich door vele oudere en voortreffelijke
+mannen omringd zag, van liefde te spreken. Alleen zijn vochtige,
+sprekende oogen hadden haar moeten zeggen wat hij voor haar voelde. Dat
+was dan ook niet onopgemerkt gebleven, want vóór enkele uren was hij
+aangehouden door een Aegyptische vrouw, terwijl hij zich naar den tempel
+van Caesar, zijn vader begaf. Bij zijn geregelde levenswijs deed hij dit
+iederen dag op hetzelfde uur, om daar te bidden, te offeren, den steen
+van het altaar te zalven of een krans te hangen om het beeld van den
+overledene. Hij had in die vrouw dadelijk de slavin herkend, die hij in
+<span class="pagenum" title="22">&nbsp;</span><a id="p_22"></a>het atrium<a id="FNa3" href="#FN3" class="fnanchor"><sup>3</sup>)</a> van Barine had gezien, en aan zijn gevolg bevolen achter
+te blijven.</p>
+
+<p>Gelukkig voor hem, had zijn gouverneur Rhodon zijn plicht om hem overal
+te vergezellen, verzuimd, en zoo had hij het durven wagen haar te
+volgen. Hij had in de schaduw der mimosa's in het kleine boschje naast
+den tempel Barine's draagstoel gevonden. Met kloppend hart en vol bange
+vrees had hij aan haar wenk om bij haar te komen gehoor gegeven. Doch
+zij had hem geen andere gunst bewezen dan dat hij een wensch van haar
+vervullen mocht. Zijn hart was tot barstens toe vol geweest, toen zij,
+met haar blanken arm op het portier van den draagstoel geleund, hem had
+medegedeeld dat men zoo onrechtmatig haar grootvader Didymus zijn tuin
+wilde ontnemen, en dat zij van hem, die immers de »Koning der koningen&rdquo;
+heette, verwachtte, dat hij alles zou doen om daaraan paal en perk te
+stellen.</p>
+
+<p>Terwijl zij sprak had het hem moeite gekost den zin harer rede te
+vatten, want het had in zijne ooren gesuisd alsof hij in plaats van in
+het stilste boschje dat den tempel omgaf, op een stormachtigen dag te
+midden der branding aan het uiteinde van de Lochias stond. Hij had de
+oogen niet durven opslaan om haar in het gelaat te zien. Doch toen zij
+hem rechtstreeks vroeg of zij op zijn bijstand mocht hopen, had zij hem
+met haar blik gedwongen tot haar op te zien, en wat had hij toen niet
+gelezen in die blauwe smeekende oogen, en hoe onbeschrijfelijk schoon
+was zij hem voorgekomen! Hij had bijna als een zinnelooze tegenover haar
+gestaan, en wist alleen nog dat hij haar, met de hand op het hart had
+beloofd alles te doen om haar dat verdriet te besparen. Daarop had zij
+hem de kleine hand met de schitterende ringen toegestoken, en hij had
+die willen kussen, maar op hetzelfde oogenblik had zij hare slaven
+gewenkt, en de draagstoel was opgenomen en weggedragen.</p>
+
+<p>Toen had hij daar gestaan als de man die afgebeeld was op een oude vaas
+van zijn moeder, die verbijsterd de voorbijvliegende Fortuin naoogt, die
+hij zoo gemakkelijk bij het lange golvende haar had kunnen vasthouden.
+Hij ergerde zich aan die ongelukkige wankelmoedigheid, die hem reeds
+zooveel goeds had doen ontgaan. Maar er was toch nog niets verloren.
+Wanneer het hem gelukte haar wensch te vervullen, dan moest zij hem
+dankbaar zijn en dan... Hij dacht nu na, tot wien hij zich wenden kon.
+Tot Mardion, den Regent, of tot den zegelbewaarder? Neen, die hadden
+immers juist de oprichting van <span class="pagenum" title="23">&nbsp;</span><a id="p_23"></a>het beeld in den tuin van den philosoof
+bevolen. Tot Iras, de vertrouweling zijner moeder? Dat het allerlaatst!
+Die listige vrouw had hem doorzien en aan den Regent hare opmerkingen
+medegedeeld. Ja, als Charmion, de andere kamervrouw zijner moeder hier
+geweest was, maar deze was immers mede op de vloot, die misschien reeds
+heden tegen die van den vijand slag leverde.</p>
+
+<p>De herinnering daaraan deed hem de oogen neerslaan, want hem was het
+niet vergund geweest de plaats in het leger die hem toekwam in te nemen,
+terwijl zijn moeder en Charmion... maar hij wilde deze pijnlijke
+gedachte van zich afzetten, want een ernstig verwijt drong zich daarbij
+aan hem op, en joeg hem het bloed naar de wangen. Hij wilde een man
+zijn, en in dezen gewichtigen tijd, in deze dagen die over het lot van
+zijn moeder, van zijne vaderstad, van Aegypte moesten beslissen, en
+tegelijk van dat Rome, dat men hem, den eenigen zoon van Caesar, als
+zijn erfdeel leerde beschouwen&mdash;sloop hij naar een schoone vrouw en
+dacht aan haar, en verder aan niets anders. Met allerlei dwaze plannen
+om haar tot de zijne te maken, bracht hij de dagen en halve nachten
+door, en vergat daarbij wat hem het naast aan het hart had moeten
+liggen.</p>
+
+<p>Iras had hem nog gisteren in scherpe bewoordingen voorgehouden dat het
+in deze dagen plicht was voor iederen vriend van Cleopatra en iederen
+vijand van hare vijanden, om ten minste in gedachte bij het leger te
+zijn. Dat had hij zich nu herinnerd, maar in plaats van op de vermaning
+van het geestkrachtige meisje acht te slaan, was hij daardoor alleen
+op haren oom Archibius gebracht geworden, die niet alleen door zijn
+rijkdom, doch ook omdat iedereen wist, hoe hoog hij bij de koningin
+stond aangeschreven, grooten invloed bezat. Ook had de verstandige,
+welwillende man hem, van kind af, veel vriendelijkheid bewezen, en als
+een lichtstraal was het denkbeeld bij hem opgekomen, dat hij zich tot
+hem, en tegelijkertijd tot den architect moest wenden, die in deze zaak
+ook wat te zeggen had. Bovendien had Gorgias hem, toen hij den vleugel
+van het paleis op de Lochias voor hem verbouwde, zeer voor zich
+ingenomen.</p>
+
+<p>Zoo had hij dan een dienaar uit zijn gevolg dadelijk met een wastafeltje
+uitgezonden, om Gorgias uit te noodigen tot een bijeenkomst bij den
+Isistempel. Na den middag had Cæsarion zich in het geheim met een boot
+naar Kanopus aan de zeekust begeven, waar het paleis van Archibius lag,
+en nu deze met zijn vriend aan zijn wagen stond, legde hij hen uit, dat
+hij met den architect naar den ouden Didymus wilde gaan, om hem van zijn
+hulp te verzekeren.</p>
+
+<p>Dat was in geen enkel opzicht geraden, en al de welsprekendheid <span class="pagenum" title="24">&nbsp;</span><a id="p_24"></a>van
+Archibius was noodig, om er hem van af te brengen. De gevolgen die het
+hebben kon, wanneer hij partij koos tegen den Regent, en het volk zijne
+macht erkende, waren niet te voorzien. Maar ditmaal had de jonge »Koning
+der koningen&rdquo; weinig lust zich te voegen en toe te geven. Hij zou zich
+tegenover Dion zoo gaarne als man getoond hebben, en nu dit niet ging,
+trachtte hij toch den schijn daarvan aan te nemen, en verzekerde daarom,
+dat hij zijn voornemen alleen opgaf om den ouden geleerde en zijne
+kleindochter niet in ongelegenheid te brengen. Daarop verzocht hij den
+bouwmeester nog eens om Didymus toch in het bezit van zijn eigendom te
+laten. Toen hij eindelijk met Archibius wegreed, was de avond reeds
+gevallen. Voor den tempel en het kleine mausoleum dat naast de cella
+gelegen was, werden de fakkels, en op het plein de pekpannen
+aangestoken.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN3" href="#FNa3" class="label"><sup>3</sup>)</a> Voorzaal.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="25">&nbsp;</span><a id="p_25"></a></p>
+
+<h2><a id="DERDE_HOOFDSTUK"></a>DERDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>»Het gaat niet goed met dien knaap,&rdquo; zeide de architect, terwijl het
+voertuig over het plaveisel der straat ratelend wegreed; en hij schudde
+bedenkelijk het hoofd.</p>
+
+<p>»En daar ginds,&rdquo; voegde Dion er bij, »ziet het er ook niet verblijdend
+uit. Philostratus brengt de menschen geheel van de wijs. Maar die
+omgekochte onruststoker zal spoedig genoeg wenschen, dat hij het goud
+van Iras minder gretig aangenomen had.&rdquo;</p>
+
+<p>»En dan te moeten denken,&rdquo; riep de bouwmeester uit, »dat Barine de
+vrouw, de wettige echtgenoot van dezen ellendeling was! Hoe dat zoo ver
+kon komen<ins class="corr" id="corr10" title="Bron: &nbsp;...">....</ins>&rdquo;</p>
+
+<p>»Zij was nog een kind toen men haar uithuwelijkte,&rdquo; zeide Dion. »Wie
+vraagt hier naar het hart van een vijftienjarig meisje, als men een man
+voor haar kiest? En Philostratus, die op Rhodus mijn medestudent was,
+beloofde in dien tijd veel goeds. Het zou zijn broeder Alexas, den
+bevoorrechten gunsteling van Antonius gemakkelijk gevallen zijn hem
+vooruit te brengen. Barine's vader was dood, en haar moeder was gewend
+den grootvader om raad te vragen. Dien ouden Didymus had de slimme
+Syriër zand in de oogen gestrooid. Hoe lang en mager hij ook is, toch
+ziet hij er nog zoo slecht niet uit. In den tijd toen hij als redenaar
+optrad, viel hij wel in den smaak. Dat is hem naar het hoofd gestegen,
+en hij heeft daarbij aanleg om een verkwister te worden. Om zijn jonge
+schoone vrouw een voorname woning te kunnen bezorgen, heeft hij de
+slechte zaak van den roofzuchtigen ontvanger der belastingen Pyrrhus
+verdedigd en hem vrijgepleit.&rdquo;</p>
+
+<p>»Hij had voor geld een dozijn valsche getuigen weten te krijgen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Er waren er zeker zestien. Later kwamen er nog evenveel bij, als op
+het oogenblik geopende monden hem toejuichen. Het <span class="pagenum" title="26">&nbsp;</span><a id="p_26"></a>wordt tijd die tot
+zwijgen te brengen. Ga gij in het huis, en stel den ouden man gerust,
+ook Barine, als zij bij hem is. Zoo gij er reeds een bode van den Regent
+vindt, spreek dan krachtig uw gevoelen uit over het schandelijk besluit.
+Gij kent de wet genoeg, om te weten welke artikelen daarvan ten gunste
+van Didymus kunnen aangehaald worden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Sedert den tweeden Euergetes is het wettig grondbezit onaantastbaar, en
+toch heeft men op het zijne beslag gelegd.&rdquo;</p>
+
+<p>»Des te beter. Zeg ook in vertrouwen aan den beambte dat gij weet, hoe
+de Regent misschien door pas opgekomen bedenkingen tot andere gedachten
+te brengen zou zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»En in de eerste plaats, sta ik zelf op mijn recht om voor het
+standbeeld een plaats uit te zoeken. De koningin heeft zelve bevolen dat
+de anderen naar mijn gevoelen moesten luisteren.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat legt nog het meeste gewicht in de schaal. Nu dan, tot wederziens!
+Ga heden avond liever niet naar Barine. Mocht gij haar zien, zeg haar
+dan, dat Archibius zich heeft laten ontvallen dat hij haar wilde
+bezoeken; waartoe dat dient, verklaar ik u later. Misschien ga ik zelf
+later naar Iras, om ook haar tot rede te brengen. Intusschen moeten wij
+van Cæsarions wensch nog niet reppen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Neen, zeker niet. En geef vooral niets aan dien redenaar daar ginds!&rdquo;</p>
+
+<p>»Integendeel, ik ben juist tot mildheid gestemd. Als Peitho<a id="FNa4" href="#FN4" class="fnanchor"><sup>4</sup>)</a> mij wil
+bijstaan, dan krijgt die onverzadelijke man meer van mij te doen, dan
+hem misschien lief is.&rdquo;</p>
+
+<p>Hiermede stak Dion den bouwmeester de hand toe en baande zich een weg
+door de menigte, die zich verzameld had om het hooge gevaarte waarop het
+zorgvuldig bedekte standbeeld stond.</p>
+
+<p>De poort van het huis des geleerden stond open, want werkelijk was
+zooeven een beambte van den Regent naar binnen gegaan. Doch de
+Scythische wacht, die daarheen gezonden was door den magistraat der stad
+Demetrius, ook een der vrienden van Barine, hield de nieuwsgierigen
+terug.</p>
+
+<p>De bouwmeester kende den aanvoerder goed, en spoedig was hij in het huis
+gegaan en bevond zich in het impluvium. Dit was een langwerpige ruimte
+met in het midden geopende zoldering, waaronder een rond bloembed
+voortdurend werd besproeid door het water uit een kleine fontein, dat
+zich naar alle zijden in fijne droppeltjes verspreidde. De oude slaaf
+van het huis had juist eenige drie-armige lampen op hooge voetstukken
+aangestoken.</p>
+
+<p>De beambten, die de Regent gezonden had, waren zooeven <span class="pagenum" title="27">&nbsp;</span><a id="p_27"></a>gekomen om
+aan Didymus de mededeeling te doen, dat zijn tuin in een openbare
+wandelplaats veranderd moest worden. Toen de bouwmeester het huis
+binnenging, waren de beambten, de schrijvers en de getuigen, eene
+schaar van wel twintig mannen, hem reeds voorgegaan. Aan hun hoofd
+stond Apollonius, een aanzienlijk man, en opzichter van de koninklijke
+schatkist. De slaaf, die Gorgias naar binnen bracht, vertelde hem dit
+alles.</p>
+
+<p>In het atrium werd hij tegengehouden door een jonkvrouw, die zeker
+behoorde tot de familie van den ouden geleerde. Hij vergiste zich niet,
+toen hij in haar Didymus' jongste kleindochter Helena meende te zien,
+van wie Barine hem reeds gesproken had. Zij geleek echter noch in
+gestalte, noch in gelaat op hare zuster. Terwijl het haar der jonge
+vrouw golvend en blond was, had het meisje een gladde zwarte vlecht om
+het hoofd gewonden. Doch vooral trof hem de diepe ernstige klank harer
+stem, waaruit een hevige gemoedsbeweging sprak, toen zij de korte vraag
+tot hem richtte, waarin een zacht verwijt lag opgesloten: »Verlangt gij
+nog iets?&rdquo;</p>
+
+<p>Eerst wenschte hij te weten of hij met Helena, de zuster zijner
+vriendin, sprak, en daarop legde hij haar spoedig uit wie hij was en
+hoe hij juist haar grootvader voor een groot onheil kwam behoeden. Bij
+de eerste kennismaking in de slecht verlichte ruimte, was zijn indruk
+van haar niet gunstig. Het reine, blanke voorhoofd scheen hem voor
+een vrouwengelaat te hoog toe, en hij had daarop ook een eenigszins
+onvriendelijke plooi ontdekt. En de mond, hoe fraai die ook gevormd was,
+vertoonde een onrustigen trek, waardoor de geheele uitdrukking iets
+scherps en bitters kreeg. Maar nauwelijks had zij gehoord wat hem daar
+gebracht had, of zij drukte de hand op haar hart, haalde diep adem, en
+zeide:</p>
+
+<p>»O, doe wat gij kunt om dat vreeselijke plan te verhinderen! Niemand
+weet, hoe de oude man aan dit huis is gehecht. En mijn grootmoeder ook.
+Als het hen afgenomen wordt, zullen zij het beiden besterven!&rdquo;</p>
+
+<p>Zij zag hem met haar groote oogen vol ontroering smeekend aan, en uit
+die strenge stem van zooeven klonk hem nu teedere liefde voor de haren
+toe.</p>
+
+<p>Hoe gaarne wilde hij haar helpen. Hiervan verzekerde hij haar, en zij
+zag in hem een redder uit den nood. Zij verzocht hem met aandoenlijke
+innigheid, dat hij haar grootvader toch verzekeren zou dat alles nog
+niet verloren was. De bouwmeester vroeg vol verbazing of Didymus dan nog
+niet wist, wat hem te wachten stond, en zij antwoordde snel:</p>
+
+<p>»Hij is ginds in het tuinhuis bij de zee aan het werk. De intendant
+Apollonius is een welwillend man, en heeft mij beloofd <span class="pagenum" title="28">&nbsp;</span><a id="p_28"></a>te wachten,
+totdat ik mijn grootvader voorbereid heb. Daarom moet ik mij nu haasten.
+Hij heeft wel reeds een dozijn malen zijn leerling Philotas gezonden,
+die gewoonlijk zijn boeken voor hem uitzoekt en oprolt, om te vragen wat
+al die drukte beteekent, maar ik heb hem laten zeggen dat die menigte
+bijeengekomen was om de koningin de haven te zien binnenzeilen. Er is
+immers zoo dikwijls een oploop van het volk. Maar grootvader laat zich
+nooit door iets storen, als hij aan den arbeid is, en de leerling,
+een jong student uit Amphissa, houdt veel van hem en houdt zich stipt
+aan wat ik zeg. Grootmoeder weet ook nog niets. Zij is doof, en hare
+slavinnen mogen het haar niet zeggen. Sedert zij onlangs een duizeling
+heeft gehad, zou een plotselinge schrik haar kwaad kunnen doen, zegt de
+arts. Als ik nu de rechte woorden maar kon vinden, om grootvader niet al
+te veel leed te doen!&rdquo;</p>
+
+<p>»Mag ik met u medegaan?&rdquo; vroeg Gorgias vriendelijk.</p>
+
+<p>»Neen,&rdquo; antwoordde zij. »Het duurt bij hem altijd lang, eer hij vreemden
+vertrouwt. Maar als de opzichter hem alles heeft uiteengezet en de smart
+de overhand op hem krijgt, troost hem dan, en laat hem zien dat wij nog
+vrienden hebben die bereid zijn ons voor onrecht te behoeden.&rdquo; Hiermede
+groette zij hem dankbaar, en ging door een zijpoortje in den tuin.</p>
+
+<p>De bouwmeester zag haar met stralende oogen na. Welk een goed meisje
+moest dit zijn, dat zoo vol zorg was voor hare grootouders! En hoe flink
+handelend trad zij op, zoo jong als zij was! Hij had haar slechts in
+halflicht gezien, maar schoon was zij toch zeker. De oogen, de mond
+en het haar waren dat bepaald. Zijn hart klopte sneller, terwijl hij
+daaraan dacht, en tegelijk vroeg hij zich af, of deze jonkvrouw die met
+alles was bedeeld wat de eigenlijke waarde eener vrouw uitmaakt, niet
+nog boven hare zuster Barine gesteld moest worden, ofschoon van deze
+misschien meer dadelijke bekoring uitging? Hij was op dat oogenblik
+dankbaar dat hij een vollen baard droeg om wang en kin, want hij voelde
+hoe hij kleurde, ofschoon hij toch zoo jong niet meer was. Hij wist ook
+wel waarom. Nog geen half uur geleden had hij aan Dion bekend, dat hij
+Barine voor de aantrekkelijkste van alle vrouwen hield, en nu reeds
+wierp het beeld van een andere een schaduw op het hare, en vervulde zijn
+hart met een nieuw, misschien nog sterker gevoel.</p>
+
+<p>Zoo iets was hem al meer overkomen, en zijn vrienden, met Dion aan
+het hoofd, hadden zijne zwakheid ontdekt, en hem menigmaal daarmede
+geplaagd. Het aantal bruinen en blonden, grooten en kleinen, voor wie
+zijn hart was ontgloeid, was dan ook al vrij groot, en telkens als een
+nieuwe neiging in hem was gewekt, had hij gedacht dat het voorwerp
+daarvan de eenige <span class="pagenum" title="29">&nbsp;</span><a id="p_29"></a>was, die de zijne moest worden om hem tot een
+gelukkig man te maken. Doch eer het zoover kwam, was altijd de vraag
+opgekomen of hij een andere nog niet vuriger begeerde. Daarom had hij
+getracht zich zelven wijs te maken dat zijn hart zich niet aan ééne
+verbinden wilde, maar dat het klopte voor het geheele geslacht, voor
+zoover het jong en schoon was. Wel wist hij dat hij ook trouw zou kunnen
+zijn, want aan zijn vrienden was hij innig gehecht en voor hen tot
+ieder offer bereid, maar hij dacht dat het met vrouwen anders was. Zou
+nu ook weder Helena's beeld, dat hem nu zóó beminnelijk scheen, even
+snel verbleeken? Het tegendeel zou wel wonderlijk zijn, en toch geloofde
+hij vast en zeker dat Eros er ditmaal ernst mede maakte. De lachende
+Eroten<a id="FNa5" href="#FN5" class="fnanchor"><sup>5</sup>)</a>, die om hem en al hare voorgangsters rozenguirlanden
+geslingerd hadden, waren met deze ernstige jonkvrouw niet medegekomen.</p>
+
+<p>Dit alles ging met de snelheid des bliksems door zijn hoofd en hart,
+terwijl hij het impluvium binnentrad, waar de beambten ongeduldig op
+den eigenaar van het huis wachtten. Op zijne levendige, warme wijze
+verklaarde hij hun waarom hij hoopte, dat zij vergeefs zouden gekomen
+zijn, en de intendant verzekerde hem dat niemand zich meer zou verheugen
+dan hij, indien de Regent hem morgen machtigde, zijn opdracht in te
+trekken. <ins class="corr" id="corr11" title="Bron: hij">Hij</ins> zou hier gaarne nog een tijdlang wachten, als het
+de kleindochter van den ouden geleerde mocht gelukken deze met
+bedachtzaamheid mede te deelen, wat hem boven het hoofd hing.</p>
+
+<p>Intusschen werd het geduld van den welmeenenden man niet lang op de
+proef gesteld, want toen Helena in het tuinhuis was gekomen, vond zij
+haar grootvader reeds ingelicht omtrent het lot dat hem wachtte.</p>
+
+<p>De philosoof Euphranor, een bejaard lid van het Museum, was door de
+tuindeur tot hem doorgedrongen en had hem alles medegedeeld, zonder
+te letten op de veelbeteekende wenken en gebaren van zijn leerling
+Philotas. Maar Didymus kende zijn bezoeker, die evenals hij van de
+wereld afgezonderd al zijn tijd en kracht aan de wetenschap wijdde.
+Daarom had hij enkel ongeloovig het hoofd geschud, de dunne haarvlok,
+die over zijn gelaat hing, naar achteren gestreken, en op een licht
+verwijtenden toon uitgeroepen: »Wat denkt gij nu weder gehoord te
+hebben! Nu, wij zullen zien!&rdquo;</p>
+
+<p>Toen was hij opgestaan, doch te zeer door het onverwachte bericht
+getroffen om aan zijn sandalen op de mat en aan den mantel te denken die
+op een boekenkist lag, en wilde hij zonder die de kamer verlaten, toen
+zijn vriend, die hem eerst sprakeloos <span class="pagenum" title="30">&nbsp;</span><a id="p_30"></a>liet begaan, hem tegenhield, en
+tegelijk Helena in het tuinhuis kwam. De grijze philosoof wendde zich nu
+tot haar, en verzocht dat zij haar grootvader mocht bewijzen, dat dingen
+die men niet gaarne gelooven wil, daarom toch wel waar kunnen zijn. Dat
+deed zij dan ook, maar zoo omzichtig mogelijk, daarbij denkende aan den
+bouwmeester en wat hij hoopte.</p>
+
+<p>Doch Didymus zag naar den grond, en schudde langzaam het grijze hoofd.
+Eensklaps richtte hij zich op, liep, zonder te letten op den mantel
+dien Helena reeds gereed hield, op de deur toe, en opende die met den
+uitroep: »En toch moet en zal het anders gebeuren!&rdquo;</p>
+
+<p>Euphranor en Helena volgden hem, maar hij liep met vluggen, krachtigen
+tred, hoewel in gebogen houding, het tuintje door, en ging daarop
+rechtstreeks het impluvium binnen. Het schelle licht hinderde aan zijn
+zwakke oogen, en door zijn gewoonte om recht voor zich uit of naar den
+grond te zien, duurde het een tijdlang eer hij recht wist wie zich om
+hem heen bevonden. De intendant was hem echter tegemoet gegaan, had hem
+eerbiedig gegroet en verzekerde zeer te betreuren, dat hij hem moest
+storen in het werk, dat de geheele wereld met belangstelling te gemoet
+zag, maar het was voor een gewichtige zaak.</p>
+
+<p>»Ik weet het al,&rdquo; antwoordde de geleerde, met een kalmen glimlach. »Wat
+moet dat alles toch beteekenen?&rdquo;</p>
+
+<p>Hij zag de aanwezigen beurtelings allen aan, doch hij kende niemand dan
+den intendant die aan de administratie van het Museum verbonden was, en
+den bouwmeester, voor wien hij het opschrift had gemaakt dat op het door
+hem gebouwde Odeon stond.</p>
+
+<p>Toen nu zijn blik ook op het gelaat der anderen alleen verwondering las,
+begon zijn vertrouwen toch eenigszins te wankelen. Toch nog overtuigd
+dat men hem onmogelijk den eisch kon stellen, waarvan de philosoof
+gesproken had, zeide hij:</p>
+
+<p>»Men beweert dus, dat het plan bestaat om mijn tuin in een openbare
+wandelplaats te herscheppen. En tot welk doel? Om er een standbeeld te
+plaatsen. Dat kan toch niet ernstig gemeend zijn, <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: wat">want</ins> mijn
+eigendomsrecht staat opgeteekend in de boeken, en de wet...&rdquo;</p>
+
+<p>»Vergeef mij,&rdquo; zeide de intendant, »indien ik u hier in de rede val. Wij
+kennen die verordening zeer goed, doch men wil hier een uitzondering
+maken. De Regent wil u niets ontnemen, hij biedt u veeleer uit naam der
+koningin een schadeloosstelling aan, die gij zelf bepalen moogt voor
+dat stuk grond, dat door het standbeeld der hoogstgeplaatsten in dit
+land&mdash;het stelt Cleopatra met Antonius hand in hand voor&mdash;een bijzondere
+<span class="pagenum" title="31">&nbsp;</span><a id="p_31"></a>eer te beurt zal vallen. Het is reeds hierheen gebracht. Als een werk
+van den voortreffelijken, te vroeg gestorven Lysander, zal het uw huis
+zeker tot sieraad strekken. Het kleine huis aan de zee moet trouwens
+morgen reeds gesloopt worden; want gij weet dat de genadige koningin
+iederen dag, als overwinnares, naar wij hopen, verwacht worden kan. Dit
+beeld, dat bestemd is om haar een verrassing te bereiden en te eeren,
+moet haar reeds bij haar aankomst begroeten, en daarom heeft de Regent
+mij nog heden gezonden, om u zijn wensch kenbaar te maken. Daar het ook
+die der koningin is...&rdquo;</p>
+
+<p>»Intusschen,&rdquo; zeide de bouwmeester, die nogmaals aan de kleindochter van
+den grijsaard zijn bijstand had beloofd, »zullen uwe vrienden toch
+beproeven den Regent tot een andere keus te overreden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat staat hen vrij,&rdquo; merkte de intendant op. »Wat later gebeuren zal
+moge de tijd leeren. Mijn taak is alleen den waardigen bezitter van
+dit huis en dezen tuin reeds heden te overtuigen, dat hij zich moet
+onderwerpen aan het bevel der koningin, ofschoon de Regent en mijn eigen
+hart mij daaraan den vorm van een wensch hebben doen geven.&rdquo;</p>
+
+<p>Gedurende deze samenspraak had de oude man eerst zwijgend toegeluisterd
+en hem met gespannen blik daarbij aangestaard. Het was dus werkelijk
+zoo. Hij moest van zijn tuin en het huisje, dat een halve eeuw lang het
+tooneel van zijn werken en denken geweest was, afstand doen, ter wille
+van een standbeeld. Zoodra hij de zekerheid hiervan verkregen had, zag
+men hem den blik op den grond gevestigd houden, als iemand die met zijn
+gedachten afwezig is. De groote smart verlamde zijn tong, en Helena, die
+hem dit aanzag en met hem mede voelde, had zich aan zijne zijde
+geplaatst.</p>
+
+<p>Het schreeuwen en joelen der menigte drong door de open zoldering van
+het impluvium tot hen door, maar de grijsaard scheen het niet te hooren,
+en bemerkte ook zijn kleindochter niet. Nauwelijks echter voelde hij
+hare aanraking, of hij trok zich haastig terug en zag den kring der
+indringers opnieuw in het rond.</p>
+
+<p>Nu brandde in het anders zoo matte oog van den ouden commentator het
+vuur van jeugdige <ins class="corr" id="corr13" title="Bron: harstocht">hartstocht</ins>. Als een worstelaar, die naar het rechte
+punt van aanval zoekt, haalde hij diep adem en mat den intendant met
+vertoornden blik, van het hoofd tot de voeten. De gebrekkige, eenzelvige
+grijsaard scheen een tot den kamp bereid strijder geworden te zijn.
+Zijne lippen en fijne neusvleugels trilden, en toen de intendant
+herhaalde dat hij den inhoud van het tuinhuis nog heden diende in
+veiligheid te brengen, daar die anders morgen vroeg <span class="pagenum" title="32">&nbsp;</span><a id="p_32"></a>uitgedragen moest
+worden, hief Didymus zijn arm op en riep uit: »Dat zal men <i>niet</i> doen!
+Geen enkele rol mag uit het tuinhuis weggehaald worden. Morgen vroeg ben
+ik als altijd aan mijn werk te vinden, en als gij bij uw voornemen
+blijft om mij van mijn eigendom te berooven, dan zult gij geweld moeten
+gebruiken om dat doel te bereiken.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wees kalm, waardige man,&rdquo; zeide de intendant. »Ieder moet zich buigen
+voor een hooger wil: de goden voor dien van het noodlot, de stervelingen
+voor dien der koningen. Gij zijt een wijze, en ik volbreng slechts de
+plichten die aan mijn ambt verbonden zijn. Maar ik ken het leven, en
+wanneer ik u raden mag, dan laat gij toe wat niet te veranderen is. Ik
+zou tien tegen één durven wedden dat gij daarbij wel varen zult, en de
+koningin u de middelen in de hand geeft...&rdquo;</p>
+
+<p>»Die zullen wel toereikend zijn,&rdquo; viel Didymus met bitterheid in, »om
+een paleis te bouwen, in plaats van het huisje, dat mij ontnomen wordt.&rdquo;
+En toen <ins class="corr" id="corr14" title="Bron: barste">barstte</ins> hij weder uit: »Maar wat vraag ik naar uw
+geld! Ik wil mijn recht, mijn goed eerlijk recht. Dáárop sta ik, en wie
+mij een duimbreed ontnemen durft van den grond, die het erfgoed van mijn
+vader en grootvader is<ins class="corr" id="corr15" title="Bron: ..&nbsp;.">....</ins>&rdquo;</p>
+
+<p>Hij hield stil want daarbuiten was het volk weer in luid gejubel
+losgebarsten, en toen het ophield en de grijsaard voortging met zijn
+goed recht te verdedigen, werd hij in de rede gevallen door een heldere
+vrouwenstem die hem den Griekschen groet: »wees blijde!&rdquo; toeriep. Dat
+klonk zoo welluidend en vroolijk, dat de doffe stemming die als een
+grauwen nevel over de aanwezigen hing, er als het ware door weggevaagd
+werd.</p>
+
+<p>Terwijl de een luisterde naar het opgewonden volk, en de ander den ouden
+man aanzag, wiens tegenstand moeilijk door goedheid overwonnen zou
+kunnen worden, zagen de jongeren uit het gezelschap de schoone vrouw
+aan, die zich bij hen had gevoegd. Door de haast waren hare wangen
+hooger gekleurd; uit den donkerblauwen doek die haar blond hoofd
+bedekte, zag een lieftallig gelaat blijde en vertrouwelijk haar zuster,
+haar grootvader en den bouwmeester aan.</p>
+
+<p>De intendant en ook velen onder de overigen hadden een gevoel alsof het
+geluk in eigen persoon dit bedreigde huis was binnengetreden, en menige
+blik verhelderde zich toen de oude man zijn kleindochter, op een geheel
+anderen toon dan zooeven, toeriep: »Gij hier, Barine?&rdquo; en zij hem
+daarop, zonder op de anderen acht te geven, met warmte omhelsde.</p>
+
+<p>Helena, de bouwmeester en de oude philosoof Euphranor, kwamen nu ook
+naderbij, en deze vroeg haar verwijtend maar toch hartelijk: »Maar
+onvoorzichtig kind, hoe zijt gij door die <span class="pagenum" title="33">&nbsp;</span><a id="p_33"></a>volksmenigte heengekomen?&rdquo;
+Vroolijk klonk haar antwoord: »Het ééne geleerde lid van het Museum
+ontvangt mij met de vraag, of ik er werkelijk ben, hoewel ik van kind
+af door een vriendelijk of vijandelijk noodlot&mdash;hoe verkiest gij het,
+grootvader?&mdash;gespaard ben voor het overzien-worden. En de ander wil zoo
+grimmig verwijtend weten, hoe ik door het volk heen kwam, alsof het een
+onrecht ware door het water te waden en een hand uit te steken naar mijn
+liefste betrekkingen, als zij er bijna onder raken.&mdash;Maar dit geschreeuw
+is werkelijk te erg.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij legde haar kleine handen op den hoofddoek tegen haar ooren, en
+ging eerst met spreken voort toen het geraas verminderde, ofschoon zij
+verzekerde dat zij haast had, en alleen maar eens was komen zien, hoe
+het hier ging. Het scheen alsof het haar, frisch en bevallig als zij
+was, onmogelijk viel om ook maar één oogenblik ongebruikt te laten, al
+was het maar om een blik van welgevallen op te vangen of te
+beantwoorden.</p>
+
+<p>De bouwmeester en hare zuster moesten vlug op hare vragen antwoorden, en
+zoodra zij vernomen had wat die vreemde mannen hier deden, dankte zij
+den intendant, en drukte de overtuiging uit dat de oude vrienden hun
+best zouden doen om haar grootvader dat leed te besparen.</p>
+
+<p>Toen de beide grijsaards hunne vraag, hoe zij hier gekomen was,
+herhaalden, antwoordde zij: »misschien zal niemand mij gelooven, omdat
+op 't oogenblik mijn mond geen oogenblik stil staat, maar toch deed ik
+als een stomme visch, en kwam over het water.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop nam zij haar grootvader ter zijde en vertelde hem hoe zij aan
+de haven naar de boot was gegaan, en Archibius haar uit zijn wagen had
+gezien en stil had laten houden, om haar voor dezen avond zijn bezoek
+aan te kondigen. Hij zou over een gewichtige zaak komen spreken. Zij
+had dus te zorgen, dat zij alleen met hem bleef, en daarom kon zij dan
+ook niet langer blijven. Nu keerde zij zich weder tot de overigen,
+en vroeg, nog vóór zij wegging, waarom het volk toch zoo schreeuwde.
+De bouwmeester antwoordde dat Philostratus zich moeite gaf om aan de
+menigte te beduiden, dat het bewuste standbeeld nergens dan in den tuin
+van haar grootvader <ins class="corr" id="corr16" title="Bron: geplaats">geplaatst</ins> kon worden, en hij dacht ook wel te
+weten, wie hem dat opgedragen had.</p>
+
+<p>»Niet de Regent,&rdquo; zeide de intendant op een toon van overtuiging. Doch
+toen Gorgias den volksredenaar genoemd had, was er over Barine's zonnig
+gelaat een lichte schaduw gegleden en zij dankte den beambte met een
+hoofdbuiging. Vervolgens fluisterde zij hem haastig, doch met nadruk
+toe, dat zij op zich nam <span class="pagenum" title="34">&nbsp;</span><a id="p_34"></a>den grijsaard tot rede te brengen, zoo men
+haar slechts tijd tot nadenken liet. Morgen zoodra het op de markt vol
+werd zou de beambte de onderhandelingen opnieuw kunnen beginnen, indien
+de Regent bij zijn plan bleef. Zij zou intusschen het hare doen om haar
+grootvader toegevender te maken, al behoorde hij ook niet tot de
+menschen die zich lieten leiden. Dan moest de intendant den Regent
+ook herinneren dat het geraden was in dezen tijd openbare ergernis te
+vermijden, en den leeftijd en het goed recht van Didymus in het oog te
+houden.</p>
+
+<p>Terwijl Apollonius nu verder met de andere afgevaardigden sprak, wenkte
+zij den bouwmeester, en nam spoedig van de haren afscheid. Zij beweerde
+dat er volstrekt geen gevaar voor haar was, daar zij weder op
+visschenmanier terugging, maar dat zij daarbij nu toch behoorlijk haar
+spraakvermogen gebruiken zou. Zij hoopte daarmede den man te winnen die
+dit alles wel zou voorkomen hebben, indien de Koningin er maar was
+geweest.</p>
+
+<p>Tot op dit oogenblik had zij aller oogen en ooren geboeid, want ieder
+vond het een genot haar te hooren en te zien. Eerst toen zij met den
+bouwmeester was verdwenen, kwamen de beambten tot een besluit, en
+spoedig daarop verwijderde zich de intendant met zijne geleiders, om nog
+eens met den Regent over deze ongelukkige zaak te spreken.</p>
+
+<p>Ditmaal bewees Gorgias zijne diensten aan de jonge vrouw met gemengde
+gewaarwordingen. Nog geen uur geleden zou het hem gelukkig hebben
+gemaakt Barine te mogen vergezellen en beschermen, maar nu zou hij
+gaarne bij hare zuster zijn gebleven, die zijn afscheidsgroet zoo
+dankbaar, en toch zoo echt jonkvrouwelijk bedeesd beantwoord had. Maar
+ook bij den wankelmoedigste kan de eene neiging niet in de plaats der
+andere geschoven worden als een witte damschijf voor een zwarte, en hij
+vond het nog altijd heerlijk zoo dicht in Barine's nabijheid te zijn.
+Alleen de gedachte dat Helena nu misschien zou denken dat hij in
+vertrouwelijke betrekking tot hare zuster stond, had hem onaangenaam
+aangedaan, toen zij hem opriep om met haar mede te gaan.</p>
+
+<p>In den tuin verzocht Barine hem of hij haar helpen wilde om, vóór zij
+naar de landingsplaats van de boot gingen, de smalle trap te beklimmen,
+die naar het platte dak van het poortwachtershuisje voerde. Van daaruit
+konden zij al de drukte op het plein volgen zonder zelf gezien te
+worden, want het was geheel door dichte laurierstruiken omgeven. Van de
+beide tempels ter zijde van den «Muzenhoek&rdquo; sloegen heldere vlammen uit
+de pekpannen omhoog, en dat licht werd nog zeer versterkt door de
+fakkels in de hand der Scythen. Toch kon <span class="pagenum" title="35">&nbsp;</span><a id="p_35"></a>men midden op het plein geen
+mensch onderscheiden. Wel blonken bij dat vuur de marmeren wanden der
+tempels, de standbeelden aan de poort van Didymus en de Hermen<a id="FNa6" href="#FN6" class="fnanchor"><sup>6</sup>)</a> aan
+den koningsweg die langs het bedreigde huis liep, en de noordzijde van
+het plein met de zeekust verbond; maar de walm der fakkels verduisterde
+den hemel en doofde het licht der sterren.</p>
+
+<p>Alleen Dion was duidelijk zichtbaar, die zich op het hooge zijstuk der
+slede geplaatst had, waarop het omhulde standbeeld hierheen gebracht
+was, en verder Philostratus, de pleitbezorger, die op het voetstuk
+van een der dolfijnen geklommen was, die om de fontein tusschen den
+Isistempel en de straat stonden. De ruimte van een twaalf schreden
+ongeveer, die hen scheidde, liet den strijders toe elkander te verstaan,
+en de algemeene aandacht was op hen gevestigd.</p>
+
+<p>Het behoorde tot de grootste genoegens der Alexandrijnen zulk soort van
+gevecht met woorden aan te hooren, en iedere gelukkige zinwending werd
+met teekenen van goedkeuring, ieder woord dat hun mishaagde met
+geschreeuw, sissen en fluiten begroet.</p>
+
+<p>Barine kon zien en hooren wat daarbeneden gebeurde. Zij had de
+lauriertakken, die haar verborgen, op zijde gebogen, en luisterde
+aandachtig naar het gesprek der strijdende mannen. Toen de ellendeling,
+die eens haar echtgenoot was, en dien zij nu te diep verachtte om hem
+te haten, hare familie beleedigde met de aantijging dat zij zich van
+geslacht tot geslacht gevoed hadden uit de ruif van het Museum, beet zij
+zich op de lippen. Maar spoedig verscheen om haar mond een trek, die
+bewees dat het gehoorde al te grooten weerzin bij haar opwekte, want
+de pleitbezorger had zich nu tegen Dion gekeerd. Hij beschuldigde er
+hem van dat hij den welmeenenden Regent wilde verhinderen den roem der
+groote Koningin te verhoogen, en haar edel hart een vreugde te bereiden.</p>
+
+<p>»Mijn tong,&rdquo; riep hij, »is het instrument, dat den kost voor mij
+verdient. Waarom praat ik haar hier moede? Ter eere van Cleopatra, onze
+verheven Koningin, en haar grootmoedigen vriend, aan wien ieder van u
+een weldaad te danken heeft. Al wie haar, en den goddelijken Antonius,
+den nieuwen Herakles en Dionysos, liefheeft&mdash;en beiden zullen spoedig in
+triomf met den krans der overwinnaars tot ons terugkeeren&mdash;die legge met
+den Regent en ieder welgezinde de hand op dat ellendige stukje gronds
+daar ginds, dat snoode gierigheid ons zoo kleingeestig onthoud. Daaruit
+spreekt een gezindheid&mdash;een gezindheid&mdash;hoort gij?... die ik nu niet
+nader aanduid, <span class="pagenum" title="36">&nbsp;</span><a id="p_36"></a>omdat al wat leelijk is mij tegenstaat, en omdat ik hier
+niet als aanklager sta. Wie partij trekt voor dien woordenvitter, die
+boeken te voorschijn brengt, even gemakkelijk als die dolfijn dáár
+water, die mag zijn gang gaan, ik zal het hem niet benijden. Maar laat
+hem eerst acht geven op den bondgenoot en lofredenaar van Didymus. Daar
+staat hij tegenover mij. Het zou beter voor hem zijn, als hij van steen,
+en de dolfijn aan zijn voeten een levend wezen was. Dan had men hem in
+de duisternis kunnen laten, waar hij behoort. Maar zooals het nu is,
+moet ik hem u wel, tegen wil en dank vertoonen, en dat zal ik doen,
+medeburgers, al gaf ik u liever dingen te zien, die minder mijn gal doen
+overloopen. Het flauwe licht verhindert u de kleur van zijn gewaad
+te onderscheiden, maar ik ken die, want ik zag het bij dag. Het is
+hyacinthen-purper! Gij weet wat zoo iets kost. Een flink man uit uw
+midden onderhoudt daarvan tien jaren lang zijn vrouw en kinderen. »Hoe
+zwaar moet de buidel wel wegen van een man, die zulk een schat aan zon
+en regen blootstelt!&rdquo; denkt gij zeker allen, die hem daarin zoo trotsch
+als een pauw ziet rondwandelen. En zijn buidel weegt dan ook vele
+talenten. Jammer maar, dat de meesten van u iederen dag uw kinderen
+een brood minder geven en u zelven menigen teug wijn onthouden moeten
+om hem zoo deftig uit te dossen. Zijn vader Eumenes was ontvanger der
+belastingen, en wat die bloedzuiger u en uw kinderen afperste, dat
+gebruikt nu zijn zoon om daarmee in het purper te pronken op zijn wagen
+met vier paarden, die velen van u het slijk in het gezicht deed spatten,
+als hij voorbijreed. Bij den Hond! Het heerschap weegt niet zwaar, en
+toch gebruikt hij het vierspan om vooruit te komen. En, waarom doet hij
+dat, medeburgers? Dat zal ik u zeggen. Hij is bang om te blijven steken,
+te blijven steken, overal, ook in zijn redevoering.&rdquo;</p>
+
+<p>Hier liet Philostratus zijn stem dalen, want die wending van het
+»blijven steken&rdquo; had eenige toehoorders aan het lachen gemaakt. Maar
+Dion, wiens vader in zijne betrekking van ontvanger der belastingen
+inderdaad het familiegoed aanzienlijk vermeerderd had, bleef hem het
+antwoord niet schuldig.</p>
+
+<p>»Ja, ja,&rdquo; zeide hij verachtelijk, »die Syrische prater dáár heeft het
+ditmaal bij het rechte einde. Daar staat hij tegenover mij, en wie zou
+niet licht blijven steken zóó in de buurt van een slibberig moeras? Wat
+mijn purperen mantel betreft, dien draag ik, omdat mij dat behaagt.
+Ik vind den zijnen van crocus-geel veel minder mooi. Trouwens, in den
+zonneschijn ziet hij daar heel deftig mee uit. Hij schittert als een
+paardenbloem in het gras. Gij kent die plant wel. Als zij uitgebloeid
+is,&mdash;en zou iemand zeggen dat Philostratus nog veel op een <span class="pagenum" title="37">&nbsp;</span><a id="p_37"></a>knopje
+gelijkt?&mdash;dan wordt zij een licht, met lucht gevuld bolletje, dat een
+kind wegblazen kan. Hoe zoudt gij het vinden om voortaan die ronde
+zaadhuisjes »Philostratushoofdjes&rdquo; te noemen? Bevalt u dat denkbeeld?
+Dat doet mij genoegen, medeburgers, en ik dank u daarvoor. Het bewijst
+uw goeden smaak. Laat ons dus bij dit beeld blijven. Bij ieder hoofd
+behoort een tong, en Philostratus zegt dat de zijne het werktuig is,
+waarmee hij den kost verdient.&rdquo;</p>
+
+<p>»Hoort dien trotschaard eens!&rdquo; viel de ander woedend daarop in. »In zijn
+oogen strekt eerlijke arbeid, waarmee iemand zich in het leven houdt,
+een mensch tot schande.&rdquo;</p>
+
+<p>»Van eerlijken arbeid, vriend,&rdquo; sprak Dion, »is hier niet zoozeer
+sprake. Ik sprak immers alleen van <i>uwe</i> tong. Gij begrijpt mij,
+medeburgers. Mocht een van u dezen waardigen man nog nooit ontmoet
+hebben, dan zal ik hem toonen wie hij is, want ik ken hem goed. Het is
+waar, hij is mijn tegenstander, maar ik kan hem toch aan velen onder u
+met volle overtuiging aanbevelen. Wie een dóór en dóór slechte zaak voor
+de rechtbank te brengen heeft, dien raad ik sterk aan zich tot dien
+paardenbloemenman daar bij de fontein te wenden. Hij zal er mij dankbaar
+voor zijn. Gelooft mij, alleen reeds omdat deze advokaat zich zoo
+uitslooft, staat de zaak van Didymus uitstekend. Ik heb u vroeger al
+gezegd wat de quaestie is. Wie van u, die een tuin bezit, kan dien in
+het vervolg nog zijn eigendom noemen, wanneer het geoorloofd is dien
+in de afwezigheid der Koningin eenvoudig iemand af te nemen en tot een
+ander doel te bestemmen? Zoo wil men doen met dien van Didymus. Wordt
+dat hier zoo de gewoonte, dan moet men maar liever geen radijs meer
+zaaien, noch een struik of boom planten; want vóórdat de eene rijp is en
+de andere schaduw geeft, is hij hem misschien al afgenomen, als de vrouw
+van een voornamen heer bijgeval verkiest haar waschgoed daarin te drogen
+te hangen.&rdquo;</p>
+
+<p>Luide toejuichingen volgden op deze woorden, doch de pleitbezorger riep
+met een harde stem: »Hoort naar mij burgers, en laat u niet misleiden!
+Niemand zal hier beroofd worden. Tegen ruime schadevergoeding wil men de
+plek, die men noodig heeft om de stad te verfraaien en de Koningin te
+eeren, van hem overnemen. Zouden de Regent en de bevolking zich deze
+schoone gelegenheid laten ontgaan om hunne dankbaarheid en vreugde over
+de grootste der overwinningen aan den dag te leggen, alleen omdat het
+een slechtgezind man en&mdash;het woord moet er uit&mdash;een vijand van zijn
+land, anders behaagt?&rdquo;</p>
+
+<p>»Nu komt het moeras te dicht bij <i>mij</i>,&rdquo; riep Dion driftig uit, »en dat,
+»blijven steken,&rdquo; waarvoor gij mij waarschuwdet, <span class="pagenum" title="38">&nbsp;</span><a id="p_38"></a>kon nu wel eens ernst
+worden. Want een schaamtelooze die den vuigsten laster durft uitspreken,
+benijd ik niet om zijn vlugheid van geest. Gij weet immers, gij allen
+die mij hoort, door hoevele geslachten heen de familie van Didymus tot
+eer van de stad hier heeft gewoond en roemvollen arbeid heeft verricht.
+Gij weet dat de oude man tot de leermeesters der koningskinderen
+behoorde.&rdquo;</p>
+
+<p>»En toch,&rdquo; hield Philostratus vol, »zag men hem nog eergisteren met
+Arius, den vriend en gouverneur van Octavianus, den doodvijand van onze
+koningin, arm in arm in den tuin van het Paneum wandelen. Aan ieder die
+het hooren wilde, verzekerde Didymus dat juist deze Arius tot zijn
+liefste leerlingen behoorde.&rdquo;</p>
+
+<p>»Inderdaad,&rdquo; hernam Dion, »de geringste schoolmeester zou zich wel
+schamen u ooit zoo te noemen, zelfs al waart ge hem in verstand en
+kennis boven het hoofd gegroeid. Ja, al had men u, in plaats van bij de
+rhetoren, bij vischhandelaars in de leer gedaan, dan zouden deze het ook
+niet gaarne bekennen, want zij verkoopen alleen goede waar voor goed
+geld, maar bij u is ook het allerslechtste nog voor goud te krijgen.
+Ditmaal treedt gij daarvoor den goeden naam van een achtenswaardig man
+met voeten. Maar ik zal dat niet gedoogen: gij hoort het, medeburgers:
+ik daag den Syriër daar ginds uit te bewijzen dat <ins class="corr" id="corr17" title="Bron: Dydymus">Didymus</ins> het
+vaderland verraden heeft, of zich te laten welgevallen dat ik hem, ten
+aanhoore van u allen een snood lasteraar en omkoopbaar opruier noem.&rdquo;</p>
+
+<p>»Smaad uit zulk een mond is gemakkelijk te verdragen,&rdquo; antwoordde de
+pleitbezorger op een toon van minachting, maar toch duurde het eenigen
+tijd, eer hij zich weder tot zijn toehoorders richtte, en met al de
+warmte, waarover hij beschikken kon, voortging: »Wat ik dan wil,
+medeburgers? Waarom het te doen is? Ik treed hier op voor de koningin,
+alleen omdat mijn hart mij daartoe dringt. Om een waardige plaats te
+verzekeren aan datgene wat Cleopatra tot eer en roem strekken zal,
+treed ik in het strijdperk met haar vijand, stel ik mij bloot aan
+den hoon waarmede gij den trotschen overmoed vergunt zijne woede aan
+mij te koelen. Toch heb ik er geen berouw van, al doe ik mijn natuur
+geweld aan; want de man, tegen wien ik mijn stem verhef, is ook mijn
+leermeester geweest, en vóór hij van den weg van waarheid en recht werd
+afgebracht, heeft hij ook menigmaal mij, voor vele getuigen, tot zijn
+beste leerlingen gerekend. Ik was ook stellig een der dankbaarste. En
+zijn kleindochter werd mijn echtgenoot. Door haar bezit...&rdquo;</p>
+
+<p>»Bezit?&rdquo; riep Dion luid en heftig. »Zóó kon een door de zee aangespoeld
+lijk zich evengoed beroemen die zee te bezitten!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="39">&nbsp;</span><a id="p_39"></a></p>
+
+<p>Het zwakke licht der fakkels was sterk genoeg om de omstanders te doen
+zien hoe de pleitbezorger verbleekte. Eén oogenblik scheen het, of hij,
+die nooit verlegen werd, nu toch in verwarring was geraakt, maar spoedig
+riep hij weder: »Medeburgers, lieve vrienden! Ik wilde u spreken van
+de ellende waarin eene schoone doch lichtzinnige vrouw iemand storten
+kan.....&rdquo;</p>
+
+<p>Maar hij kon niet verder gaan, want velen der aanwezigen, die den
+gevierden, milden Dion en Barine, de schoone zangeres van het laatste
+Adonisfeest, kenden, gaven duidelijk hun ongenoegen te kennen. Een
+volksmenigte verheugt er zich altijd in, als zij een man van het vak
+door een ander die dat niet is, overwonnen ziet.</p>
+
+<p>Toch zou de strijd nog zoo spoedig niet geëindigd zijn, als niet op dit
+oogenblik onrust en schrik zich van het volk hadden meester gemaakt. Er
+ontstond een geroep van: »Terug! gaat uiteen!<ins class="corr" id="corr18" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> en tegelijk hoorde men
+hoefgetrappel en het commando van den aanvoerder eener afdeeling
+Libysche ruiters. De aanleiding was niet gewichtig genoeg, dat het volk
+zich daarvoor aan een ernstig gevaar mocht blootstellen. Ook was de
+heftige woordenstrijd vroolijk geëindigd, en onder de angst- en
+waarschuwingskreten mengde zich een luid gelach, want de golvende
+menigte had zich in de richting van de fontein bewogen, en den
+pleitbezorger in het volle waterbekken doen vallen. Men wist niet of dit
+met opzet of door een toeval was gebeurd, doch de vergeefsche pogingen
+van het slachtoffer om zich langs het gladde marmer er uit te werken,
+waren zoo komiek, en zijn gebaren, toen hij met den bijstand van
+hulpvaardige handen weder op het plaveisel van het plein terecht was
+gekomen, wekten zoo onweerstaanbaar de vroolijkheid op, dat veel meer
+gelach dan gemor onder het gepeupel werd gehoord. De een riep: »Toen hij
+Didymus zoo zwart maakte, heeft hij zijn eigen handen zwart gemaakt,
+en nu wil hij ze wasschen!&rdquo; Een ander: »Een wijze arts heeft hem in
+de fontein geworpen. Hij had voor al de houwen die hij van Dion heeft
+gekregen, koude omslagen noodig.&rdquo; Den Regent, die de ruiters hierheen
+gezonden had om de menigte voor het huis van Didymus uit elkander
+te jagen, was het zeer welkom dat deze maatregel nu zoo weinig
+tegenstand ontmoette. Het volk ging spoedig uiteen, en reeds bij het
+Dionysostheater werd de aandacht door iets nieuws getrokken. Op de
+trappen daarvan had de citerspeler Anaxenor eerst afgekondigd dat
+Cleopatra en Antonius de schoonste aller overwinningen hadden behaald,
+en daarna een <ins class="corr" id="corr19" title="Bron: lofled">loflied</ins> gezongen dat aller harten diep had geroerd.
+Hij had het al lang geleden vervaardigd, en deze eerste gelegenheid,
+zoodra <span class="pagenum" title="40">&nbsp;</span><a id="p_40"></a>het gerucht zich verbreid had, aangegrepen, om de uitwerking er
+van te beproeven.</p>
+
+<p>Zoodra het plein weer ledig was, verliet Barine haar toeschouwersplaats.
+Sinds lang had haar hart niet zoo snel geklopt. Van al degenen die haar
+gunst zochten te verwerven, stond niemand hooger bij haar aangeschreven
+dan Dion; doch nu gevoelde zij voor het eerst dat zij hem liefhad. Wat
+hij daar op het plein voor haar en haar grootvader had gedaan, verdiende
+haar grootste dankbaarheid; het bewees dat hij niet maar, zooals de
+meesten, alleen bij haar kwam om de lange avonduren door te komen.</p>
+
+<p>Het was geen kleinigheid voor den aanzienlijken jongen man geweest
+om zich, voor het geheele volk, in een strijd in te laten met dien
+schaamteloozen man, wien Barine eenmaal had toebehoord, en hoe goed
+was het hem gelukt den gevreesden improvisator tot zwijgen te brengen.
+Bovendien had hij hare partij gekozen tegen zijn eigen, machtigen oom,
+en misschien den broeder van zijn tegenstander, Alexas, die een der
+voornaamste gunstelingen van Antonius was, tot zijn vijand gemaakt. Dat
+verhief Barine in eigen oogen, want dat, dacht zij, zou hij die voor
+geen der Macedonische edelen der stad behoefte achter te staan, voor
+geene andere gedaan hebben. Zij had door dit alles een gevoel alsof zij
+verlost was.</p>
+
+<p>Sedert zij de liefelijke opgeruimdheid van geest, die in haar ongelukkig
+huwelijksleven gedreigd had verloren te gaan, voor zich zelve
+teruggevonden had, en haar huis een middelpunt van geestelijk leven
+had zien worden, had zij altijd getracht al hare gasten met dezelfde
+vriendelijkheid te gemoet te komen. Zij had begrepen dat zij zich niet
+meer veroorlooven mocht aan een enkelen die macht over haar te geven,
+die een vrouw aan den man dien zij liefheeft vanzelve schenkt. Aan Dion
+had zij niets meer toegestaan dan aan de anderen, maar nu gevoelde zij
+duidelijk dat zij al het genot van een gevierde vrouw te zijn, en de
+grootste vernuften der stad tot zich te trekken, gaarne zou prijsgeven
+voor het zooveel grootere geluk door hem bemind te worden en de zijne te
+zijn. Met hem, door zijne liefde gesteund, geloofde zij iets beters te
+zullen vinden in de eenzaamheid, dan in de drukte en de opwinding van
+haar tegenwoordig leven.</p>
+
+<p>Zij wist nu wat haar te doen stond indien hij hare hand vroeg, en voor
+het eerst had de bouwmeester een stilzwijgend gezelschap aan haar. Hij
+zou haar gaarne teruggebracht hebben naar het huis van haar grootvader;
+daar had hij toch andermaal hare zuster Helena ontmoet, terwijl zij het
+teleurgesteld verlaten had, omdat haar moedige verdediger daar niet
+teruggekeerd was.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="41">&nbsp;</span><a id="p_41"></a></p>
+
+<p>Na het onverwachte slot van den woordenstrijd, had Dion zich recht
+behagelijk gevoeld. De voldoening van voor een goede zaak opgetreden te
+zijn, en de verheffende zekerheid van den uitslag waren voor hem wel is
+waar niets nieuws, maar toch had hij het zelden zóó ondervonden als nu.
+Hij had vurig verlangd naar de eerstvolgende ontmoeting met haar, en
+zich voorgesteld hoe hij haar alles verhalen en haar dank voor zijn
+goede diensten aanhooren zou. Hij had dat alles in zijn verbeelding al
+doorleefd, maar nauwelijks was dat lachende beeld verdwenen, of de
+vroolijke uitdrukking van zijn mannelijk gelaat werd ernstig en vol
+bezorgdheid. Ofschoon het nachtelijk donker slechts spaarzaam door het
+vuur in de pekpannen werd verlicht, was het hem een oogenblik geweest
+alsof hij in het heldere daglicht in den bloeienden tuin van zijn paleis
+stond, en als had Barine, toen hij het loon voor zijn dapper optreden
+van haar verlangde, hem innig bewogen aan haar borst gedrukt en hij haar
+hartstochtelijk de betraande oogen gekust. Het visioen was spoedig
+verdwenen, maar zoo duidelijk geweest als de levendigste droom.</p>
+
+<p>Zou Barine hem toch dierbaarder zijn dan hij dacht? Was het geen
+welbehagen in haar buigzamen geest en schitterende schoonheid alleen
+geweest, dat hem in de laatste maanden zoo menigmaal tot haar
+aangetrokken had? Was een werkelijke, sterke hartstocht in hem ontwaakt?
+Bestond er gevaar dat de wilskracht, die zijn vrijheid bewaken moest,
+bezwijken zou? Moest hij vreezen eenmaal, door een geheimzinnige,
+onwederstaanbare macht gedwongen, in weerwil van de tegenkanting der
+bedachtzame wijsheid, een verbond voor het leven te sluiten met haar,
+Barine, die eens een Philostratus toebehoord had? De vrouw die iets
+geven wilde aan ieder die haar huis bezocht, en wien het daar alleen te
+doen was om streeling van oog en oor, of een aangenaam onderhoud. Al was
+haar eer ook zoo rein als het dons van een zwaan&mdash;er was toch geen reden
+om daaraan te twijfelen&mdash;toch werd haar naam te gelijk genoemd met dien
+van Aspasia en vele anderen, bij wie de gasten nog meer vonden dan
+gezang en geestvolle gesprekken. De gaven, waarmede de goden haar zoo
+rijk hadden bedeeld, waren reeds door te velen genoten dan dat hij, de
+laatste spruit uit een edel Macedonisch geslacht, er aan had mogen
+denken haar als gebiedster binnen te leiden in een huis, dat met
+Gorgias' hulp zoo rijk en fraai was gebouwd en versierd.</p>
+
+<p>Zeker, er ontbrak niets aan, dan het vriendelijke bestier eener vrouw.
+En als zij er eens in toestemde zonder den zegen van Hymen de zijne te
+worden? Neen, dat nooit. De kleindochter van Didymus, die reeds zijns
+vaders leermeester was geweest, <span class="pagenum" title="42">&nbsp;</span><a id="p_42"></a>de vrouw die hij steeds zoo van harte
+had hooggeacht, ondanks de vroolijke vrijheid waarmede zij met zoovelen
+omging, wilde hij blijven eeren. Dat zou hij doen, zelfs al zouden zijne
+vrienden hem er om uitlachen. Wat gaf men ook om de heiligheid van den
+echt, in een stad waar de Koningin in vrije liefde met den gade van een
+ander leefde? Hij zelf had reeds zoo menige korte verbintenis gesloten,
+en juist daarom hinderde het hem Barine gelijk te stellen met hen, wier
+liefde hij waarschijnlijk alleen aan zijn goud te danken had.</p>
+
+<p>Aan moed en vastberadenheid had het hem nooit ontbroken, maar hij voelde
+dat hij ditmaal rekening te houden had met een macht, waarmede hij zich
+nog nooit gemeten had. Dat verwenschte visioen! Hij zag het weder, en
+het lachte zoo lieflijk, dat de dag wel komen moest, dat alle weerstand
+vruchteloos zou zijn. Indien hij in hare nabijheid bleef, dan zou hij
+zeker doen wat hem later berouwen zou. Hij had graag een offer gebracht
+aan Peitho, opdat zij de overredingskunst van Archibius bevleugelen
+mocht, en Barine tot het besluit brengen om Alexandrië te verlaten.</p>
+
+<p>Het zou hem wel moeilijk vallen haar te missen, maar veel zou reeds
+gewonnen zijn wanneer zij de stad verliet. Tusschen het tegenwoordige en
+den verwijderden tijd van het wederzien lag het uitstel van het gevaar,
+en misschien de kans op de overwinning. Hij herkende zich zelven niet.
+Hij was in eigen oogen zoo wankelmoedig als een riet, omdat hij den
+wensch bij Didymus binnen te gaan en hem toe te spreken, onderdrukt had,
+en het huis voorbijgeloopen was. Hij zou dan Barine bij haar grootvader
+gevonden hebben, en hij wilde haar nu niet zien, hoewel alles in hem
+verlangde naar haar aangezicht, hare stem en een woord van dank uit haar
+lieven mond. In de plaats van blijdschap was een gevoel van misnoegdheid
+gekomen, zooals van iemand die aan een kruisweg staat, en weet dat
+hij langs geen der drie wegen tot zijn eigenlijk doel komen zal. De
+koningsweg, waarover hij zich door de menigte liet voortstuwen, leidde
+langs de zee, tot aan het theater van Dionysos. Zoodra hij dat zag
+herinnerde hij zich eensklaps dat zijn vriend Gorgias het beeld van het
+koninklijke paar vóór dit grootsch gebouw wilde doen oprichten, en als
+hij nu een onderzoek instelde naar de geschiktheid van deze plaats, zou
+hij vanzelf op andere gedachten komen.</p>
+
+<p>Toen hij het theater naderde, had de citerspeler juist zijn lied
+<ins class="corr" id="corr20" title="Bron: geêindigd">geëindigd</ins>, en de menigte ging uiteen. Ieder was vol van
+de blijde tijding der overwinning, en de een riep de ander toe wat
+<ins class="corr" id="corr21" title="Bron: Anaxemor">Anaxenor</ins> de gunsteling van den grooten Antonius, die het
+dus weten moest, hun in verzen had meegedeeld. Daarop weerklonk <span class="pagenum" title="43">&nbsp;</span><a id="p_43"></a>menig
+&bdquo;Io&rdquo; en &bdquo;Evoë&rdquo;<a id="FNa7" href="#FN7" class="fnanchor"><sup>7</sup>)</a> op Cleopatra, de nieuwe Isis, en Antonius, den nieuwen
+Dionysos. Gebaarde en gladde, fijne Grieksche en dikke Aegyptische
+lippen vereenigden zich in het geroep: &bdquo;Naar het Sebasteum!&rdquo; Dat was
+namelijk het koninklijk paleis, waar tegenover het gebouw der Regeering
+stond en het huis van den Regent. Men wilde het kostelijk bericht
+bevestigd zien en door een uiting van dankbare vreugde lucht geven aan
+het volle hart.</p>
+
+<p>Ook Dion wilde zekerheid erlangen, en hoewel de luidruchtige
+ontboezemingen van het volk hem altijd te veel tegenstonden om er aan
+deel te nemen, maakte hij zich nu toch gereed om de joelende schaar te
+volgen naar het Sebasteum. Doch plotseling hoorde hij het geroep van
+mannen, die een dichtgesloten draagstoel vooruitliepen. Het was die van
+Iras, de vertrouwde kamervrouw der Koningin. Als iemand mededeelingen
+kon doen, dan was zij het, maar het was in dit gedrang onmogelijk een
+gesprek met haar aan te knoopen. Zij scheen echter van een ander
+gevoelen te zijn, want zij had hem opgemerkt en riep hem tot zich. Haar
+anders zoo heldere stem klonk ditmaal schor. Men hoorde daaraan dat zij
+heftig bewogen was, terwijl zij Dion met allerlei vragen overstelpte.
+Zonder zich tijd te gunnen voor de gewone begroeting, wilde zij dadelijk
+weten wat de menigte zoo opgewonden maakte, wie hun de tijding der
+overwinning gebracht had, en waarheen het volk zich begaf.</p>
+
+<p>Terwijl Dion haar te woord stond, had hij moeite genoeg niet
+voortgedrongen te worden. Dat merkte zij, en daar zij juist den Meander
+voorbij kwamen, den dwaaltuin die na zonsondergang gesloten werd, liet
+zij zich naar den ingang daarvan dragen, maakte zich aan de wachters
+bekend, liet den draagstoel daar nederzetten, en beval de dragers en
+voorloopers te blijven wachten, totdat zij hen roepen zou.</p>
+
+<p>De ongewone gejaagdheid van het meisje vervulde Dion met gegronden
+angst. Toen hij haar verzocht uit te stappen en met hem op en neder te
+wandelen, wees zij dit af met de betuiging, dat er in het leven te veel
+dwaalwegen waren, dan dat men die met opzet zoeken moest. Hij scheen ook
+wel op wegen te gaan, die niet juist tot de rechte behoorden. &bdquo;Waarom,&rdquo;
+besloot zij, en stak het hoofd daarbij door de opening van den
+draagstoel &bdquo;maakt gij het den Regent en uw eigen oom zoo moeielijk om
+hunne bevelen door te zetten, en trekt partij voor het volk als een
+omgekochte oproermaker?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Als Philostratus, bedoelt gij, dien ik als toevoegsel tot de <span class="pagenum" title="44">&nbsp;</span><a id="p_44"></a>gouden
+belooning uit uwe hand, nog eenige ribbenstooten toegediend heb?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zooals gij wilt. Waarschijnlijk waart gij het ook, die hem in het water
+deedt werpen, nadat gij uw gemoed aan hem gekoeld hadt? Gij moet uwe
+zaak goed verstaan hebben. Wat men met liefde op zich neemt, gaat
+gewoonlijk goed. Het zij zoo, wanneer nu maar zijn broeder Alexas,
+Antonius niet tegen u in het harnas jaagt. Wat mij betreft, ik wil
+alleen maar weten, waarom en voor wien dat alles is geschied.&rdquo;</p>
+
+<p>»Voor wien anders dan voor den braven ouden man, die reeds de
+leermeester mijns vaders is geweest, en voor zijn goed recht,&rdquo;
+antwoordde Dion rustig. »En behalve dat ook ter wille van den goeden
+smaak, want er is geen ongunstiger plek voor het standbeeld denkbaar dan
+juist die tuin.&rdquo;</p>
+
+<p>Iras lachte, een korten, scherpen lach, en haar smal, zeer regelmatig
+gezicht, dat men schoon had kunnen noemen als de rug van den fijnen
+rechten neus niet wat lang en de kin iets te klein waren geweest,
+vertrok zich, terwijl zij uitriep: »Dat is ten minste openhartig.&rdquo;</p>
+
+<p>»Daaraan moest gij bij mij gewoon zijn,&rdquo; hernam hij bedaard. »In dit
+geval is trouwens de deskundige bouwmeester Gorgias geheel van hetzelfde
+gevoelen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ook dat kwam mij ter oore. Gij beiden zijt ijverige bezoekers van&mdash;hoe
+heet zij ook weer?&mdash;de betooverende Barine.&rdquo;</p>
+
+<p>»Barine!&rdquo; herhaalde Dion, alsof die naam hem verraste. »Gij zorgt er
+voor, vriendin, dat ons gesprek onze omgeving, den dwaaltuin, eer aan
+doet. Ik spreek van werken der beeldende kunst, en gij doet alsof gij
+dat toepast op een overigens zeer wel gelukt levend werk der scheppende
+goden. Ik was er mijlen ver van af bij dat alles aan de kleindochter van
+den ouden geleerde te denken, toen ik voor hem in 't strijdperk trad.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zooals,&rdquo; voegde zij er bitter bij, »alle jonge heeren van uwe soort
+altijd eerder denken aan de waardige leermeesters van hun vader, dan
+aan die vrouwen die, sedert Pandora haar doos opende, alle kwalen in
+de wereld brachten. Maar,&rdquo;&mdash;en zij streek de zwarte lokken van haar
+voorhoofd, »ik begrijp mij zelve niet, hoe ik er nu, bij den zwaren
+last, die op mijn ziel ligt, toe kom, om ook maar één woord aan zulke
+beuzelingen te verspillen... En toch! De oude geleerde raakt mij
+even weinig als het geheele aantal van zijn commentaren en andere
+geschriften, al zijn zij mij niet geheel onbekend.... Hij mocht, wat
+mij betreft, even veel kleinkinderen hebben als hier in Alexandrië
+booze tongen zijn, als het er mij niet om te doen was alles wat een
+schaduw op den weg der Koningin werpt te verwijderen. Ik kom zooeven
+van de Lochias, uit het paleis der koninklijke kinderen, en wat <span class="pagenum" title="45">&nbsp;</span><a id="p_45"></a>ik daar
+hoorde.... Maar ik wil en kan het nog niet gelooven.... Ik ben er geheel
+van vervuld.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zijn er slechte tijdingen van de vloot?&rdquo; vroeg Dion vol belangstelling.
+Zij antwoordde niet, maar knikte bevestigend met het hoofd, en legde den
+waaier van struisvederen als teeken van stilzwijgen tegen haar mond.
+Tegelijk beefde zij zoo hevig, dat hij het, niettegenstaande de
+duisternis, zag. Hij begreep hoe moeilijk het spreken haar viel, toen
+zij met doffe stem vervolgde: »Het moet nog geheim blijven.... Schippers
+van Rhodus.... het is, de Goden zij dank, nog geheel onzeker.... het
+kan, het mag niet waar zijn! En toch.... het is een schande dat die
+citerspeler bij het volk zulke blijde verwachtingen durft opwekken. Wie
+het meest aan de grooten der aarde te danken heeft, doet hun gewoonlijk
+het meeste kwaad. Gij kunt zwijgen Dion, dat weet ik. Dat toondet gij
+reeds als knaap, als gij iets te verbergen hadt voor uw ouders. Of gij
+nu nog, evenals toen, voor mij in het water zoudt springen? Ik geloof
+het niet! Maar vertrouwen mag ik u, en dat doe ik zelfs hier in dezen
+dwaaltuin. Mijn hart dreigt te bersten, maar geen woord daarvan aan
+wien ook! Ik heb geen vertrouweling noodig, en zou ook u alles kunnen
+verzwijgen, maar ik wensch dat gij mij begrijpt, juist gij, die de
+rol gespeeld hebt, die gij speeldet. Vóór ik op de Lochias in mijn
+draagstoel stapte, kwam ook die knaap tehuis, en ik sprak hem nog even.&rdquo;</p>
+
+<p>»De jonge Cæsarion,&rdquo; viel Dion haar ernstig in de rede »bemint Barine.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dus bleef deze ontzettende dwaasheid ook al niet geheim?&rdquo; vroeg zij
+opgewonden. »De droomer toont een hartstocht, dieper dan ik ooit van
+hem zou hebben gedacht. Stel u voor dat de Koningin terugkomt, minder
+gelukkig dan wij wenschen, dat zij allen terugziet van wie zij nog iets
+verblijdends, goeds of groots verwacht, en dan hoort wat er met den
+knaap is gebeurd,&mdash;want wat zou haar verlichte geest niet opmerken en
+doorzien?<ins class="corr" id="corr22" title="Bron: .&nbsp;hij">&nbsp;Hij</ins> is haar dierbaar, meer dan gij allen vermoedt&mdash;hoe
+zal dat dan haar onrust, haar ellende vermeerderen! Hoe rechtmatig zal
+haar toorn zijn over hen, wien plicht en liefde geboden over den knaap
+te waken!&rdquo;</p>
+
+<p>»Daarom,&rdquo; zeide Dion, »is het noodig dat de steen des aanstoots
+weggenomen wordt. Met dien aanval op Didymus hebt gij tot dat doel reeds
+het uwe gedaan.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij had terecht ingezien, dat zij met het geheele complot tegen den
+geleerde eigenlijk alleen beoogde aan de machthebbers het recht
+te geven om tegen den ouden philosoof en de zijnen, dus ook tegen
+Barine, krachtig op te treden. De Aegyptische wet eischte, dat ook de
+bloedverwanten dergenen die tegen de regeering <span class="pagenum" title="46">&nbsp;</span><a id="p_46"></a>iets hadden misdaan,
+verbannen werden. Deze aanval op een onschuldige was schandelijk, en
+toch begreep Dion uit ieder woord dat Iras sprak, uit iederen trek van
+haar gelaat, dat het niet alleen lage jaloerschheid, maar iets edelers
+was, wat haar daartoe bracht: de liefde voor hare gebiedster, de groote
+begeerte om haar voor kommer en leed te behoeden. Hij kende Iras, haar
+ijzeren wil, en de meedoogenloosheid waarmede zij aan het hof altijd
+haar doel had trachten te bereiken. Zijn eerste werk moest nu zijn
+Barine te bewaren voor het gevaar dat haar dreigde; vervolgens
+<ins class="corr" id="corr23" title="Bron: moet">moest</ins> hij Iras, de dochter van Krates, die langen tijd naast
+zijn vader had gewoond, met wie hij als knaap had gespeeld en die tot nu
+toe in al zijn lotgevallen had gedeeld, bevrijden van den angst die haar
+drukte.</p>
+
+<p>Zijn uitspraak verraste haar. Zij zag hoe de man, die haar meer waard
+was dan ieder ander, haar doorzag, en een vrouw die bemint, verheugt
+zich altijd als zij de meerderheid van den geliefde gevoelt. Daarbij was
+zij van kind af&mdash;en zij was maar twee jaar jonger dan Dion&mdash;opgegroeid
+in kringen waar men niets hooger stelde dan de oefening van den geest,
+ten einde dien helder en scherp te maken. Haar zwarte oogen, die eerst
+uitvorschend en wantrouwend gefonkeld en daarna van hartstochtelijke
+droefheid gegloeid hadden, namen nu een nieuwe uitdrukking aan. Smeekend
+zochten zij den blik van haar vriend, terwijl zij op zijn vermoeden
+hernam: »Ja Dion, de kleindochter van den philosoof mag hier niet
+blijven. Of ziet gij een ander middel om den knaap voor onberekenbaar
+onheil te bewaren? Gij kent mij lang genoeg om te weten dat het mij,
+evenzeer als u, tegen de borst stuit om het goed recht van een ander te
+krenken, en dat ik, als het niet noodig is, zoo hardvochtig niet ben. Ik
+acht u zeer hoog. Niemand is zoo waarheidlievend als gij, en gisteren
+hebt gij mij nog stellig verzekerd, dat Eros met uwe bezoeken bij de
+jonge vrouw niets te maken had, dat gij enkel zoo dikwijls tot hare
+gasten behoort omdat zij uw geest zoo aangenaam opwekt. Wat ik ook
+leerde wantrouwen in de wereld, op uw woord vertrouw ik nog. En toch,
+toen ik vernam hoe gij voor Didymus in de bres gesprongen waart, en u
+zag trachten naar den dank en de gunst van zijn kleindochter.... gij
+mannen zegt immers, dat Zeus de betuigingen der minnenden niet
+hoort,&mdash;toen hief de argwaan het hoofd weder op. Nu schijnt gij mijn
+gevoelen te deelen....&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja,&rdquo; viel hij in, »evenals gij, geloof ik dat Barine onttrokken moet
+worden aan de wenschen van den knaap, die u niet onaangenamer kunnen
+zijn dan haar zelve. Daar Cæsarion op het oogenblik Alexandrië te minder
+verlaten kan, omdat de zaken zoo slecht staan, blijft er niets anders
+over dan de jonge vrouw <span class="pagenum" title="47">&nbsp;</span><a id="p_47"></a>van hier te verwijderen;&mdash;maar natuurlijk met
+alle mogelijke omzichtigheid.&rdquo;</p>
+
+<p>»O, in een gouden wagen, en met rozen bekranst, als gij dat verkiest!&rdquo;
+riep Iras levendig uit.</p>
+
+<p>»Dat zou maar opzien wekken,&rdquo; antwoordde hij glimlachend, en met een
+afwerend handgebaar. »Nu ik de drijfveeren uwer handelwijze ken, behaagt
+die mij wel is waar altijd nog niet, doch ik wil u gaarne helpen om uw
+doel te bereiken. Ook langs kronkelpaden komt men waar men wezen wil, en
+daarop loopt men minder gevaar den voet te stooten; de rechte weg is mij
+echter liever, en ik geloof dat ik dien ook reeds gevonden heb. Een
+harer vrienden noodigt de jonge vrouw uit naar zijn landgoed te komen
+dat ver van hier gelegen is.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zijt gij dat?&rdquo; vroeg Iras, terwijl haar fijne wenkbrauwen zich pijnlijk
+samentrokken.</p>
+
+<p>»Gelooft gij dan dat zij mij volgen zou?&rdquo; hernam hij op licht
+verwijtenden toon. »Neen. Gelukkig hebben wij nog vrienden die ouder
+zijn, en de voornaamste van die is toevallig uw oom, die als was is in
+de handen der koningin.&rdquo;</p>
+
+<p>»Archibius?&rdquo; riep Iras uit. »Ja, als hij haar daartoe overreden kon.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat zal hij beproeven. Hij maakt zich ook ongerust over den knaap.
+Terwijl wij hier samen spreken, noodigt hij Barine uit van zijn landgoed
+gebruik te maken. De buitenlucht daar zal haar zeker goed doen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik wensch haar toe dat zij zoo gezond moge worden als een
+herderinnetje!&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat is een goede wensch, want komt de Koningin niet zegevierend terug,
+dan worden wij Alexandrijnen nog veel prikkelbaarder. Toen gij den tuin
+van Didymus in beslag wildet nemen, waart gij al zoo ijverig aan de
+oprichting van een eerepoort bezig, dat gij daarbij vergeten hebt....&rdquo;</p>
+
+<p>»Wie twijfelde dan ook aan den gelukkigen afloop van dezen oorlog?&rdquo; riep
+Iras. »En zij zullen zeker, zeker overwinnen! De man uit Rhodus zeide,
+dat de vloot uiteengedreven was. Dat zou dan gebeurd zijn aan de kust
+van Akarnië. Dat klonk zeer stellig, maar intusschen had hij het zelf
+ook slechts van een tweede of derde gehoord. En wat beteekent een
+gerucht! Hoe dikwijls blijkt later dat het verkeerd was. Bovendien, al
+werd de zeeslag ook verloren, dan zouden wij altijd nog onze geduchte
+landmacht hebben. Zij beteekent veel meer dan die van Octavianus.
+En welke veldheer is opgewassen tegen Antonius? Hoe dapper zal hij
+strijden, als het de allergewichtigste dingen geldt: roem, eer,
+heerschappij, haat en liefde. Waarom zouden wij zoo beangst zijn? Na
+Dyrrhachium hield ieder de zaak van Cæsar voor <span class="pagenum" title="48">&nbsp;</span><a id="p_48"></a>verloren, en hoe spoedig
+daarop werd hij te Pharsalus de beheerscher der wereld! Is het niet
+beneden een verstandig mensch om door schipperspraatjes den moed te
+verliezen?&mdash;En toch&mdash;toch! Reeds toen ik ziek werd, begon het. En dan
+die zwaluwen aan het admiraalsschip! Daar sprak ik u vroeger al van.
+Mardion en uw oom Zeno hebben het met eigen oogen gezien, hoe vreemde
+zwaluwen de andere uit haar nest bij het roer verjoegen en de jongen met
+hare snavels dood pikten. Dat was een slecht voorteeken! Ik kan het maar
+niet vergeten. En dan mijn droom, toen ik de koorts had!<ins class="corr" id="corr24" title="Bron: &rdquo;"></ins>&mdash;Maar ik heb
+hier al veel te lang vertoefd. Toch ben ik dankbaar voor dit onderhoud
+met u, Dion, want nu kan ik gerust zijn wat den knaap Cæsarion betreft.
+Zet het standbeeld neer waar gij wilt. Het volk moet weten dat wij acht
+geven op hun tegenstand, en, als hunne vrienden, rechtvaardig zijn. Help
+gij mij nu ook om alles ten beste te keeren voor de Koningin<ins class="corr" id="corr25" title="Bron: ..&nbsp;.">....</ins>
+en als het Archibius gelukt Barine voor eenigen tijd buiten de stad te
+houden, dan.... Ja, zoo ik maar iets wist wat u aangenaam kon zijn, dan
+zou ik u dat zeker verschaffen. Maar wat geeft de gevierde Dion om zijn
+verwelkende vroegere speelkameraad?&rdquo;</p>
+
+<p>»Verwelkende?&rdquo; herhaalde hij op een toon van verwijt. »Zeg liever de
+volschoone, die van haar koninklijke vriendin het geheim geleerd heeft
+van jong te blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>Met een rassche beweging stak zij hem dankbaar de witte slanke hand toe,
+die, na die van Cleopatra, de fraaiste aan het hof werd genoemd; doch
+toen hij de fijne vingertoppen eerbiedig en zacht aan zijn lippen
+bracht, trok zij snel de hand terug en riep, alsof zij plotseling berouw
+voelde: »In dezen tijd, met zulk een angst in het hart, dit onbeduidende
+gebeuzel! Het is onwaardig en beleedigend. Als Barine met Archibius
+medegaat, zal de tijd haar zeker niet lang vallen op zijne landgoederen.
+Ik geloof dat ik wel weet wie haar spoedig na zal reizen om haar
+gezelschap te houden.&mdash;Hier, Pasis! De dragers! En nu naar de
+Zonnepoort!&rdquo;</p>
+
+<p>Dion staarde den verdwijnenden draagstoel nog een oogenblik na; toen
+liet hij de hand door zijn bruine lokken gaan, liep daarop naar het
+strand, en sprong, zonder zich te bedenken, in een der booten die daar
+verhuurd werden. Hij gebood de schippers, die met hem mede wilden gaan,
+op het land te blijven, spande zelf de zeilen met een geoefende hand, en
+voer zoo de haven uit. Die krachtsinspanning kwam hem juist te stade, en
+hij ging nu meteen zelf op verkenning uit.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN4" href="#FNa4" class="label"><sup>4</sup>)</a> De godin der overreding.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN5" href="#FNa5" class="label"><sup>5</sup>)</a> Kleine liefdegoden, in het gevolg van Eros.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN6" href="#FNa6" class="label"><sup>6</sup>)</a> Vierkante steenen zuilen met den kop van Hermes er op.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN7" href="#FNa7" class="label"><sup>7</sup>)</a> Een juichkreet bij de Dionysosfeesten.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="49">&nbsp;</span><a id="p_49"></a></p>
+
+<h2><a id="VIERDE_HOOFDSTUK"></a>VIERDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Het huis dat Barine bewoonde, dicht bij de tuinen van het Paneum, was
+het eigendom harer moeder, die het van hare ouders geërfd had. Haar
+vader, de schilder Leonax, de zoon van den philosoof Didymus, was lang
+geleden gestorven. Zoodra Barine's ongelukkig huwelijk met Philostratus
+ontbonden was, had zij weder haar intrek genomen bij haar moeder, die de
+huishouding bestierde. Ook deze stamde van een geleerde familie af, en
+was opgegroeid met een broeder, die naam gemaakt had als philosoof, en
+de studiën van den jongen Octavianus had geleid. Dit was echter lang
+vóór het begin der twisten, die den erfgenaam van Cæsar en Marcus
+Antonius vaneen scheidden. Doch zelfs nadat deze laatste zijne gemalin
+Octavia, Octavianus' zuster, verstooten had, om tot Cleopatra, de
+geliefde van zijn hart, terug te keeren, en nadat het tusschen de
+mededingers om de heerschappij der wereld tot een openlijke breuk
+gekomen was, had Antonius zich vriendelijk getoond jegens Arius, en in
+geen enkel opzicht zijn innige betrekking tot Octavianus gewraakt. De
+milde Romein had den vroegeren Mentor van zijn vijand ten overvloede een
+fraai huis ten geschenke gegeven, om hem te toonen hoe gaarne hij hem in
+Alexandrië en in zijne nabijheid behield.</p>
+
+<p>De weduwe Berenice, Barine's moeder, was zeer gehecht aan haar eenigen
+broeder, die dikwijls tot de gasten harer dochter behoorde. Zij was een
+bedaarde, stille vrouw, die den tijd toen zij zich wijden kon aan de
+opvoeding harer kinderen, den vurigen Hippias, Barine en Helena, den
+gelukkigste haars levens noemde. De laatste woonde nu al sinds jaren
+bij haar grootouders, en verzorgde hen met de meeste toewijding. Zij
+was altijd gemakkelijker te leiden geweest dan haar oudere zuster en
+broeder. De hoog strevende geest van den knaap had hem dikwijls aan de
+moederlijke leiding onttrokken, en het schoone, <span class="pagenum" title="50">&nbsp;</span><a id="p_50"></a>levendige meisje had
+van jongsaf iets bijzonder betooverends gehad, zoodat een nauwlettend
+toezicht dubbel noodig was geweest.</p>
+
+<p>Eerst te Alexandrië, later te Athene en op Rhodus had Hippias zich tot
+redenaar ontwikkeld, en drie jaren geleden had zijn oom Arius hem met
+goede aanbevelingen naar Rome gezonden, om het leven daar te leeren
+kennen, en te beproeven met zijne zeldzame gave van welsprekendheid daar
+zijn weg te maken.</p>
+
+<p>Twee ongeluksjaren aan de zijde van een gewetenloos man, dien zij niet
+liefhad, hadden den kinderlijken overmoed van Barine langzaam doen
+overgaan in haar tegenwoordige kalmere opgeruimdheid. Haar moeder was
+zich bewust dat zij met de beste bedoelingen haar zestienjarige dochter
+een huwelijk had laten sluiten met Philostratus, in wien Didymus
+toenmaals een veelbelovenden jongen man dacht te zien, terwijl diens
+broeder Alexas, Antonius' gunsteling, die dezen in den oorlog had
+vergezeld, beloofd had hem voort te helpen op zijn verdere loopbaan.
+De goede vrouw had gedacht dat het bevallige schepseltje op deze wijze
+het best voor de gevaren der wufte stad beschermd zou zijn; doch de
+onwaardige echtgenoot had moeder en dochter veel leed berokkend, en niet
+veel minder deed dit zijn invloedrijke broeder, die niet moede geworden
+was zijn jonge schoonzuster met onwaardige voorstellen te vervolgen.</p>
+
+<p>Thans zag vrouw Berenice vaak haar kind met stomme verbazing aan, omdat
+zij, uit al die smart en vernedering nog die onschuldige vroolijkheid
+had weten te redden, die den schijn gaf, alsof haar leven slechts rozen
+zonder doornen opgeleverd had.</p>
+
+<p>Haar vader Leonax had tot de beroemdste der Alexandrijnsche schilders
+behoord, en van hem had zij die veerkrachtige kunstenaarsziel, die ook
+na den zwaarsten druk weder krachtig opsprong. Hem had zij ook die
+bijzondere gave van den zang te danken, die zorgvuldig aangekweekt
+was, en die haar in de koren der jonkvrouwen op de hooge feesten der
+godinnen, eene eerste plaats hadden doen verwerven. De lof van haar
+kunst was in aller mond, sedert zij op het Adonisfeest bij het wassen
+beeld van den lieveling der goden, die door het everzwijn was gedood, in
+het koninklijk paleis den »Jalemos&rdquo; gezongen had. Men rekende het als
+een voorrecht haar te hebben gehoord, te meer daar zij zich enkel in
+haar eigen huis of bij bijzondere gelegenheden »ter eere der goden&rdquo; liet
+hooren.</p>
+
+<p>Ook de Koningin had haar gehoord, en na dat Adonisfeest was Antonius
+door haar oom Arius in haar huis binnengeleid. Met al de warmte van
+zijn vurige, openhartige natuur had hij zijne bewondering voor haar
+uitgesproken, en zich een volgend maal ook doen vergezellen door zijn
+zoon Antyllus. Zeker zou <span class="pagenum" title="51">&nbsp;</span><a id="p_51"></a>hij nog wel meer gekomen zijn, indien hij
+niet, daags na het tweede bezoek, zich gedwongen had gezien de stad te
+verlaten.</p>
+
+<p>Barine's moeder had het Arius verweten dat hij den geliefde der koningin
+bij haar had gebracht, en door het herhaald bezoek van Antonius' zoon,
+nog meer door dat van Cæsarion, dien Antyllus medegebracht had, had hare
+vrees nieuw voedsel gekregen. Deze jongelieden behoorden niet tot de
+gasten die zij gaarne komen zag, en naar wier gesprek zij gaarne
+luisterde. Wel was het vleiend dat zij haar eenvoudig huis met hunne
+tegenwoordigheid vereerden, doch zij wist dat Cæsarion buiten voorkennis
+van zijn gouverneur kwam, en zag hem duidelijk aan wat hem tot haar
+dochter aantrok. De arme vrouw Berenice had bij de opvoeding van die
+beide kinderen van veel zorgen, het blijde vertrouwen van vroeger tijd
+verloren. Thans zag zij van al het nieuwe, dat het leven haar bracht,
+altijd de donkere zijde het eerst. Als een brandende kaars voor haar
+stond, zag zij eerst de schaduw van den kandelaar, en dan eerst de
+vlam. Haar geheele inwendig leven was een aaneenschakeling van angsten
+geworden, maar de goedhartige vrouw had hare kinderen te lief, om hen
+dat te laten merken. Het gaf haar alleen een kleine verlichting wanneer
+zij, als haar vrees bevestigd werd, verzekeren kon, dat zij dat van te
+voren wel geweten had.</p>
+
+<p>Op haar nog altijd lief, vriendelijk gelaat was van dat alles niets te
+lezen. Zij sprak slechts weinig, maar wat zij zeide was verstandig, en
+bewees hoe oplettend zij gewoonlijk toeluisterde. Daarom waardeerden
+Barine's gasten hare tegenwoordigheid. Zelfs de meestbeteekenende
+ontving nog wat van haar, daar hij voelde dat de stille vrouw hem
+begreep.</p>
+
+<p>Eer Barine dezen avond te huis was gekomen, was er iets gebeurd, dat
+haar moeder dubbel deed betreuren, dat haar broeder Arius eergisteren
+een ongeval overkomen was. Toen hij in het donker van Berenice kwam,
+was hij door een wild rijdenden wagen op den grond geworpen en zwaar
+gekwetst naar huis gedragen. Daar lag hij nu roerloos in een hevige
+koorts, en het maakte zijn lijden niet lichter, dat hij hoorde hoe zijne
+beide zoons den woesteling, die dit hun vader had aangedaan, met hunne
+wraak bedreigden. Om goede redenen hield hij zelf Antyllus voor den
+boosdoener, en uit een ongenoegen met Antonius' zoon kon voor hem en de
+zijnen een nieuw onheil ontstaan, want de jonge Romein scheen weinig
+van de menschlievende grootmoedigheid zijns vaders geërfd te hebben.
+Trouwens, Arius kon het zijn zoons niet kwalijk nemen, als zij de
+handelwijze van den onvoorzichtige in de scherpste bewoordingen laakten.
+Hij zelf had zijn zuster nog gewaarschuwd voor den niets ontzienden
+overmoed van den jongen man, wiens vader <span class="pagenum" title="52">&nbsp;</span><a id="p_52"></a>door zijn eigen toedoen in
+haar huis gekomen was. Hoeveel reden hij daarvoor had gehad, was nu
+reeds gebleken. Bij het ondergaan der zon waren namelijk heden eenige
+gasten, en later ook de negentienjarige Antyllus aan de poort gekomen en
+door den wachter afgewezen. Daarop had hij onstuimig verlangd Barine
+toch te zien, had den ouden portier, die hem wilde tegenhouden op zijde
+geduwd, en was zonder vergunning doorgedrongen tot de werkplaats van
+den overleden heer des huizes, waar de vrouwen gewoonlijk hare gasten
+opwachtten. Eerst toen hij deze ledig vond, was hij teruggekeerd, maar
+te voren had hij een bloemruiker, dien hij had meegebracht, vastgebonden
+aan een beeld van Eros, dat daar stond. De poortwachter en Barine's
+kamermeisje beweerden dat hij dronken was geweest. Dat hadden zij
+gezien, toen hij met zijne makkers, die op hem wachtten, strompelend
+weder weg was gegaan.</p>
+
+<p>Dit ongepaste gedrag vervulde vrouw Berenice met hevige
+verontwaardiging. Het mocht ook niet ongestraft blijven. Terwijl zij
+hare dochter verwachtte, ging zij bij zich zelve na welke slechte
+gevolgen het hebben kon, wanneer men aan Antyllus het huis verbood en
+hem bij zijn gouverneur aanklaagde, maar ook hoe hij, als dit niet
+gebeurde, tot allerlei ondragelijke handelwijzen komen kon.</p>
+
+<p>Zij was vol droeve voorgevoelens, en juist omdat zij met zooveel grond
+het ergste moest vreezen, hoopte zij in stilte dat haar dochter toch nog
+misschien iets verblijdends zou mede te deelen hebben. Reeds dikwijls
+had zij ondervonden dat de dingen, die zij zoo somber ingezien had, op
+het laatst zich toch nog ten goede keerden. Eindelijk verscheen Barine,
+en in lang had haar moeder haar niet zoo vroolijk en gelukkig gezien.</p>
+
+<p>De weduwe voelde den angst uit haar hart verdwijnen. Haar dochter
+moest iets bijzonder verblijdens overkomen zijn, want zij straalde
+van vreugde. Toch moest zij zeker reeds gehoord hebben wat hier was
+geschied, althans, daar zij zonder mantel en zorgvuldig gekapt
+binnenkwam, moest zij in het slaapvertrek zijn geweest, waar de
+spraakzame Cyprische slavin, die niet licht een nieuwstijding vóór zich
+hield, haar zeker bij het kleeden geholpen had. Het meisje had hare
+handigheid heden weder duidelijk bewezen. »Niemand kan mijn kind voor
+ouder dan negentien houden,&rdquo; dacht de trotsche moeder. »Hoe goed staan
+haar het witte gewaad en het peplos<a id="FNa8" href="#FN8" class="fnanchor"><sup>8</sup>)</a> met den blauwen rand! Hoe fraai
+slingert zich het blauw zijden lint door dat zware golvende haar! Wie
+zou gelooven dat geen brandijzer <span class="pagenum" title="53">&nbsp;</span><a id="p_53"></a>die gouden lokjes krulde, die zoo
+bevallig op het voorhoofd liggen; dat aan het rood en wit op die wangen,
+en de albasten tint dier armen geen enkele penseelstreek mededeed? Het
+is waar, zooveel schoonheid wordt licht een geschenk der Danaërs, maar
+het is toch ook een heerlijke gave der goden! Doch waarom zou zij nu den
+armband dragen, dien Antonius haar na zijn laatste bezoek gezonden
+heeft? Zeker niet voor mij alleen. Dion kan zij toch ook zoo laat niet
+meer verwachten. Misschien pakt zich op dit oogenblik reeds weder een
+nieuwe wolk boven haar hoofd samen.&rdquo;</p>
+
+<p>Dit alles ging haar door het hoofd, terwijl hare dochter opgewekt
+vertelde wat zij bij haar grootvader en voor diens huis had beleefd.
+Zij had zich ondertusschen gemakkelijk in de kussens van een rustbank
+neergevlijd, en toen zij over het onbehoorlijke gedrag van Antyllus
+sprak, noemde zij dat met een luchthartigheid die Berenice deed
+schrikken, slechts een grove onbeleefdheid, die niet weder plaats hebben
+mocht.</p>
+
+<p>»Maar wie zal zich daartegen verzetten?&rdquo; vroeg haar moeder.</p>
+
+<p>»Wie anders dan wij?&rdquo; was het antwoord. »Wij ontvangen hem niet meer.&rdquo;</p>
+
+<p>»En wanneer hij dan toch binnendringt?&rdquo;</p>
+
+<p>Barine's groote blauwe oogen schoten vonken, terwijl zij met vaste stem
+uitriep: »Dat moest hij eens beproeven!&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar over welke macht hebben wij dan te beschikken,&rdquo; zeide Berenice,
+»dat wij Antonius' zoon terug zouden kunnen houden? Ik ken die niet.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar ik wel,&rdquo; verzekerde hare dochter. »Luister, moeder; ik zal kort
+zijn, want wij verwachten een bezoek.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoo laat nog?<ins class="corr" id="corr26" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> was de bezorgde vraag.</p>
+
+<p>»Archibius wenscht ons te spreken over een gewichtige zaak.&rdquo;</p>
+
+<p>Eén oogenblik ontrimpelde zich bij deze woorden het voorhoofd van
+Berenice, maar spoedig fronste zij de wenkbrauwen weder, terwijl zij
+uitriep: »Een gewichtige zaak op zulk een ongewoon uur! Reeds lang
+vermoedde ik niets goeds. Op weg naar mijn broeder vloog een raaf voor
+mij op, en vloog linksom den tuin in.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar ik,&rdquo; zeide Barine, »zag zeven witte duiven, niet meer en niet
+minder, want zeven is het allerbeste getal, die alle met snellen
+vleugelslag rechtsom vlogen. Vooraan de schoonste. Zij droeg in haar
+snavel een korfje, en daarin lag de macht om den zoon van Antonius van
+ons af te houden. Ja, zie mij maar niet zoo verbaasd aan, lieve moeder,
+gij toonbeeld van bezorgdheid, dat gij zijt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar kind, gij hebt toch gezegd dat Archibius zoo laat zou komen om
+iets gewichtigs te bespreken,&rdquo; zeide Berenice.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="54">&nbsp;</span><a id="p_54"></a></p>
+
+<p>»Hij zal ook spoedig komen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Spreek daarom niet in raadsels, want ik ben niet vlug in het raden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat zijt gij wel,&rdquo; hield Barine vol. »Maar wij hebben inderdaad geen
+tijd te verliezen. De schoone duif was dus een goede gedachte, en wat
+er in dat korfje was, zult ge dadelijk hooren. Zie eens moeder, wie
+er ook anders over denke moge, en of ook iemand ons beklaagt: zoo kan
+het hier niet voortgaan! Met iederen dag dat ik ouder word, voel ik het
+duidelijker, en het zal nog jaren duren eer dit gevoel geheel verdwijnt.
+Ik ben te jong om ieder, die aan mij voorgesteld wordt als gast welkom
+te heeten. Het is waar, onze ontvangzaal was eenmaal de werkplaats van
+mijn eigen vader, en de meesteres van dit huis zijt gij, mijn waardige,
+vlekkelooze moeder, maar door uw nederigen aard, houdt gij, die in
+alles beter zijt dan ik, u zoo bescheiden op den achtergrond, dat zij
+u slechts opmerken als gij er niet zijt. Zoo is het gekomen dat de
+menschen die ons bezoeken, altijd zeggen: »ik ga naar Barine,&rdquo; en het
+getal van hen die zoo spreken wordt mij al te groot. Ik kan niet meer
+uitkiezen&mdash;en deze gedachte....&rdquo;</p>
+
+<p>»Kind, kind!&rdquo; riep haar moeder hoogst verheugd. »Welken god hebt gij
+heden op uw weg ontmoet?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat weet gij wel,&rdquo; was het antwoord. »Er waren zeven duiven, en toen
+ik uit den snavel van de voorste het korfje nam, vertelde zij mij een
+geschiedenis. Wilt gij die hooren?&rdquo;</p>
+
+<p>»Zeker, zeker! Maar spoedig, anders komt men ons storen.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr27" title="Bron: Barini">Barine</ins> lag achterover in de kussens, sloeg de oogleden neer en begon:
+»Daar was eens een vrouw, die een tuin bezat in het aanzienlijkste
+gedeelte der stad, hier in de buurt van het Padeum, zoo gij wilt. In den
+herfst, als de vruchten aan hare boomen rijp waren, liet zij de deur
+open, al deden alle buren ook het tegenovergestelde. Maar om nu toch
+de ongewenschte liefhebbers van hare goede vijgen en dadels af te
+houden, hechtte zij aan de deur een bordje met het opschrift: »Men mag
+ongestraft binnentreden en genieten van het gezicht van den tuin: doch
+wie een bloem plukt, het gras vertreedt of een vrucht neemt, wordt door
+de honden verscheurd.&rdquo; Nu bezat de vrouw slechts een schoothondje, dat
+haar echter niet altijd gehoorzaamde. Maar het opschrift deed goede
+diensten, want in het eerst kwamen enkel de buren uit de voorname wijk.
+Zij lazen de bedreiging, en zouden ook wel zonder die het eigendom der
+vrouw, die hen zoo vriendelijk liet binnengaan, ontzien hebben. Zoo ging
+het een tijdlang voort, totdat er eens een bedelaar kwam en toen een
+Phoenicische matroos en een diefachtige Aegyptenaar uit de Rhakotis, die
+geen van allen konden lezen. Daarom was <span class="pagenum" title="55">&nbsp;</span><a id="p_55"></a>voor hen het opschrift als niet
+geschreven, en daar zij buitendien niet zeer goed het mijn en dijn
+onderscheiden konden, vertrad de een het grasperk, de ander stal een
+bloem of vrucht van de takken. Steeds kwamen er meer van dat gepeupel,
+en gij kunt wel begrijpen hoe het verder ging. Niemand strafte hen voor
+hun euveldaad, want het keffen van het schoothondje verschrikte hen
+niet, en dat gaf ook aan de anderen, die wel lezen konden, moed, om zich
+niet meer aan de waarschuwing te storen. Nu verloor de fraaie tuin zeer
+spoedig zijn bekoorlijkheid en ook zijn vruchten. Toen eindelijk de
+regen het schrift van het tafeltje uitwischte en baldadige knapen het
+bekrasten, kwam het er verder niet op aan. Wie nu nog in den tuin kwam,
+vond er dan ook niets meer dat hem aantrok. Daarom sloot de eigenares
+voortaan de deur, evenals de buren hadden gedaan, en het volgend jaar
+verheugde zij zich opnieuw in het groene gras en de bonte bloemen. Nu
+genoot zij zelve van de vruchten, en het schoothondje hinderde haar niet
+meer met zijn gekef.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat wil zeggen,&rdquo; zeide de moeder, »als alle menschen van goede zeden en
+zoo beschaafd waren als Gorgias, Lysias en eenige anderen, dan zouden
+wij kunnen voortgaan met ons huis open te stellen. Maar nu er ook ruwe
+lieden zijn, zooals Antyllus....&rdquo;</p>
+
+<p>»Goed begrepen!&rdquo; riep de dochter uit. »Wij zijn immers vrij om de
+enkelen, die ons schrift lezen kunnen, uit te noodigen? Morgen reeds
+zullen wij aan onze bezoekers mededeelen, dat wij hen niet meer kunnen
+ontvangen zooals vroeger.&rdquo;</p>
+
+<p>»En,&rdquo; voegde haar moeder er bij, »Antyllus' gedrag doet daartoe een
+voortreffelijk voorwendsel aan de hand. Ieder weldenkende moet dat
+begrijpen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja zeker,&rdquo; zeide Barine, »en als gij, die de verstandigste van alle
+vrouwen zijt, daarbij het uwe doet....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dan zullen wij het in ons eigen tehuis eerst recht goed hebben. Geloof
+mij kind&mdash;als gij maar niet....&rdquo;</p>
+
+<p>»Geen »als!&rdquo; Ditmaal niet!&rdquo; riep de jonge vrouw uit, en hief smeekend
+hare handen op. »Ik denk zoo gaarne aan ons nieuwe leven, en als het,
+zooals ik hoop en wensch, eenmaal komt&mdash;gelooft gij ook niet, moeder,
+dat de goden mij dan een vergoeding schuldig zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>»Waarvoor dat?&rdquo; klonk plotseling de zware stem van Archibius, die
+onaangemeld binnengekomen was, en nu eerst door de beide vrouwen werd
+opgemerkt.</p>
+
+<p>Barine stond snel op, reikte haar ouden vriend beide handen toe, en riep
+uit: »Nu zij mij u toezenden, begint de afrekening al!&rdquo;</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN8" href="#FNa8" class="label"><sup>8</sup>)</a> Wijd opperkleed zonder mouwen.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="56">&nbsp;</span><a id="p_56"></a></p>
+
+<h2><a id="VIJFDE_HOOFDSTUK"></a>VIJFDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Voor een kunstenaar, en vooral voor een schilder, is het gemakkelijk
+zijn huis fraai en aantrekkelijk te maken. Hij wil het gaarne behagelijk
+zien en alleen het schoone behaagt hem. Alles wat de harmonie zou
+verstoren beleedigt zijn oog, en om de edelste versieringen aan te
+brengen, behoeft hij geen vreemde over zijn drempel te laten komen. De
+Muze alleen komt hem ongeroepen hare onovertrefbare hulp aanbieden. Zij
+was het ook die Leonax, Barine's vader, geholpen had om zijn huis tot
+een bekoorlijk verblijf te maken. In zijn werkplaats had hij op de muren
+tooneelen geschilderd uit het leven van Alexander den Grooten, den
+stichter zijner vaderstad, en op de kroonlijst een krans van dansende
+liefdegoden.</p>
+
+<p>In dit vertrek placht Barine hare gasten te ontvangen, en de roem van
+deze schilderijen had mede Antonius tot een bezoek uitgelokt, en hem ook
+zijn zoon doen meebrengen, in wien hij althans een vluchtig welgevallen
+in de kunst wilde opwekken. Barine's schoonheid en zangkunst wist hij
+natuurlijk ook naar waarde te schatten; doch de vurige hartstocht dien
+hij op rijpen leeftijd voor Cleopatra had opgevat, bleef voor deze
+alleen bewaard. De man, die door zijn licht ontvlambaar hart vroeger van
+de eene liefde op de andere overgegaan was, was nu door de Koningin met
+onverbreekbare ketenen geboeid, en bij haar vergeleken was Barine enkel
+een kunstwerk, dat leven en een liefelijke stem had gekregen. Toch had
+hij haar te danken voor eenige aangename uren, en in zulk een geval
+wilde hij altijd geschenken geven. Het streelde hem als men hem voor den
+grootmoedigsten verkwister van de wereld hield. Thans had hij daartoe
+een gladden armband uitgekozen van een kostbaren steen voorzien, waarin
+Apollo met de lier gesneden was, omgeven door de luisterende Muzen. Het
+geschenk scheen eenvoudig, maar het was in werkelijkheid een stuk van
+onberekenbare waarde, want <span class="pagenum" title="57">&nbsp;</span><a id="p_57"></a>de kunstenaar die het bewerkt had, was de
+grootste steensnijder van Alexandrië ten tijde van Philadelphus geweest,
+en ieder der kleine figuren in den slechts drie vingers breeden onyx was
+een zorgvuldig uitgewerkt meesterstuk van groote schoonheid. Antonius
+had dezen band gekozen, omdat hij dien geschikt vond voor eene vrouw,
+wier gezang hem had bekoord. Hij had er niet aan gedacht naar den prijs
+te vragen. <ins class="corr" id="corr28" title="Bron: Dion">Dien</ins> had ook slechts een kenner kunnen raden; en
+daar de band niet al te zeer in het oog viel en zeer goed stond aan haar
+welgevormden bovenarm, droeg Barine hem gaarne.</p>
+
+<p>Zoo niet de oorlog Antonius tot vertrekken had genoopt, dan zou zijn
+tweede bezoek zeker niet het laatste zijn geweest, want behalve het
+gezang dat hem had verrukt, was het gesprek levendig en belangwekkend
+geweest, en bij de kunstwerken van Leonax had hij daar ook nog vele
+andere gevonden, die de schilder bij vaardige vakgenooten ingeruild had.
+Ook aan beeldhouwwerken ontbrak het in dat groote vertrek niet.</p>
+
+<p>Men zag er onder anderen het beeld van een krachtig man die uit een zak
+van bokkenleder over zijn schouder hangende, water in een schelp goot,
+hetgeen een aangenaam geluid veroorzaakte. De meester, die dezen
+bukkenden Nubiër gebeeldhouwd had, was dezelfde aan wien men het
+veelbesproken standbeeld van het koninklijke paar te danken had. Ook de
+Eros uit kleiaarde, die zijn boog richtte op een slachtoffer dat hij
+alleen zien kon, was zijn werk. Bij zijn tweede bezoek had Antonius den
+meegebrachten krans schertsend voor dien »machtigsten der overwinnaars&rdquo;
+nedergelegd, terwijl zijn zoon Antyllus eerst een ruiker gestoken had
+in de opening gevormd door den gebogen rechterarm die den boog spande.
+Hij had daarbij de klei een weinig beschadigd. Thans lagen de bloemen
+onopgemerkt op het kleine altaar op den achtergrond van het zwak
+verlichte vertrek, want de vrouwen hadden het met haar gast verlaten.
+Zij bevonden zich nu in de kleine lievelingskamer van Barine, die
+behangen was met eenige schilderijen van haar overleden vader. Over
+Antyllus' ruiker en het beschadigen van het Erosbeeld was reeds veel
+door hen gesproken, en daardoor was de taak van Archibius veel
+verlicht<ins class="corr" id="corr29" title="Bron: ,">.</ins></p>
+
+<p>De late bezoeker was door vrouw Berenice ontvangen met een klacht over
+het ongepaste gedrag en de onvoorzichtigheid van den jongen Romein, en
+Barine had hierbij de verklaring gevoegd, dat zij nu aan Zeus Xenios,
+den beschermer van het gastrecht, naar haar inzien reeds genoeg geofferd
+hadden. Zij was van plan, zeide zij, in het vervolg haar leven te wijden
+aan de bescheiden huisgoden en aan Apollo, die haar de geringe, maar
+kostbare gave des lieds geschonken had. Dit had Archibius uitermate
+<span class="pagenum" title="58">&nbsp;</span><a id="p_58"></a>verrast, en zij moest hem eerst nog eens uitleggen hoe zij dat
+bedoelde, eer hij er op antwoordde. Spoedig werd het hem dan ook
+duidelijk, dat zij zich haar leven in de toekomst zonder al die gasten,
+met haar moeder alleen voorstelde.</p>
+
+<p>De levendige phantasie der jonge vrouw verplaatste haar nu reeds in dat
+nieuwe, stille leven. Hoe aanschouwelijk zij dat echter maakte, toch
+scheen haar bezadigde toehoorder er nog niet geheel in te gelooven.
+Somtijds vloog er een fijne glimlach over het krachtig, een weinig
+zwaarmoedig gelaat. Zelf was hij een man die niet meer meedeed aan den
+wedstrijd des levens, en nu liever rustig toezag hoe anderen daarbij
+den prijs behaalden of bezweken. Wellicht deden de wonden, die hem
+vroeger waren toegebracht, nu nog pijn, maar al zijn doorworsteld leed
+verhinderde hem niet een oplettend toeschouwer te zijn. Men zag het aan
+den blik van zijn helder oog dat hij alles, wat zijne belangstelling
+wekte, ook mee doorleefde. Wie zóó de kunst van luisteren verstond en
+daarbij, zooals uit zijn edel voorhoofd bleek, zich zoo in het denken
+had geoefend, die moest wel een goede raadsman zijn, en als zoodanig
+deed de Koningin, meer dan op iemand anders, vaak een beroep op hem. Ook
+heden legde hij zijn kalme bedachtzaamheid aan den dag, want hoewel hij
+gekomen was om Barine tot een verblijf op het land te overreden, sprak
+hij daar niet eerder van dan toen zij haar eigen belangen als het ware
+had uitgeput, en hem zelven had gevraagd naar de gewichtige
+beweegredenen van zijn bezoek.</p>
+
+<p>In hoofdzaak was zijn verzoek al aangenomen, nog voor dat hij dit had
+geuit. Daarom kon hij nu de vraag doen of moeder en dochter niet zouden
+denken dat de overgang tot het nieuwe leven beter zou gaan, indien zij
+voor een tijdlang de stad verlieten. Het zou zulk een opzien wekken als
+de gewone bezoekers morgen het huis gesloten vonden en, daar zij niet
+voor de ware reden uit wilden komen, kon licht de een of ander zich
+beleedigd gevoelen. Als zij daarentegen besloten om voor eenige weken
+uit de stad te gaan, dan zou wel is waar menigeen dat betreuren, maar
+wat allen tegelijk trof kon geen enkele zich persoonlijk aantrekken.</p>
+
+<p>Vrouw Berenice gaf dit alles gereedelijk toe, maar Barine bewaarde eerst
+het stilzwijgen. Archibius verzocht haar daarom zich ook uit te spreken,
+en op hare vraag waarheen zij dan moesten gaan, sloeg hij haar voor op
+zijn eigen landgoed te komen. Zijn scherpe, grijze oogen hadden reeds
+lang gezien dat er iets was dat haar aan de stad boeide, en hij begreep
+dat bij een vrouw als Barine haar hart daarbij in het spel moest zijn.
+Dat had hij goed gezien, want zoodra hij het vermoeden uitsprak dat ook
+daarbuiten haar liefste vrienden haar zeker wel bezoeken <span class="pagenum" title="59">&nbsp;</span><a id="p_59"></a>zouden, hief
+zij het hoofd op, en zeide met een helderen gloed in haar blauwe oogen
+met opgewektheid tot haar moeder: »Ja, wij moeten gaan!&rdquo;</p>
+
+<p>De levendige verbeeldingskracht der kunstenaarsdochter tooverde haar ook
+nu weder de toekomst duidelijk voor oogen. Wel is waar wist zij alleen
+wien zij bedoelde, als zij van bezoekers sprak, die zij buiten op het
+landgoed Irenia verwachtte. Deze naam die »Oord des Vredes&rdquo; beteekent,
+beviel haar goed.</p>
+
+<p>Archibius hoorde haar glimlachend aan, maar toen zij in haar
+voorstelling ook hem er bijhaalde en hem liet meedoen aan het rijden met
+de kleine Sardinische paarden en de vogeljacht, was hij wel genoodzaakt
+haar te zeggen, dat hij er waarschijnlijk niet lang tegelijk met haar
+vertoeven zou. Hoe gaarne hij dat zou doen, het zou moeten afhangen van
+eene andere vrouw. Hij was met een verlicht hart hier gekomen omdat hij
+juist gehoord had van een groote overwinning der Koningin. Maar indien
+het hem vergund was nog wat te blijven, dan zou hij hier nog eerst de
+bevestiging van dat bericht afwachten.</p>
+
+<p>Het was hem aan te zien hoe hem dat in spanning hield en dat zijn hart
+niet vrij van vrees was. Vrouw Berenice deelde die, en haar vriendelijk
+gezicht, dat eerst bij het verstandig besluit harer dochter, van
+blijdschap had gestraald, kreeg nu een uitdrukking van angst, toen
+Archibius zeide: »Wat het doel van mijn komst hier betreft, gij hebt mij
+dat gemakkelijk gemaakt. Als ik het niet oneerlijk vond, dan zou ik nu
+wel kunnen verzwijgen dat ik met een voorstel kwam om u de stad te doen
+verlaten. Van Antonius' zoon en zijn jeugdigen overmoed ducht ik geen
+gevaar. Maar voor Cæsarion moet gij voortaan niet te genaken zijn, mijn
+kind.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als gij mij om die reden naar de maan kondt brengen, dat zou mij nog
+het allerliefste zijn,&rdquo; antwoordde Barine vroolijk. »Daarom juist wilde
+ik zelve ook van levenswijs veranderen, want ik kan nu eenmaal niet mijn
+huis sluiten voor dien knaap. Eigenlijk behoort hij nog in de school
+thuis, maar hij gebruikt zijn rang als sleutel om alle deuren te openen.
+En dan dien zwaarmoedigen droomer met de smeekende oogen ook nog
+»Koning&rdquo; te moeten noemen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Doch welke machtige neiging,&rdquo; zeide Archibius, »zou er niet kunnen
+sluimeren in de borst van den zoon eener Cleopatra en van een Julius
+Cæsar? Ik weet wel kind, dat gij geen schuld daaraan hebt, maar de
+hartstocht is nu eenmaal bij hem ontwaakt. Wat daar ook van komen
+moge&mdash;het hart uwer moeder maakt zich daarover bezorgd. Laat ons daarom
+uw vertrek verhaasten en streng geheim houden waarheen gij gaat. Tot nu
+toe heeft hij niets wezenlijks beproefd, maar men kan van <span class="pagenum" title="60">&nbsp;</span><a id="p_60"></a>het kind van
+zulke ouders ieder oogenblik alles verwachten.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij maakt mij bang,&rdquo; riep Barine uit. »Van de kirrende duif die ons
+huis binnenvloog, maakt gij een vreeselijken grijpvogel.&rdquo;</p>
+
+<p>»Daar moogt gij hem gerust voor houden,&rdquo; was het ernstig antwoord.
+»Gij zult mij een welkome gast zijn Barine, want reeds toen gij nog
+een kind waart, hield ik van u, en gij zijt de dochter van mijn besten
+vriend. Toch was het niet alleen om u een dienst te bewijzen, dat ik u
+uitnoodigde naar Irenia te komen; het is veeleer om smart, of ook maar
+verdriet, te besparen aan haar, aan wie ik alles verschuldigd ben.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu begrepen de beide vrouwen eerst goed, dat, hoe lief zij Archibius ook
+waren, zij en <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: misschen">misschien</ins> alle andere menschen, toch moesten achterstaan
+bij de Koningin. Barine had ook niets anders van hem verwacht. Zij
+wist dat hij, de zoon van een philosoof, door Cleopatra tot een rijk
+grondbezitter en aanzienlijk man gemaakt was, doch zij voelde ook, dat
+zijn vaderlijke zorg voor de Koningin, nog een andere oorzaak had.
+Cleopatra van hare zijde schatte hem hoog. Ware hij eerzuchtig geweest,
+dan had hij reeds aan het roer van den Staat gestaan, maar de gansche
+stad wist, dat hij deze eer reeds meer dan eens geweigerd had, omdat hij
+dacht als eenvoudig, geheim raadsman, zijne gebiedster des te beter van
+dienst te kunnen zijn.</p>
+
+<p>Barine's moeder had haar verhaald hoe Archibius en Cleopatra van jongs
+af aan met elkander in betrekking hadden gestaan. Meer wist zij daar
+evenwel niet van. Wel gingen daarvan allerlei geruchten rond, die
+gaandeweg opgesierd en met verdichte vertellingen doorweven waren.</p>
+
+<p>Barine had vooral altijd gaarne geloofd dat de philosoof reeds in zijn
+prille jeugd met innige liefde aan de vorstin verbonden was geweest, en
+nu werd zij daarin nog versterkt.</p>
+
+<p>Toen Archibius ophield te spreken, verzekerde de jonge vrouw dat zij hem
+begreep. Zij wees op het portret der negentienjarige koningin, door haar
+vader geschilderd, waarop de albasten lamp aan de zoldering een helder
+licht deed vallen, en vroeg hem op den man af: »Was zij in dien tijd
+niet verwonderlijk schoon?&rdquo;</p>
+
+<p>»Zooals uw vaders kunst haar daar voorstelt,&rdquo; was het antwoord. »Leonax
+heeft in datzelfde jaar de beeltenis van Octavia geschilderd, en
+misschien was in zijne oogen de Romeinsche vrouw nog schooner.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarbij wees hij haar op het portret van Octavianus' zuster, dat haar
+vader geschilderd had, toen zij nog de vrouw van haar eersten
+echtgenoot, Marcellus, was.</p>
+
+<p>»Daarin vergist gij u,&rdquo; zeide Berenice. »Ik herinner mij zeer goed hoe
+Leonax destijds terugkwam. Welke vrouw zou niet <span class="pagenum" title="61">&nbsp;</span><a id="p_61"></a>jaloersch geworden zijn
+bij zijn geestdrift voor de Romeinsche Hera. Ik had toen het portret nog
+niet gezien, en op mijn vraag of hij Octavia nog schooner vond dan de
+koningin, barstte hij los op de driftige manier die gij van hem gekend
+hebt, met een: »Octavia is de eerste onder degenen die schoon of minder
+schoon genoemd worden; maar de andere, Cleopatra, staat geheel alleen,
+en niemand is met haar te vergelijken.&rdquo;<ins class="corr" id="corr31" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Archibius knikte toestemmend met het hoofd, en zeide beslist: »Als kind,
+zooals ik haar het eerst heb gezien, zou zij zelfs onder liefdegoden de
+schoonste zijn geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>»En hoe oud was zij toen?&rdquo; vroeg Barine vol belangstelling. »Acht
+jaren,&rdquo; antwoordde hij. »Hoe ver ligt dat alles al achter ons, en toch
+heb ik geen uur daarvan vergeten.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu verzocht Barine hem dringend nog meer te vertellen van dien tijd.
+Archibius zag een oogenblik nadenkend naar den grond, richtte toen zijn
+hoofd op, en sprak: »Misschien is het goed voor u beiden, nog wat meer
+te weten van de <ins class="corr" id="corr32" title="Bron: vronw">vrouw</ins>, die thans een offer van u vraagt. Arius is
+uw broeder en oom. Hij is nauw verbonden aan Octavianus, daar deze eens
+zijn leerling was. Hij vereert Octavia, de zuster van den Romein, als
+een godin, dat weet ik. Op dit oogenblik kampt Marcus Antonius met
+Octavianus om de wereldheerschappij; Octavia is reeds bezweken in den
+strijd tegen de vrouw van wie gij wenscht te hooren. Het komt mij niet
+toe hier een beslissende uitspraak te doen, doch wel mag ik raden en
+waarschuwen. De matrone's te Rome branden wierook voor Octavia, en
+als Cleopatra's naam uitgesproken wordt, bedekken zij haar gelaat van
+verontwaardiging. Dat doen velen in Alexandrië haar na. Wie zich zelve
+aan de zijde van het vlekkeloos reine schaart, hoopt in stilte dat iets
+van de heiligheid die daarvan uitgaat, ook haar deel worde. Octavia
+wordt nu eenmaal de wettige gemalin genoemd, en Cleopatra de listige
+vrouw die haar zijn hart ontstal.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoo noem <i>ik</i> haar niet!&rdquo; riep Barine met levendigheid uit. »Hoe
+dikwijls zeide ik het niet tot mijn oom: Antonius en Cleopatra gevoelden
+reeds lang voor elkaar de allervurigste liefde. Nooit hadden Eros'
+pijlen twee harten dieper getroffen. In dien tijd gold het den Staat
+te bewaren voor burgeroorlog en bloed vergieten. Antonius liet zich
+overreden met zijn mededinger een verbond te sluiten, en als het ware
+tot een onderpand voor den ernst der verzoening sloot hij een echt met
+de zuster van zijn voormaligen vijand, Octavia, die eerst sinds kort
+haar gemaal Marcellus verloren had. Doch zijn hart bleef het eigendom
+der Aegyptische Koningin. En ofschoon Antonius ontrouw werd aan de gade
+die dat om staatkundige redenen geworden was, zooveel te vaster bleef
+hij verbonden aan die <span class="pagenum" title="62">&nbsp;</span><a id="p_62"></a>andere, die oudere rechten op hem had. Zoo
+Cleopatra den man niet verlaten heeft, met wien zij geloften van eeuwige
+trouw had gewisseld, zoo is zij duizendmaal in haar recht. Wat mijn
+moeder ook beweren moge, in mijne oogen is en blijft Cleopatra, ook voor
+de goden, Antonius' ware gemalin, en de andere, al werd er bij de
+bruiloft geen enkel gebruik, geen woord, geen pennestreek, geen gebaar
+verzuimd, een indringster. De goden verheugen zich in dit verbond der
+liefde, hoezeer de menschen, en&mdash;vergeef mij, moeder&mdash;de deugdzame
+huisvrouwen zich daaraan mogen ergeren.&rdquo;</p>
+
+<p>Vrouw Berenice had haar dochter met spanning aangehoord, doch nu viel
+zij levendig in: »Ja, ik weet wel, dat dit de denkbeelden zijn van den
+nieuwen tijd; dat Antonius in de oogen der Aegyptenaren, en misschien
+ook volgens hunne zeden, de eigenlijke gemaal der Koningin is, en
+daarbij weet ik ook dat ik u beiden tegen mij heb. Maar Cleopatra is nu
+eenmaal in haar hart een Grieksche vrouw en daarom.... beklaag ik haar
+van ganscher hart. De echt is niettemin heilig, en ik wil op Octavia
+geen enkele smet laten werpen. Hoe trouw verzorgt en hoedt zij de
+kinderen van haar trouweloozen echtgenoot, die zijn eerste vrouw hem
+schonk, en die zij even goed aan vreemden overlaten kon. En het is meer
+dan gewoon menschelijk zooals zij voor haar gemaal, die haar vijand
+werd, de struikelblokken uit den weg ruimt. Met dat al kan geen vrouw in
+Alexandrië vuriger dan ik bidden dat Cleopatra en haar vriend mogen
+zegepralen over Octavianus. Diens koelheid staat mij altijd tegen. Maar
+als ik Octavia dáár in het <ins class="corr" id="corr33" title="Bron: wonderschooone">wonderschoone</ins>, zedige, edele gelaat
+zie, de spiegel van vrouwelijke reinheid....&rdquo;</p>
+
+<p>»Welnu, vermeid u dan daarin,&rdquo; viel Archibius haar in de rede, en legde
+daarbij zijn rechterhand op haar arm, »alleen zou het raadzaam zijn dat
+gij tegenwoordig aan deze beeltenis een andere plaats gaaft, en dat gij
+niet met andere menschen over Octavia en haar broeder spraakt. Als wij
+overwinnen dan zal het niet schaden, maar indien het anders mocht
+zijn..... de bode laat lang op zich wachten.&rdquo;</p>
+
+<p>Barine verzocht hem daarom met zijn verhaal voort te gaan. Zij zelve had
+slechts ééns, en wel nadat zij gezongen had op het Adonisfeest, het
+geluk gehad, door de Koningin te worden opgemerkt. Bij die gelegenheid
+was Cleopatra naar haar toe gekomen om haar te bedanken. Met enkele
+vriendelijke woorden slechts, doch met een stem die regelrecht tot haar
+hart was doorgedrongen, had zij haar toen als met onzichtbare banden tot
+zich getrokken. Daarbij had echter haar blik dien der vorstin ontmoet,
+en dit had voor het eerst bij haar den wensch doen opkomen, om haar
+lippen te drukken, al was het <span class="pagenum" title="63">&nbsp;</span><a id="p_63"></a>maar op den zoom van haar kleed.
+Tegelijkertijd had in haar verbeelding een gevaarlijke slang uit een
+der liefelijkste bloemen de giftige tong naar haar uitgestoken....</p>
+
+<p>Archibius maakte nu de opmerking dat hij zich wel herinnerde, hoe
+Antonius evenzeer haar bij die gelegenheid had aangesproken, en dat de
+koningin ook niet van vrouwelijke zwakheid vrij te pleiten was.</p>
+
+<p>»Jaloerschheid?&rdquo; vroeg Barine verwonderd. »Ik was niet verwaand genoeg
+om zoo iets te vermoeden. Wel vreesde ik in stilte dat Alexas, de
+broeder van Philostratus, haar tegen mij ingenomen had. Hij is mij even
+vijandig gezind als mijn vroegere gemaal omdat.... Maar alles wat dat
+broederpaar betreft is zoo laag, en verachtelijk, dat ik dit gezellig
+uur niet door zulke herinneringen wil laten bederven.&mdash;Toch was mijn
+vrees dat Alexas mij bij de Koningin verdacht gemaakt zou hebben, niet
+geheel zonder grond. Hij is immers even slim als zijn broeder, en door
+Antonius, wiens gunst hij wist te verwerven, komt hij steeds in de
+nabijheid der Koningin. Ook is hij mede ten strijde getrokken.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat heb ik eerst gehoord toen het te laat was, en ik ben tegenover
+Antonius volkomen machteloos,&rdquo; verzekerde Archibius.</p>
+
+<p>»Maar sprak het daardoor niet vanzelf,&rdquo; vroeg Barine, »dat ik vreesde
+dat men mij bij de Koningin had zwart gemaakt? In ieder geval meende ik
+iets vijandigs in haar blik te lezen, en daarom voelde ik mij evenzeer
+door haar afgestooten, als zij mij eerst aantrok.&rdquo;</p>
+
+<p>»En als er niet zoo iets tusschen beide gekomen was,&rdquo; verzekerde haar
+vriend, »dan zoudt gij haar nooit hebben kunnen loslaten. Ik zeide u
+reeds, toen ik haar zelf voor de eerste maal zag, was ik nog een knaap,
+en zij een achtjarig kind.&rdquo;</p>
+
+<p>Barine zag Archibius dankbaar aan, bracht toen aan haar moeder het
+spinnewiel, goot water bij den wijn in het mengvat, en dook daarna weder
+diep in de kussens weg. Doch weldra nam zij een andere houding aan:
+zij leunde met den arm op haar knie, legde haar kin op de hand, en zóó
+luisterde zij aandachtig toe. Haar moeder spon daarbij haar vlas, eerst
+langzaam, toen steeds sneller.</p>
+
+<p>»Gij kent mijn landhuis te Kanopus,&rdquo; begon de verhaler. »Oorspronkelijk
+was het een klein zomerverblijf van het Koninklijk gezin. Sedert wij er
+onzen intrek namen, is er maar weinig veranderd. De tuin is ook nog
+geheel zoo als toen, vol zware, oude boomen. De lijfarts Olympius had
+dit verblijf uitgezocht opdat mijn vader daar de hem toevertrouwde taak
+der opvoeding naar eisch volbrengen zou. Daarvan zult gij spoedig meer
+hooren. Het was destijds onrustig in Alexandrië; want Rome had den
+<span class="pagenum" title="64">&nbsp;</span><a id="p_64"></a>Koning nog niet erkend, en scheen als een hoogere macht over het
+lot der stad te beschikken. Toch werd het testament, waarbij de
+nietswaardige Alexander Aegypte als een akker of een slaaf aan Rome
+als eigendom vermaakt had, door die stad niet als geldig beschouwd.</p>
+
+<p>»De Koning van Aegypte, die zichzelven den nieuwen Dionysos noemde, was
+een zwakke man, die zelfs door zijne geboorte niet het volle recht op de
+regeering had. Gij weet dat hij bij het volk »de fluitspeler&rdquo; heette.
+Hij kende dan ook werkelijk geen grooter genot dan muziek te hooren, en
+zelf bespeelde hij meer dan één instrument, en dat in het geheel niet
+slecht. Daarbij deed hij als wijndrinker ook zijn anderen naam eer aan.
+Wie op het feest van Dionysos, voor wiens mensch-geworden evenbeeld hij
+zich zelven hield, nuchter bleef, moest met het leven daarvoor boeten.</p>
+
+<p>»Zijn gemalin, Koningin Tryphaena, en hare oudste dochter die heette
+zoo als gij, vrouw Berenice, maakten hem het leven zuur. Bij die twee
+vergeleken, was de Koning een achtenswaardig, deugdzaam man. Wat was er
+geworden van het roemrijk geslacht der Ptolemaeërs? Alle hartstochten,
+alle ondeugden waren hun paleis binnengekomen!</p>
+
+<p>»De fluitspeler, Cleopatra's vader, was op verre na de slechtste niet.
+Hij gaf ijverig aan zijn liefhebberijen toe, doch niemand had hem
+geleerd dat men zijn hartstochten beteugelen moet. Als het noodig was,
+nam hij wel eens zijn toevlucht tot een <ins class="corr" id="corr34" title="Bron: geweldadigen">gewelddadigen</ins> dood, maar dat
+was bij de vroegere koningen van zijn geslacht ook al niets ongewoons
+geweest. Hierin was hij beter dan zij, dat hij nog afschuw gevoelen kon
+voor de ergste misdaden, en geloofde aan de mogelijkheid om deugd en
+zielegrootheid in jonge zielen aan te kweeken. Als knaap had hij de
+leiding van een degelijk leermeester gehad. Daarvan was hem altijd nog
+iets bijgebleven en dit deed hem besluiten om ten minste zijne meest
+geliefde kinderen, twee meisjes, zooveel hij kon aan den invloed harer
+moeder te onttrekken.</p>
+
+<p>»Zooals ik later hoorde, had hij gewenscht de meisjes geheel aan mijne
+ouders toe te vertrouwen. Maar er was één onoverkomelijk bezwaar.
+Hoewel de koningsdochters onderricht van Grieken mochten ontvangen
+in alle wetenschappen, hare godsdienstige opleiding moest altijd aan
+Aegyptenaren overgelaten worden. De waardige oude arts Olympius had
+er op aangedrongen, dat de teere Cleopatra de barre wintermaanden in
+Opper-Aegypte zou doorbrengen, waar de hemel nooit bewolkt is, maar den
+zomertijd in de nabijheid van de zee, in een lommerrijken tuin. Zulk een
+was juist bij het kleine paleis te Kanopus, en die werd dus tot dit doel
+bestemd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="65">&nbsp;</span><a id="p_65"></a></p>
+
+<p>»Toen wij met onze ouders daarheen trokken, was er eerst nog niemand,
+maar weldra zouden de koningskinderen komen. Voor den winter deed
+Olympus ons het eiland Philae aan de hand, dat op de grens van Nubië
+ligt; want daar was de beroemde tempel van Isis met de priesterschap die
+zich gaarne met de taak belasten zouden de prinsessen te onderwijzen.</p>
+
+<p>»De koningin wilde van dat alles niets weten, want de gedachte
+Alexandrië te verlaten en den winter door te brengen op een eenzaam
+eiland zoo dicht bij den keerkring, was haar onverdragelijk. Zij liet
+dus den Koning zijn gang gaan, en het was haar zeer aangenaam dat zij
+van de zorg voor de kinderen ontheven werd. Nadat haar gemaal uit
+Alexandrië verdreven was, verzette zij geen voet meer voor de beide
+meisjes. Trouwens, de dood liet haar niet lang meer tijd daartoe.</p>
+
+<p>»Haar oudste dochter Berenice, die haar opvolgde, drukte haar
+voetstappen, en bekommerde zich weinig om hare zusters. Ik heb later
+gehoord dat het haar genoegen deed te vernemen dat zij onder menschen
+waren, die andere dingen bij haar opwekten, dan het verlangen naar de
+heerschappij alleen.</p>
+
+<p>»Haar broeders werden op de Lochias opgevoed, door onzen landgenoot
+Theodotus, onder de oogen van hun voogd Pothinus.</p>
+
+<p>»Het leven in ons gezin werd natuurlijk door het bijzijn der
+koningskinderen geheel anders. Vooreerst verhuisden wij uit onze woning
+op het Museumplein, naar het kleine paleis te Kanopus, en het beviel ons
+goed in den grooten schaduwrijken tuin. Alsof het gisteren was, herinner
+ik mij den morgen,&mdash;ik was toen eerst vijftien jaar&mdash;waarop vader ons
+meedeelde dat de twee dochters des konings onze huisgenooten zouden
+worden. Wij waren toen nog met ons drieën in het ouderlijk huis:
+Charmion, die met de Koningin mede in den strijd is gegaan, omdat de
+andere kamervrouw, onze nicht Iras, ziek was, ik, en Straton, die nu
+reeds lang niet meer leeft.</p>
+
+<p>»Men prentte ons in dat wij ons behoorlijk en met eerbied jegens de
+koningsdochters gedragen moesten, en wij bemerkten spoedig dat hare
+komst werkelijk allerlei plichtplegingen noodig maakte. Het paleis dat
+leeg en verwaarloosd was, werd ook weder opnieuw opgeknapt van den
+kelder tot het dak.</p>
+
+<p>»Op den dag vóór de aankomst der meisjes, kwamen paarden, wagens en
+draagstoelen, en over de zee booten en een schip dat op staatskosten
+volledig was bemand en uitgerust. Verder een geheel gezelschap
+mannelijke en vrouwelijke slaven.</p>
+
+<p>»Ik zie nog den misnoegden blik van mijn vader en hoe hij dat alles
+nauwkeurig opnam. Hij reed dadelijk naar de stad, en bij zijn terugkeer
+zagen de heldere oogen van den waardigen man zoo vroolijk als ooit. Een
+beambte van het hof was medegekomen, <span class="pagenum" title="66">&nbsp;</span><a id="p_66"></a>en nu bleef er van al dien ballast
+van menschen en dingen alleen over wat mijn vader wenschelijk vond.</p>
+
+<p>»Den volgenden morgen,&mdash;het was aan het einde van Februari, en in gras
+en struiken bloeiden de bloemen, aan de boomen prijkte het jonge
+groen,&mdash;moesten zij komen<ins class="corr" id="corr35" title="Bron: ,">.</ins> Ik zat tegenover het huis op den dikken
+tak van een sycomore, <ins class="corr" id="corr36" title="Bron: en&nbsp;en">en</ins> zag naar hen uit. Zij lieten een geruimen
+tijd op zich wachten, en terwijl ik onzen tuin nog eens goed rondzag,
+dacht ik, dat het hen hier zeker wel bevallen zou. Men kon bij geen
+paleis in de stad een fraaieren vinden.</p>
+
+<p>»Eindelijk kwamen de draagstoelen, zonder voorloopers noch gevolg,
+zooals mijn vader had verzocht, en toen de beide meisjes tegelijk
+uitstapten, wist ik niet waarheen ik mijn blik het eerst wenden zou.
+Wat daar uit dien eersten draagstoel niet uitstapte, maar zweefde als
+een elf, dat was geen meisje als andere van dien leeftijd, dat scheen
+mij toe een wensch, een verwachting te zijn. En toen het teedere,
+wonderschoone schepsel het hoofdje omwendde en met haar groote stralende
+oogen nu mijn vader en moeder, dan mijn zusters vragend aanzag, alsof
+zij hen om hulp smeekte, toen dacht ik: zoo moet Psyche er uitgezien
+hebben, op het oogenblik toen zij om genade smeekend den troon van Zeus
+naderde.</p>
+
+<p>»Maar het was ook de moeite waard naar de andere te zien. Of dat
+Cleopatra was? Zij had zeer goed de oudste kunnen zijn, want zij was
+niets kleiner dan hare zuster, maar zoo geheel anders. Bij de eerste,
+die toch Cleopatra bleek te zijn, had alles van de golvende haren af,
+tot aan de bewegingen van lichaam en handen toe, mij toegeschenen alsof
+het vloeide. Aan de tweede was niets dat niet stevig bleek te zijn; het
+leek zelfs tegenwerkende kracht te bezitten. Met beide voeten te gelijk
+sprong zij uit den draagstoel, hield zich vast aan de deur, en wierp het
+hoofd met het zware, donkere krulhaar trotsch achterover. Het gelaat was
+wit en rood, en hare blauwe oogen waren vol uitdrukking. Maar in plaats
+van te vragen, zagen zij mijn ouders uitdagend aan, en terwijl zij
+rondkeek trok de lip van het roode kindermondje zich op, alsof alles wat
+zij zag verachtelijk en harer onwaardig was.</p>
+
+<p>»Dat verdroot mij in het zevenjarige kind, maar ik moest toch ook bij
+mijzelven bekennen, dat hoe mooi alles bij ons was gemaakt door de zorg
+van mijn vader, het toch hoogst eenvoudig was, wanneer men het vergeleek
+met het marmer, het goud en het purper van het koninklijk paleis, dat
+zij immers zooeven eerst verlaten had.</p>
+
+<p>»Zij had evenals haar zusje een fijn besneden gezicht, en zou iedereen
+zeker in het oog gevallen zijn. En toen ik haar weldra <span class="pagenum" title="67">&nbsp;</span><a id="p_67"></a>zoo gebiedend
+hoorde spreken en aan al hare wenschen zulk een krachtige uiting geven,
+toen dacht ik in mijn kinderlijke wijsheid dat Arsinoë de oudste had
+moeten zijn, omdat zij, beter dan haar zuster, geschikt was den scepter
+te voeren. Dat besprak ik ook met mijn broers en zusters, maar spoedig
+bleek het ons, wie de ware majesteit bezat. Als Arsinoë haar zin niet
+kreeg, kon zij schreien en snikken en tieren, of ook bedelen en plagen,
+terwijl Cleopatra als zij iets wenschte, dat langs een geheel anderen
+weg bereikte. Reeds toen wist zij wel welke wapenen haar de overwinning
+moesten verschaffen, en ook wanneer zij zich daarvan bediende, bleef zij
+toch altijd een koningskind.</p>
+
+<p>»Wel kon geen arbeidersdochter verder verwijderd zijn van overdreven
+gevoelsuitingen, dan dit toonbeeld van echt liefelijke, kinderlijke
+bevalligheid; maar wat haar warm hart het vurigst begeerde en wat zij
+het moeilijkst krijgen kon, dat wist zij toch te veroveren door den
+klank harer stem, den betooverenden glans harer oogen, en somtijds ook
+door een enkelen stillen traan. Als zij daarbij de handen smeekend
+ophief en er een enkel woord bijvoegde, als: »het zou mij zoo gelukkig
+maken,&rdquo; of »ziet gij niet, hoe het mij leed doet?&rdquo; dan werd alle
+tegenstand onmogelijk. Later hebben die tranen, en de onbeschrijfelijke
+welluidendheid van haar stem haar in beslissende oogenblikken nog menige
+overwinning doen behalen.</p>
+
+<p>»Wij kinderen werden spoedig speelkameraden en goede vrienden, want onze
+ouders lieten de koningskinderen niet eerder met de lessen beginnen,
+dan nadat zij zich bij ons thuis gevoelden. Aan Arsinoë beviel dat
+goed, hoewel zij reeds lezen en schrijven kon; Cleopatra echter uitte
+menigmaal het verlangen om iets te hooren van de wijsheid mijns vaders,
+waarvan men haar veel verhaald had.</p>
+
+<p>»De Koning en hare vroegere leermeesters hadden de verwachtingen der
+ouders omtrent dit buitengewone kind hoog gespannen, en de arts Olympus
+hield mij eens ernstig voor, dat dit koningskind mij, den zoon van een
+philosoof, wel eens boven het hoofd kon groeien. Doch daar ik altijd
+tot de beste leerlingen had behoord, antwoordde ik daarop lachend, dat
+daarvoor nog geen gevaar bestond. Intusschen merkte ik weldra dat zijn
+waarschuwing niet zonder grond was geweest. Gij denkt misschien dat
+het hart den ouden dwaas parten speelt, en dat in den toovertuin der
+herinneringen het begaafde meisje een jonge godin geworden is. Dat was
+zij echter niet, want de hemelsche machten deelen de fouten en zwakheden
+der menschen niet.&rdquo;</p>
+
+<p>»En wat deed Cleopatra dien roem verliezen, den goden gelijk te zijn?&rdquo;
+vroeg Barine nieuwsgierig.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="68">&nbsp;</span><a id="p_68"></a></p>
+
+<p>Archibius antwoordde met een fijnen glimlach, die niet geheel vrij van
+verwijt was:</p>
+
+<p>»Als ik van haar deugden had gesproken, dan zoudt gij er niet aan
+gedacht hebben mij om nog meer bijzonderheden te vragen! Doch waarom zou
+ik verbloemen wat zij duidelijk genoeg aan de geheele wereld te zien
+heeft gegeven? Leugen of huichelarij kwamen evenmin bij haar op, als een
+<ins class="corr" id="corr37" title="Bron: woesteinbewoner">woestijnbewoner</ins> aan vischvangst zou denken. De grondtrekken van
+haar wezen, die dit bevoorrechte schepsel van haar kindsheid af, tot nu
+toe beheerscht hebben, zijn twee nooit rustende wenschen; de eene is:
+iedereen in alles ook het moeilijkste te overtreffen, en de andere: te
+beminnen, en te weten dat zij bemind wordt. Dat heeft haar zoo ver boven
+andere vrouwen doen uitblinken. En die eerzucht en behoefte aan liefde
+zullen haar ook steeds doen blijven op die trotsche hoogte, waartoe zij
+haar als twee machtige vleugels hebben opgeheven, ten minste zoolang zij
+hunne kracht eendrachtig blijven uitoefenen. Door de gunst van het lot
+was dit tot nu toe het geval, en de goden geven, dat het zoo blijven
+moge!&rdquo;</p>
+
+<p>Hier hield Archibius even op, veegde zijn voorhoofd af, en vroeg of de
+bode er nog niet was. Vervolgens ging hij kalm voort:</p>
+
+<p>&bdquo;De koningskinderen waren onze huisgenooten geworden, en mettertijd werd
+het als één gezin. In de eerste winters vergunde de Koning hen alleen in
+de wintermaanden te Philae te blijven, want hij wilde hen niet missen.
+Hij zag hen dan ook maar zeer zelden, want er gingen dikwijls vele weken
+voorbij, zonder dat hij bij ons kwam. Op andere tijden daarentegen kwam
+hij iederen dag eenvoudig gekleed in zijn draagstoel naar onzen tuin, en
+van deze bezoeken wist niemand behalve de arts Olympus. Dan zag ik den
+grooten forschen man met zijn rood gezicht met de kinderen stoeien als
+een arbeider, die van zijn werk komt. Gewoonlijk bleef hij echter maar
+kort. Het scheen hem genoeg te zijn, als hij ze maar even had gezien.
+Misschien wilde hij alleen maar weten, hoe het hen bij ons beviel. Wij
+moesten ten minste altijd op een afstand blijven, als hij met hen sprak.
+Ik verborg mij echter dikwijls in de kruinen der olmboomen, en ik weet
+dus niet alleen van hooren zeggen, dat hij hen uitvroeg. Cleopatra
+voelde zich al zeer spoedig tehuis bij ons, doch met Arsinoë duurde dit
+langer. De Koning hechtte evenwel alleen gewicht aan het gevoelen der
+oudste, die zijn lieveling was. Hij placht in de grootste verrukking
+naar haar te luisteren, en soms lachte hij om een harer treffende
+antwoorden of opmerkingen zoo hartelijk, dat men zijn luide stem tot in
+het huis hooren kon.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="69">&nbsp;</span><a id="p_69"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Maar eens zag ik traan op traan langs zijn wangen rollen, en toch
+duurde toen het bezoek nog korter dan anders. Toen hij ons huis verliet,
+bracht zijn goed gesloten draagstoel hem naar het schip, waarmede hij
+naar Cyprus en Rome moest oversteken. De Alexandrijnen, met de Koningin
+aan het hoofd, hadden hem gedwongen de stad en het land te verlaten.</p>
+
+<p>&bdquo;Zeker had hij zich de kroon onwaardig gemaakt, maar toch beminde hij
+zijn dochtertjes als een echte vader. Alleen was het vreeselijk zooals
+hij tegen die jonge kinderen hare moeder en oudere zuster vervloekte, en
+haar in één adem beval die beiden te haten en te verwenschen, doch
+hemzelf nooit te vergeten en lief te hebben.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik was in dien tijd zestien, Cleopatra tien jaar oud, en ik werd eerst
+ijskoud en toen weder warm, toen ik, na het vertrek haars vaders de
+kleine Arsinoë haar zusje hoorde toefluisteren: &bdquo;Ja, wij zullen haar
+haten! De goden mogen haar verderven!&rdquo; en hoe Cleopatra met betraande
+oogen daarop antwoordde: &bdquo;Laten wij liever beter worden dan zij,
+Arsinoë, zoo héél goed, dat de goden ons liefhebben, en vader weer tot
+ons terugbrengen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;<ins class="corr" id="corr38" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Omdat gij dan Koningin wordt,&rdquo; zeide Arsinoë verachtelijk,
+en nog trillend van opgewondenheid.</p>
+
+<p>&bdquo;Hier zag Cleopatra haar verwonderd aan. Het was duidelijk, dat zij de
+beteekenis dier woorden overwoog, en ik zie nog de kleine gestalte zich
+oprichten, en vol zelfbewustzijn zeggen: &bdquo;Ja, ik wil ook Koningin
+worden!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Doch plotseling veranderde zij van toon, en met de lieflijkste klanken
+van haar zoete stem verzocht zij haar zuster: &bdquo;Niet waar, gij zult niet
+weder zulke leelijke dingen zeggen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat was in den tijd toen mijns vaders lessen reeds eenigen indruk
+begonnen te maken op haar jonge ziel. Wat Olympus had voorspeld,
+kwam toen reeds tot vervulling. Ik zelf ging toen naar de school der
+rhetoren<a id="FNa9" href="#FN9" class="fnanchor"><sup>9</sup>)</a>, maar als vader aan de meisjes een taak opgaf dan mocht
+ik hetzelfde onderwerp behandelen als zij, en ik moest dikwijls
+erkennen dat Cleopatra het beter had gedaan dan ik. Spoedig kon zij
+tot moeielijker oefeningen overgaan, want de geest van dit kind had
+krachtiger voedsel noodig, en nu begonnen de lessen in de Philosophie.
+Mijn vader behoorde zelf tot de school van Epicurus, en boven
+verwachting gelukte het hem Cleopatra voor de leer van dezen meester te
+winnen. Zij leerde ook de leerstellingen van andere philosofen kennen,
+doch kwam altijd weer terug op Epicurus. Zij wilde dat wij allen als
+echte leerlingen van dien grooten Samiër leven zouden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="70">&nbsp;</span><a id="p_70"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Gij zijt zeker door uw vader en broeder meer met de leer der Stoa
+vertrouwd geraakt, maar gij zult toch ook wel weten, dat Epicurus het
+laatste gedeelte van zijn leven met zijn vrienden en leerlingen, in
+stille overdenkingen en wijsgeerige gesprekken, doorgebracht heeft in
+zijn tuin te Athene. Op die wijze wenschte Cleopatra, dat ook wij leven
+zouden, en wij moesten ons daarbij &bdquo;leerlingen van Epicurus&rdquo; noemen.
+Behalve Arsinoë en mijn sterke broeder Straton, die meer van levendiger
+spelen hielden, vonden wij dat allen goed. Ik werd tot meester gekozen,
+maar daar ik haar aanzag, dat zij dat graag was, stond ik het haar af.</p>
+
+<p>&bdquo;Den eerstvolgenden vrijen middag gingen wij in den tuin op en neder
+wandelen, en onderhielden ons in allen ernst over het hoogste goed. Zij
+leidde daarbij onze gesprekken met zooveel vaardigheid, en wist in
+twijfelachtige gevallen zoo goed uitspraak te doen, dat het ons speet
+toen de klok ons naar huis riep en wij ons 's avonds al verheugden op
+den volgenden middag.</p>
+
+<p>&bdquo;Dien morgen zag mijn vader eenige landlieden voor den afgelegen tuin
+bijeen staan, maar hij had geen tijd te vragen wat zij daar kwamen doen,
+want Timagenes, die de geschiedenis onderwees, dezelfde, die later als
+krijgsgevangen slaaf te Rome kwam, liep op hem toe, en liet hem een
+bordje zien. Daarop stond het opschrift te lezen, dat Epicurus eenmaal
+geplaatst had boven de poort van zijn tuin: Vreemdeling, hier zult ge u
+gelukkig gevoelen; hier is het hoogste goed, het levensgenot te vinden.</p>
+
+<p>&bdquo;Cleopatra had dit vóór zonsopgang met groote letters op het bordje
+geschreven, en dat door een slaaf aan de poort doen bevestigen. Deze
+inval had intusschen bijna een eind gemaakt aan ons heerlijk samenzijn,
+doch zij had het slechts gedaan om bij ons spel het voorbeeld getrouw na
+te volgen. Mijn vader liet ons ook toe daarmee voort te gaan, alleen
+verbood hij ons streng dat wij elkander, buiten den tuin, &bdquo;Epicuristen&rdquo;
+zouden noemen, want aan dezen schoonen naam hadden de menschen reeds
+lang een verkeerde beteekenis gegeven. Epicurus zegt immers dat de ware
+levensvreugde slechts in zielsrust en afwezigheid van smart te vinden
+is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar toch houdt iedereen,&rdquo; bracht Barine in het midden, &bdquo;iets anders
+dan dat voor de ware leer van Epicurus. Isidorus, bijvoorbeeld, een
+godloochenaar, wiens levensdoel daarin bestaat dat hij den beker van het
+genot tot op den bodem ledigen wil, wordt voor een echt Epicurist
+gehouden. Mijn moeder zou mij zeker niet toevertrouwd hebben aan een
+opvoeder, voor wien het levensgenot het hoogste goed is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Gij, dochter van een philosoof,&rdquo; hernam Archibius hoofdschuddend,
+&bdquo;moest beter weten wat bij Epicurus &bdquo;de vreugd&rdquo; beteekent, <span class="pagenum" title="71">&nbsp;</span><a id="p_71"></a>en dat
+begrijpt gij ook wel. Wie er niet meer van gehoord heeft, kan trouwens
+niet weten dat de meester verbiedt naar genoegen te trachten in de
+enkele dingen van het leven. Hebt gij wel een klare voorstelling van
+zijn leer? Niet? Laat mij dan beproeven u die in weinige woorden te
+verklaren. Epicurus wordt maar al te dikwijls verward met Aristippus,
+die de genoegens der zinnen boven die van den geest stelt, evenals hij
+gelooft dat lichaamssmarten moeilijker te dragen zijn dan zielesmart.
+Maar Epicurus stelt juist het genot van den geest het hoogst, want het
+zinnelijke, al veroordeelt hij dat niet, blijft toch altijd maar tot het
+tegenwoordige bepaald, terwijl het geestelijke zich tot in het verleden
+en de toekomst verlengt. Het doel van het leven is, zooals ik zeide, bij
+den Epicurist: zielsrust te erlangen en van smarten bevrijd te zijn, wat
+hij als het hoogste goed beschouwt. Oók de deugd wil hij alleen beoefend
+hebben ter wille van het genot dat zij schenkt; want wie zou deugdzaam
+kunnen blijven, zonder ook wijs, edel en rechtvaardig te zijn, en wie
+dit is, die heeft de grootste rust der ziel, en zal waarachtig gelukkig
+zijn, naar de bedoeling van den meester. Ik heb nu reeds lang het gevaar
+van deze leer ingezien, dat daarin ligt, dat zij niet van zedelijke
+waarde spreekt; maar in dien tijd scheen zij mij werkelijk het
+allerhoogste toe. En hoe gretig werd dit alles opgenomen in de nog
+geheel hartstochtlooze ziel van dat nadenkende kind! Men kon haar
+wondersterken geest bijna nooit genoeg voedsel geven, en het was haar
+grootste genot dien te verrijken. Voor haar was ook de afwezigheid van
+smart, die de eerste voorwaarde tot het genot werd genoemd, werkelijk
+een eerste vereischte om gelukkig te zijn. Zij kon het even moeilijk
+verdragen dat een harde hand haar aangreep, als dat een kleine
+teleurstelling haar trof.</p>
+
+<p>&bdquo;En toch droeg dit kind, dat mijn vader eens &bdquo;een bloem, die nadacht&rdquo;
+noemde, haar droevig lot, de verwijdering van haar vader, den dood harer
+moeder en de wreedheid harer zuster Berenice, als een ware heldin,
+zonder een enkele klacht. Zelfs met mij sprak zij over deze dingen
+slechts in bedekte termen, hoewel zij mij, als aan een broeder haar
+vertrouwen schonk. Ik weet dat zij volkomen begreep wat er voorviel, en
+het diep voelde. De smart plaatste zich tusschen haar en het hoogste
+goed, maar zij overwon haar. En als zij aan het werk was, dan worstelde
+het teere kind met taaie volharding, totdat zij het Charmion en mij ook
+in het moeilijkste had afgewonnen.</p>
+
+<p>&bdquo;In dien tijd begreep ik waarom men onder de goden aan een jonkvrouw
+de wetenschap heeft toevertrouwd, en waarom zij met wapenen toegerust
+is.&mdash;Gij hebt immers al gehoord, hoe vele talen Cleopatra spreekt? Een
+woord van Timagenes <span class="pagenum" title="72">&nbsp;</span><a id="p_72"></a>was eens als een zaadkorrel in haar ziel gevallen.
+Het was dit: &bdquo;met iedere taal die gij leert, wint gij een volk.&rdquo; Nu
+behoorden er vele volken tot het rijk van haar vader, en als zij eenmaal
+koningin was, dan moesten zij haar alle liefhebben. Het is waar, zij
+begon met die der heerschers, niet met die der beheerschten. Het eerst
+wilde zij Lucretius verstaan, die de leer van Epicurus in verzen
+overgebracht heeft. Mijn vader onderwees ons, en reeds in het tweede
+jaar las zij dit dichtstuk even gemakkelijk als een Grieksch boek.
+Het Aegyptisch kende zij ook nog maar half. Nu leerde zij het vlug.
+Gedurende ons verblijf op het Isiseiland Philae vond zij een Troglodiet
+die haar in zijne taal onderrichten moest. Hier in Alexandrië waren
+genoeg Joden, die haar in de hunne inwijdden, en daarbij leerde zij ook
+het daaraan verwante Arabisch.</p>
+
+<p>&bdquo;Toen zij vele jaren later Antonius opzocht te Tarsus, dachten de
+krijgslieden dat zij met Aegyptische tooverkunst te doen hadden, want
+zij sprak iederen bevelhebber aan in de taal van zijn volk, en stond hem
+te woord alsof zij een landgenoot van hem was. En zoo ging het met alles
+wat zij leerde. Op ieder gebied streefde zij ons ver vooruit. Haar
+brandende eerzucht kon niet gedoogen dat zij in één enkel ding
+achterblijven zou.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr39" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>De Romein Lucretius werd haar lievelingsdichter, hoewel zij van
+zijn volk even weinig hield als ik. Maar de zelfbewuste kracht van haar
+vijand maakte indruk op haar, en eens hoorde ik haar uitroepen: &bdquo;Ja, als
+de Aegyptenaars Romeinen waren, dan zou ik onzen tuin geven voor den
+troon van Berenice.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Lucretius bracht haar telkens weer terug op Epicurus en deed in haar
+nooit rustenden geest een tweestrijd ontstaan. Hij leert, zooals gij
+weet, dat het leven op zichzelf niet zulk een heerlijk bezit is, dat men
+<i>niet-leven</i> voor een ongeluk zou moeten houden. Men bederft het juist
+daardoor, dat de dood ons als het grootste ongeluk voorkomt. Alleen
+die ziel verkrijgt rust, die niet meer aan den dood als aan een ongeluk
+denkt. Wie overtuigd is dat tegelijk met het leven ook het voelen en
+denken voorbij is, die kan het einde niet vreezen. Hoeveel liefs en
+kostbaars een afgestorvene ook achtergelaten heeft, met zijn leven
+verliest hij toch ook voor altijd het verlangen daarnaar. Hij noemt het
+daarom de grootste dwaasheid dat men zich bekommert om een lijk, en dat
+alles is juist het tegenovergestelde van het geloof der Aegyptenaars,
+dat Anubis Cleopatra trachtte in te prenten. Tot op zekere hoogte
+gelukte hem dit ook, want zijn persoon maakte een machtigen indruk op
+haar, en daarbij was haar een groote neiging tot het mystieke en
+bovenzinnelijke aangeboren, evenals mijn broeder Straton zijn
+lichaamskracht, en u Barine, de gave des lieds.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="73">&nbsp;</span><a id="p_73"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Gij kent Anubis zeker wel van aanzien. Welk Alexandrijn zou dien
+merkwaardigen man nooit gezien hebben, en wie dat eenmaal deed, zal hem
+niet licht vergeten. Hij beschikt inderdaad over geheimzinnige krachten,
+en deze heeft hij ook toegepast op het opgroeiende vorstenkind. Als
+zij nu nog vasthoudt aan het geloof van haar volk en, ofschoon een
+Helleensche tot in merg en been, haar Aegypte liefheeft, zóó dat zij
+daarvoor tot alle offers is bereid, dan is dat zijn werk. Zij laat zich
+&bdquo;de nieuwe Isis&rdquo; noemen, en Isis is het middenpunt der Aegyptische
+tooverkunst. Anubis heeft Cleopatra ingewijd in de geheime wetenschap,
+en heeft haar zelfs overreed om op de Sterrenwacht en in het
+laboratorium....</p>
+
+<p>&bdquo;Doch dat alles begon eerst in den tijd toen wij onzen Epicurustuin
+hadden, en mijn vader kon er niets aan doen, daar de Koning uit Rome had
+laten zeggen hoe het hem verheugde dat Cleopatra behagen schepte in haar
+volk en zijn geheime wetenschap. En de fluitspeler had aan de Tiber het
+Aegyptische goud goed besteed en velen, door hen tot zijn schuldenaren
+te maken, aan zijn belangen verbonden. Nadat Pompejus, Cæsar en Crassus
+het verbond der driemanschap gesloten hadden, kwamen zij te Lucca
+overeen dat de Ptolemaeër op zijn troon zou worden hersteld. Millioenen
+waren hem daarvoor niet te veel. Het liefst zou Pompejus hem zelf naar
+Aegypte teruggebracht hebben, doch dat liet de naijver der anderen niet
+toe. Deze taak werd aan Gabinius, stadhouder van Syrië, opgedragen. Maar
+zij, die nu den Aegyptischen troon bezet hielden, waren niet gezind dien
+zoo dadelijk weer op te geven. Gij weet, Koningin Berenice, Cleopatra's
+oudste zuster, was in dien tijd tot tweemaal toe in het huwelijk
+getreden. Haar eersten, nietswaardigen gemaal had zij om het leven doen
+brengen, doch in den tweeden had zij een moedigen verdediger geworden.
+Hij hield zich dapper, maar sneuvelde op het slagveld.</p>
+
+<p>&bdquo;Weldra vernam de Senaat, dat Gabinius den Ptolemaeër in zijn land
+teruggebracht had, maar tot ons kwam dat bericht eerst later. Wij
+luisterden destijds met evenveel spanning naar elk geluid, als wij het
+nu doen.</p>
+
+<p>&bdquo;Cleopatra was nu veertien jaar geworden, en allerbevalligst opgegroeid.
+Dat portret aan den wand toont u de geheel geopende bloem, doch het
+knopje was nog bekoorlijker. Hoe helder en ernstig waren hare oogen!
+Maar als zij vroolijk was, konden zij schitteren als sterren, en dan
+kreeg ook haar mond een onbeschrijfelijk ondeugende betoovering, terwijl
+in hare wangen de kuiltjes te voorschijn kwamen, die nu nog ieder in
+verrukking brengen. Haar neus was fijner dan hij nu is, en men zag nog
+nauwelijks de lichte kromming die het portret te zien <span class="pagenum" title="74">&nbsp;</span><a id="p_74"></a>geeft, en die op
+de munten te sterk uitkomt. Het haar is eerst later donker geworden.
+Mijn zuster Charmion vond er haar grootste genoegen in die zware
+golvende lokken in orde te brengen. Zij verzekerde dikwijls dat het
+precies zijde was, en dat was het ook. Dat weet ik omdat Cleopatra het
+bij het Isisfeest, als zij het beeld moest volgen met het sistrum,
+loshangend droeg. Onder het naar huis gaan schudde zij dikwijls
+schertsend het hoofd, en dan stroomde dat haar als een waterval om haar
+heen, en verborg haar gelaat en gestalte. Zij was van gewone grootte,
+maar alles was in volkomen juiste verhouding, alleen iets fijner en
+teerder dan tegenwoordig.</p>
+
+<p>&bdquo;Zij verstond sinds lang de kunst om alle harten te veroveren. Het
+scheen alsof zij mijn vader het meest vereerde, mij het meest
+vertrouwde, voor Anubis een eerbiediger schroom had, en met den
+scherpzinnigen Timagenes liever redeneerde dan met anderen; doch zij
+liet het altijd voorkomen alsof allen haar even lief waren. Arsinoë
+daarentegen vergat mij als Straton er bij was, en wierp vurige blikken
+op Menodor, een leerling van mijn vader, zoo menigmaal die bij ons was.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoodra het heette dat de Koning door de Romeinen zou worden
+teruggebracht, kwam Koningin Berenice de meisjes afhalen om naar de stad
+te gaan. Cleopatra verzocht haar echter bij mijn ouders te mogen blijven
+en hare lessen voort, te zetten. Berenice antwoordde hierop met een
+verachtelijken glimlach, en terwijl zij zich tot haar gemaal Archelaus
+wendde, zeide zij kort af: &bdquo;Ik zou denken dat voor haar uit de boeken
+het minste gevaar dreigt.<ins class="corr" id="corr40" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;Pothinus, de voogd, had vroeger wel eens aan de broeders der prinsessen
+toegestaan haar te bezoeken, doch nu mochten zij de Lochias niet meer
+verlaten. Dat trokken Cleopatra en Arsinoë zich echter weinig aan. De
+kleine knapen hadden altijd hare liefkozingen verlegen afgeweerd, en met
+hun Aegyptischen haartooi en kleederdracht, die Pothinus voorgeschreven
+had, waren zij aan de zusters ook vreemd gebleven.</p>
+
+<p>&bdquo;Toen zij hoorden dat de Romeinen uit Gaza optrokken, werden de beide
+meisjes hartstochtelijk opgewonden. Dat zag men Arsinoë dadelijk aan,
+maar Cleopatra wist het te verbergen, ofschoon haar jong gezichtje
+menigmaal van kleur verschoot. En toch was haar gelaat niet wit en rood,
+zooals dat van haar zuster, maar van een, hoe zal ik het zeggen.....?&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik weet wat gij bedoelt,&rdquo; zeide Barine. »Toen ik haar zag, vond ik
+niets bekoorlijker dan die zachte tint, waar het rood slechts even
+doorschijnt, als het licht door die albasten lamp of de kleur der perzik
+door het dons. Ik heb dat dikwijls opgemerkt bij pas herstellende
+zieken. Dat spreidt Aphrodite slechts <span class="pagenum" title="75">&nbsp;</span><a id="p_75"></a>over hare lievelingen uit,
+evenals de god van den tijd het fraaie groen over het brons. Niets
+schooners, dan wanneer zulke vrouwen blozen!&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij ziet scherp,&rdquo; zeide Archibius glimlachend. »Het was inderdaad alsof
+niet Eos<a id="FNa10" href="#FN10" class="fnanchor"><sup>10</sup>)</a> zelve, maar haar zachte weerschijn aan den westelijken
+horizon den hemel kleurde, zoo vaak vreugde of schaamte haar het bloed
+naar de wangen joeg. Doch als zij door toorn werd beheerscht, en dat
+gebeurde dikwijls, dan kon zij er uitzien als een marmeren beeld, ja
+alsof alle leven uit haar geweken was. Doch laat ik verder gaan.
+Misschien komt de bode nu spoedig.</p>
+
+<p>»Gabinius bracht den Koning dus terug. Doch sedert hij aanrukte met het
+Romeinsche leger en de hulptroepen van den Ethnarch van Judea, sprak
+niemand meer van hem of van Antipater, die het leger van Hyrkanus
+aanvoerde, maar men hoorde enkel van den Romeinschen veldheer Antonius.
+Hij had de troepen gelukkig door de woestijn tusschen Syrië en de
+Aegyptische Delta heen geleid en op dien tocht geen enkelen man
+verloren, hoewel in die streken vroeger reeds velen het leven hadden
+moeten laten. De Joodsche bezetting van Pelusium had die stad niet aan
+hun stamgenoot Antipater, maar aan hem, zonder slag of stoot overgeven.
+Hij had in twee veldslagen overwonnen, en in den tweeden, waarin, zooals
+gij weet Berenice's gemaal sneuvelde, werd het lot van het land beslist.</p>
+
+<p>»Sinds zijn naam aan de beide meisjes voor het eerst was genoemd, konden
+zij niet genoeg van hem hooren. Men zeide, dat hij de voornaamste der
+voorname Romeinen, de stoutste der dapperen, de uitgelatenste en dolste
+der verkwisters en de schoonste van alle mannen was. De kamervrouw uit
+Mantua, met wie Cleopatra zich in de Romeinsche taal oefende, had hem
+dikwijls gezien en nog meer van hem gehoord, en zijn leven gaf aan de
+Romeinen veel te spreken. Het heette dat hij in rechte lijn van Hercules
+afstamde, en dat zijn gestalte en fraaie zwarte baard aan dezen
+voorvader herinnerden. Gij kent hem en weet, dat er van hem veel te
+verhalen valt wat aan een meisjesoor niet onverschillig is, en hij was
+toenmaals bijna vijf lustra jonger dan nu.</p>
+
+<p>»Hoe luisterde Arsinoë, hoe bloosde en verbleekte Cleopatra, toen
+Timagenes waagde hem een zedeloozen woesteling te noemen. Deze Marcus
+Antonius had dan ook haar vader den weg naar zijn vaderland weder
+geopend.</p>
+
+<p>»De fluitspeler had zijn dochtertjes niet vergeten. Hij was zelf buiten
+het gevecht gebleven en kwam dadelijk na de beslissing <span class="pagenum" title="76">&nbsp;</span><a id="p_76"></a>in de stad. Zijn
+weg voerde langs onzen tuin. De Koning had maar <ins class="corr" id="corr41" title="Bron: éen">één</ins> kwartiers uurs
+tijd gehad om door een snellooper zijn aankomst te doen melden, en zijn
+verlangen om haar te begroeten. In allerijl werden zij feestelijk
+uitgedost<ins class="corr" id="corr42" title="Bron: .">,</ins> en beiden boden nu een aanblik, die het vaderhart goed
+moest doen.</p>
+
+<p>»Cleopatra was nog altijd niet zoo groot als Arsinoë, maar ofschoon pas
+veertien jaar, geleek zij toch geheel en al op een volwassen jonkvrouw,
+terwijl gelaat en houding der jongste verrieden dat zij nog een kind
+was. In haar hart was zij dit echter niet meer.</p>
+
+<p>»Zoo goed het ging waren in der haast ruikers saamgebonden, en de
+meisjes hadden beiden een in de hand, toen de reizigers naderden. Mijne
+ouders gingen tot aan de tuinpoort mede. Ik kon zien wat er gebeurde,
+maar alleen verstaan wat de mannen zeiden.</p>
+
+<p>»De Koning stapte uit zijn reiswagen, die met acht Medische schimmels
+bespannen was. De aanzienlijke kamerheer die hem vergezelde, moest hem
+daarbij ondersteunen. Zijn rood gezicht glansde toen hij zijne meisjes
+begroette. Men zag hoe blijde hij verrast was, vooral door Cleopatra.
+Wel kuste hij ook Arsinoë, maar hij had toch alleen oogen en ooren voor
+de andere. Toch had ook de jongste zich schoon ontwikkeld, en zonder
+haar zuster ware ook zij zeker de aandacht waardig geweest. Doch
+Cleopatra was als de zon, die ieder ander hemellicht naast haar
+verbleeken doet. En toch mocht men haar niet zonnig noemen. Dat was
+juist voor een deel het bekoorlijke in haar, dat ieder zich gedrongen
+voelde zijn blik op haar te laten rusten, alleen om uit te vorschen
+waarin toch de betoovering bestond die van haar uitging.</p>
+
+<p>»Ook Antonius werd door die aantrekkingskracht geboeid, zoodra de eerste
+woorden over hare lippen gekomen waren. Hij was te paard tot naast den
+wagen van den koning komen aanrijden. Zoodra hij de dochters aan de
+zijde van haar vader had gezien, begroette hij haar met vluchtige
+beleefdheid. Toen vraagde hij Cleopatra of hij op haar dank mocht hopen,
+omdat hij zoo spoedig haar vader had teruggebracht, en zij zeide dat
+zij, als dochter, gaarne erkentelijk wilde zijn, maar dat het haar als
+Aegyptische koningsdochter moeite kostte. Bij dit antwoord zag hij haar
+scherper aan dan te voren. Ik zelf hoorde daarvan pas later, maar ik zag
+hoe de Romein, zoodra zij ophield met spreken, van het paard sprong,
+en den voornamen kamerheer Ammonius, die den Koning uit den wagen had
+geholpen, de teugels toewierp, alsof hij een stalknecht was. De man, die
+zulk een oog had voor vrouwenschoonheid, had hier een zeldzame vondst
+gedaan, en terwijl hij het gesprek met Cleopatra voortzette, <span class="pagenum" title="77">&nbsp;</span><a id="p_77"></a>mengde
+zich ook haar vader daarin, en telkens hoorden wij zijn luiden lach.
+Men zou de ernstige leerlinge van Epicurus niet herkend hebben. Reeds
+menigmaal hadden wij treffende gezegden en verrassende denkbeelden van
+haar gehoord, doch zij had nog maar een enkele maal de scherts van
+Timagenes op dezelfde manier beantwoord. Maar nu gaf zij op ieder woord
+van Antonius een geestige repliek. Het was alsof zij nu eerst iemand
+gevonden had tegenover wien zij het de moeite waard vond om alle gaven
+van haar vluggen en diepen geest aan den dag te leggen. En toch verloor
+zij daarbij geen oogenblik haar vrouwelijke waardigheid. Hare oogen
+schitterden niet meer dan zij in een levendig gesprek met mij of met
+mijn vader deden.</p>
+
+<p>»Met Arsinoë was het anders. Toen Antonius van het paard was gestegen,
+was zij hare zuster genaderd, doch daar de Romein haar voortdurend over
+het hoofd zag, zag ik hoe zij kleurde. Zij beet zich op de lippen en
+kreeg iets onrustigs over zich. Ik zag aan haar oogen en de trillende
+neusvleugels dat zij slechts met moeite hare tranen weerhield. Ofschoon
+Cleopatra mij veel liever was, ging mij dit toch aan het hart, en ik had
+dien trotschen Romein, die er werkelijk uitzag als de oorlogsgod zelf,
+aan zijn arm willen schudden en hem toefluisteren dat hij die andere
+koningsdochter toch niet zoo mocht veronachtzamen.</p>
+
+<p>»En nog wat ergers wachtte de arme Arsinoë. Op het oogenblik dat de
+koning tot afscheidnemen vermaande, nam Antonius hem een der
+bloemruikers, die hij nog in zijn hand hield, af en zeide met zijn
+diepe, schoone stem: »Wie zulk een bloem zijn dochter noemt, heeft geen
+andere noodig.&rdquo; Daarbij reikte hij den ruiker aan Cleopatra, en met de
+hand op het hart sprak hij den wensch uit dat hij haar te Alexandrië zou
+mogen wederzien. Toen sprong hij op het paard, dat de verontwaardigde
+kamerheer nog altijd bij den teugel hield.</p>
+
+<p>»De fluitspeler was over zijn oudste dochter werkelijk verrukt, en
+deelde mijn vader mede, dat hij de meisjes overmorgen in de stad zou
+laten brengen. Morgen had hij daar allerlei dingen te doen, die zij
+liever niet moesten bijwonen. Mijn vader mocht het zomerpaleis met den
+tuin ten teeken van dankbaarheid voor zich en zijn nageslacht in
+eigendom behouden. Hij zou zorgen dat dit in de boeken ingeschreven
+werd. Inderdaad had dit op denzelfden dag nog plaats. Zelfs zou het zijn
+allereerste werk zijn geweest, indien niet een andere zaak vóór moest
+gaan: de terechtstelling van zijn dochter Berenice.</p>
+
+<p>»Dezelfde koning die in de oogen van allen, die zijn ontmoeting met zijn
+dochters hadden gezien, een gevoelig man en teeder vader scheen, zou
+in die dagen half Alexandrië hebben <span class="pagenum" title="78">&nbsp;</span><a id="p_78"></a>laten ter dood brengen, zoo niet
+Antonius tusschenbeide gekomen ware. Deze verbood al dat bloedvergieten,
+en eerde de nagedachtenis van Berenice's gemaal nog met een prachtige
+begrafenis.</p>
+
+<p>»Terwijl hij te paard wegreed, zag hij nog meermalen naar Cleopatra om,
+doch aan Arsinoë kon hij geen groet meer geven, want zij was haastig
+naar den tuin teruggegaan. Haar gezwollen gelaat toonde duidelijk de
+sporen van pas vergoten heete tranen. Van dien dag haatte zij Cleopatra
+met bitteren wrok.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr43" title="Niet in Bron.">»</ins>De Koning liet op den bepaalden tijd de beide meisjes afhalen. Dat
+geschiedde met vorstelijke praal. De Alexandrijnen juichten de
+koningsdochters luide toe, terwijl zij op vergulde troonzetels,
+met waaiers van struisvederen toegewuifd, omringd door veldheeren,
+hooggeplaatste ambtenaren, lijfwachten en den senaat, langs den
+koningsweg stadwaarts gedragen werden. Cleopatra dankte het voor zijne
+begroeting met een trotsche majesteit alsof zij nu reeds Koningin was.
+Wie haar gezien had, zooals zij met betraande oogen van ons allen
+afscheid nam en ieder van ons verzekerde dat zij met hartelijkheid aan
+hen zou blijven denken, zooals zij mij, die toen reeds gekozen was tot
+hoofd van den bond der epheben<a id="FNa11" href="#FN11" class="fnanchor"><sup>11</sup>)</a>, zoo zusterlijk innig.....&rdquo;</p>
+
+<p>Hier werd het verhaal van Archibius afgebroken door een slaaf, die de
+aankomst van zijn bode meldde, en hij stond onmiddellijk op, om hem in
+de werkplaats, waar men hem gebracht had alléén te spreken.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN9" href="#FNa9" class="label"><sup>9</sup>)</a> Leeraars in de welsprekendheid.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN10" href="#FNa10" class="label"><sup>10</sup>)</a> De godin van den dageraad.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN11" href="#FNa11" class="label"><sup>11</sup>)</a> Jonge mannen.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="79">&nbsp;</span><a id="p_79"></a></p>
+
+<h2><a id="ZESDE_HOOFDSTUK"></a>ZESDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>De lieden, die door Archibius op kondschap uitgezonden waren, hadden nog
+geen zekere berichten ingewonnen, doch een hardlooper van den Koning
+had kort geleden een tafeltje voor hem afgegeven, waarop Iras hem
+uitnoodigde haar den volgenden dag een bezoek te brengen. Er waren
+verontrustende, doch gelukkig nog onzekere tijdingen gekomen. De
+Regent wilde alles doen om zekerheid te verkrijgen, doch hij kende
+het wantrouwen der zeelieden en dergenen die aan de haven woonden ten
+opzichte van de Regeering. Een onafhankelijk man als hij, zou meer te
+weten kunnen komen dan de havenopzichter met al zijn schepen en volk.</p>
+
+<p>Bij dit tafeltje was nog een tweede, waarop de overbrenger van den
+Regent de vergunning gekregen had te allen tijde de havenketen te doen
+ontsluiten, met zijn schip in de open zee te loopen en ongehinderd terug
+te keeren.</p>
+
+<p>De bode, de opzichter der scheepsslaven van Archibius, was een man van
+ondervinding. Hij nam op zich, de »Epicurus&rdquo; een snelzeiler, dien
+Cleopatra aan haar vriend ten geschenke gegeven had, binnen twee uren
+tot een tocht in de volle zee gereed te maken. Intusschen zou zijn
+meester afgehaald worden met een wagen, opdat geen tijd zou verloren
+gaan.</p>
+
+<p>Nu keerde Archibius tot de vrouwen terug, en vroeg haar, of het geen
+misbruik maken van hare gastvrijheid zou zijn, indien hij zijn vertrek
+nu, kort voor middernacht, nog eenigen tijd uitstelde. Zij toonden zich
+integendeel oprecht verblijd en verzochten om het vervolg van zijn
+verhaal.</p>
+
+<p>»Ik moet mij bekorten,&rdquo; zeide hij, nadat hij den maaltijd dien Berenice
+gedurende zijn afwezigheid voor hem had doen gereed maken, eer aangedaan
+had. »Ook is er in de daaropvolgende jaren niet veel gebeurd, wat de
+vermelding waardig is. Ik moest toen ook al mijn tijd aan mijne studies
+in het Museum wijden. Wat Cleopatra en Arsinoë betreft, zij werden<span class="pagenum" title="80">&nbsp;</span><a id="p_80"></a>
+aan het hof als koninginnen behandeld. Met den dag, toen zij ons huis
+verlieten, eindigde ook haar kinderjaren. Was het de herstelling van
+haar vader op den troon, of de ontmoeting met Antonius, die deze groote
+verandering bij Cleopatra veroorzaakt had? Wie zal het zeggen?</p>
+
+<p>»Kort vóór Cleopatra's afscheid, had mijn moeder nog betreurd dat zij
+haar moest afstaan aan een vader, zooals de fluitspeler was, en niet aan
+een waardige moeder; want zelfs de allerbeste zou zich gelukkig rekenen
+in het bezit van zulk een schat. Doch later was haar aard en manier van
+doen meer geschikt om een mannenhart in verrukking te brengen, dan juist
+dat eener moeder. Het scheen alsof haar streven naar zielevrede geheel
+voorbij was. Toch werden haar de drukke feestmalen, het zingen en
+muziekmaken, waaraan het in het paleis van den koninklijken virtuoos
+nooit ontbrak, wel eens wat te veel. Dan kwam zij in onzen tuin, en
+bleef daar dikwijls verscheidene dagen. Arsinoë kwam nooit mede, want
+deze liet zich nu eens boeien door een blonden officier der Germaansche
+ruiterij, die Gabinius achtergelaten had ter bezetting van de stad, dan
+weder door een Macedonisch edelman onder de koninklijke jongelingen, die
+toenmaal nog de wacht hadden in het paleis.</p>
+
+<p>»Cleopatra leefde geheel van haar gescheiden, en sedert zij hare zuster
+eens hare minnarijen verweten had, legde deze haar vijandige gezindheid
+openlijk aan den dag. Cleopatra's belangstelling was op andere zaken
+gevestigd. Hoewel zij zich somtijds bezighield met de magische kunsten
+der Aegyptenaars, was haar helder verstand toch het meest tehuis in de
+wijsbegeerte der Hellenen. Het was een genoegen haar in het Museum met
+de leiders der verschillende scholen te hooren spreken of redetwisten.
+Haar gevoel van eigenwaarde was zeer toegenomen. Hoewel zij bij ons
+altijd verklaarde, dat zij met smart terugverlangde naar den tijd van
+den vreedzamen Epicuristen tuin, zoo nam zij toch zeer levendig deel in
+wereldsche zaken en politiek. Zij wist evengoed wat te Rome voorviel,
+wat de partijen dáár wilden en najaagden, als wie hunne leiders waren en
+welke bijzondere bedoelingen zij hadden.</p>
+
+<p>»Met hartelijke belangstelling volgde zij de loopbaan van Marcus
+Antonius. Voor hem was de eerste neiging van haar jonge hart geweest.
+Zij had de grootste verwachtingen van hem gekoesterd, maar zijn latere
+handelwijze scheen daaraan niet te beantwoorden. Van toen af was iedere
+uiting omtrent hem met een tintje van minachting gekleurd, en toch
+voelde men ook daarin haar hart.</p>
+
+<p>»Pompejus, wien haar vader zijn terugkeer te danken had, zag zij
+voor meer gelukkig, dan groot en wijs aan. Daarentegen <span class="pagenum" title="81">&nbsp;</span><a id="p_81"></a>sprak zij van
+Julius Cæsar, lang vóór zij hem persoonlijk had ontmoet, met gloeiende
+geestdrift, al wist zij, dat hij Aegypte tot een Romeinsche provincie
+had willen maken. Het grootste wat zij van hem verwachtte was, dat hij
+een einde zou maken aan de republiek, die zij haatte, en zichzelven tot
+beheerscher der wereld verheffen zou. Alleen had zij gaarne Antonius in
+zijn plaats gezien. Dikwijls nam zij in dien tijd tooverkunst te baat om
+iets van zijn toekomst te weten te komen. Haar vader deed hieraan mede,
+te meer omdat hij daarvan genezing van zijn lichaamskwalen verwachtte.</p>
+
+<p>»Cleopatra's broeders waren nog aankomende jongelingen, die hun voogd
+Pothinus moesten gehoorzamen. Aan dezen, en hun opvoeder Theodotus, een
+knap doch gewetenloos redenaar, liet de Koning het bewind over zijn land
+geheel over. Zij beiden, en ook de veldheer Achillas zouden gaarne
+Dionysus, den oudsten erfgenaam des konings aan de regeering gebracht
+hebben, om dien ook later te kunnen beheerschen, maar op dit punt haalde
+de Koning een streep door hunne rekening. Zooals gij weet, benoemde hij
+in zijn laatsten wil zijn lieveling Cleopatra tot zijn opvolgster, maar
+haar broeder Dionysus moest de heerschappij als haar gemaal met haar
+deelen. Dit wekte in Rome veel ergernis, hoewel het overeenkwam met een
+oud Aegyptisch gebruik.</p>
+
+<p>»De fluitspeler stierf. Cleopatra werd koningin en ook de gemalin van
+een tienjarigen knaap, voor wien zij zelfs niet een gewone zusterlijke
+genegenheid had. En zoo verbond zij zich met het eigenzinnige kind dat
+zich door de inblazingen van zijn raadslieden als alleenheerscher
+beschouwde, en tegelijk met de voormalige regeeringspersonen van het
+land.</p>
+
+<p>»Er brak nu een droeve tijd voor haar aan. Haar leven was een
+voortdurende strijd tegen de kuiperijen, waaraan vooral haar zuster
+Arsinoë meedeed. Zij hield er een eigen hofhouding op na, aan welker
+hoofd de eunuch Ganymedes stond, die een ervaren veldheer en tegelijk
+een wijs en welmeenend raadsman voor haar was. Hij wist haar in
+aanraking te brengen met Pothinus en de overige staatslieden, en zoo
+vereenigden zich ten slotte allen in het ééne streven: Cleopatra van den
+troon te dringen. Pothinus, Theodotus en Achillas haatten haar omdat
+zij hunne fouten doorzag en hun de meerderheid van haar geest gevoelen
+liet. Ook zou het aan hunne vereende pogingen reeds vroeger zijn gelukt
+haar te doen vallen, wanneer de Alexandrijnen, en vooral de bond der
+jongelingen, die nog altijd eenigszins onder mijn invloed stonden, haar
+niet zoo trouw hadden bijgestaan. Alles wat zich »jongeling&rdquo; noemde,
+gloeide voor haar, en ook onder de Macedonische edelen bij de lijfwacht,
+zouden <span class="pagenum" title="82">&nbsp;</span><a id="p_82"></a>de meesten voor haar door het vuur zijn gegaan, hoewel zij
+zonder hoop tot haar op moesten zien, als tot een ongenaakbare godin.</p>
+
+<p>»Toen haar vader stierf, was zij zeventien jaar oud, doch zij wist zich
+als een man te verdedigen tegen hare vijanden en belagers. Mijne zuster
+Charmion die zij bij zich in dienst had genomen, stond haar daarbij
+trouw ter zijde. Zij was een mooi en lief meisje, en menigeen dong naar
+haar hand, maar de tooverkracht der Koningin hield haar als met ketenen
+geboeid. Zij gaf vrijwillig de liefde van een edel man op,&mdash;gij weet hij
+werd later uw gade, vrouw Berenice&mdash;om niet de Koningin te verlaten, in
+een tijd dat zij haar bijzonder noodig had. Van dien tijd af was het
+hart mijner zuster voor de liefde gesloten. Het behoorde geheel aan
+Cleopatra. Zij leeft, denkt, zorgt alleen voor haar. Voor u Barine,
+gevoelt zij bijzondere genegenheid omdat uw vader Leonax haar dierbaar
+was. Iras, die zoo dikwijls tegelijk met haar wordt genoemd, is de
+dochter van mijn oudste zuster, die reeds gehuwd was, toen de Koning de
+prinsessen aan mijn vader toevertrouwde. Zij is twaalf jaren jonger dan
+Cleopatra, en ook bij haar is hare gebiedster de eerste. Haar vader, de
+rijke Krates, deed alles om haar van den dienst der koningin terug te
+houden, maar het was te vergeefs. Na één enkel onderhoud met die
+wonderbare vrouw was zij voor goed voor haar gewonnen.</p>
+
+<p>»Maar ik moet kort zijn! Gij hebt zeker zelve gehoord hoe Cleopatra ook
+Pompejus' zoon, bij zijn bezoek te Alexandrië geheel voor zich innam.
+Sedert de ontmoeting met Antonius, had zij geen man zoo vriendelijk
+behandeld als hem, en dat was geen opwelling van haar hart geweest, maar
+ter wille van het vaderland, dat haar zoo lief was. De vader van dien
+Gnejus had destijds de grootste macht in handen, en uit staatkundig
+overleg trachtte zij hem te winnen door middel van zijn zoon. De
+jonge Romein was dan ook bij het afscheid »vol van haar&rdquo; zooals de
+Aegyptenaars zeggen. Dat deed haar genoegen, maar dit bezoek gaf ook
+voedsel aan den laster van haar vijanden. De aanvoerders der lijfwacht,
+aan wien zij zich altijd slechts als de trotsche Koningin vertoonde,
+hadden haar, heette het, met den zoon van Pompejus zien omgaan als met
+haars gelijken; in het theater en bij vele andere gelegenheden waren de
+Alexandrijnen getuige geweest hoe zij zijn betuigingen van welgevallen
+evenzoo beantwoordde. Maar de haat tegen Rome was in dien tijd hoog
+geklommen. De regenten en Arsinoë strooiden uit dat Cleopatra Aegypte
+aan Pompejus wilde afstaan, indien de senaat haar verzekerde van de
+alleenheerschappij over het nieuwe wingewest, en haar vrijheid wilde
+geven zich te ontslaan van haar koninklijken broeder en gemaal.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="83">&nbsp;</span><a id="p_83"></a></p>
+
+<p>»Nu moest zij vluchten, en begaf zich allereerst naar de grenzen van
+Syrië om onder de Aziatische vorsten vrienden te winnen voor hare
+zaak. Aan mij en mijn broeder Straton, die zooals gij weet, bij den
+worstelstrijd te Olympia een krans behaalde, werd bevolen haar hare
+schatten na te dragen. Dat was wel is waar een gevaarlijke tocht, doch
+wij ondernamen dien met blijdschap, en vertrokken uit Alexandrië met
+eenige kameelen, een ossenwagen en verscheidene vertrouwde slaven. De
+reis ging tot Gaza, waar zij reeds een leger bijeenverzameld had. Wij
+hadden ons beiden verkleed als Nabateesche kooplieden, en de talen die
+ik geleerd had, om niet bij Cleopatra achter te staan, kwamen mij nu
+goed te pas.</p>
+
+<p>»Het was een veelbewogen tijd. De namen van Pompejus en Cæsar waren in
+ieders mond. Na de nederlaag bij Dyrrhachium scheen de zaak van Julius
+Cæsar verloren, maar de slag bij Pharsalus gaf hem de heerschappij
+terug, indien zich het Oosten niet voor Pompejus verklaarde. Het scheen
+alsof beiden gelukskinderen waren. De vraag was maar wie dat het langst
+zou blijven.</p>
+
+<p>»Mijne zuster Charmion vergezelde de Koningin, doch door eene haar
+toegedane vrouw uit het gevolg van Arsinoë hadden wij reeds uit het
+paleis vernomen, dat het lot van Pompejus beslist was. Hij kwam na zijn
+nederlaag bij Pharsalus als vluchteling hierheen, en verzocht den Koning
+van Aegypte, of liever de mannen die voor hem het bewind voerden, om
+gastvrijheid. Toen bevonden zich Pothinus en de zijnen in groote
+verlegenheid, want de troepen en schepen van Cæsar waren in de
+nabijheid, en vele vrienden van Gabinius dienden in het Aegyptische
+leger. Wanneer men den verslagen Pompejus vriendelijk ontving, dan
+maakte men zich den overwinnaar Cæsar tot vijand. Ik moest getuige zijn
+van de verschrikkelijke oplossing van dit dilemma. Het afschuwelijke
+gezegde van Theodotus: »doode honden bijten niet meer&rdquo;, gaf den
+doorslag.</p>
+
+<p>»Mijn broeder en ik waren met onze kostbare vracht reeds tot aan den
+berg Casius gekomen en hadden daar onze tent opgeslagen om een bode af
+te wachten, toen een groote schaar gewapende krijgslieden uit de stad
+naar ons toe kwam. Eerst vreesden wij dat wij vervolgd werden, maar een
+verspieder meldde, dat de Koning zelf zich onder de soldaten bevond, en
+op hetzelfde oogenblik zagen wij een groot Romeinsch admiraalsschip van
+de zijde der kust naderen. Dat kon niet anders dan van Pompejus zijn.
+De Koning was dus van gevoelen veranderd, en kwam zelf zijn gast
+verwelkomen. De troepen legerden zich langs de vlakke kust, waarboven de
+tempel van Ammon zich verhief.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="84">&nbsp;</span><a id="p_84"></a></p>
+
+<p>»Het was een heldere Septemberdag en de wapens glinsterden in de zon.
+Van den hoogen rotswand der droge rivierbedding, waarin wij onze tent
+hadden opgeslagen, zagen wij iets roods zich op en neer bewegen. Het was
+de purperen mantel des konings. De blauwe golven, door een zacht windje
+bewogen, kabbelden over het gele duinzand. De koning bleef stilstaan.
+Hij tuurde met de hand boven de oogen naar het naderende admiraalsschip.
+Achillas, de bevelhebber, en de tribuun Septimius, die tot de Romeinsche
+bezetting in Alexandrië behoorde, en van wien ik wist dat hij onder
+Pompejus gediend, en hem veel te danken had, waren intusschen in een
+boot gegaan, en voeren hem tegemoet, daar het schip daar niet landen
+kon.</p>
+
+<p>»Nu begonnen de onderhandelingen, en Achillas' voorslagen moeten zeer
+aannemelijk en vertrouwen-inboezemend geweest zijn, want een
+hooggeplaatste vrouw, Cornelia, de gemalin van den Imperator maakte een
+gebaar dat haar dank moest uitdrukken.&rdquo;</p>
+
+<p>De verhaler hield een oogenblik op, haalde diep adem, en drukte de hand
+tegen zijn voorhoofd, <ins class="corr" id="corr44" title="Bron: tewijl">terwijl</ins> hij voortging:</p>
+
+<p>»Nu komt iets.... ach, dat ik dat verschrikkelijk tooneel mee moest
+aanzien! Hoe dikwijls heeft men het verkeerd weergegeven, en toch ging
+alles zoo akelig eenvoudig!</p>
+
+<p>»De Fortuin geeft haar gunstelingen vertrouwen. Dat had Pompejus dan
+ook. In weerwil van zijne acht en vijftig jaren, stapte hij vlug in het
+bootje. Alleen een vrijgelaten slaaf bood hem zijn hulp. Een zwarte
+matroos stiet het scheepje met zulk een kracht van het groote schip af,
+dat het scheen alsof de ijzeren stang een speer en het vaartuig zijn
+vijand was. De man struikelde, doordat de riemslagen der roeiers de boot
+reeds vooruit dreven, en daarbij viel het bruine mutsje van zijn hoofd.
+Het is of ik dat zwarte, wollige haar nog zie. Eer het mij nog recht
+helder werd dat dit geen goed voorteeken was, lag de boot reeds stil.</p>
+
+<p>»Het water stond laag. Ik zag hoe Achillas naar het land wees. Hij
+kon het met één sprong bereiken. Pompejus zag naar den Koning; de
+vrijgelatene legde de hand onder zijn arm om hem bij het opstaan te
+helpen, Septimius stond op naar het scheen om hem te steunen. Doch
+neen! Wat is dat? Op eens flikkert iets naast het grijze haar van
+den Imperator in het helle zonlicht, alsof er een vonk uit den hemel
+gevallen was. Wil Pompejus die afweren, of waarom beweegt hij zijn hand?
+Hij nam zijn toga op, en zonder geluid te geven bedekte hij daarmede
+zijn gelaat. Nog eens zwaait de tribuun met zijn arm, en toen.... welk
+een verwarring! Hier, ginds, overal opgestoken handen, en weder flikkert
+iets in de lucht. De veldheer Achillas stoot <span class="pagenum" title="85">&nbsp;</span><a id="p_85"></a>zijn dolk met zulk een
+vaste hand, alsof hij zich in het moorden geoefend had. Het zware
+lichaam van den Imperator zijgt neder. De vrijgelatene ondersteunt hem
+nog.</p>
+
+<p>»<ins class="corr" id="corr45" title="Bron: Nn">Nu</ins> hoorde men een geschreeuw van woede, van weeklachten, en
+boven dat alles uit de pijnlijke smartkreet eener vrouw. Die komt van
+het schip, van Cornelia, de gemalin van het slachtoffer. Daarop weder
+toejuichingen uit het kamp van den Koning, trompetsignalen; de
+Aegyptenaars trekken weder af. Daar vertoonde de vuurroode mantel zich
+weder. Septimius gaat hem tegemoet, met een bloedend hoofd in de hand.
+De jonge Koning ziet in de gebroken oogen, die zoovele gevechten, die
+Rome, die twee werelddeelen hebben beheerscht. Dit gezicht is het
+kind toch te machtig: hij wendt zich af. Het schip zeilt weer weg; de
+Aegyptenaars scharen zich in rijen, en trekken af. Achillas wascht zijne
+bebloede handen in de zee, en naast hem de vrijgelatene eveneens het
+hoofdelooze lichaam van zijn heer. De trouwe dienaar roept den veldheer
+iets toe, maar deze haalt alleen de schouders op.&rdquo;</p>
+
+<p>Archibius moest weder een oogenblik ophouden om adem te scheppen. Toen
+ging hij weder kalmer voort:</p>
+
+<p>»Ik hoorde later dat Achillas het leger niet naar Alexandrië
+terugbracht, maar naar het Oosten, naar Pelusium.</p>
+
+<p>»Mijn broeder en ik stonden op den steilen rotswand. Het duurde lang eer
+wij een van beiden spraken. Een stofwolk onttrok den Koning en zijn
+gevolg aan ons gezicht, en het zeil van het admiraalsschip verdween ook.
+Het werd donker, en Straton wees naar het Westen, waar Alexandrië lag.
+Daar ging de zon onder, zoo rood, alsof een stroom van bloed over de
+stad werd uitgegoten.</p>
+
+<p>»Thans daalde de nacht. Er brandde aan de kust nog een zwak vuur.
+Vanwaar kwam op die dorre vlakte dat hout? Hoe had men dat daar
+ontstoken? Dicht bij het tooneel van den moord had een wrakke schuit
+gelegen. De vrijgelatene en zijn makker hadden die in stukken gehakt, en
+het vuur werd gevoed met dorre takken, de verscheurde kleeren van het
+slachtoffer en droog zeegras. De vlammen sloegen nu hooger op. Wij zagen
+hoe op dezen armzaligen brandstapel behoedzaam een menschenlichaam werd
+neergelegd. Het was dat van den grooten Pompejus. Een veteraan van den
+Imperator bood den trouwen dienaar de behulpzame hand.&rdquo;</p>
+
+<p>Archibius zonk op den rustbank achterover, en voegde er ter verklaring
+bij:</p>
+
+<p>»De man heette Cordus, Servius Cordus. Later is het hem goed gegaan,
+want daar heeft de Koningin voor gezorgd. <ins class="corr" id="corr46" title="Bron: Maa">Maar</ins> de anderen werden
+alle spoedig genoeg door het noodlot achterhaald. <span class="pagenum" title="86">&nbsp;</span><a id="p_86"></a>Theodotus werd later
+door Brutus tot een ellendigen dood veroordeeld. Terwijl hij zieltogend
+luid schreeuwde, riep een oud dienaar van Pompejus hem toe: »Doode
+honden bijten niet meer, maar zij huilen als zij sterven.&rdquo;</p>
+
+<p>»Het was Julius Cæsar waardig, dat hij zich vol afschuw afwendde toen
+hem later het hoofd van zijn vijand gebracht werd. En Pothinus wachtte
+te vergeefs een belooning voor zijn schandelijke daad.</p>
+
+<p>»Spoedig na de terugkomst des Konings in Alexandrië zeilde Cæsar uit.
+Eerst in Aegypte hoorde hij welke ontvangst men daar Pompejus had
+bereid. Gij weet dat hij hier negen maanden lang gebleven is. Menigmaal
+heb ik hooren zeggen dat het Cleopatra was, die hem hier geboeid hield.
+Dat is waar, en toch ook weder niet waar. Een half jaar was hij
+gedwongen te blijven; de overig drie maanden schonk hij aan zijne
+geliefde, want het hart van den vierenvijftigjarigen man had zich
+werkelijk nog eenmaal voor een grooten hartstocht geopend. Evenals
+alle wonden, zoo zijn ook die van Eros' pijlen moeilijker te heelen,
+wanneer iemands jeugd al achter hem ligt. Ook waren het niet slechts
+oogen en zinnen die dit, in leeftijd zoo verschillende paar tot
+elkander aantrokken, maar veeleer beider innerlijke hoedanigheden. Twee
+gevleugelde geesten hadden elkander hier ontmoet. Het genie van den een
+had dat van de ander erkend. De echte mannelijkheid was de volkomen
+vrouwelijkheid tegemoet gekomen. Het kon niet anders of zij moesten
+elkander aantrekken. Ik zag het aankomen, want reeds lang had Cleopatra
+met gespannen aandacht de vlucht van dezen adelaar gevolgd. Hij vloog
+hooger dan alle anderen, ook dan hij, dien zij reeds als kind vol
+verlangen had nagestaard. En zij voelde zich sterk genoeg hem ter zijde
+te blijven.</p>
+
+<p>»Wij kwamen zonder ongeval bij Cleopatra aan, en hoorden hoe Cæsar in
+het paleis der Ptolemaeërs afgestapt was, in weerwil van den vijandige
+gezindheid der burgers, en hoe hij de taak op zich genomen had de
+orde in Aegypte te herstellen. Wij wisten op welke wijze Pothinus,
+Achillas en Arsinoë zouden trachten invloed op hem uit te oefenen. Wat
+Cleopatra betreft, zij maakte zich ongerust dat hare vijanden Aegypte
+onvoorwaardelijk aan Rome zouden afstaan, wanneer Cæsar hen de teugels
+der regeering overliet, en haar daarvan uitsloot. Zij had reden dit te
+vreezen, maar ook den moed om voor haar eigen zaak het leven te wagen.</p>
+
+<p>»Zij moest nu naar de stad, en wel naar het paleis, in de
+tegenwoordigheid van den Dictator gebracht worden. Mijn broeder en ik
+hielpen haar. Aan kinderen heeft men het verhaaltje opgedischt, dat
+Cleopatra door een sterken man in een <span class="pagenum" title="87">&nbsp;</span><a id="p_87"></a>zak door de poort van het paleis
+werd gedragen. Het was nu wel geen zak, maar een Syrisch tapijt. De
+sterke man was mijn broeder Straton. Ik liep vooruit en maakte ruim
+baan.</p>
+
+<p>»Julius Cæsar en zij zagen en vonden elkander. Het lot trok nu het
+besluit, dat uit de gegevens vanzelf voortvloeide. Nooit zag ik
+Cleopatra meer schitterend in al hare gaven van verstand en hart
+dan toen. Toch was zij door gevaren omringd, en had Cæsar al zijn
+veldheerstalent noodig om den tegenstand, dien hij hier vond, te
+bedwingen. Ik herhaal: dat was het, wat hem hier hield; Cleopatra niet.
+Waarom zou hij niet, zooals hij later deed, zijn geliefde meegenomen
+hebben naar Rome, wanneer hem dat mogelijk ware geweest? Dit was echter
+in geenen deele het geval. Daar zorgden de Alexandrijnen wel voor.</p>
+
+<p>»Hij had het testament van den fluitspeler erkend, en zelfs aan het
+Aegyptische koningshuis nog meer rechten toegestaan, dan de Koning had
+kunnen doen. Cleopatra en haar broeder en gemaal Dionysus moesten de
+heerschappij deelen; aan Arsinoë en haar jongsten broeder werd daarbij
+nog Cyprus toebedeeld, dat de Republiek aan hun oom Ptolemæus had
+ontnomen. Natuurlijk moest Rome de voogdij over de kinderen behouden.</p>
+
+<p>»Deze beschikkingen waren ondragelijk voor Pothinus en de voormalige
+bewindvoerders van den staat. Cleopatra als Koningin, en Rome, dat was
+Cæsar, de dictator die haar vriend was, als voogd, dat was zooveel als
+ontzetting uit alle macht, ja hunne geheele vernietiging, en daarom
+verzetten zij zich daartegen met alle kracht.</p>
+
+<p>»De Aegyptenaars en ook de Alexandrijnen waren aan hare zijde, en de
+jonge Koning torste met tegenzin het juk der zooveel meer ontwikkelde
+zuster, die hij nooit had liefgehad. Cæsar was met een strijdmacht
+aangekomen die op verre na niet gelijkstond met de hunne, en misschien
+konden zij den algemeen gevreesden man hier ten val brengen. Zoo streden
+zij dan van weerszijden met zooveel inspanning en ijver, dat de dictator
+groot gevaar liep het onderspit te delven. Maar Cleopatra verlamde
+waarlijk niet zijn kracht, noch belemmerde hem in zijn bewegingen.
+Neen! nooit was hij grooter geweest, nooit bewees hij zóó duidelijk
+de macht van zijn genie! En welk een overmacht, welk een haat, had
+hij te bestrijden! Ik zag hoe de jonge Koning, toen hij hoorde dat het
+Cleopatra was gelukt in het paleis binnen te dringen en Cæsar te zien,
+als bezeten van woede de straat op liep, zich de kroon van het hoofd
+rukte, die op den grond wierp en de voorbijgangers toeriep, dat hij
+verraden was. Dit duurde zoolang totdat Cæsar's soldaten hem in het
+paleis terugbrachten en de menigte uiteendreven.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="88">&nbsp;</span><a id="p_88"></a></p>
+
+<p>»Arsinoë had meer gekregen dan zij had durven hopen, en toch voelde zij
+zich ook nu weder het meest beleedigd. Toen Cæsar in het paleis zijn
+intrek had genomen had zij hem als Koningin ontvangen, en al haar hoop
+op hem gevestigd. Daar was haar gehate zuster gekomen en als altijd
+geraakte zij door Cleopatra op den achtergrond. Dat was te veel, en met
+haar vertrouweling Ganymedes, die een geducht krijgsman was, verliet zij
+het paleis, en ging tot de vijanden van den dictator over.</p>
+
+<p>»Nu volgden hevige gevechten te water en te land. In de stad zelve
+streed men om de drinkwaterleiding te bemachtigen die door den vijand
+was afgedamd, om haar te gebruiken bij den brand die in een deel van het
+Bruchium woedde, en de bibliotheek van het Museum al verwoest had. Maar
+ofschoon hij half versmachtte van dorst, en nauwelijks aan het gevaar
+van verdrinken ontkomen was; ofschoon hij aan alle zijden werd bedreigd
+door den grimmigsten haat, toch stond de overwinnaar pal, en bleef
+zegepralen, evenals later in een veldslag, waarvoor de jonge Koning een
+leger verzameld en zich aan het hoofd daarvan gesteld had.</p>
+
+<p>»Zooals gij weet, is de jongeling op zijn vlucht verdronken.</p>
+
+<p>»Onder dergelijken strijd en doodsgevaren verliep een half jaar, eer
+het Cæsar en Cleopatra vergund was de vruchten te plukken van hun
+gemeenschappelijken arbeid. De dictator verhief haar tot Koningin van
+Aegypte, en benoemde haar jongsten broeder, nauwelijks half zoo oud als
+zij, tot haar mederegent. Aan Arsinoë schonk hij het leven, dat zij
+eigenlijk had verbeurd, maar zond haar naar Italië.</p>
+
+<p>»Op de overwinning volgde de vrede. Nu hadden werkelijk ernstige
+plichten den Staatsman naar Rome moeten terugroepen doch hij bleef nog
+volle drie maanden hier. Wie het leven van den eerzuchtigen Cæsar kent,
+en weet wat dit verzuim hem had kunnen kosten, die slaat zich met de
+hand tegen het hoofd en vraagt: kan dat waar zijn, dat hij dezen
+kostbaren tijd gebruikte om met zijne geliefde een tochtje op den Nijl
+te doen, tot aan het eiland van Isis toe, aan de uiterste zuidgrens van
+het land? Toch is dat zoo geschied, en ik was zelfs in het tweede schip
+met haar gevolg. Niet alleen zag ik hen meermalen bijeen, maar ik deelde
+ook nu en dan hunnen maaltijd en hunne gesprekken. Dat was dan een geven
+en nemen, een terugtrekken en zich verheffen, kortom een opeenvolging
+van dissonanten, die men gaarne aanhoorde, omdat men wist, dat zij zich
+in de schoonste harmonie moesten oplossen. Dat waren dagen van genot
+voor alle zintuigen te gelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>»Deze geheele Nijlreis,&rdquo; viel Barine hem in de rede, »stel ik mij
+evenzoo voor als die fabelachtige tocht, toen het zeil van
+<span class="pagenum" title="89">&nbsp;</span><a id="p_89"></a>purperkleurige zijde Cleopatra op den Kydnos Antonius tegemoet voerde.&rdquo;</p>
+
+<p>»Neen, neen!&rdquo; riep Archibius uit. »Van Antonius heeft zij eerst geleerd
+het aardsche leven door aardsche genietingen te veraangenamen; Julius
+Cæsar verlangde meer dan dat. Haar geest verschafte hem een veel grooter
+genot.&rdquo;</p>
+
+<p>Een oogenblik later ging hij voort:</p>
+
+<p>»Het is waar, al datgene waarmede zij Antonius in later jaren altijd
+nieuw vermaak verschafte, kwam niet altijd uit haar zelve.&rdquo;</p>
+
+<p>»En dat,&rdquo; riep de jonge vrouw uit, »was nu hetzelfde wezen, dat in de
+rust der ziel eenmaal het hoogste goed had erkend!&rdquo;</p>
+
+<p>»Hetzelfde,&rdquo; antwoordde Archibius nadenkend. »Maar dat moest alles zoo
+wezen. Het levensgenot was voor het aankomende meisje het voornaamste
+geweest. Vóórdat de hartstocht bij haar ontwaakte, was zielsrust het
+hoogste wat zij kende. Toen de tijd kwam dat deze onbereikbaar voor
+haar bleek te zijn, bleef toch nog het vastgewortelde verlangen naar
+geluk in haar gemoed den boventoon voeren. Mijn vader had haar, als de
+toekomstige Koningin, moeten inprenten dat het goede de grondwet van
+haar bestaan was. Dat deed hij niet, omdat hij zelf in zijne afzondering
+dat geluk gevonden had, dat de meester aan zijn jongeren voorspiegelt.
+Van Athene naar Cyrene, van Epicurus naar <ins class="corr" id="corr47" title="Bron: Aaristippus">Aristippus</ins> is slechts één
+enkele schrede. Zij deed die, toen zij vergat dat de meester geenszins
+in het najagen van genoegens alléén het hoogste goed zocht. De
+gelukzaligheid, zooals Epicurus die bedoelde, moest niet minder zijn
+dan die van Zeus, zelfs al had men enkel gerstebrood en water, om zijn
+honger en dorst mede te stillen.</p>
+
+<p>»Toch geloofde zij nog altijd zijn leerling te zijn en toen later
+Antonius ten strijde trok tegen de Parthen, waardoor zij langen tijd
+alleen bleef, begon zij weder te wenschen naar afwezigheid van smart en
+rust der ziel. Doch de staat, haar kinderen, de echtverbintenis van
+Antonius met Octavia, haar eigen hartewenschen, de magische kunst en de
+Aegyptischen leer van het leven na den dood; meer dan dit alles nog de
+brandende eerzucht, de nooit sluimerende behoefte bemind te worden door
+hen, die zij zélve beminde, en de eerste te zijn onder de eersten....&rdquo;</p>
+
+<p>Op dit oogenblik kwam de bode binnen, die hem aankondigde, dat het schip
+in gereedheid was.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="90">&nbsp;</span><a id="p_90"></a></p>
+
+<h2><a id="ZEVENDE_HOOFDSTUK"></a>ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Archibius had zich zoo geheel in het verleden verdiept, dat hij eenigen
+tijd noodig had om tot het tegenwoordige terug te keeren. Hij sprak nu
+met de vrouwen af wanneer zij gereed moesten zijn tot het vertrek.</p>
+
+<p>Het viel vrouw Berenice zeer moeilijk haar overreden broeder in de
+stad achter te laten, en Barine had gaarne vóór het afscheid Dion
+nog eens gezien. Ook vonden beiden het hard Alexandrië te verlaten,
+eer de beslissende tijding van leger en vloot aangekomen was. Zij
+verzochten daarom nog eenige dagen uitstel, maar met een vastheid,
+die den beminnelijken vriend veranderde in een strengen gebieder,
+wees Archibius dat af, en verklaarde dat zij den volgenden dag vóór
+zonsondergang tot het vertrek gereed moesten zijn. Zijn Nijlboot zou in
+de Agathodemonhaven voor haar klaar liggen, en dan zouden zij in zijn
+reiswagen, met zooveel slavinnen en kisten als zij wilden meenemen,
+verder gebracht worden. Vervolgens herinnerde hij haar op zachten toon
+aan de onaangenaamheden die een langer verblijf in de stad haar op den
+hals kon halen, verontschuldigde zijn gestrengheid met den haast dien
+hij had, drukte moeder en dochter de hand, en ging heen. Barine riep
+hem nog eens terug, maar hij deed alsof hij dat niet hoorde. Zijn wagen
+bracht hem spoedig aan de groote haven.</p>
+
+<p>De wassende maan weerspiegelde als een zilveren zuil trillend in het
+golvend water, en verlichtte den zoelen herfstnacht. Verderop stond de
+zee zeker hol; dat zag men aan de beweging der schepen, die voor anker
+lagen in den hoek, gevormd door den prachtigen Poseidontempel en den
+Choma. Dat was een landtong, die zich als een vinger in de zee
+uitstrekte, en aan welker punt een klein paleis stond. Cleopatra had dit
+voor Antonius laten bouwen om hem te verrassen, nadat hij zich een enkel
+woord daarover had laten ontvallen. Een ander paleis van wit <span class="pagenum" title="91">&nbsp;</span><a id="p_91"></a>marmer op
+het eiland Antirrhodus blonk in den maneschijn tegenover de plaats van
+afvaart, en op grooter afstand nog zag men een helder vuur branden. Op
+den beroemden, hoogen vuurtoren op het eiland Pharus, aan den ingang
+van de haven, flikkerden de vlammen, door den wind bewogen, op en neer.
+Daardoor werd de gezichteinder en het kalme havenwater tot aan den
+uitersten rand met beweegelijke lichtmassa's overstroomd, die nu eens
+sterker dan weer flauwer de duisternis verhelderden.</p>
+
+<p>Aan de haven was het, in weerwil van het late uur, nog levendig, en
+de wind was zoo hevig, dat de mantels der mannen dikwijls over hun
+hoofd waaiden, en de vrouwen hare kleederen moesten vasthouden. Het
+handelsverkeer was wel is waar afgeloopen, maar velen waren hier gekomen
+om nieuwstijdingen op te doen, of het eerst terugkomende schip van de
+zegepralende vloot te begroetten. Niemand twijfelde er immers aan of
+Antonius had in den slag tegen Octavianus de overwinning behaald. De
+haven werd goed bewaakt, en juist was een afdeeling Syrische ruiters
+uit de kazerne ten zuiden van den Lochias naar den kant van den
+Poseidontempel getrokken. Hier, en niet in de Eunostushaven, die van de
+andere was gescheiden door den breeden op een brug gelijkenden dam van
+het Heptastadium, die op zijne beurt weder het vasteland met het eiland
+Pharus verbond, moesten de koninklijke schepen het anker uitwerpen. In
+deze buurt stonden de paleizen en tuighuizen en daarom moesten alle
+berichten hier het eerst gebracht worden. De andere haven was alleen ten
+gebruike voor den handel bestemd, en het was verboden dat pas aankomende
+schepen hier binnenliepen, omdat het verspreiden van valsche geruchten
+voorkomen moest worden.</p>
+
+<p>Trouwens, men kon moeilijk verwachten zelfs in de groote haven eenig
+nieuws te vernemen, want de geheele opening was versperd door een keten,
+die van de punt van het eiland Pharus af, tot een tegenoverliggende klip
+aan den Alveus Steganus liep. Maar als er een schip van den staat met
+gewichtige tijdingen aan mocht komen, dan kon die afsluiting weggenomen
+worden, en daarop hoopten de talrijke zwervers aan den oever.</p>
+
+<p>Velen van hen kwamen van feestmalen, uit gaarkeukens, herbergen of van
+nachtelijke bijeenkomsten van godsdienstige secten, maar aller opgewekte
+stemming werd gedempt onder den druk van een bange verwachting. Waar
+Archibius zijn blikken wendde, overal zag hij gespannen en angstige
+gelaatstrekken. Ook moesten velen om den wind zich voorover buigen, en
+al de wapperende vlaggen, en opstijgende stofwolken vermeerderden nog de
+onrust van het geheele tooneel.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="92">&nbsp;</span><a id="p_92"></a></p>
+
+<p>Op het oogenblik dat het schip van wal stak en de roeiers de riemen
+grepen voelde de eigenaar daarvan zich zóó gedrukt, dat hij bijna niet
+meer durfde hopen een goede tijding te zullen hooren.</p>
+
+<p>Zijn verhaal had lang verleden dagen als het ware weer uit het graf doen
+verrijzen, en terwijl hij van zijn bank op het achterdek opzag naar den
+hemel, waar de sterren telkens verduisterd werden door voorbij vliegende
+wolken, trok menig tooneel van vroegeren tijd aan zijn geestesoog
+voorbij.</p>
+
+<p>»Wat kan men veel onder zijn woorden verbergen, zonder zich nog schuldig
+te maken aan een leugen,&rdquo; dacht hij, toen hij alles nog eens naging, wat
+hij aan de vrouwen had verhaald.</p>
+
+<p>Ja zeker, hij was al vroeg Cleopatra's vertrouweling geweest, maar
+hoe had hij haar bemind, hoe was hij met hart en ziel haar toegedaan
+geweest! Zij moest dit niet alleen vermoeden: hij had het haar duidelijk
+genoeg getoond en bekend. En zij.... zij had dat aangenomen, als een
+recht dat haar toekwam. Toen hij slechts éénmaal had beproefd, in een
+overvloeiend gevoel van teederheid, haar in de armen te sluiten, had
+zij hem met ontevreden hooghartigheid afgeweerd. Maar een betuiging van
+liefde is een misdaad, die de hoogstgeplaatste den geringste toch altijd
+weer vergeven kan, en reeds enkele uren later was Cleopatra hem met de
+oude, hartelijke vertrouwelijkheid tegemoet gekomen.</p>
+
+<p>Nu dacht hij ook weder aan al de kwellingen die hij had doorgestaan, in
+den tijd toen hij moest aanzien hoe zij door Antonius werd geboeid<ins class="corr" id="corr48" title="Niet in Bron.">.</ins> Die
+Romein was toenmaals nog maar als een even snel verschenen als verdwenen
+meteoor door haar leven heengegleden, maar allerlei dingen hadden
+verraden dat zij hem niet vergeten kon. Hare liefde voor den grooten
+Caesar had Archibius zonder smart bij haar zien ontkiemen en opgroeien,
+doch toen zij zich te Tarsus aan den Kydnos met Antonius verbonden had,
+was er in zijn hart een pijnlijk gevoel van afgunst ontwaakt. Thans
+waren zijne haren vergrijsd, en al had niets zijn vriendschap voor de
+Koningin verzwakt, al was hij ten allen tijde bereid haar te dienen,
+toch had dit dwaze gevoel zich nog niet voor goed laten onderdrukken,
+en telkens weder maakte het zich van zijn gansche ziel meester. Hij
+ontkende geenszins de goede eigenschappen van Antonius, maar hij zag
+ook dat de zwakke zijden van zijn karakter veel meer in 't oog loopend
+waren. Telkens wanneer zijne gedachten zich bezig hielden met dit hooge
+paar, ging het hem als een kunstkenner, die het edelste kleinood uit
+zijn verzameling moet afstaan aan een rijkaard die de waarde ervan niet
+kent, en het eene verkeerde plaats geeft.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="93">&nbsp;</span><a id="p_93"></a></p>
+
+<p>Met dat al wenschte hij den Romein van harte een schitterende
+overwinning toe, want zijne nederlaag zou ook die van Cleopatra zijn, en
+zou zij de gevolgen daarvan kunnen dragen?</p>
+
+<p>Het schip naderde nu den lichtkring aan den voet van den Pharus, en
+juist wilde Archibius het sein geven om de keten te doen wegnemen, toen
+hij in den stilte van den nacht zijn naam hoorde roepen.</p>
+
+<p>Het was Dion, die hem riep. Hij zat in een der booten, die aan den
+ingang van de haven op de golven dobberden, en had den snelzeiler van
+Archibius herkend aan den kop van Epicurus aan den voorsteven, die door
+het licht der lantaarns beschenen werd. Cleopatra had dit schip voor
+haar vriend laten bouwen en het met dit kopstuk doen versieren. Dion
+wenschte nu bij hem te komen, en weldra stonden beiden op het dek.</p>
+
+<p>Hij was op het eiland Pharus geland en in een herberg voor matrozen
+binnengegaan, om daar te vragen, of iemand ook iets wist; maar niemand
+had iets zekers durven vertellen. De wind kwam nog altijd van de
+landzijde, en daardoor konden de grootere vaartuigen alleen met de hulp
+van roeiers de Aegyptische kust bereiken. Eerst sinds kort was de wind
+van het Zuiden naar het Zuidoosten omgeloopen, en een ervaren Rhodisch
+stuurman had verzekerd dat hij »nooit weder een beker wijn aan zijn mond
+zou zetten,&rdquo; als hij nu morgen of overmorgen niet uit het Noorden kwam.
+Was dat het geval, dan konden er schepen en tijdingen bij dozijnen te
+gelijk naar Alexandrië komen; dat was te zeggen, had de grijskop met een
+uittartenden blik op den fijnen heer uit de stad er bij gevoegd, indien
+men die voorbij den Pharus of door het Poseidon-bekken in den Eunostus
+liet binnenloopen. Met zonsondergang had hij aan den horizont reeds
+zeilen meenen te zien, maar de vlugste watervogel werd een egel, als
+de wind hem tegen was, en zelfs zijn zwempooten vasthield. Anderen
+verzekerden hetzelfde, en gaarne zou <ins class="corr" id="corr49" title="Bron: Didon">Dion</ins> daarom uitgezeild zijn in
+de open zee om ze op te zoeken. Hij was echter geheel alleen in een
+gebrekkig huurbootje geweest, en dit had de haven niet mogen verlaten.</p>
+
+<p>Zijn vermoeden dat voor Archibius iedere weg openstond, had hem niet
+bedrogen, en spoedig werd de ketting voor den »Epicurus&rdquo; weggenomen. Nu
+kliefde het schip, door den Zuidoosten wind gedreven, met volle zeilen
+den vloed.</p>
+
+<p>In het Noorden werd een flauw licht zichtbaar, dat zich heen en weer
+bewoog. Dat kon niet anders zijn dan een schip. Nu had wel de stuurman
+in de herberg op Pharus, die er zelf had uitgezien <ins class="corr" id="corr50" title="Bron: afsof">alsof</ins> hij niet enkel
+koopvaardijschepen had bevaren, gesproken van vaartuigen die aan
+bezoekers aan boord niets ten geschenke gaven, maar toch vreesden
+de mannen op den <span class="pagenum" title="94">&nbsp;</span><a id="p_94"></a>goed uitgerusten, stevigen »Epicurus&rdquo; niet voor
+zeeroovers, te meer daar de dag weldra aanbreken zou, en hij juist twee
+zware oorlogsschepen, die de Regent had uitgezonden, voorbijgestevend
+was.</p>
+
+<p>De sterke wind blies in de zeilen, roeien zou vergeefs zijn geweest en
+het licht in de verte scheen naar hen toe te komen. Reeds was in het
+Oosten een bleeke <ins class="corr" id="corr51" title="Bron: lichstreep">lichtstreep</ins> te zien, toen de Epicurus het vaartuig
+met het licht naderde. Dit scheen echter voor het Alexandrijnsche schip
+te willen uitwijken, en wendde zich plotseling naar het Noordoosten.
+Nu overlegde Archibius met Dion of het de moeite waard kon zijn den
+vluchteling te achtervolgen. Het was een klein vaartuig, dat in de
+flauwe schemering een Cilicisch zeerooversschip van de kleinste soort
+scheen te zijn.</p>
+
+<p>Welke de bemanning ook mocht zijn, het beproefde en talrijke scheepsvolk
+van den veel grooteren Epicurus behoefde die niet te vreezen. Bovendien
+had de kapitein op de vloot van Sextus Pompejus gediend en reeds menig
+zeerooversschip geënterd.</p>
+
+<p>Toch vond Archibius het dwaasheid zonder noodzaak een strijd aan te
+gaan, doch Dion was in een stemming om ieder gevaar, wat het ook ware,
+te trotseeren. Ging het op leven en dood&mdash;welnu des te beter!</p>
+
+<p>Hij had aan zijn vriend de booze vermoedens van Iras meegedeeld. Het
+stond zeker niet goed met de vloot, en als de kleine Ciliciër niets voor
+hen te verbergen had, dan zou hij hen niet uit den weg zijn gegaan.
+Daarom was het stellig van belang te vernemen waarom hij, zoo dicht bij
+de haven was omgekeerd.</p>
+
+<p>Ook de strijdlustige kapitein was vóór de vervolging, en zoo gaf
+Archibius dan eindelijk toe; de onzekerheid was voor hem ook het
+ondragelijkste van alles. Dion was ook gedrukt. Hij kon het beeld van
+Barine maar niet uit zijn herinnering verbannen; sedert Archibius hem
+had medegedeeld, dat zij van plan was haar huis voortaan voor bezoekers
+te sluiten, en hoe gewillig zij gehoor gegeven had aan zijn uitnoodiging
+om bij hem buiten te komen, had hij zich telkens weder afgevraagd,
+waarom hij dan ook niet haar, die toch de dochter van een beroemd
+schilder was, tot de zijne zou maken.</p>
+
+<p>Archibius had gezegd dat Barine haar beste vrienden en natuurlijk ook
+hem, gaarne in haar landelijke afzondering bij zich ontvangen zou. Dat
+betwijfelde Dion geen oogenblik, maar evenmin of zulk een bezoek hem
+niet misschien voor goed van zijn vrijheid zou berooven. Maar kon
+eigenlijk een Alexandrijn nog op echte vrijheid bogen, wanneer de
+Romeinen het bewind voerden in zijn stad, evenals zij in Karthago
+of Korinthe deden? <span class="pagenum" title="95">&nbsp;</span><a id="p_95"></a>Indien Cleopatra verslagen was en Aegypte een
+Romeinsche provincie werd, dan kon het hem enkel vernederen deel te
+nemen aan de besluiten van den Raad, die heden nog uit »Macedonische
+mannen&rdquo; bestond en waaraan hij zoo was gehecht; dan kon hij nooit meer
+voldoening van zijn werk verwachten. Dan mocht de lans van een zeeroover
+aan het onvrije leven onder een Romeinsch juk, en aan dit onwaardig
+verlangen en weifelen een einde maken! Op dezen najaarsmorgen, onder
+een grijzen hemel, waaruit een lichte, vochtige nevel neerdaalde,
+met zooveel bange vrees en twijfel in het hart, zag Dion van alle
+tegenwoordige en toekomstige dingen enkel de schaduwzijde. Maar op dit
+oogenblik had de Epicurus den vluchteling ingehaald en zich van hem
+meester gemaakt. De eerste zwakke tegenstand was spoedig opgegeven,
+zoodra de kapitein van Archibius hem toegeroepen had, dat de Epicurus
+niet behoorde tot de koninklijke vloot, en alleen op kondschap uitgegaan
+was.</p>
+
+<p>Nu haalden de Ciliciërs de riemen in, Archibius en Dion gingen op hun
+schip over, en namen den bevelhebber in het verhoor. Het was een oude
+verweerde zeeman, die het zwijgen niet eerder verbrak, dan nadat hij
+zeker wist wat zijn vervolgers verlangden.</p>
+
+<p>Hij begon met de verzekering dat hij aan de Peloponnesische kust getuige
+was geweest van een groote overwinning der Aegyptische vloot op die van
+Octavianus, maar door de strikvragen der vrienden raakte hij in zijn
+eigen woorden verward, en beweerde dat hij in het geheel niets wist. Hij
+had dat maar gezegd om den Alexandrijnschen heeren welgevallig te zijn.
+Dion doorzocht daarop met eenige lieden van den Epicurus het schip, en
+in de kleine kajuit vond hij een man, die sterk geboeid was, en door een
+der zeeroovers werd bewaakt. Het was een matroos uit Pontus, die alleen
+de taal van zijn eigen land sprak. Men kon dus niets verstaanbaars uit
+hem krijgen. Daarentegen stonden er belangrijke aanwijzingen in een
+briefrol, die zij in de kajuit in een kist vonden, onder kleederen,
+sieraden en andere geroofde voorwerpen.</p>
+
+<p>Dion kon zijn oogen niet gelooven, toen deze brief bleek gericht te zijn
+aan zijn vriend, den bouwmeester Gorgias. Daar de zeeroover het schrift
+niet lezen kon, had hij hem niet geopend, doch Dion verbrak zonder
+aarzelen het zegel. De brief was geschreven door den Griekschen rhetor
+Aristokrates, die met Antonius in den oorlog was gegaan, uit Tænarum in
+het Zuiden van den Peloponnesus. Uit naam van zijn veldheer verzocht
+hij Gorgias daarin, het kleine paleis op het uiteinde van den Choma
+ten spoedigste in gereedheid te brengen, en aan de havenzijde door een
+hoogen muur af te sluiten. Een deur daarin was niet noodig. Alle verkeer
+met het huis kon over het water plaats <span class="pagenum" title="96">&nbsp;</span><a id="p_96"></a>hebben. Hij moest maar zorgen
+dat het werk spoedig gereed was.</p>
+
+<p>De beide vrienden zagen elkander, bij het lezen van deze opdracht, vol
+verbazing aan. Wat kon de aanleiding zijn tot dit vreemdsoortig bevel?
+Hoe kwam het in bezit van den zeeroover? Dit alles moesten zij zien uit
+te vorschen.</p>
+
+<p>Wanneer Archibius, wiens zachtaardige, vertrouwen-wekkende
+persoonlijkheid de menschen altijd spoedig voor zich innam, een enkel
+maal in hartstochtelijke drift losbarstte, dan miste deze plotselinge
+omkeering nooit zijne uitwerking, omdat zijne hooge, trotsche gestalte
+en harde trekken er dan werkelijk onheilspellend uitzagen. Ook nu zag
+de kapitein vol ontzag tot hem op, toen de Alexandrijn hem dreigde
+alle genade die hij beloofd had, weer in te zullen trekken, indien
+hij hem ook maar het geringste verzweeg, wat samenhing met dezen
+brief. De zeeroover bemerkte spoedig genoeg dat het vergeefs zou zijn
+leugenachtige verklaringen af te leggen; de gevangene uit Pontus sprak
+wel is waar geen Grieksch, maar hij verstond deze taal toch goed, en
+alles wat de andere zeide, bevestigde hij met levendige gebaren, of
+anders gaf hij op dezelfde wijze te kennen, dat het onwaar was.</p>
+
+<p>Zoo kwam dus alles aan het licht. De bark van den zeeroover had met een
+veel grooter schip in de nabijheid van Kreta op een prooi geloerd. Nog
+hadden zij van de tegenover elkander liggende vloten niets gezien of
+gehoord, toen een sierlijke snelzeiler »de vlugste en schoonste die
+ooit de zee had bevaren,&rdquo; misschien wel »de Zwaluw&rdquo; een scheepje van
+Antonius, dat hem als bode dienst deed, in het vizier was gekomen. Zij
+hadden het gemakkelijk prijsgemaakt. De beide schepen hadden den buit
+gedeeld, maar het leeuwenaandeel van menschen en goederen had het groote
+schip gekregen.</p>
+
+<p>De zeeroover had een aanzienlijk man, misschien Antonius' gezant, die
+toen zwaar gewond en sedert gestorven en in de zee geworpen was, een
+tasch met brieven en eenig geld afgenomen. De eerste had hij gebruikt om
+het vuur mee aan te houden; doch die aan den bouwmeester was toevallig
+overgebleven.</p>
+
+<p>De gevangen matrozen hadden verklaard dat de vloot van Octavianus die
+van Cleopatra verslagen had, dat de Koningin was gevlucht, doch dat de
+landmacht nog onaangetast was, en de overwinning daardoor ten slotte
+nog aan de zijde van Antonius kon blijken te zijn. Maar de zeeroover
+wist niet waar het leger stond&mdash;misschien bij Tænarum, vanwaar het
+buitgemaakte schip gekomen was. Het was vreeselijk jammer, maar zijn
+eigen manschappen hadden het in brand gestoken, en het was vóór zijn
+oogen gezonken.</p>
+
+<p>Deze berichten hadden allen schijn van waarheid; maar de kust van
+Akarnië, waar dan de slag geleverd moest zijn, lag zoo <span class="pagenum" title="97">&nbsp;</span><a id="p_97"></a>ver van de
+Zuidpunt van den Peloponnesus af, dat de brief van Antonius wel
+gedurende zijn vlucht moest geschreven zijn. Alleen dit scheen zeker
+te zijn: de vloot was op den tweeden of derden September verslagen en
+uiteen gedreven.</p>
+
+<p>Waar zou de Koningin nu zijn? Waar waren de groote, prachtige schepen
+gebleven, die haar in den strijd hadden gevoerd? Zelfs tegenwind had
+ze niet zóó lang kunnen ophouden, want zij waren immers voldoende met
+roeiers bemand. Zou Octavianus ze bemeesterd hebben? Waren zij verbrand
+of gezonken? Maar hoe zou Antonius dan naar Tænarum zijn gekomen?</p>
+
+<p>Op dit alles kon de zeeroover geen antwoord geven. Waarom zou hij het
+verzwegen hebben, als hij iets wist?</p>
+
+<p>Archibius liet eindelijk het geroofde goed uit het schip van Antonius,
+benevens den bevrijden matroos, op den Epicurus overbrengen, maar de
+zeeroover moest hem zweren nooit meer het water tusschen Kreta en
+Alexandrië onveilig te maken. Daarna liet hij hem ongehinderd zijn koers
+vervolgen.</p>
+
+<p>Met dit geheele avontuur waren ettelijke uren verstreken, en nu ging de
+terugvaart, tegen den wind op, langzaam, want de Epicurus was, zoolang
+de vervolging duurde, door den sterken wind een goed eind de volle zee
+ingestuwd. Toen zij nu nog maar enkele mijlen van de haven van Pharus
+verwijderd waren, bleek het intusschen dat de stuurman uit Rhodus goed
+had voorspeld; het weder veranderde ongewoon snel, en de wind kwam
+nu uit het Noorden. De zee wemelde van schepen, die voor een deel
+behoorden tot de koninklijke vloot, voor een ander deel bezet waren met
+nieuwsgierige Alexandrijnen, uitgezeild om het groote nieuws zoo spoedig
+mogelijk te vernemen.</p>
+
+<p>Archibius en Dion hadden den nacht, en ook den volgenden morgen en
+middag slapeloos doorgebracht. De lucht, nu vochtig geworden door den
+fijnen motregen, was koel. Zij versterkten zich eerst aan een hartig
+maal, en liepen daarna samen op het dek op en neder. Zij spraken slechts
+weinig, en trokken hunne mantels dichter om zich heen. De krachtige
+wijn, die ook op den Epicurus niet ontbrak, had hen reeds eenigermate
+goed gedaan, maar toch waren zij nog niet warm geworden. Dat had zelfs
+een helder houtvuur in de kajuit ook niet gedaan kunnen krijgen. De
+gedachten van Archibius waren bij zijne geliefde Koningin, en zijn
+levendige verbeeldingskracht toonde hem alles, wat haar overkomen kon
+zijn. Geen enkele mogelijkheid, ook de vreeselijkste niet, werd hierbij
+vergeten, en het bloed verstijfde in zijne aderen, als hij haar met het
+schip zag zinken, en naar hem, haar ouden vriend, smeekend de schoone
+armen uitstrekken. Of, wat nog erger was, hij zag haar als gevangene
+vóór den vijandigen, hardvochtigen Octavianus. Eindelijk kon hij het
+niet meer uithouden. <span class="pagenum" title="98">&nbsp;</span><a id="p_98"></a>Hij liet zijne vilten mantel los, drukte zijn
+gebalde vuist tegen de slapen, en steunde luid. Hij had met het oog
+zijns geestes gezien hoe zij bij den triomftocht van den overwinnaar,
+voor zijn zegekar uitging met gouden kettingen om de teere polsen, en
+bij dat schouwspel had hij het Romeinsche gepeupel hooren losbarsten in
+jubelkreten!</p>
+
+<p>Dat zou het ergste van alles zijn! Zich zóó iets in te denken ging de
+kracht van den trouwen man te boven, en Dion zag geroerd naar hem om,
+toen hij hem hoorde snikken, en de tranen zag, die langs zijn wangen
+stroomden.</p>
+
+<p>Ook hem was het bang om het hart, maar hij kende de gehechtheid van zijn
+ouderen vriend aan de Koningin, en daarom legde hij zijn arm om diens
+schouder, en bad hem ernstig de kalmte van geest te bewaren die hij zoo
+vaak in hem bewonderd had. In de moeilijkste toestanden had hij in zijn
+oog altijd zoo ver boven alle anderen gestaan, als de wachter op den
+vuurtoren boven de wild bewogen zee. Wanneer hij bedaard als altijd
+al het gebeurde met hem overdacht, dan zou hij moeten toegeven, dat
+Antonius toch zeker vrij moest zijn en nog in staat om over zijne
+toekomst te beschikken, daar hij immers het paleis op den Choma voor
+zich in orde liet brengen. Wel begreep hij niet, wat die muur moest
+beduiden, maar misschien kwam er wel een hooggeplaatst gevangene met hem
+mede, die niet vrij in en uit de stad mocht gaan. Het kon immers wel
+zijn, dat alles veel minder erg was dan zij nu dachten, en dat zij nog
+eens zouden lachen om deze bange vrees. Toch maakte hijzelf zich ook
+ongerust, want hij gunde de Koningin het allerbeste, vooreerst om haar
+zelfs wil, maar ook omdat met haar en haar gelukkigen strijd tegen Rome,
+de vrijheid van Alexandrië stond of viel.</p>
+
+<p>»Die,&rdquo; zeide hij, »is voor mij tot nog toe het liefste en hoogste. Voor
+u is dat de beheerscheres van dit land. Mijn wereld zou verduisterd
+zijn, en mijn leven niet meer de moeite van het leven waard, wanneer de
+ijzeren voet van Rome onze zelfstandigheid en vrijheid vertreedt.&rdquo;</p>
+
+<p>Dit alles klonk warm en trouw, en Archibius had gretig naar hem
+geluisterd. Zijn diepdenkende geest moest toegeven dat er nog niets
+gebeurd was, waaruit men het ergste besluiten moest; en daar dikwijls
+niets een bedroefde beter troost dan anderen te troosten, verlichtte
+hij nu ook zijn eigen hart door zijn vriend voor te houden, dat, ook al
+bleef Octavianus overwinnaar en Aegypte in zijne macht, hij toch aan de
+vrije beschikking der Alexandrijnen over hunne eigen aangelegenheden
+geen afbreuk zou durven doen. Vervolgens hoe hij, de jonge, vastberaden,
+onafhankelijke man, zich dubbel nuttig kon maken, wanneer <span class="pagenum" title="99">&nbsp;</span><a id="p_99"></a>hij de
+bedreigde vrijheid zijner vaderstad moest bewaken, en hoeveel schoons
+het leven hem ook dan nog brengen kon.</p>
+
+<p>De klank van zijn stem verried aan zijn jongen vriend zijn hartelijke
+genegenheid. Nog nooit had iemand, sedert zijns vaders dood, zóó met hem
+gesproken.</p>
+
+<p>Nu zou de Epicurus weldra den havenmond bereiken, en zoodra zij aan land
+kwamen, zouden de vrienden moeten scheiden. Voor beiden was dit het
+beslissend uur geweest, dat ernstige geesten dikwijls vaster verbindt
+dan voorheen een geheele reeks van jaren had gedaan. Zij hadden voor
+elkander hunne harten geopend. Slechts één ding had Dion in zijn ziel
+opgesloten gehouden en dit vervulde hem met nieuwe onrust, zoodra hij de
+eerste huizen der stad in het oog kreeg. Hij was sinds lang niet meer
+gewend anderen om raad te vragen. Velen, die den zijnen hadden gevraagd,
+waren wel met veel dankbetuigingen heengegaan, maar zij hadden juist het
+tegendeel gedaan van wat hij had geraden, ofschoon het wezenlijk tot hun
+bestwil was geweest. Meer dan eens had hij zelf evenzoo gehandeld, maar
+nu voelde hij zich onweerstaanbaar gedrongen om Archibius zijn volle
+vertrouwen te schenken. Deze ook kende Barine, en wenschte hem zelf het
+beste toe. Misschien zou het hem helpen indien hij iemand, die het zoo
+goed met hem meende, eens deelgenoot maakte van wat zijn hart zoo
+nadrukkelijk van hem vorderde, terwijl zijn nadenkende geest het hem
+verbood.</p>
+
+<p>Plotseling wendde hij zich nogmaals tot zijn vriend en zeide:</p>
+
+<p>»Gij hebt u zoo even als een vader voor mij betoond. Stel u nu eens voor
+dat ik werkelijk uw zoon ben, en als zoodanig u beken dat ik een vrouw
+heb lief gekregen. En nu vraag ik u, of het u verheugen zou haar als uw
+dochter te begroeten.&rdquo;</p>
+
+<p>Archibius antwoordde met den uitroep: »Een lichtstraal in den donkeren
+nacht! Haal maar zoo spoedig mogelijk in, wat gij al veel te lang hebt
+verzuimd. Het is de plicht eens burgers in den echt te treden. De Griek
+wordt pas werkelijk man, als hij echtgenoot en vader is. Dat ik zelf
+ongehuwd gebleven ben, heeft zijn bijzondere reden, maar ik heb dikwijls
+den armen schoenmaker benijd, dien ik op feestdagen met zijn kind op
+den arm voor zijn werkplaats zag staan, of den stuurman, wien bij zijn
+thuiskomst groote en kleine armen toegestoken worden. Als ik te huis
+kom, is niemand blij, dan mijn honden. Maar gij, die een fraai paleis
+bezit dat leeg staat, gij, van wien een trotsch geslacht verwachten mag
+dat gij voor het voortbestaan er van zult zorgen....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat is het juist,&rdquo; zeide Dion, &bdquo;wat mij in tweestrijd brengt, ofschoon
+mij dat anders niet licht overkomt. Gij kent mij, en mijne positie. En
+ook haar, die ik bedoel, kent gij reeds lang.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="100">&nbsp;</span><a id="p_100"></a></p>
+
+<p>»Is het Iras?&rdquo; vroeg Archibius aarzelend. Zijn zuster Charmion had hem
+wel eens gesproken van de neiging van haar jonge mede-kamervrouw.</p>
+
+<p>Maar Dion hielp hem onmiddellijk uit den droom en zeide:</p>
+
+<p>»Het is Barine, de dochter van uw overleden vriend Leonax. Ik bemin
+haar, maar ik ben trotsch en teergevoelig omtrent het oordeel over mijn
+toekomstige gemalin<ins class="corr" id="corr52" title="Bron: ,">.</ins> Ik zou den man die haar met schuinsche blikken
+durfde aanzien, eenvoudig verachten, want ik ken hare waarde. Gij
+herinnert u zeker mijne moeder. Die was anders dan zij. Haar huis, haar
+kind, haar slaven en haar weefstoel waren haar wereld, en zij eischte
+ook van andere vrouwen dezelfde strenge teruggetrokkenheid, die zij
+bezat. Toch had zij een teeder hart, en beminde mij, haar eenigen zoon,
+boven alles. Zij zou Barine met open armen bij zich ontvangen hebben,
+zoodra zij bemerkt had dat ik haar noodig had voor mijn geluk. Maar zou
+het voor de jonge vrouw, die aan een opwekkenden omgang met ontwikkelde
+mannen gewend is, mogelijk zijn zich in dien eisch te schikken? Als
+ik moest denken, dat de gewoonte om omringd en gevleid te worden,
+haar zou bijblijven ook in haar huwelijk; als ik mij voorstel, dat de
+onvoorzichtigheid der aan vrijheid gewende vrouw de tongen in beweging
+kon brengen en een smet werpen op de reinheid van mijn naam, als ik
+zelfs&rdquo;&mdash;en hij hief zijn gebalde vuist reeds op.</p>
+
+<p>Doch Archibius viel hem in de rede:</p>
+
+<p>»Wanneer Barine u warm en blijde haar geheele hart schenkt, dan is deze
+vrees onnoodig. Het is een zonnig, echt beminnenswaardig vrouwenhart,
+en daardoor vatbaar voor een groote liefde. Schenkt zij u die, zooals
+ik vast van haar vertrouw, breng dan een dankoffer aan de goden, want
+die bedoelden uw geluk, toen zij uwe keus vestigden op haar, en niet
+op Iras, het kind mijner zuster. Waart gij mijn zoon, dan zou ik nu
+uitroepen: Gij kondt mij geen liever dochter brengen, wanneer gij&mdash;dat
+herhaal ik&mdash;slechts zeker zijt van hare liefde.&rdquo;</p>
+
+<p>Dion zag een oogenblik vóór zich; toen riep hij vol overtuiging uit:</p>
+
+<p>»Dat ben ik!&rdquo;</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="101">&nbsp;</span><a id="p_101"></a></p>
+
+<h2><a id="ACHTSTE_HOOFDSTUK"></a>ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>De Epicurus lag voor den Poseidontempel voor anker. Aan de bemanning
+was het stilzwijgen opgelegd. Zij hadden ook niets anders vernomen dan
+dat aan boord van het zeerooversschip een brief was gevonden, waarin
+Antonius beval een muur op te richten. Dat kon een gunstig teeken zijn,
+want aan bouwen denkt men alleen in vredestijd.</p>
+
+<p>De regen had opgehouden, maar de wind blies heviger uit het Noorden en
+de lucht was koel geworden. Toch was er een golvende menigte op de kade
+van de zuidzijde van het Heptastadium tot aan de Lochias. Tusschen de
+spits van den Choma en het Sebasteum was het gedrang het grootst, want
+van hier uit zag men de zee, en in de hier gelegen woning van den Regent
+moesten de eerste tijdingen aankomen. Dien morgen hadden reeds honderd
+tegenstrijdige berichten de ronde gedaan, en zoodra de Epicurus in het
+derde uur van den middag aangekomen was, had men het schip omringd, om
+te hooren wat men daar ginds in zee had ontdekt. Met andere schepen ging
+het evenzoo, maar geen daarvan bracht vertrouwbare berichten mede.</p>
+
+<p>Men zeide dat twee snelzeilers van de oorlogsvloot een triere<a id="FNa12" href="#FN12" class="fnanchor"><sup>12</sup>)</a> uit
+Samos hadden ontmoet, die van een groote overwinning van Antonius te
+land, en van Cleopatra ter zee wist te verhalen, en daar de mensch
+gaarne gelooft wat hij hoopt, trokken gansche scharen al jubelend langs
+den oever. Bij velen, die eerst bezwaard waren geweest, versterkte dit
+de hoop. Anderen daarentegen, die zich terecht verontrust hadden over
+het lang uitblijven van het eerste schip der vloot, hadden nu alleen
+oor voor de slechte berichten, en zagen de toekomst donker in. Doch
+zij durfden dit niet uitspreken, want een voornaam goudborduurder, die
+het volk gewaarschuwd had voor al te voorbarige vreugd, was <span class="pagenum" title="102">&nbsp;</span><a id="p_102"></a>deerlijk
+toegetakeld naar huis gehinkt, terwijl men twee andere ongeluksprofeten
+in de zee geworpen had, en hen juist op dat oogenblik weder druipnat
+ophaalde.</p>
+
+<p>Men kon het volk zijn goed vertrouwen ook niet kwalijk nemen, want er
+werden immers reeds overal eerepoorten opgericht, bij het Serapeum, het
+Dionysos-theater, de hooge pylonen van het Sebasteum, de hoofdpoort
+van het Museum, voor den ingang van het paleis, in het Bruchium en
+voor de brug op de Lochias. En die allen werden versierd met goden der
+overwinning, tropeeën van gips of met gips bestreken doek, opschriften
+die een gelukwensch of dank aan de goden behelsden, lofwerk en
+bloemfestoenen. Het omkransen van de Aegyptische pylonen en obelisken,
+de voornaamste tempels en standbeelden in de stad, was reeds in den
+nacht begonnen, en nu legde men de laatste hand aan dit werk. Evenals
+zijn vriend Dion, had ook Gorgias sedert den vorigen avond geen oog
+toegedaan, want hij moest zorgen voor de versiering van het Bruchium,
+waar het eene prachtige gebouw naast het andere stond. En ook in het
+Sebasteum, het koninklijk paleis waar Iras verblijf hield, zoolang de
+koningin afwezig was, en het tegenoverliggende Prætorium, de woning van
+den Regent, was de slaap der bewoners ontvlucht.</p>
+
+<p>Toen Archibius bij de kamervrouw der Koningin werd binnengeleid,
+schrikte hij zooals zij er uitzag. Pas twee dagen geleden was zij bij
+hem te Kanopus geweest, maar wat was zij in dien tijd veranderd! Het was
+of haar lang en smal gelaat nog uitgerekt was, hare trekken geleken nog
+scherper, en de zevenentwintigjarige, die tot nu toe in den vollen bloei
+der jeugd had geprijkt, scheen eensklaps tien jaren ouder geworden. Zij
+had iets koortsachtigs over zich, toen zij haar oom de hand reikte en
+hem angstig toeriep: »Gij brengt zeker ook niets goeds?&rdquo;</p>
+
+<p>»Evenmin iets kwaad,&rdquo; antwoordde hij kalm. »Maar uw uiterlijk, mijn
+kind, met die donkere kringen onder uw oogen, bevalt mij niet. Hebt gij
+verontrustende tijding gekregen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Meer dan dat,&rdquo; gaf zij met zachte stem ten antwoord.</p>
+
+<p>»Wat dan?&rdquo;</p>
+
+<p>»Lees!&rdquo; zeide zij, en met een zenuwachtigen trek om mond en neus gaf zij
+Archibius een waschtafeltje aan. Met een haast die hem anders vreemd
+was, nam hij het haar uit de hand en onder het lezen werd hij
+doodsbleek. Het was Cleopatra's schrift en bevatte het volgende:</p>
+
+<p>»De zeeslag is verloren, en dat door mijne schuld. Het leger te land zou
+ons nog kunnen redden, maar niet zoolang het onder zijn bevel staat. Hij
+is bij mij, niet gewond maar als het ware doodgebloed, geheel anders dan
+vroeger, zonder moed, <span class="pagenum" title="103">&nbsp;</span><a id="p_103"></a>zonder kracht tot handelen, als een gebroken man.
+Ik zie nu het begin van het eind. Zoodra deze u bereikt, zorg dan dat
+dadelijk na zonsondergang, iederen avond eenige eenvoudige draagstoelen
+voor ons gereed staan. Het volk moet blijven gelooven dat wij hebben
+overwonnen, totdat het uitgemaakt is hoe Canidius en de troepen ter land
+zich gedragen hebben. Als gij de kinderen voor mij kust, doe dat dan
+met teederheid. Wie weet hoe spoedig zij weezen zullen zijn. Nu reeds
+hebben zij een ongelukkige moeder; zij blijven er voor gespaard aan een
+moedelooze te moeten denken. Neem, behalve degenen aan wie ik volmacht
+gaf, en Archibius, niemand in uw vertrouwen, ook niet Cæsarion en
+Antyllus. Zorg dat allen, wier bijstand mij van dienst kan zijn,
+gemakkelijk te bereiken zijn, als ik terug kom. Ik kan ditmaal niet
+besluiten met het gewone: verblijd u! Het »houd moed&rdquo;<a id="FNa13" href="#FN13" class="fnanchor"><sup>13</sup>)</a> dat men immers
+ook op grafsteenen zet, schijnt mij gepaster. Gij, die mij niet benijd
+hebt in mijn geluk, zult mij nu wel willen helpen mijn ongeluk te
+dragen. Epicurus had gelijk, toen hij de goden uit hun zalige woonplaats
+werkeloos op het lot der menschen liet neerzien. Zoo het anders ware,
+hoe konden dan de liefde en trouw, die nog gehecht blijven aan hen die
+in het ongeluk zijn, met harteleed en tranen vergolden worden? Hoe het
+zij, houd niet op hen lief te hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>Bleek en sprakeloos liet Archibius het tafeltje vallen. Het duurde lang
+eer hij met heesche stem uitstootte:</p>
+
+<p>»Ik heb het alles wel vooruit gezien, maar nu het gekomen is....&rdquo; Hier
+begaf hem zijn stem, en zijne geheele lichaam beefde van een hevig
+snikken zonder tranen, hij viel op een rustbank neder en verborg zijn
+gelaat in de kussens. Iras zag hem aan en schudde zachtjes het hoofd.</p>
+
+<p>Ook zij had de Koningin lief, ook hare oogen waren bij het lezen van
+deze tijding met tranen gevuld geweest, maar reeds terwijl zij las,
+waren allerlei plannen om dit onheil te herstellen in haar rusteloos
+brein opgekomen. Enkele minuten na het ontvangen der ongelukstijding was
+zij reeds in overleg getreden met den plaatsvervanger der Koningin, en
+had maatregelen genomen om bij het volk het geloof aan de zegepraal der
+vloot te bestendigen.</p>
+
+<p>Wat was zij, het fijne, zelfs niet moedige meisje, vergeleken met dezen
+ijzersterken man, die, zooals zij wist, in den dienst der Koningin de
+grootste gevaren had getrotseerd. En daar lag hij nu, geheel gebroken,
+met het aangezicht in de kussens. Zou een vrouwenziel hare veerkracht
+spoediger herkrijgen onder <span class="pagenum" title="104">&nbsp;</span><a id="p_104"></a>den druk van het lijden, of was de hare
+buitengewoon sterk en verborg haar zwak lichaam het hart van een held?</p>
+
+<p>Zij had reden om dit laatste te gelooven, toen zij bedacht hoe ook de
+Regent en de zegelbewaarder de treurige tijding hadden ontvangen. Zij
+hadden als wanhopigen de groote zaal waar de zitting gehouden werd, op
+en neder geloopen. Maar Mardion telde eigenlijk niet mede, en Zeno was
+een karakterlooze oude dichter, die daarom alleen bij de Koningin goed
+aangeschreven stond en zulk een hoogen post had gekregen doordien zijn
+levendige phantasie telkens weer nieuwe tooneelvoorstellingen, vermaken
+en spelen wist te verzinnen en met tooverachtigen praal te doen
+opvoeren.</p>
+
+<p>Maar Archibius dan, de moedige bedachtzame raadsman en helper!</p>
+
+<p>Daar zag zij weder hoe zijn schouders zich optrokken alsof hij een slag
+had gekregen, en plotseling schoot haar door het hoofd wat zij wel al
+lang wist, maar nog nooit zoo duidelijk had begrepen: die vergrijsde man
+beminde Cleopatra, beminde haar zooals zij Dion deed; en zij vroeg zich
+af of zij sterk genoeg geweest zou zijn kalm te blijven wanneer zij had
+gehoord dat dezen door een wreed lot leven, eer of vrijheid was
+ontroofd.</p>
+
+<p>Zij had Dion reeds van uur tot uur vergeefs verwacht, en toch had hij
+gisteren gezien hoe ongerust zij zich maakte. Had zij hem misschien
+beleedigd, of werd hij vastgehouden door de schoone kleindochter van
+Didymus? Wel verweet zij zichzelve, dat zij bij het onbeschrijfelijk
+treurig lot van haar gebiedster nog altijd dacht aan haar vriend; doch
+evenals zijn beeld in haar eigen hart, zoo leefde dat van Cleopatra in
+de ziel van haar oom, en zij besefte, dat de liefde niet bij vrouwen
+alleen, zich noch aan leeftijd, noch aan grijze haren stoort.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik richtte Archibius zich weder op, streek met zijn hand
+over het voorhoofd, en zijn stem had weer den gewonen diepen rustigen
+klank toen hij zeide: »Wie door een pijl getroffen is, verlaat het
+slagveld om verbonden te worden.</p>
+
+<p>Met mij heeft de wondarts nu afgedaan. Ik had u dit jammerlijke
+schouwspel moeten besparen, mijn kind. Maar nu ben ik ook weder gereed
+om den strijd voort te zetten. En wat dien brief van Cleopatra betreft,
+ik begrijp nu beter de tijding, die wij vroeger ontvangen hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wij?&rdquo; vroeg Iras, »Wie was er dan bij u?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dion,&rdquo; was het antwoord, doch toen hij haar verhalen wilde, wat hij in
+den laatsten nacht had doorleefd, viel zij hem in de rede met de vraag,
+of Barine er in toegestemd had de stad te verlaten.</p>
+
+<p>Hij antwoordde kortaf: »ja!&rdquo; Zij deed alsof zij niet anders had
+verwacht, en verzocht hem verder te vertellen. Hij deed <span class="pagenum" title="105">&nbsp;</span><a id="p_105"></a>dit dan ook, en
+zoo wist zij spoedig alles wat er op het zeerooversschip was gebeurd.
+»Dion&rdquo; zoo eindigde hij, »is nu op weg om de boodschap van Antonius aan
+zijn vriend Gorgias over te brengen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat had iedere slaaf anders evengoed kunnen doen,&rdquo; merkte zij schamper
+op. »Ik zou denken, dat hij meer reden had om hier te blijven en nieuwe
+berichten af te wachten. Maar zoo zijn de mannen!&rdquo;</p>
+
+<p>Zij hield op maar daar haar oom haar vragend aanzag, ging zij voort: »Ik
+geloof dat niets hen vaster verbindt, dan een gezamenlijk vermaak. Doch
+nu moet het daarmee uit zijn. Zij zullen nu andere verstrooiingen moeten
+zoeken, hetzij bij Heliodora of bij Thaïs, dat is mij om het even. Ware
+die vrouw maar eerder weggegaan! Toen zij den jongen Cæsarion
+inpakte.....&rdquo;</p>
+
+<p>»Niet verder kind,&rdquo; viel haar oom bestraffende in. »Ik weet hoe vurig
+zij wenschte dat Antyllus den knaap nooit medegebracht had.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja, nu,&mdash;omdat zijn razernij haar bang maakt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Neen, reeds van het eerste bezoek af. Zulke jonge knapen passen niet
+bij de voortreffelijke mannen die zij altijd placht te ontvangen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wie zijn deur altijd openzet, krijgt ook dieven in huis.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zij ontving enkel vertrouwde kennissen en de vrienden die deze
+meebrachten. Voor anderen bleef haar huis zorgvuldig gesloten, en voor
+dieven was geen gevaar. Maar wie had aan een zoon der Koningin den
+toegang durven weigeren?&rdquo;</p>
+
+<p>»Tusschen een gewone verwelkoming en het aanwakkeren van een hartstocht,
+tot krankzinnigmakens toe, ligt nog een zeer groote afstand. Waar een
+houtvuur brandt, is een vonk noodig geweest om dat aan te steken. Gij
+mannen ziet zoo niet hoe zulke vrouwen dat aanleggen. Eén blik, een
+handdruk, en de vlam slaat uit, wanneer reeds zooveel droge brandstof
+gereed ligt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat ons de felheid van den brand liever betreuren,&rdquo; zeide Archibius
+ernstig. »Gij draagt Barine geen goed hart toe.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik voel even weinig voor haar, als deze rustbank voor de Herme daar op
+de straat!&rdquo; riep Iras hooghartig uit. »Geen mensch staat verder van een
+ander af dan ik van haar. <ins class="corr" id="corr53" title="Bron: »"></ins>Ik, en de vrouw met de open deur, hebben
+niets met elkander gemeen, dan ons geslacht.&rdquo;</p>
+
+<p>»En daarbij,&rdquo; zeide Archibius »vele schoone gaven die de goden evenzeer
+aan u, als aan haar hebben verleend. Wat die open deur betreft, die werd
+gisteren reeds gesloten. De dieven, zooals gij ze noemt, hadden haar het
+genoegen der gastvrijheid <span class="pagenum" title="106">&nbsp;</span><a id="p_106"></a>bedorven. Antyllus was haar huis op vermetele
+wijze binnengedrongen. Dat voorspelde haar voor het vervolg nog erger
+dingen, en daarom is zij reeds binnen enkele uren op weg naar Irenia.
+Dat verheugt mij voor Cæsarion en nog meer voor zijne moeder, die wij
+ten onrechte zoo lang vergeten hebben, ter wille van eene andere vrouw.&rdquo;</p>
+
+<p>»Waarom moesten wij dat ook?&rdquo; riep Iras opgewonden. »En dat heden, op
+dit uur, terwijl iedere gedachte in mijn arm hoofd, iedere druppel bloed
+in mijn aderen voor haar moest zijn! Toch konden wij het niet helpen.
+Cleopatra keert tot ons terug met een hart dat uit honderd wonden
+bloedt, en de gedachte dat, zoodra zij den vaderlandschen grond weder
+betreedt, een nieuwe pijl haar treffen zal, is vreeselijk. Gij weet hoe
+zij gehecht is aan dien knaap, het evenbeeld van den man, die haar het
+grootste geluk deelachtig heeft doen worden. En hoort zij nu dat hij,
+Cæsars zoon, zijn jonge hart gezet heeft op de vrouw die verstooten is
+door een volksredenaar, en die nu allerlei mannen in haar huis lokt&mdash;o,
+ik weet, dat zal haar zijn als zout in een versche wond. En bij dat eene
+verdriet zal het niet blijven! Antonius heeft ook reeds zijn weg naar
+Barine gevonden. Hij heeft haar reeds een paar maal bezocht. Gij weet
+dat zoo niet, maar Charmion kan getuigen hoe gevoelig zij is, sedert de
+bloem van haar jeugdige schoonheid het eene blad na het andere verliest.
+Want zoo is het, al zult gij dat niet toegeven. De jaloerschheid zal
+haar nu kwellen, en&mdash;ik ken haar&mdash;misschien heeft ten slotte geen mensch
+aan de sirene een grooteren dienst bewezen dan ik, toen ik haar
+noodzaakte de stad te verlaten.&rdquo;</p>
+
+<p>In de oogen van het meisje schitterde bij deze verklaring zulk een
+boosaardige gloed, dat Archibius een rechtmatigen vrees begon te
+koesteren voor de dochter van zijn overleden vriend. Ofschoon nu nog
+geen eigenlijk gevaar Barine dreigde, zijn nicht kon haar dat op den
+hals halen. Dion had hem verzocht te zwijgen, maar ook indien hij had
+mogen spreken, toch zou hij het nu niet gedaan hebben. Zooals hij Iras
+kende, wist hij dat zij geen middel schuwen zou om den vriend harer
+jeugd en Barine ten val te brengen, zoodra zij hooren zou, dat deze zich
+tusschen hem en haar had geplaatst. Hij dacht aan de edele Macedonische
+jonkvrouw, die de Koningin in het begin voorgetrokken had boven haar,
+en wier dood zij door allerlei listige kuiperijen veroorzaakt had. Wel
+waren weinig vrouwen verstandiger, en als zij eenmaal liefhad, trouwer
+en volgzamer, in goede oogenblikken zelfs aantrekkelijker dan zij, maar
+reeds als kind had zij liever kromme dan rechte wegen bewandeld. Het was
+altijd geweest alsof haar scherpzinnigheid het beneden <span class="pagenum" title="107">&nbsp;</span><a id="p_107"></a>zich rekende
+hare wenschen door voor de hand liggende middelen te bereiken. Zijn
+moeder en zijn tweede zuster Charmion hadden er altijd een genoegen
+in gevonden voor de slaven te zorgen, en hen, als zij ziek waren, te
+verplegen. Charmion's Nubische kamervrouw Anukis was zelfs zulk een
+trouwe vriendin van haar geworden, dat zij voor haar in den dood zou
+zijn gegaan. Ook Cleopatra had als kind gaarne aan de ziekelijke grijze
+huisbezorgster van haar ouders bloemen gebracht, en aan haar bed
+gezeten, om haar met haar vroolijk gebabbel den tijd te verkorten. Dit
+had zij geheel uit zich zelve gedaan, zonder dat iemand het haar zeide,
+doch bij Iras was alles anders. Zij was dikwijls gestraft, als zij in
+haar ouderlijk huis, waar ook vele slaven gehouden werden, het leven
+dezer ongelukkigen onnoodig zuur maakte. Dat had haar oom reeds vroeg
+reden tot bezorgdheid gegeven en ook later had hij haar om haar
+trotschen omgang met hare minderen, onmogelijk onder de goede vrouwen
+kunnen rekenen.</p>
+
+<p>De trouwe, onbaatzuchtige liefde, waarmede zij zich tot nu toe aan den
+dienst der Koningin had gewijd, was hem echter meegevallen. Cleopatra
+had, op den wensch zijner zuster Charmion, Iras haar tot helpster
+gegeven, en het meisje, dat voor hare eigen moeder geene liefdevolle
+dochter was geweest, had zich nu met innige hartelijkheid aan hare
+gebiedster gehecht. Dat waardeerde Archibius zeer in haar, maar hij wist
+wat andere menschen van haar te wachten hadden, zoo zij hen haatte. Bij
+de vrees dat zij Barine in wezenlijk gevaar zou brengen, kwam nu nog
+de grootere angst voor Cleopatra. In de droevige overtuiging dat hij
+machteloos stond tegenover de kwade bedoelingen zijner nicht, wilde hij
+afscheid nemen, toen de gedachte dat iedere tijding het eerst in het
+Sebasteum en tot haar zou komen, hem nog terughield. Het kon toch licht
+eene zijn die hij met zijn kalm doorzicht beter begrijpen kon dan zij.
+Haar geest geleek op dit oogenblik in zijne oogen op een stilstaand
+water, dat door daarin geworpen steenen troebel was geworden.</p>
+
+<p>De vertrekken van zijn zuster Charmion, die door een gang met de hare
+verbonden waren, stonden ledig. Zij verzocht hem daar een weinig rust te
+nemen. Zij zelve dreigde te sterven van angst en onrust; het zou een
+weldaad voor haar zijn, indien zij hem in hare nabijheid wist.</p>
+
+<p>Eerst aarzelde Archibius, want het was zijn plicht Cæsarion, op wien hij
+wel eenigen invloed had, op het hart te drukken dat hij uit liefde voor
+zijn moeder van zijn dwaze wenschen moest afstand doen. Iras verzekerde
+hem echter, dat hij hem nu niet vinden zou, want hij was met Antyllus en
+eenige vrienden <span class="pagenum" title="108">&nbsp;</span><a id="p_108"></a>op de jacht; zij had dat plan goedgekeurd, omdat het
+hem van de stad en het noodlottige huis van Barine verwijderd hield.</p>
+
+<p>»Daar de Koningin hem nog onkundig laten wil van het verschrikkelijke
+nieuws,&rdquo; zeide zij, »zou zijne aanwezigheid ons maar in moeilijkheden
+gebracht hebben. Blijf gij alzoo hier, en zoodra het donker wordt, rijdt
+gij mede naar de Lochias. Mij dunkt, de ongelukkigen zullen bij het aan
+wal stappen gaarne uw welbekend gelaat zien, dat hen aan vroeger, beter
+dagen herinnert. Bewijs mij die weldaad, en blijf!&rdquo;</p>
+
+<p>Zij strekte hare beide handen naar hem uit, en hij drukte die en
+beloofde het haar.</p>
+
+<p>De maaltijd was gereed, en beiden zetten zich aan tafel; doch hoe
+uitgezocht de spijzen ook mochten zijn, Iras roerde die in het geheel
+niet aan, en hij at slechts zeer weinig. Zonder het nagerecht af te
+wachten, stond hij op, om zich naar de vertrekken zijner zuster te
+begeven. Iras verzocht hem echter op den divan in het zijvertrek te
+blijven rusten, en hij willigde dit gaarne in. Maar ofschoon de kussens
+zacht waren en hij zeer naar slaap verlangde, hij kon die maar niet
+vatten. De onrust in zijn ziel hield hem wakker, en door het
+voorhangsel, dat Iras kamer van de zijne scheidde, heen, hoorde hij nu
+eens den lichten tred van het rusteloos heen en weer loopende meisje,
+dan weder het komen en gaan van boden, die kwamen hooren of er al
+tijdingen waren.</p>
+
+<p>Zijn geheele leven trok nog eens aan zijn ziel voorbij. Cleopatra was de
+zon daarvan geweest, en nu kwam de zwarte wolk, die dit licht misschien
+voor altijd verduisteren zou. Hij, de leerling van Epicurus, die zich
+eerst in later jaren ook in de leerstellingen van anderen had verdiept,
+beschouwde de goden met hetzelfde oog als zijn meester. Evenals hij, zag
+hij in hen zalige, onsterfelijke wezens, zonder zorgen en zich zelven
+genoeg, tot wie men moest opzien enkel om hunne volmaaktheid, doch die
+zich evenmin bekommerden om het bestuur der wereld dat van eeuwige
+wetten afhankelijk was, als om het lot der enkele menschen. Ware hij van
+het tegendeel overtuigd geweest, gaarne zou hij al het zijne geven om de
+hemelsche machten door middel van offers gunstig te stemmen voor haar,
+aan wie hij zijn leven had gewijd.</p>
+
+<p>Hij bleef den geheelen nacht even onrustig als Iras was, en toen zij ook
+zijne voetstappen hoorde, riep zij hem toe, waarom hij niet sliep en
+zijne schade inhaalde? Want men kon met weten wat in de volgende nachten
+van hem geëischt zou worden. Hij antwoordde bedaard: »Men zal mij wakker
+vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu trad hij aan het venster dat tegenover de pylonen voor <span class="pagenum" title="109">&nbsp;</span><a id="p_109"></a>het Sebasteum
+lag, en uitzag op het Bruchium en de zee. Het wemelde op dit oogenblik
+in de haven van schepen van allerlei grootte, die met kransen, vlaggen
+en wimpels waren versierd. Allen geloofden aan het gerucht van den
+goeden afloop van den eersten zeeslag, en velen verlangden er naar de
+vloot te begroeten en de Koningin bij hare aankomt toe te juichen.</p>
+
+<p>Aan land, tusschen de alleenstaande hooge pylonen en de groote poort,
+die toegang verleende tot het Sebasteum, waren ook vele menschen,
+draagstoelen en voertuigen bijeen. De meeste hunner behoorden tot de
+aanzienlijke kringen der stad, en werden door rijk gekleede slaven
+gevolgd. Sommigen waren bekranst, en menige wagen was met gouden en
+zilveren sieraden, edelgesteenten en geslepen glas getooid. Vóór het
+paleis was een voortdurend heen-en-weder-geloop, en Iras, die naast haar
+oom was gaan staan, wees hem daarop en zeide: »Zie, wat het gerucht
+reeds uitwerkt! Gisteren kwam slechts een enkele, heden verdringen zich
+hier allen, die tot den kring der »onnavolgbare kunstenaars van het
+leven&rdquo; behooren om iets van een bericht op te vangen. De overwinning
+is afgekondigd op de markt, in het theater, in de gymnasiën en in het
+kamp. Alles wat nu kransen of wapens draagt, heeft van een gewonnen
+slag gehoord. Gisteren was er onder duizenden niet één, die daaraan
+twijfelde, maar heden&mdash;hoe komt dat toch? Zelfs onder de »onnavolgbaren&rdquo;
+die alle vermaken, genietingen en vertooningen van ons edel paar gedeeld
+hebben, is het geloof aan het wankelen gebracht. Als zij vast overtuigd
+waren van die »glansrijke overwinning&rdquo; die hen verkondigd werd, dan
+zouden zij niet zelve gekomen zijn, om te vragen, te bespieden, te
+luisteren. Zie eens daar ginds! Dat is de draagstoel van Diogenes&mdash;die
+<ins class="corr" id="corr54" title="Bron: dáàr">dáár</ins> van Lysander. Gindsche wagen behoort aan Alexander; die slaven
+in roodzijden rokken zijn in dienst van Hermias. Die allen maken deel
+uit van de »onnavolgbaren&rdquo; en deden aan al onze feesten mede. Diezelfde
+Apollonius, die nu al een half uur lang bezig is de dienaren van het
+paleis uit te hooren, liet eergisteren nog voor Ares, Nike en de groote
+Isis, als de godin der Koningin, ieder vijftig ossen slachten. Toen
+ik hem in den tempel aantrof, riep hij mij toe, dat dit de grootste
+verkwisting was, waaraan hij zich ooit had schuldig gemaakt, want ook
+zonder al dat rundvee waren Cleopatra en Antonius van hunne overwinning
+zeker. Maar nu blaast ook bij hem de wind van het gerucht zijn goed
+vertrouwen weg.</p>
+
+<p>»Zij mogen mij niet zien. De poortwachters zeggen dat ik uit de stad
+ben. En ik zou het besterven als ik mij moest vertoonen met een verblijd
+gezicht.&mdash;Daar komt Apollonius aan. Wat ziet hij er stralend uit! Hij
+gelooft het goede nieuws<ins class="corr" id="corr55" title="Bron: .">,</ins> <span class="pagenum" title="110">&nbsp;</span><a id="p_110"></a>en zoodra de zon ondergaat, zal geen enkele
+van die allen meer te zien zijn, want daar geeft hij reeds zijn slaven
+bevelen. Hij noodigt zijn vrienden tot een gastmaal uit, en zal daarbij
+den kostelijken wijn niet sparen. Goed zoo! Dan kan ten minste geen
+van hen ons hinderen! Dion is zijn neef, en ook hij zal tot de gasten
+behooren. Wat zullen deze liefhebbers van feestvieren wel zeggen als zij
+de schrikkelijke waarheid moeten hooren?&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik denk,&rdquo; antwoordde Archibius, »dat zij aan de wereld dit merkwaardig
+schouwspel te zien zullen geven: vrienden, die men in dagen van
+voorspoed heeft opgedaan, en die in tegenspoed getrouw blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoudt gij dat denken?&rdquo; vroeg Iras met fonkelende oogen. »Als dat waar
+is, dan zou ik hen roemen en prijzen, al waren zij zoo arm als
+bedelaars! Maar zie eens dáár! Is dat niet Dion, met dien witten mantel,
+naast den obelisk? De menigte stuwt hem voort.... ik geloof zeker, dat
+hij het was.&rdquo;</p>
+
+<p>Toch vergiste zij zich; de man, dien zij meende te zien, omdat haar hart
+zoo vurig naar hem verlangde, bevond zich niet zoo dicht bij het
+Sebasteum, en zijne gedachten waren nog verder van haar af.</p>
+
+<p>Eerst was hij naar Gorgias gegaan om hem den bewusten brief te brengen.
+Hij had gedacht hem te vinden bij de eerepoort die aan het strand in het
+Bruchium opgericht was, doch hij vernam al spoedig dat hij naar het huis
+van Didymus gegaan was om het beeld van Cleopatra en Antonius, dat daar
+nog altijd stond, weg te halen en voor het Dionysostheater te doen
+opzetten. Dat geschiedde op bevel van Mardion, en Gorgias had gezorgd
+dat het voetstuk er reeds stond. Hij had de groote steenblokken die hij
+daarvoor noodig had, genomen van den tempel van Nemesis, die onder zijne
+leiding in aanbouw was, en de eerste opzichter had gezegd dat hij
+beschikken kon over zoovele staatsslaven als hij maar hebben wilde. Met
+trots voegde hij hierbij, dat de bouwmeester, nog eer de zon onderging,
+aan de Alexandrijnen het wonder zou doen zien, hoe men in één dag het
+standbeeld van twee personen van de eene plek naar de andere vervoeren
+kon, en zóó zorgvuldig nederzetten, dat het zoo vast stond als de
+duizendjarige kolos van Thebe.</p>
+
+<p>Vóór den tuin van Didymus vond Dion het beeld ter overbrenging gereed,
+doch de bouwmeester liet de slaven, die de rollen al vóór de slede
+hadden gelegd, nog een geruimen tijd wachten.</p>
+
+<p>Hij was ten derden male naar het huis van den ouden philosoof gegaan.
+Den eersten keer had hij hem en de zijnen moeten meedeelen, dat hun
+eigendom geen gevaar meer dreigde, daarna was hij gekomen om te zeggen
+op welk uur hij het standbeeld <span class="pagenum" title="111">&nbsp;</span><a id="p_111"></a>zou doen weghalen en eindelijk was hij
+nog eens gaan melden, dat het nu dadelijk gebeuren zou. Hij had al die
+boodschappen zeer goed door een slaaf of onderopzichter kunnen laten
+brengen, doch Didymus' kleindochter Helena had hem zelf telkens weder
+naar dat huis getrokken. Hij zou om harentwil nog vaker gekomen zijn,
+want bij iedere ontmoeting had hij nieuwe bekoorlijkheden ontdekt in
+het schoone, stille, bedachtzame meisje, dat zoo liefderijk haar oude
+grootouders verzorgde. Hij geloofde dat hij haar beminde, en dat ook zij
+hem gaarne bij zich zag. Maar dat gaf hem nog niet het recht naar hare
+hand te dingen, al had zijn groot, ledig huis ook dringend een meesteres
+noodig. Zijn hart had reeds zoo menigmaal gegloeid; hij wilde eerst
+afwachten of het ditmaal zoo blijven zou. Hij kon geen echtgenoote
+vinden die beter voor hem paste. Was hij ook maar eenige dagen aan deze
+neiging getrouw, dan zou hij zichzelf daarvoor als het ware beloonen,
+door bij Didymus te komen met het aanzoek om haar hand.</p>
+
+<p>Hij verontschuldigde zijn talrijke bezoeken voor zichzelven met de
+noodzakelijkheid zijn toekomstige gemalin te leeren kennen, en Helena
+maakte hem deze taak gemakkelijk. Hare terughoudendheid verdween hoe
+langer hoe meer, en het groote vertrouwen dat hij haar al dadelijk
+ingeboezemd had, was door zijn krachtdadige hulp nog toegenomen. Bij
+een vorig bezoek had zij hem zelfs hare hand toegestoken, en naar den
+voortgang van het werk gevraagd.</p>
+
+<p>Overstelpt met bezigheden als hij was, gaf het gesprek met haar hem toch
+zooveel genoegen, dat hij haar langer, dan hij ooit onder dergelijke
+omstandigheden zichzelven veroorloofd zou hebben, te woord stond, en het
+een onaangename stoornis vond, toen Barine, die hij nog onlangs zoo hoog
+schatte, ook het tablinum binnentrad.</p>
+
+<p>De jonge vrouw liet het niet bij een korte begroeting, maar nam weldra
+Helena geheel in beslag. Zij omarmde haar zuster zoo teeder en
+hartstochtelijk, als hij nog nooit van haar had gezien, en vertelde haar
+in levendige bewoordingen, dat zij gekomen was om van iedereen afscheid
+te nemen. Vrouw Berenice was met haar medegekomen, maar deze was eerst
+naar den ouden Didymus en zijn vrouw gegaan.</p>
+
+<p>Terwijl Barine Helena alles uitlegde, maakte Gorgias in stilte zijne
+vergelijkingen. Hij kon wel begrijpen dat hij eenmaal gemeend had Barine
+te beminnen, maar zij zou toch nooit geschikt zijn geweest voor zijn
+echtgenoote. Het leven met haar zou een aaneenschakeling van jaloersche
+opwellingen en bezorgdheid voor haar man geworden zijn. Die vrouw, die
+met haar levendige opmerkingen en weetgierige vragen steeds al zijn
+oplettendheid <span class="pagenum" title="112">&nbsp;</span><a id="p_112"></a>vorderde, zou hem als hij vermoeid van zijn werk tehuis
+kwam, de rust niet bezorgen die hij in zulke uren noodig had. Alsof het
+een onderzoek naar den afstand van twee pas opgerichte zuilen gold, zoo
+dwaalde zijn oog van haar naar haar zuster, en toen de jonge vrouw dat
+opmerkte, barstte zij in een vroolijken lach uit, en vroeg of zij ook
+weten mocht met welk gebouw zijn geest zich bezighield, terwijl een
+goede vriendin hem kwam vertellen dat het met de prettige uurtjes in
+haar huis gedaan was.</p>
+
+<p>Nu kwam hij met allerlei verontschuldigingen voor den dag, maar daaruit
+bleek zoo zonneklaar hoe onoplettend hij toegeluisterd had, dat Barine
+zich in ernst beleedigd had kunnen voelen. Maar een blik op haar zuster
+en daarna op hem, deed haar plotseling de waarheid vermoeden. Dat
+verheugde haar, want zij waardeerde Gorgias en had al eens gevreesd
+dat zij hem, als hij haar hand vroeg, met een afwijzend antwoord zou
+moeten bedroeven. Maar hij scheen als geschapen voor haar zuster. Haar
+binnenkomen had hen zeker gestoord, en daarom zeide zij tot Helena: »Ik
+ga moeder en mijn grootouders opzoeken. Houd gij ondertusschen onzen
+vriend bezig. Wij kennen hem goed. Hij behoort tot de enkelen die men
+vertrouwen kan. Dat meen ik in ernst, bouwmeester! En gij Helena, denk
+er aan!<ins class="corr" id="corr56" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr57" title="Bron: »"></ins>Nu zeiden zij elkander vaarwel, en Gorgias was weder met het geliefde
+meisje alleen. Het kostte beiden moeite het gesprek weer op gang te
+brengen, en daarom was de stem van den opzichter die hem weder aan het
+werk riep, hem ditmaal welkom. Hij beloofde nu spoedig terug te zullen
+komen, en legde hierop zooveel nadruk, alsof men er hem ernstig om had
+verzocht. Daarna verliet hij haar door de deur die naar het woonvertrek
+leidde.</p>
+
+<p>Doch op den drempel deinsde hij reeds weder terug, en Helena, die hem
+gevolgd was, ook, want daar stond zijn vriend Dion, en het bevallige
+hoofdje van Barine leunde tegen zijn borst, terwijl zijn hand als om
+haar te zegenen, op het blonde haar rustte. Daarbij&mdash;neen, Gorgias
+vergiste zich met&mdash;zag hij het teere persoontje die door haar opgewekten
+levenslust hem en anderen zoo dikwijls had meegesleept, nu sidderen,
+alsof zij door een diepe, smartelijke ontroering werd geschokt. Hij zag
+hoe zij het hoofd ophief en Dion aanzag met een gelaat dat door tranen
+bevochtigd was, maar toch kon de bron daarvan geen leed zijn, want hare
+blauwe oogen blonken van gelukzaligheid. Bovendien ontdekte Gorgias in
+hare trekken nog iets waaraan hij geen naam kon geven. Het was de
+weerschijn van de warme dankbaarheid, die hare ziel op dat oogenblik
+geheel vervulde.</p>
+
+<p>Barine had Dion ontmoet toen hij den bouwmeester zocht, en zij naar
+hare grootouders ging. Wat hij den vorigen dag had gevreesd, werd nu
+waarheid. De eerste blik uit hare oogen die <span class="pagenum" title="113">&nbsp;</span><a id="p_113"></a>hem trof, had reeds het
+beslissende woord op zijne lippen gebracht. Toen had hij haar in korte,
+ernstige woorden bekend dat hij haar liefhad, en niets vuriger begeerde
+dan haar, als de trots en het sieraad van zijn huis, tot de zijne te
+maken. In de overmaat van haar geluk waren toen de heete tranen gekomen,
+en alsof zij onder den indruk van een groot wonder was, had zij geen
+woorden gevonden om hem te antwoorden. Maar hij had hare hand gevat, die
+in beide de zijne gedrukt, en zóó alles bekend: hoe hij eerst met het
+beeld zijner strenge moeder voor oogen <ins class="corr" id="corr58" title="Bron: gewijfeld">geweifeld</ins> had, maar hoe
+eindelijk de liefde oppermachtig in hem geworden was. Nu vroeg hij haar
+vol vertrouwen, of zij er in toestemde als de eer en het sieraad van
+zijn oude huis, als meesteres daarin het gebied te voeren. Hij wist wel
+dat haar hart hem reeds toebehoorde, maar één ding moest hij toch nog
+uit haar mond vernemen....</p>
+
+<p>Toen riep zij uit »Dit ééne: uwe vrouw wil voor u, en voor u alléén
+leven, in vreugde en leed. De geheele wereld mag voor haar ondergaan, nu
+gij haar tot u opheft en zij de uwe is.&rdquo;</p>
+
+<p>Bij deze verzekering, die hem als een plechtige gelofte in de ooren
+klonk, was het alsof hem een pak van het hart viel. Hij sloot haar met
+hartstochtelijke teederheid in de armen, en herhaalde: »In vreugde en
+leed!&rdquo;</p>
+
+<p>Op dat oogenblik hadden Gorgias en Helena hen gevonden, en voor het
+eerst van zijn leven voelde de bouwmeester, niet zonder eenige
+verwondering, dat er geen eigenlijk onderscheid is tusschen het geluk
+van ons zelven, en dat van iemand die ons lief is.</p>
+
+<p>Zijne vriendin Helena scheen hetzelfde te gevoelen, toen zij zag wat
+deze dag haar zuster had gebracht. Het huis van den ouden philosoof,
+waar in den laatsten tijd zoovele zorgen en angsten binnengeslopen
+waren, weerklonk nu van enkel blijde, elkander geluk wenschende stemmen.</p>
+
+<p>De bouwmeester voelde dat hij nu niet langer blijven mocht in dezen
+vertrouwelijken kring, die door ééne groote, gemeenschappelijke vreugde
+werd bezield, en na een korte verklaring van Dion, hoorde men hem weldra
+buiten bij het werk zijne bevelen geven aan de arbeiders.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN12" href="#FNa12" class="label"><sup>12</sup>)</a> Schip met drie rijen roeiers.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN13" href="#FNa13" class="label"><sup>13</sup>)</a> &bdquo;Verblijd u&ldquo; en &bdquo;houd moed&ldquo; staat op vele
+grafsteenen te lezen.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="114">&nbsp;</span><a id="p_114"></a></p>
+
+<h2><a id="NEGENDE_HOOFDSTUK"></a>NEGENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Gorgias zette nu zijn werk ijverig voort. Toen het standbeeld alleen
+nog maar opgezet moest worden vóór het Dionysostheater, kwam Dion hem
+opzoeken. Eer hij met zijn verloofde de stad verliet, wenschte hij nog
+ééns zijn vriend te spreken. Sedert zij van elkander waren gegaan, had
+deze handen vol werk gehad, want het bouwen van den door Antonius
+verlangden muur op den Choma had een aanvang genomen, terwijl de
+herstelling van het kleine paleis aan de spits daarvan, en nog veel meer
+alles wat betrof de versiering der eerepoorten en triomfbogen, voltooid
+was. Zijn bekwame opzichter had moeite zijne bevelen bij te houden,
+terwijl hij het een na het ander op zijn schrijftafel voorschreef.
+Het onderhoud met zijn vriend duurde dan ook niet lang, en Dion had
+bovendien aan de vrouwen beloofd haar te vergezellen op haar tocht
+naar het landgoed van Archibius. Het vertrek moest, in weerwil van de
+verloving, nog heden plaats hebben, want in den loop van den dag was
+Cæsarion nog tot tweemaal toe bij Barine aan komen rijden. Zij had hem
+natuurlijk niet ontvangen, maar deze herhaalde pogingen van zijn kant
+deden haar zelve aandringen op een verhaast vertrek.</p>
+
+<p>Om alle opzien te vermijden wilden zij liever gebruik maken van den
+grooten reiswagen en de Nijlboot van Archibius, hoewel Dion zelf een
+dergelijke bezat, die even gemakkelijk was.</p>
+
+<p>Op »Vrede-oord&rdquo; zou de bruiloft worden gevierd. Het eigen schip van den
+jongen Raadsheer, waarop het jonge paar later naar Alexandrië terug zou
+varen, heette Peittho, naar de godin der overreding, omdat Dion gaarne
+herinnerd werd aan zijn triomfen als redenaar in den Raad. Doch van nu
+af aan zou het »Barine&rdquo; heeten en veel worden verfraaid.</p>
+
+<p>Dion vertrouwde zijn vriend nu ook toe wat hij gehoord had omtrent het
+lot van de Koningin en de vloot, en hoe druk Gorgias het ook had, toch
+luisterde hij vol belangstelling, zoodra <span class="pagenum" title="115">&nbsp;</span><a id="p_115"></a>Dion sprak over de toekomst
+van hunne stad en hare bedreigde zelfstandigheid en vrijheid, want deze
+dingen lagen ook hem het naast aan het hart.</p>
+
+<p>»In tijd van voorspoed,&rdquo; riep Dion uit, »deed ik wat mij behaagde; nu
+schijnt het mij de plicht van ieder rechtgeaard man, in zijn eigen huis
+de gezindheid aan te kweeken die hij van zijne vaderen geërfd heeft, en
+die niet mag uitsterven zoolang Alexandrië nog Macedonische burgers
+heeft. Wij moeten ons laten welgevallen dat Rome's overmacht <ins class="corr" id="corr59" title="Bron: Aegyte">Aegypte</ins>
+maakt tot een provincie der Republiek, doch wij zijn nog in staat het
+beste deel van de vrijheid onzer stad en van haar Raad te behouden. Wat
+er ook gebeuren moge, wij zijn en blijven toch de bron, waaruit Rome de
+wetenschappen put, die zijn geestelijk leven verrijken.&rdquo;</p>
+
+<p>»En vergeet niet de kunst,&rdquo; voegde Gorgias hier bij, »die de schoonheid
+daaraan geeft. Als Rome ons zonder genade vernietigen wil, dan zal het
+hun wellicht gaan als het meisje dat reeds haar voet oplichtte om een
+schoone, zeldzame bloem te vertreden, maar dien terugtrok omdat het een
+misdaad zou zijn zulk een kostelijk werk van de goden te verwoesten.&rdquo;</p>
+
+<p>»En wat heeft dat meisje ook niet te danken aan die bloem!&rdquo; riep Dion,
+»en Rome aan onze schoone stad! Indien wij zijne eischen maar met
+waardige standvastigheid beantwoorden, dan geloof ik dat wij nog niet
+zulk een verschrikkelijk lot te duchten hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat ons dat maar hopen! Maar gij vriend, houd uwe oogen open, ook voor
+andere vijanden dan die uit Rome alleen. Wees op uwe hoede voor Iras, nu
+het een bekende zaak wordt dat gij haar versmaadt. Zij heeft iets, dat
+mij somtijds aan een jakhals doet denken. Haar jaloerschheid!&mdash;Ik acht
+haar tot alles in staat....&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar,&rdquo; zeide Dion, »wat Iras mij zou willen aandoen, dat zal Charmion
+verhinderen; en mijn oom Archibius, hoewel ik niet al te zeer op hem
+rekenen wil, staat toch boven haar, en keurt mijn verbintenis met Barine
+goed.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als dat zoo is,&rdquo; riep Gorgias met een verlicht hart uit, »dan wensch ik
+u geluk!&rdquo;</p>
+
+<p>»En begint nu ook eens voor uw eigen geluk te zorgen,&rdquo; zeide Dion met
+hartelijkheid. »Laat uw hart niet langer dat zwervende nomaden leven
+leiden. Ik zou denken dat een bouwmeester niet op den duur genoegen
+nemen kan met tenten, die de wind omverblaast. Bouw nu voor u zelf eens
+een stevig huis, dat de stormen trotseert. Ik gun het u van harte, en
+heb u immers reeds gezegd: de tijden vorderen het.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik zal aan uw raad denken,&rdquo; antwoordde Gorgias, »doch <span class="pagenum" title="116">&nbsp;</span><a id="p_116"></a>daar zie ik
+reeds weder zes oogen, die om inlichtingen vragen. Er is zooveel
+gewichtigs te doen, en men besteedt zijn tijd aan het bouwen van
+triomfbogen voor verslagenen, en tropeeën voor een nederlaag! Toch heeft
+uw oom bevolen het werk zoo prachtig mogelijk uit te voeren. De wegen
+van het lot en van de grooten der aarde zijn duister; dat de uwe door
+een helder zonlicht bestraald worde! Wij hooren natuurlijk nog wanneer
+gij bruiloft viert, en als ik kan, dan kom ik ook een lied voor Hymen
+zingen. Gelukkige, die gij zijt! Daar word ik alweder geroepen. Mogen
+Castor en Pollux en alle goden die de reizigers beschermen, Aphrodite en
+alle Eroten uw tocht naar het land aan het meer en naar het rijk van
+Eros en Hymen begunstigen!&rdquo;</p>
+
+<p>Hierop drukte de hartelijke man zijn vriend voor het eerst aan zijn
+borst en Dion liet dit gaarne toe, en met den uitroep: »Tot weerziens in
+Irenia op mijn trouwdag, mijn beste, trouwe vriend!&rdquo; drukte hij hem de
+vereelte rechterhand.</p>
+
+<p>Dion vertrok in den wagen die voor hem gereed stond, terwijl Gorgias hem
+met zorg nazag.</p>
+
+<p>Nog was de purperen mantel, dien Dion ook heden droeg, niet uit zijne
+oogen verdwenen, of hij hoorde vlak achter zich een luid gekraak, geraas
+en gedreun. Een vluchtig opgeslagen steiger, die de katrollen droeg waar
+mede het beeld moest worden opgeheschen, was ingestort. De schade kon
+gemakkelijk worden hersteld, maar dit voorval maakte op den bouwmeester
+toch een pijnlijken indruk. Hij was een kind van zijn tijd, en het was
+dus zijn plicht als bedachtzaam man om op voorteekenen acht te geven.
+Bovendien had de ondervinding hem ook geleerd, dat als hem bij zijn
+werkzaamheden iets dergelijks overkwam, daarop gewoonlijk iets droevigs
+voor een zijner vrienden volgde. Wat nu misschien het jonge paar dat hem
+zoo dierbaar was, te wachten stond, was onder den sluier der toekomst
+verborgen, maar hij besloot voor Dion goed uit de oogen te blijven zien,
+en Archibius te verzoeken hetzelfde te doen.</p>
+
+<p>Onder den arbeid werd dit onaangename gevoel echter weldra tot zwijgen
+gebracht. De schade was spoedig hersteld, en daarna deelde Gorgias zijne
+bevelen weer uit, nu eens met de eene, dan weder met een andere tafel of
+rol in de hand.</p>
+
+<p>De avond begon te vallen, en vóór den nacht, waarin storm en regen kon
+komen, reed hij op zijn muildier nog eens naar het Bruchium, om te zien
+hoe het werk daar vorderde en nieuwe beschikkingen te maken, want het
+moest den geheelen nacht daar voortgezet worden. Het begon uit het
+Noorden zoo hevig te waaien dat het moeite kostte de fakkels en lampen
+aan te houden. De wind dreef hem den regen in het gelaat, en <span class="pagenum" title="117">&nbsp;</span><a id="p_117"></a>hij zag
+tegenover de haven en den vuurtoren nog zware wolken hangen. Alles
+voorspelde een kwaden nacht, en weder overviel hem dat sombere gevoel
+alsof er een onheil te wachten stond. Toch was hij met ijver en
+zorgvuldigheid bij het werk, en hielp zelfs mede waar dit noodig bleek.
+Het was nu geheel donker geworden, en geen enkele ster stond aan den
+hemel. Zelfs werd het zoo koel, dat Gorgias eindelijk zijn lijfslaaf
+veroorloofde hem zijn mantel om te slaan. Terwijl hij de kap over zijn
+hoofd trok, zag hij een stoet menschen en draagstoelen naar de Lochias
+trekken.</p>
+
+<p>Misschien waren het de koningskinderen, die van een uitstapje
+terugkeerden. Toch schenen het eerder gewone burgers te zijn, die zich
+tot een feest der overwinning opmaakten, want op dit oogenblik geloofden
+alle menschen aan een zegepraal en den goeden afloop van den oorlog. Dit
+bewees het gejubel en de vreugdekreten dergenen die zich, in weerwil van
+het slechte weder, nog altijd in den omtrek van de haven bevonden.</p>
+
+<p>Juist was de laatste fakkel van den stoet Gorgias voorbij gedragen,
+en had hij bij zichzelven overlegd dat de draagstoelen die tot het
+koninklijk huis behoorden, niet zoo slecht verlicht moesten worden,
+of een man met een lantaarn in de hand kwam snel van de andere zijde
+aanloopen. Het flikkerende licht viel op een gerimpeld gelaat, en toonde
+hem den ouden Phryx, den huisslaaf van Didymus, die hij had leeren
+kennen in den tijd toen het opschrift voor het pas gebouwde Odeum door
+den oude geleerde was vervaardigd. De grijze dienaar had hem toen
+menigmaal veranderingen in het eerste ontwerp van zijn heer moeten
+overbrengen, en Gorgias daaraan nog gisteren herinnerd.</p>
+
+<p>De arbeiders hadden middelerwijl het standbeeld bij helder fakkellicht
+en onder eentonig gezang, op het voetstuk gezet, en zij waren nu bezig
+de touwen, katrollen en hefboomen op te bergen, toen de bouwmeester den
+slaaf herkende.</p>
+
+<p>Wat kwam die oude man daar zoo laat nog doen? Op eens kwam hem de
+ingestorte steiger weder in de gedachte. Zocht de slaaf hulp voor iemand
+van het gezin? Had Helene hem misschien noodig?</p>
+
+<p>Hij hield den ouden man staande, en deze beantwoordde zijne vraag met
+een diepen zucht en het spreekwoord: »een ongeluk komt nooit alleen.&rdquo;
+Daarop ging hij voort: »Gisteren was er rede tot groote vrees, en toen
+er heden zooveel blijdschap bij ons was om Barine, dacht ik dadelijk:
+»na vreugde leed!&rdquo; de tweede ramp zal ons niet gespaard worden. En zoo
+is het dan ook!&rdquo;</p>
+
+<p>Gorgias vermaande hem alles wat er gebeurd was nauwkeurig te verhalen,
+en nu kwam de oude naderbij en fluisterde hem toe <span class="pagenum" title="118">&nbsp;</span><a id="p_118"></a>dat de jonge Philotas
+uit Amphissa, die een leerling en helper van Didymus was, en een
+wellevend jonkman van goede familie, naar een gastmaal was gegaan,
+waarop Antyllus, Antonius' zoon, eenige van zijn medestudenten genoodigd
+had. Dat was wel meer gebeurd, en daarom had hij, de oude Phryx, hem
+gewaarschuwd, want als de kleinen met de grooten omgaan, komen de eerste
+er zelden zonder kleerscheuren af. De jonge man, die overigens niet
+slechter was dan de andere epheben, was van zulke feesten altijd
+teruggekomen met een rood gezicht en onvasten gang, maar heden had hij
+zelfs zijn kamertje op de bovenverdieping niet kunnen wedervinden.
+Alsof hij door vervolgers achterna gezeten werd, was hij het huis
+binnengedrongen, en toen hij de trap wilde opvliegen&mdash;of eigenlijk was
+het maar een vaststaande ladder&mdash;had hij een misstap gedaan en was
+gevallen. Hij voor zich geloofde niet dat hij zich had bezeerd, want
+geen enkel lid deed hem pijn als men het aanraakte of het uitrekte, en
+de beschonkenen stonden immers in de hoede van Dionysos; maar het scheen
+wel of er een booze geest in hem gevaren was, want hij deed niets dan
+kreunen en weenen, en bleef op alle vragen het antwoord schuldig. Nu
+wist hij wel van de Dionysosfeesten, dat deze jonge man als hij te
+veel gedronken had altijd jammerde, maar ditmaal moest er toch iets
+bijzonders met hem zijn gebeurd, want vooreerst was zijn gezicht zwart
+gemaakt, en zag het er afschuwelijk uit nu de tranen het roet op vele
+plaatsen hadden afgewischt, maar daarbij sprak hij enkel wartaal. Het
+was iets verschrikkelijks!</p>
+
+<p>Toen men hem naar zijn kamer had willen brengen, had hij zich met handen
+en voeten verweerd. Daarom geloofde Didymus zelf, dat demonen zich van
+hem hadden meester gemaakt, zooals niet zelden gebeurde wanneer iemand
+van de trap was gevallen en op zijn hoofd neergekomen, en daardoor bij
+de aardgeesten aangeklopt en hen gewekt had. Wel zeker, demonen zouden
+het wel zijn, maar zooals hij dacht, geen andere dan die van den wijn.
+De student had zich zeker daaraan te buiten gegaan. Maar de oude
+philosoof hield bijzonder veel van dezen leerling, en had hem bevolen
+Olympus te gaan halen, die zoo lang hij zich herinneren kon, de arts van
+het huis was.</p>
+
+<p>&bdquo;De oude lijfarts van de Koningin?&rdquo; vroeg Gorgias afkeurend, en toen de
+slaaf dit bevestigde, zeide hij: »Dat is in mijn oogen niet goed, dien
+eerwaardigen grijsaard met zulk een fellen Noordenwind ter wille van
+zoo iets te laten uitgaan. De ouderdom is tegenover den ouderdom nooit
+bijzonder barmhartig. Ik kan, nu dat ding daar eindelijk op zijn plaats
+staat, wel voor een half uurtje mijn post verlaten, en ik ga met u mede.
+<span class="pagenum" title="119">&nbsp;</span><a id="p_119"></a>Ik zou denken dat om deze demonen te bezweren, geen lijfarts noodig
+is.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat is goed, heer,&rdquo; riep de slaaf, »maar Olympus is een vriend van ons.
+Hij bezoekt nog maar weinig zieken, maar bij ons komt hij door alle weer
+en wind. Hij bezit ook draagstoelen, wagens en prachtige muildieren. De
+Koningin geeft hem alles wat het beste en gemakkelijkste is. Hij is wijs
+en kan misschien spoedig helpen. Wat men krijgen kan, daar moet men
+gebruik van maken.&rdquo;</p>
+
+<p>»Alleen als het noodig is,&rdquo; hernam de bouwmeester. »Daar staan mijn
+beide rijdieren, volg gij mij op het tweede, en als ik met de booze
+geesten niet klaar kom, dan is het nog altijd tijd genoeg om den
+lijfarts te halen.&rdquo;</p>
+
+<p>Deze voorslag behaagde den ouden man, en korten tijd daarna trad Gorgias
+het tablinum van den philosoof binnen.</p>
+
+<p>Helena heette hem welkom alsof hij een oud vriend was. Zoodra hij maar
+verscheen, dacht zij, was het gevaar reeds half voorbij. Ook Didymus was
+blijde hem te zien, en leidde hem het kleine vertrek binnen, waar de
+jongeling op een divan lag.</p>
+
+<p>Hij steunde en jammerde nog steeds. De tranen liepen hem over de wangen,
+en zoodra een lid van het gezin hem naderde, stootte hij hem weenend van
+zich af. Toen Gorgias echter zijne beide handen vasthield en hem streng
+beval te bekennen wat hij zich te verwijten had, toen zeide hij snikkend
+dat hij de ondankbaarste booswicht op aarde was. Zijn slechtheid had
+zijn goede ouders, hem zelven en zijn vrienden te gronde gericht. Daarop
+beschuldigde hij zich, dat door zijn toedoen Didymus' kleindochter in
+her verderf werd gestort. Hij zou zeker niet weder naar Antyllus zijn
+gegaan, als deze hem niet kort geleden door zijne grootmoedigheid
+opnieuw tot zich getrokken had.</p>
+
+<p>Maar nu moest hij er voor boeten, ja boeten.... en hij stamelde dit
+woord »boeten&rdquo; zoo onophoudelijk, dat er vooreerst niets anders uit hem
+te krijgen was.</p>
+
+<p>Intusschen bezat Didymus den sleutel op dit raadsel. Enkele weken
+geleden was Philotas met andere leerlingen van den rhetor wiens lessen
+in het Museum hij volgde, door <ins class="corr" id="corr60" title="Bron: Antylllus">Antyllus</ins> op een ochtendmaaltijd
+uitgenoodigd. Toen de student de fraaie gouden en zilveren bekers
+waaruit gedronken werd, zoo luide bewonderde, had de overmoedige jonge
+gastheer gezegd: »Welnu, zij zijn voor u, neem ze maar mede!<ins class="corr" id="corr61" title="Bron: '"></ins>&rdquo; Philotas
+had dit eerst niet voor ernst opgenomen, maar bij het heengaan had de
+schenker hem aangemoedigd het geschenk aan te nemen. Antyllus had hem
+immers de bokalen vereerd? Maar hij raadde den jongen man aan, zich de
+waarde in geld te laten betalen, want <span class="pagenum" title="120">&nbsp;</span><a id="p_120"></a>er waren eenige oude kunstig
+bewerkte stukken onder, die Antyllus' vader, Antonius, misschien
+ongaarne zou missen.</p>
+
+<p>Daarop had hij den verbaasden jongeling verscheidene rolletjes
+goudstukken in de hand gegeven. Doch dit geld had hem niet veel goeds
+gebracht, want daardoor was het hem mogelijk geworden met rijke,
+aanzienlijke mede studenten om te gaan en deel te nemen aan hunne
+uitspattingen. Toch had hij bij Didymus altijd trouw zijn plicht gedaan.</p>
+
+<p>Al had hij dikwijls den nacht tot dag gemaakt, tot nu toe had zijn
+gedrag geen ernstige reden tot klagen gegeven. Kleine zonden zag men hem
+gaarne over het hoofd, omdat hij een aardige, vroolijke jonkman was, die
+de kunst verstond zich bij ieder lid van het huisgezin, ook bij de
+vrouwen, aangenaam te maken.</p>
+
+<p>Maar wat was den beklagenswaardigen jongeling nu toch overkomen? Didymus
+had het grootste medelijden met hem, en hoewel hij Gorgias dankbaar was
+voor zijn komst gaf hij hem toch te verstaan, dat het wegblijven van den
+arts hem verdroot.</p>
+
+<p>De bouwmeester was echter in zijn veeljarig jonggezellen leven in het
+Dionysos-vereerende Alexandrië vertrouwd geraakt met ziekten als die van
+Philotas, en wist hoe men dergelijke lijders behandelen moest. En nadat
+men Gorgias verscheidene kannen water gebracht en eenigen tijd met den
+lijder alleen gelaten had, verheugde de philosoof zich in stilte toch
+ook dat hij den lijfarts niet door het stormachtige weer had laten
+komen. Spoedig bracht Gorgias zijn leerling met natte haren, maar
+overigens in een toestand van snel vorderend herstel weder bij hem.</p>
+
+<p>Het fraaie gelaat van den jongeling was nu ontdaan van het roetzwart,
+doch hij zag beschaamd naar den grond, en sloeg zich nu en dan voor het
+hoofd. De philosoof had al zijn redeneerkunst noodig om hem aan het
+spreken te brengen, en Philotas verzocht vóór hij begon, dat Helena hem
+met de mannen alleen zou laten.</p>
+
+<p>Hij was van plan zich stipt aan de waarheid te houden, doch vreesde dat
+de onzinnige streek, waartoe hij zich had laten overhalen, noodlottige
+gevolgen kon hebben voor zijn geheele leven. Hij hoopte echter op goeden
+raad, vooral van den bouwmeester, die hem nu zoo goed geholpen had, en
+wiens vriendelijke persoonlijkheid hem vertrouwen inboezemde. Den
+grijsaard was hij zooveel verplicht, dat hij hem nu ook oprechtheid
+schuldig was,&mdash;en toch durfde hij hem één der beweegredenen zijner dwaze
+handelwijze niet bekennen.</p>
+
+<p>De aanslag, waarin hij zich had laten meeslepen, was op <span class="pagenum" title="121">&nbsp;</span><a id="p_121"></a>Barine gemunt
+geweest. Hij had reeds lang gedacht dat hij haar beminde met al den
+gloed van zijn twintigjarig hart. Kort vóór hij naar dat noodlottige
+gastmaal ging, had hij evenwel gehoord, dat zij hare hand aan Dion had
+beloofd. Dat had hem diep gegriefd, want in menig stil uur had hij het
+voor mogelijk gehouden haar voor zich te winnen, en haar als echtgenoot
+binnen te leiden in zijn ouderlijk huis te Amphissa. Hij was immers
+maar weinig jonger dan zij, en als zijne ouders haar maar eerst hadden
+gezien, zouden zij zijn keus zeker billijken. En de andere menschen te
+Amphissa hadden Barine voor een godin moeten houden!</p>
+
+<p>Doch nu was de voorname heer gekomen, die zijn hoop den bodem ingeslagen
+had. Zeker, er was nooit van liefde tusschen hem en Barine sprake
+geweest, maar hoe vriendelijk had zij hem altijd aangezien, en hoe
+gaarne zijne kleine diensten aangenomen! Nu was zij voor altijd voor hem
+verloren.</p>
+
+<p>In het eerst had hij dit alleen bedroevend gevonden, maar toen hij veel
+wijn had gedronken en Antyllus bij den maaltijd, waarvan Cæsarion
+symposiarch<a id="FNa14" href="#FN14" class="fnanchor"><sup>14</sup>)</a> was, Barine beschuldigd had de harten door magische
+kunsten te betooveren, toen was hij op eenmaal tot de overtuiging
+gekomen, dat zij die ook op hem had toegepast.</p>
+
+<p>Hij had zichzelven wijs gemaakt dat hij haar òf als speelgoed had
+gediend, òf dat zij van hem had gehouden en alleen de voorkeur gegeven
+had aan Dion om zijn rijkdom. In ieder geval geloofde hij reden genoeg
+te hebben om op haar vertoornd te zijn, en bij iederen beker dien hij
+ledigde, nam zijn wrok toe.</p>
+
+<p>Juist toen had men hem verzocht mee te doen aan de dwaze streek, die nu
+zoo zwaar op zijn geweten drukte, en hij had gretig daarin toegestemd,
+om haar te straffen voor het onrecht, dat hem in zijn verhitte
+verbeelding door haar was aangedaan.</p>
+
+<p>Dit alles verzweeg hij echter voor de oude lieden, en verhaalde alleen
+in het kort van het prachtige gastmaal, dat Cæsarion zoo bleek en
+onverschillig als altijd, geleid had, en dat vooral door den dollen
+overmoed van Antyllus opgevroolijkt was.</p>
+
+<p>De »Koning der koningen&rdquo; en de zoon van Antonius hadden, onder
+voorwendsel van op de jacht te gaan, zich van hunne gouverneurs bevrijd.
+Zij hadden gezegd dat de opperjachtmeester hun dit genoegen wilde
+verschaffen en dat zij hem beloofd hadden 's morgens vroeg gereed te
+zullen zijn voor een tocht in de woestijn. Toen na den maaltijd de
+mengvaten neergezet en de bekers nog sneller gevuld werden, had Antyllus
+met Cæsarion allerlei dingen in stilte besproken en het gesprek gebracht
+<span class="pagenum" title="122">&nbsp;</span><a id="p_122"></a>op Barine, de schoonste der schoonen, die door de goden bestemd was
+voor den grootste en hoogstgeplaatste van allen. Dat was immers »de
+Koning der koningen&rdquo; Cæsarion, en daarom mocht hij rekenen op de gunst
+der hemelsche machten. Maar men wist ook dat Aphrodite zichzelve voor
+nog grooter hield dan den hoogsten koning, en daarom waagde Barine het,
+voor den symposiarch hare deur te sluiten, op een wijze die niet alleen
+voor hem, maar voor de geheele jeugd van Alexandrië krenkend zijn moest.
+Alles wat zich »ephebe&rdquo; noemde moest de vuist ballen van
+verontwaardiging, als hij hoorde dat de overmoedige jonge vrouw de jeugd
+op een afstand hield, omdat zij alleen oudere mannen hare aandacht
+waardig keurde.</p>
+
+<p>Dat mocht zoo niet blijven! Veeleer moesten de jongelingen van
+Alexandrië haar hunne macht doen gevoelen. En dit werd des te dringender
+bevolen, daar Cæsarion hierdoor het doel zijner wenschen bereiken zou.</p>
+
+<p>Barine zou dien avond de stad verlaten. De beleedigde Eros zelf wees
+hen daardoor den weg. Hij gebood hun haar wagen aan te houden en haar
+te brengen bij den jongeling, die in naam der geheele jeugd op zich
+nam haar te bewijzen dat de hartstocht der epheben, die zij van zich
+verwijderde, vuriger was dan die der oudere mannen die zij om zich heen
+duldde.</p>
+
+<p>Hier viel Gorgias den verhaler in de rede met een luiden uitroep van
+misnoegen, en de oogen van den ouden Didymus schenen uit hunne kassen te
+willen komen, toen hij zijn leerling met barsche stem een ongeduldig »ga
+voort!&rdquo; toeriep.</p>
+
+<p>En Philotas, die nu weder geheel ontnuchterd was, schilderde met
+levendige kleuren hoe wonderbaar de stille Cæsarion veranderd was. Hij
+scheen werkelijk betooverd te zijn, want nauwelijks hadden Antyllus'
+makkers hem toegejuicht en zich bereid verklaard de jeugd van Alexandrië
+aan Barine te wreken, toen »de Koning der koningen&rdquo; eensklaps opstond
+van de rustbank, waarop hij tot zoolang bijna onverschillig gelegen had,
+om met fonkelende oogen uit te roepen dat, wie zich zijn vriend noemde,
+hem bij dezen aanval helpen moest.</p>
+
+<p>Hier werd hij door een tweede ongeduldig »ga voort!&rdquo; tot grooter spoed
+gedrongen, en nu verhaalde hij minder uitvoerig hoe zij hunne
+aangezichten zwart gemaakt en zich met zwaarden en lansen gewapend
+hadden. Tegen zonsondergang waren zij in een overdekte boot door het
+Agathodemonkanaal naar het Mareotische meer gevaren. Het bleek dat alles
+goed van te voren beschikt was, want zij waren precies op het aangegeven
+uur aangeland.</p>
+
+<p>Daar zij zich op het water steeds met krachtigen wijn hadden versterkt,
+had hij al moeite gehad om aan wal te stappen en <span class="pagenum" title="123">&nbsp;</span><a id="p_123"></a>had zich door de
+anderen laten voortsleepen. Verder wist hij niets meer, dan dat hij zich
+te gelijk met hen had geworpen op een groote harmamaxa<a id="FNa15" href="#FN15" class="fnanchor"><sup>15</sup>)</a>, en daarbij
+gevallen was. Toen hij opstond was alles voorbij.</p>
+
+<p>Als in een droom had hij gezien hoe Scythen en andere bewakers der
+veiligheid Antyllus hadden aangegrepen, en hoe Cæsarion op den grond met
+een ander lag te worstelen. Als hij zich niet vergiste, den was dat
+Barine's verloofde, Dion geweest! Al deze mededeelingen waren door
+menigen uitroep van ongeduld en verontwaardiging afgebroken, en nu
+stootte Didymus, buiten zich zelven van angst, de vraag uit: »En het
+kind&mdash;en Barine?&rdquo;</p>
+
+<p>Doch Philotas kon geen antwoord geven dan een sprakelooze hoofdbuiging,
+en de toorn overmande daardoor zoo zeer den ouden philosoof, dat hij
+zijn leerling bij den chiton greep, hem schudde, en toornig toeriep:</p>
+
+<p>»Weet gij het niet, booswicht? In plaats van haar te beschermen zooals
+het uw plicht was tegenover een kind van mijn huis, hebt gij medegedaan
+met lichtzinnige verkrachters van zeden en recht, als een handlanger van
+deze schaamtelooze aanranders in het koninklijk purper gekleed?&rdquo;</p>
+
+<p>De bouwmeester bracht den vertoornden grijsaard in eerbiedige
+bewoordingen onder het oog, dat op het oogenblik alles moest achterstaan
+bij de noodzakelijkheid om Barine en Dion te laten opsporen. Zijn hoofd
+liep om van al zijn werk, maar toch wilde hij spoedig met zijn opzichter
+alles bespreken en daarna zelf beproeven zijn vriend weder te vinden.</p>
+
+<p>»En ik,&rdquo; riep de oude man, »moet aanstonds naar mijn ongelukkig kind.
+Breng mijn mantel Phryx, en mijn sandalen!&rdquo;</p>
+
+<p>En toen Gorgias hem vermaande aan zijn leeftijd en het stormachtige weer
+te denken, ging hij driftig voort:</p>
+
+<p>»Ik ga, zooals ik heb gezegd. Al moest de storm mij op den grond
+werpen en de bliksemstraal van Zeus mij treffen, wat geef ik daarom!
+Op een onheil meer of minder komt het niet aan, in een leven dat ééne
+aaneenschakeling van rampen is. Drie zonen heb ik begraven in den bloei
+van het leven, en twee heb ik verloren in den oorlog. Barine was mijn
+oogappel, en dwaas die ik was, heb ik haar zelf geketend aan den
+booswicht, die haar zonnig leven voor goed verduisterd heeft, en nu ik
+haar gelukkig dacht, en beveiligd voor zorg en miskenning, aan de zijde
+van een voortreffelijk man, wordt misschien haar verloofde gewond of
+zelfs vermoord door die vervloekte booswichten, die door hunne hooge
+geboorte aan mijn wraak ontsnappen! Zij sleepen haar goeden naam en
+mijne grijze haren door het slijk. Mijn tuinhoed Phryx, en mijn staf!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="124">&nbsp;</span><a id="p_124"></a></p>
+
+<p>Sinds lang woedde de storm om het huis aan de zee, en het zeil dat
+gespannen was boven de opening van het impluvium, rukte met luid geraas
+aan de metalen ringen die het vasthielden. Nu kwam er zulk een hevige
+windvlaag, dat twee vlammen van de drie-armige lamp uitwoeien. Tegelijk
+werd de huisdeur geopend, en de Nubische portier van vrouw Berenice kwam
+binnen, druipend van den regen, en met de kap van zijn mantel over zijn
+bruine hoofd. Hij was in een deerniswaardigen toestand, en kon in het
+eerst niet den groet en al de vragen der mannen beantwoorden. Helena had
+zich bij hen gevoegd en hield den arm van haar grootmoeder vast. De bode
+was geheel buiten adem van het loopen, doch eindelijk kon hij zijn
+boodschap overbrengen. Het was niet veel. Barine liet hen enkel weten,
+dat, wat zij ook mochten gehoord hebben, haar moeder en zij ongedeerd
+waren. Dion had een wond aan den schouder gekregen, maar dat was niet
+erg. Zij verpleegde hem met hare moeder. Haar grootouders konden zonder
+zorg zijn; de aanslag die tegen haar ondernomen was, was volkomen
+mislukt.</p>
+
+<p>Vrouw Doris die zeer doof was, had te vergeefs met de hand aan haar oor
+getracht iets van dit alles op te vangen, en nu zeide Didymus wat Helena
+hiervan aan hare grootmoeder overbrengen moest. De oude vrouw placht
+naar de lippen van het meisje te zien, en verstond haar beter dan een
+ander. Het verheugde Didymus natuurlijk dat zijn lieveling aan het
+gevaar ontkomen was, maar toch was hij nog niet geheel gerust. Ook
+Gorgias vreesde het ergste nog. Hij wilde zelfs uitgaan op nadere
+berichten, en verzekerde den grijsaard dat hij, zoodra hij die
+ingewonnen had, bij hem terugkomen zou. Daardoor alleen kon hij hem
+afhouden van een nachtelijken tocht door den storm.</p>
+
+<p>De student Philotas vroeg smeekend met betraande oogen of men hem als
+bode wilde gebruiken, doch Didymus beval hem ter rust te gaan. Hij zou
+later wel een gelegenheid vinden om goed te maken wat hij door zijn
+lichtzinnigheid bedorven had.</p>
+
+<p>In het stille huis van den geleerde werd dien nacht niet aan slapen
+gedacht. Gorgias vertrok, en Helena uitte den wensch om door den ouden
+portier naar hare zuster gebracht te worden, maar dien kon Didymus niet
+inwilligen. Hij bleef nu met zijn vrouw in het tablinum alleen. Men had
+haar enkel gezegd dat Barine door dieven was aangevallen, die haren
+verloofde licht hadden gewond; maar haar hart en het gedrag van haren
+man maakten het haar duidelijk dat haar iets verborgen werd. Zij
+zou er gaarne meer van weten, maar Didymus vond het op dit oogenblik
+bezwaarlijk haar met zoo luide stem nog meer mede te deelen, en daarom
+moest zij haar verlangen nu tot <span class="pagenum" title="125">&nbsp;</span><a id="p_125"></a>zwijgen brengen. Doch niemand ging ter
+ruste, omdat zij eerst de terugkomst van den bouwmeester wilden
+afwachten.</p>
+
+<p>Didymus was in een leunstoel neergevallen, en vrouw Doris zat in een
+hoek aan haar spinnewiel, zonder den draad van het spinrokken af te
+winden. Toen zij haar echtgenoot hoorde zuchten en het hoofd in zijn
+handen zag verbergen, stond zij op, ging op haar stokje geleund naar
+hem toe, en streek hem met de hand over het bijna kale hoofd. Zij sprak
+hem daarbij troostend toe, en toen zij de bedroefde uitdrukking toch
+nog niet uit zijn gelaat verdwijnen zag, herinnerde zij hem op hare
+hartelijke, vriendelijke manier hoe menigmaal zij reeds de wanhoop nabij
+geweest waren en toch alles altijd weer goed afgeloopen was.</p>
+
+<p>»Zie oude,&rdquo; zeide zij<ins class="corr" id="corr62" title="Bron: .">,</ins> »ik weet wel dat er weder dikke, zwarte wolken
+boven ons huis hangen, al weet ik het rechte er niet van. Ik voel alleen
+dat een zware slag ons dreigt. En toch, wat kunnen de menschen ons
+aandoen, als wij beiden maar bij elkander mogen blijven, wij beiden
+oudjes, en dan de kinderen der kinderen die Hades ons heeft geroofd. Als
+men zoo samen oud wordt, leert men dat het leven een hoofd heeft met
+vele aangezichten. Het kwade van het heden kan evenmin lang duren als
+die diepe rimpels in uw voorhoofd. Gij behoeft u voor mij geen geweld
+aan te doen, beste man. Laat het maar zoo. Ik behoef mijn oogen maar toe
+te doen, om te zien hoe glad en schoon het eens was in uw jeugd, en hoe
+vriendelijk gij er weder uit zult zien, zoodra de betere dagen zeggen:
+daar zijn wij weer!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij kuste haar met een weemoedigen glimlach op het grijze haar, en riep
+haar toe aan het linker oor, dat beter hooren kon: »Hoe jong blijft gij
+nog altijd, oudje!&rdquo;</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN14" href="#FNa14" class="label"><sup>14</sup>)</a> Leider van het gastmaal.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN15" href="#FNa15" class="label"><sup>15</sup>)</a> Gesloten Aziatische reiswagen op vier wielen.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="126">&nbsp;</span><a id="p_126"></a></p>
+
+<h2><a id="TIENDE_HOOFDSTUK"></a>TIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Een storm uit het Noorden woei over het eiland Pharus en de ondiepten
+van Diabathra heen, in de haven van Alexandrië. Op het anders zoo stille
+water waren nu golven te zien, en de lantaarn op den lichttoren van
+Sostratus scheen zijne heen en weer gaande vlammen met vijandige woede
+naar de stad te jagen. De vuren in de pekpannen en de fakkels aan de
+kust schenen het eene oogenblik uit te gaan, maar in het volgende
+flikkerden zij door den walm heen dubbel helder op.</p>
+
+<p>De koninklijke haven, een uitgestrekt bekken dat het zuidelijk gedeelte
+van de Lochias en een deel van het noordelijke strand van het Bruchium
+in een halven kring omgaf, was iederen nacht sterk verlicht, doch heden
+schenen de lichten aan de westzijde, bij de ligplaats der koningsvloot,
+bijzonder bewegelijk. Kwam dat door den storm? Doch neen! Hoe had die
+de eene fakkel op de plaats van de andere kunnen zetten, en lichten of
+lantaarns tegen de richting van zijn onstuimige pogingen in, in beweging
+kunnen brengen? Het waren echter slechts weinigen, die dit opmerkten,
+want hoevelen ook vervuld waren van bange vrees, wie zou zich in zulk
+een stormnacht naar buiten op de kade wagen? Bovendien zou niemand
+toegang gekregen hebben tot de koningshaven, want zij was aan alle
+zijden afgesloten. Ook de havendam, die de koorde was van den boog dien
+het land ten westen vormde had slechts ééne opening, en die was, zooals
+ieder wist, ook met een keten bespannen, evenals de groote havenmond
+tusschen den Pharus en Alveus Steganus.</p>
+
+<p>Twee uren vóór middernacht kwamen de lichten die zoo wonderlijk bewogen
+werden, tot rust, hoewel de storm eer toegenomen dan verminderd was.
+Maar het hart der menschen voor wie zij brandden, had zelden zoo
+onrustig geklopt als nu. Het waren de regeeringspersonen en hofbeambten
+die tot de <span class="pagenum" title="127">&nbsp;</span><a id="p_127"></a>naaste omgeving der Koningin behoorden: ongeveer twintig
+mannen, en Iras was onder hen de eenige vrouw. Zij en de Regent Mardion
+hadden deze allen hier bijeengeroepen, daar de brief van Cleopatra haar
+toeliet deze gevolmachtigden in het geheim te ontvangen. Na lange
+beraadslagingen waren zij overeengekomen de bevelhebbers der kleine
+achtergebleven Romeinsche bezetting niet mede uit te noodigen. Het was
+immers nog de vraag, of de verwachte personen reeds in dezen nacht
+zouden terugkomen, en de Romeinsche krijgslieden, die in het oog van
+Marcus Antonius iets beteekenden, waren met hem mede in den oorlog.</p>
+
+<p>De overdekte doorgang in het midden der afgesloten aanlegplaats van de
+koninklijke haven, waar zij verzameld waren, was met vorstelijke praal
+ingericht, want de Koningin gebruikte die gaarne. Het ontbrak in de
+groote ruimte niet aan gemakkelijke zetels, en menigeen had zich
+uitgestrekt op een rustbank, terwijl anderen, door een inwendige onrust
+gedreven, op en neer liepen.</p>
+
+<p>Daar deze gang maanden lang gesloten was gebleven, hadden vledermuizen
+er hun nest gemaakt, en toen de lichten ontstoken werden, zag men deze
+boven de hoofden der vergaderden rondfladderen. Iras had den bevelhebber
+der Mellakes, of jongelingen die een lijfwacht vormden uit de zonen
+der edelste Macedonische geslachten, verzocht die lastige dieren te
+verjagen, en het gaf den trouwen dienaar der Koningin eenige afleiding
+voor zijne zwaarmoedige gedachten, dat hij met zijn zwaard daarnaar kon
+slaan.</p>
+
+<p>Anderen keken liever naar dit onbeduidend gevecht, dan toe te geven
+aan de vrees die hen vervulde. De Regent zag sprakeloos naar den
+grond, Iras luisterde bleek en verstrooid naar de uitleggingen van den
+zegelbewaarder Zeno, en Archibius was naar buiten gegaan om, zonder zich
+om den storm te bekommeren, over het onstuimige havenwater heen, naar de
+verwachte schepen uit te zien.</p>
+
+<p>De bedienden, van de fouriers tot de dragers der draagstoelen toe,
+zaten bij groepen in een houten halfverlichte schuur, welker zoldering
+gesteund werd door bontbeschilderde zuilen, waar de wind doorheen blies.
+De Grieken zaten op houten zetels, de Aegyptenaars op matten op den
+grond. Den grootsten kring vormden de fouriers, die voor de bagage der
+Koningin moesten zorg dragen, benevens de hoogere slaven van het hof, en
+eenige kamervrouwen.</p>
+
+<p>Men had hen gezegd dat de Koningin reeds dezen nacht verwacht werd,
+omdat het mogelijk was dat de sterke Noordenwind haar schip ongedacht
+snel uit den slag naar huis drijven <span class="pagenum" title="128">&nbsp;</span><a id="p_128"></a>zou. Maar zij wisten wel beter,
+want in paleizen zijn reten en spleten en gordijnen, en daarin woont een
+echo van een bijzondere soort, die binnen de muren zelfs, het gefluister
+voortdraagt van oor tot oor.</p>
+
+<p>De vrijgelaten lijfslaaf van den veldheer Seleukus voerde het hoogste
+woord. Zijn meester was enkele uren geleden uit de grensvesting
+Pelusium, waar hij het bevel voerde, in Alexandrië aangekomen. Een
+geheimzinnig bevel van Lucilius, den trouwsten vriend van Antonius, dat
+hem overgebracht was door een snelzeiler van Tænarum, had hem hierheen
+gevoerd.</p>
+
+<p>De vrijgelatene Beryllus, een welbespraakt Siciliër, die als
+tooneelspeler beter dagen had gekend, eer de zeeroovers hem van zijn
+vrijheid hadden beroofd, was menige nieuwstijding te weten gekomen, en
+allen luisterden gaarne naar hem, want te Pelusium waren schepen uit het
+Noorden aangekomen en deze hadden de slechte berichten, die men in het
+Sebasteum had gehoord, bevestigd en aangevuld.</p>
+
+<p>Als men hem gelooven kon, dan wist hij alles zoo goed alsof hij den
+zeeslag zelf had bijgewoond, want hij verzekerde dat hij bij een gesprek
+van zijn heer met vele scheepsbevelhebbers en boden uit Griekenland
+tegenwoordig was geweest. Ook deed hij het voorkomen alsof hij een trouw
+dienaar was die goed zwijgen kon, en enkel mocht bevestigen of ontkennen
+wat de Alexandrijnen zelve reeds hadden vernomen. Intusschen bestond
+zijn geheele wetenschap in een verward samenraapsel van ware en onware
+feiten. Terwijl de Aegyptische vloot bij Actium was verslagen en
+Antonius met Cleopatra eerst gevlucht waren naar Taenarum aan de
+zuidpunt van den Peloponnesus, beweerde hij, dat het leger te land en
+de vloot elkander aan de Peloponnesische kust hadden ontmoet, en dat
+Octavianus Antonius vervolgde in de richting van Athene; Cleopatra zou
+onderwijl reeds op weg naar Alexandrië zijn.</p>
+
+<p>Deze »zekere berichten&rdquo; had hij opgemaakt uit enkele woorden die hij
+gehoord had onder den maaltijd, en ook terwijl de veldheer boden afzond
+en ontving. In andere opzichten echter was hij geloofwaardiger. Daar de
+haven van Alexandrië de laatste dagen afgesloten was geweest, hadden
+alle schepen in die van Pelusium mogen binnenloopen, en de kapiteins
+waren zoodoende verplicht geweest het eerst aan te komen bij Beryllus'
+meester, die de kommandant dier belangrijke grensvesting was.</p>
+
+<p>Eerst den vorigen nacht was hij uit Pelusium vertrokken. De sterke wind
+had de triëre zoo snel voortgejaagd, dat de zeemeeuwen die bijna niet
+hadden kunnen bijhouden. Dit wilden zijne toehoorders gaarne gelooven,
+want de storm loeide steeds <span class="pagenum" title="129">&nbsp;</span><a id="p_129"></a>heviger, en gierde door de open ruimte
+waarin de bedienden zich bevonden. De meeste fakkels en lampen waren
+reeds uitgegaan; uit de pekpannen steeg een dikke zwarte walm omhoog,
+waarin men de gele vlammen bijna niet meer kon onderscheiden, en alleen
+de gesloten lantaarns gaven nog een flauw licht. Het was dus in die met
+rook gevulde, akelige schuur somber genoeg.</p>
+
+<p>Een der fouriers had voor wijn gezorgd om den tijd wat te korten; maar
+men durfde dien niet anders dan in het geheim drinken, en er waren geen
+bekers. Zoo gingen de kannen van mond tot mond, maar iedere teug werd
+gretig genoten, te meer daar de rook de kelen prikkelde. Beryllus moest
+dikwijls midden in zijn verhaal ophouden om al het gehoest, vooral van
+de vrouwen. Van alles wat hij zeide beweerde hij echter dat hij voor de
+waarheid instond, en vooral aan de voorteekenen die men te Pelusium aan
+zijn meester had <ins class="corr" id="corr63" title="Bron: megedeeld">medegedeeld</ins>, hechtte hij zelf veel waarde.</p>
+
+<p>Eene der kamervrouwen van Iras vertelde hierbij ook van de zwaluwen,
+die op de »Antonias&rdquo; het admiraalschip van Cleopatra, waren gezien.
+Zij dacht dat dit nog het slechtste voorteeken van allen was geweest.
+Maar Beryllus zag haar met zulk een medelijdenden glimlach aan, dat de
+verwachting der anderen nog hooger gespannen werd. De opperfourier riep
+dan ook op barschen toon den lastdragers een: »stilte!&rdquo; toe. Nu hoorde
+men in de open zaal een tijdlang ook niets anders dan het langgerekte
+fluiten van den wind, nu en dan een commando aan de wachters vóór de
+koningshaven, en de stem van den vrijgelatene. Hij sprak zacht, om
+daardoor aan zijne geheimzinnige mededeelingen nog meer bekoring te
+geven.</p>
+
+<p>Hij begon met hoogdravende loftuitingen op Cleopatra en Marcus Antonius,
+en herinnerde zijn toehoorders dat de imperator een afstammeling van
+Herakles was. Daarbij zouden de Alexandrijnen zeker wel weten, zeide
+hij, dat de Koningin »de nieuwe Isis&rdquo; en Antonius »de nieuwe Dionysos<ins class="corr" id="corr64" title="Bron: '"></ins>&rdquo;
+wenschten genoemd te worden. Ieder moest dan ook erkennen, dat hij in
+gelaat en houding veel meer op een god geleek dan op een mensch.</p>
+
+<p>Voornamelijk te Athene had de imperator zich voor Dionysos uitgegeven.
+Daar was aan den gevel van het theater een voorstelling van den
+gigantenstrijd in reliëf-figuren te zien, een beroemd werk van een ouden
+beeldhouwer&mdash;dat hij goed kende&mdash;en uit dit aan beelden zoo rijk reliëf
+was door den storm een afgerukt, en welk zou dat geweest zijn? Geen
+ander dan dat van den god Dionysos, het afbeeldsel van Antonius, zooals
+hij eens, vóór de oogen der Atheners, in een priëel door wijnranken
+begroeid, had zitten drinken. De storm van heden was maar als de adem
+van een kind bij den orkaan, die het <span class="pagenum" title="130">&nbsp;</span><a id="p_130"></a>beeld van het harde marmer waarop
+het stond had kunnen losmaken. Maar de natuur spande dan ook al hare
+krachten in, als zij de kortzichtige menschen verkondigen moest welke
+wereldschokkende gebeurtenissen op handen waren.</p>
+
+<p>Die laatste woorden sprak hij zijn heer na, die te Athene gestudeerd
+had, en wien zij uit de diep ontroerde ziel geweld waren, toen hij van
+een ander voorteeken hoorde, waarvan een schip uit Ostia de tijding
+medebracht. De bloeiende stad Pisaura....</p>
+
+<p>Doch hier werd hij weder in de rede gevallen, want velen hadden al weken
+geleden gehoord, dat deze plaats in de zee verdwenen was, en zij hadden
+alleen de ongelukkige bewoners der stad betreurd.</p>
+
+<p>Beryllus liet rustig toe dat zij zich zuiverden van de verdenking, als
+zou men te Alexandrië deze merkwaardige gebeurtenis minder spoedig
+gehoord hebben dan te Pelusium. Toen men hem vroeg wat dat met den
+oorlog te maken had, antwoordde hij eerst alleen met een stilzwijgend
+schouderophalen, maar nadat ook de opperfourier zijn nieuwsgierigheid
+had getoond, ging hij voort: »Dit voorteeken maakte een bijzonder diepen
+indruk, want wij wisten wat Pisaura was, of liever hoe het is ontstaan.
+De ongelukkige stad, die door den duisteren Hades verzwolgen is,
+behoorde op geheel bijzondere wijze aan Antonius, want in de dagen van
+zijn voorspoed had hij die zelf gesticht.&rdquo;</p>
+
+<p>Bij deze woorden zag hij uitvorschend in het rond, en het ontbrak in
+den kring zijner toehoorders ook niet aan teekenen van ontzetting; eene
+kamervrouw zelfs gilde het uit, want juist op dat oogenblik had de storm
+een fakkel uit den ijzeren ring in den muur gerukt, en die vlak naast de
+luisterende schaar neergeworpen. De spanning scheen nu haar hoogste punt
+bereikt te hebben, en toch was het Beryllus aan te zien, dat hij zijn
+laatsten pijl nog niet verschoten had. De kamervrouw, die ook de anderen
+aan het schrikken had gemaakt, werd weer kalm. Zij scheen nu nog het
+allermeest te verlangen naar iets nieuws en verschrikkelijks, en zij bad
+den vrijgelatene met een smeekenden blik, dat hij toch niets van wat hij
+wist zou verzwijgen.</p>
+
+<p>Hij zag echter hoe het angstzweet op haar voorhoofd stond, en zeide:
+»Van het hooren alleen zijt gij reeds buiten u zelve. De steenen beelden
+zijn van een hardere stof dan gij, en toch bezitten ook zij een ziel.
+Zij zijn of hard of zacht van gemoed, en brengen ons rampen of heelen
+onze smart naar dat zij ons goed of slecht gezind zijn. Ieder die zijne
+handen smeekend naar hen opheft, ondervindt dat. Zulk een standbeeld
+staat ook te Alba. Het stelt Marcus Antonius voor, tot wiens eer de
+stad <span class="pagenum" title="131">&nbsp;</span><a id="p_131"></a>het heeft opgericht. En dit beeld heeft vooruit gezien wat den
+man, wiens steenen dubbelganger het is, te wachten stond. Ja, luistert
+maar goed! Een dag of vier geleden liet zich bij mijn meester een
+scheepskapitein aandienen, en die man heeft in mijn bijzijn, zoo bleek
+als een doek, verhaald wat hij zelf had gezien. Het standbeeld van
+Antonius te Alba had zweetdroppelen op het gelaat gekregen; de geheele
+burgerij was er van ontzet; mannen en vrouwen kwamen met doeken om ze af
+te wisschen, maar steeds waren er meer gekomen, en dat dagen en nachten
+achtereen. Zoo had dus het steenen beeld vóórgevoeld wat den levenden
+Antonius overkomen zou. Het was vreeselijk geweest om te zien, zeide die
+man.&rdquo;</p>
+
+<p>Hier hield de verhaler een oogenblik op, en door den geheelen kring der
+toehoorders liep een koude rilling. Te gelijk hoorde men in de lucht een
+geluid alsof er op een metalen schijf geslagen werd, en een oogenblik
+later vlogen allen op hun post.</p>
+
+<p>Ook in den versierden doorgang waren de wachtenden opgestaan. Hier had
+men enkel zacht gefluisterd of gezwegen, de aangezichten hadden sinds
+lang angstig en somber gestaan, doch thans werden de meesten doodsbleek,
+en men durfde elkander bijna niet aanzien.</p>
+
+<p>Archibius had het eerst van allen den rooden schijn van het licht op den
+vuurtoren ontdekt, die het sein was van een naderend koninklijk schip.
+Zóó vroeg had niemand dat nog verwacht, en daar voer het nu reeds
+voorbij den toren de koninklijke haven binnen. Het kon wel het
+admiraalsschip Antonias zijn, hetzelfde waarop de oude zwaluwen hunne
+jongen doodgebeten hadden.</p>
+
+<p>Hoe hoog de golven ook gingen in de wel-beschermde haven, toch brachten
+zij het groote gevaarte slechts weinig in beweging. Een ervaren stuurman
+moest het voorbij de ondiepten en klippen aan de oostzijde der reede
+sturen; want in plaats van, zooals anders, om het eiland Antirrhodus te
+varen, zette het koers tusschen dit en de Lochias in, en naderde zóó in
+rechte lijn den ingang van de kleine koninklijke haven. Aan weerszijden
+daarvan werd in de pekpannen nieuwe hars en werk aangebracht om den weg
+beter te verlichten, en de menschen die aan wal stonden, konden nu
+duidelijk het schip onderscheiden.</p>
+
+<p>Het was de Antonias, en toch weder de Antonias niet. De zegelbewaarder
+Zeno, die naast Iras stond terwijl zij haar mantel dichter om haar heen
+sloeg, maakte haar daarop opmerkzaam en fluisterde haar in het oor: »Het
+heeft iets van een vrouw die haar ouderlijk huis in bruidstooi heeft
+verlaten, en nu als een arme weduwe daarin terugkomt.&rdquo;</p>
+
+<p>Bij deze woorden richtte Iras zich in haar volle lengte op, <span class="pagenum" title="132">&nbsp;</span><a id="p_132"></a>en
+antwoordde scherp: »Of van de zon, die door de nevelen omsluierd is,
+maar binnen korten tijd weder zoo heerlijk stralen zal als ooit.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat hebt gij mij uit het hart gesproken,&rdquo; zeide de oude hoveling met
+warmte, »voor zoover het de Koningin betreft. Ik bedoelde natuurlijk
+niet haar, maar het schip. Gij waart ziek, en kondt dus niet zien hoe
+rijk met bloemen gesierd het was, toen de purperen zeilen geheschen
+werden, en het vertrok. En nu! Zelfs bij dit onzekere flikkerlicht kan
+men zien welk een schade het geleden heeft. Gij behoeft mij waarlijk
+niet te herinneren dat onze Cleopatra-zon hare oude kracht spoedig weer
+herwinnen zal, maar voor het oogenblik is het hier aan het water en in
+dien storm recht ijzig koud, en als ik aan het eerste wederzien
+denk....&rdquo;</p>
+
+<p>»Ach, was dit maar voorbij!&rdquo; mompelde Iras, en wikkelde zich nog meer in
+haar mantel. Op eens overviel haar een huivering, want het kletterend
+geluid der zware kettingen die van den havenmond werden weggenomen,
+klonk akelig door de nachtelijke stilte, het was alsof een nachtmerrie
+alle aanwezigen benauwde, want het houten gevaarte, dat nu de haven
+binnenliep, kwam langzaam en stil als een spookschip nader. Er scheen
+geen leven meer te zijn op dat reusachtige, van menschen wemelende
+vaartuig, alsof de geheele bemanning aan een vreeselijke pestziekte
+bezweken was. Nu en dan een kommando en seinfluit der roeiers was het
+eenige teeken van leven aan boord. Op het onafzienbaar lange dek
+brandden slechts enkele lantaarns, omdat de schitterende verlichting die
+het anders had, de blikken van alle Alexandrijnen zou getrokken hebben.</p>
+
+<p>Thans was het vlak bij de aanlegplaats gekomen. De toeschouwers volgden
+iedere beweging in ademlooze spanning, en zoodra het eerste touw aan de
+slaven toegeworpen werd, drongen eenige mannen in Grieksch gewaad
+tusschen hen door.</p>
+
+<p>Zij brachten een gewichtige tijding die geen uitstel <ins class="corr" id="corr65" title="Bron: dulde">duldde</ins> bij den
+Regent Mardion, die voor den zegelbewaarder en Iras stond, het somber
+gelaat naar den grond gericht. Hij dacht er over na in welke
+bewoordingen hij de Koningin zou aanspreken, en het was mogelijk dat
+Cleopatra reeds binnen enkele oogenblikken aan wal stappen zou. Niemand
+die den lichtgeraakten, grilligen man kende, zou het wagen hem hierin te
+storen. En toch deed dat de Macedoniër, die zoo even alle blikken tot
+zich getrokken had. Het was de nachtstrateeg, het welbekende hoofd der
+politie van de stad.</p>
+
+<p>»Een enkel woord slechts, heer,&rdquo; fluisterde hij den Regent toe, »al komt
+het u op dit oogenblik ongelegen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat komt het werkelijk zéér,&rdquo; antwoordde Mardion streng.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="133">&nbsp;</span><a id="p_133"></a></p>
+
+<p>»Laat ons maar zeggen even ongelegen als uwe spoedige uitspraak
+noodzakelijk is. De koning Cæsarion en Antyllus hebben met eenige
+makkers een vrouw aangevallen. Zij hadden hun gezicht zwart gemaakt, en
+er is gevochten. Cæsarion en de geleider der jonge vrouw, een man die
+zeer gezien is in den Raad, zijn licht gewond. Te rechter tijd kwamen er
+lictoren bij. De jonge lieden worden aangehouden. Eerst weigeren zij
+hunne namen op te geven....&rdquo;</p>
+
+<p>»Cæsarion licht gewond? Toch niet gevaarlijk?&rdquo; vroeg nu de Regent
+ongeduldig.</p>
+
+<p>»Dat niet. Zoo spoedig mogelijk wordt de arts Olympus ontboden. Hij
+vindt een gat in het hoofd. De aangevallene had hem in den strijd
+onzacht op de straatsteenen geworpen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat was Dion, de zoon van Eumenes,&rdquo; zeide Iras, die oplettend
+toegeluisterd had, »en de vrouw is: Barine, de dochter van den schilder
+Leonax.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wist gij dat reeds?&rdquo; vroeg de nachtstrateeg verbaasd.</p>
+
+<p>»Dat schijnt zoo,&rdquo; antwoordde de Regent, en zag daarbij het meisje
+veelbeteekenend aan. En terwijl hij zich meer tot haar dan tot den
+Macedoniër richtte, voegde hij er bij: »Mij dunkt, wij moesten de jonge
+boosdoeners in vrijheid stellen en zoo stil mogelijk naar de Lochias
+brengen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Naar het paleis?&rdquo; vroeg de beambte.</p>
+
+<p>»Natuurlijk,&rdquo; verzekerde Iras. »Ieder naar zijn eigen vertrekken. Daar
+moeten zij dan afwachten wat er van komt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Het overige eerst na de verwelkoming,&rdquo; voegde de Regent er bij, en de
+nachtstrateeg verliet hem met een zelfbewusten groet.</p>
+
+<p>»Al weder een onheil!&rdquo; zuchtte Mardion.</p>
+
+<p>»Jongensstreken,&rdquo; liet Iras er snel op volgen. »Maar nog erger rampen,
+als die bestaan, zouden minder dan niets zijn zoolang zij ons maar niet
+duidelijk voor den geest staan. Dit onaangename voorval moet voor de
+Koningin verzwegen blijven. Het is nu nog maar een kleinigheid, en dat
+moet het blijven. Het staat in onze hand den vergiftigen boom, waarvan
+het de vrucht is, met wortel en tak uit te roeien.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij ziet er uit, alsof niemand dat beter zou doen dan gij,&rdquo; zeide de
+Regent, »en daarom draag ik het bij dezen aan u op. Het is het laatste,
+wat ik in de afwezigheid der Koningin te bevelen heb.&rdquo;</p>
+
+<p>»Het zal niet ontbreken aan mijn ijver,&rdquo; verzekerde zij.</p>
+
+<p>Nu zag zij naar de landingplaats en ontwaarde Archibius, die daar alleen
+en zich in zich zelven gekeerd naar den grond staarde. Een oogenblik
+dacht zij er aan haar oom te vertellen wat zij zoo even had gehoord;
+maar spoedig kwam zij van haar <span class="pagenum" title="134">&nbsp;</span><a id="p_134"></a>voornemen terug, en van de fijne lippen
+klonk het vastberaden: »neen!&rdquo;</p>
+
+<p>Haar vriend was een steen op haar weg geworden, en als het dan zoo zijn
+moest, zou zij wel middelen vinden om ook hem uit den weg te ruimen, in
+weerwil van zijn zuster Charmion en de oude banden die hem aan Cleopatra
+hechtten. Hij was zwak geworden met de jaren, doch Charmion was dat
+altijd geweest. Ware Iras' harteleed niet zoo groot geweest, dan zou zij
+nu tijd genoeg gehad hebben, reeds nu te bedenken hoe zij dat
+<ins class="corr" id="corr66" title="Bron: bewerkstellingen">bewerkstelligen</ins> zou.</p>
+
+<p>Toen het groote admiraalschip reeds vastgemeerd lag, duurde het nog
+eenige minuten eer de eersten die het verlieten, den steiger betraden.
+Dat waren twee pastophoren<a id="FNa16" href="#FN16" class="fnanchor"><sup>16</sup>)</a> van Isis, die den beker van Nektanebus,
+die tot de tempelschatten der godin behoorde, bewaakten en in een
+beschilderde kist droegen. Op deze volgde de eerste kamerdienaar van
+Cleopatra. Hij meldde met gedempte stem de komst der Koningin, en gaf
+bevel om ruimte voor haar te maken. Van de landingsplaats tot aan de
+poort van het Bruchium en die aan de noordzijde, tegenover de paleizen
+op de Lochias, werd een dubbele rij fakkeldragers opgesteld, want men
+wist niet waar Cleopatra aan wal stappen zou. De kamerdienaar verzekerde
+intusschen dat zij althans dezen nacht zou doorbrengen op de Lochias,
+waar hare kinderen woonden, en hij beval dat men de meeste fakkels
+uitblusschen zou.</p>
+
+<p>Mardion, de zegelbewaarder, Archibius en Iras stonden vóór al de
+overigen bij de brug, toen er eindelijk beweging ontstond op het schip,
+en de Koningin verscheen, voorafgegaan door eenige lantaarndragers, en
+met een groot gevolg van hofbeambten, pages, kamervrouwen en slavinnen.</p>
+
+<p>Met haar kleine hand op den arm van Charmion, trad zij met hoog
+opgericht hoofd aan land. Een dichte sluier bedekte haar hoofd en
+aangezicht, een donker wijd opperkleed haar tengere gestalte. Doch hoe
+veerkrachtig was nog altijd haar tred, hoe trotsch en bevallig haar
+houding en gang, terwijl zij Mardion en Zeno een groet toewuifde.</p>
+
+<p>Aan Iras, die voor haar op de knieën gevallen was, stak zij hare hand
+toe, ten teeken dat zij op moest staan, en terwijl zij haar op het
+voorhoofd kuste, fluisterde zij: »Hoe is het met de kinderen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Alles goed,&rdquo; antwoordde het meisje zacht.</p>
+
+<p>Daarop begroette de aangekomene ook de anderen met een <span class="pagenum" title="135">&nbsp;</span><a id="p_135"></a>minzaam
+handgebaar, maar zij sprak niemand toe, alvorens de Regent naderbij
+trad om het woord tot haar te richten. Met een kort: »Dat later!&rdquo; ging
+zij hem echter voorbij. En toen Zeno het portier van haar draagkoets
+opende, klonk het met gedempte stem: »Ik ga te voet. Na al dat
+dobberen op de golven, kan ik mij van geen draagstoel bedienen. Er is
+nog veel te overleggen, en onderweg is mij iets ingevallen. Ik moet den
+haven-admiraal en zijn voornaamste raadslieden, de krijgsbevelhebbers,
+en de bestuurders der land- en zeemacht bij mij zien; vooral ook den
+aristarch en Gorgias. Er is haast bij. In twee uur, neen, in anderhalf,
+moeten zij hier zijn. Ik moet hunne plannen en kaarten van de Oostelijke
+grens nazien. Vooral de vertakkingen der rivier en de kanalen van de
+Delta zijn van belang.&rdquo;</p>
+
+<p>Vervolgens wendde zij zich tot Archibius, die bij den draagstoel stond,
+en legde haar hand op zijn arm. De sluier verhinderde hem den glans
+harer oogen te zien, maar toch was het hem op dit oogenblik alsof die
+hem wonderbaar toeblonken, terwijl zij hem met die welluidende stem, die
+reeds zoo menigmaal zijn ziel had gevangen, toeriep: »Laat ons voor een
+gunstig voorteeken houden, dat <i>gij</i> het weder zijt, die mij in dezen
+moeilijken tijd naar het paleis brengt.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij antwoordde met warmte: »In welken tijd ook, altijd, altijd behooren
+deze arm en dit leven u toe.&rdquo; »Dat wist ik<ins class="corr" id="corr67" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins>, liet de Koningin op een
+toon van vaste overtuiging daarop volgen.</p>
+
+<p>Zij liet hare hand nog op zijn arm rusten terwijl zij verder ging, en
+hij vroeg haar of er werkelijk aanleiding was om van moeilijke dagen
+te spreken; maar zij viel hem in de rede en zeide: »Nu niet. Laat ons
+daarover zwijgen. Het is erger dan erg&mdash;zoo slecht als het kan. Maar
+neen, dat is niet waar, want het is maar weinigen vergund te steunen op
+een zóó trouwen arm als de uwe.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij voelde daarbij hoe haar kleine hand zacht zijn arm drukte, en op dat
+oogenblik was het of zijn hart weder geheel jong werd. Spreken mocht hij
+niet, want haar wensch was bevel, en zoo liepen zij zwijgend verder,
+eerst langs den zeekant, toen door de havenpoort, en eindelijk over
+de marmeren steenen, die naar het koninklijk paleis leidden. Het was
+Archibius te moede alsof hij, in plaats van naar het gesluierde hoofd
+der Koningin, opzag naar het met blonde krullen omgeven kopje van een
+gelukkig kind. Hij zag in den geest weder de kleine meesteres van den
+Epicuristentuin. Hij zag den blik uit hare groote blauwe oogen, die niet
+ophield te vragen, en die toch reeds het geheim dezer wereld scheen te
+verstaan. Hij geloofde weder den zilverhelderen klank harer stem en den
+betooverenden <span class="pagenum" title="136">&nbsp;</span><a id="p_136"></a>kinderlach te hooren, en hij moest zich geweld aandoen om
+niet te vergeten wat er nu van haar geworden was.</p>
+
+<p>Door dit alles aan het tegenwoordige ontrukt, en toch met het besef dat
+hij in dezen moeilijken tijd de gunst van het lot genoot, ging hij naast
+haar voort, en geleidde haar door het hoofdportaal tot in het binnenhof
+van het paleis. Op den achtergrond opende zich de hooge poort, die
+toegang gaf tot de woonkamers en feestzalen der Koningin, en waar
+reeds de Regent, Iras, en hare begeleiders gereed stonden om haar te
+ontvangen. Links was nog een kleinere deur, waardoor men in het verblijf
+der kinderen kwam.</p>
+
+<p>Archibius was van plan Cleopatra te vergezellen over het verlichte
+binnenplein, maar zij wees op de poort van den vleugel der prinsen, en
+hij begreep haar.</p>
+
+<p>Op den drempel liet zij zijn arm los, en toen hij met een diepe buiging
+heen wilde gaan, zeide zij vriendelijk: <ins class="corr" id="corr68" title="Niet in Bron.">»</ins>Daar staat Charmion reeds.
+U beiden komt het toe mij dáárheen te geleiden waar de jeugd droomt,
+en zielsrust zonder smart gevonden wordt. Ik geloof dat gij uit
+eerbied voor de Koningin elkander nog niet als broeder en zuster hebt
+verwelkomd, na zulk een lange scheiding. Doet dat dan nu, en komt daarna
+met mij mede.&rdquo;</p>
+
+<p>Met jeugdig-vluggen tred ging zij het atrium binnen en daarna de trap
+op, naar de slaapkamer der prinsen en prinsessen.</p>
+
+<p>Archibius en Charmion deden wat zij gezegd hadden. Zij omarmden elkander
+hartelijk, en zij deelde hem in enkele woorden en met de oogen vol
+tranen mede, dat alles verloren scheen te zijn. Antonius had gehandeld
+op een manier, waarvoor zij geen woorden en geen afkeuring genoeg had.
+Waarschijnlijk zou hij Cleopatra wel spoedig volgen;&mdash;de vloot, en
+misschien ook het leger waren geheel vernietigd. Haar lot berustte in de
+handen van Octavianus.</p>
+
+<p>Nu ging zij hem vooruit de trap op. Daar stond Iras, en naast haar een
+Syriër van lange gestalte, die in het oogvallend geleek op Philostratus,
+den voormaligen echtgenoot van Barine. Het was diens broeder Alexas, de
+vertrouwde gunsteling van Marcus Antonius, bij wien nu ook zijn plaats
+moest geweest zijn, en Archibius vroeg met een snellen blik aan zijn
+zuster, hoe deze man bij de Koningin kwam?</p>
+
+<p>»Zijn kunst om in de sterren te lezen,&rdquo; was het antwoord, »en zijn
+vleiende tong. Hij is een indringer van de ergste soort, maar hij
+bewijst haar veel dienst en geeft haar afleiding; vandaar dat zij hem
+bij zich houdt.&rdquo;</p>
+
+<p>Zoodra Iras had gezien waarheen Cleopatra hare schreden richtte, was
+zij haar nageijld om met haar mede naar de kinderen <span class="pagenum" title="137">&nbsp;</span><a id="p_137"></a>te gaan. De Syriër
+Alexas had haar slaande gehouden, om haar te verzekeren van zijn
+blijdschap dat hij haar wederzag. Reeds vóór de oorlog begon, had
+hij haar duidelijk zijne liefde doen blijken, en gedurende de lange
+scheiding was hij te haren opzichte niet bekoeld. Evenals bij zijn
+broeder, was ook bij hem het hoofd te klein in verhouding tot het
+lichaam, doch in het welbesneden gelaat blonken een paar oogen, waaruit
+groote scherpzinnigheid sprak.</p>
+
+<p>Ook Iras zelve scheen verheugd bij het wederzien van den gunsteling,
+doch vóór Archibius en zijn zuster de trap op waren, liet zij hem staan
+om Charmion, hare tante, met de teederheid van een dochter te omarmen.</p>
+
+<p>In de voorzaal van de woning der prinsen vonden zij de Koningin. De
+gouverneur van de kinderen, Euphronion, wachtte haar daar reeds op, en
+deed spoedig en in de meest vleiende bewoordingen allerlei verrassende
+mededeelingen omtrent de kinderen en de verwonderlijke gaven, waarmede
+zij bedeeld waren. Steeds duidelijker toonden zich die bij ieder
+afzonderlijk, nu eens als erfenis hunner moeder, dan weder als die van
+hun vader.</p>
+
+<p>Cleopatra viel hem te midden van dien woordenstroom dikwijls in de rede,
+en trachtte daarbij den sluier dien zij om haar hoofd droeg los te
+maken, maar dat wilde aan de kleine handen, die aan zulk werk niet
+gewoon waren, maar niet gelukken. Zoodra Iras dat bemerkte, was zij zoo
+vlug als zij kon de trap opgegaan en bevrijdde haar nu met hare fijne
+handige vingers van het lange kanten weefsel.</p>
+
+<p>De Koningin dankte haar met een genadigen hoofdknik, doch toen de
+opper-eunuch de deur van de slaapkamer der kinderen opendeed, riep
+zij alleen Archibius en Charmion vriendelijk toe: »Komt mede!&rdquo; De
+gouverneur, die de slaapkamer toch steeds aan de eunuchen en de vrouwen
+moest overlaten, trok zich terug, en Iras gevoelde zich zeer beleedigd
+dat zij van dit bezoek uitgesloten werd. Zij verschoot van kleur, en
+hare dunne lippen klemden zich vaster op elkander. Zij tuurde daarbij
+zoo strak naar den mozaïeken vruchtkorf aan hare voeten, alsof zij de
+kersen daarin tellen moest. Plotseling streek zij het krullende haar
+van haar hoog voorhoofd weg, liep snel de trap af, en riep den pas
+aangekomen Alexas aan, die juist het atrium verlaten wilde.</p>
+
+<p>De Syriër kwam dadelijk bij haar, en prees zich gelukkig dat in dezen
+nacht voor de tweede maal zijn zon voor hem opging. Doch zij viel
+ongeduldig in: »Geen dwaze vleierijen op dit oogenblik! Het zou voor ons
+beiden beter zijn in vollen bitteren ernst bondgenooten te zijn en te
+blijven. Ik voor mij ben daartoe bereid.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="138">&nbsp;</span><a id="p_138"></a></p>
+
+<p>»En ik dan!&rdquo; riep de Syriër in verrukking uit, en drukte de hand op
+zijn hart.</p>
+
+<p>Intusschen was Cleopatra in het vertrek gekomen waar de kinderen
+sliepen. Het was een hooge zaal met veelkleurige tapijten behangen,
+terwijl drie lampen van lichtrood glas er een zacht licht verspreidden.
+Er heerschte een diepe stilte. Door een boog, die op zuilen rustte van
+bont Libysch marmer, werd het ruime vertrek in tweeën gedeeld. In het
+eene stonden dicht bij het hooge, door gordijnen afgesloten venster,
+twee bedden van ivoor, rustende op den rug van gouden kinderfiguren. Aan
+het hoofdeinde prijkten kronen van goud en zilver bezet met paarlen en
+turkooizen, en in den geheelen rand van elpenbeen had een kunstvaardige
+hand dartele kleine geniën gesneden, dansende bij het gezang der
+vroolijke vogels in de bloeiende struiken.</p>
+
+<p>Een zwaar gordijn hing tusschen de beide bedden, doch de eunuchen hadden
+dat bij de komst der Koningen opgetrokken. Nu kon zij beide met één blik
+overzien, en het was een liefelijk beeld van zeldzame bekoorlijkheid,
+want op die fraaie legersteden sluimerden de tienjarige tweelingen die
+Cleopatra Antonius geschonken had: Antonius Helios en Cleopatra Selene.
+Het meisje blank en rood, blond en van groote bevalligheid, de knaap
+niet minder schoon, doch met gitzwart haar, evenals zijn vader. Beide
+gekrulde hoofdjes lagen op zijde en rustten op de hand, die in het
+zijden kussen was gedrukt.</p>
+
+<p>Op een derde bed, aan de andere zijde van den boog, sliep Alexander, de
+jongste prins, een aardige zesjarige knaap, de lieveling der Koningin.</p>
+
+<p>Nadat zij een geruime poos van den aanblik der tweelingen had genoten,
+en ieder een zachten kus had gedrukt op de wangen die gloeiden van den
+slaap, keerde zij zich naar haar jongste<ins class="corr" id="corr69" title="Bron: .">,</ins> en zonk bij zijn bedje neer
+alsof een visioen, dat de hemel haar op dit oogenblik te zien gaf, haar
+drong de knieën te buigen. De tranen stroomden uit hare oogen, terwijl
+zij het kind behoedzaam naar zich toe trok, het kuste op mond, oogen en
+wangen, en het toen weder zachtjes op de kussens legde. Maar de knaap
+kon niet weder dadelijk in slaap komen; hij sloeg de ronde armpjes om
+den hals zijner moeder, en mompelde daarbij eenige onverstaanbare
+woorden. Met genot liet zij dit toe, totdat de slaap hem weder overmande
+en zijne handjes terugvielen op het bed.</p>
+
+<p>Nu drukte zij haar voorhoofd een oogenblik op het elpenbeen van het
+ledikant. Zij bad voor dit kind en zijne broeder en zuster. Toen zij
+weder opstond, waren hare wangen nat van tranen, en zij drukte de hand
+op haar borst. Daarop wenkte zij Charmion en haar broeder om naderbij te
+komen, wees hen eerst op den <span class="pagenum" title="139">&nbsp;</span><a id="p_139"></a>kleinen Alexander, toen op de tweelingen,
+en zeide, daar zij beider oogen vochtig zag: »Ik weet het wel, gij
+beiden ontbeert dit geluk om mijnentwil. Voor een van deze kinderen zou
+een groot rijk mij niet te duur zijn, voor hen allen.... wat is er in de
+wereld, dat ik voor hen niet zou willen opofferen? Maar wat is er nog,
+dat ik het mijne kan noemen?&rdquo;</p>
+
+<p>Bij deze vraag werd haar lachend gelaat plotseling verduisterd. Zij
+dacht weder aan den verloren slag. Haar eigen macht was verspeeld,
+verloren, en de vrijheid van het vaderland dat zij liefhad, verbeurd.
+Reeds strekte Rome de hand er naar uit, om het als een nieuwe
+provincie bij de overigen te voegen. Doch dat mocht niet zoo zijn! Het
+tweelingpaar dat daar rustte onder de kronen, moest die eenmaal mogen
+dragen. En die knaap daar op het kussen? Antonius had reeds zoovele
+rijken weggeschonken; wat bleef haar thans nog te geven over?</p>
+
+<p>Nog eens boog zij zich over het kind. Er moest een schoone droom op hem
+nedergedaald zijn, want hij glimlachte in zijn slaap. Een warme stroom
+van moederliefde welde eensklaps op in haar ontroerd gemoed, en toen zij
+zag hoe ook de speelmakkers harer jeugd met aandoening en teederheid
+neerzagen op den kleinen slaper, dacht zij aan haar eigen kindsheid en
+aan het stille geluk dat zij gesmaakt had in haar Epicuristen-tuin.</p>
+
+<p>Macht en grootheid waren voor haar eerst begonnen toen zij dien had
+verlaten; maar naar mate die hooger geklommen waren, scheen het
+gevoel der zaligheid, die zij eenmaal genoten, en waarnaar zij altijd
+terugverlangd had, des te verder verwijderd en des te moeilijker terug
+te bekomen. Terwijl zij op dit oogenblik het slapende kind, dat nog geen
+smart of onrust kende, in het vredig glimlachende gelaat zag, was het
+alsof al de liefde van haar hart in vollen stroom hem tegengolfde, en de
+vraag kwam bij haar op, of niet misschien juist deze knaap, voor wien
+zij geen kroon meer had, bestemd was de eenige gelukkige van allen te
+worden,&mdash;gelukkig, in den zin zooals de meester had bedoeld.</p>
+
+<p>Onder den diepen indruk dezer gedachten wendde zij zich tot Archibius
+en Charmion en zeide, om de slapenden niet te wekken, op zachten toon:
+»Wat er ook over ons beschikt moge worden, dit kind beveel ik aan uwe
+bijzondere liefde en zorg. Wanneer het lot hem den glans der kroon en
+het trotsche gevoel van macht ontzegt, leert gij hem dan dat hoogere
+geluk kennen, dat&mdash;hoe lang is het reeds geleden!&mdash;uw vader aan zijne
+moeder ontvouwde.&rdquo;</p>
+
+<p>Tot antwoord drukte Archibius een kus op haar gewaad en Charmion op hare
+handen, maar Cleopatra haalde diep adem, en zeide: »Reeds te lang liet
+de Koningin de moeder aan het woord. <span class="pagenum" title="140">&nbsp;</span><a id="p_140"></a>Ik had verboden dat men Cæsarion
+van mijne aankomst verwittigen zou. Dat was ook goed. Vóór dat ik hem
+wederzie, moeten de gewichtigste zaken afgehandeld zijn. Binnen een
+uur moet ik geheel en al den Staat toebehooren. Maar eerst.... behalve
+moeder en Koningin, ben ik ook nog iets anders. Ook de vrouw heeft hare
+rechten. Tot morgen mijn vriend, als ik tijd voor u vind! Eerst naar
+mijn slaapkamer, Charmion. Doch gij hebt de rust meer noodig dan ik. Ga
+met uw broeder mede, en zend mij Iras. Zij zal blijde zijn als zij voor
+hare meesteres weder eens haar vaardige handen gebruiken mag!&rdquo;</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN16" href="#FNa16" class="label"><sup>16</sup>)</a> Aegyptische priesters.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="141">&nbsp;</span><a id="p_141"></a></p>
+
+<h2><a id="ELFDE_HOOFDSTUK"></a>ELFDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>De Koningin had het bad verlaten, en Iras had haar altijd nog zwaar,
+golvend donkerbruin haar in orde gebracht, en hielp haar nu met het
+prachtgewaad, waarin zij de beambten ontvangen wilde, die zij nog in dit
+nachtelijk uur wachtende was.</p>
+
+<p>Zij had zich verwonderlijk goed gehouden. De tijd scheen het niet
+te hebben gewaagd de hand te slaan aan dit volmaakte toonbeeld van
+vrouwelijke gratie. Maar het scherpe oog der Grieksche ontdekte toch
+hier en daar een spoor van het verdwijnen der betooverende jeugd. Zij
+had hare gebiedster hartelijk lief, en toch kwam er een heimelijk gevoel
+van blijdschap in hare ziel op, zoo menigmaal zij bij haar denzelfden
+achteruitgang opmerkte, die zich ook reeds bij haar zelve eenigszins
+vertoonde, ofschoon zij eerst zeven en twintig jaren oud was. Zij zou
+in staat zijn aan Cleopatra alles af te staan wat zij bezat, maar het
+was alsof zij de natuur moest prijzen voor hare rechtvaardigheid, zoo
+dikwijls zij bespeurde dat zij de algemeene wet niet geheel ophief ten
+gunste van haar koninklijke lieveling.</p>
+
+<p>»Nu geen vleierij,&rdquo; verzocht Cleopatra met een weemoedigen glimlach. »De
+menschen zeggen dat de werken der Pharao's hier aan den Nijl spotten met
+den tijd. Maar dat laat die onverbiddelijke zich niet welgevallen van de
+Koninginnen van Aegypte. Dit zijn grijze haren, en die zijn afkomstig
+van mijn hoofd, hoe ijverig gij dat ook moogt tegenspreken. En dan die
+rimpels aan de ooghoeken op mijn voorhoofd, van wie zijn die anders dan
+van mij? En dan die tand, dien de lip toch niet zoo vriendelijk bedekt
+als gij beweert? Het was op den avond vóór den ongelukkigen slag dat
+hij die schade leed. Mijn lieve, trouwe, bekwame Olympus, de arts der
+artsen, is de eenige die iets dergelijks onzichtbaar weet te maken.
+Maar ik kon dien grijsaard toch niet mede in den oorlog nemen, en
+Glaucus is veel minder handig dan hij. Hoe miste ik den ouden man in
+die noodlottige uren! Ik leek in mijn eigen oogen een monster, en
+hij.... <span class="pagenum" title="142">&nbsp;</span><a id="p_142"></a>Antonius' oogen zien dergelijke dingen maar al te goed. Wat is
+de liefde van mannen? Een slechte tand kan daar afbreuk aan doen. Eén
+kleinigheid die hun kritischen blik mishaagt, giet water op het heetste
+vuur. Toen had ik moeilijke uren te doorworstelen, Iras! Menige blik van
+hem was als een beleediging voor mij, en dan daarbij nog die martelende
+onzekerheid. Ik voelde dat er iets tusschen ons gekomen was, daar was
+geen twijfel aan!</p>
+
+<p>»Het begon al spoedig, nadat hij Alexandrië verlaten had. Het knaagde
+als een worm aan mijn ziel, en nu ik weder hier ben, moet ik weten
+wat het is. Ik weet, dat hij mij binnen weinige dagen volgen zal. In
+Parætonium waarheen hij zich begeven heeft, is Pinarius Scarpus nog met
+versche troepen gelegerd. Te Tænarum had hij zich voorgenomen de wereld
+die hem zooveel geschonken heeft vaarwel te zeggen, want hij haat haar,
+omdat hij haar reden gegeven heeft het hoofd over hem te schudden....
+Maar de oude geest begint al weder te ontwaken, en als de Fortuin hem
+weder even gunstig wordt als van ouds, dan voegt zich weldra een groot
+leger bij het nieuwe uit Afrika. De Aziatische vorsten.... maar het is
+waar, de beheerscheres van den Staat moet zwijgen. Ik ben in dit vertrek
+gekomen met het voornemen om aan de vrouw te geven wat haar toekomt, en
+dat zal zij ook hebben! Hij zal spoedig hier zijn, want hij kan zonder
+mij niet leven. Het is niet enkel de beker van Nektanebus, die hem tot
+mij aantrekt!&rdquo;</p>
+
+<p>»Toen de grootste onder de grooten, toen <ins class="corr" id="corr70" title="Bron: Julias">Julius</ins> Cæsar te Alexandrië
+naar uwe liefde dong en Antonius aan den Kydnos,&rdquo; merkte Iras op, »toen
+hadt gij nog niets van die bokaal gehoord. Eerst twee jaren geleden
+veroorloofde Anubis u om het wonderbare voorwerp uit de schatten van den
+tempel te leenen, en binnen weinige dagen zijt gij gehouden die terug te
+geven. Dat van den beker een geheime invloed uitgaat, is zeker, maar gij
+zelve bezit in uw persoon een nog veel grooter toovermacht.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Indien die dan heden nog eens toonde wat zij vermag!&rdquo; riep de Koningin
+uit. »In ieder geval heeft Antonius zich door de kracht van den beker
+tot allerlei dingen laten overhalen. Ik ben ook niet ijdel genoeg om te
+denken, dat het alleen liefde, de tooverkracht mijner persoonlijkheid
+was, die hem in dat ongelukkig uur tot mij trok. Ach, die slag, die
+onbegrijpelijke, schandelijke nederlaag! Gij waart ziek in dien tijd,
+en kondet onze vloot bij het uitzeilen dus niet zien: maar alle kenners
+zeiden, dat er nooit fraaier en grooter schepen geweest waren. Ik was in
+mijn recht toen ik vast geloofde dat aan haar de beslissing zou blijven.
+Ik mocht haar immers de mijne noemen. Indien wij gezegevierd hadden,
+met welk een trots zou ik dan <span class="pagenum" title="143">&nbsp;</span><a id="p_143"></a>tot mijzelve gezegd hebben: uwe wapenen
+hebben den geliefden man de heerschappij over de wereld verschaft!
+In de sterren had ik bovendien gelezen dat op de zee het geluk ons was
+weggelegd. Aan Anubis die hier, en Alexas, die op het schip van Antonius
+was, hadden zij hetzelfde verkondigd. En ook vertrouwde ik op de macht
+van den beker, die Antonius reeds zoo dikwijls genoopt had tot iets
+waarvan hij vroeger afkeerig was. Om al die redenen zette ik het plan,
+om de vloot over ons lot te laten beslissen, door. Maar het was
+verkeerd! <i>Hoe</i> verkeerd, zou spoedig genoeg blijken!</p>
+
+<p>»Had men mij maar vroeger, toen het nog tijd was, medegedeeld, wat ik
+later vernam! Na de nederlaag sprak ieder zich meer uit. Dat ééne woord
+van een veteraan onder de bevelhebbers van het voetvolk, zou al genoeg
+zijn geweest mij de oogen te openen. Hij vroeg Marcus Antonius, waarom
+hij toch al zijn hoop vestigde op het zwakke hout, en riep daarbij uit:
+»Laat Pheniciers en Aegyptenaars te water strijden, maar laat <i>ons</i> het
+land, waarop wij gewoon zijn te overwinnen of te sterven!&rdquo; Dat alleen,
+durf ik zeggen, zou mij te rechter tijd van gevoelen hebben doen
+veranderen. Doch het werd mij verzwegen.</p>
+
+<p>»De slag begon toen de onzen hun geduld reeds verloren hadden. De
+linkerlinie van de vloot kwam het eerst op. In het begin zag ik den
+strijd aan met spanning en een kloppend hart. De groote schepen bewogen
+zich trotsch vooruit. Alles ging voortreffelijk. Antonius hield een
+toespraak, en verzekerde de strijders dat onze vaartuigen, zelfs zonder
+hun toedoen, door hun grootte en hoogte alleen, noodlottig voor den
+vijand moesten worden. Waar vind men een redenaar die zóó zijne
+toehoorders medesleept? Ik was dan ook geheel zonder vrees. Hoe zou men
+zich kunnen verontrusten, wanneer men zoo zeker de overwinning verwacht?
+Toen hij een oogenblik te voren op zijn admiraalsschip gegaan was, en
+mij minder hartelijk dan anders vaarwel gezegd had, was het mij veel
+angstiger te moede geweest, want ik dacht toen duidelijk te merken dat
+zijn liefde verkoelde. Wat was er ook niet van mij geworden, sinds wij
+uit Alexandrië gingen, en Olympus niet meer voor mij zorgde! Zóó kon het
+niet duren. Ik wilde het oorlogvoeren aan hem alleen overlaten, en hem
+zelve niet onder de oogen komen. Het is waar, nog altijd, als hij in den
+beker van Nektenebus keek, deed hij wat ik wenschte, maar niet zelden
+geschiedde dat met tegenzin. Die duidelijk zichtbare, door niets te
+verwijderen rimpels en de jaren, die wreede jaren!&rdquo;</p>
+
+<p>»Wat zijn dat voor gedachten!&rdquo; riep Iras uit. »Laat mij u zweren,
+gebiedster, dat gij, zooals gij daar vóór mij staat....&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="144">&nbsp;</span><a id="p_144"></a></p>
+
+<p>»Dat ben ik aan deze toilettafel en de nieuwe middelen van Olympus in
+deze doozen verschuldigd! In dien tijd, zeg ik u, kon ik schrikken van
+mijzelve. Het verdriet maakt iemand ook niet schooner, en hoe hadden
+de Romeinen zich niet uitgelaten over de vrouw die zich mengde in den
+oorlog, die het werk der mannen moet zijn! Ik antwoordde in denzelfden
+geest, doch ik wilde het niet langer dulden. Ik had al lang van te voren
+besloten niet bij den slag te land te zijn, maar, hoewel de kans toen
+goed scheen te staan; reeds bij het begin van het gevecht, werd ik er
+toe gedreven, Antonius te verlaten en naar mijne kinderen terug te
+keeren. Die vragen niet naar de kleur van het haar en de rimpels in het
+voorhoofd hunner moeder. En hij&mdash;zoodra hij te vergeefs naar mij zou
+uitzien zou hij eerst voelen wat hij in mij bezat. Hij zou mij missen en
+de oude liefde zou, tegelijk met het vurig verlangen naar mij, weder in
+zijn hart ontwaken. Zoodra de vloot de overwinning had behaald, wilde
+ik heengaan, het schip doen koers zetten naar het zuiden, en zonder
+afscheid naar Aegypte trekken, hem enkel toeroepend: »Tot wederziens in
+Alexandrië!&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik riep Alexas, die bij mij gebleven was, en beval hem mij een teeken
+te geven, zoodra de strijd in ons voordeel beslist zou zijn. Ik zelf
+bleef op het dek. Ik zag hoe de schepen van den vijand een grooten boog
+beschreven. De nauarch<a id="FNa17" href="#FN17" class="fnanchor"><sup>17</sup>)</a> zeide dat dit Agrippa was, die ons wilde
+omsingelen. Dat wekte reeds een vreeselijk voorgevoel bij mij op, en het
+begon mij al te spijten dat ik mij had ingelaten met dat mannenwerk.</p>
+
+<p>»Antonius stond op het admiraalsschip en zag naar mij uit. Ik gaf hem
+een teeken om hem opmerkzaam te maken op het gevaar, doch in plaats van
+mij zooals vroeger, levendig en hartelijk terug te groeten, keerde hij
+mij den rug toe. Kort daarna hoorde ik een verschrikkelijk verward
+rumoer om mij heen. Het eene schip kwam in aanraking met het andere.
+Planken en ijzeren stangen braken met ijselijk gekraak. Het geschreeuw,
+gejammer en gesteun der vechtenden en gewonden vermengde zich met het
+gedreun der steenen die uit de catapulten vlogen, en den schellen toon
+der signalen die als noodkreten klonken. Vlak naast mij vielen twee
+krijgslieden door pijlen getroffen, op den grond. Het was ontzettend.
+Maar ik verloor niet den moed, zelfs niet toen een eskader&mdash;onder
+Aruntis&mdash;op onze vloot afkwam. Ik zag nog een geheele reeks andere
+schepen naderen, en ook hoe een Romeinsch vaartuig door een der mijne,
+dat ik Selene had genoemd, werd aangevallen, ter zijde overhelde en
+zonk. Dat verheugde mij, en scheen een <span class="pagenum" title="145">&nbsp;</span><a id="p_145"></a>voorteeken van de overwinning.
+Ik beval Alexas nog eens dat hij het schip moest doen wenden, zoodra aan
+den afloop niet meer te twijfelen viel. Terwijl ik dit zeide verscheen
+mijn dienaar Jason, dien gij wel kent, met eenige ververschingen. Ik nam
+een beker, doch ik had dien nog niet aan mijn mond gezet, toen de man
+met verpletterden schedel naast mij nederviel, en het vruchtennat zich
+vermengde met zijn bloed. Toen voelde ik dat mijn hart ophield te
+kloppen, en Alexas vroeg doodsbleek en met een bevende stem: »Beveelt
+gij, dat wij ons buiten het gevecht begeven?&rdquo;</p>
+
+<p>»Alles wat in mij was drong mij dit te doen, doch ik raapte al mijn
+geestkracht bijeen en vroeg eerst den nauarch, die vóór mij op de brug
+stond: »Is het voordeel aan onze zijde?&rdquo; Hij antwoordde met overtuiging:
+»Ja!&rdquo; Nu dacht ik dat de tijd gekomen was, en riep hem toe dat hij het
+schip moest omwenden en naar het Zuiden sturen. Maar de man scheen mij
+niet te verstaan. Het rumoer van den slag was dan ook steeds grooter
+geworden. Ik zond dus, in weerwil van Charmion, die mij smeekte niet op
+eigen gezag bevelen te geven, Alexas naar den bevelhebber op de brug.
+Terwijl hij met den grijzen zeeman sprak, die hem, ik weet niet wat
+toeschreeuwde, zag ik naar de omliggende schepen; ik kon niet meer
+onderscheiden of het vriend of vijand was, en terwijl al die rijen
+rustelooze roeiers vlak onder mijn oogen zich op en neder bewogen, was
+het alsof ieder schip een verbazend groote spin geworden was, en de
+lange houten roeiriemen haar pooten waren. Ieder van die ondieren scheen
+mij in zijn vreeselijk net te willen vangen, en toen de nauarch bij mij
+kwam om mij te bezweren dat ik blijven zou, gaf ik hem gebiedend te
+kennen dat hij mij te gehoorzamen had.</p>
+
+<p>»De ongelukkige man boog, en deed wat zijne Koningin bevolen had. Het
+reuzenschip wendde den boeg, en baande zich een weg door al die
+verschillende vaartuigen heen. Ik haalde vrijer adem. De dreigende
+spinnenpooten werden weder roeiriemen. Alexas bracht mij onder een
+afdak, waar geen werptuig mij bereiken kon. Mijn wensch werd vervuld.
+Ik was onttrokken aan den blik van Antonius, en nu voeren wij naar
+Alexandrië en de kinderen terug. Toen ik eindelijk waagde nog eens om
+te zien, bespeurde ik dat ook mijne overige schepen mij volgden. Dat
+was niet mijn bedoeling, en ik schrikte niet weinig daarvan. Alexas was
+verdwenen. De centurio dien ik beval den nauarch te gebieden signalen te
+geven om de andere schepen te doen terugkeeren naar het tooneel van den
+strijd, antwoordde mij, dat men zoo even het lijk van den kapitein <span class="pagenum" title="146">&nbsp;</span><a id="p_146"></a>had
+weggedragen; doch mijn bevel moest daarom toch gehoorzaamd worden. Hoe
+men dat deed, kan ik niet zeggen, maar in ieder geval werkte het niets
+uit, en mijn angstig wuiven kon men op dien afstand niet meer zien.</p>
+
+<p>»Wij hadden het admiraalschip van Antonius, die altijd nog op de
+kommandobrug stond, achter ons gelaten. Terwijl wij dicht langs hem heen
+voeren, had ik hem gegroet. Op dat oogenblik kwam hij naar beneden, om
+mij, over de verschansing leunende, iets toe te roepen. Ik zie nog hoe
+hij zijn handen, tegen elkaar gelegd om een spreekbuis te vormen, aan
+zijn gebaarden mond bracht. Maar wat hij zeide, kon ik niet verstaan,
+en ik wees alleen naar het Zuiden, dezen kant uit, als het doel van
+mijn tocht. In gedachte wenschte ik hem de overwinning toe, en dat deze
+scheiding tot heil van onze liefde mocht dienen. Hij schudde het hoofd,
+drukte de hand tegen zijn voorhoofd als een wanhopige, en zwaaide met
+zijn armen, alsof hij mij een teeken wilde geven; doch de Antonius liet
+zijn schip steeds verder achter zich en hield recht op het Zuiden aan.</p>
+
+<p>»In het heerlijk gevoel van een tweevoudig gevaar ontkomen te zijn,
+ademde ik vrijer. Indien Antonius mij lang voor oogen had gehad zooals
+ik toenmaals was, hij zou.... Maar welk een jammerlijke dwaling van
+een beklagenswaardige vrouw! zeg ik nu.... Op dat tijdstip kon ik nog
+niet vermoeden, welk een vreeselijk lot ik in dat uur over ons, onze
+kinderen, misschien over de geheele wereld had gebracht, en zoo bleef ik
+verdiept in zorgen en gedachten betreffende mijn eigen kleine wereld,
+totdat ik vele gewonden mij voorbij zag dragen. Dat gezicht deed mij
+pijn; gij weet immers hoe gevoelig ik ben, en hoe slecht ik de smart kan
+verdragen en mede aanzien.</p>
+
+<p>»Charmion bracht mij in de kajuit. Daar werd het mij eerst recht helder
+wat ik had gedaan. Ik had gehoopt den gehaten vijand te helpen
+vernietigen, en nu was ik het misschien geweest die de brug gelegd had
+die hem leidde tot overwinning, heerschappij en tot vernietiging van ons
+zelven. Zulke gedachten vervolgden mij als de Erinnyen<a id="FNa18" href="#FN18" class="fnanchor"><sup>18</sup>)</a>, terwijl ik
+in de groote kajuitzaal op en neder liep.</p>
+
+<p>»Plotseling kwam er leven op het dek. Een stoot, gepaard met een
+dreunend gekraak, scheen het <ins class="corr" id="corr71" title="Bron: kolosale">kolossale</ins> schip te doen wankelen.
+Men vervolgt ons! Een Romeinsch schip entert het mijne! dacht ik, en
+greep reeds naar den dolk, dien Antonius mij ten geschenke gegeven had.</p>
+
+<p>»Maar daar kwam Charmion met een bericht, dat nauwelijks beter was dan
+onnoodige vrees. Ik had haar toornig gelast mij <span class="pagenum" title="147">&nbsp;</span><a id="p_147"></a>te verlaten omdat zij
+mij al te oneerbiedig had willen overhalen mijn bevel tot den terugtocht
+in te trekken. Nu kwam zij mij doodsbleek mededeelen dat Antonius het
+admiraalsschip had verlaten, ons op een klein vijf-roeiersvaartuig
+gevolgd was, en zooeven bij ons aan boord was gekomen.</p>
+
+<p>»Van schrik voelde ik mijn bloed verstijven. Daar komt hij, dacht ik, om
+mij te dwingen tot terugkeer naar den slag! Doch toen haalde ik diep
+adem, en een trotsch gevoel van eigenwaarde drong mij hem te toonen dat
+ik Koningin was, en alleen gehoorzaamde aan mijn eigen wil. Tegelijk
+echter voelde ik in mijn hart een neiging om aan zijn voeten te vallen
+en hem te smeeken geen acht te slaan op mij, doch alleen bevelen te
+geven, die tot de overwinning konden leiden.</p>
+
+<p>»Hij kwam echter niet, en ik zond Charmion weder naar boven. Hij was
+niet in staat geweest van mij gescheiden den strijd door te zetten. Daar
+zat hij nu aan den ingang der kajuit met zijn hoofd in de handen, als
+een zinnelooze naar de planken van het dek te staren. Hij.... Marcus
+Antonius! De dapperste van alle ruiters, de schrik zijner vijanden&mdash;als
+een herdersknaap, wien door een wolf zijn schapen zijn ontroofd, liet
+hij nu zijn armen vallen. Marcus Antonius, de held die duizend gevaren
+had getrotseerd, had nu het zwaard weggeworpen! En dat waarom? Omdat een
+vrouw had toegegeven aan ijdele vrees, omdat zij naar het verlangen van
+haar moederhart geluisterd had en heengegaan was! De man, dien zijne
+vermetelheid dikwijls tot roekeloosheid had gebracht, was van alle
+menschelijke zwakheden het minst van lafhartigheid te beschuldigen...
+En nu?... Maar neen, duizendmaal neen! Eerder laten zich water en vuur
+vereenigen, dan Marcus Antonius en lafhartigheid. Hij stond onder de
+macht van een boozen geest, een geheimzinnige kracht dwong hem....&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja, de sterkste van allen, de liefde,&rdquo; viel Iras de spreekster hier vol
+vuur in de rede. »Een liefde, grooter en machtiger dan ooit de ziel van
+een man bedwongen heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoo is het,&rdquo; antwoordde Cleopatra met zachte stem.</p>
+
+<p>Toen vloog er een spottende glimlach over hare lippen en een bittere
+twijfel klonk uit hare stem, terwijl zij voortging: »Ware het slechts
+die liefde geweest, die twee zielen tot één versmelt, die het hart van
+den een verplaatst in dat van den ander, en mijn zielsangst wellicht
+overgoot in zijne heldenziel!... doch neen! Vóór den slag waren er
+hevige stormen geweest, en dan is het niet altijd mogelijk ons zóó te
+toonen als wij zouden wenschen dat onze geliefde ons zag. En zelfs nu,
+nadat uwe vaardige hand het hare aan mij heeft gedaan..... dáár <span class="pagenum" title="148">&nbsp;</span><a id="p_148"></a>in den
+spiegel.... dat beeld&mdash;het schijnt mij nu slechts als goed onderhouden
+overblijfselen....&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar gebiedster!&rdquo; riep Iras uit, en hief daarbij hare handen smeekend
+op, »moet ik u nogmaals zweren, dat noch de grijze haren, die al lang
+weder bruin zijn, noch de enkele rimpels, die Olympus spoedig weder
+onzichtbaar zal maken, noch iets anders dat u misschien beangst, aan
+uwe schoonheid ook maar de minste afbreuk doet? Ik verzeker u dat de
+betoovering van uwe goddelijke schoonheid, van hare overwinning
+zeker....&rdquo;</p>
+
+<p>»Houd op!&rdquo; riep Cleopatra. »Ik weet wat ik weet. Geen sterveling kan
+ontkomen aan de groote, eeuwige wetten. Even zeker als de geboorte de
+aanvang van het leven is, gaat alles wat leeft en bloeit, de verwelking
+tegemoet.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar,&rdquo; zeide Iras, »de goden geven aan al hunne werken een
+verschillenden levensduur. Gij kent de waterlelie, die slechts één dag
+bloeit. Daarentegen staat de duizendjarige sycomore in den tuin van het
+Paneum nog altijd frisch en krachtig. Tot nu toe is geen blaadje van uw
+bloesem afgevallen, en zoudt gij dan gelooven dat de liefde van den man
+die alles voor u heeft opgeofferd, en die u geen week, geen dag meer
+missen kan, ook maar het minste verkoelen kan?&rdquo;</p>
+
+<p>»Had hij mij maar kunnen missen!&rdquo; zeide Cleopatra smartelijk. »Maar weet
+gij zoo zeker dat het liefde was, die hem mij volgen deed? Ik ben van
+een ander gevoelen. De echte liefde verlamt niet, maar verdubbelt al wat
+groot is aan een man<ins class="corr" id="corr72" title="Niet in Bron.">.</ins> Dat ondervond ik toen Caesar in dit paleis door
+een overweldigende overmacht ingesloten werd gehouden, zijn schepen
+verbrand werden, en het water afgeleid werd. Ook bij hem, bij Antonius
+mocht ik twintig&mdash;wat zeg ik? honderdmaal van dat heerlijke schouwspel
+genieten, zoo lang hij mij nog beminde met al de kracht van zijn vurige
+ziel. Doch wat bij Actium gebeurde? Die schandelijke vlucht van den
+doffer om de duif te achtervolgen, waarop het nageslacht nog na eeuwen
+met den vinger wijzen zal.... dat onzalige vergeten van plicht, eer,
+roem, het tegenwoordige en de toekomst,&mdash;wie niet dieper ziet, zal dat
+wel aan den waanzin der liefde toeschrijven, maar ik, Iras&mdash;en dat is
+het, wat al het haar op mijn hoofd zal doen wit worden, en het overschot
+der vroegere schoonheid van uwe meesteres in slapelooze nachten spoedig
+verwoesten zal&mdash;ik weet het beter! Het was geen liefde, wat Antonius
+drong mij te volgen; niet zij was het, die zijn schitterende, trotsche
+persoonlijkheid in het stof vertrad; niet zij dwong den halfgod het
+onbeduidende spoor te volgen van een voortvluchtige vrouw.&rdquo;</p>
+
+<p>Haar stem daalde; zij greep met vastheid de hand van het meisje,
+trok haar naar zich toe, en fluisterde haar in: »de <span class="pagenum" title="149">&nbsp;</span><a id="p_149"></a>beker van
+Nektanebus is er bij in het spel. Ja, schrik maar! De krachten,
+die van dit wonder-voorwerp uitgaan, zijn inderdaad even vreeselijk
+als onnatuurlijk. De magische toovermacht van de bokaal veranderde,
+zoo dikwijls ik hem daarin den blik liet slaan, den heldhaftigen
+afstammeling van Herakles, den bovenaardschen mensch, in een jammerenden
+bloodaard, in dien ineengezonken, gebroken man, dien ik terugvond op het
+dek. Gij zwijgt? Uw vlugge tong vindt nu geen enkel gepast antwoord.
+Gij zult ook nog niet vergeten zijn hoe gij mij de weddenschap hielpt
+winnen, die Antonius noodzaakte in den beker te zien, eer ik dien voor
+hem vulde. Hoe dankbaar was ik, toen Anubis eindelijk toe stond dat ik
+het wonderwerk uit den tempelschat een tijdlang houden mocht, toen de
+eerste proef gelukte, en Antonius op mijn bevel, den schoonen krans
+dien hij droeg, op het hoofd van den ouden, norschen leerling van
+Aristoteles, Dimodes zette, van wien hij in zijn ziel een afkeer had.
+Dat is nog geen jaar geleden, en gij weet hoe zelden ik in het begin de
+kracht van het vreeselijke voorwerp te hulp riep. Bovendien gehoorzaamde
+mijn geliefde toch ook wel den wenk mijner oogen. Doch later, vóór den
+slag.... dat was een verschrikkelijke tijd. Ik voelde dat hij mij, die
+alles bederven kon, gaarne naar huis teruggezonden zou hebben. Ik wist
+ook, zooals ik reeds zeide, dat er iets tusschen ons gekomen was. Doch
+hoewel hij dikwijls op het punt was mij aan de voortdringende Romeinen
+op te offeren&mdash;ik behoefde hem maar in den beker te laten zien, en toe
+te roepen: »Zend mij niet weg; wij behooren bij elkander. Waar een van
+ons heengaat, daar gaat de ander mede!&rdquo; of hij smeekte mij, dat ik hem
+niet zou verlaten. Nog op den morgen vóór den slag, gaf ik hem den beker
+aan, en drukte hem op het hart, dat hij, wat er ook gebeuren mocht bij
+mij blijven moest. En hij heeft mij gehoorzaamd, al was zij, aan wie hij
+door tooverkracht gebonden was, een vluchtende vrouw. Het is ontzettend!
+Maar heb ik daarom het recht de toovermacht van den beker te vloeken?
+Neen! Want zonder dat blinkende voorwerp van den magiër&mdash;dat heb ik wel
+duizendmaal in slapelooze nachten mij zelve voorgehouden&mdash;zou hij in
+mijne plaats een andere mede op het schip genomen hebben. Ik geloof ook
+dat ik die andere wel ken. Ik bedoel de vrouw wier gezang, vóór ons
+vertrek, bij het Adonisfeest ook mijn hart heeft bekoord. Ik merkte bij
+die gelegenheid reeds op, hoe hij haar blik zocht. En nu weet ik zeker,
+dat het niet alleen mijn oude bedriegelijke vijandin de jaloerschheid
+was, die mij waarschuwde. Ook heeft Alexas, de trouwste van zijn
+getrouwen, mij alles bevestigd wat ik vreesde. Ach, hij deelde mij nog
+<span class="pagenum" title="150">&nbsp;</span><a id="p_150"></a>meer mede, dat hij uit de sterren gelezen had! Hij kende de sirene ook
+wel, want zij is de vrouw van zijn eigen broeder geweest. Om zijne eer
+te redden heeft hij de behaagzieke Circe verstooten.&rdquo;</p>
+
+<p>»Barine,&rdquo; klonk het beslist van Iras' lippen.</p>
+
+<p>»Wist gij het reeds?&rdquo; vroeg Cleopatra in spanning.</p>
+
+<p>Het meisje hief nog eens hare handen smeekend naar de Koningin op, en
+riep uit:</p>
+
+<p>»Ik weet van deze vrouw maar al te veel, en mijn hart <ins class="corr" id="corr73" title="Bron: krimt">krimpt</ins> ineen,
+o gebiedster, als ik bedenk dat ook ik moet medewerken om dit uur zoo
+bedroevend voor u te doen zijn. Maar toch moet ik u alles bekennen. De
+geheele stad weet dat Antonius die zangeres heeft bezocht, en ook tot
+tweemaal toe zijn zoon bij haar heeft gebracht. Toch is dat nog niets,
+want een Barine mededingster van u! dat zou al te belachelijk zijn.
+Maar wat kan paal en perk stellen aan de begeerlijkheid van deze vrouw?
+Geen rang, geen leeftijd is haar heilig. Het was haar te stil in de
+afwezigheid van het hof en het leger. Er waren geen mannen genoeg die
+haar de moeite waard schenen, om tot zich te trekken en daarom lokte zij
+jongelingen naar zich toe, en geen liet zich sterker door haar boeien
+dan de Koning Cæsarion.&rdquo;</p>
+
+<p>»Cæsarion!&rdquo; riep Cleopatra uit, en over hare bleeke wangen vloog een
+donkere blos. »En zijn gouverneur Rhodon? En mijn strenge bevelen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Antyllus bracht hem heimelijk bij haar,&rdquo; antwoordde Iras. »Doch ik
+hield mijne oogen open. De knaap vatte een hevigen hartstocht voor
+Barine op. Ik kon niet anders doen dan haar uit de stad te verwijderen,
+en Archibius heeft mij daarbij geholpen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dan behoeven wij haar niet verder weg te zenden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Helaas ja! dat is toch nog noodig; want onderweg is Cæsarion met eenige
+makkers haar overvallen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En gelukte die dwaasheid?&rdquo;</p>
+
+<p>»Neen, gebiedster. Doch ik wilde, dat zij gelukt ware. Een andere
+dwaas, die haar ook bemint, verdedigde haar. Hij verhief zijne hand
+tegen Cæsars zoon, en wondde hem. Stel u gerust, gebiedster. Ik bid u,
+ik bezweer u.... de wond is niet gevaarlijk! De hartstocht van den
+jongeling geeft meer reden tot ernstige bezorgdheid.&rdquo;</p>
+
+<p>De Koningin sloot hare roode lippen zoo vast op elkander, dat haar mond
+daardoor al de liefelijkheid die hij anders bezat, verloor, en zeide
+beslist en streng: »Het is de plicht der moeder, om haar zoon te
+beschermen voor de verleidster! Alexas heeft gelijk! Haar ster is in de
+baan der mijne gekomen. Dat zulk een vrouw een zwarte schaduw werpen kan
+op den <span class="pagenum" title="151">&nbsp;</span><a id="p_151"></a>weg eener Koningin! Daartegen moet gewaakt worden. Zij is het,
+die zich tusschen ons heeft geplaatst, die Antonius.... Maar neen!
+waartoe mij zelf een rad voor de oogen gedraaid? De tijd, en wat hij de
+vrouw aan bekoorlijkheid ontneemt, is machtiger dan twintig van zulke
+kleine verleidsters. En dan de omstandigheden, die verhinderen de schade
+te bedekken, die de meest verwende van alle oogen kwetste. Dat alles was
+in het voordeel van de zangeres. Ik zie het duidelijk! Haar stonden alle
+middelen ten dienste, die ons vrouwen helpen het onaantrekkelijke te
+verbergen, en te doen uitkomen wat het oog bekoort,&mdash;doch mij niet,
+terwijl ik u niet had, noch de beproefde kunst van Olympus. Het
+godenbeeld moest zich in den storm op het schip, aan haar aanbidder meer
+dan eens vertoonen zonder krans, hoofdtooi of wierook.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar gebiedster!&rdquo; riep Iras. »Al had zij alle kunsten van Aphrodite en
+Isis te zamen te baat genomen, toch zou zij zich niet kunnen meten met
+u, die immers onvergelijkelijk zijt? Hoe weinig is er toe noodig om een
+jongen man, die nog half een kind is, het hoofd op hol te brengen!&rdquo;</p>
+
+<p>»Arme knaap!&rdquo; zuchtte de Koningin, en schudde langzaam haar hoofd. »Ware
+hij niet gewond, en deed het niet zooveel pijn te ontberen wanneer men
+bemint, dan zou ik er mij in verheugen dat hij ook in staat is wakker te
+zijn en te handelen. Wellicht&mdash;o Iras, indien dat eens gebeurde! komt,
+nu de poort eenmaal opengebroken is, in dit evenbeeld van Cæsar wat het
+uiterlijk betreft, ook nog eens de geest en de kracht tot handelen van
+dien grooten man voor den dag. Evenals de Aegyptenaars Horus den &bdquo;wreker
+van zijn vader&rdquo; noemen, groeit uit hem misschien nog eens de verdediger
+en wreker van zijn moeder. Hij zal dien gluiperige Octavianus, den
+zusterszoon, die hem, den eigen zoon, het erfdeel ontstal, dat weder
+afnemen, zoodra Cæsars geest geheel in hem is ontwaakt. Durft gij mij
+zweren dat het slechts een lichte wond is?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat hebben de artsen mij verzekerd.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr74" title="Niet in Bron.">»</ins>Welaan, dan mogen wij hopen! Dan mag hij in de wereld optreden.
+Wij moeten hem ruim baan maken om zijn eigen weg te gaan. Geen dwaze
+<ins class="corr" id="corr75" title="Bron: harsttocht">hartstocht</ins> mag hem, als hij hersteld is, verhinderen om
+zijn vader te volgen naar de hoogte van roem en eer. Maar laat de vrouw
+die hem met hare netten omstrikt, de overmoedige, wier wenschen zich
+durven verheffen tot hen die mij het dierbaarst zijn, eens hier komen!
+Dan zullen wij eens zien welk een figuur zij maakt nevens mij!&rdquo;</p>
+
+<p>»Het zijn zware tijden,&rdquo; klaagde Iras, verbaasd dat zij de groote
+oogen der Koningin eensklaps zag stralen, in het bewustzijn van haar
+zegepraal. »Gun aan uw voeten wat ze toekomt: <span class="pagenum" title="152">&nbsp;</span><a id="p_152"></a>doe ze haar vertreden! Er
+zijn op uwen weg reeds genoeg monsters, die gij met uwe schoenzool niet
+bereiken kunt. Als zich iets, in zulke dagen van strijd niet op zijde
+laat duwen, dan maar in den Hades er mede!&rdquo;</p>
+
+<p>»Bedoelt gij moord?&rdquo; vroeg Cleopatra, terwijl haar edel voorhoofd zich
+fronste.</p>
+
+<p>»Als het zoo zijn moet, ja!&rdquo; antwoordde Iras met vastheid. »Zoo mogelijk
+verbanning op een eiland of naar een oase, maar zoo noodig, dan den
+arbeid in de groeve voor de sirene!&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoo noodig?&rdquo; herhaalde de Koningin. »Dat moet dus beteekenen: als het
+blijkt dat zij de allerzwaarste straf verdient.&rdquo;</p>
+
+<p>»Die heeft zij reeds op zich geladen, op het oogenblik toen zij mijne
+Koningin bedroefde. In de groeven vergaat iemand de lust om strikken te
+spannen voor mannen en jongelingen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En daar kwijnt men onder vreeselijke pijnen weg, totdat de dood een
+einde maakt aan de ellende,&rdquo; voegde Cleopatra er bij, op een toon van
+verwijt. »Neen meisje, deze overwinning is mij te gemakkelijk. Tot nu
+toe was het voordeel aan hare zijde, nu komt de beurt aan mij. Maar
+zelfs mijn vijand zou ik niet ter dood veroordeelen zonder hem te
+hooren, allerminst in dezen tijd, nu ik uit alles leer, wat het zeggen
+wil het oordeel af te wachten van een die machtiger is dan wij. Nu deze
+vrouw mij, als het ware zelve tot den strijd heeft uitgelokt, zal zij
+haar zin hebben. Ik verlang er al naar de zangeres weerom te zien, en de
+middelen te leeren kennen, waardoor het haar gelukte zoovelen, <ins class="corr" id="corr76" title="Bron: zooowel">zoowel</ins>
+jongelingen als bezadigde mannen, aan haar zegekar te hechten.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gebiedster!&rdquo; riep Iras vol ontzetting, <ins class="corr" id="corr77" title="Niet in Bron.">»</ins>gij wilt toch niet...&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja, ik wil,&rdquo; viel Cleopatra haar gebiedend in de rede, »ik wil de
+dochter van Leonax, de kleindochter van Didymus, die ik beiden
+hoogschatte, spreken, eer ik over haar lot beslis. Ik wil een blik slaan
+in het hart en de gezindheid van mijn tegenstandster, en dan overwegen
+en rechtspreken, eer ik veroordeel. Ik wil den strijd met haar wagen,
+waartoe zij immers zelve de minnende vrouw en de moeder uitdaagde! Maar,
+het is mijn recht en ik zal er haar toe dwingen, dat zij mij zich zóó
+vertoont, zooals Antonius mij in deze laatste weken zoo dikwijls heeft
+gezien, niet schooner of jonger gemaakt door de kunst, waarover wij
+beiden beschikken.&rdquo;</p>
+
+<p>Zonder verder acht te geven op Iras, trad zij aan het venster, en ging
+met een snellen blik op den hemel, kalmer voort: »Het eerste uur na
+middernacht spoedt ten einde. Al dadelijk zal de beraadslaging een
+aanvang nemen. Zij betreft een poging, die nog veel zou kunnen redden.
+De zitting zal twee uur duren, misschien ook maar één. De zangeres kan
+nog wachten. Waar woont zij?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="153">&nbsp;</span><a id="p_153"></a></p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr78" title="Niet in Bron.">»</ins>In het huis van haar vader, den schilder Leonax, naast den tuin
+van het Paneum,&rdquo; antwoordde Iras met heesche stem. »Indien gij nog
+eenige waarde hecht aan mijn gevoelen, gebiedster.....&rdquo;</p>
+
+<p>»Op dit oogenblik raadpleeg ik niemand, doch eisch alleen dat mijne
+bevelen worden ten uitvoer gebracht!&rdquo; riep de Koningin met vastheid uit.
+»Zoodra de verwachtte personen er zijn.....&rdquo;</p>
+
+<p>Juist kwam een kamerdienaar binnen, en meldde de aankomst dergenen, die
+zij bij zich geroepen had. Cleopatra liet hen zeggen, dat zij terstond
+bij hen verschijnen zou. Daarop wendde zij zich weer tot Iras, en
+gelastte haar, met een waren woordenvloed, onverwijld in gezelschap van
+een vertrouwd man in een gesloten wagen naar Barine te gaan. Iras zou
+wel begrijpen, dat zij onmiddellijk bij haar moest gaan, desnoods haar
+uit den slaap wekken. »Alsof de storm haar gedwongen had op het dek van
+het schip te gaan,&rdquo; besloot zij, »zóó wil ik haar zien!&rdquo;</p>
+
+<p>Zij greep een tafeltje dat op de toilettafel lag, en kraste in vliegende
+haast in het was: »Koningin Cleopatra wenscht Barine, Leonax' dochter,
+onverwijld te spreken. Geen oogenblik talmens wordt haar gegund. Zij
+moet iedere opdracht van Iras, Cleopatra's afgevaardigde, en van haar
+geleider, stipt gehoorzamen.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarna sloeg zij het tafeltje toe, gaf het aan het meisje over en vroeg:
+<ins class="corr" id="corr79" title="Niet in Bron.">»</ins>Wien neemt gij mede?&rdquo;</p>
+
+<p>Zonder zich een oogenblik te bedenken, antwoordde Iras: »Alexas.&rdquo;</p>
+
+<p>»Goed,&rdquo; zeide Cleopatra. »Geef haar geen oogenblik tot voorbereidende
+maatregelen, welke ook. Maar ik beveel u: vergeet niet, dat zij een
+vrouw is.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu keerde zij zich tot den kamerdienaar, om dien te volgen, doch Iras
+snelde haar achterna, om de diadeem op haar hoofd terecht te zetten en
+nog eenige plooien van haar gewaad te verschikken.</p>
+
+<p>Cleopatra liet dat toe, en zeide vriendelijk: »Ik zie dat gij nog iets
+op het hart hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ach, gebiedster!&rdquo; riep het meisje uit.<ins class="corr" id="corr80" title="Bron: »&nbsp;">&nbsp;»</ins>Na al deze schokken, al deze
+maanden vol aandoeningen, maakt gij nu nog den nacht tot dag, en neemt
+nieuwe inspannende zaken op uwe schouders. Als Olympus, de arts.....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat kan niet anders,&rdquo; viel Cleopatra haar met zachtheid in de rede.
+»De beide laatste weken waren één lange, donkere nacht. Slechts enkele
+uren verliet ik mijn legerstede. Wie iets dat hem het liefst is uit den
+stroom moet halen, vraagt niet hoe het koude bad hem bekomen zal. Gaan
+wij ten gronde, dan komt het er niet op aan of wij gezond of ziek zijn;
+gelukt <span class="pagenum" title="154">&nbsp;</span><a id="p_154"></a>het daarentegen een nieuwe strijdmacht te verzamelen, en Aegypte
+te redden, dan moge het ons gezondheid en het leven kosten. De minuten
+die ik van plan ben aan de vrouw toe te staan, tellen mede in dien koop.
+Wat er ook gebeure, ik ben bereid het tegemoet te gaan. Ik sta voor een
+gewichtig keerpunt in mijn leven. In zulk een tijd rekent men af met
+alle verplichtingen die men nog heeft, de groote zoowel als de kleine.&rdquo;</p>
+
+<p>Enkele minuten later nam Cleopatra plaats op haar troonzetel en
+verwelkomde de mannen, die door hare oproeping in hunne nachtrust
+waren gestoord, omdat zij hen een grootsch, verheven denkbeeld ter
+beoordeeling wilde voorleggen. Want midden in den grootsten tegenspoed
+was dit plan in haar rusteloozen geest ontstaan, door den wensch om den
+zegevierenden vijand nieuwen tegenstand te bieden.</p>
+
+<p>Vele jaren geleden, toen zij volgens den wil van haar vader, den troon
+deelde met een knaap, en deze met zijn voogd Pothinus, haar gedwongen
+hadden uit Alexandrië te vluchten, had zij aan de oostzijde van de
+Delta, op de landengte die Aegypte met Azië verbond, de overblijfselen
+van een kanaal gevonden, dat ondernemende Pharao's in den ouden tijd
+gegraven hadden, om de Middellandsche Zee te verbinden met de Roode Zee.</p>
+
+<p>Reeds toen had zij dit, nu bijna verdwenen werk haar aandacht waardig
+gekeurd. Vol belangstelling had zij de Aeanieten die daar woonden,
+uitgevraagd naar de overblijfselen van dezen waterweg, en zelfs eenigen
+daarvan, in den tijd toen zij toch niets anders kon dan afwachten, zelve
+bezocht. Daarna had zij het mogelijk geacht, door inspanning van alle
+kracht het kanaal weder bevaarbaar te maken, dat de Pharao's reeds
+hadden gebruikt, om met hunne schepen van de eene zee in de andere te
+komen. De eerste Darius, de stichter van het Perzische wereldrijk had
+het, nog geen vijfhonderd jaren geleden, reeds ter beschikking van zijn
+vloot gesteld.</p>
+
+<p>Cleopatra had zich met haar rustelooze weetgierigheid dat alles doen
+uitleggen, en zich in dagen van rust meermalen beziggehouden met het
+plan om de Grieksche met de Arabische zee in verbinding te brengen.
+Duidelijk, aanschouwelijk en grondig, op vele punten beter ingelicht dan
+de waterbouwkundigen zelve, zette zij nu voor de vergaderde mannen van
+het vak uiteen, wat haar plan was. Indien het uitvoerbaar bleek, dan
+zouden de gespaarde schepen der vloot, en andere, die nog op de reede
+van Alexandrië lagen, over de landengte heen in de Roode Zee worden
+gebracht, en zoo voor Aegypte gered en den vijand onttrokken worden. Met
+behulp van deze strijdmacht zou men weder van alles kunnen ondernemen;
+daardoor kon het mogelijk zijn den tegenstand aanmerkelijk langer te
+doen <span class="pagenum" title="155">&nbsp;</span><a id="p_155"></a>voortduren, en den tijd te gebruiken om nieuwe hulpmiddelen en
+bondgenooten te verzamelen.</p>
+
+<p>Ging men later weder tot een aanval over, dan kon zij beschikken over
+een machtige vloot, en men kon voor die, welke te Klysma lag, nog een
+aantal kleinere schepen bouwen, op grond der ondervindingen die bij
+Actium waren opgedaan.</p>
+
+<p>De mannen die van hun nachtrust afstand hadden moeten doen, hoorden vol
+verbazing naar de welsprekende woorden dezer vrouw, die midden onder den
+zwaarsten druk der omstandigheden een plan tot redding had bedacht, dat
+zóó omvangrijk was en beter scheen doordacht te zijn, dan wanneer het
+van hen zelve uitgegaan ware. Zij volgden haar met gespannen aandacht,
+van woord tot woord. En hare rede nam steeds hooger vlucht en verkreeg
+meer kracht en diepte, naarmate zij duidelijker de echte bewondering
+en geestdrift zag, waarmede zij naar haar luisterden. Het verrassende
+voorstel scheen zelfs den oudste en bedachtzaamste niet geheel
+onmogelijk en onuitvoerbaar. Sommigen echter hielden de moeilijkheden
+die een verhevenheid van den grond, in het midden der landengte, dreigde
+op te leveren, voor onoverkomelijk. Ook Gorgias die zijn vader geholpen
+had bij de herstelling van het Serapeum aan de oostzijde van de Delta,
+en zoodoende de landstreek van Heroonpolis had leeren kennen, deelde die
+vrees. Maar waarom zou hetgeen in Sesostris' tijd gelukt was, ook nu
+niet slagen? Bedenkelijker nog was de korte tijdruimte waarover men te
+beschikken had, en daarbij de mededeeling dat bij den aanleg van het
+kanaal, dat Pharao Necho bijna had voltooid, 120,000 arbeiders omgekomen
+waren. De waterweg was destijds niet gereed gekomen, omdat het orakel
+had gezegd dat hij enkel voordeel zou opleveren voor de Pheniciers.</p>
+
+<p>Dit alles werd overwogen, maar kon toch het gevoelen niet aan het
+wankelen brengen, dat het plan der Koningin onder bijzonder gunstige
+omstandigheden uitvoerbaar was, al moesten ook, ter verwezenlijking er
+van, bergen van bezwaren worden geslecht. Allen die anders op het veld
+bezig waren, en niet in het leger werden gebruikt, moesten tot den
+arbeid worden opgeroepen. Het werk kon geen uur uitstel lijden. Waar
+geen water was om de schepen te dragen, moest men maar trachten ze
+over het land te sleepen. Aan hulpmiddelen zou het niet ontbreken. De
+werktuigkundigen die de obelisken en colossen van den waterval naar
+Alexandrië hadden verplaatst, zouden hier weder eens toonen wat hunne
+vindingrijkheid en werktuigen vermochten.</p>
+
+<p>Nooit had de werkzame, tot daden aanvurende geest van Cleopatra in een
+vergadering levendiger, ja hartstochtelijker ingenomenheid <span class="pagenum" title="156">&nbsp;</span><a id="p_156"></a>met hare
+plannen gewekt dan in deze nachtelijke bijeenkomst. Toen zij eindelijke
+gesloten werd, klonken luide toejuichingen uit den mond der
+geestdriftige mannen.</p>
+
+<p>De terugkomst der Koningin en alles wat de leden van den Raad gehoord
+hadden van den verloren slag, moesten zij zorgvuldig geheim houden.</p>
+
+<p>Gorgias behoorde ook tot de leiders der onderneming, en Cleopatra's
+geestkracht, haar stem, haar hartveroverende bevalligheid hadden hem zóó
+verrukt, dat hij reeds meende te bemerken dat een nieuwe liefde die voor
+Helene begon te verdringen<ins class="corr" id="corr81" title="Bron: ,">.</ins></p>
+
+<p>Het was immers een dwaasheid zulke verheven wenschen te koesteren; en
+toch zeide hij tot zich zelven, dat hij nooit een vrouw ontmoet had, die
+hem meer aantrok dan Cleopatra. Met dat al dacht hij met warmte aan de
+kleindochter van den <ins class="corr" id="corr82" title="Bron: plilosoof">philosoof</ins>, en het deed hem leed, dat hij
+nauwelijks tijd zou kunnen vinden, om afscheid van haar te nemen.</p>
+
+<p>De zegelbewaarder Zeno, Dion's oom, had hem bij zijn binnenkomen in
+de vergaderzaal op een wonderlijk geheimzinnige wijze naar zijn neef
+gevraagd. Hij had hem ten antwoord gegeven dat de wond die Cæsarion hem
+met een kort Romeinsch zwaard, in zijn schouder had toegebracht, wel is
+waar niet licht was, maar tocht naar de meening der artsen, geneeselijk.</p>
+
+<p>Dat had den oom schijnbaar bevredigd. Vóór dat de bouwmeester hem nog
+goed op het hart kon drukken zijn neef de beschermende hand boven het
+hoofd te houden, had hij zich verontschuldigd, en met een groet aan den
+gewonde hem den rug toegekeerd.</p>
+
+<p>De hoveling was nog niet overtuigd hoe hare koninklijke majesteit dit
+pijnlijke voorval opvatten zou, en bovendien was hij werkelijk met
+bezigheden overstelpt. De nieuwe onderneming eischte het uitgeven van
+een groot aantal volmachten, die allen door zijne handen moesten gaan.</p>
+
+<p>De Koningin gaf aan ieder der deskundigen, aan wie zij de uitvoering van
+haar plannen toevertrouwde, een vriendelijk, aanmoedigend woord ten
+afscheid mede. Ook aan Gorgias veroorloofde zij haar kleed te kussen,
+waarbij zijn bloed weder sneller stroomde. Hij voelde een neiging om
+zich aan de voeten van deze wonderbare vrouw te werpen en met zijne
+diensten ook zijn leven tot hare beschikking te stellen. En Cleopatra
+merkte den dwependen blik zijner oogen maar al te goed op.</p>
+
+<p>Men had ook hem genoemd onder de vereerders van Barine. Die vrouw moest
+toch wel iets buitengewoons hebben! Maar zou zij er in geslaagd zijn een
+schaar van ernstige mannen te ontvonken voor een groot, bijna onmogelijk
+plan, hen tot zulk <span class="pagenum" title="157">&nbsp;</span><a id="p_157"></a>een geestdriftvolle bewondering op te voeren, zooals
+het haar, de overwonnene, de bedreigde, zooeven was gelukt? Dat zeker
+niet!</p>
+
+<p>Zij voelde zich juist in de stemming om Barine als rechtspreekster en
+als gelukkige mededingster te gemoet te gaan.</p>
+
+<p>Te midden van al hare ellende doorleefde zij nu een heerlijk uur.
+Met blijden trots gevoelde zij opnieuw dat haar geest, nog frisch en
+ongebogen, instaat was de besten te overvleugelen. Neen, waarlijk! Zij
+had nog geen tooverbeker noodig om de harten te winnen!&mdash;</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN17" href="#FNa17" class="label"><sup>17</sup>)</a> Scheepskapitein.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN18" href="#FNa18" class="label"><sup>18</sup>)</a> Wraakgodinnen.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="158">&nbsp;</span><a id="p_158"></a></p>
+
+<h2><a id="TWAALFDE_HOOFDSTUK"></a>TWAALFDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Sedert een uur bevond Barine zich in het paleis. Het rijk gemeubelde
+vertrek, waarin men haar had binnengeleid, lag boven de zaal waar
+Cleopatra zitting hield, en nu en dan deed zich door den stillen nacht
+de stem der Koningin of de luide toejuichingen der vergadering hooren.</p>
+
+<p>Barine luisterde daarnaar, zonder zelfs te beproeven, den zin der
+woorden, die tot haar doordrongen, te verstaan. Zij verlangde
+alleen naar afleiding van de diepe, bittere aandoeningen die haar
+hart vervulden. Ja, diep en bitter tot heftigheid toe, was haar
+opgewondenheid in dit oogenblik, en zij gevoelde daarbij tegelijk hoe
+deze driftige wrok geheel in tegenspraak was met haar eigenlijk wezen.</p>
+
+<p>Het is waar, ook het gedrag van Philostratus had in den tijd van haar
+ongelukkig huwelijk, haar kalme, heldere ziel dikwijls tot in haar
+diepste diepte geschokt, en toen later zijn broeder Alexas haar met
+schandelijke voorstellen tot wanhoop had gebracht, was bij die stormen
+in haar ziel nog groote bitterheid gekomen. Maar daarover kon zij zich
+nu verheugen, want zonder dien geweldigen opstand ten tijde van den
+strijd, zou zij misschien door een smachtend verlangen naar rust voor
+hem bezweken zijn.</p>
+
+<p>Eindelijk, eindelijk was het haar en haar vrienden door groote
+offers gelukt, haar uit dien nood te redden. Philostratus had zich de
+toestemming, om haar de vrijheid te hergeven, laten afkoopen. Ook van de
+herhaalde aanzoeken van Alexas had zij sinds lang rust gekregen, want
+eerst was hij door zijn beschermer Antonius als gezant uitgezonden, en
+later genoodzaakt hem te vergezellen in den oorlog<ins class="corr" id="corr83" title="Niet in Bron.">.</ins></p>
+
+<p>Hoe had zij daarna genoten van de vreedzame dagen in het huis van haar
+moeder. Aanstonds was de kalme tevredenheid, die zij reeds voor altijd
+verloren waande, in haar gemoed <span class="pagenum" title="159">&nbsp;</span><a id="p_159"></a>teruggekeerd, en op dezen dag had
+het lot haar den rijksten zegen geschonken, dien zij nog ooit had
+ondervonden. Wel had zij daarvan nog maar enkele uren genot gehad,
+want door den aanval der woeste jongelingen en de verwonding van haar
+verloofde was er een donkere schaduw op gevallen. Alweder had haar
+moeder gelijk gehad, toen zij met zulk een overtuiging voorspeld had,
+dat op het eerste ongeluk een tweede zou volgen.</p>
+
+<p>Midden in den nacht was men Barine uit haar vredige omgeving, en van
+de legerstede waar haar gewonde minnaar lag, komen weghalen. Dit was
+geschied op bevel van de Koningin, en in hare bittere verontwaardiging
+erkende zij dat de mannen wel gelijk hadden wanneer zij de dwingelandij
+vloekten, die een vrij mensch tot een willoos voorwerp verlaagde. Wat
+haar te wachten stond, was zeker niets goeds. Dat bemerkte zij wel aan
+de personen die haar op dit ongewone uur uit naam van Cleopatra kwamen
+ontbieden. Dat waren immers hare ergste vijanden! Iras, die haar
+verloofde voor zich zelve wenschte, zooals Dion haar had bekend, en
+diezelfde Alexas, wiens aanzoek zij had afgewezen op een wijze, zooals
+een man nooit vergeeft.</p>
+
+<p>Hoe Iras te haren opzichte gezind was, had zij reeds ondervonden. Dat
+slanke meisje met het smalle hoofd, den fijnen neus, de kleine kin en
+de spitse vingers, leek haar een lange, scherpe doorn. Deze vreemde
+vergelijking was al bij haar opgekomen op het oogenblik toen zij haar,
+in stijve, trotsche houding, den last der Koningin met haar schrille,
+hooge stem voorgelezen had. Alles aan dit harde, koude, vijandige
+schepsel scheen puntig als een stekel, en gereed om haar in het verderf
+te storten.</p>
+
+<p>Haar overbrenging uit het huis harer moeder naar het koninklijk paleis
+was vlug en eenvoudig in zijn werk gegaan. Na den aanslag, waarvan
+zij eigenlijk weinig had gezien omdat zij, door vrees en ontzetting
+overmand, de oogen gesloten had, was zij met haar gewonden geliefde naar
+huis gereden. Daar had de arts hem verbonden, en vrouw Berenice had haar
+eigen slaapvertrek spoedig en met zorg in een ziekenkamer herschapen.</p>
+
+<p>Barine was geen oogenblik van zijne zijde geweken, doch eerst had
+zij zich verkleed, want zij wist hoe hij gesteld was op uiterlijken
+tooi. Toen zij vóór zonsondergang terugkwam van het bezoek bij haar
+grootouders, was zij even alleen met hem gebleven. Hij had haar toen op
+den arm gekust, en gezegd dat er geen fraaier waren, zoo ver er Grieksch
+gesproken werd. De kostbare gesneden steen die hem sierde, was die eer
+waard. Daarom had zij dan ook met opzet haar reiskoffer weder geopend
+<span class="pagenum" title="160">&nbsp;</span><a id="p_160"></a>en den armband daaruit genomen, dien Antonius haar had vereerd. Deze
+versierde nu haar bovenarm, toen zij weder bij hem in de ziekenkamer
+kwam.</p>
+
+<p>Hij had haar eens gezegd dat hij haar het liefste zag in het eenvoudige
+witte gewaad, waarin zij hem, weinige dagen geleden, toen hij alleen met
+Gorgias bij haar was, tot na middernacht zijn meest geliefde liederen
+voorgezongen had, alsof die alleen voor hem waren bestemd. Daarom was
+dan ook nu hare keus op dat kleed gevallen, en zij was daar nu blijde om
+toen zij zag hoe innig gelukkig en dankbaar de gewonde de oogen op haar
+liet rusten, terwijl zij zich tegenover hem neerzette.</p>
+
+<p>De arts had hem het spreken verboden, en zooveel mogelijk slaap
+voorgeschreven. Daarom had Barine maar stil bij hem gezeten en zijn hand
+vastgehouden, om hem, als hij de oogen open deed, een hartelijk woord
+van liefde en opwekking toe te fluisteren.</p>
+
+<p>Urenlang had zij zoo bij hem gezeten, en was alleen van haar post gegaan
+om hem geneesmiddelen toe te dienen of, met behulp harer moeder, nieuwe
+omslagen op de wond te leggen. Als daarbij zijn mannelijk gelaat zich
+van pijn vertrok, dan had dat haar ook pijn gedaan, maar toch was over
+het geheel een stil en vredig gevoel van welbehagen over haar gekomen.
+Zij had zich zoo veilig en geborgen gevoeld in het bezit van den
+geliefden man, ofschoon zij zich ten volle bewust was van de gevaren,
+die hem, en misschien ook haar zelve, bedreigden. Maar het veilig gevoel
+in haar hart vervulde haar geheel en al, en drong allen angst naar den
+achtergrond. Vóór hij de hare was, had zij vele anderen hoog gesteld
+en hun aangenamen omgang gewaardeerd, enkele zelfs waren haar
+begeerenswaardig voorgekomen, doch Dion was het geweest, die in hare
+levendige, doch weinig hartstochtelijke ziel voor het eerst den warmen
+gloed eener groote, ware liefde had gewekt. Het was als een heerlijk
+wonder, wat in de laatste dagen met haar was gebeurd. Hoe lang had zij
+gevreesd en gesmacht, totdat haar vurigste hartewensch werd vervuld!
+Thans had Dion haar zijne liefde geschonken, en niets kon haar die meer
+rooven.</p>
+
+<p>Gorgias en de zoons van haar oom Arius hadden haar voor korten tijd in
+hare rust gestoord. Nadat zij met goede tijdingen vertrokken waren, had
+vrouw Berenice haar dochter ernstig verzocht te gaan liggen, en haar
+hare plaats aan het ziekbed over te laten. Barine had daartoe echter
+niet kunnen besluiten, en had juist de blonde haren losgemaakt en die
+opnieuw laten vlechten en om het hoofd leggen, toen, te twee uur na
+middernacht, met onbescheiden drift aan de vensterluiken werd geklopt.
+Vrouw Berenice was op dat oogenblik juist bezig den omslag <span class="pagenum" title="161">&nbsp;</span><a id="p_161"></a>op de wond
+te vernieuwen; daarom was Barine zelf naar het atrium gesneld om den
+portier te wekken.</p>
+
+<p>De oude man was nog niet in de rust, en haar daardoor vóór geweest, en
+nu had zij met een gedempten kreet van ontzetting, in den eersten
+persoon die de verlichte voorzaal betrad, Alexas herkend. Iras was hem
+op den voet gevolgd, gesluierd, want buiten huilde nog altijd de storm.
+Ten laatste was ook nog een lantaarndrager meê naar binnen gekomen.</p>
+
+<p>De Syriër was de verschrikte jonge vrouw met een deftige buiging
+tegemoet gegaan, maar Iras had, zonder haar te groeten, of een enkel
+woord ter voorbereiding te zeggen, het bevel der Koningin herhaald, en
+haar bij het licht van de lantaarn voorgelezen wat Cleopatra in het
+wastafeltje had gekrast.</p>
+
+<p>Daarop had Barine, bleek en nauwelijks zich zelve meester, de boden der
+Koningin verzocht binnen te komen, en haar tijd te laten zich tot den
+nachtelijken tocht voor te bereiden en hare moeder vaarwel te zeggen,
+doch Iras had haar met geen antwoord verwaardigd, en alleen, alsof zij
+hier te gebieden had, den poortwachter bevolen onverwijld den mantel
+zijner meesteres te halen.</p>
+
+<p>Terwijl de oude zich met bevende knieën verwijderde, had Iras gevraagd
+of de gewonde Dion zich daar bevond? Barine, die door deze vraag de
+bezinning terugkreeg, had met een afwerend gebaar trotsch geantwoord,
+dat het bevelschrift der Koningin haar niet gebood zich in haar eigen
+huis aan een verhoor te onderwerpen.</p>
+
+<p>De andere had hierop de schouders opgehaald, en op een schamperen toon
+Alexas toegeroepen:</p>
+
+<p>»Het is waar, ik heb te veel gevraagd. Wie zoovele mannen van iederen
+leeftijd tot zich trekt, hoe kan die van ieder afzonderlijk weten waar
+hij is?&rdquo;</p>
+
+<p>»Het hart heeft anders een goed geheugen,&rdquo; gaf de Syriër ten antwoord;
+maar Iras riep verachtelijk: »het hart?&rdquo;</p>
+
+<p>Vervolgens bleef het stil, totdat in plaats van den poortwachter, vrouw
+Berenice zelve met den mantel aan kwam loopen. Zij legde dien, bleek en
+met witte lippen, om de schouders harer dochter, en fluisterde haar
+daarbij met vochtige oogen en nauwelijks in staat om te spreken, eenige
+teedere en geruststellende woorden toe. Iras maakte hier echter spoedig
+een eind aan, daar zij Barine verzocht met haar in den wagen te stappen.</p>
+
+<p>Moeder en dochter omhelsden en kusten elkander; daarna bracht de
+gesloten wagen de vervolgde en beschuldigde vrouw door storm en
+duisternis, naar de Lochias.</p>
+
+<p>Totdat zij in het vertrek waren gekomen, waar Barine op de <span class="pagenum" title="162">&nbsp;</span><a id="p_162"></a>Koningin
+moest wachten, was tusschen haar en Iras geen enkel woord gewisseld.
+Hier trachtte de laatste haar aan het spreken te brengen, maar reeds op
+de eerste vraag antwoordde Barine dat zij haar niets te zeggen had.</p>
+
+<p>In het vertrek was het zoo helder licht, alsof het dag was, maar toch
+flikkerden de vlammen onrustig heen en weder, daar de lucht aan beide
+zijden van die hoekkamer door de reten der vensterluiken binnendrong,
+en daardoor een sterke tocht ontstond. Barine sloeg haar mantel vaster
+om zich heen, en de storm, die van den zeekant om het paleis gierde,
+was in overeenstemming met de onrust harer ziel. Hetzij zij den blik
+naar binnen of om zich heen sloeg,&mdash;niets kon haar rust geven dan de
+zekerheid zich bemind te weten. Dat was het wat haar tot nu toe alle
+vrees ontnomen had. Nu kwam er nog verontwaardiging bij, en zoodoende
+kon de angst niet de overhand op haar verkrijgen. En toch, als zij kalm
+nadacht, wist zij dat zij van alle zijden door gevaren werd bedreigd.
+Dit bemerkte zij reeds aan de wijze waarop Iras en Alexas met elkander
+fluisterden, zonder op haar te letten, want zóó onwellevend zijn lieden
+die aan het hof verkeeren alleen jegens diegenen, van wie zij weten dat
+hun de ongenade of ook de toorn van den heerscher boven het hoofd hangt.</p>
+
+<p>Wel had Barine in haar huwelijk met den man, die zoo geheel zonder
+fijngevoeligheid, en even boosaardig als welbespraakt was, véél leeren
+verdragen wat haar in het begin zeer moeielijk viel, maar toen zij
+Alexas, na een opmerking van Iras, die haar zelve gelden moest, luid
+hoorde lachen, moest zij zich geweld aandoen, om haar vijandin niet in
+het gezicht te zeggen hoe diep verachtelijk zij de laffe wreedheid van
+haar gedrag vond. Toch gelukte het haar het stilzwijgen te bewaren. Maar
+die verkropte toorn moest toch op de eene <ins class="corr" id="corr84" title="Bron: af">of</ins> andere wijze een uitweg
+zoeken, en terwijl de smart harer gepijnigde ziel haar hoogste punt had
+bereikt, vloeiden de heete tranen over haar wangen.</p>
+
+<p>Ook dit had haar tegenstandster opgemerkt, en haar daarom tot een
+mikpunt van haar geestigheden gemaakt. Ditmaal echter had de spot haar
+uitwerking op den Syriër gemist, want in plaats van te lachen, was hij
+ernstig geworden, en fluisterde het meisje iets toe, dat Barine voor
+eene berisping of een waarschuwing hield. Doch Iras had hierop enkel met
+een minachtend schouderophalen geantwoord.</p>
+
+<p>Barine had al lang gezien, dat haar moeder haar, in den angst en de
+verwarring van het oogenblik, haar eigen mantel, <ins class="corr" id="corr85" title="Bron: inplaats">in plaats</ins> van den
+haren, omgeslagen had; ook deze kleinigheid vond haar vijandin niet
+te gering om er een beleediging aan vast te <span class="pagenum" title="163">&nbsp;</span><a id="p_163"></a>knoopen. Toch was al die
+kinderachtige overmoed, die nu het anders geenszins onbeduidende meisje
+geheel scheen te beheerschen, slechts een masker, waaronder zij haar
+eigen bittere zielesmart bedekte. Aan de vroolijkheid, die de mantel
+van haar slachtoffer bij haar scheen op te wekken, lag een ernstige
+overweging ten grondslag. Het grijze, slecht passende kleedingstuk
+misvormde Barine, en Iras wenschte voor de Koningin de zekerheid, dat
+zij hare mededingster ook in uiterlijke bekoorlijkheid verre overtrof.
+Niemand, zelfs Cleopatra niet, kon het in dien kouden tocht, zonder
+een beschermend omhulsel doen, en haar zelve stond niets beter dan de
+purperen mantel met de zwarte en gouden draken en grijpvogels, die in de
+zachte stof waren geborduurd. Iras had dien voor haar klaar gelegd, en
+Barine moest nu naast haar wel een bedelares gelijken, hoewel Alexas
+volhield dat de blauwe hoofddoek haar allerliefst stond.</p>
+
+<p>Hij was een laaghartig wellusteling, die, met rijke geestesgaven bedeeld
+en daarbij zeer geleerd, geen middel had geschuwd om zich in de gunst
+van Antonius, den mildste van alle beschermers, te dringen.&mdash;De
+weigering zooals de verwende man niet gewoon was te ontvangen en die
+hij van Barine had moeten verdragen, was voor hem moeilijk te verduwen
+geweest, doch hij gaf het nog altijd niet op haar voor zich te winnen.
+Nooit had hij haar aantrekkelijker gevonden dan in haar aandoenlijke
+machteloosheid. Een weerlooze te zien martelen wekt zelfs bij de laagste
+naturen weerzin op, en toen Iras nogmaals een giftigen pijl op haar
+afschoot, veroorloofde hij zich, op gevaar af zijn bondgenoote te
+ontstemmen, de zacht uitgesproken opmerking:</p>
+
+<p>»Men zet anders altijd aan veroordeelden, vóór de terechtstelling, hun
+<ins class="corr" id="corr86" title="Bron: lievelingsrecht">lievelingsgerecht</ins> nog eens voor. Ik heb geen reden haar iets goeds
+toe te wenschen, maar dat zou ik haar toch gaarne gunnen. U daarentegen
+schijnt het te vermaken nog alsem op haar laatste beten te gieten.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zeker!&rdquo; antwoordde zij stoutweg, terwijl hare oogen vonken schoten.
+»Leedvermaak is het zuiverste van alle genoegens; ten minste voor mij,
+tegenover deze vrouw.&rdquo;</p>
+
+<p>De Syriër stak haar met een wonderlijken glimlach de hand toe, en zeide:
+»Blijf mij maar genegen, Iras!&rdquo;</p>
+
+<p>»Want,&rdquo; ging zij smadelijk voort, »het kon wel eens slechte gevolgen na
+zich sleepen mij tot vijandin te hebben. Dat geloof ik zelf ook. Voor
+mij zelve ben ik anders zoo bijzonder gevoelig niet. Maar wie het
+waagt,&rdquo;&mdash;vervolgde zij met verheffing van stem&mdash;»aan ééne leed te doen,
+die ik.... Hoor eens<ins class="corr" id="corr87" title="Bron: -">,</ins> dat gejubel! Hoe sleept zij weder allen mede!
+Al had het noodlot een bedelares van haar gemaakt, dan nog zou zij de
+<span class="pagenum" title="164">&nbsp;</span><a id="p_164"></a>eerste van alle vrouwen zijn. Zij is als de zon. De wolk die zij op haar
+lichtend pad ontmoet, wordt opgelost en verdwijnt.&rdquo;</p>
+
+<p>Bij deze laatste woorden had zij haar hoofd geheel naar de zijde van
+Barine gekeerd, en Iras' scherpe stem drong weder als een doorn in
+Barine's oor, toen zij haar eindelijk gebood zich gereed te maken
+voor het verhoor. Op hetzelfde oogenblik viel de deur door den tocht
+knarsend in het slot terug, nadat zij eerst geopend was door den
+»binnenleider&rdquo;<a id="FNa19" href="#FN19" class="fnanchor"><sup>19</sup>)</a> die na een snellen blik in het rond uitriep:</p>
+
+<p>»Hier, waar alle vier de winden elkander tegelijk ontmoeten, kan de
+Koningin u niet spreken. Hare Majesteit wenscht de late bezoekster in de
+schelpzaal te ontvangen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij verzocht Barine met een beleefde buiging met hem mede te gaan, en
+leidde haar en de beide anderen door verscheidene gangen en zalen heen,
+naar een goed verwarmd voorvertrek.</p>
+
+<p>Hier waren alle luiken goed gesloten. Eenige lijfwachten en pages uit
+het corps der »Koninklijke Knapen&rdquo; stonden tot hunne ontvangst gereed.</p>
+
+<p>»Hier is het goed,&rdquo; zeide Alexas tot Iras. »Moet de winter van daareven
+ons niet met dubbele dankbaarheid vervullen voor de genietingen van de
+zachte lente in deze heerlijke omgeving?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat is wel mogelijk,&rdquo; antwoordde zij spijtig, en ging zachter voort:
+»Hier op de Lochias houden de jaargetijden zich overigens niet aan hunne
+gewone opeenvolging. Zij wisselen overeenkomstig den hoogsten wil. In
+plaats van vier, zooals bij ons, hebben de Aegyptenaars, zooals gij wel
+weten zult, er slechts drie;&mdash;daarentegen zijn zij in de paleizen aan
+den Nijl ontelbaar. Wat of deze rassche overgang in den zomer wel
+beteekenen zou? Ik had ditmaal den winter liever.&rdquo;</p>
+
+<p>De Koningin had, zonder dat Iras wist waarom, hare schikkingen tot de
+ontvangst van Barine veranderd. Dat verdroot het meisje, en hare trekken
+waren dreigend en somber, toen de jonge vrouw zich van haar mantel en
+hoofddoek ontdeed, en nu in het eenvoudige witte kleed, zoo fijn van
+stof en edel van snit, de Koningin afwachtte.</p>
+
+<p>De dikke blonde vlechten, die op kunstelooze wijze om haar welgevormd
+hoofd lagen, deden er haar bijna kinderlijk uitzien, en bij dit
+onverwachte gezicht, was het Iras te moede alsof men met haar en
+Cleopatra een spel dreef.</p>
+
+<p>In het halfdonkere atrium van het huis naast het Paneum had zij alleen
+opgemerkt dat Barine iets wits droeg. Was dit haar nachtgewaad, des te
+beter! Doch zóóals zij daar nu stond en heen en weer liep, had zij zich
+zelfs op het Isisfeest kunnen <span class="pagenum" title="165">&nbsp;</span><a id="p_165"></a>vertoonen. Met alle overleg had men
+onmogelijk een passender en smaakvoller gewaad kunnen vinden. Ging deze
+ijdele vrouw dan met hare gouden sieraden ter ruste? Of hoe kwam anders
+die band aan haar bovenarm? Al de bekoorlijkheden van Cleopatra waren
+voor Iras, die ze zoo goed kende, als het ware haar eigendom. Het
+verdroot haar ook maar de geringste daarvan door een ander overtroffen
+te zien, en dat zij nu bij die vrouw vormen ontdekte die zij niet minder
+schoon kon vinden, vertoornde haar, ja, sneed haar door de ziel.</p>
+
+<p>Zij had Barine gehaat, van het oogenblik af dat zij wist hoe zij om
+harentwil niets meer te hopen had van den man, op wiens liefde zij
+van kind af recht meende te hebben. En tot alles wat hare vijandige
+gezindheid nog deed toenemen, behoorde ook het onaangename gevoel, dat
+zij zich in de laatste uren onwaardig tegenover haar gedragen had. Had
+zij maar eerder gezien wat hare vijandin onder haar mantel verborgen had
+gehouden, dan zou zij wel wegen en middelen gevonden hebben om er haar
+anders te doen uitzien. Intusschen, zooals zij nu was moest zij blijven,
+want daar kwam Charmion reeds binnen. Maar op dit uur zou een ander
+volgen, en wanneer dit niet over het lot der gehate vrouw besliste, dan
+zouden lateren dat toch doen.</p>
+
+<p>Charmion, de zuster van haar oom Archibius, die tot nu toe zulk een
+lieve gezellin en moederlijke vriendin voor haar was geweest, had zij
+daarbij niet noodig. Doch wat had deze toch? Het scheen Iras toe, alsof
+op haar vriendelijk gelaat iets afwerends lag, dat zij daar nog nooit
+had gezien. Had de zangeres ook dááraan schuld? En wat zou het zijn?
+Dit gedrag van haar oudere gezellin besliste de vraag, of zij de pas
+teruggekeerde tante nog met dezelfde dankbare hartelijkheid tegemoet
+zou gaan als vroeger. Neen! dat zou zij nu niet meer van zich kunnen
+verkrijgen, Charmion moest voelen dat zij, Iras, dat voortrekken van
+haar vijandin, als een persoonlijke beleediging opnam. Het lag niet in
+haar aard, achter haar rug iets tegen haar te doen. Zij had moed genoeg
+om haar afkeer aan haar tegenpartij duidelijk te laten merken, en zij
+had voor Charmion niet zooveel ontzag, dat zij met haar anders zou
+handelen. Zij wist dat de schilder Leonax, Barine's vader, in het hart
+van haar gezellin een bijzondere plaats had gehad, maar daarom behoefde
+zij toch niet partij te trekken voor de vrouw die haar, haar eigen
+nicht, den man ontfutseld had, dien zij&mdash;haar tante wist daarvan&mdash;van
+haar kindsheid af had liefgehad.</p>
+
+<p>Wat Charmion betrof, zij had zooeven een lang gesprek met haar broeder
+gehad en in het paleis gehoord dat Barine midden in den nacht bij de
+Koningin was geroepen. Vast overtuigd, <span class="pagenum" title="166">&nbsp;</span><a id="p_166"></a>dat de jonge vrouw, die heden al
+zoo velerlei geluk en ongeluk ondervonden had, niets goeds te wachten
+stond, was zij ook in de wachtzaal gekomen. Haar goedig, niet meer
+jeugdig gelaat, dat door het grijze haar zoo eenvoudig en aardig werd
+omlijst, was op dat oogenblik voor Barine, wat het toewenkende land voor
+den schipper in nood is.</p>
+
+<p>Al de stormen harer ziel, alle gevoel van bitterheid en leed kwam tot
+rust, en als een beangst kind dat op haar moeder toeloopt, ging zij de
+zuster van haar vriend tegemoet. En Charmion zag haar dadelijk aan wat
+er leefde in hare ziel. Haar in dit paleis en in deze omgeving te
+kussen, ging niet aan; maar om Iras te toonen dat zij bereid was hare
+beschermende hand te houden boven deze vervolgde vrouw, drukte zij de
+dochter van haar vriend tegen zich aan. Barine zag met een smeekenden
+om redding vragenden blik naar haar op, en fluisterde met tranen in
+de oogen: »Help mij, Charmion. Met woorden en blikken heeft zij mij
+gekweld, beleedigd, vernederd&mdash;zoo wreed, zoo boosaardig! Help gij mij,
+ik kan het niet langer uithouden!&rdquo;</p>
+
+<p>Charmion schudde het vriendelijke hoofd en vermaande haar met zachte
+stem zich te beheerschen. Zij moest bedenken, dat zij Iras ook haar
+geliefde ontnomen had. Wat het haar ook kosten moest, zij mocht geen
+enkelen traan meer storten. De Koningin was genadig. Zij, Charmion zou
+haar bijstaan. Het voornaamste waar het op aan kwam was zich aan
+Cleopatra te toonen zooals zij was, niet zooals de laster haar
+afgeschilderd had. Zij moest haar maar antwoorden, alsof zij of
+Archibius haar ondervroeg.</p>
+
+<p>Zij streek haar daarbij met moederlijke teederheid over voorhoofd en
+oogen, en het was de jonge vrouw alsof de goedheid zelve den storm in
+hare ziel had doen bedaren. Alsof zij uit een boozen droom ontwaakte,
+zag zij rond, en eerst nu bemerkte zij in welk een rijk versierd vertrek
+zij zich bevond, welke goedkeurende blikken de jongelingen van de
+Macedonische lijfwacht op haar wierpen, en hoe gezellig het vuur
+brandde in den schoorsteen. Het gehuil van den storm versterkte nog het
+welbehagelijk gevoel van onder een veilig dak te zijn, en Iras die den
+»binnenleider&rdquo; aan de deur iets toefluisterde, scheen haar nu niet meer
+een stekende doorn, of een booze kwelgeest, maar een schoone vrouw, die
+haar weliswaar afstootte, maar die zij dan ook zelve het grootste kwaad
+had aangedaan dat men een vrouwenhart aan doen kan. Ook dacht zij nu
+weder aan haar gewonden minnaar tehuis, en hoe zijn hart, wat er ook
+gebeuren zou, aan haar alleen, en niet aan die andere toebehoorde. En
+eindelijk viel haar nog in, hoe Archibius het kind <span class="pagenum" title="167">&nbsp;</span><a id="p_167"></a>Cleopatra beschreven
+had, en deze herinnering wekte de overtuiging dat de alvermogende vrouw
+haar noch wreed noch onrechtvaardig bejegenen zou, en dat het voor een
+deel in haar eigen macht stond, haar voor zich in te nemen. Charmion was
+immers ook een vertrouweling der Koningin, en zoo de handelwijze van
+Iras en Alexas haar vrees had moeten aanjagen, dan mocht de hare haar
+met vertrouwen vervullen.</p>
+
+<p>Dat alles vloog met bliksemsnelheid door haar brein. Zij had dan ook
+niet veel tijd tot nadenken meer, want reeds toen zij haar hoofd aan de
+borst van haar beschermster neergevlijd had, was de »binnenleider&rdquo; in de
+kamer gekomen, met de aankondiging: »Binnen weinige minuten zal hare
+doorluchtige Majesteit de opgeroepenen verwachten!&rdquo;</p>
+
+<p>Spoedig daarop verscheen een kamerdienaar, en wenkte met een pluim van
+struisvederen. Nu gingen zij onder geleide der hofbeambten, door eenige
+helder verlichte, prachtig getooide zalen.</p>
+
+<p>Barine liep weder recht op en met verruimde borst voort. Daar gingen de
+hooge, breede vleugeldeuren van ebbenhout open, tegen welker dofzwart
+het ivoor der ingelegde tritonen, zeemeerminnen, schelpen, visschen en
+zeemonsters zoo fraai uitkwam. Een schitterende aanblik <ins class="corr" id="corr88" title="Bron: verrastte">verraste</ins> haar:
+de zaal, die Cleopatra tot hare ontvangst had uitgekozen, was geheel en
+al bedekt met de meest verschillende soorten van zeegewassen, van de
+schelp af tot de koraal en de zeester toe.</p>
+
+<p>Op den achtergrond van de zaal bevond zich een diepe grot, gevormd door
+een hoog en breed gebouw in druipsteenvorm, van natuurlijke rotsblokken
+opgetrokken. Daaruit kwam het reusachtig groote hoofd van een monster
+te voorschijn en zijn wijd geopende muil vormde den haard in den
+schoorsteen. Daar brandde een vroolijk vuur van welriekend Arabisch
+hout; uit de robijnglasoogen van den draak straalde een roodachtige
+gloed, en smolt in de zaal samen met het licht der witte en rooskleurige
+lampen, in den vorm van lotosbloemen, die tusschen gouden en zilveren
+ranken en bosjes riet aan den muur en de zoldering bevestigd waren.
+Zij vulden de groote ruimte met dat zachte licht, welks rozenroode
+weerschijn de zachte gelaatstint van Cleopatra bijzonder voordeelig deed
+uitkomen.</p>
+
+<p>Eenige oppervoorsnijders, schenkers, jachtmeesters, ceremoniemeesters,
+kamerdienaars, vrouwen die tot den dienst in het paleis behoorden,
+eunuchen en andere hofbeambten wachtten hier de Koningin op, en de pages
+van het Macedonische kadettencorps der »Koninklijke knapen&rdquo; stonden
+slaapdronken en met gebogen hoofd om den kleinen troon van goud, koralen
+en barnsteen, tegenover den schoorsteen, waarop de Koningin zou plaats
+nemen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="168">&nbsp;</span><a id="p_168"></a></p>
+
+<p>Barine had deze prachtige zaal en andere in het Sebasteum die nog
+schitterender waren, vroeger reeds gezien; vandaar dat zij door al deze
+praal geenszins van haar stuk werd gebracht. Alleen zou zij gewenscht
+hebben, dat er niet zooveel hovelingen om haar heen waren. Zou Cleopatra
+van plan zijn, haar ten aanzien van al die mannen, vrouwen en
+jongelingen in het verhoor te nemen?</p>
+
+<p>Zij was nu niet bang meer, maar toch klopte haar hart sneller dan
+anders. Het was hetzelfde gevoel dat zij als aankomend meisje gehad had,
+wanneer men haar vroeg om voor vreemden te zingen.</p>
+
+<p>Eindelijk hoorde zij deuren opengaan, en door een onzichtbare hand werd
+rechts van haar het zwarte <ins class="corr" id="corr89" title="Bron: voorhansel">voorhangsel</ins> ter zijde geschoven.
+Zij verwachtte den Regent, den zegelbewaarder en de geheele rijk
+uitgedoste legerschaar te zien, in wier gezelschap de Koningin zich bij
+plechtige gelegenheden altijd in deze staatsiezaal vertoonde. Waarom zou
+zij die anders tot het tooneel van dit nachtelijk verhoor gekozen
+hebben?</p>
+
+<p>Maar wat was dat? Terwijl zij nog terugdacht aan haar optreden bij het
+Adonisfeest, ging het voorhangsel reeds weder dicht. De hovelingen,
+die om den troon stonden, richtten zich op; de pages vergaten hunne
+vermoeidheid, en alle tegelijk riepen luide den Griekschen welkomstgroet
+uit, waarmede de Aegyptenaars gewoon waren hun beheerschers in te halen:
+»Leven, heil, gezondheid!&rdquo;</p>
+
+<p>Die vrouw van middelbare grootte, die zij vóór het voorhangsel zag, en
+die haar nu, terwijl zij alleen en los van hare omgeving de ruime zaal
+doorschreed, kleiner voorkwam dan vroeger in het bonte gewemel bij het
+Adonisfeest, moest wel de Koningin zijn!</p>
+
+<p>Ja, zij was het! Iras stond reeds naast haar, en Charmion ging haar
+met den »binnenleider« tegemoet. De vrouwen beijverden zich om haar
+te bedienen. Iras nam haar den purperen mantel met den zwarten rand
+waarop de gouden draken geborduurd waren, van de schouders. Welk een
+kostbaar meesterstuk van weefkunst moest dat zijn! In Barine's geest
+verdrong zich nu achtereenvolgens alles, waartegen zij zich zou moeten
+verdedigen; en toch voelde zij onder dat alles ook even den dwazen, echt
+vrouwelijken wensch bij zich opkomen, om één oogenblik dien prachtigen
+mantel van nabij te mogen zien en betasten. Maar Iras legde hem reeds
+over den arm van eene der vrouwen, en nu zag Cleopatra om, en ging met
+jeugdigen, veerkrachtigen tred naar den troon toe. Daar kreeg Barine
+weder dat gevoel van angst, dat zij zich nog uit vroegere jaren
+herinnerde, maar tegelijkertijd viel haar ook weder in wat <span class="pagenum" title="169">&nbsp;</span><a id="p_169"></a>Archibius
+had verhaald van den Epicuristen-tuin, evenals zijne verzekering, dat
+ook zij stellig warme geestdrift voor de Koningin zou voelen indien er
+niets storends tusschen beide gekomen ware. Bestond er dan werkelijk zoo
+iets storends?</p>
+
+<p>Neen! niet anders dan in de jaloersche phantasie van Cleopatra. Zoo
+zij haar wilde vergunnen zich uit te spreken, dan zou zij hooren dat
+Antonius even weinig naar haar had gevraagd, als zij naar den jongen
+Cæsarion. Waarom zou zij haar niet bekennen dat haar hart een ander
+toebehoorde? Zij behoefde immers ook zijn naam niet te verzwijgen. Het
+was Iras' eigen schuld, wanneer zij dien nu zonder mededoogen in haar
+bijzijn uit moest spreken.</p>
+
+<p>Thans richtte Cleopatra zich tot den »binnenleider,&rdquo; en wees op den
+troon en allen die daar om heen stonden. Ja, wel was zij schoon! Hoe
+helder en rustig was de blik uit haar groote, glanzende oogen, in
+weerwil van de droeve dagen die zij pas had doorleefd, en den
+doorwaakten stormnacht.</p>
+
+<p>De goede ontvangst die haar plan tot redding bij de raadslieden
+gevonden had, hield de Koningin nog steeds in opgewekte stemming en met
+zachtmoedige gevoelens en bedoelingen kwam zij Barine tegemoet. Ook had
+zij, in plaats van de zaal, die Iras voor deze bijeenkomst had bestemd,
+een vriendelijker vertrek gekozen, want zij had voor iedere stemming
+een bepaalde omgeving noodig. Zoodra zij bemerkte hoe vele hovelingen
+zich om den troon hadden geschaard, gaf zij bevel die te laten gaan.
+De »binnenleider&rdquo; had hen uit eigen beweging, en om te voldoen aan de
+gewone vormen, naar de gehoorzaal doen komen; maar hunne aanwezigheid
+gaf aan deze samenkomst iets vormelijks, dat de Koningin op dit
+oogenblik hinderde. Zij wilde <ins class="corr" id="corr90" title="Bron: sleehts">slechts</ins> een onderzoek instellen,
+nog geen vonnis spreken.</p>
+
+<p>In zulke goede uren gevoelde zij behoefte genadig te zijn. Misschien
+had zij zich toch zonder reden ten opzichte van deze vrouw verontrust.
+Dit hield zij nu zelfs voor waarschijnlijk, want wie haar zóó liefhad
+als Antonius, kon niet naar de gunst van een ander dingen. Een kort
+onderhoud met een waardigen grijsaard, den opperste der wichelaars, had
+haar daarin opnieuw bevestigd; want toen deze gehoord had hoe Antonius
+haar bij Actium achterna gesneld was, had hij in geestvervoering gelaat
+en handen naar boven gericht, en haar toegeroepen: »Ongelukkige
+Koningin! Gelukkigste van alle vrouwen! Zóó vurig werd nog geene
+bemind. Zoolang men verhalen zal van het edele Troje, dat om een vrouw
+zooveel moest lijden en dat gewillig verdroeg, zoolang zal ook het
+late nageslacht met lof gedenken aan de vrouw, wier onweerstaanbare
+betoovering den grootsten man van zijn tijd, den held der helden, dwong
+om overwinning <span class="pagenum" title="170">&nbsp;</span><a id="p_170"></a>en roem en de hoop op de wereldheerschappij als nietige
+beuzelarij te versmaden.&rdquo;</p>
+
+<p>De oude, wijze waarzegger had gelijk: het nageslacht, voor welks oordeel
+zij eenmaal had gebeefd, zou haar prijzen als de vurigst beminde, de
+begeerenswaardigste van alle vrouwen.</p>
+
+<p>En Marcus Antonius? Al was het de tooverkracht van den beker van
+Nektanebus geweest, die hem had gedwongen haar te volgen en den slag
+te verlaten, dan bleef toch zijn testament bestaan, waarvan Zeno, de
+zegelbewaarder, haar een afschrift had laten zien, dat hem uit Rome was
+toegezonden. »Waar hij ook sterven mocht,&rdquo; heette het daarin, »wenschte
+hij naast Cleopatra te worden begraven.&rdquo; Octavianus had dit ontnomen aan
+de Vestaalsche maagden, die het in bewaring hadden, omdat hij de harten
+der Romeinen en hunner echtgenooten daardoor met verontwaardiging tegen
+hunnen vijand vervullen wilde. Dat was hem ook gelukt; maar haar
+herinnerde nu dit geschrift, dat haar hart zijn eerste bloesems aan
+dezen man geschonken had; dat de liefde tot hem de zonneschijn van haar
+leven was geweest.</p>
+
+<p>Zoo had zij dan met opgeheven hoofd den drempel overschreden van de
+zaal, waarin zij de vrouw ontmoeten wilde, die zich vermeten had onkruid
+te zaaien in haar tuin. Zij wilde aan dit onderhoud slechts weinig tijd
+wijden, doch zij zag het tegemoet met het welbehagen van een sterke, die
+zeker is van zijne overwinning. Zoodra zij bij den troon gekomen was,
+verliet het gevolg de zaal, en niemand bleef achter dan Charmion en
+Iras, de zegelbewaarder Zeno en de »binnenleider.&rdquo;</p>
+
+<p>Cleopatra wierp een vluchtigen blik op den zetel, en een onderdanig
+handgebaar van den hoveling noodigde haar uit, daarop plaats te nemen;
+doch zij bleef staan en zag Barine aan.</p>
+
+<p>Was het de gekleurde glans uit de robijnglas-oogen van den draak aan den
+schoorsteen, die nu dien rooden gloed over Cleopatra's wangen wierp?
+Zeker is het, dat het de schoonheid verhoogde van haar gelaat, dat thans
+maar al te vaak, wanneer het blanketsel niet te hulp kwam, vaal en
+kleurloos was; en Barine begreep op eens de gloeiende geestdrift van
+Archibius voor deze buitengewone vrouw, toen Cleopatra haar verzocht
+naderbij te komen.</p>
+
+<p>Men kan zich onmogelijk iets innemenders voorstellen dan de
+ongekunstelde, van trotsche neerbuigendheid hemelsbreed verwijderde
+vriendelijkheid dezer machtige vorstin.</p>
+
+<p>Daar Barine allerminst zulk een ontvangst verwacht had, was zij er zeer
+door getroffen; hare oogen werden vochtig van dankbare ontroering,
+hetgeen ze een verhoogden glans schonk. Daarbij stond de blijde
+verrassing haar zoo goed, dat de Koningin vond, <span class="pagenum" title="171">&nbsp;</span><a id="p_171"></a>dat de zangeres in de
+maanden, die sedert hare eerste ontmoeting verloopen waren, nog veel
+schooner was geworden.</p>
+
+<p>Hoe jong was de beschuldigde dan ook nog! Cleopatra ging vluchtig na,
+hoeveel jaren Barine als gade van Philostratus, en daarna aan het hoofd
+van een veel bezocht gastvrij huis moest hebben doorleefd, en zij
+kon het uiterlijk van dit jeugdige, frissche schepseltje maar niet
+overeenbrengen met de uitkomst van deze berekening. Ook kon men niet
+ontkennen dat in de geheele verschijning der schildersdochter iets
+voornaams was, dat haar verraste. Dat zag men zelfs aan haar kleeding,
+en toch had Iras haar midden in den nacht in haar rust gestoord, en haar
+zeker geen tijd gelaten om aandacht te schenken aan haar uiterlijk.</p>
+
+<p>Zij had gedacht bij deze vrouw, van wie men haar had gezegd dat zij zoo
+vele mannen tot zich trok, iets uittartends te vinden, iets dat niet
+fijn beschaafd was, maar daarvan kon haar bitterste vijand zelfs geen
+spoor bij haar ontdekken. Integendeel; de verlegenheid die zij nooit
+geheel overwonnen had, gaf haar iets jonkvrouwelijk schuchters. Alles
+bij elkaar genomen was Barine een bekoorlijk wezen, dat de mannen
+stellig aantrok door vroolijkheid, bevalligheid en haar heerlijk gezang,
+en niet door behaagzucht en driestheid. Dat zij ook door geestesgaven
+uitmuntte geloofde Cleopatra niet. Slechts één ding had Barine op
+haar vóór: haar jeugd. De tijd had aan deze vrouw nog niets van de
+betoovering daarvan ontroofd, maar aan haar zelve reeds veel; hoe veel,
+dat wisten alleen zij zelve en hare vertrouwde vriendinnen. Doch op dit
+uur miste zij dat niet.</p>
+
+<p>Barine trad nader met een diepe, eerbiedige buiging voor de Koningin, en
+deze begon het gesprek met een vriendelijke verontschuldiging van het
+late uur, waarin zij haar bij zich had doen komen. »Doch,&rdquo; ging zij
+voort, »gij zijt immers een van die filomeelen, die juist in den nacht
+het liefst en schoonst aan anderen te hooren geven, wat er in hen
+omgaat.&rdquo;</p>
+
+<p>Een oogenblik zag Barine zwijgend naar den grond, en toen zij haar blik
+weer opsloeg, antwoordde zij zacht en nog bedeesd: »Ik kan wel zingen
+edele Koningin, doch met een vogel heb ik thans niets meer gemeen. De
+vleugels, die mij, toen ik een kind was, brachten waarheen ik wilde,
+hebben hunne kracht verloren. Het is niet, dat zij mij geheel en al den
+dienst ontzeggen, maar tegenwoordig zijn er maar enkele uren waarin ik
+ze kan uitslaan.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat had ik van uwe jeugd, die uw schoonste bezit is, niet verwacht,&rdquo;
+sprak de Koningin. »Doch het is goed zóó. Ook ik, al is het lang
+geleden, was eens een kind, en mijn verbeeldingskracht steeg in dien
+tijd hooger dan de vlucht eens adelaars. Dat mocht zij ook straffeloos
+wagen. Maar nu.... wie midden in het leven staat, doet wél de wieken
+te laten rusten. Een <span class="pagenum" title="172">&nbsp;</span><a id="p_172"></a>sterveling die zich iets anders onderstaat, komt
+licht te dicht bij de zon, en dan gaat het hem als Icarus, en het was
+smelt er van weg. Neem dit van mij aan: Voor een kind is de phantasie
+als voedzaam brood. Later moet men haar alleen als zout, kruiden, of
+opwekkenden wijn gebruiken. Wel wijst zij ons vele wegen aan, en waarop
+die uitloopen, maar van de honderd zwerftochten, waartoe zij hem roept,
+kan de mensch maar één tegelijk ondernemen. Geen lastiger parasiet wordt
+met meer volharding en stelliger afgewezen dan zij. Wie zou het die
+verstooteling daarom misduiden, wanneer zij met de jaren minder gaarne
+in onzen dienst treedt? De wijze houdt altijd een open oor voor haar,
+doch zelden leent hij haar de helpende hand. En toch, haar uit het leven
+te verbannen, zou hetzelfde zijn als aan de plant haar bloei, aan de
+roos haar geur, aan den hemel zijn sterren te ontnemen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Iets dergelijks heb ik ook dikwijls als het leven mij bedroefde, tot
+mijzelve gezegd, hoewel in minder heldere en schoone bewoordingen,&rdquo;
+hernam Barine licht blozend; want zij voelde dat deze toespraak toch wel
+bestemd was om haar te waarschuwen, voor al te hoog vliegende wenschen.
+»Maar edele vrouw, ook hierin hebben de goden u, de groote Koningin,
+boven ons allen bevoorrecht. Ons leven zou bedroevend arm worden, zonder
+de phantasie, die ons denkbeeldige goederen schenkt. Gij bezit de macht
+uzelve duizend dingen te verschaffen die ons, kleinen, alleen door de
+macht der phantasie bereikbaar voorkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij denkt,&rdquo; hervatte de Koningin, »dat het met het geluk evenzoo gaat
+als met den rijkdom, en die mensch de gelukkigste is, die den meesten
+voorspoed geniet. Ik geloof echter dat ik u spoedig genoeg het tegendeel
+zou kunnen bewijzen. Het gezegde: »hoe meer iemand heeft, des te minder
+behoeft hij te wenschen&rdquo; is ook onwaar, ofschoon hier op aarde slechts
+een bepaald aantal begeerenswaardige zaken te vinden is. Wie van de tien
+solidi die er te verdeelen zijn, er reeds één bezit, moest eigenlijk nog
+maar negen solidi's begeeren, en zou dus één wensch armer zijn dan die
+andere, die er geen heeft. Maar zóó gaat het in de wereld niet. Dat de
+goden mij met ettelijke vergankelijke gaven meer belast of bevoorrecht
+hebben dan u en vele anderen, valt niet te loochenen. Gij schijnt u
+daarvan een hoog denkbeeld te vormen. Misschien is er ook wel de eene of
+andere onder, die gij u alleen met de hulp der verbeeldingskracht zoudt
+kunnen toe eigenen. Mag ik vragen welke u het allerbegeerlijkst
+toeschijnt?&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik verzoek u,&rdquo; zeide Barine verlegen, »mij van deze keus te
+verschoonen. Uit uwen voorraad heb ik niets noodig, en wat andere zaken
+aangaat.... Er ontbreekt mij nog zooveel; het is ook niet zeker hoe het
+edelste en hoogste uit den schat van de <span class="pagenum" title="173">&nbsp;</span><a id="p_173"></a>wondervol begaafde lieveling
+der goden passen zou bij het geringe en kleine, dat ik het mijne mag
+noemen en ik weet niet....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat is een zeer gerechte twijfel,&rdquo; viel de Koningin haar in de rede.
+»Een lamme, die een paard wenschte te bezitten, ontving dat, en bij den
+eersten rit brak hij zijn nek. Het eenige&mdash;het is ook het hoogste&mdash;dat
+zeker tot gelukzaligheid leidt, laat zich niet wegschenken, en van den
+een op den ander overbrengen. Wie het verworven heeft, dien wordt het
+mogelijk in het volgende oogenblik al weder ontroofd.&rdquo;</p>
+
+<p>Die laatste zin had de Koningin zacht en nadenkend uitgesproken, doch
+Barine herinnerde zich het verhaal van Archibius en zeide op bescheiden
+toon: »Gij denkt aan het hoogste goed van Epicurus: de volmaakte rust
+der ziel.&rdquo;</p>
+
+<p>Op eens kwam er in Cleopatra's oogen een nieuw helder licht en zij vroeg
+met levendige belangstelling: »Gij kleindochter van een denker, kent gij
+ook de leer van dien meester?&rdquo;</p>
+
+<p>»Slechts oppervlakkig, groote Koningin. Mijn geest is van een geringere
+soort dan de uwe. Het kost mij moeite mij in een geheel philosophisch
+leer-gebouw tot in den kelder en de verst afgelegen kamers toe, tehuis
+te gevoelen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar hebt gij het wel eens beproefd?&rdquo;</p>
+
+<p>»Veeleer hebben anderen zich moeite gegeven mij binnen te leiden in de
+Stoa. Het meeste ben ik vergeten, maar één ding is mij bijgebleven, en
+ik weet wel waarom: het behaagde mij.&rdquo;</p>
+
+<p>»En wat is dat <ins class="corr" id="corr91" title="Bron: éene">ééne</ins>?&rdquo;</p>
+
+<p>»Het is het gebod om verstandig te leven, dat is: zóó als onze eigen
+natuur ons voorschrijft. Het bevel, om alles te vermijden wat in
+tegenspraak is met de eenvoudige manier van doen, die ons oorspronkelijk
+eigen is, trok mij aan, en overal waar ik iets gekunstelds, gemaakts,
+opgesierds zag, daar voelde ik mij afgestooten. Uit al de lessen van
+mijn grootvader leidde ik deze wet af: dat ik voor mijzelve en alle
+verstandige lieden niets beters kon doen dan, voor zoover het leven
+toelaat, zoo te blijven als ik als kind was geweest, eer ik nog het
+eerste woord van philosophie gehoord en den dwang gevoeld had, dien de
+samenleving en hare vormen ons opleggen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dus ook dáártoe komt men door de Stoa?&rdquo; riep de Koningin opgewekt uit,
+en terwijl zij zich naar de deelgenoot van haar eigen studies keerde,
+voegde zij er bij: »Hebt gij het gehoord, Charmion? Ware het ons maar
+gelukt, de redelijkheid en ongestoorde, doelmatige orde van het leven
+in de wereld te erkennen, waaraan de Stoa, die zooveel verkeerds,
+ziekelijks, tot tegenspraak uitlokkends eischt, bijna al het andere
+vastknoopt. Hoe kan ik, om verstandig te leven, doen als de natuur,
+wanneer <span class="pagenum" title="174">&nbsp;</span><a id="p_174"></a>ik in haar worden, zijn en werken, zooveel ontmoet wat met mijn
+menschelijke rede, die een deel der goddelijke is, zoo beslist in
+tegenspraak is?&rdquo;</p>
+
+<p>Hier hield zij op, en haar gelaat veranderde plotseling van uitdrukking.
+Zij was dicht naar Barine toe gegaan, en toen zij tegenover haar stond,
+was haar blik op den gesneden steen gevallen, die haar bovenarm
+versierde.</p>
+
+<p>Was het dit gezicht, dat Cleopatra op eens zóó heftig bewoog, dat hare
+stem alle liefelijke welluidendheid verloor, toen zij ruw en misnoegd
+voortging: »Dat is dus de bronwel van al dit onheil? Reeds als kind was
+ik afkeerig van die willekeur, die verstandig moest heeten, en die in de
+wereld voor zedelijke strengheid doorgaat. Ja, dat is het! Hoort gij den
+storm wel huilen? Evenals daarbuiten, zijn er ook in de menschelijke
+natuur onweders en verwoestende vulkanen, en het eigenlijke wezen van
+een sterveling is even vol van zulke woeste krachten als de streek van
+den Vesuvius of den Etna. Wat er van komt als men daaraan toegeeft,
+daarvan zien wij hier een levend voorbeeld. Wel zeker! Den <ins class="corr" id="corr92" title="Bron: Stoicijn">Stoïcijn</ins> is
+het verboden de harmonie en de schoone orde der dingen van het leven,
+en ook die welke de staat, als bijzondere godheid, voorschrijft, te
+verstoren. Maar onze natuur te volgen waarheen zij ons ook voert&mdash;dat is
+een waagstuk, zóó gevaarlijk, dat wie de macht heeft daaraan bijtijds
+paal en perk te stellen, verplicht is dat te doen.&mdash;En ik bezit die
+macht, en ik zal er gebruik van maken!&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop ging zij met ijzeren strengheid voort: »Evenals het tot de
+eischen uwer natuur, vrouw, schijnt te behooren, dat gij alles wat man
+heet tot u lokt en doet ontvlammen, zelfs al droeg het nog niet het
+ephebengewaad, zoo lijkt het ook gesteld te zijn met uw welbehagen in
+ijdele versieringen. Of&rdquo;&mdash;en zij strekte de hand uit naar den schouder
+der jonge vrouw&mdash;»of hoe komt in dit middernachtelijk uur deze armband
+aan uw arm?&rdquo;</p>
+
+<p>Barine had met toenemenden angst de groote verandering in de houding en
+den toon der Koningin opgemerkt. Zij zag nu een herhaling van hetgeen er
+op het Adonisfeest was gebeurd, en ditmaal wist zij wat de jaloezie van
+Cleopatra opwekte. Zij, Barine, droeg een geschenk van Antonius aan haar
+arm. Doodsbleek zocht zij naar een gepast antwoord, doch vóór zij dat
+gevonden had, trad Iras op de opgewonden Koningin toe en zeide: »Deze
+armband is de wedergade van dien, welke uw doorluchtige gemaal u heeft
+vereerd. Ook deze is zeker een geschenk van Marcus Antonius, ditmaal aan
+de zangeres. Zij houdt, evenals iedereen, den edelen imperator voor den
+grootsten man van zijn tijd. Wie kan het haar dan ten kwade duiden dat
+zij <span class="pagenum" title="175">&nbsp;</span><a id="p_175"></a>zijn geschenk waardeert, en dat zelfs in den slaap niet afgelegd?&rdquo;</p>
+
+<p>Barine had bij deze woorden weder de gewaarwording alsof een doorn haar
+stak. Met hoeveel kracht echter de bitterheid van straks weder bij haar
+opwelde, toch dwong zij zich de gepaste kalmte te bewaren en spande zich
+in om een geschikt wederwoord te vinden. Maar zij vond het rechte niet,
+en zweeg.</p>
+
+<p>Wat zij gezegd had, was de waarheid. Van jongsaf had zij, zonder naar
+het oordeel der menschen te vragen, zooals de Stoïcijnsche leer haar
+voorschreef, haar eigen aard gevolgd, en dat had zij gerust kunnen doen
+omdat deze aard zuiver was, waar, op het schoone gericht, en daarbij
+vrij van die onbedwingbare, vulkanische driften, die de Koningin
+bedoelde. Die opgeruimde gemoedsgesteldheid was tevreden geweest in het
+beoefenen van haar kunst en den gezelligen omgang met mannen, die haar
+vergunden deel te nemen aan hun opgewekt geestelijk leven. Eerst op
+dezen dag had zij ondervonden, dat de eerste groote liefde van haar hart
+beantwoord werd. Thans was zij aan haar geliefde vast verbonden, en
+zij wist, rein en vrij van schuld als zij zich gevoelde, dat zij meer
+gerechtigd was achting te vorderen, ook van de strengste zederechters,
+dan de Koningin die haar <ins class="corr" id="corr93" title="Bron: vonnisde">vonniste</ins>, en die andere boosaardige
+vrouw die niet opgehouden had bij Dion met hare liefde aan te komen.</p>
+
+<p>Het smartelijke gevoel van misverstaan en onrechtvaardig veroordeeld te
+worden, paarde zich nu aan de vrees voor het schrikkelijk lot, dat de
+alvermogende vrouw, wier heldere geest nu door lage jaloezie en den wrok
+van een gekwetst moederhart beneveld werd, over haar kon doen komen, en
+deed haar geheel verstommen. Bovendien bracht haar het vijandige gevoel
+dat het gezicht van Iras bij haar opwekte, in verwarring. Twee- driemaal
+raapte zij haar geestkracht bijeen om een verklaring, een verdediging te
+beproeven, doch haar tong weigerde haar geheel en al den dienst. Toen
+Charmion eindelijk naar haar toekwam om haar toe te spreken, was het
+reeds te laat, want de vertoornde Koningin had haar den rug toegekeerd
+en Iras toegeroepen: »Zij moet op de Lochias blijven. Haar schuld is
+bewezen;&mdash;doch het komt de beleedigde partij, de aanklaagster, niet toe
+haar vonnis uit te spreken. Dat blijft overgelaten aan den rechter, in
+wiens handen wij haar stelden.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu kreeg Barine haar spraakvermogen terug. Hoe kon Cleopatra beweren
+dat zij overtuigd was van een misslag, zonder hare verdediging aan te
+hooren? Zoo zeker als zij zich onschuldig voelde, moest zij ook kunnen
+bewijzen dat zij dat was, en in deze overtuiging riep zij de Koningin
+op roerend smeekenden toon achterna: »O, mocht Uwe Majesteit niet
+heengaan zonder mij gehoord te hebben! Zoo waar ik geloof aan uwe
+<span class="pagenum" title="176">&nbsp;</span><a id="p_176"></a>rechtvaardigheid, mag ik van u vragen mij nog éénmaal het oor te
+leenen. Geef mij niet over aan de willekeur van deze vrouw die mij haat,
+omdat ik de uitverkorene ben van den man, dien zij....&rdquo;</p>
+
+<p>Hier viel de Koningin haar weder in de rede. De vorstelijke waardigheid
+verbood haar te luisteren naar de jaloersche beschuldigingen van vrouwen
+onderling, doch met het fijne gevoel, waarmede de eene vrouw de
+gezindheid der andere doorziet, hoorde zij duidelijk in den klagenden
+uitroep van Barine, dat deze oprecht geloofde, dat zij te streng
+beoordeeld werd. Zij had misschien ook reden om aan den haat van Iras te
+gelooven, en Cleopatra wist hoe haar jonge vertrouweling allen die haar
+mishaagden, zonder mededoogen vervolgde. Haar raad, om de zangeres uit
+den weg te ruimen, had zij ook reeds moeten van de hand wijzen, en
+daarvoor beefde zij ook nog altijd terug, want alles wat in haar was,
+waarschuwde haar, om hare ziel niet juist nu met een nieuwe misdaad
+te belasten, die haar rust verstoren kon. Daarbij was er in dit
+eigenaardig, bevallig schepsel veel wat haar in den aanvang had
+aangetrokken; maar de grievende gedachte, dat Antonius haar en de
+dochter van den schilder, één en hetzelfde geschenk gegeven had,
+beheerschte haar nog in zulk een mate, dat zij de uiterste grens van
+genade en zelfbeheersching meende bereikt te hebben, toen zij, zonder
+zich tot een bepaalde persoon te wenden, nog eens in de zaal uitriep:
+»Op dit verhoor zal nog een ander volgen. Als de tijd daarvoor gekomen
+is, moet de beschuldigde ter beschikking van den rechter zijn, en daarom
+blijft zij op de Lochias in verzekerde bewaring. Ik wil, dat haar geen
+leed worde gedaan. Gij zijt haar genegen, Charmion. Voorloopig vertrouw
+ik haar aan u. <ins class="corr" id="corr94" title="Bron: »"></ins>Alleen,&rdquo; voegde zij er met verheffing van stem bij,
+»vrees mijne ongenade, wanneer haar de mogelijkheid wordt gegeven het
+paleis, al is het maar voor één oogenblik te verlaten, en omgang te
+hebben met een ander, wie dat ook zij.&rdquo;</p>
+
+<p>Hierop verliet zij de zaal, en begaf zich naar hare eigen vertrekken.
+Zij had den nacht tot dag gemaakt, niet alleen om spoedig af te doen wat
+in hare oogen geen uitstel duldde, maar nog meer omdat zij sedert gruwde
+van de rustelooze uren op hare eenzame legerstede. Die wilden nooit een
+eind nemen, en zoo zij zich vroeger gaarne al de pracht en weelde te
+binnen riep waarmede zij haar leven met Antonius had omringd, zoo
+verweet zij zich nu, dat zij het geluk van haar volk roekeloos had
+verspeeld. Het tegenwoordige scheen haar ondragelijk toe, en uit de
+toekomst zag zij een heirleger droeve zorgen op haar aanstormen.</p>
+
+<p>De volgende dagen brachten allerlei bezigheden meê, en de <span class="pagenum" title="177">&nbsp;</span><a id="p_177"></a>Koningin
+sleet halve nachten op de sterrenwacht. Naar Barine had zij nog niet
+weder gevraagd. Op den vijfden avond liet zij zich door Alexas naar de
+kleine sterrenwacht brengen, die haar vader op de Lochias had doen
+oprichten. De gunsteling van Antonius wist haar daar te bewijzen dat een
+ster, die de hare sinds lang bedreigd had, de planeet was der vrouw, die
+zij nu even zorgeloos scheen vergeten te hebben, als vroeger zijne
+waarschuwing voor dezelfde vijandin.</p>
+
+<p>De Koningin gaf dit niet toe, maar hij ging vol ijver voort:</p>
+
+<p>»In den nacht na uwe terugkomst, beweest gij weder uwe goedheid in
+hare onuitputtelijke, voor ons, die niet zoo edel zijn als gij,
+onbegrijpelijke volheid. Met diepe ontroering woonden wij toen onder dat
+belangwekkend verhoor, het treffend schouwspel bij, hoe het grootste van
+alle harten zich van zijn eigen maatstaf bediende om het kleine en
+nietige te meten. Doch <ins class="corr" id="corr95" title="Bron: vóor">vóór</ins> gij tot een tweede verhoor overgaat,
+gebieden mij de toekomst-voorspellende zwervelingen daar boven, u nog
+éénmaal te waarschuwen. Iedere gelaatstrek van die vrouw was vooruit
+berekend, ieder woord had zijn bedoeling, iedere klank harer stem moest
+iets uitwerken. Wat zij ook gezegd heeft, en nog zeggen zal, het kan
+niets anders bedoelen dan mijne verhevene gebiedster te bedriegen. Nog
+is het tot geen eigenlijk verhoor gekomen. Doch als gij daartoe zult
+overgaan, dan.... Wat zal zij niet maken van de geschiedenis van Marcus
+Antonius, Barine, en de beide armbanden? Dat zal een meesterstuk
+worden!&rdquo;</p>
+
+<p>»Weet gij hoe het zich werkelijk toegedragen heeft?&rdquo; vroeg Cleopatra, en
+hare vingers sloten zich vaster om de stift, die zij in de hand hield.</p>
+
+<p>»Als dat zoo was,&rdquo; antwoordde Alexas met een veelbeteekenenden glimlach,
+»dan zou de stilzwijgende heler den steler niet mogen verraden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ook niet wanneer de bestolene, uwe Koningin, u beveelt het onrechtmatig
+verkregen goed terug te geven?&rdquo;</p>
+
+<p>»Tot mijn spijt moet ik zelfs in dat geval gehoorzaamheid weigeren; want
+zie, edele vorstin! er zijn slechts twee heldere hemellichamen, waarom
+mijn donker leven zich draait. Zou ik de maan verraden, als ik er zeker
+van ben dat ik daardoor niets uitwerk dan de warme lichtkracht der zon
+te verduisteren?&rdquo;</p>
+
+<p>»Wil dat zeggen dat uwe mededeeling mij, de zon, krenken zou?&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja, wanneer uwe groote ziel ten minste niet te hoog staat om bereikt te
+worden door de schaduwen, die vrouwen van veel geringere soort dan gij,
+met onbegrijpelijke zucht tot zelfkwelling op zich neer doen dalen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="178">&nbsp;</span><a id="p_178"></a></p>
+
+<p>»Denkt gij dat uwe woorden aangenamer worden door de sluiers die gij er
+over heen hangt? Trouwens, zij zijn doorschijnend, en hinderen het oog
+maar weinig. Gij gelooft dat mijne ziel vrij van jaloerschheid en van
+andere zwakheden van mijn geslacht zou zijn? Daarin vergist gij u. Ik
+ben een vrouw, en wil dat zijn en blijven. Zooals de Chremes van
+Terentius zegt, dat hij een mensch is, en niets wat menschelijk is hem
+vreemd, zoo aarzel ik niet mijn aandeel te bekennen in alles wat
+vrouwelijk is. Anubis heeft mij verteld van een Koningin uit den ouden
+tijd, van wie de opschriften niet mochten zeggen: »Zij,&rdquo; maar »hij
+kwam,&rdquo; of: »hij, de heerscheres, overwon!<ins class="corr" id="corr96" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> Die dwaze! Wat mij betreft,
+mijne vrouwelijkheid staat in mijn schatting niet minder hoog dan de
+kroon. Ik was vrouw, eer ik Koningin werd. De menschen knielen nu zelfs
+voor mijn ledigen draagstoel neer, maar toen ik in jonger jaren met
+Antonius in dollen overmoed, verkleed door de straten liep om een
+feestterrein uit te zoeken, toen keken de jongelingen hunne oogen naar
+mij uit, en telkens hoorde ik achter mij: »Een schoon paar menschen!&rdquo;
+Ja, dan mocht ik met fieren moed naar huis gaan. Maar er was nog iets
+grooters voor de vrouw te ondervinden. Wanneer het hart der Koningin
+troon en scepter vergat; wanneer in de heerlijke uren die door Eros
+waren gewijd, van mijn eigen ik niets overbleef dan de vrouw, dan was er
+een zaligheid te genieten, zooals de man die niet kent, daar hij enkel
+gelukkig wil zijn, terwijl wij.... Doch wat kunt gij mannen, die slechts
+vraagt en begeert, van de zaligheid van het geven en de toewijding
+weten?.... Ik ben een vrouw, en boven geen enkele aandoening van het
+vrouwengemoed verheven, want ik zou het niet willen zijn. En daarom, wat
+ik nu vraag, dat vraag ik u niet als Koningin, maar als vrouw.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als dat het geval is,&rdquo; viel Alexas in, met de hand op het hart, »dan
+legt gij mij geheel en al het stilzwijgen op; want indien ik aan de
+vrouw Cleopatra bekennen wilde wat in mijn ziel omgaat, dan zou ik
+mij aan een dubbele misdaad schuldig maken. Ik zou mijn belofte van
+geheimhouding verbreken, en den vriend verraden, die zijn verheven
+gemalin mede aan mijne bescherming heeft toevertrouwd.&rdquo;</p>
+
+<p>»Nu wordt de duisternis mij al te groot,&rdquo; antwoordde Cleopatra en hief
+daarbij trotsch het hoofd op. »Of, indien het mij behaagde den sluier op
+te lichten, dan moest ik u wijzen op de grenzen....&rdquo;</p>
+
+<p>»Die aan de Koningin zijn gesteld,&rdquo; voltooide de Syriër den volzin,
+terwijl hij onderdanig boog. »Daar ziet gij het al! Het behoort
+werkelijk tot de onmogelijkheden, de vrouw af te <span class="pagenum" title="179">&nbsp;</span><a id="p_179"></a>scheiden van de
+vorstin. Wat mij betreft, ik wil de eene niet in het harnas jagen
+tegen den al te vermetelen vereerder, en tegelijk jegens de andere de
+verschuldigde gehoorzaamheid in acht nemen. Daarom verzoek ik u, van den
+armband en al wat daar pijnlijks aan verbonden is, op iets anders over
+te gaan. Wellicht zal de schoone Barine zelve u dat alles nog eens
+bekennen, en voegt zij er dan nog bij, hoe zij den beminnelijken zoon
+van den grootsten aller mannen en de bewonderenswaardigste aller
+moeders, den jongen koning Cæsarion, in hare netten gevangen heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>De oogen der Koningin begonnen te fonkelen, en misnoegd riep zij uit:
+»Zooeven zag ik den knaap als van demonen bezeten. Hij wilde het verband
+van zijn wond rukken, indien men hem de vrouw, die bij beminde, niet
+gunde. Het ligt voor de hand aan een tooverdrank te denken, en zijn
+gouverneur wijt natuurlijk alles aan magische kunsten. Charmion
+verzekert daarentegen dat zijne bezoeken de verleidster verdroten en
+haar zelfs beangstigd hebben. Alleen door een streng verhoor zal daarin
+licht te krijgen zijn. Wij zullen eerst de terugkomst van den imperator
+afwachten. Denkt gij, dat hij weder de zangeres zal bezoeken, als hij
+terug is? Gij zijt het meest in zijn vertrouwen. Beoogt gij zijn
+welzijn, en is u ook aan mijne gunst iets gelegen, dan aarzelt gij nu
+niet langer en beantwoordt mijn vraag.&rdquo;</p>
+
+<p>De Syriër liet het voorkomen alsof hij het na een moeielijken inwendigen
+strijd eindelijk met zichzelf eens geworden was, en gaf met vastheid ten
+antwoord: <ins class="corr" id="corr97" title="Niet in Bron.">»</ins>Zeker en stellig zal hij Barine bezoeken, wanneer gij hem
+daarvan niet terughoudt. Alles zou zeker op de allereenvoudigste manier
+uitgemaakt worden, wanneer men....&rdquo;</p>
+
+<p>»Nu?&rdquo;</p>
+
+<p>»Wanneer men hem dadelijk bij zijn landing meedeelde dat zij niet meer
+te vinden is. Ik zelf zou bijzonder gaarne deze opdracht van mijn
+koninklijke Zon ontvangen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En denkt gij dat het een weinig het licht van uwe maan benevelen zou,
+indien hij haar hier te vergeefs zocht?&rdquo;</p>
+
+<p>»Even zeker als het tegendeel het geval zou zijn, indien hij de
+onvergelijkelijke heerlijkheid zijner Zon steeds zoo dankbaar besefte
+als zij het verdient. Zoo lang Helios aan den hemel prijkt, duldt hij
+geen andere sterren naast zich. Zijn glans dooft dien van alle anderen
+uit. Mijne Zon gebiedt, en het kleine sterretje Barine verdwijnt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Houd op! Nu weet ik wat gij bedoelt. Maar een menschenleven is niet zoo
+gering te tellen, en deze vrouw heeft een moeder. Daarom moet ik eerst
+overwegen en bepeinzen of er <span class="pagenum" title="180">&nbsp;</span><a id="p_180"></a>ook nog iets anders is dan dit uiterste
+redmiddel. Het moet met allen mogelijken spoed en met goeden wil
+geschieden.... Maar ik.... Nu, terwijl het lot van mijn land, van
+mijzelve en mijne kinderen op het spel staat, nu geen kwartieruurs
+mijzelve toebehoort, en er geen eind komt aan het schrijven en
+raadplegen, mag ik mijn tijd niet met dergelijke dingen verbeuzelen.
+De werkzame geest....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dien moet het vergund zijn zich ongehinderd op zijn vleugelen te
+verheffen,&rdquo; riep de Syriër met vuur. »Laat de oplossing van kleinere
+vraagstukken gerust aan vertrouwde vrienden over.&rdquo;</p>
+
+<p>Hier werden zij gestoord door den »binnenleider&rdquo; die de komst van den
+Regent Mardion meldde. Hij liet zeggen, dat hij kwam voor zaken, die
+geen uitstel konden lijden, ofschoon het reeds zoo laat was.</p>
+
+<p>Alexas geleidde de Koningin in het tablinum, waar zij den eunuch reeds
+vonden. Een slaaf droeg hem een zak vol briefrollen na, die hem zooeven
+gebracht waren door twee boden uit Syrië. Daar waren eenige onder,
+die onmiddellijk moesten beantwoord worden. Met hem wachtten ook
+de zegelbewaarder en de Exegeet. Deze waren zoo laat gekomen om te
+overleggen, welke maatregelen er moesten genomen worden tegenover de
+opgewonden burgerij. Den vorigen dag hadden allen die op de vloot waren
+overgebleven, op versierde schepen alsof er een overwinning was behaald,
+hun intocht in de haven gedaan. Eerst waren de terugkeerenden luide
+toegejuicht, maar met de snelheid van den wind had zich de tijding van
+de nederlaag bij Actium verspreid. Thans waren er samenrottingen onder
+de menigte; vóór het Sebasteum waren al allerlei bedreigingen geuit; op
+het Serapeumplein had men de hulp der troepen moeten inroepen, en er was
+reeds bloed gevloeid.</p>
+
+<p>Daar lagen de briefrollen. De zegelbewaarder maakte de opmerking dat ook
+voor het kanaal nieuwe volmachten noodig waren, en de Exegeet verzocht
+dringend om een beslist antwoord.</p>
+
+<p>»Het is wel veel!&rdquo; mompelde Cleopatra bij zich zelve. Maar daarna
+richtte zij zich hooger op, en riep: »Welaan dan, aan het werk!&rdquo;</p>
+
+<p>Doch Alexas liet het daartoe nog zoo spoedig niet komen, want hij
+naderde ootmoedig, en terwijl zij zich aan de groote schrijftafel zette,
+fluisterde hij: »En kan mijn hooge gebiedster onder al die gewichtige
+zaken nog tijd en denkkracht verspillen aan die rustverstoorster? Uwe
+goddelijke Majesteit lastig te vallen met deze beuzeling, is misdaad,
+maar zij moet worden gepleegd, want als deze zaak onafgedaan blijft, dan
+kan uit het sijpelende beekje een bergstroom worden....&rdquo;</p>
+
+<p>Cleopatra, wier blik juist op een noodlottigen brief van Koning <span class="pagenum" title="181">&nbsp;</span><a id="p_181"></a>Herodes
+gevallen was, keerde haar gelaat ten halve naar den gunsteling van haar
+gemaal, en riep met gloeiende wangen hem enkel toe: »aanstonds.&rdquo;</p>
+
+<p>Vervolgens liep zij den brief vluchtig door, schoof dien driftig ter
+zijde, en liet den wachtenden Alexas gaan, met den ongeduldigen uitroep:
+»Zorg gij dan maar voor het verhoor, en wat daarbij behoort. Geen
+onrechtvaardigheid, maar ook geen ongepaste goedertierenheid. Ik zal
+zelf nog een blik slaan in deze onaangename zaak, eer de imperator
+terugkeert.&rdquo;</p>
+
+<p>»En de volmacht?&rdquo; vroeg de Syriër weder met een diepe buiging.</p>
+
+<p>»Die hebt gij. Hebt gij iets op schrift noodig, wend u dan tot Zeno.
+In een rustiger uur spreek ik u weder.&rdquo;</p>
+
+<p>De Syriër trok zich terug, doch Cleopatra keerde zich tot den eunuch
+en riep gloeiend van opgewondenheid, terwijl zij op den brief van den
+Koning der Joden wees: »Hebt gij ooit schandelijker ondankbaarheid
+gezien? De ratten denken dat het schip zinkt, en dat het voor hen tijd
+wordt het te verlaten. Als wij er in slagen het boven water te houden,
+dan komen zij bij troepen terug, en dat moet, moet, moet geschieden,
+ter wille der zelfstandigheid van dit dierbare land... En de kinderen,
+de kinderen!&mdash;Alle krachten moeten worden ingespannen, alle middelen
+uitgedacht en gebruikt. Op ieder wankelend vertrouwen zullen wij zoolang
+hameren, totdat het aan het harde staal der zekerheid gelijk wordt.
+Wij zullen de nachten veranderen in dagen. Het kanaal zal onze vloot
+behouden, in Afrika zal Marcus Antonius zeker Pinarius Scarpus vinden
+met nog versche, trouwe legioenen. De zwaardvechters zijn ook op onze
+hand. Die zullen wij gemakkelijk voor ons winnen, en nog allerlei andere
+gedachten dwarrelen in mijn hoofd. Maar eerst naar de Alexandrijnen.
+Geen geweld!&rdquo;</p>
+
+<p>Nu volgde nog het ééne bevel op het andere, en zij beloofde, als het
+noodig was zich aan het volk te zullen vertoonen.</p>
+
+<p>De Exegeet aanvaardde vol bewondering hare heldere en verstandige
+opdrachten. Nadat hij zich met zijn metgezellen verwijderd had, richtte
+de Koningin zich weder tot den Regent, en zeide: »Het was toch goed,
+dat wij hen eerst verblijdden met dit bericht van de overwinning. De
+onverwachte ongelukstijding zou hen, ik weet niet tot welke waanzinnige
+daad hebben gebracht. Ontgoocheling is een meer alledaagsche pijn,
+waartegen minder sterke middelen reeds helpen. Buitendien was hier veel
+te regelen, vóór zij wisten dat ik er reeds was. Wat hebben wij niet al
+ten uitvoer gebracht, Mardion! Maar ik heb mij dan ook nog niet eens
+recht het genot van mijn kinderen gegund! Mijn oudste vrienden, zelfs
+Archibius, moest ik afschepen met <span class="pagenum" title="182">&nbsp;</span><a id="p_182"></a>de belofte van later met hem te
+zullen spreken. Als hij terugkomt, moet hij bij mij worden toegelaten.
+Ik heb reeds last daartoe gegeven. Hij kent Rome. Ik moet hem hooren
+over de zaken, die ik behandeld wil hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>Plotseling overviel haar een huivering; zij drukte de hand tegen het
+voorhoofd en riep: »Octavianus de overwinnaar, Cleopatra de overwonnene!
+Ik, die voor Cæsar alles was, genade afbedelend van zijn erfgenaam! Ik,
+ik een smeekeling voor den broeder van Octavia! Doch neen, neen!.... Er
+zijn nog honderd manieren mogelijk om zoo iets vreeselijks te voorkomen.
+Wie het veld wil dwingen vruchten voort te brengen, moet echter vlijtig
+graven, water scheppen, ploegen en zaaien. Aan het werk dus, aan het
+werk!.... Als Antonius terugkomt, moet hij alles gereed vinden. Bij den
+eersten goeden uitslag krijgt hij zijn verloren kracht tot handelen
+terug. Ik heb dien brief dààr reeds doorgevlogen terwijl ik met den
+magistraat der stad sprak.... nu zal ik het antwoord dicteeren.&rdquo;</p>
+
+<p>En zoo zaten zij te lezen en te schrijven, liet zelve schrijven,
+luisterde, gaf antwoord en deelde bevelen uit, totdat het licht werd
+in het Oosten, de morgenster verbleekte, en de afgematte Regent haar
+dringend verzocht te denken aan haar eigen kracht en zijn jaren, en hem
+eenige uren rust toe te staan.</p>
+
+<p>Toen liet zij zich eindelijk naar haar slaapvertrek leiden, waar het zoo
+donker mogelijk gemaakt was. Ditmaal sloot een zoete, droomlooze slaap
+spoedig haar oververmoeide oogen, en hield die gesloten, totdat zij
+gewekt werd door het luide geschreeuw der menigte, die gehoord had dat
+de Koningin teruggekeerd was, en daarom naar de Lochias was geijld.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN19" href="#FNa19" class="label"><sup>19</sup>)</a> Hofmaarschalk.</div>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p><span class="pagenum" title="183">&nbsp;</span><a id="p_183"></a></p>
+
+<h2><a id="DERTIENDE_HOOFDSTUK"></a>DERTIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Gedurende dezen rusttijd waren Iras en Charmion bij afwisseling in de
+nabijheid der Koningin gebleven. Toen zij opstond bood de jongste van de
+twee haar de behulpzame hand. Tot den avond toe mocht zij zich weiden
+aan hare meesteres, want de gezellin, die haar de laatste dagen zoo in
+den weg stond, zou eerst dan terugkeeren. Vóór dat Charmion heenging,
+had zij intusschen gezorgd dat hare vertrekken, waarin Barine, op
+aanwijzing der Koningin behandeld werd als een welkome gast, goed werden
+bewaakt.</p>
+
+<p>De bevelhebber der Macedonische jongelings-lijfwacht, die vele jaren
+geleden vergeefs naar hare hand had gedongen, en eindelijk haar
+trouwste, welmeenendste vriend geworden was, had de taak op zich genomen
+Barine zorgvuldig te bewaken.</p>
+
+<p>Toch had Iras zich den slaap harer gebiedster en de afwezigheid harer
+oudere mede-kamervrouw ten nutte weten te maken. Zij had gehoord dat de
+vertrekken van deze, en daardoor ook Barine zelve, ongenaakbaar voor
+haar waren. Vóór zij iets tegen de gevangene ondernemen kon, moest zij
+ook eerst allerlei dingen met Alexas bespreken. Nu hare verwachting haar
+mededingster in het stof vernederd te zien, niet was vervuld, was haar
+jaloersche wrok in haat veranderd, en al was zij Charmion's nicht, een
+deel daarvan bracht zij op deze over, omdat zij zich beschermend
+geplaatst had tusschen haar en haar slachtoffer.</p>
+
+<p>Zij had den Syriër bij zich ontboden, maar hij was ook eerst laat ter
+rust gegaan, en liet nu lang op zich wachten. De ontvangst, die hem
+door het ongeduldige meisje was bereid, kon dan ook in het begin alles
+behalve hartelijk heeten, maar spoedig werd zij vriendelijker jegens
+hem.</p>
+
+<p>Vooreerst beroemde Alexas er zich op, dat hij de Koningin had overreed
+om Barine op genade of ongenade aan hem over te leveren. Wanneer hij
+haar des middags in het verhoor nam en schuldig bevond, dan kon niets
+hem verhinderen haar des <span class="pagenum" title="184">&nbsp;</span><a id="p_184"></a>avonds den giftbeker te laten drinken of te
+doen worgen. Maar die zaak was gevaarlijk, daar de aanhangers der
+zangeres vele in getal en niet van macht ontbloot waren. In den grond
+wenschte Cleopatra zeker niets vuriger dan zich van de gevaarlijke
+mededingster te ontslaan, maar hij kende de grooten der aarde. Als hij
+krachtig optrad en er spoedig een eind aan maakte, dan zou de Koningin,
+ter wille van haar goeden naam, de daad op zijne verantwoording stellen.
+Op Antonius viel niet te rekenen, en van diens gunst hing al zijn wel en
+wee af. De terechtstelling der zangeres van het laatste Adonisfeest kon
+op het Alexandrijnsche volk de allergevaarlijkste uitwerking hebben. Het
+was toch al zoo verontwaardigd en zijn broeder, die het volk goed kende,
+had gezegd: hier verging het van rouw, en dáár was het op het punt in
+dolle woede een bloedig oproer te verwekken. Van dit gepeupel kon men
+alles verwachten; doch Philostratus verstond ook de kunst het tot
+allerlei over te halen, en hij had zich te voren van zijn hulp
+verzekerd.</p>
+
+<p>Inderdaad, het werk der verzoening was Alexas goed gelukt. In den tijd
+toen de improvisator met Barine gehuwd was, had zij haar zwager den
+toegang tot haar huis ontzegd en haar echtgenoot was met zijn broeder
+die zijn vrouw voor zich begeerde, in onmin geraakt. Nadat deze echter
+zoo hoog was gestegen in de gunst van Antonius, en door diens altijd
+geopende hand met goud was overladen, was Philostratus weder naar hem
+toe gekomen om zijn deel te eischen van dien pas verkregen rijkdom. En
+de bron, waaruit Alexas putte, vloeide zoo rijkelijk, dat het geven den
+gunsteling in het geheel niet zwaar viel. Beiden waren even gewetenloos
+als verkwistend, en bij hen werd de waarheid gestaafd, dat lage naturen
+er altijd een pad op na houden, dat de tweedracht overbrugt. Is dat van
+goud, dan wordt dat het spoedigste betreden. Zoo was het dan ook hier,
+en in de laatste dagen had dat pad een bijzondere vastheid verkregen,
+want wederkeerig hadden zij elkander noodig.</p>
+
+<p>Alexas wenschte Barine te bezitten, terwijl Philostratus zich niet meer
+om haar bekommerde. Daarentegen haatte hij Dion met zulk een fellen
+dorst naar wraak, dat hij om dien te lesschen, zelfs de hoop op nieuwe
+veroveringen zou hebben prijsgegeven. De vernedering, die hem door den
+hoogmoedigen Macedonischen edelman aangedaan was, en de smaad, waarmede
+hij door zijn schuld was bedekt, lieten hem evenmin rust als lasterende
+vervolgers, en hij voelde dat hij zich van hen slechts tegelijk met
+den veroorzaker daarvan, kon ontdoen. Zonder zijn broeder had hij zich
+moeten vergenoegen met hen door zijne lastertong te benadeelen; met den
+steun van diens veelvermogenden bijstand kon hij hem veel erger dingen
+aandoen, ja zelfs <span class="pagenum" title="185">&nbsp;</span><a id="p_185"></a>de vrijheid en het leven benemen. Daarom hadden zij
+zooeven een afspraak gemaakt, waarbij Philostratus op zich nam het volk
+te verzoenen met alles wat Barine zou worden aangedaan, terwijl de ander
+beloofd had zijn broeder te helpen om een bloedige wraak te nemen op
+Dion.</p>
+
+<p>Met den dood van Barine zou Alexas niet gediend zijn, want toen hij haar
+had wedergezien, was hij opnieuw voor haar ontvlamd, en hij wilde haar
+eindelijk de zijne noemen. In den kerker, misschien op de pijnbank,
+zou zij gedwongen worden zijn reddende hand aan te grijpen. Doch dit
+alles leed geen uitstel. Het moest alles afgeloopen zijn vóór Antonius
+terugkwam, en hij kon ieder oogenblik verwacht worden. De verkwistende
+beschermer had hem zoo rijk gemaakt, dat het hem thans onverschillig
+liet of hij door dit geval bij hem in ongenade viel. Ook zonder hem zou
+hij nu met Barine een weelderige huishouding kunnen opzetten in een der
+steden van zijn Syrisch vaderland.</p>
+
+<p>Toen de gunsteling verzekerde dat hij reeds den volgenden dag Barine
+onttrekken zou aan de hoede van Charmion, werd Iras reeds vriendelijker
+jegens hem gestemd. Tegen zijn beweren dat het nieuwe verhoor wel is
+waar tot geene doodstraf zou kunnen leiden, maar wel tot een verwijzing
+naar de steengroeven of iets dergelijks, had zij niets ernstigs in te
+brengen.</p>
+
+<p>Nu trachtte Alexas voorzichtig uit te vorschen hoe Iras dacht over den
+doodvijand van zijn broeder. Zij droeg dezen geen goed hart toe, doch
+zoodra hij er op zinspeelde dat ook hij aan de straffende gerechtigheid
+kon worden overgeleverd, kwam zij daar zoo ijverig tegen op, dat hij
+dat onderwerp liet rusten en het gesprek weder bracht op de vrouw,
+die veroordeeld moest worden. Zij stelde zich weder met haar gewone
+levendigheid tot zijn beschikking, en men besloot den volgenden dag,
+terwijl Charmion des voormiddags dienst had bij de Koningin, de
+gevangenneming te doen plaats hebben.</p>
+
+<p>Iras wist goeden raad te geven, want in een der gevangenissen was zij
+goed bekend. Zij had de poorten daarvan geopend voor menig ongelukkige,
+van wien zij geloofde dat zijn verdwijnen de Koningin van dienst zou
+zijn. Zij had het bij zulke gelegenheden als haar plicht beschouwd, hand
+in hand met den zegelbewaarder haar gebiedster te voorkomen, wanneer het
+deze, in hare goedheid, te moeilijk zou gevallen zijn een streng vonnis
+uit te spreken. Cleopatra had zich dat dan laten welgevallen, zonder
+zich er over uit te laten, noch het te beloonen. Wat binnen die muren
+voorviel, drong, dank de stilzwijgendheid van den wachter, niet naar
+buiten door. Het was wellicht in dien kerker niet fraai, en toch, als
+Barine daar was en dan het leven verwenschte, had zij het altijd nog
+beter dan zij. Iras, die in <span class="pagenum" title="186">&nbsp;</span><a id="p_186"></a>de laatste nachten, wanneer zij dacht aan
+den man, die hare liefde had versmaad en haar had opgeofferd aan een
+ander, aan den rand der wanhoop was geweest.</p>
+
+<p>Toen de Syriër haar reeds de hand tot afscheid reikte, vroeg zij op
+eens: »En Dion?&rdquo;</p>
+
+<p>»Hij zal zijne vrijheid wel verbeurd hebben,&rdquo; was het antwoord, »want
+Barine is zijn geliefde; de dwaas was reeds op het punt haar als zijn
+echtgenoot in zijn fraai paleis binnen te leiden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Is dat waar? zonder eenigen twijfel waar?&rdquo; vroeg Iras, terwijl zij wel
+hare kalmte bewaarde, maar niet verhinderen kon, dat het bloed uit haar
+wangen en lippen verdween.</p>
+
+<p>»Hij heeft het gisteren aan zijn oom, den zegelbewaarder, medegedeeld in
+een brief, en hem daarbij bezworen voor zijne uitverkorene, die hij voor
+altijd trouw gezworen had, het zijne te doen. Doch Zeno wil van deze
+nicht niets weten. Wilt gij den brief zien?&rdquo;</p>
+
+<p>»Als dat zoo is,&rdquo; begon het meisje opnieuw, en haar hooge stem kreeg
+weder een schrillen klank, »dan kan men hem ook niet vrij laten. Voor
+zijn geliefde zet hij alles op het spel, en dat is veel&mdash;veel meer
+dan gij, die hier half vreemd zijt, vermoeden kunt. De Macedonische
+geslachten hangen alle aan elkander. Hij maakt deel uit van den Raad....
+De ephebenvereenigingen staan als één man achter hem... En het volk...
+Toen uw broeder onlangs handelde zooals ik hem had gezegd, heeft hij hem
+in de wielen gereden op een manier die.... Men moest hem op het laatst
+ophalen uit het bekken der fontein, druipend van water en van
+schande....&rdquo;</p>
+
+<p>»Juist om dat alles zou men nu zijn mond moeten stoppen...&rdquo;</p>
+
+<p>Iras knikte hem goedkeurend toe, maar na een korte pauze viel zij uit:
+»Ik zal u helpen, om hem tot zwijgen te brengen, doch niet voor altijd.
+Vergeet dat niet! Dat gezegde van Theodotus, van de doode honden die
+niet meer bijten, heeft bij ons geen zegen gebracht aan hen die hem dat
+nazeggen. Er zijn andere middelen, om ons van dezen man te ontdoen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Een vogel heeft mij voorgezongen, dat gij hem wel lijden mocht.&rdquo;</p>
+
+<p>»Een vogel? Dan zeker een uil, die bij daglicht niet ziet. Zijn ergste
+vijand, uw broeder, zou liever een offer voor zijn welzijn brengen, dan
+ik.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dan begin ik belangstelling te krijgen in dien Dion.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik zag onlangs reeds hoe gij mij in medelijden overtreft. De dood is
+niet de ergste van alle straffen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dus daarom dat genadig uitstel?&rdquo;</p>
+
+<p>»Misschien wel. Maar wij hebben nog andere dingen te bedenken: vooreerst
+welk een tijd het is, nu alles wankelt, <span class="pagenum" title="187">&nbsp;</span><a id="p_187"></a>zelfs de macht der Koningin,
+die nog zoo kort geleden een muur gelijk was, die veel dekte, en voor
+iederen aanval beschutte. Vervolgens den persoon van Dion. Ik heb al
+opgenoemd wie al niet voor hem in de bres zal springen.... En de
+Koningin kan, sedert Actium, het veelhoofdige monster »Volk&rdquo; niet meer
+toeroepen »gij moet&rdquo;, maar »ik verzoek u&rdquo;. Het andere....&rdquo;</p>
+
+<p>»Deze eerste bedenkingen zijn genoeg. Mag ik ook weten, wat mijn wijze
+vriendin over den beklagenswaardigen man, dien zij haar gunst onttrok,
+nu heeft beschikt?&rdquo;</p>
+
+<p>»Vooreerst gevangenschap hier op de Lochias. Hij heeft zijn hand
+bevlekt met het bloed van den »Koning der koningen&rdquo;, Cæsarion. Dat is
+hoogverraad, ook in de oogen van het volk. Gij moet nog heden het bevel
+ter <ins class="corr" id="corr98" title="Bron: gevangeneming">gevangenneming</ins> zien te krijgen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wanneer het doenlijk is, de Koningin met zoo iets aan te komen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Het is niet voor <i>mij</i>, maar om <i>haar</i> voor onheil te behoeden, dat wij
+dat noodig hebben. Weg met alles wat in deze dagen der eindbeslissing
+haar helderen geest benevelt! Eerst met Barine, die haar thuiskomst
+bedorven heeft, en dan met den man, die in staat zou zijn terwille dezer
+vrouw, te Alexandrië een oproer te verwekken. Aan haar de groote zorgen
+voor staat en troon; aan mij de kleine die haar toilet en haar hart
+betreffen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hier werd zij gestoord door eene der slavinnen van
+<ins class="corr" id="corr99" title="Bron: Cleoapatra">Cleopatra</ins>. De Koningin was ontwaakt, en Iras haastte
+zich om op haar post te zijn.</p>
+
+<p>Toen zij de vertrekken van Charmion voorbijkwam, en daarvóór twee flinke
+krijgslieden uit de Macedonische jongelings-wacht ter bewaking op en
+neer zag loopen, nam haar gelaat een sombere uitdrukking aan. Haar
+mede-kamervrouw liet Barine bewaken alleen voor haar. Zij had zich van
+de oudere vrouw, wier nicht zij was, een strenge berisping op den hals
+gehaald, ter oorzake van de vrouw, die voor haar de oorzaak was van
+zooveel leed, en daarbij had zij spijt gehad dat zij haar vroeger had
+medegedeeld wat zij voor Dion gevoelde. Er mocht van komen wat wilde,
+de giftboom, waaruit al deze ellende, deze vrees en ergenissen waren
+opgegroeid, moest uitgeroeid, en zij uit de rijen der levenden geschrapt
+worden.</p>
+
+<p>Eer zij in het voorvertrek der Koningin binnentrad, had zij in stilte
+het doodvonnis harer vijandin uitgesproken. Nu moest haar scherpzinnige
+geest nog den Syriër weten over te halen om de voltrekking daarvan op
+zich te nemen. Als deze steen des aanstoots eenmaal uit den weg was
+geruimd, zou het ook weder mogelijk zijn in goede verstandhouding met
+Charmion <span class="pagenum" title="188">&nbsp;</span><a id="p_188"></a>te leven, dan zou Dion weder vrij zijn, en dan.... Hoe hij
+haar ook had gekrenkt, zij zou hem toch beschermen voor den haat van
+Philostratus en diens broeder.</p>
+
+<p>Met een verlicht hart kwam zij bij de Koningin. De vernietiging van het
+leven eens veroordeelden greep haar in de nabijheid der straffende
+Majesteit sinds lang niet meer diep in de ziel. Terwijl zij haar door
+den slaap verkwikte gebiedster de eerste diensten bewees, verhelderde
+zich haar gelaat hoe langer hoe meer, want de Koningin uitte ongevraagd
+hare blijdschap, dat zij op dezen dag door haar werd bediend, en niet
+altijd weder werd lastig gevallen met diezelfde onaangename zaak, die
+overigens spoedig genoeg afgehandeld zou zijn.</p>
+
+<p>Dit zag op Charmion, die in het bewustzijn dat geen ander aan het hof
+dit wagen mocht, in weerwil van menige terechtzetting, niet moede
+geworden was Barine's verdediging te beproeven. Doch eindelijk had
+Cleopatra haar den vorigen dag toornig gelast, haar niet weder aan te
+komen met die onheilstichtster.</p>
+
+<p>Toen Charmion haar daarop had verzocht den volgenden dag den dienst aan
+Iras te mogen overlaten, had de Koningin reeds berouw gevoeld over dien
+<ins class="corr" id="corr100" title="Bron: uiltval">uitval</ins> tegen haar vriendin. Zij had Charmion het gevraagde verlof
+gaarne toegestaan, en haar zelfs vriendelijk verzocht hare drift toe te
+schrijven aan de zorgen die haar drukten. »En als gij mij weder uw goed,
+trouw gezicht vertoont,&rdquo; had zij tot besluit gezegd, »dan zult gij
+hebben ingezien, dat een ware vriendin van een ongelukkige die zij
+liefheeft, alles verwijderen moet wat haar toch al beneveld levenslicht
+nog erger verduisteren zou. De enkele naam van deze vrouw klinkt mij als
+een spotlied in mijn moeilijk verkregen rust. Ik wil dien niet meer
+hooren.&rdquo;</p>
+
+<p>Dat alles had zoo lief en innemend geklonken, dat Charmion's geraaktheid
+was versmolten als sneeuw voor de zon. Toch had zij haar met angstige
+voorgevoelens verlaten, daar Cleopatra, eer zij uit de kamer ging, in
+het voorbijgaan had opgemerkt, dat zij de zaak der zangeres in handen
+van Alexas had gegeven. Zij waardeerde nu dubbel dat zij een vrijen dag
+vóór zich had, want zij wist, hoe deze gewetenlooze gunsteling omtrent
+de jonge vrouw gezind was, en zij wilde met Archibius overleggen, hoe
+zij haar voor het ergste behoeden zou.</p>
+
+<p>Toen zij eerst laat ter ruste ging, hielp haar daarbij de bruine
+kamervrouw, die uit haar ouderlijk huis meegekomen was naar het hof. Zij
+was uit Nubië geboortig waar zij gekocht was, toen het gezin van Alypius
+het kind Cleopatra naar het Isis-eiland Philae had gebracht.</p>
+
+<p>Charmion, die in dien tijd een aankomend meisje was, had <span class="pagenum" title="189">&nbsp;</span><a id="p_189"></a>Anukis, zoo
+heette de slavin, ten geschenke bekomen als eerste kamervrouw in haar
+eigen dienst, en het meisje had zich zoo verstandig, geschikt, voor
+ontwikkeling vatbaar en aanhankelijk getoond, dat hare meesteres haar
+medegenomen had tot haar persoonlijke hulp in het Koninklijk paleis.</p>
+
+<p>Even innig als Charmion aan de Koningin was gehecht, was Anukis het aan
+haar. Zij had een hartelijke, onbaatzuchtige liefde opgevat voor haar
+meesteres, die iets jonger was dan zij, en haar sinds lang de vrijheid
+gegeven had, en Charmion had haar met zooveel vriendelijkheid bejegend,
+dat de belangen der Nubische bij haar eigene niet verre achterstonden.
+Haar eenvoudig doch scherp verstand en haar natuurlijke geestigheid
+hadden haar in het paleis een zekere vermaardheid doen krijgen.
+Cleopatra had zich menigmaal verwaardigd een snedig antwoord van haar
+uit te lokken, en ook Antonius had dat wel gedaan. Daar de licht
+gekromde rug die zij in haar jeugd had gehad, langzamerhand een bult
+geworden was, had hij haar den naam Aisopion gegeven, dat is de kleine,
+vrouwelijke Aesopus. Thans noemde iedereen in de omgeving der Koningin
+haar zóó, en ook, wanneer anderen, die lager geplaatst waren dan zij,
+dat deden, liet zij zich dat welgevallen, ofschoon haar vlugge geest
+haar menig scherp antwoord op een woord dat haar mishaagde, ingegeven
+had. Doch zij kende de levensgeschiedenis en de fabelen van Aesopus, die
+ook eens een slaaf was geweest, en vond het eervol bij hem te worden
+vergeleken.</p>
+
+<p>Toen Charmion Cleopatra verlaten had en ter ruste wilde gaan, vond zij
+Barine reeds in vasten slaap, doch Anukis wachtte haar op, en hare
+meesteres besprak met haar de droeve vrees voor Barine, die de Koningin
+bij haar had opgewekt. Zij wist hoe de Nubische de jonge vrouw genegen
+was, die zij als kind reeds op de armen had gedragen, en wier vader
+Leonax dikwijls met haar geschertst had. Vol belangstelling had zij haar
+in haar verder leven gevolgd, en sedert Barine de gast harer meesteres
+was, had zij alles gedaan wat zij kon, om haar afleiding te geven en
+gerust te stellen.</p>
+
+<p>Iederen morgen had zij de moeder van Barine bezocht om naar den toestand
+van Dion te vragen, en altijd goede tijdingen mee terug gebracht. Zij
+kende ook den zaakwaarnemer Philostratus en diens broeder, en daar
+zij Antonius, die zoo goedaardig met haar schertste, gaarne lijden
+mocht, had zij het betreurd dat zulk een gewetenloos man als Alexas
+zijn voornaamste vertrouweling was. Zij was ook op de hoogte van de
+aanzoeken, waarmede de Syriër Barine had vervolgd, en toen Charmion haar
+mededeelde dat de Koningin het lot van haar beschermeling in de hand van
+dezen man had gelegd, kreeg <span class="pagenum" title="190">&nbsp;</span><a id="p_190"></a>haar bruin gelaat een vale tint, doch zij
+bedwong zich om de ontzetting, die dit bij haar wekte, te verbergen.</p>
+
+<p>Hare meesteres wist immers wat de keus van dezen rechter voor Barine
+beteekenen moest. Het zou haar verkeerd toegeschenen hebben hare
+nachtrust door de voorstelling van haar eigen zielsangst te storen.
+Het was goed dat Charmion den volgenden morgen vroeg Archibius, dien
+zij voor den wijsten van alle mannen hield, om hulp wilde vragen; maar
+toch stelde dat haar nog in geenen deele gerust. Zij kende de fabel
+van den leeuw en de muis, die men in haar land verteld had, al lang
+vóór den tijd van den dichter, aan wien zij haar bijnaam te danken
+had, en zij was zelve reeds meer dan eens in de gelegenheid geweest
+om een gewichtigen dienst te bewijzen aan menschen die veel grooter en
+machtiger waren dan zij. Om Charmion spoediger te doen inslapen en haar
+op andere gedachten te brengen, vertelde zij haar nu van Dion, dien zij
+heden veel beter gevonden had. Zij voegde er bij, hoe teeder hij Barine
+scheen te beminnen, en hoe aandoenlijk geduldig en haar vader waardig,
+zij de dochter van Leonax weder gevonden had.</p>
+
+<p>Zoodra haar gebiedster sliep, ging zij naar de zaal, waar zij, in
+weerwil van het vergevorderde uur, mocht verwachten een deel van het
+dienstpersoneel te vinden, en overtuigd was als een zeer welkome gast te
+worden begroet<ins class="corr" id="corr101" title="Bron: ,">.</ins> Toen kort daarna de lijfslaaf van Alexas verscheen,
+vulde zij zijn beker, zette zich naast hem neder, en zocht met alle
+middelen die haar ten dienste stonden, zijn vertrouwen te winnen. Dat
+gelukte de verstandige Nubische vrouw zoo goed, dat Marsyas, een aardige
+jonge Liguriër, toen zij weg gegaan was, aan de anderen verzekerde dat
+Aisopion met hare grappen en geschiedenissen de kunst verstond om de
+dooden weer levend te maken; met dat bruine monster ernstig te praten,
+zeide hij, was even prettig als te stoeien met zijn blonde geliefde.</p>
+
+<p>Charmion ging den volgenden morgen weder van huis, en in dien tijd wist
+Anukis Marsyas weer te vinden, en hoorde van hem, dat Iras Alexas bij
+zich ontboden had, en op welk uur hij komen zou. Zijn heer scheen
+tegenwoordig met die slanke Macedonische jonkvrouw veel geheimen te
+moeten bespreken.</p>
+
+<p>Voor Barine was het een teleurstelling, dat Anukis ditmaal geen nieuws
+medebracht van haar moeder en Dion, doch de Nubische verzocht haar
+geduld te hebben, en haalde boeken en een spinnewiel voor haar, om zich
+daarmede in de eenzaamheid den tijd te verdrijven. Zij zelve moest in
+de keuken gaan, omdat zij gisteren had gehoord dat de koks paddestoelen
+hadden gekocht, die wel eens vergiftig konden zijn. Zij kende echter de
+soorten goed uit elkander, en wilde ze daarom zelve in oogenschouw
+nemen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="191">&nbsp;</span><a id="p_191"></a></p>
+
+<p>Daarop ging zij door Charmion's slaapvertrek, in de gang, die de
+aangrenzende kamers der beide vertrouwelingen van de Koningin verbond,
+en sloop de vertrekken van Iras binnen. Zoodra Alexas binnenkwam, had
+zij zich verborgen achter een der tapijten, die de muren van de
+ontvangkamer geheel bedekten.</p>
+
+<p>Nadat de Syriër weder vertrokken en Iras uit haar kamers geroepen was,
+keerde zij tot Barine terug en zeide dat er werkelijk vergiftige
+paddestoelen onder geloopen hadden, en nog wel van de gevaarlijkste
+soort. Men had die ook reeds gekookt, en daarom moest zij nu uitgaan om
+voor tegengif te zorgen. Daar kon Barine zeker niets tegen hebben, als
+zij wist dat meer dan één kostbaar menschenleven er mee gemoeid was.</p>
+
+<p>»Ga gerust,« antwoordde deze vriendelijk. »Maar als gij nog de oude
+dienstvaardige Aisopion zijt, dan vreest gij zeker niet een kleinen
+omweg te maken.«</p>
+
+<p>»En loopt eens aan in het huis naast den Paneumtuin,« viel de ander in.
+»Dat had ik mij toch al voorgenomen. Een smachtend verlangen is voor een
+minnend hart ook vergif, en dáárvoor is het tegengif: een goede
+tijding.«</p>
+
+<p>Met een lachend gezicht liet zij nu haar lieveling alleen, doch
+nauwelijks was zij in de open lucht, of er kwamen diepe rimpels in haar
+bruin voorhoofd, en zij bleef een poos peinzend stilstaan. Vervolgens
+ging zij naar het Bruchium om een ezel te huren voor den tocht naar
+Kanopus, waar zij Archibius wilde opzoeken. Het was intusschen zeer
+moeielijk de plaats waar de ezels stonden, te bereiken. Op de kade
+tusschen de Lochias en den Muzenhoek was een groote volksmenigte
+bijeenverzameld, en troepen geringe lieden, matrozen en slaven stroomden
+nog altijd toe. Toch kwam zij eindelijk en ten laatste bij den
+ezelverhuurder, en terwijl de drijver haar hielp om het gekozen dier te
+bestijgen, vroeg zij hem, wat daar toch te doen was.</p>
+
+<p>»Zij halen het huis van Didymus, den ouden man van het Museum omver,&rdquo;
+was het antwoord.</p>
+
+<p>»Hoe is dat mogelijk?&rdquo; riep de Nubische vol schrik. »Die oude, kloeke
+man.&rdquo;</p>
+
+<p>»Kloek?&rdquo; herhaalde de drijver smadelijk. »Hij is een verrader, die aan
+al het onheil mede schuld heeft. <ins class="corr" id="corr102" title="Bron: »"></ins>Dat heeft de pleitbezorger
+Philostratus, de broeder van den grooten Alexas en een vriend van <ins class="corr" id="corr103" title="Bron: Markus">Marcus</ins>
+Antonius, zelf verzekerd. Hij wilde het ook bewijzen, en dus moet het
+wel waar zijn. Hoor zij eens schreeuwen! en wat vliegen die steenen!
+Ja, zijn kleindochter en haar geliefde hebben samen Koning Caesarion
+opgewacht, om hem het leven te benemen. Doch de wacht is bijtijds
+toegeschoten, en nu ligt hij gewond op zijn legerstede. Als de <span class="pagenum" title="192">&nbsp;</span><a id="p_192"></a>groote
+Isis niet te hulp komt, dan zal het wel spoedig gedaan zijn met den
+jongen Koning.&rdquo;</p>
+
+<p>Hierop keerde hij zich weder naar zijn ezel, gaf hem met zijn langen
+stok twee flinke slagen rechts en links op zijn rug, en riep hem toe:
+»Niet waar, grauwtje? het doet toch goed te hooren, dat er op een
+koninklijken rug ook nog wel een plekje is, waar de slagen vallen.&rdquo;</p>
+
+<p>Ondertusschen was de Nubische in tweestrijd of zij den ezel niet zou
+doen omkeeren en eerst bij Didymus aangaan. Doch Barine dreigde een
+grooter gevaar, en haar leven was kostbaarder dan dat van het oude paar.
+Dat gaf den doorslag, en zonder verder oponthoud reed zij voort.</p>
+
+<p>De ezel en zijn drijver deden hun uiterste best, maar toch kwamen zij
+te laat. Anukis hoorde in het kleine paleis te Kanopus reeds van den
+portier, dat Archibius naar de stad was gegaan met den geschiedschrijver
+Timagenes, een oud vriend van hem, die tegenwoordig in Rome woonde, en
+nu als afgezant scheen gekomen te zijn.</p>
+
+<p>Charmion was daar ook reeds geweest, en zij had haar broeder evenmin te
+huis gevonden. Daarom was zij hem in een wagen nagereden. Dat was slecht
+nieuws, dat bovendien noodlottig kon worden door het tijdverlies dat er
+van komen zou. Liep die ezel maar wat harder! Het is waar, Archibius had
+zijn stal vol paarden, maar wie was zij, om te durven wagen zich daarvan
+te bedienen. Toch had zij in verloop van tijd iets verworven dat haar
+met vele vrij- en hooggeborenen gelijk stelde: den goeden naam van
+betrouwbaarheid en verstand. Daarop rekende zij, en deelde den ouden,
+trouwen huismeester mede, zoo goed en zoo kwaad het ging, waarom het
+haar te doen was. Spoedig daarna geleide hij haar zelf met twee
+muildieren naar de stad en de tuinen van het Paneum.</p>
+
+<p>Hij koos den naasten weg daarheen, door de Zonnepoort en de Kanopische
+straat. Daar wemelde het altijd van menschen op dezen tijd van den dag,
+maar nu was het er niet bijzonder druk. Ieder die tijd en gelegenheid
+had, was naar het Bruchium en de haven gegaan, om de teruggekomen
+schepen van de verslagen vloot te zien, een nieuwstijding te hooren,
+zich aan te sluiten bij de aankondigingen en optochten die te wachten
+waren, en&mdash;als de fortuin gunstig was&mdash;de Koningin tegen te komen en het
+volle hart lucht te geven in toejuichingen.</p>
+
+<p>Toen de wagen links den hoek omgeslagen was en het Paneum naderde, werd
+voor het eerst de doortocht bemoeielijkt. Een talrijke schaar was bijeen
+aan den voet van den heuvel, op welks top het heiligdom van Pan zich
+prachtig verhief boven de uitgestrekte tuinen die er omheen lagen. De
+lange gestalte <span class="pagenum" title="193">&nbsp;</span><a id="p_193"></a>van den pleitbezorger Philostratus viel de Nubische in
+het voorbij rijden dadelijk in het oog. Was die onheilstichter dan
+overal tegelijk? Doch ditmaal scheen hij tegenstand te ondervinden, want
+zijn rede werd door luid geschreeuw afgebroken. Juist toen het voertuig
+hem vlak voorbij reed, wees hij op de rij huizen, waartoe ook dat van de
+weduwe van den schilder Leonax behoorde, maar op deze beweging volgde
+een hevige tegenspraak.</p>
+
+<p>Anukis begreep nu ook wat de menigte terughield, want toen de wagen
+bijna het doel van den tocht bereikt had, kwam hen een stoet gewapende
+jongelingen tegen. Met hun flinken in de Palestra gestaalden
+lichaamsbouw, en de krullende zwarte, bruine of blonde haren, boden zij
+een schoon schouwspel aan. Het waren leden van den epheben bond, welks
+hoofdman vroeger Archibius was geweest, en waartoe later Dion was
+gekozen. De jongelingen hadden gehoord wat er met hem was gebeurd,
+en dat hij door gevangenschap of misschien nog erger dingen werd
+bedreigd. In vroeger tijd zou het niet mogelijk zijn geweest zich tegen
+de handelwijze der Regeering te verzetten en over hun bedreigden vriend
+te waken, maar in deze ongeluksdagen moesten de machthebbers rekening
+met hen houden. Ofschoon zij innig gehecht waren aan de Koningin, en
+besloten hadden, in weerwil van haar nederlaag, voor haar in de bres te
+springen, zoodra dat noodig zou zijn, toch wilden zij niet dulden dat
+Dion gestraft werd voor een vergrijp, dat hem in hunne oogen tot eer
+verstrekte. Naarmate het hen meer ergerde dat de Raad der stad in dit
+geval dat toch een van hun medeleden betrof, zoo aarzelend optrad, waren
+zij zelve des te vaster besloten hem te beschermen. Zij waren het nog
+niet eens geworden over de vraag of voor den man, die den »Koning der
+Koningen&rdquo; den zoon hunner gebiedster, had gewond, volledige vrijspraak
+of enkel een zacht oordeel mocht worden geëischt. Ook had de stille
+Cæsarion, die altijd gehoorzaam was aan zijn gouverneur, geenszins de
+kunst verstaan om de epheben voor zich te winnen. De verwijfde jongeling
+vertoonde zich nooit in de Palestra, al had zelfs de groote Marcus
+Antonius niet versmaad daar een bezoek te brengen. Hij had daar
+menigmaal aan de jongelingen proeven zijner reuzenkracht gegeven, en ook
+zijn zoon Antyllus nam dikwijls aan de oefeningen deel. De slag dien
+Dion aan Cæsarion gegeven had, was niet veel meer geweest dan een van
+die vuistslagen, zooals ieder die in het worstelperk van tijd tot tijd
+ontving.</p>
+
+<p>Philotas van Amphissa, Didymus' leerling, had de jongelingen het eerst
+van den aanval in kennis gesteld, en al het mogelijke gedaan om weer
+goed te maken, wat hij tegen de kleindochter <span class="pagenum" title="194">&nbsp;</span><a id="p_194"></a>van zijn leermeester had
+misdaan. Zijn oproeping had luiden weerklank gevonden. De epheben
+voelden zich sterk genoeg een vriend, wie dat ook zijn mocht, te
+beschermen, en zij wisten dat zij in het uiterste geval waren gedekt
+door den Raad, den Exegeet, den bevelhebber der stad, een flinken
+<ins class="corr" id="corr104" title="Bron: Macedonier">Macedoniër</ins>, die eenmaal een sieraad van hun bond was geweest,
+en ook door het groote aantal cliënten van Dion en zijn geslacht.
+Geen enkele zwakkeling werd in hun midden geduld. Zij hadden ook reeds
+gelegenheid gehad hun naam te handhaven, want al waren zij ook te laat
+gekomen om het eigendom van Didymus voor schade te behoeden, toch hadden
+zij aan het tieren van het volk, dat door den pleitbezorger Philostratus
+opgestookt was, een eind gemaakt, en de menigte teruggedrongen, toen de
+Syriër die wilde leiden naar het huis van Barine om dat een zelfde lot
+te doen ondergaan.</p>
+
+<p>Vóór het huis van vrouw Berenice stond reeds een ander voertuig, toen
+Anukis uit het hare stapte. Het was een van die, welke altijd ter
+beschikking waren voor de beambten der Koningin. Waren hier handlangers
+van Alexas aan het werk, of was hij misschien zelf reeds bezig Dion
+in het verhoor te nemen, of zelfs zich van hem meester te maken? De
+Nubische kende den wagendrijver, evenals allen die tot den dienst in het
+paleis behoorden, en vernam van hem, dat hij den bouwmeester Gorgias
+gereden had.</p>
+
+<p>Anukis had dezen nog nooit ontmoet, hoewel zij gedurende de verbouwing
+van Cæsarion's woonhuis, hem dikwijls gezien en veel van hem gehoord
+had, ook dat het fraaie paleis van Dion zijn werk was. Hij was een
+vriend van den gewonde, dus behoefde zij hem niet te vreezen.</p>
+
+<p>Zoodra zij het atrium binnentrad hoorde zij dat vrouw Berenice met
+Archibius en zijn <ins class="corr" id="corr105" title="Bron: Romeische">Romeinsche</ins> vriend was uitgereden. De
+arts had den gewonde verboden veel bezoek te ontvangen, maar toch was
+behalve de bouwmeester nog een vrijgelatene van Dion bij hem toegelaten.</p>
+
+<p>De tijd drong; lieden van één stand en gelijke gezindheid begrijpen
+elkander. De oude portier en de Nubische waren beiden trouw gehecht aan
+hunne meesters en daarenboven landgenooten, dus had zij maar weinig
+woorden noodig om den poortwachter over te halen haar aanstonds aan de
+legerstede van den gewonde te brengen. Vóór de deur der ziekenkamer
+stond de vrijgelatene, een groote, donkerbruine, eenvoudig gekleede
+grijskop, dien zij voor een stuurman aanzag. Hij had nog geen toegang
+tot den lijder gekregen, maar dit scheen hem volstrekt niet te
+verdrieten; hij stond bedaard tegen den muur geleund naast de deur der
+ziekenkamer, en zag naar zijn <span class="pagenum" title="195">&nbsp;</span><a id="p_195"></a>breedgeranden schippershoed, dien hij
+langzaam in de rondte draaide. Nauwelijks had Dion den naam Anukis
+gehoord of hij riep door de half geopende deur met levendigheid: »Laat
+zij binnen komen!&rdquo;</p>
+
+<p>Dat liet de Nubische zich geen tweemaal zeggen. Het scheen op haar bruin
+gelaat geschreven te staan dat iets ernstigs en dringends haar daar
+gebracht had, want op de eerste begroeting liet de gewonde dadelijk de
+angstige opmerking volgen, dat zij zeker niets goeds mede te deelen had.</p>
+
+<p>Tot eenig antwoord knikte zij veelbeteekenend met het hoofd en wierp een
+zijdelingschen blik op den bouwmeester; Dion gaf hierop aan zijn vriend
+een korte verklaring wie zij was, en verzekerde van den anderen kant
+haar zelve dat hij alles, ook het grootste geheim, gerust hooren mocht.</p>
+
+<p>Nu was dan ook alle vrees van haar geweken, en terwijl het zweet op haar
+voorhoofd parelde, gaf zij op een toon van ernstige waarschuwing te
+kennen dat zijn leven in groot gevaar was. Zij liet zich daarvan niet
+afbrengen toen hij zijn vertrouwen op de epheben te kennen gaf, die
+altijd bereid waren tot zijn bescherming, en op den Raad, die de zaak
+van een der leden tot de zijne zoude maken, doch zwoer hem zich zoo
+spoedig mogelijk in veiligheid te stellen, hetzelfde waarheen. Er
+werden reeds handen naar hem uitgestoken door machten, waartegen geen
+tegenstand baten zou. Maar ook deze verzekering bleek te vergeefs
+gedaan, want hij was overtuigd dat de invloed van zijn oom den
+zegelbewaarder, hem voor ieder wezenlijk gevaar behoedde. Nu besloot
+Anukis eindelijk te bekennen wat zij afgeluisterd had, doch sprak
+hierbij niet van Barine, noch van hetgeen haar dreigde. Ten slotte
+bezwoer zij hem met al het vuur van een trouw, bezorgd gemoed, toch hare
+waarschuwing niet in den wind te slaan.</p>
+
+<p>Terwijl zij sprak, hadden de beide vrienden blikken van verstandhouding
+gewisseld, doch nauwelijks had de Nubische het laatste woord geuit of
+door de open gebleven deur trad de reuzengestalte van den vrijgelatene
+binnen.</p>
+
+<p>»Gij hier, Pyrrhus!&rdquo; riep de gewonde hem vriendelijk toe.</p>
+
+<p>»Ja heer, ik ben het,&rdquo; antwoordde de ander, en liet zijn schippershoed
+nog sneller draaien. <ins class="corr" id="corr106" title="Niet in Bron.">»</ins>Ik ben anders geen man om aan deuren te luisteren,
+en kom ook nooit ongeroepen ergens binnen, maar wat daar zooeven
+gesproken werd, moest ik wel hooren, en het gekras van dien ouden
+ongelukskraai trok mij naar binnen.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr107" title="Niet in Bron.">»</ins>Ik wilde,&rdquo; hernam Dion, »dat gij verblijdender dingen hadt kunnen
+hooren; die bruine ongeluksvogel zingt anders vriendelijke liederen, en
+zij komen alle uit een trouw hart. Trouwens, <span class="pagenum" title="196">&nbsp;</span><a id="p_196"></a>als mijn stilzwijgende
+Pyrrhus zijn mond zoo wijd open doet, dan komt er zeker iets gewichtigs
+te voorschijn, en voor deze hier mag dat wel voor den dag komen.<ins class="corr" id="corr108" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>De schipper kuchte eens, drukte zijn groven, vilten hoed met zijn
+vereelte handen ineen, en zeide met zooveel ontroering en verlegenheid,
+dat zijn zware kin op en neertrok en zijn stem hem somtijds begaf:
+»Wanneer die bruinen vrouw te vertrouwen is dan moet gij van hier weg en
+naar een veilige schuilplaats heer. Ik kwam toch reeds hier om u die aan
+te bieden. Onderweg hoorde ik uw naam noemen. De menschen zeiden dat gij
+den zoon der Koningin een wond toegebracht hadt en daarvoor het hoofd
+zoudt moeten verliezen. Toen dacht ik: »dat zal niet gebeuren, neen,
+zeker niet, zoolang <ins class="corr" id="corr109" title="Bron: Phyrrhus">Pyrrhus</ins> nog leeft, die eenmaal zijn
+jongenheer Dion leerde de roeiriemen te gebruiken en de zeilen te
+hijschen,&mdash;Pyrrhus en al zijn eigen volk.&rdquo; Waartoe zou ik herhalen, wat
+wij beiden lang genoeg weten? Van mijn eerste schuitje en het stuk grond
+op ons eiland af, tot aan de vrijheid toe, zijn wij alles verschuldigd
+aan uw vader en aan u. Er rustte zegen op uw geschenk en op onzen
+arbeid, en nu is al het mijne het uwe. Ik behoef er niets meer bij te
+zeggen. Gij kent immers onze klip aan de andere zijde van den Alveus
+Steganus, ten Noorden der groote haven; het Slangeneiland heet het. Voor
+iemand die het water daar kent, is het gemakkelijk te bereiken, doch
+voor ieder ander even ontoegankelijk als maan en sterren. Zij worden al
+bang als zij den naam maar hooren, ofschoon wij dat ongedierte al lang
+hebben uitgeroeid. Mijn jongens, Dionysus, Dionichus en Dionikus&mdash;gij
+ziet, ieder heeft wat van Dion in zijn naam&mdash;wachten op de vischmarkt,
+en zoodra het donker wordt...&rdquo;</p>
+
+<p>De gewonde liet hem niet uitspreken, hij stak hem de hand toe en dankte
+hem hartelijk voor zijne trouw en goedheid, maar toch wees hij het
+welgemeende aanbod van de hand. Hij moest bekennen dat hij geen veiliger
+schuilhoek weten zou dan de klip, waaromheen altijd meeuwen vlogen,
+en waar Pyrrhus met zijn gezin een overvloedig bestaan vond in de
+vischvangst en den dienst als loods. Doch de bezorgdheid voor zijn
+toekomstige gemalin hield hem van het verlaten der stad terug.</p>
+
+<p>De vrijgelatene gaf het daarom toch niet op. Hij herinnerde hoe spoedig
+men van zijn eiland in de haven kon komen en dat er dagelijks visch naar
+de markt werd gebracht, zoodat het hem aan berichten nooit behoefde
+te ontbreken. Zijn zoons waren precies als hij, en spraken ook geen
+onnoodig woord, beweerde hij. Zij waren daar zelfs afkeerig van, terwijl
+de vrouwen maar zelden het eiland verlieten. Zoolang zij de geliefde
+gasten herbergen zouden, mochten zij geen stap daarbuiten doen. Als het
+<span class="pagenum" title="197">&nbsp;</span><a id="p_197"></a>noodig was, kon zijn heer spoedig genoeg weder te Alexandrië zijn om
+zijn plicht te doen.</p>
+
+<p>De bouwmeester vond in dit voorstel veel goeds, en hij mengde zich dus
+in het gesprek, om het verzoek van den vrijgelatene te ondersteunen;
+doch Dion hield ter wille zijner geliefde, zijn weigering zoolang vol,
+totdat Anukis die reeds lang verlangde naar Archibius te kunnen gaan, nu
+ook voor haar gevoelen uitkwam.</p>
+
+<p>»Volg dien man daarheen, heer!&rdquo; riep zij uit. »Ik weet wat ik weet. Ik
+zal aan onze Barine vertellen van uwe trouwe standvastigheid, maar hoe
+kan zij u ooit hare dankbaarheid betoonen, zoo gij moet sterven?&rdquo;</p>
+
+<p>Dit laatste woord en de mededeelingen die er op volgden, hadden een
+beslissende uitwerking, en zoodra Dion er in had toegestemd den
+vrijgelatene te volgen, maakte de Nubische zich gereed haar verdere
+plannen uit te voeren. Eerst echter hield de gewonde haar nog terug,
+om haar allerlei dingen voor Barine op te dragen, en daarna ook de
+bouwmeester, die geloofde dat hij in haar de rechte helpster gevonden
+had voor alles wat hij nog in het schild voerde.</p>
+
+<p>In den vroegen morgen was hij uit Heroonpolis teruggekeerd, waarheen hij
+met andere vakgenooten had moeten gaan om te onderzoeken of de waterweg
+weder bruikbaar gemaakt kon worden. De uitkomst was zóó slecht geweest,
+dat hij bijna allen moed op de mogelijkheid verloren had, en op verzoek
+der anderen was hij naar de Koningin gegaan, om haar te overreden het
+veelbelovende maar in dien korten tijd onuitvoerbare plan te laten
+varen.</p>
+
+<p>Hij had den nacht tot dag gemaakt, en was ook, zoodra Cleopatra was
+opgestaan, bij haar ontvangen. Er was een wagen voor hem beschikbaar
+gesteld, want hij had nog veel te doen gehad in het arsenaal en bij
+verschillende bouwwerken. Hij was toen uitgereden van de Lochias, om
+den muur te gaan bezichtigen, dien hij voor Antonius op den Choma had
+opgericht, en ook den Isistempel bij den Muzenhoek, waaraan Cleopatra
+een nieuw gedeelte wenschte toegevoegd te zien. Doch nauwelijks had hij
+het schiereiland verlaten, of hij werd in het Bruchium opgehouden door
+een woeste menigte die het huis van Didymus berende met balken en
+masten, en zich daarbij te verweren had tegen de epheben die haar
+aanvielen.</p>
+
+<p>Eindelijk was hij door dien woedenden troep heen gedrongen, om het oude
+echtpaar en hunne kleindochter te hulp te komen. De slaaf Phryx was al
+bezig geweest om de booten, die in de haven lagen in gereedheid te
+brengen. Gorgias had moeite genoeg den grijzen philosoof te bewegen om
+met de zijnen hem naar <span class="pagenum" title="198">&nbsp;</span><a id="p_198"></a>den zeekant te volgen. Hij was integendeel juist
+voornemens zich vóór die woestelingen te plaatsen, en hen, zelfs al zou
+het zijn leven kosten, toe te roepen, dat zij jammerlijk misleid waren,
+en zich schuldig maakten aan een schandelijke euveldaad. Gelukkig kon
+de bouwmeester hem overreden met de opmerking, dat het een Didymus
+onwaardig zou zijn, als hij zijn leven, waarop de hulpelooze vrouwen
+en de geheele wereld, voor wie zijn geschriften wegwijzers waren
+naar het rijk der waarheid, recht hadden, wilde prijs geven aan ruwe
+barbaarschheid. Toch zouden de grijsaard en zijn gezin nog bijna in de
+handen der woedende menigte zijn gevallen, daar Didymus niet eerder
+wilde heengaan, dan nadat hij het een en ander, vooral een twintig of
+dertig kostbare boeken, in veiligheid had gebracht. Bovendien begreep
+zijn oude doove levensgezellin, die er anders gaarne in berustte wanneer
+haar zwak gehoor haar verhinderde de dingen te verstaan, nu volstrekt
+niet, wat er toch gebeurde. Zij wilde daarom dat ieder die in haar
+nabijheid kwam, haar dat zou uitleggen, en hield daardoor haar
+kleindochter Helena op, die er voor zorgen wilde dat de kostbaarste
+zaken van het huis gered werden. Door dat alles werd het vertrek
+vertraagd, en het was alleen te danken aan het flinke optreden van
+Philotas, Didymus' helper, en aan eenige epheben die zich bij hem
+voegden, dat zij nog ongedeerd ontkwamen.</p>
+
+<p>De Scythische wacht die ten laatste een eind maakte aan het onzinnige
+woeden van het opgeruide volk, kwam te laat om het sloopen van het huis
+te voorkomen, doch zij redde Philotas en de epheben uit de handen en van
+de steenen der volksmenigte.</p>
+
+<p>Eerst toen de booten een eindweegs de haven uitgezeild waren, was de
+vraag bij hen opgerezen waarheen de philosoof en zijn gezin de wijk
+zouden nemen. Het huis van Berenice werd evenzeer bedreigd, en de wetten
+van het Museum verboden dat dáárin vrouwen werden opgenomen. Vijf van
+zijn bedienden waren hun heer gevolgd, en in de huizen der geleerde
+vrienden van Didymus ontbrak het voor zoovele gasten aan ruimte.....
+Terwijl de grijsaard en Helena alle huizen waar zij wisten dat zij een
+onderkomen konden vinden, opsomden, kwam Gorgias met het verzoek aan, of
+men het verblijf in het zijne voor lief zou willen nemen. Hij had dit
+van zijn vader geërfd. Het was zeer groot en ruim, stond zoo goed als
+leeg, en was gemakkelijk te bereiken, daar het ten Noorden van het forum
+aan de zee lag. De vluchtelingen konden zich daar geheel vrij bewegen,
+daar hem nog zooveel arbeid te wachten stond, dat hij alleen den nacht
+onder zijn eigen dak zou kunnen doorbrengen. Hij wist de kleine
+bezwaren, die <span class="pagenum" title="199">&nbsp;</span><a id="p_199"></a>zijne beschermelingen opperden, spoedig uit den weg te
+ruimen, en een kwartier nadat zij den Muzenhoek verlaten hadden, mocht
+hij reeds de poort van zijn woning voor hen openen en hij deed dit met
+ware vreugde. De oude huisbezorgsters en de bewaarder die reeds in den
+dienst van zijn vader was vergrijsd, zetten een verbaasd gezicht, maar
+gingen ijverig aan het werk, zoodra Gorgias zijn gasten aan hun zorg had
+toevertrouwd. De gewichtige bezigheden die hem riepen, verhinderden hem
+zelf de plichten van een gastheer waar te nemen.</p>
+
+<p>Didymus en zijn gezin had alle reden hem dankbaar te zijn, en toen
+de oude philosoof in de groote boekerij, die de bouwmeester hun tot
+verblijf had aangewezen, vele goede geschriften en daaronder vele van
+zijn eigen hand vond, staakte hij eindelijk het op en neder loopen, en
+ging rustig zitten. Daarbij viel hem ook weder in dat hij, op raad van
+een vriend, zijn vermogen aan een vertrouwd bankier ter bewaring gegeven
+had, en het leven scheen hem nu wel is waar nog donkergrijs, maar toch
+niet meer zoo zwart als eerst.</p>
+
+<p>Gorgias had in korte woorden de Nubische van alles op de hoogte
+gebracht, en daarop had Dion haar medegedeeld dat zij Archibius met den
+Romeinschen vriend bij den broeder van vrouw Berenice, den philosoof
+Arius zou vinden. Deze lag even als hij, gewond op zijn legerstede,
+tengevolge van een overmoedige streek van Antyllus. Zij zou ook Barine's
+moeder bij Arius vinden. Zij kon hen dan in kennis stellen van het lot
+van Didymus en de zijnen, en hen mededeelen dat hij, Dion, van plan was
+een uur na zonsondergang hun huis en de stad den rug toe te keeren.</p>
+
+<p>»Doch waarheen gij gaat,&rdquo; viel Gorgias hem in de rede, »mag niemand, ook
+vrouw Berenice en Arius niet vernemen. Gij vrouw, ziet er naar uit alsof
+gij zwijgen kunt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Hoewel zij,&rdquo; viel Dion hierop in, »haar naam Aisopion aan de vlugheid
+harer tong te danken heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar die tong,&rdquo; verzekerde de Nubische, »is toch maar als de
+zilvervischjes met de roode stippels in den tuin der koningskinderen.
+Zij schieten rad genoeg voort, doch zoodra zij een gevaar duchten,
+liggen zij in het water zoo stil alsof zij vastgenageld waren. En, bij
+de groote godin Isis!&mdash;aan gevaren is in dezen droevigen tijd geen
+gebrek. Wenscht gij vrouw Berenice en de anderen nog voor uw vertrek te
+zien?&rdquo;</p>
+
+<p>»De moeder, ja;&mdash;Arius' zonen zijn flinke jongens, maar heden is het
+toch beter, dat zij hier niet aan huis komen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zeker!&rdquo; zeide Gorgias. »Ook hun vader zou goed doen als hij een
+schuilplaats zocht. Hij is nog altijd in goede verstandhouding met
+Octavianus. Het is echter wel mogelijk dat de <span class="pagenum" title="200">&nbsp;</span><a id="p_200"></a>Koningin hem wenscht te
+gebruiken. In dat geval kan hij misschien nog van nut zijn voor Barine,
+die toch het kind zijner zuster is. Timagenes, die uit Rome als
+bemiddelaar komt, krijgt ook veel invloed.&rdquo;</p>
+
+<p>»Op diezelfde gedachte&rdquo; zeide Anukis »is mijn arm hoofd ook al gekomen.
+Nu ga ik mijn heer het gevaar aantoonen dat de jonge vrouw bedreigt, en
+als het mij gelukt.... Maar wat zou een dienares, die er uitziet als ik,
+kunnen uitrichten? En toch<ins class="corr" id="corr110" title="Bron: &nbsp;..">...</ins> mijn huis staat dichter bij den oever
+van den stroom dan dat van de meeste anderen, en als ik er een blad in
+werp, dan draagt hij dat misschien naar de goddelijke zee.&rdquo;</p>
+
+<p>»Die wijze Aisopion!&rdquo; riep Dion uit; maar de wakkere Nubische haalde
+haar hooge schouders op, en zeide: »Men behoeft niet vrij geboren te
+zijn, om zich te verheugen in hetgeen recht is, en als wijs zijn
+beteekent: zijn hoofd gebruiken om te denken, en met zijn wil alles
+bevorderen wat goed en rechtvaardig is, dan moogt gij mij, wat mij
+betreft, zoo noemen. Dus na zonsondergang vertrekt gij?&rdquo;</p>
+
+<p>Zij wilde zich verwijderen, doch de bouwmeester, die iedere uitdrukking
+van haar gelaat had bespied, had een besluit genomen, en verzocht haar
+hem te volgen.</p>
+
+<p>Toen zij in het zijvertrek waren, verlangde hij van haar een nauwkeurig
+verslag omtrent Barine en wat haar dreigde. Nu beraadslaagden zij te
+zamen over hetgeen er te doen stond alsof zij zijnsgelijke was, en
+daarop reikte hij haar de hand tot afscheid, en zeide: »Als het mogelijk
+is, om haar zonder dat zij herkend wordt naar den Isistempel te brengen,
+dan kan deze duisternis nog licht worden. Van het eerste uur na
+zonsondergang af ben ik te vinden in het heiligdom. Ik heb daar
+opmetingen te doen. Wanneer gij beweert te weten dat de hemelsche
+machten zich erbarmen over de onschuldigen, die zij tot aan den rand van
+den afgrond hebben gebracht, dan hebt gij in dat geval misschien gelijk.
+Het komt mij voor, alsof de dingen hier samenloopen op een wijze, die
+door degenen die het hoorden vertellen, niet geloofd zou worden.&rdquo;</p>
+
+<p>Toen Aisopion weg was, ging Gorgias naar zijn vriend terug, en verzocht
+den vrijgelatene dat hij met zijn schuit gereed zou liggen op een plek
+aan den oever, die hij hem nauwkeurig aan gaf. Daarna waren de vrienden
+weder alleen.</p>
+
+<p>Gorgias had handen vol werk, maar hij kon toch niet nalaten aan Dion
+zijn verbazing te kennen te geven over de kalmte die hij bewaarde.
+»Alsof zij naar Kanopus moesten om oesters te eten,&rdquo; besloot hij, en
+schudde daarbij zijn hoofd, als over iets, dat hem te hoog was.</p>
+
+<p>»Wat wilt gij dan?&rdquo; vroeg de andere. »U kunstenaars, laat <span class="pagenum" title="201">&nbsp;</span><a id="p_201"></a>de
+gevleugelde phantasie altijd een toekomst zien, die aan uwe bewegelijke
+stemming beantwoordt. Zijt gij vol hoop, dan maakt gij een aardigen tuin
+tot de Eliseesche velden; vreest gij iets, dan ziet gij, als het dak
+brandt, de geheele wereld opgaan in de vlammen. Wij, aan wier wieg de
+Muze niet verschenen is, en die alleen ons overleggend verstand
+gebruiken om te zorgen voor ons eigen welzijn en dat van ons huis
+en den Staat, wij zien de dingen zooals zij zijn, en behandelen de
+omstandigheden als de getallen in een rekenopgaaf. Ik weet dat Barine
+bedreigd wordt. Dat zou mij het verstand kunnen doen verliezen; maar
+achter haar zie ik Archibius en Charmion staan, als met uitgespreide
+vleugelen om haar te beschermen. Ik zie ook de vrees van al mijne
+vrienden, met inbegrip van het Museum, van den Raad, waartoe ik
+behoor, van mijn cliënten en de tijdsomstandigheden, die verbieden de
+misnoegdheid der burgerij te wekken.&mdash;En nu het resultaat dat ik uit de
+juiste bijeenvoeging van al deze bekende grootheden verkrijg....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat zal even lang het ware zijn,&rdquo; viel zijn vriend in, »als de
+onberekenbaarste van alle factoren, de hartstocht, er zich niet in
+mengt, de hartstocht eener vrouw, en de Koningin behoort tot het, op het
+gebied van den hartstocht, stellig sterkere geslacht.&rdquo;</p>
+
+<p>»Toegegeven! Doch zoodra Marcus Antonius terugkeert, zal het blijken,
+dat haar jaloerschheid haar heeft doen dwalen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat willen wij hopen. Het is ook alleen de op dwaalsporen geleide,
+bedrogen, verkeerd ingelichte Cleopatra, die ik vrees, want in den grond
+heeft zij in goddelijke goedheid haar gelijke niet. De vriendelijkheid
+waarmede zij aller harten wint, is onbeschrijfelijk. En dan die ijzeren
+kracht van haar geest! Ik zeg u Dion....&rdquo;</p>
+
+<p>»Vriend, vriend!&rdquo; viel deze hem glimlachend in de rede, »wat vliegen uwe
+wenschen weer hoog! Sedert drie jaren heb ik al de branden in uw hart
+opgeteld. Ik geloof dat wij aan de zeventiende gekomen waren, maar deze
+laatste telt dubbel.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dwaasheid!&rdquo; riep de bouwmeester verachtelijk. »Zou men niet meer mogen
+erkennen wat heerlijk, wonderbaar, éénig is? Dat is zij! Kort
+geleden&mdash;wanneer was het ook weer?&mdash;kwam zij mij tegemoet in een glans
+van schoonheid....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat gij ditmaal wel zorgen moogt uwe oogen te bewaken. En toch spraakt
+gij nog zooeven zoo vurig over uwe jonge gast, van de liefdevolle zorg,
+de bevallige bedaardheid die Helena midden in het dreigende gevaar....&rdquo;</p>
+
+<p>Nu viel de bouwmeester knorrig in: »Alsof ik één syllabe daarvan wilde
+terugnemen! Helena wordt door geen enkele Alexandrijnsche jonkvrouw
+geëvenaard, maar die andere, zij, <span class="pagenum" title="202">&nbsp;</span><a id="p_202"></a>Cleopatra.... Zij is nu eenmaal in
+haar goddelijke majesteit boven al het menschelijke verheven. Dien
+spottenden trek om uw mond kondet gij mij en uzelven ditmaal wel sparen!
+Als zij u even als mij aangezien had met die vochtige, diepe, weemoedige
+oogen, en over haar ongeluk gesproken had, dan zoudt gij hand aan hand
+met mij voor haar door water en vuur gaan. Ik behoor juist niet tot de
+lichtbewogen menschen, en sedert mijn vader gestorven is, heb ik enkel
+bij anderen tranen gezien; doch toen zij sprak van het mausoleum, dat ik
+voor haar bouwen moest, omdat het noodlot haar, wie weet hoe spoedig,
+zou kunnen noodzaken een toevlucht te zoeken in de armen van den dood,
+toen was het met mijn zelfbeheersching gedaan. En zooals zij mij toen
+telde onder de vrienden, op wie zij zich verliet, en mij haar hand
+toestak&mdash;die hand, zooals er geen tweede is&mdash;toen, ja lach maar, als gij
+den moed daartoe hebt, ik weet zelf niet wat mij toen bezielde, maar ik
+voelde mij tot haar aangetrokken, en terwijl ik haar&mdash;de hand bedoel
+ik&mdash;kuste, werd zij misschien nat van mijn tranen. Ik schaam mij niet
+over die aandoening, en mijne lippen schijnen mij gewijd door de
+aanraking van die bleeke, kleine godenhand, die haar eigen taal spreekt,
+en die mij, waarheen ik den blik ook sla, voor oogen zweeft.&rdquo;</p>
+
+<p>Gorgias streek zich het zware haar uit het gelaat, schudde het hoofd
+alsof hij ontevreden over zichzelf was, en ging op een anderen toon
+voort: »Maar de tijd is slecht gekozen voor zulke ontboezemingen. Ik
+sprak van het mausoleum, dat de Koningin wil laten bouwen. Morgen
+wenscht zij het eerste vluchtige ontwerp er van te zien. Ik zie het
+reeds duidelijk voor mij. Het moet naast den tempel van Isis, haar eigen
+godin staan... Ik sloeg voor het te plaatsen in het groote heiligdom in
+de Rhakotis bij het Serapeum. Dat keurde zij niet goed<ins class="corr" id="corr111" title="Bron: &nbsp;..">...</ins> zij wilde
+het dicht bij het paleis op de Lochias hebben. Zij had zich den tempel
+in den Muzenhoek in het hoofd gesteld; maar het huis van Didymus stond
+een gebouw van grooter omvang in den weg. Als men dit weg dacht, dan
+zou men een weg kunnen aanleggen door den tuin van den ouden man heen,
+misschien zelfs langs de zee. Wij zouden ruimte gekregen hebben voor een
+reusachtig gebouw, en er zou toch nog altijd een fraaie tuin over
+gebleven zijn. Maar wij hadden gehoord hoe Didymus gehecht is aan zijn
+oude eigendom. Het zou de Koningin stuiten den grijsaaard met geweld te
+dwingen... Zij is rechtvaardig, en wellicht wordt zij gedreven door
+redenen die ik niet ken.... Ik heb daarom beloofd naar een andere
+plek uit te zien, hoewel ik zag, hoe zij er op gesteld was dat haar
+grafteeken met het heiligdom der godin verbonden zou <span class="pagenum" title="203">&nbsp;</span><a id="p_203"></a>zijn.... En
+ziet.... Ik heb het aan die slimme bruine heks al verteld&mdash;daar lieten
+de hemelsche machten, de goden, het noodlot, of hoe men anders de kracht
+noemen wil die de wereld en ons bestaan naar eeuwige wetten en naar
+haar eigen, geheimzinnigen, almachtigen wil bestuurt, een schelmstuk
+gelukken, waaruit redding voor u, en voor de Koningin iets wat in dezen
+moeilijken tijd haar zeer welgevallig zal zijn, schijnt te zullen
+voortkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Mensch, mensch!&rdquo; viel Dion weder in. »Waarheen zal deze nieuwe
+hartstocht u nu weder voeren? Daarbuiten trappelen de wachtende paarden,
+de plicht roept den plichtmatigsten van alle menschen, en alsof hij een
+ziener ware, vermeit hij zich in duistere uitspraken!&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar waarvan de zin en inhoud,&rdquo; hernam Gorgias, »u, met al uw
+koele berekeningen van gegeven omstandigheden, spoedig niet minder
+wondervol schijnen zal dan mij, al is het, volgens u, mijn onstuimig
+kunstenaarsbloed, dat mij parten speelt. Nu nog slechts dit ter
+verklaring: het huis van Didymus wordt aanstonds door mijne bouwlieden
+in beslag genomen, en ik onderzoek de benedenruimte van den Isistempel.
+Ik heb de volmacht bij mij om daar naar welgevallen te werk te
+gaan. Cleopatra heeft mij zelve de bouwplannen laten zien, ook dat
+geheimzinnige, waarop de loop der onderaardsche gangen aangeduid wordt.
+Er zal nu ook voor u eenig licht vallen op mijn duistere uitspraken, als
+ik u later door een van die geheime gangen aan uwe vijanden ontvoer.
+Men heeft u terecht verzwegen aan welk een dunnen draad het zwaard
+boven uw hoofd heeft gehangen, ondanks uw rekenopgaaf. Thans, nu ik de
+mogelijkheid inzie het op zijde te schuiven, mag ik het u aanwijzen.
+Morgen reeds zoudt gij reddeloos in de handen van wreede vijanden zijn
+gevallen en door uw eigen zwakken oom smadelijk prijsgegeven zijn,
+wanneer de onverzoenlijkste van allen zich niet het schandelijke
+genoegen had gegund de hand te slaan aan het huis van den grijsaard.
+Gij weet wat ik meen, wanneer niet de Koningin door een verpletterenden
+tijding op de gedachten gekomen was, voor zich zelve een mausoleum te
+laten bouwen. De gang<ins class="corr" id="corr112" title="Niet in Bron.">,</ins>&rdquo; en hij liet zijn stem dalen, »waarvan ik sprak,
+komt uit vlak bij het stuk grond van Didymus aan de zee; daar leid ik u
+door, en als het kan en noodig is, ook Barine. Op den gewonen weg zou
+men zoo iets slechts met het grootste gevaar kunnen bewerkstelligen. Als
+wij de gang gebruiken, dan komen wij ongezien aan een donkere plek aan
+het strand, en de vlucht blijft, als er geen bijzonder ongeluk gebeurt,
+onopgemerkt. De draagstoel en uw waggelende gang zouden, indien wij
+ergens anders aan de haven in de boot wilden gaan, alles verraden.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="204">&nbsp;</span><a id="p_204"></a></p>
+
+<p>»En dan willen wij, verstandige menschen, aan geen wonderen, gelooven!&rdquo;
+riep Dion, en stak zijn vriend zijn witte hand toe. »Hoe zal ik u genoeg
+danken, gij lieve, verstandige, trouwste vriend van uw vrienden, met
+het hart zonder trouw voor uw vriendinnen. Voeg dit booze woord bij de
+andere van vroeger, waarvoor ik u nu om vergeving vraag. Wat gij voor
+mij en Barine wilt doen, geeft u het recht, mij uw leven lang al het
+kwaad aan te doen en te hooren te geven, wat gij maar wilt. Bezorgdheid
+voor haar zou mij heden avond, als het ernst geworden was met onze
+poging tot ontvluchten, zeer zeker aan dit huis en deze stad geboeid
+hebben gehouden, want zonder haar heeft het leven nu geen waarde meer
+voor mij. Doch wanneer ik mij voorstel dat zij mij zou kunnen volgen
+naar die klip van Pyrrhus...&rdquo;</p>
+
+<p>»Vlei u niet met die hoop,&rdquo; verzocht de bouwmeester. »Daar zou zij
+misschien wezenlijk hinderpalen ontmoeten.&mdash;Overigens, ik moet later nog
+eens met de Nubische overleggen. De anderen niet te na gesproken, houd
+ik haar raad toch voor den besten. Zij weet hoe het bij de grooten
+toegaat, en behoort zelve tot de kleinen. Buitendien heeft zij door
+Charmion toegang tot de Koningin, en niets wat er aan het hof geschiedt,
+ontgaat haar. Zij deed mij ook inzien dat wij de uitlevering van Barine
+aan Alexas als een geluk moesten beschouwen. Hoe licht had het niet
+kunnen gebeuren dat zij, wier wenschen altijd daden worden, wanneer zij
+den al te grooten ijver harer levende werktuigen niet beteugelt, door
+jaloerschheid tot een gruwelijke misdaad ware gedreven! Iemand die zelf
+door het lot met zoo harde slagen getroffen wordt, haast zich maar
+zelden anderen daarvoor te behoeden, wanneer de zorgen, die als een
+berg op haar drukken, zich maar tusschen de Koningin en de jaloersche
+verbolgenheid plaatsen, die voor hare groote ziel werkelijk te klein
+is!&rdquo;</p>
+
+<p>»Wat is groot of klein voor het hart eener minnende vrouw?&rdquo; vroeg Dion.
+»In ieder geval doet gij wat gij kunt om Barine buiten de macht der
+vertoornde vorstin te brengen, dat weet ik.&rdquo;</p>
+
+<p>Gorgias drukte zijn vriend met warmte de hand, en door een plotselinge
+ingeving gedreven, kuste hij hem daarbij op het voorhoofd, en haastte
+zich naar de deur. Op den drempel werd hij door een zacht steunen van
+den gewonde teruggehouden. Zou hij zich dienzelfden avond reeds sterk
+genoeg gevoelen den langen tocht door de onderaardsche gang te doen?</p>
+
+<p>Dion verzekerde, dat hij dat stellig geloofde, maar tegelijk verried
+zijn hooger gekleurd gelaat dat de reeds verdwenen koorts teruggekeerd
+was.</p>
+
+<p>Gorgias sloeg den blik nadenkend naar den grond. Vele zieken <span class="pagenum" title="205">&nbsp;</span><a id="p_205"></a>die
+genezing behoefden, werden naar den tempel der godin gebracht, daarom
+kon de verschijning van Dion op die plaats niet bijzonder de aandacht
+trekken. Daarentegen scheen het gevaarlijk aan vreemden op te dragen den
+zieke door de gang te leiden. Hij zelf was sterk genoeg, maar het zou
+voor den allersterkste een onmogelijkheid zijn het zware lichaam van den
+langen man in gebukte houding tot aan de zee te dragen; want de gang was
+laag en van aanzienlijke lengte. Maar als het noodig was, dan zou hij
+het beproeven. Hij riep hem vertroostend toe: »Als uw kracht niet
+toereikend is, dan vinden wij er wel iets anders op!&rdquo; en nam daarmede
+afscheid. Vervolgens schreef hij aan Barine's <ins class="corr" id="corr113" title="Bron: kamervouw">kamervrouw</ins> en den
+lijfslaaf van den gewonde voor, wat zij moesten doen, beval den
+poortwachter iederen bezoeker, wien ook, met uitzondering van den arts,
+den toegang te weigeren, en kwam eindelijk weder in de open lucht.</p>
+
+<p>Voor het huis liep een kleine schaar epheben heen en weder. Anderen
+hadden zich neergezet op een grasperk, langs de struiken van den
+Paneumtuin naast het huis, en deden den edelen wijn eer aan, dien Dion's
+keldermeester, op bevel van zijn heer, hen hier geschonken had.</p>
+
+<p>Het was een vroolijk tooneel; want cliënten van den lijder, die nadat
+zij hunne deelneming betuigd hadden, door den portier waren afgewezen,
+en aardig gekleede meisjes hadden zich bij de epheben gevoegd. Het
+ontbrak daarbij niet aan scherts en lach, en wanneer een bevallige jonge
+moeder of slavin voorbij kwam met kinderen, die in dezen tuin altijd bij
+voorkeur speelden en stoeiden, dan werd menig dartel woord gewisseld.</p>
+
+<p>Gorgias wuifde de jongelingen vroolijk toe, verheugd over de frissche
+levenslust, waarmede de flinke knapen de plichtsvervulling tot een feest
+maakten, en menige ephebe hief den beker op om den beroemden kunstenaar,
+die nog niet zoo lang geleden een der hunnen was, een vroolijk »Io&rdquo; en
+»Evoë&rdquo; toe te drinken.</p>
+
+<p>Een der eersten daarbij was een slank jongeling, de student Philotas uit
+Amphissa, Didymus' helper, dien Gorgias vóór enkele dagen uit de macht
+der demonen van de wijn had helpen verlossen. Terwijl de bouwmeester
+hem, uit zijn tweewieligen wagen, vriendelijk groette, viel de gedachte
+hem in, dat die aardige jongen, die zoo ernstig tegen Barine en Dion had
+misdreven, wel de rechte kon zijn om zijn vriend door de onderaardsche
+gang naar de zee te dragen. Als Philotas de man was, voor wien Gorgias
+hem hield, dan moest het hem als een geschenk voorkomen, wanneer hij
+zijn misdrijf bij de betrokken personen weer goed kon maken, en hij had
+zich daarin niet vergist. Nadat de jongeling eerst plechtig gezworen had
+dat hij, tegen ieder, wie het ook mocht zijn, er van zou <span class="pagenum" title="206">&nbsp;</span><a id="p_206"></a>zwijgen, vroeg
+de bouwmeester hem af, of hij hem bij de redding van Dion terzijde wilde
+staan. Overvloeiend van dankbaarheid toonde Philotas zich dadelijk
+daartoe bereid, en beloofde dat hij op het bepaalde uur aan de opgegeven
+plaats bij den Isistempel op hem zou wachten.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="207">&nbsp;</span><a id="p_207"></a></p>
+
+<h2><a id="VEERTIENDE_HOOFDSTUK"></a>VEERTIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Terwijl Gorgias bezig was in den Isistempel de <ins class="corr" id="corr114" title="Bron: onderaarsche">onderaardsche</ins> ruimte
+te onderzoeken, keerde Charmion, vroeger dan zij had gedacht, op de
+Lochias terug. Zij had haar broeder, niet te Kanopus, maar bij vrouw
+Berenice gevonden, en hem na een kort bezoek aan het ziekbed van Dion,
+deelgenoot van hare vrees gemaakt. Aan hem alleen vertrouwde zij het
+geheim toe dat de Koningin het lot van Barine in handen van Alexas had
+gelegd. Dit bericht zou de moeder der bedreigde jonge vrouw allicht tot
+wanhopige stappen hebben gebracht, want zelfs de onverstoorbaar kalme
+Archibius bleef zich zelven daarbij niet meester. Het liefst had hij
+zich onmiddellijk toegang tot de Koningin verschaft, als het moest zijn,
+met geweld, maar hij werd gewacht door den uit Rome gekomen
+geschiedschrijver Timagenes. Deze was niet als gewoon burger in zijn
+vaderstad wedergekeerd, maar met de opdracht van Octavianus, om als
+bemiddelaar een eind te maken aan den strijd, die bij <ins class="corr" id="corr115" title="Bron: Acitium">Actium</ins> immers te
+zijnen gunste was beslist. De keus van dezen tusschenpersoon was
+gelukkig, want hij had Cleopatra in hare jeugd onderwezen, en was nog
+dezelfde strijdlustige man gebleven, die haar dikwijls tot tegenspraak
+geprikkeld had. Toen hij deelgenomen had aan een volksopstand tegen de
+Romeinsche overheid, was hij als slaaf naar de Tiber gevoerd. Hij was
+echter spoedig weder vrijgekocht en tot zulk een aanzien gekomen, dat
+Octavianus hem, die zoo goed bekend was in Alexandrië, deze gewichtige
+zending had toevertrouwd. Archibius had afgesproken hem te ontmoeten
+bij Arius, die nog altijd niet hersteld was van de kwetsuren, die hem
+door de wielen van Antyllus' wagen waren toegebracht, en zoo geleidde
+vrouw Berenice Timagenes naar haar broeder. Charmion mocht hen daar
+niet volgen, want men zou haar een bezoek bij den voormaligen Mentor
+van Octavianus euvel geduid hebben. Daarenboven verzette hare
+fijngevoeligheid zich ook tegen het denkbeeld, <span class="pagenum" title="208">&nbsp;</span><a id="p_208"></a>om juist nu in aanraking
+te komen met den vriend van den vijand en overwinnaar harer gebiedster.</p>
+
+<p>Zij liet dus haar broeder alleen met vrouw Berenice naar het huis van
+den gewonde rijden, doch Archibius had haar eer zij scheidden, beloofd,
+dat hij in het ergste geval het uiterste beproeven zou, om de Koningin,
+die haar verboden had van de jonge vrouw te spreken, de oogen te openen
+en Alexas den voet dwars te zetten.</p>
+
+<p>Uit den tuin van het Paneum, had zij zich naar de Kanopische straat en
+in de Jodenwijk laten dragen, waar zij allerlei gewichtige zaken voor
+Cleopatra moest inkoopen. Het was reeds langs over den middag, toen
+zij in haar draagstoel weder voor het paleis op den Lochias verscheen.
+Onderweg had zij reeds een droevig besef van haar eigen machteloosheid
+gehad. Zonder zelfs ook maar het geringste te hebben uitgericht, moest
+zij afwachten hoe andere daarin zouden slagen, en nauwelijks had zij den
+drempel van het paleis overschreden, of bij de oude zorgen, die hare
+ziel reeds zwaar genoeg drukten, kwamen nog nieuwe.</p>
+
+<p>Zij verstond de kunst in de gelaatstrekken der hovelingen te lezen, en
+die van den poortwachter hadden haar al dadelijk doen zien, dat er in
+hare afwezigheid iets noodlottigs was gebeurd.</p>
+
+<p>Het lag niet in haar aard om de onvrijen en minderen van het
+dienstpersoneel om inlichting te vragen, en dit deed zij dan ook niet,
+hoewel het in het paleis wemelde van wachters, beambten van allerlei
+soort, dienaren en slaven. Menigeen, die haar in het oog kreeg, zag haar
+aan met die eigenaardige schuwheid, die men gewoonlijk heeft voor iemand
+wien iets treurigs boven het hooft hangt. Anderen daarentegen, met wie
+zij in nadere betrekking stond, liepen op haar toe om zich het droevige
+genoegen te gunnen de eerste berichtgever van slecht nieuws te zijn.
+Doch <ins class="corr" id="corr116" title="Bron: Charminon">Charmion</ins> stapte met ernstig afwerende blikken en woorden
+hen allen voorbij, totdat zij voor de deur van de groote wachtzaal, die
+overvol was met Aegyptische en Grieksche houders van verzoekschriften,
+den zegelbewaarder Zeno ontmoette. Dezen hield zij aan, om van hem te
+hooren wat er was geschied.</p>
+
+<p>»Sedert wanneer?&rdquo; vroeg de oude hoveling. <ins class="corr" id="corr117" title="Bron: «">»</ins>Iedere minuut heeft iets
+nieuws gebracht, en alles was even diep bedroevend. Welk een tijd,
+Charmion, en welk een onheil!&rdquo;</p>
+
+<p>»Toen ik uitging,&rdquo; antwoordde zij, »was er nog geen bode aangekomen. Nu
+is het alsof bij dit oude monster van een paleis, dat toch al aan
+zoovele verschrikkingen gewend is, de adem stilstaat. Zeg mij ten minste
+de hoofdzaak, eer ik mijn gebiedster terugzie!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="209">&nbsp;</span><a id="p_209"></a></p>
+
+<p>»De hoofdzaak? Pest of hongersnood,&mdash;wat moet men het ergste noemen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Spoedig Zeno, ik word gewacht.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik zelf heb ook haast, en er is ook waarlijk niets te vertellen waarbij
+men gaarne zou stilstaan. Vooreerst is Canidius gekomen, in eigen
+persoon en onmiddellijk uit Actium. Die man is stoutmoedig genoeg.&rdquo;</p>
+
+<p>»Is het leger te land ook verslagen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Verslagen, verstrooid, overgeloopen; vooraan Koning Herodes met zijn
+legioenen.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu sloeg Charmion hare handen voor het gelaat, en steunde luid, doch
+Zeno ging voort:</p>
+
+<p>»Gij waart immers mede op de vlucht. Toen Marcus Antonius van u
+scheidde, zeilde hij met de schepen, die zich bij het zijne hadden
+gevoegd, op Parætonium aan. Daar stond een groote strijdmacht nog
+ongerept, waarop de Vorstin en Mardion hunne hoop vestigden. Andere
+troepen zouden zich bij deze kunnen aansluiten, en dan hadden wij weder
+een sterk leger tot onze beschikking.&rdquo;</p>
+
+<p>»Pinarius Scarpus staat aan hun hoofd; hij is een beleidvol krijgsman,
+en ik zelve dacht<ins class="corr" id="corr118" title="Bron: &nbsp;...">....</ins>&rdquo;</p>
+
+<p>»Hoe meer vertrouwen gij in hem steldet, hoe grooter uw dwaling was!
+Die vervloekte schelm, die zoo veel aan Antonius te danken heeft, had
+reeds tijding uit Actium ontvangen, vóór de schepen kwamen, en toen de
+imperator zelf verscheen, was hij reeds tot Octavianus overgeloopen. De
+ellendeling liet al de veteranen die zich tegen dit verraad verzetten,
+dooden. De dappere bezetting der stad was echter niet voor de snoode
+daad te winnen. Aan haar heeft Marcus Antonius het te danken dat hij nog
+leeft, en geen schandelijken dood vond door zijn eigen troepen. Nu heeft
+een ruiter de tijding gebracht, dat heden avond de verslagene hier zal
+terug komen. Om onbekende redenen stapt hij niet op de Lochias uit, maar
+in het kleine paleis op den Choma.&rdquo;</p>
+
+<p>»Arme, arme Koningin!&rdquo; riep Charmion uit. »Hoe heeft zij dat alles
+gedragen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Tegenover den verslagen Canidius en den bode van Antonius gedroeg zij
+zich als een heldin. Maar daarna.... het is waar, het jammeren duurde
+niet lang, maar dat stomme, wanhopige stilzwijgen.... Eer zij weder
+geheel zich zelve geworden was, zond zij ons allen weg, en ik heb haar
+nog niet wedergezien. Doch alles wat hier binnen leeft van gedachten en
+gevoel,&rdquo;&mdash;en hij wees daarbij op voorhoofd en borst&mdash;»dat heeft van dat
+oogenblik af zijn woonplaats verlaten en blijft bij haar. Als een mensch
+zonder ziel waggel ik van de eene plaats naar <span class="pagenum" title="210">&nbsp;</span><a id="p_210"></a>de andere. O, Charmion,
+wat is ons overkomen! Waar zijn de tijden gebleven, toen kommer en
+vrees begraven lagen bij de andere dooden; die dagen en nachten, toen
+mijn geest zich verbond met dien der vorsten, om eene droeve aarde
+te herscheppen in de bloeiende velden der zaligen, den gewonen dag
+in een feest, en het feest in Olympisch genot? Welke fonkelnieuwe
+heerlijkheden had ik niet voor het overwinningsfeest, den triomf, ja
+zelfs voor den intocht in Rome ontworpen en gedicht! Mijn plannen,
+programma's, teekeningen en verzen vullen geheele kisten. Allen, die het
+timmermanslood, den kwast en den beitel hanteeren, die verzen en muziek
+maken, zouden mij hebben bijgestaan, en, dat kunt gij gelooven, het zou
+iets éénigs geworden zijn, waarvan het late nageslacht nog spreken zou,
+dat men zou geprezen en bezongen hebben. En nu&mdash;en thans?&rdquo;</p>
+
+<p>»Thans verdubbelen wij onze krachten, om te redden wat nog te redden
+is.&rdquo;</p>
+
+<p>»Nog te redden?&rdquo; herhaalde de hoveling dof. »De Vorstin klampt zich
+trouwens ook nog vast aan dit schoone woord. Toen ik haar gisterennacht
+aan het werk zag, was het mij voortdurend alsof ik haar water zag gieten
+in het bodemlooze vat der Danaïden. Het is waar, heden, toen ik haar
+verliet, liet zij de armen zinken&mdash;en zóó&mdash;zoo staat zij mij nu voor
+mijn vochtige oogen, zoo.... Daarbij kan ik mijn neef Dion ook niet uit
+mijn gedachten bannen. Zorgen, niets dan zorgen, ook wat hem betreft! En
+ik meende het zoo goed met hem. In mijn testament vermaak ik hem alles
+wat ik bezit; maar nu wil hij in vollen ernst in den echt treden met de
+zangeres, de dochter van den schilder Leonax. Gij hebt op u genomen haar
+te beschermen;&mdash;doch uw eigen nicht, Iras, ligt u toch zeker nader aan
+het hart, en daarom zult gij wel goed vinden dat ik, als Dion bij zijn
+voornemen volhardt, het testament verscheur. Hij krijgt geen penning van
+mijn vermogen als hij de vrouw niet opgeeft, die de Vorstin een doorn in
+het oog is. Dat past nu eenmaal niet in ons oud, eerwaardig geslacht.
+Iras daarentegen is Dion's speelnoot, en ik heb haar sinds lang voor hem
+bestemd. Men kan geen verstandiger echtgenoot bedenken, en die daarbij
+de Koningin welgevalliger is. Hij was haar genegen, totdat de zangeres
+hem inpakte. Breng hen weder tot elkander, en ik zal hen als mijn eigen
+kinderen beschouwen. Indien de dwaas zijn oom, die enkel zijn welzijn
+beoogt, tegenstreeft, dan trek ik mijn hand van hem af. Hoe zijne
+vijanden ook tegen hem samenspannen<ins class="corr" id="corr119" title="Bron: &nbsp;»">,&nbsp;</ins>ik sla mijne armen
+over elkander, en zie het kalm aan. Ik neem de plaats in van zijn vader,
+mijn overleden broeder, en ik eisch gehoorzaamheid <span class="pagenum" title="211">&nbsp;</span><a id="p_211"></a>van hem. De Koningin
+is mijn alles, en hare genade is mij meer waard dan twintig weerspannige
+neven.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij zult de gunst der Vorstin toch wel behouden, al komt gij op voor
+den zoon uws broeders.&rdquo;</p>
+
+<p>»En Iras dan? Als zij zich door hem bedrogen ziet,&mdash;en dat doet zij nu
+reeds&mdash;dan zal zij niet rusten....&rdquo;</p>
+
+<p>»Totdat zij hem in de ellende heeft gestort,&rdquo; voltooide Charmion den
+volzin, meer bezorgd dan verwijtend, en alsof zij het naderend onheil
+reeds vóór zich zag.</p>
+
+<p>»Maar Iras staat niet nader bij de Koningin dan ik, en wanneer gij en
+ik, hand aan hand het onze doen om den wakkeren jongen man, die van uw
+eigen bloed is, te beschermen....&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja, dat is waar.... gij staat zeker, ook om uw langeren diensttijd,
+nader bij de Koningin dan Iras... intusschen.... zulke dingen moeten wel
+overwogen worden, en ik heb het u immers al gezegd:... mijn geest heeft
+de oude woonplaats verlaten om de Vorstin als haar schaduw te volgen.
+Alleen datgene wat haar betreft, boezemt hem nog belang in. Al het
+andere mag gaan zooals het wil! De vloot is zoo goed als vernield,
+Canidius verslagen, Herodes tot den vijand overgeloopen, verraad op
+verraad,&mdash;en de Afrikaansche legioenen verloren. Hoe heet de god die het
+rad, dat in zijn vaart den berg afrolt, zou kunnen terug wentelen naar
+den top? En toch&mdash;laat ons offeren, vriendin, en op beter dagen hopen!&rdquo;</p>
+
+<p>De zegelbewaarder verwijderde zich, doch Charmion ging met gebogen hoofd
+verder, om bij Barine en haar trouwe Anukis tot zich zelve te komen
+en uit te weenen, voor dat zij de taak aanvaardde om hare dierbare
+meesteres te troosten en op te beuren. En toch had zij zelve zóózeer een
+vriendelijke toespraak noodig! Waarheen zij den blik ook wendde, overal
+zag zij ongeluk, gevaar, verraad en schandelijke listen. Het was haar
+te moede alsof zij lang genoeg had geleefd, en haar tijd nu voorbij
+was. Haar zachtmoedige aard, haar geest, die zich zoo gaarne in iets
+verdiepte, zich verrijkte, en wat zij verkregen had, met een ander
+deelde, had tot nu toe de Koningin veel kunnen schenken. Niet alleen was
+zij Cleopatra's vertrouwde geweest, maar de Koningin had haar ook noodig
+gehad om met haar de vragen te bespreken die haar rusteloos brein,
+midden onder de dagelijksche plichten, bezig hielden. Nu waren het
+gebeurtenissen, harde, wreede feiten, die de Koningin geheel en al in
+beslag namen, waaraan zij weerstand bieden, en die zij ten goede leiden
+moest. Haar leven was een en al strijd geworden, en Charmion voelde zich
+niets minder dan strijdlustig.</p>
+
+<p>De harde, buigzame, scherp geslepen geest van Iras zou zich nu beter
+doen gelden, en de vrouw wier haren reeds grijs <span class="pagenum" title="212">&nbsp;</span><a id="p_212"></a>werden, zeide tot
+zichzelve dat het nu haar plicht was de jongere gezellin te laten
+voorgaan. Het zou haar rust gegeven hebben indien zij haar ambt had
+kunnen neerleggen, maar hiertoe kon zij niet besluiten. Juist omdat deze
+tijd zoo vol ellende was en misschien tot val en ondergang leiden kon,
+moest zij volharden, vooreerst ter liefde van de Koningin, en dan ook om
+over Barine te waken.</p>
+
+<p>Nu moest zij weder naar Cleopatra terug. Zij wist dat hare enkele
+nabijheid reeds het gewonde hart der Koningin goed zou doen.</p>
+
+<p>Voor de open deur van den tuin, waarop zij ijlings toe liep, klonk haar
+de zilverheldere lach van een kind tegemoet. De kleine zesjarige
+Alexander liep met open armen op haar toe, sloeg die om haar heen,
+vlijde zijn krulkopje tegen haar aan, en zag met zijn groote, heldere
+oogen tot haar op.</p>
+
+<p>Daar ging haar hart van open. Terwijl zij het kind optilde en kuste, en
+daarbij de gedachte bij haar opkwam, welk een treurig lot het te wachten
+stond, liet al de met moeite verkregen zelfbeheersching haar in den
+steek. Hare oogen liepen over van tranen en luid snikkend drukte zij het
+knaapje vaster tegen haar borst.</p>
+
+<p>Doch het koningskind, dat alleen aan opgeruimde gezichten en
+vriendelijke liefkoozingen gewend was, maakte zich verschrikt uit hare
+armen los, om hard terug te loopen naar zijn broertje en zusje. Toch had
+het kind een warm hart, en daar hij wel wist dat niemand weent en snikt
+zonder dat hij verdriet heeft, voelde Alexander medelijden met Charmion,
+van wie hij zeer veel hield, en daarom kwam hij nog eens bij haar terug.
+Wat hij van plan was haar te toonen, daarin had ook zijn moeder behagen
+geschept en het zou de tranen der bedroefde Charmion drogen. Het kind
+vatte hare hand, trok haar mede, en zeide dat hij haar iets héél moois
+en aardigs wilde laten zien. Zij liet zich gewillig medevoeren over de
+paden met fijn roodachtig zand bestrooid, van den kleinen tuin, dien
+Antonius voor hem en de andere kinderen op zijn gewone verkwistende en
+prachtlievende manier had laten aanleggen en voorzien was van allerlei
+schoone en zeldzame zaken.</p>
+
+<p>Er was een vijver met goud- en zilvervisschen, waarop zeldzame
+lotosbloemen met rozenroode bloesems uit het groen der gladde bladeren
+te voorschijn kwamen, en een andere, waarop dwergeenden van allerlei
+kleuren rondzwommen, alsof zij opzettelijk voor kinderen waren gemaakt.
+Een gedeelte van de zee, die den tuin bespoelde, was met gouden
+traliewerk omheind, en op haar spiegel dreven tal van zwanen, sneeuwwit
+of zwart met roode snavels. In de bloemperken stonden inheemsche of
+<span class="pagenum" title="213">&nbsp;</span><a id="p_213"></a>Indische bloemen van alle kleuren. Doorgangen van gouddraad, omrankt
+door bontbloeiende slingerplanten, gaven schaduw op de smalle paden.
+Achter een dichtbegroeiden Indischen boom, noodigde een druipsteengrot
+tot rusten uit, en daarnaast stond een huisje, dat geheel voor de
+kinderen was ingericht. Niets ontbrak daarin wat tot het dagelijksch
+leven behoort, zelfs niet het gereedschap in de keuken, noch in het
+tablinum de portretten der familie, die een kunstenaar sierlijk
+geschilderd had op kleine platen van ivoor. Dat alles was in verhouding
+tot de grootte der kinderen, van de kostbaarste stoffen en met de meeste
+kunst vervaardigd.</p>
+
+<p>Achter het huis was een kleine stal, waarin vier vlugge paardjes met
+gevlekte huid, zoo vreemd en aardig als men maar bedenken kan, een
+geschenk van den Koning van Medië, vol vuur op den grond stampten.
+Elders waren weder perken met gazellen, struisvogels, jonge giraffen en
+andere gras-etenden dieren. Bonte vogels en apen sprongen in de kruinen
+der boomen rond, en op den waterstraal der fontein werden gekleurde
+ballen voortdurend op en neder geworpen. Kindergeniën en godenbeelden
+uit marmer en brons kwamen uit het gras te voorschijn, en deze geheele
+tooverwereld was bijeen gebracht in een kleine ruimte en maakte door
+haar kleuren- en vormenrijkdom, haar geuren, gezang en gekweel een
+overweldigenden indruk op de verbeeldingskracht, en niet op die der
+kinderen alleen.</p>
+
+<p>De kleine Alexander trok Charmion voort, vol opgetogenheid en zonder
+op al die heerlijkheden ook maar één blik te slaan. Eerst bij den
+lotosvijver bleef hij staan, legde zijn vingertje op den mond en zeide:
+»Nu zal ik het u laten zien. Kijk eens naar dezen kant!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij ging zachtjes op zijn toonen staan, en wees op een hollen stam.
+Daarin had een paar vinken zijn nest gebouwd, en vijf jongen met breede,
+gele snavels, strekten hunne leelijke kopjes hongerig in de hoogte. »Is
+dat niet aardig?&rdquo; riep het prinsje. »En nu moet gij eens zien als de
+ouden komen en hen voeden.&rdquo;</p>
+
+<p>Het lieve gezicht van den schoonen knaap straalde daarbij van verrukking
+en Charmion kuste hem teeder. Doch terwijl zij dat deed, dacht zij aan
+de dood gepikte jonge zwaluwen op het admiraalschip van zijn moeder, en
+een koude rilling ging haar door de aderen.</p>
+
+<p>Nu hoorde men uit een verborgen hoekje achter het fraai bewerkte
+kinderhuisje heldere stemmen »Alexander&rdquo; roepen. De knaap bedacht zich,
+en zei vol spijt:</p>
+
+<p>»Nu heb ik u het nestje gewezen, maar daardoor heb ik wat vergeten.
+Agatha was ingeslapen, en Smerdis weggegaan, en <span class="pagenum" title="214">&nbsp;</span><a id="p_214"></a>dus waren wij alleen.
+Toen hebben zij mij gezonden naar den poortwachter Horus, om wat van
+zijn grof gerstebrood te halen. Hij geeft mij altijd alles, en wij
+houden daar zooveel van. Wij zijn boeren, en hebben hard gewerkt met de
+bijl en de schop, en nu gaan wij eten. Hebt gij ons huis al gezien? Wij
+hebben het zelf gebouwd! Selene, Helios, Jotape, daar ik mee ga trouwen,
+en ik.... Ja, ik! Zij hebben mij ook laten meehelpen, en wij hebben het
+heel, heel alleen gedaan! Het is heelemaal klaar. Morgen maken wij nog
+een stal voor de koe! De anderen mogen het niet zien, maar aan u mag ik
+het wel laten kijken.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij trok haar weder mede, en Charmion volgde hem gewillig. Zij werden
+met vreugde begroet door de tweelingen en de kleine Jotape, die de
+zesjarige Alexander zijn aanstaand vrouwtje had genoemd. Het was een
+aardig blond kind van denzelfden leeftijd als hij, de dochter van den
+Koning van Medië, die men na den oorlog met de Parthen met den knaap
+verloofd had, en die nu aan Cleopatra's hof in gijzeling was. Met
+uitzondering van dit Medische <ins class="corr" id="corr120" title="Bron: Vostenkind">Vorstenkind</ins>, had Charmion hen alle
+zien geboren worden, en zij hielden veel van haar.</p>
+
+<p>De jonge vorstelijke bouwlieden toonden haar met blijden trots hun werk,
+en het was werkelijk goed gelukt. Zij hadden al wekenlang daaraan
+gewerkt, en in dien tijd den geheelen tuin met al zijn heerlijkheden
+vergeten. Bijzonder trotsch waren zij op de twee planken, die Helios
+zelf, met de hulp van Alexander, na den laatsten storm, uit de zee had
+opgevischt, toen men hen eens alleen gelaten had, en op het slot aan de
+deur, dat zij stilletjes en met veel moeite uit een oude poort hadden
+gehaald. Selene had zelf het voorhangsel voor de deur geweven. Nu wilden
+zij ook een haard bouwen.</p>
+
+<p>Charmion prees hunne vaardigheid, terwijl zij vroolijk allen door
+elkander spraken, om haar te vertellen welke moeilijkheden zij hadden
+moeten overwinnen. Het pleizier in hun eigen werk straalde hen daarbij
+uit de oogen, en zij waren zoo daarvan vervuld, dat zij niet eens den
+man hoorden naderen, die hen overviel met den uitroep: »Nu genoeg met
+dat spel, uwe hoogheden! Er gaat toch al genoeg tijd mee heen!&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop keerde hij zich tot de Koningin, die hij daarheen vergezeld had,
+en ging op verontschuldigenden toon voort: »Misschien is dit spel in uwe
+oogen bedenkelijk, doch er is ook veel vóór te zeggen. In ieder geval
+scheen het de jonge Vorsten zooveel genoegen te geven dat ik het voor
+korten tijd heb laten gaan. Indien echter uwe Majesteit beveelt&rdquo;....</p>
+
+<p>»Laat hun dit vermaak,&rdquo; gaf de Koningin vriendelijk ten antwoord, en
+zoodra de kinderen hunne moeder zagen, liepen zij naar haar toe, drongen
+zich hartelijk en zonder vrees tegen <span class="pagenum" title="215">&nbsp;</span><a id="p_215"></a>haar aan, bedankten haar en
+verzekerden haar met levendigheid dat zij in den geheelen tuin niets zoo
+heerlijk vonden, als hun huis dáár.</p>
+
+<p>Zij waren ook van plan nog een stal er bij te bouwen.</p>
+
+<p>»Dat kon wel eens te veel worden,&rdquo; merkte de gouverneur Euphronion op.
+Deze was een man, die reeds op jaren kwam, met een verstandig en
+welwillend gelaat; hij liet er op volgen: »Laat ons niet vergeten,
+hoeveel er nog te leeren is, opdat wij op den verjaardag van Hare
+Majesteit ons plan ten uitvoer brengen, en de proef goed doorkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar de kinderen vereenigden zich in het dringend verzoek, dat zij den
+stal nog mochten bouwen, en eindelijk stond hij hun ook dat nog toe.</p>
+
+<p>Toen de gouverneur hen eindelijk wilde wegbrengen, hield de koninklijke
+moeder hen nog even tegen, en vroeg: »En wanneer ik u nu eens in plaats
+van dezen tuin een stuk land gaf, dat in het geheel niet aangelegd was,
+juist zooals een boer het beploegt, en gij mocht daarin, na de leeruren,
+graven en bouwen, zooveel gij maar wildet?&rdquo;</p>
+
+<p>Daar klonk een luide jubelkreet uit den mond der kinderen; alleen de
+kleine Medische Jotape vroeg bezorgd: »Maar dan mag ik mijn pop toch
+meenemen? Alleen maar de oudste van allen, Atossa. Zij heeft maar één
+arm, maar ik houd van haar het allermeeste.&rdquo;</p>
+
+<p>»Neem ons maar alles af wat gij wilt!&rdquo; riep Helios, en trok den kleinen
+Alexander naar zich toe, om te toonen dat zij, de mannen, het met
+elkander eens waren, »geef ons alleen het land, en laat ons daar
+bouwen!&rdquo;</p>
+
+<p>»Wij zullen zien of het gaat,&rdquo; antwoordde Cleopatra. »En gij Euphronion,
+zoudt misschien de rechte persoon zijn, om... Doch daarvan op een
+rustiger tijd.&rdquo;</p>
+
+<p>De gouverneur ging heen, en de kinderen volgden hem, terwijl zij nog
+lang naar hunne moeder omzagen, en haar groetten en toewuifden.</p>
+
+<p>Zoodra zij achter de boomen in den tuin verdwenen waren, riep Charmion:
+»Hoe duister de hemel ook moge worden, zoo lang gij deze nog hebt, kan
+het er nooit ontbreken aan zonneschijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»Indien,&rdquo; ging de Koningin nadenkend voort, »niet een andere gedachte
+zich met deze samenvlocht, die den nacht nog zwarter maakt. Weet gij wat
+deze vreeselijke dag ons gebracht heeft?&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik weet alles!&rdquo; antwoordde zij met een diepen zucht.</p>
+
+<p>»Dan kent gij ook den afgrond, aan welks rand wij wandelen, en deze
+kinderen door hunne ongelukkige moeder zelve medegesleept te zien in die
+gapende kloof,&mdash;dat, Charmion,&mdash;dat!&rdquo;... <span class="pagenum" title="216">&nbsp;</span><a id="p_216"></a>Zij barstte daarbij in een
+luid snikken uit, sloeg hare armen om den hals van hare vriendin, de
+speelnoot harer kindsche jaren, en liet een oogenblik haar hoofd rusten
+aan dat trouwe hart, als een kind dat troost noodig heeft.</p>
+
+<p>Zij weende enkele minuten zonder zich te bedwingen. Toen hief zij het
+vochtige gelaat weder op, en zeide zacht:</p>
+
+<p>»Dat heeft goed gedaan! O, Charmion, ik heb meer dan iemand behoefte aan
+liefde. Aan uw warm hart is het hier binnen al stiller geworden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gebruik het maar, rust er aan uit, zoo dikwijls gij het noodig hebt,
+tot aan het einde toe!&rdquo; riep Charmion diep ontroerd.</p>
+
+<p>»Tot aan het einde,&rdquo; herhaalde Cleopatra, en droogde hare tranen af.
+»Het is mij, alsof alles eerst heden begon. Straks was ik een uur
+alleen. Ik dacht dat ik zou ondergaan, en gij weet hoe licht ik mij door
+den hartstocht laat meesleepen. Maar wat was mij ook al niet overkomen!
+Het leger vernietigd, Herodes en Pinarius afvallig geworden, het
+grootmoedige, vertrouwende hart van Antonius verscheurd door snood
+verraad, zijn ziel verduisterd, de herstelling van het kanaal, mijn
+laatste hoop&mdash;Gorgias is het mij komen zeggen&mdash;zoo goed als mislukt....
+Daar kwam de kleine Alexander, om mij naar zijn vogelnestje te brengen.
+Al het overige in den tuin scheen hem daarbij vergeleken, onbeduidend.
+Dat wekte nieuwe gedachten bij mij op, en dan dat huisje, dat de
+kinderen geheel alleen voor zich zelve hebben gebouwd! Dat alles,&mdash;het
+heeft mij met geheimzinnige kracht gedwongen terug te zien op mijn
+levensweg, tot in de lang verloopen dagen in het huis van uwen vader...
+Ik... De kinderen... Op hoe verschillende grondslagen bouwen wij ons
+leven op! Waartoe ik ook, toen mijn jeugd achter mij lag, gekomen ben,
+bij haar zoek ik het begin van alles. Mijn kindsheid viel midden in de
+verwikkelingen van den Staat, met de verdrijving van mijn vader en den
+dood van mijn moeder. Ik stond toen ook aan den rand van een afgrond. De
+tweelingen, die nu al tien jaar zijn, hebben ook bijna de kinderjaren
+achter den rug, en zij zullen spoedig hetzelfde lijden moeten doorstaan
+als ik, nadat zij genietingen hebben gesmaakt, waarvan ik ook niet de
+geringste heb gekend. Doch waren er voor ons niet betere weggelegd? Wat
+hen dagelijks ten deel is gevallen, daarvan hebben wij in onzen
+eenvoudigen tuin alleen maar gedroomd. Hoe dikwijls liet ik u deelen in
+de schitterende toekomstvisioenen die ik destijds had! Gij volgdet mij
+altijd gaarne in de sprookjeswereld mijner droomen. En ik.... wat de
+phantasie mij toonde, in die jaren van rust en nadenken, dat is in mijn
+later leven met mij medegegaan<ins class="corr" id="corr121" title="Bron: ,">.</ins> Toen ik rijk en machtig op een troon
+zat, zag ik dat alles <span class="pagenum" title="217">&nbsp;</span><a id="p_217"></a>telkens weder. De middelen om die hersenschimmen
+tot werkelijkheid te maken, ontbraken mij niet, en toen ik den man
+ontmoette, wiens eigen leven de verwezenlijking van een droom
+geleek,&mdash;toen riep ik de visioenen uit mijn kindsheid weder op, en liet
+ze waarheid worden. De wonderen, waarmede ik het leven van mijn geliefde
+sierde, waren de kinderlijke phantasieën, waaraan ik een tastbaren
+vorm gaf. Deze tuin is een beeld van het leven waartoe ik geloofde
+opgeklommen te zijn, terwijl ik in waarheid daarin afdaalde. Alles wat
+de zinnen streelen kan, hebben wij op dit stuk grond bijeengebracht;
+doch geen daarvan komt tot rust, in deze enge ruimte, waar ieder die het
+waagt zich vrij te bewegen zich stoot aan al de overtolligheden die hier
+bijeen zijn.</p>
+
+<p>»En toch had ik mij in uwe omgeving en aan de hand van uw wijzen vader
+leeren tevreden stellen met zoo weinig, en was ik reeds begonnen met het
+streven naar rust. Waar is zij, die rust zonder smart,&mdash;ons hoogste
+goed&mdash;toch heengegaan? Door mijne schuld hebt ook gij beiden haar
+verloren... maar de kinderen... Ik liet hen het leven beginnen op een
+brandpunt van alle mogelijke onrust, en nu zie ik hoe hun eigen gezonde
+natuur zich tracht los te maken uit dien verblindenden kleurengloed, den
+bedwelmenden geur, het geestverwarrend gezang en gekweel. Zij smachten
+naar den onontgonnen akker waarop het leven van den strijdenden mensch
+begonnen is. De knaap werpt alle beuzeling ver weg, om de kracht die hem
+aangeboren is te kunnen gebruiken. Het meisje doet evenals hij, en houdt
+zich vast aan haar pop, waarin zij het levende kind ziet, om toe te
+geven, aan de moederlijke aandrift, die het kenteeken is harer natuur.
+Wat hunne ziel met zooveel kracht begeert, dat is dan ook het ware,
+en dat moet hen worden gegund. Toen ik tien jaar oud was, zooals de
+tweelingen nu, toen had mijn geheele leven en streven reeds een bepaalde
+richting genomen. Zij gaan nog blindelings af op het doel dat hen
+voorgehouden wordt. Daarom: terug met hen naar het punt vanwaar hunne
+moeder uitging&mdash;naar de plek waar zij alles ontving, wat er goeds in
+haar is! Zij moeten naar den Epicuristen-tuin, om het even of het de
+oude te Kanopus is, of een andere. Wat bonte droomen aan hunne moeder
+hebben getoond, en wat zij met misdadige verkwisting heeft zoeken te
+verwezenlijken, dat heeft hen omringd van hunne geboorte af aan, en het
+heeft al spoedig zijn aantrekkingskracht voor hen verloren. Als zij
+eenmaal in de wereld komen, dan zullen zij alles wat alleen de zinnen
+prikkelt en bedwelmt verachten. Zij zullen vasthouden aan het streven
+naar smartelooze inwendige rust, wanneer zij geleid worden door een
+gids, die de gevaren, waarmede <span class="pagenum" title="218">&nbsp;</span><a id="p_218"></a>Epicurus' leer juist de jeugd omstrikt,
+verwijderd houdt. Ik heb dien leidsman gevonden, en gij zult ook
+vertrouwen in hem hebben, want het is uw broeder Archibius, dien ik
+bedoel.&rdquo;</p>
+
+<p>»Hij?&rdquo; vroeg Charmion verrast.</p>
+
+<p>»Ja, hij, die opgegroeid is in den Epicuristen-tuin, en die in het leven
+en de philosophie het steunpunt vond, dat hem midden in al den strijd
+van het dagelijksch bestaan de rust der ziel heeft doen behouden,&mdash;hij,
+die de moeder bemint, en wien ook hare kinderen dierbaar zijn,&mdash;hij, aan
+wien de knapen en meisjes gehecht zijn met warmte en oprecht vertrouwen.
+Ik wensch de kinderen onder zijne hoede te stellen, en indien hij er in
+toestemt dezen wensch van de ongelukkigste aller vrouwen te vervullen,
+dan zie ik mijn einde met kalmte tegemoet. Dat is nabij!&mdash;Ik voel het,
+ik weet het. Gorgias houdt zich reeds met een ontwerp voor mijn
+grafmonument bezig.&rdquo;</p>
+
+<p>»O, Koningin!&rdquo; riep Charmion vol smart. »Wat er ook gebeuren moge, het
+kan toch nooit uw hoogheerlijk leven bedreigen! In Octavianus' borst
+klopt geen grootmoedig hart als dat van Marcus Antonius, maar toch is
+hij niet wreed, en juist omdat koele berekening datgene matigt waartoe
+de eerzucht hem drijft, zal hij uw leven sparen. Hij weet hoe deze stad,
+dit land u vergoden,&mdash;en indien het hem werkelijk gelukt op deze eerste
+overwinning andere te doen volgen, indien de goden toelaten dat uw troon
+en&mdash;wat zij verhoeden mogen!&mdash;ook uw geheiligde persoon in zijne handen
+valt...&rdquo;</p>
+
+<p>»Dan,&rdquo; riep Cleopatra uit, en hare heldere oogen schoten vonken, »dan
+zal hij gewaar worden wie de grootste is van ons beiden&mdash;juist dan
+zal ik mijn recht laten gelden op hem neer te zien, al zou het blinde
+noodlot ook hem, die mij en Cæsars zoon het erfdeel ontstal, de
+heerschappij over de geheele aarde schenken.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij had deze woorden uit gesproken met toornig fonkelende blikken, doch
+nu liet zij de kleine hand, die zich tot een vuist had gebald, zakken,
+en ging op een geheel anderen toon voort:</p>
+
+<p>»Er kunnen nog maanden voorbijgaan, eer hij sterk genoeg is den aanval
+te wagen, en de goden zelve hebben het oprichten van het grafteeken
+goedgekeurd. De eenige hinderpaal die daaraan in den weg stond, het
+huis van den ouden philosoof Didymus, is reeds gesloopt. Zooeven heeft
+een bode van Gorgias mij daarvan kennis gegeven. Het moet het tweede
+grafteeken in deze stad worden, dat de aandacht waardig is. Het andere
+bedekt het lichaam van den grooten Alexander, aan wien zij het aanzijn
+en den naam te danken heeft. Hij, die de halve wereld onderwierp aan
+zijn macht en aan den genius van het Grieksche volk, was toen hij
+<ins class="corr" id="corr122" title="Bron: strief">stierf</ins>, jonger dan ik. Waaraan heb ik, die <span class="pagenum" title="219">&nbsp;</span><a id="p_219"></a>door mijn ellendige
+zwakheid Actium deed verloren gaan, het recht te danken nog een dag
+langer onder de zon te wandelen? Misschien kunnen wij reeds binnen
+enkele uren Marcus Antonius verwachten.&rdquo;</p>
+
+<p>»En wilt gij dan,&rdquo; vroeg Charmion, »den diep terneergebogen man in deze
+stemming verwelkomen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Hij wil niet ontvangen worden,&rdquo; gaf Cleopatra scherp ten antwoord. »Hij
+heeft zelfs mij verboden hem te begroeten, en ik begrijp dit verbod.
+Maar wat moet hem wel overkomen zijn, dat hij, de opgeruimde, de
+menschenvriend, naar eenzaamheid smacht, en schroomt te ontmoeten zelfs
+die hem het liefst en het naast zijn? Hij wenscht zich af te zonderen op
+den Choma, en daar is Iras nu, om te zien of alles in orde is. Zij zorgt
+ook dat de bloemen er zijn, die hij graag heeft. Het valt mij zwaar en
+hard dat ik hem niet als vroeger mag welkom heeten. O Charmion, wat
+was dat heerlijk, wanneer hij met open armen en wijd geopend hart als
+een jongeling met zijn krachtige gestalte aan land sprong, en uit
+zijn schoon heroëngelaat een stroom van vurige, machtige liefde mij
+tegenkwam. En als hij dan&mdash;dat hebt gij ook nog niet vergeten!&mdash;zijn
+zware stem verhief, om mij den eersten groet te brengen, dan was het mij
+alsof de visschen in het water daarmede instemmen, en de palmen aan den
+oever in zalig medegevoel met de pluimen wuiven moesten.&mdash;</p>
+
+<p>»En hier! De droomen der kindsheid, die ik voor hem tot werkelijkheid
+maakte, namen ons op, en ons leven, door liefde en rozen omstrengeld,
+werd aan een sprookje gelijk! Van den eersten dag af dat hij ons te
+Kanopus tegemoet reed, en mij den eersten bloemruiker en een om liefde
+smeekenden zonnigen blik toewierp, staat zijn beeld voor mijn ziel als
+de belichaming der alles overwinnende mannekracht en der heldere, door
+niets te verduisteren, wereld-bezielende vreugde. En nu, nu?&mdash;Weet
+ge nog hoe wij hem als een somber droomer verlieten, vóór hij naar
+Paraetonium vertrok? Maar neen, duizendmaal neen, zóó mag hij niet
+blijven! Niet met gebogen hoofd, in opgerichte houding, zooals in de
+dagen van ons geluk, moet hij hand aan hand met haar die hij liefheeft,
+den drempel van den Hades overschrijden. En hij bemint mij nog altijd!
+Zou hij mij anders wel hierheen gevolgd zijn, hoewel het nu geen
+tooverbeker meer is, die hem naar mij toetrekt? En ik? Dit hart, dat
+reeds als kind de eerste neiging voor hem voelde, behoort hem nog
+altijd, en blijft het zijne....</p>
+
+<p>»Zou ik mij toch niet naar de haven begeven, en hem opwachten? Zie mij
+in het gelaat Charmion, en antwoord mij zonder schroom, even waar als
+een spiegel: is het Olympus werkelijk gelukt de rimpels te doen
+verdwijnen?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="220">&nbsp;</span><a id="p_220"></a></p>
+
+<p>»Ik kon ze te voren ook nauwelijks zien,&rdquo; luidde het antwoord, »en nu
+kan zelfs het scherpste oog niets meer ontdekken. Ik heb ook de haarzalf
+meegebracht, en wat Olympus u voor...&rdquo;</p>
+
+<p>»Stil, stil!&rdquo; zeide Cleopatra zacht.... »Er zijn veel levende schepselen
+in dezen tuin, en men zegt immers dat de vogels het allerscherpste
+hooren.&rdquo;</p>
+
+<p>Tegelijk kwamen de schalksche kuiltjes in de wangen weder te voorschijn,
+en de blijdschap over deze betooverende bevalligheid dwong Charmion den
+uitroep af:</p>
+
+<p>»Als Marcus Antonius u op dit oogenblik eens zag!&rdquo;</p>
+
+<p>»Vleister!&rdquo; antwoordde de Koningin met een dankbaren glimlach, doch haar
+vriendin voelde dat nu het oogenblik gekomen was om nog eens een goed
+woord voor Barine te doen, en daarom zeide zij met levendigheid:</p>
+
+<p>»Neen waarlijk, ik vlei u niet! Geen vrouw in Alexandrië, hoe zij ook
+heeten moge, zou het mogen wagen, zich ook maar in de verte met uwe
+bekoorlijkheden te meten. En daarom: laat toch de vervolging varen van
+die ongelukkige, die gij aan mijne hoede hebt toevertrouwd. Het is
+zichzelve beleedigen, wanneer men een Cleopatra is....&rdquo;</p>
+
+<p>Doch hier werd zij in de rede gevallen door een misnoegd:</p>
+
+<p>»Al weder!&rdquo;</p>
+
+<p>Cleopatra's gelaat, dat gedurende dit gesprek alle gemoedsbewegingen
+eener vrouwenziel, van de diepste droefheid tot vroolijke schalkschheid
+weerspiegeld had, kreeg nu een uitdrukking van hardheid. Zij maakte de
+korte opmerking: <ins class="corr" id="corr123" title="Niet in Bron.">»</ins>Gij vergeet weder, wat ik om goede redenen niet
+wilde hooren,&mdash;nu moet ik aan het werk,&rdquo; en keerde daarmede de vriendin
+harer jeugd den rug toe.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="221">&nbsp;</span><a id="p_221"></a></p>
+
+<h2><a id="VIJFTIENDE_HOOFDSTUK"></a>VIJFTIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Charmion ging nu naar hare woning terug. Wat reeds zoo menigmaal het
+geval was geweest, was het ook nu weder. Zoo vaak zij de diepte van
+gemoed, de mannelijke geestkracht, den rusteloozen ijver, de waakzame
+zorg van Cleopatra voor haar land, de moederlijke toewijding dezer
+zeldzame vrouw het vurigst had bewonderd,<ins class="corr" id="corr124" title="Niet in Bron.">&nbsp;</ins>was zij op jammerlijke
+wijze ontgoocheld.</p>
+
+<p>Dan had zij het moeten aanzien hoe de Koningin, om een droom uit de
+sprookjeswereld harer kindsheid te verwezenlijken, en haar geliefde
+daarmede te verrassen, ontzettende sommen verkwistte, die zoodoende
+aan de welvaart harer onderdanen onttrokken werden; hoe zij groote
+en gewichtige zaken liet achterstaan bij de ijdele en angstvallige
+verzorging harer eigene persoon; hoe kleingeestige jaloerschheid haar
+de rechtvaardigheid en goedheid deed vergeten die haar anders eigen
+waren; hoe zij, de vriendelijkste en meest vrouwelijke van alle
+gebiedsters, in een toornige opwelling tegen een ondergeschikte zich tot
+onrechtvaardigheid toe vergat, wanneer diens manier van doen haar met
+verontwaardiging vervulde. Dezelfde eerzucht, die haar van nature eigen
+was en haar de schoonste en roemrijkste harer daden ingegeven had, was
+meer dan eens de drijfveer geworden tot handelingen, waarvan zij later
+berouw had. Zooals zij het als kind reeds niet had kunnen hebben dat een
+ander haar in het oplossen van moeilijke vraagstukken overtrof, zoo had
+zij altijd de behoefte behouden om, waar zij zich vertoonde, de eerste
+te zijn en zich nooit geëvenaard te zien. Misschien lag daarom de
+voornaamste oorzaak van haar bitteren wrok tegen de ongelukkige Barine
+in de omstandigheid, dat Antonius haar de wedergade van een armband had
+vereerd, dien zij zelve droeg als een geschenk van haar geliefde.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="222">&nbsp;</span><a id="p_222"></a></p>
+
+<p>Charmion had dikwijls gezien hoe Cleopatra menig onrecht, ja zelfs
+menige beleediging gewillig en grootmoedig had vergeven, maar zich door
+haar gemaal gelijkgesteld te zien in wat het ook zij, met eene Barine,
+kon haar licht onverdragelijk voorgekomen zijn;&mdash;daarbij gaf hetgeen met
+Cæsarion was gebeurd, ten gevolge van den dwazen hartstocht, dien de
+jonge vrouw bij hem had gewekt, haar het recht hare mededingster te
+straffen.</p>
+
+<p>Vol vrees voor het lot van haar beschermeling, diep geschokt, en daarbij
+afgemat naar lichaam en ziel, naderde Charmion hare woning. Dáár hoopte
+zij verkwikking te vinden in de weldadige, gelijkmatig opgeruimde
+stemming van Barine; daar wachtten haar de trouwe, zorgzame handen van
+hare bruine dienares en vertrouweling.</p>
+
+<p>De zon neigde reeds ten ondergang, toen zij de voorzaal betrad. De
+wachter, die op post stond, deelde haar mede, dat er niets belangrijks
+was gebeurd, en met een verruimd hart ging zij het woonvertrek binnen.</p>
+
+<p>Evenwel, terwijl anders de Aethiopische haar met vriendelijke woorden
+tegemoet kwam om haar den sluier en mantel af te nemen, en de schoenen
+uit te trekken, was er ditmaal niemand om haar te ontvangen. Eerst in
+het aangrenzend vertrek, dat zij aan hare gast had aangewezen, vond zij
+Barine met roodgeweende oogen.</p>
+
+<p>In Charmions afwezigheid was haar een brief van Alexas gebracht, waarin
+deze haar schreef, dat zij den volgenden morgen vroeg op bevel der
+Koningin een verhoor bij hem moest ondergaan. Haar zaak stond slecht,
+doch als zij hem niet door die hardheid, die hem vroeger reeds zooveel
+smart had berokkend, zijn plicht nog zwaarder maakte, dan zou hij zijn
+uiterste best doen, om haar te behoeden voor gevangenschap, dwangarbeid
+in de groeven, of nog erger dingen. Het onvoorzichtig spel, dat zij
+met den Koning Cæsarion had gedreven, had het volk helaas tegen haar
+vertoornd. Hoe diep dat ging bewees de woede, waarmede men het huis
+van haar grootvader Didymus had omvergehaald. Dion, die zich misdadig
+vergrepen had tegen den edelen zoon der Koningin, zou door niets voor
+de verbolgenheid der volksmenigte te bewaren zijn. Hij, Alexas, wist
+wel dat zij in dien Dion een vriend en beschermer verloor; doch hij was
+geneigd om zijn plaats in te nemen, wanneer haar gedrag het hem hem niet
+onmogelijk maakte genade met recht te vereenigen.</p>
+
+<p>Deze boosaardige brief, die Barine een zachte behandeling beloofde
+tot den prijs van hare gunst, zonder dat Alexas daardoor in zijn
+hoedanigheid als rechter zichzelven aan de kaak <span class="pagenum" title="223">&nbsp;</span><a id="p_223"></a>stelde, verklaarde
+Charmion, waarom zij de dochter van haar vriend zoo diepbewogen vond.</p>
+
+<p>Wel gaf het haar een kleine verlichting om aan haar afschuw en wrok
+tegen Alexas uitdrukking te geven, zoo sterk als haar zachtzinnige
+aard dat maar vergunde, maar toch bleven angst, bekommering en
+verontwaardiging in haar bedrukte ziel om den voorrang strijden.</p>
+
+<p>Men zou verwacht hebben dat de jonge vrouw met haar levendigen geest,
+beproefd had alles te weten te komen wat Charmion bij de Koningin en
+Archibius had uitgericht, en wat er voor Cleopatra voor gewichtigs in
+staat en stad was gebeurd; maar met veel hartelijke belangstelling vroeg
+zij alleen naar den toestand van haar geliefde, van wien zij allerlei
+dingen wilde hooren, waarvan Charmion niets kon zeggen. Zij had bij haar
+kort bezoek aan Dion's legerstede niet vernomen hoe hij zijn eigen lot
+en dat van Barine droeg, hoe hij de toekomst tegemoet zag, en wat hij
+daarvan verwachtte.</p>
+
+<p>Dat Charmion juist deze vragen met stilzwijgen beantwoordde, deed de
+vrees der arme bedreigde niet weinig toenemen, daar zij niet alleen
+zich zelve, maar ook hen, die zij het meeste liefhad, in zulk een groot
+gevaar zag. Zij drong er bij hare gastvrouw nog meer op aan haar te
+verlossen uit die slingering, die nog moeilijker te verdragen was dan de
+vreeselijkste zekerheid; doch noch over Cleopatra's bedoelingen, noch
+omtrent het lot en de verblijfplaats van hare grootouders en Helena kon
+zij haar iets naders meedeelen. Hierdoor klom haar angst, want indien de
+berichten van Alexas waarheid behelsden, dan moesten de haren nu zonder
+dak zijn. Toen Charmion eindelijk bekende dat zij Dion slechts even had
+gezien, voelde de arme gepijnigde ziel ten laatste hoe al de kracht van
+het in stilte dragen van haar leed gebroken was.</p>
+
+<p>Zij, die altijd zoo rijk was geweest in hoop, die, als het licht van den
+avond verdween, zich reeds verheugde op het morgenrood van den volgenden
+dag, zag nu reeds in Cleopatra's hand de schrijfstift, waarmede zij het
+doodvonnis van haar zelve en van haar geliefde onderteekende. Met het
+oog van haar geest zag zij de haren, en hoe het instortende huis hen
+verpletterde, of hoe zij bloedden onder de steenen, geworpen door de
+woedende menigte. Zij hoorde Alexas den beul bevel geven om haar op
+de pijnbank te brengen, en zij dacht dat de Nubische niet naar huis
+terugkeerde omdat zij Dion niet gevonden had. Zeker hadden de trawanten
+der Koningin hem, met ketenen geboeid, naar de gevangenis gevoerd, in
+dien niet reeds Philostratus het volk had overreed hem door de straten
+te sleepen.</p>
+
+<p>Met een koortsachtige opgewondenheid, die Charmion te meer <span class="pagenum" title="224">&nbsp;</span><a id="p_224"></a>deed
+schrikken, omdat het in de dochter van haar vriend zoo iets vreemds
+was, liet Barine haar al de schrikbeelden zien die hare door doodsangst,
+smachtend verlangen, liefde en afschuw gefolterde phantasie haar
+voortooverde. Charmion deed alles wat zij kon om haar tot rust te
+brengen en aan de wanhoop te ontrukken; nu eens bestrafte zij haar, dan
+weder overlaadde zij haar met liefkoozingen, doch niets hielp. Eindelijk
+slaagde zij er in de ongelukkige te overreden met haar aan het venster
+te gaan staan, vanwaar zij een verrukkelijk schouwspel konden gadeslaan.
+In het Westen, achter het Heptastadium, midden tusschen het mastbosch
+in de haven van Eunostus, ging de zon onder, en Charmion, die van de
+kinderen der Koningin had geleerd hoe men een geschokt jong hart de rust
+moest wedergeven, wees hare beschermeling op het gloeiende avondrood aan
+den westelijken horizont, in de hoop dat hare gedachten daardoor op iets
+anders gericht zouden worden. Zij vertelde haar daarbij hoe haar vader,
+de schilder, haar opmerkzaam had gemaakt op den prachtigen lichtgloed,
+dien de kleuren aannemen op dezen tijd van den dag, ook al gloeide de
+avondhemel niet zoo sterk als ditmaal het geval was.</p>
+
+<p>Maar Barine, die zich op andere dagen aan zulk een tooneel niet
+verzadigen kon, was haar daar nu niet dankbaar voor, want deze
+zonsondergang deed haar denken aan een anderen, dien zij zoo kort
+geleden aan de zijde van Dion had bewonderd, en opnieuw barstte zij in
+hevig snikken uit.</p>
+
+<p>Nu wist Charmion geen raad meer. Zij legde haar arm om Barine's
+schouder; op hetzelfde oogenblik werd de deur geopend en Anukis, de
+Nubische trad binnen.</p>
+
+<p>Hare meesteres wist wel, dat het niets verkeerd kon zijn wat haar zoo
+lang van haar post bij Barine verwijderd had gehouden. Zeker was haar
+zelfs iets gewichtigs wedervaren, dat haar kracht op sterke proeven had
+gesteld. Dat bewees haar geheele uiterlijk. Haar glanzend bruine huid
+had een aschgrauwe tint gekregen, haar hoog, met krullend haar omgeven
+voorhoofd was vochtig, en de volle lippen waren bleek geworden.</p>
+
+<p>Hoewel zij zich vreeselijk moest hebben ingespannen, scheen zij
+toch geen rust te behoeven. Zij groette de beide vrouwen haastig,
+verontschuldigde zich over haar lang uitblijven, en deelde Barine mede
+dat zij Dion nu werkelijk bijna hersteld had gezien, doch toen verzocht
+zij haar meesteres met een enkelen blik van verstandhouding, om haar te
+volgen naar het nevenvertrek. Toch was aan de beangstigde jonge vrouw
+die beteekenisvolle blik der Nubische niet ontgaan, en door nieuwe vrees
+overvallen, wilde zij alles hooren wat er gebeurd was.</p>
+
+<p>Charmion gebood hare dienares dan ook te spreken. Anukis <span class="pagenum" title="225">&nbsp;</span><a id="p_225"></a>verzekerde,
+eer zij begon, dat de tijdingen die zij medebracht, werkelijk zeer
+goed waren,&mdash;alleen stelden zij groote eischen aan den moed en de
+standvastigheid van Barine, die zij trouwens gehoopt had anders weder te
+zien. Er was geen tijd te verliezen. Een uur na het ondergaan der zon
+werd zij op de afgesproken plaats verwacht.</p>
+
+<p>Hier viel Charmion haar in de rede met den uitroep: »Onmogelijk!&rdquo; en
+herinnerde haar aan de wachters, die Alexas, volgens overeenkomst met
+Iras, die in het paleis woonde, reeds den vorigen dag in de voorzaal en
+aan alle uitgangen, zelfs onder de vensters, had geplaatst.</p>
+
+<p>Doch de Nubische verklaarde dat zij dat alles reeds had bedacht; alleen
+moest zij, om tijd te winnen, Barine verzoeken om onder het spreken zich
+het haar te laten zwart verwen en krullen.</p>
+
+<p>De verrassing, die op het bedroefde gelaat der jonge vrouw eensklaps
+zichtbaar werd, deed Anukis uitroepen:</p>
+
+<p>»Laat ons vol vertrouwen de hand aan het werk slaan. Gij zult spoedig
+alles vernemen. Er is veel te verhalen. Onderweg heb ik mij voorgenomen
+alles zorgvuldig achter elkander te vertellen, maar ik zie dat het niet
+gaat. Neen, neen! Wie een kudde schapen uit den brandenden stal wil
+halen, trekt eerst den belhamel er uit&mdash;de hoofdzaak bedoel ik,&mdash;en
+daarmede, al behoort die eigenlijk pas bij het einde, wil ik dan nu
+beginnen. De uitlegging hoe dat alles is gegaan....&rdquo;</p>
+
+<p>Doch hier viel Barine haar in de rede met den blijden uitroep: »Ik moet
+vluchten, en Dion weet er van, en zal mij volgen! Ik zie het aan uw
+gezicht.&rdquo;</p>
+
+<p>Inderdaad verried elke trek op het leelijke gelaat van de Nubische dat
+het iets verblijdends was, wat haar gemoed vervulde. Stoute
+ondernemingsgeest straalde uit haar zwarte oogen, en een vriendelijke
+glimlach verfraaide haar grooten mond met de dikke lippen, terwijl zij
+antwoordde:</p>
+
+<p>»Zulk een verliefd hart verstaat de kunst van waarzeggen beter dan de
+eerste profeet van den grooten Serapis. Ja, jonge meesteres, hij dien
+gij bedoelt, moet uit deze gevaarlijke stad, waar u beiden zooveel
+gevaar dreigt, verdwijnen. Hem zal het stellig gelukken, en, als de
+goden ons bijstaan, en wij verstandig en moedig zijn, ook u.&mdash;Wie weet,
+hoe spoedig gij elkander zult wederzien! Van welke zijde de hulp komt,
+zeg ik u later. Nu komt het er het allereerst op aan u te veranderen, en
+wel&mdash;heb daar maar geen spijt van!&mdash;in het allerleelijkste: in de bruine
+Anukis. In hare gedaante moet gij uit dit paleis vluchten. Nu weet gij
+het, en terwijl ik het noodige uit mijn kleerenkast ga halen, verzoek ik
+u, meesteres, te bedenken, <span class="pagenum" title="226">&nbsp;</span><a id="p_226"></a>hoe wij de zwarte verf zullen krijgen voor
+het kleuren van deze ivoren huid en dit gouden haar.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij verliet de kamer, doch Barine wierp zich aan de borst van haar
+vriendin, en riep half schreiend, half lachend uit: »Al moest ik ook
+altijd zoo bruin en krom blijven als de trouwe Aisopion, als hij mij
+zijn liefde maar niet onttrekt, zou ik door het vuur en het water willen
+gaan,&mdash;ik zou.... o, Charmion, wat wisselt sneller in ons hart dan
+vreugde en smart? Op dit oogenblik zou ik aan iedereen, zelfs aan uwe
+Koningin, die mij toch al die vrees berokkend heeft, een weldaad willen
+bewijzen!&rdquo;</p>
+
+<p>De wanhopige vrouw van zoo even was door de nieuw opgewekte hoop in een
+overgelukkige veranderd, en Charmion zag dat met dankbaarheid aan,
+terwijl zij in stilte wenschte, dat de Koningin dezen uitroep mocht
+hebben gehoord.</p>
+
+<p>Zij begon nu al de haarkleurmiddelen die Cleopatra had afgekeurd, en
+waarvan zij daardoor een grooten voorraad in haren medicijnkist had, aan
+een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen, doch onder die bezigheid zag
+zij achter al hetgeen nog onopgehelderd was en dat haar in verwarring
+bracht, nieuwe groote gevaren. Barine echter zag over die alle heen de
+vertroostende wedervereeniging met haar geliefde, die haar wachtte, en
+was vol vroolijke opgewektheid, toen Anukis terugkwam.</p>
+
+<p>Nu begon onverwijld het werk der vermomming, en terwijl de Nubische de
+handen repte, stond ook haar mond geen oogenblik stil, en zoo kreeg
+Barine allengs het geheele verhaal te hooren van al wat er op dien
+gewichtigen dag voorgevallen was. Zij luisterde met toenemende spanning,
+en hare vreugde vermeerderde naarmate zij meer zag van den weg, dien de
+zorg en het beleid harer vrienden voor haar hadden gebaand. Daarentegen
+werd Charmion steeds stiller en ernstiger, hoe duidelijker zij het
+gevaar zag, dat haar beschermeling tegemoet ging. Toch moest zij
+bekennen dat het een misdaad zou zijn, tegen de veiligheid, misschien
+tegen het leven van Barine, indien zij haar van dit wel overlegde plan
+tot vluchten afhield.</p>
+
+<p>Dat zij het ondernemen moest, stond bij haar vast, doch nu het oogenblik
+naderde dat het geliefde kind zich in gevaar begeven moest; nu zij
+zichzelve moest bekennen dat zij een plan steunde, dat tegen het
+uitgesproken bevel der Koningin indruischte, en daarmede iets beoogde
+waarvan het welslagen Cleopatra's misnoegen, ja zelfs haar toorn dreigde
+op te wekken,&mdash;nu werd zij daardoor pijnlijk aangedaan. Voor zichzelve
+koesterde zij geen vrees. Geen oogenblik dacht zij aan de slechte
+gevolgen, die Barine's vlucht voor haar zelve kon hebben. Het eenige
+wat haar drukte was het besef, dat zij voor het eerst handelde tegen
+den uitdrukkelijken wil van haar, wier wenschen <span class="pagenum" title="227">&nbsp;</span><a id="p_227"></a>te vervullen en wier
+pogingen te steunen, tot nu toe de dierbaarste plicht van haar leven was
+geweest. Wel bedacht zij ook dat zij, door Barine te helpen vluchten,
+Cleopatra behoedde voor naberouw, wel was zij vast overtuigd dat zij dit
+schoone jonge leven, welks bloesems door storm en vorst werden bedreigd,
+op het oogenblik dat het reinste geluk haar was weggelegd, moest
+trachten te redden; maar met dat al bracht deze daad, hoe loffelijk ook
+op zichzelve, haar in botsing met het voornaamste streven en trachten
+van haar bestaan. En hoeveel hooger stond in hare schatting de vrouw,
+die&mdash;zij durfde het niet indenken&mdash;die zij op het punt was te verraden,
+dan die andere: hoe veel meer aanspraak op hare liefde en trouw had
+Cleopatra niet bij haar verworven!</p>
+
+<p>Zou zij iets anders dan dankbaarheid kunnen gevoelen, indien het
+reddingsplan gelukte? En toch kon zij slechts met tegenzin haar hand
+uitsteken om de fraaie, goed geëvenredigde gestalte van Barine op de
+mismaakte der Nubische te doen gelijken, of de vinger in de zalf te
+doopen, die eigenlijk voor Cleopatra was bestemd. Ook om de schoonheid
+der blonde haarvlechten van de jonge vrouw ging het haar aan het hart,
+een deel daarvan te moeten afsnijden.</p>
+
+<p>Toch, zou de vlucht gelukken, dan was dat alles niet te vermijden, en
+hoe verder Anukis kwam met haar verhaal, des te minder tegenwerpingen
+vond hare meesteres. Alleen reeds het door de Nubische afgeluisterd
+gesprek tusschen Iras en Alexas, maakte het noodzakelijk om Barine
+en haar verloofde aan de macht van zulke vijanden te onttrekken. Het
+scheen inderdaad alsof het lot zelf den bouwmeester Gorgias aan Dion's
+legerstede bijeengebracht had met den trouwen man, dien Anukis bij hem
+gevonden had, wiens naam zij nu niet noemde, doch van wiens woonplaats
+zij verzekerde: dat de mol onder den grond geen veiliger schuilplaats
+bezat dan hij. Ook dat de bouwmeester juist vrijen toegang tot de
+onderaardsche gangen van den Isistempel gekregen had, geleek een wonder.</p>
+
+<p>De verstandige Aisopion had eerst nu, nadat zij haar omtrent de
+hoofdzaak had ingelicht, aan hare meesteres een tafeltje in de hand
+gegeven, waarop te lezen stond: »Vooraf een groet van Archibius aan zijn
+zuster Charmion. Indien ik u goed ken, dan valt het u even moeilijk als
+mij, deel te nemen aan dit avontuur, maar toch moet dat geschieden ter
+wille van de nagedachtenis van haar vader, en om het geluk en het leven
+van zijn kind te redden van den ondergang. Daarom is het uwe taak Barine
+te brengen naar den tempel van Isis in den Muzenhoek. Daar zal zij haar
+geliefde vinden en, als het kan, met hem in den echt vereenigd worden.
+Ik zelf zal voor het <span class="pagenum" title="228">&nbsp;</span><a id="p_228"></a>offer daarbij zorgen. Zoodra de verbintenis heeft
+plaats gehad, zal het u vergund zijn naar huis terug te keeren. Daar het
+heiligdom zoo spoedig kan worden bereikt, behoeft gij maar voor korten
+tijd den dienst te verlaten. Zeg aan Barine nog niet welke plannen wij
+met haar hebben. De teleurstelling kon te groot zijn, wanneer het
+onuitvoerbaar zou blijken te zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Deze brief en de zaak, waarop hij het uitzicht opende, veranderde de
+welwillende doch gedrukte gezindheid van Charmion in den blijden, ja
+geestdriftvollen wensch om hare hulp te verleenen. Het huwelijk van
+Barine met den man wien haar hart toebehoorde, was nu mogelijk geworden,
+en zij was de dochter van Leonax, die eenmaal dierbaar was geweest aan
+haar eigen hart. Alle vrees en twijfel waren plotseling vervlogen, en
+toen Aisopion haar vermommingswerk had volbracht en Barine tegenover
+haar stond als een Nubische met hoogen rug en een bruin, gerimpeld
+gezicht, toen moest zij bekennen dat het niet moeilijk zou vallen in
+deze gedaante uit het paleis te ontsnappen.</p>
+
+<p>Thans deelde zij ook aan Barine mede, dat zij van plan was haar zelve
+te vergezellen, en ofschoon de jonge vrouw zich met haar geverfd gelaat
+er van onthouden moest haar vriendin te kussen, zoo gaf zij toch in
+de volheid van haar hart aan haar en de trouwe vrijgelatene duidelijk
+genoeg te kennen, welk een groote dankbaarheid haar ziel deed ontroeren.</p>
+
+<p>De Nubische bleef alleen achter. Eerst ruimde zij naar gewoonte
+zorgvuldig alle sporen harer werkzaamheid op; daarna hief zij biddend
+hare armen omhoog en smeekte de goden van haar vaderland om bescherming
+voor de schoone vrouw aan wie zij haar eigen misvormde gedaante, die nu
+toch ergens voor diende, had geleend en die nu zulke groote gevaren te
+gemoet ging, doch tegelijkertijd een geluk, waarop het lot haar reeds
+alle hoop had ontzegd.</p>
+
+<p>Charmion had haar bevolen, indien Iras niet bijtijds van den Choma
+teruggekeerd zou zijn en de Koningin haar noodig mocht hebben, haar dan
+te verontschuldigen en te zeggen, dat zij onverwachts was uitgegaan,
+terwijl zij zelve dan in hare plaats den dienst moest waarnemen. Immers
+was het gedurende den veldtocht ook eens voorgekomen dat, toen Charmion
+plotseling onwel werd, aan Aisopion de zorg voor hare persoon werd
+overgelaten, en deze had daarbij toen veel lof ingeoogst.</p>
+
+<p>Zooals gewoonlijk wanneer de vertrouwde der Koningin uitging om inkoopen
+te doen, werd zij gevolgd door een bruine vrouw. In de gangen van
+het uitgestrekte paleis waren reeds de lampen en lantaarns, op de
+binnenpleinen de fakkels en pekpannen aangestoken; maar hoe helder
+die ook op verscheidene plaatsen brandden, en hoeveel lijfwachten,
+officieren, eunuchen, beambten, <span class="pagenum" title="229">&nbsp;</span><a id="p_229"></a>schrijvers, trawanten, koks, bewakers
+en slaven, poortwachters en boden zij ook voorbijgingen, geen van allen
+schonk hen meer dan een vluchtigen blik.</p>
+
+<p>Zoo kwamen zij tot aan het laatste binnenplein, doch toen kwam er een
+oogenblik waarin de beide vrouwen dachten dat haar hart stilstond, want
+zij ontmoetten den man, van wien zij het ergste te vreezen hadden: den
+Syriër Alexas. En hij ging de vluchtelingen niet voorbij maar hield
+Charmion staande, en deelde haar beleefd, ja zelfs nederig mede, dat hij
+van die lastige zaak van haar beschermeling, die hem zeer tegen zijn zin
+op de schouders was gelegd, gaarne ontslagen wilde zijn. Daarom had hij
+besloten, den volgenden dag in alle stilte Barine in het verhoor te
+nemen.</p>
+
+<p>De lijfslaaf van den Syriër volgde zijn heer, en terwijl deze met
+Charmion sprak, wendde die zich tot de gewaande Nubische, gaf haar een
+lichten stoot tegen den schouder, en fluisterde haar toe: »Heden avond,
+evenals gisteren. Gij zijt ons nog het slot der geschiedenis van Prins
+Setnau schuldig.&rdquo;</p>
+
+<p>Het was de vluchtende Barine op dat oogenblik te moede alsof zij stom
+geworden was, en nooit weder het gebruik van haar spraakvermogen
+terugkrijgen zou. Toch kon zij het er toe brengen met het hoofd te
+knikken, en tegelijk maakte de gunsteling een buiging voor Charmion.
+De slaaf moest hem volgen, maar zij kwam met haar beschermster door de
+poort tusschen de laatste pylonentorens eindelijk in de open lucht. Daar
+woei haar de zeelucht opwekkend en verfrisschend tegen, als een groet
+uit het rijk der vrijheid en des geluks, en hoe vreesachtig zij ook was,
+kreeg zij thans, midden in het gevaar zooveel tegenwoordigheid van geest
+terug, dat zij haar vriendin kon meedeelen wat de lijfslaaf van Alexas
+haar had toegefluisterd, opdat Aisopion hem dien avond daaraan
+herinneren kon, en hem versterken in het geloof, dat niet zij, maar de
+Nubische de vertrouweling der Koningin had begeleid.</p>
+
+<p>De weg naar den Isistempel was kort. Zij zagen aan de sterren dat
+zij op het rechte tijdstip het doel van hun tocht konden bereiken;
+doch onverwachts hadden zij een tweede oponthoud. Van de trappen, die
+naar het inwendige van het heiligdom leidden, kwam hen een optocht
+tegemoet, die geen einde scheen te willen nemen. Vooraan werd door acht
+pastophoren het beeld van Isis gedragen. Daarop volgde de korfdraagster
+der godin met eenige andere priesteressen, en de voorlezer met
+het opengeslagen boek. Achter hem aan kwamen de vier profeten; de
+opperpriester, hun aanvoerder liep vol waardigheid onder een baldakijn.
+De overige priesters der godin droegen geschriften, heilige voorwerpen,
+standaards en kransen. De <span class="pagenum" title="230">&nbsp;</span><a id="p_230"></a>priesteressen, onder welke eenige met
+loshangend haar en fraaie kransen, het sistrum of klapperblik van Isis
+schudden, mengden zich in den stoet der geestelijken, en paarde hare
+hooge stemmen aan die der zingende mannen. Neokoren of tempeldienaars en
+een groot aantal aanbidders en aanbidsters van Isis besloten den stoet,
+allen bekranst, en met bloemen in de hand. Fakkel- en lantaarndragers
+verlichtten den weg, en de geur van den wierook, die opsteeg uit het
+kolenbakje in de hand van een bronzen arm, die door pastophoren heen en
+weder werd gezwaaid, omzweefde de processie en vervulde nog lang daarna
+de lucht.</p>
+
+<p>De wachtende vrouwen zagen hen den kant van de Lochias uitgaan, en
+vernamen uit de gesprekken der omstanders, dat zij aan »de nieuwe Isis&rdquo;,
+de Koningin, den groet der godin gingen brengen, en tot doel hadden haar
+mede te deelen hoe trouw zij ook in nood en gevaar aan haar dacht.</p>
+
+<p>Cleopatra kon niet anders dan dit vriendelijk huldeblijk aannemen, en
+was daarom verplicht zich te vertoonen met de kronen van het vereenigde
+koninkrijk Aegypte op het hoofd en in vol priesterlijk ornaat. Alleen
+de beide vertrouwde kamervrouwen waren in staat haar daarbij in alle
+bijzonderheden die het gebruik voorschreef, behulpzaam te zijn. Aan
+dienstdoende vrouwen van lager rang als de Nubische was, had zij dit
+nooit overgelaten. Dus zou Cleopatra de afwezige Charmion toch missen.
+Dit vervulde deze met nieuwe onrust, en toen eindelijk de trappen weder
+vrij waren, vroeg zij zichzelven af hoe dat alles zou eindigen.</p>
+
+<p>Bovendien scheen het werkelijk, alsof de vluchteling en hare gezellin
+zich te vergeefs hadden blootgesteld aan zulk een groot gevaar. Eenige
+tempeldienaars drongen de aanwezigen, die het heiligdom wenschten te
+bezoeken, terug, en riepen de menigte toe, dat het tot aan de terugkomst
+der processie gesloten bleef.</p>
+
+<p>Barine zag hare beschermster angstig vragend aan, doch eer deze nog haar
+gevoelen kon uiten, kwam hen reeds op de trappen van den tempel de hooge
+gestalte van een man tegemoet. Het was Archibius, en hij beval haar met
+kalmte en ernst dat zij hem zouden volgen. Nu leidde hij haar zwijgend
+rondom het heiligdom naar een zijpoort, waardoor een oogenblik te voren
+ook een draagstoel met begeleiders binnengelaten was.</p>
+
+<p>Langs vele trappen in het inwendige van het lang uitgestrekte gebouw
+kwamen zij in de zwak verlichte cella.</p>
+
+<p>Zooals in den tempel van Osiris te Abydos zeven zuilengangen waren,
+vond men er hier drie, die naar even zooveel kamers leidden, die het
+Sanctuarium van het heiligdom vormden. De middenzaal was aan Isis
+gewijd, die ter linkerzijde daarvan <span class="pagenum" title="231">&nbsp;</span><a id="p_231"></a>aan haar gemaal Osiris en ter
+rechter aan Horus, den zoon der groote godin. Daarvóór verhieven zich in
+de schemering slechts half zichtbaar de altaren, die op Archibius' bevel
+met offergaven waren bedekt.</p>
+
+<p>Naast dat van Horus stond de draagstoel, die vóór de vrouwen uit, in den
+tempel was gebracht, en daaruit stapte nu, door zijn vrienden
+ondersteund, een slanke, jonge man.</p>
+
+<p>Plotseling dreunde in de zuilenzaal een doffe slag. Het was de ijzeren
+hoofdpoort van den tempel die dichtgeslagen werd. Het knarsend geraas
+dat daarop volgde, ontstond door de metalen grendels, die een oude
+neokore dichtgeschoven had. Barine kromp van schrik ineen, maar vroeg
+evenmin naar de oorzaak van deze geluiden, als zij al het overige
+opmerkte dat zich in rijken overvloed aan haar oog vertoonde. De man,
+die daar aan den arm van een ander naar het altaar ging, was Dion, de
+geliefde die om harentwil zich in dit gevaar begeven had. Haar blik
+bleef op hem rusten, haar geheele ziel ging hem tegemoet, en zonder te
+weten wat zij deed, riep zij luide zijn naam.</p>
+
+<p>Verschrikt zag Charmion den kring der omstanders rond, doch weldra
+haalde zij diep adem en was weer gerust gesteld, want de lange man die
+Dions arm ondersteunde, was de wakkere bouwmeester Gorgias, zijn beste
+vriend, en die andere, die nog grooter en forscher was, haar broeder
+Archibius. De gedaante, die zich daar van hare vermomming ontdeed, was
+vrouw Berenice, Barine's moeder. Enkel vertrouwde vrienden dus! Alleen
+den jongen aardigen ephebe, die naast haar broeder stond, kende zij
+niet.</p>
+
+<p>Barine, die zij nog altijd aan den arm hield, trachtte zich nu van haar
+los te maken om haar moeder en den geliefden man tegemoet te ijlen; maar
+Archibius ging naar haar toe, en vermaande haar op zachten toon geduld
+te hebben, en zich te onthouden van alle vragen of begroetingen, »altijd
+in veronderstelling,&rdquo; zoo besloot hij, »dat het volgens uw wensch is
+hier, voor het altaar, in den echt verbonden te worden met Dion, den
+zoon van Eumenes.&rdquo;</p>
+
+<p>Charmion voelde hoe bij dit vooruitzicht <ins class="corr" id="corr125" title="Bron: Barina's">Barine's</ins> arm op den haren
+beefde, doch de jonge vrouw volgde den wenk van haar vriend. Zij wist
+eigenlijk niet wat er met haar gebeurde, en of zij, in de overmaat van
+de zaligheid die haar deel werd, luid zou juichen van vreugde, of stille
+tranen storten van dankbaarheid en ontroering.</p>
+
+<p>Alle omstanders hadden tot nu toe gezwegen. Nu nam Archibius uit de
+hand van den verloofde een rol, stelde zichzelven aan de aanwezigen
+voor als kyrios of voogd der bruid, en vroeg <span class="pagenum" title="232">&nbsp;</span><a id="p_232"></a>Barine of zij hem als
+zoodanig erkende. Daarop gaf hij aan Dion het geschrift, dat het
+huwelijkscontract bevatte, spoedig terug, daar hij den inhoud kende en
+goedkeurde. Vervolgens deelde hij de aanwezige mede, dat zij hem bij dit
+huwelijk dat met zooveel spoed gesloten moest worden, ook beschouwen
+moesten als paranymph of leidsman en vrouw Berenice als leidsvrouw der
+bruid. Daarop ontstaken zij een fakkel aan het vuur van een der altaren.
+Archibius legde nu als kyrios naar Aegyptische, de moeder der bruid als
+leidsvrouw naar Grieksch gebruik, de handen der verloofden in elkander,
+en Dion gaf hierbij aan zijne uitverkorene een eenvoudigen ijzeren ring.
+Dat was dezelfde die zijn vader bij zijn eigen huwelijk aan zijn vrouw
+gegeven had, en hij fluisterde haar in het oor: »Mijn moeder stelde dien
+op hoogen prijs; nu is het aan u, dit oude kleinood in eere te houden.&rdquo;</p>
+
+<p>Nadat Archibius had verklaard dat de noodige offers gebracht waren aan
+Isis en Serapis, Zeus, Hera en Artemis, en dat de echtverbintenis
+tusschen Dion, den zoon van Eumenes en Barine de dochter van Leonax,
+voltrokken was, drukte hij hen beiden de hand.</p>
+
+<p>Het scheen dat de tijd drong, want hij vergunde aan vrouw Berenice en
+aan zijn zuster nog slechts één oogenblik om Barine te omhelzen, en
+Gorgias om haar en Dion de hand te drukken. Daarop gaf hij een wenk, en
+de moeder der jonggehuwden volgde hem, wegsmeltend in haar tranen, en
+Charmion verbijsterd en als het ware bedwelmd. Niet eerder dan toen een
+oude neokore haar met de beide anderen door de zijpoort in de open lucht
+had gebracht, werd het haar recht duidelijk, welke gewichtige
+gebeurtenis zij als getuige had bijgewoond.</p>
+
+<p>Barine zelve was het te moede alsof ieder oogenblik haar uit een zaligen
+droom kon wekken, en toch bekende zij zichzelve met blijdschap dat zij
+wakker was, want die man die daar aan den arm van zijn vriend voortliep,
+was Dion. Zij zag echter bij het flauwe schijnsel in de slecht verlichte
+tempelzalen wel dat hij pijn leed. Het gaan scheen hem zoo moeilijk te
+vallen, dat het haar verheugde toen hij gehoor gaf aan het verzoek van
+Gorgias om weder in den draagstoel te stappen.</p>
+
+<p>Maar wie zouden hem dragen? Dat zou zij spoedig genoeg gewaar worden,
+want terwijl zij nog naar hen uitzag, hadden de bouwmeester en de
+ephebe, in wien zij reeds lang den jongen Philotas, den helper van haar
+grootvader had herkend, de stokken gegrepen.</p>
+
+<p>»Volg ons,&rdquo; riep Gorgias haar op gedempten toon toe, en zij gehoorzaamde
+en bleef vlak achter den draagstoel gaan, terwijl deze eerst langs
+een breede trap, daarna langs een smalle, en <span class="pagenum" title="233">&nbsp;</span><a id="p_233"></a>eindelijk door een gang
+gedragen werd. Hier stuitten de vluchtelingen op een deur;&mdash;doch de
+bouwmeester opende die en hielp zijn vriend uitstappen. Vóór zij nu
+verder gingen, plaatste hij den stoel in een vertrek waar allerlei
+gereedschappen lagen, en dat hij bij het onderzoek van de onderaardsche
+tempelzalen had ontdekt.</p>
+
+<p>Tot nu toe was tusschen de vluchtelingen geen enkel woord gewisseld.
+Thans riep Gorgias Barine toe: »De gang is laag.&mdash;Gij moet bukken. Bedek
+<ins class="corr" id="corr126" title="Bron: uwhoofd">uw hoofd</ins>, en schrik niet wanneer vleermuizen om u heen
+vliegen; die zijn sinds lang niet in hunne rust gestoord geworden. Wij
+hadden u ook uit den tempel naar de zee kunnen laten brengen en u daar
+opwachten, maar dat zou licht in het oog gevallen en gevaarlijk geworden
+zijn. Moed gevat, jonge echtgenoote van Dion. De gang is niet kort, en
+het zal moeilijk vallen vooruit te komen&mdash;maar bij den weg naar de
+steengroeven vergeleken, is hij effen en gemakkelijk als een koninklijke
+heirbaan. Als gij denkt aan den eindpaal van den tocht, dan zullen de
+vleermuizen u voorkomen als zwaluwen, die de naderende lente
+aankondigen.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij knikte hem dankbaar toe, en kuste Dion die nu aan den arm van zijn
+vriend, met moeite voortliep, de hand. Het licht van de fakkel, die de
+trouwe opzichter van Gorgias voor hen uit droeg, viel juist op hare
+bruingeverfde armen, en gedurende den verderen tocht hield zij zich
+achter de anderen. Zij dacht dat het haar geliefde smartelijk kon zijn
+haar zoo misvormd weder te zien, en spaarde hem dat, hoe gaarne zij ook
+dichter in zijn nabijheid gebleven ware. Zoodra de gang nog lager werd
+namen de vrienden den herstellende in hunne armen, en nu hadden zij een
+moeilijk werk te verrichten, want zij moesten diep gebukt voortloopen
+met den last van dien langen man en zich tegelijk verweren tegen de
+vleermuizen, die door de fakkel van den opzichter bij troepen werden
+opgejaagd.</p>
+
+<p>Barine's hoofd was wel-is-waar bedekt, maar op een anderen tijd zouden
+de leelijke dieren, die telkens vlak langs haar hoofd en armen vlogen,
+haar toch met ontzetting en afschuw vervuld hebben. Nu sloeg zij er
+bijna geen acht op, want haar blik hing aan den man die daar in liggende
+houding op de armen der dragers rustte, wien zij toebehoorde met lichaam
+en ziel, en wiens geduldig gedragen lijden haar door de ziel sneed. Zijn
+hoofd lag tegen de borst van Gorgias, die dicht vóór haar liep. Zij kon
+het niet zien, omdat de bouwmeester er zich overheen boog, maar zij
+zag naar de voeten van haar echtgenoot, en zoo menigmaal die zich
+samentrokken, meende zij te voelen dat hij pijn leed. Dan zou zij gaarne
+naar hem toe zijn gegaan om in de benauwde, lage gang zijn voorhoofd
+te drogen, en hem een <span class="pagenum" title="234">&nbsp;</span><a id="p_234"></a>vriendelijk bemoedigend woord van liefde toe te
+fluisteren. Somtijds werd haar dat ook vergund, wanneer de vrienden even
+den zwaren last lieten rusten. Het was trouwens altijd maar voor een
+kort oogenblik dat zij zich dat veroorloofden, maar het was toch lang
+genoeg om haar te doen zien, hoe de krachten van den lijder afnamen.
+Toen zij eindelijk het doel van den tocht hadden bereikt, moest Philotas
+den uitgeputten man met alle kracht ondersteunen, terwijl Gorgias
+behoedzaam de gesloten poort opende. Deze kwam uit boven een vrije hooge
+trap, die naar zee leidde, vlak naast den tuin van Didymus. Zij was die
+trap als kind menigmaal met haar broeder afgegaan om een klein bootje op
+het water te laten drijven.</p>
+
+<p>De bouwmeester hield de deur slechts half open, en het bleek dat hij
+verwacht werd; want weldra hoorde zij hem fluisteren en plotseling ging
+de poort geheel open. Een lange man nam Dion op, en droeg hem naar
+buiten. Terwijl Barine hem met ingehouden adem nazag, kwam een andere,
+die niet minder groot was, haar tegemoet, verzocht haar haastig zich dat
+te laten welgevallen, hief haar als een kind in zijne armen op, en zoo,
+terwijl zij de koele nachtlucht inademde en het water, dat de drager met
+haar doorwaadde, tot haar opsprong en hare voeten nat maakte, zocht haar
+blik den jongen echtgenoot; doch zij vond hem niet, want de nacht was
+donker, en de lichten aan de kust konden deze plaats niet bereiken, daar
+de hooge muren van de kade dit beletten.</p>
+
+<p>Zij ontstelde daarvan, maar een oogenblik later kwamen uit de
+duisternis, waarin de havenlichten slechts een zwak schijnsel gaven, de
+omtrekken van een groote visschersboot te voorschijn: onmiddellijk zette
+de sterke man die Barine droeg, haar in het schip neder, en een diepe
+stem fluisterde haar toe: »Alles in orde. Aanstonds breng ik u
+versterkenden wijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Daar zag zij haar echtgenoot, voor wien men op de voorplecht een leger
+had bereid, bewegingloos liggen. Zij boog zich over hem heen en bemerkte
+dat hij het bewustzijn verloren had. Zij wreef zijn voorhoofd met wijn,
+legde zijn hoofd op haar schoot, sprak hem zachtjes toe, vernieuwde bij
+het licht van eene kleine lantaarn, het verband op zijn schouder, en
+bemerkte onder dat alles niet dat de boot het water doorkliefde. Eerst
+toen de schippers het driehoekige zeil omwendden kwam zij tot het besef
+daarvan.</p>
+
+<p>Niemand had haar nog gezegd waarheen de reis ging, maar zij vroeg daar
+ook niet naar. Het was overal goed, waar zij maar bij hem mocht zijn.
+Hoe eenzamer de plek, waar hij haar heen voerde, hoe meer zij samen
+zouden kunnen zijn. Hoe vol dank en liefde was haar hart! Zij boog zich
+over hem heen, <span class="pagenum" title="235">&nbsp;</span><a id="p_235"></a>kuste zijn voorhoofd en dacht terwijl zij den heeten
+koortsgloed daar van voelde: »Ik zal u verplegen totdat gij weder gezond
+zijt.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarbij richtte zij oog en hart naar boven om haar lievelingsgod, aan
+wien zij de gave van den zang verschuldigd was, en die alles wat rein
+en schoon is, onder zijne bescherming neemt, Phoebus Apollo, te danken,
+en te smeeken het licht van den nieuwen morgen te doen opgaan over een
+herstellende. Terwijl zij nog bad, kwam de boot aan land. Alweder werden
+zij en haar geliefde door krachtige armen naar den oever gedragen, en
+zoodra haar voet vasten grond onder zich voelde, verbrak haar redder,
+de vrijgelatene Pyrrhus, het stilzwijgen en zeide: »Gemalin van Dion,
+ik heet u welkom op ons eiland. Gij zult het hier wel is waar voor
+lief moeten nemen; doch als het u bij ons even goed bevalt, als het ons
+verheugt u te dienen en uw heer, die ook de onze is, dan zal het uur van
+scheiden nog lang op zich laten wachten.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu ging hij haar voor in zijn huis, en wees haar als haar toekomstige
+woning twee groote witgepleisterde vertrekken aan, die geen ander
+sieraad bezaten dan de uiterste zindelijkheid.</p>
+
+<p>Op den drempel stond Pyrrhus' vrouw, wier haren reeds begonnen te
+grijzen, een jonge vrouw en een meisje, dat nauwlijks de kinderschoenen
+ontwassen was. De oudste verwelkomde Barine op eerbiedige wijze, en
+verzocht haar eveneens het zich als gast bij haar te willen aangenaam
+maken. In de zuivere lucht op het Slangeneiland kon men spoedig genezing
+vinden. Zij zelve en&mdash;zij wees op de andere&mdash;de vrouw van haar oudsten
+zoon en haar eigen dochter Dione zouden haar gaarne op hare wenken
+bedienen.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="236">&nbsp;</span><a id="p_236"></a></p>
+
+<h2><a id="ZESTIENDE_HOOFDSTUK"></a>ZESTIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Broeders en zusters zijn zelden zeer spraakzaam, wanneer zij met
+elkander alleen zijn. Toen Charmion met haar broeder naar de Lochias
+ging, kostte het haar toch al moeite woorden te vinden, zoo diep hadden
+de gebeurtenissen van het laatste uur haar aangegrepen. Ook Archibius
+wilde het niet gelukken zijn geest op iets anders te richten, en toch
+was zijn hoofd vervuld van zaken, die in veel wijderen kring van
+beteekenis, en daarom gewichtiger waren.</p>
+
+<p>Stilzwijgend liepen zij naast elkander voort.&mdash;Toen zijn zuster vroeg
+waar de jonggehuwden zich verbergen moesten, antwoordde hij dat dit,
+hoe goed zij ook zwijgen kon, voor haar een geheim moest blijven. Op
+de tweede vraag, hoe het mogelijk was geweest ongestoord het binnenste
+gedeelte van den Isistempel in gebruik te nemen, kon hij ook slechts met
+omzichtigheid antwoord geven.</p>
+
+<p>In werkelijkheid was het de vrije beschikking over de onderaardsche
+gangen van het heiligdom geweest, die den bouwmeester op de gedachte
+had gebracht, Dion langs dien weg naar de boot van Pyrrhus te brengen.
+Daarvoor was alleen noodig dat de Isistempel, die gewoonlijk dag
+en nacht openstond, voor korten tijd alleen aan de vrienden der
+vluchtelingen werd overgelaten, en dat hadden zij gedaan gekregen.</p>
+
+<p>De geschiedschrijver Timagenes, die als afgezant uit Rome gekomen was
+en de gastvrijheid van zijn vroegeren leerling Archibius genoot, had
+volmacht gekregen om aan Cleopatra, zijn voormalige leerling, het
+uitzicht te openen op de erkenning als Koningin voor haarzelve en hare
+kinderen, en volkomen genade, ingeval zij Marcus Antonius aan Octavianus
+wilde uitleveren of hem doen ombrengen. De Alexandrijn Timagenes vond
+zelf dezen eisch even billijk als noodzakelijk, omdat daardoor zijn
+vaderstad verlost zou worden van den man, wiens <span class="pagenum" title="237">&nbsp;</span><a id="p_237"></a>willekeur en overmoed
+hare vrijheid bedreigden, en wiens verkwistende mildheid en onmatige
+prachtlievendheid zooveel van haar schatten verslond. Voor den
+Romeinschen staat, dien de historicus hier vertegenwoordigde, beteekende
+het enkele bestaan van dezen man onrust zonder einde en burgeroorlog.
+Bij de herstelling op den troon van den fluitspeler, door Gabinius en
+Marcus Antonius, was Timagenes in slavernij geraakt. Ofschoon het hem
+te Rome, waar de zoon van Sulla den geschiedschrijver vrijgekocht had,
+gelukt was grooten invloed te verkrijgen, toch had hij een afkeer van
+Antonius behouden, en daarom was hem de taak om in zijn vaderstad zijn
+invloed tegen hem te gebruiken, welkom geweest. Hij hoopte door
+Archibius, wiens trouwe gehechtheid aan de Koningin hem bekend was,
+begrepen te worden. En ook Arius, Barine's oom, die vroeger de <ins class="corr" id="corr127" title="Bron: studien">studiën</ins>
+van Octavianus had geleid, moest hem steunen. Doch de krachtigste
+medewerking bij zijn zending hoopte hij te vinden bij den grijzen
+Alexander-priester, het opperhoofd der geheele Aegyptische
+priesterheerschappij.</p>
+
+<p>Aan hem had hij bewezen dat Antonius in ieder geval een verloren man
+was, en Aegypte op het punt stond om Octavianus als een rijpe vrucht in
+den schoot te vallen. Het zou nu spoedig in zijne macht staan om aan
+het land zooveel vrijheid en zelfstandigheid over te laten als hij goed
+vond. Ook over het lot der Koningin had de Cæsar alleen te beschikken,
+en ieder die wenschte haar op den troon gehandhaafd te zien, zou eerst
+de gunst van Octavianus dienen te winnen.</p>
+
+<p>Dat alles had de wijze Anubis zich zelf ook reeds gezegd, doch Timagenes
+maakte hem het eerst opmerkzaam op Arius, als op den Alexandrijn dien
+Octavianus het meest vertrouwde. Zoo was dan ook de hooge prelaat
+in het geheim met Barine's oom in betrekking gekomen. Doch de
+eerbied-afdwingende waardigheid en de gebreken van zijn hoogen leeftijd
+weerhielden Anubis er van Arius, die reeds van vriendschap met de
+Romeinen werd verdacht, persoonlijk op te zoeken. Daarom had hij zijn
+vertrouwden schrijver, den nog jongen waarzegger Serapion gezonden, om
+in zijne plaats te spreken met Octavianus' vriend, die door zijn zware
+kwetsuur nog altijd verhinderd werd het huis te verlaten en naar hem toe
+te komen.</p>
+
+<p>Gedurende de onderhandelingen van Timagenes met den secretaris en Arius,
+was Archibius gekomen om Barine's oom te overreden een poging te doen
+tot redding van zijn nicht. Allen die het goed meenden met de Koningin,
+moesten haar in dezen tijd van onrust gaarne terughouden van een daad,
+die, daar zij ook den Raadsheer Dion betrof, een deel der burgerij
+tegen haar in het harnas jagen moest. Daarom had de <span class="pagenum" title="238">&nbsp;</span><a id="p_238"></a>afgezant van den
+Alexanderpriester, zoodra men hem in het vertrouwen genomen had, zich
+dan ook volkomen bereid getoond alles te doen wat in zijn vermogen
+stond, tot redding der bedreigden. Om den persoon van Barine, noch om
+dien van Dion was het bij hem te doen&mdash;wèl ware hij bereid geweest een
+nog grooter offer te brengen om den machtigen Archibius en vóór alles
+Arius, die bij het nieuw opgaande licht, Octavianus, zooveel invloed
+had, voor zich te winnen.</p>
+
+<p>Juist toen de mannen aan het beraadslagen waren wat er tot redding van
+Barine te doen viel, was de Nubische verschenen en had aan Archibius
+toevertrouwd, wat er aan Dion's ziekbed afgesproken was met den
+vrijgelatene en Gorgias. De vlucht der vervolgden zou alleen mogelijk
+zijn wanneer zij de boot der redding onbemerkt konden bereiken, en dit
+zou het beste bewerkstelligd kunnen worden door de onderaardsche gang,
+die de bouwmeester weder opengesteld had.</p>
+
+<p>Nu had Archibius, wien de afgevaardigde van den opperpriester zijn
+medewerking had toegezegd, de verzamelde mannen in zijn vertrouwen
+genomen, en Arius had voorgesteld dat zijn nicht Barine in den
+Isistempel met Dion verbonden, en daarna beiden door de geheime gang
+naar de boot gebracht zouden worden. Dit denkbeeld was goedgekeurd, en
+de waarzegger Serapion had beloofd het heiligdom, na het vertrek van de
+processie, dat na zonsondergang zou plaats hebben, een korten tijd voor
+de vluchtenden en de huwelijksvoltrekking vrij te houden. Voor dien
+dienst mocht hij van Octavianus' vriend, die zijn belofte met zulk een
+warme erkentelijkheid had aangenomen, al zeer spoedig een anderen
+vragen.</p>
+
+<p>De priesters, zeide de waarzegger, beschermden altijd de onrechtvaardig
+vervolgden, en aan deze schonken zij hunne hulp des te gereeder,
+naarmate het hen meer verheugde de Koningin te behoeden voor een daad
+die onvergefelijk zou zijn.</p>
+
+<p>Wat de vluchtelingen betrof, hen stonden, dacht hem, slechts twee
+mogelijkheden open: Cleopatra zou zich blijven vasthouden aan Marcus
+Antonius en&mdash;wat de goden mochten verhoeden&mdash;met hem te gronde gaan, of
+hem opofferen, en troon en leven behouden. In beide gevallen zouden de
+geredden zonder gevaar terug kunnen komen. Het hart der Koningin was
+goedertieren, en waar geen schuld was, kon zij nooit lang vertoornd
+blijven. Vervolgens was het plan in bijzonderheden besproken door
+Archibius, de Nubische en vrouw Berenice, die zich tijdelijk bij het
+gezin van Arius bevond, en daarna had men alles aan den bouwmeester
+medegedeeld.</p>
+
+<p>Evenmin als aan zijn zuster, had Archibius aan de beraadslagende mannen
+en Barine's moeder toevertrouwd, waarheen <span class="pagenum" title="239">&nbsp;</span><a id="p_239"></a>de jonggehuwden de wijk
+zouden nemen. Ook omtrent de zending van Timagenes en de staatkundige
+vraagstukken die hem zoo ernstig bezighielden, deelde hij Charmion
+slechts zooveel mede, als zij ter verklaring van het avontuur, waaraan
+zij met zooveel liefde medehielp, noodig had te weten. Zij zelve had
+ook niet begeerd meer te hooren, want zoo lang zij onderweg waren, had
+de vrees dat Cleopatra haar zou missen en Barine's vlucht ontdekt zou
+worden, haar geen rust gelaten. Wel had zij even melding gemaakt van den
+wensch der Koningin om aan Archibius de opvoeding harer kinderen toe te
+vertrouwen, doch eerst in haar woning was het haar mogelijk geweest
+daarvan nog meer te zeggen.</p>
+
+<p>Haar afwezigheid was onopgemerkt gebleven. De Regent, Mardion had de
+processie ontvangen in naam der Koningin, want Cleopatra was uitgereden
+naar de stad, niemand wist met welk doel.</p>
+
+<p>Met een verlicht hart kwam Charmion met haar broeder in hare vertrekken
+terug. Anukis deed de deur voor hen open. Niemand was haar komen
+storen, en Archibius vond er een genoegen in, aan de verstandige,
+trouwe vrijgelatene met eigen mond alles te kunnen verhalen. Hij had de
+nederige dienares, die daarnaar luisterde als naar eene openbaring, niet
+rijker kunnen beloonen dan met deze geringe moeite. Toen hij haar ten
+slotte zijn dank uitsprak, wees zij dien met den meesten nadruk af,
+en verzekerde dat het aan haar stond, erkentelijk te zijn. Haar fijne
+geest had nauwkeurig het onderscheid opgemerkt in de wijze, waarop een
+hooggeplaatste spreekt tot zijns gelijken of tot een mindere, en nu had
+hij, bij wien voor haar alles wat man heette, verre achterstond, haar
+den geheelen loop der gebeurtenissen beschreven alsof zij zijns gelijke
+was. Zelfs de Koningin had met zulk eene mededeeling tevreden kunnen
+zijn.</p>
+
+<p>Toen zij heenging om zich aan het overige dienstpersoneel te vertoonen,
+zeide zij tot zich zelve, dat zij toch een boven velen bevoorrecht
+schepsel was, en toen een jonge kok haar plaagde met haar korten hals,
+gaf zij lachend ten antwoord: »Mijn schouders zijn zoo in de hoogte
+blijven staan, omdat ik ze zoo dikwijls heb opgehaald over de gekken die
+mij uitlachen, en die toch niet half zoo gelukkig en dankbaar zijn als
+ik.&rdquo;</p>
+
+<p>Charmion was doodelijk vermoeid in een leunstoel neergevallen, en
+Archibius nam tegenover haar plaats. Zij waren altijd gaarne bij
+elkander, doch heden was beiden het hart zoo vol, dat het hen ging
+als de afgematten, die van vermoeidheid den slaap niet kunnen vinden.
+Hoeveel hadden zij elkander niet te zeggen, en toch duurde het een
+geruime poos eer Charmion het stilzwijgen verbrak en terug kwam op
+den wensch <span class="pagenum" title="240">&nbsp;</span><a id="p_240"></a>der Koningin. Zij verhaalde haar broeder hoe Cleopatra op
+die gedachte gekomen was door het huisje dat de kinderen zelf hadden
+gebouwd, hoe hartelijk en vriendelijk zij was geweest, maar hoe zij met
+dat al, een oogenblik later, bij het enkele noemen van den naam Barine,
+haar zoo onbarmhartig en vertoornd weggezonden had.</p>
+
+<p>»Ik weet niet wat gij van plan zijt te doen,&rdquo; besloot zij, »maar hoe
+ik haar ook liefheb, moet ik voor mijzelve misschien het moeielijkste
+besluit nemen; want, zie! indien zij hoort dat ik het was die de dochter
+van Leonax aan haar en den snooden Alexas ontvoerde, welk lot staat mij
+dan niet van haar te wachten, te meer daar Iras niet meer zoo aan mij
+gehecht is als vroeger, en mij van hare zijde reeds heeft getoond, dat
+zij de liefde en de zorgen die ik haar bewezen heb, vergeten is.&mdash;Dat
+zal nog toenemen, en het ergste is dat, wanneer de Koningin haar bij mij
+gaat voortrekken, ik&mdash;wanneer ik rechtvaardig wil zijn&mdash;haar dat niet
+tot verwijt mag maken, want zij is scherpzinniger dan ik, en heeft een
+levendiger geest. Mij heeft de staatkunde van het begin af tegengestaan;
+Iras daarentegen heeft alles over voor de vergunning om mede te mogen
+spreken, waar het aankomt op de regeering van het land en vooral op het
+nooit rustende ernstige spel met Rome en zijne regeering.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dit spel is reeds verloren,&rdquo; zeide haar broeder met zulk een ernst, dat
+Charmion opsprong en zacht en angstig herhaalde: »Verloren?&rdquo;</p>
+
+<p>»Voor altijd,&rdquo; verzekerde Archibius, »als niet....&rdquo;</p>
+
+<p>»Den goden zij dank,&mdash;toch nog een »als&rdquo;....<ins class="corr" id="corr128" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>»Als niet Cleopatra besluit tot een daad die haar dwingt ontrouw te
+worden aan haar zelve, en haar edel beeld te schenden voor alle eeuwen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Waardoor?&rdquo;</p>
+
+<p>»Wanneer gij er ook van hooren moogt, het zal altijd nog te vroeg zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»En als zij dat doet, Archibius? Gij zijt de man, dien zij het meest
+vertrouwt. Zij zal aan uwe hoede toevertrouwen wat zij meer liefheeft
+dan zich zelve.&rdquo;</p>
+
+<p>»Meer liefheeft? Indien ik u goed begrijp, dan denkt gij aan de
+kinderen.&rdquo;</p>
+
+<p>»De kinderen, ja! Honderdmaal ja&mdash;die heeft zij boven alles lief! Geloof
+mij&mdash;voor hen zou zij bereid zijn in den dood te gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat ons dat hopen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En gij&mdash;als zij de ontzettende daad begaat.... ik kan slechts vermoeden
+wat gij bedoelt.... Doch als zij afdaalt van de hoogte, waarop zij zich
+tot nu toe staande gehouden heeft&mdash;zoudt gij dan nog bereid zijn....&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="241">&nbsp;</span><a id="p_241"></a></p>
+
+<p>»Voor mij,&rdquo; viel hij haar met kalmte in de rede, »is het de vraag niet
+meer wat zij zal doen of niet doen. Zij is ongelukkig, en zal nog
+dieper, veel dieper zinken. Dat weet ik, en juist dat dringt mij haar
+met opoffering van alle krachten te dienen. Ik behoor aan haar, zoo goed
+als de kluizenaar die zich aan Serapis heeft gewijd, aan zijn god. Ieder
+van zijn gedachten is voor hem. Den god, die hem schiep, wijdt hij
+lichaam en ziel tot in den dood, dien hij over hem beschikt. De banden
+die mij hechten aan deze vrouw&mdash;gij kent de oorsprong daarvan&mdash;zijn niet
+minder onverbrekelijk. Wat zij wenscht en wat mij bij de vervulling
+daarvan, niet dwingt mij zelven te verachten, dat sta ik haar bij
+voorbaat toe.&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoo iets&rdquo; riep Charmion uit, »zal zij zeker niet verlangen van den
+vriend harer jeugd.&rdquo; Daarop ging zij naar hem toe, strekte hare beide
+handen naar hem uit, en ging met blijde ontroering voort: »Zóó moest gij
+juist gevoelen en spreken, en daarin ligt ook het antwoord op de vraag,
+die sinds gisteren mijn ziel bezig houdt. De vlucht van Barine, de
+genade en ongenade van onze gebiedster, Iras, mijn arm hoofd dat voor
+staatkunde terug deinst, terwijl Cleopatra juist in dezen tijd een
+scherpzinnige vertrouweling noodig heeft....&rdquo;</p>
+
+<p>»In het geheel niet,&rdquo; viel haar broeder haar in de rede. »Het komt
+alleen aan mannen toe haar in deze dingen raad te geven. Ik verwensch
+dat gewauwel van vrouwen aan de toilettafel! Dat heeft reeds menigen wel
+doordachten raad der verstandigste mannen in den wind doen vervliegen,
+en nooit kon het staatsbeleid van eene Iras noodlottiger worden dan
+juist nu, indien het lot niet reeds het laatste woord gesproken had.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dus dit bezwaar is ook opgeheven!&rdquo; riep Charmion levendig uit, »dan
+weet ik voor mij zelve wat ik doen zal! Zooals altijd, wijst gij mij ook
+nu weder den rechten weg. Het is waar, ik had het mij verrukkelijk
+schoon voorgesteld op het landgoed dat wij Irenia&mdash;Vrede-oord&mdash;noemden,
+of te Kanopus in het lieve, kleine paleis, de jaren die mij nog gegeven
+zullen worden, in rust door te brengen, en terug te keeren tot alles wat
+onze kinderjaren zoo heerlijk heeft gemaakt. De philosofen, de bloemen
+in den tuin, de dichters&mdash;ook die nieuwe Romeinsche, waarvan Timagenes
+ons zulke verrukkelijke proeven zond, zouden onze eenzaamheid
+veraangenamen. Het kind, de dochter van den man, van wiens liefde ik
+afstand deed, en misschien later ook hare knapen en meisjes, zouden voor
+mij als mijn eigen kinderen zijn. Even dierbaar als zij Leonax zouden
+geweest zijn, zoo hartelijk zou ik ook hen hebben bemind.&mdash;Zóó heb ik in
+stille uren dikwijls de toekomst gezien. Maar dezelfde Charmion, die,
+toen haar hart nog warmer klopte <span class="pagenum" title="242">&nbsp;</span><a id="p_242"></a>en het leven voor haar open lag, hare
+eerste vurige neigingen offerde op het altaar der vriendschap voor hare
+vorstelijke speelnoot, zou die nu, uit zelfzuchtige beweegredenen,
+Cleopatra in het ongeluk verlaten? Neen! Neen!&mdash;Evenals gij, behoor ook
+ik&mdash;er kome van wat wil&mdash;aan de Koningin!&rdquo;</p>
+
+<p>Van zijne instemming overtuigd, zag zij haar broeder in het gelaat, doch
+deze maakte een handgebaar en antwoordde met ernst: »Neen, Charmion! Wat
+ik als man op mij neem, zou voor u noodlottig kunnen worden<ins class="corr" id="corr129" title="Bron: &nbsp;...">....</ins> Het
+tegenwoordige is niet zoet genoeg om dat te verbitteren met alsem uit de
+toekomst. En toch!.... Gij moet een enkelen blik slaan in haar duister
+rijk om mij te verstaan. Gij kunt zwijgen, en wat gij hooren zult,
+blijft een geheim tusschen ons beiden. Slechts één ding,&rdquo; en hij liet
+zijn stem dalen, »slechts één kan haar redden: de moord van Antonius of
+een schandelijk verraad, dat hem in de handen van Octavianus doet
+vallen. Dat is het wat Timagenes mij heeft doen inzien.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat?&rdquo; vroeg zij dof, en liet haar grijzend hoofd op de borst vallen.</p>
+
+<p>»Ja, dat is het,&rdquo; herhaalde hij met vastheid. »En als zij voor de
+verzoeking bezwijkt en ontrouw wordt aan de liefde die haar gansche
+leven heeft doorstroomd, zooals de Nijl het land harer vaderen, dan,
+Charmion, blijf haar dan, onder iedere voorwaarde getrouw, en hecht u
+vaster aan haar dan ooit; want dan, zuster, zal zij ongelukkiger zijn,
+tien- honderdmaal ongelukkiger dan wanneer Octavianus haar alles,
+misschien zelfs het leven ontneemt.&rdquo;</p>
+
+<p>»En dus verlaat ik haar niet, maar wat er ook gebeurt, ik blijf bij haar
+tot aan het eind,&rdquo; riep Charmion met vuur. Doch Archibius sloeg geen
+acht op deze geestdrift en warmte, die zijne kalme zuster anders niet
+eigen waren, en ging bedaard voort: »Zij heeft ook u voor zich gewonnen,
+en het schijnt u nu onmogelijk toe u van haar los te scheuren. Velen
+is het evenzoo gegaan, en dat heeft niemand tot schande gestrekt. Het
+ongeluk is als het ijzer, dat alledaagsche naturen als een zwaard van
+elkander scheidt, en edele als met een hamer des te vaster aaneen
+smeedt. Het schijnt u daarom juist nu dubbel moeilijk haar te verlaten;
+maar gij hebt liefde noodig. Het recht om te leven en uzelve te behoeden
+voor den droevigsten achteruitgang, komt u even goed toe als die
+merkwaardige vrouw op den troon. Houd aan haar vast zoolang gij zeker
+zijt van hare liefde, en blijf haar getrouw door alles heen, tot aan het
+eind. Doch de redenen die u van haar willen aftrekken en voeren tot de
+boeken, de bloemen en de kinderen, wegen zwaar, en als het u ontbreekt
+aan den dauw van hare liefde en genade, dan zie <span class="pagenum" title="243">&nbsp;</span><a id="p_243"></a>ik reeds hoe gij
+jammerlijk wegkwijnen zult. De koude die van Cleopatra uitgaat, wanneer
+haar hart voor u is verkoeld, de speldeprikken die Iras u, die weerloos
+zijt, geven zal, zouden u te gronde richten. Dat mag zoo niet zijn,
+zuster, dat willen wij verhoeden.... Neen, laat mij uitspreken! Ik heb
+den raad dien ik hoop dat gij volgen zult, goed overwogen. Indien gij
+bemerkt dat de Koningin u nog altijd liefheeft als in vroeger dagen,
+blijf dan bij haar; doch als gij het tegendeel ondervindt, zeg haar dan
+morgen reeds vaarwel. Mijn Irenia is het uwe...&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar zij bemint mij, en als zij dat niet meer deed...&rdquo;</p>
+
+<p>»De toetssteen daarvan ligt voor de hand. Wij zullen aan haar zelve de
+beslissing overlaten. Gij bekent haar dat gij het waart die Barine
+hielpt om zich te onttrekken aan haar straffende hand.&rdquo;</p>
+
+<p>»Archibius!&rdquo;</p>
+
+<p>»Zoo gij dat niet doet, zoudt gij een geheele keten van leugens moeten
+smeden. Let wel op, of het kleine in haar karakter, dat haar dreef om de
+dochter van Leonax in de hand van een onwaardige te geven, sterker is
+dan het groote! Onderzoek of zij de zelfopofferende trouw, die gij haar
+uw geheele leven hebt gewijd, wel waard is. Als zij, in weerwil van deze
+bekentenis, voor u blijft wat zij altijd is geweest....&rdquo;</p>
+
+<p>Hier werd hij in de rede gevallen door de Nubische, die kwam vragen of
+hare meesteres, ondanks het late uur, Iras nog even zou willen te woord
+staan.</p>
+
+<p>»Laat haar binnenkomen,&rdquo; antwoordde Archibius na een vluchtigen blik van
+verstandhouding op zijn zuster die nog zeer bleek zag, sedert hij haar
+dien eisch had gesteld. Dat merkte hij op, en zoodra de dienares zich
+had verwijderd, greep hij Charmions hand en zeide met vertrouwelijke
+hartelijkheid: »Ik heb u alleen maar mijn gevoelen gezegd, maar op onzen
+leeftijd moet men met zich zelve te rade gaan, en gij zult ook ditmaal
+zeker toch wel het rechte vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik heb het al gevonden,&rdquo; zeide zij zacht en met neergeslagen oogen.
+»Dit bezoek heeft mij tot een spoedig besluit gebracht. Zoover mag het
+met mij niet komen, dat ik mij voor Iras moet schamen!&rdquo;</p>
+
+<p>Nauwelijks had zij deze woorden geuit, of de jongere vertrouweling der
+Koningin kwam de kamer binnen. Zij was gejaagd, en terwijl zij in de
+welbekende vertrekken onderzoekend rondzag, zeide zij na een korte
+begroeting: »Niemand weet, waarheen de Koningin gereden is. Mardion
+heeft reeds in hare plaats de processie ontvangen. Heeft zij u in haar
+vertrouwen genomen?&rdquo;</p>
+
+<p>Charmion antwoordde ontkennend, en vroeg op hare beurt <span class="pagenum" title="244">&nbsp;</span><a id="p_244"></a>of Antonius al
+aangekomen was, en hoe zij dien gevonden had.</p>
+
+<p>»Treurig,&rdquo; luidde het antwoord. »Ik heb mij zooveel ik kon gehaast om de
+Koningin terug te houden van een mogelijk bezoek aan hem. Doch zij was
+reeds afgewezen. Het is ontzettend.&rdquo;</p>
+
+<p>»De ontgoocheling van Parætonium komt nog bij de overige ongelukken,&rdquo;
+merkte Archibius op.</p>
+
+<p>»Dat is een veertje in vergelijking met het andere,&rdquo; voegde Iras er
+misnoegd bij. »Welk een tooneel! Een ineengekrompen ziel, die nooit
+overgroot was, in het lichaam van een reus. De afstammeling van Herakles
+is door zijn tegenspoed geheel ineen gezonken. De zwakke man zal den
+fieren moed der Koningin nog met zich medetrekken in het stof.&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat ons alle krachten inspannen om dat te verhinderen,&rdquo; hernam
+Archibius met vastheid; »de goden hebben u en Charmion aan hare zijde
+geplaatst, om haar te ondersteunen wanneer de kracht haar ontzinkt. Nu
+is het de tijd om te toonen wie gij zijt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik ken mijn plicht,&rdquo; gaf Iras bits ten antwoord.</p>
+
+<p>»Bewijs dat dan!&rdquo; zeide Archibius ernstig. »Gij meent reden te hebben om
+vertoornd te zijn op Charmion.&rdquo;</p>
+
+<p>»Wie zoo hartelijk is voor mijne vijanden, zal het zeker wel zonder mijn
+vriendschap kunnen doen. Waar is uw beschermeling nu?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat zult gij later wel hooren,&rdquo; antwoordde Charmion en trad haar nader.
+»Als het u bekend wordt, zult gij echter meenen nog meer recht te hebben
+om aan mijne liefde te twijfelen; maar niet om u te krenken, alleen om
+een wezen dat mij dierbaar is, voor ongeluk te behoeden, ben ik tusschen
+u en Barine gekomen. En nu wil ik u dit zeggen: Wanneer gij mij gekwetst
+hadt tot in merg en been, en alles waaraan een Griekenhart waarde hecht
+mij opriep om mij daarover te wreken,&mdash;dan toch zou ik mij nu, juist nu,
+den dwang aandoen om aan deze neiging geen gehoor te geven, omdat er in
+deze borst een liefde leeft, die sterker en machtiger is dan de felste
+haat. Deze liefde hebben wij gemeen. Wees verbolgen op mij, tracht mij,
+die u tot nu toe als een moeder ter zijde stond, leed te doen en nadeel
+te berokkenen, doch wacht u mij te berooven van die kracht en vrijheid,
+die ik noodig heb om aan mijne gebiedster te geven wat ik kan. Ik sprak
+er zooeven met mijn broeder over, of het voor mij niet geraden zou zijn
+Cleopatra te verlaten.&rdquo;</p>
+
+<p>»Nu?&rdquo; viel Iras driftig uit. »Neen, neen! dat niet! Dat mag niet zijn.
+Zij kan u niet missen, nu minder dan ooit.&rdquo;</p>
+
+<p>»Misschien beter dan u&rdquo; verzekerde Charmion, »doch in <span class="pagenum" title="245">&nbsp;</span><a id="p_245"></a>vele opzichten
+zouden mijn diensten inderdaad moeilijk te vervangen zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»Door niemand onder de zon,&rdquo; riep Iras met warmte uit. »Als zij ook u in
+deze dagen verliezen moest....&rdquo;</p>
+
+<p>»Er komen nog donkerder dagen dan deze,&rdquo; viel Archibius haar in de rede,
+alsof hij zeker van zijn zaak was. »Misschien zult gij het reeds morgen
+hooren. Het hangt mede van uw gedrag af, of Charmion aan haar wensch
+naar rust zal toegeven, of blijven bij de Koningin. Gij wilt dat zij
+blijven zal, en daarom moet gij haar het volharden niet al te moeilijk
+maken. Wij drieën, mijn kind, zijn wellicht de eenigen aan het hof, wien
+het geluk der Koningin nader aan het hart ligt dan ons eigen, en daarom
+moeten wij niet gedoogen dat het geringste misverstand, wat dat ook zij,
+onze eendracht verstoort.&rdquo;</p>
+
+<p>Iras wierp het hoofd achterover, en riep in hevigen toorn uit: »Was ik
+het dan misschien, die iets tegen u heb misdreven? Ik zou niet weten
+hoe. Maar Charmion en gij&mdash;hoe lang hebt gij het reeds geweten, dat
+dit hart zich ook voor een andere liefde had geopend; maar gij&mdash;juist
+gijlieden, plaatstet u tusschen mij en hem, op wien mijn hart van
+jongsaf heeft gehoopt; gijlieden, gij hebt de brug gelegd die Dion met
+Barine verbindt. Ik had de gehate vrouw in mijn macht, om haar aan hem
+te ontrukken, en ik dankte de goden daarvoor&mdash;maar gijlieden&mdash;het is nu
+niet moeilijk meer te raden wat gij mij nog verzwijgen wilt&mdash;gij zult
+haar helpen, of hebt dat reeds gedaan, om mij te ontkomen. Gij hebt mij
+de wraak ontstolen, gij hebt de zangeres teruggebracht op den weg, waar
+hij haar vinden moet, op wien ik een beter en ouder recht heb dan zij.
+En hij zal zich misschien toch nog wel bedenken wie van ons beter
+geschikt is, zijn echtgenoot te zijn, indien ten minste Alexas en zijn
+waardige broeder er niet voor zorgen dat wij weldra tevreden moeten zijn
+met een doode in liefde te gedenken. Weet dus, dat ik niet het gevoel
+heb u nog iets verschuldigd te zijn, maar geloof dat Charmion voor al
+het goede dat zij mij bewezen heeft, ruimschoots betaald is.&rdquo;</p>
+
+<p>Hierop liep zij ijlings naar de deur, maar op den drempel bleef zij
+staan, en riep nog eens in de kamer: »Zóó is het met mij gesteld; maar
+daarom ben ik toch bereid hand in hand met u, als met een vriendin, in
+alles de Koningin te dienen, want ook gij zijt, zooals ik reeds zeide,
+noodig tot haar welzijn. In al het overige ga ik zonder u mijn eigen
+weg.&rdquo;</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="246">&nbsp;</span><a id="p_246"></a></p>
+
+<h2><a id="ZEVENTIENDE_HOOFDSTUK"></a>ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Cleopatra had een bezoek gebracht aan den grijzen Anubis, die nu in
+de hoofdstad als Alexanderpriester aan het hoofd stond van de geheele
+priesterheerschappij des lands. Het was den tachtigjarigen opperpriester
+moeilijk gevallen zijn leunstoel te verlaten, maar toch had hij zich
+naar de sterrenwacht laten dragen om den droevigen uitslag van het
+onderzoek dat de Koningin had ingesteld, zelf nog eens na te gaan. Doch
+de stand der sterren aan den hemel was al te ongunstig geweest, om nog
+vol te houden dat verder verwijderde planeten een verzachtenden invloed
+hadden, zooals hij in het begin had beweerd, te meer daar Cleopatra
+zelve zich ook in die studie had verdiept.</p>
+
+<p>Toch had de opperpriester in zijn ontvangzaal verzekerd, dat de redding
+van hare eigen persoon en de onafhankelijkheid van Aegypte in hare macht
+stonden, doch de planeten wezen er op dat deze haar een vreeselijk offer
+kosten zou, waarvan zijne waardigheid, zijn tachtig jaren en zijne
+liefde tot haar hem intusschen verboden te spreken. Zij was er aan
+gewend dergelijke duistere gezegden uit zijn mond te vernemen, en
+had die altijd op hare wijze uitgelegd. Allerlei dingen hadden haar
+gedrongen nog op dit late uur den grijsaard te gaan bezoeken. In
+moeilijke omstandigheden had hij haar dikwijls met goeden raad ter zijde
+gestaan; doch ditmaal was het vooral de tooverbeker van Nektanebus die
+haar tot hem voerde, welken de pastophoren die hem hadden vergezeld, hem
+heden hadden teruggebracht; want sinds Actium was dit voorwerp een
+voortdurende bron van onrust voor haar geweest.</p>
+
+<p>Thans richtte Cleopatra tot den leeraar harer kindsheid de
+rechtstreeksche vraag: of die bokaal, een schaal met spiegelgladden
+bodem, inderdaad Antonius er toe gebracht kon hebben den nog onbeslisten
+slag te verlaten en haar te volgen? Voordat <span class="pagenum" title="247">&nbsp;</span><a id="p_247"></a>de vloten op elkander
+stieten, had zij er zich nog van bediend, en deze omstandigheid gaf
+Anubis aanleiding hare vraag bevestigend te beantwoorden.</p>
+
+<p>Lang geleden had men haar het wondervolle voorwerp in den tempelschat
+getoond, en haar medegedeeld dat het dengenen, dien het gelukte een
+ander tot op zijn blanken bodem te doen zien, gegeven was, dien te doen
+gehoorzamen aan zijn wil. Intusschen was toenmaals haar wensch om hem te
+bezitten onbevredigd gebleven, en zij had hem niet weder begeerd, eer
+het haar toescheen dat de onvoorwaardelijke overgave en vurige liefde
+van Antonius in den laatsten tijd begonnen te verkoelen.</p>
+
+<p>Van dat oogenblik af was zij niet moede geworden haar grijzen vriend te
+overreden om den wonderbeker aan haar te geven.&mdash;In het begin had hij
+dit met groote beslistheid geweigerd en voorspeld, dat het gebruik van
+de magische bokaal op haar ongeluk uitloopen zou; doch toen haar wensch
+was gevolgd door een streng bevel, en de bokaal haar was toevertrouwd,
+had Anubis zelf geloofd, dat alleen dit ééne voorwerp de toovermacht
+bezat, die men daaraan toeschreef. Ook vond hij in den beker het
+zekerste bewijs voor de, het menschelijke vermogen ver te boven
+gaande magische kunsten der verheven godin, met wier bijstand Koning
+Nektanebus, die door de overlevering de vader van den Grooten Alexander
+werd genoemd, dit voorwerp op het Isiseiland Philae gesmeed zou hebben.</p>
+
+<p>Anubis was van plan geweest Cleopatra te herinneren aan zijne weigering,
+en haar voor oogen te houden welk een groot gevaar er voor een
+sterveling in ligt, te gebieden over krachten, die buiten den kring van
+zijn macht liggen. Hij had plan gehad haar te wijzen op Phaëton, die
+op den wagen van zijn vader Phoebus Apollo een vreeselijken brand had
+gesticht, toen hij de zonnepaarden zelf had durven besturen; maar het
+kon daar niet toe komen, want nauwelijks had hij hare vraag bevestigend
+beantwoord, of zij beval met hartstochtelijke drift, dat men het
+onheilbrengende voorwerp voor hare oogen vernietigen zou.</p>
+
+<p>De priester deed het nu voorkomen alsof dit verlangen beantwoordde aan
+een besluit, dat hij zelf ook reeds genomen had. Werkelijk had hij ook
+reeds, vóór zij zelve bij hem verschenen was, vrees gekoesterd dat de
+bokaal op gevaarlijke wijze zou misbruikt kunnen worden, wanneer
+Octavianus de stad en het land in bezit zou nemen en daarbij tegelijk
+dit wonderdoende voorwerp in zijne handen geraken kon. Nektanebus had
+den beker vervaardigd voor Aegyptenaars. Indien de priester hem den
+vreemden overheerscher onthield, zou hij zeker handelen in den geest
+van den laatsten koning, in wiens aderen het bloed der Pharao's had
+gevloeid, en die met geestdriftige zelfopoffering <span class="pagenum" title="248">&nbsp;</span><a id="p_248"></a>gestreden had voor
+zijn natie, haar vrijheid en zelfstandig bestaan. Toen de Koningin hem
+dus gelastte het wonderwerk van dezen man liever te vernietigen, dan het
+aan den Romeinschen veroveraar te laten, scheen dit den opperpriester
+een heilige plicht. Als zoodanig stelde hij het ook voor, toen hij het
+smeltvuur liet stoken, en den beker voor de oogen van Cleopatra in een
+vormlooze massa deed veranderen.</p>
+
+<p>Terwijl het metaal smolt, toonde hij de Koningin in levendige
+bewoordingen aan, hoe gemakkelijk zij dezen beker, die zijn tooverkracht
+aan de groote Isis verschuldigd was, ontberen kon.</p>
+
+<p>De betoovering die van een bevallige vrouw uitgaat, was immers evengoed
+een geschenk der godin. Die was genoeg om het hart van Antonius buigzaam
+en kneedbaar te maken, evenals het vuur dat het goud deed. Doch
+misschien had de imperator, tegelijk met de achting der Koningin, ook
+hare liefde, de kostbaarste aller bezittingen, verspeeld. Hij, Anubis,
+zou dit beschouwen als een groote gunst der godin; »want,&rdquo; zoo besloot
+hij, »Marcus Antonius alleen, is de klip, waarop iedere poging
+schipbreuk lijden moet om voor mijne goddelijke gebiedster onverminderd
+te behouden wat haar en haar kinderen als erfdeel harer vaderen toekomt,
+en aan dit dierbaar land vrijheid en welvaart te verzekeren. Deze beker
+was een kostbare schat. De troon en het geluk van Aegypte zijn nog
+grootere offers waard. Doch voor de vrouw bestaat er geen grooter dan
+dat van haar liefde, dat weet ik.&rdquo;</p>
+
+<p>Wat de grijsaard bedoelde met deze toespelingen zou Cleopatra reeds den
+volgenden morgen vernemen, wanneer zij aan Timagenes, den afgezant van
+Octavianus, het eerste gehoor verleenen zou<ins class="corr" id="corr130" title="Bron: ,">.</ins></p>
+
+<p>De scherpzinnige, levendige man, die een harer beste leermeesters was
+geweest, en met wien zij als zijn leerling menigen woordenstrijd uit
+verschil van gevoelen ontstaan, had gevoerd, was vriendelijk door haar
+ontvangen, en had zich van zijn opdracht met schitterenden uitslag
+gekweten. De Koningin had zijne uiteenzettingen met aandacht gevolgd, en
+had hem doen zien dat haar eigen geest nog niets van zijne buigzaamheid
+verloren, maar wel gewonnen had aan kracht. Toen zij hem eindelijk met
+geschenken en minzame woorden zijn afscheid gaf, wist zij dat het in
+haar eigen macht stond voor haar geliefd vaderland de onafhankelijkheid,
+en voor haar zelve en hare kinderen den troon te behouden, wanneer zij
+Antonius overgaf aan den overwinnaar, of hem, zij het dan ook »als
+handelend persoon,&rdquo;&mdash;zooals Timagenes het had uitgedrukt&mdash;voor altijd
+verwijderde uit dit drama, dat zij voor zich zelve zoo glansrijk of
+noodlottig kon doen eindigen als zij wilde.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="249">&nbsp;</span><a id="p_249"></a></p>
+
+<p>Zoodra zij weder alleen was, begon haar hart zoo hevig te kloppen, en
+er ontstond zulk een oproer in haar ziel, dat zij zich niet in staat
+gevoelde de bijeengeroepen vergadering van den Raad der Kroon bij te
+wonen. Zij stelde die daarom uit tot den volgenden dag, en besloot een
+tocht op de zee te gaan doen om tot haar zelve te kunnen inkeeren.</p>
+
+<p>Antonius had geweigerd haar bezoek te ontvangen. Dat deed haar pijn. Met
+de vernieling van den beker, waartoe zij gedreven was door een van die
+aanvallen van drift, die zij in dezen ongelukstijd meer had dan vroeger,
+was de gedachte aan de bokaal en haar machtige uitwerking toch geenszins
+voor goed verdwenen. Integendeel!&mdash;Zij moest nu alleen zijn, tot
+zichzelve komen en beproeven licht te krijgen in hare benevelde ziel.</p>
+
+<p>De beker had deel uitgemaakt van den schat van Isis, en bij de
+herinnering daaraan kwamen haar de uren voor den geest, waarin zij
+vroeger zoo vaak in de stilte van den tempel der godin rust en vrede had
+gevonden. Zij wilde ook nu weder een bezoek brengen aan dat heiligdom,
+en om het onbekend te doen, wierp zij een dichten sluier over haar
+hoofd, en begaf zich, alleen vergezeld door Iras en den eersten der
+hofmaarschalken, naar den naburigen tempel in den Muzenhoek.</p>
+
+<p>Doch zij vond daar niet wat zij zocht. De menigte die daar gekomen was
+om te bidden en te offeren, en daarbij de vrees herkend te zullen
+worden, stoorden haar in hare godsdienstige overpeinzingen.</p>
+
+<p>Op het punt van weder heen te gaan, ontmoette zij den bouwmeester
+Gorgias, gevolgd door een dienaar, met gereedschappen voor de opmeting.
+Zij riep hem onmiddellijk tot zich, en hij verhaalde haar op welk
+een wonderbare wijze het noodlot zelf haar bouwplannen scheen te
+begunstigen. Zij wist hoe het volk het huis van den ouden Didymus had
+omvergehaald, en nu was de grijsaard, dien hij in zijn eigen woning
+huisvesting had verleend, bereid om haar het erfgoed zijner vaderen af
+te staan, indien de Vorstin daarvoor aan hem en de zijnen hare
+bescherming wilde beloven.</p>
+
+<p>Uit hare vraag: wat het hoog geachte lid van het Museum van haar, die
+een vriendin was van geleerdheid en onderzoek, te vreezen kon hebben,
+bemerkte hij dat zij nog niets had gehoord van de vlucht van Barine, en
+daarom doelde hij alleen op de ongenade der hoogste Majesteit, die de
+kleindochter van den philosoof zich op den hals had gehaald. Doch zij
+verzekerde dat, wat de zangeres ook misdaan mocht hebben, het niet aan
+hare familie zou toegerekend worden.</p>
+
+<p>Daarop liet zij zich toonen hoe de bouwmeester zich de aansluiting <span class="pagenum" title="250">&nbsp;</span><a id="p_250"></a>van
+het mausoleum aan het heiligdom voorstelde, en verdiepte zich in het
+eerste ontwerp, waaraan Gorgias een deel van den nacht en den morgen had
+gewijd. Het beviel haar goed, en met levendigen aandrang beval zij zoo
+spoedig mogelijk met bouwen te beginnen en dat ook in den nacht voort te
+zetten. Wat anders in maanden zou worden verricht, moest nu in weken
+gereed komen.</p>
+
+<p>Iras en de hofmaarschalk wachtten haar in gewone burgerkleeding in
+den voorhof op. Nu vergezelden zij haar met den bouwmeester naar den
+eenvoudigen draagstoel, die bij een der zijpoorten stond; zij ging daar
+echter nog niet in, maar gelastte Gorgias haar eerst naar den tuin te
+geleiden.</p>
+
+<p>Toen zij dien in oogenschouw nam, bleek het dat de bouwmeester goed
+gezien had, en hij dubbel zoo groot zou blijven als die bij het paleis
+van de Lochias, ook al nam het mausoleum een deel daarvan in, en werd
+de weg, die hem van den Isistempel scheidde, naar de zee verlegd. Uit
+het nauwkeurig onderzoek dat Cleopatra deed, maakte Gorgias op, dat zij
+met dien tuin nog een bepaald plan had. Uit haar vraag, of hij met de
+Lochias verbonden kon worden, bleek duidelijk waaraan zij dacht, en de
+architect gaf een bevestigend antwoord. Alleen zou men eenige gebouwen
+die koninklijk eigendom waren, en een klein heiligdom van Berenice,
+ten zuiden van de Koningshaven, moeten sloopen. De arm van het
+Agathodemonkanaal die hier uitliep, was sinds lang van een brug
+voorzien.</p>
+
+<p>Met wonderlijke vlugheid had de Koningin zich het geheel nieuwe beeld
+dat uit deze verandering ontstond, voor den geest gesteld, en zij
+beschreef het nu den bouwmeester kort en aanschouwelijk. De tuin zou
+blijven bestaan, doch naar de zijde van de Lochias, tot aan de brug toe
+vergroot worden. Van daaruit moest een overdekte zuilengang naar het
+paleis voeren. Op de verzekering van Gorgias dat alles zich zeer wel zoo
+liet inrichten, zag zij een tijdlang nadenkend naar den grond. Daarop
+beval zij dat men oogenblikkelijk een aanvang zou maken met dit werk, en
+verzocht den bouwmeester middelen noch arbeiders daarvoor te ontzien.</p>
+
+<p>Gorgias zag een tijd van koortsachtig haastigen arbeid vóór zich, doch
+dat schrikte hem niet af. Met zulke bouwheeren zou hij het aandurven
+de geheele stad te overdekken. En deze opdracht verblijdde hem nog te
+meer, omdat zij bewees dat de vrouw, wier grafmonument zoo snel uit
+den grond verrijzen moest, er toch ook nog aan dacht zich het leven te
+veraangenamen; want zij wenschte wel is waar dat de tuin zou blijven
+zooals hij was, doch de zuilengangen en al het overige wilde zij
+samengesteld zien uit edele grondstoffen en in schoonen vorm. Bij <span class="pagenum" title="251">&nbsp;</span><a id="p_251"></a>het
+afscheid <ins class="corr" id="corr131" title="Bron: druktte">drukte</ins> Gorgias met vurige bewondering een kus op
+haar kleed.</p>
+
+<p>Welk een vrouw! Wel had zij den sluier niet opgelicht, en droeg zij
+slechts eenvoudige, donkere kleederen, doch al hare bewegingen waren
+edel en schoon. Haar arm, en de hand waarmede zij nu hier- dan daarheen
+wees, schenen hem bezield te zijn, en den man, die zooveel waarde
+hechtte aan het volmaakt schoone, viel het moeilijk zijn blik los te
+maken van dien wondervollen vorm. En dan haar geheele persoon! Dat waren
+eerst lijnen, dat was echte voornaamheid, en warm bewegelijk leven! Dien
+morgen toen Helena, die nu zijn huisgenoot was, hem den ochtendgroet had
+gebracht, had hij getracht haar te vergelijken met Cleopatra, maar hij
+had dat spoedig opgegeven. Hij, wien Hebe zelve nektar schenkt, vraagt
+niet naar den edelsten Bybluswijn. Het bezorgde hem nog altijd een
+moeilijk te beschrijven, dankbaar en opgewekt gevoel van welbehagen,
+wanneer de ingetogen, bedaarde Helena hem zoo hartelijk en vertrouwelijk
+begroette, maar Cleopatra's beeld plaatste zich gedurig tusschen hem en
+haar, en het kostte hem moeite zichzelven te begrijpen. Hij had al vele
+vrouwen, de een na de ander bemind, en nu klopte zijn hart zelfs voor
+twee tegelijk, maar de Koningin was van die beide sterren, wier licht
+hem verrukte, toch de helderste. Daarom zou hij het in zijn rechtschapen
+ziel als verraad hebben beschouwd, indien hij nu naar de hand van Helena
+gedongen had.</p>
+
+<p>Cleopatra voelde welk een vurig bewonderaar zij in den degelijken
+kunstenaar gevonden had, en dat verheugde haar. Bij hem had zij zich van
+geen beker bediend! Reeds den volgenden dag zou hij met de oprichting
+van haar grafmonument beginnen. In de groeve moest ruimte zijn voor
+verscheidene lijkkisten. Antonius had meer dan eens den wensch geuit om,
+waar hij ook mocht sterven, naast haar begraven te worden, en dat had
+hij reeds gezegd, eer zij den beker in haar bezit had. Zij moest hem in
+ieder geval die gunst bewijzen, waar en door wien hij ook den dood zou
+vinden, en het reeds verduisterend licht van zijn bestaan zou zeker
+maar al te spoedig geheel worden uitgebluscht. Als zij hem spaarde, zou
+Octavianus hem toch uit de rijen der levenden schrappen, en zij....
+Weder maakte die vreeselijke, koortsachtige onrust zich van haar
+meester, die de aanleiding was geweest tot het bevel om den beker te
+vernielen, en die haar zelve naar den tempel had doen gaan. In dien
+toestand kon zij niet in haar paleis terugkeeren, de Raadszitting
+bijwonen, bezoeken ontvangen en de kinderen gaan zien. Het was de
+verjaardag der tweelingen, Charmion had haar daaraan herinnerd en op
+zich genomen voor geschenken <span class="pagenum" title="252">&nbsp;</span><a id="p_252"></a>te zorgen. Hoe zou zij zelve tijd en
+opgewektheid voor zoo iets gevonden hebben?</p>
+
+<p>Laat in den nacht was zij van den opperpriester teruggekomen, maar had
+zich nauwkeurig laten vertellen hoe men Marcus Antonius gevonden had.
+De beschrijving van Iras kwam overeen met den toestand waarin zij hem
+gedurende den slag en daarna had gezien. Ja, sedert dien tijd scheen
+zijn somber gepeins nog erger geworden te zijn. Dien morgen had Charmion
+haar bij het aankleeden geholpen. Zij was toen op het punt geweest om
+de moeilijke bekentenis te doen, dat zij Barine had bijgestaan om te
+ontkomen aan de straffende hand der Koningin; doch vóór dat zij daaraan
+begonnen was, werd Timagenes aangediend, want Cleopatra was eerst laat
+opgestaan.</p>
+
+<p>Wat de Koningin van haar tocht naar den tempel had verwacht, was niet
+in vervulling gekomen, maar het onderhoud met Gorgias had haar op iets
+nieuws gebracht. Doch de klanken in haar gemoed, die door de plannen van
+haar laatste rustplaats waren wakker gemaakt, overstemden nu al het
+andere, evenals het bruischen van de branding het gekweel der zwaluwen
+aan de rotsachtige kust.</p>
+
+<p>Ja, zij had behoefte in te keeren tot zich zelve. In alle stilte moest
+zij velen dingen overwegen en bepeinzen. Op de Lochias kon zij daar niet
+toe komen. Daar viel haar eensklaps het kleine heiligdom van Berenice in
+het oog, dat zij bevolen had te slechten, om aan de kinderen in hare
+nabijheid een tuin te bezorgen, die geschikt zou zijn voor hun lust tot
+werken. Het was ledig. Daar behoefde zij niet te vreezen gestoord te
+zullen worden. Het inwendige bevatte een enkele, stille, afgesloten
+ruimte met het beeld van Berenice. De hofmaarschalk beval den wachter om
+iederen anderen bezoeker af te wijzen, en weldra bevond de Koningin zich
+alleen in de kleine overwelfde koepel van wit marmer. Zij zette zich
+neder op eene der bronzen banken tegenover het standbeeld. Hier was het
+stil; in deze koele, rustige omgeving zou het haar geest die aan ernstig
+denken gewoon was, misschien gelukken datgene te vinden, waarnaar zij
+smachtte: klaarheid, klaarheid omtrent zich zelve en haar toestand,
+tegenover de beslissing waarvoor zij stond.</p>
+
+<p>In het begin dwaalde hij heen en weder als een duif, eer zij de richting
+van haar vlucht gekozen heeft, maar de vraag, waarom zij met zulk een
+haast een grafteeken voor zich liet oprichten wanneer het haar nog
+vergund mocht worden te blijven leven, bracht hare gedachte op de rechte
+baan.&mdash;Onder de Scythen van de wacht, de Mauretaniërs en Blemmyers in
+het leger, waren genoeg woeste knapen te vinden, die zich door een woord
+uit haar mond en een handvol goud op den verslagen <span class="pagenum" title="253">&nbsp;</span><a id="p_253"></a>Antonius zouden
+laten aanhitsen, als de hond van een jager door zijn: »pak aan!&rdquo; Eén
+wenk, en twintig der armzalige toovenaars en <ins class="corr" id="corr132" title="Bron: magiers">magiërs</ins> in de Rhakotis,
+de Aegyptische wijk der stad, zouden zich laten aanwerven om hem door
+vergif of listige kunstgrepen verradelijk te vermoorden; één bevel aan
+de Macedoniërs in de lijfwacht der »mellakes&rdquo; of jongelingen, en hij
+werd nog dezen dag gevangen genomen, en was als zij dat wenschte, reeds
+morgen op weg naar Azië, waarheen Octavianus zich, volgens Timagenes,
+weder begeven had.</p>
+
+<p>En wat verhinderde haar naar het goud te grijpen, dien wenk te geven,
+dat bevel uit te vaardigen?</p>
+
+<p>Wel dacht zij nog aan den nu gesmolten tooverbeker, die hem gedwongen
+had roem, eer en macht als ijdele beuzelingen weg te werpen, en haar
+gebod om niet van haar weg te gaan, gehoorzaam te zijn; doch ofschoon
+deze herinnering haar drukte, toch kon zij daardoor nog niet tot een
+eindbesluit komen. Het was dan ook eigenlijk niet één enkele reden die
+haar hand en mond gesloten hield, het was iedere zenuw van haar wezen,
+iedere polsslag van haar bloed, iedere blik van haar geest in het
+verleden, tot aan de grens van haar kindsheid toe, die het haar verbood.</p>
+
+<p>En zij gaf ook nog aan andere overwegingen gehoor. Zij spraken haar van
+hare kinderen, het trotsche gevoel van haar macht, de liefde voor het
+land harer vaderen, en hoe dat bedreigd werd zonder haar, van het genot
+het licht te zien, en van de donkerheid, het stilzwijgen, de strakheid
+van den dood; van de vernietiging van lichaam en geest, beide zoo trouw
+gekweekt en met zoo veel moeite ontwikkeld, en van het vreeselijk
+lijden, dat misschien met een overgang uit het leven in den dood zou
+samengaan. Daarbij&mdash;wat stond haar te wachten in dat leven, dat den duur
+der eeuwigheid had? Eenmaal zou het toch gedaan zijn met het leven hier
+op aarde; als zij den vastgestelden tijd willekeurig veranderde, en
+indien niet Epicurus, die met den dood alles deed ophouden, maar de oude
+leerstellingen der Aegyptenaars de waarheid gesproken hadden, wat zou
+haar dan wachten aan gene zijde van het graf, wanneer zij enkele nieuwe
+levensjaren gekocht had met den moord of het verraad van haar geliefde,
+haar gade?</p>
+
+<p>Doch misschien waren de straffen der verdoemden slechts middelen ter
+verschrikking, uitgedacht door de priesters, die voor de orde in den
+staat moesten waken, om de wilde driften der menigte in toom te houden,
+en de teugellooze overtreders der wet bevreesd te maken. En, fluisterde
+de vermetele Grieken-geest haar in, zij zou in het oord der verdoemenis,
+niet in den Aalu-tuin, de <ins class="corr" id="corr133" title="Bron: Elyeesche">Eliseesche</ins> velden der Aegyptenaars, haar
+vader <span class="pagenum" title="254">&nbsp;</span><a id="p_254"></a>en moeder en al haar misdadige voorvaders terug vinden, tot aan
+den eersten Euergetes toe, die den slechten Philopator opgevolgd was.</p>
+
+<p>De gedachte aan het hiernamaals mocht dus, als iets hoogst
+twijfelachtigs, waarvan niets met zekerheid te zeggen viel, buiten spel
+blijven. De vraag moest zóó worden gesteld: hoe zouden de levensjaren,
+die zij zich gekocht had door den moord of het verraad van een mensch
+dien zij liefhad, voor haar zijn?</p>
+
+<p>In den nacht zou het beeld van den vermoorde zeker den slaap van hare
+legerstede verdrijven. De Erinnyen, de Dirae, zooals de Romein Antonius
+hen noemde, die den moordenaar vervolgden met een geesel van slangen,
+waren geen gewrocht der dichterlijke phantasie, maar een treffend
+zinnebeeld der onrust van den door gewetenswroegingen gefolterden
+misdadiger. Het hoogste goed, de zaligheid zonder smart der Epicuristen,
+was door hen, op wie zulk eene schuld drukte, voor eeuwig verbeurd.</p>
+
+<p>En overdag en bij avond? Ja, dan zou het haar vrij staan genot op genot
+te stapelen, maar voor wien zou er feest worden gevierd? Met wien kon
+zij de vreugde deelen? Zonder Marcus Antonius was er sinds lang geen
+gastmaal of tooneelvoorstelling meer, die haar genoegen gaf. Voor wien
+tooide zij zich of maakte het verdwijnen der bevallige betoovering door
+hulpmiddelen weder goed, zoo niet voor hem?&mdash;En hoe spoedig zou die
+betoovering, die haar zoo langzaam maar zeker verliet, door knagenden
+zielsangst geheel en al vernietigd worden? Als de spiegel haar rimpels
+vertoonde, die zelfs de kunst van Olympus niet uitwisschen kon, als....
+Neen, zij was niet geschapen om oud te worden! Zouden de enkele,
+gekochte levensjaren, waarin zich zulk een groote ellende mengen zoude,
+werkelijk waarde genoeg bezitten om daarvoor het recht te verliezen, bij
+tijdgenooten en volgende geslachten de betooverende Cleopatra, de
+onweerstaanbaarste van alle vrouwen te heeten?</p>
+
+<p>En de kinderen? O ja, het zou heerlijk geweest zijn hen te zien
+opgroeien en zich tot den troon verheffen, maar ook bij deze
+voorstelling, hoe rijk aan verkwikkelijke bijzonderheden, voegden zich
+weldra groote, afdoende bezwaren.</p>
+
+<p>Hoe verrukkelijk zou het zijn Cæsarion, in de plaats van Octavianus, als
+beheerscher der wereld te begroeten! Maar hoe zou die droomer daartoe
+geraken, hij, dien de eerste neigingen van het hart reeds verleid hadden
+tot het onzinnigste prijsgeven van zijn waardigheid en inbreuk maken op
+de wetten, en die nu in den ouden, half slapenden toestand teruggezonken
+scheen te zijn?</p>
+
+<p>De overige kinderen wekten echter liefelijke, hoopvolle gedachten <span class="pagenum" title="255">&nbsp;</span><a id="p_255"></a>op,
+en hoe verlustigde zich haar moederhart in het gezicht van Antonius
+Helios, als Koning van Aegypte, Cleopatra Selene met haar eerste kind
+aan hare borst, den kleinen Alexander als een groot en begaafd, aan
+deugden rijk staatsman en held.&mdash;Doch wat moesten juist zij, Antonius'
+kinderen, die zij hoopte dat door Archibius zouden worden opgevoed,
+gevoelen voor de moeder, die hun vader had vermoord?</p>
+
+<p>Zij huiverde, en dacht terug aan de uren, toen haar kinderlijk hart
+bloedige tranen had geweend, zoo dikwijls zij gedacht had aan haar eigen
+booze moeder, die door haar vader was vervloekt. En toch had Koningin
+Tryhæna, die door de geschiedenis een monster wordt genoemd, haar gemaal
+niet vermoord, maar enkel van den troon gestooten.</p>
+
+<p>Ook kwamen haar weder Arsinoë's verwenschingen voor den geest tegen hare
+moeder en zuster, en dan te denken dat de roode lippen van de tweelingen
+en van haar oogappel Alexander zich ook eens konden openen om haar te
+vloeken&mdash;zich voor te stellen, dat de lieve handen der kinderen zich
+zouden opheffen om met verontwaardiging en minachting te wijzen op
+haar, de wreede moordenares van hun vader.... Neen, neen, en nogmaals
+neen!.... Tot den prijs van deze pijniging, deze vernedering en schande
+wilde zij niet luttele jaren van een toch al waardeloos geworden leven
+koopen. Koopen, van wien?</p>
+
+<p>Van dienzelfden Octavianus, die haar zoon het erfdeel van zijn vader
+Cæsar had ontnomen, wiens plaatsing in het testament een teeken was van
+twijfel aan hare trouw. Van dien kouden, koel berekenenden geluksvogel,
+wiens geheele persoon haar, sinds zij hem de eerste maal te Rome
+ontmoette, had tegengestaan, afgestooten, en doen huiveren. Van hem,
+door wiens overredingskracht en dwingelandij haar gemaal&mdash;want dat was
+Antonius in hare eigen oogen en in die van alle Aegyptenaren&mdash;er toe
+gebracht was, om zijn zuster Octavia te huwen en haar, Cleopatra,
+daardoor enkel tot zijn geliefde te stempelen, en de wettige geboorte
+hunner kinderen twijfelachtig te maken; den valschen vriend van den goed
+vertrouwenden Antonius<ins class="corr" id="corr134" title="Bron: .">,</ins> die bij Actium hem en haar op het diepst had
+vernederd en gesmaad.</p>
+
+<p>Te gehoorzamen aan het verlangen van zulk een man, die haar de snoodste
+van alle daden wilde doen begaan, daartegen verzette zich met kracht
+haar koninklijke trots, en deze trots had haar van kind af het hoofd
+hoog doen houden, en behoorde bij hare natuur, zoo goed als het
+ademhalen en het kloppen van haar hart. En toch! Ter wille van de
+kinderen zou zij misschien ook deze schande op zich hebben geladen,
+indien die niet tegelijk het graf zou geweest zijn van het beste en
+schoonste, dat <span class="pagenum" title="256">&nbsp;</span><a id="p_256"></a>zij van de jonge ziel der tweelingen en van Alexander
+wenschte.</p>
+
+<p>Reeds toen zij zich den vloek harer kinderen had ingedacht, was zij van
+hare plaats opgestaan. Waartoe zou zij nog langer nadenken en overwegen?
+De helderheid, waarnaar zij had gezocht, was reeds gevonden. Gorgias
+moest zich met de graftombe haasten! Wanneer het noodlot haar leven
+eischte, dan zou zij zich niet daartegen verzetten, mits het niet van
+haar vroeg, dat te bewaren tot den prijs van moord of snood verraad.
+Het leven van haar geliefde was reeds verloren gegaan. Aan zijne zijde
+had zij genoten van een heerlijk, bedwelmend, verblindend geluk zonder
+wederga, waarvan de wereld nog altijd met benijdende verbazing gewaagde.
+Aan zijne zijde wenschte zij, als alles voorbij zou zijn, in het graf te
+rusten, en de wereld te dwingen het minnend paar, Antonius en Cleopatra,
+met eerbiedig medelijden te herdenken. De kinderen moesten bij de
+herinnering aan haar, het hart kunnen verheffen en geen schaduw van
+een bitter gevoel of van een waarschuwing mocht hen verhinderen den
+grafsteen hunner ouders met bloemen te versieren, daarbij te weenen, en
+aan hun genius een plengoffer te wijden.</p>
+
+<p>Vervolgens wierp zij een blik op het beeld van Berenice, die eenmaal,
+evenals zij, de dubbele kroon van Aegypte op haar hoofd gedragen had.
+Zij ook was te vroeg een gewelddadigen dood gestorven, zij ook had
+geweten wat liefhebben is. De gelofte om haar fraai haar aan Aphrodite
+te offeren, wanneer haar gade ongedeerd zou terugkeeren uit den oorlog
+tegen Syrië, had den roem van haren naam verhoogd. »Het haar van
+Berenice&rdquo; was nog altijd als een sterrenbeeld aan den nachtelijken hemel
+te zien.</p>
+
+<p>Ofschoon deze vrouw veel en zwaar had misdaan, ééne daad van trouwe
+liefde had haar tot een gevierde, aangebeden vorstin gemaakt. Zij,
+Cleopatra, wilde een nog grootere daad volbrengen. Het offer, dat zij
+zich zelve wilde opleggen, zou nog zwaarder wegen dan een handvol fraaie
+haren, want het betrof de heerschappij en haar leven.</p>
+
+<p>Met opgeheven hoofd en een trotsch gevoel van eigenwaarde zag zij naar
+het edele marmeren gelaat der Kyrenaeische op.</p>
+
+<p>Vóórdat zij het heiligdom was binnengegaan, had zij een gevoel gehad,
+alsof zij wist hoe het den misdadigers, die ter dood veroordeeld waren,
+te moede was. Nu zij zelve vrijwillig van het leven afstand ging doen,
+voelde zij zich als het ware van een drukkenden last bevrijd, en toch
+deed het hart haar pijn; vooral als zij aan de kinderen dacht, werd zij
+overweldigd door het smartelijkste van alle soorten van medelijden: het
+medelijden met zichzelve.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="257">&nbsp;</span><a id="p_257"></a></p>
+
+<h2><a id="ACHTTIENDE_HOOFDSTUK"></a>ACHTTIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Toen Cleopatra uit den tempel kwam, verbaasde Iras zich over haar
+veranderd uiterlijk. De strakheid die zoo even nog iets scherps gegeven
+had aan haar schoon gelaat, had plaats gemaakt voor een uitdrukking van
+stille smart, die er goed aan stond; doch die was spoedig verdwenen toen
+haar vertrouweling haar wees op den stoet, die juist het eerste
+binnenplein van het paleis opkwam.</p>
+
+<p>In Alexandrië en geheel Aegypte werd de geboortedag zoo feestelijk
+mogelijk gevierd. Ter eere der tweelingen waren vele kinderen uit de
+stad gezonden om hen geluk te wenschen, en tegelijk hunne koninklijke
+moeder te verzekeren van de trouw en liefde der burgerij.</p>
+
+<p>De terugweg naar het paleis duurde slechts enkele minuten, en toen
+Cleopatra, terwijl zij zich in haast een feestgewaad liet aandoen, op
+die kinderschaar neerzag, was het haar alsof het noodlot haar door dit
+liefelijk schouwspel een teeken gaf, dat het haar moeilijk besluit
+goedkeurde.</p>
+
+<p>Weldra stond zij met de tweelingen aan de hand op het terras, waarvoor
+de optocht stilhield; honderden knapen en meisjes van denzelfden
+leeftijd als de prins en prinses, waren daar bijeen. Deze hadden
+ruikers, gene droegen kleine mandjes met viooltjes en rozen in de hand.
+Al de hoofden droegen kransen, en vele meisjes waren met guirlanden van
+bloemen omslingerd. Een koor van jongelingen en jonkvrouwen zong een
+feestlied, waarin zij de goden smeekten om geluk voor de edele moeder
+en hare kinderen; de aanvoerster van het meisjeskoor hield een korte
+aanspraak uit naam van de geheele stad, en terwijl zij sprak, hadden
+de kinderen zich in rijen geschaard. De kleinsten stonden vóór de
+grooteren, en deze weder voor de allergrootsten. Het geheel geleek een
+levende tuin, waarin de frissche gezichtjes de schoonste bloemen waren.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="258">&nbsp;</span><a id="p_258"></a></p>
+
+<p>Cleopatra sprak haar dank uit voor dien liefelijken groet der burgerij,
+die haar door het dierbaarste wat zij had, liet zeggen dat zij hare
+liefde beantwoordde. Hare oogen werden vochtig, toen zij met haar eigen
+klaverblad naar de gelukwenschende kinderen toeging, en een klein,
+bijzonder bekoorlijk meisje, dat zij kuste, de armen zoo teeder om
+haar hals sloeg, alsof zij haar eigen moeder was. Ook was het een
+allervriendelijkst gezicht, toen de meisjes den inhoud harer korfjes
+vóór haar op den grond strooiden, en de knapen hunne ruikers aanboden
+aan haar en de tweelingen en Alexander, en dat met menigen vroolijken
+uitroep en hartelijken gelukwensch vergezeld deden gaan.</p>
+
+<p>Charmion had de geschenken niet vergeten, en toen kamerdienaren
+en vrouwen de kinderen naar een feestzaal brachten om hen daar
+ververschingen te doen geven, straalde er zulk een helder licht uit de
+oogen der Koningin, dat de gezellin harer jeugd moed vatte om nu met
+haar moeielijke bekentenis voor den dag te komen.</p>
+
+<p>Zooals zoo dikwijls datgene, waarvoor wij den meesten angst hebben
+gehad, als het eenmaal daar is, ons een vriendelijk of onverschillig
+gelaat vertoont, zoo gebeurde het ook nu. Er is in het leven niets
+groot of klein. Het eene kan het andere worden, naar gelang der dingen
+waarmede wij het in verhouding brengen. De grootste mensch wordt een
+dwerg naast de reusachtige rots, de kleinste is een reus in vergelijking
+met de krioelende mieren in het bosch. De bedelaar beschouwt datgene als
+een rijke schat, waar de rijke verachtelijk overheen ziet. Wat voor
+Cleopatra, enkele dagen geleden, onverdragelijk was geweest, wat haar in
+onrust had gebracht en een deel van haar slaap geroofd; wat haar genoopt
+had ernstige maatregelen daartegen te doen nemen, kwam haar nu als iets
+nietigs voor, dat nauwelijks de aandacht waard was.</p>
+
+<p>De dag van gisteren en die van heden hadden gebeurtenissen medegebracht,
+en haar voor vragen gesteld, die de verdwijning eener Barine terug
+gedrongen hadden naar het rijk van het onbeteekenende.</p>
+
+<p>Vóór zij hare bekentenis deed, had Charmion haar verzekerd dat zij
+smachtte naar rust, maar toch bereid was om in alle omstandigheden hare
+koninklijke vriendin getrouw te blijven, zoolang totdat deze haar
+bijzijn niet meer begeeren en haar wegzenden zou. Zij vreesde dat dit
+oogenblik nu gekomen was.</p>
+
+<p>Cleopatra viel haar in de rede met de verzekering dat zij van iets
+onmogelijks sprak, en toen Charmion daarop bekende dat Barine was
+ontkomen, en zij het was geweest, die de onschuldige, zwaar bedreigde
+kleindochter van Didymus in hare <span class="pagenum" title="259">&nbsp;</span><a id="p_259"></a>vlucht had bijgestaan, toen was de
+Koningin opgestaan en had het voorhoofd gefronst; doch dit had slechts
+een oogenblik geduurd.</p>
+
+<p>Zij had haar vriendin glimlachend met den vinger gedreigd, haar naar
+zich toe getrokken, en ernstig, doch vriendelijk verzekerd, dat van
+alle ondeugden, ondankbaarheid het verste van haar verwijderd was. De
+vriendin harer jeugd had haar zooveel sprekende bewijzen van trouw en
+liefde, van offervaardigheid en onvermoeid dienstbetoon gegeven, dat
+zij door ééne daad van eigenmachtige ongehoorzaamheid nog lang niet
+opgewogen werden. Er bleef nog altijd een aanzienlijk bedrag over, en
+daarop terende, mocht zij nog een tijd lang voort zondigen, zonder te
+vreezen dat Cleopatra zich van haar Charmion zou kunnen scheiden.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik wist deze opnieuw, dat niets op aarde vijandig en
+scherp genoeg zijn kon om den band door te snijden, die haar aan deze
+vrouw verbond. Terwijl hare lippen overvloeiden van den dank uit haar
+volle hart, bekende Cleopatra dat het haar toescheen alsof haar met
+Barine's vlucht, eigenlijk een dienst was bewezen. Het was haar niet
+ontgaan hoe voorzichtig Charmion verzwegen had waar de jonge vrouw zich
+nu verborgen hield, en zij verlangde dat ook niet te hooren. Het was
+haar genoeg dat de gevaarlijke schoone onbereikbaar geworden was voor
+Cæsarion.&mdash;Wat Antonius aanging, deze was nu door een muur gescheiden
+van de overige wereld, en dus ook van de vrouw, voor wie hij eigenlijk
+nooit iets innigers had gevoeld, niettegenstaande de beschuldigingen van
+Alexas.</p>
+
+<p>Met veel warmte trachtte Charmion nu de Koningin te doen inzien wat de
+aanleiding was geweest, dat de Syriër Barine met zulk een fellen haat
+vervolgde. Het lag voor de hand, en behoefde nauwelijks bewezen te
+worden, dat de geheele omgang van Marcus Antonius met de kleindochter
+van Didymus in het minst niet tot een nauwere betrekking had geleid.
+Cleopatra luisterde echter slechts met een half oor. Het was alsof de
+geliefde, voor wien eenmaal haar hart uitsluitend had geklopt, haar
+nu reeds tot een dierbare herinnering geworden was. Zij vergat niet
+welk geluk zij met en door hem had gesmaakt, en wat zij hem door den
+tooverbeker aangedaan had, doch met den muur voor de landtong Choma, die
+hem van haar en de overige wereld scheidde, en haar bevel om voor hen
+beiden een grafteeken te bouwen, was, dacht zij, het tijdperk hunner
+liefde afgesloten. Wat nu nog aan dit deel van het leven hunner harten
+toegevoegd kon worden, kon alleen het einde zijn. Zelfs dacht zij voor
+goed te hebben afgedaan met de jaloerschheid, die het geluk van haar
+liefde als een voorbijgaande, plotseling invallende schaduw had
+verduisterd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="260">&nbsp;</span><a id="p_260"></a></p>
+
+<p>Terwijl Charmion verzekerde dat niemand buiten Dion zich er op mocht
+beroemen dat Barine zijn wensch had verhoord, en daarbij allerlei
+gebeurtenissen uit haar vroeger leven vertelde, verwijlde Cleopatra in
+gedachte bij haar geliefde. De boven allen uitstekende heldengestalte
+van Antonius stond als het beeld van een dierbaren doode voor haar
+geestesoog. Daarbij herdacht zij alleen wat hij vóór <ins class="corr" id="corr135" title="Bron: Acticum">Actium</ins> voor haar
+was geweest. Zij verlangde en hoopte niets meer van den man, die nu zoo
+geheel gebroken was, misschien door haar schuld alleen. Maar zij was
+immers besloten daarvoor te boeten. Zij wilde dat doen met haar leven en
+haar troon. Dat zou de rekening doen sluiten. Wat de rest van haar leven
+misschien nog aan de uitkomst toevoegen <ins class="corr" id="corr136" title="Bron: af">of</ins> daarvan aftrekken zou,
+moest medegerekend worden.</p>
+
+<p>De komst van Alexas maakte een eind aan hare overpeinzingen. De Syriër
+beklaagde zich hevig, dat het hem toegekende recht om over de schuldige
+het oordeel uit te spreken, hem door schandelijke listen zoo goed als
+ontnomen was. Dit viel hem bijzonder hard, omdat hem de mogelijkheid
+afgesneden was de vluchtelingen te doen vervolgen. Antonius had hem de
+vereerende opdracht gegeven <ins class="corr" id="corr137" title="Bron: Herodus">Herodes</ins> weer tot zijne partij terug
+te doen keeren. Hij moest nog dezen nacht Alexandrië verlaten. Daar in
+deze zaak niets te wachten was van den menschenschuwen imperator, hoopte
+hij dat de Koningin zulk een inbreuk op hare gekwetste waardigheid
+straffen, en tegen Barine zoowel als tegen haar laatsten geliefde, dien
+Dion, die den zoon van Cæsar met heiligschennende hand mishandeld had,
+strenge maatregelen zou nemen.</p>
+
+<p>Cleopatra gebood hem echter met vorstelijke hoogheid binnen de perken te
+blijven, en van deze zaak in hare tegenwoordigheid niet meer te spreken;
+daarop wenschte zij hem met een weemoedigen glimlach een goeden uitslag
+van zijne zending bij Herodes toe. Welke goede gedachten zij ook had van
+de handigheid van den bemiddelaar, zij geloofde toch niet, dat het hem
+zou gelukken, dezen tot de verloren partij van Antonius terug te
+brengen.</p>
+
+<p>Zoodra hij zich verwijderd had, riep zij Charmion toe: »Ben ik dan blind
+geweest? Deze man is een verrader. Dat zullen wij spoedig ondervinden.
+Waarheen Dion zijn jonge vrouw ook heeft gebracht, laat zij zich goed
+verbergen, niet voor mij, maar voor dezen Syriër. Men kan zich
+gemakkelijker hoeden voor een leeuw, dan voor een schorpioen. Vriendin,
+zorg gij er voor dat nog heden Archibius mij komt bezoeken. Ik moet hem
+spreken, en van een scheiding tusschen ons beiden is geen sprake meer,
+niet waar? Spoedig genoeg zal er een ander komen, die deze lippen voor
+altijd verbieden zal uw trouw gelaat te kussen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="261">&nbsp;</span><a id="p_261"></a></p>
+
+<p>Zij sloot nog eens de vriendin harer jeugd in hare armen, en toen Iras
+naderde om gehoor te vragen voor Lucilius, den vertrouwden vriend van
+Antonius, zeide Cleopatra, die opgemerkt had met welk een benijdenden
+blik zij deze omarming aanzag: »Vergiste ik mij toen ik meende te
+bemerken, dat gij u achteruitgezet voeldet bij Charmion, die toch mijne
+oudste vriendin is? Dat zou niet goed zijn, want gij zijt mij beiden
+lief, en ik heb u beiden noodig. Gij zijt haar nicht, en van jongs
+af zijt gij haar veel dankbaarheid schuldig. Vergeet daarom wat er
+is gebeurd, evenals ik dat heb gedaan, al derft gij daardoor het
+verkwikkend gevoel van u op iemand dien gij haat te wreken, en laat die
+oudere vriendschappelijke omgang blijven bestaan. Mijn dank daarvoor is
+het eenige wat de dochter van den rijken Krates zich niet koopen kan, en
+dat zij toch zeker niet geringschat: de liefde harer koninklijke
+vriendin.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop sloot zij ook Iras in hare armen, en toen deze heenging om
+Lucilius te roepen, dacht zij: »Geene vrouw heeft zooveel liefde
+ontvangen als deze; misschien komt het daardoor dat zij zelve zulk een
+rijken schat daarvan bezit en door liefde anderen zoo onuitsprekelijk
+gelukkig maken kan. Of wordt zij door zoo velen bemind, omdat zij zoo
+vol van liefde ter wereld kwam, en die als het ware uitstraalt evenals
+de zon het licht? Ja, dat moet het zijn. Ik heb, meer dan iemand, reden
+om dat te gelooven, want wien had ik lief behalve haar? Niemand, zelfs
+niet mij zelve, en hoe ik ook peins, ik zou niemand weten van wien ik
+zou mogen denken dat hij mij liefhad.... Maar waarom versmaadde Dion
+mij, hij, dien ik zou innig...? Dwaze, die ik ben! Waarom koos Antonius
+Cleopatra boven Octavia, die niet minder schoon was en wier hart hem
+toebehoorde, en die de heerschappij over de geheele wereld in hare hand
+had?&rdquo;</p>
+
+<p>Zij moest gaan, en leidde weldra den Romein Lucilius bij de Koningin
+binnen. Door een daad van dapperheid was deze man voor goed aan Antonius
+verbonden. Na den slag bij Philippi, toen het leger der republikeinen
+reeds op de vlucht was geslagen, was Brutus op het punt geweest door
+vijandelijke <ins class="corr" id="corr138" title="Bron: ruisters">ruiters</ins> te worden weggevoerd; doch Lucilius had zich,
+op gevaar af van gedood te worden, voor hem uitgegeven, en hem daardoor,
+al was het maar voor korten tijd, het leven gered. Dat had Antonius
+zeer buitengewoon en edel gevonden, en op zijne grootmoedige manier
+had hij hem niet alleen vergeven, maar hem zelfs met zijn vriendschap
+verwaardigd. Lucilius was hem daarvoor dankbaar en bleef met dezelfde
+trouw als aan Brutus, ook aan hem gehecht. Bij Actium had hij eerst de
+<span class="pagenum" title="262">&nbsp;</span><a id="p_262"></a>gunst van Antonius op het spel gezet door hem er van af te brengen den
+slag te verlaten om Cleopatra te volgen; doch daarna had hij hem op zijn
+vlucht vergezeld. Nu deelde hij zijne afzondering op den Choma. Gebogen
+en neerslachtig kwam de man, die zoo kort geleden nog frisch en krachtig
+was geweest, al begonnen ook zijn haren reeds te grijzen de Koningin
+tegemoet. Zijn welgevormd gelaat had in de laatste weken een groote
+verandering ondergaan. Zijne wangen waren ingevallen, zijn trekken
+scherper geworden. Zijn trouwe oogen hadden een weemoedige uitdrukking
+aangenomen, en toen hij Cleopatra bescheid gaf omtrent den toestand van
+haar vriend, kregen zij een vochtigen glans.</p>
+
+<p>Vóór den ongelukkigen slag was hij een harer grootste bewonderaars
+geweest; doch sedert hij had moeten aanzien hoe zijn vriend en weldoener
+roem, geluk en eer prijs gaf om Cleopatra te volgen, koesterde hij een
+wrok tegen haar. Hij zou zich dezen tocht zeker bespaard hebben, indien
+hij niet overtuigd ware geweest dat zij, die haar geliefde te gronde had
+gericht, ook de eenige was, die hem nu uit zijn moedelooze verslapping
+tot nieuwe geestkracht en levenslust kon opwekken.</p>
+
+<p>Hij kwam ongeroepen en door niemand gezonden, alleen om de vrouw, die
+hij vroeger zoo oprecht had bewonderd, op het hart te drukken dat zij
+den neergebogen man weder oprichten en hem aan zijne plichten herinneren
+moest. Veel nieuws had hij haar niet te melden, want zij zelve was op
+zee lang genoeg getuige geweest van den droevigen toestand van haar
+gade. In den laatsten tijd echter begon Antonius daarin behagen te
+scheppen, en dat verontrustte den trouwen man het meest.</p>
+
+<p>De imperator had het kleine paleis, dat hij op den Choma bewoonde zijn
+Timonium genoemd, omdat hij zich vergeleek bij den vermaarden
+menschenhater uit Athene, even als hij door vele voormalige vrienden
+verraden, nadat het geluk hem den rug had toegekeerd. Reeds bij Tænarum
+had hij zich bedacht dat hij zich op den Choma wilde terugtrekken en
+dien, door een muur, die de landtong van het vasteland zou afsnijden,
+even ongenaakbaar te maken als het graf van Timon te Halæ, in de buurt
+van Athene moest zijn geweest. Gorgias had dien muur opgericht, en ieder
+die den wereld-ontvluchtenden man wilde bezoeken, moest per schip komen
+en om toegang verzoeken; en nog werd deze maar aan enkelen vergund.</p>
+
+<p>Cleopatra hoorde Lucilius vol belangstelling aan, en vroeg hem of er
+niets zou zijn waarmee men den droefgeestige genoegen kon doen of
+opwekken.</p>
+
+<p>»Neen, gebiedster,&rdquo; antwoordde hij. »Hij denkt het liefst aan hetgeen
+hij eenmaal bezat, maar alleen om te bewijzen hoe <span class="pagenum" title="263">&nbsp;</span><a id="p_263"></a>weinig het de moeite
+loont zich daaraan te herinneren. »Welke genietingen heeft het leven
+mij niet geboden?&rdquo; vraagt hij, en voegt er bij: »Maar dezelfde keerden
+telkens weder, en als men zich tienmaal daarin had verheugd, dan werden
+zij eentonig, en hadden hunne aantrekkingskracht verloren. Wat zij
+nalieten was enkel verveling en walging.&rdquo; Hij wil niets dan het
+noodigste hebben, zooals water en brood, maar hij verlangt naar geen van
+beide omdat hij daarin nog minder smaak vindt dan in datgene waarmede
+men zich den volgenden morgen bederft. Gisteren, toen hij bijzonder
+somber was gestemd, viel ons gesprek op het goud. Dat was misschien nog
+het meest waard begeerd te worden. De enkele aanblik daarvan wekte reeds
+aangename verwachtingen op, omdat daarin zoovele genietingen verborgen
+lagen. Maar daarop lachte hij weder, en beweerde dat het juist deze
+genietingen waren die de afschuwelijke oververzadiging in het leven
+riepen. Het goud was ook al niet waard er een hand naar uit te steken.</p>
+
+<p>»Zulke gedachten spint hij gaarne uit, en zoekt dan beelden om zijne
+bedoeling duidelijk te maken. »In de sneeuw op de hoogste toppen,&rdquo; zeide
+hij, <ins class="corr" id="corr139" title="Niet in Bron.">»</ins>bevriezen onze voeten. <ins class="corr" id="corr140" title="Bron: »"></ins>In het slijk hebben zij het warm,
+maar de zwarte modder is leelijk, en blijft er aanhangen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik merkte op, dat er tusschen het moeras en de sneeuw op de bergen,
+zonnige dalen liggen waarin men heerlijk leven kan, maar hij stoof op,
+en wierp het denkbeeld ver weg, zich ooit tevreden te stellen met den
+jammerlijken middenweg van Horatius. Daarop ging hij voort: »Ja, ik heb
+het onderspit moeten delven. Octavianus en zijn Agrippa zijn de
+overwinnaars, maar als een steen mij verplettert, of de plompe poot van
+een olifant mij vertrapt, dan ben ik toch nog van een hoogere natuur dan
+die beide zijn.&rdquo;<ins class="corr" id="corr141" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>»Dat was weder de oude Marcus Antonius!&rdquo; riep Cleopatra uit, doch bij
+den trouwen man werd opnieuw de toorn wakker tegen de vrouw die voedsel
+gegeven had aan den overmoed, waardoor zijn machtige vriend ten val was
+gekomen. Hij ging daarom voort: »Maar dikwijls ziet hij zichzelf ook in
+een ander licht. Onlangs riep hij uit: »geen dichter zou zich een
+onwaardiger leven kunnen denken dan het mijne is: een satyrspel, met een
+tragedie tot slot.&rdquo;<ins class="corr" id="corr142" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr143" title="Bron: Luculius">Lucilius</ins> had nog veel krenkender dingen hierbij kunnen voegen, maar
+tegenover den bedroefden blik uit de vochtige oogen der zwaarbeproefde
+vrouw, wilden die hem niet over de lippen.</p>
+
+<p>De gebroken man wist op de eene of andere wijze in bijna alles wat hij
+sprak Cleopatra te betrekken. Somtijds deed hij dit met weergaloos
+bittere verwijten, maar vaker nog met onbegrensde <span class="pagenum" title="264">&nbsp;</span><a id="p_264"></a>verrukking en heftige
+uitbarstingen van het vurigst verlangen, en juist die waren het, die
+Lucilius versterkten in de hoop, dat de invloed van de Koningin zich
+krachtig zou doen gelden bij zijn vriend. Daarom bracht hij haar eenige
+bijzonder hartelijke woorden over, die Antonius aan haar aandenken had
+gewijd, en die hoorde zij met dankbare blijdschap aan.</p>
+
+<p>Toen Lucilius ophield met spreken, maakte zij intusschen de opmerking,
+dat de menschenhater toch zeker ook wel in een anderen geest van haar
+en misschien ook van Octavia, zou hebben gesproken. Zij was op het
+allerergste voorbereid; zij behoorde immers tot de klippen, waarop zijne
+grootheid schipbreuk geleden had.</p>
+
+<p>Op dat oogenblik herinnerde Lucilius zich wat Antonius eenmaal had
+gezegd omtrent de drie vrouwen, wier gemaal hij was geweest, en
+aarzelend antwoordde hij: »Fulvia, de gemalin zijner jeugd&mdash;ik heb die
+hartstochtelijke, vermetele vrouw, de voormalige gade van Clodius,
+welgekend&mdash;noemde hij de stormwind, die in zijne zeilen geblazen had.&rdquo;</p>
+
+<p>»Goed, goed,&rdquo; riep Cleopatra. »Dat deed zij ook. Hij heeft haar veel te
+danken, en ook ik ben veel aan de overledene verplicht. Zij heeft hem
+geleerd de macht der vrouw te erkennen en zich daarnaar te voegen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Niet altijd tot zijn voordeel,&rdquo; hernam Lucilius, bij wien dat laatste
+gezegde het pas verdwenen onaangename gevoel weder opwekte, en zonder te
+letten op den lichten blos der Koningin, ging hij voort: »Van Octavia
+zeide hij, dat zij de rechte weg was geweest, die tot tevredenheid
+leidt, en die hen, die zich daarmede vergenoegen, bij goden en menschen
+aangenaam maakt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Waarom vergenoegde hij er zich dan met mede?&rdquo; vroeg de Koningin
+driftig.</p>
+
+<p>»In de school van Fulvia,&rdquo; antwoordde de Romein, »werd tevredenheid het
+allerlaatste onderwezen. Gij weet dat die aan zijne natuur, die gij zoo
+goed kent, vreemd is. Ook hebt gij zooeven gehoord hoe hij over rustige
+dalen en den gulden middenweg denkt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Maar ik, wat ben ik voor hem geweest?&rdquo; vroeg de Koningin <ins class="corr" id="corr144" title="Bron: n">in</ins> spanning.</p>
+
+<p>Lucilius zag een tijdlang nadenkend naar den grond, en gaf toen
+aarzelend ten antwoord: »Gij verlangt het te hooren, en het bevel der
+Koningin moet gehoorzaamd worden! U, gebiedster, noemde hij een heerlijk
+overwinningsfeest waarop de gasten zich met kransen op het hoofd, vóór
+den slag in weelde baden.&rdquo;</p>
+
+<p>»En die verloren wordt,&rdquo; voegde de koningin er op gedempten <span class="pagenum" title="265">&nbsp;</span><a id="p_265"></a>toon bij.
+»Die vergelijking is juist. Thans, na de nederlaag, zou het iets
+tegenstrijdigs zijn, opnieuw een feestmaal aan te richten. Het treurspel
+loopt ten eind; daar het satyrspel&mdash;zoo zeide hij immers?&mdash;reeds
+vooraf is gegaan, zou de opvoering daarvan in dezen tijd slechts een
+onaangename herhaling zijn. Trouwens, ééne zaak schijnt mij gewenscht:
+een verzoenend slottooneel. Zoo gij denkt dat het in mijne macht
+staat mijn gade terug te geven aan het leven, reken dan op mij. Het
+overwinningsmaal, waarvan hij sprak, heeft lange jaren geduurd. Het
+nagerecht zal kort zijn, maar ik ben bereid daarvoor te zorgen. Toen ik
+hem een bezoek wilde brengen, heeft hij mij afgewezen. Op welke wijze
+stelt gij u de toenadering voor?&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik geloof,&rdquo; antwoordde Lucilius, »dat ik dat aan uwe vrouwelijke
+fijngevoeligheid moet overlaten. Doch ik kom ook met een verzoek, en in
+de vervulling daarvan ligt misschien reeds het antwoord opgesloten.
+Eros, de trouwe lijfslaaf van Marcus Antonius, laat uwe majesteit
+nederig verzoeken hem enkele oogenblikken gehoor te verleenen. Gij kent
+den wakkeren knaap. Hij zou voor u, zoowel als voor zijn heer, het leven
+laten, en hij.... Ik heb eens van uzelve gehoord wat Koning Antiochus
+zeide: dat niemand groot was voor zijn lijfslaaf<ins class="corr" id="corr145" title="Bron: &nbsp;...">....</ins> Zoo ziet dan ook
+Eros de zwakheden en voorrechten van zijn heer van meer nabij dan wij,
+en daarbij is hij verstandig. Antonius heeft hem sinds lang vrijgelaten,
+en indien uwe Majesteit er niet tegen heeft den geringen man bij zich te
+ontvangen....&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat hem komen,&rdquo; antwoordde Cleopatra. »Wat gij van mij verlangt is
+billijk. Ik weet helaas maar al te goed wat ik bij mijn vriend heb goed
+te maken. Reeds vóór gij kwaamt bedacht ik mij juist, hoe ik een zijner
+vurigste wenschen zou vervullen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hierop gaf zij den Romein zijn afscheid, en zag hem met gemengde
+gewaarwordingen vertrekken. Het smachtend <ins class="corr" id="corr146" title="Bron: verlangeen">verlangen</ins> naar den man,
+dien zij reeds zoo lang moest missen, was opnieuw in haar ontwaakt, en
+toch klonken de grievende woorden, die hij omtrent haar had geuit, nog
+bij haar na. Doch nauwelijks was de deur achter Lucilius gesloten, of de
+hofmaarschalk meldde de komst van eenige afgevaardigden uit de leden van
+het Museum.</p>
+
+<p>De geleerde heeren kwamen zich beklagen over het onrecht dat hun medelid
+Didymus was aangedaan, en tegelijkertijd uiting geven aan hunne
+gevoelens van trouw, ook in dezen tijd van druk. Cleopatra van hare
+zijde betuigde hen hare hulde en verklaarde dat zij den ouden philosoof
+reeds volkomen schadeloosstelling had aangeboden. Zij was in zekeren zin
+een der hunnen. Zij wisten immers allen, dat zij van hare jeugd af aan
+<span class="pagenum" title="266">&nbsp;</span><a id="p_266"></a>hun streven geëerbiedigd en gedeeld had. Ten bewijze daarvan vereerde
+zij aan de bibliotheek van het Museum de tweehonderd duizend boekdeelen
+die uit Pergamus afkomstig waren, een der schoonste geschenken waarmede
+Marcus Antonius haar ooit had verrast, en die zij tot nu toe aan hunne
+boekerij slechts in bruikleen had afgestaan. Daardoor hoopte zij de
+schade die tot haar leedwezen aan Didymus was toegebracht, weder goed te
+maken, en tenminste gedeeltelijk het verlies te herstellen, dat de
+beroemde bibliotheek van het Museum door den brand in het Bruchium
+geleden had.</p>
+
+<p>De geleerden verwijderden zich met levendige dankbetuigingen en
+verzekeringen van trouwe gehechtheid. Zij kende de meesten van hen
+persoonlijk, en met de uitstekendste onder hen had zij dikwijls een
+wedstrijd in scherpzinnigheid gehouden, tot genoegen en ten nutte van
+beide partijen<ins class="corr" id="corr147" title="Bron: ,">.</ins></p>
+
+<p>De zon was reeds ondergegaan, toen een den vorigen dag aangekondigde
+optocht der priesters van Serapis, den hoogsten god der stad, op de
+Lochias verscheen. Begeleid door fakkel- en lantaarndragers, bewoog de
+stoet zich langzaam in plechtige staatsie, voort. Overeenkomstig den
+aard van Serapis, was daarbij veel dat aan den dood moest doen denken.
+De Koningin was met de beteekenis van ieder beeld, iedere standaard,
+iedere kist, iedere bijzonderheid van de muziek en het gezang vertrouwd.
+Zelfs de afwisselende kleuren van het licht hadden een beteekenis, die
+betrekking had op den kringloop van het worden en vergaan in het heelal
+en in het menschelijk leven, en het grootsche slot van het eerebetoon,
+dat de opname van de koninklijke ziel in het wezen der godheid, de
+apotheose van de ziel des heerschers voorstelde, was wel geschikt het
+hart te treffen. Onverwachts baadde de geheele stoet in een zee van
+licht, en terwijl door dien lichtgloed de omvangrijke steenen massa van
+het paleis, de zee met de schepen en masten die haar bedekten, en de
+kust met zijn tempels, pylonen, obelisken en praalgebouwen werd
+beschenen, vereenigde zich al de koren, begeleid door de klanken der
+bazuinen, cymbalen en luiten tot één machtige hymne, welker tonen tot
+aan den sterrenhemel en de open zee achter den vuurtoren doordrongen.</p>
+
+<p>Allerlei zinnebeeldige voorstellingen moesten doen denken aan den dood
+en de opstanding, de nederlaag en een daarop volgende overwinning
+door den bijstand van den grooten Serapis, en toen de fakkels zich
+verwijderden en tegelijk met het gezang der priesters in het donker van
+den nacht verdwenen, hief Cleopatra het hoofd omhoog, en het was haar
+alsof de gelofte die zij zichzelve had gedaan, onder het zachte gezang
+der grijsaards en het uitblusschen der flambouwen, de goedkeuring had
+<span class="pagenum" title="267">&nbsp;</span><a id="p_267"></a>verworven van den god, dien hare vaderen naar Alexandrië gebracht en
+daar eer hadden doen bewijzen, opdat hij het wezen der Grieksche en
+Aegyptische godheden in zich vereenigen zou.</p>
+
+<p>Nu moest haar grafmonument worden opgericht en wanneer het noodlot
+het wilde, haar geliefde en haar zelve tot gezamentlijke rustplaats
+strekken. Zij had uit de bittere woorden van Antonius, zoowel als uit
+den blik en den klank der stem van Lucilius, begrepen, dat hij, evenals
+den man aan wien haar hart ook nu nog met onverbrekelijke banden was
+gehecht, haar aansprakelijk stelden voor Actium en de vernietiging van
+zijn grootheid. Zij wist dat de wereld dat naspreken zou, maar die moest
+leeren inzien dat, zoo het de liefde was geweest die den grootsten man
+van zijn tijd roem en heerschappij had doen verliezen, deze liefde ook
+den allerhoogsten prijs waard was geweest.</p>
+
+<p>Wat men haar zooeven in een zinnebeeld voor oogen had gesteld, dat het
+voor het verdwijnende licht was weggelegd in nieuwen stralenden glans
+weder op te gaan, dat wilde zij bedenken, ook dan als de beste uitslag
+harer pogingen tot niets leidde dan om de glimmende vonken nog eens aan
+te blazen en het uitdooven daarvan nog wat uit te stellen.</p>
+
+<p>Voor haar eigen persoon was er geen groote overwinning meer te behalen,
+die den strijd zou zijn waard geweest. Toch mochten de wapenen niet
+rusten tot het laatste toe, en mocht Antonius niet langer, als een
+andere Timon, morrend en als een stuk wild dat in een strik gevangen
+was, er bij nederliggen. Zij wilde het vuur zijner heldennatuur, dat
+door de blinde liefde tot haar en door de macht der tooverkunst,
+waarmede zij zijn wil gebonden had, met verstikkende asch was bedekt,
+weder oprakelen en het dwingen, al was het maar tot een enkele laatste
+opflikkering.</p>
+
+<p>Onder het luisteren naar de opstandingshymne der Serapispriesters, had
+zij zichzelve de vraag gesteld: of het misschien niet mogelijk zou zijn
+om aan Antonius, zoo deze tot nieuwe geestkracht ontwaakte, den zoon van
+Julius Cæsar tot medestrijder te geven.</p>
+
+<p>Het is waar, zij had den jongeling anders wedergevonden dan zij had
+gehoopt. Ofschoon hij zich eenmaal tot een stoute onderneming had laten
+medesleepen, scheen het alsof al zijn kracht tot handelen daarmede
+uitgeput was, want thans gaf hij zich geheel aan de jammerlijkste
+liefdesmart over, en verdiepte zich in somber gepeins. Maar hij was dan
+ook nog ziek. Als hij hersteld was zou hij weder ontwaken tot levendige
+belangstelling in de gebeurtenissen, die zoo diep dreigden in te grijpen
+<span class="pagenum" title="268">&nbsp;</span><a id="p_268"></a>in zijn bestaan, en, even goed als de geringste slaaf, treuren over de
+nederlaag bij Actium.</p>
+
+<p>Tot nu toe had hij alle berichten omtrent den slag, dien men hem
+letterlijk had moeten opdringen, aangehoord met een onverschilligheid,
+die alleen te verklaren en te vergeven was als men die aan zijn
+verwonding toeschreef.</p>
+
+<p>Zijn gouverneur Rhodon had zooeven om een kort verlof verzocht en
+daarbij opgemerkt, dat het in zijn afwezigheid Cæsarion niet aan
+gezelschap zou ontbreken, daar hij <ins class="corr" id="corr148" title="Bron: Atyllus">Antyllus</ins> en eenige andere
+jongelieden van zijn leeftijd verwachtte.</p>
+
+<p>De vensters van de ontvangzaal van den »Koning der koningen&rdquo; waren
+helder verlicht. Het was nog tijd hem op te zoeken en te doen begrijpen,
+waarom het ook voor hem te doen was. O, indien het haar eens gelukte
+zijns vaders geest bij hem wakker te maken! Indien eens die
+strafwaardige aanslag op Barine een voorbode was geweest van toekomstige
+heldendaden!</p>
+
+<p>Geen enkele ontmoeting met hem had haar nog aanleiding gegeven tot deze
+verwachting, doch voor het moederhart wordt zelfs de ontgoocheling licht
+een trap die tot nieuwe hoop leidt. Toen Charmion binnentrad om den
+lijfslaaf van Antonius aan te dienen, beval zij dien te laten wachten,
+en verzocht haar vriendin haar naar haar zoon te vergezellen. Op het
+oogenblik toen zij de vertrekken naderden die Cæsarion bewoonde, klonk
+de luide stem van Antyllus haar tegen door de breede open deur, waarvan
+het voorhangsel slechts half toegeschoven was. Het eerste woord dat de
+Koningin verstond, was haar eigen naam; daarom gaf zij hare gezellin een
+wenk, en beiden bleven staan.</p>
+
+<p>Het onderwerp van het gesprek was alweder Barine. De zoon van Antonius
+verhaalde wat hij door Alexas had gehoord. Cleopatra, had de Syriër
+beweerd, was van plan geweest de jonge vrouw naar de steengroeven of in
+verbanning te zenden, en Dion zwaar te straffen; doch nu waren beiden
+ontsnapt. De epheben hadden zich als verraders gedragen, want zij hadden
+de partij van hun vijand gekozen. Maar dat was daaraan toe toe te
+schrijven, dat men hem nog niet met het jongelingsgewaad had bekleed.
+Hij hoopte zijn vader daartoe te bewegen indien deze maar eerst weder
+van zijn beklagenswaardige menschenschuwheid verlost was. Dan moest men
+hem ook overreden zelf voor de vervolging der gevluchten te zorgen. »En
+dat zal niet moeilijk gaan,&rdquo; riep hij overmoedig uit, »want de oude man
+weet wat schoon is, en heeft zelf reeds een oog op de zangeres geworpen.
+Doch als zij haar vangen, dan sta ik u overigens voor niets in, gij
+»Koning der koningen&rdquo;&mdash;want ondanks zijn grijzen baard steekt hij ons
+allen bij de vrouwen nog de <span class="pagenum" title="269">&nbsp;</span><a id="p_269"></a>loef af, en voor Barine&mdash;dat hebben wij
+immers gehoord&mdash;begint een man eerst iets waard te worden, wanneer zijn
+haar gaat dunnen. Ik heb aan den trawant Derketaeus opgedragen al zijne
+lieden uit te zenden om haar te zoeken; die is zoo slim als een vos, en
+de gerechtsdienaars moeten hem gehoorzamen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als ik hier maar niet moest liggen als een doode ezel,&rdquo; zuchtte
+Caesarion, »dan zou ik haar wel vinden. Nacht en dag denk ik aan haar.
+Al mijn geld zou ik willen geven om haar te vervolgen. Gisteren heb ik
+ook den zaakwaarnemer Seleukus laten komen. Waartoe ben ik anders de
+zoon mijner moeder? Doch die kleine, dikke man is de eerlijkste niet.
+Hij wil wel-is-waar, nog niet toeslaan, maar toch moet er geld genoeg
+zijn. In den Delta, op de grens van Syrië, heeft de Koningin millioenen
+in het zand verstopt. Ik hoor dat men daar bezig is een vierkante kuil
+te graven, of iets dergelijks om daarin de vloot te verbergen. Ik heb
+dat onzinnige plan maar half begrepen. Ik had voor dat geld honderden
+speurhonden kunnen laten werken. Zoo worden de talenten weggeworpen, en
+voor den eigen zoon blijft de kas gesloten. Maar ik zal wel iemand
+vinden om die voor mij te openen! Ik moet het geld hebben, al kost het
+ook de kroon. Het klinkt mij altijd als spot in de ooren, als zij mij
+»Koning der koningen&rdquo; noemen. Ik deug niet voor de heerschappij!
+Buitendien, eer ik den troon werkelijk bestijg, zal hij mij reeds
+ontnomen zijn. Wij hebben de nederlaag geleden, en indien het ons gelukt
+vrede te sluiten, waardoor wij het leven en maar weinig meer behouden
+mogen, dan moeten wij het daarmede doen. Ik voor mij ben tevreden
+met een landgoed aan het water, geld genoeg, en daarbij Barine. Wat
+gaat dit Aegypte mij aan? Als Caesars zoon zou ik over Rome kunnen
+gebieden,&mdash;doch de goden wisten wat zij deden, toen zij mijn vader
+ingaven mij te onterven. Om de wereld te regeeren, moet men een minder
+sterke behoefte aan slaap hebben. Eigenlijk&mdash;dat weet gij wel&mdash;voel ik
+mij altijd moede, zelfs wanneer ik gezond ben. Men moet mij met vrede
+laten! Uw vader, Antyllus, legt immers ook de wapenen neder, en laat de
+dingen gaan zooals zij willen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Helaas ja!&rdquo; riep Antonius' zoon wrevelig. »Maar wacht slechts! De
+sluimerende leeuw zal weder ontwaken, en als hij zijn tanden en klauwen
+gebruikt....&rdquo;</p>
+
+<p>»Dan loopt mijn moeder weg, en uw vader haar achterna,&rdquo; hernam Caesarion
+met een diep weemoedigen, niets minder dan honenden glimlach. »Alles is
+nu ook verloren. Maar Rome laat de overwonnen koningen en koninginnen in
+het leven. Men zal Caesars zoon niet bij een triomftocht aan de Quiriten
+vertoonen. Daarvoor gelijk ik te veel op mijn vader. Er zou een oproer
+<span class="pagenum" title="270">&nbsp;</span><a id="p_270"></a>komen, zegt Rhodon, indien ik op het Forum verscheen. Als ik daar nog
+eens kom&mdash;dan zal het zeker niet zijn bij den zegevierenden intocht van
+Octavianus, want voor deze soort van schande ben ik niet gemaakt. Zij
+zou mij doen stikken, en eer ik een ander het genoegen gunde, Cæsars
+zoon achter zich aan te sleepen, om zijn eigen roem te verhoogen, zou
+ik aan mijn toch niet overheerlijk leven op goede Romeinen-manier tien-
+neen honderdmaal een eind maken. Wat is er eigenlijk zoeter dan een
+vaste slaap, en wie stoort of wekt mij, wanneer de dood zijn toorts
+voor mij uitbluscht? Maar nu blijft mij ten minste het ergste bespaard,
+zou ik denken. Alles wat men mij nog meer zou kunnen aandoen, zal mijn
+kracht niet te boven gaan. Zoo iemand geleerd heeft zijn wenschen te
+matigen, dan ben ik het. Den »Koning der koningen&rdquo; en mederegent der
+groote Koningin werd zijn leven lang tevredenheid ingeprent. Wat moest
+ik zijn, en wat ben ik?&mdash;Doch ik klaag niet, en zal ook niemand
+beschuldigen. Wij behoeven <ins class="corr" id="corr149" title="Bron: Octovianus">Octavianus</ins> niet te roepen, en is hij er
+eenmaal, dan mag hij nemen wat hij wil, indien hij mijne moeder, de
+tweelingen en den kleinen Alexander, die mij allen lief zijn, maar laat
+leven; en indien hij mij het landgoed waarvan ik sprak&mdash;met vischrijke
+vijvers als hoofdvoorwaarde&mdash;als mijn eigendom toebedeelt. Den gewonen
+burger Cæsarion, die zich den tijd verdrijft met hengelen, en met de
+boeken die hij gaarne leest, zal men licht veroorlooven zich een vrouw
+te kiezen naar zijn eigen smaak, en van hoe geringer afkomst zij is,
+zooveel te zekerder krijg ik de toestemming van mijn Romeinschen voogd.&rdquo;</p>
+
+<p>»Weet gij wat, Cæsarion,&rdquo; viel hier de losbandige zoon van Antonius hem
+in de rede, en strekte daarbij, op zijn rustbank liggende, zijn beenen
+verder uit, »zoo gij niet »de Koning der koningen&rdquo; waart, dan zou ik
+lust hebben u een nietswaardige, flauwe knaap te noemen. Wie het geluk
+heeft de zoon van Julius Caesar te zijn, moest dat niet zoo schandelijk
+vergeten. Bij al dat jammeren van u is mij de gal overgeloopen. Bij den
+Hond! Het was een van mijn domste streken, om u bij die zangeres te
+brengen! Mij dunkt dat er nu voor den »Koning der koningen&rdquo; wel wat
+anders te bedenken valt! Daarbij geeft Barine evenveel om u als de
+laatste meerval dien gij gevangen hebt. Dat heeft zij u duidelijk genoeg
+getoond. En dan, laat ik u nog eens zeggen: als het Derketaeus gelukt de
+schoone op te sporen, die u het verstand doet verliezen, dan zal zij u
+daarom nog lang niet volgen naar uw ellendig landgoed, om de visschen,
+die gij met hengelen vangt, voor u te koken<ins class="corr" id="corr150" title="Bron: ,"></ins>; want als wij
+haar weder hier hebben, en mijn vader slechts een hand naar haar
+uitsteekt, dan zou al uwe moeite vergeefsch zijn. Hij <span class="pagenum" title="271">&nbsp;</span><a id="p_271"></a>heeft die blonde
+harten-veroveraarster immers slechts tweemaal gezien, en de tijd ontbrak
+hem haar nader te leeren kennen; doch zij behaagde hem, en als ik hem
+aan haar herinner, wie weet wat er dan gebeurt?&rdquo;</p>
+
+<p>Op dit oogenblik gaf Cleopatra haar vriendin een wenk, en met gebogen
+hoofd keerde zij naar hare vertrekken terug. Eerst dààr verbrak zij het
+stilzwijgen, en zeide: »Gesprekken afluisteren, Charmion, is zeker een
+Koningin niet waardig, doch als alle luisteraars zulke pijnlijke dingen
+te hooren kregen als ik, dan behoefde men niet meer te letten op de
+reten der deuren en sleutelgaten. Vóór ik Eros ontvang, moet ik eerst
+tot mijzelve komen. En nu nog één ding! Is de schuilplaats van Barine
+veilig?&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik ken die niet, maar Archibius zegt van ja.&rdquo;</p>
+
+<p>»Goed. Zij wordt ijverig genoeg gezocht, zooals gij hebt gehoord, en men
+mag haar niet vinden. Het verheugt mij dat zij het niet was, die den
+knaap tot zich lokte. Waartoe kan het jaloersche hart ons niet brengen?
+Had ik haar hier, dan zou ik haar, ik weet niet wat willen toestaan, ter
+wille van Antonius en mijn valschen argwaan. En te denken dat Alexas
+haar&mdash;en zonder uwe tusschenkomst zou dat geschied zijn&mdash;naar de
+steengroeven had willen zenden! Het is een vreeselijke waarschuwing
+om op onze hoede te zijn. Voor wien? Altijd het eerst voor onze eigen
+zwakheid. Dit is voor mij een dag van nieuw inzicht. Een edel doelwit;
+doch op den weg daarheen worden de voeten ten bloede toe opengereten en
+het hart,&mdash;ach Charmion, dat arme, zwakke, ontgoochelde hart!&rdquo;</p>
+
+<p>Zij zuchtte diep, en liet het hooft rusten op haar arm, die op een
+naast haar staande tafel steunde. Dat glimmende, fraai gevlamde blad
+van thyahout had een even groote som gekost als een groot landgoed; de
+edelsteenen der ringen en banden aan haar handen en armen, zooveel als
+een vorstendom. Dat kwam haar nu in de gedachte, en in een opwelling van
+toornigen weerzin zou zij al die kostbare nietigheden liefst ver van
+zich af, in de zee of in de vernielende vlammen geworpen hebben.</p>
+
+<p>Zij zeide tot zichzelve dat zij zich gaarne als een bedelares met het
+gerstebrood van Epicurus tevreden zou stellen, indien zij daarvoor haar
+zoon, al was het slechts de gezindheid van den lichtzinnigen dwarrelwind
+Antyllus, had kunnen inblazen. Voor zóó machteloos, zóó onbeduidend
+hadden hare ergste vermoedens Cæsarion niet gehouden. Zij kon het op de
+rustbank niet meer uithouden, en terwijl zij met neergebogen hoofd een
+terugblik op het verleden wierp, riep de aanklager in haar eigen borst
+haar toe, dat zij nu maaide, wat zij had gezaaid. Zij had de ontwakende
+wilskracht van den knaap tegengegaan, <span class="pagenum" title="272">&nbsp;</span><a id="p_272"></a>onderdrukt, om hem gehoorzaamheid
+te leeren. Zij had alle pogingen van zijn kunnen en streven in wijderen
+kring weten te weerhouden. Dat was trouwens niet gebeurd zonder dat zij
+daarvoor menig voorwendsel had gevonden. Waarom zou haar zoon niet het
+stille geluk mogen smaken, dat zij in den Epicuristentuin te Kanopus had
+gekend? En was de eisch dat, wie eens zou moeten bevelen, eerst zelf
+moest leeren gehoorzamen, dan niet op oude ervaringen gegrond?</p>
+
+<p>Deze dag was echter aan afrekening en opheldering gewijd, en voor het
+eerst vond zij den moed zichzelve te bekennen, dat haar eigen brandende
+eerzucht bij de opvoeding van Cæsarion had voorgezeten. Zij had niet uit
+koele berekening zijn aanleg onderdrukt. Het was haar alleen aangenaam
+geweest hem zoo zonder wenschen te zien opgroeien. Zij had den droomer
+rust gegund, zonder hem wakker te maken. Hoe dikwijls had zij zich
+verheugd in de zekerheid, dat deze zoon, aan wien Antonius bij zijn
+zegepraal over de Parthen den titel van mede-regent had gegeven, zich
+nooit zou verzetten tegen de voogdij zijner moeder. Het welzijn van
+den Staat was toch in hare bekwame hand veiliger dan in die van een
+onervaren knaap. En dan het trotsche gevoel van haar macht! Haar hart
+zwol daarbij op. Zoolang zij leefde, wilde zij Koningin zijn! De
+heerschappij aan een ander, wie dat ook zijn mocht, af te staan, scheen
+haar onmogelijk. Thans wist zij hoe weinig haar zoon naar zulke hooge
+dingen streefde. Haar hart kromp ineen. Het woord: »gij maait wat gij
+hebt gezaaid&rdquo; liet haar geen rust, en waar zij ook rondzag in haar
+vroeger leven, overal ontdekte zij de vrucht van het zaad, dat zij zelf
+in den bodem had gelegd. Het veld droeg den last der onheilvolle halmen.
+Het was rijp voor den maaier. Doch eer deze de zeis opnam, moest het
+recht van den bezitter verzekerd zijn. Gorgias moest met het bouwen der
+graftombe haast maken, want het einde zou niet lang meer op zich laten
+wachten. Hoe zij aan dat einde een waardigen vorm moest geven, indien de
+overwinnaar haar geen andere keus liet, dat had zooeven de zoon, over
+wien zij zich schaamde, haar voorgeschreven. Den diepsten smaad te
+dragen met het geduld dat zijn moeder hem had ingescherpt, dat verbood
+hem ten minste het edele bloed van zijn vader.</p>
+
+<p>Het was reeds laat, toen zij den lijfslaaf van Antonius bij zich
+toeliet. Doch voor haar moest de werkzaamheid voor den nacht nog pas
+beginnen. Als hij weg was, dan moest zij nog uren lang arbeiden met de
+bevelhebbers van het leger, de vloot en de vestingwerken. Daarbij moest
+zij voortgaan, door middel van hartroerende brieven, bondgenooten te
+werven.</p>
+
+<p>Daar kwam Eros, de lijfslaaf van Antonius, binnen. Bij dit <span class="pagenum" title="273">&nbsp;</span><a id="p_273"></a>wederzien
+vulden zich zijn trouwe oogen met tranen. Het verdriet had wel is waar
+zijn aardig rond gezicht niet aan volheid doen verliezen, maar de
+uitdrukking van een schalksche, vaak overmoedige vroolijkheid had plaats
+gemaakt voor een weemoedigen trek om den mond, en zijn blond haar begon
+al grijs te worden.</p>
+
+<p>Het bericht van Lucilius, dat Cleopatra er in bewilligde zijn heer weder
+te ontmoeten, was voor hem geweest als het doorbreken van de zon na
+lange duisternis. In zijn oogen moesten allen, niet alleen zijn heer,
+zich buigen voor de macht der Koningin. Hij had het bijgewoond hoe
+Antonius te <ins class="corr" id="corr151" title="Bron: Tarsun">Tarsus</ins> uitgevaren was tegen de Aegyptische slang, die hij
+voor haar twijfelachtige gezindheid jegens hem, haar ouden vriend,
+en omtrent de zaak van Caesar, zou laten betalen, betalen dat de
+schatkamers aan den Nijl er zoo mager van zouden worden als een leege
+wijnzak,&mdash;en slechts enkele uren later, was hij haar weder met lichaam
+en ziel toegedaan geweest. Zoo was het altijd gegaan, tot aan den
+dag van Actium toe. Nu was er niets meer te verliezen; maar wat kon
+Cleopatra zijn heer niet schenken en toestaan? Hij dacht daarbij slechts
+in het voorbijgaan aan de goede jaren, toen zijn gezicht zoo dik en
+rond geworden was, en iederen dag oogen en ooren, verhemelte en neus te
+gast waren gegaan, terwijl ook de nieuwsgierigheid werd bevredigd door
+allerlei vermaken en vertooningen, op een wijze zooals de wereld nooit
+weder zien zou. Indien dat alles&mdash;al ware het in bescheidener vorm&mdash;zich
+herhalen wilde, des te beter! Datgene waarom het hem hoofdzakelijk, ja
+bijna alléén was te doen, was zijn heer te verlossen uit deze droevige
+eenzaamheid en van dat akelige wereldverachters-bestaan, dat zoo slecht
+bij hem paste.</p>
+
+<p>Cleopatra had hem ongeveer twee uren laten wachten, doch hij zou graag
+nog driemaal zoo lang in het voorvertrek vliegen gevangen hebben,
+wanneer zij dan had kunnen besluiten zijn raad te volgen. Die was
+werkelijk de aandacht waard, en Eros hield hem niet vóór zich. Hoe
+Antonius de verschijning van Cleopatra zelve opnemen zou, kon niemand
+weten. Daarom sloeg hij voor, dat zij Charmion zou zenden, en wel
+vergezeld van haar slimme gebochelde kamervrouw, aan wie de imperator
+zelf den naam Aisopion gegeven had. Hij was Charmion altijd genegen
+geweest, en de bruine dienares kon hij niet aanzien zonder met haar te
+schertsen. Als zijn heer nu maar eerst weder eens aan een ander dan
+alleen aan hem, Eros, een vroolijk gezicht had getoond, en daarbij had
+ondervonden, hoe veel meer goed het doet te lachen dan somber voor zich
+heen te staren en te morren, dan zou er al zóóveel gewonnen zijn. Het
+overige zou Charmion wel gedaan krijgen, wanneer zij hem <span class="pagenum" title="274">&nbsp;</span><a id="p_274"></a>slechts
+vriendelijke woorden van de Koningin mocht overbrengen.</p>
+
+<p>Tot zoover had Cleopatra hem laten voortspreken, doch toen zij het
+vermoeden uitte, dat de radde tong van een slavin maar weinig zou kunnen
+veranderen aan de ernstige zwaarmoedigheid van een door tegenspoed
+getroffen man, maakte Eros een gebaar met zijn breede, korte hand, en
+zeide: »Moge de goddelijke Majesteit een gering man zijn openhartigheid
+vergeven, maar voorname lieden geven onwillekeurig aan een van onzen
+stand veel te zien, wat zij voor huns gelijken verbergen. Alleen aan
+den allerhoogste en geringste, aan de godheid en den slaaf, toonen de
+grooten zich onvermomd zooals zij zijn. Men mag mij de ooren afkappen,
+wanneer die menschenhaat en zwaarmoedigheid zoo diep gaan bij den
+imperator. Dat is alles een vertooning, waarin hij behagen schept. Gij
+weet nog wel, hoe gaarne hij in beter dagen zich als Dionysos vertoonde,
+en met welk een wegslependen vroolijken overmoed hij de rol van dien god
+speelde. Nu verbergt hij zijn waar en opgeruimd gelaat onder het masker
+van menschenschuwe mijmerij, omdat het hem toeschijnt zoo slecht te
+passen voor dezen tijd van jammerlijke ellende. Het is waar, menigmaal
+geeft hij iemand dingen te hooren, die hem een rilling op het lijf
+jagen, en ook zit hij dikwijls in zichzelf gekeerd stil te peinzen. Maar
+dat duurt nooit lang, wanneer wij alleen zijn. Kom ik met een recht
+grappig verhaal aan, en legt hij mij niet dadelijk het zwijgen op, dan
+kunt gij er op aan, dat hij mij met een nog koddiger overtroeft. Onlangs
+herinnerde ik hem aan die vischvangst, waarbij uwe Majesteit door den
+duiker een gezouten haring aan zijn hengelhaak had laten binden. Toen
+hadt gij hem moeten hooren lachen en uitroepen, welk een kostelijke
+tijd dat was geweest! De edele Charmion behoeft hem dien slechts weder
+te binnen te brengen en Aisopion het met iets geestigs te kruiden. Ik
+geef ook mijn neus er voor&mdash;hij is wel klein, maar ieder geeft dáárom
+toch het meeste&mdash;als zij hem er niet toe brengen om dat afschuwelijke
+kraaiennest, midden in de zee, te verlaten. Zij moeten ook spreken van
+de tweelingen en van den kleinen Alexander; want als dat mij veroorloofd
+is, dan wordt zijn voorhoofd het spoedigst weder glad. Hij zelf spreekt
+nog dikwijls met Lucilius en zijn andere vrienden van zijn grootsch plan
+om een machtig rijk van het Oosten te stichten, met Alexandrië tot
+hoofdstad. Zijn krijgsmansbloed is dan ook nog niet tot rust gekomen.
+Onlangs moest ik zelf den krommen Perzischen sabel slijpen, dien hij
+hier zoo gaarne draagt. Men kan niet weten, zeide hij, waarvoor die nog
+dienen kan. En toen zwaaide hij dien met zijn sterken arm. Bij den Hond!
+De kracht van drie jongelingen steekt nog in dezen grijzenden <span class="pagenum" title="275">&nbsp;</span><a id="p_275"></a>reus. Als
+hij maar eerst weder bij u is, en onder zijn krijgslieden en paarden,
+dan wordt alles nog goed.&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat ons dat hopen,&rdquo; antwoordde zij vriendelijk, en beloofde hem zijn
+raad te zullen volgen.</p>
+
+<p>Toen Iras, die Charmion in den dienst opgevolgd was, de Koningin na
+vele uren arbeid ter ruste bracht, vond zij haar stil en bedroefd.
+In gedachten verzonken liet zij zich de handreikingen van haar
+vertrouweling welgevallen. Nadat zij zich reeds op hare legerstede had
+gelegd, verbrak zij het stilzwijgen, en zeide: »Dat was een moeilijke
+dag, meisje, en toch bracht hij mij niets dan de bevestiging van een
+oude, misschien de alleroudste les: Ieder maait alleen, wat hij heeft
+gezaaid. De kiem die voortkomt uit het koren, dat gij in de aarde hebt
+gelegd, laat zich wel vertreden, doch geene macht ter wereld kan den
+zaadkorrel dwingen zich anders te ontplooien en een andere vrucht voort
+te brengen, dan de natuur daaraan voorgeschreven heeft. Mijn zaad was
+slecht. Dat wordt mij nu, in den oogsttijd, duidelijk. Maar toch zullen
+wij ook nog een handvol goede tarwekorrels in de schuur bergen. Daarom
+moeten wij daarvoor zorgen zoolang het nog tijd is.</p>
+
+<p>»Morgen vroeg zal ik met Gorgias spreken. Als er iets te bouwen viel,
+hebt gij altijd goeden smaak getoond en ons dikwijls op een nieuwe
+gedachte gebracht. Wanneer Gorgias ons de plannen voor de graftombe
+voorlegt, dan moet gij ze mede bespreken. Daarop hebt gij recht, want
+zoo ik mij niet vergis, zullen weinig menschen het voltooide monument
+trouwer bezoeken dan mijne Iras.&rdquo;</p>
+
+<p>Het meisje sprong op, en terwijl zij hare hand als tot een eed in de
+hoogte stak, riep zij: »Op mijn bezoek zal uw grafteeken te vergeefs
+wachten;&mdash;uw einde zal ook het mijne zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»Daarvoor mogen de goden uwe jeugd bewaren,&rdquo; viel de Koningin haar op
+een toon van ernstige afkeuring in de rede. »Nog leven wij, en willen
+wij strijden.&rdquo;</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="276">&nbsp;</span><a id="p_276"></a></p>
+
+<h2><a id="NEGENTIENDE_HOOFDSTUK"></a>NEGENTIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>De nacht bracht Cleopatra weinig slaap. De eene herinnering had zich aan
+de andere geschakeld, en de overwegingen waren elkander opgevolgd. Wat
+zij den vorigen dag besloten had, was het rechte. Heden moest met de
+uitvoering er van reeds een aanvang gemaakt worden. Wat er nu ook mocht
+komen, zij was op alles voorbereid.</p>
+
+<p>Eer zij aan den arbeid ging, liet zij nog eens den bemiddelaar uit Rome
+bij haar toe, en Timagenes nam bij dit onderhoud alles te baat wat hij
+aan welbespraaktheid en overredingskunst, geest en scherpzinnigheid
+bezat. Hij beloofde aan Cleopatra ook weder het leven en de vrijheid, en
+aan hare kinderen den troon; daar hij echter volhield dat de uitlevering
+of de dood van Marcus Antonius de eerste voorwaarde voor alle verdere
+overeenkomsten was, bleef zij standvastig, en de onderhandelaar verliet
+haar, teleurgesteld en zonder eenige toezegging te hebben ontvangen.</p>
+
+<p>Na zijn vertrek zag de Koningin met Iras de plannen voor de graftombe
+in, die Gorgias had gebracht, doch de diepe aandoeningen harer ziel
+verhinderden haar de volle aandacht daaraan te schenken, en zij verzocht
+hem er nog eens mede terug te komen. Toen zij alleen was, zocht zij de
+brieven op, die Cæsar en Antonius haar indertijd geschreven hadden.
+Hoe fijn, hoe verstandig en liefdevol waren de eerste, hoe gloeiend
+overstroomend van liefde, en toch waar gevoeld, die van den sterken
+veldheer, die als redenaar een geheele volksmenigte kon meesleepen, en
+dien hare teere vrouwenhand geleid had, waarheen zij wilde.</p>
+
+<p>Haar hart klopte sneller als zij aan het wederzien dacht, dat nu weldra
+volgen zou, want Charmion was met de Nubische naar hem toe gegaan om
+hem uit te noodigen zich weder met haar te vereenigen. Zij waren
+reeds eenige uren weg geweest, <span class="pagenum" title="277">&nbsp;</span><a id="p_277"></a>en zij wachtte met toenemend ongeduld
+hare terugkomst af. Zij had hem tot zich geroepen voor den laatsten,
+gemeenschappelijken strijd. Dat hij komen zou, daaraan twijfelde zij
+geen oogenblik. Als het haar dan nog eens gelukken mocht, zijn ouden
+moed te doen herleven! Wie zóó innig verbonden waren, moesten ook als de
+overwinning hen onthouden werd, vast met elkander vereenigd en in den
+laatsten strijd samen bezwijken en sterven.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik werd Archibius aangediend. Het gaf haar rust juist
+nu dat trouwe gelaat weder te zien, dat zoo velen van de beste
+herinneringen bij haar wakker riep.</p>
+
+<p>Zij legde dan ook zonder voorbehoud haar geheele ziel voor hem open,
+verzekerde dat zij nooit of nimmer zichzelve bezoedelen zou met het
+verraad van haar geliefden gade, en dat zij besloten was te sterven op
+een wijze, die haar naam waardig was. Toen Archibius dat hoorde, richtte
+hij zich op, alsof hij zich verjongd gevoelde, en in zijn blik las zij
+zijn goedkeuring.</p>
+
+<p>Vóór zij haar verzoek had gedaan dat hij de leiding en opvoeding harer
+kinderen op zich zou nemen, sloeg hij uit eigen beweging voor aan hen
+zijn beste krachten te wijden. Hij juichte het denkbeeld toe om den
+tuin van Didymus te verbinden aan de Lochias, en dien af te staan ten
+gebruike van de jeugd. Dat zij besloten had een grafmonument te laten
+oprichten, wist hij reeds door zijn zuster. Het was te hopen, zeide hij,
+dat het eerst vele jaren later voor haar geopend zou worden.</p>
+
+<p>Daarop schudde zij weemoedig het hoofd, en riep uit: »Ik wenschte dat
+ik in ieder gelaat zoo goed kon lezen als in het uwe! Zoo iemand, dan
+wenscht mijn Archibius mij een lang leven toe; doch hij is even wijs
+als trouw, en verliest daarom niet uit het oog dat het aardsche bestaan
+in geenen deele louter geluk is. Daarbij zegt hij ook tot zichzelven:
+deze Koningin en vrouw, die mijn vriendin is, staan dingen te wachten,
+die het misschien geraden doen zijn gebruik te maken van het groote
+voorrecht dat de goden aan de stervelingen geschonken hebben, om wanneer
+het hen beter voorkomt, vrijwillig af te treden van het schouwtooneel
+des levens. Laat zij daarom die graftombe doen oprichten!&mdash;Heb ik goed
+gelezen in het oude, welbekende boek?&rdquo;</p>
+
+<p>»In het algemeen ja,&rdquo; antwoordde hij ernstig. »Maar op die bladzijden
+staat ook te lezen, dat het een groote vorstin en trouwe moeder eerst
+dan veroorloofd is, de laatste reis te ondernemen, waarvan geen
+terugkeeren is....&rdquo;</p>
+
+<p>»Wanneer,&rdquo; viel zij hem in de rede, »een smadelijk einde, als <span class="pagenum" title="278">&nbsp;</span><a id="p_278"></a>een
+afschuwelijke zwerm sprinkhanen de lucht verduisterend en het veld
+verwoestend, dreigt te vallen op het vriendelijk begin, het schitterend
+midden, en het rampzalig slot. Ik weet het, en zal daarnaar handelen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En,&rdquo; voegde Archibius er bij, »gij zult ook aan dit slot,
+overeenkomstig uwe natuur, een waarlijk koninklijken vorm geven.
+Onderweg, dicht bij den Choma, ontmoette ik mijn zuster. Gij hebt haar
+naar uw gemaal gezonden. Hij zal de aangeboden hand grijpen. Nu hij
+alles op het spel moet zetten of ten onder gaan, zal de afstammeling van
+Herakles zijn oude heldenkracht nog eens toonen. Wie weet of hij niet,
+aangevuurd door de toespraak en het voorbeeld zijner geliefde, het
+vijandige noodlot dwingt hem opnieuw gunstig te zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»Het noodlot gaat zijn gang,&rdquo; sprak Cleopatra met overtuiging. »Maar
+Antonius moet mij helpen, om het hinderpalen in den weg te leggen,
+en zijn arm is sterk genoeg om geheele rotsmassa's weg te slingeren,
+wanneer het hem behaagt zijn reuzenkracht te gebruiken.&rdquo;</p>
+
+<p>»En indien uw verheven geest de paden voor hem effent, dan,
+gebiedster....&rdquo;</p>
+
+<p>»Ook dan is de slotsom der tragedie de dood, en die van ieder tooneel
+afzonderlijk: mislukking. Was het geen stout en veelbelovend denkbeeld,
+om de vloot van de landengte naar de Arabische zee te brengen? Ook de
+mannen van het vak hechtten er hunne goedkeuring aan, en toch bleek
+het onuitvoerbaar te zijn. Het noodlot zelf heeft het graf daarvoor
+gegraven. En daarbij, die verschrikkelijke voorteekenen vóór en na
+Actium, en de sterren, de sterren! Alles wijst op een spoedigen
+ondergang, alles! Ieder uur brengt de tijding dat weder een vorst
+of bevelhebber afvallig is geworden. Thans overzie ik, als van een
+wachttoren, alles wat er is opgegroeid uit het zaad, dat ik gezaaid heb.
+Looze aren of giftkorrels, overal waar ik rondzie. En toch! Gij die mijn
+leven kent, van het begin af aan,&mdash;zeg mij, moet ik mijn aangezicht met
+schaamte bedekken, wanneer de vraag oprijst wat Cleopatra getoond heeft
+aan geest en gaven, aan vlijt en geneigdheid tot het goede?&rdquo;</p>
+
+<p>»Neen, gebiedster, duizendmaal neen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En toch zijn de vruchten aan iederen boom, dien ik heb geplant, ontaard
+en bedorven. Cæsarion kwijnt weg, reeds in den bloei zijns levens,&mdash;door
+wiens schuld, weet ik maar al te goed. De opvoeding der andere kinderen
+wilt gij nu op u nemen. Daarom is het nu aan u te bedenken wat mij tot
+hiertoe heeft gebracht, en hoe hun scheepje behoed kan worden voor
+afdwalen en schipbreuk lijden.&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat mij hen opvoeden tot menschen,&rdquo; hernam Archibius <span class="pagenum" title="279">&nbsp;</span><a id="p_279"></a>ernstig, <ins class="corr" id="corr152" title="Niet in Bron.">»</ins>en hen
+bewaren voor den wensch de goden op zijde te streven. Uit de eenvoudige
+Cleopatra in den Epicuristentuin, die de wellust der goeden en wijzen
+was, zijt gij de »nieuwe Isis&rdquo; geworden, tot wie de menigte, bedwelmd en
+verblind, oogen en handen ophief. Wij moeten de tweelingen Helios en
+Selene, de zon en de maan, weder van den hemel op de aarde terugbrengen;
+zij moeten menschen, Grieken worden. Ik wil hen overplanten, niet in den
+tuin van Epicurus, maar in een anderen, waar een strengere lucht waait.
+Aan de poort daarvan mag niet te lezen staan: <ins class="corr" id="corr153" title="Niet in Bron.">»</ins>Hier is het hoogste goed
+het genot,&rdquo; maar: »dit is een worstelschool voor het karakter.&rdquo; Wie dien
+tuin verlaat, mag daaruit niet het streven naar geluk en welzijn
+medenemen, maar een onwrikbare zedelijke gezindheid. Uwe kinderen zijn,
+evenals gij, geboren in het morgenland, waar men het ontzettende, het
+bovenmenschelijke, het overdrevene liefheeft. Als gij hen aan mij
+toevertrouwt, dan moeten zij leeren zich binnen de perken te houden.
+Aan het roer behoort de zedelijke ernst te staan, die de vroolijke
+levenslust van ons volk niet buitensluit; de gematigdheid, het edelste
+voorrecht der Grieken-natuur, de zeilen te hijschen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ik begrijp u,&rdquo; zeide Cleopatra, en boog het hoofd. »Met datgene, wat
+gij tot heil mijner kinderen wilt doen dienen, houdt gij hunne moeder
+voor oogen wat haar heeft ontbroken. Juist omdat het haar ontbrak,
+gelooft gij dat haar vaartuig schipbreuk heeft geleden, en misschien
+hebt gij gelijk. Ik weet dat gij reeds lang hebt gebroken met de
+leerstellingen van Epicurus en met die der Stoa tegelijkertijd, en dat
+gij, met een ernstig doel voor oogen, uw eigen weg zoekt. Mij hebben de
+stormen des levens mijlen ver weggevoerd van de rust in den tuin, waar
+wij streefden naar het reinste genot. Nu heb ik de gevaren leeren kennen
+die dengenen bedreigen, die in de gelukzaligheid het hoogste goed ziet.
+Zij staat voor sterfelijke menschen te hoog, want te midden van het
+bonte gewoel des levens blijft zij onbereikbaar voor hem, en toch staat
+zij te laag om het doelwit van zijn worstelstrijd te zijn; daarvoor
+bestaat wel een waardiger prijs. Maar één woord van Epicurus namen wij
+beiden toch ter harte, en het is ons tot nu toe te pas gekomen; het is
+dit: »de wijsheid kan geen kostelijker bijdrage verkrijgen voor het
+geluk van het geheele leven, dan het bezit van vriendschap.&rdquo;<ins class="corr" id="corr154" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Hierop stak zij hem de hand toe, en terwijl hij die ontroerd aan zijn
+lippen bracht, ging zij voort: »Gij weet, ik ga den laatsten wanhopigen
+strijd te gemoet&mdash;indien de goden het zoo beschikken, schouder aan
+schouder met Antonius. Daarom is het mij niet gegeven uw opvoedingswerk
+met aandacht te <span class="pagenum" title="280">&nbsp;</span><a id="p_280"></a>volgen, maar toch wil ik medewerken tot het welslagen
+er van. Wanneer de kinderen naar hunne moeder vragen, zult gij u geweld
+moeten aandoen om niet te zeggen: »in plaats van te streven naar
+smartelooze zielsrust, het edele genot, van Epicurus, dat haar eenmaal
+als hoogste goed voorkwam, jaagde zij met een onverzadelijken begeerte
+naar snel voorbij gaande genietingen; de vrouw uit het Oosten verspilde
+roekeloos de schoone gaven van haar geest en de goederen haars volks,
+omdat zij slaafsch gehoorzaamde aan de driften van haar hartstochtelijke
+ziel.&rdquo; Maar gij zult hen ook mogen antwoorden: »Het hart uwer moeder was
+vol vurige liefde; zij verachtte al wat laag was, zij worstelde om het
+hoogste te verkrijgen, en toen zij viel, verkoos zij den dood boven
+schande en verraad.&rdquo;<ins class="corr" id="corr155" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Hier hield zij op, want zij meende naderende voetstappen te hooren, en
+riep angstig uit: »Ik wacht steeds vergeefs. Misschien kan Antonius zich
+toch niet losmaken uit de armen der verlammende wanhoop. Mijn laatsten
+strijd te strijden zonder hem, en terwijl toch zijn sombere, toornige,
+eens zoo zonnige blik op mij rust&mdash;dat, Archibius, zou de grootste smart
+van mijn leven zijn. Aan u, mijn vriend, die in mijn kinderhart de
+liefde voor dezen man zaagt ontkiemen, mag ik het wel bekennen.... Doch
+wat is dat?.... Een oproer?<ins class="corr" id="corr156" title="Bron: &nbsp;...">....</ins> Is het volk opgestaan? Gisteren nog
+hebben alle priesters, de geleerden van het Museum, de aanvoerders van
+het leger mij van hun onveranderlijke trouw en liefde verzekerd. Dion
+was een van de Macedonische leden van den Raad.... doch ik heb immers al
+naar waarheid betuigd dat ik er nooit ernstig aan heb gedacht hem te
+vervolgen, om dat geval met Cæsarion. Ik weet zelfs niet waar hij zich
+tegenwoordig met zijn jonge vrouw bevindt en wil het ook niet weten.
+Of zou de nieuwe belasting, het gebod de schatten van den tempel te
+gebruiken, hen tot het uiterste drijven? Wat moet ik doen? Wij hebben
+goud noodig om het hoofd te bieden aan den vijand, om voor troon, land
+en volk de onafhankelijkheid te bewaren. Of zou men misschien uit
+Rome?.... Het wordt ernst&mdash;het gedruisch komt nader.&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat mij gaan zien wat zij willen,&rdquo; viel Archibius haar bezorgd in de
+rede, en hij haastte zich naar de deur, maar juist werd zij geopend door
+den hofmaarschalk, die haar toeriep: »Marcus Antonius nadert de Lochias,
+en half Alexandrië volgt hem!&rdquo;</p>
+
+<p>»De groote imperator komt terug,&rdquo; klonk het, eer de hofmaarschalk nog
+had uitgesproken, van de gebaarde lippen van den oppersten trawant, en
+op hetzelfde oogenblik drong Iras hem voorbij en schreeuwde, buiten zich
+zelve, haar gebiedster <span class="pagenum" title="281">&nbsp;</span><a id="p_281"></a>toe: »Hij komt! hij is er al! Ik wist wel, dat
+hij komen zou. Hoe juichen en jubelen zij! Verwijdert u, gij mannen! Als
+het u goeddunkt, gebiedster, dan gaan wij van het terras van Berenice af
+hem tegemoet. Hadden wij nu slechts....&rdquo;</p>
+
+<p>»De tweelingen, de kleine Alexander!&rdquo; viel Cleopatra in, doodsbleek en
+met heesche stem. »Hunne feestkleederen aantrekken!&rdquo;</p>
+
+<p>»Ga dadelijk naar de kinderen, Zoë,&rdquo; voegde Iras aan dit bevel toe,
+en klapte daarbij in de handen. Daarop richtte zij zich weder tot de
+Koningin met het verzoek: »Houd u kalm, gebiedster, ik bezweer u, houd u
+kalm! Er blijft ons altijd nog tijd genoeg over. Hier hebt gij reeds de
+gierenkroon van Isis, en hier het andere. Zooeven is zijn lijfslaaf Eros
+ademloos komen binnen loopen. Hij zeide dat de imperator als de nieuwe
+Dionysos zou verschijnen. Het zou zijn heer zeker genoegen doen&mdash;maar
+dat had hij hem niet opgedragen&mdash;als gij hem begroette als de nieuwe
+Isis. Help mij, Hathor. Gij Nephoris, moet den hofmaarschalk zeggen
+te zorgen dat de waaierdragers en de overige hofbedienden, vrouwen en
+mannen, op hunne post zijn. Hier zijn de paarlen en diamanten snoeren
+voor uw hals en borst. Voorzichtig met het gewaad! De doorzichtige zijde
+is teer als een spinnerag, en als gij die scheurt... Neen, gij moogt
+niet weigeren! Wij weten immers allen hoe het hem verblijdt als hij
+zijne godin in goddelijke pracht en schoonheid terugziet!&rdquo;</p>
+
+<p>Zonder verder te wederstreven, met gloeiende wangen en een kloppend
+hart, liet Cleopatra zich het feestgewaad aandoen, dat met schitterende
+paarlen en fonkelend edelgesteente was bezaaid. Het zou beter gepast
+hebben bij haar gevoel en haar daarom liever zijn geweest, den
+terugkeerende tegemoet te gaan in het eenvoudige donkere kleed, dat zij,
+sedert haar tehuiskomst, alleen bij plechtige gelegenheden voor een
+rijker had verwisseld; doch Antonius kwam als de nieuwe Dionysos, en
+Eros wist wat zijn heer zou behagen.</p>
+
+<p>Acht vaardige vrouwenhanden, waarbij zich nog dikwijls de vlugge vingers
+van Iras voegden, repten zich, en weldra kon het meisje haar den spiegel
+voorhouden en haar uit den grond van haar hart toeroepen: »Als de uit
+schuim geboren Aphrodite, en de gouden Hathor!&rdquo;</p>
+
+<p>Terwijl Iras bezig was met het tooien van haar geliefde meesteres, had
+zij haar eigen liefdesmart, haat en nijd vergeten, en midden onder de
+drukke bedrijvigheid vond zij nog tijd tot een kort, innig gebed om
+een gelukkigen afloop van deze ontmoeting. Daarop opende zij de breede
+vleugeldeuren zoo wijd, alsof zij aan de vrome menigte in den tempel het
+godenbeeld toonen moest, dat uit het Allerheiligste te voorschijn trad.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="282">&nbsp;</span><a id="p_282"></a></p>
+
+<p>Een langgerekte kreet van verrassing en verrukking klonk haar tegen;
+want buiten werd zij reeds opgewacht door het snel bijeengeroepen
+gevolg, van den grijzen epistolograaf af, tot den jongsten page toe.
+Feestelijk versierde vrouwen in den dienst van het paleis hieven den
+langen, slependen mantel op, anderen in priestergewaad beproefden de
+beweegbaarheid der ringen aan de staven van het sistrum, de mannen
+en knapen schaarden zich naar rangorde in rijen, en de opperste
+waaierdrager gaf het sein tot vertrek. Na eenige zalen en gangen te zijn
+doorgegaan, kwam de stoet aan het eerste binnenplein, en besteeg daar
+langs enkele trappen het breede terras bij den ingang, vanwaar men het
+geheele Bruchium en den Koningsweg kon overzien, waarlangs de verwachte
+komen moest.</p>
+
+<p>Uit de verte had het geschreeuw der menigte dreigend <ins class="corr" id="corr157" title="Bron: gegeklonken">geklonken</ins>, doch
+nu kon men in het oorverdoovend geraas duidelijk alle welkomstgroeten
+en kreten van vreugde, verrassing, goedkeuring, bewondering of hulde
+onderscheiden, waaraan de taal der Hellenen en Aegyptenaren zoo rijk is.
+Men kon alleen het midden en het eind van den optocht zien. Het begin
+werd aan het gezicht onttrokken bij den Muzenhoek, waar hij zich
+voortbewoog tusschen den Isistempel en het stuk grond van Didymus. Het
+einde reikte altijd nog tot aan den Choma, vanwaar hij was vertrokken.</p>
+
+<p>Geheel Alexandrië scheen zich daarbij te hebben aangesloten. Groot en
+klein, hoog en laag, oud en jong, kreupel en lam, mengden zich onder de
+menigte, en lieten zich met wagens en paarden, lastdieren en karren als
+door een woesten, naar het dal spoedenden <ins class="corr" id="corr158" title="Bron: bergstoom">bergstroom</ins> voortsleuren.
+Hier hoorde men een luiden gil uit een omgevallen draagstoel, waarvan de
+dragers waren ineengezakt, dáár schreeuwde een op den grond gevallen
+kind, ginds hief een onder den voet geraakt hondje een erbarmelijk
+gehuil aan. Zoo luid en sterk was het gejuich, dat het de fluiten en
+tamboerijnen, de cymbalen en luiten der muziekkorpsen overstemde,
+waardoor de naderende man, die een god moest voorstellen, gevolgd werd.</p>
+
+<p>Thans waren de eerste rijen van den stoet den Muzenhoek voorbij, en
+werden van het terras af zichtbaar. Er was geen twijfel aan ter eere van
+wien de optocht zich gevormd had, want de terugkeerende veldheer stak
+hoog boven al de anderen uit. Van zijn gouden troonzetel af, die door
+twaalf zwarte slaven op de schouders werd gedragen, groette hij met
+zijn langen thyrsusstaf de jubelende menigte. Voor den bacchanten-stoet
+die hem vergezelde, en achter de koren die hem volgden, liepen twee
+olifanten, waartusschen als een lichte last iets zweefde dat met een
+purperrooden doek bedekt, en daardoor niet herkenbaar <span class="pagenum" title="283">&nbsp;</span><a id="p_283"></a>was. De optocht
+was nu door de hooge poort gegaan, die gevormd werd door de pylonen, die
+het paleis scheidden van den Koningsweg; en nu hield hij stil tegenover
+het terras.</p>
+
+<p>Terwijl trawanten, Scythen en lijfwachten van alle kleuren, te voet en
+te paard, de opdringende volksmassa, als vriendelijke vermaningen niet
+hielpen, met geweld terugdreven, zag Cleopatra haar vriend van zijn
+troon afdalen en een teeken geven aan den Indischen slaaf, die de
+olifanten leidde. Het doek vloog op zijde, en de verbaasde omstanders
+zagen een bloemruiker, zooals nog geen Alexandryn er ooit een had
+gezien. Zij bestond uit geheele rozenstruiken, die één en al bloem
+waren. De roode bloemen vormden een kring in het midden, de witte
+omgaven dien als een breede, lichtere krans. Het geheele reuzenvoorwerp
+rustte, als een ei in een dop, in een bloemdrager van palmwaaiers, die
+het met bevallige golvingen als het ware omlijstten. Meer dan duizend
+bloemen waren in dezen weergaloozen ruiker bijeen, en dit zeldzame
+reuzengeschenk was geheel in overeenstemming met den gever.</p>
+
+<p>Hij ging te voet naar het terras, en zijn gestalte stak boven de bruine,
+blanke en zwarte vrijen en slaven, die hem volgden, uit, evenals op de
+gedenkteekenen der Pharao's het beeld van den heerscher dat der
+onderdanen en vijanden in grootte overtreft.</p>
+
+<p>Zelfs op de allergrootsten zag hij neder, en de breedte van zijn
+machtige schouders was in evenredigheid met zijne lengte. Een lang,
+saffraankleurig, met goud doorwerkt purperen gewaad, dat tot op de
+enkels afhing, verhoogde nog den indruk van zijn grootte, en hij strekte
+zijn forsche armen met de gewelfde athletenspieren, die uit den mantel
+zonder mouwen te voorschijn kwamen, naar de geliefde Koningin uit.</p>
+
+<p>Bij deze indrukwekkende gestalte behoorde een welgevormd hoofd met zwaar
+donker haar en een prachtigen, vollen baard.</p>
+
+<p>Eens had het hoofd van den jongeling geprijkt met een haardos zoo
+blauwzwart als ravengevederte; nu kon het overvloedige grijs dat er zich
+in mengde, alleen door verf aan den blik worden onttrokken. Een volle
+wingertkrans lag om zijn hoofd, en rijkbebladerde wijnranken, waarvan
+enkele donkere druiven droegen, hingen af op zijn breede <ins class="corr" id="corr159" title="Bron: sehouders">schouders</ins> en rug,
+die als door een mantel werd gedekt door de huid, niet van een luipaard,
+maar van een Indischen koningstijger, van zeldzame grootte, door hem
+zelven in de arena gedood. De kop en de klauwen van het vel waren van
+goud, de oogen twee sterk fonkelende, prachtige saffieren. Het slot van
+de ketting, waaraan het vel hing, was evenals de groote gesp aan den
+gouden gordel, dien de imperator om de heupen droeg, met robijnen en
+smaragden bezet. Aan de <span class="pagenum" title="284">&nbsp;</span><a id="p_284"></a>breede banden aan zijn bovenarm, de sieraden op
+de gewelfde borst, ja zelfs van de roode marokijnen laarzen, blonk en
+glinsterde schitterend edelgesteente.</p>
+
+<p>Even verblindend als eenmaal zijn geluk, was nu het prachtige gewaad van
+dezen machtigen, gevallen held, die zich nog den vorigen dag beschroomd
+en gedrukt aan de oogen zijner medemenschen had onttrokken. Groot, edel
+en fraai gevormd was ook zijn gelaat; doch hoewel de bleeke wangen nu
+prijkten met den geleenden blos der jeugd, toch had een halve eeuw van
+de wildste jacht op genietingen, en de pijnlijke opgewondenheid der
+laatste weken, er maar al te duidelijke sporen op nagelaten, want onder
+de oogen waren groote blazen gekomen. Bochtige lijnen doorploegden zijn
+voorhoofd en verspreidden zich uit de ooghoeken stersgewijze over de
+slapen.</p>
+
+<p>En toch kwam het in niemand op om in dezen rijk uitgedosten vijftiger,
+een ouden, opgesierden gek te zien; het was hem nu eenmaal ingeschapen
+zich met praal en glans te omringen, en daarbij had zijne geheele
+verschijning iets zoo overweldigends, dat spot en hoon schuw voor hem
+terugdeinsden.</p>
+
+<p>Hoe open, goed en beminnelijk was het gezicht van dezen man, hoe oprecht
+de aandoening van zijn hart, die uit zijne nog altijd jeugdig-heldere
+oogen de lang ontbeerde geliefde tegemoet blonk. Uit iederen trek sprak
+voor de hooge vrouw die hij naderde, zulk een overstroomend warme
+teederheid, en om den mond van dezen forsch gebouwden man wisselde zoo
+snel de uitdrukking van een ootmoedige, droeve gemoedsgesteldheid met
+die van dank en vreugde, dat door dien aanblik zelfs zijn vijanden
+getroffen werden. Toen hij eindelijk zijne hand drukte op de breede
+borst, en de Koningin naderde in zulk een diep gebogen houding, als
+wilde hij hare voeten kussen; toen hij zelfs zijn reuzengestalte voor
+haar op de knieën wierp, en zijn sterke armen naar haar uitstrekte met
+zulk een innige overgave als een om hulp smeekend kind&mdash;toen overkwam de
+vrouw die hem haar leven lang met al den gloed eener hartstochtelijke
+vrouwenziel had bemind, het gevoel alsof alles wat zich tusschen hen
+beiden had geplaatst, en wat zij tegen elkander hadden misdreven, in het
+niet verzonk. Daar ontwaarde hij den zonnigen glimlach die zich over
+haar dierbaar, nog altijd schoon gelaat verbreidde, en toen, toen klonk
+hem ook zijn eigen naam tegen, van de lippen waaraan hij de grootste
+wellust te danken had, die de liefde hem had verschaft. En toen hij
+nu, als verbijsterd door den klank van haar stem, die voor hem in
+welluidendheid het gezang der Muzen overtrof, half glimlachend over de
+scherts, waarvan hij ook bij den diepsten ernst geen afstand <span class="pagenum" title="285">&nbsp;</span><a id="p_285"></a>kon doen,
+half geroerd door de overmaat der weder nieuw ontwakende zaligheid na
+zulk een zwaren kommer, op den reuzenruiker wees, die door drie slaven
+van de olifanten afgenomen en naar de Koningin was gebracht, toen werd
+ook Cleopatra door een groote, diepe aandoening overweldigd.</p>
+
+<p>Dit bloemengeschenk bootste, vele malen vergroot, den kleinen ruiker na,
+dien de gevierde jonge aan voerder der ruiterij eenmaal voor de poort
+van den Epicuristentuin, haar vader uit de hand genomen had, om dien aan
+haar, als zijn eerste geschenk te overhandigen. Daarin waren ook roode
+rozen geweest, omgeven door witte. Wel was die andere, in plaats van
+door waaierpalmen, slechts door varenbladen omlijst geweest. Het was een
+van die schoone geschenken, die hij, met zijn vriendelijk gemoed, altijd
+zoo goed had weten te kiezen. Deze ruiker was een zinnebeeld van de
+ongeëvenaarde grootmoedigheid, die hem, den buitengewonen man, eigen
+was. Geen wonderdoende beker had hem nu met tooverkracht gedwongen haar
+met zulk een huldeblijk te naderen; het was alleen zijn overvol hart, de
+altijd groene, onverwelkelijke liefde, die dit had gedaan.</p>
+
+<p>Als verjongd, als door betoovering terug verplaatst in de gelukkige
+dagen der ontluikende jeugd, vergat zij hare koninklijke waardigheid en
+de honderden oogenparen die zich als geboeid op haar bleven richten, en
+gehoorzamende aan een onwederstaanbaren drang van het hart, zonk zij aan
+de breede, diep ademende borst van den geknielden man. Hij lachte haar
+zalig toe met dien zilverhelderen lach, die gewoonlijk alleen aan de
+jeugd behoort, omvatte haar met zijn reuzen-armen, lichtte hare tengere
+gestalte op tegelijk met den golvenden purperen vorstenmantel, kuste
+haar op oogen en lippen, hield haar lang omhoog in de zwevende houding
+der godin van de overwinning, als om de aanwezigen zijn geluk recht
+duidelijk te maken, en liet haar eindelijk behoedzaam neder, alsof zij
+een zorgvuldig te bewaren kleinood was.</p>
+
+<p>Daarop wendde hij zich tot zijn kinderen, die hem naast hunne moeder
+hadden opgewacht, en hief eerst den kleinen Alexander, daarna de
+tweelingen op, om hen te kussen. Terwijl hij de beide tienjarigen, die
+door de blijdschap van het wederzien voor hem geen gewicht meer schenen
+te hebben, op zijn sterke armen hield, duurde het gejubel nog voort, dat
+reeds was aangevangen toen de Koningin aan zijne borst was gezonken.</p>
+
+<p>De oude muren van het Lochiaspaleis hadden nog nooit iets dergelijks
+gehoord. Het plantte zich voort van hoofd tot hoofd, van honderden tot
+honderden, en al wisten de verstverwijderden niet wat het beteekende,
+toch stemden zij er mede in. Op de <span class="pagenum" title="286">&nbsp;</span><a id="p_286"></a>geheele uitgestrektheid tusschen de
+Lochias en den Choma verhief het zich als één enkel, hartverheffend,
+ondeelbaar geheel, en klonk over de haven, de voor anker liggende
+schepen en hooge masten heen, tot op de klip aan de zee, waar Barine
+haar jongen echtgenoot verpleegde.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="287">&nbsp;</span><a id="p_287"></a></p>
+
+<h2><a id="TWINTIGSTE_HOOFDSTUK"></a>TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Een rotsachtig plateau ten Noorden van de haven, niet veel grooter dan
+de tuin van Didymus in den Muzenhoek, een verlaten stuk grond waarop
+boom noch struik groeide, dat was het eigendom van den vrijgelatene
+Pyrrhus. Het heette het Slangeneiland, hoewel de bewoners het sinds
+lang hadden bevrijd van die gevaarlijke gasten, die daarentegen nog in
+grooten getale huisden op de naburige klippen. De steenachtige bodem van
+dit eiland bracht niet den geringsten zaadkorrel tot ontkiemen, en de
+menschen die zich hier metterwoon gevestigd hadden, waren genoodzaakt
+het drinkwater te halen van het vasteland.</p>
+
+<p>Deze woestenij, waar meeuwen, zeezwaluwen en zeearenden om heen vlogen,
+was nu reeds weken lang de verblijfplaats van het ontvluchte jonge paar.</p>
+
+<p>De beide kamers die hen bij hunne aankomst waren afgestaan, waren nog
+altijd hun woon- en slaapvertrek gebleven. Overdag brandde daarbuiten de
+zon op den gelen kalksteen. Nergens was schaduw te vinden dan bij het
+huis of aan den voet van een hoogen rotspilaar in het Zuiden van het
+eiland, die de visschers tot wachttoren diende. Er was geen ander
+gewrocht van menschenhanden dan een klein heiligdom van Poseidon, een
+altaar van Isis, het groote, door Alexandrijnsche metselaars stevig en
+doelmatig gebouwde huis van Pyrrhus, en een kleiner voor de getrouwde
+zoons van den vrijgelatene en hunne gezinnen. Aan het strand stond een
+lang houten raam, waarop netten te drogen hingen. Daar dichtbij en in
+het noorden, aan de open zee, was de reede met het grootere zeeschip,
+en verscheidene booten en schuitjes der visschers. Op een werf bouwde
+Dionikos, de jongste ongehuwde zoon van Pyrrhus, nieuwe vaartuigen, en
+herstelde de schade aan de oude.</p>
+
+<p>Zijn beide stille broeders, met hunne vrouwen en kinderen, vader
+Pyrrhus, diens echtgenoote en hunne jongste, zestienjarige <span class="pagenum" title="288">&nbsp;</span><a id="p_288"></a>dochter
+Dione, eenige honden, katten en hoenders, maakten de bevolking van het
+Slangeneiland uit.</p>
+
+<p>Dat was de omgeving van het jonggetrouwde paar, van hen, die beiden
+waren opgegroeid in de groote stad Alexandrië. In het begin hadden zij
+nog aan vele dingen moeten wennen, doch met wat goeden wil was hen dit
+gelukt, en zij hadden elkander sinds lang bekend, dat het leven hen nog
+nooit zoo ongestoord vreedzaam was voorgekomen.</p>
+
+<p>In de eerste week hadden de wond en de koorts van Dion nog reden tot
+bezorgdheid gegeven, doch de voorspelling van Pyrrhus, dat de zuivere,
+verkwikkende zeelucht den lijder goed zou doen, was vervuld, en voor de
+jonge vrouw waren, onder het verplegen van haar geliefde, de eentonige
+dagen omgevlogen.</p>
+
+<p>De vrouw van Pyrrhus, »moeder,&rdquo; zooals allen haar noemden, had zich
+daarbij een bekwame heelmeesteres getoond, en de schoondochters en de
+jonge Dione waren trouwe en vaardige helpsters geweest. In den tijd
+van zorg en verpleging had Barine vriendschap met haar gesloten. Zoo
+traag in het spreken als de mannen waren, die ieder overtollig woord
+achterwege lieten, zoo veel te liever waren de vrouwen tot praten bereid
+en het was een waar genoegen met de aardige, op het eiland opgegroeide,
+weetgierige Dione te spreken.</p>
+
+<p>Dion had sinds lang zijn legerstede verlaten en ging weder uit. Hij zag
+er nog altijd uit als een gelukkig mensch, die met zich zelf en zijn
+woonplaats tevreden is.</p>
+
+<p>Gedurende de eerste dagen hadden de koortsphantasieën hem telkens weder
+zijn overleden moeder doen zien, die hem angstig op zijn jonge vrouw
+wees, alsof zij hem voor haar waarschuwen moest. Nu herinnerde de
+herstellende zich deze zinsbegoochelingen, en deze waren het alleen die
+somtijds de vraag bij hem deden opkomen, of Barine het in de eenzaamheid
+op deze woeste klip op den duur zou kunnen uithouden, en of zij de
+opgeruimdheid harer ziel, die hem telkens opnieuw in verrukking bracht,
+er niet bij verliezen zou? Zou het wonder zijn als zij hier van heimwee
+verkwijnde, en ook lichamelijk zou moeten lijden onder zulke groote
+ontberingen? Het deed hem goed op te merken dat de liefde haar nu nog
+schadeloos stelde voor alles wat zij had achtergelaten, doch hij wilde
+niet toegeven aan de hoop dat dit langen tijd zoo kon blijven. Alleen
+een overdreven gevoel van eigenwaarde zou zich veroorlooven zoo iets
+te verwachten. Maar hij moest toch zijn eigen aantrekkingskracht of
+de liefde van Barine onderschat hebben, want met iedere nieuwe week
+werd de vroolijke tevredenheid van haar stemming bestendiger. Hem
+zelven ging het evenzoo, want in lang had hij zich niet zoo frisch,
+zoo onbevangen en zorgeloos gevoeld. Het <span class="pagenum" title="289">&nbsp;</span><a id="p_289"></a>eenige wat hij betreurde was
+de onmogelijkheid om in dezen moeilijken tijd deel te nemen aan het
+staatkundig leven der stad. Somtijds verontrustte hij zich ook over het
+lot en het beheer van zijn bezittingen, hoewel een aanzienlijk deel van
+zijn vermogen, dat hij aan een vertrouwden wisselaar in bewaring gegeven
+had, hem toch altijd zou overblijven, ook al werd er op zijn overige
+goederen beslag gelegd. Barine stelde in alles wat hem betrof belang,
+ook in dergelijke beslommeringen, en dit gaf hem aanleiding haar in te
+lichten omtrent de zaken van de stad en den Staat, waarnaar zij vroeger
+zoo weinig had gevraagd, en omtrent zijne <ins class="corr" id="corr160" title="Bron: bezitttingen">bezittingen</ins> in Alexandrië
+en in de provincie. Als hij zoo sprak luisterde zij gaarne en met
+belangstelling toe, terwijl zij overdag van de reede aan de noordzijde
+met hem een eind de zee invoer, of in de lange winteravonden netten
+breide, een kunst die zij van Dione had geleerd. Men had haar uit de
+stad ook haar luit medegebracht, en hoeveel genot kon zij met haar
+gezang haar echtgenoot en haar zelve bereiden, en welke dankbare
+toehoorders had zij in haar groote en kleine gastvrije vrienden!</p>
+
+<p>Ook waren er eenige boekrollen gekomen, en Dion vond er een genoegen
+in, met Barine over den inhoud te spreken. Hij zelf las slechts weinig,
+want overdag was hij zelden te huis. Reeds in de vierde week kon hij de
+mannen bij het visschen, en Dionikos bij de scheepsbouw, met zijne in de
+Palastra gestaalde armen behulpzaam zijn.</p>
+
+<p>Bij dezen innigen, onafgebroken, en door niets gestoorden omgang van
+de jonggehuwden, ontdekte de een bij den ander telkens onverwachtte
+schatten, die bij het leven in de stad misschien voor altijd zouden
+verborgen gebleven zijn. Hier was de een alles voor den ander, en door
+dit ongehinderd in en met elkander leven, verkregen zij dat heerlijk
+gevoel van onafscheidelijk één zijn, dat anders eerst na jaren het deel
+wordt der gehuwden, als de schoonste vrucht van een op liefde
+gegrondvest echtverbond.</p>
+
+<p>Wel waren er ook uren, waarin Barine haar moeder en de anderen die haar
+lief waren, o zoo gaarne weder zou zien, maar de brieven, die zij van
+tijd tot tijd ontving, maakten dat dit gevoel geen pijnlijk verlangen
+werd.</p>
+
+<p>De voorzichtigheid gebood het verkeer met de stad zooveel mogelijk te
+beperken. Doch zoo menigmaal Pyrrhus naar de markt voer, kwamen er ook
+brieven mede terug, die Anukis, Charmion's getrouwe Nubische, den ouden
+vrijgelatene overhandigde bij den vischafslag aan de haven.
+Langzamerhand waren deze twee goede vrienden geworden.</p>
+
+<p>Zoo was dan nu de tijd gekomen, dat Dion zonder zelfbedrog <span class="pagenum" title="290">&nbsp;</span><a id="p_290"></a>zich durfde
+bekennen, dat Barine in deze woestenij volkomen tevreden was, en dat
+zijn liefde en de omgang met hem haar geheel schadeloos stelde voor het
+opwindende leven vol afwisseling in de hoofdstad. Als er een brief kwam
+van haar moeder, haar zuster of Charmion, of van haar grootvader,
+Archibius of Gorgias, dan kon toch geen van die allen haar wensch om die
+stille schuilplaats te verlaten, in brandend heimwee veranderen; wel gaf
+elke brief nieuwe stof tot gesprekken, en daaronder was veel wat hen des
+te vaster verbond, omdat het hun beider belangstelling wekte.</p>
+
+<p>In de tweede maand na hun vlucht kwam er een schrijven van Archibius,
+waarin hij mededeelde, dat zij nu spoedig aan terugkeeren mochten
+denken, want de Syriër Alexas was gebleken een laaghartig verrader te
+zijn. Hij had de taak, die hem opgedragen was, om <ins class="corr" id="corr161" title="Bron: Herodus">Herodes</ins> voor
+de zaak van Antonius te winnen, niet volbracht, was zelf verradelijk
+zijn beschermer afgevallen, en bij den Koning der Joden gebleven. Toen
+hij met zeldzame onbeschaamdheid Octavianus zelf had opgezocht om hem de
+geheimen van zijne Aegyptische weldoeners te verkoopen, was hij gevangen
+genomen en in zijn vaderland Laodicea terechtgesteld.</p>
+
+<p>Nu, vervolgde hun vriend, waren Cleopatra evenals haar gemaal de oogen
+open gegaan voor den grootsten beschuldiger van Barine. Natuurlijk was,
+ten gevolge van de snoode daad zijns broeders, ook het aanzien van
+Philostratus geheel te niet gegaan. Toch moesten zij nog een weinig
+geduld hebben, want Cæsarion had zich bij de epheben gevoegd, en
+Antyllus was met de »<span xml:lang="la">toga virilis</span>&rdquo; bekleed. Nu konden zij allerlei
+dingen ondernemen op hun eigen hand, en dat Cæsarion niet zou nalaten
+Barine te vervolgen, kon men gemakkelijk opmaken uit vele zijner
+gezegden.</p>
+
+<p>Voor zijn eigen persoon vreesde Dion van den koninklijken jongeling
+niets, maar ter wille zijner gade durfde hij de waarschuwing van zijn
+vriend niet in den wind slaan. Dat was hard, want wel is waar voelde hij
+zich nog gelukkig op het eiland, maar hij smachtte er toch naar, zijn
+geliefde vrouw binnen te leiden in zijn eigen huis, en hij verlangde in
+dezen rampspoedigen tijd met zijn geheele ziel naar de zittingen van den
+Raad terug. Daarom vooral zou hij gaarne naar de stad zijn gegaan, doch
+Barine verzocht hem zoo dringend, het zekere geluk dat zij hier smaakten
+niet lichtvaardig prijs te geven voor een grooter, waarachter misschien
+het ergste onheil verborgen lag, dat hij eindelijk toegaf. Een nieuwe
+brief van Charmion bewees ook spoedig hoe noodzakelijk het nog altijd
+was, voorzichtigheid te oefenen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="291">&nbsp;</span><a id="p_291"></a></p>
+
+<p>Zelfs van hun eiland af hadden zij kunnen opmerken hoe in Alexandrië
+alles feestvreugde was, en hoe het hof en de burgerij zich liet
+meesleepen in de meest woeste uitgelatenheid. Zoo dikwijls de wind
+uit het Zuiden woei, droeg hij enkele tonen der vroolijke muziek of
+onverstaanbare klanken van het luidruchtigste volksgejubel tot hen over.</p>
+
+<p>De visschersdochter Dione riep hen ook somtijds naar den oever, om de
+gondels te bewonderen, die met fabelachtige pracht gesierd, met bloemen
+omwonden waren, en waaruit de tonen van een luit of van gezang opstegen.
+Zeilen van geborduurde purperen zijde dreven de vaartuigen over den
+gladden zeespiegel. Eenmaal zelfs zagen de toeschouwers uit de verte
+op een scheepje, dat rijk met vergulde beelden was versierd, jonge
+slavinnen, met loshangend haar en doorschijnende zeegroene kleederen,
+als Nereïden de lichte sandelhouten roeiriemen hanteeren. Meermalen
+bracht de wind de welriekende geuren, die de gondels omzweefden, tot
+hen over, en in stille nachten gleden de feestelijke schepen in het
+tooverachtige licht van veelkleurige lampen over het water. In de
+opvarende ontdekten zij goden, godinnen en halfgoden, die in fraaie
+groepen, in staande of liggende houding, tooneelen uit mythe en
+geschiedenis voorstelden. Op het dek van het prachtige schip der
+Koningin zag men de bekranste gasten op purperen rustbanken onder
+bloemfestoenen, een feestmaal houden en gouden bekers ledigen.</p>
+
+<p>Dan weder was des nachts de oever van het Bruchium daghelder verlicht.
+Dan prijkte in de Rhakotis de indrukwekkende koepel van het Serapeum,
+met lampen bedekt, als het op aarde neergedaalde, met sterren bezaaide
+hemelgewelf boven de platte daken der stad. Iedere tempel en ieder
+paleis was veranderd in een reuzenluchter, en de reeksen lampen aan
+de kade strekten zich uit als bonte lichtranken, van den verblindend
+stralenden marmeren tempel van Poseidon af tot aan het paleis op de
+Lochias, dat ook scheen te baden in een zee van licht.</p>
+
+<p>Zoo vaak Pyrrhus en een van zijn zoons van de markt huiswaarts keerden,
+verhaalden zij van de feesten en tooneelvoorstellingen, drinkgelagen,
+wedrennen en pleziertochten zonder einde, die door het hof gegeven
+werden, en de burgerij voortdurend bezig hielden. Het was een
+voordeelige tijd voor de visschers, want alles wat zij vingen werd door
+de koks der Koningin opgekocht en ruim betaald.</p>
+
+<p>Het was al Januari geworden, toen de laatste brief van Charmion kwam.
+Dion en Barine hadden op den geboortedag van Cleopatra te vergeefs
+verwacht dat er iets ongewoons gebeuren zou, maar op dien van Antonius,
+die enkele dagen <span class="pagenum" title="292">&nbsp;</span><a id="p_292"></a>later viel, was er buitengewoon veel muziek en gejuich
+geweest, en in den avond een bijzonder prachtige verlichting.</p>
+
+<p>Twee dagen later had Pyrrhus dien brief van zijne bruine vrienden Anukis
+gekregen. Op hare vraag of hij het nu eindelijk voor mogelijk hield dat
+de een of ander zijne beschermelingen kwam bezoeken, had hij ontkennend
+geantwoord; want sedert Octavianus in Azië verblijf hield, wemelde het
+in de haven van bewakers, en ééne onvoorzichtigheid kon alles bederven.</p>
+
+<p>Intusschen was de brief van Charmion, nog meer dan de waarschuwing van
+den visscher, geschikt om het toenemend verlangen van Dion naar zijn
+vaderstad te beteugelen. Wel bevatte de aanhef goede tijdingen omtrent
+de bloedverwanten van Barine, maar daarna kwam de mededeeling aan
+Dion dat zijn oom de zegelbewaarder, tegenwoordig in weelde zwom.
+Van zijn talent tot het bedenken van vermaken werd meer dan ooit
+partij getrokken. Iedere dag bracht een feest, iedere nacht overdadige
+gastmalen. De eene tooneelvoorstelling, pleiziertocht, of jachtvermaak
+volgde op de andere. Zelfs in den tijd voor Actium waren er in de
+theaters, het Odeum, het Hippodroom, geen schitterender voorstellingen,
+wedrennen, spiegelgevechten op zee, gladiatorengevechten en jachten op
+dieren geweest. Dion had zelf vroeger dergelijke vermaken bijgewoond
+als lid van het gezelschap der »onnavolgbare kunstenaars om het leven
+te genieten,&rdquo; dat zeer gezien was aan het hof. Dat was nu weder in het
+leven geroepen, doch Antonius had hen de »metgezellen van den dood&rdquo;
+genoemd. Dat teekende. Ieder wist, dat hij zijn einde tegemoet ging,
+en het voorbeeld van dien Pharao navolgde, wien het orakel nog zes
+levensjaren had beloofd, en die dat logenstrafte en er twaalf van
+maakte, door ook de nachten door te zwieren.</p>
+
+<p>De wederontmoeting van de Koningin en haar gemaal waarvan zij vroeger
+had gesproken, was hartverheffend geweest.</p>
+
+<p>»Toen,&rdquo; schreef zij, »hoopten wij dat er weder een beteren tijd zou
+aanbreken, en dat Marcus Antonius, medegesleept en opgeheven door een
+nieuw <ins class="corr" id="corr162" title="Bron: onwaakte">ontwaakte</ins> liefde, de oude heldenkracht terug zou
+vinden; doch wij hadden ons vergist. Cleopatra gaf zich wel-is-waar niet
+aan de rust over, maar hij had met zijn verbazend grooten ruiker van
+rozen bewezen dat hij alles wat de verhitte phantasie van een mensch,
+die voor genot leeft, uitdenken kan, tot het uiterste dreef. De
+vertooningen der »onnavolgbare kunstenaars van het leven,&rdquo; werden door
+de »metgezellen van den dood&rdquo; nog overtroffen.</p>
+
+<p>»Antonius staat aan hunne spits, en de man, wiens reuzenlichaam de
+ongeloofelijkste inspanning weerstaat, slaagt er in zich te bedwelmen,
+en te vergeten dat hij zijn ondergang <span class="pagenum" title="293">&nbsp;</span><a id="p_293"></a>nadert. <ins class="corr" id="corr163" title="Bron: Waneer">Wanneer</ins> wij hem na
+een losbandig doorgezwierden nacht terug zien, dan stralen zijne oogen
+even helder, en zijn stem heeft een even frisschen metaalklank als bij
+het begin van het gastmaal. De Koningin is zijn godin, en wie zou er
+niet van getroffen zijn, wanneer de reus zich gehoorzaam buigt voor
+den wenk der tengere gebiedster en al het mogelijke uitdenkt en haar
+aanbiedt, om daarmede een glimlach op hare lippen te tooveren. De tijd
+toen hij zoo onstuimig en onrustig dong naar haar gunst, ligt nu immers
+reeds ver achter hem; ik heb bij zijn huldeblijken, die de epheben van
+onze dagen wellicht <ins class="corr" id="corr164" title="Bron: veroudert">verouderd</ins> zullen noemen, echter altijd het gevoel
+alsof zich een berg voor een ster buigt. De oningewijde, die haar in
+zijn gezelschap ziet, houdt haar voor gelukkig. In den sprookjesachtigen
+glans van den feesttooi, wanneer allen die om haar heen zijn haar
+aanbidden, hulde brengen en met bloemen bestrooien, zou men zelfs kunnen
+denken dat de zondige dagen van vroeger waren teruggekeerd, doch als
+wij alleen zijn, hoe zelden zie ik haar dan glimlachen! Nu eens houdt
+zij zich bezig met het grafmonument, dat onder de leiding van Gorgias
+snel vordert; dan weder overlegt zij met hem hoe dat het best tot een
+ontoegankelijke schuilplaats te maken. Alles, tot aan de beelden op den
+steenen sarcophaag toe, kiest zij zelve uit.</p>
+
+<p>»In de kelders en boven den grond worden vertrekken en kamers gemetseld,
+waarin hare schatten bewaard moeten worden. Daaronder laat zij gangen
+graven tot bergplaats voor het pik en stroo, dat in het uiterste geval
+in brand moet worden gestoken. Dan wil zij haar goud en zilver,
+edelgesteente en gemmen, ebbenhout en elpenbeen, kostbare reukwerken,
+kortom alles wat zij aan kleinodieën bezit, aan de vlammen prijsgeven.
+De paarlen alleen zijn vele koninkrijken waard. Wie kan het haar euvel
+duiden wanneer zij die liever ten vure doemt dan ze den vijand na te
+laten?</p>
+
+<p>»De tuin, waarin gij zijt opgegroeid Barine, is thans het tooneel der
+vroolijke werkzaamheid van de tweelingen en van Alexander. Daar stoeien
+zij, bouwen en graven, onder de leiding van mijn broeder. Het is een
+allerliefst, rijkbegaafd klaverblad. Tot hen neemt zij tegenwoordig haar
+toevlucht, wanneer zij, op haar jacht naar genietingen, die dat voor
+haar niet meer zijn, naar rust smacht.</p>
+
+<p>»Toen Antonius eergisteren, als de nieuwe Dionysos, met klimop bekranst,
+op een met tamme leeuwen bespannen wagen langs den Koningsweg kwam
+aanrijden, om haar van de Lochias af te halen tot een rit op een
+lotusbloem van zilver en wit geslepen glas, door vier sneeuwwitte
+schimmels getrokken, toen wees zij op dien schitterenden stoet en
+zeide: »tusschen de <span class="pagenum" title="294">&nbsp;</span><a id="p_294"></a>stilte van den philosofen-tuin waar ik begonnen ben,
+en mij nog altijd het behagelijkst voel, en het graf, waar niets de
+verbeurde rust meer storen zal, loopt de Koningsweg met dit bedwelmend
+geraas en deze nietige praal. En dat is mijn weg.&rdquo;</p>
+
+<p>»O kind, eens was dat anders! Zij beminde Marcus Antonius met
+hartstochtelijken gloed. Hij was voor haar de eerste man op aarde,
+en toch boog hij zich voor de overmacht van haar wil. Het smachtend
+verlangen van haar ontwakend hart, de brandende eerzucht, die reeds
+als kind in haar ziel was ontvlamd, zij hadden toen beide bevrediging
+gevonden, en de wereld zag het aan, hoe de sterfelijke vrouw Cleopatra
+dit arme leven hier op aarde, voor haar geliefde en zichzelve,
+verzadigde met het genot der Goden. Dankbaar gaf hij zich hier aan over,
+en de grootmoedigste aller grootmoedigen legde aan de voeten van »de
+groote koningin van het Oosten&rdquo; zichzelven, de macht over Rome, en van
+de koningen over twee werelddeelen, neder.</p>
+
+<p>»Die jaren vlogen hen beiden als in een droom voorbij. Zijn huwelijk
+met Octavia bracht het eerste ontwaken mede. Dat viel haar zwaar te
+dragen. Doch hij had Cleopatra niet verlaten, ter wille van een andere
+vrouw, maar tot behoud van zijn bedreigde macht en heerschappij. De
+niet-beminde Octavia dwong hem echter met achting en bewondering tot
+haar op te zien; ja eindelijk werd zij hem zelfs dierbaar.</p>
+
+<p>»Nu ontspon zich een felle strijd tusschen haar beiden om hem en zijn
+hart. Die werd met zeer verschillende wapenen gevoerd, en Cleopatra
+overwon. Toen begon de bedwelming, de droom op nieuw. Daar kwam Actium,
+de ontgoocheling, het ontwaken, de val, de vlucht uit de wereld. Thans
+moest zij zorgen hem niet weder in verdooving te laten vervallen, den
+moed en de kracht van den held wakker te houden, en hem uit liefde tot
+medestrijder te maken voor de gemeenschappelijke zaak.</p>
+
+<p>»Hij was er echter aan gewoon geraakt haar te beschouwen als de persoon
+die hem in dezen toestand van bedwelming bracht. Het eenige wat hij nog
+begeerde was in vereeniging met haar den beker van het genot te ledigen,
+totdat alles voorbij zou zijn. Dat ziet zij, dat smart haar. Zij laat
+niets <ins class="corr" id="corr165" title="Bron: onbeproef">onbeproefd</ins> om hem tot nieuwe werkzaamheid op te wekken, doch
+maar zeer zelden spant hij zich tot ernstigen arbeid in.</p>
+
+<p>»Terwijl zij echter de monden van den Nijl en de grenzen van het land
+versterkt, tal van schepen voor de nieuwe vloot bouwt, uitrust en
+bemant, kan zij hem toch niet weerstaan als hij haar tot nieuwe
+genietingen oproept. Hoeveel er ook verloren ging van de begaafdheden,
+die hem groot en beminnenswaardig maakten, zij heeft de kracht niet haar
+oude liefde op <span class="pagenum" title="295">&nbsp;</span><a id="p_295"></a>te geven, en blijft hem getrouw, omdat&mdash;omdat.... Ik
+weet niet waarom. Een liefhebbend vrouwenhart handelt nu eenmaal niet
+volgens vaste regels en wetten. Hij is dan ook de vader van haar
+kinderen, en terwijl hij met hen speelt vindt hij zijn oude
+aantrekkelijke vroolijkheid weder.</p>
+
+<p>»Sedert Archibius voor hen zorgt, kunnen zij hun gouverneur Euphronion
+missen. Die verstandige man kent Rome, Octavianus en diens omgeving
+goed; daarom hebben zij hem tot gezant gekozen. Hij moest den
+overwinnaar overreden om de heerschappij over Aegypte op te dragen
+aan de beide knapen, Antonius Helios en Alexander; doch de Cæsar
+verwaardigde den bemiddelaar in de zaak van Antonius niet met een
+antwoord; hij wilde hem zelfs niet aanhooren.</p>
+
+<p>»Aan Cleopatra beloofde <ins class="corr" id="corr166" title="Bron: Octovianus">Octavianus</ins> een vriendelijke behandeling
+en de vervulling van den wensch omtrent de knapen, indien zij&mdash;en hier
+herhaalde hij zijn vroegeren eisch&mdash;haar vriend uit den weg wilde
+ruimen, of aan hem uitleveren.</p>
+
+<p>»Dit voorstel, dat een snood verraad behelsde, was voor hare edele ziel
+onaannemelijk. Sedert zij besloten heeft het grafmonument op te richten,
+behoort het voldoen aan dien wensch tot de onmogelijkheden. Toch stelde
+Octavianus alles in het werk om haar tot die schandelijke daad te
+verleiden. De dood van dien eenen man zou trouwens veel bloedvergieten
+hebben voorkomen. De Cæsar weet zijne lieden te kiezen. Hierheen zond
+hij als onderhandelaar een knappen jongen man, rijk begaafd naar lichaam
+en geest. Wat zou hij wel onbeproefd gelaten hebben om de Koningin in
+te nemen tegen haar gemaal, en haar over te halen tot verraad. Hij ging
+zelfs zóó ver, van aan Cleopatra te verzekeren dat zij reeds in vroeger
+jaren het hart van Cæsars neef veroverd had, en dat hij haar nog altijd
+liefhad. Zij nam deze betuigingen voor hetgeen zij waren, en bleef
+onwrikbaar.</p>
+
+<p>»Antonius liet den intrigant aanvankelijk zijn gang gaan. Doch toen hij
+hoorde welke middelen hij gebruikte en hoe hij zelfs de uitlevering van
+een der moordenaars van Cæsar, waarvan hij zelf al lang spijt had, er
+bij haalde om hem als een ondankbaren verrader te brandmerken, toen
+had hij zichzelf niet moeten zijn, wanneer hij dit kalm had opgenomen.
+Hij was weder geheel en al de oude Antonius, toen hij dezen listigen
+knaap, hoewel hij als gezant van den machtigen overwinnaar was gekomen,
+eenvoudig liet geeselen, hem terug zond naar Rome, en een brief schreef
+aan Octavianus, waarin hij zich over de vermetelheid en aanmatiging
+van dezen jongeling beklaagde, en er bijvoegde&mdash;hoe gedrukt ik ook
+ben, ik moet toch glimlachen als ik er aan denk&mdash;dat het ongeluk hem
+buitengewoon <span class="pagenum" title="296">&nbsp;</span><a id="p_296"></a>prikkelbaar had gemaakt; wanneer echter zijne handelwijze
+den Cæsar mishagen mocht, dan kon hij met zijn eigen vrijgelatene
+Hipparchus, dien Octavianus in zijn macht had, even zoo doen als hij met
+Thyrsus had gedaan.</p>
+
+<p>»Gij ziet dat de jeugdige overmoed hem nog niet geheel heeft verlaten.
+Het leed glijdt weder langs hem neer als de regen van den groven
+soldatenmantel, dien hij in den oorlog met de Parthen droeg, en daarom
+kan het hem ook nooit zijn louterende kracht bewijzen.</p>
+
+<p>»Als men bedenkt, dat deze man, nog maar enkele jaren geleden zichzelven
+als het ware verdubbelde, zoo vaak het gevaar op het hoogste was
+geklommen, dan is zijn gedrag nu, vóór de eindbeslissing, alleen
+te begrijpen door hen, die hem zoo goed kennen als wij. Wanneer
+hij strijdt, doet hij dat niet meer om zich te redden, of wel om te
+overwinnen, maar met eere te sterven. Als hij nog geniet van wat er te
+genieten valt, dan denkt hij daarmede de grootte van zijn nederlaag
+voor zich zelven te verkleinen, en voor den overwinnaar den omvang van
+zijn zegepraal te verminderen. In het oog der wereld ten minste, is
+iemand die nog kan feestvieren als Antonius, slechts half overwonnen.
+Ondertusschen werden zijne edele bedoelingen toch nog in twijfel
+getrokken. De uitlevering van dien moordenaar van Cæsar&mdash;Turullius heet
+hij&mdash;bewijst dat.</p>
+
+<p>»En dat, Barine&mdash;zeg het ook aan uw echtgenoot&mdash;dat is het, wat mij met
+vrees vervult en mij dringt u te smeeken nog niet aan terugkeeren te
+denken.</p>
+
+<p>»Antonius is op het oogenblik de makker van zijn zoon geworden. Wat hij
+zelf geniet, daarin laat hij Antyllus deelen. Natuurlijk heeft hij ook
+van den hartstocht van Cæsarion gehoord, en is geneigd om den armen
+knaap te helpen. Meermalen heeft hij beweerd dat niets beter geschikt
+was om den droomer op te wekken uit zijn slaap, dan uwe lieftallige
+vroolijkheid. Daar men toch moeielijk denken kon dat de aarde u had
+verzwolgen, zou men u wel weten te vinden; hij verlangde er <ins class="corr" id="corr167" title="Bron: zells">zelfs</ins> naar
+u nog eens te hooren zingen.</p>
+
+<p>»Ik weet dat hij u reeds laat zoeken. Hoe gebiedend u dit vermaant
+voorzichtigheid te oefenen, begrijpt gij van zelf. Daarentegen zal het
+bericht dat Cleopatra van plan is Cæsarion met zijn gouverneur Rhodon
+over het eiland Philae naar Aethiopië te zenden, tot uwe geruststelling
+dienen.</p>
+
+<p>»Archibius heeft namelijk door Timagenes gehoord dat Octavianus den zoon
+van Cæsar, wiens gelaat zoo verwonderlijk op dat van zijn vader gelijkt,
+voor gevaarlijk houdt, en in deze gedachte <ins class="corr" id="corr168" title="Bron: licht">ligt</ins> het doodvonnis van
+den jongeling opgesloten. Ook Antyllus gaat op reis. Hij moet naar Azië,
+om Octavianus <span class="pagenum" title="297">&nbsp;</span><a id="p_297"></a>genadiger te stemmen en hem nieuwe aanbiedingen te doen.
+Hij was immers, zooals gij weet, met zijne dochter Julia verloofd.</p>
+
+<p>»De Koningin houdt al sinds lang niet meer de overwinning voor mogelijk,
+en toch arbeid zij, ondanks al het tijdroovende van de vermaken der
+»metgezellen van den dood&rdquo;, met onvermoeiden ijver aan de verdediging
+des lands. Zij is dan ook zeker het eenige lid dier vereeniging die het
+met zijn naderend einde ernstig opneemt.</p>
+
+<p>»Nu het grafmonument vordert, denkt zij dikwijls aan den dood. Zij, die
+reeds van Epicurus heeft geleerd te streven naar volkomen afwezigheid
+van smart, en die zoo gevoelig is voor de minste lichamelijke pijn,
+zoekt nu naar een weg om zonder pijn te komen tot de eeuwige rust,
+waarnaar zij smacht. Iras en de jongere leerlingen van Olympus helpen
+haar daarbij. De oude man levert de meest verschillende soorten van
+vergift. Zij nemen proeven op allerlei dieren, ja onlangs ook op ter
+dood veroordeelde misdadigers. Daarnaar te oordeelen, schijnt het alsof
+de dood het snelst en op de minst pijnlijke wijze wordt teweeggebracht
+door den beet van de <ins class="corr" id="corr169" title="Bron: ureauslang">uraeusslang</ins>, die aan de Aegyptische
+kroon het zinnebeeld is van de geduchte macht des Konings over leven en
+dood.</p>
+
+<p>»Hoe verschrikkelijk is dat alles! Hoe smart het te zien hoe een zoo
+geliefd wezen, de moeder der liefste kinderen, zich het afscheid zoo
+wreed verzwaart, en midden onder de <ins class="corr" id="corr170" title="Bron: bedwelmste">bedwelmendste</ins> vermaken den dood
+als het ware tot reisgenoot kiest. Zij ziet al de verschrikkingen
+daarvan dagelijks in het aangezicht; en toch versmaadt zij trotsch de
+brug, die het haar mogelijk zou maken, dat spook misschien nog voor
+geruimen tijd te ontvluchten. Dat is groot en harer waardig, en nooit
+heb ik inniger liefde voor haar gevoeld.</p>
+
+<p>»Gij ook moet met vriendschap aan haar blijven denken. Zij verdient het.
+Een edel hart dat zich gedrongen ziet zijn vijand te beklagen, schenkt
+hem gemakkelijk vergiffenis; en was zij eigenlijk ooit uwe vijandin?</p>
+
+<p>»Ik heb lang over dezen brief geschreven, om uwe afzondering uit de
+wereld te veraangenamen en mijn eigen hart te verlichten. Hebt nog een
+poos geduld. De tijd is nu niet ver meer, dat het lot zelf u uit uwe
+verbanning bevrijden zal. Al de uwen, ook Archibius en Gorgias, dien ik
+tegenwoordig veel bij de Koningin zie, verlangen er dikwijls naar u op
+te zoeken, doch zij vreezen dat zij u daarmede vooreerst nog in gevaar
+zouden brengen.&rdquo;</p>
+
+<p>De slechte tijdingen die deze brief bevatte, werden nog bevestigd door
+een anderen van Archibius, en spoedig daarna <span class="pagenum" title="298">&nbsp;</span><a id="p_298"></a>hoorden zij dat Cæsarion
+werkelijk met zijn gouverneur Rhodon den Nijl opgevaren was naar
+Aethiopië, en dat Antyllus naar Azië tot Octavianus was gezonden. Deze
+had hem wel is waar ontvangen, doch ook weder weggezonden, zonder zich
+tot iets te verbinden.</p>
+
+<p>Dit laatste vernamen zij niet uit een brief, maar van Gorgias zelf, die
+hen eens, laat op een avond in Maart, met een bezoek verraste. Zelden
+werd een gast met hartelijker blijdschap ontvangen dan hij. Toen hij het
+eenvoudige vertrek binnentrad was Barine juist bezig een net te breien,
+terwijl zij daarbij aan de visschersdochter Dione van de zwerftochten
+van Odysseus <ins class="corr" id="corr171" title="Bron: yerhaalde">verhaalde</ins>. Dion luisterde ook opgeruimd en
+aandachtig toe, en bracht nu en dan eens eene verbetering of opheldering
+in het midden, onder het snijden van een Poseidonkop voor de voorsteven
+van een pas gebouwde boot.</p>
+
+<p>Op het oogenblik dat Gorgias zoo onverwacht hun drempel overschreed,
+scheen het alsof het matte schijnsel van de kiki-olielamp, die het
+vertrek slechts spaarzaam verlichtte, plotseling in zonneschijn
+veranderde. Hoe blijde schitterden aller oogen, hoe helder klonken de
+uitroepen van verwelkoming en verrassing! Dat was een vragen, antwoorden
+en vertellen! Gorgias moest deelnemen aan den avondmaaltijd der familie,
+want men had daarvoor de thuiskomst van den vader afgewacht, en nu had
+deze ook den gast medegebracht. En de versche oesters en zeekreeften, en
+wat er verder opgedragen werd, smaakten den stedeling beter dan de
+overdadigste feestmalen der »gezellen van den dood&rdquo;, waartoe hij
+tegenwoordig dikwijls door de Koningin genoodigd werd.</p>
+
+<p>Wat Pyrrhus sprak en aan zijn zoons vroeg, was daarbij zoo verstandig,
+en betrof dingen die Gorgias zoo veel belangstelling inboezemden, juist
+omdat zij hem onbekend waren, dat hij, toen de goede wijn van Dion zou
+gedronken worden, beweerde dat, indien Pyrrhus ook aan hem huisvesting
+wilde verleenen, hij ook wel vervolgers zou willen hebben, en zich
+hierheen laten verbannen.</p>
+
+<p>Toen zij later met hun drieën alleen bij de eenvoudige leemen mengkruik
+zaten, was het voor het eenzame, jonge paar alsof het beste deel van het
+stadsleven, dat zij den rug toe gekeerd hadden, naar hen toe gekomen
+was. Wat hadden zij elkander niet al te vertellen, Dion en Barine van
+hun kluizenaarsleven, Gorgias van de Koningin en het gedenkteeken, dat
+tegelijk een schatkamer zou worden. De schuine muren waren zoo stevig
+opgemetseld, alsof het gebouw bestemd was duizenden jaren te blijven
+bestaan, en een krachtigen aanval te kunnen weerstand bieden. Het
+binnenste gedeelte van de benedenverdieping was <span class="pagenum" title="299">&nbsp;</span><a id="p_299"></a>een hooge zaal, van
+verbazende afmetingen. In het midden daarvan moesten de groote marmeren
+sarcophagen worden geplaatst. Thans werd er ijverig gewerkt aan de
+reliëf-figuren, die de zijden en deksels daarvan moesten versieren. Deze
+zaal, waarvan de lichtgewelfde zoldering gedragen werd door drie paar
+dikke zuilen, moest worden ingericht als woonvertrek. De rustbanken,
+luchters en offertafels waren ook reeds in bewerking gegeven. Charmion
+had aan de gevluchten alles nauwkeurig beschreven. In de ledige ruimte
+naast de zaal, en in de bovenverdieping, waaraan eerst na de voltooiing
+der zoldering kon worden begonnen, moesten inderdaad kamers gemaakt
+worden, en daaronder en er naast, kokers voor den doortocht der lucht en
+tot berging van brandstoffen.</p>
+
+<p>Het speet Gorgias, dat hij zijn vrienden die zaal niet kon laten zien,
+want zij was misschien het prachtigste en <ins class="corr" id="corr172" title="Bron: fraaste">fraaiste</ins> wat hij ooit tot
+stand had gebracht. De edelste bouwstoffen waren er voor gebruikt: bruin
+porfier, zwartgroene serpentijnsteen en donkere marmersoorten; en de
+mozaïeken en bronzen deuren, nu bijna voltooid, waren meesterstukken
+van Alexandrijnsche kunst. Het was een vreeselijke gedachte dat alles
+te zien vernietigen, doch nog ondragelijker was het te denken dat het
+bestemd was om weldra het lijk der Koningin te bergen.</p>
+
+<p>Weder liet Gorgias zich door zijne verrukking over deze grootste en
+heerlijkste van alle vrouwen, tot de geestdriftigste ontboezemingen
+verleiden, totdat ook ditmaal weder Dion hem tot bezadigdheid vermaande,
+en Barine verlangde nog wat te hooren van hare moeder, grootouders en
+zuster. Van die allen viel niets dan goeds te berichten.&mdash;Wel had de
+bouwmeester alle dagen te strijden met den grijzen philosoof, want deze
+noemde het de gastvrijheid misbruiken, om zoo lang met zijne geheele
+gezin bij zijn jongen vriend in te wonen, maar Gorgias had toch nog
+altijd overwonnen, ook tegenover vrouw Berenice, die wilde dat hij en de
+zijnen in haar eigen huis hun intrek zouden nemen.</p>
+
+<p>Cleopatra, verhaalde de bouwmeester verder, had het huis en den tuin van
+Didymus gekocht, en er driemaal de waarde voor betaald. Daardoor was hij
+een rijk man geworden, en had Gorgias opgedragen een nieuw huis voor hem
+te bouwen. Het stuk grond was daar al voor gevonden; het lag aan de zee,
+in de nabijheid der bibliotheek, doch daar het een groot gebouw zou
+worden, zou hij het pas in den zomer kunnen betrekken. Het zou in de
+droge, Aegyptische lucht wel spoediger onder dak zijn gekomen, indien
+hij niet aan de vele, meest zeer verstandige wenschen van Helena gevolg
+had willen geven.</p>
+
+<p>Barine en Dion zagen elkander hierbij veelbeteekenend aan, <span class="pagenum" title="300">&nbsp;</span><a id="p_300"></a>doch de
+bouwmeester bemerkte dit, en riep uit: »Ik begrijp uwe oogentaal zeer
+goed, en ik wil u ook wel bekennen dat reeds vijf maanden lang Helena in
+mijne oogen de begeerenswaardigste van alle jonkvrouwen is. Ik zie ook
+wel, dat ik ook haar niet onverschillig ben. Doch zoodra ik <i>haar</i>, ik
+bedoel de Koningin, weder vóór mij zie, en hare stem hoor, dan is het
+alsof een stormwind iedere gedachte aan Helena doet vervliegen en het
+ligt niet in mijn aard om iemand, wien ook, te bedriegen. Hoe kan ik
+aanzoek doen om de hand eener vrouw die ik zoo hoog stel als haar, en
+wier zuster gij zijt, Barine, wanneer het beeld van eene andere mijn
+geheele ziel inneemt?!&rdquo;</p>
+
+<p>Hier herinnerde Dion hem aan zijn eigen gezegde, dat men de Koningin
+enkel liefhad als een godin, en bracht, zonder zijn antwoord af te
+wachten, het gesprek op andere zaken.</p>
+
+<p>Het was te drie uur in den nacht, dat Pyrrhus hem vermaande tot
+vertrekken. Terwijl de bouwmeester op het snelste vaartuig van den
+visscher naar de stad terugvoer, vroeg hij zich zelven af, of meisjes,
+die voor haar huwelijk in zulk een ongestoorde rust leefden als Helena,
+wel betere huisvrouwen zouden kunnen worden, en zich beter in alles
+zouden voegen dan Barine, die toch altijd zoo was bewonderd en gevierd,
+en die door Dion midden uit het drukste gewoel van het leven in de
+wereldstad, naar de grootste afzondering was overgebracht.</p>
+
+<p>Op dezen heerlijken avond volgde een dag van opwinding en groote
+spanning, want het jonge paar moest zich verschuilen voor de mannen die
+de belasting kwamen innen, en wien Pyrrhus een gedeelte van het geld
+moest afstaan, dat hij in dat jaar had opgespaard, en ook zijn nieuwe,
+groote schuit, waarmede hij de volle zee wilde bevaren. De nieuwe
+uitrustingen van het leger eischten namelijk aanzienlijke geldsommen, en
+voor de vloot werd beslag gelegd op alle vaartuigen die <ins class="corr" id="corr173" title="Bron: eenigzins">eenigszins</ins>
+daarvoor konden dienen. Hetzelfde lot als den visscher trof de geheele
+bevolking van stad en land. Zelfs de schatten van den tempel werden ten
+bate daarvan gebruikt, en toch wist ieder, dat de groote sommen, die
+door deze meedoogenlooze afpersingen in de staatskas vloeiden, even goed
+dienden ter voldoening aan de zucht tot vermaak van het hof, als tot de
+uitrusting van leger en vloot.</p>
+
+<p>Met dat al kwam het volk niet in opstand. Zóó groot was de liefde voor
+hunne Koningin, zóóveel prijs stelde men op de onafhankelijkheid van
+Aegypte, zóó bitter was de haat tegen de Romeinen.</p>
+
+<p>De bannelingen konden zelfs van hunne klip af zien, hoeveel ernst
+Cleopatra met hare toebereidselen maakte, midden onder al de
+buitensporige genoegens, waaraan zij zich niet altijd <span class="pagenum" title="301">&nbsp;</span><a id="p_301"></a>onttrekken kon.
+Op alle scheepstimmerwerven heerschte dag en nacht een koortsachtige
+bedrijvigheid, en de haven vulde zich steeds meer met schepen.
+Onophoudelijk gingen en kwamen oorlogsvaartuigen. Op het Slangeneiland
+kon men voortdurend, dikwijls nog bij het licht der sterren, de
+oefeningen zien van roeiers of geheele eskaders, in de open zee.</p>
+
+<p>Van tijd tot tijd zagen zij ook een prachtig schip van den Staat, met
+Antonius aan boord, die de zoo snel gevormde vloot in oogenschouw kwam
+nemen. Hij richtte dan tot het nieuw aangeworven scheepsvolk een van die
+geestdriftwekkende toespraken, waarin hij nog altijd een onovertrefbaar
+meester was. Tot de bemanning der pas gebouwde oorlogsschepen behoorden
+nu ook twee zoons van Pyrrhus. In April had men hen opgeroepen tot den
+dienst, en hoewel Dion hun vader een groote som gegeven had om hen vrij
+te koopen, was hem dit niet gelukt.</p>
+
+<p>Van nu af aan werden er in den kring van die tevreden menschen op de
+eenzame klip, veel tranen vergoten, en als Dionysos en Dionichos eens
+een vrijen dag hadden om de hunnen te bezoeken, dan gaven zij hun hart
+lucht in klachten over de wreede haast, waarmede de jonge manschappen
+werden gedrild, en onbarmhartig afgebeuld. Zij vertelden van de burger-
+en boerenzonen, die men met geweld uit hun dorp, van hunne ouders en
+hunne zaken had weggehaald, om hen tot zeelieden op te leiden. In hunne
+gelederen heerschte groote verontwaardiging, en men leende maar al te
+gaarne het oor aan opruiers, die verhaalden hoeveel beter de lieden op
+de schepen van Octavianus werden behandeld.</p>
+
+<p>Pyrrhus bezwoer zijn zoons niet mede te doen aan pogingen tot muiterij;
+de vrouwen daarentegen zouden alles goedgekeurd hebben wat maar
+eenigszins beloofde de jongelingen te bevrijden uit hun harden dienst,
+en hare vroolijke levenslust ging in zwaarmoedige bezorgdheid over.</p>
+
+<p>Barine was ook dezelfde niet meer. Zij had haar opgeruimdheid en
+bedrijvigheid verloren. Hare oogen zwommen menigmaal in tranen, en als
+men haar met gebogen hoofd zag rondloopen, zou men denken dat zware
+zorgen haar drukten.</p>
+
+<p>Was het de April-hitte met hare woestijnwinden, die zulk een verandering
+had teweeg gebracht? Zou eindelijk het verlangen naar de afwisselende en
+opwekkende levenswijze van vroeger tijd haar te machtig worden? Begon de
+eenzaamheid haar te zeer te drukken? Was de liefde van haar echtgenoot
+niet meer genoeg om haar schadeloos te stellen voor zoovele goede
+dingen, die zij voor hem had opgegeven?&mdash;Neen! dat kon het niet zijn.
+Nooit had zij dien geliefden man met inniger teederheid in het gelaat
+gezien, wanneer zij soms op een beschaduwde plek geheel <span class="pagenum" title="302">&nbsp;</span><a id="p_302"></a>alleen met hem
+was. Zij, die in zulke uren het verpersoonlijkte geluk en welvaren
+geleek, was zeker niet ongelukkig of ziek.</p>
+
+<p>Dion daarentegen droeg steeds het hoofd zoo hoog, en zag zoo fier en
+trotsch rond, alsof het leven hem een allervriendelijkst gelaat toonde.
+En toch had hij gehoord dat zijne goederen in beslag genomen waren, en
+dat hij het alleen aan Archibius en den invloed van zijn oom te danken
+had, dat zijn geheele vermogen nog niet, zooals dat van zoovele anderen,
+in de koninklijke schatkist terecht gekomen was&mdash;maar welken tegenspoed
+zou hij in dezen tijd niet gemakkelijk te boven gekomen zijn?</p>
+
+<p>Een groot geluk, het allergrootste dat de hemelsche machten een mensch
+kunnen schenken, begon voor hem en zijne jonge vrouw te ontluiken, en
+toen de Meimaand gekomen was, deelden ook de vrouwen op het eiland in de
+hoop, die haar zalig maakte.</p>
+
+<p>Pyrrhus bracht uit de stad een offeraltaar voor haar mede, en een
+marmeren beeld van Ilythyia, de godin der geboorte, die door de Romeinen
+Lucina werd genoemd, dat zijn vriendin Anukis hem uit naam van Charmion
+had overhandigd. Het gesprek was daarbij weder op de slangen gekomen,
+die op het naburige eiland zoo talrijk moesten zijn. Zij had gevraagd of
+het moeilijk zou zijn er eene levend te vangen? En de vrijgelatene had
+dit ontkennend beantwoord.</p>
+
+<p>Het beeld der godin en het altaar kregen een plaats bij de andere
+heiligdommen, en hoe dikwijls goot Barine en ieder der andere vrouwen
+zalf op den steen!</p>
+
+<p>Dion beloofde aan de godin, die de vrouwen in hare verwachting ter zijde
+stond, een fraaie kapel op de klip en een in de stad, indien zij zijn
+geliefde jonge vrouw genadig wilde bijstaan.</p>
+
+<p>Eens, in Juni, als de middagzon op het heetst is, bracht de visscher des
+avonds twee welbekende vrouwen op de klip mede: Helena, de jongere
+kleindochter van Didymus, en Chloris, de voedster van Dion, die reeds
+zijne moeder trouw had gediend, en later het opzicht gekregen had over
+de slavinnen van zijn huis.</p>
+
+<p>Recht dankbaar en blijde strekte Barine de armen naar hare zuster uit.
+Haar moeder had zich alleen laten terughouden door de verzekering, dat
+haar verdwijnen de aandacht der verspieders trekken zou. De
+gerechtsdienaars waren inderdaad waakzaam, want Marcus Antonius liet nog
+altijd de zangeres opsporen, de zaakwaarnemer Philostratus had zijn
+afkondiging, dat op de gevangenneming van Dion twee talenten belooning
+stonden, niet weder ingetrokken, en de dienaren hielden daarom het
+paleis van den ontvluchte, evenals Berenice's huis, voortdurend
+zorgvuldig in het oog.</p>
+
+<p>Het scheen voor de stille Helena moeilijker te zijn zich in de
+eenzaamheid te schikken, dan voor haar meer levendige zuster. <span class="pagenum" title="303">&nbsp;</span><a id="p_303"></a>Hoe
+duidelijk zij ook hare liefde voor Barine deed blijken, toch verzonk zij
+dikwijls in mijmerij, en iederen avond ging zij, zoodra de schaduwen
+zich begonnen te verlengen, naar den zuidelijken rand van het eiland, en
+tuurde naar de stad, waar hare grootouders, hoe goed zij ook in het huis
+van Gorgias bezorgd waren, haar toch zeker wel zouden missen.</p>
+
+<p>Acht dagen waren sedert hare aankomst verstreken, en het eenzame leven
+scheen haar nu nog meer te drukken dan op den eersten en tweeden dag.
+Het verlangen naar hare grootouders scheen ook nog toe te nemen, want
+dien dag was zij zelfs in de brandende middagzon naar het strand gegaan,
+om een enkelen blik op de stad te werpen.</p>
+
+<p>Hoe lief had zij die oude lieden toch!&mdash;Maar Dion vermoedde dat de
+vochtige oogen, waarmede Helena heden in de schemering weder bij hen
+binnengekomen was, een jongeren bewoner der wereldstad golden, en in
+weerwil van de tegenspraak zijner vrouw, scheen hij toch goed geraden
+te hebben. Slechts korten tijd daarna lieten zich vóór het huis heldere
+stemmen hooren, en toen er een luide, hartelijke lach klonk, sprong Dion
+op en riep Barine toe: »Zóó kan alleen Gorgias lachen, wanneer hem iets
+zeer buitengewoons is overkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij ijlde naar buiten, zag rond, doch er was in den helderen maneschijn
+niets meer te zien dan vader Pyrrhus, die naar de ankerplaats terug
+ging.</p>
+
+<p>Maar Dions oor was scherp, en nu meende hij aan de andere zijde van het
+huis gedempte stemmen te hooren. Hij ging daar aanstonds op af, en toen
+hij den hoek van het gebouw omsloeg, bleef hij verrast staan, en riep,
+toen hij dicht bij zich een gesmoorden kreet hoorde: »Goeden avond,
+Gorgias. Tot weerziens! Ik wil u niet storen.&rdquo;</p>
+
+<p>Met enkele vlugge stappen was hij bij Barine terug. Hij fluisterde haar
+in het oor: »Daarbuiten in den maneschijn heb ik Helena aan de borst
+van Gorgias haar verlangen naar haar grootouders zien stillen!&rdquo; en zij
+klapte daarbij in de handen, en zeide glimlachend: »Zóó gaan in deze
+woestenij de goede oude zeden verloren. Een minnend paar te storen bij
+hunne eerste ontmoeting! Maar het is waar, dat heeft Gorgias ons, midden
+in Alexandrië, ook gedaan, en nu moet hij daarvoor boeten.&rdquo;</p>
+
+<p>Spoedig daarna kwam de bouwmeester met zijn verloofde aan den arm de
+kamer binnen. Van uur tot uur had hij Helena meer gemist, en op den
+achtsten dag had hij het onmogelijk bevonden, nog langer den last des
+levens te dragen zonder haar. Hij verzekerde nu met een goed geweten,
+dat hij bij hare moeder en grootouders eerlijk aanzoek om haar had
+gedaan, <span class="pagenum" title="304">&nbsp;</span><a id="p_304"></a>want reeds op den derden dag na het vertrek van Helena was de
+verhouding tusschen de Koningin en hem veranderd. In de tegenwoordigheid
+van Cleopatra was hem, namelijk het beeld van Helena, nog duidelijker
+voor den geest gekomen dan vroeger tegenover haar dat der nog altijd
+onvergelijkelijke Vorstin. Een smachtend verlangen zooals dat, waardoor
+hij in de laatste dagen werd gekweld, was hem tot dusver alleen maar
+bekend geweest uit de wereld der verdichting.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="305">&nbsp;</span><a id="p_305"></a></p>
+
+<h2><a id="EEN_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK"></a>EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Ditmaal was het den bouwmeester slechts enkele uren vergund op het
+Slangeneiland te blijven, want ook in de stad begon het er ernstig uit
+te zien, en aan den bouw van het grafmonument werd zelfs des nachts
+ijverig voortgewerkt. Het inwendige van de eerste verdieping naderde
+zijne voltooiing, en de opbouw der tweede vorderde goed. Maar ook het
+benedengedeelte eischte nog veel arbeid. Dit moest, evenals het geheel,
+een volmaakt kunstwerk worden. De mozaïekwerkers, die den vloer der
+groote zaal hadden ingelegd, hadden zichzelve overtroffen. Op het
+beeldhouwwerk voor de zijwanden kon nu niet langer worden gewacht. Dáár,
+waar eigenlijk reliëfs van brons behoorden te zijn, moesten voorloopig
+platen van gepolijst zwart marmer worden aangebracht, want er was de
+grootste haast bij.</p>
+
+<p>Octavianus was reeds tot Pelusium genaderd, en al zou Seleukus, de
+bevelhebber der bezetting, de sterke vesting ook nog lang behouden, toch
+kon reeds in de volgende week een deel van het vijandelijk leger voor
+Alexandrië verschijnen.</p>
+
+<p>Trouwens, er stond een eerbiedwaardige strijdmacht tot zijn ontvangst
+gereed. De vloot scheen tegen die van den vijand opgewassen; de
+ruiterij, die Antonius den vorigen dag voorbij de Koningin had doen
+trekken, moest welgevallen vinden ook in de oogen van een kenner, en de
+imperator had al zijn hoop gevestigd op de <ins class="corr" id="corr174" title="Bron: krijsgslieden">krijgslieden</ins>, die in vroeger
+dagen onder hem hadden gediend, die in tijd van voorspoed zijn
+grootmoedigheid en mildheid hadden leeren kennen, en nog niet de
+gedenkwaardige dagen zouden vergeten hebben, toen hij gewillig en
+vroolijk, gevaar en ontbering met hen had gedeeld.</p>
+
+<p>Helena bleef op het eiland, en haar verlangen naar het oude echtpaar was
+aanmerkelijk verminderd. Flink en hulpvaardig roerde zij nu hare handen,
+en haar helderen blik bewees, dat <span class="pagenum" title="306">&nbsp;</span><a id="p_306"></a>het <ins class="corr" id="corr175" title="Bron: eenzaame">eenzame</ins> leven op het eiland
+ook voor haar veel aantrekkelijks begon te krijgen.</p>
+
+<p>Daarentegen was over den jongen echtgenoot een groote onrust gekomen.
+Hij verborg die voor de vrouwen, doch het kostte den ouden Pyrrhus
+dikwijls moeite hem terug te houden van een tocht naar de stad, die,
+zoo kort vóór de eindbeslissing, de vrucht der volharding en ontbering
+weleens kon doen verloren gaan. Reeds menigmaal had Dion zich met
+zijn echtgenoot willen inschepen om naar een groote stad in Syrië
+of Griekenland te gaan, doch altijd was hij door nieuwe, gewichtige
+bezwaren daarvan teruggekomen. Vooral was het gevaarlijk, omdat ieder
+vaartuig nauwkeurig werd onderzocht vóór het de haven verliet,&mdash;en het
+was onmogelijk daaruit te komen, zonder de smalle straat ten Oosten van
+den pharus, of den doorgang in het Heptastadium voorbij te gaan, die
+beiden gemakkelijk konden worden bewaakt. De kalme bezadigdheid, die
+anders den jongen Raadsheer kenmerkte, was nu in koortsachtige onrust
+overgegaan, en ook zijn oude getrouwe beschermer had zijn gemoedsrust
+verloren, want spoedig zou de vloot, waarop zijn zonen dienden, met die
+van Octavianus in botsing komen.</p>
+
+<p>Op zekeren dag kwam hij diep getroffen uit de stad terug. Hij had
+gehoord dat Pelusium gevallen was.</p>
+
+<p>Toen hij aangeland was, vond hij op de klip alles stil. Niemand, zelfs
+niet Dione, was er om hem te ontvangen.</p>
+
+<p>Wat was hier gebeurd? Waren de hier verborgen vluchtelingen ontdekt, en
+had men hen en de zijnen naar de stad, misschien wel naar de steengroeve
+gesleept?</p>
+
+<p>Doodsbleek, maar kalm en ongebogen, ging hij naar zijn huis. Hij had aan
+Dion en diens vader zijn hoogste levensgenot, de vrijheid te danken, en
+bovendien den grondslag van alles wat hij verder bezat. Maar indien zijn
+vrees reden van bestaan had, en hij van alles was beroofd, dan mocht
+hij, zelfs als een eenzame bedelaar, toch nog altijd van zijn vrijheid
+blijven genieten. Wanneer hij voor den man, door wiens toedoen hij het
+beste bezat, al het overige moest prijsgeven, dan was het ook zijn
+plicht, dat geduldig te dragen.</p>
+
+<p>Het was nog licht. Ook toen hij dicht bij het huis gekomen was, trof
+geen ander geluid zijn oor dan het blijde geblaf van zijn grooten
+wolfshond Argus, die tegen hem opsprong.</p>
+
+<p>Hij stak de hand uit om de deur te openen, doch zij werd van de andere
+zijde reeds opengeduwd. Dion had hem zien aankomen, en in het gevoel van
+de nieuwe, groote zaligheid, die deze dag hem had gebracht, viel hij den
+trouwen man opgewonden in de armen, en riep hem toe:</p>
+
+<p>»Een jongen, een heerlijke jongen!&mdash;Hij zal Pyrrhus heeten.&rdquo; <span class="pagenum" title="307">&nbsp;</span><a id="p_307"></a>Nu
+vloeiden de tranen van den vrijgelatene in zijn grijzen baard, en toen
+zijn oude levensgezellin hem met den vinger op den mond tegemoet kwam,
+fluisterde hij haar met bevende stem in het oor: »Toen ik hen hier
+bracht, waart gij bang dat die menschen uit de stad ons in het verderf
+zouden storten;&mdash;maar toch hebt gij hen gehuisvest zooals het hen
+toekwam, en nu&mdash;Pyrrhus zal hij heeten!&mdash;Wat heb ik, geringe man,
+gedaan, dat mij zoo iets groots en schoons ten deel valt?&rdquo;</p>
+
+<p>»En ik dan, ik!&rdquo; snikte de visschersvrouw. »En het kind, dat lieve
+wurmpje!&rdquo;</p>
+
+<p>Op dezen dag van zonnige blijdschap volgden anderen van stille
+zielevreugd, het reinste genot, en tegelijk van de grootste bezorgdheid.
+Zij brachten ook menig uur door, waarin Helena gelegenheid vond hare
+zorgelijkheid te toonen, en de oude Chloris en de visschersvrouw stonden
+haar daarbij met hare ondervinding ter zijde. Een bevalliger jonge
+moeder dan Barine, een schooner kind dan den kleinen Pyrrhus, geloofden
+allen, tot den grijzen peetvader toe, nooit te hebben gezien. Doch Dion
+hield het nu op de klip niet langer uit.</p>
+
+<p>Duizenderlei dingen, die hem tot dusver onbeduidend hadden toegeschenen,
+en waaromtrent hij onverschillig was geweest, waren nu in zijne oogen
+gewichtig, en moesten door hem persoonlijk behandeld worden. Hij was
+vader, en uit ieder verzuim kon voor zijn zoon een nadeel ontstaan. Zoo
+bruin verbrand door de zon als hij tegenwoordig was, en met dat lange
+haar en dien baard, was er maar weinig toe noodig om hem zelfs voor zijn
+vrienden onkenbaar te maken. In de kleederen die hij reeds lang gedragen
+had, en met die handen die op werf geheel vereelt geworden waren, moest
+ieder hem wel voor een echten visscher aanzien.</p>
+
+<p>Misschien was het dwaas, doch de behoefte om zich aan Barine's moeder,
+hunne grootouders en Gorgias als vader te vertoonen, scheen hem wel
+waard een gering gevaar daarvoor te trotseeren, en zoo voer hij, zonder
+Barine, die zich reeds weder in hare vertrekken bewoog, van zijn plan te
+onderrichten, na zonsondergang op den laatsten Juli naar de stad.</p>
+
+<p>Hij wist dat Octavianus oostelijk van Alexandrië bij het Hippodroom
+gelegerd was. Ook van het Slangeneiland af had men in de witte
+verhevenheden die daar gekomen waren, de tenten kunnen onderscheiden.
+'s Namiddags was Pyrrhus teruggekomen met de tijding dat de ruiterij van
+Octavianus door die van Marcus Antonius was verslagen. En ditmaal mocht
+men aan dit bericht der overwinning geloof slaan, want het paleis op de
+Lochias was feestelijk verlicht, en op het oogenblik dat Dion aan wal
+stapte, was het zeer druk op de kade. <span class="pagenum" title="308">&nbsp;</span><a id="p_308"></a>De een riep den ander toe, dat
+alle kansen goed stonden. Marcus Antonius was weder de oude geworden.
+Hij had gestreden als een held.</p>
+
+<p>Velen, die hem gisteren nog hadden gevloekt, mengden heden hunne stemmen
+in het »Evoë&rdquo; dat weerklonk ter eere van den nieuwen <ins class="corr" id="corr176" title="Bron: Dionyos">Dionysos</ins>, die opnieuw
+zijne goddelijkheid had bewezen.</p>
+
+<p>In het huis van Gorgias vond de late gast de grootouders alleen.
+Zij hadden reeds lang bericht ontvangen van het nieuwe geluk hunner
+kleindochter. Thans verblijdde zij zich met Dion, en wilden dadelijk den
+heer des huizes, hun toekomstigen zoon, laten roepen, die deelnam aan
+een vergadering van de epheben der stad, hoewel hij al lang niet meer
+tot hen behoorde. Maar Dion wilde hem liever begroeten te midden van de
+jongelingen die den bouwmeester hadden uitgenoodigd, opdat hij hen bij
+de bespreking der vraag, hoe zij zich gedurende den strijd te gedragen
+hadden, met raad <ins class="corr" id="corr177" title="Bron: zoo">zou</ins> kunnen dienen.</p>
+
+<p>Toch verliet hij niet aanstonds het oude paar, want hij verwachtte hier
+nog twee bezoeken: van Barine's moeder en de Nubische kamervrouw van
+Charmion, die sedert de geboorte van den kleinen Pyrrhus, iederen avond
+bij den philosoof aankwamen, de eerste om te hooren of gedurende den dag
+nog nieuwe tijdingen van moeder en kind gekomen waren, de laatste om de
+brieven af te halen, die zij, als tusschenpersoon, dan den volgenden
+morgen op de vischmarkt aan haar vriend Pyrrhus of diens zoon
+overhandigde.</p>
+
+<p>Anukis verscheen het eerst. Al aanstonds gaf zij haar deelnemend hart
+lucht in een korten gelukwensch; hoe gaarne zij echter nog iets naders
+gehoord zou hebben omtrent de jonge moeder, die ook haar dierbaar was,
+toch onderdrukte zij ook ditmaal weder haar eigen wensch, om in den
+geest harer meesteres te handelen. Daarom ging zij zoo spoedig mogelijk
+naar Charmion terug, en meldde haar de aankomst van den onverwachten
+gast.</p>
+
+<p>Vrouw Berenice genoot met dankbare vreugde van de grootmoederlijke
+waardigheid, maar thans ging zij gebukt onder een groote vrees, die niet
+alleen in hare zwaarmoedige verbeelding bestond.</p>
+
+<p>Haar broeder Arius had zich met zijne zoons in het huis van een vriend
+verborgen, want zij schenen door een ernstig gevaar bedreigd te worden.
+Tot nu toe had Antonius in zijn grootmoedigheid het den philosoof niet
+euvel geduid dat hij in zulk een nauwe betrekking tot Octavianus stond;
+doch nu deze laatste voor de stad lag, werd het huis van den man, die
+in vroeger jaren de studiën van den vijand had geleid, en altijd zijn
+hoogvereerde raadsman en vriend was gebleven, op bevel <span class="pagenum" title="309">&nbsp;</span><a id="p_309"></a>van Mardion,
+door Scythen bewaakt. Aan hem en zijn gezin was het verboden in de stad
+te komen, en daarom was zijn nachtelijke vlucht naar zijn vriend met
+groot gevaar gepaard gegaan.</p>
+
+<p>De bezorgde vrouw vreesde het ergste voor haar broeder, indien Marcus
+Antonius de overhand behield, en toch wenschte zij van ganscher harte
+de overwinning toe aan de Koningin. Zij, die toch altijd het ergste
+verwachtte, zag nu reeds in den geest de krijgskans keeren&mdash;en daarvoor
+was reden genoeg; de stoutmoedige bevelhebber, die reeds zoo vele
+overwinningen had behaald, en die door den tegenspoed van Actium
+enkel diep ter neer gedrukt was geweest, moest de oude veerkracht
+teruggekregen hebben. Even heldhaftig als vroeger, ja, met vermetele
+onstuimigheid was hij aan het hoofd zijner ruiters den vijand tegemoet
+gereden. Men zeide dat hij, gezeten op zijn prachtig strijdros, zijn
+groot zwaard even krachtig had gezwaaid als vijf en twintig jaren
+geleden, toen hij, niet ver van deze zelfde plek, Archelaus het
+onderspit had doen delven. Dat hij in zijn gouden wapenrusting, met den
+helm op het hoofd en met zijn zwaren baard, op zijn voorvader Herakles
+geleek, werd ook bevestigd door Charmion, die op een wagen der Koningin
+met spoed hierheen gekomen was. Cleopatra zou haar misschien weldra
+noodig hebben, maar toch was zij even van de Lochias ontsnapt, om aan
+den jongen vader zelf allerlei dingen te vragen waarin zij belangstelde,
+omtrent de moeder en het kind dat haar zoo dierbaar was, als eerste
+kleinzoon van den man, wiens hand zij wel is waar geweigerd had, doch
+wien zij het heerlijke bewustzijn dankte, dat ook zij in den bloeitijd
+van haar leven bemind had, en zelve bemind was geweest.</p>
+
+<p>Dion vond haar veranderd. De moeielijke maanden, die zij in haar brief
+aan Barine beschreven had, hadden hare licht grijzende haren geheel wit
+doen worden, hare wangen waren ingevallen en een diepe rimpel tusschen
+mond en neus gaf aan haar vriendelijk gelaat een uitdrukking van lijden.
+Ook scheen zij pas te hebben geweend, en inderdaad had zij zoo even diep
+aangrijpende voorvallen bijgewoond. Zij had zich heimelijk van de
+Lochias verwijderd, terwijl het daar vroolijk toeging.... De zegepraal
+van Antonius werd feestelijk gevierd. Hij zelf leidde den maaltijd.
+Weder had hij hoofd en borst met frissche bladen en prachtige bloemen
+getooid. Naast hem lag Cleopatra in een lichtblauw met lotosbloemen
+versierd gewaad dat, evenals de kleine kroon op haar hoofd, met paarlen
+en saffieren was bezet. Charmion verzekerde, dat zij haar nooit schooner
+had gezien. Doch wat zij verzweeg was, dat Cleopatra's doodsbleeke
+wangen door de kunst gekleurd hadden moeten worden. Het was een roerend
+schouwspel geweest, zooals Antonius haar, <span class="pagenum" title="310">&nbsp;</span><a id="p_310"></a>na zijn terugkeer uit den
+slag, nog in zijn wapenrusting, verheugd aan zijn hart had gedrukt,
+alsof hij door den strijd ook haar teruggekregen had, en tegelijk met
+de verdwenen heldenkracht, ook zijne liefde had wedergevonden. En ook
+haar had het geluk als een heldere zon uit de oogen gestraald. Aan den
+ruiter, die om zijne buitengewone dapperheid vóór haar was geleid, had
+zij in de vreugde van haar hart een helm en pantser van zuiver goud
+geschonken.</p>
+
+<p>Doch nog vóór de feestmaaltijd begon, was zij gedwongen zichzelve te
+bekennen, dat dit alles toch het begin van het einde was, want enkele
+uren nadat zij dien ruiter zoo mild had beloond, was hij reeds tot den
+vijand overgeloopen. Ook had Antonius zijn vijand Octavianus tot een
+tweegevecht uitgedaagd, doch het koele antwoord ontvangen dat er genoeg
+wegen waren waarlangs men den dood kon zoeken.</p>
+
+<p>Aan die taal herkende zij weder haar vijand met het koude hart, en die
+nu zeker was van de heerschappij. Daarbij zag zij zich droevig bedrogen
+in de hoop dat de oude strijders, die onder Antonius hadden gediend,
+bij zijne eerste oproeping den nieuwen veldheer zouden verlaten en
+bij troepen hem tegemoet snellen. Alles wat haar gemaal tot bereiking
+van dat doel had beproefd, had schipbreuk geleden, niettegenstaande
+de wegsleepende kracht zijner welsprekendheid, terwijl met ieder uur
+tijdingen kwamen van verraderlijke afvalligheid van enkele krijgslieden,
+of van geheele troepen tegelijk. De vijand scheen zóó zeker van zijn
+zaak, dat hij zich niet eens verzette tegen de pogingen van Marcus
+Antonius, om de soldaten door beloften voor zich te winnen.</p>
+
+<p>Na dat alles zag Cleopatra nu met volle zekerheid in de zegepraal van
+haar geliefde nog slechts de laatste opflikkering van het uitdoovende
+vuur; doch zoolang het nog brandde, moest hij zien dat zij zijn licht
+nog volgde. Zoo was zij dan met den overwinnaar van heden de feestzaal
+binnengekomen, en was getuige geweest van een zonderling gastmaal. Het
+was met tranen begonnen, en had Cleopatra doen denken aan dit woord: dat
+zij zelve geleek op een overwinningsfeest vóór dat de slag gewonnen was.</p>
+
+<p>Nauwelijks waren de schenkers met hunne gouden kannen bij de gasten
+rondgegaan, of Antonius had zich tot hen gewend met den uitroep:
+»Schenkt maar dapper in, gij mannen, morgen dient gij misschien reeds
+een anderen heer!&rdquo;</p>
+
+<p>Toen was hij, geheel tegen zijn gewoonte, nadenkend geworden, en had in
+zichzelven gemompeld: »En dan lig ik daar buiten als een lijk, een
+armzalig niets!&rdquo;</p>
+
+<p>Op deze woorden was een luid snikken der schenkers en <span class="pagenum" title="311">&nbsp;</span><a id="p_311"></a>dienaren gevolgd,
+doch hij had hen bedaard toegesproken, en beloofd hen niet mede te
+voeren in een strijd, waarvan hij voor zichzelven veeleer een roemvollen
+dood verwachtte, dan redding en zegepraal.</p>
+
+<p>Daarbij begonnen ook de tranen der Koningin te vloeien. Indien deze
+teugellooze genotzoeker, de roekelooze verkwister en onruststichter, met
+zijne steeds begeerende, onverzadelijke zinnen, ook bittere vijandschap
+had gewekt, toch was ook zeker maar aan enkelen zulk een hartelijke
+liefde van velen ten deel gevallen. Eén blik op zijne heroëngestalte;
+één gedachte aan den tijd, toen ook zijne vijanden van hem zeiden: dat
+hij nooit grooter was dan tegenover het dreigendste gevaar, nooit beter
+in staat om blijde hoop op betere tijden ook bij anderen te wekken,
+dan te midden van de zwaarste ontberingen; één oogenblik luisteren
+naar die metaalrijke stem van den redenaar, die zoo dikwijls uit zijn
+hart was gekomen, en daarom zulk een onweerstaanbaren indruk op zijne
+toehoorders had gemaakt; een reeks van herinneringen aan zijn vroolijke
+openhartigheid en zijn grenzenlooze grootmoedigheid: dit alles
+verklaarde voldoende de klachten, die bij dien maaltijd oprezen en de
+tranen die daarbij werden gestort, en die allen zoo <ins class="corr" id="corr178" title="Bron: wel gemeend">welgemeend</ins> waren. Zij
+hadden ook de schoone, koninklijke vrouw gegolden die, zonder zich aan
+de aanwezigen te storen, het edele hoofd met de paarlenkroon tegen den
+machtigen schouder van haar gemaal had gevlijd.</p>
+
+<p>Maar die treurigheid had niet lang geduurd, en Marcus Antonius had
+uitgeroepen: »Nu weg met al die droefheid! Wij hebben de Larva niet
+noodig.<a id="FNa20" href="#FN20" class="fnanchor"><sup>20</sup>)</a> Ook zonder dat weten wij wel dat het spoedig gedaan zal zijn
+met de vreugd! Een vroolijk feestlied, Xuthus! en gij Metrodorus, ga
+vóór in den dans! Ik wijd den eersten beker aan de schoonste, de beste,
+de verstandigste, de beminnelijkste, de vurigst geliefde!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij had de bokaal hoog opgeheven, de fluitspeler Xuthus gaf het koor dat
+zijn lied begeleidde, een wenk, en de danser Metrodorus was als een
+vlinder een schaar van <ins class="corr" id="corr179" title="Bron: liefdelijke">liefelijke</ins> meisjes vooruit gezweefd. En
+deze, in hare wijde gewaden van gekleurde doorschijnende zijdestof, die
+haar als een wolk omgaven, waren <span class="pagenum" title="312">&nbsp;</span><a id="p_312"></a>daarop aan het bevallige spel gegaan,
+en hadden, nu eens als in nevelen gehuld, dan weder als op vleugelen
+voortgedragen, aan de verrukte toeschouwers een allerbekoorlijkst
+schouwspel geboden.</p>
+
+<p>De »metgezellen van den dood&rdquo; waren weder makkers in de vreugd geworden,
+en juist toen Charmion, die hare gebiedster geen oogenblik uit het oog
+had verloren, en den pijnlijken trek op haar gelaat had opgemerkt, uit
+den kring der gasten weggeslopen was, had zij de trouwe Anukis ontmoet,
+die haar de aankomst van Dion kwam melden.</p>
+
+<p>Toen was zij&mdash;maar dat had zij voor hare vrienden verzwegen&mdash;naar hare
+vertrekken gesneld om zich tot uitgaan gereed te maken, en daar Iras op
+hetzelfde oogenblik de deur van haar eigen kamer opende, was zij haar
+gevolgd, om met haar over den nachtdienst bij de Koningin te spreken.
+Haar nicht had dat echter niet bemerkt, want door een zenuwachtig
+snikken overvallen, had zij juist haar gelaat tegen de kussens van
+een rustbank gedrukt, en trachtte op deze wijze de wilde smart, die
+hare ziel schokte, met al de hevigheid harer hartstochtelijke natuur,
+te laten uitwoeden. Toen had Charmion haar naam geroepen, en zelve
+weenende, hare armen voor haar geopend, en voor het eerst sedert haar
+terugkomst van Actium, was de dochter harer zuster weder eens aan hare
+borst gezonken, en hadden zij elkander lang omstrengeld gehouden. Op
+Charmion's uitroep: »Met haar, voor haar tot in den dood!&rdquo; had het
+antwoord van Iras geklonken: »Tot in het graf!&rdquo;</p>
+
+<p>Dat woord had reeds in menig stil nachtelijk uur geleefd in de ziel der
+oude vriendin dier vrouw, die daar beneden met bloedend hart deelnam aan
+het bedwelmende maal van overmoedige feestgenooten. En daaraan had zich
+de vraag vastgeknoopt: »Is uw lot niet geketend aan het hare? Wat kan u
+het leven nog bieden, zonder haar?&rdquo;</p>
+
+<p>Thans had dit woord haar duidelijk verstaanbaar tegengeklonken uit
+den mond van een ander, en Charmion's gelofte had als een echo op den
+uitroep van Iras geantwoord: »Tot in den dood, evenals gij, wanneer zij
+ons vóórgaat. Wat er daarna ook komen moge, nergens mag zij het hart en
+de handen van Charmion missen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En zeker evenmin de liefde en de diensten van Iras,&rdquo; had deze
+wederkeerig verzekerd.</p>
+
+<p>Zoo waren zij gescheiden, en het waren de aandoeningen van dit gewichtig
+oogenblik, die nog zichtbaar waren in de trekken der verouderende vrouw,
+die eens de liefde van haar hart had opgeofferd voor de koninklijke
+speelnoot harer jeugd, en die nu ook haar leven voor haar wilde geven.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="313">&nbsp;</span><a id="p_313"></a></p>
+
+<p>Toen zij in Gorgias' huis afscheid nam van haar vrienden, drukte zij
+Dion met warmte de hand, en terwijl hij haar naar den wagen bracht,
+deelde zij hem mede dat Archibius, voor dat de troepen het eerst op
+elkander stieten, de koninklijke kinderen van hier naar zijn landgoed
+Irenia had geleid. Daar waren zij nu bij hem.</p>
+
+<p>»Ik heb nooit een moeilijker uur moeten doorleven,&rdquo; besloot zij, »dan
+toen ik de koningin met een verscheurd hart van hen zag afscheid nemen.
+Wat zal de toekomst zijn voor die dierbare wezens, die zoozeer het
+grootste geluk waardig zouden zijn. Mijn laatste wensch is nu nog: de
+tweelingen en den kleinen Alexander erkend, en bewaard te zien voor dood
+en schande, en dan uw eigen zoon op den arm van Barine.&rdquo;</p>
+
+<p>Op de Lochias moest Charmion nog lang wachten, eer de Koningin zich ter
+ruste begaf. Zij vreesde voor haar stemming, nadat zij het gastmaal had
+verlaten, want reeds maanden lang kwam Cleopatra telkens gedrukt, tot
+tranen toe bewogen of in groote verontwaardiging van den feestdisch der
+»metgezellen van den dood&rdquo; terug. Wat moest dan wel de uitwerking zijn
+van dit laatste, dat zoo treurig begonnen was, en toen zoo uitgelaten
+vroolijk was geworden?</p>
+
+<p>Eindelijk, in het tweede uur na middernacht, verscheen Cleopatra.
+Charmion dacht dat zij aan zinsverbijstering leed, want de oogen der
+Koningin die, toen zij haar verliet, vol tranen stonden, straalden nu
+met een blijden, opgewekten gloed, en toen haar vriendin haar de kroon
+van het hoofd nam, riep zij uit: »Waarom zijt gij zoo vroeg van het
+feest verdwenen? Misschien was dit het laatste, maar ik herinner mij
+geen dat schooner was! Het was als in de lentedagen van onze liefde.
+Marcus Antonius zou een steenen beeld hebben geroerd met die vereeniging
+van mannelijke stoutheid en nederige toewijding, waaraan geen vrouw kan
+weerstand bieden. Evenals vroeger krompen de uren tot oogenblikken in.
+Wij waren weder jong, weder één. Hier op de Lochias in dezen nacht
+waren wij bij elkander, en toch tegelijk in lang vervlogen tijden,
+en op andere plaatsen. Wat de zangers zongen, de muzikanten speelden,
+de dansers ons te zien gaven, dat ging alles voor ons verloren. Wij
+zweefden hand in hand terug naar een zonnige tooverwereld, en het
+sprookje van het rijk der zaligen, dat wij daar voor ons zagen in
+verblindende pracht en verrukkelijk genot, was de droom, dien ik als
+kind het liefste droomde, en meteen het schoonste tijdperk van het leven
+der Koningin van Aegypte.</p>
+
+<p>»Het begon voor de poort van den Epicuristen-tuin. Op de rivier Kydnos
+werd het voorgezet. Ik zag mij zelve weder op het gouden schip, met
+bloemenguirlanden omwonden, op het <span class="pagenum" title="314">&nbsp;</span><a id="p_314"></a>purperen rustbed, met rozen om mij
+heen, en onder het van edelgesteente flonkerende tentdak. Een zacht
+windje blies in het zijden zeil, mijne gezellinnen lieten om mij heen
+hare stemmen klinken door snarenspel begeleid, de zefier droeg de zoete
+geuren die ons omzweefden naar den oever, en ademde hem de boodschap
+toe, dat de hoogste zaligheid hem naderde, waarvan hij had gedacht dat
+het genot alleen den goden was beschoren. En evenals zijn hart het mijne
+tegenklopte, en zijne bedwelmde zinnen sidderend naar mij verlangden,
+hetzelfde&mdash;dat heeft hij mij bekend&mdash;was ook het geval met zijn geest,
+zoodra die den mijnen ontmoette. In ons geluk gevoelden wij ons beiden
+door banden omslingerd, die niets, ook het noodlot niet, zou kunnen
+losmaken. Hij, de beheerscher der aarde, was overwonnen, en hij vond er
+een wellust in, de wenken zijner vorstin te volgen, omdat hij gevoelde
+dat zij, voor wie hij zich boog, zijne gehoorzame slavin was. En dat
+alles had geen tooverbeker uitgewerkt! Alsof ik was verlost van een
+vreeselijk schrikbeeld, dat&mdash;al was het ook in het vuur gesmolten&mdash;tot
+vóór enkele uren het zwaarste drukte op mijne ziel, leefde ik weder op.
+Geen magische kunst, niets dan de gaven van lichaam en ziel, die de
+overwonnen overwinnende, die de vrouw Cleopatra aan de gunst der goden
+te danken had, hadden zijn verheven mannelijkheid gedwongen zich aan
+haar over te geven.</p>
+
+<p>»Van den Kydnos voerde hij mij hierheen, en nu begonnen de genotvolle
+dagen, die het ons vergund was door te brengen op den grond van mijn
+Alexandrië. Duizend uren, helder als de zon, golven van klanken, die
+sinds lang met den stroom van den tijd voorbij waren geruischt, wekte
+hij tot nieuw leven op, en ik, ik deed hetzelfde, en onze herinneringen
+smolten inéén. De onvergetelijke uren, die wij samen hebben doorleefd,
+wanneer wij ons, in dollen overmoed, onbekend onder het vroolijke volk
+mengden; al de Olympische vreugd die onzen boezem zwellen deed, als
+duizenden ons toejuichten; alles wat ons in het stille vertrek geest en
+zinnen met de wellust der zaligen vervulde; al het genot dat de kinderen
+ons schonken, als zuivere nectar voor de ziel&mdash;dat alles hebben wij
+elkander nu weder getoond en geschonken, en geen van ons beiden wist
+wie de gever was of de ontvangende. Het donkere, het pijnlijke scheen
+opgelost te zijn&mdash;en de kinderdroom, het sprookje, gedicht door de
+phantasie, stond als werkelijkheid voor mijne ziel, als dezelfde
+werkelijkheid&mdash;ik herhaal het&mdash;die ik mijn vroeger leven noem.</p>
+
+<p>»En Charmion, als nu morgen de dood komt, behoef ik dan wel te zeggen
+dat hij te vroeg kwam, dat hij mij afriep, vóór het leven mij zijn
+schoonste gaven had mogen schenken? Neen, neen en nogmaals neen! Wie in
+zijn laatste uur tot zichzelven <span class="pagenum" title="315">&nbsp;</span><a id="p_315"></a>mag zeggen, dat de schoonste droom uit
+zijn kinderjaren nog overtroffen is geworden door een lang tijdperk van
+zijn leven, die mag zich gelukkig prijzen, al is het in den diepsten
+nood en aan den rand van het graf!</p>
+
+<p>»De wensch om de eerste en hoogste onder alle vrouwen van haar tijd te
+worden, die reeds gekoesterd werd in het hart der jonge leerling, werd
+vervuld. Het vurig verlangen naar liefde, dat reeds toen mijn geheele
+ziel doorgloeide, dat heeft de minnende vrouw, de moeder, de Koningin
+bevredigd gezien, en opdat ook de vriendschap mij alles bieden zou wat
+zij vermag te geven, daarvoor liet de gunst van het lot mijn Archibius,
+uw broeder, zorgen en ook mijne Charmion en Iras.</p>
+
+<p>»Laat nu komen, wat wil. Deze avond heeft mij geleerd dat het leven
+de belofte die het mij deed, gehouden heeft. Doch ook anderen zal
+het vergund zijn de schitterendste van alle Koninginnen, de vurigst
+beminde van alle vrouwen, gaarne te gedenken. Daar zorg ik voor, want
+het grafmonument dat Gorgias voor mij opricht, plaatst zich als een
+onverbrekelijke muur tusschen de Cleopatra, die nog heden met trotsch
+gevoel van eigenwaarde deze kroon draagt, en de dreigende vernedering en
+schande.</p>
+
+<p>»Nu wil ik gaan slapen. Al brengt het ontwaken nederlaag, ellende en
+dood&mdash;toch heb ik geen reden om over mijn lot te klagen. Slechts één
+ding heeft het mij geweigerd: de rust zonder smart, die het kind en de
+opgroeiende jonkvrouw zich als het hoogste goed dachten; maar nu zal ook
+die nog het deel worden van Cleopatra. Het rijk des doods, dat zooals de
+Aegyptenaars zeggen, het stilzwijgen liefheeft, opent voor mij zijne
+poorten. De grootste rust vangt aan op zijn drempel, en wie zal zeggen
+waar zij ophoudt? De blik van onzen geest reikt niet ver genoeg om de
+grens te zien, waar zij aan het eind der eeuwigheid, die immers zonder
+einde is, door iets anders wordt verdrongen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hierop wenkte de Koningin haar vriendin om haar naar het slaapvertrek te
+vergezellen. Een deur leidde vandaar naar de kamer der kinderen, en een
+onwederstaanbare behoefte drong haar die te openen, en in de leege,
+donkere ruimte naar binnen te zien.</p>
+
+<p>Een koude huivering ging haar daarbij door de leden. Zij nam eene der
+kamervrouwen die haar volgden, den kandelaar uit de hand, en trad
+daarmee naar de legerstede van den kleinen Alexander. Deze was leeg en
+verlaten, evenals de andere. Toen zonk haar opgeheven hoofd op de borst;
+de moedige kalmte, die uit den terugblik op haar vervlogen leven was
+ontstaan, kon niet langer duren, en zooals de helderste lichttinten aan
+den hemel, bij den schitterenden gloed van den avond, eensklaps plaats
+moeten maken voor den nacht, zoo kwam er in de ziel van <span class="pagenum" title="316">&nbsp;</span><a id="p_316"></a>Cleopatra, na
+de hooge geestvervoering der laatste uren, een plotselinge omkeer. Door
+een diepe, pijnlijke neerslachtigheid aangegrepen, wierp zij zich voor
+het bed der tweelingen neder. Daar bleef zij lang, stil weenend liggen,
+totdat Charmion haar, bij het aanbreken van den dag, vermaande ter rust
+te gaan. Toen richtte Cleopatra zich langzaam op, wischte hare tranen
+af, en zeide: »Zooeven scheen het leven, dat achter mij ligt, mij een
+prachtige tuin toe. Maar ach, hoeveel slangen strekten hunne platte
+koppen met de glinsterende oogen en de gespleten tong naar mij uit! Wie
+heeft de bloemen ter zijde geschoven, waaronder zij verborgen lagen?
+Ik geloof Charmion, dat het de geheimzinnige macht was, die immers hier
+bij de kinderen zich tegenover de kleinste zoo goed als de grootste
+gemoedsbeweging zoo krachtig doet gevoelen,&mdash;het was&mdash;wanneer heb ik
+dat huiveringwekkende woord toch voor het laatst gehoord?&mdash;het was het
+geweten. Hier, in dit verblijf van onschuld en reinheid, valt alles wat
+op een vlek gelijkt, sterk in het oog.&mdash;Hier.... o Charmion, waren de
+kinderen maar hier!&mdash;Mocht ik maar...</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr180" title="Niet in Bron.">»</ins>Doch neen, neen! Het is goed, het is zeer goed dat zij weg zijn! Ik
+moet sterk blijven, en hun lieftalligheid zou mijn kracht breken. Maar
+het wordt steeds lichter. Kleed mij voor den dag. Ik zou eerder kunnen
+slapen in een instortend huis, dan met zulk een oproerig hart.&rdquo;</p>
+
+<p>Men deed haar de donkere kleederen aan, die zij had uitgekozen, en
+terwijl zij daarmede bezig waren, klonk in de koninklijke haven daar
+beneden luid en vele malen herhaald het geluid der trompet en der andere
+signalen, tot het bijeenroepen van de vloot en het leger, waarvan in den
+nacht reeds een deel naar de heuvels aan de zee was gebracht.</p>
+
+<p>Dat klonk krijgshaftig en stout. De goed uitgeruste schepen in de haven
+boden een prachtig schouwspel aan. Hoe dikwijls had Cleopatra niet reeds
+gezien dat er iets onverwachts gebeurde, en het schijnbaar onmogelijke
+mogelijk werd. De overwinning van Octavianus bij Actium, was die ook
+niet een wonder geweest? Wanneer het lot nu eens, als een grillig
+heerscher, tegenspoed in voorspoed veranderde? Wanneer Antonius zich
+heden weder eens een held betoonde, zooals gisteren, en een veldheer
+zooals zoo menigmaal in vroeger dagen?</p>
+
+<p>Zij had geweigerd hem nog eens te zien vóór het begin van den slag,
+om hem niet af te leiden van de groote taak, die hij te vervullen had.
+Doch toen zij hem op zijn vurigen Barbarijschen hengst in blinkende
+wapenrusting, den oorlogsgod zelf gelijk, langs zijn troepen zag
+rijden, en hen dien gullen, opgewekten groet zag toewuiven, waarvan
+de warme vriendelijkheid zoo regelrecht uit zijn hart kwam, en die de
+krijgslieden zoo dikwijls <span class="pagenum" title="317">&nbsp;</span><a id="p_317"></a>tot vurige geestdrift had ontvonkt, toen
+moest zij zich geweld aandoen om hem niet tot zich te roepen, en hem te
+zeggen dat hare gedachten met hem medegingen.</p>
+
+<p>Zij deed dit echter niet, en zoodra zijn purperen mantel uit het gezicht
+verdwenen was, liet zij haar hoofd weder zinken.</p>
+
+<p>Hoe geheel anders hadden vroeger de toejuichingen der soldaten
+geklonken, wanneer hij zich aan hen had vertoond! Die koele
+beantwoording van zijn blijmoedigen, welgemeenden groet, was geen
+voorteeken van overwinning.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN20" href="#FNa20" class="label"><sup>20</sup>)</a> Bij de gastmalen der Aegyptenaars werd een kleine figuur,
+in de gedaante van een mummie rondgegeven, die de gasten er aan moest
+herinneren, dat zij weldra zouden zijn als deze, en geen tijd meer
+zouden hebben zich te verheugen in het leven en zijne genietingen. De
+Romeinen volgden dit na, door de Larva, een klein beeldje, gewoonlijk in
+den vorm van een geraamte, bij den maaltijd onder de feestvierenden te
+laten rond gaan. Het schoonheidsgevoel der Grieken maakte uit dit
+leelijke schrikbeeld een gevleugelden genius.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="318">&nbsp;</span><a id="p_318"></a></p>
+
+<h2><a id="TWEE_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK"></a>TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Ook Dion was getuige van het uittrekken der troepen. Gorgias, dien hij
+onder de epheben had gevonden, vergezelde hem, en evenals de Koningin,
+zagen ook zij een slecht voorteeken voor den afloop van den slag in de
+gedwongen wijze, waarop het leger den bevelhebber begroette.</p>
+
+<p>De bouwmeester had Dion aan de jongelingen voorgesteld als de genius van
+een gestorvene, die zoodra men hem vroeg van waar hij kwam of waarheen
+hij ging, genoodzaakt zou zijn in de gedaante van een vlieg op de vlucht
+te gaan. Hij had dit gerust durven wagen, daar hij de epheben kende en
+wist dat onder hen geen verrader school.</p>
+
+<p>Zij hadden Dion welkom geheeten als een geliefden, uit den dood verrezen
+broeder, het voormalig hoofd der vereeniging, en hijzelf had er groot
+genot in gevonden na zooveel tijd weder eens als redenaar op te treden,
+en in een zaak waarover beraadslaagd werd, uitspraak te doen. Het is
+waar, hij had slechts weinig tegenspraak uitgelokt, want het besluit om
+zich te onthouden van den strijd tegen de Romeinen, had de Koningin
+zelve, bij monde van Antyllus, de epheben op het hart gedrukt. Deze
+laatste had intusschen de vergadering reeds verlaten, vóór Dion daar was
+verschenen.</p>
+
+<p>Het had Cleopatra een misdaad toegeschenen het bloed der edelste zonen
+van de stad te doen vloeien voor een zaak, die zij zelve reeds verloren
+waande. Zij kende de moeders en vaders van velen onder hen en zij
+vreesde dat Octavianus hen, die niet tot het leger behoorden, zwaar zou
+straffen wanneer zij, met de wapenen in de hand, in zijne macht vielen.</p>
+
+<p>De sterren begonnen reeds weder te verdwijnen, toen de epheben hun
+vriend op zijn weg huiswaarts hun geleide gaven. Onderweg hieven zij
+samen in beurtgezang de koren der Hymenaeën aan, die zij op zijn
+bruiloftsdag verhinderd waren geweest <span class="pagenum" title="319">&nbsp;</span><a id="p_319"></a>te zingen. Zij begeleidden die
+liederen met de luit, en deze nachtelijke muziek in de straten der stad
+deed de mythe ontstaan dat de god Dionysos, aan wien Marcus Antonius
+zich altijd bijzonder verwant had gevoeld, en in wiens gedaante hij zich
+zoo dikwijls aan het volk had vertoond, hem op dat uur onder gezang en
+muziek had verlaten.</p>
+
+<p>Vóór den Isistempel namen de jongelingen afscheid van hem. Alleen
+Gorgias hield hem nog gezelschap. Hij bracht hem naar het naburige
+grafteeken der Koningin, waaraan bij fakkellicht ijverig werd gearbeid.
+Er stond nog altijd een lichte stellaadje omheen, doch de hooge
+benedenbouw met de eigenlijke groeve was reeds voltooid, en Dion
+bewonderde de kunst, waarmede het uitwendige van dit gebouw aan de
+bestemming van het inwendige beantwoordde. De muren bestonden uit groote
+vierkante steenen van donkergrijs graniet. Ernstig, bijna schrikwekkend,
+verhief zich de breede, licht hellende voorzijde met de verbazend
+hooge poort, waarboven zich een kroonlijst bevond met de gevleugelde
+zonneschijf. Daarnaast stonden in overwelfde nissen de donkere bronzen
+beelden van Antonius en Cleopatra, en boven de kroonlijst verhieven zich
+de metalen zinnebeelden van de liefde en van den dood, den roem en het
+stilzwijgen, en veredelden de Aegyptische vormen door schoone werken van
+Helleensche kunst.</p>
+
+<p>De massieve poort van gegoten brons, die versierd was met
+reliëf-figuren, zou een stormram hebben kunnen weerstaan. Naast de
+trappen, die daarheen voerden, lagen sphynxen van donkergroen dioriet.
+Alles aan dit gebouw, dat geheel aan den dood was gewijd, was grootsch
+en ernstig, en sprak door zijne onverwoestbaarheid van de eeuwigheid.</p>
+
+<p>Van de bovenverdieping was nog geen enkel gedeelte gereed. Metselaars
+en steenhouwers arbeidden aan de bedekking der dikke muren met donkeren
+serpentijnsteen en zwart marmer. Het groote windas stond gereed om een
+meesterstuk van Alexandrijnsche plastiek naar boven te hijschen. Het was
+voor den gevel bestemd en stelde de overwinnende Venus voor, met helm,
+schild en lans, zooals zij, als aanvoerster van een schaar gevleugelde
+liefdegoden, aan wier hoofd Eros zelf pijlen afschoot, zegevierend
+streed met den dood, den driekoppigen Cerberus, die reeds uit vele
+wonden bloedde.</p>
+
+<p>Het ontbrak aan tijd om ook het inwendige van het monument te
+bezichtigen, want Pyrrhus verwachtte zijn beschermeling tegen zonsopgang
+aan de haven, en in het Oosten begon het reeds te dagen.</p>
+
+<p>Toen de vrienden de landingsplaats naderden, fonkelde de boven alles
+uitstekende metalen koepel van het Serapeum in <span class="pagenum" title="320">&nbsp;</span><a id="p_320"></a>verblindenden glans. De
+vlaggen en masten der tot vertrek gereed liggende vloot schenen zich in
+een zee van gouden licht te baden. In de blinkende, licht gerimpelde
+oppervlakte der zee weerspiegelden trillend de bronzen en vergulde
+figuren aan den voorsteven der schepen, en de lange schaduwen der
+roeiriemen, die zich in rijen uitstrekten van schip tot schip, vormden
+als het ware een netwerk van donker gestreepte mazen.</p>
+
+<p>Hier zeiden de vrienden elkander vaarwel, en Dion ging alleen verder
+langs de kade, om den vrijgelatene op te zoeken, die ditmaal zwaar werk
+zou hebben om met zijn bark tusschen dit gewemel van vaartuigen door,
+een uitweg te vinden. De bezichtiging van het mausoleum had den jongen
+vader te lang opgehouden, en ofschoon hij wist dat hij onherkenbaar was,
+verweet hij zich toch zich onvoorzichtig te hebben blootgesteld aan een
+gevaar, waarvan de gevolgen&mdash;dat voelde hij heden voor het eerst&mdash;niet
+alleen hemzelven noodlottig konden worden.</p>
+
+<p>De verzamelde oorlogsvloot wachtte nu op het sein tot vertrek.
+Alle vaartuigen, die er niet toe behoorden, hadden zich bij den
+Poseidontempel moeten vereenigen, en het was aan ieder afzonderlijk ten
+strengste verboden, de reede te verlaten.</p>
+
+<p>De schuit van Pyrrhus lag daar midden tusschen, en dus viel er vooreerst
+niet te denken aan terugkeer naar het Slangeneiland. Hoezeer deed hem
+dat leed! Barine wist immers niets van zijn tocht naar de stad, en dat
+hij haar nu alleen moest laten, terwijl zoo dicht onder haar oogen een
+zeeslag zou worden geleverd, verontrustte hem zelven evenzeer als het
+dit haar moest doen.</p>
+
+<p>Werkelijk wachtte de jonge moeder van den vroegen morgen af, met
+toenemenden angst op haar echtgenoot. De zon steeg hooger, en aan alle
+zijden van het eiland hoorde zij de riemslagen, die tweehonderd schepen
+voortbewogen, den schrillen toon der fluiten die hen de maat aangaf, de
+met luider stem gegeven kommando's der kapiteins, en de schetterende
+trompetsignalen, die van verre en nabij door de lucht weerklonken. Onder
+dit alles werd zij door zulk een onrust bevangen, dat zij met alle
+geweld naar den oever wilde gaan, terwijl men haar tot dusver nog enkel
+had veroorloofd wat frissche lucht te scheppen onder een zeil, dat tot
+dit doel aan den schaduwkant van het huis was uitgespannen. Te vergeefs
+vermaanden haar de vrouwen toch niet toe te geven aan haar angst, en
+geduld te hebben. Doch zij zou nog krachtiger tegenstand getrotseerd
+hebben, om uit te zien naar haar geliefden gade, die nu, met haar kind,
+haar geheele wereld uitmaakte.</p>
+
+<p>Toen zij aan Helena's arm aan den oever kwam, was er geen boot te zien.
+Het zeevlak dat vóór haar lag, was enkel bedekt <span class="pagenum" title="321">&nbsp;</span><a id="p_321"></a>met oorlogsschepen,
+drijvende vestingen, die zich als duizendpootige draken voortbewogen.
+De pooten waren de tallooze roeiriemen, in drie of vijf rijen geschikt.
+Elk der grootere schepen was door kleinere omringd, en uit de meeste
+schoten verblindende bliksemstralen omhoog, want zij waren overvol met
+gewapenden, en aan de voorstevens der sterke entervaartuigen werden de
+zonnestralen weerkaatst in de groote, glimmende metalen punten, waarmede
+in het houten lichaam van den tegenstander moest worden geboord. De
+gouden beelden aan de voorplecht der groote schepen, glinsterden en
+blonken in het heldere licht der zon, en ook op de lage heuvels op het
+land was het alsof men vlammen zag. Dáár stond het leger van Marcus
+Antonius, en de helmen, pantsers en lanspunten van het voetvolk, en
+de wapenrustingen der ruiterij flikkerden in de zon, en wierpen met
+verblindenden gloed bliksemschichten door de heete lucht van den eersten
+Augustusdag in Aegypte.</p>
+
+<p>Onder al dit lichten en vlammen en stralen in de van glans en
+helderheid verzadigde ochtendlucht, mengde zich uit leger en vloot
+een voortdurend en toenemend oorlogsrumoer.&mdash;Juist had de uitgeputte
+vrouw zich laten neervallen op een zetel, dien de visschersdochter Dione
+voor haar had neergezet, in de schaduw van de hoogste rotspunt aan den
+noordwestelijken oever van het vlakke eiland, toen plotseling van alle
+schepen der <ins class="corr" id="corr181" title="Bron: Aepytische">Aegyptische</ins> vloot te samen een luid en ver-doordringend
+trompetsignaal weerklonk, en de geheele menigte vaartuigen door de haven
+opening aan den pharus koers zette naar de open zee.</p>
+
+<p>Op eens gingen de smalle leden van het houten reuzenlegioen uiteen en
+roeiden in minder breede rijen verder. Dat geschiedde zeer kalm, en in
+dezelfde onberispelijke orde, als eenige dagen geleden, toen zij onder
+de oogen van Marcus Antonius een dergelijke beweging hadden uitgevoerd.</p>
+
+<p>Het scheen dat de lust tot strijden hen onophoudelijk voorwaarts dreef.
+Onbewegelijk bleef de vijandelijke vloot hen afwachten. Maar nauwelijks
+hadden de Aegyptische aanvallers zich eenige scheepslengten in de
+richting van den Romeinschen tegenstander bewogen, of een nieuw signaal
+daverde door de lucht. De vrouwen die het hoorden, verzekerden in later
+dagen dat het geklonken had als een jammerkreet, en het had dan ook het
+teeken gegeven tot een verraad zonder wederga. De slaven, boosdoeners
+en ellendigste huurlingen op de roeibanken in het ruim van het schip,
+hadden er reeds lang met gespannen verwachting naar geluisterd, en toen
+het eindelijk kwam, hieven de mannen op de bovenste banken hunne lange
+roeiriemen op, en hielden die in de hoogte; die van de onderste rijen
+staakten <span class="pagenum" title="322">&nbsp;</span><a id="p_322"></a>hun werk, en alle schepen lagen stil. Het was alsof het ééne
+vaartuig met zijn houten, ver voor zich uitgestrekte riemenvingers, vol
+afschuw op het andere wees. Een eerlijk scheepsbevelhebber zou met de
+snelheid en onberispelijke orde, waarmede het opheffen der riemen was
+geschied, en vaartuig naast vaartuig tot stilstand was gebracht, eer
+hebben ingelegd; doch nu leidde het tot een der nietswaardigste,
+schandelijke daden waarvan de geschiedenis verhaalt. De vrouwen die
+reeds menig spiegelgevecht op zee hadden bijgewoond en de beteekenis er
+van begrepen, riepen allen als uit éénen mond: »Verraad! Zij geven zich
+aan den vijand over!&rdquo;</p>
+
+<p>De vloot van Marcus Antonius, door Cleopatra voor hem in het leven
+geroepen, was tot op de laatste bark overgegaan tot den erfgenaam van
+Cæsar, den overwinnaar van Actium. Hij, wien zij trouw gezworen had,
+die hare oefeningen had geleid, en hen nog den vorigen dag tot moedig
+standhouden had aangespoord, zag het van een duinheuvel aan den oever
+aan, hoe het sterke wapen, waarop hij al zijn hoop gevestigd had, niet
+brak, maar zichzelf in de handen der vijanden gaf.</p>
+
+<p>Hij wist dat de overgave van de vloot aan den vijand het zegel zette
+op zijn ondergang, en de vrouwen op de kust van het Slangeneiland, die
+op zulk een afstand stonden van den grooten man, wien dit ongeluk het
+zwaarste trof, vermoedden hetzelfde. Beiden waren er tot in de ziel van
+geroerd, en hare oogen werden vochtig van verontwaardiging en smart. Zij
+waren Alexandrijnsche vrouwen, en wilden geen Romeinsche worden.</p>
+
+<p>Aan Cleopatra alleen, de dochter uit het hun verwante Macedonische huis
+der <ins class="corr" id="corr182" title="Bron: Ptotemaeërs">Ptolemaeërs</ins>, kwam de heerschappij toe over hare vaderstad, die
+gesticht was door den grooten Macedoniër. Al het leed dat de Koningin
+haar had aangedaan, werd thans in hare schatting geheel onbeduidend bij
+den ontzettenden slag van het noodlot, die in dit uur haarzelve trof.</p>
+
+<p>De vereenigde Romeinsche en Aegyptische vloot keerde als een groot,
+denzelfden bevelhebber gehoorzamend eskader terug in de haven en op de
+reede der stad, die nu als een kostbare buit haar toebehoorde.</p>
+
+<p>Barine had genoeg gezien, en ging met gebogen hoofd naar huis terug.
+Haar hart was vol, en de angst voor haar geliefden man wies van uur tot
+uur.</p>
+
+<p>Het was alsof het gesternte des daags schroomde zulk een snoode daad met
+zijn vriendelijk licht te beschijnen, want de verblindende en stekende
+zon van den eersten Augustus omsluierde haar stralend aangezicht met een
+witgrijzen nevel, en de ontwijde zee fronste het voorhoofd, verwisselde
+haar zuiver <span class="pagenum" title="323">&nbsp;</span><a id="p_323"></a>blauw met geelachtig grijs en zwartgroen, en een wit schuim
+kookte op de koppen der verbolgen golven.</p>
+
+<p>Toen het begon te schemeren werd de ongerustheid der verlaten vrouw
+haar bijna te veel. Niet alleen de kalmeerende woorden van Helena, maar
+zelfs het gezicht van haar kind miste thans zijne uitwerking, en reeds
+had Barine den tehuis gebleven zoon van Pyrrhus geroepen, om hem te
+overreden haar met zijn boot naar de stad te varen, toen Dione een
+schuit ontdekte, die van de zeezijde het Slangeneiland naderde.</p>
+
+<p>Een oogenblik later sprong Dion aan land, en kuste zijn jonge vrouw het
+verwijt, waarmede zij hem ontving, spoedig van de lippen. Hij had reeds
+gehoord van het verraad der vloot, terwijl hij met den vrijgelatene in
+de haven van Eunostus in een huurboot was gestapt, daar die van Pyrrhus,
+evenals de andere vaartuigen, bij den tempel van Poseidon vastgehouden
+werd.</p>
+
+<p>De ervaren loods had zijn bark met een wijden boog tegen den wind in,
+door de open zee moeten sturen, en was onderweg lang opgehouden, daar
+hij midden tusschen een deel der oorlogsvloot was geraakt.</p>
+
+<p>Nu het gevaar en de scheiding voorbij waren, gevoelden zij zich wel
+innig gelukkig in het besef dat zij elkander terug hadden gekregen, maar
+toch kon het niet tot de rechte blijdschap komen. Het lot der Koningin
+en van hunne vaderstad, drukte al te zwaar op hunne ziel. Bij het
+invallen van den nacht sloegen de honden luid aan, en men hoorde leven
+aan het strand. Met het vaste voorgevoel dat hem en de zijnen een onheil
+dreigde, volgde Dion die roepstem en ging er heen.</p>
+
+<p>De nacht werd door geen enkele ster verlicht. Alleen het zwervend licht
+van een lantaarn, en een ander op het naastbijgelegen eiland,
+verhelderden een weinig de duisternis rondom, doch in het Zuiden
+brandden de lichten in de stad zoo helder als ooit.</p>
+
+<p>Pyrrhus was juist bezig met zijn jongsten zoon een boot in zee te
+sleepen. Zij moesten een andere die in het zand van een ondiepte bij het
+naburige eiland was vastgeraakt, daaruit gaan losmaken.</p>
+
+<p>Dion sprong met hen mede in de schuit, en nu herkende hij spoedig in de
+stem die hem geroepen had, die van den bouwmeester Gorgias.</p>
+
+<p>De blijde begroeting van den jongen vader klonk den vriend te gemoet,
+doch deze beantwoordde die niet.</p>
+
+<p>Kort daarna bracht Pyrrhus zijn laten gast aan wal. Hij was, zooals
+de visscher hem deed inzien, voor de tweede maal aan een groot gevaar
+ontkomen; want indien hij aan het andere eiland had aangelegd, waar het
+wemelde van vergiftige slangen, <span class="pagenum" title="324">&nbsp;</span><a id="p_324"></a>dan ware hij licht het slachtoffer
+geworden van den beet van een dezer dieren.</p>
+
+<p>Gorgias greep met de oude hartelijkheid de hand van zijn vriend, doch
+toen Dion hem drong aanstonds met hem in huis te gaan, weigerde hij dit
+en verzocht hem eerst aan te hooren, eer hij zich naar de vrouwen begaf.</p>
+
+<p>Dion schrikte, want hij kende zijn vriend. Als zijn diepe stem zoo
+bedroefd klonk, en daarbij zijn hoofd zoo gebogen was onder het leed,
+dan was er zeker iets vreeselijks voorgevallen. En hij had goed gezien;
+de eerste mededeeling daarvan schokte ook hem zelven hevig.</p>
+
+<p>Dat de Romeinen te <ins class="corr" id="corr183" title="Bron: Alexanderië">Alexandrië</ins> als heerschers te werk gingen, verbaasde
+hem niet, doch een kleine schaar der overwinnaars, die overigens in
+last hadden zich te gedragen als in een land van vrienden, was
+binnengedrongen in het groote huis van Gorgias om zich daar in te
+kwartieren. De doove grootmoeder van Helena en Barine, die alles wat er
+gebeurd was, maar half had begrepen, was door den schrik bij het woeste
+binnendringen der krijgslieden, door een beroerte getroffen, en had, nog
+vóór hij naar het eiland vertrok, de oogen gesloten.</p>
+
+<p>Maar deze droeve tijding, die de beide zusters op het eiland diep trof,
+was het niet alleen, wat den bouwmeester zoo laat en in een vreemde boot
+naar het Slangeneiland had gevoerd. Zijn ziel, die door de ontzettende
+<ins class="corr" id="corr184" title="Bron: gebeurtenisen">gebeurtenissen</ins> van dezen dag al te zeer overspannen
+was, gevoelde behoefte aan rust te zoeken in den kring van hen, door wie
+hij zeker was te worden begrepen.</p>
+
+<p>Meer dan door al het vreeselijke dat hij had moeten mede doorleven, was
+hij echter tot dezen onvoorzichtigen tocht over zee gedreven geworden
+door den wensch om de bannelingen de verblijdende boodschap te brengen,
+dat zij zonder gevaar in hunne vaderstad konden terugkeeren.</p>
+
+<p>Met hevige ontroering, ja zelfs verbijsterd en overstelpt door alles wat
+hij had beleefd en gezien, begon de anders zoo heldere, en bij al zijn
+levendigheid bezadigde man zijn verhaal. Een waarschuwend woord van Dion
+noopte hem echter eerst nog te wachten totdat hij kalmer zou zijn, om
+daarna al hetgeen er gebeurd was naar tijdsorde te beschrijven.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="325">&nbsp;</span><a id="p_325"></a></p>
+
+<h2><a id="DRIE-EN-TWINTIGSTE_HOOFDSTUK"></a>DRIE-EN-TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Nadat de bouwmeester Dion naar de haven had geleid, had hij zich naar
+het Forum begeven om daar met verschillende mannen te spreken en te
+hooren wat men voor de toekomst der stad vreesde en verwachtte.</p>
+
+<p>Dáár kwamen ook altijd het eerst de tijdingen aan: hij vond er een groot
+aantal Macedonische burgers, die evenals hij, in dit beslissend uur naar
+zekerheid verlangden.</p>
+
+<p>Het was er druk en woelig, want de meest verschillende berichten van het
+leger en de schepen volgden elkander op. Eerst waren zij gunstig, maar
+spoedig daarop hoorde men van het verraad der vloot, en het overloopen
+van voetvolk en ruiterij.</p>
+
+<p>Een aanzienlijk inwoner der stad had Marcus Antonius, van eenige
+vrienden vergezeld, te paard langs de kade zien draven. Het was gebleken
+dat zij op weg waren naar het kleine paleis op den Choma. Ernstige
+mannen, wier meening slechts weinig tegenspraak vond, waren van gevoelen
+dat de imperator verplicht was zich daar, even als Brutus en zoovele
+andere edele Romeinen, met eigen hand te dooden, nu het noodlot zich
+tegen hem had verklaard, en hem niets meer te wachten stond dan een
+leven door schande bevlekt. Spoedig kwam dan ook de tijding dat hij
+getracht had te volbrengen, wat de edelste burgers van hem hadden
+verwacht.</p>
+
+<p>Toen had Gorgias het op het Forum niet langer uitgehouden. Hij was naar
+den Choma gesneld, hoeveel moeite het ook kostte tot aan den muur te
+komen, waarin reeds een bres was gemaakt. Hij had dat gedeelte van den
+oever waar de landtong begon, door een dichte menigte bezet gevonden.
+Ook had er een aantal booten omheen gelegen, en zoodoende had hij
+vernomen dat Antonius zich niet meer in het paleis bevond.</p>
+
+<p>Juist op dat oogenblik werd een zorgvuldig bedekt lijk uit het kleine
+slot over den Koningsweg gedragen, en onder de <span class="pagenum" title="326">&nbsp;</span><a id="p_326"></a>menigte die daarachter
+ging, herkende Gorgias een slaaf van Antonius, dien hij vroeger wel had
+gezien. De oogen van dezen man zagen rood van het weenen. Hij kwam
+gewillig naar den bouwmeester toe, toen deze hem wenkte, en vertelde hem
+al snikkend, dat de beklagenswaardige veldheer, nadat al zijne troepen
+afvallig geworden waren, hierheen was gevlucht. Toen hij daarop in het
+paleis had gehoord dat Cleopatra hem was voorgegaan in den dood, had hij
+zijn lijfslaaf Eros bevolen ook aan zijn leven een einde te maken.
+Daarop was die wakkere man achteruitgetreden en had met afgewend gelaat
+zichzelf met het staal doorboord. Voor de voeten van zijn meester was
+hij stervend ineengezonken; waarop Antonius had uitgeroepen, dat hij
+door zijn voorbeeld geleerd had wat nu ook hem te doen stond, en op
+hetzelfde oogenblik had hij zijn kort zwaard in eigen borst gestoken. De
+verbazende levenskracht van dezen reus was echter door die ééne wond,
+hoe diep en zwaar zij ook was, nog niet vernietigd. Toen had hij op de
+aandoenlijkste wijze de omstanders gebeden en gesmeekt aan zijn leven
+een eind te maken, doch niemand had zulk een daad van zich kunnen
+verkrijgen. Onderwijl had onophoudelijk van des imperators lippen de
+naam Cleopatra geklonken, en daarbij de wensch om haar te mogen volgen.</p>
+
+<p>Eindelijk was Diomedes, de geheimschrijver der Koningin verschenen, om
+hem op haar bevel naar het grafmonument te laten brengen, waarheen zij
+zelve de wijk genomen had.</p>
+
+<p>Antonius had daarin met nieuw opgewekte levenslust toegestemd, en
+terwijl men hem wegdroeg, had hij nog last gegeven om voor een
+waardige begrafenis van Eros te zorgen. Zelfs stervende was het dezen
+grootmoedigste van alle gebieders nog onmogelijk geweest, het goede dat
+men hem bewezen had onbeloond te laten.</p>
+
+<p>Toen hij zoover met zijn verhaal gekomen was, barstte de slaaf opnieuw
+in tranen uit, doch Gorgias was onmiddellijk naar het grafteeken
+gesneld.</p>
+
+<p>De naaste weg daarheen, de Koningsweg, was in dien tusschentijd zoo vol
+geworden door de menigte, die tusschen het Dionysostheater en den
+Muzenhoek door Romeinsche soldaten terug gedrongen was, dat hij zich
+genoodzaakt had gezien door zijstraten het gebouw te bereiken.</p>
+
+<p>De kade was reeds niet meer te herkennen, en ook in de andere straten
+had de bevolking een vreemdsoortig aanzien gehad, want in plaats van
+vreedzame burgers, kwam men overal Romeinsche soldaten in volle
+wapenrusting tegen. Voor de Grieksche, <ins class="corr" id="corr185" title="Bron: Aagyptische">Aegyptische</ins> en Syrische
+aangezichten waren blanke en bruine van vreemd uiterlijk in de plaats
+gekomen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="327">&nbsp;</span><a id="p_327"></a></p>
+
+<p>De stad zelve scheen in een legerkamp veranderd te zijn. Hier had
+Gorgias een cohorte van blondgelokte Germanen, daar een met roode haren
+ontmoet, wier vaderland hij niet kende, en nog verder een detachement
+Numidische of Pannonische ruiters. Bij het heiligdom der Dioscuren,<a id="FNa21" href="#FN21" class="fnanchor"><sup>21</sup>)</a>
+had men hem aangehouden. Dáár had zooeven een klein aantal Hispaniërs
+Antonius' zoon Antyllus gegrepen, en na een kortstondig krijgsgericht
+terechtgesteld. Zijn gouverneur Theodotus had hem aan de krijgslieden
+verraden, doch deze nietswaardige booswicht werd geboeid achter het lijk
+van den jongeling medegevoerd, daar men hem op de daad had betrapt,
+terwijl hij een kostbaren edelsteen, dien hij hem van den hals had
+genomen, in zijn eigen gordel verborg. Vóór hij naar het eiland ging,
+was den verhaler ter oore gekomen dat men den ellendeling tot den dood
+aan het kruis had veroordeeld.</p>
+
+<p>Eindelijk was het Gorgias gelukt het grafmonument te bereiken. Hij had
+het aan alle zijden afgezet gevonden door Romeinsche lictoren en Scythen
+uit de stad, maar hij, de bouwmeester, werd natuurlijk doorgelaten.</p>
+
+<p>Het was hem door al de hindernissen, die hij op zijn weg had ontmoet,
+bespaard, om de vreeselijkste tooneelen van het treurspel, dat hier
+zooeven afgespeeld was, met eigen oogen te aanschouwen, doch zij werden
+hem in alle bijzonderheden beschreven door den geheimschrijver der
+Koningin, die den gewonden Antonius had begeleid. Hij was een welmeenend
+Macedoniër, die onder het bouwen met Gorgias in vriendschappelijke
+betrekking was geraakt.</p>
+
+<p>Cleopatra was naar het grafteeken gevlucht, zoodra de oorlogskans zich
+voor Octavianus had verklaard. Alleen Charmion en Iras hadden haar
+daarheen mogen vergezellen, en deze twee hadden haar geholpen de zware
+metalen deur van het kolossale gebouw te sluiten. Het valsche gerucht
+van haar dood, dat Antonius er toe gebracht had om ook aan zijn leven
+een eind te maken, was misschien daaraan toe te schrijven, dat de
+Koningin zich feitelijk in haar graf bevond. Toen hij in de armen van
+zijn trouwe dienaren doodelijk gewond bij het mausoleum was aangekomen,
+hadden de vrouwen te vergeefs beproefd, de zware deur weder te openen.
+Maar Cleopatra reikhalsde er naar, haar stervenden vriend nog eenmaal te
+zien. Zij moest hem in hare nabijheid hebben, om hem de laatste diensten
+te bewijzen, hem nog eens van hare liefde te verzekeren, hem de oogen
+toe te drukken, en als het mocht, met hem te sterven.</p>
+
+<p>Zij had dus met haar beide kamervrouwen rondgezien naar <span class="pagenum" title="328">&nbsp;</span><a id="p_328"></a>een hulpmiddel,
+en daarbij was het Iras ingevallen dat er op den steiger een windas
+stond, om de zware metalen plaat met het reliëf-beeld van de liefde, die
+den dood overwint, naar de eerste verdieping te hijschen. De Koningin
+was daarop dadelijk met hare vriendinnen de trap opgesneld; de dragers
+hadden beneden den gewonde aan de touwen bevestigd, en Cleopatra was
+zelve aan het werktuig gaan staan om hem, met behulp harer gezellinnen,
+tot zich op te trekken.</p>
+
+<p>Diomedes had beweerd dat hij nooit een deerniswaardiger gezicht had
+gezien, dan dat van den reusachtigen man, terwijl hij tusschen hemel en
+aarde zweefde, en worstelend met den dood, onder wreede pijnen de handen
+in smachtend verlangen uitstrekte naar zijne geliefde. Zijn stem had
+hem daarbij bijna begeven, en toch riep hij nog met teederheid haar
+naam, doch zij bleef hem het antwoord schuldig, daar zij met dezelfde
+hartstochtelijke inspanning als Iras en Charmion, op dat oogenblik al
+hare zwakke krachten wijdde aan het ophijschen door middel van het
+windas. Het over een katrol loopend touw had haar daarbij in de fijne
+handen gesneden, haar schoon gelaat was akelig vertrokken geweest,
+maar zij had het niet opgegeven, eer zij en haar helpsters werkelijk
+den zwaren last van den stervenden man al hooger en hooger hadden
+gebracht, eindelijk zelfs tot aan de planken van den steiger. Maar die
+bovenmenschelijke krachtinspanning, waardoor het aan de drie vrouwen
+was gelukt een werk te volbrengen, dat veel te zwaar was voor haar
+kracht, al was die ook verdubbeld door de macht van haar ernstigen wil
+en vurig verlangen, zou toch niet tot het doel hebben geleid, indien
+niet Diomedes op het laatste oogenblik nog te hulp ware gekomen. Hij was
+sterk, en met zijn bijstand konden zij den stervende grijpen, hem op den
+steiger trekken, en langs de reeds voltooide trap naar het graf in de
+benedenruimte dragen. Toen zij den gewonde daar hadden neergelegd op
+een der rustbanken, waarvan de groote zaal reeds was voorzien, was de
+geheimschrijver weder weggegaan. Doch op de trap was hij blijven staan
+om de rol van onopgemerkt toeschouwer te spelen, en spoedig bij de hand
+te zijn, voor het geval dat de Koningin nog eens zijn hulp zou behoeven.</p>
+
+<p>Nog gloeiend van de ontzettende inspanning van zooeven, met verwarde
+loshangende haren, kermend en steunend, had Cleopatra als buiten zich
+zelve haar kleed gescheurd, zich op de borst geslagen en die met hare
+nagels opengereten.</p>
+
+<p>Toen had zij haar eigen schoon gelaat op de wond van haar geliefde
+gedrukt, om het stroomende bloed te stelpen, en daarbij waren weder al
+die zoete, liefkoozende namen over hare <span class="pagenum" title="329">&nbsp;</span><a id="p_329"></a>lippen gekomen, die zij den nu
+stervenden man in den lentetijd hunner liefde toegeroepen had.</p>
+
+<p>Zijn verschrikkelijk lijden maakte dat zij haar eigen droevig lot
+vergat. Tranen van medelijden vielen als een verkwikkende zomerregen op
+de nog onverwelkte bloem hunner liefde, en deden die, terwijl zij in
+dien nacht toch reeds weder heerlijk opgeloken was, tot een laatsten
+vollen bloei komen. Even onmatig en onbegrensd als eens de hartstocht
+voor dezen man was geweest, was nu de droefheid, waarmede zijn
+smartelijk scheiden haar vervulde. Gedurende het feestmaal, dat pas
+enkele uren geleden was afgeloopen, was haar weder duidelijk en helder
+voor den geest gekomen wat Marcus Antonius in den glanstijd van haar
+leven voor haar was geweest, wat zij elkander hadden geschonken en wat
+de een van den ander had ontvangen. Thans ging dat alles in enkele
+beelden samengevat nog eens aan haar geestesoog voorbij, doch het was
+alleen om haar nog duidelijker de diepte van ellende van dit uur te doen
+zien. Eindelijk drong de smart ook de schitterendste herinnering naar de
+duisternis terug; zij zag niets meer dan de marteling van den geliefde
+aan hare zijde; haar altijd levendige geest toonde haar enkel nog den
+afgrond aan hare voeten, en het graf, dat niet voor Antonius alleen,
+maar ook voor haar zelve openstond.</p>
+
+<p>Niet in staat om voorbijgegaan geluk te herdenken of nog op toekomstig
+te hopen, verloor zij al hare kalmte, en werd geheel een prooi der
+wanhoop. Geen vrouw uit het volk had zich hartstochtelijker overgegeven
+aan de brandende pijn die haar hart verscheurt, en daaraan een woester,
+onbeteugelder uiting kunnen geven, dan deze groote Koningin, deze vrouw,
+die reeds als kind zoo gevoelig was geweest voor de geringste smart, en
+die in haar later leven waarlijk niet had geleerd het leed te dragen en
+geduld te oefenen.</p>
+
+<p>Nadat Charmion den lijder op zijn wensch een teug wijn had gegeven, vond
+hij de kracht om, in plaats van enkel te jammeren en te klagen, geregeld
+te spreken.</p>
+
+<p>Vol liefde vermaande hij Cleopatra om aan haar eigen redding te denken,
+wanneer die mogelijk was zonder dat hare eer er onder leed, en wees haar
+Proculejus aan als de man, die onder de vrienden van Octavianus het
+meest haar vertrouwen waardig was. Daarop smeekte hij haar hem niet te
+beklagen, maar gelukkig te prijzen, omdat hij de allergrootste gunst van
+het lot had genoten. Het schoonste wat het leven heeft, was hij aan hare
+liefde verschuldigd, doch ook was hij de eerste en machtigste man der
+wereld geweest. Nu stierf hij in de armen der liefde een eervollen dood,
+als een Romein, die voor een Romein bezweek.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="330">&nbsp;</span><a id="p_330"></a></p>
+
+<p>In dit bewustzijn had hij, na een korten strijd, den laatsten snik
+gegeven. Cleopatra had naar zijn laatsten ademtocht geluisterd, hem de
+oogen gesloten, en zich daarna zonder tranen over den geliefden man
+heengebogen. Eindelijk was zij in onmacht gevallen, en met het hoofd op
+zijn koude borst blijven liggen.</p>
+
+<p>De geheimschrijver had bij dat alles toegezien en was daarna met
+vochtige oogen naar de eerste verdieping teruggegaan. Daar had hij
+Gorgias ontmoet, die juist op den steiger was geklommen, en had hem
+medegedeeld wat hij van de trap af, had gehoord en gezien. Doch
+nauwelijks had hij zijn verhaal geëindigd, of bij den Muzenhoek had een
+wagen stil gehouden, waaruit een voornaam Romein was gestapt.</p>
+
+<p>Het was dezelfde Proculejus, dien de stervende Antonius aan zijn
+geliefde, als haar vertrouwen waardig, aanbevolen had.</p>
+
+<p>»Inderdaad,&rdquo; vervolgde Gorgias, »scheen hij door gestalte en gelaat
+tot de edelsten van zijn trotsche natie te behooren. Hij kwam met een
+zending van Octavianus. Men zegt dat hij innig aan den Cæsar is gehecht,
+en daarbij een welmeenend man is. Wij hebben hem ook hooren roemen
+als dichter, en zwager van Mæcenas. Die rijke, voorname heer is een
+grootmoedig beschermer der dichters, en ook kunst en wetenschap stelt
+hij op hoogen prijs. Timagenes heeft hem geroemd om zijne beschaving en
+edele gezindheid. Misschien had de geschiedschrijver gelijk, doch voor
+zoover het den Staat en zijn welzijn betreft, schijnt het in de omgeving
+van Octavianus slecht gesteld te zijn met datgene wat wij hier een vrij
+man waardig achten. De heer, aan wien hij zijne diensten wijdt, heeft
+hem een moeielijke taak opgelegd, en zeker houdt Proculejus het voor
+zijn plicht niets onbeproefd te laten die tot een goed einde te
+brengen;&mdash;en toch.... Als ik goed zie, dan zal de tijd voor hem komen,
+waarop hij den dag van heden verwenscht, en de gehoorzaamheid vloekt,
+waarmede hij, de vrije man, den Cæsar bijstond.... Maar hoor nu verder!</p>
+
+<p>»Trotsch, met opgericht hoofd en in fraaie wapenrusting, klopte hij aan
+de deur van het grafmonument. Cleopatra was tot bewustzijn wedergekeerd
+en vroeg&mdash;daar zij hem zeker uit Rome nog wel moest kennen&mdash;wat hij
+begeerde.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr186" title="Niet in Bron.">»</ins>»Hij kwam,&rdquo; antwoordde hij beleefd, »uit naam van Octavianus, om met
+haar te onderhandelen.&rdquo; De Koningin toonde zich bereid, hem aan te
+hooren, doch weigerde hem in het gebouw binnen te laten.</p>
+
+<p>»Zoo spraken zij dan met elkander door de deur. Zij sprak met edele
+kalmte haar wensch uit, dat de zonen, die zij Antonius geschonken
+had,&mdash;niet Cæsarion&mdash;als Koningen van Aegypte zouden worden erkend.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="331">&nbsp;</span><a id="p_331"></a></p>
+
+<p>»Proculejus beloofde dadelijk volijverig dat hij dit aan den Cæsar zon
+overbrengen, en gaf haar bovendien hoop op de vervulling van dien
+wensch.</p>
+
+<p>»Terwijl zij van de kinderen en hunne rechten sprak&mdash;op hare eigen
+toekomst zinspeelde zij met geen enkel woord&mdash;wenschte haar toehoorder
+iets naders te vernemen omtrent het einde van Antonius, en verhaalde
+haar daarop zelf, hoe het gegaan was met de vernietiging van het leger
+van den afgestorvene, en ook andere dingen van minder beteekenis. De man
+zag er niet uit als een prater, en ik koesterde reeds toen argwaan dat
+hij de Koningin met opzet bezighield. Dat was ook zijn bedoeling, want
+hij had alleen gewacht op Cornelius Gallus, den bevelhebber der vloot,
+van wien gij immers reeds hebt gehoord. Hij is een der aanzienlijkste
+Romeinen, en toch maakte hij zich tot een bondgenoot van Proculejus!</p>
+
+<p>»Deze laatste verwijderde zich, zoodra hij de ongelukkige vrouw met zijn
+vriend bekend had gemaakt. Ik bleef op mijn post en luisterde toe,
+terwijl hij Cleopatra verzekerde van de deelneming van zijn gebieder.
+Hij bracht haar in gezwollen taal over hoe bitter Octavianus Marcus
+Antonius betreurde, als zijn vriend, zwager, mederegent en deelhebber
+aan zoovele gewichtige ondernemingen. Bij de tijding van zijn dood had
+hij heete tranen gestort, en zeker had nooit iemand oprechtere vergoten.</p>
+
+<p>»Het scheen mij toe, dat ook Gallus met opzet het gesprek rekte.</p>
+
+<p>»Op eens, terwijl ik nog al mijn oplettendheid inspande om ook te hooren
+wat Cleopatra, zoo kort mogelijk, antwoordde, kwam mijn opzichter der
+bouwwerken naar mij toe, die, toen de arbeiders door de Romeinen waren
+verdreven, zich tusschen twee blokken graniet verborgen had gehouden.
+Hij deelde mij mede dat Proculejus aan de achterzijde van het monument
+den steiger had beklommen door middel van een ladder. Twee dienaren
+waren hem gevolgd, en zij waren alle drie naar beneden in de zaal
+geslopen.</p>
+
+<p>»Ik vloog op, want ik had op den grond gelegen om met uitgerekten hals
+des te beter te kunnen luisteren.</p>
+
+<p>»Nu moest ik, het kostte wat het wilde, de Koningin waarschuwen, want
+stellig was hier verraad in het spel.</p>
+
+<p>»Maar ik kwam te laat. O, Dion! Indien ik het enkele oogenblikken
+vroeger had gehoord, misschien was er dan iets nog vreeselijkers
+gebeurd;&mdash;doch zij, de Koningin, ware gespaard gebleven voor wat haar
+nu bedreigt.&mdash;Want wat mag zij verwachten van den overwinnaar, die zich
+verlaagt tot snood bedriegen van een edele, weerlooze vrouw, die voor de
+overmacht moet bukken, met het doel om zich levend, alleen maar levend,
+van haar meester te maken.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="332">&nbsp;</span><a id="p_332"></a></p>
+
+<p>»De dood zou de ongelukkige hebben bevrijd van zwaar leed en
+vreeselijke schande! En zij had reeds tegen zichzelve den dolk
+opgeheven. Deze oogen hebben het gezien hoe zij den schoonen arm zwaaide
+met het flikkerende staal, dat bij het schijnsel der kaarsen op de
+veelarmige luchters naast de sarcophaag helder schitterde.... Doch ik
+wil beproeven kalm te blijven! Ik zal het u alles achter elkaar
+verhalen, zooals het zich heeft toegedragen. Bovendien raken mijne
+gedachten verward nu ik mij die schrikkelijke gebeurtenis weder voor den
+geest roep.</p>
+
+<p>»Om het te beschrijven zooals ik het heb gezien, zou ik een dichter
+moeten zijn, een schilder met woorden; want wat daar vóór mijne oogen
+geschiedde in die omgeving<ins class="corr" id="corr187" title="Bron: &nbsp;"></ins>.... Gij weet immers, dat het een graftombe
+was. De muren van donkeren steen; donker waren ook zuilen en zoldering,
+alles glimmend, maar donker.... Bijna overal glad gepolijste steen,
+die daardoor blonk als een spiegel. Bij de sarcophagen en in den omtrek
+van de kandelaber, tot dichtbij de deur, waar het schelmstuk werd
+uitgevoerd, helder licht&mdash;als in een feestzaal. Iedere bloedvlek op de
+hand, iedere schram, iedere wond duidelijk zichtbaar, door de wanhopige
+vrouw met hare nagels gereten in den boezem, die sneeuwwit door het
+verscheurde zwarte gewaad te voorschijn kwam. Verderop rechts en links
+zwak schemerlicht, en in den achtergrond en bij de zijmuren diepe
+duisternis, als in een echt, werkelijk graf. Maar aan de gladde ronding
+der porfieren zuilen, aan het zwarte marmer en den serpentijnsteen,
+hier, ginds en overal de trillende weerkaatsing van het licht der
+kaarsen. De tocht hield dit steeds in beweging, en zoo dreef het in de
+zaal zijn spel, evenals de rustelooze zielen der verdoemden. Waarheen
+de blik zich wendde, overal was duisternis op den achtergrond. Het
+verst verwijderde gedeelte van de zaal was zwart, zwart als de voorhof
+van den Hades, doch ook hier brak een heldere, bewegelijke streep door:
+zonnestralen, die van de zijde der trap in de graftombe vielen, en
+waarin stofjes dansten. Welk een indruk maakte dat! De woonplaats der
+duistere Hekate! En de Koningin, en alles wat er met haar gebeurde! Een
+schilderij door licht overgoten, die stralend uitkwam tegen het donker
+in den wijden kring der massieve, majestueuse vormen er omheen. Dit
+grafteeken, in dit licht, zou een geschikter paleis zijn geweest voor
+den koning der demonen, wiens heirscharen de Magiër bezweert, wanneer
+zij zijn opgeroepen om hem te gehoorzamen bij zijne werken der
+duisternis.&mdash;Doch waar dwaal ik heen? »De kunstenaar!&rdquo; hoor ik u weder
+roepen, de kunstenaar! In plaats van ter hulp te ijlen geeft hij zich
+over aan den indruk dien het licht op <span class="pagenum" title="333">&nbsp;</span><a id="p_333"></a>hem maakt, dat in de koninklijke
+grafgewelven valt.&mdash;Ja, het is waar: ik was te laat, veel te laat
+gekomen! Ik ontdekte dat reeds op de trap, die naar de benedenruimte
+voert; doch ik heb geen schuld aan dit tijdverlies, neen, zeker niet!</p>
+
+<p>»In het begin had ik van de mannen niets kunnen bespeuren,&mdash;geen schaduw
+zelfs; doch wel zag ik in het helderste licht het lijk van Antonius, op
+de rustbank uitgestrekt, en verder in de schemering ter rechterzijde
+Iras en Charmion, die zich vergeefs inspanden om een valluik op te
+lichten. Het was hetzelfde, dat de gang afsloot, waardoor men de
+brandstof in de kelders bereiken kon. Zij hadden die op een teeken der
+Koningin in brand moeten steken.</p>
+
+<p>»Nauwelijks was ik de eerste treden van de trap af&mdash;daar komt eensklaps
+uit de diepe duisternis Proculejus met twee mannen van de andere zijde
+te voorschijn. Mijzelven bijna niet meer meester ijl ik verder de
+trappen af, en terwijl de schrille stem van Iras mij in de ooren
+krijscht: »Arme Cleopatra, zij nemen u gevangen!&rdquo; zie ik, hoe de Vorstin
+zich afwendt van de deur, waardoor zij, vastbesloten te sterven, nog
+iets, ik weet niet wat, aan Gallus had willen zeggen. Daarop zie ik hoe
+zij Proculejus vlak achter zich ontdekt, in haar gordel grijpt, en met
+bliksemsnelheid&mdash;zooals ik u reeds verhaalde&mdash;haar arm met den kleinen
+dolk omhoog heft, om zich de scherpe punt in haar eigen borst te
+stooten. Welk een gezicht! Door het heldere licht beschenen, geleek
+zij de triomfeerende overwinning, de edele trots, die groote daden
+volbrengt; en toen, slechts enkele oogenblikken later.... Maar welk een
+lot zou haar nog treffen!</p>
+
+<p>»Als een roover, een sluipmoordenaar, viel Proculejus op haar aan, hield
+haar arm tegen, en ontwrong haar het wapen. Door zijne hooge gestalte
+werd zij aan mijn blik onttrokken. Doch toen zij, terwijl zij zich aan
+het geweld van den snoodaard ontrukte, het gelaat weder naar de zaal
+keerde, hoe was zij toen veranderd! Hare oogen&mdash;gij kent ze&mdash;waren nog
+eens zoo groot geworden en zij vlamden van verachting, vijandschap en
+haat tegen den verrader. Het verwarmende licht was verwoestend vuur
+geworden. Zoo stel ik mij de wraak, den vloek voor, die verderf afsmeekt
+over het hoofd van zijn vijand. En Proculejus, de groote heer, de
+dichter, wiens edele zin daarginds aan den Tiber wordt geprezen, hij
+stond nog altijd achter de weerlooze vrouw, de waardige dochter uit een
+schitterend koningsgeslacht, en hield haar omklemd, alsof hij al zijne
+mannenkracht gebruiken moest om dit teedere toonbeeld van bekoorlijke
+vrouwelijkheid te bedwingen. Het is waar, het trotsche bloed der
+vertoornde leeuwin drong haar om zich tegen deze vernederende
+behandeling te verweren en Proculejus&mdash;een benijdenswaardige eer!&mdash;liet
+<span class="pagenum" title="334">&nbsp;</span><a id="p_334"></a>haar de meerdere kracht van zijn armen voelen. Ik ben geen profeet,
+maar ik herhaal het, Dion: Hij zal tot in zijn laatste uur dien
+smadelijken kamp en de blikken niet vergeten, die hem daarbij troffen.
+Indien zij mij gegolden hadden, ik zou mijn leven moeten vloeken!</p>
+
+<p>»Ook den Romein dreef die blik het bloed uit de wangen. Doodsbleek
+volvoerde hij verder, wat hij voor zijn plicht hield. Hij bezoedelde
+zijn eigen voorname handen met het werk van den tolbeambte, en doorzocht
+de kleederen eener vrouw, der Koningin, of er ook verboden zaken in
+te vinden waren; vergif of wapenen. Een vrijgelatene van den Caesar,
+Epaphroditus, die zeer in de gunst van Octavianus moet staan, hielp hem
+daarbij.</p>
+
+<p>»Ook Iras en Charmion werden door den ellendeling onderzocht, en onder
+dat alles hielden beide Romeinen niet op, met schoonklinkende woorden te
+spreken van de genade van den Caesar, en zijn wensch om aan Cleopatra
+alles toe te staan, wat een Koningin toekomt.</p>
+
+<p>»Eindelijk leidde men haar naar de Lochias terug; ik zelf was als een
+zinnelooze, want het beeld der ongelukkige vrouw vervolgde mij als mijn
+schaduw. Het was nu niet meer dat van een betooverende vrouw; maar van
+de verpersoonlijkte wanhoop, van den weedom die geen tranen heeft,
+van den toorn, die naar wraak hijgt. Ik wil niet trachten het te
+beschrijven, maar die oogen, die dreigend vlammende oogen en dat
+verwarde haar, waaraan het bloed van Antonius kleefde..... vreeselijk,
+ontzettend! Mijn hart versteende, alsof ik de Medusa met het slangenhaar
+in het schild van Athene in het aangezicht had gezien.</p>
+
+<p>»Ik zeide het reeds, het was mij onmogelijk geweest haar bijtijds te
+waarschuwen of zelfs den verrader bij den arm te grijpen, en nochthans
+zag haar vlammend gelaat mij om dit verzuim verwijtend aan. Nog altijd
+vervolgt mij haar blik, en rooft mij kalmte en vrede. Eerst als ik in
+Helena's reine, rustige oogen zie, zal het vreeselijke, door 't licht
+omstraalde gezicht uit het graf van mij wijken, en misschien gelukt het
+mij dan de rust weder te vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu legde zijn vriend de hand op zijn arm, trachtte hem tot bedaren te
+brengen, en herinnerde hem daarbij aan het goede, dat deze noodlottige
+dag&mdash;zooals hij zelf had gezegd&mdash;toch ook had meegebracht.</p>
+
+<p>Hiermede had Dion de rechte snaar aangeroerd, want op eens veranderden
+Gorgias' houding en toon, en hij verzekerde met warmte, dat op al die
+gruwelen hoogst verblijdende dingen gevolgd waren, voor de stad, zijn
+vriend en Barine.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="335">&nbsp;</span><a id="p_335"></a></p>
+
+<p>Vervolgens zette hij op kalmen toon zijn verhaal voort: »Als een
+beschonkene ging ik op weg naar huis. De poging om de Koningin of hare
+vertrouwelingen te naderen, had helaas schipbreuk geleden, doch ik
+hoorde van de slimme Nubische dienares van Charmion, dat het aan
+Cleopatra, uit naam van den Caesar, vergund geworden was zelve te
+bepalen in welk paleis zij wilde wonen. En zij moet dat op de Lochias
+gekozen hebben.</p>
+
+<p>»Op mijn weg naar huis, kwam ik niet snel vooruit, daar ik reeds vóór
+het groote gymnasium werd tegengehouden door de menigte. Octavianus had
+zijn intocht in de stad gedaan, en ik hoorde hoe het volk hem had
+toegejuicht en voor hem op de knieën was gevallen. Onze onbuigzame
+Alexandrijnen in het stof voor den overwinnaar! Dat maakte mijn diepste
+verontwaardiging gaande&mdash;doch mijn toorn zou spoedig bedaren.</p>
+
+<p>»Allen die tot het gymnasium behooren, kennen mij. Men maakte voor mij
+plaats, en eer ik nog was besloten binnen te gaan, was ik de hoofdpoort
+reeds door. De lange Phryxus had mijn arm door den zijne getrokken. De
+rijke man, die overal en nergens is, hoort immers alles, en de beste
+plaatsen zijn altijd reeds vooruit voor hem bewaard. Ook ditmaal gelukte
+hem dat, want toen hij mij losliet, stonden wij tegenover een pas
+opgerichte redenaarstribune.</p>
+
+<p>»Men verwachtte Octavianus, die reeds in den zuilengang van Euergetes de
+hulde ontvangen had van den epitroop<a id="FNa22" href="#FN22" class="fnanchor"><sup>22</sup>)</a>, de leden van den Raad, den
+gymnasiarch, en ik weet niet van wien al meer.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr188" title="Niet in Bron.">»</ins>Phryxus verhaalde mij dat de Caesar reeds bij den intocht zijn
+voormaligen gouverneur de hand had gereikt, zich door hem had doen
+vergezellen, en zijn zoons voor hem laten brengen. De philosoof was meer
+dan iemand anders door hem met onderscheiding behandeld, en dat zal nu
+u en de uwen ten goede komen, want hij is immers de broeder van vrouw
+Berenice, en dus de oom van uw echtgenoot. Wat hij wenscht, wordt hem
+bij voorbaat toegestaan. Gij zult spoedig hooren hoe in het oog vallend
+de Caesar hem tracht tot zich te trekken en te onderscheiden. Ik gun
+het den man gaarne, want hij is indertijd kloek opgetreden voor Barine;
+zij roemen hem als een degelijk geleerde, en aan moed ontbreekt het hem
+evenmin. Ondanks Actium, en de eenige schandelijke daad die men, zoover
+ik weet, aan Marcus Antonius verwijten kan&mdash;de uitlevering van Turullius
+bedoel ik&mdash;heeft Arius hier altijd verblijf kunnen houden. Even goed als
+hij den moordenaar van <span class="pagenum" title="336">&nbsp;</span><a id="p_336"></a>Julius Caesar prijs gaf, had de imperator den
+vriend van diens neef als gijzelaar kunnen gevangen nemen.</p>
+
+<p>»Sedert Octavianus voor de stad ligt, is uw oom ernstig bedreigd
+geweest, en evenals hij waren dat ook zijn zoons&mdash;gij zult die schoone,
+sterke jonge epheben wel kennen.</p>
+
+<p>»In het Gymnasium behoefden wij niet lang te wachten eer de Caesar de
+tribune beklom, en toen&mdash;als zich nu uw vuist gaat ballen, dan doet zij
+niets anders dan ik verwacht&mdash;toen vielen allen die er omheen stonden,
+op de knieën. Ons woest, oproerig gepeupel hief als smeekende bedelaars
+de handen omhoog, en ernstige, waardige mannen deden hen dat na. Wie
+mij en mijn langen metgezel heeft gezien, zal ons beiden ook onder die
+knielende lage vleiers rekenen, want indien wij staande gebleven waren,
+zouden zij ons zeker naar den grond getrokken hebben. Wij huilden dus
+met de wolven mee en deden als de anderen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En Octavianus?&rdquo; vroeg Dion in spanning.</p>
+
+<p>»Een koninklijke verschijning, met een jeugdig uiterlijk. Een
+baardeloos, fijn besneden gelaat, een fraai profiel, als geschapen voor
+een stempelsnijder. Scherpe, en toch innemende trekken. Voornaam van
+top tot teen; maar de spiegel van een koude ziel, niet in staat tot
+geestverheffing, noch vatbaar voor een warm gevoel of een opwelling van
+barmhartigheid. Alles bij elkaar: een schoon, trotsch, verstandig,
+berekenend man, dien men voor zijn hart niet tot vriend zou wenschen,
+doch voor wiens vijandschap de goden allen die wij liefhebben mogen
+bewaren.</p>
+
+<p>»Weder leidde hij Arius bij de hand. De zoons van den philosoof volgden
+hen. Toen hij op de tribune stond en neerzag op de duizenden, die voor
+hem op de knieën lagen, toonde geen spier van zijn edel gezicht&mdash;want
+edel is het&mdash;ook maar de minste aandoening. Als een landheer, die zijn
+kudde overziet, zag hij op ons neer, en na lang stilzwijgen verklaarde
+hij in voortreffelijk Grieksch kortaf, dat hij het Alexandrijnsche volk
+vrijsprak van alle schuld jegens hem, ten eerste&mdash;hij rekende hen dat
+voor, alsof hij veteranen opriep om hen te beloonen&mdash;uit eerbied voor
+den grooten stichter van onze stad, den wereldveroveraar Alexander;
+ten tweede, omdat de grootte en schoonheid van Alexandrië hem met
+bewondering vervulde, en ten derde&mdash;hier wendde hij zich tot Arius&mdash;om
+welgevallig te zijn aan dezen, zijn voortreffelijken en veelgeliefden
+vriend.</p>
+
+<p>»Daarop barstte een luid gejubel los.</p>
+
+<p>»Aan ieder, van den kleinste tot den grootste, was hierdoor een zware
+last van de ziel genomen, en nauwelijks had het volk het Gymnasium
+verlaten, of het lachte weder zoo overmoedig <span class="pagenum" title="337">&nbsp;</span><a id="p_337"></a>als ooit, en er was geen
+gebrek aan scherpe of onschuldige grappen. Dicht bij mij riep de dikke
+timmerman Memnon, dezelfde die voor uw paleis het houtwerk maakte:
+vroeger heeft een dolfijn Arius uit de handen der zeeroovers gered, en
+nu redt Arius het zeedier Alexandrië uit die van andere roovers. En zoo
+ging het voort. Niemand was zeker een beter mikpunt voor geestigheden
+dan Philostratus, de eerste man van Barine. Die opruier had goede
+redenen om het ergste te vreezen, en nu liep hij in zwarte rouwkleederen
+achter Arius aan, dien hij nog maar enkele maanden geleden met grimmigen
+haat had vervolgd, en riep hem voortdurend den zinledigen versregel toe:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Zijt gij wijselijk man, dan helpe de wijze den wijze.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>»Of die armzalige bedelarij geholpen heeft, zullen wij later wel hooren.</p>
+
+<p>»Het was niet gemakkelijk naar huis te komen. De straten wemelden van
+Romeinsche soldaten. Zij hadden het zoo goed als zij maar konden
+verlangen, want vele gegoede burgers der stad, die het hunne gespaard
+zagen, namen in de vreugde van hun hart enkele krijgslieden, of zelfs
+wel een geheele troep, mede naar de gaarkeuken of de herberg, en in
+dezen nacht zal de voorraad wijn der Alexandrijnen zeker aanmerkelijk
+verminderen.<ins class="corr" id="corr189" title="Bron: &rdquo;"></ins></p>
+
+<p>»Zooals ik zeide, waren vele soldaten in de huizen ingekwartierd, met
+bevel het eigendom der burgers te eerbiedigen. Juist toen trof Barine's
+grootmoeder de slag, waarmede ik begon. Vóór mijn vertrek had men haar
+de oogen reeds gesloten.</p>
+
+<p>»Thans staan alle poorten der stad voor u open, en men zal Arius' nicht
+en haar echtgenoot met kransen ontvangen. Ik gun het uwe Barine gaarne,
+want zooals uwe bewonderenswaardige gade, die ook mijn hart heeft
+veroverd, alles heeft opgegeven waarop een gevierde stadbewoonster prijs
+stelt, om op het eenzaamste van alle eilanden een nieuwe wereld te
+vinden voor hare liefde, dat is allen lof en iedere belooning waard.
+Voor u zelven ben ik eigenlijk voor nog meer geluk en eer beducht, want
+als die zich nog bij al het andere voegen, dat het lot u geschonken
+heeft in zulk een gemalin en in uw zoon Pyrrhus, dan zouden de goden
+niet meer zichzelven zijn, wanneer zij u niet met hunnen naijver
+vervolgden. Ik voor mij heb minder reden hen te vreezen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ondankbare!&rdquo; zeide zijn vriend. »Ook onder de stervelingen is er
+menigeen die u uwe Helena benijden zou. Wat mij betreft, werkelijk heeft
+reeds menigmaal een stille angst mij bekropen, doch wij hebben immers
+aan de goden geen geringe schatting <span class="pagenum" title="338">&nbsp;</span><a id="p_338"></a>betaald? In ons woonvertrek brandt
+de lamp nog. Bereid de vrouwen voor op den dood der oude vrouw, en
+verhaal ook de verblijdende dingen, die gij hebt gehoord. Wacht liever
+tot morgen om te spreken over de verschrikkelijke gebeurtenis waarvan
+gij getuige waart. Wij moeten niet hare nachtrust bederven. Let eens op!
+Helena's stille droefheid en hare blijdschap over onze verlossing zullen
+nog heden uw hart goed doen.&rdquo;</p>
+
+<p>En zoo was het ook. Wel doorleefde Gorgias nog eens in den droom het
+vreeselijke schouwspel van den vorigen dag, doch toen de zon van den
+tweeden Augustus met helderen glans over Alexandrië opging, namen
+nieuwe, vriendelijke indrukken een goed deel van de verschrikkingen dier
+gruweltooneelen weg. In den vroegen morgen landde op het Slangeneiland
+de eene boot na de andere. Uit de eerste stapte vrouw Berenice met hare
+neven, de beide zonen van den gevierden philosoof Arius; daarna uit
+de andere, cliënten, beambten en vrienden van Dion, en bevoorrechte
+voormalige bezoekers van Barine. Zij allen kwamen het jonge paar
+begroeten, en hen uit den schuilhoek, die hen zoolang verborgen had,
+naar de stad en in hun midden terugvoeren. Want het nieuws, waar Dion en
+Barine verblijf gehouden hadden en dat zij sinds lang een gelukkig paar
+waren, had zich door »den langen Phryxus&rdquo; met groote snelheid verbreid.</p>
+
+<p>Velen hadden er een zeetochtje voor over, om de helden van zulk een
+zeldzaam avontuur te zien en het eerst te begroeten. Al wie Barine en
+haar gemaal kende, was daarenboven nieuwsgierig te weten hoe deze beide
+menschen, die gewend waren aan het leven in een groote stad, zulk een
+volkomen afzondering zoovele maanden lang zouden hebben uitgehouden.
+Menigeen vreesde of vermoedde haar bij het wederzien uitgeteerd en
+kwijnend, verwilderd of zelfs tot zwaarmoedigheid vervallen te vinden,
+en zoo waren er vele verbaasde gezichten onder degenen, wier boot de
+vrijgelatene Pyrrhus in zijn hoedanigheid van loods door de ondiepten
+had gebracht, die zijn eiland zoo beschermend omringden.</p>
+
+<p>Het feestelijk inhalen van het merkwaardige paar zou een goede
+aanleiding geweest zijn tot vroolijke feesten. Men verheugde zich dat de
+stad zoo genadig behandeld werd, ofschoon de meesten het droevig lot der
+Koningin oprecht betreurden, en de ernstigsten zich verontrustten over
+de toekomst van Alexandrië's vrijheid onder Romeinsche heerschappij.
+Het leven en de bezittingen der bewoners waren immers gespaard, en
+feestvieren was voor groot en klein een levensbehoefte geworden. Maar
+het bericht van den dood van Didymus' gemalin en van de ziekte des
+grijsaards, die niet wennen kon aan het <span class="pagenum" title="339">&nbsp;</span><a id="p_339"></a>gemis van zijne trouwe gezellin
+gaf Dion het recht, om iedere vroolijke verwelkoming in zijn eigen huis
+af te slaan. Het leed van Barine was het zijne, en Didymus stierf reeds
+eenige dagen na zijn vrouw, met wie hij langer dan een halven eeuw
+verbonden was geweest; de menschen zeiden: &bdquo;aan een gebroken hart.&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo deden dus Dion en zijne jonge vrouw zonder luidruchtige
+feestelijkheden hunne intrede in zijn fraai paleis. In plaats van
+jubelende Hymenaeën, klonk hem op den drempel de stem van zijn eigen
+kind tegen.</p>
+
+<p>De rouwkleederen, waarin Barine hem in de vrouwenvertrekken ontving,
+deden hem weder denken aan den naijver der goden, waarvoor zijn vriend
+om zijnentwil had gevreesd. Veeleer was het hem dikwijls, alsof het
+beeld zijner moeder in het tablinum er bijzonder tevreden uitzag,
+wanneer zijne jonge huisvrouw daar binnen trad. Barine voelde ook
+dat haar geluk als echtgenoote en moeder, in dit heerlijk tehuis
+overstelpend groot zou zijn geweest, wanneer een wijze lotsbeschikking
+haar niet juist nu de smart over het verlies van geliefde betrekkingen
+te dragen had gegeven.</p>
+
+<p>Dion wijdde zich dadelijk weder aan de belangen van zijn stad en zijn
+eigendom. Hij en de geliefde vrouw, met wie hij door den moeilijken tijd
+van ontbering nog veel inniger verbonden was, waren nu in een veilige
+haven binnen geloopen, en zagen met kalmte de stormen van het leven
+tegemoet. Het anker der liefde, dat zijn scheepje aan den vasten grond
+hechtte, had in de eenzaamheid op het Slangeneiland de proef doorstaan.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN21" href="#FNa21" class="label"><sup>21</sup>)</a> De tweelingzonen van Zeus, Castor en Pollux.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN22" href="#FNa22" class="label"><sup>22</sup>)</a> Landvoogd.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="340">&nbsp;</span><a id="p_340"></a></p>
+
+<h2><a id="VIER_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK"></a>VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>De visschersfamilie had hare lieve gasten met een bedroefd hart zien
+vertrekken, en de vrouwen hadden menigen traan daarbij vergoten,
+ofschoon Pyrrhus' zonen uit den dienst op de vloot ontslagen, en nu
+weder als vroeger hun vader behulpzaam waren.</p>
+
+<p>Dion had bovendien den trouwen vrijgelatene tot een gegoed man gemaakt,
+en aan zijn dochter Dione een huwelijksgift beloofd. Zij werd dan ook
+spoedig de vrouw van den scheepskapitein, die op den Epicurus, den
+snelzeiler van Archibius, bevel voerde. Zij had dien leeren kennen in
+den tijd toen de bruine dienares van Charmion zoo vaak op dit schip naar
+het Slangeneiland was gekomen. Het doel van deze bezoeken van Anukis
+was niet alleen geweest haar vriend te begroeten, maar ook om hem te
+overreden een der vergiftige slangen van de naburige eilanden te vangen,
+en voor de Koningin in gereedheid te houden.</p>
+
+<p>Sedert Cleopatra tot de overtuiging gekomen was, dat geen vergift een
+minder pijnlijken dood ten gevolge had dan dat van den tand der aspis,
+had zij het besluit genomen, zich door den beet van een dezer dieren
+van den last des levens te bevrijden. De slimme Aethiopische was op de
+gedachte gekomen haar vriend Pyrrhus met het bezorgen van de adder te
+belasten, doch al Aisopion's overredingskunst, en de roerende wijze
+waarop zij den ontzettenden toestand der Koningin beschreef, waren
+noodig geweest om het verzet van den rechtschapen man te overwinnen.
+Eindelijk had zij hem toch aan het verstand gebracht, dat men een
+Koningin naar een anderen maatstaf beoordeelen moest dan een vrouw uit
+het volk, en hem overgehaald met haar, Anukis, af te spreken hoe en
+wanneer de slang in het wel bewaakte paleis het best zou zijn binnen te
+brengen. Als het beslissend uur gekomen was, zou hem een <span class="pagenum" title="341">&nbsp;</span><a id="p_341"></a>teeken worden
+gegeven. Voortaan moest hij iederen dag met de adder op de vischmarkt
+gereed staan. Waarschijnlijk zou het niet lang duren eer men hem dien
+dienst zou vragen, want men kon het lange aarzelen van Octavianus
+moeilijk als een gunstige beschikking omtrent het lot van Cleopatra
+uitleggen.</p>
+
+<p>Wel liet men haar op de Lochias op koninklijke wijze voortleven, en had
+haar zelfs toegestaan de kinderen weder bij zich te zien, met belofte
+het leven en de vrijheid van de tweelingen en den kleinen Alexander te
+zullen sparen. Cæsarion was echter gevangen genomen in het heiligdom van
+zijn vader, waar hij bescherming had gezocht, nadat zijn verraderlijke
+gouverneur Rhodon hem met allerlei verlokkende voorspiegelingen,
+waaronder ook de terugkeer van Barine, naar Alexandrië had doen terug
+komen, terwijl hij juist op reis was naar het zuiden. Dit bleef de
+ongelukkige moeder niet verborgen, evenmin dat Octavianus den jongeling,
+die zoozeer op Cæsar geleek, ter dood had veroordeeld. Ook werd haar
+een gezegde van den philosoof Arius overgebracht, waarmede deze zijn
+goedkeuring had gehecht aan den wensch van den Cæsar, om zich te ontdoen
+van den zoon zijns grooten ooms. Het was een zinspeling op een versregel
+van Homerus, waarin deze de veelhoofdige regeering veroordeelde.</p>
+
+<p>Over het geheel kwam Cleopatra alles ter oore, wat zij omtrent de
+gebeurtenissen in de stad wenschte te weten, want men liet haar veel
+vrijheid. Alleen werd zij dag en nacht zeer zorgvuldig bewaakt, en
+evenals de dienaren en beambten, werd ieder dien zij bij zich wenschte
+te zien, eer hij met haar in aanraking kwam, nauwkeurig onderzocht om
+alle middelen, waardoor zij zich het leven zou kunnen benemen, van haar
+verwijderd te houden.</p>
+
+<p>Niemand twijfelde er trouwens aan, of zij met het leven had afgedaan.
+Haar poging om alle spijs te weigeren en van honger te sterven, moest
+worden ontdekt. Toen had men ernstige bedreigingen uitgesproken tegen
+hare kinderen, want men zag in, dat door hen de meeste invloed op haar
+kon worden uitgeoefend, en werkelijk was zij er daar door weder toe
+gekomen, zich voldoende te voeden. Dat alles wist Octavianus, en zijn
+gedrag bewees dat hij er bijzonder op gesteld was, haar van een
+zelfmoord terug te houden.</p>
+
+<p>Verscheidene Aziatische vorsten wedijverden in den wensch om de
+nagedachtenis van Marcus Antonius te eeren door een prachtige uitvaart,
+doch Octavianus had aan Cleopatra toegestaan zelve daarvoor te mogen
+zorgen. In dezen tijd van het grootste zieleleed vond zij er troost
+en bevrediging in, dat alles zelve te beschikken, en zelfs enkele
+dingen die er toe behoorden <span class="pagenum" title="342">&nbsp;</span><a id="p_342"></a>met eigen hand in orde te maken. De
+teraardebestelling zou dan ook met al de praal geschieden, die met den
+aard van den overledene overeenkwam.</p>
+
+<p>Iras en Charmion begrepen dikwijls niet hoe zij al die inspanning en
+aandoeningen, die haar die bezorging op den hals haalde, kon verduren,
+terwijl zij, sedert Antonius' dood, niet alleen leed aan de wonden, die
+zij zich in haar wanhoop had toegebracht, maar ook, na haar mislukte
+poging om zich te laten doodhongeren, door sluipkoortsen was aangetast.</p>
+
+<p>Intusschen had de terugkomst van Archibius met de kinderen haar
+wegkwijnenden moed zichtbaar doen herleven. Zij ging dikwijls in den
+tuin van Didymus, die thans met het paleis op de Lochias verbonden was,
+om hun werk in oogenschouw te nemen en te deelen in alles wat in hun
+jong hart omging.</p>
+
+<p>Doch de <ins class="corr" id="corr190" title="Bron: opgeruimste">opgeruimdste</ins> van alle moeders die zij vroeger was, en die
+zich zoo vriendelijk had kunnen verplaatsen in het kinderhart, was
+nu een bezorgde leidsvrouw geworden, die hen ernstig waarschuwde en
+onderrichtte. Hoe schoon en wel doordacht alles wat zij hen op het hart
+drukte ook was, toch was het voor den leeftijd van Archibius' leerlingen
+niet geschikt, want gewoonlijk had het betrekking op den dood en
+wijsgeerige vraagstukken, waarvan de kleinen niets begrepen.</p>
+
+<p>Zij voelde zelve dat zij den rechten toon niet meer trof, doch zoo vaak
+zij beproefde een anderen aan te slaan en met de tweelingen of den
+kleinen Alexander te schertsen zooals vroeger, dan kon zij die gedwongen
+vroolijkheid maar een oogenblik verdragen. Weldra volgde daarop een
+uitbarsting van smart, dikwijls met tranen gepaard, en zij was
+genoodzaakt hare lievelingen te verlaten.</p>
+
+<p>Het leven dat haar vijand haar liet, was in haar oogen een opgedrongen
+geschenk, een drukkende schuld, die men den lastigen schuldeischer hoe
+eer hoe beter wil afbetalen.</p>
+
+<p>Zij was alleen kalmer en schijnbaar tevreden, wanneer het haar vergund
+werd met de vrienden harer jeugd over lang verleden tijden, of met hen
+en Iras over den dood te spreken, en middelen te beramen om een eind te
+maken aan haar droevig bestaan.</p>
+
+<p>Na zulke <ins class="corr" id="corr191" title="Bron: geeprekken">gesprekken</ins> verlieten Iras en Charmion haar met een bloedend
+hart. Zij hadden sinds lang het plan opgevat om het lot harer meesteres,
+wat dat ook zijn mocht, te deelen. Het gemeenschappelijk leed was de
+band, die haar nu weder in vriendschap vereenigde. Iras had gezorgd voor
+vergiftigde naalden, die aan de dieren, waarop men ze had beproefd, een
+plotselingen dood hadden berokkend. Cleopatra had daarvan vernomen, doch
+voor zichzelve hield zij vast aan den pijnloozen <span class="pagenum" title="343">&nbsp;</span><a id="p_343"></a>dood door den beet van
+een slang, en haar vriendinnen hadden de geliefde oogen der rampzalige
+vrouw sinds lang niet zoo helder zien glanzen, als op het bericht van
+Charmion, dat er mogelijkheid was de uraeus-slang te verkrijgen, zoodra
+men die noodig zou hebben. Maar het was nog altijd niet het oogenblik
+om naar dit laatste redmiddel te grijpen. Octavianus wenschte voor
+goedertieren te worden gehouden, en misschien liet hij zich nog
+overreden om de toekomst der Koningin en die van haar kinderen dragelijk
+te maken.</p>
+
+<p>Een ongeloovige glimlach van Cleopatra was hierop het antwoord, en
+toch was er ook in hare ziel een kiem van hoop gelegd, die haar voor
+vertwijfeling behoedde.</p>
+
+<p>Een zekere Dolabella, een voorname jonge Romein uit het edele geslacht
+der Corneliussen, en die tot het gevolg van den Cæsar behoorde, had zich
+aan haar laten voorstellen. Zijn vader was in vroeger jaren een vriend
+van Cleopatra geweest, en zij had hem aan zich verplicht door hem, na
+den moord op Julius Cæsar, een leger toe te zenden waarover zij te
+beschikken had, om dat tegen Cassius te gebruiken. Nu waren wel is waar
+hare legioenen door den afgezant van Dolabella zelf tot een ander doel
+gebruikt, maar niettemin had Cleopatra een vriendelijkheid bewezen
+aan den vader van den jongeling. Deze had haar reeds vóór Cæsars dood
+te Rome ontmoet, en had zijn zoon met geestdrift de betooverende
+lieftalligheid der Aegyptische Vorstin beschreven. Zoo hadden, ofschoon
+de jonge man haar nu als een treurende weduwe vond, ziek naar lichaam en
+ziel, haar heldere geest, de innemendheid van haar geheele persoon, haar
+ongeluk en lijden hem zoozeer geboeid en getroffen, dat hij menig uur
+aan haar wijdde, en het als een geluk zou hebben beschouwd, indien hij
+haar grootere diensten had kunnen bewijzen, dan de omstandigheden
+toelieten. Dikwijls vergezelde hij haar ook naar de kinderen, wier hart
+hij gewonnen had door zijn open, opgeruimde manier van zijn, en zoo was
+het gekomen dat hij op de Lochias weldra tot de meest welkome bezoekers
+behoorde. Hij vertrouwde aan de veel oudere, warm voelende vrouw zonder
+voorbehoud alles toe, wat in zijn ziel omging, en zij kwam door hem veel
+te weten betreffende Octavianus en zijne omgeving. Zoo werd hij, zonder
+zich als werktuig te laten gebruiken, bij den Cæsar een voorspraak voor
+de ongelukkige vrouw, die hij zoo hoogachtte.</p>
+
+<p>Haar zelve trachtte hij zooveel mogelijk vertrouwen te doen stellen in
+Octavianus. Deze ging veel met hem om, hield van hem, en de jongeling
+zelf vertrouwde op zijn edelmoedigheid.</p>
+
+<p>Vooral had hij zijn hoop gevestigd op een gesprek van de Koningin met
+den Cæsar. Hij hield het voor onmogelijk dat de <span class="pagenum" title="344">&nbsp;</span><a id="p_344"></a>gelukkige overwinnaar
+niet te vermurwen zou zijn en zonder den wensch om haar treurig lot te
+verlichten, zou kunnen afscheid nemen van de vrouw, die in vroeger jaren
+zijn vader zoo betooverd had, en die, al had zij bijna zijn moeder
+kunnen zijn, in zijne oogen, in bekoorlijke en aantrekkelijke
+beminnelijkheid door geen andere werd geëvenaard.</p>
+
+<p>Cleopatra daarentegen vreesde voor de ontmoeting met den man, die
+zooveel onheil over haar en haar geliefden had gebracht, en dingen had
+gezegd, die haar maar al te veel recht gaven om te twijfelen aan zijne
+goedheid en eerlijkheid. Van den anderen kant moest zij Dolabella gelijk
+geven, wanneer deze beweerde dat Octavianus de wenschen, die zij vooral
+voor de toekomst harer kinderen koesterde, aan haar persoonlijk veel
+moeilijker zou kunnen weigeren dan aan bemiddelaars. Proculejus had
+gehoord dat Antonius juist hem bij Cleopatra had genoemd als de man,
+die haar vertrouwen het meest waardig was, en nu voelde hij zich daarom
+bezwaard over hetgeen hij als werktuig en gehoorzame vriend van
+Octavianus, de beklagenswaardige vrouw had aangedaan. De gedachte
+aan zijn eigen onwaardig gedrag, dat in de geschiedboeken zou worden
+vereeuwigd, had den fijngevoeligen man, die als dichter de pas
+ontwakende Romeinsche poëzie tot bloei bracht, menigen nacht den slaap
+ontroofd. En nu deed hij al wat hij kon om de Koningin aangenaam te zijn
+en haar droevig lot te verlichten.</p>
+
+<p>Hij en de vrijgelatene Epaphroditus, die op last van den Cæsar
+zorgvuldig waakte over haar leven, schenen veel te verwachten van zulk
+een gesprek, en zij trachtten haar dus over te halen om den Cæsar om een
+bijeenkomt te verzoeken.</p>
+
+<p>Archibius meende dat het in het ergste geval den stand der zaken
+niet nog slechter zou maken. De ondervinding leerde, zeide hij tot
+Charmion, dat geen man van eenig gevoel zich geheel kon losmaken van de
+betoovering die van haar uitgaat, en hem zelf was zij nooit innemender
+voorgekomen dan nu. Wie zou haar zonder aandoening in dat stil,
+lijdende, schoone gelaat kunnen zien? Wien zou de smartelijke toon, die
+in haar zachte stem trilde, niet diep in de ziel dringen? Daarbij paste
+dat zwarte rouwgewaad zoo goed bij de sfeer van lijden, die haar geheele
+persoon omgaf. Wanneer de koorts den blos harer wangen verhoogde, dan
+dacht Archibius dat hij haar nooit schooner had gezien, in weerwil van
+den verwoestenden invloed dien smart, angst en bekommering op enkele
+harer bekoorlijkheden uitgeoefend hadden. Hij kende haar en wist hoezeer
+het haar ernst was met den wensch om te sterven evenals haar geliefde,
+ja dat die haar geheel en al beheerschte.&mdash;Zij hechtte alleen nog waarde
+aan het leven om, zoodra zij er kans toe <span class="pagenum" title="345">&nbsp;</span><a id="p_345"></a>zag, te sterven. Wat zij na
+haar besluit om het grafteeken op te richten, in het heiligdom van
+Berenice als de goede keuze had leeren beschouwen, was de richtsnoer
+van haar leven geworden. Iedere gedachte, ieder gesprek bracht haar naar
+het verleden terug. Een toekomst scheen voor haar niet meer te bestaan.
+Indien het Archibius al een enkele maal gelukte haar geest te richten
+op de dagen die komen zouden, dan hield zij zich alleen met het lot van
+hare kinderen bezig. Voor zich zelve hoopte zij niets meer; zij voelde
+zich ontslagen van iederen plicht, behalve van dien éénen, om zich zelve
+en haar naam te bewaren voor schande en vernedering.</p>
+
+<p>Dat Octavianus, nadat hij besloten had Cæsarion ter dood te
+veroordeelen, aan de andere kinderen veroorloofd had naar haar terug te
+keeren, met de verzekering dat hen geen leed geschieden zou, bewees dat
+hij tusschen hen en den zoon van zijn oom onderscheid maakte, en van de
+eersten voor zijn eigen veiligheid niets duchtte. Van een bijeenkomst
+met Octavianus zou inderdaad voor haar zelve iets gewichtigs te
+verwachten zijn; en zoo droeg zij dan eindelijk aan Proculejus op, om
+hem een onderhoud te verzoeken.</p>
+
+<p>Het antwoord kwam nog dienzelfden dag. De Cæsar liet haar weten dat het
+aan hem was, haar te komen bezoeken.</p>
+
+<p>Deze ontmoeting moest over haar lot beslissen. Zij was zich daarvan
+bewust, en verzocht Charmion de adder gereed te houden.</p>
+
+<p>Men had aan de kamervrouwen der Koningin verboden de Lochias te
+verlaten, doch Epaphroditus stond haar wel toe bezoeken te ontvangen. De
+Nubische had door hare levendige manieren de Romeinsche bewakers reeds
+voor zich gewonnen. Zij mocht ongestoord in- en uitgaan. Evenwel werd
+zij, telkens als zij weer op de Lochias terugkwam, met de grootste
+nauwkeurigheid onderzocht.</p>
+
+<p>Het beslissend uur naderde. Charmion wist wat haar te doen stond, hoe de
+afloop ook mocht zijn. Zij had echter nog één wensch, welks vervulling
+haar zeer ter harte ging. Zij wilde Barine nog eens spreken, en haar
+zoontje zien.</p>
+
+<p>Ter wille van Iras had zij tot nu toe met opzet Dion's gemalin niet
+bij zich laten komen. Het gezicht van moeder en kind zou de nog niet
+geheelde wonden opengereten hebben, en zij wilde hare nicht, die sedert
+lang weder trouw en vast aan haar verbonden was, deze smart besparen.</p>
+
+<p>De Cæsar haastte zich niet met de vervulling van zijn belofte: doch
+ongeveer een week nadat Proculejus de toezegging had gebracht, kon hij
+des morgens het bezoek van den Cæsar tegen den namiddag aankondigen. Een
+groote ontroering maakte zich bij deze tijding van de Koningin meester.
+Zij wenschte, vóór het <span class="pagenum" title="346">&nbsp;</span><a id="p_346"></a>onderhoud, het grafteeken nog te bezoeken. Iras
+nam op zich haar te vergezellen, en daar Cleopatra daar urenlang placht
+te vertoeven, scheen Charmion deze tijd geschikt toe om Barine en haar
+zoon bij zich te zien.</p>
+
+<p>Dion's echtgenoot had door haar vrienden reeds lang van dezen wensch
+gehoord, en Anukis, die haar naar de Lochias zou brengen, behoefde niet
+lang op moeder en kind te wachten.</p>
+
+<p>De voormalige tuin van Didymus,&mdash;nu het eigendom der koninklijke
+kinderen&mdash;werd het tooneel van deze ontmoeting. In de schaduw der
+welbekende boomen zonk de jonge moeder aan de borst van haar trouwe
+vriendin, en deze kon zich niet verzadigen aan den aanblik van den
+knaap, in wien zij het evenbeeld van zijn grootvader Leonax zag.</p>
+
+<p>Hoeveel hadden die beide vrouwen, wier levensloop zoo verschillend
+was, elkander te vertellen en toe te vertrouwen! De oudste voelde zich
+verplaatst in lang verloopen tijden, voor de jongste scheen er enkel
+een bloeiend heden en een hoopvolle toekomst te zijn. Zij had ook goede
+dingen te verhalen van haar zuster. Deze was sinds lang de gelukkige
+gade van den bouwmeester Gorgias, die intusschen, met al zijn liefde
+voor zijn jonge echtgenoot, de uren die hij bij het voortgezette bouwen
+van het grafteeken met Cleopatra doorbracht, tot de heerlijkste van zijn
+leven rekende.</p>
+
+<p>De tijd vloog de beide vrouwen veel te snel om, en zij schrikten, toen
+een der wachthebbende eunuchen meldde, dat de Koningin uit het monument
+terug was gekeerd.</p>
+
+<p>Voor de laatste maal omarmde Charmion den kleinzoon van haar geliefde,
+gaf hem en zijn jonge moeder haar zegen, droeg haar de <ins class="corr" id="corr192" title="Bron: groete">groeten</ins> aan haar
+gemaal op, en verzocht haar, wanneer zij er niet meer zou zijn, met
+vriendschap aan haar te blijven denken; ja, wanneer haar hart haar dat
+ingaf, dan moest zij haar grafsteen zalven, en met een krans of bloem
+versieren. Zij had immers geen kind of vriend, die haar zulk een dienst
+zouden kunnen bewijzen.</p>
+
+<p>Diep getroffen door de vastheid waarmede Charmion den naderenden dood
+tegemoet zag, hoorde Barine haar sprakeloos aan, doch plotseling sprong
+zij verschrikt op, want een welbekende scherpe stem had den naam harer
+vriendin geroepen, en toen zij zich omkeerde, zag zij Iras voor zich
+staan. Bleek en uitgeteerd als zij was, geleek zij in het lang, slepende
+zwarte rouwkleed een belichaming van zielesmart en kommer.</p>
+
+<p>Die aanblik sneed de gelukkige vrouw en moeder door de ziel. Het was in
+haar gevoel alsof veel van het geluk, waarop die andere recht had, op
+haar was overgegaan, en alles wat zij zelve ooit aan leed en zorg had
+ondervonden, op Iras. Het liefst zou <span class="pagenum" title="347">&nbsp;</span><a id="p_347"></a>zij nederig naar haar toe zijn
+gegaan, en haar iets recht liefs en hartelijks hebben gezegd, doch toen
+zij die magere, afgestreden vrouw den blik op haar kind zag vestigen,
+en daarbij dien afgunstigen trek om haar mond bemerkte, die haar eens
+aanleiding had gegeven haar bij een stekenden doorn te vergelijken, toen
+voelde haar moederhart een grooten angst voor het »booze oog&rdquo; dezer
+vrouw, dat verderfelijk kon worden voor haar kind. Door een sterken,
+innerlijken drang gedreven, bedekte zij het gelaat van haar zoon met
+haar eigen sluier. Dat zag Iras, en toen Barine haar vraag: »Is dat
+Dion's kind?&rdquo; met een om genade smeekenden blik had bevestigd, richtte
+het slanke meisje zich hooger op, en zeide met trotsche koelheid: »Wat
+gaat mij dit kind aan? Wij hebben op dit oogenblik gewichtiger dingen op
+het hart.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop wendde zij zich tot Charmion, en zeide op den toon van een
+opdracht in dienst der Koningin, dat Cleopatra wenschte bij de
+aanstaande bijeenkomst ook haar aan hare zijde te hebben.</p>
+
+<p>Octavianus had zijn bezoek tegen zonsondergang aangekondigd, en er
+moesten nog verscheidene uren verloopen vóór dien tijd. Op het oogenblik
+voelde de lijdende Koningin zich nog vermoeid van het bezoek aan het
+graf; zij had daarbij den Genius van Antonius gesmeekt om, wanneer hij
+eenige macht bezat over het hart van den overwinnaar, hem dan te bewegen
+de martelende onzekerheid van haar af te nemen en aan hare kinderen een
+gelukkig lot te beloven.</p>
+
+<p>Ook had zij Dolabella, die haar uit het mausoleum naar het paleis
+geleidde, bekend, dat zij van dit gesprek slechts één ding verwachtte.
+Daarbij had zij hem een toezegging afgebeden, die haar nieuwen moed gaf,
+en haar het kostbaarste geschenk toescheen, dat men haar in dezen tijd
+kon aanbieden. Toen zij namelijk uiting had gegeven aan haar vrees,
+dat Octavianus haar ook nu weder in de onzekerheid zou laten, was de
+jongeling daarbij opgestaan om den Cæsar te verdedigen, en had ten
+slotte uitgeroepen: »Als hij u nu nog in spanning hield, dan zou hij
+niet alleen koel en bedachtzaam zijn.&rdquo;....</p>
+
+<p>»Welnu,&rdquo; had Cleopatra gezegd, <ins class="corr" id="corr193" title="Niet in Bron.">»</ins>wees gij dan grooter, wees minder hard
+dan hij, en bevrijd de vriendin van uw vader uit dezen pijnigenden
+toestand. Wanneer hij mij niet verklaart wat mij te wachten staat, en
+gij verneemt dat, dan&mdash;zeg niet neen, gij kunt het mij niet
+weigeren!&mdash;dan laat gij, ja gij, het mij weten.&rdquo;</p>
+
+<p>De jonge man had snel en vastberaden geantwoord: »Wat heb ik tot dusver
+voor u kunnen doen? Doch uit <i>deze</i> marteling zal ik u verlossen, als
+ik kan.&rdquo; Daarop had hij zich spoedig uit de voeten gemaakt, om niet
+genoodzaakt te zijn het aan te <span class="pagenum" title="348">&nbsp;</span><a id="p_348"></a>zien hoe de daartoe aangestelde eunuchen
+bij de poort van het paleis de kleederen der edele vrouw doorzochten.</p>
+
+<p>Zijn belofte hield den zinkenden moed der vermoeide bekommerde Koningin
+staande, terwijl zij zich uitstrekte op de kussens van een rustbank, om
+te bekomen van haar aangrijpenden tocht. Doch nauwelijks had zij de
+oogen gesloten, of daar klonk op het plaveisel het hoefgetrappel van het
+vierspan dat den Cæsar naar de Lochias bracht. Zóó vroeg had Cleopatra
+dit bezoek niet verwacht.</p>
+
+<p>Tevoren had zij met hare vertrouwelingen overlegd hoe zij hem zou
+ontvangen. Eerst was zij geneigd geweest om daarvoor op den troon plaats
+te nemen, en hem te begroeten in feestkleeding als Koningin, maar
+spoedig had zij ingezien, dat zij te zwak en ziek was om dien zwaren,
+koninklijken tooi te dragen. Bovendien zou een man en gelukkig
+overwinnaar zich eerder toegevend en genadig betoonen jegens een
+lijdende vrouw, dan tegenover een vorstin.</p>
+
+<p>Er was veel dat haar gedrag in vroeger tijd verontschuldigen kon, en zij
+had zorgvuldig bij zichzelve overlegd hoe zij met haar verdediging het
+best zijn koude, maar niet onrechtvaardige gezindheid voor zich kon
+winnen. Veel wat te haren gunste sprak, was vervat in de brieven van
+Cæsar en Antonius, die zij in de nachtelijke uren, na den dood van haar
+gemaal, herhaaldelijk overgelezen had, en die men haar nu juist had
+gebracht.</p>
+
+<p>Archibius en ook de Romein Proculejus hadden haar afgeraden hem geheel
+alleen te ontvangen. De laatste sprak het niet uit, doch wist dat
+Octavianus zich eerder tot iets edelmoedigs en goedertierens zou laten
+overhalen, indien er getuigen bij waren die het wereldkundig konden
+maken. Het was zaak om tegenover den bekwaamsten tooneelspeler van zijn
+tijd, voor toeschouwers te zorgen.</p>
+
+<p>Daarom had dan ook de Koningin Iras, Charmion en behalve die nog eenige
+der meest vertrouwde beambten bij zich gehouden, onder anderen den
+zaakwaarnemer Seleukus die inlichtingen zou kunnen geven, wanneer er
+sprake was van de overgave der schatten.</p>
+
+<p>Zij was ook voornemens geweest zich, nadat zij uitgerust zou zijn van
+haar bezoek aan het graf, opnieuw te laten kleeden. In dit plan werd zij
+verhinderd door de vervroegde komst van den Cæsar. En al had zij den
+tijd er toe gehad, dan zou zij nu niet in staat zijn geweest, zich zelfs
+maar het haar in orde te laten brengen, zoo zwak en daarbij koortsachtig
+opgewonden voelde zij zich. Het bloed joeg met snelheid door hare aderen
+en hare wangen gloeiden. Toen men haar zeide dat de Cæsar <span class="pagenum" title="349">&nbsp;</span><a id="p_349"></a>naderde, had
+zij te nauwernood tijd zich uit de kussens op te richten, het haar uit
+haar gelaat te strijken, en Iras te vergunnen met enkele vlugge
+handbewegingen de plooien van haar rouwgewaad te schikken.</p>
+
+<p>Indien zij de poging had gewaagd om hem tegemoet te loopen, dan zouden
+hare knieën hebben geknikt. Toen de Cæsar binnentrad, vond zij dan ook
+enkel de kracht hem te begroeten met een zwijgend handgebaar; doch
+Octavianus, die haar reeds op den drempel den gebruikelijken groet had
+toegebracht, verbrak spoedig de pijnlijke stilte, en zeide met een
+hoffelijke buiging: »Gij riept, en ik kwam. Aan de schoonheid onderwerpt
+zich ieder&mdash;ook de overwinnaar.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij wendde als beschaamd het hoofd ter zijde en antwoordde dankbaar, en
+toch op afwijzenden toon:</p>
+
+<p>»Ik heb u alleen om de gunst verzocht mij te willen aanhooren, doch ik
+<i>riep</i> u niet. Ik zeg u dank, dat gij dit verzoek hebt ingewilligd. Als
+er voor den man een gevaar in ligt, om zich te buigen voor de
+bevalligheid der vrouw&mdash;dan bedreigt u dat hier zeker niet. Tegen een
+lijden zooals mij werd opgelegd, is de schoonheid, bijna zou ik zeggen
+het leven niet bestand. Gij hebt mij evenwel verhinderd dat van mij te
+werpen. Als gij rechtvaardig zijt, dan zult gij de vrouw, die gij
+verboodt te sterven, een leven toestaan welks last niet hare kracht tot
+dragen te boven gaat.&rdquo;</p>
+
+<p>De Caesar boog ten tweeden male, en gaf vriendelijk ten antwoord: »Ik
+ben van plan het uwer waard te maken.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als dat waar is,&rdquo; riep Cleopatra uit, »ontneem mij dan eerst die
+folterende onzekerheid! Gij behoort allerminst tot de mannen die niet
+verder zien dan het heden en den volgenden dag.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij denkt aan hem,&rdquo; merkte Octavianus schamper op, »die misschien nog
+onder ons zou rondwandelen, indien hij met wijzer overleg....&rdquo;</p>
+
+<p>Cleopatra's oogen, die tot nu toe den koelen blik des overwinnaars
+bescheiden en smeekend hadden ontmoet, vlamden eensklaps toornig op, en
+zij viel hem in de rede met een fier: »Laat het verleden rusten!&rdquo;</p>
+
+<p>Het gelukte haar echter spoedig de drift die haar hartstochtelijk
+bloed in beweging bracht, meester te worden, en op een geheel anderen
+toon, die niet vrij was van vleiende weekheid, ging zij voort: »De
+voorzienende geest van den man, aan wiens wenken de gansche aarde
+gehoorzaamt, overziet de toekomstige dingen zoowel als de tegenwoordige.
+Zou hij dan ook niet beslist hebben over het lot der kinderen, eer hij
+er in toestemde de moeder te zien? De eenige, die u in den weg had
+kunnen staan, de zoon van uw grooten oom....&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="350">&nbsp;</span><a id="p_350"></a></p>
+
+<p>»Het vonnis moest over hem worden uitgesproken,&rdquo; sprak de heerscher op
+een toon van oprecht leedwezen. »Evenals ik Antonius heb beweend, zoo
+betreur ik ook den ongelukkigen jongeling.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als dat zoo is,&rdquo; zeide Cleopatra met warmte, »dan doet het de goedheid
+van uw hart eer aan. Toen Proculejus mij den dolk ontnam, berispte hij
+mij, omdat ik den zachtmoedigste van alle veldheeren den naam gaf van
+hard te zijn en onverzoenlijk.&rdquo;</p>
+
+<p>»Twee eigenschappen,&rdquo; verzekerde de Cæsar, »die mijn natuur volkomen
+vreemd zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»En die gij, als zij u eigen waren, niet zoudt kunnen, noch mogen
+gebruiken,&rdquo; riep Cleopatra, <ins class="corr" id="corr194" title="Niet in Bron.">»</ins>indien het u ten minste ernst is met het
+schoone plan, dat gij zoo dikwijls hebt uitgesproken, om als neef en
+erfgenaam van den grooten Julius Cæsar, diens voetstappen te drukken.
+Cæsarion&mdash;zie maar dat borstbeeld! geleek in iederen gelaatstrek op zijn
+vader, uw verheven voorbeeld. Aan mij, ongelukkige, die nu mijn vonnis
+verwacht uit den mond van zijn neef, hebben de goden als de kostbaarste
+van alle gaven, de liefde van uwen goddelijken oom geschonken. En welk
+eene liefde! Het is voor de wereld verborgen gebleven, wat ik voor zijn
+groot hart ben geweest; doch de wensch om mijzelve voor miskenning te
+behoeden, gebiedt mij het u te openbaren. Uit uwen mond wacht ik de
+uitspraak. Gij zijt de rechter. Deze brieven zijn mijn voornaamste
+verdedigingsmiddel. Aan die laat ik over u te toonen wie ik was en ben,
+niet wat de laster van mij heeft gemaakt. Het elpenbeenen kistje, Iras!
+Het bevat de treffende bewijzen der liefde van Cæsar, de brieven die hij
+mij geschreven heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>Met bevende handen lichtte zij het deksel op, en alsof deze
+herinneringen haar in vervlogen tijden terugvoerden, ging zij met
+gedempten stem voort: »Onder al mijne schatten is deze eenvoudige kleine
+kist een half leven lang mijn dierbaarste kleinood geweest. Hij heeft
+mij die geschonken, hier op het Bruchium, te midden van een heeten
+strijd.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij opende de eerste rol, en terwijl zij Octavianus daarop wees en
+tegelijk op den verderen inhoud van het kistje, riep zij uit: »Hoe
+welsprekend zijn die stomme bladen! Ieder daarvan is een schilderij
+zonder wedergade: de machtige denker, de man van de daad, die den
+rusteloos bezigen geest tot rust brengt, en aan het hart veroorlooft
+over te vloeien van de liefde eens jongelings. Ware ik ijdel,
+Octavianus, dan kon ik ieder dezer brieven een zegeteeken noemen, een
+Olympische krans. De vrouw, aan wie Julius Cæsar bekende dat zij hem had
+<span class="pagenum" title="351">&nbsp;</span><a id="p_351"></a>onderworpen, had eenmaal het recht het hoofd hooger te dragen dan de
+ongelukkige hier vóór u, die voor zichzelve, behalve de vergunning om te
+sterven....&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat deze brieven rusten,&rdquo; viel Octavianus haar vriendelijk in de rede.
+»Wie zou betwijfelen, dat zij voor u een groote schat zijn....&rdquo;</p>
+
+<p>»De grootste van allen zijn zij, en daarbij de pleitbezorgers van de
+beschuldigde,&rdquo; verzekerde zij met levendigheid. »Op die brieven&mdash;gij
+hebt het reeds gehoord&mdash;berust de verdediging, waartoe ik bereid ben.
+Ik nam mij voor die van dááruit te beginnen. Hoe vreeselijk is het
+om hetgeen ons heilig was, en bestemd om alleen ons eigen hart te
+verheffen, dienstbaar te maken aan een doel&mdash;ze te gebruiken tot iets,
+waarvan wij ons leven lang wars waren! Maar ik heb nu eenmaal een
+voorspraak noodig, en, Octavianus, deze brieven geven aan de rampzalige,
+kranke bedelares de waardigheid en het wezen der Koningin terug. De
+wereld kent slechts twee machten, waarvoor Julius Cæsar zich gebogen
+heeft: de wenschen der treurende vrouw hier op dit rustbed, en de alles
+bedwingende dood. Een droevig broederpaar!&mdash;Doch ik vrees die niet, want
+de dood heeft hem het leven ontnomen en uit mijne hand.... Ik smeek u
+nog slechts om een enkel oogenblik.... Hoe gaarne zou ik mij zelve dezen
+lof besparen en u, zijn voorbeeld te volgen! Doch hier staat het: »Door
+u, gij onweerstaanbare,&rdquo; schrijft hij, »ondervond ik voor de eerste
+maal, toen mijn jeugd reeds achter mij lag, hoe schoon het leven kan
+zijn.&rdquo;<ins class="corr" id="corr195" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Met deze woorden overhandigde Cleopatra den brief aan den Cæsar. Terwijl
+zij echter nog haastig naar een anderen zocht, gaf hij haar den eersten
+reeds terug en zeide: »Ik begrijp maar al te goed hoe het u stuit om
+zulke vertrouwelijke ontboezemingen tot uwe verdedigers te maken. Ik kan
+mij den inhoud der overige voorstellen, en het zal dezelfde uitwerking
+hebben alsof ik ze alle gelezen had. Hoe welsprekend ook, zij zijn toch
+noodelooze getuigenissen. Is er dan een schriftelijke bewijsgrond noodig
+voor een toovermacht, die zich nog altijd even krachtig betoont?&rdquo;</p>
+
+<p>Als om die vleiende woorden uit den mond van den trotschen jongen
+beheerscher der wereld te bezegelen, vloog op dit oogenblik een
+beminnelijke glimlach over Cleopatra's gelaat. Octavianus merkte dat op.
+Zij bezat inderdaad een onweerstaanbare bekoorlijkheid, en hij voelde
+hoe zijn eigen wangen zich hooger kleurden. De ongelukkige vrouw,
+deze lijdende smeekelinge, kon dus ook nu nog een man in hare
+netten verstrikken, indien hij slechts niet die koel-berekenende
+voorzichtigheid bezat, die zijne ziel ompantserde. Was het de wonderbare
+<span class="pagenum" title="352">&nbsp;</span><a id="p_352"></a>welluidendheid der stem of de afwisselende glans in de vochtig
+glinsterende oogen; was het de voorname buigzaamheid der edele gestalte,
+gevoegd bij de volmaakt schoone vormen der handen en voeten, of de
+zwakheid der onderworpen lijderes, die zich zoo eigenaardig vermengde
+met koninklijke majesteit; of misschien de gedachte dat de liefde van
+deze vrouw de grootsten en hoogstgeplaatsten aan zich had geboeid met
+onverbrekelijke banden, wat aan deze kwijnende vrouw, die hare jeugd
+reeds lang achter zich had, nu nog zulk een machtige aantrekkingskracht
+gaf?</p>
+
+<p>In ieder geval moest ook hij, hoe zeker hij ook van zich zelf mocht
+zijn, op zijn hoede voor haar wezen. Hij verstond de kunst om zijn
+hartstocht te beteugelen, beter dan zijn veel grootere oom dat vermocht.</p>
+
+<p>Maar vóór alles wilde hij, om Cleopatra in het leven te behouden, haar
+versterken in haar geloof aan zijne bewondering. Hij moest aan de
+»groote Koningin van het Oosten&rdquo; die zich nog zoo even had beroemd, even
+onverbiddelijk als de dood, de machtigsten der aarde te overwinnen, en
+tegelijk aan de geheele wereld, zijn overmacht bewijzen, als mensch
+en als heerscher. Doch hij moest ook zachtmoedig zijn, om niet zelf
+onvoorzichtig datgene in de waagschaal te stellen waartoe hij haar
+noodig had. Zij moest hem volgen naar Rome. Zij met hare kinderen
+beloofde zijn triomftocht tot de schitterendste en merkwaardigste te
+maken, dien ooit een overwinnaar den senaat en het volk had doen zien.
+Daarom antwoordde hij op luchtigen toon, doch waarin duidelijk genoeg
+de aandoening zijner ziel te hooren was: »Mijn verheven oom was immers
+bekend als een vriend van schoone vrouwen. Door vele liet hij zijn
+ernstig leven met bloemen versieren en verzekerde haar dat mondeling,
+of misschien ook wel&mdash;zooals u in deze brieven&mdash;met de schrijfstift.
+Zijn genius was grooter, in ieder geval veelzijdiger en levendiger dan
+de mijne. Hij kon verschillende dingen en met dezelfde zorgvuldigheid
+tegelijkertijd doen. Wat mij betreft, de Staat, de regeering, de
+oorlog nemen mij geheel in beslag. Ik ben al dankbaar, wanneer ik
+eens een oogenblik aan onze dichters veroorloven kan, mijn rusttijd te
+veraangenamen. Een zoo zwaar beladen man als ik heeft geen vrijen tijd
+over om zich te laten boeien door de bevalligste der vrouwen, zooals
+mijn oom dat kon. Indien ik kon wat ik wilde, dan zoudt gij de eerste
+zijn, van wie ik Eros' gaven.... Maar het mag niet zijn! Wij Romeinen
+leeren ook den vurigsten wensch bedwingen, wanneer de plicht, de
+zedenwet dat gebiedt. Er is in de wereld geen stad waar zoovele goden
+vereerd worden als hier, en welke behooren daar niet <span class="pagenum" title="353">&nbsp;</span><a id="p_353"></a>al toe; Om hunnen
+aard ook maar oppervlakkig te begrijpen, daar is een bijzondere
+inspanning van den geest toe noodig.... Maar de eenvoudige goden van den
+huiselijken haard! Zij zijn te eenvoudig voor u Alexandrijnen, die men,
+tegelijk met de moedermelk, reeds voedt met philosophie.... Geen wonder,
+dat ik daar te vergeefs naar uitzag. Het is waar, zij&mdash;onze huisgoden,
+bedoel ik&mdash;zouden ook maar weinig voldoening vinden, hier waar de
+strenge eischen van Hymen zwijgen voor de hartstochtelijke wenschen van
+Eros. Men kan niet zeggen dat het huwelijk hier tot de heilige zaken
+behoort.&mdash;Het schijnt dat dit gevoelen u verdriet.&rdquo;</p>
+
+<p>»Omdat het onwaar is,&rdquo; stootte Cleopatra heftig uit, terwijl zij met
+moeite een nieuwe uitbarsting van toorn onderdrukte. »Doch, als ik goed
+zie, dan bedoelt gij met uw verwijt alleen te wijzen op den band, die
+mij vereenigde met den man, dien men de gemaal uwer zuster noemde.
+Gij Romeinen noemt het huwelijk van een uwer grooten met een vreemde
+vernederend.... Maar ik wil mij.... Ik zou het gaarne voor mij zelve
+houden, maar gij dwingt mij te spreken, en ik wil het doen, hoewel uw
+eigen vriend Proculejus mij aanmaant voorzichtig te zijn... Ik, ik,
+Cleopatra, was de ware gemalin van Marcus Antonius, volgens de zeden van
+dit land, toen gij hem hebt uitgehuwelijkt aan de weduwe van Marcellus,
+nadat die nauwelijks zijne oogen had gesloten. Niet uwe zuster Octavia,
+ik was de verstootene aan wie zijn hart behoorde tot het einde toe; ik,
+die een reeks van groote koningen mijne voorvaderen noem, en die in
+geboorte toch zeker niet achtersta bij de voornaamste dochter van uw
+edel geslacht; niet de onbeminde, hem opgedrongen gemalin...&rdquo;</p>
+
+<p>Zij liet haar stem dalen. Zij had aan den hartstochtelijken drang die
+haar gebood zich op dit punt uit te spreken, voldaan, en nu ging zij op
+verklarenden toon zachter voort: »Ik weet wel, dat gij deze verbintenis
+slechts hadt voorgeslagen ter wille van den vrede en het welzijn van den
+Staat....&rdquo;</p>
+
+<p>»Het geschiedde om beide te verzekeren, en het bloed van tienduizenden
+te sparen,&rdquo; sprak Octavianus met trots en overtuiging. »Dat heeft uw
+heldere geest goed ingezien. En wanneer gij, in weerwil van het gewicht
+dezer beweegredenen.... Maar welke stemmen worden door u, vrouwen, niet
+door die van het hart tot zwijgen gebracht? Den man, den Romein, gelukt
+het zijn oor te sluiten voor het sirenengezang. Indien het anders ware,
+dan zou ik nooit of nimmer voor mijn zuster een gemaal gekozen hebben,
+bij wien ik haar geluk zoo slecht gewaarborgd wist, zou ik&mdash;zooals ik
+reeds zeide&mdash;geen weerstand kunnen bieden aan mijn eigen begeerte om de
+beminnelijkste <span class="pagenum" title="354">&nbsp;</span><a id="p_354"></a>van alle vrouwen te bezitten.... Doch ik mag mij daarop
+eigenlijk niet beroemen. Ik vrees dat een vrouwenhart als het uwe zich
+minder snel voor den nederigen Octavianus openen zou, dan voor een
+Julius Cæsar of den schitterenden Marcus Antonius. Maar ik mag hier
+bekennen, dat ik misschien vermeden zou hebben aan dezen onzaligen
+oorlog tegen een vriend in eigen persoon een einde te maken en zelf in
+Aegypte te verschijnen, terwijl elke degelijke legaat datzelfde had
+kunnen doen, indien ik niet hierheen gedreven ware door den wensch, de
+vrouw weder te zien, wier merkwaardige schoonheid reeds als knaap mijne
+oogen had verblind. Thans gevoelt de man van rijper leeftijd zich
+beheerscht door den wensch om die wonderbare geestesgaven te leeren
+kennen, dat onvergelijkelijk verstand....&rdquo;</p>
+
+<p>»Verstand!&rdquo; viel de Koningin hem in de rede, en haalde droevig de
+schouders op. »Wat men gewoonlijk zoo noemt, werd u in tienmaal rijker
+mate toebedeeld. Dat bewijst u mijn lot. De lenigheid van geest, die de
+goden mij wellicht geschonken hebben, zou in dezen tijd van smart de
+proef slecht doorstaan. Doch als het u werkelijk te doen is om te weten
+te komen hoe het eenmaal gesteld was met Cleopatra's geest, neem dan
+deze vreeselijke onzekerheid van mij af, en sta mij een leven toe, dat
+mijn verlamde ziel weder veroorlooft zich vrij te bewegen.&rdquo;</p>
+
+<p>»Het ligt alleen aan u,&rdquo; zeide Octavianus met levendigheid, »de dagen
+die komen zullen voor u en de uwen niet alleen vrij van zorgen, maar ook
+zelfs schoon te doen zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>»Aan mij?&rdquo; vroeg Cleopatra verbaasd. »In uwe hand, geheel alleen in de
+uwe, ligt ons wel en wee. Ik ben bescheiden, en verlang alleen te weten,
+wat gij over onze toekomst hebt beschikt, en wat gij verstaat onder een
+lot, dat gij schoon noemt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Niets minder,&rdquo; antwoordde de Caesar kalm, »dan wat u bijzonder veel
+waard schijnt te zijn: een leven met die vrije beweging der ziel,
+waarnaar gij streeft.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu begon de boezem der diep ontroerde vrouw zich sneller te bewegen, en
+niet meer in staat het ongeduld dat haar beving geheel te bedwingen,
+riep zij uit: »Met de verzekering van uw hulde op de lippen, ontzegt gij
+mij het nader aandringen van een vraag, die meer dan alle anderen mijn
+gemoed vervult, waarop gij, toen gij hier binnentraadt voorbereid moest
+zijn, indien gij het op ééne waart<ins class="corr" id="corr196" title="Bron: &nbsp;...">....</ins>&rdquo;</p>
+
+<p>»Verwijten?&rdquo; vroeg Octavianus met goed gespeelde verbazing. »Maar heb ik
+niet eerder reden mij te beklagen? Juist omdat het mij ernst is met de
+welwillende gezindheid, die gij terecht in mijne woorden hebt opgemerkt,
+moesten enkelen uwer maatregelen mij bedroeven. Het vuur moest uwe
+schatten vernietigen. <span class="pagenum" title="355">&nbsp;</span><a id="p_355"></a>Het zou onbillijk zijn vriendschapsbewijzen te
+verwachten van een overwonnene, doch kunt gij loochenen dat de bitterste
+haat nauwelijks iets vijandigers had kunnen uitdenken?&rdquo;</p>
+
+<p>»Laat het verleden rusten! Wie zou in den oorlog niet trachten den buit
+voor zijn tegenstander te verkleinen?&rdquo; zeide de Koningin op een toon van
+verontschuldiging.</p>
+
+<p>Doch toen Octavianus met zijn antwoord talmde, ging zij levendiger
+voort: »Men zegt dat de steenbok in de bergen van het Oosten zich in
+zijn doodsstrijd op den jager werpt, en hem mede in den afgrond trekt.
+Diezelfde neiging is ook den mensch ingeschapen, en mij dunkt, zij
+strekt beiden tot eer.&mdash;Vergeet het verleden, zooals ik tracht het
+te doen; ik herhaal het met opgeheven handen. Zeg dat gij den knaap,
+dien ik aan Antonius geschonken heb, den troon van Aegypte wilt doen
+bestijgen, niet onder voogdij van zijn moeder, maar onder die van Rome.
+En sta mij zelve toe om, waar het dan ook moge zijn, in vrijheid te
+leven. Dan laat ik u gewillig alles wat ik bezit aan goederen en
+schatten, tot op het laatste toe, over.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarbij had zich hare kleine hand onder de plooien van haar kleed van
+ongeduld tot een vuist gebald, maar Octavianus sloeg de oogen neder, en
+zeide luchtig: »In den oorlog beschikt de overwinnaar over het bezit
+van den overwonnene, doch mijn hart verbiedt mij tegenover u, die zoo
+ver boven het alledaagsche verheven zijt, algemeen geldige wetten in
+toepassing te brengen. Uw rijkdom moet groot zijn, hoewel de onzinnige
+oorlog, dien Antonius met uw bijstand zoo lang voortzette, verbazende
+sommen verslonden heeft. Het schijnt alsof in dit land het verspilde
+goud even snel weder opwast als het gras dat gemaaid is.&rdquo;</p>
+
+<p>»Gij spreekt,&rdquo; antwoordde Cleopatra, steeds dieper geraakt en met groote
+fierheid, »van de schatten die mijne voorvaderen, de groote Koningen van
+dit land, drie eeuwen lang verzameld en verworven hebben voor hun edel
+geslacht en de sieraden hunner vrouwen. Voor de grootmoedigheid en de
+hooghartigheid van een Antonius was het niet weggelegd te sparen, en
+toch zal hetgeen nog overig is, zelfs aan de hebzucht niet gering
+toeschijnen. Tot op het laatste stuk staat alles opgeschreven.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarmede nam zij haar zaakwaarnemer Seleukus een rol uit de hand, en
+reikte die aan Octavianus over; hij nam die met een lichte buiging
+zwijgend in ontvangst. Nauwelijks echter was hij begonnen te lezen, of
+de zaakwaarnemer, een klein, zwaarlijvig man met glinsterende oogen, die
+half verdwenen in de opgezette wangen, hief zijn korten wijsvinger op,
+wees onbeschaamd op de Koningin, en hield in haar aangezicht vol, dat
+zij eenige dingen had trachten achter te houden, en hem daarom verboden
+had op de lijst te zetten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="356">&nbsp;</span><a id="p_356"></a></p>
+
+<p>De diep geschokte, hartstochtelijke, door koortsachtig ongeduld
+gemartelde vrouw werd bij deze woorden doodsbleek. Zij verloor alle
+zelfbeheersching, hief zich op, en sloeg den verrader, dien zij eenmaal
+uit armoede en lagen stand tot zijn hoogen post had verheven, herhaalde
+malen met hare zachte hand in het gezicht, totdat Octavianus haar
+eindelijk met een fijnen glimlach uit de hoogte toeriep, dat het,
+hoezeer de man het ook verdiend had, nu genoeg moest zijn.</p>
+
+<p>Toen viel de ongelukkige Koningin geheel buiten zichzelve op haar
+rustbank neer en terwijl de tranen uit hare oogen vloeiden, klaagde zij
+met heesche stem zichzelve aan, en zeide dat zij tegenover zulk een
+onduldbare handelwijze en overmaat van laagheid tot een afschuw van zich
+zelve was geworden.</p>
+
+<p>Daarop drukte zij hare vuist tegen de slapen, en riep uit: »Voor de
+oogen van mijn vijand valt de waardigheid der Koningin, die mij mijn
+leven lang niet heeft begeven, van mij af als een geleende mantel. Maar
+wat ben ik ook nog? Wat zal ik morgen zijn, en wat daarna? Doch wie is
+er onder de zon, met warm bloed in de aderen, die kalm kan blijven,
+wanneer men hem, terwijl hij versmacht, saprijke druiven voorhoudt,
+om hem die, evenals aan Tantalus, weder wreed te ontnemen, eer hij
+de lippen er mede bevochtigd heeft? Gij kwaamt hier bij mij, met de
+verzekering uwer genade; doch de vleiende, veel goeds belovende woorden
+die gij mij, rampzalige, schonkt, waren niet anders dan heulsapdruppels,
+waarmede men onrustige koortslijders tot rust brengt. Was de genade, die
+gij mij liet zien en voor de toekomst deedt vermoeden, alleen bestemd om
+een diep gezonkene te misleiden.....&rdquo;</p>
+
+<p>Doch zij kon niet voortgaan, want Octavianus viel haar met verheffing
+van stem en met waardigheid in de rede: »Wie meent dat Caesars erfgenaam
+in staat is om een edele vrouw, een Koningin, de vriendin van zijn
+grooten voorganger, smadelijk te bedriegen, die beleedigt en krenkt
+hem. Doch de rechtmatige toorn, die u medesleepte, mag u tot
+verontschuldiging dienen. Ja,&rdquo; voegde hij er op een geheel anderen toon
+bij, »ik zou zelfs reden hebben dezen toorn dankbaar te zijn, en te
+wenschen nog eens een uitbarsting van drift te mogen zien, die zelfs
+in haar onbeteugelde woestheid schoon blijft; de koninklijke leeuwin
+weet immers zelve nauwelijks hoe schoon zij is, wanneer de storm der
+verontwaardiging haar medesleept. En welk een gezicht moet het dan niet
+zijn, wanneer het de liefde is, die hare brandende ziel dwingt in laaien
+gloed te ontvlammen.<ins class="corr" id="corr197" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>»De brandende ziel!&rdquo; herhaalde zij levendig, en plotseling ontwaakte
+in haar weder de behaagzieke wensch om ook dezen man, die zich, in de
+zekerheid zijner overwinning, zoo beroemde <span class="pagenum" title="357">&nbsp;</span><a id="p_357"></a>op zijn standvastigheid, aan
+hare voeten te zien. Al was hij ook sterker dan anderen, toch was hij
+zeker niet onbedwingbaar! En in het bewustzijn van haar nog altijd
+onverminderde macht over mannenharten, volgde zij de oppermachtige
+neiging der vrouw om over de harten te heerschen. Ook dat van haar
+vijand moest haar worden onderworpen, en vóór deze wensch nog een vasten
+vorm had aangenomen, blonk er reeds in hare oogen een veelbelovende
+liefdeblik voor hem, en verscheen op haar gelaat een betooverende
+glimlach.</p>
+
+<p>Nu begon het zoo goed beveiligde hart van den jongen heerscher sneller
+te kloppen, en de teugels te verbreken. Zijn wangen gloeiden, en werden
+beurtelings bleek en rood. Hoe had zij hem aangezien! Zou zij den neef
+beminnen, zooals zij eens zijn oom had gedaan, die door haar had geleerd
+welk een genot het leven bieden kon? Ja, het moest heerlijk zijn dezen
+fijnen mond te kussen, zich door deze schoon gevormde armen te doen
+omvangen, door den zilverhelderen klank van die stem zijn eigen naam
+met teederheid te hooren uitspreken. Zelfs het meest volmaakte marmeren
+beeld der wakend rustende Ariadne, dat hij in Athene had gezien, had
+niet schooner ineenvloeiende lijnen, dan die uit de kussens zich
+oprichtende vrouw, daar vóór hem. Wie zou tegenover haar van verdwenen
+bekoorlijkheden durven spreken? O neen! De betoovering, die eens Julius
+Caesar tot haar dienaar had gemaakt, was nog even krachtig als ooit. Hij
+voelde zelf die macht. Hij, die pas drie en dertig jaren telde, was nog
+jong. Na al die inspanning kwam het ook hem toe, zich te bedwelmen met
+den nektar van het edelste genot, en lichaam en ziel gelijkelijk te
+verzadigen met genietingen, die door niets te overtreffen waren.</p>
+
+<p>Hij naderde dan ook met snellen tred haar rustbank, vast besloten
+hare handen te grijpen en die aan zijn lippen te brengen. Zijn
+hartstochtelijke blik beantwoordde den haren, doch zij, verbaasd over
+de macht die haar, hoe vreeselijk zij ook was afgetobt naar lichaam
+en ziel, nog altijd eigen scheen te zijn, zelfs over den sterkste en
+koelste van alle mannen, merkte kalm op wat in hem omging, en een
+zegevierende glimlach, waarin zich bittere spot mengde, speelde om haar
+fraaien mond. Zou zij nu door list van hem trachten te verkrijgen wat
+zij van hem wenschte, door voor het eerst een verraderlijk spel te
+spelen met hare liefde? Zou zij zich overgeven aan den man die haar
+verstiet, om door hem voor hare kinderen te verkrijgen wat hen toekwam?
+Zou zij, ten gevalle van den vijand haars geliefden, afstand doen van de
+heilige smart, die haar noopte hem te volgen, en het nageslacht en hare
+kinderen recht geven haar, in plaats van de trouwste der trouwen, een
+eerlooze <span class="pagenum" title="358">&nbsp;</span><a id="p_358"></a>vrouw te noemen, die voor iederen machtige op zijn beurt te
+koop was?</p>
+
+<p>Al deze vragen moesten, als van zelf sprak, ontkend worden. De stap,
+dien Octavianus haar tegemoet was gegaan, met den om liefde smeekenden
+blik, gaf haar het recht zich te gevoelen als een zegepralende over den
+overwinnaar, en de trotsche blijdschap over haar triomf weerspiegelde
+zich al te duidelijk in hare bewegelijke trekken, dan dat de
+scherpziende en wantrouwende man, die voor haar bezweken was, het
+niet zou hebben opgemerkt. Doch nauwelijks had hij bespeurd wat hem
+bedreigde, en zich haar gezegde herinnerd, dat zijn groote oom alleen
+voor haar en voor den dood had moeten zwichten, of het gelukte hem ook
+weder, zijn snel ontvlamde zinnen te beheerschen. Blozend over zijn
+eigen zwakheid wendde hij den blik van de Koningin af, en toen zijn oog
+op Proculejus en de andere getuigen viel, zag hij eerst recht, voor welk
+een afgrond hij had gestaan. Hij had zich reeds half laten medesleepen
+door het gevaar om door een oogenblik van zwakheid de vrucht van
+ernstige onthouding en zware inspanning te verbeuren. Zijn sprekende
+blik, die nog zooeven vol verlangen op een schoone vrouw had gerust,
+mat nu zijne omgeving met de strenge uitdrukking van een heerscher; en
+oogenschijnlijk op matiging bedacht van het overdrevene der vleiende
+waardeering, die men verkeerd zou kunnen uitleggen, zeide hij op een
+ernstigen toon, die bijna vermanend klonk:</p>
+
+<p>»En toch zouden wij de edele leeuwin nog liever zien in haar majestueuze
+rust, die alles, wat Vorst heet, het best staat. Het valt een koel
+overleggenden geest, zooals de mijne is moeilijk zich te verplaatsen in
+een ras en fel ontgloeiend hart.&rdquo;</p>
+
+<p>Meer verbaasd dan teleurgesteld, had Cleopatra deze snelle verandering
+gadegeslagen. Hij was spoedig onder haar invloed geraakt, had dat
+bijtijds begrepen, en een man van zijne soort begaf zich niet licht ten
+tweeden male in een gevaar, waaraan hij zoo ternauwernood ontkomen was.
+En dat was ook goed! Hij moest ondervinden dat hij den blik, die zijn
+hart in vlam had gezet, verkeerd had uitgelegd, en daarom antwoordde zij
+afwerend en met koninklijke waardigheid:</p>
+
+<p>»Een rampspoed als de mijne dooft allen gloed uit. En de liefde? Het
+hart eener vrouw blijft altijd voor haar geopend, alleen dan niet
+meer, wanneer het de lust en de kracht tot wenschen verloren heeft.
+Gij zijt jong en gelukkig, en daarom verlangt uwe ziel ook nog heden
+naar liefde&mdash;dat weet ik&mdash;ofschoon in geenen deele naar de mijne. Mij
+daarentegen is nog slechts één minnaar welkom: de man, met de omgekeerde
+toorts, dien gij van mij afhoudt. Bij hem alleen is datgene te <span class="pagenum" title="359">&nbsp;</span><a id="p_359"></a>vinden,
+waarnaar mijn ziel van kindsaf heeft gehunkerd: rust zonder smart! Gij
+glimlacht, en mijn vroeger leven geeft u het recht daartoe. Daar zal ik
+niets van af doen. Ieder leeft zijn eigen leven, voor zichzelf. Slechts
+enkelen begrijpen de kronkelpaden van hun eigen, nog minder die van
+anderer bestaan. De wereld is er immers getuige van geweest, hoe de rust
+mij ontvloden is, of ik haar, en toch zie ik nog de mogelijkheid haar
+terug te vinden. Ik ben beveiligd voor het eenige, wat mij het genot
+daarvan onthouden zou: vernedering en schande.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij zweeg, en een oogenblik later ging zij met het weekste stemgeluid,
+waarover zij beschikken kon, voort: »Ik geloof dat uwe grootmoedigheid
+dáárvoor de vrouw beschermen zal, die gij nog zoo even&mdash;het is mij niet
+ontgaan&mdash;een meer dan genadigen blik waardig keurdet. Dien zal ik
+bewaren bij mijn onvergetelijke herinneringen. Doch doe mij nu ook
+weten, hoog edel heer: hoe luidt uw besluit omtrent mij en mijne
+kinderen? Wat mogen wij van uwe genade hopen?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat de wensch om aan u en de uwen een waardig lot te bereiden,
+Octavianus des te oprechter bezielen zal, naarmate gij met vaster
+vertrouwen verwachten zult dat hij zijne grootmoedigheid in al hare
+volheid aan u zal bewijzen.&rdquo;</p>
+
+<p>»En als ik dezen wensch vervul, en alles van u verwacht wat groot en
+edel is,&mdash;en dat valt mij niet moeilijk&mdash;welke bewijzen van uwe gunst
+geeft gij ons dan?&rdquo;</p>
+
+<p>Zonder zich te bedenken antwoordde de Cæsar: »Schilder dat uzelve af
+met al den gloed uwer machtige phantasie, die zelfs mijne blikken zoo
+levendig ten uwen gunste weet te verklaren, en die de wonderen heeft
+uitgedacht, waardoor gij den grootsten en schitterendsten man van Rome
+tot den gelukkigste van alle stervelingen hebt gemaakt. Dat hij de
+ongelukkigste geworden is, was, dunkt mij, zijne schuld, de uwe niet.
+Maar&mdash;bij Zeus!&mdash;het is reeds het vierde uur na den middag!&rdquo;</p>
+
+<p>Een blik uit het venster had tot dezen uitroep aanleiding gegeven.
+Daarop vervolgde hij, op een toon van oprechten spijt, en met de hand
+op het hart: »Hoe gaarne zou ik nog langer genieten van dit boeiend
+gesprek, doch ik word geroepen door gewichtige, helaas niet uit te
+stellen zaken...&rdquo;</p>
+
+<p>»En het antwoord?&rdquo; vroeg Cleopatra, en zag hem daarbij met ingehouden
+adem en in gespannen verwachting aan.</p>
+
+<p>»Moet ik dat nog herhalen?&rdquo; vroeg hij met ongeduldigen haast. »Het
+zij dan zoo! Tegenover volkomen vertrouwen van uwe zijde, genade,
+vergiffenis, tegemoetkoming en alle eerbiediging van uw persoon, die gij
+billijkerwijze verlangt. Uw hart is zoo rijk aan warm gevoel! Gun mij
+slechts een klein deel daarvan, en eisch van mij tastbare geschenken
+terug. Zij worden <span class="pagenum" title="360">&nbsp;</span><a id="p_360"></a>u al van te voren toegestaan.&rdquo; Hierop groette hij
+haar als een vriend die ongaarne afscheid neemt, en verliet met rassche
+schreden de zaal.</p>
+
+<p>»Weg, weg!&rdquo; riep Iras, toen de deur achter hem gesloten was. »Als een
+aal, die ontsnapt aan de hand die hem vasthoudt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Als het ijs in het Noorden,&rdquo; voegde Cleopatra er op doffen toon bij,
+terwijl Charmion haar hielp gemakkelijker te gaan liggen. »Even glad,
+als het koud is. Nu blijft er niets meer voor mij te hopen over.&rdquo;</p>
+
+<p>»Ja zeker gebiedster, er blijft nog iets!&rdquo; verzekerde Iras met warmte.
+»Dolabella wacht hem op in den Philadelphus-hof. Hij heeft beloofd, dat
+wij door hem zullen hooren wat Octavianus met u voor heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>De Cæsar vond inderdaad bij de eerste poort van het paleis den
+jongeling, bezig zijn schoon <ins class="corr" id="corr198" title="Bron: Kyrenaeiseh">Kyrenaeisch</ins> vierspan te
+bewonderen.</p>
+
+<p>»Prachtige dieren!&rdquo; riep hij Dolabella toe. »Een geschenk van deze stad.
+Wilt gij met mij rijden? Een merkwaardige vrouw, een hoogst merkwaardige
+vrouw!&rdquo;</p>
+
+<p>»Niet waar?&rdquo; was het toestemmend antwoord.</p>
+
+<p>»Zonder twijfel,&rdquo; hernam de Cæsar. »Doch ofschoon zij bijna uw moeder
+kon zijn, buitengewoon gevaarlijk voor jonge lieden van uw leeftijd en
+uwe soort. Welk een teedere klank in die stem, welk een levendigheid en
+vuur! En daarbij toch zoo vorstelijk in al hare bewegingen. Maar ik wil
+de vonk, die misschien reeds in uw hart gevallen is, niet aanwakkeren,
+maar uitdooven. En dat tooneel, die comedie, die zij te midden van den
+bloedigsten ernst voor mij vertoonde!&rdquo;</p>
+
+<p>Een oogenblik lachte hij zacht, en Dolabella riep vol nieuwsgierigheid:
+»Gij lacht maar zelden, doch dit gesprek schijnt u vroolijk te hebben
+gestemd.&mdash;Het heeft dus een verblijdenden afloop gehad?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat willen wij hopen! Ik heb mij zoo genadig betoond als maar mogelijk
+was.&rdquo;</p>
+
+<p>»Dat is goed! Mag ik ook weten op welke wijze uwe goedheid en wijsheid
+voor hare toekomst gezorgd heeft? Of liever: wat hebt gij aan de
+beklagenswaardige overwonnen vrouw beloofd?&rdquo;</p>
+
+<p>»Mijn genade, indien zij mij vertrouwen schenkt.&rdquo;</p>
+
+<p>»Proculejus en ik gaan steeds voort, haar daarin te versterken. En als
+het ons gelukt?&rdquo;</p>
+
+<p>»Dan zal zij, zooals ik zeide, genade vinden, genade in overvloed!&rdquo;</p>
+
+<p>»Doch haar lot in de toekomst? Wat hebt gij over haar en hare kinderen
+beschikt?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="361">&nbsp;</span><a id="p_361"></a></p>
+
+<p>»Wat zij door de hoeveelheid van hun vertrouwen zullen verdienen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij hield op, want hij had den blik van Dolabella opgevangen en bemerkt,
+dat in den droeven ernst daarvan zich een zacht verwijt mengde.</p>
+
+<p>Hij was er bijzonder op gesteld de geestdriftvolle bewondering van dezen
+edelen jongeling, die misschien tot groote dingen geroepen zou worden,
+te behouden, en daarom ging hij vertrouwelijk voort: »Voor u jonge
+vriend, mag ik meer open uitspreken. Ik wil gaarne voldoen aan de
+stoutste verwachtingen van deze altijd nog boeiende, en, ik herhaal het,
+hoogst merkwaardige vrouw; maar eerst heb ik haar noodig voor mijn
+triomftocht. De Romeinen zouden met recht ontevreden over mij zijn,
+wanneer ik hen het schouwspel onthield van deze Koningin, deze vrouw
+zonder wederga, die in zoovele opzichten de eerste van haar tijd is.
+Spoedig vertrekken wij naar Syrië, en wel over land. Ik zend de Koningin
+met hare kinderen binnen drie dagen naar Rome. Wanneer zij dáár, bij
+mijn triomftocht, als groot en waarlijk bewonderenswaardig schouwspel,
+den indruk zal maken, dien ik daarvan verwacht, dan zal zij ondervinden
+hoe ik hen die mij een vriendelijkheid bewijzen, weet te beloonen.&rdquo;</p>
+
+<p>Dolabella had hem zwijgend aangehoord. Zoodra de Cæsar zijn wagen
+besteeg, verzocht zijn vriend verlof om te mogen achter blijven.</p>
+
+<p>Octavianus reed dus alleen in oostelijke richting naar de plek, waar,
+in de nabijheid van het Hippodroom, de grond werd opgemeten, waarop de
+voorstad Nikopolis, dat is: »stad der overwinning&rdquo; moest worden gebouwd.
+Zij zou de volgende geslachten herinneren aan de zegepraal van den
+eersten keizer over Antonius en Cleopatra. Deze stad nam later wel in
+grootte toe, maar is toch nooit een stad van beteekenis geworden.</p>
+
+<p>De edele jongeling uit het geslacht der Corneliussen zag het vurige
+vierspan van den heerscher wrevelig na. Daarop richtte hij zijn fiere
+gestalte hooger op, en ging met vasten tred naar het paleis. Het kon hem
+zijn leven kosten, maar toch wilde hij doen wat hij als zijn plicht
+beschouwde jegens de groote Vorstin, die hem haar vriendschap had
+waardig gekeurd. Deze buitengewone vrouw was te goed om tentoongesteld
+te worden tot vermaak van het gepeupel.</p>
+
+<p>Enkele oogenblikken later wist Cleopatra welk een smaad haar boven het
+hoofd hing.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="362">&nbsp;</span><a id="p_362"></a></p>
+
+<h2><a id="VIJF_EN_TWINTIGSTE_HOOFDSTUK"></a>VIJF EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p>Den volgenden morgen had de Koningin met Charmion, en deze met de
+Nubische Anukis, veel in het geheim te bespreken.</p>
+
+<p>Den vorigen dag was de tuinman van Archibius gekomen en had aan de
+zuster van zijn heer bijzonder schoone vijgen gebracht, die gerijpt
+waren in den ouden Epicuristen-tuin. Ook over deze vruchten werd
+gesproken, en Anukis ging naar Kanopus, en van daar, in den wagen van
+den huisbezorger, met een mand vol prachtige vijgen naar de vischmarkt.
+Dáár moest zij veel afspreken met Pyrrhus, en de vrijgelatene nam de
+vruchten mede in zijn boot.</p>
+
+<p>Spoedig na de thuiskomst der Nubische, keerde de Koningin uit
+het grafmonument terug. Hare trekken droegen een stempel van
+vastberadenheid, die daar anders vreemd aan was; ja zelfs gaven de vast
+opeengeklemde lippen daaraan een uitdrukking van bepaalde strengheid.
+Zij wist nu wat haar te doen stond, en zag haar naderend einde als een
+onafwijsbare noodzakelijkheid tegemoet. De dood kwam haar voor als een
+reis, die zij ondernemen moest om te ontkomen aan den wreedsten smaad.
+Bovendien was haar leven, na Antonius' dood, toch het rechte leven niet
+meer; het was nog maar een droevig talmen en afwachten geweest in het
+belang van haar kinderen.</p>
+
+<p>Het bezoek aan het grafteeken had als het ware moeten dienen om den
+gemaal, die haar was voorgegaan, hare nadering aan te kondigen. Zij
+hadden langen tijd vertoefd in de stille zaal. Zij had daar de
+sarcophaag van haar geliefde met bloemen gesierd en gekust, tot den
+afgestorvene gesproken als tot een levende, en hem toegeroepen, dat nu
+de dag gekomen was, waarop vervuld zou worden wat hij in zijn testament
+zijn liefste hartewensch had genoemd: naast haar te rusten in hetzelfde
+graf. Onder het duizendvoudig leed dat haar getroffen had, was niets
+haar zwaarder te dragen geweest dan het gemis van <span class="pagenum" title="363">&nbsp;</span><a id="p_363"></a>zijne nabijheid en
+liefde. Vervolgens was zij in den tuin gegaan, had hare kinderen aan het
+hart gedrukt en gekust, en hen verzocht met liefde aan haar te blijven
+denken. Aan Archibius was niet verborgen gebleven wat zij voornemens
+was te doen, doch Charmion had hem medegedeeld wat haar anders in de
+toekomst te wachten stond&mdash;en hij had haar besluit goedgekeurd. Met
+behulp van al de wilskracht die hem ten dienste stond, wist hij de
+smart, die zijn trouw hart vaneen reet, te verbergen. Zij moest sterven.
+De gedachte haar te zien deelnemen aan den triomftocht van Octavianus,
+was ook voor hem ondragelijk. Haar dank en de bede, dat hij ook verder
+een liefdevol leidsman voor hare kinderen mocht zijn, hoorde hij aan met
+een uiterlijke kalmte, die hem later zelf onbegrijpelijk voorkwam.</p>
+
+<p>Toen zij sprak van het wederzien van den geliefde tot wien zij nu heen
+ging, vroeg hij, of ze dan geheel gebroken had met de leer van Epicurus,
+die alle leven als geëindigd beschouwt met den dood.</p>
+
+<p>Zij bevestigde dat levendig, en zeide: »Ook de smarteloosheid komt mij
+niet voor als het hoogste goed, sinds ik weet dat liefde niet alleen
+genot medebrengt, sinds ik ondervond dat smart onafscheidelijk is van
+liefde. Haar geef ik niet op, en evenmin mijn geliefde. Wie ondervonden
+heeft wat mij te dragen werd gegeven, heeft andere goden leeren kennen,
+dan in de ledigheid zalig rustende goden van den meester. Liever in een
+andere wereld met mijn geliefde vereenigd tot eeuwige pijn, dan een
+smart- en vreugdeloos niets in een ledig en ijl Nergens.&mdash;Gij zult
+allerminst de kinderen leeren streven naar afwezigheid van smart.....&rdquo;</p>
+
+<p>»Evenals gij,&rdquo; riep Archibius uit, »heb ik ook geleerd welk een heerlijk
+goed de liefde is, en dat liefde ook smart insluit.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij boog zich over hare hand om die te kussen, doch zij nam zijn hoofd
+in hare handen, en drukte hare lippen snel en vluchtig op zijn breed
+voorhoofd.</p>
+
+<p>Nu was het met zijne zelfbeheersching gedaan, en luid snikkend haastte
+hij zich naar de kinderen terug.</p>
+
+<p>Met een weemoedigen glimlach zag zij hem na, en aan den arm van Charmion
+ging zij het paleis weer binnen. Daarop nam zij een bad, en legde zich
+toen, in kostbaar rouwgewaad, op haar rustbank, om zooals gewoonlijk
+haar ontbijt te gebruiken. Iras en Charmion namen met haar daaraan deel.</p>
+
+<p>Terwijl het nagerecht werd opgedragen, bracht de Nubische een korf met
+prachtige vijgen. Zij verklaarden aan Epaphroditus, die bij den maaltijd
+tegenwoordig was, dat zij die als iets bijzonders van een boer had
+gekregen. De wachters hadden er reeds eenige van gesnoept.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="364">&nbsp;</span><a id="p_364"></a></p>
+
+<p>De aanzittenden aten eenige dier vruchten, en ook Proculejus, die
+gekomen was om de Koningin te begroeten, liet zich overhalen om een der
+schoonste te proeven. Na afloop van den maaltijd wenschte Cleopatra te
+rusten. De Romeinsche heeren en bedienden verwijderden zich. Eindelijk
+waren de vrouwen alleen, en zagen elkander zwijgend aan.</p>
+
+<p>Charmion schoof aarzelend de bovenste vruchten ter zijde, doch de
+Koningin zeide met doffe stem in zichzelve:</p>
+
+<p>»De gemalin van Antonius achter den wagen des overwinnaars in triomf
+door Rome's straten gesleept, tot vermaak van het volk en der afgunstige
+matrone's.&rdquo; Daarop vloog zij op, en riep: »Welk een gedachte! Was die
+voor Octavianus te groot of te klein? Hij, die er zich zoo luide op
+beroemt, dat hij de menschen kent, verwacht dit onmogelijke van de
+vrouw, die hem toch even eerlijk haar gemoed heeft ontsloten, als hij
+voor haar het zijne verborgen heeft gehouden. Wij zullen hem toonen hoe
+weinig die menschenkennis waard is, en hem daardoor nederigheid leeren.&rdquo;</p>
+
+<p>Een verachtelijke glimlach gleed over haar fraaie lippen, en met snelle
+grepen wierp zij de vijgen bij handen vol op de tafel, totdat zij
+plotseling bespeurde, dat zich onder de vruchten iets bewoog. Zij haalde
+diep adem; van haar lippen klonk het zacht: »Daar is het dus!&rdquo; en met
+een snel besluit stak zij de adder, die de tong naar haar uitstrekte,
+haar arm toe.</p>
+
+<p>Terwijl zij den blik gevestigd hield op de bewegingen van het dier, dat
+scheen te schromen zijn vreeselijke taak te vervullen, riep zij de
+vrouwen toe:</p>
+
+<p>»Dank, dank voor alles! Weest kalm. Gij weet het immers Iras, dat het
+geen pijn doet. Het moet zijn alsof men inslaapt.&rdquo; Daarop overviel haar
+een lichte huivering en zij zeide: »Wat is het sterven toch een ernstige
+zaak. Om het even&mdash;het moet geschieden. Waarom aarzelt de slang? Daar,
+daar.... ik blijf standvastig. Eerzucht en liefde waren de drijfveeren
+van mijn leven... Men moet mijn nagedachtenis kunnen eeren.... Ik volg
+u, Marcus Antonius!&rdquo;</p>
+
+<p>Nu boog zich Charmion over den linkerarm harer gebiedster, die vrij naar
+beneden hing, en bedekte die, luid snikkend, met kussen. Cleopatra liet
+haar begaan, en zeide, terwijl zij opnieuw aandachtig de bewegingen van
+de adder gadesloeg:</p>
+
+<p>»Heden begint de rust uit onzen Epicuristen-tuin, mijne vriendinnen. Of
+zij zonder pijn zal zijn, wie weet het? en toch&mdash;ook hierin was ik het
+eens met Archibius&mdash;bij het hoogste genot van het leven, de liefde,
+behoort de smart. Ik denk dat gij beiden dat ook reeds ondervonden hebt.
+Ook dit land, mijn Aegypte, was mij dierbaar. Liever eeuwig blind, dan
+ziende onder het Romeinsche juk. De tweelingen, en mijn kleine
+lieveling.... <span class="pagenum" title="365">&nbsp;</span><a id="p_365"></a>Als zij hun moeder en haar einde gedenken, niet waar, dan
+zullen de kinderen....&rdquo;</p>
+
+<p>Plotseling uitte zij een kreet, en kromp ineen. De slang was als een
+koude bliksemstraal langs haar arm naar boven geschoten, en een
+oogenblik later zonk Cleopatra ontzield op haar rustbank neder.</p>
+
+<p>Bleek, doch kalm, wees Iras op haar en zeide: »Als een sluimerend kind.
+Betooverend, ook nog in den dood. Zelfs het noodlot moet haar gehoorzaam
+zijn, moet den laatsten wensch vervullen van de groote Koningin, de
+zegevierende vrouw. Daarmede valt het hoogvliegende plan van Octavianus
+in duigen. De triomphator zal zich zonder u in Rome vertoonen, gij
+dierbare!&rdquo; Zij barstte in hevig snikken los, en boog zich over de
+ontslapene, sloot haar de oogen, en kuste haar op mond en voorhoofd.
+Charmion deed weenend hetzelfde. Daar hoorde men in het nevenvertrek
+den voetstap van mannen, en Iras die hen het eerst gewaar werd, riep
+dringend: »Het oogenblik nadert. Goed dat het gekomen is. Is het u ook
+niet, alsof de zon aan den hemel verduisterd is?&rdquo;</p>
+
+<p>Charmion knikte toestemmend, en vroeg zacht: »Het vergift?&rdquo;</p>
+
+<p>»Hier!&rdquo; antwoordde Iras met kalmte, en reikte haar een kleine naald toe.
+»Een lichte prik, en het moet gedaan zijn<ins class="corr" id="corr199" title="Bron: .&nbsp;..">....</ins> Zie maar! Doch neen!
+Eens hebt gij mij het grootste leed aangedaan. Gij weet&mdash;de speelnoot
+van mijn kindsche jaren, Dion... Ik heb het u vergeven. Maar nu moet gij
+mij ook deze weldaad bewijzen!&mdash;Spaar het mij, mijzelve met de <ins class="corr" id="corr200" title="Bron: naal">naald</ins> te
+prikken.&mdash;Wilt gij? Ik zal het u vergelden! Als gij het wenscht, zal
+deze hand u denzelfden dienst bewijzen.&rdquo;</p>
+
+<p>Charmion drukte haar nicht aan haar hart, kuste haar, prikte haar even
+in den arm, gaf haar toen de andere naald, en zeide:</p>
+
+<p>»Nu is de beurt aan u.&mdash;Ons hart was vol groote liefde voor eene die
+zelve liefhad als geen ander, en onze liefde werd beantwoord. Wat is
+daarbij vergeleken die andere liefde, die wij hebben opgeofferd? Hij,
+voor wien de zon schijnt, behoeft geen licht te ontsteken. »Liefde is
+smart,&rdquo; zeide zij bij het scheiden; doch deze smart&mdash;in de eerste plaats
+die van het zich onthouden uit liefde&mdash;draagt in haar schoot een genot,
+een heerlijk genot, dat het sterven licht maakt. Het is mij alsof het
+alleen te doen is om de Koningin te volgen, om haar.... O, dat deed
+pijn!&rdquo;</p>
+
+<p>De naald van Iras had haar getroffen. Het vergift werkte snel. Iras werd
+door een duizeling overvallen en kon zich nog slechts met moeite staande
+houden.</p>
+
+<p>Juist was Charmion neergevallen, toen er buiten luid werd geklopt <span class="pagenum" title="366">&nbsp;</span><a id="p_366"></a>op de
+gesloten deur, en de stemmen van Epaphroditus en Proculejus geboden met
+drift die te openen.</p>
+
+<p>Daar er geen antwoord kwam, liet men het slot van de deur met
+onstuimigen spoed openbreken. Men vond Charmion, bleek en ontdaan aan de
+voeten harer gebiedster, doch Iras was, ofschoon wankelend en reeds half
+bedwelmd door het vergift, bezig haar diadeem recht te zetten, die
+verschoven was. Haar laatste zorg was haar geliefde meesteres te sparen
+voor alles wat zou kunnen afbreuk doen aan de schoonheid van haar
+uiterlijk.</p>
+
+<p>Ontzet, en buiten zichzelven van toorn, ijlden de Romeinen op de vrouwen
+toe. Epaphroditus had Iras nog bezig gezien met den tooi van Cleopatra.
+Hij trachtte nu hare gezellin op te richten, en riep haar verwijtend
+toe: »Dat is wat schoons, Charmion!&rdquo; Doch zij raapte hare laatste kracht
+bijeen en antwoordde met brekende stem: »Ja, iets zeer schoons, zooals
+het voor de afstammeling van zoovele heerschers past.&rdquo;<a id="FNa23" href="#FN23" class="fnanchor"><sup>23</sup>)</a></p>
+
+<p>Toen sloot zij de oogen, doch Proculejus, de dichter, die lang met
+ontroering had gestaard in het trotsche, schoone gelaat der vrouw tegen
+wie hij zoo zwaar had misdreven, zeide: »Zij werd gevierd door de
+grootsten, bemind door de hoogstgeplaatsten, zooals geen andere vrouw op
+aarde. Haar roem weergalmde van volk tot volk over de geheele wereld.
+Hij zal voortklinken van geslacht tot geslacht; doch hoe luide hij haar
+betooverende <ins class="corr" id="corr201" title="Bron: bevaligheid">bevalligheid</ins> prijst, den gloed harer liefde, die den
+dood overleeft, haar geest, kennis, heldenmoed, waarmede zij, de vrouw,
+den dood verkoos boven de schande&mdash;toch zal hij ook niet vergeten den
+lof te verkondigen van deze twee.&mdash;Hare trouw heeft dat verdiend.
+Onbewust hebben zij door haar wonderbaar einde voor haar gebiedster
+het schoonste gedenkteeken opgericht; want hoe waarlijk goed en
+beminnenswaardig moet de vrouw zijn geweest, die na den diepsten val
+het voor degenen, die haar het naaste stonden, zoeter deed schijnen te
+sterven, dan zonder haar te leven.&rdquo;</p>
+
+<p>De tijding van den dood der geliefde, gevierde Vorstin veranderde
+Alexandrië in een huis van rouw. Een uitvaart van ongeëvenaarde pracht
+en plechtigheid, waarbij veel oprechte tranen werden gestort, eerde hare
+nagedachtenis.</p>
+
+<p>Voor Octavianus was een zijner schitterendste plannen door haar dood
+verijdeld, en vol woede had hij den brief gelezen, waarin Cleopatra
+hem met eigen hand meedeelde, dat zij van plan was te sterven. Toch
+was hij het verschuldigd aan den roem zijner grootmoedigheid, haar een
+begrafenis toe te staan, <span class="pagenum" title="367">&nbsp;</span><a id="p_367"></a>die haar rang waardig zou zijn. Aan dooden,
+die niet langer gevaarlijk voor hem waren, kon hij licht ruimschoots
+genade bewijzen.</p>
+
+<p>Ook door de behandeling die hij haar kinderen liet ondervinden, deed hij
+de wereld de zachtmoedigheid zijner gezindheid bewonderen. Octavia, zijn
+zuster, nam hen in haar eigen huis, en liet hunne opvoeding aan
+Archibius over.</p>
+
+<p>Toen het bevel was gegeven, dat alle standbeelden van Antonius en
+Cleopatra moesten worden omvergeworpen, gaf Octavianus nogmaals aan
+zijne tijdgenooten een bewijs zijner vergevensgezindheid, door te
+gebieden dat de standbeelden der Koningin, die talrijk waren te
+Alexandrië en in geheel Aegypte, moesten blijven staan en onderhouden
+worden. Trouwens, hij was daartoe gebracht door de aanzienlijke som van
+tweeduizend talenten, die een Alexandrijn in zijn schatkist had doen
+vloeien om deze grootmoedige daad te bewerken. De voortreffelijke
+vriend, die zich tot een arm man had gemaakt om aan de nagedachtenis der
+dierbare overledene dezen dienst te bewijzen, heette Archibius.</p>
+
+<p>Dus bleven de standbeelden der ongelukkige vorstin ook nog in later tijd
+onaangeroerd de plaats versieren, waar zij waren opgericht.</p>
+
+<p>De sarcophagen van Cleopatra en Marcus Antonius, waarnaast ook Iras en
+Charmion rustten, waren steeds overladen met bloemen en geschenken aan
+de dooden. Het grafteeken der veelgeliefde Koningin trok als een plaats
+der bedevaart vooral de vrouwen van Alexandrië aan; maar ook uit ver
+verwijderde streken, en nog in later tijd, kwamen trouwe harten die haar
+betreurden, het bezoeken, en onder die ook de kinderen van het beroemde
+paar, dat hier in den dood vereenigd was: Cleopatra Selene, die later de
+gemalin werd van den geleerden Numidischen koningszoon Juba; Antonius
+Helios, en de tot man gerijpte Alexander. Archibius, hun leeraar en
+vriend, vergezelde hen. Hij had er voor gezorgd, dat het aandenken
+hunner moeder bij hen in eere werd gehouden, en hen opgevoed tot
+menschen, die hij met opgerichten hoofde leiden mocht naar de sarcophaag
+zijner vriendin, die hen aan hem had toevertrouwd.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN23" href="#FNa23" class="label"><sup>23</sup>)</a> De uitroep van den Romein en het antwoord der stervende
+trouwe Charmion, zijn woordelijk volgens het verhaal van Plutarchus.</div>
+
+<div class="einde">EINDE.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="i">&nbsp;</span><a id="p_i"></a></p>
+
+<div class="ad">
+
+ <h2 class="h2ad"><a id="MEESTERWERKEN"></a>MEESTERWERKEN van GEORGE EBERS</h2>
+
+ <p class="center size115"><i><b>Volksuitgave.</b></i></p>
+
+ <p class="i8">Prijs per deel:</p>
+
+ <p class="center size85"><b>In geïllustreerden omslag f 1.50.</b></p>
+
+ <p class="center size85"><b>In fraaien stempelband f 1.90.</b></p>
+
+<hr />
+
+ <p class="i4">In deze uitgave zijn verschenen:</p>
+
+<table summary="uitgaven meesterwerken van George Ebers">
+ <tbody>
+ <tr><td class="tdr">I.</td><td class="tdl size110"><b><a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/28120" title="Dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #28120 beschikbaar.">Eene Egyptische Koningsdochter.</a></b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">II.</td><td class="tdl size110"><b>Warda.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">III.</td><td class="tdl size110"><b>Homo Sum.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">IV.</td><td class="tdl size110"><b>Klea en Irene.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">V.</td><td class="tdl size110"><b>De Keizer.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">VI.</td><td class="tdl size110"><b>Serapis.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">VII.</td><td class="tdl size110"><b>De Nijlbruid.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">VIII.</td><td class="tdl size110"><b>Jozua.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">IX.</td><td class="tdl size110"><b>Melissa.</b></td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+
+<hr />
+
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h2>Overzicht aangebrachte correcties</h2>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr0">Blz. 4</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">[<i>Inhoudsopgave toegevoegd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 8</a></td><td class="td4">euneuch</td><td class="td4">eunuch</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 8</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 8</a></td><td class="td4">behoorden</td><td class="td4">behoorde</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 11</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 12</a></td><td class="td4">«</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 17</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 19</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 20</a></td><td class="td4">Maar</td><td class="td4">maar</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 21</a></td><td class="td4">Egyptenaren</td><td class="td4">Aegyptenaren</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 25</a></td><td class="td4">&nbsp;...</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 29</a></td><td class="td4">hij</td><td class="td4">Hij</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 30</a></td><td class="td4">wat</td><td class="td4">want</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 31</a></td><td class="td4">harstocht</td><td class="td4">hartstocht</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 32</a></td><td class="td4">barste</td><td class="td4">barstte</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 32</a></td><td class="td4">..&nbsp;.</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 33</a></td><td class="td4">geplaats</td><td class="td4">geplaatst</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 38</a></td><td class="td4">Dydymus</td><td class="td4">Didymus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 39</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 39</a></td><td class="td4">lofled</td><td class="td4">loflied</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 42</a></td><td class="td4">geêindigd</td><td class="td4">geëindigd</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 42</a></td><td class="td4">Anaxemor</td><td class="td4">Anaxenor</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 45</a></td><td class="td4">.&nbsp;hij</td><td class="td4">&nbsp;Hij</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 46</a></td><td class="td4">moet</td><td class="td4">moest</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 48</a></td><td class="td4">&rdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 48</a></td><td class="td4">..&nbsp;.</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 53</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 54</a></td><td class="td4">Barini</td><td class="td4">Barine</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 57</a></td><td class="td4">Dion</td><td class="td4">Dien</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 57</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 60</a></td><td class="td4">misschen</td><td class="td4">misschien</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 61</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 61</a></td><td class="td4">vronw</td><td class="td4">vrouw</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 62</a></td><td class="td4">wonderschooone</td><td class="td4">wonderschoone</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 64</a></td><td class="td4">geweldadigen</td><td class="td4">gewelddadigen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 66</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 66</a></td><td class="td4">en&nbsp;en</td><td class="td4">en</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 68</a></td><td class="td4">woesteinbewoner</td><td class="td4">woestijnbewoner</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 69</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 72</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 74</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 76</a></td><td class="td4">éen</td><td class="td4">één</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 76</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 78</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 84</a></td><td class="td4">tewijl</td><td class="td4">terwijl</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 85</a></td><td class="td4">Nn</td><td class="td4">Nu</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 85</a></td><td class="td4">Maa</td><td class="td4">Maar</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 89</a></td><td class="td4">Aaristippus</td><td class="td4">Aristippus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr48">Blz. 92</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr49">Blz. 93</a></td><td class="td4">Didon</td><td class="td4">Dion</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr50">Blz. 93</a></td><td class="td4">afsof</td><td class="td4">alsof</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr51">Blz. 94</a></td><td class="td4">lichstreep</td><td class="td4">lichtstreep</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr52">Blz. 100</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr53">Blz. 105</a></td><td class="td4">»</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr54">Blz. 109</a></td><td class="td4">dáàr</td><td class="td4">dáár</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr55">Blz. 109</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr56">Blz. 112</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr57">Blz. 112</a></td><td class="td4">»</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr58">Blz. 113</a></td><td class="td4">gewijfeld</td><td class="td4">geweifeld</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr59">Blz. 115</a></td><td class="td4">Aegyte</td><td class="td4">Aegypte</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr60">Blz. 119</a></td><td class="td4">Antylllus</td><td class="td4">Antyllus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr61">Blz. 119</a></td><td class="td4">'</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr62">Blz. 125</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr63">Blz. 129</a></td><td class="td4">megedeeld</td><td class="td4">medegedeeld</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr64">Blz. 129</a></td><td class="td4">'</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr65">Blz. 132</a></td><td class="td4">dulde</td><td class="td4">duldde</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr66">Blz. 134</a></td><td class="td4">bewerkstellingen</td><td class="td4">bewerkstelligen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr67">Blz. 135</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr68">Blz. 136</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr69">Blz. 138</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr70">Blz. 142</a></td><td class="td4">Julias</td><td class="td4">Julius</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr71">Blz. 146</a></td><td class="td4">kolosale</td><td class="td4">kolossale</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr72">Blz. 148</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr73">Blz. 150</a></td><td class="td4">krimt</td><td class="td4">krimpt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr74">Blz. 151</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr75">Blz. 151</a></td><td class="td4">harsttocht</td><td class="td4">hartstocht</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr76">Blz. 152</a></td><td class="td4">zooowel</td><td class="td4">zoowel</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr77">Blz. 152</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr78">Blz. 153</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr79">Blz. 153</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr80">Blz. 153</a></td><td class="td4">»&nbsp;</td><td class="td4">&nbsp;»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr81">Blz. 156</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr82">Blz. 156</a></td><td class="td4">plilosoof</td><td class="td4">philosoof</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr83">Blz. 158</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr84">Blz. 162</a></td><td class="td4">af</td><td class="td4">of</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr85">Blz. 162</a></td><td class="td4">inplaats</td><td class="td4">in plaats</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr86">Blz. 163</a></td><td class="td4">lievelingsrecht</td><td class="td4">lievelingsgerecht</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr87">Blz. 163</a></td><td class="td4">-</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr88">Blz. 167</a></td><td class="td4">verrastte</td><td class="td4">verraste</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr89">Blz. 168</a></td><td class="td4">voorhansel</td><td class="td4">voorhangsel</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr90">Blz. 169</a></td><td class="td4">sleehts</td><td class="td4">slechts</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr91">Blz. 173</a></td><td class="td4">éene</td><td class="td4">ééne</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr92">Blz. 174</a></td><td class="td4">Stoicijn</td><td class="td4">Stoïcijn</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr93">Blz. 175</a></td><td class="td4">vonnisde</td><td class="td4">vonniste</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr94">Blz. 176</a></td><td class="td4">»</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr95">Blz. 177</a></td><td class="td4">vóor</td><td class="td4">vóór</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr96">Blz. 178</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr97">Blz. 179</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr98">Blz. 187</a></td><td class="td4">gevangeneming</td><td class="td4">gevangenneming</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr99">Blz. 187</a></td><td class="td4">Cleoapatra</td><td class="td4">Cleopatra</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr100">Blz. 188</a></td><td class="td4">uiltval</td><td class="td4">uitval</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr101">Blz. 190</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr102">Blz. 191</a></td><td class="td4">»</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr103">Blz. 191</a></td><td class="td4">Markus</td><td class="td4">Marcus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr104">Blz. 194</a></td><td class="td4">Macedonier</td><td class="td4">Macedoniër</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr105">Blz. 194</a></td><td class="td4">Romeische</td><td class="td4">Romeinsche</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr106">Blz. 195</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr107">Blz. 195</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr108">Blz. 196</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr109">Blz. 196</a></td><td class="td4">Phyrrhus</td><td class="td4">Pyrrhus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr110">Blz. 200</a></td><td class="td4">&nbsp;..</td><td class="td4">...</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr111">Blz. 202</a></td><td class="td4">&nbsp;..</td><td class="td4">...</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr112">Blz. 203</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr113">Blz. 205</a></td><td class="td4">kamervouw</td><td class="td4">kamervrouw</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr114">Blz. 207</a></td><td class="td4">onderaarsche</td><td class="td4">onderaardsche</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr115">Blz. 207</a></td><td class="td4">Acitium</td><td class="td4">Actium</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr116">Blz. 208</a></td><td class="td4">Charminon</td><td class="td4">Charmion</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr117">Blz. 208</a></td><td class="td4">«</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr118">Blz. 209</a></td><td class="td4">&nbsp;...</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr119">Blz. 210</a></td><td class="td4">&nbsp;»</td><td class="td4">,&nbsp;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr120">Blz. 214</a></td><td class="td4">Vostenkind</td><td class="td4">Vorstenkind</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr121">Blz. 216</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr122">Blz. 218</a></td><td class="td4">strief</td><td class="td4">stierf</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr123">Blz. 220</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr124">Blz. 221</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&nbsp;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr125">Blz. 231</a></td><td class="td4">Barina's</td><td class="td4">Barine's</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr126">Blz. 233</a></td><td class="td4">uwhoofd</td><td class="td4">uw hoofd</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr127">Blz. 237</a></td><td class="td4">studien</td><td class="td4">studiën</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr128">Blz. 240</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr129">Blz. 242</a></td><td class="td4">&nbsp;...</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr130">Blz. 248</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr131">Blz. 251</a></td><td class="td4">druktte</td><td class="td4">drukte</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr132">Blz. 253</a></td><td class="td4">magiers</td><td class="td4">magiërs</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr133">Blz. 253</a></td><td class="td4">Elyeesche</td><td class="td4">Eliseesche</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr134">Blz. 255</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr135">Blz. 260</a></td><td class="td4">Acticum</td><td class="td4">Actium</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr136">Blz. 260</a></td><td class="td4">af</td><td class="td4">of</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr137">Blz. 260</a></td><td class="td4">Herodus</td><td class="td4">Herodes</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr138">Blz. 261</a></td><td class="td4">ruisters</td><td class="td4">ruiters</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr139">Blz. 263</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr140">Blz. 263</a></td><td class="td4">»</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr141">Blz. 263</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr142">Blz. 263</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr143">Blz. 263</a></td><td class="td4">Luculius</td><td class="td4">Lucilius</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr144">Blz. 264</a></td><td class="td4">n</td><td class="td4">in</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr145">Blz. 265</a></td><td class="td4">&nbsp;...</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr146">Blz. 265</a></td><td class="td4">verlangeen</td><td class="td4">verlangen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr147">Blz. 266</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr148">Blz. 268</a></td><td class="td4">Atyllus</td><td class="td4">Antyllus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr149">Blz. 270</a></td><td class="td4">Octovianus</td><td class="td4">Octavianus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr150">Blz. 270</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr151">Blz. 273</a></td><td class="td4">Tarsun</td><td class="td4">Tarsus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr152">Blz. 279</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr153">Blz. 279</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr154">Blz. 279</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr155">Blz. 280</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr156">Blz. 280</a></td><td class="td4">&nbsp;...</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr157">Blz. 282</a></td><td class="td4">gegeklonken</td><td class="td4">geklonken</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr158">Blz. 282</a></td><td class="td4">bergstoom</td><td class="td4">bergstroom</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr159">Blz. 283</a></td><td class="td4">sehouders</td><td class="td4">schouders,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr160">Blz. 289</a></td><td class="td4">bezitttingen</td><td class="td4">bezittingen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr161">Blz. 290</a></td><td class="td4">Herodus</td><td class="td4">Herodes</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr162">Blz. 292</a></td><td class="td4">onwaakte</td><td class="td4">ontwaakte</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr163">Blz. 293</a></td><td class="td4">Waneer</td><td class="td4">Wanneer</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr164">Blz. 293</a></td><td class="td4">veroudert</td><td class="td4">verouderd</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr165">Blz. 294</a></td><td class="td4">onbeproef</td><td class="td4">onbeproefd</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr166">Blz. 295</a></td><td class="td4">Octovianus</td><td class="td4">Octavianus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr167">Blz. 296</a></td><td class="td4">zells</td><td class="td4">zelfs</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr168">Blz. 296</a></td><td class="td4">licht</td><td class="td4">ligtn</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr169">Blz. 297</a></td><td class="td4">ureauslang</td><td class="td4">uraeusslang</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr170">Blz. 297</a></td><td class="td4">bedwelmste</td><td class="td4">bedwelmendste</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr171">Blz. 298</a></td><td class="td4">yerhaalde</td><td class="td4">verhaalde</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr172">Blz. 299</a></td><td class="td4">fraaste</td><td class="td4">fraaiste</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr173">Blz. 300</a></td><td class="td4">eenigzins</td><td class="td4">eenigszins</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr174">Blz. 305</a></td><td class="td4">krijsgslieden</td><td class="td4">krijgslieden</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr175">Blz. 306</a></td><td class="td4">eenzaame</td><td class="td4">eenzame</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr176">Blz. 308</a></td><td class="td4">Dionyos</td><td class="td4">Dionysos</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr177">Blz. 308</a></td><td class="td4">zoo</td><td class="td4">zou</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr178">Blz. 311</a></td><td class="td4">wel gemeend</td><td class="td4">welgemeend</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr179">Blz. 311</a></td><td class="td4">liefdelijke</td><td class="td4">liefelijke</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr180">Blz. 316</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr181">Blz. 321</a></td><td class="td4">Aepytische</td><td class="td4">Aegyptische</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr182">Blz. 322</a></td><td class="td4">Ptotemaeërs</td><td class="td4">Ptolemaeërs</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr183">Blz. 324</a></td><td class="td4">Alexanderië</td><td class="td4">Alexandrië</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr184">Blz. 324</a></td><td class="td4">gebeurtenisen</td><td class="td4">gebeurtenissen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr185">Blz. 326</a></td><td class="td4">Aagyptische</td><td class="td4">Aegyptische</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr186">Blz. 330</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr187">Blz. 332</a></td><td class="td4">&nbsp;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr188">Blz. 335</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr189">Blz. 337</a></td><td class="td4">&rdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr190">Blz. 342</a></td><td class="td4">opgeruimste</td><td class="td4">opgeruimdste</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr191">Blz. 342</a></td><td class="td4">geeprekken</td><td class="td4">gesprekken</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr192">Blz. 346</a></td><td class="td4">groete</td><td class="td4">groeten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr193">Blz. 347</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr194">Blz. 350</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">»</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr195">Blz. 351</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr196">Blz. 354</a></td><td class="td4">&nbsp;...</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr197">Blz. 356</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr198">Blz. 360</a></td><td class="td4">Kyrenaeiseh</td><td class="td4">Kyrenaeisch</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr199">Blz. 365</a></td><td class="td4">.&nbsp;..</td><td class="td4">....</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr200">Blz. 365</a></td><td class="td4">naal</td><td class="td4">naald</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr201">Blz. 366</a></td><td class="td4">bevaligheid</td><td class="td4">bevalligheid</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Cleopatra, by Georg Ebers
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK CLEOPATRA ***
+
+***** This file should be named 36294-h.htm or 36294-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/6/2/9/36294/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/36294-h/images/back-th.jpg b/36294-h/images/back-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ca9c7e6
--- /dev/null
+++ b/36294-h/images/back-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/36294-h/images/back.jpg b/36294-h/images/back.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dc161bb
--- /dev/null
+++ b/36294-h/images/back.jpg
Binary files differ
diff --git a/36294-h/images/cover-th.jpg b/36294-h/images/cover-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..67fe53b
--- /dev/null
+++ b/36294-h/images/cover-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/36294-h/images/cover.jpg b/36294-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..eb2cccf
--- /dev/null
+++ b/36294-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/36294-h/images/spine-th.jpg b/36294-h/images/spine-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3481026
--- /dev/null
+++ b/36294-h/images/spine-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/36294-h/images/spine.jpg b/36294-h/images/spine.jpg
new file mode 100644
index 0000000..427578b
--- /dev/null
+++ b/36294-h/images/spine.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..3ab65cc
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #36294 (https://www.gutenberg.org/ebooks/36294)