summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/36180-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '36180-8.txt')
-rw-r--r--36180-8.txt2860
1 files changed, 2860 insertions, 0 deletions
diff --git a/36180-8.txt b/36180-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..a24e143
--- /dev/null
+++ b/36180-8.txt
@@ -0,0 +1,2860 @@
+The Project Gutenberg EBook of Heraldiek, by Jan Godefroy
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Heraldiek
+
+Author: Jan Godefroy
+
+Release Date: May 21, 2011 [EBook #36180]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HERALDIEK ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. |
+ | |
+ | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. |
+ | |
+ | In het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | De dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als |
+ | »aanhalingstekens«. |
+ | In hoofdstuk VII is geprobeerd de stand en plaatsing van |
+ | beelden zo goed mogelijk weer te geven met ASCII-tekens. |
+ | Zie verder de html-versie. |
+ | |
+ | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op https://www.gutenberg.org |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+HERALDIEK
+
+
+
+
+ HERALDIEK
+
+ DOOR
+
+ J. GODEFROY.
+
+ MET 382 ILLUSTRATIES.
+
+ [Illustratie]
+
+ UITGEGEVEN TE AMSTERDAM DOOR
+ N.V. WED. J. AHREND & ZOON
+
+
+[Illustratie: Graaf van Henneberg en zijn vrouw.
+
+Bronzen grafplaat in de kerk van Römhild,
+
+Duitsche Vroeg-Renaissance.]
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+DE KLEUREN
+
+I.
+
+
+De heraldiek staat met de ornamentiek in nauw verband. Vele decorateurs,
+teekenaars, ornamentisten en calligrafen hebben dan ook meer dan eens
+in hun leven met wapenschilden en wat daarmee in verband staat, te
+doen gehad, zoodat een boekje over die hoofdstukken uit de wapenkunde,
+die voor bovengenoemde categorie personen van belang zijn, in deze
+bibliotheek niet achterwege mag blijven.
+
+ * * * * *
+
+De heraldische kleuren worden ook emails of tinkturen genoemd, en zijn
+te onderscheiden in:
+
+_A._ metalen, _B._ kleuren en _C._ pelswerk.
+
+Oorspronkelijk waren er 6 tinkturen, n.l. 2 metalen: goud en zilver en
+4 kleuren: rood, blauw, zwart en groen.
+
+Naderhand zijn hieraan nog eenige kleuren toegevoegd, n.l. natuur- of
+vleeschkleur, purper, aschgrauw, ijzerkleur, bruin en oranje.
+
+ * * * * *
+
+_Goud_ en _zilver_ worden om praktische redenen dikwijls vervangen door
+geel en wit. Een goede heraldische gele kleur is chromaat.
+
+[Illustratie: 1 2 3 4 5 6 7 8 9]
+
+_Rood_ = keel; vermiljoen is de aangewezen kleur.
+
+_Blauw_ = azuur; kobalt blauw of ultramarijn.
+
+_Zwart_ = sabel; lampe- of ivoorzwart.
+
+_Groen_ = sinopel; emerald- of Parijsch groen.
+
+ * * * * *
+
+Soms werden voor mensch- of dierfiguren en voorwerpen natuurlijke
+kleuren gebruikt, b.v. voor gelaat en handen vleeschkleur.
+
+Purper, roodpaars werd nooit, behalve in Spanje, als kleur voorkomend op
+het schild benut.
+
+Aschgrauw, ijzerkleur en bruin zijn vooral in lateren tijd in
+Duitschland toegepast.
+
+De natuurkleuren kwamen in de vroegere middeleeuwen niet voor; ze
+werden vervangen door benaderende kleuren, wat heraldisch beter is. Zoo
+werd een leeuw goud of rood, een adelaar zwart of rood, een visch zilver
+of azuur. Vooral aschgrauw, ijzerkleur en bruin maken het wapenteeken
+onduidelijk, en het is daarom goed, deze later toegevoegde kleuren te
+vermijden. Ook wat oranje betreft moet worden zorg gedragen, dat ze nòch
+geel, nòch op rood gaat gelijken, maar goed oranje blijft.
+
+[Illustratie: 10 11 12 13 14 15 16 17 18]
+
+ * * * * *
+
+Sterk sprekende kleuren, die reeds op grooten afstand zijn te
+onderscheiden, dus primaire en ongemengd, zijn hoofdvoorwaarde voor een
+goed heraldisch teeken. Zoo waren ook de zeer oude wapens gekleurd,
+niet, omdat men geen andere kleuren kende, maar omdat krachtige
+tegenstellingen, alleen door toepassing van primaire kleuren, een
+vereischte waren.
+
+[Illustratie: 19 20 21 22 23 24 25 26 27]
+
+Dat het hierdoor kon voorkomen, dat een adelaar blauw, een leeuw
+groen werd voorgesteld, is ook volkomen te rechtvaardigen; dit vond
+meestentijds zijn oorzaak in 't feit, dat de verschillende takken van
+eenzelfde familie moesten worden onderscheiden. In zoo'n geval werd niet
+de figuur, b.v. de leeuw door een andere vervangen, doch eenvoudig door
+een andere kleur gewijzigd; en duidelijkheidshalve was men aangewezen op
+een sprekende heraldische kleur.
+
+Als hoofdregel geldt verder, dat geen metaal op metaal, en geen
+kleur op kleur mogen worden gebruikt. Toch, waar somtijds bij zeer
+samengestelde wapenteekens afwijking noodzakelijk was, is deze afwijking
+niet altijd onheraldisch, maar niettemin ongewenscht, als ze eenigszins
+kan worden gemeden.
+
+Zoo mag dus geen roode roos op een blauw veld worden aangebracht,
+evenmin als een gouden leeuw op een zilveren veld.
+
+Purper en vleeschkleur zijn onzijdig, zoodat dus b.v. wel een kop in
+vleeschkleur op een blauw veld mag worden aangebracht.
+
+Dat metalen niet op metaal mogen worden aangebracht komt, omdat deze
+elkaar zouden overschitteren, waardoor de teekening verward zou worden
+en de omtrekken of het silhouet niet goed zouden spreken.
+
+ * * * * *
+
+Een andere toevoeging van lateren tijd is het z.g. _Pelswerk_. Hiertoe
+behoort onder anderen het _hermelijn_; dit zijn in den vorm van een
+Latijnsch kruis gestyleerde staartjes van het hermelijn, van welk dier
+de vachtjes dienden om koningsmantels te voeren. Het hermelijn komt voor
+als zwarte figuren op witten of zilveren grond.
+
+Het _tegenhermelijn_ is juist omgekeerd, witte of zilveren figuurtjes op
+zwarten grond. Indien hermelijn wordt toegepast niet op het schild, dan
+komt het voor in natuurlijken vorm. Een ander pelswerk, het z.g. _vair_
+komt gevarieerd voor als, _vair_, _tegenvair_ en _paalvair_. De kleuren
+zijn steeds blauw en zilver.
+
+Voornamelijk in Duitschland komt ook nog voor het _Kürsch_, een
+schubbenvormig gerangschikt pelswerk.
+
+Omdat pelswerk niet als kleur wordt beschouwd, kan dus kleur op pelswerk
+of metaal op pelswerk worden aangebracht.
+
+ * * * * *
+
+Ten slotte is in de heraldiek nog veel gebruik gemaakt van
+_damasceerwerk_, dit is een zuiver ornamentaal ornamentwerk, dat
+overigens geheel zonder beteekenis is en bij wapenbeschrijving nooit
+wordt genoemd. Zoodat het willekeurig kan worden aangebracht of
+weggelaten.
+
+[Illustratie: 28 29 30 31]
+
+Voor het oorspronkelijke damast, bestaande uit geometrische
+vlakversieringen, kwamen later ranken en slingers, krullen en arabesken
+in de plaats.
+
+ * * * * *
+
+Waar al deze tinkturen dikwijls in zwart en wit moeten worden
+gereproduceerd, omdat gekleurde afbeeldingen te kostbaar zijn, is
+sedert de zeventiende eeuw gebruik gemaakt van arceeringen. De oudste
+voorstellingen van kleuren geschiedde door het in de vakken plaatsen van
+de voorletters van de kleuren, maar dit gaf aanleiding tot verwarring,
+waar in de verschillende talen de kleuren verschillende benamingen
+hadden. Ook andere methoden zijn toegepast, b.v. hemellichaamteekens,
+en dagen van de week.
+
+[Illustratie: 32 33 34 35 36 37 38 39 40]
+
+Toen echter in 1638 door Petra Sancta een zwarte arceering werd bedacht
+is deze voor alle landen als heraldische kleuraanduiding in gebruik
+gekomen.
+
+ * * * * *
+
+Op te merken valt, dat deze arceeringen als kleuraanduiding ook in
+lateren tijd zijn toegepast voor reliefs en graveeringen van zegels etc.
+Kan het nog voor deze graveeringen worden toegestaan, het is beslist af
+te keuren, ze voor reliefs toe te passen. Hiervoor dient men om kleur te
+bereiken te zoeken naar meer of minder relief.
+
+De arceeringen richten zich steeds naar de lengte-as van het schild,
+zoodat dus een vertikale arceering, die rood voorstelt, in scheeven
+stand kan komen te staan; en dus is de arceering onafhankelijk van de
+richting van het teekenvlak. De algemeen geldende arceeringen voor
+kleur, metaal, pelswerk en damast zijn de volgende:
+
+1. Goud, gepunteerd.
+
+2. Zilver, wit.
+
+3. Rood, verticaal gearceerd.
+
+4. Blauw, horizontaal gearceerd.
+
+5. Zwart, kruisarceering in verticale en in horizontale richting; of wel
+ zwart.
+
+6. Groen, schuin gearceerd, van boven rechts, naar onderen links
+ (schuins links).[1]
+
+7. Purper, schuin gearceerd, van boven links, naar onderen rechts
+ (schuins rechts).
+
+8. Oranje, kruisende verticale en schuinsrechtsche lijnen.
+
+9. Natuurkleur, trapvormige schuinslinksche lijntjes.
+
+10. Aschkleur, afwisselend korte horizontale en verticale streepjes.
+
+11. IJzerkleur, schuinsrechts- en links kruisende lijnen.
+
+12. Bruin, verticale en schuinslinksche lijnen.
+
+13, 14, 15, 16. Hermelijn en tegenhermelijn.
+
+17, 18. Kürsch.
+
+19, 20, 21, 22, 25. Oudere vormen van damast.
+
+23, 24, 26, 27. Nieuwere vormen van damast.
+
+28, 29, 30. Vair, paalvair en tegenvair.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+[Voetnoot 1: Zie hoofdstuk 2, schildindeeling, voor rechts en links in
+de heraldiek.]
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+DE SCHILDINDEELING
+
+II.
+
+
+In de heraldiek beteekenen de namen »links« en »rechts« juist het
+omgekeerde van dat, wat er in het dagelijks leven mee bedoeld wordt.
+
+Men is n.l. gewoon de woorden _rechts_ en _links_ te laten slaan op den
+drager van het schild en niet op den beschouwer. Bij de beschrijving van
+een schild heeft men zich dus in te denken, dat men achter het schild
+staat en dit voor de borst draagt.
+
+In fig. 31 is dus de zijde A.B. de rechterkant, en de zijde D.C. de
+linkerkant van het schild, terwijl natuurlijk A.D. en B.C. de bovenkant
+en de onderkant blijven.
+
+ * * * * *
+
+Door indeeling van het schild door lijnen ontstaan velden, ook
+kwartieren genaamd.
+
+In Fig. 31 is het schild verdeeld in 9 kwartieren.
+
+No's 1, 4 en 7 vormen den rechterpaal.
+
+ 2, 5 en 8 » » paal.
+
+ 3, 6 en 9 » » linkerpaal.
+
+ 1, 2 en 3 » » hoofdbalk of hoofd.
+
+ 4, 5 en 6 » » balk of faas.
+
+ 7, 8 en 9 » » onderbalk of voet.
+
+A.B. is de rechterflank
+
+D.C. is de linkerflank.
+
+[Illustratie: 41 42 43 44 45 46 47]
+
+Voorts heeft ieder der 9 kwartieren een eigen naam, n.l.:
+
+1 = rechterhoofd of rechterkanton
+
+2 = middenhoofd
+
+3 = linkerhoofd of linkerkanton
+
+4 en 6 = rechter- en linkerflank
+
+5 = hart.
+
+7 = rechter punt,
+
+8 = punt of voet,
+
+9 = linker punt.
+
+ * * * * *
+
+Bij de omschrijving van de wapens, _blasoeneeren_ genoemd, wat
+gewoonlijk geschiedt in heraldische terminologie, worden de voornaamste
+plaatsen van het schild het eerst genoemd. De voornaamste plaats is het
+hart. Vervolgens zijn de kwartieren boven en rechts in deze volgorde te
+noemen. Eerst wordt dus het hart, en daarna de rand beschreven. Als
+eereplaats geldt kwartier 1.
+
+[Illustratie: 48 49 50 51 52 53 54 55 56]
+
+ * * * * *
+
+Het aantal kwartieren, waarin een schild wordt verdeeld is verschillend.
+Het meest voorkomend is de _kwartilleering_, fig. 40.
+
+Ook komen voor schilden met
+
+fig. 44, zes kwartieren en acht kwartieren,
+
+fig. 45, tien kwartieren,
+
+fig. 46, twaalf kwartieren en zestien kwartieren,
+
+fig. 47, twintig kwartieren.
+
+De in de kwartieren geschreven cijfertjes geven de volgorde aan van de
+blasoeneering.
+
+Verder noemt men de schilden als in
+
+fig. 32, gedeeld,
+
+ » 33, doorsneden,
+
+ » 34, geschuind (boven rechts naar links onder),
+
+ » 35, _links_ geschuind (van boven links naar onderen rechts),
+
+ » 36, dubbel gedeeld,
+
+ » 37, dubbel doorsneden,
+
+ » 38, dubbel geschuind,
+
+ » 39, dubbel links geschuind,
+
+ » 40, gekwartilleerd,
+
+ » 41, schuin gekwartilleerd,
+
+ » 42, gegeerd.
+
+Dikwijls komt het voor, dat juist op het hart van het schild een kleiner
+schild, juist van den vorm van het groote, is geplaatst. Het groote
+schild noemt men dan hoofd- of rugschild; het kleine schild wordt
+hartschild genoemd. Is er juist tusschen deze twee schilden een derde
+geplaatst, dan noemt men dit het middenschild (fig. 43).
+
+Meer dan drie op elkaar geplaatste schilden komen niet voor.
+
+Het gedeelde schild, dat ook veel voorkomt, symboliseerde b.v. de
+vereeniging van twee geslachten; het wapen van den man werd dan rechts,
+het wapen van de vrouw links geplaatst.
+
+Niet altijd geschiedt de indeeling van het schild volgens rechte lijnen;
+ook gebroken en gebogen lijnen vinden bij de verdeeling hun toepassing.
+De voornaamste lijnen zijn:
+
+fig. 48 de gekanteelde lijn (getinneerde),
+
+ » 49 de schuin gekanteelde lijn,
+
+ » 50 de gegolfde lijn,
+
+ » 51 de tanden lijn,
+
+ » 52 de hoekige lijn (groote tanden),
+
+ » 53 de zigzag lijn (3 groote tanden),
+
+ » 54 de geschulpte lijn,
+
+ » 55 de uitgeschulpte lijn,
+
+ » 56 de wolklijn.
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+DE SCHILDVORM
+
+III.
+
+
+Het wapenschild diende oorspronkelijk tot dekking tegen zwaardslagen,
+pijlen en lansstooten. De vorm van het schild is zeer uiteenloopend en
+hangt voornamelijk af van den tijd, waarin het ontstond. De vroeger
+gangbare namen: Fransche, Duitsche, of Engelsche schilden in verband
+met den vorm zijn onjuist, omdat de vorm gelijktijdig voor alle landen
+dezelfde was. In de vroege middeleeuwen diende het schild dus voor
+practische doeleinden in den strijd en was de vorm met de praktijk in
+overeenstemming. Zoodra echter de schilden zuiver heraldisch werden,
+waren ze gevormd volgens decoratieve beginselen.
+
+Deze decoratieve beginselen in de heraldiek eischen dat voldaan wordt
+aan:
+
+1. _duidelijkheid van het beeld_, waardoor
+
+2. _doeltreffende schildvorm_ noodzakelijk is en, in overeenstemming met
+ de kunsthistorie
+
+3. _de juiste stijl_ wordt in 't oog gehouden.
+
+ * * * * *
+
+Een compleet heraldisch wapen bestaat uit minstens het schild en een
+helm, die daarop is aangebracht. Kan de helm desnoods nog gemist worden,
+het schild als belangrijkste onderdeel kan niet worden weggelaten. In
+strijd nu met _stijl_ zou zijn een Gothisch driehoekschild op een Rococo
+gebouw, of een pothelm op een Renaissance schild.
+
+[Illustratie: 68]
+
+Voorts is niet ieder beschilderd schild een heraldisch; de figuur moet
+steeds in nauw verband staan met den schildvorm.
+
+De oude Middeleeuwsche wapenschilden waren van hout gemaakt, en
+overtrokken met leer, geolied linnen, perkament of met pelswerk, waarop
+de wapenfiguur in uitgeknipte metalen platen was aangebracht. Moest de
+wapenfiguur in kleur op den metalen grond komen, dan werd het schild
+met een dunne metalen laag bekleed en de gekleurde figuur daarop in
+uitgeknipt leer of pelswerk aangebracht. Terwijl later de gedeelten van
+metaal ook wel door kleur werden vervangen. Eerst veel later ontstonden
+geheel metalen schilden.
+
+Het gebruik van wapenschilden is al zeer oud; de klassieke strijders
+dekten er zich mee tegen pijlpunten. Voor de heraldiek echter beginnen
+de schilden van beteekenis te worden in de 12e eeuw.
+
+[Illustratie: 57 58 59 60 61 62 63 64]
+
+In den strijd of bij tournooien, waar de zwaar geharnaste ridder
+onkenbaar was, werd het herkenningsteeken, het wapen, op de meest in 't
+oogloopende plaats aangebracht. Als bij uitstek daarvoor geschikt, werd
+spoedig het schild als die plaats aangewezen, daar dit naar alle zijden
+tot dekking werd gericht en geheven. Door het wapenteeken werden rang
+en geslacht aan tegenstanders of toeschouwers kenbaar gemaakt.
+
+Het schild werd aan een band of bandelier om den hals gedragen, terwijl
+bovendien aan den binnenkant nog een handriem was aangebracht, waarmede
+het door de linkerhand verplaatsbaar was.
+
+De oudste schilden zijn driehoekig van vorm; ze waren in gebruik in de
+12e eeuw en in de eerste helft van de 13e eeuw. Aanvankelijk zeer hoog
+en puntig, waren slechts de randen van metalen banden voorzien, en had
+het schild nog slechts zelden een kenmerkende wapenfiguur. De hoogte was
+± ¾ manslengte, dus 1.20 Meter hoogte bij 0.60 M. boven breedte. Spoedig
+echter vermindert deze hoogte tot ½ manslengte, b.v. 0.75/0.60 M.
+
+[Illustratie: 65 66 67]
+
+In de tweede helft van de 13e eeuw en in het begin van de 14e wordt de
+driehoek bijna gelijkzijdig, en leent zich uitstekend voor van onderen
+smaller wordende beelden. (fig. 57 en fig. 65).
+
+Gedurende de 14e eeuw komen bovendien de halfronde schilden voor,
+met rechte zijkanten en aan den onderkant afgesloten door een halven
+cirkel. Deze uitsluitend heraldische schilden leenen zich goed voor
+samengestelde wapens, evenals de eveneens uitsluitend heraldische, van
+onder halfcirkelvormige, maar met toegespitste punt voorziene, schilden.
+Deze, uit de 15e eeuw afkomstig, en algemeen toegepast in de 16e eeuw,
+zijn nooit praktisch gebruikt.
+
+Tegen het einde van de 14e eeuw wordt op de tournooien gebruik gemaakt
+van ren-, of steekschilden, die in vorm gelijken op de halfronde
+schilden, maar die bovendien aan den rechterflank van een driekwart
+cirkelvormige insnijding zijn voorzien, waarin de lans kon worden
+gelegd, en waardoor de rechterhand, waarmede de lans gevoerd werd,
+beter was beschermd. Dit schild is alweer veel kleiner, ongeveer 1/5
+manslengte.
+
+[Illustratie: 69]
+
+De overige schildvormen, welke in de heraldiek voorkomen, behooren
+uitsluitend tot de periode van de decoratieve heraldiek, en vinden eerst
+hun toepassing vanaf de 15e eeuw. Dan verdwijnen de oude praktische
+vormen door het aanbrengen van insnijdingen en uitschulpingen, die,
+opgerold en omgebogen aanleiding geven tot het ontstaan van de cartouche
+schilden, die in het Renaissance tijdperk tehuis behooren.
+
+[Illustratie: 70]
+
+De voornaamste verdere vormen zijn dan nog: het schild met accoladen
+boven en onder, 16e eeuw; het cartouche schild; het Italiaansche schild,
+dat, van boven breed, naar onderen spits toe loopt, van symmetrische
+uitschulpingen is voorzien, en dat van den beginne af aan een versierden
+voet en bovenrand kreeg.
+
+Verder: het Rococoschild, dat, hoewel geheel afwijkend van elken
+praktischen vorm, niettemin volkomen verdedigbaar is uit een oogpunt
+van stijl, evenals de ellipsvormige, cirkelvormige en amandelvormige
+schilden uit den Baroktijd en den stijl Louis XVI.
+
+[Illustratie: 71 72]
+
+Goede wapenfiguren zijn echter moeilijk op deze schildvormen aan te
+brengen, vooral waar de heraldische schilden de meest willekeurige
+vormen verkregen.
+
+Ten slotte noemen we nog het ruitvormige schild, dat uitsluitend bestemd
+was voor wapens van vrouwen, en soms nog omgeven was door een geknoopt
+liefdekoord. Natuurlijk was ook dit schild zuiver heraldisch, en werden
+door vrouwen de schilden niet praktisch gebruikt.
+
+Toch hadden vrouwen grooten invloed op de ontwikkeling van de heraldiek,
+daar hun tegenwoordigheid bij de steekspelen en tournooien door de
+ridders zeer gewenscht werd.
+
+ * * * * *
+
+fig. 57. Schild uit de 12e eeuw.
+
+ » 58. Schild uit het begin van de 13e eeuw.
+
+ » 59. Halfrond schild, uit de 15e eeuw.
+
+ » 60. Renschild, 15e eeuw.
+
+ » 61. Schildvorm uit de 16e eeuw.
+
+[Illustratie: 73]
+
+ » 62. Schildvorm uit de 1ste helft van de 16e eeuw.
+
+ » 63. Ruitvormig schild (vrouwen schild).
+
+ » 64. Rococo schildvorm.
+
+ » 65. Constructie van een vroeg-Gothisch schild. A en B zijn de
+ middelpunten van de bogen, die de zijden van het schild vormen.
+
+ » 66. Iets latere schildvorm.
+
+ » 67. De middelpunten van de bogen liggen weer in A en B, evenals
+ in fig. 66. Fig. 65, 66 en 67 leenen zich uitstekend voor het
+ aanbrengen van heraldische figuren.
+
+ » 68. Heel vroege schildvormen, 1ste helft 13e eeuw. Teekening van
+ een verguld koperen schaal, met niëllo-ornament, z.g.
+ _Limousiner_ werk. Schildvorm als fig. 66.
+
+ » 69. Fragment van een grafsteen te _Spiers_, uit het jaar 1386.
+ Schildvorm als in fig. 67.
+
+ » 70. Renaissance schild, van den vorm van een renschild. Naar een
+ teekening uit den tijd van _Albrecht Dürer_, 1ste helft van de
+ 16e eeuw.
+
+ » 71 en 72. Twee cartouche schildvormen van _Jost Amman_, uit zijn
+ »tournooiboek«, (1566). Wapen van _Heilbronn_, en eenvoudige
+ cartouche. Naar houtsneden.
+
+ » 73. Wapens van een doopdoek uit 1647. Borduurwerk.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+IV. Herautsstukken.
+
+
+De heraldische figuren, waarmede het schild versierd werd, waren
+gewoonlijk direct op 't schild geverfd; soms ook waren ze verkregen
+door de figuren uit te knippen van stijf gemaakt of gepapt linnen, dat
+zoodanig op 't schild werd vastgehecht, dat relief ontstond. Vooral de
+Middeleeuwsche schildververs te _Keulen_ en _Maastricht_ waren beroemd.
+
+In de heraldische terminologie noemt men het aanbrengen van figuren
+op het schild: »'t schild beladen met figuren«. Men heeft nu twee
+hoofdgroepen van figuren, waarmede een schild kan zijn beladen, n.l.
+_heraldische stukken_, _herauts-_ of _heroldstukken_ genaamd, en
+_heraldische beelden_ of gewone figuren, die ontleend zijn aan het
+plant-, dier-, of delfstoffenrijk.
+
+De belading van de schilden met herautsstukken is voor den decorateur
+zeker minder interessant dan de belading met de gewone figuren; evenwel,
+ze is even belangrijk en kennis ervan is noodzakelijk voor hem, die
+heraldische versieringen heeft te maken.
+
+Onder de »stukken« rangschikt men alle figuren, die hun begrenzing
+hebben in de randen van het schild zelf. Het zijn geometrische figuren,
+die ontstaan zijn door geometrische indeeling van rechte en gebogen
+lijnen, die raken aan den schildrand, en die dus het geheele veld
+verdeelen. De gewone figuren daarentegen zijn steeds vrij van den
+schildrand. Zoodat een »kruis« kan zijn een herautsstuk, maar ook een
+gewoon figuur. Het aantal herautsstukken is onbegrensd. Wij zullen hier
+alleen de meest voorkomende en de mooiste behandelen, ook al komen de
+laatste niet zooveel voor.
+
+[Illustratie: 74 75 76 77 78 79 80 81 82]
+
+Tot de herautsstukken behooren ook de in de Nederlandsche heraldiek niet
+voorkomende onverdeelde schilden, dus een schild b.v. uitsluitend van
+goud, zilver, azuur, keel, etc. Daar de bespreking van de herautsstukken
+overigens het best gaat met behulp van afbeeldingen, zullen we eenvoudig
+een serie hiervan blasoeneeren, waarbij dus, zoo als 't behoort,
+rechtsboven het eerst wordt genoemd.
+
+[Illustratie: 83 84 85 86 87 88 89 90 91]
+
+
+_A._ _Herautsstukken, ontstaan door uitsluitend verticale indeeling._
+(Het schild is _gespleten_ of _gepaald_).
+
+Hierbij wordt een veld genoemd naar het aantal lijnen dat de splijting
+bewerkstelligt, b.v. is het schild _drie maal gespleten_, dan zijn er
+3 splijtlijnen die het schild in 4 velden splijten. Bij een even getal
+splijtlijnen gebruikt men het woord paal, zoodanig, dat b.v. een door
+6 lijnen gespleten schild, dat dus zes maal gespleten is, wordt benoemd
+naar de helft van 't aantal splijtlijnen in verband met de paal: dus
+een zesmaal gespleten schild is beladen met drie palen; een viermaal
+gespleten schild is beladen met twee palen, etc. Verder kan een paal
+voorkomen uitgebogen naar rechts of uitgebogen naar links; verkort naar
+het hoofd of naar den voet en gepunt naar het hoofd of naar den voet.
+
+[Illustratie: 92 93 94 95 96 97 98 99 100]
+
+De blasoeneering van de schilden is dus als volgt:
+
+fig. 74. Gespleten, zwart en zilver.
+
+fig. 75. Op blauw een zilveren paal.
+
+fig. 76. Driemaal gespleten rood en goud.
+
+fig. 77. Een roode rechterpaal op zilver.
+
+fig. 78. In zilver een zwarte _staaf_.
+
+fig. 79. In zilver twee roode palen.
+
+fig. 80. Vijfvoudig gespleten zilver en groen.
+
+fig. 81. Op goud een roode gepunte paal.
+
+fig. 82. In zilver een _tweelingpaal_ van zwart.
+
+Deze laatste is ontstaan door op een zwarten paal een smalleren aan te
+brengen van de kleur van het veld.
+
+[Illustratie: 101 102 103 104 105 106 107 108 109]
+
+
+_B._ _Herautsstukken, ontstaan door uitsluitend horizontale indeeling._
+(Het schild is _gedeeld_ of _gefaast_).
+
+fig. 83. Gedeeld van zilver en rood.
+
+fig. 84. In zwart twee gouden balken.
+
+fig. 85. In zilver een roode balk.
+
+fig. 86. Een blauw hoofd op goud.
+
+fig. 87. Op zilver een zwarte band.
+
+fig. 88. Groen met zilveren punt.
+
+fig. 89. Vijfmaal gedeeld, zwart en zilver.
+
+fig. 90. Driemaal gedeeld zilver en rood.
+
+fig. 91. Op zilver een roode voet.
+
+[Illustratie: 110 111 112 113 114 115 116 117 118]
+
+
+_C._ _Herautsstukken, ontstaan door indeeling, uitsluitend van
+horizontale en vertikale rechte lijnen gecombineerd._
+
+fig. 92. Gekwartileerd (gevierendeeld) van goud en blauw.
+
+fig. 93. Gespleten en halfgedeeld van zilver, blauw en goud.
+
+fig. 94. Half gespleten en gedeeld, van zwart en rood, boven zilver.
+
+fig. 95. Gedeeld en tweemaal gespleten, blauw en zilver.
+
+fig. 96. Gespleten en driemaal gedeeld, rood en zilver.
+
+fig. 97. _Geschaakt_ in negen velden, zwart en zilver.
+
+fig. 98. Geschaakt, zwart en zilver. Indien het schaakbord ontstaat door
+ vele splijt- en deellijnen, wordt het aantal velden niet genoemd.
+
+fig. 99. Gekwartileerd; goud met in blauw en zilver gespleten tweede
+ kwartier en in zilver en blauw gespleten derde kwartier.
+
+fig. 100. Blauw, met verschoven zilveren paal.
+
+[Illustratie: 119 120 121 122 123 124 125 126 127]
+
+Verscheidene van deze herautsstukken komen in de Nederlandsche heraldiek
+niet voor, terwijl wij ook geen afzonderlijke benamingen ervoor hebben.
+Dit laatste vindt zijn oorzaak in 't feit, dat bij de blasoeneering
+meestal de Fransche taal werd gebruikt.
+
+ * * * * *
+
+fig. 101. Gespleten, viermaal gedeeld goud en blauw.
+
+fig. 102. Een zilveren vrij kwartier op zwart. Is dit vrije kwartier
+ klein, dan spreekt men van _kanton_.
+
+fig. 103. In blauw een gouden kanton.
+
+fig. 104. In rood een zilveren kruis.
+
+fig. 105. In zilver een zwarte getinneerde punt.
+
+fig. 106. Trapvormig, schuins gedeeld blauw en zilver.
+
+fig. 107. Getinneerde balk, rood en zilver.
+
+fig. 108. Met één rechte trede gedeeld, zilver en rood.
+
+fig. 109. Driemaal gespleten van zilver en zwart, en driemaal half
+ gedeeld van rood en goud.
+
+[Illustratie: 128 129 130 131 132 133 134 135 136]
+
+Zooals we vroeger zagen is fig. 104 een herautsstuk, omdat het kruis de
+randen van het schild tot grens heeft.
+
+Ook bij deze figuren zijn er, die weinig voorkomen; evenwel,
+volledigheidshalve hebben we ze besproken. Bovendien hebben ze hun nut,
+omdat men door deze verschillende voorbeelden tevens leert beschrijven.
+
+[Illustratie: 137 138 139 140 141 142 143 144 145]
+
+
+_D._ _Overige Herautsstukken._
+
+fig. 110. Geschuind van goud en groen.
+
+fig. 111. Links geschuind van zilver en blauw.
+
+fig. 112. Een rechter geschuind hoofd, van zwart en goud.
+
+fig. 113. In zilver een schuine linker voet van rood.
+
+fig. 114. Op rood een gouden band.
+
+fig. 115. _Gebaard_, van 6 stukken, blauw en zilver.
+
+fig. 116. Vijfmaal schuinslinks gedeeld van rood en zilver.
+
+fig. 117. Geruit, van blauw en zilver.
+
+fig. 118. Andreaskruis, van zwart en zilver.
+
+fig. 119. Schuin gevierendeeld, van blauw en zilver.
+
+fig. 120. Geschuind en half links geschuind van zilver, rood en goud.
+
+[Illustratie: 146 147 148 149]
+
+fig. 121. Links geschuind en vijf maal geschuind van zilver en zwart.
+
+fig. 122. Op zilver een zwarte baar.
+
+fig. 123. Rood, met _gaffel_ van zilver.
+
+fig. 124. Op zwart een zilveren _keper_.
+
+fig. 125. Blauw, zilver gekeperd.
+
+fig. 126. Van zwart met punt (_pile_) van goud.
+
+fig. 127. Van blauw met punt (_pointe_) van zilver.
+
+fig. 128. Een _gekoust_ schild, zwart en zilver.
+
+fig. 129. Een _gekapt_ schild, zilver en blauw.
+
+fig. 130. Een links omvat veld, van rood en zilver.
+
+fig. 131. Een schild met _turven_ (boven) en _blokken_ (onder).
+
+fig. 132. Van zilver, met _latwerk_ van blauw.
+
+fig. 133. Bekleed schild van zwart en zilver.
+
+fig. 134. Schild met _boordsel_; groen met boordsel van zilver.
+
+fig. 135. Schild met _zoom_.
+
+fig. 136. Schild met _flanken_, blauw en zilver.
+
+fig. 137. Rood, met zilveren _geer_.
+
+fig. 138. Spits geruit van blauw en zilver.
+
+fig. 139. Van zwart met een zilveren punt, bandswijs van uit den linker
+ benedenhoek.
+
+fig. 140. Van zilver, met dubbel getinneerde faas van rood en _bastaard
+ balk_ van zwart over alles.
+
+fig. 141. Een schild met _besnoeide baar_.
+
+fig. 142. Een gouden schild met _barensteel_ in 't hoofd.
+
+fig. 143. Faaswijs gegolfd, rood en zilver.
+
+fig. 144. Spiraalvormig gedeeld van blauw en goud.
+
+fig. 145. Schuin gekwartileerd volgens een klaverblad, zilver en zwart.
+
+fig. 146. Wapen van _Utrecht_. Geschuind van zilver en rood. Tevens
+ voorbeeld van damast.
+
+fig. 147. }
+fig. 148. } Een tweetal cartouche-wapens, evenals fig. 146
+ herautsstukken. Fig. 147 is het wapen van _Artois_, onder _Karel
+ van Bourgondië_.
+
+fig. 149. Wapen van _Oldenburg_. Herautsstuk, in goud twee roode balken.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+V. HERALDISCHE BIJTEEKENS OF BREUKEN.
+
+
+Alleen de oudste zoon van het huis is gerechtigd het oorspronkelijke
+wapen te dragen, en alle jongere zoons en takken van een huis zijn
+genoodzaakt het op kenbare wijze te wijzigen. Deze verandering in het
+wapen geschiedde door kenteekenen, die bijteekens of meestal _breuken_
+worden genaamd. Deze veranderingen geschiedden door:
+
+1. _Kleur_. De kleuren van de stukken werden gewisseld of vervangen door
+andere. Is b.v. het volle wapen een roode leeuw op gouden grond, dan kan
+b.v. een zijlinie van het geslacht voeren een gouden leeuw op rooden
+grond, of zelfs een zwarten leeuw op zilveren grond.
+
+2. Door _verandering in den stand_ van het stuk; b.v. een klimmende
+leeuw kan gewijzigd worden in een staanden leeuw, terwijl de kleuren
+dezelfde blijven.
+
+3. _Vermeerdering_ van het aantal stukken. B.v. als de hoofdstam drie
+lelies voert, kan een zijtak er vijf voeren.
+
+4. _Weglating_ of verplaatsing van de stukken.
+
+5. _Verdeeling_ van het schild.
+
+[Illustratie: 150 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163
+164 165 166 167]
+
+Een voorbeeld van toegevoegd stuk is de _barensteel_ (fig. 142); dit is
+een horizontale balk met 3 tot 9 vertikaal afhangende verkorte palen.
+Deze vertikale gedeelten waren oorspronkelijk rechthoekig, later werden
+ze verfraaid en schuin en zwaluwstaartvormig afgesneden. Ze is over
+het bestaande stuk of over de bestaande stukken aangebracht, en wordt
+ook tournooikraag genoemd. Vorstelijke personen breken tegenwoordig
+uitsluitend met den barensteel, terwijl van de niet vorstelijke personen
+alleen de oudste zoon den barensteel voert. Alle andere familieleden
+voegen ter onderscheiding toe b.v. een ster, een halve maan, een ring,
+een roos, een lelie, boordsel. Dit is wel de beste manier, omdat de
+andere wijzen van breken aan het euvel mank gaan, dat b.v. de kleur niet
+karakteristiek meer kan gewijzigd worden bij een talrijke familie, of
+dat bij een groot aantal figuren een toevoeging of weglating van een
+zelfde figuur niet spoedig in 't oog valt.
+
+De plaats van den barensteel is gewoonlijk zwevend in het schildhoofd,
+op de eereplaats even boven het hart of rakend aan den bovenrand van
+het schild. De kleur wijkt af van de schildkleur, doch is, evenals alle
+andere bijteekens, niet gebonden aan de heraldische wetten ten opzichte
+van kleur op metaal en omgekeerd. Er bestaan b.v. ook gekleurde
+barensteelen op gekleurde schilden.
+
+Fig. 140 geeft den _bastaardbalk_, als teeken van onechte geboorte.
+Men verwarre dezen balk vooral niet met den familiebalk, die in
+tegenovergestelde richting loopt, n.l. van rechts boven naar links
+onder, en die door zij- of jongere takken wordt gevoerd, b.v. verre
+bloedverwanten of neven van den drager van het wapen.
+
+Meestal wordt de bastaardbalk echter klein en verkort gedragen, omdat
+niemand er prijs op stelde te toonen dat hij buitenechtelijk geboren
+was. Bovendien werd de bastaardbalk ook wel versierd om hem zooveel
+mogelijk onkenbaar te maken. De plaats van den bastaardbalk is steeds
+in het hart van het schild.
+
+In Engeland geldt nog heden de volgende heraldische regel.
+
+De oudste zoon voert bij het leven zijns vaders den barensteel, de
+tweede zoon een halve maan, de derde een 5-stralige ster, de vierde
+een maarle, de vijfde een ring, de zesde een lelie, de zevende een
+vijfbladige roos, de achtste een ankerkruis, de negende een dubbel
+vierblad. Zoover wordt deze regeling doorgevoerd, dat de oudste zoon
+van den tweeden zoon een barensteel droeg op een halve maan, en de
+vierde zoon van den zevenden zoon een maarle op een 5 bladige roos.
+
+[Illustratie: 168 169 170 171 172 173]
+
+In Duitschland bepaalde men zich gewoonlijk tot verandering van kleur of
+verandering van het heele kleinood.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+VI. HERALDISCHE BEELDEN.
+
+
+We zijn nu gekomen aan een der voor den ontwerper meest interessante
+hoofdstukken van de heraldiek, n.l. aan dat van de Heraldische beelden,
+die ontleend zijn aan de natuur, aan gebruiksvoorwerpen of aan de
+fantasie. Kortom, alle heraldische beelden, die niet onder zijn te
+brengen bij het hoofdstuk herautsstukken. Het groote onderscheid
+tusschen beide groepen is dan ook, dat de laatstgenoemde hun grenzen
+hebben in den schildrand, en eerstgenoemde geheel vrij liggen of slechts
+gedeeltelijk den schildrand raken.
+
+Zijn de herautsstukken geometrische of geconstrueerde figuren, de
+heraldische beelden vereischen van den teekenaar groote vaardigheid en
+handigheid in het styleeren. Hoewel er regelen bestaan, die niet uit
+het oog mogen worden verloren, is de teekenaar toch niet zoodanig aan
+strenge wetten en regels gebonden, dat hij niet eenige vrijheid zou
+hebben om, waar de stijl of de omgeving zulks gebieden, hiervan een
+weinig af te wijken.
+
+Een eerste eisch is natuurlijk weder: duidelijkheid. Een gevolg hiervan
+is, dat tijdens de Gothiek de heraldische beelden _niet naturalistisch_
+werden voorgesteld, maar _gechargeerd_ en _gestyleerd_. Eerst tijdens
+de Renaissance kwam het afbeelden van b.v. naturalistische dieren- en
+menschfiguren in gebruik.
+
+Dit terugbrengen van natuurvormen tot een bepaalden stijl, zooals zoo
+dikwijls wordt gevraagd, is niet terstond te leeren. Vaardigheid hierin
+wordt verkregen door dikwijls goede voorbeelden uit de verschillende
+stijlperioden te bekijken. De fraaiste en meest tot bestudeering
+aanbevolen heraldische beelden zijn afkomstig uit de 13e, 14e en 15e
+eeuw.
+
+[Illustratie: 174 175 176 177 178 179]
+
+Naderhand heerschte in de heraldiek te veel het naturalisme, waardoor
+het karakteristieke van het heraldische beeld, en daardoor van het
+geheele wapen, verloren ging. Wat wel te verklaren is overigens, omdat
+de practische waarde van het schild als zoodanig verloren ging.
+
+[Illustratie: 180 181]
+
+De volgende hoofdregels gelden voor de heraldische beelden:
+
+1. De figuur vulle zooveel mogelijk het geheele veld en sta in juiste
+verhouding tot de fond.
+
+2. De figuur kan ook zijn een onderdeel van een voorstelling, b.v. een
+lichaamsdeel.
+
+3. De figuur kan gecombineerd worden met andere figuren en ook met
+herautsstukken.
+
+[Illustratie: Fig. 182.]
+
+4. Het heraldische beeld moet zooveel mogelijk zijn een vlakversiering,
+dat wil zeggen een vlakke figuur, in omtrek, ingevuld door een vlakke
+kleur. Vermijding van schaduw is daarom aanbevolen.
+
+5. Het heraldisch beeld behoort te worden voorgesteld in den stijl van
+het wapen en de omgeving, waarin of waarop het is aangebracht.
+
+
+A. Het kruis.
+
+Het kruis is een der veelvuldig toegepaste heraldische beelden;
+zinnebeeld van den Ghristelijken godsdienst, is het dikwijls tijdens de
+kruistochten, toen dus ook het praktisch nut van het schild zeer groot
+was, aangenomen als wapenteeken.
+
+In zijn eenvoudigsten vorm komt het kruis voor als _kruis_ en als
+_schuinkruis_. We zagen het kruis als zoodanig reeds voorgesteld bij
+de herautsstukken. Waar de kruisridders uit alle christelijke landen
+optrokken, kon verwarring niet uitblijven; daarom werd getracht den
+kruisvorm zooveel mogelijk te varieeren door veranderde plaatsing op het
+schild of door verandering van de armen van het kruis.
+
+Een zeer belangrijke plaats is nog het hart van het kruis, dat ook voor
+talrijke varianten geschikt is.
+
+De kruizen, waarvan de armen hun beëindiging vinden in den schildrand,
+behooren, mits ze niet vervormd zijn, tot de herautsstukken. Zijn de
+armen verkort of vervormd, dan behooren ze tot de heraldische beelden.
+Het totaal aantal verschillende kruizen bedraagt ongeveer 300, welk
+groot aantal door ons hier niet kan worden behandeld.
+
+De voornaamste vormen evenwel, die ook overigens voor een ontwerper of
+teekenaar van belang zijn, daar ze vaak ook in de symboliek werden en
+worden toegepast, laten we hier volgen:
+
+Fig. 150. Het _Latijnsch kruis_ of lijdenskruis; een kruis met 3
+verkorte armen, waarvan alleen de onderste verlengd is.
+
+Fig. 151. _St. Anthoniekruis._ De bovenste arm ontbreekt.
+
+Fig. 152. _Het krukkenkruis_, waarvan de armen door St.
+Antoniekruizen worden gevormd.
+
+Fig. 153. _Het Jeruzalemsch kruis._ Goud op een zilveren veld, dus hier
+is gezondigd tegen de regelen van de heraldische tinkturen.
+
+Fig. 154. _Geboord kruis._ De rand is aangebracht, om in een geval als
+boven geen kleur op kleur te krijgen.
+
+Fig. 155. Het _ankerkruis_, eindigende in twee omgebogen punten;
+varianten hierop zijn het klaverbladkruis en het leliekruis, waarvan de
+punten eindigen in klaverbladen of leliën.
+
+[Illustratie: 183]
+
+Fig. 156. _Patriarchale kruis_ met 2 of 3 horizontale armen, die naar
+onderen in lengte toenemen.
+
+Fig. 157. _Het Maltheser kruis_, vaak ook met een vergroot hart, van de
+Maltheser of Johanniter orde, steeds wit op rood. Oorspronkelijk droegen
+de ridders van deze orde op een zwarten mantel een wit kruis. De ridders
+van de Duitsche orde droegen op een witten mantel een zwart kruis.
+
+Fig. 158. _Het hakenkruis_. Dit kruis is afkomstig van veel vroeger
+datum dan Christus' geboorte en o. a. reeds als teeken van de eeuwigheid
+in gebruik bij de oude Indische volksstammen. Terwijl eveneens de oude
+Noorsche volkeren aan dit teeken eenzelfde beteekenis hechtten.
+
+Fig. 159. _Het Grieksche kruis_, volgens welk grondplan ook dikwijls
+nog in de Middeleeuwen kerken werden gebouwd, in tegenstelling met den
+gewonen basiliekvorm, die een Latijnsch kruis tot grondplan had. Wit op
+veld van azuur.
+
+Fig. 160. _Kruis met een vergroot hart._
+
+Fig. 161. _Kruis met uitgebroken hart._
+
+Fig. 162. _Kruis gevormd van ruiten._
+
+Fig. 163. _Geklaverd kruis._
+
+Fig. 164. _Geledigd kruis_. Hiervan is als 't ware alleen de smalle rand
+blijven staan.
+
+Fig. 165. _Gepunt kruis._ Ontstaan uit het houten kruis, dat met de punt
+in de aarde werd gestoken.
+
+Fig. 166. _Geschaakt kruis._
+
+Fig. 167. _Herkruist kruis._
+
+Voor de verdere kruizen zie men de herautsstukken.
+
+ * * * * *
+
+Tenslotte merken we nog op, dat eenzelfde kruis in verschillende
+tinkturen nog kan worden benoemd naar de nationaliteit: b.v. een
+Grieksch kruis is wit op azuur; een Engelsch kruis of St. Georgekruis is
+wit op rood. Terwijl verder het Duitsche kruis is sabel op zilver en het
+Fransche kruis eindigt in leliën inplaats van in klaverblaadjes.
+
+
+B. De Mensch-figuur.
+
+Dikwijls werd in de heraldiek van de menschfiguur gebruik gemaakt. Zij
+is dan voorgesteld in verschillende houdingen, kleeding en bezigheden;
+mannen, zoowel als vrouwen uit alle standen, en in 't bijzonder zulke,
+die iets kenmerkends hebben, b.v. koningen, ridders, monniken, negers,
+jonkvrouwen, wildemannen (naakt, met een bladerenkrans om de lendenen,
+en geheel behaard), heiligen en ook Turken.
+
+[Illustratie: 184 185 186 187 188 189]
+
+Is de geheele menschfiguur toegepast, dan is deze gewoonlijk »en face«
+geplaatst, zoodat deze in dezelfde richting kijkt als de drager van het
+schild. De figuur staat, zit (b.v. de H. Maagd) of knielt.
+
+Gedeelten van de menschfiguur, die ook worden toegepast zijn: _'t
+hoofd_, dat meestal naar rechts gewend is, en zelden aanziend; _het
+oog_, dat nooit van terzijde gezien, maar steeds in vooraanzicht
+geteekend werd; _de arm_, die naar de gedeeltelijke bedekking van
+kleeding is te herkennen als die b.v. van een ridder, als ze geharnast
+is; bovendien is het meest een rechterarm, die iets in de hand gekneld
+houdt.
+
+_De hand_ zelve komt èn afzonderlijk voor en ook als twee in elkaar
+geslagen handen, als teeken van broederschap. Zie fig. 69.
+
+_Het hart_ staat vertikaal, evenals de beenen, die overigens meestal
+gebogen zijn in de knie, en 3 in getal, onderling verbonden of
+afzonderlijk.
+
+Ook het _doodshoofd_ en twee gekruiste doodsbeenderen komen voor; de
+symbolische beteekenis hiervan is bekend genoeg.
+
+Vaker komen de onderdeelen van den mensch voor in verbinding met
+diervormen, maar deze heraldische beelden behooren tot de fantastische.
+
+Menschelijke lichaamsdeelen kunnen bovendien nog op twee verschillende
+wijzen worden voorgesteld, en wel als _afgescheurd_, in welk geval er
+nog lappen huid aan zijn blijven vast zitten, en als afgesneden, in welk
+geval de snijlijn recht is. Zie fig. 174 en 175.
+
+[Illustratie: 190 191 192 193 194 195]
+
+Fig. 168. Hoofd, aanziend.
+
+Fig. 169. Man, zich met de rechterhand een zwaard in de borst stekend.
+
+Fig. 170. Van zilver, met 3 Moorenhoofden van purper.
+
+Fig. 171. Drie geharnaste en gespoorde beenen, in 't hart samengevoegd
+ met de dijen.
+
+Fig. 172 a. Een hart in 't rechter kwartier. b. Een oog in 't linker
+ kwartier. c. Een geopende binnenhand in de punt.
+
+Fig. 173. Een geharnaste arm, een ring houdend.
+
+Fig. 174. Een afgerukt been.
+
+Fig. 175. In azuur drie afgesneden zilveren knieën.
+
+Fig. 176. Borstbeeld.
+
+Fig. 177. Doodshoofd met gekruiste beenderen.
+
+Fig. 178. In rood een zilveren hoofd van ter zijde, rechts gewend, met
+ lauwerkrans van sinopel.
+
+Fig. 179. Mensch-figuur.
+
+Fig. 180. Geharnaste ridders.
+
+Fig. 181. Geharnast ruiter, teekening van Albrecht Dürer.
+
+Fig. 182. St. Joris, voorgesteld als een geharnast ridder, (midden 16e
+ eeuw) door Hans Burgmayer.
+
+Fig. 183. Menschelijke lichaamsdeelen als heraldische motieven.
+ Grafsteen te Salzburg ± 1528.
+
+
+C. Dieren.
+
+In de heraldiek zijn velerlei soort dieren toegepast geworden; bovendien
+werd variatie aangebracht in den stand of door samenvoeging van meerdere
+exemplaren; ook onderdeelen als koppen, nagels etc., zelfs onthoofde
+dieren komen voor.
+
+Voor de afzonderlijke lichaamsdeelen geldt het zelfde, wat gezegd is
+voor de menschelijke lichaamsdeelen: ze kunnen zijn _afgerukt_ en
+_afgesneden_. Een kop kan zijn in profiel of aanziend, terwijl hij vaak
+is gekroond, of rust op een halsband.
+
+De meest kenmerkende stand van het dier is tevens de meest heraldische
+stand; zoo is een leeuw 't best in z'n karakter afgebeeld als hij
+klimmend is voorgesteld met dreigend opgeheven klauwen. Zijn natuurlijke
+wapens als tanden en klauwen krijgen een gechargeerd karakter; hierdoor
+spreekt de geheele figuur meer.
+
+Elke kleur kan voor de dieren worden gebruikt; 't best is echter de bij
+de natuurkleur het meest passende tinktuur. We hebben dit op blz. 7
+reeds besproken onder het hoofdstuk: kleuren.
+
+Wat den stand betreft kunnen de viervoetige dieren worden voorgesteld
+b.v. als klimmend, loopend, zittend, springend, liggend, stappend,
+staand, hardloopend, neerspringend, zwemmend etc.
+
+Verder is 't mogelijk variatie aan te brengen door de dieren te maken:
+gekroond, geklauwd, getongd, gehalsband, aanziend, afgewend, omgewend en
+verminkt.
+
+In den regel worden de viervoeters afgebeeld gezien van terzijde, dus
+»en profil«, en zijn dan (meestal) naar rechts gewend; of naar links
+gewend of aanziend als deze minder algemeene stand nadrukkelijk is
+voorgeschreven.
+
+
+D. De leeuw.
+
+Van alle viervoetige dieren komt de leeuw het meest voor. Reeds in ons
+land is hij als wapenbeeld toegepast in de 2e helft van de 12e eeuw door
+den hertog van Brabant en de graven van Holland en van Vlaanderen. Ook
+in Duitschland is het gebruik van den leeuw zeer oud.
+
+De wijze van voorstelling is zeer verschillend. De oudste leeuwen hebben
+een spitsen kop en een geopenden muil, zonder tong of tanden. Het
+lichaam is bij de heupen zeer smal, bij de borst wat breeder. Manen en
+haren worden nooit gedetailleerd. De normale stand is klimmend, waarbij
+de leeuw recht overeind staat, gereed als 't ware om aan te vallen.
+
+[Illustratie: 196 197 198 199 200 201 202 203 204]
+
+De oude styleering is zeer eigenaardig; aangezien de leeuw aan de
+heraldici niet bekend was, moesten deze afgaan op van hooren zeggen, en
+de meest gruwelijke eigenschappen, die het verscheurende dier werden
+toegeschreven, werden overdreven voorgesteld. Zoodat eigenlijk de oudste
+leeuwen heel weinig lijken op een werkelijken leeuw, maar niettemin
+echt leeuwerig deden met hun vurig krullende tong, hun groote, wijd
+uitgespreide klauwen, opengesperden muil en woeste oogen, waaraan een
+menschelijke uitdrukking werd gegeven.
+
+[Illustratie: 205 206 207 208 209 210]
+
+De staart van den leeuw wordt voorgesteld als zijnde naar boven gericht,
+terwijl het uiteinde, bestaande uit een zwaren bos haar, naar de rug
+van het dier is toegekeerd, terwijl vaak ook juist in 't midden van
+den staart een haarkwast werd aangebracht, een zuiver ornamentaal
+toevoegsel. Uit dit toevoegsel ontspringt soms nog een tweede staart,
+waarnaar de staart »_gespleten_« wordt genoemd.
+
+Bij de blasoeneering komt dit gespleten zijn niet in aanmerking;
+dezelfde leeuw kan voor hetzelfde wapen enkelvoudig zijn of gespleten,
+zonder dat dit invloed heeft.
+
+In den beginne worden de klauwen klaverbladvormig voorgesteld, terwijl
+hier onder nog een met een nagel gewapende teen werd aangebracht.
+
+De kleur van den leeuw is meestal goud of rood, minder vaak zwart en
+zeer zelden blauw. De nagels en tanden zijn anders gekleurd; is de leeuw
+van metaal, dan zijn de nagels rood of blauw; is de leeuw gekleurd, dan
+zijn de nagels metaal; _altijd verschillen de wapens van het dier van
+de kleur van het veld_. Ook de oogen zijn òf van zilver, òf, bij een
+metalen leeuw, van kleur.
+
+In de vroege wapens staat de leeuw met z'n lichaamsas vertikaal;
+z'n lichaamsas valt dan samen met die van het schild. Gevolg van het
+vereischte: het driehoekige schildoppervlak zooveel mogelijk regelmatig
+te vullen met ornament. Vooral in Duitschland is dit het geval. Later,
+in de 15e eeuw, krijgt de leeuw een meer voorovergebogen stand.
+
+De volkomen beharing van de oudste leeuwen verandert later in een
+plaatselijke beharing van manen, staart en onderzijde van buik en
+pooten.
+
+De lijnenschema's fig. 196, fig. 197 en fig. 198 geven de construkties
+aan voor een Romaanschen, Gothischen en Renaissance leeuw.
+
+Fig. 184. _Gekroonde klimmende leeuw_, geklauwd en getongd.
+
+Fig. 185. _Staande leeuw._
+
+Fig. 186. _Stappende of geluipaarde leeuw._
+
+Fig. 187. _Liggende leeuw._
+
+Fig. 188. _Omziende leeuw._
+
+Fig. 189. _Omgewende leeuw_, baarswijs geplaatst.
+
+Fig. 190. _Neerspringende leeuw_, bandswijs geplaatst.
+
+Fig. 191. _Onthoofde leeuw._
+
+Fig. 192. _Opkomende leeuw._
+
+Fig. 193. _Ontlede leeuw._
+
+Fig. 194. _Leeuw_, in 't hoofd uitkomend, aan de punt opkomend.
+
+Fig. 195. _Welpen._ Indien meer dan twee leeuwen in één veld voorkomen,
+noemt men ze welpen.
+
+Fig. 196. _Lijnschema voor een Romaanschen leeuw._
+
+Fig. 197. _ » » » Gothischen leeuw._
+
+Fig. 198. _ » » » Renaissance leeuw._
+
+In fig. 196 is duidelijk te zien, hoe de stand van de pooten in nauw
+verband staat met den driehoekigen schildvorm.
+
+Fig. 199. _15e eeuwsche leeuw_, met een golvende lichaamsas.
+
+Fig. 200. _14e eeuwsche leeuw_, met een vertikale lichaamsas.
+
+Fig. 201. _Springende leeuw._
+
+Fig. 202. _Zittende leeuw._
+
+Fig. 203. _Gehoonde leeuw_, d. w. z. ontdaan van tong, tanden, klauwen
+en staart.
+
+Fig. 204. _Gesplitstaarte leeuw._
+
+Bij plaatsing van meer dan één roofdier (b.v. leeuw) op een schild, zijn
+ze altijd afgewend, omdat ze anders zouden vechten; deze stand komt
+niettemin soms voor.
+
+
+E. De luipaard.
+
+De luipaard wordt voorgesteld als een loopende leeuw, met dit
+onderscheid evenwel, dat de kop aanziend is. In dezen stand is steeds
+de binnenste (voor den aanschouwer) voorpoot opgeheven en de binnen
+achterpoot naar voren geplaatst. De staart is horizontaal teruggeslagen
+over den rug. Voor de rest is het lichaam als van een leeuw. Dit
+dier in verticalen stand wordt een _geleeuwden luipaard_ genoemd,
+in tegenstelling weer met een loopend zijwaarts ziend dier, dat een
+_geluipaarde leeuw_ wordt genoemd. Dikwijls ook wordt geen onderscheid
+gemaakt tusschen een luipaard en een geluipaarden leeuw; bovendien
+bestond in de oude heraldische kunst dit onderscheid in 't geheel niet
+en stelde men luipaard en leeuw op dezelfde wijze voor. Waarschijnlijk
+ook omdat terwille van de ruimte bij een driehoekig schild, bij
+toepassing van meerdere leeuwen deze boven elkaar moesten worden
+geplaatst en dan loopend.
+
+De pluim van den staart behoort naar buiten te wijzen. Overigens gelden
+dezelfde bepalingen als die, welke genoemd zijn bij den leeuw:
+
+Fig. 205. _zwart, met drie luipaards van goud._
+
+Fig. 206. _Geleeuwde luipaard._
+
+Fig. 207. _Geluipaarde leeuwen op Duitsch cartouche schild._
+
+Fig. 208. _Luipaard, stappend._
+
+[Illustratie: 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220]
+
+[Illustratie: 221 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231]
+
+
+F. De adelaar.
+
+Wat de leeuw voor viervoeters beteekent in de heraldiek is de adelaar
+voor de vogels: beide koningen in hun rijk, door moed en kracht
+uitmuntend. De adelaar is, meer nog dan de leeuw, geheel verworden tot
+ornament, zoodat alleen de conventie hier nog direct den adelaar in doet
+herkennen. Het lichaam van voren gezien (buikzijde) draagt een kop en
+profil naar rechts gewend, met geopenden krommen snavel, uitgestoken
+gekrulde tong en woest blikkende oogen. De vleugels zijn uitgespreid
+zóó, dat de uiteinden der afwisselend smalle en breede, licht gebogen
+veeren met de punten op een boog liggen; deze veeren van iederen
+vleugel zijn 3-12 in getal, (in de oudste tijden het kleinste aantal)
+en symmetrisch geplaatst; ze worden naar onderen langer, dus juist
+omgekeerd als bij het levende dier. De gekrulde staart, uit weinig
+symmetrisch geplaatste gekrulde veeren bestaand, eindigt in een punt,
+soms in een lelie.
+
+De pooten worden zeer krachtig en buiten verhouding groot voorgesteld en
+zijn zijdelings gericht; soms omknellen ze voorwerpen, b.v. een bol en
+een scepter. Het aantal teenen is drie naar buiten en één naar binnen
+gericht.
+
+De adelaars in de oude heraldiek hebben aan weerszijden twee gekrulde
+veeren aan den hals; in de latere heraldiek vermeerdert dit aantal. De
+veeren, die het lichaam bedekken, zijn als spitse punten geteekend, met
+een ribbe.
+
+De adelaar met één kop heet _koninklijk_. De adelaar met twee van elkaar
+gewende koppen wordt _keizerlijk_ genaamd, doch behoort onder de rubriek
+fantastische beelden.
+
+Ook deelen van het dier worden toegepast, b.v. een klauw (grijpend) of
+twee vleugels, met de ruggen naar elkaar gewend (_vlucht_ genaamd). De
+adelaar wordt _arendsvogel_ genoemd, als hij van bek en pooten beroofd
+is. De kleur is meestal zwart, soms rood of zilver.
+
+Fig. 209. _Adelaar_, naar Michaël Ostendorfer. Houtsnede uit 1540.
+
+Fig. 210. _Dubbele adelaar_, naar een Duitsch meester. Houtsnede uit
+1507 (fantastisch beeld).
+
+Fig. 211. _15e eeuwsche adelaar_ van het Sebaldusgraf te Neurenberg.
+
+Fig. 212 en 213. Als fig. 211, door Peter Vischer.
+
+Fig. 214. _Drie afgerukte adelaarskoppen._
+
+Fig. 215. _Arendsvogels_, steeds meer dan één in aantal, zonder pooten
+en snavel.
+
+Fig. 216. _Lijnschema voor een Gothischen adelaar._
+
+Fig. 217. _Lijnschema voor een Renaissanceadelaar._
+
+Fig. 218. _Romaansche adelaar._
+
+Fig. 219. _Streng gestyleerde adelaar_ uit de 13e eeuw.
+
+Fig. 220. _Tweekoppige adelaar_, naar een Duitsch meester (fantastisch
+beeld). Titelblad uit Zwaben.
+
+
+G. Andere dieren.
+
+Veelvuldig komen verder voor:
+
+_Tijger_ en _panter_, producten van de fantasie; de _beer_, meestal
+zwart met wapens van rood of goud; de _ever_, zwart; de _wolf_, kleur
+rood met neerhangenden staart en naar voren gerichte ooren; de _vos_,
+kleur zwart, rood of zilver meestal, en met opgerichten pluimvormigen
+staart; het _hert_, springend of trotsch voortschrijdend, dragend een
+gewei met zes takken, drie aan elken hoorn; de _bok_, meestal steenbok
+met naar achter omgebogen gegroefde hoorns; de _ram_, met bijna
+cirkelvormig gebogen hoorns; het _schaap_; het _Paaschlam_, vaak met
+nimbus en kruis voorzien; de _stier_, stootend of klimmend (woedend);
+de _os_; de _koe_; het _paard_ (hengst) met vliegenden staart en manen
+en zonder teugels, zadel of stijgbeugels; de _hond_, meestal zwart of
+zilver en van de soort hazewind; de _brak_, een hond met hangende ooren
+en dikwijls voorzien van een met scherpe punten gewapenden halsband; het
+_stekelvarken_; de _ezel_; de _olifant_; de _haan_, in gevechtshouding,
+met sprekenden kam en weinig gestyleerde staartveeren; de _uil_; de
+_raaf_; de _valk_, met kap en belletjes en kruk; de _meeuw_, de _eend_;
+de _zwaan_; de _zwaluw_; de _ooievaar_, staand op één poot en in den
+anderen b.v. een steen houdend; de _reiger_, met ingetrokken hals en
+een gekrulde veer achter aan den kop; de _pauw_, pronkend; de _duif_;
+de _papegaai_; de _merels_, vogeltjes zonder pooten en snavel, vooral in
+Frankrijk; de _dolfijn_, evenals de _bot_, de _zalm_ en andere visschen,
+die gebogen, zwemmend, gepaard, stijgend, gevind, geschubd etc. kunnen
+zijn; de _kreeft_, rood, dus _gekookt_; de _hagedis_; de _slang_, blauw,
+groen of zilver; de _zeester_; de _schelp_; en minder veelvuldig
+voorkomend nog tal van andere dieren.
+
+[Illustratie: 232 233 234 235 236 237 238 239 240]
+
+Fig. 221. _Hert._
+
+Fig. 222. _Brak._
+
+Fig. 223. _Beer._
+
+Fig. 224. _Brakskop._
+
+Fig. 225. _Paaschlam._
+
+Fig. 226. _Ever_, wild zwijn.
+
+Fig. 227. _Wolf._
+
+Fig. 228. _Paard_, links gewend op Duitsch cartoucheschild. Naar Jost
+Amman.
+
+Fig. 229. _Bok._
+
+Fig. 230. _Haas._
+
+Fig. 231. _Koe._
+
+Fig. 232. _Vlucht._
+
+Fig. 233. _Arendsklauw._
+
+Fig. 234. _Haan._
+
+Fig. 235. _Zwaan._
+
+Fig. 236. _Raaf._
+
+Fig. 237. _Maarlen_, zonder pooten of bek en steeds en profil.
+
+Fig. 238. _Uilen._
+
+Fig. 239. _Pauw._
+
+Fig. 240. _Halve vlucht._
+
+Fig. 241. _Adelaars._
+
+Fig. 242. _Phoenix of Phenix_, een fabelachtige vogel, die,
+onsterfelijk, uit een brandenden stapel takken verrijst.
+
+Fig. 243. _Duif_, naar rechts gewend. Teeken van vrede.
+
+Fig. 244. _Olifant_, stappend; dragend een toren met 4 kanteelen en twee
+boogschutters.
+
+Fig. 245. _Mercurius- of aesculaapstaf._
+
+Fig. 246. _Slang_, tweemaal geknoopt.
+
+Fig. 247. _Visschen._
+
+Fig. 248. _Kreeft._
+
+Fig. 249. _Drie bijen._
+
+Fig. 250. _Gekwartilleerd_; in blauw drie gouden leliën in het eerste en
+vierde kwartier en in het tweede en derde van blauw een dolfijn in goud.
+
+Fig. 251. _Schelpen._ Boven buiten-, beneden binnenaanzicht.
+
+Fig. 252. _Dolfijn_, rechts gewend.
+
+
+H. De Plant en hare onderdeelen.
+
+Reeds in de oude heraldiek leverde het plantenrijk een groot aantal der
+benoodigde heraldische beelden; boomen, takken, bloemen, bladeren en
+vruchten werden veelvuldig gebruikt.
+
+De _boom_ staat meestal òf met de wortels in een berg (schildvoet),
+of is uitgerukt; de stam staat paalswijs en is voorzien van weinig
+symmetrisch geplaatste takken met naar verhouding buiten proportie
+groote bladeren, die, de soort kenmerkend, zijn gestyleerd. Soms ook
+komt een boom zonder bladeren voor. De kleur van de bladeren is groen;
+de stam is gewoonlijk zwart of bruin.
+
+Het meest komen voor de _eik_; de _linde_; de _denneboom_; de
+_pijnboom_; de _cypres_; de _palm_; de _berk_. De linde heeft
+hartvormige bladeren, de den wordt voorgesteld als een kegel op
+een stam en de berk heeft een zilveren stam met groen loof.
+
+[Illustratie: 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252]
+
+Ook _takken_ komen voor, soms meerdere op een schild en voorzien van
+bladeren; bovengenoemde boomsoorten leveren de voorbeelden, terwijl ook
+nog veelvuldig _klaverbladeren_ en _laurierbladeren_ worden toegepast.
+Het klaverblad heeft steeds een steel; zonder dezen heet het drieblad.
+Van de bloemen zijn de roos en de lelie de meest in de heraldiek
+gewilde.
+
+De _roos_, van boven gezien, is de wilde roos, met 5 hartvormige of
+slechts even aan den rand ingebogen bloembladeren, van rood, goud of
+zilver, en waartusschen 5 spitse groene kelkbladeren. Het hart is van
+goud. _Gevulde rozen_ hebben meer dan één bladlaag.
+
+[Illustratie: 253 254 255 256 257 258 259 260 261]
+
+De _lelie_ is gestyleerd in den bekenden Franschen lelievorm (fleur de
+lis).
+
+Reeds in 1179 komt ze voor in het Fransche wapen (vanwaar de naam
+Francica). Van de 3 bladeren, die in 't midden door een band worden
+saamgehouden, is het middenste onder en boven toegepunt; de beide
+buitenste boven en onder naar buiten omgebogen. Het deel onder den
+band is een verkleinde herhaling van het deel boven den band, terwijl
+het eerstgenoemde deel somwijlen ook alleen, zonder het tweede deel,
+voorkomt. Een afwijkende vorm is de _ontloken lelie_.
+
+Andere vaak voorkomende bloemen zijn nog: _de zonnebloem_, de _papaver_,
+de _distel_, het _viooltje_, de _korenbloem_ etc.
+
+Ten slotte zijn nog te noemen de vruchten, meestal hangend aan een
+tak met bladeren, als daar zijn: _appel_, _pijn-_ en _denneappel_;
+_granaatappel_, _eikel_, _druif_, _korenaar_, _korenschoof_.
+
+[Illustratie: 262 263 264 265 266 267 268 269 270 271 272]
+
+Fig. 253, 254, 255 en 256. _Verschillende heraldische rozen._
+
+Fig. 257, 258. _Leliën met gevulden voet._
+
+Fig. 259. _Lelie zonder voet._
+
+Fig. 260. _Ontloken lelie._
+
+Fig. 261. _Rozetak._
+
+Fig. 262. _Laurier_, uitgerukt (wortels zichtbaar). Meest van groen.
+
+Fig. 263. _Wijndruif_; _klaverblad_; _hulst_.
+
+Fig. 264. _Peer_; _eikel_; _denappel_.
+
+Fig. 265. _Bloem en granaatappel._
+
+Fig. 266. _Eikel met bladerentak._
+
+Fig. 267. _Drie denappels._
+
+Fig. 268. _Eiketakken._
+
+Fig. 269. _Denappel_, wapen van Augsburg, door Jost Amman.
+
+Fig. 270. _Lindeboom_, op ruitschild.
+
+Fig. 271. _Uitgerukte eikeboom._ Italiaansch, 1479.
+
+Fig. 272. _Lelie_, van een relief uit Beieren.
+
+
+I. Fantastische beelden.
+
+Deze worden gevormd door samenstellingen van mensch en dier of van
+dieren onderling, en ontstonden uit sagen en overlevering, en
+grootendeels ook door de kruistochten.
+
+De _dubbele adelaar_ heeft twee van elkaar afgewende koppen.
+
+Reeds in de oud-Egyptische en Assyrische kunst, dus lang voor Christus'
+geboorte, kwam dit fantastische dier voor; in de heraldiek echter sedert
+de 13e en 14e eeuw. Als het Duitsche Rijkswapen dateert het uit het
+begin van de 15e eeuw, tijdens keizer Sigmund. In later tijd werd de
+dubbele adelaar gekroond, en werden de klauwen voorzien van scepter en
+zwaard, en rijksappel.
+
+De _gevleugelde leeuw_, een leeuw met vleugels.
+
+De _griffioen_ of grijpvogel, het bovendeel van een adelaar gezet op een
+onderlichaam van een leeuw, gevleugeld, met een opgerichten staart of
+den staart tusschen de achterpooten door onder de buik.
+
+De _centaur_, half paard, half mensch.
+
+De _draak_, een reptiel met vleermuizenvleugels, vuur spuwend uit
+den grooten geopenden muil en neusgaten, met twee adelaars- of
+leeuwenklauwen en een gekamden, in weerhaken eindigenden staart.
+
+De _weerwolf_; de _salamander_; de _zeeleeuw_.
+
+De _meermin_, een naakte vrouw met vischstaart; de _meerman_.
+
+De _melusine_, een gekleede, gekroonde vrouw, wier lichaam onder de
+borst overgaat in 2 vischstaarten, die ze met beide handen vasthoudt.
+(12e eeuw, wapen van Palermo).
+
+[Illustratie: 273 274 275 276 277 278 279 280 281 282 283]
+
+De _Eenhoorn_. Een springend paard met gespleten hoeven, leeuwenstaart
+en rechten, doch gedraaiden hoorn voor het voorhoofd.
+
+De _Harpy_, een adelaar met vrouwenbuste, (hoofd, hals en borst).
+
+Fig. 273. _Meermin of Melusine_, met twee staarten; zie ook fig. 281.
+
+Fig. 274. _Zeeleeuw_, combinatie van leeuw en visch.
+
+Fig. 275. _Eenhoorn._
+
+Fig. 276. _Grijpvogel_, klimmend. Kop en vleugels van een adelaar.
+
+Fig. 277. _Draak_; oude houtsnede.
+
+Fig. 278. _Draak_, twee adelaarsklauwen. Gevleugeld reptiel.
+
+[Illustratie: 284 285 286 287 288 289 290 291 292 293 294 295 296 297
+298 299 300 301]
+
+Fig. 279. _Eenhoorn_, in twee kleuren; fragment van een Italiaansch
+wapen.
+
+Fig. 280. _Wapen van Neurenberg_; combinatie van jonkvrouw en adelaar,
+Harpij.
+
+Fig. 281. _Sirene_; eindigt in vischstaart.
+
+Fig. 282. _Lintworm_; drakenkop, slangenlichaam en vischstaart.
+
+Fig. 283. _Panter._ Zonder vleugels, lijkend op grijpvogel.
+
+
+J. Hemellichamen en elementen.
+
+De _zon_ wordt voorgesteld als een zestienstralige schijf met een gelaat
+»en face«. Deze zijn vaak afwisselend recht en vlammend gebogen. De
+kleur is goud. In de oude heraldiek heet de zon in den rechterbovenhoek
+opgaand, in den linkerbovenhoek ondergaand.
+
+De _maan_ is een zilveren, naar links of rechts gekeerde sikkel; ook
+kunnen de punten naar boven of naar beneden wijzen. Voorzien van een
+gelaat, is dit in profiel en van goud.
+
+De _sterren_ zijn 5-puntig (Fransch, Italiaansch en Engelsch) of
+6-puntig en 8-puntig (Duitsch, Nederlandsch). Steeds wijst de punt naar
+boven. Als _komeet_ heeft de staart een andere tinktuur.
+
+Verder komt de _aarde_ voor als wereldbol met equator (niet in de oude
+heraldiek); de _regenboog_, een gebogen balk van rood, goud en blauw;
+de _wolken_, zie fig. 56, zijn blauw of zilver; de _bliksem_, nooit
+zigzagvormig maar als een van boven komende bundel stralen of vlammen;
+voorts _golven_ (blauw en zilver); _bergen_, drie- en zesberg;
+_grasveld_, _zee_ of _rivier_.
+
+Fig. 284, 298. _Zon._
+
+Fig. 285. _Maan_ en _sterren_.
+
+Fig. 286. _Golven._
+
+
+K. Gebouwen, gebruiksvoorwerpen etc.
+
+Onder deze rubriek worden heel veel voorwerpen gerangschikt, waarvan men
+nu naam nòch beteekenis meer kent. Toch heeft men zich te beperken bij
+toepassing van producten uit de moderne industrie, daar heraldische
+beelden uit deze rubriek een bepaald karakter behooren te dragen;
+terwijl toch geen bepaalde regels voor die vormgeving zijn vast te
+stellen.
+
+Bij de bestudeering van de oude heraldiekprenten merken we op, dat vele
+voorwerpen, die niet direct herkenbaar zijn, verband houden met den naam
+van den schilddrager.
+
+De voorwerpen zijn te verdeelen in een aantal rubrieken, b.v.
+
+_a._ gebouwen, schepen.
+
+_b._ wapens en oorlogswerktuigen.
+
+_c._ werktuigen en voorwerpen, betrekking hebbend op jacht, vischvangst,
+ landbouw en veeteelt.
+
+_d._ kleeding.
+
+_e._ muziekinstrumenten, huisraad, religieuse voorwerpen etc.
+
+Alle te geven is ondoenlijk. Bepalen we ons tot beschrijving van enkele.
+
+[Illustratie: 302 303 304 305 306 307 308 309 310 311 312 313 314 315
+316]
+
+Fig. 287. _Handschoen._
+
+Fig. 288. _Hoed of muts._
+
+Fig. 289. _Vuurslag._
+
+Fig. 290. _Eg._
+
+Fig. 291. _Gesp en ring._
+
+Fig. 292. _Weerhaken._
+
+Fig. 293. _Zwaard._
+
+Fig. 294. _Voetangel._
+
+Fig. 295. _Sleutels_ (zie fig. 303).
+
+Fig. 296. _Wiel of rad._
+
+Fig. 297. _Letter._
+
+Fig. 298. Zie onder _J_.
+
+Fig. 299. _Schaats_, _viool_.
+
+Fig. 300. _Molenijzer._
+
+Fig. 301. _Monogrammen._
+
+Fig. 302. _Toren._
+
+Fig. 303. _Sleutels._
+
+Fig. 304. _Standaard._
+
+Fig. 305. _Schaar._
+
+Fig. 306. _Jachthoorn._
+
+Fig. 307. _Wolfshaken._
+
+Fig. 308. _Ketelhaak._
+
+Fig. 309. _Schaakstuk._
+
+Fig. 310. _Poort._
+
+Fig. 311. _Hakmes._
+
+Fig. 312. _Karbonkel._
+
+Fig. 313. _Kan._
+
+Fig. 314. _Lansen._
+
+Fig. 315. _Wereldbol._
+
+Fig. 316. _Paalswijs in blauwe en zilveren degen_, dragend op de punt
+ een gouden kroon en vergezeld van twee leliën van hetzelfde. Wapen
+ van Jeanne d'Arc.
+
+Verder komen veelvuldig voor:
+
+Kasteel, met tinnen en torens; poort of valdeur; kerk, in zij- of
+vooraanzicht met 2 tot 4 torens en hooge vensters; molen; schip-brug;
+palissade; piek; knots; dolk; stormram; vaandel; weerhaak; pijl en boog;
+strijdbijl; schild; vuurwapen; stompe vogelpijl; molensteen; zeis;
+sikkel; ploegijzer; hoefijzer; gordel; kroon; harnas; harp; luit; hamer;
+bijl; stoel; anker; ballen en ringen; schakel (onderdeel van de ketting
+van de guldenvlies orde); muuranker; herdersstaf; altaar; bisschopsstaf;
+bijbel; wierookvat; kandelaber; etc., te veel om op te noemen of af te
+beelden. Voorwerpen uit de moderne techniek en kunstnijverheid zijn
+zooveel mogelijk te vermijden en te vervangen door oude symbolen.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+VII. STAND EN PLAATSING VAN DE BEELDEN.
+
+
+Somtijds worden er verscheidene van dezelfde figuren op één schild
+geplaatst. Is 't aantal onbepaald groot, dan luidt de term _bestrooid_
+of _bezaaid_. De beelden, b.v. kruizen, adelaars, leeuwen, lelies zijn
+dan even groot. _Geordineerd_ heeten de beelden, als het aantal bepaald
+is; in dit geval is ook de plaats bepaald.
+
+Staat er één beeld op het veld, dan is de plaats in 't midden; de eigen
+vorm van het beeld geeft dan de richting paalswijs of faaswijs aan. Dus
+een zwaard staat b.v. in 't midden, paalswijs. Twee beelden staan naast
+elkaar [..], in bijzondere gevallen boven elkaar [:]. Drie beelden staan
+[·¸·], geschreven 2-1; in bijzondere gevallen [¸·¸] of [...] of [÷].
+Vier beelden staan [::]; zijn er 5 dan is de rangschikking [:¸:],
+geschreven 2-2-1. Soms ook [·÷·] (1-3-1) of [:·:] (2-1-2) in den
+vorm van het Andreaskruis. Zes beelden staan ['·:·'] en zeven [:÷:].
+De plaatsing is dus geordineerd door den schildvorm.
+
+_Vergezeld_ noemt men een groot beeld, waaromheen kleinere zijn
+gerangschikt. Zie b.v. fig. 153 en 313. _Belegd_ is b.v. een paal,
+waarop sterren zijn aangebracht. Verder kunnen de beelden, indien
+er meer dan één is geplaatst op het veld, zijn o. a. afgewend,
+tegengekeerd, gelijkgewend, etc.
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+VIII. DE HELM.
+
+_Helmkroon_, _kussen_, _helmkleed_, _wrong_ en _penning_.
+
+
+Reeds in de grijze oudheid beschermden de strijders zich het hoofd tegen
+zwaardslagen door een helm. Sedert de 12e eeuw dient de helm ook tot
+aanbrenging van heraldische versierselen. De helm leent zich uit den
+aard der zaak minder goed tot versiering van wapens van steden en
+vereenigingen en van vrouwen. Toch komt de helm ook op deze wapens voor.
+Behalve de pothelm kan iedere helm tot heraldische versiering dienen;
+voornamelijk echter de tornooi- en de steekhelm, die dan nog met het
+kleinood worden verfraaid.
+
+De oudste helm is de _pothelm_ (fig. 318), bijna cylindervormig, alleen
+aan den gezichtskant flauw uitgebogen en van een neus voorzien. De
+helmtop is plat, later kegelvormig verhoogd; op oogshoogte zit een gleuf
+en op mondhoogte zijn gaatjes voor ademhaling aangebracht. Onder den
+helm is een _bassinet_ aangebracht, met afhangende maliën (weefwerk als
+'t ware van metalen schakeltjes); op het bassinet of bekkeneel lagen
+kussentjes, om de slagen op den zeer zwaren helm te breken. De helm
+rust op de schouders, weegt gewoonlijk meer dan 5 K.G. en is zwart, met
+verguld of verzilverd beslag. Deze helmvorm wordt in de heraldiek _zeer
+zelden_ gebruikt.
+
+[Illustratie: 317 318 319 320 321 322 323 324 325 326 327 328 329 330
+331]
+
+In de 15e eeuw wordt de _salade_ of _renhoed_ (fig. 330) gebruikt,
+met een lang staartstuk in den nek. Deze komt in de heraldiek niet
+voor, daar hij diende voor oorlogsgebruik. Op tornooien werd de in de
+heraldiek gebruikte _steekhelm_ (fig. 325) sedert de 15e en 16e eeuw
+gebruikt. Deze weegt ± 20 K.G., maar rust op schouders, borst en rug,
+daar hij bevestigd is aan borst- en schouderplaten van het harnas. De
+kijksleuf sprong ver naar voren uit, en leverde daardoor minder gevaar
+op voor de oogen. Nog sierlijker is de _tornooihelm_ (fig. 331). De
+kijksleuf hiervan was aanmerkelijk verwijd en werd beschermd door
+vertikaal uitgebogen stangen. Deze constructie was mogelijk, omdat deze
+helmvorm diende in den strijd met het stompe zwaard, en niet in een
+lansgevecht. In de 2e helft van de 15e eeuw wordt tusschen de vertikale
+stangen een horizontale aangebracht ter versterking, zoodat een
+traliënrooster ontstond. Inwendig werd de helm donkerrood gevoerd (fig.
+332-342).
+
+De _Bourgondische helm_ (fig. 329) heeft geen staartstuk, een beweegbaar
+vizier en vast kinstuk. Deze helm sluit van terzijde, terwijl men
+bovengenoemde helmen allen over het hoofd liet zakken.
+
+Slechts de pothelm (13e en 14e eeuw), de steekhelm (15e en 16e eeuw) en
+de tornooihelm (2e helft 15e eeuw) worden in de heraldiek gebruikt.
+
+De helm van regeerende vorsten is van goud, van prinsen dito, maar met
+minder traliën. Hertogen hebben zilveren helmen met goud versierd.
+Verder kunnen helmen nog zijn van zilver en van gepolijst staal. Ook
+helmen duiden dus een rang aan.
+
+De helm staat steeds vertikaal op het schild; helt dit laatste, dan
+staat de helm op den bovenhoek. Het schild is steeds iets hooger dan de
+helm, die »en face« of gedeeltelijk gedraaid kan staan. Het helmteeken
+draait met den helm mede; de onderrand rust steeds op den bovenrand van
+het schild. Helmen kunnen _in aantal_ op het schild voorkomen. Hoe meer
+helmen hoe kleiner ze worden.
+
+Vrouwenwapens vertoonen uit den aard der zaak geen helm; evenmin als
+die der geestelijken, die den helm vervangen door mijter en kromstaf.
+Soms echter, om aan te toonen dat ze het geloof verdedigen, voeren ze
+bovendien een helm en een zwaard. Zie fig. 344 en 350.
+
+Fig. 317. }
+Fig. 318. } _Pothelmen._
+
+Fig. 319. }
+Fig. 320. } _Voor en zijaanzicht van een pothelm._
+
+Fig. 321. _Bassinet._
+
+Fig. 322. _Bourgondische helm._
+
+Fig. 323. _Overgangsvorm van pothelm en steekhelm._
+
+Fig. 324. _Fransche salade._
+
+Fig. 325. _Steekhelm._
+
+Fig. 326. _Steekhelm van boven gezien._
+
+Fig. 327. _Vizierhelm._
+
+Fig. 328. _Steekhelm._
+
+Fig. 329. _Bourgondische helm._
+
+Fig. 330. _Salade of renhoed._
+
+Fig. 331. _Tornooihelm._
+
+De overgang van helm naar helmteeken wordt gevormd door een _helmkroon_
+(fig. 335), die steeds zeer eenvoudig is, en waarvan de punten
+eindigen in Gothische bladvormen, leliën of klaverbladeren. Ze diende
+oorspronkelijk om de verbinding van helm en helmteeken onzichtbaar
+te maken en bestond aanvankelijk uit een geel geschilderden rand.
+
+De helmkroon duidt in geen geval eenigen rang of stand aan, zooals de
+rangkroon.
+
+Een _kussen_ vindt soms plaats onder een wapenbord; het is steeds
+vierkant en van kwasten op de hoeken voorzien.
+
+De _wrong_ (fig. 368) is een ringvormig kussen, omwonden met een lint
+in de kleuren van het schild, welk lint aan de achterzijde eindigt in
+een strik met wapperende einden. Ze vervangt de helmkroon en diende om
+slagen te breken. Het _helmkleed_ (fig. 332-342) was een lap stof, die,
+over den helm gelegd, diende tot wering van de zonnestralen, die den
+metalen helm gloeiend zouden maken; het hangt naar de achterzijde en aan
+de zijden naar beneden af en behoort bij het wapen. Oorspronkelijk een
+rechte lap stof, werd het helmkleed, dat uitsluitend op tornooien werd
+gebruikt, spoedig uitgesneden in bladvormige lobben, om vernieling en
+gehavendheid in den strijd te verbergen; bovendien waren binnen- en
+buitenzijde verschillend van kleur; nooit evenwel was de kleur metaal
+en steeds zijn de bladuiteinden gestyleerd in strakke lijnen, nooit
+slap neerhangend. Het helmkleed ontspringt onder de wrong. De oudste
+helmkleeden zijn het minst uitgesneden (fig. 70, 149 en 183).
+
+De _penning_ behoort niet bij den helm en kan worden toegepast of worden
+weggelaten. Het is een munt, die aan een koord om den hals van den helm
+is gehangen en sedert de 15e eeuw is toegepast.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+IX. HELMTEEKENS.
+
+
+Het helmteeken is een heraldisch sieraad, even hoog of hooger
+dan de helm zelf (in verband met het gewicht); het is erfelijk en
+onafscheidelijk aan den helm verbonden, zoodat een enkele helm geen
+wapenhelm is. De voorstelling houdt meestal verband met het wapenbeeld,
+ook wat kleur betreft. Het eerst wordt het helmteeken toegepast op den
+pothelm; ter bevestiging dienden gaatjes, zooals fig. 326 aantoont.
+
+_Hoorns_ komen veel als sieraad voor; ze zijn eenvoudig als een
+halve maan gebogen, of dubbel gebogen. Zie fig. 339 en fig. 342; de
+eerste vorm is de oudste. Hoorns met open ringvormige einden noemt men
+trompen (deze naam houd echter geen verband met een olifantsslurf);
+ze komen sedert de 15e eeuw voor. Hoorns worden versierd met bladeren,
+schelletjes, vlaggetjes of platte stukjes blik, die bij 't bewegen een
+rinkelend geluid geven; bovendien zijn ze gekleurd als het schild; dus
+b.v. geschaakt.
+
+Ook hertenhoorns of geweien (fig. 336) komen voor, maar zeldzaam. Een
+voorbeeld is het wapen van Oranje, met gouden gewei. Tusschen de hoorns
+is vaak een dier geplaatst, b.v. een griffioen, een leeuw, etc.
+
+_Vluchten_ zijn niet-naturalistische kunstmatige adelaarsvluchten, van
+leer of dun hout of blik vervaardigd; òf evenwijdig aan de schouders
+van den helm afstaand, òf als een kam loodrecht op de richting van
+de schouders over den helm afloopend (zie fig. 338, 348). Steeds
+paarsgewijs komen ze voor en heeten open of gesloten vlucht.
+
+[Illustratie: 332 333 334 335 336 337 338 339 340 341 342]
+
+_Wapenborden_ dienden voor beschildering met herautsstukken, die niet
+plastisch af te beelden zijn. Het waren beschilderde planken, met
+versieringen aan de kanten en op de hoeken, rustend meestal op een op
+den helm liggend kussen.
+
+[Illustratie: 343 344 345 346 347 348 349 350 351]
+
+_Vederbossen_ zijn bundels ganze-, hane-, pauwe- of struisveeren. Ze
+zijn meestal in beschilderde kokers vereenigd (fig. 351) of komen direct
+uit een wapenkroon (fig. 335). Pauweveeren wijzen oorspronkelijk op
+hooge geboorte; struisveeren zijn uit lateren tijd.
+
+_Hoeden_, _mutsen_ en _mijters_ komen dikwijls boven schilden voor,
+zonder helm. Ook _vlaggen_ (fig. 73) en planten (fig. 333 en 334) worden
+dikwijls gebruikt.
+
+_Menschen_ en _dieren_ komen voor in hun geheel of als deelen. Zie fig.
+69, 180, 337, 341, 346 en 349.
+
+Rompen zijn meestal voorgesteld zonder armen en voeten. Bloemen of
+andere voorwerpen nemen de plaats in van de armen, terwijl de romp
+overgaat in het dekkleed. Het hoofd is vaak met aller hande vreemde
+mutsen versierd, terwijl mannen meestal een baard en vrouwen eigenaardig
+en opgemaakt versierd haar dragen. Ook borstbeelden _met_ armen zijn nog
+goed heraldisch (fig. 341). Voorts komen voor adelaar, leeuw, brak,
+zwaan, eenhoorn, lelie, roos etc.
+
+In 't algemeen is men tamelijk vrij in de voorstelling van het
+helmteeken, zooals uit de fig. 332-351 is te zien. Alleen moet het
+steeds verbonden zijn aan den helm en niet, zooals b.v. in Frankrijk, er
+boven zweven.
+
+ * * * * *
+
+Fig. 332, 333, 334, 335, 336. _Helmteekens_, naar Hans Burgkmair.
+
+Fig. 337. _Helmteeken_, naar Israel van Meckeren.
+
+Fig. 338. _Heele vlucht._
+
+Fig. 339. _Hoorns._
+
+Fig. 340. _Bandvormig helmkleed._
+
+Fig. 341. _Helmteeken_, naar een Duitschen graveur.
+
+Fig. 342. _Hoorns_, versierd met bladeren.
+
+Fig. 343. _Bisschopshoed_, groen met 2 × 6 kwasten. Van een boekband.
+
+Fig. 344. _Helmteeken_, naar gravure van Michael Wohlgemuth.
+
+Fig. 345. _Aartsbisschopshoed_, groen met 2 × 10 kwasten.
+
+Fig. 346. _Zittende leeuw tusschen twee trompen._
+
+Fig. 347. _Pauselijke tiara._
+
+Fig. 348. _Vlucht van terzijde._
+
+Fig. 349. _Hoorns in plaats armen._
+
+Fig. 350. _Bisschopsmuts_, naar Hans Burgkmair.
+
+Fig. 351. _Veerenkoker._
+
+[Illustratie: 352 353 354 355 356 357 358 359 360 361 362 363 364 365
+366 367 368 369 370 371]
+
+
+Kronen, mutsen, emblemen, orden.
+
+Soms wordt de helm vervangen door een kroon, die den rang aanduidt van
+den eigenaar van het wapen. Oorspronkelijk waren de dragers alleen
+koningen, die in werkelijkheid bij officieele plechtigheden de kroon
+ook droegen als hoofddeksel. Tegenwoordig voert hoogere en lagere adel
+eveneens een kroon, wel te onderscheiden van de helmkronen.
+
+De _Duitsche keizerskroon_ is zeer verschillend van teekening. De
+oudere vorm, fig. 354, vertoont een haarband, versierd met email en
+edelgesteenten; hierop rusten bladvormige versierselen, z.g. fleurons;
+de kroon wordt naar boven afgesloten door een kap, in 2 helften gedeeld,
+waar tusschen een beugel van voren naar achteren loopt, die den
+rijksappel draagt.
+
+De tegenwoordige Duitsche keizerskroon, fig. 358, wijkt in vorm
+belangrijk af. Ze bestaat uit 4 groote en 4 kleine platen; van de groote
+loopen 4 beugels naar den top samen, dragend den rijksappel. Beide
+kronen hebben aan weerszijden linten.
+
+De _koningskroon_ is een haarband, met fleurons versierd; 5 beugels
+komen samen in den top; tusschen de 5 zichtbare fleurons zijn 5 paarlen
+geplaatst, terwijl ook de beugels, die den rijksappel dragen, met
+paarlen zijn versierd. In 't hart van iedere fleuron staat een roode
+steen. De kroon is van goud, de wereldbol blauw. Afwijkende vormen zijn
+o. a. de Hongaarsche en de Boheemsche koningskroon.
+
+_Groothertogen_ dragen een gevoerde koningskroon. De overige adel draagt
+in alle landen niet dezelfde kronen. De voornaamste kronen zijn verder
+die van den: _hertog_, _vorst_ of _prins_, _markies_, _graaf_,
+_burggraaf_, _baron_, _ridder_ en _edelman_. Voor de verschillende
+gebruikelijke kroonvormen raadplege men de fig. 352-371.
+
+Ook _hoeden_ en _mutsen_ wijzen op een rang en worden ook werkelijk
+gedragen.
+
+_Hertogen-_ en _vorstenhoeden_ zijn oorspronkelijk van purper, met,
+inplaats van haarband, een hermelijnen omslag. De Doge van Venetië droeg
+een phrygische vrijheidsmuts met haarband en één dwarsbeugel. Zie fig.
+371.
+
+De _Paus_ draagt de _tiara_, een hooge, witte muts, met uitgebogen
+zijden, omgeven door 3 boven elkaar geplaatste kronen en op den top den
+rijksappel; 2 banden bevinden zich aan weerszijden. Fig. 347.
+
+Een _bisschop_ draagt een _mitra_ of _mijter_; de muts is even boven
+den haarband in 2 helften gespleten zóó, dat er tusschen een segment
+uitvalt. Met 2 banden aan weerszijden is verder de mijter rijk versierd,
+fig. 350.
+
+Een _kardinaal_ draagt een rooden platten hoed met 15 roode kwasten aan
+weerszijden afhangend (totaal dus 30). Elke groep is van boven af in
+aantal gerangschikt 1, 2, 3, 4, 5.
+
+[Illustratie: Fig. 372 Fig. 373]
+
+Een _patriarch_ draagt een dito hoed, doch alles in 't groen.
+
+Een _bisschop_ draagt soms, inplaats van een mijter, een hoed als
+boven, n.l. de aartsbisschop een groenen met 10 kwasten, een bisschop
+een groenen met 6 kwasten. De lagere geestelijkheid draagt zwarte hoeden
+met 6 tot 2 kwasten.
+
+_Emblemen_ zijn waardigheidsteekens of zinnebeelden van bepaalde
+personen en niet erfelijk. Ze worden om of achter het schild geplaatst.
+
+De paus gebruikt hiervoor 2 gekruiste sleutels (fig. 347), een
+aartsbisschop een 2 armig kruis (fig. 343). Andere emblemen zijn b.v.
+een kromstaf en zwaard gekruist, een maarschalkstaf, ankers voor
+admiralen, etc.
+
+Andere voorkomende waardigheidsemblemen zijn nog de _ridderorden_,
+eveneens (op een zeer zeldzame uitzondering na, b.v. de stichters der
+orde) niet erfelijk. Als versiering van het wapen worden ze toegepast
+als schildhoofd, kwartier of bijschild; het laatste was een klein, aan
+den bovenhoek van het schild bevestigd schildje.
+
+Enkele der voornaamste orden zijn:
+
+De _Maltheser of Johanniterorde_, gesticht 1090, insigne een zilveren
+Maltheserkruis. (Zie fig. 157).
+
+De _Duitsche orde_, een zwart kruis met zilveren randen.
+
+De _Orde van het gulden vlies_, in 1429 gesticht door den hertog van
+Bourgondië; een gouden ramsvel aan een ketting van vuursteenen en
+vuurslagen, om het schild gehangen. Het devies is: Praetium non vile
+laborum (een niet geringe prijs voor wat volbracht werd). (Fig. 379).
+
+De _orde van de Tempeliers_ (nu opgeheven).
+
+De _zwanenorde_; de _orde Van het heilige graf_.
+
+De _orde van den kouseband_, spreuk: Hony soit qui mal y pense.
+Oorspronkelijk alleen een donkerblauw fluweelen band met gouden rand en
+bovenstaand devies.
+
+De _orde van den Deenschen olifant_, hangende aan een keten van
+olifanten.
+
+In Frankrijk treft men nog dikwijls om vrouwenschilden (ruitvormig) een
+gewonden koord aan, met liefdeknoopen.
+
+Tegenwoordig heeft ieder land ordeteekens. De oudste zijn echter de
+voornaamste, en werden en worden alleen door oude adellijke geslachten
+gedragen.
+
+De _deviesen_ hier boven genoemd, zijn wapen- of lijfspreuken,
+meestal in oud-Fransche taal of in Latijn. Ze zijn kort en krachtig.
+Lijfspreuken zijn niet erfelijk. Wapenspreuken behooren aan een
+geslacht. Meestal is de spreuk op een onder het wapen slingerend lint
+aangebracht. Soms staan wapenspreuken in verband met, d. w. z. zij zijn
+afgeleid van den naam van het geslacht.
+
+Fig. 352. _Hongaarsche koningskroon._
+
+Fig. 353. _Boheemsche koningskroon._
+
+Fig. 354. _Oude Duitsche keizerskroon._
+
+Fig. 355. _Tegenwoordige koningskroon._
+
+Fig. 356. _Hertogshoed._
+
+Fig. 357. _Groothertogkroon_, roode voering.
+
+Fig. 358. _Duitsche keizerskroon._
+
+Fig. 359. _Vorstenhoed._
+
+Fig. 360. _Gravenkroon_, met 9 paarlen zichtbaar.
+
+Fig. 361. _Gravenhoed._
+
+Fig. 362. _Koningskroon._
+
+Fig. 363. _Baronnenkroon_, 7 paarlen zichtbaar.
+
+Fig. 364. _Markiezenkroon._
+
+Fig. 365. _Fransche baronnenkroon._
+
+Fig. 366. _Stedenkroon._ Geen rangkroon.
+
+Fig. 367. _Kroon ter versiering_, voor dieren.
+
+Fig. 368. _Wrong._
+
+Fig. 369. _Ridderkroon_, 5 paarlen zichtbaar.
+
+Fig. 370. _Ouderwetsche kroon_, geen rangkroon.
+
+Fig. 371. _Muts van den Doge van Venetië._
+
+
+Schildhouders en Wapententen.
+
+_Schildhouders_ komen eerst sedert de 14e eeuw voor. Ze staan naast of
+achter 't schild, bewaken en steunen dit en zien er naar, kijken den
+beschouwer aan of kijken afgewend als er twee zijn. Overigens zijn voor
+de toepassing geen vaste regels te geven. Het meest gebruikelijk zijn:
+engelen (staand, knielend), menschen, wildemannen en wildevrouwen,
+eenhoorns, leeuwen en griffioenen. Vogels, hoewel voor dit doel
+toegepast, leenen zich minder goed. De schildhouders houden het wapen
+met de handen of voorpooten vast en zijn soms gewapend. B.v. de wilde
+mannen met een knots.
+
+[Illustratie: 374 375 376 377 378 379 380 381]
+
+Een schildhouder staat naast het schild of er achter, en kan ook 2
+wapenschilden vasthouden (bij huwelijk).
+
+Twee schildhouders zijn van dezelfde of van verschillende soort, en
+staan soms in verband met den geslachtsnaam (beer, geslacht Orsini).
+
+Vele landen hebben tegenwoordig de schildhouders vastgesteld, b.v.
+Nederland gekroonde leeuwen.
+
+_Wapenmantels_ komen sedert de 17e eeuw voor, het eerst in Frankrijk.
+Het zijn aan de hoeken en in 't midden boven 't wapen opgenomen
+draperieën, die geheel achter 't schild hangen, zuiver decoratief, en
+van franje en koorden met kwasten voorzien. Boven het in 't midden
+opgenomen gedeelte staat de rangkroon. In dit geval heet de draperie
+wapen_mantel_. Staat alles wat op 't schild betrekking heeft vóór de
+draperie, dan noemt men deze wapen_tent_.
+
+Alleen vorstelijke personen voeren een wapenmantel.
+
+Deze is purper, rood of blauw, bezaaid b.v. met lelies, leeuwen
+of adelaars en gevoerd met hermelijn.
+
+Fig. 372. Compleet wapen, met wildemannen als schildhouders, naar een
+Fransch meester.
+
+Fig. 373. Compleet wapen, met leeuwen als schildhouders, naar een
+Duitsch meester.
+
+Fig. 374. Schildhouder, naar Hans Burgkmair.
+
+Fig. 375. Renaissance schildhouder, naar Albrecht Dürer.
+
+Fig. 376. Schildhouder, naar een onbekend meester.
+
+Fig. 377. Drukkersmerk, naar Alexander Minutiano.
+
+Fig. 378. Wapentent.
+
+Fig. 379. Ordeteeken van het gulden vlies; 2 verschillende stylaties.
+
+Fig. 380. Knoopenkoord of Liefdekoord.
+
+Fig. 381. Orde van het Heilige graf.
+
+ * * * * *
+
+Ten slotte verwijzen we hen, die een meer uitgebreide studie van de
+heraldiek willen maken, dan we hier geven, naar het uitmuntende werk van
+Jan H. Junius: Heraldiek.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+INHOUD
+
+
+ Blz.
+
+ I. Kleuren 5
+
+ II. Schildindeeling 13
+
+ III. Schildvorm 17
+
+ IV. Herautstukken 26
+
+ V. Heraldische bijteekens of breuken 37
+
+ VI. Heraldische beelden 41
+
+ A. Het kruis 45
+
+ B. De Menschfiguur 47
+
+ C. Dieren 50
+
+ D. De leeuw 51
+
+ E. De luipaard 55
+
+ F. De adelaar 57
+
+ G. Andere dieren 58
+
+ H. De plant en hare onderdeelen 60
+
+ I. Fantastische beelden 64
+
+ J. Hemellichamen en elementen 66
+
+ K. Gebouwen, gebruiksvoorwerpen etc. 67
+
+ VII. Stand en plaatsing van de beelden 70
+
+ VIII. De Helm 71
+
+ IX. Helmteekens 75
+
+ Kronen, mutsen, emblemen, orden 79
+
+ Schildhouders en wapententen 83
+
+
+
+
+ +-------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: biblotheek niet achterwege |
+ | C: bibliotheek niet achterwege |
+ | B: als kleur aanduiding ook in |
+ | C: als kleuraanduiding ook in |
+ | B: Hermelijn en tegen hermelijn |
+ | C: Hermelijn en tegenhermelijn |
+ | B: » linkerpaal, |
+ | C: » linkerpaal. |
+ | B: » 42, gegeerd, |
+ | C: » 42, gegeerd. |
+ | B: gericht en geheven Door |
+ | C: gericht en geheven. Door |
+ | B: fig. 105. Trapvormig, |
+ | C: fig. 106. Trapvormig, |
+ | B: verschillende kruisen bedraagt |
+ | C: verschillende kruizen bedraagt |
+ | B: Fig, 152, _Het |
+ | C: Fig. 152. _Het |
+ | B: [Illustratie: ] |
+ | C: [Illustratie: 183] |
+ | B: onderen in lengte toenemen, |
+ | C: onderen in lengte toenemen. |
+ | B: in tegenstellig met den |
+ | C: in tegenstelling met den |
+ | B: Fig. 166, _Geschaakt kruis._ |
+ | C: Fig. 166. _Geschaakt kruis._ |
+ | B: Augsburg, door Jost Amman, |
+ | C: Augsburg, door Jost Amman. |
+ | B: begin van de 15 eeuw, tijdens |
+ | C: begin van de 15e eeuw, tijdens |
+ | B: Nig. 331. _Tornooihelm._ |
+ | C: Fig. 331. _Tornooihelm._ |
+ | B: sieraad, evenhoog of hooger |
+ | C: sieraad, even hoog of hooger |
+ | B: _burggraaf_, _baron_ _ridder_ en |
+ | C: _burggraaf_, _baron_, _ridder_ en |
+ | B: _Hertogen_ en _vorstenhoeden_ |
+ | C: _Hertogen-_ en _vorstenhoeden_ |
+ | B: om vrouwen schilden (ruitvormig) |
+ | C: om vrouwenschilden (ruitvormig) |
+ | B: door oude adelijke geslachten |
+ | C: door oude adellijke geslachten |
+ | B: voeren een wapenmantel; |
+ | C: voeren een wapenmantel. |
+ | B: bezaaid b.v, met lelies, |
+ | C: bezaaid b.v. met lelies, |
+ +-------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Heraldiek, by Jan Godefroy
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HERALDIEK ***
+
+***** This file should be named 36180-8.txt or 36180-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/6/1/8/36180/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.